(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "A large dictionary English and Dutch. To which is added, a grammar"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves before it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




e0004Q735Y 



4 %. ■ 



From the Library 
o( 

Sir Edward Burnett Tylor.knt. 

D.C.L.. F,R.S.. 

The first Reader and Professor of Anthropology 
in the University of Oxford. 

Presented to the Raddiffe Trustees 

by 
Dame Anna Rebecca Tylor, 

June, 1917. 



r-r 



• *• . <^ 



«, 



v-r 



41 



. J 






303/^!?3> 



I. ? 









.-> 



^ /■ 



V 



>* 




y'-' 



t 



/ •^. 



/ 



'»*':'5v.:-;:/;;..vian^ 



A' 




a L A R G E 

iDICTIONARY 

[ENGLISH and DUTCH, 

^^^ in two Parts: 

Wherein each Language is fct foith in its proper foim ; the various fignificatioiis 

of the Worm being cxaftly noted, and abundance of choice Phrafcs 

and Proverbs intermixt. 

To which is added 

a GRAMMAR, for bock Laaguages. 

The Firjt Fart. 

Thi third Edition upon 4 Copy correffed and enlarged with fever aI Words and 
PhrAjfs bj the Amthor^s awn hand before he djed^ 

WOORDENBOEK 

D E R 

ENGELSCHE en NEDERDUYTSCHE 

Taalen j 
Nevens ecne SPAAKKONST dcrzelvcr. 

DOOR 

W. S E W E L. 

Eerfie Deel 

Dc dcrdcf>nik volgens dcs Aufteurs eigen handfchrift vcrbctert en met ceo 
groot getal Woordca en Spreckwyzen vermeerdcrt. 





t' A M S T E R D A M, by 



J AGO B TtKi B££K ,3ockvcrkoopcr bczyden dc Beun. 1735*. 



i*^: 




T ijMtf***f ,{r»iw 



Ej. AANDENHEERE 
JOACHIM VAN GENT. 
VOORNAAM KOOPMAN TE AMSTERDAM. 
^ MTN HEER en NEEF, 




lemand lean met eenigen fchyn van rcden ontkennenj 
dat de Koophandel de voornaamftc, zo niet de eenige fteun is 
■van ons Vaderland , en het middel waar door het is opgeftegea 
tot die hoogheyt, welke de achting der nabuuren en de verwon- 
dering der afgelegene Volkeren verdient ; noch is iemand zo 





onwetcnde aangaaode den tcgenwoordigen tocftand van het zel- 
ve in het algcmeen , of van deeze bloeiendc Stad in het byzon-* 
Wer, dat hy niet overtuigd is, dat dczelve Koophandel het Va-i 
Iderland in ftaat houd , en in het vci-volg zal houden , indicn dc 
pniddelen daar toe behoorlyk worden aangewcnd. Aan de andere 
licant is het een onbetwiftbaarc waarheit dat onze Mocdertaal 
Bchoon miflchien eene der rykfte van alle taalen, die onder de 
IChridenen gefproken worden, boitcn de Nederlanden mecft on-' 
Iverftaanbaar is, daar in het tegendeel onze Vaderlandfche han- 
Ifiel zich byna zo verre uitftrekt , als de bereisbare en bevaarbare 
hV^aercId. Uit de vergelyking van den ftaat des Koophandels met 
wien van onze Moedertaalc blykt derhalvea zeer klaar , dat uit 
■de wyduirgeftrektheit van het eenc en de enge paalen van het 
linderc ecn ongemak ontftaat, waar door het dryven van Handel 
Ijnet Volkeren, die onzer Taale onkundig zyn, ten eene maale 
20U onmogelyk gemaakt worden , zo men op geene noodzaake- 
Jyke hulpmiddelen daar tcgen was feedacht gewecft. Die hulp- 
mJddelen nu , Myn Heer en Nefp, zyn wel verkhcidenj 
niaar de Woord-bockcn buy ten twyffel de noodzaakelykftc en 
nutfte. Zy zyn ftomme Taalkundigen , die , naar de betck?nis 
van eenig woord in eene andere Taale gevraagt zynde, tcrfVond 
duidelyk en klaar antvvoorden. Door derzelver behulp wordt het 
onverftaanbaare klaar , het twyfelachtige zeker , en het onbe- 
kende op eene gemakkelyke wyze bekend. Maar indien de 
Woord-boeken in het algcmeen zo noodz-akelyk zyn tpt het ge- 
bruyk van den Koophandel, zo zyn onder dczelven, die wcl de 
noodzaaklykfte, wclkc ons opening geeven van eene Taale, die 
dc Land-taal is van een Volk met het wclke wy meeft te handelen 
hebben, en dat nevcns ons zyn voornaamfte werk maakt van den 
Koophandel. Deze zyn buyten twyfel de Engelfchen, door hun- 
cc gelegenhcit onz^ Nabuurcn , door hunne gencigtheit onze 
Vrienden ,, en door hunnen Godsdienft onze Brocders. VV^y dryven 
met hen ccn voordeligcn Handel , en een vafte band der waare 
onderlinge belangen knoopt ons met hen te zaamen. Het is der- 
halvea zeer noodzakelyk , dat de Engelfche Taal gekend word& 



I 

* 



van 



Tan alle rechtfchape Kooplieden en andere, welke zlch la hunne 
tcdenen en fchriften gaarne bedienen van bloemtJ€s op diea 
grond gewalTen. Daar toe kan dit Woord-boek , het wclk ik dc 
eere hcb van aan U F.d : Myn HEERenNEEF, optcdraagen , dea 
weg baanen , alzo ieder Hollander, om zo te fprceken, het zcl- 
ve by de hand hebbende, een Engelfchman, en ieder Engelfch- 
raan een Hollander by zich hceft, dien hy de betekenillen ^ct 
onbekende woorden kan afvraagen , en die nooit nalaat hem be* 
hoorlyk te voldoen. Het gebeurt niet ieder "een , dac U Ed: 
gebeurd is, die , in meer dan veertig tochten, welke Gy, tot 
voortzctting van uwen braven en niet min voorlpoedigen handel, 
naar Engeland gedaan hebt , overvloedige gelegenheit gehad, 
en dezelve ook zeer wel gcbruikt hebt , ora de Engelfche taale 
te Iceren uit den mond dcr gecnen , die haar met hun eerfte 
voedzel hebben ingezogen ^ om nu niet t.e zeggen, dat U Ed: 
in verfcheide tocliten naar Denemarken , ook aldaar als Burger 
zyt geworden. 

Ik hcb dan, Myn Heer en Neef, dit beroemde Engel/chc 

Woord-boek wcderom in het licht gevende veele en gewichtigc 

rcdencn gehad om het zelve aan U Ed: optedragen , fchoon onzc 

bloedverwandfchap , gevoegt by de onnoemelyke beleeftheit en 

vriendfchap my op mccr dan ecnewyze gulhartig betoont, my niet 

verplichtte tot eene openbaare betuiging van dankbaarheit, weike 

ik aan zo veel goedheit fchuldig ben. Want zo iemand , U Ed: 

is zckerlyk in Itaat om aangaande dit werk te oordeelen , het 

zelve den minkundigen aan te pryzen, en des fchryvers arbeit 

met goeden gront te verdedigen , daar het behoort. De nette 

kenniiTe der Engelfche taale, die gy bezit, geeft UEd: datrecht: 

En men mag met reden geen werk aan iemand opdraagen , dan 

aan eenen man, die van het zelve kan oordeelen en het, des 

noods zynde, verdedfgen tegen den lafter of onwetenheit van an- 

deren. Neem het my dan, Myn Heer en Neef, niet qualyk 

dat ik deze bladeren met uwen Naam vereere en dit Woord-boek 

onder uwe befchermingc ftel. Indien myn plicht zulks niet ver- 

eifcht had, zou uwe taalkennis dat hebben gevordert, en zo deze 

my 



my niet had aatigefpoord, myn pHcht zou my den wcg tot U Edr 
hebben gewezen. Nu doen zy het beide. Het is een geluk voor 
my, dat zy te famen koomen, in een bloedvriend, voor wel- 
ken ik zo veel achting heb en wiens viiendicJiap ik zo hoog 
waardeere, 

Ontfang dan , Myn H e r k en N e e f , dit tcken van- achtinge en 
vriendfchap , als een waar onderpand van beide. God geeve UEd: 
een lang , voorfpoedig en geruft leeven , en Iiy laate U Ed: ne- 
veus U Ed; welb^iinde Huisvrouwe de vruchtcn van uwen vlyt en 
arbeid^ uw leeven lang , ongeftoord en onbenyd genieten.. 



MYN HEER en NEEF, 



UEd: Zeer Verpltchte en DienftwtUige 
Dienaar en NEEF, 



EVERT VISSCHER. 




VOORREEDE. 

Yndelyk komt dc f twccde druk van myn lang-vcrwacht Woordcnboek,^ 
waaraan ik ctlykc jaarcn met vcel mocite gcaibcyd hcb, tc voorfchyn. 
Met hoe vccle duyzend woorJcn hct verrykt is , en hoc veele fprcekwy- 
2cn het mccr bchelft dan de eerfte druk, kan ik cygcntlyk nict zcggcn; 
doch dit wcl , dat her cerfle Dccl met een zecr groot getal is vermecrdcTd : 
wyders heb ik danrin , ten dienfle omct Landsliedcn j my menigmaal nict vernocgd 
met ctlykc Engclfche woordcn fimpclyk te vertaalcn ^ maai' daarby gevoegd zodaa* 
nige verklaaringen die kcnnis gecvcn van verfcheydenc zaaken en gebruykelykhcdcn in 
Engdand, gelyk onder andercgcLien kan worden by de woordcn, jidjournment ^ J^^^y^ 
Parliament^ Pcnny-poji ^ Pillory^ Quakers ^ enz. Bclangcndc hct twcede^daar het Duytfch 
voor aan ftaat, de byvoegfclcn, wclkeik, gcduurende eenen langen ty^ir onder het ver^ 
taalen van verfcheydenc Wcrken, verzamcld had, waareo zo menigviildrg, dat ik my 
genoodzaakt vpnd, het gcheel op nicuws over tc fchryven^ 't wclk my vccl mocijelykcr 
neeft gevallcn, dan het eerfte oprtcl, doordien dat weynig mecr woordcn behclsde, dan 
men reeds in andcrc Woordcnboeken voiidt> waar tegen dit cen grooter getal van Nedcr- 
duytfcbc woorden vcrvat, dan nog ooit, voor 20 vccl my bekcnd is, in ^cncn bondel 
2yn vergadcrd gcweeft | van woorden zcg ik : ' want xo men op den ovcrvloed van 
fpreekwyzen ziet, dan zal het Ncderduyifch cfiiLarynfch Woordenboek van S Hannot 
het myne ovcrtrcfFcn. Maar wat nut hy 00k geafht hecft dat dit ontrent hct Latyn hcb- 
bcn mogte, nogtans zou diebcooging ontrent het Engelfch noodcloos zynj anders zoud 
het my geen grootc mocite zyn gcweeft, dit Bock nog oens zo vcrre le hcbben doen uyt- 
loopen Doch dewyl het meefte gedecke der woorden^n zodaanig een aardt is, dat die 
door 't byvocgen van cene fpreekwyzc gccn nader verklaaring ontfiingen , zo heb ik mj 
daarop voomaamelyk bevlytigd, dat die woorden, welke verfchcydene betekcnifTcn hcb- 
ben, of die dooreenc fpreekwyzc duydclyker van eenen vrccmdeling konnen vcrftaan wor* 
den, of 00k die door ^t byvoegcn der Lcdekens van de Engcirche manicre van fpreekcn 
afwykcn, door voorbeelden opgcheldcrd wierden* En is de f[iaarzaamheyd daar ontrcnc 
zo weynig van my bctracht , dat ik by fommigc woorden liever te ruym , dan te fchaars 
heb willen zyn j hebbcndc zeer veele fraaije uytdrukfelen, nooit in cenig ander Woorden- 
boek myns weetens gezien, en die my van tyd tot tyd voorqnamcn, waar onder ook 
ccnige van den Ridder Hoofd, elk op zynen oord mgcvoegd. Dok heb ik veele naamen 
van kruyden , ten decle opgezocht uyt hct Kruyd-boek van Dodonteus , ja zelfs dc vrcem- 
dc benaamingen van Ooilindifche uoflFcn en lynwaaten , als medc een goed gctal van 
Koopmans en Schippers fpicckwyzcn, ter bchoprlykcr plaatfe ingebragt. En hoevvel ifc 
dc Onduytfche woorden doorgaans vermyd hebbe , echter heb ik ccnige weynrgc, die 
veel in 't gcbruyk , en by geenc benaamingen van zuyvcr Duytfch bekcnd zyn , niet 
willen voorby gaan , gelyk ook niet etiykc vcroudcrdc woordcn, die men fomtyds in 
oude Schriften nogontmoct: doch op dat een vrccmdeling uyt onkunde die niet zoude 
jiaavolgen, zynze, 20 wel als dc onduyifche en boertige, met zekerc tekens, hicr naa 
tcnocmen, gemerkt. Belangendc de Spreekwoorden , van weike al een tanmelyk getal 
in dit Wcrk is gevlocid, ik heb, zo veel my doenlyk was, getracht die doorfpreek' 
wonrdclyke uytdrukfelen tc vertaalcn j maar dewyl my zulks niet al tyd hecft willen ge* 
lukken, zyn 'er eenigc onder, die flecht en recht naar dc letter overgezet zyn. 

Moogelyk zal de ccne of de anderc Nedcrlander , buytcn ons Holland, dcnken dac 
reclc byzondax woordcn en benaamingen, hicr tc landc juyft nict gangbaar, ook plaats 




# # 



m 



(t) Zyndc tcgcnwoordig dc derdc drnV De wclke nict allccn door den Aulheurvan allc deCrukfomcn is 
fcrbcccft, ©aar daar en bovcn van bem icifs met nicer als 3000 Woordca ycrmcerdqt, " " 



I VOORREEDE. W 

in dit Werk moften gchad hebbcn % maar van dat vcrftand ben ik nict: want hocwcl het 

Ncdcrduytfch zich vccl vcrdcr uycftrckt dan Holland, nogtans mccnik^ dat hct Hal- 

Jandfch allccn het rcchtc Ncdcrduytlch i$ , en dat dc andcre byfpraakcn, die daarvan 

^fwykcn, voor gcbreklyk tc houdcn zynj al 20 wel als dc ftraauaal, en hocrcfpraafc^ 

in Holland gcbruykelyk, niet voor gocd Ncdcrduytfch moogen tc bock gcftcld worden, 

r Aihocwel het nogtans waar is, dat ten plattc lande cenigc woordcn in \ gcbruyk zyn, 

[die men nict t'ccnemaal tc vcrwerpcn hecft , gelyk uls Bet-Qvermirgen , {f j GaJleUd^ 

\3^Vi€dichi^ Waardfckap^ IVeegy Zttt ^ enz. en zulke zyn'er mifTchicn 00k in dc naa- 

buiirige LanJfchappen, zh ylmmetaken ^ Byhndet ^ bandbavc ^ bauwe ^ h^/p^ ^ hoos^ 

love fate ^ J onkuyf {in ilcdc vm dienjlmejd pf zyn Zccuws)^ Maarte^ Onfkyden^ ont- 

^innen ^ Spinnejuager ^ let ft ^ en ;inderc, die daaroni 00k plaats in dit Wcrk gckrccgen 

ijcbbcn. Maar des niet tcgcnltaandc blyft \xti Hollandfch het beflc Ncdcrdujtfch, en 

Kinen hecft rcden om zich tc vcrwondcrcn, hoe het Vlaamfch woord hkk in dc Ne- 

dcrduytfchc Ovcrzcttingc van ecn Wcrk , dat in al!c mans hanJcn moft komcn , en 

. onder 't opzigt van keurigc kcnncrs m \ licht quam , de plaats van haktc hecft konnen 

linnecmen. 

V Het is ook nict ongewoon in andcre Landen , allccn aan zckcr gcdceltc dcrzcU cr dc 

Hbcfte fpraak toe tc fchryvcn* Hoc vcnc ftrckt zich Duytfchland nict uyt! en cvcnwcl 

I Vcct men dat het belle Hoogduytfch binncn den Krcyts van Saxcn , en inzondcrhcyd 

binnen de wallcn dcr ftad Lcypfig, bepnald wordt. In Italic wil men dat het zuyverfte 

Italiaanfch tc Florence , hoofd-Itad van Toskanc , tc vindcn zy : in Vrankryk hoiidt 

[men dc taal, die tc Parys, en Blois, en daaiomhcen gcfprookcn wordt , voor't bcftc 

[franfch : en in Engeland wordt gcoordccld, dat men te Londcn, en daar ontrcnt, het 

[iictfte Engclfch fprcckt: en zclfs dc Schdttcn, die in hunnc uyif'praak zccr vccl van de 

[jEngclfche vcrfchcclcn , trachten echtcr in hunnc Schriften zuyvcr Engclfch tc fchry- 

lycn, gelyk ook dc Engclfchen der afgelegcnc Provincien, in welkc men veele woor- 

f ^cn gcbruykt, die voor gecn algemecn bngclfch erlxnd, en daarom ook Pmince-words^ 

pi Prttvincie-woordcn^ gcnocmd wordcn. 

' Geenc dcr Ncderdiiyifchc Woordenbocken, die totnogtoc in *r licht zyn gckomcn, 
[jiebbcn ooit dc Gcflachtcn dcr Naamwoorden aangevvcezcn : dit hecft my bcwoogcn, 
Itiyc aanmcrkinge van het nut, dat'cr zo wel voor onzc Landsgcnootcn als voor Uyt- 
l^ecmfchcn ftak in zoJaanig ecn aantooningc, (waaraf de ecrfte fchcts , door dc vlyc 
rvan den gcleerdcn en taallievcndcn D, van Hoogflraaten y aan *t Staatendom dcr Gclet- 
tcrdcn gcfchonkcn is), ecns tc ondcrftaan of ik dit nict naar behoorcn zou konnen doeni 
I te mccr dcwyl het Ncdcrduytfch en Franfch Woordenboek, 't welk by F. Halma ondcr 
I^Je perfc is, en waaraan ik ook voor ecn gedcelte gearbeyd hcb, insgelyks met aanwy- 
[•zinge van dc gcflachtcn der Naamwoorden llaat uyt tc komcn j en oat het jammer zou- 
[ -de zyn , dc Engclfchen , die in hunnc taal van geen gcflacht weetcn, en alle hunnc 
I.Kaam woordcn als Ncutra gebruykeo, van deezc kennilfe tc misdeclcm 

Ontrcnt het grootftc gctal dcP Nedcrduytfche Naamwoorden acht ik dat men genoeg- 

. jiaam buyten twyfcl is-, cvcnwcl zyn'cr vcrfchcydene, die beyde ManncJyk en Frouwelyk 

I Jconncn gcbruyk t wordcn, zondei* eenige wanluydcndhcyd , gelyk het woord Brand: 

[.want Din brand blttfjcbm^ fchynt wel gcfprookcn tc zyn^ en nogtans luvdt het vry hard, 

r a!s men zcgt, Het bays fiaat in den hravd j en my dunkt dat het beter vfoeit , tc zeggen 

Hfi fibip TvUrdt in de* brand gejloken. Hicrom hcb ik achter dat, en dierGclykc woordcn, 

^ykDood^ Tydy enz, ccnc (C ) gcftcld, om daardoor tc bctckcncn dat zy Communis 

ftneriSj of van bcydcrlcy gedachtc zyn, cnom die rcden ook tweefins, haardat het 

bed 
(t) WaarYOor dc WaictUaJm door ecn quaadc uyifpraalc tcgs«i KffitM' 





VOORREEDE. 

bcfl luydc, moogcn gebruykr worJcn. Hoc vcrrc myn wcrk in dcctcn opzlgtc met dat 
van Halma zal ovcreenltcmmcn, ftaat dc tyd l€ ontdckkcn: inmiddels kan ik my zwaar* 
lyk vcrbccldcn, dat het verfchil in dit ftuk heel grooc zal zyn, Ecnige zcer wcynigc 
woorden zyn my voorgekomen , die my dccden in twyfel ftaan y en daarom zcttc ik 
cenc (D.), tot ccn teken van Dubti generis^ daar achtcr. Wat nu vcrder lot de kcnnidc 
van de gcflachten der Ncderduyrfche Naamwoordcn dienen kan, hcbik door valle Re- 
gclen, wclke ik allccn aan myne cygene uytvindinge vcrfchuUigd ben^ in myne Spraak- 
konll, die by dit Wcrk gcvoegd is^ ncvens ccn naaawkeurig Bcricht noopcndc de Uyt* 
fpraak, inzonderheyd van 't Engelfch, midsgadcrs etlykc aanmerkingcn wegens de Nc- 
derduytfchc fpellingc, omftandiglyk aangcweczen. 

Ddch fommigc zuUen het miffchien voor ccn groot verzuym rckcncn, dat ik achtcr 
allc de woorden niet aangetoond hebbe^ of ze ccn Nome/ty ferhurrij 6i jfdxerlium y enz. 
zyn. Maar dit Ichccn my toe van weynig belang, om dat zy , die Latyn verftaan, zulks 
van zclfs wectcn, en de ongcicttcrden geen zonderling nut uyt zodaanig ccne aanwyzin- 
ge konncn trekkcn. Evcnwcl zal men nog al dikwils achter de woorden gcftdd zten 
Subft. Ad]. Perb. en jfdv, Naamclyk wannccr ecn Subfta^Krcum cvcnecns gcfchreevcri 
wordc als ttn y/djedlivum j of wannccr cen Ferbum en ccn Nomeny of ecn jIdjeSfivum 
en ecn yidi'erbium in lecteren cens zyn: doch dit is maar voor zodaanigen die zich dcs 
verftaan, 

Ovcrwyzingen y wclke , hoe vcrdrictig ook y men nogtans in fommige Woorden- 
boekcn zcer ovcrvlocdig aantrcfc , zal men hicr niet vindcn , dan by woorden die of 
fchier nict in *t gebruyk zyn, of die op tweederleye wyzc gefpcld, den Lcezcr doca 
2ocken na 't gene my 't gcvocgclykft tocfchccn. 

'c Kan nier wcl moogelyk weezen , dat ondcr zo vcelc duyzenden van woorden my 
nict het ecn of 't andcr zoude ontflipt, of ook wcl door den Lctterzctcer overgeflagcit 
zyn; zulks dat 'er niet nog veel mecr woorden en rprcckwyicn uyt verfchcydenc Schry- 
vers zouden konncn bygcv^ocgd worden : doch dit zoud een wcrk wcezen van cen 
eyndcloozc uytgeftrekthcyd s om dat zo wcl dc Engelfche , als onzc Taal y van zulk 
cen aardt is, dat icder Schryver byna nieuwe woorden kan fmeeden, en Koppclwoor- 
den vormcn, naar zyncn zin; bchalven nog, dat de Engcllchc Schryvcrs, t'elkcns als 
zy oordcelen dat het tot krachiiger uytdrukkinge van hunnc mceningc dienen kan, 
hunne toevlugt tot het Latyn of Gricfch ncemcn, en van dieTaalen zodaanig een woord 
ontleenen als hen gevak. En hierom is het dat de verrnaarde Dr. Thomas Brown zclf 
bckent, dat men voortaan wel diende Latyn te leeren, om het EngcUch grondig tc 
konncn verflaan. Waaruyt dan ligtelyk kan afgenomcn worden , dat die gccn La- 
tyn vcrftait , nooit tot ccncn volkomcn Verraalcr van het Engelfch zal bcquaam zynj 
en dat ook tot vcrder uytbrcydinge van dit Bock nog ccn veel grootcr voorraad van 
woorden zou konncn vcrzameld worden , indien men gcdulds gcnoeg had om zich 
tc pynigen met eencn verdrictigeii en ongeachten arbcyd, daar niets van belang mc6 tc 
ycrdienen valt. En waarc het nice geweell cnkelyk de luft en drift om het Gcmcen te 
dienen, nooit had ik konncn bcfluytcn, myne krachtcn aan dusdaanigcen flaaftch wcrk 
tc vcrfpillcni dewyl ik den tyd, daar aan tc kofte i^changen, tot mcrkclyk mecr voordecl 
voor my zelvcn zoud hcbbcn konncn beftccden, Waarby nog komt, dat het my fomtyds 
niet weynig verdrooten hccft, dat ik my zelvcn niet in alien declc hcb konncn voldocn. 

Indien 't derhalve quame te gcbcuren, dat ipmand, ondcr zulk een grootc mcnigtc 
van wooFden, als hicr te voorfchyn komen , crgcns cen ingclloopcn vondt, waar ontrent 
ik quaalyk ondcrrccht ben , (want hoe mcnigmaal is 't gebeurd , dat zclfi geboorcnc 
EngcUchcn my geen gcnoegzaamc voldoening wegens 't cen of \ andcr woord of fprcck- 

* ^ 2 wyzc 




^ VO R R E E D E. 

Wyze hebbcn wcctcn tc gccvcn! ) die hoop ik zal zo befcheyden zyn , dat hy daarom *t 
ganfchc wcrk nice verachien zal : alhoewcl my iers dicrgelyks ten annzien van den ccr- 
ilen druk nu en dan is voorgckomcn, van zulkcn, die, om ccn wcynigje Duytfch dac 
%y gcleerd hadden, kcnnis gcnoeg mcendcn tc hebben om van *t gcheele Boek te kon* 
ncn oordcelen. Doch 't zy daar mcdc 20 'c wil , de misilagen daar tn nog overgcblccvcn , 
zyn in deczcn diuk verh'ulpcn. Voorts is 'er geen vlyt noch moeite gefpuaid om alle 
roisftellingen voor te komcn : maar wy zyn cchtcr mcnlclien 1 en 't is menrcheJyk tc 
doolen* Des nice tegcnltaandc is hcc bcnfpen vcclcn mcnfchcn zo cygen, als oFzy zclvc 
'onfeylbaar waarcn j daar nogtans zcer fchrandere Verftandcn den Dal fomtyds misflaan. 
Men moct bckenncn dac £. Coles in zyn DiSmmry of Difficult Terms and bard f^'ords 
alle andcrc Bocken van die naiuur , voor 't zyne uytgckomcn , vcrrc voorbygeftreefd 
hecft: en hoc gceftig fchimpt hy in zyne Voorrecde op dc misilagcn van anderen! Maar 
Wat Ncdcrlandcr moct ondcrtufTchen niet lachgcn , wanncer hy in het Woordenboefc 
van dicn Schryvcr Iccll, FL/lNDRU^ fhndefs^ one great Town ofif^ Fillages within 
90 miki i 't wclk in Duytfch is, FLAANDREy iene groote St ad van if4 Ddrpen binnen't 
iejiek van po mylen Andcre misgrccpen, die niet heel veel betjr zyn, gaa ik voorby. 

Hieruyt zict men dat het byna onmoogclyk fchynt voor ccnen mcnfche allecn een 
Woordcnboek te maaken , daar niets bcrifpelyks in tc vindcn zou zyn. Doch hoe vol - 
komen zodaanig een Werk 00k mogt weczcn , cchtcr moct niemand zich laaccn bedun- 
ken, dat ingevalle hy, icts vcrraalcndc, op den voorgang daar van doolde, zulks den 
maakcr van dat Woordenbock zoudc tc wyten zyn. Want hocwcl het wanr is, dat c^n 
flecht Woordcnboek aan ccnen onbcdrecvencn plompc misilagen kan docn bcgaan, gclyk 
ik , indien ik wilde , door etiyke voorbccldcn , van zodaanigcn die zich voor gocdc 
Dvcrzetters uytgaven, zou konncn aantooncn, nogtans zyn*cr gevallen, daar men zich 
niet altyd aan dc allerey gently kfte bctckeningc dcr woordcn bindcn mag; want hocwtl 
dceze fpreckwyze, 7o put out of countenance ^ betckent FerHtifeny of icmand van zyn 
fiuk belpen^ cchtcr is *t my voorgekomcn dat het zich gevoeglyker het vcrtaalen door 
m::inkelen\ en to Gratify^ 't wclk betckent begunfligen^ behexen of inv^lgeny heb ik by 
gevallc wel vertaald door Jlreelen -, alzo is ook ReiOncifiafion cy gently k Ferzoening^ en 
nogtans heb ik het nu en dan vcrtaald door vereeniging: en dus is 't my fomtyds mcc 
verfcheydenc andere woordcn en fpreckwyzen gcgaan. Hicrom kan niemand een goed 
Vcrtaaler zyn, *t en zy hy dc fpraakcn in den grond vcrftaande, bcquaam is om op alle 
omitandigheden tc let ten \ en dan zoud hy evcnwel, door 't ccn oft ander toeval, hicr 
en daar nog konncn tc kort fchictcn. 

Nog icts is*cr daar ik den Lcczer van moet verwittigen. Dat ik in dit Woordcnboek, 
onder de fpreckwyzen, voor het Nederduyilch Cy en U doorgaans het Kngelfch Toa^ 
gcftrld hcbbc, is mccr gefchicd om anJcrcn wille, dan om dat ik het zo goed keurc: 
want Gy, zo als \ nu den mccllen tyd by ons gcbruykt wordt, is op *t Engelfch Tbou^ 
en (J is Tlei% maar dc gcwoontc wil dat het gcbruyk daar van in den gemeenen ommc- 
gang ccn plompc fpraak zy, zondcr dat men aanmerkt, dat niet allecn dc Engclfchc 
j^behaal , en dc taal dcr gebcdcn tot God , die woordcn behouden \ maar zelft in 
Gcdichten, en in Trearl'pclcn, bedicnt men zich nog hcdcndaags daarvan, fchoon'er 
tot Koningcn en Koiiinginncn gcfprookcn wordt \ ccn klaar bewys dat de woordtjcs 
Tbon en Tiyee niet als vcrouderdc woordcn moetcn aangcmcrkt worden, zo als fnmraigen 
ondcr dc Engelfchcn fchynen tc willcn bewecrcn, en gclyk /)/# in 't Hollandfch , ten 
minftcn in dc ftcdcn, t'ecncmaal veroudcrd, en ccn baftaardwoord geworden is. 

Voor 't overigc, gclyk ik by den ccrllcn druk van dit Werk bcloofdc van tyd tot tyd 
acanickcning tc zuUcn houdcii van woordgi en fpreckwyzen die tot vcrmecrdcringe en 





V o 



^ 



verbcccringe van die Wcrk konden dicncn, zo is myn voomeemen nog cvcncensi en ifc 
mccn, indien my nog ecnige tyd van lecven overfchiei:, in cen byzonder afJruktd van 
dit tegcnwoordig Werk , tcr behoorlyker plaatfc , aan te tckcnen wat my als nut en 
noodig tot dicn cynde voorkomti op 't welk hy, dicn naa myncn daod de toczigt over 
de Proeven van dit Woordenboek, zo het t'ccnigcr tyd ten derden maale ondcr de perfc 
komr, mogc tocvcrtrouwd worden, verzochc wordt tc letten, als mede dat'ergecnc 
misflagcn iniluypcn ontient dc merklettcren, die 't geflacht dcr Naamwcordcnbetcke- 
nen. Ik zeg dit hicr, om de meer dan gemecnc naauwkeiirigheyd, welke daar roe wordt 
vcrcyfcht; want zo men hicr ontrent acbteloos is^ wat doet men anders dan het geheelc 
Werk bederven, en den onkundigen Icaling jammerlyk miskydcn ? Beter was her, dus- 
daanrge aanwyzingcn gcheel achter tc laaten^ dan in dicn dccle niet ongemeen fcherp 
toe tc zien: hicrom hcb ik zulken naauwen toczigt op die lettercn gcnomen^ dat zo'er 
al, onaangezicn a!lc mync vlyt, crgens cen veikecrdc mogt Ikan gcbleevcn zyn, ik my 
nogtans vry wcl verzekcrd houde, dat dit zeer zclden geichicd zal wcezen. En tot voor- 
kominge van Drukfooten heb ik allcs gedaan wat in myn vermoogen was^ om die tc 
mydcni doch hoc zeer men ook daarovcr uyt raag zyn^ het fchynt echter onmoogelyfc 
dat'cr niet icts vcrkeerd gczct worde, 't welk men anders vvilde gchad hcbben* 

Geringc loaten, gclyk Cy in plaatfc van e^ of b in plaatfc 6 ^ » in ftcdc van », die 
fomtyds flaauw in de Proeven uytgedrukt, onvoorkomelyk zyn^ zullen niemand , zo ifc 
acht, misleyden, en ook maar zeer wcynig in gctal weezci). 

Tot cen befluyt wenfch ik dat de Iccrlingen der Engelfchc en Nederduytfchc Taalen 
zovcel genoegcn uyt dit Wcrk nioogen fchcppen, als ik luft gchad heb om hen toe 
het lecrcn derzelvcr bchtilpzaam tc zyn, (tot welkcn cynde ik ook vcclc zo wel Neder- 
duytfche als Engclfche woordcn met cen jicceni of klanktckcn hebgemcrkt); en dan zal 
ik myne moeite en arbeyd niet quaalyk befteed achtcn. Doch al viel het ook nnders uyc^ 
dit Wcrk zal my niet berouwcn, dewyl ik het met cen goed oogmerk gedaan hebbcj 
alhoewcl ik my reeds eens verbeeld had, nirnmer het cynde daarvan te zullcn aanfchou^ 
wen: want nog onlangs^ eer ik dit volfchreef, llondt het gcfchapen, dat ik oogen- 
fchynlyk nooit dc laatite hand aan dit Wcrk gclegd, of het afgedrukt gezien zoude hcb* 
ben, tcr oorzaakc van een zeer zwaare krankte waarin ik verviel y die n^y zo ongemcea 
fel aantallte, dat ik daar door tot byna op den oever der Doods gebragt wicrd, en dc 
mync zich reeds niet -anders tocleydcn y dan voortaan van myn gezelfchap beroofd te 
zullcn weezen, Maar wanneer de menfchclylce hoopc bykans vervloogen was, bclicfde 
het den Alwyzcn God, uyt zyne ondoorgrondelyke barmhartigheyd, my ecnige verlig-* 
ting tc verlccDcn , en eyndelyk tot hcrllelling myner gezondhcyd te brengcn ^ voor 
wclkc grooce genade zyn hoogwaerdige naam met dc hoogfte dankbaarhcyd gcloofd en 
gcprcezen zy. 

Indien nu icmand zoude meenen tebefpeuren, dat'er ondcr ecnige der laatfte lettercn 
van *t A. B. C van het tweedc Decl deczes Woordcnboeks hicr en daar nog cen woord 
moeft bygevocgd gewecft zyn , die gelicvc zulks te verfchoonen ; want zo dra mync 
krachicn het ecnigcr maate toeUcten , heb ik , uit aanmerkinge van dc brosheyd des 
menfchelykc lecvens, en de Ichiclyke wilTdvallighcyd van werrcMrche zaaken, dit Wcrk 
met allc fpocd voortgezet , om'cr af te komcn, Schep ondertuiTchen uw voordccl, Lcc- 
aer, uyt het gebruyk van dit tegcnwoordig Wcrk > en VaarwcL 



W, S E w E L. 



^ # 



VER- 




Iff 







VERKLAARING 

D^r lekenen en f^erkortfeh in dit IVoordenhoek gebruykt. 



0) Betikent ecn Verouderd df niet algcmeen gcbrtiykelyk woord. 

{\) Eenboertig, plotnp, dfftraattaalig woord. 

;+- Ecn Ondaytfch woord. 

J Ecn Sprcckwoord df i{)rcckwoordclyk gettfg. 

I> De verfchcclcnde bctekcnis van ecn woord. 

M. MascMliftum , ifvm 't Mannelyke gcllacht. 

F. Exmtnsnum^ ^van*t Vronwclyk gcflacht. 

N. Neutrum^ 4^ van *t Onzydig gcflacht. 

C. Communis generis ^ (OTTweefins *t ly Mannelyk <5f Vrouwclyk. 

D. Dubii generis ^ Sf Twyfclachtig. 

^bft. Snbftantivnm^ ^Zelfflandig Naatnwoord. 

jidj. AdjeSivum^ tSTByvocglyk Naamwoord. 

Verb. Verbum^ ^Werkwoord. 

Adv. Adverbium^ ^ By woord. 

Conj* CpnjnnSio^ ^Vocgwoord. 

P^rf. frfs. PnrtifipinmpsffivMm^ ^Lydcnd Dcclwoord. 



An 



An 

ENGLISH and LOW-DUTCH 

DICTIONARY, 



ABA. 

AEen. EenLcdckcndat voorNaam-woor- 
den, die met een Mcdddinkcr beginncn, 
gevoegd word, als 
A Man , e^n Mam. 
To do a thing, Et» tdak v^rricbteft^ 
sen docn, 
Ook is \ xelve in verfcheydcnc fprcckwyien gcbray- 

kclyk, d$ 
Many a Man , Menig ecn menfch. 
So much a week ^ Za ^^eel */ wteh* 
Twice a day , Twctmaal V daags* 
Once a year, Eenmaal ^sjadrs. 
So much a man , Zo vtei voor elk menfib. 
To go a Mrtiting » Uyt jasgcn gaan. 
To be a bed , Tc hidde z^ff* 
I am a coming, li kam. 
He is a doing it, Hy h W ntee dsendc^ 
\ Is one a clock , '> // /Ar «/»rr, 
ABA. 
ABAFT, A^hter aan 't fcbh. 
ABAI'SANCE, NederbuygiHgy eerbiedigbeyJ. 

— van Abate. 
io ABANDON, verlaateH^ afflaan ^ vjegdden. 
To abandon a friend, Ee?tea vrtnd veriaaUM, 
To abandon all hope, AlU hoope tpgeeven, 
l>*To abandon one felf tohis lulls, Zicbaan zyne 

lufltH Qvergcevem, 
Abandoned, rerflooten ^ verfchocv^n ^ vcrlaatcff. 
^bindoner, Een Verlaanr* 
an Abindoning-, ^^i^ff^^rr/^**//*^, wegdoening. 
Abandoning, yerhtatcnde. 
Mcrk, Lcezer, ecnsvooral, dit medl allcEugelfclie 
woordcn, uytgaandcin<»^,Naamwoordcn (N^mi- 
na) en ook Deelwooriicn {Particif>ia) 7,yn. 
to ABASE, I'^ern/dcrcft ^ vcrootmotdigen* 
Abafcd, Fcraederd. 
Ab^fcment, Vw^ ,, . 
^AbaflngJ (^'rnidermg. 

'Abafing, (Partkip.) V^miderendt. 
to ABASH, Bt^chaamdmaahn. 

Abafhiiig, (Par icjp.) B€[iha$mdmaahndf. 



\ ABA. ABB, ABD. ABE. 

to ABATE , Afkorten , a^aan , aftteemen , vtrtntM* 
dcrtn ^ omUrekkeH , Jlecbien ^ verntethcft. 
To abate the price , Den fry t afjlaan 6iverlaagcm, 
To abate fomething of his right, lets vam tym 

rcgf affhaan. 
The pain begins to abate, ^^0* begint &f $e 

ncemett. 
The heat abates , De hetfe weemt e^. 
ltJ"To abate a Caflle, een Kajleel Jlcchten, 

To abate a Writ, ccn Gtfcbnft 6£gedtftgverHie»' 

tigen. 
To abate an cftate, tick in V beth etns ovtrlee- 
dentn indrmgem , tot naaderl van dtn recbiem 
0fgfffaam, 
Abated, Afgckort^ Afgejlaj^en^'serminderd* 
Abatement , Afflag , afiortsng , onthtffing, als- 
medc, Een^ indringing in ane erfenis^ &m *cr 
de» recbten erfgenaartt uyt te houden. 
Abating, Vermindtring^ afflaaning j krenkingi -4f- 
kortcnde , vermimdtrendt^ 
ABB. 
ABBACY, Etne Abdy. 
ABBESS, eene Ahdis. 
ABBEY, ecncAUy, 
t Abbey*lubber , fen Lediggangcr die dik en vet it 

ah ten Monnsk* 
ABBOT, een Abt. 
Abborfhip. een Abdyfchap. 
\ to ABBRE'VIATF, f^erkorten. 
Abbreviated, Ferkort, 
A bbrev tation , Ferkorting. 
Abbreviator , een Verkorter. 
Abbreviature, f^erkorifel. 
to ABBRIDGE, zie Abridge. 

AED. 
to ABDICATE, Ferzaaken^ afftaan ^ vertaaten^ 

onterven. 
Abdicated, Ftrzaah^ verlaattn. 
Abdication^ Verzaaking^ aff^and. ontervini, 
ABDUCTION, tre/voerlng. ^ 

ABE. 

ABEARING . Gedra^, 

To be bound to good a-bcariiig , Tot een goeJ 
^ gedtttg 



^^1^ 



a ABE. ABG. ABH. ABI. ABJ. ABL. 

gedra^r verbonden zvn. 
ABECEDARIAN, A /B, C-Schollar,rr>f if,B, 

C'fcholier, 
Abecedary, Dat tot het A^ B, C htho^rt. 
ABED cr Abed, Te bed. 
To ABET, Ophitfc» y aamnoed'tgem ^ aanforrem^ 

bamddaoMg zsn. 
Abetted, (hgefoitjl^ aaugemotdigd. 
Abetting, Ofhitnng^ '-opbitfende ^ aamporrinde. 
Abettor . een Uphiifer ^Jlookebrand \ alsmede eem 

Medejtander^ medepUeger ^ medepligiige. 

to ABGREGATE, Afzonderen^affcheyden. 
Abgr^ated, Afgezonderd. 

ABH. 
to ABHOR , Ferfoe'sjen , ccnen afjcbrik btbbcnyjzem. 
Abhorred, Firfoeid. 
Abhorrer. een Ferfoeijer^ 

An Abhorrer of Women, een Frouwenbaater. 
Abhdrrence or Abhdrrency yF^wjit^ , ^ryzen , 
afjcbrik y weerzin^ 

ABL 
to ABIDE, IFoonen^blyven^vtrblyvenybiBrdiU <Jf 
duuren^ nytjiaan^ 
To abide in fin, /» zonde volbardtn. 
No body can abide him, Niemand kan by hem 
' dunren yNiemandian bem lyden df verdraagen. 
I will abide bv his judgment, Ik xM V aam zym 

oordeel verblyven, 
I can .'t abide it , Ik kan V niet harden. 
I cannot abide to hear of it, Ik nn^er niet van 

booren. 
To abide the firft charge , Den eerfien aamval 
uytftaan. 
Abider, een IVooner^ bhver. 
Abiding, IVoon'mgy verllyvingy verfioeving; woor- 
nenac^ verblyvende. 

An abiding place, een Verblyf^ verblyfplaatt^ 
ABILITY^ Vermoogen^ ntagt^ beqnaambeyd. 
According to their ability , Naar bun fiaat en 

vermoogen. 
He hath no ability , Hy beeft getn beqnMambtyd^ 
1^ A Man of ability, een Msm van middclen^ 
ABhS, zie Abyfs. 

ABJ. 
ABJECT, Feragty goring ^fnood^ lafbartig jVer- 

worpen, 
Abjea (Subft.) een Verworpeling ^ verfcbooveling, 
Abieftion , or2ki]t&nQ&JFerachtbeyd ^geringe^ftaat^ 

Abjcdion of mind, Lafhartightyd^ 
ABJURATION, Afzmeering. 
to Abjure, AjT^weeren. 
Abjured^ Afgezwooren. 
Abjurcr, een Afzweerder. 
Abguriiig, Afzweering^ -^Afzweerendt^ 

ABL. 
ABL.\TIVE, (een LcttcrkonUigwoord) *if/- 
ntemer ^ bet a^neemend gcval. 



ABL. ABN. ABO. 

ABLE, Bequaanty y»agtig ^ Jterk ^ vermoozendt. 
None is able to come near him for fkill, JViV- 

mand komt in vernufi by bem te pas. 
To be able, Vermoogen^ kennen^ lequaam zyn^ 

ma^tig zyn. 
He is not able to pay , Hy is niet magtig te betaaUn^ 
Ablenefs, ^/> Ability. 
ABLEGATION, een ITegzending^ 
ABLUTION, Afwafcbi^. = ^ 

ABNEGATION, Verhojibening ,* verzaaklng. 

ABO. 
ABOARD, Aan-boord. 
ABODE, yerblyf, woonplaats. 
ABO'LIbHABLE, Ferbreekehk, vernieti^iaar. 
to ABOLISH, Uytroijen yoffciifffen ^ verntetigen^^ 
Abdlifhed, Ajge/cbaft^ my^tgewifcht^ 
Abdlifhrng, OytroMtjende y ^cbaffende. 

AbSis^hSfnV yff'^^fi''Z> uytroeijing^vermcfi^ 
Abdlition, J ^'^^^ 

A&OMlNhSLt.Ferfoeijelykygrumwelyk, yflyk^ 
Abdminably , Verfoeijelykerwyze. * 
To ARO'MlNfCTE^Ferfoeijen.een afgryzenbti^ 

ben . grnnwen. 
Abdminated, Ferfietd. 

Abomination, een Grnmwel ^verfoeijinz ^verfieifeL 
ABORTION, ten Misvaly miskrdm. 
Abdrtive, Misdragtig, ontydig. 

An abdrtive birm, een Misdragt, 
ABOVE, Boven^omboogj meer als. 

From above, Fan b$ven. 

♦ He is above board , Hy if boven water. 

K^If he be above ground, Zo by n4g ergens in % 

keven is.. 
He had none above hfm in dc^ee of learning,. 

Daar wot niemand die bem in gtUerdbeyd t& 

• boven ging^ 
Above all,. Boven at. 

Over and above his w^eSy Boven zyn loon. 
I was there above a month , Ik was daar meer 

als een maand.. 
Above what was meet , Meer dan oorbaar was^ 
Abovcmentioned , Bovengemelt. 
to ABOUND, Ovcrvloeljen. 
Abounding, Overvloeijing ^ overvloeijende. 
ABOUT, Ontrenty random ^ wegens ^ aangaande. 
He took her about the middel, Hyvattebaarom^ 

den middel, 
A long way about, Een verre weg om. 
About night, Ontrent (dftegens) den avond. 
K> There are divers opinions about thcfe things^ 
Daar zyn verfcheydenerleye gevoelens aangaan^ 
de deeze znak. 
To go about,. Omgaan^ onderneemen ytracbtem^ 

onderwinden. 
To bring ikyovX^Ferricbten^Wj/tvoeren^ doenge^ 
fibieden. 

d-To 



ABR ABS 

™>To cry about the flrcets , Langt flt^ust fmroep^n, 

tf^To be aboui his biiiiacfs , Aait zyn w^k zyn^ 

zyf* wcrk waam^emcff^ 

He is long about it, Hy is Vr Uftt; mei Ar^iV, 

CrI have no motiy about mc, Ik M geen gcid by 

Far 'about, Vcrte xyt den wegj verr* om^, 

ABREAST, Bezydfn maikattdir. 

They went three abrcaft , Zy gingen drie mevcns 
maikander^ zy gtngen drie in h gel'td. 
to A ERASE, Aipbrodptn^afjihamfefi. 
Abrafcd, Afgefchra^i. 
lABRENUNCIATION, Vcrhogheming. 
ABRICOCK, etnAbrtkoos. 

an Abricock-Trec • ecn Abrikoos^hom. 
to ABRIDGE , l^trhrtcv ^ infrMtm , hefmiijtn , 

verftceken^. 
Abridged, Fcrk^rty hgeJfokkiH^ hefmiid. 
Abridgment, Een vcrkortfel ^ kort begnp> 
lABROACH, hgeboordom mt te tappen^ 

I'o fct abroach, Eettgat booren om uyt u $4pptn^ 
cen vat opfitekcn. Als mcde, Lfiiht oFraym- 
te nan iets gcven. 
ABROAD, Buyttny buytcm dettr^im dfhcht^bHy- 
tens lattds. 
To c;o abroad , Eem upgmi^ 
To lie abroad , B uyt cm buys flaapen. , 

There's a report abroad, daar loopi ecn germh. 
At home and abroad , BiitHtm en hnytens Umds. 
to ABROGATE, Affihaffcn. 
Abrogattng, Afjehaffing^ ^—^ affchaffende. 
Abrogation, Aijchaffing. 
ABRUPT, 4/Vf^)tt», haafltg^ 
^ Abtnpily^ PUtfelyk^JcbicM. 
Abruptnefs, limfligheid^ 'onbedMhtzaamkeid^fiiie^ 
lykbcidy afgcbrokenhcid. 
ABS 
ABSCESS, fern Zweer^ zweering^ 
AbfcelTion , Afivyktng, 
^ ABSCISSION ,' Afnyding, 

* to Abfcond, p'erbergen^ zhhverborg&n^ oft^fihkyt 
houdcn^ 
Abfcondfng, Vethetging^ ^^verbergende^ 
Ablconfiori, t^erhcrging, 

ABSENCE, Afwcezigheidy ajweezin y afzv». 
ABSENT , Afweczend. ' ' 

to ABSE'NT himfelf, Afzyn^ aebterblpen. 
Abfcntcd, Aihtergebkeven. 
Abfcnting, Achicrblyvlng^ ...^^achferhkifcnde, 
to ABSOLVE, Ontflagen ^ vryketmtn.' 
Abfolvcd, Ontjlageny vrygcfprokcm. 
Ablblvmg , Ontjlaaning y vryfprecktng , — o»f- 

flaandc, 
ABSOLUTE, Folfln^en^ voljhekt^ volknmen^m- 

afhan^khk , onvcrhmtdtn. 
An abfoUitcTooI , een voikomen gek, 
Afl abfolutc power, e^n voiftrehe ntagt. 



ABS ABU ^ 

An abfolutc Prince , een o:- \k rarff. 

AbColutdy J {olJtomenJyk^ , iyk ^ roudttyt, 

Abfolutcncts , Folftrektheid^ onhepaaidhcid ^ (mver^^ 

b&ndenbeid^ oaa^hangklykheid. 
Abfolution, yfyhtnmng^ vryffreeking ^ vergsffenls^ 

ontjlag. 
AB'SONANT, OnQverecnkamemdy wanlttydmd* 
to ABSORB, In/lokken, 
to ABSTAIN. Zkb onthonden^ fpaanen. 

To Abftaiil trom wine, Znh vanwyn onthoudcn^ 
Abftaining, OntkoHSng^ Qnthoudende. 

ABSTEMIOUS , D% zkh van ^yn mthond , > 

ber^ntfmitg, 
to ABSTERGE, Afwiffchcn. 
ABSTERSION , Afwtjjchmg , zufvi^ix^^^ 
Abllcrilve, Zuyverendc . afdryvc^X 
AB'STINENCE, Omhoudmg^ fobtrhtid^ maatigK 

heid^ onthoudendhetd, 
A'bftincnt, ' d^fiker. 

Abiiiiicntly, 

ABSTORTLU, Uatmropfgcm 
ABSTRACT, cen Usttr^^jel .aftrekfelyi^erkortfik 
to ABSTRACT, Uyurekken , afire kkt» ^ ^cbey^ 

den* 
AbflraQcd, Afgetrokkcu^ afgefcheidcn. 
Abllradedly, Op ten afg^fiSeydem wyze. 
AbftraSing, Aftrekking^^-^^aftrekJiende. 

Ab(tra£ting from it, Door van aftrekkende ^ ZMt» 

der dttar ander te bctrekktn. 
AbQraftion , I 'erkortitt^ , hnrekk In? 
ABSTRUSE , Ferborgen, geh. ; 
Abftrufcncls , V'erborgeKheiiT^ bedekthetd , dnyjlcr^ 

to ABSUME, mgneenien. 
Abfumed, U*eggtmmen, 
ABSURD, 0>igcrymd, wanfchtkkehk. 
Abfnrdiry, OngeryMdheid^ vJanvoegiykiiid% 
Abfurdly, Ongerymdelyk. 

i\BUNDANCE, Overvloed, menigte. 

There is abilndancc of apples, Daar is eengM^ . 

te memgte van appekm 
He has abundance of books, Hy h&eft eenmentg^ 

te van bi^eken. 
There was abiindancc of people, Daar^aszicr 

veel VittL 
He took abundance of pains , Hy deed zeer veel 
moeite\ 
Abundant, Oven*loedig* 
Abitndantly , Overifhedigiyk. 
ABUSE, Misbruyk^ ^-^ ver^ngelyking. 
The abule of thinj^s , Met misbruyK der dingen. 
O^To put an abufe Vi'^Ki\oxi^\lemandeenenbobn 
aandoen^ iemand ver&ngelyken, 
to ABUSE, Misbrnyken^ mtjhandclen^ qnaalyk be^ 
j^genen , belcedtgcn , veroNgelyken , fchertdcn, 
Toabufe one's patience, lemandsgeduldmhbrny^ 
ken(6(tergen.) 
A 1 Dou*t 



4 ABU. ABY. ACA. ACC 

Don't abufc her, Beleedsg kaar niet. 



ACC. 

^Acccflbrr, (Subft.) eem himdddM£re. 



To abufc carnally, yUejchelyk misbruyken Jcben- ' Acceflbrily , I» V v^orb^oMK^ hygeval. 
den, " A|CCIDENCE , btt b'egimfel di 



Abilfcd, Mishrttsht^ miftiandeld^ vertmgelyh. 

He has abufecTme, Hy heeji ms verowgelyh, 
Abufcr, een JMishruyker ^ m'tshoMitlaar. 
Abuiing, MsshandeitMg J miskniykin^ ^ qmaade beji^ 

gettittg, mishoMdelenJe ^ nttsbrMykemde. 

Abufive, Ofthebocirlyk^ Jcheldachtigy tergcnd. 

Abuflvc langiiagc, Scbtldvjowrden. 

AbuJivcly, Uyt miivtrJhand^iQnrecbt , onfatfoemlyk. 

Abufivenc($^ Onfatfoenlykheid^ onbcleefdbcid. 

to ABUTT , AanpaalcHj aangrcnzcn. 

Abuttals , LamdpaaUn , grenzen. 

Abutting^ AoHgriHzingy -"-^^aangroiXjtndt. 

ABY 
ABYSS • etn Afgrond. 
Abysmal , Grondekos. 

ACA 

5S2Sr^ ) "•«'/'*"«■"• 

Acadeniift, etn Student. 

ACADEMY, ten Ho^efcbool. als mede rem Ry 

fchool, 

ACC 
To ACCEX£RATE y verhMoftem. 
Accelerated, Verbaafiy 
Acceleration, Verbaafting. 
A'CCENT, een KUmhtken^ bygabn , fcbrafkcn , 

tooHy vJowrdUmtk. 
|>He has not the true accent^/i^ bttftn^g derech- 

it Mttfpraak niet. 
to ACCE'NT, een Klankteken Jlellen^ de toonver- 

beffen. 
to ACCEPT, OntvaMgen, aanneemen ^ toeftoMy 

aanz'oarden. i 

To accq>t of the will for the deed, Dt,wil vaar 

de daad aanneemen. 
To accept of kindly. In dank aanneemen. 
Acc(:ptablc, Aangenaamy aamneemelyk, 
Acc<5ptablcncfs, Aangenaamheid y bevalUgbeid. 
Acceptably, Aangenaamiyk. 
Acceptation, Aanneemingy aanvaarding. 
i> 'I he Acceptation of a word , De zin <5i mee- 

ning van een vnwd. 
Accepted, Aangenomeny aanvaard. 
Acccptilatkm, Alondelinge quytfcbelding. 
Accept ion, Ontvangjly ontvanging^ aanneeming, 
ACCES, Toegang. 

To have acccs , Toegang bebben. 
I> The accefs of an ague , De overval van tene 

kwnrts^ 
AcciHIlble , Tuegangklyk , genaakbaar y bykamelyk , 



der lLetterk(mft, 
A'CCIDENT, ccn Tocval, anaaly aankJeei]}!. 

By meer Accident, Enkeiyk by geval. 
Accidental , Toevalltg , gebenrJyk. 
Accidentally, By gevaL by toeval. 
ACCLAMATION, Toirocpingy toejnygbing, 
ACCLI\'1TY , een Scbnyne Jleybe , ifmaardfcbt 

fcbnvnte, 
to ACCLrOY, Bejlommeren ylaftig vallen ybezvjoa* 
ren. zse Cloy. 
Mv ftomach is'accloyM with it , Myne maag is 
er dowr bczwaard. 
to ACCOAST , Landeny te lande komen. 
Accoafted, Geland. 

To ACCOMMODATE, yerfcbaffen , geryven^ 
fcbikken 6f voegcn. 
To accommodate on's felf to the times , ZUh 
naar den tydfebikken, 
Accdmmodated,. Gefcbikty geryfd. 




gefpraakzaam. 

:cf 



ACCESSION, Aanhmfte , oantreeMng , 

din7^ toegift^ b\ 

CESSORY, It 
tigy decLuhtig. 



ree^ 



din?^ iocgift^ byvocgfel. 
ACCESSORY, Ilanddaadig.fcbuidig, mdefUg- 





- g^telfcbap 
bunden y verzeJlen. 
Accdmpanicd, rerz//d^ vergezelfcbapt. 

Accdmpanying, Vergezclfcbi^pingy vergezei* 

febaPpende, 
ACCOTVIPLICE, een Makkery medepligtige. 
to ACCO'MPLISH , Folvyeren , vervsdlen , W- 
iooijeny voltrekken. 
To accomplifh ont*s dcfiTCy lemandsbegeertever^ 
Vkllen. 
Accompliihed , Vokooid , oervnld , vohnaakf in 
zeeden. 
When the time was accompliihed , Wannecr de 
tyd vervuld was. 
Accompli/her , Een vobooijer. 
Accomplifliing, yohoering^ vohcoijingy vervnllhigy 

— vohoerende. 
Accompliftimcnt, Eenvohodj'tngy vervulU^ y vol- 

maaktheid in zeeden. 
ACCOMPT, zie Account. 
ACCORD, Eendragty toeftemnung ^ verdragy ^ 
vereenkomjf. 
Of one accord, Eendragtig. 
Of his own accord , yrywsUtg , van zelfs , myt 

eygene bewecginge. 
With one accord , Eendragtiglyk , eenmoedigfyk. 
to ACCORD, Ozcreenkofnen y zicb underling ver^ 

draageny eens worden^ 
Accordance , Ovcrcenkomft. 
According, r6lgem^ achtervSlgcnde y naar dot. 
According to appointment, Folgcifs ^Jpraak^ 
Accordingly, Defgelyks^ overeenkomende y diem^ok- 

gcns^ acbtcTTolgend. 
to ACCOST, Gcnaakeny aanfpreeken. 
AQC0ikMQJ4"eitefpreken^egemakhlyk tejpreeken is. 

Ac-* 



ACC, 

Accofted^ Genmkt, aaxg^fprooken ^ aangeklamPt^ 
ACCOUNT, RAcning^ rckcnfchap^ verhaal^bt- 

rtcht. 
To keep account, Rekening houdeft. 
To call to an account. 7iV rckenfcbap vorderen. 
To give an account, k^kenmg do<n^ ten verbad 

giivcn^ Ttkenfchaf g€ven. 
To make no account of a thing, Icfsnictachten, 
Upon what account did he propofe it ? Op wot 

%'Qct ( of HVt wtlken hoofde ) ftelde by V vmr ? 
Upon the account of friendfliip, Uyt mztgt vam 

vrttnt^chap. 
He did it upon his account, Hy deed bet om zy- 

ntnt willc. 
Upon all accounts , h alie deekn. 
A thing that turns to account, Jefi daar menty- 

tie rikening Iry vindcn kan, 
|> To make an account , O'verjlag maaken , ftaa$ 

tnaaken. 
He made account to pay nothing at all , Hy 

maaktcgijfing niet met al te betaalen. 
To cart up accounts, Op fommeeren, 
A carter of accounts, een Rekenaar, 
To niake little account of, If'eymg achten. 
€^ A man of good account , Een eerlyk em ooh- 

zienlyk man. 
Few people of any account will believe it, Wey^ 

nig iuyden van ecnig aan-^un znlkn '/ gchoven* 
A man of no account, Em ongeachs man* 
One of fmall account, Een ferfoon van weynig 
aanzien* 
to ACCOUNT, Rjkenen, achten. 

He mull account it to me, Hy meet ^ermy reke- 

ning van doen. 
1 account it a cheat, Ik bond het zmr bedro^, 
I know nothing that can account for fucn im- 
portant and continued fuccefTes but his faga* 
city ;md condud , Ik weet geen andere reden 
voor zfilk een amtmcrkekke en geflaJige voor^ 
fpoed te geven dan zyne ^kloekzinnigbeid en be* 
ieid. 

Accduntable, Rekenbaar^ gchouden om tokening te 
doen^ virantwoordelyk, 
I won't be accountable lor it, Ik wiPcrniet vw>r 
in ftaan. 
Accountant , een Rekenkonjlenaar , rekenmeefter^ 

rikenaar. 
Accounted, Gtrekendy gemln^ gebouden. 

He is accounted a learned man, bywordviforeen 
geleerd man gehouden. ' • 

Accounting, Rekening ^ aching^ ^— rihenende , 

achtende, •» 

-lo ACCOUTRE, Toernften, offchikken. 
lAccoutred, Opgcfchikt, 
Accoutrements, Toeflel^ gercedfchnp^ gem.iad. 
Accoutring , Toemjling , opfchikkmg , — ^ ioernS' 

tenJe. 
ACCRETION, Aanwoj^ aangrpetjing. 



ACC.ACE.ACH:ACI.ACK.ACO.ACQ, f 

' to ACCREW, I Bedraafen. toeneemen. tae^fal" 
" ACCRUE, r Jen, 
What good will accrue thereby ? IVat zal dm 

kunnen baaten ? ivat goeds zal daaruyt VQurt^ 

komen ? 
It did accrue to the heir, het viet den erfgena£n$ 
. tae. 
to ACCUMULATE, Opboopen^ vcrzamehn. 
Acciimulated, Opgehoope, 
Accumulation, UphoQVing, 
ACCURACY., Netkeia^ naanwkeurigbeid* 
ACCURATE, Net J naauvjkenrig. 
Accurately, Netjes^ naauwkeuriglyL 
Accuratenefs , Naanwkeurigbeid, 
to ACCURSE, Fervheken, vheken. 
Accurfed, Fen^hekt, 
ACCUSATION, Bifcbnldrgtngy aanklmging^be^ 

t'tchthgj aantygrng, 
ACCUSATIVE, the Accufative cafe , De aan^ 

klaager , bet aanklaa^end gevai 
to ACCUSE, BefcbulJtgen ^ aanklaagen^ beticbten. 
To accufe one of Theft , lemimd met dieverey 

bejcbuldigen. 
Acculed, Befcbuldtgd^ heUcbt. 
Accuier, een Befcbuldiger ^ aanklaager ^ betkhter, 
Accufing , Aankiaaging , aankJagte , <— — aankiaa- 

genat, 
to ACCUSTOM, Gewennen. 
Accuflomably, Gcwconlyk ^ gemeenlyk^ doorgaans^ 

in ^t gemecn. 
Accuftomarv , Gewaon. 
Acciiftomed, Gewoon -^ gewend ^ tot iett gefcblkt. 

ACE. 
ACE [ at cards. ] V Aas [opde kaart, 1 
ACERB, IVrang, ftreng, f/rs. 
Acerbity, Unm^beid^ ffrengbeid^ forsheid. 
to ACERVATE, Ophov^en^ opjlapelen. 

ACHE, Pyn, zic Akc. 

to ACHIEVE, Bedryven. z'te Atchievc &C. 

Achievements, Verricbtin^en ^ daadem^ bedryf. 

ACL 
ACID, Znnr. 
Acidity, Znurheid, 

ACK. 
to ACKNOWLEDGE, Erkcnnen, bdennen. 

I acknowlcdjgc that benefit, Ik erken die weldatid. 
Acknowledged, Bekend , erkcnd, 

ACO. 

ACONITE, rroifsworteL 
ACORN, eenAker, eekel , eykel 

ACQ. 
to ACQUAINT , Fcrwittigen , bekendmodken , 
kennis geven. 
This is to acquaint you , Dczc dicnt emn tever* 
mttfgf*'* 

A3 I will 



tf ACQ. ACR. ACT. 

I will acquaint him with it, Ik zal^er hem ken* 
n'ts van gevcn. 
Acquaintance, Kcnnis^ vcrhecrmg^ ommegatfg^een 
bckende. 
I have little acqujuntancc with him , Ik beb zon- 
derlinigeen ommegang met hem, 
fg^ One of my acquaintance, £/» van myne goede 
bekenden. 
He is an old acquaintance of mine , Hy is eem \ 

oude kennis van my. 
All m^ acauaintances , AlU myne bekenden* 
Acquainted, Bekend^ vertvrusgt^ bewnft, 
I fhould have been acauainted vnth it , Men hsd 
Vr my kennis van bcbooren tegeven. 
1^ I am acquainted with him, fk ben wel met htm 
bekendj ik heb kennis aan hem. 

Acquainting* Ferwittiging^ verv)ittigende% 

ACQUESTS, zie AcaSfts. 
to AUOUIESCE, Zicb te vreedibouden^ ziehge^ 
ruftftellen^ genoegen fchefpen, 

ACqyrRABLE, rerkrygbaar. 

to ACQUIRE, yerkrygen\ winnejt^ verwerven* 

Acquired, Ferkreegen ^ gewonnen ^ verworven* 

i> Acquired parts , IVeeienfch^f ^ geleerdheid* 

Acquirer, eenVerkryger. 

Acquiring, f^^kryging^ verkrygende* 

Acguifition, Ferwctvingy vcrkryging^ 
For the acquifition ot the Dutch, Toi ^erkrygi^g 
van hetUuytfch. 

Acquftitive, Verkrygacbtig, 

KCCyUlS I S^^Verkr^gingen^ verkreegene taaken. 

to ACQUIT, QuyUH, ontJUan. 

To acquit himielf well , Zich wel tfuyun^ 
To acquit himfclf of his prc5mifc , Zyne beUften 
naakomen . zicb van zyne bclofte qnyten* 

fCt To acquit himfelf from blame , Zicb van op- 
ffraai zusveren. 

Acquitted, Geqneeten^ ontjlagen. 

Acquittance, Quytfchelding ^ auittanci^ 

Acquitting, Ontfiaaning^ ontjlag^ entjlaande* 

ACR» 
ACRE, Ontrent een half mSrgen lands , wordendc 



ACT. ACU. ADA. ADD. 

The hOi of a Play. UBedryfvaneen Tooneeljpel 
to ACT, Doen^ hedryven^ verrichten^ verbandt^ 
len, uitvoeren. 

To ad againft on*s confcience , T'egem zyn gf 
vjeeten doen„ 

To ad a Play, een T^oneeOpel vertoonen. 

To acl warily, f^oorzigtighk te werkgaan. 

He aded Pyrrhus, hyjpeetde van Pyrrbns. 

She ads notably, Zyjpeelt wonderfyk wel. 
Aded, Bedreeven, vemcbt. 
Adion, eenDaad^ handelifg^ Rechtzaakfievecbt. 



A noble adion, Een trejfelyke daad. 

"^ To tnter an adii '^ ' 

betrekken. 



a> l^o tnter an adion agamftone> lemand inreeht 



To loofe his adion, V Recbt verliezen. 
Adine, Ferricbting^ nytvaeri^gy veriooning^ — — • 

doende , verrichtende. 
Adive, kFerkelyk^ gaanw^ werizaamy beezig^ 

Aa adive Verb , een Bedryvend werkwocrd. 
Adively, Bebemdtflyk% 

Adivity, IVerkelykbeid^ gaaun^beid^ bezigheid. 
Ador^ een Tooneelfpeeler ^ To0neelift. 
Adrcls, eene TooneelfpeeUler. 
Adual, IFerkelyky daadelyk. 
I an Adual fire« een Vlamnund 6ibrandendv«n¥>4 
Adually , Met der daad. 
' ACTUARY > Dt KUrk cemr KerkeJyke byten* 



Kant, en i 

kleyner als'een Hdllandfch Gem^t. 
ACRIMONY, Scherpbeid^ zerpheid^ bitsbeid. 
ACROSS, Overdwars^ kruyfelings, 
ACROSTICK, Een naamgedicbt\ vaerzenwaar^ 



to AC! U ATE I Doen beweegen. 

ACU. 
to ACUMINATE, Scberpmaaken^ wetten. 
ACUTE, Scberp^ fcherpzinnig^fpitsviwnig^fneedig. 

An acute diseafe, Een befttge of felle jnaal. 
Acutely, Schcrpzinniglyk ^ doortrapt* 
Acutenefs, Scberpzinnigbeid, 

AD ACTED, Met geweld aangedfeeven 

ADAGE , een Spreekwoord, 

ADAIES. als Now Adays, Hedensdaavs. 

ADAMANT . een Diamait. * 

Adamdntine, Dtamant-bard^ over bard. 

«> An adamantine tye, Eem mJosmaakelyke knoop. 

to ADAPT, Paffen^ beqnaam maaken^ vaegen^ 

Adapted, GePa/i^^evoegd. 

Adapting, Aanpnjjing^ '^*oeging^ pajfende. 

ADD. 

toedoen% 



gereekend op 435*60 Engelfche vocten vier*- to ADD, Bydoen^ byvoegen ^ toea 

ynde ontrent 360 voetcn vierkant- He did add fomthing to it , Hy voegde door nog 



sets I 
Added, Bygedaan^ bygevoegd. 
It hath added much to ipy grief, Het beeft myni 



droefheid Zecr ver^waard. 



s\yjo 1 i^^j -c,«^'» ffoam^ceucpf ^ -vaerj^en luaar^ aroejneta zecr verzwaard, 

van de voorjte letters een naam ofj^reuk bebelzen. to ADDECIM ATE , Tienden 



neemen. 



ACT. ' ADDER , een Adder: 

ACT, een Daad. bedryf, al<; tticde^ een Raadsbe- ADDICE. or Adze, een Kuypers fchaaf 6f diffeh 
Jlnyt, oflfet van V Parlement. ; to ADDICT on's felf to, Zubergensioebegeevew^ 

A bold ad , Eenjionte daad, \ overgeven , vervoegeff. 

The Ads of the Apoftlcs ^ De Ontdelimgrn dtr i Addided , Ovtrgegevem , geneygd. 
Ap^fteUn^ To 



ADD. ADE. A1)H. ADJ. 

To be addiSed to one , lemand totgentegen (df 
* tot^edaan ) zyn, 
Addiaihg , Overgteving , hgeeving. ^— zich toe 

begecvende. 
Addition T T'oejlaaning van din koop am den meeji- 

hiedendem, 
ADDING, Byvotging^toedaenift^. — lyvoegende, 
ADDITION, Bydoening^ /<>«(/>, fyvoegfel^ am- 

ioffgfei; OptcHiftg, 
Additional, Bygevdegd^ vermeerderd. 
An ;idditionkr import ou wares , Ecn verhoogde 
btlafling op waarcn. 
ADDLE, Ondcugcnd^ onnut^ yl, 

an Addle Egg, eem Ey zondtr haa», 
Ad«ilc-Iieadcd, Herfinlo'os^ maL 
to ADDOULCE, FerzoeUn. 
ADDRESS, Fervoeglngy verzoei, aanjpraaif ver- 
tQOg\ VtrUogfchrfj} y Bebcndtghcid, 
To make hxs addreis to one atSut a thing, Zkh 
Wfgews eene zaak bs ietnand vervoegtn, 
to ADDRESS, rervoegen^ toeJchiU^tn ^ beftellcn. 
To addreis hinilelf to one, Zich hy icmmd ver- 

voegeM , iemaffd aanzoeken. 
To addrcfs the King , Een Fertopgfcbnfi amdtn 
Koning Qverlivcrin. 
Addreffers^ Ingcevtrs van ten verzoek df venoog* 
fchrtfi, 

ADE. 
n>ADELING, Eem Komnp zoon. 
ADEMPTION, Ofttneemmg^ bcrooving, 
ADEQUATE, EvenmaaM, 
to ADEQUATE^ f^^ergelyten ^ evengelybnaaken. 



to ADHERE, Aanhangen^ amTUeven. 

To adhere to a party , Ecne party aanhangen* 
Adhered, Aangehangen, 
Adhdrency, nanhanging^ aankltevmg. 
Adherent, een Aaniangery medtjlander^ 
Adheiion, Aanhanging. 

ADJ, 
ADJACENT^ Amntnzend^ omkggcnd, 
ADJECnVE, tenBynaam, 
AdrciStively, ByvQcglyky tocwtrpig. 
ADIEU, /Wri^^A 

To bid one adieu, lemand vaarwtl zeggcpf ^ zyn 

dffcheyd van temand neemen. 
to ADJOIN, zs€ Adjoyn. 
to ADJOURN, UitfleiUn^ opfihorten^ tot ttnzi- 

hren daivcrfchHyven. 
h^^MtnQiiVerfchofjveny uitgeftcld^ opgefshort* 
The Parliament 15 adjourned, V Parkmcnthecfi 

zv^e tit ting VQor ecntgt dagen nytgtftdd. 
Adjournment, UytJlelUng ^ opjh honing voor ecnige 

dagen. 
The Adjournment of the Parhamcnt , De Op- 

fchomng dcs Parhments door di' Ledcn deszeifs^ 

blyvendc alle onderhandelingc en reeds op ha 

tapyt gebragce zaaken in baaren ilaat, loodat 



ADJ. ADM f 

alles op de naaftc namenkomft aangegreepcn 
word , daar men 't gclaaten had. zje Parlia- 
ment. 

to ADJOYN, Toiioegen^ hyvotgtn. 

Adjoyned, Toegevocgd. 

Adjoyning, By^oegingi ^^byvoegende ^ aangren^ 
Zfffdc* .or/j/c/gende, 

to ADJUDG, Torwyzen^ bejltchten^ vonnijfcn, 

JA^ffin, r ^l^^^^'^* '^^««#«- 
ADJUMENT, Hulp, byftand. 
ADJUNCT, Byvoegfet^ *y/«^, mftandighal 
Adjunftion, Byvoeging. 
to ADJURE, Bezweertn. 
Adjored, Bezwoortn, 
to ADJUST, Pas maaien^ vereffentn. 
To adjtift his Accounts ^ Zynt rckcningen ver* 

tffenen, 
Adjoifted, pafgemaaktj vereffend. 
Adjuftingj Pasmaaking^ V€refftHtng\ •— ^^j|/;»4^ 

kende vereff cncnde. 
ADJUTANT: een Hulp. Adjutant. 
ADJUTORY, helpende, 

ADM. 
ADMEASUREMENT , een BemiddeHchrift , 

leeker gefchrift om de gene die meer dan hua 

dec! ncnien tot maaticing tebrenecn. 
ADMENSURATION U^ergelyhng , gelykmaa^ 

ADMfivriCLE, een Hulp , huhmiddeL 

to ADMI'NISTER, TocbeSenen, verz^rgen, be- 

dicMc^f. 
To adm/njfter an oath, Eenett eed apvorderen. 
O^Toadminiiterjealoufy, Acherd^ebt {6(jaiQezy} 

veroorzaaken. 
Adnilniftration , Bediening^ bewind. 
Admfniftring , Toebcdiensng\ Toebedienende , 

verz^rgende. 
.^dminiftrator , een Boedelbez^rger , toebedienaar ^ 

bezifrger , Bewindbebber, 
Adminiilratorfhip^ Bewind 6f Foogdyfeiap ever ee^ 

nen b^edeL 
Adminiflratrefs , 1 eene Baedclbezorgfier , boedet- 
Adminirtratrfx , f houdjlerjoehedienji€r.bez6rgfter, 
AjyUVRABLE, ironder/yk.wonderbaar. 
Admirably, IfonderbaarlyJL 

Admirably well, wonderlyk weL 
AdlTiiration , f^entjoftdering. 
ADMIRAL*, een Admiraaly Flootheer ^ Zeevaogd. 

The Admiral -fhip, het Aamiraals fchip. 
Admfralfhtp .Admiraalfchap. 
Admiralty, Zenrntgdy^ zeebewind^ Admiraliteyt, 
to ADMIRE, Zich veruxonderen ^ met venvonde^ 

ringe ingenamen zyn , zicb vergaapen , groot 

achien^ 
I admire her wit, Ik verwender my i^verbaarver^ 

Hand. ^ -^ 

AdEiired ^ Fervjonderd* 

Ada 




^ 



% ADM. ADN. ADO. 

He admired her parts too much, hy vergaaftzUh 
te vccl aan haare bcgaafdhcd^H. 
Admirer, ccn Ver wonder dar. 
Admiring, Fervjonderwg ^ ^^^-^^crwonderende. 
ADMISSION, Invj'tlltgin7^ toeldia'tng. 
to ADMIT, Toelaaten^ tot zichneemen^ toeJlaoHy 
infihikhn , toegang vcrleewen. 
To admit one iiiro on's prefence, lemand inzy- 

ne tegcnivoordigbeid toclaaten. 
To admit of oil's excufe , lemands verfchooning 

plotits geven. 
Admit It to be fo , Genomen dot bet zoo is. 
Admittance, T'oetotiting ^ mwilliging. 
Admfttable, Infchikkelyk ^ Itoelaatelyx. 
Admitted, Toe7c/ha»^ toegclaatcn. 
to /^DMIX, Permengcft^ bymengen, 
-Admixed, Vermcngd. 
Admixtion. Vermcnging. 
to ADMC/NISH, Vermaancn^ waarfchotiwcn. 
Admdnilhed, Vermaand. * 

Admdniflier, eenVermaaMcr. 
Admdnifhing, (Particip.) Vermaanende. 
Admdnifhing , "^ 

Admdnifhment, k VtrmaOHtng^ ^vaarfcbouwiMg. 
Admonition , J 

ADN. 
to ADNIHILATE, remictig^n. 
Adnihilation , Vermetiging. 

ADO. 
A DOE, Geraas J gtwelj J MUn 
What adoe he makes / Irat eengedotm maahbyl 

wat een geweld recht hy aan ! 
There was much adoe, 'Door was ecm groot ge- 
weld. 
I had much adoc-to forbear , Ik kon nty quaalyi 

bedwwgen. 
There was very much adoe to get it done , 
Daar wasveei moeste aan vafi eer mem*t gedaan 
koH krygen. 
With much adoe. Met groote moeste , met groot 

6edo€H , zeer hezwaarfyk. 
•LE'SCENCY, Jongelingfchap. 
to ADOPTE, Aanneemen^ tot een kind aanneemen 

6£ oVneemcn, 
f> He aaopts his brother's works , hy neemt zyns 

broeders werken voor de zyne aan. 
Adopted , TV/ etn kivd aangenomen. 

An adopted child, Een aangenomen kind , Jlan- 

necmeliffg . Opneemeling, 
Adopter , de Aannecmcr eens kinds. 
Adopting, I Aanneeming 6i opneeming tens 
Adoption , i kinds. 

Adoptive , Aangenoomen. 
ADO'RABLE, AaMddelyk. 
Adoration, Aanlidding. 
(i) Adorat, Ficrpondwigt. 
to ADORE, Atwbiddcn^ cercn. 
Adorer*, Aanbiddcr. 



ADR. ADS. ADV. 

Adoring, Aanbidding^ aanbiddende. 

to ADORN, Fcrcteren^ oppronken. . 

(t) Adornation , l^erciering. 

Adorned, Vercierd. 

Adorning, Vtrcieringy ^""^^ i)ercieYend€^ 

AdcSrnment, Fercierfel^ cieraad. 

ADR. 
ADRY , Dorftig. 

ADS. 
ADSCITITIOUS, Bygevoegdy vreemd. 

AlSv. * 
ADVANCE, Vordering^ voortgang. 
Advance-money ^ Geld op de hand. 
to ADVANCE , Bev6rderen , vcrhoogen , voofl^ 

zetten. 
To advance a defign , Eenen toeleg bevordercn 

(6f voort zetten.) 
ofir To advance money. Geld vooraf geven ^ op hand 

geveny vooraf betaalen. 
Advanced, Gevirderd. 

AdvdScement, ) (^ordering , mortzetting. 
ADVA'NTAGE, Foordeelj voorrecht^ winjl^ge* 

win^ toegift. 
It is much to his advantage , V Strekt zeer tot 

Zyn voordeeL 
i> To give one the advantage, temand de voortogt 

geven. 
& To give fomething by way of advantage , leU 

tot toegift geven. 
To make advantage of a thing , Zich van ietsM 

zyn voordeel be£enen. 
ToTell a thing to the beft advSntage , lets tern 

meeflen voordeele verkoopen. 
to ADVA'NTAGE, ySrderen, baaten. 
What will it advantage her to deceive him?^W 

Zal V haar baaten hem te mijleyden} 
Advantaged , Gev^rderdy gebaat. 
Advantagious , F^uordeelig. 
Advantagioufly, Profytelykj voordeeMyk. 
To (peak advantagioufly of one, met lofzianie" 

mand Cpreeken. 
Advantagiousnefs , Voordeeligheyd. 
ADVENT, Toekomft. ^ 

Adventitious, Advehtual, By geval toekomende. 
ADVE'NTURE, GevaL voon^al, azontnur. 

By adventure. By geval. 
to ADVE'NTURE, U^'aagen, befiaan. 
Adventurer, een IVaaghals. 
Adventuring, If'^aaging; ^^^waagende. 
Advdntut;ous, Stoat. 
Adventuroufly, Stoutekk^ roekeloojlyk. 
ADVERB, een Bywolrdeken. 
Adverbial , Byivoordehk. 
Adverbially, Op een iywoordelykewyze^ alseenBy^ 

woora. 
ADVERSARY, etn Tejrenparty. tegcnjhreever. 
hDWLKS^, Tegenftrydig/dwirs. 

AD« 



ADV, ADU. 

ADVERSITY, tegcnCpued^ wedermmrdlghtyi. 
J) ADVERT, Bemerhn^ gtwaar wordcm 
|Adv(5rtency, Opmerktng^ gewaarwording. 
Plo AD\^ERT1SE , y^rwinigcH , kenms gcevcn , 
waarfcbottwen. 
Advertifcd, Gcwaarfcbouwd^ verwitttgd, - 
Advcrttfemcnt , If^aarfihomvrftg , bekcndmsakifig , 
vcrwittigifi^. 




To take advice of one , RaacTvan icmand net- 
men. 
t^ Advice, (Notice) Bench, 
Advicc-b<)at, ee^ /Idvyf-jagt^ 
to-ADVIGILATE, iraakza^im zyn. 
ADVI'SABLE, Kaadzaam^ gera^den, 
10 ADVISE , Rfiodeft^ raadgeeven ^ vermaanen ^ 
raadpltegen. 
To ad\ ife one , lemand raaden, 
Advilc with him, Pleeg raad met hem. 
To advife with on's ftlf , Met zhh zcJv^n te 

rodde ^aan. 
dvifcd, Geraaden^ heraadefT^ bedacip. 
Wdl-advifcd, JVe! beraadet. 
III-;ldvifcd , {jyaalyk bedacht. 
V\\ be advilcdby her, Ik zal my door haar iaatfii 

raaden, 
Idvifcdiy, Bid<Khte!ykj bedachtzmmlyk, 
tt) Adfifcinent, Rmdfleegsng, 
\dvi(er, eeft Beraader ^ overlegg^r, 

ADU. 

ADULATION, V Uyery^ gcvley. 
Adulator , ecn VUyer, 
Adulatory, F legend ^ vteyacktig. 
hJyVhT .Folw4cn. 
ADU'LTERATE, (Adj.) TfrtW/^fo; Oniaard, 

bedurtev. 
to ADULTERATE, Fervalfdcfi , bedcrzT^. 
.Adulterated, Fervalfiht, 
■Adulterator, een Fen^atfchcr. 
ADULTERER, ecn Overfpcefcr. 
Adiiltercfs, ecw^ OvcrfpeeiJJer. 
lAduirerous, Oierfpeeug, 
RVDU'LTERY J}vcr(heL 
to ADUiMBRATE, Befihadftwen, affdadmven^ 

betekcncfg. 
Adumtrolcsd, BefchMkwdy nfgeftktdmud. 
^ASuiribration , Befeh/tduwtvg^ bct^ken'm£. 
r AD UNCtUEM , Op een hmr. 
ADUNCOUS, Hmhuhttg, krom. 
ADVOCATE* een V<iorfpraak ^'voorffrieker^vo^r- 
Jlandcr^ Advokaar- 
Advocateflnp , Hct ar^pt vaHFoorrpraal\ Advokaat- 

[chap, 
to AD vow. zie Avow. 
ADVOWEE, ecnVmrfl:mder. 
Advowee Paiainount, de Ojfer-rQorJtand^r van ' 



APR 

[ V Kerkcfykey de KQntng. 

ADVOWSON, V Reehhei With lemandhteftom 
ecP4n Prf fietlcfr alj*er rtw fUoitts of em 

rf, Patr :p. 

(t) Advoutry, Uvcript'L 

ADUST, Gebrand^ aangtbrand^ get,engd. 

Aduftible, DiU luht brandt. 

Adudion, Brat^diftgy blaaking^ zenging. 
AE, 

^GRITUDE, Ziekte. 
I ENIGMATICAL, Raadfelagdg , duyfler, 

^Enigmatically, Duyjlerhk^ bedtktclyk/ 

jEQUANIMITY; Celykmoedigheyd, 

^EQUATOR , de Eevenaar^ Nachteevefffffgshu, 

^EQUILATERAL, Eevenzydig. 

jEQUILIBRIOUS, Gehkwigtig. 

iEQUINOCTIAL, GeiykHachug. 

the jEQUINOX^ De tyda/sdagtn MmbieveH laftjf 
' zy», 

i^QUI VOCAL, DfdMtimtg, myfeUgtig. 

-^RA, Tydr^kening^ tydworieL tydtkerk 

AERIAL', I^Mchug. Bemelfch. 

AEROMANCY, H^aarzeggwg nyt degeftdtenif^ 
der tstfhf. 

iERUGINOUS, KaperroefUg. 

ESTUARY, eefi Kachgclkamer^ floQve. 

Ci) jESTUATE, Bruyffen^ onJlHyitiig zyn^apjluy- 
I ven^ oploopend zs» ^ zicdem^an toori* 

tojESTlVATE, 6virz^cre»y dm zomcr evtf'* 
brengen, 

jEllival, Zomerfch. 

vEl^HERlAL, Luchtig, bemelfik, 

AFAR of^ Ferre ^^ verre van d&an. 
Afaird, ;?;/> Afraid. 
! AFF. 

AFFABILITY, Gefpraakzaambeyd, 
Affable, Gefpraakzaam^ vrivdelyk, 
\ AFFAIR, ee?t Zaak^ verrkhting , bcezigheyd. 
' to AFFECT , Behartigem , trachten ,' btweegem ^ 
rijaken , oHiroerett , omvonkcn , Uefde taedraagen^ 
ter harte gaojf. 
To aifeA to fpeak elegantly , Met eemge ge- 
maaktheyd trachten cierlyk tefpreeken^ eencier* 
lyke uyifpraak nanapen, " 
To affect a particular way of delivering himfelf, 
Op een byzond^re manier van :■ ^ '^^ ' gezet zyn* 
To aSea'tbc crown, Na dt 'm 

It was a pathetical Icrmon and aidaittd thehea- 
rcrs, V//W ecn bcweegelyke prcdikaiie die de 

^ She affeds that .hild moft of all , Zy hc^ da 

kind het meejl van alien bezind. 
AfFeftation , Ecn al te ndaMiukenrige naaaping , gc- 

maaktheyd^ waanwysbeyd^ 
With too much afitftation ^ A^ te gemaakt. 
g> The affcftation of power, De zusbt na m/jgt df 

regecrinic. 



lO 



AFF. 



Affeded, Ontroerd^ geraah^ bewoogen^ onpvonii^ 

verliefd^ gemaakt. 

He was affefied with his words , H^ was door 
zyne woorden ontroerd (of geraah. ) 
ow (lands he affeded? Hoe is bygeneygd^. 



How 

ht 
0>To 



wot 



htenncypby^ 
beaffeftedwii 



efted with grief, Met droefheyd bevan- 



gen zyn. 
Well or ill affcded to the Government , Wei of 




AfFeftedly, Met gemaaktheyd. 

AFFECTI9N, HartstSgt , gen^genheyd ^ toege- 

neegenheyd ^' zucbt . Aandoening. 
Unruly aftcflions , Ongeregelde hartstogten. 
Tomovetheaffe£tionsbyipcaking, Degemoeds- 

neygingen door ffreeken ontroeren. 
To bridle the affcdlions , De begeerlykheden in- 

toomen. 
The affeSions and qualities of bodies , De aan- 

doentnge en hoedaanigheden der lighodmen.. 
AiFeaionate, Toe^eneegen^ toegencygd. 
Affedionately, Hartetyk^ toegeneygdelyk. 
AfFcdlioufly, Met een bartelykezMchtoi toegenegen 

heyd. 
AFFEERERS, Zikere Keurmeefiers die in. boete 

bejlaan, 
% to AFFIANCE , verloaven. 
Aftiancqd , Verloqfd. 

AFFIDAVIT, een Beeedirde verUaaring.. 
AFFINAGE, (refining of metals) Lomtering <5f 

Fynmaaking van metaalen. 
AFFINITY , Zivagerfcbaf ^ maagfibaf , gemeen- 

fchap. 
to AFFIRM, Ferz^kereny bevejiigeny vajljlellen , 

beweeren^ betmygem. 
Affirmed, BevcftigJ] verzekerd.^ 

Affirmative , Beveftigende , beweerende. 

Affirmative (Subft.) een Beveftigendgezeg. 

Affirmatively, Bevejligemder v^ze. 

Affirmcr, een Betstyger ^ beveftiger. 

Affirming, {?zxt,)Beveftigende. 

to AFFlA, Aanbecbten y aanbangen J byvoegen. 

Affixed, Bygevoegd, 

Affixing, jfoMbecbting , byvoeging , — — aanbecb- 

tende. 
AFFLATION, Aanblaazing^ ingeeving door den 



^'A 



to ATfLICT, Quelleny lajiig vaUen^ vcrdrnikeny^^ 
verdriet aandoen.. 
To afflia himfelf, Zichzelven quellen.. 
AffliSed, Gequeld.verdrttkt. 
Afflidor, een QueJler^ plaager. * 
Afflidion, Verdrukking^ moeijelykbeyd^ wcdervfaoT' 
digbeyd^, verdriet. 



AFF. AFL. AFO. AFR. AFT. 

AfR(6tive,Quellendej moeijelyk. 
AFFLUENCE, Overvhed, toevhed. 
to AFFORD, Verleenen^ verfcbaffen ^uytleeveren^ 
To afford cheaper , Beter koop geeven, 
I can't afford it at that rate , Ikkan V voor dien 

fry 5 niet geeven. 
I can't afford to fpend fo high, Ik kan tegenzul^ 

ke groote kojlen nitt. 
tCt He is the moft intelligent man our age af- 
fords , Hy is de verjlandigfte man onzer eeuw. 
Afforded, Ferleend^ verfcbaft. 
hSoxdAn^yVerleening ; — verleenende, 
to AFPOKEST, Land met geboomte beplanten ^tit 

een bofch maaken. 
to AFFRANCHISE, Fryftellen, vrylaaten. 
AFFRAY, een Beroerte^gevecbt. 
to AFFRIGHT, Ferfcbrikken , vervaerd maaken^ 
Affrighted, Fert^acrdj verfcbrikt. 
AFFRONT, Hoon,fmaad,fcbintp., 
To put an affront upon one„ lemand eenen boont 

aandoen,. 
To put up an affront, Eenen boon verkroppen* 
to AFFRONT. Hoonen, befchimpen. 
«> To Affront death , Den aood trotfeeren. 
Affronted , gehoond. 

Affronting, Hoonin^^ vcrongelyking^ '•^booncndc* 
Affi'dntive , Beleedigend , Jcbamperlyk. 

Ar L. 
AFLOAT » Aan •jr vhtten. vlottende. 

AFO. 
AFOOT, Te voet. 
AFORE, Tevoore. 
Aforefaid, Reeds gemeld^ voomoemd. 

AY R. 
AFRAID, Bevreefd^ vervaard. 
To be afraid ^ Bevreefd zyn , vervaard zyn, . 
I am afraid to fay it, Ik durft niet zeggen.. 
To grow afraidi, Veroaard vforden. 
I am aflfraid, I cannot do it , Ik vrees dot ik *^ 

niet zal konnen doen.. 
To make afraid ., Ferfcbrikken ,. vervaaren , ver-- 

vaard maaken. 
To be fore afraid , Gexveldig Vervaard zyn. 
AFRESH, Ofnieuvjs^ wiXerom 

AFT. 
AFT, bet Acbterfleven, 

Fore and aft, Aibter en voor, 
AFTER, Naa^ acbtery volgens , naar ^ naa doty, 
daarnaa, 

:cr this life, Naa dit Icven.. 
^er another, Z>r een aibter (of naa) d^ander. 
text day after, De naafle dag daar aan. 
this manner, Folgens (6fnaar)deezema^ 
n/er. 
After he was gone, Naa dot by weg was. 
An hour after, Een nur daarnaa. 
Day after day. Fan dag tot dag. 
To look after a thing. Na iets omzien. . 

After- 



AFT. AGA, AGE. 

[After-ages , De n&akomtnJf ttuwen. 
After-birth , de Nangihorte. 
After *game, Naa-fpel^ ^erhaal ^an zyne fchMde. 
He will play an after-game for it , Hy zaI V 
daanraa zyn verhaal w^ of vimden* 
After-reek oning, Verhaal van fchaade ^ fchaa-ver- 
haaitng, 

'ftS'-^'; \ ^^'^ •**'"'■ . 

Akernoon, Naa deft middag>^ nmmidda^. 
After-pains . Naa^weefty 
After-taft , Naafmaak^ 
After-tinidS , de naakQmende tyden^ 
Afterwards, Nader hand* 

Aircr-wit, Naa-kenms^ bejpeuring voM zynen mls^ 
flag als het te loot is, 
^ An after-wit is every bodies wit» Eii ten ioft 
zyne fouten van achterem wel zjen. 
AGA. 
AGAIN, IVidemm. 

Again and again , Over en over. 
As big again , Nog eens zoo grooP^ 
As much again, Nog eens zoo vecL 
To ipd again , Over en weer. 
To read over again, Nog tens overUezen. 
KJ* What is jutl is honeft , and again what is ho- 
nell 15 jurt , U'^at b'tliyk is is ierlyk^ en imgelyks 
Wdt eerlyk is is hilly k^ 
AGAINST, Tegen, tegen^ 

Againf} tomorrow, Tegens morgen. 

Againft the end of this week, Tegens *tla^fivan 

deeze week, 
A gain d the grain, I Tegen de hrft ^ te^em de 
Again!] the hair , ( %ef^ met tegenhetd. 
AgaJnrt he comes , Tegens dat Ay hmt. 
He defends the Myrtles againft the cold, Hybe^ 
fchut de Iklirten vmr (ot fegcn) de kosiden 

One againll another , T'^g^^ malkanderen. 
To be againft, T^egen houden^ VJederflreeven^te^ 
gen zvn. 
-tt) AG AST, P'erbmfi. 
AGATE, een Agaat, 
an Agate-knife, Een mes met ein Agaaten hefi. 
AGE, ^ 
AGE, Eenwy onderdom^ leevcns-tydj bejaardheid, 
A whole age, Eengantfche eeum. 
A man of great age , Een man van eenen boogen 

ortderdom. 
After-ages , De n ashmen de eenwen. 
Underage, Minderjaarig^ onmondig. 
\yhat age is he of? H&e'ondis hy> 
Fifty years of age, Fy^ig jaaren oud. 
In his tender age, fn zyne jonge jaaren^ 
k A ripe age, Een rype onderdom. 
'He died in the prime of his age , Hy ftierf in de 
^em van zyn hvcn^ 



AGEAGG, AGI. AGL. AGN. 



II 



Old age , Hooge bejaardheid^ under dom* 

Vox fo many ages , Zoo veele eenwcn fang. 

In this age, Iledensdaags^ in dceze eemt/* 

He is worn out with age , hy is door onderdom 

afgemar. 
The age of a man is faid not to be fo long as that 
of a crow. Men zegi dai een menfch zo4 tang 
niet leeft ab eene kraas. 
Non-age. Mtnderjaari^heid. 
Aged, Oud^ bejaard^ heda^^d. 
Agcdlv, Bedaagdetyk, oudachtig. 
AGENCY, V Ampiafde bedsensngyan iemanddie 
V belong uf de iaaken van eenig P^orfl of land-- 
fihap ^bnytenslands aan eenig Hof of in eene St ad 
waarnee'mt en bezorgt, Bewind, 
A'GENT, een Bewsndsman , Uytvoerder ^ Zaak' 

bezorger, 
«> The Devil and all his Agents , Dc Duyvel em 
aile zyne wtrklieden. 

f/ AGG.j^ 

to AGGE|l/\TE, qphoopem 
fo AGGLOMERaTE, 7'ot een hoop of^trop maa- 

kenjt^trofnt/yze verz^melen. ♦ 

to AGGLUTINATE, ^' Zamen iymen, t'zamen 

kleeven. 
Agglutinated , f* Zamen gekleefd. 
to /VGGR \NDIZE, Vergraoten^ rrootmaaken, 
to AGGRAVATE , Vcrzwaarfn. 
That will aggravate his crime, Da$ zal zyne mis* 
daad verzw^iaren^ * 

Aggravated, f^erzwdard. 

aIISSj } ^— -^> ^«--^- 

to AGGKEG ATE ^' t' Zamen vergadertn^ 
Aggregation , t^ Zamen vergadering, 
ACiGRESSION, Aanvalj aanranding. 
AggrelFor, een AanvalUr ^ hcfpringer , aanrander^ 
AGGRIE VANCE, Bezwaarenis, 
to AGGRIEVE, Bezvjaaren ^ veroi^lyken* 
Aggrieved, Bezwaard^ verongelykt. 

AGL 
AGILE, GaanWy handig, 
A giiity , Gaau-whesd^ hanMgheid^ 
t AGIN ATOR , een Slyter , verktfoper in V kleyn. 
Agitable, Beweegbaar. 
to AGITATE, Beweegen^ ber&eren* — Over eem 

werk overleggen. 
Agitated yBewoogen^verhandeld^ of op \ tapyf gebragt^ 
Agitation, Schndding^ bevueeging ^ beroertng, 
^ While the thing was in agitation , Terwyl de 

zaak in til n; as. 
Agitators, Bewindshyden. 

AGL, 
AGLET, een Plaatje^ de maali van een veter, 

AGR 
AGNAIL, een Zweering onder den nagel, dwang^ 

nagcL 

\ AGNITION .Erkcnni^g i trkcmm* 

B a AGO, 



II 



AGO. AGR. AGU. 



AGO. 
AGO, VerUeden^ ^eUden, 
A while :igo, Ken w)i geUden, 
Lone; ago y Lang vc'rletden. 
AGOG, ////, To ft't oil's curiofity agog, lemands 

niewwigierigheid gaande maaken, zte GOG. 
AGONY, Groote benaauwdheid ^ doodsnood ^ een 
Zivaareflrydy doodsbcnaauwdbeid y zieltooging. 
AGONIST, een Kampzechter. 

AGR. 
AGREAT, In Ugeheclj by 'tgros. by de hoop. 
To take a work ugrcat, Een werk by de hoop aofp- 
neemen, 
to AGREE, Overeenftemmcn ^ Toeftemmen^ over- 
ccukomen , bewifligen , verdragmaaken , ver- 
draagen, 
I agree to it , Ikftaa het toe^ ikftem het toe, 
I agree with thee, Ik ben V met u eens. 
To agree upon the price, /« de prys overeenkomen. 
They can't agree together , Zy konnen zhh met 

malkander niet verdraa^en, 
Thi^ all agree upon, A lie zyn daar in een:.. 
The taking of much tobacco doth not agree 
with my conftitution , "tabak te gebruiken Jtomt 
met myne gejlelten'tjjc niet ozereen. 
Agreed, Overeengekomen ^ '^aftgefieldy beftemd. 
They arc agreed in the matter , Zy zyn V im de 

za/ik eens geworden. 
A thing agreed on (or upon, ) Ecu zaak waar 
in men ts orereengekomen.. 
Agreeable , Overeenkomelyk , aangenaam , beha/^efykj 
vermaakelyk. 
It is agreeable to the doarineofChrift,. Hetkomt 
met Chrifti leer overeen. 
«> An agreeable Garden , Een vermaakelske tuyn, 
Agreeablcncfs , Gevoeglykheidy behaagelykheidy atut^ 

valtigbeid* 
Agreeably, Jangenaamlyk j vermaakelyk.. 
Agreeing, Overcenkomrng j. "^-^^ overeenkomende. 
Agrccingncfs , Overeenkomehkheid. 
Agreement , ycrdrag , befpr<!k , overecnkoming , o- 
Tercenflemming , overeenkomft. 
According to Agreement, f'^olgens verdrag. 
To come to an agreement, Tot een verdrag ko- 
men. 
Agrecmem-maker, een Bemiddelaar ^ Goeman. 
AGRESTIC AL, AGRESTICK, Boerfch. 
AGRICULTURE, de Landbouw, 
AGRIMONY, Agrimonie (leker kruyd.) 

Balfcif dragrimony , Boelkenj kruyd. 
AGKlO'l, Een Alorel. 
AGROUND, Aandeg^nd. 

To run aground, A an degrond ftooten. 
^ To run aihip aground, Eenfchif doen ftrmtden. 

AGU. 
AGUE, Koorts die met koude komt yCenverpooz^" 

dc kortrt^. 
To have aa ague, De kooru hebben.. 
Tq be fick ot an ague, Aandekfmtszyn^oigaan. 



AH. AID. AIL. AIM. AIR. 

A quotidian ague , een Alledaagfche koorts.. 
A tertian ague , Een anderendaagfche koorts, 
A quartan ague, Een derdendaagjche koorts. 
A fit of an ague , 'Een overval van de koorts. 
The fliivcring or (haking of an ague ,. linyverig^ 
heyd of beeving der kaortfe^ 
Aguifli, Koortjig^ koortsagug. 

AH. 
Ah , Aha , Och , Hoho^ ha ha, 

AID. 
AID, Hnby bvftand. 
to AID, Helping bsftaan. 
Aided, Ge^ul^en^ iygeflaan. 

Aiding, Helping.^ helpende. 

Aider , een Helper. 

AIL. 
to AIL , Niet wel te pas weezen ,. iets fchorten ^ 
deeren. 
What aileth thee? What ails you? IfWfchortul 

Wat is Vr in den weg ? 
Wliat ails his foot' ffat'fchort zynen voet'i 
What ails the child? U'atfchort het kind ? If 'at 

deert het kind\ 
What ails thcc tabe fo fad ? Hoe dus droevig ? 
waP is *er met u in den weg ? wat fchort^er aan ? 
What ails the fellow ? /Vatfchort den f^'ent, 
«> What ails you to beat me?. Hoe is V met ugelc 
gen dat je my zojlaatl 
I ail nothing, My deert niets.. 
Ailement, Onpaffelykheydy ongemak. 
Ailing, Unpajf'elyk. 

She is ever ailing, Ahoosfcheelt haar iets , Zy is 
dltyd onpajjelyk, 

AIM. 
AIM, Oogmerky doel y beooging. 

To mifs of on's aim, zyn oogmerh niet bereykvt, 
I had no other aim, but what I told him of, Ik 

hadgeen andere beooging dan ik zeyde, 
I am quite out of my aim, Ik ben'^t eenemaalvan 
mynftuk.. 
a> To take on's aim well , Zynen flag wis neemen, 
to AIM, Beoogen^ mikkcn ^ aoclen ^ zoor hebben, 
to Aim at,. Bedoeleny beoogtn, 

IlO aim at one's dcftruftion,. /^;»<?»^/ vcrderf. 

voorhebben^ iemands ondergang brouwen. 
I know what he aims at, Ik wcet wel wot hybe^ 
oogt-^ 6i waar hy op doelt . 
Aimca, Beoogd. 

Aiming, Beooging y mikking^ bcoogcndc. 

Aimer , een mikker , bcooger, 

AIR. 
AIR, Lucht^ zwiery aardighe\d ^ zweemfcL 
A temperate air,. Een gemaatigde huht. 
An unwholefom air , een Ongezondc Inch:. 
In the Air, In de oVen tiicht. 
To take air, Nfat lucht fcheppen j zicb gaan vcr* 
htchten. 
g(^ Their deiignhas taken air, Hhh tocJegis aande» 

das 



AIR. AKE. ALA. ALB. ALC. 

dag gekomen en verydeU. 
c3rA new air of muffck , Een mettw deuntjc c5f 

wsze in de muzyk. 
e^The air of one's'face, hct Gelaat^ ^ytzigty 6( 

zweemfel van iemands weezen. 
Air-hole, een Lnchtgat. 
to AIR , 7i luchten hangen , droogen. 
To air a fhirt by the fire , Een hemhd by V vuur 
warmen. 
«> To air drink , V Bier wat warmen. 
Aired, Gelueht. 
Airy^ Luchtig ^ Inchthartig, 
Airiiiefs, Luchtigheyd, 
AIRY, (Subft.) een Valken neft. 

AKE. 
AKE, Ongemakj zeer^ pyn, 
Head-akc, Hoofd-pyn^ 
Tooth-akc, Tand-pyn. 
Bclly^ake, Bnvk-pyn. 
to AKE, Zeer doeu^ pyn hehbeny wee doen, 
Mv head akcth (crakes,) Ikheb hoofd-pyn yWyn 
hoofd doet zeer. 
Aking, Pyn^ Pynlykheyd. 
AKORN, een Akir , eeieL 
an AKRE of ground ^ Een ialfm^rgen lands, tie 
Acre. 

ALA. 
ALABASTER, Albaflcr. 

An alabaflcr-box , een Albajlcre bus. 
' ALACK, Eylaas. 

Alack a day ? Och laacil 
ALACRITY, IVakkerheyd, fiuksheyd 
ALAMODE, Ze'kerefoort van T^. 
ALARM , een IVafen-roep ^ wapen-heet , krygs^ 
gefchrey^ alarm^ 
To ^ive "the alarm , Alarm /loan. 
To lound alarm, Alarm blaazen. 
An alarm-bell , een Alarm klok. 
t> An alarm-watch, een U^ekker. 
to ALARM ,. In roere brengen^ eenenfchnk aanja- 
gen , U wapen roepen^ 
To alarm a town, Eene Jiadinrep en roere bren- 
gen. 
Alarmed, In mere gebragt ^ te wapen geklept. 
Alarming, Ontroertng^ — in roere bre/i7ende. 
. ALARUM , zie Alarm. 
ALASSj Ilclaas^ eylaas. 
ALATE, Onlan^s^ kortellngs. 
ALAY, ^/V Allay. 

ALB. 
ALBEy Een luit koorkleed^ Albe ^ Ake. 
ALBEIT, Alhocivel^ hoe we I. 
ALBION, EngelanJ ^\a\%Q:xvs dc aloude benaa- 
mihg,, en nog in roczy gebruykelyk. 

ALCHYMY, St6frcheydkunde, Alghimiftcry. • 
Alchymm, een St^ffcheyder , Metaalbrander ^ AJ- 
ghsmiJL 



ALC. ALD. ALE. ALG. ALL 13 

( ALCORAN, de Alkoran, het Turks wet-boek. 
ALCOVE, Alkove^ een plaats in een kamer gc- 
maakt om een ledckant te zcttcn. 
ALD. 
ALDERMAN, een Raadsheer, Froedfchap^ Sche- 
Pen. 
The Alderman of a Ward, een If^'ykmecfter. 
To walk an Alderman's pace , Langzaam won'* 
delen , een deftsgen tred houden. 
Alderman-like, Raadsheerlyk. 
an ALDER-TREE , een 'Elzenboom. 

ALE. 
ALE , Bier zonder hop gilrrouwen. 
An alc-houfe, een Bier-kroeg. 
Ale-houfe-keeper , een Bier-kroer-houder. 
Ale-conner or ale-tafter , een Keurmeefter van'^i 

Bier. 
Ale-Silver, eene Schatt'tng die de Tappers van Ale 
te London aan den Lord Mayor jaarlyks besaa^ 
len. 
ALE-HOOF, zie Ground Ivy. 
ALEGAR, Bier-edik, bier-azyn, 
ALEMBICK, een Afzyphelm, hehu 
ALENGTH, In de lengte. 
ALESTAKE, een Maspaal. 
ALG. 
ALGEBRA, Deflelregel, Algebra. 
ALGID, Koud 

ALL 
ALIAS, Anders. 

ALIEN , een Vreemde ling , uytlander. 
a> 't Is alien to the piirpofc, V Komt niet terzaake, 
to ALIENATE, Fervreemden, 
He endeavours to alienate the Son from his Fa- 
ther , Hy poogd des zoons gcncegenheid van 'zy* 
nen voder afte trekken , df des zoons hart ra^ 
zynen vader te vervreemdof.. 
Alienated, Vervreemd.. 

AlieSioS; !* f^crvreemding. 

to Alicne. zie Alienate. 

to ALIGHT, Afftygen^ afzitten.. 

To alight from His horfe , Van zyn paerd ajjiy- 
• gen^ afflygen. ^ 

'iS* To Alight [ as a bird , ] OpvUegen^ of neerjlry^ 

ken op de grond ( als een vogel. ) 
Alighted, Afgefteegen^ af^ezeeten ^ afgevloogen. 
ALIKE, Eveneem y gelyk. 
ALIMENT, Foedfel, 
Alimentation, Voeding. 

ALIMONY , Onderhoud dat eene vronw^ wanneer 
"* zy van safe I en bed van haren man gefcheydcnisj 

van hem toe komt. • 
ALIVE, In'^tlceven^ levendig. 

To be burnt alive, levendig verbrand werden. 
He is alive Hill, Hy leeft nog^ hy is nog in V lee^^ 
ven. 



B3 



ALL. 



14 ALL. 

ALL. 
ALL, jU.alk. . 
With all fpeed. Met alle haaft. 
All the World, De ganfche werrelJ. 
Not at all, GeenfittSj ganfch met. 
I underftood not one word at all of it , It ver- 

Jhnd W niet een woard van. 
Nothing at all , Ntets ter wtrreld , gwifchelyk 
niets. 
C^ No where at all . Nergens niet. 
After all , Naa alles^ eyndelyk. 
All at once, Altemaal gelyk. 
All one , Even al eefts^ din en V telfde. 
It is all one to me, ^t Scheelt my niet. 
All on a fudden, Of eenjprong , fcbielyk. 
When all comes to all, Alles t'zamengerekend^ 

ten/aatjfenj eyndelyk. 
By all means , Pboral^ voor alle dingen. 
AJl over the country, V Ganfche land over. 
To read a book all over , Een boek ganfib d»&r 

leezen. 
His coat was greafy all over, Zyn r6k was over- 

aJfmeerig. 
All along, Algeduurig. 

All along the ground, Langs deganfibe vioer. 
All-knowing. Alweetend. 
All-feeing, Alziende. 
All-Saints day , Allerheyligen dag^ 
All-heal , Een algenetzend krnvd. 
to ALLABORATE, wakker arbesden. 
ALLAY, Mnntfloffe^ Allay. — Itemfering^ ver- 
zachting. 
Allajr of Mcftals, Alloy van MetaaUn. 
(X^To give on's paffion fome allay , Zyne drift 
wat maatigen. 
to ALLAY , Ferzachten , verligien , maatigen , 
fnffen^ temper en. 
To allay metals , Metaalen temferen. 
To allay the pain, Depynftillen. 
Allayer, een Verzachter. 
Allay'd, Gcmaatigd^ getemperd. 

Allaying , Ferzachting , bcdaaring , 

tende. 
ALLECTATION, Aanlokking, bekoin-ing. 
ALLECTIVE, Aantrekkelyk, bekoorelyk. 
to ALLEDGE, Bybrengen^ aantrekken , aanbaa* 
Icn. 
To alledge an author , Eenen fcbryver aaatrekr 

ken. 
To alledge againft one, T'egen iemandinbrengen, 
AUedgcd, Bygebragt^ aangehaald. 
Alledging, Aantrekkingyoanlokhng^'-'^^^ aasttrekr 
kende. t 

ALLEGATION, Bybrenging. aantrekking. 
A falfe allegation, Een valfibe beticbting. 
ALLE'GIANCE , Getronwigbeyd , geboarzaam' 
beyd. 

The oath of allegiance, De Eed van getronwigbeyd. 



'Ver: 



zacb-- 



ALL. 

ALLEGATOR, EenKaiman, zekere KrokoMh 
ALLEGORICAL • Byfarenkig, verbloemd. 
Allegorically , f^erbloemdelyk. 
to ALLEGORIZE , Op een verbloemde wyz0 

^Jpreeken. 
ALLEGORY, eenByJprenkj verbloemde reede. 
to ALLEVIATE, l^erligten^ verzacbten. 
Alleviated, Ferligt^ verzacbt. 
Alleviating, Eene verlicbting. — verligtende. 
Alleviation, verligting^ verzacbting. 
ALLEY, een Steeg^ gangj gallery, wandelperk. 
ALLl'ANCE , Perbond, bondgenootfibap , ver- 

wandfcbap. 
AL'LIE , een Bondgenoot, vermaagfibapte. 
to ALLIT , or ALLY, Ferbinden , vereenigen , 

vermaagfchappen. 
Allied J Ferbonden, vermaagfcbapt. 
ALLIES , Bondgenooten. 
ALLISION, Aanfiooting. 
ALLODIAL lands, Frye lanieryendie geenfcbat^ 

tinggeeven. 
ALLOCATION, Plaatfing^ als mede, V Loom 

dat Amptenaaren toegel^ is. 
to ALLOT, Toeleggen, toewyzen. 

To allot fomewhat to one , lemand iets toeleg^ 
gen, oftoedeelen. 
Allotted, Toegeleyd, toegedceld. 
I am allottol to an office , My is een ampt ten 
deel gevallen. 
Allotment, Toedeeling, 
Allotting , Toelegging, toeivyzing , — — totwy* 

zende. 
to ALLOW, Toeflaany goedkeuren , veroorloven y 
toeleggen, infcbikkem. 
To allow one fome money for his pains, lemand 
eenig geld voor z\ne moeite toeftaan. 
(XT He did not allow of that excufc , Hy nam die 
vjoarfchouwing niet aan. 
He did not allow his fervants butter and cheele 
at breakfaft, Hy (lond zyncn dicnjlbooden geen 
boter en kaes toe tot een ontbyt. 
To allow himfelf too much liberty, Zich al te 
veel vrybeyd aanmaatigen. 
* She allows lier felf to be a little proud , Zy be* 
kent zelve dat ze wat bqvaerdig is. 
Allowed, Toegeftaan , goedgekeura, geoorlofd. 
Allowable, Toeftaanlyk, geoorlofd, pryjlyk. 
ALLOY, zie Allay. 

Allowance, Verlof, toelaating, infcbikking. ; 

toegeleyd loon. 
The Book is publiihed with alldwancc, V Bock 
is met een opentlyke goedkeuring nytgekomen. 
QC3*Hc has a yearly alldwance of a hundred pounds 
Hem is eenjaargeld van bonder d ponden toege-* 
legd. 
(X? A grain of allowance, Een weynigje toegeeffyk* 
beid. 
That phrafc muft beundcrftood with fome grainf 

of 



ALL; ALM, ALN. ALO. 

of allowance , Men moet omtrent die fpreek- 

wyZ€ vjel infcbikkelyk zyn. 
Allowing, Toefiaa?tfmg^ —^tofflaande, 
10 ALLU'DE, IffZ^J^^ op iets hebben , trgens cf 

Jlaam, 
It alludes to that, ^tSlaatdaarop^ tfpeeltdaarep. 
ALLU^M, Alhvn, 
t ALLU MINOR , ( or Limner ) ccn jifzetter vm 

prsnten^ 
Alltirable, AanhkiehL 
to ALLURE, tWMeu^ bchorcff. 
Allured, Fcrhh^ vcrflrih. 
Allurer, f^erloiier^ 

Alliirmg, (Subft.) Aanlokkh7. hckoorin^^ 
AlMring, Bckoorende ^ bekoorhk ^ aaukkhlyk^ 
Alliiringly, Bekoorlyk^ op een bekooriyke v/yze* 
Allurement, Lak-aaSy bekoorlykheyd. 
ALLUSION, Woordfpeelmg, Zfnfpeelwg.opzigt- 

hebbing. 
ALLUVION', Aanfpndini ^ oimvheijiwg, 
10 ALLY, f^ereenigcjf^ vci^inden^ vcrmaagfch/^ptn^ 

ALM* 
ALMANACK , een Almamak, 
ALMANDINE, Eenfoort vm Ruby^ 
ALMIGHTY, jttmmig. 

God almighty, God almanig. 
Almightinel^ , AlmagtigheyX 
ALMOND , een AmandeL 
Almond-tree , ecn Amandelboum^ 
The almonds of the cars , d€ AmoMdelkUercm^ 

kcelkUereWj de amimdekn. 
ALMONER , Almner , een Aalmoefemer, 
^ Almonry ^cn Huys daar mtn brood enz- nytdcth. 
ALMOST, Bs-na y fchier J hykoHS ,^ tenmaaftenby. 
ALMS , een Aaimoex. 
Almsdeed , ecpg Erbarmgtfi , aalmaes* 
Alms-giver, een Aalmoet-^eever, 
ALMSHOUSE, een AalmoeJ/emers^nyfj Armen- 

huys. 
ALmsnian , Een die van aalmoeJTen leeft, 

ALN. 
ALNx\GER, I ten Stadi Meeter \met een elU.'] 
Auliicger* f een Amptenaar me toezigt heeft 

op dc loodtjes der Ukenen en vjolle jioffen ^ en des 

^ ALO. 

ALOES, Aloe. 
ALOFT , Omhoog , verheven , na omhoog , boven* 

To fet aloft • Omboog zetten , xerheffen* 
ALONE, Alleen^ eemzaam* 
All alone, Ganfch alleen. 
Let him alone, Loot hem begaan^ laat hem met 

vreede. 
Let tfiofe things alone, Bemoei n met die dingen 

niety Loot die dingen ftaan. 
It is better let alone than done, V Is beter gelaa- 
ten dftn gedmn. 
ALDHQS, Langs. 



ALRALR.ALS.ALT.ALU.ALW.AM. ff 
Along the fliore, Langs deflrmd. 
To go along , yoortgaan, 
I will go along with thee, Ik zatmet n gaam. 
All along, Ai den tyd^ ai geduMrig, 
ALOOF, to loofwaard, loof op , In de rnymftf 

van verre, 
ALOUD, Overlnyd, luydskeeh. 

ALP. 
ALPHABET, een AB C-Regijler, 
Alphabetical , l^'Vgens V A B tngefteld, 
Alphabericallv,. Folgens de 4rde van V A B. 

ALR. 
ALREADY, Reeds, atn^ede. aWereeds. 

ALS. 
ALSO, Defgelyks, oak, 

ALT. 
A LT A R , een Alfaar , OHtaar^ 
Altar-wife, Ahaars-^ivyze, 
Altirage, Aitaar-winji, 

to ALTER y I wr J '/ri 

A Iterate. l f eranderen^ verwsjfelen^ 

To alter on's mind, Fan zin veranderen. 
To alter on*s condition , Zynen ft and veranA* 

ren^ zich in den hnuwelyken float begee^en. 
He ihall never alter . Hy zal nooit veranderen. 

Alterable, VeranderlyL 

Altered, Veranderd. 

The cafe IS' altered, Het gevd is vermsdeTd% 

Altcratfon, V jr j * 

Altering. ' r Vermd^rmg. 

ALTERCATION, Krakkeeling, tvAfttng. 
ALTERNATION, BenrthouMng, afwtjeling.. 
Alternative, Overhandfch ^ benrteltngs. 
Alternatfvely , By benrten^ heurt om benrt. 
h\S\:HO\3a\i{ Aihoewei^ hoeweL 
ALTILOQUENT, Ihogfprtekend. 
ALTISONANT , HoogkUnkend. 
ALTllUDE, Hoogte. 
ALTIVOLANT, Hoogvliegend. 
ALTOGETHER, Altzamen ^ geznmentlyk ^ altei 
maaly ganfchehk. 
It is altogether like it, '/ Is V ztlvc in alUdeekn 
ge/yk. 

ALU. 
ALUM, Alnvn. 
Aluminous, Alunacktijr, 

Alw. 

ALWAYS, Mydy gtdmurii. 

AM. 
I AM, Ik hot. 

I ain here, Hier hn ik. 

I am coining, Ik kome. 

AMA. 
AM ABILITY, MinnelvkhdJ. 
ATWABLE , Alimcfyk. " 
AJAAlSy Zeer, feivf/digy heffig. 
(jjT Amain, (een 6cbeepi-woord) Ndr ^ kat S^* 




v6 AMA. AMB. AME. 

AMALGAMATION , of Anialgaming , Tempe- 
ri>t7 6f verzacht'tTtg va/t Met aal door quikzilver, 
(t) AM AND, Boetc. 
AMARANl^H, (Flowcr-gcntle), ccn fluzvcel- 

hlom, 
to AMASS, Ovhoopen. 
AmalFcd, (h^ehiHiPt. 

fto AMATE, rcrlfaasd m/i.'jkcft ^ vcrttaagcft. 
AMAl^ORY, Tot licfcle beboore^idc. 
Amatory-letters , Mi?trte'brievcn. 
to AMAZE, ycrbaazcn^ ontzcttcn. 
Amazed, (Xntzet^ vcrbaafd^ ont field. 

She was amazed at it. 7.sJlond Vr vcrftcld over. 
Amazcdly, FerbaafdelyL 
Amazcdnels, I h.^^rn^. 
Amazement. T f '^^^^f^^'^- 
Amazing, Offtzetti»g; vcrbaaze»dc. 

Amazingly , Op ec» verbaazende vjyze. 

AMB. 
AMBA'SSADOUR, een Afgezant , Ambajfadeur. 
Ambit/Iagc, Geziifftfckip. 
AMBER-, Puir»ftee>i ^ amber. 
Ambred, JMct barnftccn bcrooku 
A mber-greece , Ambcr^rys. 
AAIBIDEXTER , Sh»ks en rechts. 
Ambidextrous, Tivsfeldcht'tg^ bedr'tegelsL 
AM'i3IENT, Omc}»rc/e»de^ omgaandi, 

T<ic ambient air , ue lucht die ons omr'tnzt. 
AMBIGU'ITY, Twyfetachtigheyd ^ dubbelziwilg- 

Jheyd, 
Ambiguous, Tw\felacht'tg^ dubbelz'tftnig. 
Ambiguoufly, DuifbeWtnniglyk, 
AMBILOqUENT, DMcltonf^ig. 
AMBITIOK, Staatzuchtjf ecrgterighcyd. 
Ambitious, Eergierig^ ftaatztultig., cerzuchtig. 

An ambitious man, Ee« ftiiatzuchtigntan. 
aS*He was ambitious to fervc her, iiy poogde met 
groote drift (of hy rek£»de */jc/c/& ecne ecre) hoar 
te d'tcnen, 
Ambition fly, EergicrigJyL 
to AMBLE, Ecnpasgaan^ ecntc] gaan. 
f An ambling nag, cenTclie., pas-ganger. 

An ambling pace, Een telgang^ /'♦'>"<J''^^- 
Ambler, een Pasganger.. tek anger. 
AMBROSIA, Goden-fpys. 
Ambrcy, een Spinde^ aanrecht-banL 

AMBULATORY, IVandclery, wandeUnde, 

reszende, 
AMBURY, een Gezwel <:>( Bloedv'tn der paarden. 
AMBUSCADO, ) 

AMBUSH, > Iliudcrlaage ^beUaging. 

AMBUSHMENT. i s ^ ^ s 

To ly in ambufh, Laagen leggen ^ belaagen. 

Laid in ambulh , Belaagd. 
AME. 
AMELCORN, Amelkoorn^ ccn foort van Spcltc 
AMEN , '/ As zo Amen. ^ 

AME'N^\BLE, llundelbaar ^ gcdwi^g- 



AML AMN. AMO. 

' to AMEND, Ferbetereny vergoeden. 

Amended, Verbcterd, 
. That may be amended , Verbcterhk.r 

oS'T^ic World is well amaided with him, Dewe^ 
I rcldis ivel met hemged'tewd\ V goat hem naivr 

\ vjcnfch in de wereld. 

• Amendcr , een Verbeteraar. 

ASSdnint. f* VerbJtering, beterfchap. 

Amendment of life , FerbJterinz van leeven. 
AMENDS, yergoeding. ^ 

To make amends^ Fergoeding docn , verzoeden. 
AMENITY^ Vermaaklykheyd, plcyzierige lucht. 
\ to AMERCE, In boete be/laan^ bekenrcn. 
I Amerced , In boete beflagen , bekeurd. 
Amprcement, Amerciament^ cenGeldboete (naar 

belicven.) 
AMESS, Een ze'ker Pricfters gevjaad ^ V welk bet 

hoofd en de fc bonders bedekt. 
AMETHYST , een Gefteente zo genaamd , Ame^ 

tbift. 

AMFRACTUOUS, Bortig. zie Anfraauofity. 

AMIABLE, Lieflyky minlyk^ minzaam. 
Amiableneft , Minlykheydj lieflfkbexd. 
Amiably, Frindehk^ aanvalligfyk. '^ 
j Amicable, rrinJelyk. 
I Amice o/' AMICT. zie Amefs. 
' AMIDST, In V midden, midden in. 
AMISS, Onrec/^ty verkeerd, quatdsk. 

't Win not be amifs , V Zou niei quaalyk voegen^ 

V zou wel paj/in. 
Nothing comes amifs to him , Nic/s komt hem 

t* onptis. 
To do amifs , Misdoen , quaalyk doen , verkcer- 

delsk doen. 
It cannot be taken amifs, Het kan nietquahkgc^ 
nomcn wordcn. 
AMITY, yrindfchap. 

AMM, 
I AMMUNITION, Krygstuyg, krygsbchoefte^jor^ 
! logs gercedfcbap. 

Ammunition-bread , Ammunitic-brood . 

AMN. 
AMNER. zie Almoner , een Aalmoeffcnicr. 
AMNESTY , Vergeeting , vcrpffenis , een al^e- 
meene vergiffenis van V mtsdryf der onderdaa- 
uen. 

AMO, 
AMONG, I ^ . , a-u 

AMONGST, f ^^^^' tnSchen. 
His convcrfation is among greiu men , Hy ver^ 

keen ondcr de Grooten. 
Amongft friends there ought to be no flrife, 0«- 

der vrinden behoorfer ^een tvjift te zyn. 
He rulhd in among the naked Swords , Hy licp 
tuffchen de bloote ZiVJaarden in. 
AMOJMST, eenVerliefde, een Minnaar. 

AMO- 



AMO. AMP-AMU. AN. 

AMOROUS, Ferliefdy mlnzMchug. 
An amorous look , Etn verlicfde hnk. 
An amorous potion, een MinnedranL 
Amoroufl^, VerUefdelyL 
AMORT, In rottVi) hedoven^ fitf. 

All amort • Ganfcb van droeflfeyd overflelpt. 
AMORTIZATION, Aflojfmg van renten. 
to AMORTIZE , Landersen vervreemdem aan ee-^ 

nhe broederfchaP (ff gild. 
to AMOUNT, Bedraagen^ beloopen y op uyth- 
men. 
The bill amounts to hundred pounds , De wif- 

felhriefbeloopt iCO pond fterlinj^s. 
All what he lays amounts to this, Alwatbyz^egt 
komt h'terop uyt. 
Amounting, aeloopmde^ bedraagende, 
AMOURS, Minncryen. 
10 AMOVE , U'^egdaeny uyt de wege doen. 

\\) AMPER, eene GezvJoIlenheyd. 
AMPHIBIOUS, Half in V water en halfopUlmnl 

zich onthoudende y haljjlachtig. 
AMPHIBOLOGY, Dubbelzinnigheyd. 
AMPHISCII , Die onder de Evennachtlym v/OBnen- 

de^ de fchaduv) ier wederzyde hebhem ; Twee^ 

zyds fchaduwjge. 
AMPHITHEATER , een ronde Scbouwburg. 
AMPLE, If^ydlnftig. breed. 
AMPLIATION^ Vytbreyding, als ook, eem uyt- 
Jlel van vonnss tot dot een zaak verder onder- 

zocht is. 
AMPLIFICATION, Fergrooting, uytbreyding. 
Amplified, Vergroot. 
Amplifier, Vergrooter. 
to AMPLIFY^ Vergrooten^ uytbresden. 
Amplifying, Vergrooting^ vermeerOering. 
AMPLY ^fVydlooPiglyl 
AMPUTATION, Befnoeijing. 

AMU'LET, Aan de halshangend geneefmiddel te- 

gen vcrgif. 
'to AMUSE, Ophouden^ op den tuyl houden , de 

zinnen heeztghouden^ verbyfteren^ omdentuyn 

leyden. 
To amufe the enemy , Den vyand met lift op^ 

houden y den vyand werk gee^en. 
To amufe one with fair words , temand met 

fihoone woorden op den tuyl houden. 
Amufed, Op den tuyl gehouden^ beezJg gehouden. 
Amtifement , Beezsghouding der zsuneuj tydverleu^ 

tering^ op den tuyl bonding . 
Amufing, Opbouding. op den tuyl boudende. 

AN, Een^ een liJdekcn dat vooreenNaamwoord 
gevoegd wordt beginnende met een Klinker , 
als: 
An Eagle , Een Areni. 



ANA. ANC. x^ 

ANA. 
ANABAPTIST, een If'ederdooper , herdooper , 

Doopsgezinde. 
Anabaptiim, de Gezjndheyd der DoopsgezJnden ^ hel 

Doopsgezindendom* 
Anabaptiftry, De Leere der Doopsgezinden ^ Her^^ 

dooperey, 
ANAGRAM, een Letterkeer ^ letterverzetting. 
ANALOGICAL, Evenredig^ evenmaatig. 
Analogically, Evenrediglyk^ evenmaatiglyk, 
ANA'LOCjx^ Evenredenheyd ^ gelykvormigheyd ^ 

evenmaatigheyd ^ overcenkomft, 
Analogiim.. een 'Onbeantwoordelyk bewys , van dft 

oorzaak tot de uytwerksnge. 
Analogifts, Voogden die geen rekening bebooren /« 

doen. 
ANALYSIS, OploJJing. ontknooping. 
ANARCHY (jfAnarchifin, Heerfiheloosbewd, eeh 

Stoat zonder rcgeering , regceringlooze Stoat. 
ANATHEMA, Ploek.vervheking, ban. 
to ANATHEMATIZE, rervloeken, vloeken, m 

den ban doen. 
Anathematized, Fervloekt. 
Anatomical^ Ontleedkundig. 
Anatomically , Op een ontteedkundige wyze. 
ANATOMIST , een Ontleeder. 
to ANATOMIZE , Ontleeden , openen^ opfiy-^ 

den. 
Anatomizing J Ontleeding^ ^^ffi^y^^gy — — o»/fc^ 

dende. 
ANATOMY, Ontleeding, ontleedkunde ^ als mc- 

de, een Geraamte. 
The art of Anatomy , de Ontleedkunde, 
ANC. 
ANCESTORS , Poorouders. 
Anceftry, Afkomfi.flam. 
ANCHOR, een Anker. 

To caft anchor , V Anker uytfmyten. 

At anchor , T'en anker , voor anker. 

To ride at anchor, T'en anker leggen. 

To hoife or weigh anchor , V Anker opiviHden p 

6{ ligten. 
to ANCHOR^ Ankeren^ */ anker uyttuerpen. 
Anchorage, Ankergrondj als mede Ankergeld. 
Here is good anchor^e , Hier is goede amkerm 
grond. 
Anchored , Ge anker d. 

ANCHOkESS, eene Kluyzenaarin^ Nonne. 
ANCHORET, I i,,^ 
Anchorite, ' C ^^n KU^zenaa^ 

ANCHOVES, Ansjovis. 
ANCIENT, bud, bedaagd, bejaard. 

1 he ancient Fathers of the Church, de Kerkely^ 
ke Oudvaders. 

To grow ancient , Oud worden. 

The andent Hiftory . De aaloude Hiftori. 

The Andents , de Aalouden. 
rtrANCJ£NT,('SubftOiDr^r<?(?/tfvi^f^'4»^#J^*/> 



tS 



AND. ANE.ANF. ANG. ANI. 



Ancicntncfs , Oudhesd^ 

Anciently, Vanouds^ oul'ings. 

ANCLEl, de Enkel^ enklauw, 

ANCOME , een aankomende Quaal. toevalfilotdv'm.^ 

AND. 
AND, En, ende. 
And yet , En cvemveL 
To go and fee, Gaan zien^ goon kyken. 
And (b forth, En zo voort , enz. 
A little more and he had been drownM , Hct 

fcheeldc weynigof hyzou verdronken^ewecfizym. , 
Without ifs or aiids , Zander eenige bedingcn. 
AtiDlRONyeenBrand'yzer,vuHr^ZtrJI)acrd'yzer. ' 

. / ANE. 

ANEW, Op nieftws. 

ANF. 
ANFRACTUOUS, Bogfij!;^ kronkelig. 
ANFRACTUOSITY, Bogtigheyd^kronkeUgbeyd, 
vcrivardheyd. 

ANG. 
ANGEL, een Enrel^ als ook een Angelot. 
Angelical , I Engelfcb , Engelacfotsg , Engel- 
Angel-like. f g^fy^^ 
ANGELICA, Angelika^ Engelwortel. 
' ANGELOT , Eenfoort van Franfcbe kaes. 
ANGER, Gramfchap^ toorn^ 

Eaiily provok' to anger, Ligt vertoTmd, 
to x^NGER, l^crtoorneny vergr'tmmen. 
Angered, Vertoornd^ grimmig, 
Angcrly, T'oomiglyk. 
ANGHLE, eentioek^ een HengeL 
to ANGLE, Hengelen. 
Angler, een Hengelaar. 
ANGLICISM, een Engelfche fpreckwys. 
ANGLING, Jlenge/tng; — hcngeUnde. 
an Angling-rod , een Jlengel-roede , hengel-ried. 
An angling line, een Hengelfnoer. 
Ancred, Vertoomd. 

ANGRY, Toornig^ f^^'^t vertoomd^ grimmlg. 
To be angry at (^oj with) one, Op iemand ver- 
toornd zsn. 
Angrily, Grtmm'tglsk^ toorm^hk. 
ANGUISH, Angjly henaanwdhevd. 
ANGULAR, Hoekig, hoekachug. 
Angulofity, Hoekachtigheyd. 

ANIGHT, 'sNachts, 
ANILITY, Oudwsfs fuffersK 
ANIMADVERSION. Aanmerking, - 
Animadvcrfivc, Aanmcrkig^ opmerkelyk. 

The animadverfive faculty , Het aanmerkend ( of 
opmerkelxk ) vermoogen. 
to ANIMADVERT, Aanmerken, hejhenren. 

To animadvert a thing upon one , iemand over 
eenc zaak berifpen. 
Animadverted, Aan^emerh^ befpeurd. 
ANIMAL, blcrlyk, 
to ANIMATE, Aanmocdigcn^ moedgetven , als 



ANI. ANN. 

mcde beziclen. 
Animated, Aangemoedtgd^ gemoedigd^ bezield. 
Animating, Aanmoedigtn^; ■ aanmoedtgende. 

ANIMOSrrY, Hevigheyiy drift, onlufi ^ wrok ^ 

vcrbittering, 
A'NISE, AnKs. • 
Anifc-lccd , An^s-zaad. 
ANKOR. zie Anchor. 
ANKLE, zie Ancle. 
Ankle-bone, Het enkelbeen^ de enklattw. 

ANN. 
ANNALS, Jaarboeken. 
Annalift . ^tf» Hijhrifchryver. 
ANNATES, Annats, Eerftelingen van Kerkelykc 

inkomften, 
to* ANNEAL, Glasjchilderen , V Glas in den oven 

bakkcn , met olie bejlrvken , beoliiff. 

Annealed, QIas gefchilderd y beolied. 

The Annealing of glafs, Het vaft branden dcr ko^^ 

leuren oP glas tn eencn oven. 
to ANNEX , Aanhangen , byvoegen. 
Annexation , Byvoeging , aanhangfel. 
Annexed, Byge^^oegdy aangehecht^ 

Annexing, B\'voeirtn7y byvoejrende^ 

hl^m&!n:'ED, Fernietigd/ 
to ANNIHILATE, f^cmictigen. 
Annihilated, Fernietigd. 
Annihilating, I rr • • • 
Annihilation! T f^'rmettgtng. 

ANNIS. zie Anife. 
ANNIVERSARY, Jaarhh. 
Annivcrfary, {SMhi^.)eenJaarlyksfeeJl. 
Anno Domini, In ^t jaar onze's Heeren. 
to ANNOIxNT. zie Anoint. 
ANNOTATION, Aante'kming. 
to ANNOUNCE, Aankondigen, verkondigen^ 
Announced , AangekondigJ^ 

to 2\NNOY, Befchaadigcn , quetfcn , beleedigen y 
ajhreuk doen. 
To annoy the Enemy , Den Vvand afbreuk doen^ 
Aruioyance, Befchaadign.gy bele'cdiging. 
Annoyed, Gcquetft , Lejlhaadigdy bcleedigd, 
Annovcr, een Beleediitr ^ befchaadiger. 
ANNUAL, JaarlykfdK 
Annually, Allejaareny jajrlvks, 
ANNUITY, Jaargeld Lyfrente, 

To buy an annuity , Eene lyfrente hope 
geld o'i lyfrenten zettcn. 
to ANNUL, Femietigeny affchaffen. 
ANNULET^t-;/ Rin^etje, 
■ ANNULLED, fWnietigdy te niet gedann, 

j Annulling, ^crniet}^rn7 vernietigcnde. 

I to ANNUMERATE, Bytellen. 
Annumerated, InU zetalgejlcldy bvgeteld, 
to ANNUNCIATE, Boodfchappin, tydingbren^ 

gen y annkondigen. 
Amuinciation , Boodfcbapping , — Mari(^ood^ 
fchap^ 

An* 



^en , zym ^ 



rr — ~^ 
f ANO. ANS- ANT. 

ANO. 
m ANODI^fE remedy, £r»/>y»/?iV/<*W (^f py/t- 
verdoovend) gc^cesmJddeL 
Anoiancc, zie Atinoiancc. 
to ANOINT, Zalvettj heftryken^ fmeeren. 
Anointed, Gczalfd^ bcjlreeken^ ^kmccrd. 
The Lord's anointed, De G<Ja$i(^ des^lccren. 
Anoinrer , een 7.dver , luilfcmer. 
Anointing , Zalvmg , Itjbyki^g , fmeerin^ , — zai- 

TtCftdf* 

ANOISANCfi. t/> Nuifancc. 
ANO'lMALOUS, Uytr/^efi^, nnordemlyh 
ANON , D;udclyk, ftraks, aanftonds. 

Ever and anon , Staaz aan , al ^ednurig. 
ANONE? Hoe} watu> 
ANONYMOUS, Naamhos^ effgcmemJ. 
ANOTHER, eenji^der. 

Another rnon^s, Eem anders. 

Another way, Etn andcrc we^y^ ergem anders. 

Of another mind, Anders gez$nd. 

One agiinil another, Tegen malkaf$deren. 

One another, Elkandtr^ mMkander. 

To love one another, Malkanderen UtfM&etf, 

To dilfor one from another » Otfdfr malkiwderen 
vcrfchceUn^ ovcrhmp l^gj^^^* 

One after another, Naa malkamderen^ de ten na 

One with another ^ Met malkanderen^ als mede, 
d&or malkanderen, 
to Anoy. i^ie ANNOY. 

ANS. 

ANSWER, ten Antwuord, 
To make, to give, Qr to return an anfwcr, Een 

anftvoord gcven, 
A cd [durable anfwer , een Glintpig antwoord^vowr- 

wcndfeL 
An anfwer from God, ten Godly k antwoord. 
to ANSWER, Antwoorden^ ieantwoordem* 

To anfwer to the purpole, 7er zaake anfwoorden, 

I cannot anfwer it to my confcience , Ik kan V 

/» nts» gemocd niet verantwoordew^ 

c5* To anfwer for, f^erantwoorden ^ voor iefs fiaan^ 

hrg bhven. 

I will anfwer for it ^ tk zal V voorjlaan^ ik zal 

V vcranttvoordtn, 
I won't anfwer that debt^ Ik will die f^nld met 

verantwoorden, 
Monev anfwers all oecafions , */ Geld kan alles 
goed maaken. 
Anfwcrable, Verantimordelyk ^ overeeninmelyk, 
Thofe proceedings are arilwcrablc neither to his 
birth nor ediicarion , Deeze h^ndeliugcn ko- 
men noch met zyne gehorte , noch met zyne 
ofvoeding over een, 
Anfwcrablenefs , Overeenkomfi. 
Anfwcrer, Antmaorder, 

ANT. 
ANT, ttnMier. 



ANT. ANV. ANX. t<> 

Ant-hill , Ant-hole , I een MiereH-htHVel,, Mie^ 

Ants-ncrt* ( ren-boL 

ANTA'GONIST, een Tei^eHparty , beflryder. 

the ANTARtllCK pole^ het Zmder dfpnHf. 

ANTECE'DENT, Antecedaiicous , roorgaande. 

to ANTEDATE , de Dagteekenin^ vervroegen, 

ANTHEiVl , een Lofzanf 

AN! EPA ST, De voormmhxd, 

St. ANTHONIKS FIRE, de Roos. 

ANTI ( Een ' 'cM l^f^orzeffel) te^en , als : 

an Anti-Court die '/ met met het hof bond* 

an Anti-Pope, een Tegen-Faus. 

ANTICHAMBER , de Fmrkamer. 

ANTICHRIST, deregenchrifi, Antitbrijl, 

Antichrillian , Antichrifttfik 

Antichrillianifm, het Antichrijiendom. 

to ANTICIPATE , Voorkttomen , voortnneemen , 

vert'roegenj verraffen^ an derf cheapen. 
Anticipated, t^tf&rgek&men , onderfcbepty vervroegd^ 

verrafi. 
Anticipation , f^&orkaming , vmrinneeming , verraj* 

. fing , z'er% roeging , 
Anticipator, een yoorinneemer ^ verrajfer^ 
ANTlCK, OfiderwefSy ant\ki\ 
to ANTIDATE, de Uagtekening vervroegen, 
Antidated , In de dagtekening vcrvroegd, 
ANTIDOl E regcngift. 
to ANTIDOTE onc^ lemand met tegengift vocr- 

zien, 
ANTIDILUVIANS ^ Die voor den Zondvhed 

liejdcn, 
ANTI LOPE, een Dier gejleld van een hert en ee* 

negeyt, 
ANTIMONARCHICAL , tegen een K&ning^ 

lyke re^eering, 
ANTIMCVNY, Spie^glafs, Antimoni, 
ANTl'PATHY, T^enzncht , weerzin^ afkeer ^ 

tegenheyd, 
ANTIPENDIUM, een Voorhangfel 
ANTIPODES, de T'egenxmetelingen^ tegenvoefers* 
I ANTIPRESTIGIATION, Tegenbegmgheling. 
I ANTIQUARY, een OndheyJs-lfefieSber , Oud^ 
I hexds-onderzocicr y kenner derAaloudheden, 

to ANTIQUATE^ Oudmaaken , veronderen^ af^ 
li fchajfeni 

\ ANTIQUE, Onderwets ^ fnaaks ^ md. 
ANTIQUITY, Ondhesd, AahnJheyd, 
ANTITHESIS, eentegenjleUtng vah ftrydigheden^ 

tegenzettipfg. 
ANTITYPE , een Tegenbeeld. 
ANTLERS , De laagfte (df kleynjle) takjet van 
eens harts htarrn, 

ANV. 
AN\TL, een AmbeeU. 

