(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel"


DE WAPENS 
VAN DEN TEGENWOORDIGEN EN DEN VROEGEREN 
NEDERLANDSCHEN ADEL, 

DE WAPENS 
VAN DEN TEGENWOORDIGEN EN DEN VROEGEREN 
NEDERLANDSCHEN ADEL, 
BESCHREVEN DOOR 
J. B. RIETSTAP. 
MET DRIE REGISTERS: 
I. VAN DE WAPENFIGUREN. II. VAN DE WAPENSPREUKEN, III. VAN DE GESLACHTSNAMEN. 
TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1890. 
Stoomdrukkerij van J. B. Wolters. 
VOORREDE. 
Uit aanmerking dat de kennis der wapens van onzen Adel gewenscht kan zijn voor menigeen wien mijn Wapenboek van den Nederlandschen Adel *) te kostbaar of te omslachtig is, heb ik getracht ze zoo nauw-keurig mogelijk te beschrijven en daarbij niet naar beknoptheid ge-streefd, wanneer de duidelijkheid er onder zou geleden hebben. Voor liefhebbers van de heraldiek in wij deren omvang zal de Tweede Afdeeling van dit werk, die wapens van den of uitgestorvenen of nog niet weder erkenden adel bevat, waarschijnlijk eene niet onwelkome toegift zijn. 
Ten aanzien van de spelling der geslachts- en plaatsnamen heb ik de volgende opmerkingen te maken. 
In de eerste proef, die ik van het eerste blad ontving, waren de familienamen boven de afzonderlijke artikelen geheel met kapitale letters gezet. In gewone tijden zou ik daar geen bezwaar in gevonden hebben, maar thans, nu men sedert eenige jaren bezig is de geslachtsnamen te mishandelen (zelfs in officieele drukwerken, zoo als de Staatscourant en de Handelingen der Staten-Generaal), wilde ik geen voet aan die verkeerde richting geven en moest ik dus eene andere lettersoort kiezen, die het verschil tusschen kleine en groote letters bij de namen in het oog deed vallen. Om maar eenige uit de eerste artikelen te nemen, — bij namen als d' Ablaing, van Aefferden, van Akerlaken, kon men, als zij uitslui-tend met kapitale letters gezet waren, niet zien dat de d en de v klein en alleen de A groot moet zijn. Door de thans gebezigde letter is dit verschil duidelijk gemaakt. 
In do voor mij liggende tweede uitgave (1872) van de Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal, door M. de Vries en L. A. te Winkel, lees ik op blz. XLIX, onder het opschrift: Het gebruik der hoofdletters, het volgende: 
„Men schrijft met hoofdletters: 
„1. Het eerste woord van eiken volzin en, in poëzie, van eiken dichtregel. 
„2. Alle eigennamen van personen, als Albert, Arend, Rubens, Wolf enz. 
„Wanneer zij uit de vereeniging van twee woorden bestaan, dan wordt ieder hoofddeel met eene kapitale letter geschreven: b.v. Jan Steen, De Witt, Ter Horst, Van Erp enz. 
„Bij namen, die uit drie deelen bestaan, van welke het eerste een voorzetsel en het tweede een lidwoord is, behoudt het middelste do kleine letter, als Van den Berg, Van der Horst, Van de Wall, Op den Heuvel enz." 
Die stellingen nu, onder 2. samengevat, omtrent de namen die uit twee en drie deelen bestaan, neem ik de vrijheid te betwisten, en wèl op grond dat familienamen geen woorden van de taal zijn, waarop men taalkundige theoriën mag toepassen. Oorspronkelijk eene beteekenis ge-had hebbende, die in een overgroot aantal gevallen voor ons verloren is gegaan, zijn zij sedert korter of langer tijd, vele sedert eeuwen, als het ware versteend, geïmmobiliseerd, men zou kunnen zeggen onschend-baar geworden. Niemand mag er tegenwoordig de hand aan slaan, zelfs de bezitter niet; alleen het souverein gezag is volgens de wetten van den nieuweren tijd bevoegd eene verandering in de spelling daarvan te ver-oorloven. Waaraan ontleent men nu het recht om te decreteeren, dat van, de, te, ter, met eene groote aanvangsletter moeten geschreven wor-den, wanneer ten allen tijde (want de voorbeelden van het tegendeel zijn bij ons te lande zeldzaam) eene kleine letter gebruikt is? Bij die willekeur en veranderingszucht zie ik niet in, waarom men in namen, die uit drie deelen bestaan, het middelste deel met meer consideratie zou behandelen dan het voorste en waarom men, als men toch eigen-machtig aan het verhanselen is, ook niet Van Den Berg enz. zou schrijven. Hot eene heeft evenveel recht en reden als het andere. Laat men het maar eens bij eene nieuwe gelegenheid als eene verdere verbetering voor-schrijven, en met den geest van onderworpenheid en berusting, die in 
zulke zaken aan onze natie eigen is, schrijft binnen een jaar het geheele land Van Den Berg, Van De Wall enz. *). 
Uit die namenverminking kunnen zeer onaangename gevolgen voort-spruiten. Wanneer men het voorzetsel met eene kapitale letter schrijft (zoo als nu zelfs reeds ambtenaren van den burgerlijken stand in hunne acten schijnen te durven doen), is de weg gebaand om het hoofdbe-standdeel van den naam met eene kleine letter te gaan schrijven en ten slotte alles, volgens het ellendige Belgische gebruik, tot één woord samen te trekken. Zoo ontstaat dan uit van Hall, van der Schrieck, de Bruyn en dergelijke, Vanhall, Vanderschrieck, Debruyn; en als men nog een stapje verder gaat en er andere regelen der spelling op toepast (waarom zou men niet?) krijgt men Vanhal, Vanderschriek, Debruin. Een voorbeeld van samentrekking is er reeds geweest. Herhaalde malen heb ik den [naam van den Utrechtschen professor de Louter in couranten geschreven gezien 'Delouter. Bij successie- en dergelijke kwestiën kunnen in later tijd op grond van verschil in de naamsspelling de wettigste aan-spraken afgewezen worden en zal het zeer gelukkig zijn als de belang-hebbenden er afkomen met de aanteekening: „ Vanhall (of Vanhal), Vanderschrieck (of Vanderschriek), Debruyn (of Debruin), zich ook wel schrijvende van Hall, van der Schrieck, de Bruyn." Een aangenaam voor-uitzicht, dat het nageslacht onder den blaam zal liggen van zich met list te willen toeëgenen wat zijn wettig eigendom is. 
Niets schijnt tegenwoordig onaangerand te mogen blijven, en zoo heb-ben de plaatsnamen, ofschoon even stereotype en fossiel als de familie-namen, er ook aan moeten gelooven. Ja, zij zijn zelfs van twee kanten besprongen. De letterkundige afdeeling der Koninklijke Akademie van Wetenschappen heeft eene Lijst van Nederlandsche Plaatsnamen en het Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap eene Woordenlijst van de aardrijkskundige namen in Nederland uitgegeven. De Akademie zegt er bij, dat zij ze „naar de nieuwe regelen gespeld" heeft, en het Genoot-
*) Uitgegeven bij J. B. Wolters te Groningen, 2 deelen in folio, 1880—87. — Prijs gebonden f 200.— 
*) Die gedweeheid heeft soms zelfs bespottelijke gevolgen. Zoo kan men in de cou-ranten Engelsche lords vermeld vinden, wier titel voor hun naam aangezien en dan volgens de nieuwe leer geschreven wordt. Aldus maakt men kennis met een hertog Van Norfolk en een markies Van Salisbury, alsof Norfolk en Salisbury hun naam was. De schrijver weet blijkbaar niet, dat de eerste Howard en de tweede Cecil heet, en dat hertog en markies slechts bijkomende titels zijn. Op die wijze zou men ook kunnen schrijven: de koning Van Pruisen, de koning Der Nederlanden. 
VI 
VOORREDE. 
VOORREDE 
VII 

VIII 
VOORREDE. 

schap dat de spelling is „volgens de regelen van het Nederlandsch Woordenboek." Beide lichamen verkeerden dus in den waan, dat plaats-namen woorden van de taal zijn en zij het recht hadden daar naar hartelust aan te tornen. Overigens schijnt het zelfs met die regelen der spelling nog niet volkomen pluis te wezen, want Akademie en Genoot-schap zijn het omtrent verscheidene plaatsnamen oneens, zoo als uit het onderstaande proefje kan blijken. 

Akademie. Aksel 
(Fort) Bath 
Delftshaven 
Deutichem 
Dinksperloo 
's Herenberg 
Oestgeest 
Ouwerschie 
Reenen 
Tessel 
Tinarlo 
Aardr. Gen. Axel Bat 
Delfshaven 
Doetichem 
Dingsperlo 
's Heerenberg 
Oegstgeest 
Overschie 
Renen 
Texel 
Tinaarloo *). 

Het ware dus goed geweest als men naar eenstemmigheid had ge-streefd, maar nog veel beter indien de beide geleerde colleges de hand hadden afgehouden van eene zaak, die, hoe groot hun gezag ook op hun eigen gebied zij, hetgeen ik de allerlaatste zal wezen om in twijfel te trekken, even ver buiten hunne bevoegdheid lag als het regelen van de financiën dos rijks of het geven van bevelen aan het leger. Volgens aangenomen gebruik kunnen (ton zij de wet goed vond tusschen beiden te 
*) Het allercurieuste staaltje van die tegenstrijdigheden is misschien wel het volgende. 
Wij hebben Ede in Gelderland en Eede in Zeeland. Nu egaliseert de Akademie beiden tot Eede, maar het Aardrijkskundig Genootschap schrijft beiden Ede. De posterijen, wier werkkring anders niet zwaarder behoeft gemaakt te worden dan die reeds is, hebben al sinds lang bijzonder veel genoegen van die vier namen voor twee plaatsen, die zoo uit-muntend te onderscheiden waren, maar waar nu de brieven telkens verkeerd komen, als de provincie niet op het adres vermeld is. 
Der kennisneming overwaardig is de breedvoerige beoordeeling van het werk der Konink-lijke Akademie door den uitstekenden taalkenner P. Leendertz WZ., in de Navorscher van 1864, blz. 46 en volgg. Hij noemt het „een boek dat geene aanbeveling verdient" en verder: „een boek dat dienen moet om eene verbeterde spelling in te voeren, maar waar-door meer bedorven dan verbeterd zou worden." — Met het werk van het Aardrijks-kundig Genootschap heeft Winkler in de Tijdspiegel afgerekend. 

VOORREDE. 
IX 

treden) alleen de gemeenteraden de spelling van den naam hunner gemeente veranderen, zoo als Leiden en Alfen voor eenige jaren gedaan hebben *). 
Het eigendunkelijk veranderen van plaatsnamen kan (even goed als het veranderen van familienamen) nadeelige gevolgen hebben en ver-warringen doen ontstaan, zoo als reeds geschied is èn ten aanzien van Ede en Eede èn ten aanzien van Oosterwijk in Gelderland en Oisterwijk in Noordbrabant, welken laatsten naam de nivelleeringszucht ook al in Oosterwijk herschapen heeft. Ten gevolge daarvan is een legaat, voor de eene plaats bestemd, aan de andere uitgekeerd. Wat het heeft in gehad om die zaak weder in orde te brengen, laat zich denken. 
In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 15 April 1887 staat het vol-gende protest opgenomen, tegen die courant zelve gericht: 
Aan de hoofdredactie van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Mijne heeren! 
In mijne hoedanigheid acht ik mij verplicht, ernstig protest aan te teekenen, tegen de voortdurende vervalsching van den naam onzer gemeente, die gij u ten taak schijnt gesteld te hebben zooveel mogelijk te bevorderen, door steeds Oosterwijk in plaats van Oisterwijk te schrijven, en zelfs door in van hier u toegezonden artikels, de juiste spelling, door de inzenders met voordacht gebezigd, te verminken. 
Waarom zoovele organen der pers, en uw blad in de eerste plaats, zoo hardnekkig de uitspraak eener afdeeling der Academie van Wetenschappen helpt in practijk brengen is een raadsel, 1°. dewijl er reeds meermalen, ook in uw blad, is aangetoond dat de door u beschermde spelling is onwettig (zie kieswet, gemeentewet, wet op de posterijen, wet op de rechterlijke indeeling, enz. enz.); 2°. dewijl o. a. dr. WINKLER in De Tijdspiegel heeft bewezen dat die spelling is onwetenschappelijk, ongeschiedkundig; 30. dewijl er verwarring wordt gesticht door de tweeledige spelling; de wettelijke, de historische wordt gebezigd door alle ministeriën, behalve door dat van waterstaat enz. en zen ambtenaren, door alle gewestelijke en gemeentebesturen, door alle rechterlijke en andere ambtenaren, die in akten en gewijsden de wet moeten volgen, er wordt verwarring veroorzaakt doordien thans bezendingen naar plaatsen gaan, die wettelijk Oosterwijk heeten, doch die niet bedoeld werden. 
Ik verzoek u beleefd, dit protest tegen onwettige verwarring te plaatsen, al gunt gij u ook ditmaal het genoegen, zooals telkens geschiedt als u van hier wordt bericht, om voor het door mij hieronder gestelde Oisterwijk, uw onwettig Oosterwijk in de plaats te zetten, komende het dwaze figuur dat zulks maakt, niet voor mijne rekening, 
Met de meeste hoogachting heb ik de eer te zijn, 

Oisterwijk, 13 April 1887. 
Uw dw. dr., H. VAN BECKHOVEN, Burgemeester. 

*) Texel, Rhenen en misschien nog andere gemeenten hebben geprotesteerd tegen de verminking van haar naam door de taalzuiveraars, en verder leze men het protest van den burgemeester van Oisterwijk. 
En wat antwoordde de redactie der courant daarop? Het volgende, dat niets had van eene wederlegging, — die dan ook inderdaad niet mogelijk was. 
„Om den heer burgemeester genoegen te doen, zullen wij ditmaal Oisterwijk mot een i laten staan, deze spelling voor zijne rekening latende." Om den burgemeester genoegen te doen, alsof het eene speciale liefhebberij, misschien wel eene manie van dien ambtenaar was! En voor zijne rekening zou men die spelling laten, die hij zonder mogelijk-heid van tegenspraak had aangetoond dat de wettelijke is! 
Verder luidt het dan: „Wij kunnen echter niet beloven, dat wij ook in het vervolg ons naar zijne wenschen zullen gedragen. Ook bij de spelling der plaatsnamen dient een vaste regel te worden gevolgd, en aangezien wij ons niet in historische onderzoekingen kunnen gaan ver-diepen, ten einde van elke plaats do geschiedkundig -juiste benaming te weten te komen, moeten wij ons wel houden aan de spelling, door een zoo geleerd lichaam als de Koninklijke Academie van Wetenschappen vastgesteld." 
Hier vindt men weder het dwaalbegrip van den „vasten regel", die op de spelling van plaatsnamen zou toepasselijk zijn; en wat de redactie verklaart omtrent de onmogelijkheid om zich in historische onderzoe-kingen te verdiepen, dit is geheel bezijden de kwestie, want het komt alleen aan op dc vraag, of men de spelling der plaatsnamen, zoo als die tot nog toe gebruikelijk was, zal behouden dan wel willekeurig ver-anderen. En hoe dat toegaat, heeft men uit de beide vorengenoemde werkjes gezien. 
Uit de bovenstaande beschouwingen valt lichtelijk af te leiden, dat ik, waar in dit werk plaatsen te vermelden waren, mij naar de nieuwe mode niet gevoegd, maar de oude officieele spelling behouden heb. Achter de Grondwet volgt de lijst der Nederlandsche gemeenten en het staat niemand vrij in de daar opgegeven spelling opzettelijk verandering te brengen, aangezien die lijst vastgesteld is door de Staten-Generaal. 
Ofschoon het kwaad reeds eenige jaren voortwoekert, is dit tijdsbestek kort in vergelijking met de tijden die nog volgen zullen en daarom heb ik gemeend bij de eerste geschikte gelegenheid, die zich zou voordoen, mijne stem tegen het misbruik te moeten verheffen. 
J. B. RIETSTAP. 
X 
VOORREDE. 

INHOUD. 
Blz. 
EERSTE AFDEELING. Wapens der geslachten, die sedert 1814 in de 
Registers van den Hoogen Raad van Adel zijn ingeschreven . 1 Wapens van Belgische geslachten, aan welke nog na 1830 Neder-
landsche adel of titel verleend is 274 
TWEEDE AFDEELING. Wapens van den òf uitgestorvenen òf nog 
niet weder erkenden Adel 278 
EERSTE REGISTER. Register der Wapenfiguren 421 
TWEEDE REGISTER. Register der Wapenspreuken en Wapenkreten . 520 
DERDE REGISTER. Register der Geslachtsnamen 525 
AANVULLINGEN 550 

EERSTE AFDEELING. 
WAPENS DER GESLACHTEN, DIE SEDERT 1814 IN DE REGISTERS VAN DEN HOOGEN RAAD VAN ADEL ZIJN INGESCHREVEN. 
d'Ablaing. 
Titel van Baron voor Joan Daniel Cornelis Carel Wilhelm d'Ablaing van Giessenburg en al zijne afstammelingen, 8 Juli 1816. — Adel uit het Kamerijksche. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gouden leeuw (Ablaing-Weicourt); 2. en 3. in blauw een gouden keper, vergezeld van drie gouden wassenaars, 2 van boven en 1 van onderen (Thumbelot). Over alles heen, in een zilveren hartschild met uitgetanden rooden schildzoom, drie rood-getongde groene leeuwen, 2 en 1 (Ablaing). 
Drie helmen, de late gekroond en met goud-roode dekkleeden, de 2de gedekt met eene goud-blauwe wrong en met goud-blauwe dekkleeden, de 3de gekroond en met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende uitkomende gouden leeuw (Ablaing- Weicourt); 2° uit eene blauwe kuip oprijzende drie struis-veeren, de middelste goud en de beide andere blauw (Thumbelot); 3° een uitkomende rood-getongde groene leeuw (Ablaing). 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen, 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 1 
elk eene banier aan eene bruine tournooi-lans met zilveren spits houdende; de rechterbanier volgens het 1ste kwartier, en de linker-banier volgens het 2de kwartier; elke banier omzoomd met gouden franje en voorzien van gouden kwasten. Wapenspreuk: Cassis tutissima virtus. 
vergunning aan Joan Daniel Wilhelm Baron d'Ablaing om den naam van Arkel vóór den zijnen te voegen en zich te noemen van Arkel Baron d'Ablaing, 15 Juni 1840. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gouden leeuw (Ablaing-Weicourt); 2. en 3. in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel). Over alles heen, in een zilveren hartschild met uitgetanden rooden schildzoom, drie rood-getongde groene leeuwen, 2 en 1 (Ablaing). 4
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-roode en de 2de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende uitkomende gouden leeuw. (Ablaing- Weicourt); 2° een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vlucht, elke vleugel beladen met twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel). 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier aan eene tournooi-lans houdende; de rechterbanier volgens het 1ste kwartier, met gouden franje omzoomd en gehecht aan eene gouden tournooilans met zilveren spits en gouden kwasten; de linkerbanier volgens het 2de kwartier, met zilveren franje omzoomd en gehecht aan eene zilveren tournooilans met spits en kwasten van 't zelfde. 
Wapenspreuk: Cassis tutissima virtus. 
Aebinga van Humalda. 
Idzerd Aebinga van Humalda, geadmitteerd onder de Edelen van Friesland bij organiek besluit van 28 Augustus 1814. 
In blauw een klimmende zilveren eenhoorn, vergezeld aan elke zijde van drie gouden sterren boven elkander, en aan de schild-punt van een zilveren wassenaar.3. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: drie blauwe struisveeren, elk beladen met drie gouden sterren boven elkander. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
van Aefferden. 
Jean Baptiste Alexandre François van Aefferden, geadmitteerd in de Ridderschap van Limburg bij organiek besluit van 16 Februari 1816 (zijn zoon Albert Pierre Joseph werd Belgisch Burggraaf 4 December 1871). 
In goud een rechtop geplaatste strijdkolf van bijzonderen vorm: de kop is zeshoekig, doorbroken, en in de opening gevuld met drie staafjes, waarvan een horizontaal ligt en de beide andere als een St.-Andrieskruis daar overheen gaan; onder aan den kop is een geledigde driehoek bevestigd, de basis van onderen; en de steel van den strijdkolf is aan de rechterzijde om- en opwaarts gebogen; alles zwart. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de rechtop geplaatste zwarte strijdkolf, tusschen eene antieke vlucht, rechts goud en links zwart. 
van Aerssen Beyeren. 
volgens besluit van 25 April 1822 voeren al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones. 
Gevierendeeld: I. en IV. in goud een zwarte dwarsbalk, en een van zwart en zilver geschaakt St.-Andrieskruis over alles heen (Aerssen); II. en III. wederom gevierendeeld: 1. en 4. schuinrechts spitsgeruit van zilver en blauw (Beyeren); 2. en 3. gevierendeeld: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). 
1* 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-zwarte en de 2de met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende uitkomende roode leeuw; 2° een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde bruine grif-fioen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten donkerder dan bet overige des lichaams; links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
van Akerlaken. 
Mr. Pieter van Akerlaken, te Hoorn, verheven tot den adelstand 20 October 1843. 
In goud twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zalmen in natuurlijke kleur; en een driehoekig rood. schildhoofd (de punt benedenwaarts), waarvan de zijden een weinig ingebogen zijn, beladen met een bladerloozen eikel in natuurlijke kleur, de steel omlaag. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een rechtop geplaatste uitkomende zalm in natuur-lijke kleur, en face geplaatst, zoodat men tegen de keel ziet; tusschen eene zwarte vlucht. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde bruine leeuw; links een omziende rood-getongde zwarte arend met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Wapenspreuk: Mea mihi conscientia pluris est quam omnium sermo. 
Alberda. 
Leden der takken van Bloemersma, Ekenstein, Menkema en Dijxterhuis werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd. Bij besluit van 31 December 1825 werd bepaald, dat al de afstammelingen van Onno Tamminga Alherda van Rensuma den titel van Baron of Barones zouden voeren. 
In blauw drie gouden leliën, 2. en 1., en in het schildhart eene zespuntige gouden ster. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene gouden lelie. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
van Aldenburg-Bentinck, zie Bentinck. van Alderwerelt. 
Jean Constantijn van Alderwerelt werd bij besluit van 15 April 1815 in den adel ingelijfd, en bij besluit van 6 Juni 1822 zijn titel van Baron erkend, op grond van het door Keizer Frans I, dd. 16 Januari 1755, aan zijn vader verleend diploma van Baron des H. R. Rijks. 
In zilver drie groene papegaaien, 2 en 1. In een rood hartschild een zilveren leeuw. 
Twee gekroonde helmen met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende uitkomende zilveren leeuw; 2° een groene papegaai. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Vergunning aan Marinus Constantijn Baron van Alderwerelt, om zich te noemen van Alderwerelt Houtuyn, 19 December 1824, 
Alemans. 
Abraham Alemans, officier, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Holland. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); 2. en 3. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). Over alles been in een rood hartschild een rechtop staand zwaard, overtopt door een kruisje en geflankeerd door vier zespuntige sterren, aan elke zijde twee boven elkander; alles van zilver (wapen van Haarlem). 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Dit wapen geplaatst in een zoogenoemden Hollandschen Tuin, bestaande uit een met appelen bestrooiden grond, omringd door een kring van palissaden, aan den voorkant met een tuinhek (gevormd door twee schuingekruiste balken, van boven verbonden door een dwarsbalk, en geplaatst tusschen twee palen); alles in natuurlijke kleur. 
Alewijn. 
Mr. Willem Alewijn, te Amsterdam, werd verheven tot den adelstand 16 September 1815. 
Gevierendeeld van zwart en blauw, met een zilveren kruis over de vierendeeling heen; in het 1ste en 4de kwartier eene meermin in vleeschkleur, de staart zilver, het gelaat aanziende gesteld, met de linkerhand haar gouden haar vasthoudende en zich beziende in een goud-omlijsten ovalen zilveren spiegel dien zij in de rech-terhand houdt; in het 2de en 3de kwartier drie zilveren penningen, 2 en 1. Over alles heen in een rood hartschild een gouden toren met vier tinnen, geopend en verlicht van rood. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de meermin. 
Pieter Opperdoes Alewijn te Hoorn, verheven tot den adelstand 7 October 1833. 
Het voorgaande wapen, met de volgende verschillen: 
het gelaat der meermin in het schild en op den helm is in profil 
gesteld en de zilveren staart is versierd met gouden vinnen en 
gouden staartvin. Dekkleeden: zilver en zwart. 
Frederik Marie Balthasar Alewijn, kolonel der artillerie, in den adel ingelijfd 5 Januari 1882, bekomt den titel van Ridder voor zich en al zijne wettige mannelijke afstammelingen 8 Januari 1885. Zijn broeder Mr. Jean Frédéric Alewijn, directeur van het Kabinet des Konings, in den adel ingelijfd 12 Maart 1882. 
Het wapen als dat van Opperdoes Alewijn. 
van Alphen. 
Daniel Français van Alphen verheven tot den adelstand 16 September 1815. In zilver eene achtpuntige zwarte ster. 
Gekroonde helm. Aan het halssnoer hangt, in plaats van het gewone medaillon, eene achtpuntige gouden ster. Dekkleeden: zilver en zwart. 
Helmteeken: een uitkomende zwarte ossenkop en hals met zilveren hoorns, aanziende gesteld. 
Alting Siberg, zie Siberg. 
van Andringa de Kempenaer, zie de Kempenaer. d'Anthès (later van Heeckeren). 
George Charles Baron d'Anthes, uit een geslacht van den Elzas, werd bij besluit van 5 Mei 1836 in den Nederlandschen adel ingelijfd, met gelijktijdige vergunning om den naam van Heeckeren aan te nemen in plaats van d'Anthès, zich te schrijven George Charles Baron van Heeckeren, en het aan dien naam en titel toekomende wapen te voeren. 
van Arkel d'Ablaing, zie d'Ablaing. van Asbeck. 
volgens besluit van 12 Juni 1821 voeren al de afstammelingen van Gerrit Ferdinand van Asbeck van Bergen en Munsterhausen den titel van Baron of Barones. 
In een zilveren schild, met goud omboord, twee schuinrechtsche 
rijen roode ruiten, alle aanstootende en aaneengesloten, de eerste rij van zes stukken, de tweede rij van drie geheele stukken en één half stuk, hetwelk het onderste is. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Aan het halssnoer hangt, in plaats van een medaillon, een ruitvormig gouden sieraad met knoppen aan de hoeken. 
Helmteeken: een rechtop geplaatste, met zilver bekleede voorarm, de hand in natuurlijke kleur een pauwenstaart in natuurlijke kleur rechtop houdende. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Balthazar George Joseph van Asbeck tot Luìllema werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd. 
Het voorgaande wapen, met de volgende verschillen: aan het halssnoer hangt een gouden Malteezerkruis en tot schild-houders strekken twee (niet-omziende) rood-getongde gouden leeuwen. 
van Asch van Wijck, zie van Wijck. d'Aubremé. 
Bij besluit van 16 Juni 1826 werd de luitenant-generaal Charles Joseph Ghislain d'Aubremé tot den adelstand verheven met den titel van Graaf, overgaande bij eerstgeboorte. Hij overleed kinderloos 13 Februari 1835. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie blauwe ruiten, 2 en 1; 2. en 3. in zilver drie zwarte eendjes, 2 en 1, Het schild omboord met goud. 
Helm met zilver-blauwe wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: twee naar rechts voorover gebogene zilveren struis-veeren. 
Schildhouders: twee omziende leverkleurige hazewindhonden, goud-gehalsband en geringd. Wapenspreuk: Regi et patriae. 
d'Aulnis de Bourouill. 
volgens besluit van 23 September 1823 voeren al de leden van dit ge-slacht den titel van Baron of Barones. — Adel uit Guyenne en Saintonge. 
In blauw twee naar elkander toegewende gouden arenden met geopende en nederwaartsche vlucht, staande op een rooden rotsigen grond die uit den schildvoet oprijst en zich tot een laag spits bergje verheft, en met de bekken een aanzienden, met zwart gevoerden, gouden traliehelm ondersteunende, elk den bek onder het schouderstuk aan zijne zijde houdende. 
Zwart-gevoerde gouden helm van denzelfden vorm en stand als die in het schild, zonder wrong. Dekkleeden: blauw en goud. 
Helmteeken: een uitkomende roode adelaar met nederwaartsche vlucht. 
Schildhouders: twee gouden wildemannen, omkranst en omgord met groen loof, elk in de vrije hand eene knods in natuurlijke kleur houdende, die ter rechterzijde op den grond rustende en die ter linkerzijde op den linkerschouder gelegd. 
Wapenspreuk: Prudence et fidélité. 
d'Aumale van Hardenbroek, zie van Hardenbroek. 
d'Aumale van Romondt, zie van Romondt. van Aylva. 
Bij besluit van 14 April 1822 werd bepaald dat aan Mr. Hans Willem van Aylva en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones zou worden gegeven. Hij liet bij zijn dood op 29 December 1827 
slechts eene dochter na, die naam en wapen in het geslacht van Pallandt overbracht. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw eene zilveren roos, vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van eene gouden lelie (Aylva); 2. en 3. in zilver een goud-getraliede roode dwars-balk (Gendt). 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn, met baard, hoorn, boeven en manen van goud. 
Schildhouders: twee zilveren eenhoorns, met baard, hoorn, hoeven en manen van goud. 
Wapenspreuk: Virtus pretium sibi. 
van Aylva van Pallandt, zie van Pallandt. van Aylva Rengers, zie Rengers. Backer. 
Verheven werden tot den adelstand: Cornelis Backer Hendrikszoon, secretaris van Amsterdam, 16 September 1815; Mr. Cornelis Backer te Amsterdam, en Mr. Mello Backer te Groningen, 16 Augustus 1830. 
Doorsneden: 1. in zilver een halve roode leeuw, opkomende uit de doorsnijdingslijn en een kleinen gouden bol tusschen de pooten houdende; 2. in rood een zilveren linkerschuinbalk, die, uitgaande van den rechterbenedenhoek, niet uitkomt in den linkerbovenhoek, maar tegen het midden der doorsnijdingslijn. 
Helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de halve leeuw met den bol. 
van Balveren. 
volgens besluit van 16 Februari 1822 voeren al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones. 
In zilver drie rechtop en naast elkander geplaatste zwarte kolven (gelijk bij het kolfspel gebruikt worden), met het handvat omlaag; en twee zwarte dwarsbalken, over alles heengaande. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: twee van elkander afgewende zwarte kolven, uit de kroon opkomende, zoodat men het handvat niet ziet (geplaatst in den vorm van een omgekeerden keper). 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Bangeman Huygens. 
Christiaan Diederik Emerens Joan Bangeman Huygens, gezant, werd 19 Juli 1830 tot den adelstand verheven. 
In zilver twee blauwe palen; en eene groote zespuntige gouden ster, over de beide palen heengaande. 
Helm met goud-blauwe wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de wrong opkomende arm, de elboog links, blauw-bekleed, met vier gouden, belegsels er om heen; de hand in natuurlijke kleur een schuinrechts geplaatsten gouden pijl met zilveren punt en blauwe veeren houdende. 
Wapenspreuk: Virtute duce sperne rumores. 
De bovengenoemde trad tweemaal in den echt, en wel 1° in Denemarken met de Gravin Laura Daneskiold-Löwendal. Zijn zoon uit dit huwelijk, Rutger Bang eman Huygens, werd 1 Mei 1828 door den Koning van Denemarken tot Graaf van Löwendal verheven met het wapen zijner moeder. 
Barchman Wuytiers, zie Wuytiers. 
Barnaart. 
Den 27 September 1817 werd Willem Philip Barnaart, heer van Bergen en Zandvoort, tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. geschaakt van zilver en groen in vier rijen, elke rij van vier vakken; 2. en 3. in rood een omgewende gouden leeuw. 
Zwart-gevoerde, gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: de omgewende gouden leeuw. Schildhouders: twee roode leeuwen. 
de la Bassecour Caan, zie Caan. Baud. 
Jean Chrétien Baud, minister van staat, werd 25 September 1858 ver-heven tot den adelstand met den titel van Baron, overgaande bij eerst-geboorte. 
In blauw een zilveren leeuw, vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen. 
Schildhouders: twee aanziende geplaatste Javanen, met witte hoofddoeken, gekleed met een loshangend blauw wambuis dat de borst en de armen van den elboog af bloot laat, en verder van den middel af met een witten rok, geruit met groene strepen en in elk vak een roode stip; de voeten bloot. Elke Javaan houdt in de vrije hand een aan beide zijden niet goud gezoomden blauwen wimpel die nederhangt en zich met de punt om den bruinen stok kronkelt; die stok van boven met eene zilveren spits tusschen twee zilveren ornamenten in den vorm van eene kleine vlucht. 
Wapenspreuk: Otia dant vitia. 
de Beaufort. 
François Frederik Erdtman de Beaufort werd 29 September 1822 in den adel ingelijfd, op grond van een diploma van Keizer Jozef I van 4 Maart 1710, waarbij de oude adel van dit geslacht erkend werd. — Adel uit het land van Brie in Champagne. 
In blauw een met vijf tinnen gekanteelde zilveren toren met zwarte voegen en van boven onder den trans twee ronde zwarte vensters; de toren geopend van 't veld en boven in de opening eene gouden valdeur; uit den toren oprijzende eene in goud gekleede vrouw met rooden gordel, de armen van den elboog af bloot, gelaat en armen in natuurlijke kleur, het haar golvend op de schouders nederdalende, de linkerhand in de zijde zettende en met de rechter een ovalen zilveren spiegel met gouden lijst houdende. Helm met blauw-zilveren wrong en rechts zilver-blauwe, links goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: al de figuren van het schild, met dien verstande dat de toren te halverwege uit de wrong oprijst, zoodat de poort en de valdeur niet zichtbaar zijn; dit alles tusschen een vlucht, doorsneden rechts van goud op blauw, links van blauw op zilver. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. Wapenspreuk: La vertu est un beau fort. 
Pieter de Beaufort, uit een jongeren tak, werd 3 Januari 1868 tot den adelstand verheven. Bij besluit van 29 April 1856 kreeg zijn zoon Caret Antonie vergunning om den naam Godin bij den zijnen te nemen en zich te noemen Godin de Beaufort. Het wapen van de Beaufort werd echter niet met dat van Godin gevierendeeld. 
Het voorgaande wapen, doch met de volgende verschillen: de toren heeft geene vensteropeningen en geene valdeur; de vrouwenfiguur is geheel en al goud, ook het gelaat en de armen, en zonder gordel; op den helm ontbreekt de vlucht; de dekkleeden zijn rechts goud en blauw, links zilver en blauw; en er zijn geen schildhouders bij. 
Beelaerts van Blokland. 
van dit geslacht werden tot den adelstand verheven: Adriaan Willem, 15 April 1815; Frans, Willem Anne en Paulus Adriaan, 20 Februari 1816; Gerard, heer van Blokland, 23 October 1817. 
In zilver drie mispelbloemen van acht bladeren met een gouden hart; de vier bladeren, die in den kruisvorm staan, van rood, en de vier andere van groen; de mispelbloemen geplaatst 2 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de kop en hals van een kraaienden haan in natuur-lijke kleur. 
Schildhouders: rechts een kraaiende haan in natuurlijke kleur; links een rood-getongde gouden griffioen. 
Beeldsnijder. 
Gerardus Johannes Beeldsnijder van Voshol werd verheven tot den adelstand 4 Mei 1822. 
In zilver een zwarte schuinbalk, beladen met drie gouden sterren. Helm met zilver-zwarte wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene zilveren vlucht. 
de Behr. 
Jean Joseph Alexandre en zijn broeder Hubert Antoine Louis de Behr, beiden te Maastricht, werden 3 December 1829 met den titel van Ridder in den adel ingelijfd, op grond van het diploma van Ridder van het H. R. Rijk, dd. 3 October 1755 aan hun grootvader verleend. 
In zilver een opgerichte zwarte beer, ondersteund door een grasgrond in natuurlijke kleur. 
Zwart-gevoerde, gekroonde helm, met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zwarte beer, in den rechterpoot drie pauwenveeren in natuurlijke kleur houdende. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
van der Beken Pasteel. 
Den 17 October 1822 werd Jacques Joseph van der Beken Pasteel tot den adelstand verheven. 
In zilver drie blauw-getongde roode leeuwen, 2 en 1. Helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een leeuw van het schild, uitkomende. Schildhouders: twee blauw-getongde roode leeuwen. 
de Bellefroid. 
Philippe Jacques de Bellefroid, verheven tot den adelstand 21 April 1829. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een roode schuinbalk, beladen met drie gouden wassenaars, de hoornen naar den rechterbovenhoek gewend; 2. en 3. in blauw een rood-getongde, goud-gekroonde, zilveren leeuw. 
Blauw-gevoerde helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Jean Charles Français Félix de Bellefroid d'Oudoumont, mede verheven tot den adelstand 21 April 1829. 
Hetzelfde wapen, met het verschil dat de schuinbalk in 1. en 4. slechts met één gouden wassenaar beladen is, de hoornen naar den rechterbovenhoek gewend. 
Bentinck. 
Bij besluit van 10 Juni 1819 werd voor alle leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones erkend. 
In blauw een zilveren ankerkruis. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: twee rood-bekleede armen met gouden handschoenen over den voorarm heen, de elbogen buitenwaarts, elke hand eene zilveren struisveer houdende. 
Schildhouders: twee rood-getongde, dubbelstaartige, gouden leeuwen. 
Bentinck (van Aldenburg-Bentinck). 
Hans Willem Bentinck, eerste Graaf van Portland (uit wiens eerste huwelijk met Anna Villiers, dochter van den Graaf van Jersey, de Hertogen van Portland afstammen), had tot tweede vrouw Jane Martha Temple, douairière lady Berkeley, dochter van sir John Temple van East-Sheen, ba-ronet. Behalve vier dochters sproten uit dezen echt twee zonen. De jongste, hoewel gehuwd, overleed kinderloos. De oudste, Willem Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht, 29 December 1732 door Keizer Karel VI tot Graaf des H. R. Rijks verheven, huwde Charlotta Sophia Gravin van Aldenburg, erfdochter van Varel en Kniphausen in Oostfriesland. Zijne afstammelingen noemen zich thans Graven van Aldenburg-Bentinck. 
Gevierendeeld: 
I. en IV. Bentinck: in blauw een zilveren ankerkruis, in den rechter bovenhoek vergezeld van een gouden wassenaar (als breuk ten teeken van jongere afstamming); 
II. en III. van Aldenburg: wederom gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een rood-getoomd steigerend zilveren paard; 2. en 3. in zilver drie goud-geknopte roode rozen, 2 en 1. En over deze kwartieren van Aldenburg heen. een gedeeld schild: a. in goud een rood gebekte en gepoote dubbele zwarte adelaar; b. in goud twee roode dwarsbalken. 
Vier gekroonde helmen, de twee eerste met zilver-blauwe en de twee laatste met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° twee rood-bekleede armen met gouden hand-schoenen over den voorarm heen, de elbogen buitenwaarts, elke hand eene zilveren struisveer houdende; 2° drie struisveeren, eene gouden tusschen twee blauwe; 3° de dubbele adelaar uit het hart-schild van II. en III.; 4° een uitkomende, dubbelstaartige gouden leeuw. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde gouden leeuw; links een dubbelstaartige zwarte leeuw, de kop en de manen van goud, rood-getongd, goud-gekroond, de pooten zwart, maar de vier klauwen van goud, en de twee zwarte staarten elk aan het eind met een gouden haarbosje. 
Wapenspreuken: Craignez honte en Dominus providebit. 
Alles geplaatst onder een met hermelijn gevoerden rooden mantel met gouden franje, opgenomen met gouden koorden en kwasten en gedekt door de met rood gevoerde kroon der Prinsen des H. R. Rijks. 
van den Berch. 
Mr. Isaac Lambertus Cremer van den Bergh van Heemstede, te Leiden, werd 10 September 1841 tot den adelstand verheven en bij besluit van 2 November 1841 hem vergund van den Berch in plaats van van den Bergh te schrijven. Daarna werd op zijn verzoek het besluit van 10 Sep-tember 1841 ingetrokken en hij den 1 Januari 1842 andermaal verheven onder zijn nieuwen naam. 
In zilver een rood kasteel bestaande uit een gekanteelden muur, geflankeerd door twee gekanteelde torens van dezelfde hoogte als die muur, alles zwart gevoegd, en elk dier drie afdeelingen van boven met twee langwerpige zwarte venstertjes naast elkander; de muur geopend van 't veld, het bovenste dier opening niet rond maar driehoekig, de geheele opening gevat in een witten rand met zwarte voegen, en boven, in den driehoek, eene zwarte valdeur; de muur en de beide torens elk gedekt met een blauw spits dak, elk dak getopt met eene gouden windvaan die naar links waait. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: het kasteel, gelijk in het schild. Schildhouders: twee blauw-getongde roode leeuwen. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 2 
Berckmans de Weert, zie de Weert. van Beresteyn. 
Willem Jacob Jan Carel, Christiaan Paulus, Paulus Anne, Jacob en Hugo van Beresteyn, verheven tot den adelstand 1 October 1825. 
In goud een zwarte beer, zittende op een platten vierkanten blauwen steen, dien men van (heraldiek) rechts af overhoeks ziet; de beer, die den rechter voorpoot opgeheven heeft doch neder-waarts laat hangen en den linker voorpoot op den steen laat rusten, is aan den muil geketend met twee zilveren kettingen, die evenwijdig naar beneden hangen en vastgehecht zijn aan een zilveren ring voor op den steen. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de beer uitkomende, met de kettingen afhangende en de beide voorpooten opgeheven, doch nederhangende; tusschen eene antieke vlucht, rechts goud en links zwart. 
Schildhouders: twee bruine griffioenen met zwartachtige bekken en roode pijltongen. 
Berg. 
Otto Willem Johan Berg, beer van Dussen-Muilkerk en Middelburg, werd 9 Mei 1825 in den adel ingelijfd. — Estlandsche adel. 
In goud een zwarte vleugel, vergezeld van drie zilveren sterren, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren ster, tusschen eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
N.B. In het diploma van 1825 was ten opzichte van het helm-teeken eene fout ingeslopen. In plaats van ééne zilveren ster waren er twee naast elkander voorgesteld, van welke die ter rechterzijde de andere ter linkerzijde gedeeltelijk bedekte. Bij besluit van 12 November 1881 is vergund de tweede ster weg te laten. 
van den Bergh. 
Arnold Joseph Théodore Hubert van den Bergh (uit een Roermondsch geslacht, waarvan leden in den Souvereinen Raad van Gelderland zitting hebben gehad en een met de waardigheid van kanselier en zegelbewaarder is bekleed geweest) werd 25 Juli 1867 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. in zilver een roode leeuw, klimmende tegen een groenen berg die van de rechterzijde uitgaat, alles ondersteund door een groenen grasgrond; 2. in blauw twee gouden palen, elk van boven beladen met een groen klaverblad, en van onderen vergezeld, tusschen de palen, van een gouden klaverblad. 
Blauw-gevoerde helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw, tusschen eene antieke vlucht, de rechtervleugel goud beladen met een groen klaverblad, de linkervleugel blauw beladen met een gouden klaverblad. 
van Berkhout, zie Teding van Berkhout, van Bevervoorden. 
Henricus Johannes Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule werd 17 Juni 1837 tot den adelstand verheven en kreeg bij besluit van 9 October 1854 vergunning Eng eiber t weg te laten en Bevervoorde in Bever-voorden te veranderen. 
In zilver een eenigszins schuinrechts geplaatste zwarte bever met roode tong. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende engel, in zilver gekleed, de armen op de borst gekruist, aangezicht en handen in natuurlijke kleur, het bruine haar loshangend en golvend, het hoofd goud-gekroond; de engel, met twee opgeheven vleugels, rechts zwart en links zilver, geplaatst tusschen eene vlucht, ook rechts zwart en links zilver. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
de Bever. 
Mr. Carel Theodoor de Beyer, advokaat te 's Hertogenbosch, werd 30 Juni 1820 in den adel ingelijfd, met den titel van Baron, overgaande bij recht van eerstgeboorte. — Rijksbaron, 1802. 
Gevierendeeld, het schild omboord met goud: 1. in rood een goud-gekroonde gouden leeuw; 2. in zilver een schuinlinks geplaat-ste en onderst boven gekeerde groene rozentak met zijne doornen maar zonder bladeren (in den vorm van een gaffel, waarvan de vork benedenwaarts gericht is), elk der beide uiteinden met eene roos van den natuurlijken vorm en de natuurlijke kleur; 3. in zilver een ingebogen, los in 't kwartier staande, natuurlijk gehar-naste arm, de elboog benedenwaarts, de rusting omgeven door gouden, omboordsels, de vleeschkleurige hand een gouden ring met robijn houdende; 4. in rood een opgerichte, goud gehalsbande en geringde bruine beer. In een gekroond gouden hartschild, over alles heen, een blauw-geharnast, goud-gehelmd ruiter met een opgeheven zwaard in de rechter- en een ovaal gouden schild in de linkerhand, gezeten op een goud-getoomd en gezadeld wit paard, galoppeerend op een grasgrond in natuurlijke kleur. 
Twee gekroonde helmen met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende goud-gekroonde gouden leeuw; 2° een uitkomende gouden griffioen met gouden pijltong. 
van Beyma. 
De kinderen van wijlen Petrus Johannes van Beyma en Geertruid Trip werden erkend als te behooren tot den adelstand, 11 November 1842. 
Gedeeld: 1. in zilver twee schuingekruiste rietstengels, de sten-gels groen en de koppen bruin, bij het snijpunt samengebonden met een zwarten strik, de einden rechts en links afhangende; 2. in rood een rechtop geplaatst zilveren zwaard. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: het lemmer van een zilveren zwaard, rechtop ge-plaatst en uit de kroon komende. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Beyma thoe Kingma. 
Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma, erkend als te behooren tot den adelstand, 10 April 1842. 
In alle deelen als het wapen van van Beyma, doch vermeer-derd met dat van Kingma, geplaatst op de deelingslijn: Doorsne-den: 1. in zilver twee naast elkander geplaatste zwarte kinkhoorntjes, de top omlaag en naar links omgebogen; 2. in blauw een rechtop geplaatste gouden pijl. 
Bichon Visch. 
Mr. Willem Anthonie Bichon Visch werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van Bichon, zijnde door-sneden: 1. gedeeld: a. in zwart een halve gouden leeuw; b. in blauw drie gouden leliën naast elkander, aan elk van welke de rechterhelft ontbreekt; 2. in zilver twee stappende en naar elkander toegewende rood-gehalsbande bruine honden op een groenen gras-grond; II. en III. het wapen van Visch, te weten in rood een meerman, gedekt met een stormhoed, in de opgeheven rechter-hand een sabel en in de linker een met een kruis beladen ovaal schild houdende, alles van goud; de meerman ondersteund door eene golvende dwarsbalking van zes stukken groen en zwart, die de benedenhelft van het kwartier inneemt. 
Twee helmen, de 1ste met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden, de 2de met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende en uitkomende gouden leeuw; 2° de meerman, tusschen eene zilveren vlucht. 
Bicker. 
Mr. Henric Bicker, te Amsterdam, werd verheven tot den adelstand, 16 September 1815. 
Gevierendeeld: 1. en 4, in goud een roode dwarsbalk (van den Anxter of van Anxstel); 2. en 3. in zilver drie horizontaal geplaatste zwarte scheepshelmstokken of roerstokken boven elkander, het 
handvat aan de rechterzijde en opwaarts omgebogen (Helmer of Helmers). 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gebaarde man, in 't rood gekleed, versierd met gouden dwarssnoeren op de borst en gouden belegsels aan beide zijden van boven naar beneden; ook elke arm over de geheele lengte versierd met een gouden belegsel; gedekt met een rooden spitsen hoed, de bol versierd met drie gouden belegsels naast elkander en de top met een gouden knop; de hoed rood opgeslagen; gezicht en handen in natuurlijke kleur, en in elke hand een brandende gouden fakkel, wiens ondereinde op de wrong rust. 
de Bieberstein Rogalla Zawadzky. 
Met den titel van Baron geadmitteerd in de Ridderschap van Limburg, bij de organieke besluiten van 26 April 1816 en 8 Mei 1842. — Poolsche adel. 
Gedeeld: 1. in goud een rechtop geplaatste roode hertenhoorn van vijf takken, die takken aan de rechterzijde; 2. in blauw een rechtop geplaatste zilveren buffelhoorn. 
Gekroonde helm, met rechts zilver-blauwe en links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren buffelhoorn en een roode hertenhoorn van vier takken (de takken aan de linkerzijde), naast elkander. 
van Binckhorst van den Binckhorst. 
Johannes Theodorus Binkhorst van den Binckhorst werd 11 Mei 1842 tot den adelstand verheven en ontving 6 Mei 1868 vergunning zich te noemen van Binckhorst van den Binckhorst. 
In blauw een zilveren kruis, beladen met vijf zwarte ruiten, de paal van het kruis, geheel bovenaan, aan de linkerzijde, voorzien van een zilveren uitsteeksel in schuinrechtsche richting. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de kroon opkomende natuurlijk geharnaste 
arm, aan den elboog en daarboven en daaronder, benevens aan de pols, met gouden omboordsels, de elboog rechts, de hand in natuurlijke kleur een zilveren zwaard met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, goud gebekte en gepoote, zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Bloys van Treslong. 
Willem Otto en Jacob Arnold Bastingius Bloys van Treslong werden 16 September 1815 en Cornelis Isaac en Jan Lodewijk Guy Bloys van Treslong 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In rood twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken (Dalem), en een rood vrijkwartier met gouden schildhoofd, het rood beladen met drie palen van vair (Châtillon). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauw-roode en de 2de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende en uitkomende roode draak met pijltong, zonder pooten en met opgeheven vleugels; 2° een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vleugels, gehalsband met eene gouden kroon. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Boddaert. 
Mr. Pieter Johan Boddaert, te Middelburg, werd 14 Januari 1832 tot den adelstand verheven. 
In zilver een blauwe schuinbalk, beladen met drie gouden sterren. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster. 
van Boecop. 
Cornelis Gerardus Iman en Louis Théodore Jean van Boecop werden erkend tot den adel te behooren met den titel van Baron, respectivelijk 30 November 1822 en 19 November 1824. 
In zilver een zwart ankerkruis, vergezeld van zeven zwarte blokjes, vier in de hoeken van het kruis, en de drie overige geplaatst 2 van boven en 1 van onderen. 
Zwart-gevoerde helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zwart ankerkruis, tusschen eene zilveren vlucht. 
de Boer. 
Hybo Everdes de Boer, luitenant-kolonel van den generalen staf, werd, als hebbende zich gedurende de belegering der citadel van Antwerpen boven anderen onderscheiden, 2 Februari 1833 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. in zilver een rood-getongde halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. in zilver twee roode linkerschuin-balken, vergezeld van zes groene klaverbladen, elk schuinlinks geplaatst, en schuinlinks gerangschikt, 2 van boven, 2 tusschen de schuinbalken en 2 van onderen. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: drie zilveren struisveeren, opkomende uit een zilveren koker. 
Schildhouders: twee ridders in volle wapenrusting van natuur-lijke kleur, op de naden geboord met goud, gespoord van 't zelfde, met het zwaard aan de zijde, het vizier opgeslagen, elke helm getopt met drie struisveeren, rechts rood, wit en blauw, links blauw, wit en rood, elk met een oranje bandelier schuin over de borst gaande; de vrije hand in de zijde rustende. 
Wapenspreuk: Pro Deo, rege et patria. 
van den Boetzelaer. 
Bij besluit van 18 Juni 1819 werd de titel van Baron of Barones voor al de leden van dit geslacht erkend (Een uitgestorven tak: Rijksgraaf, 17 Mei 1730). 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie gouden weerhaken, 2 en 1 (Boetzelaer); 2. en 3. in goud een blauw getongde en genagelde 
roode leeuw, in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie hangers (Langerack). In een zilveren hartschild, over alles heen, twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel). 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden slang, rond omgebogen, met open bek en roode pijltong. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Boeye (Schuurbeque Boeye). 
Mr. Johan Schuurbeque Boeye, agent van den Algemeenen Rijks-kassier, te Zierikzee, werd 24 Maart 1842 tot den adelstand verheven. 
Doorsneden van zilver op rood, met een golvenden blauwen dwarsbalk over de doorsnijding heen; het zilver beladen met een horizontaal geplaatste zwarte gevangenboei (in den vorm van eene stang waaraan twee halfronden bevestigd zijn om de voeten der gevangenen in te sluiten, het eene halfrond, rechts, naar beneden en bet andere, links, naar boven gericht); het rood beladen met eene zittende zilveren kat, de kop aanziende gesteld, de staart onder het lichaam uitgestrekt. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een hertenkop en hals in natuurlijke kleur. 
van den Bogaerde. 
André François Eugène van den Bogaerde van Terbrugge werd 10 Maart 1830 erkend tot den adel te behooren, met verleening van den titel van Baron, overgaande bij recht van eerstgeboorte. —Geadeld, 12 Juli 1717. 
In goud een blauwe keper, op den top beladen met een gouden wassenaar en vergezeld van drie boomen in natuurlijke kleur, 2 van boven en 1 van onderen. 
Blauw-gevoerde, gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, eene knods boven zijn hoofd zwaaiende. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst 
en omgord met groen loof, elk met eene knods die op den schou-der rust. 
Wapenspreuk: Ex arbore fructus. 
du Bois de Ferrières. 
Generaal-majoor Charles Joseph Marie du Bois, Baron van het Fransche Keizerrijk in 1810, werd 14 Februari 1820 tot Nederlandsch Baron verheven, met overgang bij eerstgeboorte. Zijn eenige zoon Franciscus Henricus Augustus Josephus kreeg 17 Februari 1830 vergunning om den naam de Ferrières bij den zijnen te voegen en ontving onder dagteekening van 15 Mei 1867 eene verklaring van den Hoogen Raad van Adel, dat hij tot den Nederlandschen adel behoorde, met den titel van Baron. Diens zoon Charles Conrad Adolphe liet zich in datzelfde jaar 1867 als Britsch onderdaan naturaliseeren. 
Gevierendeeld: 
I. en IV. het wapen van du Bois, zijnde wederom gevierendeeld: 1. in zilver een omgewende, rood getongde en genagelde zwarte leeuw; 2. in goud een zwarte raaf op een los staand groen heu-veltje; 3. in zwart vijf zilveren kepers; 4. in blauw een zilveren keper, vergezeld van drie rozen van 't zelfde; 
II. en III. het wapen van de Ferrières, zijnde: in hermelijn drie blauwe, zilver-genagelde hoefijzers met de punten omlaag, 2 en 1, en een uitgetand rood schildhoofd, beladen met twee schuinge-kruiste zilveren degens met gouden gevest. 
Helm met zwart-zilveren wrong, en rechts zilver-zwarte, links zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte raaf op een groen heuveltje, met den opgeheven rechterpoot een zilveren degen met gouden gevest rechtop houdende. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Tout par et pour Dieu. 
Bomme (de Haze Bomme). 
Mr. Willem Anthonie de Haze Bomme werd 5 Augustus 1839 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie rechtop naast elkander geplaatste golvende gouden slangenstaarten, en een zilveren schild-hoofd beladen met drie roode bommen (zonder ooren) naast elkander, elke bom schuinrechts geplaatst (Bomme); 2. en 3. in rood van boven twee gouden sterren en van onderen een loopende gouden haas (de Haze). 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden haas. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
van Bommel. 
Mr. Andreas Gerardus Martinus van Bommel, burgemeester van Leiden en lid der Tweede Kamer, werd 21 Augustus 1815 verheven tot den adelstand. 
In rood drie zilveren molenijzers, 2 en 1. In een hartschild het wapen van van Kessel, namelijk in zilver vijf aanstootende en aaneengeslotene roode ruiten, 1, 3 en 1. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren molenijzer, tusschen eene zilveren vlucht. 
von Bönninghausen. 
Frans Egon Philip Johannes von Bönninghausen tot Herinkhave, geadmitteerd in de Ridderschap van Overijssel bij organiek besluit van 24 Februari 1816, en Maximilian Friedrich Carl Franz von Bönning-hausen ingelijfd in den adel 14 Juni 1822, — Adel uit Westphalen. 
Onder eene lucht met avondrood, van boven roodachtig en beneden geelachtig, met eene donkere wolk aan de linkerzijde van het schild betrokken, een kalm water waarin zich het avondrood weerspiegelt en waaruit te halverlijve een goud-gekroonde snoek in natuurlijke kleur schuinrechts oprijst. 
Gekroonde helm met een breedarmig gouden kruisje (in plaats van het gewone medaillon) aan den hals. Dekkleeden: zilver en blauw. 
Helmteeken: een schildje met het wapen, waarvan vier gouden zonnestralen uitgaan, twee horizontaal rechts en links, en de beide 
andere opwaarts (schuinrechts en schuinlinks) uit de bovenhoeken van het schildje; benevens vijf gouden sterren, die in een halven kring tusschen de zonnestralen geplaatst zijn en daarmede afwisselen. 
van der Borch. 
Bij besluit van 8 Januari 1820 is aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend. — Munstersch dynasten-geslacht. 
In zilver drie zwarte vogels, 2 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte vogel, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Integritate et constantia. 
van der Borch genaamd van Rouwenoort. 
Aan Carel Johan Wilhelm Clara Philip Baron van der Borch werd bij besluit van 22 April 1815 vergund den naam en het wapen van van Rouwenoort bij de zijne te voegen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte vogels, 2 en 1 (van der Borch); 2. en 3. in goud een zwarte schuinbalk, beladen met drie roode schelpen, in de richting van den schuinbalk ge-plaatst (van Rouwenoort). 
Twee helmen, de 1ste gekroond en met zilver-zwarte dekklee-den; de 2de van goud, gedekt met eene goud-roode wrong en met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende zwarte vogel, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart (van der Borch); 2° eene vlucht volgens het 2de kwartier (op den rechtervleugel is de rech-terschuinbalk in een linkerschuinbalk veranderd) (van Rouwenoort). 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
de Borchgrave d'Altena. 
Jean Guillaume Michel de Borchgrave d'Altena en zijn zoon Guillaume George François werden bij het organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd; een andere zoon, Jean Louis Antoine, bij het organiek besluit van 26 April 1816; allen met den titel van Graaf. — Adel uit het graafschap Looz (Luik). Rijksgraaf, 10 September 1745. 
In zilver twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zwarte zalmen. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: twee van elkander afgewende zalmen met de koppen omlaag, geplaatst in den vorm van een omgekeerden keper. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, elk met eene knods op den schouder. 
Wapenspreuk: Plus penser que dire. 
Alles geplaatst onder een met hermelijn gevoerden, met gouden franje omzoomden en met gouden koorden en kwasten opgenomen rooden mantel, gedekt met eene vijfbladerige kroon. 
Boreel. 
Willem François en Lukas Boreel werden 9 Januari 1821 tot den adelstand verheven, terwijl Theodoor Gustaaf Victor Boreel den 24 October 1868 in den adel werd ingelijfd. 
In zilver een zwarte keper, beladen met twee gouden zweepen, het snoer rondom den stok geslingerd, de toppen op de punt van den keper door elkander gevlochten; de keper vergezeld van drie zwarte jachthoorns, beslagen, geopend, gemond en gesnoerd van goud, 2 van boven en 1 van onderen; en een rood schildhoofd, beladen met een gaanden gouden leeuw. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een jachthoorn uit het schild. 
Schildhouders: twee engelen in los wit gewaad, de borst, de handen en de beenen bloot, met loshangende haren, de vleugels nederwaarts gericht, staande op wolken. 
Mr. Jacob Boreel van Hogelanden, Engelsch baronet 21 Maart 1644, geadmitteerd in de Ridderschap van Holland bij organiek besluit van 28 Augustus 1814. 
Het voorgaande wapen, op den top van den keper beladen met het teeken der Engelsche baronets: in een zilveren schildje eene rechtop geplaatste roode linkerhand, aan de binnenzijde gezien. 
Helmteeken: een uitkomende Moor, met eene van goud en zwart gedraaide hoofdwrong, gedekt met eene puntige muts die geschuinbalkt is van goud en zwart van tien stukken, de linker-hand in de zijde steunende en in de rechterhand een schuinlink-schen rooden pijl, met zilveren punt en veeren, houdende. 
Boreel de Mauregnault, zie de Mauregnault. 
Borluut. 
Mr. Balthazar Marie Ghislain Borluut d'Hooghstraete, griffier der Staten van Limburg, verheven tot Nederlandsch Graaf, 2 Mei 1847. — Vlaamsche adel. 
In blauw drie springende gouden herten, 2 en 1. In het hart een schildje met het wapen van d'Ailly de Formelles, te weten: rood met een in drie rijen geschaakt schildhoofd van blauw en zilver, elke rij van zes vakken. 
Helm met. blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend gouden hert, tusschen eene antieke vlucht, rechts blauw en links goud. 
Wapenkreet aan weerszijden van het helmteeken: Groeninghe velt — Groeninghe velt. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden griffioen; links een rood-getongde gouden leeuw. 
van Borssele. 
Anthony Willem van Borssele, geadmitteerd onder de Edelen van Zeeland bij organiek besluit van 28 Augustus 1814. 
In zwart een zilveren dwarsbalk. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een hermelijnen ossenkop en hals (het hermelijn niet voorgesteld in den heraldieken vorm, maar als zwarte pluisjes). 
Schildhouders: twee goud-gehoornde zilveren eenhoorns, kop en hals met zwarte pluisjes bezet. 
van den Bosch. 
De luitenant-generaal Johannes van den Bosch, minister van koloniën, werd 17 Juni 1835 tot den adelstand verheven met den titel van Baron overgaande bij recht van eerstgeboorte, en 25 December 1839 tot Graaf bevorderd, onder dezelfde bepaling. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw vijf gouden sterren, 3 en 2; 2. en 3. in rood eene zilveren duif, met een groenen olijftak in den bek. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links goud. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Bosch van Drakestein. 
Mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein werd 10 December 1829 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een staand rood hert; 2. en 3. in zilver een schuinlinks geplaatste eikentak van drie bladeren, 1 en 2, tusschen welke twee eikels geplaatst, zijn, alles groen. 
Helm met goud-rood-zilver-groene wrong, en rechts goud-roode, links zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Schildhouders: twee gevleugelde gouden draken, met twee pooten. Wapenspreuk: Virtute et labore. 
de Bosch Kemper, zie Kemper. Bosch van Rosenthal, zie van Rosenthal. de Bounam de Rijckholt. 
Jean Baptiste Philippe Louis de Bounam de Rijckholt werd 27 December 1822 in den adel erkend, met den titel van Baron voor al zijne wettige mannelijke afstammelingen. — Uit het Luiksche. Rijksridder, 26 December 1691. 
Doorsneden: 1. in zilver een roode leeuw; 2. in goud een rood St. Andrieskruis. 
Twee blauw-gevoerde, gekroonde helmen, de 1ste met zilver-roode en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende uitkomende roode leeuw; 2° het borstbeeld van een man met haard en knevels, gekleed in goud beladen met een rood St. Andrieskruis, het gelaat in natuurlijke kleur, op het hoofd twee kleine gouden vlammen. 
Schildhouders: rechts een ridder in volle wapenrusting van zilver, aan den hals, den schouder, de hand en de dijen met rood omboord, het vizier opgeslagen, de helm met drie zilveren struis-veeren getopt, eene zilveren banier beladen met een omgewenden rooden leeuw houdende; links een wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, eene gouden banier beladen met een rood St. Andrieskruis houdende; de banieren met gouden franjes en kwasten, en gehecht aan gouden tournooilansen met zilveren spitsen. 
Bourcourd. 
Mr. Johan Bourcourd, van wege Nederland lid der commissie voor de Rijnvaart te Mainz, werd 14 April 1837 tot den adelstand verheven. 
In zilver drie klaverbladen aan lange stelen, oprijzende van de drie toppen van een klein bergje in den schildvoet, vóór welke toppen nog een vierde staat, die iets lager is; alles van groen; en in een blauw schildhoofd drie gouden sterren. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie groene klaverbladen aan lange stelen. 
(De drie blaadjes van elk klaverblad in het schild en op den helm zijn niet rond, zooals gewoonlijk, maar langwerpig en eenigszins spits). 
Schildhouders: rechts een staande stroomgod in de gedaante van een gebaarden wildeman in natuurlijke kleur, omkranst met groen loof en omgord met groene biezen, met den linkerelboog leunende op liet schild en de beenen over elkander gekruist; in de rechter-hand een bruine roeispaan houdende wiens steel op den grond rust; naast hem rechts eene liggende bruine urn uit welke water stroomt en achter hem een schuinlinks geplaatst ijzeren anker met bruin dwarshout, de stang boven de urn heengaande; ter rechter-zijde van de urn en het anker eenige gebladerde rietstengels in natuurlijke kleur; — links een omziende rood-getongde bruine leeuw. Alles op een grasgrond in natuurlijke kleur. 
Wapenspreuk: Deus, rex et patria. 
Bouwens. 
Pieter Bouwens van Horssen werd verheven tot den adelstand, 28 November 1831. 
In zwart een klimmende en aanziende rood-getongde gouden leeuw. 
Helm met goud-zwarte wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: de leeuw van het schild, uitkomende. 
Bowier. 
Mr. Maarten Bowier, oud-schepen en raad van 's Hertogenbosch, geadmitteerd in de Ridderschap van Noordbrabant bij organiek besluit van 28 Augustus 1814; en Hugo Bowier, directeur der in- en uitgaande rechten en accijnsen in Noordbrabant, verheven tot den adelstand, 5 September 1815. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een roode leeuw, vergezeld van 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 3 
drie herkruiste roode kruisjes met spitsen voet, 2 van boven en 1 van onderen (Bowyer);, 2. in blauw drie gouden spaden met zilveren stelen, 2 en 1, de stelen omhoog (Knypersley); 3. gedwars-balkt van blauw en zilver van zes stukken, de eerste blauwe balk beladen met twee zilveren penningen (Venables). Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
van Braam. 
De vice-admiraal Aegidius van Braam werd 8 Juli 1816 tot den adel-stand verheven, 
In zwart een zilveren schildhoofd, beladen met een opkomenden blauw getongden en genagelden rooden leeuw. 
Helm met zilver-zwarte wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: kop en hals van een hermelijnen bok (het hermelijn als pluisjes), met roode hoorns en baard; tusschen eene antieke zilveren vlucht. 
Wapenkreet: Gand! 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw; links eene vrouw in natuurlijke kleur, in een wit gewaad, op de borst vierkant uitgesneden, aan. den middel met een rooden strik dien zij met de linkerhand vasthoudt; van daar af het kleed rechts en links schuin weggesneden en langs die randen met gouden franje bezet, en daar onder een roode rok; de voeten en de armen van de elbogen af bloot, en het hoofd met groene lauweren omkranst, het haar op het achterhoofd in een knot samengebonden. 
Wapenspreuk: Sans reproche. 
van Brakell. 
Bij besluit van 22 Februari 1832 werd aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend. 
In rood twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen, vergezeld van negen herkruiste gouden kruisjes 
met spitsen voet, 3, 3 en 3 (van het tweede drietal staat 1 kruisje tusschen de zalmen en 2 aan de schildzijden). 
Gouden helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-getongde gouden adelaar. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
van Brakell, zie de Vaynes van Brakell. Brantsen. 
Mr. Johan Brantsen werd 1 Mei 1824 tot den adelstand verheven. Deze tak is 6 Augustus 1826 uitgestorven. 
In zilver, van boven drie dikke zwarte «hermelijnstaartjes" naast elkander, en van onderen drie gouden leliën naast elkander. 
Helm zonder wrong, met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een der zwarte «hermelijnstaartjes". 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht, staande op twee schuingekruiste blader-looze takken in natuurlijke kleur. 
N.B. Om de beschrijving niet te omslachtig te maken noemden wij hierboven «hermelijnstaartjes". Het zijn echter oorspronkelijk de in de wapens van verscheidene Veluwsche geslachten voorko-mende takkebossen die op een kruisvormig handvat staan, maar die in het wapen van den heer Johan Brantsen erg misteekend en nog bovendien ten onderste boven gekeerd waren. In het wapen van zijn hieronder volgenden broeders zoon is de vorm beter bewaard. 
Derk Willem Gerard Johan Hendrik Brantsen, neef van den voor-gaanden, werd 24 Juni 1828 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In zilver, van boven drie naast elkander geplaatste zwarte takke-bossen op kruisvormige handvatsels van 'tzelfde, en van onderen drie gouden leliën naast elkander. 
Helm zonder wrong, met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een der zwarte takkebossen. 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte arenden, met geopende en nederwaartsche vlucht, staande op twee schuingekruiste blader-looze groene takken. 
de Brauw. 
Mr. Willem Maurits de Brauw, directeur der Koninklijke Nederlandsche Loterij, werd 26 Augustus 1839 tot den adelstand verheven, 
In groen een gouden wiel van zes spaken. 
Gekroonde helm met goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een aanziende hertenkop en hals in natuurlijke kleur. 
van Breugel. 
Jean de Rovere van Breugel werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven. 
In rood drie zilveren molenijzers, 2 en 1. 
Blauw-gevoerde, gekroonde helm, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende bruine hond, gehalsband met eene gouden kroon; tusschen eene antieke vlucht, rechts zilver en links rood. 
Wapenspreuk: In trinitate fortitudo. 
Jan Festus van Breugel, Gaspard Philippe Charles van Breugel en Jan Elisa du Peyrou van Breugel, verheven tot den adelstand 3 Juni 1822. 
In rood drie zilveren molenijzers, 2 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende zilveren hond, gehalsband met eene gouden kroon; tusschen eene antieke vlucht, rechts rood en links zilver. 
Wapenspreuk: In trinitate fortitudo. 
Casper van Breugel werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven en ontving 2 Juli 1826 den titel van Baron, overgaande bij eerstge-boorte. Zijn zoon Mr. Robert Baron van Breugel kreeg 30 Januari 1861 
vergunning den naam Douglas bij den zijnen te voegen en zich te noemen van Breugel Douglas. 
Gedeeld: 1. het wapen van van Breugel, zijnde in rood drie zilveren molenijzers, 2 en 1; 2. liet wapen van Douglas van Friarshaw, te weten: in zilver een rood hart, gedekt met eene rood-gevoerde gouden koningskroon, en een blauw schildhoofd, beladen met drie vijfpuntige zilveren sterren; dit wapen van Douglas, met inbegrip van bet blauwe schildhoofd, omgeven door een blauwen wolkzoom. 
Twee helmen, de 1ste gekroond en blauw-gevoerd, de 2de rood-gevoerd en gedekt met eene zilver-roode wrong. Beide helmen met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende zittende bruine hond, gehals-band met eene gouden kroon, tusschen eene omgewende vlucht, de voorste vleugel zilver en de achterste rood (van Breugel); 2° eene rechtop geplaatste hand in natuurlijke kleur, schuinlinks eene piek van natuurlijke kleur houdende, die in de bovenhelft geknakt is en zich dus in den kepervorm voordoet; en boven dit helmteeken de kreet: Do or die (Douglas van Friarshaw). 
Wapenspreuk: In trinitate fortitudo. 
Jacques Fabrice Herman Clifford Kocq van Breugel werd 3 Juni 1822 tot den adelstand verheven. — Een tak is 1 April 1875 in den Pruisischen adel ingelijfd. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren molenijzers, 2 en 1 (van Breugel); 2. en 3. geschaakt van blauw en goud, en een roode dwarsbalk daar over heen, beladen met een zilveren wasse-naar tusschen twee zesbladerige zilveren mispelbloemen [boven en beneden den dwarsbalk drie rijen schaak, elke rij van acht vakken] (Clifford). 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende zilveren hond, gehalsband met eene gouden kroon; tusschen eene antieke vlucht, rechts rood en links zilver. 
Wapenspreuk: In trinitate fortitudo. 
van Brienen. 
Willem Joseph van Brienen van de Groote Lindt werd met zijn tweeden zoon Arnold Willem 12 Januari 1825 verheven tot Baron, over-gaande bij eerstgeboorte. Den 26 October 1835 werd de titel van Baron of Barones tot al hunne afstammelingen uitgebreid. 
Rechtsgeschuind: 1. in blauw, bezaaid met gouden blokjes, een gouden leeuw (de Brienné); 2. in zilver een klimmende roode eenhoorn (van Brienen). 
Drie helmen, de 1ste met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden; de 2de zonder wrong, en rechts met zilver-roode, links met goud-blauwe dekkleeden; de 3de met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende roode eenhoornskop en hals; 2° een zilveren kruis welks vier einden gefleuronneerd zijn; 3° een uitkomende gouden leeuw. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde gouden leeuw; links een omziende, rood-getongde bruine eenhoorn. 
Charles Louis Grégoire Jean Baptiste van Brienen van Guesselt werd bij organiek besluit van 13 September 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. 
In zilver een springende roode eenhoorn. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de springende eenhoorn. 
Schildhouders: twee roode eenhoorns, elk eene banier volgens het schild houdende (op de banier aan de rechterzijde is de een-hoorn omgewend), met gouden franjes en bevestigd aan bruine tournooilansen met zilveren spitsen. 
Gijsbert Karel Rutger Reinier van Brienen van Ramerus werd 27 Sep-tember 1817 erkend tot den adel te behooren. 
In zilver een springende roode eenhoorn. 
Zwart-gevoerde, gekroonde helm, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode eenhoorn. 
van Broeckhuysen 
Bij besluit van 2 April 1822 is aan al de leden van dit geslacht de titel 
van Baron of Barones toegekend. 
Doorsneden van zilver op groen, het zilver beladen met negen zwarte hermelijnstaartjes, 5 en 4. 
Helm met zilver-zwarte wrong en dekkleeden van zilver, zwart en groen. 
Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
van Bronkhorst. 
Gosso Bernardus van Bronkhorst, gepensioneerd luitenant-kolonel te Gorinchem, werd 4 Augustus 1849 tot den adelstand verheven. 
In goud een rood-gesnoerde roode jachthoorn met het mondstuk rechts, vergezeld van drie bladerlooze eikels in natuurlijke kleur, de steel omlaag, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode jachthoorn, gelijk in het schild. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Serva fidem. 
van der Brugghen. 
Joan Carel Gideon van der Brugghen van Croy en Stiphout werd tot den adelstand verheven, 15 April 1815. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauwe dwarsbalk, van boven vergezeld van twee schuingekruiste benedenwaarts gerichte zilveren degens met zwart gevest, met de kruising aan den balk rakende en het overige der lemmetten achter dien balk verborgen; 2. en 3. in zilver een liggende roode leeuw, de voorpooten voor-uit gestrekt en de staart tusschen de achterpooten heen omhoog geslagen. 
Gekroonde helm met dekkleeden: van boven goud en blauw, van onderen zilver en rood, de uiteinden zwart. 
Helmteeken: een schildje volgens het 1ste kwartier, tusschen eene zwarte vlucht, de rechtervleugel beladen met een blauwen linkerschuinbalk en de linkervleugel met een blauwen rechter-schuinbalk. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
von Bülow. 
De kinderen van Karei Floris Willem von Bülow en Geertruida Elisa-beth Sels werden 20 Augustus 1841 in den adel ingelijfd. — Duitsche adel. 
In blauw veertien gouden bollen, 4, 4, 3, 2 en 1. 
Helm met goud-blauwe wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een gouden vogel met gesloten blauwe vleugels, een gouden vingerring in den bek houdende; tusschen twee blauwe olifantstrompen, elk beladen met zeven gouden bollen boven elkander; deze olifantstrompen geplaatst voor eene zwarte vlucht. 
van der Burch. 
Mr. Diederik van der Burch van Spieringshoek werd 8 Juli 1816 tot den adelstand verheven. 
In goud een gewelfde roode schuinbalk. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een gouden arendsbeen met bruine dijvederen, de klauw omlaag. 
Schildhouders: twee goud gebekte en gepoote, rood-getongde, omziende bruine arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
van Burmania. 
Onder de Edelen van Friesland werden geadmitteerd: Cornelius Julius en Ulbo van Burmania bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 en Frans Laas en Rienk bij organiek besluit van 22 October 1814. 
Gevierendeeld: 4. in goud een halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. en 3. in blauw een gouden klaverblad, de steel gehecht aan een schuinlinks geplaatst gouden stokje; 4. in goud een roode leeuw. 
Helm met goud-blauwe wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie blauwe struisveeren, elk beladen met twee gouden klaverbladen boven elkander. 
van Burmania Rengers, zie Rengers. 
de Bye. 
Mr. Pieter Jacob de Bye werd 18 Februari 1830 tot den adelstand ver-heven. Zijn zoon, Jhr. Mr. Pieter Jacob van der Does de Bye, ontving 24 November 1842 den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte. 
In goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk, vergezeld van zeven zwarte honingbijen, 4 van boven en 3 van onderen naast elkander, de vleugels van lichter kleur en gesloten. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene zwarte honingbij gelijk die van het schild, tusschen eene gouden vlucht, elke vleugel beladen met een beur-telings gekanteelden zwarten dwarsbalk. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
van Bylandt. 
Bij besluit van 9 October 1816 is voor de leden van dit geslacht de titel van Graaf erkend. — Rijksgraaf, 19 Mei 1678. 
In goud een zwart kruis. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren haan met roode kam en baard, ge-halsband met eene gouden kroon en met den opgeheven rechterpoot eene andere gouden kroon ophoudende. 
Schildhouders: twee rood gebekte en getongde bruine griffioenen, met den staart tusschen de achterpooten. 
von Bylandt. 
Dr. Ernst Ferdinand Hubert Marcus von Bylandt, te 's Gravenhage, werd 28 Maart 1866 in den adel ingelijfd met den titel van Graaf. — Uit een tak van bet geslacht Bylandt, die zich naar Duitschland verplaatst had. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een zwart kruis (Bylandt); 2. en 3. in rood drie gouden dwarsbalken (Reidt). 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een goud-gekroonde zilveren haan, gehalsband met eene gouden kroon en met den opgeheven rechterpoot eene andere gouden kroon ophoudende. 
Schildhouders: twee omziende, goud-gebekte en rood-getongde bruine griffioenen, met den staart opgeheven. 
Caan. 
Mr. Hendrik Johan Caan, lid van Gedeputeerde Staten van Zuidholland, werd 6 October 1821 tot den adelstand verheven. Zijn zoon Jhr. Jan Hendrik kreeg 30 April 1845 vergunning den naam van Neck bij den zijnen te voegen en zich te noemen Caan van Neck. 
Gevierendeeld: 1. in zilver een boom in natuurlijke kleur op een grasgrond; 2. en 3. in goud eene rechtop geplaatste roode koren-wan; 4. in zilver een stappende, goud-gehalsbande bruine hond op een grasgrond. 
Helm met rood-gouden wrong en rood-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, goud-gehalsbande bruine hond. 
Schildhouders: twee omziende, goud gebekte en gepoote en rood-getongde zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Wapenspreuk: Prudenter, fideliter et perseveranter. 
Mr. Jan de la Bassecour Caan, broeder van den voorgaanden, werd 16 September 1815 verheven tot den adelstand. 
Gevierendeeld: I. en IV. het gevierendeelde wapen van Caan, behoudens dat de korenwan in de gouden kwartieren 2. en 3. van zilver is en de gedaante van een waaier heeft met den steel om-laag; II. en III. het wapen van de la Bassecour, te weten: in blauw 
een zilveren schuinbalk, beladen met drie knoestige roode kruisjes, in de richting van den balk geplaatst. 
Helm met rood-zilver-blauwe wrong en zilver-rood-blauwe dek-kleeden. 
Helmteeken: een uit de wrong opkomende rood-bekleede arm met zilveren opslag, de elboog rechts, de hand van natuurlijke kleur een zilveren degen met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Schildhouders: twee omziende, goud gebekte en gepoote, rood-getongde zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Calkoen. 
Mr. Nicolaas Calkoen, schepen en raad van Amsterdam, werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een kalkoen in natuurlijke kleur (bruin, met roode lel); 2. en 3. in blauw een keperswijs geopende gouden passer, vergezeld van drie zilveren sterren, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: kop en hals van een natuurlijken kalkoen. 
Schildhouders: twee goud gebekte en gepoote, rood-getongde arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Wapenspreuk: Perseverando. 
Mr. Abraham Calkoen van Voordaan werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven, en 18 April 1828 bevorderd tot Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: I. het gevierendeelde wapen van Calkoen, ver-meerderd in het 2de en 3de kwartier met een zilveren barensteel van drie hangers boven den passer; II. het wapen van van Loon, zijnde doorsneden: 1. in zilver twee van elkander afgewende neger-koppen met zilveren hoofdbanden en gouden oorringen; 2. in goud drie zwarte molenijzers, 2 en 1; III. het wapen van Haack, zijnde gedeeld: 1. doorsneden: a. in goud een groen klaverblad; b. in zilver eene roode roos; 2. in rood een van de deelingslijn uitgaande goud-gekroonde halve gouden adelaar; IV. het wapen van Bas, zijnde gedeeld: 1. in blauw een zilveren adelaar; 2. doorsneden; 
a. in blauw een zilveren kievit; b. gedwarsbalkt van rood en vair 
van zes stukken. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: kop en hals van een natuurlijken kalkoen. Schildhouders: twee goud-gebekte, rood-getongde, groen-gepoote 
zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
van Cammingha. 
Vitus Valerius van Cammingha, grietman van Leeuwarderadeel, werd bij organiek besluit van 23 December 1825 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. 
In goud een liggend rood hert, de voorpooten uitgestrekt, ver-gezeld van drie zwarte kammen met twee rijen tanden, 2 van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Schildhouders: twee rood-getongde zilveren leeuwen. 
van Capellen. 
De vice-admiraal Theodorus Frederik van Capellen werd 21 Augustus 1815 in den adel ingelijfd. — Oostfriesche adel. 
In groen van boven eene gouden ster en van onderen eene gouden lelie. 
Gekroonde helm met goud-groene dekkleeden. In plaats van het gewone medaillon hangt aan den hals van den helm een breed-armig gouden kruisje. 
Helmteeken: vier struisveeren: rood, zilver, zilver en rood. 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte beeren. 
van der Capellen. 
Bij besluiten van 2 April 1822, 28 April 1822, 1 Mei 1824 en 18 Februari 1827 is aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend. — Ook in Hessen en Oostenrijk. 
In blauw een zilveren ankerkruis, in het 1ste kwartier vergezeld van eene gouden kapel (kerkje) met een spits dak waarop een kruis, en in het gebouw drie vierkante roode vensters, 2 en 1, en eene vierkante roode poort. 
Helm met zilver-blauwe wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de kapel. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden griffioenen, de tusschen de pooten geslagen staart eindigende in eene pijlpunt. Wapenspreuk: Pietate el fortitudine. 
de Casembroot. 
Leonard de Casembroot werd 15 April 1815 ingelijfd in den adel, terwijl zijn jongere broeder Samuel Otto de Casembroot den 7 October 1838 erkend werd tot den adel te behooren. 
In blauw een gouden keper, beladen met drie goud-geknopte roode rozen en vergezeld van drie gouden korenaren, 2 van boven en 1 van onderen, elk met twee bladeren van 't zelfde. 
Helm met blauw-gouden wrong en blauw-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: eene uitkomende vrouwenfiguur van natuurlijke kleur, met golvend bruin haar, borst en armen bloot, verder met een bruin keurslijf en het benedenlijf gewikkeld in een rood kleed met schuinrechtsche plooien, met een gouden bandelier die schuinrechts van den rechterschouder naar de linkerheup gaat; de linkerhand in de zijde steunende en de rechterhand drie gouden korenaren elk met twee bladen van hetzelfde houdende; het hoofd omwonden met een gouden band waarvan de beide einden links afwapperen, en getopt met twee bladerlooze gouden korenaren. 
van Cats de Raet, zie de Raet. Changuion. 
Mr. François Daniel Changuion, in 1813 Algemeen Secretaris van het voorloopig Bestuur, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In blauw een zwarte negerkop in profil, vergezeld van boven van twee zesbladerige gouden mispelbloemen en van onderen van een grooten zilveren wassenaar, wiens hoornen aan heide zijden naast den negerkop oprijzen. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene mispelbloem uit het schild. 
Wapenspreuk: Zélé pour la foi et le roi. 
de Charon de Saint-Germain. 
Maurits Clarus Theodorus de Charon de Saint-Germain en zijn broeder de luitenant-kolonel der infanterie Edouard werden 14 Mei 1822 in den adel ingelijfd. — Adel uit Languedoc. 
In blauw een springende zilveren eenhoorn, in den rechter-bovenhoek vergezeld van eene gouden ster. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
Chassé. 
Petrus Theodorus Chassé, laatstelijk fungeerend Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, werd 5 Augustus 1830 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In zilver twee schuingekruiste knoestige roode stokken. Helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de bovenhelft van het St. Andrieskruis dat de gekruiste stokken vormen. 
du Chastel. 
Penis Pierre Dominique du Chastel de la Howarderie werd 19 October 1827 in den adel erkend, met den titel van Graaf. — Henegouwsche adel. Rijksgraaf, .... 
In rood een blauw gekroonde, getongde en genagelde gouden leeuw. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, rood-getongde gouden adelaar. Wapenkreet: Maclines. 
Schildhouders: twee omziende, blauw gekroonde, getongde en genagelde gouden leeuwen, elk eene banier volgens liet schild houdende (de leeuw op de rechterbanier omgewend); elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene bruine tournooi-lans met zilveren spits en gouden koorden en kwasten. 
Wapenspreuk: Porte en soi honneur et foi. 
van Citters. 
Mr. Aarnout Constantijn van Citters werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd. Tot den adelstand werden verheven: Wilhem van Citters, 3 November 1828; en Willem en Cornelis van Citters 24 Januari 1872. 
In blauw een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk, verge-zeld van zeven gouden sterren, 4 van boven en 3 van onderen naast elkander; en een zilveren schildhoofd. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links goud. 
Mr. Laurens de Witte van Citters, voorzitter van den Hoogen Raad van Adel, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In blauw twee golvende zilveren dwarsbalken (de Witte), en in een hartschild over alles heen het boven beschreven wapen van van Citters. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende, goud-gehalsbande en geringde zilveren hazewindhond (de Witte). 
Schildhouders: twee omziende, goud-gehalsbande en geringde zilveren hazewindhonden. 
Clifford. 
George, Pieter en Gerard George Clifford werden 16 September 1815 tot den Nederlandschen adelstand verheven. George's zoon, Jhr. Mr. Hendrik Maurits Cornelis Clifford, hofmaarschalk, ontving 12 Mei 1874 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Geschaakt van blauw en goud; en een roode dwarsbalk daarover heen, beladen met een zilveren wassenaar tusschen twee zesblade-rige zilveren mispelbloemen (Boven en beneden den dwarsbalk drie rijen schaak, elke rij van acht vakken). 
Helm met blauw-gouden wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode draak met twee pooten en blauwe pijl-tong, gehalsband met eene gouden kroon, de vleugels opgeheven, de in eene pijlpunt eindigende staart gekruist met het achterlijf en omhoog gestoken. 
Schildhouders: rechts een roode draak met twee pooten en blauwe pijltong, de vleugels opgeheven, de in eene pijlpunt eindi-gende staart gekruist met het achterlijf en omhoog gestoken; links een aap van grijze kleur, met een gouden gordel van welken van voren een gouden ketting afhangt. 
Clifford Kocq van Breugel, zie van Breugel. de Cocq van Haeften. 
Aan Arnolda Margaretha Mackay, tweede echtgenoote en douairière van Barthold de Cocq van Haeften, en aan de vier dochters uit dat huwelijk, werd 17 October 1822 de titel van Barones toegekend, 
In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een zwarten barensteel van drie hangers. 
Gekroonde helm met goud-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: twee uit de kroon opkomende en van elkander af-gewende zwarte paardenpooten met zilveren hoefijzers. 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte leeuwen. 
van Coehoorn, zie de Girard de Mieiet van Coehoorn. 
Coehoorn van Scheltinga, zie van Scheltinga. 
Coenen. 
Erkenning van adel is verleend: 1° 15 November 1844 aan de kinderen van wijlen Isaac Jan Coenen, heer in Calandsoog, en aan die van zijn vóór die erkenning overleden zoon Anne Jan François; 2° 21 Maart 1841 aan de kinderen van wijlen Mr. Jacob Diederik Coenen, heer van 's Grave-sloot; 3° 23 Mei 1845 aan de kinderen van wijlen Hendrik Arend Albert Coenen [Isaac Jan, Jacob Diederik en Hendrik Arend Albert waren broeders]. 
In rood een zilveren molenijzer. 
Blauw-gevoerde helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een Moorenborstbeeld in profil met gouden hoofd-band, gekleed in zilver met gouden kraag en gouden knoopen; tusschen eene roode vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Perseverando. 
van Coeverden. 
Arend Daniel van Coeverden tot Wegdam, Johan Jozef Wigbold van Coeverden en Wolter Sidonius van Coeverden werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd. Johan Wolter van Coeverden werd 28 April 1826 in den adel erkend, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
In goud drie roode adelaars, 2 en 1. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene roode vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Collen. 
Ferdinand van Collen, heer van Gunterstein en Tienhoven, werd 21 Augustus 1815 in den adel ingelijfd. — Adelsbevestiging door keizer Leopold I in het jaar 1659. 
Doorsneden: 1. in rood twee schuingekruiste gouden pelgrims-staven; 2. in blauw twee gouden belletjes (grelots) naast elkander. Gekroonde helm met goud-blauw-roode dekkleeden. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 4 
Helmteeken: een engel, van voren gezien, doch het hoofd in profil, gekleed in eene blauwe tuniek met gouden gordel en gouden zoom van onderen, de armen van den elboog af en de beenen bloot, alles in natuurlijke kleur, met nederwaarts gerichte zilveren vleugels, de linkerhand in de zijde gezet en in de rechter een gouden pelgrimsstaf houdende, wiens benedeneinde op een blauw bergje rust waarop de engel staat. 
Collot d'Escury. 
Bij besluit van 14 Januari 1816 werden de leden van dit geslacht inge-lijfd in den adel met den titel van Baron, overgaande op alle afstamme-lingen. — Adel uit Bretagne, oorspronkelijk uit Picardie. 
In blauw een zilveren dwarsbalk, beladen met een vijfpuntig zwart spoorrad, twee der punten omhoog. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
de Constant Rebecque. 
De gepensioneerde generaal der infanterie Jean Victor de Constant Rebecque werd 25 Augustus 1846 in den adel ingelijfd, met den titel van Baron, overgaande op al zijne afstammelingen. — Adel uit Artois. 
Doorsneden: 1. in zilver een goud gekroonde, gebekte en ge-poote, rood-getongde, zwarte adelaar; 2. in zwart een gouden St. Andrieskruis. 
Schildhouders: twee omziende, goud gekroonde, gebekte en gepoote, rood-getongde, zwarte arenden met geopende en neder-waartsche vlucht. 
Wapenspreuk: In arduis constans. 
De luitenant-generaal Willem Anne de Constant Rebecque de Villars werd 19 October 1824 ingelijfd in den adel, met den titel van Baron, overgaande op al zijne afstammelingen 
Het voorgaande wapen, behalve dat de kroon van den adelaar in 1. eene Fransche baronnenkroon is (een met edelgesteenten ver-sierde gouden hoofdring, met een snoer parelen driemaal schuin omwonden). 
Schildhouders: twee omziende, rood gebekte en getongde, grijs gepoote, zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. Wapenspreuk: In arduis constans. 
Cornets de Groot. 
Adriaan Johan Willem, Hugo (resident op Java) en Jan Pieter Cornets de Groot (laatstelijk Algemeen Secretaris der Indische Regeering) werden 22 Maart 1843 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie blauwe jachthoorns, ge-snoerd en gemond van rood, beslagen met goud, 2 en 1 (Cornets), en in een rood hartschild eene achtpuntige zilveren ster (Baux); 2. en 3. in zwart drie bollen, gerangschikt in de richting van een schuinbalk, en vergezeld van drie kraaien, 1 in den linkerboven-hoek , en de 2 andere in den rechterbenedenhoek, mede gerang-schikt in de richting van een schuinbalk; alles van goud (de Groot of Kraayenburg). 
Schildhouders: twee aanziende wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, elk de vrije hand steunende op eene knods die op den grond rust. 
Wapenspreuk: Buit hora. 
de Court. 
Henri François de Court, te Dordrecht, werd 26 Januari 1817 in den adel ingelijfd. — Adel uit Saintonge. 
In blauw drie vijfpuntige gouden sterren, en in het schildhart een zilveren wassenaar. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een bruine eenhoornskop, met zilveren hoorn, manen en baard. 
Schildhouders: twee omziende bruine eenhoorns, met zilveren hoorn, manen en baard. 
Wapenspreuk: Alio sub sole virescam. 
de la Court. 
Paulus Emanuel Antonius de la Court, te 's Hertogenbosch, werd 17 Juni 1823 tot den adelstand verheven. 
In hermelijn een gouden dwarsbalk. 
Helm met zilver-gouden wrong en zilver-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, in de linkerhand eene knods die op zijn schouder rust en in de rechter een ovaal zilveren schild met punt houdende. 
de Crassier. 
Guillaume Louis Dominique de Crassier werd bij organiek besluit van 13 September 1817 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. Jean Frédéric Guillaume Joseph en Leonard Joseph de Crassier ontvingen erkenning van hun adel, met den titel van Baron voor hen en al hunne afstammelingen, de eerste 31 Augustus 1822 en de tweede 3 September 1819. — Rijksbaron, 5 Juli 1703. 
In zilver een golvende blauwe dwarsbalk, vergezeld van twee boomen in natuurlijke kleur, 1 van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een rood gebekte, getongde en gepoote zwarte adelaar, gedekt met eene gouden koningskroon. 
Schildhouders: twee zilveren eenhoorns met gouden hoorn, haard, manen, hoeven en staart, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde van goud beladen met een adelaar als dien van het helmteeken, doch den kop naar links gewend; die ter linkerzijde volgens het schild; elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene gouden tournooilans met spits, koorden en kwasten van 't zelfde. 
Creutz. 
Stephan Creutz, kapitein der artillerie, werd 2 Maart 1867 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande op al zijne afstammelingen. — Zweedsch baron, 5 Juni 1654. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood eene zilveren valdeur bestaande uit vijf verticale en vier horizontale staven, van boven met een halven zilveren ring; 2. en 3. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw, met de beide voorpooten een zilveren Latijnsch kruis rechtop houdende. In een blauw hartschild over de vierendeeling heen, een verkort zilveren St. Andrieskruis, in de hoeken vergezeld van vier zilveren sterren. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe-zwart-zilveren, de 2de met zilver-zwarte-goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° twee zilveren struisveeren, elk getopt met eene zilveren ster; 2° de leeuw van het 2de kwartier, uitkomende. 
Custis. 
Jacques Custis, te 's Hertogenbosch, voormalig officier van gezondheid, werd 15 Mei 1862 in den adel ingelijfd. — Rijksadel, 13 Mei 1727. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een rood schildhoofd, en over dat alles heen een zilveren adelaar, die een groenen lauwertak verticaal zoodanig bij den steel in den bek houdt, dat de bladeren over de borst van den adelaar hangen (Custis); 2. en 3. in blauw een zilveren keper, van onderen vergezeld van eene gouden lelie waaraan de rechterhelft ontbreekt (Mayne). 
Helm met zwart-zilveren wrong. Dekkleeden aan de rechterzijde: zilver-rood, goud-blauw, zilver-blauw, zilver-rood; aan de linker-zijde: zilver-zwart, zilver-rood, zilver-groen, goud-blauw. 
Helmteeken: een boom in natuurlijke kleur. 
von Daehne. 
Petrus Albert von Daehne en Casparus Govardus Johannes von Daehne, heer van Varick en Ulensbosch, werden 26 April 1822 in den adel ingelijfd. — Rijksadel, 1 Juni 1792. 
Gevierendeeld: 1. in blauw van boven eene zilveren lelie, en van onderen twee achtpuntige zilveren sterren naast elkander; 2. in rood een rood-getongde gouden leeuw; 3. in goud twee 
halve, rechtop geplaatste en van elkander afgewende bruine rad-velgen; 4. in blauw zeven antieke zilveren lanspunten (in den vorm van driepuntige kroontjes), 1, 2, 1, 2 en 1. Het geheele schild omboord met goud. 
Helm met blauw-zilver-rood-goud-roode wrong, en rechts zilver-blauwe, links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw van het 2de kwartier, uitkomende. 
Dedel. 
Pieter Samuel Dedel werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. Zijn zoon Jhr. Willem Gerrit Dedel ontving 10 Mei 1849 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In groen drie gouden leliën, 2 en 1. 
Helm met groen-gouden wrong en goud-groene dekkleeden. Helmteeken: twee rechtop geplaatste zilver-geharnaste armen, de handen in natuurlijke kleur eene gouden lelie ophoudende. 
Salomon Dedel werd 16 September 1815 verheven tot den adelstand, vervulde verschillende gezantschappen en werd 18 December 1844, buiten-gewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen zijnde, bevorderd tot Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Het voorgaande wapen en helmteeken. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. Wapenspreuk: Non desistam. 
van Dedem. 
Voor de leden van dit geslacht is 7 April 1822 en 20 Mei 1822 de titel van Baron of Barones erkend. 
In rood drie van blauw en zilver geruite schuinbalken. (De ruiten voortgebracht door ééne schuinrechtsche lijn in eiken schuinbalk, gesneden door een aantal verticale lijntjes.) 
Gekroonde helm met zilver-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie struisveeren, rood, zilver en blauw, oprijzende uit een gouden koker. 
Schildhouders: twee griffioenen. 
In den adel werden erkend met den titel van Baron voor hen en al hunne afstammelingen: 5 Juni 1870, Willem Karei Jan van Dedem; 2 Mei 1873 Frederik Willem August van Dedem van Driesberg, en 9 Januari 1874, Alexander Ferdinand Ernst van Dedem van Driesberg. 
Het voorgaande wapen en helmteeken, de helmkroon vervangen door eene rood-zilver-blauwe wrong. 
Schildhouders: twee omziende, rood getongde en genagelde, zilveren griffioenen. 
van Delen. 
Jan Hendrik van Delen, heer van Druten en Lakenburg, en Jan Casper Ferdinand van Delen werden in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814. Bij besluit van 10 Augustus 1881 werd voor Jhr. Jacob Jan Hendrik van Delen, burgemeester van Wamel, de titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen erkend. 
In zilver een roode dwarsbalk, beladen met twee zilveren rams-koppen met gouden hoorns. 
Helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een vrouwenborstbeeld met loshangend blond haar, in natuurlijke kleur, gekleed volgens het schild. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende roode leeuwen. 
von Derfelden 
Gijsbert Franco von Derfelden van Hinderstein werd bij organiek besluit van 9 Januari 1815 in de Ridderschap van Utrecht geadmitteerd en ontving 28 Januari 1823 den titel van Baron, overgaande bij eerstge-boorte. — Ehstlandsche adel. 
In blauw drie horizontaal geplaatste visschen in natuurlijke kleur boven elkander; het schild omboord met goud. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden piek, aan welke een over de lengte in drieën doorsneden wimpel van zilver, blauw en goud bevestigd is, die, van rechts uitgaande, om de piek is gewonden; alles tusschen eene blauwe vlucht, beladen met drie horizontaal geplaatste 
visschen in natuurlijke kleur boven elkander, die op den rechter-vleugel omgewend. 
Schildhouders: rechts een klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuw; links een wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, met de linkerhand leunende op eene knods die op den grond rust; elke schildhouder eene gespleten vaan houdende, gedwarsbalkt van zes stukken: goud, blauw, goud, zilver, blauw en goud. 
Deutz van Assendelft. 
Bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 werd Mr. Andries Adolf Deutz van Assendelft in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. 
In groen twee schuingekruiste gouden houweelen (Deutz). In een hartschild, over alles heen, het wapen der heerlijkheid Assendelft, te weten in rood een stappend zilveren paard. 
Gekroonde helm met goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: eene uitkomende zwart-gekleede vrouw in profil, met zwarten hoofdkap; gelaat en borst, en de armen van den elboog af in natuurlijke kleur; het zwarte kleed op den linker-schouder beladen met een gouden penning', met de rechterhand een gouden houweel houdende dat op haar schouder rust. 
Deutz van Lennep, zie van Lennep. Dibbets. 
De luitenant-generaal Bernardus Johannes Cornelis Dibbets, opperbevel-hebber der vesting Maastricht, werd 27 November 1835 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gedeeld: 4. in goud een zwarte W, vergezeld van twee rood gebekte, gekamde, gebaarde en gepoote, zwarte hanen, 4 van boven en 4 van onderen; 2. in rood, bezaaid met gouden leliën, een gouden leeuw daar overheen. 
Helm met zwart-goud-zwart-goud-rood-goud-roode wrong en rechts goud-zwarte, links goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een haan uit het schild. 
Schildhouders: twee rood getongde en genagelde zwarte leeuwen. Wapenspreuk: Arma nobilitant. 
Diert. 
Jacobus Petrus Yvo Diert, heer van Melissant, werd 21 Augustus 1815 tot den adelstand verheven. 
In rood een dubbele zilveren adelaar, elke kop zilver-getongd. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de dubbele adelaar uitkomende, elke kop rood-getongd. Wapenspreuk: Nec temere nec timide. 
van Dinter (Hesselt van Dinter). 
De broeders Albert Charles en Willem Jacob Hesselt van Dinter werden bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. 
In rood drie goud geknopte en gepunte zilveren rozen; en een van zilver en rood geblokte schildzoom van 22 stukken, 6 in de bovenrij, verder 6 aan elke zijde, en de 4 overige van onderen. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode adelaarskop en hals, tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw; links een omziende en rood-getongde gouden griffioen. 
van der Does. 
Adriaan van der Does werd 28 Augustus 1815 tot den adelstand verheven. 
In rood negen gouden ruiten, 5 en 4, die van elke rij aaneen-gesloten. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een aanziend Moorenborstbeeld, met zilveren hoofd-band waarvan de beide uiteinden links afwapperen, gekleed in rood met zilveren kraag en drie gouden snoeren boven elkander op de borst. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Johan Hendrik van der Does, oud-president der stad 's Hertogenbosch, werd tot den adelstand verheven 27 September 1817 en Cornelis Petrus Sebastianus Vrybergen van der Does 20 October 1827. Beiden voerden als volgt: 
Het voorgaande wapen en helmteeken. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
Maurits Pieter Jacob van der Does (kleinzoon van Johan Hendrik hiervoren) ontving 4 Augustus 1827 vergunning om den naam Schuyl bij den zijnen te nemen, zich Schuyl van der Does te noemen en zijn wapen met dat van Schuyl van Walhorn te vierendeelen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood negen gouden ruiten, 5 en 4, die van elke rij aaneengesloten (van der Does); ,2. en 3. in rood een gouden schuinbalk, vergezeld van zes zoomswijze geplaatste gouden meerltjes (Schuyl van Walhorn). 
Twee helmen, de 1ste gekroond, de 2de met rood-gouden wrong, beide met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een in profil gesteld en omgewend Moorenborst-beeld, met zilveren hoofdband waarvan de beide uiteinden rechts afwapperen, gekleed in rood met zilveren kraag en drie gouden snoeren boven elkander op de borst (van der Does); 2° een roode ossenkop en hals met gouden hoorns (Schuyl van Walhorn). 
Schildhouders: rechts een omziende gouden leeuw, links een gouden griffioen. 
van der Does de Bye, zie de Bye. van der Does de Willebois, zie de Willebois. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, met de vrije hand op eene knods leunende die op den grond steunt. 
Wapenspreuk: Doe wel en zie niet om. 
Hendrik Jacob van Doorn van Westcapelle, gouverneur van Oostvlaan-deren, later vice-president van den Raad van State enz., werd 4 Juli 1829 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Het voorgaande wapen met helmteeken en wapenspreuk, de schildhouders elk met eene banier volgens het 1ste kwartier, de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan gouden tournooilansen met spits en kwast van 't zelfde. 
van Doorn (Utrecht). 
Elisa Cornelis Unico van Doorn, commissaris des Konings in de provincie Utrecht, werd 22 Maart 1880 tot den adelstand verheven. 
In zilver een in twee rijen van zwart en goud geschaakt kruis (Doorn), en een gouden schildvoet, beladen met een rood wiel van acht spaken (Heusden). 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene antieke zwarte vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
van Dopff. 
Anne van Dopff, generaal-majoor, werd bij organiek besluit van 31 Juli 1816 in de Ridderschap van Noordbrabant geadmitteerd. Zijn kleinzoon, Lodewijk Frederik Willem Alexander Wolf van Dopff, werd 2 Januari 1828 erkend als Baron, met overgang van dien titel op al zijne afstamme-lingen. — Anne's broeder, Alexander Hieronymus Wolrad Hendrik van Dopff, burgemeester van Zierikzee, was reeds 18 October 1822 erkend als Baron, met overgang op al zijne afstammelingen. — Rijksadel, 27 October 1685. 
In rood een blauwe dwarsbalk; en de linkerhelft van eene acht-puntige zwarte ster over alles heen. 
Zwart-gevoerde helm met zwart-roode wrong en rood-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de halve ster, tusschen eene vlucht, elke vleugel doorsneden in drieën van zilver, rood en zwart. Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen. 
van Dorth. 
Reinier Engelbert van Dorth, heer van Medler, Meyerink, Hoenking en Scherpenborch, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. Een besluit van 17 Juni 1822 verklaarde, dat aan hem en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones competeerde. 
In goud drie roode kepers. 
Gekroonde gouden helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: twee roode faisantenveeren. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Druyvesteyn. 
Jan Willem Druyvesteyn, ontvanger der directe belastingen enz., werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In rood negen zilveren ruiten, 3, 3 en 3, aanstootende en aan-eengesloten. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een druiventros met twee bladeren, in natuurlijke kleur, de steel omhoog. 
Dumonceau, zie du Monceau. van Dusseldorp de Superville, zie de Superville. 
van der Dussen. 
Mr. Jacob van der Dussen, later lid der Eerste Kamer, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Noordbrabant. 
Doorsneden van goud op zwart; en een in twee rijen van rood en zilver geschaakt St. Andrieskruis daar overheen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren vlucht, en de bovenhelft van het geschaakte St. Andrieskruis daar overheen. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Nec temere nec timide. 
Mr. Jacob van der Dussen van Middelharnis, secretaris van Amster-dam, werd verheven tot den adelstand 16 September 1815. 
Het voorgaande wapen, helmteeken en spreuk. De helm niet gekroond, maar gedekt door eene zwart-gouden wrong, en met goud-zwarte dekkleeden. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
van der Duyn. 
Mr. Adam Jules François Armand van der Duyn van Benthorn en Maasdam en diens oom Willem Hendrik van der Duyn werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. De eerstgenoemde ontving 16 September 1815 den titel van Graaf, overgaande op zijn oudsten zoon. Bij besluit van 12 Mei 1874 werd zijn tweede zoon, de luitenant-generaal Guillaume baron van der Duyn tot Graaf verheven, met overgang op al zijne afstammelingen. — Bij besluit van 26 Februari 1822 was bepaald dat alle afstammelingen van Aarnoud Joost van der Duyn (grootvader van Adam Jules François Armand en vader van Willem Hendrik) den titel van Baron of Barones zouden voeren. 
In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw; en een blauwe barensteel van drie hangers, over de schouders van den leeuw heengaande. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een blauw getongde en genagelde roode leeuw, opkomende uit eene gouden kuip. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, bruine leeuwen. 
van Echten. 
Arend van Echten, heer van den Arendshorst, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd. 
In goud drie rood gebekte, getongde en gepoote zwarte adelaars. Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
van Eek (van Panthaleon van Eek). 
Nadat Jan Carel van Eek bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd was, bepaalde een besluit van 25 April 1822 dat aan hem en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones zou worden gegeven. Zijn kleinzoon François Marinus, kapitein-ingenieur, kreeg 10 Februari 1873 vergunning den naam van Panthaleon bij den zijnen te nemen en zich te noemen van Panthaleon Baron van Eek. 
Gedeeld van groen en rood; met een zilveren schuinbalk over alles heen. 
Gekroonde helm, met rechts zilver-groene en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zwart arendsheen, de klauw omlaag, de dij getopt met drie struisveeren: groen, zilver en rood. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen, die ter rechterzijde omziende. 
Eckhardt (van Harencarspel Eckhardt). 
François van Harencarspel Eckhardt, directeur der registratie enz., werd 5 November 1825 tot den adelstand verheven. — Rijksadel voor Andreas Eckhardt, 10 December 1634. 
Gevierendeeld: 1. en 4. het wapen van Eckhardt, namelijk rechtsgeschuind: a. in zwart een gouden triangel, evenwijdig aan de randen van het kwartier en de schuining, elke der drie hoeken van den triangel met een langwerpig gouden knopje; b. in goud drie zwarte punten, van de zijde en van onderen uitgaande en tegen de lijn der schuining aanstootende; 2. en 3. het wapen van van Harencarspel, namelijk in blauw drie rood gebekte en gepoote zilveren eendjes, 2 en 1, in 't schildhoofd vergezeld van twee gouden sterren. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-zwarte en de 2de met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende zwarte vlucht, de voorste vleugel beladen met den gouden triangel, doch omgewend, zoodat de schuine lijn aan de linkerzijde is; 2° een rood gebekt en gepoot zilveren eendje, met uitgebreide vlucht. 
Schildhouders: twee omziende bruine arenden met roode pijl-tongen, en geopende en nederwaartsche vlucht. 
Elias. 
Mr. David Willem Elias, pensionaris, hoofdofficier en burgemeester van Amsterdam, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Het wapen van den admiraal de Ruyter, namelijk: Gevierendeeld : 1. in rood een zilveren kruis; 2. in blauw een geharnast ruiter met opgeheven zwaard op een galoppeerend paard, alles van zilver. 3. in blauw een zilveren oorlogschip uit de 17de eeuw met zijne zeilen en vlaggen; 4. in rood een links gewend kanon op zijn affuit, aan de linkerzijde van het wiel vergezeld van eene piramide van drie kogels, 1 en 2, alles van goud. Over alles heen het wapen van Elias, zijnde: Gedeeld: a. in zilver eene groene tabaksplant met drie roode bloemen, 1 en 2 geplaatst, op een groenen grond; b. in blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie vingerringen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie zilveren struis veeren, oprijzende uit een gouden koker. 
Elout van Soeterwoude. 
Mr. Pieter Jacob Elout van Soeterwoude, vice-president van het gerechtshof te 's Gravenhage, enz., werd verheven tot den adelstand, 14 Maart 1854. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie aanziende zilveren vrouwen-hoofden met hals, het haar kort (Elout); 2. en 3. rechtsgeschuind: a. in blauw een schuingeplaatst kruis, perpendiculair op de schuinings-lijn (dus geen St.-Andrieskruis), de schuinrechtsche balk gevieren-deeld van goud en rood en de schuinlinksche balk gevierendeeld van zilver en rood; b. in goud een blauw hoefijzer met zilveren nagels beslagen, schuinrechts geplaatst, de kalkoenen omhoog (Hablützel). In een rood hartschild over alles heen een gouden griffioensbeen, de klauw omlaag (Hellaut). 
Twee helmen, de 1ste met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden, de 2de met blauw-goud-rood-zilver-blauwe wrong en goud-rood-blauw-zilveren dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een zilveren vrouwenhoofd uit het schild, om-gewend; 2° een zilver-geharnaste arm, van de wrong oprijzende, de elboog met gouden lijsten afgezet en links gewend, bij de hand met smallen rooden opslag, die hand van natuurlijke kleur een zilveren degen met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Godt laet groien. 
Elsevier (Rammelman Elsevier). 
Mr. Isaac Johannes Elsevier, in staatsdienst op Curaçao en ten slotte gouverneur van dat eiland, kreeg in 1820 vergunning om den naam van de moeder zijner overgrootmoeder. Rammelman, bij den zijnen te nemen en werd 25 Mei 1829 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie gouden linkerschuinbalken (Rammelman); 2. en 3. in blauw een gouden kruis, vergezeld in het lste en 4de kwartier van een leeuw van 't zelfde, en in het 2de en 3de van drie zilveren leliën, 2 en 1 (Elsevier). 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 5 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw, in den rechterpoot een gouden Latijnsch kruis schuinlinks houdende. 
Engelbert van Bevervoorde, zie van Bevervoorden. 
Engelen. 
Willem Engelen, te Nijmegen, lid van de vergadering van notabelen in 1814 en van de commissie tot herziening der Grondwet in 1815, werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In rood drie zilveren ruiten, 2 en 1, en in liet schildhart een losstaand breedarmig zilveren kruis. Gouden helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: het zilveren kruis. 
van Erp. 
Hendrik Willem, Anton van Erp tot Holt werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, terwijl een besluit van 5 Juli 1822 bepaalde dat aan hem en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones zou worden gegeven. 
In zwart een van zilver en rood geblokt St. Andrieskruis (negen zilveren en acht roode vakken). Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een zilveren drakenkop met roode pijltong. 
Everts (Holland). 
Jacob Nicolaas Everts, later generaal-majoor, werd 9 Januari 1821 tot den adelstand verheven. 
In blauw een rechtopstaand zilveren zwaard met gouden gevest, gestoken door een dwarsgelegden en in eene ovale gedaante ge-
bogenen gebladerden oranjetak met drie vruchten, alles van goud, het afgesneden gedeelte van den tak aan de rechterzijde. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: een schuinrechts van de wrong opkomende arm, zilver-bekleed, met opslag van 't zelfde, de elboog rechts, de hand van natuurlijke kleur een zilveren zwaard met gouden gevest schuinlinks houdende. Wapenspreuk: Usque defendam. 
Everts (Limburg). 
Hendricus Petrus Everts, kolonel kommandant der 14de afdeeling natio-nale infanterie, werd tot den adelstand verheven 12 Februari 1821. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie rechtsgewende zilveren wassenaars, 2 en 1; 2. en 3. in blauw drie zilveren dwarsbalken, en een goud-gekroonde roode leeuw over die balken heen. 
Helm met zilver-blauw-zilver-roode wrong, en rechts zilver-blauwe en links blauw-roode dekkleeden. 
Helmteeken: drie struisveeren, eene blauwe tusschen twee zil-veren, de blauwe getopt met een rechtsgewenden zilveren wassenaar. 
In goud twee roode kepers, vergezeld van drie druiventrossen in natuurlijke kleur, elke met twee groene bladeren, de stelen omhoog, 2 trossen van boven en 1 van onderen. 
Helm met, rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw, met den rechterpoot een zilveren pijl schuinlinks houdende, de punt omlaag. 
Schildhouders: twee roode griffioenen, die ter rechterzijde om-ziende en die ter linkerzijde met den kop aanziende gesteld. 
van Eysinga. 
Frans Julius Johan van Eysinga, grietman van Doniawerstal, en zijne vier zonen werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. 
In zilver drie roode rozen, 2 en 1. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw tusschen twee struis-veeren, rechts rood en links zilver. 
Fabricius. 
Albert Laurens Cornelis Fabricius van Heukelum, te Amsterdam, werd 2 Juli 1842 tot den adelstand verheven 
Gedeeld: 1. in goud een rood ankerkruis; 2. in blauw een rechtop geplaatste zilveren kreeft. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de rechtop geplaatste zilveren kreeft. 
Schildhouders: rechts een wildeman in natuurlijke kleur, omgord met een groenen doek, op de rechterheup geknoopt en afhangende, in de rechterhand eene bruine piek houdende met gouden spits, waaraan door middel van een gouden dwarshout met twee gouden koorden een gespleten gouden wimpel naar links afhangt, beladen met een klimmenden rooden leeuw; links een zeepaard, het bovenlijf zeer licht bruin met groenachtige manen, het benedenlijf en de staart groenachtig; de wildeman staande op een grasgrond die naar links afhelt in een water waarin de staart van het zee-paard rust. 
Johan Carel Willem Fabricius van Leyenburg werd verheven tot den adelstand 24 Februari 1828. 
In alle opzichten als de vorige, doch de schildhouders rustende, in plaats van op den grond en het water, op eene gemarmerde plint. 
Fagel. 
De volgende vijf gebroeders Fagel, meest alle in hooge staats- of militaire betrekkingen: Mr. Hendrik, Mr. Jacob, François Willem, Robert en Willem Jacob Hendrik, werden 16 September 1815 tot Baron verheven, met overgang bij eerstgeboorte. — Rijksbaron, 5 October 1703. 
In rood twee gouden kepers, van boven vergezeld van twee naar elkander toegewende zilveren kemphaantjes, met gouden bek en pooten. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een kemphaantje uit het schild. 
Schildhouders: rechts een omziende, goud gebekte en gepoote, rood-getongde zwarte arend met geopende en nederwaartsche vlucht, op de borst beladen met het gouden naamcijfer L R I in schrijfletters, boven hetwelk eene rood-gevoerde gouden keizers-kroon; links een omziende rood-getongde gouden leeuw. 
Wapenspreuk: In recto decus. 
Falck. 
Mr. Otto Willem Philippus Falck, te Utrecht, werd 8 Juli 1816 erkend tot den adel te behooren. — Rijksadel, 20 September 1521. 
In rood een gouden valk met geopende en nederwaartsche vlucht, de bek geopend en met uit-stekende tong. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: de valk gelijk in het schild. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, die ter rechterzijde met de rechterhand en die ter linkerzijde met de linkerhand eene knods houdende, de knodsen op den schouder rustende, de gezichten een weinig buiten-waarts gekeerd. 
Fannius Scholten, zie Scholten. 
van der Feltz. 
Gustaaf Willem van der Feltz, te Epe, werd 20 Augustus 1867 tot den adelstand verheven. Deze verheffing werd 21 Januari 1882 voor zijne vijf zonen verwisseld met eene inlijving in den adel, met den titel van Baron of Barones voor hen en al hunne afstammelingen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een rood ankerkruis (de la Rochette of van der Feltz); 2. en 3. in goud een hoekige zwarte dwarsbalk, van drie spitsen van boven en twee geheele en twee halve van onderen (Reuland). 
Zwart-gevoerde, gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee rood-bekleede armen, uit de kroon oprijzende, de elbogen buitenwaarts, de handen in natuurlijke kleur elk een zwarten fakkel met gouden vlam houdende. 
de Ficquelmont. 
Charles Joseph de Ficquelmont, te Batavia, ontving d.d. 8 Mei 1875 eene verklaring van den minister van justitie (belast met de adelsaange-legenheden), dat hij tot den Nederlandschen adel behoorde met den titel van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen.— Hij verplaatste zich naar Belgie en liet zich daar den 29 Januari 1885 naturaliseeren. 
Doorsneden: 1. in goud een stappende zwarte wolf; 2. in goud drie van onderen gespitste roode palen, die den benedenrand van het schild niet raken. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, elk met de vrije hand leunende op eene knods die op den grond steunt. 
von Fisenne. 
Pieter Marie George von Fisenne, te Rotterdam, werd 13 September 1866 in den adel ingelijfd. — Adelserkenning door keizer Leopold I, 18 Juli 1701. 
In zilver een groen kruis; het schild omboord met goud. In 
een zilveren hartschild over het kruis heen, een goud-gekroonde, rood-getongde en genagelde zwarte leeuw. 
Twee helmen, de 1ste gedekt met eene groen-zilveren en de 2de met eene zwart-zilveren wrong; beide met goud-groene dek-kleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende bruine wildezwijnskop en hals met zilveren slagtanden; 2° de leeuw van het hartschild, uitkomende. Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Flugi van Aspermont. 
Carl Heinrich Christian Flugi van Aspermont, kapitein der artille-rie, werd 23 Januari 1843 in den adel ingelijfd. — Adel uit Grauwbun-derland. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een zilveren dwarsbalk (Asper-mont) ; 2. en 3. in blauw drie rood-gebekte zilveren zwanenkoppen en halzen, 2 en 1 (Flugi), die van het 3de kwartier omgewend. In een rood hartschild over alles heen, eene zilveren kerkbanier van drie banen, van boven met drie gouden ringen (Werdenberg). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-zwarte en de 2de met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° twee zwarte olifantstrompen, elk omgeven door eene zilveren spang (Aspermont); 2° eene antieke blauwe vlucht, de voorste vleugel beladen met de drie zilveren zwanenkoppen en halzen van het 2de kwartier (Flugi). 
Fontein Verschuir, zie Verschuir. van Foreest. 
Erkend werden tot den adel te behooren: Mr. Cornelis van Foreest, heer van Schoorl en Camp, 9 Januari 1817, en Nanning van Foreest, heer van Petten en Nolmerban, 18 Februari 1817. 
In zilver een hoekige roode dwarsbalk, van vier spitsen van boven en drie geheele en twee halve van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: eene ovale zilveren schijf, op eene harer zijden rustende en beladen met den rooden dwarsbalk uit het schild. Schildhouders: twee klimmende en aanziende roode leeuwen. 
Forstner van Dambenoy. 
Hendrik Frederik Christoph Forstner van Dambenoy, toenmaals kapitein bij den generalen staf, later minister van oorlog en minister van staat, werd 4 Maart 1828 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Bij besluit van 26 Juni 1850 werd de titel van Baron of Barones tot al zijne afstammelingen uitgestrekt. — Wurtem-bergsche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een omgewende man, gekleed in blauw met blauwen hoed, in de rechterhand eene natuurlijke bijl (de snede links) rechtstandig houdende en staande voor een natuurlijken boom met groen gebladerte, die in het 1ste kwartier van de deelingslijn en in het 4de van den linkerschildrand uitgaat; 2. en 3. linksgeschuind van goud op zilver, en een linkerschuin-balk, linksgeschuind van rood op blauw, over de schuiningslijn heengaande. Het schild omzoomd, daar waar de kwartieren van goud zijn, met goud, en daar, waar zij van zilver zijn, met zilver, — de linkerschuinbalk over die omzooming heengaande. 
Gekroonde helm, met rechts goud-blauwe en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de omgewende man met den bijl, tusschen twee beurtelings van zilver en rood doorsneden olifantstrompen. 
van Franckenberg en Proschlitz. 
Eugène Antoine Désiré Emil van Franckenberg en Proschlitz, kapitein der infanterie, werd 12 Februari 1880 ingelijfd in den adel. — Silezische adel. 
In goud drie roode blokjes, 2 en 1. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende vos in natuurlijke kleur, drie hane-veeren, de eerste zilver en de beide andere zwart, rechtstandig in den bek houdende. 
Wapenspreuk: Est magni sperare magna. 
van Fridagh. 
Bij besluiten van 2 Maart 1822 en 6 April 1826 zijn al de in Nederland gevestigde leden van dit geslacht ingelijfd in den adel, met den titel van Baron of Barones voor hen en al hunne afstammelingen. 
In blauw drie zilveren ringen, 2 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts blauw beladen met drie zilveren ringen, 2 en 1, en links zilver beladen met drie blauwe ringen, 2 en 1. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen, elks voorste vleugel zilver en de achterste blauw. 
Gansneb genaamd Tengnagel. 
Bij besluit van 26 April 1822 is aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend, overgaande op al hunne afstamme-lingen. 
In blauw drie rechtsgewende gouden wassenaars; het schild omboord met goud. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Schildhouders: rechts een klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuw; links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
van Geen. 
De luitenant-generaal Josephus Jacobus van Geen werd 22 Maart 1831 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerst-geboorte. 
In blauw een groene linkerschuinbalk, beladen met drie gouden jachthoorns, beslagen en gesnoerd van 't zelfde, geopend en 
gemond van rood, naast elkander gerangschikt in de richting van den linkerschuinbalk, die in den rechterbovenhoek vergezeld is van een rechtop geplaatst gouden zwaard, waarvan het boveneinde breeder is dan het benedengedeelte, maar toch in eene punt uitloopt. 
Schildhouders: twee Javanen; — die ter rechterzijde gekleed in een blauw wambuis, op de borst geopend, met oranje-omslag langs de borst, omgord met een witten gordel waarvan van voren een witte doek afhangt met twee roode dwarsstrepen boven elkander, de beenen bloot, het hoofd met een oranje-doek om-wonden; houdende in de linkerhand een bruin rond schild met punt dat men van ter zijde ziet en in de rechterhand een zilveren zwaard (met bruin gevest), dat van beneden af naar boven breed uitloopt en aan den top recht afgesneden is; — die ter linkerzijde gekleed in een oranje wambuis dat de borst open laat, met een rozenrooden gordel waarvan van voren een rozenroode doek afhangt met twee gouden dwarsstrepen boven elkander, en verder met goud versierd; in dien gordel een zilveren kris schuinrechts gestoken; voorts gekleed met eene witte broek tot aan de knie, met rozenroode franje; de beenen bloot; het hoofd gedekt met eene blauw-grijze muts, met eene kleine naar links overstekende punt op den top; houdende in de rechterhand eene kleine vlag van zeer licht paarsche kleur, met een licht blauwachtig canton bij den stok; de linkerhand steunende op een langwerpig vierkant schild van bamboes, dat op den grond rust. 
Wapenspreuk: Fidelis gratusque. 
de Geer. 
Jan Jacob de Geer van Rhynhuizen werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Utrecht. Zijne broeders, Willem Carel Pieter de Geer van Oudegein en Barthold de Geer van Jutphaas werden 13 Juli 1815 in den adel ingelijfd als door afstamming Zweedsche edelen. Jhr. Jan Louis Willem de Geer van Jut-phaas, later griffier van de Tweede en daarna van de Eerste Kamer, ontving 11 Juni 1822 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Ook Jhr. Carel Willem Emile Catharinus de Geer, kleinzoon van Jhr. Willem Carel Pieter de Geer van Oudegein, werd 22 Februari 1867 tot Baron verheven, met overgang bij eerstgeboorte. 
In zilver vijf aaneengeslotene roode spitsruiten naast elkander, die de vier randen van het schild raken; de middelste beladen met drie gouden leliën boven elkander, de 1ste en de 3de op de punten der spitsruit. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een aanziende zilveren ramskop en hals met gouden hoorns, en met een gouden halsband waaraan een klokje van 't zelfde metaal hangt. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Non sans cause. 
de Geloes. 
-De broeders Constantin César Maure Guillaume de Geloes d'Eysden en Charles Emile Marie Maure Lambert Servais de Geloes d'Elsloo werden bij organiek besluit van 5 Maart 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd met den titel van Graaf of Gravin voor hen en al hunne afstammelingen. — Rijksgraaf, 10 September 1745. 
In zwart een uitgetand gouden kruis. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, goud gehalsbande en geringde, zwarte hazewindhond. 
Schildhouders: twee goud gehalsbande en geringde zwarte haze-windhonden. 
Wapenspreuk: In hoc signo vinces. 
Alles geplaatst onder een met zilver gevoerden, met gouden koorden en kwasten opgenomen, met gouden franje omzoomden blauwen mantel, wiens zijpanden beladen zijn met een uitgetand gouden kruis, ter helfte zichtbaar; de mantel gedekt met eene vijf-bladerige kroon. 
Gericke. 
De staatsraad Johan Eberhard Paul Ernst Gericke van Herwynen, later gouverneur van Limburg, werd 7 Februari 1833 tot den adelstand verheven. Zijn zoon, Joseph Lodewijk Hendrik Alfred, toenmaals raad van legatie en later gezant bij het Belgische hof, ontving 25 Augustus 1846 den 
titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Bij besluit van 12 Mei 1874 werd de titel van Baron of Barones aan al zijne nakomelingen toegekend. 
Doorsneden: 1. in goud een rood-getongde zwarte adelaarskop en hals; 2. in rood een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee gouden sterren boven elkander, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. 
Schildhouders: rechts een omziende griffioen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten van zilver, het overige lichaam bruin, ook de bek bruin en de tong rood; links een omziende, rood-getongde bruine leeuw. 
Wapenspreuk: Labore, constantia, integritate. 
van Gesseler. 
Mr. Jan Ernst Willem van Gesseler, te Groningen, werd 27 Decem-ber 1817 tot den adelstand verheven. 
In zilver een blauwe dwarsbalk, beladen met drie gouden sterren en vergezeld van drie roode leeuwen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Zwart-gevoerde, gekroonde helm; aan het halssnoer, in plaats van het gewone medaillon, een ruitvormig gouden sieraad met knoppen aan de vier hoeken. Dekkleeden : zilver en rood. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
von Geusau. 
Willem Arnold Alting Lamoraal von Geusau, burgemeester van St. Michielsgestel, werd 8 Juli 1816 in den adel ingelijfd. — Saksische adel. 
In blauw eene gans met naar den rechterbovenhoek uitgestrekten hals en opgeheven vleugels, geplaatst op een los in het schild staand grondje, alles van zilver. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren gans met gesloten vlucht en zonder 
pooten, op de wrong liggende en geplaatst voor vier booge en smalle groene bladeren, twee naar rechts en twee naar links omgebogen. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Gevaerts. 
Paulus Gevaerts, heer van Geervliet, Simonshaven en Biert, en zijn halve broeder Leonard Robbert Gevaerts, werden 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In rood een golvende gouden schuinbalk, vergezeld van zes zoomswijze geplaatste gouden blokjes. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een gouden blokje, tusschen eene vlucht, rechts rood en links goud. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Per lot discrimina rerum. 
Gevers. 
Mr. Claudius Pieter Gevers, vroeger lid van de Staten van Holland en Westfriesland enz., werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven met het hieronder volgende wapen. Zijn tweede zoon, John Cornelis Gevers, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister aan het Russische Hof, werd 24 October 1857 verheven tot Baron, met overgang bij eerst-geboorte. Het wapen onderging bij die gelegenheid geene verandering. 
In blauw eene zilveren lelie. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken : eene zilveren lelie, tusschen eene vlucht van 't zelfde. 
Schildhouders: rechts een met groen loof omkranste en omgorde wildeman in natuurlijke kleur, eene lange knods, die op den grond rust, schuinrechts voor zijn lichaam houdende; links een omziende gouden leeuw. 
Wapenspreuk: Semper idem. 
Mr. Dirk Cornelis Gevers van Endegeest, Kethel en Spaland, werd 31 December 1827 tot den adelstand verheven. 
In blauw eene zilveren lelie. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene zilveren lelie, tusschen eene blauwe vlucht, de buitenveeren van eiken vleugel van zilver. Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
Abraham Gevers, grondeigenaar op Java, werd 27 October 1842 verheven tot den adelstand. 
In blauw eene zilveren lelie. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, alleen omgord met groen loof, en elk eene lange knods in den arm hebbende die op den grond rust. Wapenspreuk: Hora ruit. 
Aarnout Cornelis Theodore Gevers Leuven werd geadeld 22 Augustus 1883, en kreeg bij besluit van 26 December 1884 vergunning den naam Leuven weg te laten en zich alleen Gevers te noemen. 
Wapen, gelijk aan dat van Gevers van Endegeest, als hierboven. 
Mr. Abraham Gevers Deynoot, vice-president der rechtbank te Rot-terdam, werd 19 October 1837 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw eene zilveren lelie (Gevers); 2. gedeeld: a. in goud dríe zwarte ossenkoppen en halzen, 2 en 1, elk overtopt door eene zwarte ster; b. in rood een zilveren St. Andrieskruis, vergezeld van boven van drie gouden sterren, 2 en 1, en van onderen van eene rechtop geplaatste gouden ladder van drie sporten (Deynoot); 3. even als 2. doch de twee afdeelingen in omgekeerde orde: a. als b. van 2, en b. als a. van 2. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren lelie, tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, die ter rechterzijde in de rechterhand en die ter linkerzijde in de linkerhand eene knods houdende, elke 
2 
3 
4 
5 
6 
7 
8 
9 
10 
11 
12 
13 
14 
15 
16 
17 
18 
19 
2* 
20 
21 
22 
23 
24 
25 
26 
27 
28 
29 
30 
31 
32 
33 
34 
35 
3* 
36 
37 
38 
39 
40 
41 
42 
43 
44 
45 
46 
47 
48 
49 
50 
51 
4* 
52 
53 
54 
55 
56 
57 
58 
60 
61 
62 
63 
64 
65 
66 
67 
5* 
68 
69 
70 
71 
72 
73 
74 
75 
76 
77 
78 