An anvil ftock , een Ambeelds blok. 
ANX, 
ANXIETY, Angft^ benaauwdheyd ^ l^cangjliging^ 
hngigheydy anzjlvalligheyd. 

C % An- 



to ANY. AP. APE. APH. API. 

Anxions^ Angftig^ bang^ bcnaaawd^ btitngfi ^^rngji* 

vall/g. 
Anxious cares , Angftvallsge zorgzMldigbedcM. 

ANY, E^fffg^ ecHj ienumd. 
05" rU take any , U Is my evenveel wot ik Meem, ik 
maak Vr geen keur in , ik zal neemen ^o als V 
tny voorkomt. 
Is there any of you that will undertake it ? Is*er 
iemoHd van ulteden die V onderneemen wil^. 
Any thing , lefs , eeni^erley zaak , n/fcx y ecnigjifts. 
It' I hear any thing, Zo ik sets boon 
If it be any thing hot, Zo bet eenigfins beet is. I 
Any thing will go down with him, Hy kan al/es 

verzwelgetf. 
Above any thing, Boven aL 
I would not do it for any thing , Ik zau V om 

gecn ding willen doen. 
He is willing enough to do any thing, Hy is ge- 
willig om eenigericy zaak by der band te vatten ; 
of, om alles te doen wot bem oak voorkomt. 
Any where, Ergens. 
Any farther, Eenigfins verder. 
Any while, Een wyltyds. 
Any more, lets meer. 
. At any time, f' Eeniger tyd^ wanneer *3r ook zy. 
Any one , lemand^ een iege/yk. 
I undcrftood not any one word, Ik verftondniet 

een eenig woord. 
Any body, lemandy. elk een^ eenyder. 
Any day, AlU dagen. 
Any further^ Nog wot verder. 
I will no put it off any langer, Ik wilU nietUn- 

ger uytjtellen 
Take any, Ne 
volt. 

AP. 
APACE, Snely met der vaert yjpoedig. 
To go apace, Radgaan. 
It rains apace , V Rigent bard. 
APAID, teVreede y vergenoegd* 
Well apaid , Voldaan. 
Ill apaid, Vnbenoegd. 
APART, Byzonderlyky op zJcb zelfs^ ttr zyde. 
To fet (or lay) apart, Aan een zyde zxttcn. 
Apart from, J/gezonderd^ byzonder. 
APAR'IMENT, eenVertrek. 

APE. 
APE , een Aap. 

to ArE one, lemand naa-aaPen, 
APERTLY, Opentlyk. 
APEX , de Top^ bet top-punt. 

APHORISM, een KorthonSge fpriuh 

API. 
APISH, Aapachti^. 

Apifli tricks, Aapen-jpel^ AtfeH-kunrin y griUen. 
ApiOily ) Als een Aap. \ 



Neem^er een uyt die (of dot) u ge- 



APO- APP. 

Apiihnefs, Aapery. 
APIECE, Efk/elkeen. 

APO.- 
APOCALYPSE , bet Boek der Openbaarinjre. 
the APO'CRYPHA, de Apokryphe Boeken. 
Apdcryphal, Ferbor^en^ bustehrheliz^ Apokrsf. 
APOLOGETICAL, K^\c^A,yerL£genJ. 
an APOLOGETICK, (Subft.) een Ferdeedig^ 

Jcbrift, 
APOLOGIST, Apologer, een Verantwoording^ 

fcbrwer. 
to APOLOGIZE, eenFerdeedigingfchryven.ver^ 

antwoorJen. 
APOLOGUE , een Zinryke fabel , leerzaam ver^ 

dicbffel. 
APO'LOGY, Ferantwoording y verdeediging. 

To make an apolop)', Eene verantwoording doen^ 
Apoplc(^tical , Bcroerd\ daf tot de hercerdheyd he-^ 

boort, 
APOPLEXY, Berocrdbeyd, geraaktbesd. 
APOPHTHEGM, Een'korte zinrske'Cpreuk^ 
APO'STACY, AfvaL afwyktng. 
APOSTATE^ een Afvallige.. 
Apoftatical, Afvallig. 
to APOSTATIZE, Afvallen, 4wyken, 
APOSTEME , i een Gezzvel , zweer , etterge^ 
Apofthume, f zwel. zie Impoftume. 
APOSTLE , een ApofteL 
Apoltleihip, Apoftolate, Apoftelfcbap. 

APOSTROPHE. Letter-uytlaating ^ afivending.. 
to APOSTROPHE a word, een UytlaatingsHeken 

boven een woord zetten, 
APOTHECARY, eenArtfeneybereyder ^ krnyd- 

menger ^ aPoteker., 
An Apothecane's (hop, een Artfens-vjinkeLapoteek. 
APOZEME, een Afziedfcly afkooffe/, krnyd-dranh 

AFP. 
APPARTMENT. ^/V Apartment, 
to APP AY, Foldoen. 
to APP AIR , Ferkleynen , verminderen , verergerink 

zie Impair. 
fto.APPALE, <jf Appall, Fertzaagen , mismoedi'- 

gen , doen bleek worden. 
Appalemcnt, Fertzaagdheyd ^ verbaaftbeyd. 
APPAREL, Gewaady kleeding^ dragtj dostooifel^ 

vercierfel. 
Mourning apparel, Ronvjgewaad. 
to APPAREL, Kleeden, oPtooijen. 
To apparel jprgeoufly , Oppronkenj ver-cieren. 



1 o apparel cprgeoufly , Oppronkenj ver-ci 
Apparelled, Gekleedy gedoft^ opgetooid. 
APPARENT. Scbynbaar, oogenfcbynlyk , 
fcbynlykj bhkbaar. 

To tie apparent, Schynen. 

To make apparent, Openbaar maken 
Apparently, Scbynbaarlyk. 



waoT'^ 



Ap- 



APP. 

ilpparentncfs, Schyft^ waarfchynlykhcyl, fchynbaar- t 

APPi^RiTION, Verfchyning.fchynfel, fpookfel. 
APPARITOR , een Deurwaarder , dngvaarder , 

ftadsboode. 
tAPPARLEMENT, Schynbaofheydyoogenfchyn- 
lykheyd. 
An apparlcment of War, Een fchynbaarheydvan 
oorlo7. 
fO APPEACH,. Befihuldsgeny bedraagen. zic Im- 
peach. 
Appeached, BefchHldigt^bedraagen^ beticht. 
TVrPEAL, een Beroepj als mcde bettering. 
A Court from which there is no appeal. Ee>i 
Gerechtshof van ^t welk men zJch met op hooger 
berozpen kan. 
CO APPEAL, Beroepeny ajs ook betichten , zyne 

medepligt'tgen ontdekken^ 
Appealed, Beraepen^ 

Appealing, eeneBeroeping^ -^^'^ beroepende,. 
APPEALANT or Appealer, een Beroeper. 
to APPEAR, y'erfikynen^ blyken , fihynen , voor 
den dag komen* 
The Angel of the Lord appeared to- him in a 
dream, De Engel des Heeren verfcbeen hem in 
den droojn, Matth. I. 
To appear in publick , Opentlyk voor den dag ko- 

men , zjch in ^t openbaar vertoonen. 
To appear in print , In openbaar en druk te voor- 

fchyn komen, 
!t appears, Het blykt. 
ril make it appear, Ik zal V doen blyken. 
Appearance, Verfchyning^ fchyn ^ verpooning. 
There was no appearance of truth , Door was 
geen fchyn van waarheyd. 
0(1 To make a fmall appearance, Zicb gering voor- 

doen , maar een kleyne vertoonii^ nMoken, 
CC^ There was a great apparcnce of people , Daar 

was eengroote toeloop van voik. 
APPEASABLE , l^erzoenlyk. 
to APPEASE, Bevreedigen^ {Klleny^ vetzoenen. 
Appeafed, B'evreedigdj gernft gejield. 
Appeafer , een Vreedemaker , tevreediger ^ verzoe- 

ner, 
Appeafing, ^evreediging\ '•'-^^bevreeMgende. 
Appeafemcnt, Bevreediginjr^ verzoeninz^ 
APPELLANT, zie AppSJant. 
APPELLATION, Berueping. 
APPELLOUR, Een die zicb zeiven fchuldig be- 
kennende ook eenen anderen befchulMgp ; als me- 
dc J lemand die eenen anderen tot een twtege- 
vecht uvtdaa^. 
APPENDANT, Aanhangfyk, toebeboorig. 
APPENDIX, AanBangfef/byvoegfel. 
APPENNAGE , Inkomfi vm geld vocr de jwger 

broeders van koningfyke flam: 
to APPERTAIN, Behooreny aangaan. 
Appertaining, Behoarende. 



APP. at 

APPERTINANCE, Toebehoor. 

Appdrtinances , het Toebchooren , de toebeboortighe^ 

den, 
APPETENCE, Appetency, Graagheyd ^ begeer^ 

te ,. Infl. 
APPETITE, Graagte, trek, lufi, begeerte. 
Appetitive. Lujl hehbende , trek hebbende. 
to APPLAUD, Toejuyghen, pryzen. 
Applauded, Gepreezen, toegejttyghd. 
Applauder, Toejuygher. 

Applauding, Tocfuyghing; toejnyghende. 

Applaufe, Gejuygh, toejuyghing. 

To coun popular applaufe , Naa de toejuyghing 
desjgemeenen volks Jiaan. 
APPLE, een AppeL 
Applc-paringS , AppeUfchillen. 
The apple oYthe eye, de Oog-appel. 
Apple-tree, een Appelboom , Appelaar. 
Apple-fruit, Orft. 

A worm-eaten apple , een IVorm-fteekelige ^J* 
peL 

An Oak apple, een Galneut. 
Apple*coar, Klokhuys. 
Apple-monger, een Appelkooper.. 
Apple-woman, een Appelwyf. 
Apple-yard, eenBoogaard, 
Apple-pye, een Appel taart. 
Apple-loft, een Appel-zolder. 
Apple-moiTe, Appel fop, 
Apple-rofter, een Appelroojler. 
Applc-fawce, Appelmoesj appclpent. 
to APPLY. Toepajfen, voegen. 

He would needs apply that faying to her,. /fyzvcn 
Jot zeggen enkelyk op^ haar toepajfen. 

To apply a plaiftcr, Eenpleyfter opleggen. 

To apply himfelf to fomethihg, Zicb ergens to€ 
begeeven. 

To apply on's felf to one, Zich by iemandver* 
voegen. 

\lp\fdl ^ ^^^g^^fi^ vervoegd. 

Applying, T'oepaffmg^ toepaffende. 

Appliery. een ToepiJg'er, 

APPLICATION; Toepaffing , vervoeging , — 
^benyvering. 
To makeliis application to one, Zich byiemand 
Tervoegen om iets te verzoeken. 
XlrWith great application , Met groote benyvering 

6f ernft ^ met groote vlyt. 
ro APPOINT , Beftemm'en , aanfiellen , verorM- 
neeren, bcfcheyden, plaats ftellen, tyd Jielkn , 
verdagvaarden. 
To appoint time and place for a thing , Tyd en 

plaats- voor iets beftemmen. 
To appoint one agaiiift the end of the week, /f 
mand tegen V laatfl van de week befcheyden. 

C 3 Ap.- 



a:fc APP 

Appointed, Bcjlemd^ verordmeerd^ aange field ^le^ 
jcheyden ^ verdagvaard, 
Tno Parliament is appointed to meet at Weft- 
munftcr , Het Partement is bejihcydcM ( 6( ge- 
loft) om te IVeftmunftcr by een te iontcft. 
Well-appointed, Id'cl toege'rnft^ 
Appointer, een Beftemmer ^ verordineerdcer^ 

to APPORTION, Verdeelen , gelykelyk foedeelen. 
Apportionment , Een verdeeling van landhuur of 

rente in tween. 
CO APPOSE, Ondervraj^en, toetfcn. ^/> Pofe. 
APPOSITE, H'elterzaake, welter fetee. 
Appofitely , Kecht van pas , wel ter free , recbt 

floats. 
Apportion , Byvoeging , hyzetting. 
to APPRAISE, waarderen ^ [chattcn. 
Apprailed, Gefchat. 
Appraifor , een Schatter^ 
to APPREHEND, Bcvatten^ kegrypcn ^ tangen^ 



vattcn^ bediicht zsit. 



To apprehend a maiefaSor, Eenen qnaaddoender 

in hechtenijj'e neemen. 
To apprehend a matter, Een zaak hez'otten^ 
To apprehend a danger, f^oar een gevaarbeducbt 
z\». 
Apprehended, Begreefen^ ge^tat. 
Apprehending, Beva/ting; — : — Ser^attende. 
A pprehenfion , Bevatting , hegryping , begrip , vreeze^ 
beduchtheyd^ hekommering. 
Of good apprchenfion, or quick of apprchcnfion, 

^»el van begrip. 
According to my apprehenfion, Naar myne be- 
vatttng, 
Appreh<fniivc, Begryptlyk^ bevatteiyk^ bedtuht^bc- 

kommerd, 
Apprehenfivcly, Bevattelyk, CJdv.) 
Apprehcnfivenefs , Bevaitcl%kheyd, 
ArPRE'NTISE, of Apprentice, een Leerjongen^ 

leerhiccht^ winkelknecht ^ winkelmeya. 

Apprentifhip , / Verband van eenige jaaren om iets 

te leer en ^ letrtyd. 
APPROACH, Genaaking, ^^^^■Eft nadernis. 
To have approach ^o one , loegang tot ieinand 
bebben, 
CCSrThe approaches in a fiege, De loop^raaven (ap- 

froches ) of nademiffcn in een beleg, 
PROACH, Nadcrcn.gcvaaken, 
To approach on's perfon , T'ot icmands pirfoon 

ftndcrcft. 
The night approaclies , De nacht gcnaakt , dc a- 
vona koittt aan^ 
Approachable, Genadkclyk^ toeganglyk. 
Approached , Genaderd'! ^ 

Appr oachinp; , Nadcring ; naderende. 

Approachlcft, O^zenaMaari. ontoc^anghk. 
APPROiiAlION, GoedkcHring.goidhming. 



APP. APR APf.AQU. 

to APPROPER^TE, Haaften. 
APPROPLVQUAl ION , Nadering , aannade- 

ring. 
APPROPORTIONED , Gelykmaatig gemaakt ; 

toegcpalK 
APPROPRIATE, Eygen, natuurlyk 
to APPROPRIATE, Toeeygenen. 
Appropriated, Toegceygend^ toegepajl. 
Appropriation , Toeeygening , aaumaatiging , als ook, 
eene eygendomhke prove wamvan iemand de in^ 
kornflcn trekt j' en daarvoor den Preckcr onder- 
boudt, 
to APPROVE , Goedkcuren , gocdkennen , toe^ 
Jiaan, 
To approve of a thing , lets goed kenren. 
j3*To a{>prove himfclf to one, Zicb aangenaam (of 
gtivild) by iemand maken. 
To approve land. Land verbeteren. zie Impro* 
ve land. 
ApproAed , Approved of, Goedgekenrdj toegejiaan^ 
gezvild. 

An approved author, een Geacbt fchryver. 
An approved cure, Een bepreefde of goedgekettrde 

gencczing^ 
Approvement , Bebouwing of bezaaijing van land. 
Approver , een Goedkeurder , ■ een misdaadige 

die zync medepligtigen befchuldigt. 
Approving, Goedkeuring ^toe/lemmings gocdkenning; 

1 goedkcurendc, 
APPURTENANCE, Toebeboor. ^/VAppcrtinan- 
cest 

APR. 
APRICOCK , een Abrikoos. zJe Abricock. 
APRIL, Grasmaandt. 

♦ April-fhowcrs bring forth May-flowers, //jpr//r 
regenbuyen brengen May-bloernen voort, 

* 'When April blows his horn, 't is good for hay 
and corn, Een donder in Aprtl is goed voor 



gras en graan, 
APRON, een Scbarteldoek ^ fcbortekked. 

A tradesman's apron, een Foorfcboot^ fchootsveh 
» APT. 

APT, Beqnaam^ gevoeglyk^ gereed,^ bckcndig. 

Apt to do any thing, Beifuaam tot allcs. 
Cr I am apt to think , Ik beeld my in , //• zou fchier 

denken 
03* Apt to be drunk , Tot dronkenfcbap geneygd. 

Aptnefs"!' r ^^l^^^^i^^d, gevoeglykheyd. 

Aptnefs to learn , Leerzaambeyd , bequaamhcyd 
om te leeren. 
Aptly, Gevoeglyk. bequaamlyh 

AQU. 
AQUA-FORTIS, Sterk-water. 
AQUARIUS, de Waterman , [ een van de XI t 

llemclsteckenen. 1 
AQU ATILE , In V water lecvend. 
AQ^JA-YITJE^ Brandcwyn. 

AQUE^ 



^^ 



ARA. ARB. ARC. 

AQUE'DUCT, eePiU'aitrUydmf, huys. 
AQU £0 U S ^ // ^erig w.iiirachug. 

ARABICK, ArahtfcL 
A'RABLE, Pki^^haar. 
' Arabic Is«id, Limdda^ befuoiim is cm fe tehn- 

wen. 
ARANEOUS, I^qI [pin^ewfbkM. 
ARAY, Gtwaadj'iletdf/tgy aerfil^ ajs medeyZ^^- 

orde. 
cS'To fct in aray , in Slag-orde /lcllf» ^ fihikkew ^or- 

dinetren^ 
Wfrhoutaray, OnordemhL 
to ARAY, Kked€n. 
Arayed. BtkUed. 

ARB. 
ASMKUST ^ een Boogfchuner. 
ARBITER, cc^ Scheydsmam^ x,tgfmm§ ^ gmman. 
A'rbitrablc, Bejlechtkiar y hemiddelhaar. 
A'rbftrage, Bcnuddtimi^ mtfpnuxk* 
Arbitrary, U 'tiUkemrt\'i ^ goeddunkelyk. 

An arbitrary Government , Een 'eygengoeddunkt' 

lyh Rcgca-ing. 
Arbttrarily, GoedduMteMy naar z\n lx{l en believen. 
to ARBITRATE , Bcjlnhen ^ bemiddcUH ^ uyt- 
fpractk ducn. 

To put a thin^ to arbitration , £e» z^aak aan 
bemtddcitng (hllcff. 

Arbitrator, ccx iMidddaar ^ heJJcchter, 

Arbitratrix, eenc MiddeLtarftcr. 

ARBOUR, een Groen hewojjen la^vs^alhryjPrittt, 

Arbour-makcT^ een Prseel-x^Ucht^, 

ARBUTE TREE, etf^ lUag-appclboom. 
ARC. 

ARCENAL, een W^apenhttys ^ bushmt. 

ARCH, ecn GevJeli\ beiogy'verwulft'j tvelfJcL 
To make an 5rch-roof, een Gcwelf maaken* 
The arches of a bridge, de Bmgen van ten brug, 
A triumphal arch, €tn Trwmfhmg^ zecgtboQg, 

Archwife, Boogswyze^ met een verwuljK 

to ARCH, ll^heff. 

Arched, Gcwelfd^ vcnvxlfd. 

The Court of Arches , De z^mmnamfte Kerkehke 
vergadering om gfefteiyke zndken tc bcjlechten ^ 
beho^rende tot dinAartsbiJfckop zumCmtttrbnry, 

ARCH, Opperfie^ Aarts^ opper. 

an Arch-tray tor, hen aPper-verr^ndtr. 

oS* An arch rogue, cen mlyke fchchn^ ttn doortrapte 
deugniet. 
She is ail arch woman , Zy is een oolyke heis, 
an Arch boy, Lcn dovrtrapte jongen.' 

ARCHANGEL, dc AartsetigcL 

ARCHBISHOP, ef» Aartsbt£€hojK 

ArchbiHioprick , Aartsbhdom, 
There arc two ArchbiOiopricks in England, that 
of Canterbury , and that of .York, Daar z) n 



ARC. AKB. ARE, ARG, ART. 15 

in Kifgdand twee Aartsbisd&mmeP* , tc Wictm 

dat van Kanitrhury^ en dat van JqtL 
Architr" ' Aaarishr^' ' ' 
ARClr ON, ea: _w. 

A rchdcuc 1 ] r V , Uppcrdi^d^t**! i l\ip . 
ARCHDUKE, een Aartshertog, 
Archdukedom, A^tshertogdom. 
Archdutchcf^, itne Aartslifrtogm, 
ARCHER, een Bm^fibutur. 
Archherctick , een Amrtskcner, 
.^CHETYPE, ccn OppcnmrbtiU^ V oorfprang* 

ii-iyif, 
ARCHITECT, ten Bauwmeefter. 
Architeflure, dc Bmwk&nlh 
ARCHITRAVE, een Oppcrbali, eem balk op tWt^ 

plaatzen ruflcnde. 
ARCHn^ES, de Ka»relery, Schriftgaardt, 
ARCH-PRESBYTER, cen Opperpriejltr. 
Arch-PTjeft , een Aartspriefier. 
ARCTICK, Noorder, 
The ardick pole, V Nowder aspunt, 
ARD- 

Ar^dSuiSf?,^' \ y-nr^gheyd, hrandende yver, 
A'RDENT, Vi^Ttrii. brandend. bJaakendy yverig* 
ARDOUR, hitte, 
ARDUOUS, Moeijelyk, zwaar, 

ARE. 
^'^ '^ Al^F "^ L 2m^, van bet W90rd tO 



they f 



ARE, ^ 



f Be, weezen, 
ARC- 



*t Wit veld in een wa* 



ARGENT, Zilveren; 

pewfcbdd. 

to ARGUE ^ BePwiflen^ bev/vzcn^ redenkdzelen. 
To argue tlie cafe with one, Eenc zaak nut ir- 
mand betxmften, 
oS^That work argues a great deal of hafte, Dat 
luerk geeft gcmeg te kcnnen ^ dat V hftig mede 
g^haajl is^ 
Argued, Betvilfl y be p lest. 

Arguing, Bewyzing^ b'etwifting -^ - ■ ■ bewyzende. 
Arginncnt, Bewys^ bewysreden^ bev/ysftuk'^ dring- 

reden^ '— rnhond^ kort begrip der Zaak ate 

te bf^wvzenftaat. 

ARL 
ARID, /?<?r. droog^ bar. 
Aridity, Dorhexd^ drttogte. 
ARI£S, de Ram , [rt» ^^an de XI I Hcn^eh tAe- 

nenS\ 
ARIGHT, Rechf, weL 
To ji^dge aright of a thiig, Recbt van eene zsak 

Qurdeeien, 
To (et aright, Te reck fcbikken. 
Arighted , Recht gefchikt. 
to ARISE, Op/laanj opryfen^ ontjlaan, 

Arifc and come forth , Staa op en kom voor det$ 

dag. 
Some vapours arife from the cart!i , Eenigedam* 

fen 




14 ARI. ARK. ARM. 

fiH ontftam ust de aarJe, 
To arifeas the Sun, Opgaatt^ ah de Zon. 
Arifcn, Ofgtftaan^ ontftaan. 

Ariling, Opryziftg. opftand\ omtjiaande. 

ARISTO'CRACY, Adel-resreering^ een Regeering 

door de voornaamfte heeren van V land. 
ARISTOLOCHY, Oojlerluc'te Azjeker hruyd^Y 

ARITHMETICK, Jf/f^rif^e?*/ • 
Arithmetical , Rekcnkundig. 
Arithmetically, Rekenkundsglyk. 
Arithmetician, een Cyjerkonfienaar ^ rekenkundige. 

ARK, deArke^ Bondkift. 
Noa's Ark , Noachs Arke. 
The ark of the covenant, de Arke des verbonds. 
ARM. 
ARM, ^en Arm. 
The right or left arm , De reciter ofjlinker arm. 
* We'muft put our arm no further than our flce- 
ve will give leave , Men moet zynem ftok niet 
verdcr zjetten als menfpringen kaii. 
A little arm, ee^t Kleyne arm^ armtjc. ^ 

an Arm-chair, een Leentng-ftoel. 

An arm of the Sea, een Zee^ngte^ Zee^arm. 
ARM, een IVapn^ geweer. 

a I'irc-arm , een Schietgeweer. 
to ARM, If^apeneny toeruften. 

To arm on's zclf againft the enemy, Zicl tegem 
den lyanJ wapenen. 
Armature, U^apening. 
Armed, Gcwapend^ toegeruft 

Armed cap-a-pe > Gewafend van V ho^ft tot de 
voeten. 
Armed chair, z'le Arm-chair. 
ARM ADO., een Scheepsvloot. 
Arminc;, een If opening; —^wapenende.^ 
ARM§, tf^apenen^ geweer^ een wapenfchild ^ wa^ 
pen, 

A man of arms, een Oorlogs man^ krygsheld. 

To be up in arms, In de wapenen z)n. 

To ^ake up arms , De wapenen opneeman. 

To lay down arms , V Geweer neerjmyten. 
car The Arms of Amftetdam, V Wapen vanAmfter- 

dam, 
ARMLET , een Armwaapen. 

an Armlet of pearl , Een armfnoer van paarlem. 
ARMOUR, IVapenrufting ,^ wapentuyg ^ rnfling ^ 
geweer, 

A coat armour • een ff^apenrok. 
Armourer, een Harnaxma/iker ^ Stormhoedmasker . 
ARMORY, ^Vapenfihridkunde. 
ARMOURY, een H'apenhuys, 
ARMY, een Krygsbeir^ bcirleger ^ hesrkracht ^ le- 

fer^ heir, 
-and-armv , een Land-heir, 
To raifc au army, ten Leger op de been trengen. 



ARC. ARR. 

The Wings of an army , de VIeugch vanunUtf^, 

leger, 
a Nlaval armv, een Oorlozs vloot, 
ARMlPOTElSir, MagU7 in wapenen. 

AROMATICAL, L Kriiydig ^ gemrig van Jpe- 
Ardmatick, C cereyem. 

AROSE van Ari&, als: 

When he arofe , Toen hy opftondt. 

A ftonn arofe , Daar ontftondt een florm, 
AROUND, Random. 

Around him , Rondom hem, 
ARQUEBUSS, eenVuurroer^ handkus. 

ARR. 
to ARRAIGN , voor V Recht ontbieden , tpw *# 

recht daagen. 
Arraigned, voor U Recht ontboaden y ledaagd* 
Arraigning, eene D airing voor */ recht. 
ARR AND, Boodfchaf. ^/> Errand. 
ARRANT, Louter, uytfteekend. 

An arrant knave, Een overgegeven guyt^ 

An arrant whore, Eene. fnoode hoer. 
ARRAS-CLOTH, een Tapyt. 
ARRAY, Slag-orde^ als mede, Gewaad^ Ueeditig^ 

zte A ray, 
to ARRAY, Bekleeden. 
Arrayed, Bcklced, 

ARRAYERS, MonfleraarSy Wi^enfchonwert* 
the ARREAR of an army, de Acbterhoede. 
ARREARS, Achterjlallen. 

In arrears , Ten achtercn. 
ARRE'ARAGE, Achterftallige fchuld. 
ARREST, een BeflaF, Raa£bejluyt. 

To take in arreft. In bejlag neemen. 
to ARREST , Bejlaan , de hand opleggen , vafl^ 

zctten. 
Arreftcd , Bejlagen , vafigezet. 
ArrcRing, Be/loaning^ vaflzetting. 
ARRIEkBAK , de Adel die op ontbooden is cm tern 

oorlog te trekken. 
Arricr-gard , de Achterhoede. 
Arrightcd. zte Ariehted. 
ARRIVAL, Aankomfty ooMlonding. 
to ARRIVE, Aankonfen^ aanlonaen. 

To arrive at a place, Aom eeneplaats komen. 
Arrived, Aangekomen^ oangeland. 
Arrived at fome perfeftion , Tot eenige volmaah^ 

^ heid gekomen. 
Arriving, Aankoming^ aankomende. 

tiK9Sj(l\YiQM yVerwaantheyd y vermcetenheyj^ 
Arrogant, f^crwoanJ ^ vermeeten , laatdunkend ^ 

trots, 
A'rrogantly , Fermeetemlyk^ verwaandelyk. 
to ARROGATE, Zicivermectcn^ aanmaatigen. 
He arrogates too much to himfclf, Hymaatigtzkb 

te reel aan, 
hRKOW , een PyL 

To ihooc with aa arrow, Met temewpylfchieten. 

Arrow* 



ARS. ART, ARU. AS. 
Arrow-head , de Punt ecttspyls, ah medc , Ziker 

Jp/tjig kruydim mocr^en groeijcftde. 

ARS* 
'^ARSE, deAaru 

a Short arfc, Een hrt gat. 
^ Arfe-^ut 1 dc Aarsdarm* 
^Arfc-hole, V Attrsgat. 
lArfe-wlfp, ten Aars-wifih^ Aorsvteger. 
jArfe-vertie, Avtrechtt^ rompjlomp^ zo wa^ been* 
"ARSE-FOOT, eem Duyhrtjt ^ Aarnoct. 
ARSENAL, ecn iTapemhHys, 
ARSHNJK, R^mehrmyd. 
ARSON, 4i€n Zaielboo^ 

ART* 
ART, KmH. 

T\y^ Black -art, dc Zwarte hnjl. 
The liberal Arts, de Vne hnften. 
a Mailer of Arts, ten Meefter dtr vrye konflen^ 
ehou ART, Gy bent. 
ARTERY, eimSlag-ader^ pols-ader, bart-ader. 

Arterial blood , S/ag^ader bhed^ 
ARTICHOKE , een Arttspk. 
The bottom of aii Artichoke , D4 Jloel vam een 
Artisjok, 
ARTICLE, een Lid, artykel^ verdeelpunu 
Article by article, By artykeUn, 
5^ To furrcndcr upon arh'cles , Zich by verdrag 
overgeeven, 
to ARTfCLE , By amkelen Jlellen, 

To arricle one , ArtykeUn tegen Umand ^pftelkn. 
Articled, Bv artykelengefteld. 
Articular, Artykehwyfe. 
ARTICULATE, UnderfcheUen , behoorlyk ver* 

deeld. 
to ARTICULATE, U artykeUn verdeelen. 
ArticiiIatcU, Onderfcheidentfyh 
ARTIFICE, Konflgreep, k'onjl , behendlgheyd. 
Artfficer, een KonftcHnar ^ hmduserhman^ 
Arttficial , Konfitg^ behendtg^ oar dig. 
Artificially, Konf^ighk, bcbendiglyks 
Anificialnels, Konjfi^heyd^ 
ARTILLERY, GeJ^^hh, kryptuyg. 

a Train of Artillery, eene 'Sleeps vm grof gefchut. 
The artillery-yard, de Doeien. 
ARTISAN, I een Konjlcnaar > konftig werk* 
Artift. f man. 

Aitlcfs, Konfiehof* 

ARU, 
ARUSPFCY, IVaarzeggcrye [^^r */ ingewand op 
V akaar te befihonwen. ^ 
AS. 
AS, yf/j, gftyk ak^ zo alsy indten^ 
As I am informed , Zo als ik onderregt ben, 
As well a? , 'Zq wel ah. 
As foon as , Zo dra ah. 
As black as inck . Zo zwart ah inkf. 
As if, Ah ^, gelyk als. 



AS. ASA, ASC. ASH. %f 

As fs the beginning, fo is the end, Gelyk U hegh$ 

is , zo is V eynde. 

As much as , Zo i^eel ah. 

As far as , Zo verre ah. 

For as much yt^oor zo veel^ dewy!. 

As long as, Zo Ung als^ 

Even as , Even ah. 

As for example, By voorbeeld. 

K% great as, Zogroot als. 

As little as, Z^ khyn ah^ 

As many as , Zo veel ah. 

As often as, Zo dfkivih ah. 

As wife a man as any in our city , Een mm «• 

wys ah Vr in onzc Jlad niag zyn. 
As tor me, Ah wot my aangaM, 
As to that, I ^/ ._ _ 

As for that, f ^^^^^^^g^^ 
As yet, Ahmg. 

In as much, Mademaaly voor zo veel 
oS'As you tender your own falvation , do not 
flight thofe things , hsdien uwe zahgheyd m 
eenigfins ter hartejgaai^ zo veracht deeie'zaO' 
ken niet. 
As occafion fliall ferve, AWr dot de gelegenheyd 
zicb voordoet. 

ASA. 
ASARABACCA, Haazelwortel ^ of Mam ooreft^ 
[^Zeekergewas.'] 

ASC. 
ASCAUNSE, Overifoeks, o%ferdwan. 
to ASCEND, Opkhmmen^ opvaaren^ ^pfiyg^^* 
Afcdndable, BekhmmelyL 
Afccnded, Opzekkmmen ^ opgevaaren. 



Afccnded, Opwekkmme 
ASCE'NDENT, Ven 



ermoogen ^ mgang* 
I gained this afcendcnt upon him, Ik hebdusveel 
vermoogen op hem gekree^en. 
Afccnding, Opvaaring^ opkttmming. 
ASCENSION, Opvaar$^ Hemehaart^ 
Afceaflon-day , Hemehaarts-dag. 
ASCENT, een Optreede ^ opg&ng^ 

A difficult afccnt, Een moeijelyke opgmg. 
to ASCERTAIN, Ferzekeren, vaflficUen. 
To afccrtain the price of a conmiodity, Den fry t 
eener Koopmanfihap vajl ftellen. 
Afcertained, Verzekerd^ vaftgefleld^ 
Afcertainer, een Verzekei^ar ^ vafifteUer. 

Afcertaining, Verzekeringf verzekerende. 

to ASCRIBE, Toefcbryven^ toeeygenen. 
Afcribed, Totgefcbreven ^ toegccygend. 
Afcribfng, Tuefchryving ^ toeeygeningi '^-^fQefehrf 
vcndfn 

ASH. 
ASH, orAtli-tree, een Effchc o( Effihen boom* 
ASHAMED, Befchaamd, 




^6 ASH. ASL ASK. ASL. ASP. 

To be afliamed , Befcbaamd zyn , zjcb fchaa- 

I ^afliamed, Ik ben befchaamd^ ik fcbaam my. 
, To make afhamcd , Befcbaamd maken , befcbaa- 
men. 
Be afhamed, Scbaam ft. , /. , . 

AfliamJng, Befcbaamdmaahng; befcbaamd- 

maakendc. 
ASHEN, EJJ'chcH. 

Afh-keys , de Vrucbt der Effcben boomen. 
Afli-erove, een EJfchen wond. 
ASHES, Afcbe. 

To burn to aflies , Tot ajfche verbranden. 



ASP. ASQ. ASS. 

ASPEN, EJhen. * 

ASPECT, Cezigt^ gelaaty aoMfcbokw; ^^'^Star^ 
gezigt. 
A woman t)f a fwect afpeS , Ee»e vrostw dtc 

liefiyk van gezigt is. 
He was of a fierce afped, Hy was van em ftraf 
gelaat, 
ASPERITY, Bltsbeydyfcberpbeyd. 
to ASPERSE, Bekladden^ belajleret 
den naam brengen. 



terem y tm tern qu^ 



Afoerfcd, Beklad^^ 



• Afces of lye, Loo^^aJJ'c^e. 

One that (tirreth the afties , een AJfcbepnyfler. 

Buck-aflies, Pot^fib. 
Afh-wednefday, Afcbwoenfdag^ Afchdag. 
Afli-colourcd, Afcbverwigy afcbgraauw. 

Aftiy, Alpg' 

ASHORE, Aon land y aanjirand. 

To go amore, /I an land goon. 
' To get aihore, Aon land komem^ 

^ ASL 

ASIDE, Ter zyde^ aam een zyde y am een kanf y 
van ter zsae. 
To lav afide, Aon een zyde leggem offlellen. 
To take one afide , lemamd aan e$ne zyde nee- 
men. 

ASK. 
to ASK^ Fraagen^ tyjfcbeny bidden y verzoeken. 
ril ask him, Ik zatbem vraagen. 
To ask on*s advice, lemands raad verzoeken. 
H^ To ask people in the Church , (to publifli the 
bancs) De geboden {van een bn»wlyk) in de 
Kerk afleezem. 
Asked, Gevraagdy gebedcMy verzogt. 
Asker, een FraMery bidder y verzoeker^ 
Asking, Ferzoeky eyfcb , vraagingi — - vraa- 
genie. 
You fhall have your asking, Gy zuh $fw eyfcb of 

verzoek bebben. 
It is not worth askii^ , Het is g$em vrangens 
waerd* 
ASKEW, Overdwars^ overboeks* 
To look askew, Scbeel kykem 
ASIl 
ASLANT. zieAQofc. 
ASLEEP, Injlaap. 
To fall aficg) , In/laaP vallen. 
To be fail afleep, F^ inJUap zym. 
My foot is afleep, ATyn voetjla^t. 
ASLOPE , Scbuyn , fcbuyns. 
To make aflope y Scbuyn maakem y fcbmym afflee^ 
ken. 

MS?. 
ASP, Afo-tree, eenEjjpe^ EJpenboom^ 
ASP n zekere Slang, z/e Afpick, 
AS?A'&AQ\JS,S£arijes/ 



quaadt 
lemamd een^ 



Afpcrfing , I Befprenkeltng , b^kladding , 
I Alperfion , / beticbting. 

To caft an afperfion upon one , lemon 

kladde op den bals werfen. 
ASPICK, de Slang Afpis. 
to ASPIRATE, Met eengeblaas uitjpreeken. 
Afpiratcd . Met eengeblaas (oi met eene H) uytgg* 

Jhrooken. 
ASPIRATION , Ademing , uytblaazendc nyt- 

fpraak. 
to ASPIRE^ Natracbteny nabaaken^ naJlaanyftA 

boogheydjiaan. 
To aipire after dominion y Na beerfcbappy Jlaan^ 
Aftiredto, Nagejlaan. 
Aipiring, Najiaaningy natracbting; ^""^ natracb^ 

tende. 
ASPORTATION, U^epoeri^g, vervoering. 

ASQUAT. To fit afquat , Op zyne burken zitten. 
ASQUINT, Scbeef^ fcbeelyioens y averdwars. 
To look aiquint, Scbeel ky ken ^ 

ass: 

ASS , een EzeL 

A Uttle afs, een Ezeltje. , 

A (he-afs , een Ezelin. 

A wild afs , een IFond Ezel. 

An afTes colt, a young afs, een Ezels venkn. 

Like an afs, Ezelacbtig. 
Afs-herd, een Ezelhoeder^ 



Afs-driver, een Ezeldryver. 
t to ASSAIL, Befpringeny aanranden. 
Aflailant, een Befprlngery aanrauder. 
ASSART, UytroeijinF van krenpelbofcb waar miet 

V v}ild zjcb verfcinylt. 
to ASSART , Tot aan den wortel nytroeijen^ 
Affarabach. zie Afarabacca. 
ASSASINATE, een Moord om geld y o£ een ver^ 

raderlyke moord. 
to ASS A Sin ATE, Moor den y vermoordeny Qdoeb 

eygentlyk om geldy of verraaderlyk. ) 
Af&lTmatcd, Fermoord 



AiMination , -flfo(?r4^ moordery. 
ASSASSINE, een Moordenaar y omgekefie 



mocrde* 



naar. 



ASSAULT, Aanvaly aanranding\ hejhnmng^ 
ftorm. 
To take by ailault, Stormeuderband verweren. 

To 




ASS, 

To make an aflault lapon one , hmand aanroft- Affignation , Overwyzmgy ^eftemmiwg. 
den, ^ AUigned, Beftemd^ aangejbtld. 

Affignmciu, Schuldovenvys ^ AJfignatie. 



>r 



& To go aflault, Rujig z^n^ als di honden^ ^ , , ^ ^ 

to ASSAULT, Aanvallcn^ tumranden^ i'^Jprmgeny to ASSIMILATE, Celyhn y^vtrgelyhn, 

hjlormcn. I A film Hated, f'^trgeUekeH. 

Aflaukcd, Aangeraitd^ befprongen^ amgevalk^ybc*^ Aiiin^Xztiony Fcrg^hkin^ 

ftormcn. _ ^ [ to ASSIMULATE^ , •Of/>i«<W^ , naamaakm ^ 



Affaalter, een Befprwgery aanvallery hftormer. 

Ailauiting, Bcfpnngmg^ mmraHding^ hefpri«~ 

gende^ bejlormende. 
ASSAY, €(n Proef^ totif. 
AlFAy-maikT, eeft Affhyeur. 
to ASSAY ^ Beprofvift y toftfin ^ onderflaan. 

To allliy lilvcr, ZUver beproeven, 
AiTiVcd, Bepr^efd^ getoetjl^ endcrjlaan. 
A/layer, cen Beproevcr ^ Muntproevcr^ Affayeur. 
Allaying^ BeProe^^ingy toetfmg y -^^^ hefroevendc ^ 

trachtcnae, 
to ASSEMBLE, fZamenhmeny vfrgaderen^ ver- 

Zamelerff, 
Aflemblcd, Fergaderd^ t*zamengehmfn* 
A fl em b 1 i ng , B v<r enkommg , — by eenkom tnde . 
KSS^yi^U^', Vcrgadfting^ byeenkomfl. 
An ailombly of cbunfcllors ^^ ttn Rasdsvtrgadt^ 
rt?tg, 
ASSENT, Tocftemmtng. 

The Royal aflcnt, De Kminglyke ioejlemming, 
fCt Of ni\c silent , Etndrdgtig. 
to ASSENT unto, Toejlemmen^ totflaoft. 

This was afTented to , Dit ivlerdt t&egeftaa)r, 
ASSENTATION, Flikflmijing, vUyhtg. 
to ASbERT , Sta/i^de honden , handhaavcn , bc^ 
wccren , beveftsgcM. 
To alfert erroneous doftrines , Dwaaknde Ur- 
ringem voQrJhuan. 
Aflerted, Staandr gfhf)uden ^ beweerd. 
Aflcrtion , ecm Bevefitg'mg , fitUing , of ^t gevoekn 

dot mcH ftaandc handt* 
Aflertor, een F^oorJl,tandtir ^ haftdhanver. 
to ASSESS, SehatttPty ecm dcmdeel m di fcbaft'mg 

oplcggcfi, 
Aflcfled, Gejch0, 
Ailcilment , ce^ opgehgde S^hming. 



naahaotfen^ 
ASSISES, zie AlTues. 
to ASSIST, Byftmm^ helpen^ &itderftand doen^by* 

WOifften. 

To aflift one in his ncccffity , hnumd in zymm 

nood byJldiVi. 
To affill at a meeting , Eene vergaderiwg bywo^ 

Aflfiftance, Byftand^ hnlpej onderfland^ 
A writ of affiftance, Etn fchrijuiyk bevel om if* 

ma^d by te jlaan. 
Afllftant, Behtilpza^m^ ^^ een byjlander^ 
A flirted, Bygeflaan^ itygewoond. 

Aflifting , Byftaantng ;* byftaande. 

ASSIZE , (>€ zHtmg der Rtcbters volgem hmtHiM 

loft , ah ook df Tk van maatcn ofgewigum, 
cJThe afTizc of bread , De zeUmg Cg^fctie prys) 

van V brood, - * 

ASSIZES, ZitdageH.rechtdagett. 

To keep Affiles , Rtcbtdag houden , Vkrfsi^dt^. 

honden. 
to ASSIZE weights or meafures , Gewigttn ff 

ntanten cyken* 
Aflitcd, Geykl. 
Affitcr, een Tiet, 

Affixing, de Tk/ng^ ykendc. 

ASSOCIABLE, Gezeiltg. 

Ailbciate, een Medegetel^ bartdgtmpty makler,gi*. 

to ASSOCIATE , f^ergezeifch^pem ^ viTZflkn , 

vermaagfc happen , vervoeien, 
|Aflbciated, Fermaasffihapfy B&ndfen&offch. 
Ailbciating, Vtrzcning^ vergezelfibappng^ -^trr- 

zeilende, 
AflTociation, Gefpanfchap^ maatfchappy* 
to ASSOIL, Onfjlaan^ van den ban ontjlaan. 



AiTdTor, ten Schatter^ als mcde , een byvfter in ASSOON as, zo dra ah 



eeve vcrga-lerhg, 
ASSETS , Goederen genoeg naagelaaten voor den 

Bewindfman ecns t^oc£{s om de fchulden 9ferf- 

tft.iiikin^en fe Voldoen^ 
ASSEVERATION, Ferzikerin7. 
ASSIDUITY, Gedfimzamthcyd^ geftikiigheyd. 
Afliduous , Gef} ' -' - ^rduurtg^ 
AffiduoullT^ G 
fto AS SIEGE. Z.JC LKiiege. 
ASSIGN, ASSIGNEE , een Geordinecrde , lajl- 

hebbende^ 
to ASSIGN, OzertuyzeHy bejlemmen ^ aan/ielUn ^ 

aaniQonen* 



[o ASSUME, Aanmaafigewy of zich memen^ aasi^ 

necmen. 
To affume a title, Eenen tytel aanneemem 
He afTumes too much to "himfelf , /^ maatlgd 
zick te vcel aan. 
AfTumcd, Aaangentaafigd^ op zicb genomen* 
WhenChrift alBinici flclh, Taen Chriftm mtnfib 
wierdt, 
ASSUMPSIT, een Frywillige beUfte. 
Aflumption, Aanmaatiging^ amneeming. 
ASSU'RANCE, Fcrzdering, vcrzekcrdheyd^ 

vafl vertrouwen* 
to hS^UKEy Verzekeren. 



Da 



cen 




a8 ASS. AST, ASU. 

I affure mylelf that , Ik verzeker my uhm 

dot* 
Aflured, Verzeker d. 
Affiircdly, Zekerlyk. 
Aflurcdnefs, Verzekerdbeyd. 
Aifiirer , een Verzekeraar. 
Afluring, Verzekeriftg; -^-^^verzekerende. 
to ASSWAGE, Ferzachten^ verligten , Jiillen , 

doen bedaaren. 
Aflwaged, Verzacbt^ verligt^ bedaard^ g^ft'tJ- 
Aflwager, een Verzacbur^ verlifrter^ verzoener. 
Allwaging, Ferzachtsng^ verlicbfittgy Jliliing '^--"^ 

verzacbtende. 

AST. 
ASTERISK, een Starretje\ fterretekentje. 
ASTERISM , een Gejlemte , ftarretje. 
ASTHMA, £^» kort'odentiftg ^ benanwde borft. 
ASTHMATICAL, Aamborftig^ engborftig y kort- 

to ASTONISH, Ferbaazen^ mzettew. 

Aftoniflied, Verbaasd^ ontzet. 

Aftonifhing, Verbaazing\ verbaazende^ 

Ailonifhment , Ferbaasabeyd^ owtzetting, 

ASTRADLE, Scbry lings. 

ASTRAGAL , een Ramd of krans bovem aam een 

ASTRAY, jian V dooleny op een dvfoahveg. 

To go aftray , Dookn^ dwaalen. 

A goii^ aftray, eem uvnudingy dooltnF. 

To Icaa aftray , Doen doolen^ op een aoolweg ley^ 
,den. 
ASTRICTION , fZamenbinding ^ fzamentrek^ 

king. 
Aftrfflive, i fZamenblndcnd^ fznmen* 

ASTRINGENT, f trekkende. 
ASTRIDE, Scbryltngs. 
ASTROLABE, een Sterre-platkkot ^ ten Sterre- 

boogte^meeter. 
Aftrologe. z^e Ariftolochy. 
ASTRO'LOGER, v, een Starrekfker ^ Starre- 
Aftrologian. f kracbt kenner. 

Afbological , Tot de Sfarrekykery beboorende. 
ASTKUhOGY , de Sterre1yk4unde,Sterrekrsch' 

kunde^ Sterrekykery. 
ASTRO'NQMER, een Starrekundige. 
Aftronomical , Starreknndig. 
ASTRO'NOMY , de Starre-knnde , Sfmreloop- 

ASU. 
ASUNDER , Byzonder , op zicb zelven , onder- 
fibeyden. 
To cut zixxnioiyMidden doorfnyden^ van-eenfny^ 

den. 
To put afuDders Eik byzonder Zftun y van eem 

fcheyden. 
To take a thing aTunder » lets van een j of nyt 
malkander neemen* , 



AT. 

' AT. 

AT, To/, te^ opy in^ ter, voor^ by^ aan* 
At London, Tot Londen. 
At home, Te bnys. 
To be at Tea f In zee zyn. 
At the iTiarket, Op de markt. 
At the beginning, /* V begin. 
Atfirll, In'tttrfl. 
At midnight, Te middemaebt. 
At break of dav, Met bet krieken van den dag. 
At Church, Trr Kerh. 
At your houfe, Tot stwent. 
To be at a fiand , Tot eenen ftilftand gekomem 

zyn. 
At any time, iEenigertyd^ fallen tyden.- 
At that time, Te dier tyd. 
At one time or other ^ Op den eenen of den ande* 

ten tyd. 
At pre'fcnt, Foor bet tegenvxoorMg. 
At the gate . Foor ofaan de poort. 
At the window, Aon V venfter. 
He is at it, Hy is V aan. 
What would he be at? IVatbeeft byvoori v/aair^ 

op berft by ^tgemnnti 
At the moft , 3^» boogjlen. 
Atlaft, Tenlaatften. 
At a great rate, Op een boogeprys^ £er^ 
At one blow, met eenen Jlag. 
At his command , Op zyn beveL 
At the will of God, Folgens Gods wille. 
At the point. Op V punt. 
At my bearine of that, Toen ik dot boorde. 
Not at all , Ganfib niet. 
At a venture, Bygevalj roekeloosfyk. > 
At hand, Naby^ ^ der band. 
To be at an end , Tot een eynde gekomen zyn. 
He is at lealiire, Het mag bem wel beuren , bf 

be eft ledsgen tyd. 
To write at leafure. Op zyn gemak fcbryven^ 
When I am at leafure, Als ik niet te verzmmem 

beb. 
To be at open warr. In openbaaren Oorlog zyn., 
At length, Eyndelyk. 
At once. Op eene reys. 
France is at peace with the Turks , Frankryk 

beeft vreede met den Tnrk. 
At unawares, Onverboeds. 
To be angry at one , Quaad op iemand zyn* 
They are at ddds, Zy zyn on-eens , zy leggen ^ 

verboop. 
To love one at bean, Iemand van barte bemin^ 

nen. 
To be at the charge of a thing , De kojien van 

iets dra^cn. 
What would he do at him ? IFat zond by bem 

doen^. 
To be at a lofs , Ferleegen zyn. 
To ly at ftake, Gevaar loopen. 

His 



ATC ATH. ATO. ATR. ATT, 

His life lyes at ftakc, Zsn ietven hmgt '^r aoft. 
She took it well at his hand , Zy nam bet hem 

we/ af* 
To buy a thing at fccond hand^ lets uyt detwet- 

de hand koopem. 
I can't hold it out at this rate , Ik kan V of Sen 
voet met uwthouden. 

ATC. 
to ATCHIEVE ^ Bedryven , verrichicn , uytv&e- 
Ten, ( Dtt woord mordt voornaamelyk gebruykt 
ah men van frcffelyke dooden jjtreekti) 
Atchieved, Bedreeven^ uh^evoerk. 
Atchievcment , Een treffetyk hedr^ ^ heldendaad , 

als ook de waPens van eenen Edelman, 
Atchievements, ycrrichtinj^cn ^ daadek. 
we .ATE, IVy aten, [T^^wtoeat,] 

ATH. 
ATHEISM, Ongodfflen', Gadverzaaking. 
ATHEIST, ecn Ongo£ft^ Godverzaaier, 
Athei/lical, Godverzaakend . Onwodifl'tfch. 
ATHIRSr, Dorfiig. 
(t)_ATHLETE, een Kampvechter. 
ATHLETICAL ftrcngth, H'orfltlaan fterht. 
ATHWART, Overdwars, averechis. 

ATO. 
ATOM* een Ziertje^ ondeeWaar ft often, 
to ATONE , (to tmkc two to be at one, ) /^ 
zoenen^ bevreeds^en. 
To atone on's fell to God , Zkh met God ver- 
zoenen. 



ATT. 



1^ 



/gf. 



To atone for a feuJt, Foor eenen msjlag heten. 
Atoned, Verzoend^ hevreedtgd, 
Atdncmcnt, Verzoenmg^uhuldhQeting. 

To make atonement , Een verzoemng maaken , 
hoeten, 

ATR. 
ATRABILARIOUS, Met de zwartevaUequeld. 
ATROCITY, ttreedheid^ felheid. 

ATTACH, Aankkeving^ per. 
to ATTACH, Bejlaan^ de hand opleggen y In ver- 
Zekering neemen. 
To attach on*s goods , lemands goideren kejlaan. 
A fore fickncfs atuchcd him, Eene zwaart ziek- 
te l^eVinr hem. 
Itiached, hejlagen, 
PAttdchmcnt, eenBeJlag^ {^t zy Qf iemamds goed of 

^perfoon. ) 
ATTACK, een Aanval. 
to ATE AC K, Aam^atleMy aamrantfen. 
Attacked , Aange%^aiien , aangeranft. 
Attacking, een Aanvai/ing -^ ■ aanvaliende^ 

to ATTAIN, Geraaken^ hereyken^ bejaagiw* 

To attain to or at any thing , Tot iets geraaken. , 
Attainable, l^erkrv^haar. 
Attained, Bejaaj^d^ bereykt^ gcraakt. 

Attained to f^reat knowledge, Tot gr§^u Unnijfc 
geraakt ( ofgeiomen.) 



Attaining, Bereyking\ hereykemJe^ 

Attamment^ I'^^rhyging^ hereyktng, 
, ATT/VINDER, Eene overt Htgin^ in Rechten vam 
eensge mtsdaad^ JchHldig-verklaartng. 
a Bill of Attainder, een Gefchrift oi vmnis dcs 
Parlements van overtnigde misdaad, 
to ATTAINT, Overtuigcn van mrsdaad ^ fchnldJg 
iferkiaaren , betichten ; ' bczlMen , hederf 

aanzetten. 
To attaint the blood, Het bloedbevlekken. 
Attainted , Qvertntgd van misdaad , mhdaadig ver* 
klaard. 
Attainted flcfh, Vleefch dat eens^ bederf gekreegem 
heeft^ O^ dat eenfnufweg he eft, 
ATI^AINTURE of blood, Bederving des blcedr^ 

of etteracbti^ bloed, 
to ATTEMPER, Maatigen, temperen. 
Attempered, Getemperd, 
/^y^^j^j^p-y ^ een Aanjlag^ onderwmdlng, 
I A bold attempt, Een flout bejlaan. 

To make a new attempt , Andermaal iets be^ 
Jlaan. 
to ATTEMPT , Poogen , trscbten , onderftaam , 
enderwmden^ heftaan. 
To attempt impoffibilities , Onmaagelykhedem be^ 

ftaan. 
To attempt upon a man's life, Op iemassds ke^ 
ven toeieggen. 
Attempted , Getrmbt , onderwonden , mderftaan , 

ondernomen. 

Attcmptcr , een Traehter , onderminder , ondernce^ 
mer, 
j Attejnptmg , Ondemeemlng , — onderwindendt ^ 
tra£htende. 
to ATTEND , Opwachten , verzellen. 

To attend one , lemand opwachten , of cppajfen. 
Great dangers did attend him , Groote perykeiem 

verzeiden hem. 
The like punifTimenr attends him , De zelfdt 

flraffejtaat hem te vjuchten. 
To attend upon, Ot^washten^ geleyden. 
flC^To attend unto, Opmerken^ gadejlam. 
To attend to the inward checks of confcicnce. 
Op de inwenSge berijpingen des gemoeds aebt 
^geeven, 
ATTE'NDANCE, Op^WMcbting^appafing^^behar- 
tiging. 

To give attendance on a Prince , Eenen Vorft 

Qpvjashten. 
He expefts great attendance , /A' vermaeht dai 
men hem met grootcn omflag zal oppajfen. 
a> Attendance, Een Jiaet van oppi^ffers j bofgezin ^ 
dienfibooden. 
To have a great att<5ndancc, Eenen grooten Jioet 
van dienftbaoden hebben. 
ATTT'NDANT , een Opvjdchter , kamerdJe- 

naar. 
Attended, Opgcwacht^ opgepaft^ geScud* 

D 3 AT^ 



I 

'i 




io 



ATT. AVA. 



ATTENTION, Op>merlung^ iumdachf. 
Attentive, Aandachtifr^ opmerkend. 



KVh. AUa AUG. AUD.AVE, 

AVANT, Voon\ weg\ pak m vcort. 
AVANT-MURE, Ecm f^aar^muurfje. 



To be atttnrive, OPmerhnd zyrt , wel oplctten. AVARICE, Gierighcyd^ vrckheyd. 



J , vercierfcL 
Icfu hoorncM van 



Attentively, Aoifdacbtiglyk 
Att^ntivenefs , Aamdachtgheyd. 
to ATTENUAIE, yerkfeyncn. 
Attenuated, yerkleynd. 
Attenuation , Verkhyning, 
to ATTEST, Betuygen, 
Atteftation, Betusgtng^ getnygfchrlft 
h\XQ[\Q^.B€tu\gd. 

ATTIRE. Gcwaad, tooifel, kkeding 
CJrThc attires of a (lag, de FolvjaJUcm 

een hart, 
to ATTIRE, FerciercUy oppronken^ optoosjen. 
Attired, Verderd^ opgctooia^ ah mede , getakt als 

hartshoorns^ 
Attirer, een yercierder ^ Vercierfter. 
Attirjr^, Vercier'tng^ optooijiftgj --^^ optooijeMde. 
to ATTONE. ^/> Atone. 
ATTORNEY , I ecm Plcythz^rger , 
Attourney. i rcur. 

Attorney General , eeft Prokurinr GeneraaL 
A prating Attorney , etu Kaakelaar , zwetfer* 
A Letter of Attorney, ^^ F^Jmach^iritfyProkti- 

ratie. 
To appoint an Attorney , hmand volmagt gce^ 
ven. 
Attorneylhip , Prokureurfcbap^ gevolmsigtigdheyd. 
ATTOURNMENT, Erkentenh itie etn Hoeve- 
nier of Landman doet dot by een nienw Heen- 
fcbap gekreegcn heefi. 
to ATTRACT, Na zicb trekken^ aanlokken. 
HeattraSs the eyes of all the world, Hytrtktdt 
002 en van al de wereld op^zicb. 
Attraded, Na zicb getrokken ^ verlokt. 
AttraSion, Aantre/SeMbeyd. aanlokfeh 
Aatraftive, Aantrckkctyk ^ bekoorelyL 
Att radi vely , Op een aanirekkelyke wyte, 
jATTRAPPED, Fercierd^ opgepronkt. 
ATTRIBUTE, een Eygenfcbap. 
to ATTRIBUTE , loeeygenen , toepaffen , tot- 
fcbryven. 
To attribute to him fclf , Zicb toepajfen ^ dan- 
maatigcn. 
Attributed, Toegeeygend^ toegepafl. 
Attributing, Toeesgemng^ toepaifmg. 
ATTRITION ,' lf\\ving , fibuuring. ah ook , 
een onvolkomen berouiv^ mecr uytjchrik voor de 
belle dan nst rreeze Gods ontjlaande, 
Atturny. zie Attorney. 

AVA. 
to AVAIL , Baaten^ te Jlaade komen , "Oorderlyk 
zvn. 
Available, l^rderhk^ nutttlyk^ dienftig^ 
Availed, Gcbaat. 
Availcmcnt, Nnttelykheyd^ boat. 
to AVANCE, Bev9rdcrtn. zie Advaiicci 



Avaricious • Gierig^ 

t AVAUNCERS , De tweede takken der Hitrts* 

boornen. 
AVAST, (een Scbeepfwoord) Ifakkerl vorU 

AUB. 
AUBURN, Donkerbruyn. 

AIJC. 
AUCTION, Een verkooping by opflag. 

An auSion of books, ^en opveyling^ o£verko$^ 
piffg van boeken, 
AuSioncr, een yerkooper by den opjlag. 

AUDACIOUS, Stout. 
Audacioufly, Stoutelyk. 
Audacity, Stontbeyd. 
AU'DIBLE, Hoorbaar. over/uyd. 
AUT)IENCE, Geboor. 
Proku^ ' cf^ an Audience , een yergadering , de Toeboorderu 
A great audience, Een groote menigte van toe* 

hoorderen. 
To give aiidience, Geboor geeven ^ verleencn^ of 
vergunnen, 
AUDITOR, een Toeboorder^ als ook een NazJe* 
ner der rekeningen , Rekenmeejler Me de boekem 
van onder-beampten naazJet* 
The Auditor of the Exchequer, De Rekenmeejler 
der Scbatkift. 
Auditory , een Hoorplaats , gebaorplaats* 
K?To ipeak before a great Auditory, Poor eem 
groote ynenigte van Voeboorderen redenvoeren. 
AVE. 
AVE-MARY, een Ave Morse. 
AVENER , een AmptenaardU des Konings paerden 

opftal met baver verzorgt^ 
AVENAGE , De verbindtenis van een landman om 

aan zsne Heerfcbap baver te leveren^ 
to AVENGE, irreeken. 
Avenged, Gcivrooken, 
Avenger, een If^reekcr, 

AVENOR , een Bewindsman van V Konings flat. 
AVENS, Nagclkruyd. 
AVENUE, eenToegang^ doortogt. 

To flop (or to (hut up) the avenues , de Toe* 
gangen (Inyten. 
AVERAGE , Eene pUgt waar door efn landman 
gebouden is zyne lieerfcbap met paerd en wa* 
gen ten dienjte te ftaan\ als ook , Avery ter 
zee, 
AVERMENT, eenVerzekering^ l^^'^'^fiigi'^g y g^ 

ftandbouding. 
to AVERR, yerzikeren^ Jlaande bonden^ bewaar* 

beden. 
Averred, Ferzekerdy bewaarbevd. 
AVERSATION, Afkeer, wierzin. 
AVERSE, Afkeerig. 

He 



AVE. AUG- ^Vl AUK. AUL. AUM.AUN. 

He was averfe to [ e^rfrom J it , Hy was *er 4' 

kcerti va». 
Averfcnefs, L Afketrigheyd ^ afkeer ^ vjetr- 

AVERSION , ^ zJn. 
to AVERT, Afkeeren^ afwenden. 
The mea of Nineveh did avert God^s judgement 

by a true repentance , Die van Nincve keerdeu 

Cods oordeel Vim hen of dear un ^aart h^ci- 

t^aardi^h'eyd. 
Averted, Afiekeerdy sfgtwend. 

Averting, AfwemdiMg. afwcndendc. 

AVERY, e'en Havcrhfl, of havcrzolder, 

Abe. 

AUGER , f^ Boor , avegaar, 

to AUGMENT, ycrmcerdcrcn ^ vergrooUMy toe- 

nee-fTjen, 
Augmentation, Fermerrderhg ^ toencemjitg. 

The Court of augmentatroD , Een ll\f wd tcr 

door Hendrtk d€H VllL hgcjleld om de mkom^ 
JlcH der khoJlertH^ die hy vernietigdey te ont- 

fiatgen. 

Augmented, Vermeerderd, toegenomen. 
Augmenter, een k^crmeeraeraar ^ vcrgruottr. 
Augiijenting , ttnc Vcrmcerdering ; — vermecr- 

dercnde* 
AUGRE. i/V Auger. 

AU'GUR, een Fogel^vjAm^zeggcr ^ michlaar, 
to AUG URATE, Foorzeggen^ zoorjpclkff. 
Auguratmn ^ f-^oorzegj^iffgy giJjUffg^ 
AUGURY, IFfcbleryy voge/waarzeggery, 
AUGUST, Hoog-achtbaar y heer/yk graaSmagiig. 
AUGUST, (SubftO Oo^ftmaa^l 

AVL 
AVIARY, ten Fogelvlugt^ vogcikomv. 
AVIDITY, GreetigheyJ. 
Ct) AVISO, een Bench ^ 'maarfcbouwing, 

AUK. 
AUKWARD, Averechts^ verkterd^OHhandlgyOn' 

hfhcftdig. 
Aukwardly, l^trkeerdelyk ^ onhamdfib, 
Aukwardncfs , Onbchendt^beyd, 

K\JU 
AUL* zi€ Awl. 

AULICK , Dat tot hit hofhthoQft.. 
The Aulick Council, Dt H&fraad. 
AULNEGOR , Een amptenaar die toezigi Becft 
op de looden der lakenen em vjoUe ftoffen, 
• AUM. 

AUME , C or Awm ) eef9 A am, 
an Aume of Rhenifti wine , Eem aam Rynjtbcn 

AUMBRY, ecpf Hays daar men eei-waarcn voor 

arme lie den n^ndeelt^ 
AUMELET, een Everftruvf, 

*AUN. 
AUNCIENT. zle Ancient. 
AUNCEL, eenOnper^ {zeker *weegiHtg.) 
AUNT, eene Moeye^ Mentje. 



AVO.AUR.AUS.AUT. 31 

AVO, 
AVOCATION, Afroeping^ aftrekking^ verbinde- 

to AVOID, P^ermydenj ontvlieden^ ontgaan ^ ^--^^ 

lojjen. 
He avoids her, //y mydt haar. 
To avoid danger ,' Geva*v vermydetr, 
OCS'To avoid the Kingdom , */ Ryi rnymen. 

To avoid by ftool , D(ior afgakg lojjen. 
Avoidable, Permydelyk, 
Avoidance, OpenftnaHing van een Kerkefyk amps of 

prove y als mede, een Fermydingy vJngt. 
Avoided, Fermydy ontgaan. 
Eafily avoided! , Ligt te ontgaan. 
Not to be avoided , Onvermydelyk, 
Av Older, een Verms der. 
Avoiding, rr» Fermyding^ ■ vermydende. 

AVOIR-DE-POIS 'weight, Gei^tgt van xvi oneem 
in 'tpond: 108 lulke pondcn doen te Amfter- 
dam 100 pond. * 
to AVOUCH, f^aficlyk verzekeren^ hemaarbedewf 

Zyn onfchuld doen ilyken. 
Avouched, f^erzekerd, bewaarbeydj Seweerd, 
A voucher, een Ferzekeraar^ bewaarder. 
Avouching, P^erzekering^ beveftiging; — ^^/^rz#- 

ierende^ 
to AVOW , Opentlyk belyden , beweeren , xmt* 

ftaan. 
Avdwablc, Verdeedigbaaf y verantwoordelyL 
Avowed , Opentlyk bekend^ verantvjowd. 
Avowedly, Vaorbedathtelyk , opentiyk , zonder ie- 

wimpeling, 
AVOWEE , Die V recbt heefi om eenen PrediksM$ 

ergens tefiel/eny een Patroon. 
Avower, ^^* Uytbrommer^ betuyger. 
AVOWRY, J^erdeediging van 'eem begotpte Zaak | 

veranlwoording. 
AVOWSAL, Bekentenis. 
t AVOWTRY, OverfpcL 

AUR- 
(t)AURICULE, eenOor, 
AURICULAR, Dot bet oor betrejt. 

Auricular confefiion , deBiecbi^ Oorbiecbt, 

Aus. 

AUSPICE, Geleyde^ ^pzigfy heftier, 
Aufpictous , Gelttkkig , voorfpoedig , gnnftig^ 
AUSTERE , Straff ftrcng^ ftunrfch. 
Auftercly , Straff elyk^ ftrengclyk, 
Aufterenels, i p' ^l j H t l 
Aufterity. f StrafbeyJ, ftrengeiyk. 

AUSTlN'Friers, Akgaftvner AUnniken. 

AUTHENTICAL, I Ewen^clooftvaardig,goed- 
AUTHENTICK. f - g.ekeMrd , ackbaar ^ ge- 

hofwaardig. 
All thentfcal ly , AcbtbaarlyL 

AUTHOR, een Sticbter y aanvanger^ vinder , ver* 
oorzaak€ryaanrecbter,^mfleggerJchryver^MtheMr. 

Tb© 




31 AUT. AUX. AW. AWA. 

The Author of a book, deMaaker (fiiSchjver) 

van een boeL 
The Author of a fedition, De Sticbter van ten 
oproer. 
AUTHORITATIVE, Op gezagjtennendt, door 

gezag bevejligd. 
Authoritatively, Metgezags ochtbaarlyL 
AUTHORITY , Achtbaarhcyd ^ gezag , aanzien- 
lykheydy waqrdightyd^ overjlaan , agtbare vol- 
magt. 
To flight on's authority , lemands achtbaarbeyd 

kleyneren. 
The chief Authority , bet Hoog gezag , opferge- 
zag* 
o5*One in Authority, tf^;f Rereerder^ Magtftraa$. 
To put in Authority , In de Regeeringftellen. 
To put out of Authority , t/y/ deRegeeringeJloo- 
ten^ afzetten. 
iO Printed with Authority , Gedruh nyt loft van 

booker band* 
to AUTHORIZE, Gezag geeven ^ volmi^tigen^ 

achtbaar keurcn. 
Authorizing, v^ Volmagt'tgmg , tnagtigmaa'^ 
Authorization. ( king, 

AUTOMATON, Een tuyg dot van zifb^zelfs 

bewcegt^ een zelfsbeweeglyk tuyg. 
AUTUMN, Her^. 
Autumnal, Herfflacbttg, 

AUXILIARY, Bebulpig, bebulpzaam. 
Auxiliary forces, Hnhtroepen. 
Auxiliary verbs , Hmp-^oorden , als : hebben, 
tullen, moogcn. 

AW. 
AW, Ontzag^ vreeze^ eerbiedigbeyd. 
To be in aw, Freezen^ ontzsen. 
To keep in aw, In ontzag bonden. 
To Hand in aw , Ontzag bebben , onder ontzag 

fiaan. 
He perceived you flood in aw of him , Hy be^ 
merhte dot gy ontz^ voor bem bad , by wierdt 
gevjoar dot gy bem ontzaagt. 
to AW^, In ontzag bouden^ onder tzim honden^ ^-^ 
fchrikken. 
To aw the fubjefts into obedience , De onder- 
zaaten door gezag onder geboorzaambeid bren^ 
jren, 

AWA. 
AWAKE, U^akker^ ontwaakt. 
To keep awake, I4^akker bouden. 
To ly awake, 14'akker leggen, 
to AWAKE, U'^ekkcn^ wakker maaken j opwekken^^ 

ontwaaken. 
. To awake one out of his ileep, lemand tyt zy* 
nenjlaap wekien. 
I awaked early in the morning , Ik ontwaahe V 
morgem vroeg. 
Awaked, Opgewekt^ ontwjakt. 



Awarded, Uytgefprooken ^ — 
AWARE, Gewaar, op zyn 



AWA. AWE. AWF. AWL. AWM. AWR. AX. 

Awakened, Ontwaakt, 

Awaker, een Opwekker. 

Awaking, Ontwaaksngi '^^^ opwekkende^ ontivaa* 

kende% 
AWARD, Uytjhraak van gotmannen ^ vonnis. 

to AWARD, Pbnnifen , uytjpreeken ; af^ 

weerenk 
ft> to AWARD a blow , Eenen flag afkeeren of 
verzetten. 

Afgtweerd^ 
, ^ jn boede. 
To be aware of. Op zyn boede zyn^ gewaarwor^ 

den, 

I was not aware of it , Ik vjserd bet niet ge^^ 
vjaar. 
AWAY, IFeg^ van kant^ maak n tveg. 
To go away, K'eggaan, 
Get thee away hence, ^eg van bier. 
Get thee away prefently , fluks weg. 
Away with it, tVeg daar met. 
I cannot away with this 2it j H kan deeze Incbt 

niet verdraagen. 
They cannot wel away with thefc thines . Zy 
konnen met deezx dingen niet te recbt (otmiet 
wel over vjeg) komen. 
He ftole away from me , Hyftoop van my weg , 
byging beymelyk door. 

AWED, /ffgefchrikt. 

AWF. 
AWFUL, OntZi^lyk, vreeflyk. 
Awfiilnefs, Ontz^lykbeyd. 
AWKWARD, Averecbti. zie Auk ward. 

AWL. 
AWL, een Els. 

AWM. 
an AWM (or Aume) of wine, een Aam wyns. 

AWN. 
an AWNING , een Zeyl over V verdek geffannen , 

ojden rt 

AWR. 



om de zonnei 



, een Zeyt 

ffcbyn ofd 



den regen te ontduyken. 



AWRY, Scbreef^ krom^ verdraaid. 

To turn awry, Ferdrmjen ^ fchcef maaken. 

To look awry, Scbeel kyken^ Jcbeef zie». 

He eoes his fboe awry , Jiy goat zyn fcboem 
fibeef. 

AX. 
AX , een Byl. • 

a Butcher's ax, Eenflagers byU 

A chfp-ax, een Dijfel. 

A bittle-ax , een Heir-byl^ ftrydbamer, 

A little ax , een Byltje. 
AXEL-TREE , de As van een wagen^ een wagen* 

affe. 
Axel-pin , een IVagen-lens. 
AXIo, een As ^ Ipil. 
AXIOM, eenGelooffpreukj bekende fprenk. 

AY. 



m <&. 



AY.AYD.A^-R AZLAZU.AZY.BAB,BAC 
AY, 



BAC. 



?3 



AY 



weL 



\ or Yes J ya, 
AY, ay, IVcl , wcL 



Ay mc! niy\ 
AY, [ever,] Ultoos^ ach. 

For av , Ff^or ahoos, 
AY-GKEEN, Hfiyslooi. 

AYD. 
AYD. ^/V Aid. 

AYR 
AYRY, €cmFalke^^ea. 

KZh 
AZIMUTH, d€ Topbmg^ cctt woord dcr Stcrre- 
kundigcn. 

AZU. 
AZURE, HemelS'iflaaMw. 
Azurcd , Ma hemclsMaamv bcfchUdcrd, 

AZY. 
AZYMES , V Feeji dcr ongebevclde brooSen. 



Itatcrcn ^ ia- 



B.\B, 
to TiABPLE, Klappcn ^ fnappcM ^ fii 

j3 keien. 
Babbler, ten Sttaateraar^ kakehiar. 
Babbling, eej$ Gekakd^ geklag^ gcf^M^ri ^^fna- 

terendc, 
BABE, EenJQffgkmd^ kmdtje. 
BABLE, een Sprookje ^ grol^ quak. 
BABY, fen Pop, ecnPtndtje. 
Babylhip, Kindsheyd^ kindfihap. 
BABOON, etn rroote Mcerkut ^ baviaan. 

• m BAG. 

BACCHAN/VLS , V ttefl; van Bacchus , eenprnp- 
feefl. 

BACHELOR, Mm Qngcbunwd manspcrfoon ^ vry- 
en 
a Bachelor of Arts , een LicentloM ^ (Icmand 

die tot de ecrlle graad in dc Studie van eenige 
weetenfchap op dc Hoogefchool gcvordcrd 

IS.) 

A Knight Bachelor, een Edelmamdie in rrngtuf- 
frhen een Rtddcr en Scbtldknaap is. 
Bachelorfhip, dc Fryer sjlaat ^ vtyafchapi — r^» 

Zekere graad In deStudie. 
BACK, de Ru^, dehu)tenfle zsdc\ —^^terng. 
To break orf s back^ hmand den rng breeken. 
0> He has a itrong back , //y hccf$ em Jlcrke rug ; 
hy heeft een fiyve fieHn\ by Jidat vajl in zyne 
fchoenew. 
The back of a knife, de Rug vom een mes. 
The back of a chair, de Leumng van een Si^eL 
To turn his back to one, lemandde rug toe kee- 
' ren^ • 

The back of the hand , */ Buytenjie van de hand. 
C> A back and brcafl , een llamas. 

To put back, Terug zetren, ^htef $iyi znten. 
To pull back , Te rug trekken. 
To keep back , 7> rug boudtn. 



To ftnd back , Te rug zendcn* 
To cart back , T^ rug werpcn^ verfimHu* 
To go back. Te ruggaan^ (ubteruyt gaatt. 
To give back, Te ruggceven^ VJeirgeeven. 
To return (or come) oack, ifcderieeren^fif^tr* 

komen , te rug komcn, 
Bickapafn, UederGm, 
Make hallc back again , Sep u vjat dat gy baafl 

wederom komt. 
To look bock , Te rug zlen. 
With his hands behind his back , Met zyne batt^ 

den achter <tp z\n rug. 
To belie one behind his back, lemand avhter tym 

rug beliegen. 
Back to hack , Rugaan rug , ruggellugu 
The Back parts , Ue achterjie deelen , bet himm 

derfie. 
The Back-bone, V Ruggebeen^ de ruggraat. 
On hoiii-beSLck ^ Tepaerde. 

A faddlc-back, Eenhollerug, zadel-rug. 
Saddlc-backt, Hoi van rug. 
The B,ick-parts , orBackHldc, bet achterfte dcel. 
. The back-ljdc of a leaf, de averecbtfe zyde vam 
een b/ad. 
a Back-lidc, Een plmts acbter */ buyu 

He dwcileth on the back -fide , Hy iewowt be$ 
aehterjle van *t huys^ 
a Back-blow, een averecbtfe Jlag, 
a Back-yard, Een achterpla^us^een erf achtcrUhuys^ 
a Back-room, ccn Acbter-kanier, 
a Back-fword , een Slagzvjacrd- 
a Back-door, een Jcbter-deur* 
Back*llairs , een Acbter-trap. 
to BACK an horfe, Een pnerd pskereUy tsryden^ 
0> to BACK, Stcf/nen^ and<^rflennen, 

Tp back ah undertaking, Eins onderneemhtgjty* 
ven. 
Backed, Ondcrftcfmd^ ■ »— . bcreeden. 
To put an horfe to be back'd , Eenpaerd laatem 
bcryden. 



Broken-backed , In de rug gebraiem of gekrenkt** 
BACKBEROND , een oTef up beeter daad M 



traps. 



to Backbite, AdtcrUappen, IcUflcren. i 

Rickbttcr, een Achterklappcr. 

Backbiting, Acbterkiapptng\ achtcrklappende. 

Backing, BnW/Vr; ondcrjhuuing. 

to backslide^ Te rftg xvyicH^ acrze/en. 

Backflider, een Afzuilli^e^ afivskcr. 

BackOidinEj, Terugwvki^g^ afi ailing^ aerzeUng;^^ 

aerzeifende. 
backward, Acbter lyk~^ traag ^ febogrvoetend^ 
acbterwasrdf , acheruyt^ 
He was too backward in the bufincfs , Hy was 

te achterlyk in de znak^ 
To go backward, Acbter uytgaan* 

£ Back* 



•I 



34 



BAG. BAD. BAF. BAG. BAI. 



Backwardncfs, Acherlykheyd^ traagheyd^ 
BACON, Spek, geroohf/ek. 
A flitch or bacon, Eex zydefpek. 
A gammon of bacon,, ecn Ham. 
Rully bacon, Garftigjpek. 
To liive on*s bacon , Zonr voor zyn bnyi dfoa^ 
pen , heclshuyds daar afkomen. 
BAD. 
BAD, Qnaad^fnoodj oncleugend^ nlct vjelte fas. 
He takes bad courfcs, Hy gaat quaade gangen. 
It is very bad with him, Hy is W heel qua^kaan^ 

hy is w eenen flechten fta'at ^ hy is heel Tjck. • 
'BaA^mtS^ Slecbte tyden. 
BAD, BevQolcn^ gcboodcn. van to Bidd. 
BADGE , een Mcrky teken. 

BADGER , een Zoctelaar , iemand die koorn of an-^ 
dcre leeftogt van de cene plaats op de andere te 
koop brengt, 
BADGER, een Das, [ zckcr bccft.7 
BADINAGE, Boevery, 
BAt)LY. Quaalyk, oolyk. 

BADNESS, Ondeugendheyd y ooUkheyd ^ quoad- 
beyd. 

BAF. 

to BAFFLE , Befchaamd maaken , vcrbluffen , "dt 

fpot dryven , overfnorken , den mondjloppen. 

To baffle a defign , Eenen toeleg doen verftuyven. 

CC^To come oft' with, a baffle , lets met een be- 

fchaamde trooni Jlaaken, 
Baffled, Overjhorkt, verbltift. 
baffler, een Spotvogel ^ verbluffcr^ overfnorker. 
Baffling, yerifl/fffingj overfnorking ; verblnf- 

fende. 
BAFTS, Baftasy zcker Ooftindifche lynwaaten. 

BAG. 
BAG, etnZak. 
A monq' bag, een Geldzakj beurs. 
A little bl^, een Zakje. 
Bags of wool , Ifblzakken^ 
A cloak-bag, een Reys-zak. 
■ A fwcet-bag, Eenknffentje van welruykende krtiy- 

den. 
Bag-pipe, een Zak-pyp. 
Bag-piper , een Zakpyp-foeeler.. 
Bag-Dudding^ Ecn gekokte podding y ketelkoek. . 

BA'GGAGE, PakkazJe, ^O'^^^yi'f eenfilda- 

ten hocr, fcbcuk. 
To march awav bag and baggage , Met zak en 
pak weg trekien. 
BAGNIO, een Bad. 

BAL 
BAI , een Inborn , baas, 
BAI-TREE, een Laurier-boom. 
BAIL, Borg^ borgtogt. 
Tocivcbnil, UorgJlelUn. 
To be boil for one, B'/rg voor iemand ftaan^ 
To be releafcd upon bail , Op borgtogt ontjlj^en to BALK, Foorby goon , daar 



fJ'^ 



n. 



BAI. BAK. BAL. 

to BAIL, BorgJlelLn. 

Bailable , Daar men borg voorjlellen mag. 

Bailed, liorggefleld^ on der borgtogt. 

He has balled her , lly is barg voor hoar geble^ 
ven, 
BAILIFF, eenBalju^zVy Rentmeejler. 

The office of a bailiff*, Baljuwfcbap , RintMces- 
tcrfchaP. 

BAILING, een Barrelling \ borgfldlcnde. 

BAILIWICK, des Baljuuws gebied Cotivvk.) 
BAIN, een Bad. ^ J J 

BAIT, jlas^ lok-aas. 
toBx\lT, Aasleggen, lokkcn^ lok-aazen. 
To bait a hook , Aas aan de hock doen, 
cdrto BxAIT at an Inn, Peyjlercn^ plesjleren in een 

herberg. 
o> to BAIT a bull , or bear, een Bui ofbeerlaoten 
vechten. 

Baited, jiasgelegd, gelok-aafd; " gcpeyjlerd ^ 

— tot een gevccht aangebitjl. 

Baiting, Lok-aaztngy peyjlering. 

a Baiting-place , een Peyfter-plaats ; ■ ecn 

vechtplaats van eenen bul of beer. 
Baiting of a bull, een Stieren gevecht. 
The baiting of a bear, de Bcerebyt. 
; BAIZE, Barn, body en, 
I BAK. 

to BAKE, Bakken. 
.Baked, Gebakken, 

I Baked meats , Gebakj gebakken kojl. 
•Bakchoufe, rf» B/«i/<rry. 
BAKER, cenBokker, • 

aBakcrof fpice-brcad, V ^^v t i it 
A einger-bread baker. ( ''^ ^oekebakker. 
a tiaker of pics , ecn Pafteybakker. 
Baker-legg'd , Dik-kuytig. 
Baking, Bakking, 

a Baking - pan , een Koekpan , bakpan , braadpan. 
I a Baker s fliovcl , een Bakkers fchuf. 
I BAL. 

Balad. zie Ballad. 
Balaff. zte Ballaff. 

BALCONY, ecn Uytjieekfd of uytkyk voor ecn 
1 buys . balkon. 

BALD, Kaal 

Somewhat bald , Kaalacbug. 
Bald-pated, Kaalhoofdig^ kaal van hoofd. 
a Bald-rib, cen Verkcns rib, een ribjluk van een vcr^ 

ken, 
Baldnefs, Kaalheyd.. ' 
BALE, cen Baal 

to BALE, Water uyt een f chip baahen. 
fBALEFUL, Droevig. ^ ^ 

BALK , Een brok lands daar de ploeg niet ever ge^ 
gaan is ^ de opgeivorpcnc aarde tnjlfc ben twee voo^ 
rtns^ — een balk, 

over been Jloppen , 



zyn vjLoord met bonden^ verongelyken. 



I will 



BAL. 

viik his houfc, /i zal tvH^huyt »tet\ emhiys. 
. lids voofby gnoH , ik wit zyn kiys niet BALM , t. 



BAN. 



%i 



J* 

Deith biilks no body ^ Dt Jood verfchoont mU* 

cS'To balk" a ihop, Een WinkelKefring btnaaJeeUn, 
ci'Hc balked him not a whit* Hy zweeg ma mor 
hcm^ h bU€j bi^m nut fchulMj^^ - 
I balked rhat city . Ik Uet dsejlad teggfP. . 
BALL, ceji Bat J kmf , — dofts ^ pffgfp^l^ bal- 

la. 

A tennis ball, eem Kaa(<bitL 

A foot-b.ill , ccn l^Qcthal^ ten hal He men met de 

voet voortfch^jpt* 
To play at haiid-ball , Kaafjen. 
A fwcct ball, ecn Kttf^kbaUetie. ^ 
A waHiing ball ^ ecn U^*ffchbalktJ€* 
A foap-ball * €e» ZecfhaL 
A I now -ball , ten Stt^cMwbal. 
A Fire-bay , ten f'^tatrbaL 
The ball of the eye, de Oog-appiL 
BALL, een Kamcr^dafis ^ ballet . 
Ball-money , Geld dat eenc bruyd am haare iuup' 

Vfyers vcreerd^ 
to BALL zUhAwh 
BALLAD, cm Lied^ ftraat^liedije. 
BAL LANCE , cen Evenaar , ballans ^fikaal^ weeg- 
fihiiai. I 

To put himfelf into the ballancc with another/ 
Zfch by iemand vergelykcn ^ Of met eenen andc- 
Tcn g^lyk (lellen* 
SI Ballance-maker, een Ballanfe maaien 
toDALLANCE, IVeegen^ opweegen^ cvenaarm^ 
balliinfeeren. 
His good Icrvices do not ballancc his miscarria- 
ges , Zyne goede SenHen konnen zyne mijlaagen 
niet op wee gen (of Qphaalen^ 
To ballancc books or accounts , Uaeken of reke^ 
ningew Jluyten* 
I Bal lanced, Gcwoogen ^ gebaltanfeerd. 
pjjallanccr, een Hecgcr^ 
Ballancin^^irrv Otnueeging ; ^ ^ ^pweegende* 

to BALLAST, Ballpen. 
Bn}Hl\cd , geballafl, 

I Ballafting ,' Ballafling ; balhflende. 

Ballet, zie Ballad. 

BALLISTERS, Een getraalied hek ^ een traalu 

Ballilircd, Ma e n traali bezel* 

BALLC CKS , d Klooien van een beejl. 

BALLOON , t.^^ limJbai^ balhen. 



BALSAM, r ^""^^'^^ 

Oj^Balm, Konjiii de greyn ^ CitrQtnhrHyJ. 

a Balm-tree, een Balfem boom. 

BAN. 
to BxAN , Vervloeieft, Zfe Bann, 

BAND ; een Bef\ Band. 

A clean band, Ecnfchone bef. 
Bands of iron , 7\cre banden, 
& a Band of foldicrs , een Bende foldaafen^ 
By bands , by TroPPen , tro^s-wyze. 
Train-bands , d€ Burgery tn de. Ifapeftcn^ 
a Band-roll * een MonJicr-roL 
A Had-band - een Hocdband, 
. A Head-band, ecn Hmrfnoer* 
A fwadling band-^ een ZwachteL 
a Band-dog, een BanSand , bandreket , ketting^ 
bond. 
BANDALIER, een Kruydmaat. 

a Set of bandaliers , een Bandelier met hruydp^^ 
maaten, 
BANDEROL, ccnVaan^ wimpet^ banderaL 
BANDiTTO, ec^B^mfyt. 
BANDORE, een Bos ot Fedei 
BANDOW, een H'eduwen'hulfeL 
BANDY, cen Balplak of raket, 
to BANDY a t all , een Bal weer t&ejlaan. 
To bandy a buimefs to and fro , Een zaai %mr 
en tegen bctwijlen. 
cdrTo bandy together , t^Zamenrotten y t^zamcn^ 

fpannen. 
Bandy'd, Toegekaarft^ --"^-t^zamengerot, 

Bandy-legg'd , Krom van Beenen. 
BANE, yerd4:rf, vergtf. 

A bane of humane Society ^ Een pejl der mtn^ 

fchetyie gezelligheyd^ 
Rats-banc, Rottekruyd. 
BANES , AfkondigtNg van een buuwelyk , de ge* 
bodcn. 
To bid (or publifh) the banes, de Geboden ^fle^^ 
zen. 
BANEFUL, Verderftyk. 
BANG . een Dreej\ klap. 
to BANG , Afrofjcn^ Jlaan^ 4)5^«rfi^. 
Banged, Afgeroft ^ afgefmeerd! 
Banging ^ Afrjffing; — — afrojTende. 
BAN(tLE-EARS , Hang-ooren ^ {gclyk dli XM 
eenen VJdter'bofid. ) 
He is banijle-earcd , Hy is een ba^goor. 
to BANISH, Bannen^ nytbannen^ 
Baoiflied, Uytf^ebannen. 



Ballot, een K/^otje om te Uten. ^ ^ ^ 

to BALLOT, Looten^ of zyne ftem geeven door Bsiiiirhcr, een Uyibanner 

klttotjes of iett diergehkt, i Banifhing , Banning ; ^— " usibannende^ 

a Bal lotting- box, Een hi-his, , I Banifhment, £>3^^<i»W»^, baUingfchap. 

Ballotadon , Looting do^r klo&tjes in een bm tt wer- 1 BANISTERS* zie Baljifters. 

pen^ htvjcrpin^, BANK, cen Dyk^ oeverbank. 

BALLUSTRADE , Eene getraalid^ L^mingzmr ! A fea-bank , e€n Zee-dyk^ z<ff4anL 

£ 1 



3^ BAN. BAP. BAR. BAR. 

a BANK of exchange , ecn IViplbanL \ B ARB ARJ AN , een IVoefh menfcb , barhaar. 

Vax^QX ^ecn IViJfelaar fbankier. Barbarifm, Baflerd-taal ^ on-taaly wan-taal^ ontaa* 

BANKRUPT, een Bankrottier ^ bankrot. A^%^, taalvjoeftheyd. 

To play the bankrupt, or to turn bankrupt, B4»- Barbaritv, U'ocllheyd^ wrecdheyd. 



krot Ipeclen y doorgaan 
to BANN, Vervloekcn^ in den ban doen. 
Banned, Vervhekty vcrbannen, 
BANNER, eenVaan^ vaandel^ banter. 
BANNERET, zle Barouct. 
Bannings , Vervloekin^cn. 
to BANNISH. zie Banifh. 
BANROCK, een Havcrcn koek, 
BANQUE1\ een Gaflrnaal, gajlery , banket. 

A riotous banquet , ce» StempmaaL 
to BANQUET, Gaflmaiilhiuden^ bankeiteeren. 
Banqueter, een Gaflhouder^ bankcttccrder. 
Banqueting, een G a ft ere cringe banketteer'tng. 
Banquetinjj-fluf, Suykcr-gebak ^ banket. 
BANTER, Begektihg^ bocrt^ boerter\. 
to BANTER, Begekken^ boerten^ verfchalken. 
Bantered, Begckt. 

Bantering, Begekk'/ng; begekkende. 

BANTCINCi , Een kind dot nog in de wieg kgt^ 
een fpeclkindje dot voor de trouw geteelt is.. 
BAP. 
BAPTISM, het Doopfely de doop. 
BAPTIST yeen Doopery Dootfsgezinde. 
John the Baptilf , Joannes de Dooper. 
Baptiftery, een Doopbekken^ doopvonte^ 
Baptiiation, Dooping, 
to BAPTIZE, Doopen. 
Baptized, Gedoopt. 
Baptizer, een Dooper. 

Baptizing, Dooping*^ dbopende. 

BAR. 
BAR, een Dwarsboom ^ draaiboom^ Jluytboom^boom^ 
hinderfaaly diefeyzer^ traali. 
Albar tor windows , een Boom cm venjlers te 



I BARI3AROUS, V/W^, wre'ed, onmenfchelyk,bar- 
baarifch. 
BarbaroulTy, Onbefchoft^ ivreedelyk^ op een barbaa^ 

rife he iv\ze. 
Barbiiroufncis , Onbefchoftheydy woejlheyd ^ ivreed-- 
hevd. 

BARBED, Gcfchooren^ gepotfly gcbaard. 

odrA barbed javeline , een Scbicht met wccrhaa^ 

ken. 
BARBEL, deBarbeel. 
BARBER, eenBaardfcheerder^ barbier. 
a Barbcr-vSurgeon , een Barbier die een Chirurgym 

met ccnc is. 
a Barber's-fhop, een Barbiers winkeL 
a Barbel's pole, een Bdriters ftok. 
a Barber's bafon, een Scheerbekken. 
a Barbcr^s trimming-cloth , een Scheerdoek. 

Barbing, BaardCcheertng\ ^ — barbierende. 

BARI^RRY, een Bcrberijfe. 
BARBICAN, een U^acht-tooren ^ als ook een buy* 
I tenwerk. 

j BARBLES , Zweeren of b/aaren achter op de tong 
I van een paerd. 

I BARBS, Paerden-fronk. 
I BARF^TIST, een Lust fpeelder, lustcnift. 
: BARDS, Barden, Ee'njoort van aaloude Poeeten, 
■ to BARD wool , De uyterjle vlokken van de wol 
I affcheeren. 

• BARDACHIO or BARD ASH 



nuyten. 
aBa 



ifl'aBar [where caufes are pleaded,] de Recbtbank^ 
baalie. 
To Dlead at the bar, Een zaak voor V Recbt be- 

pfey/en^ voor de baalie Pleyf en. 
Crofs barrs, Tra^ilien, d/ef\zers. 
Bairs of filver, Staafjes ziher. 
Yron barrs , Tzcreflaaven. 
The bar of a haveu , de Boom van een Haven. 
Bar-fee-, Slustgeld^ dat een gevangen aan den Ci- 
pier betaalt. 
10 BAR, Met Jiaaven bezetitn .^ nytjluyten ^ draai- 
boomen. 
To b.U" a door, een Deur met een boomjluyten. 
The pafliige is barred up-, De doortogt is bezeP , 
de weg IS toegejlooten. 1 

Crofs-barred , Met traalijcn voorzien of bezet. 
Barator. zie Barrctor. | 

BARB , ecn Paerd rty^ Barbarye. . 

la BARB > Den baardfcheeren^ f^^fify barbieren. ' 



een Scbandjon^ 
gen- 
BARE, Bloody naakt, kaai. 

A bare recital , Een bloot verhaah 

Bare in clothes , Bar in kleeding. 

Bare of money , Gcldeluos. 

* As bare as a bird's tail , Zo kaal als een luys. 

I believe him upon his bare word, Ik geloof bem 

op z\n Wfjord. 
Thread-bare cloth , Laken daar de wul of is , kaal 
gcjlecten laken. 
to BA RE , to make bare , Ontblooten , ontdckken ,. 
opcnlt'ggen. 
To bare on's arm , Z\nen arm ontblooten. 
Bare-faced, Alet ongedektcn aangezigte^ onbefchaamdy 

onvermornd^ onbewimpeld, 
Biireficcdly, Openthi^ 'ofihejchaamdejyk. 
Bare-headed , nlootsb&ofds. 
Bare-Icgg'd , Blootsbecns. 
Bare-fo()fea , Barrevoets. 
Bare-foot and bare-lcgg'd, Blootsvoets en bloots* 
be en 5 .^ Zonder konfen en fchoenen. 
Bare-boned , Dien de fchonken overal uytjleekem y 

daar niet aan is als vel en be/n. 
Barely, Blootelyk^ enkelyk^ alleenlyk. 

Bare- 



BAR. 



BAR. BAS. .j 

The Lord chk-^ ^' , ^c* Opper-rechur. 

: , €Cfi Rcchter van V liof 



Bafcneft, NaahhevJ^ blootbt^^d. 

BARGAJN, eat VcrJtHg^ -..rdrag^ hop. « a Baron of the L 

To make a bargain, to Itrikc or clap up a bar- tier f madden 

gain, Eef$ vcrdsffg maahn^ hop maaken. [ Baronage, ecn Schattwg 6p dc Baro*t»ev, 

To Hand to one's bargain, Zich aan de hop hott- Baroneis , ttn BriruneJ^'c, 
den^ by zyn verdmg hlyvcny zs'f* woordgefiand Baronet, Ecn klcsn Baron, 
doen, " " I A Knight Uaronct, £!-» B^roitf^f A\/vr, [xvn- 

You (hall lofe nothing: by the bargain , Gy z^ti I de ccn graad hoogcr daa cm gcincen Kid- 

iy de hop geenfchaa iyden, I dcr. j 

To get fomcthing into the bargain , Ids op dc , Baroiiy , ten Vryheerfchap , Fryhetrlykbey^ ^ Ba* 
hop tockryge^' ' rofty, 

^)To IcII one a bargain, lemamd nytflryhn of ecm BARR; zh Par. 

pots fpeeUn. BARRACAN, B^wr^pitf^w, tckerc WO jlc ftof. 

To fell one a good bargain ^ lemamd goed h&p BARRAQUE, een Soldaafcff hodsy barak, 
geven, BARRED up, Met den draatbmrn gejVjQten , ie- 

• Mariagc is a bargain for life, Een huuvjelyk is ^^^^ 
een hoop voor aitoos* * I BARREL, €cnVa$^ ton ^ kuvp. 

* More words than one go to a* bargain , Eem A little barrel, een Faatje^ tonnctje* 
koop h met bet eerfte woordniet klaar, oST^hc Barrel of a gun , de Loop van em vumt* 

Bargainmaker , een VerMngmaaker. ^ocr, 

to BARGAIN, ecm ycrdtf^ maaken^een hop jluy^ ^^ BARREL up, Vaaten^ in een vat of ten d9en^ 
ten, --^/-..^--. 



Bargained, Bedongen^ de kaop gejkoten. 
Bargainer, een p^'er dinger ^ koopmaaker. 
Bargaining , een Koapfiuyting^ overeenkoming ; . 

vcrMngende, • 

BARGE,'^^;? Roeifchuyt^ Jloep. 
a Barg^-nian , een Scbuytevoerder, 
BAKGE-COUPLESi Zwaare balken door eenge^ 

buuuf op rnji. 
Bargh-maftcr, een OpzJener der mynen. 
BARK , een Scbors , baft , als'mtdc een Bark , 

fcheepje. 
to BARK, Bkffen^ keffen. 



inhtsfen, 
I Barrcl'd up , Gevaat^ in een ton gedamt ^ in ge* 
I ku\pt. 

B.\RREN, D&Tj cmrficbtbmr^ bar. 
j To grow barren , Onvrucbtbaar worden, 
I Barrenly, OmrHchtbaarhk^ [}braa/, barretjet, 
I Barrcnncfs , Oniruchthnkrhesd^ dorheyd. 

B ARRESTER, een Advohat ^ een' die na zcvin 
I joiiren (iudic gevolmagrigd is 9m i^pentlyk vmr V 

I gerecht te pleyten, 

BAKRETOR, hn IVarzoeker ^ twijlmaaker. 
I BAKRlCADO, een BorJlv:ecrtng van t^nnctt m^ 



T^o bark at one, T'cgen iemand hlaffen , icmand BARRIER een Sluytbuum^ dwarsbo&m, 
aanbliiffen. HARRIERS, Een oudenvcti kampgeveeht. 

cS'To BARK a tree,Dr baft van een horn ajhmlen, BARROW^ (Hand-barrow) een Berri, 



a Bark-houfe ^ een Looijery^ 

a BARK-MAN, ecnjagtman^ Jagtfchipper. 

BARKED, Gebl4t, ^defcht^-safgehaald. 

Barker, w/ Bbfer, 

Barking, Blajjfing^ g^^l^i i^^^ft ^^ ajhaalingder 

fchorfe^ 
BARLEY, Gar ft. 
Barley-bread, Gar ft en-brand. 
Barley-water, Garften-water. 
(t) B.\RM, Geft, 
BARN, een Sc knur. 

A hay-barn , een Hooifcbuur* 
f BARN or beam, een Kind. 
a Barn •keeper ^ ecu Schnnrhouder, 
BAJINA^-LE , een Paerden-neHt-pranger , dwin- 

geTy hiperfon^ ah ook een zekere Scbotfebe vo- 

gel , als mede een vifcbje dai de planken der 

vaartHi^en do^rvreet, * 
BAROMETER , een Injlrument f>m de twaarti 

der tticht mt te Vfnden. 
BAilON, eenk^ryheer^ Banderheer^ Baron, 




A wheel-barrow, een*Krnywagen, 

To drh'Q a wheel-barrow, Kruyen. 
a BARROWhog, een Barg, gelubd verken, 
ro BARTER ^ K^aaren icrhande/en of verrttyten ^ 

ruylebstyten. 
Bartered, VertHsld^ 
Barterer , een RHyiebuyter* 

Bartering, l/errH\ling\ verrusUndie, 

BARTON , een l^ogeJbok, " . 

BARTRAM, Pyretbrmm (een ge was.) 

BAS. 
BASE, hafis, (Subtt.) de Grond^ grondveft. 
the BASE [in mulick] de Grondjlenty bap. ' 

a Hafe-viol , een Bm-JiooL 
BASE, Snood J afzigtig, fcbandelyk y oolyk, 

A bafe \vretch , een Eerhoze hell ^ 

In a bafe way , Op een oneerfyke wyze^ 

A B-ale, 6 Scbandel 

A bafe trick , een ^no^de pots, 

A bafe fellow, Een Jleehte vent ^ oolykc baef. 

Bale born, een One^htelingy baftaard* 

E 3 tiiP 






39 



BAS. BAT. 



BAT. 



the BASE of a bed, Haonderbehangfelvdn eente- \ BAT AVI AN, Ncderlandfcb ^ HollamJfch, (allcen 



dflanf. 

Dafcly, 6modclyky fchandelyk, 
Bafcnjfs , Snoodhcsd^ fchandelykheyd ^ ecrloosbesd. 
The bafer fort,' V Sltmfte Jlacb van volk^Ufcbuym 
TaM dejlraat, 
BASES , Een boordM ondcr aan een kUed. 
BASM AW, cen Turkfche Bajfa. 
BASHFUL, Schaamachtig^ bloode. 
Balhfully, Sch^macht'tgl^k^ befchaamdelyk, 
Rlfhfulnefs, Schaamachtighc^d^ bcfchaamdheyd. 
BASIL, Bafilikom (ccn kr'uyd.) 
the BASILICK vein, de Lever-ader. 



Zse 



in Poczy gcbruykdyk.) 
a BATCH ot bread , ecif Bakfel broods. 
BATCHELOUR. zie Bachelor, 
to BATE , l/'ermindcrem , afkorten , afJUum, 

Abute. 
BATH, ecnBad. 

The Knights of the Bath, de Riddtrs van UBad^ 

(zyndczekcre geringe Ridderfchap in Enge- 

land. ) 
A hot hath , cen Badftoof^ beet bad. 
a Bath-keeper, een Bad/hcf-bomdcr j mecfter van '# 

bad. 



BASILISK , een Bafil'tskus , als ook Tueker groot to BATH, Baaden^ zicb baaden. 



fluk fejcbuti 
BASIS, de Grondjla^, grondveft. 
to BASK, Bakeren tn de zonne. 
BASKET, een Mand, korf^ ben. 
A little basket, een Mandije^ korfje. 
A Hand-basket , een Hengfelmandtje , ntarkl^ 

mandtje. 
a I*>uit-b:isket , een Fruytmandtje. 
a Table-basket , een Tafel-mandtje. 
A bread-basket , een Broodmandtje. 
A wicker-basket, een Teene korf. 
a Basket-maker, een Mandemaaker. 
a Basket-woman , een Straatloopfter die in een 
korf haarc ivaar te koop ve\lt. 
BASON ^ een Bekken^ fchaaf, bandwafcb-kom. 
BAST , Acker e touwen of mat ten van boombaften, 
to BAST, Bedroopcn (als vleefch aan 't fpit.) als 

ook afroJI'cn. 
fS To baft, (to tack topjcther with long ditches,) 

Driezcn , Mct wydc (lecken t^zaamcn hechten. 
BASTARD, een Oncihtcling^ aatcriingj fpceikind, 

baflaard. 
Baftard-Dutch , lUflerd-Du\tfcb. 
to BASTARDIZE, l^ervalfcben. 
Baftardizcd, renfaljcbt. i 

Baftardy, cen Onabte geboorte^ onechtheyd. I 

BASTED, Bedroopcn ; afgcrojl ; ge- , 

dricgd. 
Biftint; of meat, Bcdrooping van vleefch. 
a Balling -ladle, ccn Droop^^epcL 
BASTINADO, Stokjlagen. 
BASTION, ccnBolwerk. 

BASTON, zeker Amptcnaar van V Gevangenhuys 
te Londen genaamt de FLEET , die ten Hove 
met ecnen rooden Stnf verfchynt. 
BAT. 
BAT, een VIccrmuys., als ook een knuppel 
h^'fowMuffjl^ogcfvangfl by nacbt. 

A brick-bat, Een balve klinker^ eenjluk van een 
mop 



rammeyen , bonzen , floo» 



Bathed, Gcbaad. 

Bathing, Baading; baadende. 

a Bathing place, een Floats am zicb te baaden. 
a Bathing-tub, ccn Bad-kuyp. 
BATALION, Eenbende voetvolk in Jlagorde ge^ 

ftcld^ bataillon. 
BATTEL , een Veldflag , ftryd., flag. 

To fight a battel , een f/cldflag bouden^ flaags 

zyn. 
To give battel , Slag leveren. 
a Battel^array, een Slagordcning. 
A fet battel , ccn Stiljfaande veldflag. 
A fea-battcl, ccn Zecflag , fcbeepsgevecbt. 
a Battel-ax , een Heirbyl^ Jtrydhamer. 
BAT IE L, yrucbtbaar^ grocizaam. zie Battle, 
to BATTEN, U'cntelcn (gelyk een zwyn.) 
BATTER, Beflag^ medbcjlag. 
to BATTER , Beuken , rammey 
ten. 
To batter down , Omverreftooten^ neer bonzen. 
To batter with great guns , Met grof gefchut bc^ 
fchietcn. 
Battered, Gebcukt^ befchooten^ gebonfd. 
Batterer, cenStootcr^ bcuker^ rammey cr. 

Battering, Gerammey.^ gebons\ bcukende. 

Battery, een SchietfchaMs , beukery , fhormkat , best* 

tery. 
BATTLE, Grocizaam .^ vrucbtbaar. 
to BATTLE, l^et warden^ wcl jrrociien. 
a BAl TLE-DOOR , cen Kuyfelbordtje , j1,B, 
bordt'c. 
a Battle-door boy, een A-B-Jongen. 
Well-Battled, U'el in 't vleefch y vet en glad. 
BATTLEMENTS', KanteeUcn. 
to BATTLE, Zyn kojlop V Collegie^ock der Stw 
dent en te Oxford laaten aantc\kencn , ('t welk 
in 't gemccn van behoeftige Studentcn ge- 
fchicd ; wofdende dit te Cambridge gcnoemd 
to Size. 
Battler, Een Student die zyne koft op'tCollegie-boek 



haalt. 



A whorl-bat, cen Vechtwant om mee om deo9ren 
tc flaan, ' 

j BAT A RLE-ground, Land op degrenzen leggen- ! tBATTOON,^V;i &a*. 
de V wclk twee Staaten zicb toeeygeften. ' 



Battlinj^ een Koftgang, 



BAUD, 



BAU. BAW. BAY. BE- 

BAU. 
^AUD, ecM lIoercw4arJtM J koppdaarfler. 

aBaudy-houfe, een IhcrhHys ^ hrdccL , 
A haunter of baudy-houles , ccm liocr^jaager, 
_iaudiry, Eerlooslyk. 
to BAULK, ^/r Balk. 
BAUBLE, eai SpulUtjc, j(raL 
BAW. 
• BAWD , ecn Hocrev^aarJ. zic Baud. 
aShc-bnwd, tent HotrcvMitr din ^ 
BAWDRICK, een BeageltoHW, 
BAWDY, OntHchttg^ ccrhos, 
to BAWL, Luydbaercn^ t ter en ^ fibres uwen. 
Bawler, cen Luyde fihrcettwer 
Bawling , €€» Gefchreeuw , gebalk. 

He kept a huge bawling, Hy bnerde yjlyk, 
aBawlint^-fellow, Etn JuvSaafcndc *vcm, 

BAY 
BAY, eenlnhamj retde^ b:tai, 
a BAY-TREE, ten Laurler-hom, 
a Bay-berry , ecn Laurier-beczi* 
CT BAY , een Opeffifig die men in de muur hot om 
^tr een venffcr ojraam in $€ zettai. \ 

a Bay of joifls between two beams, De rnymte of 

fpacie tMjJchcn twee halken. 
a Bay- window , £€J* rond of Qoogiwys venfltr* 
(XSrBAY, een Dam om V waSer tfg^n te houden* 
iS'To hold at a bay, Door V ilaffen verfchrtkken , 
in dcf^: ' ' 'vfen^opeenzekerenafjlandhoudin^ 
in tir :n. 

BAY^ (Adj.j L bay-couloured ] Bruyn-rond ^ ros^ 
Ltftanic-bru\n. 
I a Bay nag , sin Ros paerMje. 

p.' 

[ s 

F 






s? 

Thanks be to God , God zygeJdnb. 
Be faichtbl , tf'ces (of tyt) getrouw. 
BEA. 
BEACON, eenBaake?j, bank. 
a Fire-beacon , ten l^'nur-baakcn. 
Beaconage, Uaaken-gcU, 

BE A C h^ een Zeejlrand^ als mcde een uitboek in zee. 
BEAD, een Kraal. 

To thread beads , Kraalm rygen. 

A pair of beads , een Gebedfkemng, Paternos" 

ter. 
To lay over his beads , Z\n pattrnojler Icezen, 
Beadsman , een Bidder , Gety^letzer , Gehed-op-' 
zegger, 
BEADEL, 



een Gereciisdienadr 



Bright-bay , Ligt-bruyn, 

^ ' " peU 



Dapple-bay , GeappeU bruyn* 
Bay fait , Brttvn zont. 
to BAY, Biaeun, als ook bU^en, 
.BAYL. zre BaiK 
BAYLIFF. zie BailfC * 
BAYS, Baai. 

Coune bays. Grove baai> 
BAY A RD fa Bay-horfe )een Rospaard^ Ros Bayard, 
BAYONNE r , een Bajcnet. 

BE. 

to BE, Ziy, tmezen. 
To be cold , Koud zyn, ^ 
Hcwill be one of his Judges, Hyz&tetn vanzy- 

ne Rccbtercn wcczen. 
I know what he would be at , /i verflaa zyne 

meemnge wel^ ik wset wel waar hy been VJtL 
To be at a great deal of charges , Grooie ko/len 

doen. 
To be away, Afzsn^ aftveezend tvn. 
To be j^;ainlt, 'Tegen zyn^ wederjlrecven^ 
oS'If fo be', Bv Jdien, 

I have been, U beb (of ben) geweeft: 

So be S r ^^^ ^^ ^^ ' ^^^ "^^^ ^ weezin* 



- , \^ een Gericbisditnaar , Gerecbu* 

BEADLE- f hoode^ DentrWiiarder, 

a Beadle of beggars, een Verjaager van bedelaars j 

lnyzcva77gcr, 
BEAD-ROLE , een Rolk det gener daar in de 

Kcrk voor gebeden ivordi, 
BEAGLE, een Brak. (zckcrc jagthond.) 
BEAK, Een bek^ fneh^ [navel ^ neb. 
the Beak of an alembick, Depyp van een diftilleer' 

belm, 
the Bealt-head of a fhip , bet Calj^en van een fcbip. 
Beaked, Gebekt. ^ 

BEAKER, e.nBeeker. 
BE '^L, een Buyl^ of Pnyfl. zie BoH. 
BEAM, Een b'alk^ bo*tm\ aU mcde eenfiraaL 
The beam of a carriage , ten OtjJ'el-hom. 
The beam of a buck , Dc jUm van een Heris* 

boom. 
The beam of a pair of fcales, een Ba/anr, 
A draw -beam J (wind-beam,) een Draai^em , 
winJas, 
o3" A beam of the Sun, Ecnjlraal der Zonne, 
To ca(t forth bright beams , beldere Straalen nyt* 
fchictcn^ nstflraalen, 
BEAN, een Boon, 

French beans , kidncv-beans , Turkfcbe bomen, 
♦Every bean hath its black, Elkmenfeh beejt zym 
gebrek, 
a Bean-cod, eenBrnn-fcbih 
BEAR, een Beer, 
a She Bear , eene Beerin. 
a Bears cub, Een jong beertje, 
a Bear-dog, een Fecbt-d&g. 
a Bear-garden , een Beerehyt. 

to BEAR , Draagen , voeren^ verdraagen'', ^ ■ 
dnlden. 
To bear a b^irdcn , Eencn laft draagen* 
To bear fruit , Vrutbt draagen. 
To bear fail , Zeyl vaeren, 
oS'Thev bear a good price , Zy moogcn goed geld 
p-efden. 
What price doth corn bear now ? l^Fiif mag V 
koorn nu gelden ? Wat is de prys nu van '# 
k^ifrn^ 

To 



1 



^ BEA. 

c3*To bear one good will , Umand ten goed hart 
tnedraagen. 
To bear one a grudge , TLefC wrok op iemand 
hebben, 
OirTo bear one company, Iemand vergezelfchap- 
pen ^ iemand gczelfc hap houden. 
To bear on*s charges , lemands onkojlcn bctaa- 

len. 
To bear a thing in on*s mind, lets in gedach-* 
ten houden , iets onthuuden, 
CC3r I bear it in my mind , Ik hen V indacbtig. 
What date did the Letter bear ? Vas^ wat dag- 
teekening was de Brief 1 
Cc3rTo bear proportion, Overeenkomjl hebben. 

To bear refemblance, Gelykcn, 
CXjTo bear children, Kinder en baar en. 
CS" To bear down, Ncerdrukken ^ overhaalen ^ on- 
der houden , om vcrrc ft oaten. 
To bear up, Ophouden^ onderjleunen. 
To bear up to a ihip , Na een Sckip toe hou* 

den. 
To bear up before the wind , Foor de wind af- 
toopen. 
cdrTo bear off a blow, Eenen Jlag afweeren ^ of- 

keercn, 
C3r To bear out , Goedmaaken , ftaande houden , 
bewyzen^ voor/laan; ^^ nytjlcehen , over^ 
han'gcn. 
To bear one out, Iemand door helpen. 
o5*The conftruSion of thofe words will not bear 
that fence, De fchikking ran die woorden kan 
dienjin met toclaatcn. 
CJr To bear too hard upon one, Iemand al te hard 

xalkn. 
(Xj To hear with, T'ocycvcn^ gednld hebben , zjch 
verdraagzaam aanjicUcn. 
Pray bear with me, Ey lieve fchik wat met my 
in, 
c5' To bear fvvay , V Gchied hebben , den fcepter 

ZWiiaijen, 
f^' To bear an office, Ecn ampt bedienen. 

To lx:.ir witnels, Gctttyren-s gcevcn ^ getnsgen. 
c5' Paper that bears ink , Papier dat inkt verdragcn 
kan^ {of dat nia iheif.) ' 
To bear out , U\thonden , nytfiecken , nytfchie^ 
ten. 
CCS'To bear toward the land, Na V land honden. 
To bear otf , Af houden. ( in zee. ) 
To bear away , Dourgaan {ia zee) weg/oopen. 
To bear in with the haroour, Dj haven met ecn 
rusme wind inljopcn. 
Pi:ARD,.rr;/ii.wr7. 

The beiinls of corn, deUaardekensoiVezjelingen 
van 'r koorn. 
to BEARD , ecn Baard krygen , de baar J nytloo* 

pen. 
0JrtO Beard, [outbrave] Uyttarten^ eenen andercn 
iy den board trekken\ braieeren. 



BEA. 

Bearded, Gebaard.^ 

Red bearded , Een met een roode board. 

A bearded arrow , een Geveerde , o( gehaordio 

p\L 
The firft bearding of man , Het cerfte mytjoopcm 
der baard, 
Beardlefs, Baardeloos. 
BEARER, een Draager,^ brenger. 
A Bearer of a corps , een Lykdraager , do§ddra^ 

gcrj 
A bill payable to the bearer , Een geldbriefje (of 
ajjignatie) houdende te betaalen aan den toojH 
der. 
Bearing, Draaging,, vtrdraaging. 
c^ She is fo old that ihe is pSft bearing , Zy is ml 
zo oud datze niet meer zal kraamen , zy is ol 
ust het kinderhaalcn gefeheyden. 
BEAkS-FQOT, Beereklaauw. ( zeker kruyd. ) 
I a BEAR-WARD, een Beerenhouder. 
: BEARN. zi'e Barn. 

BEASEL, de Ringkasy V hollctjc in een ring cm V 
I jrcfteente in te zetten. 

' BEASOM. z:te Befom. 
BEAST, eenBeeft^ dier. 
I A wild bead, ken xuildbeefl. 

A tame bead, Een tarn ofmak beejt. 
A beaft of burden, een Laftdser. 
A little beaft, ecn Beejlje. 
A drove of beafts , een Kudde beejlen. 
Beaftlinefs, Beejlelykheid ^ beeftncbtigheid .^ onbe^ 

fchoftheyd. 
Beaft Iy, Beeftachtig^ onbefchofty morfig. 
to BEAT, Slaan ^ bcuken J kloppen ^ jlampen ^ rrr- 
Jlaan. 
To beat one foundly, Iemand laftlg Jlaan. 
t To beat on's coat , lernimd wat op zyn r$kje 

gezen. 
To beat the drum , den Trommel Jlaan^ den tront* 

mel roeren. • 

To beat black and blew, Blond en blaanw Jlaan. 
To beat on's breaft, op zyne bar ft Jlaan. 
To beat Pepper, Pepcr floot en of Jlampen. 
To beat back ,' Te rug Jlaan. 
To beat down , Ter neerjlaan , om vcrre Jioo* 

ten. 
To beat to the ground , Ter aarde Jlofin. 
To beat the enem);, den Vyand Jlaan. 
To beat time (in muiick,) De nootcn Jlaan ,^{in 

de muzyk. ) 
To beat on's head (e^r brains) about a thing, zyn 

hooft met iets breekcn. 
To beat out , Uytjlaan , nytjmeeden , nytkloppen. 
CJrTo beat a thing out of on's head , Iemand iets 

nyt het hooft praaten. 
odrTo beat one out of his opinion , Iemand vam 
gezoelen doen vcrande^-en. 
To beat one out of countenance , Iemand vam 
zyn Jluk helpen of verblajjen, 

•apTo 



^ 



BEA. BEC. 

liS' To beat the price, Dc prys ^fjaageffj meirhieden. 

To beat soco the memory , lemand Uts vajl in 

^eieHjrctsii h-en^tn , door dikwfls &V€rzeggen 

CtS*To beat the road, den ll^e^ haamm, 
aS*To b^al the hoof, Te voagaa», 
BEiVTEN, Gcjlagcn^ gckhpiy gcJlQotcfi; — ^t^^r- 
Jlagof. 
The French were beaten, De fnmfcbcnjjjierden 

((> A beutcn path , Een betrecden pad y an gebmn- 
de we£. 

All old beaten Soldier ^ Een oud Soldaat^ 
Beater, een Slaancr^ Jlamper, 
Beating, SUamn^^ ftootinj^^ ftamping^ '^^^Jlaande. 

The beating o"t the pullc, Hetjlaan dtr Pols* 

BEATIFICK, I r I L. r a v 
BEATIFICAL, f OeMzaI$gmaakend, 

to BEATIFY, Geinizaligmaak€n^ zaiigem 
Beatify'd, GcMzjUx J^emaakt ^ zezMtgd* 
BEATITUDE, GeMzalighcU, 

BEAVER, een B every Kajloor ^ ah ook etn 

Achternoenmaal, 
Beaver-oil, Bcvergcel^ Beverfyn.' 
BEAU, een Pronker^ een zwiertFe jonicr* 
BEAUTEOUS, Schm, mooL 
Beautiful, Schom ^ cicrlyL 
Beautifully, Cicrlyk^ nef. 
to BEAUTIFY , Fercieren, feh^nmaaktu. 
Beautifying, f^erdering^ — vemerende, 
Beautifyd, k^ercierd* 

BEAUTY, Sch$onheyd, derlykheU, Imyfler. 
Few womens worth outlives their beauty , De 

rminfle vronwen i^lyven in groou a^idnge ais haa- 
L rffiioonieid verdweenen is, 
r BEC. 

to BECALM, Kalmword^n^ bekalmen^ den wind 
ben ee men. 
Becalmed, Bekalmd^fiiL 
it BECAME, Hetwierdi. 
BECAUSE, Omdat^ detvyl. ter om'zmh. 
I thought lb, becaufe I hod not ftcn it, lidach 
zo om dat ik '/ niet gezten had* 
BECCAFIGO, eent^ogehje d<a van %^gen Uefl* 
BECK, eenlVenk, inil 

To give a beck to ontylemand een v/enk geeven. 
He Keeps him at his beck , liy hond hem op zy- 
men wenh 
to BECK EN, IVenhn, kmkken. 

To bccken to, Toehfiiien. 
Beckciied to, TocFebnit. 

Bcckening, Kmkkti/gy weniing; ^-^^--inHkende. 
to iiECOME, U'vrdin'y als medc, betaamen ^voe* 

To become regenerated , IVedergebooren worden. 
What \% become, of him ? Wat is vm hem ge- 
VJorden^ waar is hygeblevenl 

l> It doth not become him , Hei voegt hm nki , 



OTC, BED- 



?t 



het Pafi hem niet* 
It dotfi not become you to do fo ^ Het bctatmU 

( of VQC^^t ) n niet zo te doen. 
Modeily becomes e\xry one yZeedigheydbetaamt 
<en yder* -i \> M 

Becoming, (Subft*) het Betaamen* t.t ^ 

Becoming , Ifordende ; --*— ^ betaamende , hetaa-^ 
melyi. 
It is not becoming , Het betaamt niet , het pafl 
niet, 
Bccomiiignefs, Betaamefykbeydj Ifclvoegfyiheyd* 
Becom> Gtworden, 

BED, 
BED, een Bed, bedftede^ tedikant. 
A-bcd , te Bedde, 
A-lying in bed, Te bedJclegging, 
To goto bcd^ Te bedgmn. 
To lie a-bed , Te bedde Uggen. 
A Bed-ftead , een Bed-flee. 
A bed of (late , een Fraal-bed* 
A Bride- {or Nuptial) - bed, een Brnyds-bed* 
A garden-bed, etn Tnyn-bedde^ bof-bed* 
A bed of flrawberries ^ een Aardbeyen^bed. 
A little bed, een BedMen^ bedtje. 

A Prefs-bcd , een Slaap-bank, 

A Feather-bed , een recr-bed. 

A flock-bed, eenFhk-bedy matras. 

A ftraw-bed , een Bult-zak, 

A Settlc-bcd, een Slaap-bank, 

A Table-bed , een Slaap-btink , [ die tocgeflagen 

zyndc als €ea tafel gebmykt wordt* ] 
A Pal let-bed, een Kf^/ibank. 
The bed*s-head , *t Hoofden end van V bed. 
The bcd's-feet , het Voeten-end van V bed. 
The bed-pofts, de JlyUn van een Ledekant* 
(drTo be brought to bed , In de kraam komen^vtr* 
loj/'en. 
She is brought to bed of a boy, Zy is van eentm 
jongen zoon in de kraam gekom^n* 
Bed-tike, Beed-t^eks bed-tyk. 
Bed-chamber , een Shapkdmer. 
Bed-cloath$, Bed-fpreeden , beddekleeden ^ dekemi^ 
Bed-rid, Bed-reed, zickelyk* 

Bed-fellow, een Byflaap ^ bedgenoot , bed-verwant, 
Bed-pao , een Onderflcek-bekke^. 
Bed-time , De tyd om na bed te gaan^ flapens tyd* 
Bed-maker , een Beddemaakfler, 
to BED, Te bedde leggen. 
Having bedded together , Hebbende fzamen ge* 
legen, 
a3^ Ill-bedded* SJecht van beddinge voorzien, 
to BEDAGLE, Door dcftyk en drekjltepen^ befly^ 

ken J bekladden* 
Bcdagled, Beftih. 
Bcda^ling, Bcjlyking. 
to BEDASH, Befpatten. 

F Be- 



1 



BED. BEE 









to BED AW -^ , Bejmcurcw 
Bc'diWuCd, Bcfmtttrd^ Mlajj hemorjl. 
BEDEADED with llcep, ym vaak overvalle^. 
BEDDER, or Bcdcttcr, De onderjl^ mcuUn-fitem 

van teti Olte^ntcutftf* 
Bedded , Tt lH*d j^cU^cxf, z*t to Bed. 
BEDDING, BedJinj^, btddcgt^td. 
BedcL zje Headlc. 
BEDEREPE, er Bidrepc, 7.eker€ pllp vamfomtfti- 

g€ Landltcden om hun hcerfckafpcn koarm in fe 

to REDEW, Bedamwn, 

Bedewed, BcdaMwd, 

Bedewing, Bedamwmgi ^-"^htdmttwmit. 

BEDLAM, I €tH IMkm^s ^ dulhmys ^ ktmhxh 

Bcthlem y I mix^ityt, 

c3 u Bed lain, [mad body J Eem dsii menffb , ccm 

u\tzifft$ige* 
& {kviiamltc^ tern DoiU^ eem dstlkmyi-gaft. 
*Jedlam-like^ Gfhk ecu dtii menfci, 
t) BEDRAWLED, Beaf^yll 
to HEDUNG, BevnylcM: 
Bcdunged, Bevuyld, 

Bcdunging, Bev'usUisr. bevm\Unde, 

lu !'»EDUST, Bellmri^ew. 
Bcduftcd, Beftooveny he^ttysd. 



tjf' 



B££^ tern Bye y homghy, 

A h 11 mbl c-bec , eem Homm%eL 
Young bees , jomge Byem. 
A fwarm of bccf , eem Bye*zturrm. 
a Rcc-hi ve , eem By^-ior^ 
a Hce-maltcr, eem' Byem^komder, 
BEECH , eem Boekem hoom , ^emke. 

A grove of Beech, eem Boekem hfch. 
Becch-mafis , de Frmeht v^m Boeke hoomem^ Boek, 
{Beechen, Boekem. 

a Bccchen bowl . eem BQekem*kroeu 
BEEF, Opm vieejch, RmmJvUefch. 
Powdered beef, Spremgd vleefck. 
Smoked beef, Rooh %4efffL 
\ Bccf-caier , eem OJfem^*ietfch-^efer, [ Dit 1% cen 
bynaam welke men aan de lyf-wadit dcs Ko- 
nings vail Engeland gcclt. 1 
Xm'EU.GcweeJh ^ 

I I have been, [k bcm tteweefl. 
[BEER, Bier. 

Ncw-hecr, fWfch hier* 
Stalc-bocr, Omdbter. 
Strong-bccr, Zwaar^ dik^ o{ Jlerk bier* 
Smaller , Kieym bier , 4Um bter^ 
;BE£R, eem Bmtr^ do^d^Mt. 
iPccr*ch»th, eem Lyk-kleed^ bejrr^kn'emis kleed* 
teEESTlNGS, Biffl, memwe melk. 
[BFET, Beete, Ditf. 

';TLE| tern Tqf^ brtmtt* 



BEE. BEF. BEG. 

A dun^-bectlc, eem StromtvUeg, 
«> A paviers beetle, eem Strami-jlamfer. 
Beetle browed , Gerwmpeld of gefromfeU vam to 

boofd; mors , grymig 

Beetle-headed, PUmp^ bot. 
BEEVES C '/ meervomSg vam Bccf ) ids Curious 
Beeves, bra4^t Offem. 
BEF. 
to REFILL, Gehemrem^ overkt^mem, 
Befaln, &r Bctallcii, Gch^mrd^ovcrf^ckomem. 
It befell , Het j^ehemrde^ 

A (trange accident bcfel hfm , J-fem omtmoetu een 
Zomderiimg vtiorvaL 
to HEFIT, Fair^m^ megem. 
It befits , Het paft , bet voep. 
Befitting, f^oefemde^ paffemdi* 
BEFOAMEf), Bcfcbuymd. 
to BEFOOL, rerdwaatem* 
Befooled, ^erdw^sd. 
BEFORE, /^<wr, fevoorem^ at eer. 
To appear before the Magiftrates, /W de Over* 

heyd verfcbymem. 
To go before one, roor icmmndgasm. 
Before hand , Vo^ *s bamds > vam te voorem , op 

de bamd> 
To give money before hand , Geld vmm te vw^rem 

grt^em. 
To be before hand in ihc world , f^oorfpoedig im 

de waereld tym^ 
An hour before, Eem umr te voorem^ 
Long before , Lamg te v^wem. 
Before now, Vo^ deezem. 
To get before, A^oorjifv* rmakem* 
Before I die, Eer ikfierve. 
To prefer one thing before an other , Het eene 

dtmg boven *t amder achtem. 
He lov'd her before himftlf » Hy btm$imde hoar 

boovem hem zehen. 
How long will it be before yon come? Hoe lamg 
Zml^t dsturem (^er gy komt^. 
10 BEFRIEND, f^r?mfcb^ doem, begmmfligem. 
To befriend on*$ felt , Zici Zihem temem diemfl 
doem. 
Befriended, Frimdfchap gedmam, 
Bcfricndiug, Frimdfchap^emtmg^ vrimdhomdemdbtiA 

BEG. 
to REG, Beedelem, of btddem. 
He begs about the town , Hy hopt lamgs flraat 

beedelem. 
To beg for a thing , Om iets biddem. 
To beg leave, Om verhfbtddem. 




[ vam Begin. ] 
Since the world begaii^ Nm (of jeJerd) defcbep* 



I beg your pardon, fk bid m om vergiffemif^ 
IBEG^AN, Ik ' . - ^ ^ 

tnc 

to BEGET, Gcwimmemy tettem^ vtwrtbremgem^ vtr- 

kn^fff, 
, To w^ct children » KimJerem iteien. 

Idle* 



bei^om, 
>rldb< 
f>fmz der wereld. 



% 





BEG, 

Mlcnefs begets beggary , LttybcU verot^rzaakt be- 
dclaary. 
ikgettcr , V<fj» Tteler ^ odmteelcr , voortteeler » vcr- 

krygcr. 
Begetting, Tceltng. v§ortteclif$gy Tielt^ vo^rtbr^m- 

gift^j verkr^hgl tceiemde. 

The tirft Begetting , Dc etrfie leflt^ de eerjie vrmht* 

BEGGAR, y ,,^BeJ,laar. 
Begger. f *^^* ^'«''^- 

A crew of beggars, Een trop bee dehors. 

• Beggjirs breed ana rich men feed , De beedelars 
foikift kindeten , tn laaten *<r dt ryktn vocr 
iCdTfeM*. 

* Set a beggar on horfcback, and he'll ride a gal- 

lop , Zoo men eenen bedcUar te paard hclp$ , 
^wordi hy een trotfe jonker. 

♦ Beggars mull not be chufers , Die crgem om 

htM moet met al te keurtg zy^* 
a B^pcr-woman , Een MeTaarftery bedelaares, 
to BEGGAR, Berooidmaakeffy nttpMtten^ tot din 

bedelzak brengen. 
Beggared, Tot dem bedelzak gekragt ^ berooid. 
Bcggarlinefs, Berooidheyd^ armoede. 
Beggarly, Kaai en berohid^ bedekchtig^ fchabbfg* 
A beggarly fellow, een Schabbige vtnt^ eenl:4ta- 
ie inned^ 
BcL^gary , Bedclaary. 
BraGED, Gebedeld^ gebcdem 
Dcgger* Zfc Beggar. 
Begging, Bedeimg; ^^^ bedelende. 
To go a begging, Gnan btedelen. 
Beggingly, Of ecn bedeUchti^e vjyZi 
Bcggin^-fryars, Bedel-monmken. 
to liEGlN, Beginnen^ aanvttngen^ ontpaan^ 
It begins to Giow, Het begirt te fneeMwen. 
When he began to fpeak , T^en hy aanvmg te 

(preeken. 
To begin a-frcfh , Op nieuws beghnen. 
c3*To begin the world , Beginnen lets in de wertU 

te doeny een neering o£ amhaiht opzetten^ 
Beginner, een Beginner ^ aanvanger^ Jlichter^ leer- 

ting. 
Beginning, Een begin ^ beginfel^ ^^^^ beginnettde* 

A frcii} beginning , c^ff Hen a/ting. 
HcBEGOT, Hygewan^ hy teelde^ hy bragttmff^ 

{vdH Bc^et/] 
Begotten , Geteeid , gew&nnem , gebo^ren , ver- 
kreegen. 
Firfl begotten , Eerfl gcboortn, 
God's only-begotten Son , Gods tcnig*geboprtn 
Zonn. 
to BEGREASE , Befmeeren ^ befmnUen , fmeerig 

msakett^ 
Beercafcd, Befmnfd^ fmeerig, 
to BEGRIME, Met roet beftryken J t^artftkn. 
Becrimcd , Met roet bcfireekeni 
to BEGUILE, Bedriegen. om den tnyn Jeydtn* 
Beguiled, Bedroogen^ om den tnyn gekyd* 



le * 4/ bedelende. 



^Pf^i^TTTT 



BEG. BEH. BEL 

Bcgniler, een Bedrieger. 
Beguiling , Bedricging , bedriegcryi 

gende, 
BEGUINE, eeneMagyn, 
BEGUN^ Begonnen.^van Begin. J^ 
Begun again, H^eder begonnen. 
BEH. 
BEHALF, ah: 

On his behalf, Om zynent witfe. 
On my behalf, Myncnt halve y van 
In my behalf, Oni msment wille* 
to BEhAVE, Gedraagen^ draagen^ aanfiellen. 
He behaves himfelf well , Hy draagt zich weL 
Behaved, Aangtfteld^ gedraagen. 
BEHAVIOUR » Gedrag, ban del en wan del , om^ 
megangj aanflelling. 
Good behaviour, Goed gedragjwetgemanierdheid^ 

gefchiktheyd. 
To be bound to on's good behaviour, Virkonden 
Zym zich wet te draagen. 
to BEHEAD, OnthoofJen^ onthalzen. 
Beheaded, Onthoofd^ onttjatid. 
Bcheadcr, een Ont hoof der ^ onthalzer^ Scherprechor, 
Beheading, Onthatzingy onthoofdiatg ; "'^^ ^nthunf'* 

dende, 
BEHELD, Gezien^ aanfchfinwM 
I beheld, Ik aanfchcfnwde. [t^if Behold. 1 
Ct) BEHEST, Een bekfte, als ook een Gebod. 
BEHIND, Achter , naa , van achteren , ten acb'^ 
teren. 
To fland behind one, Achter iemmdftaan. 
Bchkid on's back , Aehter iemandi rug. 
There's fo much behind, D^tar is zo ^eei ten ach*^ 

fertn , daar is Zff ^^eel te quaad* 
To be behind in on's bufincfs, fn zyn wtrk ten 
achteren z\n, 
oJ-He comes not behind any In point of learning, 

Hy behoeft nieytand in gcleerdheid te wyken, 
05* He is behind h-md in the world , V Lo^ft mH 
hem achter uyt ^ zsne dingen gaan ten achteren, 
1 %vill not be behind hand m courtcfy, Ik zai im 
beteefdheid niet fnegeeven. 
to BEHOLD y Aanfihiuwtn^ ziin^ aanzl^n. 
Behold, Zie. ' 

BEHOLDEN, V Gehouden ^ verpligt ^ vitrfchtth 
Beholding (AdjO r digt, 

I was not beholden to him at all , /* w^ Mm 
hem ganjch niet gehonden. 
^ BEHOLDER^ ten Am^chmwer. 
' Beholding , Aanfchouwing , — aanfehttwendc, 
Bcholdingnefs , f^erphgthesd. 
BEHOOF, Ger%i\ nut. gemak, 
ItBEHOVETH, Hct khorft, 't is dienjlig^ 'th^ 
taamt* 
It behoves us, Het voe^t om. vty mottem 
BEI. 
, BEING, Zynde^ weezende, 
i Ikihg ftlii fick , Ziek gevtorden zynde. 

F a. Being 



^^ 




44 



BEI. BEL- 



Being to come hither, Staande (o£ mat^nde) hin 
He was near being cheated , Hy was bywa bfdro- 

The Lord Mayor foe the rime being , Dm Lord 

Major in d^n tydy de regeerendc Lord Major, 

Being, (ConjunSO Oew^ij iumgezitMy vermsdi. 

Being that he promifed it , Dtwyl hy V hcloofde. 

Being he did not conie, AoHrez^tcm hy nietqHam, 

t BEING, (SubftO /f*»/fV^^^i», -—.pVr^/y/. . 

There h no being for nic there » lUt is %mr my 

d^kir met it weteft^ dot is zeem plaats vopr my , 

bet is va&r my dissr met te harden. 
The thing is in being ftill » De zaaA is mnb in 

weeten* 
He is a man of no fettled being, Hy is ten mast 

vanieen vaft verUyj* 
In God we hVe, move, andhuvc our being, In 

Gad leeven wy^ hen/eegen om , en zyn tiy. 

4 to BELABOUR, AfroJJcn. henken. 

He belabourM his bones , Hy touwde hemtuataf. 
BELACED^ Bek(inty met kant opgefchikt. 
to BELAGt j_£^«r^» kahel vajl maaken. 
fBELAGGED, Achtcrgdaaten. 
to BELAM, Met eenen fiok Jlaan. 
to BEL ATE, LiMi Qpbouden, 

To belate one with a cride, lememd met een hen* 
zeling Uat ophonJen, 

Belated, Laat opgehonden , t^t loot in den naeht 
vertoefd^ 
to BELAY on's way, lemmd loMFem leiien. 
BELCH, Opr'ffpmg, 
to BELCH, kifPem^ ^prifpen. 

To belch out Dlafphemies , Lafieringen nythraa- 
ken. 
Belched, Opgerifpf, 
Belcher, een Rifper^ ^prifper. 
Belching, Rfjping, — — otrij^ende^ 

Given to belching, Rijptuhttg, 
a BELDAME, ee» Ondwvf, totebeL 
to BELEAGUER, Bekgiren, 
BELFRY, eenKhkhuss, okKloi-toren, 
BELGICK, Nederlandfck 
to BELIE, Beliegen. zje BELY. 
BELIEF, Gf^^r 

JUight of belief, L/^/ vangel^^ Jigtgehovig^ 

Pait belief, V Geloofte boven gaande\^ if^ehoflyk. 

To be of a rieht bch'cf, Een reeht geloof hebben. 
10 mU^Vli.Gehinen] 

I don't behcve it, Ikgelaopt niet. 

It is believed on all bandi , V U^erdt docrgaans 
reload 

To make otic belie\'c, lemand doen geloovem 
BcHcvcT, een Ge hover ^ GelifQ-i'tge* 
Believing, CehoTtng; -^'^gel&vvenJe. 
BELL, eenKUk.JcheL 

To ring the bell , de Khk Inyde^ , Mm df fdel 



BEL. 
trelken* 
A Ring of bells, Een Klakkengelny, 
A little bell, een SehelUsjey een iiL 
A pafling bell , een DooJk/ok. 
An Alarum-bel , een IVekker, 
A low-bcll , een Schet am vogels te lokken, 
A childs-bcll , een Kinder-bet, 
Bell-founder, een Kiok greter. 
Bell-man, een Naehtwaaker^ eenwaehs die teLcn-^ 
den '/ nachfs omlooptj aJs bier de Ratclwacht* 
Bcll-metal„ Klokjfys^ klokke^-metaaL 
Belf-weaiher , ten Hamel met een bel aan* 
Bell-brt, een Paards gebit dat kloksziyze gemaait is, 

to BELLOW, Loeijen, bnlken, (als de OflcnO 
Bellowing, Gebnlk, gcloei, —^i&eijenje. 
BELLOWS, een Ulaasbalg. 

Reacli me the bellows, Geefmy de blaasbalg. 
BELLY, een Buyky pens, 

A great belly, Een greote bnyk. 
A womaa with a great belly , Eene zwangere 
vranw* 
iy She has had twelf great bellies , Zy is twaaJf 
maal zwanger geweejL 
♦His belly thinks his throat cut, Zyn bnyk denkt 

dat zsn keel gehangen is, 
♦His eyes arc bigger than his belly , Zyn oqf ir 
grooter dan zyn bstyk, ^| 

♦ A hungry belJy has no cars , Een h&ngerige bt^k 

luyflert nergens naar. 
He fs given to his belly, Hy dient zynen bnyk* 
BcUy-ake, Bnykpynu 

a Belly- band, 7 for a horie) Een huykriem 
a Belly-god, a Belly-friend ^ een Bnykdienaar^ 
a Bdly-ftll ,>f* Bnyk-vol, zyn bekomfi, 

♦ A belly-full is a belly-full , Een bnyk-vot is 
een buyk-volj men kan niet meer eeten dan zyn 
bekomfi, 

a Belly-worm, Een bnyk worm. 

A panch-belly, een Dikpem^ dikbnyL 

Grcat-bellied, Grootbnykig, ^s mede , zwangen 
to HE LONG, behooren\ aangaan. 

This belongs to me, D^t Ichoort my t^e^ 
^y As for what belongs to Focfy, Belangende (dsm* 

gaande of noopende) de Ptiezy. 
Belonging. Aangaande. noopende^ betangende, 
BELOVED, Geliefd, bemW 

Beloved of all men, ^^an ieder een bemind* 
BELOW, Beneden^ ander^ minder. 

From below, Fan bene den ^ van onderen. 

He was notbclow his father for picty, hgod* 
vrnchizheid was hy niet minder dan zyn voder* 
0) BELPEROPIS, eenJuweeL 
(}j BELVEDER, een Schoon gezip , eem Taxm* 

laan, 
BELT, een Draagband^ wapenriem. 

A waft-bclt , etn Gdrdel^riem ^ez^nSeid* \ 

Bclt^i 




BEL. BEM. BEN. 
Bclt-maker > ten Draaikand-maakcr , iandcKer^maa- 

to BEL Y, Belicgew. 
He belycs him^ ATy bcUeg^t hem. 
His aSions bely liis words, Zynbedryflogemfln^'f 
zwe woordcn, 
Belycd, Bekogtn. 
Belying, BeUcgiHg^ ^^^MUgewde. 

BEM. 
to BEM AT the hair, V Ha^r in de klits brengen. 
to BEMIRE, BcJlykcH^ bckladden. 
Bemircd, Bejlskt. 

to BEMOAN, Btmecntn , htklmztn^ bttreuren, 
I bemoan her misfominc , Ik Mlaag hoar on- 
geUk, 
Bemoaned, Bctrenrdy biklaagd. 
Bemoaning, Beklaagtng^ betrettrlmg; ^^^ bcfrcu- 
rtmde. 

BEN. 
BENCH, ten Bank. 

The King's Bench, des Konings Rech$hanL 
BENCHER, een ByzitUr ^ Rmid ^ ten Rcchtsgc- 

Uerde van den terflen rang in V Genootfchap* 
1 BEND, ee» Kromtey knak^ bogSy kink^ als mc- 

de zekere ftreep m ten wapenfchild. 
to BEND , Buygen , krommen . aanfpannen. 
To bend back > Achtermaaras bmgcn* 
To bend his knees , Zyne kniejea buygen. 
Bend a][ thy wits about this, Span vry alJe ume 

krachien daanae aan. 
This is all he bends his mind to, Hy heeft zynen 

zin door alleen op gezet. 
My ftudy was chiefly bent upon Litcrarure, -/Ify- 
ne ftudie was voornamdyk op dc Lettetoefentng 
geVitUen^ 
He bends himlelf wholly to this , Hy is ganfcbe^ 

lyk daarop gev alien. 
Sec to what way thcfe things bend, Zie tw waf 

voor ecn kecr deeze dingen neemen* 
To bend a fword , Een zivaard buygen, 
flCj' To bend a cable , Een kabel vaajl maaken. 

To bend a bow, ^en boogfpanncn. 
Bendable^ Bnwzaam. 
BENDED, ^eboogcn. 

With bended knees, Met geboogene kniejen. 
Benders , de Spieren ofpeezen waardpvr tU vingers 

buy gen. 
Bending , Buyging ; — bnyiende , neygende. 
A bending down* NeirbiUtng^ ncifbnyging. 
The bending of the elbow, De bnyg van dc r/- 
/rboog, 
Bcndings^ Draaijingen van den it^gj bogten, 
Bcndlet, een Bogtje. 
BENDWITH. Meelboom, lynenkruyd, 
BENEATH, Beneden. 
BENEDICTINES, Benediktyner Monniken. 
BENEDICTION, Zczening^ 
IJENEF ACTION, IFeldaad^ 



BEN. BEP. BEQ. 4^ 

BENEFACTOR, een U^eldoener , begunftiger. 
Bcnefadrefs, een Ifeldoenerclfe, 
BENEFICE, een Prove ^ Kerkelyk ampu 
Beneficed, In een Kerkelyk ampi gezet , met tern 

Predik-plaats voorzien* 
BENEFICENCE, Mtiddaadigheyd,weldaadigheid. 
Beneficial, Vimrdeeitg^ nuttciy^. 
BEN£Fn\ yoordcely wcldaad^ nut^ S^^<^^^ boat. 
OjrThe Benefit of the Clergy , Het voorrecht der 
Kerkelyken. [ Dit is een voorrecht het welk 
de Kefkefyken in Engeland ccrtyds alleen had* 
den , doch zich nu ook tot dc Leek en ny tftrekt, 
wanneer ty by 't Gcrccht aan Manflag fchul- 
dig bevonden ^ynde, met dit voorrecht begun* 
Iligd wcrden,'t welk hierin beftaat: Mcnlaat 
den gevangen etiyke regels leeien in een oud 
Latynfch boek dat met Gotfchc of oudcDuyt- 
fche rctceren gedruktis; en als-dandcGemag- 
tlgde die 'er by (laat , xegt , Legit m Ckricm^ 
dat is, Hy leefl als een Kerkdyke ^ dan bevrj^dt 
men hem van de galg, en hy werdt in dehand 
gcbrandmerkt , en daarmedc ontllagen.] 
to BENEFIT , Foordeeltg zyn , begmnftigen ^ be- 

weld^mdigen^ bevoordeelen^ 
Benefitted, Begnnftigd, bevoordeeld. 
Ij* A benefitted Ticket in a Lottery, Een prys-brief-* 

je in eene Lotery, 
BENE'VOLENCE, GoedwiUigbeyd , goeSm-tig* 

heydy gunft, 
BENE'VOLENT, Goedwillig, gaedbartig. 



BENIGHTED , Door den nacht overvallen. 
BtNiGN, Goedertieren^ gun[li7. 
UENIGNITY, Goedertierenheyd. 
BENJAMIN, Benjuyn. (zekere Gom.) 
BffNT, Gcboogen^ geneygd , gefpannen , gereed , 

vaerdig, (van to Bend.) ♦ 
To be ftifly bent to fomcthiiig,<?r on fomahing^ 

Styfop iets gczet zyn. 
Cruelly bent againft, Tjflyk tegen iets gezet. 
a BENT, een Buyging^ neyging. 

* I have got the 'bent of his bow , Ik weet wet 

waar hy been wiL 
to BENUM, t^erkieiimeny verftyven^. verdooven ^ 

gcvocleloQS maakcn, 
Benuiiimcd, Ferkleumd^ verjlyjd. 
Bcnummednels , Ferjlyfdheyd^ gevoeleloosbeyd^ vcr* 

kUnmdheyd. 
Beninnming, Vcr 

doovendi. 

BEK. 
toBEPISS, Bepijfen. 
liepifled, Bepijf, 

BEQ. 
to BEQUEATH , By uyterfle milU maaken ^ t&0 

erfdeel befpf'ccken. 
Bequeathed , By crfenis gemaakt. 
%^^x}^^z^\'ZT^ eenVytetfle-vJilmaaker, 
lie^^ueathing, Erfbefpreeking^ maaking. 

F 3 BBi 



erdooving^ verjlyving; 



vcr* 



45 



BER. BES. 



BEQUEST, efHErfj^aiff^erfmaakSff^^ hcJproQhn dccl. 

to BER AY, Bedryten^ het^ttyUw. 

Beraycd, Bedreeten^ btvuyld, 

Bcravine* Bedrsun^^ bevttylinpi ^^^bcvMskndc* 

BZKmKY , ien Berberh: ^ ^ 

to BtREAVE, BcroavcFt. 

Bereaved, L n^^^^rj 

Bereft, f ^'"'"^^^ 

Bereaving, Berooviffjf; ^^'^ ler&ovtffjf, 

BERGAMOT, eenBcrgamot^ (zcehre J>ecr) als 

ook , Zfi^ reukwcrk. 
BERRY, ctnBcezi, ^^^T *0'- 
Bil-bcrries , BLtasiW'bcjJtn, 
Black 'berries , Kraakc-bfczifff. 
Raip-bcrrics , BraamcKy braam-heeijcn, 
Straw-Bcnries , Aard-beyen^ Aardr4>ectifn. 
Goofc-bcrries, KrHys-teyen, 
BERYL, ecnBcril^ tGeftccnte.] 

BES. 
BES ANT, Ecm oude gQHdc mum y w^ard-g ontrcnt 

ten dnbbele dttkaat, 
to BESEECH, Bidden^ fmccken. 
Bcfeechcd , Gcbtdcn. zic Bcfought. ' 
Ucfccchcr , etti BiMcr , fmcekcr, 
Bcfecchtng, Biddings fm€eking\ fmeekende. 
to BESElM, Bcf*famcffy votgew. 

It bcfccms, Hct bctaamt^ Jbet paji, 
to BESET, Bezeffctt^ omrtHgem, 
Troubles aiid fears bcfct mc on all fides, Onrujl 
en xrceze omrimgi ms van alU kanten* 
Bc(et, Omringd^ bezi^f ^ bckUmJ. 
A heel bcfet with nails , Een fohty met /pykers 

bcjlagtn, • 

Hardbefct, Zeer gepUagd^ 
Belcltine, Omn^gHtg^ bez^ttm^\ bezcttende, 

toBESHtT, B^rchvfcf. MMfH. 
Bemit, r^f' 

to BEb -Ineken. 

BES ID t, I Bchdvcn^ dsatenboven^ daarbeieeten^ 
BPSIDES. f bchalven dat ^ btneven^ bczydc. 
]Mo body thinks lb belide my'ic\l ^rliemmidenkt 

zo hthalven ik. 
And belides my wife would hear of it one way 
or another , En ddarenbavcn zoud het myn wyf 
oP dc ttne of de andcre 'wyze ter ooren komem, 
3cndes he fet upon them in good time , Daar- 

benezen riel hy op ben aan ter gaeder tyd. 
He flood bciide the King , Hyjlumdt bezyde den 
KoJiing* 

IE> He is bcfide himfelf. Hy is hmten verftamd. 
Tr» K.' Srtide the mark , Van U^doet afwyien. 
c purpole, Ganfcb met $er i>orfaai£* 
i VI i • i J 1 1 . J E, Belcgercn. 

To bcfiegc a town , Eene (lad bcUgerew, 
Befiegc4, belcTerd, 
IkficK^-T, een EeUgeraar^ ^^f^iZ^f* 
cUgcnng; ^^^^Me^ 



BES. 

to BESMEAR , Befmetrtw^ fmeerig mdaken. 

Bcfmcarcd , BcjmecrJ, 
Befmcarer , Een befmccrder. 
Bcfmearing, Befmeering; ^^^befmeerendf. 
to BESMOAK, BertHiken, 
Befmoakcd, Berookt. 

Befmoaking, Bcro^king; beraokende, 

to BESMUT, Bercet maakeny befmodderen, 
Befmutted, Befmodderd^ beroef. 
BESOM , een Beezem, 
to BESOT J Dwaas maaken^ vfrdwaazen. 
Bcfottcd, f'frdwaafd, 

BESOUGHT , Gebeden , verztKht , ivan \k- 
feech.] 
I befou zht , Ik bad* ik verz^cht. 
to BESPATTtR , BeffaStem , bekladden, belafle* 
ren, ' 

To befpatter on*s ftockjJ3g$ with dirt, Zyne ianf* 

fen beflyken. 
To befpatter on*s reputation , lemands goedew 
naam hfvlekken , remand bekiadden, 
Befbattered, Bcklad^ beh/lerd. 
to BESPAWL^ BefpHHwen^ befNxfen, 
Befrawlcd, Befti^gen^ heausld. hezcverd. 
to BESPEAK, Befpreckcn/ 

To befpcak one, lemand bepraaten. 
To bclpeak a thin j^, lets bejpreeken. 
To befpeak a pair of fhocs , Een paar fihenenie 
maaken befltilen, 
35" To bctpcak on's good opinion , hmands g^ede 
gnnfi verzoeken ^ of d^/r frasitn verkfygen (of 
roemen,) 
XJ It befpeaks an Atheiftical mind , Hcf geeft eem 

om^udffhfcb gemoed te kennen. 
toBESPECKLE, Bcfptkketcn , m-t fpikkeh onder* 

fcheyden, 
Belpeeklcd, BefpikkeU. 

Belrcckling, Befbikkeling; ^-^-befpfkkelende, 
to BESPE W , Befpnuiveft^ bezeieren, 
Befpcvvcd, Bcfpoo^en^ beqnyld* 
to BESPIT, Befpsiftwen. 
Befpfttcd, Btfpmgen. 
I BESPOKE , or Bcfpakc , /* befprak [x.w Be-; 

Ipcake. 1 
BESPOKEN, Berprmkett. 
xyBefpookcn thanks, Afgtbedtlde dank. 
to BESPOT , Beifaaen, bevlekken. 
Bclpotted, Bivleif, 
Belpotting , Btfpatting^ bcfhatftnJe, 
to BESPRINKLE, BefprenkeUn , befprengen. 
BcTprinkled , Bejprengd^ befprcnkcU. 
Belprinkltng, Befprenkeling ^ ^^fprewging; ^^^bt* 




B^F--''- 



toBESPUE, Befpnwen. tr> Befpcw. 
loBESPUTTER, Bcmorfen, b^zoedelcn, iemm- 
ztltn. 



Bclicging, BcUge 



fegertndt* 



BEST. Befl, 
\ The bcft thing , De befte zask. 



BES. BET. 

I will do my bcft , Ik zai m\n iefl Joefi. i 

What had I belt to do ? /f^ zal ik nu hjl Jeen ? j 
flcyl fpeak to the bcft of my knowledge, Ik Jpreek 

Hdtir mvH€ hefle itnms, 
c3r Wc muft do the beft we can , ify moetcm zo 

Wft doen ah ury konnem, 
a3*To make the beft of a bad game, Zich ttnbeftev 
dat men kan mt ecne quaade zaak redden. 
Beft of all, 't Aihrbtft. 
to BESTEAD ont ^ Itmtmd eenem gotdem dienft 

ds^CHa 

BESTIAL, Beefielyk 

to BESTfR on*s felf very vigonroufly , Zich wok- 

ker htijr hottdem^ of Zfch dapper quyten, 
to BESTOW, Befteeden, te kojie ha^getfy te kojh 
le^en^ nytgeeven. 
To beiiow a charity upon one, lem^md etne aal^ 

moes geeven* 
To beftow part of on's time upon books , Ee» 
gedeehe van zynen tyd in de boeken beft ee den, 
Bcftowed, Befteedj aan te kofle gehaMgcn. 
I bellowed a great deal of pains upon this Dic- 
tionary, Ikheb grmte moette tot het fzdmen 
ftellen van dit If^o^rdenb&ek gedaan> 

Beftowing, Befteedingj uyfgave; befteedende. 

A difordcrly bellowing , ten f^trqusftingy roeke- 
iooze uytgaave, 
BESTRI0, Bef.hreeden. 
ro BESTRIDE, Befihrydcn. 
Bellridcr, cen Befchryder. 
Beitriding, Befcbrydtng; —' befchryd^nde* * 

BET. 
BET, Defom die men in V wedden vfrzety dtvcr- 
wedSng, 
Name your bet, IFat verzet gy der onder ? wot 
kuudt gs my'k hot veci wHi gy my ftaan ? wat 
verwedf gy^er aan ? 
to BET, Verwedden wedden, 

I will bet nothing, M wiPer niets onder verzctten. 
Betted , Onder verzet , verwed. 
to RETAKE, Be^eeven \tot ietu*] 

He betakes himfclf to the fhidy of Philofophy , 
Hy begeeft zicb ttii de leeroefcmng der U^ys- 

They betook themfelves to a running fight , Zy 
begonden al vechtende te wyten en de viugt ie 
neemen. 
To betake hfmfelf to his heels , Het baazenpad 
kiczeMj. V of V kopen zetten. 
Betaken^ B^^eeveny ondemomcn, 
to BETHINK ones felf, Ztch bedenken. 
BETHOUGHT, Bedacht. 
to BETIDE, Afwknmen^ oz*erkomen^ 
BETIMES, BvfvJj, vroeg. 

Betimes in the morning, V Morgens Tnteg, 
In thofe countries winter comes betimes , In dii 
ianden htcft men vroege wmUrt, 
ro BETOKEN, Baekenen, bedfiydem 



BET, BEV. 

Betokened, Betekend. 

Betokening, Een beuiening; ^^^betckenenic* 

BETONY, Betonie. 

I BETOOK , Ik begaf my , {van Betake.] 

I prefently betook my me to heels ^ Ik zette bet 

aanflonds op *t loopen. 

They betook themielves to their weapons , Zy 

greepen de wapenen aan. 

They betook themfelves to ^x^htyZyflelden (of 

begaven) zich op de vlugt, 

to BETRAY, f^erraaden^ beklappen. 

To betray on's country , Zyn VaderloMd verrati'' 

den, 

OCT She beuayM his fecret^y Zy emdehe zynege* 

hcymeff. 

Betrayed, Ferraadew, 

Betrayer, een Ferraader^ beklapper. 

Betraying', f'^erraading ; verraadende. 

to BETROTH, f/erlooven^ ondertroHwen. 

Bethrothed^ l^erhofd^ mdertmuwd, 

A bcthrothcd woman , Een verloofd vromumenfchy 

een ondertroHwde vroftw* 

Betrothine , Ferhovinz : -" ' verhovende. 

BETT. £/.Bct. 

BETTEE o/ Betty, Een zeker gaauwdiefi tnyg ^of 

domme kracht om een dear op^n te breeken* 

BETTER, Beter. 

So much the better , Za reel te beter. 

For your better underftandfng, Op dot gy bet tm 

beter zoudt verftaan. 

What am I the better for this ^ Kat ben ik bier^ 

door verbeterd} 

QC^He loves him better than me ^ //y houdt mecr 

van bem dan van my. 

^To have the better, de Overhand hebben. 

Our fouldiers had far the better of them , Zy 

mogten op verre na tegen onze foldaaten niet 

op y onze foldaaten hodden verre de overhand^ 

The better hajf^ De grout fie helft. 

Better and better, Hne longer hue beter. 

As long again, and better, Nog etm zo tang^ em 

meer. 

He is never the better for that, Hy is Vr niet een 

zaer te beter om. 

to BETTER, Beteren^ verbeteren. 

BETWEEN, I n- /7 i. . fTL L J* 
BET\\nXT, f tu£chen,tujfcbenbeyde. 

Between whiles, By tujphenpoozen ^ van tyd tot 

tyd, 
♦Betwixt the devil & the red iea, Tujfchen baf^^ 
gen en worsen. 
^ ^ BEV. 

BEVtR. ^/> Beaver. 

BEV ERAGE , Drunk van wyn en water onder maU 
kanderen ^emengd^ of water em azyn^ beveraas* 
BEVY, een t^'hgt, een trap. 

A be\7 of quails , Een vhgt van qnakkelen, 
(t) A bevy of goffips, Eene trop praatmocrs. 

to 



J 



BEY. BEZ. BIA 

BEW. 
to BEWAIL, Beweeneff, hcfchr4sen. 

She has goad rcafon to bewail her lofs, Zy hceft 
ndtn am hoar vtrltes U befchrcyen. 

I It;, Beweentn^^ bek}a^\ — /&ext;«wWtf. 

|o JilLVVARE, l^erh'oedcn^ z^cb wacbien ^ of zyne 

boede zvw . toeztcn. 
Beware, Uach *, tje voor my wees vp uw hoeJc. 

Beware of deceivers, //WA/ m v»or verUyders, 
to BE WET, Nai maahm^ «Men^ hbo^zew^ be* 

ficten. 
BEWILDERED. Fcrwilderd^ veriaasd. 
4o BEWITCH, Bmvfrem. 
Bewitched, Bctoverd* 

He is bewitched with her , Hy is d^^r baar beto- 
verd. 
Bewitcher, eett Betoveraar. 
Bcwirchiiie, BerovcrsifXi -^-^betoverende, 

to BEWRAY, Omtdekiefs, beklappen , be- 

vmUv, 
To bewray a fecrct, Een geheim emdekken. 
Thy own knavery will bewray thee, Uw esgtne 
Et^ytery Zai h beklappetf, 
BEY. 
BEYOKD, B*ff«r, over^ bftytew^ meer. 
Take heed you be not expcnfive beyond meafu- 
re, DroMg ZQrg d^gy met bovem mante qMtfitg zyt. 
They were ftftoni<hed beyond mcafurc, Zy Wiki- 

ren asttermaate t'erbaasd* 
At that very time I was beyond fca, Te dier tyd 

was ik over zee* 
They let down a certain meafure, beyond which 
none ought to go, Zyftellen een zekcre maat^ 
tvaar buytem Mitmrntdbeboort M g^^9t* , . 
^ it is leiigtiKaed , beyond what is needful , V // 
l.s- verUngd mcer dan m^idtg is> 
From beyond lea , Van overzee. 
To go beyond, {""o-jtbygam ^ avertreeden^ ubuy^ 
ten ga^m^ overtreffen. 
t^-^ lihall be gone beyond unlcfs you help me, Mm 
Zitl my ; V ers zy g\ nty belpi* 

They go bv i others ', Zy overtrejfem alle 

a)$dtrcn. 
It was beyond his reach , Het was bovem (ofbuy- 

tC0) zyti btrreyk, 
Thai's beyond Iny fkill , Daigaat myn ver/lastd 
U boveff. 

BE7 

f3H2\NT. ^/^Bcfant- 
BE^ ANTLER , Ilet tmeede utK^e van tern Harts- 

boom, 
J3EZI L , Di ias van een ring daar di JUen h$ fimt* 
f JDEZOAR Bezumfieen. 
Xl) to BEZZLt, Znypen^ pimfeUn. 

^BIA. 
I BIAS, '/ /M/en z^an ten kio^f. 
T^iM y^Ovirbeliing ^ overZWa^PV^ ^^'''g^ 




BIA. BIB. BIC. BIB, E 

To run bias , Sebnyn hopen. 
His bias leads hiinthat way, Zyne imging hyJi 
bcm Men weg. 

To put one out of his bias , lemand van zymftnk 

ajbnngen^ 
To fet a bias upon on's undcrftanding towards 
errors , lemarnds verftand m dwaaitngcn datn 
o'^rzwamjen. * 

toBlASS, OvcrbcUen^ ekem 9Vtrztuaaljcn. 

To biafs one, Unumdzwamjen. 
Biafled, Gezwaaid^ ^^—bepraat, 

BIB, een Slab ^ pypkan, 

a Bib-apron , een Schmekleed met etnjlab. 
to BIB, Z^ypen^ drinkcn. 
Bibber, een'Znyper^ dronkaard. 

Bibbing, Geznyk ge^ink; ^znypende. 

BIBLtl, de Hyhei. 

BICANE, mUedrnyf: 

to BICKER, Kibbelen^ barrewarren^ krakJkeelen. 

Bickering, Cekrakkeei; krakkeeUnde. 

BID, 
to BID, Gebledcn^ beveeUn^ belafitn^ beatn^no^^ 
digen^ biede'n. 
Bid him conic in, Zegdat by inkftrnt. 
Bid the boy enquire, BeUft denjangen dai by *er 
naar vraagt. • \ 

Did not I bid thee to go and fee \ Heh ik «. mht 
gebeeten dat gy zondt gaan zien > 
t5*To bid monj for ware, Celdtoor waarebieden. 
If an); body bids more, Zo iemand mcer btejf. 
To bid one farewell , lenmnd vaarunl bicdev , 
affcbt^yd neemen* 
cdrTo bid defiance, UyUa^tn, 
GCS'To bid the banes ^ een iTuimclyk ^ondigen^ de 

gtboden afleezen, 
aSrio bid to fuppcr, TVir ax^ondmaal nuedigen* 
I To bid up, Op bicden^ b<^oger bicden. 

I Bidden. ^ Gebeeten,betaJi,genoodigd. 

'Bidding, Gtbieding^ naadigsngi, gebiedende. 

A bidding a price, een GelSieMnjF. bud. 
BIE. 
BIENNIAL, Twiejaarig. 
I Bfe, 

BIG , Groot^ kloek^ dik^ graf^ &pgebla^zen^ 
As big again, Nog tens z^gra^t* 
Big in bulk , Groof van ftnk^ gr^ot v^n onttn^i, 
A pen that writes too big, Lin pen Me M tegr^ 

Jcbryf^ 
Bi^ in authority, Gr^^t van magr, 
aS'Btg with child, Zwamtr, 

Big with pride, OpgebUazen. 
«> He talks big , Hy ^eeft b^og 9p. 
qeI' He looks big on bun, Hy ztesiem virwaandof 
Jlkttrfch ti^in* 

I amnot&ai:€d with yoTJx Wg words , Ik gnf 

met 




BIG. BrL. 

wifi om awe opFeblaazene WQordin, 
To grow big, Uytzviclltn^ groot w&rdcffy nytzd- 

UH , dik wardtn^ 
Big-bellied, DMuykig^ grof zwmigtt. 
Big-body'd, Zwaarfyvig* 
Big-naDped, Grofvangrcyn. 
BIGAMY, Twecvjyvery^ */ hebben vm twievrou- 

wen U£clyk,' 
Bigamift , Een dU twee wyven te gelyk hcefi* 
BIGGER, Grooter, dikker. 
BSjpeft . dc GtQQtflc , dikftc. 
BIGGIN, eem Kimder-mutsje. 
BIGNES, Groottc^ diku. 

It is of the bigneft of a point , He$ u moor de 

S'9QHe van een Punt. 
T, een Bygetoovig menfch^ fchynheylig^ dom- 
me dryver , yilaarbyier , kerk-nyL 
Bigottcd , Door hsgeloQVigheid vervocrd. 
Bigottcry, y Bygchovigheid, fchymbeiligheid. 



BigotiCn. 



BIL. 



BILANDER , Zeker vaartuyg^ een Smak. 

BIL-BERRIES, Blaauwbejjtn, 

BILBOES, ZeekereftraffcTam'tboQtsvolk. 

BIL£« Een bxyiy gezweiy zweer* 
To breakc out into a bile, Zkh m een gezwel 
zetten, . 

BILGE , Dot gedeehe van den hodem van V Scbsf ^ 
daar het op ruft , ah V vaft ZAt, . 

BILGED, Aon ftukken geftaoten , 't ty tcgcn de 
grond (?f op een klip* 
The Oiip is bilged , Het Scbip heeft een gedeehe 
van zyn bodem afgeJIooUn. 

BILL, Eenbek^ neb^fnavel. 

Bill , ^cn HelUbaard^ byi 

BILL, een Cedel^ g^J^^^ffty handfchrifi, btljet ^-^ 
e^n Opjlel of ontwerp van een wet die in U Par- 
lement gemaakt wordt. 

a Taylor's bill , Een Snyder s rekening. 

a Bin upon the door for lodgings to be let , Een 
Oiingepiahe huurzedeL 

a Bill ot debt, een Schnldbekentenu ^ Obligatie. 

a Bill of exchange, een lVfJ]elbriej\ 

a Bill of divorce, een Scheydbrief. 

Bills of lale, Bihettcn van verkoopinge. 

To read a bill in Parliament, eenOpflel inUPar- 
lement Uezen. ( ^t Staat aan te merken , dat 
alle de ontwerpen van ecnig plakkaat of wet 
die in \ Parlement worden injgcgeven , Btih 
wordcn genaamd ; doch naaoat lo een Bill 
bekraditigd is , draagc xe den naam van een 

The weekly bill of inortality , De weeUykfebe 

lyjl der dooden, 
a Bill of lading , een Vrachtbrief^ cognofcemeni, 
a Bill of fttffcrance , Een verlrfvan de Konvoi voor 
ten Kaopman om van de eene Engeljlhe haven 
eip de andere te mo9gen bandeUn zonder konvoi 



BIN. BIP. BIR 49 

te betaalen. 
a BiJI of ftorc, Een vrybriefvan de Konvoi tot bet 

iaaden van eetwaaren , vaar de reyze modrg, 
a Bin -man, een Snacijer^ ho^mfno^ijer, 
to BILL ( as doves , ) Bek aan beh honden^ trekke" 

bekien. 
BILLET, Een dik brandh&nt ; *^— een cedel om 

jhldaaten te inquartieren^ 
to Bl LLET foldicrs , SoUtaten billetteren* 
BILLIARDS, eenTrokufcl. 

To play at billiards , Op een Troktafcl fpeelen. 
a Billiard-ball, een Troktafel-klout . 
t BILLINGS-GATE Rlietorick, Fiswyfs taal,eem 

J}Mdende taal. 
BILLOW, Een gro(^te boar oigoffl 
BillemcDts. zie Habiliment. 
BIN. 
to BIND, Binden^ knQOQpen^ verbinden. 
To bind about , Ombinden, 
To bind with benefits , l^erbinden of verpligten 

daor weldaaden. 
To bind one by covenant, lemanddoor een per* 

drag verbinden. 
To bind books, Boeken bindtn. 
To bind with an e:irnell , f^^erpanden ^ een koaf 

flkyten met een Gods-penning* 
To bind hinifclf , Zifb verbinden. 
To bind himfelf to appear , Borg JieUen votfr zy- 

ne verfchyninge 
To bind up a wound , Een wond verbinden. 
To bind one apprentice , lemand op een amhacht^ 
( of by een en Koopman ) bejieeden. 
Binder, een Binder y verbinder. 

a Book-binder, een Boekbinder, 
Binding , Binding , terb/ndtng ; ■ ■ verbindende^ 

fttjppirnde , t^zamentrekkende, 
BIKD-WEED, mnde^ wrange. (zeker kruyd. ) 
f BINN, een BrooSak. baverbaky trow, 
BIP. ' ^ 

BIPARTITE , In tween gedeeld. 

BIR. 
BIRCH-crce, een Berkc-boom, 
Birch, Herken-rss. 
Birchen, Berkc'n, 

a Birchen-broom , Een berken bezem, 
BIRD, ccnTogeL 
a Bird of game , een Ja^tvogeL 

♦ A bird in the hand is worth two in the buffi, 
Betcr een vogcl in de hand dan tien in de lucht, 

* He kills two birds with one ftone , Hy Jlaai 
twee vliegen met een klap. 

♦ Birds of a feather flock together , Vogels vam 
eenerly veer en , gel\k by gelyk* 

* You firing up a bir^ to pick out your eyes, Gy 
(fueeh eene Jiang op in uwen boezem. 

To hit the bird in the eye, den Spykcr op V hoofd 

Jl^tan, 
A Newgate-bird , een Calgvogel , galgbrok. zie 
G en" 



fj BIR, raS- BIT. 

^dtr Kcw^tte. 
An unlackjr bird, Etm tr^hh tcngel. 
a Bird'Cace , ecm l^ofelhuw. 
% Eird-^:^] , ten y^tl-fimyt. 
% Btrd'keq>cr, etn f^^eibondcr. 

% KrdVncft, een P'^^elt neft. 

Bird-ncft, wild cirrot^ IVtldt daukms , vogelmeft , 

^7ckcr kruyd.) 
Bird- lime, Vogcl-km. 
Bird-lcIIcr, een Vof^el verkonfer. 
Birding, t^oj^elvangjl. 

To go a Krding, t/)'/ vo^ehangen gamt. 
a I3irdjng-nct, r«r l/ogelaars net. 
a liirding piece, m» f^ogel'-roer. 
BIRGANDEK, Eenjoi^vam wilde g4ms. 
BIRTH^ Gehome, dragt. 

cdrThis gave birth to that modoOy Hiernjt ^nt- 
ftond Me V9^Jlag, 

Two at a birth , Twee f eener drs^f. 

A new birth , Een nsenwe gebo^e y wederge- 
biXfrte. 

An untimely birth , eem MisJragt , ontydige ge- 

The after-birth , de Naageboorte. 
f^ a Binh, ^en beqnaame floats ^ nn eem Sebif te 

vertnyen. 
Birth-day, Geboartt'dagy verjaar^dsg. 
Birth-place, Geboorte floats. 
Birth-right, Geboorte^ecbt. 

BIS. 
BISHOP, eenBifcboPy OpzJener. 

Arch-bifhop, een AariS'biffchop. 
Biihoping, biffchof^maokingy hevefl'tging. 
Bifhoprick , een Bisdom. 
BISKET, Bif^hnyty twetbak. 
BISSEXTILE, ien Schrikhel'joor. 

BIT. 
BIT, Gebeeten. (tw to Bite.) 

I bit, Ik beet. 
BIT, een Beet, ftuk. 

Never a bit, riiet een beet^ niet een xJtr. 

By bits. By beetjes^ teffens ^ ftnkswys. 

♦ a Bit and away , Ttr vlngt , met der boaft , 
met eenfnap en voort, 

A little bit, Een beetje. 
The BIT of a bridle, V Bit von een fom. 

To draw bit, Ontbreydelen. 

Without drawing bit, Zonder te ontMmenyZon- 
der den toom uyt de bek te neemen. 
to BIT a horfe, eenPoerdbetbitindenmmddaen. 
BITCH, eenTeef. 

% Bhch fox , V fVyfje von een vs. 
*rhc liming of a bitch, U Bejprinzen eener teeve. 
BlTE.iiitBtft.b^. '^ ^ 



BIT. BLA. 
Bite. Taght) eem Btgt. 
to BITE;^ Byten^ knaogen, fi^rfcm ^ JUehm. 

To bite off, AfTjSen, 
B::cr , een Byter. 
Kting, GetAt^ Ubytem^ bitsbeyd ; b%remJe^ 

Ir.tockrgj tfts^ ' ' 

BitingJy, bttfehk. 

He taunts him biriagly , Hy bejegemt tern xxtr 
bits. 
BITTAKLE, dt Kompos-lood^ ^p de Jlmrnrpkchs. 
BITTEN, Gebeeten. r J t 

a Hard-bitten doe , Eem dtg die fhfvon bek is. 
BITTER, bsttfr. ' 

Wormwood is bitter, Alfem is better. 

Bitter words, Bsttere^ bitfe^ ofvinmige wocrdem^ 
Bitterly, Bhterlyk. 
Bittemefs, Bitterbeyd. 
Birter-fwect, Bitter z»ee. 

aBITTOUR, BITTERN, eenBntoor. (zckac 
voeel.1 



BrrVMEN.Jocden-fym. 

Bituminoos, Joodom-lymoebtsgy zwacelacAt^. 

BLfA. 
BLAB, eem Smofper^ lon^tomg. 

A common blab, eem LobSekok. 
to BLAB out , Uytlobbem^fnobben. fnaterem. 
Blabbed, Gefnatefd. 
Blabber lips . Dikke lippen. 
Blabber-lippd, een Hong-lip ^ groot-lip. 
BLACK, Zfvart. 
odrA black deed, Een grmmwzoame daod. 

A black day, Een ramfzaltge ddg. 

The black letter, de Dtytfit drnk-letter. 

Black-mouthol , Zwart van mand. 

♦ You cannot fay black is his eye, V // eem per- 
foon door niet op te zeggen is. 

Black IS thy day/ IVee «.' 

To put on black , Zicb in V zwart kleeJen. 

Black will take no other hue, Zwart neemtgeem 
andere kolettr aan. 
Black and blew, Bont en blaanw. 
oc^To have a thing under black and white ^ lets im 
gefcbrift bebben. 

Cole-black, Kocl-zwart. 
0) Black-buried , Ter belle gevaaren. 
The black art, de Zwarte konjl. 
Black-berry, een Kraakebeezs % of broom. 
Black-bird, eenMeerle, merel. 
B]ack-fi7er$, Dominikaoner Manniken. 
Black-lead, Pothot. 

BLACK-MOOR, or Blackamore, een Moariaany 
Zwart. 

♦ To wafli a Blackamorc , Den Moriaan fcbttm^ 
ren. 

a Black-moor woman, eene Zwartin. 
The Uflicr of the BLACK-ROD , de Denrwaar- 
der van *t Hoogerbnys des Parlements , f voe- 
* reode een twarte roede. 1 

BLACK- 



BLA. 

BLACK-SMITH, een TJer^fmiJ. 

Black-whcatj ZwartkoftrM^ of hek^wtyt, 

to BLACKEN , ZwartcH , zwar^ maakeft , zwart 

It begins to blackca , Hei bigmt zv/arf te wtr- 

Bhckened, Gezivart. 

Blacking, Zwartfti, 

Blackening, Zwartmgy zwartffihg; — zwar- 

tende, 
Blackifh, Zw^tachni^ brmyn. 
BLACKNES, Zwartkeyd, 
BLADDER, ten Blaas, 

The Gaul -bladder, de Gal-Maas, 
BLADE t ecu Lcmmer^ kling. 

The blade of a knife, hctLtmmer van eem mti, 

l^e blade of a Iword, de Kltug van eem degtn. 

The tlioulder-blade. het Schouderblad^ 

The breaft'blade, Hti hrftbten. 

The blade of an oar, Het blad^ (^o( breeds end) 
van een r'tem, 
air Blade, HetbUdy /:7o/[vanecn gewas.J 
a BLADE , ten Jonker^ wittebroods kind. 

A cunning blade, een DoQrtrapte gap, 
to Blade Jt, Den Jotiker fpeelen. 
BLADED, In biaden ofgefchooten^ als koorn. 
BL AIN , cen Zweer ot bhcdvin. 
BL AM ABLE, Schuldis;, befibnldigbaar. 
Blaniablenefs , Scbkldigieyd, 
BLAME, Schfild^ foHt^ misdaad. 

Let me bear the blame, Loot ik de fchuld hebben. 

But do not afterwards lay the blame on me , 
M oar gee f my door naa de fchuld met* 

The blame is ^on his fide , De font is aam zyn 



Blame-worthy , Befchnldigens waard'tg. 
to BLAME, Befchnidi^en^ v/yten^berifpenjaakfn, 
1 cannot *blame him for it, Ik en kan Vr bemniet 

over befchuidigen. 
His condud is to blame, Op zyngedrag vakiets 
te zeggen. 
Blamed, Befchuldtgd^ gclaakt, 

1 am not to be blamed for it , Mtn moet het my 
met wyten* 
BLAMELESS, Onfchuldig^ fihuldvry^onapfpraak' 

iyky ofibcfprtfoken, 
Blamdefsly, 0»fchuldigiyky bnyten opjpraak, 
Blamer, Een befchnldiger ^ wyier. 
Blaming, Befchuldiging^ benfpingi - ie/ehnldj- 

gende ^ laakende 
to BLANCH , Hit maaken. 

To blanch almonds , Amandelen peJlen. 
Blanched, ll'agemaaif^ gepeU. 
Blanching, IVummkingy witmaakende* 
BLANDlLOQUENfCE, I Scboo^fprecklng, 
BLANDILOQUY. f vUvfng. 

to BLANDISH, Fleyen. 
I BlandifhcT , een Vleyer , fmeerfihoen. 



BLA. BLE. yt 

Blandifhing, Vleying^ vleyemde. 

BJandifhment, f^leyery ^ gevley, 

BLANE ztehUn/^ ' 

BLANK, mt, blank, bleek, 

& Blank (out of countenance , ) Bedeesd^ bekaaid. 

Point blank , Ganfihelyk , V eenemaal. 

Point blank againlt it,' Regelrecbt door iegen. 

Blank vcrfes , Rymeh^ze vaerzen. 
a Blank , een Paper in blank, 

A blank in a Lott'ry, een Niet in een htern^ 
BLANK-CRESSES, Stcenraket [tekcr kruyd.] 
Blank ilh, Blankachtig, 

BLANKET, Een deken , fprey ; een v^lh 

Inyer^ 
to BLARE, L^eiien, bulken, 
to BLASPHEME, Lafteren.godsla/lerlykfpreAen. 
Blafphemcd, Ge/afterd, 
Blafphemcr, een Goddafleraar, 

Blasphemous , I 7 n r l r- j t n i t 

Blalphematory, f Lajlerlyk , G<,MUflerlyk. 

Blalphemon fl y , Godslaflerlyk. 

BLASPHEMY, Gcdjlafleitng, 

ULASl^, GeblaoJ , wind , gtfnys ; -*^— een ver* 

zengende lucht, 
a Blail of wind , een Rnk^-mnd* 

A contagious biaft , Een befnuttelyke Inch of 

damp, 
A Waft has fpoikd the corn , Het ko&rn is of V 
veld verzengd* 
to BLAST, Doen ver/fuyven , wtgblaazen , ^iwr- 
Zengen , door *t weer befcbaadigen. 
To blaft [with lightning, ] Door den blikjem 

treffen. 
To blaft one's reputation, lemmds gceden naan%^ 
d&en verftnyven* 
Blafted, Verftooven^ verbrand van het weir, 
Blaftine, H^e^blaazmg ^ verfenging door *t weir, be* 

Jchaadi^tn^ door den blikfem* 
ft) BLATANT, Kakelend, fnatrrend, keffendt. 
BLATERATION, Gefnater, 
BLAY , eef§ Blev , [ zekere vifch* J 
BLAZE, eeff Flam^ vUngy opflaikcring, 

to BLAZE, Opfiakieren; uvifcbaUen. 

The fire bla7cd, Het xuur fiaihi^e op^ 
CcSrto Diaze abroad , Ruchtbaar maaken , nyftrom^ 

petten* 
Blaied abroad , RHchthaar gemaakt ^ nytgeblaazen. 
a Blazing abroad , een Rnetibaar-maaiing , nytrQc* 

ping, 
a BLAZING STAR, een Sfaertflar. 
BLAZON. If apenfcbtld-kon/}, Blazoen. 
to BLAZON, Een wapenfihitd net afwaalen. 
Blazoned, Net jrefcbakeerd in een wapenfcbild, 

' BLE. 
to BLEACH, Bleekeff. 
Bleached, Gcbleekt. 
Bleacher, een Bleeker, 

Bleaching, Bleeking; bleekende, 

G% A 



ja BLE. 

A Bleaching place. Een bleekveld^ een bleek. 
BLEAK ^ Bleek y bejturvcn^ doodvervj'tg\ — koud^ 
gHur, 
To grow blaUc , Bleek worden , bejien^en , van 

vervj verfchieten. 
She looks very bleak, Zy zlet ^er heel bleek uyt. 
fSr A bleak wina , eene Guure wind. 
The wind began to blow very bleak , De wind 
began zeer Fuur te waaijen, 
aBLEi\K, eenBley. 
Bleakly, Bleekachtig. 
Bleaknefs , Bleekhevd. 

to BLEAR the lignt, Het gezigt verdnyfteren. 
Blearednefs, Dragt der oogen. 
Blear-eyed, Druyp^oogig, 
Blear-cyednefs . Looping der oogen. 
-»EAT, Blaeten, 



- blaetemde. 



to BLEAT, 
Bleating, Geblaeti 
BLED , Gebloed. 

I bled, Ikbloede. 

I bled about two ounces of blood,. My wierden 
ontrent twee oncen bloeds afgetapt. 
to BLEED, Bkeden. 

To bleed at the nofe, Uyt de neus ttoeden. 
cStTo Bleed one, lemandbloediftafpen^ laaten. 
Bleeding, Bloeding^ bloedlaatimg\ bloedemdc. 

To (top the bleeding, Het meden ftempen. 
BLEMISH, eenVUk.fmet, klad Jchandvlek. 

a Blemifh of credit, een Eerroaving^ naamfcben- 
dhtg. 
(C^ Blemifhes , Merken of tekens waaraan de 'Jaor 

ferf konnen zien waar V wild been geloopen is. 
fEMISH, Befmetten^ bevlekken ^ fihenden. 
filemifhed, Bevlekt^ befmet. 

Blemifhed in reputation, GefihandvUkt^ gefchon- 
den, 
(1)to BLEND, ilf«»er;r. 
BLENCH, als: 
To hold land in blench , Land gebrttykeu zander 
iets anders dan een vereering van^t een oVtan^ 
der daarvoor aan den Heer te geven. 
to BLESS , Zegenen^ gelukkig maaken^ — haven. 
To blefs God, Godlooven. 

Bleflcd, i Gwzegendy gelukzalig , gehofd , 

Bfeft. f gepreezen. 

The blelfed Virgin, de Heylige Maagd Maria. 
BWTedly, Gezegendlyk, gelnkzalighk. 
Blcffcdnefs, Gelukzaligheyd^ gelukzaligejiaat. 
Bleffing, een Zegening; zegenende. 

I BLEW, /* bRes, van Blow. 
BLEW, Blaauw. 

♦Tru^ blew will never {imi^Opreebtedeugdver- 

andert nief. 
Black and blew, B^t en blaanw. 
% Blcw-dyar, een Blaauwverwer. 
to BLEW, Dlaanwen^ blaanw verwcB. 
BlewUh, BlaaMwacbtig, 



1 



BLI. BLO. 
BLL 
BLIGHT, een Terzengende wind of lucbt. 
Blighted, ^erzengd^ verbrand. 
BLIND, Blind. 

Blind of one eye. Blind aan V eene oog. 
Cx* A blind writing, Eenfibrift waarvan delettcren 
door de tyd onzichtbaar geworden zyn. 

♦ As blind as a beetle , Zo blind als een mol. 

♦ A blind man may perchance hit the mark,£^» 
bltndejpeelt no^ wel eens raak^ een mal menfib 
greeks nog wel eens een wys woord. 

OCj*aBlind ftair-cafe, een Donkere trap. 

(Xl*a Blind ftory, een Sprookje^ een vertelling^ daar 

reen boofd noebftaert aau is. 
Blina-born, BUndgebooren. 
Stark-blind, Steeke-blind. 
Pur-blind. Stikziende. 
Sand-blind , Blindacbtig^ Jlecbt van gezigt. 
a BLIND . een Blinddoek. ^ * 

His meekncfs is but a blind for him to deceive 
the better , Zyne zacbtzinnigheyd flrekt hem 
^aar tot een masker om te beter te mijleyden. 
To play at blind and buffet , BlinJe-mannetjc 
fpeelen. ^ 

Blind-man's-buff, Het fpelvan blindemannetje. 
to BLIND . yerblinden, blind maaken. 
Blinded, Blind gemaaJb. verblind. 
V^\mi£o\A,Blindelings. 
to BLINDFOLD , de Oogen verbJinden , blinj^ 

hokken. blinddoeken. 
Blindfolded, Geblindhokt, geblindJeekt. 
Blindly, Blindelyk. 
Blindnefs, B//Wa»^i, verblindbeyd. 
to BLINK, Gluuren^ finkoogen ^ jrlnnr-cogen. 
Blinkard, I ^. . . 

Blinker, f " ^^"^ Gluuroog, ptnkoog. 

Blink?, TaUten door de Jailers in de boffchen ge^ 

Jirooid^ om V rechte padweer te vinden , oj V 

wild op tefpeuren. 
BLISS, Celukzaligbeyd. 
Blisful, Gelukzalig. 

Blisfulnefs, een (Jelukzaligejlaat , getukzaligbeyd. 
to BLISSOM , Bejpringen , gelyk een ram eene 

ooy. 
BLISTER, eenBlaar. 
to BLISTER , een Blaar trekken. 
Bliftered , Een blaar Mrokken , geblaarJ. 
Bliftering, Blaartrekking^ -^^-^blaartrekkendybran- 

dend. 
a Bliftering plaifter, Een blaartrekkende pUyJlcr. 
a Blidering heat, Een krandende bitte , een ontjlee^ 

king.. 

BLITHSOME, f ^^''» *^'>^' ^'^^"'l^ 
Blithly. Blydefyk. 

Blithfomcfs, \ Frolykheyd, hlybr/d. 



BLOACH, 



BLO, 

BLO. 
fBLOACH, tinl^M'ift. 
to BLOAT, Te rookie of te driicien hanx^n* 
BLOB-X:hEEKED, et^Bot-hMus^ Sk-wamg. 
BLOCK, anBlok, 

He canie to the block , Hy fuam M hei M^dat 

is J hy wicrdt onthoofd* 
• He hath thrown a block in my way , Hy heeft 
my ikm voet dwars gdz,ety hy fyteft my a VQQrnec* 
men ^edraaihoomd, 
to BLOCK up, Btjlnyttn^ bhkketren. 
To block up a paflage, Den wcgfluyStn. 
To l?lock up a town, €€n StadhfoUeerefi, 
Blocked up. ijtbhkkeerd* 
BLOCKADE, Blokicerwg. 
BLOCKHEAD, een Piampaard, hotttrlL 

A very block-head, Een rc^hu tzxi 
Block-houfc, ccm Blokhuys, 
BLOCKISH, Bot^ fkmf^ oHhho$t>wtm ^dom^half* 

maL 
Blockifhly, Pkmpdyk. 
Blockifhnefs , Botheyd^ domhtyd. 
BLOMARY, De ierjle fmu door 't yzer d&or taf 
feert , naa dat het dc eerfte rtys buy tern de myn 
tefmolun is, 

BLCJOD. BW, zie Bloud. 
Bloody . BUcd'tg. 

BLOOM, €€n Httu virzengtndt wmd. 
tf> BLOOM, I ni ri JJ rr 
BLOSSOM, r ^^'''J'^^ hiocjfcm. 

to BLOOM, zic to BlofTom. 
to BLOSSOM, Bheijcn^ hhcfemtn. 
BlofTomcd, Gcbloeid* 
BLOT, ten KiaJ^ vlai, vUk^fpM, 
. a Blot with ink , een itfhvlai, 
I' to BLOT, Bekladden, Scvlakim, 

To blot on's reputation , hmands goed^m maam 
bikUdden, 
^ This paper blots , Dlt papier vk^it. 

To blot ont ^ Uyskladden ^ doorftreepem ^ doorhao'- 
Un , uyt ivijlchtff, 
BhOTE, GczwoUe^. 
toBLOlE, Z welled. 
Bio ted, GczwoIUff, 
t^Bloted Imcamems, Grovartkhcn. 
BLOTCH, cenPuy/L 
to BLOTE herrings , Hacring rookgn. zie to 

Bloat. 
Blotcd herrings , Geroohe hojeringtm , hkkcns. 
BLOTTED , Gtkkd. 

Blotted out , Doorgebaald , uytgeklad , uytgtveegd^ 

uytgewifcht. 
Time has blotted it out, Het is door den tyduyt' 
gewifcht. 
Blotting, Kladding^ ^—^ kladdende . 
Blotting paper , yUeipaprcr. 
BLOUO, BW. ^ 
Gore bloud ^ Gfronnen ilaed. 



BLO. 



f5 



I To let bloud, Bkedlaaten^ blofd aftappen, 
o5' Trained up in bloud , Onder m(fordeH en dooj 
Jlaan opgebragt. 
His bloud begun to rife, Hywierdrood am zyn 

hoofd VOM tQorn. 
His bloud is up, Zyn bhed is am V zUden jff- 

rankt , hy is in toorn ontfteeken* 
To ftir one^s bloud , lemand toornig maaien. 
To breed ill bloud, Qnaad bhed zetten, 
a Bloud- hound, ten Spenr-hond, brak^ — Wo^^- 

hond* 
Bloud-lctrillg, Laatingy bloed-aftappif^, 
Bloud-red, Bloed-rooZ 
Bloud-warm, Bbedlaauw* 
a Bloud-fiicker, een Egel^ bhedznyger, 
Bloud-thirfty, BlocddnrJUg. 
Bloud-ftied , Bloedftortw , bit^dvergieting. 
Bloud* Oiot, Bloed'tgheydtn U oog, 

Bloud-ihot-eyes, Roodeoogen, 
Bloud-pudding , een BloeSetiling, 
to BLOUD, BlaedJaaten^ doen bloeden^ met bhed 

bezoedelen, 
Blouded, Met blaed bezaedeld; '-^getaaten, 
BLOUD-WIT , Een GelSoete vour V vergieiea 

van bhed* 
BLOUDY, Bhedi7^ bhedfterig. 
a Bloudy tight, Een bhediggevecht. 
a Bloudy-iiux , een Bhedgang, 
a Bloudy fellow, een Bkedgscrig menfit* 
Bloudied, Bebhed, 
Bloudily, Bhedtglyk. 

Bloudily principled , Bheddorflig van aard, 
Bloudlcfs, Bkedeh&s. 
Bloudy-mindcd , Bkedgierig^ bheddorjiig. 
BLOW, eenSUg^ kUp. 

A llanting blow, Een dwars/lag. 

To take a town without ftriking a blow , Eene 

J^ad ZQnder flag offtuot inneemcn. 
To make a blow at a thing, Na ietsflann. 
To mifs on's Wow, Zynenjlag mijfcn. 
a Blow on the ear, ten Oorvyg^ Een klap aan U 

oor. 
To come to handy-blows, Handgtmeen warden. 
A lide-blow, een Dwarsjlag, 
to BLOW, Blaazen^ wodijen^ ademcn. 
To blow tbc trumpet , de Trumpet blaazen. 
To blow the fire, Het vnur aanbiaazen* 
To blow an horn , Toeten^ op een hocrn bLmzen. 
j3" The wind blows hard , De wind waaii hard. 
To blow up, Opbla^tzen^ opvliegen in de lucht , 

opfpringen dmtr bmkrnyd* 
To blow up a mine , eene Myn dt^en fpringen, 
€jTo blow up the town into a tumult , De Stad 
tot oproer aanhitfen. 
To blow on's nofe, Zyn nens fnayten* 
To blow out , Uytbiaazen, 
To blow down , Om verre waaijen. 
<f3r to BLOW (as a flower), Bloeijcn. 

G 3 BKk 



M 



4f 



BLO. BLU, 



Blower^ eft Bloater^ wsaijtr. 



Blowing weather, H^in^^wiif* 
Blown, Gcj/a^tztn ^ gewadid, 
oJOne might have blown them dowm at a Waft, 

'/ Minjte windjii zoudz< om ver vJAaiffM, 
Blown up , Ofxro!o$gen , g^ffr^ffget , [als door 

buskruTd. J 
(» BLOVV^ZE, Eem r&od hi Mkes. 
BLOWZY, Raodvantrooni. 

BLU. 
BLUB, Gezwollen, hoi. 
BLUrBER, IVahffcbfpck. 
to BLUaBER, De IVoM^en opbloAttw. 
BLUE, Bta:wiv. ^/f Blew.' 
toBLUFFE, Blmddnekem. 
BLUISH, Blaauwdchfir. 
BLUNDER, eenMifftMl.foNt, 
BLUNDERBUSS, een Omderbu^ 
to BLUNDER, Onhcfayfd iets df^n ^ nrmpfli^mp 
dihtr over he en loopen. 
To blonder a thing out , letr tmbtdach myfram- 
melen. 
flCjTo bluoder upon a thing , his verkttrd bevat- 

tcn^ o( voorlhremgfH. 
Blundering, ten Hmjlig gefl^mmei ^ -'^-^onbefnysd. 

A blundering fellow, £f* mbcfmjde i.*enu 
BLUNT, Stomp y bot^ phmp, ombthoita;eit,\^y^ 
A blunt knife, ee» Stomp mes, fc 

A blunt fellow, Een o^gefchihe venty eewpom- 

pe hoer, 
A blund-headrd lance, t^n Afgebroktn fthicht^tcn 
ftumPe JoMf. 
to BLUNT, Sfomp maahn^ vtrfl^mpen^ 

To blunt a point, Een pnm ftomp modkew, 
f^To blunt the pain, De pyn verdoove/t. 
Blunted , Stomp F^wordeft. 
Bluntly, Battehi. phmpelyk, 
Bluntncfs, Stompkeyd^ boihtyd. plompbeyd. 
BLU R , «n Klad, viek, fme$. 
to BLUR, BikladdcHy bex'lakkew. 
Blurred , Gekiad, bekUd. 
to BLURT out, UytrammeUn^ mytlatbtn. 
Blurted out, Uyix^iibr. 

He blurted (Mt an odd word » Hy rammeUe ten 
mifjehk wo&rd myt, 
BLUSH, ten Bks, bloozing, 

A blufh appeared upon her faec , Zy krttg eem 

blot tn haar aangezigt* ' 
To put one to the blulh, lemandetnt kkmraan- 
jdogew^ befchaamd maakew. 
' At the firft btuflt, Tern eerfleff^ np V eerflt gftigi^ 
ci^To get a blulli of a thing , lets met een fwcnk 
tfen* 
He pot his lifter to the blufti , Hy jaagde zyne 
tftfter eene kotettr s^m. 
to BLUSH , Bho^H , rQ9d vmJtn\ fcba0mo<^d 



3LU. BLT, BOA. 

worden. 
To make one blufh , lemasrd dotn thozttt ^ if 

fchaamd maaken, 
I blufht at it, Ik kreeg \r een kalettr van. 
Blufhing, Bloozritg^ fciaamroodwarding; ^^^bU^ 

Zende, 
to BLUSTER, Stormemj bulderenytieren^gnyven, 
Bluftcring, ten GebuUtr^ g^f^f getter , geraas, 
Blufterin^, Stormacbtig, 

Bkiftcnn^ weather, Stormtgweir, 

a Bluftcring wind , Eem bmlderemde {oi guyve^ 

de) ivind* 
a Bluftcring noife, een Tflyk getter em gebttlder* 
a Biullering ftylc, Een brommende /lyl. 
a Blufterine fellow , een BmUerenJe vent. 
BLY, 
<t ) BLYSS , Blydfchap , vreugde. 

BOA. •' 

BOAR, een BetT'Zwym^ ^tmamrnetjevameenverke 
a Wild boar , een U^'tld verkem, 
a Boar-pig , Eenjong w*ld verken* 
a Boar-lpear\ eem Zivynfprietn 
BOx\RD, eemPlsmk, deel, btffd, t4eL 
A locjfe board, Eem lojie planL 
A chefs-board, een Schaakbord ^ damhord. 
On board , on fhip-board , aim Scheepsboord , wj 
boord^ 
lies' To call over board, Ovtrb<f<frd werpem , bmytem 

board fm\ten, 
BOARD, Council-Board , de Tafel in de Raad^ 

kamer. 
c3r a Member of the board , eem Lid vam dem Road, 
to BOARD, Met pliiftkem heteggem y bezoldertm^be-% 

vloeren^ bcfcbietem, * 

To board a Ihip , ten S(htp amt boord kLtmpem, 
05" To board it up, or to make a board , Laevem , 

ma de vMmdzy £pzeylem\ 
flS' to BOARD, Terkoftgaan^ o( koftgamgeri torn-' 

den. 



Board-wages, KoflreU. 
Boarded , Met plankem beleyd. 



a Boarded floor, eem Hofften vloer, ' 

The boarded bottom of a bcd-ftead, de Omderlsf 
gem van eeme bedftede. 
Boarder, eem Kfiftgamger^ dtjgemoat. 
Boarding, Eem bejcbieting metplamkcm\ ^" - kcfl^ 
gang. ' 

The boarding of a ftiip, de Emtertmgvam eemfthtp^ 
aam boord klamptmg, 
a Hoarding-fchool , eem KofifihooL 
BOARISHL rerkemacJbtig, boerfcb^ plomp, 
bOAST y Geroem^ gePoeh, 

To make a boaft or a thing, Op lets roemem* 
* Great boaft, fmall roafi , Peel gefihreemws , em 

wetmgwols, 
to BOAST, Poehgen^ roemem^ rttemtdroiigim ^ hp^ 
gem , fnorkem , hoog opgeei^em. 
He boafts of his exploits, Hy zwrtft vtakier vam 

zymt 



BOA BOB. BOD- 

Zyne Jaadf», 

Boaftcr, ec9g Pofhger , fmrhr ^ blaaskaak , groot- 

fpreekcr, 
BoaftiniJ, Rotm'mg^ ^^roemendc. 

Boatling words, Smrhry^ zwctfery^ opfnyery. 
a Boailfng fellow , ecn Pochger^ fnQcver. 
[Boflftin^ly, Pochgcnder wyzt. 
BOAT, een Boot , fchusft. 
To go by boat , I» tin boot otfehttyt vaareti , te 

fchusu rcyzefr. 
a Paclcet-boar, een Pakket-hot, 
a Ferry-boar, etM Schouw^ een pom om ovtr ten 

rivier te zetUn. 
a Pallagc-boat , cen Feerfchnyt. 
aFJy-boat, eenfluyt^ Piuy'ifchip. 
An advice-boat , ^» Advysjagt, 
Boatman , een SchHytfTotrdcr^ r&eijer* 
Boat-fwain, een Bootsmam. 
a Boat-hook , tern Bootshaah 
a Boat-ftaf , cen Boofihaak> 

a Doat-bowl, etn Schuytswyze driKifchaalycmdrmk- 
fcbeepje, 

BOB. 
BOB, Begekkhg^ hert. 

CS'BOB, de Quajl van ten ftaerf^ ten kortt 

PernyL 
^ BOB, ten Oorftkk^ pandant. 
Bobbing , Gefop , been en wttr Jlmgering; ^ 

flsiiiierende^ 
to BOB, Begekken^ hdritgen^ lotrtn^ fepptn\^^ 

hangen te Jlingercn. 
Bobbed, Begekt^ gehtrd. 
a Bob-tail , ten Afgtk^tt ftaert^ of etn ftatrt met 

ten tffioft, 
a Rob-wigg, ten korte Ptrteyk, 
BOBBIN, ttn Bmhyn, khf, pyp. 

to BODE, Vocrztggen^ voorfptlltn* 

Boded, Fovrfpcld. 

BODICE, ten Rs^hf zonder halyntn , korfet. 

BODGER. zie Botcher 

BODILY, L'tgh^a^nlyk. 

I50DKIN, ten Hatrmaiiy prhm^ 

BODY, cen Li^haam, /y/: 

The body ziii Ibul , Ar I'tghaam en de zkL 

The Parliament went thither in abody,/ir/P^r- 
lement ging gczamemlyk dtrwaards* 

A great body of men, Etn grw>tt hoop krygn*olk. 
0? Any body , lemand, vder een, 

I do not tear any bodies finding of it, Ik btnnia 
heducht dnt iemand het vinden Zah 

Let any 'body be judge, Ik fiel '/ aam htt oordecl 
van ydcr ten. 

A fick'bodv, ttn Ziek menfch. 

A dead body, ten Lyk^ doodltghamn^ 

That wine has a good body, uit vjym httft ten 
goed /v/, dat*s een iyvige wyn. 

The body of a Church j De ^uyk vm etft Ktrk. 



BOD. BOG. BOH. BOI. EOL 



ff 



Tlie body of a coach, Het rnym van ten hets. 
The body of a tree, Deftiimvan ttnen boom. 
a Body of fcot, Een hende voetvoH. 
a Body of horfc , ten Btndt ruytery , ten trop 

rmyters. 
Every body, Etn itgtiyk^ yder ttn^ tlk ttn^ allt 

mtnfchen* 
Every body was for him , Tdtr etn ftandt hem 

voor. 
It is in every bodie*s mouth , Alle mtnfchtn heb* 

ben*tr den mond vol van. 
No body , Niemandy nitt ten menfch. 
There is no bodv here but we , Daar is niemand 

hier dannuy alleen. 
No body underftands him, Geen menfch kanbem 

verflaan. 
The Queen's body-coach , de Lyfkotti dtr Ko- 

n'mginne. 
cS'Some body, lemand. 

a Bufy-body, ten Albtfchik^ hemoeiaL 
BODIE:S, or a pair of bodies, een Stiklyf^ ttnryg* 

(yf- 



Btg-bodied , I 



Lyvigj dikygrof. 



lig. 



WeU-bodied. 

BODILESS, Onligbaamtfyk ^ onbtltgbaamd ^ 

baamhos. 
Bodily, Lfghaamlyk^ belighaamd, 

BOG. 
BOG , ten MoeraT. y 

a Bog-trotter , een Moeras-trttdtr , [ dus nocmt 

men de lerfche Roovers.] 
to BOGG LE , Haptrtn , fiameren. 

He did not at all boggle at h , Hy ftondt Vr nlet 
verztt voor; hy nam V nitt tens in btraad^ 
BOGGLE-BOE, etn Bnllebak. 
BOGGY, Motraffig, hoi, brotkig. 

BOH. 
BOHEE-TEA, Thtt-hci, 
BOL 
BOIL, eenBml 
to BOIL, Kooken. 

To bail faft ^Jnel kooktn. 

To boil a piece of me^it, Een fink vleefcb h^ktn. 
To make the pot boil , De pot doen kooktv- 
To boil away , f^erkooken. 
Boiled, Gekookt y gtzooden. 

Half boiled away , Half verkookt. 
Boiler, een Ktmktn-fomnys, 

Boiling, KooktHi^y kooktnde^ 

EQ\\\n%-hnt Ztedend beet, 

BOISTEROUS, Omfln\m}gy fhrmachtig, windl^. 
Boiftcrous weather , ^torml^ of onfittymlg wtir* 
o:5ra BoiHcrous fellow, Een ophoptndt vtnt^ 
Boi ilcroufl y , OnJIuymiglyk, 
Boiflcrousads, Onfinymizheyd. 

BOL. 
BOLD, Sfoufy kotn^ vrymotdsgj vnbtvreefdy on- 
vertfaagdy vrypojlig, 

aBold 




yfl 



BOL, BOM. BON, 



a Bold foldicr, cen Stout fildaai, 
a Bold fellow, cen Stoftte gaft , eew vrypt^Jl. 
a Bold face, ten Oftbtfchaamd^ iroonL 
^ To put on a bold face , Zub verjlouten. 

It is a bold part of hini, llet u eem ftaut beftaan 
vm hem. 
c5"To make bold, de Vrsmoedi^heyd necmem^ zicb 
verjhuun, 
I (hail make bold , Ik zal dc vrymoedigheyd nee- 

Wi£H\ $k zai my verfioiatn. 
We have made bold to fpcak , Wy btbhcn de 

vrymoedigbcyd ^ebrmyh om t€ fprceke/t* 
He IS bold'upon it, ny h ^cr Jhut op. 
Boldly, Stottielyk^ o/tverffaagdelyi ^ mbtfi broom Jc- 

/yi. 
Doldncfs, SioHibeyd^ kocnbeyd^ vrymocdigbeyd^ of^ 

vcrifa^dheyd^ 
BOLlNGb, or Bowlings, Uaelyns y zckcre tou' 

wen aan de icylcn* 
BOLS FER, €tH tioofdkufftn^ pcfeluw^ *— — Ct>w- 
Prei (om bloed na ccn laating te llempenj 
The bcjlllcr of a faddle, *t Kujftn van /tmadcl. 
10 BOLSTER up, OpvMikH^ ondtrfleuntn ^(iyven. 
To bolrter one up in his wickednefs , l<mmi in 
zynt h&osbtydftyvcff, 
BOLT, e€n Grcndcly bout. 

a Thunder-bolt, ten Donderfieem oi dondajl^g* 
He has ihot his bolt, Hy htcft zynen fl^ gedaam. 
ens' Bold upright, Zo rabs ah ccn kaers. 
to BOLT, GrendtlcH^ —'— buyUn^ «^ tiften^ 

betwiftcn. 

To bolt a door, tc^ Deur grtniclen. 
to UOLT out, Uytfcbkten^ uytpnyUm, 
^x.o Bolt meal , Mccl b§t)krt/ 

Bolted, GegrcndtlJ^ £ebuylJ, 

BOLTER, eenBuyl^ bHytmeultn, 

a Bolter of meal, ten Bnyldcr van meeL 

Bolting, bet Gebuyl^ buyUndi. 

BOLT-ROPE, (the rope whereto the (kilisfow- 

ed , ) ^ Lsken van een zeyL 
BOLT-SPRIT, een Boeg-foHet. 

BOMB, een Bom ^ bombe, 
,to BOMBE , I Bombardeeren , met bombett 

)MBARD. r ffbieten. 

Bombarded, GebomharJcerd, 
Bombardeer , een Bomkirdier. 
Bombardment, een Bombardeerinf, 
BOMBASIN, Bombazyn, 
[BOMBAST, Bombazyne oi kaStoene voering* 
to BOMBAST with cotton* Mei waUen voeren. 

BON. 
BOND , ten Bandy verbandj vertinding^ vtrbind- 
fcbrift y ohli^atie* 
a Bond of appearance^ ten BorgJlelUng om voorU 

Recbt te tnllen verjcbynen. 
To enter into a bond , Im etm verbond trecd^n^ 
Zffb verbtnden. 



BON. BOO- 

To enter into bond for appearance, BorgJidUg 
dot men voor U recbt verfchynen zaL 
a Bond-man, i f,, ^ 

Bund^flave. f ^^* ^'"^^ 
a liond-woman, eene SUavin, 
Bonds, BoeijeHy banden. 

He put him In bonds , Hy beeft hem vaftrezet. 
BONDAGE, Siaaverny^ dienjibaarbeyd 
To be in bondage , een Siaaf zym , in Jlsaverny 
zxn. 
BONTE , Been. 
He is all fkin and bones , Daar h miets aan htm 

ah vel en been. 
I have given him a bone to pick , Ik beb hem hb 

been te kiuyven gegeeven. 
♦He made no bones of it, Hy vomdi*erreen been 
in J by maakfe daar met eens zwaarigbeyd over. 
The back-bone , '/ Ruggraat, 
The cheeck-bone , t V Kotikebeen^ dehnmc 

Jaw-bone. f bai* 

The huckle-bone, bet Heutbeen, 
The ihin-bonc, de Scbeniely fcbinkel. 



I 




to BONE, de Beenderen mythaalen. 

Boned , k^an beenderem geznyverd , de graat nytgc* 

- haah. 
Donelcfs, Bcenehof^ zonder beenderen* 
BONE- LACE, Gejpeld^werkte hwt. 
BONEFIRE , een Vreugdevuur, 
BONG RACE , een Zonnefcbermtje voor kinder ew* 
BONESPAVEN , Zeker gezwel aan een Paardi- 

bieL 
BONNET, een Bonnet. 
i)f>The bonnet of a lail, Een Stttk dot men onder 

aan een zeyl reygt. 
BONNY, A^dig'bnpfeL 
BONY, Beemg. beenacbtig. 
BOO. 
BOOBY, Een zckcre U'ejitndifehe Fogel, fcbolfert. 

A great booby , Een grocte Jcbolfert , een onbe^ 
Ji hofte fiodJer of vUegei 
BOOK , een Bock. 

To fay without book , Fan buyten opzeggen. 

To fall to on% books , Zicb tot de boeh^fening 
begeven, 

a Book of record , een Aanteyken-boek. 

Statute-books, U'et-boekeUy tfWfkeuren. 

a News-book , een Courant 

a Bound book , Een gebonden bock. 

a Sdcht book , Een mgenaaid boeL 

a Book of accounts , een Koopmams fibryf-boet^ 
een reeken-baeL 
to BOOK down, Te b^ckJlelteMy boekcn. 
Book-binder , een BoekJnnder* 
I^ook-kcepcr een Boekhoudcr* 
Book-printer , een BQckdrakker, 



I 



BOO. BOP. BOR. 

Book-(c11cr, em Boikverkoopir , 
a Book-fcUer*s (hop, Een boikwrnkel 
a Book -worm, Een bQekworm offchieter, 
JiookilTi, Boeluichm, 

He IS bookifh, fly is een hoekmlnnaary by is ten 
liefhebber van boeken , of een boekmm. 
BOOM, een Khei^ boom. 




^ 



BOON,' een Verzoek^ gefcbenk^ gnnfi^ VQordeeL 
ou grant mc one boon ? U'^ih gy my < 



Will you grant mc one E>oon f tfti$ gy my ten 
verzoek (ofgunfl) toejiaani 
aS* a BOON companion, Een goed gezcl, 
BOOR, een Boer^ phmfaanL 
Boord, t/> Board- 
tBOORD, Boertcry, 
lo BOORD, Boerten. 
to Boord , Jer kofi goon, zje Board. 
BOORISH, Boerjch, 
Boortfhnefs, BoersbeyJ, 
BOOT, een Laers, fieevel 
To draw on on's boots , Zyne laerzem aantrei^ 

ken* 
To pull on's boots off , Zyne laerzen nyttrth- 

kcpi. 
Apair of boots, Een poor laerzen. 
^ih^ boots of a coach , de Porticren van eene 

Karos. 
Boot-ftraps , LHfcn van binnen aan de laerzen om 

Ze met aan te trekken, 
BOOT, Tocgiff^ winjl, 

. What will you give me to boot if we exchange? 
IVat Witjc my taegeeven wd'icn wy raylen} 
To much boot, met veeiwinjl. 
It is to no boot, Het doetgeen nnt^ V ii $e ver^ 
geefs. 
It BOOTS little, Het doet weyntg nut. 

What bootcth it ? Wat zmrdeel doet het ? wat 
haat het'i 
BOOTED, Gekerfd, 

Booting , Een zekere pyntging in S<botland , wor^ 
dendc des Lydets been in een S'zere laers gefloo* 
ken , en een bont langs V Scheenbeen ingedree^ 
ven. 
BOOTLESS, fevergeefs^ t>rnchteloos, 
i I300T-H ALING , Roaj\ vrybnyt. 
Boot-haJcr, een Roover^ rrybuxter. 
BOOTH, een Tent J kr^iam. ' 
, Booth-cl oaths, Ze\4en vmitnten o( kraamen. 
lOOTY, Bnyt.'roof. 
To get booty , Rooven^ hnyt krygen. 
BOP. 
BOPEEP, Kifkdoe. 
To play at bopccp, Kiekeboe fpeelen. 
BOR. 
BORAGE, Bernagie, [zeker ktuyd.] 
BordaT[inu, zre Bordland. 
BORDER , De rand, kant, het nyterfle. 
The borders of a country , Landpaaln9 , gren- 
zxn* 



f They cannot :^ree ;^'-^'^^r ^Wlr borders , Zy zyn 
oneens over de la?: je. 

The utmoft borders, t^c tiyterfic grenzen. 
The borders of Ql ^iwcnt^de ^ioamen oPi boord* 
fei van een kleed, 
to BORDER upon, Aangrenzen ^ aanpaalen. 
The Province of Utrecht borders upon Holland, 
De Prov'tmk van Uireeht Frcnft (ofpaah) aam 
Holland, 
•Falftiood borders upon truth, de Vahheydvoigf 

de VJaarheid dicbt op de hiekn. 
Thofe jefts botder upon profaneneft, ZadMnigw 
boertereyen fiheelen weynig van apenbaare gad- 
loosheid. 
To border together, Aan malkanderen paalen. 
Borderer , een Aanj^renzer, 
Bordering, AanpaaUnde^ aangrenzende, 
BORD-L AND , Land dot een Heef hnyten V. ver^ 
huurde tot gebruyk van zyn tafcl nytbedongen 
heeft. 
BORE , Een heer^zvjyn. Zfc Boar. 
I BORE [ did Bear , } Ik verdroei. { van Bear. J 
He bore his age very well , ity meldt zkb heel 

vjcl naar zynen ondcrdom* 
The BORE of a gun, De holte van ten Jink ge* 

feint. 
The bore of a lock, Het gat van ten/lot, 
to BORE , Booren , doorbooren. 

To bore a hole, Een gat bo&rtn* H 

Bored, Geboord* 
Borer , Een bmrder^ 

Boring, Eenboorinz^ doorboorinjt : » hofnrenJc, 
BOKU , Gebooren: 
[ t^ Baie-born , In oneeht gebooren. 
I Firil-born, Eerftgebooren. 
(jCf Srill-born, Dooa gebooren* 

Well-born, Welgebooren^ eerlyk van geboorte. 
Born of mean parentage, f^an geringe ondersge- 

hooren. 
Born to flavery, Tot Jlaaverny gebooren. 
Born to a great eft ate, Hebben£ door zyne geh^or* 
te eengroote erfeniffe te verwachtcn. 
Born -again, Wedcrgebouren. 
cdrBORN, Gedraagen^ van to ^^x. 

The charges were bom by him, De hfien wier* 

den dot^r hem gedra^^en. 
To be born up , Onderjieund warden , ondcr^ 

fchraagd worden. 
To be born with , Verdraagen worden* 
He hath born gently with me hitherto , Hy heeft 
my tQt nog toe zachtelyk bejegcnd , of zSch tat* 
geeflyk jegens m\ betoond. 
It may be feorn with, Men kan^t mg tenigfinsin* 
fchikken , V kan nog pajjeeren* 
BORROUGH or Borrow , Een Burg^ een Vlek 

iiat Stads recht heeft. 
to BORROW, Afbarien^ ontleenen^ bergen^ 



To borrow upon ule , Op rente ntemen. 

H Dor^ 



^^ 



fi BOR, BOS- BOT. 

Borrowed, Affrdccht^ afgebarp. 
Borrower, een Ontlcener^ inleener^ afborger. 
Borrowing , Borgwg , ontkening ; — — i^or- 
ffcnde. 

* BOS. 

BOSCAGE, Eene boskaadse^ als mede , Akers tot 

meflinge. I 

BOSOM, Boczem^fchoot. I 

Within the Bofom of the Church, ht denfcboot ' 
der Kcrke. i 

a Bofom-friend , een Boezcm-vrlnd, 
BOSS, ecn Knop*e^ hult ^ bnyly fokkel van eenbit. 
The bofs of a book, de Khop des bejlags van een 
boeL I 

Bofles in the body^ Bulten aan V Ughaam. 
Boffed, Gebult. 

BOT. 
BOTA>nCAL, ^ Geene tot krtiyd beboort.. 
©OTANICKS ,Kru\dkrtndc. 
B01\\NIS1\ een KruydkunMge. 
BOTARGO, Saucys de Bolonje., 
BOTCH, een Lap^ als ook eengezwel^ zv}eer. 
0» To leave a botch behind one ,. lets onrfgedaoM 

(pF half gedaan) laaten. 
to BOTCH, Lappen^ aanflanfen^ -'--^ broddelen ^ 

knoeijen^ hoetelen. 
Botched, Geflanftj gelapt^ broddelachtig gemaakt. 
Botcher , een Lapper^ knoeijer ,. hoetetaary brodde^ 
laar, 
a Botcher^s ftall , een happen pathuys.. 
Botching, Lappery^ broddefaars werk. 
-BOTU.Beyde, allebey. 
Famous both for his father's glory and his own, 
Fermaard zo wel door zyns voders roem als door 
zyn evgen.. 
On botii fides. Fan beyde zyden^ wederzyds.. 
d A Jack on both fides, Een die hnyltmet dehon- 
den door by mede in V bofcb isy Jue den mantel 



t bojcfo is 
op beyde fihouderen draagt^ een Weyfelaar. 
Bot h-w ays , Besderley wvze . op tweederUy wyze. 
BOTTLE, een Fles ^eng-balfde kan ^ paly botelje. 
a Bottle of wine , Een botelje met wyn. 
a Sucking-bottle, een Pypkan. 
a Bottle-brufh , een Kanncwaffer. 
BOTTOM, Grond, bodem. 
At the bottom. Op dengrond. 
Without bottom, Grondeloos. 
To the very bottom. Tot op den grond toe. 
fOlX found an odd exprefljon at the bottom of his 
Letter, /i vond een mijfelyk uytdrnkfel ondcraan 
tynen brief. 
cdP The Bottom, [dregs] bet Grondfop. 
fOr a Bottom, [valley J een Dal. 
oSr a Bottom (to wind thred on,) eenKhs \^<m 
Zaren op te winden, ] 
a B ottom of thred, een Klnwen garens.. 
to BOTTOM, Gronden^ grondveften. 
Bcoad-bottoxned, Brad van bodem. 



BOT. BOU- 

Bottomlefs, Bodcmloos ^ grondeloos.' 

A bottomlefs pit, een Af^rond^ grondeloozc pnU. 
BOTTOMRY, Bodcmcr<'. 

BOU.. 
itoBOUGE, Zwellen. 
BOUGHT, een MaaL leederenzak^ valleys. 
BOUGH, ecnTak, tclg. 

a. Green bv^ugh , Ecn groene tak , groene mey. 
a BOUGHT , Een bogt , kink. 
BOUGHT, Gekoft. 

* A bought wit is bed. Door fchaade vjordt men 

wys , harde fmakken leeren wcL 
I bought , [I did buy] Ik koft. 
BOU L, een Kloot. 

To play at boulcs, Met klooten fpeelen.. 
aBouling-grccn, een Klootbaan. 
BOULSTkR. zie Bolder. 
BOULT. zic Bolt. 
BOUNCE, Eenbons, 

To gi\'e a bounce, Eenen bonsgeez'en. 
to BOUNCE , Opftuyten met een bons , bonzen. 
To bounce the door open, De deur opbonzen.- 
Bouncing, */ Gebons^ bonzende. 

odrA bouncing lafs, een Kleun van ecn meyd. 
BOUND, Gebonden^ verbonden y verpligt ^ dienjl^ 
boar. 
He is bound to perform his vow , Hy is gebote* 
den om zyne belofte naa te komen. 
Oif Whether are you bound ? IVaar legt de reys na 
toe? 
The veflcl is bound for England , Het Schip 
ftaat (Of Engelandte vaaren^^bet Scbip goat na 
Engeland. 
Bound together , t*Zamen gebonden. 
a BOUND, eenGrens, landperk. 
Bounds, Landpaaleny grenzen^ paalen. 
To furpafs the bounds of modefty , De paalen 
der zcedigheyd te bnytengaan. 
Bound-ftone, een Paalfieen. 
a Bound-fetter, een Landfcbeyder. 
to BOUND,. Aanpaalen^ grenzen , paalen ftellen. 
to BOUND [ as a Ball, ] Opftuyten, weirfluy-^ 

ten, m 

BOUNDARY, een Scbeydsmerk , land/cbeyding. 
Bounded, Bepaaldy afgepaald, aangepaald; ■ 

vjeergejluyt. 
Bounding. Een bepaaling, ^^^^weerfttiyting^^^^ 

bepaalende^ weerjlnytende. 
Bounding upon , Aangrenzendt^ aanpaalende. 
Boundlels , Onbepaala.^ eyndeloos,^ grondeloos. 
Boundlefs ambition , een Staatzncbt die geene 

paalen kent. 
Boundlefs mercy, Grondelooze barmbartigbeyd. 
BOVNDEN, Scbuldig. 
According to my boundcn duty , Folgens mynen 
fcbuldigen pUgt. 

to BOUhftE. zic Bounce. 

BOUN- 



BOU. BOW. 



Milddaadig 



pyidcrtie- 



BOUNTIFUL , I 

-BOUNTEOUS, r 

BountifiiUy, Mildclyh 

Bountiful nefs , Milddaadigheyd. 

BOUNTY, Gocdertlcrcnhcyd ^ mtldheyd. 

oS* Bounty moacy , tm yerecrmg hven de fildy , 

douceur, 
BOURG. i/VBurroogh, 

BOURN. Eenbron. 
: to BOUSE, Zttypen^ drinken^ bnyzen. 
;30UT, Resf^ torff^ togty kans. 

At that boiit (he was got with child, Op Me r^s 

VJtcrdt zy bcvTHcht, 
TTie next 6out he will be more circumfpca, De 

nanfle reys zal hy wcl Toorziprgcr wetzcft. 
a Sore bout, Eenharde togt of tora. 
c3'They intend to have a merry bout of jt to day, 
Zy mecnen van dag tens iufltg vrolyk te wee- 
zen, 
i^ Shall we have a bout at It ? Zullen wy eem em 

kamjc waaz^***^' 
BOUTEFEU , Ecn bra^khur. 

BOW. 
BOW, Etn hog. 
He hath two Itrmgs to his bow , Hy heeft rwee 

pylen tot zyn boog. 
It flies Tike an arrow out of a bow, */ Flicgt als 

ecn pyl uyt ecu boog. 
To bcrid a' bow, hen hogfpanneH. 
a Rain-bow, een Keg^nboog, 
a Crofs-bow , een tiandboog. 
oS^aBOW (Bowing), Een ecrhied^ge buyging. 

He made a baw , //v boog zuh. 
The BOW Cofafbip) De boeg. 
Bow-like, Bmg^ze* 
a Bow-cafe , Een ioo^kooken 
Bow-mao , Een boogfihttner. 
Bow-net, een Fayk, 
Bow-llring , de Peer van een boog. 
Bow-maker » Eem boogmaaker. 
to Bow , Buygen , ne\gen^ bukken* 
To bow to one, P^oor iemand bnygen. 
To bow backward , TV rug bnygen. 
To bow down , Neirbuygen, 
To bow the knee, Kmeleny de kn'te buygen^ 
To bow his head , Zyn hoofd buygen. 
To bow round, Ombuygen^ rund buygen* 
Bowed, Gcboo^en^ gebukt^gekromd, 
to BOWEL [Embowel,] *i Ingewand ftytncemeff^ 

ontweyden* 
Bowel led , Omweyd^ '*t ingeVJand aytgenomen. 
BOWTLS , hct Inge-vjona^ geweyde. 
BO\yTR . Een bevjojfene gallery ^ prieeL * 
Bowing, i//v^/W; ..^^buygcnde. , 
Bowingly, dvcrhellende. 

BOWL, eenDrink-fchaal^ bekken, rmde holkbak^ 
als mede de Mms am d^ ntajl van ccfffcbip^ 



BOW. BOX. BOY. BRA- fj, 

a BOWL [for play, ] zie BouK j 

BOWYER, Een boogmaaker^ boogfchMtter* 
toBO\^rZE, Lufli/zuvpen, 
BOX. 
BOX, eenDoos^ bns^ bakj laade* 

a Spice-box' , een Krnyddoos. 

a Box of oyntmcnt, een Zalfhm. 

a Balloting-box, een Lootbus, 

a Chriftmas-box , een Spmirpot,^ 

a Coach-box , eem Koetjiers of waagtnaan 3t!^ 
bank. 

The Poors-box , de Armhns. 
Box-bearers , Omhopers met de bus , bosdraagers, 
S^a BOX* on the car, een Oorvyg^ oorband^ 

♦He gives himfclf a Ihrewd box on the ear, Hj 
kra&t zyn eygen zeer met weynig op. 

Box'trW f ^<^^^^<^^^ f^l^* 

to BOX one, lemandom de ourenjlaam 

Boxed, Om de oorengefl^en. 

BOY, eenJongen, 
He is part a toy , //v is al uyt zyne kmjfche jaa* 

ren getreeden y by' heeft zyne kinderfchoenen al 

verjmeeten. 
*Boys will have toy% ^Kinder en moetenwat hand* 

gebaar bebben^ k'tnderen zyn kinderen. 
A little boy, een yongetje^ een jongsken. 
A bkw-coat boy, een IVecsjongen , [ want die 

draagen te Londen blaauwc rokken. ] 
A SoulditTS boy , een Trosboef, 
a School-boy. een SchoolionjFen . ffhoolien 

BOYISH, L V^ ;,. 
Boy-like. r JCmderachtig. 

BoviOinefs, Kmderachtigbeyd. 

to BOYL, Kooken^ ziede'n^ opwellen* 

His heart boyls with choler, Zyngal loopt over I 
zyn bart kookt van gramfchap , ^ fihttymbekt 
van toom. 

To boyi away , Verko&ken^ 

To boyi over, Overkooken. 
Boy led, Gekooh^ gezooden. 

Half-boyled , Hiiifgekookt, 

Boyling, Kotfkfffg^ ' kookende. 

BOYSTEROUS, Onftuxmig, ^i/V Boiacrous. 

I mA 

'; BRABBLE, KtakkceL 
to BRABBLE, Krakkeekn^ harrewarrtn^ 



krakhii 



Brabblcr, ^cn Krakkee/er, 
Brabbling, Gekrakkeel^ geharrewar ; 
lende^ krakkedachtig, 
I a Brabbling fellow, een Ifarz^eker* 
BRACE, een Paar, koppei 
A brace of dogs or hares , een Koppel hondcn^ oi 

haazen, 
A brace of piftols, Eenpaar Pijloukm 




H% 



i»rh^ 




ft) BRA. 

c3r The braces of a coach, de Riemen waar aan een 

koets hangt, 
(XS^Thc braces of a ihip, Dc brajfen , (ickerc tou- 

wen op een fchip. ) 
Braces [in buildings,] De balken door de fparrcnop 

riijien. 
a Brace in printing, een Haakje , gclyk in *t druk- 

kcn gebruykt word, dus ^ 

flflr A brace of Iron , ccn 7\ere houvaft. 
BRACELET , een Armband^ armrinfr^ armgefpan. 
r A bracelet of pearls, een Paerelfnoer. 
BRACHYGRAPHY , een ^erkorte manier van 
fchryveu , gelyk als wanneer men een letter 
vodr een woord fteld. 
BRACK, eenMisJlal^ vlaije. 
BRACKISH, Braky zUtig, zoutacbtig. 
Brackifhnefs , Brakheyd^ ziltigbeyd. 
BRx\CKMAN , een Brachman , een Indiaanfch 

Priellcr of Filofoof 
BRAG ,. Geroem , gepoch. 

He makes griveous brags, Hyfnydt byfter op^ by 
pocbtyjlyi. 
to BRAGy Poc^gem y rocmeUy opfnyen. 
He brags of his exploits , ny pocbt van zynedaa- 
den, 
a Brajgard or Braggadochio , een Pochger , blaas- 

kaak,, 
£ragged, Gepocht. 
Bragger , een Pochger , opfnyer.. 

Braigging^ Ptf^A^/irjf, pochgende. 

A Dragging fellow , een upfnycr^ blaasiaatyfnoeS' 
baan, 
Braggingly, Pochachtig. 
BRAlET, ft'« Vlecbty als ook een boordfeltje.. 
to BRAID , riecb^n , tnyten vleck^n.. 
Braided, Gevlochten. 
Braiding, yiecbting^ — — vlcchttnde.. 
BRAIN, 'tBre\n, de herfenen. 

To dafh out the brains , De herzenen uytjlam* 
CCS^ A ftrong brain , Eenfteri vernuft. 
His brains are addle , Hy beeft bet niet vaft^ V 

fchort hem in V boofd. 
To have crakt brains , In de herfenen geflagen 

zyn. 
To break his brains withiludying,. Zy« hoofdmet 
ftudterem breeken, 
to BRAIN, de Herfenen uytJloMt. 
Brained, de Herfenen nytgejlagen. 
Shuirle-brain *d , U^ujt , . ongeftaadig , veranderfyJt. 
Harc-braih'd , Zsnneloosy doltoppig. 
Brainlcfs, Herfenhos, 
Brain-pan, de Herfenpan y U h'erfenbMen y de pan 

van V hoofd, 
Bhuh-fick, Tlhoofdig^ nytzinnlg. 
Jrain-ficknefs ^ TdeihwfJ'igheyL uytzinn'gheyd. 
BRAKE or BREAK , een Fias-b^aMk , als mcde , 
:^kcr€ dw'mgende foom. 



BRA. 

BRAKE, een Plaats daar f^aaren groeit. 
BRAMBLE , Een braambofcb , haagdoorn.. 
Brambly, Haajrdooms^. 
BRAH.ZemfL 

BRANCH, eenTak, rank, tclg. 
a Vine-branch , een Ifyx-rank. 
The branch of a pedigree, de Gcjlachtflam, 
The branch of a lamp , de Pyp van een lamp. 
The branch of a branched c'andlclHck , de Arnr 
van een Kerk-kroon. 
to BRANCH out , TaUen uytfchictcn', hottt fckie^ 
\ teny zicb Kwtfpreyden. 

Branched, Getakt. 
a Branched candlcftick , een Kacrs-kroon , Kerk- 

kroon. 
Branchcr^ een jonge ValL. 
Branching , Uyt^rusting van takken , takkcnfcbk- 

tend. * 
Branchy, Takkig. 

j^BR AND , een Vnur-brand , brandend bout , — 
I brandmerk. 

O^To caft a brand upon one , lemands eer brand* 
merken, 
a Smoaky brand, een Rookend brandhout. 
Brand-iron,. Een brandyzer^ brandmerk-yzer. 
Brand-new, Spsk-fpelder-nieuw. 
to BRANIJ, I'randmerken y fchandvlekken. 
I Branded, Gebrandmerkt , gefchandvlekt, 

! Branding , Brandmerking ^ brandmerkende. 

j to BR Als DISH , Zwenken^ zwaaijen^ doenfchit* 
I teren, 

Brandiihing , Zwaaijing , zwenking ; — — < ztvaat^ 
fende. 
The brandi/hing of a fword , V Gefchitter van 
een zwaerd. 
BRANDY, Brandewyn. 
a Brandy-bottle, Een hrandewyns fies. 
A brandy-fliop , Een brandcvjyns winkel^ brander 
wyn kroeg. 
to BR ANGLE, Kyven^ knorren. 
Brangler, een Kyver. 
Brangling, Geksf^ getwijl ^ -^kyvende. 
BRAISTN. ^i/Bran. ^ 

BRANNY, Zemelig. 
BRANT^iOOSE , een Wilde gans. 
BRASED , Als een St. Andries kruys verdeeld ii$^ 

een wapenfchild. 
Brafen. zie Brazen. 
BRASIER. zie Brazier. 
BRASIL-wood, BraziHebout: 
BRASS, Geelkopery meffmg. 
Red-brafs, Rood koper. 
A bral^ candlcftick , een Kopere kandelaar. 
A brafs-kettle, een Kopere ketel. 
Brafs-work, KoPer^werk. 
Brafi-money, Koper geld. 
Braily, Koper achtig. 
BRASSEtS, een Ahnwapen. 

BRAT 



BRA. 
BRAT, ten Kind vmzcerJUchteQudcfSy itnitu- 

9€mHj<^ Hocrcktnd* 
BRAVE, Braafjfraa^^ treffclsk, dtpf>er. 
As brave a mail as- lives ^ V Is z»ik c^h br^ ia- 
re/ aJf*er aver vocun ma^ ^^mn. 
6 Brave! (intcrj.) Ha dat's braai* 
a BRAVE , ( i>ubli ) een Smcshaam , fnorktr , €tn 

gchuHrde moordtnaar, 
to B'RAVE, Trotfiw^ hraveeren^ trotfcereM. 

Being he braves mc to it , Dewyl by my daar toe 
trotfccrt, 
^ To brave it^ Zmerig vqot dcH dag hmcn^ mac 



dtf tree den. 

ived , Gctrotfeert. 



Brav 

Bravado , l^roffeering^ 

Bravely, Aardig^ net jet ^ treflyi. 

Bravery , PraaT^ froftk ^pronkery ; Dapperheyd^ fm&r- 

kery. 
BRAWL, CeMy als mede een r$nde dims. 
m BRAWL, Kyven^ iwifttn. 
Brawler, ecn Kyver^ twifier. 

Brawling, Kyvtrnj y gerwiji , kyvcnde, iyfa^h- 

fig.hfdeL 
a Brawling woman, een Kyfachtig wyf* 
Brawlingly, Op een k\fachtige ^wyze. 
BRAWLS, Chiadder horaal^ [xcker Ooftindrfch. 
Ivnwaat. ] 

BRAWN, iilldv€rkem'vUefih dot gezuh hy 

tew vUefchige party , fpier. 
|> The brawn of the arm , de Vlee^bige Jpier des 
arms. 
The brawn of a capon, een Kapoens bout> 
To grow hard as braw n , Hard vjorden als zwo&rd^ 
vereeldejf. 
Brawniiiefs , Spkrachtigheyd. 
Brawny, Spier acht$g^ '^^^^Jfig-i grofvan leden. 
5 to BR Ay, Stampepf^ kneuzen , ah mede hyiffihen 
[als een ezel.] 
• To bray a fool in a morter , Ecnen dvjaas in 
een mortier Jlumpen. 
Brayed, Gekneufd^ geflampt. 
Braying ,5Va»y/wF , kneMting; ^^^^gekryfch* 
to BRAzE, Ferkoperen. 
Brazed over, t^erkooperd. 
BRAZEN, ^"^ankoptr^ koperen*^ 

The brazen lerpent, De kopere Jiang* 
C^A brazen face, Een onifefchaamde troom. 

To put on a brazen face , Zyne onbefchaamde 
(cboencn aantrekken. 
Brazen-faced , Onhefcbaamd. 
He is brazcn-fac'd ,i /^ be(ft een hrd voor V 
hoofd. 
to BRAZEN out a thing, Jtts ontefehtamdeiyk be- 

weercn, 
BRAZIER, een Koperftaj^er . kaperfmii.^ 

BREACH, Eenbresik, bres, fibeur. 
To make a breach in a wall , Een bm m €tn\ 



BRE. 

fHHur tnaaien. 
A breach of fricndlhip, Een brenk of knak in de 

vrindjibap. 
To make a breach between men, Twift zaaijen^ 
verwyderin^ van vrindfcbap maaken. 
bread; BroU 

Houfliold-bread , Brood dot men d^efyks in de 

bnysbondinge gebraykt. 
Leavened bread , Gezunrd brood , gedeejfemd 

brood. 
Unleavened bread, Ongeznnerd brood. 
Light bread, Lucbtig brood. 
Fine manchet bread , Cerafpt brood , fym mti» 

brood. 
Rye-bread, Roggen-brood, 
' Whcatcn-bread7 *Tarwen-brood. 
White-bread , 141 tt^ brofyd. 
Brown -bread, Bruyn broody roggen brood, 
QCl' Ginger-bread, Zoete koeL 
a Ginger-bread-maker, een Koekebakkcr, 
Sweet bread of veal , Kaifs zweefrik. 
Bread-basket, Een brood-mand. 
Bread-room, Een brood-kamer. 

To bread a porringer for broth , Brood in eem 
komnietje brokken om *er fop op te fcbeppen* 
BRE.\DTH, Breedte. ^ ^ ^ ^^ 
A finger's breadth, een Vlnger-hreed, 
Of one breadth, Even breed, van eene breedte.* 
BREAK, als: 

Brc^ of day, V Aamhretken van den dag. 
By {or At) break of day , Met bet krteken van 
den^ dag* 
to BREAK, BreekcWy verbreeken^ knenzen. 
To break fmaJl, KUyn breeken* 
To break afunder , A an tween breeken. 
To break in pieces, In ftukken breeken. 
To break a conference, Een 2ej}rek af breeken. 
He is like to break his pate, Hy zal hem wcttigi 

den kop injJaan* 
't Breaks my flcep, V Stoort mynjiaap, 
I will break this cuftom, Ik zal die gewoome ta 

nict doen. 
To break one'? head, lemmds hof/ft breeken. 
He breaks his brains with ftiidyiiig , Hy breeh 
zyn bwfd met flu deer en, 
CS* to Break, [be bankrupt, ] Bankrot fpeelewy door- 
gaan. 
He mull needs break ihortly, Hy tat binnenhr^ 

ten moeten bankrot gaan. 
To break down, Aforeekeny omver baalen, .. 
They arc going to break down the bridge ^ Zy 
ftaan om de brng afte brcek^. ^ 

•>To break fonh, [as water, J Uytbarflen^ opbor^ 
len, . 
To break forth into tears. In traanen nytbarfien, 
0" To break a jeil, Door boerttry ut laebgen vcr^ 
wekken. 



H3 




62. 



BRE- 



She brok a jcft upon him, Zyfchoor dc gek met[ 
hem ^ of zyfoptc hc>n, \ 

fCt To break a bulinefs , Ee?g zaak voordraagcn of 
op */ tapyt bren^en. 
To break off, Ajbreekcn^ ophouden. 
To break off for a time, Ecu wyl tyds ftaaken. 
To break open zhcncr^ Een Brief ot>brecie». 
To break out, Uythreeken^ uytbarjten^ doorbrcc- 
ken, 
(dr'tWill make his face break out, ^i Zai zyn aan- 
g^Z,igt doeu uytloopen. 
To break in upon the enemy , Op den vyand in* 

breeken. 
The fea is broke in , De zee is ingebrooken. 
CJrTo bre^Uc up , [as a meeting, ] Scheyden^ \[^als 
een vergadering.'] 
When fhall we break up ? Ifanneer zul/en wy . 

uytfcheyden} 
The armies will foon break up, De Leegers zul- 

ten haaft opbrceken. 
To break up the ground , De grand opfpinen. 
To break upon the wheel , Radbraaken. 
o5"To break with one, De trindfcbap met icmand 

aforeeken, 
63* To Break, [tame,] Temmen. 

To break a horfe , Een pserd temmcn^ 
Breaker, Eenbreeker^ verbreeker. 
BREAKFAST, een Ontbyt. 
to BREAKFAST, Ontbyten. 
BREAKING , Breeklug , verbreeking , temming , 

'—^ breekende. 
BREAK-NECK, Sfe)^l, fleylte, val, ondergam. 
That proved a breaR-ncck to his defign, Uatbrak 
zyncn toclc^ den nek. 
BREAM, eenBracg'em. 
BREAST, deBorfi^ boezem. 
A fore breaft, Een zcere borft. 
To keep a thine in on's breaft, lets in zynenhoe- 

zem geheym houden. 
a Breaft of\'cal , een Kalfs borft. 
a Breaft-cloth , Een bor/ilap. 
The Breaft-bonc^ V Borftbeen. 
aBrcart-platc, Een borftplaat ^ borjhwapen^ Harnas. 
a Breaft-work , Een bcrjlweering. 
Breaft-high , Zo hoog als de borft. 

Narrow- breafted , Smal van borft. 
BREATH, Adem^ ademhaaling. 

He is out of breath , //v is busten zyn adem. 
To run himfclf out of t«-cath, Uyt zyn ademloo- 

pen. 
To take breath, j^dem fcbeppen , Incht fcieppen. 
To fetch (or draw) ou's breath, Zynem adem 
haaten. 
03' He fpendcd his breath in vain , Al zyn praaten 

was te vergeefs. 
XO BREATH, Ademen^ ZMcbten^ademhaalenJucbt' 
fcheppen. 
To breath after a thing, Naar icu ZHchtcn^hygen. 



BRE. 

To breath into , Inblaazen, 

To breath one's laft. Den geeft gecven ^ denUiat^ 

ftenfnikgecven. 
To breath on , Aanblaazen. 
To breath out, Uytademen^ uytwaajjemen ^ uyt- 

blaazen^ uytboezemen. 
He breaths nothing but vengeance, Ily blaaftniet 
dan vuur en vlam , Hs is vol van wraakzucht. 
To breath thorow , Uoorvjaijen , doorlflaazen , 

doorkoelen. 
To breath upon, Aanblaazen. 
«ar To breath the vein, de Ader openen , Hoed laa^ 

ten. 
Breaihcd J Geademd^ gezticht. 

Breathed out. Uytgeboezemd ^ uytgewaajjemd. 
Breather, een Ademer^ zuchter. 
Breathing, Admihaaling^ ademing^ zuchtingy""-^ 

Ziicktcndc. 
a Breathing-hole, een Lncht-gat^ togtgat. 
Breathing-time, een 7yd van ademhaaling^ zer- 
P^ff^i^g' 
BRED, Geteeld^ opgevoed. 

Maggets bred in cneefe, Maaijen in kaas geteeld. 
Bred a fchollar , Tot eenen letter oefenaar opgc- 

bragt, 
♦That which is bred in the bone, will ncNerout 
of the flcfti. Dat tot in*t gebeente vaft gegroeid 
is, laat zich uyt het vleefch niet dryt'en. 
a> They are well bred, Zy zyn wel opgcbragt. 
He is a well-bred man , •/ Is eenperfron die wet 
' opgebragt is, 

I was bred and bom in Amfterdam,//t benfAm^ 
fterdam gewonnen en gebooren. 
BREDTH. zi<: Breadth. 
BREE, Een brems^ paerdevUeg. 
BREECH, de Aers, billen. 
to BREECH, Op de billen flaan. 
Breeched, Gebroekt, in de broek geftoken; — op 
de bil/en geftagen. 
The boy is newly breeched, Dejongen is onlangs 
in de broek geftoken, 
BREECHES, hen broek. 

A pair of linnen breeches, een Linnen broek. 
♦She wears the breeches , Zy hecft de broek aan^ 
haar haan kraait koning. 
BREED, Teelt, tuk. 
They are of a good breed , Zy zyn van een goed 
tuk. 
to BREED, Teelen, werpen, aa^tfokkcn^ voyrtbren* 
gen, z^eroorzaaken, opvoeden. 
They do not breed above four times a year, Zy 

werpen maar viermaal ^s jaars. 
To breed cattle, Vee aanfokken. 
To breed lice, Lnyzen voedev. 
iSt To breed quarrels , Krakkeel vervjekken. 
To breed ill bloud, Qnoddbloed zetten, — — rrif 

wrok verwekken. 
To breed mifchicf , Quoad berokkcnen. 

To 



BSE BRL 

To breed teeth , timden krygin. 

To breed youth, de JeatgJ opbrengen. 
Breeder ) ten l^oon tedder ^ Utlder^ Opvoeder* 

A breeder of cattle, ten jiartfokhr van f^ee. 
Breedine, f^oonuclm^ , aa^okii»g , opvaedsng^ — 
tfcUftdf. 

A woman that is hic^^m^^Eenzwangerevr&um. 
l5* Good breeding , Goede ifv$eding* 
Brecf, ^/^ liricf. 
BREEZE , Ecm luchtfg wmdjt , htkje , als ook, 

ten lfrem(j paerde-vlkg. 
BREST, zie Breaft. 
BRET (?f Brut, Zec-fchoi 
BRETHREN, ('t mecrvoudig van Brother) Broe- 

derf^ hroedtrin* 
BREVrARY, ten GctyboeL 
a BREV'IATE, Een i^n vertoog^ bfknoptontwcrp, 
fireviatiires, Verkifrtfeb. 
BREVITY, Korthcyd. 

For brevity's fake, Om hrtbtyds mille.^ 
to BREW, BroHwen^ ■ mtftgea* 

To brew beer, Bier h^nwen. 
Brewed, Gebronwen, 

♦As you have brewed , fo you mufl drink ,. Dot 
gy gehrouvJCH heht ^ moefgyzelfdrmhn; ^tge^ 
ne gy gerokhnd hebt , ZMlt gy z^^ mocten fpn^ 

Rewer, etn Brouwer. 

Brew i ng , . Bro:t wrf/g ; -^— brouwende . 

A whole brewing, een Broftwt^ brokvjfel 
Brc\^^-hou(e, een orotewery, 

BREWIS, qf Brews , Broodfov , brood in vet ge- 
doQpt , fop op de zieefchkeuL 

BRI. 
BRIAR, eenDoomflruyi. 

A fweet briar , een Egeiantier. 

♦To leave one in the briars, lemmdin denpekel 

laaten fteeken. 
a Briar-plot , een Doornhaage. 
BRIBE, een Stcekpennin^ ^ gift, 
* Bribes can get la without knocking. Met ge- 

fchenken km men binnen komen zonder aankhp- 

pen. 
toBRIBE, OmkooPitf^mef gif^en de o^gtn uytfteeken^ 

de zMen vullen* 
Bribed, Omgekoft^ de nnfen u^^gefloken. 

The Judge w ^ , t)e K<chief was omgi- 

krjfl ; Men t ^ (.rJjter dczaUengevuiJ^ 

Briber, eenOmkooper^ oo^cj>i'St\tJleekcr, 
Bribery, Gee^*in^ van fleekpefimngcn^onhkooping. 

Bribing, Omhopin^^ tmikoopende. 

BRICK, een Tidgcincen ^ iHnkerj mop. 

a Brick-bat, Ken flukkende kiinker. 
Brick-kiln, een T^rchgel-oven ^ fteen-oven, 
BRICK-LAYER, een Afetfelaar. 
Brick-maker , ^. (Xrr. 

Brick-making, V -n'maaking, 

a Urick-wall, een Gemetfelde munr ^ fieent-mmtr* 



BRL 6i 

Brick-work, een Metfcliuerk van moppen. 

to BRICK, Ee>ie iaa7 ftcvnen leuren, . 
BRIDAL, eenBrtishp: ^ 

A bridal-fong. E'en brnylofesJied. 
BRIDE, eenBruyd. ^ 
the Hride-bcd, Het brnydsbed, 
IJridc-chambcr, De brHyds-kamer. 
Bride-maid , Des brusds fPeelnoot* 
I^RIDEGROOM, 'een Urus^degom. 
Bride-man, Dei brnvdcromffpeelnoot, 
BRIDEWELL, hettmhthnp, rafpbnys. 

The Mailer of Bridewell, ^7^^jifr'E'^ hettmbt^ 
hms, 
BRIDGE, eenBrng. 

A wooden bridge , Een bouten brug* 

A lloiic bridge, hen fteene brug. 

London briage, Dc brag van Londen* 

A bridge of bqats , een Scbtpbrng. 

A draw-bridge, een f^a/brMg^ ophaalbrug. 
iS-Thc bridge ot the nofe, hmiddelfehot derneuzg* 

The bridge of a comb, '/ Midden van de kam. 

The bridge of a lute , Het hruggctje of de kam 
Viin een Inyt of veil daar de fnaaren op fftflen. 
BRIDLE , een Toom^ breydel^ teugeL 

The bridle-rein, bet Les^zeel des toomt. 

To give a horfe the bridle, Een paerd den hjfet^ 
toom geeven. 
to BRIDLE, Intoomen^ breydelen^ befengelen. 

To bridle a horfe, een Paerd den toomaandoen* 

I win bridle him, Ik zal hem wel betoomen. 

To bridle on^s paffions , Zyne dhften heteugeUn. 
cCi'To bridle it , De kin in den hah haaUn^ (B^^J^ 

zominig vrouw-volk.) 
Bridled, Bctoomd^ beteugeld* 
Bridler, Ecu betoomer. 

Eridiiiig, BeUoming^ brey deling; — betoomendc, 
BRIEh , Kort. 

A brief repetition of things , £fi» korn herbaaling 
van zaaken. 

To be brief, Kort zyn ^ kort gam. 

To reduce into brief, In U kort betrekken, 
a BRIEF, CSubft.) Een kort Scbrijt^ brevet. 

a Brit f for lufs by tire , Een brief die aan iemanJ^ 
verleent word die V zyne door brand is fftyt ge- 
raakt. 
Briefly , Kortehk.^ in V km'te ^ kortom, 
Briefncfs , Kortheyd, 

BRIGADE, Een bende rnyters ^ Krygskende. 
Brigadecr , Etn bevelhebber 'over een krygsbende^ Bri- 
gadier. 
BRltrAKD, een Gebamasd foldaat ^/Irnyiro&veK. 
Brigandine,^<'z? Pantfter ^ malienrok* 
BRIG.ANTINE, een Jacht, ligt fcheepje. 
BRIGHT, Heider^jll^, g^fcbnurd, glmfterend. 

A bright night, Een heUcre nacht, 

Bnt^ht pewter , Blinkend tin^ glad tin. 

A bright cloud, Een heldere of klaare wolh 

A bright colour , Een heldere kokur. 

A bright 



54 BRL 

A bright ftar, Een dinjlcrettde ftar. 
It gro\vs bright with wearing , Het wordt bli/i- 
kend door t draagert. * 

to BRIGHTEN, Blinkend maahn^ glad fchuuren^ 

pollyften. 
Brightened , GePoUyft^ gebruynecrd. 
Brightly, BliMkendj gloMjig. 
Brightnefs, Gla»s , blinkcndbeyd ^ gUnftering , filk" 

kering^ helderhcyd. 
BRIM, een Randy board ^ kant^ zoom, 

Tlic brim of a hat or well , De rand van eenen 

hoed o{ put. 
• Better fpare at the brim than at the bottom , 
'/ /f beter in V ecrjl dan op U laatjl zuynig te 
weezen, 
to BRIM , Togtig zyn ah eene zeug, 

A brimmed low "rtf» ^<^^^^C^ otbereedene zeug* 
OC? BRIMMED, Gcrand, met een rand voorzien. 
A broad-briimned hat , een Hoed met een breede 
rand, 
BRIMMER, Een voile berkemeyer , oiroemer vol 

vjyns, 
BRIMSTONE, Zivitvcl.fulfer. 

aBrimftone mine, een ^ulfcr-myn. 
Brimftoned, Gczwaveld. 
Brimftony, Zwavelig^ zvjovelachtt^. 
BRINDICE, Een^ebragte dronk. ^ 

To drink a brindice, Eengcbr^te dronk (ofee- 
ne gezondheyd) drinken. {D'\t woord komt 
van 'c Italiaanich, Brindiji, 't welk de Italiaa- 
nen van de Duytfche Ipreekwyze Ik breng 'tu 
eens fchynen ontlceiid te hcbben. 
BRINDLED, Met bruyn en zvjort gefcbakeerd^uls 

een wild verken. 
BRINE. PekeL 
to BRING, Brcngen^ ha^n. 
Bring me a candle, Breng my een kacn. 
Time will bring it to light, dc'Tyd zal V aanden 

dag brcngen , de t\d zal V leeren. 
To bring alx>ut, Doen gefchieden ^ te wcge bren^ 

gen. 
To bring his defign about, Zyn oogmcrk docnge- 

Inkken. 
To bring one a great way about , lemand een 

groot end omlcsden. 
To bring to liglit, Aan den dag brengcn. 
To bring back , Te rug brengcn. 
CCj'To bring one to his death , lemand am den bob 
helpen , de oorzaak van temands dood zyn. 
To bring in , btlrengcn^ inwikkelen, 
pi To bring one in guilty j lemand Jlhnldig uytjprec' 
ken. 
To bring one in not guilty , lemand onJcbtUdig 

verklaaren , iemand vryfpreeken. 
To bring down, Beneden brengen^ onderbrengen^ 

vernederen. 
To bring to an end , Eyndigen^ te» cinde brcn- 

g€M, 



BRI. ' 

That brings falvation , V Gene zaligheyd te wege 

brengty Zaligmaakend. 
To bring fonh^f^oortbrengen^tevoorfcbynbrengen^ 
To bring forth young ones , Baa/en , Jongcn 

voortbrengen otwerpen. 
To bring forth fruit , rrucht draagen , trucht 

voortbrengen. 
To bring forth witnefles, Getnygen te voorCcbym 

brengen. ^ 

To bring on, Aanbrengen, 
♦To bring into a fooFs Paradife , Met fluweele 

woorden paaijen^ goudcne bcrgcn bclocven. 
To bring low, yerneedercn ^ \ot e^n laagcn float 

brengen. 
To bring under , Onder brengen, 
odrTo bring to nothing, Vernietigen ,, te niet doen^ 

verdelgen, 
OCS'To bring to pafs, Te wege brengen^ doengefchic- 

den. 
To bring out, Uytbrengen, 
To bring off, Afbrengcn^ outrodden. 
03*To bring up, Opbren^cn^ opzoeJcn. 

She brought her up ot a little one, Zy beeftbaar 

op^ebragt van een kleyn kind af. 
cS'To bring up the rear, De acbterhoedc aanvoercn. 
To brine envy upon one , lemand in baat brcn- 

gen^ Ucnyd maakcn. 
To bring one upon the ftage, lemand in V open- 

baar aan de wcreld virtoonen. 
To bring over, Overbrengen ^ overbaalen. 
To bring word again , Befcbeyd brengen , weer* 

om boodfcbappen. 
BRINGER, eenBrenger. 
a Bringer up of children, ien Opbrenger van kin- 
der en. 
BRINGING, eenBrenging^ -^-^brengende. 
a Bringing back , een ^ederbrenging. 
a Bringing forth , een Voortbrenging, 
a Bringing to pals, een yolvoertng^^te wegebren-' 

gi^gy voltrckking, 
a Bringing down , een Vemedering. 
BRINK , de Kant J de uyterjle rand. 

The brink of a well, de Rand van een put. 
Upon the very brink of a precipice. Op deny- 

terjie rand eener fteylte. 
To be upon the brink of deftru^ion , Op bet 

tipje des verderjs zyn. 

MRINy"' I Pckelig.pekelacbtig. 

BRIONY of Bryony, Briony, 

BRISK, Flnksy wakkcr^ fnel^ f^ffl^gf aardig. 

a Brisk gale of wind, Een heidere koclte. 
Brisklv, ff^akkerlyk^ blygeejiigy hjli^, 
BRISKET , de Borft van een gejlagt beeft. 
BRISKNESS, Wakkerbeyd, Mygeejligbeyd, vrolyk- 

beyd, 
BRISTLE, een Verkens horftel^ verkens bair. 
t9 BRISTLE ( to ftt up the brUUes ) De isai- 



^ 



BRI. BRO. 

ren do^Jif ^zen^ dc borfhls overend zetten* 

cS* To brillle up to one, lemcvtd trots aan boordhmen, 

B^To Briillc a thred [ as ftioemakers , 1 eenBors- 

tcl aan Hptkdraid draaijen , [ gelyk dc Ichocn- 

maakers. ] 

Briftled , met Borftc/s verzien , met ten tors- 

telgefpitjl, 
BrillJVj BorflcUg^ ruygbaairig, 
a Briltling , V Overend zettem der bwfieU. 
BRIT AN, Brkcmme, 
aBritan, eenBrit^ Britanmer, 
British, Britannifch. 

BRITTLE, Bros^ hrMeltg brokkelachtig. 
Brittlenefs, Broshtydy hrokhiigheyd. 
BRIZE , een Koevlteg, zie Breeic* 

BRO, 
BROACH, eenSph. 
to BROACH , A«t§ ^tfpitfleeken^fpeeten\, ^— ^^ar/- 

hrengen, 
c3r to Broach , to let a-broach , Opfteekcn , een gat ho- 
ren om uyt te tappen , een kraat» m een vat fieeken* 
flt>To broach a lie, Een kugen vent en. 

To broach hcrefV ^ Kcttcry verfpfeyden. 
Broached, Opgefioken^een kraan tngejiok<n ^—voort- 

g^hragt^ verfpreyd. 

a Broacher of errors , een Smeeder of verfpreyder 

van dwaaiingen* 
Broach uig, Opjleeking van een vaty ^^ voortbren* 

z'mg oi verfpreySnw van ttis* 
BROADj Breeds wyd. 

Broad llaffs , Br^ede Jlaffen. 

a Broad way, een Breede ive^^ vjyde weg. 

a Broad ftep , een Portaaltje sn een trap. 
85^ He makes broad figns, Hy gceft opentiyk blyL 
oCj' Broad day-light, tioog dag. 

He flcpt till broad day , By fliep tot den klaarem 
dag toe. 

At broad noon , Op den volkn mlddag, 
g^ Broad awake , Twee^naaJ ontwaait , volkomen 
wakker, 

♦ 'T is as broad as long , *t Is z&q long ah V ireed 
is ; *f komt op een nyt* 

To make broad, Breedmmkeny verbreeden yver- 
wyden. 

To grow broad, Breed worden^ wydwordem 

To (peak broad , Plomp fprtehen. 

Broad |n fpeech , Phmp van uytfpraaL 
a Broad-fide, eenf^olle laag^ [van gelchut. ] 

To fire a broad-Jide , een lo/U laaggeevcn. 

We gave them a broad-fide , IVy govern hen een 
vof/e laag. 
Broad-brhnmed , Breedrandig^ breed van rand* 
*^ ' " ' " ' iinz^gt , als ook , opens- 



Broad-faced, Breed van 

Ai, tonder beufimpeling. 
a Broad-weaver , een Zy 

arBroadj Buy ten dear^ in de Imht^ bnytem loftds* 



rreyn-merker. 
Jroadj Bnyti 
Broadly, In^tbrcede^'bretdclyk. 



een Zydeftoffe-weever ^ Zyde 



BROT 

Broadnefs, Breedte^ wydtc, 

Broadncft in fpeech , Phmpheyd van ttytJpraaL 
BROC.\DO, Gond-ot zihcr-iaien. 
BROCK ,-*?« Das. [ zeekcr Dier. ] 
BROCKET , een Tweejaari^ hertje. 
to BROID the hair , V Hatr krulUn of vlecbten. 

zic to Braid, 
BROIDERED, Gthordmurd. zie Embroidered. 
BKOIL ^ Otroer ^ berotrte , gewoeL 

To raife oroiles , Opraer vermekken. 

a Raifer oi bioWts ^een Roervink yOproerigmenfib* 
to BROIL, Rooften^ braaden. 
Br oi 1 ed , Geroofl , gebraaden. 

Broiled meat, Geroojl vleefck. 
Broiler, een Broader^ roofter. 
Broiling, Rooffmg^ braading^ '^—roojlende. 

BROKAGE^ mAelaarfchap, makeigeld. 

I BROKE, Ik brak, [ van to Break. ] 
Broke, (broken) Gebroiem 
Broke loofe, Losgebroken. 
oS" Scarce was the company broke up, but I found 
ity He4 gezelfchap was z^ dra met gefcheyden^ 
yj ik vond het. 

The warr broke out all of a fuddcn , de Oorhg 
borft fihiehk uyt. 
BROKEN, Gehroken^ verbroken ^ —getemd^ 

a Broken heart, Een gebroken hart. 

Broken afunder , Midden door ( of aan twetn ) 
gebroken. 
cdr Broken with fonow, Door dro^eyd overjlclpt* 

a Brooken ileep , een Afgebrokenjlaap. 

To ipeak broken English , Gebroken Engelfcb 
Jpreeiem. 

Broken out, Op^eborfteny doorgehroken. 
Broken-bellied , Gefcbeurd , ge^oken , eem breuk 
I hebbende. 

CC^ Broken-founded, Doof of febor van k/anL 
BROKER , ten Makelaar , als ook een Vytdtaa* 

Ffr, oude-kleerkooper. 

To play the broker, Makelen, 

a Woman-broker, een Uytdraagfler. 

The Brokers row , de Oude-kJeermarb , vodde% 
tnarkt, 
Brokeridge, Makcl-hon^ makelgeldy kortazi* 
BROME , Brem , [ Teker gewas. ] 
BROOCH , Schildtrwerk maar van eenerky kUftr* 
BROOD. ^tBroedfel, gebroedfe!^ feelt, 

a Brood of chickens , een Broedfel knykcni. 

To fet on brood , te Broeden zetten. 

a Brood-hen, een Broedfe ben. 
to BROOD, Broeden^ te broeden zirten. 
Brooding, Breedings uytbroeding ^ ^roed^ndc^ 
Broody, Broeds. 
BROOK, etnBeek 
BROOK-LIME, Beekebcom^ waterpungefty [zc- 

ker kniyd. ] 
to BROOK, f^erdraagen^ uytflaan. 

To brook an affront , Een hoQn vtrzwcigtvy 

I €€M 



♦5 



BRO, 



ee9t Ued verkroppen. 
BROOM , Hey , [ ecn gcwas daar men beezcms 
van maakt. ] 

Sweet broom, Fvwe b^y , oSnodc bis, 
a BROOM, ecnUtx^m. 
a Broomltick* ten Bt^ztmftok. 
BROTH, VlttfcHof, vleefch-ffat. 

To take fome broth , wat yUijch-fop mnttifem. 
t DROTHEL^HOUSE , ^cm H^crhuys ^bord^Jl^kHf. 
JBrothelry^ Hoereiritig, 
BROTHER, Broidifyhrotr, 
IX Brother in law , C€ft S^boombraeJcr, 
a Brother's wife, dc Broers vroum j fmaar* 
a Half Brother , ccn H^ke hroecUr, 
The husband's brother. ^sjMohs Iffocdtfytwi^er, 
a Foftcr-brothcr, cett MmtfchrQer ^ tMyggtnooi, 
Twin-brothers., 7we^iwgs i^ro<dcn.. 
Sworn-brothers , EcJgtmo^en , vIockvcrwoMten, 
(f ) a Brother of the quill , itm Pem/ciMer ^cbryvcr. 
Brotherhood, BruccUrfihap. 
Brothci^flauchter , BrotdermoorJ, 
Brotherly , BrocJerlyL 

Brotherly love, Broedcrfytc tiefde.. 
BROUGHT , Gei^rap , vam Bring. 
I brought, li bragt. 
He haUi brought anger upon himfelf ^. Hy beefi 

zJchzehen foorm vp d^m baU gekaaU* 
♦Hchaih brought his hogs to a fair market. His 
gattfcb met hem verhop€9$ ^hy bcefi alofdtboog- 
fie marks gcweeft. 
See what I am brought to , Zie tens waarttic ik 
vcrv^Un beff, 
tifl"To be brought to bed , VerUJfen vm kimde ,. in^ 
de krodm kamcn. 
She is brought to bed of a girl , Zy is vam ecnc 

jonge d&chter in de kraam gekomcn* 
We were brought up together of little, ones ,. 

U^y zyn van hndibcen a) iz^nmen vpgtbragt. 
Brought to pafs , Tc v:czr Z^bragi, 
Brought forth , Vooi , gtbooren , getteld. 

Brought to nought, ^ ^ebragt^ verninigd. 

Brought to ruin, f^erd^kd^ttm fjerdcrve gebragt , 
BROW, bet yoorboafd ^ de wynbrauw ^ ■ try^ 

pafligbeyd, 
a Rogue that is burnt in the brow ^ ecn BaefsUe 

op *t VQ&rhoQjd gebrandmerks if. 
Clear up the brow and look merrily on't , Zie 

bc/der en vrolyk nyt m^c ocgen, 
the Eye-Brows, de UywbrAmutn. 
flJ^To Knit the brow , de U^ynbrantMm V zamen 
frekktn^ ^fbaofd in frttnfcUn zetttn. 
In ihc iWcat of his brows , In V zwees zyns ium- 
fcbyns, 
CJrHe has not brow enough to a0itrt it , fff beeft 
nUs [huibeyd genoeg om bet Jlaande ie bomdem. 
fli'The Brow of a hill , de Top van ten berg. 
Hairy brow'd , GroQi van wynbramwen. 
BR6W-B£AT one , lemamd bars aami^m , 



of overfnorken. 
BROW-BEATEN, Overfnt^ks, do^ ten nmge- 

rj'd^ema^. 
tl V , 6rnyn^ donker vam k^l&mr^ 

a l-roHii girl , Een brmyn meysje^ brmjmtje ^brny* 
neije. 
Brown lugar, Bruyne fnyker. 

To make brown , Brmyn maaktn, 
CC^ Brown paper, Graamm papier, 

*To be in a brown ftudy ^ Im dem ebet zyn ^ in 

de boftnen zyn* 
(i:)Brown George, Rogge-Temms ^ brmyn rogg 
brot^, 
Brouwn-blcw, Brmyn blamw y faartacbtig. 
Brownish. Bruymaebtig, 
BROWN ISTS. Brmfniflen^ [ naavolgcrs van le 

kcren Robert Brown.] 
DROWZE , Sprmyijes die im kef x^rjaar myt bet 
gcboomte fchictcn y en doar Uvee greetig afgcknab* 
beld w&r^ien. 
to BROWZE , De mysfpfmytfeti vam^gebomte of- 

inabbeUn- 
Btowzedon, jflgeknMeld, 
Browzing, Afknabbctinp van baomfhrmvties. 
BROYL, ^iV Broil. ^ ^^ 

BRU. 
to BRUE , z4e Br^w. 
BRUISE, yervUsterdheyd, blmts. 
to BRUISE, Kneuzen^ t^erplefferen ^ ee pUttertn^ 
ftmten^ blutzen. 

To bniife on's foot, Zynen voet kwetzen. 
To hniife in a wsMsXy Stampem ofjlootenin ei 

Hen vyzeL 
To brujfe almonds , Anumdelenflmten. 
To bruife fmall, Kleyn fit^oten. 
Bruifed, GrkmemP^ gcftmen^ gepletierd^ gebimtfl. 
Bruifing, Kncnztng^ ftmting^ ver£Ustering y — ^ 

knenzende^ verptetterende. 
f B R U I T , Gernebt , geraat, 
BRUMAL, Hlnnrfih.winieracbtii 
BRUNT, een Aanval^ float. 
If he be able to abide the firft brunt, Zaby dm^ 

eerflen ftoot maar kam myfftaan. 
To bear the brunt of the' day , De bitte van den 
dag myiftaoMy d^fpits afbyten, 
BRUSH, een Borfiei^ fcbmyer , blender, 
«dr a Brush [ \i\ meeting one , \ een Stoo 
iemand tm eene Qmmottiftg gee^t* 
A rude brush, een Rnuuje beftgening, 
a Little brush , een Scbmycrtje , b&r/ieUje , k/ad* 

dertje, 
2L Bottic-bru sh , een Aimnewaffcber. 
• Brush [ for painters, J een Sicbilders fnaji, 
a Plaifterer's brush , een kVit-qnaft. 
aBrillte-bnish, een Haatrfcbuyer, 
a Shoe-brush, een Scboenbor/hL 
aBruih of a tox-tail * een f^ofenJlaertf-amiJpeK 
aBrush-makcr , een Scpnyermaaker . b^endefmaaker^ 

l> BRUSH 



in 



'toot die mem 



^ 



T 



BRU. BRY. BUB. BUG. 

to BRUSH, Afve€gen ^ frbmertn^ hoenen. 

3nilhcd, AfgcvcfgJ\ ^geklsd ^ gekorficUU 

"imflicr, een Afvecgcr. 

: : a Brufhcr of drink , etn ScbuymenJe bcker, 

3TxMm.Afveegm^y afbocmwg. 

to BRUSTLE, Kraah>tj knapp^n. 

To brullle up to ooe , Tcgcn iemmd Gpftmyven 
om hem UhoofJu bieden. 
BRUTE » Onzemnftig^ dterlyk. 

He fs a mcer brute, 'f /j cen beefi van ten ven^^ 
Brutish, Beeftachtig^ owbefihoft, 
BrutishJy, Beeflciyi. 
Brutishnefs , B'ecftachtighiyd^ <fv<rftallfge phmpbeyd^ 

BRYONY, IVilde tDyngaerd 

BUB. 
BUBBLE^ eenBohbei^ -VJoterblaas y wMtrbel 
to BUBBLE op , BobbeUn , opborrclen. 
Bubbling , €€H Opborrelin^ , gebobbil 
jBUBBY, cenPram. hrfi. 

BUG, 
BUCK J bet Mannetje van etnig vriid^ ten bert. 
a Bnck-cony , tm Rammelaar^ tm^nnetjc van een 

a Buck -goat , ten Boh. 
Buck-tie, Potafcb-hog, 
to BUCK cloaths , Lmncnkleircn in h<^ waffcbcn 

en vryvcn, 
Buck-afhcs, Poi-afcb. 
a Bu ck -w:ifh er , een L vog-wafcbter, 
BUCKANEERS , Boekmiers ( lekere Zecroo- 

vers in WcllinditrV) 
BUCK-BEANS , Bohboansn , drUblad ^ ( xdcet 

kruyd. ) 
BUCKET, een Emmer^ puti. 

Leather- buckets for fire, Ledere brsndcmmers, 
BUCK-WHEAT, Bi^ekvcyf. 
a BUCKING tub, cen liafibtobbe, hogkuyp. 
BUCKLE, ecnGefp. 

a Shoe buckle^ een Schoen^gejp, 
a Buckle-maker, een Gefpemaakcr. 
to BUCKLE, Gefpen, 

To buckle on's llioc, 7yncn fcboen ^efp^n. 
c3*To buckle to hfs bnimcrs ^Zynwerk bebarttgem. 
cCfTo buckle together , W^orftelen , fchermutjelcn. 
(CS'To buckle for warr, Zick ten krw tf^aften, 
bJ*To buckle to one, f^9^ knumawyken^ v&^r 

iemand bnkken. 
Buckled, Gegefpt. 
BUCKLER, e^n Schild, heukcUar. 
«> a Buckler of beef, een Rugjltik offenvleefib. 

BUCKLING, GefpiHg, gervend€. 

BUCKRAM , Gewaftk doekAAlje. 
IBUCKSOM . f^ro/yl zte Buxom, 
BUCKTHORN J Zdcr dQQrmggtv^as m^ zwar- 



BUD. BUF. BUG. BUI. BUL. «7 

BUCOLICKS , Feld-dkhten , berders-gcs^gem 

BUD. 
to BUD, Bottcn^ knoppen^ uytloapen, 

Buddine, Botung^ uyttoopm^^ battende. 

BUDGET, eei Maale 'a^slak, 

BUF. 

BUFFiE, \^^-^-ff^l' 

Buf-lcathcr, Buffcls of fen-leer op teem bcreyi* 
a Buff-coat, een Lceren ioldcr. 
BU FFET^ , een Oorband^ ^^t^'UZj "^^flifl^Sy mmyhetr. 
to BUFFET, Met vuyflenjlam. 
Juffeted, Met vnyftcn geflagen, 
iuffeter , een Vuypfiaaner, 
::Buffie-head, een anffelskop^ een phmperd^ 
3U FFOON , een Bootfemaaker. n^eclgek. 

To play the buffoon, yoorgrKjpe^^kn^ ZQtsknMz 
ren aanrechten. 

Buffoon-like, A/s een gek , potfifbt^^ 
Bttfibonry , Bootfemnakery. 

BUG. 
BUG, een U^andluys ^ wecgluyt, 
iBug words, Trotjc woorden. 
BUG BEAR, eenBullebak, bytebaatt^SK 
to BUGGER, Boggeren, 
Buggcrer, een Boggcr, 

Buggery ^ Boggeryjlomme zande , Sodomkifcke zt^nde^ 
BUGLOSS, Ofetong^ buglojje, [ickcT kmyd. ] 
BUGGLE, r^-^ GUze kraal ^ '-^^^^jagthoGrn. 
BUGLE, BmynelU ^ fenegfden ^ ingnxn^ [ Xcktt 

kmyd. J 

BUL 
to BUILD, BduVien^ fticbfen^ timmeren. 

He built a fine houfe, Hy heeftecn trtffcfyk hi^ 
gebonwd. 

There did he bmld a city , Hyjlkbne aldaar rr- 
ne ftad. 
qCS*I build upon vout word, Ikjtennop mv woord. 

♦To build caftles in the air , Kajteckn in de 
iucbt boHwen. 

To build up, OpboHwen ^ ftkbten, 

Dutch-built , Op zyn HolLwJs gebonvjd , Hoh* 
lands madkzcl- 
Builder, eenBo»wer^ fikhter. 

a Mafter-builder , een Boittvmeefler. 
Building, een Gebonw ^ gejlkht ^ ^^^honwende. 
He hath undone hinil^lf by buifdrng , Hy beefk 
zkbzetven door ttmmeren bedurven , by he^ 
zyne middekn vertimmerd^ 
The Art of building , de BoHwkonfl^ 
^UL. 
BULB, de Bol van een plant. 
Bulbous, als a Bulbous plant, een Bol-g^Wat. 
to BULGE, Aan Jlfikkcnftmcn fals een fchip op 

ecu rots of op de grond ] zie Bilge. 
Bulged, Aanfinkken gefiggtcn [als een ^<^^}^v]r j. 




^ BUL. BUM. BUN. 

BULK y de Grootte , omtrek y gezaart. ' 

This is the bulk of it, D'tt is de rrt^ottedaarvan. 
The bulk of a ftip , De huyk oiUruym van een 

To break bulk , Dc laaJkng 9fbreekcHy een Sciip 
plonderen. 
to BULK out, UytPnyleffy uytzetteWy huykig zyn. 
Bulk-head, een Aff'chutfeHn ^truym van eenjchtp. 
Bulket , een Allemans hoer. 
Bulky , Dik^ groot Vdn bejl^gy ivigtig. 
BULL, een Stier^ buL 
Bull-beef, Bulsvleefch. 
0> a Pope's Bull , een Pauzelyke-bulle. 
Bull-baiting, een Stiercn-gevecht. 
Bull-baiters ,. die Stlerengevechten aanrechten.. 
Bull-begger , een Bullebak. 
BULLaCE, een U'ilde pruym. 
BULLEN, Henncpefteelen, 
BULLET , een Kogely koegeL 
BULLION, Ongemttnt ztlvcr, 
idr Bullion of copper, Spykertjes met hpere hoofdt- 

jes tot c'teraad van paarde toomen, 
BULLOCK, een Osy rund. varre. 
BULLY orBuliy-tockieen KochgeLoiHoereveogd. 
BULRUSH, eenBies. 
BULWARK, eenBolwert^ 
BUM. 
iI3UM, deBilUn. 
Bum-fodder , een Aers-wlfcb,. 
BUMBARD, een Grofgefibuty eenffooiftuk. 
BUMS AST, Bombazyn^ ^-^-^^TiXsodkBrommende 

vjoorden, 
to BUMBAST , Met bombazyn voeren. , —— als 
. mcde i^off'en. 
Bumbaftick, Opgeblaazen. 

a.BunxhaiUck Itile , een Verwaande of brommen- 
de fh'L 
BUMK:IN,.fif» Phmpe boer. 

BUMP, een Gezwely bonSy dunvi 

to BUMP but, Uytpuyleny uytfieeken. 

B UMPER , een ro/Je hoes , een kelk boards toi vol- 

gefchonhen,. 

BUN, 
BUN,. Een zekerefiort van koek, 
BUNCH, eenBoSytroSybondely buliybocl^el 

a Bunch of little fticks> een Takkebosje. . 

a Bunch of crapes, een Tros druyven. 

a- Bunch of Keys, een Bosfleutels. 
Bunch-backed, G^fbocbgeUy gebult. 
to BUNCH out, UytpH^eny nytwyken. 

Bunchmefs*, Buhigheyd. 
BUNDLE, een Bondely pak y bos. 

BunJle-wifc, In een bondely bos-wyze. 
tp BUNDLE up, Oppakkenyizamenbinden. 
Bpndkd, \' Zamen gepak^. 
BUNG ,, een Stopjely boMyJ^imdy prop^ ditsviL- 



BUN, BUO. BUR- 

I The Bung-hole, bet Bomgaty fpondgat. 

'to BUNG up , (to (log with a biing , ) Met een 

bom of fpond toeftoppen. 
Bunged up^ Toegeftopt. 
BUNGLE, een Lompe font y broddelwerk. 
to BUNGLE, Broaden y boeteUn y knoeijen. 
Bungled, Ferbrod. 

Bungler, een Broddelaar y boetelaary knoetjer. 
Bungler-like,. Broddelachtig. 
Bunglingly^ Op zyn broddelaars. 
the BUNT or a fail , de Bort van een zeyL 
to BUNT out, Uytzwellen. ^ 

BUNTING , Eenfoort van Leeuwerik. 

BUO. 
BUOY, eenBoeL 
to BUOY up, Opz^oeren. 

To buoy up a inip, een Schlp opboeijen. 

To buoy one up , lemand onderflutten. 
BUR. 
BUR , zie BURR. 
BURDEN, een Lafly poky, vracbt. 

To carry a burden, een Pak draageny un vracbt 
kruyen. 

a Beaft of burthen, een Lajibeejh. 
•> The Burden in a fong , een Vaers dat V elkeni 

in een lied berhaald wordty Jlotvaers, 
to BURDEN , Laaden , belaaden , bczvuaaren. 

To burden the confciencdy^t Gemoedbezwaaren. 
Burdened, Bezwaardy belajly belaaden. 
Burdener, een Laft-oplegger ^ belaader. 
Burdenfom, Laftigy moijelyk.. 
BVKDOCK y KSJ^kruy'd. zieBntr. 
BURGAGE, zeker Burger geld y als eene erkente* 

nss van den Landvorfl. 
(+}BURGANET, zekere Helm. 
tBURGEON , een Bot , Jbrust. 
to BURGEON, Bottenyfpriyten. 
BURGESS, ^^ir Burger J poorter. 
Burgesfliip, Burgerfibapy poorterfcbapyburgerrecbt-. 
BURGLAR , een Dief die buysbrJak doet , buys- 

breeker. 
Burglary, Huysbraak. 
BUkIAL, een Begraaz'enis^ lykjiaaifie.. 
a Burial-place, een Begrtntfplaats. 

Burial duties , LykpUrten. 

Burial folemnities, Lykflaatfijen.. 
Buriable, Begraaflyk. 
BURIN, een Graveer-yzer. 
to BU R I , Begraai'en y ter aarde brengen , bedelven* 
Buried, BegraavcUy bedolven. 
Burier, een BcgraiVjcr. 
to BURL , de Pluyzen en noppen van V laken afr 

plukken^ droogfchceren. 
Burfer, een Drootfcheerder. 
BURLESK, B'htrtig kluchti^. 

a Burlefquc ftile, Een botriige fisl. 
BURLY, Grofy dikenvet. ' 

taBorly-hrand, ten Groot zwaerd^ -^en groote woede. 

to 



¥ 
^ 



BUR. 

to BURN, Branden^ zerlyrandenj hrmidmerken. 

To burn day lii^ht, Een kacrs l*y dage brattden. 

To burn on's lilf, Zkh hrandcn. 

He burnt hfs fingers there, Hy heeft ^er ztch am 

gebrojud^ by heeft Vr zjynt hand gehrand. 
To burn away , Ganfch 'Terhranden , door *S I'Hur 

vtrUerd warden ^ wez-hranden. 
The grafs burns upon the 6cld jUGrojvettrandf 

op t veld. 
To burn up , Ftrbraxden, 
Burned, Gtbrand^ vtrbrand^ 

The vilJage was burnt with lightning, V Dorp 
verbrandJe door den blikfem. 
Burner, een Brander, verbrander^ handmerker. 
BURNET^ Pimpernel, [2eker kruyd.] 
BURNING, Branding, brand, verbrandrng, ™ 
brandcnde. 
The meat fmclls of burning , her uleefch myh 

aangebrand. 
a Burning coal , een Brandtnde iool, glocijinde 

iool J kool vuurs.- 
a Burning feaver, een Brandende horts. 
Burning] V, Jl brandende, 

to BURNISH, Brnyneeren, PoMfM, gJadvryven, 
oS* The deer burnifhes his heaa, hlet hert vryft de 

ruygte van zyne hoornen. 
Burnished, Gebruyneerd, gepoJyfi, gevreeven* 
Burnilher, een Brnyneerder, p'olyfler. 
Burnishing, Bmyneertng, poiyfiing , gladvryvtng^ 

— Brusneerinde, 
burnt; Gcbrand^ verbrand. 
Burnt up , I'^erbrand. 
a Burnt child dreads the fire, Een gcbmndkind 

fchroomt bet vnnr. 
Sun-burnt , Door de zon verbrand. 
a Burnt-offering, een Brmdr/ffcr, 
Burnt-clarct, Ileete Roode itjyn, 
BURR, Khibiadtn, kiiskruyd. 
a BURREL-FLYE, een Pa^rdc-borfiL 
BURROUGH, 1 p . ^, 

BURROW, \ een Burg, bnrgt, 

a Burrow, [covert] een SchMylplaais ^ fchuylhid. 

a Burrow for conies, een Konyne-hoL 
to BURST, Bar/ten, opbdrflen. 

To burrt in pieces, Inftukken barjlen.. 

To burft with laughing , Lachgcn das men barft* 

To burft out into laughter , In gelach npban- 

ten. 
To bnrft forth into te;irs. In traancn uytbarften. 
To burll with cuvy , Vanfpyt barjlcn^ 
His tears burlt out, De traantn a^tifprongen hem. 
Fire burlls out i£onc (trikcs tlic tone, Ah tjun 
op di-n fteen Jlaat, fpfingi hei vsmr doAruyL 
Burft, Geborjl^n. 
Burllcn , Gtfchturd, gebroken. 
Burftcnnefs, Gefcheurdheyd, brenk, 
BurlHng, Barfiinz, o^barfting, --^arjlendf^ 
BUKT, Zcktre Zcefihol oi Tarbot, 



BUR. BUS. 



BURTHEN, 



69 



JRTHEN, een Laft, paL I zh Bur- 

toEUKT¥iEH,Betaadcn,Li,iden, f den &c. 
BU RY, ccn Heertn-hnyf op *> land. 
to BURY, BcgraiTven^, bedehcn, Ur aarde bejlfl- 
ten. 
To bury in oblivion, A vergeetenbeyd hgraaven. 
Bury*d, Bcgrtiaven, bedolven. 
Burying, Begraavmg, --hcgraavtfnde. 
a Burying-placc, een Begraaf plaatu 

BUS. 
BUSH, ten Krenpelbofch, Doornbofch, baagdoorn. 
a Goofe-berry bush, ccn KruysbeJIcH boomtje.^ 
♦He hath not gone about the bufli , Hy heeft^er 
geen doekjes om gewonden, by goaf rccht door 
zee, 
♦Either a Bufli or a brake, Of baring of kuyu 
a Tavern bu^, een Herbcrgs krani, 
♦Good wine needs no bufli , roor goedcn vtyn 

beboeft men geen kruns uyt tejieekttt. 
aBufhofhair, een Haairbos, 
BUSHEL, cenScheepeL 
BUSHY, Haagdoornig vol kreupclbofcb*- 
a Bufhy beard, een Dikke baard, 
BUSIE, Beezig, zieBufy. 

When I am buiiefl of all , In myne grootjle biC* 
ztgbpd, 
Bufied, Beezig zynde. 
Builly ^ Neel beezig. 

BUSINESS, Beezigheyd, kandgebaar ,werk,zaak. 
That is not our bufinefs. Dot is ons werk mef. 
What bulinefs is this I IVat werk is ditl ivel waf 

is diS te zegten ! 
Come to the bufinefs in hand, Kom tot dt zaak 

zetfs. 
The bufinefs is over , Z)r zaak is nn voorby. 
He has enough to do about his own bufinefs, 
Hy heefi het ^naadgenoeg mtt zyn eygen wcrL 
What bufinefs had you there I tfW badtgy daar 

te doen ? 
I had bufinefs in hand, Ik httd lets om handen* 
To come into bufinefs , IVat te doen krygen. 
The bufinefs will not quit coft, bet werk is de 

koften met tt/aard. 
He niakcs it his bufinefs, Hy maakfer zyn werk. 

van. 
The bufinefs went on well iotmc^Dezaakging, 

my Hoar wenfcb. 
An ill bufinefs, Eenjlimmt zaak. 
To mind his bufinefs, Zyn tverk waarneemen. 
To follow his bufinefs, Zyn bcroep volgen. 
To find one bufinefs , Icmand aan werk belpem^ 

icmand werk verfcbaffen* 
a Pak t bulinefs , Een gehtypt of doorjloken werk. 
^a Hanging bufinefs, een hangende zaaL 
05" To do his bufinefs, Zyne dingen doen, zyn ge^ 
voeg dfjtn, 
Fultof -bufinefs , Zeerbeezig^ de handen vof 
werks, 

I 3 BUSK,. 



70 BUS- BUT. 

BUSK> eenPloffsjet^ ccn btlyn omvoorinccn 

ftyyc tabbcrd tc Itcxrfcen. 
BUSKIN, tenBrooskeHy laersje, 
Buskincd, Met brooskens gefchoeiiL 
BUSS, een KmSj zoeff, 
to BUSS, ZaeMOfj kuffim. 
BuiTcd, GezpcffJ. 
Buffing, Geiocffj gekus, 
BUSTARD, eenTrapgoMS. 
BUSTLE , een Geflommel^ gewoel. 