knods op den schouder rustende, de gezichten een weinig zijwaarts gekeerd. 
Wapenspreuk: Constans ac fortis. 
van Gheel Roëll, zie Roëll. de Girard de Mielet van Coehoorn. 
Jan Philippe de Girard de Mielet van Coehoorn, kapitein der rijdende artillerie, werd 11 April 1829 ingelijfd in den adel met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Adel uit Languedoc. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een zwart gevoegde zilveren toren, geopend en verlicht met twee vensters naast elkander van zwart, met drie spitse zilveren hangtorentjes aan den trans, elk verlicht met één zwart venster; en een rood schildhoofd, beladen met eene gouden ster, vergezeld ter rechterzijde van een halven gouden leeuw en ter linkerzijde van een halven zilveren wassenaar met de hoornen omhoog (de Girard); 2. en 3. wederom gevieren-deeld: a. en d. in goud een zilver-gehalsbande klimmende zwarte beer; b. en c. in zilver een rood-gesnoerde zwarte jachthoorn, rood geopend en gemond en met goud beslagen (Coehoorn). 
Helm met rood-gouden wrong, en rechts zilver-blauwe en links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een omgewende rood-getongde bruine arend, de kop wederom naar rechts gewend, de vlucht uitgespreid en neder-waarts. 
Schildhouders: rechts een omziende, rood-getongde zwarte arend met geopende en nederwaartsche vlucht; links een rood-getongde donkerbruine beer. 
Wapenspreuk: Faire que devra avienne que voudra. 
Gockinga. 
Mr. Reneke Gockinga Henricszoon, raadsheer in het gerechtshof van Groningen, werd 27 December 1817 tot den adelstand verheven. 
In goud een zwarte arend met grijzen kop en eene roode bloed-
vlek boven op den kop, de rechtervleugel schuin opgeheven en de linkervleugel schuin nederwaarts gericht; de kop gebogen over een rechtop geplaatsten blauwen kruisboog met blauwe pees, aan eene roode schaft, de arend den opgeheven rechterpoot zettende op de roode draaikruk van den boog; boog en arend ondersteund door een dwars gelegden groenachtigen boomstam, aan beide einden afgehouwen. 
Gekroonde helm; aan den hals, in plaats van een medaillon, een ruitvormig gouden sieraad met knopjes aan de hoeken. Dek-kleeden: goud en zwart. 
Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar met roode tong en grijzen kop op welken eene roode bloedvlek, en vóór de borst van dien adelaar, en uit de kroon opkomende, zes bruine schaften met blauwe pijlpunten, naast elkander geplaatst, de drie eerste schuinrechts en de drie andere schuinlinks. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
Godin de Beaufort, zie de Beaufort. Godin de Pesters, zie de Pesters. von Goedecke. 
Friedrich Wilhelm Goedecke, generaal-majoor, werd 13 September 1817 in den adel ingelijfd, op grond dat hij 20 October 1807 door den Hertog van Nassau tot den adelstand verheven was. 
In zilver eene vijfpuntige gouden ster, boven een laag in het schild geplaatsten golvenden rooden dwarsbalk. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: twee zilveren faizantenveeren. 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wildemannen in natuurlijke kleur, half van het schild afgewend, met een der elbogen er op leunende en de beenen over elkander 
gekruist; die ter rechterzijde met de rechterhand eene knods houdende die op zijn schouder rust, en die ter linkerzijde met de linkerhand eene knods omklemmende die op den grond steunt. 
van der Goes. 
Hendrik Maurits van der Goes werd in de Ridderschap van Holland geadmitteerd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814. Bij organiek besluit van 9 December 1814 werd daarin ook geadmitteerd Maarten van der Goes van Dirxland, die 23 Maart 1821 den titel ontving van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, welke titel bij besluit van 12 Mei 1874, ten gunste van zijn zoon, Mr. Louis Napoleon Baron van der Goes van Dirxland, oud-minister van buitenlandsche zaken, werd uitgestrekt tot al diens afstammelingen. Vorder werden in den adelstand verheven: Cornelis van der Goes van Naters, 2 October 1825; Petrus Willem van der Goes te Tjiandjoer (Preanger Regentschappen), 9 Januari 1884, en Willem Jan Haack van der Goes, mede 9 Januari 1884, welke laatste bij besluit van 13 Januari 1885 vergunning ontving om den naam Haack weg te laten. 
In zwart drie goud-gehoornde zilveren bokkenkoppen, 2 en 1. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Aan den hals van den helm hangt, in plaats van het gewone medaillon, een ruitvormige robijn, gevat in goud en met gouden knoppen aan de vier hoeken. 
Helmteeken: een goud-gehoornde zilveren bokkenkop en hals, tusschen twee zilveren faizantenveeren. 
Schildhouders: twee omziende goud-gehoornde zilveren bokken. 
Aart Adriaan Meerman van der Goes werd 16 October 1825 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart drie goud-gehoornde zilveren bokkenkoppen, 2 en 1 (van der Goes); 2. en 3. in zwart een zilveren meerman, gedekt met een zilveren stormhoed versierd met goud, in de opgeheven rechterhand een zilveren kromzwaard met gouden gevest boven zijn hoofd houdende en in de linkerhand een met goud omboord ovaal zilveren schild, beladen met een gouden kruis (Meerman). 
Helm, helmteeken en schildhouders als van der Goes. 
RIETSTAP , Wapenbeschrijvingen. 6 
Goldberg. 
Johannes Goldberg, minister van koophandel en koloniën, werd 19 Maart 1818 tot den adelstand verheven. 
In rood een gouden berg, los in het schild staande. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een omgewende, boven den helm vliegende bruine arend, gebekt en gepoot van goud, met aan weerszijden uitge-breide vleugels, kop en hals beneden naar den helm omgebogen. 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wilden in natuurlijke kleur, elk met de vrije hand eene knods schuin van zich af naar beneden gericht houdende. 
Goldman. 
Bij zijn eervol ontslag als vice-president van den Raad van Nederlandsch Indië werd Johan Goldman tot den adelstand verheven, 19 November 1838. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw vier schuinlinks geplaatste en schuinrechts gerangschikte korte gouden staven; 2. en 3. in goud een in profiel gesteld manshoofd en hals in natuurlijke kleur, met bruin haar. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Goll van Franckenstein. 
Johan Goll van Franckenstein, te Amsterdam, werd 13 December 1818 in den adel ingelijfd. — Rijksadel, 22 November 1766. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een rood-getongde zwarte adelaar, die van het 1ste kwartier met den kop omgewend; 2. gedeeld van goud en zwart, met twee rood-getongde ongevleugelde twee-pootige draken van 't eene in 't andere, naar elkander toegewend en de halzen om elkander gestrengeld, de koppen van elkander afgewend; 3. in zwart een omgewende vogel op een rondkoppig groen heuveltje, de vogel met gesloten blauwe vleugels en blauwen kop, de keel en 
de borst rozenrood, bek en pooten in natuurlijke kleur. Het geheele schild omboord met goud. 
Gekroonde helm met rechts rood-zwarte en links zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren schoen met rood gevoerd, rechtop geplaatst, de neus naar beneden, de opening aan de linkerzijde; tusschen eene beurtelings van zwart en goud gedeelde vlucht. 
van Goltstein. 
Voor al de leden van dit geslacht werd bij besluit van 1 April 1820 de titel van Baron of Barones erkend. — Adel uit de Rijngewesten. 
Gedwarsbalkt van goud en blauw, van acht stukken. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: twee olifantstrompen volgens het schild. Schildhouders: twee klimmende en aanziende rood-getongde gouden leeuwen. 
van der Goltz. 
Frederik Adriaan van der Goltz werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd, met den titel van Graaf of Gravin, voor hem en al zijne nakomelingen. — Pruisi-sche adel. 
Gedeeld: 1. in zilver een met drie tinnen gekanteelde zwart-gevoegde roode muur, die tot boven het midden van het veld opstijgt en met de twee eerste tinnen een omgewenden, klim men-den, rood-getongden gouden leeuw ondersteunt, die tusschen de voorpooten een gouden ring houdt; 2. in blauw een gouden keper, vergezeld van drie gouden leliën, 2 van boven en 1 van onderen. Het schild omboord met goud. In een door eene kroon van negen paarlen gedekt groen hartschild, met goud omboord en op de deelingslijn liggende, een schuinlinks geplaatste gouden sleutel met driehoekig oog en een schuinrechts geplaatste zilveren degen met gouden gevest, te zamen schuingekruist. 
Drie gekroonde helmen zonder dekkleeden. 
Helmteekens: 1° oen uitkomende, omgewende, rood-getongde gouden leeuw, met een gouden ring tusschen de voorpooten; 2° twee in natuurlijke kleur geharnaste en op de naden met goud versierde, uit de kroon opstijgende armen, de elbogen buitenwaarts, de handen in natuurlijke kleur en over elkander heen schuinge-kruist, die welke zich daardoor aan de rechterzijde bevindt een schuinlinks geplaatsten gouden sleutel als in het hartschild houdende, en die welke zich aan de linkerzijde bevindt een zilveren degen met gouden gevest schuinrechts houdende, sleutel en degen schuin-gekruist; 3° eene uitkomende vrouw met geknotte armen, gezicht en hals in natuurlijke kleur en loshangend bruin haar, gekleed in rood, de geknotte stompen der armen van zilver; de vrouw draagt op het hoofd drie gouden ruiten naast elkander, in waaiervorm geplaatst. 
Schildhouders: twee ridders in volledige wapenrusting van natuurlijke kleur, versierd met goud op de naden, elk een helbaard houdende met de bijl buitenwaarts, het vizier opgeslagen, elke helm getopt met drie struisveeren, die aan de rechterzijde rood, wit en blauw, en die aan de linkerzijde blauw, wit en rood. 
De toppen der helmen vereenigd door een mantel onder welken de schildhouders staan en boven welken de helmteekens uitsteken; de mantel rood, met hermelijn gevoerd, en met gouden franjes, koorden en kwasten. 
Graafland. 
Mr. Gillis Graafland, raadsheer in den Hoogen Raad van Holland, Zeeland en Westfriesland, werd 13 November 1835 tot den adelstand verheven. 
In goud drie zwarte molshoopen als spitse bergjes, 2 en 1; uit den ondersten komt aan de rechterzijde een zwarte mol te voorschijn. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. In plaats van het gewone medaillon hangt aan den hals van den helm een ruitvormige robijn, gevat in goud. 
Helmteeken: een uitkomende zwarte mol. 
Mr. Joan Graafland, schepen en raad van Amsterdam, jongere broeder van den voorgaande, werd tot den adelstand verheven 16 September 1815. 
In goud drie lage en breede zwarte molshoopen, 2 en 1. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. Een robijn aan den hals van den helm, gelijk bij den vorige. Helmteeken: een liggende zwarte mol. 
de Graeff van Polsbroek. 
Dirk de Graeff van Polsbroek, gewezen minister-resident in Japan, werd 10 Maart 1885 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood eene rechtop geplaatste zilveren spade, de steel omlaag; 2. en 3. in blauw een rood gebekte en gepoote zilveren zwaan. 
Blauw-gevoerde gekroonde helm, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de zilveren spade uit de kroon oprijzende, het ijzer getopt met drie natuurlijke pauwenveeren. 
Schildhouders: twee rood gebekte en gepoote zilveren zwanen met geopende en nederwaartsche vlucht, de bek geopend. 
Wapenspreuk: Mors sceptra ligonibus aequat. 
de Grancy, zie de Senarclens de Grancy. 
de Grez. 
Mr. Hendrik Ferdinand de Grez, districtscommissaris in het 4de district van Noordbrabant, werd 11 September 1841 tot den adelstand verheven. Zijn eenige zoon, Mr. Jan Marie Hendrik Joseph de Grez, werd, met uitbreiding van dat besluit van 1841, den 27 November 1881 in den adel ingelijfd. — Brabantsche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. gedwarsbalkt van rood en zilver, van zes stukken (de Grez); 2. en 3. in blauw eene zilveren lelie (Ingenhousz). 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: kop en hals van een bruinen hazewindhond, met goud-omboorden rooden halsband, tusschen eene van zilver op rood doorsneden banier vlucht. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde bruine leeuw; links een met groen loof omkranste en omgorde wildeman in natuurlijke kleur, met de linkerhand leunende op eene knods die op den grond rust. 
Wapenspreuk: Utinam citius. 
Mr. Joseph Louis de Grez, broeder van Mr. Hendrik Ferdinand, hier-boven genoemd, werd 2 Deo. 1880 in den adel ingelijfd. 
Gedwarsbalkt van rood en zilver, van zes stukken. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: kop en hals van een zilveren hazewindhond, met goud-omboorden gouden halsband; tusschen eene antieke roode vlucht. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde bruine leeuw; links eene jonkvrouw in middeneeuwsche dracht, gekleed in nauw-sluitend groen gewaad met neerhangende mouwen, aan den hals en aan de polsen omboord met goud, met een smallen gouden gordel waarvan in 't midden een gouden riem afhangt die in klaverbladvorm uitloopt; gelaat, borst en handen in natuurlijke kleur, het haar loshangende; gedekt met 'eene lage spitse groene muts, opgeslagen met hermelijn; de rechterhand gelegd op het schild, de linker in de zijde steunende. 
Wapenspreuk: Je fay mon fyt. 
Groenincx van Zoelen. 
Mr. Otto Paulus Groenincx van Zoelen, heer van Ridderkerk, Oud- en Nieuw-Herkingen en Roxenisse, werd 16 September 1815 tot den adelstand en 29 Mei 1832 tot Baron, met overgang bij recht van eerst-geboorte, verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie olijven, elk met twee bladeren, de stelen omlaag, alles groen (Groenincx); 2. en 3. in rood een zilveren kruis (Zoelen). 
Twee helmen, de 1ste met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden, de 2de met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene gebladerde olijf uit het schild, de steel 
omlaag, tusschen eene omgewende zilveren vlucht; 2° een uitko-mende, rood-getongde groene griffioen. 
Schildhouders: rechts een zilveren paard, links een rood-getongde groene griffioen. 
Wapenspreuk: Patriae haud segnis. 
van Gronsfeld van Diepenbroick-Impel. 
Willem Anne Lodewijk van Gronsfeld van Diepenbroick-Impel, lid der Provinciale Staten van Noordbrabant en kommandeur der Duitsche Orde, Balye van Utrecht, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Noordbrabant, met den titel van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen. — De stamnaam is Diepenbroick. Westphaalsche adel. 
Gevierendeeld: 1, en 4. in goud drie roode bollen (Gronsfeld); 2. en 3. in zwart een zilveren schildhoek. Over alles heen een gevierendeeld hartschild: a. en d. in rood. twee schuingekruiste zilveren degens met de punten omlaag, de handgreep zwart, de stootplaat en de knop van goud (Diepenbroick); b. en c. in blauw een zilveren dwarsbalk, een gouden vogel ondersteunende (Impel), de vogel in c. omgewend. 
Drie helmen, de 1ste met rood-gouden wrong en goud-roode dek-kleeden, de 2de met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden, en de 3de met blauw-gouden wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Aan den hals van eiken helm hangt, in plaats van het gewone medaillon, een ovale robijn, gevat in goud. 
Helmteekens: 1° een roode bol, tusschen twee gouden beeren-pooten die elk met de klauw een rooden bol omklemmen; alles opkomende uit eene omgekeerde roode muts met gouden opslag; 2° de twee gekruiste degens uit de kwartieren a. en d. Van het hartschild; 3° een ossenkop en hals, doorsneden van goud op blauw. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde met de vier kwar-tieren van het hoofdschild en die ter linkerzijde met de vier kwartieren van het hartschild, elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene zwarte piek met zilveren spits. 
van Grotenhuis. 
Ernestus Judocus Rudolphus van Grotenhuig tot Onstein werd bij organiek besluit van 28 Maart 1815 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. — Rijksadel, 7 April 1653. 
In goud een breed rood huis, dat met, een trapgevel van drie trappen piramidaal oploopt, en op de uiteinden van elk dier trappen en op den top een spits torentje heeft, de voorzijde met een aantal vensters die echter ook alle rood zijn, en aan het grond-vlak van het huis, voor de deur, een rond vooruitstekend rood bordes. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee zilver-geharnaste voorarmen, in den vorm van een omgekeerden keper geplaatst, de handen bekleed met zilveren strijdhandschoenen. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Grovestins, zie Sirtema van Grovestins. Gruys (Polman Gruys). 
Mr. Jan Ernst Polman Gruys van Garreueer, inspecteur der belas-tingen, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Groningen. 
Gedeeld: 1. in zwart een halve gouden adelaar (zonder tong), uitgaande van de deelingslijn; 2. in blauw een ongekanteelde zilveren toren van twee verdiepingen, de bovenste smaller dan de onderste, de bovenste verdieping met twee zwarte ronde vensters, de onderste met aan elke zijde van de poort een vierkant venster waarboven twee kleinere naast elkander; de poort bruin met eene gouden valdeur; de toren, geplaatst op een bruinen grond, draagt drie hooge en slanke zilveren torentjes met spitse daken naast elkander, elk getopt met eene gouden windvaan die naar links waait. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. Aan den hals van den helm is het gewone medaillon vervangen door een ruitvormige robijn, gevat in goud, met gouden knoppen aan de vier hoeken. 
Helmteeken: drie kleine gouden banieren aan lange gouden schachten, een naar rechts en twee naar links waaiende; tusschen twee beurtelings van zilver en blauw doorsneden olifantstrompen (wezenlijke olifantstrompen, met het haakje aan de neusgaten). 
Achter den helm en de dekkleeden zes nederhangende roode balderen omzoomd met gouden franje en gehecht aan schuinge-plaatste bruine schachten met. zilveren spitsen, en twee wapperende kleine roode lintjes bij elke spits; drie banieren schuinrechts en drie schuinlinks geplaatst. 
Schildhouders: twee grijze, van achter het schild te voorschijn tredende olifanten met roode tong en zilveren slagtanden op een grasgrond, de tromp opgeheven en de bovenhelft daarvan blauw. 
Gulcher. 
Johan Wilhelm Gulcher, te Amsterdam, werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven, doch verplaatste zich naar de Rijnprovincie en werd 22 November 1835 Pruisisch Baron. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie smalle zilveren dwarsbalken, vergezeld van drie zilveren sterren, 2 boven en 1 onder den bovensten dwarsbalk; 2. en 3. in zilver, beneden in het kwartier twee smalle bruine golvende dwarsbalkjes, een galoppeerend bruin paard onder-steunende; en een golvende roode schildvoet. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Aan den hals van den helm hangt, in plaats van het gewone medaillon, een in goud gevatte ovale robijn. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw, tusschen eene antieke zilveren vlucht. 
Schildhouders: rechts een klimmende en aanziende rood-getongde gouden leeuw; links een gouden arend met opgeheven vlucht. 
de Gijselaar. 
Hendrik de Gijselaar werd 29 Augustus 1822 tot den adelstand verheven en ontving 6 December 1842 den titel van Baron overgaande bij eerstgeboorte. Zijn oom Engelbert de Gijselaar werd 9 Maart 1835 geadeld. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een roode met vijf tinnen 
gekanteelde toren, met twee zwarte vensters en eene goud-omlijste zwarte poort met gouden valdeur; 2. en 3. in rood een zilveren linker-schuinbalk, aan elke zijde begeleid door drie gouden leliën schuinlinks gerangschikt en elk rechtop geplaatst. Het schild omboord met goud. 
Goud-gevoerde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de toren. 
Schildhouders: twee Romeinsche krijgslieden met gepluimden helm, elk in de vrije hand eene piek houdende, alles van goud. 
Hacfort. 
Bij het organiek besluit van 28 Augustus 1814 werd Olivier Gerard Willem Joseph Hacfort tot ter Horst in de Ridderschap van Gelderland en Frederik Olivier Joseph Hacfort tot den Ham in die van Utrecht geadmitteerd. Bij koninklijk besluit van 26 April 1822 is voor al de afstam-melingen van den eerstgenoemde de titel van Baron of Barones erkend. 
In goud een roode dwarsbalk, vergezeld van drie zilveren leliën, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende zilveren hazewindhond met rood omboorden en geringden gouden halsband. 
Schildhouders: twee zilveren hazewindhonden met rood omboorde en geringde gouden halsbanden. 
van Haeften. 
Beinier van Haeften, achtereenvolgens Nederlandsen gezant bij ver-schillende hoven, overleed 1 Maart 1801 en liet slechts vier dochters na, aan welke 17 October 1822 de titel van Barones werd toegekend. 
Het wapen is het zelfde als van de vroeger vermelde de Cocq van Haeften. 
van Haeften. 
Mr. Adriaan van Haeften, te Utrecht, werd 6 September 1844 tot den adelstand verheven. 
In rood drie palen van vair; en- een gouden schildhoofd beladen 
met een zwarten barensteel van drie hangers, waarboven een tweede gouden schildhoofd beladen met een zwarten kraanvogel, die een steen van 't zelfde in den opgeheven rechterpoot houdt. 
Gekroonde helm met goud-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: twee uit de kroon oprijzende zwarte paardenpooten met zilveren hoefijzers. 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte leeuwen. 
van Haersolte. 
Bij besluit van 26 November 1819 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal gegeven worden. 
In goud drie zwarte kepers. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. Helmteeken: drie gouden rietstengels met zwarte koppen. Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. Wapenspreuk: Omnia tempus habet. 
van Half-Wassenaer. 
Mr. Jacob Willem van Half-Wassenaer, heer van Onsenoort en Nieuwkuik, districts-commissaris, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Noordbrabant. 
Gedeeld: 1. effen zilver; 2. doorsneden: a. in rood een gouden dwarsbalk; b. in blauw drie zilveren wassenaars, 2 en 1. 
van Hall. 
Mr. Floris Adriaan van Hall, minister van staat en van buitenlandsche zaken, werd 1 April 1856 tot den adelstand verheven, met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In goud drie roode kepers, elk op den top beladen met eene gouden ster, en vergezeld van drie hertenkoppen in natuurlijke kleur, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster. 
Schildhouders: twee herten in natuurlijke kleur, elk een groenen olijftak in den bek houdende. Wapenspreuk: Fide et labora. 
van Hambroick. 
Willem Hendrik van Hambroick tot Weleveld, gewezen burgemeester van Leeuwarden enz., werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd. 
Doorsneden van goud op blauw; met een blauw-gekroonden rooden leeuw over alles been. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
van Hangest Baron d'Yvoy. 
Bij besluit van 8 Juli 1816 is de titel van Baron of Barones tot al de leden van dit geslacht uitgebreid. — Adel uit Picardie. 
Doorsneden: 1. in goud drie rechtop geplaatste roode pijlen naast elkander; 2. in rood een antiek zilveren molenijzer. Over alles heen het wapen van Hangest, te weten in zilver een rood kruis, beladen met vijf gouden schelpen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een vrouwenborstbeeld in natuurlijke kleur met loshangend blond haar. 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wildemannen in natuurlijke kleur, elk met de vrije hand op eene knods leunende die op den grond rust. 
Wapenspreuk: Ex cinere revivo. 
Hannes (van Thye Hannes). 
Willem Hendrik van Thye Hannes, lid der vergadering van notabelen in 1814, burgemeester van 's Hertogenbosch, werd 3 Maart 1830 tot den adelstand verbeven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie gouden sterren, 2 en 1 (Hannes); 2. en 3. in goud een klimmende roode vos (van Thye). 
Gekroonde helm met rechts góud-blauwe en links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene doorsneden vlucht, rechts van goud op blauw en links van rood op goud. 
Schildhouders: twee griffioenen, de kop en de vleugels zwart, de bek en de voorpooten goud, het overige van het lichaam bruin, de tong rood. 
van Hardenbroek. 
Bij besluit van 26 April 1822 is bepaald, dat al de leden van dit geslacht don titel van Baron of Barones zullen voeren. 
Golvend-gedwarsbalkt van goud en rood, van acht stukken. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee rechtopstaande gouden koorden, elk van boven met een kwast van 't zelfde er aan, geplaatst in. den vorm van een omgekeerden keper; tusschen eene vlucht volgens het schild. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Semper idem. 
Gijsbert Carel Duco Baron van Hardenbroek, heer van Hardenbroek, ontving 28 Mei 1837 vergunning om den naam d' Aumale vóór den zijnen te voegen en zich te noemen d' Aumale Baron van Hardenbroek. 
Gevierendeeld: 1. en 4. golvend-gedwarsbalkt van goud en rood, van acht stukken (Hardenbroek); 2. en 3. in zilver een roode schuinbalk, beladen met drie gouden penningen (Aumale). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-roode en de 2de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° dat van van Hardenbroek; 2° een uitkomende, rood-getongde zilveren adelaar, gedekt met eene rood-gevoerde gouden koningskroon (Aumale). 
Schildhouders en wapenspreuk als van Hardenbroek. 
van Haren. 
Bij besluit van 7 Mei 1822 is aan de leden van dit geslacht de titel van Baron toegekend. 
In zilver vier roode dwarsbalken (Haren); en een gouden vrij-kwartier, beladen met drie roode schuinbalken (Cortenbach). 
Blauw-gevoerde helm zonder wrong, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode hoed met zilveren opslag, waaruit twee ezelsooren oprijzen, rechts rood en links zilver. 
van Harencarspel Eckhardt, zie Eckhardt. van Harinxma thoe Slooten. 
Albertus van Harinxma thoe Slooten werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. Een besluit van 23 September 1822 kende aan al zijne afstammelingen den titel van Baron of Barones toe. 
Gevierendeeld: 1. in zilver een roode leeuw; 2. en 3. in goud drie groene bladerlooze eikels, de steel omlaag, 2 en 1; 4. in zilver een zwarte leeuw. Over alles heen een gedeeld hartschild: a. in goud een rood-getongde halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; b. elfen zilver. 
Helm met rood-zilveren wrong, en rechts zilver-roode-zwarte, en links goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een rood-getongde zwarte adelaarskop en hals, tusschen twee bladerlooze groene takken, elk bezet met drie bladerlooze gouden eikels in groene doppen, aan eiken tak één eikel aan de rechterzijde en twee aan de linkerzijde. 
Hartsen. 
De broeders Pieter en Jacob Hartsen, te Amsterdam, ontvingen 14 Augustus 1841 eene verheffing tot den adelstand, die 3 Juli 1844 tegen eene inlijving in den adel verwisseld werd. — Oorspronkelijke naam de Hersent. Adel uit Fransch-Vlaanderen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een rood hart; en een blauw schildhoofd, beladen met eene rood-gevoerde vijfbladerige gouden kroon (voor Douglas); 2. en 3. in goud drie zwarte wildezwijns-koppen met roode tong en zilveren slagtanden, 2 en 1 (Hartsen of Hersent). 
Twee helmen, de 1ste met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden en de 2de met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewend en uitkomend springend hert in natuurlijke kleur; 2° een wildezwijnskop gelijk in het schild. 
de Haze Bomme, zie Bomme. 
van Heeckeren. 
Aan al de leden van dit geslacht is bij besluit van 26 Februari 1819 de titel van Baron of Barones toegekend. 
In goud een rood kruis. 
Gouden helm met rood-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een gouden hoed met rooden opslag, waaruit twee struisveeren oprijzen, rechts rood en links goud. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen met roode pijl-longen en met den in eene pijlpunt uitloopenden staart tusschen de achterpooten. 
Zie ook het artikel d'Anthès hiervoren. 
van Heemskerck van Beest. 
Dirk van Heemskerck, kapitein ter zee, werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven, en ontving 13 October 1821 vergunning om er den vroeger in zijn geslacht gevoerden naam van Beest weder bij te mogen voegen. 
In blauw een rood getongde en genagelde zilveren leeuw. 
Twee gekroonde helmen, met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een bos van vijf blauwe struisveeren (geplaatst eerst 3 en daarboven 2), oprijzende uit eene roode kuip met gouden bovenrand en omgeven door een gouden hoepel; 2° de leeuw, uitkomende. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
van Heemstra. 
Bij besluiten van 13 Maart en 2 April 1826 is bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones zullen voeren. 
In blauw een gouden adelaar. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Aan den hals van den helm een in goud gevatte ovale robijn, in plaats van het gewone medaillon. 
Helmteeken: een dubbele gouden adelaar. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden arenden, met geopende en nederwaartsche vlucht. 
van Heerdt. 
Timon Cornelis van Heerdt tot den Eversberg werd 16 September 1815 verheven tot Graaf met overgang op zijn oudsten zoon, terwijl een besluit van 3 Mei 1821 aan de overigen den titel van Baron toekende. Aan alle afstammelingen van Jacob Carel Frederik van Heerdt tot Benthuis (broeder van Timon Cornelis) werd bij besluit van 7 April 1822 de titel van Baron of Barones verleend. 
In zilver een zwarte schuinbalk. 
Helm met zilver-zwarte wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Het 
gewone medaillon aan den hals van den helm is vervangen door een ovale robijn, in goud gevat. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts zilver beladen met een zwarten rechterschuinbalk, en links zwart beladen met een zilveren linker-schuinbalk. 
van Hees 
Johan van Hees van Berkel en Rodenrijs en zijn broeder François van Hees werden 1 Januari 1824 tot den adelstand verheven. 
Doorsneden: 1. in goud een heester, het stammetje bruin met aan elke zijde vier uitgespreide groen gebladerde takken; 2. in zilver een golvend blauw St. Andrieskruis. 
Helm met goud-groene wrong en goud-groene dekkleeden. Aan den hals van den helm hangt in plaats van het gewone medaillon een in goud gevatte ovale robijn. 
Helmteeken: een groene boom, tusschen eene vlucht, de rechter-vleugel blauw en de linkervleugel goud. 
van Heiden. 
Sigismund Jacques van Heiden Beinestein en Laarwoud en zijn jongste broeder Willem Jacques van Heiden tot Entingen werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Drenthe geadmitteerd. Een andere broeder, Frederik Maurits van Heiden, werd bij organiek besluit van 25 Maart 1815 in diezelfde Ridderschap benoemd. — De door Keizer Jozef II verleende titel van Rijksgraaf werd bij besluit van 5 Februari 1816 voor alle leden van dit geslacht erkend. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie zilveren dwarsbalken (van Heiden); 2. en 3. in goud een roode schoorsteenhaal in den driehoekigen vorm, bestaande uit eene dwarsgelegde stang van boven, met een naar boven omgekromden haak aan het rechtereinde ; en van het linkereinde naar beneden afdalende een uitgetand half-rond, het benedeneinde van dit halfrond en het rechtereinde der stang met elkander vereenigd door middel van een daar omheen 
RIETSTAP , Wapenbeschrijvingen. 7 
gaanden langwerpigen ring (von Kettler). In een gouden hartschild, over alles heen, een dubbele zwarte adelaar, elke kop gedekt met eene rood-gevoerde koningskroon. 
Drie gekroonde helmen, de 1ste met zilver-blauwe, de 2de met goud-zwarte en de 3de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° en 3° eene blauwe vlucht, elke vleugel beladen met drie zilveren dwarsbalken; 2° een gouden schildje beladen met den rooden schoorsteenhaal; het schildje geplaatst tusschen twee faizantenveeren, rechts goud en links rood. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende gouden leeuwen. 
van Heilmann. 
Louis Joseph van Heilmann, heer van Stoutenburg, werd 9 Januari 1820 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerst-geboorte. — Adel uit Hessen-Cassel. 
In goud een Indiaan in natuurlijke kleur, omgord met een schort van beurtelings roode, zilveren en blauwe veeren, het hoofd omkranst met kleine veeren van dezelfde kleuren, de linker-hand op de heup steunende en in de rechterhand een schuin-linkschen zilveren pijl, de punt omhoog, houdende, gevederd van rood aan de rechterzijde en van blauw aan de linkerzijde; de Indiaan staande op een grasgrond. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
van der Heim. 
Uit dit geslacht werden tot den adelstand verheven de broeders: Mr. Paulus (minister van marine en koloniën in 1806), 16 September 1815; Mr. Anthony (burgemeester van Rotterdam), 24 November 1816; en Mr. Gerlach Johan Herbert (eerst in de regeering van Delft en later raadsheer in het Hof van Holland, Zeeland en Westfriesland), 24 November 1816.— Anthony's zoon, Jhr. Mr. Johan Adriaan van der Heim, toenmaals griffier der Staten van Zeeland, later gouverneur van Zuidholland, minister, enz., werd 16 Maart 1841 bevestigd in den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte, die aan zijn vader door Napoleon I verleend was, en 
ontving 25 Februari 1862 den titel van Baron, mede bij recht van eerst geboorte overgaande. 
In goud drie opspringende roode vossen, 2 en 1. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode vos (de staart zichtbaar). 
von Helbig. 
Den 24 November 1842 werd Georg August Ludwig von Helbig, gewezen luitenant-kolonel der Mobiele Zeeuwsche Schutterij, te Middelburg, in den adel ingelijfd. — Uit de Neder-Lausitz; rijksadel, 11 November 1779. 
Doorsneden: 1. in goud een roode leeuw, met de voorpooten een rechtop geplaatst blauw zwaard bij het lemmer houdende; 2. in blauw eene gouden bloem in roosvorm, van acht bla-deren, die uitgetand zijn als eiken- of rozenbladeren, en met een gouden hart, waarop zeven kleine zwarte kringetjes staan, één in 't midden en de zes andere in 't rond daar omheen. Het schild omboord met goud. 
Gekroonde helm, met rechts goud-roode en links goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende ridder in zilveren wapenrusting, de traliën van den helm voor het gelaat, de helm getopt met twee roode naar links afhangende struisveeren, met de linkerhand steunende op de heup en met de rechterhand een zilveren degen met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Heldewier. 
Mr. Albert Willem Laurens Martinus Heldewier, Nederlandsch gezant te Turin, werd 3 Augustus 1835 tot den adelstand verheven. 
Doorsneden: 1. in rood een gouden leeuw; 2. in groen eene gouden fontein met zeshoekig bekken, uit den top springen twee zilveren stralen die rechts en links in het bekken vallen. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen. Wapenspreuk: Pietas ante omnia. 
van Hemert. 
Bij besluit van 18 Juli 1819 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal worden gegeven. 
In goud drie blauw-getongde zwarte leeuwenkoppen, 2 en 1. Gekroonde helm met goud-zwarte wrong. 
Helmteeken: twee van elkander afgewende en van zwart en goud gedraaide steenbokshoorns. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, bruine griffioenen, met geopende en nederwaartsche zwarte vlucht. 
van Hemert (Junius van Hemert). 
Mr. Willem Joannes Junius van Hemert, procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof van Zuidholland, werd verheven tot den adelstand 1 Januari 1843. 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van van Hemert, te weten: in rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd, beladen met een rood getongden en genagelden opkomenden zwarten leeuw; II. en III. het wapen van Junius, zijnde gedeeld: 1. in zilver zes blauwe, dwarsbalken, en een roode schildzoom; 2. in blauw een zilveren vijfblad, gepunt en geknopt van goud, en een gouden schildhoofd beladen met drie roode meerltjes. 
Twee helmen, de 1ste met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden, de 2de gekroond en met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende, omgewende, rood getongde en genagelde zwarte leeuw; 2° een uitkomende, goud-gebekte en rood-getongde zwarte adelaar. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Herzeele. 
Mr. Theodorus van Herzeele, raadsheer in het Hoog Gerechtshof te 's Gravenhage, werd 16 December 1818 tot den adelstand verheven, en 30 Maart 1829 bevorderd tot Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gedeeld: I. in rood een gouden keper, en een uitgeschulpte zilveren schildrand, die slechts langs de boven-, de onder- en de rechterzijde gaat; II. gedeeld in drieën: 1. in zilver een roode ring, vergezeld van vier harten van 't zelfde, 2 van boven en 2 van onderen, deze laatste omgekeerd; 2. in rood twee schuinge-kruiste knoestige gouden stokken; 3. in zilver drie zwarte eendjes zonder pooten, paalswijze boven elkander gerangschikt. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene baniervlucht, de rechtervleugel van tegen-hermelijn en de linkervleugel van hermelijn. 
Schildhouders: rechts een groene griffioen met roode tong, de bek, de voorste helft der voor- en der achterpooten en de pluim van den staart bruin; links een rood-getongde bruine leeuw. 
Hesselt van Dinter, zie van Dinter. Hettema. 
Mr. Montanus Hettema, te Leeuwarden, werd bij organiek besluit van 28 Maart 1815 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd, in October 1816 erkend tot den adel te behooren, en nam in 1836 den naam de Haan vóór den zijnen. 
Gedeeld: 1. in goud een rood-getongde halve zwarte, adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. in goud drie roode huisgevels (trapgevels), geopend van 't veld, paalswijze boven elkander ge-rangschikt. 
Helm met goud-roode wrong en goud-roode dekkleeden. Helmteeken: drie gouden struisveeren, elk beladen met een rooden trapgevel als die van het schild. 
de Hochepied. 
Hugo Balthazar Samuel George de Hochepied, te 's Gravenhage, werd 12 Februari 1818 in den adel ingelijfd. — Rijksbaron, 8 April 1704. 
Gedeeld: 1. in zilver een roode keper, vergezeld van drie zwarte wassenaars, 2 van boven en 4 van onderen (Hochepied); 2. in blauw een voorarm en rechterhand in natuurlijke kleur, de binnenzijde vertoonende, van den linkerschildrand uitgaande en schuinrechts geplaatst, en daaronder twee verbrokene zilveren handboeien boven elkander; van de bovenste is de voorzijde en van de onderste de achterzijde weggenomen, de rechter bovenhoek van elke boei bevestigd aan een zilveren ketting die naar rechts ligt; de eerste ketting van drie schalmen, van welke twee andere schalmen nederhangen; de tweede ketting van twee schalmen, van welke twee andere schalmen nederhangen (wapenvermeerdering van 1704). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-roode en de 2de met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een zwarte wassenaar; 2° de hand uit 2., recht-op geplaatst. 
Schildhouders: twee herauten in blauwe tunicas, waarover een bruine bovenrok die slechts tot aan den middel reikt en van de elbogen af het blauwe onderkleed, dat bij de polsen zilveren opslagen heeft, zichtbaar laat; ook de beenen bekleed met bruin, met purperen strikken onder de knieën; zwarte schoenen met eene goud-geknopte purperen roos beven op; gedekt met eene hooge vierkante purperen muts; het donkerbruin haar over den schouder golvende; aan den hals een purperen strikdas met zilveren versie-ring; elk in de vrije hand een gouden scepter houdende, waarmede hij naar het benedengedeelte van het schild wijst; de borst van den heraut ter rechterzijde beladen met een dubbelen zwarten adelaar, elke kop omgeven door eene gouden aureool en de borst beladen met een gouden 1; de heraut ter linkerzijde op de borst beladen met een gekroond ovaal schild, bevattende het wapen van Hongarije (gedeeld: a. in rood vier zilveren dwarsbalken; b. in rood een zilveren patriarchaal kruis, oprijzende uit eene gouden kroon die op een groen bergje rust). 
Jan Edmond en Frederik Pieter de Hochepied, te Smirna, zonen van Jacobus Graaf de Hochepied, in leven Nederlandsen consul aldaar, werden 3 December 1829 ingelijfd in den adel met den titel van Graaf of Gravin voor hen en al hunne afstammelingen. — Rijksgraaf, 1741. -
Gedeeld: 1. in zilver een roode keper, vergezeld van drie zwarte wassenaars, 2 van boven en 1 van onderen; 2. in blauw, van boven, eene rechterhand in natuurlijke kleur, de binnenzijde ver-toonende en in schuinrechtsche richting los in het schild geplaatst, en van onderen twee verbrokene zilveren handboeien naast elkander, ongeveer in den vorm van hoefijzers met de punten omlaag, met elkander verbonden door een halfcirkelvormigen zilveren ketting, die van boven aan de boeien verbonden is. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-roode en de 2de met zilver-blauwe dekkleeden. Aan den hals van eiken helm hangt, in plaats van het gewone medaillon, een ovale robijn, in goud gevat. 
Helmteekens: 1° een zwarte wassenaar, tusschen eene vlucht, rechts van zilver op zwart en links van rood op zilver doorsneden; 2° de hand uit 2., rechtop geplaatst, tusschen twee van zilver en blauw geschaakte olifantstrompen. 
van Hoensbroeck. 
Frans Egon van Hoensbroeck, heer van Hoensbroeck, Haag, Blyenbeek en Buschfeld, werd 8 Mei 1842 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. — Oorspronkelijke Limburgsche adel: Rijksbaron, 1635; Spaansche markies, 1675; rijksgraaf, 1678. 
In zilver vier roode dwarsbalken; en een goud gekroonde, ge-tongde en genagelde dubbelstaartige zwarte leeuw over alles heen. 
Drie gekroonde helmen, de 4ste met goud-zwart-roode, de 2de met rechts goud-roode en links zilver-roode, en de 3de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de leeuw van het schild, uitkomende en omge-wend; 2° een goud gebekte en gepoote dubbele zwarte adelaar, overtopt door eene met rood gevoerde gouden keizerskroon, waar-van de roode banden rechts en links afwapperen; 3° een uitkomende 
goud-gekroonde en rood-getongde dubbelstaartige gouden leeuw. 
Schildhouders: twee goud-gekroonde en rood-getongde dubbel-staartige gouden leeuwen. 
Hoeufft. 
Bij besluit van 15 April 1815 werd David Hoeufft tot den adelstand verheven. Mr. Henrik Hoeufft, heer van Velzen, werd geadeld 22 Augustus 1842. 
In zwart een zilveren St. Andrieskruis. Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een schildje met het wapen, tusschen eene beurte-lings van zilver en zwart doorsneden vlucht. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. Wapenspreuk: Optimus quisque nobilissimus. 
Mr. Leonard Pauw geboren Hoeufft, oudste broeder van David bovengenoemd, werd even als deze tot den adelstand verheven 15 April 1815. 
Gevierendeeld : 1. en 4. het wapen van Hoeufft, te weten in zwart een zilveren St. Andrieskruis; 2. en 3. het wapen van Pauw, te weten in blauw een halve paal, ondersteund door een dwarsbalk, vergezeld van drie sterren, alles van goud, 2 der sterren geplaatst aan weerszijden van den paal en de 3de onder den dwarsbalk; de paal verder beladen met eene roode roos, en op het vereenigings-punt van paal en dwarsbalk een blauw schildje beladen met eene gouden lelie. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een schildje met het wapen, tusschen eene beurte-lings van zilver en zwart doorsneden vlucht. 
van Hoëvell. 
Volgens besluit van 18 Juli 1819 voeren al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones. 
In goud drie rondkoppige zwarte heuvels, 2 en 1, gaffelswijze 
geplaatst met de toppen naar elkander toe, zoodat de beide bovenste die naar beneden richten. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
van der Hoeven. 
Elias van der Hoeven, te Rotterdam, werd 16 September 1815 verheven tot den adelstand. 
In zilver een springend rood hert vóór een rood hek van palen, verbonden door twee dwarslatten en de geheele breedte van het schild innemende, alles ondersteund door een grond in natuurlijke kleur. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Aan den hals van den helm hangt, in plaats van het gewone medaillon, een ruitvormig gouden sieraad, met knopjes aan de vier hoeken. 
Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Schildhouders: rechts een zilveren eenhoorn met gouden hoorn, baard, manen, hoeven en staart; links een rood hert. Wapenspreuk: Nil volentibus arduum. 
van Hogendorp. 
Dirk van Hogendorp, gezant in Nederlandsche en later generaal in Fransche dienst onder Napoleon I, werd in 1811 tot Graaf van het Fransche keizerrijk benoemd. Zijn zoon Carel Sirardus Willem van Hogendorp, eerst in militaire dienst, later in hooge burgerlijke betrekkingen in Neder-landsch-Indië, werd 6 Januari 1830 tot Nederlandsch Graaf, overgaande bij eerstgeboorte, verheven. Zijn wapen is: 
In zilver een zwart molenrad van vier spaken en 16 schepplankjes, die niet door de velgen heengaan, maar elk aan het boveneinde een dwarsplankje hebben. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
Gijsbert Karel van Hogendorp, de beroemde staatsman, Dirk's jongere 
broeder, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Holland en 16 September 1815 verheven tot Graaf, overgaande bij eerstgeboorte. Aan zijn kleinzoon Hendrik, op wien door afstamming die grafelijke titel was overgegaan, werd bij besluit van 25 October 1867 nogmaals de titel van Graaf bij eerstgeboorte verleend. Bij datzelfde besluit kreeg Jhr. Frederik van Hogendorp, eenig over-gebleven zoon van Gijsbert Karei, voor zich en al zijne afstammelingen den titel van Baron of Barones. 
In zilver een zwart molenrad van 12 schepplankjes, die met spitsen voet door de velgen heengaan; en een blauw vrijkwartier beladen met een samengesnoerden bundel van zeven pijlen, tusschen de cijfers 18 aan de rechterzijde en 13 aan de linkerzijde en boven den pijlenbundel eene koningskroon, alles van goud, de binnenrand der kroon met rood gevoerd. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: het zwarte molenrad, belegd met een blauw vrij-kwartier dat door den vorm van het rad afgerond is en waar buiten echter de zwarte schepplankjes van die zijde uitsteken; dat vrijkwartier beladen met de gouden figuren van het vrijkwartier in het schild; het rad geplaatst tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Mr. Willem van Hogendorp, directeur der registratie en domeinen in Noordholland en Utrecht, jongste broeder van Dirk bovengenoemd, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Het hier onder volgende wapen van van Hogendorp van Hofwegen, met de schildhouders en de wapenspreuk, doch met slechts één helmteeken. 
Gekroonde helm, met rechts goud-zwarte en links goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: het molenrad uit het hartschild, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver. 
De tak van Hogendorp van Hofwegen is 20 Mei 1822 in den adel erkend met den titel van Graaf of Gravin voor alle afstammelingen, op grond van een diploma van Graaf des H. R. Rijks, verleend door Keizer Karei VI en 14 Mei 1748 door Keizer Frans I bevestigd. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood-getongde halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. en 3. in blauw een goud-gekroonde en rood-getongde gouden leeuw. In een gekroond zilveren hartschild over alles heen een zwart molenrad van 16 schepplank-jes die met spitsen voet door de velgen heengaan. 
Drie gekroonde helmen, de 1ste en 3de met goud-blauwe en de 2de met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° en 3° twee banieren naast elkander, de banie-ren van het 1ste helmteeken naar rechts en de banieren van het 3de helmteeken naar links waaiende; de eerste van elk tweetal banieren blauw met eene gouden lelie vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen, en de tweede goud be-laden met een zwarten adelaar (die op het 1ste helmteeken omge-wend is); de vier banieren gehecht aan gouden schaften met zilveren spitsen; 2° het zwarte molenrad uit het hartschild. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Ne Jupiter quidem omnibus. 
Hogguer. 
Paul Iwan Hogguer, bankier, later burgemeester van Amsterdam, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. Paul Willem Hogguer werd 11 Maart 1847 in den adel ingelijfd met den titel van Baron. — Zweedsch baron, 9 December 1773. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een halve zwarte steenbok, die in den bek drie zwarte ringen houdt, welke schuinrechts tegen elkander gerangschikt zijn; 2. en 3. in blauw eene zilveren rots van drie toppen, los in het kwartier staande, en op den midde1sten top eene zilveren zeemeeuw. In een blauw hartschild, over alles heen, een gouden leeuw. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-zwart-blauwe en de 2de met zilver-blauw-gouden dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de halve steenbok uit het schild, omgewend; 2° een uitkomende gouden leeuw. 
Holmberg de Beckfelt 
Otto Carl Holmberg de Beckfelt werd 31 December 1838 in den adel ingelijfd. — Zweedsche adel, 2 Juni 1789. 
Geschuind van rood en blauw, met een golvenden zilveren schuinbalk over de scbuiningslijn heen; het rood beladen met drie zwarte kraaien, 2 en 1, en het blauw met twee spitse gouden bergen naast elkander, uit den schildvoet opstijgende, die ter rechterzijde half over dien ter linkerzijde heengaande. 
Helm met rood-zilver-blauw-zilveren wrong, en rechts goud-blauwe en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een groene oranjetak met roodachtige bloemen van boven en groene bladeren van onderen, op het midden bezet met drie gouden oranjeappelen, een rechts en twee links; alles tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde bruine leeuw; links een omziende zwarte gier met gouden bek, bruine pooten en gesloten vlucht. 
Wapenspreuk: Fidèle d mon devoir. 
van Holthe. 
Drie broeders uit dit geslacht werden geadmitteerd in de Ridderschap van Drenthe: Rudolph Otto van Holthe, heer van Echten en Echten Hoogeveen, en Anne Willem van Holthe van Oldengaerde, beide bij organiek besluit van 28 Augustus 1814; alsmede Peter Adam van Holthe bij organiek besluit van 20 Februari 1816. 
In zwart een goud getongde en genagelde zilveren leeuw, gedekt met eene vijfbladerige gouden kroon, tusschen twee bruine doorntakken, geplaatst in den vorm van een omgekeerden keper en opkomende uit den voet van het schild; van den leeuw gaat de linker voorpoot over en de rechter achterpoot onder den rechter-tak heen; de staart onder en de linker achterpoot over den linker-tak heen. 
Zwart-gevoerde, gekroonde gouden helm, met zwart-zilveren dekkleeden met gouden uiteinden. 
Helmteeken: de leeuw tusschen de takken, uit de kroon opkomende. 
Schildhouders: twee omziende goud getongde en genagelde zilveren leeuwen. 
Wapenspreuk: Deus vincenti dat coronam. 
von Hompesch-Rürich. 
Adolph Maria Carl Franz von Hompesch-Rürich, in Limburg, werd 15 Juli 1868 in den adel ingelijfd, met den titel van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen. — Rijksgraaf, 6 November 1745. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart de Duitsche keizerskroon (van twee gouden beugels, tot aan den top met rood gevoerd, en daarop een gouden rijksappel), de twee gouden banden rechts en links afwapperende; 2. en 3. het wapen van Hompesch, te weten in rood een uitgetand zilveren St. Andrieskruis. 
Helm zonder wrong, met rechts goud-zwarte en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode vorstenhoed met zilveren opslag, waar boven twee van zilver-geharnaste en met gouden lijsten versierde beenen uitsteken, de voeten omlaag en achter den vorstenhoed verborgen, de knieën naar elkander toegewend, de dijen naar rechts en links omgebogen. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens het 1ste en die ter linkerzijde volgens het 2de kwartier; de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan bruine tournooilansen met zilveren spits en gouden koorden en kwasten. 
Hooft. 
Mr. Daniel Hooft Jacobszoon, lid van den raad van Amsterdam en van de Tweede Kamer, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven, en Hendrik Daniel Hooft, heer van Woudenberg, Geerestein en Groene-woude, 29 November 1843. 
In rood een in profil gesteld zilveren manshoofd, gekroond met 
een groenen lauwerkrans, het achterhoofd van goud, en van den krans afdalende een blauwe gestrikte sluier met twee afhangende slippen, die sluier en de slippen bezaaid met zilveren leliën. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: het hoofd, tusschen eene antieke zilveren vlucht (waarvan de linkervleugel zoodanig over het hoofd heengaat, dat wel de krans, maar niet de sluier zichtbaar is). 
Mr. Gerard Lodewijk Henrik Hooft, later burgemeester van 's Graven-hage, werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verbeven. 
Het wapen als de voorgaanden, doch de sluier en de slippen bezaaid met gouden leliën. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: het hoofd, tusschen eene antieke roode vlucht (waarvan de linkervleugel zoodanig over het hoofd heengaat, dat wel de krans, maar niet de sluier zichtbaar is). 
van Hoogenhouck Tulleken, zie Tulleken, van Hoorn van Burgh. 
Mr. Jan Cornelis Reinier van Hoorn van Burgh, heer van Burgh en Westland, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd. 
In goud een roode dwarsbalk, vergezeld van boven van twee zwarte paardenkoppen en van onderen van een zwarten jachthoorn, gesnoerd van 't zelfde. 
Helm met goud-zwarte wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de jachthoorn. 
Schildhouders: twee zilveren eenhoorns. 
Wapenspreuk: Electus a Deo beatus. 
Hope. 
Archibald Hope, te Amsterdam, verheven tot den adelstand, 16 Sep-tember 1815. 
In blauw een gouden keper, vergezeld van drie gouden pennin-gen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met goud-blauwe wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een aardbol met de meridianen en parallellen, vertoonende de werelddeelen van het oostelijk halfrond, de kusten met lichtrood afgezet en de zeeën van eene groenbruine kleur; de bol in den rechter bovenhoek ingescheurd, en overtopt door een regenboog, wiens beide uiteinden op wolken rusten, alles in natuurlijke kleur. 
Wapenspreuk: Al spes non fracta. 
Hora Siccama, zie Siccama. van Hövell. 
Arnold Jean Jacob van Hövell tot Westerflier en Wezeveld werd bij organiek besluit van 7 October 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. Bij besluit van 18 Juli 1819 werd bepaald, dat alle leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones zouden voeren. 
Hetzelfde wapen als van Hoëvell. 
Hovy. 
Mr. Willem Gerrit Hovy, lid der Provinciale Staten van Overijssel, werd 12 Maart 1842 tot den adelstand verheven. 
Doorsneden: 1. in blauw drie omgewende zilveren wassenaars naast elkander; 2. in rood twee gouden sterren naast elkander. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster. 
Schildhouders: twee rood-getongde griffioenen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten paarsch, het overige van het lichaam groen. 
van Hugenpoth. 
Bij besluiten van 14 April en 20 Mei 1822 en 28 Januari 1838 is bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones zullen voeren. — Adel uit de Rijnlanden. 
In rood een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk. 
Gouden helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een aanziend geplaatste roode brakkenkop en hals, de borst beladen met een beurtelings gekanteelden zilveren dwarsbalk. 
Schildhouders: twee roode brakken, elk gehalsband met een beurtelings gekanteelden zilveren dwarsbalk. 
van Humalda, zie Aebinga van Humalda. Hurgronje (Snouck Hurgronje). 
Mr. Jacob Snouck Hurgronje, lid van Gedeputeerde Staten van Zeeland, werd 10 December 1843 verheven tot den adelstand. 
Het wapen van Hurgronje, te weten: Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een groene boom, geplaatst op een grasgrond en op den top een zwarten vogel dragende; 2. en 3. in rood drie zilveren ankerkruisjes, 2 en 1. In een hartschild, over alles heen, het wapen van Snouck, namelijk: in zilver een goud gebekte en gepoote dub-bele zwarte adelaar, elke kop rood-getongd, met een rond blauw schildje op de borst, omboord met goud en beladen met eene gouden lelie. 
Blauw-gevoerde helm met zwart-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: de dubbele adelaar uitkomende, op de borst het ronde schildje met de lelie dragende. Wapenspreuk: Medio tutissimus ibis. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 
Huydecoper. 
Mr. Joan Huydecoper, heer van Maarsseveen, directeur der Neder-landsche Bank, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. — Zweedsche adelstand, 10 Augus-tus 1637. 
Gedeeld: 1. in blauw een zilveren adelaar zonder tong (wapen-vermeerdering bij het diploma van 1637); 2. doorsneden in drieën : a. in zwart eene achtpuntige zilveren ster (van Wieringen); b. in goud drie zwarte ossenschedels, 2 en 1 (Huydecoper); c. in zwart een loopende zilveren hazewindhond met goud geboorden en ge-ringden rooden halsband (van Gemen). 
Gekroonde helm met rechts zilver-blauwe en links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, van voren geziene centaur in natuurlijke kleur (het menschelijke gedeelte vleeschkleur, het zichtbare gedeelte van het paardenlijf en de voorpooten bruin); de centaur, met bruin haar en baard, wendt het gelaat links en staat op het punt een zilveren pijl van een gespannen bruinen boog, met pees van dezelfde kleur, naar links te schieten; dit alles tusschen zes spitse vaantjes, drie aan de rechterzijde doorsneden van blauw op zilver en drie aan de linkerzijde doorsneden van zwart op goud, alle gehecht aan gouden schachten met gouden spitsen. 
Schildhouders: twee tegen het schild opstaande en naar elkander toegewende centauren, gekleurd gelijk die van het helmteeken, en elk op het punt een zilveren pijl, gericht naar den helm, van een gespannen bruinen boog met bruine pees te schieten. 
Huygens, zie Bangeman Huygens. Huyghens. 
Mr. Hendrik Huyghens, secretaris van Amsterdam, werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
In zilver twee zwarte dwarsbalken. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende rood-getongde zilveren adelaar. Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Huyssen van Kattendijke. 
Mr. Willem Jacob Huyssen van Kattendijke, Engelsen baronet, heer van Kattendijke en Wijtvliet, raad en pensionaris honorair te Middel-burg, werd bij organiek besluit van 18 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd. — Fransche adelstand, Augustus 1610; Engelsch Baronet, in het begin der 18de eeuw. 
In zwart een gouden keper, vergezeld van drie zilveren schel-pen, 2 van boven en 1 van onderen; en een blauwe schildzoom, beladen met drie gouden leliën, 2 in de bovenhoeken en 1 aan de schildpunt, alle met den voet naar het hart van het schild gericht, zoodat de beide bovenste schuinrechts en schuinlinks staan en de benedenste omgekeerd is; de schildzoom bovendien nog van boven, in 't midden tusschen de twee lelien, beladen met eene roode roos, die met goud omboord en van 't zelfde geknopt, is. 
Groen-gevoerde helm, zonder wrong. 
Helmteeken: eene zilveren muurkroon van drie tinnen, de mid-de1ste getopt met eene gouden lelie. 
Van den top des helms hangt een met zilver-gevoerde en met gouden borduursel omzoomde blauwe mantel in evenwijdige stijve schuine plooien af. Aan elke zijde wappert van boven een golvend gouden koord, dat in eene kwast eindigt, in schuine richting naar beneden. 
Wapenspreuk: Nec timide nec tumide. 
Zijn zoon, Jhr. Mr. Johan Guillaume Huyssen van Kattendijke, Engelsch baronet, heer van Kattendijke, later minister van buitenlandsche zaken en minister van staat, ontving 16 October 1827 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, terwijl een kabinetsbesluit van 11 Maart 1828 bepaalde, dat al zijne verdere mannelijke afstammelingen den titel van Ridder zouden voeren. 
Geheel en al gelijk het beschrevene wapen, met schildhouders voor dengene die in het bezit is van den titel van Baron, name-
8* 
lijk: twee wildemannen, omkranst en omgord met loof, die ter rechterzijde in de rechterhand en die ter linkerzijde in de linker-hand eene knods houdende, die knodsen op den schouder rustende; alles van goud. 
van Iddekinge. 
Mr. Tjaert Anthony van Iddekinge, lid van de rechtbank te Amster-dam en later van het Amortisatie-Syndicaat, werd 20 Februari 1816, en Mr. Jean François van Iddekinge, later burgemeester van Groningen, 27 December 1817 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. in zilver een klimmende en omgewende zwarte hazewindhond met goud-geringden gouden halshand; 2. in zilver een klimmende roode vos. 
Helm met zwart-rood-zilver-zwart-roode wrong en rechts zilver-zwarte, links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de hazewindhond uitkomende en naar de rechter-zijde gewend. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. Wapenspreuk: Fide sed cui vide. 
van Imbyze van Batenburg. 
Jan Willem van Imbyze van Batenburg, gepensioneerd generaal-majoor, werd 2 September 1820 verheven tot den adelstand. — Vlaamsche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. geschuinbalkt van goud en blauw van zes stukken, en een schaduwleeuw over alles heen; het kwartier omgeven door een ingeschulpten smallen rooden zoom (Imbyze); 2. en 3. in rood een gouden St. Andrieskruis, vergezeld van vier gouden droogscheerdersscharen met de punten omlaag (Batenburg). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° twee uitkomende mannen naast elkander, de armen langs het lichaam, gekleed in zwarte kleeding, naar beneden-waarts in kepervorm geopend en eene zilveren onderkleeding zicht-baar latende, met geplooide zilveren kragen en zwarte hoeden, het gelaat van natuurlijke kleur; de eerste meer aanziende gesteld en 
de tweede omgewend; en boven dit helmteeken de wapenkreet: Silly! Silly! 2° twee zilveren beerenpooten naast elkander, uit de kroon oprijzende en elk met de klauw een rooden bol omklemmende; tusschen eene antieke vlucht volgens het 2de kwartier, de figuren op den achtersten vleugel ten deele bedekt door de beerenpooten. 
Schildhouder aan de linkerzijde: een Batavier in natuurlijke kleur, omhangen met een bruin dierenvel, dat, onder den hals vereenigd, de borst openlaat en weder vereenigd is op den buik; de bloote beenen omringd door drie zilveren ringen boven elkander en de voeten bekleed met zwarte schoenen; het hoofd gedekt met den bruinen kop van het dierenvel als een helm, waarop eene antieke roode vlucht prijkt; over de borst twee bruine riemen gekruist; de linkerhand steunende op een van bruine teenen ge-vlochten schild, langwerpig vierkant en gebogen in half ronden vorm, met de rechterhand een bruinen staf houdende die van boven in den vorm van eene vaas uitloopt en eene gouden droogscheer-dersschaar torscht, met de punten omhoog. 
Wapenspreuk: Sobrie, vigilanter. 
van Imhoff. 
Bij besluit van 10 Augustus 1822 werd verklaard, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones competeert. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gouden zeeleeuw met twee pooten, rustende op den linkerpoot, de rechterpoot schuinrechts opgeheven, de staart over den kop omgebogen naar rechts (Imhoff); 2. en 3. gedeeld van rood en zilver, met een ring van 't eene in 't andere (Gundelfinger). In een gouden hartschild, over alles heen, een dubbele zwarte adelaar zonder tongen, overtopt door eene gou-den kroon van drie bladeren afwisselende met twee paarlen. 
Drie gekroonde helmen, de 1ste met goud-roode, de 2de met rechts goud-roode en links zilver-roode en de 3de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de zeeleeuw, omgewend; 2° de dubbele adelaar overtopt door de kroon, uit het hartschild; 3° een van zilver en rood gedeelde ring, getopt met een bos zwarte haneveeren, naar links omgebogen. 
van Ingen. 
Rudolf van Ingen, te Haarlem, uit een Geldersen riddermatig geslacht, werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In blauw een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk. Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene zwarte vlucht. Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
von Innhausen und Kniphausen. 
Bij besluit van 13 October 1819 werd verklaard, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones competeert. — Oostfriesche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood-getongde zwarte leeuw (Kniphausen), die van het 1ste kwartier omgewend; 2. en 3. in zil-ver een goud gehalsbande en geringde (de ring van voren aan den hals), zwarte draak met twee pooten, met roode pijltong, en de vleugels opgeheven (Beninga van Upleward), die van het 3de kwar-tier omgewend. In een hartschild, over alles heen, het wapen van Manninga, zijnde gedeeld van groen en zwart, met een zilveren leeuw over de deelingslijn heen. 
Drie gekroonde helmen met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de omgewende leeuw van het 1ste kwartier, uitkomende tusschen eene omgewende vlucht, de voorste vleugel zwart en de achterste goud (Kniphausen) ; 2° een uitkomende zil-veren leeuw, vóór zeven van groen op zwart doorsneden spitse vaantjes, gehecht aan gouden schachten met spitsen van 't zelfde, 4 rechts en 3 links waaiende (Manninga) ; 3° de draak van het 2de kwartier, uitkomende (Beninga van Upleward). 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
van Isendoorn à Blois. 
Frederik Carel Theodoor van Isendoorn à Blois, heer van Feluy (Henegouwen), Vaassen en de Cannenburg, en Reinier Albert Lodewijk van Isendoorn à Blois, broeders, werden bij organiek besluit van 28 
Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd, terwijl een besluit van 20 Augustus 1822 bepaalde, dat zij en al hunne afstammelin-gen den titel van Baron of Barones zouden voeren. 
In rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd. 
Gekroonde helm met goud-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een klimmende roode leeuw, tusschen twee in den omgekeerden kepervorm geplaatste zwarte fakkels, elk omgeven door drie zilveren spangen boven elkander, de vlammen van goud. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Isselmuden. 
Bij besluit van 7 April 1822 is aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend. 
In rood een zilveren keper, vergezeld van drie zilveren eendjes met geknotte pooten. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode drakenkop en hals met pijltong, de hals beladen met een zilveren keper. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
van Ittersum. 
Bij besluiten van 17 December 1819, 7 September 1825 en 13 Augustus 1829 is bepaald, dat de titel van Baron of Barones aan al de leden van dit geslacht toekomt. 
In zilver drie aanziende roode ezelskoppen, 2 en 1. 
Helm zonder wrong, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode hoed met zilveren opslag, in dien opslag bezet met twee roode ezelsooren, rechts en links. 
Schildhouders: rechts een klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuw; links een met groen loof omkranste en omgorde wildeman in natuurlijke kleur, naar links ziende, rustende met den rechter-elboog op het schild en met de linkerhand op eene knods die op den grond staat. 
Janssens. 
De luitenant-generaal Jan Wilhelm Janssens, voormaals gouverneur-generaal van de Kaap de Goede Hoop en gouverneur-generaal van Neder-landsch-Indië, werd door Napoleon I tot Baron van het Fransche keizerrijk verheven, en ontving den Nederlandschen adel 24 November 1816. 
Gedeeld: 1. in blauw eene zilveren roos, vergezeld van vier schuin met de toppen naar de roos gewende gouden leliën, 2 van boven en 2 van onderen, zoodat de beide bovenste omgekeerd zijn; 2. in zilver een rood-getongde blauwe leeuw. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende wildeman in natuurlijke kleur (zonder omkransing of omgording met loof), in de rechterhand eene bruine morgenster (strijdknods) houdende en de linker in de zijde zettende. 
Jantzon van Erffrenten. 
Mr. Jacob Cornelis Jantzon van Erffrenten, heer van Capelle, Hoogeveen en Briels Nieuwland, werd 16 Augustus 1835 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een Javanenkop met zilveren hoofdband, in profil, vergezeld van drie zilveren voetangels, 2 van boven en 1 van onderen, elk in de gedaante van drie kleine pijl-spitsen, 1 en 2, verbonden door een omgekeerden kleinen gaffel (Jantzon); 2. en 3. in groen een springende gouden ree {Erffrenten). 
Gekroonde helm, met rechts zilver-roode en links goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: de Javanenkop, tusschen eene antieke roode vlucht. Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Jarges. 
Joost Jarges werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd. 
In rood een gouden hartschildje, beladen met een zwarte H, en 
vergezeld van acht vierbladerige zilveren rozen, zoomswijze ge-plaatst, 3 van boven, 3 van onderen en 1 aan elke zijde. 
Schildhouders: twee gouden draken, elke draak met vier leeuwenpooten, roode pijltong en opgeheven vleugels, de staart geknoopt en opgeheven. 
de Jong van Beek-en-Donk. 
Mr. Johan de Jong van Beek-en-Donk, heer van Beek-en-Donk, lid van Gedeputeerde Staten van Noorbrabant enz., werd 30 Juni 1831 tot den adelstand verheven. 
In goud een blauw manshoofd met hals, in profil. Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: het hoofd, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
de Jonge. 
Mr. Willem Adriaan de Jonge van Gampensnieuwland werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd, en Français Clement de Jonge 9 Januari 1821 tot den adelstand verheven. 
In goud een golvende blauwe dwarsbalk. 
Zwart-gevoerde helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de wrong opkomende zilver-geharnaste arm, de elboog rechts, de met een zilveren strijdhandschoen bekleede hand een gouden borstel of vager schuinrechts houdende, de steel omlaag. 
Schildhouders: rechts een gouden leeuw, links een omziende gouden griffioen. 
de Jonge van Ellemeet. 
Mr. Willem Cornelis Mary de Jonge van Ellemeet, heer van Elle-meet en Eikerzee, werd 13 Mei 1884 tot den adelstand verheven. 
In goud een golvende blauwe dwarsbalk (de Jonge). Over alles heen in blauw twee golvende zilveren dwarsbalken (heerlijkheid Ellemeet). 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de wrong opkomende zilver-geharnaste arm, de elboog rechts, de met een zilveren strijdhandschoen bekleede hand een gouden borstel of vager schuinrechts houdende, de steel omlaag. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde gouden grif-fioen, links een goud-gekroonde en rood-getongde gouden leeuw. 
de Jonge van Zwijnsbergen. 
Marinus Bonifacius Willem de Jonge van Zwijnsbergen, heer van Dreischor, werd 1 October 1825 verheven tot den adelstand. 
In goud een golvende blauwe dwarsbalk. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een blauw bekleede arm met zilveren opslag, uit de kroon oprijzende, de elboog rechts, de hand van natuurlijke kleur drie bladerlooze gouden korenaren schuinlinks houdende. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde zilveren grif-fioen, links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
Juckema van Burmania Rengers, zie Rengers. 
Junius van Hemert, zie van Hemert. van Karnebeek. 
De kapitein ter zee Herman Adriaan van Karnebeek werd 6 Decem-ber 1847 tot den adelstand verheven. 
In blauw een gouden schuinbalk, beladen met twee rood-gesnoerde roode jachthoorns, de bovenste schuinlinks geplaatst en de onderste mede schuinlinks geplaatst, maar het onderste boven 
gekeerd, zoodat beide hoorns met de ruggen naar elkander toe ge-wend zijn; de schuinbalk vergezeld van boven van drie bladerlooze gouden eikels, 1 en 2, bevestigd aan een gouden steel, die schuin-rechts geplaatst is, en van onderen van een zilveren driemastschip, met alle zeilen en vlaggen op, dobberende op eene zilveren zee. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een roode jachthoorn, rood-gesnoerd, de monding rechts. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde bruine leeuw; links een zeepaard, de staart opgeslagen en met het lijf schuingekruist; langs den rug, van den kop tot aan den staart, bezet met een uitgeschulpte kam, waarvan elke punt in een knopje eindigt; alles van goud. De leeuw ondersteund door een schuinlinks geplaatst kanon en het zeepaard door een onderst boven gekeerd en schuinrechts geplaatst anker; beide voorwerpen in natuurlijke kleur en liggende op een grasgrond. 
Wapenspreuk: Officio duce. 
de Kempenaer (van Andringa de Kempenaer). 
Antoon Anne van Andringa de Kempenaer, grietman van Lem-sterland, werd 24 November 1816 tot den adelstand verbeven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in groen een goud-gekroonde gouden leeuw, tusschen twee rechtop geplaatste en naar elkander toegewende zilveren sikkels met uitgetande snede en gouden handvat (de Kem-penaer); 2. en 3. in rood drie gouden klaverbladen, paalswijs boven elkander gerangschikt (Andringa). 
Helm met groen-gouden wrong en goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende wildeman in natuurlijke kleur (zonder omkransing en omgording met loof), in de opgeheven handen de naar elkander toegewende sikkels houdende. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Fides socia viri. 
De twee halve broeders van den bovengenoemde, Wilco van Andringa de Kempenaer, grietman van Lemsterland, en Julius van Burmania 
van Andringa de Kempenaer, werden 5 Februari 1861 tot den adelstand verheven. 
Geheel hetzelfde wapen als de vorige, doch met de spreuk: Aeterna virtute parantur. 
Kemper. 
Mr. Johan Melchior Kemper, hoogleeraar in de rechtsgeleerdheid te Leiden, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. Zijn zoon, Mr. Jeronimo, nam den naam de Bosch bij den zijnen en noemde zich de Bosch Kemper. 
In blauw twee naar elkander toegewende zilveren kemphanen, ondersteund door een gouden schildvoet, die ter rechterzijde den linkerpoot oplichtende. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: twee van elkander afgewende zilveren kemphaans-koppen en halzen. 
van Keppel. 
Berk Jan Carel Sebastiaan van Keppel tot Oelde en zijn broeder Adolf Jacob Rabo Willem van Keppel werden bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. Zoo ook bij hetzelfde besluit hun neef Johan Rabo van Keppel tot Woolbeek, wiens kleinzoon Johan Rabo van Keppel 3 Mei 1875 erkend werd in den aan hem en al zijne afstammelingen competeerenden titel van Baron of Barones. 
In rood drie zilveren schelpen, 2 en 1. Gekroonde gouden helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een rood-gebekte zilveren zwaan, waarvan de pooten in den helm verborgen zijn. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende gouden leeuwen. 
Kerens. 
Guillaume Dominique Aloïs Kerens de Wolfrath werd in de Ridder-schap van Limburg geadmitteerd bij organiek besluit van 20 November 
1816, en Pierre André Servais Kerens bij organiek besluit van 13 September 1817. Franciscus Xaverius Mathias Aloysius Lambertus Otto Kerens de Wylré werd verbeven tot den adelstand 3 Maart 1821. 
In zilver drie boomen naast elkander op een grasgrond, op welken tusschen den 2den en den 3den boom een eekhoorn zit die eene noot eet; alles in natuurlijke kleur. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een boom in natuurlijke kleur. 
de Keverberg. 
De broeders Charles Louis Guillaume Joseph de Keverberg van Kessel, gouverneur van Antwerpen en Oost-Vlaanderen, en Charles Frédéric Joseph de Keverberg van Aldengoor, lid der Eerste Kamer, werden bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron of Barones, voor al hunne afstammelingen. 
In rood een omgewende, goud-gekroonde zilveren leeuw. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een Janus-borstbeeld, gekleed in zilver beladen met drie roode linkerschuinbalken, het rechtsche aangezicht van een jong man, het linksche van een oud man met grijzen baard, beide in natuurlijke kleur, het gezamenlijke hoofd gedekt met eene vijf-bladerige gouden kroon. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde zilveren grif-fioen, links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
van Kinsbergen. 
De vlootvoogd Jan Hendrik van Kinsbergen ontving 15 Februari 1815 den Nederlandsehen adel. Hij was in 1809 door Koning Lodewijk tot Graaf van Doggersbank en in 1811 door Napoleon I tot Graaf van het Fransche keizerrijk verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een los in het schild staande zilveren berg van zes spitse toppen, 1, 2 en 3, gezamenlijk in piramidaalvorm oploopende; 2. en 3. in blauw eene zilveren gans. 
Gekroonde helm met rood-blauwe dekkleeden. Aan het als koord 
gedraaide gouden snoer om den hals van den helm, hangt geen medaillon of ander sieraad. 
Helmteeken: de berg, tusschen eene roode vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Kinschot. 
Bij besluit van 25 Januari 1848 werden in den adel ingelijfd, Hugo van Kinschot, oud-ontvanger, alsmede Gaspard Louis François van Kin-schot, 1ste luitenant bij het regiment grenadiers en jagers, en diens zus-ters Marie Jacqueline Sophie, Jeanne Louise Hortense, Philippine Louise Rolandine Sophie en Catherine Sophie Gaspardine. — Brabantsche adel. 
In goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk, vergezeld van drie honingbijen met uitgespreide vleugels, 2 van boven en i van onderen (de honingbijen hebben het geheele bovenlijf met kop en vleugels van donkergroen en het achterlijf vleeschkleurig); in een groenen schildhoek een zilveren valk met opgeheven vlucht. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de valk uit het schild, tusschen eene antieke gou-den vlucht, elke vleugel beladen met een beurtelings gekanteelden zwarten dwarsbalk. 
Schildhouders: rechts eene vrouw die beide handen aan het schild houdt, gekleed in een tot over de voeten hangend donker-rood gewaad, op de borst vierkant uitgesneden en langs die uitsnij-ding met zilver omboord, met een gouden keten om den hals waaraan een breedarmig gouden kruisje hangt; gelaat en handen van natuur-lijke kleur, het blonde haar over de schouders golvend; links een goud-gehalsbande zilveren eenhoorn met gouden hoorn, manen en hoeven. 
Wapenspreuk: Virtute decet non sanguine niti. 
Klerck. 
De kolonel Reinhold Antoine Klerck werd 22 December 1831 tot den adelstand verheven. 
In zilver twee schuingekruiste zwarte sleutels (van den gewonen vorm). 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: de gekruiste zwarte sleutels tusschen eene vlucht, de rechtervleugel zilver en de linkervleugel zwart. Wapenspreuk: Fidelis regi patriaeque. 
van Knobelsdorff. 
Mr. Frederik Willem Adriaan Karei van Knobelsdorff tot den Krytenberg werd bij besluit van 18 April 1837 in den adel ingelijfd, met den titel van Baron of Barones, voor hem en al zijne afstammelingen. — Oorspronkelijk Thuringsche adel. 
Gevierendeeld van blauw en zilver. Over alles heen een met eene vijfbladerige kroon gedekt rood hartschild, waarin een blauwe dwarsbalk die met drie zilveren schuinbalken beladen is. 
Gekroonde helm met zilver-blauw-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene roode vlucht, beladen rechts met een linker-schuinbalk en links met een rechterschuinbalk, elk blauw en beladen met drie zilveren palen. 
de Kock. 
De luitenant-generaal Hendrik Merkus de Kock, vroeger luitenant-gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indië, werd 10 Januari 1835 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Bij besluit van 3 Mei 1881 werd aan zijn zoon, Jhr. Mr. Frederik Lodewijk Willem d e Kock, oud-directeur van het Kabinet des Konings, ook de titel van Baron verleend, maar overgaande op al diens afstammelingen. 
In zilver een zwarte V en een omgekeerde V van 't zelfde, samengestrengeld en over elkander heen gelegd beneden in het schild; de top der omgekeerde V een bladerloozen stengel met drie aren, 1 en 2, dragende, waarvan de twee benedenste aren naar ónderen omgebogen zijn; alles van goud. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren vlucht. 
Krayenhoff. 
De luitenant-generaal Dr. Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff werd 16 September 1815 verheven tot den adelstand met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte kraaien, 2 en 1; 2. en 3. in goud een halve roode leeuw (met tweemaal schuin-kruislings samengevlochten staart), de kop gedekt met eene drie-bladerige gouden kroon die met eene roode muts gevoerd is, en op die muts een gouden knop. 
Helm met zwart-goud-rood-zilver-zwart-gouden wrong, en rechts zilver-zwarte, links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte kraai, tusschen eene antieke vlucht, de achterste vleugel zilver en de voorste zwart. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
van en von Kretschmar. 
Jacob Charles van Kretschmar, heer van Veen, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Noordbrabant gead-mitteerd. De zonen van zijn ouderen broeder, den generaal-majoor Con-stantijn von Kretschmar, heer van Wijk, met name Willem Gerrit, Alexander Abraham en Jacob Adriaan von Kretschmar, werden 11 Februari 1826 in den adel ingelijfd. — Herkomstig uit Silezië; rijksadel 1607. 
Gepaald en tegengepaald van drie stukken, rood en zilver; het zilveren bovendeel van den midde1sten paal beladen met eene gou-den ster. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene beurtelings van rood en zilver doorsneden vlucht. 
de Kuyper. 
Joseph François de Kuyper, lid der vergadering van notabelen in 1814, werd 4 Juli 1829 tot den adelstand verheven. 
In groen een hermelijnen St.-Andrieskruis. Over alles heen een 
doorsneden' hartschild: a. in zwart drie gouden wielen van acht spaken, 2 en 1; b. in groen een haas, liggende tusschen twee hoornen op een grond, alles van goud. 
Helm met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts groen en links hermelijn. 
van Laer. 
Alexander Josephus Ludovicus van Laer van Hoenlo, heer van de Poll, Henrietta Francisca Wilhelmina Maria van Laer, en Carolina Maximiliana Maria Theodora van Laer, werden 1 October 1832 erkend tot den adel te behooren met den titel van Baron of Barones. 
In blauw zeven zilveren leliën, 3, 3 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene meer dan te halverlijve uit de kroon opko-mende vrouwenfiguur, het gelaat en de armen van natuurlijke kleur, gekleed in blauw bezaaid met zilveren leliën, het kleed slechts de schouders bedekkende en de armen bloot latende, ge-dekt met een zilveren manshoed, en met de linkerhand twee lange roode leidsels houdende, die linksaf, over den linkerbovenhoek van het schild heen, naar beneden gaan en uitkomen aan de halsban-den van twee omgewende loopende zilveren hazewindhonden, die beneden van achter het schild te voorschijn komen; de zoo even genoemde halsbanden blauw, omboord en geringd van goud, en elk beladen met drie zilveren leliën naast elkander. 
Lamberts de Cortenbach. 
Ernest Pierre Marie Anne Joseph de Lamberts de Cortenbach werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd en 8 Mei 1842 op nieuw in de gereorganiseerde Ridderschap dier provincie, met den personeelen titel van Baron. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een uit den benedenrand opkomende rood-getongde gouden leeuw (met staart), met den rechterpoot een gouden ring ophoudende; 2. en 3. gedeeld: a. in goud een rood-getongde halve zwarte adelaar, uitgaande van de 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 9 
deelingslijn; b. in goud een roode dwarsbalk. Over de vier kwar-tieren heen, in blauw drie gouden schuinbalken (Cortenbach). 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wilde-mannen in natuurlijke kleur, elk eene banier volgens het hartschild houdende, omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene bruine tournooilans met zilveren spits (op de rechterbanier de rechter-schuinbalken veranderd in linkerschuinbalken). 
Lampsins. 
Mr. Apollonius Jan Cornelis Lampsins werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd en verkreeg 18 December 1815, op grond van den door Lodewijk XIV in Augustus 1662 aan zijnen voorvader Cornelis Lampsins verleenden titel van „Baron van Tabago", de bekrachtiging van den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
Gevierendeeld: 
I. wederom gevierendeeld: 1. in groen een goud-gekroond stap-pend zilveren paaschlam, dat aan eene roode schacht eene gespleten gouden banier over den schouder draagt; 2. in goud drie groene klaverbladen, 2 en 1; 3. in zilver een roode keper, met den top een blauwen bol ondersteunende, en vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een monnik in bruine pij, blootshoofds, in profil gesteld, en met gevouwen handen geknield op een natuurlijken grasgrond; 4. in zilver twee zwemmende blauwe visschen boven elkander; 
II. in blauw een klimmende zilveren eenhoorn, ondersteund door een grasgrond; 
III. in goud een walvisch in natuurlijke kleur, het binnenste van den bek rood, te halverwege opkomende uit het van vier stukken blauw en zilver golvend-gedwarsbalkte benedengedeelte van het kwartier, en twee zilveren waterstralen omhoog spuitende; 
IV. in goud eene voorstelling van St. Maarten te paard, zijn mantel met een arme deelende, de heilige op het stappende bruine paard half omgewend, gekleed in rood met witten broek, gedekt met eene zwarte muts, den blauwen mantel, dien hij met beide 
79 
80 
81 
82 
83 
6* 
84 
85 
86 
87 
88 
89 
90 
91 
92 
93 
94 
95 
96 
97 
98 
99 
7* 
100 
101 
103 
104 
105 
106 
107 
108 
109 
110 
111 
112 
113 
114 
115 
116 
117 
118 
119 
120 
121 
122 
123 
124 
125 
126 
127 
128 
129 
130 



handen houdt, toereikende aan den in het bruin gekleeden arme, die ter linkerzijde met opgeheven handen geknield ligt; alles onder-steund door een lossen grasgrond. 
In een blauw hartschild, over de vier groote kwartieren heen, achttien gouden leliën, 5, 4, 5 en 4. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene beurtelings van zilver en blauw doorsneden vlucht. 
Schildhouders: twee lammeren in natuurlijke kleur, gedekt met negenpaarlige kroonen, elk lam een gespleten blauwen wimpel houdende, die in de lengte beladen is met 9 en 9 gouden leliën boven elkander; elke wimpel, die van boven een rooden dwarsstok heeft, met twee roode lijnen vastgehecht aan eene roode schacht met zilveren piekijzer. 
van Lamsweerde. 
Gerrit Willem Joseph van Lamsweerde werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. Den 27 September 1817 werd hem de titel verleend van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, doch een nader besluit van 24 Juni 1832 bepaalde dat aan al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones moest gegeven worden. 
In rood een stappend zilveren lam, de linkervoorpoot opgeheven en, tegen den schouder aan, een schuinlinks geplaatste zilveren degen met gouden gevest houdende, de punt omlaag. 
Gekroonde helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee schuingekruiste zilveren degens met gouden gevest, de punten omlaag. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
de Lannoy. 
Jacques Arnold Henri de Lannoy werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In zilver drie rood getongde en genagelde, goud-gekroonde, groene leeuwen, 2 en 1. 
Helm met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, rood getongde en genagelde, goud-gekroonde, groene leeuw, in den rechterpoot een zilveren degen met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Schildhouders: twee zilveren eenhoorns met gouden hoorn, manen en hoeven. 
de Larrey. 
Johan Wilhelm Ludwig, Carl August en Wilhelm Friedrich de Larrey werden 22 November 1823 in den adel ingelijfd met de titels van Graaf of Gravin voor hen en al hunne afstammelingen. — Normandische adel. Rijksgraaf, 14 November 1738. 
In goud negen aanstootende en aaneengeslotene blauwe ruiten, 3, 3 en 3. 
Drie gekroonde helmen met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een bos van drie struisveeren, eene gouden tusschen twee blauwe; de vederbos een weinig boven de helmkroon omgeven door eene gouden kroon en geplaatst tusschen twee van elkander afgewende kleine gouden banieren aan schachten van 't zelfde en met zilveren spitsen; 2° drie paalswijze gerangschikte en aan-stootende blauwe ruiten, tusschen eene gouden vlucht; 3° eene gouden lelie, tusschen twee blauwe olifantstrompen. 
Lauta van Aysma. 
Jacob, Hessel en Adriaan Hendrik Lauta van Aysma werden 9 Mei 1825 erkend tot den adel te behooren. 
Gevierendeeld: 1. in goud een blauw-getongde roode leeuw (Lauta); 2. en 3. in blauw eene gouden korenschoof, gebonden van 't zelfde, vergezeld van twee gouden klaverbladen, 1 van boven en 1 van onderen (Aysma). 
Twee helmen, de 1ste gekroond, met goud-roode dekkleeden, de 2de gedekt met eene blauw-gouden wrong en met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende, blauw-getongde roode leeuw (Lauta); 2° een uitkomende rood-getongde zwarte adelaar (Aysma). 
Schildhouders: rechts een rood-getongde bruine leeuw; links een omziende rood-getongde zwarte arend, met geopende en neder-waartsche vlucht. 
Wapenspreuk: Antigua virtute ac fide. 
van Lawick van Pabst. zie van Pabst. van der Lely van Oudewater. 
Mr. Jacob van der Lely van Oudewater, in 1814 secretaris van den Hoogen Raad van Adel en in 1815 tot Wapenkoning der Nederlanden benoemd, werd 21 Augustus 1815 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. het wapen van van Oudewater, te weten wederom gevierendeeld: a. en d. in goud, bezaaid met zes blauwe blokjes, een roode leeuw over alles heen (de. blokjes geplaatst 1 van boven, 2 boven elkander aan de rechterzijde, 1 aan de linker-zijde en 2 naast elkander tusschen de pooten van den leeuw); b. en c. in zilver een uitgerukte dorre boom van groen; 2. en 3. het wapen van van der Lely, Le weten in blauw eene gouden lelieplant met smalle en lange bladeren op een losstaand gouden grondje, de plant met drie, 1 en 2 geplaatste, leliebloemen die in den vorm van een vijfblad voorgesteld zijn (die bloemen van zilver, elk met een rood hart ook in den vorm van een vijfblad); de drie leliebloemen van elkander gescheiden door twee der blade-ren, een rechts en een links. 
Twee gekroonde helmen met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende roode leeuw; 2° de lelieplant. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Ab altissimo sunt mea vestimenta plus quam regia. 
van Lennep. 
Abraham Jacob van Lennep, in 1813 door Napoleon I tot Baron van het Fransche keizerrijk benoemd, werd 8 Mei 1822 tot den Nederlandschen adelstand verheven. 
Doorsneden van rood op zilver; het rood beladen met een gaan-den en aanzienden gouden leeuw. 
Zwart-gevoerde helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een klimmende gouden leeuw, tusschen eene antieke zwarte vlucht. 
Mr. David Cornelis van Lennep, schepen te Amsterdam, lid van het Wetgevend Lichaam, later lid van het Amortisatie-Syndicaat, werd tot den adelstand verheven 18 October 1822. 
Doorsneden van rood op zilver; het rood beladen met een gaan-den en aanzienden gouden leeuw. 
Zwart-gevoerde helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een klimmende gouden leeuw, tusschen eene van rood op zilver doorsneden antieke vlucht. 
Jhr. Hendrik Jan van Lennep, kleinzoon van Abraham Jacob die 8 Mei 1822 tot den adelstand verheven was (zie hierboven), ontving in 1886 vergunning om den naam zijner moeder, Deutz, vóór den zijnen te voegen en zich te noemen Deutz van Lennep. Bij besluit van October van datzelfde jaar werd dienovereenkomstig zijn wapen vermeerderd, gelijk hieronder. 
Gevierendeeld: 1. en 4. doorsneden van rood op zilver; het rood beladen met een gaanden en aanzienden gouden leeuw (van Lennep); 2. en 3. in groen twee schuingekruiste gouden zeissen (Deutz). Over alles heen in rood een stappend zilveren paard (heerlijkheid Assendelft). 
Twee helmen, de 1ste met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden, de 2de gekroond en met goud-groene dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende gouden leeuw, tusschen eene omgewende zwarte vlucht (van Lennep); 2° eene uitkomende zwart gekleede vrouw in profil, met zwarten hoofdkap; 
gelaat en borst, en de armen van den elboog af in natuurlijke kleur; het zwarte kleed op den linkerschouder beladen met een gouden penning, met de rechterhand een gouden zeis houdende die op haar schouder rust (Deutz). 
Lewe. 
Bij organieke besluiten van 28 Augustus en 1 December 1814 werden vijf leden van dit geslacht in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd. 
In goud een roode leeuw. 
Gekroonde gouden helm, met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. Schildhouders: twee omziende roode leeuwen. 
De kinderen van Jan Evert Lewe van Aduard, schout-bij-nacht, gesneuveld op de Schelde 12 December 1832, werden 16 Mei 1848 erkend als Baron of Barones voor hen en al hunne afstammelingen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode leeuw (Lewe); 2. en 3. in zilver een in drie rijen van blauw en goud geschaakte schuinbalk, en een schuinlinks geplaatste gouden abts-staf over den schuinbalk heen gaande, de ronding der kolf boven (wapen der abdij van Aduard). 
Gekroonde helm met rechts goud-roode en links goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Schildhouders: twee omziende roode leeuwen. 
Voor Mr. Edzard Jacob Lewe van Middelstum en al zijne afstam-melingen werd 9 November 1831 de hun van ouds competeerende titel van Baron of Barones erkend. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode leeuw (Lewe); 2. en 3. het wapen van van Ewsum, te weten gedeeld: a. effen rood; b. in goud een blauwe dwarsbalk. 
Twee helmen met goud-roode wrongen en goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende en uitkomende roode leeuw, tusschen eene omgewende vlucht, de achterste vleugel goud en de 
voorste rood (Lewe); 2° een roode kraanvogelskop en hals, tusschen eene antieke vlucht, de achterste vleugel rood en de voorste vleugel goud beladen met een blauwen dwarsbalk (Ewsum). Schildhouders: twee omziende roode leeuwen. 
van Leyden. 
Frederik van Leyden, heer van Westbarendrecht en Warmond, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. (Zijn voorvader Pieter van Leyden, burgemeester der stad Leiden, werd 10 November 1732 tot Rijksgraaf verheven; hij en zijne nako-melingen voerden echter dezen titel niet, maar namen dien van Baron aan.) 
In rood een zilveren dwarsbalk, beladen met drie vijfbladerige zwarte mispelbloemen (door anderen kwallen genoemd), de punten der bladeren zijwaarts omgebogen; de dwarsbalk vergezeld van drie rood-getongde gouden leeuwen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Drie gekroonde helmen, de 1ste en 2de met goud-roode en de 3de met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende en uitkomende rood-getongde gouden leeuw; 2° eene zilveren kuip, omgeven door een zilveren hoepel en gevuld met zwarte haneveeren; 3° een zilveren vleugel, beladen met drie zwarte òf mispelbloemen òf kwallen, gelijk in het schild, 2 en 1. 
Schildhouders: twee rood-getongde, gevleugelde, zilveren draken met twee voorpooten, de pijlstaart omgebogen en opwaarts schuin-gekruist met het lichaam. 
Wapenspreuk: Nec timide nec tumide. 
Leyssius. 
Mr. Pieter Frederik Leyssius, rijksontvanger te Amersfoort, werd 10 Februari 1842 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud twee roode dwarsbalken, en een roode schildzoom (Reineck); 2. en 3. in rood drie herkruiste gouden kruisen met afgesneden voet, 2 en 1 (Leyssius). 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een herkruist gouden kruis, uit de kroon opkomende. 
Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen. 
de Liedel. 
Pierre Guillaume de Liedel van Well werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, en wederom 8 Mei 1842 in de gereconstitueerde Ridderschap dier provincie. De titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, werd hem verleend 9 October 1822. 
Doorsneden: 1. in rood een gaande gouden leeuw; 2. in zilver drie groene klaverbladen, 1 en 2, en van onderen een bladerlooze gouden eikel met groenen dop en steel, de steel omlaag. In een blauw hartschild, over de doorsnijdingslijn heen, een rechtop ge-plaatste zilveren pijl. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-roode en de 2de met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewende, uitkomende; rood-getongde gouden leeuw; 2° drie groene klaverbladen aan lange stelen, naast elkander waaierswijze geplaatst. 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wilde-mannen in natuurlijke kleur, elk met de vrije hand op eene knods steunende, die op den grond rust. 
van Limburg Stirum. 
Voor al de leden van dit geslacht is de titel van Graaf of Gravin erkend. 
Gevierendeeld: 1. in zilver een blauw getongde en gekroonde roode leeuw (Limburg); 2. in rood een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw (Bronckhorst); 3. in goud twee gaande en aanziende roode leeuwen, boven elkander (Wisch); 4 in goud drie roode bollen, 2 en 1 (Borculo). In een gouden hartschild, over alles heen, een roode dwarsbalk, beladen met drie zilveren palen (Ghemen). 
Vijf gekroonde gouden helmen, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de leeuw van 1., omgewend en brocheerende op een pronkenden pauwenstaart in natuurlijke kleur (Limburg); 2° twee paardenpooten, uit de kroon opkomende, de eerste goud, de tweede rood, met zwarte hoeven, de knieën buitenwaarts (Wisch); 3° eene vlucht volgens het hartschild (Ghemen); 4° twee struis-veeren, de eerste zilver, de tweede rood, en tusschen die beide in de hoogte een rood hart; 5° twee uit de kroon opkomende en van elkander afgewende zwarte beerenpooten, elk met de klauw een gouden bol omklemmende (Bronckhorst). 
Schildhouders: rechts een wildeman en links eene wilde vrouw, beide in natuurlijke kleur, elk omkranst en omgord met groen loof en met de vrije hand op eene knods leunende die op den grond rust; de vrouw met een zilveren paarlsnoer om den hals, zilveren ringen in de ooren en zilveren armbanden bij de polsen. 
Lochman van Königsfeldt. 
Willem George August Lochman van Königsfeldt werd 27 Maart 1839 in den adel ingelijfd. — Van Zwitsersche herkomst. Rijksadel, 7 October 1720. 
In blauw twee van elkander afgewende zilveren zeepaarden op eene met groen geschaduwde zilveren zee, de voorpooten van rozenroode zwemvliezen voorzien, de staarten groen, over elkander gekruist (de staart van het linkerpaard heengaande over dien van het rechterpaard) en elk in eene rozenroode staartvin uitloopende; in het hoofd van het schild eene gouden ster. 
Gekroonde helm met rechts zilver-blauwe en links goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster. 
van Lockhorst. 
Barend van Lockhorst van Toll en Veenhuizen werd 5 Maart 1816 tot den adelstand verheven en ontving 21 October 1828 den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte. 
131 
9* 
132 
133 
134 
135 
136 
137 
138 

139 
In goud een groot-uitgeschulpt zwart St. Andrieskruis. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de bovenhelft van het zwarte St, Andrieskruis. 
Schildhouders: twee omziende bruine beeren, elk met een gou-den halsband waarvan een gouden ketting van vierkante schalmen afdaalt, wiens einde achter het schild verdwijnt. 
van en de Loë. 
Hendrik Jan van Loë van Overdijk werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd, Otto Napoléon Maximilien Hubert de Loë d'Imstenraedt, lid dor Provinciale Staten van Limburg, werd in 1845 in de Ridderschap dier provincie opge-nomen. Alle leden van dit geslacht voeren den titel van Baron of Barones. 
In zilver een zwart hengsel, de beide ondereinden omlaag en elk driewerf geweerhaakt. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: drie paren struisveeren, het eerste paar zwart en zilver, het tweede zilver en zwart en het derde weder zwart en zilver, elk paar veeren met de toppen schuingekruist en een zwart hengsel gelijk in het schild (met de beide ondereinden omlaag) ondersteunende. 
Lohman (de Savornin Lohman). 
Maurits Adriaan de Savornin Lohman, te Groningen, werd 27 December 1817 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. in rood drie zespuntige zilveren spoorraderen, doorboord van goud, 2 en 1; 2. en 3. in zilver een blauwe dwars-balk, vergezeld van boven van twee gouden klaverbladen en van onderen van een gouden arendsbeen, van den dwarsbalk uitgaande, de knie rechts en de klauw omlaag; 4. in blauw vijf liggende gouden blokjes, 2, 2 en 1. (Het 2de en 3de kwartier bevat het wapen van Lohman; de beide andere kwartieren vertegenwoordigen 
dat van de Savornin, hetwelk gevierendeeld was: 1. en 4. de spoorraderen; 2. en 3. de blokjes.) 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden griffioenen. 
van Loon. 
Mr. Jan van Loon werd tot den adelstand verheven 16 September 1815 en Jan Willem van Loon 2 Juni 1822. 
Doorsneden: 1. in zilver twee van elkander afgewende neger-koppen met zilveren hoofdbanden en gouden oorringen; 2. in goud drie zwarte molenijzers, 2 en 1. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend negerborstbeeld met zilveren hoofd-band en gouden oorringen, aanziende gesteld. 
Lopez Suasso, zie Suasso. Loudon. 
Mr. James Loudon, gewezen gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indië, werd 18 Februari 1884 tot den adelstand verheven. 
Gegeerd van hermelijn en rood, van acht stukken. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een geheele, roode dubbele adelaar. Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Lycklama à Nyeholt. 
Tinco Martinus Lycklama à Nyeholt, grietman van Ooststellingwerf en daarna van Utingeradeel, lid van de Eerste Kamer, werd 20 December 1817 verheven tot den adelstand. 
Gedeeld: 1. in goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van twee roode leliën, 1 van boven en 1 van onderen; 2. in rood een rechtopgeplaatste, uitgerukte boomtronk met drie wortels, op den top drie bladerlooze eikels aan stelen dragende, alles van goud. 
Gekroonde helm met goud-roode-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar, in den bek een bladerloozen gouden eikel houdende, de steel omhoog, en elke vleugel beladen met een gouden paal, overladen met eene roode lelie. 
van Lynden. 
Voor al de leden van dit geslacht is de titel van Baron of Barones erkend bij besluiten van 2 Juni en 23 September 1822, 19 Mei 1839 en 13 October 1860. Jan Carel Elias van Lynden, gouverneur van Gelder-land, ontving 25 December 1818 den titel van Graaf, overgaande bij eerstgeboorte. Een jongere zoon van hem, Mr. Rudolph Willem, commissaris des Konings in Zeeland, kreeg 12 Mei 1874 denzelfden titel onder dezelfde bepaling. Mr. Constantijn Theodoor van Lynden van Sandenburg, meer-malen minister, werd 24 Augustus 1882 tot Graaf verheven, overgaande op al zijne afstammelingen. (Een uitgestorven tak ontving in 1733 een diploma als Rijksgraaf.) — Mr. Robert van Lynden, halve broeder van den minister Graaf van Lynden van Sandenburg, kreeg 8 November 1844 vergunning om den naam Melvil vóór den zijnen te plaatsen en zich te noemen Melvil Baron van Lynden, en aan Willem Arnold Hendrik Baron van Lynden werd 4 Februari 1863 vergund den naam van Voerst vóór den zijnen te nemen en zich te noemen Baron van Voerst van Lynden. 
In rood een gouden kruis. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een goud gehalsbande en geringde, zittende, zwarte hazewindhond. 
Schildhouders: twee goud gehalsbande en geringde zwarte haze-windhonden. 
Macaré (Rethaan Macaré). 
Cornelis Anthony Rethaan Macaré, wethouder te Middelburg, werd 4 October 1844 tot den adelstand verheven. 
Het wapen van Rethaan, te weten: Gevierendeeld: 1. in zilver een roode dwarsbalk, beladen met drie gouden korenschoven, gebonden van 't zelfde; 2. gegeerd van rood en zilver, van acht stukken, en op die geering een vierkant zilveren hartschildje, beladen met een zwart molenijzer; 3. in zilver een schuinrechts geplaatste roode disselbijl, de steel van boven omgebogen en recht-streeks aan het ijzer bevestigd; 4. in zwart een zilveren dwarsbalk. Over alles heen het wapen van Macaré, te weten: doorsneden van goud op blauw, het goud beladen met eene roode ree, liggende op de doorsnijdingslijn, met de voorpooten uitgestrekt. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende roode ree; 2° een uit de kroon opkomende, zilver-geharnaste arm met gouden belegsels, de elboog rechts, de met een zilveren strijdhandschoen bekleede hand eene roode bijl als die in het 3de kwartier schuin-links houdende, de snede naar boven. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw; links een zilveren eenhoorn, hals en borst met zwarte hermelijnpluisjes bezet. 
Wapenspreuk: Labora sustinens. 
Mackay. 
Cornelis Anne Mackay werd 16 September 1815 tot den Nederlandschen adelstand verheven en zijn broeder Barthold Johan Christiaan, heer van Ophemert en Zennewijnen, 20 Februari 1816. Beide ontvingen 4 Juni 1822 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. De zoon van den laatst-genoemde was Mr. Aeneas Baron Mackay, vice-president van den Raad van State, voor al wiens afstammelingen de titel van Baron of Barones gehomologeerd werd 17 Maart 1858 (even als voor al de afstammelingen van zijn broeder Jhr. Johan François Hendrik Jacob Ernestus). De familie Mackay was gesproten uit de Lords Reay, van Reay, pairs van Schotland. Toen de oudste tak van dat geslacht in Schotland uitstierf, volgde de genoemde Mr. Aeneas 2 Juni 1875 als 10de Lord Reay op. Bij zijn dood op 6 Maart 1876 werd hij op zijne beurt opgevolgd door zijn eenigen zoon Mr. Donald James Baron Mackay, heer van Ophemert en Zennewijnen, toenmaals lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, als 11den Lord Reay. Deze vestigde zich daarop in Engeland, liet zich in 1877 als Britsch 
onderdaan naturaliseeren, werd 8 October 1881 verheven tot Baron Reay van Durness, onder de pairs van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannie en Ierland, en iets later benoemd tot Gouverneur van Bombay. 
In blauw een gouden keper, beladen op den top met een her-tenkop en hals in natuurlijke kleur en op elk der beide beenen met een voorarm in natuurlijke kleur, geplaatst in de richting van den keper en een langen zilveren dolk recht vooruit houdende naar den hertenkop; de keper vergezeld van drie rood-gemuilbande zilveren beerenkoppen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een voorarm, gelijk op den keper, rechtop geplaatst, den dolk paalswijze omhoog houdende. 
Schildhouders: twee jagers in groene lijfrokken met gouden knoo-pen en gouden gordel, met blauwe kniebroek, leverkleurige slob-kousen langs het been met knoopjes bezet, en zwarte schoenen; gedekt met eene zwarte muts waarop eene zilveren veer; elk met hartsvanger met gouden gevest in eene zwarte schede, van onderen met gouden schedepunt, aan de zijde; een gouden bandelier schuin-links over de borst, aan welken bij den jager ter linkerzijde een weitasch hangt; elk met de vrije hand een geweer, dat met de kolf op den grond rust en aan de buitenzijde een bruinen bandelier heeft, bij den loop houdende. 
Wapenspreuk: Manu forti. 
de Maere. 
Charles Louis de Maere, geboren te St. Nicolaas in België, doch gevestigd in Overijssel, werd 7 Augustus 1842. in den Nederlandschen adelstand verheven en in 1845 in de Ridderschap van Overijssel opgenomen, doch verplaatste zich weder naar Belgie en ontving daar 1 September 1871 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Toen werd het oude wapen der familie weder aangenomen 1), want het onderstaande wapen, dat in het diploma van 1842 voorkomt, was fautief. 
1) In blauw eene zespuntige gouden ster. Helmteeken: de ster; tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden met goud omboorde en geringde roode halsbanden. 
In blauw drie dwarsgelegde gouden sporen, met het spoorrad aan de linkerzijde, de eerste geplaatst in den linkerbovenhoek van het schild, de tweede aan de rechter schildzijde en de derde aan 'de schildpunt; en een roode schildhoek, beladen met een natuur-lijken knol met vier groene bladeren, de staart omlaag. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren duif met een groenen olijftak in den bek. 
Schildhouders: twee goud gehalsbande en geringde bruine haze-windhonden. 
Wapenspreuk: Honneur et travail. 
van der Maesen. 
Léonard Jean Pierre Louis van der Maesen de Sombreff, bewaarder der hypotheken te Maastricht, werd geadmitteerd bij organiek besluit van 20 November 1816 in de Ridderschap van Limburg en bij het nadere organiek besluit van 8 Mei 1842 in de gereconstitueerde Ridderschap van dat gewest. 
In rood een gouden schuinbalk, door vier schuinlinksche zwarte lijntjes in vijf afdeelingen gescheiden, elke afdeeling beladen met twee zwarte meerltjes naast elkander, in de richting der lijntjes. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: drie zilveren struisveeren. 
de Marchant d'Ansembourg. 
Jean Baptiste Ferdinand Joseph de Marchant d' Ansembourg werd bij de organieke besluiten van 16 Februari 1816 en 8 Mei 1842 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met de titels van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen. — Rijksbaron, 10 December 1728; rijksgraaf, 1 October 1749. 
Gevierendeeld: 1. in goud een rood-gekroonde roode leeuw (heerlijk-heid Ansembourg); 2. in rood een zwart-getralied zilveren schildhoofd (heerlijkheid Koerich); 3. in vair een roode dwarsbalk; 4. in goud 
een rood-getongde zwarte adelaar. Over alles heen een gevierendeeld hartschild met het wapen van de Marchant, gedekt met eene vijf-bladerige kroon: a. en d. in zilver een goud-gekroonde en rood-getongde zwarte leeuw; b. en c. in zilver eene driehoekige zwarte egge. 
Vijf gekroonde helmen, de lste met goud-zwarte, de 2de met zilver-zwarte, de 3de met goud-roode, de 4de ook met goud-roode en de 5de met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende vleugel volgens het 2de kwartier; 2° een uitkomende en omgewende goud-gekroonde en rood-getongde zwarte leeuw; 3° een rood-getongde zwarte adelaar; 4° een uitko-mende rood-gekroonde roode leeuw; 5° drie groene struisveeren. 
Schildhouders: twee klimmende gouden luipaarden (van de natuurlijke gedaante), de koppen aanziende gesteld, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens het 1ste kwartier (de leeuw omgewend) en die ter linkerzijde volgens het 2de kwartier, de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan gouden tournooilansen met spitsen van 't zelfde. 
de Marees van Swinderen, zie van Swinderen. 
Martens. 
Bij besluit van 10 December 1829 werden tot den adelstand verheven Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, later president van het ge-rechtshof te Utrecht en president van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, en de kinderen van wijlen zijn broeder Jan Hendrik Martin Martens, commies-griffier van het Hoog Militair Gerechtshof. 
In goud van boven een afgesneden zwarte lamskop in profil en van onderen twee aanziende roode ossenkoppen naast elkander. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode ossenkop en hals, aanziende gesteld, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 10 
Martini (van Geffen) en Martini Buys. 
Mr. Hendrik Bernard Martini, te 's Hertogenbosch, werd 29 Augustus 1822 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een blauw-getongde roode leeuw; 2. en 3. in blauw eene rood gebekte en gepoote zilveren duif. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: twee omziende, gevleugelde gouden draken met twee voorpooten en roode pijltongen, de staart omhoog geslagen en schuingekruist met het achterlijf. 
Wapenspreuk: Tangenti resisto. 
Mr. Antoni Adriaan Martini Buys werd verheven tot den adelstand, 3 Januari 1844. 
In alle opzichten als het voorgaande wapen. Over de vier kwar-tieren heen het wapen van Buys, namelijk in rood. een gouden keper beladen met vijf roode bollen, en vergezeld van drie zilveren bollen, 2 van boven en 1 van onderen. 
van Massow. 
Godefridus van Massow, resident van Rembang, werd 22 September 1817 in den adel ingelijfd. Aan zijn zoon Jhr. Mr. Gerlach Cornelis Johannes van Massow werd 29 Juni 1844 de baronstitel verleend, overgaande op al zijne afstammelingen. — Pommersche adel. 
In zilver twee roode dwarsbalken. 
Gouden helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: twee olifantstrompen volgens het schild. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
de Mauregnault. 
Mr. Daniel Pieter de Mauregnault, vroeger pensionaris en burge-meester van Veere, werd 21 September 1815 erkend tot den adel te behooren. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een zilveren keper, op den 
top beladen met een rooden wassenaar, en vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen; 2. en 3. in zilver een rood Jeruzalemskruis. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Vaincre ou mourir. 
Gerard Arend en Johan Anthony Boreel de Mauregnault werden erkend tot den adel te behooren, de eerste 21 Augustus 1815 en de tweede 8 Juli 1816. 
Gevierendeeld: 1. in blauw een zilveren keper, op den top beladen met een rooden wassenaar, en vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen; 2. en 3. in zilver een zwarte keper, beladen met twee gouden zweepen, het snoer rondom den stok geslingerd, de toppen op de punt van den keper door elkander gevlochten; de keper vergezeld van drie zwarte jachthoorns, beslagen, geopend, gemond en gesnoerd van goud, 2 van boven en I van onderen; 4. in zilver een rood Jeruzalemskruis. 
Helm, wrong, dekkleeden, helmteeken, schildhouders en wapen-spreuk als de vorige. 
de Maurissens. 
Ignatius Xaverius Josephus de Maurissens werd 27 December 1822 erkend tot den adel te behooren, met den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte. — Belgische adel. 
In zilver een groene boom, aan de linkerzijde vergezeld van eene zwarte kraai met opgeheven vlucht; alles ondersteund door een grasgrond. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zilveren zwaan met opgeheven vlucht. 
May. 
John William May, Nederlandsch consul-generaal te Londen, werd 14 Mei 1882 tot den adelstand verheven. 
In rood een gouden dwarsbalk, vergezeld van acht gouden blokjes, 4 van boven en 4 van onderen, naast elkander. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende bruine panterkop in profil, met roode tong. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. Wapenspreuk: Non tergo sed facie. 
de Meer. 
Frédéric Joseph Ramon Félix Manoel de Meer d'Osen werd bij organiek besluit van 8 Mei 1842 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron. — Limburgsche adel. 
In rood drie zilveren tweelingsbalken. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: eene roode vlucht. 
Meerman van der Goes, zie van der Goes. van Meeuwen. 
Mr. Petrus Andreas van Meeuwen, directeur-generaal der douanes onder Koning Lodewijk, later lid der Tweede Kamer, werd 23 Juli 1834 tot den adelstand verheven. 
In zwart drie rood gebekte en gepoote zilveren meeuwen, 2 en 1; en een zilveren schildhoofd, beladen met drie roode rozen. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Melort. 
Mr. Godefridus Andreas Melort,, raadsheer in het Provinciaal Gerechtshof van Holland, werd 28 November 1840 verheven tot den adelstand. 
In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van boven van een distel (de van twee bladeren voorziene stengel omlaag) tusschen twee leliën, en van onderen van een vogel tusschen twee sterren; alles van zilver. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren lelie, tusschen eene vlucht van't zelfde. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Honeste vivere. 
Melvil van Lynden, zie van Lynden. Melvill van Carnbee. 
De vice-admiraal Pieter Melvill van Carnbee, heer van Op- en Neder-Andel, werd 16 September 1815 tot den Nederlandschen adelstand verheven en ontving 6 Mei 1822 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Na den dood van zijn oudsten zoon en het kinderloos sterven van diens eenigen zoon, is bij besluit van 22 Januari 1844 de titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, overgebracht op Pieter's tweeden zoon, Jhr. Isaac August Melvill van Carnbee. — Schotsche adel. 
In goud drie ruitvormige roode kussens met eene roode kwast aan eiken hoek; de kussens geplaatst 2 en 1, en elk beladen met een zilveren wassenaar. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een bruine arend met roode pijltong, de vlucht geopend en nederwaarts gericht. 
Schildhouders: twee griffioenen met roode pijltongen, het bovenlijf en de voorpooten blauw, de vleugels zilver, en het overige des lichaams, zoo mede de bek, bruin. 
Wapenspreuk: Denique coelum. 
Merkes van Gendt. 
De majoor-ingenieur Johannes Gerrit Willem Merkes van Gendt en Erlecom werd 25 Augustus 1846 tot den adelstand verheven. 
In blauw drie stengels van inlandsche palm naast elkander op een grond; elke stengel bezet met drie bosjes elk van drie bla-deren: het eerste bosje op den top (de drie bladeren naast elkander); het tweede bosje aan 't midden van den stengel (één blad aan de-rechterzijde en de twee andere aan de linkerzijde); het derde bosje onder aan den stengel (twee bladeren aan de rechterzijde en het derde aan de linkerzijde); alles van goud. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een rood gebekte en gepoote zilveren gent (man-nelijke eend), geplaatst achter een der gebladerde stengels gelijk die van het schild. 
van Merlen. 
Generaal Jean Baptiste van Merlen ontving 5 April 1814 van Napoleon I den titel van Baron van het Fransche Keizerrijk. Zijn zoon, generaal Benard van Merlen, werd 12 Juni 1836 tot den Nederlandschen adelstand verheven. Het bij die gelegenheid vastgestelde wapen, dat in de Nederlandsche wapen-boeken voorkomt, is bij besluit van 5 Januari 1885 vervangen door het ondervolgende: 
Gevierendeeld: 1. in goud een zwarte meerl; 2. in zilver een zwart molenijzer; 3. geruit van zwart en zilver; 4. in rood een rechtop geplaatst zilveren zwaard met gouden gevest. In een zwart, met goud omboord, hartschild over alles heen, een gouden wiel van acht spaken, waarop drie gouden meerlij es zitten, van boven (rechts en links) twee omgewend, en van onderen één, het onderste-boven gekeerd en den kop naar de rechterzijde. 
Gekroonde helm met zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-getongde bruine leeuw. 
Schildhouders: twee lichtbruine paarden. 
Wapenspreuk: Vincenti laurus. 

de Mey. 
Mr. Jan Gijsberto de Mey, heer van Streefkerk en Nieuwlekkerland, burgemeester te Leiden, werd 14 Juni 1826 tot den adelstand verheven. Zijn zoon, mede geheeten Mr. Jean Gijsberto de Mey van Streefkerk, de bekende staatsman, kreeg twee dagen later, 16 Juni 1826, den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Nog werden bij het eerstgenoemde besluit van 14 Juni ook Jacob Eduard de Mey van Alkemade, bewaarder van de hypotheken en het kadaster te Rotterdam, en Jan Frederik de Mey in den adel opgenomen. 
In blauw een gouden keper, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een groenen boom op een grasgrond. 
Helm met groen-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: een groene boom, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Aan Jhr. Henri Jean Abraham Simon de Mey (den zoon van een jon-geren zoon van bovengenoemden Jan Gijsberto, burgemeester te Leiden) werd 5 Mei 1829 vergund den naam van van Gerwen aan den zijnen toe te voegen en zich te noemen de Mey van Gerwen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een gouden keper, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een groenen boom op een grasgrond (de Mey); 2. en 3. doorsneden: a. in zwart drie gouden molenijzers, 2 en 1; b. in zilver een zwarte wilde zwijnskop met zilveren slagtanden (Gerwen). 
Twee helmen, de 1ste met groen-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden, de 2de gekroond en met zilver-goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een groene boom, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw (de Mey); 2° een gouden molenijzer, tusschen twee in omgekeerden kepervorm geplaatste gouden trompen of vederkokers (Gerwen). 
Meyer. 
De gepensioneerde luitenant generaal Adriaan Frans Meyer werd 17 Januari 1842 tot den adelstand verheven. 
In zwart eene gouden gesp bestaande uit een cirkel met eene 
loodrechte tong er in; de cirkel aan de buitenzijde bezet met vier uitsteeksels elk in den vorm van een driehoekig stuk dat met den top in den cirkel bevestigd is; die uitsteeksels geplaatst tegenover, de vier randen van het schild. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: rechts op den helm drie naar rechts overgebogen struisveeren, elk in de lengte gedeeld, de eerste van goud en zwart en de twee andere van zwart en goud, en daarnaast links drie bladerlooze, naar links overgebogene stengels, elk aan de linkerzijde bezet met hangende meiklokjes, vier aan den eersten stengel (zwart, goud, zwart en goud) en drie aan elk der twee andere stengels (zwart, goud en zwart). 
Michiels. 
Hendrik Joseph Michiels van Kessenich ontving 3 Februari 1813 den titel van Ridder van het Fransche Keizerrijk en werd 17 October 1822 tot den Nederlandschen adelstand verheven met den titel van Baron, over-gaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een springend gouden hert, het lichaam doorboord van twee schuingekruiste gouden pijlen, de pun-ten omlaag; 2. en 3. in groen een roode dwarsbalk, en. een stei-gerend zilveren paard over dien balk heen. In een rood hartschild, over de kwartieren heen, twee zilveren kapellen (kerkjes) naast elkan-der, geopend van blauw en verlicht met vijf blauwe vensters, 2, 2 en 1, elk gedekt met een spits blauw dakje, getopt met een gouden kruisje. — Op den bovenrand van het groote schild ligt (onder de jonkheerskroon, die, bij gemis van een helmteeken, tot dekking van dit wapen moet dienen) een oranjeappel in natuurlijke kleur, groen gesteeld met twee bladeren van 't zelfde, de steel omlaag en over het schild hangende. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Alles door en voor den koning. 
Arnold Hendrik Theodoor Michiels van Verdwijnen, te Roermond, broeder van den bovengenoemde, werd 1 October 1825 verheven tot den adelstand en 13 Juni 1841 tot Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een springend gouden hert. 
het lichaam doorboord van twee schuingekruiste gouden pijlen, de punten omlaag; 2. en 3. in groen een roode dwarsbalk, en een steigerend zilveren paard over dien balk heen. In een blauw hart-schild, over de kwartieren heen, een oranjeappel in natuurlijke kleur, zonder steel of bladeren. 
van Middachten. 
Reinier Willem van Middachten tot Vrieswijk en Oldhagensdorp en zijn zoon Maurits George Willem werden in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd, respectivelijk bij de organieke besluiten van 28 Augustus 1814 en 24 Februari 1816. 
In rood een uitgeschulpt zilveren kruis, in de kwartieren verge-zeld van vier droogscheerdersscharen van 't zelfde, de punten omlaag. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een gaande roode vos. 
de Milly. 
Mr. Paul Antoine Guillaume de Milly, burgemeester van Zuidlaren (Drenthe), werd 30 Maart 1840 tot den Nederlandschen adelstand verheven. Hij was gehuwd met eene Gravin van Heiden Reinestein, ten gevolge waarvan zijn zoon Jhr. Mr. Louis Sigismund Albert Jacques den 11 November 1876 vergunning ontving om zich te noemen de Milly van Heiden Reinestein. — Fransche adel. 
In zilver drie blauwe dwarsbalken, beladen de eerste met twee gouden sterren en de derde met ééne gouden ster; en een rood schildhoofd, beladen met een gaanden gouden leeuw. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Mock. 
Gabriel Mock, luitenant-kolonel der artillerie, te Utrecht, werd 4 Februari 1822 tot den adelstand verheven. 
In blauw drie gouden sterren, 1 en 2, en van onderen een laag rotsig bergje van zilver, opkomende uit den schildvoet. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene van goud op blauw doorsneden vlucht, het blauwe gedeelte van eiken vleugel beladen met eene gouden ster. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen met roode pijltongen. 
Mollerus. 
Jan Hendrik Mollerus, minister, vice-president van den Raad van State, werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven en 21 December 1820 tot Baron, overgaande op zijn oudsten zoon Hendrik Mello Mollerus van Westkerke. Ook zijne twee andere zonen werden verheven tot Baron met overgang bij eerstgeboorte, namelijk: Willem Mollerus, ambassadeur te St. Petersburg 24 Juli 1822, en Nicolaas Willem Mollerus, zaakge-lastigde bij het Hof van Portugal 1 Januari 1843. 
Gedeeld: 1. in rood een half rennend paard van zilver, uitgaande van de deelingslijn; 2. in blauw drie gouden molenijzers boven elkander. 
Helm met rood-zilver-rood-blauw-goud-blauwe wrong, en rechts zilver-roode, links goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: een uitkomend zilveren paard. Schildhouders: twee zilveren paarden. Wapenspreuk: Labore ad salutem. 
du Monceau. 
Generaal Jean Baptiste du Monceau werd 3 April 1810 door Koning Lodewijk verheven tot Graaf van Bergendal en verkreeg 24 Maart 1820 den titel van Nederlandsch Graaf, overgaande bij eerstgeboorte. Bij besluit 
van 12 Mei 1874 werd die titel uitgebreid tot al de afstammelingen van zijn zoon, den luitenant-generaal Jean François Graaf du Moneceau. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een rechtop geplaatst gouden zwaard, het 1ste kwartier bovendien vermeerderd met een blauwen schildhoek, wederom beladen met een rechtop geplaatst gouden zwaard (al die zwaarden met eene stootplaat die den vorm heeft van twee triangels, elk met het toppunt in de greep bevestigd); 2. en 3. in goud een zwarte schuinbalk, beladen met drie gouden vogels, stappende in de richting van dien balk. In een rood hart-schild, over alles heen, drie zilveren bloemen elk van acht spitse bladen (van den vorm der bladen van een vijfblad), met gouden hart, 2 bloemen van boven en 1 van onderen. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier houdende; die ter rechterzijde rood, beladen met een omge-wenden gouden leeuw, gedekt met eene koningskroon van 't zelfde, met den opgeheven rechterpoot een zilveren zwaard met gouden gevest schuinrechts en in den linker nederwaartschen poot een bundel van zeven zilveren pijlen houdende; de banier ter linkerzijde 
blauw, beladen met een gouden W; elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene gouden tournooilans met zilve-ren spits en gouden koorden en kwasten. Wapenspreuk: Herinnering van verdiensten. 

von Mühlen. 
Carl Johann Philipp von Mühlen, gepensioneerd kapitein der genie, werd 18 April 1828 in den adel ingelijfd. — Saksische adel. 
Gedeeld: 1. in zilver een klimmende bruine wolf met roode tong, ondersteund door een grasgrond; 2. in rood een gouden dwarsbalk. 
Gekroonde helm, met rechts zilver-roode en links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende bruine wolf, een wit lam in den bek dragende. 
Mulert en van Mulert 
Joachim Ernst Mulert tot de Leemcule werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd in de Ridderschap van Overijssel. Een besluit van 5 Juli 1822 bepaalde, dat aan zijne zonen Jacob Adriaan, Willem Jan en Frederik Christiaan de titel van Baron of Barones voor hen en al hunne afstammelingen toekwam. Bij besluit van 7 Juli 1822 werd het-zelfde ten aanzien van Johan Carolus Mulert, heer van Odinck, verklaard. 
In goud drie zwarte kepers. 
Gouden helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dek-kleeden. 
Helmteeken: drie gouden rietstengels met zwarte koppen. Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
Bij besluit van 22 September 1882 werd Coenraad Johan Frederik Theodoor van Mulert erkend tot den adel te behooren, met den titel van Baron of' Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
Hetzelfde wapen, behalve dat tot schildhouders twee omziende rood-getongde bruine leeuwen dienen. 
Munter. 
Mr. Andries Cornelis Willem Munter, heer van Sleeburg en Doorn, kolonel der schutterij te Amsterdam, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. in goud een rood-getongde halve zwarte adelaar, uit-gaande van de deelingslijn; 2. wederom gedeeld: a. in blauw een gouden kruis; b. in zilver drie zwarte kepers. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-getongde zwarte adelaar. 
Schildhouders: twee engelen in natuurlijke kleur met loshangend haar, gekleed in lange witte gewaden met blauwachtigen weer-schijn, de armen en voeten bloot, de vleugels nederwaarts gericht. 
de Muralt. 
De generaal-majoor Abraham Rodolphe de Muralt werd 12 November 1840 in den adel ingelijfd. — Adel uit het Zwitsersche kanton Ticino, vroeger tot Lombardije behoorende. 
In zilver een vierkante roode toren, geopend van 't veld, zonder vensters, van boven met drie kanteelen, de middelste van enkele en de beide andere van dubbele hoogte; de toren vergezeld van vier roode leliën, 1 van boven, 2 aan de zijden en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene uitkomende vrouw, gekleed in goud met. roo-den gordel en plat omgeslagen roode kraag, het goud èn boven èn onder den gordel beladen met een in twee rijen van zwart en zilver geschaakten dwarsbalk; gedekt met eene als met twee hoor-nen opstaande roode muts, opgeslagen van goud, het haar loshan-gend; de schouders bedekt met een kort rood mouwtje dat verder de armen bloot laat; gelaat en armen van natuurlijke kleur; op de uitgestrekte rechterhand een kleinen rooden toren (van vorm als dien in het schild) dragende en in de linkerhand eene piek en daarvóór een ovaal schild houdende; de piek goud, met eene spits van 't zelfde, van welke piek een klein rood vaantje afhangt met een kleiner zwart wimpeltje er boven; het schild rood, beladen van onderen met drie kleine spitse zilveren rotsen naast elkander van den linker zijrand uitgaande, en van boven met eene gouden zon, van den rechter bovenrand uitgaande. 
van Nagell. 
Bij besluit van 25 October 1822 werd bepaald, dat aan Anne Willem Carel van Nagell tot Ampsen, minister van staat en van buitenlandsche zaken, en aan zijn broeder Jacob Albert Lodewijk Frederik Constantijn van Nagell tot Wisch, alsmede aan al hunne afstammelingen, de titel van Baron of Barones zou gegeven worden. 
In zilver eene roode gesp in de gedaante van een cirkel met eene horizontale tong er in; de cirkel van buiten bezet met vijf roode figuren, ongeveer in de gedaante van leliën met afgesne-
den voet, vier daarvan tegenover de hoeken van het schild en de vijfde aan de linkerzijde waar de tong der gesp eindigt. 
Gouden helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de roode gesp, tusschen een vlucht, rechts zilver en links rood. 
Nahuys en van Nahuys. 
Cornelis Hendrik Theodorus Nahuys, lid der Algemeene Rekenkamer, werd 27 Maart 1835, en Mr. Huibert Gerard Nahuys van Burgst, gene-raal-majoor, laatstelijk lid van den Raad van Nederlandsch-Indië 22 Juli 1836, in den adel ingelijfd. Beide ontvingen 25 Juni 1842 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Munstersche adel. 
Gevierendeeld van goud en rood (Ahaus.) Over alles heen een doorsneden hartschild: 1. in goud zeven blauwe dwarsbalken, en een goud-gekroonde roode leeuw over die balken heen (Horstmar); 2. in zilver een rood kasteel waarvan men den voorkant en twee zijden ziet, getopt met drie roode torentjes, elk met drie tinnen; de voorkant en elke der beide zijden van het kasteel met vier zwarte vensters, 2 en 2 (Borkeri). 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: het roode kasteel van het hartschild, waaruit, een goud-gekroonde roode leeuw oprijst, alles tusschen twee beurtelings van goud en rood doorsneden buffelhoorns. 
Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen. 
Willem Christiaan Theodorus van Nahuys, burgemeester van Zwolle, werd 24 October 1885 in den adel ingelijfd. 
Gevierendeeld van goud en rood. Over alles heen een gouden hartschild beladen met zeven blauwe dwarsbalken, en een goud-gekroonde roode leeuw over die balken heen. 
Helmteeken: de leeuw van het hartschild, uitkomende; tusschen twee beurtelings van goud en rood doorsnedene olifantstrompen. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
Mr. Gerard Anton Nahuys, substituut officier van justitie te Arnhem, werd 15 Juni 1886 in den adel ingelijfd, en Gerard Johan Nahuys te Utrecht, 27 Juli 1886. 
Gevierendeeld van goud en rood. Over alles heen een doorsneden hartschild: 1. Horstmar; 2. Borken. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw van het hartschild, uitkomende; tusschen twee beurtelings van goud en rood doorsnedene olifantstrompen. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
van Nassau. 
Jan Floris Hendrik Carel van Nassau la Lecq werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd, met den titel van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen. (Uitgestorven 29 Maart 1824, afstammende van Lodewijk van Nassau, heer van de Lek, een der natuurlijke zonen van Prins Maurits en de jonkvrouw van Mechelen, van welken Lodewijk de drie oudste zonen door keizer Leopold 24 April 1679 gelegitimeerd, voor Graven van Nassau erkend en tot Rijksgraven verheven werden.) 
In blauw, bezaaid met gouden blokjes, een rood-getongde gouden leeuw over alles heen. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene van zwart op zilver doorsnedene antieke vlucht. 
Nedermeyer van Rosenthal, zie van Rosenthal. de Negri. 
Frédéric Ferdinand Henri Joseph de Negri werd bij organiek besluit van 1 Juli 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. — Genueesche adel. 
Doorsneden: 1. in zilver een halve man met snorbaard, uit de doorsnijdingslijn opkomende, gekleed in blauw met zilveren gordel en zilveren knoopen, gedekt met eene roode muts, gelaat en han-den in natuurlijke kleur, de linkerhand in de zijde gezet, met de. 
opgeheven rechterhand een Turksch kromzwaard in natuurlijke kleur zwaaiende; 2. linksgeschuinbalkt van blauw en zwart, van zes stukken. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de man, uitkomende. 
Nepveu. 
De generaal-majoor Charles Nepveu werd 27 Juli 1849 tot den adel-stand verheven, met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gedeeld: 1. in blauw een rood-getongde gouden leeuw; 2. in goud een natuurlijke appelboom met vier gouden vruchten (2 en 2), op een grasgrond. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
van Neukirchen genaamd Nijvenheim. 
Verschillende leden van dit geslacht werden bij de organieke besluiten van 28 Augustus 1814 en 13 Februari 1815 in de Ridderschap van Gelder-land geadmitteerd, terwijl later voor hen en al hunne afstammelingen de titels van Baron of Barones zijn erkend. Met diezelfde titels werd Abraham Adriaan van Neukirchen genaamd Nijvenheim, te Oisterwijk, 3 December 1882 erkend tot den adel te behooren. 
Gevierendeeld: 1. en 4 in zilver een zwarte dwarsbalk, in den rechterbovenhoek vergezeld van een zwarten roskam, het hand-vat omlaag (Neukirchen); 2. en 3. in rood een gouden dwarsbalk (Nijvenheim). 
Helm met zwart-zilveren wrong, en rechts zilver-zwarte en links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop en hals met zwarten halsband, geringd van 't zelfde. 
Schildhouders: twee zilveren hazewindhonden met zwarte hals-banden, geringd van 't zelfde. 
van Nispen. 
Carel Herman van Nispen tot Pannerden en Lodewijk Carel Jacob Christiaan Frans van Nispen tot Velde werden bij organiek besluit van 1 Juli 1816 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. 
In zilver een rood getongde en genagelde groene leeuw, gedekt met eene antieke roode kroon van vijf punten. Helm met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
op ten Noort. 
Mr. Willem op ten Noort, directeur der posterijen te Utrecht, werd 6 April 1834 tot den adelstand verheven. 
In rood drie gouden winkelhaken, 2 en 1, elk geplaatst even-wijdig aan den bovenrand en den rechterrand van het schild. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een gouden winkelhaak, geplaatst als in het schild, tusschen twee uitkomende gouden kanonloopen, in omgekeerden kepervorm geplaatst. 
van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh. 
Johan Gerard van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh, lid van het Hoog Militair Gerechtshof, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren ankerkruis (Olden-barneveld); 2. en 3. in blauw een donker-geharnaste en met gouden boordsels omgeven voorarm, horizontaal geplaatst, voortko-mende uit eene zilveren wolk die van den linker-schildrand uitgaat, de hand, bekleed met een zilveren strijdhandschoen, een zilveren zwaard met gouden gevest rechtop houdende; alles vergezeld van drie achtpuntige gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen (Tullingh). 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen, 11 
Helm met rood-blauwe wrong en blauw-roode dekkleeden. Helmteeken: eene blauwe mand meer hoog dan breed, met rechts en links een hengsel en gevuld met gouden vlammen. Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. Wapenspreuk: Fide patiens in cruce ignea superstes virtute. 
d'Oldenneel en van Oldeneel. 
Guillaume Antoine Joseph d' Oldenneel, tweede kolonel, kommandeerende de 9de afdeeling kurassiers, te Maastricht, werd 4 Augustus 1819 erkend tot den adel te behooren, mot den titel van Baron of Barones voor hom en al zijne afstammelingen. 
In zilver drie zwarte weversspoelen, in gaffelvorm geplaatst en elkander aanstootende. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: twee zilveren buffelhoorns, op elk waarvan de drie zwarte weversspoelen herhaald zijn. 
De broeders Charles Hyacinthe Guillaume Jean en Jean Jacques Germain Louis van Oldeneel tot Oldenzeel werden 13 Mei 1826 erkend tot den adel te behooren met den titel van Baron of Barones voor hen en al hunne afstammelingen. 
Hetzelfde wapen. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-getongde gouden griffioen, tusschen twee zilveren buffelhoorns, op elk waarvan de drie zwarte weversspoelen herhaald zijn. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
d'Olne. 
Antoine Joseph d'Olne werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. — Rijksridder, 3 April 1664. 
Gevierendeeld: 4. in goud een rood-getongde halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. in rood een schuinrechts geplaatste 
piek, de schacht van goud en op het midden doorgebroken, het ijzer blauw (in den vorm van eene halve maan waaruit een piek-ijzer oprijst); aan de rechterzijde der piek, onder de halve maan, een wapperend klein gouden lintje bevestigd; 3. in zwart drie zil-veren eendjes, 2 en 1; 4. in zilver eene rechtop geplaatste mor-genster (strijdkolf), de steel en de bol goud en de prikkels blauw. 
Gekroonde helm, met rechts goud-zwarte en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende arm in natuurlijke kleur, rechtop geplaatst, tot aan den elboog bekleed met blauw, een zilveren degen met gouden gevest horizontaal houdende, de punt links. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
van Omphal. 
Antonius Frederik Jan Floris Jacob van Omphal, overleden als gepen-sioneerd luitenant-generaal, werd 13 November 1834 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Uit het Graaf-schap Marck; rijksadel, 15 Mei 1559. 
In goud twee naast elkander geplaatste en in het benedenge-deelte vereenigde roode punten, opstijgende uit den schildvoet. 
Gouden helm; de traliën, het halssieraad en het omboordsel van het borststuk van zilver; goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een negerborstbeeld, gekleed volgens het schild, met zilveren hoofdband waarvan de twee uiteinden links afwapperen. 
Opperdoes Alewijn, zie Alewijn. Ortt. 
Hendrik Jacob Ortt van Oudaan werd 21 Juli 1818 tot den adelstand verheven. — Geslacht uit Heilbron, dat van Keizer Karei V, dd. Toledo 14 Februari 1539, een diploma ontving, waarbij het wapen vernieuwd en van een helmteeken voorzien werd en te gelijk de voorrechten van den adel werden verleend. 
In goud een roode leeuw, in den rechtervoorpoot een rooden pijl met zilveren punt en zilveren veeren schuinlinks houdende, de punt omlaag. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw met den pijl, uitkomende. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Sum quod fui. 
(Barones) van der Oudermeulen. 
Aan de douairière van der Oudermeulen, geboren Alida van Wickevoort Crommelin, grootmeesteres van koningin Sophia, werd na den dood dier vorstin de personeele titel van Barones geschonken, 7 Augustus 1877. Bij die gelegenheid werd haar geen bepaald wapen toege-kend, maar in de registers van den Hoogen Raad van Adel komen de wapens van van der Oudermeulen en van van Wickevoort Crommelin, die geen van beiden in den Nederlandschen adel opgenomen zijn, geaccoleerd voor, ofschoon haar de titel verleend is onder den naam van Barones van der Oudermeulen. Wij doen hier die beide wapens kennen. 
van der Oudermeulen: Doorsneden: 1. in goud een roode windmo-len, van den antieken vorm, de wieken aan de rechterzijde en gedeeltelijk door het gebouw bedekt, aan de linkerzijde een rood laddertje dat naar het bovengedeelte van den molen leidt; 2. in rood vijf zesbladerige gouden rozen, 2, 1 en 2. Helmteeken: de windmolen. 
van Wickevoort Crommelin: Gevierendeeld: 1. en 4. Crommelin, namelijk gedeeld: a. in blauw eene gouden lelie en een blauw-goudenblok-zoom; b. in zilver een roode keper, vergezeld van drie zwarte meerltjes, 2 van boven en 1 van onderen; 2. en 3. van Wickevoort, namelijk in goud negen groene klaverbladen, 3, 3 en 3, en een blauw schildhoofd, beladen met een rood getongden en genagelden en goud-gekroonden gaanden gouden leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
van Pabst. 
Mr. Johan Maurits van Pabst van Bingerden werd bij organiek besluit van 9 Januari 1815 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. — Rijnsche adel; adelserkenning door den Koning van Pruisen, 18 Januari 1712. 
Gevierendeeld: 4. en 4. in zilver eene roode pauselijke tiara met de drie gouden kroonen, getopt met een gouden wereldbol (Pabst); 2. en 3. in goud drie rood-getongde zwarte leeuwen, 2 en 1 (Bin-f/erden). In een zilveren hartschild, over alles heen, een rood-getongde en goud-gekroonde zwarte adelaarskop en hals. 
Twee helmen, de 1ste gekroond en met zilver-roode dekkleeden, de 2de gedekt met eene zwart-gouden wrong en met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. eene uitkomende, in 't rood gekleede vrouw met zilveren gordel, een weinig links gewend, met twee opgeheven zwarte vleugels in plaats van armen, gedekt met eene tiara gelijk die in het schild, het gelaat van natuurlijke kleur, het haar loshangend, de vierkante uitsnijding van het roode kleed aan den hals met zilver omzoomd; 2°. twee zwarte beerenpooten, opkomende uit de kroon. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Diderik Jacob Adriaan Albertus van Lawick van Pabst, heer van Nyevelt, kapitein der infanterie, werd 19 November 1860 in den adel ingelijfd. 
Gevierendeeld: I. en IV. het geheele gevierendeelde wapen van Pabst als hierboven, met het hartschild; II. en III. het wapen van van Lawick, zijnde in rood een geënte zilveren dwarsbalk. 
Gekroonde helm, met zilver-rood-goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de uitkomende vrouw als hierboven, aanziende gesteld. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. van Pallandt. 
Voor al de leden van dit geslacht is de titel van Baron of Barones erkend, bij besluit van 11 Juni 1818. Aan Reinhardt Adolf Baron van Pallandt werd 4 November 1859 vergund den naam van Torck vóór den zijnen te nemen en zich te noemen Torck van Pallandt. 
Gedwarsbalkt van zwart en goud, van zes stukken. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een schildje met het wapen, tusschen eene zwarte vlucht. 
Schildhouders: twee gebaarde helbardiers, gekleed in eene van onderen schuin weggesneden blauwe tunica, langs de randen van den hals tot van onderen met bruin bont omzet en bij de handen met hetzelfde bont opgeslagen, op de borst met drie dwarsche gou-den tressen boven elkander over het bont heen, met korte blauwe broek en de bloote beenen in zwarte laarzen, gedekt met eene platte blauwe muts, een zwart Turksch zwaard met gouden gevest aan de zijde, en elk een zilveren helbaard met zwarte schacht in de vrije hand houdende, de snede buitenwaarts. 
Hans Willem van Pallandt, geboren 20 Mei 1804, nam den naam zijner moeder (van Aylva) bij den zijnen, noemde zich van Aylva van Pallandt en vierendeelde haar wapen met zijn stamwapen van Pallandt. 
Gevierendeeld: 1. en 4. gedwarsbalkt van zwart en goud, van zes stukken (Pallandt); 2. en 3. in blauw eene zilveren roos, van boven vergezeld van eene gouden ster en van onderen van eene gouden lelie (Aylva). 
Helm, dekkleeden, helmteeken en schildhouders als de vorige. van Panhuys. 
Pieter van Panhuys, heer van Stockum, schepen van Leiden tot 1795, werd bij organiek besluit van 9 December 1814 in de Ridderschap van Utrecht geadmitteerd. 
In zilver drie zwarte maliën, 2 en 1. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: kop en hals van een zwart wild zwijn met roode tong en zilveren slagtanden. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Abraham van Panhuys, rentmeester te Groningen, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Groningen gead-mitteerd. 
In zilver drie zwarte maliën, 2 en 1, en in het schildhoofd een zwarte barensteel van drie hangers. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: kop en hals van een zwart wild zwijn met roode tong en zilveren slagtanden. 
Abraham's zoon, Jhr. Mr. Jan Ernst van Panhuys, commissaris des Konings in Friesland, werd 12 Mei 1874 verheven tot Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Het wapen bleef hetzelfde als dat van zijn vader. 
Mr. Johannes Cornelis van Panhuys van Haeren, luitenant-drossaart van Dalen en Rolduc, werd 15 April 1815 en zijn broeder Mr. Isaac Lode-wijk van Panhuys, vroeger secretaris van 's Gravenhage, 9 Mei 1821 tot den adelstand verheven. 
In zilver drie zwarte maliën, 2 en 1, en in het schildhoofd een zwarte barensteel van drie hangers. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: kop en hals van een zwart wild zwijn met roode tong en zilveren slagtanden. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, zwarte wilde zwijnen met zilveren slagtanden. 
van Panthaleon van Eek, zie van Eek. Paspoort. 
Mr. Marinus Cornelis Paspoort, heer van Grijpskerke en Poppendamme, burgemeester van Middelburg, werd 19 Mei 1832 tot den adelstand ver-heven. 
Gedeeld van blauw en rood; met twee zilver-geharnaste, op alle naden met goud geboorde en goud-gespoorde mansbeenen met de dij, de beenen schuingekruist en de voeten naar beneden gericht, over de deelingslijn heen, en van onderen vergezeld van een in profil gestelden en over de deelingslijn heen gelegden bruinen Moorenkop met zwart kroeshaar, zilveren hoofdband en zilveren oorring, in profil gesteld. 
Helm met blauw-goud-rood-goud-roode wrong, en rechts goud-blauwe, links goud-roode dekkleeden. Helmteeken: de Moorenkop in profil. Schildhouders: twee omziende zilveren eenhoorns. 
Pauw. 
De broeders Johan Cornelis Willem, Mr. Matthieu Christiaan Hendrik en Mr. Maarten Iman Pauw werden 22 October 1847 tot den adelstand verheven, elk met den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte. 
In blauw een halve paal, ondersteund door een dwarsbalk, ver-gezeld van drie sterren, 2 aan weerzijden van den paal en 1 van onderen; alles van goud. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een pronkende pauw, in natuurlijke kleur, aan-ziende gesteld, de pooten in de kroon verborgen. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Deus pavit. 
Pauw geboren Hoeufft, zie Hoeufft. de Pélichy. 
François Joseph Marie Thérèse de Pélichy, later Nederlandsch minister van roomsch-katholieke eeredienst, werd 14 April 1816 in de Ridderschap van Westvlaanderen geadmitteerd, met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Baron door Keizer Karei VI, 26 October 1726. 
In groen een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie gouden rozen, gesteeld en gebladerd van een donkerder groen dan het veld, 2 van boven en 1 van onderen. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-groene en de 2de met goud-blauw-groene dekkleeden. 
Helmteekens: 4° een uitkomende en omgewende zilveren een-hoorn, de kop weder naar rechts gewend; 2° een uitgerukte boom in natuurlijke kleur, rustende op zijne wortels. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden arend met op-geheven vlucht, links een rood-getongde gouden leeuw; Wapenspreuk: Vulnerat et sanat. 
von Pelser Berensberg. 
Leonard Friedrich Joseph von Pelser Berensberg, in Limburg, werd 10 Augustus 1822 in den adel ingelijfd. — Adelsdiploma van den Koning van Spanje tijdens den Successie-oorlog. 
In zilver drie groene meerbladen met stelen, 2 en 1, de twee bovenste met de stelen naar het schildhart gericht, het onderste met den steel omlaag. In een groen hartschild een zilveren linker-schuinbalk, beladen met drie zwarte hermelijnstaartjes, geplaatst in de richting van dien schuinbalk. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een groen meerblad, de steel omlaag, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links groen. 
de Perponcher. 
Arend Jacob Diederik de Perponcher-Sedlnitzky werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd onder de Edelen van Zeeland en Mr. Willem Emmery de Perponcher-Sedlnitzky van Wolfaarts-dijk bij hetzelfde besluit in de Ridderschap van Utrecht. De luitenant-generaal Henri George de Perponcher, Nederlandsch gezant bij het Pruisische Hof, werd 14 Juni 1822 ingelijfd in den adel met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, en verkreeg 18 April 1825 den titel van Graaf onder dezelfde bepaling. — Adel uit Périgord. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren Toskaansche kolom-men naast elkander, staande op een zilveren schildvoet; en een blauw schildhoofd, beladen met drie vijfpuntige gouden sterren (Perponcher); 2. en 3. in rood een pijlijzer, oprijzende van eene soort van hengsel, alles van zilver (Sedlnitzky). 
Gekroonde helm, met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende gouden brak, van voren gezien, tus-schen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. Wapenspreuk: Ma patrie est au ciel: 
von Pestel. 
Wilhelm Friedrich von Pestel, later gepensioneerd als luitenant-generaal der artillerie, werd 7 Mei 1838 ingelijfd in den adel. — Rijks-adel, 12 December 1792. 
In blauw een klimmende zilveren gems, opgericht tegen een ter rechterzijde van die gems geplaatsten groen-gebladerden groenen rozenstam, die van boven twee natuurlijke rozenroode rozen draagt, te zamen schuinlinks geplaatst, alles ondersteund door een grond in natuurlijke kleur; het schild omboord met goud. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de gems en de rozenstruik, beide uit de kroon opkomende. 
de Pesters. 
Mr. Willem Nicolaas de Pesters van Cattenbroeck werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Utrecht, geadmit-teerd. — Rijksadel, 12 Februari 1706. 
In goud een gaande schildpad in natuurlijke kleur, overtopt door eene vijfpuntige blauwe ster, met twee der punten naar boven. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: de ster als in het schild. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen, die ter rechterzijde om-ziende. 
Jhr. Mr. Jules Edouard de Pesters, zoon van Jhr. Mr. Willem Nicolaas bovengenoemd, kreeg 29 April 1856 vergunning om den naam Godin bij den zijnen te voegen en zich te noemen Godin de Pesters. 
Gevierendeeld: 4. en 4. het wapen van de Pesters als hierboven; 2. en 3. het wapen van Godin, namelijk in blauw een gedreven gouden beker, met deksel van 't zelfde. 
Twee helmen, de 1ste gekroond en de 2de gedekt met eene blauw-gouden wrong, beide met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de ster als bij de Pesters; 2° de gedekte beker, tusschen eene antieke vlucht, de achterste vleugel blauw en de voorste goud. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen, die ter rechterzijde om-ziende. 
de Peterssen. 
Isaac Ernst de Peterssen werd 21 Augustus 1815 in den adel inge-lijfd. — Rijksadel, 18 November 1676. 
Gevierendeeld: 4. in rood een goud-gekroonde gouden adelaar, 2. in zilver drie roode sterren, 2 en 1; 3. in zilver zes roode koe-ken, 3, 2 en 1; 4. in rood een goud-gekroonde gouden leeuw. In een gouden hartschild, over alles heen, een dubbele zwarte adelaar, elke kop gekroond van goud. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de adelaar van het 1ste kwartier, uitkomende. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Petit. 
Mr. Pierre Philippe Patrice Joseph Petit, lid der rechtbank van eersten aanleg te Roermond, werd 18 November 1816 in den adel ingelijfd. — Fransche adel. 
Doorsneden: 1. in zilver een, uit de doorsnijdingslijn opkomende, rood-getongde zwarte adelaar; 2. in blauw een zilveren dwarsbalk, van onderen vergezeld van twee naar elkander toegewende zilveren wassenaars. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: de opkomende adelaar. 
du Peyrou van Breugel, zie van Breugel. 
Pichot van Slype. 
Op Karei Godert Sophie Pichot, die 26 Augustus 1835 vergunning had bekomen om den naam van Slype bij den zijnen te voegen en zich te noe-men Pichot van Slype, ging bij den dood van zijn grootvader, Jhr. Jan Godert Cornelis van Slype, burgemeester van Maastricht, diens adel over (Zie van Slype). 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van van Slype, zijnde ge-deeld: a. in goud een zwarte leeuw, met den staart binnenwaarts omgeslagen en den pluim daarvan boven den kop; b. in blauw een zilveren kannetje, het hengsel aan de rechterzijde; II. en III. het wapen van Pichot, zijnde gedeeld: a. in goud een roode leeuw; b. in zilver een zwart anker. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uit de kroon opkomende zilver-geharnaste arm, de elboog links, de hand in natuurlijke kleur, een zilveren sabel met gouden gevest zwaaiende (Slype); 2° een uitkomende roode leeuw (Pichot). 
van der Plaat. 
Johan Pieter van der Plaat, heer van Honswijk (nabij Tuil en 't Waall), werd 5 October 1842 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie zilveren haardplaten, 1 en 2 (in den vorm van langwerpige vierkanten, met eene kleine ron-ding van boven); 2. en 3. in goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk (met vijf tinnen van boven en vier van onderen). 
Helm met blauw-zilveren wrong, en rechts zilver-blauwe, links zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: eene van blauw op zilver doorsneden antieke vlucht. 
Schildhouders: twee omziende griffioenen met roode pijltongen, het bovenlijf en de vleugels paarsachtig, het overige des lichaams en de vier poolen bruin, de bek goud. 
Wapenspreuk: Volente Deo. 
van Plettenberg. 
Bij besluit van 8 Februari 1848 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toekomt. — Rijksbaron, 1 Julij 1661. 
Gedeeld van goud en blauw. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: twee faizanten-veeren, rechts goud en links blauw. 
de Plevits. 
Met den titel van Ridder werden bij de twee volgende organieke beslui-ten in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd: Jean Paul de Plevits de Roosteren, 16 Feb. 1816, en George Jacques de Plevits d'Alfens, 13 September 1817. Bij besluit van 30 Juli 1822 werd bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones zouden voeren. 
In goud twee schuingekruiste pijlen, vergezeld van twee meerl-tjes (met bek, maar zonder pooten), 1 van boven en 1 van onde-ren, en van twee leliën, 1 rechts en 1 links; alles zwart. 
Schildhouders: twee bruine reeën. 
Ploos van Amstel. 
Van dit geslacht werden erkend tot den adel te behooren: 8 Juli 1864, Johannes, te 's Gravenhage; 15 September 1865, Mr. Boudewijn Jacobus, lid der arrondissements-rechtbank te Amsterdam, en Mr. Jacob Pieter, griffier bij het kantongerecht aldaar, alsmede hunne zusters Johanna Jacoba en Henrietta; 30 Januari 1883, Eduard, consul-generaal der Nederlanden, te Melbourne (Australië); en 21 April 1886, Adriaan Adolph Arthur, te Batavia. 
Gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; met een in twee rijen van rood en zilver geschaakt St.-Andrieskruis over alles heen. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een uitkomend hert in natuurlijke kleur. Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
van de Poll. 
Uit dit geslacht werden de volgenden op de bijgevoegde datums tot den adelstand verheven: Mr. Jan, directeur der. Nederlandsche Bank, 16 Sep-tember 1815; Jacob Salomon, te Amsterdam, 20 Februari 1816; Mr. Wil-lem Gerrit, later president der Nederlandsche Handelmaatschappij, 27 Septem-ber 1817; Frederik Harmen, inspecteur der registratie en domeinen, 20 Mei 1875; Jacobus Willem Maurits, ingenieur te Haarlem, 12 Juli 1876; en de kinderen van Mr. Abraham Nicolaas Jan, president der arrondissements-rechtbank te Amersfoort, mede 12 Juli 1876. 
In goud een zwarte dwarsbalk, vergezeld van drie roode ruiten, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene roode ruit, tusschen eene antieke vlucht, de achterste vleugel goud en de voorste zwart. 
de Pollart. 
Jean Antoine François de Pollart, te Roermond, werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. 
In goud, bezaaid met zwarte blokjes, een rood-getongde zwarte leeuw over alles heen. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene gouden vlucht. 
Polman Gruys, zie Gruys. Pompe van Meerdervoort. 
Abraham Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort, bene-vens Jacob, Ada Gerardus en Mr. Johan Petrus Pompe van Meerder-voort, werden 21 Juli 1818 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. het wapen van Pompe, te weten: in zwart drie gou-den »zaadknoppen van pompebladeren", 2 en 1 (in de gedaante 
van kannetjes zonder oor of deksel, met wijder buik dan hals, en van onderen met een korten golvenden steel; in de oude papieren der familie worden zij »pompekannekens" genoemd); en in een rooden schildhoek eene gouden ster; 2. het wapen van Meerdervoort, te weten: doorsneden: a. in rood een zilveren leeuw; b. in rood drie zilveren palen. In een zilveren hartschild, over de deelingslijn van het geheele wapen heen, eene heraldieke roode roos, waarbij de omgeslagen uiteinden der vijf bladeren van goud zijn; die roos gepunt van groen en in het hart belegd met een kleiner roosje van zilver dat een gouden hart heeft en waarbij ook de omgeslagen uiteinden der vijf bladeren van goud zijn. 
Gekroonde helm, met rechts goud-zwarte en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een dubbele zwarte adelaar met roode tongen, elke kop gedekt met eene keizerlijke kroon in de natuurlijke kleuren, en op de borst een rood schildje, beladen met eene gouden ster, dragende, dat aan een rood koordje hangt, hetwelk aan een ander rood koord om den hals bevestigd is. 
Schildhouders: rechts een dubbele adelaar, in alle opzichten gelijk aan die van het helmteeken; links een zilveren leeuw. 
de Posson. 
Juste Joseph Posson, eerst griffier van den provincialen raad van Namen en later referendaris bij den Raad van State, werd 20 September 1824 tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Sedert werd de naam de Posson geschreven. 
In rood drie gouden kannetjes met oor aan de linkerzijde, 2 en 1. Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een gouden kannetje, tusschen twee natuurlijke pauwenveeren. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier volgens het schild houdende (op die ter rechterzijde de kan-netjes omgewend), de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan tournooilansen van 't zelfde met zilveren spitsen. 
Wapenspreuk: Dei non Bacchi. 
Prins. 
Mr. Theodore Louis Lambert Prins, heer van Westdorpe en Grave Jans-dijk, vice-president der arrondissements-rechtbank te Haarlem, werd 29 April 1886 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een uitgerukte dorre boom van zilver (Prins); 2. en 3. in goud drie rood gebekte en gepoote blauwe vogels, 2 en 1 (Guiot du Doignon.) 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende dorre boom van zilver. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde zwarte arenden, met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Wapenspreuk: More majorum. 
van Puttkammer. 
Mr. Leopold Petrus Adrianus van Puttkammer werd 19 October 1816 in den adel ingelijfd. — Pommersche adel. 
In blauw een gouden zeegriffioen, gedekt met eene gouden punt-kroon, de staart van onderen naar rechts omgebogen. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een in den kepervorm geopende gouden passer, over twee schuingekruiste natuurlijke bijlen heen; de passer getopt met drie bruine klophamers. 
van Quadt. 
Otto van Quadt van Wickeradt, heer van Wolferen, Loenen, Delwijnen en Lienden, en van Isny in Wurtemberg , werd 7 October 1814 in de Ridder-schap van Gelderland geadmitteerd en 7 Mei 1822 erkend als Graaf, voor hem en al zijne afstammelingen. — Keulsche adel; rijksgraaf 17 April 1752. 
In rood twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken. 
Helm zonder wrong met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-getongde zwarte beer, oprij-
zende van een zwart-opgeslagen rooden hoed; tusschen eene vlucht volgens het schild. Wapenspreuk: Res non verba. 
Karei Hendrik Lodewijk Maurits Herman Sigismund van Quadt-Huchtenbruck, overleden als generaal-majoor, werd bij de organieke besluiten van 13 September 1817 en 8 Mei 1842 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood twee beurtelings gekanteelde zil-veren dwarsbalken (Quadt); 2. en 3. in goud een springende zwarte eenhoorn (Huchtenbruck.). 
Twee helmen, de 1ste met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden, de 2de met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dek-kleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende, omgewende, rood-getongde zilveren beer, tusschen eene omgewende vlucht volgens het 1ste kwartier; 2° eene lage gouden muts, met zwart opgeslagen, ge-topt met tien gouden lindebladeren aan lange stelen naast elkander. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde zilveren beer, links een zwarte eenhoorn. 
Quarles de Quarles en Quarles van Ufford. 
Deze twee takken van eenzelfde geslacht voeren hetzelfde wapen. 
Pierre Louis Guillaume Quarles de Quarles, burgemeester van Tiel, enz., werd 16 September 1815 in den adel ingelijfd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. — Rijksbaron, 14 Oct. 1751. 
Louis Quarles van Ufford, kapitein ter zee titulair; Joan, adjunct-maire van 's Gravenhage in 1811; Mr. Pierre Philippe, ontvanger; Jacques Jean, secretaris-generaal van het departement van marine en koloniën; en Mr. Pieter Nicolaas, president der rechtbank van eersten aanleg te Haarlem, allen Quarles van Ufford, werden 16 September 1815 tot den Neder-landschen adelstand verheven. — Schotsche adel. 
Gevierendeeld: 1. in zilver drie rood-gebekte groene sperwers (het oude wapen van Quarles); 2. in zwart een losstaand uitge-schulpt gouden kruis (Ufford); 3. gedwarsbalkt van zilver en rood, 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 12 
van tien stukken; en daar overheen drie zwarte vogels, 2 en 1 (Chaworth); 4. in rood drie zilveren rozen, 2 en 1, en in het hart van het kwartier een gouden St. Andrieskruisje; en een gouden schildhoofd, beladen met drie zwarte meerltjes (Splinter van hoen-der sloot). In een gouden hartschild, over de kwartieren heen, een hoekige balk van hermelijn, vergezeld van drie groene sperwers, 2 van boven en 1 van onderen (het nieuwe wapen van Quarks). 
Drie helmen, elk met een breedarmig gouden kruisje in plaats van het gewone medaillon aan den hals; de lste en 3de helm gekroond, de 2de gedekt met eene groen-gouden wrong; al de helmen met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende, omgewende, rood-getongde groene adelaar; 2° een uitkomende, rood-getongde groene adelaar, gehalsband met eene gouden kroon; 3° een zwart meerltje, tus-schen eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Boven de helmteekens de spreuk: Aquila non captat muscas. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Qui invidet minor est. 
Quintus. 
Mr. Onno Joost Quintus, te Groningen, werd 27 December 1817 tot den adelstand verheven, en zijn oudere broeder, Mr. Willem Jan Quintus, lid van het provinciaal gerechtshof te Groningen, 18 October 1838. 
In goud een groene dwarsbalk, vergezeld van boven van drie rood-geopende granaat-appelen in natuurlijke kleur naast elkander, de stelen omlaag, elk met twee groene bladeren, en van onderen van een zittenden eekhoorn, eene noot etende. 
Gekroonde helm met goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: de eekhoorn. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. [Bij het wapen van Mr. Onno Joost Quintus behoort de spreuk: Vis unita fortior.] 
von Rade. 
Heinrich Ferdinand von Rade, district-commissaris van Hulst, werd 13 October 1831 tot den Nederlandschen adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Pommersche adel. 
Gedeeld van blauw en zilver; met twee ijzerkleurige hamers aan schuingekruiste lange gouden stelen over alles heen, vergezeld van acht in een cirkel geplaatste groen-gepunte roode rozen op het blauw en het zilver, telkens twee, tusschen de hamers, aan elke zijde tusschen den hamer en den steel, en van onderen tusschen de stelen. 
Gekroonde helm met zilver-blauw-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de twee schuingekruiste hamers over eene zilveren kolom heen, die met een pauwenstaart in natuurlijke kleur, getopt is. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Radermacher. 
Frans Reinier Radermacher van 's Gravenpolder, schepen en raad van Vlissingen, werd 21 Augustus 1815 verheven tot den adelstand. 
Doorsneden van goud op zwart, met een leeuw van 't eene in 't andere, rood-getongd en goud-gekroond, met de voorpooten (op het goud) een zilveren fakkel met gouden vlam schuinlinks houdende. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de leeuw met den fakkel, uitkomende. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Mediocritas. 
Radermacher Schorer, zie Schorer. van Raders. 
Reinier Frederik van Raders, later generaal-majoor, gouverneur van Suriname, enz., werd 25 October 1835 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Pruisische adel. 
In blauw drie zilveren sterren, 2 en 1. Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
van Raesfelt. 
Derk Joachim Willem Jan van Raesfelt tot Elsen, generaal-majoor, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Overijssel geadmitteerd. — Rijksbaron, 14 Mei 1757. 
In goud een blauwe dwarsbalk. 
Gekroonde gouden helm, met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
de Raet. 
Jean Baptiste de Raet, heer van de Wijer, laatste drost van Boxmeer, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Noordbrabant geadmitteerd. Hij stamde af uit een geslacht, dat 20 Juni 1416 den titel van Rijksbaron had ontvangen, doch schijnt geene erkenning daarvan gevraagd te hebben. 
In rood drie rechtop geplaatste gouden schaatsen met lange lepels, 2 en 1, het ijzer in natuurlijke kleur, de ombuiging der lepels weder van goud en naar de rechterzijde gewend. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene rechtop geplaatste schaats als in het schild, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
Willem de Raet, kapitein-luitenant ter zee, werd 22 April 1843 erkend op grond van het diploma van 1416 tot den adel te behooren, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. — Engelsch Baronet, 30 Mei 1660. 
In rood drie rechtop geplaatste gouden schaatsen met korte lepels, 2 en 1, de ombuiging naar de rechterzijde; en een zilveren schildhoek beladen met eene rechtop geplaatste roode linkerhand, van binnen gezien. In een blauw hartschild een gouden leeuw. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
140 
141 
142 
143 
144 
145 
146 
147 
10* 
148 
149 
150 
151 
152 
153 
154 
155 
156 
157 
158 
159 
160 
161 
162 
163 
11* 
164 
165 
166 
167 
168 
169 
170 
171 
172 
173 
174 
175 
176 
177 
178 
179 
12* 
180 



Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende gouden leeuw, tusschen eene omgewende blauwe vlucht; 2° eene rechtop geplaatste schaats als in het schild, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Jacob van Cats de Raet, luitenant ter zee der 1ste klasse, broeder van Willem de Raet, bovengenoemd, werd ook den 22 April 1843 erkend tot den adel te behooren met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen (van Cats Baron de Raet.) 
Gedeeld: 1. in rood drie rechtop geplaatste gouden schaatsen met korte lepels, 2 en 1, de ombuiging naar de rechterzijde; en een zilveren schildhoek beladen met eene rechtop geplaatste roode linkerhand, van binnen gezien; en in een blauw hartschild een gouden leeuw (de Raet); 2. in zwart twee golvende zilveren dwars-balken, vergezeld van drie gouden ruiten, 2 van boven en 1 van onderen (van Cats). 
De twee helmen met de dekkleeden en de helmteekens, alsmede de schildhouders, van den hier voorgaanden Baron de Raet. 
Ram 
Den 4 Juli 1835 werden tot den adelstand verheven Willem Elisa Ham, wethouder te Utrecht, en de kinderen van Mr. Laurens Elisa Ram, in leven griffier der Staten van Utrecht; en den 8 Juni 1836 de kinderen van Albert Jan Leonard Ram, in leven president der Nederlandsche Handel-maatschappij te Batavia. (De drie genoemden waren broeders.) 
In rood een klimmende zilveren ram met gouden hoorns. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende zilveren ram met gouden hoorns, van voren gezien. 
Rammelman Elsevier, zie Elsevier. 
van Randwijck. 
Otto van Randwijck, heer van Rossum, Beek en Heselt, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd, terwijl een besluit van 10 Maart 1822 bepaalde dat hij en al zijne afstammelingen den titel van Baron of Barones zouden voeren. Voor Frans Steven Karei van Randwijck en al diens afstammelingen werd 31 Maart 1822 de titel van Graaf of Gravin erkend. — Rijksgraaf, 20 September 1730. 
In zilver een roode leeuw; en een uitgeschulpt rood schildom-boordsel. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden met goud omboorde en geringde roode halsbanden. 
de Ranitz. 
Sebastiaan Mattheus Sigismund de Ranitz, kapitein bij den grooten staf, adjudant en een der particuliere secretarissen des Konings, werd 31 December 1888 tot den adelstand verheven. 
In groen een roode schuinbalk, vergezeld van twee in de richting van den schuinbalk geplaatste, gebogene zilveren dolfijnen, met de ronding des lichaams naar de linkerzijde, de kop omhoog, 1 dolfijn van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een rechtop geplaatste zilveren dolfijn, de kop omlaag en plat uitgestrekt op de kroon, de staart omhoog, het lichaam rondgebogen naar de linkerzijde. 
Schildhouders: twee met groen loof' omkranste en omgorde wilde-mannen in natuurlijke kleur, elk in de vrije hand eene knods houdende met den kop omlaag. 
van en von Ranzow. 
George Lodewijk Carel Hendrik van Ranzow, betaalmeester te Arnhem, werd 28 December 1822, en Ferdinand Heinrich Wilhelm von Ranzow, assistent-resident van Djokjokarta, 17 Januari 1872, in den adel ingelijfd, met den titel van Graaf of Gravin voor hen en al hunne afstammelingen. — Rijksgraaf, 20 Augustus 1651. 
Gevierendeeld: 1. en 4. gedeeld van zilver en rood; 2. en 3. in goud een zwarte linkerschuinbalk, begeleid (in de richting van den balk) van twaalf schuinlinks geplaatste zwarte ruiten, aan elke zijde zes, van den balk af 3, 2 en 1. In een blauw hartschild, over alles heen, een rood-getongde, goud-gekroonde gouden leeuw. 
Drie gekroonde helmen, de 1ste en de 3de met zilver-rood-goud-blauwe en de 2de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene zwarte vlucht; 2° twee olifantstrompen, rechts zilver en links rood, van boven bij de inbuiging te zamen door eene gouden kroon gestoken; 3° eene schijf met op de kroon rustend gouden handvat, de schijf met de kleuren en figuren van het 2de kwartier, en geheel in het rond bestoken met pauwenveeren in natuurlijke kleur. 
Rappard en van Rappard. 
In deze familie is een diploma van Rijksadel van 26 September 1790, een diploma van Pruisischen adel van 22 April 1791, en een diploma van 13 April 1792 waarbij de Rijksadel tot al do leden van het geslacht uitge-strekt en aan al de mannelijke afstammelingen de titel van Rijksridder toegekend wordt. 
Bernhard van Rappard, heer van Balgoy en Keenth, werd 28 November 1817 tot den Nederlandschen adelstand verheven. 
In goud een steigerend zwart paard. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: het steigerende paard, beneden de dijen uitkomende. 
De verdere opnemingen in den Nederlandschen adel zijn de volgende: Karel Paul George van Rappard, proost en archidiacon van het kapittel van St. Marie te Utrecht, werd 17 October 1822 in den adel ingelijfd en 29 Augustus 1823 erkend als Ridder; voorts werden in den adel ingelijfd met den titel van Ridder voor al de mannelijke afstammelingen: 27 Maart 
1830, Johan Karei, generaal-majoor der artillerie en gouverneur der Koninklijke Militaire Akademie, Joseph Frédéric Désiré, Adolph Karel Johan, luitenant-kolonel der artillerie, en Théodore Maurice Guillaume, majoor. Voor Hendrik Anton, die reeds 9 Juni 1821 ingelijfd was, werd 14 December 1842 het recht op den titel van Bidder voor hem en al zijne mannelijke afstammelingen erkend. 
Twee takken waren den enkelen naam Rappard blijven voeren, zonder van. Daarvan werden in den adel opgenomen: Walrave Christiaan Pieter, hoofdinspecteur der in- en uitgaande rechten en accijnsen, ingelijfd 15 April 1815; Everhard, kolonel der infanterie van het Indische leger, die 3 Juni 1874 verheven werd tot den Nederlandschen adelstand en 22 Maart 1875 vergunning kreeg om van vóór zijn naam te plaatsen; Mr. Willem, lid van den Raad van Nederlandsch Indie, die mede 3 Juni 1874 in den adel verheven en er nader 12 Nov. 1883 in ingelijfd werd met den titel van Ridder voor hem en al zijne mannelijke afstammelingen, terwijl hem 24 Juli 1876 vergund was het woordje van aan zijn naam te doen voorafgaan; en Josias Cornelis, kolonel der infanterie van het Indisch leger, die ook 3 Juni 1874 tot den adelstand verheven werd en geen aanvraag heeft gedaan om van te plaatsen vóór zijn naam. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een steigerend zwart paard (Rappard), dat van het 4de kwartier omgewend; 2. en 3. in rood drie gouden belletjes, 2 en 1 (Wijnen). In een zilverenhartschild, over alles heen, een goud gebekte en gepoote, rood-getongde zwarte adelaar. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-zwarte en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomend en omgewend zwart paard, tusschen een omgewende vlucht, de voorste vleugel doorsneden van zwart op goud en de achterste van goud op zwart; 2° een uitkomende man in natuurlijke vleeschkleur, zonder baard, maar met zwarten knevel, gedekt met een zilveren stormhoed, de borst beladen met een zwarten adelaar, de linkerhand in de zijde gezet en in de rechterhand eene zilveren helbaard aan eene bruine schacht houdende, terwijl aan het bijlijzer, tegen de schacht aan, een gouden belletje hangt. 
Schildhouders: twee rood-getongde, goud gekroonde, gebekte en gepoote, omziende zwarte arenden, met geopende en neder-waartsche vlucht. 
van Rechteren en van Rechteren-Limpurg. 
In de familie van Rechteren zijn de heerlijkheden Almelo, Appeltern, Ahnem, Schulenborch, Oolde enz. Voor al hare leden is de titel van Graaf 9f Gravin erkend. 
In goud een rood kruis. 
Helm zonder wrong en met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een gouden hoed met rooden opslag, getopt met eene roode struisveer, de top naar rechts omgebogen. Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. 
De afstammelingen van Hendrik Adolf van Eechteren, overleden 5 Maart 1719, die gehuwd was met Amalia Alexandrina Frederika Rijksgravin von Limpurg, voeren den naam van van Rechter en Limpurg. Ook voor al de leden van dezen tak is de titel van Graaf of Gravin erkend. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood kruis (Rechteren); 2. en 3. het wapen van Limpurg, hetwelk is gevierendeeld: a. en d. ingehoekt-doorsneden van drie geheele en twee halve stukken van rood op zilver; b. en c. in blauw vijf zilveren koppen van knodsen, 3 en 2, het stuk van den steel omlaag. 
Twee helmen, de 1ste zonder wrong en met goud-roode dekklee-den, de 2de helm van goud, gekroond, en met zilver-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een gouden hoed met rooden opslag, getopt met eene roode struisveer, de top naar links omgebogen (Rechteren); 2° twee van rood op zilver ingehoekt-doorsnedene olifantstrompen, elk in de monding een hangend gespleten vaantje hebbende, inge-hoekt-doorsneden van rood op zilver (Limpurg). 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. 
Diegene der Graven van Rechteren-Limpurg, die in het bezit is van de heerlijkheid Almelo, voert bovendien op dit wapen als hartschild het wapen der oude Heeren van Almelo, te weten: 
In goud drie blauwe dwarsbalken, beladen met twaalf zilveren ruiten, 5, 4 en 3. 
Tusschen de twee helmen wordt dan nog een helm geplaatst, met eene blauwe vlucht tot helmteeken. 
van Reede. 
Willem Gustaaf Frederik van Reede-Ginkel, Graaf van Athlone en Baron van Aghrim in Ierland, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd, terwijl een besluit van 17 Maart 1822 zijn titel als Rijksgraaf erkende. 
In zilver twee hoekige zwarte dwarsbalken. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde griffioenen, het bovenlijf en de vleugels zwart, het overige van het lichaam, de vier pooten en de bek van goud. 
Wapenspreuk: Malo mori quam foedari. 
Alles geplaatst onder een met hermelijn gevoerden rooden mantel, omzoomd met gouden franje, opgenomen met blauwe koorden en gedekt met eene Engelsche gravenkroon. 
Willem Frederik van Reede werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd en 17 Maart 1822 in zijn titel als Graaf erkend. — Rijksgraaf, 26 September 1790. 
Hetzelfde wapen als dat der Graven van Athlone, doch met deze verschillen: 
het helmteeken bestaat uit eene vlucht, rechts zilver en links zwart; en de mantel is opgenomen met gouden koorden en kwasten en gedekt met eene negenpaarlige kroon gevoerd met eene roode kap. 
Jan Pieter Christiaan van Reede van ter Aa en de Parkeier werd 7 Augustus 1822 erkend in den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen, zoomede 23 April en 14 Juni 1822 Pieter van Reede van Oudshoorn, directeur der belastingen in Noordholland, Barend Cornelis, Johan Frederik, ontvanger der belastingen te Rotterdam, Lieven Martinus Isaac, ridmeester der kavallerie, Philippus Hermannus, resident van Grissee, en Pieter Adriaan, heer van Oudshoorn en Gnephoek. 
In zilver twee hoekige zwarte dwarsbalken. 
Helm met zilver-zwarte wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Malo mori quam foedari. 
van Reenen. 
Mr. Gerlach Cornelis Joannes van Reenen, heer van Loenen aan de Vecht, vice-president van den Raad van State, werd 5 April 1876 tot den adelstand verheven. 
Doorsneden: 1. in zwart een rood-getongde halve gouden griffioen, opkomende uit de doorsnijdingslijn; 2. in blauw eene vliegende zilveren duif, de pootjes voorwaarts alsof zij zich wil nederzetten, de vleugels opgeheven; dit blauwe veld ingebogen-gekapt van goud, beladen met twee blauwe Mercuriusstaven, 1 aan de rechter-zijde en 4 aan de linkerzijde. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een bos van vijf blauwe struisveeren. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. 
Rees van Tets, zie van Tets. Rendorp. 
Mr. Pieter Nicolaas Rendorp werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gevleugeld zilveren arends-been; 2. en 3. in blauw een rood getongde en genagelde zilveren leeuw. 
Twee helmen, de 1ste gekroond en de 2de met blauw-zilveren wrong, beide met zilver-roode dekkleeden; het medaillon aan den hals der beide helmen vervangen door een breedarmig gouden kruisje. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende zilveren adelaar met gouden bek en roode tong; 2° de klimmende leeuw uit het 2de kwartier. 
Wapenspreuk: Virlute duce. 
Mr. Willem Rendorp van Marquette werd 16 September 1815 verheven tot den adelstand. 
Geheel het voorgaande wapen, behalve dat de leeuw in het 
2de en 3de kwartier en op den 2den helm van goud is, rood getongd en genageld, en dat de 2de helm gedekt is met eene zilver-roode wrong. 
Mr. Christiaan Lodewijk Rendorp, kantonrechter te Gulpen (Limburg), werd 3 Februari 1882 tot den adelstand verheven. 
In rood een gevleugeld zilveren arendsbeen. Gekroonde helm met rood-zilveren dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende zilveren adelaar met gouden bek en roode tong. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde, goud gebekte en gepoote zilveren arenden met geopende en nederwaartsche vlucht, elk met een driehoekig schildje volgens het wapen op de borst, hangende aan een gouden koord om den hals (op het rechter-schildje is het gevleugelde arendsbeen omgewend). 
Wapenspreuk: Virtute duco. 
van Renesse. 
Jan Hendrik Pieter Leonard van Renesse van Wilp en Kamperbroek werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Gelderland geadmitteerd. 
In rood, bezaaid met gouden blokjes, een klimmende en aan-ziende rood-getongde gouden leeuw, over alles heen. Blauw-gevoerde, gekroonde helm met rood-gouden dekkleeden. Helmteeken: een zilveren bokkenkop met gouden hoorns. Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Rengers. 
Bij besluit van 8 Juli 1822 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de hun competeerende titel van Baron of Barones zou worden gegeven. 
In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie rozen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene blauwe vlucht, de rechtervleugel beladen met een gouden dwarsbalk. 
Lamoraal Hans Willem Aylva Baron Rengers kreeg 20 November 1832 vergunning om den naam van Aylva vóór den zijnen te voegen en zich te noemen Baron van Aylva Rengers. 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van Rengers: in blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie rozen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen; II. en III. het wapen van van Aylva, zijnde gevierendeeld: a. in blauw eene zilveren roos, vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van eene gouden lelie (Aylva van Wltmarsum); b. in blauw een klimmende zilveren eenhoorn, met gouden hoorn en hoeven; c. in blauw een omge-wende goud-gebekte zilveren valk met geopende en nederwaartsche vlucht, met een gouden belletje aan den linkerpoot, en den rech-terpoot opgeheven; d. in blauw een rechtop geplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, van boven vergezeld van drie zilveren rozen, 1 en 2 (Meckema), en over deze vier kwartieren van II. en III. heen een rood hartschild beladen met een goud-gekroonden zilveren leeuw, rood getongd en genageld (Herema). 
Vier gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe, de 2de en 4de met zilver-blauwe, en de 3de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene omgewende blauwe vlucht, de voorste vleugel beladen met een gouden dwarsbalk; 2° een uitkomende, omgewende zilveren eenhoorn, met gouden hoorn en hoeven; 3° een uitkomende zilveren leeuw; 4° de valk uit het schild, naar rechts gewend. 
Aan Regnerus Hendrik Sjuck Gerrold Baron Rengers werd 19 September 1833 en aan Frederik Constantijn Willem Baron Rengers 29 Mei 1870 vergund de namen Juckema van Burmania vóór den hunnen te nemen en zich te noemen Juckema van Burmania Baron Rengers. 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van Rengers: in blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie rozen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen; II. en III. het wapen van Juckema van Burmania, zijnde gevierendeeld: a. in goud een halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; b. en c. in blauw een gouden klaver-
blad, de steel gehecht aan een klein schuinlinks geplaatst stokje van 't zelfde; d. in goud een roode leeuw. 
Twee helmen, de 1ste gekroond en de 2de met goud-blauwe wrong, beide met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene omgewende blauwe vlucht, de voorste vleugel beladen met een gouden dwarsbalk (Rengers); 2° drie blauwe struisveeren, elk beladen met twee gouden klaverbladen boven elkander (Juckema van Burmania). 
De afstammelingen van Sjuck Gerrold Juckema van Burmania Rengers, overleden 30 Maart 1784, die gehuwd was met Odilia Amelia Gravin van Welderen, dragen den naam van van Welderen Baron Rengers. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een gouden dwarsbalk, verge-zeld van drie rozen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen (Rengers); 2. en 3. in zwart een geënte zilveren dwarsbalk (Welderen). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene omgewende blauwe vlucht, de voorste vleugel beladen met een gouden dwarsbalk (Rengers); 2° vijf beur-telings zilveren en zwarte struisveeren (Welderen). 
van der Renne. 
Hendrik Anton van der Renne, griffier bij het Souvereine Hof van Gelderland te Roermond, werd 27 September 1817, en Prosper Marie François van der Renne de Daelenbroeck 18 Februari 1830 erkend tot den adel te behooren met den titel van Ridder voor hen en al hunne mannelijke afstammelingen. — Adelserkenning door het Belgisch-Oostenrijksch gouvernement, 16 Juli 1785; rijksridders, 27 November 1785. 
In groen een roode dwarsbalk; en een steigerend zilveren paard over alles heen. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een zilveren paardenkop en hals. Schildhouders: twee zilveren paarden. 
Repelaer. 
Mr. Ocker Repelaer van Driel, Mr. Johan Repelaer en Mr. Paulus Repelaer van Spijkenisse werden 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
In groen een zilveren lepelaar, met bek en pooten van goud. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: de kop en hals van een lepelaar doorsneden van zilver op groen, met gouden bek; tusschen eene vlucht, rechts groen en links zilver. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Patriae fata sequor. 
Jhr. Pieter Hendrik Repelaer, heer van Puttershoek, ontving 1 April 1856 vergunning van de Wall vóór zijn naam te voegen en zich te noemen van de Wall Repelaer. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in groen een zilveren lepelaar, met bek en pooten van goud (Repelaer); 2. en 3. wederom gevierendeeld, van zwart en zilver, het eerste zwarte kwartier beladen met eene gouden ster (van de Wall). 
Twee helmen, de 1ste gekroond en met zilver-groene dekkleeden, de 2de met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende kop en hals van een zilveren lepelaar met gouden bek; tusschen eene vlucht, rechts groen en links zilver (Repelaer); 2° eene gouden ster; tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart (van de Wall). 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Patriae fata sequor. 
Rethaan Macaré, zie Macaré. 
Reuchlin. 
In den adel werden ingelijfd: David Frédéric Reuchlin, te Rotterdam, 9 April 1835; Pierre Adrien Reuchlin, te Tiel, 1 Augustus 1841; en Maarten Reuchlin, te Charlois, 3 Dec. 1880. — Rijksadel, 24 Oct. 1492. 
In blauw een vierkant gouden altaar, van links af gezien, met twee hengsels aan de zijden, elk in de gedaante van het voor-waarts gebogen bovenlijf van een engel met een opgeheven vleugel; het altaar, waarop een vuur in natuurlijke kleur brandt, is op zijn middengedeelte omgeven door drie groene kransen boven elkander die den vierkanten vorm van het altaar volgen, en draagt op zijne bovenlijst de woorden ARA CA en op de benedenlijst PNIONIS, in zwarte letters. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie horizontaal op elkander liggende groene kransen van zichtbaar ronden vorm, waarop een vierspakig gouden rad staat, hetwelk een molenrad moet voorstellen, doch geen schepplankjes aan den buitenrand heeft, maar een aantal kleine horizontale insnijdingen op de velg. 
Reynst. 
Joan Cornelis Reynst, lid van den Raad van Nederlandsch-Indie en waarnemend gouverneur-generaal, werd 31 Augustus 1840 tot den adelstand verheven. 
In blauw drie zilveren kruikjes, 2 en 1, met wijder buik dan hals, en met een zilveren oor van onderen aan de linkerzijde; elk kruikje gedekt met een gouden stop met knop, waarvan aan de linkerzijde een gouden ketting afdaalt, die stop en oor met elkander verbindt alles vergezeld van eene gouden ster boven in het schild. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een kruikje als in het schild, tusschen eene zilveren vlucht. 
van Rhenien. 
Bij besluit van 14 September 1819 werd voor al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones erkend. 
In rood een golvende dwarsbalk samengesteld uit zeven golvende strepen, beurtelings zilver en groen, welke balk drie zwemmende gouden eendjes ondersteunt. 
Gouden helm met groen-zilver-roode wrong, en groen-goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene roode vlucht. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen met roode pijltongen. 
de Ridder. 
Willem Pieter Jan de Ridder, kanunnik ten Dom te Utrecht en vrederechter te Nieuwer-Amstel, werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
In goud een rood gebekte, getongde en gepoote dubbele zwarte adelaar. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: drie rechtop geplaatste bruine vossenstaarten, waai-erswijze naast elkander, de pluim omhoog. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
de Riedesel. 
Carel Philip Ferdinand Herman de Riedesel d'Eisenbach werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd en 13 November 1819 in den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen erkend. — Hessische adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een aanziende zwarte ezelskop, die in den bek drie naar beneden gerichte groene bladeren houdt; 2. en 3. in rood twee schuingekruiste zilveren tournooilansen met gouden spitsen. In een zwart hartschild, over alles heen, drie zilveren torens met drie tinnen en roode poort, maar zonder vensters, 2 en 1. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 13 
Twee helmen, de 1ste met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden, de 2de gekroond en met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° eene zwarte vlucht, elke vleugel beladen met een schildje volgens het 1ste kwartier; 2° de schuingekruiste tour-nooilansen uit het 2de kwartier. 
van Riemsdijk. 
Mr. Adrianus van Riemsdijk van Gemert, agent van den Algemeenen Rijkskassier te Maastricht, werd 17 Juni 1841 tot den adelstand verheven. 
In goud een blauw gebekte en gepoote dubbele roode adelaar. Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een bos van vijf beurtelings roode en gouden struisveeren, oprijzende uit eene gouden kuip met drie roode hoepels. 
de Rivecourt. 
Frederik Christiaan Willem en Willem George Hendrik de Rivecourt werden 2 Januari 1827 in den adel ingelijfd. — Adel uit Poitou. 
In zilver een roode leeuw, in 't schildhoofd vergezeld van twee vijfpuntige blauwe spoorraderen. 
Rochussen. 
Mr. Willem Frederik Rochussen, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister aan het Hof van Berlijn, werd 5 Januari 1876 tot den adelstand verheven. 
In blauw een antiek zilveren schip van drie masten, met want en bolle zeilen, elke mast met eene kleine vlag in top; op den voorsteven een klein mastje ook met eene kleine vlag en op den achtersteven een vlaggestok met eene grootere vlag; al die vlaggen naar rechts gericht; het schip op. eene geschaduwde zilveren zee. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: het zilveren schip. 
Roëll. 
Mr. Willem Frederik Roëll, minister van staat, werd 7 Juni 1817 in den adel ingelijfd en kreeg 9 Juli 1819 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Zijn jongste zoon, Jhr. Mr. Herman Hendrik Roëll, Commissaris des Konings eerst in Utrecht en daarna in Noordholland, werd 12 Mei 1874 mede tot Baron verheven, met overgang bij recht van eerst-geboorte. Mr. Charles Henri Roëll werd 2 Juli 1836 en Cornelis David Roëll 11 April 1886 in den adel ingelijfd. — Pruisische adel. 
In goud een klimmende zwarte beer; het schild omboord met zilver. Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een bos van zeven beurtelings zwarte en gouden struisveeren. 
Jan Carel Andries Roëll, die den naam zijner moeder van Gheel voor den zijnen nam en zich dus van Gheel Roëll noemde, werd 25 April 1818 in den adel ingelijfd. 
Gevierendeeld: 1. en IV. Roëll, te weten in goud een klimmende zwarte beer; II. en III. van Gheel, te weten wederom gevierendeeld: a. en d. in rood vijf gouden spijkers, vier in de richting van een St. Andrieskruis met de punten naar elkander toegewend, en de vijfde rechtstandig daar overheen, met de punt omlaag; b. en c. in blauw drie gouden kepers. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een bos van zeven beurtelings zwarte en gouden struisveeren. 
Roest van Alkemade. 
Theodoor Jan Roest van Alkemade werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. De titel van Baron, die hem 16 Januari 1782 door Keizer Jozef II verleend was, word 25 Mei 1822 erkend. 
In groen een rood getongde en genagelde zilveren leeuw, aan de schildpunt vergezeld van drie naast elkander gerangschikte zilveren eendjes zonder pooten. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een bos van vijf beurtelings groene en zilveren struisveeren. 
Schildhouders: twee rood getongde en genagelde gouden leeuwen, van Romondt. 
Willem Jan Adriaan van Romondt, ontvanger der directe belastingen, werd 21 Augustus 1838 tot den adelstand verhoven. 
In rood een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie goud geknopte en gepunte zilveren rozen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene roos uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts rood en links zilver. 
Zijn zoon Jhr. Otto kreeg 28 Mei 1837 vergunning den naam d'Aumale vóór den zijnen te voegen en zich te noemen d'Aumale van Romondt. 
Gevierendeeld: 1. en 4. het boven beschreven wapen van Romondt; 2. en 3. in zilver een roode schuinbalk, beladen met drie gouden penningen (Aumale). 
Twee helmen, de 1ste met rood-zilveren wrong, de 2de gekroond, en beide met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° het helmteeken van Romondt; 2° een uitko-mende, rood-getongde zilveren adelaar, gedekt met eene roodge-voerde gouden koningskroon (Aumale). 
Wapenspreuk: Trinitas. 
de Roock. 
Mr. Pieter de Roock te 's Hertogenbosch, werd 30 Juli 1830 tot den adelstand verheven. 
In zilver eene naar links gewende ploeg in natuurlijke kleur, in een bruin bouwland met voren. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene vlucht, rechts zilver en links blauw. 
Voor al de leden van dit geslacht is de titel van Baron of Barones erkend. — Luiksche adel; baron, 30 Maart 1730. 
In zilver een roode keper, vergezeld van drie zilver-geknopte roode rozen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een bos van vijf struisveeren: rood, zilver, rood, rood en zilver. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende, rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier volgens het schild houdende, elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene gouden tournooi-lans met zilveren spits, van zilver en rood gedraaide koorden, en gouden kwasten. 
van Rosenthal. 
Mr. Johan Theodoor Hendrik van Rosenthal, later minister van justitie, werd 21 September 1834 en Mr. Lodewijk Hendrik Nicolaas van Rosenthal 27 Februari 1843 in den adel ingelijfd met den titel van Ridder, overgaande op al hunne mannelijke afstammelingen. De eerste had Nedermeyer en de tweede Bosch vóór zijn naam aangenomen: derhalve Nedermeyer Ridder van Rosenthal en Bosch Ridder van Rosenthal. — Uit Spiers herkomstig. Rijksadel, omstreeks 1597; rijksridder, 4 Februari 1788. 
Gevierendeeld van zilver en goud, elk der beide gouden kwartieren beladen met een rood-getongden zwarten adelaar; en over de vier-endeeling heen een aan den bovenrand met goud en aan den benedenrand met zilver omzoomden blauwen schuinbalk, beladen met een in de richting van dien balk gaanden gouden leeuw met roode tong, die in den rechtervoorpoot eene groen gestengelde roos van natuurlijken vorm en kleur houdt, de stengel voorzien van zes groene bladeren. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-zwarte en de 2de met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een rood-getongde zwarte adelaar, de kop om-gewend ; 2° de leeuw met de roos, uitkomende. 
Maurits Calixtus Franciscus Johannes de Rotte werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. 
In zilver een van den linkerschildrand uitgaande en met den elboog naar beneden gerichte zwartachtig geharnaste arm, aan de pols opgeslagen met goud, omgeven met twee roode windsels, het eene aan den elboog en het andere bij den schouder; de voorarm gestoken door een groot en gouden ring, de hand in natuurlijke kleur een kleinen gouden ring ophoudende. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de arm van het schild, doch uit de kroon omhoog komende en de elboog links, alleen omgeven door het roode windsel aan den elboog, en zonder den grooten gouden ring aan den voorarm. 
van Rouwenoort. 
Hendrik Adriaan Willem van Rouwenoort, heer van Langen en later van den Ulenpas, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 gead-mitteerd in de Ridderschap van Gelderland. — Zie ook van der Borch genaamd van Rouwenoort. 
In goud een zwarte schuinbalk, beladen met drie roode schelpen, in de richting van den balk geplaatst. 
Gouden helm met rood-gouden wrong en goud-zwart-roode dek-kleeden. 
Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (op den rechtervleugel is de rechterschuinbalk in een linkerschuinbalk veranderd). 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuwen. 
de Rovere van Breugel, zie van Breugel. 
François Jean Evrard de Roye van Wichen, generaal-majoor, werd 31 December 1825 verheven tot den Nederlandschen adelstand en verkreeg 14 Juli 1839 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Adel uit Picardie. 
Gevierendeeld: 4. en 4. in rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd, beladen met een rooden keper (Geldorp); 2. en 3. in rood een rechtop geplaatste zilveren weerhaak, en daar over-heen een dwarsgelegde zilveren hamer aan gouden steel, de kop aan de linkerzijde en het breede gedeelte boven; die kop overtopt door eene antieke gouden kroon van vijf punten (Wichen). Over alles heen een rood hartschild, beladen met een zilveren schuin-balk (de Roye). 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de kroon komende natuurlijk-geharnaste arm, de elboog rechts, de hand van natuurlijke kleur een Turksch zilveren kromzwaard met gouden gevest zwaaiende. 
Schildhouders: twee natuurlijk geharnaste ridders met zilveren sporen, gedekt met natuurlijke ijzeren stormhoeden, elk gepluimd met twee rozenroode veeren, elke ridder met schuin over de borst gaande rozenroode bandelier met afhangende slippen; de schild-houder ter rechterzijde in profil gesteld en omgewend en met de linkerhand een helbaard, die met het ijzer op den grond rust, schuinrechts houdende; de andere schildhouder aanziende gesteld en met de linkerhand eene gelijke helbaard rechtstandig houdende, het ijzer op den grond rustende; de snede der ijzers naar het schild gewend. 
Rutgers van Rozenburg. 
Mr. Louis en Leonard Rutgers van Rozenburg, ingelijfd in den adel, 24 November 1816. - Rijksadel, 1697. 
Gevierendeeld: 1. in zilver een omgewende zwarte olifant, de tromp opgeheven, vergezeld boven in den linkerschildhoek van eene gouden zon, links van de tromp, en ter rechterzijde van het bovengedeelte van dien tromp van vier vijfpuntige gouden 
sterren, geplaatst in een halven cirkel (in de volgorde van de rechterhelft van een cirkel); 2. in blauw drie zilveren wolfskoppen, 2 en 1; 3. in blauw een goud-gebekte en rood-gepoote zilveren lepelaar met een natuurlijken paling in den bek, de rechterpoot opgeheven; 4. in zilver acht roode ankerkruisjes, 3, 3 en 2. In een gouden hartschild, over alles heen, een roode burg of toren, met twee zwarte vensters, en drie zwarte ingangen naast elkander; de toren van boven belegd met groen loof waartusschen roode rozen. 
Gekroonde helm met zilver-blauw-rood-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: eene staande vrouw met loshangend haar, met een kind in de armen, en aan de rechterzijde omwikkeld met een blauwen mantel waarin zij het kind houdt; rechts van haar een kind, met een groenen doek als gordel, dat zij met hare linkerhand bij de linkerhand houdt en dat den rechterarm uitgestrekt en den linkervoet opgelicht heeft; en links van haar een ander kind, met een rooden doek als bandelier en verder omgeknoopt als gordel, welk kind in de opgeheven linkerhand een molentje (kinderspeel-goed) houdt; al die menschelijke figuren in natuurlijke kleur. 
Schildhouders: twee herauten met lang, golvend bruin haar, in blauwe tunica's waarover een kortere gouden wapenrok (die een breeden onderrand der tunica en hare mouwen tot ongeveer bij den schouder zichtbaar laat), wiens borst met een dubbelen zwarten adelaar beladen is; met roode mutsen in den vorm van antieke kroonen van vijf punten en van onderen met een gouden rand; met zilveren das en bef; de beenen rozerood bekleed, met gouden kousenbanden, elk aan de buitenzijde met een gouden ring; voorts zilveren schoenen; elke heraut houdt in de buitenhand een bruinen staf, waarmede hij naar het midden van het schild wijst. 
Wapenspreuk: Charitate et industria. 
Ruys van Beerenbroek. 
Charles Edmond Marie Ruys de Beerenbrouck, vroeger auditeur bij den Staatsraad van Holland, later districtscommissaris enz., werd bij organiek besluit van 8 Mei 1842 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. 
In zilver eene vijfbladerige blauwe roos, geknopt en gepunt van goud. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: de roos, tusschen eene zilveren vlucht. Schildhouders: rechts een rood-getongde bruine griffioen, links een rood-getongde bruine leeuw. Wapenspreuk: Antes morir que ser traidor. 
Ruysch. 
De vice-admiraal Hendrik Alexander Ruysch werd 21 Augustus 1815 in den adel ingelijfd. — Ridderdiploma van Koning Karel I van Engeland, 15 Juli 1637. 
In zilver eene zesbladerige blauwe roos (zonder punten tusschen de bladeren), geknopt van goud. 
Helm met blauw-zilveren wrong en blauw-zilveren dekkleeden. 
Helmteeken: een aanziend Moorenborstbeeld, in blauw gekleed, met spits naar beneden loopende hermelijnen kraag en gedekt met eene puntige blauwe muts (naar links wat omgebogen), met her-melijnen opslag (Het hermelijn aan dit borstbeeld niet in den vorm van hermelijnstaartjes, maar van zwarte pluisjes.) 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
van Rijckevorsel. 
Augustinus Theodorus van Rijckevorsel werd 15 September 1829 tot den adelstand verheven, en zoo ook Jacobus Josephus van Rijckevorsel, 18 Februari 1831. 
In groen drie zittende gouden kikvorschen, 2 en 1. Helm met groen-gouden wrong en groen-gouden dekkleeden. Helmteeken: een zittende gouden kikvorsch, tusschen eene antieke groene vlucht. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen, elk met eene banier volgens het schild (op die ter rechterzijde de kikvorschen omge-wend); de banieren omzoomd met zilveren franje en gehecht aan tournooilansen van zilver met spits van 't zelfde, en met blauwe koorden waaraan gouden kwasten. 
Wapenspreuk: Condit opes virtus. 
De vorengenoemde Jacobus Josephus van Rijckevorsel ontving 15 Sep-tember 1842 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, bij welke gelegenheid zijn wapen met een schildhoek vermeerderd werd. 
In groen drie zittende gouden kikvorschen, 2 en 1; en een blauwe schildhoek, beladen met een gouden faizant. 
Helm met groen-gouden wrong en groen-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende gouden kikvorsch, tusschen eene antieke groene vlucht. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen, elk met eene banier, die ter rechterzijde groen beladen met drie omgewende, zittende gouden kikvorschen, 2 en 1, en die ter linkerzijde blauw beladen met een gouden faizant; de banieren omzoomd met zilveren franje en gehecht aan tournooilansen van zilver met spits van 't zelfde, en met blauwe koorden waaraan gouden kwasten. 
Wapenspreuk: Condit opes virtus. 
De bovengenoemde Augustinus Theodorus van Rijckevorsel verkreeg 
1 Mei 1841 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, en 5 October 1843 de vergunning om den naam van van Kessel bij den zijnen te voegen, waarop bij acte van 26 October 1844 zijn wapen dienovereenkomstig ver-meerderd werd. 
Gevierendeeld: 1. in groen drie zittende gouden kikvorschen, 
2 en 1 (Rijckevorsel); 2. in zilver vijf aanstootende en aaneenge-slotene roode ruiten, 1, 3 en 1 (Kessel); 3. in zwart een gouden keper, vergezeld van drie zilveren sterren, 2 van boven en 1 van onderen (Lemmens); 4. gedwarsbalkt van rood en goud van zes stukken, de roode balken getralied van zilver (Bernaige). 
Vier helmen, de 1ste met groen-gouden wrong en groen-gouden dekkleeden, de 2de met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dek-kleeden, de 3de met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden, en de 4de blauw gevoerd, zonder wrong en met zilver-roode dek-kleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende zittende gouden kikvorsch, tusschen eene baniervlucht, de voorste vleugel goud en de achterste groen (Rijckevorsel); 2° eene zilveren ster, tusschen eene baniervlueht, de voorste vleugel goud en de achterste zwart (Lemmens); 3° een Moorenborstbeeld met rooden hoofdband (de beide slippen links 
afwapperende), gekleed in hermelijn en opkomende uit eene her-melijnen kuip (Bernaige); 4° een zwarte raaf, gezeten op een rooden hoed met zilveren opslag; tusschen eene baniervlucht, de voorste vleugel rood en de achterste zilver (Kessel). 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden griffioen, links een omziende rood-getongde gouden leeuw, elk eene banier hou-dende, die ter rechterzijde volgens het 1ste kwartier (de kikvorschen omgewend) en die ter linkerzijde volgens het 2de kwartier; de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan tournooi-lansen van zilver met spitsen van 't zelfde, de rechterbanier met groene en de linkerbanier met zilveren koorden, aan al die koorden gouden kwasten. 
Wapenspreuk: Condit opes virtus. 
de Salis. 
Rudolf Anton de Salis werd 15 April 1815 in den adel ingelijfd en verkreeg 14 Juni 1822 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte.— Zwitsersche adel. 
Doorsneden: 1. in goud een groene boom, op een grond van 't zelfde; 2. gepaald van zilver en rood van zes stukken; deze benedenhelft van 't schild omzoomd met een smal gouden lijstje. 
Gekroonde helm met rechts groen-gouden en links rood-zilveren dekkleeden. 
Helmteeken: eene uitkomende, goud-gekroonde, naakte vrouw met loshangend haar, aanziende gesteld, de armen vervangen door twee opgeheven zilveren vleugels. 
Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wilden in natuurlijke kleur, elk eene banier houdende, die ter rechter-zijde volgens 1., en die ter linkerzijde volgens 2.; elke banier omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene gouden tournooi-lans met zilveren spits en gouden koorden en kwasten. 
Wapenspreuk: Non auro sed virtute. 
Salvador. 
Moses Salvador werd 23 November 1821 tot den adelstand verheven. 
In groen een rood getongde en genagelde gouden leeuw, verge-zeld van drie gouden leliën. 2 van boven en 4 van onderen. 
Helm met groen-gouden wrong en goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, blauw getongde en genagelde roode leeuw, eene gouden lelie rechtop tusschen de voorpooten houdende. 
de Salve de Bruneton. 
Mr. Guillaume Benjamin de Salve de Bruneton werd 24 December 1822 in den adel ingelijfd. — Adel uit Languedoc en Provence. 
In zilver twee gaande zwarte wolven boven elkander; en een uitgeschulpte roode schildzoom. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: twee zilveren struisveeren, de toppen naar rechts overgebogen. 
Sandberg. 
Mr. Albert Sandberg, lid der Tweede Kamer, werd 20 October 1842 tot den adelstand verheven. Dit was reeds 8 Juli 1816 geschied met Mr. Samuel Johannes Sandberg tot den Essenburg, gouverneur van Luik, die 8 Mei 1841 den titel van Baron ontving, overgaande bij eerstgeboorte. 
In zilver een gouden keper, vergezeld van drie groene klaverbladen 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. Helmteeken: eene zilveren vlucht. Schildhouders: twee gouden griffioenen. Wapenspreuk: Serva fidem. 
Jhr. Samuel Johannes Sandberg, kleinzoon van den Baron Samuel Johannes, boven vermeld, ontving 12 September 1862 vergunning om den naam van Westervelt vóór den zijnen te plaatsen en zich te noemen van Westervelt Sandberg. 
Gevierendeeld: 4. en 4. in zilver een gouden keper, vergezeld 
van drie groene klaverbladen 2 van boven en 1 van onderen (Sandberg); 2. en 3. in groen drie gouden leliën, 2 en 1 (Westervelt). 
Helm met groen-zilveren wrong en zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: rechts een gouden griffioen, links een rood-getongde bruine leeuw. 
Wapenspreuk: Serva fidem. 
van den Santheuvel. 
Adriaan van den Santheuvel, directeur der belastingen in Limburg, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In groen drie liggende zilveren konijnen, 2 en 1. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend zilveren konijn, tusschen eene antieke vlucht, de voorste vleugel zilver en de achterste groen. 
Schildhouders: rechts een klimmend en omgewend zilveren konijn; links een aanziend gestelde jager in groenen jas met hartslederen broek en hooge zwarte laarzen, gedekt met een zwarten hoed; aan een bruinen riem schuin over de borst een weitasch hangende; in de linkerhand een geweer houdende, dat met de kolf op den grond rust. 
Willem Bartholomeus van den Santheuvel werd 8 Juli 1816 verheven tot den adelstand. 
Het voorgaande wapen, helm en helmteeken. Schildhouders: rechts een gouden leeuw, links een klimmende en aanziende gouden leeuw. 
Wapenspreuk: Majorum virtus nepotum gloria. 
van Sasse van Ysselt. 
Leopold Frans Jan Jacob van Sasse van Ysselt werd 1 October 1816 erkend tot den adel te behooren. 
Gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; en een in twee rijen van rood en zilver geschaakte schuinbalk over alles heen. 
Gekroonde helm met zwart-gouden dekkleeden. Helmteeken: een in twee rijen van zilver en rood geschaakt St. Andrieskruis, en daarboven eene zwarte ster. 
de Savornin Lohman, zie Lohman. van Scheltinga (Coehoorn van Scheltinga). 
Menno Coehoorn van Scheltinga, grietman van Schoterland, werd 21 Juli 1818 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: I. en IV. in zilver twee roode rozen boven elkander (Scheltinga); II. en III. wederom gevierendeeld: a. en d. in goud een zilver-gehalsbande klimmende zwarte beer; b. en c. in zilver een zwarte jachthoorn, hangende aan twee zwarte kettinkjes in den kepervorm (Coehoorn). 
Gekroonde helm met zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: drie struisveeren, eene zilveren tusschen twee gouden. 
Schildhouders: twee omziende zwarte beeren met zilver omboorde en geringde zilveren halsbanden, de ring bovenaan. 
Schenk van Nydeggen. 
Hendricus Franciscus Josephus Schenk van Nydeggen, grietman van Aengwirden, werd bij organiek besluit van 22 October 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. — Adel uit Gulik. 
In zwart een gouden leeuw. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene antieke zwarte vlucht. 
von Scherff. 
Friedrich Heinrich Wilhelm Scherff kreeg, als raad van legatie van den Vorst van Lippe, 22 Juni 1824 een adelsdiploma van den Koning van Saksen, en werd als gezant bij den Bondsdag voor het Groothertogdom Luxemburg 18 Augustus 1838 in den Nederlandschen adel ingelijfd. 
Linksgeschuind van blauw op groen, met een gouden linker-schuinbalk over de schuiningslijn heen; het blauw beladen meteen klimmenden en omgewenden zilveren eenhoorn, en het groen met eene schuinlinks geplaatste golvende zilveren slang, de kop omhoog en de geopende bek naar rechts. 
Gekroonde helm met rechts goud-blauwe en links goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende en omgewende zilveren eenhoorn. 
Schildhouders: rechts eene rechtopgeplaatste, golvende en omge-wende zilveren slang die in den rechterbovenhoek van het schild bijt, de staart opgeslagen en met het lichaam schuin gekruist; links een zilveren eenhoorn. 
Wapenspreuk: Per aspera ad astra. 
van Scherpenzeel Heusch, zie de Heusch. Schimmelpenninck. 
De Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck werd 10 April 1811 tot Graaf van het Fransche Keizerrijk verheven, welken titel Koning Lodewijk XVIII bevestigde, met overgang bij eerstgeboorte. Zijn zoon Gerrit Schimmelpenninck, heer van Nijenhuis en Peckedam, minister van staat, gezant enz., verkreeg 13 Juni 1831 den titel van Nederlandsch Graaf, overgaande bij eerstgeboorte. Bij besluit van 12 Mei 1874 werd de titel van Graaf of Gravin uitgebreid tot alle afstammelingen van Gerrit's oudsten zoon, Mr. Rutger Jan Graaf Schimmelpenninck, heer van Nijenhuis, Peckedam en Westervlier, grootmeester van het Huis des Konings, lid der Tweede Kamer, enz. 
In zilver twee schuingekruiste zwarte sleutels. 
Gouden helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de gekruiste zwarte sleutels, tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Honos ante divitas. 
Schimmelpenninck van der Oye. 
Bij besluit van 22 Augustus 1820 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de hun toekomende titel van Baron of Barones zal worden gegeven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver twee schuingekruiste zwarte sleutels (Schimmelpenninck); 2. en 3. in goud een in twee rijen van zilver en rood geschaakt kruis (van der Oye of van Wilpe). 
Twee helmen, de 1ste gekroond en met zilver-zwarte dekkleeden, de 2de met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de gekruiste zwarte sleutels, tusschen eene zilveren vlucht; 2° een rood gebekte en gepoote zilveren ooievaar met opgeheven rechterpoot; tusschen eene vlucht volgens het 2de kwartier. 
Schildhouders: twee goud-getongde zilveren leeuwen. Wapenspreuk: Fide et constantia. 
van Schinne. 
Mr. Isaac van Schinne, raad in de vroedschap van Rotterdam en later maire van 's Gravenhage, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In blauw een springend gouden hert. 
Helm met blauw-gouden wrong en blauw-gouden dekkleeden. Helmteeken: het hert, uitkomende. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden griffioenen. Wapenspreuk: Per aspera ad astra. 
von Schmidt auf Altenstadt. 
Jan Hendrik Adolf en zijn broeder Johan Carl Friedrich von Schmidt auf Altenstadt werden 19 November 1839 in den adel ingelijfd, en Johan George Otto Stuart von Schmidt auf Altenstadt, resident van Bagelen (Java), 21 Januari 1849. — Rijksadel, 2 November 1564; adelsbe-vestiging en wapenvermeerdering, 10 December 1577; vernieuwing en nadere bevestiging van den adel, 23 Februari 1712, waarbij het wapen nogmaals vermeerderd en in zijn tegenwoordigen vorm vastgesteld werd. Baron in Wurtemberg, 16 Februari 1861. 
Doorsneden: 1. gedeeld van zwart en rood; met een rood-gebekten zilveren zwaan met opgeheven vlucht, over alles heen, boven wiens hoofd een groen kransje zweeft, dat over de deelingslijn heengaat; de zwaan, met opgeheven rechterpoot, staande op een dwarsgelegden, over de deelingslijn heengaanden en door de doorsnijdingslijn onder-steunden bruinen stok, die aan zijn rechteruiteinde drie groene blaadjes op het zwart draagt; 2. gedeeld van rood en zwart; met een goud-geharnasten arm over alles heen, de elboog naar onderen, de schouder voortkomende uit eene blauwachtige wolk op het zwart; de rusting bij de hand afgezet met een smal zilveren randje; de hand van natuurlijke kleur een zilveren zwaard met gouden gevest schuinlinks houdende, zoodat het geheel op het rood ligt en even met de punt in het zwart doordringt. 
Gekroonde helm met rechts goud-zwarte en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een dwarsgelegde bruine stok, uit welken op het midden drie groene bladeren omhoog spruiten, en die op zijn rechteruiteinde een omgewenden, rood-gebekten zilveren zwaan met opgeheven vleugels en opgeheven linkerpoot draagt, boven wiens kop een groen kransje zweeft, en op zijn linkeruiteinde den gehar-nasten arm met zwaard en wolk uit 2., steunende op den elboog. 
Scholten (Fannius Scholten). 
Mr, Cornelis Antony Fannius Scholten, later president van den raad der domeinen en staatsraad in buitengewonen dienst, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 14 
Gevierendeeld: I. en IV. het wapen van Scholten, zijnde wederom gevierendeeld: a. in goud een schuinlinks geplaatste zwarte doorn-achtige tak; b. in groen drie aanziende zilveren ossenkoppen, 2 en 1; c. in rood een van boven opene zilveren zak, gevuld met gouden tarwe; d. in goud een rechtop geplaatste roode kreeft; II. en III. het wapen van Fannius, zijnde in blauw drie zilveren schelpen, 2 en 1, en een gouden schildhoofd. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de kroon oprijzende, natuurlijk geharnaste arm met gouden belegsels, de elboog rechts, de hand in natuurlijke kleur een blauwachtig kromzwaard met gouden gevest zwaaiende; alles tusschen een zilveren vlucht. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde bruine leeuw; links een omziende rood-getongde bruine griffioen. 
Wapenspreuk: Plus esse quam videri. 
Schorer. 
Mr. Jacob Hendrik Schorer, gouverneur van Zeeland, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Zeeland geadmitteerd. Mr. David Isaac Schorer, burgemeester van Middelburg enz., werd 12 Juni 1819 tot den adelstand verheven. 
In zwart een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie droogscheer-dersscharen van 't zelfde, de punten omlaag, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende zilveren bok met gouden hoorns en hoeven. 
Schildhouders: twee zilveren bokken met gouden hoorns en hoeven. 
Jacobus Marinus Radermacher Schorer werd 14 Februari 1868 verheven tot den adelstand. 
Gevierendeeld: I. en IV. Schorer: in zwart een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie droogscheerdersscharen van 't zelfde, de punten omlaag, 2 van boven en 1 van onderen; II. en III. gedeeld: 1. in blauw een zilveren paal, tusschen twee zesspakige wielen van 't zelfde, de paal beladen met het woord MEDIOCRITAS in zwarte 
kapitale letters, de afzonderlijke letters op den paal gerangschikt van boven naar beneden, beginnende met de M (het oude wapen van Radermacher); 2. doorsneden van goud op zwart, met een goud-gekroonden en rood-getongden leeuw van 't eene in 't andere, met de voorpooten (die in het gouden veld staan) een zilveren fakkel met roode vlam houdende (het nieuwere wapen van Radermacher). 
Twee helmen, de 1ste met zilver-zwarte wrong en zilver-zwarte dekkleeden, de 2de met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende, omgewende zilveren bok met gouden hoorns en hoeven, tusschen eene omgewende zwarte vlucht; 2° een uitkomende, goud-gekroonde en rood-getongde zwarte leeuw, een zilveren fakkel met roode vlam met de voorpooten houdende. 
Schildhouders: twee zilveren bokken met gouden hoorns en hoeven. 
Johannes Cornelis Marius Radermacher Schorer van Nieuwerkerk werd 14 Februari 1868 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een zilveren dwarsbalk, verge-zeld van drie droogscheerdersscharen van 't zelfde, de punten omlaag, 2 van boven en 1 van onderen (Schorer); 2. en 3. door-sneden van goud op zwart, met een goud-gekroonden en rood-getongden leeuw van 't eene in 't andere, met de voorpooten (die in het gouden veld staan) een zilveren fakkel met roode vlam houdende (Radermacher). Over alles heen, in zilver vier roode kepers (heerlijkheid Nieuwerkerk). 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, goud-gekroonde en rood-getongde zwarte leeuw, een zilveren fakkel met roode vlam met de voor-pooten houdende. 
Schildhouders: twee zilveren bokken met gouden hoorns en hoeven. 
de van der Schueren. 
De gebroeders Johannes Franciscus en Ludovicus Johannes Hubertus de van der Schueren werden 19 Februari 1821 in den adel ingelijfd met den titel van Ridder voor hen en al hunne mannelijke afstammelingen. — Adelserkenning en titel van Rijksridder, 9 April 1715. 
In zilver twee blauwe leliën met afgesneden voet, 1 van boven 
14* 
links en 1 aan de schildpunt geplaatst; en een rood vrijkwartier, beladen met een zilveren leeuw. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, rood getongde en genagelde zil-veren leeuw. 
Schuurbeque Boeye, zie Boeye. Schuyl van der Does, zie van der Does. van Schuylenburch. 
Mr. François Pierre Guillaume van Schuylenburch van Bommenede, vroeger grietman van Ferwerderadeel, later commissaris-deciseur te Maas-tricht, lid der Staten-Generaal, werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven. 
In goud drie zwarte weerhaken, 2 en 1. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte weerhaak, tusschen eene gouden vlucht. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde gouden leeuwen. 
von Schwartz. 
Christopher Bernard Julius von Schwartz tot Ansen, overleden als gepensioneerd luitenant-generaal, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Drenthe geadmitteerd. — Munstersche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie groene boomen naast elkander op een rondgewelfden grasgrond; 2. in rood een goud-gekroonde zilveren adelaar; 3. in rood een omgewende, goud-gekroonde zilveren leeuw, in den opgeheven linkervoorpoot een gouden klop-hamer schuinrechts houdende. 
Gekroonde helm, met rechts zilver-groene en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, goud-gekroonde Moor, gekleed in zilver, in de opgeheven rechterhand drie groene hoornen hou-dende, de linkerhand in de zijde gezet; alles tusschen twee zilveren olifantstrompen. 
thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. 
Bij besluit van 23 December 1825 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de hun toekomende titel van Baron of Barones zal worden gegeven. — Adel uit Frankenland. 
Gepaald van blauw en zilver, van acht stukken. Blauw-gevoerde, gekroonde, gouden helm, met zilver-blauwe dekkleeden. 
• Helmteeken: een jongelingsborstbeeld, in rood gekleed met zil-veren kraag, gedekt met een spitsen rooden hoed met zilveren opslag, de hoed goud-gekroond en getopt met vijf blauwe struis-veeren, afwisselende met. vier veel lagere roode veeren; alles geplaatst tusschen twee olifantstrompen, die ter rechterzijde rechts-geschuinbalkt van blauw en zilver van acht stukken, die ter linker-zijde linksgeschuinbalkt van zilver en blauw van acht stukken; elke tromp aan de buitenzijde bestoken met zeven horizontaal geplaatste pauwenveeren in natuurlijke kleur, terwijl drie dergelijke veeren uit elke trompmonding komen. 
de Senarclens de Grancy. 
Adolf Onno Marie Willelme de Senarclens de Grancy, heer van Haanwijk, Boxtel en Liempde, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Bidderschap van Noordbrabant geadmitteerd en verkreeg 4 Juni 1822 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Adel uit Waadtland. 
In goud een blauwe schuinbalk, beladen met drie zespuntige zilveren spoorraderen. 
Gekroonde helm met blauw-zilveren dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, goud-gebekte en rood-getongde zilveren zwaan, de vleugels rechts en links uitgestrekt. 
Schildhouders: twee zilveren zwanen, goud-gebekt, rood getongd en gepoot, met geopende en nederwaartsche vlucht. Wapenspreuk: Sans décliner. 
de Serière. 
Guillaume de Serière, vroeger predikant en later resident in Neder-landsoh-Indië, en van 1842 tot 1846 gouverneur der Molukken, werd 23 Mei 1868 in den adel ingelijfd. — Adel uit Languedoc. 
In goud een uitgerukte groene kersenboom met vele roode vruch-ten; en een blauw schildhoofd, beladen met twee vijfpuntige gou-den sterren. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
Serraris. 
De generaal-majoor Jean Théodore Serraris werd 8 October 1842 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een rechtop geplaatst zilveren zwaard met gouden gevest; 2. en 3. in zwart een gouden keper, beladen met drie roode sterren en vergezeld van drie blauw-ge¬ voerde zilveren traliehelmen, 2 van boven en 1 van onderen, de beide bovenste naar elkander toegewend en de onderste half aan-ziende. 
Gekroonde helm, met rechts goud-roode en links zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de kroon oprijzende. natuurlijk-geharnaste arm, met drie gouden belegsels bij den naar rechts gekeerden elboog, de hand in natuurlijke kleur een zilveren zwaard met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Siberg. 
Pieter Gerard Siberg werd 5 Augustus 1821 tot den adelstand verheven. 
In zilver eene groen-gepunte roode roos. 
Helm met zilver-roode wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de roos, tusschen eene roode vlucht. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde griffioenen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten zwart, en het overige van het lichaam bruin. 
Pierre Gerard Alting Siberg werd verheven tot den adelstand 11 December 1840. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver eene groen-gepunte roode roos (Siberg); 2. en 3. doorsneden: a. in goud een zwarte ring; b. goud, gekapt met blauw, dit goud beladen met een zwarten koek (Alting). 
Helm, dekkleeden, helmteeken en schildhouders als de vorige. Siccama (Hora Siccama.) 
Van dit geslacht werden tot den adelstand verheven: 27 December 1817 Mr. Willem Hora Siccama, burgemeester en later maire van Gronin-gen, lid der vergadering van notabelen, en Mr. Johan Hora Siccama van Slogteren, lid van Gedeputeerde Staten van Groningen en van de Tweede Kamer; en 16 December 1876, Harco Hilarius, luitenant ter zee, Otto Willem, president der Algemeene Rekenkamer, en Mr. Louis Charles Hora Siccama, alsmede Willem Adolf Werner Rengers Hora Sic-cama en Mr. Johan Rengers Hora Siccama van Farmsum en Oosterbroek. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een goud gehalsbande en ge-ringde zilveren hazewindhondskop en hals (Siccama); 2. en 3. in zilver van boven twee hertenkoppen en halzen in natuurlijke kleur, en van onderen een zwarte jachthoorn, goud beslagen en gesnoerd (Hora). 
Twee gekroonde helmen, met blauw-zilveren dekkleeden. 
Helmteekens: 1° de hazewindhondskop uit het schild, omgewend, tusschen eene omgewende zilveren vlucht (Siccama); 2° een hertenkop en hals uit het schild, tusschen eene antieke zilveren vlucht (Hora). 
Schildhouders: twee goud gehalsbande en geringde zilveren haze-windhonden. 
Sickinghe. 
Mr. Pieter Rembt Sickinghe, lid der rechtbank van eersten aanleg te Groningen, werd in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd bij orga-niek besluit van 28 Augustus 1814, en Mr. Onno Joost Sickinghe, rech-ter in de rechtbank te Winschoten, bij organiek besluit van 17 Februari 1815. 
Gedeeld: 1. in goud een halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. in rood een zilveren dwarsbalk. 
Helm met rood-gouden-wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren kraanvogelskop en hals, tusschen eene vlucht, de rechtervleugel effen goud, en de linkervleugel rood beladen met een zilveren dwarsbalk. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde zwarte arenden, met geopende en nederwaartsche vlucht. 
von Siebold 
Philips Frans Balthazar von Siebold, dirigeerend officier van gezond-heid bij het Nederlandsch-Indisch leger, beroemd door zijne werken over Japan, werd 17 November 1842 in de adel ingelijfd. — Uit Würzburg; rijksadel, 1 October 1801. Oostenrijksch Baron, 13 Februari 1870. 
Doorsneden: 1. in goud een met zwart bekleede voorarm, los in het veld schuinlinks geplaatst, naar beneden gericht, de hand in natuurlijke kleur een zwart lancet vooruit houdende, mede in de schuinlinksche richting; 2. in blauw eene gouden ster. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster tusschen twee blauwe olifantstrom-pen, elk aan de buitenzijde bezet met vijf kleine gouden bolletjes. 
de Sigers ther Borch. 
Boelof de Sigers ther Borch, majoor der infanterie, werd bij organiek besluit van 9 Maart 1816 in de Ridderschap van Drenthe gead-mitteerd. 
In goud een omgewende zwarte raaf met opgeheven vlucht, met 
den bek het boveneinde der schaft van een rechtop geplaatsten kruisboog aanrakende die links in het schild geplaatst is, de boog blauw met zwarte pees, de schaft rood. 
Gekroonde gouden helm met zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een omgewende zwarte raaf (wiens pooten in de kroon verborgen zijn), de vleugels uitgestrekt rechts en links, gehalsband met een rood lint waarvan de fladderende uiteinden omhoog vliegen. 
Schildhouders: twee omziende zwarte raven, de vlucht een weinig geopend. 
[Al de vier raven met half geopenden bek en zonder tong.] Simon de Vlodrop. 
Guillaume Jacques Joseph Simon de Vlodrop werd 20 Januari 1823 erkend tot den adel te behooren. Zijn zoon Charles Benoit Joseph werd bij organiek besluit van 8 Mei 1842 in de nieuwe Ridderschap van Limburg geadmitteerd met den titel van Baron. — Adelsbevestiging door den Koning van Spanje, 1660. 
In goud een groene dwarsbalk, vergezeld van drie groene koren-aren zonder stengel, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met goud-groene wrong en goud-groene dekkleeden. Helmteeken: een groene koren-aar zonder stengel. 
Singendonck. 
Mr. Johan Matthias Singendonck, heer van Dieden en de Maasakkers, burgemeester van Nijmegen enz., werd 27 September 1817 tot den adel-stand verheven. 
In zilver een rood kruis, vergezeld in het 2de en 3de kwartier van een zwart schildje. 
Gekroonde gouden helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een staande wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, met de linkerhand eene knods hou-dende, die op zijn schouder rust, de rechterhand in de zijde gezet. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, de vrije hand steunende op eene knods die op den grond rust. 
Sirtema van Grovestins. 
De titel van Baron of Barones is voor al de leden van dit geslacht erkend bij besluit van 5 April 1819. 
Gedeeld: 1. in goud een halve zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. in blauw drie gouden sterren, paalswijze gerangschikt. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: drie blauwe struisveeren, elk beladen met drie paalswijze gerangschikte gouden sterren. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Naet te goed naet te tioed. 
Six. 
Mr. Cornelis Charles Six van Oterleek, minister van staat enz., werd 16 September 1815 tot den Nederlandschen adelstand verheven, en verkreeg 21 December 1820 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Adel uit het Kamerijksche. 
In blauw van boven twee zilveren wassenaars en van onderen eene zilveren ster. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene zilveren ster. 
Schildhouders: rechts een zilveren paard, links een rood-getongde bruine leeuw, elk eene banier houdende volgens het schild, omzoomd met zilveren franje en gehecht aan eene bruine tournooilans met zilveren spits en zilveren koorden en kwasten 
Wapenspreuk: Stella duce. 
Mr. Hendrik Six van Hillegom werd 26 September 1841 in den adel ingelijfd. 
Geheel als de voorgaande, doch met dit verschil dat de 
blauwe banieren anders beladen zijn, namelijk die ter rechterzijde met drie zilveren sterren, 2 en 1, en die ter linkerzijde met drie gouden wassenaars, 2 en 1, en dat de koorden aan de lansen gedraaid zijn van zilver en blauw, met zilveren kwasten. 
Slicher. 
Mr. Jan Slicher, burgemeester van 's Gravenhage, werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven. Zijn zoon Jhr. Jacob Slicher verkreeg 12 Juli 1827 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In goud een roode dwarsbalk, vergezeld van boven van drie naast elkander gerangschikte blauwe hoefijzers, de punten omlaag, en van onderen van een blauw molenijzer. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een opspringend en rennend zilveren paard, met zwarten teugel. 
van Slingelandt. 
Mr. Johan Diderik van Slingelandt, lid van Gedeputeerde Staten van Holland, en Mr. Hieronimus v. Sl., secretaris van Amsterdam, worden 8 Juli 1816 ingelijfd in den adel met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Govert Jan van Slingelandt, gepensioneerd luitenant-kolonel der artillerie, werd 6 December 1843 ingelijfd met den titel van Baron, onder dezelfde bepaling. Mr. Hendrik van Slingelandt, heer van Goidschalxoord, lid der rechtbank te 's Gravenhage, was 21 Augustus 1815 ingelijfd en verkreeg 8 Juli 1816 den titel van Baron bij eerstge-boorte, doch 6 April 1844 werd dit uitgestrekt tot al zijne afstammelin-gen. — Rijksbaron, 1 October 1703. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel); 2. en 3. in rood twee gouden dwarsbalken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste gouden meerltjes (Cuyck). Over alles heen in zwart twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken (Slingelandt). 
Drie gekroonde helmen, de 1ste met rood-zilveren, de 2de met zwart-gouden en de 3de met zwart-zilveren dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een omgewende en uitkomende, rood-gebekte zilveren zwaan, de vleugels opgeheven; 2° een dubbele zwarte adelaar, ondersteund door eene hermelijnen muts, de adelaar op de borst beladen met eene gouden L, die overtopt is door eene rood-gevoerde gouden keizerskroon; 3° een zilveren tempel, voorgesteld als een middengebouw met een trapgevel, getopt met een gouden wereld-bol, in dien gevel eene zwarte poort en daarboven drie vierkante zwarte vensters naast elkander; het gebouw geflankeerd door twee torens van dezelfde hoogte, waarop hooge spitse daken, elk getopt met eene gouden windvaan, waaiende naar links. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde zwarte arend met opgeheven vlucht, op de borst beladen met een gouden L, die overtopt is door een rood-gevoerde gouden keizerskroon; links een rood gebekte en getongde, zwart-gepoote zilveren zwaan met opge-heven vlucht; elk eene banier houdende, die ter rechterzijde met het wapen van Arkel, en die ter linkerzijde met het wapen van Slingelandt; elke banier gehecht aan eene gouden tournooilans met gouden spits; de banier ter rechterzijde omzet met eene franje in vakken van beurtelings rood en zilver en de lans voorzien van koorden gedraaid van zilver en rood, met gouden kwasten; die ter linkerzijde omzet met eene franje in vakken van beurtelings zilver en zwart en de lans voorzien van koorden gedraaid van zilver en zwart, met gouden kwasten. 
Wapenspreuk: Candide el cordate. 
Sloet. 
Bij besluiten van 29 Augustus 1819, 21 September 1827 en 30 Juni 1881 zijn al de leden van dit geslacht erkend tot den adel te behooren met den titel van Baron of Barones. 
In zilver een roode wassenaar. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de wassenaar, tusschen eene zilveren vlucht. Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen. 
Floris Willem Baron Sloet tot Warmelo, 30 Januari 1838 overleden als landkommandeur der Duitsche Orde, voerde het volgende wapen: 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een roode wassenaar (Sloet); 2. en 3. in rood een zilveren schuinbalk, vergezeld van zes zooms-wijze geplaatste zilveren leliën (Borre van Amerongen). 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een roode wassenaar, tusschen eene zilveren vlucht. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen. 
van Slijpe. 
Jan Godert Cornelis van Sl ijpe, burgemeester van Maastricht, werd 31 Maart 1835 tot den adelstand verheven, met bepaling dat bij zijn over-lijden zonder rechtstreeksche mannelijke afstammelingen, de adel zou overgaan op zijn kleinzoon Karei Godert Sophie Pichot. (Zie Pichot van Slijpe.) 
Gedeeld: 1. in goud een zwarte leeuw, met den staart binnen-waarts en den pluim daarvan boven den kop; 2. in blauw een zilveren kannetje, het hengsel aan de rechterzijde. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uit de kroon opkomende, zilver-geharnaste arm, de elboog rechts, de hand in natuurlijke kleur een zilveren sabel met gouden gevest zwaaiende. 
de Smeth. 
Theodorus de Smeth, heer van Deurne en Liessel, werd 6 Januari 1816 ingelijfd in den adel met den titel van Baron, overgaande op al zijne wettige afstammelingen. — Baron van het Russische keizerrijk, 1772. 
In goud drie zwarte hoefijzers, 2 en 1, de punten omlaag; en een rood schildhoofd, beladen met eene Russische keizerskroon van goud. 
Twee helmen met rood-gouden wrongen en goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende en omgewende, rood-getongde, bruine beer, tusschen eene omgewende vlucht, de voorste vleugel goud en de achterste rood; 2° een uitkomende, rood-getongde, 
bruine beer, tusschen eene antieke vlucht, de voorste vleugel rood en de achterste goud. 
Theodorus Pieter de Smeth, heer van Alphen en Rietveld, werd even-eens den 6 Januari 1816 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande op al zijne afstammelingen. 
Geheel het voorgaande wapen, vermeerderd met een schildje met het wapen der heerlijkheid Alphen, te weten in zilver eene acht-puntige zwarte ster, geplaatst tusschen de twee bovenste hoefijzers. 
van Sminia. 
Hector van Sminia, grietman van Idaarderadeel, werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. in rood een zilveren zandlooper; 2. in blauw drie gouden sterren, 2 en 1; 3. in rood een zilveren gezichtswas-senaar, schuinrechts geplaatst, het gezicht naar boven; 4. in rood een bos van drie struisveeren, eene zilveren tusschen twee gouden. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de vederbos uit het 4de kwartier. 
Smissaert. 
Tot den adelstand werden verheven: Hendrik Balthazar Smissaert, 9 Januari 1821; Marinus Paulus Smissaert, 19 December 1886; en Charles Lucien Marie Smissaert, 2 Februari 1887. 
In blauw negen gouden sterren, 4, 3 en 2, van welke echter de twee eerste bedekt zijn door een zwart vrijkwartier, beladen met twee golvende zilveren dwarsbalken. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende en aanziende zwarte wolf met roode tong; tusschen twee rechtop geplaatste zwarte kreeftenscharen. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen met pijltongen. 
Wapenspreuk: Pour miculx j'endure. 
van der Smissen. 
Generaal Jacques Louis Dominique van der Smissen de Cortenberg werd 17 Augustus 1818 tot den adelstand verheven. 
In groen een zilveren kasteel midden in het schild, bestaande uit een muur zonder tinnen, geopend van 't veld en boven in die opening eene zwarte valdeur, de muur geflankeerd door twee torens met drie tinnen, elke toren met eene ronde zwarte venster-opening in het bovengedeelte; voorts elke toren overtopt door eene zwarte granaat, brandende van goud; en beneden in het schild twee stapels elk van zes zwarte kogels, 1, 2 en 3, juist onder de twee torens, elke stapel op een afzonderlijk terras van donkere kleur, tusschen welke terrassen eene diepe afscheiding is. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Vestigia nulla retrorsum. 
Smits van Eckart. 
Johannes Jacobus Smits, lid der Provinciale Staten van Noordbrabant, werd 10 Mei 1841 tot den adelstand verheven en kreeg 28 Maart 1843 vergunning van Eckart bij zijn naam te voegen en zich te noemen Smits van Eckart. 
Doorsneden: 1. in rood drie zilveren × naast elkander; 2. in goud twee roode heraldieke rozen naast elkander, elke roos gesten-geld van groen met vijf bladeren van 't zelfde, de stengels naar de zijden van het schild uitgebogen. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de linkerroos met stengel en bladeren. 
Snoeck. 
De gepensioneerde generaal-majoor Matthias Adriaan Snoeck werd 9 April 1839 verheven tot den adelstand. 
In groen een hermelijnen schildhoofd; en een gouden vrijkwartier over het schildhoofd heen, beladen met eene groen gepunte en geknopte roode roos. 
Gekroonde helm met zilver-groene dekkleeden. Helmteeken: een rechtop geplaatste snoek in natuurlijke kleur, de kop omlaag; tusschen eene gouden vlucht. Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Snouck Hurgronje, zie Hurgronje. 
Snouckaert van Schauburg. 
Bij besluiten van 27 Augustus 1814, 17 September 1814, 27 Juli 1816 en 24 November 1816 is de titel van Baron of Barones voor al de leden van dit geslacht erkend. — Rijksridders, 8 November 1544. 
Gedeeld: 1. in goud een blauw gebekte en gepoote, rood-getongde zwarte adelaar; 2. in goud drie zwarte schuinbalken. 
Zwart-gevoerde helm met zwart-gouden wrong en zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: de adelaar, uitkomende. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Virtutis una est via. 
van Spaen. 
Voor al de leden van dit geslacht is de titel van Baron of Barones erkend. — Rijksbaron, 1660. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie roode schuinbalken (Spaen); 2. en 3. in rood tien gouden ringen, 3, 3, 3 en 1 (Ringenberg). Over alles heen in goud een goud-gekroonde en rood-getongde zwarte adelaar. 
Drie zwart-gevoerde helmen, de 1ste gekroond en met zilver-roode dekkleeden, de 2de met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dek-kleeden , en de 3de met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uit de kroon oprijzende zwarte beerenpoot, een rooden bol naar links omklemmende; 2° een zwarte adelaars-kop en hals, goud-gekroond en rood-getongd; 3° een gouden ring 
tusschen eene zilveren vlucht, de rechtervleugel beladen met een rooden rechterschuinbalk en de linker met een rooden linkerschuin-balk, elk overladen met drie gouden ringen. Wapenspreuk: Vivit post funera virtus. 
[De beroemde geschied- en geslachtkundige, Willem Anne Baron van Spaen, noemde zich van Spaen la Lecq, ter herinnering aan zijne moeder, eene Gravin van Nassau la Lecq, en verving in zijn wapen het 3de kwartier door het wapen der oude Heeren van de Leck: in zilver een rood-getongde en genagelde zwarte leeuw.] 
Speelman. 
Mr. Cornelis Jacob Speelman, heer van Heeswijk en Dinther, Engelsch Baronet, werd 27 September 1817 tot den Nederlandschen adelstand verheven. — Baronet, 9 September 1686. 
In zilver een blauwe dwarsbalk, vergezeld van boven van twee rechtop geplaatste roode handen, van binnen gezien, de eerste eene rechterhand en de tweede eene linkerhand, en van onderen van een rechtop geplaatsten zwarten hamer; en een zilveren schildhoek, beladen met eene rechtop geplaatste roode linkerhand, van binnen gezien. Over den dwarsbalk heen een zwart hartschild beladen met een rood-getongden gouden leeuw. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene rechtop geplaatste roode linkerhand, van binnen gezien; tusschen eene zilveren vlucht, elke vleugel beladen met een blauwen dwarsbalk. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden zeeleeuwen, elk gedekt met eene gouden muurkroon van vier tinnen en op den schouder beladen met een rood hart, waarop twee zwarte stippen naast elkander geplaatst zijn en dat met eene gouden muurkroon van drie tinnen overtopt is; de staarten, die in eene pijlpunt eindigen, gekronkeld en naar boven opgeslagen. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 15 
von Speicher. 
Franz Wilhelm von Speicher, gepensioneerd als majoor der artillerie, werd 31 Augustus 1822 in den adel ingelijfd. — Rijksadel, 12 October 1742. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een goud-gebekte en rood-getongde zwarte adelaar, die van het 4de kwartier met den kop omgewend; 2. en 3. in rood een gouden griffioen, die van het 3de kwartier omgewend. Met eene tusschen het 3de en 4de kwartier ingedrevene en ingebogene blauwe punt, beladen met een zilveren St. Catharina's-rad. Over alles heen in zilver twee schuingekruiste gouden weerhaken, vergezeld van drie achtpuntige gouden sterren, i van boven en 2 aan de zijden. 
Twee gekroonde helmen met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1° een uitkomende jongeling, gekleed in rood met zilveren kraag, bruinen gordel, en met een smallen zilveren rand opgeslagen roode toppermuts waarvan de staart rechts afhangt; de beide handen in de zijden zettende; tusschen twee beurtelings van blauw en goud doorsneden olifantstrompen; 2° een geheele gouden griffioen, tusschen de voorpooten een zilveren St. Catharina's-rad houdende. 
van Spengler. 
Johannes Gerardus van Spengler, generaal-majoor der infanterie, werd 20 Februari 1816 tot den Nederlandschen adelstand verheven. — Bevestiging van het wapen door den Roomsch-Koning Ferdinand, 26 Maart 1538; rijksadel en vermeerdering van het wapen, 20 Februari 1540. 
Doorsneden: 1. in goud een rood-getongde zwarte adelaar; 2. in rood een zilveren kannetje met deksel en aan de linkerzijde een hengsel, geplaatst op een klein drietoppig gouden heuveltje en ver-gezeld van vier gouden sterren, 2 aan elke zijde boven elkander. 
Helm met rood-zilver-zwart-goud-zwarte wrong, en rechts zilver-roode, links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een bisschopsborstbeeld in vol ornaat, met den mijter op het hoofd. 
Speyart van Woerden, zie van Woerden. 
van de Spiegel. 
Cornelis Duvelaer van de Spiegel, lid der Staten-Generaal, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart drie zilveren kepers; 2. en 3. in zilver drie roode leeuwen, 2 en 1, en in het hart van het kwartier een breedarmig rood kruisje. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, rood-getongde bruine leeuw, in den linkerpoot een natuurlijken ovalen spiegel met gouden lijst en handvat schuin tegen de borst houdende. 
de Splinter. 
Lambert Leonard Jacob de Splinter werd bij organiek besluit van 20 November 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd. 
In goud een klimmende zwarte wolf. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de zwarte wolf, opkomende uit eene rij van palis-saden verbonden door eene dwarslat die aan het linkereinde een ring heeft, alles van goud, de palissaden elk getopt met een bosje kleine zwarte haken (of wellicht haneveeren.) 
van der Staal. 
Mr. Daniel Pompejus Johannes van der Staal van Piershil, hoogheem-raad van Rijnland, werd 3 Mei 1821 tot den adelstand verheven. 
Keperswijze doorsneden van zilver op zwart, aan de rechterzijde het zilver en het zwart door eene roode streep van elkander afge-scheiden; het zilver beladen met twee blauwe hoefijzers, de punten omhoog, waarboven in het schildhoofd een blauwe barensteel van drie hangers; het zwart beladen met zes zilveren leliën, 1, 2, 2 en 1, zoodanig uiteengeplaatst dat zij de randen van dit zwarte veld volgen. Over alles heen in zilver drie golvende groene dwars-balken (heerlijkheid Piershil). 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een blauw hoefijzer met de punten omhoog, tusschen eene zwarte vlucht. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Starckenborgh. 
Ludolf Tjarda van Starckenborgh tot Wehe werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Groningen geadmitteerd. Zijn zoon nam er den naam Stachouwer bij en noemde zich van Starcken-borgh Stachouwer tot Wehe. 
In goud een omgewende zwarte adelaar, aan een zwart lint, dat door zijn onderkaak wordt opgehouden, een gouden schildje beladen met een rooden leeuw, dragende, dat juist zijne borst bedekt. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de adelaar uitkomende, het schildje dragende gelijk in het wapen. 
Steengracht. 
In de Ridderschap van Zeeland werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 geadmitteerd Mr. Nicolaas Steengracht, heer van Oosterland, Sir Jansland en Oosterstein, en bij organiek besluit van 1 Juli 1816 zijn zoon Mr. Johan Steengracht, heer van Oost-Capelle, Oosterland, Sir Jans-land, Oosterstein, Moyland, Till en Ossenbroich. Aan Mr. Johan's kleinzoon, Jhr. Nicolaas Adriaan Steengracht van Moyland, te 's Gravenhage, werd bij besluit van 19 December 1888 verleend de titel van Baron, over-gaande bij eerstgeboorte. 
Doorsneden van rood op goud; met een achtmaal golvend van zilver en blauw gestreepte golvende dwarsbalk, over de doorsnij-dingslijn heen; het rood beladen met twee rechtopgeplaatste gouden borstels of vagers, het handvat omlaag, en het goud beladen met een dwarsgelegden groenen notentak, hebbende op het midden een groen blad en aan het linker-uiteinde een bosje van vier groene bladeren, terwijl rechts onder aan den tak drie groene noten naast elkander hangen. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een van de wrong opkomende zilver-geharnaste arm, de elboog rechts, de hand in natuurlijke kleur een dwarsgeplaatsten gouden vager bij het handvat houdende, de borstels links. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde griffioen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten blauwzwart, het overige bruin; links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
Stern. 
Johan Lodewijk Stern, inspecteur der registratie en domeinen in Noord-brabant, werd 2 Mei 1841 tot den adelstand verheven. 
In zilver een blauwe dwarsbalk, vergezeld van boven van twee zwarte ossenkoppen en halzen en van onderen van eene zwarte ster. 
Gekroonde helm met blauw-zilveren dekkleeden. 
Helmteeken: eene zwarte ster, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links blauw. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Storm de Grave. 
De generaal-majoor Carel Willem Johan Storm de Grave werd 6 December 1852 tot den adelstand verheven. 
In blauw een in profil gestelde helm van natuurlijke staalkleur (zonder traliën), gevoerd met rood, het vizier opgeslagen en versierd met gouden lijstwerk en ornament, zoo ook aan het keelstuk en langs het borststuk; op zijde van het vizier tot aan het borststuk met gouden nagels beslagen; op de kruin met een gouden kokertje waaruit vier zilveren struisveeren oprijzen, van welke drie naar rechts overgebogen zijn en de vierde achter langs den helm afhangt en aan den top weder opkrult; deze helm gelegd op een schuin-links geplaatsten zilveren pijl met de punt omhoog. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een bos van zeven zilveren struisveeren, oprijzende uit een gouden kokertje. 
Storm van 's Gravesande. 
Tot den adelstand werden uit dit geslacht verheven: Carel, notaris en procureur te 's Hertogenbosch, 7 Juni 1831; Carel Jan Julius, heer van den Bramel (onder Vorden in Gelderland), controleur der posterijen, 22 April 1842; en Jacob Jan, 24 Augustus 1842. 
In zilver drie rood gebekte en gepoote zwarte stormvogels, 2 en 1. In een rood hartschild negen gouden ruiten, 4, 3 en 2. 
Gekroonde helm met zilver-zwart-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een stormvogel uit het schild, tusschen eene vlucht, doorsneden rechts van zwart op zilver en links van rood op goud. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw, links een zilveren eenhoorn. 
Straalman. 
Paulus Straalman, heer van Duyts of Deuts, de Haar en Zevenhuizen, ridmeester der kavallerie, raad van Nijmegen, staatsraad in buitengewonen dienst, werd 8 Juli 1816 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande op zijne mannelijke afstammelingen. Mr. Anne Willem Straal-man werd 8 Juli 1816 ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, doch zijn zoon Mr. Jonas Wilsen Baron Straalman, verkreeg 12 October 1849 de uitbreiding van dien titel tot al zijne afstam-melingen. — Rijksbaron, 2 Mei 1781. 
Doorsneden: 1. in blauw eene gouden zon, de zestien stralen golvend; 2. in goud een stappend zwart lam. Het geheele schild omboord met goud. 
Gekroonde helm met rechts goud-blauwe en links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend zwart lam. 
van der Straten. 
Mr. Adrianus van der Straten van den Hill werd 9 Februari 1818 tot den adelstand verheven. 
In goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van drie koeken van 
181 
182 
183 
184 
185 
186 
187 
188 
189 
190 
191 
192 
193 
194 
195 
13* 
196 
de Rosen. 
197 
de Rotte. 
198 
de Roye van Wichen. 
199 
200 
201 
202 
203 
204 
205 
206 
207 
208 
209 
210 
211 
212 
213 
214 
215 
210 
217 
218 
219 
220 
221 
222 
223 
224 
225 
226 
227 
15* 
228 
229 
230 