To make a buftle in the world, Een grange" 

woel in de waereld maakcn. 
She makes little or no buAle when ihe goes, I 
Zy heeft een zeer Jiillen gang. 
to BUSTLE, Stommelen. 
Buftling , Gejlommely ftommeling, 
BUSY^ ^^^Zsgy woelig, vjerkzaam. 
a Buiy day, Een woelize Jag, 
I. am very bufy now, Ik ben mu heel beezig. 
aBufy-body, een Albefchik ^ bemoei'dl^ albedryf. 
CO BUSY himfclf , Zich bemoesjen. 

BUT. 
BUT, Maar^ of^ dan^ bebalven^ mawr Meen^ 
He is but feldom at home, Hy is maar zelJen 

V buys. 
There wanted but a little, '/ Scbeelde maar wey- 

nig. 
She was hardly come in town, but he comman- 
ded her to depart, Zy was z» dra niet in de 
ftadgekomen^ OF by beval hoar te vertrekken. 
oSr No fody (aid fo but he , Niemand zeyde zo 
DAN hy. 
No body living ever touched me but he, JN&V- 
mand heeft my ooit aangeroerd^ bJlHALVEN hy. 
They disagree but about one thing, Zy verfihee* 

len MAAR ALLEEK oz^er eene zaai. 
He would' have told the matter, but that he was 



BUT. BUX. BUY. 

Butchered, Gejlagt, gemoard. 

Butchering, Slagting^ flartende. 

Butchery, Vleesbonwery ^ vUesbal ^ vleefchbank^ 
fluting y bloedfiorting. 

bU 1 i-'*^K, een Bottelter^ fcbmker. 

Butlerage of Wines, Zekere belMng op inkomende 
wyn , die V Konings fihcnker van ieder fcbip 
nujg vorderen. 

BUTT, eenDoelo{Paal/leen,iilso6kzekeriryn^ 

vat oivynknyp^ bondende 126 gallons. 
OCS^To run full ^utt at one , Met bet hoofdtegen 
iemand aan loopen. 

The Butt-end of amufquet^ De kolfvan eenmuskeU 

to BUTT, met Hoomen ftooten ^ rammeyen. 
To butt at one, Iemand met den hpftooten. 

BUTTER , Botcr , butter. 
Frcfh butter, Verfcbe boter. 

Bread fpread with butter, Een ftuk hntter en brood. 

Butter-box, een Butterdoos^ eengroote bntter^eetrr^ 
[een toenaam dien deEngelfchen aan de Hol- 
landers geeven.3 

Buttered, Gebotcrd^ butter op gefmeerd. 

Butter-fly, een U^'itje^ fchoenlapper. 

a Butter-pot , een Bntterpot. 

Butter-milk, Karnemelk. 

Butter-fiuice, een Bmtter-doep^ 

Butter-teeth, de Butter-tanden. 

Butter-woman, eeneButter4oerin^boterverkoopfler^ 

BUTTER-BUR, Peflilenciwortel. 

to BUTTER, Boteren, butteren. 

BUTTERY, een Spyskamer y provizie keider j bot^ 

BUTTING , een Stooting met hoornen^ '-^^fico* 

tende ^ ftootfch. 
BUTTOCIKS, deBitlen. 



Great-buttocK'd, IVakker geUld^ grootvanbillen. 

afhamed to confefs , Hy zoude zaak verhaald BUTTON, een Knoop^ alsmcde eenAker vaneem 
bebben^ had hy niet bejchaamd gewetji om bet neusdoeL 

' ' a Button-hole, een Knoopgat. 

a Button-maker, een Knoopmaaker. 
to BUTTON, Knoopen^ toeknoopen. 

To button his coat, Zyn' rok knoopen. 
Buttoned, Geknoopt. 



te bekennen, 
OJrThe lafl but one, De laat/ie op etm no. 

I cannot but pity him, tk kan niet anders dan 

hem beklaagen^ ik moet my modzaaUyk zyner 

erbarmen, 
03rBut that I feared my father. Had ik voor mynen Buttoning, Knoopingj ^.^^^knoopende. 



vader niet gevrefd. 
He was commended with a BVTjMenfreeebemy 

doch door was een MAAR by. 
But if, Maar indien. 
But yet , Maar echter. » 

BUTCHER, eenSlagtery vleesbonwer y fli^ger^ 
a Butcher*s (hop, een Slagers winkel. 
To play the butcher, ^en vleeshouwery amnreeb^ 
ten. 
a Butcher's- bird, een Sld^ers gaft. 
Butcher's broom, Rys-beezem. 
to BUTCHER, Su^en^ vleesbottwen^^>'^mmmQor' 
den. 



BUTTRESS , E^'ftut offciraag waarop eenig 
gebouw ruft. 
a Farrier's Buttrefs , een Paerdefinids fnymes , 

to BUTTRESS, Onderfteunen. 
BUX. 



BUXOM, BIyde, vrolyk, blygeejlig. 

To be buxom, Lufttg bhde zyn^ vrolyk 
Buxomly, Blydehk. vrolyk. 
Buxomnefs, Vrolyhheyd. bhgeefligheyd. 

to BUY , Koopen. 
To buy upon iroft , Te hn^ koepen. 



weezcn* 



*Iam 




BUY. BUZ BY. 
•ram not for buying a pig in a poke » Ik hop 

gccn hat in een zaL 
To buy one otF, hmand omkoofeMy imumd uyt- 
koopen^ 
Buyer , ecn Kooper, 
Cuying, K^&pmg^ irnhop^ —^^hopende. 

BUZ, 
10 BUZZ, [as bees,] Lhmmelem^ [als debycD,] 

To buzz ia one's cars, Auyfchen §m tuyttn ht di 
oorew* 

To buzz fiuo on's cslts ^ lemaxd m V f/or bLtazen, 
BUZZ.\RD, een Butard [zekete roofVoogel.J 
Buzzer, ten Brommcr^ ganz^r* 
Buzzing, Gei^rom^gedommfi^ g^^^^ r g^^y^ ^ fi^T- 

Zf/f£^ ^' bromtneHde. 
BY, 
BY, Door^ by. 

He was taught by mc, Hy u/krdi doer myrndxr^ 

weezem. 
He reaps no benefit by it, Hy trekftrgten vocr- 

deei myt, 
I found much good by it , Ik htVcr my zeer wrl 

hy bevondcn. 
Hard by London, Dkkt by Londen, 
By break of day , Mtt httatmbrctkemvmdmdag. 
By day , By dage. 
By candle-light, By de kaerfe. 
By chance, Bygevjt/. 
By birth a Loi^oner , e^^ Lomdenam' 'oam ge- 

boorte. 
By trade a weaver, Een wievervan ambacht. 
He faid it by heart, Hy ztyd het vam buyun, 
I befeech thee by the memory of my father, /if 

bidu^ &m de geheugenilfc tmnf Naders. 
He went by Harkm'to Rotterdani, Hy trokdoor 

Haarlem na Rotterdam. 
We went by boat, U'ygingen met defcbnyt. 
By all means, Voor alk dingen. 
By no means , Geewjim. 
Men are evil by nature, de Mewfihem zyn quoad 

van nathre. 
He took me by the cloak ^ Hy ^atte my by den 

mantel. 
He went by that name, Hy was by diennaambe- 

kend^ by gin£ onder diem narnn. 
Did he go by tea or by land ? Reyfdt by ter tee 

cfte iand> 
By the way , Langs den weg. 
The towers are higher than the wall by ten fctt , 

de Torens zyn wet tten v&et hooger dan de m»m- 

ren. 
Not by far, Op ver na nie$. 
By the balk , By de h(f^ in *t gros. 
By the way, In U voorby gaan. 
By degrees, Bygraaden. 
One by one^«Hr ZH>Qr een* • 
By rcalbn , Ter oorzaake.. 



BY. CAS, 



It 



By virtue of the InCmiaions given to him, t/yt 

krachte van de bcrichtfchrificn hem gegeeven. 
By ftcaJfh, Sreetsv/yte ^ ttr flnyi, 
cs>Hc was by much the moft learned of the Greeks, 
Hyging alle de Gricken mgeleerdbeyd zeerver* 
re te boven, 
(x5'By this time twelvemonth, V // nu eenjaargc- 
leJen* 
By that time I fliaH have done, Tegen dien tyd 
zal ik welgedaan hebben, 
0^Now we are here by ourfelves, Wy zyn hier 
nn maar alleem 
By it felf, Op zichzehen. terzyde^ ^zonderlyh- 
Hard by , Dtcht by. 
To fet by , Ter zsde zetfen, 
ff> To fet by . [efteem , ] Jcbten. 
By turns , By beurten. 
By chance, 'BygevaL 
By what place? Langs welke weg? 
By what means ? Op v/eik een wyze ? dtfor vfot^ ' 
middel} 
a By-path , etn Byt>ad. 
aBy-wav, een Afmegy omweg. 
a By-ena , een Onopregt oogmerk. 
a By-word , een Spreetufoard, zegswaard, 
a By-law, een Ordinanae^ keur^ willekenr, 
a By-place, etn Ajgekgene Plaafs, 
a By-lanc , eenfieeg ter zyde afloopende. 
By-ftander, een Byftander. 
By and by, Straks^ daadlyk. 
By the by . Ter loop , in V voorby gam, 
BY AS, Over helling^ omzwaaijing. «;/V Bias* 
to BY ASS , Doen omzwaaijen , omzetten, 
ByaiTed, Omgezet^ eenzydig. 
Byas-wife. Zydelmgs, 

BYRAMS, Btrmnpauts^ [zeker Ooftindifch lya- 
waad,] 

CAB, 

CABAL ^ de Geheymkunde [derjooden] Ka- 
bale. 
a Cabal , [private confederacy,] eenGeheymever' 

gadering^ bedekte t^Zamenf panning. 
He is one of their Cabal, Hy is een vertrouwd^ 
van hunne tzamcnrottingy Hy is een lid vam- 
hunne geheyme byeenkomjl. 
a Daiigerous Cabal , Een gevaarlyke aanhang, 
to CABAL, Gehcymen ram hondem^ tzamenfpan^ 

nen, 
Cabalifl, een Geheymkundige, 
Cabalillical , Geheymkundighk, 
CABBAGE, Buyskool, ko^L 
Cabbage- 1 ettice , "krop-falaa. 
Cabbaged, Koolswyzey kookond, 
CABHIN, eenHitt^ kajuyt^ fcheefskooi, 
CABINET, een Geheym verirekj fihatkiftje ^geld 

kasje^ kahinet. 
Cabinet-drawers , Schnyjjes of laadfjet van een ka* 
binct.. 



s 



7a CAC.CAD.C^.CAG.CAI.CAK.CAL. 
a Cabinet-maker , cen Schryfi^werker^ EbbtnhQnt- 
werker. 
^ The Cabinet Council , De Kab'met-Raad. . 
CABLE, eenKabcL 
j Cablifli , Rys van boomen. afgewaaid bout* 

CACHEXY, U'^iWgedoimheyd; geofcnbcyd, qkaOr 

de gefiehen'ss des Ughaams. 
CACAO, Kahutwj een Indiaanfche^neut daar 

men Sjokclaade van maakt. 
to CACKLE, Kaielen, 

The Cackling of a hen, V Gekakel van een hoe ft. 
CACOPHONY , IVanluydendbeyd van woordeu 

die op malkander volgen. 

CADE , een Vat. 
a Cade of herrings , Vyfhonderd baeringen* 
a Cade of Sprats , Duyzend SProtten, 

a CADE-lamb, een Lam dal fonys is opgequeeh* 

CADENCE , StemvaJlingj welJnyding , flof dcr 
reede. 

CADET, een Jonjrer broeder onder den AdcL 
CJE. 

CJECITY, Blindbeyd. 

CiELIBATE, eenOniehuwdcftaal. 

CAGE, een Konw J getraalyd inysje J vogehlngt. 
to CAGE, In een kouw fiuyten. 
Caged, In een hitvj gezeu 
CAI. 
to CAJOLE , Door fchoone woorden ^erftrihkem , 

bepraaten^ verfchalken. 
Cajoled, Bepraat^ verjirih^ verfcbalkt. 
Cajoling^, B.epraafing^ -^^^verfibaliende. 
CAITIF , Snood ^ fchebnachiig , een fihobbe- 

jak. 
Catifly, Snoodelyk. 

CAK. 
CAKE, eenKoek, bol. 
a Cake-noufe , een Koekbuys. 
a Cake-woman, een Koehwyf. 

aRofc'Cake, een Roozen-koek. 
to CAKE , Zich tot een koek zeuett. 
Caked, Gekookf. 

CAL. 
CALAMIN, Kalameyn-fteenyeen&cendseiX^tko- 

per mefigecl gemaakt wordt- 
CALAMINT, Kalaminth, (zcker kruyd) 
CALAMITOUS , ElenSg , jannnerJyk, ran^ 

CALAMITY, Elende^ eknMgheyd^ jammer^ te- 

genjpoed. ramp, 
CALAMUS, Kahnus. 
to C AL ANDER zje to Calender, 
to CALCINE, I M Kalk brandtn , Virkalken. 
CALCINATE, r tot flof bramden. 
Calcination, FerkaUdng. 
Cilciiutory, rm SmeltMrocs^ brMtd-wtn. 



- . CAL. 

to CALCULATE, Rekenen, nyttckenen, cvrr- 
Jft^ maaken^ berekenen. 

He does calculate himfclf for preferment, //y 
maakt Jlaat op verhooginge. 
Calculated, Uytgerekend. 

Calculating, Rikening, berekening, rekenendc. 

Calculation, Rekeningy overflag. 
Calculator ,een Rekenaar. 
CALEF ACTION, Unarming, venvarminz. 
CALENDAR , eei Almamai ^ 

Calender, een Kalander. C^eker wormtie) 
to KALENDER^ Kalandcren. 
Calandred, Geklanderd. 

Calendring, Klandering, klanderende. 

The CALENDS of the month , De eerfte dag der 
maand* 

At the Greek Calends , Tte St. Jutmit. 
CMJENTVKE, Eenheeukoortu 
CALF , een Ka{f: 

a Hind-calf, een Hinde-kalf^ hetjongvaneenhert* 
a Calves head, een Kalfi-hoafdy ren kalfs-kop. 
odrThe Calf of the leg, de Kuyt van V been. 
Calfe-fnout, (a herb) iVit Been, [zeker kruyd] 

Calves leather, Kalfs leder. 
CALIOO, Katoene hnwaad^ katoen. 
CALIGDStoUS, Donker, duyfter. 
to CALK, Breeuwen^ (werk in d^ reetcn klop* 
pen , als op bruggen of fchepen. ) 

to Calk a fliip, een Schip brtcuwen. 
Calked, Gebreeu-wd. 
Calker , een Breeuwer. 
Calking, Breeuwing. 

CALL, ernRoepj geroepy ' Oproepingdernao' 
men. 

To eive one a call , lemand toeroepen. 

To De ready at a call , Gtreed zyn als 'rr maarge* < 
roepen wordt. 
a Call to repentance, eene NooMging tot hoetvaer* 

digheyd. 
to CALL, Roepen y noemen^ beroepen. 

To call after one, lemand naroepen. 

To call again , TV rug roepen. 

To call back, Te rug roepen. 

To call back on's word, Zyn woord herroepen. 
OCf'To call off. Fan iets afroefen^ ontranden. 

To call one away, lemami uytroepen. 

To call one out , lemamd uytroepen* 
(XyHe will call you to an account, Hy zalreken- 

[chap van u eyfchen. 
(X^So they called her. Zo wierdt zygenaamd. 

How d^ye call this * Hoe moemtgy dit ? 

to Call aloud, Overluyd roepen^ uytfihreeuwen. 
OCPto Call the Council, Den Road heriepen. 
O^to Call for, Ontbiedeuy eyfchen. 

to Call for drink , Drinken eyfchen. 

to Call forth, Hervoor roepen ^ uytroepen. 

to Call one up f lenumd oproepen. 

to Call one down , lemmd afroepen. 

cS'to 



CAL. CAM- 

fCjTto Call in on-s money, Zyt$ geU Gpeyfchtn, 

to Call in oil's word,2^jj» woord in zyn bals hoar 
las, 

to Call in a Law , tene IVet berr&epen* 
IK^to Call in {or into) quellion , In twyfd trekkeit. 

to Call to an account » Toi rckcnfchap vordtren, 
Cj to Call to miad ^ zJ^ch Erinmercm^ zJch te tm- 
ncH brcHgen, 

Now I call to mind, Nu volt b^t my ##, nu 
fch'§et bet my in den zJff^ ttu denk iJ^er'aan, 

Call to niind, //^Wi indacbttg^hcrdtnk eens^denk 
tern naa, 

I Caird his countenance to nund , Ik begon zyn 
wcezen indiuhtsg te worden, 
c5'to Call to remembrance, Herdcnkefi^ zki erm- 
ntrcn^ 

to Call to one, lemand toerofpen. 

to Call upon God, God aanrocpcn. 

to Call upon one va )x\% way , lemamd im V voor- 
by i^don aanfpreeken. 

They called upon us for help , Zy baden ons om 
m hulpe, 

♦The pot calls the kettle burnt-arfe, Dcfn vcr- 
wyt den ketcl da$ by zvjare ts* 
Caller, ten Aoepcr. 
Callico, als Calico. 
Calling, RgeptHg^ Beroep^ ^^rocpende. 

What is his calling ? It at is zyn beroep^wat hetft 
hy om handen ? 

a Calling upon , etn Aanrtcpmg. 
CALLIDlTY, Lo9sheyd^ doortr^piheyd* 
CALLIMANuO, Kalammk, ot KaUmmL 
CALLOSITY, EcldMhugheyd. 
Calloii5, Eddachtig, 
t CALLOW, I'cderloos, kaal 
a Callow, e€H Jong meyfjt, 
CALM, Kaim.jlH, ^edaard, bezadigd. 

It erows calm , 'f IVordt kalm , V btkalmf. 

Calm weather, SiUweer. 

Calm, (Sublij eenKa/mU, bedaardbeyd, 

a Calm at fca, Ef» kalmtc op zee* 
to CALM, StiJietty d0€n bedaaren^ gerttft Jlelkn* 
Calmed, Gefttld^ hedaard. 
Calmly, Bedmrdelyk^ bezaadigdlyL 
Calmnefs , Stilte^ ^hedtMrdheyd, 
CALOT, ten Kidotje^ lee re mutne. 
CALTROP, eenf^^eiangel, mmkyzer, 
to CALVE, KalveHy een kalf vaanbrengen. 
Calved » Gekaifd. 
Calves, Kaivcrtpf. 
to CALUMNIATE , L^ercn , fcbandvlekken ^ 

eerrooven* 
Calumm'ator , een Lafteraar, 
Calumnious, Faamroovend^ lafierlyk* 
Calumniouily . Lafterlyk. 
CALUMNY, ee^LaJlerSng, klad. 

CAMAILy <m B*Jfchops purper gcwaad dM ozrr 



CAM. CAN. n 

den mdarok gedraagen vjordt, 
CAM CRICK, Kimeryks dock. 
I t. AM H , Ik quam , vnn To come, 
CAMtL, eenKameei. kemeL 
Camels hair, Kamecis baair. 
CAMELION, een Kamelion ^ [lektt dicr*] 
CAMERADE , een Makker , fpissbroer , kame* 

road, 
CAMERATED, Gtwelfd, 

CAMISADO , een Onverwmke myival by nmbl 
van foldaaten ^ die een hemd aver bmrntc W^c* 
nen bebbem aangefchooten. 
CAMLET, Greyn, grofgreyn. 

Hair camlet, Turks greyn\ macham. 
Watered camlet, Kamelou 
CAMMOCK, SiMrnyd, 
CAMOMIL, Kamille. 
CAMOISE, Opgekromd ^ platneuzig. 
CAMP, een Hefrleger ^ leger. 
The camp was fct upon , V Leger v/ierd^ be^ 

Jprongen, 
Tu pitch the camp, ^t Leger neerjlaan^ zicb lege" 

ren , de leger plaats affleeken. 
He pitched his camp hard by the walls, Hyfi&eg 
Zjck met zyn leger dicbt by de mtmren Ur nter* 
a Flying camp, een l^liegend leger. 
a Standing camp, een ya/l leger. 
Camp-fight, ee?i Kampj kampgevecbt. 
to CAMP , Legeren^ 

CAMPAIN, een yUk veld, vlakte, Veldtof^. 
To open the campain , De P^eldtogt be^innen* 
CAMPAGNE, een Legertogt ^ vetdtogL 
CAMPECHE, Kampeciebout, 
CAMPED, Gelegerl 

Camp -mailer, een Leger meefter,- ^ 

CAMPHIRE; Kamfer, 

CAN. 
I CAN, Ik kkin^ ik vermag. 

No bodv can tell, Niemand weefer van^ me^ 

mand ian V zeggen. 
They can ill away with it, Zy en konnen ^cr met 

mee over weg^ 
I cannot, Ik kan niet. 
I cannot tell , Ik weet bet niet> 
He cannot but know, Hy kan met aiders dan 

weet en , Hy moet het weeten. 
I caji \ but laugh when I think on*t , Ik moet lacb* 

gen als $k Vr aandenk. 
Can't you fee it ? Kontgy^t met zien'^. 
I can "t do it , Ik kan 't met doen^ 
As foon as can be , Zo dra als V weez^n ia»* 
CANARY, Kanarifcbefek, 

a Canary-bird , een Kamrry-vogeL 
to CANCIEL , Uytfcbrabben , dmrhaalen , door^ 
fireepen^ vermetigen^ rooijcercn^ ■ als Qok 
Bepaalen, 
Cancelled, Door/heept j vernietigd, * 

'Canceiliiig, Femietiging^ doorbaaling^ 

^ K CAN- 



d 



74 C.\N. 

CANCER, de Kreeft ^ccnd^t xn.hcmelstekcncn. I 
de Koftkcr. \ 

CANDID, Oprecbt^ zuyver^ v/h. 
CANDIDATE, ecn Amptverx^oekcr^ mcdcdinger 

Candidly, Ofrechthk. 
CANDLE, eenKaers. 

♦His candle bums within the locket, Zynekacrs , 
brandt in depyp^ hy goat na V end. \ 

♦When candles are out all cats are gray. By 
*■ . nacht zyn alle kattengraoMW. 

a Tallow-candle, ten Smeer-kaers. 

a Wax-candle, ecn IVaskaers ^ waslicbt^ 

a Watch-candle, eenNachtkaers. 

a Candle-wick , V Lcmmet o(pit van de kaers. 

To work by candle-light, By de kaers werken. 
% Candle-maker , eeft Kaerfemaaker. 
Cstndlctiick^ .ten KandeloiU'y Uaker. 

a Branch-candleftick , een Kaerskroom. 
. a HaDEing candleftick, een HmtgHMoker*. 
Candle-muners , eett Kaersfntiyter. 
Candlemas y Lichtmis^ Vrouwendi^g. 
CANDOR, Oprechtigheyd^ openharttgbeyd.. 
CANDY, aU Sugar candy, Stok-fmyker^ kandy 

to CANDY, Doorfitykeren^ konfyten. 
CandyM, Doorfuyhrdy gekomfyh 
CANE , een Rotting. 

The head of a cane, De knop van eem routing. 

Sug^-cane, Snyker-ried. 
a Cane-man , eem Rotting-verkooper^ 
Cane-bottom chairs , Stoe/en met rotting mattem. 
to CANE , Met een rotting affmeeren. 
CANEL, een Kaneelboont. 
CANIBAL, een Kanibaalj Memfchen-eeter. 
CANICULAR days, de Hondtdagen. 
CANKER, deKanker. 
the Canker in the mouth , fVater-kamker. 
4i Canker-worm, een RnpSy ryp. 
to CANKER, Inkankeren^ ineeten. 
CANN, een Kan. 

CANNEL, een Gent J goctj waterioozinjgy water^ 
leyding. 

The Caniiel-bones of the throat, de Krop^een- 
deren. 
CANOE, eenKanoy [eenlndiaanfchfchuytjevan 

eenen uytgehoiden boom.] 
CANON, Grofgefchmtj eenftuky regel. 

To (hoot oft' a canon , een Stmk affchieten. 
tSr a Canon of a Cathedral Church , eem Dombeer^ 

. kunontkm 
Tlic Canon-law , de Kerkefyke wet. 
Canonade, Kanom fcboot^ 
.Canoncer, een Busfibieter. 
CANONICAL, Ret^elnuuM. 

The Canonical Books , deRanonyhe ioekem. 
Canonical hours , Gttyden [tot dea Kerkdyken- 
dicnft.J 



CAN. C.\P. 
Canonically, Regelmaatiglyk. 
Canonicalnefs , Regelmaatigbcyd. 
CANONIST, een Kerke/yke Recbtsgelcerde. 
Canonfhip, een DMfbeerfciap. 
to CANONIZE, Heyilgeny imwyen, tot een Hey^ 

Jig maaken^ in U getal der lieyUgcnJleHen. 
Canonization, l Heyligin^^ Jielhng in U getal der 
Canonizing. f Heyltgen. 
Canonized, In V getal der Heyligen ge field. 
CANOPY , Een Hemel of fcderm wn ergens boven 

gedraagen te worden^ een paveljoen. 
CANOCOTES . Luydrucbtlg. 
CANOW, iiVCanob. 

CANT, £<-»^^>«Aii/^/4w/,gelykgaaiiwdicfs-taa!, 
kraamers luatyn. [Men leydt dit woordt at 
vanzekeren Schotlchen Predikant , Andrtes 
Cant gchectcn , die eenigc fprcekwyzen ge- 
bruykte , welke van niemand dan zyne gc* 
brocders konden vcrftaan worden. ] 
I CAN "[t^ voor I cannot, Ik kan niet. 
to CANT, Borgoens kappen J of Borgoem fnejfen; 
fpreeken gelyk de Roovers , gaanwaieven , en Heyt- 
dens ; eem gemaakte wys van fpreeken gebruyken. 
aCANT-piece, een Zinnebeeldy beeUwerk. 
Canting, een f^alfibe Jpraak ^ een gemaakte wyze van 

fpreeken. 
CANTHARIDES, Spaanfebe vliegen. 
CANTICLE, eenGeiang, lied. 
C ANTLE , een Stnkje , fiookje. 
a Cantle of bread, een Homp dfboek broodt. 
to CANTLE out, Aanftnkken deelen. 
CANTON, een Landftreek, Kanton. 
to CANTON, Kantonneren [gelyk dcfoldaatcnj 
to C ANTONIZE , In kamtonTverdeeUm. 
CANVAS. Kanifas. 

to CANVAS, Ondertaflem^ een took ttytziften. 
Canvafled, Ondertaft^ ^y^^plnyfd. 
Canvaffing, Onderzoek^ ondert^ng. 
There is a great canvafling , Vaar it een byjler 
onderzfiek om , men woelter wakker om. 
CAP. 
CAP, eenM/itSj boedy kap^ karpoes. 
a Fur-cap , een Bontemuts. 
a Leather-cap, een Leere karpoes. 
" a Night-cap, een Slaapmnts. 
a Square cap, een vierkante ofvierboekte mnts. 
To come with cap in hand , Met den boed in de 

band komen. 
fTo caft on*s cap at one, Zicb verwonmen be* 
keftnen. 
to CAP , Den boed afiigten. 
a Cap-maker, een mHtfemaaker. 
Capper, een Mutfekraamer. 
Cap-a-pe , f^an V bocfd tot de voeten. 

Armed cap-a-pe, Geheel in V bamas. 
to CAP vcrlcs , Faerzen om fhryd opzeggen \io dtf 
de een een vaers noemt dat met dezeltdc let- 
ter hegint, daar dcs jUKkrs xnede eyndigde. 

CA* 



CAP. 



CAPABLE, Mapig^ he^Maam^ *vermoo^endy va^ 

baaTy bevatutyky omSvsmghaar^ antvanklyk* 
Capable of doing a thing, Heqttiiam om Uu ie docn, 
il Haven capable of the greatclt (hx^^^eenUitvem 
dit dc ffroQtjJc j'chefept B^uatn km* 

cSilky/'' f ^'^^^^^g'^^ hcquaamhtyd. 
CAPACIOUS, Ruym^ w\d HStgeftnkt^ vathaar, 
to CAPACITATE liimfelfjZra bequmm maaken. 
Capacitated , B cqnaam gemaakf, 
CAPACITY, Bevatulykheyd^ ^<K0?> h^uaam- 
hcyd^ Vdthadrbeyd^ vermatinn. 
Of good capacity5>'<ii* ecnfuclle bevaitingjchran^ 

der van bcgrtf, 
I don't qucltion his capacity, Ik twyftl am zynt 

bequaamheyd met. 
The book is fitted to the mcaneft capacity, V 
Boek is naar *s bejrip der gener ^ ate van dc 
kleynjlc kennis zyft , ferUht, 
CAPARISON, einKapcrfon. 
CAPE, eenKaap^ nythock, 
CJrThe Cape of a cloak, de Befv/trt een mantel 
CAPER, f^« Rooffcbip, kaper.:^% mcdc eenfprong. 
to CAPER, I . J 

to Cut capers, f ^P''''^'^ '^'''' 

a Cros-capcr, een Krulfprong^kromme fprong 
priooL 
CAPERS , Kapperr, 
CAPILLARY, Haairi^, 
CAPO AL, Hor^it^/yk, 

a Capital letter, ce» floofdlefter ^ groote Utter. 
Capital fins, Hoofd-zonden. 
a Capital ottcnce, een Hals-zaak. 
the Capital Hock , Dc Hoofdfim , V kaphaah 
Capitally, Hoi^jdzaaklyk, 
a Capitaiioii-tax , Hoofdgeld. 
CAPITOL, V Roomfih KapitooL 
C APITU L A R , Haofdeeli^, 
to CAPITULATE, In ^nderhand^lmgt treedcn^ | 

verdragflnkken opflelUn. 
Capitulated , In V verdrag bedongen. 
Capitulating, In ^nderhmdeling treedendc* 
Capitulation , ten f^erdrag^ vtr^agspHmten y vtr- 

dra^shandelmg^ 
CAPON, ec» Kapoen. 
Caponet, ee^ Kapoentje, 
CAPOUCH. zic Capuch. 
CAPPING, Hoedafifgtsngj hedafneemit^. 

Full of capping , ^Gedatirrg met de Baed m de 
hand* 
CAPRI CIO or Caprice, /f» Etnzinnige drrfi^h&of- 

digbcydj ecnzinmgheyd. 
Capricious , Eenzmnig , 'grilziek ^ cygemvys^ h^fdig, 
Capricioufly, Eygcnzinniglsk, 
Capriciousricfs ,' " Eenzinnfgheyd , eygenzinnigbeyd ^ 
hoofdigheyd. 

CAPRICORN, de 5t€€nhk, [eai van dc xii he- 
mels tckcnen*] 



CAP. CAR. n 

CAPRIOLE, een Kmlfprong, 

CAP STAIN, hct Braadiptt of de dramhom [op 

ctn IchipJ 
CAP PAIN, een Hat^dman^ hopman^ kapiteyn. 
The Chief Captain , dc Oppcrhotifdmjf^. 
The Captain General , de Oppcr veldbeer. 
a Captain ofhorfc, een Ritmetfter, 
a Sea-Captain , ten K^^heyn tcr zee. 
Captainihip , Hoafdmanfchajf , hapmanfihap j kaph 

tfvnjch^, 
CAPilON , een Atteftatte van een nytgevi^erdem 

iaft. 
CAPTIOUS, Begrypelyk^ liftig^ warzf^ekend. 
Very captious , Kondom j^herf ^ dte overaliets ef 

te Zeggen keejt* 
a Captious fellow , Een Jlimme gaft^ een d^or^ 



trapte vogcL 
Captiously, UjliglyL 
Captiousrieis , Bcgrypel 



3i*/rypelykheyd^ Uftigheyd^ €in W4r* 
zoekende asrdt. 
to CAPTIVATE, Gevangen neemcm. 
Captivated. Ge%tifggen geleyd, 
Ck¥Tl\E,eenGevangm. 
t^ ^.,*... iT. _ ,. , . fgffgenfs^ 



Captivity , Gevtmjrcfffchap^ jtevd 
|CAPT(JRE, l^ngft, ro\r. 
,ka- C A? VCH, een Monmkf'kap. 



CAPUCHINE, een Kapucy^er. 

car; 

CARABINE, een Kcrt vnnrraery katabyn. 
CAR ACK , een Spaanfc kr.iak, 
CARAT, eenKoTiUity [gewigtjc van iv grey n.j 
CARAVAN, een Karaviume, [zynde een groottf 
bcnde reyzigersdiein deOorterfchclandeiitxa* 
men revzen. 
C A RAVEL , een Kart'eel, heijer. 
CARBONADO, Kodgehraad , r^oprgebraad ^ 
katbonnde. 

CARBUNCLE, een Karhonkel , pefikod, 

QCS^a Carbuncle in the eye, een Paerl ap V oog. 

CARCANET. ^/V Carkanet. 

CARCASS, een Do&d-itgbaam i lyk^ r&mp, *— ^ 

een karkns* 
t CARCELL AGE , Sluytgeld, [dat aan ccncn Ci* 

pier bctaald wordt. 
CARD , een Kaurt^ fpccikaart. 

To fhnfle the cards, de Kaarten vcrfckieien. 
To deal the cards, de Kaarten nytgeeven. 
To pack the cards, de Kaarten tzamen leggen. 
To cut the cards , de Kaarten afzetten. 
To play at cards , Met de kaart fpeelen , troevet^, 
a Coat-card , een Kamt dtiar een menfcbfn bccld 

opjlaat , een honneur. 
r The Heart, het Hart. 
The Diamond , dc Ruxt. 
The Club, de Klaver^ 
The Spade , dc Schop. 
The Knave , de Baef 
^ Trump, Troef, 




H 




76 



CAR 



Cardplaying, Kaartfpeh 
a Sea-Card , ecn jteekaart. 
a Card for wool , een tf'ol kaart* 
toCARDj KaartcM. 

To card wool , IVol kaarten. 
CARDAMUM , Kardamom. 
CARDED, Gekaard. 
a Card-maker, een Kaartentaakfr. 
Carder, een U^olkaarter ^ wolkaartjlcr. 
CARDINAL, yoornaam^ hoofdzaaklyk, — ^^/r 
Kardhtaal 
The four Cardinal virtues, as. Prudence, Tem- 
perance , Jufticc , dnd Fortitude , De vier 
hoofd'deuf^den ^ ^/f , Wyshcyd , Maatigheyd, 
Gerechtigheyd, en Dappcrheyd. 
The four Cardinal winds , de Vier hoofd-winden. 
a Cardinals cap , een Kardtnaals-boed* 
Cardinalfhip, Kardinaalfchap, 
CARDING, tFolkaarting. 
CARDOON, zekerDiftel. 

CARE, Zorg.tezor^SeydjZorgdroitgendJbeydjZorg' 
vuldigheyjj vlyttgbeyd. 
To take care of \pr for) a thing , Zorgdraagem 

voor sets. 
There is fufficient care taken, Z)Air isgoede zorg 

gedraagen. 
Take no care for thmt^Bekommerudaarnietover. 
To have a care, Zargdraagen^ toezjen. 
We will have a care of it, ^Vy zulknW zorg 

voor draagen. 
Caft away care y Ztt de zorg aan een zy* 
10 CARE, Bezargenj hekommeren. 
Wharcarcl? H^'atgeefik^er om^ wa^febeeb bet 

my , wot vraag i/rer na ? 
1 do not care for 't , Ikgeef^er niet om , ik vraag 
Vr Kict na^ ^tfcbeelt my niet. j 

I don't care a pin for't, Ik geefer met een zier . 
om. I 

He cares for nothing, Hy zorgt nergenx voar^ by 

geeft nergens om. 
He cares for nobody, Hy geeft om niemand. 
tfJ'I don't care if I do it,//t zou V weUigt doenook. 
Cared for, Voorgezorgd. \ 

to CAREEN, Krengen [als een fchip] kiel- 

haalen. \ 

To bring the fliip upon the careen^ V Scbip kiel' 
baa/en^ of zy baaicm. 
CAREER, een Loop ^ renperk^ ^vedloop. 

To run his career, Zynen locp loopen^ 
CAREFULL , Zorgvuldig ^ bezorgd^ Zwrgtbraa* 

gfftdy bekommerd. 
Carcmlly, Zorgvuldiglyk. 
Carcfulncfs, Zorgvukugbeyd^bekommerdheyd^zorg' 

draa^endheyd. 
CARELESS, Zorgeloosy kommerhos^ acbtehos y 
onachtzaam. 
Carclefs in his drefs , Sbrdig in zyne kUeding. 
a Curelcis perfon, een Atbtckos mtnJiL 



CAR. 

Carelefly, Zorfelooskk^ onaebtzaamlyk- 
Carelesnefs , Zorgeloosbeyd , kommerloosbeyd , on- 

acbtzaamheyd^ acbteloosbeyd. 
CARESS, GejireeL Uefkoozing^ troeteling. 
to CARESS, Streelen^ li^oozenj troetelen. 
Careflcd, Geflreeld, geliefkoofd. 
CARGASON, I een Bevracbting , fcbeepsLia* 
CARGO. } ding. 

a CARING for , een Zorgdraaging. 
C ARION , or Carrion , een Dood-aas^ I^^^Zi karonje. 
CARKANET, i^rCarknct, een Halsketen , kar- 

kant. 
Carkas. zje Carcafs. 
to CARK and care, Zeer bezorgt zyn^ groote be* 

kotumering bebben y knyzen. 
a Carking cart, Een knyzende zorg. 
t CARLE, een Forfe vent y een ruuwe gaft. 

An old carle, Een oude beftevaar^ een oude paai. 
a Carle-cat , een Kater. 

C ARLIN A , Karline , Everwortel, [ickere Diftcl .] 
a CARMELITE Fryer , een Karmeliter Monnik. 
C ARMENIA wool, Kiermanfe wol. 
CARNUNATIVE, IVindverdryvend, windbrec- 

kend. 
aCarminatfvc, een IVindbreekend geneesmiddcl. 
CARMINE, Karmyn ^een fcboone hoogroode verw. 
CARNAGE, rieejcb ofafval dot men den honden 

naa de iazt zeeft , — een bloeSad^ fl^SC^'^Z* 
CARNAL, Kr/^^i. ^ * 

Carnality , FUefcllyliheydj vleefcbehke luft. 
Carnally , Fleefcblyker wyze , vleejchlyk. 
To have carnally to do with a woman , Vlee-^ 
fcbelyke gemeenfib^ met een vronv/menfcb bm-- 
den. 
CARNATION-colour, Hoog-roody inkamaat. 
CARNEVAL, Vaftenai'ond. 
t CARNEL , een Scbcepje. 
CARNIVOROUS, Fleefcbtreetend. 
CARNOSITY, VUefcbacbtigbeyd, vleejfigbeyd. 
CAKOB, St, Jans broody [leker gcwas.] 
CAROL, een Kers'lied. 
CAROT , een Geele wortely peen. 
CAROVE. zie Carob. 
to CAROUSE, Luftig zuypen. 
CARP, eenKarper. ^ 

to C AJRP , Plukken , pluyzen , bedillen , muggeziften. 

To carp at e\'ery thing , Alles bedillen. 
CARPENTER, een Ttmmerman. 
a Mafter carpenter , een Meejler timmerman , 

Timmermans'baas. 
a Carpenter's (hop, een Timmermans winkeL 
Carpentry, Timmerkonfi ^ Timmenverk. 
CAKPEK, eenPluyzer, mnggezifter. 
CARPET, eenTapytyfprey. 

The bufinefs is upon the carpet , De zaaf is op 
■ bet tapyt. 

a. Turkey-carpet , een G^ikt tapyt , Tnrkfib tapyt. 
a Carpet-knight, een M'sttebroodt kind. 

CAR» 



CAR. 

CARPING , PlMkksng^ g^pl^yU '^pifiys^nde. 

Carrack. ztc Camk. 

CARRAT. zit Carat. 

CARRAWAY, Kcrw€^ hof-komyn, 

CARR. zic Cart. 

CARRMAN, e€H Karremofi. 

CARREER, £CM Loopy reftperi, loopbaan^ ren- 

7?r)'iV, wcdloop. 
CARRIAGE , Gedrag , aaptjlelliftg , omm^g&ng , 

handcl en wmd^i y Ifag^nvragSy voerhoff. 

— - - l^oerttiyg. 
Beads of carriage, Lajihejlen, 
A ibip for carriage, cen Laji-fihipj eem fihip om 

6ocderen te voerea. 
arriage for Ordnance, tern Affuyty rolpaetd 
voor ^t^efcbut. 
The carriages of an army , Pakkaadje va» een 
Itger, 
CARRIE R , een Draper ^ Foermam. 

a Carrier of Letters , |^ een Boode ,' briefdraor 
Letter-carrier* f g^r, 

\Vo fend a thing by Tom Long the carrier, lets 
door een jlojfe boode zende^j of achfcrlyk zyn 
met iets te zendtn^ 
Carried > Gcdraagen ^ gevocrd^ — -^ aangejleld. 
CARRION , or Carion , een Kreng , —pry ^aronje. 
CARROT , ecH Geele worn*lj peen. 

Red carrot, BietworteL 
to CARRY, Draagen^ voeren^ brengeWj aan-^ 

Wfeilen, 
har anfwer OialJ I carry from you ? IV^u am- 
WQord zat sk van u brengen ? 
To carry himfeJf well, Zkh ivel draagen. 
Learn how to cart)^ your felJ"\ Leer me gy m be- 

boon te draagem* 
He did not carry himfelf fo as he ought to have 

done, //y droeg zicb met ah V hehoorde* 
Has he carried himfelf fo ? Hetft by zUb zo aaw- 
jeJleU> 
i>They fhall not carry It fb, ''t Zal zo tffen met 
met hen afloopcn^ zy ZPtlien '/ Vr z** niet door- 
haakn. 
O Corn carries a price ^ *tKocm it vrybot^inprys. 
05" To carry it, de Overhand behoudew ^ iets door- 
haakn^ overbaaUn, 
To carry the day ; to carry the bell , De ot'er- 
Winning ivegdraagen ; den prys bchaalen. 
((> To carry the caule , Dc zaak winnen. 
a5*To carry it high, Hoeg opgeezenj wMer opfn)- 
den. 
To carry it fair, Schoon voordoenf zi^b minnelyk 

draagen. 
To carry ft fair wfth one , Zich befcbeyden en- 

frent semand draagen. 
^They carry two taces under one hood , Zy 

blaazen beet tn hut nyt een en monJ, 
He- will ctirry his marl to the grave, Dat Zitl 
hem aanbangen tot mn U gri^toe. 



CAR, 

♦To carry coals to Ncwcallle, J/>/im'ii na Noor^ 

wegi^n brengen^ water in dc zee draagen. 
To carry about with him , By zicb draagen 
met zich votren, 
cS'To carry all before one, Alles wot V in den 
weg Jlaat doen wyken , al/es voor, zich doen 
bnygen. 
To Carry on, Aanvoeren^ voortzttten^ bevorde* 

ren, a^ndryven* 
He will carry on the bufincfs, Hy zal de zaak 

wel xwortzetten. 
To carry on the warr, Den oorlog voereny of 
voorizetten, 
cdrHe is carried on by his own defirc, Hy luord^ 

door zyn eygene begeerte aangedreeven, 
flCj'Ta carry out an opinion, een Gcvoelcn Jiaande 

bmden, 
33^ To carry off, IVegJleepen^ dooden. 

To carry a thing through , lets doorzetten. 

He wants money to carry him through, /jf)'i6^r/i 

geld van noode om bem door te helpen. 
To Carry away , Wegbrengen , wegvoeren. 
Carry 'd, Gedraagen^ ge^oerdy gebragt^ ^^aan* 

gejleld 
odrHe carr)^*d it againft the other Lawyers, /fy 
haalde bet over tegen de andere Advoiaaten , ^ 
beeft bet doorgebaa/d, 

Carrving, Draagmg^ brenging^ draagende. 

a Vcliel carrying fixty guns , een Scbip voerende 
ZefUgJlukken, 
CART, eenKar. 

2l Little cart , een Karretie , irnyw^entje. 

To drive a cart, Een iar voeren^ me$ cos kar 

ryden, 
a Dung-cart, een f^ulliskar, 
a Chilas cart, een Kinder^wagentje. 
a Cart-harnefs , een TrekzeeL 
*The cart is fet before the horfe, De wagen trekf 
bet paerd^ de kar Jlaat vour ^t paerd, 
a Cart-load, ten If^agenvracbt, 
Cart-rut, bet U'agen%oor. 
a Cart-wheel^ een IVt^enwieL 
Carter, eenharreman, wagenaar^ voerman, 
to CART one, lemand aan een kar vafhnaaken. 
CARTAKER, een Overjle ^ IVagenmeeJler (in 

een heir.) 
%CM<TH\SS\h'H-Yrj^,eenKanhmzerMonnik. 
CAKn LAGE , Kraakbeen. 
Cartilagincous , Kraakbeenir. 

CARTOUCH, I rri.fj- l j 
CARTRIDGE f fcn Ueji/jutslaadtngy kardoet, 

C ARTWRIG HT , eem tragenmaaker , radem^er. 

to CARVE, Ken^en^fnydcn^ beeldbouden. 

To carve meat-^ Vlecfih fnyden. 
fS" To carve out his own fomme , Zyn eygen voor* 

deel bctracbten ^ Zynfortuyn maaken* 
iCarjcd, Gekurven J gefnecden J nytgebouwen. 
\ Carved iiflagcs , Gefneedcnebeclllen. 

K 3 Cori 



H 




79 CAR. CAS. 

Carver, eenBeeldfisydcTy beeldhouwer. 
Carving, Kervlng^ f^y^'fgj beeldhonwlng ^ *— 
fnyaende. 
Antick carving, Ouderwets lofiverk. 
a Carving-knife, een yoorfnytms ^ fafelmes. 
CAS. 
CASE, eenZaak^ jre^fal. 

The cafe is altered, V Gevalis veroftderd. 
Put the cafe it be fo, Genumcn dot bet zo zy. 
♦The cafe is brought home to my own door, 
Dc zaak is my zclven voor de fcheenen gcfpron- 

a ^afe (in Grammar,) ccm NaamvaL 
In cafe of complaint, Inf^evailt van klagte. 
It is a plain ca(e, Dc zaak blyh klaar. 
A cafe in Law, cen Kechtzaak^ pleytzaak. 
f> To be in a fad cafe. In eenen jammcrlykcn Jlaat 

zyn. 
a CASE , [ to put any thing in , ] een Doos^ kasje , 
kaokcr, 
a Pin-cafe, een Speldekokcr, 
a Needle-cafe, een Naaldckoker. 
aSpeSacle-cafe, een Bril bnysje. 
a Comb-cafe , een Kam-huysje , kamtne^as. 
a Hat-cafe, een Hoedekas. 
a Watch-cafe, een Horologie-kas. 
a Piftol-cafe, de HoIJlcr van een tiJiooL 
a Surgeon's cafe, een Barbiers koker. 
a Bottle-cafe, een FleJJckelder. 
a Letter-cafe, een Bnevetas ^ """^letterkas. 
to CASE, I In een doos of kas doen^ kaf- 

To put in a cafe, r fe»- 
CASEMATE , een Gat in de wal daar men gcfchnt 
ustlegt^ een ^civelf^nder de walwaar infchiet- 
iaten zyn^ kafemat. 
CASEMENT, een Kykvenftertje ^ een glaze liens- 
ter dat men open doet. 
Open the cafement , Zet bet venfter open. 
a Merchant's CKSH ^ eens Koofmans-kajji^geldrkas. 
To have mony in cash, Getd in kajje bebben. 
a Running cash , Geld dat nietjiil Icjjrt. 
CASHIER, I een Kasbonder ^ wiffelaar , kaf- 
Cashkeeper. • Jier. 
to CASHIERE, Den zak geeven^ afdanken, ont- 

Jlaan. 
Cashiered, Afgedankt^ de zak gekreegen ^ ontJUgen. 
CASINGS , Gedroogde koejlront om te branaen. 
CASK, een Fat ^ — een Stormhoed^ belm. 
To head a cask , een bodem aan V vat maaken. 
Tafting of the cask , Fatvuyl^ naar V vat fmaa- 
kend* 
CASKET, eenDoos^ kiftje^ kasje ^ koffertje. 
CASSATION, Affcb^g. afdanking. 
CASSOK, een Lange rok^ kazak. 
CASOLET, een Metaale renkvat. 
CAST , een If^orp , fmak. ' 

aStone-caft, Een fleenv^orp. 
^% Caft of one's office, ten Pr9ifJitdL 



CAS. 

(X^a Caft of the eye, een Oog-ltmk. 
To fee all with one caft of the eye, AHes met 
een opjlag der oogen zien, 
o5*Thcv arc men of his caft, Het is volk van zyn 
alloy. 
To be at the laft caft, 7i/ bet ityterjie gekomen 
zyn^ niets meet bebben om by te zetten^ raadc^ 
loos ft Jan. 
♦It was at the iaft caft , V IVas de laatfte toevlngf^ 
^tftondt^cr bachlyk gefcbapen ^ V ruhen^er hjiig 
aan^ ^t ftondt wakker ot> V tipje. 
OCja Mcafuring caft, een Ontv/erp, een zuerp daar 

onder af(£iar over. 
od'a Caft of Hawks, een Flngt f^alken. 
a Caft-net, een U^erpnet 
to CAST, liWpen ^ fmyten ^ gooijen^finakken^gie- 

ten^ overftag maaken. 

To caft anchor , V Anker uytfmsten. 
To caft a block in one's yrnj^temandeen zvjaa- 
righeyd voorwerpen. 
•> To caft his rider, Zynen beryder afwerpen^ [als 

een paerd.] 
a>To caft account, Rekenen^ cyfefen. 
To caft one's nativity , lemands geboorte^ot uyt^ 

rekenen. 
To caft at, Na iets werpen. 
He wilfuHv cafts away himfclf, Hy fmyt zicb 

Zelven alwillens wcg» 
Caft away care, IVerP de zorg weg. 
To caft awry , OverJwars werpcn. 
«> To caft back one's eyes , Zyn* oogen te rug wen- 
den. 
To caft darts, Pylen frbietep ^met fihicbten wer- 
fen. 
oS^l o caft the fkin, I Vcrvellen , de buyd afleg- 
To caft his coat, i gen. 
To caft on's teeth , Zyne tanden verwijjclen. 
a>To caft in one's dilh, l^erwyten^ vooriucrpen. 
To Caft about, gintjcb en weer wcrpen^ ■ 

Overleggen. 
ccJTo Caftan ill fincll, Een juaadclucht van zicb 
geevcn. 
To cart a heat , eetf Hitte uyrgecven. 
To caft down , Neerwerptn , uecrftaan^ neer^ 

fmyt en ^ neerflagttgmaaken ^ verfiaa^. 
If we do but caft down our eyes , Indien wy on^ 
ze oogen maar neerflaan. 
aS*To caft forth beams, Straalen uytfchieten. 
To caft forth a breath, Een zucht loozcn^ een 
Zticht ustboezemen^ ademen. 
Qti'I have caft with my felf all my inconvenience*;, 
Ik heb by my zelven alle myne ongemakkcn ecns 
nagedacbt, » 

To caft lots , Looten^ V lot werpcn. 
OC^To Caft metal, Metaal gictcn. 
To caft a bell , een Khkgietcn. 
e>To caft a thing into form, lets eenegedaante 
geeven. 

c*To 



r 




CAS. 

cJrTo cart htmrtlf upon one's courage , Zui cf 
icnmmis khekmoedtgheyd zerlaaiett. 
To caft a mill over the mind , Hct gtmoed bene- 

g>To caft off, Afujerf€n ^ verwerpen ^ achtir 

He may chance to caft us off, Mfjfchicm zal by 
om zterwerpen^ o( zJchyan em cmjlaan. 
«> To caft otf a garment, Ec« kUcd aflcggea. 
^ To caft off the lines , Dt regeh ^ulUwy (gclyk 
dc Drukkers.) 
To caft out, UytVJtrpen. 
He could not be caft out of the town, Men kon 

hem met mt de Jlad verdryven. 
To caft outlDevils, DuyveUn ttjtwcrpen. 
To caii out foam, Uytfchuymen. 
05* To caft his adverlary at the bar, Zyn party in 
rechte verwim/eft. 
To be caft y V Aeehf verkoren hekkem* 
To caft into a deep, Im jlaap behen. 
To caft a ftieeps eye at one, iemattd belmhn ^ 

begluHTcn^ over dvjor s aanky ken* 
The fea did daily caft the fpoils upon the ftioar, 
Dt roof wierdt dagelyks daar de zee aoMjlratfd 
geworpen. 
To caft up, Opwerpen^ hraaien^^^^oprekcpiefi. 
To caft the young, Jongen werpen. 
♦To caft water mto the Tames, IVater in de 
zee draageff. 

Caft, Ge-worpen , gefmeeten y gegooidy gegoo- 

ten [als mctaaLj 
Caft about, Verpngerd^ verfpreyd. 
Caft abroad , Verftrooid, 
Czd zw^y y ff^eggeworpefr ^ vergaam ofgezoftken^ 

fals een fchip!] 
a Caftraway , een l^erworpel'tng, 
Caft down , Neergev/orpen , neerjlagtig , verflagen. 
^ Caft [by the Jury , J yer&ordeeid door bet Hecht, 
Caft out, Vytgeworpen ^ uytgejhoten^ te vonde- 

Ifffg gelegd. 
Caft up , upgewarpen ^ uytgeiraakt j*-^^— opgetiU. 
CASTANETS, Kiaphoutjes, iaflanjctun^ 
CASTELLAIN, (the Conftuble of aCaftlc,) een 

Kafleleyn. 
CASTER, eenGooijer, werper^ gieter van eenig 

mctaah 
to CASTIGATE, Kaflyden, 
Caftigated , Gekaftyd^ gerechtlgd. 
Cafttgation, Kafiydjng^ tnehttging, 
Caftii^arory, TucUigend, 

CASTING, Gootjingj wtrphg^ fi»yti^gy g^^^g 
vmt eenig metaaJj ^— werpende* 
a Caftfng about , een Verfpreyding^ 
% Caftmg the coat gt iTtin, een vervelVtng. 
a Caftiiig of nativities , een Uytrekening van ge- 

boortftondew. 
a Cafting out, een Uytwerping, 
iJa Cafting voice, Een dQordringendi Jlem. 



CAS, CAT. 7J 

CASTLE, eenBfirg^ /lot, kaJhcL 
♦To buiid caflles In the ^r^K/i/leelen in de luehi 
boHwen, 
Caftlc-kccper, een Shtvoogd^ kafteleyn. 
Caftle-foap, Spaanfibe zeep, 
CASTLE-WARD, Zekere fibatiing weike de ge^ 
ne die onder ^tgebied van een kafteel wooncn toi 
onderhoud deszelfs moeten opbrcngen , als ook '< 
Recbtsgebied des kneels. 
C.ASrLING, eenMfsdragt. 

CASTOR, eenBever^ beverboej. 

to CASTRATE, Lubben ^ fnyden, 

Caftratcd, Gelubd. 

Caftration, Lnhbing. 

CASTERIL, [zckere vogcl] een Steenmeezf* 

CASUAL- Gevallig y JocvaiSg, 

Cafually, Bygeval. 

CafuaJty, een Toeval^ gevati/gbeyd. 

CASUIST, Een d$e geweetens z^en verhandelt^ 

eengevtdknndi^e, 
CASULE. ;^>Chafuble. 

CAT- 
CAT, een Kat. 
♦When candles arc out all cats are gray, By 

nacht zyn a/le katten graattw. 
* When the cat is away the mice play, Ab^t btk 
van den ditm is dan i$*er geen ontzag, 
•Cat to her kind , Elk zoekt zynt gelyh* 
Cat in pan, zie Catipan. 
♦To turn cat in pan, Overloopen ^vmt partv vet* 

anderen, 
a Civet-cat, een Chet-kat, 
a Musk-cat, een Alusknj'kat, 
a Pole-cat, een Boning. 
a Gib-cat, een Kattr. 
Cats-mint , Nip (lekcr kruyd.) 
CATALOGUE, een Lyft^ naamrol, naamlyft^ 

regi/ler. 
CATAMITE^ een Scbandjon^en, 
CATAPLASM , een U'ondbeelers pap. 
CATARACT, een H^aterval , als ook, eenFUii 



over V onr. 



C AT A R R H , een Z inking , typing , fnof, 
Troubled with a catarrh y Met 



1 J '"J ■ 

een zinking ge 



i 



CATCH , eenVimgft , greep , — overbands gezang. 
They have got a great catch of it, ZybeUen eem 

loHtere vangfi. 
To be {or lie) upon the catch , Op zyne Inymim 

ie?gen^ loerem. 
To live upon the catch , Op eem anders t^fetgaam 
fcbnymen^ op fcbnymtjes loop en, 
Z^lthc Catch or a door, De ring ofknop van ee» 

denr^ 
a Catch, (Ketch,) eeneKits^ zeker Vaartnygd. 
a Catch-bit , een Panlikker. 

to CATCH, flatten y vangeti^ opvangen^ grypem^ 
betrappen. 

To 




8d cat. 

To catch cold , Komde vatten. 
To catch fire, Fonk vatten^ vlam vatten. 
Cflr I have catchM him in a lye, 74 hcb hem op eenen 
leugen betnft. 
To catch greedily, Hafpig toerrypen. 
O^To catch his death, Zy»f dooiop den hah hadtn. 
To catch at fomething, Na i^tsgrypen^ dt hand 
4um ietsJlaoM, 
oirHe can catch at nothing in my letter, Door is 
niets in mynen brief door hy vat aam heeft. 
To catch hold of, Aangrypen^ aamvatten. 
To Catch up , Opvangen. 
Catched, Gevat^ gevangen ^verrafl ^ betrapt. 
fCr Night catched him , de Naebt overviel bent. 
Catcher, ten danger ^ vatter. 
Catchine, Vangiftg^ vattifig^ —-^vanende^ gryp- 

ziek^ als mede Befmettelyk. 
CSr^ Catching difeafe, Eem befmettehke zJebe. 
A Catch-pole, eeft Dief-leyder^ bapjcbarr. 
"CATHETICAL, Oftderwyzigj amdenvyzcmd. 
to CATECHIZE, in V Geh^onderwyzen^ kate- 

cbizeeren. 
Catechizing, Onderwyzing in^t geloof. 
CATECHISM, cen Mondelyke onderwyzjing^ ge- 
hqfsonderwyzjng ^ Kafechifmus. 

CATECHUMENS , Geloofs - omdenvyzxlmgeu , 



CAT. CAU. 
I CATTLE, Fee. 

A hundred head of cattle, Hmderdfltiki vee, of 
ioombeeJleK. 

CAU. 
CAUDLE, KMdetL 
CAVALIER, ee» Kuyter, Ridder. 
O^Ten tyde van Kromwel noemde men to Enge- 

land de Koningsgezinden Cavaliers. 
CAVALRY, Rubefy. 
CAVAliCADE^EeH pracbtifTf cMrekkmgvm my- 

To lurkc in caves, /» ioUft heren. 
CAVEAT, een U^'aarfchouwing. 
CAVED, Uytgehold. hoi van onderen. 
CAVERN, een Speionk, onderaardfch hoi. 
CAVESON, eeH Neuspranzer^ dwinger^ kavefim. 
CAUGHT, (van to catch) Gevafj gegreepen ^ 
gevangen. 
Caught up, Opgenomen^ opMoogen. 
Caught in a fharc, In eenfirik vervalUny (ofge^ 
vangen. ) 
0^ Caught with a fuddcn (bower. Door eenfchiely^ 

ke rcgtnbuy beloopen. 
CAVIAkY, Kavejaar^ [kuyt vanzekercvifch aU 

fteur,] 
CAVIL, Uaasrkloovery^ woordentwifi. 

, ^ ^ o . * Captious cavil, een Lijtige woordenjirik. 

ongeaankomelingen in deKerk;Dulingszul- to CAVlL , Knibbelen y kibbelcm ^ baairklooven ^ 
ice die eerll tot hct Chriftendom waaren over- i woordvitten^ bedillen^ fchimpen, 
gckomen. I To cavil at every thing, Altes bedillen ^ op alUs 

CATEGORICAL, Stellig^ duydelyk^ onbewim-^ iets te zegren maaken. 

peld. ' Cavillation , BeMlUng , . haairkloovery. 

a Categorical anfwcr, een Antwoord van js o( Cz\i\\et ^ ecm Kibbelaar ^ haairkloover ^ fchintper^ 
neen y een onbcw/mPeld oMtwoord. I beds Her » 

CATEGORY, een Zegswoordy Benaamingj hoe- Cavilling, Haairklooving , ktbbelary ^ bfibbeling ^ 



daanigheyd, zie Predicament. 
CATENATION, Aaneenfchakeling. 
to CATER, Spys verzorgen. 
Cater- coufins, Teljoor-vrmdcn. 
.Caterer, een Spysbezorj^er ^ bottelier. 
Catering , Spysverzorgtng. 
CATERPILLAR, eenRups. ryp. 
CATER-WALLING, <)r data- waul, Katten- 
geloL 
To eo catcr-wauling., Uyt krolUngaoM. 
CATHEDRAL, Opper, als 
a Cathedral Church, e^« Hocfdkerk^ domkerk. 
The Cathedral, de Dom. 
CATHOLICK, Algemesn, katholsk. 
a Catholick , een Katbolyht RoomfchgezJnde. 
C ATHOLICQN , een Algemeen ZJiyvermiddel , 

een oppergeneefmiddeL 
CAT-MINT, Nippe, kattekruyd. 
CATIPAN, een Overlooper. 
To turn catipan , Overloopem , wegUopeny zyn 
woord nict boudcn^ ten gedtumt ^aak zoeiem u 
wtdoen. 



w.oordviitery y "-^—faairkloovend. 
Cavilling, (adj.) Twijiachtig ^ bedJlzick ^ kibbef- 



Cav il 1 in^y , Kihbclacbtiglyk. 



achti 

CAVITY, een Hollighe'yd. 
CAUL or KELL, hetDarmnet. 
t> a Caul for womcns heads , een Hoofdnetji of 
huyfdcr vrouwen. 
The caul of a whig, Het netje van een pruyk. 
CAULDRON, een Groote ketel. 
to CAULK a (hip, een Schip breenwen^ werk im 

de reetsn van een [chip ktoppen. 
Caulking, Breeuwing, breenwende. 

CAUSE, Oorzaakj reden^ zaak. 
I have no caule to be angry, Ik hebgeen redcm 

om toornt^ te zyn. 
What cau(e.hath he to defpair? H^atoorzaak heeft 
hy om te wanhoopen ? 
(xS^The caufe went on our fide, De zaakging ons 
mee. 
To defend one's caufe ,Z)^ zaak voor ienumd^p^ 
netmen. iinumds zaak vcrdeedigen. 

«SrHc 



CAU. CEA, CEC. CED, 

t> He has loft his caufe, /^ heft de phstverh&nn. 
a Smal caufc , een Germge oorzaai , OeHZclifsg- 
When I Tee caufc , Ad $kcr ndcn voor zje^wa^* 

neer ik*cr gelegcfftbeyd toe zic. 
For what caufc? If^aarom ? om wot reden ? 
For this caufe, Hierom, 
■For that caufe * Daarom , om die reden- 
For many caufcs » Om veel redenen. 
to CAUSE, Vermrzaaken ^ uytwerken^ maiden ^ 
doe ft ^ verwekkem. 
To caufc lorrow, Droefheyd ver^orzaaken* 
To caufc fleq? , Slaup verwekken. 
He caufed him to read , Hy deed hem Uezcn. 
Caufer, een yeroorzaaker ^ uytvoerer, 
CAUSEY, eenBeftraateweg^ kaffje, 
CAUSING, f^eroorzaakc^d. 
CAU STICK, Brandcnd, 
a Cauflick, een Brmdartfeny. 
CAUTERE. zit Cautery, 
to CAUTERIZE , Brmden met een beet yzer^ 

fchroeijen. 
Cauterized, Gefchroeid ^ gebrand met een heet yzer, 
CAUTERY, een BrdMdyzer^ fchroeiyzer, 
CAU T rO N , m zigtigheyd , waarfihouwiftg , Foot- 

zorgy Zofgyuldtgheyd. 
Cautionary, Te pandge field j verpand. 
Cautionary (<>r pledge) Towns , l/erpande fteden. 
CAUTIOUS, Zorgvuldlg^ voorzigtig. 
Cautioufly, yoorzigtiglyk^ op zyn boede^* 
Cauriousnefs , Voorzigi'tghcyd. 
CAWDLE. zie Caudle. 
CAWL. zte Caul 
CAYMAN, een Kaiman^ krokodiL 

CEA. 
to CEASE, Opboudm^ aflMten^ftaakenjUytfihey- 
den y ftilhouden ^ t^flaan. 
To ceale from forrow, Oph%uden vandroevig te 

zyn. 
To ceafe from weepine , Aflaaten van weenen. 
To ccafe trom wickcd^efs , Ajjlaan van godioos- 

heyd. 
To bcafe from work , Uyt bet werk fcheyden. 
To ceafe for a time, Foor ten poos ophouden^ op- 

gefchort warden^ 
Tne work was fain to ceafe for a time. Men 

mojl bet werk voor een tydjf oaken. 
The wind cealcs, De wind goat leggen, 
Ccafed, Opgebonden ^ gefiaakt^ nytgejcheyden. 
The wind is ccafed , De wind is gaan teggen. 

Ccafinp, Ophouding^ flilftandy ophouXrnde^ 

a Ceaiing from evil works, Affland van tfttaade 

werken. 
Without cealing, Xonder ophoudcn ^^nophoudclyh 
CEC 
CECITY, BUndhcyd. 

CED. 
CEDAR, eenCeder. 
Cedar-tree, een Cederkom, 



CEL. 
CELANDINE, Celidonie, [leker kruyd.] 
Great Celandine, ZwaluwKruyd, 
Little Celandine , Speenkruyd 
to CE LEBR ATE , yermaard maaken , hovenypry^ 
zen y vicren. 
To celebrate an Hero , ecnen Held looven. 
To celebrate a feail , eene Hoogtyd vteren. 
Celebrated, Gepreezen ^ gevterd ^ vermaard. 
Celebrating , J Bcfodrndmaaking , vermaardmiut- 
Celebration , \ king , fryzing , plegtige endet^ 

houdmg^ viering, 
Celebrious, Vermaard^ hefaamd* 
CELEBRITY, Befaamdbeyd^ vermaardheyd ^ — ^ 

Loffpraak. 
CELERITY, Snelbcyd.fpoed, boon. 
CELESTIAL, Hemelfch. 
CELERY, Sehry, [xeker kniyd.l 
CELESTINES, Ceitftyncr Monntken, ingeftcld 

door Pans Cddtinus den vyfden, 
CELIBATE, or Celibacy, d^ Ongebnuwde JUm. 
CE LL , een Munniks-vertreky celle, 
CELLAR, eenKelder. 

a Wine-cellar, em liynkelder. 
\ Cellarage, Keldermg^ kelderhnnr, 
Cellarill, een Keldermeejler in een kloofter. 
CELSITUDE, Hoogbeyd, 

CEMENT, Steenkalk^ eement. 

to CEMENT , Dtcht fzamenvoegen , vaflgroei- 

jen. 
Cemented, Dkbt t\zamengevoegd ^ vaft am een ge- 

becbt^ vafl eevroeid* 

^^ CER 
CENOTAPH, een Loos ^raf.gtdenkgr^. 
to CENSE, Berooken^ Wtetookem, 
Cenfer, eenReukvat^ wierookpaf. 
CENSOR , een Tuchtmeejlcr , Schattingmeefler , 

(een uit de aaloude Roomfche Magiftraat.) 
Ccnforious, "Tuchtmeefierlyky berijpachttg ^ l^^fff 

zuchtig^ ftreng, 
Cenforioufly , Bedilachtiglyh 
a Cenfunil-book, een Schhtting-hoel, 
C E NS U R E , Beftraffing , bertfping , Oorded^ foets. 
to CENSURE, Bejhafftn^ l^erifpen ^bedtlhn ^oor- 

deehn^ 
Cenfured, Beflr^ ^ geoordeeld* 

Cenfuring, Berifpmg^ berifpende. 

CENT, als^ lix per Cent, Zes ten bonderd, 
CENTAUR, een Menfch-paerdy paerd-menfcb. 
CENTER , bet Middelpnnt. 
to CENTER, Op neer komen^ paalen^ eyndigen* 
All his endeavours and cares do center upon 

that imiinefs , Alle zyne poogingen en zorgen 

komen op die zaak neer. 
To center down , Neerdaalen^ neerzinken. 
CENTENARY, Honderd-tallig. 
CENTINODY, Duyzendknoop , kreuptlgrns^ 

L CEN- 



CENTON , ctn Liipmmul , een werk te- 

ft^mde Hst veeierlcy ftttkitJi ^ etn rammelxjo^ 
CEN FRY , 'am SchtUw^ht. 

To fet a centry , etftrn SchtUwach mytzjttun. 

To ftand cciitry. Op fMdwacht (i^m. 
CENTORY , bnyzcndguid^n'krmyd^ kleyne an- 

CENTURION, een Wofdnum over bonder d, 
CENTURY^ IhMderd.ccfB hmd^rd-^aLcemEemv. 

CEPR 
GEPHALICK, T^thei htfd keboorend^ ygced vow 
V boofd. 
The Cephalick veiii, de Noofd'-aJer. 
jCcphalik pilU ^ PiltcB di^ ^U hmfd werhm, 

CERE'CLOTH> rtn mffen-Ueed. 
CEREMONL\L, Kcrlj^ci^rMykdyi, kcrkMenJlig ,^ 

dtfnjjplfgfig ^ difffftpiceghaar/kerkzxedig^ vol^ 

gtrts ktrkgebrmyk ^ ctrcmomccL 
Ceremonious, Oi^^rgegctvoi totpkgtighedem^ al te 

piigtfkegend* 
Very cercmpniuus^ Zetr satt JeceremoMUM haft- 

gexde. 
Ceremoniously^ PUgtiglyky op cem zier fUgtfkc'^ 

€ERi I y KerlgeiaaTy plepigheyd^ iertcee- 

CERO T , ten If^ai-dQet o{ was'plcyflcr^. 

CERTAIN, Zeker^gewu, 
a Certiin perfba, Eem zcirr perfiw, 
't h ccrraill^ 'ihzeker^ ^fgaafvafl^ ^titge-wh, 

. To be certain oi^ f^an verz^kcrd zyH^z^kerwtt^ 
ttm, 
I am certain of it ^ Jk btn^tr vm verzikerd^ ik 

wcei b€t zektr* 
Of a certain or for a ccrtQm^Foorteker ^gtwitiyt. 
Did he fay it for a certain ? ytth^ldc by ^t'ais 

Cettaiiily,. -^/^Wvi, ^tigttwyfeld* 
Certainty, Zekcrkeyd* 

I would fain bc'at fomc Ccrtatftty, Ik zaud^'cr 

gar en e^Htge zckerheyd van hthben* 
There's no certainty io him, Domt 

of hem U ffuuketf. 
♦To leave ccrtaimy , and flick to chance, V2#* 
ker voifr V onzeker verlaaten, 
CERTIFICATE , ##« f^trzikeri^iff^tiMygfckrifi, 

AitefiatU, 
to CERTU Y, Ferztkertn^ voor Jt waarbtyd ver- 
Uaarcn ^ bcwMrhtydfm^ 
" ' ' ' ' ' i, 'mor W0sr betmygd, 
cher^gr, 

icnwg , — Vfrztktrindt, 
tern Cfffhrift-brtef vm d/t Kan* 
€fUry AA/t en9 ofgJcr gtrtfbfsitf^ tof apeyjfcbw' 

f# derfUfdayctt vjm ffrngedimr sUMtarimjteMde. 
IITIJDE, Aekerhtyl 

CERULEAN, iUmeUbUi^nw. 



CERXJSS> LcoJwit^ eert/yt^ 

CE5. 

to CESS. OpbQMdtft, 



fchdticw . wawdetrtm 



geem ftMM 



C 

( 
( 



CESSATION, erM Ophomdrng^ Opjcbortwg 
Ccflation of armi, Suifimki vm$ wnpenem. 
CESSED, Gcfchat, 

To be ceHed at a high rate, Hooggefchat fiaoi. 
CESSION, Aj]Und van trm KcrkiiptMmfu 
CEST, de HMMWetykf g&rdrt by de ashmde Rontfy- 
ncn^ Dit was ecn gordd met knopjc^ bc7.et, 
waarmode de Bruydegom xyne Bruyd op den 
trouwdag gordde, cu deozelveii den corUei 
oacbt wccr tosmaakte. 
CHA. 
to CHACE, zit Chafe. 

to CHAFE, Ferhitten^ M id&rm (mijftektn yTerbi 
Zyn van gramfchap ^ wotdiff^ — dt/or U gujn 
btt vel 4ffcha*rvem. 
(XS^Hc is apt to chafe, Hy is zecr opl9^fend. 
Do Qoi chafe fo, Baidtr z& miet. 
To chafe within himfelf, tfrokken van boosbeyd. 
OCl^To chafe with the hand, ffryven met dc hand. 
Chafe ii every day & it wiirdiipcrfe, P^ryf ho 

maar alie d^en in '/ zsi wel verdivynen. 
He is in a chaie, Hy brands van t9orh. 

Chafed, Irrbii^ verto^nd^ — — ^rwvctffw, 

Chaier, ten Komfoor. 

c3* Chafer, een Tor ofkever* 

Chafjcry j*^en U'^erkplaMs in eem Tztr-molen 

men *tyzer tot paven maakt* 
Chafe-wax , Ecn die V was tsi Ztgtls in de kancele- 

rv beauaam maakl, 
CHKFF, Kaf. 

fCHAFFER , IVaare^ kotifmanfebap ^ kra4mery. 
to CHAFFER, Rnyiebnyten^ verhandeUn, 
CHAFFERN , eenKetel om %xta$er in te tecten, 
CHAF-FINGH, ZikereVink, 
a CHAFING-DISH, een Komfifor^ vnnrtefl. 
Chaiing , yerbitting , ophopemdheyd , vryitng of 
fcbamfing van V vel ^ ^^^— oploGpentle* 

CHAIN, ctnKetttngy ke/en. 
a Little chain , een Keninkja, 
a Golden chain, een Gouden kitting. 
The links of a chain, de Sehakah ran eenketting. 
A long chain of htJU , Een lange reeks van bet gen. 
Chains or Chain-plate , de Kufl vam eemfcbip, 
Chain-ITiot »r Chain-bullct5, Kefth^koegeh. 
to CHAIN, Ketenen^ aan een kettrngjlnytem. 
To chain the itrceii , De Jlraatcn met' hfttngem 
befpamnem. 
Chained^ Geketend^geboeid. ^ 

Chaioittg, KHewmg^ vajfjlnyting e^m ten kttting^^ 

■ ketenende. 
CHAIR, eenStoei 

a Chair of ftate, een Zetet. 
a Folding chair , tett Stoel £t men toet^cnui 
kerkjioej. 

sChaif 






CHA- 

"il Chair with ctbowf 9r an Arm-chair, etn Leu* 

ningfiQely armJioeL 
a Compafs-chair, e^n Romdc IcuwrngJiseL 
Ji^^ Privy chair, een StilUtje^ k/^ff^rtjc. 

a Chair-maji , ten StoeUmatter , etn dra^^JheU 

draaier^ ^^ am vc^rzuter in ten StAots-ver- 
gaderitfg. 
a CHALDRON of coale, Em^zi^^e mata van 

hoUn^ voM 36 SchfPeis, 
|{> a Calves chaldron, tMeni^am^d vam ten hdp 
CHALICE, eenKelk^ hekcr, 
QHAhK, Kryt. 
To Icarc up a reckoning with a piece of chalk , 
Eett rekcning oi gelag met kryf aoptfiifyven, 
a ChaIk-piC| eem Kryt-kuyl^ krytgroeve, 
to CHALK, Brkrytcn/'mct kryt vryvem^ met hyt 
aanteykenen Ot merkcH y met kryt fchetfem. 
To Chalk out^ Uytmtrkem^ afteykewen. 
Chalked^ Gekryt , mtt kryt befchreeven of beftreekem. 
He h^% challct out the'way 10 \t ^ Hy keejtW den 
tuf)^ toe afgehakend. 
Chalking, Mem Merktmg offibryving nut kryt. 
Chalky, Krytachtig, 
CHALLENGE, Uytdaagimg, mynartimg^^cTml- 

digimg^ als 00k 'nytzomdtrimg of vtrwerj^ing. 
flflh a Letta" of challenge, eem fjyida^'hrief, 
4aCH ALLENGE^ Uytdaagt)f^ uyttarten^ ttanmaa- 
tigcn^ -^^^Ftrwerpen oi uytzmderen^ iett tc- 
gen te zeggtn maakcm. 
He challenges me to it, Hytarf§r my tot nyt. 
jCj5*Hc challenges all to himfclf, Hy tygent zkh W- 

its toe. 
fO^a^ did not challenge any of his Jury, Hy zan- 
der de miet etnem vam zyffe gezw^reme g&eman- 
nen uyt. 
a:^To challenge a man's promifc^ 2>kh of temamJs 

bekfte beroepen^ 
cS'To challenge one with theft, lemnnd dievery 

Qpjhydem, 
CCj'Ceiimes have orders to challenge after ten a 
dock, De fchildwoihtem hebben iajl om ma tien 
uuren dem voorbygangerem toe te roepen , fVie 
door } 
Challenged, Uytgedaagd^ mytgetart, amgemiaaf^d^ 

uyfgez^Nderd, 
Challenger, eenUyttaner^ mytdaagir. 

Challenging, Uytda^mg^ aammas^gmg^ Vyp- 

Zondcrtng, ■ "' myttaftemde ^ enz* 
a Challenging into the field, L^tdaagimg rot een 

gevccht, 
a Lhallenging of witnefles, em Verwerping of 
mytzond^ring der pctuygem. 
CHALOT. ^/fshaiot. 
CHALYBEATE, ^mjiaal 

Chalybeate water, IVsttr waarht ^^eijewd Jiaai 
gebbifcht is, 

CHAMADE. M Shamadc. 
CHAMBER , een Kamer , zim/. 



CHA. fj 

a Bed-eh^mbcr, etn Slaapkamer. 

a Bride- chamber, een Br uy lifts zial, 

the Chamber of London , d€ Schatkamfr van 

Londen. 
The; Chamber-door, de Kamerdetnr, 
a Chainbcf-full , een Kamer vol^ een gezelfciap dot 

in een kamer is. 
Chamber-fellow , een Kamerraad. 
Chamber-maid , een Kamenier, 
Chanibcr-pot , een ff^aier pot, 
fChamberer, een Kamermeyd^ kamenicr^ 
CHAMBERING, Ontnchtgheyd . dartelheyJ^ 
CHAMBERLAIN, ten Kamerling, als ook eem 
kamtrdtenaar in een her berg. 
The Lord Great Chamberlain of England , de 

Op per Kamer ling van Engeland, 
The Chamberlain of London , de Omtfamger of 
Sihathezorger vam L on den, 
CHAMELION. zie Camclion. 
Chamelion thiftle, l{''itte EverworteL 
CHAMFER, een Groef^ln een pilaar of(iccn,Ji 
to CHAMFER, Groeven in een pylaar ol jfeem 

motiken. 
Chamfered , Met groeven geploegd^ 
Chamfering ^ cm Uytbouwing of impJoeging va$ 

groeven^ 
CHAMOISE, een Wilde geyt. 
Chamois leather, Kamoeslcer. 
to CHAMP, Kaanwen^ babbekn. 
The horfe champs upon the bit , U Paard kaoMwt 
op bet hit. 
CHAMPAIN, eenFeld, vlakte. 
Champed , Gekaattwd ^ gebabbeld. 
CHAMPA RTY, 't Gene men am eenen plcyter 

Seeft om gednmrende V ^e dingy 'uam $e hmnek 
eftaan. 
CHAMPERTORS , ZtJkt Str mtdere a^porrem 
om iets X'oor V recht te brengen^ terwyl zy zeh€ 
de kofhn daarvan draagcn ^ op dot zy eengediel* 
te van'^t land o( de buy zing ^ waarover^t ver* 
fchil is^ moogen hebben. 
CHAMPING, Kajftwing^ ''^^ kaamuende. 
CHAMPION, een Kampveck^r^ fekermer^ held. 
Championrlikc^ Op zyn kmnpTcchterf ^ heldhaf* 

tig , als een moedig held* 
The Champion-Mund, ''t f'echtperk, 
CH.ANCE, Gevalj voorval^ kans. 
a Good chance , Een goede kans , gelnk, 
a Bad chance , Een (ptaade hms , ongel^k. 
To try the chance of war, */ Lot dcs cor logs vtf 

Zoeien^ de kans des oorhgs vjaagen. 
By chance, By geval^ lukraak 



By meer chance, Enkelyk bs'gevaL 
CR^INCE-MEDLY , ecn^Dood/lag tegens dank 

door ongelkk of by geval ontflaan. 
a Chance-giieft , een 'Onverwachte gafl* 
a Chance-Cailomer, een klant diebygevalaankomf^ 
to CHANCE, I'^oorvallem . gcbeunn. 

Li tf 



d 



9^ CHA. 

If any maii chance to ask , Byaldien Umsftd zcu 

tnoogm vraa^cn 
If ever I chance to meet him. Zoo V ooh gehftn 

da$ ik hem ontmott. 
If the Letter fliould chance to be loft, Indkn de 

brief quam vcrhorett te wcrdcn. 
He chanced to come in , Hy quam hygevalh. 
It chanceth, htt Gebtnrt. 
CHANCEL, h€t Koor otetnkapptlUtje'meenkerL 
CHANCELLOUR , ccn Kancdtcr. 
The Lord high Chancellor of England ,. De 
i)pp€r Kanjtlter raft En^clanJ, Deczc is de 
oppcrfte Magillraat fl/Rcchtcr in de Natie, en 
dc twccde pcrfoon naall hct Koninklykhuys- 
eezin ; wykcnde allceii den Aanbiilchop van 
Kanterbury in den voorrang. 
Chincellourfliip - hct Kattcelicrfchap. 
CHANCERY , dc Kanfelcry. 
a Chancery-man , ten Advukaat of klcrk van dc 

Kaffcflcrv* 
CHANDLER, «« Komenyhoudcr. 
a Tallow-chandler^ cen Kr^erfemmktr. 
a Wax-chandler , ccn Uaskacrfcmaakcr. 
a Corn-chandler . cctf Koornkoo^cr^ 
CHANGE, ytrfchtct^ yerjchcyacnhcyj^ verandc- 
rim^ ,^ vcrwiJfciiJfg , ruyl'mg , i^iffcl ^ klcyn geld. 
Wc mult have a little change , IVy moctcm ccn 

vjcynt^ vcrfchict hcbbcti. 
It is a fine change, V // ccn mocyeruyling, 
God alone can work our change", Godalkcn 

kaf/ cMzc Vcrnwdcrhg tc lucgc brcngcft. 
The change of tbe Moon , S^ vcramdering van 
dc Mmn. 

fl±The change is very high , Dc wfjfcl is zccrhoog^ 
tOM have no change, Ik hebgccn Ueyn geld, 
to CHANGE , Fcrandercff , vcrtviJJclcK , vcrruylcH, 
To change in colour, Frf/* koUur vcrmdtrcn. 
To change iides^ l^an, party Dcrandertn. 
To change on's zpp^rciy lang^ufa^idTtra/fderen, 
Will you change your cane with mine? 14'^iitgy 

uvjcn rotting tcgens den m\ntn ruslcn'^ 
Fortune began to change , '/ Fortuyn bcgmtcgcn 

it loopcn. 
To change lodging, Vcthuyztn. 
To change mony , Gtld wiWclcn, 
The Moon changes , Dm matm veroMdertyOi is 
i/t^f vcroMdcrcff, 
Changeable « t^crandcrlyk^ /wiJfchaUlgj onicftadig. 
a Cnangc^le colour ^ Ecu kolcnr di* l^t vcrr 
Jfhict, 
Changeablenefs y^f^craMdcrfykfjcyd^JFijfclvaU/ghcyd^ 

ongfftddighcyd, 
Q\\^v\^t<i yVcrandcrd ^ vcrrnyU^ vcrmiJfcU. 
He has changed his mind , Hy u ^m zrnvcr- 

avderd. 
The face of affaifs is much chafiged, Dcgcdttm' 
'^ (ofygclaat) dcr taakcn n zcer vccTvtra^* 
4erd. 



CHA, 

Get the money changed, ^jMi# da$ gyU geld jfe-' 

wtffeU kry^t, 
CHANGELllSfG, ccn mfd-kit^d , vcrruyldhmi. 
05' a Mccr changeling, Een hutercgck. 
Changer , ccn l/crruyler , wjffelaar, 

a Moneynzhangcr , ccn Gcld'wijfclaar. 
Changing, f'crandering^ vcrruyling^ verw'tjfcling ^ 

""—yermUcrcnde eni. 

I love no changing, Ik hoM vangccnvcranJcrifrgA 

a Changing from place to place, ycrhmzin 
van p/aafs tot plaafs, 
^ a Ch:in|;ing by courfe , BeHrtwiJfeling, 
CHANNEL, ccn Geut^ g^'^^'^'f ^ graft , watcrlocp^ 

^— '/ KanaaJ. 
A deep channel, ccn dicpc graft ofgcgraavcnvaart* 

The chmmel of a river ,. dc Kit ofgrocfvan ten 
rivicr. 
ChanncI-bonc, zie Camid-bone. 
to CHANNEL llone , Grocvcn inftccn honwenjl 
Channelled, Gcntsuyzc ^ met ccn grocjgcmaaklA 
Channelling, Grocfinaaking, 
CH.^NONj ten Domhccr, zie Canon, 
to CHANT , Zingcn, 
Chanter, ^<»^ Oppcrzangcr^ voorzangcn 
CHANTERY, ccn Kapclgcfticht en met jaarlyk^ 

fche snkomfi begaafd tot, onderhoud voar een * o( 

mccr Pricfiers om Mis tc zingcn tfoar de zicl van 

denftichtcr, 
CHAOS, dc Mcngclkhmp i baycrd. 
CHAP , ccn Reef , fchcnr , Jplccty —kaak^ horn. 

a Little ch^ , ccn Splcetjc , . khofic^ 
Chajps in the hands, Barjlcnofkloovenindehandcn^ 

My hands are fall of chaps bccaufc of the cold^ 
Jilync handcn zyn gcwcUig gc^rongcn door dt ' 
kotidc, 
the Chaps., V Bakkuf, 
to CHAP, Gaat>cn^ opfplsten^ Uicvcn. 
Chapped, Opgcjplctcn ^ gcfchcnrd. 
Chapping, Opjplyting^ klicving^ ^^-fplytcndc, 
CHAPt, V Bfjlag ondcr aan ccn fihccdc, 
the CHAPITER of a pillar , V Kapitfcl van eem 

znvL 
CHAPERON" een KaproeWy i\% ook ecm kleyn 

fchildtje U welk men doct aan ^t voorhoofd van ccw 

Pacrd dat cm kk-kocts trckf, 
CHAPLAIN, ccn Kappeliaan, Prccker. 
Chaplainfhip, een Kappc/laanfchap, * 

CHAPLETv^r«i Krans^ kr^nsje, 
CHAPMAN * ccn Koopcr , koopman^ kalant. 
Chapmanry , Kraamery. 
ChapmanOiip, Ko'jp man/chap* 
CHAPPEL, ccn KapcL 
Chappclrv, dc Bstnrt van ten kapcL 
CHAPTER, cenHoofdftnk, kapittei 
B^The Chapter in a. Cathedral Church , UKaptt* 
tel in ccn Domkerk, 

Th« Chaptcr-houfc, *t Hnys dit^r de Domhcere/p 
vtrgadifcn. 

Chapteriy>, 






CHA 

Chapterly, Ki^huli^wze. 

CHARACTER, eeu Mcrk^ merkukcfi^ Utter ^&f- 

UtUfd^ uytdrmkfel^frmt^jiemfd^ nytgtdrukt 
heeld , uytUtlding , aardt y gejlclums , ampt , 
beraep. 
An indelible character . en Ontwyfftlyk mcrk^ of 
Utter, 
g>To give a good chara£^er of one , Eef^goede 
uythedding , often goed getuygenh Dsm'temand 
zeeven. 
The charafler of an. Ambaflfador^ Het ampt (of 
kar alter) eener Ambaljddcurs* 
Charaacrifm, ten Fcrbectdtems y uytbcddiug. 
Charaflcrjftical, Tot merhtkens behoorende, 
A Charaderiftical letter , een McrkUster, 
CharaSery, Karaker-fchrift ^ cyfcr-fchrift. 
to CHARACIXRIZE , Naar't Ueven afl;ceUeny 

net uytbcddcH , een nette verheeldtems geeven, 
Charadcrized , U^el afjgemadd , volkomen nytge- 

bceld. 
CharatJlerizinff , ten Letveudige ^betiding* 
CHARCOAL, HoiitikooL 
CHARE, Germgwerk. 
a Chare-woman , ten Werkfloaf ^ gelyk als ttn 
fchoonmaakjier of wafchter, 
CHARGE , Bevd^ Ulf, —hfte, onkofien, --op- 
zigt^ toeztgty "bdajl'mgy pak^ — de Aanval van 
^tgevecht^ I 

r Hood to his charge, Ik bUefby zyn bevel. 
The whole charge rcfts on me, De ganfche lajl 

herttjl op my. 
To com m ft a thing to oa's charge, Itmand iets 

aanbct'eden. 
He neglcfls his charge, Hy verzuymt zynen Uft. 
To perform on's charge , Z\nen Ufl uywoeren. 
He gave it me in charge , hy idafte het my ^ q( 
gafer my laft toe. 
(£j He travels at my charge, Ih reyjl op myntkojit. 
I am at a great charge ^ Ik mt/ct groote kajitn 

duen 
•Jt is lefs charge, to keep an afs than a cow , '/ 
Kop minder, ccnen ezdte baudm dan ten he, , 
Charges , Koften^ onk&ften. 

They made great charges , Zy hebbengroott on- 
kaftengemaakty ^y dceden 2;vjar€ kofien. 
ejrTo lay a thing to one's charge, lemandmethts 
befchuldtgen ^ ieti tot iemands lajie brengen. 
I have had the charge of him from a very child, 
Ik heb het o^zigt over hem geiad van dathy nog 
moor ten kind was, , 

Eafe me of this charge, Ontlafimy VMnJi$f^y 
of van dezen la/}. ]'■. 

itSt They were routed at the firll charge , Zy vfUr- 
den met den eerflen aanval gcjingtn. 
They received ihe firft charge , Zyjlondtn dtn 
eerft^Jtoot uyf, 
I&: It is no charge to me , V Strth my totgetnbe- 
ktftingt.. 




s 



o*Thc heads.of the chaise, De boefdpnnten derbe- 

to CHARGE^, Belaflen , beveeUn , opUggen , tt 
lajleUggeny befehuldigen ^ betkhten^ faad^n^aan^ 
valUn. 
Did I not chaise thee to do it? HebikUnnmbc' 

lajl te doen } 
To charge one with a bufincfs, hm^nd eenwerk 
beveeUn. 
05* To charge a crime upon one, or to charge one 
with a crime , Een misdaad iemand te laflt Ug^ 
, of iemandi met een misdaad betichten, 
c charged me with a lye , Hy hcette my Uegen^ 
hy bcfchuldigdt my met een Uugen. 
o^They charged the enemies left wing , Zy vUUir 
op des vyands /linker vUugel aan. 
To charge a gun , een Stukof rotr laaden. 
Chargeable, Lajhg^ kojlelyk. 
IV% very chargeable travelling that way , V FaU 
Zeer kqfldyk dot been te reyzen. 
Charged^ Gelaft^ bdajl^ bevolen ^ betifht^ befihul- 

dkd: Gtladen- 
aS" Charged with a crime, Over ttn mssdoMl befcbnl-- 

digdy met een misdaad beticht, 
05' Charged with a bullet, Met ten kotgel gtla- 

den, 
CHA R G ER , Een zeer groote fcboteL 
Charily, Zorgvnidiglykv 

CHARINESS,. Bezorgdheydj zorgvuld^heyd, 
CHARIOT, eenWagen, 
CHARITABLE , Ltefdaadig , meewaarig , gtttd' 

arms ^ wddaadig* 
Charitably, Liefdaadiglyk ^ weld4ktdiglyk> 
CHARITY, Liefde, Liefdaadiwhtydf 

♦Charity begins at home, dt Li^de begint *^hnys 

eerj} y V i^emd is nader dan de rok. 
To be out of charity with one^ LitfdeUos jegens 

iemand zyn. 
Out of common charity , Om met Uefdehos to 
Zyn^ om V in de befle vouw tejlaan* 
(XT To beftow a charity upon one, Iemand etn aal-^ 
moes geeven. 
To CHARK coals , Hont tot kooUn branden* 
Chark-coal , HontskooUn, 
CHARLES-WAIN, deWagenfhar.. 
tCHARLATAN, een Quakzaher. 
CHARM , Bekooring ^bckoorlykheyd^ bettniering, 
to CHARM J Bezweeren^ bekooreny beUeztn^ be- 
toveren, 

Mulick charms the ear, Muzyk bekoort het oar, 
o:^To charm on's codpiece ,^ Iemand den nejlding^ 

knaoPen. 
Charmed, BeSbord^ heUezen^ bttavtrd. 
Charmer J een Bezweerder, 

Charming , Bekoorinf^^ beUczing^ " bekborendt ^. 
zeer bekoorlyk , toeverachtig. 



1 Charmingly ,' Bekoorlyk y toevcrachtdyk^ 
CHARNEL-HOUSE, ten Been^buysjt, 



1^3 



aCHARRr. 




^ 



t:HA; 



a CHARU of -Vcafl , (that is 30 pigs ) 

icH Loods. 
CH ARRET, tenKsrretji, Chaifc* 
CHARTER, tim HamdveJ}^ voorrecbu 
a Charter of Naturalization , Een brief waardaor 

mem met hn retbt vaf§ mkQQrlt^ k^/ftiid'tiwd^^ 

€M Burfrer ceeL 

CHARTER-HOUSE, MJCtfry^nyz*^/ Ktoojlcr. 
Chaner-land, Land door tern open brief dts Kemings 

oaf* iemand vtr^tnid, 
a Charter-party , fen yerdrag-f shrift tttffchim tmko^p- 
man tncen fehippir , waarvoMhcydedefartyiii^tu 
iopy hibhem 
Charvcl , zJe Chervil. 

CHARY, Bezorp^^-^toorgsJpiiy hthmmtri, 
CHASE, ten U^anmde^ dtcr^imtrde ^ — naja^m^^ 
jaxt , een naa^eja^d fcbtp -^de k^Hs, 
10 give a Oiip the ch^ic^Jagtmaakfnopeenfihip, 
ajThey followed the chafe too eagerly, Zymaak- 
Un at t€ gra9t ttn jagi op hn yyamdelyk fihip ^ 
of den Fymdy of zyjaagden hem ahe viwmg naa, 
cSrMark the chale, ley ken de kaati. 
cTThc chafe of a cros-bow ^ /># groef V4m tern 

handboog. 
to CHASE, *y^tgem^ nasjmgen^ vocrtdr'yvem. 
They chafed them into the' port , Zyjocgcnte m 

de haven. 
To chafe away , If^cTJaagem^ vrrjaagen^verdryvtn, 
C^ To chafe , Dryven {gelyi de Zikerfmidj*) 
Chafeablc, Ferjaagbaar. 
Chafed GeJA^d^ mu^ej^md. 

Chafed away, Ferjat^dy verdretven, 
cS* Chafed plate, Gedree;jem zilverwerL 
Chafer , ten ya^tf , v&ordryver. 
ClufiDg, J^gif^f vomdryvm^^ ^^a^e^Je. 
CHASiVI, eeneGaapsng^ upemmg^ ik$v§* 
CHAST, Kuyfchy eeriaar^ fchaamseh^* 

a Chart woman , cen Kityfche vronw. 
Chart-tree. Ktyfihhoom^ [tekcr gcwas.] 
ro CHASTENf, K^ftyikn^ $mhtigen, 
ChallcDcd^ GeJitJlydl 
Chat ten in g* Tnchiigim 



CHASTITY. KHysfeyd^ etrtaarheyd. 

Chart ly, KuyfchlykyterbaarlyL 
Chartncfs, Kttyshtid^ 
to CHASTIZE, ^mhtigen , k0fyden, 
Chartized^ Gekafiiidj getnchfigd* 
Chart(.in^. ^ ^ -^^^^^ ,^^^^^^ 

CH -E, rrnKsfnyfel 

CHAl, GekJfi, ge(M^. 

Idle chat , Tdelgeklap ^ benzeliktryy ttfitje-^ffajje^ 
to CHAT 9 Sn^ptM I kaktlemyUkten^ [nMeren, 

To chat together^ U Zemen kl^fpem ^ IMeyen ^ 

. U^fcko^l innJem. 
CHATTELS, Haie^ ^d, g^tderen. 

Chattels real Lmderyen^ v^^goederim* 

Chattels pcrfooal , ttilk^t gofd^rm ^ Wir imys' 
€§§d^vee^ eni, 



CHA. CHE. 

.0 CHATTER, Snaieren^ kakeleMy ^uiiferfm 

to chatter 'the teeth for cold, KUppertoHden vm 

kande* 
His teeth chatter with cold, Zyne fandert H^pe* 
ren van kmde^ hy kUppertandi van konde. 
Chatterer , een Sngferaar, 

Chattering , G^fnaUr^ fnaterende^ kakclemde. 

The chattering of birds , V Geqsuntt oigefck^ 
ter van V gevogelte, 
Shattering birds , QHetterende vcgels. 
Chatter-py, etn KokeUnde (^of kJappe»de)Exfer, 

Chaning , Gc/iUp , Uapachtig. 

Saucy chatting, Stom gekef^ gefmaftr. 
a Chatting goifip, een SnapjUr^ Ukbey^ UtbekaL 
CHAULDKON ,\/> ChaJdroi:. 
CHAUNCE. zie Chance- 
to CHAW, ^iVChcw. 
CHAWS {Eteeh. 29. 4. J Kaakem. 

CHE. 
CHEAP , Goedkoop. t 

Meat t^ very cncap now, V VUefch u nu zar 

goedkoop. 
To grow cheap , G^edkoop warden. 
Farms may be had good chcip ydeLanderyen zym 

tot een iagc prys te bckomen. 
To buy better cheap , Bcter koop ko^pen* 
Dog-cheap, Schanakoop, 
Corp ' i dog'Cheap-, */ Koorn is f<hmdkitop , V tneig 

fchter gten geld getdem. 
♦He makes himielf too cheap , Hy fieh zkh d 
te laai in , hy ma4kt zich at te gemcenzaam^ 
to CHEAPEN, ^TJij^fir, iieden. 
Cheapened , Af^r^dongen. 
Ghcapeniog, Biedi^gy ^dinging ^ ^-'^^dingende^ 
Cheaper , aeter koop. 
He fells cheaper than others, Uygeeft biter k 
dan anderen. 
Chcapnefs , Goedko9pheyd^ td^e prys. 
CHEAK, Gelaaf^ myne^ cier^ toejfei 
Be of good chcar, i4'eesEQeds m^eds. 
To make good chear , Goedt iter maakem. 
To make poor chear, Sober omhodltn. 
Small chcar, Gerinie toefiel 
Sumptuous chear, Prachtige updijfching. 
Cold chcar, Koel onthaaL 
What chcar ? Haegaat het u al\ 
to CHEAR up, l^erheMgeMf mued in £pree^ept ^moit 
feheppen, 

Chear wp, Scbep moed, 
CHEARFULL, Bfymt^edig ^ Ny^eefl^. 
a Chearfull countenance , £enafymot 
ChearfulJy^ Blymotdiglyk. -^ 

To look chearfully , t^n^tyk uytzi^^ eenblyJgt^ 
laat tomew. 
Chearftilncfs, Biymoedigheyd ^ blygeejlighiyd. 
CHEAT, Bedrig, 

To put a cheat upon one, Temmd bedfiewtm 
% CHE AT, eeMDr<«, fieh. 

He 



I 



»d^^^^ 



£enafymoedig geltMm 



CHE. 

nf a vaj chctt , Hy is ttn nchte dr&g* 
to CHEAT, Btdric^^n, 

To cheat on*s fclft , zich zehen i^edriegen. 
To cheat one of his mony , lemoftd zymgeld be-^ 
Jti^glyk onififmyUn of ontiocrcn. 
Cheated yBcdroogen. 
Cheater , een Bcdritgcr. 
Chcatrng, Bcdhegwg^ — — btdritgende. 

a Cheating tricR, €tn Sno^d^dr&gy btdritgefy. 
Cbcadngly, Bcdrte^lyk^ 
CHECK, Berrfhtng y ieteftgilhg ^ iwt9omiHg ^ 

efn fchaakJsfiL 

To give a check , Bertffen^ 9V€r Uts aanfpreeken. 
To take check at a thing, Zich aan ias ftoQUrt y 
of erreren^ 
oS'The checks of confciencc, De prtkkelingen des 

gePHoedf, 
ocj' Sharp checks , Btffe verufytiftgen, 
to CHECK , Beriffsfty ^Jlr^fftWy bettngelen y in^ 

Chcck'm:itc ySchaak-mat ybezfttiftg van den K^ning 

in V fchaakffe!. 
Checked, StT//^/ 5 'mgctoomd^ beiengeU. 
oS" Checked at chefs /B^^^'/ in *t jUaakJpfL. 
Checker , cc» Bertfpcr^ vermaaner^ j 

•Ghecker-board , cen Schaakb^rd, \ 

Checker-work , I4'^crk met rnyten belcyd. 
Chcckcr-vvjTe. Gdyk ten Schaakbord y rnstswyze. 
Checkered^ Knytsufyze gewrochty ^efchaketrd. 
Checkings Benjptngy bejlr^ff^gy, intwmingy — bc~ 

rifpcptae. 
CHECK-ROLL , CHECQU£R-ROLL , Ecn 

iyfl wamyfp de naamtn flamt der gentr die im dienjl 
* van V Kjnings , of andere gr^9te ferfonaazien , 

hnysheuding begreepen zyn. 
Chcckt, zie Checked, 
CHEEK, de IVoTtgy kooky koow. 

The Cheeks ( dr clamps ) of a maft , d* Watigtn 
of klamptn van eemen mafl. 
the Chcck-tceth , da Ktezen , bahanden, 
the Ch^ck-bone , V Kaakebeen^ 
CheckM , Gemangd. 

Fnll-cheekM , l^ol van vfongen, 

Poff-cheekM, bbxh-^heAod^Bolvamwangen^een 
BoUakkni, 
to CHEEP , [as birds ,] Piepen [aU vogeltjes] 

tjiipen.. 

:HEER, ^rVChear, 
k) Cheer up^ zi^ to Chcar tipi 
Cheerful!, zie CheartUll. 
CHEESE, Kaas. 

Green chcefe, Gr^rn kaas. 

a Little cheefe, €tn Kaasje. 

Mouldy chccic, Befchtmmelda kaof. 

Cream checle, Roomkaas, 

"c-caka, een Vimde ofkaasiaarf. 



Cheefe*fat, ten Kaas'-wtrm. 

Chccfc-man, V ^^^ Kaasko^per , iaasbande* 

Cheefc-monger, C laar, 

CheefC'rcnaer^ l4^r<mgeL 

Chccfc-bowlSj SU^bolleny maankop, 

CHEESLIP, zeker OngeSert ofptffebed. zie Cheslip, 

Chcif. zie Chief 

CHEQUER, de Schatkift^ zie Exchequer- 

to CHERISH, Kiyejlereny opfueeken ^ JlrceUn y 
aanatiffken. 

Cher lined, GekoefterJ j opgcqaeekt ^ gejireeld, 
I ChcriOier y ccn Koefteraary opijueeker. 

Cheri(hing , Koeftering , opqueekimg , aan^neeking , 

I koefterende, 

! Cherifhiiigly, Koeflerender wyze* 

CHERN; zit Churn. 
I CHERRY , ecn Kars , keru 

Black-cherries J Zw^rte krieken. 
I An iigriot cherry, een Morel. 
j Winter-chaxies , Krieken over zee y winter kar- 
fen. 

a Cherry-tree, een Karfe-baom* 

a Cherry orchard , een Karfe-boomgaard, ^ 

a Chcrrv-ftone, een Karfcfieen. ' 

CHE K '^ 1 , ^: ^herubim , Chernbynen. 

CHERV KerveL 

CHESLIP , zeker kleyn ongedierte dot zich mder 
vo^hfigc fleenen onthond 

CHESS, bet Scbaakfpcl 
To play at chefs, Op Ufchaakb^rdfpeeUn yfibaaken. 

ChefS'board, een Sebaakbord. 

the Chefs^men , de Schmkjlnkken, 

CHESNUT , een Kaftanje. zie Cheflnut- 

CHEST, eenKiJly koffer. 

a Chert of fugar, een Suyker kifk. 

03^ the Chcft , [ brea/l, ] de Borft. 

Chcft-foundercd , Afgemend ^ bek-a^ereedem 

Ch eft maker, een Kiftemmker, 

to CHEST ^ to put in a chcft y Kijlen y in een klji 
Jlnyten. 

Chcfted, Gekif^: 

CHESTNUT, een Kaftsnje, karfteng, 

a Chednut tree , een Kafianjeboom. 

Chcftnut-colour, Kaftanjebrnyn. 

Ci)CHEV AGE c^Chmage, Zeker afkoopmgriffehat- 

ting die een Leenman aan zyn Hcer betaald* 
CHEVERIL , een v^lde GeyU 
Cheveril-leather, Geyteleder , zeemleer. 
{%) aChevcril confciencc ^ ten Rnym gemoed y dot 

zicbrekken laat en ^tniet naama neemt. 
CHEVRON ^een Dakjpar y een keper in een 

wapenfchHd. 
CHE V IN, cenKnorhaany [ zeker Vifchjc. ] 
to CHEW, Kaauwen, 

To chew flo-wly , Langzaam kaanwen y kies* 

kaadwen* 

•a^Ta- 





^ To chew the cud, Hfrkaauwep^ 
Chewed^ GckaanwJ. 
Chcwcr , et^n Kaaxwer. 

Chewing, Kaauwmgy kaauwcnde^ 

a Chewing the cud , Herkaatfwm^^ 

CHI. 
CHIBBOL, cenParcy^ uyjcntjc, 
CHI CHE pcalc , Eenfom vam bruyne frwten. 

CHICKEN, l*'-^*^*-'*''*^''' 

To hatch chickeiH , Kuyieni uytluppen. 

a Urood of chickens, e€>$ T<fom kuykem. 

* You count your chickens before they be hat- 
ched , Gy madkt uwe rekeni^^ ZQftdcr dtn wacrd. 
Chick-weed, Mmrkruyd, 
CHID, Bchcven. 
to CHIDE, KfocHy hkyvcw. 

What can he chide thee for ? IP oar ^vtr kan hy 
u hckyven\ 
Oiidden, Bekctven. 
Chider, ten Kyvcr. 

Chiding , cen Kyviffji; ,g^fyfy tyvcfiJe , kyfuchu^. 

He fell a chidiBg his brother , Hy bcgon ugems ty- 

nen broedir te kyveit^ 
Chidingly, Kyvenderwyze ^ kyfachtiglyk. 
CHIEF, deyoorfle^ voornaamjh^ opi^^^ft^- 

That is ih^chM^oxui^Oatisdtvoornaamfttzaak. 

When he was Cormnander in chief , lotn hy U 
opptr^ebied had. 

The Chief men of a city, de Hoofdcn cenerjlad^ 
de regeerderu 

The Lord Chief Juftice, ^ Oppcr-rcchter. 

The Chief heir, de f^^ooraaamfte crfgenaimt. 
Chiefdome, Voorrang, 
Chiefert, de yoarm^nfte ^ opperfit. 
Chiefly, yoornaamlyk. 
iCHltFTAIN, ^e,t Horfdmat. 
CHILBLAIN, een U'tnurhand oi kdhieL 
CmhD.ecnKind. 

To bring forth a child , een Ktnd baaren. 

To be brought to bed of a child , ^an €€n kind 
in de kraam komepf, 

a Little child, een Kindeken^ kindije* 

He is pall a child, Hy is at ttytzyne kind/the j^ia- 
ren ge tree den* 

To grow a child again, Kindfcb wttrdcn. 

To play the child . Znh kinderachtti amftelltn. 

From a very child , Van ten kUyn ktnd af 

aFatherleft child, een If ees kind, 

a Forter child, een Minnekind^ voejlerling. 

With child, BrvrMcht^ met kind. 

Great with child, Zwanger^ hezrHcbi vanjbttdi^ 
zwangcr gaande* 

He hath gotten the maid with child , Hy keefi de 
meyd met ktndgemaakf. 

aBcing with child, Bevrnehtheyd.bezvjangifdheyd, 

i I am with child to know > Ik ben Mnft ow u 
weeUn* 



CHI 

Child-bcartng , Kinderbdoring , -^ kinderbsdriwde* 

a Child-bearing woman , Een kinderbaalenda 
vroMWy een vr^nw diw nog ni:t myt bet kinder- 
haaien fefcheyden is. 

She is palt child-bearing, Zy is al nyt betktnder^ 
haaten gefcheyden. 
Child-bed, *t Kinderbed. kra^tmbed. 

To be in child-bed. In de kraam Uggen. 
Child*bcd liiinen , Luyermnnds goed. 
Child-birth , In de kraam hevaHing^ kindcrgebs^rtf, 
a <^hi Id-bed Woman, een Kraarnvrouw. 
Childhood, Kindihcyd. 

From his childJ|o6d , y^ ktndsbeen af^ van ^em 
ktnd of. . JJHi 
Childifh, Kinmmbtig^ kinder lyk. 

a ChiidHh part , een Kinderacbtige dasd. 

To ufc childiih tricks, Kmderkunren aanrechten- 
Childishly ,^ Kinderachuglyk. 
Childishncls , Kinderaibsigbeyd. 
Childlefs , Kinder loos ^ zonder ktndcrtm. 
Children, Kmderen. 

♦ Children Will do like children , Kindcrem d^em 
ah kinderen. 

Three children at onetSrth, Drie kinderen */ ee' 
mr dragt , drielingen. 

To be part children , Zo ond zyn dot men geeme 
kinderen meer krygt. 
Childermafs d^y ^Alierkinderen dag. 
CHILI ASTS , Dnyzend'piarige-ryks gez^ndcn* 
CHILL, Koud^ ^*^^^gy bttyverig* 

To be chill , Kond zyn ,' kiilen. 
Chill with cold, Krimpende of bmyverig van koudf. 

This cold diiok cliills me , Deeze konde drank 
^ m^akmy huyverig ; oi kiUt my in de tamden* 
C h i n edj , Kov d geworden. 
Chilling, Kond^aakend^ killend. 
Chilly, Kond.kiihand. 
ChUnefS) K^mdt^ koudheyd^ dt kiL 
CHIME , V Gebeyer der khkken. 
to CHLME the bells, Op de Uokken fpeeten , beye- 

ren* 
Chimer, een Khkkenfpeclcr. 
the Chimes. V KIoki^n-fpeL 
CHIMERA, Zeker verzicrd monfler , een vreemd 

V€rdi(htfel^ of wondcrlyke inbeelding , een kafteet 

in de Incht. 
Chimerical , Ingebeeld^ verdiebt , verzierd, 
CHIMNEY een Schoor/leen. 

The ihank or tunnd oi a chimney , V Gat of i 
pyp van een feboorjieen. 
a Chimny-piccc, een Schoorfteen ftrnk j beeldt^erk i 

fehildery vo&r eenfiboorjieem. 
ChiTiney-fvvccpcr . ten Scboorjieem^eeger, 
Chimncy-mony, Scb&orfleengeld, haardftedc-geld. 
CHIN, de Km. 

To be in the water up to the chin ^ tct deKe<i^ 
toe in V WtUer ftaan. ^ 

a Long-chin, €ftt Inngkin^ knelkin* 

a Chin- 



4 



cm 

a Chin-piccc of a helmet , Kinjlult V4n etnbilm. 

the Chin-cough, de Ktnkhoejh 
CHINA- wurc, PQr€th[H* 
a China-orange, ten Cinaas apfcl, 
CHINE, hnKnggraat, 
. a Chine of beef, ecn Lcndo/ftfik QfTenvUefch. 

a Chine of pork, ecn Ku^flMkJp^i. 
to CHINE, de LejtiUn knakkt^. 
CHINK, ten Scheur^ fplect^ klooie. 
% Chink r money ] Kieyrs g^ld 
to CHINK ^ KiUveH^ ff^y^^^y fcbcurcn^ ^klinhn. 
Chinked, GefpUcstff, 
Great CH/NNED, Groot van kin. 
CHI NTS, Sfiifcn oi Chiifcn. 
CHIP, ee^ SfaandcTy fpaantjc. 

*aChip ot the old blok , ten A^srtjf naar zyn 
vsartje. 

Orange-chips , Oranjt-fmppeU^ 
a CWp-ax , cen Dsjfci 
to CHIP, Tot fpiunders maak^n. 

To chip with an ax , Bedijjclcff. 

To chip bread , de Korji van V brood n^nippelen. 
Chipped, Tot jpaanders gcmaakt. 
Chipping , Spaander*ma4iking. 

Chippings of bread , Dunne korjljes van brood, 
CHIROGRAPH, ten lUrndfchrifu 

The Chirographcr of fines , dc Griffitr vangtld- 
hocUn, 
CHIROMANCER, cen Hmdwamuggtr ^ hand- 

kykcr, 
CHIROMANCY, Handwaarzcggery ^ bandkyke- 

ry, himdkykkHHdCy goedergchikzcgg'tHg. 
Chlroniantical , D,U dc bandk\kcryhctrejh 
to CHIRP [as %h\ri,']TiilpcTi^kirr^m. 
to Chirp [as a cricket, ] Zm^eij ah ecn krckeL 
The CJhirptnq of birds , U Getjslp of^cktr van vogelen, 
CHIRURGERY , de HcclkoPfJl\ wondhteittatdf, 
CHIRURGION, ten Hcelmccjlcr ^ wutsdheiier ^ 

vjondaris. 
CHl^^h.ecHBfyteL 

To cut with a chile! , Met een bey t el uyibottwcn^ 
heeUfnydf:n. 
Chilcl-woric , BeyteJ-werk^ heldwerk 
CHIT, ee}f Sproct^ — — ak-medc een nufje, oieett 
grobbell^ kind, ' ' 

Full of chits , Sproetig , lai fproeten. 
Chit-pealc, Mmlt;et , [aati \ lyf. J 
Chit-lark , tei$ Kuyf-iceHucriL 
to Chit, Schhte finals taad ift de aarde. 
CHITTERLINGS , Saufyzen^ ds mcde V mge- 

wand of de afval van een'^am, 
a CHITTY face , een Nufjc^ wyineuije, 
CHIVES, Fcezciing€n^ aanworieh othit^aok^ of 

CHrV^ALRY, de Ridderfcbap, als mcde , een 
Leenhuudmg Van land^ mids vcrbunden te zynden 
Komng ah ridder te dknen, 

Chizel , zit ChUil. 



CHO: 
toCHOAK, t/V Choke. 

CHOCK, ^^^tri^K, , 

a Chock under the chin , een Tikje onder Jt hiu. 
CHOCOLAT, SMaad<. 
CHOICE (adj. ) Uytgehezcn, kettrlyL 

He delivered his'lpccch in choice words , //yj 
droeg zyne reede mar met zeer kenflyU IfCWQOr'^ 
diffgef/^ 
The choiccft men of the city, dc* Treff^clykjJeVMi 
deflad, \] 

CHOICE, (fubflO Ferkiezing, keur, 
Tx) make choice of a thing , letj kiez^n. |I 

Take thy choice » Ne^m stu^e kettr. iJ 

We may be at our choice, Uy hebben onzekear^i^ 

Uftaat aan ont. 

To give one the choice, lemand kenr geeven. \\ 

He did it of his own choice , Hy deed bet iv)li1 

zubzehen, '/ was z\'» evgene verkiczing, |j 

«> There is no choice A?c» beefier geen keHr^Jgai^] 

is geen ^erfibiet. 

There is great choice of 

fhop, Daar is groQt verjc 

mnkeL 

Choicely, Kenrlyk. 

Mod choicely , Op V alter kenrlykjl. 
to CHOKE, Ferjliiken^ verworgen. 
Choked, Fcrjhkt. 
To be choked for want of drink , Verfttkken of 
Terfmaihten van dorfl. 
ChoKc-pear , Een kroppende peer , een hok om aan 
te verfttkken , of d/e niet te verzwelgen ts. 

Choking, Ferfttlking^ zcrjlikkende* 

CHOLER, deGa/^ toorny oploopendbeyd. 

Black choler, de Zwarte gaL 
Choi crick , OpUopend ^ baajtig^ foornig. 
\ to CHOOSE, Ferkiezeny kiezen^ zit Chnle. 
CHOP , een Hoftvjy keep. 
a> CHOPS, 'tBakkfis. 
His chops are always going, Zyn mondgaaigem. 

ftadig. 
The chops of a vice, De bek van een febroef, '' ' 

tl CHOP, Kappen , bakken , Rnylen^ rnylt* 

buyten. 
To Chop off, Afhmen. 

Will you chop witn me ? IfVtgy mel my rnylen ? 
Chop-church , een Kerk-ruylin? ^ Gelyk de Prcdi- 
kanten in Engc!and fonityds doen. 
The wind chops about, de Windioopt om. 

Chopping, Hakkwgy kapping^ hakkende^ 

a Chopping off, Afkappimg. 
a Chopping knife, een Hakmes. 
odr a C Jiopping-bo y , ten L nfhgJt jongen , ten klou v/ef 

ran een jongcn, 
CHORAL, Tot eene rey heb&orende* 
CHORISTER, een Zangmeefier. 
CHOROGRAPHY '^' ' " 
fcbryving. 

M 




Plaatsbefchryving J tjnSe* 
CHORUS 



^a^M 




93 CHO. CHR. CHU. 

CHORUS (in a plav) de Rcy [in centoonccl- 

fpd.] 
I CHOSE ^ Ik h'.s^ sk Terbor^ Vfn to Chule. 



CHU. CHY. CIB. CIC- 

The Reformed Church , De Gerrformeerde Kerh 
The Church of God , De ftmeynte Gods. 
The Church-book , V KerkboeL 



He chofc rather to return, Hy "jjond liner vjcer' a Church-man , ten Kerkelyke. Een die V met dt 



om kccrcn, 
Chofcn, Gekoozen^ verkooren ^ ustverkooren. 
CHOUGH, eenKnMuw, [ zek'ere vogch ] 
CHOWSE, eenSut.flechthorAd, een pots. 



toCHOWSE, Fofpen^ herj/tf een pots fpeelem. 

Chowfcd, Gef.pf. A, 

to CHOWTER, MorreffArcumeUn. 

CHR. 
CHRISM ATORY , de 'll Oli -bus. 
CHRISiME, deH.OIi. 
CHRISOM, een Dooplnyer J doopkleedj alsmedc^i 

een Kraamki/tdtje. 
CHRIST, ChriJiHS. 
CHRIST AL, Kr'ijlal. 

to CHRISTEN, Doopen, kriftenen , kerjfenen. 
Chriftcned, Gedoopt^ gekrijlend. 
Chriftendom , de Cbriftenheyd^ bet Chrijlemdom. 
Chriftenmg, de DooP^ bet uoopfel. 
Chriften-name y de Doopnaam. 
CHRISTIAN, eenChriJlen, Chriflelyk. 

CHRISllANITY, de Cbriftelykbeyd, CM/ielyke \ to CHURN ;jC.fr»«f. 
Godsdienfl, Cbnftelyke leere^ 'Cbriflenhesd. ' ^ ^ ' ' 

CHRISTMAS, Kerstyd, kermh. 

Chriftmas-day , Kersda^. 

♦They keep Chrillmas all the year, Zy bouden 
altyd Tiondag. ^ 

t Chrimiias-box , een Spaarpot. 

Chrift-crofs-row, or Cfrifs-crofs-row, Vyf. B. C. 

CHROMATICK . 't Kolonyt , Vermaakelyk. 

CHRONICAL, Uat op zekere gezette tyd komt. 

CUKO^lCloE. een rvdboek.^onyk. ^ 

to CHRONICLE, In eenen kronyk aanfckryven. 

Chronicled , In de tydhoeken aanjretekend ^ inde Kro- 
nyk verbaalt. 

Chronicler, een Kronykfchryver. 

CHRONOLOGER, een Tydkundige , Kronyk- 
fcbryver. 

Chronological, Tydkttndi^. 

Chronologift, een Tydkundige , Tydbefchryver. 

Chronology , Tydrekening , tydkundc. 



1 Kerk boiidt. 
' Church-choppers , Predikanten die btmne kerkcntt' 
gen elkander verruylen. 
Church-robber, een Kerkroover^ 
, Church-warden , een Kerkmtejier. 
! Church- wardenfhip, een Kerkmeejierfchap. 
; Church-yard, een Kerkhaf^ begraafplaats. 
to CHURCH, als She is churched, Zy beefthm^ 
kerkgang gedaan. 
a Womans churching ^ een Kraamvroutus kerk- 

CHURLE, een Plompe boer. alsmcde een Frek^ 
(X) To put a churl upon a Gentleman, Z)«r^<r 
op den Edelman zettem , bet befte eerjl op eetem 
ofdrinkeny en ^tjlecbtfte daarna^ 
Churlifh, IFoeft^ boerfib^ onbefcbqft. 
Churliftily, Op zynboers^ onhefcboftelyk^ 
Churiahncfs, Boersheyd , onbefcboftbeyd. 
CHURN, een Karm^ butterkam. 
a Churn-ftafF, een Karnjiok. 



I Churned, Gekamd, 
Churning, Kamhtg , 



• kamende. 



\^nronoiogy, lyarekemng^ tydkundc, 
CHRYSOLYT, een Krifilyt^ [ 7ekcr gcftccntc, 
Chryftal , tie Cryftal. 

CHU. 
CHUB , een Knorbaan^ [zekcrc vifchjc. ] — — als 

mede eendikkop^ plontperd. 
CHUCK, ttm T,k ondir de kirn 
to CHUCK under the chin , Onder de kin klop- 

pen. i. 

to CHUCKLE , In ten gefibater uyibarjlem. 
CHUFF, een Boer ^ plompaard, 
Chufty, Boerfcb, onbebotnuen. 
CHUMP. eenHomp. 
CHURCH, een Kerk , gememte. 
Church is done, De Kerk goat nyt. 



to CHUSE j Kiezeny verkiezen^ uytkiezen. 
Chuf? which you pleafc , Kies watgy wilt (<» 

v)a^ aanjlaat. ) 
Let mil chufe whether he will or no, Hy mag 
kiezen of by wil ofniet. 
OCS* WouW I were to chufe, Ik wenfcbte dot bet in 

mvne kemr.ftond. 
o^Hcxannot chufe but give ofPaice jllymoetnood^ 
Zaakelyk aanfloot geevcn. 
To chufe out • Uytkiezen. 
03* To chufe rather, Liever willen. 
(t> Tojjhufe (adv. ) Foor al^ voor alk dingen.. 
ChufeJf een Verkiezer. 
"^B^ars muft not be chufcrs, Bedekarsmoetem 
gcen keur hebhen. 
Chufing, Ferkiezing^ verkieztnde. 

^HY. 
CHYLE , de Gbvl, bet maagfap. 
CHYMICAL , "Cbimifcb , door V vtinr ttytgetrokr 

ken, 
CHYMIST, eenStoffcbeyder.-Cbimifl. 
Chyniirhry, de Stoffcheydhmde y ftoffcheydery y Chi-- 

r^*fhrs ^ Cbintje, 
'• n:'i'N,Kleezrn,fpfyten. 

CIPOIRE , de Misbrood-kai. 
CIC- 
CICATRICE , een Lidteyken. 
to CICATRIZE, Lidtekenenytoteenlidteykenzet- 

tcn^ toebcclcn. 
Cicatrized, Tot een l/dteyken getety toezebeeld. 

Cicatrizing, 



CIC.CID.CIE.CIL.CIM.CIN.CIO.CIP.CIR. 

Cicatrizing, Lidteykens maakende ^ toebeelende. 
CICH-pcalc, Graauw-ervjten, 
CICH6RY, Cichores of Suykerey. 
to CICURATE, Tarn maaken. 
Cicuration, Tammaakins;. 

CID- 
CIDER, Appeldrank. 

a Cidcr-houfe , cen Cyder-buys^ eem buys daar mem 
appeldrank verkoopf, 

GlE. 

CIENS , ccn Gnf^ ent. 
CIELING, deZQldering, U wetffeL 

cn^, 

CILERIE , o/Cilerly , Zeker lofiverk op de boofdtn 
der pslaaren , verbeeldcnde vouwen oiphoijen. 
CIM, 

CIMBAL, een Csmbaal^ cimbeL 
a Player on the cimbal , ee» Cimbaai^feelder. 

CINDERS, Uytgebrandefmhskoolen^ koolaJTcbe. 
a Cinder- woman, een Vrouwmenfch dot de k^kjes 

uyt de afch opzoekt , een bedelaarjier. 
CINOBER, Cinnaber, t^ermilioen. 
CINNAMON, KanecL 
the CINQUE-PORTS , de Vyf havens , tyndc 

vyf zceftedcn in Enjcland die vcelc vryhedea 

hebbcn , naamelyk , Haftings , Rumny , Hethe, 

Dover, en Sandwich. 
The Lord- Warden of the Cinque ports, de Op- 

ziener der vyf havens. 
CINOPER ^/VCinobcr. 
CINQUEFOIL, Vyfv'mgerkruyd. 

CION, een Grif^ ent. 

CIP. 
CIPEROUS, Cy/^^nr/, Wilde galigaan^ zehere 

foort van biezen. 
CIPHER, een C\fcr, talmerk^ nul 

To take in cipners , In cyfer opfchryven. 
to CIPHER. Cyferen^ rekenen. 
CIPRESS, Zydekrip. 
a CIPRESS tree, een Cypres-^ clprejjeboom. 

CIRCLE, een Kr/njr cirkel^ ^^^Kt kreyts. 

Haifa circle, een Halve c'trkel ^ halfrond. 

To make a circle, Ren kring maaken. 

a Circle about the moon, ^n Ring om de moan. 

The Circles of Germany , De Kreytfen van 
DuytfchLwd. 
Qrcle-wife, Kringswyze, 
Circlet, ecu Krans waarop men een fibotel op de to- 

fcl T.Ct. 

CIRCUIT, een Kreyts^ omkring^ omkreyts^ om* 

Zang, trans, angel. 
To go the circuit, Omtrekken^ de ronde doen^ 

gelyk de Rechtcrs in Engeland tweemaal s'jaars 

ydcr in lyn beflek. 
Circuition, een Rondomgang^ omtrekking. 



CIR, 91 

CIRCULAR, Kring-rond^ in^t rond^aande. 

The circular motion , De omgaande bcweeging. 
Circularly, Kringachtig^ in de rondte. 
to CIRCULATr!, Omgevoerdworden^ omlooPen. 
The blood circulates in the hoiy^Het bhed loopt 

om in '/ lyf. 
Trade makes the money circulate , De koopban* 
del doet bet geld rondgaan. 
Circulated, Omgevoerd^ omgedreevcn. 
Circularion, eenOmloop^ rondomloop^ rondomdry 
ving. 
The circulation of the bloud , de Omloop des bloeds. 
Circulatory, Rondgaandc, omgaande. 

a Circulatory letter, Een brief d^e na verfibeyde* 
ne plaatfen gaat , een rondgaande brief. 
to CIRCUMCISE, Bcfnyden. 
Circumcifed, Befneeden. 
Circumcifer, een Befnyder. 
Circumcifion, BefnyeUng^ befnydenis. 
CIRCUMFERENCE, een Omtrek, rondomtrek^ 
bet buyii^rond. 

CIRCUMFLEX, Omgeboogen y een zeker 

klankteyken ^ aldus ^, 
Circumflcxlorfv,^ Ombuygin^. 
CIRCUMFDUENT, Omvlietende. 
Circumgiration , Omdraaijing. 
CIRCUMLOCUTION, Omjpraak, uytbreyding 

van iets. 
to CIRCUMSCRIBE, Omfcbryven, bepaalen.be- 

perken. 
Circumfcribed, Omfcbreeven^ bepaald. 
Circumfcription , Omfchrvving. 
CIRCUMSPECT. Omzigtigy voorzigtig. 

To be circumfpea, Omzigtig zyn^ op zyme hoe* 
de zyn. 
Circumfpedion , Omzigtigbeyd. 
CircumipeSly, Omzigtiglyk, 
CIRCUMSTANCE, Umftandifbeyd. 
My circumftances will not fuffcr it, De float 

ivaarin ik ben laat bet niet toe, 
a Sad circumftance, Een droevig geval. 
Circumftanced, Met omjiandigheden belcgd^ onder 

omjhandigbeden begreepen. 
Circiimftantial , Omjfandsg. 
Circumftantially, Omftandighk. 
to CIRCUMSTANTIATE , Met omflandighe- 

den befchryven. 
Circumftantiated, Met omjlandigbeden verklaard. 
CIRCUMVALLATION, Omwalling.omfcban- 
/tng , een borflweering of aarden walvan een leger. 
The lines of circumvallation , de Befcbai^ng 
welke de belegeraars van een plaats rondom bum 
leger opwerpeny om van buy ten niet overrom^- 
peld te warden. 
' to CIRCUMVENT, Ondcrkruyfen, verftrilken, 
onderfteek doen. 

icSmvSl! I Onderkruyping, verftrikktng. 
M 2 CIR- 



92 CIR CIS.CIT.CIV.CIZ.CLA. 

CIRCUMVOLUTION, Omdraaijing^ omloop, 
omwentellnir^ omkcerin^. 
do* 

Cifers. zie Cizars. 

CISTERN, eem Regenbak^ waterbak^ waterkuyp. 

CITADEL, eenBurgt.Jloty'fladsfterhe. 
CITATION , Dagvodrdimgj iuJaagwg^ _-^»- 

haaUng^ bybr edging, 
to CITE , Dtigvaarden , shdaagen , roeftn , — — 

aantrekkcn ^ aanhaalcn ^ b)breyigen. 
Cited, Ingedaagd^ gedagvaard^ ^^^ (Uiy:gctrokke» ^ 

bsgebrazu 
CITHARIST , een CyUrfp^tUr:^ 
Citing, Dagvaarding^ ixdaagmg ^ ^"^"-^ aa* n-kkingy 

dagvaardcnde. 

CITIZEN, een Burger^ poorter. 
a Fcllow-ciiizcn , een Medcbnrger, 
Citizen-like, Als een burger^ bnrgerlyL 
Citiienlhip, Bttrgerfcbap y burgerrccht. 
CITRON , ee;t Citroe?:, 

iZlTB.Vljt'COWCUUhY.K.cenlVater'meloen. 
CITTERN, eenCyier. ' 
CITY, ec^iStad. 

a Little city, eeft Stedcken. 
He lived a city-life, Hy leyde een flee-leeven. 
The City-freedom, de Stads vryaonty Stadi ge- 
b'ted. 

CIV. 
CIVET, Civet. 
a Civet-cat, een Civetkat. 
CIVICK, Burgerfch. 
aCivick crown, een Burger-krans^ ^ynde een 
krans van cykenloof die door de aaloudc Ro- 
meynen gcgceven wicrdt aan iemand die*t lee- 
ven eens burgers gcrcd had. 
CIVIL, Burgerlyk^ heufch. beleefd. 

a Civil- war, een hilandfche oorlog^ burgerkryg. 
CrVI LI AN jjeen Rechts^eleerde in de burgerlyke wet. 
CIVILITY, Burgerlykleyd, hcusbeyd Relief dheyd. 
to CIVILIZE, Bcleefdmaakeft ^ bejchaaveit. 
Civilized, IVelgemanierd ^ bcfchaafd^ heufch. 

a Civilized nation , een Befchaajde Undaard^ een 
welgcmanierd volk. 
Civilly, Heftfchlyk^ mamerlyk. 

CIZARS, een Schacr ^ fchaertjc. 
a Good pair of cizars, Ee^goede fcJhaer. 
To clip with. cizars, Kn/iwen met cenfchaer. 
CLA.V^ 
■CLACK, eenKlap^ khdiLr i^rr. — klappey. 
to CLACK, Klappe?;. Wk \ 

To clack with the tong-, ItJjfjpen met de td^g, 
|>To Chick wool, I let me^K.dcr fckaapen va>s de 
w^l affhvdenj opdat zc t^ ii)jnder zou weegen, 
en nict zo vccl tol bctaalcn* 
GLAD , Gekhed. 
CLAIM, een Aanmaatiging^ eyfcb^ aanfpraai. 



CLA. 

To lay claim to a thing, Een eyfch op iets doen^ 
aanfpraak op iets m oaken , zicfr iets aanmaati" 

£'n , de hand op iets leggett , i^ts beKfideren, 
AIM, Eyfcocn^ een eyfch op iets hebben^ be^ 
weeren. 
To claim to ones fclf, Zich toeeygenen^ aoit- 
maatigen, ^ 

Claimable, Daarifffn recht o£ aanfpraak op heeft^ 

eyfchbaar. 
Claimed , Opgeesfcht , aanj^etnaatigd, 
jClaimcr, eenE'yfcher^ aanmaatigcr, 

'Claiming, Eyfching^ beweering^ evfchende. 

to CLAMBER, KHmmcn^ klarswteren. 
Clambering, Kltnmting^ geklim , geklauwter ^ •— ^ 

kJanwterendM 
Clammincfs, Kleeverighevd^ klamheyd. 
CLAMMY, Klecfachri/, klam. 

a Clammy face , een Kiam aangezigf, 
CLAMOUR, Gcroep^ gefcbreettzv ^ gekryfch. 
to CLAMOUR , Luyd roepen , fchreeuvjcn. 
ClamoTOUS, Schreeuwachtijr ^ lusdrHchtiz* 
CLAUPVeen Klamp. 

CLAN , een Geflacht o{ ftam onder de Scbotten. 
CLANCULAR, Verborgen^ verholen. 
Clanddftinly, In V heymelyL 
CLAP, een Klap ^ gekraak ^ flag ^ oorbandj ' . 
kl^^oor. 
The doors gave a great clap, de Dessren klapten 
• geweldig. 
(T^He his got a clap , De pokken zyn hem aangezet^ 
m' is met klapooren voorzien, 
a Clap of thunder, een Donderjlag. 
At one clap. Met cenenjlag^ eens Jdups. 
to CLAP, Siaan^ klap^n geeven ^ klappen. 

To clap hands , In de handen klappen, 
O^To clap on a piece, Een lap aaijflanfen. 

To clap on all the f^is, Alle de zeylen byzetten. 
To clap up- together , By een doen , V zamen 

lappen. 
To clap the door to , de Deur toeklappen. 
To clap one up in prifon, lemana in^tgevan- 

genhuys Jluyten. 
To clap up a baisrain, Een koop toejlaajt. 
CLAP-1K)ARD , iilap:jwst. 
CLAPPER, ee.iKL-, klappcr. 
The Clapper of a bell , een KlepeL 
The Clapper of a door , een Klopper ran. een 
deur. 
ojra Clapper of conies , Eei? plaats diiar men kuny- 

ncfi boudt .^ ccn hj:;\KC'bok. 
Clapping, Gekhp^ ^^cs!a;fpcr, 

a ChiDpini?- of the iiands ,• IIa;:cMJiip. 
CL\RET, Roodcz'jv?f. , 

CLARENCIEUX; de Tweedc jraVcK^konin^ ot 
Opzref^der der vjipe;;fch:ldc:: ^ die ioczi'^tbeeft 
op de begra^rceuiflen der R:c!dcrs en Schtldknaa" 
Pen^ aan de Zft\dz\de van de rivrcr Trent. 
CLARIGORD, Zckerjlacb van een klavefmbel: 

tci 



CLA. 
to CLARIFY, Klaar maaken^ zuyveren^ doen be- 

zinke?i. 
Clanged, Klaar gemaakt ^ ^ytZegt/ly bezonhn. 

Clarifying, Khiarmaaking ^ .^klaarmaakendc. 

CLARION, eenBazuyn^ klaroen. 

CLARK, een Kerkclyke. z'te Clerk. 

CLARY, Skarley, [iekcr kruyd.] 

CLASH, Gcklets^ gcrammeL 

XO CLASH, KUtfe»j kletteren^ tegen malkandcren 

fl^^^y '^ zamen overhoop^ ^^^^^* . 
Their jj^words daihcd againft one another, Hwi- 

ne degem kletterden tegen malkanderen.. 
They ever clafh one againft another, Zy leggen 

altoos met elkanderen overhoop. 
His undertaking 'clafhcs with mine, Zyne onder- 

neemlngjlrydt tegen de myne. 

Clafhing, riletfing^ kletjende.. 

The Clafhing of arnies, ^tGeklater van wapenen. 
CLASP J een Boek/lof^ kram. hcaL 

A booK with- clasps, een Boek met flooten. 
to CLASP, Toehaaken^ toeflnyten^ bejluyten. 
Clafped, *t Zamen gejloten^ toegedaan, met Jloten 

voorzten. 
♦Two hands clafped tc^ether are a fymbole of . 

fidelity. Twee handen in eengejlooten zyn een , 

teken van trouw. j 

Cla(ping, Toehaakin^^ toeftuytmg. \ 

CLASS or CLASSIS, Kang^ ordenlng^ orde, i 
CLASSICS , I V Gene tot de orde beboort^goed- \ 
CLASSICAL, r gekeurd, geloofwaardig. ! 

a Claflical Author, een Goedgekeurde fchryver y een 

aaloud Latynfch Schryvcr die van 2ulk een 

achtbaarheyd by de Geleerdcn is , dat zyne 

ftreckwjien tot cenen regcl konncn dicncn. 
to CLATTER, Klateren, rammelen^ klcttercn. 
a Clatter-coat, ecnZwetfer^ kakelaar. 
Clattering, Gcklater, gekleiier^ gerammel^ — — 

klaterende. 
I CLAVE, Ik klo^fde, va?i Cleave. 
CLAVER-GRASS, Kl^er. ' 
CLAUSE, een Bejluytfel y invoegfel^ ziufpreuk^ 

Jlotredcn^ bejluyt, 
CL AUSTRAL, 'Tot een kloojler beboorende.. 
CLAW, eenKlaanw. 

The Claws of a crab, de Klaauwen offcbaeren 

van een krab, 
to CLAW, Krabben^ kratfen^ klaauwen.- 

To claw one off, Icmand airojjcn. 
to Claw , [flatter , ] Streelen , klaauwen daar de tafih 

hangt, 
♦Claw me and HI claw thee, D:e;j wv, ik zal 

u weer dienen , d*eene vrijdfcbap is^-ctandere 

waard, 
ia Clawback , een FllkHooiJer, 
Clawed, Gekrabdy geklat/ivd. 
CLAWER, een Krabber^ krabbekaier. 

Clawing, Gekrab, krabb/ng^ krabbende.. 

CLAY, Kley^ pot'oardy teem.. 



CLA. CLE. , 93 

Fullers clay, Ful-aard. 
Potters clay, Pottebakkcrs kley. 
Clay-land, Kley land. 
Clayed over, Met kley beflrceken.- 
Clayish, Kleyachtig. 

CLE. 
CLEAN, Schoon^ zuyver^ reyn^ net. 
a Clean fhift, een S'choon hemd. 
Clean fhects , Schoone lakens. 
Clean water, Zttyrer vjater. 
♦To wrap up a n'afty ftory in clean linncn, Ken 
vuyl bedryf met bedckte bewoordingen be-wimfe- 
len. 
odf Clean , [quite, ] Ganfcb , geheclendaL 

I am of a clean contrary opinion, /* bengehee^ 

lendal van e'en ander gevoelen. 
Quite and clean. Ten eencmaal^ ganfchelyk. 
7 he clean contrary way , GaMfch een andere weg^ 
to CLEAN y^Zuyveren ,- fchbonmaaken. 
To clean the nofc, De neus afveegen. 
ClcanlineTs, Schoonbeyd^ reyiigbeyd ^ zindelykheyd y, 

netheycL 
ClcsLLily/Zffyterlyk, netjes^ zindelyk. 

a Cleanly woman , een Zindelyke vrouw. 
Clcanncfs, Zuyverheyd^ fcbovnheyd. 
1 3 C LE A NSE , Keyn'tgen , zuyveren ^fchoonmaakeni- 
Cleanfcd, Gezuyverd^ gereyaigd yfcboongemaakt. 
Cleanfer , een Zuyveraar , re\u'tger , fchooitmaaker. 
Clcanfing, Znyvering^ ^^y^^^g^^^g y fchoonmaakhfg y^ 

zuyverende. 

CleanfingSj'V Uytveegfcl^ ofzuyverfeL 
CLEAR, Klaar y Jaelder ^ zuyver, 

it is a clear fky, V // een 'heUere lucbt. 
As clear as the day, Zo klaar als de dag.- 
a Clear found, Een belder geluyd. 
Clear water, Klaar o? belder vjnter. 
It \% a clear cafe, V Is een zaak die klaar is.- 
Clear of fight* /f/^^r van doorzigt. 
It is clear, V Blykt klaar. \ 

«> Clear of debt , ''yry van fcbuld. \\ 

To be clear in the world, Zonder fchuIJen zyny 

geene fchttlden bcbben. 
a Clear efktc, een Unbezwar.rd kapitaaf. 
05* To get clear (as a fliip ftruk upon the lands,) 

Los ra^.ke?: [als een fchip dat vaft 2it.] 
03* Clear, [Innocent , ] Owfck-ddig , vry^huyten op* 
fpraak. 
He is clear from that crime, Hy is van die mis^ 

da^id vry, 
a CI car confcience , Een vry geweeten. 
a (Jlcar coad, Een oever vry van zanden cf on-^- 
diepten. 
03* Clear, ^ [quite,] Ganfcbelyk. 

I am clear againft it, Ik benW ^anfcblyk tegen. 
He leapt clear over the ditch ^liyjprong glad over 
dejloot. \ 

Clcar-nghtcd, Klaarzigtigj klaar vangezigt^ door^- 

^'g^M', 

M 3; to^ 



94 



CLE. 



CLE. CLI. 



to CLEAR, Doen opklaaren ^opheldcren ^hlaarmar- tCi-hRK; een Kerkelyke^ geejlelyke ; Kkrk^fchry^ 
' '' vcr 'y.Stkretaris, 

Clcrkfhff) ,. Klcrkfchap^ ffhryvcrfchap. 
CLtVHt, Handigy behendig. 
r :ieverly '\ Behendiglyk , knap. 

He docs it cleverly, Hy gaafer behendig meeom. 
He cut it oti' cleverly , hyCntedt hetdadaf. 
CLE^J , een Khiwcn. ^ ^ 

a Clew of thrcd, ecn Kluwen garens. 

•- CLI. , 

to CLICK , Zoetjes klaPpcn^ tikken. 
To click as a watcn doth, Ttkkcn als ten mMr- 
vjcrk. 
a CLICKET »r knocker, dc Klopt>er aameendetir. 
, a Leper's Clicket, eenLazarMsklap. 
vry- Clickets , K^perhoutjes, 

Clicking; Klopping^ ret'sk^ tikkende. 