't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen. Over alles heen een gedeeld schild: a. in groen een gouden jachthoorn, gesnoerd van 't zelfde; b. in zilver eene staande roode koe en een rood schild-hoofd beladen met twee schuingekruiste zilveren hooivorken. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene blauwe koek, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde gouden leeuw, links een omziende rood-getongde gouden griffioen. 
Stratenus. 
Mr. Anthony Johan Lucas Stratenus, in diplomatieken dienst en later minister van buitenlandsche zaken, werd 26 October 1838 tot den adelstand verheven en ontving 6 December 1847 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. doorsneden van goud op blauw, met een doorsneden adelaar van rood op het goud en van goud op het blauw (van der Straten of Stratenus); 2. en 3. in goud een rood gebekte en gepoote dubbele zwarte adelaar, op de borst beladen met een zilveren schildje overladen met twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (van Asperen). 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende roode adelaar. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine griffioenen. 
Strick van Linschoten. 
Mr. Nicolaas Hendrik, Mr. Jan Balthazar, Mr. Jan Hendrik en François Albert Léonard Strick van Linschoten werden in den adel ingelijfd, 8 Juli 1816. Paul Emil Adriaan Jan Hendrik Strick van Linschoten werd 5 April 1822 ingelijfd en ontving 29 Juli 1831 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte meerltjes, 2 en 1 (Strick); 2. en 3. in rood een zilveren schuinbalk (Linschoten). Over alles heen in een blauw schildje eene gouden lelie. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren struisvogelkop en hals, met een blauw hoefijzer in den bek, de punten omlaag; tusschen eene banier-vlucht, de voorste vleugel zilver en de achterste zwart. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Virtus vincit. 
de Stuers. 
Adelsdiploma van Keizer Leopold II, met verleening van den titel van 
Ridder. 
Joseph Pierre Adrien Louis de Stuers, eerst auditeur bij den Staatsraad en ten laatste Nederlandsch consul-generaal te Santa Fé de Bogota, ontving van Napoleon I den titel van Baron van het Fransche Keizerrijk en werd 4 Juni 1824 tot den Nederlandschen adelstand verheven, met den titel van Ridder, overgaande op al zijne mannelijke afstammelingen. 
In zilver drie roode schuinbalken, vergezeld van twee goud-geknopte en groen-gepunte roode rozen, 1 in den linkerbovenhoek en 1 in den rechterbenedenhoek. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zilveren hazewindhond, omgewend, doch de kop weder naar rechts gekeerd, met goud omboorden en geringden rooden halsband; tusschen eene vlucht, rechts goud en links zilver. 
Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden, met goud omboorde en geringde roode halsbanden. 
Hubert Joseph Jean Lambert de Stuers, generaal-majoor, gouverneur van Sumatra's Westkust, kommandant van het Nederlandsch-Indisch leger, werd 20 April 1841 tot den Nederlandschen adelstand verheven, met den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte. 
Het voorgaande wapen, doch al de hazewindhonden met goud-geringde gouden halsbanden, en die van het helmteeken geplaatst tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
François Vincent Antoine de Stuers, later luitenant-generaal en ook kommandant van het Nederlandsch-Indisch leger, werd 6 Maart 1843 tot den Nederlandschen adelstand verheven met den titel van Ridder, over-
gaande bij eerstgeboorte, waarop bij besluit van 10 Mei 1843 zijn wapen vermeerderd werd met een schildhoek en banieren, tot aandenken aan zijn beleidvol gedrag tijdens de schipbreuk van het stoomschip Willem I, in den nacht van 5 op 6 Mei 1837, op de koraalplaat Lucipara, bezuiden Amboina. 
In zilver drie roode schuinbalken, vergezeld van twee goud-geknopte en groen gepunte roode rozen, 1 in den linkerbovenhoek en 1 in den rechterbenedenhoek; en een blauwe schildhoek, beladen met eene bruine klip te midden van groenachtige golven, op wier top de voorsteven van een schip staat, met één mast met zijne touwen, en de boegspriet vooruit; en boven dit schip het woord LUCI PARA in gouden letters, in een halven cirkel geplaatst. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zilveren hazewindhond, omgewend, doch de kop weder naar rechts gekeerd, met goud-geringden gouden halsband; tusschen eene vlucht, rechts goud en links zilver. 
Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden met goud-geringde gouden halsbanden, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens het schild doch zonder den schildhoek (de balken schuinlinks geplaatst, en dienovereenkomstig van de rozen vergezeld), die ter linkerzijde volgens den schildhoek; de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan gouden tournooilansen met zilveren spitsen. 
de Sturler. 
De gepensioneerde luitenant-generaal Adam Emanuel Carolus de Sturler de Frienisberg werd 23 Mei 1876 en Johan Wilhelm Eduard de Sturler te Tjiomas bij Buitenzorg (Java) 12 Februari 1884 tot den Nederlandschen adelstand verheven. — Bernsche adel. 
In rood een gouden hek van vijf palen verbonden door twee dwarslatten, een van boven en een van onderen, en door eene andere lat in schuinrechtsche richting. 
Blauw-gevoerde, gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een vrouwenborstbeeld met loshangend haar, gekleed in rood, aangezicht en borst van natuurlijke kleur; tusschen twee roode olifantstrompen. 
van Styrum. 
Mr. Jan van Styrum, te Haarlem, werd 8 Juli 1816 tot den adelstand verheven, met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In rood drie gouden arendsbeenen, 2 en 1, de knie aan de rechterzijde, de klauw omlaag. Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een arendsbeen uit het schild. Schildhouders: twee rood-getongde gouden griffioenen. 
Suasso (Lopes Suasso en Lopez Suasso). 
Mozes Lopes Suasso werd 21 Juli 1818 erkend tot den adel te behooren. Al de afstammelingen van zijn tak schrijven den naam Lopes met eene s aan het eind. De leden van de andere takken schrijven Lopez. 
Ook Diego Lopez Suasso werd in den adel erkend, 9 Januari 1821. 
Gedeeld: I. in zilver twee gaande zwarte wolven boven elkander, en een roode zoom beladen met acht gouden St. Andrieskruisjes (Lopez); II. gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw gekroonde, getongde en genagelde roode leeuw (Suasso); 2. en 3. in rood vijf zilveren wilgenbladeren, 2, 1 en 2, elk schuinlinks gesteld, de steel omhoog (Hurtado de Mendoza). 
Antonio Lopez Suasso Diaz da Fonseca werd 8 Februari 1831 erkend tot den adel te behooren, en kreeg 2 Januari 1832 vergunning om het wapen zijner moeder, Diaz da Fonseca, in het zijne op te nemen. 
Gevierendeeld: I. en IV. in zilver twee gaande zwarte wolven boven elkander, en een roode zoom beladen met acht gouden St. Andrieskruisjes (Lopez); II. wederom gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw gekroonde, getongde en genagelde roode leeuw (Suasso); 2. en 3. in rood vijf zilveren wilgenbladeren, 2,1 en 2, elk schuinlinks gesteld, de steel omhoog (Hurtado de Mendoza); III. in blauw vijf gouden sterren, 2,1 en 2 (Diaz da Fonseca). 
van Suchtelen. 
Arnold Jan Bernard van Suchtelen van de Haare, burgemeester van Deventer, enz., werd 20 Februari 1816 tot den adelstand verheven. 
In rood vier zilveren ringen, 2, 1 en 1. Helm met rood-zilveren wrong en rood-zilveren dekkleeden. Helmteeken: een zilveren ring, tusschen eene zilveren vlucht. Schildhouders: rechts een aanziende rood-getongde bruine leeuw; links een omziende rood-getongde bruine leeuw. 
de Superville (van Dusseldorp de Superville). 
Mr. Daniel Marinus van Dusseldorp de Superville, lid der recht-bank te Middelburg, werd 17 Juli 1847 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: I. gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren toren met vier tinnen, geopend van 't veld, met zwarte valdeur, en een gouden leeuw, uit de tinnen oprijzende, in den rechterpoot een zilveren sabel met gouden gevest houdende; 2. en 3. in goud eene staande roode koe (de Superville); II. in rood een zilveren ooievaar (van Dusseldorp). 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de toren met den uitkomenden leeuw. 
Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen, de staart opge-slagen tusschen de achterpooten heen. 
Wapenspreuk: Solo Deo nitor. 
Sweerts de Landas. 
Bij besluit van 24 November 1816 is voor al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones erkend. Coenraad Willem Baron Sweerts de Landas kreeg 10 October 1834 vergunning den naam Wyborgh aan den zijnen toe te voegen en zich te noemen Sweerts de Landas Wyborgh. 
In goud twee driehoekige zwarte eggen, 1 boven links en 1 aan de schildpunt (Landas), en een vrijkwartier horizontaal ingeboekt van één half en vier geheele stukken van zilver op rood (Sweerts). In 
een gouden hartschild. dat gedeeltelijk het vrijkwartier en de eerste egge bedekt, een zwarte adelaar. 
Gouden helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende, rood-getongde zwarte adelaar, de borst met de verdeeling en de kleuren van het vrijkwartier. 
Schildhouders: twee Faunen in natuurlijke kleur. 
van Swinderen. 
Mr. Oncko van Swinderen, directeur der belastingen, bewaarder der hypotheken, lid en voorzitter der Tweede Kamer, lid der Eerste Kamer, enz., werd 27 December 1817 tot den adelstand verheven, 
In blauw een zilveren keper, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een gouden gezichtswassenaar met de hoornen naar beneden. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de gouden gezichtswassenaar met de hoornen naar boven, tusschen eene gouden vlucht. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
Mr. Reneke de Marees van Swinderen van Allersma werd mede den 27 December 1817 verheven tot den adelstand. 
Gevierendeeld: 1. en 4. het wapen van van Swinderen, als boven; 2. en 3. in blauw een zilveren kruis, vergezeld van vier gouden rozen (de Marees). 
Helm, dekkleeden, helmteeken en schildhouders als boven. 
van Svpesteyn. 
Mr. Wigbold van Sypesteyn, secretaris van Haarlem, lid der verga-dering van notabelen in 1814, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: I. en IV. in goud een roode schuinbalk, beladen met drie zilveren meerltjes (van Sypesteyn); II. en III. wederom gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode dwarsbalk (van Nyen-
rode); 2. en 3. gedwarsbalkt van goud en blauw van zes stukken, de gouden balken beladen met negen roode St. Andrieskruisjes, 4, 3 en 2 (Velsen). Over de groote kwartieren heen een hartschild, doorsneden: a. in goud een zwarte adelaar; b. in rood negen gou-den vlammen, 4, 3 en 2 (de Bacquere). 
Drie gekroonde helmen, met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewend zilveren meerltje, tusschen eene vlucht, rechts rood en links goud (Sypesteyn); 2°. eene gouden vlam, tusschen eene zwarte vlucht (de Bacquere); 3°. een uitko-mende roode vos (Nyenrode). 
Schildhouders: rechts een gouden leeuw en links een zwart-achtige vos, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens I. (de rechterschuinbalk veranderd in een linkerschuinbalk en de meerltjes omgewend), die ter linkerzijde volgens II. (gevierendeeld Nyenrode en Velsen), de banieren gehecht aan bruine tournooilansen met zilveren spitsen en blauwe koorden met gouden kwasten. 
Wapenspreuk: Nobilitas sola est atque unica virtus. 
van Sytzama. 
Bij besluit van 23 September 1822 is bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones voeren. 
In blauw een gouden klaverblad, vergezeld van twee goud ge-knopte en gepunte zilveren rozen, 1 van boven en 1 van onderen. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn en hoeven, van voren gezien, de kop rechts gewend. 
Schildhouders: twee omziende zilveren eenhoorns met gouden hoorn en hoeven. 
Wapenspreuk: Recte faciendo neminem timeas. 
Taets van Amerongen. 
Al de leden van dit geslacht voeren den titel van Baron of Barones, volgens besluit van 22 April 1822. 
In zilver een roode dwarsbalk. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een vrouwenborstbeeld in natuurlijke kleur met loshangend haar, gekleed volgens het schild. Schildhouders: twee bruine eenhoorns. Wapenspreuk: Tandem. 
Teding van Berkhout. 
Uit dit geslacht werden de volgenden verheven tot den adelstand: Mr. Jan en Jan Pieter, 16 September 1815; Willem Pieter Adriaan, 19 Januari 1833; Mr. Jan Pieter Adolf en Mr. Pieter Jacob, 12 Juni 1885. 
In goud zeven rode kepers, de twee bovenste uitloopende in den bovenrand; en een blauw vrijkwartier, beladen met een zilveren kraanvogel. 
Helm met groen-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een gouden hertenkop en hals. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde blauw beladen met een om-gewenden zilveren kraanvogel en omzoomd met zilveren franje, en die ter linkerzijde goud beladen met een uitgerukten groenen berken-boom en omzoomd met gouden franje, elke banier gehecht aan eene gouden tournooilans met zilveren spits, de eerste banier met blauwe koorden en zilveren kwasten en de tweede met roode koorden en gouden kwasten. 
Teixeira. 
Isaac Teixeira Jr. werd 27 September 1817 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een purperen adelaar; 2. en 3. geschaakt van goud en zwart, in vier rijen, elke rij van vier vakken. Het geheele schild omgeven door een rooden zoom, be-laden met acht zilveren S, 3 van boven, 3 van onderen en 1 aan elke zijde. 
Blauw-gevoerde helm, met purper-blauwe wrong, en rechts goud-rood-purperen en links zilver-rood-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: vijf struisveeren: zwart, goud, rood, zilver en purper. 
[Het bovenstaande is het wapen der Portugeesche familie Sam-payo, dat de geadelde in plaats van zijn eigen wapen (zie het vol-gende artikel) aannam.] 
Teixeira de Mattos. 
Bij besluit van 27 November 1888 werd Joseph Henry Teixeira de Mattos, consul der Nederlanden te Venetie, tot den adelstand verheven. 
Het wapen van Teixeira, namelijk: Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een blauw-genagelde gouden leeuw; 2. en 3. in goud een uitgerukte mastboom in den vorm van een dunnen stam met van boven vijf waaierswijze geplaatste lange ovale, aan de zijden met de naalden voorziene bladeren, de stam en de bladeren groen en de wortels zilver. — Over alles heen in een hartschild het wapen van Sampayo, namelijk: Gevierendeeld: a. en d. in goud een purperen adelaar; b. en c. geschaakt van goud en zwart, in vier rijen, elke rij van vier vakken. Dit hartschild omgeven door een rooden zoom, beladen met acht zilveren S, 3 van boven, 3 van onderen en 1 aan elke zijde. 
Twee helmen, de 1ste blauw-gevoerd, met eene blauw-purperen wrong, en rechts goud-purper-roode, links zilver-zwart-roode dek-kleeden; de 2de zwart-gevoerd, gekroond, en met rechts goud-groene en links goud-blauw-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. vijf struisveeren: zwart, goud, rood, zilver en purper; 2°. een uitkomende, blauw-genagelde gouden leeuw, in den rechterpoot een schuinlinks geplaatst groen mastblad, gelijk aan die in het schild, bij den steel houdende. 
Tengnagell. 
Voor den kolonel, later generaal-majoor, Zeno Willem Anne Lodewijk van Tengnagell, werd 22 Maart 1822 bepaald, dat aan hem en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones toekwam. 
In blauw een gouden kruis. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een in profil gesteld mansborstbeeld in natuurlijke kleur, gekleed in een blauwen mantel en met eene goud-opgeslagen blauwe toppermuts, de links afhangende staart gedraaid van goud en blauw, de muts vóór in den rand bestoken met twee blauwe veeren. 
Testa, 
Gaspard Testa, gepensioneerd Nederlandsch minister-resident te Kon-stantinopel, werd 5 April 1847 tot den adelstand verheven, met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4 in goud drie roode schuinbalken, en een blauw schildhoofd, beladen met een rood-getongden gouden leeu-wenkop (die van het 1ste kwartier omgewend); 2. en 3. in groen een gouden schildhoofd, beladen met een opkomenden rood-getong-den zilveren adelaar (die van het 3de kwartier omgewend). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met goud-groene dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewende rood-getongde gouden leeuwen-kop; 2°. een zilveren wassenaar, overtopt door zeven vijfpuntige zilveren sterren in een halven cirkel. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw, links een rood-getongde zilveren arend met geopende en nederwaart-sche vlucht. 
van Tets. 
Mr. Dirk Arnold Willem van Tets, heer van Oud en Nieuw Goudriaan, president der rechtbank te Haarlem, werd 26 Augustus 1837 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie zilveren potjes met een hengsel en drie pooten (testen), 1 en 2; 2. en 3. in goud een groene boom op een grasgrond. Over alles heen in zilver een aan-ziende roode ossenkop, met hoorns in natuurlijke kleur en grijzen muil. 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende wildeman in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, eene knods op den schouder houdende. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Cornelis Ocker Rees van Tets, broeder van den voorgaande, werd mede 26 Augustus 1837 verheven tot den adelstand. 
Geheel als het beschrevene wapen, behalve dat het 2de kwartier vervangen is door een rood kwartier, beladen met drie zilveren stormhoeden, 2 en 1, elk schuinrechts geplaatst (Rees.) 
den Tex, 
Mr. Cornelis Jacob Arnold den Tex, burgemeester van Amsterdam, werd 12 Mei 1874 tot den adelstand verheven. 
In goud drie zwarte adelaars (zonder tong), 2 en 1. Helm met goud-zwarte wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een adelaar van het schild, uitkomende. Wapenspreuk: Vigilate. 
van Teylingen 
Mr. Diederik Gregorius van Teylingen van Kamerik en de beide Houtdijken, thesaurier van Rotterdam, werd 16 September 1815 tot den adelstand verheven. 
In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, met een blauwen barensteel van drie hangers, over de borst van den leeuw gaande. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: de leeuw (zonder barensteel), opkomende uit eene bruine gevlochten mand. 
Schildhouders: twee omziende roode leeuwen. 
Diederik Gregorius van Teylingen, directeur der registratie en domeinen te Middelburg, werd 3 Januari 1836 verheven tot den adelstand. 
Hetzelfde wapen, behalve dat de barensteel van zilver is. 
RIETSTAP. Wapenbeschrijvingen. 16 
Thibaut. 
Mr. Johan Willem Thibaut van Aagtekerke werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Zeeland geadmitteerd. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een gouden dwarsbalk, verge-gezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een zilveren keper; 2. en 3. in goud een goud-gekroonde roode leeuw. Over alles heen in blauw eene zilveren lelie. 
Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden adelaar (zonder tong.) 
Schildhouders: twee goud-gehoornde zilveren eenhoorns. 
de Thier. 
Ignace Frédéric Nicolas Florentin de Thier de Nedercanne werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron voor hem en van Bidder voor al zijne mannelijke afstammelingen, en wederom geadmitteerd in de gerecon-stitueerde Ridderschap dier provincie bij organiek besluit van 8 Mei 1842. — Rijksridders, 14 Maart 1701. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie groene eikenbladen met den steel omlaag, 2 en 1 (Thier); 2. en 3. in blauw twee gouden kepers, vergezeld van drie wassenaars van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen (Bassenge). 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden vlucht met blauwe buitenveeren. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine griffioenen. 
van Thye Hannes, zie Hannes, van Till. 
Willem Ernst van Till, te Doesburg, werd 1 October 1822 erkend tot 
den adel te behooren met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
In rood een rechtopgeplaatste zilveren pijl, tusschen twee ringen van 't zelfde (de veeren van den pijl niet op de gewone wijze, maar naar het onderste van de schacht spits toeloopende.) 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een rood-gebekte zilveren zwanenhals, een zilveren ring in den bek houdende. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine griffioenen. 
Tindal. 
Generaal Ralph Dundas Tindal, door Napoleon I tot Baron van het Fransche Keizerrijk benoemd, werd 16 September 1815 tot den Neder-landschen adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. gedeeld: a. in goud een halve geknotte zwarte adelaar, uitgaande van de deelingslijn; b. in zilver drie liggende blauwe blokjes, paalswijze gerangschikt; 2. in blauw een gouden leeuw, opspringende uit een golvend, zwart geschaduwd zilveren water, dat de helft zijner achterpooten nog bedekt; 3. in blauw een stappend gouden hert op een gouden grond; 4. in rood eene Romeinsche rusting, boven welke een Romeinsche helm op eene uit de rusting opstijgende stang, alles van zilver. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Tjarda van Starckenborgh, zie van Starckenborgh. 
des Tombe. 
Andreas Jan Jacob des Tombe werd, kapitein zijnde, 22 December 1813 door Napoleon I verheven tot Baron van het Fransche Keizerrijk, hetwelk Lodewijk XVIII 17 Februari 1815 bekrachtigde, waarop hij, toen kolonel (en later luitenant-generaal) 27 Maart 1829 in den Nederlandschen adel werd ingelijfd. Arnold Hendrik des Tombe, tweede luitenant der lansiers (later kolonel), werd 6 September 1844 tot den adelstand verheven. 
16* 
In goud een blauwe keper, vergezeld van boven van twee vijf-puntige roode sterren en van onderen van een zwarten wassenaar. Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene vijfpuntige roode ster. Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Torck. 
Bij besluit van 10 Maart 1822 werd bepaald, dat aan al de afstamme-lingen van wijlen Reinhard Jan Christiaan Torck, heer van Rosendaal en Harsselo, burgemeester van Wageningen, de hun toekomende titel van Baron of Barones zou worden gegeven. 
Doorsneden van rood op zilver, het zilver beladen met zeven blauwe ruiten, 4 en 3. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Torck van Pallandt, zie van Pallandt. 
du Tour. Bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 werd Jan Carel dn Tour in de Ridderschap van Holland en Jacob Nanning du Tour, grietman van Leeuwarderadeel, onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. Bij besluit van 10 Mei 1820 is voor al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones erkend. — Adel uit Champagne. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gouden griffioen; 2. en 3. in blauw een zilveren toren met vijf tinnen, geopend van 't veld en met twee zwarte vensters, vergezeld van boven van drie naast elkander gerangschikte gouden sterren en van onderen van een gouden wassenaar. 
Schildhouders: twee omziende rond-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Deus mihi propugnaculum. 
Marc Cornelis Willem du Tour van Bellinchave werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd. Ook voor hem en al zijne afstammelingen stelde het besluit van 10 Mei 1820 den titel van Baron of Barones vast. 
Hetzelfde wapen. 
Gouden helm met blauw-gouden wrong en blauw-gouden dek-kleeden. 
Helmteeken: de toren uit het schild, met deuropening en ven-sters van zwart. Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. Wapenspreuk: Deus mihi propugnaculum. 
Travers. De generaal Etienne Jacques Travers werd 1 Juni 1810 door Koning Lodewijk tot den adelstand verheven met den titel van Baron van Jever, Napoleon I benoemde hem 3 Januari 1813 tot Baron van het Fransche Keizerrijk, en 21 September 1824 ontving hij den Nederlandschen adel met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver vijf zwarte granaten met roode vlam, 2, 1 en 2; 2. en 3. in zwart een klimmende en aanziende gouden leeuw, gedekt met eene gouden koninklijke kroon (niet gevoerd). 
Helm met zwart-zilver-zwart-goud-zwarte wrong, en rechts zilver-zwarte, links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de klimmende en aanziende leeuw uit het 2de kwartier. 
Schildhouders: twee ridders in zilveren rusting met opgeslagen vizier, elke helm gepluimd met drie struisveeren, die ter rechter-zijde blauw, rood en wit, en die ter linkerzijde wit, rood en blauw; elke ridder met een rooden bandelier schuin over de borst waarvan de slippen langs de zijde afhangen; de degen met gouden gevest aan de zijde; elk met de vrije hand eene gouden tournooi-lans met zilveren spits houdende. 
Wapenspreuk: Altyd de zelve. 
Trench (Markies van Heusden.) 
Richard Trench, Graaf van Clancarty, sedert 1813 Engelsen gezant te 's Gravenhage, werd door Koning Willem I 8 Juli 1815 in den Neder-landschen adel opgenomen met den titel van Markies van Heusden, overgaande bij eerstgeboorte. — Iersche adel. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een gaande roode leeuw, ver-gezeld van drie blauwe leliën, 2 van boven en 1 van onderen; en een blauw schildhoofd, beladen met eene gouden zon (Trench); 2. en 3. in zilver een uitgetand zwart schildhoofd (le Poer of Power) In een gouden hartschild, gedekt met eene kroon van vijf bladeren een rood wiel van zes spaken (Heusden). 
Helmteekens: 1°. een geharnaste arm, de elboog rechts, de hand een kromzwaard zwaaiende; 2°. op eene goud-roode wrong een klimmende gouden leeuw, gedekt met eene gouden koningskroon, in den rechterpoot een natuurlijk zwaard en in den linkerpoot een bundel natuurlijke pijlen houdende, en boven dit helmteeken de wapenkreet: Heusden! Heusden! 3°. een aanziende zilveren hertenkop met gouden gewei, tusschen de hoorns een rood crucifix dragende. 
Schildhouders: rechts een met gouden leliën bezaaide roode leeuw; links een hert in natuurlijke kleur, de kop aanziende ge-steld, en tusschen de zwarte hoorns een rood crucifix dragende; liet hert met de pooten eene banier over den schouder houdende met het wapen van le Poer of Power. 
Wapenspreuken: 1°. Consilio et prudentia (behoort bij den titel Heusden); 2°. Dieu pour la tranche, qui contre? (Trench). 
de Trevey de Charmail. 
Pierre Eugène Henri Marie de Trevey de Charmail, kamerheer des Konings, werd 12 Maart 1839 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Fransche adel. 
In goud een blauw St. Andrieskruis waarvan de armen in klaver-bladvorm uitloopen. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Trip. 
Jean Louis Trip van Zoutlandt, drossaard van Zevenbergen, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Noordbrabant geadmitteerd. 
In rood drie gouden trippen of houten schoenen, 2 en 1 (in den vorm van een onderstel met twee steunsels, een vooraan en een aan de hiel, en bovenop een halfrond om den voet door te steken.) 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomend hert in natuurlijke kleur. 
Mr. Adriaan Jozef Trip, te Groningen, werd 7 Februari 1818 tot den adelstand verheven. 
In rood drie gouden trippen, 2 en 1. 
Helm gedekt met een gouden ring met gesteenten; dekkleeden: goud en rood. 
Helmteeken: een uitkomend gouden hert. 
Herman Trip, te Groningen, werd 26 Maart 1818 verheven tot den adelstand. 
In rood drie gouden trippen, 2 en 1. 
Zwart-gevoerde gouden helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Tulleken (van Hoogenhouck Tulleken) 
De vice-admiraal Jan Tulleken kreeg 5 Mei 1822 vergunning om den naam zijner moeder, van Hoogenhouck, vóór den zijnen te plaatsen en zich te noemen van Hoogenhouck Tulleken, en werd 1 Mei 1847 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een zwarte dwarsbalk, beladen met twee goud-gehoornde zilveren ramskoppen (Tulleken); 2. en 3. in rood drie gouden arendsbeenen met groene nagels, 2 en 1, de klauw omlaag (Hoogenhouck). 
Twee helmen, de 1ste met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden, de 2de met rood-gouden wrong en goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: 1°. een omgewende, goud-gehoornde zilveren rams-kop en hals (Tulleken); 2°. een van de wrong opstijgende gouden 
arendspoot met groene nagels, de klauw omhoog en een zilveren knol met groen gebladerte omklemmende (Hoogenhouck). 
Schildhouders: rechts een zilveren zeepaard met groenachtigen omgekrulden staart, een schuinlinks tegen het lichaam geplaatst zwart anker met den rechterpoot omhelzende; links een griffioen met roode pijltong, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten zwart, het overige des lichaams bruin, zoo mede de bek. 
Wapenspreuk: Repos ailleurs. 
Tullingh, zie van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh. van Tuyll van Serooskerken 
Bij besluiten van 31 Maart, 25 April en 7 Mei 1822 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal worden gegeven. 
In zilver drie rood-getongde roode brakkenkoppen, 2 en 1. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een brakkenkop uit het schild. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, elk eene schuingeplaatste knods die tegen hun vrijen arm leunt achter zich hebbende en in die hand eene vierbladerige roode roos met stengel en twee groene bladeren hou-dende, die door eene gouden koningskroon (zonder voering) overtopt is. 
Twent. 
Antony Cornelis Twent, vice-admiraal, werd 16 September 1815 ver-heven tot den adelstand. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in groen drie gouden koeien, 2 en 1, de twee bovenste staande en de onderste liggende; 2. en 3. in zil-ver een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van drie naast elk-ander gerangschikte roode wassenaars. 
Gekroonde helm met groen gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende hertenkop en hals in natuurlijke kleur, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links rood. 
Schildhouders: twee wildemannen in natuurlijke klem, omkranst 
en omgord met groen loof, elk eene knods op den schouder heb-bende, die de rechtsche schildhouder in de rechterhand en de linksche in de linkerhand houdt. 
van Utenhove. 
Bij besluit van 26 April 1822 is voor al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones erkend. 
In zilver drie roode tweelingsbalken. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur, tusschen twee naar elkander toegewende kraanvogels koppen en halzen van zilver. 
Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
de Vaynes van Brakell. 
Willem de Vaynes van Brakell, gepensioneerd kommandant van Doesburg, werd 29 Maart 1843 tot den Nederlandschen adelstand ver-heven. — Adel uit Dauphiné. 
Gevierendeeld: 4. en 4. het wapen van de Vaynes, zijnde in goud een blauwe keper, vergezeld van boven van twee groene klaver-bladen en van onderen van een zwarten wildezwijnskop met zil-veren slagtanden; de top van den keper belegd met een rood schildje, beladen met drie gouden schuinbalken, het wapen der stad Veines in Dauphiné; 2. en 3. het wapen van van Brakell: in rood twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen, vergezeld van negen kruisjes [in het wapen der familie van Brakell zijn het herkruiste kruisjes met spitsen voet], 3, 3 en 3 (van het tweede drietal staat 1 kruisje tusschen de zalmen en 2 aan de schildzijden). 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: drie heraldieke rozen, elk gestengeld en gebladerd, alles van goud. 
Schildhouders: twee rood-getongde zwarte leeuwen. 
Vegelin van Claerbergen. 
Valerius Lodewijk Vegelin van Claerbergen, grietman van Hasker-land, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 onder de Edelen van Friesland geadmitteerd; zoo ook bij hetzelfde besluit Assuerus Vege-lin van Claerbergen, raad in den Hove van Friesland, en bij dat van 22 October 1814 diens zoon Philip Ernst Assuerus. 
In goud drie naast elkander geplaatste, aaneengeslotene zwarte spitsruiten, die al de randen van het schild raken; en een ver-smalde gouden dwarsbalk over alles heen. 
Helm met zwart-gouden wrong en zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een pauw in profil, met gesloten staart, in natuur-lijke kleur; tusschen eene vlucht volgens het schild. 
van den Velden. 
De vice-admiraal Jan van den Velden, van 1813 tot 1815 burge-meester van Utrecht, later lid dor Tweede Kamer, werd 20 Augustus 1847 tot den adelstand verheven. 
In blauw een zilveren hek, bestaande uit twee rechtopgeplaatste zware palen, de linksche hooger dan de rechtsche, te zamen ver-bonden door drie horizontale latten, en door eene vierde lat, die schuinlinks van den top van den hoogsten paal naar liet beneden-einde van den anderen paal loopt. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: eene beurtelings van zilver en blauw doorsneden vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde zilveren leeuwen. 
Verheven. 
Mr. Franciscus Xaverius V erheyen, griffier der Staten van Noordbra-bant, werd 13 October 1831 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw links boven in het kwartier een achtspakig gouden wiel en van onderen eene rood-gebekte zilveren duif; en een zilveren schildhoek beladen met eene roode 
231 
232 
233 
234 
235 
236 
237 
238 
239 
240 
241 
242 
243 
244 
245 
246 
247 
248 
249 
250 

roos (Verheyen); 2. en 3. in rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd beladen met een rooden keper (van Geldorp). 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de duif, de pooten in de kroon verborgen. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Provide et constanter. 
Ver Huell. 
Mr. Evert Christiaan Ver Huell, raadsheer in het Hoog Gerechtshof te 's Gravenhage, werd 7 Augustus 1840 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie zwarte weerhaken, 2 en 1 [in het familiewapen waren die weerhaken van oudsher altijd van zilver ]; 2. en 3. in goud drie zwarte tournooiringen, 2 en 1 (ringen die van onderen eene stift hebben). 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende Moor, met blauwen hoofdband waarvan de uiteinden rechts en links afwapperen, geheel in bruin gekleed met gouden dwarssnoeren op de borst, met eene roode kraag en met een paarlsnoer om den hals; de Moor opkomende uit een bos van drie blauwe struisveeren, de armen langs zijne zijden hangende en de handen in den vederbos verborgen; elk der drie blauwe veeren met eene gouden nerf. 
van Verschuer. 
Bernhard Deodatus van Verschuer, kolonel der artillerie, werd 16 October 1816 in den adel ingelijfd, terwijl 15 Augustus 1820 bepaald werd, dat aan hem en al zijne afstammelingen de titel van Baron of Barones zou worden gegeven. — Rijksbaron, 9 Februari 1696. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver twee naast elkander geplaatste zwarte takkebossen op kruisvormige handvatsels van 't zelfde (Ver-schuer); 2. en 3. in blauw een in twee rijen van rood en zilver geschaakte keper (Trott of Trotha.) Over alles heen in zwart een geheel van zilver geharnast ridder, aanziende gesteld, met open 
vizier, de helm gepluimd van rood en blauw, aan de zijde een gouden degen, en in de rechterhand een gouden kommandostaf schuin tegen de dij houdende, de andere hand in de zijde gezet. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-zwarte en de 2de met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewende zwarte vleugel; 2°. een zwarte vleugel. 
Tusschen die helmen en helmteekens eene hooge bruine piek met zilveren spits en zilveren koorden en kwasten, aan welke van boven een kort zwart vlaggedoek, met zilver gezoomd, nederhangt; en over die piek heen twee schuin gekruiste vaandels, dat hetwelk ter rechterzijde uitsteekt rood met een witten dwarsbalk en dat hetwelk ter linkerzijde uitsteekt blauw met een zilveren dwarsbalk, de einden dier vaandels gewikkeld om de stokken die zilveren lanspunten hebben en het onderste dier stokken rustende op de beide helmkroonen. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Per angusta ad augusta. 
Verschuir (Fontein Verschuir). 
Mr. Gijsbert Fontein Verschuir, heer van Heilo, Oesdom en de Coulster, lid van de Eerste Kamer, burgemeester van Alkmaar, werd 25 Augustus 1822 tot den adelstand verheven. Zijne kleinkinderen hebben 8 Juli 1874 vergunning gekregen er den naam de Dieu bij te nemen en zich te noemen de Dieu Fontein Verschuir. 
Gedeeld: 1. doorsneden: a. in blauw een omgewend en springend zilveren hert; b. in goud drie zwemmende zilveren visschen boven elkander; 2. in rood een gouden leeuw. 
Helm met blauw-gouden wrong en rechts goud-blauwe, links goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een staande pelikaan met opgeheven vleugels, in profil, zich in de borst pikkende en met drie jongen aan de voeten, alles van zilver. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde bruine leeuw; links een rood-getongde griffioen, het bovenlijf en de vleugels zwart, het overige des lichaams en de vier pooten bruin, de bek zilver. 
Versluvs. 
Mr. Marinus Emanuel Cornelis Verluys, pensionaris honorair van Vlissingen en raad van Middelburg, werd 18 Juli 1819 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw eene heraldieke roode roos, gestengeld van groen met zes bladeren van 't zelfde, tusschen twee kronkelende, rechtopgeplaatste en naar elkander toegewende gouden slangen, die met de tongen de roos aanraken; stengel en slangen ondersteund door een los in liet schild staand groen grondje (Ver-sluys); 2. en 3. in goud een roode keper, vergezeld van drie zwarte leliën, 2 van boven en 1 van onderen (van der Nisse). Over alles heen in zwart een zilveren dwarsbalk, van boven vergezeld van drie zilveren sterren naast elkander (van Borssele van der Hooge). 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: al de figuren uit het 1ste kwartier (zonder liet grondje). 
Schildhouders: twee gouden eenhoorns. 
Verspyck. 
De luitenant-generaal Gustave Marie Verspyck werd 21 October 1881 tot den adelstand verheven. 
In goud een klimmende vos in natuurlijke kleur, gehalshand van goud en gedekt met eene kroon van drie fleurons van 't zelfde. 
Verstolk van Soelen. 
Johan Gysbert Verstolk, heer van Soelen en Aldenhagen, was onder het Fransch bestuur prefect van Friesland en werd tot Baron van het Fransche keizerrijk benoemd. Later was hij gezant in Rusland, minister van buitenlandsche zaken en minister van staat. Den 30 December 1823 werd hij tot den adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Doorsneden: 1. in rood een aanziend gestelde pronkende zil-
veren pauw; 2. in groen drie stappende jonge pauwtjes van zilver, 2 en 1. Over alles heen in zilver een rood kruis. 
Helm met rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de pronkende pauw. 
Schildhouders: twee roode draken met twee pooten, met blauwe pijltongen, de vleugels opgeheven. 
van Vessem. 
Henricus Alexander Leopoldus van Vessem, intendant van het konink-lijk paleis te Amsterdam, werd 19 Maart 1886 tot den adelstand verheven. 
In zwart een zilveren schildhoofd; het zwart beladen met een zilveren knol, rakende aan het schildhoofd, de staart omlaag, van boven met drie groene bladeren die in het zilveren schildhoofd staan. 
Gekroonde helm met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de knol met zijne bladeren, de staart verborgen in de kroon; tusschen eene zwarte vlucht. 
Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. 
Wapenspreuk: Memor non obliviscitur. 
de Villeneuve. 
Willem de Villeneuve, generaal-majoor der artillerie, werd 5 Mei 1885 in den adel ingelijfd. — Adel uit Provence. 
In rood zes gouden tournooilansen, 3 en 3 schuingekruist over elkander, in elk der daartusschen opengebleven vakken een gouden schildje (in het geheel 13). In een blauw hartschildje, over alles heen, eene gouden lelie. 
Schildhouders: twee staande zeemeerminnen met loshangend blond haar, tot op den middel vleeschkleurig, elk van daar af met twee groene vischstaarten, op ééne waarvan zij staan, terwijl de andere opgeslagen en daarover naar de buitenzijde heengekruist is. 
Wapenspreuk: Libéralité. 
de Villers de Pité. 
Libert Materne Joseph de Villers de Pité werd bij organiek besluit van 14 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd en zijn zoon Louis Libert Guillaume Mare bij organiek besluit van 8 November 1842 in de gereconstitueerde Ridderschap van Limburg. 
Gevierendeeld: 4. effen vair (Awans); 2. en 3. in goud een roode leeuw (Waroux de Villers-sur-Lesse); 4. in zilver zeven aaneenge-slotene en aanstootende blauwe ruiten, 3, 3 en 4 ( Villers). 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde zwarte leeuwen. 
van Voerst. 
Bij besluit van 5 Juli 1822 werden al de leden van dit geslacht in hun rang van Baron of Barones erkend. 
In goud drie roode kepers. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee hermelijnen buffelhoorns. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen, 
van Voerst van Lvnden, zie van Lynden. 
de Voocht. 
Antonius Josephus Johannes Casparus de Voocht, lid van Gedeputeerde Staten van Noordbrabant, werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap dier provincie geadmitteerd. 
In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, be-laden met een zwarten barensteel van drie hangers. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: de zwarte barensteel, in de hoogte geplaatst tusschen eene antieke vlucht, de voorste vleugel zwart en de achterste goud. 
van Voorst. 
Bij besluit van 24 Juli 1820 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal worden gegeven-In alle opzichten hetzelfde wapen als van Voerst. 
de Vos van Steenwijk. 
volgens besluit van 11 Maart 1821 voeren al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones. 
In zilver vijf roode linkerschuinbalken; en een zwarte schild-zoom, beladen met acht gouden penningen. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende gouden adelaar. 
Mr. Evert Frederik Baron de Vos van Steenwijk kreeg 15 September 1868 vergunning om den naam van Essen bij den zijnen te voegen en zich te noemen de Vos van Steenwijk genaamd van Essen tot Windesheim. 
Gevierendeeld: 1. en 4. het hiervoren beschrevene wapen van de Vos van Steenwijk; 2. en 3. in zilver een zwarte schuinbalk, beladen met drie gouden ruiten, in de richting van den schuin-balk geplaatst (Essen). 
Gekroonde helm met rechts zilver-roode en links zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende gouden adelaar. 
Vosch van Avesaet. 
Cornelis Johan Vosch van Avesaet, te Gouda, werd 15 December 1825 tot den adelstand verheven, en verkreeg 6 April 1826 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In goud een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van een goud-gekroonden en rood-getongden halven zwarten leeuw, opko-mende van den balk. 
Gekroonde helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomende vos in natuurlijke kleur. Schildhouders: twee omziende rood-getongde vossen in natuur-lijke kleur, met den staart tusschen de achterpooten. 
van Vredenburch. 
Mr. Ewoud van Vredenburch, later gouverneur van Noordbrabant en van Zeeland, enz., werd 9 Januari 1821 tot den adelstand verheven en verkreeg 22 Augustus 1847 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gedeeld: 1. in goud een dubbele zwarte adelaar (zonder tongen) (Boelen); 2. doorsneden: a. in zilver eene goud geknopte en ge-punte roode roos; b. in rood een zwemmende zilveren haring, met een driebladerig gouden kroontje boven den kop ( Vredenburch). 
Gekroonde helm met rechts goud-zwarte en links zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: twee in omgekeerden kepervorm geplaatste zwarte arendspooten, de klauwen omhoog. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde zwarte arenden met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Wapenspreuk: Ante omniet honor. 
Mr. Johan Willem van Vredenburch werd 24 November 1816 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. in goud een dubbele zwarte adelaar (zondertongen); 2. doorsneden: a. in zilver eene goud geknopte en gepunte roode roos, elke van hare vijf bladeren uitgetand als een eikenblad; b. in rood een zwemmende zilveren haring, met, een driebladerig gouden kroontje boven den kop. 
Helm met zwart-gouden wrong en goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: twee in omgekeerden kepervorm geplaatste zwarte arendspooten, de klauwen omhoog. 
Schildhouders: rechts een omziende gouden arend met geopende en nederwaartsche vlucht; links een klimmende en aanziende gouden leeuw. 
Wapenspreuk: Agro evellite spinas. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 17 
Vrijbergen van der Does, zie van der Does. van Vrijberghe. 
Jan François van Vrijberghe van Westenschouwen, te Zierikzee, werd 24 Maart 1842 tot den adelstand verheven. 
In rood drie stappende zilveren lammeren, 2 en 1; en een zil-veren schildhoofd, beladen met drie goud-geknopte roode rozen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren lam, van voren gezien, opkomende uit eene roode kuip met twee gouden hoepels. 
Schildhouders: twee zwarte hazewindhonden. 
Vrythoff. 
Leonard Bernaard Adriaan Vrythoff, provinciaal inspecteur der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnsen te Maastricht, werd 28 November 1840 tot den adelstand verheven. Een besluit van 2 Augustus 1841 bepaalde, dat bij zijn overlijden zonder mannelijk oir de adeldom zou overgaan op zijne neven Jean Jacques en Willem Adriaan Vrythoff, hetgeen bij zijn dood op 7 October 1861 in werking is getreden. 
Doorsneden: 1. in blauw negen vijfpuntige gouden sterren, 4, 3 en 2, elk met twee punten naar boven; 2. in zwart een rood St.-Andrieskruis. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden leeuw; links een omziende rood-getongde gouden griffioen. 
van de Wall. 
Mr. Pieter Hendrik van de Wall van Puttershoek, president der arron-dissements-rechtbank te Dordrecht, werd 6 December 1827 tot den adel-stand verheven. 
Gevierendeeld van zwart en zilver, het eerste zwarte kwartier beladen met eene gouden ster. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
Wapenspreuk: Virtus nobilitatis decus. 
van de Wall Repelaer, zie Repelaer. Warin. 
Mr. Anthony Warin, lid der rechtbank van eersten aanleg te Amster-dam, en zijn broeder Nicolaas, werden 16 September 1815 tot den adel-stand verheven. 
In zilver een blauwe keper, van onderen vergezeld van een zwarten vogel. 
Helm met blauw-zilveren wrong en zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene antieke zwarte vlucht. 
Schildhouders: twee engelen in blauwachtige gewaden, met witte vleugels, de voorarmen en de voeten bloot. Wapenspreuk: Vivit post funera virtus. 
de Warzée d'Hermalle. 
Charles Nicolas Joseph de Warzée d' Hermalle, heer van Hermalle, Ramelot, Chaumont enz., advokaat-generaal bij het gerechtshof te Luik, kreeg 27 September 1817 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Na vroeger in de Ridderschap van Luik geadmitteerd te zijn geweest, werd hij bij organiek besluit van 8 Mei 1842 in de nieuwe Ridderschap van Limburg opgenomen. Den 21 December 1834 werd bepaald, dat zijn oudste zoon reeds bij het leven des vaders den titel van Baron zou voeren, dat ook de tweede zoon Baron met overgang bij eerstgeboorte zou zijn, en dat al de overige mannelijke afstammelingen den titel van Ridder zouden dragen. 
Gevierendeeld: 1. en 4. zwart bezaaid met zilveren leliën; 2. en 
17* 
3. in zilver een rood-getongde zwarte leeuw. Over alles heen in rood een zilveren ankerkruis. 
Gekroonde helm met rood-zilveren dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren ankerkruis. 
Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
van Wassenaer. 
Bij besluit van 21 Maart 1822 werd bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones zouden dragen. 
Gevierendeeld.: 1. en 4. in rood drie zilveren wassenaars, 2 en 1 (Wassenaer); 2. en 3. in blauw een gouden dwarsbalk (burggraven van Leiden). 
Twee helmen, de 1ste gekroond en met zilver-roode dekkleeden, de 2de zonder kroon of wrong en met zwart-gouden dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. tien zwarte struisveeren, in twee rijen boven elkander elk van vijf veeren, opkomende uit eene roode kuip met twee gouden hoepels; 2°. een zwarte, met rood opgeslagen hoed, getopt met twee gouden molenwieken, in den vorm van een om-gekeerden keper geplaatst. 
Schildhouders: rechts een rood-getongde gouden griffioen, links een rood-getongde gouden leeuw. 
Wapenspreuk: Mit gansch trouwe. 
Willem Lodewijk Graaf van Wassenaer-Starrenburg, heer van Starrenburg, Ruyven, Maasland en Maassluis, werd bij organiek besluit van 17 November 1815 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. Hij stierf ongehuwd 25 Maart 1835. — Rijksgraaf, 1792. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren wassenaars, 2 en 1; 2. en 3. in blauw een gouden dwarsbalk. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een met drie zilveren wassenaars, 2 en 1, beladen vederbos van vijf roode struisveeren. 
Schildhouders: rechts een omziende rood-getongde griffioen, het bovenlijf, de vleugels en de voorpooten zwart, het overige des lichaams bruin, de bek goud; links een omziende, rood-getongde bruine leeuw. 
De Graaf van Wassenaer-Starrenburg had een natuurlijken doch door hem erkenden zoon, Lodewijk Jan Worbert, die luitenant-kolonel der artillerie te Delft zijnde, bij Koninklijk besluit van 26 Juli 1834, n0. 99, gelegitimeerd werd, en vrijgelaten om den naam van Worbert te blijven dragen en zich mistdien te noemen Worbert van Wassenaer. Voor diens beide zonen Willem Lodewijk en Mattheus Johannes Worbert Gra-ven van Wassenaer werd bij acte van 18 November 1846 het wapen van Wassenaer vermeerderd met dat van Starrenburg. 
Gevierendeeld: I. en IV. wederom gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren wassenaars, 2 en. 1, en in het hart van het kwartier een verkort blauw stokje, schuinlinks geplaatst; 2. en 3. in blauw een gouden dwarsbalk; II. en III. in rood eene achtpun-tige gouden ster (Starrenburg). 
Helm, dekkleeden, helmteeken en schildhouders als van den Graaf van Wassenaer-Starrenburg; tusschen de drie wassenaars op den vederbos het blauwe stokje als in het schild. 
Waterloo (Prins van), zie Wellesley. van Wattenwyl, ook genaamd de Watteville. 
Frans Victor de Watteville, kolonel-intendant, werd 4 November 1858 in den adel ingelijfd, met den titel van Baron, overgaande bij eerst-geboorte. — Bernsche adel. 
In rood drie zilveren vleugels, 2 en 1. 
Blauw-gevoerde, gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: eene uitkomende vrouw in natuurlijke kleur, het bruine haar opgemaakt, gedekt met eene negenpaarlige kroon, ge-kleed in rood, met gouden gordel versierd met blauwe steenen, het kleed aan den hals omboord met een uitgetanden groenen rand, om den hals een gouden collier met medaillon, de armen vervangen door twee opgeheven zilveren vleugels. 
Schildhouders: twee zilveren griffioenen. 
Wapenspreuk: Sub umbra alarum tuarum protege me, Domine. 
Waubert de Puiseau. 
Louis Marie Adelaide Waubert de Puiseau, ontvanger der belas-tingen te Sneek, werd 8 Juli 1816 erkend tot den adel te behooren. — Fransche adel. 
In blauw eene driehoekige egge; en twee bladerlooze, schuin-gekruiste koren-aren daarover heen, ondersteund door een grondje onder de egge; alles van goud. 
Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen. 
van Weede. 
Everard van Weede, heer van Lutteke-Weede, Dijkveld en Rateles, griffier en daarna lid van de Eerste Kamer, werd bij organiek besluit van 16 September 1815 in de Ridderschap van Utrecht geadmitteerd. Zijn broeder Willem van Weede werd 8 Juli 1816 erkend tot den adel te behooren. 
In zilver zes roode leliën, 3, 2 en 1. Gekroonde gouden helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: twee van elkander afgewende kraanvogel koppen en halzen in natuurlijke kleur. 
Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen. 
de Weert (Berckmans de Weert). 
Mr. Emmericus Antonius Berckmans de Weert, secretaris van het kabinet des Konings, werd 12 Mei 1874 tot den adelstand verheven. 
Gedeeld: 1. doorsneden: a. in goud een beurtelings gekanteelde roode dwarsbalk (van boven drie en van onderen twee tinnen); b. in goud een zwarte wildezwijnskop met roode tong en zilveren slagtanden; 2. in goud twee zwarte zwanen boven elkander, de bek geopend. 
Helm met goud-rood-goud-zwart-goud-roode wrong, en rechts goud-roode, links goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links rood. 
de Weichs de Wenne. 
Caspar Carel de Weichs de Wenne werd bij organiek besluit van 16 Februari 1816 in de Ridderschap van Limburg geadmitteerd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. — Beijersche adel; rijksbaron, 11 October 1641. 
Een zwart veld, ingebogen gekapt van zilver. 
Twee helmen, zonder wrongen, met zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: op eiken helm een bruine aap, zittende op een rood kussen met gouden kwasten en zich beziende in een ovalen zilveren spiegel met gouden lijst en handvat, dien hij in den poot houdt; elke aap tusschen eene zwarte vlucht, de buitenveeren zilver; de aap op den 1sten helm omgewend. 
von Weiler. 
Jacob Lambert Wilhelm von Weiler, burgemeester van Zevenaar, werd 30 Juli 1818 in den adel ingelijfd. — Guliksch geslacht: rijksadel, 1690; bevestigd, 13 October 1691; vernieuwd, 31 Januari 1787. 
In zilver een roode dwarsbalk, beladen met twee zilveren ringen en vergezeld van boven van eene roode ster en van onderen van twee trossen blauwe druiven naast elkander, de groene stelen om-hoog en weder nederwaarts gebogen en schuingekruist tusschen de trossen. 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een uitkomend zilveren paard met gouden hoeven en rooden teugel. 
van Weideren Rengers, zie Rengers. 
Wellesley (Prins van Waterloo). Arthur Wellesley, Hertog van Wellington, werd reeds twee dagen 
na den slag van Waterloo, den 20 Juni 1815, door Koning Willem I ver-heven tot Prins van Waterloo, met de qualificatie van Doorluchtigheid. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren kruis, in elk kwar-tier vergezeld van vijf zilveren penningen, 2, 1 en 2 (Wellesley); 2. en 3. in goud een roode leeuw (Colley). In een zilveren schildje boven het snijpunt der vierendeeling, een rood kruis waarover heen een blauw St.-Andrieskruis (het teeken van het Vereenigd Koninkrijk). 
Gekroonde helm. 
Helmteeken: een uitkomende roode leeuw, met de beide voor-pooten een gespleten wimpel houdende die naar de linkerzijde waait, de wimpel voor twee derden rood, het overige derde, bij den stok, van zilver beladen met een rood kruis. 
Schildhouders: twee roode leeuwen, elk gehalsband met eene gou-den puntkroon waarvan een gouden ketting over hun lichaam afdaalt. 
Wapenspreuk: Virtutis fortuna comes. 
Wentholt. 
Mr. Evert Johan Wentholt, oud-ontvanger der convooyen en licenten te Arnhem, werd 5 Mei 1818 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een schuinrechts geplaatste blauwe bijl aan zwarten steel, de steel aan het ondereinde met een opwaarts gebogen knop; 2. en 3. in zilver een uitgerukte natuur-lijke pijnboom. 
Helm met goud-blauwe wrong, en rechts goud-zwarte, links zilver-groene dekkleeden. 
Helmteeken: de bijl, rechtop geplaatst, tusschen eene beurtelings van blauw en goud doorsneden vlucht. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuwen. 
Wesselman van Helmond. 
Mr. Carel Frederik Wesselman, heer van Helmond, districts-commis-saris in het 3de district van Noordbrabant, werd 1 Mei 1841 tot den adel-
stand verheven. Den 20 Mei 1881 ontvingen al zijne afstammelingen ver-gunning om den naam Helmond bij den hunnen te voegen en zich te noemen Wesselman van Helmond. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver twee roode kepers, vergezeld van drie zwarte vogels, twee naar elkander toegewend op den bovensten keper zittende en de derde op den ondersten keper (Wesselman); 2. en 3. in rood een in drie kwart gestelde zilveren traliehelm, gevoerd met zwart (Helmond). 
Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte vogel. 
Schildhouders: twee rood-getongde en goud gebekte en gepoote zwarte arenden, met geopende en nederwaartsche vlucht. 
van Westerholt. 
Bij besluit van 19 Februari 1820 is bepaald, dat al de leden van dit geslacht den titel van Baron of Barones voeren. 
Gedwarsbalkt en tegengedwarsbalkt van zwart en zilver, van drie stukken. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan, de vleugels opgeheven en het wapen herhalende (op den rechtervleugel is de verdeeling omgekeerd en het eerste vak van zilver). 
van Westervelt Sandberg, zie Sandberg. van Westreenen. 
Willem Hendrik Jacob van Westreenen van Tiellandt werd 15 April 1815 tot den adelstand verheven, verkreeg 16 December 1818 den titel van Ridder, overgaande bij eerstgeboorte, en werd 9 Januari 1821 verder bevorderd tot Baron, mede bij eerstgeboorte overgaande. 
In goud drie zwarte leliën, 2 en 1, en in het schildhart een zwarte ring. 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: eene zwarte lelie, tusschen eene antieke vlucht, de voorste vleugel zwart en de achterste goud. Schildhouders: twee rood-getongde gouden leeuwen. Wapenspreuk: Fortiter et prudenter. 
Wichers. 
Mr. Hendrik Ludolf Wichers, te Groningen, was onder het Fransch bestuur prefect van het departement der Wester-Eems, verkreeg den titel van Baron van het Fransche Keizerrijk en werd 27 December 1817 tot den Nederlandschen adelstand verheven. 
In blauw drie natuurlijke oranjeappelen, 2 en 1, elk met groe-nen steel en twee bladeren van 't zelfde, de steel omlaag (elke oranjeappel van boven eenigszins puntig oplopende). 
Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: een zilveren paardenkop en hals. 
Schildhouders: rechts een klimmende en aanziende rood-getongde bruine leeuw; links een rood-getongde bruine leeuw, 
Willem Jacob Wichers, te Groningen, rentmeester der stadsveenen, werd mede 27 December 1817 verheven tot den adelstand. 
Hetzelfde wapen, helm, dekkleeden en helmteeken, behalve dat de oranjeappelen geheel rond zijn en de paardenkop niet zilver, maar bruin is. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde bruine leeuwen, von Wiedenbruck, zie von Wydenbrugk. de Willebois (van der Does de Willebois). 
Mr. Johannes Maria Benedictus Josephus van der Does de Wille-bois, president van het gerechtshof te 's Hertogenbosch, en zijn broeder 
Mr. Pieter Joseph August van der Does de Willebois, minister van buitenlandsche zaken, werden 18 October 1877 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1 en 4. in goud een zwarte schuinbalk, beladen met drie zilveren ankers, elk rechtopgeplaatst (de Willlebois); 2. en 3. in rood negen gouden ruiten, 5 en 4 aaneengesloten (van der Does). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste rood-gevoerd en met zwart-zilveren dekkleeden, de 2de zwart-gevoerd en met rood-gouden dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een zilveren anker, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart (de Willebois); 2. een in profil gesteld Moo-renborstbeeld met zilveren hoofdband waarvan de twee uiteinden links wapperen, gekleed in rood met gouden knoopen en zilveren opstaanden kraag (van der Does). Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen-Wapenspreuk: Non deficiam. 
van Winter 
Josua Jacob de Winter, raad van Amsterdam, werd 5 Maart 1830 verheven tot den adelstand. Bij koninklijk besluit van 15 Augustus 1815 was aan zijn geslachtswapen het hartschild toegevoegd, ter herinnering dat de Souvereine vorst in 1813 zijne intrede in Amsterdam gedaan had in het met zes paarden bespannen open rijtuig van den heer van Winter. 
Gevierendeeld: 1. en 4. doorsneden: a. in zilver twee naar elk-ander toegewende zwarte kraanvogels; b. in blauw drie liggende zilveren eieren, 2 en 1, het dikke einde links; 2. en 3. geschuind van goud op groen, en een roode schuinbalk over de schuiningslijn heen; die balk beladen met drie vierbladerige gouden rozen. Over alles heen in een blauw hartschild een gouden Romeinsche triomf-wagen, naar links gewend. 
Helm met blauw-gouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de gouden triomfwagen, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links goud. 
de With 
Mr. Daniel de Blocq van Haersma de With, burgemeester der gemeente Achtkarspelen in Friesland, werd 26 Juli 1840 tot den adelstand verheven. 
In blauw twee schuingekruiste zilveren degens met gouden ge-vest en stootplaat, de punten omlaag, vergezeld van drie zilveren vlinders (zoogenoemde witjes), 2 aan de zijden, dwarsgelegd en naar elkander toegewend, en 1 van onderen, rechtopgeplaatst. 
Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden, 
Helmteeken: eene zilveren vlucht. 
Witsen Straalman, zie Straalman. 
de Witte van Citters, zie van Citters. 
Witte Tullingh, zie van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullngh. 
Wittert. 
Adriaan Cornelis Wittert werd 21 Augustus 1815 in den adel ingelijfd met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. Zijn jongere broeder Mr. Nicolaas Cornelis Wittert werd ingelijfd 9 December 1815 (ter onder-scheiding werd zijn wapen met een smal gouden randje omzoomd). De zoon van dezen laatste, Jhr. Everard Bonifacius Wittert, heer van Hoogland en Emiclaar, verkreeg 8 Februari 1848 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Baron in de Oostenrijksche Nederlanden, met adelsbe-vestiging voor zooveel noodig, 14 Juni 1778. 
Doorsneden in drieën: 1. in blauw drie zilveren sterren naast elk-ander; 2. effen goud; 3. in rood twee zilveren vogels naast elkander. Gekroonde helm met blauw-zilver-rood-gouden dekkleeden. Helmteeken: een in twee rijen van rood en zilver geschaakt kruis. Schildhouders: twee rood-getongde bruine beeren. Wapenspreuk: Candore et ardore. 
van Woerden (Speyart van Woerden) 
Bij besluiten van 23 September 1822 en 15 September 1848 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal worden gegeven. 
In rood drie gouden ruiten, 2 en 1, en in het schildhart eene gouden ster. 
Gekroonde helm, met een breedarmig gouden kruisje aan den hals, in plaats van het gewone medaillon. Goud-roode dekkleeden. 
Helmteeken: een rechtopgeplaatste roode boomtronk, van boven spitsig toeloopende en die spits beladen met eene gouden ruit; alles tusschen eene vlucht, rechts rood en links goud. 
Wolff-Metternich. 
Levin Max Paul Maria Hubert Wolff-Metternich, te Arcen, in Limburg, werd 8 April 1884 in den adel ingelijfd, met den titel van Graaf of Gravin voor hem en al zijne afstammelingen. — Rijksbaron, 13 Augustus 1621; rijksgraaf, 27 Augustus 1742. 
Gevierendeeld: 1. en 4. doorsneden: a. in blauw een zilveren barensteel van drie hangers (de hangers, gelijk in de middeneeuwen gebruikelijk was, niet driehoekig, maar recht en overal even breed); b. in zilver een stappende bruine wolf (Wolff), die van het 1ste kwartier omgewend; 2. en 3. in goud eene roode lelie, en op elk der beide omgekrulde bladeren een omgewende groene pape-gaai met gouden halsband zittende (Elmpt). 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-blauwe en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een uitkomende en omgewende bruine wolf; 2°. de figuren uit het 2de kwartier, tusschen twee gouden olifants-trompen. 
Worbert van Wassenaer, zie van Wassenaer. 
von Wrangel auf Lindenberg. 
De generaal-majoor Willem von Wrangel auf Lindenberg, lid van het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht, werd 29 Maart 1885 in den adel ingelijfd. — Zweedsch baron, 21 Maart 1654. 
Gevierendeeld: 1. in blauw een rood-getongde gouden leeuw; 
2. in rood een springende zilveren eenhoorn met gouden hoorn; 
3. in goud een rood gebekte en getongde, goud-gekroonde zwarte griffioen, eene zwarte granaat met roode vlam tusschen de voor-pooten houdende; 4. in blauw een natuurlijk geharnaste arm, bij den schouder rood afgesneden, de elboog naar onderen gericht, de hand van natuurlijke kleur vier banieren houdende, goud, rood, rood en goud, waaiende naar de linkerzijde en de schachten voor-zien van lanspunten: rood, goud, goud en rood. Over alles heen in zilver een los in het schildje staande zwarte muur van drie tin-nen, met zilveren voegen. 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met zilver-zwarte en de 2de met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. de muur uit het hartschild, tusschen eene zil-veren vlucht; 2°. de griffioen uit het 3de kwartier, uitkomende. 
Wttewaall van Stoetwegen. 
Mr. Gerard Cornelis Wttewaall van Stoetwegen, agent van den Algemeenen Rijkskassier, te Zwolle, werd 4 September 1841 tot den adel-stand verheven. 
In goud drie rechtopgeplaatste blauwe hamers met bruine stelen, 2 en 1, elk overtopt door eene gouden kroon wier binnenrand met rood gevoerd is. 
Helm met blauw-gouden wrong en blauw-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een gekroonde hamer uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Wuytiers (Barchrnan Wuytiers). 
Cornelis Gerard Barchman Wuytiers van Vliet (bij Ysselstein), 
kolonel der kavallerie, en zijn neef Jan André Barchman Wuytiers, werden 7 Juni 1829 tot den adelstand verheven. 
Gevierendeeld: 1. in goud drie blauwe palen (Berthout); 2. in rood een aanziende gouden leeuwenkop (de Carnin); 3. in rood eene zilveren lelie; 4. in zilver eene roode lelie (3. en 4. Fugger.) 
Twee gekroonde helmen, de 1ste met goud-blauwe en de 2de met goud-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewende, roodgetongde zwarte honden-kop en hals, met een gouden halsband beladen met drie blauwe palen, en een gouden ring aan de rechterzijde; 2°. eene zilveren lelie. 
Schildhouders: rechts een gouden griffioen, links een gouden leeuw. 
van Wijck (van Asch van Wijck). 
Mr. Hubert Matthys Adriaan Jan van Asch van Wijck, heer van Prattenburg, burgemeester van Utrecht, werd 26 Februari 1833 tot den adelstand verheven. 
In zwart een gouden kruis, in elk kwartier vergezeld van twee zilveren distelbloemen, elk groen gesteeld met vier groene bladeren, beide stelen schuin gekruist (van Wijck). Over alles heen in blauw een zevenspakig gouden wiel (van Asch). 
Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende roode eekhoorn, eene noot etende, tusschen eene beurtelings van goud en zwart, doorsneden vlucht. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde gouden griffioenen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde zwart beladen met een gouden kruis en die ter linkerzijde volgens het hartschild; elke banier omzoomd met zilveren franje en gehecht aan eene bruine lans, met spits, koorden en kwasten van zilver. 
Wapenspreuk: Ore et corde idem. 
van der Wijck. 
Bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 werd Mr. Derk Jan van der Wijck tot de Klencke, lid der rechtbank van eersten aanleg te Assen, in de Ridderschap van Drenthe geadmitteerd, en Harmen Jan van der 
Wijck, generaal-majoor der genie, in die van Overijssel, verder werden uit dit geslacht tot den adelstand verheven: Mr. Johan Derk François, president der rechtbank te Zwolle, 24 November 1816; Frederik Johan Theodorus, luitenant-generaal der genie, 2 Juli 1817; Frederik Theodorus, 29 September 1867; Pieter, 24 April 1868; en Frederik Hendrik Gerrit. Jan, kapitein der infanterie, 11 Januari 1869. 
In blauw twee schuingekruiste uitgerukte zilveren leliestengels; en een roode dwarsbalk over alles heen. 
Helm met rood-blauwe wrong en zilver-rood-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de schuingekruiste leliestengels met den dwarsbalk; tusschen eene blauwe vlucht. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
van Wijckerslooth. 
Hendrik Theodorus van Wijckerslooth van Grevenmachern werd bij organiek besluit van 28 Augustus 1814 in de Ridderschap van Holland geadmitteerd. 
In goud een roode dubbele adelaar (zonder tongen), op de borst een zilveren schildje dragende beladen met vijf blauwe dwarsbalken en over die balken heen een goud-gekroonde roode leeuw. 
Schildhouders: twee omziende roode leeuwen. 
Frans Jan Casper Nicolaas van Wijckerslooth van Royestein, luite-nant der karabiniers, werd bij organiek besluit van 1 Juli 1816 in de Rid-derschap van Utrecht geadmitteerd, en ontving 27 September 1817 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
In goud een blauw-getongde roode adelaar. 
Schildhouders: twee omziende blauw-getongde roode leeuwen. 
Franciscus Johannes van Wijckerslooth van Weerdestein werd 8 Juli 1816 in den adel ingelijfd en verkreeg 24 November 1816 den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. — Baron in de Oostenrijksche Neder-landen, 25 Maart 1786. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw-getongde roode ade-laar; 2. en 3. in rood een zilveren ramskop. Schildhouders: twee omziende blauw-getongde roode leeuwen. 
von Wydenbrugk. 
Deze naam wordt op verschillende wijzen gespeld: Wydenbrugk, Wyde-bruck, Wiedenbruck, en komt onder den laatsten vorm, die waarschijnlijk op den klank af geschreven is, hier voor. — Franz Christoph Marie von Wiedenbruck zu Loe, in Limburg, werd 22 Maart 1838 in den Neder-landschen adel ingelijfd, met den titel van Baron of Barones voor hem en al zijne afstammelingen. 
In blauw een roode dwarsbalk, beladen met eene zevenpuntige gouden ster en vergezeld van vier dergelijke sterren op het blauw, 2 van boven en 2 van onderen (al de sterren met twee punten omhoog). 
Helm gedekt met eene gouden palissadenkroon, de hoofdring bezet met gesteenten. Dekkleeden goud en blauw. 
Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
de Wymar. 
Christiaan Joseph Marie Hubertus de Wymar van Kirchberg, heer van Arcen, werd met den titel van Baron geadmitteerd in de Ridderschap van Limburg, eerst bij het organiek besluit van 16 Februari 1816 en daarna bij dat van 8 Mei 1842. 
In goud een rood St.-Andrieskruis. 
Drie helmen, de 1ste gekroond en met goud-roode dekkleeden, de 2de gekroond en met goud-zwarte dekkleeden, de 3de met eene rood-zilveren wrong en zilver-roode dekkleeden. 
Helmteekens: 1°. een omgewende gouden hondenkop en hals met roode tong, de hals beladen met een rood St.-Andrieskruis; tus-schen twee olifantstrompen, rechts rood en links goud; 2°. een dubbele zwarte adelaar (zonder tongen); 3°. een zilveren kasteel bestaande uit een muur met tinnen, die drie torens met tinnen draagt, alles zwart gevoegd, de muur met eene zwarte poort in 't midden en elke toren met één zwart venster. 
van Wynbergen. 
Bij besluit van 26 April 1822 is aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones toegekend. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 18 
In zilver drie vijfspakige zwarte wielen, 2 en 1. 
Gekroonde helm, aan den hals een breedarmig gouden kruisje, in plaats van het gewone medaillon. Dekkleeden zilver en zwart. 
Helmteeken: een wiel uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver. 
Schildhouders: twee omziende rood-getongde bruine leeuwen. 
d'Yvoy, zie van Hangest Baron d'Yvoy. van Zuylen van Nyevelt. 
Bij besluit van 20 September 1822 is bepaald, dat aan al de leden van dit geslacht de titel van Baron of Barones zal worden gegeven. 
In zilver drie roode zuilen, 2 en 1. 
Gekroonde helm; aan den hals een in goud gevatte ovale robijn, in plaats van het gewone medaillon. Dekkleeden zilver en rood. Helmteeken: een hermelijnen drakenkop en hals, met roode pijltong. Schildhouders: twee rood-getongde bruine leeuwen. 
De luitenant-generaal Philips Julius van Zuylen van Nyevelt werd door Napoleon I tot Graaf van het Fransche Keizerrijk verheven en ontving 17 October 1822 den titel van Nederlandsch Graaf, overgaande bij eerst-geboorte. 
Geheel als het voorgaande wapen, behalve dat de robijn aan den hals van den helm vervangen is door een breedarmig gouden kruisje. Wapenspreuk: Qui nihil sperat desperet nihil. 

Nog na de afscheiding van 1830 is Nederlandsche adel of titel verleend aan de volgende personen in België: 
d'Auxy, 
Gaston Charles Ange Graaf d'Auxy werd 22 September 1839 door Koning Willem I verheven tot Markies, overgaande bij eerstgeboorte. 
Geschaakt van goud en rood in vijf rijen, elke rij van vijf vakken; en een groot-uitgeschulpte zwarte schildzoom, waarvan elke schulp telkens een vak invat. 
Gekroonde helm, met rood-gouden dekkleeden. 
Helmteeken: een Moorenborstbeeld, gekleed in rood met zilveren kraag, en zilveren blinddoek voor de oogen, waarvan de uiteinden links afwapperen. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende gouden leeuwen. 
Barbaix de Bonnines. 
Ch. A. J. J. M. Barbaix de Bonnines, gewezen griffier der Staten van Namen, werd tot den Nederlandschen adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, 22 September 1839. 
In zilver drie zwarte brakkenkoppen, 2 en 1, aanziende gesteld. 
Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. 
Helmteeken: een zittende zwarte brak met goud-geringden gou-den halsband, aanziende gesteld. 
Schildhouders: twee omziende, rood-getongde zwarte brakken met goud-geringde gouden halsbanden, elk eene banier volgens het schild houdende, omzoomd met gouden franje en gehecht aan eene piek van 't zelfde. 
Wapenspreuk: Aprés Dieu le Roi. 
du Bus. 
Den 29 Augustus 1834 werd aan de zonen van den minister van staat Leonard Pierre Joseph du Bus de Ghisignies (die 20 Februari 1816 tot den adelstand en 22 Mei 1819 tot Burggraaf verheven was), de Ridders Bernard Amé Léonard en Alberic, alsmede aan de Jonkheeren Chrétien Henri Honoré Léonard en Constantin Léonard Anne François Marie Joseph, de titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte, verleend, als een duurzaam blijk van des Konings bijzondere tevredenheid over de wijze, waarop genoemde Burggraaf zich van zijne betrekking als Commissaris-Generaal over Nederlandsch-Indie had gekweten. 
Doorsneden: I. in goud een eenigszins schuinrechts geplaatste, van vele rechts en links overgebogene bladeren voorziene groene 
18* 
palmtak (wapenvermeerdering van 14 Juni 1822); II. gevierendeeld: 1. in blauw een zilveren schildje, vergezeld van vier leliën van 't zelfde, 1, 2 en 1; 2. in zilver, uitgeschulpt-omzoomd met rood, een rood kruis, in 't hart beladen met eene zilveren roos, en ver-gezeld van vier vijfpuntige zwarte sterren; 3. in goud drie zwarte meerltjes, 2 en 1; 4. in blauw een dwarsgelegde zilveren degen met gouden gevest, vergezeld van drie zilveren meerltjes, 2 van boven en 1 van onderen. 
Helm met goud-groene wrong en goud-groene dekkleeden. 
Helmteeken: een zwarte adelaar. 
Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden met goud-geringde gouden halsbanden, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens I., en die ter linkerzijde volgens II. met de vier kwartieren; de banieren omzoomd met gouden franje en ge-hecht aan tournooilansen van 't zelfde met zilveren spitsen en gouden koorden en kwasten. 
Wapenspreuk: Finis laborum palma. 
Daelman. 
Koning Willem II verleende 27 October 1841 aan Jonkheer Alexis Ghis-lain Désiré Daelman, te Parijs, gewezen officier der grenadiers, den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. De familie, die een adelbrief had van 20 Maart 1705, was 30 April 1827 onder de regeering van Koning Willem I erkend in den persoon van Narcisse André Joseph Hubert Ghis-lain Desiré Daelman. 
In goud een blauwe keper, vergezeld van boven rechts van eene vijfpuntige roode ster (twee punten naar boven) en links van een roo-den wassenaar, en van onderen van eene groen-gepunte roode roos. 
Helm met goud-blauwe wrong en goud-blauwe dekkleeden. 
Helmteeken: de ster (de twee punten naar boven), tusschen eene gouden vlucht. 
Macar. 
Marie Charles Ferdinand Balthazar Macar, gewezen gouverneur van Henegouwen, werd 22 September 1839 tot den Nederlandschen adelstand verheven met den titel van Baron, overgaande bij eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw eene gouden kroon van drie bla-deren en twee paarlen; 2. en 3. in zilver een steigerend rood paard. 
Schildhouders: twee klimmende en aanziende gouden leeuwen, elk eene gouden banier houdende die beladen is met een zwarten keper, vergezeld van boven van twee naar elkander toegewende zwarte meerltjes en van onderen van eene roode roos; de banieren omzoomd met gouden franje en gehecht aan tournooilansen van 't zelfde met zilveren spitsen, elke lans van boven met een gou-den strik. 
Wapenspreuk: Semper fidelis. 
de Riquet de Caraman, Prins van Chimay. 
François Joseph Philippe de Riquet, Graaf de Caraman, werd 21 September 1824 in den Nederlandschen adel ingelijfd met den titel van Prins van Chimay, overgaande bij eerstgeboorte. Onder dagteekening van 4 April 1827 verkreeg hij, dat reeds bij zijn leven zijn oudste zoon Joseph den titel van Prins van Chimay zou mogen voeren en zijn tweede zoon dien van Graaf van Chimay. Op een verder verzoek zijnerzijds werd aan dien tweeden zoon, Michel Gabriel Alphonse Ferdinand de Riquet, Graaf van Caraman, nu Graaf van Chimay, door Koning Willem I den 17 November 1834 ook de titel van Prins van Chimay verleend, met over-gang bij recht van eerstgeboorte. 
Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een gouden schuinbalk, ver-gezeld van boven van de linkerhelft eener gouden sierlelie, uit de ruimte tusschen wier twee bladeren eene kleine zilveren tuinlelie aan stengel voortkomt, en van onderen van drie gouden rozen, in de richting van een halven zoom geplaatst (Riquet of Riquetti); 2. en 3. in rood een schuinrechts geplaatst zilveren zwaard met gouden gevest (wapen der stad Chimay). 
Het schild gedekt met de Nederlandsche prinsenkroon. 
Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Wapenspreuk: Juvat pietas. 
Alles geplaatst onder een met hermelijn gevoerden rooden mantel, omzoomd met gouden franje, opgenomen met gouden koorden en kwasten en gedekt met de kroon der prinsen des H. R. Rijks. 
252 
253 
254 
255 
256 
257 
258 
259 
260 
261 
262 
263 
264 
265 
266 
267 
268 
269 
270 
271 
272 
273 
274 
275 
276 
277 

TWEEDE AFDEELING. 
WAPENS VAN DEN OF UITGESTORVENEN OF NOG NIET WEDER 
ERKENDEN ADEL. 
Bij de gebrekkige en overal verspreide, nergens in een algemeen overzicht bijeenverzamelde berichten of aanduidingen omtrent de vroegere adellijke geslachten in de gewesten, die thans tot één Koninkrijk der Nederlanden vereenigd zijn, wenscht de schrijver deze Tweede Afdeeling slechts als eene proeve beschouwd te hebben. Er zullen familiën overgeslagen zijn, terwijl wellicht andere ten onrechte op de lijst voorkomen, hoewel hij er geene opge-nomen heeft dan die tot den bekenden adel behoorden, of wel die hij als van adellijken bloede of met de qualificatie van jonkers vermeld heeft gevonden. In 't belang der wetenschap wordt hier-over dus de kritiek ingeroepen. Indien de deskundigen hunne zeer gewenschte terechtwijzingen, verbeteringen of aanvullingen in dé vakbladen gelieven mede te deelen, zal dit veel kunnen bij-dragen, om, bij een eventueelen herdruk, der juistheid zooveel mo-gelijk nader bij te komen. 
Tevens zijn in deze lijst geslachten vermeld, die van buiten-landsche vorsten adeldom hebben ontvangen en wier afstammelingen dus op eene inlijving aanspraak zouden kunnen maken. 
Ten opzichte van de aanwijzing Brabant in de volgende bladzijden zij aangemerkt, dat hiermede het gedeelte van Brabant bedoeld is dat binnen onze grenzen ligt, en het zuidelijk Brabant, dat nu lot België behoort, er niet in begrepen is. Met Groningen en Utrecht zijn de provinciën en niet de steden van dien naam gemeend. 
De talrijke Friesche wapens bevatten, gelijk men weet, meestal eene afdeeling, hetzij de helft van het schild, hetzij een kwartier: van goud beladen met een halven zwarten adelaar, uitgaande van de deelingslijn. Ten einde de onophoudelijke herhaling van die om-slachtige beschrijving te vermijden, is in deze lijst die halve adelaar met die kleuren kortweg de Friesche adelaar genoemd. 
A. 
Aarle (van) — Peelland. In zilver twee roode molenijzers, 1 van boven links en 1 aan de schildpunt; en een gouden vrijkwar-tier, beladen met eene roode roos. 
Abbenbroek (van) — Land van Voorne. In rood een zilveren broek (onderkleeding). — Later: In rood een hoekige zilveren dwarsbalk (Hart van der Woert), en als hartschild daarover heen in rood een zilveren broek [Een tak van dit geslacht schijnt de zilveren wapenfiguur ook in blauw gevoerd te hebben. — Het wa-pen moet zeer laat ontstaan zijn, toen men de beteekenis van »broek" als moerassig land geheel vergeten had]. 
Abbinga van Huizum — Friesland. Gedeeld: 1. in groen eene halve zilveren lelie, uitgaande van de deelingslijn; 2. in goud een groen klaverblad. Helmteeken: een roode bokkenkop en hals. 
Abcoude (Oudste Heeren van) — Utrecht. In goud een zwarte wolf. 
Abcoude (van) — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren zuilen, 2 en 1 (Zuylen van Abcoude); 2. en 3. in zwart een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw (Gaes-beeck). Helm gedekt met eene zwarte kroon. Helmteeken: eene zil-veren baniervlucht; of, eene gouden gewone vlucht [Uit Zuylen]. 
Abcoude (van) van Meerten — Utrecht. Het voorgaande gevie-rendeelde wapen van Abcoude. 
Abeele (van den) — Walcheren. In zilver drie verkorte roode 
dwarsbalken boven elkander (eene zoogenaamde hamei). Helmtee-ken: eene zeemeermin die in de rechterhand een ovalen spiegel houdt en zich met de linkerhand de haren kamt [Uit de la Hamaide in Henegouwen]. 
Ackersloot (van) — Kennemerland. In zilver een zwart molenrad. Helmteeken: het molenrad, tusschen eene zilveren baniervlucht. 
Acquoy (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel), in 't schildhoofd vergezeld van een loopenden zwarten hazewindhond of van twee zwarte meerltjes, naast elkander aan de rechterzijde geplaatst. Helmteeken: een uit-komende zilveren zwaan, met opgeheven vlucht [Uit Heuckelom ] 
Addinga — Groningen. In blauw een ridder in volle wapen-rusting met nedergelaten vizier, een degen zwaaiende en op een galoppeerend paard gezeten, alles van goud. Helmteeken: een uit-komende, rood-getongde gevleugelde gouden draak; of, een gouden wolvenkop en hals, tusschen twee gouden buffelhoorns, elk met twee blauwe dwarsbalken beladen. 
Adélen (van) — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een schuinrechts geplaatste zilveren sleutel, de baard omhoog en rechts, vergezeld van twee gouden sterren, 1 links van boven en 1 rechts van onderen. Helmteeken: een uitkomende zil-veren eenhoorn. 
Adélen (van) van Cronenburgh — Friesland. Het wapen van Cronenburgh, zijnde gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland); 2. en 3. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen). Over alles heen het voorgaande wapen van Adelen. Helmteeken: een uitko-mende zilveren eenhoorn. 
Adrichem (van) — Holland. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, op den schouder beladen met een zilveren schildje waarin een zwart wiel; de leeuw in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie hangers. Helmteeken: een zilveren bokkenkop en hals met gouden hoorns. 
Adrichem (van) van Dorp — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, met den linkervoorpoot een blauw lint houdende waaraan een zilveren schildje hangt dat met een zwart wiel beladen is; en een blauwe 
279 
280 