CLIElSiT, ccn Advokaats oiProkureurskalantdnar 

hy Z'oor pleyt , fchutgcnoot , hefchermeltng , turn" 

hanger, 

CLIIT, een Rots ^eylte, kluft. 

The Cliff in mufiJui^ Sleutel in de mutyk. 



ken^ redden • 
CCSr To clear oil's debts , Icmands fchuldcn betaalen. 
o:JTo clear an cllate, Een kapitaal vrymaaken, 
to Clear, [acquit,] Zuyveren^ ontfiaan ^ver deeds- 
gen^ ontfchuldtgen. 
He clears himfelf very much, Hy ontfchuldigf 

zichzelven zeer vecL 
To clear himfelf from guilt , ZicA van ecne mis- 

daad zuyvercn. 
To clear a bufinefs, een Zaak opredderen. 
To clear up, Opklaaren. 

Clear up vour brow . Zie vrolyk uyt wwe oogen. 
Cleared 5 Klaar gemaakt ^ opgeMderdj opgeklaardy 

geznyverd^ ontjlagen^ gered. 
Clearing, Opklaaring^ ophddertng^ zuyvering^ 

fpreeking , ' klaarmaakende . 

Clearly, Klaarlyk, volkomentlyk^ ganfchelyk. 
Thou art clearly miftaken, Gy bent t*eenemai1 

misleyd, 
I am clearly of his mind , Ik ben volkomen van 
zyn gevoelen. 
CLEARNESS, Klaarbeyd, helderheyd, znyver- 

heyd^ onfchuld. 
Clear-fbiritcd , Klaar van geeft. 
to CLEAVE, Klooven^ kiteven .Jplyten. 
To cleave afundcr, l^an een.'klwen. 
To C LE A V E to , AankUiteh ; '\aanhangen. 
Can that Hn cleave to this man > Kan die zonde 
deezen perfoon nog aanhangen ? 
a Cleaver of wood , een Houtkloover. 
a Butcher' s-cleaver , ecn Hakmes Ofjlagers bly. 
Cleaving, Kloovtn^^ fpfy^'^Xf -^^^kloovendc. 
Cleer, Sec. z/>, Clear. ' 

Cleff, zie Cliff ^ 

. I CLEFT, Ikkloofde. 

Cleft, Gekhoft^ ^efpleeten. ^\ 

CLEFT, (fuba.) ecn Kloove^fcbekr^ reet^fpleet. 

Full of clefts , f^oIfpJcetcn, '. 
CLEMENCY , Goedertierenbeyd^iachtmoedigbcyd^ 

zachtzJnnighcsd. 
Clement , Gocdcrticren , zachtzintng. 
to CLENCH^^t/V Clinch. 
CLERGY, mflelykbeyd, de Kerkelyken, de Ker- 

kelyker ftaj^ 
a Clergy-mln , een Kerkelyke , een Kerkelyk per- 
foon 



CLIFT • ecn SplMWzie Cleft 
the CLIMACTERICALyear,Af/7Vj;^jjr, Wi-r 
Zevende jaar van icmands ouderdom ; maar"^ hct 
groot trap-jaar wordt gerekcnd hct LXIIlllc , 
2ynde 9 maal 7. 
CLIMATE, cenStreek^ lucbtftrcek ^ gewefl. 
to CLIMB, Klimmen^ klauteren. 

To Climb up, Opklimmcn ^ beklimmen. 
Climbed, Geklommcn, 
Climber , ecn Klimmer.y klautcraar, 

♦Hafty Climbers have fudden falls jSpoedigeiUm' 
mers v alien [chicly k. 
Climbing, KUmming^ klautering ^ '^^^^klimfnendc, 
to CLINCH, Tocdocn omklinken. 

To clinch the fift, De vuyft tocjluyten , de band 
tocdocn, 
(J:;^To clinch a nail , een Spyker omklinken. 
Clinched, Gcjlootcn ^tocgei^ ^ omgeklonken. 
Clincher , Lcn die aaraij^loofjcs voortbrcngt , een 

fncedige quant. 
Clinching, ecn Omhlinking^ ■ omUinkende, 

a Clinching witticii'm, Ecnjnccdig loopje, 
to CLING together , V Zamen bangen^ '/ zamen 
hechtcn. 
To cling unto, /lanhangen, aankleeven. 



The Benefit of the Clergy , V Foorrecbt der Gees- Clingy , Klcefachtig , kleeven^. 

Uyt kracht van dit wordt een mis- (CLINK, een Kla?skj klinkenk gcluyd. 



tclskbeyd. 

daadige fomryds van den ftrop bcvryd : Want 
voor rccht gelleld tyndc, gccft men hem, in- 
dicn men hem wil begunlh'gcn , een oud La- 
tynfch bock met Duytfche lctteren,waarinhy 
ecn vaers moct leezen; indien dan deGemag- 
tigde die'er by ftaat , zcgt , Lcfrit ut Clcricus , 
[//y Iccjl ah c(rn Kerkelyke^ ] dat is, zo als bet 
beh'oort^ dan is hy van degalgver loft, en wordt 
luaar alleen iu dc hand gebrandincrkt. 



to CLINK , Kliakcn , klankgccicn. 

to CLIP , Afknippen , hcfnocijcn , fnippcUn , fcbccrcn. 

To clip mony , Geld befnocijcn. 

To clip wings, yicMgels kortcn , kortwieken. 

To clip fhcep, Sckap^ fcbeercn, 
o:?To Clip and coll, Ombelzen^ omarmen^ omdcm 

bals vatien. 
Clipped , Befnoeidy gcfcbooren , ajgcknipt. 
Clipper , een Snippeiaar , afknipper ,' bcfnocijer, 

a Mony- 



CLI. CLO, 

a Mony-clJppcr^ ecn GtU-fmeijer. 

Clipping, ^fkmppiftg^gcfmppei^ befnoeipng^ -of- 

ififppensU, 
Clipping and colling, Omhtlzing , Qmarming, 
Clippings, Smppeiingtn^ 
Clipt, ^/> Clipped. 

GLISTER , €€m Spnyt-artfrny^ iltfteer. 
CLI VE R , ^'elruykemde klavW . ftceBklavcr. 

^ CLO. 
CLOAK, &c. etn Mantel^ zh Cloke- 
to CLOAK, Btmmttkn^ zU to Clokc- 
to CLOATH, &c. Bekleeden, zU Clothe, 
Cloaths, Kleederen ^ ^/> Clothes- 
CLOCK, etnUHrwtrk^ klok 

a Pendulum-clock, een Siinger-uurweri. 

It is pail twelf by the clock , V Is over twaahen 
aan de klok , de vjyzer fiaat ovtr twmlven. 

What a clock is it? What's a clock? Hat loot 
is V ? wai heeft de klok ? 
)ne a clock ^ tern (Jmt, 
-^" A bout five a dock, Ontrent vyfunren^ 
« Clock-maker , een uurwerkmaaker. 
Clock-making , Uurwerkmaaking, 
oS* Clock, [beetle] ecn Brems^ o£ kever, 
ro CLOCK [ as a hen , ] Klokken , al een hen. 
The Clocking of a hen , *t Qeklok van een hen. 
a Clocking-hen, een Khk*hen, 
CLOD, een Kiuyfj aard-kluyt^ klomp ^ brok. 
To break the cloHs, Klftyte breeken. 

a Clod ot blood, een Kknter bkeds. 
to CLOD, Khnteren^ klnytig worden^ 
Clodded , Gekhnterd. kluyitg. 
Clodded bloody GekLnterdhhed. 
Cloddy > Kluytachtig^ kUnterlg, 

CLOG, een Blok^ helemmering. 

A Clog hanging about a dog's neck ^Eewbhkdat 

men eenen dog om den hals hangt , (f dot hy geen 

cyThis meat is a clog to one's ftomach,D^^t^J^^- 

Ze Icgt zwaar in de maag, 
a Clog upon one's eftate, eea Belafting op temands 
goedt. 

vVooden Clogs , Klompen^ houtene klompen, 
to CLOG, Befemmeren ^ verhinderew^ kroppen. 

This meat clogs my ftonuck . Deeze kofi be- 
Zwaart myn mag^ deeze fpyj kropt my. 

To clog the wheels , eenjpaak in ^t wiel fteeken. 
Clogged , Beiemmerd , aan t blok we float en. 

He is c!og|^ed ^ Hy h^^t een bhkaan V bee$t. 
CLOIED^ Aat^ rerkropt. zie Cloyed, 
CLOISTER, eenKhofter. 
to CLOISTER up, /* een KkoRer opJlMyten, 
Cloiftcr-man, een Kl&'jfterman^ khojlerling. 
Cloiftcred up. In een kkofler gez^t. 
Cloillcrcr , een Opjluyter, 
% Cloifterial life , een Kloofler ieezen^ 
CLOKE, eenAIanfei, dekmantei 

To put uu a cloke, Etnen mantel omhaf^ew^ 



CLO 9f 

a Thread-bare clokc, een Kmk mantel daar geen 

vjol meer op is. 
Under that cloke, Onder dien dekmanteL 
He endeavoured to cover his hypocrify with 
the cloke of Religion y or He made ufc of 
Religion for a cloke to his hypocrify , Hy 
poogJg zyne geveynfdheyd met dendekmantel van 
GodiMenfligheyt te be wtmpeten* 
*My coat is nearer than my clokc, V Hemdis 

nty nader dan de rok, 
a Riding-clokc ten Regcn-kap [voor *£ vrouw* 
volk. J 
Cloke-bag, een Reys-zak^ maale^ vnllys. 
aCloke-loop, een Mantel-lits. 
to CLOKE, Bemantelen^ bedckken^ hewimpelmi* 
This he did only to clokc his ambitiOn , Ify 
4 deed dot maar alleen om zyne ftaaizucht te bt* 
mantelen. 
To clokc his hatred, Zy^en hoot bedekkm, 
Cloked, Gemanteldy bedekSj bemanteU, 
Cloktng, Bemanuling y btwimpelhg ^ hdckiing] 

bemantelende* 

CLOSE,. BeJloQten^ dicht ^ naanw, 

a Clofe place, een Bejhotene o(naauwt piaats* 
a Clofe prifoner, een Dicht opgejUoten gevan^e$t, 
Thcfe lines Hand mighty dole to one another. 

Die rcgels Jlaan zeer duht aan malkanderen. 
a Clofe piece of cloth , Een dicht en gejlooten Jlmk 
taken ^ een dtcbt en vafi flof, "* ' 

Clofe by the lake^ Dick by 't meer. 
a Clofe room , een Naanw vertrek. 
You muft be very clofe , Gy moet u zeer dicht 

houden , ^y maet niets laaScn blyken. 
To keep cloie , Dick houden. 
To lye dole to the ground , f^/ak op de grona 

neer/eggen. 
To lye clofe in a bed, Naauw in een hedflee^kg- 

gen^ o( dicht toegedekt leggen. 
To write clofc, bicht fihryven. 
Clofe by, Dicht by, 

♦Clofe ms my Ihirt , butclofer is my fkin , UHemd 
is na , maar de huyd nog nader, De Itrfde begint 
aan zichzelven eerft* 
* Clofc mouth catches no flies ^ V Zwygen h 
altyd geen xmordeel ^ een zittende kram vangt 
niefi, 
Clofe together, Dieht aan malkander. 
Clapped clofc , Fajl aangejlagen ^ dicht gewi^ 
ven, 
Clofe filled, Gierig jdie de handen gejlootenhoudt, 
a Clofe-coat , een Sinyt-rok. 
Clolc-workt, Dii^ht v^ewerkt* 
a Clofe-ftool , een Koffertje ^ flilletje, 
odr Clofe-weather , Betoogen lucht , dompig weer , 

weeven. 
a CLOSE [ inclofure,] een Omheynde plaatt, af* 

gejchutte plaats^ beflouten erf, 
to CLOSE, Bejlnyten , eyndigen. 

To 



96 CMA. 

Toclofehisdlfcours, Zyn^'. ^rek eyndigen^ zy- 

Me rccdc beJJuytcn, 
To clofc a wound, Een w^nde tocheelen. 
The wound begins to clofe , De wond iegittt te 

(luyten. 
To clole about , Omfmsen , omcingeUn. 
to CLOSE up a Letter, hscnen brief Jluy ten of toe- 
zegclcpg. 
To clofc with one^ Met iemand overeen ftem" 
men. 
•CCj^To clofe with the enemy, Met denvyaxd band- 

gcmecn werdett. 
Clofid, Dejloote/f^ toegedaan, 
Clofcdup, toegejlooten ^ toefredaan^ verzegeld. 
Qofely, Uicbfjesj heyme/yi^ bedektelyL 
•GLOSBNESS , Dichhcyd, geflootenheyd. 
•CLOSET, eenVertrek^ [cbryfkamertje. 
CLOSETTING , ecn Geheyme byeenkomfi , tot 
voortzettinge vam eenige kuypery, 

CLOSING, een Bejluyttng , Bejluytende. 

^ Clofing in , Injlnyiivg. 
a Cloiing up, Toejluytwg^ toedoening. 
The Clofing of a wound , dc "Toeheellng van tern 

. wonde, 
CLOr, een Kluyt^ zie Clod. 

CLOTH, LiJien^ liwicn^fiof. 

Fine linncn cloth, Fyn Itnnen^ fyn lymuaat. 

Fine woollen cloth, Fyn l^Jtcn. 

Cotton-cloth , Katoene , lynwaat^ 
r Clotli of Arras , Tapijcfy, • 

Scarlet cloth, Scharlaken, 

Cloth of needlework, Gehordnurd Jiof, 
: Cloth of tiflue, Goud-of ziver-laken. 

Coarfc-cloth , Groflaken^ baay* 

a Hcrfe-cloth , een Doodkleed bet vjelk over een 
Lykkoets gelegd wordt. . 

Home-fpum cloth, Eygen-gereed Unnen. 

Hair-cloth , een Hnairen kleed^ gaasdoeh 

a Cere-cloth , een li^e kleed, 
. a Table-cloth , een TafcNaken. 

a Horfc-Cloth , een Paerde-kleed, paerdt deken. 

Sack-cloth, Groflinnen tot zakken. 
Cloth - weaver , eeK Lakerrjjeever. 
Cloth-worker, een Laken-vjcrker^ droogfcbeerder, 
a Cloth-fute, een Lakens pak. 
Cloth-trade , Laken^reedcry ^ lakenbandel^ laken-nee- 

rin7, 
t0 CLOTHE, KJeeden, bekJeeden. 

To clothe about, Omkleeden^ iets bekUeden. 
Clothed , Gckieed., bekleed, 

Clothcil with fhame , Met fchaamte bedeh. 

J 11 clothed, Shrdiz gekleed. 

Clothed in mourning. In de rottw gekleed. 

She is clothed in lilk, Zyj^aat in V zyde. 
CLOTHES, Kleederen, gewaad. 

Ucd-clothes, Bedde-fpreyen. 



CHA. CHE. 

) wear rich clothes, Kofielyke kleederen draa- 
gen. 
Phiin clothes, Slechte kUeding^ zee dig gewaad. 
a Sute of clotlies , een Pak kleeren. 
To put on his clothes, Zyne kleeren aantrekken^ 

zicb aankleeden. 
To pull out his clothes, Zyne Ueerenuyttrekken^ 

Ztch nytklecden ^ ontkleeden 
Foul clothes, Vn\lc kleeren^ vu\lll::ncn. 
CLOTHIER, ecu Lakenhandeiair. 

Clothing, Kleediwr, bckleeding- . -bekleedende, 

CLOl FED, Geklondterd, geftold. 

to CLO TTER, Khnteren, jhJien, flre?nme». 

CLOUD, een iVoIk. 

a Thunder-cloud, een Donderbuy, 
a Cljud of witneucs, een If^olke'vangetuygen. 
a Cloud of darts , een Drom van pyhn. 
•j5'T< be under a cloud , Bcneveld zyn^ in ongelc- 

gcnhcs'U zyn. 
toCLOOD, Bewolken, benevelen. 
Clouded, Bcwolkt^ bencveld, gewolkt. 
a Clouded couhtenancc , een Bcnez'cld of zwaar^ 

mocdig gclatzt. 
oS'a Cane well clouded , Een rotting d^efrtiuige- 

vjulkt is. 
ClQudiJy, IVolkachti^. 
Cloudinefs , If'olki^^eyd^ betoogen lucbt 
Cloudy, U'olkig, betoogen. 
*Cloudy mornings turh Into clear evenings, Naa 
rczen zonnefcbyn. 
CLOVE, eenNa^el.^ kruydnagil. 

Seed cloves, Aloemagelen. 
aClove-trcc, een Nagelboom. 
Clove [gilliflower,] een /Inciter , nagclbhe/n. 
(Xl'a Cloven of garlick, een Bolletje knoflook. 
(tya Clove of cliccfe , een Gewigt van 8 pond Lias. 
CLOVEN, Gekloofd^geklooicn^ [iw^xCle-.we. ] 
Cloven-footed , 'Gckhoven-voettg , met gefpicetene 

klaauwcn. 
CLO UT , ecu Dock , tap , fcbunrlap , feyl. 
To let ^ n a clout, happen^ een Lip opzetten. 
a Difli-clout, ecn l^aiUdoek. 
a Shoe-clout , een Dock om fcbocmn mee afte vee^ 
gen , fc/joen/ap. 
Clout*, Sciuurdoeken ^ afneemdoeken , doek^n ^ Lip- 

pen. 
odr Clouts of iron at the end ofaxcltrces, '/ Tzer- 

be flag aan V eynde van een wagen-as. 
a Clouted fhoon , een Boer o( Mof dicns fchoenen 

met fpykcrs beflagen zyn. 
(Xl* Clouted cream ^ Gekhnterde rorm met vjyn en 

fuyker toebercyd. 
CLOUTERLY, Cro/, ploMt>, oKbchouiven. 

a (^lontcrly fellow , een p/ompa.rdj ^r^'i\:,ir,t. 
CLOWN , een Plompe bop' , kinkcl. 

To play the clown, 7Jcb boerfch ar.nflcUcn. 
He is a very clown , V Is ten rahte plumper d. 
it^ClowDS-treacle^ Knoflook 

Clownish, 



CLO. CLU. 

Clownish, Plomp, hfrfihy onbefchofi, \ 

a CloM'nish fellow, ecn Bocrjihc vent yftn plom- \ 
pe vUgeL 
Clownishly, Boera^hifg^ oabefchfulyk. \ 

Clowm^hnclS, Boerheyd^ phmphesd, 

a Piece of clovvmshiicTs, Lenplomp bcdryf^ ^cn 
if&erfc/yftaahje, 
to CLOY, yerkropptn^ overldoden* 

To cloy with words , Atct vjo^rdtm ^vaiaadm* 
Ooy*d, Zai^ fiV^rJd^tm^ varkropt, 

V am cloyM with it, Ik htn'er door verkropr* 
CLOY:>Ti:K, &c, z*e Cloilkr, 

CLU. 
CLUB, ttmKmds^ knupptl^ als mcdc een drhtk- 
Xclag, Fezelfchap, rot. 
Hercules^ club, Ihrhiics kftodj. 
To (Irikc ouc with a club ylemandmftccne knods 



COA. 



9T 



dies ! Wei bcm^ zo hy ondcr zym kJamwen 

vcrvalfl , ' ' 

Clutch-filled, een Houwvajly cen dU aUcs wat $M» 

dcr zyte ktaakwen komt vafthoudt. ^ 

dLUTTER, ten trofy drem^ als mcde gefier; 

geraas* 
To keep or make a clutter, Een groot getter cft 

gefdfis manken. 
to CLUTTER together, t^ZameHrotteft. 
Cluttering, ccn 14 i^cjl getter ^ gcraas. 
CLx, 



CLYSTER, etH Sptiyt'ortjeny ^ kUJleer^ 
I To give a clyftcr , een Kitjieer z^tten. 
I COA. 

I to CO ACER V ATE , Ophoopen. 
J COACH, eenKoeti^ koetsiuagen^ karof, 
j To keep a coach and fix horfes, ee/f Karos mt$ 
^flaasn, I zes taarden hotiden. 

To pay his club, Zym ^elag Setaalrff* | a HacKiiey-coach, een Htnurkiiets. 

a Club of fcditious people, een Trop pypenjiel^ Coach-box, cen IVagen-kiJl. 
derfj ec>t oproerig rot, ^uach-man^ een K^etjicr, 

(rS The Club at cards, bet KUverhlad van kaarien* Coach-maker, een Koe/femaakir. 
Club*Iaw, ceff Opgcjtemd verdrag^ — ^ ffif ^fre/^ . Coach-houfcj ee^t IVagenhnys ^ koetshnxs. 
fing di gcwcUpkeging, • Coach-Korle, een Koetipaerd. 

All things arc carried by club-law, /tlJes wardt Coach^hirc, Kvcts-ofwagen-vracht, 

met geiueU door gedrcevett. to COACH one, Icnmnd m cen kuets tftien. 

to CLUB ^ Zyn dee I im^$gehgbeteuilen^ zyn deei Coached, Im cen koets gezeten y m €<n koctsgejloo^ 
tocieggcn, I tern. 

Will you club with me? Ullje ttw fart ncff ens CO ACTION, Dwang. 

my tn V geUg flaan > CO AD J U TO R , .rfru Medehclper, 

CLUB-rOOTED, ecu Ihrlet^M. I to COAGULATE, Stremmm, Jlollen, 

CLUBBISH, Offhefihoyt^ plomp^ onbehuwen. [Coagulated, Gejfrewd, j^eftohL 
Cluhbishly, Ok <•. Coai;ulation, Srr 

Clubbt5>hncls, 0/ vh*;vA to COAK^S, f//-; ^f> Coxe. 

to CLUCK , Klifkkem ds de henntn. zte to COAL, cen KooL 



Clojck. 
Clue, zre Clew* 

CLUMPERTON, een Plompaard, 
CLUMSY, Plomp^ onbejlhojt. 

Clumly hands, Plompe hunden , khnwen van 
haniev. 

A little clumr ' '* w , Ke» kteyn kort ventjc. 
CLUNG , Pj>/ , [van to Cling.] 

I clung to it, U '. ~ ■■■t Oiin. 

to CLUNG, [ai l is cut,] Beklin- 

gcn^ iitdruugtn [aUhuut.J 

Clung with nuDgcr , Dttar hunger vermagerd ^ 
fcbraai van banger. 
CLUSTER, cenTros bos. 

A clurter of grapes, Ee:2 trQS {o( kai) drt^vett. 
cS'a Clullcr of oees, Een drom bytn^ 
Clufteicd, Gerijl, 
Clufterv, rffitroJTcn, 
to CLOTCH, FaftboHden^ flnyten. 

To clutch a thlni; , /< / " ' ' " /^w. 

To cUuch the firt, Dt .hen. 

CLUTCHES. Aj^cA, /#<*.v.vut'^. 

Wo be to him if ever he falls into his clut- 



Char-coal, HoutskooL 

a Burning co^X^een Ghe'tjende kool^ecn koolruurs, 

Pit-coal, "^ 

Sea-coal, > Steenkookn ^ fmitskoolen* * 

Stone-coaU j 

Small-coals, Kleyne houtskoalen ^djc men in En* 
gcland gebruykt om vnur te doen glimitien* 
a Coal-merchant, een Koolhandelaar. 
Coal-man ^ ten Kooherkaoper , omloafer met k&ih 

len, 
Coal-hcaver* een KooUraagcr, 
a Coal-houle, een Koolfchtmr. 
Coal-pit, een Koohftt. 
Coal-mine, een Koolmym 
Coal-basket , een Kootinand* 
Coal-rake, een Kool-krabber, 
Coal-duft* Kool'grrtys, 
Coal-blacK, Koolzwarf. 
COALITION , or Coalefccnce, t^Zamengroci* 

COAST, een Ktift, ocver. 
*The coaft is clear, De htjl is klaar^daar Ugeem 
Qnraad op de kufi* 

N The 



1 



98 COA. COB. COC. 

The fea-coaft, de Zecktift ^ flnpsJ. 
to CO AST along , Langs de fir Mid ( of kufi ) vaa-- 

rem, 
Coaflcd about, On^evaaren. 
COAT or Cottage, eem Kot^ hut.. 

Shccp-coat, een Schaapsjlal. 
COAT, eenKok. 
To put on on*s coat, Zynen rok aautrekken. 
♦My coat muft pay for that , Dat zai op my ft kap 

aankomen. 
To turn CMt> den Rok omkcerc:i^ van party ver^ 

oMderqn^. 
a Clofc-coat-, een Sluyt-rok. 
a Coat of mail, een Maalscn-rok. 
a Waft-coat, een Hemdrok^ borjlrok,. 
a Petti-coat, een Schort^ vrouwe-rok.. 
^ a Coat of armes , een IVaPenfchild. 
Coat-armour ,. een If'apenroky Veldheers tahbaard, 

a Turn-coat, een Um^ekeerde rok^ een die 

den huyk naar de vjtnd ian^t. , 
|> To caft his coat , Z)'«' onde hnyd afleggen., 
a Hawk of the firft coat, een f^alk van tweejaor- 

ren. 
To put on a coat, Een rok aantrekien, 
♦Every one muft cut his coat accordifie to hi$ 
cloth , Elk moet naar zyne hears te maragaan : 
Men fnoet zynen ftok niet verder zetten dan 
men fprin^en kan : Men moet zyne teering naar 
zyneneertng zetten. 
XTo beat one's coat, lemand wot op zyn rokje 
gceven^. iemand Mneeren, 
to COAT a child, Een kind in de rokkenfteeken.. 
Coated, Getabherd^ in de rokken gejioken. 
C^ Rpueh-coatcd , Rayg van velals een rob.. 

COB. 
GOBor {ca-cob, eenMeeuw^ zee^meenw. . 
> a Herring cob, een Kleyne iaaring. 
tt^a Rich Cob, een Ryke vrek. 
Cob-out, Zeker ksnderjpel met neuten. 
C^Cobs for cramming, Gekneede ballctjes om vo^ 

gels mee te kroppen. 
COB-IRON, een Braadryzer^ ""t yzer WMorin een 

Jbit draait, 
tt) COBBLE, JhJikken^ happen ^ brodden.. 

To cobble fhoes , Schoenli^pen. 
Gobled, Geli^t. 

Gobler , een Schoenlapper j fiboenflikiery brodde^ 
iaar. 
a Cobler's fliop, een Schoenkfpers pothnys.. 
GOB-WEB . Spinne-web , fpinnerag. 
Full of coD-webs , l^olfprnnerag. . 
Cob-wcb-lawn , Tlfloers. 

COC. 
COCHENEAL, CouchenUle. 
COCK, ecnHaan 
|To be cock on hoop ^ Den gebrasden baanjpee" 

ten.. 
a Game-cock , ten Vechtha^. . 



eoc. 

a Pea-cock, een Paanw. 
a Wood-cock , een Hotnfnep. 
a Turkey-cock , een Kalkocpsfche haan. 
a Whcather-cock , een If^cerhaan. 
The cock of a tap, de Haan van een kraan. 
1 he Cock of a gun , de Haan van een rocr. 
a Cock-iparrow , V Mannetjc van een mttfch. 
ol'The Cock of an arrow, de Kctfvan eenpyl. 

The cock of a boy, een Jongcn kraan. 
(Ct a Cock of hay , een Hooi-opper, 

a Heath-cock , een Berg^aan. 
Cocks-comb, een Haanckam, 
Cocks-fpur^ een Haafiefpoor. 
Cock-crowmg, Haanekraai^ haancgekraas. 
Cock-pit, een liaane-mat. 
Cock-fighting, een Haanekamp. 
Cock-throwing, Haaneknuppeling. 
Cocks-treadle, de Ilaan^ V zaad van de haan V 

we Ik aan de eyerdooijeren vafl zit. 
Cock-loft, deylieringy haanebalken. 
Cock-apparel , Kaale-pronk. 
Cock-boat, Zeker Jlaeh van een fchnytje.. 
Cock-fwain, eenSchnytevoerder. 
Cock-brained, Herfen'loos. 
Cock-fure, yafi op zyn Jink. 
Cock-ftioot time, Schemeravond. 
to Cock a eun, de Haan van een roer overhaalen,. 
To Cock the match, V Lont op de haan zetten. 
CStTo Cock up on*s hat, Zyn hoed van voorenfieyl 

opzetten. 
(X3rTo Cock an arrow , ecnPyl op de boog zetten. 
flt> To Cock hay, V Hooi tot oppers Uggen. 
COCKALL, een Bikkel of koot. 
To play at cockals, Bikkelen, kooten^ met bik- 
kels of kootenfpeelen. 
COCKATRICE, een Bafilisk , fomtyds wordt 

eene Hoer ook wel zo gcnoemd. 
to COCKER , Te veel toegeeven , al te mal zyn. 
She cockers her child too much, Zy is al te mal 
kinds. 
Cockered , Mal opgebragt , te veel gekoefterd. 
Cockering, Involging , toegeeflykfoeyd ^ — al te 

invoKend. 
COCKEREL. i/V Cockrel. 
COCKET, eenLos-ceelj Konvooi-eeel. 
(XS'Cockct (adj.) Moedwillig^ baldaadig. 
COCKISFI, Haanig, geyt. 
COCKLE, Dolik., een foort van onkruyd, als 
• ook een jUikruyk. 
a Cockle-fhell , een Slakhoomtje, 
Cockle-fbirs, eenlt^entekrap. 
to COCKLE, Krinkclen^ bobbckn^ kokelen ^ gelyk 

fommi^c ejfene zyde ftoffen. 
COCKNEY, een Domme fnl, een die altyd over 
zyn moers haerd gezeeten beeft en niet eens te 
deege weet hoe V bttyten is. 
COCKREL, een Jong boMntje ^ baaneknyken. 
COCTION, KoaUng. ^ 

Coc- 



COD. COE. COF. COG. 
Co&'vc, Keokinar., dot zich itgt hut ko<^tn ^ d^ 

COD, eem Dof^ festl-oi hoM-fiiiJ^ tU mcde ten 

Kaheljauw, 
The Cods [of a man,^ de KIOOU0* 
COD-FISH, Kaheijauw. 
Cod's-hcad ^ een Kabcljauivsh^ofd, 
He is a very cod's-head, Hy is ten rnbteful^ by 

is zo dom ah ten he, 
CODE, het U^ctboek dcr Burgerlykt wetten. 
CODLING , een Gulletje^ kabtijaauwtje, 
COD PIECE, €€n Gulpje of firookjc voar aam de 

opening van de bruek om die toe te knoopew. 
iC^To ty one's cod-piece point, hmamd dcm nejlc 

Imw knoQpeKu 
Codded, AUt fchiUen of doppen voortien, 
4 CODE-BECK , ea» Keddehek , cen foort van 

Franichc hoed. 
CODINI AK , Qjieevleefik 

Codiniack of grapes, Konferfvan drttyven. 
to CODLE , iachtjes kooken. 

To codle apples , AppeleM kooiefu 
CODLIN, een Gekookte MppeL 

coe: 

fCOEMITERIE, etn Begr^plaatSy kerkb^f. 
COEQUAL, Evcn-geiyk^ t'zsme^thL 
COERCION, Bedwa^. 
Coercive. Dumrgeisdc, 
COESSENTIAT^, t'Zame^tweezendlsk 
COET ANEO US , f^oM eemr ouderdom^ iydgenoot, 
COETERNAL, Eve^-eeuvjig. 
COEVOUS, Eve» oHd, gtlyk'tySg. 
COEXISTENT* Op eenenisJ'm weezen zymde, 

COE. ' 
COFFEE , Koffy , [ cen xckcrc drank geaoc^ be- 

kend*] 
CotFec*berries , KoJfrbooi^c». 
Colfec-houfe, eem Kojfihnys* 
CoiTee-pot, etn Koffikan, 
Coffce-tlish, een Koffikopje. 
COFFER, een Ktfcr, kijl, 
Cotferer , ten Ptnniitgmetfien 
COFFLN , etn DooMft, 
a Cofliii for books I een Pnltrom om hekem ^p te 

le^en. 
fl> a Coffin of paper, een Peperhnysje* 
Coffin-maker, een Doodkifltmaaker* 

COG- 
COG , een VcrMchtfcl^ verziering. 
ffS^Thc cog of a wheel, ^f Tandvan een menlenraJ- 
to COG, rUyen^ flikfiooijen. 
cdrTo Cog the dice I de DMelfttentn v^^helyk 

zeiten^ plakktn, 
COGENT, Dwingende^ dringenJe, 

Cogent reafons , Kraehlige rtdenen. 
COGGED, GcvieyJ. 

Cogged [as a wheel , ] Get^d [als cen mQlcarad.J 



5H. COL 



v> 



Cogger, eenVleyer. 

Cogging, P'kying^ ^^^^i,leytnde. 

aS"a Cogging ganicllcr, een faifcl^e dobLtUar* 

COGH ilTlON, eenGedmk^ overdenking, 

COGLE STONE, een Keyzelfteemje. 

tCOG-MEN, Crof'laken JbandeJsars. tie Cog- 
ware. 

COGNATION, Mmgfehap^ bloedverwantfcbap. 

COGNIZ AN CE , Kenniffe . kcnteken , wapenmerk^ 
[fomt>*ds wordt hct oofc genomcn voor ecu 
bekenteniSj of de erkennin^ van een boete,^ 
To take cognifance of a ttiing, Kennis van Uts 

ntemen , zich ontrent iets verwiui^en. 
This falls under the Cognifance ot Philofophy,' 
Dis bchoort tot de ftlo/ofie, 

Cognifce. De gene aan v/ien eene b&ete foegeflaam ^ 

Cognifor, Hy die erkent eene boete fchtUig te tyn, 
tCOGWARE, Grufldkcn dat eertyds tn'i Nqqt^ 
den van EngeUmd wierdt gemaah* 
COH. 
to COHABIT, t^Zamenwoonen^ bymoonen. 
To cohabit with a woman , t^Zamcnw^^ning met 
eene f^ronw bonden. 
Cohabitation 9 t^Zamenwooning. 
COHEIR, een Alede^genaam. 
Coheirefs , een pron-wsperfion die mede crfk 
to COHERE, t'Zamtnhangen. 

There is no coherence in his difcourlb, Daat It 

Seen t^zamenhmg in zyn gefprek , zyne reede 
angt niet aan malkander. 
There^s no coherence betwixt thofe parts, Daar 
isgeen fzamenbang (q( overeenkomfl) onder di^ 
deelen. 
Coherent, t^Zamenbangende, 
COL 
COlF,eenHnyf,kap, bnl, 

a Net- work-coif, een Gebraasdc hnyf^ netje, 
flCj'a Sergeant of the Coif, een Opper-Uoktor in da 

^ Kechten, zte onder Sergeant, 
Coifed, Gtkapty gehuld^ gchuyfd* 
COI L , Gtraat , gttien 

To keep a coil , Een geraas maaken, tienm, 
to Ct>il a cable, een Kabel opfchtetenj dat is in V 

rond op etn hmp leggen^ 
CcJiled , In V ronde £e7^d^ opgefchooten. 
COIN, Mmt.geil 
Bafc coin, Slecht geld. 
Counterfeit coin, Valfchgeld^ naaflag. 
*Much coin, much care, f^eelgeld^ veej z(^r£m 
to Coin, Munten, 
To coin money, Geldjlaan^ geldmuntem 
To coin again, I'^ermunten. 
«3^To coin new words, Nicmwe m^orden fnteeJcM 

(of vertiffnen,) 
Coioagc* Celdmnntini* 



100 COI. COL. 

COINCIDENT , t'Zamengebiurljk , tegelyk ge- 
beure'ndc , ovcrcenkomcnde. 



COINED, Gemunt^ gefla^cn 
is, riii 
gefmeede woorden, 



New-cokicd words , Nicftw gcmaakte of nleuw^ 



CoHicr) eenMmnter^ muntmecfter. 

a Falfe-coiner , ecn Valfchcmnr.tcr. 

Coining, Mujtting^ geldl)aamng^ muuiende. 

COINS, Uytfteekfils ot hocken^ als ook drukkers 

kooljen^ 
COIT, een li^orpfchyf. 

To play at coitcs ^ Met worpfchyven fpeelcn. 
COKET, ^/VCockct. 

COL. 
COLANDER, zic Cullandcr. 
COLD, Koud^ guur^ koel, kjllig. 

a Cold wind , ecn Guure wind. 

To kill one in cold bloud , lemand In koekn 
" Uoede dooden. >' 

a Cold intertainmcnt , een Koel onihaal. 

a Cold comfort , een Koele trdoft. 

To grow cold, Koud warden y bekoelen. 

It is cold, 'tis koud. 

Caufing cold, Kou-verwekkend. 

a Cold-bath, een Koei-bady kond tad. 
a Cold, (fubft.) Konde. verkondheyd. 

To caKh cold, Koude vat ten y kou vangen^ ver^ 
koud warden. 

To have a great cold , Een xwaart verkoudbeyd 
hebben^ zeer verkaud zyn. 
Coldish, Koudacitig. 
CoWly , Kasltjes. 
Coldnefi, Kaudheyd^ kondr^ 
COLE, zje Coal. 
COLE ar COLE WORT, Spruytkoot. 

Cabbidge-colc, Buy skoal. 
COLICK, Bnykpyn, kolyk. 

Stone-colick , ieSteen^ bet graveel. 

Wind-colick , Darmpyn , darmfieeking ^ d^rm^ 
jicht^ kohk. 
to COLL, Ombelzen. 

To clip and coll , Om den bah vatt^n^. 
COLLAPSED, yen^allen, 
COLLAR, een Kraag^ kr^gje^ bahboardtje^bah^ 
band. 

a Dog's-collar, een I lands balsband. 

a Horfe-collar, ecn Paarde-jnk. 

An iron collar [ for otFcndcrs,^ een Hals'yzer\ 
[yoor misdaadigen.] 
03r a Collar of brawn , een Rol wildverkens vleefch, 

♦To flip his neck out of the collar, Zscb uyt bet 
maoftuj draaijen, 
to COLLATE a Living , Eene trave begeeven. 

To collate a book, zte to Collation a book. 
COLLATERAL, Meezydig, zydelings. 

COLLATION, 'I^<^iergtng^verg€lykmg, be- 

reeving z\w ecn kcrkelykam/tf """^svond-oftt'- 
lyty kort banket. 



COL. 

to- COLL ATION , Tcgen malkander naazicn^ver^ 

gclykcn. 
To collation a book , een Back by dc Signatuur 

Qi Icttcrtekcns naazien oft volkomen is, calla* 

tianecrcn. 
Collationing, Fergelyking^ Naazienlng. 
COLLECT, Inzameling^ als mcde een Kort ge^ 

bed, 
to COLLECT, Inzameleny verzamelen^ verga- 

deren^ ophaalcn. 
Collcded, Verzamcld. 

Colleajng, Verzan^ltng,^*^^^-'verzamelende. 
ColleSion , VerzameUng mreldvergadcrjng. 
CollcSive, Verzamelend^en^attend. 

A Colleflivc word, Een cieraad dot meer als een 

ding in zicb bevat^ als Volk, Schaare, Me- 

n^c, enz. 
Collector, een Inzamelaar^ inrnaaner, invorderaar 

of antvanj^cr. 
COLLEDGE , l een Byeenkomft , vergadering , 
COLLEGE, I genootfcbap^ Lands Icerling^ 

bnysy HoogefcboaL 
a Fellow of a collcdee, een Amptgenaat of w^- 

delid van een baagefibooL 
Collier, een Leerling die daor ^t genaotfchap andcr* 

SoMdenwordt^ landtleerling. 
a Collegiate Church, een Uomkerk^ een Kerk 

waartoe Kanoniken bebooren. 
COLhEGJJEy een yimptgenoat. 
COLLET, de Kas van een ringy dot gedeelte vam 

een ring alwaar de fteen float. 
COLLIER, een Koolwerker y koolbandelaar ^ — — 

kaolfcbipy ioolbaalder. 
Clipping and COLLING , Ombelzingy amarming. 
COLLISION, t'Zamenftooting. 
to COLLOGUE, yieyen. 
COLLONEL. zJe Colonel, 
i COL LOPS of bacon, GebraaJene fneedtjes Jhek. 
COLLOQUY, t'Zamenfpreeking, izamenkont. 
to COLLUDE, t'ZamenbeHlcn, malkander den 

bal toekaatfen^ malkanderen verjiaan^ap mal" 
* kander Jlacn. 
Collufion, t*Zamenbenling^ toekaatjing^ beymelyk 

verjland onder malkanderen. 
a Pleader by collufion, Ecn die tcgen ecnen an^ 

dercnplcyt^ en zyn party nagtans heymclyk ver^ 

ftaat , am daardoor ecnen anderen te bcdrtegen^ 
fCOLLY , t'Zwart dat onder aan een pot ztt. 
to C20LLY, Zwart ntaaken^ befmoddercn. 
Collvcd, Zwart genuMkt ^ befmodderd, 
COLON, Twee ftippen tot tekcn van een balven 

zin , a Idas ( : ) , als ook de jrroate dorm. 
COLLY FLOWER, Blomkooi. 
COLONEL, een Bend'overfte , koloncl. 
COLONY, een Bewooning^ volkplanting ^ Colo- 
nic. 
COLOqUINTIDA, Koloqmint. 
COLOSS % een OvergroBt beeld. 

CO- 



\ 



I 



COL. COM. 

COLOUR, P^erw, kokur^fchyn^ dckmanteh 
a Lively colour, een Heldereo? Uvcndigt koUur. 
a Sad colour, cc>f Do^ ■ ' tr. 
a Lading colour, ccn i nr^ 

a Decayed colour, ee^ P'trjJjijofcffe koUur. 
a Flcc-Dirtcri colour , e^ft Gefpikkclde koUur, 
" Looiing colour , ccn Vcr^cktcunde kuUur, 

Grouna-colour , ttn Gr^nd-verf. 
To fet one in his colours , lemoMd met z^yne 

rcchte verwen afmaa/err. 
His colour rifes , Hy krygt ten koleur. 
Under colour of pcac€ , Onder den [chyn tvjw 
vreede. 
Odr Under colour of frlcndlhip^ Onder dtn deknum- 
ttl van vrhndfchap. 
Rhetorical colours ^ Oppronlingen van eem* reede. 
CS* Colours [of a Company,] ei-nl'^aatideL 
He ran from his colours , liy is van zyn vaamdcl 
geloopen* 
10 COLOUR, I'erwen^ een hUttr geeven* 
To colour maps ^ Kaarten afzettcn. 
To colour his cruelty with the name of j'iftice, 
Zyne wrttdkeyd met den naam van recht be* 
wtmPelen* 
Colourea, Geverfd^gekoknrdj afreet ^ gehianket. 
Colouring, I'erwing^ koieHr'tng^ koleKrgecvmg ^ — 

vcrwendc, 
COLT , een reukn, 
•a Ragged colt may make a good horfe , F^« een 
qttaaU viuUn kan mg wet een goed paerd komen, 
Colts-foot, Uoefbiady [acker kiuyd.J 
Colts-teeth, Melhanden. 
Coltish , l^^etticnachug, 

COLUMBINE, Akeley, [leker kruyd a/blom,] 
COLUMN- een Znyl^ pylaar^ kohm^ pyter, 
a Wrcathea column, een Gedraatde koilm, 
COLL) RES, dtr Krayskringen* Dit zyn twee in- 
gcbeclde Cfrkels die door nialkandereu kruy- 
ten over bcydc dc poolen derWerreId,vcrdec- 
Jcndc den ganfchcn kloot op de maiiicrc als 
een appcl die in vicrcn geJhccden is, 
COLWUkT, SpruMkool 
'COM. 

^COMB, een Kam. 
a Cox*comb, een PatmenPjouie kam. 
An Yvory cojnb, een Tioort kam. 
a Tortoilc-lhcU comb, een SchUdpadde kam* 
a Horfc-comb, een Patrdekam, 
. a Curry-comb ^ een Roskam. 
■ a Flax-comb, een Hekel\ vlathtleL 
* a Cocks-comb, c— N -rft-kam. 
Honey-comb, // 
aComb-cale, een K.imKORcr^ kumme-tJjcitj, 
Comb-brufh , een Kamhrjiei, 
Comb-nmker, een Kammemaaker* 
to COMB, KammsNj kcmmen. 
To cum'-comb a horfc een Paerd rc^skammen. 
To comb flax, Plas hekekn. 



ZOU. 



Wt 



COMBATANT, een Kampvecbter, 
COMBATE, ee^Gevecht^ kamp. 

a Single combate, een Twcegevecht. 
to COM BATE, Kampcn ^ Jlryden , vechten. 
COM liED , Gekemd, gehekeli 
COMBINATION, t'Zamenjpanning. 
to COMBINE. fZiimenfpanncf!^ aanfpannen. 

COMBING, k.ammin2. kammende, 

COMBUSTION, Verhranding. 
Combullible, VerbranSaar, 
to COME, Komen, 
To come back , T*e rug kamen. 
How came he to do that ? Hoe quam hy dot te 

doen ? hoe qnam hy dajr foe ? 
To come to pals , Gebettren , gcfchieden. 
To come about, Omk>men, den verjfen weg ko* 

men. 
To come a great way about, Een verren weg 

omkomen. 
To come about a buiinefs , Kamen om iets u 

vcrrichten. 
To come to the Crown, To/ dc Kroon geraaken. 
All his diicourfe comes to this, Al zyn zeggen 

komt hieTQp nyf* 
He comes off' cheap, Hy komt*cr goed kaop ef. 
What does it come to? Hue veetbedraagt hct'^ 
It comes all to one, H^t k^mt al te maal op ee0 

uyr. 
When all comes to all, AlUs t*zamen gerekend. 
To come to h'ght , Aan den dag komen. 
To come to nothing , "Te niet hnmen , te met hopen. 
To come Ihort of on's promife, In zyne beloju 
tc kf^n fihicten^ 
COME, Gekomen, 

*Firft come , firli fcrvcd , Die eerft komf^ die 

eerji maalt. 
This day come fortnight, f^an daag over veertiem 
digcn. 

COMEDIAN, een BlyfpeUichter , toonetl* 

I fpeeUr, 

COMEDY , een BlsfpeL 
COMELINESS, Bevalligheyd.fcbaonhyd. 
Comely, Bevalltg^ welgema^tks* 
COME-OFF , als a Piiifull come ofF^een EUndigc 

uytvlugt* 
COMER, een Komer, aankomer, 

a New comer J mi Nieuwe aankomeling ^nienwe^ 
ling. 
COMET, een Sfaertflar, komeet. 
COMFITS, Komfyt, 

COMFORT , yertroojling , iroofl , verjuikking^ 
vcrmaaky genengte. 
The comforts or this life, de f^ertroojlelykhedet^ 
deezes ieev^Mf^ 
to COMFORT, Fertroojlen, verarnkken. 
Comfortable , l^ertrooftetyk , sroojlelyk , aangenaam , 

vermajkelyk^ gen c ugly k. 
ComfojtSlblcnefSy l^ertroojldykheydy genengtykbeyd. 
N 3 'Com- 



1 



to% 



COM. 



Comfortably, T " ' i 
Comforted; / , -jtrjmh. 

Comforter, cch 7ty**Jl<r^ vtrtroofltr. 

Comforting, Troo flinty .^^ froojieffjf, 



Comfortlcls, TroGjhmi 

CO M FR E Y , great comfrey , If'iukvorttl^ fmctr- 

vjortti^ fpekwQrteL [ickcr kruvd.] 
COMIC/lLv KlMibui^^ ^utrtir. 

COMING, K&mjie,'aa»kum/T, hmtftJe. 

COMMA, eett Streepie oi tektm . dms (.). 
COMMAND, Bevel, gMU 
To be at one's coiiiinajid, Ottdtr hmmftis gtbied 
flaax, 
to COMMAND, Beveekn^ eehieJcM^ heeten^on- 
der zyfigehied o^ bedwsng iottdtn. 
To command his paffions , Zyme drtfien meefter 

Zyff. 
To command a fliip, Eenfchip vo^rm. 
The Gallic commands the Citv, V Slot kam de 
Stad dmwgtn , */ Kdfitei kan de St ad befiryhn , 
[dat />, nict gcfchiu befchieten.] 
Commanded, BevoUtt, rebewden^ geheetem. 
Commander, eew GMedery btvelhebker. 
Commandfng , GebieMng^ hcveelmg^ gehkdendc. 
Comniandmctit , eenGebod, hrvtL 

The ten Commandments , dt l\af pehoden. 
to COMMEMORATE, Gewagen^\p€wtfykvtr- 

meiden , gcivag maakcn. 
Commemoration ' Indachtirmtrnkinw^ Fedacbumi. 
to COMMENCE, B^^/irir;*, 
Commenced, Begonnen, 
Commencement, Bm>,dcTyd wannecr ccri ftu- 

dent tot ecn gratid in zyne (ludie komt. 
to COMMEND, Pr\*ztn ^aafibtvteUn^^fryttn. 
Commendable, Prysljk^ hflyL 
Commcndably , Op eenpn'slyke wyze* 
COMMENDAM , Dciiezm t^ver teft IMi of 
prove by myzc van voorraad 
To havca benefice in commctidam, De zf^rg of 
tQezip htbbtn over een kerkelyke proix ofpree* 
dikpfaats by maniere van vo^rramJ^ ief tyd toe 
dM dttchi behoQflsk verzorgd h, 
COMMENDATION, Pryziwg.amffyzi^g^aaH' 

bevceiiag. 
Commendatory Letters, Brievem van tmnpryzinzc. 
t ommended , Gepreezem , a^mgeprtezen , ^umiev^Ien. 
COV^'^^ SURATE, Getykmaatig. 
CO r, cen Uytlcgging. 

t o CU M M lNT , Uyileggem , verklM^ew. 
Commentary, ecti UytUgging^ veriUdwing* 
Coir r, temUytifgger. 

Con I upon, Doiir erm mytlcggmg &vefge* 

fihreevem #/. 

COMMERCE, Koppbandel, gemecnfcbapy 

onderbamdeiimg. 
to COMMISERATE, Dterms hebben. 
tommiferation 3 Oi^fflrmhigy derrmt, 
COMMISSION, Lafl, xsdm^igt, UjUritfi 



Comn*'* 
Comn 

Comnullioncr, «« 
to COMMIT, B 



COM. 

'' y Cclajl,gem4ipigd, 



etm Gemagtfg'de^ 
Bedryveft^lfegOi 



kommtjfatif. 



egMHy '^"^ bevttleM y 



a^mbevtelen , — — in hecbtenis neemeff. 
To commit fin , Zvnde begaan. 
To commit one^o priibn, lemmd ma degevsM* 

kenh jlhikkcn* 
To coinmit a corps to the earth, Ecm lyk ter 

aarde beftelUn. 

to commit a buimefs to one, ttmmdem zaai 

aanbevteleif. 

Committed, Begaajt^ bedreez*eM^ aa^bevokn* 

Commitment , een m kecbtenh mcemwg. 

Committee, Eemge gemapsgde ftrfoouen aan wet- 

ker ovefweegtnge men eem zmk btvetli^ ienGe- 

9nagtigde I'ergadtring, 

A Comjiiittec of the Houfc of Commons^ tern 

GcmagtigJc Vcrgadcnng van V L^^^rbwyi, 
The bulinels was referred to a Committee, Da 
Z^iik wierdi aitn Gema^tigden gifield* 
COMMfXTlON, Vermenglng^ 
COMMODIOUS, Gemakiyk.geryfiyk. 
Commodioufiv, GevoeglyL 
COM ' ' ' ^^ TV, Geryftykheyd^ als medc waare^ 

k '\tp, 

COMMON, Gcmeen ^ gcsjoamtyk ^ als ook rtSf 
open ofgemeejt veU, 
The Common Council, De t^roedfcbap, 
A Common faying, Eemgem^em zetg^tf* 
The common people, V Gemeene folk. 
The Common-pleas , de Gemtem plest-zaal^ tyn* 
dc *s Konings gcrechts-hof , ahvaar allc Bur- 
^crlykc taakcn bcplcjt wordcn. 
a Common-wealth, een Gemeynu-Jlaai ^ ge 
M, RKpnbhh 
A Common-wealths man , ten Republyks ge- 
zmde. 
ConuTionalty , V Gemeene t^a/f, de gemeeme^ be$ 

gemecn 
Commoner, een Lid van Je Gemeente^ een yder 

iffgezcten die geen i ' h* 

Commonly, Gemeenhk^ .. ..^jans^ in *i gemeen^ 
Commonnefs, GemccnhcyiL 
Commons, de Leden van *i Laagerbnys^ de Ledem 
der Gemccnte, 
The Hoy ft of Commons , ^tLagerbnys desPar^ 
Uments* 
^ A Scholar's Commons, een Stt^ ' ' ''f'^/- 
To kct-p but fhort commons*, X ;iyt*<n 

CO^^ ION, Bewetging^ beroerU^ opr&t 

cp/offp* 
to COMMUNE, Geme^«r.kit> houden ^ S^fprek 

houdcn^ overlegz^n mt 
COMMUNIS A lUK, A .....^. 
COMMUN , Die mede :e NmbMMi 



giiOt ^ e<H d^.'*^f/ii*af. 



to 



COM. 

COMMUNICATE, M^tdeelcH^Pnmcnma^ 

[Con- d, Mcdeicdecld ^ gemeeM gtmmh ^ 

liUl gchQudcfi, 
^or )n, Gemeemmsakmg ^ mededetdtngy 

^ jp-houiUng, 

Evil communications corrupt good nuiiiicrs , 
Quaadt: t* Zdm£^Jprct*ktHg€n hcda vch gocdt -t^r* 

Communicative, M^diJeelbaar* 
COMMUNION, Gcme^nfchap ^ ^.^U Nacif* 
maaJy Avondmaal^ avondm^houdtng. 
To receive the Communion, 'f Nachtm^M c/tt* 

VOHgCH, 

The Communion-table, de Nackmaal tafcL 
The Communion-cup, de Nacbtmtals bcker, 
COMMUNITY, Detlachugheyd^ gemeenfchnP, 
COMMUTATION, I^Wofuitring^ vcrwijfttmg, 

verrHyiimg, 
Commutative, lVi£tlbaar, 
COMPACT, In ttn gcdrtiw^eMy bekmft. 
COMPACT, (fubft;) ycrkrag, zer/wg,verio$fd. 
It was done by compact, HetgcfchieUemet imr- 

bedachicn road (of door eew heymelyk verdr^tg.) 
m COMPACT , /# r#j» treUeM , dkh s'zamemoe^ 

gtn. 
Compared, Dicht gejhotcn ^ gcdrongcn. 
Conipaticdly, Beknopulyk ^ kfjrt cu hndig, 
COMP ANION , cen KledgczcJ , mcd^gcnoot , maat^ 

makker , gez cllimte . 

COMPANY, Gt'zeljihap^ mitatfibappy y venmat- 

fchitp^giidy krygshende^ rot ^ trap. 
a Company-hall, itn GiUekamer. 
toCOMPAN\, to keep company, GcztJfd^ 

hQuden* ^^ 

COMPARABLE, Vergtiykelyk, U vergelyken. 
Comparably » /*» icrgelyitngc* 
Comparative, ^or ' ' ' 
Companuivdy, / Ur vjyzc. 

to COMPARE, / crgclykcw. 
Compared , F':r7^fUeke», 

Not \i) arcd, Niet te verge/yke^, 

COMPAr , ytrgelyking. 

Beyond all Ctjmpirifon, OttzirgelykelyL 
COMPASS, OmtTik^ 9mkrtyts\ begrip^ heftek ^ 

hereyk. 
It is not wfthin the compafs of humane skill , 

V Gaat bet bcrtyk van V menfchen vtrjltmd fe 

f^ To Fetch a compafs , Efnt» pmmtg weemtn, 
CO COMPASS, Omimtten^ omrittgctt^ b^rcykrn. 

To compafs his aim, Zy>f Qngmerk bcrtyUm, 

:smpallcd, OmrttrgdyBtr^yh. 

COMPASS, cenKompai, ^ 

' '{ S , {^r a Pair of CompaiTes , ten P offer, 

L ^)N, Mcdclyden^ mcdidovgcn^ met- 

dadgeBdh^dy d^ermi, ' 

To have companion upon one, Mcdciydtm ma 



COM. 103 

iemmd hebb<n, 

Compaflfionatc , Medelydend^ nteewaar'tg. 
Compaflionatcly, Me}' ' ' " V ^ ^^endlyk, 

toCOMPASSlONA: en. 

COMPATIBLE, Oz cm. . U gme ntffc^s 

malkdftdcr kan heftaan^ ^ aam. 

toCOMPELL, Dvjlngen^ nandryvtn^ drifgeff, 
COMPELLAl ION, Bcna^mtMg^ 
Compelled 5 Gcdwougeit ^ g^drongcn* 

Compelling, Dwingmg^ dwmgende* 

COMPENDIOUS, Bdmtt, kort 
Compendioufly, Bcknottclyk, 
Compendiousnefs , Bckmvib^ydy kortheyd, 
COMPENDIUM, etn Kortbcrnp, virkmfeL 
to COMPENSATE, /Vr^W^i. 
Compen ration, l^ergocdwg^ vcrgfUing. 
COMPETEhfCY, P'crmoi^i^eH , bcquaamheyd^ be^ 

va^dbeyjy gemegzaamheyd ^ gcnocgZddme ice* 

ve»s mlddchHn 
A competency of Strength , Een beboorlykf fierkte. 
To have a cdmpctcnc v to live on , Zo vcel hcb-^ 

bem dot m^tt bebo^/yx kan left en ofbejiaojf. 
Learning without a competency is a thing of 

little ufe, GtUerdheyd zonder gcmcgzaamc Ue^ 

ViHs miiidelcn , h tan vjeynig nut, 
COMPETENT, BtqH4tam\ bcva^gd, bchoorlyL 
He has a competent cftate, IJy feefi gtmegzaa* 

me midJcIeK, 
r itlv, BcifHaamlyk^ gemoegzmmhyL 

L rlBLE, Gcvoeglyk^ ^t gene waama men 

met iatpjen sevens eew anderem ntttgjlaan, 
COMPEIITION, Medcdj»ging,naflaamKg,m€' 

debegeering , medeflreeving , medctraihting. 
To /land in competition with another , Jvrvr^ 

temandna tHfJlaaf* 
COMPETITOR, eenMededingtr^ mede-eyfcher ^ 

medefheever^ tnedeirytr^ nafta^der, 
to COMPILE, I'ZamenJlcIkpt ^ opfieiteff, bycm- 

brengcn. 
Compiled, i'Zamcnge field. 
Compiler, ceH fZamenfleiler ^ opflclUr y msdier. 
Compiling, iZamatJldU^g^ byeenv9£ging ^ >m 

t\afnc^flellc>^de, 
CO^y^LACENCY, etjf Bfia^ge^, wlgevalUff. 
to COMPLAIN, Kla4ig€n, 

To complain of one. Over iemand klaageiu 
Complainant, een Aamklaager. 
Complained , Geklaagd, 
Complaiucr, cem Klimger ^ klamfter^ 

Complaining, Klmgingy klaagende. 

COMPL AiNT , ttL^e , bekl^. 

He makes a fad complaint , Ff: klamt jammerlyk* 
COMPLAISANCE , em BehkageNh of vcrpUg^ 

tende ommci/tng , behaagelykbeyd* 
Complailant^ Behaageiyk, 
COM PLEAT, f^olhmetty voltooid^ Vohallig, 
Complcatly , I'^ulkomentlyk, 
Compleameii , yolkomeuheydj vohmdheyd. 

COM^ 




104 COM. 

COMPLEMENT, VcrvulUyig^ooV als ecnKom- 

tl'tr/ieKt, 
COMFLKTE. ^/V Complcat. 
COMPLEX, t'ZamcyjgC'Vocgd. 
COMPLEXION, Aarclt, gc/leUenh , gejleldheyd. 
cO' A lively Complexion , een triJJ'che 6( heldcre 



:,f 



cdadnte. 



Well (^oinplcxioncd , UWgcfteld^ welgcdaan. 
COMPL1/iN\.E, Vocgi-ag^ ondervjcrpmg^ tttvoU 

Comp!i;uu, lnvtd{:nd. 

COMi^LiC A l^ED , t'ZameffgchMft. 

Complication , t* Aamenhooping, 

COMPLICE , cen Makkcr , medefleeger , mede- 

pl^gt^g^ t ynedefchuldige. 
COMPLIMENT , EcrMenftigheyd^ pl'PP^^^g'^g'^ 

pitgthetuvgtng^ diertjlhiediftg^ dienftrcedcn, \ 

to COMPLIMENT , cen Pligtreedem afleggert , 

pligtplcegcft , dienftbieden, 
to COMPLY, Involgen^ zicb voegen^ offderwcp- 

pcn^ sfjfchikkeH, 
To comply with one , Z/VA naar iemand V9cge?i, 
Comply'd, iPtgevolgd^ zich gevoegd. 
Complying, I^volgi^gj "'•'-'^ involgende ^ond^rwcr- 

pendc, 
toCOMPORii;, Zicbgedraagetf, aofffiellcft. 
Comportment^'' Gedraagixg^^ gedrag ^ ommegang^ 

aanjielli9tgj:ha9idel en vJ^ftdel. 



COM. CON. 

to COMPRISE, Bnatfem, infl^tfn. 
COMFRODATIUN , Ondcrlwgc goeJhMf!»g , 

goedkc/jfiiffg, 

COMPROMISE, Verblyf^elafte , wederzsdfcbe 
toezeggtng van partyen om bun gefcbil aan goe^ 
maf/nen tc verblyven^ als ook de Tolmagt die 
ntCM aan dc goemnntten opzedraawen heeit> 
COMPULSION, Dwan/fdrnnP. 
COMPUNCTION, IVrocriKz. 
COMPURGATION, Zuyx'tr.ng inm tentn m- 

deren hy eeac. 
COMPUTATION, Rckenwg^ overflag, 
to COMPUl E, Rdcncfi^ ovcrjlrg maaktiH. 
.Computed, Qcrckcnd^ ozcrgerckend. 

[Computing, Rekening^ rekcncndc, 

\ Comrade, zie Camcrade. 

CON. 
CON, at Pro and con, Voor en Ugen. 
C0Nc:ATENAT10N, t'Zamc^chakeUng^ aar.^ 

eeh\chakelt92g, 
CONCAVE, HoL 
Conctixity ^IMlfgbcyd^ holte. 
to CONLEAL, U\Tbcrgen^ bedekkcn^gcheymhoti" 

den^ Z'crzwygen^ beelcn^ verduyflercn. 
Concealed, ^crborgcn^ bedckf^ gchc\r,7 gehoudem ^ 

vcrzvjecgcn^ gcheeld^ verdtiyjlcrd. 
Concealer, rerberj " 



tttjr.:pai 
)4, / 



to COMPOSE,' f'Zamettftellen, toeftellen^ opftel- 

len, bylfggcn^ afma^en^ bevreedigen , bedaa- 

ren, zetten, letterzetten. 

-Compofed, t^Zamengefteld, ^g^l^^i '""^btzaa- 

digd^ bedaard^ gezeL 

Compoler, ecnt*Zavnen(leller, maaka\ 
Compoling, CZamcnJldl^ng, ^---^ t^ zamenftcllcn- 

dc, byleggendc. 
Compoiit'e, t' Zamengezct , t*za>nengevoegd, 
-COMPOSITIOzN, fZamenflvUing , toeftcW^ , 

affrtaak'mg , ^.)^'Xf'*Jf 7 t* zamcnmengfcl , Z'cr- 

rticngb:^, 
COMPOSIT(3R, een Letterzetter , zetter, 
<X)MPOSURE of mind, Bezadigdbeyd des gc- 

mocdi . 
COM POTATION, t'Zamendrinking.drinl^eUt^. 
to COMPOUND, t'Zamenzetten, byleggen, ^- 

maakcn, bcflechten, vcreffenen, overeenkomen. 
Compounded, t*Zamcngeziet, bygclcgd, ^gemaakt, 

vcrejfend, 
to COMPREHEND, Bcgnpen , bevatten , in- 

Jlusten, 1 

Comprehended, Begrecpen, bevat. 
Comprchcnlible, Begrypelyk, bevattelyk. 
-Comprehcnli<?n , Bcgryping, bevatung^ infiuytlng, 
Comprchenfive, Bevattendc , bcgrvpende, 
COMPRESvSlON , t'Zamendi'uUcifig. i 

COMPTER, zic Counter. I 

to COMP TROL. z:c ControII. 
to COMPRINT, E€ns andcrs kopy fiaadrukkcM. 



'rgcr, bedckker, verzvi\g€r,beelcr, 
C2r Concealers , De gene die landcrscn opfpeuretr^ 

zan we Ike men denKoning oiSta<U blind geboM^ 

den hecft. 
Concealing, ^ f^*^^''^^'g'^g^ bedckking, gebeym^ 
Concealment, f boudtng^ 'verzw\g:i:g. 
to CONCEDE, To.*Jlaan, vergunnen, * 
CONCEIT, Waan^bevattinff, opvatliftg, weening, 

a Pretty conceit, Ecn aardtge verLccldin^. 
tO" 1 am out of conceit with it^Ik laat my daarniet 

MCcK aan gcUgen zyn, myn zin is^er'af, 
o5"To 1>J out of conceit with himfelf, Z*cb zelvem 

mtshaagcn. 
He pas put mc out of conceit with \t^ Hy beefi 

\t my dc Inft i\in bcnomcn. 
to(X)NL.Err, ZJcb verbecldm , acb/en. 
CO NC. EI TED, Laatdunkend^ waamvxs. 
He is higly conceited of himfelf, fly beeft een 

hoog gevuelen van zicbzehcn, 
Conceiteduefs , Laatdtoikcndheyd , waanwyshcsd. 
CONCEIVABLE, Bevattelyk, begrspdyk. ' 
to CONCEIVE, Bevatten ,begrypcn\befcffen^zicb 

inbeclden. 
To conceive hopes, Hoope fcboppen. 
CCj l^o Conceive (a child) Ontvangen {in den ba^r* 

moeder,) 
Conceived, Bevat, begreepen^ bifeft, ^^^^ ont-' 

vangcn. 
Conceived by the holy Ghoft, Ontvangen door 

den bcyligen Gee ft. 



, Conceiving^ Begryping,befeffing,bevatfing^ 
' ' "-cjfei 



begrypendt, bejcjfendc. 



COxNT- 



CON, 

CONCENT » fZamenfiemming^ [in dc muxyk.j 
to CONCENTER, f Zamcnpaaicn , op tin mid- 

dslpunt uytkQmtn* 
Concciirrick , /* em mtdJUlpnnt t^zamcnhmende. 

CONCEPTION, Btvatung, oKtva^hms. 

CONCERN, Belang y aangtUg^tiheyd y hczor^d- 
^^ydy -" - Toorval^ zaai* 
a Thing of great concern, Eem zaai van grooi 

In all the concerns of humane life, la alle de 

voorvallen d<s mfjsfchciykcn iecvcigs^ 
To mind his concerns , Zywe z,a4kai of dinj^en 

to CONCERN, Anngmn^ hetttfftn^ raakew, 
Thar docs not concern me , Oat gaat my met 
aan , V raakt my niet, 
05* To Concern himil-lf, Zkh hemoe'tjcn. 
Concerned, Gcraakt^ btmocld, 
I never was concerned \\\ that bufinefs, Ik ben 

nooit met die zaak hemoeid gtwecjl^ 
I will not be concerned with hiin, Ik wH met 

met hem te doen hekben, 
1 am nor concerned at all in it, ^tGaaimy in 

geene deele aan. 
I am very much concerned for his lofs , Zymver- 
lies trefi my zcer* 
Concerning, Aangaande^ nacfende^ Ma^tnde^te- 

treffende. 
Concernment, Aangeiegenheyd^ belong^ X^'^'P' 
It k a thing of great concernment to me^ '- 
by my een zaak van zecr groot belung* 
to CONCERT, BeraadjUgen ^ redekavelcn , be- 

tvjijlen^ beraamen. 
Concerted, Deraadjia^d- 
CONCESSION, Toejlaamng, bewilliging , vcr- 

gunning* 
to CONCILIATE, Doen verwervtn^ verkrygen^ 

QVer^enbrenven y doen t* zamcnfiemmen^ 

CONCINNITY, Netheyd, aardigheyd. 

CONCISE, Beknopg, kort, 

CO N CL A V E , ecn Kardina^ls-rergadering^ V Kar- 

dlnmis-verlrek , Konklave* 
to CO N CL U DE , Bejluyten , JInyten 

To conclude a dtfcourfc , etn Gefprek bejlttyten. 
To conclude a match, ecn Huuwelyk Jluyt^n. 
Concluded, Befiooten. 
Concluding, Bcftnyting^ hejiHstende. 

Conc\\iiion^ Slot J 'be/Juyf. 

Itt conclusion, Totbejlnyt, eyndelyi, 
Conclullvc. Bejlnytend* 
to CONCOCT, yerdHUWeny verteeren. 
CPNGOCTION, I'erdHHwingy verteering, too- 

COnS)MITANT, Fergczelfchappend. 
COKCORD^ Eendragtj tendragttgheyd^t'^zamen' 

ftemmng. 
to CONCORD, t'Zamcnpmmen, 
CONGO RD.VNCE , Overetnftemming^ Bybcb 



V/x 



tojr 

[ tfoorSaeky Concordancic, 

Concordant, Overeetf/lemmeh^de, 
I to CONCORPORATE, r'Zamen/yven. 
I Concorporation, t^Zamenlyvmg. 
CONCOURSE, iZwTunk^pingy tocvlocd^ t'ta^ 

menloQp* 
CONCRETE, Geftremd ygcJiaU ^t'zamengegraeidy 

f Zamengevoegd^ 
Concretion, '/ Zamenjieliing ^ Jiremming^ t^zamen^ 

gj^oeyingy t^ zamcnvoc^ing, 
CONCUIUNAGE, OKechte bnuoompfg.boe/fcbap, 
CONCUBINE', een Byzit , boei, bywyi: 
CONCUPISCtNCE, Begeer/yk/^yd; hfl. 
Concupifciblc, Bege^r/yky tot zyne hflen geneegen. 
The concupifciblc Faculty, 'Z>f luft-mzolgende 

nyiiff^ desgew4>eds. 
to CONCUR , f'Zamenkomen , toeftemmen , u 

kuipe komen ^byfpringen. 
Concurrence, fZamtnkomingy toejlemmingy over- 

eefiftemmingj tebnipkamtng ^ byfpnngtngy mede 

hn/pt. 
Concurrent, Overectjflemmende ^ eendragtig. 
CONCUSSION, fZamenfchuddtng, als ook 4^ 

kncevelinj^* 
to CONDEMN, Feroordeelen J verdacmen ^ ver- 

wyzen. 
Condemned, Veroordeeld^ verweeten. 
Condemnation, t'^eroordeeitngy verwyzing ^ verdoe- 

men is, 
to CONDENSE, Ferdikken. 
Condeniation, Ferdikkin^, 
to CONDESCEND. T'oegeeven, hvolgen. 
He will never condefccnd to ft, Hy zaPermoit 

toe bewilijgen, 
CONDESCENSION, Condefcendency, Imot- 

gingj tQcgeefiykheyd y toegeeving j infihikkelyk- 

heyd, 
CONDIGN, Verdiende^ naar verdienfte. 
To receive Condign punifhment,^Vri;/;VW<f7?r^J^ 

fe ofttvangen, 
CONDITKJN, Stoat y gelegenheyd , gefteUenis ^ 

aardt ^ vam^waarde ^ befprek^ bfdif:^^ vcrding, 
to CONDITION, Befprcckeny bcdiiigen, affpree- 

ken. 
To condition wuth one,il/f^ iemand een verdrag 

miUiken. 
Conditional, FQorwa^dthky bcpaald. 
Conditionally, Onder beMng^ met voorwaarde. 

Conditioned, Bedongen^ ge/lJJ. 

Well conditioned , Ife/gefteidy welgedaan. 
Fair conditioned, Fraai gefield^ fraai van aarJs^ 
Jll-conditioned, QrtaadaarJig, ^ 

to CONDOLE witS one ^lemands roum beUaa^en^ 
Condolence, Ronwbeklaaging. 
to CONDUCE, Vurderlyk zyn^dienjlig zyn^ boar 

Conducible, 



Conducible, \ tr j i t j.^n* 
Conducive. } f'ordcrlyk, dn-Hjl.g. 

O 



COK- 




%o6 



CON, 



CO>fDUCT, Beleyd, hJlUr. 

to CONDUCT, CcUydcit, heftUre^. 

Conduacd, G '^ Iter J. 

Conduiimg, C , gdeydcnJe^ 

Ccmdlidor, cai Gck^dt:t^ icyJn/fdHf. 
CONDUIT, een U\Ucrleydt^g^ buM, 
CONE, eenKcicL 

CONFABULATION, U Z^mcn^rastii*^. 
CONFECTION , To^moMfd, mcf^gjii, — in- 
yiv. :.'.;,.■ T. 

CON X i , *. X. .; AC Y , BojK^emorfiAap , hwdvif'^ 

wa^ffihapj j^efpa^fiiLip, 
Coufcikrate, tea BoftJgcxifOt ^ hndr^itmoHf^ mH^ 

toCONFEDEFL-VTE, rcrhndmaateM.fzamem' 

to CONFER, Toclfrcnj!;eH y befccvcn^ ofjfim^ 

To confer a living \\^x\0][^^ Ecn pre£kplaats 

CONFERENCE, OHdtrhanJ^Unfr^i'zameM^ra^, 

monds^emeenfcbap , gefprekhondtng, 

i^fs^ bcraacfJJaagd, 

to CONFESS, Belydtn.kdcmicn^ bkihUfi. 
Gonfeiicd, Beked^n^ lickcndy gduahf. 

coSS: i* ^''^^'-> *'*--^- 

To make a contcflion , E^n I- -iock. 

AuriciUar conlVffion , B wi/ 5 . 

Coaftffionacy, (the Coalifltor^ Icai,) ccm Bucit- 

ftoeL 
CoaJfeffor,^ €€M Bcfyder^ iicchtdhig^ ■ ■ ■ ■ BUcht- 

Vtfdtf 

Goofed, ^if Confcflld. 

t3DCO>iFIDt, BttfQftwtHy zJcb veriaatiw. 

Confidence, ec» B<trQHVJef9 ^ vcrtroHwen^ vrymot- 

d':gbc\'J ^ Tert^\ '. 

CONFIDENT,, y ^r>^, xrypoJUg ^.vtr^ 

ZthrJ. 
H Confident fellow^ emyryp^fl^ €iii AquU gaft. 
I ain coafidtni it is fo , Ik 'hen verzehrdditf htt 
Z7 is* 
a Confident, eejt Vertrouivdc. 

He is hjs coniidciu, //y u zyn vtntrottwde*- 
CoafidentJy, yrym&tdiigM^ vfypoftjglyL 

Scotland confines upon England , Scb^iimd 
rrtHjt m» Eitg€la»d^ 
^To Confine one to prifoa, IrmaMd gn^aitgfH 

To be contincd^ to om*t chamber, Zytui hmcr 
hQfidcH , niet nyt ZN»c kamcr g^a»* 
e:^Hc confined himfclf to one meal a day , Hy h- 
hiclp zich met A'Afr maaltyd V daagf. 

Confined^ Bepoidd y bedwimg^H ^ 



eoN. 

Confinement, BtpaaHmgj m-Fmwgtvagr^lfMii. 

Confines, d*: Gtcnz^en, 

to CONFIRM, Bcvcftigen^ bih^hfigtm ^ vcrzp-2 

kcr€U ^ vcrflcrkem, >1 

Confirmaiiun. Bevejligmg^ l>di .vtrtekM 

ring^ ZCMtrhiydy als ook ^. . u/, L^** 

Roomfchc Kerk.] 
Confirmed » Beve/iJg/^ hcirMhtwdt vcr^kerd. 
OONFISCATL', I'cri^curdmaaken, 



to CUiNMbCAl li, rcrtcurd ma^en^ Vff^eurd 

wkUdTcn ^ aOMjlaoff* 
Confilcated, yerhgmrd gcm4akt» 
Confilcation , y€rbcm4msak$»g , aaMjlaamtig tvi» 

CONFLAGRATION, yerbrmdhg, hrmd. 
CONFLR>T, un Gevecht^ §^n tr4ff€n, 
CONFLUENCE, 'i Zamcnvkeijmg, $'t4wetf 

hop , fQcvhfd* 
CONl- ORM y OvercemksmfUg , gtlykJlMg , gtlyk^ 

"uormig. 
to CONI ORM, GdykftelUii, nam- fchikkcm. 

Conjibrmabit, Gckkvormig^ evercinkamend. 
Conformably , Gclykvorm*glyk> 
Conformation! k r* , • * t la n 

Confurmmg. f ^'h^^'^^rmmg.gHykJldU^g. 

Conformift* ecM Lidmmt der K*rk van E*igtianJ, 
CONFORMITY, Gdykvormigh^yd , overmen- 

komff^, 
to CONFOUND, FerwarreH^ verfli^ortn , ft 

fchami^ m4aiem , iefcka^nd maakeM , i^rbvflertw. 
To confound by arguiturnti , hmamd d^'ur rtdt- 

nen van zyn jiuk br€j^§m, 
Cont'oundcd , >Vri«tfr</,^ verftoQrd^ bidrtmmcld^bt^ 

fihajmd^ vcrhvflcrd. 
to confront; fZamm^ergelyk€M, agfft th 

CONi'USED, Fcrward,, d<,ar malksMde^^ btt^u^ 

terd. r 

ConiuTedly* yerwardifykj ovfrh&9pr rampjhmp, 
CONFUSION, ytrwarriMg^ hjdfadmmgybtfen 

tcrJhcvd^ ' " .*W. 
CONFUTAI fVfdcrleggiwg. 

to CONFUIL, U cJcrkggtn y wraakcn ^dcir mon^ 

C , IfcdirUgJy di'nmondgffiopi. 

Congealed, Gcjlrcmd^ gefhldj 

CONGE', 0<irhfy ^--^^bnyging ^.. ^.muhs i)$ 

nctmcn van afjchtyd. 
Conge d'eliw, s^ Koimg$ Vfriof aan dtn Dtkcn 

t'Kapitul om €cmn Biffck^p u kUz^w* 
CONGENIAL , Geiyk tw mbrjrji. 
to CONGLUTINATE , £hcm t'zsm^M^ 

toCC TULATE, Gehk wtnf.htw, vtf^ 

%idkBmcHy bcgwiteHUi, 
Congratulation , ^Gflnkwenfching y wtlkomft , bt^ 
grofthg^ *' 

CUQ- 



A* 



CON- 

'Congregated, Ftrgddird. 
Cungrc^aiion , ten Vergadcrlng^ t^tamcmhmft, 
CONGRESS, tm Bptnhmji ^ ontmoaing. 
CONGKUtNCE, l Overccmkom/i ^ gevoegiyk' 
CONGRUirY. r heyd. 

Congruous, Overtenkomji'ig ^ gevoeglyL 
CONJECT URAL, Up gfJ}mgficuncHde. 
10 CONJECTURE, G#», raamt»^raadew^vcr' 

mot den. 
Conjefiured, Gcgift^ vermoed. 
Conjcdurcr, tenGtjjir^ verfkoeder, 
Conjcduririg, Giffin^^ raamtitg^ "^^gtjf^ndc* 
to CONJOIN, t'Zamemoegen. 
CONJUGAL, ro^^^« tcht hehorendf. 
to CONJUGATE, Confu^eerca. 
CONJUNCTION, t'ZamenvQegmg , .ten 

K opP^I ivtiifrdtje* 
Conjunaly, Gezumemlyk 
CONJUNCTURE, Toiftand^ g^fiehems , ge^ 

wrkh , Mcop des tyd, 
CONJURATION, t'Zimenz'hjccrii^y^dgeJfm^ 

vlockv^wantfch^P , bez;we€ring. 
to CONJURE, fAamenzw^^rew^ kczvxiercn ^ bt^ 

msanen , nuadrukkelyk vcrmsmtn. 
Coojared, t^Zamcngczwooren^ hezvJtioren, 
Conjurer, ecn Bez'wecrder ^ taveraar. 
Conjuring, Bezw^crmg^ hHmering^ bezufce^ 

remde* 
fto CONN, if/r To Conn one's kflbn, Zynt hf 

fe ktnnen* 
CONNAl^E, Aimgehnoren. 
CONNATURAL, MedenmmurlyL 
CONNECTED , t*Zam€Hgehecbt ^aaniengeknoopt. 
CONNEXION, fZam^nkm^ptng, fzMmtnhech- 

timg. 
CONNIVE, Ooglfiykew^ door de vingifiU zien* 
jOnniVed , Door de vingcren gezifff» 

Conniving. r ^'^^"0^*'^^^ mtvtynzing. 
:ONNUBIAL, tot den echt behoorcnde^ buw 

ivclykfib^ 

to CONOUER, Overwinnrn^ verovercn* 
, Conquered , Ovcrwonnen ^ ver^vfrd* 
^^otiqiiering, Overvjinf^fig ^ tcri^verifig^ ^_^ffr- 

whi»efide. 

Conqoerour, een Ovcrwimtaar ^ veroveraar* 
CONQUEST, Ovcrwinmng^ verovertHE* 
CONSANGUINITY, BhedvrhdfrhJ. 
CONSCIENCE, ^t G^weefem^ de ^ on) € Untie, 
He makes no confclence of a lie, Ify maah geen 

confctemie-werk van cen kngen. 
CSf a Court of Confciencc, ecn Gerechtshcf inn ktey- 

nigheden tc beflechtcn. 
Confcientious , Naauw van geweeten. 
Confcicntiously , Geweetenshahe , gemoedihalve, 
CONSCIONA8LE, A^^^wrty op zfchzthen lenen- 
\ de^ gemocdelykj biliyk, 

Confcionablencfs, GemQcdeiykheyd^ iillykieyd. 



t0€* 



CON. i&f 

CONSCIOUS, Bewnft, verwittfgd. 

C on I c t ou s n els , K enniffc ^ hiv nflbtyd^ 
to CONS EC k , wyen^ Hewjen. 

Consecrated, < v, , ,. 7^- 
Confccration , lieyhvinz^ toewytnwi iihvving, 

coNSEcr kii^ A J bevoil ^\ ^ * 

CONSENT, Tocflemmiffg ^ hewsHiging^ verhf. 

With oneconfciit, Eendfrdgtig/yk. 
to CONSENT, T&fflcmnien, roeJIdan^bavilBgem, 

goediesnn. 
Contented, Torgtftemdy ^ewiWgJy f(?ege/laan. 
Contenting, Toejia^ning^ 'vcroorlooving^ — ^ 

CONSEQUENCE, Gcvotg. 

By confcqntnce, Uygeimg^ 
Com' , GevoIgM, 

CON V riON,"^ Bewaarikg^ behondemi. 

Conlervator^ em 3i-waatdtr ^ behouder, 
CONSERF, Gefnykerdinzfthfcl, konfirf. 
to CONSERVE, fnfnyker integ^cn. 
to CONSIDER, dverweegeii^ dmnierken^ ovet^ 
denken^ KaaMKken. 

Coniider whi*t you ^e doifrg, Ovtrd^trf wd wa^ 
gy dt^ef, 
Con/Tdci^le, AiWmerkclyL 
Conijdcralily, MerkcM, 
CONSIDERAIF ^tig, bcddchtzaaik. 

Cohfideratcly, Bi nlyk, 

ConddL-ratencis, Bcdac/yttaawbcyd^ omzigtigheyd, 
Conlidcration , Ot}erwefgtng , oz^erdenking , danmeri 
king , naade0king , inztgt, 

The'confidcration of death, Be averdenking dei 
doods. 

To take « tfttng in confideratfoni Mf maver^ 
wet'gtnge neemen, 

I did It out of confidcfation of his parents , Ik 

deed ha uyt inztgt vafi zyne ouders* 
to CONSIGN, Overleveren^ hchandlgtn, 
to CONSIST, Bcftaany overcenkomcn. 

Each company coniifls of a hundred men , Elki 

vaan heflaat uyt bunderd manncn. 
CONSISTENCE, Be/faanlykbcyd ezamcnbc* 

fiaaniykheydy — *— hftyx^ttn? ^ dlhc. 
Confident, Bcflaanlyky fzantt. ,L 

CONSISl^ORY,Z>^ KcrkeKf^.,.. , . ....zciyke taaJ^ 

Kardirfaah vergdJcnHg, 
to CONSOLATt , Traoflcn. vertrooflift. 
Confoladon, Troofl^ vcrttQufiing, 
Confolatory, Trmftehk, 
CONSONANT , averccnjkcmmeni ^geljkhydcnd^ 

gclykvurmig, 
to COK'SOLII) ATE , Heeletfy Mchtniaakcnyt^za^ 

mentoigen. 
CONSORT, een Medgezely medefimder.gemikt!^ 

VJcerpartftur y gaade^ bedvcrtvant. 
The King and his royal Confon , de K&ning en 
, zyne Aonmgiyke gemaalin, 
(cS'Confort in miiilek , Eenftemmifheyd in mutyk. 
O z ^ CON- 






io8 CON, CON, 

CONSOUND, tVondhrMyd^ wa.ihucrttl, jConfultcd, Bcroddjlaagd ^ raadgipkef^d. 

CONSPICUOUS, Blykhaar^ ztgtbaar. Condiltaiian, Koitd^he^ing^ icraot^i/Iagiffg, 

CONSPIRACY, tcfi yZamemfpafftrtHg^ t*zame?j* to CO'' " " '^ frc»^ xerHotn^ vtrfMtJtcpfJ 



Z-uccrsfiZr vlockverwantfchap^ etdgtjpati^ ecd- 
genQodJchap* 
Conlpinitar, ten t^Zamenzwtcrdtr^ vhtkvcrwanf^ 

ecJgcftoQt, 
to CONSPIRE, t^Zamcnfpanncn^ aasfpannew. 
All things coiifpire to his advancement^ /f//f <i»- 
gen fpatfpifff t^zamcJt tot zyne Tcrhoogmgf. 
Conlpircci, Anngefpmmca^ f^zdmeMf^cfpMjr$€A\ 
They have conlpircd lui deaths Zy Mhtm zy»f9 

CONST'AHLE, eenKoaJl^d.iyn^ inEngdand 
ccn Oi!ici\r die gclldd is, om op de ^euiccnc 
ruilc toe tc lien , en dc mocdwilligen m hcch« 
tenilic tc nccmcn. 

The Conilable of the Tower, de SkumgdofKas- 
telc\H Vitn din T^r.rtr. 

Conft:iblcftiip, K(,> jf>. 

CONSTANCY, -Jfg^^yd^ mlhardmgyhe- 
flendigheyj, 

Con(tant, Sia^dvuflig^ befttnMg^ gfftadig, 
a Conrtant lover, ccn Standvujhg minnaar. 
a Conllant report, c^n Bejl^ndtg gcrkcbt, 
a ConfUnt ram, fcn Gfftudigf • !•■:*• 

Conftantlv, GeftaM^iyk^ kc/! ' ' 

CONSTfeLLATfaN, c , j^n.'Njfer^ 

ring , ' ' s(rt* 

CONST] [Q'ti.Ffrbmfdhes^ti.fmtTrir^ir. 

foCONSTn UTE, Bepemmen, ' >. ' 

Conllicuiion , hjlcltif9g yg^fi^ldhcyd^v^ .^ ^^ t>if/7- 

JhiliHg. 



Confunicd , / t; ii,\'rjy i^rddtm , V0rqmji , vtHfTftykt^ 

vcrbc^zigd* 
iConruniiag, l'*titecrmgy vcrqmfting^ ^^rWNyking^ 

■ ve rtt erendc . 

COKSUiMMATE, Folkomtn. 

to CONSUMMATE, l^ffhrAkcw, vt^leywden, 

Confummation , yQltooijing , vaUymdmg , vitrei' 

COM^UMFTIUN, IWteeringy verfuljimg^vc 

I /i>r, de Tee ring, 

\ He hath great confuinption , Hy herff groot 
I tier^ 

(rS*To be in a confumption , deTecnttg bebben, 

Confumptive, Tesnn^acbm. 
I CONTAGION, BifmtWHg. 

jCoiUagious, Befmctteiyk, 
Conragiousnefs , BeJmeTtelykbcwl 
.to CONTAIN, BetaruH. , behehen. 

latjr'To contain ones iclf, Z;.. ....^rdgtn, 

I I cannot contain my fcit'for joy , fk kan tny ma 
I bedwingeff van Uydfehap, 

[Contained, Betat^ begrcepe/t. beJfvt^HfcJf* 
to CONTAMINATE, ii*-/mf/r^j». 
. Contamination, Befmctttng^ hzocdeiiitg, 

to CON I jiMN, t/erachfem^ verfmaaden. 
, Contemned, Virmht^ zcrfmfmd. 
Contemner , ecn I'eraibter , vcrfmaader. 
(? iiitemning, Ferachtmg^ verfmaadiffg y *^^— -rrr- 
Jmamiemde, 



IQCOHfTRAlN^ Bedwrnxe^t^bciewgekftydafS' tO CONTEMPLATE , Befckottwen , overpeyn 

zefty bffprcgeletr^ 
Coiuemplaiion, Befchwwimg^ bejfiegelmgy ofge 

to>jgcfibeydj overpcynzing. 
Contemplative, Bejlhonwelyk. 
CONTEMPORARY, EveHtydig.gelyktydig.tem 

tydgentQot. 
CONTEMPT , f^eracBtiifg , verfmoddmg , ver- 

fmaadheyd. 



C'^'^'^^^'Hcd , Bcdivongem^ gcdrongem^ gcpra4^1 

Ci'iMu Jiuing, BeJwi»£ftfg^ •-^^ dw'mgeftde^ 
CONSTRAINT, Dwa^^, bcdwang. 
CONSTRUCTION, t'ZamcnjUilmg^ ezamen- 

"I'^egiffg^ gSouiv^ uytUggrvg^ 
gjWcottglit to make ihebciTeonllrnaionof otiicr 

mcnN words, Ahu be hurt dcwoordeu van an- 

d$ren ten bejltn te Jusdeft. 
Conftniitive* fZiitnenvo'ei^lyk, 
to CONSTRUE, t'Zii^kenfMtkcn.t'zamenftellcn. 
CONSUBSTANTL\L, 'Ahdeztlmandig, 



( ^? S- Veraehelyk ^ verfmaadelyL 



1 yerachtelyker vJSte , op 
V verfmaadelske' Vifyte. 

^ Twifltn^ krakkee!e0.ftrik 
CONSUL, Ecrt>'ds eem Koomjlb Iburgcrmeefler ,1 Contended for, Btpimji^ otergckrakieeU. 
nu ten Beuftndsmam die de Zdokcm der Koop- CON FE NT, /Vr^ - -- ^, tHfldaan^ i 



eem 



Coutcmptmlv. 

to CONTEND^ Twi/}en\ krMeeIe$$(nribbelen^ 



^ . Ikden wotirneemf, 
Confular, Burgermee/fer/yL 
ipCt^NSULT, Berasdeitj rmdjlam^ hramdjla* 
L get9 ^ raadpletgen^ it ft^ade gaofi^ 9%crUggtff, 
■ • To confltlt the f'ltcty of hh ^^vsn peribn^ Op dt 

' hedmht zyn, 
Itjri' a! met my'n Qor^ 

itiJ/cM ie raade g^tna^ )k WVr my ectfi pp bt^ 
fiaapttt. 



te vreede, 
iQenmg^ gemegtff, 
uinggetven. 



CONTENT, Cfi 

To give content, 

To take contents Geitocgen niemem^ 
to CONTENT, hldoeu] te xretdt ftelUn .gtrn^^ 

gr» fetvcm^ 
r ]^ yddAtm^ te ireede gefield, 

t lly, I'^trgemegdelyh 

^ nefs, vergenoegdheyd* 

^ !I, ll\l vergemegd, 

COl 



COM. 

CONTENTION, Twift, krakkeel.gehamwar. 
Contentious. Twiftti^k, krakhcli^^ twiftachttg ^ 

iwijlzucmig, 
Contentiously, Tmjftachtiglyk, 
Contenriousncfs , Krakkeeiachtigheyd^ twifizMcht^ 

twjjlacbugheyd, 
CONTENTMENT, Fergemeging^ vergenoegd- 

hcydy voUoemng, 
CONTENrS, Imbomd. 

The contents of a book, de hhtrnd van ce» hek, 
CONTEST, GcfciiL twifl, 
to CONTEST, BctwJfici, 
ContcIlLuion, ytr/Mt^ twijly krakkecL 
Contdled, BetwsJ}, 
CONTEXT, t Zamenhang, 
CONTEXTURE, tcmGtwcef, t' ztimennciCcl 
CONTIGUOUS, Am ten vcrkmcht, aa^i maU 

kandcr. 
Their houies are commons ^HuHjtehuyfin flam 

naafl malkoMdcr* 
CONTINENCY, Onthfiding, amhttdmdheyd, 

kuyjitryd^ ingetofj^enheyd* 
continent; }(uvfch, omhondend. 
CONTINENT, (Siibft.) het Fafle land. 
CONTlNGfcNT, Gcbeurlyk. 
Contingent^ (Subft.) AandecL 



Contingenqr^ Qtbturlykheyd^ v&orval. 
CONT INLTAL^ GedNnrighk, Feftadkhk. 
--r.vT'riKjUANcE GcIuHrigleyd.'a^ihonding, 

iii^g ^ftandhoadinr^ 

lUATION, rcrvolg y aihierv(flgtng ^ 



CONTINUANCE 

vaihard, 

CONTIN 

fla^dhuHdmg^ gcdmurzaambtyd 
to CONTINUE , Aanhauden , mlhsrden , vtr- 

valgen^ dnurcn ^ flandhouden. 
Continued, Voihard ^ geduitrd ^ ftanii$hmdL'n. 
CON rOHSIO N , iKrdraaymg, 
CON! RABAND, Feri^Q^dcn, ContFabande. 
CO N r R A CT , een f^erdrag , ver^ng, 
to CONTRACT, ecn Ftrdrag mm^tn^ verdraa^ 

gen J verdingem, overeenkomen ^ etn kotff Jluy- 

ten^ t*Zam€ntrekktff, 
To contraft a mamage, cen iluuwdyk fluitcn. 
To comraft one's brows, de IVynhraKwtn t'z^ 

menfrekken^ 
fi3rTo comraft debts, Sthuldcn maaken. 
Contrafted, Overeenj^ekomen ^ Mongen ^ gcjlootcn. 
Contra£tin ^ , Fcrdrngmg^ o veretnkoming , t'tamen- 

trckhnz^ verd:ngende^ t/vcrcenkom^nde,^^ 

foCONTRADlCr, Tegenfprtekcn , wederfpree- 

ken, 
Contradifted , IVcJerfprooken. 
Contraiiidion , Ttgcnffraak^ UgenJirySgheyd ^ te- 

gcp/zt/gclykhtyd, 

CONTRA MURE , etn BHstcnmuur. 
CONTRARIETY , Strydigherd ^ UgenPySg- 
hcsd. 
-Comrarily, Strydiglyk^ 



'Za- 



CON. 16^' 

[CONTRARY, Tegenflrydrg ^flrydsg ^ tfgenflry* 
I dcnd. 

The wind was contrary to us, De wind was cnr 

tegen, 
I know nothing to the contrary, B wtet met 

adders, 
I have nothing to the contrary, Ik M'^er met tc* 

gen. 
To advife to the contrary , Hn tegendecl raaden, 
Un the contrai7 , In tc^cndeeL 
to CONTRAVENE, Uvcrtreeden. 
CONTREGTATI N, Aanraaki^g, handelmg, 
CONTRIDUTARY, nigeet^end. 
to CONTRIBUTE, 'Toebrcngen^ toegecven^ op* 

brsngen , hehnlfznam zyn. 
He contributed much towards it , Hy 'was *er 

Zeer behnlpzaam toe. 
Contribution, Ofbrengtng^ fcbatfin^gcld. 
CONTRIIE, Fcfbryztld.gtbrden, vcrflageff. 
CONIRf 1 lUN, yerbryzeldheyd, gcbrakenbeyd , 

Ter/hgcnbevd. 
CONTRIVANCE, Uytvin4fel^ fraktyk, mjiel- 

iing, 
a Pretty contrivance, Een aardfg nytvindfef. 
to CONI R?VF , Bedenken, xerztKncn^ toeflellen. 
Contrived, Bedacht^ verzonnen^ toegcftcld, 
CommcT^cen Uytvmder^ manker^ toeflciler, 
to CONT ROLL , 7'egenjprccken , ttgenboekhon* 

den^ taezigt neemen, 
CONTROLEJl, een T^cgenjpreeker ^ tegenboekhow 

det\ naatmner^ Rekenmtcftcr, 
CONTROVERSY, GcfchiL r.denjlnd, tow?, 
to CONTRUVEKT, J8^m'/y?^. 
Coatrovcrtcd, Bowfl^ tuederfprooken. 
CONTUMACIOUS, ll'ederfpannig , halftm^ig^ 

wrcvelachtig. 
CONTUMACY, IVederfpannigheyd , bardnekklg- 

be'\d^ wrevci*ntfjeit7hcsd, 
CONtUMELIOUS' , Smaadig ^ fdampermh- 

fig. 
Contomcly, Smaad^ fchamperbeydyfcbimp^ lajler, 
CON r USION KncHzin% , fictterh^. 
CONVAL-LiLLY, Lcetre van den ^aie, 
CONVENIENCE i?r Convcnicncy , Bejaaam^ 

heyd^ geUgenheyd^ geryflykheyd. 
Convenient , BffHittm , gelfgen , geryflyk. 
Convenicmly, Ueqnaamlyk^ gevoegfyk^zonder kin- 

der, « *"'. 
toCONV'ENE, iZamenvergadtrtn^ fzanten be^ 

rocpen* 



Convened, s^Zamcnberfepen. 
CONVENT, een t'Zamenx 



amenwQomng^ Khofler^ Kun- 



vent. 



to CONVENT [before a Judge,] Voor'trtehk 

roepen, 
CONVENTICLE, Een kfevne vergadert ng ,ioch 
I wordt doorgaans gcnomcn voor eca JiVz/j^t'^*^* 

hi CON- 



uo CON. coo: 

CONVENTION, eZ^mimkmfl ^ 

ifyetnkomfl. 
CONVERSANT, Firhpremh , t^rosm^em^ ge- 
meeJtzaam* 
To be convcrfam with cme^ M^s hma^i vtfiee- 

CONVERSATION, yerhmitg^ omtmimg* 
to CONVERSE^ f'Wicercn^ omgaan. 
Convcrfcd, l^^irketrd, omgignaft. 
CONVERSION, B<k€€rm%^ verani€rmg. 
CONVERT, (labQ.) tcnBthtrdc. 
to CONVERT, Bckctrcn. 
To convert one to God , Ummd m Cni b^kci- 

nm* 
To convert a thing to another ule , Itn M ecm 

anJcr j^fbrtcyk werbremgcn. 
Converted, BAccrJ. 
CONVEX, Honduyigtbooiin ^ hkond. 
Convexity, Uytgcboogcne rmdtc^dt uyigeh^enhiyd 

van tcHti rond* 
to CONVEY, Focrcnj kydcn^ ^vtrtmren^ over- 

draagtft, I 

To Convey onc*s right to another, Z^» rnh mn 

ecncn anderen overdnugcn* 
Conveyed, Gtvoerd^ overgcvoerd. 
Conveyance > OvervQ^rinj^^ overdr^f. 
Conveyer, ceft ver voerUtr , vervocrdfr, 
Convevuig, Ltydiftgy overv9cn»g^ ^^^kydindi* 
to CONVKJT, Ovcrsnygen y in rechie vtrwinmn^ 

fchnldsg vcrklaarcn, 
Convi(!fted , Overtuygdy in rechte verwcnnetf, 
Convidioii, OvtrtKygsng^ f^h/tldtg-vcrkiaariMg, 

10^:01^ met, &.crmgcw. 

To con\ incc one of error ^ hmand vanf dmas- 

tinge overtnygtn. 
Convinced, OvtrfUygd, 
C(iti\ inccmen t , Overt nyging- 
Con v 1 II cing , Oirttnyging ^ ^— overtmygende* 
Convincingly, Op ten overt^gende wyze. 
CONVOCATION, ten Byeenkomjl of vergade- 

ring der KerkeMen, 
to CONVv'KE, i^Zamcnroepen^ heroepen. 
CONVOY, G^/fV, vrygcleydcy knnvoai* 
to CONVOY, de/eyden, n^tgelty doen. 
CONVULSION , t*Zamemrekking dtr ztnm^cn^ 

opkrimptnjir der zennwen^ kramp. 
Convullion fits^ Stnypen* 
CONY, ten honyn. 
Cony-burrow* eem Konynehol. 

COO. 
COOK, een Kok.hrmder. 
Cook-maJd, ee« jieukenmtfd* 
Cook*i*(hop , een Bntad^ry , kt^ki winkeU 
Cookery, de KoMvnJl, 
COOL, KoeL 

toCOC>LE, l^erioeUn, k^l worden. 
Cooled, t'erk<^eU. 
Cooler, een f^erk&eUry ^^-^k^ehni. 



COO. COP. COR. 



Ufgddififtg ^iJCooUngj [^er keeling ^ 



' verknlendi^ 



a Cooling liquor , een Ftrktfetendt dnmL 
Coolnels, Koelheyd^ koelte. 
COOP, een Hoenderhk^ boeMderkcff, 
to COOP ^ Knypen. 
To Coop up, /nknytJeny keknypiw^ keflmpen. 

Cooped ijp , Ingeknypt. 
Cooper , een Knyper. 
toCOOFERAlE, Medcwerke^. 
Cooperation, AUdeiv^rktng, 
Coopcrator , een Medewerker. 
COOT, eenZeekoet^ [idccrc fogcl.} 

COPARTNER or Coparcener^ tH$ Medejinnder , 

deelgenoot, 
COPt;* eem Prtefter$ manttL 
«» Under the cope of heaven t Ondir dt % of-$ 

gcweifdes hemeh. 
\toOo^^ timdgemeew warden y ^^"^rnyteiwytin^ 

uytfteeken. 

COPEL, z.ie Coppel. 

Coping, iiandgemeenfcb^ ^ ^^-^myling^^^^^nyt^ 

fteekfeL 
COPIOUS, Overvioedigy Tfjydhopig. 
Copiously, Overvloed^hL 
Copiousncfs , Oven4<ieJ»he^d. rykhcfd, 
COPP, eenTop.knyf. * ^ * ^ -^ 

a Copp of hay , een Hooi-off^^ ^ 

Copped, Geknyfd^ g^^op^- 
COFPEL , een Sm^Ukroef, fmeltteft. 
COPPER, R,odhper. 

Copper in barrs , Sfaaf-koper, 
Copper-fmith , een K^erjlager, 
Copper-plate, een K^pere pTaat. 
Coppcr-nole, een R^ode men/. 
COPPERAS, Koperrood. 
COPPICE, orCopfc, eenmndi dot nasvert^f* 

van jaaren a&ck^e wofdt. 
COPULATION, t^Zamenvoegmg, hfpeling. 
Copulative, t'Zamenvoegend. 
COPY, eenAffchrtft, dnMe/d, k^py. 
Copy-hold, een Leen of landery welke kma^d of 

Ztkere vttorwaarde bezif* 
to COPY out, UyfjUryien^ aff(hr\>ven. 
Copy ed out, UytgejUreet^en ^ nat^efchretvcn. 

CORAL, Ktn-sai 
CORD, eenTomv, koord, - 

a Silken cord, een Zyde k^ordoffnocr. 
to CORD up, CZamen binden. 
Cordage, Tonwerk^ warn. 
CORDIAL, Openhartig^ gnlhartig^ > ^ ktn^d- 

fterkend, 
a Cordial, (fubft,) een Hardflerkii^. iakdeth 
Cordially, Openkariig/yk , gulharttglyk. 
Cordial nefs^ Openharthkesd^ ^nlhai'tiiheyi. 
CORDOVAN leather, ^o/^-Zirirr. 
iCORE , '/ Klokhnys van ee» vrncbf. 

^ CO. 



lCORIANDER, Korimder. 

:ORMORANT, etnf ff'acrrodve. 

Corn-chandler, cf^ KoQrnkoop^r, 
Coni-rofc, ef^KlaproQi^ ioortrro^r. 
j^a^Coni^ eenLykdoorn^ txuro9g. 
Cornage. ect^ Scbmm^ op horn* 
to COKISIE, Met XQUP hffreugcn. 
CORNER , €tn ilack^ fluyfhtk. 
CorncHioue, e<ft U^^^kftcev, 
a Comer- bouic, *en HockhMys. 
Corner- wife ^ tioehwyzc. 
CoTncrcd J Gch&eki* 

CORNET, eex KromhoorM J einiy ^^^^ Kormt. 
XORNISH, 'l Cieraad of hoprawerk h^vtm aam etn 

zuyi 
CORNUTEt Gebaornd^ JboormdraageMje ^ alsme- 

de ee^ hoor9fdrit4^er, 
COROLLARY* ToiFif^, aoMhangftl 
CORONATION, Kmoniug. 
CORONER , ttn Ampttnawr St gtjteld is om de 

lighameft der gt^ner die Virmoord of vcrdronken 

zyn^ of die men onveriuacht dood vindt^ tc be- 

fchQHweny etn SfhoMt- 
CORONET, €9» Kroomjey krof^nbonnet. 
CORPORAL, Ligb^miUy 

Corporal puniihincnt* Lyffln^t. 
m CORPORAL , ten K^rporaai^ de dock waarop 

men iiet mibbrood en dc kelk zct. * 
Corporally, LighaamJyk. 
CORPOR ATiON , a corporate body , de Gemeetn 

te of V lighaam d^r iffu^oonderem Vtm e$m fteedt* 

jedtvhL 
. a Corporatiou-Town y tm Vkk dai ftads pecbt 

htefr. 
CORPS, eemLyk^ doodlighaam, 
41 Corps de gard'^ eeu K ht^ ivaciih»^f, 

CORPULENCY, L 
Corpulent, Ln*i^ygr^J' 
COR^f^CT : Nel.i^tifeterd, ZMyvm 
ID CORRECT, FcrifetefeH J mdzieti ^ beriJpePt ^ 

iMcbligCfi. 
To correft a proof, tern Pr^ef futazien of nm- 

hezem. 
I correded my watch by the fun , Ikjltlde myn 

nurvjcrk naar de zoh, 
Correflcd, P^trheterd^ naagwenyberifpt, 
Corrcdiing, Verhferipfg ^ nmwmmg^ ^^^^cerbe- 

terende, 
Gorrcftion, FerbeUring^ iucbtigif^g^ berifping, 

a Houfc of Corrcftion, cen Tmchkuys. 
Corrcflive, Ferbetercnd^ verzachiend. 
Corrcdly, Folkomenhk ^ zonder fouten, 
Corrcdor, tern Ft^rheterodr y mtatiemr. 
to CORRESPOND, Overcenkomen ,ezamin han- 

dtkn^ mtderliffg QV^rinivem^. briefgemeenfibap 

bouden. 



■ trottwe^ 



COR, COS. COT. COU. "it i 

Corrclpondence, OvcreenkQmfi ^ iz^menhimdeling^ 

hricfgcmtenfchap , hfievemi^'dtttg , onderllifge 
verfiandbaudin^, 
Correlpondent , een t*ZamenhandeliUT ^ ondcrltnge 

over^riever , bricfFenoot, 
CORRIDOR, cen'Bcdckiega?fg. 
CORRIGIBLE, ;^^r^r/^r/>?. 
COKRIVAL, een Afcdtmmnaar J medevr\'fr. 
to CORROl, ORATE , Fcrjlerkcn, 
Corroborated, Verjlerkt. 
Corroborative, Vtrfterkendc, 
to CORRODE, hyttn^ tneettm. 
Corro(ive, Byttnd^ sneetend. 
CORRUPT, BcdHTven, vmgekft, 

a Corrupt Judge , een Omgekofse Rccbter, 
to CORRUPT, BciLrvcn ^ fchcfideN ^ omkoopen. 

To corrupt witneircs, Getuygcn omk&open. 
Corrupted, Bcdfirvcn^ vrrdun^en^ gefebondcn^t^m" 

gckofi^ omgezet. 
Corrupter, eem Bedervtr ^ fcbender ^ omkoopcr. 
Corruptible, Verderflyk. 
Corruption, Ferderf verdurvenbeyd. 
Corruptly, Valfchclyk^ ter^uaader troi 
CORSAIR, een iceroovcr, 
CORU SCANT, Flikktrendeyfchyntndc. 

COS. 
to COSEN. zie to Coien, 

COSMETICKS, Vrouwen-vercierfelefi^ alsmccfe 
, watertjes en zaljjcs welke V vramwolk gtbmyk$ 

\ om een Hank vcl te maaken. 

I COSMOGRAPHER, ee» iVerrcUbefibryv^} 
Cofmography , HWrelSefchryi^rng. l 

COSSAESi Kaffd Bengali [zckcr Ooftindifcb 

lynwaad ] 
COST, KoJJe^ ustgave. 

To iny ce*]^, ifp myne hfte, 
to COST, KoJUn. 

What dotfl ft cofl? IVat kojl het\ 
COSllVE, Srf*f>pnfJ^ bardfyvfg. 
Coflrvcucls, 7/ ' ' ' Vyi, jhppewdhewd. 
COSTLY, A iliarefykr ^ 

GOT. 
tCOT% eenKot, 

COTTAGE, €en H^tj kot, hutje. 
Cottager , de Bevjooner v&n <en but. 
COTTON , KaStQen. ^ - - 

tr> COTTON, Met mppen tick opwerp^n. 
Cottoned , GcHopt , gefrizecrd. 

cou. 

COUCH, een Rufhbmk, Ug-hets. 

to COUCH m Avriting, In gef^brift txruaSten ^ iy^ 

gefchriftfitlhu, 
a Letter well Couched , em Brief die wel inge^ 

fteldis. 
rfr To Couch an eye, *> Flies van een oog Kgten, 
COVENANT, een Ferbond, verdrag^ verdi»g. 
to COVENANT, een Ferdrag ma^e^y i^rfi^/fd-^ 

maakfffy zcrdingtn. 



x'2 COU. 

a CoTcnant \xc%keT , ^^* PWcwdhretltr* - 

COVER. cenDe'jl^ ^ym^jr. 

toCXJVER, Btdckken^ 'dikAcn. j 

S^to Cv/er, [as a horC: amarc,] BtryicM^ he- * 
fpriw;rfn, ' 

(Covered, BciUh^ z^dtkt^ hereeJLen. 
Covcrio^, Bedekkmg^ ^-^bcieikenie. 

<X J VE K/r , ^f w Zii^ ,' fchwjlf loots ^ Ummer. 

els' a Woman under c(n'crt,^r;r< Vrow^ *^itd€r eetun 

man (laandc ^ ecne ge:rouwde vromvj. 
Covertly, Be^Uhelyk. > 

to CO Vet, BegecrcHj iierig zyn,^ iubsaligwee' 

ZXH. 

<^vacd, Begeerd. 

Covetous, Bc^eerlfi^ ^^g^^rig^ X'^'g't Modlig. 

Covetous otpraifc, Lofgierig^ ^^^rigmafrys. ^ 
Covetously, Gteriglyk. i 

Covaousncfsj Gicrigbeyd^ bfgcrrigbcyd ^ iMbaalig^^, 
hesd. i 

COVEY, eenrrop. vlugt. 
COUGH, Hocfi, kuch. 
to COUGH, Uoeflen^ kuchgcn. 

To cough out , Ophoejlen. 
Cougher, ten llocftcr ^ kuchger. 

Coughinjj, Geboefl y gckuch ^ hoefiende- 

C(-)VlK, Onderling hedrag^ hedriegelyke ondo'bdah' 

deling oi t^z^amenbcul'tng. 
ICOXJl^^Ikkon. 
I could find in my heart , Ik zfiu wel Inft bcbbtn^ 
ik zou wel w'tllcn. 
COULTER, ten Kouter^ ploegyzer. 
COVNClLj de Raad, Raadsvergadcnng, Kerk- 
ver^adcnng , Concilic. 
The King's privy Council, Des Konings gebeyme 

Raad, 
The (Common Council of London, De breede 
R/t,id o( Kroedfcbap van Londen. 
Council-chamber, ccn Raadkamer, 
^ CjOww.W o( Wat ^ een Krygiraad. 
The Council-board, dc Tafel in dc Raadkamer ^bet 

tap:t, 
COUNSEL, Raad^ onderrechting. 
To af I: counfel , Om raad vraagen, 
* I'o t;il:e counfel of his pillow, Zicb op iets ie» 
JLiapcn, 
a Counfel , cen Advokaat. 
to COUNSEL, Raadeny raadgeeven. 
Connfcllccj, Gcraadcn^ raadgegeeven. 
Counfelhuo;, Raadgeeving^ ■ ■ ■ raadgeevendc. 
COUNSELLOUR, ee» Raad, RaaHsbeer, Raad- 
geever. 
ft Privy Counfellor, een Gebeyme Raad. 
a C>)unfellor at Law, een Aivokaat. 
COUNT, eenGraaf 
to COUNT, Rekenenj acbten. 
a Count-book , een Rekcnbock. 



COU. 

Counted, Gereirxl^ g^^bt. 

He 15 cou^ed aa pcncu man, /^ vftrdi vHt 



een err, i mon gebcmsem. 



COUNTENANCE , GtUje , gtzigtj aytzigt , 

v^'eezewj befehrrmsmg. 

a Cheenrl coantenance, em BhgeUst. 
X5*0.:t of ccuntcnancc, Bedtefd^ kefcb^mnJ^ rrr- 

r^yy, cM:/:elJ^ tmtrsrrd^ verfafr. 
To put OLt cf countenance, fW-^taffhr, 
:3*He wants rhc countenance of his Prince, Hem 

cntkreik: de h^fchermimg van zsnem r^rft. 
to COUNTENANCE, Begmnftigew, sanmHeJi- 

gen, befcbntten. 
Countenanced, Begkmjligd, asngemoedigd. 
Countenancer , eem Begmnftiger , aammoediger. 
Countenancing^ Begtmfliging, odMmceMgsng , ■ 

be/unfligende. 
COUNTER, eemroomioMk, rekenufel, Ug^ 

Penning. 
the Counter , [prifon , ] de Gyzelkamer. 
To run COUNTER, ZUBoMnkMen. 
Counters, LegpemxingeM, reienpenningen. 
to COUNTER-BALL ANCE, Tegem apwegen , 

opbaalen, 
COUNTER-CHARGE, eem TegenbefcbnUiging. 
aCOUNTER<:HECK, eem Tegenb^fpingT 
COUNTERFEIT, Na^emaab, vervaJfctt. 
Counterfeit coin, Falfcbe mMmty^naaJlag, byflag. 
a Counterfeit friendOn'p , een lienutakte oi git^ 

Teynfde vrindfcbap, 
COUNTERFEIT, (fubft.) een NaamaakfeL 
to COUNTERFEIT , Naamaaken^ venalfiben, 

naabootfen. 
To counterfeit coin , de Munt naamaaken. 
To counterfeit holinels, een Heylig leeien na^ 

aapen. 
Counterfeited, Naagemaakf yna/^ebo&tft ^z^rvalfcbt. 
Counterfeiter , eem Naamaaker, naabootfer , ^r^- 

valfcber. 
Counterfeiting , Naamaakmg , naabootfing , irr- 

valfcbing, ^^^-^naamaakende. 
Countcrfeicly, f^a/fcbefyk, bedrieglyk. 
to COUNTER- M AND, TegenUezeelen^eenge' 

geeven bevel berroepen. 
to COUNTER-MARCH, Tegentrckken. 
to COUNTER-MINE, 'tegen aangraaven, tc- 

genmynen, 
COUNTERPOISE, Tegenwigt. 
to COUNTERPOISE, l7rf^OTi/r^jf<;r. 
COUNTER-POISON, Tegen-gift. 
COUNTER-PLOT jeenGemaaku t'zamenzwee^ 

ring om een vjaare te vendelen* 
COUNTERSCARP, een'Tegenfcboeifel , buyten-^ 

fchans^ konterfcbarp, 
to COUNTERV/UL, Tegen opbaalen, overbaa- 

len,. 
It countervails the charge, V Ka» de kojlen.goed 

maakea. 

The 



cou. 

The profit cannot countervail the hazard, Het 
V9Qrdcel mag ttftn '/ avrntuur met op, 
COUNTESS, teni GraaviH. 
COUNTRY, ctnLamd. landfcbap. 

My native country , Myn vadcrlmi* 

a Country-lite, ten Landluven. 

Country-fafliion, s^Landswyze. 
a Country -houlc, een LoHdbuys, 
a Country-man, €€n Limdmm^ Undsmam^ larnds- 
geifQot ^ huysmaff^ bu€r^ 

What country-jnan is )\^}lVat vmrttn Imdsman 
fs hy ? 

We are country-men , IVy zyn landsluyden* 
Country-fpeech, BQcre-utaL 

My country-laoguage, Myne matder^taaU 

a Countrv-Parfon , t€n Botren Prcdikant. 
COUNTY, ecH Gra^fffhap y ProvincU, 
COUPLE, eenPaar, koppei, band. 
to COUPLE, PaarcHy t^zamtnv&cgcH^ ioppclcM, 
Coupled, Gepaard^ S* zamengcvQezd ^ gekoppeld. 
Coupling, Pa^tritsg, t^zamenvoegtng^ koppcling. 
COURAGE, Mocd^ moedightyd^ moffhafitgieyd^ 
oftvertzaagdbeyd. 

To cool his courage, ZyncH moed toe/eft. 

Be of good courage, IVc^sgocds mocds. 

To take courage, Moedfchcppen, 
Couragious, Mocdig^ mamhaftig^ onvcrtZAogd, 
Couradously, Mocdtgiyk^ onvertzaagdclyk. 
COURIER, t^n Pojlhoper^ renbuttdc ^ hopboode ^ 

COURSE, L^op^ bchop^ hers. 

I have fitiiflied my courle, Ik bcb mynm loop ge- 
eynMgd. 

By the courfc of nature , Volgens den hop der no- 
iunre , volgcns V naiunriyk bdoop, 

a Thing of courfe, €en Giivoofschke zaa^, 

1 will take another courfe with him, Ik zai ectt 
anderett gang met hem gaan. 

To take bad courfcs , Qxaade gavgett gaan, 
B> a Courfe of Sledges, een SUed^vmrt* 
to COURSE, Jciagin. 

To courfe a hare, eentn Hdos jaasen, 
COURSE, Grof, 

Courfe cloth, GrofUkcn. 
COURSENESS, Grofbeyd. 
Conrfely, Groflyk. 
COURSER, eenLooper^ tenner. 
COURT, het Hof\ een hmnen-pkyn. 

To go to Court, tcfi Hove gaan, 
aCouri-Iady, eentiof-JHJfer, 
The Court-party , de Purty van ^t hof^ dc bof-party. 

a Teunis-court, een Kaafsbaan, 
Courtlike, /loffih. 
to COURT, /lanzoeken^ vryen^ lUfkoozcn. 

To court a lady, ce^jc 'gaffer vryen. 

To court for a place, Na een ampt ftam ^mn €en 
amP$ a^zoeken, 
Courrca, Aangezficbt^ gevryd^ geliefkoofd. 



COU. COW. COY. COZ. CRA. 113 

COURTEOUS, Bcleefd, boflyk. 

Courteous reader, Btlchcydtn Uezer* 
Courteously, Beleejdelyk. 

COORITSAN, een Hofpop, gerieflyke Juffer, 
COURTESY, Beieefdbeyd, hofiykbeyd ^ eerbicdig-^ 

hcyd^ gcnyg^ n^ging. 

To do one a counely , lemand eene njrmdfihaf 

doen. 
To make a courtcfy {or cunfy , ) Nygew. 
COURTIER, een Hdveitngy vryer, 
CO U R riNG , Aanzoek , vryery^ liefhozifg.Jhret' 

ling. 
COUKTIN, de Gordyn^ de fchams tufchcn swce 

bolwerken, 
COURl^SHIP, Hafiykbeyd, b^Meyd. 
CO USIN , een Neef^; -^ mcbf. 
COVY, eenTropy vluzt. 

cbw. 

cow, een Koe, 

a Milk-cow, een Mclk-koe. 
a Cow- herd , een Koe-hoeder. 
to COW, Bloode maaken^ vertzaagd maaken. 
COWARD, een Bloodaard, lafhartige ^ laffegt^K 

CowSdIincfs. } Bloobeyd, l^bartigbeyd. 
CowiU*dly, Li^bartsglyk, 
COWCUMBER, een Komkommer, 

Little cowcumbcrs, Agurkes. 
COWED, Bhod^gemaakt. 
COWL , een Kap. 

a Monk's cowl , een Monniks kap. 
ito CDWR down, Neerbukkxn^ neerhmrken. 
COWRIES, Kanrh. [zekerc hoomtjes.] 
COXCOMB, een liaanekam ^ ten nar^ nyls^ 

knyken* 

a Proud coxcomb, een Verwaande ZQtskapn 
to COXE , (/leyen^ fiikflooijen, 
Cotcr, eenyieyer* 

COY. 
COY, Laatdunkend ^ f^^^j preutfch^ verwaandy 
gemaakt. 

a Coy dame , een Fiere Juffer. 
Coyiie(s, l^erwaandheyd, laatdunkendheyd jgemnah^ 
te deftigheyd* 

^ ^ coz. 

to COZEN, Bedriegen. 

Cozened, Bcdrooger:^ by de nem gebad. 

iZotchcr ^ een Bedrieger* 

Cozening 5 Bedrieging^ ^^^^ ^^j^iegende, 

CRAB, eenKraby ^^- een wilde appel ^ ba^-^ 

peL 
Crab-tree ,een Haagappel-hom. 
CR ABBEI^ IVrang , fiumfch , krlbblgy nori^ korz^L 
a Crabbed t el low , een N^rfe vent. 
a Cnibbed louk, een StNurJib gezigi ^ ZHurtQot, 
CnLHi^Jly, StHnrfcbachtig. 
Crabbedaefs, Kri!;bigheyu . norsheyd, korzelheyd. 
P ^ ^ CRACK, 



I 




ff4 CRA. 

CRACK, een Gekraak^ harft^ alsmedc ten boer, 

en ook een tVinSusl oiblaaskaak. 
Crack-brained, HjrfenAoos^ met de kop gequeld. 

to CRACK, Kraaken, harften ^ fptyten ^ 

pochgen. 
To crack nwts , Neuten kraaken. 
To crack a lowfe, een Luys kmppeu. 
i> He cracks at a (Irangc rate, Hyfnydt luftig op. 
Cracked , Gekraah , gcborjlen. zie Crackt. 
Cracker, een Kraaker^ klapper^ blaaskaak. 
a Nut-cracker , een Neutekraaker. 

Cracking, Kraaking^ ^^Kfti^g^ g^fo^h^ — 

kraakende enz. 
CRACKNEL, (?r Crackjine, een Kraakeltng. 
a Crackling noife, een Kraakend geluyd. 

CRACKT, Geborften, banhot. 

CRADLE, eenlVieg. 

To rock the cradle, Aan de wieg trekken^ wie- 
gen. 

CRAFT, Lift, loosheyd, konft. 

a Handy-craft, een Uandwerk. 
a Craftsman, handy-crafts-man, een Handwcrks 
many ambachsman. 
Craftily, Lijliglyk. 
Craftincfs, Loosheyd^ liftigheyd. 
Crafty, Loos, ifftfg y fciaJk , doartrapty leep. 
CRAG, een Rots y *''>7 7?9'^^> de nek. 

Cr^ginefs, Ruuwheyd^ oneffenbeyd. 
to Cram, KroPpen^ propPen^ mejien. 

To cram one's felf witn meat, Zicb metffyze 

verbropfen ^ overlaaden. 
Crammed, Gekropt ^ gepropt , overlaaden. 
Cramming, Kropping^ P^^fP^^^ii ^"^proppende. 
CRAMP , de Kroinp. 
Cramp-iron , een Krampoem. 
Cramp-fish , de Fifih Torpedo genaamd. 
to CkAMP one, lemandmet een tonwetje aan de 

toon nyt bet bed trekken. 
Cramped , By de toon uyt bet bed getrokken. 
Crampt , Met de kramp gctfueld. 
$. Crampt Xford, een Gedwongen of bard woord. 
CKKnAGE, Kraanrecbt, kraangeld. 
CRANE, een Kraan^ zo wel SiVogel van dien 

naam, als hct Ueys-tnyg. 
to CRANE up, Oph^Pn. 
CRANK, U'akker, luftig. 
toCRANCKLE, Krinlelen. 
CRANNY , een Sfbenr^ Jhleet. 
Crannied , Gefibeurdj gefpleeten. 
"CRAPE, Krip, krijp. 
CRASH, Gekraf y geraas y krakkeeL 
to CRASH, Kraffeny kparfen. 

To crafh in pieces, Aanftnkken tryzelcm. 
CnShmg yGekrat y ^~^~^ kraffendc. 
CRASSITUDE, DM/r. 
CRAVAT, een Das y kra^. 



CRA. CRE. 

to CRAVE, Ootmoedig bidden y fmeekem. 
Craved, Gcfmeckty gebedcn. 

Craving, Smccklngy bidding y fmeekende. 

^ a Craving ftoniack , een Happige maag. 

a Craving bird, een Greetige zogeL 
CRAW, deKropy [van een^rogcl.] 
to CRAWL, Kruypeny krieweleny klauvjteren. 

To crawl with lice. Van Inyzen krielen. 
Crawled, Gckroopen, gekrieweld. 
Crawler, een KmypcKy kriewciaar. 
Crawling, Kruypingy gekriewwcL —kriewelende. 
QKhY'VlSUyeenStenr-krab. 
CRAYON, Teyken-kryty krayon. 
to CRAZE. Kncuzeny breeken. 
Crazed , Gekneufdy gebroken. 

Craied in his intelleftuals , In zyn verfiandge^ 
krenkt. 
Crazinefs, Ziekelykheydy onPaJfelykbeyd. 
CRAZY, Zieklyky onpaffeJyfy quynendt. 
a Crazy condition, een Quynende Jiaat. 

toCREx\K, Kraaken. 
CREAM , Room. 

Cream of Tartar, IFsnfteen. 
a> The cream of a book , Hetpit of merg van eem 

boek. 
to CREAM, Zicb tot room zetten. 
CREASE, eenKrenk^ qnaade vottvj. 
to CREATE , Scbeppen y veroorzaaken y venuek* 
keny aanftellen. 
God created the world, Godfcbiep de werreU. 
To create officers , Amptenaars aanftellen. 
To create mifchief , Onbeyl vervjekken. 
Created, Gefchapeny veroorzaakt. 
Creatigg. Scbeppingy veroorzaaking y fibep^ 

pende. 
Creation , de Scbepping. 
CREATOR, deScbePper. 

Creature, een Scbepfely d:er y ^^^ten bevorderde 
perfoon. 
He is one of his creatures , Hy is een ran zyne 
aangefteldey by is door bem bevorderd. 
CREDENCE. Gehofy acbting. 
CREDENTIALS, Geloofiriiven. 
CREDIBLE, Gelooflyky geloofwaardig. 
Crediblencfs , Geloofwaaraigbeyd. 
CTodiblyjyGeloqfwaardiglyky waarfchynlyk. 
CREDIT, Gehrfy achttngy aanzieny goede naam. 
nn . J. .. Geloof aan iets flaan. 

zyne acbtmg 



To give credit to a thing, Geloof aan iets ft aan. 
It will be for his credit, V Zal tot z 



ftrekken. 

To employ one's credit, Zicb van semands aan^ 
zien bedtenen. 
to CREDIT, Gelooveny betrottwen. 
Creditable, Aanzienjyky eerlyk. 
Credited, Gehofdy betronwd. 
He nuv be credited , Mem mag bem geloovem ^ 
men lum hem htronwcn. 

Crc- 




CRE. CRr 

Creditor , een Schuldeyfchtr^ 
Creditivcs. Jt/V Credentials* 
Crt'dulity, Ligt^hovigheyd* 
CREDULOUS, Lfgi/eloovig. 

He is too credulous . Hy is al te Ugtweloovig, 
CREED , Geloofs-artykeUn , hqt g^haf^ gchofs-bc-^ 
gnp 

To lay the Creed, Hff Gehofopzeggcn. 
CREEK, tmlnhamyjlcuf^ krttL 
to CREEK ^ Kraaken^ [als van aicuwe fchocnen, 

ofgelyk ecn ftrammeHieur.J 
to CREEP, Kruypcn^Jluypcn. 

To creep into % corner. In een hoekjluypen. 

To creep into one's favoiir , Zfcb btbenSg m 
iemojtds g^»flc wskkcUn, 
Creeper, een Kruyper, 
a Creep-hole , een ShyphoL 
Creeping , Kruyping , " ^^ kruspende. 

a Creeping creature, een Kruypend gedierte. 
CREPT, Gekraopen, 
CRESCENT, eem fTafende Maam, betTMrkfehc 

wapen* 
CRESSES, Kers^ tuvn-hrs. 
CREST, een Kuyf^ pluymaadje. 
Creft-fallcn, Die de rh\j^ taat hangen^ dsc de moed 



CRI. CRO. iif 

CRISIS, een ScbUlyke zhitveranderhg : het pftn^ 
des tyds wanneer de ziehey op V hoogjl geh-- 
mcfiy deezen of ^enen wtg overjlaat, 

CRISP, Gckrinkeld. 

to CRISP, Krullem^ krinkelen. 

Cri^d, Gekrttld* 

Crilping, Kru/Iing^ krinkeHng^ -^^^ krinketende. 
a Cnlping-iron « e^^n Krftl-yzer, 

CRITICAL, Oordeelkuudig , hedtUachiig , beiil- 

ziek^ hachlyk, 

a Critical time, een Hachlyke tyd. 

Critically, Ooordcelkundiglyk, 

C'riticifm, Oordedkunde y taahardeel^ fpraakzifiiffg. 

CRITIC K J een Oordeeliundige ^naauwkcHfige toet-- 
fir^ berifper^ Miller^ ntuggezifier, 

Cri tic k s , ordeelkundige gedachten. 

to CRITICIZE,' Bcrffpen, bckelen ynaattw z^fun, 
CRO. 

toCROAKE. ^l>Croke• 

CROCHET, zic Crotchet. 

CROCK, eenKruyk. 

CROCODILE, ein KrokadiL 

CROFT, Een kleyn hoekje lands by een hitys ^ ctm 

CR 



n^efi, necrjlagug. 
W, een Rot^ gejpf^y^- 



groene IVerj\ 
OISADE, Kruysvaart, 



a Crew of rogues, eeit Trop fihelmen. 

The Ihips crew , hei Scbeepsvoik, 
• CKL 

CRIB, eenKreb. 
CRICKET, eenKrekei 
CRK^K, Een pyn o( verflyvinz door koude. 
CRIED, Cry'd; Geroepen, 
Cried up, Gerocmd^ verbeft^ in aanzden gehragt. 
Cried down, I'^erworpen ^ im^t voetzant gejlooten 
CRIER, ten Roeper. 
CRIME, eenMlsdaad.fiMd. 

To commit a crime, Een misdaad begdan. 
Criminal , MtsdiiaJig^ Jlhttldig^ Jlrfifwaard/g. 
a Criminnl, ecn Misdaadige^ doodfcbuldtge* 
Criminally, MhJaadiglyjT 
Criminalty , een Mhdaadig geval o£feyt. 
Grfminous , Naar misdaadjmaakende. 
CRIMPLING, Krimpendc van onfemak. 
CRIMSON, Karmozyn. 
CR I N G E , Bnsgjng , diepe eerhleSgheyd. 

to CRINGE , iticb ter aarde haygen , zkb keel diep 
btiygen, 

^rinpn:% Een diepe neerbuyging^ ^^diep neer- 
buygende, 
a Criiiging foul , een Lafhsrtige kruyper. 

to CRINKLE , Krlnkelen, 

Crinkled, GAnnkcld. 

Crinkles, Knnkeh, 

CRIPPLE, Arcv/;.tf/. 

Crippled, Krenpel jrewor^kn, 

CRJSS^CROSS-RCW, 'iABC. 



to CROKE , Quaaien^ borrektkken {ah eem vorfcb}^ 

krajjen (als de ravens.) 
Croking, Geqnaak^ geborrekik^ gekrm* 
CRONY, een Onde zrtnd^ oude kennis. 
CROOK, een Harders ftaf, 
*By hook or by Crook, Met recht of onrecbtj ge* 

lyk of ongelyk. 
Crooli-backed , Krom van rug^ gebochgeU. 
Crpi^k-legged , Krom van btemtn. 
CROOKED, Krom ^ geboogen. 
Crookedncfs, Kromte^ kromheyd^ geboogenbeyd* 
CROP, Oogil^ ^evi^af^'—^de krop(^van een voget) 

V handvatfcl van een KQctJiers zweef. 

a Crop of corn , een Koorn-oogfi, 
Crop-lick, Ovcrlaaden van fpyzey onluflig door dem 

drank ^ kelderztek* 
to CROP, Phkkeny affnyden^ i^&bejsren^ afuiey* 

den. 
Cropped, GeplmJtty afgefebooren^ afi^efneeden. 
CROSIER, een Bijjchaps ftaf, krotfe. 
CROSLET * een ttep , of Foorhoofds band. 

a CROSS, Krnys^ wederwaardigheyd^ lyden. 

CROSS, (adj.) Dwarsy korzeiy weerzoirig^we^r^ 
barftig. i 

a Crofs anfwcr, een Dwars amtv^o^rd. 
a CrolS wire, een IVcerzoorig o( kribbig wyf - 
a Crofs child , een Korzfl ktnd. 
The Crofs-barrs of a whidow, de Traalien VM 

een venfter. 
a Crofs wind, In de wind^ tegen wind, 
a Crofs piece of timber, een dwarsbout, 
I went crofs the ficldi. , Ik ging dwars over V 
veld 

Pa a Crofs- 



Il6 



CRO. CRU. 



a Crofi-ftaf , een Graadboog. 
aCrofs-way, een KrHys^-jJcg^ dwars-vM. 
Croflcs, IVederwaardigbeden ^ tegenfpoed. 
to CROSS, Tegenfireeven ^ dwars voor dt heg i»- 
«iflr, araaS9matj wederftreeven ^ kntyfrm. 
To crofs one's dcfign, lenupub vwrueemem we- 

dtrfireeven. 
To crofs one's fcif, Z'tcb krttsfen^ lets tegen zy 
ne nyging doen. 
$SrTo crofs the ftrcet , Na de averzyde vat de 
fir oat roan. 
To croft the river, De rivier wervaaren. 
To crofs out, Doorjlreepen y doorhaalen. 
Crofled, IVederftreefd^ gedraaiboomd. 
Crofs-wifc, Krt^s-wyze. 
Crofi-leggcd , Met d€ beenen krnyswys over mal- 

kdnder. 
Croflly, Dwarslyk. 

Croffnefs, IVeerzoorigheid ^ weerbarfUfbeyd. 
Crofling. Dwarsdryving^ tegenjireevtng^ — — /r- 

genftreevende . cnz. 
a Crofling over, Overvaaring. 
CROTCT^ET, een Hook, %jakje. 

a Head full of crotchets, Een bocfd volmnyze- 
neflen, 
CROTELSj Haatekeutels. 
to CROUCH, Neerbmygen^ neergeboogen leggqL 
CROUCH-MAS^y, Krtiysdag. * 

CKOW , een Kram. 

a Crow of iron , een Tzere koevoet. 
Crow*fbot9 Boterbloemen ^ haanenvoet. 
a Scare-crovir, een Molik [om vogels te verjaa- 

tocfe^W, Kraaijen. • 

CROWD, Gedrang. 

To get out of the crowd •lA'/ bet gedrat^raaken. 
to CROWD ^ Dringen. 

To crowd m, Indringen. 
Crowded, GedruHgen. 
Crowding, Dringmg^ ^^.^^ drlngende . 
CROWN, eenliroon, Krnyn. 

To come to the Crown , Tot de Rroon komen. 

a Shaven crown , een Gefcbooren krnyn, 
a Crown, een Engelfcbe kroon, (i^de onircnt SS 

ftnyvers Hollandfch.) 
a Crown-fiece , een Enkelde kroon, 
to CROWN, Kroonen, bekroonen. 
Crowned, Gekroond^ bekroond. 
Crowned Heads , Gekroonde Hwfden. 
Crowning, Kraoning^ --"•^ kroonenJe. 

to CRUCIATE, Pynigen.'^ 
CRUCIBLE, tern Smehkroes. 
CRUCIFIX , een Kmysbeeld. 



Crucifixion, Krnyfiging. 
to CRUCIFY. Kmyfen, krnyfigen. 
Crucified, i Cekrnyft^ 
CrucUy'd, f Cekruyfigd, 



CRU. CRY. CUB. cue. 

: CRUDE, Ramhv^ omvtruerd. 

Crudiry, Kaau'sjheyd. 
' Crue. z'e Crer^'. 
CRUEL, If' reed J groMC/Zjum. 
To put one to a cruel ioA^Ienumd eenen wree^ 
dcK dood Mondoen, 
Cruelly, UWeedehk. 
Cruelty, UWted£e\d. 

a Piece of cruelty, eenWreedftmk^een vtreeie duad. 
to CRUISE, Krm\fen op zee ^ zeefcbmymem, 
Cruifer, een Krm\fer^ een [chip dot op zee krmsft. 
I CRUM, or Crumb, een Krmym. 
Crums, Krnvmels. 

I Crummy, Kmymelig. 

; CRUMP, Geiromd. 

; Crump-lhouldered, Gebocbgeld^ gelnlt^ 

CRUMPLE , een Krenk, vonw. 
; to CRUMPLE, KrenkeJen, verkreukelen. 
\ Crumpled , Ferkrernkt. 

CRUPPER, deStteye, een ftaertriem. 

CRUSADE, een Krmssvaart. 

Ct) CRUSE, eenKriyk. 

to CRUSH, Pletteren^ knenzen ^ verbryzekn jpUf 
dnnwen^ neerdrukken. 

Crufhed, Gepletterd^ ingednttwdj verbryzeld. « 
Cruftieddown, Neergedunwd^ neergedrnkt. 

Crufliingj Indnttwing^ pletteringj -^^^pletterewde. 

CRUST. Korft. 

to CRUST, Zicb tot een korft zetten. 

Cruftcd, Gekorft^ bekorji. 

To go with crutches. Op krnkkengaan. 
CRY. 
CRY, Geroepy gefcbreettvj. 
to CRY, Roefen^ fibreeuweny kryten^ hitylen. 

To cry out, Luyd fcbreettwen ^ uytkryten. 

To cry up, Hoog verbeffen^ zeer pryzen. 

To cry dowo , Voor quoad uytkrytcn , laaken^ 
verwerpen^ affchaffen, 
Cry'd, Geroepeny gerchreeuwdygekreeten. 
fJ^ink.Roepin^uinr , kry^^^S^ — roepenJe. 

Cryiaiiijc, f^dm krifUl^ kriaall^. 

CUB, HetJoMfg van een beer kA vos. ■ "* 

CUBBORD, ien Pottebank. zie Cup~board. 
CUBE, cenFierkanty rjgcljk een dobltiilcen.] 
Cubical, Cubick. Teerlingfcb^ teerlingvorm'tg^ 
CUBIT, eenElUy elleboogS'lengte. 

cue. 

CUCKING-STOOL, een DompeUfloel, [zynde 
een houte ftocl vaft gemaakt aan *t end van ccn 
draaiboom, ftaande op de kant van ecnig water, 

waar* 



CUC.CUD,CUE.CUF.CULCUL.CUM 

waarin men in Engeland de booze of dronkc 
ivyvcn zer, en haar dan over *t water draaijende 
onderdornpelt, en zo re pronk laat lictcnO 
CUCKOLD, ecnUQorndraagcr, 
to CUCKOLD one, Umandtot tenen hoomdroA- 

ger maake$f, 
CUCKOO, een Koekoek, 
He fings like a Cuckoo, Hy ttMp dc Koehch- 
Za^Fn hy ziffri altyd zr^t oitdc ^amjc, 
CU5. 
CUD, ah To chew the cud, Herkmuwen, ^ 

CUDGEL, eeft Kftodsy kftn^eL ^ 

To crofi the cudgels, ^t (Jeweer ncerUggen^ V 

diV>Oftnen gecven, 
JDGEL, KnHppelen^ afrofen^ \kmppelfop 
geeten. 
Cudgelled, Geknuppeld^ ^g^^ojl^ 
Cudgeling , Knuppcliffg , a^rojfmg , *^— knufpeUndc, 

CUE. 
CUE, eenlfaarfchauwing^ tekcn^ wenk. 
C> a Merry cue, ccn Frohie Inym, 
CUERPO , als to wallt in cucrpo , In^t bhotc 
bemd Wimdeten, 

CUR 
/CUFF, ten Oorvy^y corboMj. 
Cuff (of a flecvc) de Opjlag {yon een mQuw,) 
to CUFF one, lemoMdfcn oarband gccven ^ cm de 

mrtnjlaan* 
Cuffing, Slaammg om de ooren ^ — ^«?»» d^oortn 
Jlaandc, 

CUL 
CUIRASS, €tm Harnas ^ fmtzter ^ Kurah 
Cuiraffier, ecft t^oliarnafde . Kuraffur, 
CUISSES, Dymapem. 

CUL. 
CULGEES, Golgas, [^eker Ooflindifch ftof ] 
to CULL, Uytpikken^ uytkUztn. 
Culled, UvtMnh. 
CULLENbER, t ^ „ 

CuIIander, } ec. Teems , Zygv^, 

CULLY, eenSUchtefuL 

CULM, SuenkoolgTuys , Gruys zan fteenkaalen , 
die inyifcften van Engclan'd Z'ullen ^welk gruys 
uyt Zfch zeiven gecn inht huudt , maar met butit 
lermemdm de Ralkovens ge brush wordi, 

CULPABLE, ScbuUjg^ madaadig. 

10 CULTIVATE , Bebemien^^gHqueekcn^ op- 
queeken. 
To culnvste X^ ground, Het Im I ' ■ 
JTo cultivate the mind, Hei gen. ^n of 

odMifueeken, 

Cultivated , Gtbouwdj geoefenJ. 

Cultivation, i j ,^ r ^ 

Culture, ) Jlofiqueehng, oefemrtg. 

CULVERIN, eenSlam^ [zckcr grof Gcfchut.] 

CUM. 
CUMBER, Bejlommermg^ bekommer'tng, 
to CUMBER, Beflommereny bekommeren. 




MXUP.CUR, 

Cumbered, Bejlommerd. 

Cumbcrfom, Bejlommerachtig^ ^'j/^ifi moeilyk. 

CUMMIN, Komyn. 

CUN. 

CUNCTATION, I'ertoeving^ drooling. 

CUNNING, Loof^ ^'/%> d&ortrapt, 

a Cunning fellow, Een doortrapte vemt^ een ho* 

Ze gaft of quant. 

Cunning, (fubllO Loosbeydj liftigheyd^ hehendig-- 

heyd, 

Cunniiigly, Liftlghk^ behendiglyh 

' CUP. 

CUP, eenBeiery kelk^ kop, 

a Silver cup, etn Zilvere beker of kelh 

The Cup of a flovjrcr , De knop van ten bloem, 

lj*He is Cup-ftiotten, Hy heeft te dhp in de kamge' 

keeken. 

Cup-bearer, een Schenker, 

Cup-board, an Poiubank^ vatebank, een Recbt- 

bank om fchoteh op te zeiien* 

to CUP, Koppen^ koppen zetten. 