barensteel van drie hangers, die over de borst van den leeuw heengaat (Adrichem); 2. en 3. in zwart drie rood-getongde zilveren leeuwenkoppen, 2 en 1 (Uilerlier van Dorp). Helm met rood-gouden wrong. Helmteeken: een zilveren bokkenkop en hals met gouden hoorns. 
Aebinga — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, aan de schildpunt vergezeld van een groen klaverblad. Helmteeken: een zwarte adelaar met slechts één kop. 
Aebinga tot Bly — Friesland. In blauw een gouden klaver-blad, vergezeld van boven van twee gouden sterren een van onderen van een zilveren wassenaar. Helmteeken: twee struisveeren, rechts goud en links blauw. 
Aebinga tot Hyum — Friesland. Doorsneden: 1. in goud een dubbele zwarte adelaar; 2. een gouden veld, gekapt met blauw. Helmteeken: een zilveren adelaarskop en hals, met zilveren pijltong. 
Aelburg (van) — Holland. In goud drie horizontaal geplaatste, kronkelende blauwe alen boven elkander. 
Aelman of Aleman — Ouddorp in 't land van Goeree. Effen rood; met een gevierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); 2. en 3. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). [Jan Aleman, ridder, basterdzoon van Graaf Willem III en van eene jonkvrouw de Moor, uit Brabant. In 1814 is dit geslacht, onder den naam van Alemans en met een zeer veranderd wapen, in den tegen-woordigen adel opgenomen. Zie hiervoren blz. 5]. 
Aelst (van) — Gelderland, Gorinchem, Amsterdam. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een loo-penden rooden vos [Uit Châtillon]. 
Aelst (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie roode molenijzers, 2 en 1; en een gouden schildhoofd, beladen met een opkomenden rooden leeuw. 
Aerdt (van) — Gelderland. In blauw een gouden leeuw. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende, of geplaatst tusschen twee zwarte beerenpooten, elk een gouden bol houdende. 
Aernsma — Friesland. In goud twee van elkander afgewende, zwarte vleugels. Helmteeken: vijf zwarte struisveeren. 
Aesgema of Aesinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche 
adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw een zilveren wassenaar, overtopt door eene gouden ster; b. in zilver twee zwemmende groene visschen boven elkander. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Aeswijn (van) — Gelderland, Salland, Utrecht. In zilver vijf roode schuinbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende roode vos, aanziende gesteld, in elk der pooten een gouden bol houdende. 
Aggama van Walta — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in rood eene gouden ster; b. in blauw drie zilveren ruiten, 2 en 1. Helmteeken: drie struisveeren: blauw, rood en zilver. 
Aggama van Witmarsum — Friesland. In rood eene gouden ster. Helmteeken: drie struisveeren: blauw, goud en rood. 
Albada — Friesland. In goud een roode leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Albada — Friesland. In blauw eene zilveren lelie van boven en eene roos van 't zelfde van onderen. Helmteeken: een uitko-mende roode leeuw. 
Albada — Friesland. In blauw drie gouden sterren, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Albada — Friesland. In blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, de punt omlaag, in het benedengedeelte van het schild geflankeerd door twee gouden sterren. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Albada van Burgwert — Friesland. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: een uitkomende zilveren hazewindhond, gehalsband met een rood lint. 
Albada van Goënga — Friesland. Gedeeld: 1. in goud een roode leeuw; 2. doorsneden: a. in blauw eene zilveren lelie; b. in rood eene zilveren roos. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Albada van Poppingawier — Friesland. Drie geslachten of tak-ken onder dien naam: 
I. In blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, de punt omhoog, van boven geflankeerd door twee gouden sterren. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn en hoeven. 
II. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode leeuw; 2. en 3. in blauw eene zilveren lelie. Over alles heen in zilver eene roode roos. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
III. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood van boven twee zilveren rozen en van onderen eene gouden lelie. Over alles heen in blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, de punt omhoog, van boven geflankeerd door twee gouden sterren. Helmteeken: een zilveren valk met opgeheven vlucht, de rechter-vleugel rood beladen met eene zilveren roos en de linkervleugel blauw beladen met eene gouden lelie. 
Albada van Sneek — Friesland. Het wapen van Albada van Pop-pingawier III, behalve dat bet helmteeken een uitkomend rood hert is. 
Albada van Sythiema — Friesland. In rood van boven twee zilveren rozen en van onderen eene gouden lelie. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals. 
Albada van Wyburg — Friesland. Doorsneden: 1. in rood eene zilveren roos; 2. in blauw eene gouden lelie. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals. 
Alberda — Friesland. In blauw zes gouden leliën, 3, 2 en 1. Helmteeken: drie struisveeren, eene gouden tusschen twee blauwe. 
Alberghe (van) — Gelderland, Overijssel. In blauw eene acht-puntige zilveren ster. 
Alblas (van) — Alblasserwaard. In goud vijf zwarte ruiten, 3 en 2. Helmteeken: eene zwarte ruit, tusschen eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Albout — Holland. In vair twee roode dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een brakkenkop en hals in natuurlijke kleur, aanziende gesteld. — Of: Gedwarsbalkt van vair en rood van zes stukken. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Alendorp (van) — Utrecht. In zilver drie rood-getongde en goud-gekroonde zwarte leeuwenkoppen. Helmteeken: een leeuwen-kop uit het schild, tusschen eene zwarte vlucht [Het stamhuis onder Vleuten]. 
Alkemade (van) — Zuidholland. In zilver een goud getongde, genagelde en gekroonde zwarte leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende, of wel opkomende uit eene zwarte kuip met gouden hoepels [Stamhuis bij Leiden]. 
Allaert — Meyerij van den Bosch. In rood drie zilveren maliën, 2en 1. 
Aller (van) of van Oldenaller — Gelderland, Utrecht. In groen een aanziende zilveren ossenkop met gouden hoorns. Helmteeken: 
de aanziende ossenkop; of, een roode hoed met gouden opslag, tusschen twee pauwenstaarten in natuurlijke kleur. [Ook wel: In groen een in profil gestelde zilveren ossenkop en hals. Helmteeken: de figuur uit het schild]. 
Alloysen (van) — Zuidholland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken [Uit Arkel]. 
Almelo (Dynasten van) — Twenthe. In goud drie blauwe dwars-balken, beladen met twaalf zilveren ruiten, 5, 4 en 3. Helmteeken: eene blauwe vlucht. 
Almonde (van) of Almmonde — Zuidholland. In zwart drie gouden St. Andrieskruisjes, 2 en 1. Helmteeken: een leeuw, tusschen eene vlucht [Soms werd dit wapen gevierendeeld met dat van Teylingen. Na het uitsterven van den oudsten tak van het huis van Stryen, waaruit de Almonde's gesproten waren, namen zij daarvan het volle wapen aan: In goud drie roode St. Andrieskruisjes, 2 en 1. Helmteeken: een rood St. Andrieskruisje tusschen eene baniervlucht rechts goud en links rood]. [Het goed Almmonde gelegen in den verdronken Grooten Waard van Zuidholland]. 
Almstein (van) — Zuidholland. In goud twee schuingekruiste, uitgerukte roode leliestengels [Het stamhuis gelegen in den ver-dronken Grooten Waard]. 
Alphen (van) — Brabant. In zwart drie gouden drielingsbalken; en een zilveren schildhoofd, beladen met drie zwarte kruisjes, 2 en 1. 
Alsfort (van) — Gelderland. In zilver een zwarte dwarsbalk. Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop, de hals beladen met een zwarten dwarsbalk. 
Alstorp (van) of Asterpe — Gelderland. In goud een zwarte griffioen. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Altena (van) — Brabant. In goud twee van elkander alge-wende roode zalmen. 
Alveringen (van) of Alverdingen — Zuidholland. In hermelijn drie roode roskammen, 2 en 1, de handvatsels omlaag. 
Amama (van) — Friesland. In goud een dubbele zwarte ade-laar; en een blauw schildhoofd, beladen met drie gouden sterren. Helmteeken: een gouden adelaarskop en hals, tusschen twee blauwe struisveeren. 
Ambe (van) — Gelderland, Overijssel. In rood drie goud ge-
knopte en gepunte zilveren rozen, 2 en 1. Helmteeken: een goud-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vlucht. 
Amelingen (van) — Holland. In rood eene achtpuntige gouden ster [Wellicht uit Cralingen]. 
Amelroy (van) — Gelderland, Meyerij van den Bosch. In rood dríe palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een loopenden rooden vos. Helmteeken: een klimmende roode vos [Uit Châtillon]. 
Amerode (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild [Uit Arkel]. 
Amerongen (van) — Utrecht. In zilver eene zwarte droog-scheerdersschaar, schuinrechts geplaatst, de punten omhoog. Helm-teeken: de schaar, rechtop geplaatst. — Later: In zilver een rood molenrad. Helmteeken: het rad, tusschen eene zilveren vlucht. 
Amersfoort (van) — Utrecht. In rood zes gouden leliën, 3, 2 en 1. Helmteeken: twee van elkander afgewende kraanvogels koppen en halzen in natuurlijke kleur. 
Amersoyen (van) — Zuidholland. In goud een klimmende roode vos. 
Amerzode (van) — Gelderland. In rood zes gouden blokjes, 3 en 3. 
Ameyde (van der) — Meyerij van den Bosch. In goud drie ver-korte roode dwarsbalken boven elkander (eene zoogenaamde hamei). 
Ammers (van) — Holland. In rood een zilveren schuinbalk. 
Ampsen (van) — Graafschap Zutphen. In zilver een blauw ankerkruis [Havezathe bij Lochem], 
Amroy (van) — Holland. In rood drie zilveren rozen, schuin-links gerangschikt. 
Amstel (van) —- Holland. Eerst: In goud een zwarte dwars-balk ; en een van zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andries-kruis, over alles heen. — Vervolgens: Gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken. — Eindelijk: Gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; en een van zilver en rood in twee rijen geschaakt St-Andrieskruis over alles heen. Helmteeken: twee naar elkander toegewende gouden drakenkoppen en halzen. 
Amstel (van) van Loenersloot — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; en een van 
zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andrieskruis over alles heen (Amstel); 2. en 3. in goud een rood St.-Andrieskruis (Loenersloot). 
Amstel (van) van Mijnden — Utrecht. Gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; en een van zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andrieskruis over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: twee uit de kroon oprijzende, met goud bekleede armen met zwarte opslagen, de elbogen buitenwaarts, de handen van natuurlijke kleur een groenen krans omhoog houdende die door-mengd is met vier roode rozen, geplaatst 1, 2 en 1. 
Amstel (van) van Ruweel — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. gedwarsbalkt van goud en zwart, van acht stukken; en een van zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andrieskruis over alles heen (Amstel); 2. en 3. in goud een roode dwarsbalk (Ruweel). 
Amstel (van) van IJsselstein — Utrecht. In goud een zwarte dwarsbalk; en een zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andries-kruis over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: het St.-Andries-kruis uit het schild, tusschen eene antieke vlucht, de voorste vleugel goud en de achterste zwart; of, eene zilveren kuip beladen met twee roode palen (of wel eene roode kuip beladen met twee zilveren palen), die met zwarte haneveeren gevuld is; of ook, eene van rood en zilver geschaakte kuip, waaruit vijf zwarte struisveeren oprijzen. 
Andringa (van) — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood drie gouden klaverbladen, paalswijze gerangschikt. Helm-teeken: een staand rood hert, de kop aanziende gesteld. 
Angenendt (van) — Gelderland. In rood een zilveren borstharnas, overtopt door een zilveren barensteel van vier hangers. 
Anssen (van) — Drenthe, Overijssel. In blauw drie zilveren ade-laars, 2 en 1 [Waarschijnlijk uit Coevorden]. 
Appeltern (van) — Kwartier van Nijmegen. In goud een van zilver en rood in twee rijen geschaakt St.-Andrieskruis. Gekroonde helm. Helmteeken: twee gouden vederkokers, met roode ringen om-geven, geplaatst in den vorm van eene omgekeerden keper. 
Appelthorn (van) of Apeldoorn — Veluwe. In goud een roode adelaar, op de borst beladen met een dwarsgelegden zilveren sleutel, de baard aan de rechterzijde en benedenwaarts gericht. Ge-kroonde helm. Helmteeken: de adelaar met den sleutel; of, die 
adelaar, tusschen eene van goud op rood doorsneden of wel beur-telings van goud en rood doorsneden vlucht. 
Arem (van) — Gelderland. In zilver een zwarte halve leeuw, getongd en genageld van goud. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Arendael (van) — Limburg. In rood een gouden adelaar [Hel stamhuis te Sintzig aan den Rijn]. 
Arenest — Meyerij van den Bosch. Gedeeld: 1. in rood twee zilveren dwarsbalken, de bovenste beladen met een beurtelings gekanteelden zwarten dwarsbalk; 2. in zilver een rood wiek 
Arensma — Friesland. In goud een zwarte vleugel. Helmteeken: de vleugel. 
Arkel (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vlucht, elke vleugel beladen met de twee roode dwarsbalken uit het schild. 
Arler (van) — Gelderland. In blauw een schuinrechts geplaatste zilveren visch, met den kop omhoog. Helmteeken: twee zilveren visschen met de koppen omlaag, geplaatst in den vorm van een omgekeerden keper. 
Armelo (van) — Veluwe. In zilver een klimmende zwarte bok met gouden hoorns en hoeven. Gekroonde helm. Helmteeken: de bok, uitkomende. 
Arnemuyden (van) — Walcheren. In zilver een rood schild-hoofd beladen met drie gouden adelaars. Helmteeken: een zilveren ossenkop en hals met gouden hoorns. 
Arnhem (van) — Veluwe. In zilver een goud-gepoote roode adelaar. Gekroonde helm. Helmteeken: de adelaar; of, de adelaar, uitkomende; of wel, een roode arend met geopende en neder-waartsche vlucht. Wapenspreuk: Ut aquila sic alta petas. 
Asdonck (van der) of Esdonck — Meyerij van den Bosch. In zil-ver drie zwarte molenijzers, 2 en 1. 
Asperen (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken, in den rechterbovenhoek vergezeld van een zwart meerltje. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht vol-gens het schild; of, drie zilveren arendsbeenen met de klauwen omhoog, de poot en de klauw van goud, elk een omgekeerd rood klaverblad houdende; of wel, twee gouden arendsbeenen, de klauwen 
omhoog en elk een blauwen bol vasthoudende [Later: In goud een rood gebekte en gepoote dubbele zwarte adelaar, met een zil-veren schildje op de borst, beladen met twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken. Helmteeken: eene antieke vlucht, de achterste vleugel goud en de voorste zwart] [Uit Heuckelom]. 
Assendelft (van) — Holland. In rood een stappend zilveren paard. Helmteeken: een zilveren paardenkop en hals, tusschen twee rechtopgeplaatste gouden bleekers-scheppers; of wel, de paardenkop tusschen eene baniervlucht; ook nog: een zilveren griffioenskop en hals, tusschen twee naar elkander toegewende zilveren sikkels met rood handvat, de snede uitgetand [Sedert het laatst der 13de of het begin der 14de eeuw vierendeelde dit geslacht met het wapen van van Haerlem: In rood een zilveren kruis, vergezeld van zestien zilveren meerltjes, vier in elk kwartier, geplaatst 2 en 2]. 
Asten (van) — Meyerij van den Bosch. Gevierendeeld: 1. ge-dwarsbalkt van zilver en zwart van vier stukken; 2. in rood een gouden dwarsbalk, vergezeld van acht penningen van 't zelfde, 4 van boven en 4 van onderen naast elkander; 3. in zilver drie zwarte hermelijnstaartjes, 2 en 1; 4. gedwarsbalkt van goud en rood van vier stukken. Over alles heen in een zilveren hartschild een zwart wiek 
Asterpe (van), zie van Alstorp. 
Auckama — Friesland. Doorsneden van blauw op goud, met een in twee rijen van zilver en zwart geschaakten dwarsbalk over de doorsnijding heen; het blauw beladen met drie gouden sterren naast elkander en het goud met een bos van drie roode struisveeren. Helmteeken: drie roode struisveeren [Of: Doorsneden, van blauw met twee gouden sterren naast elkander, op goud met eene roode roos; en een in twee rijen van zilver en zwart ge-, schaakte dwarsbalk over de doorsnijding heen]. 
Averenck (van) of van Over-Enck — Overijssel. In zwart een zwaar zilveren pijlijzer, rechtopgeplaatst met de punt omhoog. Helmteeken: het pijlijzer. 
Averhagen (van) of Overhagen — Twenthe. In rood drie zilveren tournooikragen, 2 en 1 (in de gedaante ongeveer van een tandrad met acht tanden en zonder naaf of spaken, de tanden in den vorm en de lengte der driehoekige hangers van een barensteel). 
Helmteeken: twee zilveren staven, elk uit een rooden koker ko-mende en aan de buitenzijde met drie zilveren haken bezet. 
Avesaat (van) — Utrecht. In zilver drie zwarte ruiten, 2 en 1. 
Avesaet (van) — Gelderland. In rood een goud-gekroonde halve zilveren leeuw. 
Axel (van) — Staats Vlaanderen. In rood een gouden keper. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende gouden griffioen; of, een rechtopgeplaatste gouden visch, de kop omlaag en in de kroon verborgen. 
Aylkema van Rasquert — Groningen. In goud een roode adelaar. Helmteeken: de adelaar, uitkomende. — Of: de adelaar vergezeld tusschen zijn nek en zijn linkervleugel van eene roode ster. Helmteeken: de adelaar met de ster. 
Aylva van Bornwerd — Friesland. In groen eene zilveren lelie. Helmteeken: een uitkomende zilveren adelaar, de kop omgewend, een groenen olijftak in den bek houdende. 
Aylva van Witmarsum — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw eene zilveren roos, vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van eene gouden lelie. Helm-teeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Aylva gezegd Sjaerdema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw drie zilveren rozen, paalswijze gerangschikt; b. in goud een roode leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Aysma — Friesland. In blauw eene gouden korenschoof, verge-zeld van twee klaverbladen van 't zelfde, 1 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: een blauw-gebekte uitkomende zwarte adelaar. 
Aytta (van) — Friesland. In blauw eene gouden korenschoof, de aren groen. Helmteeken: een uitkomende ridder met gouden harnas en helm, de helm met zilveren pluimen; of, een mans-borstheeld, blauw-gekleed met zilveren kraag, en met van blauw en goud gewonden hoofdband. 
B. 
Baack (van) — Graafschap Zutphen. In zilver een blauwe dwars-balk. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 19 
en hals met blauwen halsband; of, een roode wolvenkop en hals, tusschen eene zilveren vlucht. 
Baar (van) — Gelderland. In goud een roode schuinbalk. Helm-teeken: een brakkenkop volgens het schild. 
Baar (van) van Slangenburg — Gelderland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode schuinbalk; 2. en 3. in goud drie roode kepers. Over alles 'heen in goud een roode schuinbalk. 
Baarn (van) — Utrecht. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1; en een zilveren schildhoofd. Helmteeken: eene roode kuip met twee zilveren hoepels, gevuld met zilveren struisveeren. 
Baarn (van) van Schonauwen — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1, en een zilveren schildhoofd (Baarn); 2. en 3. in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken, van boven vergezeld van drie zwarte meerltjes naast elkander (Schonauwen). Gekroonde helm. Helmteeken: eene roode kuip met twee zilveren hoepels, gevuld met zilveren struis-veeren (Baarn). 
Back — Meyerij van den Bosch. In zilver een golvende blauwe dwarsbalk, van boven vergezeld van twee roode molenijzers. 
Backel (van) — Meyerij van den Bosch. Gedwarsbalkt van rood en zilver van zes stukken, de drie roode balken beladen met acht zilveren meerltjes, 3, 2 en 3. 
Backerwaerde (van) — Holland. In rood een zilveren dwarsbalk. 
Backerweert (van) — Holland. Gedwarsbalkt van goud en blauw van acht stukken, elk der gouden balken beladen met vier roode St.-Andrieskruisjes; en een gevierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). [In plaats van dit vrijkwartier vindt men somtijds een vrijkwartier met het wapen van Egmond, te weten gekeperd van goud en rood van twaalf stukken], 
Baecke (de) — Overijssel. In zilver zes roode dwarsbalken. Helm-teeken: de aartsengel Michael, uitkomende, met zilveren vleugels, gekleed in eene zilveren tunica beladen met een rood kruis, in de rechterhand een blauw zwaard met gouden gevest houdende. 
Baenst (van) — Staatsvlaanderen. In zwart een zilveren dwarsbalk, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde, naast elkander in liet schild-
hoofd gerangschikt. Gekroonde helm. Helmteeken: een hermelijnen eenhoornskop en hals, met gouden hoorn, baard en manen. Wapen-kreet: Cadsant! 
Baer (van), zie van Baar. 
Baerdwijck (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een blauwen barensteel van drie hangers. Helmteeken: een pauwenkop en hals in natuurlijke kleur [Uit Châtillon]. 
Baerdwijck (van) — Holland. In goud een rood of zwart molenrad. 
Baerland (van) — Zuidbeveland. In zwart twee schuingekruisíe zilveren zwaarden met gouden gevest, de punten omlaag. 
Baerland (van) van Dirksland — Zuidbeveland. In goud drie golvende zwarte dwarsbalken, vergezeld van drie zwarte arends-beenen met de klauw omlaag, 2 van boven en 1 van onderen. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende beer in natuurlijke kleur, met den rechtervoorpoot een arendsbeen uit het schild houdende. 
Baersdonck genaamd Mom — Gelderland. In zwart drie zil-veren baarzen met roode vinnen en staartvin, zwemmende boven elkander, elke baars in den mond een gouden ring houdende die aan de onderkaak hangt. Helmteeken: een baars uit het schild, rechtopgeplaatst met den kop omlaag; tusschen eene zwarte vlucht; of, een zwemmende baars uit het schild, tusschen eene zwarte vlucht, elke vleugel mede met zulk een zwemmenden baars beladen, 
Baersdorp (van) [vroeger van Borssele van Baersdorp] — Zuidbeveland. In zwart een zilveren dwarsbalk; en een rood St.-Andrieskruis over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: een hermelijnen ossenkop en hals (of,, een uitkomende zwaan, of ook zes struisveeren, oprijzende uit eene kuip volgens het schild). 
Baexen (van) — Gelderland, Utrecht. In zilver een blauw ge-tongde en genagelde, goud gekroonde, roode leeuw. Helmteeken: een zwarte tournooihoed met rooden opslag, getopt met drie struis-veeren, eene zilveren tusschen twee roode. 
Bakel — Peelland. In goud drie vierkante zwarte flesschen uit wier hals roode vlammen opstijgen, 2 en 1. 
Bakenesse (van) — Kennemerland. In blauw een gouden schuin-balk, beladen met drie roode St-Andrieskruisjes. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (op den rechtervleugel 
19* 
is de rechterschuinbalk in een linkerschumhalk veranderd); of, een rood kruisje (geen St.-Andrieskruisje), tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Banjaert — Kennemerland. In zilver drie roode droogscheerders-scharen, 2 en 1, de punten omhoog of omlaag [Het stamhuis de Banjaert bij Beverwijk]. 
Banjaeri — Holland. In rood een zilveren schuinbalk, verge-zeld van zes zoomswijze geplaatste leliën van 't zelfde. Helmteeken: eene zilveren lelie, tusschen eene vlucht, rechts rood en links zilver. 
Barendrecht (van) — Holland. In zwart twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen. Helmteeken: een recht-standig uitkomende zilveren zalm, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart [Uit Altena]. 
Barendrecht (van) — Holland. In zilver een roode dwarsbalk, vergezeld van vijftien liggende groene blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit Oem]. 
Barmentloe (van) — Overijssel, Gelderland. In zilver twee zwarte posthoorns met zilveren beslag, schuingekruist of dubbel schuin-gekruist, de mondingen van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Bas — Amsterdam (Zweedsche adel, 1610). Gedeeld: 1. in blauw een zilveren adelaar, in den bek een groenen olijftak houdende; 2. doorsneden: a. in blauw een zilveren kievit; b. gedwarsbalkt van rood en vair van zes stukken, de eerste balk den kievit ondersteu-nende. Helmteeken: de kievit, tusschen eene adelaarsvlucht in natuurlijke kleur. 
Bassen (van) — Gelderland. In zilver een ridder in volle wapen-rusting met opgeheven zwaard op een galoppeerend paard, alles zwart, het paard met gouden teugel. Helmteeken: een zwarte paardenkop en hals, getopt met drie struisveeren van 't zelfde. 
Batenburg (van) — Gelderland. In rood een gouden St:-Andries-kruis, vergezeld van vier droogscheerdersscharen van 't zelfde, de punten omlaag. Gekroonde helm. Helmteeken: twee uit de kroon oprijzende gouden beerenpooten, elk een rooden bol omklemmende; of, eene vlucht, elke vleugel volgens het schild [Uit Gennep]. 
Bax — Meyerij van den Bosch. In zwart drie gouden flesschen met dubbele buiken, 2 en 1 (Deze figuren worden ook beschreven 
als kauwoerden). Gekroonde helm, Helmteeken: eene flesch uit het schild, tusschen eene zwarte vlucht; of, een mansborstbeeld, ge-kleed in 't zwart met gouden snoeren, met rooden hoofdband, waarvan de slippen rechts en links afwapperen. 
Beckum (van) — Overijssel. In goud eene zwarte kerkbanier van drie slippen, van boven met drie zilveren ringen. Helmteeken: een rechtopgeplaatst zwart rond kussen, omzoomd met gouden franje en beladen met een kruis van 't zelfde. 
Beeck (van de) — Utrecht. In zilver zes roode leliën, 3, 2 en 1 [Uit Amersfoort]. 
Beecke (van der) — Overijssel. In blauw een rood-gepoote gou-den valk met opgeheven vlucht of geopende en nederwaarlsche vlucht. Helmteeken: de valk uit het schild, tusschen eene blauwe vlucht. 
Beekerke (van) of Biggenkerke — Walcheren. In rood zes zil-veren leliën, 3, 2 en 1. Helmteeken: drie zilveren struisveeren. 
Beerenbroek — Limburg (Geadeld, 26 April 1785). In zilver drie blauwe jachthoorns met roode snoeren, 2 en 1. Helmteeken: een jachthoorn uit het schild. 
Beers (van) — Limburg. In goud een rood kruis. 
Beesd (van) — Utrecht. In rood drie palen van vair; en een gou-den schildhoofd, beladen met eene zwarte lelie (Het wapen soms vermeerderd met een zilveren vrijkwartier, beladen met drie blauw getongde en gekroonde roode leeuwenkoppen, 2 en 1, zijnde van Varick). Helmteeken: een bos zwarte haneveeren [Uit Châtillon]. 
Beesd (van) van Renoy — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met eene blauwe lelie. Helm met blauw-gouden wrong. Helmteeken: de blauwe lelie, tus-schen twee in omgekeerden kepervorm geplaatste zwarte schoor-steenhalen, aan de buitenzijde uitgeland. 
Beest (van) — Gelderland, 'sHertogenbosch. In zilver drie zwarte dwarsbalken. 
Beets of van der Beets — Westfriesland. In rood een zilveren schuinbalk, vergezeld van zes zoomswijze geplaatste leliën van 't zelfde. Helmteeken: eene zilveren lelie, tusschen eene vlucht, rechts rood en links zilver. 
Beinhem (van) — Gelderland. In zwart een zilveren kruis. Ge-
kroonde helm. Helmteeken: een zittende zwarte hazewindhond, ge-halshand van goud of van rood. 
Bekesteyn (van) [of van Heemskerck van Bekesteyn] — Ken-nemerland. In blauw een rood getongde en genagelde zilveren leeuw; en een roode dwarsbalk over alles heen. Gekroonde helm. Helm-teeken: de leeuw uitkomende, tusschen eene blauwe baniervlucht. 
Bellinchave (van) — Overijssel. In rood drie zilveren belletjes, 2 en 1. Helmteeken: een zilveren bokkenkop en bals met gouden hoorns. — Of: In rood drie gouden belletjes, 2 en 1. Helmteeken: een gouden hoed met opslag volgens het wapen, doch de belletjes geplaatst 1 en 2. 
Bemmel (van) — Veluwe. In zilver drie zwarte schaaktorens, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte hazewindhond, met gouden halsband en ring, gezeten op een zilveren tournooihoed, opgeslagen met zwart. 
Bennebroek (van) — Holland. In rood een gouden dwarsbalk. 
Benschop (van) — Utrecht. In goud een rood St.-Andrieskruis. 
Benskoop (van) — Utrecht. In goud een zwarte dwarsbalk; en een in twee rijen van rood en zilver geschaakte schuinbalk over alles heen. Helmteeken: eene kuip volgens het schild, waaruit zeven struisveeren oprijzen, beurtelings goud en zwart. 
Berckel (van) — Meyerij van den Bosch, Zuidholland. In blauw drie gouden sterren, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene gouden ster, tusschen twee blauwe olifantstrompen; of, drie struis-veeren, eene blauwe tusschen twee gouden. Schildhouders: twee wilden in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, leunende op hunne knodsen. Wapenspreuk: Stella duce. 
Berckt (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver twee roode molenijzers, 1 van boven links en 1 aan de schildpunt; en een vrijkwartier, ook van zilver, beladen met een rood hoefijzer, de kalkoenen omlaag. 
Berg (van den), zie van 's Heerenberg. 
Berge (op den of op ten) — Overijssel. In rood een zilveren paar-den-neusknijper, schuinlinks geplaatst. Gekroonde helm. Helmtee-ken: een schildje met het wapen, tusschen eene vlucht, rechts rood en links zilver. — Of: In zilver een dwarsgeplaatste roode paarden-neusknijper, goudgekroond. Gekroonde helm. Helmteeken de figuur uit het schild. 
Bergen (van) — Holland. In zilver een zwarte dwarsbalk, ver-gezeld van vijftien koeken van 't zelfde, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit Merwede]. 
Bergen (van) — Zeeland, Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode leeuw; 2. en 3. in zilver drie blauwe dwarsbalken.— Of: Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een halve roode leeuw, zwart getongd en genageld; 2. en 3. gedwarsbalkt van blauw en zilver van zes stukken [Uit het geslacht van Haemslede, genaamd naar de heerlijkheid Bergen in Kennemerland]. 
Berghe (van) [later genaamd Trips] — Limburg (Rijksgraven, 1796). Gedwarsbalkt van zilver en rood van zes stukken, de zilveren balken beladen met zwarte St-Andrieskruisjes. Helmteeken: een hermelijnen brakkenkop met roode tong [Herkomstig uit Odiliën-berg bij Roermond]. 
Berghe (van den) — Overijssel. In goud drie roode kepers [De havezathe den Berg onder Dalfsen]. 
Berghele (van) — Gelderland. In groen de bovenhelft van een zilveren paal, ondersteund door een dwarsbalk van 't zelfde, alles vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven aan weerszijden van den paal en 1 van onderen. 
Berkenrode (van) of Berkenroede — Kennemerland. In rood een van zilver en zwart gevierendeelde leeuw, getongd, genageld en gekroond van goud. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene kuip. — Later: Gedeeld: 1. gekeperd van goud en rood van twaalf stukken, met een blokzoom van groen en zilver (Egmond van der Nyenburg); 2. in goud een van zilver en zwart gevierendeelde leeuw, getongd, genageld en gekroond van goud (Berkenrode). [Gesproten uit het geslacht van Haarlem]. 
Berkhout (van) — Noordholland. In goud een uitgerukte groene berkenboom [Thans Teding van Berkhout, met het wapen van Teding van Granenburg]. 
Berkhuizen (van) — Brabant. In zwart twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen [Uit Altena]. 
Berlicum (van) — Maasland (Noordbrabanl). In blauw drie gou-den molenijzers, 2 en 1 (en soms in het schildhart eene zilveren roos). 
Berum (van) of Bierum — Groningen. In blauw drie zilveren rozen, 2 en 1, en eene gouden ster in het schildhart. Helmteeken: 
eene zilveren roos, gestengeld en gebladerd van 't zelfde; tusschen eene vlucht, rechts blauw en links goud. 
Berwout — 's Hertogenbosch. In zwart drie gouden drielingsbalken; en een gouden schildhoofd, beladen met een gaanden zwarten beer. 
Besoyen (van) — Brabant. In blauw drie zilveren St.-Andries-kriusjes, 2 en 1. Helmteeken: een blauwe ossenkop en hals met gouden hoorns [Uit Stryen]. 
Besten (van) — Salland, Gelderland. In rood een zilveren schuin-balk, beladen met drie roode ringen. Helmteeken: eene vlucht vol-gens het schild (op den rechtervleugel is het een linkerschuinbalk). 
Beuckelaer — Holland. In blauw twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen [Uit Altena]. 
Beugen (van) — 's Hertogenbosch. In zilver een zwarte keper, vergezeld van drie roode rozen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Beusinchem (van) — Utrecht. Geschuinbalkt van goud en zwart van zes stukken. Helmteeken: een blauwe ezelskop en hals, 
Bevere (de) — Meyerij van den Bosch, Dordrecht. In rood een zilveren dwarsbalk, beladen met een gaanden zwarten bever, ge-tongd en gekroond van goud. Helmteeken: twee vleeschkleurige armen, elk een rooden stok horizontaal houdende, de elbogen buiten-waarts. Wapenspreuk: Per mare, per terras [Naar men zegt uit Amstel]. 
Bever en (van) — Twenthe. In goud twee hoekige roode dwars-balken. Gekroonde helm. Helmteeken: een bos van zeven gouden struisveeren, oprijzende uit een gouden koker met zilveren bovenrand. 
Bevervoorde (van) — Gelderland. In goud een klimmende zwarte bever, gekroond van zilver. Helmteeken: de bever, uitkomende, tusschen eene gouden vlucht. 
Beverwaard (van) — Utrecht. In blauw drie zilveren zuilen, 2 en 1. Helmteeken: een goud-gebekte blauwe kraanvogelskop en hals; of, eene vlucht, rechts zilver en links blauw [Uit Vianen]. 
Beverwijk (van) — Dordrecht, Meyerij van den Bosch, afkomstig uit Noord-Kennemerland. In blauw drie rechtopgeplaatste gouden krab-ben, 2 en 1, de scharen omlaag. Helmteeken: een uitkomende leeuw. 
Bex — Limburg. In goud een rood slangenkoppenkruis. Helm-teeken: een roode drakenkop en hals, vlammen spuwende. 
Beyem (van) — Friesland: Doorsneden: 1. in goud twee roode 
rozen naast elkander; 2. in blauw twee zilveren leliën naast elkander. Helmteeken: eene zilveren lelie. 
Beyeren-Schagen (van) — Holland. Geschuinbalkt van goud en rood van zes stukken (Hodenpijl), en een gevierendeeld vrijkwar-tier: 1. en 4. spitsgeruit van zilver en blauw in schuinlinksche richting (Beijeren); 2. en 3. wederom gevierendeeld: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). Gekroonde helm met zilver-blauwe dekkleeden. Helm-teeken : een pauwenstaart in natuurlijke kleur. Schildhouders: rechts een gouden griffioen, links een gouden leeuw, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde met de wapens van het vrij kwartier en die ter linkerzijde van zilver met een rooden schuinbalk, beladen met drie gouden sterren (Mathenesse). [Afstammende van Willem, basterdzoon van Albrecht van Beijeren en Maria van Bronckhorst, dochter van Gijsbrecht van Bronckhorst, ridder, en Maria van Voorne. Willems eerste vrouw was Aleid. van Hodenpijl; van daar het hoofdwapen.] 
Bierum (van), zie van Berum. 
Biggenkerke (van) — Zeeland. In zwart drie rechtopgeplaatste zilveren schollen, 2 en 1, vergezeld van drie gouden sterren, 1 en 2. Biggenkerke (van), zie van Beekerke. 
Binckhorst (van den) — Zuidholland. In zilver een rood kruis, beladen met vijf gouden ruiten. 
Binckhorst (van den) — Holland. In rood een blauw getongde en genagelde gouden leeuw (of dit wapen gevierendeeld met drie zilveren wassenaars in blauw, 2 en 1). Gekroonde helm. Helmtee-ken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur [Gesproten uit de Graven van Bentheim, die van een jongeren zoon van de Graven van Holland afstamden], 
Binckhorst (van den) — Overijssel. In blauw een zilveren kruis, beladen met vijf zwarte ruiten, 
Blaerthem (van) — Meyerij van den Bosch. In groen drie gesten-gelde en gebladerde rozen, alles van zilver, 2 en 1. 
Blanckvoort — Salland. In zilver een rood getongde en genagelde, goud-gekroonde, zwarte leeuw, Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene zwarte vlucht. Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Blans — Zuidbeveland. In zilver drie roode kepers. Blarichorst (van) of Blarinkhorst — Overijssel. In rood drie zil-veren leliën, 2 en 1. 
Blitterswyck (van) — Gelderland. In rood, een ingehoekt zilveren schildhoofd van drie stukken. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende ezel in natuurlijke kleur, een groenen olijftak met natuurlijke vruchten in den bek houdende. 
Blochoven (van) — Holland. In rood twee beurtelings gekanteelde gouden dwarsbalken. 
Blocq (de) — Friesland. In zilver twee roode dwarsbalken. — Later: Gedeeld: 1. in zilver twee roode dwarsbalken; 2. in rood een rechtopgeplaatste zilveren sleutel, de ring in ruitvorm, de baard van boven en naar de linkerzijde; de sleutel van boven ge-llankeerd door twee zilveren rozen. Helmteeken: eene antieke vlucht, de achterste vleugel doorsneden van zilver op rood en de voorste van rood op zilver; op de doorsnijding van dien voorsten vleugel eene zilveren roos. 
Bloemendael (van) of Blommendal — Utrecht (Geadeld, 1540). In goud eene groen gestengelde en gebladerde roode nagelbloem, opstijgende uit een dal dat gevormd wordt door twee groene bergen die uit de zijranden voortkomen. Helm met rood-gouden wrong. Helmteeken: een uitkomende zwarte bok met roode hoorns, de nagelbloem uit het schild in den bek houdende. 
Bloemendael (van) — Utrecht. In zilver drie zwarte zuilen, 2 en 1. 
Bloemendal (van) — Overijssel. In rood drie gouden rozen, 2 en 1, in 't schildhoofd vergezeld van een gouden wassenaar. Helm-teeken: een Moorenborstbeeld met gouden haar en blauwen hoofdband. 
Bloeymans gezegd Dinter — Meyerij van den Bosch. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1. Helmteeken: een roode ade-laars kop en hals, tusschen eene baniervlucht, de veeren gemengd van rood en zilver [Zie van Dinter; en hiervoren blz. 57, Hesselt van Dinter]. 
Blois van Botland — Land van Tholen. Gedeeld-ingehoekt van vijf stukken zwart op goud (Bolland); en een rood vrijkwartier be-laden met drie palen van vair en met een gouden schildhoofd (Châtillon). Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Blok van Yersekendamme — Zuidbeveland. In rood twee schuin-
gekruiste zilveren zwaarden met gouden gevest, de punten omlaag. 
Blokland (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken. Helmteeken: twee zwarte steenbokshoorns [Uit Arkel]. 
Bloote (de) van Kenenburg — Zuidholland. In zilver drie zwarte leliën, 2 en 1. Helmteeken: eene zwarte lelie. 
Blyenburg (van) — Holland. Doorsneden: 1. in rood twee zil-veren rozen naast elkander; 2. in zilver de benedenhelft eener acht-puntige roode ster, uitgaande van de doorsnijdingslijn. Gekroonde helm. Helmteeken: twee roode rozen aan groene stengels; tusschen eene roode vlucht, elke vleugel beladen met drie zilveren pen-ningen, 2 en 1 (Of: hetzelfde wapen, met een zilveren hartschild be-laden met een rooden leeuw, op de doorsnijdingslijn. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende engel, gekleed in zilver met rooden gordel, de vleugels rood, in de rechterhand eene pijl van 't zelfde, met zilveren punt en veeren houdende; en vóór den engel een kleine groene draak, nederliggende; alles tusschen eene roode vlucht; of, een uitkomende engel, in zilver gekleed en met roode vleugels, met beide handen een rood zwaard schuinrechts voor het lichaam houdende, de punt omlaag; alles tusschen eene roode vlucht. Schildhouders: twee gouden arenden. Wapenspreuk: Laetus laeta spero). 
Bochorst (van), zie van Buckhorst. 
Boekhoven (van) — Meyerij van den Bosch,. In zilver twee beur-telings gekanteelde roode dwarsbalken; en een uitgeschulpte blauwe schildzoom. Helmteeken: een uitkomende zwarte bok met gouden hoorns en hoeven (of, eene zilveren vlucht, elke vleugel beladen met de twee dwarsbalken uit het schild) [Uit Arkel]. 
Boeckholt (van) — Utrecht. In zwart drie zilveren zuilen, 2 en 1. Of: In zilver drie zwarte zuilen, 2 en 1. Helmteeken: eene zwarte zuil, tusschen eene zilveren vlucht [Uit Zuylen]. 
Boede (van der) — Walcheren. Gedeeld-ingehoekt van drie ge-heele en twee halve stukken van zwart op zilver; en een rood schildhoofd, beladen met drie gouden ruiten. 
Boekel, Boeckel of Bokel — Zuidholland. In goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van drie roode leeuwenkoppen, 2 van boven en 1 van onderen [Vermoedelijk uit de Burggraven van Leiden]. 
Boekelsteyn (van) — Zuidholland. In rood een gouden keper, vergezeld van drie zilver-getongde gouden leeuwenkoppen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Boekhorst (van) — Zuidholland. In zilver een rood-getongde en genagelde zwarte leeuw. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene zilveren kuip met een enkelen zwarten hoepel; of, de leeuw, klim-mende, tusschen eene vlucht of baniervlucht, rechts zilver en links' zwart [Het stamhuis onder Noordwijkerhout. Zie verder van Buckhorsf]. 
Boelman — Overijssel. In blauw een zilveren dwarsbalk, verge-zeld van drie rood gebekte en gepoote zilveren eendjes. 
Boelsbeck (van) — Limburg. In groen een zilveren dwarsbalk. 
Boerlo (van) — Gelderland. In zwart drie zilveren jachthoorns, met gouden beslag en snoer, boven elkander geplaatst. Helmtee-ken: eene zwarte vlucht, elke vleugel beladen met een jachthoorn uit het schild. 
Boesinchem (van) — Utrecht. In goud drie roode zuilen, 2 en 1. Helmteeken: een stappende hazewindhond. 
Bogaert — 's Hertogenbosch. In zilver een groene boom op een grasgrond. 
Boisschot (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. Helmteeken: een blauw molenijzer, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Bokel, zie Boekel. 
Bolck (van den) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Bolta (van) — Friesland, In goud drie rechtopgeplaatste zwarte vogelpijlen naast elkander. Helmteeken: drie struisveeren, eene zil-veren tusschen twee gouden. — Of: het veld blauw en de pijlen goud; helmteeken: een pijl uit het schild. 
Booth — Holland, Utrecht. In goud een klimmend zwart hert. Gekroonde helm. Helmteeken: het hert, uitkomende. 
Borculo (van) — Graafschap Zutphen. In goud drie roode bollen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild; of, een roode bol, tusschen eene gouden vlucht, elke vleugel met een rooden bol beladen [Zie van Doedinckweerde genaamd van Borculo]. 
Borndamme (van) of Borrendamme — Zierikzee. In zilver vijf roode ruiten, 2, 2 en 1. 
Borne (van) — Limburg. In rood drie gouden kepers [Naam ontleend aan slot en dorp Borne, bij Sittard]. 
Borre — Overijssel. In rood drie zilveren wielen, 2 en 1; en een zilveren schildhoofd. 
Borre van Amerongen — Utrecht. In rood een zilveren schuin-balk, vergezeld van zes zoomswijze geplaatste leliën van 't zelfde. Helmteeken: een bos zwarte struisveeren, opkomende uit een zwarten koker met gouden beslag, welke koker met een gouden ketting, bevestigd aan den bovenrand, met de helmwrong verbon-den is (ook wel als helmteeken: eene vlucht, rechts rood en links zilver). [Naar men zegt, gesproten uit het geslacht van Amersfoort]. 
Borssele (van), zie hiervoren blz. 30. 
Borssele (van) van Baersdorp, zie van Baersdorp. 
Borssele (van) van Brigdamme — Zeeland. In zwart een zilveren dwarsbalk, in den rechterbovenhoek vergezeld van eene gouden ster. — Of: In zwart een dwarsbalk ingehoekt-doorsneden van zilver op rood 
Borssele (van) van Capelle — Zeeland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een zilveren dwarsbalk (Borssele); 2. en 3. in zilver twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zwarte zalmen, verge-zeld van negen herkruiste zwarte kruisjes met spitsen voet, en boven de zalmen een gouden schildje beladen met een rooden keper (Visch genaamd van Capelle). Helmteeken: uit eene zwarte kuip met een enkelen gouden hoepel oprijzende een bos van zes struisveeren, drie zilveren, geplaatst 2 en 1, en drie zwarte, ge-plaatst 1 en 2. 
Borssele (van) van Cortgene — Zeeland. In zwart een zilveren dwarsbalk, in 't schildhoofd vergezeld van een rooden barensteel van drie hangers. 
Borssele (van) van Duiveland — Zeeland. Gevierendeeld: 1 en 4 in zwart een zilveren dwarsbalk (Borssele); 2. en 3. gedeeld-inge-hoekt van vijf stukken zwart op zilver (Duiveland). 
Borssele (van) Graaf van Grandpré en Bouchain (of Buchan) — Zee-land. Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een zilveren dwarsbalk (Borssele); 2. en 3. in blauw drie gouden korenschoven, 2 en 1 (Buchan). 
Borssele (van) van der Hooge — Zeeland. In zwart een zilveren dwarsbalk, in 't schildhoofd vergezeld van drie zilveren sterren naast elkander. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zil-veren os, van voren gezien; tusschen eene zwarte vlucht, elke vleugel beladen met een zilveren dwarsbalk. 
Borssele (van) van Latridale — Zeeland In zwart een zilveren dwarsbalk; en een roode schuinstreep over alles heen. 
Borssele (van) Graaf van Ooslervant — Zeeland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart een zilveren dwarsbalk (Borssele); 2. en 3. in rood drie zilveren zuilen, 2 en 1 (Zuylen van Anholt). Gekroonde helm. Helmteeken: een hermelijnen ossenkop en hals met gouden hoorns. 
Borssele (van) van Sandyck — Zeeland. Het wapen van van Bors-sele van der Hooge. — Of: Gevierendeeld: 1. en 4. golvend-door-sneden van rood op eene dwarsbalking van zilver en blauw van zes stukken; 2. en 3. in zilver een rechtopgeplaatst zwart zwaard. Over alles heen in zwart een zilveren dwarsbalk. 
Borssele (van) van St. Maartensdijk — Zeeland. Als van Borssele van Oostervant 
Borssele (van) van Spreeuwestein — Zeeland. Als van Borssele van Capelle. 
Borssele (van) van Zuylen — Zeeland. Als van Borssele van Oostervant. 
Bosch (van den) — Meyerij van den Bosch, 's Hertogenbosch. In zwart drie gouden drielingsbalken, met een gouden schildhoofd; en een zilveren vrijkwartier, beladen met drie roode molenijzers, 2 en 1. 
Boschhuysen (van) — Zuidholland. Effen vair. Helmteeken: een zilveren hindekop en bals; tusschen eene antieke vlucht, de achterste vleugel blauw en de voorste zilver; of, een mansborstbeeld, gekleed in zilver met kraag van 't zelfde, als hoofddeksel eene rij blauwe vairklokjes dragende [Stamhuis bij Leiden]. 
Boshoff — Gelderland. In blauw een dwarsgelegde gouden bee-renpoot, die uit den linkerschildrand voortkomt en een uitgerukten groenen boom houdt. Helmteeken: een groene boom, tusschen twee rechtopgeplaatste gouden beerenpooten. 
Bossche (van den), zie van Sasse van den Bossche [Uit IJssel-
stein. Het stamhuis den Bosch lag een half uur van Weesp, aan de Vecht]. 
Botbergen (van) — Utrecht. In blauw een zilveren schildhoofd, beladen met drie roode meerltjes. Gekroonde helm. Helmteeken: een blauwe wolvenkop en hals, met een zilveren halsband beladen met drie roode meerltjes. 
Both van der Eem — Utrecht. In blauw een zwemmende zilveren bot, in 't schildhoofd vergezeld van drie zilveren leliën naast elk-ander. Gekroonde helm. Helmteeken: twee zilveren botten, in om-gekeerden kepervorm geplaatst met de koppen omlaag, opkomende uit eene kuip in natuurlijke kleur. 
Both van Scherpenseel — Utrecht. In blauw een zwemmende zil-veren bot; en een zilveren schildhoofd, beladen met drie blauwe leliën. 
Botland (van) — Eiland Duiveland. Gedeeld-ingehoekt van vijf stukken zwart op goud. Helmteeken: een ossenkop en hals; of, eene vlucht volgens het schild [Uit Duiveland. Zie Blois van Botland]. 
Botnia — Friesland. In blauw een van de rechterzijde uitgaande zilver-geharnaste arm, een gouden zwaard rechtop houdende. Helm-teeken: de arm uit het schild, steunende op den elboog. 
Botter — Utrecht. In zilver een zwarte dwarsbalk, vergezeld van drie roode leliën, 2 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste, natuurlijk geharnaste armen, te zamen eene roode lelie ophoudende, de elbogen buitenwaarts. 
Botter van Snellenburg — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver een zwarte dwarsbalk, vergezeld van drie roode leliën, 2 van boven en 1 van onderen (Botter); 2. en 3. in goud een zwarte dwarsbalk, en een van rood en zilver in twee rijen geschaakte schuinbalk daar overheen (Benskoop of Snellenburg). Helmteeken: twee rechtopgeplaatste, natuurlijk geharnaste armen, te zamen eene roode lelie ophoudende, de elbogen buitenwaarts. 
Bottersloot (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken; en een zwarte schildhoek, beladen met eene gouden botermaat [Uit Arkel]. 
Bouden (van der) — Walcheren. In zilver drie golvende blauwe dwarsbalken. 
Boxmeer (van) — Meyerij van den Bosch. In goud, bezaaid met blauwe blokjes, een leeuw van 't zelfde over alles heen. Helmteeken: een zilveren bokkenkop en hals met gouden hoorns. 
Boxtel (van) — Meyerij van den Bosch. In rood twee zilveren dwarsbalken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste meerltjes van 't zelfde, 3 in het schildhoofd, 2 aan de zijden en 3 aan de schildpunt [Uit Cuyck]. 
Bramel (van den) — Gelderland. In goud een rood gekamde en gebaarde zwarte haan. 
Bransenborch (van) — Gelderland. Een leeuw waar overheen een dwarsbalk; of, een dwarsbalk waarboven een uitkomende leeuw. Helmteeken: twee beerenpooten [Kleuren onbekend. Havezathe bij Bronkborst]. 
Brants (van) — Amsterdam (Russische adel, 17 Augustus 1717). Gevierendeeld: 1. en 4 in zwart twee doorgebogen gouden dwars-balken, de bovenste eene gouden vlam ondersteunende; 2. en 3. in blauw een brandend hart, in den linkerbovenhoek vergezeld van eene ster, alles van zilver. Gekroonde helm, met rechts goud-zwarte en links zilver-blauwe dekkleeden. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Breda (Voormalige Heeren van) — Brabant. In rood drie zil-veren St.-Andrieskruisjes, 2 en 1. 
Brederode (van) — Holland. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw; en een blauwe barensteel van drie hangers, over de borst van den leeuw heengaande. Gekroonde helm. Helm-teeken: twee rechtopgeplaatste rood-bekleede armen met gouden opslag, de handen van natuurlijke kleur, elk een zwarten paardenpoot houdende met zilver-genageld gouden hoefijzer, de hoef omhoog. 
Brederode (van) — Holland (Rijksgraven, 4 September 1780). In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, in 't schild-hoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie hangers. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een stappende en omziende viervoetige gouden draak, de staart omgeslagen en in eene pijlpunt eindigende, de vleugels toegevouwen, de draak midden op het lichaam beladen met een schildje volgens het wapen. Schildhouders: twee omziende gouden griffioenen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde volgens het schild en die ter linkerzijde van zilver beladen met twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel). 
Brederode (van) van Veenhuysen — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie han-
gers; en een roode schildzoom; 2. en 3. in zilver vier blauwe dwarsbalken. Over alles heen in rood drie palen van vair, met een gouden schildhoofd. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste rood-be-kleede armen met gouden opslag, de handen van natuurlijke kleur, elk een zwarten paardenpoot houdende met zilver-genageld gouden hoefijzer, de hoef omhoog. 
Brederode (van) van Wesenburg — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, en een blauwe barensteel van drie hangers, over de borst van den leeuw heengaande; 2. en 3. in zilver vier blauwe dwarsbalken. Over alles heen in rood drie palen van vair, met een gouden schild-hoofd. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste rood-bekleede armen met gouden opslag, de banden van natuurlijke kleur, elk een zwarten paardenpoot houdende met zilver-genageld gouden hoefijzer, de hoef omhoog. 
Breust (van) — Limburg. In zilver drie roode morgensterren (strijdknodsen), 2 en 1 [Naam ontleend aan het dorp Breust bij Eysden]. 
Breyll (van) — Limburg. In zilver drie blauwe palen, in den rechterbovenhoek vergezeld van een rood schildje met goud om-zoomd. Helmteeken: twee struisveeren, rechts zilver en links blauw. 
Brigdamme (van), zie van Borssele van Brigdamme. 
Broeckhoven (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw drie gouden molenijzers, 2 en 1 [Later bekend als de Brouchoven gra-ven van Bergeyck, enz.]. 
Broeckhuisen (van) van Barlham — Gelderland. In zilver een zwarte schuinbalk. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Broeckhuysen (van) — Utrecht. In zilver een in twee rijen van rood en goud geschaakt kruis. Helmteeken: eene vlucht, van zilver en rood. 
Bronckhorst(van) — Gelderland. In rood een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw. Gekroonde helm. Helm-teeken: twee rechtopgeplaatste goud-genagelde zwarte beerenpooten, elk een gouden bol vasthoudende (Een jongere tak van dit geslacht voerde hetzelfde wapen, met een zilveren barensteel van drie han-gers in het schildhoofd, en tot helmteeken twee roode struisveeren). 
Bronckhorst (van) — Gelderland (Graven, 1553). Gedeeld: I. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 20 
gevierendeeld: 1. en 4. in rood een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw (Bronckhorst), de leeuw van het 1ste kwar-tier omgewend; 2. en 3. in rood een gouden St.-Andrieskruis, ver-gezeld van vier droogscheerdersscharen van 't zelfde, met de punten omlaag (Batenburg); en over deze kwartieren heen in goud drie roode bollen, 2 en 1 (Borculo); II. gevierendeeld: 1. en 4 in goud een zwart wild zwijn, in rust staande op een grasgrond, het wilde zwijn van het 1ste kwartier omgewend; 2. en 3. in zilver eene roode roos (Eberstein). 
Bronckhorst (van) van Batenburg — Gelderland. Gevieren-deeld: 1. en 4. in rood een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw (Bronckhorst); 2. en 3. in rood een gouden St.-Andrieskruis, vergezeld van vier droogscheerdersscharen van 't zelfde, met de punten omlaag (Batenburg). Over alles heen gedeeld: a. in blauw een omgewende gouden leeuw, gekroond van 't zelfde, getongd en genageld van rood (Gelderland); b. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Gulik). 
Brothem (van) — Overijssel. In blauw een gouden kruis. 
Broucke (van den) — Zuidbeveland. In zwart twee schuinge-kruiste zilveren zwaarden met gouden gevest, de punten omlaag. 
Brouwershaven (van) — Zeeland. In blauw drie gouden ossen-schedels met de hoorns, 2 en 1. — Of: In rood een blauwe dwars-balk, beladen met eene gouden ster en vergezeld van drie gouden ossenschedels met de hoorns, 2 van boven en 1 van onderen. 
Bruckheese (van) — Gelderland. In groen zeven zilveren ringen, 3, 3 en 1. Helmteeken: twee schuingekruiste zilveren degens met gouden gevest, de punten omhoog. 
Bruelis (van) — Zuidbeveland. Doorsneden: I. gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Hene-gouwen) ; 2. en 3. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland); II. in blauw drie zilveren gansjes, 2 en 1 [Af-stammende van Simon, ridder, basterdzoon van Graaf Willem IV van Holland, die met de hofstede Bruelis onder het tegenwoordige Kapelle c. a. begiftigd werd]. 
Bruggen (ter) — Gelderland, Overijssel. In zilver drie groene hulstbladeren, 2 en 1, de steel omlaag. Helmteeken: drie rietsten-gels in natuurlijke kleur. 
Brugh (van der) — Holland. In zilver een zwarte dwarsbalk, vergezeld van vijftien koeken van 't zelfde, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit van der Merwede]. 
Bruhese (van) — Meyerij van den Bosch. In zwart drie zilveren posthoorns, met gouden beslag en monding, 2 en 1. Helmteeken: een posthoorn uit het schild, tusschen eene zwarte baniervlucht. Wapenkreet: Hornes! [Uit Horne]. 
Bruyn (de) — Rijnland (Leiden). In rood drie zilveren schildjes, 2 en 1 (soms eene gouden ster in 't schildhart). Helmteeken: een zilveren schildje, vóór eene roode baniervlucht. (Een tak, de Bruyn de Framecourt, in het Rijsselsche, met hetzelfde wapen en zonder ster). 
Bruyn (de) van Buitewech — Rijnland (Adelsbevestiging, 1659). Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren schildjes, 2 en 1 (de Bruyn); 2. en 3. in blauw eene gouden punt, schuinrechts geplaatst,, gaande van den linkerbenedenhoek naar den rechterbovenhoek (Buitewech). Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren schildje, vóór eene roode baniervlucht (of, die baniervlucht rechts rood en links zilver). 
Buckhorst (van) of Bochorst — Salland. In zilver een rood-getongde en goud-gekroonde zwarte leeuw. Helmteeken: een staande zwarte bok met gouden hoorns [Zie van Boekhorst]. 
Buerse (van) — Graafschap Zutphen. In zilver eene roode tasch of beurs, met afhangende koorden. Helmteeken: eene vlucht vol-gens het schild. 
Bugge — Delfland. In goud drie zwarte vogels, 2 en 1. 
Buitewech (van) — Rijnland. In blauw eene gouden punt, schuinrechts geplaatst,, gaande van den linkerbenedenhoek naar den rechterbovenhoek [Zie de Bruyn van Buitewech]. 
Bulgerstein (van) — Schieland. In blauw een gouden keper, vergezeld van drie zilveren leeuwenkoppen , 2 van boven en 1 van onderen [Het stamhuis voormaals binnen Rotterdam]. 
Buren (van) — Utrecht. In goud een rood St.-Andrieskruis. Helm-teeken: een huis in natuurlijke kleur, het dak blauw met gouden windvanen; tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Buren (van) van Calbeeck — Gelderland. In rood een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: een 
20* 
Moorenborstbeeld, gekleed volgens bet schild, met zilveren kraag en rooden hoofdband. 
Buren (van) van Reygersoort — Utrecht. In rood een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: twee gouden vederkokers, in omgekeerden kepervorm geplaatst, onder-steund door een rooden hoed met hermelijnen opslag; of, een Moorenborstbeeld, gekleed volgens het schild, met zilveren kraag en rooden hoofdband. 
Burum (van) — West friesland. In goud een Moorenkop in na-tuurlijke kleur, met zilveren hoofdband, vergezeld van drie groene klaverbladen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Busering — Brabant. In groen een gouden wiel [Uit Heusden]. 
Bussche (ten) — Gelderland, Overijssel, Utrecht. In blauw een zilveren schuinbalk. Helmteeken: zeven zilveren tuin-leliën aan groene stengels. 
Buttingen (van der) — Walcheren. In zilver een roode adelaar. Bylandt (van den) — Gelderland. In blauw een geënte zilveren dwarsbalk. 
C. 
Cadsant (van) — Staatsvlaanderen. In zwart een zilveren dwars-balk , in 't schildhoofd vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde naast elkander. 
Caldenbach (van) — Gelderland. In blauw drie gouden beeren-of leeuwenpooten, 2 en 1, elk schuinrechts geplaatst. 
Cammingha (van) — Friesland In goud drie blauwe ruiten, 2 en 1, en in 't schildhart een zwarte kam van twee rijen tanden. 
Cammingha (van) van Jelmera — Friesland. Gedeeld door ééne lijn en doorsneden door twee lijnen, 't geen zes kwartieren vormt: 1. en 4. in goud een zwarte kam van twee rijen tanden; 2. en 3. in blauw eene zilveren lelie; en op het snijpunt dezer vier kwar-tieren een rood schildje beladen met eene gouden ster (deze kwar-tieren met het hartschildje maken het wapen van Cammingha uit); 5. in goud drie zwarte schuinbalken; 6. in blauw een omgewende zilveren wassenaar (5. en 6. te zamen zijn Jelmera). Helmteeken: 
een uitkomend rood hert, tusschen vier struisveeren, rechts goud en rood, links blauw en zilver. 
Cammingha (van) van Rotterda — Friesland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud eene zwarte kam van twee rijen tanden; 2. en 3. in blauw eene zilveren lelie. Over alles heen in rood eene gouden ster. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Camp (van de) — Overijssel. In goud vijf smalle roode linker-schuinbalken. Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Campe (van) — Noordbeveland. In zilver een blauw schildhoofd, beladen met een gouden barensteel van drie hangers. 
Camphuis (van) — Gelderland. In zilver drie roode schuinbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een rechtopgeplaatste zwarte beeren-poot, een gouden bol houdende. 
Camstra (van) — Friesland. Doorsneden: 1. gedeeld: a. in goud een zwarte kam van twee rijen tanden; b. in rood eene gouden ster; 2. in blauw een liggend zilveren wagenrad. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn. 
Camstra (van) — Friesland. In blauw eene ster in 't schildhart, vergezeld van boven van een kam van twee rijen tanden en van onderen van een liggend wagenrad; alles van goud. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn en hoeven. 
Canis — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gou-den schildhoofd, beladen met een goud-gehalsbanden loopenden zwarten hazewindhond, boven welken een roode barensteel van drie hangers. Helm met goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: een zwarte hazewindhondskop, met een halsband van vair [Uit Isen-doorn à Blois]. 
Canter — Utrecht. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in zilver drie groene klaverbladen, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop. 
Capelle (van) — Brabant. In zilver twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zwarte zalmen, vergezeld van negen herkruiste zwarte kruisjes met spitsen voet, 3, 3 en 3. Helmteeken: de zal-men , uitkomende [Uit Altena]. 
Capelle (van) — Friesland. Gedeeld-ingehoekt van twee geheele en twee halve stukken zwart op zilver; en een gouden schildhoofd. 
Capellen (van der) tot den Dam — Gelderland. In blauw een zil-veren ankerkruis, in het 1ste kwartier vergezeld van eene gouden 
kapel (kerkje) met een spits dak waarop een kruis, en in het ge-bouw drie vierkante roode vensters, 2 en 1, benevens eene vier-kante roode poort. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende blauwe griffioen. 
Carnisse (van) — Holland. In goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1; en een roode linkerschuinstreep over alles heen [Uit Dui-venvoorde]. 
Castricum (van) — Holland. In zilver een zwarte toren, verlicht en geopend van 't veld. 
Cats (van), bijgenaamd >>met de Swarte Katte" — Noordbeveland. In goud een liggende zwarte kat, met de voorpooten vooruitgestrekt en den staart onder het lijf. 
Cats (van) of van Cats van Weldamme — Noordbeveland, Hol-land. In zwart twee golvende zilveren dwarsbalken, vergezeld van drie gouden ruiten, 2 van boven en 1 van onderen Helmteeken: een omgebogen gouden drakenkop; of, een uitkomend rood wild zwijn met zilveren slagtanden; tusschen eene zwarte vlucht, elke vleugel beladen met drie paalswijze gerangschikte gouden ruiten. Schildhouders: rechts een gouden leeuw, en links een gouden griffioen. 
Ceraet van Peckedam — Overijssel. In zilver een rood gekamde, gebekte en gebaarde zwarte haan. Helm met zwart-zilveren wrong. Helmteeken: de haan. 
Clant — Groningen. In goud een groene schuinbalk, beladen met drie zilveren visschen, elk rechtopgeplaatst. Helmteeken: een gouden griffioenskop, tusschen twee gouden drakenvleugels, elke vleugel beladen met een groenen dwarsbalk die met drie rechtop-geplaatste visschen in natuurlijke kleur beladen is [Zie Harinxma]. 
Clant van Stedum — Groningen. Gevierendeeld: 1. en 4. het wapen van Clant; 2. en 3. in goud een dubbele zwarte adelaar. Gekroonde helm. Helmteeken: dat van Clant. 
Clarenborg (van) of Clarenburg — Utrecht. In rood een zil-veren dwarsbalk, vergezeld van zes sterren van 't zelfde, van boven 1 en 2, en van onderen 2 en 1. 
Cletcher — Dordrecht (Zweedsche adel, 3 September 1672). In blauw een roode dwarsbalk, beladen met eene gouden ster en ver-gezeld van drie zilveren leliën, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: een uit de kroon oprijzende natuur-
lijk geharnaste arm, de elboog rechts, in de hand van natuurlijke kleur een zilveren degen met gouden gevest schuinlinks houdende. 
Cleverskerke (van) — Walcheren. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een gouden arendsbeen, de klauw omlaag; 2 en 3. in blauw een zilveren toren van twee verdiepingen met zwarte vensters en zwarte valdeur. 
Cloeck — Graafschap Zutphen. In goud een klimmende zwarte hazewindhond, met zilver-geringden zilveren halsband. Helmteeken: een gouden hanenkop en hals, tusschen eene zwarte vlucht. 
Cloetingen (van) — Zuidbeveland. In goud drie blauwe leliën, 2 en 1. 
Cloosfer (van den) — Overijssel. In rood negentien gouden pen-ningen , 4, 5, 4, 3, 2 en 1 (Bentheim), en een zilveren schildzoom. Gekroonde helm. Helmteeken: een rechtopgeplaatste roode staf die een pauwenstaart in natuurlijke kleur draagt; of, eene zilveren vaas waaruit zeven zwarte struisveeren oprijzen. (Men treft dit wapen ook aan zonder schildzoom, en met het volgende helmteeken: een uitkomende Moor, gekleed in zilver en gedekt met een tulband van 't zelfde, de armen van het lijf verwijderd). [Uit Bentheim]. 
Clooster (van den) van Dornum — Overijssel. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood negentien gouden penningen, 4, 5, 4, 3, 2 en 1 (van den Clooster); 2. en 3. in zilver een goud gebekte en gepoote zwarte adelaar, en een rood schildhoofd beladen met drie gouden korenschoven (Dornum). Gekroonde helm. Helmteeken: een roode staf die een pauwenstaart in natuurlijke kleur draagt; tusschen vier roode, met gouden penningen bezaaide vaantjes. 
Clootwijck (van) — Holland. In goud een roode dwarsbalk, ver-gezeld van vijftien roode bollen van 't zelfde, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood ovaal scherm beladen met een zilveren dwarsbalk en geplaatst in eene gouden zon; of, zeven struisveeren. beurtelings rood en goud [Uit van der Merwede]. 
Clusen (van der) — Meyerij van den Bosch. Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart drie gestengelde en gebladerde eikels, de stengels omlaag, alles van goud, 2 en 1 (van der Clusen); 2. en 3. in blauw drie gouden sterren, 2 en 1. — (Geadeld, 10October 1543). Het wapen vermeerderd met een gouden schildhoofd over de vier-
endeeling heen, beladen met een opkomenden zwarten adelaar. Helm met goud-zwarte wrong en goud-zwarte dekkleeden. Helm-teeken: een beurtelings gekanteeld gouden St.-Andrieskruis, tus-schen eene zwarte vlucht. 
Cocq (de) van Bruchem — Gelderland. In rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd (Châtillon), beladen met een gaan-den rooden leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: een klimmende roode leeuw, gekroond van goud, tusschen twee zwarte fakkels met gouden beslag en roode vlam, in omgekeerden kepervorm geplaatst [Uit Châtillon] 
Cocq (de) van Del wijnen — Gelderland. Het wapen van Châtillon, het schildhoofd aan de rechterzijde beladen met eene zwarte ster. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende, rood-getongde en goud-gekroonde zwarte leeuw; of, diezelfde leeuw opkomende uit eene zwarte kuip met gouden hoepels. 
Cocq (de) van Hemert, zie van Hemert Cocq (de) van Kerkwijk, zie van Kerkwijk. 
Cocq (de) van Neerijnen — Gelderland. Het wapen van Châtillon, het schildhoofd beladen met drie zwarte klophamers, elk schuin-rechts geplaatst. Helm met zwart-gouden wrong. Helmteeken: eene zwarte vlucht; of, twee gebogen gouden ossenhoorns, in den vorm van naar elkander toegewende wassenaars. 
Cocq (de) van Opijnen — Gelderland. Het wapen van Châtillon, het schildhoofd beladen met een opkomenden, blauw getongden en genagelden rooden leeuw (soms is die leeuw op den schouder be-laden met een gouden wiel). Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende; of, twee hermelijnen steenbokshoorns. 
Cocq (de) van Waerdenburg, zie van Waerdenburg. 
Coehoorn (van) — Friesland (Rijksbaron, . . . .) Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een klimmende zwarte beer met zilveren hals-band; 2. en 3. in zilver een zwarte jachthoorn, beslagen met zil-ver, gemond en gesnoerd van rood. Schildhouders: twee omziende zwarte beeren. 
Coehoorn (van) van Houwerda — Friesland. Het gevierendeelde wapen van van Coehoorn. 
Coenders (van Helpen, van Husinghe, van Nuis) — Groningen. In zilver twee klimmende en naar elkander toegewende zwarte 
bokken met gouden hoorns en hoeven. Gekroonde helm. Helmtee-ken: een uitkomende zwarte bok met gouden hoorns en hoeven. Schildhouders: twee zwarte bokken met gouden hoorns en hoeven. (Soms is dit wapen gevierendeeld: 1. en 4. het beschrevene; 2 en 3. in blauw twee gouden kroonen boven elkander, welke vermeer-dering van het wapen door koningin Christina van Zweden ge-schonken is. Hierbij behoort dan een 2de gekroonde helm, met een geharnasten arm die een zwaard zwaait, tot helmteeken). 
Colenberg (van) — Utrecht. In zwart drie gouden leeuwen, 2 en 1. Helmteeken: een rechtopgeplaatste beerenpoot in natuurlijke kleur. 
Collaeri of Kollert — Holland. In zilver drie roode St.-Andries-kruisen, 2 en 1, elk beladen met een zilveren meerltje. Helm met rood-gouden wrong. Helmteeken: een bos gouden struisveeren, be-laden met de drie St.-Andrieskruisen uit het schild, 2 en 1; of een roode hoed met zilveren opslag, getopt met een zilveren koker waaruit een pauwenstaart in natuurlijke kleur opkomt [Uit Stryen]. 
Coppier van Calslaghen — Holland. In rood een halve zilveren leeuw, getongd, genageld en gekroond van goud. Helmteeken: een zilveren sperwer, de kop links gewend, met geopende en neder-waartsche vlucht. 
Coppier van Oudendijk — Holland. Doorsneden of gedeeld: 1. het wapen van Coppier van Calslaghen; 2. geruit van goud en zwart (Oudendijk). 
Coptit — 's Hertogenbosch. Twee figuren als boombladeren, en een schildhoek beladen met een molenijzer [Kleuren onbekend]. 
Cornhorst (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een beurtelings gekanteelden rooden dwarsbalk [Uit Châtillon]. 
Coudenhove (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver een blauw kruis, in het 1ste kwartier vergezeld van drie roode leeuwenkoppen, 2 en 1. 
Coulster (van de) — Kennemerland. In rood een blauw getongde en genagelde gouden leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene roode kuip [Het stamhuis de Coulster bij Alkmaar]. 
Couwenburgh (van) — Brabant. Doorsneden van zilver op zwart, 
met twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zalmen van 't eene in 't andere [Uit Altena]. 
Couwerve (van) — Zuidbeveland. Hermelijn, met een rood schild-hoofd beladen met drie gouden schelpen. 
Crabbenburg (van) — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en een blauwe schildhoek beladen met eene acht-puntige zilveren ster [Uit Egmond]. 
Crabel — Zuidbeveland. Geschaakt van zilver en zwart. Helm-teeken: twee zwarte struisveeren. 
Craen (de) van Haeften, zie van Haeften. 
Cralingen (van) — Holland. In goud eene achtpuntige roode ster. Helmteeken: twee roode buffelhoorns; of, een mansborstbeeld, het gelaat in natuurlijke kleur, gekleed in rood met zilveren kraag, gedekt met eene blauwe spitse muts met overhangende punt, de opslag gewonden van goud en rood. 
Cranenborch (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken; en een uitgeschulpte blauwe schildzoom [Uit Arkel]. 
Cranenbroeck (van) — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en een groene schildhoek beladen met een zilveren meerltje of een blauwe schildhoek beladen met eene zil-veren ster [Uit Egmond]. 
Cranenburg (van) — Holland. In zwart drie zilveren wassenaars, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood-getongde zilveren brakkenkop en hals [Uit TUassenaer. Het stamhuis onder Bleiswijk]. 
Cranendonck (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode posthoorns, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende Moor, ge-kleed in zilver, met van goud en rood gewonden hoofdwrong, een rooden posthoorn houdende. (Een tak van dit geslacht vermeerderde het wapen met een groen vrijkwartier, beladen met twee recht-opgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen, de koppen omlaag. Een andere tak vierendeelde: 1. en 4. in goud een rood anker-kruis: 2. en 3. in zilver drie roode posthoorns, 2 en 1) [Uit Horne]. 
Crayenhem (van) — Holland. In goud een rood kruis, in het 1ste kwartier vergezeld van een zwarte kraai. 
Crayestein (van) — Brabant. In zwart een zilveren wiel [Uit Brongelen]. 
Cretier — Overijssel. In zilver drie naast elkander gerangschikte zwarte kraaien; en een roode schildzoom, beladen met zes gouden penningen. Helm met rood-gouden wrong. Helmteeken: drie struis-veeren : zilver, rood en zwart. 
Croeser — Walcheren. In rood drie zilveren kroezen, 2 en 1. 
Croesingh of Croesink — Holland. In groen een dwarsbalk, vergezeld van drie zilveren kroezen, 2 van boven en 1 van onderen; de dwarsbalk bestaande uit eene képering van goud en rood van zes stukken: de drie uiterste kepers aan elke zijde slechts gedeeltelijk zichtbaar, daar de toppen in den bovenrand van den balk ver-loopen. Helm met blauw-zilveren wrong. Helmteeken: een gouden arendsbeen met de klauw omhoog, die een zilveren kroes houdt; tusschen eene blauwe vlucht. 
Croesingh van Benthuizen — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw drie zilveren kroezen, 2 en 1; 2. en 3. in rood een gouden leeuw. 
Cronenburg (van) — Utrecht. In blauw een gevierendeeld schild-hoofd: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en ge-nagelde roode leeuw (Holland). Helmteeken: eene gouden banier-vlucht; of, een piramidale roode hoed, getopt met een pauwen-staart in natuurlijke kleur [ Willem, ridder, basterdzoon van Graaf Willem IV van Holland, verkreeg het slot en de heerlijkheid van Cronenburg]. 
Crooswijck (van) — Dordrecht. In zilver tien aanstootende en aaneengeslotene zwarte ruiten, 3, 3, 3 en 1. Helmteeken: eene zwarte ruit, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart; of, een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met rooden halsband, de vlucht opgeheven. 
Cruiningen (van) — Zuidbeveland. In goud drie zwarte palen. Helm gedekt met eene roode kroon. Helmteeken: een Moorenborst-beeld, gekleed volgens het schild, en met zilveren hoofdband; tus-schen eene gouden baniervlucht [Gesproten uit Berthout, Heeren van Grimbergen en Mechelen]. 
Cruise of Kruise — Overijssel. In zwart drie zilveren weerhaken, 2 en 1, en een gouden schildhoofd. Helmteeken: een uitkomende 
zwarte wolf met roode tong; of, een zilveren weerhaak, tusschen eene gouden vlucht. 
Cruydenier (de) of Crudeneer — Meyerij van den Bosch, Dord-recht. In blauw een rechtopgeplaatste gouden kruisboog, in 't schild-hoofd vergezeld van twee sterren van 't zelfde. 
Culemborg (van) — Utrecht. In goud drie roode zuilen, 2 en 1. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. (Later: Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie roode zuilen, 2 en 1 (Culemborg); 2. en 3. in zilver een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (van der Lecke). Helmteeken: een blauwe ezelskop en hals, met gouden ooren [Uit Boesinchem]. 
Cuser — Holland. In blauw een gevierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Hene-gouwen) ; b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). [Door bastaardij afstammende van den Hollandschen Graaf Willem III bijgenaamd de Goede of wellicht van diens vader Jan II. Nadat Coenraad Cuser in 1366 van Heer Jan van Egmond de over-dracht verkregen had van de riddermatige hofstede Oosterwijk werd die toenaam aangenomen en het wapen op de hieronder volgende veranderde wijze gevoerd]. 
Cuser van Oosterwijk — Holland. In blauw gouden vlammen, opstijgende uit de schildpunt; en een gevierendeeld schildhoofd: a. en d. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland); b. en c. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen). 
Cuyck (van) — Brabant. In goud twee roode dwarsbalken, ver-gezeld van acht zoomswijze geplaatste roode meerltjes, 3 van boven, 2 aan de zijden tusschen de twee balken en 3 aan de schildpunt. Helmteeken: twee buffelhoorns, rechts goud en links rood; of, een uitkomende gouden leeuw die een wimpel volgens het wapen houdt. Wapenkreet: Cuyck! (Als burggraven van Leiden voerden zij: Ge-vierendeeld: 1. en 4. het beschrevene wapen van Cuyck; 2. en 3. in blauw een gouden dwarsbalk, wegens dat burggraafschap). 
Cuyck (van) van Hoogwoud — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver twee blauwe dwarsbalken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste zwarte meerltjes; 2. en 3. in rood twee gouden leeuwen, 
1 van boven links en 1 van onderen, en een blauw vrijkwartier beladen met twaalf gouden St.-Andrieskruisjes, 4, 4 en 4. 
Cuyck (van) van Meteren — Holland. In goud twee roode dwars-balken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste roode meerltjes. Over alles heen in blauw een gouden kruis. 
Cuyk (van) van Mierop, zie van Mierop. 
Cuyl (van) — Land van Vianen. In rood een blauw getongde en genagelde zilveren leeuw. 
Cuynre (Graven van) — Overijssel. In goud vijf roode schuin-balken, of geschuinbalkt van goud en rood van tien stukken. Ge-kroonde helm. Helmteeken: eene gouden vlucht, de rechtervleugel met vijf roode linkerschuinbalken en de linkervleugel met vijf roode rechterschuinbalken [Zie Freys van Cuynre]. 
D. 
Daesdonck — Meyerij van den Bosch. In hermelijn een rood St.-Andrieskruis. 
Dalem (van) — Gelderland. In rood twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild; of, een zilveren hoed met rooden opslag, getopt met twee naar elkander toegewende zilveren zwanenkoppen en hal-zen met roode bekken [Uit Lede]. 
Dalfsen (van) — Overijssel. Geschaakt van zilver en blauw. 
Dam (van) — Gelderland. In zilver twee zwarte dwarsbalken, de eerste beladen met drie zilveren vogels. 
Dam (van den) — Overijssel. In goud een rood ankerkruis (Enkele malen vindt men het kruis gevierendeeld van rood en zwart). 
Damassche (van) — Utrecht, In goud een roode dwarsbalk, be-laden met een zilveren klaverblad. — Of: Gedwarsbalkt van zilver en rood van acht stukken, de vier roode balken beladen met tien schuingeplaatste zilveren klaverbladen, 4, 3, 2 en 1. Helmteeken: eene vlucht, rechts goud en links rood 
Darthuysen (van) — Utrecht. In zilver drie roode gespen, 2 en 1 (de gespen ovaal van vorm en liggende, en de doorn horizontaal 
281 
282 
283 
284 
285 
286 
287 
288 
289 
290 
291 
292 
293 
294 
295 
296 
297 
298 
299 
300 
301 
302 
303 
304 
305 
306 
307 
308 
309 
310 
311 
312 
313 
314 
315 
316 
317 



elke vleugel beladen met een beurtelings gekanteelden zilveren dwarsbalk. 
Diepenburg (van) — Holland. In rood een zilveren schuinbalk; en een gevierendeeld vrijkwartier: 1. en 4. in goud een rood ge-tongde en genagelde zwarte leeuw {Henegouwen); 2. en 3. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). Helm-teeken: een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, tusschen eene gouden vlucht [Blijkens het wapen basterden van een Graaf van Holland-Henegouwen, doch onbekend van wien]. 
Dimmer — Friesland. In goud een blauwe schuinbalk, beladen met eene gouden ruit. Helmteeken: eene antieke vlucht volgens het schild. 
Dinter (van) — 's Hertogenbosch. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1. Helmteeken: een roode adelaarskop en hals, tus-schen eene baniervlucht, de veeren gemengd van rood en zilver [Zie Bloeymans gezegd Dinter; en hiervoren blz. 57 Hesselt van Dinter]. 
Dobbelsteyn — Limburg. In zilver een rood slangenkoppen kruis, op 't midden beladen met een zilveren dobbelsteen gemerkt met vijf zwarte punten, 2, 1 en 2. Helmteeken: een roode hazewindhonds-kop en hals. 
Doedinckweerde (van) genaamd van Borculo — Overijssel. In goud drie roode bollen, 2 en 1. 
Doerne (van) [ook van Deurne en van Deurse genoemd] — Meyerij van den Bosch. In zwart drie gouden drielingsbalken; en een gouden schildhoofd, beladen met drie roode St.-Andrieskruisjes. Helmteeken: een uitkomende rood-getongde zwarte hond, met goud-geringden gouden halsband. 
Does (van der) (Heeren van Heerjansdam) — Zuidholland. In rood een blauw getongde en genagelde gouden leeuw. Helm gedekt met eene roode kroon. Helmteeken: een gouden adelaarskop en hals, tusschen eene beurtelings van rood en goud doorsneden baniervlucht. 
Doetinchem (van) — Gelderland, Overijssel. In zilver een blauw ankerkruis. Gekroonde helm. Helmteeken: de bovenhelft van een geankerd St.-Andrieskruis, elke arm in de lengte gedeeld van zilver en blauw. 
Doeyenburg (van) — Utrecht. In goud drie roode zuilen, 2 en 1; en een uitgetande of uitgeschulpte blauwe schildzoom. 
Dolder (van) — Utrecht. In zilver zes roode leliën, 3, 2 en 1. Helmteeken: een zilveren kraanvogelskop en hals, tusschen eene zilveren vlucht [Waarschijnlijk uit Amersfoort of Weede]. 
Dolre (van) — Overijssel. In goud, bezaaid met blauwe leliën, een roode leeuw over alles heen. Helmteeken: de leeuw, opko-mende uit eene gouden kuip met roode hoepels [Naar men wil, basterden uit de Graven van Holland]. 
Domburg (van) — Walcheren. In blauw een zilveren toren, ver-licht met één rond venster en geopend van 't veld, met zwarte valdeur. Helmteeken: een drakenkop. 
Dommelen (van) — Meyerij van den Bosch. Doorsneden: 1. ge-deeld : a. in zilver twee zwarte palen; b. in goud een roode leeuw; 2. in zwart drie gouden drielingsbalken 
Dompselaer (van) — Veluwe. In zilver een rood ankerkruis. Helmteeken: eene gevlochten ijzeren mand, waaruit roode vlam-men opstijgen. 
Dompselaer (van) genaamd van der Hell — Veluwe. Het wapen van van Dompselaer. 
Donck (van de) — Meyerij van den Bosch. In zilver een zwarte leeuw. 
Donck (van der) — Limburg. Doorsneden van hermelijn op goud. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild [Het huis Donck lag te Sevenum]. 
Dongen (van) — Brabant. In rood twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken. Helmteeken: een zilveren hoed met gouden opslag, tusschen twee naar elkander toegewende en als sikkels ge-bogene slangen, die ter rechterzijde groenachtig en die ter linker-zijde bruinachtig [Uit Dalem]. 
Donia — Friesland. In goud een zwarte leeuw. Helmteeken: vijf groen-gebladerde eikentakken met gouden eikels. 
Donia — Friesland. Gevierendeeld: 1. en 4 in goud een zwarte leeuw; 2. en 3. in zilver drie roode harten of meerbladen, 2 en 1. Helmteeken: de leeuw, uitkomende 
Donia — Friesland. In blauw, rechts in het schild een omge-wende zilveren wassenaar, en links eene lelie, eene ster en een 
bladerlooze eikel, de steel omlaag, alles van goud, paalswijze boven elkander gerangschikt. 
Donia van Beetgum — Friesland. Gedeeld: 1. in goud een zwarte leeuw; 2. in blauw een zilveren wassenaar, vergezeld van twee rozen van 't zelfde, 1 van boven en 1 van onderen. Helm met zwart-zilveren wrong. Helmteeken: een zwart arendsbeen, de klauw omhoog, de knie rechts. 
Donia van Hallum — Friesland. In zwart twee schuingekruiste gouden sleutels. 
Doninga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw, rechts een omgewende zilveren wassenaar, en links eene gouden ster, vergezeld van twee gouden leliën, 1 boven en 1 onder de ster. 
Doornick (van) — Gelderland, Overijssel. In zilver een roode dwarsbalk. Helmteeken: een zilveren hazewindhond met rooden of zwarten halsband, zittende op een zilveren hoed met rooden opslag (of ook de hoed rood met zilveren opslag). Schildhouders: twee omziende zilveren hazewindhonden met roode halsbanden. Wapen-spreuk : Gelre getrou. 
Doortoghe (van of van der) — Holland. In goud een blauw ge-tongde en genagelde roode leeuw; en een blauwe barensteel over het lichaam van den leeuw heengaande, elke der drie hangers be-laden met drie gouden penningen boven elkander [Uit Brederode]. 
Doortooge (van) — Zuidholland (bij Naaldwijk). In goud twee roode kepers. 
Dootnia — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar: 2 door-sneden: a. in blauw eene gouden ster; b. in rood eene zilveren lelie. 
Dootnia (of Dootinga) van Marsum—Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw vier gouden sterren, 2, 1 en 1. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn. 
Dorp (van) — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zwart drie rood-getongde zilveren leeuwenkoppen, 2 en 1 (Uiterlier); 2. en 3. in rood een gouden dwarsbalk (Valkenburg). Gekroonde helm. Helmteeken: een leeuwenkop uit het schild [Zie van Adrichem van Dorp en Uiterlier van Dorp]. 
Douma — Friesland. In blauw drie gouden sterren, 2 en 1, aan 
Douma — Friesland. In goud eene roode roos in het schildhart, vergezeld van boven van twee bladerlooze blauwe eikels, de stelen omlaag, en van onderen van een blauwen wassenaar. 
Douma van Langweer en Oldeboorn — Friesland. In rood een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest. 
Douma van Oenema — Friesland. In blauw, rechts een omge-wende zilveren wassenaar, en links eene gouden lelie. Helmteeken: de lelie. — Of; Doorsneden: 1. in blauw, van boven een zilveren wassenaar, en van onderen drie naast elkander gerangschikte gou-den sterren; 2. in zilver drie roode rozen, 1 en 2. Helmteeken: drie struisveeren, eene blauwe tusschen twee roode. 
Doyem (van) — Friesland. In blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest. Helmteeken: het zwaard, tusschen twee blauwe struisveeren. — Of; Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden ge-vest. Helmteeken: twee schuingekruiste zilveren zwaarden met gouden gevesten, de punten omlaag. 
Doyema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw een gouden leeuw; b. in rood drie gouden rozen, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Doys — Gelderland, Overijssel, Friesland. In zwart drie gouden penningen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een gouden pen-ning, tusschen acht zwarte struisveeren met gouden schachten; of, een gouden penning, tusschen eene zwarte vlucht. 
Drakenborg (van) — Utrecht. Gedwarsbalkt van goud en rood van acht stukken; de vier roode balken beladen met tien zilveren St.-Andrieskruisjes, 4, 3, 2 en 1. Helm met goud-roode wrong. Helmteeken: twee schuingekruiste knuppels in natuurlijke kleur; of, twee gouden knuppels, in omgekeerden kepervorm geplaatst. 
Drenkwaert (van) — Holland. In rood een zilveren zwaan. — of: Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren zwaan (Drenk-waert) ; 2. en 3. in rood een klimmende en aanziende zilveren leeuw, getongd en genageld van blauw (Heenvliet). Helmteeken: een Mooren-borstbeeld, aanziende gesteld, gekleed in rood met gouden snoeren en zilveren kraag, met hoofdwrong gewonden van zilver en rood; of, een mansborstbeeld, in profil gesteld, zijne kleeding linksge-
schuinbalkt van zilver en rood [Het stamhuis bij het dorp Zuid-land, in Zuidholland]. 
Driebergen (van) — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren zuilen, 2 en 1 (Zuylen van Abcoude); 2. en 3. in zwart een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw (Gaes-beeck) [Uit Abcoude van Wijck]. 
Drimmelen (van) — Brabant. In zwart drie gouden St-Andries-kruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Drongelen (van) — Brabant. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een zwarten barensteel van drie hangers [Uit Châtillon]. 
Drongelen (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw een zilveren wiel [Uit Heusden], 
Druten (van) — Gelderland. In zilver een groene dwarsbalk. Helmteeken: een hazewindhondskop en hals volgens het schild. 
Dubbelmonde (van) — Holland. In zilver drie zwarte St.-Andries-kruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Duinen (van) — Gelderland. In zilver een rood kruis, in 't mid-den beladen met een klimmenden gouden leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: een goud gebekte en gepoote roode liaan, met opge-heven poot. 
Duivel and (van) — Eiland Schouwen. Gedeeld-ingehoekt van vijf stukken zwart op zilver. Helmteeken: eene antieke vlucht, rechts zwart en links zilver. 
Duivenede (van) — Zuidbeveland. In hermelijn een rood schild-hoofd. 
Duivenvoorde (van) — Holland. In goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte hoed met rooden opslag, getopt met twee gouden molenwieken, in omgekeerden kepervorm ge-plaatst [Thans van Wassenaer. Zie hiervoren blz. 260]. 
Duivenvoorde (van) genaamd Hanecop — Holland. Het wapen van van Duivenvoorde. 
Duivenvoorde (van) van Warmond — Holland. Gevierendeeld: 1 en 4. in goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1 (Duivenvoorde); 2. en 3. in blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie zil-veren wassenaars, 2 van boven en 1 van onderen (van den Woude). Over alles heen in blauw een zilveren kruis (Warmond). 
Duvelaer — Zeeland. Gedeeld-ingehoekt van vier geheele en twee halve stukken goud op rood. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende en omziende of wel een loopende haas in natuurlijke kleur, voor een rietbosch doormengd met roode en blauwe bloe-men. Schildhouders: rechts een zilveren brak en links een zilveren hazewindhond met een gouden halsband, elk eene zilveren banier houdende, beladen met eene kolom in natuurlijke kleur die op een grasgrond staat en waaraan een zwart schildje met een zilveren dwarsbalk hangt. 
Duyck — Dordrecht. In goud drie zwarte ganzen, 2 en 1, kop en hals naar beneden gebogen. Helmteeken: eene zwarte gans, aanziende gesteld, kop en hals naar beneden gebogen; tusschen eene baniervlucht, rechts goud en links zwart; of, eene gans van het schild, tusschen eene gouden vlucht, de rechtervleugel beladen met een zwarten linkerschuinbalk en de linkervleugel met een rechterschuinbalk van 't zelfde. 
Dwingelo (van) — Overijssel. Gedeeld: 1. in zilver vijf roode schuinbalken; 2. in zilver een klimmende zwarte vos. 
Dijxstra — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, op de borst beladen met een blauw schildje waarin eene zilveren lelie. Helmteeken: eene gouden lelie. 
E. 
Echtelt (van) — Overijssel. Gedwarsbalkt van zwart en zilver van zes stukken. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood-gebekte zilveren kraanvogelskop en hals. 
Eek (van) van Harseloo — Graafschap Zutphen. In blauw vijf gouden leliën, 3 en 2 (of zes gouden leliën, 3, 2 en 1). Helm-teeken: eene gouden lelie, vóór een bos van drie zilveren struis-veeren. 
Edelstecke — Overijssel. In goud een dwarsbalk geënt van rood op zilver. 
Eeckart (van den) — Meyerij van den Bosch. In zwart een uit-
geschulpt rood St.-Andrieskruis, vergezeld van twee zilveren meerltjes, 1 rechts en 1 links. 
Eelsma — Friesland. Gevierendeeld: 1. in blauw een omgewende halve gouden leeuw; 2. in rood een klimmende gouden vos; 3. in rood eene zilveren lelie; 4. in blauw een klimmende zilveren haze-windhond met gouden halsband. Over alles been in zilver twee schuingekruiste degens van natuurlijke kleur met gouden gevesten, van onderen vergezeld van eene gouden lelie. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Eelsma — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw twee gouden ster-ren naast elkander; 2. in rood eene zilveren roos. Helmteeken: een zwarte roofvogel met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Eelsma Mauritsma — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche ade-laar ; 2. doorsneden: a. in blauw twee gouden sterren naast elkander; b. in rood eene zilveren roos of eene gouden lelie. In deze 2de af-deeling eene rechtopgeplaatste zilveren kolom, die uit de deelings-lijn voortkomt en over de doorsnijding heengaat. Helmteeken: een zwarte roofvogel met geopende en nederwaartsche vlucht. 
Eem (van der) — Utrecht. In rood drie rechtopgeplaatste zilveren botten, 2 en 1. 
Eemskerk — Zuidholland. In blauw een rood getongde en ge-nagelde zilveren leeuw (soms gevierendeeld met Liesvelt) [Dit geslacht dat zijn naam had naar het dorp Eemskerk in den Zuidhollandschen Waard, die in 1421 overstroomd is, voerde hetzelfde wapen als Heems-kerk in Noordholland en was daarvan dus waarschijnlijk een tak]. 
Eerde (van) — Overijssel, Gelderland. In zilver een roode wasse-naar. Helmteeken: een van goud en rood gedraaide staf, getopt met een bos zilveren struisveeren [Stamhuis bij Ommen], 
Eernsma — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar; en een zilveren schildhoofd, beladen met een losstaand rood krukken-kruis, elke kruk berkrukt. 
Eese (van der) — Overijssel. In goud een halve zwarte ezel of wolf, getongd van rood. 
Eese (van der) van Gramsbergen — Overijssel. Gedeeld: 1. in goud een rood kruis (Heeckeren); 2. in goud drie roode bollen, 2 en 1 (Gramsbergen). 
Eggert — Noordholland. In zwart drie zilveren weerhaken, 2 en 1. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Eggert van Purmerende — Noordholland. Gevierendeeld: 1. in zilver drie zwarte vogels, 2 en 1, elk op een stokje zittende; 2. in blauw een rood gebekte en gepoote zilveren zwaan; 3. in zwart drie zilveren weerhaken, 2 en 1; 4. in groen een zilveren dwars-balk. Helmteeken: een uitkomende beer in natuurlijke kleur. Schild-houders: twee beeren in natuurlijke kleur. 
Egmond (van) — Noordholland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomend rood hert met gouden gewei [Het stamhuis te Egmond op den Hoef]. 
Egmond (van) — Brabant (Graaf van Egmond en Prins van Gavre). Gevierendeeld: 1. en 4. gedeeld: a. gekeperd van goud en rood van twaalf stukken (Egmond); b. in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel); 2. en 3. gedeeld: a. in blauw een omgewende gouden leeuw, gekroond van 't zelfde, ge-tongd en genageld van rood (Gelderland); b. in goud een rood ge-nagelde zwarte leeuw (Gulik). Over alles heen een gevierendeeld schild: a. en d. in zilver een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Fiennes); b. en c. in rood eene achtpuntige zilveren ster (Baux). Gekroonde helm. Helmteeken: een bos zwarte veeren, samengedrongen in den vorm van een pijnappel. 
Egmond (van) — Brielle. Gedwarsbalkt van zes stukken, de 1ste, 3de en 5de balk van zilver getralied van rood, de drie andere bal-ken van goud, de 2de beladen met een in profil gestelden Mooren-kop in natuurlijke kleur; en over alles heen een vrijkwartier ge-keperd van goud en rood van twaalf stukken. Helmteeken: een groene boom. 
Egmond (van) Graaf van Buren — Gelderland. Gevierendeeld: 1. en 4. gekeperd van goud en rood van twaalf stukken (Egmond); 2. en 3. in rood een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk (Buren). Over alles heen in goud een zwarte dwarsbalk, en een in twee rijen van zilver en rood geschaakt St.-Andrieskruis over dien dwars-balk heen (IJsselstein of van Amstel van IJsselstein). Helmteeken: een bos zwarte veeren, samengedrongen in den vorm van een pijnappel. 
Egmond (van) van Couwenhoven — Holland. In blauw drie gouden 
dwarsbalken, elk beladen met vijf roode St.-Andrieskruisjes, die der twee eerste balken half verborgen onder een vrij kwartier met het wapen van Egmond, te weten gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; tusschen den 2den en den 3den dwarsbalk is een zwart Moorenborstbeeld geplaatst, gekleed in rood met zilveren kraag, en met een zilveren hoofdband waarvan de beide slippen links afwapperen. 
Egmond (van) van Kenenburg — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en in 't schildhoofd over alles heen een blauwe barensteel van drie hangers. Gekroonde helm. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Egmond (van) van Merestein — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en in 't schildhoofd over alles heen een van zilver en blauw geschaakte barensteel van drie hangers. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomend rood hert met gouden gewei. 
Egmond (van) van der Nyenburg — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. gekeperd van goud en rood van twaalf stukken (Egmond); 2. en 3. in zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken (Arkel). Over alles heen gedeeld: a. in blauw een omgewende gou-den leeuw, gekroond van 't zelfde, getongd en genageld van rood (Gelderland); b. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Gulik). Gekroonde helm. Helmteeken: een bos zwarte veeren, samengedrongen in den vorm van een pijnappel. 
Els (van) — Gelderland. In rood drie naast elkander gerangschikte zilveren ruiten. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Elshout (van) — Brabant. In goud een zwart wiel [Uit Heusden]. 
Emichoven (van) — Brabant. In blauw twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen [Uit Altena]. 
Eminga — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, onder-steund door een grooten zilveren wassenaar op wiens hoornen zijne pooten rusten; of die wassenaar gelegd op de staart van den ade-laar. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Endegeest (van) — Holland. In rood een rechtopgeplaatste zil-veren dolfijn, naar de linkerzijde gebogen. Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop en hals, goud gehalsband en geringd; tusschen eene roode baniervlucht. 
Eng (uit den), zie Uiteneng. 
Enghuysen (van) — Graafschap Zutphen. In zilver vier naast elkander gerangschikte en aaneengeslotene roode spitsruiten. Helm-teeken: een rood-gebekte hermelijnen kraanvogelskop en hals; of, een schildje met het wapen, tusschen eene zilveren vlucht. 
Ennens — Friesland. In zilver drie dubbele roode adelaars, 2 en 1. Helmteeken: een dubbele roode adelaar, 
Enschedé (van) — Twenthe. In goud twee naar elkander toege-wende zwarte sikkels, de toppen schuin met elkander gekruist, de snede uitgetand. 
Ensse (van) — Overijssel. In rood een zilveren keper, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde; en een zilveren schildhoofd, be-laden met twee schuingekruiste groene palmtakken (Of; Gevieren-deeld: 1. en 4. in zilver twee schuingekruiste groene palmtakken; 2. en 3. in rood een zilveren keper, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde). Helm met rood-zilveren wrong. Helmteeken: een roode drakenkop en hals, beladen met een zilveren keper en geplaatst tusschen twee groene palmtakken. 
Entens of Enthens — Groningsche Ommelanden. Gedeeld: 1. in rood een nederwaarts gerichte gouden vleugel, uitgaande van de deelingslijn; 2. in goud een groene of blauwe dwarsbalk, beladen met eene gouden ster. Helmteeken: een rood-gebekte zwaan in natuurlijke kleur (soms ook met roode kroon en halsband). 
Ericom (van) — Gelderland. In rood een beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalk. Helmteeken: een roode hoed met zilveren op-slag, getopt met twee zilveren vederkokers met rood beslag en roode opening, in omgekeerden kepervorm geplaatst. 
Ermel (van) — Gelderland. In blauw een zilveren schildhoofd, be-laden met een opkomenden rooden leeuw, getongd en genageld van blauw. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste, goud-genagelde roode beerenpooten, tusschen eene roode vlucht; of, de leeuw, uitkomende. 
Erp (van) van Middegael, zie van Middegael. 
Erp (van) van Ponsendael, zie van Ponsendael. 
Esch (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver een groene esschen-boom op een grasgrond. 
Esschede (van) — Overijssel. In rood drie gouden kroonen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende aanziende zil-veren leeuw. 
Esschinck — Overijssel. In zilver een groene esschenboom op een grasgrond. 
Essen (van) — Overijssel. In zilver een zwarte schuinbalk, be-laden met drie gouden ruiten, geplaatst in de richting van den balk. Helmteeken: twee buffelhoorns, rechts goud en links zwart. 
Everdingen (van) — Utrecht. Geschuinbalkt van goud en zwart van zes stukken, of in zwart drie gouden schuinbalken. Helmtee-ken: eene baniervlucht volgens het schild; of, een vogel tusschen eene vlucht; of, twee buffelhoorns gedwarsbalkt van goud en zwart van acht stukken. 
Everinge (van) — Zuidbeveland. Gedwarsbalkt van zilver en rood van acht stukken. 
Eversdijck (van) — Holland. In blauw twee zilveren kepers, ver-gezeld van drie gouden torens, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren hertenkop en hals met gouden gewei, tusschen eene blauwe vlucht. 
Eversdijck (van) — Zuidbeveland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zil-ver een zwart wild zwijn (Eversdijck); 2. en 3. in rood een klim-mende en aanziende zilveren leeuw, getongd en genageld van blauw (Heenvliet). Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomend zwart wild zwijn, de borst doorstoken met eene piek in natuurlijke kleur, waarvan de schacht gebroken is. 
Eversteyn (van) — Holland. In zilver drie zwarte schuinbalken ; en een beurtelings gekanteelde roode dwarsbalk over alles heen. 
Ewsum (van) — Groningen. Het oude wapen is onbekend. —Het nieuwere was dat van Tamminga, te weten: Gedeeld: 1. effen rood ; 2. in goud een blauwe dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: een goud-gebekte roode reigerkop en hals, tusschen eene vlucht, de rechtervleugel effen rood, de linkervleugel goud beladen met een blauwen dwarsbalk. 
Eyck (van) — Meyerij van den Bosch, Limburg. In zilver drie verkorte zwarte palen boven in het schild. Helmteeken: een zil-veren paardenkop en hals, met gouden halster, tusschen eene zwarte vlucht; of, een zittende zilveren hond met goud-geringden gouden halsband, tusschen eene vlucht óf geheel zilver óf rechts zilver en links zwart. 
F. 
Feytsma — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood drie zilveren leliën, paalswijze gerangschikt. Over alles heen in een zilveren hartschild een zwarte leeuw. Helmteeken: een pron-kende pauw in natuurlijke kleur. 
Finia — Friesland. In blauw een van rechts uitgaande zilver-geharnaste arm, een zwaard van 't zelfde rechtop houdende. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar. 
Fockena of Ukena — Groningen. In blauw een zilveren leeuw, gehalsband met eene onderst boven gekeerde gouden kroon. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende. 
Foeck — Utrecht. In goud een zwarte paal, vergezeld van vier ruiten van 't zelfde, geplaatst in de hoeken van het schild en ge-richt naar het schildhart. Helmteeken: eene vlucht; of, een gouden arendsbeen, de klauw omlaag, het been getopt met vijf struisvee-ren, beurtelings goud en zwart. 
Foeyt — Utrecht. In zilver een roode dwarsbalk, beladen met drie zilveren weerhaken. Helmteeken: een vrouwenborstbeeld, ge-kleed volgens het schild, het gelaat in natuurlijke kleur, met los-hangend haar. 
Foppinga — Friesland. In rood een stappend zilveren paaschlam, houdende een zilveren kruis, aan de einden der drie bovenarmen met gouden knoppen, en een gespleten zilveren vaantje afhangende van dat kruis. Helmteeken: het lam, gelijk in het schild. 
Freys — Overijssel. In blauw een gouden schildhoofd, beladen met drie zwarte ruiten. Helmteeken: een uitkomende zilveren kraan-vogel met opgeheven vlucht; of, een zwarte beer, opkomende uit eene blauwe kuip met gouden hoepels. 
Freys Graven van Cuynre — Overijssel. Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een gouden schildhoofd, beladen met drie zwarte ruiten (Freys); 2. en 3. in goud vijf roode schuinbalken (Cuynre). Twee gekroonde helmen. Helmteeken: 1°. een leeuw, opkomende uit eene kuip volgens het 1ste kwartier (Freys); 2°. eene vlucht volgens het 2de kwartier (op den rechtervleugel zijn het linkerschuinbalken) (Cuynre). (Somtijds één enkel helmteeken: eene antieke vlucht, de achterste vleugel blauw en de voorste vleugel goud). 
F ritte ma — Groningen, Friesland. Gevierendeeld: 1. in blauw eene gouden ster; 2. effen rood; 3. gepaald van goud en rood van vier stukken; 4. effen blauw. Helmteeken: een zwarte roofvogel met geopende en nederwaartsche vlucht. — Of: Gevierendeeld: 1. effen rood; 2. in blauw eene gouden ster; 3. effen goud; 4. in goud twee roode palen. — Of: Gevierendeeld: 1. effen goud; 2. in rood eene zilveren lelie; 3. effen rood; 4. in goud twee roode palen. Helmteeken: een uitkomende zilveren zwaan met opgeheven vlucht. 
Frymersum — Groningen. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw eene gouden lelie; b. in zilver drie blader-looze groene eikels, 2 en 1. 
G. 
Gaeikinga — Groningen. Gedeeld: 1. in goud een omgewende zwarte leeuw, getongd en genageld van rood; 2. in goud een rood gebekte en gepoote zwarte arend met geopende en nederwaartsche vlucht, de linkerpoot opgeheven. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende, rood getongde en genagelde zwarte leeuw. 
Galama — Friesland. Gedeeld: 4. in zilver een roode leeuw; 2. in rood een rechtsgewende zilveren wassenaar. 
Galama — Friesland. In blauw eene gouden lelie van boven en eene gouden ster van onderen. Helmteeken: een uitkomende zil-veren leeuw. 
Galama — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw eene gouden lelie van boven en eene gouden ster van onderen. Helmteeken: drie struisveeren, eene gouden tusschen twee blauwe. 
Galama — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar: 2. door-sneden : a. in blauw een zilveren wassenaar; b. in rood eene gou-den lelie. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Galkama — Friesland. Gedeeld: 1. in zilver een zwarte leeuw; 2. in zwart drie gouden leliën, paalswijze gerangschikt. 
Gameren (van) — Gelderland. In goud twee roode dwarsbalken. Helmteeken: een uitkomende zilveren hazewindhond, gekroond en gehalshand van goud [Stamhuis in den Bommelerwaard. Adels-erkenning in België, 15 Maart 1874]. 
Gans — 's Hertogenbosch (Engelsch Baronet, 29 Juni 1682). In blauw twee golvende zilveren dwarsbalken; en een rood vrij kwartier omgeven door een zilveren zoom beladen met acht roode kruisjes; liet veld van liet vrijkwartier beladen met eene antieke gouden galei. Helmteeken: de galei, ondersteund door een wassenaar; alles tus-schen eene vlucht. 
Garner — Overijssel. In goud eene roode kerkbanier van drie slippen, van boven met drie roode ringen. 
Geervliet (van) — Holland. Gedwarsbalkt van blauw en goud van zes stukken, de drie blauwe balken beladen met negen zilveren St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2. 
Geffen (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie roode rozen, 2 en 1, en in het schildhart een blauwe koek. 
Gelcum (van) — Holland. In goud twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende roode zalmen, in 't schildhoofd vergezeld van een rood vijfblad [Uit Altena]. 
Geldorp (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd beladen met een rooden keper [Uit Châtillon]. 
Geldrop (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver een roode keper (of die keper van onderen vergezeld van een stappenden rooden hond) 
Gellicum (van) — Holland. In blauw twee beurtelings gekan-teelde gouden dwarsbalken [Uit Lede]. 
Gemert (van) — Brabant. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een loopenden rooden hazewind-hond [Uit Châtillon]. 
Gemert (van) — 's Hertogenbosch. In rood drie gouden hanen, 2 en 1. 
Gemert (van) tot Gemert — Meyerij van den Bosch. In zwart drie zilveren meerbladen, 2 en 1. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende posthoorns, die ter rechterzijde zwart en die ter linkerzijde zilver, de mondingen omlaag. 
Gendt (van) — Gelderland. In zilver een roode dwarsbalk, getra-lied van goud. Helmteeken: een zilveren hazewindhond, gehalsband met den dwarsbalk van 't schild en gezeten op een zilveren tour-nooihoed met rooden opslag; of, een staande zilveren hazewind-hond met gouden halsband. 
Gennep (van) — Gelderland. In goud een rood St.-Andrieskruis, 
vergezeld van vier roode droogscheerdersscharen, de punten omlaag. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild; of, één enkele roode olifantstromp, langs de buitenzijde bezet met drie gouden belletjes. 
Gerbranda — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, elke poot ondersteund door eene roode roos. Helmteeken: drie struis-veeren , een roode tusschen twee zilveren. 
Gerwen (van) — Gelderland. Doorsneden: 1. in zwart drie gou-den molenijzers, 2 en 1; 2. in zilver een zwarte wilde zwijnskop met zilveren slagtanden. Gekroonde helm. Helmteeken: de wilde zwijnskop. 
Gerwen (van) — Meyerij van den Bosch. Gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken; en een blauwe schildhoek, beladen met een gouden molenijzer. 
Gestel (van) — Meyerij van den Bosch. Doorsneden van groen op zilver, met drie leeuwen van 't eene op 't andere, 2 en 1. Helm-teeken: een uitkomende zilveren leeuw, een zwaard houdende, tusschen eene vlucht, rechts groen en links zilver [Geadeld, 29 Januari 1602; adelserkenning in België, 30 December 1860]. 
Geur — Holland. In groen twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van een zilveren barensteel van drie hangers [Uit Arkel]. 
Gewanden (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1, en in bet schildhoofd eene hori-zontale krul van zilver die tegen de 2de roos uitloopt. 
Giessen (van) — Brabant. In groen twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen, vergezeld van negen her-kruiste gouden kruisjes met spitsen voet, 3, 3 en 3 (soms ontbre-ken de kruisjes). Helmteeken: de twee gouden zalmen, met den kop omlaag [Uit Altena]. 
Giessenburg (van) — Holland. In groen twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen, vergezeld van vier herkruiste gouden kruisjes met spitsen voet, 1 in het schildhoofd, 2 aan de zijden en 1 van onderen [Uit Altena]. 
Glins — Friesland. In blauw een gouden klaverblad, opstijgend van een schuinlinks gelegd bladerloos gouden takje. Helmteeken: drie struisveeren, eene gouden tusschen twee blauwe. 
Glinstra — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw eene gouden lelie; 2. in zilver een rood gekamde, gebaarde en gepoote blauwe haan, met opgeheven poot. 
Gockinga — Groningen. In blauw eene zilveren lelie. 
Goes (van der) — Zeeland. In goud een zwarte leeuw. 
Goor (van), Goer of Ghoor, — Brabant. In zilver drie roode post-hoorns met zilveren beslag, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een hoed die van rood en zilver gedeeld is en een posthoorn uit het schild draagt, getopt met drie struisveeren, eene roode tusschen twee zilveren, die uit de inbuiging van den hoorn opkomen [Uit Hornes] 
Gorter (de) — Brabant. Doorsneden van rood op zwart; met twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen over alles heen [Uit Altena]. 
Goslinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw, rechts een omgewende zilveren wassenaar, en links twee gouden sterren boven elkander; b. in groen drie zilveren rozen, 2 en 1. 
Goslinga — Friesland. Gevierendeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw eene gouden ster; 3. in blauw drie gouden leliën, 2 en 1; 4. in rood een rechtsgewende zilveren wassenaar of wel in goud een rechtsgewende zwarte wassenaar. Helmteeken: twee struis-veeren, rechts goud en links blauw. 
Goude (van der) — Zuidholland. In rood een zilveren dwarsbalk, vergezeld van zes gouden sterren, van boven 3 naast elkander en van onderen 3 naast elkander (of van boven 1 en 2, en van onderen 2 en 1). Helm met goud-roode wrong. Helmteeken: eene gouden kuip met drie hoepels, waaruit pauwenveeren in natuurlijke kleur oprijzen. 
Goye of uien Goye — Utrecht. Gedwarsbalkt van vair en rood van zes stukken. 
Graasdorp (van) of Gravesdorp — Overijssel. In rood een gou-den wiel zonder spaken. Gekroonde helm. Helmteeken: het wiel, tusschen eene roode vlucht. 
Gracht (van de) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleuren onbekend]. 
Graes — Graafschap Zutphen, Overijssel. Gevierendeeld van zilver en zwart, of van zwart en zilver. Gekroonde helm. Helmteeken: 
een beurtelings van zwart en zilver of van zilver en zwart door-sneden vlucht. 
Gramsbergen (van) — Gelderland. In zilver drie roode bollen, 2 en 1. Helmteeken: eene roode vlucht [De tak in Overijssel voerde: In goud drie roode bollen, 2 en 1. Helmteeken: eene gouden vlucht, elke vleugel beladen met rooden bol], 
Gratinga of Graetnia — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw, rechts een omgewende zilveren wassenaar, en links twee gouden sterren boven elkander; 2. in rood eene zilveren roos. Helmteeken: een zwarte valk, een groen klaverblad in den bek houdende. 
Grauwert — Utrecht. In rood drie goud geknopte en gepunte zilveren rozen, 2 en 1; en een gouden schildhoofd. Helmteeken: eene roos uit het schild, tusschen eene antieke vlucht, rechts rood en links zilver; of, een mansborstbeeld, gekleed in goud of in rood, met zilveren kraag. 
Grebber (de) — Holland. In blauw een rood gebekte en gepoote zilveren zwaan. Helmteeken: de zwaan uitkomende, met opgeheven vlucht. 
Grevenbroeck (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken; en een uitgeschulpte blauwe schildzoom of een blokzoom van goud en zwart. Helmtee-ken: een uitkomende vos in natuurlijke kleur [Uit Arkel]. 
Grimberge (van) — Twenthe. Gedeeld: 1. in blauw drie gouden dwarsbalken, beladen met zes roode ruiten, 3, 2 en 1; 2. in zilver eene halve roode roos, uitgaande van de deelingslijn. 
Groeneveld (van) — Zuidholland. In groen drie zilveren wasse-naars, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een hermelijnen brakkenkop en hals [Uit Wassenaer. Stamhuis onder liet Woud, bij Delft]. 
Groenewoude (van) — Utrecht. In goud drie rood gekamde en gebaarde zwarte hanen, 2 en 1. Helmteeken: een rood gekamde en gebaarde zwarte hanenkop, tusschen twee gouden ezelsooren. 
Groesbeeck (van) — Gelderland. In zilver een geënte roode dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zilveren hondenkop, gehalsband met den dwarsbalk uit het schild; of, een bokkenkop en hals volgens het schild, met gouden hoorns. 
Grubbe — Twenthe. In rood een klimmende zilveren ram met 
gouden hoorns en hoeven. Gekroonde helm. Helmteeken: twee gouden ramshoorns. 
Gruithuis (van den) — Veluwe. In zilver een roode adelaar, op de borst beladen met een gouden schildje waarin een blauwe dwars-balk. Helmteeken: de adelaar. 
Gruitwater — Holland. Gedwarsbalkt van goud en blauw van zes stukken, de drie gouden balken beladen met negen roode St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2; en een vrijkwartier gekeperd van goud en rood van twaalf stukken. 
Grijpskerke (van) — Walcheren. In zwart negen zilveren leliën, 3, 3 en 3. Helmteeken: een uitkomende gouden griffioen. 
Gutterswijk (van) — Overijssel. Vair van goud en rood. 
Guttichoven (van) — Limburg. In blauw een gouden slangen-koppenkruis [De stamzetel bij Sittard]. 
H. 
Haack — 's Hertogenbosch. In zilver dertien aanstootende roode ruiten, als een St.-Andrieskruis gerangschikt. 
Hackfort of Hackvoert — Gelderland. In zilver een blauwe dwarsbalk. Helm gedekt met eene blauwe kroon. Helmteeken: kop en hals van een zilveren hazewindhond, met blauwe tong en halsband. 
Haeck van Zoeten — Utrecht. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd beladen met een schildje met het wapen van van Zoeten, namelijk in rood een zilveren kruis. Helmteeken: een goud-gekroond vrouwenborstbeeld, gekleed in rood, de armen vervangen door twee opgeheven zilveren vleugels [Uit Châtillon]. 
Haeften (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken [Uit Lede]. 
Haeften (van) [ook de Craen of de Kraan van Haeften] — Utrecht. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd., beladen met een zwarten kraanvogel, een blauwen steen houdende. Gekroonde helm. Helmteeken: twee zwarte paardenpooten, de hoe-ven omhoog en met zilveren ijzers beslagen [Uit Châtillon]. 
Haemstede (van) — Eiland Schouwen. In goud een blauw ge-tongde en genagelde roode leeuw, de schouder beladen met een zilveren wiel. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren hazewind-hondskop en hals; tusschen eene vlucht, rechts goud en links zil-ver; of, een zilveren zwanenhals, in den bek een gouden vinger-ring houdende [Gesproten uit Floris V, Graaf van Holland]. 
Haer (van der) — Utrecht. In rood drie zilveren ruiten, 2 en 1. Helmteeken: twee naar elkander toegewende drakenkoppen en hal-zen, elk doorsneden van zwart op hermelijn [Uit Woerden]. 
Haer (van der) — Friesland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde zwarte dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een recht-opgeplaatste bruine paardenpoot, de zwarte hoef omhoog; tusschen eene vlucht volgens het schild [Uit Arkel]. 
Haerda — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden : a. in blauw eene gouden lelie; b. in rood een rechtopge-plaatste gouden sleutel, de baard omhoog en rechts. Helmteeken: twee struisveeren, rood en blauw. 
Haeren (van) — Drenthe, Overijssel. In zwart drie zilveren ade-laars, 2 en 1. — Of: Doorsneden: 1. in zwart drie naast elkander gerangschikte zilveren adelaars; 2. in zilver een groene boom op een grasgrond. 
Haerlem (van) — Kennemerland. In rood een zilveren kruis, ver-gezeld van zestien meerltjes van 't zelfde, in elk kwartier 2 en 2. Gekroonde helm. Helmteeken: een rond scherm volgens het schild, tusschen eene zilveren vlucht [Het stamhuis bij Beverwijk |. 
Haersens (van) — Groningen. In zilver een blauwe draak met vier pooten, de staart gekronkeld. Helmteeken: de draak uitkomende. 
Haerst (van). Naam die somtijds door de familie van Haersolte (zie hiervoren, blz. 91) gedragen werd. 
Haersma — Friesland. In zilver een groene boom op een gras-grond , de stam vergezeld rechts van eene gouden ster en links van eene gouden lelie. 
Haersma van Loenga en Heegh — Friesland. In goud een zwarte leeuw. Helmteeken: een groen gebladerde eikentak met gouden eikels. 
Haersma van Tjerkwerd — Friesland. Gedeeld: 1 de Friesche adelaar; 2. in goud eene roode roos, vergezeld van twee zilveren 
RIETSTAP , Wapenbeschrijvingen. 22 
leliën, 1 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: eene zilveren lelie. 
Haestrecht (van) — Utrecht, Meyerij van den Bosch. In zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van drie zwarte pijlpunten naast elkander. Helmteeken: een zilveren of roode ezelskop en hals (Men vindt dit wapen ook met eene zwarte stormladder van negen sporten, schuinlinks over alles heengaande; alsmede zonder die ladder, doch slechts met één beurtelings gekanteelden rooden dwarsbalk, in plaats van twee; altijd evenwel met de pijlpunten er bij) [Uit Arkel]. 
Hagedoorn — Overijssel. In zilver een groene boom met drie-dubbele kruin, op een grasgrond. Helmteeken: de boom. 
Hagedoorn of Heghdorn — Gelderland. In zilver een roode pijl, schuinrechts geplaatst. Gekroonde helm. Helmteeken: twee roode pijlen, in omgekeerden kepervorm geplaatst (met de punten om-hoog, even als die in het schild). 
Hagen (ter) of Haghen — Ambt Vollenhove (Overijssel). In zilver drie blauwe meerltjes, 2 en 1, en in het schildhart een roode was-senaar. Helm met rood-zilveren wrong. Helmteeken: de roode was-senaar, tusschen eene zilveren vlucht. 
Hagen (van der) of Haeghen — Gelderland, Utrecht. Gevieren-deeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte dwarsbalken (of gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken); 2. en 3. in blauw drie zil-veren leliën, 2 en 1. Helm met zwart-zilveren wrong. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste, rood-genagelde, zwarte beerenpooten. 
Halbout — Brabant. In blauw drie zilveren St.-Andrieskruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Hambroeck (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie ver-korte zwarte palen boven in het schild. 
Hamer — Zeeland (Rijksadel, 18 October 1607). Doorsneden: 1. in zilver twee blauwe palen; 2. in rood een galoppeerend zil-veren paard. Helmteeken: een uitkomende man, gedekt met een hoed, in de rechterhand een hamer houdende en de linker in zijne zijde zettende [Thans de Witt Hamer]. 
Hamerstede (van) — Noordbeveland. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren strijdbijl met gouden steel; 2. en 3. in zwart drie gouden ruiten, 2 en 1. 
Hamersveld (van) — Amersfoort, Holland. In zilver drie blauwe hamers met gouden steel, 2 en 1. 
Hania — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in zilver drie blauwe leliën, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: eene blauwe lelie, tusschen twee zilveren struisveeren. 
Hania van Hesens — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in goud drie roode rozen, paalswijze gerangschikt. 
Hania van Holwierd — Friesland. In blauw drie zilveren leliën, paalswijze gerangschikt. 
Hania van Weidum — Friesland. Gedeeld: 1. in rood eene recht-opgeplaatste linkerhand van natuurlijke kleur, van binnen gezien, bij de pols bekleed met blauw; 2. in zilver twee groene leliën, boven elkander. Helmteeken: eene groene lelie. 
Harderwijck (van) — Gelderland. In goud drie zwarte leliën, 2 en 1 ; en een zilveren schildhoofd, beladen met een blauwen baren-steel van drie hangers. Helm met zilver-blauwe wrong. Helmteeken: eene blauwe vlucht. 
Hargen (van) — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte ringen, 2 en 1; 2. en 3. in zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken, en een blauwe schildhoek beladen met een gouden vogel. Helmteeken: een zwarte ring, tusschen eene zilveren vlucht. 
Harinxma — Friesland. In goud een groene schuinbalk, beladen met drie zilveren visschen, elk rechtopgeplaatst. Helm met groen-gouden wrong. Helmteeken: een uitkomende gouden griffioen, elke vleugel volgens liet schild (op den rechtervleugel is het een linker-schuinbalk). [Zie Clant]. 
Harinxma — Friesland. In blauw een zilveren leeuw. Helmtee-ken: de leeuw, uitkomende. 
Harinxma Donia — Friesland. In goud een zwarte leeuw. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende. 
Harinxma van Haersma — Friesland. Gedeeld: 1. in zilver een zwarte leeuw; 2. in blauw drie gouden wassenaars, paalswijze ge-rangschikt. 
Harinxma thoe Heeg — Friesland. Gedeeld: 1. in goud een zwarte leeuw; 2. in blauw drie zilveren wassenaars, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: drie struisveeren: goud, zilver en blauw. 
Harinxma van Hettinga — Friesland. Gevierendeeld: 1. in zilver een roode leeuw; 2. en 3. in rood drie bladerlooze gouden eikels, de stelen omlaag, 2 en 1; 4. in zilver een zwarte leeuw. Helmtee-ken: een zwarte adelaarskop en hals, tusschen twee bladerlooze groene eikentakken met gouden eikels. 
Harinxma thoe Sneek — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche ade-laar ; 2. doorsneden: a. in goud een zwarte leeuw; b. in blauw drie bladerlooze gouden eikels, de stelen omlaag, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals. 
Harinxma thoe Ylst — Friesland. In goud een zwarte leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Harmelen (van) — Utrecht. In zwart drie gouden ruiten, 2 en 1 [Uit Woerden]. 
Hart van der Woert — Holland. In rood een hoekige zilveren dwarsbalk; of, die balk in 't schildhoofd vergezeld van een zilveren hertenkop en hals. 
Hasselt (van) — Overijssel. In rood eene zilveren lelie. 
Hatert (van) — Gelderland. In rood een geërde zilveren dwars-balk. Helmteeken: een uitkomende goud gebekte-zilveren griffioen. 
Hattert (van den) — Gelderland. In goud drie zwarte dwars-balken. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste gouden beerenpooten, elk beladen met drie zwarte dwarsbalken. 
Hattum (van) — Gelderland, Utrecht. In goud eene roode droog-scheerdersschaar, schuinrechts geplaatst met de punten omhoog. Helmteeken: de schaar, rechtopgeplaatst, tusschen eene roode vlucht; of, twee roode droogscheerdersscharen naast elkander, met de punten omlaag [Jan van Hattum, basterd van Hertog Reinald III van Gelre], 
Hattum (van) van Rynesteyn — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud eene roode droogscheerdersschaar, schuinrechts geplaatst met de punten omhoog (Hattum); 2. en 3. in rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd beladen met eene roode lelie (Rynestein). Helmteeken: eene rechtopgeplaatste roode droogscheer-dersschaar. 
Havert (van) — Limburg. In rood een zilveren slangenkoppen-kruis. Helmteeken: een goud-gekroonde roode hondenkop. 
Hayman (van der) — Zeeland. In zilver een rood schildhoofd, be-laden met drie zilveren spoorraderen. 
Hedel (van) — Gelderland, 's Hertogenbosch. In goud een rood wiek 
Hedikhuysen (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw een gou-den wiel [Uit Heusden]. 
Heemskerk (van) van Bekesteyn, zie van Bekesteyn. 
Heemstede (van) — Holland. In goud zeven zoomswijze gerang-schikte roode meerltjes, de plaats van het achtste ingenomen door een rooden schildhoek (derhalve van boven twee meerltjes, aan elke schildzijde één, en van onderen drie). Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte raaf met uitgestrekte vlucht; of, een pauwenstaart in natuurlijke kleur; of ook, vijf natuurlijke koren-aren, oprijzende uit eene gouden kuip. 
Heenvliet (van) — Land van Voorne. In rood een klimmende en aanziende zilveren leeuw, getongd en genageld van blauw. Helm-teeken: een uitkomende roode leeuw [Uit Voorne]. 
Heereman van Zuidwijk — Holland. In goud een in twee rijen van zilver en rood horizontaal geschaakte keper. Helmteeken: een zilveren ossenkop en hals met gouden hoorns, aanziende gesteld [Bestaan nog in de Rijnprovincie: ridders, 17 Juli 1658; baron, 5 November 1845]. 
's Heerenberg (van) of van den Berg — Gelderland. (Rijksgra-ven). In zilver een goud getongde, genagelde en gekroonde roode leeuw; en een zwarte schildzoom, beladen met elf gouden pen-ningen. Helmteeken: eene gouden vlucht. 
Heerenhaeff (ten) of ten Herenhoven — Meyerij vanden Bosch. In zilver drie roode molenijzers, 2 en 1. Helmteeken: een pauwen-staart in natuurlijke kleur, opkomende uit een gouden koker, de staart beladen met een schildje met het wapen. 
Heerjansdam (van) — Zeeland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie zwarte ruiten, 2 en 1; 2. en 3. in rood drie gouden leliën, 2 en 1. 
Heermale (van) — Utrecht. In zilver een roode ring in 't schild-hart, vergezeld van drie roode leliën, 2 van boven en 1 van onderen, alle met den voet naar dien ring gericht. — Of; in een rood veld dezelfde figuren, de ring goud en de leliën zilver. Helm-teeken: eene zilveren lelie, tusschen eene antieke vlucht óf geheel rood óf de rechtervleugel rood en de linkervleugel zilver. 
Heerman van Oestgeest — Holland. In goud een rood ankerkruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zilveren os met gouden hoorns, aanziende gesteld. 
Heesbeen (van) — Brabant. In rood een gouden wiel. Helm-teeken: een roode hoed met gouden opslag, tusschen twee van elkander afgewende, rood-gebekte, zilveren reigerkoppen en halzen [Uit Heusden]. 
Heese (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd. Gekroonde helm. Helmteeken: twee gouden vederkokers, in omgekeerden kepervorm geplaatst; of, twee zwarte fakkels met gouden vlam [Uit Châtillon]. 
Heeswijck (van) — Brabant. Gedeeld van zwart en goud; niet twee roode wielen boven elkander, over de deelingslijn heen [Uit Heusden]. 
Heg en (van) — Limburg. In zilver een rood slangenkoppenkruis, de koppen met roode kammen. Helmteeken: een goud-gekroonde roode drakenkop en hals [De stamzetel bij het dorp Havert], 
Heinsberg (van) — Limburg. In rood een zilveren leeuw. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene roode vlucht. 
Helbergen (van) — Graafschap Zutphen. In goud een groene dwarsbalk; en een uitgeschulpte roode schildzoom. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop en hals, gehalsband en geringd van goud. 
Helck (van der) — Zeeland (Geadeld, 31 October 1750). In goud drie rechtopgeplaatste groene hagedissen, 2 en 1. 
Heil (van der) — Veluwe. In rood een zilveren ankerkruis. Helm-teeken: eene gevlochten ijzeren mand, waaruit gouden vlammen opstijgen, in welke een aanziende zwarte duivelskop geplaatst is. Schildhouders: twee wilden, omkranst en omgord met loot en ge-wapend met knodsen. 
Helmond (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw drie drie-kwart aanziende gouden tournooihelmen, 2 en 1 [Genoemd naar de stad van dien naam]. 
Helmont (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode palen [Uit Berlaer]. 
Helsdingen (van) — Utrecht. Geschuinbalkt van zwart en zilver van zes stukken, of in zilver drie zwarte schuinbalken. Gekroonde 
helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (op den linker-vleugel zijn het linkerschuinbalken). 
Hemeren (van) — Gelderland. In goud drie dubbele roode ade-laars, 2 en 1. Helmteeken: een bol loodrecht gestreept van zwart en zilver en getopt met vijf zilveren struisveeren. 
Hemert (van), vroeger de Cocq van Hemert — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een opkomenden, rood getongden en genagelden, zwarten leeuw. Helm met zwart-gouden wrong. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene gouden kuip [Uit Châtillon]. 
Hemmema — Friesland. In rood een klimmende zilveren haze-windhond, met zilveren halsband. Helmteeken: de hond , uitkomende. 
Hemmen (van) — Gelderland. In goud drie rood getongde en ge-nagelde zwarte leeuwen, 2 en 1. Helmteeken: een leeuw van 't schild, opkomende uit eene gouden kuip. 
Herema — Friesland. In rood eene gouden lelie. Helmteeken: de lelie. 
Herema van Tjum — Friesland. Gedeeld: 1. in rood een gouden leeuw; 2. in blauw drie bladerlooze gouden eikels, de stelen om-laag, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Herentum (van), zie van Hirtom. 
Herewey (thoe) — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in goud een in profil gestelde Saraceenenkop in natuurlijke kleur, met een witten tulband. Helmteeken: de Saraceenenkop. 
Heringa — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw een zilveren wassenaar, die in de inbuiging eene gouden ster omvat en van boven vergezeld is van twee zilveren leliën (Heringa); 2. gedeeld: a. in goud drie zwarte schuinbalken; b. in blauw een omgewende zilveren wassenaar (Jelmera). Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Herjuwsma — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw drie zilveren leliën, 1 en 2; 2. in goud een gaande roode leeuw. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Herlaer (van) — Brabant. In zilver een beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: twee uitko-mende roode vederkokers, van binnen zilver. 
Hermana — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, 
vergezeld van twee klimmende en naar elkander toegewende roode* leeuwtjes die op zijne dijen staan; de staart belegd met drie zil-veren sterren, 1 op het verticale benedeneinde en 1 op elke der twee zijveeren. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Hennen (van) — Gelderland. In goud twee gaande roode leeuwen boven elkander. 
Hersel (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie zwarte molenijzers, 2 en 1. 
Herwaerden (van) — Gelderland. In zilver een geënte zwarte dwarsbalk. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Herwen (van) — Gelderland. In blauw een gouden kruis. Helm-teeken: een rood-getongde gouden brakkenkop en hals, met blauw oor. 
Herwijnen (van) — Gelderland. In rood twee gouden dwarsbalken. Helmteeken: een uitkomende, goud-gehalsbande, zilveren hazewind-hond; of, een goud-gehalsbande, zwarte hazewindhondskop en hals. 
Heslinga van Galama — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw eene gouden lelie, vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van een omgewenden zilveren wassenaar. Helmteeken: een rood-gebekte zilveren zwanenkop en hals. 
Heteren (van) — Gelderland. In goud een blauwe dwarsbalk. Helmteeken: eene zeemeermin, die in de rechterhand een spiegel houdt en zich met de linkerhand kamt. 
Hettinga — Friesland. In rood drie bladerlooze gouden eikels, 2 en 1, de stelen omlaag. Helmteeken: vijf struisveeren, beurte-lings rood en goud. 
Hettinga — Friesland. In goud drie bladerlooze groene eikels, 2 en 1, de stelen omlaag. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, tusschen zes groene struisveeren. 
Heuckelom (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van een blau-wen barensteel van drie hangers. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (zonder den barensteel); of, een goud-gekroonde zilveren ramskop met blauwe hoorns [Uit Arkel]. 
Heumen (van) of Hoemen — Gelderland. Geschaakt van goud en blauw; met een hermelijnen schildhoek. Helmteeken: een uitko-mende zilveren ram met gouden hoorns. 
Heusden (van) — Brabant. In goud een rood wiek Helmteeken: het wiel. 
Heuvel (van den) — Meyerij van den Bosch, 's Hertogenbosch. In blauw drie gouden molenijzers, 2 en 1. 
Heym — Meyerij van den Bosch, 's Hertogenbosch. In rood eene gouden ster. Helmteeken: de ster, tusschen eene roode vlucht. 
Hillegersberg (van) — Zuidholland. In zilver een roode schuin-balk, beladen met drie gouden sterren. Helmteeken: twee rechtop-geplaatste en van elkander afgewende zwarte posthoorns met gouden beslag, de monding omlaag, ondersteund door een zwarten hoed met rooden opslag [Zie van Matenesse]. 
Hillegom (van) — Holland. In zilver drie roode schuinbalken, of geschuinbalkt van zilver en rood van zes stukken. 
Hillegom (van) — Holland. In goud een blauwe dwarsbalk, ver-gezeld van drie roode leliën, 2 van boven en 1 van onderen. 
Hillema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een gouden klaverblad, vergezeld van twee roode rozen, 1 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn. — Later: Gedeeld: 1. in goud een rood hart, en een smalle golvende blauwe dwarsbalk daarover heen; 2. in blauw drie aanziende gouden ossenkoppen, 2 en 1. Helmteeken: twee zilveren buffelhoorns. 
Hinckena van Hinckenberg — Friesland. In blauw een gouden leeuw. 
Hinderstein (van), zie van Wulven genaamd van Hinderstein. 
Hinsdael (van) — Holland. In goud een zwart St.-Andrieskruis. Helmteeken: een bruine hazewindhondskop en hals met goud-ge-ringden gouden halsband. 
Hirtom (van) (vroeger van Herentum) — Meyerij van den Bosch. In rood drie zilveren mispelbloemen van acht bladen, vier in kruis en vier in de richting van een St.-Andrieskruis; de bloemen ge-plaatst 2 en 1. 
Hodenpijl (van) — Holland. Geschuinbalkt van goud en rood van acht stukken. Helmteeken: het borstbeeld van een jongman in natuurlijke kleur, gekleed in rood met zilveren kraag en gouden hoofdband; of, een goud-gebekte zilveren zwanenkop en hals, tus-schen eene baniervlucht volgens het schild [Het stamhuis bij Vlaardingen]. 
Hoeckelum (van) — Veluwe. In zwart een klimmende zilveren ram met gouden hoorns. Helmteeken: de ram, uitkomende; tus-schen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. 
Hoenselaer (van) — Gelderland, Meyerij van den Bosch. In blauw een zilveren schildhoofd, beladen met drie roode meerltjes. Helm-teeken: een brakkenkop volgens het schild. 
Hoeve (uit den), zie Uitdenhoeve. 
Hoevelick (van) of Hovelich — Overijssel. In zilver een rood kruis, van boven vergezeld van twee roode rozen, 1 rechts en 1 links. Gekroonde helm. Helmteeken: een goud gebekte en gepoote roode haan, met opgeheven poot. 
Hoeven (van der) van Hoeven en Poelwijk — Graafschap Zutphen. In zilver vier blauwe dwarsbalken; en een goud-gekroonde roode leeuw over alles heen. Helmteeken: een staande wildeman in na-tuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, en met eene knods op den schouder; tusschen eene zilveren vlucht, elke vleugel beladen met vier blauwe dwarsbalken. 
Holdinga — Friesland. In blauw een bundel van drie groene rietstengels met bruine koppen, samengebonden met een rooden strik. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: de samengebonden rietstengels. — Of: Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. het wapen als hiervoren. 
Holt (van) — Gelderland. In zilver zeven zwarte ringen, 3, 3 en 1. Helmteeken: een zwarte ring, tusschen eene zwarte vlucht. 
Holthuysen (van) — Gelderland. In blauw een zilveren dwars-balk, vergezeld van drie gouden sterren, 2 van boven en 1 van onderen. 
Holthuysen (van) — Gelderland In blauw een zilveren dwars-balk, vergezeld in den rechterbovenhoek van eene gouden roos. Helmteeken: eene blauwe vlucht, de rechtervleugel beladen met een zilveren linkerschuinbalk en de linkervleugel met een rechter-schuinbalk van 't zelfde. 
Holthuysen (van) — Gelderland (streek van Twello). In zilver een blauwe dwarsbalk, in 't schildhoofd vergezeld van een liggenden zwarten weerhaak. Helmteeken: een uitkomende goud-gebekte en rood-getongde zilveren griffioen; of, een rood-gebekte zilveren zwa-nenkop en hals, tusschen eene roode vlucht. 
Holthuysen (van) genaamd Palick — Gelderland. In zilver een zwarte schuinbalk. Helmteeken: een schildje met het wapen, tus-schen twee buffelhoorns, zilver en zwart. 
Holthuysen (van) genaamd van Spaen — Graafschap Zulphen. In zilver vier aaneengeslotene en naast elkander gerangschikte roode ruiten, in 't schildhoofd vergezeld van een schildje met het wapen van van Spaen, te weten in zilver drie roode schuinbalken. 
Holtscher (van) — Overijssel. In goud een uitgerukte groene boom, die, in plaats van takken, hoven aan den stam drie groote hulstbladeren naast elkander heeft. 
Hommema — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw drie gouden leliën ,1 en 2, van onderen vergezeld van een zilveren wassenaar; 2. in goud drie bladerlooze groene eikels, de stelen omlaag, 2 en 1. Helmteeken: vijf struisveeren, beurtelings zilver en blauw — Of: Doorsneden: 1. in blauw drie zilveren rozen, 1 en 2, van onderen vergezeld van een zilveren wassenaar; 2. in goud drie bladerlooze groene eikels, de stelen omlaag, 2 en 1. Helmteeken: vijf struis-veeren, beurtelings blauw en zilver. 
Homoet (van) — Kwartier van Nijmegen. In rood een geënte zil-veren dwarsbalk. Helmteeken: een uitkomende roode vos, aanziende gesteld, gehalsband met den dwarsbalk uit het schild. 
Hondenberch (van) — Overijssel. In goud een in twee rijen van rood en zilver geschaakt kruis. 
Honichlo (van) — Overijssel. In rood drie gouden schuinbalken. 
Honlo (van) of Hoenlo — Overijssel. In zwart twee zilveren ke-pers, of in goud twee zwarte kepers. Helmteeken: een drakenkop en hals volgens het schild [De havezathe Hoenlo bij Olst]. 
Hoogelande (van) — Walcheren, Utrecht. In zilver een blauwe druiventros met twee groene bladeren, de steel omhoog; en een blauw schildhoofd, beladen met drie gouden kroonen. Gekroonde helm. Helmteeken: de druiventros. 
Hoogenhouck (van) — Leiden (Rijksadel, 1414). In rood drie gouden arendsbeenen, de klauw omlaag, met groene nagels, 2 en 1. Helmteeken: een arendsbeen uit het schild, doch de klauw om-hoog, een zilveren knol met groene bladeren rechtop houdende. 
Hoogerdeure (van der) — Zeeland, In blauw eene gouden kogge zonder masten of roer. 
Hoogwoude (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde zwarte dwarsbalken (Kijfhoeck), en een gevierendeeld vrij-kwartier: 1. en 4. schuin spitsgeruit van zilver en blauw (Beyeren); 2. en 3. wederom gevierendeeld: a. en d. in goud een rood ge-tongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). Helmtee-ken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur [Everard, basterdzoon van Willem VI van Beijeren, Graaf van Holland, werd heer van Hoogwoude en Aartswoude in Noordholland. Zijne eerste vrouw, bij welke hij alleen nakomelingen had, was eene dochter uit den huize van Kijfhoeck. Zie van Vlissingen]. 
Hop — Amsterdam. In goud een hop in natuurlijke kleur, staande op een blauwen bol (de hop is van geele kleur, de vleugels en de staart gemengd van wit en zwart). Helmteeken: de hop. —(Rijks-adel, 1689; rijksbaron, 1699). Gevierendeeld: 1. en 4. het familie-wapen; 2. en 3. in zilver twee van elkander afgewende zwarte vleugels. Over alles heen een gedeeld hartschild: a. in rood een zilveren dwarsbalk; b. in blauw een naar rechts gewende gouden gezichtswassenaar, ter rechterzijde vergezeld van eene gouden ster. Gekroonde helm met rechts goud-roode en links zilver-zwarte dek-kleeden. Helmteeken: de hop. Schildhouders: rechts een omziende, goud gebekte en gepoote zwarte arend met geopende en neder-waartsche vlucht; links een omziende, rood-getongde bruine leeuw. Wapenspreuk: Candide. 
Hoppers — Friesland. In groen een pelikaan, zich in de borst pikkende, met drie jongen in haar nest, alles van goud. Helmtee-ken: de pelikaan, zich in de borst pikkende (zonder jongen of nest). 
Hoptilla — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden : a. in rood drie gouden klaverbladen, 2 en 1; b. in blauw een rood-gebekte zilveren zwaan. 
Horne (van) — Limburg. In goud drie roode posthoorns met zil-veren beslag, 2 en 1. Helmteeken: eene hooge hermelijnen muts, aan den rand omgeven, met pauwenveeren. — [Rijksgraven, Decem-ber 1450; rijksvorsten, 19 October 1677. De naam ontleend aan het land van Horne, bestaande uit het dorp van dien naam benevens verscheidene andere]. 
Horst (van der) — Utrecht, Holland, 's Hertogenbosch. Golvend-
gedwarsbalkt van goud en rood van acht stukken; of, in goud drie golvende roode dwarsbalken. Helmteeken: een eenhoornskop en hals. 
Hottinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in goud drie zilveren schelpen, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn. 
Hottinga van Kee — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche ade-laar; 2. doorsneden: a. in blauw, rechts een omgewende zilveren wassenaar, en links twee gouden sterren boven elkander; b. in goud drie zilveren schelpen, 2 en 1. Helmteeken: drie struisveeren: zil-ver, goud en blauw. 
Houts, ook Gouts — Eiland Schouwen. In zwart drie gouden ruiten, 2 en 1. 
Houven (van der) — Zuidholland. In zilver drie zwarte violen met gouden snaren, 2 en 1, de hals omlaag. Helmteeken: eene viool uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver [Het stamhuis in Maasland. Vermoedelijk uit Swieten]. 
Houweningen (van) — Zuidholland. In goud een in twee rijen van blauw en zilver geschaakte schuinbalk. Helmteeken: een storm-hoed volgens de kleuren en de figuur van het schild; tusschen twee van elkander afgewende zilveren bijlen met gouden stelen. 
Houwerda — Groningen. In rood een zilveren leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw uitkomende. 
Houwerda van Meckema — Groningen. Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, overtapt door drie zilveren rozen , 1 en 2 (Meckema); 2. en 3. in rood een zilveren leeuw (Houwerda). Helmteeken: een zilveren valk, met geopende en nederwaartsche vlucht (Meckema). 
Hövell (van) van Andelst — Gelderland. Doorsneden: 1. in blauw een halve gouden leeuw, opkomende uit de doorsnijdingslijn; 2. gedwarsbalkt van goud en. blauw van vier stukken. Helmteeken: een uitkomende Moor, met zilveren hoofdband, en omgord met een witten doek. 
Hoxwier — Friesland. In blauw eene zilveren lelie. Helmteeken: de lelie, of eene vlucht volgens het schild. 
Hoytema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood twee gouden klaverbladen boven elkander. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, tusschen vier struisveeren, rechts rood 
en goud, en links goud en rood. — Later: Gevierendeeld: 1. in blauw eene roode roos; 2. en 3. in rood een groen klaverblad; 4. in blauw een bladerlooze groene eikel, de steel omlaag. 
Huchtenbroeck (van) — Utrecht. In goud een klimmende zwarte eenhoorn. Helmteeken: een zwarte hoed met gouden opslag, getopt met elf bladerlooze gouden koren-aren. 
Huffel (van) — Overijssel. In zilver een dwarsgelegde zwarte vleugel. Helmteeken: eene uitkomende vrouw, gekleed volgens het schild of gekleed in goud met zwarte mouwen, de handen in de zijde. 
Huissen (van), Huessen of Huyssen — Gelderland. In zwart een zilveren hartschild. Helmteeken: een rood-gebekte zilveren zwanen-kop en hals, tusschen twee zwarte, met goud beslagen vederkokers. 
Humalda (van) — Friesland. In zwart een pelikaan met opge-heven vlucht, zich in de borst pikkende, en drie jongen in haar nest, alles van goud. Helmteeken: de pelikaan (zonder nest of jon-gen) , zich in de borst pikkende. 
Huss (van) — Gelderland. In rood drie versmalde zilveren schuin-balken; en een zilveren dwarsbalk over alles heen. Helmteeken: drie struisveeren, eene zilveren tusschen twee roode. 
Huygens — Meyerij van den Bosch. In zilver twee blauwe palen. Helmteeken: een arm, blauw bekleed met gouden belegsels, de vleeschkleurige hand een gouden pijl schuinrechts houdende. 
Huyn van Amstenrade [Amstenrode, Amstenroede]— Limburg (later in Duitschland). In rood een zilveren slangenkoppenkruis. Helm-teeken: een zilveren drakenkop en hals, roode vlammen spuwende [Rijksgraven, 1697; als zoodanig met kwartileeringen]. 
I. 
Idsaerda — Friesland. In goud een blauwe adelaar. 
Idsinga (van) — Friesland. In blauw eene zilveren roos, verge-zeld van twee gouden klaverbladen, 1 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: een pauw of een pauwenkop, in natuurlijke kleur. Schildhouders: twee bruine leeuwen. 
Ierseke (van) — Zuidbeveland. In rood twee schuingekruiste zil-veren zwaarden met gouden gevesten. 
319 
320 
321 
322 
323 
21* 
324 
325 
326 
327 
328 
329 
330 
331 
332 
333 
334 
335 
336 
337 
338 
339 
22* 
340 
341 
342 
343 
344 
345 
346 
347 
348 
349 
350 




en naar de rechterzijde gericht). Helmteeken: een pauw in natuur-lijke kleur. 
Davelaer (van) — Utrecht. In groen zes zilveren leliën, 3, 2 en 1 [Uit Amersfoort]. 
Deckere (de) — Meyerij van den Bosch. In zilver een springend hert in natuurlijke kleur; en een blauw schildhoofd, beladen met twee zilveren wassenaars. Helmteeken: bet hert, uitkomende. 
Deese (van) — Overijssel. In zwart drie gouden kepers [De havezathe onder Zwolle]. 
Dekema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood twee zilveren leliën boven elkander. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw, kop en manen van goud; of, een uitkomende en aanziende roode leeuw, kop en manen van goud. 
Delft van der — Zuidholland, Meyerij van den Bosch. In zilver een zwarte dwarsbalk, beladen met een zilveren wassenaar en ver-gezeld van drie blauw-getongde roode leeuwenkoppen, 2 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: een leeuwenkop uit bet schild. 
Deventer (van)— 's Hertogenbosch. Doorsneden van goud op zwart, en een zilveren dwarsbalk, beladen met drie roode rozen, over de doorsnijdingslijn heen; het goud beladen met een halven rooden leeuw, opkomende van den dwarsbalk Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende en aanziende gesteld, tusschen eene beurte-lings van goud en zwart doorsneden vlucht [Zie Prouninck gezegd van Deventer]. 
Dever (van) — Holland. In goud een halve roode leeuw, blauw getongd en genageld. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene zilveren kuip [Het stamhuis onder Lisse]. 
Deyl (van) — Holland. In rood een zilveren molenrad. 
Deyl (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een zwemmenden visch in natuur-lijke kleur [Uit Châtillon]. 
Dickbier — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode heiblok-ken, 2 en 1. Helmteeken: een mansborstbeeld met ezelsooren, ge-kleed in rood met zilveren kraag. 
Diemen (van) — Land van Culemborg. In rood twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken. Helmteeken: een paardenpoot in natuurlijke kleur, de hoef omhoog; tusschen eene roode vlucht, 
318 


Ingennulandt (van) — Gelderland. In zilver een geënte roode dwarsbalk. Helmteeken: een uitkomende roode vos, aanziende ge-steld, gehalsband met den dwarsbalk uit het schild en met elken poot een gouden bol houdende. 
Inthiema tot Workum — Friesland. Gevierendeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw eene gouden ster van boven en een omge-wende gouden wassenaar van onderen; 3. in blauw een zilveren leeuw; 4. in zwart drie gouden leliën, 2 en 1. Helmteeken: eene uitkomende vrouw, gekleed in zilver, de beide armen uitgestrekt, in elke hand eene gouden roos met groenen stengel en bladeren houdende. 
Ipema of Epinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw twee gouden sterren boven elkander. Helmteeken: een uitkomend zilveren lam, een rood latijnsch kruis, dat achter het lichaam heengaat, schuinlinks houdende, de drie bovenarmen van het kruis met zilveren knoppen. 
Irthe (van) — Overijssel. In blauw drie gouden schelpen, 2 en 1, van ter zijde gezien. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste blauwe beerenpooten, de klauw omhoog. 
Iseren (van) — Graafschap Zutphen. In blauw een gouden kruis met twee dwars-armen, al de armen de randen van het schild rakende. Gekroonde helm. Helmteeken: een gouden St.-Andries-kruis; of, een uitkomende, goud-gebekte zilveren adelaar; of ook, een blauwe adelaarskop en hals, tusschen eene gouden vlucht. 
Isselt (van) — Utrecht, Gelderland. In rood vijftien zilveren pen-ningen, 5, 4, 3, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een zil-veren eenhoornskop en hals, met gouden hoorn en manen. 
J. 
Jaersma — Friesland. In zilver een zwart latijnsch kruis, ge-plaatst in 't midden van eene groene doornenkroon, alles vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van eene roode roos. Helmteeken: een bruine bladerlooze boom, of een groene boom. — Of: Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. het hiervoren beschrevene wapen. 
Jaersvelt (van) — Holland. In zilver vier geheele en twee halve roode ruiten naast elkander aaneengesloten. 
Jarla — Friesland. In blauw een klimmende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. Helmteeken: de eenhoorn, uitkomende. 
Jarla van Wetsens — Friesland. In goud een zwarte adelaar, gehalsband met een groenen krans. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw. 
Jeger (de) — Meyerij van den Bosch. In rood een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, de punt omlaag. 
Jelckema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een zilveren wassenaar, overtapt door eene gouden ster. 
Jelgerhuis (van) — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw eene gouden ster; b. in rood eene zil-veren lelie. Helmteeken: de lelie. 
Jellinga — Friesland. In blauw een keper, vergezeld van boven rechts van een bladerloozen eikel met den steel omlaag en links van een klaverblad, alles van goud, en van onderen van eene zil-veren roos. Helmteeken: twee struisveeren, goud en blauw. 
Jelmera — Friesland. Doorsneden: 1. in goud drie zwarte schuin-balken; 2. in blauw een omgewende zilveren wassenaar. Helmtee-ken: een uitkomend rood bert. 
Jelmera genaamd Donia — Friesland. Doorsneden: 1. in goud een zwarte leeuw (Donia); 2. gedeeld: a. in goud drie zwarte schuinbalken; b. in blauw een omgewende zilveren wassenaar (Jelmera). Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw. 
Jeltinga — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, in eiken bek een groen klaverblad houdende. Helmteeken: tweevleesch-kleurige handen (rechter- en linkerhand), rechtopgeplaatst naast elkander, beide van binnen gezien. 
Jeppema — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, met een blauw schildje op de borst dat beladen is met eene zilveren ster. Helmteeken: een uitkomende, rood-getongde zilveren leeuw. 
Jeude (de) van Hardinxvelt — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, aan de rechterzijde beladen met een zwart meerltje. Helmteeken: een zwart meerltje, geplaatst midden in een groenen krans met vier gouden rozen, 1, 2 en 1; alles tusschen twee roode vederkokers mei gouden beslag en goud van binnen. 
Jonge (de) van Baartwijk — Zeeland. In blauw een in twee rijen van rood en zilver geschaakte dwarsbalk. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Jongema — Friesland. In goud drie roode rozen, paalswijze ge-rangschikt. Helmteeken: een uitkomend zilveren hert. 
Jongema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in goud drie roode rozen, paalswijze gerangschikt. Over alles heen in goud een zwarte leeuw. Helmteeken: een uitkomend zilveren hert. 
Jousma van Wirdum — Friesland. Gevierendeeld: 1. in blauw een rechtsgewende gouden wassenaar; 2. in groen een zilveren dwarsbalk; 3. in groen drie zilveren leliën, 2 en 1; 4. in blauw drie gouden sterren, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaar, of een dubbele zwarte adelaar. 
Juckema — Friesland. In blauw een omgewende zilveren wasse-naar, vergezeld van boven van eene gouden ster en van onderen van eene lelie van 't zelfde. Helmteeken: drie struisveeren: goud, zilver en blauw. 
Jutphaas (van) — Utrecht. In rood een zilveren St.-Andrieskruis. 
Jutphaas (van) van Wynesteyn — Utrecht. In goud een rood hartschildje, vergezeld van acht blauwe leliën, zoomswijze gerang-schikt, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende gouden brak — Of: In goud een blauw hartschildje, vergezeld van zes roode meerltjes, zooms-wijze gerangschikt, 1 van boven, 1 van onderen en 2 aan elke zijde boven elkander. Helm met goud-roode wrong. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Juwinga — Friesland. In goud drie zwarte schelpen, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
Juwsma — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw drie zilveren leliën, 2 en 1; b. in zilver een roode leeuw. Helmteeken: eene zilveren lelie (Of, de leliën goud, en de leeuw in een gouden veld. Helmteeken: vijf struisveeren, beurtelings blauw en goud). 
Juwsma van Rinsumageest — Friesland. In blauw een zilveren leeuw. 
351 
352 

RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 
23 
353 

K. 
Kaelsack — Graafschap Zutphen. Doorsneden: 1. in zwart een rood-gekroonde, halve zilveren leeuw, uit de doorsnijdingslijn op-komende; 2. effen rood. Helm met zilver-zwarte wrong. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende. 
Kampferbeke (van) — Salland. In rood een goud-gekroonde zil-veren leeuw, met een schildje van vijf gouden schaakvakken gren-zende aan vier zwarte, op den schouder. Helmteeken: de leeuw, uitkomende, met het schildje; of, drie struisveeren, eene zilveren tusschen twee roode. 
Kaitendijke (van) — Zuidbeveland. In zilver een klimmende en aanziende roode leeuw, getongd en genageld van blauw. Helm ge-dekt met eene roode kroon. Helmteeken: de aanziende leeuw, uit-komende, een naar links waaienden gespleten rooden wimpel aan een gouden stok houdende [Uit Heenvliet]. 
Kedichem (van) of Kekum — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken [Uit Lede of Arkel]. 
Kee (van) — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een omgewende zilveren wassenaar, rechts geplaatst, en twee gouden sterren boven elkander links. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn [Zie Hottinga van Kee]. 
Keeken (van) — Gelderland. In goud een rood kruis, op welks dwarsarm aan elke zijde van den paal een zwarte vogel zit (of, het kruis vergezeld van vier zwarte vogels). Gekroonde helm. Helm-teeken: een goud-gekroonde zwarte baan met roode kam en lel, de poot opgeheven. 
Kemnade (van of van de) — Graafschap Zutphen. In rood een zilveren vleugel. Gekroonde helm. Helmteeken: de zilveren vleugel; of, twee struisveeren, rechts rood en links zilver. 
Kemp (de) of van Kempen — Meyerij van den Bosch, Utrecht. In zwart drie met goud beslagene zilveren posthoorns, 2 en 1. 
Kemps — Meyerij van den Bosch. In groen een rechtopgeplaatste kruisboog in natuurlijke kleur. 
Kenenburg (van), zie de Bloote van Kenenburg. 
Kerckraad (van) — Utrecht. In zwart drie gouden molenijzers, 2 en 1. 
Kerkwerve (van) — Eiland Schouwen. In drieën doorsneden: 1. effen rood; 2. effen zilver; 3. in groen een zilveren kinkhoorn, de top omlaag. Helm met groen-rood-gouden wrong. Helmteeken: een hermelijnen ossenkop en hals. 
Kerkwijk (van) (eertijds de Cocq van Kerkwijk) — Holland. In rood drie palen van vair, en een gouden schildhoofd, ter rechter-zijde beladen met eene zwarte ster. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw. Schildhouders: twee zwarte leeuwen [Uit Châtillon]. 
Kervenede (van) of Kervenee — Holland. In zilver een beurte-lings gekanteelde roode dwarsbalk; en een zwarte linkerschuinstreep over alles heen [Basterden van Arkel]. 
Kervenheim (van) — Graafschap Zutphen. In zilver eene roode vlucht. Helmteeken: eene vlucht, rechts rood en links zilver; of, een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan. 
Kervink van Reimerswael, zie van Reimerswael. 
Kessel (van) — Limburg. In zilver vijf aaneengeslotene en aan-stootende roode ruiten in kruisvorm (1, 3 en 1). Helmteeken: een rood-gebekte en gepoote zwarte raaf, tusschen eene baniervlucht, rechts zilver en links rood; alles ondersteund door een rooden tournooihoed met zilveren opslag [Adelserkenning in België, 20 November 1841 en 27 Mei 1843. Het stamslot bij het dorp Kessel]. 
Ketel van Hackfort — Graafschap Zutphen. In zilver een blauwe dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren drakenkop en hals met gouden tong en blauwen halsband. 
Kievelenberch (van) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleu-ren onbekend. De stamzetel bij Sittard]. 
Kievit — Holland (Engelsch Baronet, 16..). Doorsneden: 1. in goud drie zwarte kievitten, 1 en 2, de bovenste vliegend; 2. in rood een zilveren olifant op een grasgrond. Over de doorsnijding heen een zilveren schildje, waarin een rechtopgeplaatste roode lin-kerhand, van binnen gezien. Wapenspreuk: Nisi Dominus. 
Kinsbergen (van) — Holland. De admiraal van Kinsbergen, die in 1815 den Nederlandschen adel ontving, was reeds door Koning Lodewijk tot Graaf van Doggersbank verheven, met het vol-gende wapen: 1. en 4. liet gevierendeelde wapen dat in 1815 be-krachtigd is (zie hier voren blz. 125); 2. en 3. in zilver een rechtop-
23* 
geplaatste groene palmtak. Schildhouders: twee doggen. Wapen-spreuk: Eximiae virtutis praemium. 
Klencke (van) — Overijssel. Doorsneden: 1. gedeeld: a. in blauw eene zilveren roos; b. in zilver eene roode roos; 2. in goud een antiek zwart molenijzer. Gekroonde helm met rechts goud-blauwe en links zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: een antiek blauw molenijzer, tusschen eene zwarte vlucht, de rechtervleugel beladen met eene zilveren roos en de linkervleugel met eene roode roos. 
Klootwijk (van), zie van Clootwijck. 
Knippinck — Overijssel. Gedeeld van goud en rood; en drie paalswijze gerangschikte zwarte ringen over de deelingslijn heen. Gekroonde helm. Helmteeken: een schildje met het wapen, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. 
Knappert — Gelderland. In zilver drie zwarte wolvenkoppen, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, rood-gebekt en getongd. Schildhouders: twee griffioenen. 
Knijff — Utrecht. In zwart twee gekanteelde gouden kepers. Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar, elke vleugel met de twee gouden kepers beladen; of, een gevleugeld gouden arends-been, tusschen twee knoestige gouden stokken, de knoesten aan de buitenzijde. 
Koevoet — Holland. In zilver een roode keper. 
Kornhorst (van den) — Graafschap Zutphen. In zilver een uit-geschulpte roode schuinbalk. Helmteeken: vijf zilveren struisveeren, elke op den top beladen met een zwart hermelijnstaartje; of, een zilveren brakkenkop en bals met rooden halsband; of ook, eene korenschoof in natuurlijke kleur. 
Kraayenburg (van) — Holland. In zwart drie gouden bollen, in de richting van een schuinbalk gerangschikt, en vergezeld van drie gouden kraaien, 1 in den linkerbovenhoek en de 2 andere schuin-recbts gerangschikt in den rechterbenedenhoek. 
Krans — Holland. In groen twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken [Uit Arkel]. 
Kreynck — Graafschap Zutphen. In zilver eene uit den schildvoet opstijgende punt op welke eene kraai zit, en daarboven een in het veld verhoogde keper waarop twee naar elkander toegewende kraaien zitten; alles zwart. Helmteeken: eene zwarte vlucht. — Of; In 
zilver een roode keper, vergezeld van drie zwarte kraaien, 2 op den keper zittende en 1 van onderen. Helmteeken: eene zwarte vlucht. — Of ook: In zilver twee roode kepers, vergezeld van drie zwarte kraaien, 2 naar elkander toegewend op den eersten keper zittende en 1 op den tweeden. Helmteeken: eene zwarte vlucht. 
Kriekenbeek (van) — Limburg. In rood eene zilveren lelie. Helmteeken: een natuurlijke brakkenkop en bals, tusschen twee roode buffelhoorns [Stamhuis bij Venlo]. 
Krijt van Vosbergen — Overijssel. In rood eene gouden lelie. Helm-teeken: de lelie. — Of: In rood eene in verticale richting gespleten gouden lelie, en een gouden staafje van dezelfde hoogte als de lelie in die tusschenruimte geplaatst. Helmteeken: de figuren uit het schild. 
Kuysten — Meyerij van den Bosch. In zwart drie gouden molen-ijzers, 2 en 1. Helmteeken: een gouden vleugel, beladen met een zwarten dwarsbalk, overladen met drie gouden molenijzers naast elkander. 
Kuser, Zie Cuser. 
Kijfhoeck (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte drakenkop en hals; of, eene vlucht volgens het schild [Uit Arkel. Het ambacht Kijfhoeck bij Dordrecht]. 
1. 
Laekmonde (van) of Lakemond — Gelderland. In goud een ge-ënte roode dwarsbalk. 
Laen (van der) — Holland, Friesland. In blauw een zilveren keper, vergezeld van drie liggende vaatjes van 't zelfde, met gou-den hoepels, 2 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: een vaatje uit het schild, vóór eene blauwe baniervlucht. 
Laer (van) tot Laer — Graafschap Zutphen. In goud een groen hartschild. Gekroonde helm: Helmteeken: een schildje met het wapen, tusschen eene vlucht, rechts goud en links groen. Schild-houders: rechts een bruine leeuw en links een bruine griffioen. 
Laer (van) van Laerwold — Bentheim. In goud eene roode bank 
op drie pooten (misschien oorspronkelijk een barensteel). Helmtee-ken: een uitkomende gouden adelaar. — Of; Gedeeld: 1. in goud een rood bloemkruis; 2. in goud eene roode bank op drie pooten. Gekroonde helm. Helmteeken: eene antieke vlucht, rechts goud en links rood. 
Laer (van) van Lamsloot — Overijssel. In blauw zeven zilveren leliën, 3, 3 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene uitkomende vrouw in natuurlijke kleur, gekleed in blauw bezaaid met zilveren leliën, houdende aan roode leidsels twee naar rechts loopende zil-veren hazewindhonden vóór haar op den helm, waarvan de achterste ten deele bedekt wordt door den voorste, elk met een blauwen halsband die met drie zilveren leliën naast elkander beladen is. 
Lage (von) — Overijssel. In zwart een gouden St. Antonie'skruis, schuinrechts geplaatst. 
Lakevelt (van) — Holland. In goud drie zwarte zuilen, 2 en 1. 
Lanckvelt (van) — Meyerij van den Bosch. In zwart drie gouden wielen, 2 en 1. 
Langen (van) — Overijssel. In blauw vijf gouden ruiten aaneen-gesloten en in schuinrechtsche richting gerangschikt. Helmteeken: twee gouden ruiten naast elkander. 
Langerack (van) — Holland. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, en een zilveren barensteel van drie hangers over het lichaam van den leeuw heengaande. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende man, het aangezicht in natuurlijke kleur, gekleed in rood met zilveren kraag en gedekt met eene gouden muts; of, eene zilveren kuip, gevuld met zwarte struis-veeren [Uit Teylingen]. 
Lantscroon (van) — Utrecht. In goud drie zwarte kroonen, 2 en 1. Helm gedekt met eene zwarte kroon. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste zwarte beerenpooten, opkomende uit eene gouden kuip met drie zwarte hoepels en elk een gouden bol houdende. 
Lauwe (de) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode molen-ijzers, 2 en 1. 
Lawick (van of van der) — Gelderland. In rood een geënte zil-veren dwarsbalk. Helmteeken: een uitkomende zwarte beer, aan-ziende gesteld. 
Leek (van der) — Holland. In zilver een rood getongde en ge-
nagelde, goud-gekroonde zwarte leeuw. Gekroonde helm. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende; tusschen eene zilveren vlucht. [Naar men wil, uit de Graven van Holland]. 
Lecke (van der) — Holland. In goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1; en een roode schuinbalk over alles heen [Uit Bolanen]. 
Lede (ter) — Holland. In goud twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken [Uit Arkel]. 
Lellens (toe) — Groningen. In blauw een dubbele gouden ade-laar, vergezeld van twee groene klaverbladen, die aan elke zijde tusschen den kop en den vleugel uitkomen. Helmteeken: de dubbele adelaar (zonder de klaverbladen). 
Lent (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een zwarten barensteel van vier hangers. Helmteeken: twee roode vederkokers met gouden beslag en van binnen goud, in omgekeerden kepervorm geplaatst [Uit Châtillon]. 
Lent (van) — Utrecht. In zilver een halve zwarte leeuw, getongd, genageld en gekroond van goud; met een gouden barensteel van drie hangers, over het lichaam van den leeuw heengaande. Helm-teeken: de leeuw, uitkomende (zonder barensteel); tusschen eene zilveren vlucht. 
Lerink — Graafschap Zutphen. Schuingevierendeeld van zilveren rood. Helmteeken: eene beurtelings van zilver en rood doorsneden vlucht. 
Levendael (van) — Overijssel. In rood een zilveren adelaar. 
Lewen (van) — Gelderland. In zilver een zwarte vleugel. Helm-teeken: eene zwarte vlucht. 
Leyden (van) — Overijssel. In rood een dwarsgelegde zilveren plank, door welke vijf palissaden van 't zelfde naast elkander heen-gestoken zijn, elke van boven en van onderen gespitst. 
Leyenburg (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van drie zwarte meerltjes naast elkander. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild [Uit Heuckelom]. 
Liauckama van Makkum — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood van boven eene gouden lelie en van onderen eene gouden schelp, en een blauw schildhoofd beladen met eene 
gouden ster. Helmteeken: drie struisveeren: zilver, rood en blauw. 
Liauckama van Sexbierum — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw eene gouden ster; b. in rood eene gouden lelie. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, tusschen vier struisveeren, rechts blauw en goud, links goud en rood. 
Lichtenberg (van) — Utrecht. In rood drie gouden leliën, 2 en 1; en een uitgetande zilveren of uitgeschulpte gouden schildzoom. 
Lichtenberg (van) — Utrecht, Holland. In blauw twee gouden kaarsen naast elkander, met vlam van 't zelfde. Helmteeken: eene uitkomende vrouw, gekleed en gesluierd van blauw, in elke hand eene kaars uit het schild houdende. 
Lichtenberg (van) — Graafschap Zutphen. In zilver eene roode patrijs op een groenen grasgrond. Helmteeken: twee schuingekruiste roode gespleten wimpels aan gouden stokken. 
Lidth (van) de Jeude — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een loopenden vos in natuurlijke kleur. Helmteeken: een uitkomende, blauw getongde en genagelde, goud-gekroonde, roode leeuw. Schildhouders: twee gou-den griffioenen. Wapenspreuk: Nil sine Deo [Adelserkenning in België, 20 Maart 1856]. 
Liere (van) — Brabant, Holland. In zilver drie zwarte leliën met afgesneden voet, 2 en 1. Twee gekroonde helmen. Helmteekens: 1°. eene uitkomende zwarte lelie; 2°. twee rechtopgeplaatste bruine paardenpooten, aan eiken waarvan een schildje met het wapen hangt. Schildhouders: twee zilveren hazewindhonden bezaaid met zwarte leliën met afgesneden voet, met roode halsbanden, omboord en geringd van goud. 
Lier op (van) — Meyerij van den Bosch. In groen drie gouden molenijzers, 2 en 1. 
Lieshout (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Liesvelt (van) — Holland. In zilver een zwarte dwarsbalk, van boven vergezeld van twee bossen groene biezen of van twee groene korenschoven (die vroeger zwarte takkebossen waren, staande elk op een naar beneden gekeerd zwart handvatsel in kruisvorm). Helmteeken: een gaande en aanziende roode leeuw op een zilveren tournooihoed. 
Lindt (van der) — Holland. In groen drie zilveren St.-Andries-kruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Linschoten (van) — Utrecht. In zilver een groot-uitgeschulpt rood St.-Andrieskruis. Helmteeken: een hazewindhondskop en hals volgens het schild. 
Lintelo (van) — Gelderland (Rijksbaron, 26 Mei 1625; rijksgraaf, 24 Maart 1664). In zilver twee zwarte dwarsbalken, op den eersten van welken drie zwarte kraaien zitten. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zwarte vlucht; of, eene vlucht, rechts zwart en links zilver: of wel, een schildje met het wapen, tusschen eene zwarte vlucht of tusschen eene vlucht rechts zwart en links zilver [Stamhuis niet verre van Bredevoort]. 
Lisse (van) — Holland. In goud een rood ankerkruis, en over dat kruis heen een zilveren hartschild beladen met drie roode leliën, 2 en 1 [Het stamhuis bij Haarlem]. 
Loef van der Sloot — 's Hertogenbosch. In goud een beurtelings gekanteelde roode schuinbalk. 
Loel (van) — Gelderland. In goud een in twee rijen van blauw en zilver geschaakte schuinbalk. Helmteeken: twee gouden veder-kokers; of, een omgekeerde gouden hoed met zilveren rand. 
Loen (Dynasten van) — Graafschap Zutphen. In zilver een zwarte dwarsbalk, waarboven twee zwarte kraaien. Helmteeken: een zit-tende goud-gehalsbande zwarte hazewindhond. 
Loenersloot (van) — Utrecht. In goud een rood St.-Andrieskruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een roode hoed met hermelijnen opslag, getopt met eene vlucht volgens het schild; of, het roode St.-Andrieskruis, tusschen eene gouden vlucht. 
Loo (van) — Friesland. In rood twee schuingekruiste zilveren zwaarden met gouden gevest, de punten omlaag, vergezeld van vier zilveren klaverbladen. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht, rechts zilver en links rood, elke vleugel beladen met vier klaver-bladen, 1, 2 en 1, van 't eene op 't andere; of, de gekruiste zwaarden, tusschen eene roode vlucht. 
Loon (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken [Uit Kijfhoeck]. 
Loon (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Luchtenburg (van) — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van zilver en blauw van acht stukken. — Of: In zilver drie golvende blauwe dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een gouden vogeltje, tusschen eene antieke vlucht, rechts zilver en links blauw. 
Luer (van der) — Gelderland. In rood een zilveren leeuw. Helm-teeken: een zittende zilveren leeuw. 
Luersma — Friesland. In blauw twee gouden sterren vanboven en eene zilveren lelie van onderen. 
Lunen (van) — Gelderland. In goud drie zwarte vleugels, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte vleugel, tusschen eene zwarte vlucht met gouden buitenveeren. 
Lunenburg (van) — Utrecht. In zilver drie roode schaaktorens, 2 en 1. 
Lutge (van) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleuren on-bekend]. 
Lycklama van Oldeberkoop — Friesland. Gedeeld: 1. in goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van twee roode leliën, 1 van boven en 1 van onderen; 2. in goud een roode hertenkop en hals, aan-ziende gesteld. Alles omgeven door een rooden schildzoom, beladen met acht gouden penningen. Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar, met een bladerloozen gouden eikel in den bek (de steel omhoog), elke vleugel beladen met een gouden paal overladen met eene roode lelie.. 
Lycklama van Ysbrechtum — Friesland. In goud een roode paal, beladen met drie groene klaverbladen boven elkander en ge-flankeerd door twee smalle roode palen; en een blauw schildhoofd, beladen met drie gouden sterren. Helmteeken: een zwarte adelaars-kop tusschen vier struisveeren, rechts goud en blauw, en ook links goud en blauw. 
I. 
Made (van der) — Delfland. In zilver een zwarte schuinbalk, be-laden met drie gouden penningen. Helmteeken: eene pauwenstaart in natuurlijke kleur, tusschen eene vlucht van het schild (op den rechtervleugel is het een linkerschuinbalk). [Stamhuis bij Delft]. 
Maelstede (van der) — Zuidbeveland. In hermelijn een blauwe dwarsbalk; en een rood St.-Andrieskruis over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte ossenkop en hals met gouden hoorns. 
Maerssen (van) — Utrecht. In goud vier zwarte zuilen, 2 en 2. 
Maesacker (van) — Gelderland. In zilver een rood St.-Andries-kruis, vergezeld van vier zwarte droogscheerdersscharen, de punten omlaag. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild [Uit Gennep]. 
Maesland (van) — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en een golvende blauwe dwarsbalk over alles heen [Uit Egmond], 
Maesland (van) of van Mazelande — Meyerij van den Bosch. In goud drie zilver-geknopte blauwe rozen, 2 en 1; en een uitge-schulpte roode schildzoom. 
Malberg (van) — Gelderland. In zilver drie roode torens, 2 en 1. Helmteeken: een roode toren, tusschen eene zilveren vlucht. 
Malburg (van) — Gelderland. In rood vijf zilveren dwarsbalken; en een zwarte (of zilveren) leeuw over alles been. 
Maldeghem (van) — Staatsvlaanderen. In goud een rood kruis, vergezeld van twaalf meerltjes van 't zelfde, zoomswijze geplaatst, 3 in elk kwartier. Gekroonde helm. Helmteeken: twee gouden veder-kokers, in omgekeerden kepervorm geplaatst [Thans in Beijeren en Wurtemberg. Rijksgraven, 25 April 1685]. 
Malsen (van) — Gelderland. In rood een zilveren schuinbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: drie struisveeren, eene zilveren tus-schen twee roode [Tegenwoordig in Beijeren, erkend als baron in 1680, onder den naam van Matsen van Tilborch (Tilburg)]. 
Marck (van der) tot Everlo — Twenthe. In goud een in drie rijen van rood en zilver geschaakte dwarsbalk. Gekroonde helm. Helm-teeken: twee buffelhoorns, die ter rechterzijde geschaakt van rood en zilver, en die ter linkerzijde geheel van goud. 
Marhulsen (van) — Gelderland. In zilver drie roode hulstbladen, 2 en 1, met den steel omhoog of ondaag. Helmteeken: eene zil-veren vlucht, elke vleugel beladen met een blad uit het schild; of, eene vlucht volgens het schild [De havezathe bij Groenlo]. 
Marnstra — Friesland. Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw eene gouden ster; 2. en 3. in zilver eene roode roos. Helmteeken: twee struisveeren, rechts blauw en links rood. 
Marsche (van der) — Graafschap Zutphen. In goud een zwart ankerkruis. Helmteeken: twee buffelhoorns, rechts goud en links zwart; of, een gouden griffioenskop en hals. 
Marselis — Amsterdam. Takken van dit geslacht hebben op verschillende tijdstippen van de Koningen van Denemarken adel-brieven ontvangen: 
(Deensche adel, 17 September 1643). In zilver een olifant in natuurlijke kleur op een grasgrond waarop drie boomen staan, van welke de middelste vóór den olifant; deze draagt op zijn rug een toren waaruit eene vrouw, in rood gekleed en van ter zijde ge-zien, oprijst. Helmteeken: de olifant met den toren en de vrouw. 
(Een andere tak verkreeg in 1665 den Deenschen adel). Gevie-rendeeld: 1. en 4. in rood een ridder in volle wapenrusting op een galoppeerend paard, alles van zilver, de figuren van het 1ste kwar-tier omgewend; 2. en 3. in blauw twee zilveren kanonloopen, schuingekruist, en overtopt door eene gouden kroon. Over alles heen in zilver een roode toren, geopend van 't veld. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomend krijgsman, in zilver gekleed, met ge-pluimden stormhoed van 't zelfde, in de rechterhand een sabel houdende en in linkerhand een ovaal schild waarop het wapen van het 2de kwartier herhaald is; dit alles tusschen twee beurtelings van rood en zilver doorsneden olifantstrompen, elk aan de buiten-zijde bestoken met dríe vaantjes doorsneden van zilver op rood. Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
(Den 15 September 1673 ontving deze zelfde tak den titel van Deensch Baron onder den naam van Gyldencrone en met het vol-gende wapen). Gevierendeeld: 1. in blauw twee gouden kanon-loopen, schuingekruist, en overtopt door eene gouden kroon; 2. in goud een zilver-getoomd zwart paard, te halver lijve opstijgende uit eene schanskorf in natuurlijke kleur; 3. in goud een blauwe wassenaar, vergezeld van dríe sterren van 't zelfde, 1 van boven en 2 van onderen; 4. in blauw een zilveren visch, schuinrechts geplaatst. Over alles heen in zilver een roode toren, geopend en verlicht van zwart. Schildhouders: twee wilden in natuurlijke kleur, omkranst en omgord met groen loof, gewapend met knodsen. 
(Eene zijlinie uit dezen tak verkreeg den Deenschen adel onder den titel van Baron Marselis, 24 Februari 1680). Gevierendeeld: 
1. in blauw twee zilveren kanonloopen, schuingekruist, en overtopt door eene gouden kroon; 2. in rood eene zilveren kolom, goud-gekroond en omslingerd door eene gouden slang; 3. in rood een ridder in volle wapenrusting met nedergelaten vizier, alles in na-tuurlijke kleur, in de rechterhand eene zilveren tournooilans hou-dende en met de linkerhand leunende op een ovaal gouden schild; 4. in rood een gouden jachthoorn met gouden snoer, de monding rechts. Over alles heen in zilver een roode toren. Schildhouders: twee rood getongde en genagelde gouden leeuwen. 
Martena — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw eene gouden lelie; b. in rood een bladerlooze gouden eikel, de steel omlaag. Helmteeken: een uitkomende zil-veren kraanvogel, in de houding van den heraldieken adelaar. 
Matenesse (van) — Zuidholland. In zilver een roode schuinbalk, beladen met drie gouden sterren. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zwarte posthoorns, de monding omlaag, ondersteund door een zwarten hoed met rooden opslag. Schildhou-ders: twee met loof omkranste en omgorde wilden, gewapend met knodsen [Uit Uiternesse. Het stamhuis bij Schiedam. Zie van Hillegersberg]. 
Meckema — Friesland. In blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, in 't schildhoofd vergezeld van drie zil-veren rozen, 1 en 2. Helmteeken: een opvliegende zilveren valk, de kop naar links gewend 
Meckinck — Gelderland. Drie hulstbladen [Kleuren onbekend]. 
Meeckeren (van) — Gelderland. In zilver een zwart St.-Andries-kruis, vergezeld van vier zwarte droogscheerdersscharen, de punten omlaag. Helm gedekt met eene roode muurkroon. Helmteeken: een Moorenborstbeeld, met een van zilver en rood gewonden hoofdwrong en met twee gouden hoorns; of, een staande zwarte hazewindhond met goud-geringden gouden halsband [Uit Gennep]. 
Meer (van der) — Holland. In zilver drie roode meerbladen, 2 en 1. Gouden helm. Helmteeken: de drie roode bladen, 2 en 1. Schildhouders; twee omziende zilveren draken met roode tongen [Een tak van dit geslacht voerde een gekroonden helm, en tot helm-teeken een zittenden rooden hazewindhond]. 
Meer (van der) van Cranenborg — Holland. In zilver drie groene 
meerbladen, 2 en 1. Helmteeken: een groen meerblad, tusschen twee zilveren olifantstrompen, elk in de monding ook met een groen meerblad bestoken. Schildhouders: twee groene griffioenen. Wapenspreuk: Crescendo emergimus. 
Meerburg (van) — Zuidholland, Gelderland. In goud drie zwarte eendjes zonder pooten, 2 en 1. Helmteeken: eene antieke vlucht, de achterste vleugel goud en de voorste zwart. 
Meerdervoort (van) — Zuidholland. Doorsneden: 1. in rood een gaande zilveren leeuw; 2. in rood drie zilveren palen. 
Meerenborg (van) — Utrecht. In zwart een goud-gekroonde zil-veren leeuw; en een roode dwarsbalk over alles heen. Helm met zwart-zilveren wrong en zilver-zwarte dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene zwarte vlucht. 
Meerenvliet (van) — Holland. In zwart twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen [Uit Altena]. 
Meerhem (van) — Brabant. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een zilveren adelaar; 2. en 3. in zilver twee roode dwarsbalken, verge-zeld van acht zoomswijze geplaatste roode meerltjes, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen. 
Meerman — Holland. (Rijksbaron, 24 Februari 1769; graaf van 
het Fransche Keizerrijk , ). In zwart een geharnast meerman, 
gedekt met een stormhoed, in de rechterhand een sabel en in de linker een rond schild houdende; alles zilver. Helmteeken: de meer-man, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart. Schild-houders: twee gouden leeuwen, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde van goud beladen met een rooden adelaar en die ter linkerzijde volgens het schild. Wapenspreuk: Gaudeant bene nati. 
Meermuiden (van) — Gelderland. In zilver een blauwe dwars-balk. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren hazewindhondskop en hals, met blauwen halsband. 
Meliskerke (van) — Walcheren. In zwart drie zilveren kepers, van boven vergezeld van twee gouden sterren. 
Menckhorst (van) — Gelderland. In rood een in twee rijen van blauw en zilver geschaakt kruis. Helmteeken: eene van blauw en zilver geschaakte kuip, getopt met eene roode vlucht. 
Merckelbach (van) — Limburg, Meyerij van den Bosch. In zilver 
een zwart slangenkoppenkruis. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zilveren zwaan met opgeheven vlucht. 
Merwede (van der) — Holland. Aanvankelijk: In rood een zilveren dwarsbalk. — Later: In rood een zilveren dwarsbalk, vergezeld van vijftien gouden bollen, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1. Helmteeken: een gouden hoed met rooden opslag, dragende een rond rood scherm beladen met zeven gouden bollen, 1 in 't midden en de 6 andere in een kring daar omheen. (Nog later was de helm gekroond, met drie struisveeren tot helmteeken. Schild-houders: twee griffioenen). 
Merwijck (van) — Gelderland. Doorsneden van hermelijn op groen. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. 
Meynsma — Friesland. In blauw drie gouden leliën, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals. 
Meyster — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood molenrad; 2. en 3. in blauw een gouden griffioen. Over alles heen in zilver twee schuingekruiste zwarte knuppels, van onderen ver-gezeld van een zwarten wildezwijnskop. Helmteeken: een uitko-mende gouden griffioen, tusschen zijne pooten een rood molenrad houdende. 
Middegael (van) of van Erp van Middegael—Brabant. In zwart een van zilver en rood geblokt St.-Andrieskruis, van onderen ver-gezeld van een gaanden gouden leeuw. 
Middel (van) — Overijssel. Gedeeld: 1. in zilver een halve blauwe adelaar, uitgaande van de deelingslijn; 2. elfen rood. 
Middeler (van) — Gelderland. In rood een gouden St.-Andries-kruis, vergezeld van vier droogscheerdersscharen van 't zelfde, de punten omlaag [Uit Gennep]. 
Mierlaer (van) van Milendonck — Limburg. Gedwarsbalkt van goud en zwart van zes stukken. — Of: In zwart twee gouden dwarsbalken. Helmteeken: twee gouden buffelhoorns, elk aan de buitenzijde bezet met drie bosjes zwarte haneveeren. 
Mierlo (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode mo-lenijzers, 2 en 1. 
Mierloo (van) [vroeger van Woerden van Mierloo] — Utrecht. In zilver drie roode ruiten met knoppen aan de vier hoeken, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende roode hond. 
Mierop (van) [vroeger van Cuyck van Mierop] — Rotterdam. In goud twee blauwe dwarsbalken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste zwarte meerltjes, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen. Helmteeken: een adelaarskop en hals in natuurlijke kleur (en vroeger: een zwart meerltje met opgeheven vlucht, tus-
Milendonck (van), zie van Mierlaer. 
Mill (van) — Gelderland. In goud drie zwarte adelaars, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, tusschen eene antieke gouden vlucht. 
Millinck — Meyerij van den Bosch. In zilver een dubbele zwarte adelaar, gebekt en gepoot van goud. Helmteeken: de dubbele ade-laar, opkomende uit eene gouden kuip. 
Millinck van Gerwen — Meyerij van den Bosch. In zilver rechts een dubbele zwarte adelaar en links een dubbele roode adelaar, en tusschen die beiden een schildje met het wapen van van Gerwen, te weten gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken, met een blauwen schildhoek beladen met een gouden molenijzer. 
Millingen (van) — Overijssel. In rood een van de linkerzijde uit-gaande, blauw bekleede arm, de hand van goud, een zwaard van 't zelfde schuinlinks houdende. — Of: In rood een van de linker-zijde uitgaande, zilver-geharnaste arm, de hand in natuurlijke kleur een gouden zwaard schuinlinks houdende. 
Minnema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood een gouden leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Mockema — Friesland. Gedeeld: 1, de Friesche adelaar; 2, in blauw drie zilveren leliën, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: drie blauwe struisveeren. 
Modé — Utrecht (Ingelijfd in den Zweedschen adel, 5 April 1664). In zilver drie roode palen; en een gouden schildhoofd beladen met een opkomenden blauwen leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitko-mende, een zwaard houdende. 
Moerbeeck (van) of Moerbeke — Twenthe. In rood een zilveren zwaan. Helmteeken: de zwaan, uitkomende, met opgeheven vlucht. 
Moermont (van) — Zeeland. In goud drie roode schuinbalken. 
Molenkamp — Holland. In blauw een gouden dwarsbalk, verge-zeld van drie zilveren adelaars, 2 van boven en 1 van onderen. 
Mollen (ter) — Overijssel. In goud een roode dwarsbalk, beladen met een klimmenden gouden leeuw tusschen twee molenijzers van 't zelfde. 
Moltzer — Holland (Adelsbevestiging, 19 September 1631), Ge-vierendeeld: 1. en 4. in blauw drie bladerlooze gouden gersten-aren, elk schuinlinks geplaatst en gezamenlijk schuinrechts gerangschikt; 
2. en 3. in zilver drie groene klaverbladen, 1 en 2. Helmteeken: drie bladerlooze gouden aren, rechtop naast elkander geplaatst. Dekkleeden: zilver, blauw en zwart. 
Mom — Graafschap Zutphen. In rood een in drie rijen van zilver en blauw geschaakte dwarsbalk. Helm gedekt met eene van zilver en blauw geschaakte muurkroon. Helmteeken: een in profil gesteld Moorenborstbeeld met twee gouden hoorns op het hoofd, gekleed in rood, met kraag en knoopen van zilver, met eene van zilver en blauw gewonden hoofdwrong. 
Mom genaamd Baersdonck, zie Baersdonck genaamd Mom. 
Montfoort (van) — Holland. Wapen van den ouderen tak: Ge-schaakt van zilver en rood. — Van den jongeren tak: Geschaakt van zilver en zwart. Gekroonde helm. Helmteeken: vijf struisveeren, beurtelings zilver en zwart; of, een zwarte piramidale hoed, getopt met drie pauwenveeren in natuurlijke kleur [Zie de Roovere van Montfoort]. 
Moordrecht (van) — Holland. In rood eene achtpuntige zilveren ster [Uit Cralingen]. 
Muilwijk (van) — Holland. In goud een roode dwarsbalk, verge-zeld van vijftien roode bollen, van boven 5 en 4, en van onderen 
3, 2 en 1. Helmteeken: een rechtopgeplaatste arm, blauw bekleed met zilveren opslag, een rooden bol vasthoudende. (Later nam dit geslacht het wapen van van der Merwede aan, waaruit het gesproten was, met eene vlucht volgens het schild tot helmteeken. — Een tak van Muilwijk nam het wapen van de Gorter aan: Doorsneden van rood op zwart; met twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende gouden zalmen over alles heen). 
Munsel (van) — Meyerij van den Bosch. Twee dwarsbalken, ver-
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 24 
gezeld van acht zoomswijze geplaatste meerltjes [Kleuren onbekend. Vermoedelijk uit het geslacht van Boxtel]. 
Munster (van) of Monster — Gelderland. In zilver twee blauwe dwarsbalken; en een roode schildzoom. Gekroonde helm met blauw-roode dekkleeden. Helmteeken: een pauwenstaart in natuur-lijke kleur. 
Musch van Seldezal — Meyerij van den Bosch. In blauw een gou-den kruis. 
Muys van Holy — Holland. In zilver zeven zoomswijze gerang-schikte roode meerltjes, de plaats van het achtste ingenomen door een rooden schildhoek (derhalve van boven twee meerltjes, aan elke schildzijde één, en van onderen drie). Gekroonde helm. Helm-teeken: een rood meerltje met opgeheven vlucht; of, een uitko-mende roode adelaar [Uit Heemstede]. 
Myle (van der) — Holland (Adelsbevestiging, 1570). In zilver een klimmende zwarte eenhoorn, met gouden hoorn, manen en hoeven. Gekroonde helm. Helmteeken: de eenhoorn, opkomende uit eene hermelijnen kuip [Uit Velde]. 
N. 
Naaldwijk (van) — Zuidholland. In zilver een blauw getongde en genagelde roode leeuw. Gekroonde helm (dikwijls is de kroon rood). Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene roode kuip met gouden hoepels. — Het schild wordt ondersteund door eene omge-keerde gouden kroon. 
Natteris (van) — Holland. In rood drie zilveren zuilen, 2 en 1. 
Nederveen (van) — Zuidholland. In zilver een roode dwarsbalk, vergezeld van vijftien ligggende groene blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene antieke zilveren vlucht [Uit Oem]. 
Nettelhorst (van) — Graafschap Zutphen. In goud een in twee rijen van rood en zilver geschaakt kruis [De havezathe bij Lochem]. 
Neufville (de) — Leiden (Engelsch Baronet, 18 Maart 1711). In rood een gouden St.-Andrieskruis, vergezeld van vier zilveren torens 
en beladen met een zilveren schildje waarin eene rechtopgeplaatste roode linkerhand, van binnen gezien. Helmteeken: een gouden griffioenskop en hals, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. Schildhouders: twee gouden griffioenen met roode vleugels. 
Nieuwenhove (van) — Walcheren. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1. 
Nisse (van der) — Zuidbeveland. In goud een roode keper, ver-gezeld van drie zwarte leliën, 2 van boven en 1 van onderen. 
Nittersum (van) — Groningen. In goud een dubbele zwarte ade-laar, elke kop rood-getongd. — Of: In blauw een dubbele gouden adelaar. Helmteeken: de dubbele adelaar, uitkomende. 
Noordeloos (van) — Zuidholland. In zilver twee roode dwars-balken. 
Noortwyck (van) of Noertich — Zuidholland. In zilver een rood getongde en genagelde zwarte leeuw. Helmteeken: eene zwarte kuip met zilveren hoepels, gevuld met beurtelings zilveren en roode struisveeren. — Of: In rood een zilveren kruis; en een zilveren vrijkwartier, beladen met een zwarten leeuw. 
Notten (van) — Amsterdam, oorspronkelijk uit Vlaanderen (Rijks-adel, 1499). Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver vier blauwe palen; 2. in goud eene rechtopgeplaatste kronkelende groene slang; 3. in goud drie roode wassenaars, 2 en 1. Over alles heen weder in goud eene rechtopgeplaatste kronkelende groene slang. Helm met rood-zilveren wrong. Helmteeken: de rechtopgeplaatste slang, tusschen eene beurtelings van blauw en zilver doorsneden baniervlucht. Wapenspreuk: Prudens sicut serpens. 
Nuland (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie goud-ge-knopte roode rozen, 2 en 1 (soms nog met een helm of stormhoed in het schildhart). 
Nuland (van), zie van Ingennulandt 
Nyenrode (van) — Utrecht. In goud een roode dwarsbalk. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende roode vos. 
Nyenrode (van) van Velsen — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een roode dwarsbalk (Nyenrode); 2. en 3. gedwarsbalkt van goud en blauw van zes stukken, de drie gouden balken beladen met negen roode St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2 (Velsen). Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende roode vos (Nyenrode). 
Nyenstein (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken; en een zwarte schuinstreep over alles heen [Basterden uit Arkel]. 
O. 
Occo — Friesland. In blauw een gouden adelaar. Helmteeken: een mansborstbeeld, met zilveren hoofdband, gekleed in blauw be-laden met een gouden linkerschuinbalk. 
Ochten (van) — Gelderland. In goud een roode leeuw. Helmtee-ken: de leeuw, uitkomende. 
Ockinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw twee gouden sterren naast elkander; b. in rood eene gouden lelie. Helmteeken: een uitkomende engel met opge-heven vleugels, de eene hand zijwaarts uitgestrekt en de andere in de zijde gezet, alles van zilver; of, de engel gekleed in een rood lijfje en gouden rok, de vleugels goud, het gelaat in natuurlijke kleur, de ontbloote armen rechts en links uitgestrekt en in de rechterhand een blauwen druiventros houdende. 
Oedtsma — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw, rechts een omgewende zilveren wasse-naar en links twee gouden rozen boven elkander; b. in rood eene zilveren roos. Helmteeken: eene uitkomende vrouw in natuur-lijke kleur, gekleed in een rood lijfje en gouden rok, de armen ontbloot van den elboog af, de linkerhand in de zijde, en de rech-terhand schuin uitgestrekt en eene roode roos met groenen stengel en bladeren houdende. 
Oem (van Barendrecht, van Papendrecht, van Wijngaarden) — Dordrecht. In zilver een roode dwarsbalk, beladen met een opko-menden gouden leeuw, getongd en genageld van blauw; de balk vergezeld van vijftien ligggende groene blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1. Gekroonde helm met zilver-roode dek-kleeden. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw, tusschen eene baniervlucbt, de rechtervleugel zilver bezaaid met liggende groene blokjes, en de linkervleugel effen rood. Schildhouders: twee leeuwen. Wapenspreuk: De leeuw is bevrijdt met groene zooden. 
Oenema — Friesland. In blauw drie gouden sterren, 2 en 1, in 't schildhoofd vergezeld van een zilveren wassenaar. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Oenema tot Goënga — Friesland. Doorsneden: 1. in zilver een klimmende roode leeuw, ondersteund door een wassenaar ook van zilver; 2. in blauw drie gouden sterren, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Oesingaweer (van) — Groningen. In blauw een halve gouden leeuw. Helmteeken: de leeuw uitkomende. 
Oestgeest (van) — Zuidholland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood ankerkruis; 2. en 3. in zilver een roode dwarsbalk. Helmteeken: een roode tournooihoed met gouden opslag, tusschen twee gouden banieren. 
Oestrum (van) — Utrecht, Holland. In blauw een rood gebekte en gepoote gouden adelaar. Helmteeken: de adelaar, uitkomende. 
Oetelaar (van) — Meyerij van den Bosch. Doorsneden: 1. in zilver drie blauwe molenijzers, 2 en 1; 2. in zilver een blauwe keper. 
Offenhuizen (van) Of Offingahuizen — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw eene gouden ster; 2. in zilver een liggend zwart wagen-rad. Helmteeken: twee struisveeren, goud en blauw. 
Oldenbarneveld (van) — Veluwe. In rood een zilveren anker-kruis. Helmteeken: eene van ijzer gevlochtene mand, waaruit vlam-men in natuurlijke kleur opstijgen. 
Oldenzael (van) — Salland. In rood een zilveren schildhoofd. 
Oltsende(van) — Gelderland. In rood een zilveren keper, ver-gezeld van drie zilveren eendjes. 
Ommeren (van) — Gelderland. In goud drie zwart-gekroonde, gaande zwarte leeuwen boven elkander. Gekroonde helm. Helm-teeken: een leeuw van het schild, uitkomende; of, een klimmende zwarte leeuw, tusschen eene gouden vlucht; of ook, drie pauwen-veeren in natuurlijke kleur. 
Ompteda (van) — Groningen. In zilver een dubbele zwarte ade-laar, vergezeld van twee groene klaverbladen, aan elke zijde één, tusschen den kop en den vleugel uitkomende. Helmteeken: een groen klaverblad, tusschen eene zwarte vlucht. Schildhouders: twee gou-
den arenden [Bestaan nog in Hannover; erkenning als Baron in Pruisen, 8 September 1874]. 
Onsta — Groningen. In rood een goud getongde en genagelde zwarte leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Oostee (van) of Ostede — Zuidbeveland. In blauw drie golvende zilveren dwarsbalken. 
Oostende (van) of de friese van Oostende — Zuidbeveland. In hermelijn een rood schildhoofd. Helmteeken: eene hermelijnen muts, getopt met een bos roode struisveeren. 
Oostenwolde (van) — Overijssel. In goud een blauwe barensteel van drie hangers, midden in het schild. 
Oosterholt (van)— Gelderland. In zilver een geënte zwarte dwars-balk. Helmteeken: een zilveren hindekop en hals, met roode ooren. 
Oosterhout (van) — Holland. In zilver drie zwarte wassenaars 2 en 1; en een roode schuinstreep over alles heen. Helmteeken: een bos zwarte haneveeren, oprijzende uit een zilveren koker. Wapenkreet: Duivenvoorde! [Uit Polanen]. 
Oosterwijck (van) — Zuidholland. In zilver twee beurtelings ge-kanteelde roode dwarsbalken; en een blauwe schildhoek, beladen met een zilveren vogel [Uit Arkel]. 
Oosterwijck (van) — Gelderland. In zilver een roode schuinbalk. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (op den rechtervleugel is het een linkerschuinbalk). 
Ootmersum (van) — Overijssel. In zilver een zwart kruis, ver-gezeld van vier roode leeuwen. 
Ophemert (van) — Gelderland. In goud, bezaaid met blauwe blokjes, een blauw getongde en genagelde roode leeuw over alles heen. Helmteeken: de leeuw, opkomende uit eene gouden kuip. 
Orten (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie roode molen-ijzers, 2 en 1. 
Osch (van) of van Osz — Meyerij van den Bosch. In goud drie aanziende roode ossenkoppen, 2 en 1 (van Oss), en in een zwart hartschild een gouden leeuw (Brabant). Helmteeken: een roode ossenkop en hals met gouden hoorns. 
Osinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in zilver eene roode roos; b. in rood eene zilveren lelie. Helmteeken: drie struisveeren: goud, zilver en rood. 
Oudaert of Oudart — Meyerij van den Bosch. In zilver drie zwarte meerltjes, 2 en 1. Helmteeken: een zwart meerltje, tus-schen eene antieke zilveren vlucht. Wapenkreet: Estrée! Wapen-spreuk: Bonne vie. 
Oudegein (van) — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van zilver en blauw van acht stukken. 
Oudenburgh (van) — Holland. In blauw twee beurtelings gekan-teelde gouden dwarsbalken [Uit Arkel]. 
Oudenhoven (van) — Meyerij van den Bosch. In goud een roode keper. 
Ouderidder — Utrecht. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1. 
Ouderidder genaamd Grauwert — Utrecht. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen; en een gouden schildhoofd. Helmteeken: een mansborstbeeld in natuurlijke kleur, gekleed in rood met gouden kraag, gedekt met eene roode muts met gouden opslag. 
Ouderogge of Audenrogge — Amsterdam (Rijksadel, 9 No-vember 1725). In zilver een rood getongde en genagelde halve zwarte leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: drie struisveeren, eene zwarte tusschen twee zilveren. 
Outheusden (van) — Brabant. In groen een rood getongde en genagelde zilveren leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Outheusden (van) — 's Hertogenbosch. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met één zwart wiel of twee roode wielen. Helmteeken: een roode zwaanskop en hals, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links goud; of, een rood wiel tusschen eene zilveren vlucht [ín Holland was deze familie ook als van Outheusden van Alblasserdam bekend]. 
Outshoorn (van) [later de Vlaming van Outshoorn] — Noord-holland. In rood drie zilveren posthoorns, met gouden beslag en monding, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een posthoorn uit het schild; of, een rechtopgeplaatste voorarm, rood-bekleed met zilveren opslag, de hand in natuurlijke kleur een posthoorn uit het schild houdende. 
Overdevecht, zie over de Vecht 
Overenck (van), zie van Averenck. 
Overhagen (van), zie van Averhagen. 
Overrijn (van) van Schoterbosch — Utrecht. In zilver een roode keper, vergezeld van drie roode leliën. Gekroonde helm. Helmtee-ken: een zilveren eenhoornskop met gouden hoorn en manen, de hals beladen met een rooden keper. 
Overvest (van) — Delft (Rijksadel, 1415). In groen drie stap-pende zilveren schapen, 2 en 1, de twee bovenste naar elkander toegewend; en een zilveren schildhoofd, beladen met een vliegenden rooden draak. Helmteeken: de draak, uitkomende. Dekkleeden: zil-ver en groen [Stamhuis bij Delft]. 
Oye (van der) of van Wilpe — Gelderland. In goud een in twee rijen van rood en zilver geschaakt kruis. Gekroonde helm. Helm-teeken : een ooievaar in natuurlijke kleur, tusschen eene vlucht van het schild of tusschen twéé gouden struisveeren. 
Oyen (van) — Gelderland. In rood drie gouden leliën, 2 en 1. Helmteeken: eene gouden lelie; later: een pauwenstaart in natuur-lijke kleur, tusschen een vlucht, rechts rood beladen met eene gouden lelie, en links effen goud. 
P. 
Paddenpoel (van) — Holland. In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie aanziende leeuwenkoppen van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen [Stamhuis bij Leiden. Naar men wil, uit de Burggraven van Leiden]. 
Padevoort (van) — Gelderland. In zilver een uitgeschulpte roode schuinbalk. Helmteeken: vijf of zeven struisveeren, beurtelings rood en zilver. 
Padevort (van) — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een pronkenden pauw in na-tuurlijke kleur. 
Paffenrode (van) — Gelderland. (Adelsherstel, 12 Februari 1767). In rood twee schuingekruiste zilveren degens met gouden gevest, de punten omlaag. (Of: Gevierendeeld: 1. en 4. het beschreven wapen; 2. en 3. geschaakt van zilver en zwart, wegens van Mont-foort, jongere tak). Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. 
Helmteeken: de gekruiste degens, de punten omhoog; tusschen eene roode vlucht. Schildhouders: twee natuurlijke luipaarden, de kop aanziende gesteld, goud-gehalsband, elk eene banier volgens het schild houdende. 
Palesteyn (van) [of van Culemborg gezegd van Palesteyn] — Zuidholland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie roode zuilen, 2 en 1 (Culemborg); 2. en 3. in zilver een rood getongde en genagelde, goud-gekroonde zwarte leeuw (van der Leek). Helmteeken: een blauwe ezelskop en hals, met gouden ooren [Het huis Palesteyn bij Zegwaard]. 
Pallaes (van) — Utrecht. In rood een gouden dwarsbalk, verge-zeld van drie goud-gebekte zilveren zwaanskoppen en halzen, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm, met goud-roode dek-kleeden. Helmteeken: een zwaanskop en hals uit het schild. 
Parijs (van) van Zuydoort — Utrecht. In rood twee gouden ade-laars naast elkander. Gekroonde helm. Helmteeken: een gouden adelaar, geplaatst vóór eene roode vlucht. 
Paypaert — Holland. In blauw drie gouden hanen zonder poo-len, 2 en 1. 
Pels — Zeeland. In blauw drie gouden klokken, 2 en 1. 
Pendrecht(varì) — Holland. In zilver een roode dwarsbalk, ver-gezeld van vijftien liggende zwarte blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1. Gekroonde helm. Helm: eene vlucht vol-gens het schild [Uit Oem]. 
Peper/aken — Overijssel. In goud drie zwarte bollen, 2 en 1. 
Persijn — Noordholland. Gedwarsbalkt van goud en blauw van zes stukken, de drie gouden balken beladen met negen roode St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood St.-Andrieskruisje, tusschen eene beurtelings van blauw en goud doorsneden vlucht; of, het kruisje tusschen eene antieke vlucht, rechts goud en links blauw. 
Petershem (van) — Limburg. In rood, bezaaid met zilveren blokjes, een leeuw van 't zelfde over alles heen. Helmteeken: een rond rood scherm beladen met vier zilveren blokjes, 1, 2 en 1; en twee van elkander afgewende zilveren sikkels met rood hand-vat, brocheerende op het scherm. 
Peyma — Friesland. Doorsneden: 1. in rood twee zilveren leliën 
naast elkander; 2. in zilver twee blauwe schuinbalken. Helmteeken: eene zilveren lelie. 
Pieck — Gelderland. In zilver een rood kruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een roode kraaiende haan met opgeheven poot. Wapen-spreuk: Mijn hoop is in Godt. 
Poel (van den) of van de Poele, genaamd Paludanus — Hol-land. Effen blauw; en een gevierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). — Later: In rood een zilveren dwarsbalk, vergezeld van vijftien gouden bollen, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 (van der Merwede); en een gevierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Hene-gouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). Helm met rood-gouden wrong en goud-roode dek-kleeden. Helmteeken: eene roode vlucht, elke vleugel beladen met een zilveren dwarsbalk [Daniël van den Poel, basterd van Graaf Willem IV van Holland en van Aleid van der Merwede]. 
Poele (van de) — Zeeland. Negen leliën, 3, 3, 2 en 1 [Kleuren onbekend. Uit Schengen]. 
Poelenburg (van) — Kennemerland. In zilver een rood getongde en genagelde blauwe leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende, tusschen eene antieke zilveren vlucht of opkomende uit eene kuip die gedwarsbalkt is van zilver en blauw van vier stukken. 
Poelgeest (van) — Zuidholland. In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie zilveren adelaars, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: een goud-gebekte en gepoote zilveren arend, met geopende en nederwaartsche vlucht [Stamhuis onder Oestgeest. Naar men wil, uit de Burggraven van Leiden]. 
Poelwijck (van) — Gelderland. In goud een dwarsbalk van vair. Gekroonde helm. Helmteeken: eene pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Poelwijck (van) — Graafschap Zutphen. In zilver eene dwarsge-legde zwarte plank, door welke vijf palissaden van 't zelfde naast elkander heengestoken zijn, elk van boven en van onderen gespitst. 
Polanen (Oude Heeren van) — Utrecht. In zwart eene achtpun-puntige zilveren ster. 
Polanen (van) — Holland. In zilver drie zwarte wassenaars, 2 
en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zilveren baniervlucht, elke vleugel beladen met drie zwarte wassenaars boven elkander; of, een Moorenborstbeeld, gekleed in zilver en gedekt met een breedgeranden rooden hoed [Uit Duivenvoorde. Stamhuis bij Monster]. 
Polenberg (van) — Kennemerland (Haarlem). In zilver een rood getongde en genagelde blauwe leeuw [Tak van Poelenburg]. 
Poll (van de) van Isendoorn — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met een opkomenden dubbelen rooden adelaar, elke kop blauw-gebekt. Helmteeken: een pauwenkop en hals in natuurlijke kleur. — Later: In goud een blauw-gebekte en gepoote dubbele roode adelaar. Helmteeken: eene gouden kuip met zwarte of roode hoepels, waaruit vijf struisveeren beurtelings goud en rood of blauw en goud oprijzen. 
Pollart — Overijssel. Zie hiervoren blz. 174. 
Ponsendael (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver een zwarte leeuw. 
Ponsendael (van) of van Erp van Ponsendael — Meyerij van den Bosch. In zwart een van zilver en rood geblokt St.-Andrieskruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren drakenkop en hals. 
Popma — Friesland. In rood drie zilveren leliën, 2 en 1. Helm-teeken: eene zilveren lelie. 
Popma van Grijn en Terschelling — Friesland. Geschuind: 1. in blauw eene gouden ster; 2. in groen eene zilveren lelie. Helmtee-ken: een bladerlooze boom, waarop ter rechterzijde een omgewende zwarte vogel zit. 
Popma van Poppingawier — Friesland. In blauw een roode leeuw; en een gouden schildzoom beladen met zestien roode kas-teelen, 5, 2, 2, 2 en 5. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Popma tot Weidum — Friesland. In goud een pelikaan met zijne jongen in een nest, alles rood. Helmteeken: een zilveren pelikaans-kop; tusschen eene vlucht, rechts rood en links goud. 
Popma tot Ylst — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in zilver eene gouden lelie; b. in blauw een bla-derlooze gouden eikel, de steel omlaag. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals. 
Poppendamme (van) — Walcheren. In zilver een rood gelongde en genagelde zwarte leeuw (soms met een groenen dwarsbalk over alles heen). Helmteeken: een bos struisveeren. 
Popta — Friesland. In blauw drie gouden sterren, 2 en 1. 
Popta van Hantumhuizen — Friesland. Gedeeld: 1. in zilver een roode leeuw; 2. doorsneden: a. in blauw eene gouden ster; b. ge-ruit van goud en rood. Helmteeken: een uitkomende roode leeuw. 
Poskijn — Holland. Doorsneden van zilver op groen, het zilver beladen met negen zwarte hermelijnstaartjes, 5 en 4. 
Potter van der Loo —Zuidholland (Adelsherstel, 6 Maart 1651). In zilver een rood schildhoofd, beladen met drie gouden torens van twee verdiepingen. Helmteeken: een zwarte hanenkop en hals be-zaaid met zilveren hermelijnstaartjes; met gouden bek en roode kam en lel. Dekkleeden: goud en rood. 
Praest (van) — Overijssel. In groen drie zilveren schaaktorens, 2 en 1. 
Presickhaef (van) — Gelderland. In zilver een blauw gebekte en gepoote roode adelaar. Helmteeken: de adelaar, uitkomende. 
Proeys — Utrecht. In zwart een zilveren dwarsbalk, van boven gekanteeld met twee geheele tinnen, en twee halve aan de zijden. Helmteeken: twee zilveren weversschietspoelen, in den vorm van een omgekeerden keper geplaatst. 
Prouninck gezegd van Deventer — Peelland (Rijksadel, 1517). Gedeeld: 1. doorsneden van goud op zwart, het goud beladen met een halven rooden leeuw; en een zilveren dwarsbalk, beladen met drie roode rozen, over de doorsnijding heen (van Deventer); 2. ge-dwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken, en een blauwe schildhoek beladen met een gouden molenijzer (van Gerwen). 
Putte (van) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleuren on-bekend]. 
Putten (van), Heeren van het Land van Putten — Zuidholland. Gedwarsbalkt van blauw en goud van zes stukken, de drie blauwe balken beladen met negen zilveren St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2. Gekroonde helm. Helmteeken: een goud-gebekte zwarte adelaarskop en hals; tusschen eene gouden baniervlucht; of, een zilveren St.-Andrieskruisje, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw. 
Putten (van) — Veluwe. In rood een van onderen gekanteeld gouden schildhoofd. 
Puyffelick (Dynasten van) — Gelderland. In goud een rood wiek — Een later geslacht voerde: In zilver een zwarte schuinbalk. Helm-
teeken: een mansborstbeeld in natuurlijke kleur, gekleed in goud, met een gordel geblokt van rood en zilver. 
Pynssen van der Aa — Utrecht. Gedwarsbalkt van goud en zwart van zes stukken. Helmteeken: een zwart meerltje, tusschen eene antieke gouden vlucht; of, eene gouden vlucht, de rechter-vleugel beladen met drie zwarte linkerschuinbalken en de linker-vleugel met drie zwarte rechterschuinbalken. 
Q. 
Queeckel — Dordrecht. In goud drie rood gekuifde, gebekte, gepoote en gehalsbande, groene vogels, 2 en 1. Helmteeken: een vogel uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts goud en links groen. 
R. 
Raaphorst (van) — Zuidholland. Gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken. Gekroonde helm. Helmteeken, een herten-kop en hals in natuurlijke kleur, of in profil óf aanziende gesteld [Het stamhuis onder Wassenaar]. 
Raaphorst (van) — Utrecht. In zwart tien zilveren leliën, 4, 3, 2 en 1. Helmteeken: een zilveren hertenkop en hals, met gouden gewei. 
Ram van Schalkwijk — Utrecht. In rood een zilveren ramskop en hals met gouden hoorns. Helmteeken: een zilveren ram met gou-den hoorns, opkomende uit eene roode kuip met zilveren hoepels. 
Rammelman — Twenthe. In rood drie gouden linkerschuinbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte raaf; of, een rechtopge-plaatste naakte arm, een gouden pijl schuinlinks houdende, met de punt omlaag. 
Ramp — Holland (Rijksadel, 17 October 1630). In rood een zil-veren molenrad. Gekroonde helm. Helmteeken: het molenrad, tus-schen eene roode vlucht. 
Rasquert — Groningen. In goud een blauw gebekte en gepoote roode adelaar, of die adelaar overtopt door eene roode ster. Helm-teeken: de enkele adelaar, of de adelaar overtopt door de ster [Zie Aylkema van Rasquert]. 
Ratingen (van) — Holland. Geruit van blauw en goud. Helm-eeken: een uitkomende gouden leeuw, tusschen eene antieke blauwe vlucht. 
Reede (van) van Amerongen — Utrecht (Deensch Baron, 25 Mei 1671). Gevierendeeld: 1. en 4. in rood een klimmende zilveren eenhoorn; 2. en 3. in blauw een bundel van drie gouden pijlen, gestoken door eene kroon van 't zelfde. Over alles heen het wapen van van Reede, namelijk in zilver twee hoekige zwarte dwarsbalken. 
Rees (van) — Gelderland. In rood een zilveren schildhoek. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een roode brakkenkop en hals, goud-gebalsband, en beladen met den zilveren schildhoek juist onder dien halsband en er tegen aan; of, twee beurtelings van zilver en rood doorsnedene olifantstrompen. 
Reimerswael (van) — Zuidbeveland. In rood twee schuingekruiste zilveren zwaarden met gouden gevest, de punten omlaag. Helm-teeken: een ezelskop en hals in natuurlijke kleur; of, een mans-borstbeeld, gekleed in rood met gouden snoeren en zilveren kraag, gedekt met eene roode afhangende puntmuts met gouden opslag en gouden knop aan de punt. 
Renegom (van) of Reynegom — Holland. In blauw drie gouden leliën met afgesneden voet, 2 en 1 [Thans in België. Het stamhuis onder Zoeterwoude]. 
Rensselaer (van) — Veluwe. In rood een zilveren ankerkruis. Helmteeken: eene van ijzer gevlochtene mand, waaruit vlammen in natuurlijke kleur opstijgen. 
Rerink — Gelderland. In goud een rood ankerkruis. 
Reymerstock (van) — Limburg. In goud een rood slangenkop-penkruis met zeven koppen, en de achtste, in den rechterboven-hoek, bedekt door een gouden schildje beladen met een uitgeschulpt rood kruis [Het stamhuis bij Gulpen]. 
Rheen — Friesland. In rood een zilveren kraanvogel, die aan een zilveren lint om den hals een schildje draagt, gedeeld: a. de Friesche adelaar; b. in blauw eene gouden korenschoof, van zilver gebonden. 
Rhoon (van), zie van Roon. 
Ridder (de) van Groenestein, van Lunenburg, van Sandenburg — Utrecht. In groen zes zilveren penningen, 3, 2 en 1; en een gouden 
schildhoofd. Gekroonde helm met goud-groene dekkleeden. Helm-teeken: een rechtopgeplaatste arm, groen-bekleed met gouden opslag, het groen beladen met zes zilveren penningen, 3, 2 en 1, en een zevende zilveren penning gelegd op de hand van natuurlijke kleur, 
Riede (van) — Zuidholland. In rood een gouden dwarsbalk, ver-gezeld van vijftien gouden bollen, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit van der Merwede. Het stamhuis aan de Merwede]. 
Riemersma — Friesland. In blauw drie gouden sterren, 1 en 2, overtopt door een omgekeerden zilveren wassenaar. 
Rietvelt — Holland. In zilver een roode adelaar. 
Rietwijk (van) — Noordholland. In zwart een zilveren keper. Helm-teeken: een zwarte hoed met zilveren opslag, waarop twee recht-opstaande knuppels, die ter rechterzijde zilver en die ter linkerzijde zwart [Het stamhuis bij Nieuwerkerk, tusschen Haarlem en Am-sterdam, aan het Haarlemmermeer]. 
Rinckveld (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. — Of: Gevierendeeld; 1. en 4. in goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1; 2. in rond een zilveren St.-Andries-kruis, vergezeld van vier gouden schelpen; 3. in rood, bezaaid met zilveren rozen, een goud-gekroonde zilveren leeuw over alles heen. 
Rinia — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. doorsneden: a. in blauw eene gouden ster; b. in zilver twee groene klaverbladen naast elkander. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Rinia — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw drie gouden klaverbladen, paalswijze gerangschikt. Helmteeken: een uitkomende gouden leeuw. 
Ripperbant — Gelderland. In goud een zwarte keper, vergezeld van drie zwarte ringen, 2 van boven en 1 van onderen. Helmtee-ken: een zwart piekijzer, tusschen vier struisveeren, beurtelings goud en zwart; of, een spitse gouden hoed waarvan de top naar rechts omgebogen is, omgeven van zeven beurtelings zwarte en gouden struisveeren die in den rand gestoken zijn. 
Ripper da — Groningen, Twenthe. In zwart een geharnast ridder met uitgetogen zwaard op een galoppeerend paard, de helm met nedergelaten vizier gepluimd; alles van goud. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende gouden draak met gouden halsband. Schildhouders: twee gouden draken met gouden halsbanden. 
Rispens (van) — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, geplaatst in 't midden van eene groene doornenkroon. Helmteeken: een zwarte arend met opgeheven vlucht (de pooten in de wrong verborgen). 
Rode (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie roode molen-ijzers, 2 en 1. 
Rode (de) van Heeckeren — Gelderland, Overijssel. Het wapen der Baronnen van Heeckeren; zie hiervoren blz. 95. 
Rodenburgh (van) — Holland. In goud drie zwarte palen. 
Rodenrijs (van) — Zuidholland. Geruit van blauw en zilver [Het stamhuis bij Overschie]. 
Roderlo (van) of Ruerlo — Graafschap Zutphen. In goud een klimmende zwarte hazewindhond met gouden halsband. Helmteeken: de hazewindhond, staande; of, kop en hals van den hazewindhond, tusschen eene gouden vlucht. 
Rollant (van) — Holland. In blauw eene achtpuntige gouden ster [Uit Cralingen]. 
Roon (van) — Zuidholland. Gedeeld-ingehoekt van goud op rood. Helmteeken: een zittende zilveren hazewindhond met rooden hals-band, een takje met drie groene bladeren in den bek houdende. [Uit Duiveland]. 
Roorda (het oudste wapen) — Friesland. In zilver van boven twee roode rozen en van onderen een zwarte barensteel van drie hangers. Helmteeken: eene roode roos. 
Roorda — Friesland. In blauw eene gouden lelie. Helmteeken: de lelie. 
Roorda, bijgenaamd »met de baar" — Friesland. In blauw een zwarte barensteel van drie hangers in het schildhart, vergezeld van boven van twee roode rozen en van onderen van eene gouden lelie. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Roorda de Borghreef — Friesland. Gedeeld: 1. in zilver twee van elkander afgewende zwarte zalmen; 2. in blauw eene gouden lelie in 't midden, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een zilveren wassenaar. Helmteeken: een zil-veren wassenaar, in de inbuiging eene gouden lelie dragende en elke hoorn getopt met eene gouden ster. 
Roorda van Genum, bijgenaamd »met het Moriaanshoofd" — 
Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2 doorsneden: a. in blauw een in profil gestelde Moorenkop in natuurlijke kleur, met zilveren tulband; b. in goud eene roode roos. Helmteeken: de Moorenkop. 
Roorda van Goutum — Friesland. In blauw drie zwemmende en naar links gerichte zilveren visschen boven elkander, vergezeld van drie bladerlooze gouden eikels met de stelen omlaag, 2 tusschen den 1sten en 2den en 1 tusschen den 2den en 3den visch. Helmtee-ken: twee struisveeren, blauw en goud. 
Roorda van Tjummarum, bijgenaamd »met de halve maan" — Friesland. In blauw eene gouden lelie in 't schildhart, vergezeld van boven van twee gouden sterren en van onderen van een zil-veren wassenaar. Helmteeken: een zilveren wassenaar, in de in-buiging eene gouden lelie dragende. 
Roosendael (van) — Brabant. In zilver een zwart wiek Helm-teeken: het wiel, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links zwart [Uit Heusden]. 
Roovere (de) — Peelland. In rood drie gouden molenijzers, 2 en 1. 
Roovere (de) van Montfoort — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. geschaakt van zilver en zwart (Montfoort); 2. en 3. in zilver drie roode molenijzers, 2 en 1 (de Roovere). Gekroonde helm. Helmtee-ken: een zwarte piramidale hoed, getopt met drie struisveeren, eene zilveren tusschen twee roode; of, een roode piramidale hoed, getopt met een zilveren bol en op elke zijde versierd met een dergelijken bok 
Ropta — Friesland. Doorsneden: 1. in rood eene gouden lelie; 2. in blauw twee bladerlooze zilveren korenaren, naar rechts en links overbuigende en de halfrond gebogen stengels tweemaal schuin-gekruist met elkander. Helmteeken: een uitkomende zilveren leeuw. 
Rosenborgh (van) — Holland. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van vijf hangers [Uit Simon van Benthem, jongeren broeder van den Hollandschen Graaf Dirk VI]. 
Rosenburg (van) — Holland. In goud drie roode wassenaars, 2 en 1 [Uit Wassenaar. Het stamhuis onder Voorschoten]. 
Rossum (van) — Gelderland. In zilver drie goud gebekte en ge-poote roode papegaaien, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. . 25 
mansborstbeeld in natuurlijke kleur met roode ezelsooren, gekleed in rood of in zilver (of ook gekleed in blauw of rood, in elk geval beladen met drie zilveren linkerschuinbalken). 
Ruichrok van de Werve — Zuidholland, Zuidbeveland. In groen een zilveren dwarsbalk. Helmteeken: eene zilveren vlucht, de bui-tenveeren groen [Uit Wena]. 
Ruinen (van) — Drenthe. In zwart drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1; en een gouden schildhoofd. Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: zes zwarte banieren, elk be-laden met eene goud-geknopte zilveren roos en gehecht aan eene gouden tournooilans, drie banieren naar rechts en drie naar links. 
Rumelaer (van) — Utrecht. In rood twee van boven gekanteelde zilveren dwarsbalken. Helmteeken: een eekhoorn in natuurlijke kleur, eene noot etende, en gezeten op een gouden kussen; of, een roode vos, gezeten op een zwarten hoed met zilveren opslag. 
Ruweel (van) — Utrecht. In goud een roode dwarsbalk. Helm-teeken: een vrouwenborstbeeld met gouden haar, gekleed volgens het schild; of, een zittende roode vos. 
Ruysch — Utrecht. In rood een gouden St.-Andrieskruis. Helm-teeken: eene gouden vlucht; of, een mansborstbeeld, gekleed vol-gens het schild, met zilveren hoofdband. 
Ruyt (de) — Zeeland. In zwart twee golvende zilveren dwars-balken, vergezeld van drie gouden ruiten, 2 van boven en 1 van onderen; en een roode schildzoom [Uit Cats] 
Ruytenborch (van) of Ruytenburg — Salland. In rood negen-tien gouden penningen, 4, 5, 4, 3, 2 en 1; en een zilveren schild-zoom, beladen met zes zwarte hermelijnstaartjes, 3 van hoven, 1 aan elke zijde en 1 van onderen, of, met acht zwarte leliën, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen, de voeten naar het hart van het schild gericht. Gekroonde helm. Helmteeken: een zilveren koker gevuld met struisveeren op twee rijen, de eerste rij zilver en de tweede zwart [Uit van den Clooster]. 
Ruyter (de) — Gelderland. In zwart twee zilveren dwarsbalken. Helmteeken: een Moorenborstbeeld met zwarte ezelsooren, gekleed volgens het schild; of, een ossenkop en hals volgens het schild, met gouden hoorns. 
Ruyter (de) [Wapen van Engel de Ruyter, 4 November 1678 
door Karel II van Spanje tot Baron verheven] Gevierendeeld: 1. in rood een zilveren kruis; 2. in blauw een ridder in volle wapen-rusting, met uitgetogen zwaard op een galoppeerend paard gezeten, alles van zilver; 3. in blauw een zilveren oorlogschip op eene zee in natuurlijke kleur; 4. in rood een kanon op zijn affuit, van onderen vergezeld van drie kogels, 2 en 1, alles van goud. Over alles heen in rood een goud-gekroonde gouden leeuw. Gekroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitko-mende. Schildhouders: rechts een goud-gekroonde gouden leeuw, getongd en genageld van rood; links een zilveren paard, gehals-band met eene gouden kroon. — [Het wapen van zijn vader, den admiraal Michiel Adriaansz. de Ruyter, die 1 Augustus 1660 door den Koning van Denemarken geadeld en in 1676 door den Koning van Spanje tot Hertog verheven werd, was hieraan gelijk, doch zonder het hartschild, en had tot helmteeken: een uitkomend ridder in wapenrusting, met gepluimden helm waarvan het vizier is op-geslagen, en een zilveren zwaard met gouden gevest zwaaiende]. 
Ruyven (van) — Rijnland. In zilver een in twee rijen van zilver en rood geschaakte schuinbalk. Helmteeken: een gouden hoed, tusschen eene zilveren banier vlucht; of, eene vlucht volgens het schild (op den rechtervleugel is het een linkerschuinbalk); of ook, diezelfde vlucht met een gouden hoed er tusschen [Het stamhuis bij Delft]. 
Rijnauwen (van) — Utrecht. In rood drie gouden leliën, 2 en 1; en een uitgetande zilveren schildzoom. Helmteeken: een goud-ge-bekte roode adelaarskop en hals. 
Rijnesteyn (van) — Utrecht. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met eene roode lelie [Uit Châtillon]. 
Rijnevelt (van) — Utrecht. In rood eene achtpuntige zilveren ster. Helmteeken: een rood-gebekte zilveren zwanenkop en hals; tusschen eene zwarte vlucht [Uit Cralingen]. 
Rijsenburg (van) [of van Culemborg van Rijsenburg] — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie zwarte zuilen, 2 en 1 (Vianen); 2. en 3. gedwarsbalkt van vair en rood van zes stukken (Goye of Uilengoye). Over alles heen in goud drie roode zuilen, 2 en 1 (Culemborg). Helmteeken: een blauwe ezelskop en hals, met gouden ooren. 
25* 
Rijsoord (van) — Holland. In zwart drie gebladerde zilveren tak-ken, rechtop geplaatst, 2 en 1. Helmteeken: een tak uit het schild, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver. — Of; Gevie-rendeeld: 1. en 4. in zwart drie gebladerde zilveren takken, naast elkander op een groenen grond; 2. en 3. in goud een blauw ge-tongde en genagelde roode leeuw, van boven vergezeld van een blauwen barensteel van drie hangers. Helmteeken: een gebladerde zilveren tak. 
Rijswijck (van) — Gelderland. In rood, bezaaid met gouden her-kruiste kruisjes, twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen (de kruisjes zijn er eerst in later tijd bijgevoegd). Helmteeken: de twee zalmen, doch met de koppen omlaag [Uit Altena]. 
Rijswijck (van) van de Sande — Gelderland. In rood twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen [Uit Altena]. 
S. 
Sabbingen (van) — Zeeland. In zilver drie of vier golvende roode of blauwe dwarsbalken. 
Saemslach (van) — Zeeland. In rood een gouden kruis, verge-zeld van zestien gouden meerltjes, 2 en 2 in elk kwartier. Ge-kroonde helm. Helmteeken: twee arendspooten in natuurlijke kleur, de klauw omhoog, die ter linkerzijde met een gouden ring die aan een der nagels hangt. Wapenkreet: Maldeghem! Maldeghem! Wapen-spreuk: A la bonne foy, Saemslach! [Uit Maldcghem]. 
Sallandt (van) — Overijssel. In zwart een klimmende zilveren ram met gouden hoorns. Helmteeken: de ram, uitkomende, tus-schen eene zwarte vlucht, of tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver. 
Salne (van) — Overijssel. In zilver een rood ankerkruis. 
Sande (van de) — Gelderland. In rood een geënte gouden dwars-balk, in 't schildhoofd vergezeld van twee sterren van 't zelfde. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw; of, een uitkomende en van voren geziene roode vos, de pooten aan weers-zijden uitgestrekt, en gehalsband met den dwarsbalk uit het schild. 
Sande (van de), zie van Rijswijck van de Sande. 
Sandwijk (van) — Gelderland. In rood een zilveren leeuw. Ge-kroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Santhorst (van) — Zuidholland. In zilver drie roode wassenaars, 2 en 1 [Uit Polanen. Het stamhuis onder Wassenaar]. 
Sasbout — Rijnland. In zwart drie gestengelde en gebladerde goudsbloemen van goud, 2 en 1. Helmteeken: eene goudsbloem uit het schild, tusschen eene zwarte vlucht. 
Sasse (van) — Utrecht. Gedwarsbalkt van goud en zwart van acht stukken; en een in twee rijen van rood en zilver geschaakte schuinbalk over alles heen; alsmede een zilveren schildhoofd, be-laden met een rooden eekhoorn die een groenen tak houdt. 
Sasse (van) van den Bossche — Utrecht (Engelsch Baronet, 1680). Gedwarsbalkt van goud en zwart van acht stukken, en een in twee rijen van rood en zilver geschaakte schuinbalk over alles heen; benevens een zilveren schildhoek, beladen met eene rechtop-geplaatste roode linkerhand, van binnen gezien. Helmteeken: een uitkomende man, gekleed volgens het schild (zonder den schild-hoek). Wapenspreuk: Per fasces et aequitas. 
Sasse (van) van Weldam — Utrecht. Gevierendeeld: 4. en 4. ge-dwarsbalkt van goud en zwart van acht stukken, en een in twee rijen van rood en zilver geschaakte schuinbalk over alles heen (Sasse); 2. en 3. in zwart drie gouden ruiten, 2 en 1 (Weldam). 
Sassenheim (van) of Sassem — Holland. In goud vier roode schuinbalken. 
Saterslo (van) — Overijssel. In goud een stappende roode bok. 
Sayt — Holland. In zwart drie zilveren rozen, 2 en 1. 
Schade van Westrum — Utrecht, Holland. In zwart een gouden dwarsbalk. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild. Schildhou-ders: twee bruine leeuwen. 
Schadijck (van) — Utrecht. In rood drie zilveren leliën, 2 en 1, en in het schildhart een zilveren ring, waarnaar de voet der leliën gericht is, zoodat de beide bovenste schuinrechts en schuinlinks staan en de onderste omgekeerd is. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zilveren lelie, tusschen eene vlucht van 't zelfde. (Of: In zwart een gouden adelaar, op de borst een schildje met het zoo-even beschrevene wapen dragende. Twee gekroonde helmen, de 
1ste met zilver-roode en de 2de met goud-zwarte dekkleeden. Helm-teekens: 1°. eene zilveren lelie; 2°. een uitkomende gouden adelaar). 
Schaep — Amsterdam (Geadeld door den Koning van Zweden, 1675). Gevierendeeld: 1. in rood eene driebladerige gouden kroon; 2. in blauw een staand zilveren schaap; 3. in blauw een arm in natuurlijke kleur, een groen gebladerden tak houdende en komende uit eene zilveren wolk die van de deelingslijn uitgaat; 4. in rood een zilveren dwarsbalk, waarop een zilveren vogel zit. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende gekroonde leeuw, die in den rechterpoot een zwaard en in den linkerpoot een gebladerden tak houdt. 
Schaep van den Dam — Overijssel. In goud een rood ankerkruis (van den Dam). Over alles heen in rood een stappend zilveren schaap (Schaep). Gekroonde helm. Helmteeken: twee zwarte steen-bokshoorns; of, twee gouden buffelhoorns; of, een klimmend zil-veren schaap, tusschen eene vlucht, rechts rood en links zilver. Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Schaert — Holland. In zilver een half hert van zwart of rood. 
Schaesberg (van) — Limburg. In zilver drie roode bollen, 2 en 1, in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie hangers. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Schaffelaer (van) — Utrecht. In zwart een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie gouden of zilveren leliën, 2 van boven en 1 van onderen. 
Schaffelaer (van) — Utrecht. In rood een gouden schuinbalk, in den linkerbovenhoek vergezeld van eene zilveren lelie. 
Schaffer — Groningen. In goud een rennende zwarte wolf, de kop omgewend naar de linkerzijde en eene zilveren gans in den bek dragende. Helmteeken: een zwarte wolvenkop en hals. 
Schagen (van), later van Beijeren Schagen; zie op dezen laatsten naam, hiervoren blz. 297. 
Schalkwijck (van) — Utrecht. Gedwarsbalkt van zilver en rood van acht stukken. Helmteeken: een roode brakkenkop en hals. 
Schedelick (van) — Overijssel. In zilver drie roode paarden-neus-knijpers, 2 en 1. Helmteeken: een roode neusknijper, geplaatst vóór een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Schelberg (van) — Gelderland. Doorsneden van zilver op groen, het zilver beladen met negen zwarte hermelijnstaartjes, 5 en 4. Helmteeken: eene vlucht, doorsneden van zilver op groen. 
Schele — Twenthe. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood eene gouden valdeur (Schele); 2. en 3. in goud drie zwarte weerhaken 2 en 1 (Schledehausen). Twee gekroonde helmen. Helmteekens: 1°. drie pauwenveeren in natuurlijke kleur, in een rooden koker (Schele); 2°. twee zwarte weerhaken naast elkander (Schledehausen). 
Schellach (van) — Walcheren. In zilver zeven roode schelpen, 
3, 3 en 1; en een gouden schildhoofd, beladen met een gaanden zwarten leeuw. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw. 
Scheltema — Friesland. In goud een witte hazewindhond, lig-gende op een grasgrond. Helm met zilver-groene wrong. Helmtee-ken: een uitkomend rood hert. 
Scheltinga — Friesland. In zilver twee roode rozen boven elk-ander. Helmteeken: eene roode roos. 
Scheltinga — Friesland. In zwart een dubbele gouden adelaar, in 't schildhoofd vergezeld van eene ster van 't zelfde. Helmteeken: de ster. 
Scheltinga van Minnertsga — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, in 't schildhoofd vergezeld van eene zilveren ster. Helmteeken: een uitkomende zilveren leeuw. 
Schengen (van) — Zuidbeveland. In rood tien zilveren penningen, 
4, 3, 2 en 1. Helmteeken: een bokkenkop en hals in natuurlijke kleur, met gouden hoorns; of, een schildje met het wapen, tusschen twee zilveren struisveeren [Uit van der Goes met de drie bokken-koppen]. 
Schepers — Bollerdam (Deensche adel, 25 October 1677.) Ge-vierendeeld: 1. en 4. in rood een goud-gekroonde zilveren leeuw; 2. en 3. in blauw een bundel van drie gouden pijlen, gestoken door eene kroon van 't zelfde, de voeten der pijlen zonder vee-ren, maar elk eindigende in eene vierkante gouden gesp (zonder doorn), die gespen door gouden kettinkjes met elkander verbonden. Over alles heen in groen een stappend zilveren paaschlam (of in zilver een stappend zwart paaschlam), aan een kruisstaf een ge-spleten rooden wimpel met gouden omboordsel houdende. Gekroonde helm. Helmteeken: een rechlopgeplaatste arm in natuurlijke kleur, 
tot aan den elboog bekleed met rood, een zwaard schuinlinks met de punt omlaag houdende. Achter het schild twee schuin gekruiste ankers. 
Schepper (de) — Overijssel. In goud drie rood getongde en ge-nagelde zwarte leeuwen, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw [Thans Yssel de Schepper]. 
Scherpenisse (van) — Zeeland. In zilver een roode dwarsbalk. 
Scherpenzeel (van) — Utrecht. In blauw zes zilveren leliën, 3, 2 en 4. Gekroonde helm. Helmteeken: eene zilveren lelie, of die lelie tusschen eene blauwe vlucht [Uit Amersfoort]. 
Scheven (van) — Overijssel. In rood een zilveren zwaan. 
Schonauwen (van) — Utrecht. In zilver twee beurtelings gekan-teelde roode dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van drie zwarte meerltjes naast elkander [Uit Heuckelom]. 
Schoordijck (van) — Utrecht. In blauw drie gouden wielen, 2 en 1; en een gouden schildhoofd, beladen met een zwarten raaf. Helmteeken: de raaf, tusschen eene gouden vlucht. 
Schoordijck (van) van Rijnauwen — Utrecht. In rood drie gou-den leliën, 2 en 1, en een uitgetande zilveren schildzoom (Rijnau-wen); en in een hartschild het wapen van van Schoordijck. 
Schore (van) — Zuidbeveland. In zwart drie zilveren kepers; en in 't schildhoofd een roode barensteel van drie hangers, over alles heen. 
Schoten (van) — Noordholland. Gevierendeeld: 1. en 4. in blauw een rood getongde en genagelde zilveren leeuw (Heemskerck); 2. en 3. in zilver een rood kruis (Zaanden). Gekroonde helm. Helmteeken: een rond scherm volgens het 1ste kwartier, rondom bestoken met beurtelings zilveren en roode struisveeren [Uit Heemskerck). 
Schoterbosch (van) — Utrecht. In zilver een roode keper, ver-gezeld van drie leliën van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm. Helmteeken: eene roode lelie. 
Schoudee (van) — Zuidbeveland. In blauw tien zilveren of gou-den penningen, 4, 3, 2 en 1. 
Schrassert — Gelderland. In zilver twee zwarte takkebossen naast elkander, bevestigd op naar boven gekeerde zwarte hand-vatsels in kruisvorm; en een groen schildhoofd, beladen met drie 
gouden sterren. Helmteeken: eene gouden ster; tusschen eene vlucht, rechts groen en links goud. 
Schrevel (van) — Holland. In zilver een klimmende zwarte een-hoorn [Uit Velde]. 
Schroyesteyn (van) — Utrecht. In goud twee kepers van vair. Gekroonde helm. Helmteeken: een ezelskop en hals in natuurlijke kleur. 
Schuiren (van der) — Overijssel. Gevierendeeld van zwart en zilver. Helmteeken: twee struisveeren, zilver en zwart. 
Schulenborg (van) — Gelderland. In rood drie goud-gekroonde zilveren leeuwen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste zilveren beerenpooten, elk een bol van rood of van goud houdende [Het stamhuis bij Silvolde], 
Schuren (van der) — Gelderland. Gedwarsbalkt en tegengedwars-balkt van drie stukken, zilver en zwart. Gekroonde helm. Helm-teeken: een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vlucht, de rechtervleugel zilver met een zwarten dwarsbalk en de linkervleugel zwart met een zilveren dwarsbalk. 
Schurink — Gelderland. In zilver een rood kruis, in 't hart be-laden met een klimmenden gouden leeuw. Gekroonde helm. Helm-teeken: een roode haan met opgeheven poot. 
Schuyl van Walhorn — Limburg. In rood een gouden schuin-balk, vergezeld van zes zoomswijze gerangschikte gouden meerltjes. Helmteeken: een roode ossenkop en hals, met gouden hoorns, aan-ziende gesteld. 
Segwaert (van) — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en een blauwe barensteel van drie hangers in 't hart van het schild, over alles heen [Uit Egmond]. 
Segwaert (van) — Holland. In zilver een zwarte jachthoorn, met gouden beslag, monding, opening en snoer (dikwijls vindt men dit wapen gevierendeeld met dat van van der Burch, te weten in goud een gewelfde roode schuinbalk). Helmteeken: de jachthoorn, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links goud. 
Senserf— Rotterdam (Engelsch Baronet,...) In zilver van boven twee blauwe sterren en van onderen eene lelie van 't zelfde. Ge-kroonde helm. Helmteeken: de lelie. 
Sevenaer (van) — Gelderland. In blauw een goud gebekte en 
gepoote zilveren adelaar. Helmteeken: eene vlucht, rechts zilver en links blauw. 
Sevenbergen (van) — Brabant. In zilver drie roode St. Andries-kruisen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een rechtopge-plaatste gouden beerenpoot, een rood hart houdende; of, twee rechtopgeplaatste, met rood bekleede armen, de elbogen buiten-waarts, de banden in natuurlijke kleur [Uit Stryen]. 
Seymens — Limburg. In goud een rood slangenkoppenkruis, ver-gezeld in het 1ste kwartier van eene roode roos. 
Siccama — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in rood een omgewende gouden wassenaar; b. in blauw eene zespuntige gouden ster met golvende punten. 
Sickema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in zilver drie groene klaverbladen, 2 en 1; b. in Wauw twee van elkander afgewende gebladerde gouden korenaren, naar rechts en links overgebogen. — Later: In blauw een zilveren hazewindhondskop en hals met gouden halsband. Helmteeken: die kop, tusschen eene zilveren vlucht [Thans Hora Siccama, zie hiervoren blz. 215]. 
Siercksma — Friesland. In blauw een zilver-geharnaste arm, links in het schild geplaatst, de bovenarm rechtop, de voorarm dwars naar rechts, de hand met zilveren strijdhandschoen een zil-veren zwaard met gouden gevest rechtop houdende. Helmteeken: een uitkomende engel, gekleed in zilver, met zilveren vleugels, met een schuingekruiste roode bandelier op de borst, de linkerhand in de zijde en in de rechterhand een zilveren zwaard met gouden ge-vest schuinlinks houdende, de punt omlaag. 
Sinderen (van) — Gelderland. In zilver een roode binnenzoom of in rood een zilveren binnenzoom. Helmteeken: een zilverenbok-kenkop en hals, met gouden hoorns [Het stamhuis bij Voorst]. 
Six van Chandelier — Amsterdam (Rijksadel, 1617). In goud drie zwarte dwarsbalken, de benedenrand van den tweeden balk beladen met eene ster van 't eene in 't andere; en een ingebogen roode keper over alles heen. Gekroonde helm met goud-zwarte dekkleeden. Helmteeken: eene zilveren kaars met roode vlam op een gouden kandelaar; tusschen eene beurtelings van zwart en goud 
doorsneden vlucht, elke vleugel beladen met eene ster van 't eene in 't andere. 
Sixma — Friesland. Doorsneden: 1. in blauw twee bladerlooze gouden eikels naast elkander, de stelen omlaag; 2. in goud een groen eikenblad, de steel omlaag. Helm met goud-blauwe wrong. Helmteeken: drie struisveeren, eene blauwe tusschen twee gouden. 
Sjaerdema — Friesland. In goud een roode leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. — Later: In blauw een rechtopgeplaatste zilveren pijl, vergezeld ter rechterzijde van de rechterhelft eener gouden lelie en ter linkerzijde van eene gouden lelie van boven en drie gouden sterren, 2 en 1, van onderen. Gekroonde helm. Helm-teeken: eene gouden lelie. 
Slindewater — Gelderland. In zilver eene roode vlucht. Helm-teeken: de vlucht. 
Sluyse (van der) — Brabant. In rood een zilveren wiel. Helm-teeken: het wiel, ondersteund door een rooden hoed met zilveren opslag [Uit Heusden]. 
Smallegange — Eiland Tholen. Doorsneden in drieën: 1. in blauw twee gouden sterren naast elkander; 2. in zwart eene gouden ster; 3. effen zilver. Schildhouders: twee roode griffioenen. Wapen-spreuk: Per angusta ad augusta [Uit Schengen]. 
Smullinck — Gelderland. In zilver een schuinrechts geplaatste roode ladder van vijf sporten. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende Moor met zilveren halsband en rooden hoofdband. 
Snabbe — Limburg. In zilver een uitgeschulpt blauw kruis. 
Snellenburg (van) — Utrecht. In goud een zwarte dwarsbalk; en een in twee rijen van zilver en rood geschaakte schuinbalk over alles heen. Helm met goud-zwarte wrong. Helmteeken: zeven beur-telings gouden en zwarte struisveeren, oprijzende uit eene kuip volgens het schild. 
Soeielinxkerke (van) — Noordbeveland. In rood drie liggende ovale zilveren gespen, de doorn naar links. 
Solckema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden, van blauw met eene gouden ster, op een gedeeld veld, rechts groen met een zilveren lelie, en links zilver met eene roode roos; en een roode dwarsbalk over de doorsnijdingslijn heen. Helm-teeken: een rood-gebekte zilveren zwanenkop en hals, in den bek 
schuinrechts een groenen stengel houdende die aan het boveneinde twee van elkander af staande gouden eikels beeft. 
Someren (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver een dorre boom van zwart; en een blauwe schildhoek beladen met een gou-den molenijzer. 
Somerzee (van) — Eiland Tholen. In goud een rechtop geplaatst rood zwaard. 
Souburg (van) of Suyborg — Walcheren. In zwart twee klim-mende en naar elkander toegewende gouden leeuwen, te zamen met de voorpooten een met vier tinnen gekanteelden gouden toren, verlicht en geopend van 't veld, ophoudende. 
Soudenbalch(van) — Utrecht. Gedwarshalkt van goud en rood van acht stukken, de vier roode balken beladen met tien zilveren rozen, 4, 3, 2 en 1. Helmteeken: een roode hoed met gouden opslag, twee rechtop geplaatste gouden knuppels dragende. 
Soutelande (van) — Walcheren. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, en een blauwe barensteel van drie hangers, over het lichaam van den leeuw heengaande. (Soms is dit wapen gevierendeeld met dat van Gael: In goud twee roode dwarsbalken, beladen met vijf zilveren ruiten, 3 en 2). Helmteeken: een uitko-mende man, in de rechterhand een zwaard houdende; links van den man een vleugel [Naar men wil, uit de Graven van Holland]. 
Spangen (van) — Zuidholland. In goud een blauwe dwarsbalk, vergezeld van drie blauw-getongde roode leeuwenkoppen. Helm-teeken: eene gouden kuip, waaruit zilveren struisveeren oprijzen [Uit Uiternesse. Het stamhuis bij Overschie]. 
Sparwoude (van) — Holland. In blauw, bezaaid met zilveren blokjes, een leeuw van 't zelfde over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: vijf beurtelings zilveren en blauwe struisveeren, op-rijzende uit eene blauwe kuip. 
Speulde (van) — Utrecht. In rood een zilver geharnaste arm, schuinrechts geplaatst, de vuist gesloten. Helmteeken: twee rechtop geplaatste, zilver-geharnaste armen met gesloten vuist, de elbogen buitenwaarts. 
Spiering — Brabant. In zwart een gouden wiel Helmteeken: het wiel, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links goud [Uit Heusden]. 
Spille (ter) — Overijssel. In rood drie rechtop geplaatste zilveren weversspoelen, 2 en 1. 
Splinter — Utrecht. In rood drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1; en een gouden schildhoofd, beladen met drie zwarte meerltjes. Helmteeken: een zwart meerltje, tusschen eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Splinter van Loendersloot — Utrecht. Hetzelfde wapen, vermeer-derd met. een gouden St.-Andrieskruisje in het schildhart. 
Splinter tot Oldenhof — Twenthe. In goud een klimmende zwarte wolf [Zie hiervoren blz. 227]. 
Splitlof of Splytelof — Overijssel. In blauw drie vijfpuntige gouden sterren, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende zilveren een-hoorn, met rooden hoorn. 
Spreeuwestein (van) — Land van Voorns. In rood een klim-mende en aanziende gouden leeuw, getongd en genageld van blauw ; en een zilveren linkerschuinstreep over alles heen [Uit Voorne]. 
Spruyt van Kriekenbeek — Utrecht. In rood eene zilveren lelie. Helmteeken: een zilveren brakkenkop, tusschen twee roode buffel-hoorns. 
Spijck (van) — Holland. In zwart twee beurtelings gekanteelde zilveren dwarsbalken [Uit Arkel]. 
Stachouwer van Schiermonnikoog — Groningen. In zwart een gouden adelaar; en een gouden schildhoofd, beladen met een blau-wen paal, tusschen twee naar elkander toegewende, rood-getongde, halve groene leeuwen. Over alles heen in zilver een in profil ge-stelde monnik in zijn ordesgewaad, met den kap over het hoofd getrokken en een rozekrans houdende. Helmteeken: een uitko-mende, rood-getongde groene leeuw. 
Stakenborch (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. — Later: In blauw drie gouden molenijzers, 2 en 1. Helmteeken: een hanenkop [Het stamhuis onder liet dorp Breugel]. 
Stakenbroeck (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode palen; en een hermelijnen schildhoek. Helmteeken: eene roode vlucht. 
Stalpert — Holland. In rood drie palen van vair; en een gou-den schildhoofd, beladen met een losstaand blauw St.-Andrieskruis. 
Gekroonde helm. Helmteeken: twee uitkomende en naar elkander toegewende, goud-gekroonde en rood-getongde gouden leeuwen, te zamen een blauw St.-Andrieskruis ophoudende; of, een blauw St.-Andrieskruis, tusschen eene vlucht, rechts goud en links blauw [Uit Châtillon]. 
Stalpert van der Wiele — Holland. Gedeeld: 1. in blauw twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen (van der Wiele); 2. in rood drie palen van vair, en een gouden schild-hoofd, beladen met een losstaand blauw St.-Andrieskruis (Stalpert). Helmteeken: dat van Stalpert. 
Stania — Friesland. Gevierendeeld: 1. in blauw een zilveren aanziende leeuwenkop; 2. en 3. in rood eene zilveren roos; 4. in rood eene zilveren lelie. En een groot zilveren vierblad over de vierendeeling heen, de vier randen van het schild rakende. Helm-teeken: vijf struisveeren: goud, rood, blauw, rood en goud. 
Staple (van) — Zuidbeveland. In rood zes zilveren schelpen, 3, 2 en 1. 
Starrenburg (van) — Holland. In rood eene achtpuntige gouden ster. Helmteeken: de ster, elke punt bestoken met een rooden knop [Uit Cralingen. Het stamhuis in Schieland, aan de Schie]. 
Starrevelt (van) — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken [Uit Egmond]. 
Stavenisse (van) — Eiland Tholen. Doorsneden van rood op zilver. 
Stavenisse (van) — Eiland Tholen. In zilver een klimmende en aanziende roode leeuw, getongd en genageld van blauw. Wapen-kreet: Heenvliet! [Uit Heenvliet]. 
Steenbergen (van) — Gelderland. In blauw een klimmende en aanziende gouden leeuw, op den schouder een rood schildje dra-gende, beladen met een geënten zilveren dwarsbalk. Gekroonde helm. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur, beladen met het schildje dat de leeuw op den schouder draagt [Basterden der Hertogen van Gelre], 
Steenhuys (van) — Brabant. In zilver een roode keper, van onderen vergezeld van een rooden ring. Gekroonde helm. Helm-teeken: een zilveren drakenkop en hals. 
Steenis (van) of Steenhuis — Gelderland. In goud drie rood-gelongde gaande en aanziende zwarte leeuwen boven elkander. 
Helmteeken: een uitkomende en aanziende, rood-getongde, zwarte leeuw; of, die leeuw, tusschen twee rechtopgeplaatste en van elk-ander afgewende zwarte posthoorns met gouden beslag, de mondingen omlaag; alles ondersteund door een rooden hoed met gouden opslag. 
Steenwijk (van) — Salland. Tak van het geslacht de Vos van Steenwijk, met hetzelfde wapen. 
Steiffart (van) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleuren onbekend. De stamzetel bij Susteren]. 
Stellinck — Overijssel. In rood een zilveren keper, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde, 2 van boven naar elkander toege-wend, en 1 van onderen. 
Stenstera of Stinstra — Friesland. In rood drie zilveren rozen, 2 en 1. Helmteeken: eene gouden lelie, tusschen twee gouden rozen aan stengels met vele groene bladeren. 
Stepraedt (van) — Gelderland. In rood, bezaaid met zilveren blokjes, een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw over alles heen. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitko-mende; of, eene vlucht, rechts zilver en links rood. 
Sterkenburg (van) — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van goud en rood van acht stukken, de vier roode balken beladen met vijftien zilveren penningen, 4, 5, 4 en 2. Helmteeken: twee roode veder-kokers met gouden beslag, in omgekeerden kepervorm geplaatst. 
Sternsee (van) — Friesland. Gedeeld van zilver en rood; en eene blauwe lelie over de deeling heen. Helm gedekt met eene antieke kroon. Helmteeken: een goud-gekroonde zwarte adelaar. 
Sterremonde (van) — Holland. In zwart eene gouden ster. Sterren (van de) — Meyerij van den Bosch. In goud een aan beide zijden gekanteelde blauwe dwarsbalk; en een blauw schild-hoofd, beladen met eene gouden ster. 
Steyn (van) — Limburg. In goud negen aaneengeslotene en aan-stootende roode ruiten, 5 en 4. Helmteeken: eene roode ruit, tus-schen eene vlucht, rechts goud en links rood [De naam ontleend aan het dorp Steyn.] 
Storm — Meyerij van den Bosch, Holland. In blauw twee rechtop geplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen, te zamen gestoken door eene gouden kroon [Uit Altena]. 
Storm van Wena — Zuidholland. In zilver een zwarte dwarsbalk, 
vergezeld van drie blauw-getongde roode leeuwenkoppen. — Of: Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauwe dwarsbalk; 2. en 3. het zoo even beschrevene wapen. 
Stoutenburg (van) — Utrecht. In rood zes zilveren leliën, 3, 2 1. Helmteeken: twee van elkander afgewende zilveren kraan vogels-koppen en halzen met roode bekken [Uit Amersfoort]. 
Straeten (van) — Meyerij van den Bosch. In zwart drie zilveren molenijzers, 2 en 1. 
Strens — Limburg (Verklaring van adel door den wapenkoning van Brabant, G. J. Beydaels de Zittaert, 1770). Doorsneden: 1. in goud drie blauwe linkerschuinbalken; 2. in zilver vijf zwarte ster-ren, 3 en 2. Helm met goud-blauwe wrong. Helmteeken: drie struisveeren. 
Strijen (van) — Zuidholland. In goud drie roode St.-Andries-kruisen, 2 en 1. Helmteeken: een rood St-Andrieskruis, tusschen eene baniervlucht, rechts goud en links rood. 
Strijp (van) — Meyerij van den Bosch. In goud een goud-ge-kroonde blauwe leeuw. 
Suire — Overijssel. In rood een zilveren keper, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde, 2 van boven en 1 van onderen. Helm-teeken: een roode drakenkop, de hals beladen met een zilveren keper. 
Surmont — Brabant. In goud twee beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalken (Zevender?); en een gevierendeeld vrijkwarlier: a. en d. in goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). 
Suys — Dordrecht (Rijksadel, 3 April 1719). In blauw drie gouden heiblokken, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een gouden heiblok, tusschen eene gouden vlucht of tusschen eene antieke blauwe vlucht [Een tak in België, uitgestorven 23 April 1770, had 17 October 1742 den titel van rijksgraaf ontvangen]. 
Suythem (van) — Overijssel. In zilver drie zwarte sterren, 2 en 1. 
Swaefken — Gelderland. In zilver een groen hulstblad, de steel omlaag. Helmteeken: het hulstblad, tusschen eene zilveren vlucht. 
Swanenborch (van) — Gelderland. In rood eene zilveren zwaan. 
Swieten (van) — Zuidholland. In rood drie zilveren violen, 2 en 1, de hals omlaag. Helmteeken: een zittende zilveren hazewind-hond met goud geringden en omboorden rooden halsband. Schild-
354 
355 
356 
357 
358 
359 
360 
361 
362 
363 
3G4 
365 
366 
367 
368 
369 
370 
371 
24* 
372 
373 
374 
375 
376 
377 
378 
379 
380 
381 
382 
383 
384 
385 
386 
387 
388 
389 
390 
391 
392 
393 
394 
395 
396 
397 
398 
399 
400 





houders: twee klimmende hazewindhonden als die van het helm-teeken [Het stamhuis onder Zoeterwoude. Baronnen in Oostenrijk, 19 Mei 1753]. 
Swijndrecht (van) — Holland. In goud drie zwarte schoorsteen-halen, 2 en 1. 
Sytzama van Hallum — Friesland. In blauw een rood-gebekte zilveren zwaan. Helmteeken: kop en hals van den zwaan. 
Sytzama van Poppingawier — Friesland. In blauw een gouden keper, vergezeld van boven van twee zilveren rozen en van onderen van een rood-gebekten zilveren zwaan. Helmteeken: kop en hals van den zwaan. 
T. 
Taets van de Maarn — Utrecht. In zilver een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van drie naast elkander gerangschilkte zwarte leliën. Helmteeken: eene zwarte lelie, tusschen eene zilveren vlucht. 
Taets van Rijnestein — Utrecht. In zilver een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van een rood klaverblad. 
Taets van Voorne — Utrecht. In goud een roode dwarsbalk. 
Taets van der Weyde — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van goud en zwart van acht stukken. 
Tamminga — Friesland. Gedeeld: 1. effen rood; 2. in goud een blauwe dwarsbalk. Helmteeken: een goud-gebekte roode reigerkop en hals, tusschen eene vlucht, de rechtervleugel effen rood en de linkervleugel goud beladen met een blauwen dwarsbalk. 
Teding van Cranenburg — Holland. Gekeperd van goud en rood van twaalf stukken; en een blauw vrij kwartier beladen met een zilveren kraanvogel. Helmteeken: een gouden hertenkop en hals; of, een uitkomende zilveren kraanvogel met geopende en neder-waartsche vlucht [Uit Egmond]. 
Telckhuysen (van) — Gelderland. In zilver een uitgeschulpt zwart kruis, vergezeld van vier zwarte droogscheerdersscharen, de punten omlaag. Helmteeken: een goud gehalsbande en geringde zwarte hazewindhond, gezeten op een zwarten hoed met rooden opslag. 
Tellicht (van) — Graafschap Zutphen. Doorsneden van zilver op 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 26 
blauw, en daarin een doorsneden arendsbeen van zwart op het zilver en van goud op het blauw, de klauw omlaag. Helmteeken: het doorsneden arendsbeen uit het schild, doch de klauw omhoog; tusschen eene van zwart op zilver doorsneden vlucht. 
Tempel (van den) — Zuidholland. In rood een zilveren tempel, voorgesteld als een middengebouw in den vorm van eene portiek getopt met een gouden kruisje en geflankeerd door twee vierkante torens met spitse daken; de tempel met zwarte deur en de torens met blauwe vensters [Het stamhuis nabij Berkel. Thans van Slingelandt}. 
Tenckinck — Gelderland. In blauw twee naar elkander toege-wende zilveren sikkels met gouden handvat. Helmteeken: de sik-kels, tusschen eene vlucht, rechts blauw en links zilver. — Of ook: In zilver twee naar elkander toegewende blauwe sikkels met rood handvat. Helm met rood-zilveren wrong. Helmteeken: de sikkels [Het stamhuis bij Winterswijk]. 
Tetrode (van) — Holland. In zwart drie zilveren meerbladen, 2 en 1. Helmteeken: eene antieke vlucht, de achterste vleugel doorsneden van zwart op zilver en de voorste van zilver op zwart. 
Thye (yan of ten) — Overijssel. In goud een klimmende roode vos. Helmteeken: de vos, opkomende uit eene halve gouden kolom (oorspronkelijk waarschijnlijk een vederkoker), vóór een gouden vederbos. 
Tietema — Friesland. In rood een gouden hart, doorboord van twee schuingekruiste blauwe pijlen met de punten omlaag, en ver-gezeld van vier groene klaverbladen, 1 van boven, 2 aan de zijden en 1 van onderen. Helmteeken: drie zwarte struisveeren, de mid-delste beladen met het hart en de pijlen uit het schild, en elke der beide andere beladen met twee gouden klaverbladen boven elkander. 
Tietema — Friesland. In rood eene gouden lelie, en daarover heen twee schuingekruiste blauwe pijlen met de punten omlaag. Helmteeken: drie zwarte struisveeren, de middelste beladen met de figuren uit het schild, en elk der beide andere beladen met twee gouden klaverbladen boven elkander. 
Till (van) tot Till — Gelderland. In goud een aanziende zwarte ossenkop. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte ossenkop en hals, aanziende gesteld. 
Tjaerda — Friesland. Gedeeld: 1. in goud een rechtopgeplaatste 
zwarte kruisboog, en drie dwarsgelegde zwarte pijlen hoven elkander, over de schacht heen; 2. in goud drie dwarsgelegde groene klaver-bladen, paalswijze gerangschikt, de stelen naar links. Helmteeken: een uitkomende rood-getongde gouden leeuw. 
Tjaerda van Idsinga — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche ade-laar; 2. in blauw twee gouden sterren boven elkander. Helmteeken: een uitkomende zwarte leeuw. 
Toerne (van of ten) — Overijssel. In goud drie roode torens met spitse daken naast elkander, elk met een windwijzer op den top. 
Toll (van) — Zuidholland. In goud, bezaaid met roode blokjes, een blauw getongde en genagelde roode leeuw over alles been; en een zilveren (of blauwen) barensteel van drie hangers, over het lichaam van den leeuw heengaande. Helmteeken: de leeuw met den barensteel, opkomende uit eene gouden kuip [Het stamhuis bij Leiden. Uit Teylingen]. 
Tolloisen (van) — Zuidholland. In zwart een zilveren dwarsbalk, vergezeld van vijftien bollen van 't zelfde, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit van der Merwede]. 
Tromp — Holland. [Cornelis Tromp werd 25 Maart 1674—75 tot Engelsch Baronet verheven]. In zilver een roode keper, op den top beladen met een gaanden en aanzienden gouden leeuw, en van onderen vergezeld van een oorlogschip in natuurlijke kleur, naar de linkerzijde stevenende; en een blauw schildhoofd, beladen met eene gouden lelie. Gekroonde helm. Helmteeken: de gouden lelie. Schildhouders: twee gouden griffioenen, elk op den schouder een zilveren schildje dragende beladen met eene roode roos. — [Onder dagteekening van 30 December 1676 verkreeg hij den titel van Graaf van Sylisburg in Denemarken]. Gevierendeeld: 1. en 4. het zoo even beschrevene wapen; 2. en 3. in rood drie gouden St.-Andrieskruisen (van der Wel). Over alles heen een gekroond hart-schild; gedeeld: a. in blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest, gestoken door eene gouden kroon en met de punt een gouden kruisje torschende; b. in rood een gouden wereldbol, omgord en gekruist van 't zelfde; en een schildhoofd over de deelingslijn heengaande, van goud bezaaid met roode harten, en een gaande blauwe leeuw, getongd en genageld van rood, over die harten heen. Drie gekroonde helmen. Helmteekens: 1°. een 
26* 
uitkomende, rood getongde en genagelde gouden leeuw, een zil-veren zwaard met gouden gevest rechtop houdende, dat eene gou-den koningskroon (zonder voering) ondersteunt; 2°. een uitkomende en aanziende gouden leeuw, eene gouden lelie rechtop houdende, die eene gouden koningskroon met roode voering ondersteunt; 3°. een uitkomende, rood getongde en genagelde, gouden griffioen, den wereldbol uit het schild houdende, die eene gouden konings-kroon (zonder voering) ondersteunt. Schildhouders: rechts een gou-den leeuw; links een gouden griffioen, op den schouder een zilveren schildje beladen met eene roode roos. 
Tulp — Amsterdam (Engelsch Baronet, 23 April 1675). Gevieren-deeld: 1. en 4. in blauw eene gouden tulp met ongebladerden steel, vergezeld in den rechterbovenhoek van eene gouden ster (Tulp); 2. en 3. in goud een blauwe leeuw. Helmteeken: eene gouden ster, tusschen eene blauwe vlucht. 
Tuyll (van) van Bolkestein — Gelderland. In zilver drie roode brakkenkoppen, 2 en 1. Helmteeken: een roode brakkenkop. 
Twenhuisen (van) — Salland. In rood een gouden dwarsbalk, van boven vergezeld van drie zilveren leliën naast elkander. 
Twenhuisen (van den) genaamd Knappert — Gelderland. In zil-ver drie zwarte wolvenkoppen, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte adelaarskop en hals, rood gebekt en getongd. 
Twent — Overijssel. In zilver een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van drie wassenaars van 't zelfde naast elkander. Helm-teeken: eene vlucht, rechts zilver en links rood. 
Twent van Raaphorst — Holland. In groen, van boven twee staande gouden koeien en van onderen eene liggende koe van 't zelfde. In een hartschild het wapen der heerlijkheid Raaphorst, te weten gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken. Helm-teeken: een natuurlijke hertenkop en hals, aanziende gesteld. Schildhouders: twee met groen loof omkranste en omgorde wilden in natuurlijke kleur, gewapend met knodsen. — [Graaf van Rosen-burg, door Koning Lodewijk, 1809]. Gevierendeeld: 1. in groen, van boven twee staande gouden koeien en van onderen eene lig-gende koe van 't zelfde (Twent, in Holland); 2. in zilver een roode dwarsbalk, van boven vergezeld van drie wassenaars van 't zelfde naast elkander (Twent, in Overijssel); 3. gedwarsbalkt van zilver 
en zwart van zes stukken (Raaphorst); 4. in zilver twee roode palen, de eerste beladen met twee gouden rozen boven elkander en de tweede met een zilveren toren (Rosenburg). — [Graaf van het Fransche Keizerrijk, door Napoleon I, 1811]. Gevierendeeld: 1. en 4. Twent in Holland; 2. Twent in Overijssel; 3. Rosenburg. Met een blauw vrijkwartier in het lste kwartier, beladen met een afgerukten gouden leeuwenkop. 
Twickelo (van) — Overijssel. In zilver een driehoekige zwarte schoorsteenhaal. Helmteeken: drie zwarte struisveeren, of eene zwarte vlucht. 
Tybencampe (van) — Overijssel. In zilver een zwarte schuinbalk, beladen met drie aanstootende gouden ruiten, in de richting van den balk geplaatst. 
Tzevel (van) — Limburg. Een rood veld, getralied van zilver. 
U. 
Ubbena — Friesland. Doorsneden van zilver op zwart; met een rood getongden en genagelden leeuw van 't eene in 't andere. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Ubbergen (van) — Gelderland. In zwart eene zilveren roos of mispelbloem van acht puntige bladeren. Helmteeken: een zilveren hondenkop en hals. 
Uden (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver twee roode dwars-balken, vergezeld van acht zoomswijze geplaatste meerltjes van 't zelfde, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen; en een roode schildhoek. (Men vindt ook de roode dwarsbalken en meerltjes in een gouden veld, en een blauw vrijkwartier beladen met drie zilveren sterren, 2 en 1). [Uit Boxtel]. 
Uitenbroek — Utrecht. In goud drie zwarte meerltjes, 2 en 1. 
Uiteneng — Utrecht. In zilver drie roode ruiten, 2 en 1. Ge-kroonde helm. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende, uit de kroon opkomende gouden posthoorns, de mon-dingen omlaag [Uit Woerden]. 
Uitengoye, zie Goye. 
Uitenhage — Zuidholland. In zwart een zilveren ankerkruis (soms gevierendeeld met een losstaand rood St.-Andrieskruis in goud). Helmteeken: het ankerkruis [Het stamhuis in — toenmaals buiten — 's Gravenhage, over den Singel van het Hof]. 
Uitenham — Utrecht. In zilver drie roode ruiten, 2 en 1, in 't schildhoofd vergezeld van een blauwen barensteel van drie han-gers, Helmteeken: eene baniervlucht van zilver of van blauw [Uit Woerden]. 
Uitenwaerde — Zeeland. In zwart een gouden kruis. 
Uiterlier — Zuidholland. In zwart drie rood-getongde zilveren leeuwenkoppen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een leeu-wenkop uit liet schild. 
Uiterlier van Dorp — Holland. Van dezen naam is allengs Uilerlier weggelaten en alleen van Dorp behouden; zie op dat artikel. 
Uiterloo — Utrecht. Gedwarsbalkt van zilver en rood van zes stukken, elke roode balk beladen met vier gouden St.-Andrieskruisjes. 
Uiternesse — Zuidholland. In goud een blauwe dwarsbalk [Ver-moedelijk uit de Burggraven van Leiden]. 
Uiterspijck — Brabant. Doorsneden van goud op zwart; en twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende roode zalmen over alles heen [Uit Altena]. 
Uiterwaard — Utrecht. In blauw drie gouden wassenaars, 2 en 1. Helmteeken: een gouden wassenaar, tusschen eene blauwe antieke vlucht [Uit Wassenaer]. 
Uiterwijck (van) — Holland. Gekeperd van zilver en zwart van twaalf stukken [Uit Egmond]. 
Uiterwijck (van) — Salland. In rood drie zilveren kannetjes met oor (met of zonder deksel), 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een pauwenstaart in natuurlijke kleur, oprijzende uit een gouden koker. 
Uitwijck (van) — Brabant. In goud twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zwarte zalmen [Uit Altena]. 
Ulft (van) — Gelderland. In blauw drie zilveren leeuwen, 2 en 1. [Het stamhuis bij Silvolde. — Evert van Hekeren trouwde de erf-dochter van Ulft en zijne nakomelingen namen den naam van Ulft aan, doch behielden het wapen van Heeckeren: In goud een rood kruis. Helmteeken: een gouden hoed met rooden opslag, getopt met drie struisveeren: rood, goud en zilver]. 
Unema — Friesland. In blauw eene zilveren sierlelie. Helm-teeken: eene gewone zilveren lelie. 
Unia — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in blauw een omgewende zilveren wassenaar. Helmteeken: een uitkomend rood hert. 
V. 
Vaeck — Gelderland. In zilver een zwart kruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood gekamde en gebaarde zwarte haan. 
Valckenaer — Utrecht. In zilver drie roode ruiten, paalswijs gerangschikt, aan elkander aanstootende en den boven-en beneden-rand van het schild rakende. Gekroonde helm. Helmteeken: een roode adelaarskop en hals, tusschen eene zilveren vlucht. 
Valckesteyn (van) — Zuidholland. Effen vair [Uit Boschhuysen. Het stamhuis tusschen Roon en Poortugaal]. 
Valkenburg (van) — Zuidholland. In rood een gouden dwars-balk [Uit de Burggraven van Leiden]. 
Valkenburg (van) — Limburg. In zilver een roode leeuw. 
Valkenisse (van) — Zuidbeveland. In goud drie groene leliën, 2 en 1. 
Varick (van) — Gelderland. In zilver drie blauw getongde en ge-kroonde roode leeuwenkoppen, 2 en 1. Helmteeken: een leeuwen-kop uit het schild, tusschen twee zilveren struisveeren. 
Vecht (van de) — Overijssel. In rood een zilveren keper, verge-zeld van drie meerltjes van 't zelfde. Helmteeken: een roode dra-kenkop, de hals beladen met een zilveren keper. 
Vecht (over de) of van Vliet over de Vecht — Utrecht. In zwart drie zilveren ruiten, 2 en 1, die ruiten met een gouden knop aan elken der vier hoeken. Helmteeken: twee gouden vederkokers, in omgekeerden kepervorm geplaatst [Uit Woerden]. 
Veen (van) — Brabant, Holland. In zwart een rood getongde en genagelde gouden leeuw; en een zilveren schuinbalk, beladen met drie roode ringen, over alles heen. Wapenkreet: Brabant! [Uit de Hertogen van Brabant]. 
Veen (van den) — Overijssel. In blauw twee rechtopgeplaatste en 
van elkander afgewende zilveren zalmen, in 't schildhoofd vergezeld van eene gouden ster. 
Veen (van of van der) — Holland. In rood een gouden dwars-balk, vergezeld van drie rood-getongde zilveren leeuwenkoppen, 2 van boven en 1 van onderen. 
Veenhuysen (van den), zie uten Weedenhuysen. 
Velde (van of van de) — Holland. In zilver een klimmende zwarte eenhoorn, met gouden hoorn, hoeven en manen. Helmteeken: de eenhoorn, uitkomende en naar links omziende [Het stamhuis in Maasland]. 
Velden (van de) — Meyerij van den Bosch. In blauw drie gouden molenijzers, 2 en 1. 
Velsen (van) — Holland. Gewoonlijk neemt men aan dat het wapen van dit geslacht, waartoe Gerard van Velsen behoorde, het volgende was: Gedwarsbalkt van goud en blauw van zes stukken, de drie gouden balken beladen met negen roode St.-Andrieskruisjes, 4, 3 en 2. — Men vindt hem echter ook als wapen toegeschreven: In zilver drie roode leeuwen, 2 en 1. 
Vereem of van Eem — Utrecht. In zwart een goud getongde, genagelde en gekroonde zilveren leeuw; en een roode dwarsbalk, met twee zilveren schelpen beladen, over alles heen. 
Ver Huell — Gelderland. De admiraal Carel Hendrik Ver Huell voerde als familiewapen: Doorsneden: 1. in goud drie zwarte tour-nooiringen, 2 en 1 (ringen met eene stift van onderen); 2. in rood drie zilveren weerhaken, 2 en 1. Helm met goud-roode dekkleeden. Helmteeken: een Moorenborstbeeld, gekleed in een bruinen mantel met gouden snoeren, met rooden kraag en zilveren hoofdband, aan de rechterzijde geknoopt. — [Geadeld door Koning Lodewijk, 13 April 1810]. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie zwarte, tournooi-ringen, 2 en 1; 2. en 3. in blauw drie zilveren weerhaken, 2 en 1. Het schild gedekt met eene purperfluweelen muts, omgeven door eene kroon met drie paarlen en getopt met een bundel van zeven pijlen, samengesnoerd met een blauw lint. — [Graaf van Zevenaar, door Koning Lodewijk, 29 April 1810]. Gevierendeeld: 1. in goud drie zwarte tournooiringen, 2 en 1; 2. in goud een zwarte linker-schuinbalk, beladen met drie zilveren schelpen, in de richting van den balk geplaatst; 3. in blauw drie zilveren weerhaken, 2 en 1; 4. 
in zilver een zwart anker. Schildhouders: twee negers, gekleed in bruinachtige jakken met roode voering en roode kraag, witte broek, witte tulbanden gestreept met blauw, elk eene banier houdende, die ter rechterzijde rood met een gouden leeuw, in den eenen poot een zwaard en in den anderen een bundel pijlen houdende, en die ter linkerzijde rood met het gouden naamcijfer L. N.; de franjes der banieren en de pieken ook goud. Wapenspreuk: Rex et patria.— Na 1815, toen de admiraal zijn verblijf in Frankrijk gevestigd had, werd de linkerbanier vervangen door eene andere, geheel gelijk aan die ter rechterzijde. 
Vermuyden — Overijssel. In goud een van zilver en zwart ge-ruite keper. 
Vervou (van) — Friesland. In zilver een golvende roode schuin-balk. Helmteeken: een uitkomende zilveren eenhoorn met gouden hoorn. 
Veur (van) — Zuidholland. In goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1 (Duivenvoorde), en een gevierendeeld hartschild van Wassenaer: a. en d. in rood drie zilveren wassenaars, 2 en 1; b. en c. in blauw een gouden dwarsbalk. 
Vianen (van) — Utrecht. In zilver drie zwarte zuilen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een blauwe ezelskop en hals, met gouden ooren [Uit Culemborg]. 
Vieracker (van) — Gelderland. In zwart een gouden vorkkruis. Gekroonde helm. Helmteeken: zeven zwarte struisveeren; of, eene rechtopgeplaatste gouden staaf, aan wiens zijden zes struisveeren horizontaal bevestigd zijn, drie zwarte en drie gouden [Havezathe onder Warnsveld]. 
Vilsteren (van) — Salland. In goud drie zwarte kepers. Helm-teeken: eene baniervlucht volgens het schild [De havezathe bij Ommen]. 
Vladeracken (van) — Meyerij van den Bosch. In zilver drie roode molenijzers, 2 en 1. 
Vladeracken (van) — Holland. Gevierendeeld: 1. en 4. in goud drie roode vijfbladen, 2 en 1 ; 2. en 3. in zilver drie roode molen-ijzers, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een rood vijfblad (of, dit vijfblad groen-gestengeld, zonder bladeren). Schildhouders: twee gouden leeuwen. 
Vlaming (de) van Outshoorn, zie van Outshoorn. 
Vleuten (van) — Utrecht. In goud een halve roode leeuw, ge-tongd en genageld van blauw. Helmteeken: een zittende hazewind-hond in natuurlijke kleur. 
Vlierden (van) — Peelland. In zilver drie zwarte molenijzers, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een hanenkop en hals in natuurlijke kleur; of, een zwarte adelaarskop en hals. Wapen-spreuk: Avec le temps. 
Vliet (van) of van der Vliet [vroeger van Woerden van Vliet] — 
Utrecht. In rood drie zilveren ruiten, 2 en 1, die ruiten met een zilveren knop aan eiken der vier hoeken. — Sedert het midden der 15de eeuw werd het volle wapen van Woerden gevoerd: In goud drie roode ruiten, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een roode brakkenkop en hals; of, een rechtopgeplaatste roode leeuwenpoot, opkomende uit eene roode kuip. 
Vliet (van) over de Vecht, zie over de Vecht. 
Vlissingen (van) — Zeeland. In zilver zeven roode punten of vlammen naast elkander uit den schildvoet opstijgende; en een ge-vierendeeld vrijkwartier: a. en d. in goud een roodgetongde en genagelde zwarte leeuw (Henegouwen); b. en c. in goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw (Holland). [Lodewijk, ridder, een der twee basterdzonen van Willem VI van Beijeren, Graaf van Holland (de andere was Everard die het geslacht van Hoogwoude stichtte), verkreeg Vlissingen als heerlijkheid, doch werd, omdat hij de partij van Jacoba van Beijeren toegedaan was, daarvan be-roofd door Jan van Beijeren, die haar aan zijn oudsten basterdzoon Willem gaf]. 
Vlodrop (van) — Limburg. Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver drie blauwe dwarsbalken, en een roode schildzoom; 2. en 3. in zilver eene roode lelie. Helmteekens: 1°. een uitkomend oud man, in rood gekleed, met een van blauw en zilver gedwarsbalkten borstlap, en met hoofdwrong van zilver en blauw; 2°. een roode hoed, ge-topt met zwarte haneveeren. [Naam ontleend aan het dorp Vlodrop], 
Voocht (de) van Rijnevelt — Utrecht. Het wapen van van Rijnevelt. 
Voogt — Zuidholland. In zwart een zilveren dwarsbalk, verge-
zeld van vijftien liggende zilveren blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit Nederveen]. 
Voorburg (van) — Zuidholland. In rood drie zilveren wassenaars, 2 en 1 [Uit Wassenaer]. 
Voord (van der) of Voorde — Meyerij van den Bosch. In zilver een zwarte dwarsbalk, vergezeld van hoven van twee molenijzers van 't zelfde en van onderen van een blauwen leeuw. 
Voorhout (van) — Zuidholland (Rijksbaron, 5 September 1663). In zilver een blauwe dwarsbalk; en een rood St.-Andrieskruis over alles heen [Niet herkomstig van het dorp Voorhout bij Leiden, maar van liet slot Voorhout in Zuidbeveland bij Cruiningen]. 
Voorne (van), Burggraven van Zeeland. In rood een klimmende en aanziende gouden leeuw, getongd en genageld van blauw. Helm-teeken: de aanziende leeuw, opkomende uit eene kuip [Afstam-mende van Pelgrim, broeder van graaf Floris III van Holland]. 
Voorschoten (van) — Zuidholland. Het wapen van Wassenaer: Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren wassenaars, 2 en 1; 2. en 3 in blauw een gouden dwarsbalk. Over alles heen Duiven-voorde: in goud drie zwarte wassenaars, 2 en 1. 
Voorst (van der) — Graafschap Zutphen. In goud een rood vork-kruis. Helmteeken: het kruis, tusschen eene vlucht, rechts goud en links rood. — Of; Gedeeld van goud en zilver; en een rood vorkkruis over alles heen. Helm met zilver-gouden wrong. Helm-teeken: het kruis; tusschen eene vlucht, rechts zilver en links rood [Havezathe de Voorst onder Gorssel]. 
Voorthuysen (van) — Utrecht. In rood een uilgeschulpte gouden schuinbalk. Helmteeken: een uitkomende zilveren hazewindhond, tusschen twee buffelhoorns, rood en goud. 
Vorden (van) — Graafschap Zutphen. In goud een in drie rijen van zilver en zwart geschaakt kruis. Gekroonde helm. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild [De havezathe Vorden, bij het dorp van dien naam]. 
Vos van der Woert — Holland. In zilver een hoekige roode dwarsbalk, in den rechterbovenhoek vergezeld van een loopenden rooden vos. 
Vreese (de) — Utrecht. In rood drie zilveren of gouden leeuwen, 2 en 1. 
Vriese (de) van Oostende, zie van Oostende. 
Vucht (van) — Meyerij van den Bosch (Geadeld, 7 April 1756). In zilver twee zwarte palen. 
Vuren (van) — Holland. In zilver twee beurtelings gekanteelde roode dwarsbalken, in 't schildhoofd vergezeld van een zwart meerltje aan den rechterkant. Helmteeken: twee zilveren arendsbeenen, de klauwen omhoog [Uit Arkel], 
Vijgh — Gelderland. In zilver twee schuingekruiste armen, de bekleeding van eiken arm geblokt van drie stukken rood en twee stukken goud (dien ten gevolge is de plaats, waar de beide armen elkander kruisen, geheel rood); de vuisten gesloten en van natuur-lijke kleur (bij de pols is de mouw afgezet met een gouden randje). Helmteeken: de armen, naast elkander geplaatst. 
W. 
Wael (de) van Moersbergen — Utrecht. In rood drie zilveren leliën, 2 en 1, en in het hart een gouden schildje waarnaar de voet der leliën gericht is, zoodat de twee bovenste schuinrechts en schuinlinks staan en de onderste omgekeerd is. Helmteeken: eene zilveren lelie. 
Wael (de) van Vianen — Utrecht. In zilver een van zes stukken goud en zwart geschuinbalkt hartschild, vergezeld van drie zwarte zuilen, 2 van boven en 1 van onderen. Gekroonde helm. Helm-teeken: een zilveren ossenkop en hals, met gouden hoorns. 
Wael (de) van Vronesteyn — Utrecht. In zwart drie goud-geknopte zilveren rozen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een herts-gewei, de rechtsche tak zilver en de linksche zwart, of omgekeerd. Schildhouders: twee gouden griffioenen. 
Waelwijk (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Waerdenburg (van) [vroeger de Cocq van Waerdenburg] — Gelderland. In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd, beladen met eene blauwe lelie (doch ook dikwijls zonder de lelie). Gekroonde helm. Helmteeken: een pauwenkop en hals in natuur-lijke kleur [Uit Châtillon]. 
Walta — Friesland. In blauw drie zilveren ruiten, 2 en 1. Helm-
teeken: een rood-gebekte zilveren zwaan met opgeheven vlucht. 
Walta van Jongema — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche ade-laar; 2. in goud drie roode rozen, paalswijze gerangschikt. Helm-teeken: drie struisveeren, eene roode tusschen twee gouden. 
Warmelo (van)— Salland. Gedwarsbalkt en tegengedwarsbalkt van blauw en zilver, van drie stukken. Helmteeken: eene gouden koren-schoof; of, een uitkomende rood-gebekte zilveren zwaan met opge-heven vlucht, de rechtervleugel zilver beladen met een blauwen dwars-balk en de linkervleugel blauw beladen met een zilveren dwarsbalk. 
Warmond (van) — Zuidholland. In blauw een zilveren kruis. Helmteeken: eene vrouw in natuurlijke kleur met loshangend haar, opkomende uit eene roode kuip met gouden hoepels, met de han-den op den rand der kuip steunende en in elke hand een groenen palmtak houdende. 
Warmont (van) — Noordholland. In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw, en een zilveren barensteel van drie hangers, over den hals van den leeuw heengaande. Helmteeken: de leeuw met den barensteel, uitkomende. — Of; In goud een blauw ge-tongde en genagelde roode leeuw, vergezeld van vier roode blokjes in de hoeken van het schild. 
Water (te of van den) — Overijssel. In zilver drie zwarte leliën, 2 en 1; en een rood schildhoofd, beladen met een opkomenden gouden leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Wateringen (van) — Zuidholland. In zwart eene achtpuntige zilveren ster. Helmteeken: de ster; of, twee zilveren buffelhoorns [Uit Cralingen]. 
Watum (toe) — Groningen. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in rood drie zilveren leliën, 2 en 1. 
Wederden (van) — Gelderland. In rood een halve zilveren bok. 
Weedenhuysen (uten) of van den Veenhuysen — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Weent (van) — Holland. Gekeperd van zilver en zwart van twaalf stukken [Uit Egmond]. 
Weerde (van de) — Zuidbeveland. In zilver een blauw schildhoofd. Helmteeken: een uitkomende roode vos. 
Wees (van) of Wese — Gelderland. In zilver eene groene dwars-balk. Helmteeken: een zittende zilveren hazewindhond met goud-
geringden gouden halsband; of, een zilver-gehalsbande zwarte haze-windhond, gezeten op een groenen hoed met zilveren opslag. 
Wel (van der) — Holland. In rood drie gouden St.-Andrieskruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Weldam (van) — Utrecht. In zwart drie gouden ruiten, 2 en 1. 
Weldamme (van) — Eiland Schouwen. In zwart twee golvende zilveren dwarsbalken. 
Welderen (van) — Friesland (Rijksgraven,....). In zwart een geënte zilveren dwarsbalk. Helmteeken: twee met goud beslagene zwarte vederkokers, de opening omboord met goud, te zamen ge-plaatst in omgekeerden kepervorm; of, twee gouden olifantstrompen. 
Welle (van) — Noordbeveland. In zwart een liggende ovale zil-veren gesp, op vier plaatsen (van boven, van onderen en aan de zijden) met eene uit-stekende gouden punt beslagen, de doorn hori-zontaal geplaatst en naar links gericht; en een rood schildhoofd, beladen met drie zilveren ruiten. Helmteeken: een gouden draken-kop en hals, omgebogen. 
Welle (van) van Cats. Het wapen van van Welle. 
Welvelde (van) of Weleveld— Overijssel. In blauw drie zilveren rozen, 2 en 1; en een gouden schildhoofd, beladen met een rooden wolvenkop en hals. Gekroonde helm. Helmteeken: twee struis-veeren, goud en rood of rood en blauw; of ook, een roode wolven-kop en hals, tusschen twee zilveren struisveeren. 
Wely (van) — Gelderland. In blauw een gouden kruis. Gekroonde helm. Helmteeken: een mansborstbeeld, gekleed in blauw met zil-veren kraag en gedekt met eene blauwe muts. 
Wemeldinge (van) — Zuidbeveland. In rood een losstaand gou-den St.-Andrieskruis. 
Wena (van) — Zuidholland. In goud een blauwe dwarsbalk. Helm-teeken: eene gouden kuip gevuld met zwarte struisveeren. — Of: Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een blauwe dwarsbalk; 2. en 3. in rood drie rechtop geplaatste zilveren visschen, 2 en 1 [Uit Uiternesse. Het stamhuis bij Rotterdam]. 
Wenekum (van) — Gelderland, Utrecht. In blauw drie gouden kroonen, 2 en 1. Helmteeken: eene gouden kroon, zwevende tus-schen eene blauwe vlucht. 
Were (van) — Limburg. Een slangenkoppenkruis [Kleuren onbe-kend. De stamzetel bij Sittard]. 
Werve (van de) — Zuidholland. In zilver een roode dwarsbalk [Uit Wena. Stamhuis onder Voorburg]. 
Westerbeek (van) — Delfland. In goud een blauw-gesnoerde roode jachthoorn. Helmteeken: een uitkomende roode vos, aanziende ge-steld, gekleed in eene witte monnikspij. 
Weteringhe (van) — Overijssel. In zilver een zwarte keper. 
Weyburg (van) — Brabant. In goud drie blauwe St.-Andries-kruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Weyde (van der) — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van zilver en zwart van acht stukken. 
Weyer (van den) of de Viveren — Limburg. In hermelijn een gouden dwarsbalk, beladen met drie schelpen van .... 
Wiarda — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. in zilver een valk met het kapje over den kop, in natuurlijke kleur, met opgeheven vlucht zittende op een groen krukje dat op een gras-grond staat. Helmteeken: een zwarte arends- of valkenpoot, de klauw omhoog. — Later: Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw een omgewende zilveren wassenaar; b. in goud drie zwarte bollen, 2 en 1. Helmteeken: een valk met het kapje over den kop, in natuurlijke kleur, met uitgebreide vleugels en naar links omgewenden kop zittende op eene band in natuurlijke kleur, de pols bekleed met goud, die uit de wrong opkomt. 
Wiarda tot Goutum — Friesland. In blauw een rood-gebekte zil-veren zwaan, gebalsband met eene antieke gouden kroon. Helm-teeken: de zwaan, liggende op den helm, zoodat de pooten niet zichtbaar zijn. 
Wichen (van) — Gelderland. In rood een rechtopgeplaatste zil-veren weerhaak, en een zilveren hamer met gouden steel dwars daaroverheen gelegd; de kop van den hamer, waarboven een gou-den kroontje zweeft, aan de linkerzijde. 
Wieldrecht (van) — Zuidholland. In blauw drie gouden St.-Andrieskruisen, 2 en 1 [Uit Stryen]. 
Wiele (van der) — Brabant. In blauw twee rechtopgeplaatste en van elkander afgewende zilveren zalmen [Uit Altena]. 
Wielnesse (van) of Wildenesse — Zuidholland. In zilver een 
roode dwarsbalk, vergezeld van vijftien liggende roode blokjes, van boven 5 en 4, en van onderen 3, 2 en 1 [Uit Nederveen]. 
Wieringen (van) — Holland. In zwart eene achtpuntige zilveren ster [Uit Cralingen]. 
Wilssum (van) — Overijssel. In zilver drie zwarte linkerschuin-balken, beladen met zeven gouden ruiten, 2, 3 en 2, geplaatst in de richting der balken. Helmteeken: drie zilveren struisveeren. 
Winssen (van) — Kwartier van Nijmegen, Utrecht. In goud een groot en scherp uitgeschulpte dwarsbalk, waardoor van boven vier en van onderen drie lange punten ontstaan, elk met eene knop aan het uiteinde; alles zwart. Helm gedekt met eene zwarte kroon. Helmteeken: een gouden struisvogelskop en hals, langs wiens rug een zwarte kam loopt met vier uit-stekende geknopte punten gelijk aan den dwarsbalk; de vogel een zwart hoefijzer in den hek hou-dende, met de kalkoenen omlaag. Schildhouders: twee gouden struisvogels, elk een zwart hoefijzer met de kalkoenen omlaag in den bek houdende. 
Winter (de) — Holland. De admiraal de Winter voerde als familiewapen: In zilver een dikke rechtopstaande tak of dunne boomtronk, bezet langs de rechterzijde met drie overgebogen eikels boven elkander en langs de linkerzijde met drie overhan-gende eikenbladeren boven elkander; alles groen; de tak geplaatst op een groenen grond. Helmteeken: drie struisveeren. — [Graaf van Huessen, door koning Lodewijk, 4 Mei 1810]. Gevierendeeld: 1. en 4. het familiewapen; 2. en 3. in groen een gouden driemast-schip met gereefde zeilen, en naar rechts waaiende gouden vlag-gen. Schildhouders: twee matrozen gedekt met hoeden, elk eene banier aan eene tournooilans houdende, die ter rechterzijde rood met een gouden leeuw, in den rechterpoot een zwaard en in den linkerpoot een bundel pijlen houdende, die ter linkerzijde blauw met het gouden naamcijfer L. N. Wapenspreuk: Moed. — [Graaf van het Fransche Keizerrijk, 1811]. Gevierendeeld: 1. in blauw een rechtopgeplaatst zilveren zwaard met gouden gevest; 2. en 3. het familiewapen; 4. in groen het gouden schip als hierboven, doch de vlaggen naar links waaiende. 
Wisch (van) — Graafschap Zutphen. Eerst: In goud een blauw hartschild, vergezeld van acht zoomswijze gerangschikte roode 
vogels, 3 van boven, 1 aan elke zijde en 3 van onderen. Gekroonde helm met goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken: een goud-gehals-bande roode vogel met opgeheven vlucht. — Later: In goud twee gaande en aanziende roode leeuwen boven elkander. Gekroonde helm. Helmteeken: twee rechtopgeplaatste paardenpooten, rechts goud en links rood, beide met gouden hoefijzers. 
Wisch (van) van Lichtenberg — Graafschap Zutphen. Het eerste wapen van van Wisch. 
Wispenninck — Overijssel. Doorsneden van zwart op rood, met een zilveren dwarsbalk over de doorsnijdingslijn heen; het zwart beladen met drie naast elkander gerangschikte gouden ringen. Helm met zwart-gouden wrong. Helmteeken: een schildje met het wapen (zonder de ringen), tusschen eene zilveren vlucht. 
Wissekercke (van) — Noordbeveland. In zilver eene ruitvormige roode gesp, de dwarsgelegde doorn naar links gericht en in het midden doorgebroken, of anders gezegd het middengedeelte wegge-nomen, zoodat men daar weder het zilveren veld ziet. Helmteeken: eene uitkomende mansfiguur. 
Wissema — Friesland. In blauw een van den rechterschildrand uitgaande voorarm, rood bekleed met zilveren opslag, de hand in natuurlijke kleur een gouden pijl rechtop houdende, wiens punt geflankeerd is door twee gouden sterren. 
Wissen (van) — Haarlem. In rood drie zilveren pijlen, elk schuinrechts geplaatst, en boven elkander gerangschikt. Helmteeken: eene roode vlucht, elke vleugel beladen met een rechtopgeplaatsten en omgekeerden zilveren pijl, waarvan men de punt niet ziet, omdat die in den vleugel verloopt. 
Witman (van), zie van Wytman. 
Wittelnoort (van) — Zuidholland. In zilver eene achtpuntige roode ster. Helmteeken: de ster [Uit Cralingen]. 
Witten — Overijssel. In zilver een roode wassenaar; en een zwart schildhoofd. Helm met rood-zilveren wrong. Helmteeken: de wassenaar, tusschen eene vlucht, rechts zwart en links zilver. 
Wittenhorst (van) — Gelderland. In goud twee roode dwars-balken. Gekroonde helm. Helmteeken: twee fazantenveeren volgens het schild; of, een roode hoed met gouden opslag, getopt met twee struisveeren volgens het schild. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 27 
Woerden (van) — Holland. In goud drie roode ruiten, 2 en 1. Helmteeken: een roode brakkenkop en hals; of, een rechtopgeplaatste roode leeuwenpoot, opkomende uit eene roode kuip. 
Woert (van der) — Zuidholland. In rood een hoekige zilveren dwarsbalk [Zie ook Mart van der Woert en Vos van der Woert. Stamhuizen Hoogewoert en Lagewoert onder Delfland]. 
Wolff (de) van Westerrode — Veluwe. In zilver een roode keper, vergezeld van drie meerltjes van 't zelfde. Helmteeken: een rood-getongde zilveren drakenkop, de hals beladen met een rooden keper. 
Wolfswinckel (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw drie zilveren molenijzers, 2 en 1. 
Woude(van den), later van den Woude van Warmond — Zuid-holland. Eerst: In goud drie roode ruiten, 2 en 1 [Uit Woerden] — Later, wegens betrekkingen met de Burggraven van Leiden: In blauw een gouden dwarsbalk, vergezeld van drie zilveren wasse-naars, 2 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: twee rechtop-geplaatste beerenpooten in natuurlijke kleur, tusschen twee van elkander afgewende roode banieren, elke beladen met drie gouden ruiten, 2 en 1 [Het stamhuis Woude bij Leiden], 
Woudenberg (van) — Utrecht. In zilver drie roode adelaars, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende roode ade-laar, de vleugels doorsneden van zilver op rood. 
Wullen (van) — Salland. Gedeeld van zilver en blauw. Helm-teeken: twee buffelhoorns, zilver en blauw; of, een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Wulven (van) — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van goud en rood van acht stukken. 
Wulven (van) genaamd van Heemstede — Utrecht. Golvend-ge-dwarsbalkt van goud en blauw van acht stukken. 
Wulven (van) genaamd van Hinderstein — Utrecht. Golvend-gedwarsbalkt van zilver en zwart van acht stukken. 
Wijck (van) — Betuwe. In zilver een blauwe keper, beladen met drie gouden schelpen. Helmteeken: een pelikaan met hare jongen in een nest, alles van natuurlijke kleur. 
Wijck (van) van Abcoude — Utrecht. Gevierendeeld: 1. en 4. in rood drie zilveren zuilen, 2 en 1 (Zuylen van Abcoude); 2. en 3. in zwart een zilveren leeuw, getongd, genageld en gekroond 
van goud (Gaesbeeck). Gekroonde helm. Helmteeken: eene zilveren vlucht. 
Wijck (van) van Honsoirde — Utrecht. In zwart een gouden schildhoofd, beladen met twee roode wielen. Helmteeken: twee buffelhoorns, rechts zwart beladen met twee gouden wielen boven elkander, links goud beladen met twee roode wielen boven elkander. 
Wyckel (van) — Friesland. In zilver, van boven twee goud-ge-knopte roode rozen, en van onderen een gouden eikel met groen bekertje, en opstijgende van een dwarsgelegden groenen tak zonder bladeren. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte raaf met uit-gespreide vlucht. 
Wyhe (van) van Echtelt — Overijssel (Vernieuwing van den titel van Rijksbaron, 15 Juni 1742). In zilver, bezaaid met blauwe blokjes, een goud-gekroonde roode leeuw over alles been. Ge-kroonde helm met zilver-roode dekkleeden. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Wyhe (van) van Hemen — Overijssel. In zilver een halve roode leeuw, getongd van blauw, en gekroond en genageld van goud. Gekroonde helm. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Wytman (van) of Witman — Salland. In zilver drie zwarte schuinbalken, beladen met zeven gouden ruiten, 2, 3 en 2, in de richting der balken geplaatst. Helmteeken: eene vlucht, rechts zilver en links goud. 
Wytsma — Friesland. Doorsneden: 1. gedeeld: a. in blauw eene gouden ster; b. in zilver een groen klaverblad; 2. in groen twee gouden kubussen, bovenop en van de linkerzijde gezien. Helmtee-ken: vijf struisveeren: blauw, zilver, zwart, goud en groen. 
Y. 
Ydsma — Friesland. Gedeeld: 1. de Friesche adelaar; 2. door-sneden: a. in blauw eene zilveren lelie; b. in zilver een gouden eikel, gestengeld en met twee bladeren van groen, de stengel omlaag. Helmteeken: de gestengelde en gebladerde eikel. 
Yllingen (van) — Meyerij van den Bosch. In goud drie blauwe molenijzers, 2 en 1. 
Ysselstein (Oudste Heeren van) — Utrecht. In goud een in twee rijen van rood en zilver geschaakt St.-Andrieskruis. 
Ysselstein (van), zie van Amstel van Ysselstein. 
Z. 
Zaan den (van) — Kennemerland. In zilver een rood kruis. Helm-teeken: twee gouden vederkokers, in omgekeerden kepervorm geplaatst. 
Zeller (van) — Gelderland. In zilver drie zwarte merels, 2 en 1. Helmteeken: een zwarte merel. 
Zevender (van) — Holland. In goud twee beurtelings gekan-teelde zwarte dwarsbalken. Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte olifantskop met zilveren slagtanden [Uit Arkel. Stamgoederen bij Schoonhoven]. 
Zoelen (van) — Gelderland. In rood een zilveren kruis. Ge-kroonde helm. Helmteeken: een uitkomende zilveren os met gouden hoorns en hoeven, aanziende gesteld. 
Zon (van) — Meyerij van den Bosch. In blauw eene gouden zon. 
Zuidland (van) — Eiland Schouwen. In zwart een rechtopge-plaatst zilveren zwaard met gouden gevest, vergezeld van drie ovale zilveren gespen met gouden beslag, 2 van boven en 1 van onderen, de doorn horizontaal en naar links. — Of; In rood, van boven twee zilveren schelpen en van onderen eene zilveren gesp als de beschrevene. 
Zuidwijk (van) of Suyck — Zuidholland. Gedwarsbalkt van zilver en zwart van zes stukken, de eerste zilveren balk beladen met een rooden barensteel van drie hangers. Gekroonde helm. Helmteeken: een hertenkop en hals van hermelijn met gouden gewei [Stamhuis onder Wassenaar. Uit Raaphorst]. 
Zijde wint (van) of Zijdewij — Holland. In blauw drie gouden St.-Andrieskruisen, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene antieke vlucht volgens het schild [Uit Stryen]. 
Zijll (van) — Zuidholland, Utrecht. In rood een blauw gebekte en gepoote gouden adelaar. Helmteeken: de adelaar, uitkomende [Stam-huis onder Leiderdorp]. 
401 
402 
403 
404 
405 
406 
407 
408 
409 
410 
411 
412 
413 
414 
415 
416 
417 
418 
419 
27* 
420 