C U PID ItY\ Begeerfykbeyd. 

GUPOLO, I / /. rr 

CUPULO, f "^^^ ^^^d top-gexvelf. 

a Cupping-glafs* een Laatkopy glaze kop» 
Cupping, Koppwgj koppende, 

CURABLE, Geneejlyk, 

CURATE, een Onderpreeker^ beurtprediker. 

CURB, B e looming y bedwang. 

to CURB, Betoomen^ rntoomf^j hedmngen^ he- 

teuge/en. 
Curbed, Ingeiaomd^ beteugcld. 
CURDS,// r«?«rfr/, dikke melk^ prut. 
to CORD, I fZamenrunnen , i^zamenho- 
CURDLE, r pen. 

Curdled , t^Zdmen gerund. 
CURE, Gcneezingy huipmiddel^ ^--^^ een predik- 

ampt^ preckpladtf. 
To be pall cure , Ongeneeflyk zyn. 
cS'a Benefice without CJure of foiils ,£^if Kerkeiyi 

ampt ztmder bezarging van zieien , een froie 

door ^een Predtkampt aan vaft it, 
to CURE, Gejcet^zeny heelen^ herficUen, 
Cured, Geneezen, berfteld, 
CURf EW, een KM die '/ az>onds luydt om waar*' 

fihotiwsng itgteven dot elk zyn vuttr wel inree^ 

kene. 

CURING , GfmtZmg^berfteHingy leneezende, 

C U RIO S IT Y , Nieumsgierigheyd , keurtgheyd , 

weetgse righeyd^ 
CURIOUS, Aardigy kenrlyk^ kenrtg^ ntenvjsgit^ 

rtgy weefgier/gj nety kitrtem, 
a Curious piece of work , Een aardtg werk/ixk* 
Curious meat, Keurlykcjpyze, 
He is too curious, Hy u al te nienwtgierig^ hy 

is al te naatiivkeurig. 
Curioufly, Kcurig/yk^ netjeu 

P 3 Cu* 



HS 



CUR. CUS. 



Curioufnefs, Aardtgheyd^ keurigheyd^ nctheyd^^ku'^ 

rseusheyd. 
CURL, ccnKrul. 
Curld-haired , Gekruld van iaair, 
to CURL, Krullc^. 
Curled , Gekruld, gekruyfd. 
CURLEW, eenTurcluur^ zekere vogel. 



Curling, KrulHng, krullende, 

a Curling-iron , een Krul-szcr. 

CURMUDGEON, ecn Denne vnk. 

CURR, ee» Reiel, hand. 

CURRANS, Aiflbejjen^ Aalbeeziertj korenteu. 

Currency, Gangbaarheyd. 

CURRENT, Loopendc^ ^oftgbaar. 

Current money , Gangboitr geld. 

The current price , De Lopende prySy markts goffg. 
a CURRENT, ecu Loopcnde Jlroom. 
Currentnels, Gan^baarheyd^ koers. 
CURRIER , een Leertoiiwef^ Leerbereyder. 
CURKISH, Hondjkh^ quaadaardig. 

a Currifh fellow, een Hondfche vent. 
to CURRY, Leertomven^ rosktzmmen^ vryven. 
To curry fevour, Smeerfihoe^ieffy flikfloQijen. 
I To curry one's coat well, lemojid braaj i^ojfen 
' o( aftouwen. 

Curry-comb , een Roskant. 
Curry 'd, Geroskamd , getottwd. 
Currying , Leertouwing , roskamming , — «Mr- 

wcndej enz. 
CURSE, eenFloek. 
to CURSE, l^lockcn^ vervloeken. 

To curfc and fwear, Vloeken en zwttren. 
To curfe one , lemamd vervloeken. 
Curfcd, Gevloeh^ vervtoekf. 
Curfedly , yervloehelyk^ op een vervloekte wyze. 
CURSlTOR , een Klerk of Sekreiaris dcr Ranee- 

CURS&RY, Haajlig. 

Curforily , Ter loop^ met der vlngt. 

CURST, (cuvred) f^ervloekt. 

CURTSY, Nyging^ geny^. tie Courtefy. 

CURTAIL, eenSmots^ ligtekooi^ een koftgitt. 

to CURTAIL, Ferminken^ afiappen^ korten. 

To curtail one's wages, lenumds loon befroeijen. 
Curtailed, Verminkt^ gckort. 
Curtailing, l^erminking^ kortinr* ■ " ' ^ Virminkende. 
CURTAIN , een Gordyn. 

To draw the curtain, De jprsfym $$rfcbuyven. 
Curtain-rod, efn GordynroeJfm 
Bed-curtains, Bedgordynen. 
Window-curtains, Venftcrgardynen. 
CURT ANA, een Zwaard zonder punt dot voer 
den KontMg van Engeland op zyne kroonsngsdag 
gedraagettvfordt. 
* ^ CUS. 

CUSHION, tenKuJfen. 
CUSTARD, eenViaade. 
CUSTODY, Bevjoaring^ hecbtenh. 



CUS. CUT. CY. CZ. 

I have his money in cuftody , Ik bet zyngeUtM 

bewaaringe. 
He is taken in cuftody, Ify is in becbtenis genOf< 
men. 
CUSTOM, Gewoonti^neering^-'-^^Tol^KonvooU 

An old cuftom, Een oude gcwoonte. 
aS*To have good cuftom, Go^if neering bebbcn, 
i 03" To pay cuftom , To/ betaalcn. 
, Cuftom-houfe , bet Tolbuys , de Konvooi. 
; Cuftom- free, Tokry. 
■Cuftomable, Gewoonlyk, 
i Cuftomary^ Gebruykelyk^ gewoonlyk. 
Cuftomed, Beneeringd^ bekalant. 

a Cuftomed (hop, Een beneeringdc of bekalanti 
winkeL 
Cuftomer , een Kalant , klant , — — een bediende 
van hct Tolhuss. 

^ CUT. 
a CUT, een Sneede ^ -^^--^gegravecrde plaat ^ kofe^, 
re plant. 
The firft cut of a loaf, De eerjh fncede van eem 

brood. 
a Book with curious cuts, een Boek met nette 
plaaten. 
•^ He is of the fame cut with the reft, Hy is vast 

U zelfde maakfel (of alloy) als de andere. 
(J> The ftiorter cut , De kortjle weg. 
a Cut-purfe, een Beurzefnyder. 
, a Cut-throat, een Keelfnyder. bekfnyder. 
\oCVT, Snyden. 

To cut in pieces. In JIukken fnyden. 

To cut fmall , Klesnfnyden. 

To cut down, Afhouwen. 

To cut off, Affnyden^ afhouwen. 

To cut afunder. Van een jny den. 

To cut out , Uytfnyden. 

To cut out work for one, U^erk voor ienumd 



fnyden , werk voor iemand vervaerdigen. 

To cut up, Opfnyden. 
CUTICLE, eenl^clletje, opperbuydeken. 
CUTLER, ecn MeJJemaaker. 

a Sword-cutlcr, een Zwaerdemaaker. 
Cutt, Gefneeden. * 

CUriER, een Snyder. 

a Stone-cutter, een Steenhouwer. 
Cutting, Snyding^ graavcering^ f nydende. 

• v^ I • 

CYCLE yOmhop^ kreyts. 
CYGNET, een Zwaantje. T 
CYMBAL, «»Cy»«^W. 
t:YNICAL, Hondfih. 
CYNICK, ce» Cynifih FtMotf. 
CYPRESS, eeitCvPret. 

CYNOS URE , /e KUyne her, [een gcfternte by 
de Noordpool.] 

CZ. 
j CZAR , de Kzasr vam Moskov'ie. 

.DAB. 



DAB.DAD.BAF.1>AG,DAI.DAL.DAM. 
DAB. 



^ \B^efn Ttk^ tenjlagic. 
iiLU 



\ J z bab of dirt , ee^KlaJ ofjpat vam tlnk. 

to DABBLE, Met d^ hand m V water pie fffen ^ of 

in de modder roeren, , 

To dabble one, lemmd behoozeny Umand met 

flyk werpc», 

flCSrio dabble with one^ Met iemdnd tobben ^ orBey ' 

dt-n om semaftd tot rets fc bcwcegett, ' 

Dabbling^ Geplas ^ gepicjfg ^ gct&b ^ flaffende. 

DAD. 
DADDY, 7#itf/,[een woord dcr kleyne kindcrcn 
ill plaars van /'^Wtr.1 
^ DAF. 

DAFFODILL, AffodtlU^ [zeker gewas] 

DAG. 
DAGGER, ten Pmk, dolL 
to DAGGLE, Beflykem^ d^or dejlikjleepejs. 
Daggled, Bcflykt. ^^^ 

DAIES , or Day's , Dagen^ [het mccrvoudig van 

Daily, Dagelyks. 

Daily work, Dagelyks werk. 
DAINTY, Lekker, raar^ $iytgclceze». 

Dainty -mouthed , Lekker van mojtdy een Ukkerbck. 
DAINl^Y, (fubft.) Lekker^y^ 
Daintily, Lekker fyk. 
Damtinefs, Lekker heyd, 
DAIRY, eefi Kamhuysy melkhttys, 

a Dairy- woman , een Boerin die bottr o: kaas 
maakf. 
DA12Y, eenMadelirfj [zckerc blosm.] 

DALE , eep! Dal, dciling. 
DALLIANCE, Gc'/?*^^/, dArtMtyd. 

Dallier, een Sfoeijer, 

to DALLY, Dartelen^ftoeijen^ gekfiheerenj 

--^bettzelen, tydverqmjlen. 

Dallying, Stucijing^ darteiende^ eni» 

DAM. 
DAMj^^hDj^,-—*/*" moer van fommige beefttn. 
to DAM up, Opdammen^ toedammen. 

To dam Bp hts neighbour's IigI\t,Zyir/ buMrmans 
licht hcttmmeren 
DAMASK, Daman, 
Damask napkins, Dantafte fervetten. 
DAME, eenl^roHWj Joffroftw ^ Afeeflta. 

a School -dame, een School-matres. 
DA MM AGE, Schaade, veriies. 
Dammaged, Befihaadigd^ bednrven. 
Dammed , Toegcdamd. 
to DAMN, Perdoemen^ veroordeeten* 
Damnable, f^erdoemelyk. 
Damnably , Op een verdoemelyke xvytc. 
Damnation, yerd^emenis. 
Damned, Verdoemd, 

The Damned , De 'vtrdQemden. 



DAM. DAR DAP, DAR. , ,^ 

to DAMNIFY, Schaade toebrcngtn^ befiJbaadigen, 

Damnified, Bij}baadigd, 

Damnifying, Befchaadiging^ -^^^ befihaadigendc* 

DAMP, Vamp, bcdomptheyd^ demping, 

to DA IVI F , Bedompt maaken , xmbtfg maaken^ ^^ 

dcmpen. 
That would have damped his wit, Dot zou zy* 

nen gee ft (of zyne fc bander key d) gedocfd hebben* 
Damprfh\ uampig\ hedomft^ VQcbt'tg. 
DAMSEL, cenVryfler^ Juffer^jongedochter. 
DAM SEN 5 een Krouije ^ [ccn kltyW foort van 

pruymcn.1 

DAN. 
DANCE , een Dani^ rey. 
to DANCE, Danfen. 
To dance to every one's pipe, K^tr alle mans 

p\pen danfen. 
Dancer, een Danfer^ ^^-^danfter, 

Dmdn^ , Danfing , gednns , danfende, 

a Dancuig-room , een Danskamer. 

a Dancine-maflcr, een Dansmeefler. 

DANDELION, Pacrdeblaemcn. 

to DANDLE, Dmdynen, 

Dandled, Gedomdynd. 

Dandling, Dottdynhig^ ^-^ douiynende* 

DANDRIF, SthUfers op 't baofi 

DANE-WORT, fVfide vlier. jtiV Dwarf-elder- 

DANGER, Get^aar.perykeJ 

Dangerous, Gez'aarlyk, 

Dangerously, Op een gcvajrlyle wyze. 

to DANGLE, Heen en weer fungeren^ hangenJe 

Jlsngeren. 
Dangling, Gejlinger^ '^-^flingerende. 
To hang dangling, Hangen tejlingcrcw* 

DAPPLE-GRAY, Appel^auuvj. 

to DARE , Durven , de ftoHtbeyd bebben , '/ ban 

hcbbcn^ uyttarten. 
03* To dare dangers , V Gevaar trotfen. 
Dared, Bejiaan, uytgetart* 
Daring, ^tout, uyttartend, 

a Daring man , een Onvertza^d kareL 
Daringly, Stontlyk, 
DARK , Duyfler, donker. 

It erow^s dark, Hei wordt donker, 

a Dark room , een Danker vertrek* 

a Dark faying , Een dnyfiere rceden. 
fl(>To keep one in the dark, lemon d onwcetend 

houdcn. 
Dark -lighted, Duyfter van gezigt. 
to DARKEN, Verduyfteren^ verdonkeren^ donker 

maakew. 
Darkened, Verdnyflerd^ verdonkerd. 
Darkening, Dnypermaaksng^ *^^^vcrduy[lcr€ndi» 
Dorkifh, Dmkeraehtig. 
D;ukly , Dnyfterlyk, 
Darknefs, Dnyfterheyd^ dunkcrbeyJ, 




120 DAR. DAS. DAT. DAU. DAW. 

DARLING , cen T'toetelkind^ gunfteling. 
DARN , een Stop , Jhpnaad, 
to DARN, Stopper ^ [met een naald en draad.] 
Darned, Gejlopt. 
• Darner , een Stopper oijlopfter. 
DARNtL, Dolik. [zeker onkruyd-] 
DART, een Schtcht, pyl. 
to DART, Schieten met een fchuht. 
The Sun darts his beams , De zon fcbiet haare 
ftraalen. 
Darted, Gcfchoote^. 
Darter, een Schutter^ pylfchutter. 
Darting, Gefchiet^ ^-—fchietende. 

DAS. 
DASH, een Slag^ ftoot^ fpat^ trek van een pen. 
At one d^^Mct eenenjlagj eensJlaagSy met ee- 
nen trek. 
fOt 1 Dafli of wine, Eenfcheutje wyns, 
to DASH, Slaan y flooten J verbryzelen^ fpattcn. 
To dafli in pieces , Aanjlukkenjlaan, 
The projcdwasda(h'd,Z)tf/o^/^^"W/>rir verydcU^ 

de aanJJag Hep in V riet. 
To da(h one out of countenance, lemand ver- 
ftommen^ van zyn fluk helpen^ befchaamem. 
Dafhed, Gcjlaagen^ geflooten^ R^S^^* 
Dalhing, Slaantnr^ verbrszelin?^ '•"■"^Jlaandc. 
DASTARD, een Bloodaard. 
to DASTARDISE, Lafiartig maakeu. 
Daftardly, Lafbartiglyk. 

• DAT. 
DATEy Dagftellingj dagtekening^ de Jag of fyd 
dot sets gefchreeven is. 
What dare did the Letter ht3s} Hoe was deBruf 
Fedagteekend'i 
OJrCJut of date, Uyt der tyd. 
DATE, een DadeL 
Date-tree , een DadeWoom. 
to DATE, D^tekemen. 
Dated, Gedagtekend. 

DATIVE, the Dative cafe, de Geever^ bet gee- 
vend gcval. 

DAU.- 
to DAUB, zie Dawb. 
DAUGHTER, een Docbtcr. 

a Daughter in law , een Scboondocbter. 
a Grand-daughter, een Kindsdochter. 
to DAUNT, i^^erfchrikken J vrees aanjaagen y ver- 

baazen. 
Daunted, Ontzet, verfcbriks^ verbaafd, 
Dauntlefs, Onverfcbrokken , onbevrecjd. 

DAW. 
to DAWB, Beftryken^ befmeeren. bejlyken^ be- 

fmeuren^ ^-^-.^vleijen, "-^^ omioopen. 
Dawbed , Beftreeken. befmeerd, gevleyd. 
Dawber, een Beftryker^ . vUyer. 

Dawbing^, Bejlryking ^ befmeering ^ .^^beftry- 

DAWS i dc Di^eraad. 



DAW. DAY. DAZ. DEA. 

to DAWN, Dageny dagworden^ aanbreeken [als 
de dageraad J 
The day begins to dawn , De dag begint am U, 
breeken. 
Dawned, Aangebroken. 

The day is dawned, De dag is aoMgebfkin. 
Dawning, de Aofibreeking des dagSy d^eraad. 

DAY, een Dag y Overwinning* 

To day, f^'an dagey beden. 

To this day , Tot op deczcn dag toe. 

This day len-night, l^an daag over ackt dt^en. 

Day by day , Dag op dag. 

F^rom day to day , l^an dag tot dag. 

The next day , V Anderen daags. 

Every day , Alle dageny dagelyks. 

Every other day , Um den anderen dag. 

E\'ery third day , Om den derden dag. 

a Days work , een Da^s werk. 

a Days journev, een Dag reyzens. 
tf^To get the aay, de Overwinning ver/rygenj V 
veld bebouden. 

To loofe the day. Den flag verliezen. 
Day-break , V Aanbreeken van den dag. 
Day-fpring, de Dageraad. 
Dav-light, Daglicbt. 
a Day-labourer, een Dagwerker. 
Doe-dayes, Hondsdagen. 

DAZ. 
to Dx\ZLE, Verblinden [door ccn fterk licht] d^ 

0ogen doen fcbemeren. 
Dailed, Ferblind. 

Dazling, yierbliMding y ^-^verblindind^. 
DAZY, een Madeiiefl 

DEA. 
DEACON, eenDiaken. 
Deaconfliip, Diakenfchap. 
DEAD, Dood^fefiurveny doodfcb. 

He is dead, Ity is dood. 

a Dead calm, Dood^flil. 
c5 Dead fraight , Ledige vracbt. 
OCjDead drink, Verjiagen drank. 
QC>Thc living and the dead, De leevenden en dc 

dooden* 
to DEAD or DEADEN, Verdooven. 
Deadly, Doodelyky gruwelyk. 

Deadnefs, Doodsbeyd. 
DEAF, Doof. 
to DEAFEN, Doofmaaken. 
Deafifh, Doofachtigy bardboorend. 
: Deafly, DocfacbtigJyk. 
; Dcafncls , Uoofbeyd. 
DEAL, Eentnenjpe^ een deel. 

a Grcit deal, Eengroote menipe. 

a Gr^^t deal of trouble, Eengroote moeite. 
a DEAL -board, een Deel y eem vunrcnb^Mtf 

plank. 
to DEAL, Hai$id9i$^ pnqaan.^ 

To 



DEA- DEB. 

To deal kmdly with one, Frindclyk nut iemand 

handelen. 
To deal bread to the hungry, BroQd aan behoefii- 

gen H^ftdeeUn. 
To deal carts , Kmrten uytgecven. 
Dealer, ten Hmdclaat. 
Dealing, Handtltng^ '"•^^^handehnde, 
Honcll dealing, Oprcchtc handeli^g. 
Dealt, Gchandvid^ mce umg^gaan. 
An eafy man to be dealt with , Eem gimaklyk 
man om mec ofA tegaan. 
DEAiMBULATION, irandc^lmg, 
DEAN, t€n Deken^ Domdehn. 
Deanry, Dcanlliip, em Dekenfchap ^ Dekemampf. 
DEAR, U^'aardy lief, Merbaary dicr. 
My Dear ! Myn waarde , w y^ /ief! 
. Hear my Dear ! Hoor eem Itcfjhl 

It coft me very dear, Hetftaat my z^cr dier. 
Oh dear i bedenl 
Dearly, DierhaarlyL 
Deamefs, Dierhaarheyd^ Sertt^ 
to DEARN, zie Darn. 
DEARTH, Dicrte, diere tyd. 
DEATH, deDoQd. 

After death 5 Naa den d&od, 

h Is death, V // de dood, daar Jlaai ded&odt&e^ 

V U ecn halszaak* 
He IS at the poinc of death, Hy legt opfterven. 
To wound any one to death, Ummd ut det 

dood toe verwonden. 
To put one to death, lemand doen dnoitn. 
To catch hJs death , De oorzaak vatt zy*un di^d 
zyny zyfg Uevc» vcrwaarUozcn. 
Death-be^, ^a Daod-bed. 
Dcathlefs, Onjlerflyk. 

DEB. 
to DEBARK , OntfiheepcH. 
Debarked, Ofstfihecpt, 
CoDEBARR, Uytflnyten^ bnyten honden.^ drAoh- 

hoQmen^ dwarsboomen. 
Debarred, UstgejlQHen^ buytengehaudin. 

Debarring, tfytjiuytrng^ bnyUMhoudmg ^ 

Jluytemde. 
to DEBASE, Fernedcren ^verergeren ^ vtrvalfchen. 

To dcbafe coin, de Mnm Tervalfchen, 
Debased, I'^emcdcrdy verergerd^ vervalfcht* 
a Debiifer of coin , ecn Ferifalfcber van geld. 
Dcba/ing, tWnederwg^ verergermg^ ^^'^erffedc^ 

rende^ 
DEBATE. Twin J verfchil, krakkeeW 
I to DEBATE, Betwtflcfty bepkyteu^ averUggtn. 
I Debated, Betwift ^ bepieyt, 

^Debating, Bepleyting^ ^Hmfttng^ *^^^bepleytende, 
DEBAUCH, Optrekking^ ongebmdtnheyd^ drm- 

kendrtttklnz. 
to DEBAUCH, Verleyden^ vervotren^ oProkkc 
^^^^^ i9t ongebondenieyd $rooneH ^ apmmken* 
To debauch youth , de Jongkheyd vcrieyden. 



-uyt- 



DEB. DEC. 1*1 

To debauch one from his allegiance , lemand 
van zyjic getroHWfghcyd aftroonen. 
Debauched, Verkyd ^ bednrven^ opgcmaak^ ver* 

vjtider^d^ 
Debauchery, SlampamptHgy gcjlemp^ Gngcbmdene 

manwr van lecven^ oniniht* 
DEBENTUR, Een handfibrifi m bciaalinge vaM 

V Koningi huvfdienaarf. 
to DEBILITATE, Verzwakken, 
Debil itaiion , t^crztuMmg. 
Dehiiitv^ Zwakfc^ zickhkhe\d> 
DEBONNAIR, GV . goedhamg. 

DEBOSHED. ziel) d, 

Dcbofhec, c^nLmmts^ o^^cbonden gafl^ 
DEBT,.Ww/ ^ ^ 

To be in debt, Infchuld zyn. 
To run into debts , Zich mfihHiden Dcrloopeu: 
To con trad debts ^ Schuld^n maaken. 
Debtor, eem S^hfldenaar. 

DEC, 
DECADE, een TientaL 
DECALOGUE, deTtcngehoden, 
to DECAMP , ^t Leger opbreekem^ ztan iegerplaatl 

verandercn. 
Decamped, Opgehroken [als 't leger.] 
Decampment, Opbrccktng van V leger* 
to DECANT, Qzergietcn ^van^t eene vat in^t m* 

deV gieten. 
DECAY, Fervaly afnecmrng^ verwelkingy verou^ 
derrffg^ vermindering y ondergang, 
a Decay of trade, Een verjlapping in de weering^ 

verval in den kttophandel, 
a Decay of piety , Ecn afneeming in de godvruch* 

tigheyd. 
Her beauty is gone to decay, Haare fchoQnbeyd 
if vervUogen of verdweenen^ 
to DECAY, Fervallen^ afneemen^ verflappen ^ of- 
gaan , verokderen , verwelken , vermmdcren^ 
vervliegen. 
Decayed, Afgenomen^ vcrvallen^ veronderdy ver* 
Upt y verwelkt^ 
a DecayM houfe, ten V^n\4Un hms, 
a Decay'd family, een Huytgeztn daar^t met ver^ 

hopen is, 
Decay'd wine, f^erkgen wyn. 
Decaying, Afneeming^ ondagang^ ^^^vtrvallen^ 

de^ enz. 
DECEASE, DQQd^ overlyden^ vtrflerving. 
to DECEASE, Ovtrlyden^ ^erven^ verfttrvcn^^ 

Jlervcn, 
Deceafcd, Overkeden^ gejlnrvcn, 
DECEIT, BedfQg, bedriegery. 
Deceitfull, Bedriegfyk. 

a Deceitfull trick, rfJ* Bedriegelyke ftreekybtf every* 
Deceitfully, Bedriegelyker wyze^ bedrieglyk. 
Dcceitnilncfs , Bedrreglykheyd^ bedrog. 
Deceivablc, Bedriegbaar^ ligt 0m ttbedriegtn ^vcp- 
leydelyk. 

Q , *« 



^i^ 




Ill EEC, 

to DECEIVE^ MijUyde/fj bcdrkgen^ verUyJen^ 

verfchalhn. 
He will deceive you by his fair words, Hy tai 

H bedrsegicn door zy^e mooije woordem^ 
Deceived, Ktikydy bcdroogen. 
Deceiver, ten licdrieger ^ vcrieyder. 
Deceiving, Btdtifging^ verUyding^ - " hdrie- 

gende* 
DECEMBER, Ulnttrwaand. 
DECENCY, Baaamiykheyd ^ wehocgindJ^d^gc- 

fchihheyd^ 
DECENNIAL, Titujaarig. 
DEi ENT, Bctaamtlyk.gtfchih. 

a Decent carriage, ettt FatzoeHlyk gedr/ig. 
Decently, Gevocghk^ ^ffchiktchk. 
DEChPnON, tifdrtcgery, kedfy>g. 
CO DECIDE, BeJU^hfcHy vertfftntn ^ fliffkm ^ von* 

nijffen^ uyifpraak over d^^. 
Decided , Bcflnbf , geflt/t^ v^rtfftnd^ Mytfpraak over 

gedaan 6( geweczen, 



Declaring, Verklaarmg^ ^y^l^gg'*^g^ — rfr^A^ 

UECLtNSION, de Bmygiftg of vermtieriftg vam 

waordcft^ J>eclmatie. 
DECLINATION, Ajivskh^ ^ afhe/liffg , ^uygiftg. 
j3rThc Lecltnatioa of an Empire, ^tt'crvai eens 

Ryks. 
to DECLINE, AfwyktWyO^aam^vtrmydcWyfihum* 

1LV», djjlaam z'aM de Aamd wyzen ^ owtwykcft^ 

daaUn^ afhelleff^ tuygeM^ veranda en. 
To Decline a Noun, tern' Nasmwoord huygcw 

[dcclinceren.] 
^ He declined it, lly wevgtrde bef^byjlcrg bet of. 
Declined , f^ermyd^ afgejta^ev , gedaaid ^ gehogen* 
He is declined in his cre<lii,Z)j(rtf aching ts afge^ 

nomen of ^venmndtrd. 
Declining, Afwykmg^ vermydmg^ fchttutmwg^iaa' 

iiftg^ trfhcitsng^ (^aygiffg-i afuA'keffdc, 

flS'The declining agc/^j'tf Afgamdc ondcrdom. 



gcdaan o( gewecztn^ " DECLIVITY , €cn AfgOiimde fihmyme. 

Deciding, BejUihung^ P3^K^ vertfftmng^ 'DECOCTION, ten Afhokfel ^ afzie^fh 



hejUihfende. 
to DECIMATE, ytrticnen^ din Ucnden foldaat 



by lotingc ftraffen, 
.Decimation , Hefftng van ticnden^ veriitnen^ Jbraf- 
fing van den ft en den man, 
ECIPHER, Onfcyfercn^ kts dat in cyftrge^ 



to 



fcbreevcn is uytlcggen. 
Deciphered, Ont'cyfcrd, 
Decipherer, ^en Unfcyferaar* 
Deciphering , Onuyfering , — - mtcyftrcnde^ 



DECOMPOUND, cen Dubbcl fzamengetn 

woord. 
to DECORATE, rercieren. 
Decoration , Fcrcicrtn^. 
DECORUM , FtH'glykbfyd, 
DECOY, fen Ecnde-koot om andere cendvogeh tt 

vangen, 
n Deco^-duck, ten Lok-eend, 
to DECOY, rerjlrskken^ vangen^ verfcbalkin. 
Decoyed, Gcvangen^ verjhikt, verfchatkt* 



DECISION, B^pfhing^fliJpng^verf^ening^nyt'D Afneeming, verklcymng. 

fpraak^ vonnis^ '" ■^T?i'>iiT? a l t? a/^ tt 

Decifive, Decifory, Beflecbtende^ beflecbtelyk^bt- 

Jlf/r<riyk. 
m Decifivc battle, een Moofdtreffen y [waar door dc 
'_ twift bcflecht wordt.l 
DECK, een Deky verdeL 
lo DECK, f^Wcicren J opfooijen ^ oppronkcn^ op- 

fmnkben. 
Decked, Qpgefooidy opgepr&nkt* 



to DECREASE, Afneemen^ verkleyneny^ vermin* 
deren. 
Hjs ih-cngth bi^ns to decreafe, Zyne kradt be* 
gint affe neemen* 
DecTcafed, Afgtnamen^ verkleynd. 
DccrcaCng, Afncemingy — — ^— afneemendt^ 



DECREE, eenBeJJmt, Raadibefiuyt. 

to DECREE, Bejluyttny verordenen^ 
ced, Opgefooidy opgepronkt* j Decreed, Bejloauny veroirdend^ 

king, Optooijing^ oppronking^ opfmsMting^ DECREMENT, Afiyting ^ flytgeld. 

eptomjende, DECREPIT , Afgdetfd^ Jlok^ftd. 



Dekt. zie Decked 

lo DECLA^IM ,, Opzeggcn^ een rttdt openttyk nyt 

fpreekcn. 
Dccl aimer, etn Rcedenaar^ fchoolreedtnaar* 
Declamation, eene Reedtvoenng ^ vi^toog^ 
Declamatf»rv, Reeden< 



Decrepitncfi , Afgeleefde ouderdom. 
DECRESCENT , V Laatfle cnarfier moan/. 
DECRETALS, */ Ktrkelyk Wesbcek, de Panzi 

iyke inzettingen, 
to DECRY, Door cpenffyke s^ondiging a^cbaffrn^ 

afzettcn , in eenen qnaaden noiun brengen. 
To decry % cuftom, eenegcwoanu affcbajftn* 
DecryM, Aigctet^ a^efibafi. 



DECLARATION, / ;g, prediking. 

Declarative, lWkia.irende. 

to DECLARE, rerkiaaren ^ verkondigen^ prtdi- DECUPLE', TienvTadtg. 

ken^ uxtli-gi^en, \ DED. 

' [To declare one's mind, Zyirf mtenmg verk/aaren, to DEDICATE, Toceygenen^ opdra^en jtoewytn. 
To declare warr, dtn Oorlog verUaartn oi amt^ To dcdiaite a book to ovu^yetn Boat aan itmand 



'Declared , rerkUarJ^ mytgthgd. 
Dcclatcr^ €<n yerii^ar'dcr ^ nytl^er. 



opdraafcn, 
To dedicate a Church to a Saint , ten Kerk 
€cnen Sant ionvfyen, 

Dcdl 



DED, DEE. DEF. 

Dedicated, Toigctygevd^ opgcdraagen^ toegewyd. 
Dcdicin'ng, Tocesgemng^ tQCcygincnie CQZ. 

Dcdiciitioii , OpJragf^ toewymg. 
Dedicator, een Oparaager^ tueeygenaar. 
Dedicatory » Opdragis, als 

An cpKUc dedicatory , cem Opdragt-brief^ U€ty- 

CO DEDUCE, Afic^ien. 
To deduce one word from another > Htt cent 
woord va9t '/ andcr aJUydcu. 
Deduced, Afgehyd* 



Deducing, jfrneydin^^ ^^afieydende. 



foDEDU 

Dcdudcd, Afgetrokkcn. 
Dcdu<3ing, Al trekking ^ 
Dcdudion, Afirekkmgy 



aftrckkende* 
'hjlxyg^ gevolg. 



defign , lemunds tocleg pmvcrr^ 



Without deduSion, Zondcr sets aftc trckkin. 
o5"He made a dedufiion from thence , Hy maaktt 
daaruyt etn befiayt^ hytroiCtr ttngcvulg myt. 

DEED, eem Daad^ "^^^^ecm fibriftflyk verdrag^ 

handfchrifSi 
He was taken in the very deed, Ify wkrit <f 

hfcter daad betrapt* 
In- Deed, Inderdaad. 
a Deed-poll , ecu Enkd werdrag-^fibiifi. 
to DEEM , OordceUn^ achun. 
Deemed, Gcoordeeld^ g€achi, 
DEEP, Drep, 
a Deep wel I , eeft Dicf^ pta^ 
a Deep road , ccm Dicpt we^, 
a Deep man , ten DUpxdnmg man. 
the DEEP, de Dupte^ de tee. 
to DEEPEN, rcrd/<fpept^ drepmaakcn. 
Deeply, Op een diepe wytCj ZX^r Sep, 

Deeply indebted, Diep in fchuld* 
Dcepncls, Dkpte^ dicpheyd. 
Deepning, f^erdseping. ^^verMepende^ 
DEER, ec^ Her/. 
a Rain-deer, eem Ren-dier, 
DEF- 
to DEFACE, Ontcierefi ^ fihenden ^ htdervea^ myt- 

wiOcbem, 
Dc&ccd, Gefchonden^ bcdurvem^ nytgtwifcbt. 
Defecing, SchenMwgj omtdertng^ b^roing^ ^^— 

fchendende cnx. 
DEFAILLANCE, MangeU gebreh 
DEFALCATION, Be(noctpni^, 4tr€kking. 
to DEFALK, Bcfuoet^tn^ afitekken. 
DEFAMATION, Naamfchemiing ^ tcrroming^ 

ffiamroQVin?, 
Defamatory, faamroo'Dewde ^ lajierlyk 
to DEFAME, faamrcmev^ naamfibenden^ 
Dcf.n iL J , In zyn eer ^efcht^nden ^ gelafterd. 

D , Faamroovtng^ faitnimovtnde. 

D^. .wLT, Gcbrek^ mangel , vcrXuSM, 
DEFEASANCE, rermet^gsng van een hm^dfchrift 

doer V naakomen vmt :;,ekcre v^grwaarde daarin Defiled , Befmet^ bevkkt. vcmntrevwigd, 
3i€rmeld. Q i 



DEFEAT, ecn y- . ' , ffeetlaag. 

to DEFEAT , y de ffccrlaag toebrengen^ 

very dele ff. 
To defeat one's 
JloQte^* 

Defeated, Verfagen^ gejlsgen, 
Dli F EC ATE , yaM dfifefem gezuyverd ^ Ua^ ^ 

helder, 
DEFECT, Gebreky gcbreklykhcyd ^ mangel^ aftv^U 

komenhtyd, 
DEFECTION, Afwyhng, a^d. 
Ucfcdlif, Gcbreklyk^ aXfV^>iJ:9meH. 
DEFENCE, B'cjcherm'mg^ verdasd/gmg ^ hefihui' 
ting^ afweermgy verdeediging. 
To undertake one's defence , lemandi befcher^ 

ming op zJeb vfcemen* 
a Place of defence, een ff^'ecrbaare of houbadft 

Plaats* 
To fpcak in his own defence, T^t zyne eygem 
verdeedigiwge fpretkem* 
Dcfcncclefs, IVeerUes. 

to DEFEND, Bcfchermtn^ verdaadigtm^ bef^htH^ 
ten , ^wecrem , xcrdeeSgen^ vaurfldAPf^ ver^ 
wrercjf. 
To defend a towti , Eette fldd verd^iien. 
To defend one's caufe, h>nands Ksakverdeed^ 
g£n ^ ietnamdi zaak b^pleytew. 
Defendant , ecft lArdeediger , v&orjlander y kfwecrdef* 
Defended, Befchermd^ verdaadsgd^ befchut. 
Defender, ee» B^jlhtrmcr, voQrflander. 

Defending , Befchermwg , be[thtrmende^ 

Dcfc&drels, een^ Befchermfter ^ v&^rftaxdfiir. 
Deienfative , een Tegfngrft, 
Defcnfiblc, Heerbaar^ verdeedigbasr^ hottbaat, 
Defijofive, Verdmdigtnde ^ befehuttende ^ verwn* 

teitde. 
Defcnfively, Op een verweerende tuyte* 
DEFERENCE^ Eerbiedtgheyd. believing, 
to DEFERR, Uytjlelien^ verjehuyvefi. 
Deferred, U\tgefleld\ verfiha&ien. 
Deferring, C/yf/lclH^g ^ verfikuyvifig^ ■ ' Uyfficfr^ 
lemde, ' ^- 

DEFIANCE, Uyu^ting^ uytdMiging. 

To bid defiance, Uyttarte$9^ nytdaagen^ bra0vitk 

ren , voor *t httofdfiooten, 
In-defiancc of, l*t fpyt vm. 
cdrTo live in open defiance with one, In openhsa^^ 

re VYandfchi^ met iemand leevcn. 
DEFICIENCY, Cchreky mangel^ ontbreehng ^tc^^ 

kortfchieting. 
Deficient, I» gebreke Uyvende ^ aebferlyk* 
to DEFIE. tie Defy. 
Defied, U^tgetard^ getrstfeerd^ gebom4* 
DEFILEE , een Enge doortogt, 
to DEFILE, Befmefttn^ bevkkken^ verontreyni^ 
gen. 
To defile the mhid, Hetgemoed vtrf^ntreynigen^ 



Dcfi. 



Defilement, Befmating^ bcvUkiuftg^ vinrntnym' 

Defiling, l^erontrtynigmg^ verontreymgcitJe. 

Defiler, ien Befmeiur^ i^Ukker ^ verojffrtym^fr, 
to DEF|NE , B$pMUtH , hefcbryviti , affchctjift , 

Defined, BfpmU^ afgcfchetjl> 

Dcfinfre, BcpaaU, 

X)ciiiiiuon, Bepmiing^ isffcbttjlng^ hfchryvmg. 

Definitive, BepaaUnJ^ beJUfftnd, 

a Definitive lemcncc, ten Sht-vmnh. 
f DEFLAGKA TION^ Afbranding. 
iO DEFLOUR^ I Uc maagdom bencemen^om^ 

DEFLO WEK , f modern, fch^ndtm^ vcr- 

Deflowered, Ofttmaagd, attuerd, verkracht. 
Dcflowerer, ten Ftrkrmbur^ fcboffccrder ^ vrou- 

wenfihc^d^r. 
XX:J3owtTtng) Omimaagding ^ o»iblofmmg .verkraci- 

$it9g , fihoffeenng , o»ie€rm£ , vromucnfihtwding^ 
fchtndinde^ QntetrtMe ent. 
DEFLUXION. Ztnking, 4zvptling. 
DEFORCEMENT, Gcwclidaadige cfftiaiid^ffg 

vapt ianderyen^ 
to DEFORM. Aliimaaiejty Itt^k maakcm^ waft" 

Jlaiitg maaken, ' 
Deformed, Mhmaaks^ wanjlallig^ 4^^&*Sr ^*!?^" 

Deformedly, Mhnmaktelyk^ leelyL 

Deformity , Misma^heyd , wamgedoimU ^ kelyh 

brid^ aftigfigbftd* 
to DE F R A U D , l^trk^ntM ^ bedritgtn y Umand bet 

zyne onthond^n* 
Defrauded, Ferkon^ bedrocgtir. 
.Defmi<iing, Ferkorfiffg^ bedritging ^ ^^^^verkor- 

tende, 
to DEFRAY^ L/ySfcMeteftj kojhry bomdett^ bevry- 
dew ^ voor temimJ betaalen^ 
To defray the charges , De kofttn draagen. 
To defray one, lemaid irybonden, 
J>cfrayed, Kojlvry gehondeft ^ Myfgefcb&ofeft^beiMld. 
Defraying, Kofhvryhondhg ^ Mytfcbicting^ betaaling^ 

vrshnudende , ustfchittende , dil. 

DEFUNCfr^ Ov^rfeeden. 

to DEFY, Uyttitrten ^frotfcerem ^hooneH^Hytd^iagen, 
He defy'd me to \t , Hy tmite my daartoe, • 
Goliath defy'd the Lord of Holts ^ Goiiaih boon- 
de den Hcert dcr heirfcbaarem^ 
De<y*d^ Getart^ getrQtfcerd^ ^eho9nd* 
Defying, Uyttarting^ trotjeermg^ ^^nytimtende. 

DtGt 
DEGENER A^'.Y^ Ontaarding, l^trb^irMg. 
to DEGENERATE » OmtMnden y verontaardiJi ^ 

1 ^rLj/fcren, 
■p , I Omta^d^ vcromfsard ^ verbal' 

Dej^encrating, fWoniaardftfg^ '^—^veroittaardiffdf* 
DegcnciQU^, Omadrd^ l^bariig ^ Ji$w>d^ 



G. DER DEI. DEL. 

to DEGRADE, A^4ii zyne9tiUai4zf$tei$^9mmyem^i 

Uce^adcd, kan zynen Jtaat afgezet ^ vntwyj. ] 

Dt -^^- n, / Afze$ting van itn ampt ^ ctu*' 
i^^ f v/ymg. 

Diiu is.il t., eemGrasd^ trap, 

Hjr degrees, By paaden ^ alUngskem. 

To ihac degree, Tot dieitgraad^ toi Mew m.dei^l 
maate. •' 

DER 

to DEHORT, Afmaamem^ Mtraaden. 

Dehortadon, Ontraading, 

Dehoricd, Afgemaand^ nfgeraaden^ mtroddcfi, 

to DEJECT, Bedruki maakrHj im eet$ vtrjlagen-^ 

heyd brengen , mecrjlagtig maakem, 
Dejcfled, Neergtivofftft ^ ^^^rfl^^fg^ J&f^verjla- 

gen* 
Dejeflcdly, Bedmkutyf, 
Dcjcdtion, l^erjl^enbeyd y bedruktbeyd ^ neerjiag* 

t:gbeyd, 
fDElClDE, eem Codmoi>rdeftaar. 
to DEIFY, T&f ten Godmaaken^ Irrz^dem, 
DcityM, Kergoad, 

Deifying, yergoding^ .^^vergodende. 
DEISM, Goaijiefy^ Pt Gcloof der gener welker 

Religic alleen bcitaat in 't erkennen van eencn 

God , zonder Jcfus Chrillas ca den H* Gccft 

da;inn te betrekkeil.] 
Deift, een GqMJI, 
DEITY, de Godbeyd^ als mcdc eem valfcbe Gad^ 

DEL, 
DELAY, Uytjlel^ vertoevmg, 
Wlthom any further delay , Zander etmg Ungt 

uytftel. 
to DELAY, UstfleiUn^ vtrtoevem^ vtrtrA^ew. 
Delayed, UytsefieU^ 'veri^d* 
Delayer, eenUytJleUer ^ vertt^evcr. 
Delaying, Uytjlelitng^ vtrtotving^ vertnu^ing^ -— 

uytjlellende ^ cnz. 
DELECTABLE, f'ermaakehh 
Deledablcnefs. t^ermaakeiyUeyd. 
Deledatioir, yermaak^ 
DELEGATE, ten Gemagtigde ^ ^^g^zondene ^ ge* 

m^nigde /iecbter. 
to DELEaiATE, Afzenden^ L^gen^em^ volmag^ 

digest. 
Delegated, Afgiz^ndem^ gtmagtig^* 
Delegation, etn Bezendmr. 
DtLIBERAl E, ^mztgrig, bed^^^^m. 
to DELli3ERAl E, Overleggen^ tnerwetgen^ *#- 

raadi'n , raadflagcH. 
To deliberate upoii a thing, OxTr/r// btr^uutflM^tn, 
Deliberately, Metovcrieg^ mt$ verdn^^ vo9r£Kb^\ 

telyk^ iaHgZ4amhL [ 

Dclibefiiion, OvtrUgging^ bfrMdrng^overweeglngJ 

Ihe ihing*canic under deltbe/atiun , Dr ztuK^ 

qM4un m <n*erwfegtng4* 
Deliberative « OvtrUgffCJHkt 

DELhM 



DEI 

DELICACY, Lehkerheyd, tenftrheyd. 
DELICATE, tetr^ ziiht^ Ukha-. 

a Delicate perf(?n , ecn IViitcbroods isfrd* 
c:^ Delicate weather, Zeer fchoon weer, 
Delicatenefs , Teerhcyd^ tengcrheyd^ Ukkerheyd* 
Delicately, Lekkerlyk. 

DELICIOUS, Ukkcr, wecldn^^neflykywcliujhg. 
Delfciously, Op ce^ lieflyke wyze, 
Deliciousncfs , fVeeldrightyd^ -wellujiigheyd* 
DELIGHT, Vermaak^ fujl ^ geneiigtt^Jfhyzier, 
To take delight in vanity , Vtrmaak fcheppm w 
ydelhcyd. 
to DELIGHT , Vermaaken , vtrmaak aandoen , 
vtrlufttgen^ vermaakfcheppen. 
To delight in hunting , In de Ja^i vcrmaakfchep- 
pen, 
Deh'gthed, f^ermaaiiy verlnfttj^d. 

I was much Dcligthed with it, Ikfchiep WgroGt 
vermaak iV, Ik was *tr zcer met vermaakt* 
Delightful!, Vervmaktiyk^ geneufhfky i^fi^g* 
Delighrfiilly, Op een vermaaktlykc wyzc* 
DeHghtfillneft, Vermaakclykheyd ^ genca^lykbeyd, 
Delightfom , I'^ermaakelyk , pUyz'trig. 
to DELINEATE, AfmaaUn, fchetzen, afieykc 

netty ontivfrpen. 
Delineation, jifmaaling ^ fchcts ^ OHPwerp, 
DELINQUENCY, Overtrfcdhg ^ misdaad. 
DELINQUENT, een Misdaadtge . overtreeder, 
DELIRATION, Mymermg, raaskallmg. 
Delirium, Revelery^ Mymermg. 
Del irons, Tihoofdig^ mymeracmig. 
to DELIVER, Ferlojjm, overlevtrtn. 

To deliver one from danger, lemand ttytgevaar 

*verh£'en. 
To deliver a me/Tage, Een hoodfchap i^eggen. 
To deliver iip a town , Ecnftad ovtrgeeven, 
ICS*To delh'er a fpeech haiidfomly, Ecu reed^n ge~ 

V9eglyk veortbrengen* 
Deliverance, Vtrhjftng. 
<d*To wage deliverance, Borg Jlellen voor^twe- 

derUveren van iets. 
Delivered, OvergeUverd^ vcrloft. 

She is delivered of a child , Zyisvan ktnde verloft. 
Deliverer, eem f^erloffer^ overUveraan 

Delivering, Verhjfmg^ verUjffende, 

Delivery, Verkjftng^ Qverlever'mg. 

«:S'He has a goocf way of delfvery, Hy hteft een 

goede manier van Zish nyt te drukktn. 
.to DELUDE, Bcdriegen/ifeghsgbeleny befpotlen. 
I'Dcluded, Be/pot J hedr&ogen^ ^guygheld. 
iDeluder, een Bedricger^ fponwgeL 
fDcltiding, Bedrieging^ hefpotimgy^—hedriegendM. 
to DELVE , Grtaz^en, dihrn. 
Driver ^ ce» Deher. 
DELUGE, de Zt^dvloed. 
CO DELUGE, OveTfhrmmen\ verdrlnken. 
Delog'd \n tears , Verzonken in traanen, 
DELUSJON, Bedrogy heguygbdmg. 



DEM tif 

Delufive, Begmghelend. 

DEM. 
DEMAND, eenFerzoek, eyf€h , vraag, 
to DEMAND, Eyfcben^ verzoekcn, vraageft. 
Demanded, Geeyfibf verzocht, 
Demander, een Eyjcber^ verzoeken 
Demanding, Eyfibtng^ rerzoekingy —eyfche»de,^ . 
toDEMhAN'hImlelf, Zicbdraagefr, aanjlel/eff. 

To demean himfcif umiiaanerly , Zki o?ima^ 
nierlyk aantieren. 
Demeanour, Gedraaging^ gedrag^ aawftclling, 
DEMEANS , Inkomjlen van landetyen. 
toDEMliNTATE, Uytzinnig maaken. 
DEMERIT, Ferdienfte^ [doch in een quaadcn 
lin.} 

He fhali be punifhed according to his demerit,* 
^^ ^^y ^^^ ^^*^^ verdienjh z^ft7^ v/orden, 
DEMI, Half J ^J ^ 

a Demi-god, een Halve G&d* 
DEMIGRATION, ^erbnyztng. 
DEMISE , V Overlyden eem Kjmng$ o¥ eenen Ko* 

n'mginne* 
By the demife of the Queen, Daar V overly dem 

der Komnginne* 
to DEMISE by will , By nyterfle wille maaien. 
05' To dcmile by Icafc ^l^'erbutiren voor em ztktf 

getal van jaaren, 
DEMISSION, Ontflaaking, ontjlag, 
DEMOCRACY, Folksreegerwg\ Polkbeerfcbing. 
to DEMOLISH, Afbreeken^ neerwerpen y verdel* 

ge^^Jloopen. 
Dcmolifhed, Afgehroken^ gejloopt. 
Demolilher, een Afhreeker. 
Dcmolilhing., Afireeiing^ flooping^. nfbrcc* 

kende. 
Demolition, Aft?rcektng ^ Jlechtmg ^ Jlmping, 
DEMON, een Geejl ^ koQze gecjl , dr&mmeL 
Demoniack, Duyvelzuckig^ van den dnyvel bezi* 

ten, 

DEMONSTRABLE , Betoo^lyk. 

:o DEMONSTRATE, Beioogen ^ aanmneit , 

a^inwyzen^ vertoonen^ betootten* 
Demoiiftrated , Betoend^ aangetoend^ vertoond. 
Demon ilrat io n , Betooghg^ betoomng^ ^nwyzmg^ 

vcumg^ bewys\ 
Dcmonrtrativc,. Betoogfyky klaarblykende. 
Demon (Iratively, Op etn betuogfyke vjyze. 
Demonllrator, een Betooger^ betQonei\ 
DEMURE, Stemmigy ftaatigy bcddordy ernjl/g^ 



♦He is as demure as if butter would not melt in 
his mouth, Hy hmdt z\n<; trocm zojtaatig dot 
by gcen pruymzon willen xcggen om emgehetk 
ma^d voL 

Demurely, Stcmmtglyk^ Jlaatiglyk. 

Demurcncfs, Stcmmigheyd^ flaatigheyd. 

♦Dcmurcnels can fland with falftood,OWrry?^^«» 
migbcyd kan viel bocveryftbuykti. 

Q 3 DE* 




m 



ii6 DEM, DER D; 

DEMURR , l^crtoeti^g, /ii/JIamJ, mytfl^L I to DEPAUPERATE , yfrarmtw. 

to DEMUKR iipoa a^ thing , Op ctn ztiak flaan fto DbFEACH, OwtJU^^ qHytfckeUeif. 



DEMURRAGE, Day^ ot demurrage, Legdagtn 
[van ecu Icfifp naa den vcriprokcu ryd vjui at- 
vaarcn of loUcn.] 

DEN. 
DEN, ten IIol, kuyl^ fpehnL 
DENIAL^ Loozheniu^^ weygermg* 
Self denial , Ztifsverho^hemng 



to DEPLMD, Ajliaftxtm^jhMimy t^cb vcrJastftf^\ 

To depend upon God*s providence , Op Gods 

voorzscf$ighcyd vcrtroHwcm, 
He his little to depend upon , Ily kttft 
weymg daar hy ztch op vcrUaietr J^ittt. 
Dcpendancc,. i /1jismgc»dheyd^ afh^gklskbeyj^ 
Dependency , f vtrtromwcm , JJeuwfcJ , %ntf. 



Denied, GcUugheHdj ofttKi^ad* ^i> to Deny* Dependent, ^_ Afikangtrnde ^ ftemmmd/^ i/tb vcr* 

DENIZUN, eeft y'reemdcltHg die V iijwrffWf*/ ; Depending, f laatetfdc. 



te mogen hopmoftfchap DiiPiLAlION, Omthaatrit^^ ka^m^^iking. 
Jryvcm^ of eernj^ ampi Miemetf ^ zonda- mgtans Dcpil-atory, V Gene V bMmr dfci ttytvallcmy 



verkrcegen hceji , om 

IV ^ of ccmig amp£ ^twit wc#» , ^u^*m 
bet recfft vats NacuraH^atie te hebben. 



kaal* 



to DENOMINATE, Noemen, henoemen. 

Denominated, Gtmemdj bememd* 

Denomination, Nocmrftg^ bcnoem'tng, 

DENt )TATlON , Beteka^mg, 

to DENOTE, Bctekemem 

to DENOUNCFi , f^erkotidigen ^ aankondtgeny 



zeggem, 



verklaaren. 



mitukeMd* 

Deplorable, Btweenclyk^ jammer lyk^ beita^jglyk. 
to DEPLORE, BevucMem^ bekimgat^ be/ammc* 

re/t. 
Deplored, Beweend^ bekla^J, 
Deploring, Beweenimg^ bej^mmerimg^ beVfee^ 

nende* 
to DhPONE, FerklaareM^ /^*>?*'*. 
Deponent, eemGetusge^ vcrklaarder. 
toDhPOPULAlE OMfzv/ien, venuifeftiff. 
Depopulated, Omvolhj vcrwoefi. 
Depopulation, Ontvalktng^ vermoefttng. 
to DhPORT himfelf, Zuhdrnagcw^ .umfleUtm. 
Deportment^ Gedr&g^ gedraaglng^ WiwdeX ha 

ling^ handel en wamdeL 
to DEPOSE, Betnygem, in retbu verklumten^ jf^ 

zctten van zsn ampt* 
(E3rTo depofc a King, Eemem K^hg ^zjettew. 
Depolid, Bctmygd^ verklasrd^ nfgetet. 
Dcpoling, f^'crkiaar'tHg ^ afzciung^ --^^ vtrklmten* 

dc^ ent. 



To denounce warr, Oorhg aankondigen. 
Denounced, Aangckondlgd ^ verkondngd* 
Denouncing, Aamkon^gmg^ verkondsgtng^ — ^ 

aa»konJigCNdL\ 
DENSITY, Dikte, 
DENTED, Getmd.^ekeepu 
DENT ELLS 5 ecn Keepwerk [aan hct kapltcel 

van een luyl.] 
DENTICLE, eenTandfje. 
Dt NTIFRICt: , een Tandpoeder. 
DENUNCIATION, Aankondiging. 
CO DENY , Umkennen ^ hogbjnen^ verkoghenen^ 

omzeggen^ tvcvgeren^ 4J)iaan, 
Deny'd, Ontkend^ verlooghendy gtweygerd^ontzeyd. DEPOSITARY, De^ene by wten men iett in if- 
Dcnying, Ontkenning, verkoghcnmgy ontzeggtng^ Wimrt»ggtlleUi keeft ^ Pandbe;vasrder. 

'^— oHikennende. to DEPOSlTE , By iemand m bewM*tr(ngeJleJlen* 

DEO. Dcpofited, h bcwaarderband gcJldJ. 

DEODAND, een Godsgift, [du^ nocmt men ccn DEPOSITION, Ferkiaaring^ gettfyjenir. 

pacrd of wagen waardoor iemand ovcrrceden Dcpcjiitum, '/ Gene in bewaaringe gejleld is^ ecm 

of gedood is, en 't welk men dan tot voor- P*ind. 

dcclvjm dcarmcn ueeft,] , to DEPRAVE, Verergeren ^ bederven^ xerflhn^ 

DEP. ' mere^. ^ 

toDEPAlNT, Afmadeny effebihUr^n^ afbeelden^ Depraved, Vetergerd^ beduri^n. 

verbeelden. Depraver , fen Bedcrver , verergeram^, 

Depainrcd, Aigefcktlderd ^ verbeeU, Depraving, VacrgeriHg^ bedtrving ^ itder^ 

to DEPART ^/V/r^Wri^i vjeggmn^ afwyken^ of- vende. 



ftaan^ aflttaien. 

To depart the town , U\t dejlad wyken. 

To depart from evil , ran V ^naad^Jlaan, 
E>cparted, l^^rrtrokitcn ^ afgeweeien^ afge/iaan* 
tsS He is departed this Hfci Ily is overUedem* 



to DEPRECATE, Afbidden, ^ 
I To deprecate Gnd\ jurfj^emcir^ -,eckgn d^ 

to D I . nri d<^n dnaie^^ 

DEPREDA i ION, Ht^oving, phnd^^rin^. 



At his depanurc,(^/> zyn vertrek^op zyn affebeydi to DEI%ESS, NeerdrMm^ onderdrnkktm^ 



DEPREHENSION 



op zsn overly Jen, 
to DEPASTURE, Afwtyien. 



neetcren, 
ilDeprcflcd, NetrgtirMh. 



Dc- 



PEP. DER, DES, 

Depreflion, Ncerdruitmg^ Terncdermg, 
DEPRIVATION, Bcroovingj afzeumg vait ten 

mnpt, 
toDErRIVE, BcroovcHj antmemen^ vcrftcckcny 
Qnihlouten. 
To deprive one of his enjoyment, hmmdvan 

%yn gcnut bcrooven, 
prived, Bcroofd^ verfteekeft. 
)epnvingj Beroovmg ^ ^eroovendt^ 

DEPTH, DiePU. 

The depth of the fea, De diepu der tec 

To fwim beyond his depth, Za ver zwemmem 

dat men geem grond mar voeUn kan. 
The briny depths, Het pekelig dscp yh<t pekclveld^ 
de pekelpUjjtn , de zee. 
DEPUTyVTION. Afzendhg^ hzending. 
to DEPUTE, Ajzenden^ afvaerMgen, affchikken. 
Deputed, Afgezonden^ afgevacrdtgd 
DEPUTY, een Afg€Zo»d€ne , Sudeiouder , p/odSS' 
houder* 
The Deputies of a town , de Afgezondenen etner 

ftad, 
% Lord Deputy of a Province , een Stadhouder 

van een I an dj chap. 
a Deputy Governour, een Onder-landvongd, 
a Midwife's deputy » eene Leer ling die under eene 
vrQemoer JlaaS^ 

DER. ' 

DERELICT, Verlaaten^ verfehooven, 
DERIBANDS, Chiouters Dersabadys y[^cmt foort 

van Oottindifche katoene lynwaaten.] 
to DERI DE , Uytlachgen , belachgen , befponen , uyt- 
jorrwen. 
To deride Religion , Met den Godsdienjl fpotten. 
Derided, Belachi , nytgelacht^ hefpot. 
Derider , een Uytlachger , helachger , befpotter. 
Deriding, Uytlachging^ ~^^ uytlacigende ^ hcfpoi- 

tende. 
Dcrifion, Uvtlachging^ behchgsng^ hefpouing, 
DERIVATION, Afieyding, MruyUng. 
Derivative, Afgeleyd^ affprnytenje^ 
a Derivative (fublf ) een Ajfpruyffel. 
Derivatively, Op een aflcydende wyze> 
to DERIVE^ Afleyden y ajfpruyien^ voortkomen^ 
ontflaan. 
He derives hfs nobility from hfs anccftors , Hy 
leydt zynen add van zyne vooroudcren af. 
Derived, Ajgeleydj vaortgekor/ten. 
(f)DERN, Droevig^ eenzdamj woejf^ wreed, 
to DEROGATE, OnUrekken^ verkorten ^ vermin* 
deren^ benaadee/en. 
To derogate from one's credit, hmands aching 
verkoriefi^ ^ 

Dcro^tion , Onttrekkhg , vermindcring , verkor- 

*'''J^j ^ffl'^Xy benaadeeiing. 
Derogatory, Verkortende .^ benaadecknde. 

DES. 
DESx^RT, eenlVoeftyne, wildernh. 



DESCANT, deBovenzang^ ^^uythreydtng im 

een reede. 
cjrHe made a long defcant upon it, Hy deed^er 

een lang vcrtQOg over, 
to DESCANT, Zich nythreyden in U fpreeken^ 

over en weer van rets jpree ken ^ redeneeren. 
To defcant upon a thing , IVydloopig over eene 

Zaak redeneeren. 
Dcfcanted, Geredeneerd, 
to DESCEND, Afwnakm, neerdaattn. 
cdrTo defccud to particulars , Ti^ byzondere taakem 

treeden. 
03* If he would dcfccnd into himfclf , Indien by 

Ztehzelven wilde ondcrzoeken* 
Defccndable, Afdaalbnar. 
Dcfcended , Afgedadd^ gefprooten. 

Well A&tccx^^^Ajkomftig van een fram gejlacht^ 

wehebooren. 
DESCENT, Afdaal'tng, afheWmg, afkomfi^ 

invaly ion ding. 

o3*He is of a mean deicent, Hy is van geringe of* 

komft. 
^ a Defcent of ground , een Schuynfe hoek lands. 
aS'To make a defcent, een Landing doen. 
to DESCRIBE, Befihryven, afbeelden^ afmaalen. 
To defcribe the miTery of mankind in their fiil- 

kn ftate, De elcndt des menfihdoms in deszelft 

gevallen /laat befchryven. 
Defcribed, Befehreeven^ ajgebeeid, 
Defcriber , een Befchryyer , afbeelder^ 
Defcribinig, Befihryving^ afbecldtngy ^^beftbry-' 

venae. 



Dcfcnption^een Befcfiryt^ing^ afmaalinr* 
a Delcription of one*'s perfon , eene Befih 



ryving 

van iemmds perfuon* 
to DESCRY, Ontdekken, befpenren. 
Ddcrj-'d, Ontdekt^ befpenrd. 
Defcryini, Ontdekking ^ bejpeurmg ^ mtdek- 

kende, 
DESERT, (or Defart) eenlVoeflyne^woefte plaats. 
DESERT J {van to Deferve) VerSenJte^ verdicn^ 

de loon. 
to DESERT, f^erlaaten jdoorgaan ^verhopen ^weg* 

loop en. 
A great many Ibuldicrs deferred ^ Zeer veele fol-- 

daaten vtrliepen. 
Deferred, p^erlaaten^ doorgegaan ^ vjeggeloopen. 
Deferting , yerlaati$tg , over hoping , — — verla^^ 

tende. 
Defertion, Verlaating^ weghoping, 
Deferter, een Verlaater ^ weglooper ^ overhoper* 
to Dh SERVE, Verdienen, 

As every one dcfcrves , Naar datyder verdlent^ 
To delerve not well of one , lemand ondtenfl 

doen. • 

Dcfervxd, P^erdiend, 

Dcfervcdly, Naar verdien/le ., naar behoaren. 
Dcferving, p'^erdtening ^ verdienende* 

DE 



^ 



iiS 



DES. 



DESICCATIVE, Opdroofrfndc. 

DESIGN, Oj'zet^ voorKcemeny oogmerk^ a^^J^'^gt 

toclcfr^ Ofi twerp. 
He did it with a dcfign to hinder mc, Hy deed 

het met opzet {of met voordacht) om my te bin- 

derett, 
to DESIGN, Voorhebben^ voorneemen^ bejluyten^ 

opjt UJcrpen, 

To dcfign evil , Quoad voorhebben. 
Dcligncd, l^oorienoomen ^ beflooten, 
Deligiiedly, Aletopzet^ met voordacht ^ voordachte^ 

fyiy opzettelsk. 
Ddigncr, een l/oorneemer ^ bejluyter. 
Dcfigning men , Lieden die met opzet sets doen , of 

die V ergeffs op gemunt hebben , eygenbaatige 

menfchen. 
Defignmcnt, een Opzet ^ toeleg. 
DESIRABLE, U^nfchelyk. 
DESIRE, Beiecrte^ wenfchy verzoei. 
I have a denre to know , Ik wenfchte wel te wee- 

ten. 
My onely defire is , Myn eenigjie begeerte is. 
to DESIRE, Begeeren^ wenfchen^ verlangen^ zoe- 

ken. 
I defire you to do it , Ik verzoek datgyU doet. 
Dcfired, Begeerdy gewenfcht, verlangd^ verzocht. 
His company is greatly dcfired, Naar zyngezeU 

[chap wordt zeer verlangd, 
Defiredly, Gewenfchtelyk , naar wenfch. 
Defiring, Begeering^ '"^^wenfchende ^ begeerende. 
Dcfirous, Begeerig. 

I^im defirous of nothing fo much as my eternal 

welfare, Niets wenfco ik meer dan mynen eem- 

wigen welftand, 
TiQRxowWy J. Zeer begeerig ^ begeeriglyk. 
to DESIST, Ajjlaan.^ aflaaten, opbouden ^ Jiaakem. 
To dcfift from iniquity, Afftaan van ongerefb^ 

tigbeyd. 
Defifted, Afgejlaan^ opgehouden* 
Dcfifting, Aflaating^ afflandy opboudingj ^^-^af- 

flaande^ opboudende, 
DESK J een LeJJenaiir , pultrom. 
DESOLATE , IVocft^ verwoejl^ eenzaamj ver- 

/oaten, miftroojlig. 
. To make defolate, ycrtvoeften. 

To be in a defolate condition, In eentm mistroos* 

tigenftaat zyn, 
JDcfolation, Verwotfiing, verwoeftheyd^ ""^^mis- 

troofligbeyd. 
DESPAIR, IVanboop, vertwyfeldheyd , twyfelmoc 

digbeyd. 
To fall into dcfpair, In wanhoop vervallen. 
to DESPAIR , U'^anboopen^ vertwyfeld worden, ver^ 

twsfelen. 
I dcrpair of 4t , Ik hch \r ganfch geen boop vmt. 
I>c(paircd of, Daor men aan wanboopt. 
Dcfrerado, een Fertwyfeldc waagbals^een wanboo- 



DES. 

DESPERATE, If^'dnboopig , vertwyfeU, verwoeJ, 

roekeloos. 
To be in a dcfperate condition. In een vcrtvjy^ 

Mden float zyn. 
a Defperate bufinefs , Een roekelooze aanflagy een 

vertwyfeld werk. 
a Defoerate difeafe, Een zeer gevaarlyke auaal. 
a Defperate fellow, een Vertw\felde vent , een 

roekelooze waagbals. 
He looks defperate, Hy ziefer vertwyfeld my t. 
Defperarely, Roekeloojlyk ., op een vertwyfelde wyzey 

verwoedelyk^ Zeer gevaarfyk. 
Defperatencfs , Rotkeloosbeyd^ vertwyfeldheydyVer^ 

woedbeyd. 
Defperation, IVanboop , twyfelmoedigbeyd , hoope* 

loosbeyd. 
DESPICABLE, Verachtelyk, ongeocbt. 
Delpicably, Op een veracbtelyke wyze. 
DESPIGHT. z/> Defpite. ^ 

to DESPISE, reracbten^ verfmaaJen. 
Defoifed, Veracbt^ verfmaad. 
Defpifable, f^erachtelyk , verfmaadelsk. 
Defoifer, een Veracbter , verfmaader. 
Defpifing, f^eracbting^ verJmaading^'^^^Terfmaa* 

dende. 
DESPITE, %/, verfmaading. 

In defpite ot him , infpyt van bem. 
Defoitefiil, Spytig^ boosaardig. 
DeAitefully j;p^'/i^f/)i, boosaardiglyk. 
to DESPOIL, Berooven. plondcren. 
Defcoiled, B(T<w/^. 
to DESPOND, Z)r» moed oPfeeven yden moedver-^ 

looren geeven y den moedlaaten v alien ^denmoed 

laaten zinken. 
Delpondencc, Delpondency, Flaattwmoe^gheyd ^ 

moedeloosbeyd y gebrek van moed. 
Defpondent, Den moed beneemende , floauwmoedig 

maakende. 
T>ESPOT,eenf^orfl ofHeer die onbepaald beerfcbt. 
Delpotical, Defpotick, Oppermagtigy overbeerd. 
Deipotically , Oppermagtiglyk , op een onbepaalde 

to DESPUNGE, Afivifchen. 
DESSERT, ^t Laatfletrerecbt. banket. 
toDESTINATE, Beflemmen. 
Deftinated, \ n n j l tl 
Dcftined, r ^'fi''^'^^ befcbooren. 

DESTINY, 'tNoodlot, befcbooren deel. 
c3*The three Deftinys, De drie Scbik-godinnen. 
Deftiny-raider, ^r» Planeet'leezer. 
DESTITUTE, Ferlaateny verftcekeny bnheloos. 
To leavd one dcftitute, lemand bnlpeloos laaten. 
Deftitution, l^erlaatenbeyd. 

to DESTROY, Ferdeffreny vernieleny afbreeken, 
verwoefleny verniettgeny doodjlaan. 
To deftroy a town, Eene ftad verdelgen. 
To deftroy onc*s clothes , lemands klecderen ver* 
nielen. 

Dcf- 



DES. 

l>e(hoycd, Ferdtlgd^ vemield^ vernUtsgd, 
Deftroycr, een Vttrdtiger^ vernieler^ verderver, 
Deftroying, l^^erdelgtHg ^ vernieliMg ^ verbrttking^ 

' V erdcke ndt , verdervend^* 
DESTRUCTION, Trr^W^m^, verwoeftmg^ver- 

derf. 
Definitive , Verdcrflyk, 
DESUETUDE, Ongewoonte^ mtwenntHg. 
DESULTORIOUS or Dtfukory , mfpthurig^ 
WMJt. verandcrls'k. 

" DET, 
to DETACH^ Eenigc krygsbenden vmh V har nryl- 

zendcn^ detachcereti/ 
Detachment, een Uytgezonden hoop irygsvoU^ ten 

a^ezanderd gedcehe van '/ hctr. 
DETAIL , Byzondcrheden , omftandigheden m V 

krefde, 

to DETAIN, Ophuden^ weerhouden^ vafthoudcn. 

Detained, yaftgehoud^n ^ opgehomdew^ weerhouden, 

I was detained by it trom proceeding any further, 

Ik wlerd daardoor weerhoudcm van vcrdcr voort 

te vaaren. 

Detaining , Opbonding , vafthoud'mg , — ophou- 

dende, 
to DETECT, Ontdckkcn, openleggen, 
DeteSed, Ontdtkt. , 

Deteding, Ontdekklng^ ^^^^ ontdekkcnde. 
Detection . Ontdekting. 
DETENTION , ^^fiboudsmg , gevangenhouding ^ 

hechtems , gevangkenh, 
to DETERGE, AJwryven, afveegcn, 
DETERMINABLE, Bf>rj/^^, vonnisbaar. 
Determination J cenBeJlmyt^ uytfpraak^ v%nmjfing. 
to Determinate, ^/> Determine, 
to DETERMINE, Bepaaten, be/luyten^ vaftjich 
ien^ vonnijj'eny beJlijJeH. 
To determine a buiinefs , Een zaak hefiechten^ 
Determined, Bcpaald^ beJUten ^ gevonmfd, 

I am determined^ Ik beb myn hefluyt genomen y ik 
beh by my zelven vajlgejield* 
ptoDETERR, Affcbrikken. 
Deterred, Afgefcbnkt. 

Deterring, Jnfcbnkking. affcbrikkende, 

DETEFISIVE, Zuyvcrend, 4dryvend. 
to DETEST, f'^crfitetfcn^ voor grnnv^cn. 

To deteft i:\'i\ , ^/ Quoad verfoeijen. 
Detcllablc,, Op een verfQeij^lyke v/yze, 
Dcteftation, Kerfoeijing. affcbriL 
Dci^d^d, l^effocid. ^ 
Dctelling, f^erfoesjingy -"-^ verfoeijcnfle, 
to DEI HRONE , Ontiroonen^van dcnTroon [loo- 

ten.' 
Dethroned , t^an den Troon geftooten , onttroond. 
Dethroning, Onttrnonrngy aj]hQtmg van dtn Troon ^ 

" * Onttroonende. 
DETINUE , een Scbriftelyk bevel tegen iemand die 
weygert de goederen hem te bewaaren gegteven 
over tt Itvtren. 



DET. DEV. 129 

to DETRACT, AftrAken^ verhrtcHy verhleynen^ 

iot umands naadeel fprceken ^ acbterklappen ^ las- 

teren. 

To detraS from one's rights lemands recbt ver* 

korten, 

DetraQcd, Afgetroiken^ verkort^ verkleynd ^ benaa'^ 

deeid^ geTafterd, 
DetraQing , Benaadtwltng ^ verkorting y *— t^rr^ 

k^rteftdc. 
Detraction, f^erkleymnFy lajlermg, 
Detra«^tor, ten Benaa£teUr . verkorter, lafleraar, 
DETRIMENT , f^crlfcs , febaadc , verkorfing , 

Jljtaadje^ Jlytgeld 
to DETRUDE, Afflo^ten^ nytftooten. 
Detruded, UytgeftoQten. 

DEV. 
DEVASTATION, Vermoejlmg. 
to DEVEST, Ontblooteny beroovcn. 
Devcfled, Ontblooty ber&ofd. 

He dcveftcd bimfelf of his right, Ilyflondt zcf 
van zyn recbt ^ 
to DEVIATE, Ajwykeny afdwaaUn. 
Deviation, Afwyksng^ ^divauhn^. 
DEVICE, L$il^ usivindfelyge^HbtfeU 

a Mann foil of devices, een Man vol van uyl* 
v'tndfeleny een fcbrandcr breyn* 
DEVIL, de Duyvel^ ^-'^eene duyveltn. 
a Devil incarnate, een Gevkefcb'te duyvel. 
She h a meer devil, Zy is een rechte'dnyvcUn^ 
Devilifh, DuyvelfiL 
Devilishly , Op een duyvelfcbe wyze^ 
DEVISE, een Zmfpreuky devys. 
to DEVISE , Bedenken , vcr'zinnen , ftytvindeny 
^ ieti by erfmaakin^e naalaaten, *— 

Deviftd * Vcrzonnen , by erfenis gemaakt. 

DEVISEE, Iemand dien by erjenis eenige goederem 

gemaakt tyn, 
DEVISER, een Uytvinder y bcdenker. 

Devifin^, Uyivindmgy bedcnk'tngy uytvtndende. 

DEVISOR , Iemand die by uyterjle wille zyne Ian- 
I dtryen aan eenen anderen maakt, 

DEVOIR, P%/. 
to DEVOLVE, VervdUny necrrollen. 

That right devolves on hiin, Dot recbt vervak 
op hem. 
Devolved, Fervailtn. 
Devolution, NcerroUmgy verralling, 
to DEVOTE, Zicb verlooven y ovcrgeeveny tot'- 
wyen. 
To devote himfclf to the fervicc of God, Zki 
fen dtcnfle Gods toev/yen. 
Devoted, yerloftfdy toegewvd* 
Devoted to his mailer's iiitcrcft , Aan tyns meet- 
sers belang verloojliy votkomen op zyns mecfiert 
voordeel uyt. 
Devotion, Aandacbt^ Godsdienft'tgheyd^ 

Private devotion , Afgezonderde Godsdsenjlig^ 
heyd. 






ty^ DEV, DEU. EEW^ DEX. MA- 

//. kth ktm t'^tr m-jHc ZJiUe^ by a tit wxsn l«.:-- 

to DEVOUR, Vcrf^inien^ vafcbtttren. 
Devoured, yerfi*jnden^ ^tt^iktura. 
IX'VOJrCT, ten ycrJl-MiLer ^ '•^'^^tem wf:i'*€i. 

flindtnde. 
DEVOUT^ Aandachttf^ /'.didifrifliz,. 
DcvoTJtly, Aandachtizkjl ^ f/j^d:tnl:j^kk. 

DtU. ^^ 

DfcUTLRONOM Y , //r/ v^fde b^^ck M^a. 

DLW. ' 
DEW, d^Dauw. 
The Dtrw-lap of tn or , li 0?^^ <i> ii«r ojfcn wk 

<i<rr Jii« ^ keel hem^t^ JLc kijfcm, 
Dcw-fnaJI , ten Ilnysjlak. 
Dcw-bcrric'S, Braamen^ braambcezien^ 
Dewy. Dauwiuhtsr. 

DEX. 
DEXTERITY, BehcnMgbeyJ^ xlugbeyJL 
Dcztcroos, Deheudigy knap. 
DcxUTOuflv, Behemdtrlyk. 

DIABETES, Pisvhed ^ [ecoc quaal waardoor 

men zyn water nict kaii inhoadcti. j 
DIABOLICAL, Duyvelfch. 
DIADbiVI, cen KroQVy wrongkroon, 
Dli^RESIS, een Scheyteken^ [gelyk als wanneer 

mi:x\, twee ruttclrjes biven ccn e zee aldns i^ 

als te 2icn is in 't vtoord geirgerd. 
DIAL, a iSun-dial, ten Zonmewsz/tr, 

The needle of a d\z\^Denaalaeefis zomnewyzers. 
The dial of a watch, Z>^ wysplaaf vam etn umr^ 

VJcrL 

a Dial-maker, een Zorwewyzerfnaaker. 
DIAL£(>r, IVyzt van uytffraak^ tdduytffraak ^ 

taaluyting. 
Diak-aically, Redenkonjliglyk. 
Dialeilician, een RedenkonftenMsar ^ rtdenkavelaar. 
DIALE' /riCK, Kedenkunjly redenkirvel'tf^. 
DIALLING, De konft van zonnewyzers te maa- 

ken, 
DIAIX)GUE, <en t^Zamenfpraaky izamenfpree- 

king, 
♦ To DIALOGUE, t'Zamenfpraaken opflellen. 
DIAMETER, een Middellyn, middelftreep. 
Diametrical, middellsnlg. 
Diametrically, MidJcllyns-wyze. 
Diametrically oppofitc, Kegelrecht tegen malkan-' 

der gczet , ngelrecbt firyaig. 
DIAMOND, eenDioMant^^-^^flsmcdcdeRMyt 

op ten fpeelkaart,. 
i Diiimoiid-ciutcr , een Diamantfnydef. 
D I A I ' l\ K , Serve f'linnen , Servttgotd. 
DIAPHANOUS, Doorfihjncnd^d«ortigtfgydQ^ 

biihiig. 



DIA- DIB. Die DID. DIE. DIP- 
DIAPHORETICK. Zmrf-.owtMil 

DiARRHE.n, ae hM^t^ujf. ^ 

DL\RY, etnDagj*eL 

" DIB. 

DIBELE, eer S'^d^. 

a Dlible to br-£ o--/s hir, eem H:-eI'icm^rr'r. 

Die • ' " 

DICE, DUbelfiermem .^ '\ TTiccrso^iiz gctal van 

D:e'\ 
D5CwT, l5:cc-p!aTcr, eenDihifljisr. 

Dicing, D^^Ming^gendfbel^ d-,':lclenie. 

to DICTATE, i'w/rzxrgcWy X'yjr'uiiiK^ z:»trMCO^ 
» ten^ be^v^cfrdem. 

To dictate a letter , lemamd eeuem brief z 'x^rztg^ 
gtm, 
DioatCS, iMfprsakj t^^fpeUii^^ V&'jrd:ch:Kg, 
To follow the didates oTconfcicncc, De tm- 
Jpraak des gevjectens opvcigrm, 
DICTATOR, de Opperbtvelhebhcr [by de aakJtt- 

de Romcrnen.} 
[Didaiorihip, bet OpperhevelhehberfchaP. 
: DICTIONARY, eenU^'o^dembotk^Woordtnfch^. 
I DID. 

DID, Deedy (vMftXoHo, doen) 

He did it, Hy deed bet. NB. Did Anx\it in'tEa- 
j gelfch de onvolkomen voodecdcn tyd uyt , al& 
! I Did fee it, Ik zag bet. 
DIDACTICAL, Onderwztnde. 
DIDAPPER, een Dnyke'r ^ [ccn vogel 20 ge- 
naamd.} 

DIE. 

DIE, een Dobbelfteen^ teerling^ 

To play at dice, Met dobbcljleencn fpeekn. 
•>DIE, f^erw, LltMr. 



to DIE, Sterven^ alsmcde verjlaan [gelyk fcier/} 
He is to die for his Healing, Hy zai om zynjtee^ 

len moetenjlerven. 
When is he to die ? Wanneer zal by ftervem ? 
[die wordt alleehlyJc gezegd van lemand die 
door 't Gerecht ter dood gebragt wordt.] 
He died two years ago, Hy fturjtwee jaaren ge^ 

leedcn. 
He dies away, Hy fterft al gaande weg. 
6> Don 't let your wine die, Loot nw vjyn nict 

verjlaan. 
to DIE , ^erwen [door indoopinge.] 

To die black , Zwart verwen. 
DiCTjeen Denver, zie Dyer. 
DIET,^/, kofi, beteeten. 
ci>The Ihct of the Empire, de Ryksdag. 
to DIET, een Regel in V ceten voorjcbryven ^ ter 
koft gaan. 
To diet one J lemand eenen ert-regel voorfcbryven. 
Where does he diet ? Waargaat by tcrlojlf 
Dieting, Kojigang. 

DIF. 
to DIFFER, Fcrfcheelcn, verfcbil hebben. 

This 



DIF. DIG. DIJ. 
,,This differs much from rhat, Dip vtrfcheeU oeel 

van iUt, 
Wc differ about this , Wy verfcbeckn daar on- 

tremt. 
Difference, Ferfcbsl^ onderfcheyd^ verfcheydenbeyd, 
toDIFFEREl^CE, Fcrfchtl mmkcn, ond<:rfchey- 

dcn,* 
Different » f^erfchechnd ^ verfchillijr. 
Differently » Verjchiydentlyk. 

Differing, {^frfchit^ vtrfcheeUnde. 

DIFFICULT, Moeijelyk^ zwaar. 
DiJUcultly, Zw.iar/yL 
Di fficulty , Zwaarlgheyd^ moeijclykheyd. 
toDIFFlbE, Mi/irotiwen, 
DIFFIDENCE, cenMtflroftwem. 
Diffident, Miftromvend^ fcbroomachtig, 
to DIFFUSE, f^^rfpreydtn. 
Dirf'ufed, Verfprcsd, 
Diffufedly, yerftrooidelyk. 
DiffuliVt, I4jd f^yfg^hreyd,^ verftro9id. 

to DIG, Grsavcn^ driven ^ uytbolkn. 
To dig the ground, Dc grond o>nfpsiUn, 
To dig out, Uytgraaven, 
to DIGEST, yerucrem, verdoMWen^ verkroppen^ 

in orde fchikken. 

To digcft v'uSluah, Dejpyzc verUcTcn, 
To digeft an affront , Etmn h§on opkroppcn^ 
Digcftcd, f^erdouwd, vcrkropi, upgckropt, 
Dtgedible, Verdouwelyk^ dot Hgt tc vcrtceren is* 
Digelling, y^crtcfrin^, ^ vertcerendc, 

Digcftion, yerdouwtng^ verkroppinx* 
Digeftive , Dat ut de vertceringt bapt^ 
Digests, VS<?ri van di^SurgerlykeweUen^ V 

Bur^erlyk H^'cthoek, 
DIGGED, Gegraaven^ giSlven^ nytgebold. 
Digger, ecn Graaifer, davtr^ dykcr. 
Digging, Grooving^ delving^ uytholling ^^^^graif- 

%*ende. 
DIG L ADL^TION , Fecbting met bhoU zwaerden, 
to DIGNIFY, Tot eenig eetampt wrZ^f/^c » , [doch 

inzoiiderheyd tot ccn Kerkclyk ampt.] 
Dignified, Met een Jlaatclyk ampt zmorzicn ^met ecM 
aanzienlyk ampt vcretrd, gewaardigd. 
By what title loever dignitiiid or dillinguifhcd , 
ATet was voor een tytci ook gewaardigd ofondcr- 
fchevden, 
DIGNITARY, een Dombccr^ of Deken van eeft 

KaPtftfL 
DIGNITY, l^^aardigbeyd^ftaat ^een flaatehk ampt, 
to DIGRESS, Vstweyden^ een bnytcntre^ dotn, 
.Digreffion, etn Uytweyding^ buyUntrtd^ uytjiap^ 

pini^ buy tenr cede. 
' ^ ^' ^ DIJ. 

toDt]UDICATE, Vonnifen, een oordeel velkn 

ttijfchen twee partyen, l/ejlechten, 
Dijndjcation, O^rdeef of vonnijftng [over cenig gc* 
Xcbil* 



DTK. DIL. DIM. DIN. 

DIK. 

DIKE, eenDyk, graft. 

Dike-Gnvc, eeu Dykgraaf, 

DILi. 



ijf 



t_o DILACERATE, Faneen fibeuren. 



Dllacerated, vaneen gefchcur^ 
Dihiccrittion , [^arreenfcbeuring, 
DILAPIDATION, Ferjlemping^ d&orbrenging ^ 
vcrwaarhozing van een geiouw zo dat men 'l 
Idat vervalkn, 
DILATATION, IFydmaakingy verwyding^ uyt* 

hrevMng, 
DILA tORY, Uyf/iel'ZoekcnJc. 

Dilatory picas, Uyfviugtcn. 
DILEMMA, een Stnkreeden ^ een bejluyt dat vm 

weeikanten klemt, 
DILIGENCE, Naerftigheydy vlyt. 
Diligent, Naerjfligyvhtfg, 

J o be diligent, Zrcb beftaerftigen ^ bevlytigen* 
Diligently, Naerfliglyk^ vlytiglyk* 
DILL* DiUe, [iekcr kniyd,] 
DILLING, een Kind in */ voders onderdom geiai" 

ren^ een troeielksnd, 
to Dl LUCID ATE, Klaar maaken^ Qpheldertn. 
Dilucidation , Opheidering. 
to DILUTE , Met water mengen. 
Diluted, Gemenzd met water ^ leumperJU 

^ DIM. ^ ^ 
DIM, Donkery duyflefy fihemerig, 
to DIM , Ferdnyjieren ^ ver danker en. 

That dims my" fight , Dat verdonkert myn gezigt. 
Dim-fighted , Duyjler van gezigt , fchcmeracbtig 

van ffOj^en. 
DIMENSION, Afmeetmg, meeting. 
DIMIGATION, Vecbtingy fcbermutfeefmg. 
to DIMINISH, VerminJkreny afneemeny verkley* 

nen. , ' 

Diminilhed, Ferminderd^ a^enomen^ verkleynd, 
Diminilhing , FermindertPfg y -—^vermindcrende^ 

verkleyncnde^ 
Dlminillnnent, ^^ Ferminderingy afneemingy vcr- 
Diminution, f klcymng. 

That is no diminution to you, Dat isgeen vef 
kkyning voor h* 
Diminutive , een FerkJeynwoord , verkteyn-naam , 

verkleynende. 

DIMISSORY; yffzendig, 
DIMITTY, Diemit, [ickcr katocnc ftof.] 
DIMMED, r^r- ^ \ verdonkerd, 
DIMNESS ^ D van gezigt y fcbemering 

der ofjgen, dmjicr/uyd. 
DIMPLE, ee» Kuylijc in de wang of kin. 
Dimpled, Met kuyitjes in de wan^ bezet* 

DIN. 
DIN. zie Dinn, 

to DINE, V Middagmaal bouden. 
Dined , Gemiddagmaald, 
to DING, S toot en y breeken. 

R i To 




X3X DIN. DIO. DIP. DIR. 

To ding one's head with a continual asking, le- 

mand door omphoudelyk vraagen V hoofd breeken, 

DINING, Middagmaaliyd houdsng , '-"-^mftUag' 

maaUnde, 
a Dining room, een EetzaaL 
DlNN.Gekliiik.geraaf. 
DINNER, 't MiddagmaaL 
Dinner-time, MiddagmaaU tyd. 
♦After dinner fit a while, after fupper walk a mi- 
le, Naa V middagmaal wat gezcun^ em naa V 
avondmaal waf ^cwandeld, 
DINT, eenSl^^ tndruk^ kracht* - 
The dint of a fword, De fcherpte of krach des 

zvjoerds. 
It was carried by dint of fword , Het wierdt door 

V zwaerd bejlecht. 
The dint of a difcours^ de Kractt oiindmk van 
eene reede. 

DIO. 
DIOCESS , een Bifdom , ftUhf. 
Diocefan, de Biff chop van V Stichy — of ookwcl 

een snwooner van V Sticht. 
DIOPTRICK , Verrehkkund€. 

DIP- 
to DIP , Doopen , indoopen, 
DIPHTHONG , een Tweeilani. 
DIPPED, h^edoopty gedoopt. 
Dipper , een t)ooper. 

Dipping, Doopingj indooping^ ^""-^ doopende. 
Dipt, Jngedoopt. 

DIR. 
DIRECT, Rechtweegfy recbtnyty lynrecbt. 

a Dired line , een Rechte lyn. 
to DIRECT, Beftiereny ricbtenyfchikkenyWyzen, 
To dircS his courle towards a plact, Zyn^gang 

na een plaaSs toe rjchten. 
To dircft a letter to one, lemandeenen brief toe- 

fchikken^ ^t Opfcbrift aan iemandjcbryven. 
Pray direft mc how to do it, Eylieve wysmy 
eens hoe ik moet doen. 
Dircftcd, Gerichty lefehikty onderreeht ^ reweezen, 
C^Thc letter was direScd to me, V Ofjcbrift van 

den brief hie Idt aan my. 
Dircfiing, Deftierinjg^ --^-^bejlierende. 
JDirc&ioQ , BejUenng , riehttng , order , btwind , 
'-^'^opfchrift. 
Pray give me direSion how to find it, Eylieve 

doe my aanwyzing hoe ik V vindcn zal konnen. 
To follow his dircSions , Zyne orJer volgen. 
tJThe dlredion of a letter, */ Opfihrift eens briefs. 
Direflly, Regelrecbty lynrecbt y rechtsdraads y recbt- 
Jhreeksy zonder omvjegen. 
He came direftly to me, /fy quam eenjloefs by 
my , by quam ten eerften na my toe. 
Dircaly nor indircfily , Nochte recbtftreeks nosh 

met omweegen. 
Direflncfs, Recbtheyd. 
Direftor , een Bejlierder , o$fdfrwyz<r , bewindsnum. 



DIR. DIS. 

DIRECTORY, een Kerkelyk Ordin^ci-boek y of 

tormkUer-boeky door de Presbiteriaanen in En^ 

geland eens ingevoerd in Plaats van V Gemeen 

gebedboek der Bijfcboppelyken, 
DIRhFULL, rflykygruuwelsk^ wreed. 
DIREPTIOlsf, Koovingy Plondering. 
DIRGti, Lykdienjiy gebeaen voor de dooden y lyi- 

Zang. 
DIRT, Slykyfliky dteky vnyligbeydj belafte- 

ring. 
To throw dirt upon one , lemand bckladden. 
«> His dirt will not (tick , Zyn bekladden becbt Vr 

niet op. 
Dirtily, S/ykachtig. 
Dirtinefs* Bejlyktheydy vuylheyd. 
Dirty, Slikrig^ vnyL drekkig. 
to DIRTY, Beflyken, vuytmaaken. 
Dirty'd, Bejlykt, bejlikt, bedrekt. 

DIS. 
DISABILITY, Onvermoogen y onmagt. 
to DISABLE ^ Onmagtig maaken , onvermoogend 

maaken , de magt ieneemen. 
To diftble the guns , Het gefcbut bnyten Jiaat 

flellen om dienji te dotn. 
Dilablcd, Onmagtig gemaakt^ bnyten Jiaat gejletd 

van iets te konnen doen , reddeloos. 
a Difabled fhip, een Reddeloos fchip yeen fchip dot 

in onmagt legt> 
to DISABUSE, Uyt den droom belpen , ujt den 

dut belpen , te reott brengen. 
Difabufed, Uyt denAoom gehnlpen. 
to DIS ACKNOWLEDGE, Ontkennen. 
DISADVANTAGE, Naadeel , fchaade. 
It IS turnM to his disadvantage, V // tot zyn na^ 

deel nytgevallen. 
to DISADVANTAGE, Schaade doen. 
Difadvant^eous , Naadeclig. 
Difadvantageoufly , Op een naadcclige vjyze. 
DISADVtNTURh, Ongeval. 
to DIS AFFECT, Quaa£euren^ vxraaken yniet be- 

gunfhigen, 
Difiift'cAed, Misnoegd^ onreneegeny wangnnftig. 
DifaffcdMon , Ongeneegenheyd y wangeneegenbeyd y 

wangunp^ mtsnoegdheya. 
to DISAGREE , ^Niet overeenkomen ^ verfcheelen. 
We won 't dilagree about that, Uy znllen door 

over niet oneens zyn. 
Difagrecable, Onovereenkomefyky wanvoeglyk. 
Difagrceing, Ferfcheeiingy verfcheelcnde., 

Dilagrecment. VerfcbUy tweedragt. 
to DISALLOW, Niettoeftaan, afkenren. 
Dilallowed , Niet toegeftaan , qnaadgekenrd. 
Difallowing, Afkenrsngy verwerpingy «_ii^^««. 

rende. 
t to DIS ANCHOR, ^t Anker ligten. 
to DISx\NULL, Vermetigen. 
Difanulled, l/emietigd. 
DiCiaulliDg, Fcmietigingy ^^'^vemietigemk, 

to 



!• 



I 



DIS. 

to DISAPPEAR, Verdmymw. 

Dilappeared * Vtrivjcencn. 

to DISAPPOINT, tcUurJidUn, uloorjielUn^ 

verydtltn. 
Pray don \ difappoiiit me^ Eylieve fid my nut 

U vergfefi uyt . ft^l my met tc Uur. 
Difappointcd , Te kurgcJicUj vcrydeLt 

1 was difappointcd, Ik wierdte Uur gcfldd^ myn 

VQornctmen ontfcboot my^ htt misluktc my ^ '/ 

ontfchoot my, 

Dilappointing, TikurflelVmg^ te horftelknde. 

Difappointincntj TcIoorflclUng^ Dcry deling ytntjlnk- 

^^*!?j triiflfikte aanjlag* 
to DISAPPROVE , QHaadhnrcn , verwerpen , 

wraakcHy afkeuren ^ quaad keurcn* 
Dffapprovcd , ^tadgekcnrd^ ge^t^raakt. 
Di&ppToving^^hiaZlkeurhg , ■ quaadkeHrcnde, 
to DISARM , UfstWiipencn. 
Dinirmed, Ontwap€»d,^ 
The Citizens were diTarmcd, Dc Burgers wicr- 

den mtwapend* 
Difarming, Omwapenmg^ ^^^oniwapcmnde^ 
to DISARRAY , Dt kiederen uytfihudden , ecM 

beir in wanordc brenven, 



DIS. 



»33 




[ampfpQ 
to p I S A V O W , Ajflemmen , kogbenen , cntienncn* 
DiHiyowed^ Afgefiemd. geloogbend, 
to Disband, /Ifdanhn, ontflaan. 
Disbanded, Ajgcd^mkt^ ontjlagen^ 

Disbanded troops , Afgedankte troepen. 
Disbanding, Afdanking^ ontflaa^tng ^ ■ afdan^ 

kcnde. 
DISBELIEF, Ongeloof^ wantrouw. 
to DISBELIEVE, Nict^choven^ mtftrouvten, 
X neither believe nor disbelieve it , Ik geloof V 

met , nocir sk rerwerp ^t ook nief. 
Disbelieved, Mtflroawdr 
to DISBURSE, Verjcbietiny aytfihieteny wftleg- 

gen, 
Disburfed, Verfchootcn^ mytgefibooten. 
1 have already disburfed a ereat deal of mony, 

Ik ben reeds dief in */ verjchot, 
Disburfemcnt , f^erfchot, uytfcbicting. 
DISCALCEATED, Ongtfihoetd 
10 DISCAMP, l^an Ugerplaats iTranderen^ V Le- 

ger opbreeken. 
to DISCARD, Afdankenyontflmn. 

To difcard a fervant, Een knecht de zakgeeven. 
to DISCERN , Onderfiheyden , ten ondcrfcbeyd 

maaken^ befpcurcHy bcmerken. 
Difcemed, Onderfchcyden, 
Difcernible, Bemerkhaar^ onderfcbeydelsk. 
Difccming, Onderfcbeyding^ ond/rfcbeydendi ^ 

^emerkcnde. 
a Difcernrng fpirft, ten Onderfcheyd<ndvcrftmd^ 

ecngeeft van ondcrjibeydsnge. 



Difcernmcnt, Onderfcheyding^ kennis. 

to DISCERF , P'erfibeuren. 

DISCHARGE, OntjUg , oorlof, qiiytfibcldiHg , 

quit and ^ affc hie ting ^ hsbrandsng> 

to DISCH.\RGE , Ontjlaan, oP vrye meten ftel- 

len^ ontUjlen^ kj/cn ^ quytfchdden. 
c5'To difcharge a gun> cen Roer loff'en^ etn ftnk 

ajjchieten of /osbranden. 
Ct To difch;uge a bufincfs , eene znak afdoen, 
05^ a River dilchargine it felf into the ica, een Kt^ 

vier die zicb tn ae zee ontLtJh 
Difcharged, OntJJiigen^ cfntlafi ^ gdojk 
Difchar^ing, Ontjhtamng ^ ontlafling^ hsbranding , 

— ^— ontjlaa^de , lusi/fandende. 
DISCHEVELEDjMr/ bangcnden baaire^met m- 

vkdnene tmten^ 
DISCIPLE , ten Lecrling, fchodter^ DifdpeL 
Difciplinablcj Bequaam Ur tncht^ leerzaam, 
DifcipJinarians , Tucht-onderbaudcrs. 
DISCIPLINE , Leertucht , herwyze y onderwy- 

Zini[y tsicht* 
The Difcipline of war, De krugstucbt, 
to DISCIPLINE, Ondcrwyzen, oejenen^ in tucht 

bondeny tuchttgeny onder tzim houden. 
Difciplined, Vnderv/eezeny in tucht gehonden ^ wel 

geoefendy getufbtigd. 
to DISCLAIM, Offilemreny verzaaken^ afflaasr. 

To difclaim his bload, Zyn bbed verz^aken, 
Difclaimed, Omkendy verzaakt. 
to DISCLOSE, Ontdekkeny aan den dag brengen^ 

HS'tbrcngcn, 
To'^difclofe one's hean lo one, Zyn b^t voor 

ier/tand ontfiuyten. 
To dtfciofe a Tecret, een Ctbeym ontdekken^ of 

uytbrengen. 
To'difclofe (as a hen doth her chickiiis) Kippen 



[gelyk cen hen haare kuykens.] 
-To * ^ ^ 



a5'To difclofc (<?rbud), Bofteny uytfpruytcn* 
Difclofed, Ontdekt. ustgebragt. 
Difclofcr, een Ontdekicry uytbrenger, 
Difclofing, Ontdekkingy s/yibrenging , ^^^'ontdek- 

kcndc. 
to DISCOLOUR , VoM verw doen verfcbieten. 
Difco loured, fan koieur verfcbooten y wankleurig^ 
Difcol During , l^'erj shifting van koleur. 
to DISCO mf IT yrerjlaan yde neerlaag taebrengen^ 
Difcomfited, f^erJJafen. 
D i fc o m ti tuie , Neerlaag. 
DISCOMFORT, iMifiraofitgheyd y mismoedfg* 

heyd* 
to DISCOMFORT, Miflroofiig maakeny mi smut* 

dig maaken, 
Difcomforted \ Miflr9oftig , mismoedig> 
to DISCOMMEND, MiiPryzeny Faaken. 
Difcommendable, Onpryjlyk^ laaUmar, 
Difcoinmended, 3Iispr'eezen, 
DISCOMMENDATION, Mispfyzlng y laaiing. 
DifcoaiiUendiug. Mispryzing. ^--^mispryzende. 
R3 ^^ ^' ^^ pjs. 




134 ^IS. 

DISCOMMODITY,, Ongeryf^ ongemak^ opgele^ 

genbeyd, 
to DISCOMPOSE, Uytzymfcbikhelpen^ onthnt- 



feJc», ontJlelUm. 
The ^ 



The lead thing difcompofes her, De mimjfe zaA 
ontftelt hoar* 

Difcompofed, Ontbsttfeld^ ontfteld^ mytzyMfchlh 
•Difcompoliiig, Ontftellmg^ ontJlclUnde. 

Difcompofure, Wanorde^ omfteltcms. 
DISCONSOLATE, Troofteloos. 
DISCONTENT, Mismegen y onbenoegem^ kfty- 
zigbeyd, • 
I foundf her under fome difcontent , Ik vond hoar 
in eencn knyzigem float. 
%\y&onttnx^ een MssnQ€gde^ . 
to DISCONTENT, Mismoegd maakem. 
Difcontented, ^//»orW, kmyzjg^ fonvreede. 
a Difcontented niind, ecm Mssnoegd gemoed, 
a Difcontented look , een Mhnocgd gelaat. 
' a Difcontented fellow, een Onvemoegde vent. 

a Difcontented life, ecu Onvermegd Uevem. 
Difcontentedly, Onbcnoegdelyk. 
Difcontcntmcnt, Mismegdhesd ^ onbenoegdbeyd. 
DISCONTINUANCE, Uytfcheydimg , afbree- 

king^ ophouding. 
to DISCONTINUE, Uytfibeydcn, afbreektn^o^ 

bouden. 
Difcontinued , Uytgefcheydcn ^ opgeboudtn. 

Discontinuing, UytfcbeyMng^ uytfcbeydemde^ 

DISCORD, Tweedragt^ Pweefpalt^ oneenigbeyd^ 
verfihil^ valfche toon in de Muzyk^ wanftem- 
ming. 
Difcordant, Tweedragtig^ oneenig, —— wW-«y- 
dcnde 



VIS. 

vertzaageny afraaden. 
Difcouragcd, Den moedbenomeny moedehos ^khyn^ 

ntoedsg^ mismoedigy ontmoedigd, 
Difcouragement , Moedbeneeming , vertZM^if^ 9 

kleynmoedigmaaking. 
Difcourager, een Moedbemeemer ^ vertzju^cr^ of- 

raader. 
Difcouraging , Fertzaagdmaaking , vertza^ing , 

.geen moedgeevcnde^ i^aadende. 

DISCOURSE , een Redeneertngy reedenvotring^ 
gefprek^ vertoog. 
a Familiar difcourfe, een Gemeenzdom gejprek 
He niade a learned difcourfc, Hy d^edeemge* 
leerd vertoog. 
to DISCOURSE, Reedenvoeren y redeneeren y ge^ 
fprck houdeny Jpreeken, 
To difcourfc on a fubjed. Over ^ch on twerp re- 

dcnecren. 
To difcourfc with one, Met iemand gefprek botn 
den of i»gfn>rek zyn. 
Difcourfed of? t^an gefprooken ^ over gere dene erd. 
Difcourfive, Redeneerend. 
DISCOURTEOUS, Onbeleefd, onbeufcb. 
Difcourteoufly,, Onbeleefdilsk. 
DISCOURl^ESY, Onbeleefdheyd, onbeusbeyd. 
DISCREDIT, Onetr, naadeel. 
to DISCREDIT, Onteeren, ongeacbt ^naaken ^ m 

eenenquaaden naam brengen. 
DISCREET, Befcbeyden^ voorzfgtig. 
Difcrectly, Befcbeydenlyk. 
IDifcrcctncrk 1 
Difcrction, ' f Befcbeydtnbeyd, omzigtigbeyd. 

DISCREPANT, Verfcheelcnde. 



to DISCRIMINATE, OnderfcheyJen. 
to DISCOVER , Ontdekken^ bcfpeuren ^ aan *t licbt ; Difcriminadon , Onderfcheydsng ^ verdecldbeyd. 

brengen. DISCURSIVE , Over en vjeer loopend^ ioi een ge^ 

Difcover^le, Ontdekbaar^ dot ontdekt kan worden. fbrek beboorende. 

Difcovercd, Ontdekt^ be ff curd. to DISCUSS, Onderzoeken^ uytpluyzen^ naavor'- 

He hath fufficiently difcovcred himfelf thereby, fcben. 

Hy heeft zicbzelven daardoor genoegzaam ten ' Difcuffed, Vaneen gefcbud^ onderzocbt ^uytgeplnyfd. 



toongefleld, 
Difcoverer, een Ontdekker. 
Difcovery, Ontdekking^ befpeuring. 

To make a difcovenr of a Country, Een niettw 

land v'snden , etn land ontdekken. 
DISCOUNT, Korting^ aftrekking. 
to DISCOUNT, /Ifrekenenj afirekken^ korten in 

rekening. 
Difcounted, Afzerekend^ ^getrokken^ gekort. 
to DISCOUNTENANCE , Niet goedkeuren , 

met begunfligen^ in ongunfl brengen ^ niet dul- 

deny wraaken. 
To difcountenance vice , Ondeugd te keergaan , 

tracbten de ondeugd te dempen. 
Difcountcnanccd, Niet begunfligen^ gewraah^ in 



Difcuffion, Omfchuddingy onderzoek. 

DISDAIN, f^erontwaardiging y verfmaading. 

to DISDAIN, yerjmaadeny veracbten^ Zfcb ver^ 

-ontwaardigeu. 
Difdaincd, Verfmaady veracbt. 
Difdainfull, Smaadig^ verfmaadende ^ veracbtende^ 

verontwaardigende. 
DiCdainfulIy, FerCmaadelyky onwaardiglyk. 
Difdainfulncfs, yerfmaadelykheydy verachtelykbeyd. 

DiHainine, Verfinaadingy '- — verfmaadende. 

DISEASE, Ziektey qnaaly ongemak. 
The foul difeafe, De Spaanfcbe pokkcn. 



ongun 



nflgebrajrt, 

iOOrag 



to DISCOURAGE , Kleynmoedig maaken, den 



to DISEASE , Ongemak aandocn. 
Difeafed, Ziek, quaalyk te pas. 
to DISEMBARK, V rDifimbark. 
to DLSFKrrJAr;jR V= 7;^ ^ Dilingagc- 

DiiintaDglc. 



to DISENGAGE, > Zie 

to DISENTANGLE, J 



moed beneemen , mismoedtgen , ontmoedigen , '• DISESTEEM , Kleynacbting. 



to 



DIS- 

toDISESTEEM, KUynachten^ veraduff. 
Direilccined, iVeyni^ gtacht ^ ongeacht, 
DISFAVOUR, U-amunfl^ Qngmji. 
to DiSFAV^^UR, Mtsgunntny Uclykmaaken. 
to DISFIGURE , Mtsmaaken , fchcndcn. 
Disfigured, Mismaakt^ wanfchapcn, 
She is quite distigured with the Cndl por , Zy h 

t*e^ncmaal door de ffokks gefchoftden^ zy h icetyk 

van de pftkjes Mfkt»a. 
Disfigurement, Mismaakthtyd^ wanfchapcnheyd. 
Disfiguring ^ Mismaakmg , fchendsng , - mispiaa- 

kciidc, 
to DISFOREST, Etn hfih uytroeijen. 
to DISFRANCHISE, ^ Vrydommen beneemen. 
Disfranchifemcnt, Bnooving van vryhcden oivoor- 

rechten, 
to DiSGARNISH, Ontciereny ontrntjem, 
to DISGORGE , Uytbranken^ zkh oniiajlen. 
a River disgorging it fcif into the Tea, Eenc ri- 

vier die Zi^b in dt zee ontlajl* 
DISGRACE, Oncer ^ ontecring^ fchande. 
oarTo be in disgrace at Court", "ten Hovt in cnge- 

nade zyn* 
to DISGRACE, Onttertn^ fchande aandocn. 
He disgraces his Parents thereby, Hy onteert zy- 

ne ouders daar door, 
Diegracird, Onteerd^ in ongenade gekomen j ten Ho- 

ve in ongunfi geraakf, 
Disgraceftill , Sch^andtgy fchandelyk. 



DIS. 



tjf 



Disgracfiig- 

DISGUISE, 



nteertng^ 



' ontecrende^ 



een MomaanzJgtj vermomming ^ dek* 

manteL 
to DI S G U I S E , Vermommen , verftelUn , vtrvpr- 

min^ verbhemen, 
Disguifed, t^ermrmdj verjieldy verhhemd^ 
Disguiling, yermomming ^ vtrhloeming^ ^^ zrr- 

mommende^ cni- 
DISGUST 5 l-r^algiftg^ weerzin^ afkeer. 
She has taken a disguft at mc^Zyheeft ten wecr^ 

zin tegeff fny opgevat. 
He is fallen into disgiift of wine, Hy watgt van 
vjyn, 
to DISGUST^ Ifalgen^ een nfkccr hcttenj if gen 
de hurfl flooten. 
I am disgufled at it, Ik walg^er 'van , betjlaai my 
tegen, 
DISH, een Schoteij fehaal^ gerecht* 
a Silver, pewter or earthen difli , ten Zilvere^ 

finntPfy of aarde fcbotel of kommetje, 
a Difh of meat or fifti , een Schoul met vlecfch of 

vifcL 
a Difh of Coffee, een Kopje Kojjfi. 
"^The difh wears its own cover, Zulk een pot ZM/i 

een dekfcL 
CCjTTo lay a thing in oner's difh, hmand iett voor de 
fcheenen werpen. 
He laid It in his difh as a foul crime, /^y vcrweet 
bel hem ah vuyi mis dry f. 



Difh-buttcr, Stnkjes boter^ "-oerfcbe boUr. 
a Di(h<'loiit,<f eir P^aatdatL 
,Di/h-WdQi, DiiTi-water, P^aatwarr* f 

a Chaiing-dilh, een Komfoow. 
to DISH up, Opdiffcben. 
DiOied up , Opgedtjcbt. 
DISHARMONY, Oneendragttgheyd, 
to DISHEARTEN, den Moed beneemen^mhmoe* 

digen , flaauwbartig maaken , vertzaagen, 
Difheartcned ^ Muedekos gemaakt^ vertzaagd^fiaauv/^ 

hartig. 4 

Difheortenmg, f^erfzaa^in^ ^ '^^ vertzodgende^ 
to DISHERIT, zie DifinW-rit, 
DISHEVELED, jyie$ bangenden baaire, met ant" 

vhchten haairj tnvtelooi, 
DISHONtST, One^/yk, oneerbaar. 
Dishoneftly^ Oneerhkerwyze^ 
Dishoncfty , Oneerlykbeyd , eerhosbeyd ^ boevery ^ 

oneerhaarbeyd, 
DISHONOUR, Oncer, fcbande, 
to DI SHON O U R , nteeren , fehande aandoen. 
Dishonourable, Oneerlyk^ eerloos. 
Dishonourably, Eerhislyk, 
Dishonoured, Onteerdj^efehonden. 
Dishonouring, Onteering, ^^^ onteerende^ 
to DISIMBARK, Uyt een fihip te lande tree den ^ 

ianden. 
Difimbarked , A an land gcfreeden ^ geland. 
Difimbarking , Aan land-treeding ^ -----te lan^e 
I treedcnae, 

to DISIMBOGUE, Z/Vi onthjlen [als eene rivies 
i die ill zee loopt.] 
toDISINCHANT, Omtoveren, 
jtoDlSINGAGE, OntwMelen, ontjhian, rryftel* 
I ien^ iosmaaken. 

Difingagcd, Ontwikkeld^ onfflagen^ 
Difingagcment, Onttvikkeitng^ ontfiag. 
DlSINGENUiTY , Onoprecktigbeydy veynzery ^ 

ontrouw. 
DISINGENUOUS, Onoprecht, geveynfd. 
DifingcnaouOy , OmPrechtehk , ter quaader tronwe. 
DISiNHdBirED, Onbevioond, onbevolkt. 
to DISINHERIT, Onteri^n^ bajfaard maakerj. 
Difilihcritcd , OnterfJ^ bajlaard gcmaakt, 
Difinherftnig , Ontttvmg^ —^^ontervende, 
to DISINTANGLE, Uyt de war helpen ^trntwik- 

kc/en. 
Dirmtan^lcd .Ontwfkieldy losgemaakt. 
DISINTERESTED, Bnyten eygen belongs ane^^- 

^enbaafjg. 
to lilSJOYN, Faneew^fcheyden^Jloopen. 
Disjoyned, Gejloopt, 
to DISJOYNT, De Uden vaneen fheyden yOntUe- 

den , flukswvze verdeelen, 
DISJUNCTION, een Scheyding^ verdeeling. 
DISKINDNESS , een Qmade Menft, ondiewj}. 
DISLIKE, Misnoegen , mishaagen . 
to DISLIKE, Mishaagen y geen bebaagen ftheppen.. 

Th^ 



M 



1^6 DIS. 

The cWcfcft thing I cUslike in him, V Voornaam- 

fie dat my in hem tegenfiaat. 
Disliked, Mishaafrd^ gtwraah. 
Disliking, Mtsbaaging^ muhaageftde. 

to DISLOCATE, Ontplaatfen^ verftuyken. 
Dislocated, Verftuyh. 
Dislocation, Ontfiaatfing^ verftuyking. 
to DISLODGE, Doen verhuyzcn ^ verJM^en. 
To dislodge a camp , f^an legerplaats doe» veran- 

dtren^ bet legtr doen opbreeken. 
To dislodge a deer, een Hert uyt zyn leger ver- 

ja^ett. 
Dislodged, Verhuyfd^ verjaagd. 
DISLOYAL, OngetroHW^ trouwloos. 
Disloyally, Ongetrottwlyk. 
Disloyalty, Ongctrouwtgheyd^ trottwhosheyd. 
DISMAL, Schrikkclyk^ gruuwclyk^ yftyk^ over- 

droevigy naar, 
a Dismd fight, Een yslyk fchoHwfpel^ een naare 

vertooninj(, 
to DISMANTLE, OutmanteUn^ ontwalkn^ out- 

veflen ^ de muuren omver bodlen ^ dcwallem 

Jlechten. 
Dismantled, Ontwald^ ontmuurd. 
Dismantling, OntmoMteling^ ontwaH'mg^ontveJliMg^ 

— ontmantelende. 
to DISMAY, yerjlaven maaken^ eenenfchrik ep*f 

lyfjaageftj beangjiigen^ verbaazcn. - 
Dismayed, F^erjlagem^ verbaafd, 
to DISMEMBER, Fan leden berooven^ knmen^ 

vane en fcheuren, 
Dismcmbred, Fan leden berocfdj geinof. 
to DISMISS, IVegzenden^ ontjlaan. 
-To dismifs one from his employ, lemandvam 

zyne bedsemng ontjlaan^ t^zetten, 
Dismiffcd, IFeggezonden y ontjlagen. 
Dismiffing, Ivegzcnding^ ontfiaaning^ ■ ont- 

Jlaanae. 
Dismiffion, Ontfla^^ zjegzending. 
Dismift. zie Disnnlled. 
to DISMOUNT , ylfftygin , 4zitten , van bet 

paerdjlappen , — semand uyt den zadel Isgten, 
To dismount canon , Gefcbut uyt de affu'tten Ug- 

ten. 
Dismounted, Afgefieegen^ ^^-^van^t paerd gejloo- 

ten^uyt den zadage/igt, 
DISOBEDIENCE, Ongeboorzaambeyd. 
Disobedient, Ongehoorzaam. 
I>isobediently, Qngeboorzaamlyk. 
to DISOBEY, Ongeboorzaam zyn^ wederjhreeven. 
Disobeyed, Ongeboorzaam g^ewee ft ^ wederftreefd. 
Disobeying, On^ehoorzaamtngj '^'^^ ongeboorzaam 

zynde. 
DiSOhLIGATION, Ondienfl, een auaaJe trek. 
to DISOBLIGE, BenaadeeUn beUedigen^ondienft 

doen^ een Jlimmen trek fpeefen. 
Disobliged, Beleedigd^ bcnaadeeld. 
DISOKDER, IFoHorde, verwarrhtg. 



DIS. 

to I5JS0RDER, In wamrde breugen^ tenvamttf 
befcbsamdmaaken^ ontjiellen. 
It disorders the Comack, Het dntfteh de maag. 
Disordered, In wanorde gebragt^in de wargebragt^ 

befcbaamd^ onifteld^ yt zyn plooi gebrart. 
Disorderly, Onordentelyk, ongeregeld. 

a Disorderly man, een Ongcregeldmenfcb. 
DIS ORDINATE, Onfcbiktelyt ongerigeld. 
to DISOWN, Fcrzaaken, verlooghenen ^ ontken- 
nen, 

I do not difown my doing of it, Ik ontken niet 
dat ik het geJaan hcbbe. 
Disowned, Ontkend^ verzaakt. 
to DISPARAGE, Ferachten ^ vcrkleynen^ tens 
fpreeken. 
To difpuraee one. Tot iemands naaJecl fpreeken. 
Difparaged, Feracht^ verkleynd^ te na gefprooken. 
Dilparagement, Feracbting, verkleyning^ kleynaib- 
ttng. 

It can be no difpanujement tohim,/Ar/ kangeen- 

Jim tot zyne verkleyningftrekken. 
odra Di(paragement in manage , Een ongelykheyd 

van float in V buuwlyk. 
Difparagcr, een Ferkleyner^ faamroover. 
Dilparaging, Feracbtsng ^ vtrkJeyningj onteering ^ 

^-^veraebtende, verkleynende. 
DISPARITY, Ongelykheyd ongelykmaatigbeyd. 
to DISPARK, eenHeyntng afbreeken, den fcbut- 

ttngwegneemen^ een ftaketfel om verre haalen. 
DlSPARPLED,Fer/preyd,verftrooidj[een woord 

tot de^wapenfchildkunde behoorende.] 
DISPATCH, jifvaerdiging y verricbting^ befchik" 

kingy vervaerdiging. 
Make quick difpatch , Rep u wot , maak^er u 

gaatew if. 
aSrz Difpatch , Een pak brieven. 
to DISPATCH, Ajvaerdigen y afdoen^ verricbten^ 

befchikkeUy afiaaden^ afmaaken^ aan een kant 

belpen^ V leeven bencemen. 
(XJrTo difpatch a man , Itmand afmaaken^ aam hmt 

helpen, 
Difpatchcd, Afgevaerdigd y befchiktj verrichty af- 

gelaaden^ ^..^.^^ gem at ft, 
Tne matter is difpatcht , Dc zaak is befcbikt. 
The meflingers were prefently difpatched , De 

booden wierden terflond afge^'acrdigJ. 
Difpatcher, een Afvaerdiger ^ bcfchikier yVerricbter. 
He is a difpatcher of oufinels, Hy is een die de 

zaaken fpoedig verricbtjby is een man van fpofd. 
Difpatching, Afvaerdiging ^ verrichting ^befchi likings 

— mvaerdigen£. 
DISPAUPERED, Beroofd van V voorrecht der ar^ 

men om voor niet door eenen Advokaat bediend 

te worden. 
to DISPEND, Ferquiftem. 
DISPENSABLE, Ontflaanbaar , vermydelyk, V 

gene door mem zich van ontflaan kan^ of door 

men van ontflagen kan worden. 

•^ DIS- 



DIS. 

DISPENSATION, Uyfdcfling, hdc^Iiffg, tr>- 

JDlSP£NSATORY, fenApQuhn hekmnmyzen- 
L de hoe alle medicynen moeiem Utgfjicli warden, 
lo DISPENSE, Uytdtehn^ hedeeUn^ hefibikkem. 
CCi'To dilpcnfc with^ Vrygeeven^ amjlaan ^ oHtJlag 

verleemen^ 
Difoenl'cr, eenUytdeeler^ rentmeefter ^ o^tjlaamcr. 
Dilpenling , Bedceling ^ ontjUamng y ^^uytdee- 

iende^ ontjlaande* 
to DISPEOPLE, Ontvolken. 
DiTpeoplcd, Ofttvolkt. 

Diip^opling, OmvolkinWy < ^ mtvolkende. 
to DISPERSE , Verjlrooijen ^ verfpreydcn y d^en 

verfchooijen^ 
DiG>ericd, Verflrooid^ verfpreyd. 
Dilpcrfedly, VerprQQtdelyk^ wyd en zyd. 
Ditpcrfer, een yerfpreydcr ^ verftrootf4.r. 
Di 1 per l]ng, Verffrcyding^ verJh'Qoijtng ^ ^^ q^cr- 

jlrmtjende* 
Difperfion, Verjiraotpng. 
The difpcrfion of the Jews, De vcrfirooijidrg der 

yoodcn* 
to DISPIRIT, Moedeloos maaken. 
Diibinted, Moedeloos^ fiauwmuedig, 
to DISPLACE, Uyt zyne floats JhoUn^ dfzetien, 
Difplaced, UytgeJb&Qic» ^ ajgezfi. 
Dilplacing, Uytjhotmg^ ajteitrng^ -— ^— nytjho- 

tfnde^ 
toDiSPLANT, Ontplamen^ uytroeijen. 
DISPLAY, een Uy (legging y vcrklaaring, 
to DISPLAY, Ontwifsdev ^ oHtrQlieny openleggen. 
To display an intrigue, Eene kuypery ofenieggen, 
Dilplaycd, Ontwonden^ QpengeUgd. 

With banners difplayed,-/!?^/ ontwondene vmncn. 
Dilp laying, Ontw'mdtng^ ^P^^l^gg'^ij verklaaring^ 

^— — ontvjindende, 
DISPLEASAJsfT, Ouvermaakelyk^ onaangewaam^ 

onbehaagelyk. 
to DISPLEASE, Mishaagen^ verflmrjen, 
DifplcaCcd, Misha^^d^ zfcrftoordy onbcnoegd^ mh* 

naegd, 
Dtrplcaiing^ Mrsboi^etid^ aanftotnelyk. 
DISPLEASURE, Mssnoegen^ mlsha^en^ atge- 

Made. 
He (hall receive no difplcalurc thereby, Hy zal 

^er geeff muH&egen door bchaalcn. 
To incurr the JvingS dilplealure^ In desKonhgs 

Mgeffade vervallen^ 
Cf) Difport, KorawyL zie Sport 
DISPOSAL, I p ri. i, , :^j 
DISPOSE r ^^j^^^^^'^jf » t^^^rffd- 

It is at his dlfpofc, Hetflaat t^zyner befchtkkmge^ 
beg fhi4£ Jdn zyn bcUeven^ hyii^er meejler van* 

I am not at thy dispofal, Gy bebt over my niets 
te zetft'n^ fkjlaa undef u met. 



to DISB 
uytg 



-hikken y bejlhikkcn^ bejltllmy de 



DIS. 

I will endeavour to difpofe him to it,Zt zatmyn 

be ft daen Qm hem daartoe te bcwcegen. 
To difpofe himfelf for a voyage, ZUh tot eem 
reys vervaerdigeu oi toeruflen^ 
^ To difpofe of one*s cftate by a will, Xyne gat^ 
deren by uyterjle wflle maaken. 
To difpofe of another man's money , T^icb de 

ftytgaave van eens anJers i^eld aamnaatigen, 
I am yours to difpolc of, Ik ben t*u-wen dienjle. 
Difbofed, Gefchikt^ befcbih^ genevgd^ bereyd, 
Pjoufly diipofed. Tot fodvrucbtigbeyd geneygd. 
Well or ill dilpofed , &V/ of quaalyk ie pas, 
Difpofed to do evil , Bereyd om quaad te doen* 
Difoofed of, Begeeven [als een ampl.] 
Di^pofcr, een Befcbfkker , beftcller. 
Dilpofing, Scbikking^ befihikking^ ^-^^^fchikkende. 
DilpoGtion , Gejleltenis , ordemng , gefteW>eyd^ ney 

ging, 
Difpofure, Befehikking, 
She has the difpofure of her children , Zy beeft 
bet opzigt over baare kinder en. 
to DISPOSSESS, Uyt de bezttting verdryven ^ uyt 
zyn bezU ftooten ^ uyt zyn goeddoen opflaan. 
To difpoflefs of an error , Uyt eene dwading 
redden, 
Difpoffefled , Uyt zyn beztt verdreevew. 

DllScffiofr, r Verjlmmguytzynbtzk. 

DISPHAISABLE, Onpryslyk. 

DISPRAISE, Ihm.bldam, 

to DISPRAISE , Mitpryzen^ koonen^ meraebtenl 

laaken* 
Dfipraifed , Mtspreezen , veracht , gelaakt y geboond, 
Diipraffer, een mispryzer j verachter. 
Dapraiiing, Alhpryzing ^ veraebting^ laaking^^^^^ 

mhpryzende, 
DISPRO^TT, Scbaade, naadeeL 
to piSPROFlT, Benaadeelcn, fibaade doen. 
DISPROOF, If^ederleiging ^ verwerpin^^ 
DISPROPORTION , Ongelykbeyd, tnevenmaa- 

ttgbeyd^ ontvenredenbeyd, 
Difbroportional , Onevenmmttg. 
tpDib PROVE, U^ederUggeUy verwerpfn^ wm^ 

keny afieuren^ 
To dilprove an argument, Een bevjys wederleg- 

Difproved , ff^ederlegd, gtwrhakt. 
DISPUTABLE, Betwiftekk, betwiJibMor. 
DISPUTATION, I Redenftryd, betwifling : 
DISPUTE, r dijpMtt, 

Beyond all dilputc, Bttyten alle tegenjpraak, 
K) Dispute, 'Twijlredenen ^ betwtjlen^ zJfrfV/is^ 

^ teny difputceren. 
Difputer, « een T^w/ftredenaar j zintwijler^ v/oor^ 
DiCputaut, f dtntimflery Dilputant. 

Difputing, Beivjtfllngy betmtfitnde^ difpntte* 

rcnde, 
DISQUIET, jO*rij/l, ongerufibcyd 




13« 

to DISQUIET^ OmrMft<ity vtrmirMfi€i$y mgtntft 

maahft. 
Diiqaicted^ Omrmfty oi^trwfi^ tMfteU. 
Dilquictcr, ten OHttujUr. 
Difquicting, OmtniftiHg^ vircntr^ftg ^ ^^.^^^t- 

ruftcndt* • 

Difqiiieniefs, OnxerKjlhtyd^ omtfl.'htnh, 

futavorfching, 
to DISRANK , Iff vjamrdi kr4ni€i$. 
Disranked, /* wamorde gei^n^l^ 
DISREGARD, JJ:^uiMhcyJ ^ va*wasr!goziji£ , 

kUynachtimw , t/iT-£#yiir, 
to DISREGARD, Vtrmaark^zew ^ terttiymen. 
Disregarded, yermaarhufd^ verzuymd. 
to DiSRELtSi^ a thilJg, Gecm Jmn^ in iets vhi- 

d^m^ wrMaicft. 
DTsrclifhed , Niei tfaar zyne fmaak gevondem ^ gc 

DISREPUTATiON, i KkvnasUit^ ^ qumde 
DiSRtPUTE, ( maam, vifAchtiHg, 

DISRESPECT, OmceMeMghcsd, kleyttachsimg. 
to DISRESPECT, Omcer^eJJfg zyp ^ v^n^chtciyk 

hejegemcn* 
Disre(pcftcd, Ongeeerf^ ongcacht. 
DisrdpcftfuJI, (Ji$e€rhiedig. 
to DISROBE, Den tabbcrd uytfchaddem, 
to DISS ALT, OntzoMttn^ verfch maakcM. 
DISSATISFACTION, Onhtn^^gtH^ mhmiginy 

onvoldziAnhtyd* jj 
DiY^ y , ^OmvoUberndt. 

to Jj. \ i iSFY , Gc€n voldoemttg geevcm^ mis- 

l3tfT;Uts^'ed, 0#ti^4^Mir, mistioegd. 

S DISSECT, Offmidtm^ 9f£nen^ tmsUedew. 
illcftcd, Opgtfnccdcn^ geofcmL 
Diflldion, Vpfpfsdutg^ 9pcjtJMg^ mtUiding. 
Diff ^ v*# ifpentr^ iMiUedt} . 

to 1 i£, Um hei kft^itfloQtcr. 

DifTcifec, Dc uyt zyu i^ttM g<fi^9itm is» 

Pi f Rill n , i}Hix*€ttht myifls^Siyg* 

Diilcilur mtd Diiictfcrds , iffcnzy die im mder 

*tyt z\n tczUjloot, 
CO DISSEMBLE, Vtymun^ tmtvtywuWy vcrhhe- 

men. 
Diffemblcd, OntvpHfd^ Hurhktmd. 
Difleniblcr ^ ttn l/Qymztr^ geveynfde. 

He is a great dUlcniblcri fly is ^» metjier im V 

DiJTcmbJmg , OnnftyaziMg^ mymmg , m^^m^ttyj 

ZTVMtewde. 

n Mng rnck, eeu Gtveymfdi fircrk. 

to n NATE , y^hrryd^M. 

Dii d^ytffpreyd. 

Dif >n, ycrfprfydittg, 

Dio^^^.^iON, Onetmibtyi^ v^rdfcldheyd* 



BIS. 
DISSENT, Ftrlkbil, Su^eedrjgt, 
to DISSENT » yoM ecm andcr gevoiUn zyw^ Vfr- 

Diilciidng, t^crfctetiiffg y vtrfibukmde vaMg€* 

DISSENTERS, fWcSfekrr , fdos wordcn aU« 
gezindhcdcn in T i>cn\d, die niet 

vaa d€ li<rk van i ^ ^ n, uytgcicyd dc 

Roomggeziiidcn. 

DISSER7ATION, Rcdenv^img , rcJ^mevh:^ , 
vtrha^delfptg J vcrtoor, 

to DISSERVE, Ondfenji docM. 

DISSERVICE, Omditnjh 

DUtrylccable, Ondjcmfitg. 

to DI SSETTLE» In wanordi hrcwgew. 

to DISStVER, ymctnfikeydtwy affkhcydoi 

DilFcVcrcd, y&mttn grf^heydcn, ' 

DilTcvcring, ^^»x\ vameeJtJcheydiKg y — 

DISSIMILAR, Ongclykinfim o£ aardt. 
DUrimilitiide, Uftgciyklcyd. 
DISSIMULATION, I^eymzery, ~tmiv€y$$zing. 
D 1 SS I PA B LE , Vtrnrootbaur , xcrdwyvlnuar. 
to DISSIPATE, yerftroaijtmy doen verJmyneM. 
DifJipated , l^crftromd^ verdwetnem. 
Diffipationj Ferftrmipng^ vtrdvjynmg. 
to DISSOLVE, Ontymdtn\ optQpM^ owsUjj^n. 
oCf To diiIi>K€ the Parliaincat j '/ ParUment u me^ 

docn. 
Diflulved, OnthtmdeWj 0«r/o/2, ^pg^UJl^ te mitt gt^ 

daiift, 
DiiTolving^ Omdnmding^' l^nuuJung ^ ^—'^trtHnf^ 

DiiToWhifr humoun j Fcrdwymtnde of mrfcine* 

DISSOLUhJUE, Ottkdaar, omiiiwdeNL 
DISSOLUTE, Ongchondem^ hsy itgivofrdig. 
Di/IbJutely^ Ongi'imMdm$iyJt. 
DiiroJutcnefs, Ortg^hndenkeydy kjfigb^d yJigtvoiT^ 

dighcyd, 
Uillblution , OMtHmdiMgy omtfioifiitg^ t€ miti do0^ 

fffig, 
Tiic DilFoktion of the Parliafiieiit^ D^ vepmUfi* 

giifg t^MM */ ParUmtmi. 
a Diffolution of uiariage , Eene entbimding dts 

huuvielyks. 
DISSONANCE, IVmilmydtmSmd. 
Diilonaiit, 14'awiuydtmd. verftht§knd, 
to DISSUADE or DilTwadc, Omtrs^den^ afn 

deff^ Ziyi hct haofd frAtUwn. 
DjfTuaded, ^Jgcraadcn^ mtraadtn* 
Dilluader or DifTwader, een Ontrmdery 4tfraader. 
DiiTuading , Afrnadiitg , &n$rsddimg^ — <mtr4a^ 

d€ftdt* 
DIS.su ASION, OmMdinr, .^Mdiwg. 
a Difllinfivc, ecu OntnudenJe rttdtm. 
DISSYLLABLE, etn Trnttfillay,^ wvri. 
DISTAFF, etH SfiKTokf Jpiwrokknt. 





DIS. 



The Kingdom of France never falls to the dis- 
taff. Met Franfihe Ryk vervalt moit am^tfifin- 
rokken [d* t. aan eene Vrouw.J 
to Diflain. zie to Stain* 

DISTANCE , AfjUnd , tufchewwyite , tujfchcnhtyd. 
He was a great diftance from thence > /^ waCtr 

verre vandaan. 
At a diiUncc, Van verre. 
I kept him at a diftance, Ik lUt hem met dUht by 
my komeMf ik nutakte my met heel gtmecn mU 
hem^ 
c5*Out of diftance, Uyt het^ezigt. 
l3'To keep one's dlftaiice , Z/VA binmn zynepaalen 
vam eerhied ho u den. 

Diftanctd, yaneengezet^ z\Qorhy geftrecfd. 

DISTANT, ^fgcfeien. 

tmially diilant , Even verre vom malkanderen. 
DISTAST, IVecrfmaak^ weerzm^ mtiHoegen. 
To take dillaft at Ibinthing , Eem weerzin Ugen 

iett opvatten. 
Tojgiyc diftafl, Mtsnoegen vero^rzanken. 



n9 
Hei cm 



Dillallfull^ Onfmaakelyk^ oHaangenmm^ wanfmao' 



to DISTAST, Geenfmaak in Un vinden. 

"*/. - '^^*' 

kelyk, 
DI STE MPER , een Quaal, o^gefteldheyd^ ongemaL 
to DISTEMPER, Or:gcfteidmmkcn^ ontflelUn, 
Diftcmpered. Niep weTte paSj qumlykgefteldy uyt 

zynfchik. 
to DISTEND, Uyttrekken^ opfpmnem. 
Diilcndcd. Uvt^eJpanneH, 

a Bladder cfiitcndcd with wind^f^ Biaas die door 
wind gcfpannen float, 
DISTENSION, Uyttrekking, opfpannmg, 
to mSTEKUlNATE.f^anec?iichcydeff. 
to DISTHRONE. zie Dethrone. 
DISTICH , Een twee-^egeltg gedicht y koppeldlcHje* 
to DISTILL^ Neerdruypen. afdrnypcn^ afzypelen^ 

aftrckken^ ovcrhaalen^ dsjlilleeren. 
DISTILLATION, JfUrnyping, afzspeJing, neer- 
druyptng, 
a DiftUlation of humours , een Afzypeling van 
vochtighedePf, 
Dirtillcd, Necrgtdroopen ^ ^^Z^ypeld^ afgctrokktn ^ 

ovcrgehaald. 
Diftilling, Afdruyping^ fteerdrayping j aftrekktng^ 

fiVerJbaa/ingy afdruypenaey dijiilUerende, 

Difti 1 1 er , een W^aterbrander , gebrandwatcr-mattkcr , 

diftillateur. 
DISTINCT, Ondcrfcheyden, duydelyk. 

a Dirtinfl pronunciatio'n,££'» Juydelyke uytfpraak. 
Diftinfiion, Onderfcheyd^ onderfcheydtng. 

a Man of great diftlnSion,iVw uytmuntend man* 
Diftinddvc, Afdeelend. 
-Diftinaively* Bvafdeelinge. 
Dillinftly, OnderfcheydentlyL 
Didfnanefs, Dusdefykheyl 

to DISTINGUISH, Onderfcheyden ^ enderfcheyd 
maaken^ verdeclen^ fcbiften. 



Gefcbetirdheyd , vertvydermg ^ 
' h-amkzmmgbeyd^ 



To diilinguilh one thing from another, 
van '/ andcrjchifien, 
Diftfnguifhable, OnderfcheySaar. 
Didinguiihed , Onderfcheyaen, 
Diftinguiflier, een Onderfiheyder. 
DiUinguiiliing, Onderfci^yMng^ -** onderfcbtydende. 
DISTORSION, yerdrmijmg, fcheeftnkkmg. 
to DISTORT^ Ferdrtmijeny fcheef trekken. 

To diftort the mouth , Den mond fcbeef trekkem^ 
Dili or ted , Vcrdraaid^ fcheefgetrokken ^vermr&ngen^ 
Diilorting, l^erdra^jing^ fcSeef trekking ^ m^^ver* 

draatjcnde. 
Dillortion. zie Diftorfion. 

to DISTRACT, Faneentrekkcn^ afwendemj onf* 
roenn^Jlooren^ — - krankzi^mig maaken^ ver* 
byfleren, 
Dillradcd, Fa»een gefibenrd^ ontroerd^ krankztm^ 
nig^ vcrbxfterd, 
Diilraded with one thing or other, Do&r de tone 
^de andere z^ak weggerukt^ of verrmki, 
iJTa Dillraftcd woman, eem Krankzinnig wmw* 

menfch, 
o^'Diftradcd times, Oneenige tyd^j verwardg #y» 

den, 
Diftradednefs, 
Dillradion, 

to DISTRAIN, Goederen in betaaiing van pacht 
Qifc hatting d4or de Gerechtdtenaari wegmeemen* 
Diftrained , In bejlag gemmen. 
Diilraincr, Die de hand op iemands goed Ugt wegem 

pnibt o( /chatting J een Pander, 
DISTRESS , Benaauwdbeyd J verhgenheyi y ^^^ 
bejlag van goederen , ponding. 
To be in diftrefs. In benaanwdkeyd zyn. 
off To make diflrcfs>CW^(fff aanjlaan voor fchuU^ 

executie docn, 
to DISTRESS , Benaauiud maaktn^ verdmkken^ 

praamen^ 
DiftrelTed ^Betraoftwd^ vertegen , merdrnkt^gepraamJL 
To be in a diftreflH condition, In een jammer^ 
lyken {of vertegen) ft aat zyn* 
to DISTRIBUTE, Uytdeelen^ omdeelett. 

To didributc alms, Aalmoejen mytdcelen, 
Diftributcd, Uytgedeeid^ omgedetteC 
Dillributer, eenUytdeelery omdeeler. 
Dillributiiig, L/p'deeling^ omdeclingy 

kndf. 
Diflributfon, Uytdeeling. 
Diftributivc, Uytdeelig^ mytdeelhaar. 
The dillributive Jullice, De ftytdeelbaare gered* 

DISTlll1:f , Rechtsgebied, bejiek. 
DISTRUST, MiftroHwny wantronw, 
to DISTRUST, U^antroHwen^ miftromven* 
DiJlrufted^ Miftrouwd^ niet beirouwd, 
DirtruIlfuII, tf'^antroMwig y achterdoehtig y Oibter* 

koufig. 
Diftruftfnlncfs, Wemtrowwigheyiy achurhufiglmi. 



^^'tde^^ 




I40 



DIS. DIT. DIV. 



DIV. DIU. DIZ. 



Diftniftmz, IVantroHiving^ ^^^vJontrouwende. | dc>i^ ^-^zermaak aandocn^ xemuuAtu^ vtr^ 
to DISTURB, Ontrotrcn^ OMtruJlen^ verftocrcn,] lujli^en. 

Jlooren. \ Divcncd , Af^rjjeni^ — ^ vermaah. . 

To difturb one's joy, lemoMds hlydfchap ftooren. \ Diverting, ycrmaakelyky hrtswylsg. 
Difturbance, Vcrjlooring^ ontrocrJbeyd^ beroerte ^\ to DIVERT ISE. f^ermaahw^ gemcupe ojMdocM. 
OMtrMftiftg, Divertifement, rcrmaak^tydvcrdryf^urtsvjyljMyt'- 

' ' "* .. . ' fpaftning^ geneuilykbcyd. 

DIVES J dc Ryke mai [daar men la dc Schrift van 

IccftJ 
to Divide, FerdeeUn^decIem^ zerdccldbeyd maor 

ken. 
Divided, Gedeeldj verdceld^ cueens. 
They are dividai in their opinions , Zy zyn vcr- 
decld in bunne gevoelems. • 

odrThe Houfc was divided* V Hmys desPsarlements 

was in ^tftemmem verdeeU. 
Dividend, Een fimme gelds om te dtelen juytdeeling. 
Divider, eenDeeler^ verdeeler. 
Dividing, Deeling^ verdeeling^ ""^deelende. 
DIVINATIOhf, IVaarzeggsng ^ waarzxggery ^ 

T^rzegging. 
DlVlNErboMyk, voortreffelyk. 
a Divine, ORibft,) een Godgekerde. 
to DIVINE, IVaarzxggem ^ voarzeggen ^ raadeWy 

raamen. 
Divined, Fdorzegd^ voorzeyd^ geraaden^ 
Divinely, Godl^K^ op een godly ke wyze* 
Diviner, een IVaarzegger. 
"^^ ' ing, IVaarzeggsng ^ '•'^waarz/eggend€. 
NITY, Go^eJeerdbeyd, Godbe^. 



a Difturbance of the mind , Een ontroerdheyd des 
gemoeds. 
Didurbcd, Gcfloord^ verjloordj ontroerd. 
Difturber, een yerjloorder^ ontrnjier. 
a Diiturbcr of the publick peace, een Verfioorder 

zan de gemeene rufte. 
Difturbing, VcrontrHJling , heroering , ^'"'^beroe- 

remUj Jloorende. 
DISUNION, Oneentgheyd\ tweedragtytvseefpah^ 

oneendragt^gheyd, 
to DISUNITE, Oneentgbeyd veroorzaaken ^ Vim- 

een fcheyden y fi he tiring ntaaken. 
Difunitod, f^aneen gefcheyden ^ gefcheurd, 
DIS U5 AGE, I Ungewoonte^ onrebrnvkelykbeyd, 
DISUSE. r ontwenj^. ^ ^ ^ ^ 

toDlSUoE, Ontivennenj afwennen. 
Difufed, Ontvfend. 
Difufing , Ontwenning ."^^ ontwcnnende. 

DITCH, een Grafts /loot. 

to DITCH, een Graft nutaken. 

Ditched about, iliir/ een graft omringd^met eenjloot 

omgraaven. 
Ditcher, een Graaverj delver^ dyker. 
Ditchhig, De maaking van een graft of (loot. 
DITTANY, /A^A^iry^Diaamnus. 

Baftard- Dittany , Fraxinelle. 
DITHYRAMB, een Bascbns'detfntji. ' 
DITION, Heerffbappy, gebied. 
DITTO, Dezelfde, Dito. 
DITTY, een Deuntje, Z^zang. 

i)iv. 

DIVAN, de turkfcbe Road. 

to DIV ARICAI^E , De keenen zvyd vaneen zetten. 

to DIVE, Duyken. 

ocJ-To dive into a bufinefs, Een^ zaak doorgronden. 

Diver,- een Dnyker^ 

DIVERS, Verfeheyden, ^l^^y^^^ verfcheelend. 

In divers places. Op verfcheydene plaatfen. 
^DIVERSIFY, Verfcheyden maaken, doen ver^ 

anderen. 
Diverfified, Verfcbeydentlyk veramderd. 
Divcrfifying, verandering, "'•"^veranderende, 
DIVERSION, yermaakelykbeyd , kortswyl, uyt- 
fpanningj afwendtng. 

To make a divcrfion , Den vyand elders werk gee- 
ven^ oen fibnt voor iets jihieten, den aanjlatg 
beletten, 
-DIVERSITY yrirfibeydenbeyj J onderfcbeyd^ver- 

fihiet. 
DiVcrfly, Ferfchevdcntlyk. 
10. DIVERT 9 yfywcnd^ftj afkeeren^ ciders opbon- 



Divining, IVaarzeggtng , 

DIM imTY Jio^eJeerdbeyd, Godhesa. 

To ftudy Divinity , In de Godgeieerdheyd zich 
oefenen. 

The Divinity of Chrill, Cbriftus Godteyd. 
DIVISIBLE, Deelbaar. 

DIVISION, Ferdeeling, verdeeldheydyoneenigheyd. 
Divifor, de Dcelder, Divifoor. 
DIVORCE J Ecbtfibeyding. 

a Bill of divorce, een Scheydbrief. 
to DIVORCE , den Ecbtfiieyden, fcheyden. 
Divorced, Gefcbeyden, verjlooten. 

She is divorced from her husband , Zy is van 
haaren maHgefcbeyden. 
Divorcer, een Ecntfcbeyder , ecbtbreeker. 
Divorcement, Ecbtfibeyding, 
to DIVULGATE, I Gemeen tnaaken, ondcr V 
to DIVULGE, f volkverfpreyden, rnebt- 

baar maaken. 
Divulged, Ruchtbaar gemaah^ verjpreyd. 
Divulger, een yierfireyder ^ rucbtbaarmaaker. 
Divulgine, Rucbtbaarmaaking^ verfpreydingy — ^ 
verjpreydende. 

up\\3. 
DIURETICAL , tbiurctick , Pisverwekkcnde ^ 

pisafdryvend. afzettende. 
DIURNAL, Dagflykfch. 

DIZZARD, een Dnyzel'jebtige, een fiecbtboofdy 
een blued. 

DIZ. 



DIZ. DO, DOA- DOa 

DIZZY, Duyztlig^ zw^melig. 

r DO. 

rto DO, Doen^ verridieff, ^^^^upaffi zyn^ vaa- 

What does he there? IFm d&et by daarl 

That won't do , DaS zai V *^/V/ doett. 

What hath he to do with me ? I4^a^ herf$ by met 

my te docn ? 
^ I had much to do , Ik had veel tt docn. 

I wifli he niay do well , Ik wcnfch dot bet hem 

welgaa. 
WjU you do as we do ? Wilt gy doen als wy 

d^m\ [dat is, wilt gy mec by ons koinen 



aanxirten en met ons eetcn ? 
How do's he do? r met beml 



How doth he ? 



'I 



Hqc vaart By ? hoejlmt bet al 



How d*ye? How d'ye do ? How do you do? Hoe 

vaarje ? Hoe vaarje al ? Hoe vaart gy ? Hoe fiaat 

bet met u ? 

I Do pretty well , Ik vaar zo tedelyk. 

[Dit woord Dq wordt in 't Engclfch gebruykt als 

een helpwdord , op een wyzc die in 't Neer- 

doy tfch ganfch vrccmd h , en fchynt in fom- 

jmige bewoordingcn eenigfins een krachtiger 

'^'nadriik te gceven aaii 't woord, by welk het 

gebruykt wordt, als by voorbeeld.J 
I do fee it, Ik tie het. 
1 do believe, Ikgehof, 
Do but come , Kom maar aan, 
1 do certainly know, Ik weet zekerlyk. 
I do not know it. Ik weet het met, 
I did go thither , Ik gm^ doiirnatoe, 
I did think, Ik dachty ik meende^ 
I did not hear it , Ik hoorde het nht, 
DO, ah to keep a c^reat T)Oy Een groot getUr of 
gcdoen aanrethten, 

DOA, 
DO-ALL, cenBedryful, altefcbH. 
He was the do-all 'in that buiinefs ,/j^ wot Fak-, 
totum van dat wcrk* 
jto DO AT. zie Dote, 

DOC. 
DOCIBLE, DOCIL, Lecrza^im. * 
Docility, Leerzaamheyd, 
DOCK, de Stomp van eenflaert^ dt flttyt. 
CCi'a Dock (for fliips,) een Scheepsdoh i 

to DOCK , Denflaert afkaffen. 
Docked, Gekon/taert, 

DOCKET' , een Ceekje daar mem in ^t kort op ver* 
L vat beeji V gene elders in hreede gefibrcevcn is, 
FDOCTOR, eenLecraar, Doktor, 
Doftorfliitf^ Leeraarfchap ^ Doktorfchap. 
BOCTKESS.eenDol^Qrefe: 
''^odruial, Dat de leere hetreft. 

)OCTRtNE, Leere, geleerdheyd, 
DOQUMZKY ^^Qndervifyi^ng^ onderrccbting. 



DOC.DOD.DOE.DOF.DOG.DOLDOL. 141 
DO a 

DODDER, If^range [zcker kniyd.] 

to DODGE, IVifpeitHurig zyn yzyn wwrdnictgc 

Jlanddocn^ weyfelen, 
Do^er, eenlfljpeitunrige^ ecnwyfelaar. 

to DOE. zie Do/ 
a DUE^ een Hinde. 

a Doe-rabbity een yoedjler, *t vtyfje van een ko- 
r*yft, 
DOEK, een Doenir^ daader^ 
An evil-doer, een Quaaddoener. 
DOF. 
to DOFF, jffdoen, aflmen. 
to DOFF one's hat. Den hoed afdoen, Hier vaa 
daan komt het dat men by fommigeSchryvcrs 
vindt dit nicuw gefmcedc woord i>oJfiffg, Af- 
Jigting des hoeds. 
Doffing, Afitgting des boeds, 
DOG. 
DOG, eenHond. 

a Little dog, een Ihndtje^ 
a Lap-dog ^ een Schoothondtje. 
a Mafty-dog, een Groote Hond, een Dog. 
a Band-dog , een Ketting-bond^ een band^bond* 
a Male-dog, een Ren. 
Dog-tricks, Hondskuuren^ hoevery. 
a Dog's-collar, een Honds halsband. 
The Dog-ftar, V Honds geflarnte. 
The Dog-dayes, de Hondsdagen, 
a Dog-kennelj Een floats daar men bonden hQHdt. 
Dog-cheap, Schandkoop, 
Dor-briar, Egelantier. 

to DOG one, lemandvan achteren navolgen. 
Dogged , AchternaagevoJgd. 

D^Z\ \Hond.aehtig,ftnurfcb. 

DOtiGREL, BaJlerdtaaL 

To fpeak doggrel , Bafterd tool fpreeken, 
DOGMA, een Leer/lnL 
Dogmatical, Onderwyzend^ zyn tygen gevoeUn op- 

dringende ^ vjaanwys. 
DOGMATIST, een Invoerder van niejtwe geiQe- 

lens, 
to DOGMATISE, Onderwyzen. 

DOL 
Doing, een Doemng^ daad^ - ■ doende, 

I don't like thefe doings, Ik hehgeen zin in da^ 

bedryj\ , ^ 

It hath' been long a doing, Het htrft lawg onder» 

bonden geweejh 

DOIT , een Dust [hetachtftedecl van een llnyvcrO 

DOL. 
DOLE, Gefebenkygiftyoalmoeir 
Dole-meadow, eenWeyde die lerfcheydenf perf^o- 
nen tetbeboart* 

S3 



i 




f 4i DOL. DOM. DONj DOO. 

to DOLE. Begiftijrefu 

DOLEFULL, Jammerlyk^ ieilaagfykj droevig. 
- a Dolcfiill voice, een Naarejlem. 
Dolefully, Op een beklaaglyke wyz€, 
DOLLAR, eeMDaaidcr/ 

aRii-dollar, een RyksdMltUn 
DOLOROUS, Pynlyk. droevig. 
DOLPHIN, eenDo%n. 
DOLT, een Plompaard^ btftmnyl 
Doltifli, Plomp^ bot-^ dom. 
Doltifhly, Plompelyky dommelyk. 
Doltifluiefs, Plompheydybotbeyd^ donAeyd. 

DOME , een Topgewelf^ iom. 
t DOMESMAN, een Bietbtvaar. 
DOMESTICK, Hnyslyky tot bet huyt keUerende ^ 
inlandfcbj inbeemfih. 
Domeftick news , Inlandfche tydin^. 
a Domeftick, een Huysgenoot^ dtenjtboode. 
DOMICILE, IVoonJled^, woonplaats. 
DOMINATION, Heerfchappy. 
to DOMINEER, Heerfcben^ den baas jpeelen. 
He domineers wherever he is, Overaljpeek by 
den baas. 
Domineered , Geheerfcht. 

Domineering, Heerfchhg^ heerfcbxitchsg ^ •—*— 
beerfcbende. 



OO. DOR. DOS. DOT- DOU. 

At flTe door , jian de denr , voor de deur. 
Next door to my hotife , ^aaft mynent^ 
a>This is next door to Impombility , Dit is te$ 

naa^en by onmoogelyk. 
(X3r It v«rill lie at his door, V Zal voor zyn deir leg* 

gen^ U zal bem gevjeeten worden ^ byz^er de 
Jcbuld van bebben^ 
a Door-bok, een Deurgrendel. 
a Door-poft, de Styl otpoft van de denr. 
Door-keeper, een Penrwaarder ^ deurwaebtef^ — *- 

Slnyter [van een gcvangenhuys.] 
POR. 
DORADO, eenZeebrac^em^^—' lemand £e uyt* 

Vi^end^ eenfraa* aanzien beeft. 
DOREAS , Donriajfen^ [tcker Ooftindifchc lyn- 

wflad 1 
DORMANT, Slaapende. 
Odr Money .that lies dormant. Geld dat JIH legt en 

met gebruykt wordt. 
a DORMER- window, een Dakvenfter [om een 

vallend licht te gecvcn.] 
DORMITORY, & Slaapplaats [In een kloofter.] 

^^-^^bttraafplaoff. 
DORMOUSE, eenHazelntuys, rehnnys. 



DORSER , een Korf die men op de rug draagt. 
DORTER , de SlaapplM^s (in een Konvenp!) 

theDO^lINICAL letter, de Zend^s letter [in DOSE, Artzenymaat ^ Inneemfel^ [ecngezetge- 
de Almanak.] deelte dat men van eenige medicyne inneemtj 

DOMINICAN, een Domimkaner. DOSEN. zie Dozen. 

DOMINION, Heerfcbappy^gibiedy Forfiendm. DOSSER. -i/V Dorfcr. 
To get dominion over fin, Heerfcbappy krygen DOT. 

over de zonde, DOT, een Dikkefnat, 



The King's Dominions , Drx Konings Heerfibap^ 
pyen [Domcynen.] 
^ DON. 

DONATION, Bf^/^/fiVff. begifting. 
Donative, een Gift^ geJcbenL 
DONE, Gedaan^ verricbt {van to Do.) 

Eafy to be done. Ligt am te doen. 

The bufinefs is done, V IFerk is verriebt. 
DONEE , lemand aan wien een bezit gegeeven it. 
DONOR, een Begif tiger, fcbenker. 

DOOM, Vonnis^ oordeel, verwyzing. 
Dooms- man, een Recbter, fcbeydsman* 
Dooms-day , de Dagdes oordeels. 
Dooms-day liook, ^r^ boek waarin de landeryen 
van Engeland en derzelver iuaarde aengefekend 
flaam. 
to DOOM, Feroordeelen^ verwyzen^ d$emen. 
Doomed, Veroordeeld^ verweezen. 
DOOR, een Deur. 
a Street-door, een Voordenr. 
a Back-door, een Aebterdeur, 
He thruft me out of doors, Hy ftiet my ter den- 
re ttyt. 
He is gone out of doors, Hy is htyten denrge- 
gaan. 



DOTAGE, Suffer 
-^ • Sufer: 



ery^ dweepery. 
Dotard, eenSuJ^er. 

An old dotard, een Oudefnffer. 
CO DOTE, Suffen, dutteny mymeren: 
He begins to dote. Hy bUint te mymeren. 
To dote upon a tning, Geweldig op ietsgevallen 
zyn^ op sets verzot zyn^ zyne zimten zeer op 
ietsgezet bebben. 
Doted upon, Op verzot. 

Doting, Gefiif, fitffende. 

a Doting woman, een Mymeraarfter. 
Dotingly, Alfuffende^ als eenfuffer. 
Dotifli, Snffacbtig. 

DOTTREL, Zeker vogel die de vogelvangers na^ 
aapt tot dot bygevangen wordt. 

DOUBLE, Dnhbel. 

Double-fole fhocs, Seboenen met dnbbele zoolen. 

a Double (hare, een Dttbbel-deeL % 

Double beer . Zwaar bier. 

a Double Piftol , een dubbele Piflolet. 

a Double dealer, een Falfibe bandelaar^ bedrie* 

cdraDoublc hotCcjeemPaerd dat een man en vroxxo 
tegelykof.beeii. ^^^ 




DOU, DOV- Dow: 



Double-cJgd, TweefnytUfid. 
Double-hearted, Dubbcihariig. 
Doubk'tongued , Twntongig. 
roDOUBLE, VcrdahheUn^ dubbeUtren. 

To double the guard , Di waeht vcrinhhtUn. 
^ To double (as a hare) , Deft hond^n met lift om- 

fpriisgen ig^lyk ten haas oMder ^sJa^ewJ) 
Doubled y Verdubbeid^ gcdubbeUird. 

Doubl er , ee» Ferduhbelaar , ecu groat e fibotel. 

DOUBLET, eenU^ambvs. 

a Stone doublet, tcft GtvangtuhMys. 

a I>og in a doublet, tern S^hMejak^ flhmrL 

DOUbLiNG, FtrdMbbdrng, dubbtUcrfcl, 

^erdubbelcndi* 
% Doubling wench , een DuhbcUerJltr. 
Doubly , up een duJ^beU ntyze, 
JX>Ul3T, Twyfd, twyfftipfg, 

I make no doubt of it » Ikjlnd'er geen twyfel aan. 

To be in doubt , In twyfciftaan* 

Without doubt, Buyumiwyfci^ t&ndfr tv^sfi-L 

I doubt It very much, li twyftPcr z^er mm* 
Doubted, Gcfvjyfild, 

k is not to be doubted , Daar is met am te iwy- 
fekn, 
J>oubter , €c» T'wyfelaar. 
DoubtfuH, Ttwyfelachttg. 
Doubtfully, Of een twyftlachtigt tuyze^ 
Doubtfulaefs, Twyfelachugbeyd. 
Doubting, 'twyfeUng^ —^^ twyfdende. 
DoubtleU* OH^fiw^cld^ 
DO U GET, Zckcrefoort voff vlaade, 
Douccts Qr Dcm (cts, De khoten van een itrt. 
DOUGH, Di^g. 
Doughie, Deegackttgj fffs, 

Dough-bak^ bre^, Deegachtig brood ^ttts brood, 
t DOUGHTY, Ssofir^ o»vertzaagd. 

DOV. 
DOVE, een Duyf, dnyye. 

a Turtle-dove , een J orteldttyf, 

a Ring-dove , een Rif/gdityfj hQui.imf^ 
a DovC'Cote, ten D^tyvehak* 
a Dove-houft, ten uuyveH buys. 
Dove-like, Gelyk dc Dttyve^. 
DOW. 
DOWAGER , Ecu vrucbi-trekkM^de weduwe^ [een 
tytel die men geeft aan dewcdtnvcn vaa vors- 
tcJyke perlboucn. 

The Queen Dowager , De K^mfigimfe wed^twe^ 
de vrucbttrekkende Kcnmgsft* 
DOWER, zje Dowry. 
JX)WN, Beneedem^ nedcrmAords. 

To go down, Na beneeden gaan, 

I am down, Ik ben bemeedem^ ik Ug*er tat. 

To fit down , Neerzitteff. 

To fall down, NeervaJien. 

To run down, Onder de voet hopen. 

Gone down the wawr , Met bet wfter afgeK^ht, 



14} 



DOW. DOX, DOZ. DRA 

[Down the ftrcam, Foorjlroom afi 
I To pay the money down , V Geld meer telUm. 
0:3^ Down opon the nail, Gerecd geld^ geld by de 



waar. 



oc5'Thc wind is doi^n , De wind if gd^n ieggen. 

Down with him. Under de voet met bem^ fmyi 
hem neer, 
^ He is a little down the wind , Hy raakt mat urn 
aehttren , V begint wot wet hem te verloofen. 

That won 't down with him. Dot wilmct met 
hem neer^ by kan dat met vcrzwetgen* 

Up aud down ^ Op en neer. 

Uplide dow^, V Onderfte boven. 
Downright, Recbt-uyty techt-neer. 
Downward, Nederwmrds. 
Downfall, Nederval^ tinder gang. 
a Down-look, een Neerflagtig gelaa. 
a DOWN , een Heuvei, Duyit. 
DOWN, Dons {van veeren) ■ ' ^ ^ J!u\f^loc>»en, 
a Down-bed, ten Dons-bed. 
Dowiiy, Donsarbtig^ dmfig, 
DOWRY, HuHimyksgift J hfifiwelyksgoed* 
DOWSE, een Oorvvg, o^rband, 
to DOWSE, Om d'e oorenjlaan, 
Dowfed, Om de oorenieflagen, 

DOXY, een Hoeryfcheak^ [mots. 

V02. 
to DOZE , Bedwelmen , duyzelig mmken. 
Doted, Bedwelmd^ duyzelig^ druyiaorig, 
DOZ EL, een Platte wiek [voor ecne wondc.j 
DOZEN , een Dqzsh , twaalf, 

DRA. 
DRAB, Een openhdore hoer^ ftraatbaer. 
to DRAB, De boer fpeelen, 
DRABLER , een Kleyn zeyl dat men by een grcot 

DRAFF, Draf. verkensk&Jt. 
DRAG, eenfUnk. 
Drag-net , een Sebrobnet. 
J}v^Sj een Houtvlot, 
to DRAG, Sleepen^ trekken. 

Her gown dnig;$ after her, Ham' famaar Jleep 
nan. 
Dragged, Gefleept^'gejleurd, 

He was dragged to prifon , Hy wierdt na ^tge* 
vangenhnys gejlccpt, 

I>a^ing, Sleeptng^ Jleepcnde, 

to DRAGGLE^ Steefen. 
Draggle-tail , Diem kleed ddor de drek naafleep,* 
Draggled, Gejleept, 
DRAGON, een Draak. 
Dragon-wort, Dragon [icker kruyd,1 
DRAGOON, I n J 

DRAGOONER, f '"" i>ragonder. 
DRAIN, eenlVaterh^. 

to DRAIN, Dro^ mnahn^ uytmaakpt^ miter af^ 
tappen* 





1 




144 I^RA. 

To drain a ditch or feii , Eenjlooi of motras Jbro^g 

maaken. 
To drain a lake, ff« iMV^" uytmaalem. 
CC3rTo drain one's pxxtk^ lemands beursUeg maaken. 
Draiuable, Dot droog gemaah of ttytgemaaicH kan 

worden. 
Drained, Dro^gcmaab^ kytgemaalen. 
Drainer, een Uroogmaaker^ uytmaaler. 
Draining, Droogmaaking^ of tappings • droog-- 

maaken de^ uytfnaalende. 
DRAKE, een lVoerd^[^\ mannetje van een eend.] 
a Duck and a Drake, Keyling^ g^keyl^ werping 
met een plane [teen langs V wa^. 
(X) To make ducks and drakes with his money , 
Zyngeld wegkeylen^ zym geld door de billeu lap^ 
pen, 
Fire-drakes, Vuurwerktn. 
DRAM , een V'ttrendeel hods. 
a Dram of the bottle, een Zoopje^ borrehje. 
Not a dram, Niet een druppet^ n'tet een zier. 
DRAMATICK , Tot bet tooneeljpeel behoorende^ 

vertoonelyk. 
Dramatick Poetry, Tooneel-poezy. 
I Drank , Ik dronk^ van to Drink. 
DRAP, Zekcr dik laken. 

Draper , Woollen Draper , een Lakenwsnkelier , 
lakenkooper, 
a Linnen-draper , een Linnenhandelaar ^ linnen- 
winhelier. 
Drapery, Lakenreedery ^ ivolU (loffen ^ ^^-^ de Uee^ 

dy der beelden injcbilderyen. 
DRAUGHT , een Trek , fcbets , ontwerp , tet^ , op- 
baaling. 
At one draught. Met eenen treky met eene teu£. 
The Draught of a building, De fcbets {oitftehe- 

ning) van eengebouiu. 
a Draught of a writing, een Ontwerp van eenge^ 

fibrift! 
a Draught of fiflies, Eene vangfl van vlffibem^ 

zo veel als men met bet net apSaalt, 
The Draught of a (hip, De diepte die eenfcbip 

in V water gaat, 
a Draught df drink, een Teug drinken. 
Mend your draught, Vcrbaal u eens^ drink nog 
eens, 
l> To have a ouick draught, Grooten aftrek bebben 
van bier oiwyn. 
a Draught of U)ldier&, Uytneeming van eenige 
foldaatenj een Detachement. 
The Draught (or Jakes) een Kakbnys. 

Draughts, een Trekzeel^ bet damjpel. 

a DraUght-horfe, een Tre^aerd. 
to DRAW, Trekkenj na zicb haalenyjleepen^ ont- 
werpen. 
To draw back^ 75? rug trekken^ aerzelen. 
To draw breatn , jidem baalen. 
To draw a bridge, Eene brug opiaalen. 
To dx;xv^ dry ^ uroog pMtten. 



DRA. 

To draw lots, Lotentrekken^ looun. 
To draw a fword, een Zwaerd trekken. 
05* 't Will be hard to draw thisfubjefl into method, 
'/ Zal moeijelyk vallen deeze ftoffe tot een ge^ 
voeglyke leerwyze te betrekken. 
To draw a Wider, een Blaar trekken. 
(dr To draw to a head , Zicb tot een gezwel zettett^ 

tot een hoop {of party) aangroeijen, 

(XS'To draw a woman's breaft, Een vronwen borjl 
zuygen, ^ 

To draw a bow, Eene boogfpannen. 
To draw a circle with a pair of compaffes, Een 

cirkel met eenen paff'er trekken. 
To draw a pifture, Uytfchilderen^ afmaalen. 
He drew my pidure, Hy heeft my mytgefcbilderd. 
o:?To draw bit, Ontnoomen^ ontbreydelen. 

To draw to an end, Ten eynde komen^ tan eynde 

loopen. 
To draw water. Water fcheppen ofputten. 
To draw blood, Doen bloeden. 
To draw tears from the beholders , De aanfchoM" 
vjers tot traanen verwekken. 
oS'To draw beer, Bier tappen. 
«>To draw nigh, Naderen^ naby komen. 
To draw in, Intrekken, inwikkelen. 
To draw away, Wegtrekken^ afwenden^ verruk- 

ken. 
To draw together, By een trekken. 
To draw alunder, Vaneen trekken ^ vaneenfchey^ 
den. 
•> To draw on, to draw near, Naderen. 

The night draws on, De nacht komt op handen. 
(r?Hc draws on , V Goat met hem na '/ end. 
To draw up , Optrekken , opbaalen^ opjlellen , 

ontwerpen. 
To draw up a writing . een Gefcbrift ontwerpen. 
a Draw-back, een jiftrekking ^ korting. 
a Draw-bridge, een Falbrugy ophaalbrug. 
a Draw-beam, eenWindas. 
a Draw-net, een Treknet. 
a Draw-latch, een Trek-klink. 
DRAWER, een Trekker^ tapper ^ putter. 
a Gold-drawer, een Gouddraadtrekker. 
a Tooth-drawer , een Tandtrekker. 
a Drawer (under a table) een Laade^ tafelfcbuyf. 
Drawers, LaadtjeSy fchuyfjes. 
(X3r Drawers , a pair of drawers, een Onderbroek. 
Drawine, Trekking ^ fihepping^ ^^'«!?> P^^i^gy 
teykening^ tretkenaCy enz* 

The art of Drawing, de Teykenkonft. 
to DRAWL out, LangzaamfpreekeUy lymen. 
DRAWN, Getrokkeuy get apt y geputj gefchept i 
gefleept. 
a Drawn (word, een Uytgetoogen zwaerd. 
odra Drawn battel yeenyeUfU^ daar V voordeel van 



wederzyde gelyk is. 
DRAY, eenSkeAy bierjleede. 
a Dray-man, eef$ fiicffleeper. 



DR£. 



r 



DRE. DRI. 
DRE- 

DRE AD , l^reezc , fihrik , ofttZa^Z* 

Dread Sovereign, Gcduchte yorjh 
to DREKDyl^re^zem^fcbrikken^ ontZJcn* 

He dreads me , Hy vrcefl voor my. 
Dreadfull, Scbrikkdyk^ vreeslyij ofttzaglyk^ ystyi. 

a Dreadfull fight, Ecm yslykJcb&uwJheL 
Dreadfully, Op cert vreeslykc wyte^ fcbrikhlyh 
Dreadfblnefs, Schrikkdykheyd^ ystykheyJ, 
DREAM, cen Droom. 
to DREAM , Droomen, 

He dreains all night long, Hy droomt demgrn- 
fchcn nacbi. 
Dreamer, een DroQtner* 
Dreamed, Gedroomd* 
Dreaming, Drouming^ droomende. 

a Dreaming fellow , Ecn droomlge vefit^^cn red- 
U droomer, 
Drcamiiigly , Droomachtig, 
I Dreamt, ik draorndt. 
(t) DREERY, Schnkkelyk, yslyL 
DREGS, Drocffem^ grondfjp. 

The dregs of the people, / Schuym des vplkt. 
DRENCH, ten Drank voor paer den. 
to DRENCH, Drcnken^ doornat maakcm 

S'ncllt?' \ ^^^-'^^ '^-'''•-*- 
DRESS, Gcwa^d^ opio^ifcL 

He is gotten into a new died ^Hy is in bet nimw 
gedojK 

The drefs of a woman's head, £<f^ vrouwen kap- 

a Kight-drefs , Nacht-^cwaad^ nacbt-bnlfsL 
a Gawdy drefs , cen tVeydfch gewaady ecn zwie- 
rij^ fjptooifeL 
to DRESS, Optoaijcn^ opfcbskkcHy toetakckn^ toe- 
maaken^ toerecbten ^ havtnen. 
To drefs a child, Een kimi opfchiikcn^ ten kind 

bavenen of verfcbomen. 
To drefs old cloths , Oude kkederen verJltUtn. 
To drefs flax , I'^las hektlcn of opmaaken. 
To drefs a garden , een Tuyn opmaak^n. 
To drefs viSuals^ Spyf foemaakcn. 
To drefs a wound , e^rn Ifond verbindtn. 
To drefs onc*^ head, Zicb kappen^dc kap zetlen. 
To drefs leather, Leer bereydcn, 
Drcfled, Opgcfcb/kr, ujfgedojtj toegemaakt, 
DreflTer, ten Tocreckter^ opfcbikker, 
aDreflcr, Dreffcr-board , €f» Schenktafel^ recbi- 
bank. 

T>Tc{rmgyOpffbikking , fofmaaking, opfchikktndt. 

a Dreifing-cloth, een Linmn tdelfprcs, 
Drcfl. zit Dreffed. * 
I DREW, Ik mk^ van to Draw, 
They drew their fwords , Zy tr^kken bumc 
zwacrdtn. 

DRI, 
DRIBLET, icmKleynfchMijc. 



I DRIED, Ik droQzdc (van to Dry.) 
DRIED, Gedraogl 
Dried up, Opg^droogdj t^tgcdreogd. 
Drier, een Opdroogcr, ^ 

DRIFT, Oogmerk^ opzes , vaert. 

The whole drift of his *difcourfe tended that way, 

V Ganfche oqgnserk van zyne rccde flreku da^ 

t04^ de ganfcfji Jlroom van zyne recdcn tiep da$ 

heen^ 

1 undcrftand the drift of the bufincfs , Ik begryp 

wei waar '/ v/€rk op aangeieyd is. 
Drifts of ice, ScbQtfcn ys^ ys-fcbotfim. 
The fhip is a drift, V Schp is drifiig. 
To eo a drift. Met de Jlroom afdryven. 
DRILL , ecn DrlL^—een Baviaan ofsnroote aap, 
to DKlLh, Dnltcn, ^ 

CC^To drill one, lemand aanporren tot iets. 
ti> To drill his time away , Zyn tyd verUuteren* 

Drilled, Gedrild^ verlenterd. 

Drilling, Gedril, ^-^ drillende. 
DRILY, Droogjes, 
Drincfs, Droagte, 
DRINK, Drank, drinken. 

Good driiik , Gocde drank y goed bier. 
Sniall drink, Kieyn bier, £in bier. 
Give me fomc drink , Gecfmy eens tt drinken. 
to DRINK, Drinkcn. ^ 

To drink a good draught, Een goede teug drin^ 

ken. 
To drink a health, ten Gezondhcyd drinkat. 
To drink one down , lemand onder dc vaet 

ken. 

To drink out, Uytdrinken. leegdrinken. 
To driok out of a glafs , Uyt eenglas drinken* 
To drink drunk , Dronken drinken. 
To drink In, Indrinken. 

To drink away one's time , Zyn tyd verdrmken. 
To drink down fbrrow, De droefheyd ajfpoclcn. 
cS'This beer drijiks well, Dit bier laat zich wet 
drinken^ dst bierjs goed am t€ drinken. 
That wine drinks flat, Die wyn is fiaam» van 
fmaak, 
Eh-jnkable, Drinkhaar. 
Drinker, een Drinker. 

a Water-drinker, ecn flaterdrrnker. 

Drinking, Drinking^ gedrsnk^ drinkende, 

ExcelTive drinking, Overdaadig drinkcn ^Gezuyp. 
a Drinking-glafs , cen Drinkg/as. 
Drinliing companions , Drmk-broedcrs , znyp* 

broerSn 
a Drinking Goffip, eeneStcrke drsnkflcr^een lief- 
hebfler van den drank, 
to DRIP, Drnspcny [gelyk het vet van gebniad 

aan 't fpit.J 
Dripped, Gedrt^open. 

Dripping, Drnyping^ drnypende. 

a Dripping pan, een Droop-pan , iraad-pm. 
Drippings, Drkyp^ct^ brmd-Vft. 



drin* 




T^ DRI. DRO. 

to DRISLE. zie Drizzle. 

to DRIVE, Dryvcn^ imrtiryven ^ mndryven. 

a Ship that drives, Ecn Jlhip dat van zyff anker 
dryft. 

I underftand what he drives at , Ik verftaa vjcI 
VJcU hy dryft (of voorheefi-) 
CJrTo drive a coach, een Kocts mcMtten, 

Drive on coachman, Jaa^ vjot aa» koetjicr. 

He drove a fledge on the xcc^Hymende eenejlec- 
de over ^t ys. 

To drive a great trade , Grooten handel dryvcn. 

To drive in a nail , Eenfpykcr inftaan. 

To drive away, U-^egdryven ^ verdryvcn. 

To drive back , Tr rug dryvcn. 

To drive on, Aandryven^ voortdryvcn^ atmjaor 
gen. , ' 

To drive off, Afdryvem, affaagcft. 

To drive out, Uytdryven. 
DRIVEL, Quyl.fpog. 
to DRIVEL, Quylen^ zeveren. 
Driveler, een Quyler^ zeveraar^ quyltbab. 
Drivcliiij?, Ql^tng^ zevering^ ■ quylende. 

DRIVEN, Cedreeven^ aangedreeven. 
Driven away, Weggedreeven ^ verdreeven. 
Driver , een Dryvcr , voortdryver , menner. 
Driving, Dryvhtgy V9ortdryving ^ menning^ — 

dryvende. 
to DKIZZLE, Motten^flofregcnen. 

a Drizzling rain, een Stof-regen^ mot-regen. 

Drizzling whcather , A/i///f lueer. 

DROLL, een Snaak^ kluchtige praater y kortswy^ 

ligeventy een klncht. 
to DROLL, Boerteny gekfcbecren. 
Drollery, Boerteryy fnaakery. 
DROMEDARY , een Dromedaris. 
DRONE, eem Horfel^ hommely eenfuly een 

home Inbbert. 
An idle drone, eem Luyaard. 
to DROOP , Qnynen , */ hoofd laaten hangen , gaan 

druypen. 
Drooping, Neerjlagtigheyd y moedeloosheyd y — 

quyncnde. 
Drooping, (adj.) Neerjlagtig y fitf. ^ 

DROP , een Drnppely drop. 
By drops , By druppelen. 
to DROr , Drnypen^ neerdruyfeny vallen. 
To drop away , IVegdrnypen , fterven. 
His nofc drops , Zyn neus druypt. 
' To drop with fweat , l^an zwect drnypen. 
g> I dropt my mony by the way , Ik beh myn geld 

onderwege geftrooid. 
I> To drop a word, Zicb een woord laaten onPi^al' 

len. 
l>To drop onc*s argument, Zyn bev/ys laaten val- 

Icn, 
Dropped, zje Dropt. 
Dropping, Druypmgy ^mm^druypendc. 



DRO. DRU. 

The Droppings . Het afdrnypfel. 
DROPSlE or Dropfy, U^aterzuchty het water. 
Droplical, liaterzuchtig. . 
DRuPT, Gedroopen^ ontvallen. 
The buiinefs is dropt, Men beeft de zaak laatcm 
vallen, 
DROSS , bet Schuym van eenig metaal. 
I DROVE , Ik dreef, van to Drive, 
a DROVE, een Kuddey een trop vees. 
Drover, ccnVeedryver. 
DROUGHT, Droogtey dorft. 
to DROWN , Verdrinken yVerzttypen yUytvj'tSfcheft^ 
dempen. 
To drown a country ,£^» land onder water zet- 
ten. 
(XS'To drown a quarrel in wine, Een krakkccl met 
wyn afjpoelen. 
To drown a nolle, een Geraas fmooren. 
Drowned, Verdronkot ^ verzoopen. 

Drowned \w\iy Verdronken landy land dat onder 

water Jlaat. 
Drowned in pleafure, In beyllooze luft^n verzoo* 

pen. 
Drowned in debts, Infcbulden verzonken. 
Drowning, ^erdrinkingy verznyping. 
DROVS/^SY, Staaperig^ vaakengy vadfig^ druyl-- 
oorig. 
The Drowfy evil , De Jlaapkoorts. 
a Drowfy fellow, Een Jlaaperige jorden. 
Drowfily, SlaaPerachtig^ droomacbtig. 
Drowfinefs, Staaperigheydy vaak. 

to DRUB, Met eenftokjlaany knuppelen^. 
Drubbing, V Sloan onder de zw/<^» , [gelyk dcTur- 

ken doen.l 
DRUDGE , lemand d/e*t vuyljle enjlobbigftc ^erk 
doct. 
a Drudge in a kitchfn , een Keukenjloof. 
a Drudge in a (hip, een Zwabher op ecnfchip. 
I won*t be his drudge , Ik wil zyn voetveeg niet 
weezen. 
to DRV DGE ^jlllcrley /lobbig en morfig wcrk doen^ 
cOr To drudge for oyffcrs , Uejfers vijjchcn. 
Drudeery, Slobbigwerk. 

DRUGGS, Droogeny droogery^ geneeskruyden. 
Drug, Lomp'tge waar y voddcn. 

DRUID, een Druide^ [een Priefter onder de aal- 

oude Britten en Gallen.") 
DRUM , een Trommel y Tr'om. 

To beat the DixMaydenTroMmelJlaan^denlrom^ 
mcl roeren. 
Drum-fticks, Trommel flokken. 
tf Kettle-drum, een Keteltrom. 
The Drum-Major , de Tamboer-major, 
to DKUM^Trommelen. 
lOrummer, een Trommel/lager , Tamboer. 

Drum- 



DRU. DRY. DUB. DUG. 
Drumming , Tr^mmtimg ^ ^ctromiml^ ^-^trom^ 

Drumfter. ^iV Drummer, 

(DRUNK, Gedro^kcn. 

Emnkcn, \ Oronhn , v^rh^fi, bf^cUnhn. 

We Drunk , IVy dronkcn, 

a Drunken woman , ecn DroMkcM wyf* 
Drunkard , cen Dronkaard, 
Drunkeiily , Op zyf* Dronhnmaits. 
Drunkcuneft, Drouhnfchap, 
DRY- 
DRY, Droog^ dorjlig. 

The dry land, tin Jraog land. 

1 went over dry, Ikghi over V tk&ogtn 

a Dry j eft, ecn Droogebatrtcry. 

a Dry nurfe, etn^ Draoge min^ eene baker, 
a> I am very dry , Ik ben zecr dorjlig^ ik beb groo- 

ten dorfl, ' 

to DRY, Drooren^ droagmaaken^ droogwordtw. 

To dry up , Dpdroogcft , afdroogen. 

Dry up your tears . Droog uvje trtiancft af* 

To dry away, Wegdroogen^ vcrJroogen* 
DRYADS , de IToud'Himfc^, 
DRY'D, Gedroogd. 
Dry'd up , OpgCi^oogd^ ajgedroogd. 
Dryer, eert UrQpger, 
Drying J Droogt^g^ ■ droQgemU. 

a Drying-yara , eem Drooff loots ^ ttn wtrf cm U 

droogen. 
Drynefs, Droowheyd* droope, 

DUR 

to DUn ah to Dub a Knrght, RtditrJUum, 
DUBIOUS, Tu^ifciachul 
Dubrtatioa, Twyfilitfg. 

DUG. 
DUCHESS, zic Dutchcfs. 
DUCK, een Eend^ End^ Endv9giU 

a Wild duck , cen ^llde eend. 
a Duck and a Drake, zie Drake. 
Duckling, een Eendc'kuykcn. 
Duck- weed , Eenddroos, 
to DUCK, Dnyken. 
DUGKATOON, ecn Dukoion, {^Duich coin of 

63 llivtrs worth about fix Qiillings Stcrl.] 
Ducked, zic Duckt. 
Ducker, cen Dusker, 
DUCKET, cenOukoaU 

DUCK ING , Dnyklng , dompeling , dnykendi. 

Duckt, GedQdken ^ gcdumpeld. 
DUCTILE , Dat m een dun Had g^fiagen kan 
warden, 

DUD. 
DUDGEON, ecnPookje. 
cdrTo taJ<c a thing in dudgeon , Icfi zccr fnoafyk 

opneemen, 
(DDtfD^MAN, r^«il/.W. 



DUE. DUG. DUK. DUl 



nr 



DUE; 
DUE, Behorlyk^fcknJdJg. 

In due time , Ter rcchter tyd. 
€^ To pay when due, Betaalcn aJs*t vervalkn is. 
To ask a fum before it is duc^ GeU eyfcben eer 
'r vervallcn is, 
05* There is nothing due to hini| Hy baefi n'tets te 

goed 
c5'To give c\cry one his due, Een yder''$ zyne 

gceven, 
♦We muft give the devil his due, Men moct dm 

dnyvel nict erger ^'maalen dan by iV. 
DUEL, een l^tjcegevecht ^ kampy tweeftryd. 
To fight a duel , een Tmcegcveeht aangaan. 

Dueller, puelliiK een 'fweegevecht ^ hamper^ 

Duelling ,' een Lyfgeve^ht van iwt^. 
To torbid duelling , Tweeievecbien verbieden* 

dug: 

DUG, een Speen ^ pram. 
Due, Gejrraaven , van to Die. 

DUK- 
DUKE, ecnHcrtog, 
Dukedom, cen Uertogdom, 

X)UL. 
(t)at DULCARNON (at his wits end), Raet- 

dcloos. 
to DULCIFY, Zoet maaken, 
Dal city 'd , Z^tet gemaakt, 

DULL, Botjiomp , doj\ dam , loom , Tadjig , doodfch* 
a Dull knife, ecn Bat mes^ eenftomp mes. 
Dull of hearing , Zwaar van gehor. 
Dull of apprehcnilon , Traag van bcgrip. 
£| Dull found, cen Doffe klanL 
Age and fickncfs will make a body dull , Onder^ 

iiom en ziekte maaken icmand dof en vadjtg^ 
a Dul fpcech, een Droomigereedcn, 
a Dull light , een Zwakgczigs, 
a Dull wit, een Loom o( b^t verftand. 
a Candle that burns dull, een Kaers Me d&nkit 

brandt, 
a Dull fliJe, een Dnyftere ftsh 
a Dull trade, ecn Woodfche necring. 
Dull-witted, DuH-pated, Oom van vcrfland. 
to DULL, Bot maakcn^ vcrjhmpen. 

It dulls my brains, //f^ maaktmynverfiand (lamp. 
Dulled, Botgemaakfj vcrjl&mpf. 
Dulling, Bosmaaking^ verftomping^ ^/^^but maa* 

kende* 
Dully, Bosrelyky z'tvaarmoediglyk, 
Dulnefs, B&iheyd^ Jlompheyd] dafnheyd^ homheyd^ 

djfhcyd^ vadji/hc\d, 
DULY,' Beboorlyk , betaamclyk^ 

DUM.' 
DUMB, Stem , fpraaUaoi, 

To ftrike one dumb , Icmand irrjli^mmcn. 
Dumbly, Siommclyk^ 
Dumbnefs, Stomheyd, 
DUMP, Verbaafdhtjdy hidmlmdheyd. 

T i To 



148 DUM. DUN. DUP. DUR. DUS. 

To be in a dump , In eene bedwelmdhcyd zyn. 
Duinpifhnefs, Bedwelmdhcyd. 
DUMPLINGS , Kluytjes.op dc vleyskctel gekookt 

DUN, Dmkerhruyn. 



a Dun-j3y, cen Wejb^ paerdevUeg. 

DUN, een Moetjelykc fihuldmaaner. 

to DUN one, lemand onophoudelyk wegens fchuld 



aan '^ oor lellen^ fterk maancn. 
a DUNCE, een Plompaard^ ten vlegel. 
DUNG, Drek^ mhj meft^ vullis ^ vuylnis^ 

Horfediing, Paerdeftront. 
a Dune- cart, een VnUis-kar. 
Dun^-hil , een Mh-hoQp , zhI/is hoop. 
Raifed from a dung-hill, Uyt aen arck opgebul- 
pen , uyt ntets opgeiomen. 
a Dung-dy , een Strtrnt-vlieg. 
Dung-tarmer, een Nachtwerker ^ hussies rusmer. 
to D U N G , M'tflen , mefien. 

To dung a field, een Akker nuften. 
DUNGAREES, Dongrys [zekcr Ooftindifch 

lynwaat.] 
Dunged, Gemjfl, 
Dunging, ilf//r/»f, ^--^mifiende. 
DUNGEON, een Onderaardfcb bol, een donkere 

gevangken/s. 
DUNNED, Onophondelyk over fcbuld aangefproo- 

ken^ gcmaand. 
DUNSICAL, Plomp. 

T)UP. 
DUPLICATE, een Kopy, dubbeld. 

DURABLE, Duurzaam. 

Durablencfs , Duurtaamheyd. 

DURANCE, Duurzaambeydj ""^gevangkenis. 

Of little durance, Kort van duur^ onduurtaam. 
«>To be in durance. In becbtenijjo zyn. 
DURATION, Duuring. 
to DURE, Duuren^ verduuren. 
During, Duuring^ duurende. 

During my life, Geduurende mynleeven. 
I DURST, Ik durfde, van to Dare. 

DUS. 
DUSK* Donker. 

The cwsk of the evening, de Schemeravmd. 
to DUSK , Verdonkeren^ donker vjorden. 

It begins to dusk, De donker begint u vaUen. . 

DuskJh, \ Donkeracbtigy fcbemeracbtig. 
Doskmefs, Scbcmering. donkeracbfigbeyd. 
DUST, v. ■ 

To raife duft , Doenfiuyven , Jirfverwekken ^fiof 
maaken, 
a Duft basket, een VulUs-mand. 
aDuft-4)OTC, een Poeijer-doos y of z/Ufd-doosi: 
aDuft-man, een yullis-man ^ afib^man. 

Sa\Y-duft, ZaajrfeL 

Filc-dttft,A3'*</. 



DUS.DUT.DWA.DWEJ)WI.DY.DYE. 

to DOST, Stoffig Moaken^ beftuyven. 
Duftinefs, Stoffigheyd. 

Dufting, Beftuyv'tng, beftuyvende. 

Dufty ^ Stoffig. 

a Dufty room^ een Stoffig vertrek. 
DUT. 
DUTCH, Duytfcb, Hollandfcb. 

To fpeak Dutch, Duytfcb fpreeken ^ Hollandjii 
fprceken. 

The Dutch, de Hollanders^ 

a Dutch man , een Hollander. 

The High-dutch • de Duyt/chers, Hoogduytfcherx 

To fpeak High-dutch, tioogduyifcb fpreeken. 

The Low dutch, de Nederlanders. 
DUTCHESS, een-Hertogin. 
Dutchy , een Hertogdom. 

DUTIFULL, Dienftpligtig , pUgtbetrachtend , 
pligtmaatlgy dienhverpl'tgt ^ d'tenjlwillig ^ gc 




He perform'd his duty, fly volbragt zynenpligt. 

Prelent my duty to him, Myne eerbsedcms aam 

benty prefenteer hem mynen dienjl. 

«>a Soldier upon duty, een Soldttat op fibildwacbt. 

: They were upon duty, Zy waaren te wacbt (of 

op de vjocht.) 

DWA. 
DWARF, eenDwerg. 
a Dwarf-tree, een Naantje^ laag Boomtje. 
Dwarf-Elder, Dane-wort, U'tldevlier. Hadtg, • 

nwE. * 

to DWELL, IVoonen, werblyveh. 

Where does he dwell ? IVaar woont by ? 

To dwell upon a tiring. Op ietsftaan blyven. 

I will not dwell long upon that fubje«, Ik zai 
niet long op dat anderwerp blyven Jlaan. 
Dwelled, i ^ . 

Dwelt, f Gewoond, 

Dweller, een Wooner^ bewooner, 
DwcllHlg, U'ooningy ^-"-^woonende. * 
Dwelling-place, een IVoonJlede ^ woonplaats. 
I DWELT, Ikwoonde. 

DWI. 
to DWINDLE away , yerdwynen^ te met loope9t. 
Dwindled away, Ferdiveenen. 

DY. 
DY or DIE, een Dobbelfteen^ teerlinf. 
DYAL. zieDkl. 

DYE. 
to DYE^ Sterven. zie to Die. 
to DYE, yerwen. 
Dyed , Gefturven^ '^^^gtverfd, 
Dyc-houfe, f</rfVrtt;fry. 



)YK.DYS.EAC.EAGXAN.EAR. 

Dyer , €€» P^crwcr* 

DYL 
DYING, Vtrwingy ^-^vtrmtnde* 
Dying, Suning^ ^^-^fltrvenie* 
a Dying nun | ten Stervcni mtW, 
a Dying condition, een Sterv^nd^ of ^gaand^ flaai. 
US' The dying words , De UatftewQurdtHvan kmmd 
op zsn jurven zefbrooken. 

DYKE, zic Dike. 

DYS- 
DYSENTERY, de Rood^l^f^ 

EAG, 

EACH, Elk, ydcr. 
On each lidi, Aon heyde tyd^ff^ wider tyds. 
Each of us , Eik van om* 
Each other, Elkaftder, 

. EAG. 
EAGER (m taftc) Sd^rp, z*f*(r^ wrang. 
Eager, (ftiarp-ret,<?r hungry) Graag^happig^greetig, 
Eager (brittle,) Brot [als metaal.j 
Eager, (fierce,) lirfpg^ vnung^ vinnig. 
An eager dclirc, een Hcftige hcgeerU. 
He was too eager upon it, Hy vjds ^cr al te vin- 
nig op, 
Engeviy , Heftiglyk, 

Eagerly bent on a thing , l^hnig op ids getet, 

Eagernels , Heftigheydygreetigheydy wrangheyd. 

EAGLE, cen Arcnd^ 

T\\t ImDcrial Eagle, de Keyzerlyke Arcni: 
Eagle-eyed , Ma Arends-oogen voorzien^ 
Eaglet, een Arends-kusken y arendtje. 

tAN. 
to EAN, een ham wcrpen^ lammercn. 
The Ews begin to can ^ De ooijen beginf$cn te 
lammeren. 
Eaned, Gekmmcrd. 

EAR. 
EAR , een Oor. 
a Box on the car, Een klap aan *t oor. 
To have a quick ear, Snel van gehoor zyn, 
1 have good cars, Ik heb ten goed geboQr ^mya ge- 
hoor ts goed. 
Up to the cars, Tat dc ooren toe. 
Over head and ears. Over bah over kop. 
To fct people together by the ears, •'^ Folk iegen 

malkandcrtn ophitfen. 
To have the Prince's car, 'j Vorfien oor inhehben 

of bezitfen. 
He was !ifce to have had the whole crew about 
his cars , Hy zou */ ganfibe gefpnys fcbser am 
zyne ooren gekreegcn bebbcn. 
If tfcat comes to his ear , Zo hem dat ttr (tnre komt, 
*He is deuf of that ear, Hy ts doufaan dat oor. 
CS" To give car unto, Luyjuren, 
To lend an ear, Taelusfhrcn, 
♦In at one enr, and out it t'other, V Eent oor in, 
en t ander ttyt. 



to 



EAR. 

• 

♦An hungry belly hath no cars 

buyk bceftgeene ooren* 
^l dare not for my cars, Ik durfaltoos niet^ 

al te bang, 
^ aDog's-ear in a book, Een ezch-oor {vouw^ in 

een boek. 
Ear-lap , V Oor/elktje. 
Ear-picker, een OorUpel, 
Ear-ring, een Oorring, 
Ear-wax , Oorfmecr^ de vuyltgheyd in V ^^r. 
Ear-witncfs , een Oor-getnyge, 
The Ear of a pot, Ha oor van een pot, 
EAR (of corn,) een Aair^ koorm-aair, 
to EAR, Tot aairen zetten* 
to EAR m Land bosiwen. 

tared , Geoord^ geaaird^ met aairen voorzien. 

Ear-land, Zaai-land^ bouw land^ 
EARD, een Gra^f, 

An Eurl's-lady ,' (Countefs) eene Craavin^ 
Earldom, een Graamhap, 
ZAKhY, Frocg, by tyds. 

To rife early, l^roeg opftaan. 

An early rilcr, een f^^roeg opftaaner, 
' In thofc early times, In die vroege tyden^ in *t eerjf. 

An early Spring, een I'^roege Lente, 

To go early to bed , f^^roeg na bedgam^ 

EARN, IWdienen, winnen. 

To earn his bread, Zyn brood verdienen^ zyn ko(i 
winncn, 

to EARN, Zicb onrfermen^ tat medelyden bewoa* 
gen warden. 

My bowels earn within me , Myn ingewand 
wordt ontroerdj $k word tot ontferminge bewoo-^ 

Earned, Gewonnett^ verdiend^ >~^ tot ontfermtn- 

ge bewoogen. 
EARNEST,'£r«^/>, yi^^^rV, r^rjrr/f* , 

In earneft, In emjt^ van harte. 

He is ill good carnefl, Hy meent bet met ernfi. 
an EARNhST, een Pand^ ondcrpand. 

To give in eameft , 7f pande geeven. 
EarncUIy, Emftighk. 

To look earnellfy , Emftig zJen. 
Earnellncfs , Ernjligheyd^ yverigheyd^ 
EARTH, Aarde. 

The Heaven and Earth , De kernel en aarde, 

Fulkrs-CLirih, Ful-aard. 

Poiters-carth, Pot-aard. 

To commit one to the earth (to bury) , lemani 
ter aarde brengcn^ begraaven. 
lEarth-quakc, een Aardbeeving^ 
'Earth-nut, een Aard-akcr, 
Earth-worm, een Pier ^ picrmorm^ aardworm* 
I Earthen \cflels, A ar dene vat en. 
I Earthen-ware, Aarden-v/erh 
I Earthly, Aardfch. 
I Earthly tbmes , Aardfihe taaken. 
^Eanhly*mindca, Aardsgezind. 

T 3 Eartb*] 



\ 

I 



IfO 



EAR. EAS. EAT. 



Earthly-niindedncft , ^ardsgezindheyd. 
Earthluicfs , AardJ:cyd^ Letorgdkeyd ontrcnt aard- 
fchc zaakcn. 

EAS. ; 

EASE, Cemak^ verligthg^ verligtenis^ ontUftlng. ' 
To live at cafe, Op zy?f gemak lccve». 
He loves his ealc, Ily houdi vhl van zyn gemak. ' 
To give one fonic cale, lentand eemge'verllgting 
gccvcn. I 

C&'.To have a writ of eafe, Een ontjlag^brief beko^ 
men hcbbcn^ in vryheyd gcfteld zyn. 

C^ Little eafe, Een lUge gevafjgkcnh, I 

At hearts cafe, Naar wcnfcb^ ttaar^s harten luft, 

C3rlll at cafe, Onpafelyk. 



EAT.EAV.EBB.EBO.EBR.ECC.ECL.ECS.EDA.EDD. 

o3*To eat his words, Zyne woordcn in zynen bdh 
haaUy. 
To Eat in or into, Inceten ^ imrectcn. 
Rnrt cats into iron, Koeft doorknaagt het yzcr, 
iiatable, Ectbaar. 
Eatables , Eetbaare waarc , fpyzcn. ' 
r^aten , Gcgeetcn , geceten. 
'. latcr , ee» Ectcr. 

Elating, Eeting^ eetende. 

EAV. 
the EAVES (of a hoiife,) ccn Afdak. 
Eaves dropping , de Dahdruypifsg, 
to EAVES-DROP, Bcluyjtcrcn [aan ccn vcnftci 
of dciir ] 



'toI;ASE, Ferligtcft^ ontlajlen^ zyn ^evoeg doen. Eavcs-dropper , een Beluyfleraar ^ luyjlcrvink. 
That Phyfick will cafe hiin, Dte medicyn zai ^'■•" 

bcm Tcrligteft, 
Tliat will eafe hJm of his trouble, Da$ zal hem 
zan zyne moeijelskheyd ontlajien, 
Eafcd, Verligt^ ontfaft^ zyn gevoeg gcdaan. 
EAS bL , de Ezel der Scolders, 



Eafcmcnt, Ferli^ting^ ontlajlimg. 
cdrEafemcnt, a houic of eafcmcnt,rr» Gtmakhuys^ 
iakhuys^ huysje^ fekreet. 

To go to the cafcmcnt, Op V huysje gium. 
Eaiily, Gcmakkk^ met gemak. 

You may ca(ily do that, Gy kont dot metgemak doen. 
Eafinefs, Gemaklykbeydy Itgtbeyd^ goedaatdigheyd. 

Eaiinefs of belief. Ligtf^eloovigheyd. 

EASING, Omlafttng^ verligting^ outlafietkk. 

' k.Ugt 



EBB. 
EBB, deEb, cbbe. 

To be \\\ a low ebb, In eeniaaginfiaat zyn^aMt 
de laager wal zyn* 
to EBB, Ebben^ afk/loeijen. 

Ebbing, Ebbing^ ebbende. 

\ Is ebbing water, de Eb ^aat. 
Ebbing and flowing, Eb en vloed. 
EBO. 
EBONIST, ^tf» Ebbenhout'werker. 
EBONY, Ebbcnhonu 
Ebony-tree, een Ebbenhout^boom, 

EBR. 
EBRIETY, EBRIOSITY, Dronkenfcbap. 
i ECC. 

• ECCENTRIGK, Uytmiddelpuntig, dat op een ge- 
lyke wydte van V middelpunt a^oopt, 

ho. 



EASY, Gemaklyk, li^t. 
An cafy ftile, ^^» Z/>/^y?y/. , ^ ^ ^ ^ 

An caly rent , een Ligte huur [tc vcrwooncn.] ECCHO, de U^eergalm^ weerklank^ egh 

This Irorfe goes very (Sfy, Dit paerd gaet zecr to ECCHO, IVeergalmen. 

gemaklyk, Ecchocd, U'^eergegalmd. 

♦It IS an cafy thing to find a llaff to beat a dog , ECCLESIASTICAL , ECCLESIASTICK 

Men kan ligt cencn Jlok vindcn 'aJs men cenen ^ Kerkelyh 



bond (I aan vjiL 
EAST, Ooft. 

Toward the Eaft, Na V Oofien. 
The Eaft-wind, dc Ooften-wind. 
South-caft, Znyd'oofi. 
North-call, Noord-ooft. 
Eaft-lbuth-call , Oojl-zuyd-oojl. 
Eaft-north-caft , Oofl-Noord-ooJl. 
EASTER, Panfib, Paajche. 
Eafter-day, Paafch-dag. 
Eafter-cve, Paajch-avent, 
Eafterly, Ooftclyk. 

An Ejfftcrly wind, een Ooftelyke wind* 
EASTERLING, een Oojlerling. 
Eaft-ward, Oojiivaard. 
Eallcrn, Ooftcrfch^ ooftelyk. 

EAT. 
to EAT, Fefen. 

To cat well, IVel eete^^ een goeden tafel botukn^ 
— wcl fmaakcn. 
6:3rThat meat cats well, Da$ vieefibfmaah wel. 



Ecclcfiaftick, (fubft.) een Kerkelyke. 
ECCLESI ASTICUS , V Boek van Jefiis Syracb. 

ECL. 
ECLIPSE. Verduyflering^ tannings Ekltpu 
An Eclips of the Sun or Moon , een Eklips in de 
zon of moan. 
to ECLIPSE, Vtrduyflerd worden ^ taanen. 
(drto EcHpfe, Verduyheren^ als 

That will'cclipfe his light , D^ zal zyn licht vcr- 
duyfleren. 
EcHpfed, Ferdnyfterd. 
ECLOGUE, EenHerdersdicbt, Veldgedicht. 

ECS 
ECSTASY, zie Extafy. 

EDA. 
EDACITY, Greetigbr^ in V eeten^ giilzigheyd. 

EDDY, Te ruglooping van V water tegcn bet gety 
of dc firocm. 
an Eddy-wind, een GyP-wind^ waardoor een zeyl 
wegens een onverwachte luuvute fchicl^k omjltiar. 



EDG,,EDr, EDU. EEL. EEN, EFF 

EDG. 
EDGE, JeScherpU^frecJe^ rmd^ Kmt^ boori. 
The cdj(C of a knife, de Snee van ten mes. 
The edge of a ^zxmcni^hctBoorJfei^aneenkkcd. 
The edge of a book , dc Sftee va^ c^n hek. 
The rough edge, wire edge, (or thread of a knf- 
fe) de Draad die am ttn ma blyft ais V eerft 

To take off the edge, DtfchcrpU afneemen^vcf' 
(lompor, 
oS^Wann the beer a little to take off the edge of 
the coldjU^arm bet bier ecft vjeynigjc m daS*tr 
de kit t^xaas. 
To (kt an edge on, Scherpjlypen y aofrzetten, 
CeS'To fct ihyiU^shonc^gtyUetanJenflomfrmasken. 
Edge tools , Schcrp g€recdfchap ^ f^iy^^yX' 
to EDGE, Ombo'jrdcny met ecn ranav6&rz,icH. 
Edged, Met een Titnd voorzieft , om^ehaf^rd, 

a Two-cdged-fword , een TweefnyJ^^f I ziua<rrd. 
Edgclcfs , Dot gecif fneede beeft , Jiami 
Edge-iong, Langs de kant. 

Edging, bmhoordtngy omboordfely — omboordende. 
Edeing-lace, Buordfel ^ galtm* 

^ ^ EDL 

EDIBLE, Eetb^r. 

EDU^T, e€7t Gebady bevel ^ afkondighg. 
EDIFICATION, StkhttnT^ opbouivmg. 
EDIFICE, GeboHW , geflkht , ummermdje. 
to EDIFY, Stuhten^ opbouwen* 
Edified, Geflicht^ opgebotrnd, 
Edificr, ccH Opboftwer ^ Jiichter, 

Edifying, Sticbiingy Jlkhtende. 

EDITIDN, Uytgecvtng^ ^^y^pft^ t ^*'' 

The fccond edition ofa'book, De tzueede drnk 
VfTPt ecn bock. 
Editioncr, Editor, een Uytgeever [van een boek.] 
EDO. 

to EDUCATE, Opvocden^ Qpbrengen y optrekken. 
Educated, Opgevoedy opgebragt ^ opgetrvkken. 

Educating, Upvoeding^ (/pvoedende. 

Education, Opvoedsng^ opbrengi^g. 

EEL. 
f EL AaL 

^He has a whet Eel by the Uil ^ Hy hetft eenen glad- 
den aal by de Jiaert* 
Ecl-pie, een Aal-pajley. 
Eel-powt , een Pnyt-aal. 
Eel-fpear, een Eiger, 

^ EEN. 
EE*N (for Fven,) Zo evtn^ bykast. 

He went out ec'n now, Hyghg z^ even nyt. 

Ee'n a little before f]ic died, Ezen eer zsjlu^^ 

\ Is cc*n fu » */ h JMvfi zo. 

eff 

EFFABLE, Uytfprtekehkl nvtfprcekbaar, 

CO EI*FA^ E, tfytwijf^ien ^ iytveeien^ nytvjryvcn^ 

uytdoen. 
Edaced, C/yfgeveegd^ mytgeimfehr. 



EFF. EGG. ift 

EFFECT, Uytwerking^ vrmbi^ uytwerkfely ge- 
wrocht. 

The effc<fl of it will be forrow, De vrmht daar 
van zai droefheyd Zyn, ^ 

To take effeft, Stand grypen y gehtkken^ 

His counfel took good£#eft, Zyn raad had een 
goede nytwerking^ o( decdgQede Trnfbf. 

Ofnoefteft, Frnchtehos. 

It will be to no effcft , Hh zal te vergecfs zyn* 

*/ Is the fame thing in effta, Hh si m der daa4. 
dezelfde zaak, 1 

(t3f Words to tfiis cffed, Ifa&rden cntreni van dee* 

zen mhoud^ 
(drThc Effefts of a Merchant, ffwjA"oo/>w4w/ mid* 

dclen^ 
to EFFECT, Uytvserken^ uyiv^eren^tewege bren* 

^ gen , veroorzaaken. 
Eftcftcd, Uytgewerkty te wege gcbragt. 

Effecting, 0)lu;crking^ nytwerkemde, 

Erteftive, hrachtig^ daadeivL 

Ettedlively, Inderdaad, in ^er waarbeyd, 

Eftbaiefs, Frnchehos. 

Etfe<9tor* een UytViterden 

Hfteitreis, eeni Usnuerfler, 

EffeftuaJ, Krachiigy nyptuerkelyk. 

tllcdualjy, Ar.fff/^/y>, met der daad. 

to El* FEi-TU ATE, Te zvrge brengen. vohoeren^ \ 

EVFtMlNACY.f^erwyfdbeyd, - 

Effeminate, t^erwsfdy in vjelTHJi gefla^fd. 

to EFFEMINATE, Ferwyfd maakcn. 

Effeminated,, f^erwyfd 

Effeminately, Fcrwyfdelyk, 

(j ) E F FEl E , Niet meer baafende , onvrncbtbaar^ \ 

EFFIC AGIO U S , Krackig , uytwerkelyL 

Efficacioufly, Krachtiglyk, 

EfficaciouGiefs, i hfacbt y vermoogen^ termao* 

EFl'ICACY, r gendbeyd 

EFFICIENT, Ustwerkendey veroorzaakende, 

EFTIGIES, 'tAjleeUfei.fchiidery. 

To be haing'd incffigie, In fchtidety opgehangem] 
warden. 



terlhmJ^ 
^ . J ^ c, . ^ergtctm^, 
a Great cffufioii of bloud,^ 7en Gnote bhedten 
g feting , btaedllorting, 

EGG. 
[EGGyeenEy. 

To lay eggs, Eyeren leggen. 

The white and the yolk of an egg , J/it lui/ m 

de d4for van een ey, 
a Hard egg, een liardey. 
a Soft egg , een H'^eek ey^ 
a Rear egg , een Shrp ry, 
Pochcdeggs, Gcrocrde'^eyeren^ 
a New-laid egg, een l^erfcb ey. 



tS^ EGG.EGL.EGR EGY.EJA.EIG.EIT.EJU.EKE.ELA. ELA.ELB.ELD.ELE. 

Elaborately , Op een bearbeyde wyze. 
ELAPSED, l^erhopcn {als de tyd.) 
ELATE or Elated, Hoogmoedig^ verwaand^ opge^ 
hlaazcjt. 



aanporren^ ofhitfen , 



a Stale egg , een Oud ey, 

an Addle egg, een Ey zander haan, 

a Wind cgtr , een IVtnd ey. 

Collops^d eggs, Spek en eyeren in de pan ge- 

As fdPof roguery as an egg is full of meat, Zo 
vol van guytery ah een ey vol znyveL 
Egg-fhell , een Eycrdop , eyerfchil^ eyerfchaaU 
Egg-fawcc, een Eyer-doop. 
to EGG on , Aanmoedigen , 

aanftooken^ a.indryven. 
Egged on, AangeJreeven ^ aangepor'd. 

EGL. 
EGLANTINE, een Egelantier. 

EGREGIOUS, Trefelyi.'bKaaf, heerlyk. 

EGRESS, or Egreffion, een Uytgang. 

EGY. 
EGYPT, Egipte. 
Egyptian , een Egtptenaar. 
a Counterfeit Egyptian, een Hey den ^ landlooper, 
Zte Gipfy. 

EJA. • 
EJACULATION, een Uytfcbleting ^ mytboeze- 

ming van een hrtgebed^ jchiet-gebedeken. 
Ejaculatorjr, Uytfchiettng. 
to EJECT, Uytwerpen^ uyffihleten^ braaken. 
Ejc6led, Uytgeworpen^^ebraakt, 
EJECTION, Uytwerpmg^ uytfchiettng. 

EIGHT, Acht. 

Eight-times, Achtmaal. 

Eight-hundred , Achthonderd. 

Eight-fold , Achtvoudig. 

Eighteen, Achttien. 

Eighteenth , de Achttiende. 

Eighth , de Achtfte. 

Eightieth, de Tachtigfie ^ tachtentigjle. 

Eightly , ten Achtften. 

Eighty (or fourfcore,) Tachtig. 

EIT. 
EITHER, Een van beyde^ welk van beyde gy wilt. 

I am not fo tall as cither of you , Ik ben zo Jang 
niet ah een van u beyde. 

On cither fide, Aon alle beyde de zyden. 
EITHER Of. 

He muri either go forward or backward , Hy 
moet of achteruyt , of vooruyt goon. 

Either two or none. Of twee ofgeen. 

Either one thing or other, 0/ V een ofU ander. 
EJU. 
EJULATION, Gehuyl jekryt. 

to EKE out, Vergrooten^ doen uytdygen^uytzetten. 

ELABORATE, Bearbeyd\ bewerkt , bewrocbt. 
Ail elabgrate difcourfc, een Bewrocbt vcrtoog. 



ELB. 
ELBOW, de Elleboog. 

She leaned on her elbow, Zy leunde op haare «/- 
leboog, 
(drTo be always ot one's elbow, lemand ahoos op 
zy hangen. 
an tlbow- chair, een Leuningjiocl. 
ELD. 
ELDAR or Elder, Flier. 

Dwarf-elder, IVildevUer^ hadig. 
Elder-tree, een VUerboom. 
Elder-vinegar, Vlier-edsk. 
c> ELDER, eenUyer. 
(X3r ELDER, (in age,) Oud<r. 
An Elder, (Subil.) een Ouderling^ oudjle. 
Eldcrfhip, V Recht van de oudfle te zy^^ eerjlgeboo^ 
r en f chap. 
He is proud of his eldcrlhip , Hy is Vr moedig of 
dat hy de oudjle is. 
Elderfhip (in the Church,) Ouderlingfcbap {in de 
Kerk.) 

ELE 
ELECAMPANE, zie Elicampanc. 
ELECT, Ferkooren^ uytvcrkooren. 

The Eled, de Uytverkoorenen. 
to ELECT, Kiezeny verkiezen. 
Elcftcd, Ferkoorenj gekoozen. 
E I eflion , Ferkiezing. 
ElcSive, Ferkiezelyk. . 
ELECTOR, een Keurvorjl. 
Eledoral, Keurvorjlelyk. 
His EleSoral Highncfs, Zyn Keurvorjlelyke Door- 
lucbtigheyd. 
EleSorihip, V Keurvorjlelyk-ampt ^ Keurvorftfchap. 
ELECTUARY, eenSlik-geneesmiddeLJlik^artzeny. 
ELEEMOSYNARY, Dat als een aalmoes gegee- 

ven wordt^ alsmcde een Aalmocjfenier. 
ELEGANCE, or ELEGANCY, Netbeyd.cier- 

lykheydj aardigheyd. 
Elegant, Net^ cierlyk^ aardig. 
Elegantly, Op een cierlyke wyze^ netjes. 
ELEGY, een Treurzang ^ treurdicbt^ fninnedicht. 
Elegiack , Tot een Treurdicbt beboorende. 
ELEME>JT Hoofdftojfe, bepnfel, element. 
Elementary. Hoofdjioffelyk^ £a tot de eerjle begii 

felen beboord. 
ELENCTICAL, Bewyzig. 
ELEPHANT, eenOlifant. 
to ELEVATE. Ferbeffen^ opbeffen, opligten. 
Elevated, Opgeheven^ verbeven^ verwaand. 
Elevated thoughts, Vcrbevene gedacbten. 
He is elevated in his own conceit , Hy is ver^ 
waand in zyne bevaStinge. 
Elevation, Ofbeffi^g^ verbejfing. 

ELE* 



Vn- 



ELE.ELF.ELr.ELK.ELL.ELMELO.ELSELU£LY.EM.EMA. EMB. rn 



.ELEVEN, Elf. 

' •PoOcIIion is eleven points of the Law^ Dk m '/ 
^Ztt is heeft veei v^oruyu 
Eleven tunes , Etfmmi^ 
Eleventh, de Elfde, 

ELF. 
ELF I tern Kahatntrmannttjt ^ J^99k, 

ELl. 
ELICAMPANE, Alanf. 
ELIGIBLE, t^eriUzelyk, vtrkiaUtr, 
ELISION, UytJUottng. 
ELLXIR , Met tdeljle myttTfkM vm ie$f. 

ELK. 
ELK, een Elmd. 

ELL. 
ELL, de £/,[ccnMaat van III voct en IXduym, 

tynde i^ vard of i| Amfterdamfcbc elk J 
ELLIPSIS* IVQQrd-uytlaatmi. 
Elliptical, iVoordmytlaaSend, 
ELM. 
ELM, Elm-trec, ecnOim. olmhom. 

ELO. 
ELOCUTION, Uytfpraak. 
ELOGY, ecfic Lofrcedeft* 
to ELOPE , Dtr» man verlaaUff en eenm anderen 

VolgCH. 

Elopement, Dtf wegkoping eenervronwe van haarcn To go Bpon EmbafTy , In Gezantfchap gaan. 
man^ en tmuomtHg hy eenen andenn^ [waar- to EMBELLISH, f^erdere^^ opfrg^kcn, 
door zv haar huuwlyksgocd verlicft.l , EMI3ERS , Heete a£cht, 

ELOQUENCE, IVeiWrtekendheyd. Ember-week, Quatertcmper. 

Eloquent, Welffrtchni^ welbtfpraakt ^taahaardlg^ to EMBEZIL , Omvreemdcn^ ontjltekn^ f^Qek 



Emancipated, Bmtenvmgdy gcfleU^ vry gejisld. 
Emancipation, V^^^ling^ Qntjlaamng. 
to EM ASC U LATE . Ontmannen ontzcnnwen, 
EMB. %. 

Merk, Lcc2er, dat verfcheydenc v^^jjcn die 
met EM beginnen nu al veel met IM worden co 
fpeld< Indicn men dcrhalvc ccnfge van die hier nict 
vindt, often miaften hunnc Atrpmytfds nict, diu 
zullen dcielvc onder de letter I tc vindcn zyn. 
to EMBALM, Baifemcn, 
Embalmed, Gebalfemd, 
Embalming, Balfemwg^ ^^ [jalfcmcftde, 
EMBAKOO, ten Be/lag op fihepen. 
to EMBARK, Tc fckcpt gaam^ i^fiheepcpr. 
to EM B A R R ASS , Bclemmcr\ft ,' verkndcren. 
Embarrailcd, Bcjlommerd, 
Embarrnlment, Bejhmmering, 
to EM BASE, Verergeren^ verflechtcn ^vcrvalfchsw, 
EMBASSADOUR, etn Ajgczam , gczant ^ Am- 

haffadenr* 
^ The Welch Embailadoiir, een Koekocky bo&rK- 

draager, 
EmbaiTadrefs , eene Gtzantim^ Amhajfadcnrs gemaa* 

tin. 



wel ter taat. 
Elomientlv, Op een welfpreekende wyze. 
to ELOYN, ycrplaatfen, verz^nden. 

ELS, 
ELSE, Anders^ anderjins. 

Nowhere el fe, Nergem anders- 
Elfewhcre, Eiders, 

ELU. 
to ELUCIDATE, Ferkla^em, opbelderen. 
Elucidated, Ferklaard^ opgehelderd. 
Elucidation, Verkiaanngy opheldering. 
to ELUDE, Befpottclyk verydeten^U leur Jlellen. 
JEluded, Verydeld^ te lour gejield. 
Elufory, yerydeiend. 

ELY, 
ELYSIAN fields, de EBfifche beemden ofvelden. 

EM, 
*EM, [een Verkortfel van TJIjcm.} 
I love 'em, Ik l?cmin hen. 
He h above *cm , Hv is hoven hen. 
EMA. 
EMACERATION* Femsagering ^ magerwcrding. 
to EMACIATE, Uytmagerenj mager maaken. 
Emaciated, Uytgemawerd. 
EMANATION, een Uytvhesjing. 
Emanatory , Vytvloeijend. 
to EMANCIPATE, Buyten v&ogdyjlclhny ontjlaan. 



m oaken ^ verdusfteren, 
EMBLEM , een j^mnebedd^ 
Emblematical , i v * t u i l 
Emblematick, T ^^^nebeelddyk. 

EMBLEMENTS, de Profyun of inkomften vam 

hezaaid land, 
EMBODIED, Belighaamd. 
to EMBOLDEN, ^erphuteny moed infpreeken. 
to EMBOSS^ p^'crheeven hfwerk maakett^ dryzrn, 
els' To Embois a deer, Een hart in */ "Wondjaagcn* 
I Emboli work , Gedreeven wtrk, 
I EM BOWED, GeweM^d, vermnlfiL 

to EMBOWEL, */ ingewand uytneemen ^ ontwey- 
\ den^ 

'to EMBRACE, Omhdzen^ omarmen^ omvalten, 
\ Embraced, Omhelfd^ amarmd. 
Embracing , Omht-lzing , omarming^ — omhelzende, 
to EM BREW, zie Embruc, or Imbrue. 
to EMBROIDER, Bordituren, 
Embroiderer, een Borduurder ^ b^rdnurfler* 
Embroidering, Borduursng^ bordnnrjel^ -^- bof 

dunrende, 
to E MBRO 1 L I f^erwarren , belemmereny ontroeren, 
to EMBRUE, Verwen^ d^open^ bebhedmaaken, 

Embrued in bloud, In *$ bbedgedoopi, 
EMBRYO, een Onvoldraagen vrnehp in de hoar* 
m^edir* 

V EME. 



i 



IJ4 



EME. EMI. EMM. EMO. EMP. 

EME. 
jEMENDALS, alsy So much in emcndals i Z 

veei nogaoH kapitaal. 
EMENDATION, f^erbeUring. 
"EMEKhlJDjeenSmaragd. ' 

EMERGENCY, Foorval^ gewricbt van zaaken. 
Emergent, Schielyk^ onverwacht. 

An emergent occafion , cen Scbielyk voorvaJ. 
EMEROIDS, Ambcsen. 
EMERIL, Amartl [zckcrc ftccn.] 
EMETICK , een Braakm'tddcl. 

EMI. 
EMINENCE, Ustjleekendhcydj hoogte, 
EMINENCE orEMIN£NCY,C/)/;»«»/^;r^O'^, 

voortreffel)'khe\d* 
Eminent, Uyijhekcnd^ voortrejfelyk ^ uytmunUnd. 
Eminently, Of een uytmuntende vjyze. 
EMISSARY, een Uyigtzondene ^ tiytzendelsng ^ 

verfpieder. 
EMISSION, Uytzending. 
to EMIT, Uytzenden^ uytfihieten. 
Emitted, Uytgezonden^ uyt^cfchooten. 

EMM. 
t EMMET, ecnMier. 

' EMO. 

EMOLLIENT ,F<rr^4r*/f»</, weeimaakemd. 
EMOLUiMENT,^ ^oordee/y gew'my frofyt. 
EMOTION, Beroerte, uytdryving. 

EMP. 
to EMP AIR, Befnoeijeny verergeren. 
to EMPALE , Spitfen^ een pool ondcr V lyfflaoMy 

fzyndc ccn IVrkfche ftraf.] 
to Empanel a Jury,£>r naamen der gezwoorene 

goc-mannen op een ceeltje fchryven. 
EMPARLANCE, TuJJihenfpraak ^ verzpek tfom 

mytflel. 
to EM PEACH, Befchutdlgen , beUchtcm. 
EMPEROUR. de Kaizer oi Keizer. 
EMPHASIS, Naadruky kracht. 
To fpcak with an emphafis , Met naadruk Jpree^ 

ken. 
Emphatical , Nadrukkelyk. 
Emphatically, Op een nadrmkkehke wyze. 
EMPIRE, het Kyk^ Katzerryky keerfchappy. 
an EMPIRICAL Doftvir , een Arts door ervaaren^ 

heyd. 
an EMJ^IRICK, een Quakzalver. 
EMPLASTER, eenPUyfter. 
to EMPLEAD, yoor V rech roepen. 
EMPLOY, Bcdiening, ampt. 
to EMPLOY, Befleeden^ aanleggen y beeztgen , 

aanivcndcny U werkjiellen. 
He doth not employ his time fo as he ought to 

do J Hy bejleedt zynen tyd niet Zo als^t behoort.. 
I ihall employ him, Ik zai hem te uerkJtellcM. 
ETr\v\oycdy,Befteed^ asngelegdy geUeziga. 
Ue is not fit to be employed about tni$ matter, 

Hy is ombequaam omomtrent dcezf a^^ak gebruyki 

U. wordiM*. 



EMP. EMR. EMU. EN. ENA. 

Employing, Tewerkjlelling^ ^^^^gg'^g'i l^^^^^g'V> 

— i^eezigende. 
Employment, Bcezighcydy v/erk^ handgeiaar. 
to EMPOiSON. zte to Poilbn. 
to EMPO\TRISH, l^erarmen. 
to EVIPRISON. zte Imprifon. 
EMPRESS, eene Kaizrrin. 
I to EMPROVE, H\*l bejlceden^ vjaarneemcn. 
EMPTIED, Lecdiggcmaakt. 
Emptincls , Leediglhesd. 
EMPTION, Hooping. 
EMPTY, LeeSg.ydel. 

An empty vcllcl , een Leedig rat. 
* Empty vclTcls make the grcatcft noifc, Een leeg 
Tat burnt meeft. 
An Empty hope, een Tdele hoop. 
An Empty wit, een Scbraal zerjland. 
He hath nothing but an empty title of a King, 
//v heeft moor alleen den blooten tytel van Ko^ 
ning. 
to EMPTY, Leedjg maakeny ontleedigeu^ uytgie^- 

ten^ u\ifcheppen. 
Empty 'd, lacedig gemaakt y ontleedigd. 
It hath empty'd my purfe, *t rieeft tnyne beurs 
leeggemaakt. 
Emptying, Leedigmaaking ^ ontlcediging ^ Ue-- 

dt/maakende. 
the EMPYREAL Heaven, dc Vuurige Heme I, de 
allerhoogjie kernel 

EMR. 
EM ROD, een Glazemnakers diamant. 
jEMRODS, Ambeyen^Jpeenen. 



om ftryd na ietr 
afgunft. 



EMU. 
to EMULATE , Kaayveren , 

ftreeven. 
Emulation, Naavzer^ volgzncbty 
Emulator, een flaayveraar. 
EMULSION, een Amandelmelk. 
EMUNCTORY, deOntlafter, [een klicrachtige 
plaats des lighaams daar de vochtighcdcn uyt- 
lypelen. 

EN. 
Het gene dat ten opiigt van *t verfchcydentlyk 
fpellen der woorden in *t begin van EM gexegd \$y 
moet men alhier desgelyks waar neemcn ; want 
veele deczer naavolgende woorden wordcn 7o wcl 
met IN gefpeld, als met EN : en het eerllc fchynt 
weL het bcfte te 2yn, omdat het met dc uytlpraak 
beter overecnkomt. 

ENA. 
to ENABLE, M^tgeeven^ vermoogen geeven. 
to ENACT, FaJ^eUen, bejluyten. 

To enad a Law, een Wet maaken. 
Enaded, yaflgefteld^ bejlooten. 
Enader, een Pafljlel/er ^ wttmaaker. 

Ena(5hne, rajlfielling^ keflnyting^ hejluytende. 

ENAMEL , Braniverw , do^rvlamfet, emaljeer' 

to 



td ENAMEL , Bra^JJlMder^a , doorzlammcn , 

Enamelled, Gcbr^ifchdieri ^ gcemaljccrd. 
Enaindlcr, een Brandfcbiider ^ tmaljtcrder. 
Enanicl Itnt; , Bnvfdfchtldering ^ — brandfchtldtrende. 
ENAMOURED, Ferlirfd. 
FoolilTily enamoured ot a meaa wench, Op cen 

Jlechtf Jl of vcrzot. 
To^ow enamoured, VcrUefd wordcn, 
ENARR VTION, eenVerhad^ veruU'mg^ 

ENC, 
to ENCAMP. Legertn^ V leger neerjlasn. 
to ENCHAIN, lietencn^ oaM een keten Jlftyten. 
Enchained , Geketemd. 
to ENCHANT, Betoveren^ btz^vjeeren. 
Enchantment, Betovering^ bezmtering. 
to E N CH AS E , Its ^okd zHUn , met goud hejlaan, 
to ENCIRCLE, B^earielfit. 
to ENCLINE, Neyg^», bellen. 
to ENCLOSE, Bcfiuyten^ omheynen^ t^chutten, 
Enclofurc, een Omh<\ntng^ affc huttings ajjchuifcL 
to ENCOMBER. zte to Incainbcr. 
EN COM I AS T , effi LofreeiUx-maai^r. 
ENCOMIUM, ecnLofrcede. 
to ENCOMP'\SS, OmangeUn^ omrimgen* 
ENCOUNTER, cen Strsd, gevecht. 

Ill the iirft encounter, met den terften aoftval* 
to ENCOUNTER, Bejirydcn, hevechtcn, a^- 

Talkff, 
Encountred, Beftreeden^ bevochten^ ontmoet. 
to ENCOURAGE, Atmmoedigen^ ophhjen ^moed 

sttfpreekeH, 
Encouragement, Aanmoi^digmg. 
toENCREASE, Aaftwafftffj aangr&eijen ^ tocnec- 

men. 
to ENCROACH, ZrcA indr'mgim^etmamders reck 

benaderen^ inUalmen* 
Encroachment, Een aKrechtma^ige hdringing^ in-- 

dra^tj indrang^ 
ENCYt LOPED Y, deU'cetkrhg, Ucrkrmg^de 
ganfchc ^mkreyts vaN wet enfi happen ^ 
END. 
END, bet Emd^ fynde^ mgmerL 

At the further end of the flrect, Ann V fndvan 

dejlraat^ 
He knows no end of his means, Hy weetgeem 

end van zyn goed* 
I am at mv wits end , Ik ben ten eynde raad^ ik 

ben raadehos^ ik ben myn verftani ten evnde. 
The Winter is almod at an end, De Ir inter is 
byna ten eynde. 

He^ will be made an end of. Men zalhem aan 

] kant helpen. 

So there will be an end of *cm, Dot zaVtr een 
eynd van maak^n, door mee zulUn zy aan kant 
zyn. 
From the beginning to the end , Van V begin tot 
bft end. 



END. ENE. ENF, ifr 

To put an end \s> a thing , or to make an end of/^ 

a thing, lets eyndtgen^ een eynde van iets moM- 

ken. • 

a5*He has ft at his fingers end , Hy heeft bet op zyn 

duym. 
To the end that, T'en eynde dot. 
odr To compafs his end, Zyn oogmerk her ey ken. 
I had no other end in my fpc;ikiTig ♦ Ik hadgeen . 

ander eo^ntrrk tn myn jpreeken, 
qCj' World without end, In alh eenwigheyd. 
An Ends- man or Ends-woman, cen Omioopcr of 

omloofjler die oude Ueedcren opkoopt* 
to END, Eyndigcn ^een eynde maaken yVoleyndigen. 
To end a quarrel , Een krakkeei eyndtgen ot be- 

flee ht en. 
When will that bufinefs end ? Ifanneer zal die 

zaai ten eynde komen ? 
to ENDAMAGE, Bcfcbaadrgen^ fcbaade toetrtn^ 

gen. 
Endamaged, Befchaadi?d> 
to ENDANGER, Ingevaarftellen. 
to ENDEAR, Bcmmdmaaken 
Endearment, minzaamheyd^ liefkoozingyaanvallig^ 

bfjegening. 
END£AV0UR, Tra€hting^ P^^g*»gy ^fyf% ^*^^ 

fifgbevd. 
to E^fD £ A VOUR, trachten^ poogen. 
Endeavoured, Getracht^ J^^P^^^^- 
Endeavouring, Trachting^ ^^^-traehtende* 
ENDED, Gecyndigd. 

Ending, Eyndiging^ eyndigende* 

to ENDITE. zie Indite. 
ENDIVE, Endivie Andyvi. 
ENDLESS, Eyndehos, oneyndig, 
Endlels torments, Eyndehoze pynen. 
An Endlefs life , een Oneyndig (eeven, 
off An Endlefs man, Een dte nooitgedam beeft^die 

zyn merk nooit ten eynde brengt. 
to ENDORSE, Op de rugfibryven^ achfer op tey* 

kenen. 
td ENDOW, Bepftigen^ hegaaven. 
Endowed, Begiftigd^ begai^Z 
EndoAver , een Bcgtf tiger. 
Endowing, \^ ^^pf^*i^^S 
Endowment J ( bey J, 
to ENDUE, Aandoen^ begaaven, 
EnJucd, Aangcdaan^ begaafd, 
toENDUR^, t^Wdraaeen. barden, duureM* 

ene; 

ENEMY, een Vy and. 

a Profcilcd Enemy, een Openhaarc vyand* 
ENERrikTlCAL, Krachtig. 
to Y.1>^ERV KV^^Ontzenuwenykracbteloos maaken. 
Ener\'ated, Ontzennwd. 

Enervating, i Onrzentnvingy verzivakking ^ ver* 
Encr^^ation , i flapping, 
ENF, 
ENFAMINED, Ferhngerd. 

V 2 to 



1 



begaavingy begaof^ 



if6 ENF. ENG. ENH. ENI. ENJ- 
CO ENFEEBLE, Zwak maaken^ verzwakken. 

Enfeebliiig, Ferz^vjakk'tptg^ verzvjokkende, 

ro ENFEOFF E, Land in hen geeven, 

to EN FLAME, Ontjleeken^ verhittcn. 

to ENFORCE, Dwingcnj ovdringcn. 

Enforced* Gedivonjren^ opgearongen, 

to ENFRANCHISE , Toteenen burger ofvry man 

maaken , vryheyd vcrgunncn, 
Enfranchifement, l^rybeyds vergnnning^ verleening 
vanjiadi recht, 

ENG. 
to ENGAGE, Fcrbinden^ vcrpUgtcv^ verfandeu. 
To engage in war , Zhh in oorlog invjikkelen. 
To engage himfclf in an adion, Zicb in eenig 
bedr^ mengen ^ zich in iets fteeken. 
Engaged, Ferbonden^ verpUgt^ gehouden. 

Engagement , Verbindtenis^ "^'^^P^fg^'^^t gevecht, 

a Sharp engagement, een Vinniggevecht, 
to ENGENDER , Voortteelen, 
iCf To fee a rifing ftorm engendrjng,y/<«r V^<«»f»- 
trekken der wolken zicn dal Vr een omveer op 
handen is, 
Eneendered, Foortgeteeld. 
ENGINE, een Konjkweri, gereedfchap ^werbuyg, 

brand(puyf. 
ENGINEER, een Konfiwerker . verm$tfteling ^ 

f^eftingbouwer ^ Sferktbouv/er ^ Ingenieur. 
ENGLISH, Engelfcb. 

To fpeak Englifli, Engelfcb J^eeken. 
An Englifli-man, een Engelsnum. 
Engliihed , turn'd into Englilh , In V Engelfcb ver- 

taald. 
to ENGLUT, Verhropfem. 
Engluttcd, Verhropt. 
to ENGRAFT, Inplanten^ enten. 
to ENG K AVE , Graveeren , fnyden. 
to ENGROSS, Te bockfielien, in V net JielleMy 
— opkoopen , na zicb neemen. 
To eugrofs the difcourfc , yf/ depraat alleen voe- 
ren. 

ENH. 
to ENHANCE the price ^ de Prys verboogen^ op- 

/la an. 
Enhanced, Ferhoogd^ opgeflaf^en. 
Enhancer, een Verhooger ^ dierdcr-maaker. 
Enhancing , Frr^^^ opjfag, opkoap. 

to ENHERIT. zsc Inherit. 
ENI. 
ENIGM, ecnRaadfel. 
Enigmatical, Raadfelachtigj duyfler. 

to ENJOY, GenicUnj erlangen. 

Enjoyed , Genooten. 

En j oyer, een Genieter, 

Enjoying, Genieting^ genietende.. 

Eni;,)ym'ent, Geneugte^ g^ffot^ genieting. 



toENJOYN. BeTaften. opleggen^ 
Erioyncd, Belaft^ btvoUn^ 



bevetlen. 



ENL.ENM.ENN:ENO ENQ.ENR ENS.ENT- 

ENL. 

to ENLARGE, Uytbreyden^ breeder maaken ^ver^ 
grooten, 
I will not enlarge on this fubjcS , Ik vAl my over 

deeze/ioffe met verder wftbreyden. 
To enlarge a town , een Stad uytleggen. 
Enlarged, uytgebre^'d^ vergroot^ uytgeleyd* 
Enlarger, eenl/ergrooter ^ nytbreyder. 
Enlargement , Vergrooting , wyder uytbreydingj — — 

meerder vrybeyd dan men te vo'ore had' 
Enlarging, Uytbrcydtng^ ^-^-uytbreydende, 
to ENUGHTEN, Verlichtcn, licht maaken. 
Enlightened, Verlicbt. 
God hath enlightened every man, Cc^i heefteene» 
iegelyk menfch verlicht. 
Enlightening, Kerlichting^ -^^^verlichtendc, 

ENM. 
ENMITY, Fyandfchap. 

E>JN. 
to ENNOBLE. Edel maaken, veredelen. 
Ennobled^ Edei gemaakt .^eadeld , vercdeld. 

ENODATION, Ontquajling^ affnyding der quas^ 

ten van de takken, 
ENORMITY, Gruttwelykbeyd^ yslykheyd,,fpoore' 

loosbeyd 
Enormous, Grmtnuetyk. ystyk, fpooreloos. 
Enormoufly, Gruttwlyk^ op een grnttwelyke wyzr. 
ENOUGH, Genoeg. 

I have enough on 't, Ik heb^er genoeg van. 
^ ENQ. * ^ 

ENQUEST, Onderzoeky naavorfrbing. 
to ENQUIRE, Onderzoeken^vraajren.naavorfcben. 

ENR. 
to ENRAGE, Toornig maaken , vertoornen , tot 

toom opwekken. 
Enraged, t^ertoomd, toornig^ woedend^. 

Enr^'ng, Vertooming^ vertoorncnde. 

to ENRICH, Verryken, ryk maaken,- 

Enriched, Verrykt. 

to ENROLL, InUflads boek aanteykenen, 

ENS. 
ENSAMPLE. zie Example. 
ENSIGN, eenVaandely vcndel , vaan, bonier. 
Enfign, Enfign-bearcr , eenVendrig, vaandraager. 
to ENSLAVE , f^erjlaaven^ in/laavemy brengen. 
to ENSNARE, Ferjlrikken. 
to ENSTALL, Iniuyen, inbuldigen. 

To enftall upon the throne, Op den troonflellew. 
to ENSUE, yolgem, daarop volgen. 
Enfuing, yolgende. 

ENT. 
to ENTAIL, By erfenijfi vaftmaaken. 
Entailed, By erfenifje vafl gemaakt. 
to ENTANGLE, ^erwarren^ verftrikkenj in dc 

war brengen. 
Entangled, yervuurd^ verftrikt. 
Entanglcr, een Verwarrer ^ verflrikker. 

En* 




Entangling, Ftrwarrisfg ^ v^rftrikHwgj — i;^r- 

to ENTER, Iiif;aan^ mrteden^ amigetvtn. 

To enter a room , In cen kamcr trecden. 
To enter upon action, A an V vjtrk treedcn. 
To enter on adion againft ow^yEen gtding ugen 

untand aanvangcH, 
To enter upon an cftate , V Bezu vangoedcren 

aoMvasrdcn. 
To enter upon an office, In ttn ampt tret den* 
To enter into bond| /« etm verbindtenh trecdtn^ 

BorgJhIUts. 
To enter the WHJm U Jbrydperk trctd^M^dcnfiryd 

btginnen. 
iSSr To enter a thing lU a book , Ifis ie hoek ftelUn , 

To enter at the Cuftom-houfe ^ Op de komv&oi 

aangeevcn, 
to ENTtRCHANGE, FerwifeUn^ heurthouden, 
ENTERCOU KSE , OndithamMmg , u^cbcnhmi' 

del^ tkjj'chcnkop* 
Entered* zk Fntrcd, 
to ENTERFbRE , De voUen in^i loopem fegtn 

malkandercn Jiooten [gelvk dcpacrdcn,] Ugta 

malkandtrenjlaan ^ ftryMg zyn, 
toENTERLACE, Ondcrmemen^ d&orvlechtetr. 
to EhfTERLARD, Doorfpekkcn. 
toENTERLINE, de Regdcn ondtrjirccptn^ Qn- 

dcrlsfSfK, 
ENTERLUDE, ten TstfTchen-fptl^ 
to ENTERMEDLE, Ztcb in htsjlcehn^ mea ie- 

moeijen, 
ENTEKFLEADING, tujfchenpleymg. 
ENTERPRISE, ecn Ondtrneemtng ^ondetwindrngy] 

aanflagj t^^eg^ bcfiaany voornetmen, 
to ENTERPRISE , Ondcrnccmtn^ ondcrwlnd^n^ ' 

beftaan^ aafivangen, 
Enterpriled, OndcrmmtHy ondtrwond^n, 
Entcrprifcr, cen OHderu;tPtdfr^ ondcrneemer ^ aan- 

voftj^er. 
Enterpriiing , Onjermindi/ig^ ^nderrteetmngy -^ ' 

ondernecmcnde* 
to ENTERR, Begfsaven^ ter aarde brengen. 
to ENTERTAIN, Omhaahn, kuysvejlcn , plaats 

vctgunnen. 
To entertain one with a flory, hmmdmct ten 

verulling vnderhoudtn. 
Entertained, Onthaald^ gehuyiveji^ onderhuuden* 
Entertainer, een OnthaaTcr^ huysvc/ffr. 
Entertainment, OntbaaU^ hnynejl't^. 

He gave mttm^nolnmicxxX^IIygi^^ my hHysvtftlng, 
to ENTHRALL, /;rf/<f^z?cr»v brcngen^verftaavcfr. 
EmhtMtd y fW/laafd. 

to ENTHRONE, Op den ihroon vcrhefftn. 
ENTHUSIASM, Geefldryvtry. 
Enthufiall, ten GeeJJdryver, 
Enthufiartical, Geejldryvlg. 
Emhufiallkally, Op ien geefldryvendt myze* 



ENT ENU. ENV. j^ 

to ENTICE, Verhkken, bekaarcn. 

Enticed, f^erlohj bckoord. 

Enticement, Ferhkk'mg^ bekooring. 

Enticcr, een Verkkker^ bekoorer. 

Enticing, f'^erUkking^ bekoorcnde, 

ENTIRE, Ganfib^ geheel^ volkoomen ^ ongefcbm* 

den^ zuyvcr^ oprecbt. 
Entirely, Ganfchelyk^ gcbeellykj zt^verlyk ^ 9prefi^ 

teiyk. 
Entireneft , Oprecbiigieyd^ tolhmenbeyd. 
to ENTITLE, een Tytel geez^en ^ recbt geevcn^ 
Entitled, Beioorrccbf y gerccktigd. 
to ENTOMB, In een tambe zetien ^ begraaven* 
ENTRAILS, r^rEntrals, Ingewand. 
ENTRANCE, eenlngang^ mtreede^ begin. 
He made a folemn entrance , Hy deed een pleg' 

tigt intree, 
Entrance-niony , Geld dot men op hand geeft mm 

^^^ meefter cm iets te leeren. 
to ENTRAP, f'^erftrikken ^vangenybeirappen ^(vaff 

Trap, een vat A 
'rikf^ 



Entrapped, Ferjlrih^ betrapt. 

I ntrapmng ^ Verfitikking , verftrikkende. 

'* TREAT J Bidden^ emjligverz 



erzoeken. 



to EN 

Entreated^ Gebed^n^ verz^cbt 

Eafie to be entreated, Ferbiddelyk ^ gez^gg^lyL 
Entrcater, een Bidder^ verzoeker. 

Entreating, Bidding^ biddcnde. 

There is ao entreating of him, Daar isgecn ter- 

bidden aan hem , by ii onvcrbiddelyL 
Entreaty , een Entftig verzoek, 
ENTKED,. Ingegaan, ingetreeden ^ beganntn^aan- 

gegceven , £epoekt. 
to ENTRENCH5^rir/fVfi?/?tt;^rp<fy*^f> to Intrench* 
ENTREPRISE. s;^ Entcrprife 
Entring. Intreedingy ^^^ingaande^ intrtedende. 
to ENTRUST,. BcSrouiDen^ toevertrouwen, 
Entrurtcd, Beirouwdj toevertrouwd* 
ENTRY , Ingatig , intree , ~^ een gang ofjieegje^ 
He made his entry with great pomp, //y deed 

zyf/e intree met groote pracbt, 
cdrAii Entry upon an eftate, een Aanvaarding van 

eemg bezit, 
to ENTWINE, Omwinden. 
ENU. 
to ENUCLEATE, Ontbolftcreny de pit nytnM^ 

men^ ontwinden, * 

toENUMERATEy OptelUn, ttpm^mew. 
Eoumeratioaj Optellmg^ opnoeming. 

to ENVELOP, Bewindeny, inwikkcL-n, 

Envelopped, BcWijndenj ingew^kkeld. 

to EN VENOM ,^ Fergiftigen ^met vatyn bejlrykcn. 

Envtenomcd, Fergiftlgd, 

ENVIED. zietnyfA. 

ENVIOUS, Nydig^ ^^^P\Ky "i^^gttnjl^g. 

Ao Envious man, een Nydlg menjch. 
EnviouHy, AfinnftiglyL 



1 



A 



tx^ ENV. EPH. EPI. EPO- EQU. ' EQU. ERA. ERE. ERM. ERR. 

to ENVIRON, Omriftgen^ omcinf^eUn. lEaually. Gelykefykj eenpaariglyk. 

Environed, Omringdj omcingeld. I EQUANIMITY, Gelykmoedigheyd. 

Environing, Omriftgiftg^ omcingeling^ —-^wr/V . EQUESTRIAN , Ridderlyk. 

gende. EQUIANGULAR , Gelykhaekig. 

to ENViTE. zj€ Invite. i EQUIDISTANT , Gelyk-amandig. 

ENVOY, een Gczant, ^gezondene. I EQUILcVTERAL, Gelykzydig. 

ENVOYCE,£f» rekening vangefcbeefte goedcren. EQUILIBRIOUS, Gelskwigti^. 



ENVY, Nyd, afgunft. 

to ENVY, Benyden^ misgunnen 

tnvy'd, Benyd, 



EQUINOCTIAL, Gclyknachug. 
1 he Equinodial \\Vi.t ^de Evcnaar^nacht-cveningi- 
lyf!. 



♦Better be envy 'd. than pity 'd, Bcter benyd datt be- to EQUIP, Uytruften^ toeruflcn. 



klaagd. 

Envyer , etn Benyder , wangtinftige. 
Envying, Benyding^ « benydende^ misgnnnende, 
to ENURE, zie Inure. 

EPH 
EPHEMERIDES, Starrtkundige dagt^eU. 

EPI. 
the EPICENE Gender , Een gejlacbt begrypende 

beyde de fexen, 
an EPICK Poem, een Heldendicht. 
hPiCURIAN, een Epikureer. 
Epicurifm, de Leere juan Epiknrus ^ U Epikumrdom. 
EPIDEMICK, Akemeen, geflacht-eygen. 

An Epidemical difcafe , Een algemeene quaal^ 

eene z'tckte die zekcr volk oiJand eygen is. 
EPIGLOTTIS, 't Strotklapjc. 
EPIGRAM, een Bydicbt^ punidichu 
Epigrammatill, een Puntdicht-fchryver. 
EPILEPSY, de Vallende ziekte. 
EPIPHANY, Drle-Koningen dag. 
EPISCOPACY , de BiJJiboppelyke rfgeering. 
EPISCOPAL, Bifcbappelyk. 
Epifcoparians, Bijjfchopsgcztnden. 
EPISTLE, ccnZendunef. 

An Epilllc Dedicatory, een Opdragtbrief. 
Epiftlcr, de Zendbrief-leezcr in een DomkerL 
Epillolary , Tot zendbrieven beboorende. 
EPITAPH, een Graffcbrifi. 
EPITHALAMIUM, een Bruyhftsdicbt. 
EPITHET, een Bynaam. 
to EPITOMIZE, Eenkort begrip maaken, verkor- 

ten. 
Epitomized, Ferkort. 
^ EPO 



EPOCH, Tydmerk y ^drekening. 

EQUAL, Gelyky evengelyk, eenerbande. 
To be < ' 



Equipage, Toerujling^ uytrujiing^ gewand. 
EQUIPOISE, iEquih'brium, eenGelykgewigt. 
EQUIPOLLENT, l/an eengchk Termoogen. 
EQU IPONDEROUS , GelyhJigtig. 
EQUITABLE, BU/yk, recbtmaattg. 
EQUITY, Billykbeyd. 
EQUIVALENT, Evenwaardig, 

To give an equivalent, lets van gelyke wsardc 
^eeven. 
Equivalence, Gelykbeyd van waarde. 
EQUIVOCAL :! Dubbelzinnig. 
to EQUIVOCATE, Dmbielzinnig jpreeken. 
Equivocation, Dnbbeizinnigbeyd. 

ERA. 
to ERADICATE, Ontwortelen, uytroeijen. 
Eradicated, Ontworteld. uytgeroeid. 
ERASED, Uytgefcbrabt. 
Eralcment, Uytfcbraaping. 

ERE, Eer^afeer, 

Ere long, Eer/ang, binnen korten tsd. 
ERECT, Recbtop^ recbt overena. 
to ERECT, Oprechten. 

To ereS a Statue, een Standbeeld oprecbten, 
ErcSed, Opgerecbt. 

EreSing, Oprecbting^ ■ oprecbtende, 

ErcSioh, Oprecbting. 
EREMITE, zie Hermite. 

ERM. 
ERMINE, een Hermelyn ^ [een zeker becsje dat 
koftclyk bont hceft.J 

Lined with Ermine, met Ilermclyncn vevocrd. 
ERR. 
to ERR, Doolen^ dwaalen. 
ERRAND, een Bo9dfchap. 

To go on an errand, Om een boodfcbap gaan. 

To do an errand, een Boodfcbap doen. 



equal "to one, ^lemand evengelyk zyn. a Sleevelefs errand, een Zone boodfcbap. 

He hath not his equal, Hy beeft zynsgelyk nict. {ERRANT, Doolemdc^ omzweneKdc, 
to EQUAL, Gelyk maaken^ vergefyken. I a Knight errant, een Doolendc Ridden 

His ftrength equalled his courage, Zyne hracbt ERRATA, Drukfonten. 
jMom met zynen ntoed overeen. j Erred , Gedwaald^ gedoold. 

Equality, Gelykbeydy evengelykbeyd^ overetniom/l* , Erving ^ Dwaalingy dwaalende. 

to EQUALIZE, Gelyk maaken.eenpaarig maaken. ERRONEOUS, Dwaa/e»dj valfch. 
'Equ^lncd^ Eenpaari^gemaakt, An erroneous opinion, een Dwaalend gevoi^ 

Equalizing, Equalling, Celykmaaking^ "— ^J?^6'^ '^*- 

maakende. Erroneoufly, Falfcbelyk^ op een dwaalende wyze. 

£R* 



ERR* PRU- ESC. ESP, ESQ. 
ERROR, ERROUR, fef> Font, ftyl, mjjlag^ 
dwad'tng^ dooling. 
Full of crrours, /"&/ vanfotacm^ vol van mhjla- 

gen. 
To lie under a great crrour, In tengrootc dwaa- 
lingjltehn, 

ERU. 
ERUDITION, GeU^rdbcsd, 
ERUPTION, ehUytvai^ uytharfiing. 
ERYSIPELY , ds Ro'os^ (zci^re vuurfge owfltciiffg 

^ ESC. 

ESCAPE, Ontvlagting^ onikamtn^^ - €€n mis* 

flag dicn men aver V hoofdgeztcn heefi. 
He made his efcape, Hy is V ontvlugt^ by ont~ 

qnam V. 
to ESCAPE, OntvlngUn ^ cntvUeden^ Qntkomen^ 

ontfnappen. 
He iMll not efcapc, Hy zal V nict omkom^n^ hy 

ZaJ den dans nieS Qnijprtngcn* 
Efcapcd, Ontvlugt s^onthmen ^ ontfnapt^ 
ESCAR, cen Roof van een'tg zcer, 
ESCHEAT , Fervalling t^an landeryen op cenig 

Heery ['[ %y door verbeurte of vcrfterving.] 
Efcheatcd goods, Vtrheurde of 'vcrvallcne goederen 

[aan den Koning of ecnig ander Hecr. J 
Efcheator,<^ Invorderaar of Ophaalcr van verbeur- 

de goederen^ 
to ESCHEW" , Myden , vermyden , onivlttden , 

fchuHwrn. 
Efchcw evil^ Mydhet quaad. 
Efchewcd, Gemyd^ vcrmyd^ gefcbuuwJ, 
Efchcwer , ten Vermyder , [cbuuwer, 
Efchewing, Vermydinge^ fchuHwing^ ^-—^tftrnty* 

dende* 
ESCUAGE, Eenplfgt volgens welken de huurslny- 

den eertyds gehonden v/aaren bunncn Landhcer 

op hunne csgene kojien in den ooriog tc 'vohen^ 
ESCUTCHEON , een IV^enfihiLC 

ESPECIAL, Byzondcr^ zondcrltng^ 
Efpccially, B\z*mderlyk. inzonderheyd. 
ESPIED. ^/cEfpyU 
E())ier. zie Spy. 
ESPOUSALS, Ondertronw, 
to ESPOUSE, yerhozen^ zich vcrUoven* 
Efpoufcd, Fcrloofd. 

C>He has cfpoufed hisimftcr's cm£Q^Hyheef$ zyns 
mteflers zaak zich aangetrokken, 

Efpoufing, Vtrhoving^ ^crhovcnde, 

to ESPY , Ferfpiedcn , Icjpieden. 

Elpy'd, Ferfptedy hefpied, 

Elpying, Ferjpiedingy hfifieding^ ^crfpitdtnde , 

ESQUIRE, een Schildknaap, [ecii 7ckae Edcl- 

mans tytcl naaft aan eencn Ridder.J 
Efquiry, Schildknaapfchap, 



TSS. EST, ETC. ETi 
ESS. 



119 



j ESSAY, een Proefyproeve^ontwerp^zie ook Alliy 
to ESSAY, Beproeveny i^zoeken^ verzoeken* 
I Eflayed, Beprorfdy bezocht. 
ESSENCE, Hefweezeny de weezendheydi^ — i 
ook degeejl oi h^acht icemen nyt iet) getrokken 
heeff. 
EflcntJal , WeezendlyL 
Eflcnriallity, H'^eezcndlykbeyd, 
Eflendally , Op €en weezendlyke wyze, 
ESSOIN , Untfchnldiging eens gedmgden v>{k 
hy niet x^erfchynt. 

EST. 
to ESTABLISH, Bevefligeny vajljlelhn, 
\ EftablilTicd, Bevepigdy vajtgcjicld. 
] Eftablifncr, een Beiejltgcry tnfidier. 
ElbbliQiing, Bevefimngy ^-^bevtjligcnde. 



IftfMn^ 



Eftablilhment, l^iifijhlhng, 

ESTATE, Sfaaty bezity middelen ^ gocdenn* 

The three Kftatcs of the Kingdom, />^ drie Jim- 
ten van V ^yk. 

To be in a low cftatc, In eenen hagenftam zyn, 
cCj^He hath a great eftatc, Hy heefigtaou middeltn^ 

r-SlEEM, AchtiHgy waarde, 
1 have a great efteem for him , Hy fiaat by my in 

hooge achtinge. 
He h of no cHcem, Hy isganfih niet gcacht. 
That will raife his efteem, Dat zalzyne achting^ 
doen toeneemen. 
to ESTEEM , Achteny waardecren. 
Eftecmed, Geacbt y gewaardeerd, 
Ellecmer , een fVaardeerder y [chatter n 
ESTIMATE, Overflagy wamdy. 

To make an cftimatc of a thing,tfrir overjlagvan 
iets maaken, 
to ESTIMATE, Scbatten^ waardtenn. 
Eltimated , Gefehat , gtwaardeerd, 
Eftimation, ifaardevri^gy fehatttn^. 
ESTIVA L, Tot den zvmer hehoorende, 
loESTlVATE, OverzQmenn y den zomer over*- 

brcngen. 
to ESTRANGE, Vervreemdcny ontvreemden. 
Eftranged, ^erireemdy ontvreemd. 
E rt rang em et! t , Ont vrecmding. 
ESTREAT , Een verzochte kopy van een oorfprcnk- 
hkfcbrijh 

ETC. 
to ETCH, Etfeny [met fterk water graveercn.] 
Etched, Geet/f, 

Etching, Etjingy Etfvnde. 

ETE* 
ETERNAL, ffjirz:;/^. 
It concern's our eternal Salvation , Het betrefl 
onze eenwige zai/gbeyd. 
Eternally, Eeuwiflyk. 
Eternity, Eentuigleyd* 
From all eternity , Fan alk ieuwigbeyd 4, 




i6b ETH. ETY- EVA. EUC EVE. 

to. ETERNALIZE or ETtRNIZE , Ecuwig ^ 
fnaakeHy vereeuwigen. 
To eternalize one's memory, lemmds gedacbte- 
nis vereeuw'tgen. 
Eternized, f^crceuwM. 

ETH. 
ETHICKS, deZecdckundcy Zeedeleere. 
ETHNICK, Heydenfch, 

^ ETY. 
ETYMOLOGICAL, Oorfprongklyk. 
ETYMOLOGY, Oorfprongklykheyd ^ oorjprongs 
kenuis, 

EVA. 
to EVACUATE, Ontkcdigen. 
Evacuated, Ontleedigd. 
Evacuation , Ohtleediging, 
to EVADE, Ontvlugtemy ontgaan^ ontwykcn yont^ 

(happen. 
Evaded, Ontvlftgt^ entwecktM. 
EVANGELICAL, Evang^iifih. 
EVANGELIST, een Evangelift. 
to EVAPORATE, Uytwa^emen. 
Evaporated, Ustgewaajjemd. 
Evaporation , Uytwa^'eming. 
EVASION , OxtkBrning , ontvlngting , ftytvlngt^ 
verzet, 

EUC. 
EUCHARIST^ Hct Avondmaaly Nacbtmaal. 

EVE. 
EVE, de Dag voor eenfeeftdag. 
ChrtftmafT-eve, Kcrs-avent. 
EVEN, Even, gelyk, effen. 
Even and odd. Even en oneven. 
Now wciare even , U^ zyn nu effen. 
An Even mind, een Effen o( gerufi gemmed. 
Even with thegrouncf^ Geiyks de grand ^ met de 

grondgeiyk. 
Dit woordeken Even wordt fomtjrds van deEn- 
gelfchen gebruykt om een zaak krachtig uyt 
te drukken , als 
Odrit is even a (hame to think on, V // eenfibande 
daar maar aan te denken. 
Even from his youth , Zelfs van zynejengd of, 
Even the learned may miftake, Zelfs de GeUcr- 
den konnen miffen. 
CO EVEN, Effenenj vereffenen, effenmaaken ^ ge^ 
lykmaaken. 
To even his accpunts , Zyne rekeningcn vereffe- 
Men. 
Evened, Gee ff end. 
EVENING, deAmni. 
To walk in the evening. In den avondftond wan-- 
Helen. 
The Evening-ftar, de Avondftar. 
EVENLY, G^/^if, eff^n. 
Evennefs , Effenbeyd, gelykbeyd. 
EVENT, Uytkomfty uytjlagy gebemrenis. 
CO EVENTltATE, A^«mrv, zifi^m, mytphyzen^ 



EVE. EV£. EUN. EW. 

^aanwkeurig onderzoeken, 
EVER, Ovtty reeniger tsdy altoos, altyd. 

It will ever be fo* V Zat altyd zo zyn. 

For ever, yoor altoos. 

For ever and ever. In alle eeuwigheyd. 
03* As foon as ever I can, Zo dra ah ik eentgjint 
kan. 

Ever fince. Fan dien iyd af. 

Ever and anon, Gejladig^ van tyd tat tyd. 
Ever-green, Altyd groen ^[ctw boom of gewas dat 

altoos groen isA 
EVERLASTING, Eeuwigdnnrend. 
Everlaftingly, Eeuwigduurendlyk. 
Everlafttngnefs , Eeuwkduurendbeyd. 
EVERY ,.K/^r, iegely^, elk. 

Eve^ S,' \ ^^*,/'^M'*', ^^ y^^ ^'^^ ^^*» 
Everyone, j ^'f'^ ^^^M^^- 
Everywhere, Ovcral. 
Every whit , In alien deele. 
That *s every whit as good; Het is zogaedin al- 
ien dccle. 
He drunk every drop of it, Hy drank het uyt tot 

een drafpel toe , hy drank bet reheel op. 
He laughs at every word^ tly lacbt am elkcn 

woora. 
Every day, em legelyke dag, alle dagen. 
On every fide, f^ alle kanten. 
Every other day, Om den andertn dag. 
EVI. 
to EVICT, T'egen iemand bcwyzen ^ avertnygen. 
EviQion, Bewys, nytwlnnlng. 
evidence: B«{y/, blyk, getuy^e. 
There are Itrong evidences acainft him , Daar 
zyn krachtsge bewyzen (of blyken) tegen hem. 
to EVIDENCE, Bewyzen, docn blyken. 
Evidenced, Beweezen. 
Evidtticiblc, Bewysbaar. 
EVIDENT, Blykbaar, duydelyk. klaar. 
Evidently, Klaarlyk , fibynbaartyii 
EVIL, Quaad, boos,fnaod. 
An Evil , een Qnaad, onheyl, juaal. 
The King's evil, Ilet Konings-zeer ^ [een lekcr 
kropzwecr, <?/kliergezwcl.] 
*Evil got, evil fpenr, Z<? gewonnen zo geronnen^ 

zo gewonnen zo verteerd. 
Evilly, Booslyk, quaalyk. 
\ Evillv treated, Quaalyk gebandeld. 
j to EVINCE, Ferwinnen, overtuygen. 
I Evinced,- Verwannen. 
Evincibly , Op een avertuyghke wyze , klaarblyklyk. 

EUNUCH, eenGelubde, een kamer ling. 

EW^ een Oag\ ['t wyQe van een fchaap.] 
An Ew-lanJ) , eem Oai^lam. 
Ew-trce. zic Vcw. 

EWE. 



EWE. EXA. EXC. 

EWE- 
to EWE» Lammeren^ Lammers werfcn. 

EXA. 
EXACT, Na^whurtg, n<t. 
to EXACr, AfiOTiJUrcn^ aftyjTchfn. 

To exaS upon one, Icma^dte vecl afcyjfchen. 
To exaft in the price, De pryi u hoo^jhtlof. 
|El';wScd, AfiicsfdH^ af^cv^rderd. 
"iXACTION; Afeyfcbtffg^ afkmevdm^. 
ixafl ly , Na4iu vuk : Hrsglyk . 
^xaclncfs , NaJftwheftrt^heyd. 
to EXAGGERATE, VcrgroHefi ^ vtrzwaaren. 
Exaggerated, Ferzwaard, 
Eii^craiion , Fcrzwmrtn^. 

to EXAGH ATE, Qkctlepi^ overh^nlen^ afmatten. 
to EX.ILT, Ftrhuogeif^ vtrbeffen* ' 

Exalted, Verhoogd^ verhevcn, 
^Ejtaltatioa, VcrheiJfiHg^ vtrhoogimg. 
Exalting ^ Vcrhoogi^l^ '-^-^vcrhoogemdi, 
EXAMINATION, Ondervraagtng , onderzoek ^ 

lierbQormz, 
to EXAMINE, Ofiderzoekcn ^ ondcrvraagcn ^ gh- 
dertaflcn ^ verhooren^ naavorfihcn^ toetjen. 
To examine a bufmeft, Een zaak ondcrzoeken^ 
To eiamiuc a prifoner , Eemen gtvangen verhoo^ 

rcn. 
To cxikminc\vitn^(kSjd^Getuygen oftdervraagen. 
Examined , Ond^rzocht , ondervraagd^ andtrt^^ vcr- 
boord^zetoetft. 
He was ftrifHy examined, Hy wUrdi ftaauv/ om~ 
denraagd. 
Examining, Ondervraaging^ ondervraagendc* 

EXAMPLE, eenf^QorUeld^ exemfeh 

Take example by him , Neem eem exempcl aan 
hem^ fpiegei u aa» hem. 
to EX AN I iV'L\T E , Omlyven , ontzieUn , — ver- 

iZOdgcH^ mocdebus maaken^ verbaaztn, 
Exanimatcd, Ontzidd^ ^^—vtrtzaagd^mocdelooi^ 

vcrhititfd. 
EXANGUIOUS, BhidcloQf, 
to EXASPERATE, rtrbiturtn ^ vcrgrimmen ^ 

tergen, 
Exalperat cd, Vcthtttfrd. 
Exaipcration , Vcrbittcrtn?^ ^^^ging. 

EXCAVATION, Uytholkng. 
to EXCECATE, f^'^rblmde^. 
Excecated, Fcr blind. 
Excecation, Vcrbliffding^ 
to EXCEED, Overtreffcn^ te boven gaaw. 
Exceeded , Vvertrejfcn^ te bovtm gtga^m. 
Exceeding , Uytncemcnd , uytfltekend , gewelMg y 
byfttr zeer. 
Exceeding dear , Vstntemend dnur. 
I Exceeding high, G^ewddi^ hoog, 
ExcecdiiTgly , Vyt der msaie, 
toEXCELL, Ovcrtreff^n^ ftytmunttn. 



EXC, — ^ i6l 

^^ Uytneemtndheyd y Vat^rtrtf* 



EXCELLENCE, 

EXCELLENCY, f "ftmtyd. 

Excel lent, Uytntcmcnd^ trefftlyk ^uytmnnttni ^nyt^ 

fltfkend. . 
ExccUcntly. Op eenireffelyke wyzt. 
EXCENTRICK, Da$ znb om ten ander middeU 

Punt bcwctgr^ 
EXCEPT, Bchalvf ^ uytgtzonderdy uy$gcnomc»^ 

fiStg^zegd^ V en zy " 
to EXCEPT , Uyrzondercn , Hytjluytew. 
aS^to Except aeainil, l^crtvcrf^en^ wuiaken. 

He excepted againft the witiiellcs, liyverwhff 
de getuygen. 
Excepted, Vytgezonderd. 
Exception, Vytzondering^ nytvlug^. 
He made exception againflt it, Hy had Vr itts tt- 

gen te zcggen. 
To tak e exception at a thing , Zhi over Uts Mgen, 
Exceptionable, If^raak^aar , daar iets op (c zeggm 

vaU, 
Exceptious, Ligfgeraakt. beigzuekug. 
to EXCERP, V^pMen] ^ 

Excerption, Uytpikking^ verzameling. 
EXCESS , Overdodm^ t^vtrtMgheyd , uytjp&mg* 
bcyd. 
To run out in excefs , 7i^ ttvcrdaad uytfpfttttw, 
Exceflivc, Overdaadig ^ overflailig^ uytjptfQrig. 
Exccfllvely, Ovtrdaadtgtyk ^ overfialfigiyk. 
Exceffivcncfs, Overd^tadigheyd^ overtoil tghey d y on* 

maatigheyd ^ fpooreloosheyd* 
EXCHANGE, Uipi, wfeling^ ruyirwg. 
To make an exchange, Een ruyl'mg doen. 
the Exchange, de Beun [dcr Kooplieden.] 
to EXCHANGE, rerwtfeien, verrnylen. 
Exchanged, fVrwtJ/cld^ tcrr/tyld. 
Exchanger, een II tj/t/aar ^ ve'rrtiylcr. 
Exchanging, 141 f clingy verwiffeling^ verrHyltng ^ 

verwrjjekndei, 

EXCHEQUER, 's Lands fchatkiji^ deflaatida^. 
^t geld tot de Kroun behcorende ontvaffgen wordf* 
EXCISE, Mfyf, toL 
ExciHible, I'erakfysbaar, 
EXCISION, Uytroeijing^ verdtlging. 
to EXCITE, Aanporren^ opwekken^ ophiffcn. 
Excited, Aangepord, 
Excitement , Aanparring. 
Exciter^ een Ophttftr, 

to EXCLAIM, Vytroepen^ uytfchreeuwen. 
Exclaimed, Uytgcroepen. 
Exclaimer, einuytroeper. 

Exclaim mg, Uytraeping^ uvtroepende. 

Ex Clamntion ^ Uytfchreeuwing , tiytroep, 
to EXCLUDE, Vytjluyten^ buytenjluyten. 
To exclude one 'from the government, hmmi 
buy ten de regeermg fluyten. 
Excluded, Uytgeflooten^ 
Exclufion, Uyt/lttyting, 
Exciufive, Uytfinyt^nde^ aytjluyt/g. 

X Ex- 



y 




i6i 



EXC. EXE. 



Exclufivclyj UytJlHytelyk. 
to EXCOGITATE, Bedcf^kc^, uytvinden. 
(t)EXCOMMENl.EMtNT, deBan. 
tohXCOMMUNlCATE, BnyteH de gemccnu 

Jluyten , in den Ifon doen , ban'mn. 
Excommunicated , In den ban gedaan. 
Excommunication, de Ban^ kcrkhan^ uytjluyt'tng 
uyi dc gcmeente. 
To take off* the excommunication , Den ban in- 
trekken, 
EXCREMENT , Afgang, tiytwerpfel, vuylighcyd. 
Excremcntal , Excremcntitioiis , Tot den'aigang be- 

hoorendc, 
EXCRESCENCE , EXCRESCENCY, een Uyt- 

wajjlng^ u\twaSy uytgrocifcl^ wen, 
EXCRtTlON, Loox^sng [van afganc of pis.] 
to EXCRUCIATE, Pynlgen, qnelkn. 
Excruciated, Gepynigd, 
to exculpate; OntfihMldigen. 
E X C U RS I ON , een Uytloop , uyt wevdifi^. • 
excusable, i^erfihgt^mfyk, vcronrfibMidigbaar , 

verantwoordclyk, 
Excufatory, Tot verantfehulSghg dsenende. 
EXCUSE, Ontfcbuldiging^verjchoomng^uytvlugt, 
voorwendfel, 
a Frivolous excufe, een Beutelacbtige ifytvlugt. 
He alledjged for his excufc,//y bragt t'zyner vet' 
fcho&nwge by. « 

to EXCUSE , OntfcbuUigim , veromffhuldigem , 
verfcboonen^ ontjlaan. 
He won 't excufc me from it , Hy wilder my miet 
van ontjlaan. 
Excufcd, Ontfchuldigd^ verfiboonj. 

I deiirc to be excufed, li verzaeA verfcboond te 
vjorden, 
Excufer, eenVerontfchttl^er^ verfchooner, 
Exculing, yerotttfchuUitging^ verfibooning j ■■ ■ ■ ■ 
ontfchuUigende. 

EXE. 
'EXECK^\ihY.,Vervloekely^k,veffo^ij^^^^ 

My afgrvshiy vcrvloSkt, 
to EXECRATE, f^'eri'/oeken , verfoe/Jen. 
Execration, l^ervlocklng j verfaeijing ^ ^i'y^'^lg y 

vcriocifcL 
to EXECUTE , Ustvoercn^ verr'tcbten ^naakomtn. 
To execute a delign , een Voorneemen mytvoeren. 
To execute one's orders , lemands bevelem naa^ 

komen. 
To execute a malefaSor, Eenen bQosdaendtr ter 
dood brengcn. 
Executed, Uytgevotrdj verricbty ^--^^ ter dood ge- 

bragt y gerecbt. 
Executing , Uytvoering , verrUhthgy^^uytvoertnde. 
Execution , Ly:voen»g , voltrekking , uytvoering van 
bet ronnis. 
To put a thing in execution , lets nytvoeren. 
The place of execution, Oe piaats'des gencbtt. 
Eiecatioaer, een Scberpre^bter ^ bcttl. 



EXE. EXH. EXI. 

^X^.CUTORydeUytvoerdervaneen uyterjle wille. 
t" xccutrix , eene Uytvoerjler eener nyterJU vjille , 

bui'JeihondJler. 
EXEGETICAL, Verklaarend^ uytlcggend. 
EX t MPL AR Y , Vuorbeeldelyk , van een goed voor^ 

beclJ, 
Exemplarily , Of een voorbeeldelyke tyyt^. 
EXEMPLE, t^oorbeeld, exempel. 
Exemplilication, Verklaaring door voorheelden^ rdsr- 

leehtng van een oprccht ajjcbrift, 
to EXEMPLIFY , Met voorbcelden verklaaren , 

een oprccht of wettig afjcbnft verlecncn. 
.Excmplihcd, Met voorbeefden verkla^zrd. 

EXbMPT, Ontflagen, een gevtyde, 

to EXEMPT, Uytneemen^ nytzonderen^ ontjlaan^ 

uytbcdingen. 
Exempted, Uytgemmen^ nytgezonderd^ ontjlagen^ 

uytbedongcn. 
Exempting, Uytneeming^ itytzomdcring ^ — nry/- 

zonderemde. 
Zxexu^Xion^Uytzonderirig^ ontflag. 
to EX ENTER ATE, Ret ingevjand nytneemen, 
Exercem ProSors , Prahizeerende ^rokureurs , 

.pn^izsns. 
EXERCISE, Oefening, beezigbeyd. 
to EXERCISE, Oefenen^ beezig bondcn. 
Exercifcd, Geoefind. 
Exercifer, een Oefenaar. 

Excrcifing, Oefening^ oefcn^nde, 

EXERCITATION, Oefening, gehruyk. 

to EXERT, Te voorfcbyn doen komen^ vertoonen^ 

Exertion, Voortbrengin^^^ te voorfchyit^engin^, 

EijfnALATlON, UytwaaPming. 
to EXHALE, UyPivaafemen. 
to EXHAUST, Uytputten^ uytmergelen, 
Exhavftcd, Vytgepui^ uytgemergeld. 

Exhaulling, Uytputtin^^ ' uytputtende, 

to EXHEREDATE , Onterten. 

to E X H 1131 T , Vertoonen , voot hottdcn , 7 oorjraa* 

gcn^ opgeeven. 
Exhibited, P'erti>ond^ voorgchouden ^ voorgedra^igen^ 

opzcgceven. 
Exhibiting, l^oordraaging^ voordraagendv. 
Exhibition, Voordraaging^ vertooning^ onder- 

bond, 
to EXHILARATE, Verbeugen, verblydcn. 
Exhilaration, Verheuging^ verblyding. 
to EXHORT, Vermaanen^ aanmaancn^ aanraii^ 

den y aanporren, 
Fxhorted, Vermaand^ aangemaand. 
ExhortLr, een Vermaaner y aanraader. 



Exhortation, f^ermaaning^ aanraading. 
Exhorting, rcrmaantngy ^^^vermannende ^ 



AMT* 



riudcade. 



EXI. 



EXIGENCE, iBebgeftfgbeydy nooddrt^tigbeyd^ 
EXIGENCY, r zereyjih. 

Ac* 




tXl EXO. EXP. 

According to the exigency of affaires , Kaar ver- 
iyfih vsft za4ikcn, 
E3fieent, BehQijiig^ gtooJJrMftij^. 
flQp He was brought to an exigent, Hy was M ten 

cS'Upon fuch an exigent, Op zulk ecn voofvaL 

EXILE, (adj,^ Kleyjf. 

EXILE, (fiiblt) Ballift^fiJbafj nythanmtf^* 

An Exile, cc^ BaUin^, 

to EXILE, UyhanncMy in balling fcbap vtrzcndcn. 

Exiled, Uytgtbanncn. 

Exileiiienr , Balling fihap. 

EXIMIOUS, Foortrtffclyk, nymnntcnd. 

EXINANiTiON, Fer^tugini. 

to EXIST, In Wiczcnzyn^ bcjiaan. 
Exigence, IVeczenM^khcyd^ bejhmniykheyd, 
EXIT, (Jytgang, 
He has made his ciit, Hy hetf: zynt rol npge-^ 
fp€cldy hy // ztux* 

. ^EXO. 
EXODUS, Het twecde both Mofa. 
EXORABLE, Verbidddyk, 
10 EXONERATE, OmUfitn. 
EXORinTANCE, Uytfp^onghiyd, fpoorhpsheyd. 
Exorbitant , Uyt/poorig , buyunjfo^fig^fpoorhas^ gvir- 

to EXORCISE , Bczweenn^dtn dnyvel hzwterep* 
Exorciled, Bezwoorcn, 
Exorcilm, Duyvclbczweering. 
Exorcifirig, Bezweering^ ^^—bfZVJtcrende* 
E X O R CI ST , cen Bezweerder , dny ^tljaagcr. 
EXORDIUM, ecn Inltyding, 
EXORNATION, Vtrlunng. 
EXOTICK, VythecmM. 

to EXPAND , Uyt(^rcydcn , uytjlrekhn^ uyfj^annen. 
Expanded, Vstgefpres'd, 
Ex^anfe, UyUeftrcktheyd. 

The Expanic of Heaven, 
mclf, 

Eipanfion, Uytftrekking^ nufpreyding.Hytfpannimg. 
loEXPAriATE, fA?rLo'i;>ir/ * ^ "^ 
to EXPECT, I'^crwachien ^ te gemoet zifHn 

I don't expe& it, Ik verwacht het »#>/. 
Expeftatfou, i ,^_^ , , 
Exfedancc; } f^^rwachung. 

Expcftcd, i^erwa^ht. 

He i& cxpcded to day , Hy wordt van d^e vcr- 
zvacht, 
EXPEDIENT, Nmelyk, dienjlig , vordtrlyk ^ 

noodig* 
an Expedient, ecn Middel^ hnlfmiddel^ gcvoegfyk 
middtfL 
ITo find out an expedient, een Middct mtvind^n. 
EXPEDITE, Fucrdig, btknm. ^ 

to EXPEDITE, Afva^dtgtn. 
£xpcdiuon , JfvaerdJging , redding , vcrrlchting^ ugty 
krygsiogt. 



!XP- 



l6j 



het Uyffpanftl des He- 



Expeditious, Vaerdig^ afgerecH* 
to EXPEL, FerdryvcHy uytdryven^ 
hxpelJed, Ferdreeven^ ny^gedreeVen, 
Expel ler, een Ferdryvcr^ nyt^ryver. 
Expelling, Ferdryvtag^ ttstJryvtng^ — uyidryvcnd^- 
EXPENCE, Kalh, ank^fie^ nytgave. 
to EXPEND, Uysgceven^ nytjchtetcn. 
Expended, Uyigegecven^ uytgtfcbo&tcn, 
Expeniivc, Kr//hijky die vccTuMgeefi^dat VfelkoJJ^ 
E A PERI b NC E , EcrvaarenMscyd^ ondtr vmSng. 
u Man of great experience | ten Man van gro9t€' 
eervaarenheyd, 
to EXPERIENCE, Eervaaren^ ondervindcn^ b:* 

vinden. 
Experienced, Ondervonden^ beproifd, 
EXPERIMENT, een Pr^wf^ ieproeving^ onder- 

vindfcL 
toEXPrRIMENT, Beproevcn^ verzockeny ecn 

froefnecmen. 
Experimental , Ondervindelyh 
An Experimental knowledge, een Onder^indelf- 
ke iennis. 
Experimentally, Op een ondervindelyke wyt^* 
To IJ?eak experimentally , D^or andervindi^gf 
fpreeken. 
Experimented, Beproefd^ verzcch. 
Experimenter ^ecn Proejneemer, 
EaPERI , Eervaaren^ bedreeven^ welg€9ef<ndi 
Expertly, Ferflandiglyk^ behendiglyk. 
txpertnels, Bedreevenheyd^ eervaarenbeyd* 
EXPIABLE, Ferzoenbaar. 
to EXPIATE, Ferzoeneny boeten. 

He hath expiated his crime by his death , Hy beeft 
zyne misdaad met zynen d<^udgeboct. 
Expiation, FerzQtning^ baettng, 
EXPIRATION, hyndiging y ^y^g^g^ vtrh^p ^ 

ustblnazjng van den laatjlen adem. 
to EXPIRE, Eyndigeny verloQpen ^vcrjlreeken zyn^ 
• den geejl geiven. 

Expired , Ceeyndigd , verflreeken , verloopen , den 
geejl gegfeven. 
The time is expired, De tyd is verjlreeken (of 
verloopen,) 
to EXPLAIN, Fcrhlaaren^ uytkggcn. 
Explained, Ferklaard^ uySgeUgd. 
Explainer, een Ferklaardcr ^ aytle^er, 

Exphinin^, Ferklaaring^ '~^~ verklasrende. 

ilXPL A NATION, Uystegging^ verkUaring. 
EXPLETIVE, FervMllend^ £s moor Mens cm te 

V ft lien. 
to EX P LI C ATE * Uvtleggen , ontvouwcn. 
Explicated, Uytgeleg/^ Qntvouwd. 
Explication, Oytlegging^ antvonwing^ verkltfonn^ 
EXPLICIT, Opcy^iiyk. klaar^ Hytdrnkkelyk. 
Explicitly, UytdrnkkelyL 
to EXPLODE, UytpHweny nytftamptn^ verwcr^ 

pen* 
Exploded, U\tgcjlampt^ uytgejonwd. 

X 1 IX* 



M 



i64 



EXP. 



EXPLOIT, Verrlchting^ togt ^ oorlogs-bedryf ^ 

kry^sdaad, 
to EXPLOIT. UytvoereHj verrichten. 
to EXPLORE;, Naav(fffchcn ^ naafpewreM^ door- 

fiiuffeUn, 
toEXrORT, Uytvoeren^ uytdraagen^ vervoeren. 
Exported, Uytgevoerd^ uytgtdraagen. 
Exportation, Uytvoertng^ uytdraapyig. 

An Exportation of commodities , een Uytvocr 
van waarcH. 
to EXPOSE , Ten toonftellen , hlootJleUcfK 
To expofc a thing to falc, lets u koop zettcn. 
To cxpole his lite, Zyn Ucvcm in gevaar ftcllen. 
To expofc himfclf too much , Zsch al te vcel 
bloot gceven, 
Expofed, Ten toon gcfteld^ bloot gefteldy opengelegd, 
Expofing , Tentoonji citing , blootgecving , — — ten 

toonjlellende, 
EXPOSITION, Openlcggingj verkhiarsng^ uyt- 

legging. 
Expontor^ een U\tlegz^er ^ verklaarer. 
to EXPOS rUl^ATE , Zyn beklag doen , zsch be- 
ilaagen, verwyten. 
I will expoftiilatc with him about it, Ik zalmyn 
beklag daarover aan hem doen , Ik zal hem over 
die zaak doorhaalen. 
Expoftulated , ZUb beklaagd ^ verweeten. 
Expoftulation , Beklag^ verwyt. 
Expoftulatory , Beklaagendey verwytig. 
to EXPOUND, Uytleggen, verklaarcn. 
Expounded, Uytgelcgd^ verklaard. ' 
^ ' Vyuc 




folk. 



'uytleggende. 



uytgedrukt, 

an Exprcfs, een Afgevaer'digde ^ een beftemde boode^ 
een boode die Qpzettelyk afgezonden is^ een cx- 
prcffe. 
.Exprefiv, U^Jtdrukkelyk. 
to EXPJIES'S , Uytdrukken. 
• To exprcfs his mind , Zyne meening nytdrukien. 
lean bed exprefs it in writing, Ik zal* fin ge- 
fahrift beft nytdrukken. 
Exprcflcd, Uytgedrukt. 

Exprcfling, Vytdrukklng ^ uytdrtMende. 

Exprcffion , een Uytdrukjel^ bewoetrding. 
a Hnrfh exprcffion, een U^range bewoorMng. 
a Fine cxpreffion , een Aardig uytdrnifeL' 
Expreflive, Naadrukkelyk. 
Ixprcffivenefs, Naadrukkelykheyd ^ naadrnk. 
to EXPROBATE, Verwyten. 
Exprobated, yerweeten. 
Exprobation, Verv)yt. 
€XPUGNAT10N, Overweldiging^ vewtring, 

bemagtiging. 
EXPULSION, Uytdryving, verdryving. 
•£xpul6ve, Afdryvend. 

to EXPUNGE, Doorpreepen^ doorhaaten y nyt- 
U'ijJ'chen^ 



EXQ. EXS. EXT. 

EXPURGATORY, Znyverende. 

EXQ. 
EXQUISIT, Uytgeleezen, mytgezocht, kenrlyf , 
roar. 
Exquifite torments, Uytbundige pynigingev , 
Exquiiitely, Overkeurkk. 
Exquilitencfs , Keurlykheyd. raarhesd. 

2XS 
to EXSICCATE, Opdroogcn. 
Exficcation, Opdroogsng, 

IlA. 1 • 
EXTANT, Voorhanden^ in weezen. 
His hand-writing is ftill exilant, Zyn handfihrift 
is nog in weezen, 
EXTASY, yerrukkingjOpgetoogenheydj vertrekking 

van zinnen. 
Extatical, Verrukkend. 
EXTEMPORAL or EXTEMPORARY, Dat 

voor de vuxfi gefihiedt ^ onbearbeyd. 
Extempore, Foor de VHyft. opftaanJezoet. 
to EXTEND, Uytftrekken, nytbreyden. 
Extended, Uytgejtrekt^ mytgehreyd. 
Extending, Uytbresding^ -^ — nytbreydende. 
Extenfion, uytftrekking, 
Exteniive, IVyd-uytgefirekt. 
EXTENT, Uytie%ktheyd. 
EXTENUATE, VerkUyi 



to 



snen. 



Extenuation , Verklesning. 
EXTERIOUR, Uytwtndig, 
to EXTERMINATE, Uytroeijen, verdelgen. 
Exterminated^ Uytgeroeid^ verdelgd. 

txterminating, (Jytroeijing^ uytroeijendc. 

Extermination, uytroeijing, verdefging, 
EXTERNAL, Vytwendig^ uyterlyk. 
Externally, Uytwendiglyk. 
EXTINCT, Uytgeblnfcht y gedempt^ ...^^uytge^ 

fiurven. 
The whole race is almoft entinSt^IIetgeheelege^ 

ftacbt is byna nyt^eftnrven, 
Extinftion, Vytblufjchtng^ dcmping, 
to EXTINGUISH, Uytblnjfchen , blujjihen .dent- 

pen, 
Extinguiftied, Uytgeblufcht ^ gedempt^ geUufiht. 
Extini;ui(her, eenUomper^ kaersdompery -^^nyt- 

blnjlcher^ dempcr. 
Extinguiftiing, Uytblujfchingy dempingy ^^^^myt-- 

blujjchende. 
Extinguifhment, Uytblufjchiftg. 
to EXTl RP A! T , Uytrocijen. 

To extirpate Hcrcfies , tietteryen nytroeijen. 
Extirpated, Ustgerocid. 
Extirpation , Uytroeijing. 
Extirpator , een Ustrocijcr, 
to EXTOL L> Perheffen^ pryzen^ looven. 
Extolled, Verheeven^ gepreezen. 
Extol ler, een Verheffer^ pryzer^ 

Extolling, Verbeffmg^ pryzing^ vtrheffenJr. 

EXTORSION , Ajknexiling , afperjingycfdiunnging. 

^ tx- 



EXT, EXU EYE. 
Extorlioner, etn Afknevelasr. ii> Extortioner- 
lo EXTORT, Afpcrfiff^ afdwt^gsn, ajUcv^kM, 

Extorted, Afg^P^^ftt ^g^^^^i^^^i tf&'**^^^^^« i ^»^' 

wrongen. 
Extorter, i €cn Afperfcr » ^imlngtr , kntvt- 
Extortioner, f l^^r^ antmringtr* 
Extonion. ztt Extorfion. 
EXTRACT, ccfiUyitrtkfei, verhrifiL 
to EXTIIACT, Uyureiitm, Mytfchryi'eff, 
Extraded, Uyigetrokkc^^ ' Iwcevcn* 

cif Nobly cxtraQcd, A. ^ afhmjl, vom Aae- 

iykcn huyzt^ 
ExtraSion, een Uyttrelfcl^ ap,omJl^ oorfpro/tg* 
EXTRANEOUS, UythccmfcL 
EXTRAORDINARY, Bnyungemitnyongtmien, 

ongevjoon^ huytengcwooH^ 
Extraordinarily , BuytengewocnlyL 
EXTRAPAROCHIAL , D)u tot geen hrfpcll 

hthoort. 
EXIRAVAGANCY, Uyrfpoarigheyd^ fpoorehos- 

heyd* I 

Extravagant, Uytjpoorig ^ fpoarloos , uytbuftdig. 
Extravagantly , 'tA'i#£(>r/^/>i, Myibundigiyk, 
to EXlll A VACATE , UyrJpoQvig praaUn^ rcvckn. 
to EXT RAV AS ATE, Uyt zynt vatcn wyken, 
Extravafatcd blood , Bhed Ja$ uyt zyne vatcn gc- 

"weeken h, 
EXTREAM. zu Extreme. 

EXTREME, Uytmemendi^ iyfler, iaaiftf. 

The extreme UnSion, 'r Oiyfei^ [ecu van de 

VII Roomfchc Sakrameoteii ] 
an Extreme, em Uyterfit. 
To go from One extreme unto another, Fan */ 

ten myutjle tut bet ander Uoperr, 
To run upon extremes , 7pf uyt/poorighedeM ver- 

valtew , fvoQrlo^^ voartb^lleff. 
Extremely ^ uyi der ma&te^ hft^'^t g^^^idsg. 
1 love it extremely , Ik hm Vr uytttrnu^t vtel 

van, 
EJtrcmity , het Uyterfte^ V tiyUrJle eynd, de Myter- 

fie ntHfd^ uyttyndifbcyd. 
The cxtreniTiies oi the body, De uyterjle eyndtn 

Jes tighaams. 

lo EXTRICATE , Omwarrem.omi^ikkelae^rtddcff^ 
EXTRINSECAL, Uytii^endig. 
EXTRUSION, Uytflmhg. 

EXUBERANCE, Overvked. 
'Exuberant, Ovcrvhedig* 
to EXULCERATE, rerzweeren^ inefte», 
to EXULT, Qpfprin^en van vreugdt* 
Exultation, Opfprlngin^ van vreufrde ^ ViMydifrg, 

El £ 
EYE.eemOog. 

^ The eye of a needle, V Oog van etn nadd, 
1 had an eye to it, Ik Het V myn wg n^er gmn^ 
ik badger eem Qog op^ 



EYE. FAB. FAG. t6f 

a Cad of the eye, V Opjlag des oogi^ ttn hUk van 

V <wg , ecn oog^wcnk. 
The apple of ihc eye, de Oog^appfL 
I had nothing but good in my eye, Ik hongde 

met iim goed. 
Every bodie's eyes arc upon him, De Imogen vMtt 
alie menfchen zyn op hem. 
Eye-brows, de Ifynbrattwen ^ ^^mkhranwen* 
Eye-lids, de OcgUden. 
The Eye-tttings, de Oog-zettttwen vfvetelfn. 