EERSTE REGISTER. 
REGISTER DER WAPENFIGUREN. 
De cursief gedrukte namen zijn die van den óf uitgestorvenen of nog niet weder erkenden adel Het sterretje vóór de namen duidt aan, dat de opgegeven figu-ren niet het volle of het eigenlijke wapen uitmaken, maar in een kwartier of hartschild voorkomen. 
Halve Adelaar. 
In goud een halve zwarte adelaar. 
*Adélen. — *Adélen van Cronenburgh. — *Aesgema. — *Aggama van Walta. — *Albada van Poppingawier III. — *Andringa.— *Aylva van Witmarsum. — *Aylva gezegd Sjaerdema. — *Burmania. — *Canter. — *Dekema. — *Doninga. — *Dootnia. — *Doyem. — *Doyema. — *Eelsma Mauritsma. — *Feytsma. — *Frymersum. — *Galama. — Goslinga. — *Haerda. — *Haersma van Tjerkwerd. — *Hania. — *Hania van Hesens. — *Harinxma thoe Slooten. — *Harinxma thoe Sneek. — *thoe Herewey. — *Heslinga van Galama. — *Hettema. — *Hillema. — *Holdinga. — *Hoptilla. — *Hottinga. — *Hottinga van Kee. — *Hoytema. — *Inthiema tot Workum. — *Ipema of Epinga. — *Jelckema. — *Jelgerhuis. — *Jongema. — *Juwsma. — *Kee. —*Lam-berts do Cortenbach. — *Liauckama van Makkum. — *Liauckama van Sexbierum. — *Martena. — *Minnema. — *Mockema. — *Munter. — *Ockinga. — *Oedtsma. — *Olne. — *Osinga. — *Popma tot Ylst. — *Rengers (Juckema van Burmania-). — *Rheen (in een hartschildje).— *Rinia. — *Roorda van Genum. — *Siccama. — *Sickema. — *Sic-kinghe. — *Sirtema van Grovestins. — *Solckema. — *Tindal. — *Tjaerda van Idsinga. — * Walta van Jongema. — *toe Watum. — * Wiarda. — * Ydsma. 
In zilver een halve blauwe adelaar. 
* Middel. 
In zilver een halve zwarte adelaar. 
*de Boer. 
In rood een halve gouden adelaar. *Calkoen van Voordaan. 
In zwart een halve gouden adelaar. 
*Gruys (Polman). 
Opkomende Adelaar. 
In zilver een opkomende zwarte adelaar. 
*Petit. 
Adelaar. 
In goud een roode adelaar. 
Appelthorn of Apeldoorn (met een dwarsgelegden sleutel op de borst). — Aylkema van Rasquert of Rasquert (of met eene ster van boven). — Wijckerslooth van Royestein. — *Wijckerslooth van Weerdestein. 
In goud een blauwe adelaar. 
Idsaerda. 
In goud een zwarte adelaar. Jarla van Wetsens (gehalsband met een krans). — *Marchant d'Ansem-bourg. — *Snouckaert van Schauburg. — *Spaen (hartschild). — *Speicher. — *Spengler. — Starckenborgh (aan een lint een schildje houdende beladen met een leeuw). — *Sypesteyn (in het hartschild). 
In goud een purperen adelaar *Teixeira. — *Teixeira de Mattos. 
In zilver een roode adelaar. Arnhem. — van der Buttingen. — van den Gruithuis (op de borst een schildje beladen met een dwarsbalk). — Presickhaef. — Rietvelt. 
In zilver een zwarte adelaar. *van den Clooster van Dornum (en een schildhoofd beladen met drie korenschoven). — *Constant Rebecque. — *Goll van Franckenstein. — *Rappard (hartschild). 
In rood een gouden adelaar. Arendael. — *de Peterssen. — Zijll. 
In rood een zilveren adelaar Levendael. — *Meerhem. — *Schwartz. 
In blauw een gouden adelaar. Heemstra. — Occo. — Oestrum. 
In blauw een zilveren adelaar. *Bas (met een olijftak in den bek). — *Calkoen van Voordaan. — *Huydecoper. — Sevenaer. 
In zwart een gouden adelaar. Schadijck (op de borst een schildje beladen met 2 en 1 leliën en in het hart een ring). — Stachouwer (en een schildhoofd beladen met een paal tuschen twee halve leeuwen). 
In zwart met een rood schildhoofd, een zilveren adelaar over 
alles heen. 
*Custis (met een lauwertak in den bek). 
Doorsneden van goud op blauw; met een van rood op goud door-sneden adelaar. 
*Stratenus. 
Twee Adelaars. 
In rood twee gouden adelaars naast elkander. Parijs van Zuydoort. 
Drie Adelaars. 
In goud drie roode adelaars. 
Coeverden. 
In goud drie zwarte adelaars. Echten. — Mill. — den Tex. 
In zilver drie roode adelaars. 
Woudenberg. 
In blauw drie zilveren adelaars. 
Anssen. 
In zwart drie zilveren adelaars. Haeren (2 en 1, en soms naast elkander gerangschikt). 
Adelaarskop. 
In goud een zwarte adelaarshop. *Gericke van Herwijnen. 
In zilver een zwarte adelaarskop. Pabst (hartschild). — Pabst (Lawick van) (hartschild van kwartier I. en IV). 
Dubbele Adelaar. 
In goud een dubbele roode adelaar. 
van de Poll van Isendoorn. — Riemsdijk. — Wijckerslooth van Greven-machern (op de borst een schildje waarin een leeuw, over vijf dwars-balken heen). 
In goud een dubbele zwarte adelaar. Aebinga (en aan de schildpunt een klaverblad). — *Aebinga tot Hyum. — Amama (en een schildhoofd beladen met drie sterren). — *Bentinck (Aldenburg-) (in het hartschild). — *Clant van Stedum. — Dijxstra 
(op de horst een schildje beladen met eene lelie). — Eernsma (en een schildhoofd beladen met een krukkenkruis). — Eminga (ondersteund door een wassenaar) — Gerbranda (elke poot ondersteund door eene roos). — *Heiden (hartschild). — Hermana (tusschen twee leeuwtjes, en de staart beladen met drie sterren). — Jeltinga (in eiken bek een klaverblad). — Jeppema (op de borst een schildje beladen met eene ster). — Nittersum. — *de Peterssen (hartschild). — de Ridder. — *Stratenus (op de borst een schildje beladen met twee beurtelings ge-kanteelde dwarsbalken). — Rispens (de adelaar geplaatst in eene door-nenkroon). — Scheltinga van Minnertsga (en van boven eene ster). — *Vredenburch. 
In zilver een dubbele zwarte adelaar. *Hurgronje (Snouck-) (hartschild; op de borst van den adelaar een rond schildje beladen met eene lelie). — Millinck. — Ompteda (en van boven twee klaverbladen). 
In rood een dubbele zilveren adelaar. 
Diert. 
In blauw een dubbele gouden adelaar, toe Lellens (en van boven twee klaverbladen). 
In zwart een dubbele gouden adelaar. Scheltinga (en van boven eene ster). 
Twee Dubbele Adelaars. 
In zilver, rechts een zwarte en links een roode dubbele adelaar. Millinck van Gerwen (tusschen de adelaars een gedwarsbalkt schildje). 
Drie Dubbele Adelaars. 
In goud drie dubbele roode adelaars. 
Hemeren. 
In zilver drie dubbele roode adelaars. 
Ennens. 
Alen, zie Palingen. 
Altaar. 
In blauw een gouden altaar. 
Reuchlin. 
Anker. 
In zilver een zwart anker. *Pichot van Slype. — * Ver Huell. 
Ankerkruis, zie onder Kruis. 
Aren, zie Koren-aren. 
Arend. 
In goud een zwarte arend. *Gaeikinga. — Gockinga (ter rechterzijde een kruisboog). 
Twee Arenden. 
In blauw twee gouden arenden. Aulnis de Bourouill (te zamen een helm ondersteunende). 
Arendsbeen. 
In rood een gouden arendsbeen. 
*Cleverskerke. — *Elout (hartschild). 
Doorsneden van zilver op blauw, en daarin een arendsbeen doorsneden van zwart op goud. 
Tellicht. 
Drie Arendsbeenen. 
In rood drie gouden arendsbeenen. Hoogenhouck. — Styrum. — *Tulleken (Hoogenhouck). 
Gevleugeld Arendsbeen. 
In rood een zilveren gevleugeld arendsbeen. Rendorp. — *Rendorp. — *Rendorp van Marquette. 
Arm. 
In goud een zwart bekleede arm. *Siebold (een lancet houdende). 
In zilver een geharnaste arm. *de Beyer (een vingerring houdende). — de Rotte (een ring houdende). 
In rood een geharnaste arm. Speulde (de vuist gesloten). 
In rood een blauw bekleede arm. Millingen (een zwaard houdende). 
In blauw een naakte arm. *Schaep (uit eene wolk komende en een tak houdende). 
In blauw een geharnaste arm. Botnia (een zwaard houdende). — Finia (een zwaard houdende). — *Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh (uit eene wolk komende, een zwaard houdende en vergezeld van 2 en 1 sterren). — Siercksma (een zwaard houdende). — *Wrangel auf Lindenberg (vier banieren houdende). 
In blauw een rood bekleede arm. Wissema (een pijl houdende, waarbij twee sterren). 
Gedeeld van rood en zwart; en een geharnaste arm met zwaard over de deelingslijn heen. *Schmidt auf Altenstadt. 
Twee Armen. 
In zilver twee schuingekruiste armen, de bekleeding geblokt van 
rood en goud. 
Vijgh. 
Bank. 
In goud eene roode bank. 
Laer van Laerwold. 
Barensteel. 
In goud een blauwe barensteel. 
Oostenwolde. 
In blauw een zilveren barensteel. 
*Wolff-Metternich. 
Beenen. 
Gedeeld van blauw en rood; en daarover heen twee schuingekruiste geharnaste beenen. 
Paspoort. 
Beer. 
In goud een zwarte beer. 
Beresteyn (zittende op een platten steen). — * Coehoorn (opgericht). — *de Girard de Mieiet van Coehoorn (opgericht). — Roëll (opgericht). — *Roëll (van Gheel-) (opgericht). — *Scheltinga (Coehoorn van) (opgericht). 
In zilver een zwarte beer. de Behr (opgericht). — *Dommer (zittende). 
In rood een bruine beer. *dc Beyer (opgericht). 
Beerenpooten. 
In blauw een gouden beerenpoot. Boshoff (dwarsgelegd en een uitgerukten boom houdende). 
In blauw drie gouden beerenpooten. 
Caldenbach. 
Belletjes. 
In rood drie gouden belletjes. Bellinchave. — *Rappard. 
In rood drie zilveren belletjes. 
Bellinchave. 
In blauw twee gouden belletjes. *Collen (naast elkander). 
Berg. 
In rood een gouden berg. 
Goldberg. 
In rood een zilveren berg. 
*Kinsbergen. 
In blauw, gouden bergen. *Holmberg de Beckfelt (2 naast elkander). 
In blauw een zilveren berg. *Hogguer (op den top een zeemeeuw). 
Beurs of Tasch. 
In zilver eene roode beurs. 
Buerse. 
Bever. 
In goud een zwarte bever. 
Bevervoorde (gekroond). 
In zilver een zwarte bever. 
Bevervoorden. 
Binnenzoom. 
In zilver een roode binnenzoom. 
Sinderen. 
In rood een zilveren binnenzoom. 
Sinderen. 
Blauw (effen blauw). Cuser (en een vrijkwartier gevierendeeld van Henegouwen en Holland). — *Frittema. — *Macaré (Rethaan-) (in het hartschild). — van den Poel genaamd Paludanus (en een vrijkwartier gevierendeeld van Henegouwen en Holland). 
Bladeren. 
In goud, groene bladeren. *Sixma (1 eikenblad). — *Thier (2 en 1 eikenbladeren). 
In zilver, roode bladeren. Marhulsen (2 en 1 hulstbladeren). 
In zilver, groene bladeren, ter Bruggen (2 en 1 hulstbladeren). — Swaefken (1 hulstblad). 
In rood, zilveren bladeren. *Suasso (2, 1 en 2 wilgenbladeren). 
In blauw, gouden bladeren. *Helbig (8 uitgetande bladeren, in den vorm eener roos gerangschikt). 
In zwart, zilveren bladeren. Ubbergen (8 puntige bladeren, in den vorm eener roos gerangschikt). 
Bladeren, kleuren onbekend. Coptit (2, en een schildhoek beladen met een molenijzer). — Meckinck (2 en 1 hulstbladeren). 
Bloemen. 
In goud een gestengelde en gebladerde roode nagelbloem. Bloemendael (opstijgende uit een dal). 
In zilver drie mispelbloemen van rood en groen. Beelaerts van Blokland. 
In rood drie zilveren mispelbloemen. 
Hirtom. 
In blauw eene gouden lelieplant met drie bloemen. *van der Lely van Oudewater. 
In zwart drie goudsbloemen van goud. 
Sasbout. 
Blokjes. 
In goud, roode blokjes. Franckenberg en Proschlitz (2 en 1). 
In zilver, blauwe blokjes. *Tindal (3 liggende blokjes, boven elkander). 
In rood, gouden blokjes. 
Ammerzode (3 en 3). 
In blauw, gouden blokjes. *Lohman (de Savornin-) (2, 2 en 1 liggende blokjes). 
In groen, gouden blokjes. *Wytsma (2 naast elkander). 
Boeien. 
In zilver eene zwarte boei. 
*Boeye (Schuurbeque-). 
In blauw, zilveren boeien. *Hochepied (vergezeld van eene hand). 
Halve Bok. 
In rood een halve zilveren bok. 
Weder den. 
Bokken. 
In goud een roode bok. 
Saterslo. 
In zilver- een zwarte bok. 
Armelo (klimmend), 
In zilver twee zwarte bokken. Coenders en *Coenders (klimmende en naar elkander toegewend). 
Bokkenkoppen. 
In zwart drie zilveren bokkenkoppen. van der Goes. — *Goes (Meerman van der-). 
Bollen. 
In goud drie roode bollen. 
Borculo. — *Bronckhorst — Doedinckweerde genaamd van Borculo. — *van der Eese van Gramsbergen. — *Gronsfeld Diepenbroick Impel. — *Lim-burg Stirum. 
In goud drie zwarte bollen. Peperlaken. — *Wiarda. 
In zilver drie roode bollen. Gramsbergen. — Schaesberg (en van boven een barensteel). 
In blauw veertien gouden bollen. Bülow (4, 4, 3, 2 en 1). 
In zwart drie gouden bollen. *Cornets de Groot (schuinrechts gerangschikt, en vergezeld van 3 vogels). — Kraayenburg (schuinrechts gerangschikt, en vergezeld van 3 vogels). 
Bommen. 
In zilver drie roode bommen. *Bomme (de Haze-) (naast elkander). 
Boom. 
In goud een groene boom. 
Berkhout. — Holtscher. — *Nepveu. — *Salis. — Serière (en een schild-hoofd beladen met twee sterren). — *Teixeira de Mattos. — *Tets. — *Tets (Rees van). 
In zilver een groene boom. *Caan. — *Caan (de la Bassecour-). — Bogaert. — Esch. — Esschinck. — Haersma (rechts eene ster en links eene lelie). — Hogedoorn. — *Hur-gronje (Snouck-) (en een vogel op den top). — Maurissens (aan de linkerzijde een kraai). — *Wentholt. 
Drie Boomen. 
In zilver drie groene boomen naast elkander. Korens (tusschen den 2den en 3don boom een eekhoorn). — *Schwartz. 
Dorre Boom. 
In zilver een zwarte dorre boom. Someren (en een schildhoek beladen met een molenijzer). 
In zilver een groene dorre boom. *van der Lely van Oudewater. 
In blauw een zilveren dorre boom. 
*Prins. 
Boomtronk. 
In rood een uitgerukte gouden boomtronk.. *Lycklama à Nyeholt (met drie eikels op den top). 
In zilver een groene boomtronk de Winter en *de Winter (rechts met drie eikels en links met drie eiken-bladeren). 
Borstels. 
In rood twee gouden borstels. 
*Steengracht. 
Broek. 
In rood een zilveren broek. 
Abbenbroek. 
In blauw een zilveren broek. 
Abbenbroek. 
Buffelhoorn. 
In blauw een zilveren buffelhoorn. *Bieberstein Rogalla Zawadsky. 
Bijl. 
In goud een blauwe bijl. *Wentholt (met zwarten steel). 
In zilver een roode bijl. 
*Macaré (Rethaan-). 
In rood een zilveren bijl. * Hamerstede (met gouden steel). 
Degens, zie Zwaarden. 
Dolfijn. 
In rood een zilveren dolfijn. 
Endegeest. 
Doorsneden. 
Doorsneden van hermelijn op goud. 
van der Donck. 
Doorsneden van hermelijn op groen. Broeckhuysen. — Merwijck. — Poskijn. — Schelberg. 
Doorsneden van rood op zilver. 
Stavenisse. 
Draak. 
In zilver een blauwe draak. 
Haersens. 
In zilver een zwarte draak. *Innhausen und Kniphausen. 
Gedeeld van goud en zwart; met twee draken van 't eene in 't andere *Goll van Franckenstein (naar elkander toegewend en de halzen om 
elkander gestrengeld). 
Drielingsbalken. 
In zwart drie gouden drielingsbalken. 
Alphen (en een schildhoofd beladen met drie kruisjes). — Berwout (en een schildhoofd beladen met een gaanden beer). — van den Bosch (en een schildhoofd, benevens een vrijkwartier beladen met 2 en 1 molen-ijzers). — Doerne (en een schildhoofd beladen met drie St.-Andries-kruisjes). — *Dommelen (en een schildhoofd, rechts met twee palen, en links met een leeuw). 
Droogscheerdersscharen. 
In goud eene roode schaar. Hattum. — *Hattum van Rynesteyn. 
In zilver drie roode scharen. 
Banjaert. 
In zilver eene zwarte schaar. 
Amerongen. 
Duif. 
In blauw eene zilveren duif. 
*Martini van Geffen. — *Martini Buys. — *Reenen (vliegend). — *Ver-heyen (van boven vergezeld van een wiel; en een schildhoek beladen met eene roos). 
In rood eene zilveren duif. *van den Bosch (een olijftak in den bek houdende). 
Druiventros. 
In zilver een blauwe druiventros. Hoogelande (en een schildhoofd, beladen met drie kroonen). 
Dwarsbalk. 
In goud een dwarsbalk van vair. 
Poelwijck. 
In goud een roode dwarsbalk. *Amstel van Ruweel. — *Bicker. — *Lamberts de Cortenbach. — Nyen-rode. — *Nyenrode van Velsen. — Ruweel. — *Sypesteyn. — Taets van Voorne. 
In goud een blauwe dwarsbalk. *Ewsum. — Heteren. — *Lewe van Middelstum. — Raesfelt. — *Storm van Wena. — *Tamminga. — Uiternesse. — Wena. — *Wena. 
In goud een groene dwarsbalk. Helbergen (en een uitgeschulpte schildzoom). — 
In goud een van rood op zilver geënte dwarsbalk. 
Edelstecke. 
In zilver een roode dwarsbalk. *Aylva (goud-getralied). — Doornick. — *Oestgeest. — Scherpenisse. — Taets van Amerongen. — van de Werve. 
In zilver een blauwe dwarsbalk. Baack. — Hackfort. — Ketel van Hackfort. — Meermuiden. 
In zilver een zwarte dwarsbalk. 
Alsfort. 
In zilver een groene dwarsbalk. 
Druten — Wees. 
In hermelijn een gouden dwarsbalk. 
de la Court. 
In vair een roode dwarsbalk. *Marchant d'Ansembourg. 
In rood een gouden dwarsbalk. Bennebroek. — *Dorp. — *Halfwassenaer. — *Mühlen. — *Neukirchen genaamd Nijvenheim. — Valkenburg. 
In rood een zilveren dwarsbalk. Backerwaerde. — *Hop (in het hartschild). — van der Merwede. — *Sickinghe. 
In rood een blauwe dwarsbalk. Dopff (en daar overheen eene halve ster). 
In blauw een gouden dwarsbalk. Leiden (Burggraven van) — * Veur (in het hartschild). — * Voorschoten. — *Wassenaer. 
In zwart een gouden dwarsbalk. 
Schade van Westrum. 
In zwart een zilveren dwarsbalk. Borssele. — Borssele van Brigdamme (de balk ingehoekt van zilver op rood). — *Borssele van Capelle — *Borssele van Duiveland. — *Borssele van Grandprê. — Borssele van Latridale (en een schuinstreep er over 
heen). — *Borssele van Oostervant. — *Borssele van Sandijck (hart-schild). — *Flugi van Aspermont. — *Macaré (Rethaan-). 
In groen een zilveren dwarsbalk.. Boelsbeck. — *Eggert van Purmerende. — *Jousma van Wirdum. — Ruichrok van de Werve. 
Dwarsbalk over andere figuren heengaande, 
— over een leeuw heen. 
Bekesteyn. — Bransenborch. — Meerenborg. — Poppendomme. — Vereem of van der Eem (de dwarsbalk beladen met twee schelpen). 
— over drie schuinbalken heen. 
Huss. 
— over vijf spitsruiten heen. Vegelin van Claerbergen. 
Beladen Dwarsbalk. 
— beladen met een bever. 
de Bevere. 
— een klaverblad. 
Damassche. 
— drie korenschoven. 
*Macaré (Rethaan-). 
— een leeuw tusschen twee molenijzers. 
ter Mollen. 
— drie palen. *Limburg Stirum (hartschild). 
— twee ramskoppen. Delen. — *Tulleken (van Hoogenhouck-). 
— drie schelpen. 
van den Weyer. 
— een spoorrad. 
Collot d'Escury. 
— eene ster. 
*Entens. 
— drie weerhaken. 
Foeyt. 
Vergezelde Dwarsbalk. 
— vergezeld van drie adelaars. Molenkamp. — Poelgeest. 
— van boven twee bossen biezen of twee korenschoven. 
Liesvelt. 
— acht blokjes, 4 van boven en 4 van onderen. 
May. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 28 
— vijftien liggende blokjes, 5 en 4 van boven, en 3, 2, 1 van onderen. 
Barendrecht. — Nederveen. — Oem (de dwarsbalk beladen met een op-komenden leeuw). — Pendrecht. — Voogt. — Wielnesse. 
— vijftien bollen, 5 en 4 van boven, en 3, 2, 1 van onderen. Bergen. — van der Brugh. — Clootwijck. — van der Merwede. — Muil-wijk. — Riede. — Tolloisen. 
— van boven een barensteel. 
Borssele van Cortgene. 
— twee schuingekruiste degens boven den balk. *van der Brugghen. 
— van boven een distel tusschen twee leliën. Melort (en van onderen een vogel tusschen twee sterren). 
— drie eendjes. 
Boelman. 
— van boven drie granaat-appelen naast elkander. Quintus (en van onderen een eekhoorn). 
— van boven twee handen. Speelman (en van onderen een hamer). 
— van boven drie hoefijzers naast elkander. Slicher (en van onderen een molenijzer). 
— van boven een klaverblad. 
Taets van Rynesteyn. 
— van boven twee klaverbladen. *Lohman (de Savornin-) (en van onderen een arendsbeen). 
— drie koeken. van der Straten van den Hill (met een hartschild). 
— drie koren-aren. 
Simon de Vlodrop. 
— drie kroezen Croesingh of Croesink (de dwarsbalk gekeperd). 
— een halve leeuw, opkomende van den dwarsbalk. Bransenborch. — Deventer (de dwarsbalk beladen met drie rozen). — Prouninck gezegd van Deventer (de dwarsbalk beladen met drie rozen). — Vosch van Avesaet. 
— drie leeuwen. 
Gesseler (de dwarsbalk beladen met drie sterren). — Leyden van Westbarendrecht (de dwarsbalk beladen met drie mispelbloemen of kwallen). 
— drie leeuwenkoppen. 
Boekei. — van der Delft (de dwarsbalk beladen met een wassenaar) — Spangen. — *Storm van Wena. — van of van der Veen. 
— drie aanziende leeuwenkoppen. 
Paddenpoel. 
— twee leliën, 1 van boven en 1 van onderen. *Lycklama à Nyeholt. — *Lycklama van Oldeberkoop. 
— drie leliën. 
Botter. — *Botter van Snellenburg. — Cletcher (de dwarsbalk beladen met eene ster). — Hacfort. — Hillegom. — Schaffelaer. 
— van boven drie leliën naast elkander. Taets van de Maarn. — Twenhuisen. 
— van boven drie meerltjes naast elkander. Baenst. — Cadsant. 
— van boven twee molenijzers. *van der Voord (en van onderen een leeuw). 
— van boven twee ossenkoppen. Stern (en van onderen eene ster). 
— drie ossenschedels. Brouwershaven (de dwarsbalk beladen met eene ster). 
— van boven twee paardenkoppen. Hoorn van Burgh (en van onderen een jachthoorn). 
— acht penningen, 4 van boven en 4 van onderen. 
*Asten. 
— van boven drie ringen naast elkander. 
Wispenninck. 
— drie ringen (vingerringen). *Elias (in het hartschild). 
— eene roos in den rechterbovenhoek. 
Holthuysen. 
— drie rozen. 
Rengers. — *Rengers (Aylva-, Burmania- en Welderen-) — Romondt. — *Romondt (Aumalc van-). 
— drie gestengelde en gebladerde rozen. 
Pélichy. 
— een roskam in den rechterbovenhoek. *Neukirchen genaamd Nijvenheim. 
— drie ruiten. 
van de Poll. 
— drie scharen. Schorer. — *Schorer (Radermacher-). 
— van boven eene ster. Borssele van Brigdamme. — Weiier (en van onderen twee druiventrossen; de dwarsbalk beladen met twee ringen). 
— van boven twee sterren. *Thibaut van Aagtekerke (en van onderen een keper). 
— van boven drie sterren naast elkander. Borssele van der Hooge. — Borssele van Sandijck. 
— drie sterren, 2 van boven en 1 van onderen. *Gericke. — Holthuysen. 
— vier sterren, 2 van boven en 2 van onderen. Wydenbrugk (de dwarsbalk ook beladen met eene ster). 
— zes sterren, 3 van boven en 3 van onderen. Clarenborg. — van der Goude. 
— van boven een vogel. -*Gronsfeld van Diepenbroick Impel (in. het hartschild). — * Schaep. — van boven twee vogels. 
Loen. 
— van onderen twee naar elkander toegewende wassenaars. 
*Petit. 
— van boven drie wassenaars naast elkander. *Twent. — Twent. — *Twent van Raaphorst. 
— drie wassenaars, 2 van boven en 1 van onderen. Duivenvoorde van Warmond. — van der Woude. 
— van boven een liggende weerhaak. 
Holthuysen. 
— drie zwaanskoppen en halzen. 
Pallaes. 
Twee Dwarsbalken. 
In goud twee roode dwarsbalken. 
*Bentinck (Aldenburg-) (in het hartschild). — *Leyssius (en een schild-zoom). — Gameren. — Wittenhorst. 
In zilver twee roode dwarsbalken. Massow. — de Blocq. — *de Blocq. — Noordeloos. 
In zilver twee blauwe dwarsbalken. Munster of Monster (en een schildzoom). 
In zilver twee zwarte dwarsbalken. 
Huyghens. 
In vair twee roode dwarsbalken. 
Albout. 
In rood twee gouden dwarsbalken. 
Herwijnen. 
In zwart twee gouden dwarsbalken. 
Mierlaer. 
In zwart twee zilveren dwarsbalken. 
de Ruyter. 
Twee Dwarsbalken over andere figuren heen. 
Balveren (over drie kolven naast elkander). 
Twee beladen Dwarsbalken. 
— beladen (de 1ste) met een beurtelings gekanteelden dwarsbalk. *Arenest. 
— met 3 en 2 ruiten. 
*Soutelande. 
— (de 1ste) met drie vogels. 
van Dam. 
Twee vergezelde Dwarsbalken. 
— vergezeld van acht zoomswijze geplaatste meerltjes. 
Boxtel. — Cuyck. — Cuyck van Hoogwoud. — Cuyck van Meteren (en een hartschild). — *Meerhem. — Mierop. — Munsel — Slingelandt. — Uden. 
— eene vlam. 
Brants (de dwarsbalken doorgebogen, de bovenste de vlam onder-steunende). 
Drie Dwarsbalken. 
In goud drie roode dwarsbalken, van der Ameyde (verkorte dwarsbalken). 
In goud drie zwarte dwarsbalken. 
van den Hattert. 
In zilver drie roode dwarsbalken, van den Abeele (verkorte dwarsbalken). 
In zilver drie blauwe dwarsbalken. *Bergen. — * Vlodrop (en een schildzoom). 
In zilver drie zwarte dwarsbalken. Beest. — *van der Hagen. 
In rood drie gouden dwarsbalken. 
*von Bylandt. 
In blauw drie zilveren dwarsbalken. 
*Heiden. 
Drie beladen Dwarsbalken. 
— beladen met ruiten. Almelo (5, 4 en 3). — Grimbergen (3, 2 en 1). 
— met sterren. 
Milly (de 1ste met twee sterren en de 3de met ééne ster; en een schild-hoofd beladen met een gaanden leeuw). 
Drie vergezelde Dwarsbalken. 
— vergezeld van een moorenkop. 
Egmond van Couwenhoven (de moorenkop tusschen den 2den en 3den dwarsbalk, elk der dwarsbalken beladen met St.-Andrieskruisjes; en een gekeperd vrijkwartier). 
— drie sterren. *Gulcher (2 boven en 1 onder den 1sten dwarsbalk). 
Vier Dwarsbalken. 
In zilver vier roode dwarsbalken. Haren (en een vrijkwartier beladen met drie schuinbalken). 
In zilver vier blauwe dwarsbalken. *Brederode van Veenhuysen. — *Brederode van Wesenburg. 
Zes Dwarsbalken. 
In zilver zes roode dwarsbalken. 
de Baecke, 
In zilver zes blauwe dwarsbalken. *Hemert (Junius van-) (en een schildzoom). 
Gedwarsbalkt van vier stukken. 
— van goud en rood. 
*Asten. 
— van goud en blauw. 
*Hövell van Andelst. 
— van zilver en zwart. 
*Asten. 
Gedwarsbalkt van zes stukken. 
— van goud en blauw. 
Gruitwater (de gouden balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes; en een gekeperd vrijkwartier). — *Nyenrode van Velsen (de gouden bal-ken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes). — Persijn (de gouden balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes). — *Sypesteyn (de gouden balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes). — Velsen (de gouden balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes). 
— van goud en zwart. Mierlaer. — Pynssen-van der Aa. 
— van zilver en goud. 
Egmond (de zilveren halken rood getralied; met een moorenkop en een vrij kwartier). 
— van zilver en rood. 
Berghe genaamd Trips (de zilveren balken beladen met St-Andries-kruisjes). — Uiterloo (de roode balken beladen met St.-Andrieskruisjes). 
— van zilver en zwart. 
*Gerwen (en een schildhoek beladen met een molenijzer). — *Prouninck gezegd van Deventer (en een schildhoek beladen met een molenijzer). — Raaphorst. — *Twent van Raaphorst (hartschild). — Zuidwijk (de eerste balk beladen met een barensteel). 
— van vair en rood. Albout. — Goye. — *Rijsenburg. 
— van rood en goud. *Rijckevorsel van Kessel (do roode balken getralied van zilver). 
— van rood en zilver. 
Backel (de roode balken beladen met 3, 2 en 3 meerltjes). — de Grez, — *de Grez. 
— van rood en vair. *Bas. — *Calkoen van Voordaan. 
— van blauw en goud. 
Geervliet (de blauwe balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes). — Putten (de blauwe balken beladen met 4, 3 en 2 St.-Andrieskruisjes), 
— van blauw en zilver. 
*Bergen. — *Bowier (de 1ste balk beladen met 2 penningen). 
— van zwart en goud. Pallandt. — *Pallandt (Aylva van-). 
— van zwart en zilver. 
Echtelt, 
Gedwarsbalkt van acht stukken. 
— van goud en rood. 
Drakenborg (de roode balken beladen met 4, 3, 2 en 1 St.-Andries-kruisjes). — Soudenbalch (de roode balken beladen met 4, 3, 2 en 1 rozen). 
— van goud en blauw. 
Backerwaert (elk der gouden balken beladen met St.-Andrieskruisjes; en een of gevierendeeld of gekeperd vrij kwartier). — Goltstein. 
— van goud en zwart. 
Amstel. 
— van zilver en rood. 
Damassche (de roode balken beladen met 4, 3, 2 en 1 klaverbladen). — Everingen. — Schalkwijck. 
Gedwarsbalkt van Hen stukken. 
— van zilver en rood. 
*Quarles de Quarles en *Quarles van Ufford (met 2 en 1 zwarte vogels over de dwarsbalking heen). 
Gedwarsbalkt en tegengedwarsbalkt. 
— van zilver en zwart, van drie stukken, van der Schuren. 
— van blauw en zilver, van drie stukken. 
Warmelo. 
— van zwart en zilver, van drie stukken. 
Westerholt. 
Geënte Dwarsbalk. 
In goud een geënte roode dwarsbalk. 
Laekmonde, 
In zilver een geënte roode dwarsbalk. Groesbeeck. — Ingennulandt. 
In zilver een geënte zwarte dwarsbalk. Hatert. — Oosterholt. 
In rood een geënte gouden dwarsbalk, van den Sande (en van boven 2 sterren). 
In rood een geënte zilveren dwarsbalk. Hatert. — Homoet. — Lawick. — *Pabst (Lawick van-). 
In blauw een geënte zilveren dwarsbalk. 
van den Bylandt. 
In zwart een geënte zilveren dwarsbalk. *Rengers (van Weideren-). — Weideren. 
Gekanteelde Dwarsbalk. 
In zwart een gekanteelde zilveren dwarsbalk. 
Proeys. 
Gekanteelde Dwarsbalken. 
In rood twee gekanteelde zilveren dwarsbalken. 
Rumelaer. 
Aan beide zijden Gekanteelde Dwarsbalk. 
In goud een aan beide zijden gekanteelde blauwe dwarsbalk, van de Sterren (en een schildhoofd beladen met eene ster). 
Beurtelings Gekanteelde Dwarsbalk. 
In goud een beurt. gekant. roode dwarsbalk. * Weert (Berckmans de-). 
In goud een beurt, gekant, zwarte dwarsbalk. *van der Plaat. 
In zilver een beurt. gekant. roode dwarsbalk. Herlaer. — Kervenede (en een linkerschuinstreep er over heen). 
In rood een beurt. gekant. zilveren dwarsbalk. Hugenpoth. — Buren. — * Egmond graaf van Buren. — Ericom. 
In blauw een beurt, gekant, zilveren dwarsbalk. 
Ingen. 
Beurtelings Gekanteelde Dwarsbalk over andere figuren heen. 
— over drie schuinbalken. 
Eversteyn. 
Vergezelde Beurtelings Gekanteelde Dwarsbalk. 
— vergezeld van honingbijen. 
de Bye (4 van boven en 3 van onderen). — Kinschot (2 van boven en 1 van onderen; en een schildhoek beladen met een opvliegenden valk). 
— van drie pijlpunten in het schildhoofd. 
Haestrecht. 
— van sterren. 
Citters (4 van boven en 3 van onderen; en een schildhoofd). — *Citters (de Witte van-) (hartschild). 
Twee Beurtelings Gekanteelde Dwarsbalken. 
In goud twee beurt, gekant, roode dwarsbalken. 
ter Lede. 
In goud twee beurt. gekant. zwarte dwarsbalken. Surmont (en een gevierendeeld vrijkwartier). — Zevender. 
In zilver twee beurt. gekant. roode dwarsbalken. Alloysen. — Amerode. — Arkel. — Boekhoven (en een uitgeschulpte schildzoom). — *van den Boetzelaer (hartschild). — Bottersloot (en een schildhoek beladen met eene botermaat). — Cranenborch (en een uit-geschulpte schildzoom). — Dongen. — *Egmond. — *Egmond van der Nyenburg. — Grevenbroeck (en een uitgeschulpte schildzoom of een blokzoom). — *Hargen (en een schildhoek beladen met een vogel). — Nyenstein (en een schuinstreep er over heen). — Oosterwijck (en een schildhoek beladen met een vogel). — *Slingelandt. 
In zilver twee beurt, gekant, zwarte dwarsbalken. Blokland. — Haeften — van der Hoer. — Hoogwoude (en een gevieren-deeld vrijkwartier). — Kedichem. — Kijfhoeck. — Loon. 
In rood twee beurt, gekant, gouden dwarsbalken. 
Blochoven. 
In rood twee beurt, gekant, zilveren dwarsbalken. 
Bloys van Treslong (en een vrijkwartier beladen met drie palen van vair en een schildhoofd). — Dalem. — Diemen. — Dongen. — Quadt. — *Quadt Huchtenbruck. 
In blauw twee beurt. gekant. gouden dwarsbalken. Gellicum. — Oudenburgh. 
In zwart twee beurt. gekant. zilveren dwarsbalken. *Slingelandt (hartschild). — Spijck. 
In groen twee beurt. gekant. zilveren dwarsbalken. 
Krans. 
Twee vergezelde Beurtelings Gekanteelde Dwarsbalken. 
In het schildhoofd vergezeld van: een barensteel. 
Geur. — Heuckelom. 
een hazewindhond. 
Acquoy. 
eene ladder. 
Haestrecht (de ladder schuinlinks over de balken gelegd). 
een meerltje. 
Asperen. — Vuren. 
twee meeritjes. 
Acquoy. 
drie meerltjes. 
*Baarn van Schonauwen. — Leyenburg. — Schonauwen. 
drie pijlpunten. 
Haestrecht 
Geschaakte Dwarsbalk. 
In goud een van rood en zilver geschaakte dwarsbalk. van der Marck tot Everlo. 
In rood een van zilver en blauw geschaakte dwarsbalk. 
Mom. 
In blauw een van rood en zilver geschaakte dwarsbalk. de Jonge van Baartwijck. 
Doorsneden van blauw op goud; en een van zilver en zwart geschaakte dwarsbalk over de doorsnijding heen. 
Auckama (het blauw beladen met drie sterren en het goud met een bos van drie struisveeren). 
Getraliede Dwarsbalk. 
In zilver een roode dwarsbalk, getralied van goud. *Aylva. — Gendt. 
Golvende Dwarsbalk. 
In goud een golvende blauwe dwarsbalk. 
do Jonge. — de Jonge van Ellemeet (en een hartschild met twee golvende dwarsbalken). — de Jonge van Zwijnsbergen. 
In zilver een golvende roode dwarsbalk. Goedecke (en van boven eene ster). 
In zilver een golvende blauwe dwarsbalk. Back (en van boven twee molenijzers). — Crassier (vergezeld van twee boomen, 1 van boven en 1 van onderen). 
In rood een golvende dwarsbalk samengesteld uit zeven golvende beurte-lings zilveren en groene strepen. Rhenen (van boven drie eendjes). 
Doorsneden van rood op goud; en een golvende dwarsbalk samengesteld uit acht golvende beurtelings zilveren en blauwe strepen, over de 
doorsnijding heen. 
Steengracht (van boven twee borstels en van onderen oen dwarsgelegde tak). 
Golvende Dwarsbalk over andere figuren heen. 
*Hillema (over een hart). — Maesland (over een gekeperd veld heen). 
Twee Golvende Dwarsbalken. 
In blauw twee golvende zilveren dwarsbalken. 
Gans (en een vrijkwartier beladen met eene galei en omgeven door een zoom met acht kruisjes). — *de Jonge van Ellemeet (hartschild). 
In zwart twee golvende zilveren dwarsbalken. *Raet (Cats de-) (en drie ruiten, 2 van boven en 1 van onderen). — Cats van Weldamme (en drie ruiten, 2 van boven en 1 van onderen). — de Ruyt (en drie ruiten, 2 van boven en 1 van onderen). — Weldamme. 
Drie Golvende Dwarsbalken. 
In goud drie golvende roode dwarsbalken. 
van der Horst. 
In goud drie golvende zwarte dwarsbalken. Baerland van Dirksland (en drie arendsbeenen, 2 van boven en 1 van onderen). In zilver drie golvende roode dwarsbalken. 
Sabbingen. 
In zilver drie golvende blauwe dwarsbalken, van der Bouden. — Luchtenburg. — Sabbingen. 
In zilver drie golvende groene dwarsbalken. *van der Staal (hartschild). 
In blauw drie golvende zilveren dwarsbalken. 
Oostee. 
Vier Golvende Dwarsbalken. 
In zilver vier golvende roode dwarsbalken. 
Sabbingen. 
In zilver vier golvende blauwe dwarsbalken. 
Sabbingen. 
Golvend Gedwarsbalkt, van acht stukken. 
— van goud en rood. 
Hardenbroek. — *Hardenbroek (Aumale van-). — van der Horst. — Sterkenburg (de roode balken beladen met 4, 5, 4 en 2 penningen). — Wulven. 
— van goud en blauw. Wulven genaamd van Heemstede. 
— van goud en zwart. 
Taets van der Weyde. 
— van zilver en blauw. Luchtenburg. — Oudegein. 
— van zilver en zwart. van der Weyde. — Wulven van Hinderstein. 
Hoekige Dwarsbalk. 
In goud een hoekige dwarsbalk van hermelijn. 
*Quarles de Quarles en *Quarles van Ufford (vergezeld van drie vogels, 2 van boven en 1 van onderen). 
In goud een zwarte hoekige dwarsbalk. 
*van der Feltz. 
In zilver een roode hoekige dwarsbalk. 
Foreest. — Vos van der Woert (en van boven een vos). 
In rood een zilveren hoekige dwarsbalk. 
Hart van der Woert (ook vergezeld van boven van een hertenkop). — van der Woert. 
Twee hoekige Dwarsbalken. 
In goud twee roode hoekige dwarsbalken. 
Beveren. 
In zilver twee zwarte hoekige dwarsbalken. Reede. — *Reede van Amerongen (hartschild). 
Uitgeschulpte Dwarsbalk. 
In goud een groot-uitgeschulpte zwarte dwarsbalk. Winssen (met knoppen aan de punten). 
Eendjes. 
In goud drie zwarte eendjes. 
Meerburg (2 en 1). — 
In zilver drie zwarte eendjes. 
*Herzeele (paalswijs.). 
In zwart drie zilveren eendjes. 
*0lne (2 en 1). 
Eenhoorn. 
In goud een zwarte eenhoorn. 
*Quadt-Huchtenbruck. — Huchtenbroeck. 
In zilver een roode eenhoorn. 
*Brienen van de Groote Lindt. — Brienen van Guesselt. — Brienen van Ramerus. 
In zilver een zwarte eenhoorn. van der Myle. — Schrevel. — van of van de Velde. 
In rood een zilveren eenhoorn. *Wrangel auf Lindenberg. — *Reede van Amerongen. 
In blauw een zilveren eenhoorn. Aebinga van Humalda (aan elke zijde drie sterren, en van onderen een wassenaar). — Charon de St.-Germain (in den rechterbovenhoek eene ster). — Jarla. — *Lampsins. — *Rengers (Aylva-). — *Scherff (om-gewend). 
Egge. 
In zilver eene driehoekige zwarte egge. *Marchant d'Ansembourg (in het hartschild). 
In blauw eene driehoekige gouden egge. Waubert de Puiseau (en twee schuingekruiste aren daar overheen). 
Twee Eggen. 
In goud twee driehoekige zwarte eggen. Sweerts de Landas (en een vrijkwartier gedeeld-ingehoekt van zilver op rood). 
Eieren. 
In blauw drie liggende zilveren eieren. 
*van Winter. 
Eikels. 
In goud, blauwe eikels. 
Douma (2 van boven, bladerloos; van onderen een wassenaar, en in het schildhart eene roos). 
In goud, groene eikels. *Harinxma thoe Slooten (2 en 1, bladerloos). — Ilettinga (2 en 1, bla-derloos). — *Hommema (2 en 1, bladerloos). 
In zilver een gouden eikel. *Ydsma (groen gebladerd). 
In zilver, groene eikels. Frymersum (2 en 1, bladerloos). 
In rood, gouden eikels. *Harinxma van Hettinga (2 en 1, bladerloos). — Hettinga (2 en 1, bla-derloos). — *Martena (1, bladerloos). 
In blauw, gouden eikels. *Harinxma thoe Sneek (2 en 1, bladerloos). — *Herema van Tjum (2 en 1, bladerloos). — *Popma tot Ylst (1, bladerloos). — *Sixma (2 naast elkander, bladerloos). 
In blauw een groene eikel. 
*Hoytema (bladerloos). 
In zwart, gouden eikels. *van der Clusen (2 en 1, gebladerd). 
Eikentakken, zie Takken. Ever, zie Wildzwijn. 
Halve Ezel. 
In goud een halve zwarte ezel. 
van der Eese. 
Aanziende Ezelskoppen. 
In goud een aanziende zwarte ezelskop. *Riedesel (in den bek drie bladeren houdende). 
In zilver drie aanziende roode ezelskoppen. 
Ittersum. 
Flesschen. 
In goud drie vierkante zwarte flesschen, waaruit vlammen opstijgen. Bakel. 
In zwart drie gouden flesschen met dubbele buiken. 
Bax. 
Fontein. 
In groen eene gouden fontein. 
*Heldewier. 
Gans. 
In goud drie zwarte ganzen. 
Duyck. 
In blauw eene zilveren gans. Geusau (mot opgeheven vlucht). — *Kinsbergen. 
In blauw drie zilveren ganzen, Bruelis (en een gevierendeeld schildhoofd). 
Gedeeld. 
— van goud en blauw. 
Plettenberg. 
— van zilver en rood. 
*Ranzow. 
— van zilver en blauw. 
Wullen. 
Gegeerd. 
— van hermelijn en rood, van acht stukken. 
Loudon. 
— van rood en zilver, van acht stukken. *Macaré (Rethaan-) (en een hartschildje beladen met een molenijzer). 
Gekapt. 
Goud, gekapt met blauw. 
*Aebinga tot Hyum. — *Siberg (Alting-) (het goud beladen met een zwarten koek). 
Zwart, gekapt met zilver. 
Weichs de Wenne. 
Gems. 
In blauw eene gems, klimmende tegen een rozenstruik. 
Pestel. 
Geschaakt. 
— van goud en rood. Auxy (een groot-uitgeschulpte schildzoom). 
— van goud en blauw. Heumen of Hoemen (en een schildhoek). 
— van goud en zwart. *Teixeira. — *Teixeira de Mattos. 
— van zilver en rood. 
Montfoort. 
— van zilver en blauw. 
Dalfsen. 
— van zilver en zwart. 
Crabel. — Montfoort. — Paffenrode. — *de Roovere van Montfoort. 
— van zilver en groen. 
*Barnaart. 
— van blauw en goud. 
*Breugel (Clifford Kocq van-) en Clifford. (over het geschaakte hoen een dwarsbalk, beladen met een wassenaar tusschen twee mispelbloemen). 
Gespen. 
In zilver, roode gespen. Darthuysen (2 en 1). — Nagell (1). — Wissekercke (1). 
In rood, zilveren gespen. 
Soetelinxkerke (2 en 1). 
In zwart eene gouden gesp. 
Meyer. 
In zwart eene zilveren gesp. Welle en Welle van Cats (en een schildhoofd beladen met drie ruiten). 
Getralied. 
Een rood veld, getralied van zilver. 
Tzevel. 
Gevierendeeld. 
— van goud en rood. 
Nahuys (met hartschild). — van Nahuys (mot hartschild). 
— van zilver en goud. 
Rosenthal (elk gouden kwartier beladen mot een adelaar; en een schuin-balk, beladen met een leeuw, over de vierendeeling heen). 
— van zilver en zwart. 
Graes. 
— van blauw en zilver. 
Knobelsdorff (en in een gekroond hartschild een dwarsbalk beladen met drie schuinbalken). 
— van zwart en zilver. 
Graes. — Repelaer (van de Wall-) (het 1ste kwartier beladen met eene ster). — van der Schuiven. — van de Wall (het 1ste kwartier beladen met eene ster). 
Schuin gevierendeeld. 
Schuingevierendeeld van zilver en rood. 
Lerink. 
Goud (effen goud). 
*Frittema. 
Granaten. 
In zilver vijf zwarte brandende granaten. Travers (2, 1 en 2). 
Halve Griffioen. 
In zwart een halve gouden griffioen. 
*Reenen. 
Griffioen. 
In goud een zwarte griffioen. 
Alstorp of Asterpe. — *Wrangel auf Lindenberg (eene brandende gra-naat houdende). 
In rood een gouden griffioen. *Speicher. — *du Tour. — *du Tour van Bellinchave. 
In blauw een gouden griffioen 
*Meyster. 
Griffioenspoot. 
In rood een gouden griffioenspoot. 
Elout (hartschild). 
Haan. 
In goud, zwarte hanen. 
van den Bramel (1). — *Dibbets (een W, en twee hanen, 1 van boven en 1 van onderen). — Groenewoude (2 en 1). 
In zilver een blauwe haan. 
*Glinstra. 
In zilver een zwarte haan. 
Ceraet van Peckedam. 
In rood drie gouden hanen. 
Gemert. 
In blauw drie gouden hanen. Paypaert (zonder pooten). 
Haas. 
In rood een hopende gouden haas. *Bomme (de Haze-) (en van boven twee sterren). 
In groen een liggende gouden haas. *de Kuyper (in het hartschild; de haas tusschen twee boomen). 
Hagedissen. 
In goud drie groene hagedissen. 
van der Helck. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 29 
Hamers. 
In goud drie blauwe hamers. Wttewaall van Stoetwegen (met bruine stelen). 
In zilver drie blauwe hamers. Hamersveld (met gouden stelen). 
In rood een zilveren hamer. *de Roye van Wichen (de hamer, mot gouden stoel, dwars gelegd over een rechtop staanden weerhaak). 
Gedeeld van blauw en zilver; en twee schuingekruiste ijzeren hamers over de deeling heen. 
von Rade (de hamers, met gouden stelen, geplaatst in een kring van acht rozen). 
Hand. 
In rood eene hand in natuurlijke kleur. *Hania van Weidum. 
In blauw eene hand in natuurlijke kleur. *Hochepied (vergezeld van boeien). 
Haring. 
In rood een zwemmende zilveren haring *Vredenburch (de haring gekroond). 
Harnas. 
In rood een zilveren harnas. 
Angenendt (van boven een barensteel). — *Tindal (Romeinsche rusting, waarboven een helm). 
Hart. 
In zilver, roode harten. 
Donia (2 en 1). — *Hartsen (1; en een schildhoofd beladen met eene kroon). — *Herzeele (4 in de hoeken, en een ring in 't midden). 
In rood een gouden hart. Tietema (doorboord van twee schuingekruiste pijlen, en vergezeld van vier klaverbladen). 
Hartschild. 
In goud een rood hartschild. Jutphaas van Wynesteyn (vergezeld van acht zoomswijze geplaatste leliën). 
In goud een blauw hartschild Wisch van Lichtenberg (vergezeld van acht zoomswijze geplaatste vogels). 
422 
423 
424 
425 
426 
427 
428 
429 
430 
431 
432 
433 
434 
435 
28* 
436 
437 
438 
439 
410 
441 
412 
443 
444 
445 
446 
447 
448 
449 
450 





In goud een groen hartschild. 
Laer tot Laer. 
In zwart een zilveren hartschild. 
Huissen. 
Hazewindhond. 
In goud een witte hazewindhond. 
Scheltema (liggende). 
In goud een zwarte hazewindhond. Cloeck (klimmende). — Roderlo (klimmende). 
In zilver een zwarte hazewindhond. *Iddekinge (klimmende en omgewend). 
In rood een zilveren hazewindhond. Hemmema (klimmende). 
In blauw een zilveren hazewindhond. *Eelsma (klimmende). 
In zwart een zilveren hazewindhond. *Huydecoper (loopende). 
Heiblokken. 
In zilver drie roode heiblokken. 
Dickbier. 
In blauw drie gouden heiblokken. 
Suys. 
Hek. 
In rood een gouden hek. 
de Sturler. 
In blauw een zilveren hek. 
van den Velden. 
Helm. 
In rood een zilveren helm. *Wesselman van Helmond. 
In blauw drie gouden helmen. 
Helmond. 
In blauw een staalkleurige helm. 
Storm de Grave. 
Hengsel. 
In zilver een zwart hengsel. 
Loë. 
Hermelijnstaartjes. 
In zilver drie zwarte hermelijnstaartjes. 
*Asten. 
Half Hert. 
In zilver een rood half hert. 
Schaert. 
In zilver een zwart half hert. 
Schaert. 
Hert. 
In goud een rood hert. 
*Bosch van Drakestein (staand). — Cammingha (liggend, vergezeld van 2 en 1 kammen). 
In goud een zwart hert. 
Booth (springend). 
In zilver een rood hert. van der Hoeven (springend voor een hek). 
In zilver een hert in natuurlijke kleur. de Deckere (springend; en een schildhoofd beladen met twee wassenaars). 
In blauw, gouden herten. Borluut (2 en 1, springend). — *Michiels van Kessenich en *Michiels van Verduynen (doorboord van twee schuingekruiste pijlen). — *Tin-dal (stappend). 
In blauw een zilveren hert. * Verschuir (Fontein-) (springend en. omgewend). 
Hertenhoorn. 
In goud een roode hertenhoorn. *Bieberstein Rogalla Zawadsky. 
Hertenkoppen. 
In goud een roode hertenkop. *Lycklama van Oldeberkoop (aanziende). 
In zilver twee hertenkoppen in natuurlijke kleur. *Siccama (Hora-) (van boven; en van onderen een jachthoorn). 
Heuvels. 
In goud drie zwarte heuvels. 
Hoëvell en Hövell (in gaffelvorm geplaatst en met de toppen naar elk-ander toegewend). 
Hoefijzers. 
In goud drie zwarte hoefijzers. de Smeth (en een schildhoofd beladen met eene kroon). 
In zilver twee blauwe hoefijzers. *van der Staal (en van boven een barensteel). 
In hermelijn drie blauwe hoefijzers *du Bois de Ferrières (en een uitgetand schildhoofd beladen met twee schuingekruiste degens). 
Monden. 
In zilver, stappende bruine honden. 
*Bichon Visch (2 naar elkander toegewend). — *Caan en *Caan (de la Bassecour-) (1). 
Hondenkoppen. 
In zilver drie roode hondenkoppen. Tuyll van Serooskerken. — Tuyll van Bolkestein. 
In zilver drie aanziende zwarte hondenkoppen. Barbaix de Bonnines. 
In blauw een zilveren hondenkop. *Siccama (Hora-) — Sickema. 
Hoofden. 
In goud een blauw hoofd. de Jong van Beek en Donk. 
In goud een hoofd in natuurlijke kleur. *Goldman. — *thoe Herewey (met tulband). 
In rood een zilveren hoofd. 
Hooft. 
In rood drie zilveren vrouwenhoofden. 
*Elout. 
In rood een hoofd in natuurlijke kleur. *Jantzon van Erffrenten. 
Hooivorken. 
In rood twee schuingekruiste zilveren hooivorken. *van der Straten (in het hartschild). 
Hoorntjes. 
In zilver twee zwarte kinkhoorns, naast elkander. *Beyma thoe Kingma (in het hartschild). 
In groen een zilveren kinkhoorn 
*Kerkewerve. 
Houweelen. 
In groen twee schuingekruiste gouden houweelen. Deutz van Assendelft (en een hartschild mot een stappend paard). 
Huis. 
In goud een rood huis. 
ten Grotenhuis. 
Huisgevels. 
In goud drie roode huisgevels *Hettema (boven elkander). 
Indiaan. 
In goud een Indiaan. Heilmann van Stoutenburg. 
Ingehoekt. 
Doorsneden-ingehoekt van rood op zilver. *Rechteren-Limpurg. 
Gedeeld-ingehoekt van goud op rood. 
Duvelaer. — Roon. 
Gedeeld-ingehoekt van zilver op rood. Sweerts de Landas. 
Gedeeld-ingehoekt van zwart op goud. Blois van Botland (en een vrijkwartier beladen met drie palen van vair en een schildhoofd). — Botland. 
Gedeeld-ingehoekt van zwart op zilver. van der Boede (en een schildhoofd beladen met drie ruiten). — *Borssele van Duiveland. — Capelle (en een schildhoofd). — Duiveland. 
Jachthoorn. 
In goud een roode jachthoorn. Bronkhorst (vergezeld van 2 en 1 bladerlooze eikels). — Westerbeek. 
In goud drie blauwe jachthoorns. *Cornets de Groot (en een hartschild met eene ster). 
In zilver drie blauwe jachthoorns. 
Beerenbroek. 
In zilver een zwarte jachthoorn. *Coehoorn. — *Coehoorn van Houwerda. — *de Girard do Mieiet van Coehoorn. — *Scheltinga (Coehoorn van-). — Segwaert. — *Segwaert. 
In rood een gouden jachthoorn. 
*Marselis. 
In zwart drie zilveren jachthoorns. Boerlo (boven elkander). 
In groen een gouden jachthoorn. *van der Straten (in het hartschild). 
Jeruzalemskruis, zie onder Kruisen. 
Kaarsen. 
In blauw twee gouden kaarsen naast elkander. 
Lichtenberg. 
Kalkoen. 
In goud een kalkoen in natuurlijke kleur. *Calkoen. — *Calkoen van Voordaan. 
Kammen. 
In goud eene zwarte kam. *Cammingha van Jelmera. — *Cammingha van Rotterda. — Camstra. 
Kannetjes (zie ook Kruikjes). In rood, zilveren kannetjes. 
*Spengler (1, op een bergje en vergezeld van vier sterren). — Uiterwijck (2 en 1). 
In blauw een zilveren kannetje. Pichot van Slijpe. — *Slijpe. 
Kanon. 
In rood een gouden kanon. 
*Elias. — *de Ruyter. 
Kanonloopen. 
In blauw twee schuingekruiste gouden kanonloopen. *Marselis (overtopt door eene kroon). 
In blauw twee schuingekruiste zilveren kanonloopen. *Marselis (overtopt door eene kroon). 
Kapel (kerkje). In rood twee zilveren kapellen naast elkander. *Michiels van Kessenich (hartschild). 
Kasteel. 
In zilver een rood kasteel. van den Berch. — *Nahuys. 
In groen een zilveren kasteel. 
van der Smissen. 
Kat 
In goud eene liggende zwarte kat. Cats bijgenaamd met de Swarte Katte. 
In rood eene zittende zilveren kat. *Boeye (Schuurbeque-). 
Kauwoerden. 
In zwart drie gouden kauwoerden. 
Bax. 
Keizerskroon. 
In zwart de Duitsche keizerskroon. 
*Hompesch-Rürich. 
Keper. 
In goud een roode keper. 
Oudenhoven. 
In zilver een roode keper. 
Geldrop. — Koevoet. 
In zilver een blauwe keper. 
*Oetelaer. 
In zilver een zwarte keper. 
Weteringhe. 
In rood een gouden keper. Axel. — *Herzeele (en een uitgeschulpte schildrand). 
In zwart een zilveren keper. 
Rietwijk. 
Keper over andere figuren heen. 
Six van Chandelier (over drie dwarsbalken en eene ster). 
Beladen Keper. 
— beladen met drie schelpen. 
Wijck. 
Vergezelde Keper. 
— vergezeld van drie beerenkoppen. Mackay (de keper beladen met twee handen, dolken houdende). 
— drie boomen. 
van den Bogaerde. 
— van boven oen eikel en een klaverblad, en van onderen eene roos. Jellinga. 
— drie helmen. Serraris (de keper beladen met drie sterren). 
— van onderen een hond. 
Geldrop. 
— drie jachthoorns. 
Boreel. en *Mauregnault (Boreel de-) (de keper beladen met twee zweepen). 
— van boven twee klaverbladen. 
*Vaynes van Brakell (van onderen een wildezwijnskop, en op den keper een schildje). 
— drie klaverbladen. Sandberg. — *Sandberg (Westervelt-). 
— drie koren-aren. Casembroot (de keper beladen met drie rozen). 
— drie leeuwenkoppen. 
Boekelstein. — Bulgerstein. 
— van onderen eene halve lelie. 
*Custis. 
— drie leliën,. 
*van der Goltz. — van der Nisse. — Overrijn van Schoterbosch. — Scho-terbosch. — *Versluys. 
— drie meerltjes. 
*Ensse. — Ensse (en een schildhoofd beladen met twee gekruiste palm-takken). — Isselmuden. — Oltsende. — Stellinck (de twee bovenste naar elkander toegewend). — Suire. — van de Vecht. — de Wolff van Westerrode. 
— drie penningen. 
Hope. 
— van onderen een ring. 
Steenhuys. 
— drie ringen. 
Ripperbant. 
— van boven twee rozen. Sytzama van Poppingawier (en van onderen een zwaan). 
— drie rozen. Beugen. — *du Bois de Ferrières. — de Rosen. 
— drie schelpen. 
Huyssen van Kattendijke (en een schildzoom beladen met drie leliën). 
— van onderen een schip. 
Tromp en *Tromp (de keper beladen met een leeuw; en een schildhoofd beladen met eene lelie). 
— van boven eene ster en een wassenaar, en van onderen eene roos. Daelman. 
— van boven twee sterren. 
*Lampsins (en van onderen een monnik). — de Mey en *de Mey van 
Gerwen (en van onderen een boom). — Swinderen en *Swinderen (de Marees van-) (en van onderen een omgekeerde wassenaar). — des Tombe (en van onderen een wassenaar). 
— drie sterren. 
*Mauregnault en *Mauregnault (Boreel. de-). — *Rijckevorsel van Kessel. 
— drie vaatjes. 
van der Laen. 
— van onderen een vogel. 
Warin. 
— drie vogels. 
Kreynck. 
— drie wassenaars. 
*Ablaing. — *Hochepied. 
Twee kepers. 
In goud twee kepers van vair. 
Schroyesteyn. 
In goud twee roode kepers. Doortooge. — Eys (vergezeld van 2 en 1 druiventrossen). — In goud twee zwarte kepers. 
Honlo. 
In zilver twee roode kepers. *Wesselman van Helmond (vergezeld van 2 en 1 vogels, de twee bovenste naar elkander toegewend). — Kreynck (vergezeld van 2 en 1 vogels, de twee bovenste naar elkander toegewend). 
In rood twee gouden kepers. Fagel (en van boven twee naar elkander toegewende vogels). 
In blauw twee gouden kepers. *Thier (vergezeld van 2 en 1 wassenaars). 
In blauw twee zilveren kepers. Eversdijck (vergezeld van 2 en 1 torens). 
In zwart twee zilveren kepers. 
Honlo. 
Drie Kepers. 
In goud drie roode kepers. 
*Baar van Slangenburg. — van den Bergh. — Dorth. — van Hall (de kepers vergezeld van 2 en 1 hertenkoppen en elk beladen met eene ster). — Voerst. — Voorst. 
In goud drie zwarte kepers. Haersolte. — Mulert. — van Mulert. — Vilsteren. 
In zilver drie roode kepers. 
Blans. 
In zilver drie zwarte kepers. 
*Munter. 
In rood drie gouden kepers. 
Borne. 
In blauw drie gouden kepers. 
*Roëll (Gheel-). 
In zwart drie gouden kepers. 
Deese. 
In zwart drie zilveren kepers. *van de Spiegel. — Meliskerke (en van boven twee sterren). — Schore (en van boven een barensteel). 
Vijf Kepers. 
In zwart vijf zilveren kepers. 
*du Bois do Ferrières. 
Zeven Kepers. 
In goud zeven roode kepers. Teding van Berkhout (en een vrijkwartier beladen met een kraanvogel). 
Gekeperd. 
— van goud en rood van twaalf stukken. 
*Berkenrode (en een blokzoom). — Crabbenburg (en een schildhoek be-laden met eene ster). — Cranenbroeck (en een schildhoek beladen met een meerltje of eene ster). — Egmond. — Egmond (Graaf van). — Egmond graaf van Buren. — Egmond van Kenenburg (van boven een barensteel). — Egmond van Merestein (van boven een geschaakte baren-steel). — *Egmond van der Nyenburg. — Segwaert (in het schildhart een barensteel). — Starrevelt. — Teding van Cranenburg (en een schild-hoek beladen met een kraanvogel). 
— van zilver en zwart van twaalf stukken. Uiterwijck. — Weent. 
Gekanteelde Kepers. 
In zwart twee gouden gekanteelde kepers. 
Knijff. 
Geruite Keper. 
In goud een van zilver en zwart geruite keper. 
Vermuyden. 
Geschaakte Keper. 
In goud een van zilver en rood geschaakte keper. Heereman van Zuidwijk. 
In blauw een van zilver en rood geschaakte keper. 
*Verschuer. 
Kerkbanier. 
In goud eene roode kerkbanier. 
Garner. 
In goud eene zwarte kerkbanier. 
Beckum. 
Ketels. 
In goud drie zwarte ketels. *Dommer van Poldersveldt. 
Kikvorschen. 
In groen drie gouden kikvorschen. 
Rijckevorsel. — Rijckevorsel (en een schildhoek beladen met een fasant). — *Rijckevorsel van Kessel. 
Klaverbladen. 
In goud, groene klaverbladen. 
*Abbinga van Huizum (1). — *Calkoen van Voordaan (1). — *Lampsins (2 en 1). — *Tjaerda (3 dwarsgelegde klaverbladen, paalswijze ge-rangschikt). 
In zilver, groene klaverbladen. Bourcourd (3 aan lange stelen op een bergje; en een schildhoofd be-laden met drie sterren). — Canter (2 en 1). — *Liedel (1 en 2, en van onderen een eikel). — *Moltzer (1. en 2). — *Rinia (2 naast elk-ander). — *Sickema (2 en 1). — *Wytsma (1). 
In rood, gouden klaverbladen. Andringa (3 paalswijze). — *Hoptilla (2 en 1). — *Hoytema (2 boven elkander). — *Kempenaer (Andringa de-) (3 paalswijze). 
In blauw, gouden klaverbladen. Burmania (1). — Glins (1). — *Hillema (1, vergezeld van twee rozen, 1 van boven en 1 van onderen). — *Rengers (Juckema van Burmania-) (1). — *Rinia (3 paalswijze). — Sytzama (1, vergezeld van twee rozen, 1 van boven en 1 van onderen). 
Klokken. 
In blauw drie gouden klokken. 
Pels (2 en 1). 
Knol. 
In zwart een zilveren schildhoofd; op het zwart een zilveren knol, het groene loof op het schildhoofd. 
Vessem. 
Knodsen (Koppen van) In blauw vijf zilveren koppen van knodsen. *Rechteren Limpurg (3 en 2). 
Knuppels 
In zilver twee schuingekruiste zwarte knuppels. Meyster (en van onderen een wildezwijnskop). 
Koeien. 
In goud eene roode koe. *Superville (Dusseldorp de-). 
In zilver eene roode koe. *van der Straten (en een schildhoofd beladen met twee schuingekruiste hooivorken). 
In groen drie gouden koeien (de onderste liggende). Twent. — *Twent. — *Twent van Raaphorst. 
Koeken. 
In goud een zwarte koek. 
*Siberg (Alting-). 
In zilver zes roode koeken. 
*Peterssen (3, 2 en 1). 
Kolommen. 
In rood, zilveren kolommen. 
*Marselis (1, omslingerd door eene slang). — *Perponcher (3 naast elk-ander; en een schildhoofd beladen met drie sterren). 
Halve kolom, voortkomende uit de deelingslijn. 
*Eelsma Mauritsma. 
Kolven. 
In zilver drie zwarte kolven naast elkander. Balveren (en twee dwarsbalken over de kolven heengaande). 
Konijnen. 
In groen drie zilveren konijnen. 
van den Santheuvel. 
Koren-aren. 
In zilver drie gouden koren-aren 
de Koek (opstijgende uit een V en een omgekeerde V, samenge-strengeld). 
In blauw, gouden koren-aren. *Moltzer (3, schuinlinks geplaatst) en schuinrechts gerangschikt). — *Sickema (2). — Waubertde Puiseau (2, schuingekruist over eene egge). 
In blauw, zilveren koren-aren. *Ropta (2, tweemaal schuingekruist). 
Korenschoven. 
In blauw, gouden korenschoven. 
Aysma (1, vergezeld van twee klaverbladen, 1 van boven en 1 van onderen). — Aytta (1). — Borssele van Grandpré (2 en 1). — *Lauta van Aysma (1, vergezeld van twee klaverbladen, 1 van boven en 1 van onderen). — *Rheen (1, in een hartschildje). 
Korenwan. 
In goud een zilveren korenwan. *Caan (de la Bassecour-). 
In goud een roode korenwan. 
*Caan. 
Kraanvogel. 
In zilver twee zwarte kraanvogels. *van Winter (naar elkander toegewend). 
In rood een zilveren kraanvogel. Rheen (aan een lint een gedeeld schildje dragende). 
Krabben. 
In blauw drie gouden krabben. 
Beverwijk. 
Kreeft. 
In goud een roode kreeft. 
*Scholten (Fannius-). 
In blauw een zilveren kreeft. 
*Fabricius. 
Kroezen. 
In rood drie zilveren kroezen. 
Croeser. 
In blauw drie zilveren kroezen. *Croesingh van Benthuizen. 
Kroon en. 
In goud drie zwarte kroonen. 
Lantscroon. 
In rood, gouden kroonen. Esschede (2 en 1). — *Schaep (1). 
In blauw, gouden kroonen. *Macar (1). — Wenckum (2 en 1). 
Kroon (Keizerlijke), zie Keizerskroon. 
Kroon (Pauselijke). 
In zilver eene roode pauselijke kroon. *Pabst. — *Pabst (Lawick van-). 
Kruikjes. 
In blauw drie zilveren kruikjes. Reynst (en in het schildhoofd eene ster). 
Kruis. 
In goud een rood kruis. 
Beers. — *van der Eese van Gramsbergen. — Heeckeren. — Rechteren. — *Rechteren Limpurg. — de Rode van Heeckeren. — Ulft. 
In goud een zwart kruis. van Bylandt. — *von Bylandt. — 
In zilver een rood kruis. Pieck. — *Schoten. — Verstolk van Soelen (hartschild). — Zaanden. 
In zilver een zwart kruis. 
Vaeck. 
In zilver een groen kruis. Fisenne (en een hartschild beladen met een leeuw). 
In rood een gouden kruis. 
Lynden. 
In rood een zilveren kruis. *Elias. — *Groenincx van Zoelen. — Noortwijck (en een vrijkwartier beladen met een leeuw). — *de Ruyter. — Zoelen. 
In blauw een gouden kruis. Brothem. — Herwen. — Iseren (bet kruis met twee dwarsarmen). — *Munter. — Musch van Seldezat. — Tengnagell. — Wely. 
In blauw een zilveren kruis. Duivenvoorde van Warmond (hartschild). — Warmond. 
In blauw een schuingeplaatst kruis gevierendeeld van goud en rood en van zilver en rood. 
*Elout. 
In zwart een gouden kruis. 
Uitenwaerde. 
In zwart een zilveren kruis. 
Beinhem. 
Beladen Kruis. 
— beladen met een leeuw. 
Duinen. — Schurink. 
— vijf ruiten. 
van Binckhorst van den Binckhorst (met een uitsteeksel aan den boven-arm). — van den Binckhorst (Holland en Overijssel). 
— vijf schelpen. 
Hangest d'Yvoy (hartschild). 
Vergezeld Kruis. 
— vergezeld in elk kwartier van twee schuingekruiste distels. Wijck (Asch van-) (met een hartschild). 
— in 1. en 4. een leeuw en in 2. en 3. drie leliën. *Elsevier (Rammelman-). 
— vier leeuwen. 
Ootmersum. 
— in 1. drie leeuwenkoppen. 
Coudenhove. 
— twaalf meerltjes, 3 in elk kwartier. Maldeghem. — Saemslach. 
— zestien meerltjes, 4 in elk kwartier. 
Haerlem. 
— twintig penningen, 5 in elk kwartier. *Wellesley Prins van Waterloo. 
— van boven twee rozen, 1 rechts en 1 links. 
Hoevelick. 
— vier rozen. 
*Swinderen (Marees van-). 
— twee schildjes, een in 2. en een in 3. 
Singendonck. 
— vier sterren. *du Bus (het kruis beladen met eene roos). 
— in 1. een vogel. 
Crayenhem. 
— van boven twee vogels, 1 rechts en 1 links. 
Keeken. 
— vier vogels. 
Keeken. 
— in 1. en 4. eene zeemeermin en in 2. en 3. drie penningen. Alewijn. 
Ankerkruis. 
In goud een rood ankerkruis. 
*Fabricius. — Heerman van Oestgeest. — Lisse (en een hartschild beladen met drie leliën). — *Oestgeest. — Rerink. — Schaep van den Dam (en een hartschild beladen met een schaap). 
In goud een zwart ankerkruis. 
van der Marsche. 
In zilver een rood ankerkruis. Dompselaer. — van der Feltz. — Salne. 
In zilver een blauw ankerkruis. Ampsen. — Doetinchem. 
In zilver een zwart ankerkruis. Boecop (vergezeld van zeven blokjes). 
In rood een zilveren ankerkruis. van der Hell. — Oldenbarneveld. — *01denbarncveld genaamd Witte Tullingh. — Rensselaer. — Warzée d'Hermalle (hartschild). 
In blauw een zilveren ankerkruis. Bentinck, — *Bentinck (Aldenburg-). — van der Capellen (en in het 1ste kwartier eene kapel). — van der Capellen tot den Dam (en in het 1ste kwartier eene kapel). 
In zwart een zilveren ankerkruis. Uitenhage — *Uitenhage. 
Ankerkruisen. 
In zilver acht roode ankerkruisen. *Rutgers van Rozenburg (3, 3 en 2). 
In rood drie zilveren ankerkruisen. *Hurgronje (Snouck-). 
Bloemkruis. 
In goud een rood bloemkruis. 
*Laer van Laerwold. 
Geschaakt Kruis. 
In goud een van zilver en rood geschaakt kruis. 
*Schimmelpenninck van der Oye. — Hondenberch. — Nettelhorst. — van der Oye. 
In goud een van zilver en zwart geschaakt kruis. 
Vorden. 
In zilver een van rood en goud geschaakt kruis. 
Broeckhuysen. 
In zilver een van zwart en goud geschaakt kruis. *Doorn. — Doorn. 
In rood een van blauw en zilver geschaakt kruis. 
Menckhorst. 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 30 
Herkruiste Kruisen. 
In rood drie herkruiste gouden kruisen met afgesneden voet. *Leyssius. 
Jeruzalemskruis. 
In zilver een rood Jeruzalemskruis. *Mauregnault. — *Mauregnault (Boreel de-). 
Latijnsch Kruis. 
In zilver een zwart Latijnsch kruis. 
Jaersma (geplaatst in eene doornenkroon, en vergezeld van boven van eene ster en van onderen van eene roos). 
Sint-Antonies Kruis. 
In zwart een gouden Sint-Antonies kruis. Lage (schuinrechts geplaatst). 
Slangenkoppenkruis. 
In goud een rood slangenkoppenkruis. 
Bex. — Reymerstock (in den rechterbovenhoek een schildje beladen met een uitgeschulpt kruis). — Seymens (vergezeld in het 1ste kwartier van eene roos). 
In zilver een rood slangenkoppenkruis. Dobbelsteyn (beladen met een dobbelsteen). — Hegen. 
In zilver een zwart slangenkoppenkruis. 
Merckelbach. 
In rood een zilveren slangenkoppenkruis. Havert. — Huyn. 
In blauw een gouden slangenkoppenkruis. 
Guttichoven. 
Slangenkoppenkruis, kleuren onbekend, van de Gracht. — Kievelenberch. — Lutge. — Putte. — Steiffart. — Were. 
Uitgeschulpt Kruis. 
In zilver een uitgeschulpt blauw kruis. 
Snabbe. 
In zilver een uitgeschulpt zwart kruis. Telckhuysen (vergezeld van vier droogscheerdersscharen). 
In rood een uitgeschulpt zilveren kruis. Middachten (vergezeld van vier droogscheerdersscharen). 
In zwart een uitgeschulpt gouden kruis. *Quarles de Quarles en *Quarles van Ufford (los staand). 
Uiigetand Kruis. 
In zwart een uitgetand gouden kruis. 
Geloes. 
Vorkkruis. 
In goud een rood vorkkruis. 
van der Voorst. 
In zwart een gouden vorkkruis. 
Vieracker. 
Gedeeld van goud en zilver; en een rood vorkkruis over alles heen. van der Voorst. 
Kruisboog. 
In goud een blauwe kruisboog met roode schacht. 
Gockinga (en ter linkerzijde een arend). — Sigers ther Borch (en ter rechterzijde een omgewende raaf). 
In goud een zwarte kruisboog. *Tjaerda (en drie dwarsgelegde pijlen over de schacht heen). 
In blauw een gouden kruisboog. de Cruydenier of de Crudeneer (en van boven twee sterren). 
In groen een kruisboog in natuurlijke kleur. 
Kemps. 
Kussens. 
In goud drie ruitvormige roode kussens. Melvill van Carnbee (elk kussen beladen met een wassenaar). 
Ladder. 
In zilver eene roode ladder. Smullinck (schuinrechts geplaatst). 
Lam. 
In goud een zwart lam. 
*Straalman. 
In rood een zilveren lam. Lamsweerde (een zwaard houdende). 
In rood drie zilveren lammeren. Vrijberghe (en een schildhoofd beladen met drie rozen). 
Lamskop. 
In goud een zwarte lamskop 
Martens (van boven in het schild, en van onderen twee ossenkoppen). 
Lansen (Tournooilansen). In rood zes gouden tournooilansen. Villeneuve (3 en 3 schuingekruist, en in elk der open vakken een schildje). 
30* 
In rood twee zilveren tournooilansen. *Riedesel (schuingekruist). 
Lanspunten. 
In blauw zeven antieke zilveren lanspunten. *Daehne (1, 2, 1, 2 en 1). 
Halve Leeuw. 
In goud een halve roode leeuw. *Bergen. — Dever. — *Krayenhoff (gekr.) — Vleuten. 
In zilver een halve gouden leeuw. *Lamberts de Cortenbach (een ring houdende). 
In zilver een halve roode leeuw. *Backer (een penning houdende). — Wyhe van Hemen (gekr.). 
In zilver een halve zwarte leeuw. Arem. — Lent (een barensteel over den leeuw heen). — Ouderogge. In rood een halve zilveren leeuw. 
Avesaet (gekr.) — Coppier van Calslaghen (gekr.) — Coppier van Ouden-dijk (gekr.). 
In blauw een halve gouden leeuw. *Eelsma (omgewend). — *Hövell van Andelst. — Oesingaweer. — *Tindal (oprijzende uit een water). 
In zwart een halve gouden leeuw. 
*Bichon Visch. 
In zwart een halve zilveren leeuw. 
*Kaelsack. 
Leeuw. 
In goud een van zilver en zwart gevierendeelde leeuw. *Berkenrode (gekr.). 
In goud een roode leeuw. Albada. — *Albada van Goenga — *Albada van Poppingawier II. — *Alemans. — *Aylva gezegd Sjaerdema. — *Bergen. — *Burmania. — Dommelen. — *Lauta van Aysma. — Lewe. — *Lewe van Aduard. — *Lewe van Middelstum. — *Marchant d'Ansembourg (gekr.) — Ochten. — *Rengers (Juckema van Burmania-). — Sjaerdema. — *Suasso (gekr.) — *Thibaut (gekr.) — *Villers de Pité. — *Wellesley Prins van Waterloo. 
In goud een blauwe leeuw. 
Strijp (gekr.) — *Tulp. 
In goud een zwarte leeuw. *Alemans. — Donia. — *Donia. — *Donia van Beetgum. — Egmond 
(Graaf van). — *Egmond van der Nyenburg. — *Gaeikinga (omgewend). — van der Goes. — Haersma van Loënga. — Harinxma Donia. — *Ha-rinxma thoe Heeg. — *Harinxma thoe Sneek. — Harinxma thoe Ylst. — *Innhausen und Kniphausen. — *Jelmera genaamd Donia. — *Pichot van Slijpe. — *Slijpe. 
In zilver een roode leeuw. Baexen (gekr.) — *Bounam de Ryckholt. — * Galama. — *Harinxma van Hettinga. — *Harinxma thoe Slooten. — 's Heerenberg (gekr., en een schildzoom beladen met elf penningen). — *Juwsma. — *Limburg Stirum (gekr.) — *Martini Buys. — *Martini van Geffen. — Naald-wijk. —- *Popta van Hantumhuizen. — Randwijck (en een uitgeschulpt schildomboordsel). — Valkenburg. 
In zilver een blauwe leeuw. 
*Janssens. — Poelenburg. — Polenberg. 
In zilver een zwarte leeuw. 
Alkemade (gekr.) — Blanckvoort (gekr.). — Boekhorst. — *du Bois de Ferrières (omgewend). — Buckhorst (gekr.) — *Culemborg. — van de Donck. — Feytsma (hartschild). — *Fisenne (gekr., in een hartschild). — *Galkama. — *Harinxma van Haersma. — *Harinxma thoe Slooten. — van der Leck (gekr.) — *Marchant d'Ansembourg (gekr., in het hart-schild). — Noortwijck. — *Palesteyn (gekr.) — Ponsendael. — Poppen-damme (soms met een dwarsbalk over den leeuw heen). — *Warzée d'Hermalle. 
In zilver een groene leeuw. 
Nispen. 
In rood een gouden leeuw. 
*Ablaing. — *Barnaart (omgewend). — *de Beyer (gekr.) — van den Binckhorst. — *van den Binckhorst. — du Chastel de la Howarderie (gekr.) — van de Coulster. — *Croesingh van Benthuizen. — *Daehne. — van der Does van Heerjansdam. — *Heldewier. — *Herema van Tjum. — *Minnema. — *Peterssen (gekr.) — de Ruyter (gekr., in een hart-schild). — *Teixeira de Mattos. — *Verschuir (Fontein-). 
In rood een zilveren leeuw. Bronckhorst (gekr.) — *Bronckhor$t (gekr.) — *Bronckhorst van Batenburg (gekr.) — Cuyl. — Heinsberg. — Houwerda. — *Houwerda van Mec-kema. — Keverberg (gekr. en omgewend). — *Limburg Stirum (gekr.) — van der Luer. — *Meerdervoort. — *Pompe van Meerdervoort. — Ren-gers (van Aylva-) (gekr.) — Sandwijk. — *Schepers- (gekr.). 
In rood een van zilver en zwart gevierendeelde leeuw. Berkenrode (gekr.). 
In rood een zwarte leeuw. 
Onsta. 
In blauw een gouden leeuw. Aerdt. — *Doorn. — *Doorn van Westcapclle. — *Doyema. — Egmond (Graaf van) (gekr. en omgewend). — *Egmond van der Nyenburg (gekr. en omgewend). — Hinckena. — *Nepveu. — Ranzow (gekr., in een hartschild). — *Rendorp van Marquette. — *Wrangel auf Lindenberg. 
In blauw een zilveren leeuw. *Bellefroid (gekr.) — Eemskerk. — Fockena of Ukena (gehalsband met eene omgekeerde kroon). — Harinxma. — Heemskerck van Beest. — *Inthiema tot Workum. — *Rendorp. — *Schoten. 
In blauw een roode leeuw. Popma van Poppingawier (en een schildzoom beladen met zestien kasteelen). 
In zwart een gouden leeuw. 
Schenk van Nijdeggen. 
In zwart een zilveren leeuw. *Abcoude (gekr.) — Driebergen (gekr.) — *Wijck van Abcoude (gekr.). 
In groen een gouden leeuw. *Kempenaer (Andringa de-) (gekr., tusschen twee naar elkander toege-wende sikkels). 
In groen een zilveren leeuw. 
Outheusden. 
Gedeeld van zwart en groen; en een zilveren leeuw over alles heen. Innhausen und Kniphausen (hartschild). 
Doorsneden van goud op blauw; en een roode leeuw over alles heen. . Hambroick (gekr.). 
Doorsneden van zilver op zwart; en een leeuw van 't eene in 't andere. Ubbena. 
Leeuw over andere figuren heen. 
— over drie dwarsbalken. 
*Everts. 
— over vier dwarsbalken. Hoensbroeck, — van der Hoeven van Poelwijk. 
— over vijf dwarsbalken. 
Malburg. 
— over zeven dwarsbalken. *Nahuys (in het hartschild). 
— over eene schuinbalking van zes stukken. *Imbyze van Batenburg (en een uitgeschulpte zoom). 
Beladen Leeuw. 
— beladen met een geschaakt schildje. 
Kampferbeke. 
— met een schildje waarin een wiel. 
Adrichem. 
— met een wiel op den schouder. 
Haemstede. 
Vergezelde Leeuw. 
— vergezeld van een barensteel. 
Adrichem. — *Adrichem van Dorp. — *Boetzelaer. — Brederode. — *Brede-rode. — Bronckhorst. — Doortoghe. — van der Duyn. — Langerack. — Rosenborgh. — *Rijsoord. — Soutelande. — *Soutelande. — Teylingen. — Toll (het veld bezaaid met blokjes). — Warmont. 
— van blokjes (het veld bezaaid met blokjes). Boxmeer. — *Brienen van de Groote Lindt. — *van der Lely van Oude-watcr. — Nassau la Lecq. — Ophemert. — Petershem. — Pollart. — Sparwoude. — Stepraedt. — Toll (en een barensteel). — Wyhe van Echtelt. 
— van drie eendjes aan den schildvoet. Roest van Alkemade. 
— van drie herkruiste kruisjes met spitsen voet. 
*Bowier. 
— van drie leliën. 
Salvador. 
— van leliën (het veld bezaaid met leliën). *Dibbets. — Dolre. 
— van rozen (het veld bezaaid met rozen). 
*Rinckveld. 
— van twee sikkels. *Kempenaer (Andringa de-) (de leeuw tusschen de sikkels). 
— van twee spoorraderen in 't schildhoofd. 
Rivecourt. 
— van drie sterren. 
Baud. 
— van twee takken (cloorntakken). Holthe (de leeuw tusschen de takken). 
Leeuw, een voorwerp in den poot houdende. 
— een fakkel. 
Radermacher. — *Schorer (Radermacher-), 
— een hamer. 
*Schwartz. 
— een kruis. 
*Crentz. — 
— een pijl. 
Ortt. 
— een schildje waarin een wiel. 
*Adrichem van Dorp. 
— een zwaard. 
*Helbig. 
Leeuw, klimmende tegen een voorwerp. 
*van den Bergh (tegen een berg). 
Twee Leeuwen. 
In zwart twee gouden leeuwen. Souburg (naar elkander toegewend en een toren torschende). 
Drie Leeuwen. 
In goud drie zwarte leeuwen. Hemmen. — *Pabst. — *Pabst (Lawick van-). — de Schepper. 
In zilver drie roode leeuwen. van der Beken Pasteel. — *van de Spiegel (en in het hart een kruisje). — Velsen. 
In zilver drie groene leeuwen. Ablaing (hartschild met uitgetanden zoom). — Lannoy (gekr.) 
In rood drie gouden leeuwen. 
de Vreese. 
In rood drie zilveren leeuwen. Schulenborg (gekr.) — de Vreese. 
In blauw drie zilveren leeuwen. 
Ulft. 
In zwart drie gouden leeuwen. 
Colenberg. 
Doorsneden van groen op zilver; en drie leeuwen van 't eene OP 't andere, 2 en 1. 
Gestel. 
Vier Leeuwen. 
Gevierendeeld Schildhoofd of Vrijkwartier met de Leeuwen van Henegouwen 
en Holland. 
Henegouwen: In goud een rood getongde en genagelde zwarte leeuw. Holland: In goud een blauw getongde en genagelde roode leeuw. 
Adelen van Cronenburg. — Aerssen Beyeren. — Aelman. — Alemans (het geheele schild, met hartschild). — Beyeren Schagen. — Bruelis. — Cronenburg. — Cuser. — Cuser van Oosterwijk. — Diepenburg. — Hoog-woude. — van de Poel genaamd Paludanus. — Schagen. — Surmont. — Vlissingen. 
Leeuwenkoppen. 
In goud drie zwarte leeuwenkoppen. 
Hemert. 
In zilver drié roode leeuwenkoppen. 
Varick (gekr.). 
In zilver drie zwarte leeuwenkoppen. 
Alendorp (gekr.). 
In zwart drie zilveren leeuwenkoppen. *Adrichem van Dorp. — *Dorp. — Uiterlier. — Uiterlier van Dorp. 
Aanziende Leeuwenkoppen. 
In rood een gouden aanziende leeuwenkop. *Wuytiers (Barchman-). 
In blauw een zilveren aanziende leeuwenkop. 
*Stania. 
Leeuwenpooten. 
In blauw drie gouden leeuwenpooten. Caldenbach (2 en 1, elk schuinrechts geplaatst). 
Gaande Leeuw. 
In goud een gaande roode leeuw. 
*Herjuwsma. 
In goud een gaande blauwe leeuw. *Tromp (het veld bezaaid met harten). 
In zilver een gaande roode leeuw. *Trench markies van Heusden (vergezeld van 2 en 1 leliën). 
In rood een gaande gouden leeuw. 
*Liedel. 
Twee Gaande Leeuwen. 
In goud twee gaande roode leeuwen, boven elkander. 
Hernen. 
Drie Gaande Leeuwen. 
In goud drie gaande zwarte leeuwen, boven elkander. Ommeren (gekr.). 
Gaande en aanziende Leeuw. 
In rood een gaande en aanziende gouden leeuw. *Lennep. — *Lennep (Deutz van-). 
Twee Gaande en aanziende Leeuwen. 
In goud twee gaande en aanziende roode leeuwen, boven elkander. *Limburg Stirum. — Wisch. 
Drie Gaande en aanziende Leeuwen. 
In goud drie gaande en aanziende zwarte leeuwen, boven elkander. Steenis. 
Klimmende en aanziende Leeuw. 
In zilver een, klimmende en aanziende roode leeuw. Kattendijke. — Stavenisse. 
In rood een klimmende en aanziende gouden leeuw. Renesse (het veld bezaaid met blokjes). — Spreeuwestein (en een linker-schuinstreep over alles heen). — Voorne. 
In rood een klimmende en aanziende zilveren leeuw. 
*Drenkwaert. — *Eversdijck. — Heenvliet. 
In blauw een klimmende en aanziende gouden leeuw. 
Steenbergen (en op den schouder een schildje beladen met een geënten dwarsbalk). 
In zwart een klimmende en aanziende gouden leeuw. Bouwens. — *Travers (gekr.). 
Liggende Leeuw. 
In zilver een roode liggende leeuw. 
*van der Brugghen. 
Halve Lelie. 
In blauw drie gouden halve leliën, naast elkander. *Bichon Visch. 
In groen eene zilveren halve lelie. *Abbinga van Huizum. 
Lelie. 
In goud eene roode lelie. *Wolff-Metternich (en twee omgewende papegaaien zittende op de lelie). In zilver eene gouden lelie. 
*Popma tot Ylst. 
In zilver eene roode lelie. Vlodrop. — *Wuytiers (Barchman-). 
In rood eene gouden lelie. *Eelsma Mauritsma. — *Galama. — Herema. — Kryt van Vosbergen (of, de lelie verticaal gespleten). — *Liauckama van Makkum (en van onderen eene schelp; benevens een schildhoofd beladen met eene ster). — *Liauckama van Sexbierum. — *Ockinga. — *Ropta. — Tietema (en over de lelie heen twee schuingekruiste pijlen). 
In rood eene zilveren lelie. *Dootnia. — *Eelsma. — *Frittema. — Hasselt. — *Jelgerhuis. — Krie-kenbeek. — *Osinga. — Spruyt van Kriekenbeek. — *Stania. — *Wuy-tiers (Barchman-). 
In blauw eene gouden lelie. *Albada van Wyburg. — Frymersum. — Galama en *Galama (en van onderen eene ster). — *Glinstra. — *Haerda. — Heslinga van Galama (vergezeld van boven van eene ster en van onderen van een omge-wenden wassenaar). — *Martena. — Roorda. — Strick van Linschoten (hartschild). — Villeneuve (hartschild). 
In blauw eene zilveren lelie. 
Albada (en van onderen eene roos). — *Albada van Goënga. — *Albada van Poppingawier II. — *Cammingha van Jelmera. — *Cammingha van Rotterda. — *Daehne (en van onderen twee sterren). — Gevers. — *Gevers Deynoot. — Gockinga. — *Grez. — Hoxwier. — Thibaut (hart-
schild). — Unema (sierlelie). — *Ydsma. 
In groen eene gouden lelie. Capellen (en van boven eene ster). 
In groen eene zilveren lelie. Aylva van Bornwerd. — *Popma van Gryn. — *Solckema. 
Gedeeld van zilver en rood; met eene blauwe lelie over de dee-lingslijn heen. 
Sternsee. 
Twee Leliën. 
In zilver twee groene leliën. *Hania van Weidum (boven elkander). 
In rood twee zilveren leliën. *Dekema (boven elkander). — *Peyma (naast elkander). 
In blauw twee zilveren leliën. *Beyem (naast elkander). — *Heringa (de leliën van boven, een wasse-naar van onderen, en in het hart eene ster). 
Drie Leliën. 
In goud drie blauwe leliën. 
Cloetingen. 
In goud drie zwarte leliën. Harderwijck (en een schildhoofd beladen met een barensteel). — West-reenen van Tiellandt (en 't schildhart een ring). 
In goud drie groene leliën. 
Valkenisse. 
In zilver drie gouden leliën. Brantsen (naast elkander, en van boven drie takkebossen). 
In zilver drie roode leliën. Heermale (en in het schildhart een ring). 
In zilver drie blauwe leliën. *Hania (boven elkander). 
In zilver drie zwarte leliën, de Bloote van Kenenburg. — te of van den Water (en een schildhoofd be-laden met een opkomenden leeuw). 
Jn rood drie gouden leliën. *Heerjansdam. — Lichtenberg (en een uitgetande schildzoom). — Oyen. — Rijnauwen (en een uitgetande schildzoom). — Schoordijck van Rijnauwen (met een uitgetanden schildzoom en een hartschild waarin drie wielen). 
In rood drie zilveren leliën. Blarichorst. — *Feytsma (boven elkander). — Heermale (en in het hart een ring). — Popma. — Schadijck (en in het hart een ring). — de Wael van Moersbergen (en in het hart een schildje). — *toe Watum. 
In blauw drie gouden leliën. Alberda (en in het hart eene ster). — *Goslinga. — *Hommema (1 en 2, en van onderen een wassenaar). — Meynsma. 
In blauw drie zilveren leliën. *van der Hagen. — Hania van Holwierd (boven elkander). — *Her~ juwsma. — *Juwsma. — *Mocìcema (boven elkander). 
In zwart drie gouden leliën. *Galkama (boven elkander). — *Inthiema tot Workum. 
In groen drie gouden leliën. Dedel. — *Sandberg (Westervelt-). 
In groen drie zilveren leliën. 
*Jousma van Wirdum. 
Vier Leliën. 
In blauw vier gouden leliën. 
*Janssens (de leliën in de vier hoeken, en met de toppen gericht naar eene roos in 't hart). 
Vijf Leliën. 
In blauw vijf gouden leliën. Eck van Harseloo (3 en 2). 
Zes Leliën, 1, 2, 2 en 1. 
In zwart zes zilveren leliën. 
*van der Staal. 
Zes Leliën, 3, 2 en 1. 
In zilver zes roode leliën, van de Beeck. — Bolder. — Weede. 
In rood zes gouden leliën. 
Amersfoort. 
In rood zes zilveren leliën. 
Beekerke — Stoutenburg. 
In blauw zes gouden leliën. Alberda. — Eck van Harseloo. 
In blauw zes zilveren leliën. *Heusch (Scherpenzeel-). — Scherpenzeel. 
In groen zes zilveren leliën. 
Davelaer. 
Zeven Leliën. 
In blauw zeven zilveren leliën, 3, 3 en 1. Laer van Hoenlo. — Laer van Lamsloot. 
Negen Leliën. 
In zwart negen zilveren leliën. Grijpskerke (3, 3 en 3). 
Negen leliën, Meuren onbekend, van de Poele (3, 3, 2 en 1). 
Tien Leliën. 
In zwart tien zilveren leliën, 4, 3, 2 en 1. 
Raaphorst. 
Achttien Leliën. 
In blauw achttien gouden leliën, 5, 4, 5 en 4. Lampsins (hartschild). 
Bezaaid met Leliën. 
Zwart, bezaaid met zilveren leliën. *Warzée d'Hermalle. 
Leliën met afgesneden voet. 
In zilver, blauwe leliën met afgesneden voet. 
de van der Schueren (1 in den linker bovenhoek en 1 van onderen; en een vrijkwartier beladen met een leeuw). 
In zilver drie zwarte leliën met afgesneden voet. 
Liere. 
In blauw drie gouden leliën met afgesneden voet. 
Renegom. 
Leliestengels. 
In goud twee schuingekruiste roode leliestengels. 
Almstein. 
In blauw twee schuingekruiste zilveren leliestengels. van der Wijck (en een dwarsbalk over de stengels heen). 
Lepelaar. 
In blauw een zilveren lepelaar. *Rutgers van Rozenburg (met een paling in den bek). 
In groen een zilveren lepelaar. Repelaer. — *Repelaer (van de Wall-). 
Linkerschuinbalk. 
In goud een zwarte linkerschuinbalk. 
*Ranzow (vergezeld van twaalf ruiten). — *Ver Huell (beladen met drie schelpen). 
In rood een zilveren linkerschuinbalk. *Backer. — *de Gijselaar (vergezeld van zes leliën). 
In blauw een groene linkerschuinbalk. Geen (beladen met drie jachthoorns en van boven vergezeld van een zwaard). 
Twee Linkerschuinbalken. 
In zilver twee roode linkerschuinbalken. *de Boer (vergezeld van zes klaverbladen). 
Drie Linkerschuinbalken. 
In goud drie blauwe linkerschuinbalken. 
*Strens. 
In zilver drie zwarte linkerschuinbalken. Wilssum (beladen met 2, 3 en 2 ruiten). 
In rood drie gouden linkerschuinbalken. *Elsevier (Rammelman-). — Rammelman. 
Vijf Linkerschuinbalken. 
In goud vijf roode linkerschuinbalken. 
van de Camp. 
In zilver vijf roode linkerschuinbalken. Steenwijk (en een schildzoom beladen met acht penningen). — de Vos van Steenwijk (en een schildzoom beladen met acht penningen). 
Linksgeschuinbalkt. 
Linksgeschuinbalkt van blauw en zwart. 
*Negri. 
Linksgeschuind. 
Linksgeschuind van goud op zilver; en op de schuiningslijn een linker-schuinbalk linksgeschuind van rood op blauw. 
*Forstner van Dambenoy. 
Maliën. 
In zilver drie zwarte maliën. Panhuys (ook met een barensteel in het schildhoofd). 
In rood drie zilveren maliën. 
Allaert. 
Man. 
In goud een man, met een bijl. *Forstner van Dambenoy (omgewend, staande voor een boom). 
In zilver een halve man, met een kromzwaard. 
*Negri. 
In zwart een geharnast man met een kommandostaf. Verschuer (hartschild). 
Man te paard. 
In goud St. Maarten te paard. 
*Lampsins. 
Meerbladen. 
In zilver drie roode meerbladen. *Donia. — van der Meer. 
In zilver drie groene meerbladen. van der Meer van Cranenborg. — Pelser Berensberg (en een hartschild beladen met een linkerschuinbalk). 
In zwart drie zilveren meerbladen. Gemert tot Gemert. — Tetrode. 
Meerltjes. 
In goud, roode meerltjes. Heemstede (zeven zoomswijze geplaatst, en een schildhoek). 
In goud drie zwarte meerltjes. *du Bus. — Uitenbroeck. 
In zilver, roode meerltjes. Muys van Holy (zeven zoomswijze geplaatst, en een schildhoek). 
In zilver drie blauwe meerltjes. ter Hagen (en in 't schildhart een wassenaar). 
In zilver drie zwarte meerltjes. Oudart. — *Strick van Linschoten. 
Meerman. 
In rood een gouden meerman. *Bichon Visch (ondersteund door eene golvende dwarsbalking). 
In zwart een zilveren meerman. Goes (Meerman van der-). — Meerman. 
Meermin. 
In zwart eene meermin in natuurlijke kleur. 
*Alewijn. 
Mercuriusstaven. 
In goud twee blauwe Mercuriusstaven. 
*Reenen. -
Mispelbloemen, zie Bloemen. 
Molenrad. 
In goud een rood molenrad. Baerdwijck. — *Meyster. 
In goud een zwart molenrad. 
Baerdwijck. 
In zilver een rood molenrad. 
Amerongen. 
In zilver een zwart molenrad. Ackersloot. — Hogendorp. — *Hogendorp. — Hogendorp (met een vrij-kwartier beladen met een gekroonden pijlenbundel). — *Hogendorp van Hofwegen. 
In rood een zilveren molenrad. 
Deyl. — Ramp. 
Molenijzer. 
In goud een zwart molenijzer. *Klencke (antiek molenijzer). 
In zilver een zwart molenijzer. 
*Merlen. 
In rood een zilveren molenijzer. Coenen. — *Hangest d'Yvoy (antiek molenijzer). 
Twee Molenijzers. 
In zilver twee roode molenijzers. Aarle (en een vrijkwartier beladen met eene roos). — Bercht (en een vrij kwartier beladen met een hoefijzer). 
451 
29* 
452 
453 
454 
455 
456 
457 
458 
459 
460 
461 
462 
463 
464 
465 
466 
467 
468 
469 
470 
471 
472 
473 
474 
475 
476 
477 
478 
479 
480 

481 
Drie Molenijzers. 
In goud drie roode molenijzers. 
Aelst (en een schildhoofd beladen met een opkomenden leeuw). — Orten. — Rode. 
In goud drie blauwe molenijzers. Boisschot. — van den Bolck. — Lieshout. — Rinckveld. — *Rinckveld. — Stakenborch. — Waelwijk. — uien Weedenhuysen. — Yllingen. 
In goud drie zwarte molenijzers. *Calkoen van Voordaan. — *Loon. 
In zilver drie roode molenijzers, ten Heerenhaeff. — de Lauwe. — Mierlo. — *de Roovere van Montfoort. — Vladeracken. — *Vladeracken. 
In zilver drie blauwe molenijzers. 
*Oetelaer. 
In zilver drie zwarte molenijzers. Asdonck. — Hersel. — Vlierden. 
In rood drie gouden molenijzers. 
de Roovere. 
In rood drie zilveren molenijzers. Bommel (en in het schildhart het wapen van Kessel). — Breugel. — *Breugel Douglas. — *Breugel (Clifford Kocq van-). 
In blauw drie gouden molenijzers. 
Berlicum (en soms in het schildhart eene roos). — Broeckhoven. — van den Heuvel. — *Mollerus (drie boven elkander). — Stakenborch. — van de Velden. 
In blauw drie zilveren molenijzers. 
Wolfswinckel. 
In zwart drie gouden molenijzers. *Gerwen. — Kerckraad. — Kuysten. 
In zwart drie zilveren molenijzers. 
Straeten. 
In groen drie gouden molenijzers. 
Lierop. 
Molshoopen. 
In goud drie zwarte molshoopen. 
Graafland. 
Moorenkoppen. 
In goud een moorenkop. Burum (vergezeld van 2 en 1 klaverbladen). 
In zilver twee van elkander afgewende moorenkoppen. *Calkoen van Voordaan. — *Loon. 
RIEPSTAP, Wapenbeschrijvingen. 31 
In blauw een moorenkop. Changuion (vergezeld van boven van twee mispelbloemen en van onderen van een wassenaar). — *Roorda van Genum. 
Morgenster, zie Strijdkolf. 
Muur. 
In zilver een roode muur met tinnen. *van der Goltz (een omgewenden leeuw ondersteunende). 
In zilver een zwarte muur met tinnen. *Wrangel auf Lindenberg (hartschild). 
Olifant. 
In zilver een zwarte olifant. *Rutgers van Rozenburg (omgewend, en vergezeld van zon en sterren). 
In zilver een olifant in natuurlijke kleur. Marselis (met een toren op den rug en vergezeld van drie boomen). 
In rood een zilveren olifant. 
*Kievit. 
Olijven. 
In zilver drie groene olijven. *Groenincx van Zoelen. 
Ooievaar. 
In rood een zilveren ooievaar. *Superville (Dusseldorp de-). 
Oranjeappelen. 
In blauw een oranjeappel in natuurlijke kleur, zonder bladeren. *Michiels van Verduynen (hartschild). 
In blauw drie oranjeappelen in natuurlijke kleur, gebladerd. Wichers. 
Ossenkoppen. 
In goud, aanziende roode ossenkoppen. 
Martens (2 naast elkander, en van boven een lamskop). — Osch of Osz (2 en 1, en in een hartschild een leeuw). 
In goud een aanziende zwarte ossenkop. 
Till tot Till. 
In goud drie zwarte ossenkoppen in profil. *Gevers Deynoot (elk overtopt door eene ster). 
In zilver een aanziende roode ossenkop. *Tets en *Tets (Rees van-) (hartschild). 
In blauw drie aanziende gouden ossenkoppen. 
*Hillema. 
In groen, aanziende zilveren ossenkoppen. Aller of Oldemaller (1). — *Scholten (Fannius-) (2 en 1). 
Ossenschedels. 
In goud drie zwarte ossenschedels. 
*Huydecoper. 
In blauw drie gouden ossenschedels. 
Brouwershaven. 
Halve Paal, ondersteund door een Dwarsbalk. 
In blauw, paal en dwarsbalk van goud. Pauw (vergezeld van 2 en 1 sterren). 
In groen, paal en dwarsbalk van zilver. Berghele (vergezeld van 2 en 1 sterren). 
Paal. 
In goud een roode paal. Lycklama van IJsbrechtum (beladen met drie klaverbladen en geflankeerd door twee smallere palen; en een schildhoofd beladen met drie sterren). 
In goud een zwarte paal. Foeck (vergezeld van vier ruiten). 
In blauw een zilveren paal. *Schorer (Radermacher-) (tusschen twee wielen en de paal beladen met het woord Mediocritas). 
Twee Palen. 
In goud twee roode palen. 
*Frittema. 
In zilver twee- roode palen. *Twent van Raaphorst (do 1ste paal beladen met twee rozen en de 2de met een toren). 
In zilver twee blauwe palen. Bangeman Huygens (en eene ster over alles heen). — *Hamer. — Huygens. In zilver twee zwarte palen. 
*Dommelen. — Vucht. 
In blauw twee gouden palen. *van den Bergh (elke paal beladen met een klaverblad, en een ander klaverblad tusschen de beide palen). 
Drie Palen. 
In goud drie roode palen. *Ficquelmont (van onderen gespitst). 
In goud drie blauwe palen. *Wuytiers (Barchman-). 
In goud drie zwarte palen. Cruiningen. — Rodenburgh. 
In zilver drie roode palen. Helmont. — Stakenbroeck (en oen schildhoek). 
In zilver drie bláuwe palen. Breyll (en in den rechterbovenhoek een schildje). 
In rood drie zilveren palen. *Meerdervoort. — *Pompe van Meerdervoort. 
Drie Palen, en een Schildhoofd. 
In zilver drie roode palen; en een gouden schildhoofd. Mode (het schildhoofd beladen met een opkomenden leeuw). 
In rood drie palen van vair; en een gouden schildhoofd (Het wapen 
van Châtillon). 
Het volle wapen: 
Brederode van Veenhuysen (hartschild). — Brederode van Wesenburg (hart-schild). — Heese. — Isendoorn à Blois. — Waerdenburg. 
Het schildhoofd beladen met: — een opkomenden dubbelen adelaar. van de Poll van Isendoorn. 
— een barensteel. 
Baerdwijck. — de Cocq van Haeften. — Drongelen. — Haeften (Baron). — Haeften (Jhr.) (en een kraanvogel boven den barensteel). — Lent (barensteel van vier hangers). — de Voocht. 
— een beurtelings gekanteelden dwarsbalk. 
Cornhorst. 
— een loopenden hazewindhond. 
Canis. — Gemert. 
— een keper. Geldorp. — *de Roye van Wichen. — *Verheijen. 
— drie klophamers. 
de Cocq van Neerijnen. 
— een kraanvogel. 
Haeften {de Craen van-). 
— een gaanden leeuw. 
de Cocq van Bruchem. 
— een opkomenden leeuw. 
de Cocq van Opijnen. — Hemert. — *Hemert (Junius van-). 
— eene lelie. 
Beesd. — Beesd van Renoy. — Rijnesteyn. — Waerdenburg. 
— een meerltje. 
de Jeude van Hardinxvelt. 
— een pauw. 
Padevort. 
— een schildje beladen met een kruis. Haeck van Zoelen. 
— een losstaand St.-Andrieskruis Stalpert — *Stalpert van der Wiele. 
— eene ster. de Cocq van Delwijnen. — Kerkwijk. 
— een zwemmenden visch. 
Deyl. 
— een loopenden vos. Aelst. — Amelroy. — Lidth de Jeude. 
— een of twee wielen. 
Outheusden. 
Vier Palen. 
In zilver vier blauwe palen. 
*Notten. 
Verkorte Palen. 
In goud drie zwarte verkorte palen boven in het schild. Hambroeck. 
In zilver drie zwarte verkorte palen boven in het schild. 
Eyck. 
Gepaald. 
Gepaald van goud en rood, van vier stukken. 
*Frittema. 
Gepaald van zilver en rood, van zes stukken. 
*Salis. 
Gepaald van blauw en zilver, van acht stukken. thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. 
Gepaald en tegengepaald. 
Gepaald en tegengepaald van drie stukken, rood en zilver. Kretschmar (het bovendeel van den middelsten paal beladen met eene ster). 
Paard. 
In goud een zwart paard. 
*Marselis (opstijgende uit een schanskorf). — Rappard (steigerend). — *Rappard (steigerend). 
In zilver een rood paard. 
*Macar (steigerend). 
In zilver een bruin paard. *Gulcher (galoppeerend, ondersteund door twee golvende dwarsbalken). 
In rood een zilveren paard. Assendelft (stappend). — *Deutz van Assendelft (stappend, in oen hart-schild). — *Hamer (galoppeerend). — *Lennep (Deutz van-) (stappend, in een hartschild). — *Mollerus (half paard, uitgaande van de deelingslijn). 
In blauw een zilveren paard. *Bentinck (Aldenburg-) (steigerend). 
In groen een zilveren paard. *Michiels van Kessenich, *Michiels van Verduynen, en van der Renne (steigerend, en over een dwarsbalk heen). 
Paarden-neusknijper. 
In zilver, roode neusknijpers. op den Berge (1, gekroond). — Schedelick (2 en 1). 
In rood een zilveren neusknijper. 
op den Berge. 
Paaschlam. 
In zilver een zwart paaschlam. 
Schepers (hartschild). 
In rood een zilveren paaschlam. 
Foppinga. 
In groen een zilveren paaschlam. *Lampsins. — Schepers (hartschild). 
Palingen. 
In goud drie blauwe palingen. Aelburg (horizontaal geplaatst, boven elkander). 
Palissaden. 
(vijf van boven en van onderen gespitste palen naast elkander door eene dwarsgelegde plank gestoken). 
In zilver, zwarte palissaden. 
Poelwijck. 
In rood, zilveren palissaden. 
Leyden. 
Palm (Stengels van). 
In blauw drie gouden stengels van palm. Merkes van Gendt (naast elkander). 
Palmtakken. 
In goud een groene palmtak. 
*du Bus. 
In zilver een groene palmtak. 
*Kinsbergen. 
In zilver twee schuingekruiste groene palmtakken. 
*Ensse. 
Papegaaien. 
In zilver drie roode papegaaien. 
Rossum. 
In zilver drie groene papegaaien. Alderwerelt (en een hartschild beladen met een leeuw). 
Passer. 
In blauw een gouden passer. 
*Calkoen (vergezeld van 2 en 1 sterren). — *Calkoen van Voordaan (vergezeld van 2 en 1 sterren en overtopt door een barensteel). 
Pauwen. 
In rood een zilveren pauw. 
*Verstolk van Soelen. 
In groen drie jonge pauwen van zilver. *Verstolk van Soelen. 
Pelgrimsstaven. 
In rood twee schuingekruiste gouden pelgrimsstaven. 
*Collen. 
Pelikaan. 
In goud een roode pelikaan. 
Popma tot Weidum. 
In zwart een gouden pelikaan. 
Humalda. 
In groen een gouden pelikaan. 
Hoppers. 
Penningen. 
In rood, gouden penningen. 
van den Clooster (4, 5, 4, 3, 2 en 1; en een schildzoom). — *van den Clooster van Dornum (4, 5, 4, 3, 2 en 1). —Ruytenhorch (4, 5, 4, 3, 2 en 1; en een schildzoom beladen met hermelijnstaartjes of leliën). 
In rood, zilveren penningen. Isselt (5, 4, 3, 2 en 1). — Schengen (4, 3, 2 en 1). 
In blauw, gouden penningen. Schoudee (4, 3, 2 en 1). 
In blauw, zilveren penningen. *Alewijn (2 en 1). — Schoudee (4, 3, 2 en 1). 
In zwart, gouden penningen. 
Doys (2 en 1). 
In groen, zilveren penningen, de Ridder van Groenestein (3, 2 en 1; en een schildhoofd). 
Piek. 
In rood een gouden piek. *Olne (schuinrechts geplaatst en in 't midden doorgebroken). 
Plant. 
In zilver eene groene tabaksplant. *Elias (in het hartschild). 
Platen (Haardplaten). In blauw drie zilveren haardplaten. 
*van der Plaat. 
Ploeg. 
In zilver eene ploeg in natuurlijke kleur. de Roock (in een bouwland). 
Posthoorns. 
In goud drie roode posthoorns. 
Home. 
In zilver drie roode posthoorns. Cranendonck. — Goor. 
In zilver twee schuingekruiste zwarte posthoorns. 
Barmentloe. 
In rood drie zilveren posthoorns. 
Outshoorn. 
In zwart d?'ie zilveren posthoorns. Bruhese. — de Kemp of van Kempen. 
Potjes. 
In blauw drie zilveren potjes, 1 en 2. *Tets, — *Tets (Rees van-). 
Punten. 
In goud twee roode punten naast elkander. 
Omphal. 
In blauw eene gouden punt, schuinrechts geplaatst. *de Bruyn van Buitewech. — Buitewech. 
Pijlen. 
In goud, roode pijlen. 
*Hangest d'Yvoy (3 naast elkander). — *Heusch (Scherpenzeel-) (1, schuinrechts). 
In goud, zwarte pijlen. Bolta (3 vogelpijlen, naast elkander). — Plevits (2 schuingekruist, ver-gezeld van twee meerltjes en twee leliën). 
In zilver een roode pijl. 
Hagedoorn (schuinrechts). 
In rood, zilveren pijlen. Till (1, tusschen twee ringen). — Wissen (3, elk schuinrechts). 
In blauw, gouden pijlen. *Beyma thoe Kingma (1, in het hartschild). — Bolta (3 vogelpijlen, naast elkander). — *Liedol (1, in een hartschild). — *Reede van Ame-rongen (een bundel van drie pijlen gestoken door eene kroon). — *Schepers (een bundel van drie pijlen gestoken door eene kroon, de voeten der pijlen verbonden door een kettinkje). 
In blauw een zilveren pijl. Sjaerdema (rechts eene lelie, en links eene lelie en sterren). 
Pijlijzer. 
In rood een zilveren pijlijzer. 
*Perponcher. 
In zwart een zilveren pijlijzer. 
Averenck. 
Raaf. 
In goud een zwarte raaf. 
*du Bois de Ferrières (op een heuvel). — de Sigers ther Borch (omge-wend, en links een kruisboog). 
Radvelgen. 
In goud twee bruine halve radvelgen. *Daehne (rechtopgeplaatst en van elkander afgewend). 
Ram. 
In rood een zilveren ram. 
Ram. — Grubbe. 
In zwart een zilveren ram. 
Hoeckelum. — Sallandt. 
Ramskop. 
In rood een zilveren ramskop. Ram van Schalkwijk. — *Wijckerslooth van Weerdestein. 
Rechterschuinbalk, zie Schuinbalk. 
Ree. 
In groen een springende gouden ree. *Jantzon van Erffrenten. 
In goud een liggende roode ree. *Macaré (Rethaan-) (in het hartschild). 
Ridder (te paard). In goud een ridder in blauw harnas. de Beyer (hartschild). 
In zilver een zwarte ridder. 
Bassen. 
In rood een zilveren ridder. 
*Marselis. 
In blauw een gouden ridder. 
Âddinga. 
In blauw een zilveren ridder. 
*Elias. — *de Ruyter. 
In zwart een gouden ridder. 
Ripperda. 
Ridder (te voet). In rood een zilveren ridder. *Marselis (houdende eene tournooilans en leunende op een schild). 
In zwart een zilveren ridder. *Verschuer (houdende een kommandostaf; hartschild). 
Rietstengels. 
In zilver twee schuingekruiste rietstengels. *Beyma en *Beyma thoe Kingma (samengebonden met een strik). 
In blauw een bundel van drie rietstengels. Holdinga en *Holdinga (samengebonden met een strik). 
Ringen. 
In goud, zwarte ringen. 
*Siberg (Alting-) (1). — *Ver Huell en *Ver Huell (2 en 1, met stiften van onderen). 
In zilver, zwarte ringen. *Hargen (2 en 1). — Holt (3, 3 en 1). 
In rood, gouden ringen. 
Spaen (3, 3, 3 en 1). 
In rood, zilveren ringen. 
Suchtelen (2, 1 en 1). 
In blauw, zilveren ringen. 
Fridagh (2 en 1). 
In zwart, gouden ringen. *Wispenninck (3 naast elkander). 
In groen, zilveren ringen. 
Bruckheese (3, 3 en 1). 
Gedeeld van goud en rood; en drie zwarte ringen boven elkander op de deelingslijn. 
Knippinck. 
Gedeeld van rood en zilver; met een ring van 't eene in 't andere. *Imhoff. 
Roerstokken. 
In zilver drie zwarte roerstokken. *Bicker (horizontaal geplaatst, boven elkander). 
Rood (effen rood). 
Aelman (met een vrijkwartier). — *Ewsum. — *Frittema. *Kaelsack. — *Kerkwerve. — *Lewe van Middelstum. — *Middel. — *Tamminga. 
Halve Roos. 
In zilver eene halve roode roos. 
*Grimberge. 
Roos. 
In goud eene roode roos. 
*Haersma van Tjerkwerd (vergezeld van twee leliën, 1 van boven en 1 van onderen). — *Roorda van Genum. 
In zilver eene roode roos. *Albada van Poppingawier II (hartschild). — *Bronckhorst. — *Calkoen van Voordaan. — *Klencke. — *Marnstra. — *Osinga. — Siberg. — *Siberg (Alting-). — *Solckema. — Vredenburch. 
In zilver eene blauwe roos. Ruys van Beerenbroek. — Ruysch. 
In rood eene zilveren roos. *Albada van Goënga. — *Albada van Wyburg. — *Eelsma. — *Eelsma Mauritsma. — *Gratinga of Graetnia. — *Oedtsma. — *Stania. 
In blauw eene gouden roos. *Helbig (van acht eikenbladeren). 
In blauw eene zilveren roos. *Aylva en Aylva van Witmarsum (vergezeld van boven van eene ster en van onderen van eene lelie). — Idsinga (vergezeld van twee klaver-bladen, 1 van boven en 1 van onderen). — *Klencke. — *Pallandt (Aylva van-) (vergezeld van boven van eene ster en van onderen van eene lelie). — *Rengers (Aylva) (vergezeld van boven van eene ster en van onderen van eene lelie). 
In blauw eene roode roos. *Hoytema. — *Versluys (gestengeld en gebladerd, tusschen twee slangen). 
In zwart eene zilveren roos. Ubbergen (van acht puntige bladeren). 
Twee Rozen. 
In goud twee roode rozen. 
*Beyem (naast elkander). — *Smits van Eckart (gestengeld en gebladerd, naast elkander). 
In zilver twee roode rozen. Roorda (do rozen van boven, en van onderen een barensteel). — Schel-tinga (boven elkander). — *Scheltinga (Coehoorn van-) (boven elk-ander). — Wyckel (de rozen van boven, en van onderen een eikel). 
In rood twee zilveren rozen. *Albada van Poppingawier III (de rozen van boven, en van onderen eene lelie). — Albada van Sythiema (de rozen van boven, en van onderen eene lelie). — *Blijenburg (naast elkander). 
Drie Rozen. 
In goud drie roode rozen. 
Geffen (en in het schildhart een koek). — *Hania van Hesens (paalswijs). — Jongema en *Jongema (paalswijs). — *Walta van Jongema (paalswijs). 
In goud drie blauwe rozen. Maesland (en een uitgeschulpte schildzoom). 
In zilver drie roode rozen. *Bentinck (Aldenburg-). — *Douma van Oenema (1 en 2). — Eysinga. — Nuland (soms met een helm in 't schildhart). 
In rood drie gouden rozen. Bloemendal (en in het schildhoofd een wassenaar). — Doyema. 
In rood drie zilveren rozen. Albada van Burgwert (paalswijs). — Ambe. — Amroy (schuinlinks ge-rangschikt). — Baarn (en een schildhoofd). — Baarn van Schonauwen (en een schildhoofd). — Bloeymans gezegd Dinter. — Dinter. — Dinter (Hesselt van-) (en een blokzoom). — Grauwert (en oen schildhoofd). — *du Monceau (hartschild; de rozen van acht spitse bladeren).— Nieu-loenhovc. — Ouderidder. — Ouderidder genaamd Grauwert (en een schild-hoofd). — *Quarles de Quarles en *Quarles van Ufford (en een schild-hoofd beladen met drie meerltjes). — Splinter (en oen schildhoofd beladen met drie meerltjes). — Stenstera of Stinstra. 
In blauw drie zilveren rozen. *Aylva gezegd Sjaerdema (paalswijs). — Berum (en in het schildhart eene ster). — Gewanden (en in het schildhoofd eene krul). — *Hommema (1 en 2, en van onderen een wassenaar). — Welvelde (en een schild-hoofd beladen met een wolvenkop). 
In zwart drie zilveren rozen. Ruinen (en een schildhoofd). — Sayt. — de Waal van Vronesteyn. 
In groen drie zilveren rozen. Blaerthem (gestengeld en gebladerd). — *Goslinga. 
Rozentak. 
In zilver een rozentak. *de Beyer (schuinlinks geplaatst en omgekeerd). 
Roskammen. 
In hermelijn drie roode roskammen. 
Alveringen. 
Ruiten. 
In goud, roode ruiten. Steyn (5 en 4). — Woerden (2 en 1). — van den Woude (2 en 1). 
In goud, blauwe ruiten. Cammingha (2 en 1, en in het schildhart eene kam). — Larrey (3, 3 en 3). 
In goud, zwarte ruiten. Alblas (3 en 2). — *Heerjansdam (2 en 1). 
In zilver, roode ruiten. Asbeck (2 rijen ruiten, als 'schuinbalken gerangschikt). — *Bommel (5 in kruisvorm gerangschikt; hartschild). — Borndamme (2, 2 en 1). — Haack (13 als een St.-Andrieskruis gerangschikt). — Jaersvelt (4 geheele en 2 halve naast elkander). — Kessel (5 in kruisvorm gerangschikt). — 
Mierloo (2 en 1 met knoppen aan de hoeken). — *Rijckevorsel van Kessel (5 in kruisvorm gerangschikt). — Uiteneng (2 en 1). — Uiten-hem (2 en 1, en in het schildhoofd een barensteel). — Valckenaer (3 paalswijs). 
In zilver, blauwe ruiten. *Aubremé (2 en 1). — *Torck (4 en 3). — *Villers de Pité (3, 3 en 1). 
In zilver, zwarte ruiten. Avesaat (2 en 1). — Crooswijck (3, 3, 3 en 1). 
In rood, gouden ruiten. van der Does (5 en 4). — *Does (Schuyl van der-) (5 en 4). — *Storm van 's Gravesande (4, 3 en 2; hartschild). — *Willebois (van der Does de-) (5 en 4). — Woerden (Speyart van-) (2 en 1, en in het schild-hart eene ster). 
In rood, zilveren ruiten. Druyvesteyn (3, 3 en 3). — Els (3 naast elkander). — Engelen (2 en 1, en in het schildhart een breedarmig kruisje). — van der Haer (2 en 1).— Holthuysen genaamd van Spaen (4 naast elkander, vergezeld in het schildhoofd van een schildje met drie schuinbalken). — van der Vliet (2 en 1 met knoppen aan de hoeken). 
In blauw, gouden ruiten. Langen (5, schuinrechts gerangschikt). 
In blauw, zilveren ruiten. *Aggama van Walta (2 en 1). — Walta (2 en 1). 
In zwart, gouden ruiten.. *Hamerstede (2 en 1). — Harmelen (2 en 1). — Houts of Gouts (2 en 1).— *Sasse van Weldam (2 en 1). — Weldam (2 en 1). 
In zwart, zilveren ruiten, over de Vecht (2 en 1 met knoppen aan de hoeken). 
Geruit 
— van" goud en rood. 
*Popta van Hantumhuizen. 
— van goud en blauw. 
Ratingen. 
— van goud en zwart. 
*Coppier van Oudendijk. 
— van zilver en blauw. 
Rodenrijs. 
— van zilver en zwart. 
*Merlen. 
Schaak torens. 
In zilver drie roode schaaktorens. 
Lunenburg. 
In zilver drie zwarte schaaktorens. 
Bemmel. 
In groen drie zilveren schaaktorens. 
Praest. 
Schaatsen. 
In rood drie gouden schaatsen. de Raet. — *Raet (Cats de-). 
Schapen. 
In rood een zilveren schaap Schaep van den Dam (hartschild). 
In blauw een zilveren schaap. 
*Schaep. 
In groen drie zilveren schapen. Overvest (en een schildhoofd beladen met een draak). 
Scharen, zie Droogscheerdersscharen. 
Schelpen. 
In goud drie zilveren schelpen. Hottinga. — *Hottinga van Kee. 
In goud drie zwarte schelpen. 
Juwinga. 
In zilver zeven roode schelpen. Schellach (3, 3 en 1; en een schildhoofd beladen met een gaanden leeuw). 
In rood, zilveren schelpen. Keppel (2 en 1). — Staple (3, 2 en 1). 
In blauw drie gouden schelpen. 
Irthe. 
In blauw drie zilveren schelpen. *Scholten (Faunius-) (en een schildhoofd). 
Schildhoek. 
In rood een zilveren schildhoek. 
Rees. 
In zwart een zilveren schildhoek. *Gronsfeld Diepenbroek Impel. 
Schildhoofd. 
In zilver een blauw schildhoofd. 
van de Weerde. 
In zilver een uitgetand zwart schildhoofd. *Trench markies van Heusden. — 
In hermelijn een rood schildhoofd. Duivenede. — Oostende of de Vriese van Oostende. 
In rood een van onderen gekanteeld gouden schildhoofd. 
Putten. 
In rood een zilveren schildhoofd. 
Oldenzeel. 
In rood een uitgetand zilveren schildhoofd. 
Blitterswijck. 
In rood een zwart-getralied zilveren schildhoofd. *Marchant d'Ansembourg. 
In rood een van blauw en zilver geschaakt schildhoofd. *Borluut (hartschild). 
In groen een hermelijnen schildhoofd. Snoeck (en een vrijkwartier beladen met eene roos). 
Beladen Schildhoofd. 
— beladen met een opkomenden adelaar. 
*Testa. 
— met drie adelaars. 
Arnemuyden. 
— met een barensteel. 
Campe. 
— met een opkomenden leeuw. 
Braam. — Ermel. 
— met drie meerltjes. 
Botbergen. — Hoenselaer. 
— met drie ruiten. Freys. — *Freys van Cuynre. 
— met drie schelpen. 
Couwerve. 
— met drie spoorraderen. 
van der Hayman. 
— met drie torens. 
Potter van der Loo. 
— met twee wielen. 
Wijck van Honsoirde. 
[Zie ook op blz. 484 hiervoren de afdeeling Drie Palen, en een Schildhoofd]. 
Schildjes. 
In rood een gouden schildje. Jarges (beladen met een H en omgeven door acht rozen). 
In rood drie zilveren schildjes, de Bruyn (soms met eene ster in het schildhart). — *de Bruyn van Buitewech. 
In blauw een zilveren schildje. *du Bus (vergezeld van 1, 2 en 1 leliën). 
Schildpad. 
In goud een schildpad in natuurlijke kleur, de Pesters en *Pesters (Godin de-) (overtopt door eene ster). 
Schip. 
In blauw een gouden schip, van der Hoogerdeure (zonder masten of roer). 
In blauw een zilveren schip. *Elias. — Rochussen. — *de Ruyter. 
In groen een gouden schip. 
*de Winter. 
Schoorsteenhaal. 
In goud een roode schoorsteenhaal. 
*Heiden. 
In goud drie zwarte schoorsteenhalen. 
Swijndrecht. 
In zilver een zwarte schoorsteenhaal. 
Twickelo. 
Schoven, zie Korenschoven. 
Schuinbalk. 
In goud een roode schuinbalk. Baar. — *Baar van Slangenburg. — van der Burch (gewelfd). 
In zilver een roode schuinbalk. 
Oosterwijck. 
In zilver een zwarte schuinbalk Broeckhuisen van Barlham. — Heerdt. — Holthuysen genaamd Palick. — Puyffelick. 
In rood een zilveren schuinbalk. Ammers. — Diepenburg (en een vrij kwartier gevierendeeld van Hene-gouwen en Holland). — Malsen. — de Roye van Wichen (hartschild). — *Strick van Linschoten. 
In blauw een zilveren schuinbalk. 
ten Bussche. 
Gedeeld van groen en rood; en een zilveren schuinbalk over alles heen. Eck. — Eck (Panthaleon van-). 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 32 
Schuinbalk over andere figuren heen. 
van der Lecke (over drie wassenaars heen). 
Beladen Schuinbalk. 
— beladen met drie ankers. *Willebois (van der Does de-). 
— met drie kruisjes. 
Bakenesse. 
— met drie knoestige kruisjes. *Caan (de la Bassecour*-). 
— met drie meerltjes. 
*Sypesteyn. 
— met drie penningen. *Hardenbroek (Aumale van-). — van der Made. — *Romondt (Aumale van-). 
— met drie ringen. 
Besten. 
— met drie rozen. 
*van Winter. 
— met eene ruit. 
Dimmer. 
— met drie ruiten. 
Essen. — Tybencampe. — *de Vos van Steenwijk genaamd van Essen. 
— met drie schelpen. *van der Borch van Rouwenoort. — Rouwenoort. 
— met drie spoorraderen. de Senarclens de Grancy. 
— met drie sterren. Beeldsnijder. — Boddaert. — Hillegersberg. — Matenesse. 
— met drie visschen. Clant. — *Clant van Stedum. — *Harinxma. 
— met een wassenaar. 
*Bellefroid d'Oudoumont. 
— met drie wassenaars. 
*Bellefroid. 
Beladen Schuinbalk over andere figuren heen. 
— over een leeuw. van Veen (de schuinbalk beladen met drie ringen). 
Vergezelde Schuinbalk. 
— vergezeld van twee dolfijnen. 
Ranitz. 
— van boven van eikels aan één steel en van onderen van een schip. Karnebeek (de schuinbalk beladen met twee jachthoorns). 
— van boven van eene halve lelie en van onderen van drie rozen. *Riquet de Caraman prins van Chimay. 
— van boven van eene lelie. 
Schaffelaer. 
— van zes zoomswijze geplaatste leliën. Banjaert. — Beets of van der Beets. —- Borre van Amerongen. — *Sloet tot Warmelo. 
— van zes zoomswijze geplaatste meerltjes. *Does (Schuyl van der-). — Schuyl van Walhorn. 
Twee Schuinbalken. 
In zilver twee blauwe schuinbalken. 
*Peyma. 
Drie Schuinbalken. 
In goud drie roode schuinbalken. Moermont. — *Testa (en een schildhoofd beladen met een leeuwenkop). 
In goud drie zwarte schuinbalken. *Cammingha van Jelmera. — *Jelmera. — *Jelmera genaamd Donia. — *Snouckaert van Schauburg. 
In zilver drie roode schuinbalken. Camphuis. — Hillegom. — *Spaen. — Stuers (vergezeld van twee rozen). — Stuers (vergezeld van twee rozen, en een schildhoek waarin een schip). 
In zilver drie zwarte schuinbalken. Helsdingen. — Wytman (beladen met 2, 3 en 2 ruiten). 
In rood drie gouden schuinbalken. 
Honichlo. 
In zwart drie gouden schuinbalken. 
Everdingen. 
Vier Schuinbalken. 
In goud vier roode schuinbalken. 
Sassenheim. 
Vijf Schuinbalken. 
In goud vijf roode schuinbalken. Cuynre. — *Freys van Cuynre. 
In zilver vijf roode schuinbalken. Aeswijn. — *Dwingelo. 
Geschuinbalkt van zes stukken. 
— van goud en rood. Beyeren-Schagen (en een vrijkwartier gevierendeeld van Henegouwen en Holland). — Hodenpijl. 
— van goud en zwart. Beusinchem. — Everdingen. 
— van zilver en rood. 
Hillegom. 
— van zwart en zilver. 
Helsdingen. 
Geschuinbalkt van Hen stukken. 
— van goud en rood. Cuynre. — *Freys van Cuynre. 
Beurtelings Gekanteelde Schuinbalk. 
In goud een beurt, gekant, roode schuinbalk. Loef van der Sloot. 
Geruite Schuinbalken. 
In rood drie van blauw en zilver geruite schuinbalken. 
Dedem. 
Geschaakte Schuinbalk. 
In goud een van blauw en zilver geschaakte schuinbalk. Houweningen. — Loel. 
In zilver een van zilver en rood geschaakte schuinbalk. 
Ruyven. 
In zilver een van blauw en goud geschaakte schuinbalk. *Lewe van Aduard (en een abtsstaf, schuinlinks over den schuinbalk heen). 
Geschaakte Schuinbalk over andere figuren heen. 
— over een dwarsbalk. Benskoop. — *Botter van Snellenburg. — Snellenburg. 
— over eene dwarsbalking van acht stukken. Sasse (en een schildhoofd beladen met een eekhoorn). — Sasse van den Bossche (en een schildhoek beladen met eene hand). — *Sasse van Weldam. — Sasse van Ysselt. 
Golvende Schuinbalk. 
In zilver een golvende roode schuinbalk. 
Vervou. 
In rood een golvende gouden schuinbalk. Gevaerts (vergezeld van zes zoomswijze geplaatste blokjes). 
Uitgeschulpte Schuinbalk. 
In zilver een uitgeschulpte roode schuinbalk. van den Kornhorst. — Padevoort. 
In rood een uitgeschulpte gouden schuinbalk. 
Voorthuysen. 
Schuingevierendeeld, zie onder Gevierendeeld. 
Sikkels. 
In goud twee zwarte sikkels. Enschedé (naar elkander toegewend en de toppen schuingekruist). 
In blauw twee zilveren sikkels. 
Tenckinck (naar elkander toegewend). 
Sint-Andrieskruis. 
In goud een rood St.-Ándrieskruis. *Amstel van Loenersloot. — Benschop. — *Bounam de Ryckholt. — Buren. — Loenersloot. — *Uitenhage (losstaand). — Wymar. 
In goud een zwart St.-Andrieskruis. 
Hinsdael. 
In hermelijn een rood St.-Andrieskruis. 
Daesdonck. 
In rood een gouden St.-Andrieskruis. Ruysch — Wemeldinge (losstaand). 
In rood een zilveren St.-Andrieskruis. 
Jutphaas. 
In zwart een gouden St.-Andrieskruis. *Constant Rebecque. 
In zwart een zilveren St.-Andrieskruis. Hoeufft. — *Hoeufft (Pauw geboren.-). 
In zwart een rood St.-Andrieskruis. 
*Vrythoff. 
In groen een hermelijnen St.-Andrieskruis. do Kuyper (met een doorsneden hartschild). 
Sint-Andrieskruis over andere figuren heen. 
— over een dwarsbalk. Baersdorp. — Maelstede. — Voorhout. 
Vergezeld Sint-Andrieskruis. 
— vergezeld van vier droog scheerdersscharen. 
Batenburg. — *Bronckhorst. — *Bronckhorst van Batenburg. — Gennep). — *Imbyze van Batenburg. — Maesacker. — Meeckeren. — Middeler. 
— van twee meerltjes, 1 rechts en 1 links. van den Eeckhart. 
— van vier schelpen. 
*Rinckveld. 
— van boven van drie sterren en van onderen van eene ladder. *Gevers Deynoot. 
— van vier sterren. 
Creutz (hartschild). 
— van vier torens. 
Neufville. 
Sint-Andrieskruisen. 
In goud drie roode St.-Andrieskruisen. Almonde. — Stryen. 
In goud drie blauwe St.-Andrieskruisen. 
Weyburg. 
In zilver drie roode St.-Andrieskruisen. Collaert (elk kruis beladen met een meerltje). — Sevenbergen. 
In zilver drie zwarte St.-Andrieskruisen. 
Dubbelmonde. 
In rood drie gouden St.-Andrieskruisen. *Tromp. — van der Wel. 
In rood drie zilveren St.-Andrieskruisen. Breda. — *Smits van Eckart (naast elkander). 
In blauw drie gouden St.-Andrieskruisen. Wieldrecht. — Zijdewint. 
In blauw drie zilveren St.-Andrieskruisen. Besoyen. — Halbout. 
In zwart drie gouden St.-Andrieskruisen. Almonde. — Drimmelen. 
In groen drie zilveren St.-Andrieskruisen. 
van der Lindt. 
Geblokt Sint-Andrieskruis. 
In zwart een van zilver en rood geblokt St.-Andrieskruis. 
Erp. — Middegael (van onderen vergezeld van een gaanden leeuw). — Ponsendael. 
Geschaakt Sint-Andrieskruis. 
In goud een van zilver en rood geschaakt St.-Andrieskruis. Appeltern. — Ysselstein. 
Doorsneden van goud op zwart; en daarover een van rood en zilver geschaakt St.-Andrieskruis. 
van der Dussen. 
Geschaakt Sint-Andrieskruis over andere figuren heen. 
— over een dwarsbalk. 
*Aerssen Beyeren. — Amstel. — Amstel van Ysselstein. — *Egmond graaf van Buren. 
— over eene dwarsbalking van acht stukken. Amstel. — *Amstel van Loenersloot. — Amstel van Mynden. — *Amstel van Ruweel. — Ploos van Amstel. 
Golvend Sint-Andrieskruis. 
In zilver een golvend blauw St.-Andrieskruis. 
*Hees. 
Groot-uitgeschulpt Sint-Andrieskruis. 
In goud een groot-uitgeschulpt zwart St.-Andrieshruis. 
Lookhorst. 
In zilver een groot-uitgeschulpt rood St.-Andrieskruis. 
Linschoten. 
Uitgetand Sint-Andrieskruis. 
In rood een uitgetand zilveren St.-Andrieskruis. *Hompesch-Rürich. 
Sint-Catharina's rad. 
In blauw een zilveren St.-Catharina's rad. 
*Speicher. 
Slangen. 
In goud eene groene slang. 
*Notten. 
In blauw twee gouden slangen. *Versluys (aan weerszijden van eene roos). 
In groen eene zilveren slang. 
*Scherff. 
Slangenkoppenkruis, zie onder Kruis. 
Slangenstaarten. 
In blauw drie gouden slangenstaarten. *Bomme (de Haze-) (naast elkander). 
Sleutels. 
In zilver twee schuingekruiste zwarte sleutels. Klerck. — Schimmelpenninck. — *Schimmelpenninck van der Oye. In rood een gouden sleutel. 
*Haerda. 
In rood een zilveren sleutel, de Blocq (van boven geflankeerd door twee rozen). 
In blauw een zilveren sleutel. *Adélen en *Adélen van Cronenburg (schuinrechts, vergezeld van twee sterren). 
In zwart twee schuingekruiste gouden sleutels. Donia van Hallum. 
In groen een gouden sleutel. van der Goltz (hartschild; gekruist met een zwaard). 
Spaden. 
In rood eene zilveren spade. *de Graeff van Polsbroek. 
In blauw drie gouden spaden. *Bowier (met zilveren stelen). 
Spitsruiten. 
In goud drie zwarte spitsruiten naast elkander. Vegelin van Claerbergen (en een dwarsbalk over alles heen). 
In zilver vier roode spitsruiten naast elkander. 
Enghuysen. 
In zilver vijf roode spitsruiten naast elkander. de Geer (de middelste ruit beladen met drie leliën boven elkander). 
Spitsgeruit 
Spitsgeruit van zilver en blauw. 
*Aerssen Beyeren. 
Spoor. 
In blauw drie gouden sporen. de Macre (en een schildhoek beladen met een knol). 
Spoorraderen. 
In rood drie zilveren spoorraderen. *Lohman (de Savornin-). 
Spijkers. 
In rood vijf gouden spijkers. *Roëll (Gheel-) (2, 1 en 2). 
Staven. 
In blauw vier korte gouden staven. Goldman (schuinlinks geplaatst en schuinrechts gerangschikt). 
Steenbok. 
In goud een halve zwarte steenbok. *Hogguer (drie ringen in den bek houdende). 
Halve Ster. 
In zilver eene halve roode ster. 
*Blyenburg. 
Halve Ster over eene andere figuur heen. 
— over een dwarsbalk heen. 
Dopff. 
Ster. 
(Het cijfer 8 duidt sterren met acht punten aan.) In goud eene roode ster. 
Cralingen (8). 
In zilver eene roode ster. 
Wittelnoort (8). 
In zilver eene zwarte ster. 
Alphen (8). 
In rood eene gouden ster. *Aggama van Walta. — Aggama van Witmarsum. — Amelingen (8). — Cammingha van Jelmera (hartschild). — Cammingha van Rotterda (hart-schild). — *Camstra. — Heym. — Starrenburg (8). — *Wassenaer (Worbert van-) (8). 
In rood eene zilveren ster. *Egmond (Graaf van). — Moordrecht (8). — Rijnevelt (8). 
In blauw eene gouden ster. *Dootnia. — *Frittema. — Galama (en van boven eene lelie). — *Gos-linga. — *Inthiema tot Workum (en van onderen een omgewende was-senaar). — *Jelgerhuis. — *Liauckama van Sexbierum. — *Marnstra. — *Offenhuizen. — *Popma van Grijn. — *Popta van Hantumhuizen. — *Rinia. — Rollant (8). — *Siccama (met golvende punten). — *Sie-bold. — *Solckema. — *Wytsma. 
In blauw eene zilveren ster. 
Alberghe (8). 
In zwart eene gouden ster. *Smallegange. — Sterremonde. 
In zwart eene zilveren ster. *Huydecoper (8). — Polanen (8). — Wateringen (8). — Wieringen (8). 
In groen eene gouden ster. Capellen (en van onderen eene lelie). 
Twee Sterren. 
In rood twee gouden sterren. *Hovy (naast elkander). 
In blauw twee gouden sterren. *Eelsma (naast elkander). — *Eelsma Mauritsma (naast elkander). — *Ipema of Epinga (boven elkander). — *Ockinga (naast elkander). — *Smallegange (naast elkander). — *Tjaerda van Idsinga (boven elkander). 
Twee Sterren van boven .... en van onderen. 
— van onderen eene lelie. 
Luersma. — Senserf. 
— van onderen een wassenaar. Aebinga tot Bly (en in het schildhart een klaverblad). — *Roorda de Borghreef (en in het schildhart eene lelie). — Roorda van Tjummarum (en in het schildhart eene lelie). 
Drie Sterren. 
In goud drie blauwe sterren. *Marselis (1 en 2, en in het hart een wassenaar). 
In zilver drie roode sterren. 
*Peterssen. 
In zilver drie zwarte sterren. 
Suythem. 
In blauw drie gouden sterren. Albada (paalswijs). — Berckel. — *van der Clusen. — de Court (en in het schildhart een wassenaar). — Douma (en aan de schildpunt een wassenaar). — *Hannes (Thye-). — *Jousma van Wirdum. — Mock (1 en 2, en van onderen een bergje). — Oenema (en in het schildhart een wassenaar). — *Oenema tot Goënga. — Popta. — Riemersma (1 en 2, en in het schildhoofd een omgekeerde wassenaar). — *Sirtema van Grovestins (paalswijs). — Sminia. — Splitlof. 
In blauw drie zilveren sterren. Raders. — *Wittert (naast elkander). 
fier Sterren. 
In blauw vier gouden sterren. 
*Dootnia (2, 1 en 1). 
Vijf Sterren. 
In zilver vijf zwarte sterren. 
*Strens (3 en 2). 
In blauw vijf gouden sterren. *van den Bosch (3 en 2). — *Suasso [Lopez Suasso Diaz da Fonseca] (2, 1 en 2). 
Zeven Sterren. 
In blauw zeven gouden sterren. 
Smissaert (2, 3 en 2; en een vrijkwartier beladen met twee golvende dwarsbalken). 
Negen Sterren. 
In blauw negen gouden sterren. *Vrythoff (4, 3 en 2). 
Stokken (Knoestige). 
In zilver twee knoestige roode stokken. 
Chassé (schuingekruist). 
In rood twee knoestige gouden stokken. *Herzeele (schuingekruist). 
Stormhoeden. 
In rood drie zilveren stormhoeden. 
*Tets (Rees van-). 
Struisveeren. 
In goud een bos van drie roode struisveeren. 
*Auckama. 
In rood een bos van drie struisveeren. 
*Sminia. 
Strijdkolf. 
In goud een zwarte strijdkolf. 
Aefferden. 
In zilver een gouden strijdkolf. 
*Olne. 
In zilver drie roode strijdkolven. 
Breust. 
Takken. 
In goud een groene notentak. 
*Steengracht. 
In goud een zwarte doorntak. 
*Scholten (Fannius-). 
In goud drie zwarte doorntakken naast elkander. *Doorn. — *Doorn van Westcapelle. 
In zilver een groene eikentak. *Bosch van Drakestein. 
In zwart drie zilveren takken. Rijsoord. — *Rijsoord (naast elkander op een grond). 
Takkebossen. 
In zilver twee zwarte takkebossen naast elkander. Schrassert (en een schildhoofd beladen met drie sterren). — *Verschuer. 
In zilver drie zwarte takkebossen naast elkander. Brantsen (en van onderen drie leliën naast elkander). 
Tasch. 
In zilver een roode tasch. 
Buerse. 
Tempel. 
In rood een zilveren tempel. 
van den Tempel. 
Testen. 
In blauw drie zilveren testen, 1 en 2. *Tets. — *Tets (Rees van-). 
Tiara, zie Kroon (Pauselijke). 
Toren. 
In goud een roode toren. 
Rutgers van Rozenburg (hartschild; do toren van boven belegd met groen en rozen). 
In goud drie roode torens, van of ten Toerne (met spitse daken). 
In zilver een roode toren. *de Gijselaar. — Marselis (hartschild). — Muralt (vergezeld van 1, 2 en 1 leliën). 
In zilver drie roode torens. 
Malberg. 
In zilver een zwarte toren. 
Castricum. 
In rood een gouden toren. 
Alewijn (hartschild). 
In rood een zilveren toren. *Superville (Dusseldorp de-) (en een leeuw met sabel uit den toren op-rijzende). 
In blauw een zilveren toren. Beaufort (en eene vrouw uit den toren oprijzende). — *Cleverskerke. — Domburg. — *Girard de Mielet van Coehoorn- (en een schildhoofd be-laden met een halven leeuw, eene ster en een wassenaar). — *Gruys (Polman-) (op een grond). — *du Tour en *du Tour van Bellinchave (vergezeld van boven van drie sterren en van onderen van een wassenaar). 
Tournooikragen. 
In rood drie zilveren tournooikragen. 
Averhagen. 
Tournooilansen, zie Lansen. 
Tournooiringen. 
In goud drie zwarte tournooiringen. *Ver Huell. — *Ver Huell. 
Triangel. 
In zwart een gouden triangel. *Eckhardt (Harencarspel-). 
Trippen. 
In rood drie gouden trippen. 
Trip. 
Tulp. 
In blauw eene gouden tulp. 
*Tulp (en eene ster in den rechterbovenhoek). 
Tweelingsbalken. 
In zilver drie roode tweelingsbalken. 
Utenhove. 
In rood drie zilveren tweelingsbalken. 
de Meer. 
Vair. 
Vair van zilver en blauw (gewoon vair). Boschhuysen — Valckesteyn. — *Villers de Pité. 
Vair van goud en rood. 
Gutterswijk. 
Valdeur. 
In rood eene gouden valdeur. 
*Schele. 
In rood eene zilveren valdeur. 
*Creutz. 
Valk. 
In zilver een valk in natuurlijke kleur. *Wiarda (zittende op een krukje). 
In rood een, gouden valk. 
Falck. 
In blauw een gouden valk. 
van der Beecke. 
In blauw een zilveren valk. *Rengers (Aylva-) (omgewend). 
Violen. 
In zilver drie zwarte violen. 
van der Houven. 
In rood drie zilveren molen. 
Swieten. 
Visschen. 
In goud, zilveren visschen. *Verschuir (Fontein-) (3 zwemmende boven elkander). 
In zilver, groene visschen. *Aesgema (2 zwemmende boven elkander). 
In rood, zilveren visschen. 
van der Eem (2 en 1, rechtopgeplaatst). — *Wena (2 en 1, rechtopge-plaatst). 
In blauw, zilveren visschen. Arler (1, schuinrechts). — Both van der Eem (1 zwemmende, van boven vergezeld van drie leliën). — Both van Scherpenzeel (1 zwemmende, en een schildhoofd beladen met drie leliën). — Derfelden (3 zwemmende boven elkander). — *Marselis (1 schuinrechts). — Roorda van Goutum (3 zwemmende boven elkander, links gewend, en vergezeld van drie eikels). 
In zwart, zilveren visschen. Baersdonck genaamd Mom (3 zwemmende boven elkander, elk een ring in den bek houdende). 
Onder een avondhemel, een gekroonde visch uit een water oprijzende. Bönninghausen. 
Vlammen. 
In zilver roode vlammen, uit den schildvoet opstijgende. Vlissingen (en een vrijkwartier gevierendeeld van Henegouwen en Holland). 
In rood negen gouden vlammen, 4, 3 en 2. *Sypesteyn (in. het hartschild). 
In blauw gouden vlammen, uit den schildvoet opstijgende. Cuser van Oosterwijk (en een vrijkwartier gevierendeeld van Holland en Henegouwen). 
Vleugels. 
In goud, zwarte vleugels. Berg (1, vergezeld van 2 en 1 sterren). — Aernsma (2). — Arensma (1). — Lunen (2 en 1). 
In zilver, zwarte vleugels. van der Heyden (1). — Hop (2). — Huffel (1, dwarsgelegd). — Lewen (1). 
In rood een gouden vleugel. *Entens (naar beneden gericht). 
In rood, zilveren vleugels. Kemnade (1). — Wattenwyl genaamd de Watteville (2 en 1). 
Vlucht 
In zilver eene roode vlucht. Kervenheim. — Slindewater. 
Vogels. 
In goud drie blauwe vogels. 
*Prins. 
In goud, zwarte vogels. Bugge (2 en 1). — Kievit (1 en 2, de eerste vliegend). — *Merlen (1). In goud drie groene vogels. 
Queeckel. 
In goud een vogel (hop) in natuurlijke kleur. Hop. — *Hop. 
In zilver een roode vogel. Lichtenberg (op een grond). 
In zilver drie zwarte vogels. 
*Aubremé. — van der Borch. — *van der Borch van Rouwenoort. — Cretier (naast elkander; en een schildzoom). — *Eggert van Purmerende (elk op een stokje). — *Krayenhoff. — Storm van 's Gravesande (en een hartschild met 4, 3 en 2 ruiten). — Zeiler. 
In zilver drie groene vogels. *Quarles de Quarles. — *Quarles van Ufford. 
In rood twee zilveren vogels. *Wittert (naast elkander). 
In rood drie zwarte vogels. *Holmberg de Beckfelt. 
In blauw, zilveren vogels. *Bas (1). — *Calkoen van Voordaan (1). — *Eckhardt (Harencarspel-) (2 en 1). — Kemper (2, naar elkander toegewend, op een grond). 
In zwart, drie zilveren vogels. Meeuwen (en een schildhoofd beladen met drie rozen). 
In zwart een vogel in natuurlijke kleur. *Goll van Franckenstein (omgewend, op een heuveltje). 
Vorkkruis, zie onder Kruis. 
Vossen. 
In goud, roode vossen. Amersoyen (1). — *Hannes (Thye-) (1). — van der Heim (2 en 1). — Thye (1). — 
In goud een vos van natuurlijke kleur. Verspyck (gehalsband en gekroond). 
In zilver een roode vos. 
*Iddekinge. 
In zilver een zwarte vos. 
*Dwingelo. 
In rood een gouden vos. 
*Eelsma. 
Vrijkwartier. 
(gevierendeeld van Henegouwen en Holland). 
Aelman. — Beyeren-Schagen. — Cuser. — Diepenburg. — Hoogwoude. — van der Poel genaamd Paludanus. — Surmont. — Vlissingen. 
Vijfbladen. 
In goud drie roode vijfbladen. 
*Vladeracken. — 
In blauw een zilveren vijfblad. *Hemert (Junius van-) (en een schildhoofd beladen met drie meerltjes). 
Walvisch. 
In goud een walvisch in natuurlijke kleur. 
*Lampsins. 
Wassenaar. 
In zilver een roode wassenaar. Eerde. — Sloet. — *Sloet van Warmelo. — Witten (en een schildhoofd). 
In rood een. zilveren wassenaar. *Sminia (schuinrechts geplaatst). 
In blauw een zilveren wassenaar. *Aesgema (overtopt door eene ster). — Donia van Beetgum (vergezeld van twee rozen, 1 van boven en 1 van onderen). — *Douma van Oenema (en van onderen drie sterren naast elkander). — *Heringa (en van boven twee leliën en eene ster). — *Jelckema (overtopt door eene ster). 
Twee Wassenaars. 
In blauw twee zilveren wassenaars. Six (van boven in het schild, en van onderen eene ster). 
Drie Wassenaars. 
In goud drie roode wassenaars. *Notten. — Rosenburg. 
In goud drie zwarte wassenaars. Carnisse (en een linkerschuinstreep over alles heen). — Duivenvoorde. — Duivenvoorde genaamd Hanecop. — *Duivenvoorde van Warmond. —van der Lecke (en een schuinbalk over alles heen). — Veur (en een ge-vierendeeld hartschild van Wassenaer). — Voorschoten (hartschild). 
In zilver drie roode wassenaars. 
Santhorst. 
In zilver drie zwarte wassenaars. Oosterhout (en een schuinstreep over alles heen). — Polanen. 
In rood drie zilveren wassenaars. Voorburg. — * Voorschoten. — *Wassenaer. — *Wassenaer Starrenburg. — *Wassenaer (Worbert van-). 
In blauw drie gouden wassenaars. Harinxma van Haersma (paalswijs). — Uiterwaard. 
In blauw drie zilveren wassenaars. *van den Binckhorst. — *Halfwassenaer. — *Harinxma thoe Heeg (paalswijs). 
In zwart drie zilveren wassenaars. 
Cranenburg. 
In groen drie zilveren wassenaars. 
Groeneveld. 
Rechtsgewende Wassenaars. 
In goud een — zwarte wassenaar. 
*Goslinga. 
In rood een — zilveren wassenaar. *Galama. — *Goslinga. 
In blauw, — gouden wassenaars. Gansneb genaamd Tengnagel (2 en 1). — *Hop (1, en rechts eene ster). — *Jousma van Wirdum (1). 
In blauw drie — zilveren wassenaars. 
*Everts (2 en 1), 
Omgewende Wassenaars. 
In rood een — gouden wassenaar. 
*Siccama. 
In blauw een — gouden wassenaar. *Inthiema tot Workum (overtopt door eene ster). 
In blauw, — zilveren wassenaars. *Cammingha van Jelmera (1). — Donia (1, en links eene lelie, eene ster en een eikel). — Doninga (1, en links eene lelie, eene ster en eene lelie). — Douma van Oenema (1, en links eene lelie). — *Goslinga (1, en links twee sterren boven elkander). — *Gratinga of Graetnia (1, en links twee sterren boven elkander). — *Heringa (1). — *Hottinga 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 33 
van Kee (1, en links twee sterren boven elkander). — *Hovy (3 naast elkander). — *Jelmera (1). — *Jelmera genaamd Donia (1). — Juckema (1, vergezeld van boven van eene ster en van onderen van eene lelie). — *Oedtsma (1, en links twee rozen boven elkander). — Unia (1). — Wiarda (1). 
Weerhaken. 
In goud drie zwarte weerhaken. *Schele. — Schuylenburch. 
In zilver twee schuingekruiste gouden weerhaken. Speicher (vergezeld van drie sterren; hartschild). 
In rood drie gouden weerhaken. 
*Boetzelaer. 
In rood een zilveren weerhaak. *de Roye van Wichen (en een hamer er dwars overheen). — Wiehen (en een hamer er dwars overheen). 
In blauw drie zilveren weerhaken. 
Ver Huell. 
In blauw drie zwarte weerhaken. 
*Ver Huell. 
In zwart drie zilveren weerhaken. Cruise of Kruise (en een schildhoofd). — Eggert. — *Eggert van Purmerende. 
Wereldbol. 
In rood een gouden wereldbol. 
*Tromp. 
Wielen. 
In goud een rood wiel, 
*Doorn. — Hedel. — Heusden. — Puyffelick. — Trench markies van Heusden (hartschild). 
In goud een zwart wiet. 
Elshout. 
In zilver een rood wiel. 
*Arenest. 
In zilver, zwarte 'wielen. *Offenhuizen (1 liggend wagenrad). — Roosendael (1). — Wijnbergen (2 en 1). 
In rood een gouden wiel. Graasdorp (zonder spaken). — Heesbeen. 
In rood, zilveren wielen. Borre (2 en 1; en een schildhoofd). — van der Sluyse (1). 
In blauw, gouden wielen. Hedikhuysen (1). — Schoordijck (2 en 1; en een schildhoofd beladen met 
een raaf). — *Verheyen (1 van boven, van onderen eene duif, en een schildhoek beladen met eene roos). — Wijck (Asch van-) (1, hartschild). 
In blauw een zilveren wiel. *Camstra (liggend wagenrad). — Drongelen. 
In zwart, gouden wielen. *de Kuyper (2 en 1; in het hartschild). — *Lanckvelt (2 en 1). — Merlen (1, vergezeld van drie meerltjes; hartschild). — Spiering (1). 
In zwart een zilveren wiel. 
Crayestein. 
In groen een gouden wiel. 
de Brauw. — Busering. 
Gedeeld van zwart en goud; en twee roode wielen boven elkander op 
de deelingslijn. 
Heeswijck. 
Wildzwijn. 
In goud een zwart wildzwijn. *Bronckhorst (op een grond). 
In zilver een zwart wildzwijn. 
*Eversdijck. 
Wilde zwijnskoppen. 
In goud, zwarte wildezwijnskoppen. *Hartsen (2 en 1). — *Weert (Berckmans de-) (1). 
In zilver een zwarte wildezwijnskop. *Gerwen. — *de Mey van Gerwen. 
Winkelhaken. 
In rood drie gouden winkelhaken. 
op ten Noort. 
Halve Wolf. 
In goud een halve zwarte wolf. 
van der Eese. 
Wolf. 
In goud een zwarte wolf. 
Abcoude. — *Ficquelmont (stappende). — Schaffer (loopende, de kop omgewend, en eene gans dragende). — de Splinter (klimmende). — Splinter tot Oldenhof (klimmende). 
In zilver een bruine wolf. *Mühlen (klimmende). — *Wolff-Metternich (stappende). 
In zilver twee zwarte wolven boven elkander. Salve de Bruneton (en een uitgeschulpte schildzoom). — *Suasso (en een schildzoom beladen met acht St.-Andrieskruisjes). 
Wolvenkoppen. 
In zilver drie zwarte wolvenkoppen. Knoppert. — van den Twenhuisen genaamd Knoppert. 
In blauw drie zilveren wolvenkoppen. *Rutgers van Rozenburg. 
Zaadknoppen van pompebladeren. 
In zwart drie gouden zaadknoppen. *Pompe van Meerdervoort. 
Zak. 
In rood een zilveren zak. 
*Scholten (Fannius-). 
Twee van elkander afgewende Zalmen. 
In goud, de zalmen in natuurlijke kleur. Akerlaken (en een driehoekig schildhoofd beladen met een eikel). 
In goud, roode zalmen. Altena. — Gelcum (en in het schildhoofd een vijfblad). 
In goud, zwarte zalmen. 
Uitwijck. 
In zilver, zwarte zalmen. de Borchgrave d'Altena. — *Borssele van Capelle (vergezeld van negen herkruiste kruisjes en in 't schildhoofd van een schildje beladen met een keper). — Capelle (vergezeld van negen herkruiste kruisjes). — *Roorda de Borghreef. 
In rood, zilveren zalmen. Brakell (vergezeld van negen herkruiste kruisjes). — Rijswijck (het veld bezaaid met herkruiste kruisjes). — Rijswijck van de Sande. — *Vaynes van Brakell (vergezeld van negen kruisjes). 
In blauw, gouden zalmen. 
Emichoven. 
In blauw, zilveren zalmen. Beuckelaer. — *Stalpert van der Wiele. — Storm (de zalmen door eene kroon gestoken). — van der Veen (in het schildhoofd vergezeld van eene ster). — van der Wiele. 
In zwart, zilveren zalmen. Barendrecht. — Berkhuisen. — Meerenvliet. 
In groen, gouden zalmen. 
Giessen (vergezeld van negen herkruiste kruisjes). — Giessenburg (verge-zeld van 1, 2 en 1 herkruiste kruisjes). 
Doorsneden van goud op zwart; en twee roode zalmen daar overheen. Uiterspijck. 
Doorsneden van zilver op zwart; en twee zalmen van 't eene 
in 't andere. 
Couwenburgh. 
Doorsneden van rood op zwart; en twee gouden zalmen daar overheen, de Gorter. — Muilwijk. 
Zandlooper. 
In rood een zilveren zandlooper. 
*Sminia. 
Zeegriffioen. 
In blauw een gouden zeegriffioen. 
Puttkammer. 
Zeeleeuw. 
In rood een gouden zeeleeuw. 
Imhoff. 
Zeepaarden. 
In blauw twee zilveren zeepaarden. 
Lochman van Königsfeldt (van elkander afgewend, en in het schild-hoofd eene ster). 
Zilver (effen zilver). *Halfwassenaer. — *Kerkwerve. — *Smallegange. 
Zon. 
In blauw eene gouden zon. 
*Straalman. — Zon. 
Zuilen. 
In goud drie roode zuilen. 
Boesinchem. — Culemborg. — *Culemborg. — Doeyenburg. — *Palesteyn. — Rijsenburg (hartschild). 
In goud drie zwarte zuilen. 
Lakevelt. 
In goud vier zwarte zuilen. 
Maerssen (2 en 2). 
In zilver drie roode zuilen. 
Zuylen van Nyevelt. 
In zilver drie zwarte zuilen. Bloemendael. — Boeckholt. — *Rijsenburg. — Vianen. — de Wael van Vianen (en een geschuinbalkt hartschild). 
In rood drie zilveren zuilen. *Abcoude. — *Borssele van Oostervant. — *Driebergen. — Natteris. — *Wijck van Abcoude. 
In blauw drie zilveren zuilen. 
Beverwaard. 
In zwart drie zilveren zuilen. 
Boeckholt. 
Zwaan. 
In goud twee zwarte zwanen boven elkander. *Weert (Berckmans de-). 
In rood een zilveren zwaan. Drenkwaert. — *Drenkwaert. — Moerbeeck. — Scheven. — Swanenborch. 
In blauw een zilveren zwaan. *Eggert van Purmerende. — *de Graeff van Polsbroek. — de Grebber. — *Hoptilla. — Sytzama van Hallum. — Wiarda tot Goutum (gehalsband met eene kroon). 
Gedeeld van zwart en rood; en een zilveren zwaan daar overheen. *Schmidt auf Altenstadt (staande op een dwarschen stok en overtopt door een kransje). 
Zwaanshalzen. 
In blauw drie zilveren zwaanshalzen. *Flugi van Aspermont, 
Zwaard. 
In goud een rood zwaard. 
Somerzee. 
In zilver een zwart zwaard. 
*Borssele van Sandijck. 
In rood een zilveren zwaard. Alemans (overtopt door een kruisje en geflankeerd door vier sterren). — *Beyma. — *Beyma thoe Kingma. — Douma van Langweer. — de Jeger (de punt omlaag). — *Morlen. — *Riquet de Caraman (schuin-rechts geplaatst). — *Serraris. 
In blauw een gouden zwaard. 
*du Monceau. 
In blauw een zilveren zwaard. Albada (de punt omlaag en van onderen geflankeerd door twee sterren). — Albada van Poppingawier I (de punt omhoog en van boven geflan-keerd door twee sterren). — *du Bus (dwarsgelegd, en vergezeld van 2 en 1 meerltjes). — Doyem. — *Doyem. — Everts (omgeven door een oranjetak). — *Houwerda van Meckema (overtopt door 1 en 2 
rozen). — Meckema (overtopt door 1 en 2 rozen). — *Rengers- (Aylva-) (overtopt door 1 en 2 rozen). — *Tromp (gestoken door eene kroon en getopt met een kruisje). — *de Winter. 
In zwart een zilveren zwaard. Zuidland (vergezeld van 2 en 1 gespen). 
Gekruiste Zwaarden. 
In zilver twee — zwaarden in natuurlijke kleur. Eelsma (en van onderen eene lelie; hartschild). 
In rood twee — zilveren zwaarden. *Gronsfeld Diepenbroick Impel (de punten omlaag). — Blok van Yerse-kendamme (de punten omlaag). — Ierseke. — Loo (de punten omlaag, vergezeld van vier klaverbladen). — Paffenrode en *Paffenrode (de punten omlaag). — Reìmerswael (de punten omlaag). 
In blauw twee — zilveren zwaarden. de With (de punten omlaag, en vergezeld van drie vlinders). 
In zwart twee — zilveren zwaarden. Baerland (de punten omlaag). — van den Broucke (de punten omlaag). 
482 
483 
31* 
484 
485 
486 
487 
488 
489 
490 
491 
492 
493 
494 
495 
496 
497 
498 
499 
32* 
500 
501 
502 
503 
504 
505 
506 
507 
508 
509 
510 
511 
512 
513 
514 
515 
33* 
516 
517 
518 
519 

TWEEDE REGISTER. 
REGISTER DER WAPENSPREUKEN EN WAPENKRETEN. 
De cursief gedrukte namen zijn die van den óf uitgestorvenen óf nog niet weder erkenden adel. 
Ab altissimo sunt mea vestimenta plus quam regia. — van der Lely 
van Oudewater. Aeterna virtute parantur. — Kempenaer (van Andringa de-). Agro evellite spinas. — Vredenburch. A la bonne foy, Saemslach! — Saemslach! Alio sub sole virescam. — de Court. 
Alles door en voor den Koning. — Michiels van Kessenich. 
Altijd de zelve. — Travers. 
Ante omnia honor. — Vredenburch. 
Antes morir que ser traidor. — Ruys van Beerenbroek. 
Antiqua virtute ac fide. — Lauta van Aysma. 
Après Dieu le Roi. — Barbaix de Bonnines. 
Aquila non captat muscas. — Quarles. 
Arma nobilitant. — Dibbets. 
At spes non fracta. — Hope. 
Bonne vie. — Oudaert of Oudart. 
Candide. — Hop. 
Candide et cordate. — Slingelandt. Candore et ardore. — Wittert. 
Cassis tutissima virtus. — Ablaing; Ablaing (Arkel d'). Condit opes virtus. — Rijckevorsel. 
Consilio et prudentia. — Trench markies van Heusden. Constans ac fortis. — Gevers Deynoot. Craignez honte. — Bentinck; Bentinck (Aldenburg-). Crescendo emergimus. — van der Meer van Cranenborg. 
Cuyck! (wapenkreet) — Cuyck; Mierop. Dei non Bacchi. — Posson. 
De leeuw is bevrijdt met groene zooden. — Oem. 
Denique coelum. — Melvill van Carnbee. 
Deus mihi propugnaculum. — du Tour. 
Deus pavit. — Pauw. 
Deus, rex et patria. — Bourcourd. 
Deus vincenti dat coronam. — Holthe. 
Dieu pour la tranche, qui contre? — Trench markies van Heusden. 
Doe wel en zie niet om. — Doorn. 
Dominus providebit. — Bentinck (Aldenburg-). 
Do or die! (wapenkreet). — Breugel Douglas. 
Electus a Deo beatus. — Hoorn van Burgh. 
Est magni sperare magna. — Franckenberg en Proschlitz. 
Estrée! (wapenkreet). — Oudaert of Oudart. 
Ex arbore fructus. — van den Bogaerde. 
Ex cinere revivo. — Hangest d'Yvoy. 
Eximiae virtutis praemium. — Kinsbergen. 
Faire que devra avienne que voudra. — Girard de Mielet van Coehoorn. Fide et constantia. — Schimmelpenninck van der Oye. Fide et labora. — Hall. 
Fidele à mon devoir. — Holmberg de Beckfelt. Fidelis gratusque. — Geen. 
Fide patiens in cruce ignea superstes virtute. — Oldenbarneveld genaamd 
Witte Tullingh. Fide sed cui vide. — Iddekinge. Fides socia viri. — Kempenaer (Andringa de-). Finis laborum palma. — du Bus. Fortiter et prudenter. — Westreenen. Gand! (wapenkreet) — Braam. Gaudeant bene nati. — Meerman. Gelre getrou. — Doornick. Godt laet groien. — Elout van Soeterwoude. Groeninghe velt, Groeninghe velt! (wapenkreet). — Borluut. Herinnering van verdiensten. — du Monceau. Honeste vivere. — Melort. Honneur et travail. — de Maere. Honos ante divitias. — Schimmelpenninck. Hora ruit. — Gevers. Hornes! (wapenkreet). — Bruhese. In arduis constans. — Constant Rebecque. In hoc signo vinces. — Geloes. In recto decus. — Fagel. Integritate et constantia. — van der Borch. 
In trinitate fortitudo. — Breugel; Breugel Douglas; Breugel (Clifford 
Kocq van). Je fay mon fyt. — Grez. 
Juvat pietas. — Riquet de Caraman prins van Chimay. 
Labora sustmens. — Macaré (Rethaan-). 
Labore ad salutem. — Mollerus. 
Labore, constantia, integritate. — Gericke. 
Laetus laeta spero. — Blyenburg. 
La vertu est un beau fort. — Beaufort. 
Libéralité. — Villeneuve. 
Majorum virtus nepotum gloria. — van den Santheuvel. 
Maldeghem, Maldeghem! (wapenkreet) — Saemslach. 
Malo mori quam foedari. — Reede. 
Manu forti. — Mackay. 
Ma patrio est au ciel. — Perponcher. 
Mea mihi conscientia pluris est quam omnium sermo. — Akerlaken. 
Mediocritas. — Radermacher. 
Medio tutissimus ibis. — Hurgronje (Snouck-). 
Memor non obliviscitur. — Vessem. 
Mit gansch trouwe. — Wassenaer. 
Moed. — de Winter. 
More majorum. — Prins. 
Mors sceptra ligonibus aequat. — de Graeff van Polsbroek. Naet te goed naet te tioed. — Sirtema van Grovestins. Nec temere nec timide. — Diert; van der Dussen. 
Nec timide nec tumide. — Huyssen van Kattendijke; Leyden van West-barendrecht. 
Ne Jupiter quidem omnibus. — Hogendorp; Hogendorp van Hofwegen. Nil sine Deo. — Lidth de Jeude. Nisi Dominus. — Kievit. 
Nobilitas sola est atque unica virtus. — Sypesteyn. 
Non auro sed virtute. — Salis. 
Non deficiam. — Willebois (van der Does de-). 
Non desistam. — Dedel. 
Non sans cause. — de Geer. 
Non tergo sed facie. — May. 
Officio duce. — Kamebeek. 
Optimus quisque nobilissimus. — Hoeufft. 
Ore' et corde idem. — Wijck (Asch van-). 
Otia dant vitia. — Baud. 
Patriae fata sequor. — Repelaer. 
Per angusta ad augusta. — Smallegange; Verschuer. 
Per aspera ad astra. — Scherff; Schuine. 
Per fasces et acquitas. — Sasse van den Bossche. 
Per mare, per terras. — de Bevere. 
Perseverando. — Calkoen; Coenen. 
Per tot discrimina rerum. — Gevaerts. 
Pietas ante omnia. — Heldewier. 
Pietate et fortitudine. — van der Capellen. 
Plus esse quam videri. — Scholten (Fannius-). 
Plus penser que dire. — de Borchgrave d'Altena. 
Porte en soi honneur et foi. — du Chastel. 
Pour mieulx j'endure. — Smissaert. 
Pro Deo, rege et patria. — de Boer. 
Provide et constanter. — Twent. 
Prudence et fidélité. — Aulnis do Bourouill. 
Prudens sicut serpens. — Notten. 
Prudenter, feliciter et perseveranter. — Caan. 
Qui invidet minor est. — Quarles. 
Qui nihil sperat desperet nihil. — Zuylen van Nyevelt. 
Recte faciendo neminem timeas. — Sytzama. 
Regi et patriae. — Aubremé. 
Repos ailleurs. — Tulleken (Hoogenhouck-). 
Res non verba. — Quadt. 
Rex et patria. — Ver Huell. 
Ruit hora. — Cornets de Groot. 
Sans décliner. — Senarclens de Grancy. 
Sans reproche. — Braam. 
Semper idem. — Gevers; Hardenbroek; Hardenbroek (Aumale van-). 
Semper fidelis. — Macar. 
Serva fidem. — Bronkhorst; Sandberg. 
Sobrie, vigilanter. — Imbyze van Batenburg. 
Solo Deo nitor. — Superville (Dusseldorp de-). 
Stella duce. — Berckel; Six. 
Sub umbra alarum tuarum protégé me. Domino. — Wattenwyl ook ge-naamd de Watteville. Sum quod fui. — Ortt. Tandem. — Taets van Amerongen. Tangenti resisto. — Martini Buys; Martini van Geffen. Tout par et pour Dieu. — du Bois de Ferrières. Trinitas. — Romondt (Aumale van-). Usque defendam. — Everts. Ut aquila sic alta petas. — Arnhem. Utinam citius. — Grez. 
Vaincre ou mourir. — Mauregnault; Mauregnault (Boreel de-). Vestigia nulla retrorsum. — van der Smissen. Vigilate. — den Tex. Vincenti laurus. — Merlen. 
Virtus nobilitatis decus. — van de Wall. 
Virtus per aerumnas. — Mierop. 
Virtus pretium sibi. — Aylva. 
Virtus vincit. — Strick van Linschoten. 
Virtute decet non sanguine niti. — Kinschot. 
Virtute duce. — Rendorp. 
Virtute duce sperne rumores. — Bangeman Huygens. 
Virtute et labore. — Bosch van Drakestein. 
Virtutis fortuna comes. — Wellesley prins van Waterloo. 
Virtutis una est via. — Snouckaert van Schauburg. 
Vis unita fortior. — Quintus. 
Vivit post funera virtus. — Spaen; Warin. 
Volente Deo. — van der Plaat. 
Vulnerat et sanat. — Pelichy. 
Zélé pour la foi et le roi. — Changuion. 
521 
522 
523 
524 

DERDE REGISTER. 
REGISTER DER GESLACHTSNAMEN. 
De cursief gedrukte namen zijn die van den òf uitgestorvenen òf nog niet weder erkenden adel. 

A. 
blz. 
Aarle 279 
Abbenbroek 279 
Abbinga van Huizum.... 279 
Abcoude (Oude Heeren van) . 279 
Abcoude 279 
Abcoude van Meerten .... 279 
Abeele (van den) 279 
Ablaing van Giessenburg . . 1 
Ackersloot .......280 
Acquoy 280 
Addinga 280 
Adelen 280 
Adelen van Cronenburgh . . 280 
Adrichem 280 
Adrichem van Dorp .... 280 
Aebinga . .... . . . 281 
Aebinga tot Bly . . . . . 281 
Aebinga van Humalda ... 2 
Aebinga tot Hyum .... 281 
Aefferden 3 
Aelburg 281 
Aelman 281 
Aelst .. ... 281 
blz. 
Aerdt . 281 
Aernsma . . . . . . . . 281 
Aerssen Beyeren ..... 3 
Aesgema of Aesinga . . . . 281 
Aeswijn . . . 282 
Aggama van Walta . . . . 282 
Aggama van Witmarsum . . 281 
Akerlaken . ... .... . 4 
Albada. . . ......... . 282 
Albada van Goenga .... 282 
Albada van Poppingawier I en II 282 
Albada van Poppingawier III 283 
Albada van Sneek 283 
Albada van Sythiema . . . 283 
Albada van Wyburg .... 283 
Alberda 4 
Alberda . 283 
Alberghe . . . ... . . 283 
Alblas . ... ....... . 283 
Albout . ........ 283 
Aldenburg Bentinck .... 5 
Alderwerelt 5 
Aleman 281 
Alemans 5 
blz. 
Alendorp 283 
Alewijn 6 
Alkemade 283 
Allaert 283 
Aller of Oldenaller .... 283 
Alloysen 284 
Almelo 284 
Almonde 284 
Almstein 284 
Alphen 7 
Alphen 284 
Alsfort 284 
Alstorp 284 
Altena 284 
Alting Siberg 7 
Alveringen of Alverdingen . . 284 
Amama 284 
Ambe 284 
Amelingen 285 
Amelroy 285 
Amerode 285 
Amerongen 285 
Amersfoort 285 
Amersoyen 285 
Amerzode 285 
Ameyde (van der) 285 
Ammers 285 
Ampsen 285 
Amroy 285 
Amstel 285 
Amstel van Loenersloot . . . 285 
Amstel van Mynden .... 286 
Amstel van Ruweel .... 286 
Amstel van Ysselstein. . . . 286 
Andringa 286 
Andringa de Kempenaer . . 7 
Angenendt 286 
Anssen 286 
Anthès . . 7 
Apeldoorn 286 
Appeltern 286 
Appelthorn 286 
Arem . ... . . . . . 287 
blz. 
Arendael 287 
Arenest 287 
Arensma 287 
Arkel . . 287 
Arkel d'Ablaing 7 
Arler 287 
Armelo 287 
Arnemuyden 287 
Arnhem 287 
Asbeck 7 
Asch van Wijck 8 
Asdonck (van der) 287 
Asperen . 287 
Assendelft 288 
Asten 288 
Asterpe 288 
Aubremé 8 
Auckama 288 
Audenrogge 375 
Aulnis de Bourouill ..... 9 
Aumale van Hardenbroek . 9 
Aumale van Romondt ... 9 
Auxy 274 
Averenck 288 
Averhagen 288 
Avesaat ........ 289 
Avesaet 289 
Axel 289 
Aylkema van Rasquert . . . 289 
Aylva 9 
Aylva van Bornwerd .... 289 
Aylva van Pallandt .... 10 
Aylva Rengers 10 
Aylva van Witmarsum . . . 289 
Aylva gezegd Sjaerdema . . 289 
Aysma 289 
Aytta 289 
B. 
Baack 289 
Baar . .......290 
Baar van Slangenburg . . . 290 
blz. 
Baarn 290 
Baarn van Schonauwen . . . 290 
Back 290 
Backel 290 
Backer 10 
Backerwaerde 290 
Backerweert 290 
Baecke 290 
Baenst 290 
Baer 291 
Baerdwijck 291 
Baerland 291 
Baerland van Dirksland . . 291 
Baersdonck genaamd Mom. . 291 
Baersdorp 291 
Baexen 291 
Bakel 291 
Bakenesse 291 
Balveren 11 
Bangeman Huygens .... 11 
Banjaert 292 
Barbaix de Bonnines . . . 275 
Barchman Wuytiers .... 11 
Barendrecht 292 
Barmentloe 292 
Barnaart 12 
Bas 292 
Bassecour Caan 12 
Bassen 292 
Batenburg 292 
Baud 12 
Bax .. 292 
Beaufort 13 
Beckum 293 
Beeck (van de) 293 
Beecke (van der) 293 
Beekerke 293 
Beelaerts van Blokland. . . 14 
Beeldsnijder 14 
Beerenbroek 293 
Beers 293 
Beesd 293 
Beesd van Renoy 293 
blz. 
Beest . ........ . 293 
Beets 293 
Behr (de) 14 
Beinhem 293 
Beken-Pasteel (van der) . . 15 
Bekesteyn 294 
Bellefroid 15 
Bellinchave 294 
Bemmel 294 
Bennebroek 294 
Benschop 294 
Benskoop 294 
Bentinck 15 
Bentinck (van Aldenburg-) . 16 
Berch (van den) 17 
Berckel 294 
Berckmans de Weert ... 18 
Berckt 294 
Beresteyn 18 
Berg 18 
Berg (van den) of 's Heerenberg 294 
Berge (op den of op ten) . . 294 
Bergen 295 
Bergh (van den) 19 
Berghe (van), later Trips . . 295 
Berghe (van den) 295 
Berghele 295 
Berkenrode 295 
Berkhout 19 
Berkhout 295 
Berkhuizen 295 
Berlicum 295 
Berum. of Bierum 295 
Berwout 296 
Besoyen 296 
Besten 296 
Beuckelaer 296 
Beugen 296 
Beusinchem 296 
Bevere 296 
Beveren 296 
Bevervoorde 296 
Bevervoorden 19 
Beverwaard 296 
Beverwijk 296 
Bex 296 
Beyem . . . . 296 
Beyer (de) 20 
Beyeren-Schagen 297 
Beyma 20 
Beyma thoe Kingma ... 21 
Bichon Visch ...... 21 
Bicker 21 
Bieberstein 22 
Bierum. . . . . . . 295, 297 
Biggenkerke 293 
Biggenkerke 297 
Binckhorst (van den) .... 297 
Binckhorst van den Binckhorst 22 
Blaerthem 297 
Blanckvoort 297 
Blans . 298 
Blarichorst of Blarinkhorst. . 298 
Blitterswijck 298 
Blochoven 298 
Blocq (de) 298 
Bloemendael 298 
Bloemendal 298 
Bloeymans gezegd Dinter . . 298 
Blois van Botland . . . . . 298 
Blok van Yersekendamme . . 298 
Blokland . . . ... . . 299 
Blommendal 298 
Bloote (de) 299 
Bloys van Treslong .... 23 
Blyenburg 299 
Bochorst 299, 307 
Boekhoven 299 
Boddaert 23 
Boeckel.. 299 
Boeckholt . 299 
Boecop 23 
Boede (van der) 299 
Boekel 299 
Boekelsteyn 300 
Boekhorst . 300 
Boelman 300 
Boelsbeck 300 
Boer (de) . 24 
Boerlo . . 300 
Boesinchem ... ... 300 
Boetzelaer (van den). ... 24 
Boeye (Schuurbeque-) ... 25 
Bogaerde (van den) .... 25 
Bogaert 300 
Bois (du) de Ferrières .... 26 
Boisschot 300 
Bokel 299, 300 
Bolck (van den) 300 
Bolta 300 
Bomme 26 
Bommel 27 
Bönninghausen...... 27 
Booth 300 
Borch (van der) 28 
Borch (v. d.) van Rouwenoort 28 
Borchgrave (de) d'Altena . . 29 
Borculo 300 
Boreel .......... 29 
Boreel de Mauregnault ... 30 
Borluut 30 
Borndamme ....... 301 
Borne . . .. 301 
Borre . . . 301 
Borre van Amerongen . . . 301 
Borrendamme 301 
Borssele 30, 301, 302 
Borssele van Baersdorp . . . 291 
Bosch van Drakestein ... 31 
Bosch (van den) 31 
Bosch (van den) 302 
Bosch-Kemper (de) .... 32 
Boschhuysen 302 
Boshoff 302 
Bossche (van den) 302 
Botbergen 303 
Both van der Eem 303 
Both van Scherpenzeel . . . 308 
Botland . 303 
Botnia 303 
Botter 303 
Botter van Snellenburg . . . 303 
Bottersloot 303 
Bouden (van der-) 303 
Boimam 32 
Bourcourd 32 
Bouwens 33 
Bowier 33 
Boxmeer 303 
Boxtel 304 
Braam 34 
Brakell 34, 35 
Bramel (van den) 304 
Bransenborch 304 
Brants (van) 304 
Brantsen 35 
Brauw (de) 36 
Breda 304 
Brederode 304 
Brederode van Veenhuysen 304 Brederode van Wesenburg . . 305 
Breugel 36 
Breust 305 
Breyll 305 
Brienen 38 
Brigdamme 305 
Broeckhoven 305 
Broeckhuisen van Barlham . . 305 
Broeckhuysen 39 
Broeckhuysen 305 
Bronckhorst 305 
Bronckhorst (Graven) . . . 305 Bronckhorst van Batenburg . . 306 
Bronkhorst 39 
Brothem 306 
Broucke (van den) 306 
Brouwershaven 306 
Bruckheese 306 
Bruelis 306 
Bruggen (ter) 306 
Brugghen (van der) .... 39 Brugh (van der) 307 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 
Bruhese 307 
Bruyn (de) 307 
Bruyn (de) van Buitewech . . 307 
Buckhorst 307 
Buerse 307 
Bugge 307 
Buitewech 307 
Bulgerstein 307 
Bülow 40 
Burch (van der) 40 
Buren . 307 
Buren van Calbeeck .... 307 
Buren van Reygersoort . . . 308 
Burmania 40 
Burmania Rengers .... 41 
Burum 308 
Bus (du) 275 
Busering 308 
Bussche (ten) 308 
Buttingen (van der) .... 308 
Bye (de) 41 
Bylandt (van) 41 
Bylandt (von) 42 
Bylandt (van den) 308 
C. 
Caan 42 
Cadsant 308 
Caldenbach 308 
Calkoen 43 
Cammingha 44 
Cammingha 308 
Cammingha van Jelmera . . 308 
Cammingha van Rotterda . . 309 
Camp (van de) 309 
Campe 309 
Camphuis 309 
Camstra 309 
Canis 309 
Canter 309 
Capelle (van) 309 
Capellen (van) 44 
34 
Capellen (van der) .... 44 
Capellen (van der) tot den Dam 309 
Carnisse 310 
Casembroot 45 
Castricum 310 
Cats (met de Swarte Katte) . 310 
Cats de Raet 45 
Cats van Weldamme . . . . 310 
Ceraet . 310 
Changuion 45 
Charon de Saint-Germain . . 40 
Chassé 46 
Chastel (du) 46 
Chimay 277 
Citters. 47 
Clant . . . 310 
Clant van Stedum 310 
Clarenborg of Clarenburg . . 310 Cletcher . . .... 310 
Cleverskerke 311 
Clifford ........ 47 
Clifford Kocq van Breugel . 48 
Cloeck . . 311 
Cloetingen 311 
Clooster (van den) 311 
Clooster (van den) van Dornum 311 
Clootwijck 311 
Clusen (van der) . . . 311 Cocq (de) van Bruchem . . . 312 Cocq (de) ván Delwynen. . . 312 Cocq (de) van Haeften ... 48 Cocq (de) van Hemert . 312, 343 Cocq (dé) van Kerkwijk . 312, 354 Cocq (dé) van Neerijnen. . . 312 Cocq (dé) van Opijnen . . . 312 Cocq (dé) van Waerdenburg 312, 412 
Coehoorn 48 
Coehoorn van Houwerda. . . 312 Coehoorn van Scheltinga . . 48 
Coenders . 312 
Coenen ..... . . . 49 
Coeverden .... . . . 49 
Colenberg 313 
Collaert of Kollert 313 
Collen ......... 49 
Collot d'Escury 50 
Constant Rebecque .... 50 
Coppier van Calslaghen . . . 313 
Coppier van Oudendijk . . . 313 
Coptit ........ . . 313 
Cornets de Groot 51 
Cornhorst 313 
Coudenhove 313 
Coulster (van dé) 313 
Court (de) 51 
Court (de la) 52 
Couwenburgh 313 
Couwerve 314 
Crabbenburg 314 
Crabel 314 
Craen (dé) van Haeften . 314, 336 
Cranenborch 314 
Cranenbroeck 314 
Cranenburg 314 
Cranendonck 314 
Crassier 52 
Crayenhem 314 
Crayestein 314 
Cretier 315 
Creutz 52 
Croeser . 315 
Croesingh 315 
Croesingh van Benthuizen . . 315 
Croesink 315 
Cronenburg 315 
Crooswijck 315 
Crudeneer 316 
Cruiningen 315 
Cruise 315 
Cruydenier 316 
Culemborg 316 
Culemborg gezegd van Palesteyn 377 
Culemborg van Rijsenburg . . 387 
Cuser 316 
Cuser van Oosterwijk .... 316 
Custis 53 
Cuyck 316 
Cuyck van Hoogwoud . . . 316 Cuyck van Meteren .... 317 Cuyck van Mierop . . . 317, 368 
Cuyl 317 
Cuynre 317 
D. 
Daehne 53 
Daelman 276 
Daesdonck 317 
Dalem 317 
Dalfsen 317 
Dam (van) 317 
Dam (van den) 317 
Damassche 317 
Darthuysen 317 
Davelaer 318 
Deckere (de) ....... 318 
Dedel 54 
Dedem 54 
Deese 318 
Dekema 318 
Delen 55 
Delft (van der) 318 
Derfelden 55 
Deurne 319 
Deurse 319 
Deutz van Assendelft ... 56 
Deutz van Lennep .... 56 
Deventer 318, 380 
Dever 318 
Deyl . 318 
Dibbets . 56 
Dickbier 318 
Diemen 318 
Diepenburg 319 
Diert 57 
Dimmer 319 
Dinter 319 
Dintor (Hesselt van).... 57 
Dobbelsteyn 319 
Doedinckweerde gen. Borculo . 319 
Doerne 319 
Does (van der) 57 
Does (van der) 319 
Does (van der) de Bye .. 58 Does (van der) de Willebois . 58 
Doetinchem 319 
Doeyenburg 320 
Dolder 320 
Dolre 320 
Domburg 320 
Dommelen 320 
Dommer 59 
Dompselaer 320 
Dompselaer gen. van der Hell. 320 
Donck (van de) 320 
Donck (van der) 320 
Dongen 59 
Dongen 320 
Donia 320 
Donia (Jelmera genaamd) . . 352 Donia van Beetgum .... 321 Donia van Hallum .... 321 
Doninga 321 
Doorn (Zeeland) 59 
Doom (Utrecht) 60 
Doornick 321 
Doortoghe 321 
Doortooge 321 
Dootinga 321 
Dootnia 321 
Dootnia of Dootinga .... 321 
Dopff 60 
Dorp 321 
Dorth 61 
Douma . 321, 322 
Douma van Langweer . . . 322 Douma van Oenema .... 322 
Doyem 322 
Doyema 322 
Doys ......... 322 
Drakenborg 322 
34* 
Drenkwaert 322 
Driebergen 323 
Drimmelen 323 
Drongelen 323 
Druten 323 
Druyvesteyn 61 
Dubbelmonde 323 
Duinen 323 
Duiveland 323 
Duivenede 323 
Duivenvoorde. .....323 
Duivenvoorde genaamd Hanecop 323 
Duivenvoorde van Warmond . 323 
Dumonceau 61 
Dusseldorp de Superville . . 61 
Dussen (van der) 62 
Duvelaer 324 
Duyck 324 
Duyn (van der) 62 
Dwingelo 324 
Dijxstra 324 
E. 
Echtelt 324 
Echten 63 
Eek (van Panthaleon van) . 63 
Eek van Harseloo 324 
Eckhardt (van Harencarspel-) 63 
Edelstecke 324 
Eeckart (van den) 324 
Eelsma 325 
Eelsma Mauritsma 325 
Eew (van) 408 
Eem (van der) . . . . . . 325 
Eemskerk 325 
Eerde 325 
Eernsma 325 
Eese (van der) 325 
Eese (van der) van Gramsbergen 325 
Eggert 326 
Eggert van Purmerende . . . 326 
Egmond , 326 
Egmond Graaf van Buren . . 326 
Egmond van Gouwenhoven . . 326 
Egmond van Kenenburg. . . 327 
Egmond van Merestein . . . 327 
Egmond van der Nyenburg . 327 
Elias 64 
Elout 65 
Els 327 
Elsevier 65 
Elshout. .......327 
Emichoven 327 
Eminga 327 
Endegeest 327 
Eng (uit den) 327 
Engelbort van Bevervoorde . 66 
Engelen 66 
Enghuysen 328 
Ennens 328 
Enschedé 328 
Ensse 328 
Entens of Enthens 328 
Epinga 351 
Ericom 328 
Ermel 328 
Erp ... 66 
Erp van Middegael .... 328 
Erp van Ponsendael .... 328 
Esch 328 
Esdonck 287 
Esschede 328 
Esschinck 329 
Essen 329 
Everdingen 329 
Everinge 329 
Eversdijck 329 
Eversteyn 329 
Everts (Holland) 66 
Everts (Limburg) 66 
Ewsum 329 
Eyck 329 
Eys 67 
Eysinga 68 
F. 
blz. 
Fabricius 68 
Fagel 69 
Falck 69 
Fannius Scholten 69 
Feltz (van der) 70 
Feytsma 330 
Ficquelmont 70 
Finia 330 
Fisenne 70 
Flugi van Aspermont ... 71 
Fockena of Ukena 330 
Foeck 330 
Foeyt 330 
Fontein Verschuir. .... 71 
Foppinga 330 
Foreest 71 
Forstner van Dambenoy . . 72 
Franckenberg en Proschlitz . 72 
Freys 330 
Freys van Cuynre 330 
Fridagh . . 73 
Frittema 331 
Frymersum 331 
G. 
Gaeikinga 331 
Galama 331 
Gameren 331 
Gans 332 
Garner 332 
Geen (van) 73 
Geer (de) 74 
Geervliet 332 
Geffen . 332 
Gelcum 332 
Geldorp 332 
Geldrop 332 
Gellicum 332 
Geloes 75 
Gemert 332 
Gendt 332 
blz. 
Gennep 332 
Gerbranda 333 
Gericke 75 
Gerwen 333 
Gesseler 76 
Gestel 333 
Geur 333 
Geusau 76 
Gevaerts 77 
Gevers 77 
Gewanden 333 
Gheel Roëll 79 
Giessen 333 
Giessenburg 333 
Girard de M. van Coehoorn . 79 
Glim 333 
Glinstra ........ 334 
Gockinga 334 
Gockinga 79 
Godin de Beaufort .... 80 
Godin de Pesters 80 
Goedecke 80 
Goes (van der) 81 
Goes (van der) 334 
Goldberg 82 
Goldman 82 
Goll van Franckenstein . . 82 
Goltstein 83 
Goltz (van der) 83 
Goor 334 
Gorter (dé) 334 
Goslinga 334 
Goude (van der) . . . . . 334 
Goye (van) of uten Goye . . 334 
Graafland 84 
Graasdorp 334 
Gracht (van dé) 334 
Graeff (de) van Polsbroek . . 85 
Graes 334 
Graetnia 335 
Gramsbergen 335 
Grancy (de) 85 
Gratinga of Graetnia . . . 335 
Grauwert 335, 375 
Gravesdorp 334 
Grebber (de) 335 
Grevenbroeck 335 
Grez (de) 85 
Grimberge 335 
Gr oenemeid 335 
Groenewoude 335 
Groenincx van Zoelen ... 86 
Groesbeeck 335 
Gronsfeld van Diepenbroick . 87 
Grotenhuis 88 
Grovestins 88 
Grubbe 335 
Gruithuis (van den) .... 336 
Gruitwater 336 
Gruys (Polman-) 88 
Grijpskerke 336 
Gulcher 89 
Gutterswijk 336 
Guttichoven 336 
Gijselaar (de) 89 
H 
Haack 336 
Hacfort ........ 90 
Hackfort of Hackvoert . . . 336 
Haeck van Zoelen 336 
Haeften 90 
Haeften 336 
Haeghen (van der) 338 
Haemstede 337 
Haer (van der) 337 
Haerda 337 
Haeren 337 
Haerlem 337 
Haersens 337 
Haersolte 91 
Haersma 337 
Haersma van Loënga .... 387 
Haersma van Tjerkwerd. . . 337 
Haerst 337 
Haestrecht 338 
Hagedoorn 338 
Hagedoorn of Heghdorn. . 338 Hagen (ter) of Haghen . . . 338 Hagen (van der) of Haeghen . 338 
Halbout 338 
Halfwassenaer 91 
Hall . 91 
Hambroeck 338 
Hambroick 92 
Hamer 338 
Hamerstede 338 
Hamersveld 339 
Hanecop 323 
Hangest d'Yvoy 92 
Hania 339 
Hania van Hesens .... 339 Hania van Holwierd .... 339 Hania van Weidum .... 339 
Hannes 93 
Hardenbroek 93 
Harderwijck 339 
Haren 94 
Harencarspel Eckhardt... 94 
Hargen 339 
Harinxma 339 
Harinxma Donia 339 
Harinima van Haersma . . 339 Harinxma thoe Heeg .... 339 Harinxma van Hettinga . . 340 Harinxma thoe Slooten . . 94 Harinxma thoe Sneek. . . . 340 Harinxma thoe Ylst .... 340 
Harmeien 340 
Hart van der Woert .... 340 
Hartsen 95 
Hasselt . 340 
Hatert 340 
Hattert (van den) 340 
Hattum 340 
Hattum van Rijnesteyn . . . 340 
Havert 340 
I Hayman (van der) .... 341 
Haze-Bomme (de) 95 
Hedel ......... 341 
Hedikhuysen 341 
Hecckeren 95 
Heemskerck van Beest ... 96 Heemskerk van Bekesteyn 294, 341 
Heemstede 341 
Heemstra 96 
Heenvliet 341 
Heerdt . 96 
Heereman van Zuidwijk . . . 341 's Heerenberg of van den Berg 341 Heerenhaeff of ten Herenhoven. 341 
Heerjansdam 341 
Heermale 341 
Heerman van Oestgeest . . . 342 
Hees 97 
Heesbeen 342 
Heese . 342 
Heeswijck 342 
Hegen ......... 342 
Heghdorn 338 
Heiden 97 
Heilmann van Stoutenburg . 98 
Heim (van der) 98 
Heinsberg . 342 
Helbergen 342 
Helbig. 99 
Helck (van der) 342 
Helde wier 99 
Hell (van der) 342 
Helmond 342 
Helmont 342 
Helsdingen 342 
Hemeren 343 
Hemert 100 
Hemert (de Cocq van). . . . 343 Hemert (Junius van) . . . 100 
Hemmema 343 
Hemmen 343 
Herema 343 
Herema van Tjum 343 
Herenhoven (ten) 341 
Herentum 343 
Herewey (thoe) 343 
Heringa 343 
Herjuwsma 343 
Herlaer 343 
Hermana 343 
Hemen 344 
Hersel 344 
Herwaerden 344 
Henven 344 
Herwijnen 344 
Herzeele 101 
Heslinga van Galama . . . 344 Hosselt van Dinter .... 101 
Heteren 344 
Hettema 101 
Hettinga 344 
Heuckelom 344 
Heumen of Hoemen .... 344 
Heusch (do) 102 
Heusden 345 
Heusden 102 
Heuvel (van den) 345 
Heydcn (van der) 102 
Heym 345 
Hillegersberg 345 
Hillegom 345 
Hillema . . 345 
Hinckena van Hinckenberg . . 345 
Hinsdael 845 
Hirtom 345 
Hochepied 103 
Hodenpijl 345 
Hoeckelum 346 
Hoenlo 347 
Hoensbroeck 104 
Hoenselaer 346 
Hoeufft 105 
Hoeve (uit den) 346 
Hoevelick 346 
Hoëvell 106 
Hoeven (van der) 106 
Hoeven (van der) van Poelwijk 346 
Hogendorp 106 
Hogguer 108 
Holdinga 346 
Holmberg de Beckfelt . . . 109 
Holt 346 
Holthe 109 
Holthuysen 346 
Holthuysen genaamd Palick . 347 
Holthuysen genaamd van Spaen 347 
Holtscher 347 
Hommema 347 
Homoet 347 
Hompesch-Rürich 110 
Hondenberch 347 
Honichlo 347 
Honlo 347 
Hooft 110 
Hoogelande 347 
Hoogenhouck 347 
Hoogenhouck Tulleken. . . 111 
Hoogerdeure (van der) . . . 347 
Hoogwoude 348 
Hoorn van Burgh . . . . 111 
Hap 348 
Hope 111 
Hoppers 348 
Hoptilla 348 
Hora Siccama 112 
Horne 348 
Horst (van der) 348 
Hottinga 349 
Hottinga van Kee 349 
Houts of Gouts 349 
Houven (van der) 349 
Houweningen 349 
Houwerda. . . . . . . . 349 
Houwerda van Meckema. . . 349 
Hovelich 346 
Hövell 112 
Hovell van Andelst .... 349 
Hovy 112 
Hoxwier 349 
Hoytema 349 
Huchtenbroeck 350 
Huessen 350 
Huffel 350 
Hugenpoth 113 
Huissen 350 
Humalda 113 
Humalda 350 
Hurgronje 113 
Huss 350 
Huvdecoper 114 
Huygens 114 
Huygens 350 
Huyghens 114 
Huyn 350 
Huyssen van Kattendijke . . 115 
I. 
Iddekinge 116 
Idsaerda 350 
Idsinga 350 
Ierseke 350 
Imbyze van Batenburg. . . 116 
Imhoff 117 
Ingen 118 
Ingennulandt 351 
Innhausen und Kniphausen . 118 
Inthiema tot Workum . . . 351 
Ipema of Epinga 351 
Irthe 351 
Isendoorn à Blois 351 
Iseren 351 
Isselmuden 119 
Isselt 351 
Ittersum 119 
J. 
Jaersma 351 
Jaersvelt 352 
Janssens 120 
Jantzon van Erffrenten. . . 120 
Jarges 120 
Jarla 352 
Jarla van Wetsens 352 
Jeger (de) 352 
Jelckema 352 
Jelgerhuis 352 
Jellinga 352 
Jelmera 352 
Jelmera genaamd Donia . . 352 
Jeltinga 352 
Jeppema 352 
Jeude (de) van Hardinxvelt . 352 
Jong (de) van Beek en Donk 121 
Jonge (de) 121 
Jonge (de) van Baartwijk . . 353 
Jonge (de) van Ellemeet . . 121 
Jonge (do) van Zwijnsbergen. 122 
Jongema 353 
Jousma van Wirdum. . . . 353 
Juckema 353 
Juckema v. Burmania Rengers 122 
Junius van Hemert .... 122 
Jutphaas 353 
Jutphaas van Wijnesteyn . . 353 
Juwinga 353 
Juwsma 353 
K. 
Kaelsack 354 
Kampferbeke 354 
Karnebeek 122 
Kattendijke 354 
Kedichem 354 
Kee 354 
Keeken 354 
Kekum 354 
Kemnade 354 
Kemp of van Kempen . . . 354 
Kempenaer 123 
Kemper ........ 124 
Kemps 354 
Kenenburg 354 
Keppel 124 
Kerckraad 354 
Korens 124 
Kerkwerve 355 
Kerkwijk 355 
Kervenede of Kervenee . . . 355 
Kervenheim 355 
Kervink van Reimerswael . . 355 
Kessel 355 
Ketel van Ilackfort .... 355 
Keverberg 125 
Kievelenberch 355 
Kievit 355 
Kinsbergcn 125 
Kinsbergen 355 
Kinschot 126 
Klencke 356 
Klerck 126 
Klootwijk 356 
Knippinck. 356 
Knobelsdorff 127 
Knappert 356, 404 
Knijff 356 
Koek (de) 127 
Koevoet 356 
Kollert 313 
Kornhorst (van den) .... 356 
Kraayenburg 356 
Krans 356 
Krayenhoff 128 
Kretschmar 128 
Kreynck 356 
Kriekenbeek 357 
Kruise 315 
Krijt van Vosbergen .... 357 
Kuyper (de) 128 
Kuysten 357 
Kuser 357 
Kijfhoeck 357 
L. 
Laekmonde of Lakemond . . 357 Laen (van der) 357 
Laer van Hoenlo 129 
Laer tot Laer 357 
Laer van Laerwold .... 357 
Laer van Lamsloot .... 358 
Lage 358 
Lakemond 357 
Lakevelt 358 
Lamberts de Cortenbach , . 129 
Lampsins 130 
Lamsweerde 131 
Lanckvelt 358 
Langen 358 
Langerack 358 
Lannoy 131 
Lantscroon 358 
Larrey 132 
Lauta van Aysma . . . . 132 
Lauwe (de) 358 
Lawick. . . . . . . . . 358 
Lawick van Pabst .... 133 
Leek (van der) 358 
Lecke (van der) 359 
Lede (ter) 359 
Leilens (toe) 359 
Lely (van der) van Oudewater 133 
Lennep 134 
Lent, 359 
Lerink 359 
Levendael 359 
Lewe 135 
Lewen 359 
Leyden 359 
Leyden van Westbarendrecht 136 
Leyenburg 359 
Leyssius 136 
Liauckama van Makkum . . 359 
Liauckama van Sexbierum . . 360 
Lichtenberg 360 
Lidth de Jeude 360 
Liedel 137 
Liere 360 
Lierop 360 
Lieshout 860 
Liesvelt. ........ 360 
Limburg Stirum 137 
Lindt (van der) 361 
Linschoten 361 
Lintelo 361 
Lisse 361 
Lochman van Königsfeldt. . 138 
Lookhorst 138 
Loë .......... 139 
Loef van der Sloot .... 361 
Loel 361 
Loen 361 
Loenersloot 361 
Lohman 139 
Loo 361 
Loon 140 
Loon ......... 361 
Lopez Suasso 140 
Loudon 140 
Luchtenburg 362 
Luer (van der) 362 
Luersma 362 
Lunen 362 
Lunenburg . .....362 
Lutge 362 
Lycklama à Nyeholt . . . 140 
Lycklama van Oldeberkoop . . 362 
Lycklama van Ysbrechtum . . 362 
Lynden 141 
M. 
Macar 276 
Macaré 141 
Mackay . 142 
Made (van der) 362 
Maelstede (van der) .... 363 
Maere (de) 143 
Maerssen 363 
Maesacker 363 
Maesen (van der) 144 
Maesland 363 
Maesland of Mazelande . . . 363 
Malberg 363 
Malburg 363 
Maldeghem 363 
Malsen . 363 
Marchant d'Ansembourg . . 144 
Marck (van der) 363 
Marees van Swinderen . . . 145 
Marhulsen 363 
Marnstra 363 
Marsche (van der) 364 
Marselis 364 
Martena 365 
Martens 145 
Martini Buys 146 
Martini van Geffen .... 146 
Massow 146 
Matenesse ........ 365 
Mauregnault 146 
Maurissens 147 
Mauritsma (Eelsma-) .... 325 
May. 148 
Mazelande 363 
Meckema 365 
Meckinck 365 
Meeckeren 365 
Meer (de) . 148 
Meer (van der) 365 
Meer (van der) van Cranenborg 365 
Meerburg 366 
Meerdervoort 366 
Mcerenborg 366 
Meerenvliet 366 
Meerhem 366 
Meerman 366 
Meerman van der Goes. . 148 Meermuiden . . . . . . . 366 
Meeuwen 148 
Meliskerke 366 
Melort 149 
Melvil van Lynden .... 149 Melvill van Carnbee. . . . 149 
Menckhorst 366 
Merckelbach 366 
Merkes van Gendt .... 150 
Merlen 150 
Merwede (van der) 367 
Merwijck 367 
Mey (de) 151 
Meyer 151 
Meynsma 367 
Meyster 367 
Michiels (van Kessenich, van 
Verduynen) 152 
Middachten 153 
Middegael 367 
Middel 367 
Middeler 367 
Mierlaer 367 
Mierlo ......... 367 
Mierloo. ........ 367 
Mierop 368 
Milendonck 368 
Mill. ......... 368 
Millinck 368 
Millinck van Gerwen .... 368 
Millingen 368 
Milly 153 
Minnema 368 
Mock . 154 
Mockema 368 
Mode ... 368 
Moerbeeck 368 
Moermont 368 
Molenkamp 369 
Mollen (ter) 369 
Mollerus 154 
Moltzer . 369 
Mom 369 
Mom genaamd Baersdonck . . 369 
Monceau (du) 154 
Montfoort 369 
Moordrecht 369 
Mühlen 155 
Muilwijk 369 
Mulert 156 
Munsel, . . . .... 369 
Munster of Monster .... 370 
Munter 156 
Muralt 157 
Musch van Seldesat .... 370 
Muys van Holy 370 
Myle (van der) 370 
N. 
Naaldwijk 370 
Nagell 157 
Nahuys 158 
Nassau la Lecq 159 
Natteris 370 
Nedermeyer van Rosenthal . 159 
Nederveen 370 
Negri 159 
Nepveu 160 
Nettelhorst 370 
Neufville 370 
Neukirchen gen. Nijvenheim 160 
Nieuwenhove 371 
Nispen 161 
Nisse (van der) 371 
Nittersum 371 
Noertich 371 
Noordeloos 371 
Noort (op ten) 161 
Noortwijck of Noertich . . . 371 
Notten 371 
Nuland 371 
Nyenrode 371 
Nyenrode van Velsen .... 371 
Nijenstein 372 
O. 
Occo 372 
Ochten 372 
Ockinga 372 
Oedtsma 372 
Oem van Wijngaarden enz. . 372 
Oenema 373 
Oenema tot Goënga .... 373 
Oesingaweer 373 
Oestgeest 373 
Oestrum 373 
Oetelaar 373 
Offenhuizen of Offingahuizen . 373 
Oldenaller 283 
Oldenbarneveld 373 
Oldenbarneveld gen. Witte 
Tullingh 161 
Oldeneel en Oldenneel . . . 162 
Oldenzael 373 
Olne 162 
Oltsende 373 
Ommeren 373 
Omphal 163 
Ompteda 373 
Onsta ......374 
Oostee of Ostede 374 
Oostende of de Vriese v. Oostende 374 
Oostenwolde 374 
Oosterholt 374 
Oosterhout 374 
Oosterwijck 374 
Ootmersum 374 
Ophemerl 374 
Opperdoes Alewijn .... 163 
Orten 374 
Ortt 163 
Osch of - OSZ 374 
Osinga 374 
Oudaert of Oudart .... 375 
Oudegein 375 
Oudenburgh 375 
Oudenhoven 375 
Ouderidder . .....375 
Ouderidder genaamd Grauwert 375 
Oudermeulen (Barones v. d.) 164 
Ouderog ge of Audenrogge . . 375 
Outheusden 375 
Outshoorn 375 
Overdevecht 375 
Overenck 375 
Overhagen 376 
Overrijn van Schoterbosch . . 376 
Overvest 376 
Oye (van der) of van Wilpe . 376 
Oyen 376 
P. 
Pabst 164 
Paddenpoel 376 
Padevoort 376 
Padevort 376 
Paffenrode 376 
Palesteyn 377 
Palick 347 
Pallaes 377 
Pallandt 165 
Panhuys 166 
Panthaleon van Eck . . . 167 
Parijs van Zuydoort .... 377 
Paspoort 167 
Pauw 168 
Pauw geboren Hoeufft . . . 168 
Paypaert 377 
Pelichy 168 
Pels 377 
Pelser Berensberg 169 
Pendrecht 377 
Peperlaken 377 
Perponcher 169 
Persijn 377 
Pestel 170 
Posters 170 
Petershem 377 
Peterssen 171 
Petit 171 
Peyma 377 
Peyrou (du) van Breugel . . 171 
Pichot van Slijpe 172 
Pieck 378 
Plaat (van der) 172 
Plettenberg 173 
Plevits 173 
Ploos van Amstel 173 
Poel (v. d.) genaamd Paludanus 378 
Poele (van de) 378 
Poelenburg 378 
Poelgeest 378 
Poelwijck 378 
Polanen 378 
Polenberg 379 
Poll (van de) 174 
Poll (van de) van Isendoorn . 379 
Pollart 174, 379 
Polman Gruys 174 
Pompe van Meerdervoort . . 174 
Ponsendael 379 
Popma 379 
Poppendomme 379 
Popta 380 
Poskijn 380 
Posson 175 
Potter van der Loo .... 380 
Praest 380 
Presickhaef 380 
Prins 176 
Proeys 380 
Prouninck gezegd van Deventer 380 
Putte 380 
Putten 380 
Puttkammer 176 
Puyffelick 380 
Pynssen van der Aa . . . . 380 
Q. 
Quadt 176 
Quadt-Huchtenbruck . . . 177 
Quarles de Quarles .... 177 
Quarles van Ufford .... 177 
Queeckel 381 
Quintus 178 
R. 
Raaphorst 381 
blz, 
Rade 179 
Radermacher 179 
Radermacher Schorer . . . 179 
Raders 179 
Raesfelt 180 
Raet (de) 180 
Ram 181 
Ram van Schalkwijk .... 381 
Rammelman 381 
Rammelman Elsevier . . . 181 
Ramp 381 
Randwijck 182 
Ranitz 182 
Ranzow 183 
Rappard 183 
Rasquert 381 
Ratingen 382 
Rechteren 185 
Rechteren Limpurg .... 185 
Reede 186 
Reede van Amerongen . . . 382 
Reenen 187 
Rees 382 
Rees van Tets 187 
Reimerswael 382 
Rendorp 187 
Renegon of Reynegom ... 382 
Renesse 188 
Rengers 188 
Renne (van der) 190 
Rensselaer 382 
Repelaer 191 
Rerink 382 
Rethaan Macaré 191 
Reuchlin 192 
Reymerstock 382 
Reynegom 382 
Reynst 192 
Rheen 382 
Rhemen 193 
Rhoon 382 
Ridder (de) 193 
Ridder (de) van Groenestein . 382 
blz. 
Riede 383 
Riedesel 193 
Riemersma 383 
Riemsdijk 194 
Rietvelt 383 
Rietwijk 383 
Rinckveld 383 
Rinia 383 
Ripperbant 383 
Ripperda, 383 
Riquet de Caraman .... 277 
Rispens 384 
Rivecourt 194 
Rochussen 194 
Rode (van) 384 
Rode (de) van Heeckeren . . 384 
Rodenburgh 384 
Rodenrijs . . 384 
Roderlo of Ruerlo 384 
Roëll 195 
Roest van Alkemade . . . 195 
Rollant ....... . . 384 
Romondt 196 
Roock (de) 196 
Roon . .......384 
Roorda 384 
Roorda, met de baar . . . 384 
Roorda de Borghreef .... 384 Roorda van Genum, mot het 
Moriaanshoofd 384 
Roorda van Goutum .... 385 
Roorda van Tjummarum . . 385 
Roosendael 385 
Roovere (de) 385 
Roovere (de) van Montfoort. . 385 
Ropta 385 
Rosen (de) 197 
Rosenborgh 385 
Rosenburg 385 
Rosenthal 197 
Rossum 385 
Rotte (de) 198 
Rouwenoort 198 
Rovcrc van Breugel .... 198 
Royo van Wichen .... 199 
Ruichrok van de Werve . . . 386 
Ruinen 386 
Rumelaer 386 
Rutgers van Rozenburg . . 199 
Ruweel 386 
Ruys van Beerenbroek . . . 200 
Ruysch 201 
Ruysch 386 
Ruyt (de) 386 
Ruytenborch of Ruytenburg. . . 386 
Ruyter (de) 386 
Ruyter (de) (Engel en Michiel 
Adriaansz.) ...... 386 
Ruyven 387 
Rijckevorsel 201 
Rijnauwen 387 
Rijnesteyn 387 
Rijnevelt 387 
Rijsenburg 387 
Rijsoord 388 
Rijswijck 388 
Rijswijck van de Sande . . . 388 
S. 
Sabbingen 388 
Saemslach 388 
Salis ......... 203 
Sallandt 388 
Salne 388 
Salvador 204 
Salvo de Bruneton .... 204 
Sandberg 204 
Sande (van de) . . . . 388, 389 
Sandwijk 389 
Santheuvel (van den) . . . 205 
Santhorst 389 
Sasbout 389 
Sasse 389 
Sasse van den Bossche . . . 389 
Sasse van Weldam .... 389 
Sasse van Ysselt 205 
Sassenheim of Sassem . . . 389 
Saterslo . . ... . . . 389 
Savornin Lohman 206 
Sayt . . . 389 
Schade van Westrum .... 389 
Schadijck 389 
Schaep 390 
Schaep van den Dam. . . . 390 
Schaert 390 
Schaesberg 390 
Schaffelaer 390 
Schaffer 390 
Schagen 390 
Schalkwijck 390 
Schedelick 390 
Schelberg 391 
Schele 391 
Schellach 391 
Scheltema 391 
Scheltinga 391 
Scheltinga van Minnertsga . . 391 
Scheltinga (Coehoorn van) . 206 
Schengen . 391 
Schenk van Nijdeggen . . . 206 
Schepers 391 
Schepper (de) 392 
Scherff 207 
Scherpenisse ....... 392 
Scherpenzeel 392 
Scherpenzeel Heusch . . . 207 
Scheven 392 
Schimmelpenninck .... 207 
Schimmelpenninck v. d. Oye 208 
Schinne 208 
Schmidt auf Altenstadt . . 209 
Scholten 209 
Schonauwen 392 
Schoordijck 392 
Schoordijck van Rijnauwen . . 392 
Schore 392 
Schorer 210 
Schoten 392 
Schoterbosch 392 
Schoudee 392 
Schrassert 392 
Schrevel 393 
Schroyesteyn 393 
Schueren (de van der) . . . 211 
Schuiren (van der) 393 
Schulenborg 393 
Schuren (van der) 393 
Schurink 393 
Schuurbeque Boeye .... 212 
Schuyl van Walhorn .... 393 
Schuylenburch 212 
Schwartz . . 212 
Schwartzenberg (thoe) en Ho-henlansberg 213 
Segwaert 393 
Senarclens de Grancy . . . 213 
Senserf 393 
Serière 214 
Serraris 214 
Sevenaer 393 
Sevenbergen 394 
Seymens 394 
Siberg . ... 214 
Siccama 394 
Siccama (Hora-) 215 
Sickema 394 
Sickinghc 216 
Siebold 216 
Siercksma 394 
Sigers ther Borch 216 
Simon de Vlodrop .... 217 
Sinderen 394 
Singendonck 217 
Sirtema van Grovestins. . . 218 
Six 218 
Six van Chandelier .... 394 
Sixma 395 
Sjaerdema 395 
Slicher 219 
Slindewater 395 
Slingelandt ....... 219 
Sloet 220 
Sluyse (van der) 395 
Slijpe 221 
Smallegange 395 
Smeth (de) 221 
Sminia. ... 222 
Smissaert 222 
Smissen (van der) .... 223 
Smits van Eckart 223 
Smullinck 395 
Snabbe 395 
Snellenburg 395 
Snoeck 223 
Snouck Hurgronje .... 224 
Snouckaert van Schauburg . 224 
Soetelinxkerke 395 
Solckema 395 
Someren 396 
Somerzee 396 
Souburg of Suyborg .... 396 
Soudenbalch 396 
Soutelande 396 
Spaen 224 
Spaen 347 
Spangen 396 
Sparwoude ....... 396 
Speelman 225 
Speicher 226 
Spengler 226 
Speulde 396 
Speyart van Woerden . . . 226 
Spiegel (van de) 227 
Spiering 396 
Spille (ter) 397 
Splinter . . 227 
Splinter 397 
Splinter van Loendersloot . . 397 
Splinter tot Oldenhof .... 397 
Splitlof of Splytelof .... 397 
Spreeuwestein 397 
Spruyt van Kriekenbeek . . . 397 
Spijck 397 
Staal (van der) 227 
Stachouwer 397 
Stakenborch 397 
Stakenbroeck : . 397 
Stalpert 397 
Stalpert van der Wiele . . . 398 
Stania 398 
Staple 398 
Starckenborgh 228 
Starrenburg 398 
Starrevelt 398 
Stavenisse 398 
Steenbergen 398 
Steengracht 228 
Steenhuys 398 
Steenis of Steenhuis .... 398 
Steenwijk , 399 
Steiffart 399 
Stellinck 399 
Stenstera of Stinstra .... 399 
Stepraedt . 399 
Sterkenburg 399 
Stem 229 
Sternsee 399 
Sterremonde 399 
Sterren (van de) 399 
Steyn . 399 
Stinstra 399 
Storm 399 
Storm de Grave 299 
Storm van 's Gravesande . . 230 
Storm van Wena 399 
Stoutenburg 400 
Straalman 230 
Straeten ...... . 400 
Straten (van der) 230 
Stratenus 231 
Strens . 400 
Strick van Linschoten . . . 231 
Strijen 400 
Strijp . . . .400 
Stuers 232 
Sturler 233 
Styrum 234 
RIETSTAP, Wapenbeschrijvingen. 
Suasso 234 
Suchtelen 235 
Suire 400 
Superville ....... 235 
Surmont 400 
Suyborg 396 
Suyck 420 
Suys 400 
Suythem 400 
Swaefken 400 
Swanenborch 400 
Sweerts de Landas .... 235 
Swieten 400 
Swinderen 236 
Swijndrecht 401 
Sypesteyn 236 
Sytzama 237 
Sytzama van Hallum . . . 401 
Sytzama van Poppingawier. . 401 
T. 
Taets van Amerongen . . . 237 
Taets van de Maarn .... 401 
Taets van Rijnestein .... 401 
Taets van Voorne 401 
Taets van der Weyde. . . . 401 
Tamminga 401 
Teding van Berkhout ... 238 
Teding van Cranenburg . . . 401 
Teixeira 238 
Teixeira de Mattos .... 239 
Telckhuysen 401 
Tellicht 401 
Tempel (van den) ..... 402 
Tenckinck 402 
Tengnagell 239 
Testa 240 
Tetrode 402 
Tets 240 
Tex (den) 241 
Teylingen ....... 241 
Thibaut 242 
35 
Thier 242 
Thye 402 
Thye Hannes 242 
Tietema 402 
Till 242 
Till tot Till 402 
Tindal 243 
Tjaerda 402 
Tjaerda van Idsinga .... 403 
Toerne 403 
Toll 403 
Tolloisen 403 
Tombe (des) 243 
Torck 244 
Torck van Pallandt . ... 244 
Tour (du) ....... 244 
Travers 245 
Trench 246 
Trevey de Charmail .... 246 
Trip 247 
Tromp 403 
Tulleken 247 
Tullingh 248 
Tulp 404 
Tuyll van Bolkestein .... 404 
Tuyll van Serooskerken . . 248 
Twenhuisen (van) 404 
Twenhuisen (van den) genaamd , 
Knappert 404 
Twent 248 
Twent 404 
Twent van Raaphorst.... 404 
Twickelo 405 
Tybencampe 405 
Tzevel .405 
U. 
Ubbena 405 
Ubbergen 405 
Uden 405 
Uitenbroek 405 
Uiteneng 405 
Uitengoye 405 
Uitenhage 406 
Uitenham 406 
Uitenwaerde 406 
Uiterlier 406 
Uiterlier van Dorp .... 406 
Uiterloo 406 
Uiternesse 406 
Uiterspijck 406 
Uiterwaard 406 
Uiterwijck 406 
Uitwijck 406 
Ukena 380 
Ulft. 406 
Unema 407 
Unia 407 
Utenhove 249 
V. 
Vaeck 407 
Valckenaer 407 
Valckesteyn 407 
Valkenburg 407 
Valkenisse 407 
Variek 407 
Vaynes van Brakell .... 249 
Vecht (van de) . . ... . . 407 
Vecht (over de) 407 
Veen (van) -. 407 
Veen (van den) 407 
Veen (van of van der) . . . 408 
Veenhuysen (van den) . 408, 413 
Vegelin van Claerbergen . . 250 
Velde (van of van dé) . . . 408 
Velden (van de) 408 
Velden (van den) 250 
Velsen 408 
Vereem of van Eem .... 408 
Verheyen 250 
Ver Huell 251 
Ver Huell . 408 
Vermuyden 409 
Verschuer. ........ 251 
Verschuir 252 
Versluys 253 
Verspyck 253 
Verstolk van Soelen .... 253 
Vervou 409 
Vessem 254 
Veur 409 
Vianen 409 
Vieracker 409 
Villeneuve 254 
Villers de Pité 255 
Vilsteren 409 
Viveren (de) 415 
Vladeracken 409 
Vlaming (dé) van Outshoorn. 410 
Vleuten 410 
Vlierden 410 
Vliet (van of van der) . . . 410 
Vliet over de Vecht .... 407 
Vlissingen 410 
Vlodrop . . 410 
Voerst . . .. . . . 255 
Voerst van Lynden .... 255 
Voocht (de) 255 
Voocht (de) van Rijnevelt . . 410 
Voogt ......... 410 
Voorburg 411 
Voord (van der) of Voorde . 411 
Voorhout 411 
Voorne 411 
Voorschoten 411 
Voorst 256 
Voorst (van der) 411 
Voorthuysen 411 
Vorden 411 
Vos van Steenwijk .... 256 
Vos van der Woert .... 411 
Vosch van Avesaet .... 256 
Vredenburch 257 
Vreese (dé) 411 
Vriese (dé) van Oostende 374, 412 
Vrijbergen van der Does . . 258 
Vrijberghe 258 
Vrythoff 258 
Vucht 412 
Vuren 412 
Vijgh 412 
W. 
Wael (de) van Moersbergen. . 412 
Wael (de) van Vianen . . . 412 
Wael (de) van Vronesteyn . . 412 
Woelwijk 412 
Waerdenburg 412 
Wall (van de) 258 
Wall Repelaer (van de) . . 259 
Walta 412 
Walta van Jongema .... 413 
Warin 259 
Warmelo 413 
Warmond 413 
Warmont 413 
Warzée d'Hermalle .... 259 
Wassenaer 260 
Water (te of van den) . . . 413 
Wateringen 413 
Waterloo 261 
Wattenwyl of Watteville . . 261 
Watum (toe) 413 
Waubert de Puiseau. . . . 262 
Wederden 413 
Weede 262 
Weedenhuysen (uten) .... 413 
Weent 413 
Weerde (van dé) 413 
Weert (de) 262 
Wees 413 
Weichs de Wenne .... 263 
Weiier 263 
Wel (van der) 414 
Weldam 414 
Weldamme 414 
Weideren 414 
Weideren Rengers .... 263 
35* 
Weleveld 414 
Wette 414 
Wette van Cats 414 
Wellesley ... 263 
Wetvelde 414 
Wely 414 
Wemetdinge 414 
Wena 414 
Wenckum 414 
Wentholt 264 
Were 415 
Werve (van de) 415 
Wesselman van Helmond . . 264 
Westerbeek 415 
Westerholt 265 
Westervelt Sandberg .... 265 Westreenen van Tiellandt. . 265 
Weteringhe 415 
Weyburg 415 
Weyde (van der) 415 
Weyer (van den) . . . . . 415 
Wiarda 415 
Wiarda tot Goutum .... 415 
Wichen. . . .....415 
Wichers 266 
Wiedenbruck 266 
Wieldrecht 415 
Wiele (van der) 415 
Wielnesse 415 
Wieringen . 416 
Wildenesse 415 
Willebois 266 
Wilpe .... 376 
Wilssum 416 
Winssen 416 
Winter (de) 416 
Winter (van) 267 
Wisch .416 
Wisch van Lichtenberg . . . 417 
Wispenninck 417 
Wissekercke 417 
Wissema ........ 417 
Wissen 417 
With (de) 267 
Witman 417 
Witsen Straalman 268 
Witte van Citters 268 
Witte Tullingh 268 
Wittelnoort .417 
Witten 417 
Wittenhorst 417 
Wittert 268 
Woerden 418 
Woerden van Mierloo .... 367 
Woerden van Vliet .... 410 
Woorden (Speyart van). . . 269 
Woert (van der) 418 
Wolff (de) van Westerrode . . 418 
Wolff-Metternich 269 
Wolfswinckel 418 . 
Worbert van Wassenaer . . 269 
Woude {van den) 418 
Woudenberg 418 
Wrangel auf Lindenberg . . 270 
Wttewaal van Stoetwegen. . 270 
Wullen 418 
Wulven 418 
Wulven genaamd van Heem-stede 418 
Wulven genaamd van Hinder-
stein . . . .418 
Wuytiers 270 
Wijck 418 
Wijck (van Asch van) . . . 271 
Wijck van Abcoude .... 418 
Wijck van Honsoirde .... 418 
Wijck (van der) 271 
Wyckel 419 
Wijckerslooth 272 
Wydenbrugk 273 
Wyhe van Echtelt 419 
Wyhe van Hemen 419 
Wymar 273 
Wynbergen 273 
Wytman . . . . . . . . 419 
Wytsma 419 
Y. 
blz. 
Ydsma . 419 
Yllingen 420 
Ysselstein 420 
Yvoy 274 
Z. 
Zaanden 420 
blz. 
Zeller . . 420 
Zevender 420 
Zoelen 420 
Zon 420 
Zuidland 420 
Zuidwijk 420 
Zuylen van Nyevolt .... 274 
Zijdewint of Zijdewij .... 420 
Zijll 420 
526 
527 
blz. 
blz. 
528 
blz. 
blz. 
529 
blz. 
blz. 
530 
blz. 
blz. 
531 
blz. 
blz. 
532 
533 
blz. 
blz. 
534 
blz. 
blz. 
535 
blz. 
blz. 
536 
blz. 
blz. 
537 
blz. 
blz. 
538 
blz. 
blz. 
539 
blz. 
blz. 
540 
blz. 
blz. 
541 
542 
blz. 
blz. 
543 
blz. 
blz. 
544 
blz. 
blz. 
545 
blz. 
blz. 
546 
blz. 
blz. 
547 
blz. 
blz. 
548 
549 

AANVULLINGEN. 
In de Tweede Afdeeling naar alphabetische volgorde nog op te nemen de onderstaande artikelen: 
Berck (van) — Utrecht. In blauw een gouden schildhoofd, beladen met drie rood gekamde en gebaarde zwarte hanen. Helmteeken: een haan uit het schild, tusschen eene gouden vlucht. 
Borch (ther) — Drenthe, Groningen. In zilver drie roode adelaars, 2 en 1. Helmteeken: drie struisveeren. 
Brande (van den) van Cleverskerke — Middelburg (Engelsch Baronet, 9 Juni 1699). Gevierendeeld: 1. en 4. in zilver eene roode roos; 2. en 3. in blauw drie gouden vlammen, 2 en 1. En in een gouden schildhoofd, dat over de vierendeeling heen gaat, een gaande roode leeuw. In een goud-gekroond gouden hartschild, op het snijpunt der vierendeeling, een roode leeuw. Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende goud-gekroonde roode leeuw. Schildhouders: een leeuw en een griffioen, beide omziende, en bruin van kleur. Wapenspreuk: Prudenter et probe. 
Coninck (de) — Utrecht, Zeeland, Drenthe. In zilver drie roode kroo-nen, 2 en 1. Helm gedekt met eene roode kroon. Helmteeken: twee beerenpooten in natuurlijke kleur; of, twee rood-bekleede armen, de handen in natuurlijke kleur. 
Doyeweert (van) — Nederbetuwe. In rood drie zilveren ringen, 2 en 1. Helmteeken: een schildje volgens het wapen, tusschen eene zilveren vlucht. 
Fons thoe Hesens — Friesland. In goud een dubbele zwarte adelaar, tusschen twee groene lauwertakken wier benedeneinden met elkander schuingekruist zijn. Helmteeken: een uitkomende enkele zwarte adelaar. [Het stamhuis te Jorwerd]. 
Hubbeldinge — Drenthe, Groningen. Doorsneden: 1. in zilver een halve roode leeuw, opkomende uit de doorsnijdingslijn; 2. in groen drie zilveren rozen, 2 en 1. [Oorspronkelijk te Diphoorn, onder Sleen]. 
Huninga — Groningen. In blauw een rood-getongde zilveren leeuw. Helmteeken: de leeuw, uitkomende. 
Leiden (Burggraven van) — Zuidholland. In blauw oen gouden dwarsbalk. 
Lisse (van der) — Noordbeveland, Schouwen, Zierikzee. In zilver een rechtopgeplaatst blauw zwaard, met gevest en stootplaat van rood; tusschen twee ruitvormige roode gespen, de tong horizontaal gelegd; en een rood schildhoofd, beladen met drie schuinrechts geplaatste en naast elkander gerangschikte zilveren visschen. [Het dorp of huis Lisse op Noordbeveland, door den watervloed van 1530 verwoest]. 
Mepsche (de) — Groninger Ommelanden. Doorsneden van goud op zwart; en een rechtopgeplaatste uitgerukte boomtronk met vijf wortels over de doorsnijding heen, van rood op het goud en van zilver op het zwart. Helmteeken: een rechtopgeplaatste roode boomtronk, vóór een pauwenstaart in natuurlijke kleur. 
Noomns van Aarlanderveen — Holland (Rijksbaron, ....). Gevieren-deeld: 1. en 4. in zwart, drie gouden jachthoorns, 2 en 1, gesnoerd van blauw; 2. en 3. in rood drie zilveren leeuwenkoppen, 2 en 1 . Gekroonde helm. Helmteeken: een uitkomende panther in natuurlijke kleur, tus-schen twee olifantstrompen, elke doorsneden, rechts van zilver op rood, links van goud op zwart, elke in de monding bestoken met drie bladerlooze gouden koren-aren. Dekkleeden: rechts goud en zwart, links zilver en rood. 
Oer (van) — Overijssel. In goud een schuinbalk, in de lengte inge-hoekt van zilver op blauw. Helmteeken: eene vlucht volgens het schild (op den rechtervleugel is de rechterschuinbalk veranderd in een linker-schuinbalk). 
Staverden (van) — Gelderland. In zilver drie roode leliën, 2 en 1. Gekroonde helm. Helmteeken: eene roode lelie, tusschen eene vlucht, rechts zilver en links rood. [Het stamhuis bij Harderwijk]. 
Ulger — Overijssel. In goud een zwarte keper, vergezeld van drie roode rozen, 2 van boven en 1 van onderen. Helmteeken: eene roode roos, tusschen eene gouden vlucht; of, een uitkomende wildeman, eene knods zwaaiende, alles in natuurlijke kleur; tusschen eene vlucht, rechts goud en links zwart. 
Voorn of Voern — Zwolle, Kampen. In goud een zwarte keper, ver-gezeld van drie zwemmende zwarte visschen, 2 van boven en 1 van onderen. — Of: In goud een zwarte keper, vergezeld van boven van twee eendjes in natuurlijke kleur zonder pooten, en van onderen van een zwemmenden en links gewenden visch in natuurlijke kleur. Helm-
teeken (in de beide gevallen): een gouden drakenkop en hals, beladen met een zwarten keper. 
Winsum (van) [Winsem, Winsheim] — Graafschap Zutphen. In rood drie gouden ringen, 2 en 1. Helmteeken: eene roode vlucht, elke vleu-gel beladen met een gouden ring. 
Wyfferinge [Wyffrinck, Wifrinck] — Twenthe, Groningen. Gedeeld: 1, de Friesche adelaar; 2. in goud drie zwarte jachthoorns met zwarte snoeren en gouden beslag, 2 en 1. Helmteeken: een uitkomende zwarte adelaar. 
Bij te voegen: 
Op blz. 174 bij van de Poll. Mr. Harmen Hendrik van de Poll, te Utrecht, verheven tot den adelstand, 13 Mei 1889. 
Op blz. 216 bij de Sigers ther Borch. Gerhardus Bernardus de Sigers ther Borch, te Zeist, erkend tot den adel te behooren, 13 Mei 1889. 
ERRATA. 
In het artikel Goll van Franckenstein staat op blz. 83 in den laatsten regel: „gedeelde vlucht", lees: doorsneden vlucht. 
In het artikel van Nispen, blz. 161, staat vermeld dat de leeuw gedekt is met eene antieke kroon van „vijf punten"; lees: „vierpunten". 
Blz. 383. Rietvelt — Holland. In plaats van: „In zilver oen roode adelaar"; lees: „In goud een roode dwarsbalk, in den rechterbovenhoek vergezeld van eene rechtopgeplaatste zwarte morgenster (strijdkolf)". 
551 
552