His eyc-ftrings are broken^ Z^ ft geztgtitgebrokcir. 
Eye-witnefs , een Ooggctttygc, 
Eyc-fervicc, O^gendtenjl^ 
Eye-falve, Oogzalf, 
An Eye^flap, een Oog-fap. 
Eye-ii^ht, bet Gczigt der oogctf. 
0:1^ Within eye- light, Zo ver ah men beaogem kan. 
Eye-water, Oog-water. 
Eye-teeth, Oug'tanden, 

a Wanton fTiccps eye, een Dor tele Itmk, 
To caft (hccps eyes at one, lemand behnken. 
*Two eyes fee better than one, Twee oogen zStn 

meer dan een. 
*His eyes arc bigger than his belly, Zyn oog it 
groQter dan zym buyk. 
Eyes in bread or cheele, Oog en in brood ofk/tat. 
EYE-BRIGHT, Ongmtrooj}^ [7ckcr kruyd.] 
to EYE, Beoogen^ voor oogen bebben. 

To eye one , Het oog op iemand bebben* 
Eyed, Beoogd^ voor oogen gebmden, 
Black-eycd , Bmyn van oogeu. 
Goggle- eyed 5 Groot vm ^gen. 
One-eyed, Een-oogig, 

FAB. 

FABLE, een f^'crdiebtfeJ J vereierfet^fpro&kje^fw 
bcK 
jtfop's FaMcs , de Fahelen van Efopkt. 
to FABRICATE, Bouwcn^ nuiaken, 
F.\BRICK , rem GeboHw , mdttkfel, 
F ABR 1 LE . Dat t^t fmidt werk beboort, 
I- ABU LOUS, yerdicbt, rerzitrd, fabeltttbtig. 
Fabuloully , Op een fgMaebt/ge wyze, ^ 

FAG. 
FACE , '/ Aangezigt^ geta^n^ grJdante, 

1 told it him to his. facTc, Ik zr^J bet hem in zyn 

ajnz^ezigt. ^ * 

The face of affrurcs iV much altered,, IJctgeldot 

der znaken is zcer trranJerd. ^ 

To put on a new fjce, fange/aat veranderen^^ 

een andere gedaante rrnhikin, * • • '^ 

It was done 'in the face of the whole town, H^ 

gcfcbtcdde §n V aanzieti van de ganjlbefifd* '♦ 
ra7.cn &cc, een Onbefib^^amde trooni. 
a Wry face, een Scheeve trocni. 
To make faces , een Stbefve f^ot zetfen. 
(j3'To fct a good face on it, lets bewimpekn of 
onnrynzen , een goedgelaat loonen , g^edin moed 
hQudin* .* 

X 3 IP 



i66 FAC. FAD* 

to FACE, jloftiykcfty omboofdcft. 

C>To face about, Zkh omkeercn^ otmvcnden. 

sQ" To face the enemy, Den vyand het hoofd hieden. 

oSrTo face a garment, Etn kUed omh^rdc^^ be- 

zetteHj beleggen. 
OJrTo face out a Wt^Eenleugenftyfftaoftde houden. 
Faced, Aangckcekcn^ het hoofd gekoodcH^omgeboord^ 
beleyd^ betet, 

T^iM'iiCQ^^ Schoon van gelaat. 

Bare-fiiccd, Net opgebeven aangizigt ^ cnbewim" 
peld. 

Brazen-faced, OverJialUg onbefchaamd* 

He is a brazen-faced fellow , Hy heeft rem bord 
voor V hoofd^ 
FACETIOUS, BoerM, kluchtig, fitaah. 
Facetioufly , KlucbtiglyL 
Facccioufnefs , BocrttgheyJ^ kluchtlgheyd, 
FAC I L , Ltit , g emaklsL . 
to FACILITAT E, Vtgt maaken^ verligien. 
Facility, L'tgtheyd^ gemMykheyJ. 
FACING, Aaakyktng ^ omboord't?ig j — .<fW;j'- 

kende^ enz. 
FACINOROUS, Scbelmfch. 
FACT, cen Das.i,feyt. 

An huinous tlic^ , cc» Snoode daad^ ctn gronwelyk 

. a Matter of fact, cenBedreevene daad^wcezend- 

lyke zaaky gebeurdc zaak^ daadelykhcyd. 
FACTION, een t' ZamenrotttHg ^t* zsmenfpdnning^ 
oproer'tge pirty ^ rot^ aanbamgy partyfchdp y ver- 
deelSyeyd. 
To keep' up a faSion, Eenen aanhangfiyvem of 
in vjeczen honden, 
Fafkious, Oproerigy ywiytZHchtlg ^ nr.uytziek, 
Faftioufly, Oprocriglyk.' 
FaSioufnefs , Oprocrigbeyd. 
FACTITIOUS, Gemaakty iets dot niet natmur- 

lyk /•/. 
FACTOR , ecn KooPmans bandcldryzer ^ fahoor. 
FaSorfliip, Faktoorfchap. 
Faftory, Maakfclj reedfcL 

FACULTY, rcrmoogcftj vermoogenheyd y ma^^ 
verlof. 
The faculty of Phyfick, V Beroep dtr medicyne. 
The faculties of thq fouj , Dc vcrmoogens der 
zicle. • 

FAD. 
toFADDtE. FooUn , folleM. 

To faddlc a child, Met een kindfollett. 

Faddling, Gefool ^ gefol ^ fookftde. 

Fiddle taddlc, AT isje wasje. 
to FADE, yerwelkevj verdwyven. 
That flower begins to fade, Oic Uoem begim tc 

vcrivelken. 
Beauty fisuies away, Scboonheyd vtrdwyMt. 
Faded, f^erwelkt^ verdueewen, 

a Faided flower, een l^crwelkte bloem. 

a Faded colour, een yerbleektc (^verbliiti) of 



FAD. FAG. FAI. 

^erfchootene k/etm 
Fading, l/erwetkiffg^ >■ ■ ^ verwelkende. 

a Fading colour, een Ferfchietende kleur. 
VA\>Oyi.ecniradem. 

toFADOM, Vademen^ bevademeu^ omvademen. 
t adorned, Bevademd^ omvademd^ 
Fadoming, Fademing^ bevademing^ ^.^^ievade* 
tnende. 

FAG. 

the FAG-END, V Laatfte end van eenfiuk Vi zy 
lakcn offtof, ofccnweb.l * 

FAGOT, eenTakkeboj, mutfaard. 
a Fagot-man, een Hout-boer ^ een die met takkebof" 

Jenomloopt omze te verkoopen^ 
to FAGOT one , lemand handen en voeten hinden^ 
[een gaauwdicfs f^reckwys by deEngelfchcn.] 
FAI. 
to FAIGN. zie Fci^n. 
FAIL, een Font, fesi. 

Without fail, Zomler fout. 
to FAIL, Mijen y feylen , be zvjy ken , lege even ^be^ 
driegen. 
My memory fails me, Msne gebeugcnis fcylt my. 
His heart fails him, Zyn hart bezwykt. 
if my eye-fight fails me not, Zo myngezigt my 

niet bedriegt. 
He never foiled me fa any thing , Hy hecft my nog 

njoit in iets begeevcn. 
He fails of hispromife, Hy fchiet in zyne belope 

te kon. . 

He will fail in his expeSation, Hy zai zich in 
zyne verwachtinge bedroogcn vinden. 
Failed, Gemifty gefcyld^ bezweekeny begeeven^ be* 

droogen. 
Failing, Ftylingy miffing y ^^^^^miffendc. 
Failure, Four, verzuymy mijjlag, 
FA I N , Gaern , genoodzaakt. 

I would fain know, Ik zou gaern wHlen weeten. 
If I would never fo fain , Al woud ik nog zo gaern. 
OJrl am fain to do it y Ik ben genoodzaakt het te dome. 
FAINT, Fi.iauwyflap. 
Faint-blcw^ Bleekblaamv. 
to FAINT , Flaauvj wordcn , vcrflaauwen , ^•- 

zwyken, 
odrTo faint away, Bezwymen. 
Fainted, Ferflaauzudy bczwceken. 
Faint-hearted, Ilaauwharti^y hfhartig y Jlaphartig. 
Faint-heartedly, Lafhartigtyk. 
Faint-heartcdnefs , Slaphartigbeydy hifljartighcyd. 
Fainting, Fcrflaauwingy bezvjykingy'-^^verjiaau- 
wcndey bezwykende. 
a Fainting fit, een F/aa'uivte y J^ezivyming. 
Faintly, Flaastwlyky ftaauwtjes. 
Fafntncft, Flaauwheyd^ moeheyd. 
FAIR, Scboony braaf\fraaiy oprecbt, 
F^air weather, Schoon weer, 
a Fair wind , een Schoone of-braare wind. 
a Fair propofitioD, een Fraai ofbUlyk voorJleL 

• o:S'Fair 



TM FAL. 
f^ Fair dralifig^ Oprcchu hi.t/iAi)^(r. 
He ftands fair for a trull , ZynegfUgen- 

hcyi fiaai fchu^m «m ^i**" «.t« * ^^rJttiig ^mpi tt 

f> To keep fair with one, 7J<.b ntlnnelyk tegens ie- 
mtrnd drangcn^ zich ^achun tojt tem^nd mts^ 
wofgcM te gecvcf ^p^X^^ ** ttma^ds guMjl u t^/y- 

Fair-conditioned, G^d^rSg^ imn tm fr4mji gt- 

Fairly , . Oprechtehk^ fr4<v. 

Fairncfs, ScboonheyJ^ fchoon gelaat ^ oprecbiigbeyd ^ 

fra4ishcyd* ^ i 

FAIK, eenjaarmarh, \ 

a Fair-town , cen ^teedtje wsarm an jaarmarh 

gehouden wordt* 

The Fairies of the waters, irdur-fsimfrn. 

Fakifis of the woods » B<^fir^^$i»»Mc/i , wmd- 
mmfm. 
FAITH, Gfloaf, tr&mv. 

The Chriftiau Faith, V Chrifl^lyk gehof. 

1 have no faith in it, Ikjlaa^crgc'e^gekafmn. 

To violate W Mxh^Zynff^uw {of Wi/ord) breehn. 
FakhfUU, Gctrouw^ Qprecht^ 

a Faithftill fervant, ten Getromw dienaar, 

a Faithfull account, ecu Opredne rckeufcbi^^teu 
gcSrauw zcrhiiiiL 
Faithfully, Getrrmwlyk, 

Faithfully tran Dated, GeirQUwlykvcrtaald^ 
Faithful neft, GefroHu/heyd, 
Faith Icfs,. OxgeUovigj n'omvluos* 
COFAnOR, ieMVageb(md. 
FAL. 
F AIlCHION,^^* KUym krpmackigzwserd^fitbshjc, 
FALCON. i/V Faulcon. 

FALDAGE, Zcktr recbt het vjelk zoomaame hec- 
rtn ecr/yds aart zkb hitldim am fibaapiiooifem iu 
bkffffc bcerlvkbeyJ ie houdew* i 

FALD-STOOL , een Sioi'i gcpfaatjl mm de zny^f- 
zyde van V aiiaar ^ waar op de Koftt^em i\m , 
£.ngelfmd h\ hannc krjiansng kni<Un, I 

FALL, uhVuI^ vcrval^ '*het Naajaat^dc icrffl. 

To get a fall , Etn val doat^ talU^. 1 

(dra Fall of water, esn IVatervaL 

a Down-fall, Neerftorttng^ Qmdtrgtwg, 
' a Ht-faJl, ten l^'^al^ kMtp, I 

to FALL, l^alleH, 

To fall upon, Op valffvt^ i>p aan Vdlkn, 

To fiill away, VervjiHen, 

To fell down , Neeriallcfi, 

To fall down with thetidc, /tf^/A«?/ gttyAfz^kcn* 
t^To fall a ianghing, Beginnen u Luhgen. 

To fall a lighting, Aan V vcchtcn ga^m. 

To fall adeep, in Jlaap vail en. 
c3rTo let fall the defirc of a tiling, Di beg^crtt t^t 
iets hoi en vaaren* 

To fall lick, Ztek wQrdeif, I .VLil'l Y ^ 



•> The motiQU fell, De zmrJUf t^erviety bet i^ar 

Jici btecffteeken. 
cc>The com fa[Js ^ llet hornfla&t tf. 

To fall into a Iwcat, Aan V z/ivertcft raaken. 
c3*To fall out, Gcbemcny geftbte^.rn^ nytvalUn^ 
- aatt V kyven raake». 
It fell out bitter than I expefted, Het 'viel biUr 

uyt dan tk verwacbi bad. 
To' fall out with one, Mcf iemand ovethoQp rmr 

ke» , in harde uiwfrd^H v alien. 
They fell out moft piai^fou^^ ^ Zy raakteti gruHr 
uxlyk aan '^ kyven. 
^To "fall in with one, Met icmamd aanfpannem^ 

iemands zydc kiezcn- 
& To fall in with the Enemy , Met den Fya^d 

handgemeen warden. 
05" To fall in hand with a thing, his by der band 

vatten, 
CCS'To fall fliort, Te k(frtfcbfettn. 

To fill fhort of one's proniife, Zyne bel^te met 

noiikomcn* 
It did not fall under confideration, Het quam 

niet m overweeginge^ 
To fall to his meat, Aan \* eeten vallen, 
1 o fall into a u^^q ^Neering krygen^met de ioop* 

manfchjf wot te duen krygen. 
To fell into difcours, If/rcedcn vcrvallen. 
To fall to on's fJiare, lemtrnd ten dcel vallen. 
To fall to it, Krgens of aanvallen^ ieti beginnen* 
oS'The f}}ip fell foul upon a rock, Het fch:p vet' 

tiel (of vcrzeylde) if eene klip. 
Fallen, Gevatien, 

Fallen our, Gebemd^ u\fgevalkn^ ^gekrakktcld* 

Fr-IIiniT, FcrviiUjKff^ ftcervMitng^ vallendc* 

out, een]KrakkeeL 
i .,. . ...Jii^-ilcloicfs, de I'^idlende-zieite. 
l^ALLAClOUS, Bedricglyk, valfcb. 
Fallacy, Bedrog. 

FALLOW, / W, iWaak, 

a Fallow deer, een Foal ten. 
Fallow ground, Braak-Und. 
To lay fallow, Brajk leEwex. 
FALN, Fen-alkn. 

Fain cheeks , IngevdUne iaake^. 
FALSE f^If^h^ hcdriegelyk. 
FaJsly, Falfthclyk, ^ 

To deal falsly^ Falfchelyk bandelen, 

Falsnefs,' C f^^^^^^'y^, hedneglykheyd. 

\ Is a palpable falfliood,//!?/ is een taficlyke vah' 
bewL 
FallifiabU, Fervftlfchiaar. 
to FALSIFY, Ferva/fch^n. 

To t'^tJify ware?;, Ifaaren tcnalfiben^ 
Falf'y'd^F'rvaifebf. 



V a i i\ t V cr , ce n Fe> t.j Ifther, 



— zervaljibfndc^ 





168 FAL. FAM. FAN, 

to FALTER, Haperen, zte Faulter. ( 

FAM. ^ 

FAME, Faam^gerucht^vermaardheyd^goede naam. 
To get a i^mt^ycrmaardwor dentin naam komen. 
FAMILIAR, GemecHzaam. 

a Familiar man, een Gemeenzaam man, 
a Familiar [\\\CyCe?jG€meenzaame(p{ klaare) ftyl. 
Don 't be too familiar with him , iVees met al te 
gemeenzaam met hem. 
Familiarity , Gemeenzaamheyd. 
Familiarly , Gemeenzaamlyk. 

F'AMILY, Iluysgezin^ gejlachty gezin^ ftambuys. 
FAMINE, Hongersmod^ d'tere tya. 
to FAMISH, Uythongeren^ van honger vergaan. 
To famifli a town , eene Stad uythongeren. 
I was ready to famifh , Ikjhnd^op V funt om van 
honger te vcrgaan, 
Famillied , Ustgebo>igerd^ van honger vergaan, 
Famiihing, tJytbongerlng^ verbongerdheydy — — 

uythmgerende, 
FAMOUS, Vermaard^ befaamd. 
Famoully, Ferm^ardelyk. 
Famousuefs, Vermaardheyd'^ befaamdheyd. 
FAN. 

•FAN, eenWan,^ vjoaijer. 

To winnow com with a fen, Koorn met eene wan 

uytwannen. 
To cool one*s face with a fan, 7.yn aangezigt 
met eenen waaijer verkoelen. 
to FAN, JVannen^ waaijen, 
FANATICAL, Eenzinnig^ grUziek^ vol van in- 

beeldingcn. 
Fanaticifm, Dweepery^ een godsdsenft op inbeeldm- 

gen ftcunende, 
a Fanatick , ecn Eygenzinmge , een fantaft. [Ecn 
toenaam die de jLcdcn van dc Kerk van Eiige- 
land plagten te gcevcn aan de genea die van 
hen vcrfcheelden.] 
Fancied, zie Fancy 'd. 

FANCY, Inbeelding^ verbeelding, "^yg'^g* 
He h'ves according to his own fancy, Hy leeft 

naar zyn eygen zJn. 
1 have no (ixi\cy to it, Ik heb'*er geen zin toe, 
to FANCY, Ztcb inbeeldcn^ zicb verbeelden^^^^ 
zin tn iets hebben, 
\ do not fancy it, Ik heh*cr geen zin in^ *tgevah 
my nicty Uftaat my niet aan. 
Fancv d, Ingebceld. 
FANE, een Vlaggetje ^ vaantje, 
FANG^ een Klaanw. 
New FANG LES, Nieuwe uytvindfels. 
New Fanglcd, Nienvj bedacht. - 

FANNED, Gewand, 
Fanner, eenlVanner, 
Fanning, een Wanning ^ ^^^-^ wannende. 
FANTASM, een Schynfel, fpookfel. 
Fantaftick, i u • . .... 

Fantaftical, C ^y^^^'gy ^fl^nz^^ntg, gnlzick. 



FAN. FAft. 
a Fantaftical fellow, een Grilzieke vent. 
Fantaftically, Eygenzinniglyk. 
t'antafticalnefs , Eygenzinni^beyd . dweepery. 
FANTASY, Inbellding, ierbeelding. ^ ^ 

TAR. ^ 

FAR, Ferre^ vcr efgelegen. 
l^o travel into far countries , Na verre landen 

reyzcn. 
1 have a far other opinion of him, Ik heb een 

ganjch andcr gevoclen van hem. 
He fold it for tar lefs, Hy heeft bet veel minder 

verkoft. 
How far? Hoe ver'i 
Far from home, fW van buys. 
Far off, Ferre 4. 
It is far day , Het is hoog dag. 
Far-fought, ycrgezocht, 
Far-tetch'd, Vergebaald, 
a Far-fetched fpeech , Een ver gezocbte reeden. 

FARCE, eenKlucht^ een ivorjl o( benling. 

Farced, Gevuld ^ geftott ^ ingetropt. 

FARCY, Faarnen^ Lzckerc ichurfdhcyd der pacr- 

den.] 
FARDINGALE , een If'rong of balyn , door V 
vrouwvolk eertyds om den middel gedroigen ^ om 
*er haare rokken op te doen rnften. 
FARDLE, eenBondelypak, bos. 

FARE, Kqft^fpys. veer^ veergeld^ vracbt. 

BTALc'siecitekoft. ^ 

The Coachmijn has got a fore, De koetjier heeft 

een vracbt gekreegen. 
To pa;^ his fare, Zyne vracbt betaaUn. 
to FARE , Vaarenyeen leeven leyden. 

To fare hardly , Een kommerlyk leeven leyden. 
To fare well , Goed eeten en drinken bebben^ wel 

vaaren. 
How fare you ? Hoe vaart gy ? 
FAREWELL, r^^it;^/. ^ 
I took my farewell of him , Ik nam myne affcheyj 
van hem , ik zeyde hem vaarwel. 
FARM, een Pacht^ hoeve. 
to FARM, Land in hnur'bebben^ pachten. 

To farm the King's revenues, des Konings in- 

komften pachten. 
To farm out, Verpacbteny land verhnnren. 
Farmer, een Landman^ boevenier^ pacbter. 
a Farmer of privies, een Huysjes-ruymer^nachtwer* 

ker. 
Farming, Landhouw^ ..^^^pachtlng. 
FAKNESS, Verheydy verte. 
Karr. zie Far. 

FARRIER, eenPaerdefmit^ hoeffmit. 
FARROW, als A fow with farrow, een Dragti* 
ge zeug. 

— \o\ 



to FARROW, Biggen werpen. 
FART ^en Scheetf t*ee/i^ wind, 
to FART, Fyften^ poefen. 
Farter, eenFyjier. 



FAR- 



FAR. FAS. 
FARTHER, Ferder. zie Further. 

Fartheft, Ferfi, de verjle. 
FARTHING, ctnOortje. 

Three farthings , ten Blaitk. 

Five farthings , ten BrastemniMF. 
FARTIN G , V'3y?w yZefibyt. 

FAS 
to FASCINATE , Bctovcrefi. 
Falcinated, Bctover^i. 
Fafcination, Betoverinf^^ tovery. 
FA SHION , MoMier , wyze , fatfoen , zwicr , dn^^ 
mode. 

After theFrench hMofx^NaardeFroMfcbe zwier. 

To follow the taftiion , Je Mode volgew. 

Only for falhion, Alleen wclftaaffshalve. 

Out of fafhion, uyf bet lebruyk, 
to FASHION^ Een geftaUe geevcH^ vormen^ fat- 

foeneeren* 
Fafhionable, Zwierig^ modiens. 
Fafhionably, Naar de mode, 
Fafliioned, Gevormdy gefatfoeneerd. 
Fafhioning, Vorming^ fat[oeneer\ng. 
Fafliionift, Fafliion-monger, Een die nienwe m^dis 

bedenkt. 
FAST, Vafl, — -/ir^/, w, ta/, vlng. 

a Fail knot, een yafte knoop. 

Faft a flecp, Faft injldap. 

a Faft writer, een Snel Jcbryver^ 

To boil faft, Snelkooken. ' 

V\\ do it as faft I can, Ik zal^i zo ras doen sk ik 

a Hold-fail, een H§nvaft, 
a FAST , eem Fali-Jag^ ten V4^. 
To keep a faft, Eemen yafl-hl bededag bonden. 
To break one's faft . Ontbytett. 
toFAST.f^aftem.. 

I fafted all this day, Ik ,beb deezem ganfcbem di^ 
zevaji. 
O^To faft away a difeafe, Eewe qmaal vervaften t, 
eene ziekte doqjr vaften verdryvett. . 



Fafted, Gez*a/l. 

i;n , 



ya/i mdobev^ vsft beebtew^ .vaji 



to faste: 

kliftken'. 
To fatten a thing with a nail , lets met eenemjpy- 

ker vafi bcchtett. 
To faften his eyes upon a thing, Zyne oogen er* 

gens op vejien. 
To fatten a door, een Deur dicbt toe maaken. 
oSrTo faften a crime upon one, lenuutd met een 

mifdaad beticbten. 
Faftcned, Faftgemaakty vaJi geklonken. 
Fattening, Faftmaaksng^ '^-^^vajimaakende. 
FASTNESS, yaftigbeyd^ fterkte, een ontoegangk- 

lyke pla4ts wegens moeraffen. 
FASTER, eem Tafler. 
Fatter, (the Comparative of Faft) F-^., bcekttry 

fifellcr, 

FASTIDIOUS, Vcrfmasdefyk^ vndgfyl 



FAS. FAT. FAU. 16^ 

FASTING, Vnfl'tng, vaftendc, nuchtercn. 

Fatting dayes , yaftJa^en, 

To go out fattin;^, Kuchteren uytgaaK. 
FASIX Y , Vajlclsk , fnellyk, 

FAT, Vet. 

a Fat wench, een Vette meyd^ eem dikke kleun, 

a Fat living, een Vette prove. 

To make fat, Vet maaken, mc/ien. 

To erow fat, Vet vjordcn. 
Fat-fedf, Vet gemejl. 
Fat, {^\\\i^.)het Vet, 
a FAT, een Vat. 

FATAL^ Noodlotttgy noodfcbikkelyk y verderflyk^ 
doodeiyk. 

The Fatal Sifters, De dr'te Sehihodinnen, 
Fatality, NoodUttigbeyd,, noodfcbikkelykheydy nood- 

fchihktng ^ Jlerjlykheyd , ongevaL 
Fatally, Verderflyker wyze ^ doodelyk. 
FATE, 'tNaodht,, de noodfcbikking. 
Fated , Door V noodlot befcbooren. 
F ATUEK, een Voder/ 
a Father in law, een Scboonvader^ bebnnwdvader. 

a Siep-fathcr, een Stiefvader. 

a Grand-father, een Grootvsder, 

a Fofter-father, een Mimne-vaar, 

a God-father, eem Doopbeffer^ gevader. 

Fore-fathers, Vo&rvaders. 
The Fathers (of the Church,) deOndvaders^ Ka- 

kevadersn 
! Father-like, Ah een tisder, voder lyk. 
to FATHER, Tot Voder maaken , optvgen^wyten. 

She fathers her diild upon him , Zy tygt bem *t 
kind op, 
(XS'Hc fathered his crime upon me, /fy weet my 
I zyne misdoad, by trocbtte my voor denjiiebter 

I . von zyn misdrsfte doem doorgoon. 
Fatherhood, VadJrjcbap. 
Father lefs, Vaderloosj wees. 

a Fatherlcfs child, een U^eesksnd, 
Father] incis , VaJcrhkhcyd. 
Fatherly, Vaderlyk." 

a Fatherly care, een Vaderlyke zorg. 
FATHOAl, eenPadem^ vaom. :i/> Fadom. 
FATIDICAL, Voorzeggemde J waarzeggende. 
to FATr. ATE, Noede maaken ^ vermoeijen. 
Fatigatcd, Vermoetdj ofgemot. 
FATIGUE. Moeite. Mooving , orbeyd. 
to FATIGUE on's Iclf, Zicb afmotten y zUb tw- 

t\vem. 
FATNKSS, Vetkeyd^ vettigbeyd. 
to FAT FEN, Vet maakem^ meften. 
Fattened, Vetgemaakt, g^^^^ft* 
Fattening, Vet maakinf^. '^fii^j — vr/ moahende. 

FAUCET, eemZwik, tof. 
Fauchion. zie Falchion* 
. I FAUGH, FoeU . ^ . 

Y FAUL- 



I JO FAU.FAV. FAW. 

FAULCON, eemValk^ — «»f«/jto»'/,[xekcr 
Gclchut.] 

FaSiSr'' \ ttnrslkemcr. 

Faulconry, Vathry^ vo^clvoHf^Jl met valkcn, 

FA U LT , ecM tout , /Vv/, misjlag » fchald , mhdryf. 

It is none of my fault, Ht$ is myf$fchitU met. 

He is in the thult , Dc tout Ugt aan hem. 

To find taall> Bcrifpcfi^ kedillefi, 
a Fault-finder , ecu Bcrifptr^ bcdUUr, 
Fault-finding, Bcrif^'mg^ beMlimg. 
lo FAULTER, Haperen^ ftamiUn. 

He faulttTS ia his fpcech, Hy hapert m zsm nyt* 
fpnuk. 

To faultcr in a dcfign, Tm ecnen totUg hapenn. 
Faultcrcr, e€n Haperasr^ ftAmcrbmt. 
Faultcriag, Haptrip^^ Jlamermg^ ^-^^h&firfw^le^ 

Jlamt'leHdc. 
Faultcringly, Haperacht'tg^ fiamerachur* 
FAU LTLESS , Ojthert/pcfyA , onfihulMg , vry van 



gam* 




a Faulty cditioa. ecn'Druk veltlmew. 
FAV. 

FAVOUR, GuffJ}^ tQegtmeegenhtyJy xxftUa^d* 
To do one a favour, hmmd ctngnnfl doew* 
To airry favour^ Smecrfcb^new ^ fljifiooijew. 
1 am in her flivour,/^ ben (ofjiaa) m haarcgnnjl. 
To wear a favour » Em Im of icti diergelyh van 

zyifc mmnarci draagtw. 
Under Civour, A/^-i <w/«if, ^nder verieurmge y m 

•/ UfclftfemeN, 
in favour of him » Tern gcvalle van hem ^Ur gum* 

te vs» him^ ten roordeeJe van bvm* 
He fpokc in iavour of hiin, Hyfprah $\ymir be* 
PHnflijrinxe. 
to FAVOUR, Be^nnfiigen , gnnfte t^edraagem. 

To favour an opinioUy ^en GevQcicn iegnnfligeft* 
Favourable, Gup$pig, 
a Favourable opportunity, eet» Cunftige geUgtn* 
hcs'd, 
Favouriblencft, GmnfiigheyJ, 
Favourably , Gnjtjhglyk 
Favoured, Bfrunjliid. 

W'/ * tfenMo^Hy hevAillg. 

J , tern B^gmmfiiger* \ I 

I ; , Iifp<^fik'KK y begHftfligende. 

Favourite, ten Ga^/hiiMg^ gm^enopi. 
FAUTOR, coi Btg^nHk^r. 

FAvV. 
FAWCET. zU Faoceu 

FAWN, een Jovg herrje* 
to FAWN, een Flertjcwerpem^ 
to FAWN upon, Vleytn ^ ftrktkm. 
Fawned upon, Gevleyd^ geftrteU J ^ . 



FAW, FEA. 

Fawning , It^erpmg van een herfje , ^^^vleyingf 

JiriTcifffg^ vieycpjJe, 

a r awning fellow, €en P^leyetj fiikfiooijer. 
FEA. 

FEALTY, Getrouwheydy tromw. 
FEAR , freeze ^fcbroamy bevreefdhcyJ^ vervaerdieyd* 

There 'sno fear of it, Boards geeH vreei voor. 

To put in fear , Bevreejd m^ak^n , doen fikroomem. 

To (land in fear of one , In vreeze voor iemandtyn* 

For fear, l/yt vreeze ^ d^Qr fcbroam. 
to FEAR, yreezen y fchro^men ^ bevreefd zyn, 

i^o fear God . God vreezen. 
o3* I don 't fear but that be will come , Ik twyfil 

met of by zaJ komcn. 
Feared, Gevreefd^ bevreefj^ vervaer^. 
Fearful 1, FreesMbtigj vreesjyk, fcbntomclyk. 

Don't be too fcartiill jU'ees met ai te vreesaebtlg^ 

He had a fearful 1 look , Hy bad ecn vreesiyk gezigfJ 
Fearfully , yreesaibtiglyk ^ of eem vrecsiyke wyze^ 

yslyL 
Fcartulnefs, Frietacbtigieydf ievreefSeyd^ vrets-^ 

lykheyd. 
Fearing, Sthroommg^verVAerdheyd^ ^^^^vreezende. 
Fear lets , SehroomeJoos , onbevreefd , omvcrtzmgd , 

onhefchrQomd ^ Mverfcbrokkem, 
Fearlesly, Schroomehaslyk ^ emfertzaagdelyi. 
Fe2r]c^nci$ ^ Sebroomel&^sheyd^ mvertzoi^dieyd* 
FEARN , Faren. zse Fern. 
FEASIBLE, Docnlyk, pleegbaar. 
Fcafiblcneft, Deenlykkeyd. 
FEASANT, eenFmfmt. 

FEAST, ten Maahyd^ gaftmaal ^ Ml , vlerd*^ 
to FEAST , Gaftmani bomden^vergit/hn , o^tbaMm 

To fcaft OIK fplendidJy, lemandtreffekkmthaakik 
Fealled , IWgaJ} , mthmtd. . 
Fcafting, Gafimaalbaudingy '^^^ga/iereerende. 
Fcaiter, een Gaftbmder. 
FEAT, A or dig , fram . net* 
a FEAT, een DaAdy feyt, 
VE^KYViYJ^ ^ een ytder , pinym^ tfeir. 

a Feallier-bcd , een f^^eder-i^ed. 

a Plume of feathers , een PlnymamJ^e. 

It adds no feathers unto my conceit , Itet doet 
my de veeren niei opjleeken , het m*isif my met 
verwiiand op mvn gcvockn, 
*Btfxis of a feather fiock together, ^^iyr/r x^tm eemer^ 

ley veeren wHlen gaern bymalkaar verkeeren: C#* 

/v* zoeJte zyns gefyk. 
* fine ftaih^rs mak^ fine bird« yMooije veeren ma 

ken mooije vogels: Hct U^c I m/j/(' Jt'n mun, 

a Bunch of tcathers, 

l< ! V , Met plnymen venieren of bezettem, 

ttj 1 ^' iL.iLnui unc'v neft, 3chaii€9 vergaderen ^ hu^ 

tig inbaalen* 
Feathered, Beplnymd. 
Fc^thcrlcfs, f-ederloQfy ia.il 
, FEATLY , Aardigfyk^ mefjti^ t^fi'^i* 



FEAl FEB. FEC. FED, FEE. 

Feamefi* AMrdiiEbeyd^ f$etbeydy fraaiheyd* 
FEATURE , IVeezcM ^gelaaf , de trekken dertmw'.e. 
Well Featurol, Schoon vamgelaat. 
FEAVER, de Kooris. zje Fever. 

a Burning feaver, een Brandtitde koorts. 
FEB. 
FEBRUARY, Sprokkelmaand. 

FEC. 
FECES, Grondfop^ droejfem. 
Feculent, Droeflnmachtig. 
FECUNDITY, VrMchtbaarhesd. 
FED. 

FED, Gevoedy gefpyfd^ (van to Feed.) 

FEE , Looff , [ eelyk aU 't gene men aan eenen 
Doktor ot Advokaat gccft. ] 

a Yearly fee, tern JaarlooMj jaargeldy wedde. 
Fees, Fcrval. 

Jiuler's fees , Shytgcld [ voor den Cipicr. ] 
a FEE , een Leeu. 

Fee-fimple , Een onbepaM leen ons en onte erfge- ' 
naamen voor altoos toehehoorende, I 

Fee-tail, j&p* Uenallecnhk voor ons en onteUnderen. 
a Fee-ferm , Een land ^t welk men ineygendam be^ 
, Tjt voor zichzxhen en zyne erfgensamen , ^Vr 
nogtans een zekere jaarlykfcbe rente of erfpacbt '■■ 
voor meet betaalen aan den Leen-Heer. 
to FEE, Beloonen^ betasdeny de banden vnlltn^ de 
oogen ttyt/leeken door gften. 
To fee a Fhyfician or Lawyer, fjenen Dohor of 
Advokaa$ hefaalen, 
«> To fee one , lemand ontkoopen, 
FEEBLE, Zwakyjiap. 
Feeble-hearted , Slafbartig. 
Feeble-minded, IVeekhartig. 
Fecblenefs, Zwakheyd^ jMbeyd. 
FEE'D, Beloond^ omgekofi^doorgifien of zynezy^ 

de gewonnen. 
to FEED, Foedcny fpyzen^ fiyz^en ^weyden ^voe- 
deren^ eeten. 
To feed himfelf with milk. Z#V* metmelkvoeden. 
To feed on hufks, Met ^afzfcb voeden. 
To feed upon canon , Op krengen nazen [ gdyk 

de kraaijen ] 
To feed the fire, *tf^unr aanqueeken. 
oSrHe feeds like a farmer^ Hy eet ais een dyker. 
Feeder , een Voeder ^ fpyzer ^ Vfeyder^ eeter. 
a Dainty feeder, een Lekkerbek. 
a Greedy feeder ^een GnltigMiardJretdmrmyfcbok- 
kebaft. 
Feeding, Voeding^ weyding ^ ^^^fgj •^"^^weyden^ 
dej voedendej eetenae. 

FEEING, Belooning, behonende. 

to FEEL, Foelen^ taften^gevoelenjmuntitwirden. 
How do you feel your felf ? noe bevoehgy n 

zehen\ 
To feel one*s pulfe, lemandspob vcelen. 
a Blind man that feels his way with a (tick j ten 



FEE. FEI. FEL. 



171 



BUndemamdie zynen iveg met eenen Jiok opfpenrt. 
It feels very foft, Het voelt heel zacht. 
I have felt his mind , Ik heb zynen zin beJpenrJ^ 
ik hcb hem den poll eens getafi. 
Feeling, Gevocly ^-^^^^gevoelcnje. 
Feclin;;lj, Gevoeliglyk. 
Feet, Poeten^ {Umeervoudig van Foot.) 

FEf. 
to FEIGN, l^erdichten^ verzieren^ vesnzen. 
Feigned, Verdicbt^ verzierd^ geveynf/. 
a Feigned name, een l^erzierde naam. 
Feigned holincfs , Scbynbeyligbeyd. 
Feigner, een PWdichter ^ veynzer, 
Feining, l^erdicbting ^ veynzing, veynzende. 

to FELICITATE, Gelnkkig maaken. 

FELICITY, Gelnkzaligbeyl 

FELL, Fet^ wreed. 

a FELL, een Fel. 

1 FELL. Ik viely vsn to Fall. 

They rcl! , Zy vielen. 

It fell out, /ietgebenrdej bet viel nyt. 
(XT He fell a crying, Hy.begon te roefen of fcbreem- 

vjen. 
to FELL, Terneerflaan^ vellen. 

To fell a tree, Eenen boom vellen. 
Fellable, Velbaar^ dMgeveid kanwordem. 
Felled, Ter neer geworpen ^ geveld, 
a Feller of wood, een Homt4>onv>er. 
Felling, Ter neer werpinr^ — — vellende. 
FELLON. zie Felon. 
FELLOW • eem Gezel ^ medegezel , moot , ven- / 

nooty mMery weergnde. 

a Fellow of a College , een Lid van eengenocu 

What fellow is that ? I9^at voor een vent is dat\ 
wat is dot voor een kaerelf, 

a Covetous fellow, een Gierire vent. 

a Sawcv fellow, een Stonte ot onbefcbaamde gafl. 

a Gooa fellow, een f^rolyke qnmtt, 

a Young fellow , een Jong kaereL 

An old tcllow, een Onde vent. 

a Pitifull fellow , een Elendige bhed. 

^ Swry fellow, een Lompe kaereL 

a Bed-fellow, eenByflaap^ bedgenoot* 

a School-fellow, een Mede-fcboolier. 
a Fellow-fervant , een Mededienftknecbt. 
a Fellow-helper, een Medebelper. ^ 
a Fellow-foldicr, een Mede-krygsknegt , Jpitsbroer^ 

rotgezel. 
Fellow-fubjefts , Mede^mderdaanen. 
a Fellow-feeling, een Medegevoel. 
(drThe fellow of that glore , de IVe&gaa van eBe 
handfcboen. 

He has not his fellow, Hy beeft zynsgelyk niet^ 
by beeft z^ weergaa niet , hy is zonder weergaa. 
to FELLOW, Pai^en, Paffei. 

He had none to fellow him , Daar was niemand 
Ya die 



FEN. FEO. 



171 PEL. FEM 

die by hem paflte. 
Fel lowed, Gepaard. 
They are fellowed, Zy zsngePaard. 
He is not to be fellowea , liy heeft zyns gelyk 
met J by heeft geen weergade , V is* er een zan- 
der weergaa. 
Fellowfhfp , Gemecnfchap , maaifcbappy , medege- 
Hootfchap , gezelfchap. 
To love good fellowfhip , Veel van gocd gezel- 
fchap houdc?!. 
FELLY, etml^'clge, radvejge. 

T\\Q fellies of a wheel , de f'^elgen vmt een wa- 

S'tt'ivieL 
NESS, Felheyd. 
FELON , ee» Boosdoefter die den dood verdiend 

heeft, als een dief^ roover^ moordenaar, cnz. 
a Felon , een Zweer of Fyt [ aaa den vinger. 3 
Felonious, DoodfchnUig, 



FEO. FER. FES. FET. 

Feoffment, Degift van eenig land in leen v9or een* 

wig en erflyk, 
Fcoffer, Die land in leen geeft. 

FER. 
(t) FERITY, Woejlheyd.felheyd. 
FERMENT, Giji. 
to FERMENT, Giflen. 
Fermentation , Gifling, 
Fermented, Gegift. 
FERN , Varen, [een kruyd. ] 
the FERREL of a cane , '/ JBe/lagen end van eem 

rotting, 
FERRET, een Fret. [ een diet lo genocmd. ] 
to FERRET , OmfcoommeUn , doorfnuJfcUn , om^ 
wroeten , laftig vallen. 

To ferret one, lemoMd ntoeijelyk vallcn. 
Ferreted, Doorfnnffeld, omgev/roet. 
Ferreting , Omwroeting , do^rfnuffcling , — quet* 

ling, omwroetende. 



fELONi, een Alisdaad daar de dood toe ftaat, en 

die minder dan Hoogverraad is , [ gelyk als die- ' FERRIAGE, De overvaart van een rivicr. 
very, ftruykroovery , moord,vrouwefchending, [FERRY, eenFeer. 



brandllichting , Sodomitifchc zonde, cnz.] 
FELT, ^^»^//. 
a Felt-maker, een P'iltmaaker , hoedemaaier. 
FELT , Gevoeld, van to Fed. 
FEL WORT, Bitter vjortely Gcittiaof. 

FEM. 
FEMALE, rr<WTuclyL 

The female Sex, Jflet Fromvelyk gejtacbt. 
Male and female^ Mannelyk en vrouwelyk^ man^ 
nctje en wyf^e, 
FEME^COVERT, een Getronwde vromw. 
FEMININE, Fronwlyk. 

FEN. 
FENCE , Befchntting , borjlweering , fchniting , 
(chktfel heyningy hsk. 
a Coat of fence , een Malten-rok. 
to FENCE, Befihnttenp omheynem ^ een hwrfhuee-- 
ring opwerpen , ^^^^fibermen. 



a Ferry-boat, een Schouw, Pont. 

a Ferry-man, een Overhaalaer van de fchouw. 

to FERRY over, Overhaalen, overzettcn. 

The horfewas fcrry'd qnqx ^tPaerd wierdtover^ 

FERTILE , yruchtbaar. 

F^eFtiiity , yrmchtbaarbeyd. 

to FERTILIZE . Vricbthaar maaken. 

FERVENCY, rir*r/;f%^[des gcmoeds,J>vrr- 

Fervent, t^uurig, brandend, blaakend. 

Ferventlyk, Funri^lyk, 

Ferventnefs . Vuurtgbeyd, brandende \ver. 

Q) FERVID, Hett. xiedend, ^ 

FERULE, een flak. 

FES. 
FESCU , een Stifi^ vjyspen. 
to FESTER , Tot zweeren zetten^ zweeren. 
Itfefters, Het zweert. 



Fenced 5 Bejibrnt .omieynd , """^gefebermd. IFefter'd, Gezwooren, verzwooren. 

Fence-month , De maand waarin V niet vryftaat . FESTIVAL, een Feefi, boogtyi. 
Arr/^»/tf/^^»,[zyndchalfJuny en half July.] FESTINATION, Voortfpoeding 



Fencer , een Scbernur. 

Fencing , Omheyning , ^-'^fibenm/tg , ^^befcbnt' 

tende, ombeynende, 
a Fcncing-majfter , een Scherm-meejler. 
a Fencing-fchool , een ScbermfchooL 
FEN-GREEK, /vw^/>i[zeker kruyd.] 
to FEND off, Afueeren, afkeeren. 
'FENN, Veen, moeras, 
Fenns , de Veenen, de moerem* 
FENNEL, Venkel. 

g »ti VT V T I ^ T T 

FENNY ' y f^^^^'Xj ntoerigy moerajfig.. 

' FEO. 

FEODAL, 7i/ een leen behoorende. 
to FEOFFE , Land in leen geevefh 
Feoffee, Die land in ken bezit. 



, FESTOON, Lofwerk, lofcieraad , fejlon. 
I FET. 

a FETCH, een Bebendi^beyd , looze trek. 

a Deep fetch, een Diepgebaalde ZMcbt. 
to FETCH, Haakn. 

To fetch breath , Adem haalen. 

Fetch my gloves, Haal myne bandfchoenen. 

To fetch a compafs, Eenen omwcg neemen. 

To- fetch away • ffe^baalen. 

To fetch up, Opbaalen. 

To fetch out, Uytbaalen. 

To fetch off, Afbaalen. 
Fetched, Gebaald. 
Fetcher, een Haalder. 
Fetching, Haaling^ mmmmmbaatende. 
\¥Kim, SfinieA ' 



FET- 



FET. FEU. FEV. FEW, FIB, FIC 

FETTERS, Bocijcn, ilusjlcrs. 

to FETTER, BQcijiff^ in boajen Jlaan ^kluyjlerfn. 

Fettered, Geboetdy eMtyfitnL 

.FEU. 
FEUD, efft Doodelyh vyandfchap. 
Feud-boot , Etn bcloQnm^ zoor znlke dk zich In 
€mh irakicfl Vim ten party of asnhang mcngcn, 
!• EV. 
FEVER , Koortf, 
FEVERFEW, Moederkruyd, Mater. 

^ FEW, 
FEW, ireyni^. 
a Few , een ff eynijr. 
In few words , in wcymg wcorden. 
To gro%V" few , H'eynig worden , verweymgen , 
njcrdunnen* 
FEWEL, Brandfloffe^ [als turf, hout, koolcn, 
ilroo, en idles wat totvocdfel van't vuurdicnr.] 
*Do not add fc wel to the lire , Gittgcem vlie in^t vknr. 
FEWER, K'tymgcr. 
FEWM E rS , Herun drek. 
FEWNESS, U'eynigte, een kUyn gttaL 

FIB. 
FIB , cen Leugentje, 
to FIB, JMen^ een UugenvefHlkn* 
, Fibber* een 'Jokkenodr, 
'FIBERS, Fezelingen. 

^ Fia 

FICKLE , lllfpehuHrig , vermderlyk , wuft y on- 

g^ftadig. 
Fjcklenefs , Wifpeltunrigheyd ^ veranderlykhcyd ^ 

ongejladi^heyd. 
FICTIOI^, eenVerdkhtfely verzdcrmg. 
Fifiirious, rerdicht^ verzierd^ 

FID. 
FIDDLE, eenFedel, veeL 
a Fiddlc-ftick, een Strykpk. 
Fiddle-faddle, U^tsjewasje, * * 

to FIDDLE, Op de veelfpeelen^ viddekn^ ^pfl^y- 

ken ^ henztUn. 

I Fiddler, een Fedelaar^ viddeler. 
Fiddling , Getedel , gevsddel , —vedelende , — fcit- 
Zeicnde. 
a Fiddling fellow , een Lenteraar^ benzelaar. 
a Fiddling bufinefs, eem BeHzelacmigez^dk^luy- 
ze kraam, 
(&To be fiddling up and down , Dentyd verkuteren. 
FIDELITY, GcfrouufJ^eyd, 

FIE. 
FIE? Rei! 
FIELD, eenVtU, Men 

To refide in the field, Zicb op ^tveld ontiouden. 
To fow a field, Eencn akker iezaaijen* 
To walk in the fields , In 'iveid wandekn. 
To take the field, 7> ^veld^ frekken of gam^ ten 
Jlryde gaan. 



173 



NoA Sen 



FID. FIE. FIE. FIF, FIG. FIL. 

To win the field , Het veld winnen. 

To quit the field , Het veld verlaaten. 

To keep the field , Het veld tehouden. 
:^ When that fatal field was fought , 

doodclyken Jlag, 
a Field-moufe, een Fefdmnys, 
FIEND^ een Booze geejl ^ nikker^ ^^^vyand. 
HERCE, Felj ^rff^gj i^inntgj wreedy bars^ 

a Fierce wind, een telle wtnd, 

a Fierce fight, een VinniggeTcckt, 

a Fierce countenance, een Barsgelaat, 
Fiercely, Heftlglyky fel^ vmmglyk. . 
Fierccnefs, feJheyd. wreedheyd. 
FIEKY, Fuung. ^ 

The fiery bufli, De brandende bra^mbt^fcb. 

r^^ FIF. 

FIFE , een Dwimflnyt. 
FIFTEEN, lyjtiepi: 
fitteenth, l^sftiendc. 
FIFTH, P<^fde. 

a r ifth-Monarcfay-man , een Dkyzcndjaange Ryi 
gezinde. 



FIG, 



Fiftly, Tenvsfdf. 
Fiity , Fyftig, 
Futicth, Fyftigste. 

FIG , een Fyg. 

I don 't care a fig for it , Ik geefer niet een boon Qm* 
Fig-trCc, een Fygeboom, 
Figwort, Groot Speenkruyd. 
FlQFiT y ccn Gevechtyjlryd* 

a-Sea-fight, een Zee-Jlag. 

a Cock-fight , een Haant^kamp. 
to FIGHT, Fechten J Jlryden ^ plnkiaarem, 
o:jrTo fight the enemy. Den zyand bevecbten. 

To fight it out , Eengefchii door een gevecht be- 
Jleehten^ 
Fighter, een Veibter^ flryder. 
Fighting , Fechthg , ftrydtng^ -Jlrydenae. 

Cock'fighting, Haane-kamp^ haanegeveeht. 

a Fij^hting-fcHow, een Fee bur en fmyter. 

a Multitude of fighting men , Eem inemgte van 
ftrvdhaare mannen, 
FIGMENT, een Firdichtfel. 
FIGURATION, een Ferbeelding. 
Figurative, I erbeeldelyk. 
FIGURE, een Afbecidfel , 

fcbaduwmgy figttur, 
to FIGURE, Afbeelden,^ uytbeelden. 
Figured, Uugebeeld^ afgebeeld. 
Figur'd rtutts , Gefigimrecrde ftffffdn. 

Figumig^ Afi^eeldiHgj uytleeUing^ ajbee/dende. 

FIL. 
FILACER y een Amptenaar in V pleytbof die d€ 

dt^xfchnfien aan eenfnoer rsgt^ 
FILAMENTS, Fezelingen: 
FlLANDhRS , fFyrmtja Me deft vaUen in V tyf 
groeijen* 

y 3 riL- 



print J voorbeetdfely ^- 




174 



FJL. 



De beeftem eeUn niet 



FiLBERD, etn Haazelneut. 
a Filberd tree, een Haazelaar. 
to FILCH, Untfutfclen , afhatdig maakeft ^ ontloe* 

rf$fy ontftcflen. 
Filched, Ontfutftld^ ontlocrd. 
Filcher, een Ontjleeler. \ 

Filching, Omlocrhg^ ontfutfeling ^ offtjteeling. 
Filching, Offtloereade^ ontfieeknde ^ dufachtsg. 
Filchingly , Dtefachuglsk. 
FILE, een yyl. 

a FILE of foldiers , een Gelid of ry folJaaten. 
a File of pearlcs, een Paerlfnoer. 
Filc-durt, Vylfcl, vyl-ftaf- 
to FILE, yvlen. 

To file off, Afvylen. 
to File up aLettcr , Eenen Brief aan een fnoer rygcn. 
aS*To file a thing to one's account, /p/x opjcmands 

rekeningJltlUn, 
Filed, Gevud. 
Filer, een Vylcr, 

FILIAL , kinderhi, dot t€t eenen zoon Moort. 
FILING, rylsng', -'vylende. 
FILIPENDULA or Drop-wort , Roode Steen- 

breeke^ [xeker kuyd. ] 
FILL, een Buyk'Vol^ bekomji. 
Bealts do eat but their fill , 

meer dan bun buyk vol, j 

I had my fill of it , Ik badger myn bekomft van^ 
Ik had'*er myn bnyk vol van. 
' He will have his fill of it ^ ffywfl( ofzal ) V 

zyn genoe^en van hebhen, 
to FIIjL , f^uUen , vervmllen , vol worden , verzaluUn. 
To fill a bottle, Eenfles vnlltn of vol tappcn. 
To fill a glafs, Eejfglas volfchenken. 
Fill mc fome drink , Schenk my wot bier in. 
The cafk fills, Het vat wordt vol. 
Filled, Gevuldj vervuld, verzaad. 
Filled up with admirttion ^ Met verwonderiHg 
vcrvuld. 
FILLEMOT, Vaaljillemart. 
Filler or Fill-horfe , Eenfaard dM aan den diffel- 

boom i^aat. 
FILLtr, een B and ^ haairfnoer. 
a Fillet of veel, een Kalfsfchyf. 
FILLING , Fnlling , vervnlUng , verzaadiging ^ 

vullcnde. 
FILLIP, eenKnip. 
to FILLIP, Knippenj een knip geeven. 
Fillipp'ed , Geknipt , etn knip gehreegen. 
FILM, eenVlies. 
Filmy, yiiezJg. vliesachig. 
to FILTER, Kleynzen^ door een doekgieten. 
FILTH, Fuyligheit, drek. 
Filthy, t^fiyf^ ntorftg.Jlordig, kl^ig. 
a Filthy thing, een Eerlooze ox fcbamdelyke ZMok. 
a Filthy fpeech, een Onbefebefte reeden. 
Filthily, Op een vnyle wyze. 
Fillhincis, Fuylbeia^ morfigbeity onbefcbeftbeid^on* 



FIL. FIN. 

reynigbeid. 
FILTRATION, Kleynzing. 

FIN. 
Vm, een Fin. 
FINABLE, Dot aan een geldinte •nderbevig isj 

bekettrens waardig, bekenrbaar. 
FINAL, Eindigcndy de laatjle. 

The final caufc , de Eynd-oorza.ik. 
Finally, Ey»Myk. ten laatjlcn. 
FINCH, ccnFink. 

a Gold-finch, een Gondvink. 
a Thiltlc-finch , een Diftehink. 
to FIND, Finden^ bevinden. 
To find money, Geldvinden. 
To find one guilty, lemand Jcbuldig bevinJen (of 

verklaarcn, ) 
To find out, Uytvinden^ gewaar wordcn. 
«>His trade doth not find him bread, Zynantbacbi 

geeft bem de kofl niet, 
OCS'To find fault, Berijpen^ bed'tUcn. 
I He alwayes finds fault with me, AUydbteft by 
I iets op my te zeggcn. 

«> I can*t find in my heart to do it , Ik kan niet be- 
Jluyten om bet te doen. 
I could find in my heart to go thither , Ik zom 
welgenee^en zyn om daar eens tegaan. 
Finder, een Finder. 

a Fault-finder, een Berifper, bediller. 

Finding, Finding y vindende. 

FINE , Mooi , fraai , fcboon , fyn. 
a Fine garden, een Mooije tuyn. 
a Fine laft, een Mooije vryjler. 
a Fine faying, /^» Scboone fpreuk. 
Fine linnen, tyn Unnen. 
Fine cloth , tyn taken. 

a FINE, een Boete , gelSoete^ U geent men 

voorafof op de band betaalt. 
to Fine, Zttvveren^ zie Refine, 
to FINE, In boete beflaan,, bekeuren. 
Fined, In boete bejli^en ^ bekenrd. 
He fined for Sherif , Hy betaalde boete om van V 
ScboMtfcbap vry te zyn. 
Finable, in boete vervallen^ bekeurens waardig. 
to FINE-DRAW, ^/o/y^^»,[gelyk men lakcn ftopt.] 
Fine-drawer, een Stopper of Jlopjlcr. 
I Fine-drawn, Geftopt. 
j FINELY, Mooi,, netjes^ fraai. 
, Fineneft , Mooiheyd^ mooite , fynte. 
'Finer, Fined, Mooijer . fyner ,. Moot fie. 
\¥VtiEW , Sclimmei 
iFinewed, Befcbimmeld. 



FINERY, Pronkery^ optooifel^ mooijigbeden. 

FINGER , een Finger. 
His fingers itch to beat xtyZyne vingers jeuken 
The fore-finger, de Foorjle vinrer^ wysvin 
The middle Ingcr . de Middelfte vinger. 
The ring-finger , "iNT Ringvinger. 
The little finger, de Pink. 



• FlQ' 



FIN. FIR. 

a Finger*s breadth , ten Vinfferbreed* 
to FINCjER, Bevmj^eren^ met vingerem bezctun ^ 

behandelen^ onzacht aant^Un. 

Fingered, Bevingctd^ bebanJtld. 
* He is light fingered , Elk een vinger verflrekt hem 
voor een haak: Hyjieekl zyne vingerenrecbtuyn 
en haaltzc krom na zich. 
Fingering, Bevin^ering^ '-^^bevingerende. 
Fineer-ltall , een yinger/ing. 
FINICAL, Gemaakt ^ opgepronkt. 
Finical nefs, Gemaaktheyd. 
FIN ING , Bckenring , in boeten be/laaning , — *^ 

ienrende. 
to FINISH, Eyndigen^ voleindi^en^ voUootjem. 

To finifh a piQure, Eene fchudery vcdtooijen. 
Finiflied, Geeyndrgt^ voleyndigd. 

He hath finifhed his courfe, Hy hetft zyneu loof ' 
voleindigd. j 

Finiflier, tern JToleynd'tger ^ vokooijer. \ 

Finiihing, f^oleynaigingy voltooijing^ vdleyn- 

dende. 
FINITE, Eimdig.bepaaU. 
TlUli, een Vint 

Ftonv ' I ^^'*^' ^^ vinnen voorzien. 
The Silver finny race, Jlet grfcbmbdf vce^ [bqr- 
de Poeetifch.1 
FINOR, *iV Refiner. 

FIR- 
FIR, «/#Firr. 
FIRE, Fuur, brand. 
To make a fire, een vunr a4!nleggen. 
Givefi^e, GeefvMMT^ [datis, Schictaf.] 
To fet a hou(c oik fire, een Atys aan brand ftet^ 

ken. 
There was a great jfire lal) nieht in that ftreet , 
Door WAS verleeden nagt in £e flrast eem groote 
brand. . 
Fire-brand, een Braudend botU^ fiookehrand. 
Firp-fork, een FnurvorL 
Fire-(hovel , een Funrfchop , as:fib9p. 
Fire-pan, een Bedpan^ vnnrpan. 
Firelock, Ar/ Fumjlag van eenptapbaan , eemfnap- 

boon, 
Fire-fliip, een Brander. 
Fire-wood, Brand-bont. 
Fire-ball, eenVuurbal 

Fire-boot , Vergnnmng van vry brandvan eenem huys^ 
beer aan den bunrder. 
Bon-fires, Vreugde^vunren. 
to FIRE, Aan brand JUeken ^ vnur geeven j las* 
branden. 
To fire a houfe, een Hnys im brand Jieeken. 
To fire a gun , Een musket of fn^baans^bieten^ 

eenjlnk affleeken. 
To fire upon the enemy , Op den vyand hskran- 
den. 
Fired, Aoft brand gefi^awy ktgebrmlj gev$mr4. 



FIR. FIS. FIT. i7f 

' Firer, een Brandfticbter. 
I king J /Ian brandftceking ^ als ook brandftoffe^ 

aan brand ftiekcnde. 
FIRKIN, een Kinnetje. 

a Firkin of butter, een Kinnetje butter. 
FIRM, Vaft, heebt. 
FIRMAMENT, de Gejtarnde hemel, 'tustfpanfel, 

bemel'iuelffeL 
FIRMLY, ra/lelyk. 
Firmncfs, Vajibcid, v^igbeyj, 
FiRR-tree, een Sparreboom ^ denneboom. 
FIRST, de Eerftcy voor eerjl. 

At te firft, Ten eerftcn. 

In the firft-placc. In de eerjie plaats ^ eer/lelyk. 
Firll-born , Eerjlgebooren. 
Firft-fruits, Eerfte vrucbtcn^ eerftclingen, 
FIRY,A^«//r/>, c/V Fiery. 
FIS. 
FISCAL, Tot defcbatkiftbeboorende. 
FISH, een Vifcb. 

Frcfh-water-fifli, Rivier^vifcb ^ meer-vifib. 

Sea-fifh, Zee-vijib* 

Salt-fifh , Zoute-vifib. 
aFi(h-bonc, eenGraaS, vifib-graat. 
Fifli-pond, een Vyver. 
Fifh-hook, een yifcb-boek. 
FiOi-fcale, een VsTcb-fcbob. 
Fifh-^wn, bet Zaadder vijfcben. 
the Fiih-market, de Fifcbmarkt. 
Fifli-monger , een Vifcbkooper. 
to FISH, Viffcben. 

To fi(h pearls , Paerlen vijfcben. 

To fifhout a thing J lets uytvorfcbeno£uytviffiben. 
Fifhcd, Gevifcht. ^ 

Fifhcr, I r^.^j 

Fifter-man, ^'^^M^her. 

a Filhcr's boat, een VUfcbers fch^t. 

aKing-fifher, eenltsvogeL 
Fifhcry, eenViffcbcry. 
Filhing, (^ijjching, viffibende. 

Here 's good fiihing , I£er isgoed vifflben. 
a Fi(hing-rod, een Hcngcl-roede. 
a Fifhinij-lioe, een Ilenge^fnoer. 
to FISK the tail, Mef denflaert qmfpd^g. 

To filk away, If^egjluypen. 
FISSURE, ccnSpleet. reetjfcieure. 
FIST, een Futjl. 
Fifty- cufls, f'uyftjlagen, vuyflhok. 
a FISTULA, een Loopendgat , leeking, fiJleL 

FIT. 
FIT, Bcquaam , dicnftig, betaamelyk^ raidzaam. 

He is not fit for that employment , Hy is mm$ 
be^jUiiam voor dot werL 

More than was fit, Meerdam-betaamelykwar. 

To think fit, Goeddunkem 
a FIT, eenFlaagy bny^ cverval y ftoot. ' 

a Fit of the mother , een Vlaag van '/ nu>efjpmL 

a Scolding fit , eeu Scbeldendt bt^^ 

ftFtt 



176 FIT. FIV. FIX. FIZ. FLA. 

a Fit of love, een Ferlicfde vlaag^ 
a Fit of the gout , ^en Overval van de jicbt. 
a Drunken tit, ce^ L>roftke» buy ofvlaa^. 
to FIT, Pajeny fas maaken^ gtreed maMsn , voe- 
7en. 
Tnefc flioes don 't fit me, Deeze fchoentn pajfen 

my niet. 
To fit every thing to a journey, AlUstoteenrey' 
ze gereed maakcn. 
c3*Friiy fit me with that, Eylsevegeriefmydaarmce. 
Oj'To fit out a (hip, een Schip uytruftcn. 

l^o fit up a houfe, een Huys opfchikken. 
Fitly, Bequaamlyk, 
Fitneft, oequaamheid^ 
Fitted , Gcpaft^ pas gcmaakt ^ gereed gemaakt. 

Fitting , Pasmaaiingj pajjinde^ voegende^ be- 

taamende, 
FITCHES, H'ikkcn. 

FIV. 
FIVE, Fsf. 

FIVE'FIKGER-GRASS, Vyfvinger-kruyd. 
Five times, VsfmaaL %^i'-rcyzen. 

"FIX. 
to FIX, Vaflftellen^ vafi maaken. 

To fix himlelf fomewherc, Z'tcb ergers vaft met 

der woon begceven. 
To fix a day for a bufinefs , Een dag tot eenig 
wcrk beftemmen. 
CCSrTo fix upon afitfubjefi, EenbequaamonJ^r' 

werp verkiezen, • 
Fixed, f^aftgejleldy vaftgehecht. 
TTie Fixed ftars, de yafie ftarren. 

Fixing. Vafliecbtingj vaftbechtende. 

FIZ. 
FIZZLE, eenVeeft, 
to FIZZLE, Vsften. 
Fizzled, Geveejten. 
Fizzler, ecnVyfier. 

FLABBY, Zacht. bol, poezelig. 
FLACCID, Slap.fienterig. 
FLAG, een y lag. 

To lit up a flag, Eene vlag opjieeken. 
Flag, \Vatcr-flag, Lifch^ [zcker gewas.] 
to FLAG, Verjlenfchen ^ zerwelken. 
FLAGELET , een Klcyn fluytje. 

FlS*4> ^ Slap.flenterig.verwelh. 

F lagging cars , Hanfende ooren. 

To hang flagging, llangen te waPperen. 
FLAGITIOUS, Schelmfch. 
FLAGON, een Bserkan^ flap. 
FLAIL, eciiyicegely dorfch-vUgeL 
FLAKE, eenScbitfer^ vloL 

a Flake of fnow , een Sneeuw vlok. 

a Flake of ice , een Brokyty eenfebots. 

Flakes of iron , Tzer^vonkcn [die door 't finee- 
den aflpringien. j 



FLA. 
FLAM, een VerdichtfeL fprookje. 
FDAMBOY , een Fakkh\ toorts. 
FLAME, eenVlam. 

To fet on flame, In de licbte brand Jleeken ^ inde 
Z'lam zetten. 
to FLAME, yiammen^ opvlammen. 

The fire begins to flame, V ^uHr beglnt vlam te 
vatten. 
Flamed, Gcvlamd, opgevlamd. 
Flaming, yiammcnde ^ brandende, 
Flamingly, Gelyk een xlsm. 
Flamv, i^lamm'tg. 
FLANK, dcZyde. 

The flank of^a baftion, de Strykweer .^ ftrykboek 
van een bolwerk. 
to FLANK, Van ter zyden verjlerken. 
Flanker , een Stryk-hoek, 
FLANNEL, ^^;^rr/\v/ zach: bjai^ Flannel. 
FLAP , een Klap^ lap, oorlap van een fcboen. 

The flap of the car, V Oorlapje* 

a Fly-flap, een VUe^e-klap. 

The Fore-flap of a Ihift , bet Voorfluk van een hemd. 
to FLAP, KlapPen^ flaan^ flodderen ^ kUpperen.^ . 

His hat flaps down, Zyne boed hangt necr. 
Flapped, Geklapt. 

Flapping. Geklafper^ klappende. 

to FLARE, tiakkcrcny fiikkercn. 
FLx\SH , nls a Flaih ot lightening, een Gefcbitter 
- des biikfems. 

a Flafli of fire, een Opflakkering van de vlam^cem 
vletig. 

a Flafh of water, een Zwalp waters. 

a Flafli of wit. een Uytfcbittering van verftand^ 
to FLASH, Schitteren T^flikkeren. 
To Flash fas water,) Zwalpcn^ kletfen. 
Flafliing, Gefcbitter^ geflikker ^ gezwalp ^ .-...^fitit. 

terenae^ zwalpende. 
Flalhy, Scbielyk^ "-^^^watertg^ laf^ fmaakeloos. 

FLASK •'^tfi» Eng'balfde fles ^ een kruydkoktr. 

FLASKET, een Groote mand. 
FLAT, Plat, vlak. 

To lye flat upon the ground, Plat op de grond 
neerleggen. 
(dra Flat lye, een Plompe letigen, 
Ffat-nofcd , Plat van ncus. 
a Flat-bottomM boat, een Platboomde fcbuyt. 
Flat-footed, Platvoct'tg. 
Flats in the fea. Zanaflaaten in de zee. 
Flatly, Piatt dchtig: 

To deny flatly, Ronduyt ontkennen. 
Flatnefs, Platheyd^ vlahe. . 

to FLAT, Plat maaken. 
Flatted, Plat gemaakt. 
Flatter, Platter. 

to FLATTER, Fleyen, flikflooijen. 
Flattered, Gevleyd^ 
Flatterer, eenl^eyer^ 
Flatteriog, Vlfyn^^ ^y^vleytude. 

FAR- 



FLA- FLE. 

% Flattering difcourfe, ecft FUyend gej^ck. 
Flatteringly, Op eenvUyemde vjyzx^ 
Flattery, yieyery. 
FLATTISH , Platacbtir. 
to FLAUNT , Zich uyt]preyd€n [ gclyk een das die 

te ftyf gefteeven is. J 
g>To Flaunt it , IVeydfch o£ zwimg ^cileed gaoft. 

a F launting fuit of clothes, eeft Zwsersgpai kkeren. 

a Flaunting lafs, een K^eydfihejoffer. 
FLAVOUR , een Geur. 



An Orange peel laid into drink gives it a flavour, Flefhly , l^leefchlyk. 



FLB. FLL i7> 

'a FLEMMING , een y looming , Nederlander. 
Fleminifh, yiaamfch 
FLESH, f^tecfch^ vieyfch. 

To gather flelh, Vfeefch krygen^ wel in V vieyfci 
komeny vet warden. 
to FLESH, Aanporren^ aanJluMwen. 
Flefhed, jiangepord. 

Flclhed in roguery. In fchelmery gekonfyt. 
Flefliinefs, Vleeffigbeyd. 
Flelhlefs, yieefcbeloos. 



een Oranje fihil in bier gelegd geefi bet een genr. 
FLAW , een Pout , misftal , een vlakje in een ge- 

fteente , een velletje aan den vinger by dem 

nageL 

a Flaw of wind , een WindvUuig^ rukwind. 
FLAWN, eenVlaade. 
FLAX, y las. 

To drefs flax, yias beielen. 

The finoaking flax (Mattb. xii,20.) Het rooktn^ 
de lemmet. 
Flaxen , Vlaffig , van vlas. 
a Flax-comb, een yiasbekeL 
to FLAY, zje to Flea. 

FLE 
FLEA, eenFIoo. 
Flea-bane, yiooikruyd. 
Flea-bite , een Vloobeet. 
Flea-bitten , Fan de vlooijen gebeeten. 
a Flea-bit horfe, een Gefpikkeld paerd. 
to FLEA, de ttuyd ajbaden, affiroepen^ villcn^ 
Flead, De buyd ^geftroopt^ gevtld. 
Fleaer, een Hnyd-a^rooper , viller. 
TltsCing^jffflroopingdesbuydSjVmingy -- i^f/tr^apende. 

FLEAM, een Fluym, een y/ym. 

FLED, Gevlooden, van to Flee. 

FLED6E , Vlttg , bequaam om uyt bet neft te vlic^ 

gen , met vceren voorzien. 
to FLEDGE. Beginnen vlng te warden. 
to FLEE, vJieden, vlngten. 
FLEECE, een Flies. 

The golden Fleece, UGnlde vises. 
to FLEECE, Scbeeren, kaalmaaken, plukken. 
He Fleeced him, Hy beeft zyne beurs vandehmyg 

feligt^ by beeft bem kaalgeplukt. 
EER , StoMt aankyken. 
a Fleering fellow, een Onbefrbaamde vent. 
FLEET, Snel, vlug. 

Fleet dogs , Snelle bonden. 
«> Fleet nrulk , Tapte melk. 
a FLEET, eenFloot. 

to FLEET, Vlotten, dobberen, dryven^ vlietem. 
ccS'To Fleet milk , de Melk roomen , de room ^ 

fcbeppen. 
¥\esX\Tig^Flietend€, vorbygaandcm 
FLEGM ; een Fluym. 
Flegmatick, ^ 



FLEUE, een Fhm, lancet. 



Fle(hy\' Fleefibig , vleefcbacbtig. 
FLETCHER, een Pylmaaker. 
I FLEW, Ik vloog^ van to Fly. 
FLEXIBILITY, Bnygzaambcyd. 
Flexible, Bnygzaam. 
Flexure, Bnyging. 

FUE.eenHieg. 

to FLIE, FUegen. zie to Fly. 

Flier, een Flieger. 

a> The Flier of a jack , Het onrnjl van een braadwerK 

FLIGHT, Flmgt. 

a Flight of birds, een Flngt vogclen. 

To ym to flight, Op de vlMgtjaagen. 
FLIM-FLANl , een Benzeling , wisjtwasje. 
FLIMSY. Slap, voddig. 

Fhmfy ftuflT, Foddigftof. 
to FLINCH, Acbterwaards deynzen y aerzelen ^ 

ftaaken. 
Flincher, een Aertclaar , wegflnyper^ 
Flinching_, Aerzeling, a erzelende. 

FLINDERS, Flenters, finkken en brokken. 
FLING , een Worp , fmak , gooi. 

I mufl have a fling at him, Ik moet bem tens ten 
fteek oi duHw geevtn. 
to FLING s Werpen^ gooijen, fmyten. 

He flings away his money, tly verqnift zyngeli^ 
by gooit zyn geld weg. 
Flinger, een'Gootjer^ werper , fmyter. 
Flinging , Ulfrpsng , gooijing , fmyting , — w^ 

pende. 

a Flinging horfe, een Scboppend paerd. 
FLINT, een Key-Jleen, vunrfleen, keyzel , fiinf. 
*He could get oil out of a flint, Hy kan oli myteem 
key trekken : Hy vondt een middel am tenen vrtk 
eeni^geld afte zetten. 
a Flint-glafs , een Glas nyt een rats. 
Flinty, Keyacbtig, keyzelig. 
FLIP, een Slorpdrank van bier^ brdndtwyn^ fi^kgf 

en limaen. 
FLIPPANT, Flng, rod. 

a Flippant tongue, Een tang die welgebangm is* 
FLIRT, zie Flurt. * 

a FLITCH of bacon, een Zydefpek. 
FLH TER-MOUSE (Bat), tin FledermtNt. 
FLITTERS, als aCoat worn all to Fljttcrs,£«i 

rak dttganfeb oast fltnttrtm gefieettn is, 

Z FLIX, 



.|7S FLO; . 

FLIX. U€ Flux. 

FHX-WEED, Flix^wort, Fukrmyd^ SofykruyJ. 

FLO. 
ft FLOAT of timber , eea Vhi balken. 
10 FLOAT, y lot ten ^ dryvem^ dohbcrew. 

To float between hope and fear , Tuffihtm boo^e 
€n vreezc dobberen* 
I'XOGK, een Kmdde^ tr^. 
* a Flock of llicep, eejt iCtidd* fcbaafe»^ 

a Flock of geefc, ten 'Trap g^mztn^ 

a Flock of wool > ten Vlok v/ois. 
a Flock-bed, eenFlok-bed^ matras, 
10 FLOCK together, fZamen hmtHy i*tam€n 

fcbooUn^ by trupprn Vfrgadere», 
Flocked , iZamettgefchooldy by tropptn fzameffge- 

iome$f. 
Flocking, i^Zamcnhmin^^ ""-^zameniomemk. 

They came flocking tonim,Z^ quamtn met tr op- 
pen tot hem. 

Flocking of people , t^ZamenroUmr del Vdiif. 
FLOOK, een ylnkerhaak. 
FLOOR, etnyioer. 

a Boarded floor, etw Homtcn vloer^ ten vher van 
pliinken. 
10 FLOOR, Fberenj bevloerem. 
Floored, Gevloerd^ btvherd. 
Flooring, Bevloering^ - ^^ bevhertnde, 
FLORtT, /W 

Floret Yarn, FloreUe gartn. 
FLORID, Vloeijende^ welfpreehnd. 

a Florid ftile, een yl(^ijende flyU 
FLORIST, ten Bhemtft. 
to FLOTE , yiootcn , vlattem , dryveMj Jobbffin. 

zU to Float. 
FLOOD, Fhed, (hoQm. 
ft F loud-gate, eenSlttys^ do<friogf. 
FLOUNDER, Bot, [ tekerc platvis. ] 
to FLOUNSE, Plenfin, dompeien. 
FLOURISH , een derlyke trek ?net di pen , eem 

treffdyke zwier^ lofwerk, 

aFlourilli (m mufick ) , een f^o^rJpeL . 
ftFlOurifh ( with a fword ) een Zwenking met een 

degen. 
ftFlorifh of words, ten Gezwtftts van woordtn^ Qp^ 

to FLOURISH, B/atfT/fMftJir eenenbloeijendenjlaat 
Zyn , ztch treffelyk voordoen , een inflig gezwier 
maaken , trekken met dt pen , voorfpel muden , 
wakker opfnyden* 

Floarifbed, GeiheU. 

Flour ifhJng , Bheijing^ eierlyke vertoonrng j verde- 
TtHi met trckkenj "btoeiiende* 
aFloufiOltng (late, een Bheijende Jlaat* 

t^LOUT, Spotterny^fehimpfihent. 

to FLOUT, Befpitten^ bejchimpen. 

Flouted, Befp^t^ bcfehimpt. 

Flouter, ten Spotter ^ fptrtvti^eL 

Flouting, Bejp(aiing^ iejkbimprng^ ^^J^^ftettde , 



fchrmpende. 
FLOW, deFhed, 
to FLOW, rUeJjen^ vUeten. 

I faw the tears flow from her eyes , Ik z^ <fr 
tra^nen myt haar wen vloehen. 

The tide tiows and ebbs , tut getyvibeireneht. 
FLOW E K , een Bkem , bhm. 

In the flower of his age, Indenhhei zyner jdoren. 
Flower-de-luce , Lrfch-bhem ^ insgclyks de Frm^ 

fche LeelL 
Flower-gentle , een Fhweel-bloem, 

Our Ladies flower, een fltafrnt-bhem, 
Ffower-pot, een Bkempot, 
Flower-work, Bloemwerk. 
to FLOWER, Bhe'tjen, -fibnymen [ gclyk fcier] 

—met bloemen befiikken, 
FLOWING, F/ofijing vneting. 

Ebbing and flowing, Ebb en vloej, 
FLOWHSJ, Gei/oozen^ r^w to Fly. 



FLOWR^D, Geiunid. 

Flowred filk* Geblomde zyde flof. 
FLU. 
to FLUCTUATE, D^bberen^ intwyfeljla 
Fludluation, Dobbering^ 
FLUE, *t iFoilig baair van een konyn y o£ de pUtys-*^ 

jes van veeren, 
FLU ELLIN, Eerenprsty [ lekcr kruyd. 1 
FLUENCY , Floeijendheyd. 
Fluent, Fioeijend. 
Fluently , Op een vloeijende wyze. 

To Ipeak lioently , Zeer vhetjend ffreekett. 
FLUIIX Fheibaar^ vHetend^ 
FLUNCi, Geworpen^ gefmeeten , gegoort , van to 

Fling. 
a FLURT , Een dreef aam V oe?r , ^^^boertery ^ 

-^een lompe pry, 
to FLURT at one , Met iemand de gek fcbeeren* 
FLUSH, eenMenigte^ —eenbloi. 

Flufh of mony , Lnfttg van geld voorzi^n* 
to FLUSH, Bloozen^ road werdcn. 

The bloud begins toftuOi upioto hisiace,VB/W 
begint hem tn V aangezsgt te ryz/en* 
Fluftring, RQodheyd in^iaangtzigt. 



Y\p.fht^J^erwa^d^ opgeblaazen 
^^etbu 



aangtZigt. 
^laazen. 
tyfdj befibonken. 



FLUSTERED, Vei 
FLUTE, e.nHnyt. 

To play on the ffute, Op de ftnyt Jpeelem^ 

a Player on the flute, een FlnytjpeeUer. 
to FLUTE, Fifty ten.' 
Fluted , Metpypen oi graven gemaski. 
Fluttr^ een FUtyter. 
to FLUTTER , K/appen met devutekenJUJdanm^ 
Fluttering, het Gektap met de VMeken. '^ 

FLUX, deFhed, hop. 

T'hc flux and reflux , de Eb en vhed. 

Theb!oody flux, deBtoedgang. roohop. 
to FLUX one, femand doen jnyun. 

He Wiis foundly fluicd , Men htfi hem InfHg i 

1*7- 



FOI. FOL. FOM. 



«79 



FLU .FLY.FO A.F0B.FOC.FOD.F0E. FOG JOI. 

Foiled, Ter nur pjlooten ^ ^^^-^verfoel^d. 
Foiling, Termgjhoting ^ -^^^vcrfoelyiMg j ^-tertf 
ftootemle. 



juylen, 
JfLUXlON, PUeijim 



FLY. 
FLY, eenFlieg. 

a Spanifti fly , een SpaoMfcbe vA>^. 
a Fly-flap, een FUege^klaf. 
to FLY, l^lifgen, vUedeft, vlupett. 

To fly about , Omvliegcft, 

To fly at, Aattvliegen ^ asmnrndftn* 

To fly in one's bJZ^hnumdim^tamtitzJig^^Utgtn. 

To fly out, Uytvliegen. 

To fly away, IVeg vliegen^ wtg vlttJen. . 

' • g, ^''5?'*!?> vUeJimg^ -"^^vliegemJe. 

a a lying nm , ecn yiiegende vljch. 

a Flying report , ten PUtgend^ oi hs ) germchf. 
. a Flying camp, Een vlierend leger. 

Flying colours , Fliegemae vasmdHs* 
Fly-boat, eat fJuytfihip , Flayt. 
. FOA. 

FOAL, een VeuUn. zie Folc. 

foaling , de U'^erping van een veuUn. 
OAM. zie Fomc. 

Foa 

FOB, een Bettrsje, kUyn zskje. 

to FOB one off , lemamd u leur fttUem , tMfr d^ 

* . FOG. 

the FOCIL-bone, De ellepyp [aan den arm. ] 

. FOO^ 
FODDER , iooo pondgewgt vm l^ad* 
FODDER, Foeder, beeftenvoeder. 

Fodder of ftraw, Stroavoeder. 
to FODDER , y^edtreny v^eren. 
Fodderer, een t^oer^eever ^ voeder^utr* 
Foddering, f^oedenng^^^-^voedenfuk^ 

FOE, nnVyfnd. 
To entertaine both friends and foes , Z# wel 
vyanden als vrienden berbtrgem* 
FOG. 
FOG, Mijl. 
Fogginefs , Miftlgbeyd^ 
Foggy* ^^ftigxJ^ft^ff^^f$ log^ t^om. 

FOIL, een Floret^ fchermdegtn^ eem degm met ten 
poppetje aan de p$mt. 
To play at foils , Metflortttenfebermtm* 
Foil, (repulfe) een Stot* 
To give one a foil , lenumd ten flmt gttven dot 
by/hfyMt. 
a Foil for a gcmm , een Blaadtje V weU $nen ender 
eengefieente legt^am bette meer te doen afj^eekem^ 
The Fdl of a looking glafs , de Ftels van een f^kgeL 
to FOIL, Te rugjioeten. 
(drTo Foil % Ip^ung glafi , Einen fpiegel 
feelien^ 



¥0\N. een Steek. 
to FOIN , Eenfteek toehrengen. 
Foiningly, Steehwyze. 
FOIST, eenjacbt. 

to FOIST in, Bedektelyk Mf&eken^ — —vfrr*^. 
Foitted in, Bedektelyk tngejlopu 
Foifts, Gmyghelsaryen. 
(t)FOlSlT, Mnf, mnffig. 
FOU 
FOLD, eenF^nwj '-^'^Kooi. 
Two-fold, Tweevondig* 
a Sheeps-fold, een Scbaifskooi. 
to FOLD. f^oHwen. 

To Fold up, Opvomven. 
a>To Fold fteeps, Scbaapen in een hxn cpflnftek 
Folded, Gevanwen, ^'m een kw vergaderJL 
Folder J een f^onwer. 
Folding. T^oiwwfurf, ^x^onwende. 

a Folaing-ftick , een Vomwbeen. 

a Folding chair , een Stoeldie men toejlaat , kerMoeh 

a Folding fcreen, een Kamer-fchnt, bakerfcbnt*. 
FOLF, em VeuUn. 
to FOLE, een Venlen werPen. 
FOLEFOOT, Mans^oifr [ leker kruyd. 1 
FOLIAGE, Li^erk. 

a FOLIO book, een Boek inf^lh. eenfiliant. 
FOLK 't Folk. 

The Folks, de Lf^den. 
Folk-mote , een Algemeene ttamenkemft des volk. 
to FOLLOW. Voigen^ nasz*olgen. 

To follow his' buimefs , Zyn beroep volgen , zyB 
werk waarneemen. 

To follow his pleafures , Zyne vermoMkefykb^ 
den involgen. 

To follow his mind , Zynen the opvelgen. 

It follows from thence. Door nyt vofgt. 
Followed , Gevolgd^ naagevlgd^ f^^^^Jy tfgt* 

V9^d 

Follower, een f^olger, nsavolger. 

Following, fyigff^j ^^ohmr.gevoh^^fgtMde. 
The foliowing chapter, UVolgendehoefi^nL 
The year following , U f^olgendejanr. 

FOLLY, DwaasbeydjZatbeyd, Z9ttemy^ 

FOME, Scbnym- 

to FOME, Uytfcbnsmen, npfcbnymem 

The fea tomes , De zeejcbnymt op. 

He fomed in his rage, Hy Jtbuymbehe vat ittrm 
Fomy . Scbnymacbtig, fcbuymig* 
to FOMENT, Koeperen^ftSoven^ aMfmeekeWk . 

To foment a (edition , een Oproerfiyvem. 
Fomentation, Koeftering, Roeving , aanqnteUng^' 
Fomented, Gekoefterd, gefioofd^ aangefneeh. 
Fomenting, Koeftering^aanqneeking, --koefierendi% 
F0MING\ »5fi&«y»iM5p, '^fibnjmendei. 

i^^ * •^ ^ FON 



FON. 
FOND, Taefreeflyky involgendj mah 

To be fond ot a thing , Zccr met ids hgem- 
men zyn. 

She is very fond of her child , Zy is zeer mal met 
hoar ktmd^ ty is zeer mal kmas. 

Over fond, Al te toegeefiyk^ al Se mal, 
a FOND, (Hock) EenVAJhfom^ kapiiaal ^ gel^t^ 

muideL 
Fondly , T'edtrlyk ^ zich kiiteUmdt met lets , als 

I fondly dreamt of ic , Ik ktttelde my zehen daar 
medi m myn^n droom, 
Fondncfs, Toepceftykheyd^ iuvQlgendheyd* 
FONT, tcM DaoPVQffte, 

FOO, 
FOOD, Spyze, voedfeL 

Food and"^r:ument , ^oedfel en dekfeL 
FOOL, ecn Zot^ dwaas^ gek^ ^^Zottiif. 

To play the fool , Zich mal aoHjlelUn , gekkelyk 
aOMUeren* 

He is a fool , V // een gtk , hy is mal* 

She is a ^oul , Zy is mal^ *sis ee» rechie ZoStiif^ 
• One fool makes an hundred , Etm gck maaktW 

veeL 
(Cj'To make a fool of one , lemaftdvoor de gek bouden. 
to FOOL one, Umamd foppcn ^vqqt de gek houdea. 
FOOLERY, Malisgheyd. 

hoolcdeSj Z.Qtte kuuren ^ potfen. 
FOOL'HARDY, Onhefu^ld-ftout^ rceketoos. 
Fool -hard incfs, Kockchosheyd, 
To be FOOLING, MMltgheyd aannchsm. 
Foolifll, Owaas ^ gekkeiyk ^ mal, 
Fooliillly, Dwaaslyk^ zofteljk. 
Foolilhnefs, Dwaasbeyd^ zotheyd^ gtkheyd> 
FOORD, Ondifpte. ^^ Ford. 
FOOT, eenVuit. 

As foon as ever we fat foot on land, Z# drawy 
dim VQii up land hadden teztt. 

At the foot ot the hill , Am den voeS des bergs. 

On foot , Te voet , op de been. 

To light on foot. Op zyne voeten neer flap fen. 

Foot Dy foot, Vi^et^e vocr voesje. 

To go on foot , Te toes ga&n^ 

To I read under foot. Under de voet treedcn^ 
flSrThe army conJifted of lix ihouiand foot and 
rwo thoufand horfc, V Hetr i>e(iond tt^t z^s 
dnyzend m*in te voetyen fmeeduyztndtc faerde. 

Cluli foot, een Hnrlevoet, 
Foot-ball, een l^otshaL 
Foot-bov, een I'olg-jtfngen y takkey. 
Fgot-paa , ten Raaver te voety (Iruykroover. 
Foot-man, een P^esknecbt ^fuidaat\Uifper y IMey. 
Fogt'dcp, een Voesftap, 
Fo«^t-ftal, ^r*r Voet^ voesftal^ ftyhott. 
to FOO r it, Te VQiigaan^ voeseeren, 
^ He footed it, ffyging te voet , by voctterde hit^ 
Foot' d f^oetfg^ 

Two-footed, Tviftvoeifg* 



em 



Four-footed, yiervoetig. 
Footing, yoetgang^ K'^'fJ^^ mttjlap. 
aS* I o get footing in a place , y^et in eenepls 
krygen. 

FOR 
FOP, een Gek y fnaak^ zot, 

a Proud fop, een Verwanndt gek. 
Foppery , Zotte knuren , grolten , fnaakery* 
Foppirti, Gekkeiyk^ jnaakfeh. 
FoppiOily , Op eengekkeiske wyze^ fnaakf. 
FoppitMcts , GekkelMeyd, fnaaksbeyd. 

' for; 

FOR, If^ant^ vocTy om^ t9t^ i*an^ nyt* 

Don 't believe him, for he is a lyar , Gebofh 

niet , vjant by u een lettgenaar. 
For my ufe, Foor myn gehmyk, 
a Pension for life, eenJaargeldVQor zyn leevenlang^ 
For his own fervice , Tot zyn eygcn dienfi. 
For my part , // '^t mv anngaat. 
For me (he is an honefl maid ftil , Mynentbalvem 

is zy nog een eerbaare maagd. 
For Tarn abfolutely for it , Kant ik bender vol* 

komen toe geztnd 
He did it for the nonce , Hy deed bet al willens. 
For God*s fake, Om Gods ti^tUe, 
Foraccnafn, Foorzeker^ voi/rwaar. 
She could not fpcak for grief, Zy kom niet fpree* 

ken van droefbeyd. 
For joy , f^an blydfcbap. 
For fear , Uvt vreeze. 
To fly for his life , Flngten om zyn letven te be* 

boudtn. 
For Iiis fake, Om zynent vjille, 
Wuft 1 be puni£hed for his faults f Moetikomzym 
misdryf geftraft warden ? '^ 

I am fb'rry for it , Ik l?en*er bedr^efd om. 
For example, By voorbeeld. 
For all that ever I could hear , Uyt alles dot ii 
nog ooit beh konnen booren- 
CffHc went away for all that , //y trok at evenwtt 
been,, by gtHg des niet tegenftdande wer. 
He came into my houf^ for all that , Hy jMmmm 

in myn bays met tegenflaande dit alles. 
For nothing, Om metSy te vergeefs. 
For the moli part, Foor ^t meerderged^ebe ^metp 

tendeels. 
For fomc while, Een tydlimg. 
As for me , H'at my aangaat, 
Cti'To look for, Na lets zfen ofz&eken. 
Wait for me, IFagt na my. 
To take for granted , F^llfteUen^ vnderflellem, 
FORAGE, Foeraadfe, j^/V Forrage. 
FORASMUCH, Foorzoveet mademaaL 
I FORIiAD, Ik verbood, van to Forbid, 
to FORBEAR , Ferdraagen , Zicb ontbouden , ^ 
flaan^ noidaaten^ verfeboonen. 
Pray forbear him a little , Eylievefibik ten 
I nig van bem in, 

I 



FOR. 

I could hardly forbear laughing ^Uhn my Hoami}- 
iyks van iaihgen hedwingen. 

I can^c forbear to tell you , Ik ka» met naalaatew 
M te Zfggen, 

To forbear one's company , hmmis gezjelfchap 
my den. 
Forbearance , [^erdraagzaamhcyd , vcrdMlMgbtyd , 

lydzaam heyd , langm^ttSgheyd. 
to FORBID, ^trhedcn, verhindcren. 

God forbid , God verhoede ! 
Forbidden, i/erboudtm. 
Forbidding, Vtrbltdtng^ ■ ■ 'verbiedende, 
I FORBORE y Ik vtrdrocg. van to Forbear, 
Forborn^ yerdraagen^ nagclaaten. 
FORCE, Kracbt , flerkse , magt^ drang^ gev^eld. 

By iiiain force, Ooor kratht engeweld, 

a Law flill in ^oiQ^yEtnewct d*e nog inkrachis. 

To repell force by force » Geiveld met gewcid 
afkeeren. 
FORCES, Krygsmap^ irygstroepcn. 

To raiTe forces , Jirygsvoik wtrven, 
ID FORCE , DvJtmgen Igewcld mndven , verkrachun. 

To force errors upon the people, Denvoikt dwaa- 
hngtn Qpdr'tngtn. 

To force back , Tc rug dryvcm. 

To turcea thing from one, /f»f<»#<^fVf/ afdwingen, 
i^To force a trade, Ecn nccrsngmet krmht vuort^ 

zenen. 
Forced, Gedwonren, aangedrongcn. 

a Forced word , een Ongcbruykflyk wo(trd, 

a forced put , eem Gevalvan nooddwang. 
Forcekfs, KrachteioQU 
Forcible^ Krachtig^ dwingend* 
Forcibly, Op ten kracbt tgc wyze* 
Forcing, Dwmging^ ^dintngendt, 
FORD, een Ondtepte^ wadte, 
to FORD, I4aaden^ doorwaaJen* 
Fordable, Waoiibaar^ doorwaadbaar. 
Forded, Doorwaad, 
FORE , f^oor. [ E^ Voorxctfcl allcen in tiamcn- 

ftclliage gcbruykelvk. ] 
FORE^APPQiNT£D» Foor-beftemd. 
FORE-ARMED, i^oorafgcwapend. 
to FORE-BODE, l^ovrfpeiUn , voorbednyd^n. 
Forc-bodcd, yoorjpeld. 

Fore-boding , / oorboode , voorfpelling , vcor* 

JheiUnde. 
FORE-CAST , t^oormytzigf ^voorbedachtzaambeyd ^ 
voorzsgtigbeyd* 

a Man of great fore-caft , een Man van een grmt 
voornytztgf* 

Without fore-caft , Onverbneds y onvoorJachtelyk, 
to FORE-t AST, yoorafoverjlag maaken, voor^s 

hmnds afmeeteny t^oorzitn. 
Forc-cafting , Voorbed^nking , ^^ voorzitnde, 
FORE-t AS! LE , ae Bak tan Ufcbip. 
FOKE-CHOSEN, l^oorafverkooren. 
10 FORt-CLOSE , f^ifQralms uytjluyun. 



FOR. 



iSi 



FORE-CONCEIVED, Foar^bevat. 
a Fore-conceived opinion , een Foor^opgevatte 



waoMj vooroordeei. 



to FORE DEEM , Raamen, gifen. 
Fore-deemed . Gcraamd^ Kez'/t, 
to FORE-DO, Benaadcelct: 
FORE-IX)OR, eenVmrdeur. 
FOREFAIHERS, Foorvaders. voorouders* 
FORE-FEET, de V^orfle voeten. 
FORt-MNGER , de Uysvtnger . voorjle vlngef^ 
FOKE^VhhP, een Voorlap, ^ ' ^ * 

FORE-hRONT, een FoorgeveL 
to FORE-GO » Jftaan. zit Forgo. 
FORE^GOING , Foorgaande. 
to FORh-GUESS, FoorgiJJin, raamen, 
I*ore-gueffing, Foorgiffiffg. 
Fv.RE-HhAD, het Fmrhoofd. 
* In the fore-head and the eye the le£lure of the 
mind doth lie , Hn voorhoofd en dt oagen zyn 
iolken des gemoeds* 
FORE- H RSE, bet Foorjle paerd. 
FOREIGN , Vyilandfch.bnytentandfcb.uytbeemfci^ 

vreemd- 
Foreigner , een Freemdeling , uytlander , nstbeempbu 
to FORE JUDGE^ Fooraf oordeelen. 
Fore-Judged , Foor^rf gevonnifd. 
to FORE^KNO W , Foorweeten. 
1^ ore-know ledge, Foorweetenfchap ^ voorkennts. 
Fore-known, FoorafgcvjceUn. 
FORLLAND, eenUycboek, kaap, een boek lan^f 

dtc zsch in zee nytftrekf* 
FORE-LOCKS .Foorhkken, voortuyten. 
FORE-MAN* de FQorJleman, z\s ook de ff^oord - 

voerder der jury (fgezwoorene mannen^ die ujt^ 
fpraak Qver een en mhdadigen doen, 
FOKE MAST, dii Fokkemajl, 
FORh-MFNTlONED, Foorgemdd. 
FOKEMuST. de Fmrfte. 
FORE-N A WE, de Foornaam. 
FOKhNuON, Foormidd^g, 
FuRF-ORDAiNED, F(^orbeJiemd. 
FORE-PART , bet Foorjie decL 
FORt-ROOM, eenFoorzaaL voorkamer. 
FORE-RUNNER, een FoorLper. 
FORE^SAIL, een FokkezeyL 
to F^ RE-SAY, FoorzeTgen^ 
to FORESEE, Foorzterj, 
h^orefcen, Foorzien^ vooraf ^ezien, 
t^* I 0RES;HEW, FtfQr4tlonen. 
VO R Els IG H r , I oorziening , voorgezigt, 
FORE-SKI N , de Focrbmyl 
to EORE-SLA' K, Fertraagen^ ftemmen, 
to FORE-SLOW, />rtf<i/<r;», ^^^ver binder en. 
to F(iRE-SPEAK, Bei^eeien , beieczen, he. 

t&vert'pf. 
FORE-SPEECH, een FoQrreeden ^ voorgefpreL 
to FORE-SPY, hwafbefpieden. 
FORES r, eenBoffb^ wond^ ^si^Foiteft, 

Z3 m 






iSt 



FOR. 



^ FOIL 



to FORESTALL, Voor-mHttm^n^ mderfthfpftm ^ [to FORGIVE, Vtgetvtm^ ftyt/Hkldm. 



To mrellall a m;irkct, £><r vJa^rendienadtmsrkt 
gev&erd wrd^n ondcr wef^e ophoptn. 
Forchaller, ^rH f^oorkoper. 

a Forcftallcr of com , een Opkooter voJt kootw. 
Foreftalliiig, ^ f^oorkojp ^ Qpk&ap ^ viKtrofk&Q- 
Forelhil Iment , C Prng^ 
FORESTER , zte Forrefter. 
FORE-TAST, eett l^oorfmaak. 
t6 FOKE-TAST, l^uorprocV€n. 
Forctaflcr , eem Voorprcevcr* 
FORE TEETH, de Vonrjle tandeH. 
to FORETELL, l^oorzeggen^ voorfpelkn. 




Foreteller, €e» l^oortegg^r ^ voorffclUr. 

^rfpi" 



Foretelling, V^orz^ggmgy vm'lpeUmg^ *— t^oor- 



tQ FORE-THINK, VoordcnUn^ voor^ tedimhn. 
FORE-THOUGHT, Vooraf bedack. 
FORETOKEN, een l^omekefi. 
FOREl^OLD, l^o^rzegd, xmrztyd. 
FORE-TOP, de y(yi>rkn\f^ voor/c hkkcn. 
the FORE TOPMAST, de l^oorjleng. 
the FORE TOPSAIL, het I'oormarszty!. 
the Ftire topfail lifti i de Toppensm van de vaor* 

marszeyis ret, 
the Fore topgallant fill, Het m^r brsmzeyL 
tlic Fore topgalhint lifts, de Tifppcmmt vm dexmr- 

hramzcyls rce, 
EOREWARD, l^o^rwaarJs. 
to FORE-WAKN, f^ooraf waarf ebon wen* 
Forewarned , Vgoraf gewaarfchuiud. 
FOKE-WHEELS, de Voorfie wieUn. 

FORE-WIND, l^oor de wind. 

t'&RFEIT, FerbcHTte^ hoete ^ geUbaeU. 

to FORFEIT, Vtrbeuren. 

He forefcitcd his cftatc , /j^' verheurde zyngoed. 

CS'To Forfeit his \TOrd, Zyn wjord ma huden. 
To forfeit one's judgement in a thing, Imc^rdeel 
te kortfcbieten in een zaak* 

Forfeited, f^erbe^rd. 

Forfeiture, l^erbcufing^ verhenrtt, 

to FOREFEND, Ferhoedcm. 

I FORGAVE , » verg4y va^ to Forgive. 

FORGE, eenSmrfe. 

to FORGE, Smetden^ verdUbttn^ vfrzicrtn^vtr* 
valfiben. 

Forged, Gefmeed^ verdkbiy rer^alfebt, 
a Forged tale, ecn l^alfcb verdUbtfeL 

Forger, eenSmccder^ verMthter^ vervatfcifir* 

Forgery , een VerMchfel^ verzJerfeL 

to FORGET, t'trgccten. 

F " I, f^ergeefelyk y vergeefacbtig* 

1 iiefs, (''Wgectcljkbcyd y vergeetachtigbcyd. 

Forgetting, l^ergeetwgy ^^vergeetende. 

Forgctter. een yergeeun 

FORGING, Smccdhg, verduhungy vcrvsifibtngy 
^^mcfdeffde^ vtrdi^bunde. 



Forgiv cable, Vergeeflyk, 
Forgiven, l/ergeevem, 
A crime not to be forgiven » tern Onvergeeflyh 
miidaadn 
Forgivcnefs, f^ergijfemi. 

Forgiving, (^ergeevmg^ ^^vtrgeetendt. ^ 

to FORGO, U'yken, ajflam. 

To forgo his right , Van zym recbt afflaan, 
Forgocr, ecn Ajpaaner ^ ^^' 
Forgoing, Ajfiaaning ^ aQiamd ^ wyking^ 

ftaande, 
FORGOT, Vergai^ van to Forget. 
Forgotten, Vergeeten. 
FORK, eenyork.gaffel. 

a Little fork, een t^orkjt^ g^F^i^* 
a Fire-fork , een Vmurv^rk , ftvorf^r. 
Forked, Gevorki^ geb^ekt^ pnnttg. 

Two-forked, Tweepuntsg, 
Forked] y ,' Voriswyze, 
F*orkcdnefs, Gevirksbeid. 
FORLORN. Viritmrm, verloMen. 
FORM, GtJaawU ^ gefutbe ^wyze ^ mnmere^(^/}^ 
vtfrm , forme, 
a Form of government , Eene tvyze ran regee* 

finge. 
a Form of prayers , eem FofwatUer van geMen, 
A fct form , een Gezette regel , vwrjiirtft^ /ir- 
mnfier, 
FORM, een Bank ^geji&elie. 
oS* The Form of a hare, *i Leger of if tJftpianti 
van een baas. \ 

to FORM , een Gcfiahe geevtn , ^mmeny fermtt^ 
ren. 

To form a dcfi^n, Eenen ioekg beramten* 
Formal J GcJlaUfg , vormelyk , wsanmgez^ ^ 
maakt, 

a Formal man, een Naamvgezet mam, 
a Formal fpccch , een GemaaJtt gefprek. 
Formality , Gebrnykelykbeyd^ gef^theyd^ vorm^k 

beyd* 
O" The Major and Aldermen in their fbrmalrries |^ 
De Bttrgermeefter en Scbepenen in hmnne pfegt^ 
gciuadden. 
Formally, Volgens^tgewoonlykgebrteyk^ ep een ge* 

zetu wvze. 
to FORKlALIZE, Aanftoot meemen ^ zJeb beigem. 
F^ormation , f^armtng. 
Formed, Gevormdy Uegejield^ gefarmeerd* 
Former, etm Fermer , maaker^ afbeeUer^ 

der. 
FORMER 1 Voorigey votffgaande. 
In former times , in voerige tyden* 
In the former chapter. In Uvaargammdehot^dllMk* 
Formerly, Vaort^di^ eertvti^ tmitnrf* 
FORM IDA BLfe , Vreesfyk, fibnikclyk , ontzagtyk 
FORMING , Gejiahgeeving » V^rming , -^ter* 
. menden 

FOR^ 



FOR. 

FORMOST, yoorjle. 

FORM ULARY , een Faorfchrifi^ farmnUtr. 
FORNICATION, Hoererye, 
To coiTiDiit formcarion, Hotrtfj iedryvtn^ hoc- 
re€r€n. 
Fornicator, ten HQcreerder ^ hoerejsager, 
FORRAGll, Focder^ voera^je. 
to FUR RAGE , Vo^dertn^ ma v^edir vertorgfn^ 

voerageertn. 
Forrager « ten P^oeder-bezorger* - 
FORREIN, ii> Foreign. 
Forrdncr, ^/> Foreigner, 
FORREST, €en Bofch^ woud^ honf. 
Forrcft-like, Ah ee» hjch^ hofciHwyze* 
Forrefter, em Houtvefter. 
to FORSAKE, Verlatetf^ verzaaken. 
To forfake one's Religion , ZynefiodsSenfiver- 
zaaken, 
Forfakcn, f^erlaatew^ verzaah, 
Foriaker, een l^trlaafer ^ verzaaker, 
Forfakiog, Verlaating , verzaaking , —verlaaiende. 
They Forfook their colours , Zy vertkttm huM 
imaHdel, 
FORSOOTH, Zeker^ tromwenf, 
to FORSWEAR ones felf, Eetfem vaffeben eed 
doen , meyneedig ZS^* 

Thoiifbaltnotforfwcar thy felf, (Matfkv. 33.) 
Gy zuh den eed mei breeken , gy zul$ geen vol- 



•FOR FOS. FOV. 



iSl 



fchen eed doen* 
cS'To 



o forfwcar a thing, Zweeren dot teU zanietis. 
Forfwearer , ten Meyneedige. 
Forfwearing, MeyneeSgheyd, 
Forfworo, meyneedig, 

a Forfworn wretch, een Mcyneedige fchoft^ 
FORT, een Sterkte ^ fibans ^ iefti»g, 
FORTH, Uyf , nabxynn. 

To go fortii, Uytgaan, 

To fet forth, Ten loonfletlen, uytgeevew. 

From this time forth , Van nu tmrtam^ 

And Co forth. En zo vtfort^ ent^ 
FORTH-C:OMING . Ferfihym^g voor 't gerecht. 
FORTHWITH, Aanjlonds. opftaande voei. 
FORTIETH, de yeert'tgfte. 
FORTIFIABLE, Bequaam om met ecnt veftingte 

vtrjierken^ verflerkbaar. 
FORTIFICATION , SterktfboMwing , befchanjjng, 

veftrnj^maakin^ , veflingbon-w, 
to FORTIFY , Verfterken , befibanfen ^ vaflmaa- 

ken. 
Fortified, Ferfterh^ hefcbanfl ^ va/igemaski. 
Fortifier , ecn Fejhngbouwer , verfterker* 
Fortifying, Ferflcrking^ befchanfmg^ '^^verjitr^ 

kende. 
FORTITUDE, Dappcrheyd, 
FORTLET, fenScha^sje, 
FORTNIGHT, Feertic^dagcn. 

This day fortnight <?r a fortnight hence, Famdaag 
0Ver veertien dagen. 



FORTRESS , een Sterkte.Jlot. veftmg. 
FORTUITOUS, Toevalltg, byge^ai. 
FORTUNATE, GeMkig. 
Fortunately, Gelukkiglyk, 
FORTUNE, 'tGe^^al.geluk, Fortuyn. 

By fortune , Bygeval^ luk raak. 

The wheel of fortune, Het rod van avontuwr. 

He made his fortune , Hy heeft zyn fortnynge^ 
maakt, 
^ He is mafter of a great fortune, Hy tezit rem 

grootcn rykdom* 
a Fortune-teUer* een Goedergeluk-zefmr, 
FORTY, Feerm. 
FORWxiRD, yf^Qrbaarig^ i^rypojlt^^ voorhk. 

He is a little too forward in ipcakingj Hy is wa^ 
al tevQorbaarig in ^$ Jpreeken, 

a Forward Springy een Fooriyke Lewie ^ tenvroeg 
voorjaar. 

a Forward child, een Foarlyk kind, 
^ a Forward man in the world , lemand wiem 

dingen in de werrcld voaruyt gaan. 
FORWARD, (adv.) Foorwaards. 

To go forward, Foorwaards gaan^ 

Forward and backward, Foor uyt en aehtnnyu 
to FORWARD, Forderen^ voortzetUn. 
Forwarded , Foortgezet , bevorderd. 
Forwarding , Foortzetiing , bevordering , -^vtfort^ 

zetlende. 
Forwardnefs , Foorlykheyd , voorbaarigbeyd , vrf 

poftigbeyd. 

'' ^ ^ FOS. 

FOSSEL, deElh'pyf. 
FOSSET, een Zwik^ ^/> Faucet. 
FOSSILE , Dat uy$ de aarde gegraaven worjf | 

delfbaar, 
to FOSTER, Koejleren^ opqueeken, 
Fofler- father, een Foedfler-vader ^ Minnevaar* 
Fofter-mother , een Mrnnemoer, 
Fofter-child , een Minnekind, 
Fortcr-brother, een Zoogbroeder^ Zf^yggenaof, 
Fofterer, een Opqueeker. 

FOU. 
FOUGHT, Gevoehten y gejheeden y t'<i# tO Flgfi • 
I Fought, Ik voeht , ikflreed, 
FOVh .Fnyi.JIordig. 

a Fottl fhirf, een Fuylhemd. 

a Foul ftomack, een Fervnylde ma^^ 

Foul weather , Sim-dig luecr. 

Foul language, ScheJdwoorden. 
jjS'To play fool play , Faifih fpeelen ^ bedriegelyi 

fpce/en. 
drThe fhip ran foul upon another Ihip, Hetfcbip 
Jliet op eem anderfchip* 

To fall foul upon one , lemand rumtf &p V lyf 
vaiien. 
Foul-mouthed , Fnyl va» mond^ die ten vuyUm bek 

heeff^in *t fprteken, 
to FOUL , F$iyl mm^n^ btvnykw* 

Foa* 




x84 FOU. FOW. FOX. FOY. FRA. 

Fouled, f^ftyix^maah^ bevnyU. 

Foil Hog, f^'fiylmaaking^ ^^^vaylmaakeHde. 

Fouloefs , t'uyiheyd , JlorMgheyJ ^ Ueiyiheydy tip- 

vuyidheyJ. 
I FCJUND, li tond, van to Flod. 
Found, GevoHiien, 
Fou nd oil t .Uyticvottdtn, 
to FOUNDj StUhten^ grondvcjitn* 

To found mi Hofpiial , een Ga/Ihays ftiche^. 
to FOUND, (melt), GUtcif. 

To found a belL «'<•» Khkgiitew^ 
FOUNDATION, Grondlcggmg , grondvejl ^ fon- 

dament. 

Founded , Gefticbt , gegrondve/l , gcgootcn. 

Founder, een Stichter^ grondleggtr, 

a Bell-founder, eem Klokke-gscter, 
to FOUNDER, Afja^cn^ afmf»»eft. 

To founder a horic , een Patrd ktk af rydtn* 
Foundered, Bek ajgereeden^ hmkcnd. 
<k3* The Oiip was Foundered, USchifgingtegr^nd^* 
Founding, Stichung^ ^--^^AUtaalgttttHg^ 
FOUNDLING, ec» Fondrling. 
FOUNTAIN, ecnBrofi^ Funteyn, 
Fountain-head , de OorJpro)tg dc/bron. 
FOUR,A^i^r. 

Four a brcaft , Fitr m *i gelid, 
Four-fuld , f^iervQudig. 
Four-foutcd, FUrvoctig, 
Four-lquare, l^ierkimt, 
Four-iimc$, l^Urmaal, 
FOURD, eenH'adt^ ondicpte. zJe Ford* 
FOURTEEN, r*-«^rfiV», 
Fourtif cnth , de l^rertie^de. 
Fourth , de Fterde, 

The fourth part , hei I'^erde deeL 
Fourthly , Ten vierdcn. 

row. 

FOWL, eepf f^vgelf getogeite. 

a Water-fowl , ecn U^attnogeU 
Fowler, een rogeUar, 
Fowling , yogehangfi. 

To go a fowling^ Op de vogeljagt gaan* 
a FowBne-pieGC, etn yogeiroer* 

FOX, 
FOX, eenP'os. 

To play the Fox , Schalk tyn ab een V0S, 

a Cunning fox , een Looze vos. 
a Fox-tail ^J^^ Vofenflaert. 
(1) to FOa , Oranken maakeft* 

FOY. 
To give the FOY, de F^ gceven. 

FRA. 
FRACTION, eenBreckmg^ ^^—gebroken get^l. 
FRACTURE, ^rj^Brfi^i. 
FRAGILE, Bw, 
Fragility, Brosheyd^ 

FRAGMENT, een Brok, fiuk^ afireekftL 
FKAGRANCY, Geurighe^d. 



FRA. 

FRAIGHI , t^racht^ laadufg. 
to FRx\ I GHT , Bcvrachen. 

To fraight a Mp^ etn Schip hvrachietf- 
Fraightcd, Bevraeht. 
FRAIL, Bros. 
a FRAIL, een Korf, 

a Frail ofraifins, een Rotyne-hrf* 
Fr ailed, In kvrven gedaan* 
FRAILTY, Brasteyd. 
FRAME, Geftalte , gcflebems^ toejlamd^ md^kfth 
O'The Franic of the oiind , de Gejleltenis desge 
moeds. 

The frame of a window , de Roam Viin ecn venjfer 

The Frame of a pidure , d^ Lyfi van een jcbil* 
dery. 

The Vramc of a looking-glals , de Lyft van gem , 

fpiegcL 
The Frame of a table, de f^oet van een iafeh 
a Frame of farriers, eenHoef-Jlal^waarindepaef 

den bejlagen warden, 
a Frame ot a filk ftocking weaver, Eenzydekon^ 
fen-u/eevers getouw. 
a Frame-knitter , een 7.yde konffweever. 
to FRAME J Een geftalte geexen ^ toejielkn^ maa^' 

kcn^ ontwerpcn ^ Jchtkkrn ^ beraamen. 
C>To frame his conceptions into words, Zyncbc^ 
vaittngcn met waorden nyidrttkken,. 



Framed, ToegepeU^ ontworp 
Ill-framed, U'anfihapen^ h 



en^ cnz. 



kmpig^ 
Framcr, een'ToeJJelUrl masker^ nynhder. 
Framings TQeftelltng , maaking , fchikkmg , ^-^ 

maakende . Jlh ikkende . 
FRANCE, f^rankryk, 

FRANCHISE, I'ryigheyd, een vry ^(H^rreebt. 
to FRANCHIZE, Pry m^en, met vryhedew U»^ 

gifhgen. 
FRANCK , Fry , vrank, mild. 
Franck-hearted,^ Gulhartig. 
Frank-law , V Fovmeht van dc gemeene wet dei\ 

Idmdt^ 

FRANKINCENSE, Iflero^L 

To perftimc with Frank iuccnfe , Bewieffifhn ^ 
wier&aken, 
FRANKLY, rr%'elyk, mildeiyk, openbm^. 
Frank n cfs , Openiarugheyd. 
FRANTICK, Zinnelool, herfinUs, ylboofdig. 
Franticknefs , Zinneh^sheyd , ylhooidtgheyd, 
FRATRRNITY, BrueZrfchap. 
FRATRICIDE , eem BroedermuQrdcr , ^S OOk 

Broedermoord* 
¥RMJD,Bedrng. 
Fraudulent, Bemegtyk. 
FRAUGHT, Bevracht^ van to FnugJit* 
FRAY, eenGex^chty krakkeeL 

To part the fray , V Krakkeel ft hoyden* 
to FRAY, Swiften, als lydc aofle* 




im 



PRE. 

FRE. 
FREAK, hieeUhg. 
Freak i(h, Gn/zicL 
FREC-KLE , eeff Sproet 

Full of freckles, f^oi fproftew. 
Freckled, Sproctig. 4 

Frecklediids , Sproetigheyd* 
Frcckly, Sproet achug, 
FREE, /^ry, ape pj bar tig. 

To make one free, lemmdvry maakin. 

It is tree for him , V Staat*hem vry, 
% Free girt» ecn l^ryc gaavt. 
a Free- mail, etnyry-man^ burger. 
Free-born, Vry gebooren. 
Frcc-hold , etn Pry bezit. 
Free-holder, een yry cygenaar^ ingtland* 
Frcc-llonc, Hiwd-^cm, 
Free-booter . cen Vry-huyter. 
to FREE, yry maaken ^ hevryden. 
Freed, Bevryd^ zry gemaah. 
Freedom, t^ryhya^ vrydom. 

The freedom of a city, Stttds vryheyd. 

He lives within the freedom of London, Hy 
woont htnnen de vryheyd van Londen. 
Freely, Fryeiyi, 

Freeing, Bcvryding^ ^^—hcvrydende. 
Freencfs , Openharttgheyd^ gulharttgheyd, 
FREEZE , de fries ^ [cen woorddcr Bouwkoufl-] 

— — alsmede zeekere gempte baai. 
to FREEZE, t^rieten^ bevriezen. 

It freezes very hard , V yrtejl zcerfel, 

Frceiing, Bevrtezinjr^ bevriezf^de. 

FREIGHT, 5/^Fraisht. 
FRENCH, fr^^yiA 

Pedlars French , Krmntrs Latyw. 
Frcnch-beaas , Turkfchc buonen. 
French pox . ik Spaanfche pokken. 
a French-man , een Franfchman. 
The French King , de Franfibe Keftittg^ Koniftg 

vatt yrankryk, 
Frenchify 'd, Franfcb-gezind, 
FRENZY, nhmfdt^eyd, uytzinmgheyd. 
Frcntick, Tlhotfdig^ ttytzinntg^ zinneloos. 
FREQUENCY, eenAhntgte, veehuldigbeyd. 
Frcgucnt, Ahmj^vuidi^ ^ veelvoudig^ dikwyltg* 
to FREQUENT, Meeds bywoonen ^ vtrkeeren ^ 

omgaoJf, 

To frequent meetings , Zich dikwils in vergade- 
ringeft iaatcn vi^den* 

To frequent ale-houfcs , f^eel in krwgtn ver^ 
kceren. 

To frequent good company , Metgoedgezelfcbap 
Qmgaafi of verkecrcft. 

To frequent the Aflembly of the States , de 
St^^svcrgaderiffg bytmonen, 
Frcqueotatipn, Bywoontng^ ommegang^ verkeeripg^ 

InWitnsicling, 
Frequented, BygewQ^ttd^ verkecrd^ Qmgtgaaw* 



PRE. FRt i^ 

Frequenting, Bywoonipfg^ ---^^^bywoonendc. 
Frequently, Dikwils^ menigmakL vaak. 
FRESCO, Terfib, koeL 

To walk iti fresco, I» de verfcbe ittcbty o^ in de 
koelte wandelen, 
|>To paint in frefco, Op verfihe kalk^ dieeerjltt^ 
gen de munr g(^reeken is , fchilderen^ ['t welk 
gefchicdt opdat de verwen te bcter louden in- 
trekkcn, en tc vaflcr hoaden ] 
FRESH, Ferfch^ nieuw ^ frifib ^ otfgrz&utcn. 

Fresh water , y^rfib water ^ 

Fresh ait, yerfibe Incbt* 

Fresh beer, p^erfch bier. 

Fresh butter, l^erfcbe boter, 

ft Fresh man , een Ferjch man. 

To take fresh courage, Nreuu^enmaedfebepptn, 

a Fresh complexion , em FriJJe klenr m '/ gelasa^ 

While the thing is fresh in our memory, Terwyl 
de z^ak frog verfcb in onze gebengenis is. 
a Fresh-water louldier, een QpthedreeVcn nieweling^ 
a Fresh, Op nieuw^ van nieuws afasn, 
to FRESHEN, Ferfcben, verfib maakem. 
Freshly , Verfcbelyk, 
Frcsluicfs , Fersh'eyd^ frhbeyd, 
FRET, een Klawser van een fnaarfpeeltnyg* 
FRET , een Gramfteurige luym. 

To be in a fret , Zichverknyzen. 
B> Wine that is upon the fttt^l^yn die nog werh^ 

troebeie wn. 
to FRET , Ongemaklyk of gramflenrig warden ^ 

knorren ^ knyzen^ vjrokken^ knaagen ^ineeten^Jem-* 

ken , doorbyien , [marten* 

What iTjould 1 fret my felf for? If^aaramzcnd 
ik my zchen verknyzen ? 

It frets'^ him, V Knaagt bem. 

To fret away, Ganfcl weg eeten^ z*erteeren, 
05 Silk that is apt to fret, Zydeft^fdat ligtktrft. 
ocS'The wine frets , De wyn'werkt, 
Fret-work , Greef-werk , werk dot met ribben be* 

zet is. 
Fretfull , Kmrrig , wrokkcnd , knysaebtig , gram- 

Jlt'urig, 
Fretted, Doorgebeeten ^ geknmgd^ gefihmttrd^ ^met 

groeven bewerkt. 
Fretting, Knaaging^ verknyzing^ knt^rring^ wr^k* 

king , ineeting , --^^knaagende , bytende , vftok* 

kende. 

FRL 
FRIAR, zie Frier. 
to FRIBBLE, Kibbelen, 

a Fribbling queftion, Een barrewarrig vraag/lnk. 
FRICTION, M'rsving.fchufmng. 
FRIDAY , Fryda\. 

Good-Friday, GQevrydag, 
to FRIE, zie to Fry* 
FRIEND, eenFrmd^ liefhebber. 

He is a friend to Scholars , Hy is een I'tjhebber 
van d€ Geieerden, 

A a t Sb<9 



186 FRI. FRO. 

a She^Jend or a woman friend, efnef^rmtim, 
ihc h a fpecial friend of mine , Zytsmync^yzHt- 

derc vrwdtn, 
a Tretichcr- friend, €tH PanUkker^Tys*t0f<lk€eztm, 
Fr* ^' * , OnhtvrtHJ^ vriftdeia^, 
Jr Is, lyindtykhtytl^ 

Frivadiy, l^/mitlyL 

To Qo one a Yriendly turn, hmAndi^nt vrmi- 
fihdp di/€», 
Fricndlbip, krindfchaf^^ vrimO^mdtnSeyiU 
FRIER, fCH Ordenhr^edtr^ Kk^fltrhrotr^ Mttrntii, 

Black'Friirrs, Dominikimnir Mo^miken* 
Frierv, ecnKkofltty Kaftvetrt. 
FRI6OT, ecM Fregat. 

FRIGHT > Fnes ^ brwitf&tyd ^ vtrvMtdhtyi ^ 
fchnky fehrttom. 

She was in a terrlbl c fright , Zy w^ yslyk verfihrikt. 
They were put into a iuddeii frigfit, Hen lukrds 
ccH fihieiyke vrtcf asJ^i'j^^jmfgd* | 

c5rTo take a fright and run, Of boigsm^ of hoi 

raaktff.Jbo//fH» 
to FRIGHT, L Bevreefdma^en^ verfchriiktm, 
FRIGHTEN, C vcnaard maakeit. 
Frighted, Bevreefd^ zerVto'rd^ ifvrfilMkf, 
Frightfull , Frtfityk , fibrikktiyk , Vtirvaariyk ^fcktoO'- 

meiyk, 
Frtghtfiilly, Op t4n vtrva^rlykt wyze^ 
Frightfulncft , f^Wva^r/ykheyd ^ vretslykheyd. 
Frighting* l^crvaerdmaakif$g^ '^'Vcrvaerinaakendc, 
FRIGID, if ^*^, kocL ' 
FRINGE, hanf€. 

10 FRINGE , Met FranjtM kzetten of Meggtn. 
Fringed , Mei FraMjen htztu 
FRIPERER, ee^tOudekUerverk&eptr, 
Frippery , cen FodJcwimkel^ voddemarkt. 
FRISK , Frolyk. 
Frisks , Happehtfgem ^ S^^^^f^f^f- 
to FRISK , HHppeUn^ fpnHgin. 
to FRISLE, KrfilUtfj Jritc<rfH^ th Friiilc. 
FRIT , ZoHt oi afcb ma zaxd U z^mcn m de^oven 

jfekiikeif* 
Frith, ttnZet-cngte. 
FRITILLARY, h^twiu tytrtny [ickergcwas^ 

bloem.l 
FRITTER, ienSirmyT^ 
-YKWOlsOUS, BtmttUchMg. 
;o FRIZZLE , Knttlen^ frizeffew* 
;o Frizile the hair , V Hair krulUft, 
"ri 7,2 led , GekrttlJ , ^ekrMyfd ^ krots, 

riztlcr, cen Krniler ^ itHiJier, 
_ rtixliag , Krmllii$g , f/izeefmg^ f rizetrrmdf. 

t Frillling^iron. eem Kml-yur, 

FRO, 
FRO 4// To and Fro , Htem en ^u^eer* 
FROCK , een Ovtrtrdfel, jftrk. 
FROG, e^w ror/ib , ktkPorfcL 
~ ROISE, fiff Sttmfj fpekjhftyf 
ROLICIC, FrQlyk\ ttmvr^kMlmym. 



FRU- 
FroUckfom, Vrolyk^ kortrwyliz, 
FRpM, / W, vandaan. ^ 

From the beginning, Fdn V kegin. *^ 

From between his tect, Tt/J/chi» ty^e vuttn ' 

daoH. 
From above, Fmf hven. 
From abroad , I'^an httyun. 
' From beneath, Van benecden. 
I rorn hence , HiervtmdMi^ 
From hence forth, l^am um r^orfMn. 
From time to timif , l^^n tyd M pfd. 
FRONT , Iht voorjlegedteitt. 
The front ofanannv, Df voorfte gekdertn rm 

ten heir , dc fpitfe acs hetrs. 
The Front of an houfe , de i^oorgevel vsh een hte^f. 
FRONTIERS, Gremen, lmidp%skn. ^ 

' a Frontier-town* ecn Grcn$-fi^ ^ fmttier-flMMs. 
. FRONTISPICE, de roorgevet! 

The Froniiipicc of a book , ^ Tyfe/vmtenhoel 
FRONTLET, cet$cFlep^ vt^orhofifd-bmnd. 
I FROZEN, Gevrooren^ vam to Yxccic, 
FROST , ^V;l, jVlie Lude. 
a Hard frofl , een Felle imrft, 
1 Hoar froft , Ryp^ rfiygt tforj^ 

a Glazed fro ir, Ee» ytelige vorjl^yzeltgheyd. 
Froll-bittcn , Uour de iom^ bevsftgetf ^ verklewmd^ 

bfvrooren* 
Ffoll-imilcd, Op fcberp gezet ^ met fcberp bcjlagem^ 

om over ss tt k&nnen ioopen, 
Frofty, I orjlig^ vrief^cktg. 

Froliy weather, Frietind v/eeder, 
FROTH, Muym. 
to FROTH, Schfiymenj opfibnymen* 
Frothy, SihHymachtt^^ op^cbiamten, 
Frothincfs, ScbtiymacbttgSeyd* 
Frothing, Schuyming^ ...^^cbmsmemde. _ 

FROWARD, Korzel^gemetyk^ krtblpigyWrmfig^ 

Jluurfch, 
Frowardljr, KorzeUehtig^ gemthk, 
Frowardncls , Korzeibeyd ^ kribbigbeyd ^ gemetyk^ 

beyd^ wrantigbeyd. 
FROWN, een frnwfcl^ rimpel 
Frowns, een StrafgeUM^ b^ri gezigf . gramfiemig^ 

beyd. 
to FROWN, Uroorboofdinfrt^nfelenrrekken, een 

ftrafgezigt faonen , n^s amtjkken. 
Frowning, Fronffling des voorboofds ^harskeyi^mrs'^ 
heyd^ won aantifnde* 

a Frowning countenance 3 een Stmtrfib gezigi ^ 
een b^rs g( loaf y mftfe fr^ni. 
Frowningly, Barfehk^ nors, 
FROZEN, Beprodren ^ grvrowym. 
Frozen up, Tofgevrooreff* 

FRUCTIFEROUS ,^>«A»*4-pwJ,w«ffc^v»dir. 
to FRUCTIFY, yrmcki^mm-mimkfm. 

i FRUGAL, y.uynig, fpaarz-aam. 

Fnig*. 



r 

r iri 






FRU. FRY- FUD. FUE- FUG, FULJ 

Fragality, T^u^mghe^d ^ fpaarzaamheyd^ 

VR\JQ\¥mO\}S\i^ruchtdraagcmie. 

FRUIT, Irucht^ fruyt^ oofi ^ — voorjeel^ Z^^^^* 
The firrt fruits, de Eeerfle vruchiem^ ctrJUTmgtn, 
Thefc are the fruits of his malice, iStt zyn dt 
vruchten zy^^r boosaarMghcyd, 

Fruit-bearing, Vruchtiraagende. 

Fruit-market, de Fniyt-marh^ afpclmarki. 

a Fruit-loft , een Appiizoldcr, 

a Fruit- woman, een Afpclwyf, 

Fmirful, l/rttcMaar, 

Fruitfully, yruchtbaarlyL 

Froirfulnefs, yrMchtbaarhyd* 

FRUITION, Gcmeung.gatoi. 

Fruitlds , OtfvruchiboAr , zondcr vri$(bt^ vru^hu- 

loos, 
FRUM, Vet, dii, grof, potzelii. 
FRUMENTY, zic Furmety. 
FRUMP, B9€rfety , fpmtrny. 
to F^ R U M P , Bnerten , fpQtUn. 
Frumpcd, Gehcr/^gejhof, 
Frumper, ten Spotvogcl j hoerter ^ fpretftw^ 
Fruniprngly , Botrfachtig^ fpnttachttg, 
FRUSTRANEOUS, Tdel, onnut, vrmhHlm* 
FruflraiicouOy, Tt vergecfs, 
to FRUSTKAl E, 7? leurllelUH^ miiUyden^van 

zyn Qogmcrk v^rjheh^. vcrydeU», 
FniJlratcd, Te^hur^efltidj mtsleydy verydeld* 
Fruftrating, f'Wydthfggy ^-^^verydthndt- 
Fniftration, TelcHrJlcIimg ^ mulcySngj very deling* 

the FRY of fifh , '/ Zaad dcr vif€heM. 
to FRY, In de pan br4aden , jruytcn. 
Frycd, In de pan gebrandeu^ i^j^f^yf* 
Fryed meat , Gefmyt vieefch. 

Fqj'ing, Braadmgyjruyung^ frnytfnde* 

a Frying pan, een BraaJ-p^^ hck-p^. 
♦ Out of the Fry rng-pan into the tire, /^ d£n re- 
gem in de (loot* 
"RYER, eeu Ordens^roeder ^ zie Fricr* 

FUD. 
^ to FUDDLE, Dronkcn maaten^ drmken Jrinkew* 

Fuddled J Dronkcn ^fmaalu ^ dronkcn, 
Fuddlcr, een Dronkaard^ zenfclaar, 
Fiiddl ing , Dronkcndrinhng. 
a Fuddlmg fellow, een Dromken ihed* 

FUE, 
FUEL, ;^;> Fewcl* 

FUG* 
FUGITIVE, ^"^hgfigy vo(nr%flugtig, 
a Fugitive, cenyiHgttge^ ecnzwerver. 

FUL. 
FULL^ X^oUjevuld^ opgevuld. 
Full glad^ Ganfchbiyde. 
Full well, Votkomev wtl, 
I am Jatisficd to tlic hWjkiittuni^QUinmldaaii* 




FUL. FUM. FUN. 187 

1* U 1 f fed , Foi op gefpyfd. 
a Oellv-full, ecH Bfiyk-voL 
Half-flill, lUif'-i^oL 
The Fuli-moon , de Folle-maam^ 
Full-grown, f'^a/waffen. 

to FULFILL, l^ervkUcH^ voWrengen ^ vohoereni 
Fulfilled^ Vervuldy voWragt^ vohoerd, 
Ful filler, ten Verv/iUer y volhrengcr. 
Fulfilling, VervnUiHg y vMrenging^ volv^ering ^ 

1 foltooifing , ' vervullende , 

FULGID , Flikkerend^ glinpcrend^ fionkcrend^ 
FULGUHATION, Mxeming, 
FULI INDUS, Ri^etachig. 
to FULL, Foilen. VHllen. 

To full cloth, Laken vollem of vnllem* 
Full age, f'^ul-geldy volden loon, 
FuUca, Gevold^ gevuld. 
Fuller, een Voider^ lakenvnller. 
FuUers-carth, Ful-aard. 
Foiling, l^ttiiing* 
a Fulling*mil , een Volmeulen, 
Fully, rcn Tolien. volkontenhL 
to FULMINATE, Donderen^ nytdonderm^ hut* 

deren^ raazen , ticretr, 
Fulmination, Dondering^ nytdondering. 
FULNESS, y9lkeyd, zatleyd. overt'hed. 
FULSOM, IVeerachtig^ wdlgilyk* 
Fullbmnefs, If^algelykhevd^ wecroihtigbeyd* 

FUM- 
to FUMBLfE^Frommeknydawwelen pollen ^knf^cleikm 
To fumble in his fpcech, In zynefpraak bapcren^ 
Fumbler, ten FrommeUar ^ hoeteiaar. 
Fumbling , Gefrommel^ gcdauwel ^ gehoeteL 
Fumblingly, Danwelaehtig ^ hoeielachtig^ fron^mel" 

sekttg, 
FUME, Rook^ damp^ waaffem^ 
fldrTo be in a Fume, In een vnnedezyn. 
to FUME, VytmatijJ'emen ^ een damp opwerpen. 
oS' To Fume , (to be angry , ) li%edc» vangramfih^pn 
Fomtxl, U^igewaafemJ, 
FUMIGATION , Berooking, 

Fuming, I4^aa(j'emtng y waejfemende* 

FUMITORY; Duyvekervel^ Aard-r^k. 
FUMOUS, Daynpig^ 

FUN. 
FUNCTION, Beroep^ ampt yifedrening ^waarHii'^ 

mingecm ampts, 
FUND, Een %a(l geldmiddel ^ vafie font. 
FUNDAMENT, de Aers, hfondameni^ 
The tailing down of theftindam^nt, Deuytfthii-^ 
ting van den endeldarm. 
FUNDAMENTAL , V Gene tot ten grou^ag 
*verftrekt. 

Fundamental laws , Grond'-wetten* 
Fundamental, (fubft.) de Grondvcjl ^ grondjl^g* 
It will Oiake the very fundamentals of his dodri- 
nc , V Zd de gronden z^uer leeren docn w^" 

^ Aa 1 a FUNE- 



i88 FUN. FUR* 

a FUNERAL, fen Lyk/laafft^ begraavems. * 

Funeral, (adj.) V Geire to$ ten lykbchar:* 
a Funeral fong, ^en Lyk-Mcht, 
a Fancr:il fcrnion^ ten Lyk-prcdikade. 
a Funeral ticket , ccfi Begraavemfs-bnefje, 

FUNGOUS, Sponsofhng , gelyk de PaddepcUn. 

FUSK.tcnP'ifnfeiMfhf. 

FUNNEL, een Trechter^ fyp, 

C^Thc fUmiel of a chimney » dePyfvaneenfchoor^ 

The funnel of a privy, de Pyp van tcnfikreet, 
FUR. 
FURACITY, Dufachtigheyd. 
to FURBISH, Pdyjlen^ i^nynetrew^glad maakcm. 
Furbiilicd, Gepoty/i^ gebruymcrd. 
Furbiihcr^ een Polyjier ^ brnyneerder ^twaerdvctger. 

Furbifliiiig, Poiyft'ing^ brHyntcung^ folyfi^nde, 

FURIES, de Rmx^rnyen^ hclfcte ftirun, ' 

FU RIO US , IVoedcjide , raa^^cndc , uytzinnig , dol' 

drifiig, 
Furioufly , Op een viocdemdi wyze^ vtrutoedeiyk^ 

uytzmHtglyk^ 
to Furl a fail, ten Zeylg&rdem^ [dat i$^ aan de 

rae dicht t^amenbindcn. J 
Furled, Gegord. 

FURLONG , etn StaSe^ [het achtflc deel ccner 
Engclfchc myU] 



FURMETY, G<iaai/r7iru;,[ecn2ckcrEngdfch , FYST, ttn f^eejL 



FUR, FUS. FUT, FY. GAB. GAD^ GAG. 

Furthercr^ een Bcvorderaar^ voartzctter, 
Vmthcxmg^ Be% ordering^ vaonzetifftg^ —vordcrtm^ 
dt^ vorderlyk. 

Ftirthermorc , Vordetf ^ marts ^ daarcnbovcff* 
Furtheft, de^Wjie^ uytcrfle. 

At Furtlicft, 7f« verfle^ ten hoogfle, 
FURY^ Ftrvjofdhcyd ^ raaterwy^ vjoede^ uytzjn* 
nigheydy dMnjlightyd, 

Hatr-braind fiiry , Oolkoppige woede ^ HyWnnigt 
raazemy. 
Fury-like, Ah ten belffbt Fnrie^ 

FUS. 
FUSEE, ttnSnaphaanj vunrroer* 
Fufelier^ etn Snaphiian^ eenfotdaat die tern fnapioM ^ 

VQtrt, 
jhc FUST of a pillar, de Sty I van een znyl, 

FUSTIAN, Kattoeny bumbazyn. 
OcS'Fuiliiin bnguage, GroQtfpreekmg ^ affnytry* 
FUSTY, ^^^njfxgy muf^ vermuft, 
Fullincfs^ Ftrmuftheyd. 

' FUT. 
FU PI LIT Y, Tdete klap. wufthcyd^ hsmonMghtyi 
FUTURE, Toekomtndc. 
Futurity, Totkomcnde ftaat^ 
FY. 
FY, /y, faeL 
Fv upon *t/ Fy for ftiamc/ F^ti V istenfcbandtf 



a Fylling-curr, ten Stinkende rekth 
GAB. 

GABARDINE, Een zekere ferffhe matUtt^ tern 
grave ruyge py j oi regenmantel. 
to GABBLE, Snappen^ kakeUn^ kutUrtn* 
To gabble French , tranfch kotiertn. 



gcrecht,] 
FURNACE, ten Oven, 

aPoncr'simnzCQy een Patttbakkers oven. 
) FURNISH, Ferfchaff'eny voorzien^ verzorgtm^ 

Jhffetreny toetaketen. 

"lo f\irni(h Mi honCQ ^ eew Hnyf fl^Jfteren, ^ , 

To furnifli one with neccflaries, lemamd vertt^r- , Gabbcling, Ge/napy gekakeL 
gen met bet gent by n^odig beeft* I G ABEL, T'olj fi boning. 

Furniihed , ytrfcbaft , verzorgd^ voorzien^ geftof- GABION , een Scbanikorf, 

feerd. \ Gabionade, een Befchutfel van (chanskorven. 

Furniihcr, een Stoffeerder ^ vtrzorger, theGABLE-end of a houfe, De top oPt uyttrjh 

*"urnifhing , Ferjebaffing ^ verzorgtngy floffttringA end vem btt buys. 

vcrfcbaffende. GAD. 

FURNITURE, Beia^gfei^ hjysrasd, inboeljlof- z GAD of Heel, etn Staafflaar. 

feerfeL '- -r^-j i^- . 

FURR, Bom, 

Furred , Met bond gevfktrd, 

a Furred gown , etn Bontt tabberd. 
Turner, ten Bontwerker^ bonthamdelaar* 
FURROW, een raortny grotfl 
to FURROW, l^^Borens mmken ^ gr^tvtw msakfw^ 
fj'/egen, 
ITURS or FURZE, S^tekfMJt PJm. 
^FURTHER, /V^rr, vorderi. 



Gad-bee'^* f ^^^ ^^^*^/ ^ borzeL 

to GAD up and down , Httn en wttr trmntltm^ 

gins en v/ter /oopen* ^^ 

To gad abroad, UytbnyzfgzynyttytUopen. 
Gadder, etn Straathoper ^ zwerver ^ Jlra4Ujt\ptr, 
Gadding abroad, Vythyzigbtyd ^ uythmyi 

zyndt, 

a^Gadding goffip, ttn Uytbuyzig wonwmtnftb. 

TTic ftirtlicr end of the ftrect, Htt uyttrfittnd a GAG, etn Bstof/hpjel in dtmond^ mondfl&pptr. 
van de ftrast, G ag-teetb, Tanden die uytwa^arM o£intuaardjgr<^etJ€9, 

'" lemand ttntn balin dtm mondjitf'- 



Go a little further, Gm w^ vtrdcr. 
to FURTHER, Bevordtren^ voorzeutn^ 
Tarthcr.incc, Bevorderhg^ voonzetting* 
Tunhcrcd, By ordtrdy vaortgtztt. 



to GAG one , 

ptn. 

GAGE , een Pond ^ mdtrpand. 
ta GAGE) Ftrptmdim^ vtrzttttn^ 



a GAGE 



I 






a GAGE (to mcafure with,) eett Pty!^ /O'^^^i 

i to GAGE (1 cask , ) (fr» vat) PeyUn , fcgeltn. 

[Gaged , G^pyldy g^^g^^^d^ ^^^verpana^ verzei. 
Gager, tt^n Peyler^ pegeiaar ^ wynroeijtr. 
Gaging, Pfyla/g, p^g^li^g^ ^^^^verpandingy ver- 

ZfUtJfg. 
GAGGED y Met een i^al dett motsdgejiopf, 

t^Jagging, ihiondflopping ^ mon^oppcnde. 

FtO (jAGGLEXas a goos,) KaicU/t {als eengmts.) 
GAL 
GAIETY, Frolykbeyd^ dartelheyd , wulpsbeyd ^ 
tJcydsicyd, 

Gaietv of clothes , IF^dshtydin kktding. 
Gaily, Uulpfilyiy weydfchy zwicrig. 
Gaifieis, Ireyishcydy zwiertghcyd. 
GAIN J Gcvjm , voordecl , Profyt. _ 

Dishoneit gain , Sc handily k gcw'tn* 
to GAIN, Winnen^ gewmneff^ vtrvjtrvem. 
f!> To gain his end , Zy» oogmtrk hereyken* 
Gained, Gev/offmcft^ verkreegcn. 
He has gained a great reputation, Hy heefieemn 
grQotcn naam verwtirven. 
Gainer , ten iVntner , v^rkrygtr. 
Gainful 1, yoordeelig^ profytelyk. 

Gaining, IVinningy winnende, 

to GAINSAY, Tege^fpreeken^ wedcrfpreeken. 
To gainfay truth, Oi waarheyd weturfpreeken of 
tejlryden. 
Gain fayed, Tegengefprookew ^ wederfprooken, 
Gainfay er, an le^enjpreekcr ^ een wedtrfpreeker* 
Gainiaying, Tegenfprtttkjugy wedtrfpreehng ^ — r^- 



GAL* GAM. GJ 



fSp 



fenfprcekende. 



GAINSTAND, Ifcderflaan. 
GAL. 
GALE, een Koebje^ luc huge wind 

a Frcfh gale of wind, een Heldere heke* 
GALL GAL-NUT, een Galmut. 
the GALL, de Gai. 

The Bowing of the Gall, de Overhop van de gal 
Gall-bladder, de Galblaas, 
to GALL, V l^el affchuurenj fmarten, 
c3rTo gall the enemy with continual firing, Den 
vyand henaanwen door gedunng op kern vrnnr te 
geeven. 
Galled , V />>/ afgefchaafd. 

Galled on horlcback , een BUk-aers gereeden, 
GALLANT, Schoan , trejfelyk , fraai , aardig , 

bunchy hraafy geeftigy ztuicrig. 

a Gallant man, een Enrnf man. 

a Gallant room, een Trtjfehke zaaL 
Gallant, (fubft.) ten Hupjche mant^ einoppa£er^ 

minnaar* ^ 

to GALLANT a woman, Eenvrouwmenfchftree^ 

ten of If efkoozen. 
Gallantly, Aardiglyky trejfelyk. 
GJIantnefs, Jardigieyd^ hnp^heyJj geejligheyd. 
GalJaniry, Aardige tQeJlcl^ z^wiengheyd. 



f GALLERY, een Galhry^ vjondckry^ 
GALLEY, eenGaieyy raetfchip, 
a Galley (lave, een Ga/ey-hef. 
GALLING, AfTchaavtmr van *f veL fmarting, 
GALLINGAL, Gaiigal 
G ALL t O N , een SPa^nfehe galjoen, 
GALLIOT, een Gaijoot, 
GALLON, Een maat van vier EngeJfcht Quarii 

of twee Jimp [ of ontrent drie Amlterdanifchc 

mingclcn ; 40 Gallons docn te Amftcrdim een 

A am of 1 20 mingclen* 1 
a Gallon-pot. een Twee ft oops km, 
GALLOON, Gahn^mamelhord, 

To face with Galloon , Met galon bezttten. 

Edged with Galloon , Met mafttclkoordomgeloord, 
GALLt )P , Een vierv&etige rcn ^ galhp, 
to GALLOP, 7*e viervoet rennen^ op een Jprong 

loopen , galloPeren. 
Galloping , Een viervaetig geriny *— /r viertoef 

rennefide 
GALLOSHES5 Uyde ffhaenen y die men ^ver de 

anderen been trekt omze fcboon te bonden. 
GALLOWS, eenGalg. 
GJ 



AM. 

GAM B A DOS , Leerefcheenkonfrn J die men te pacr- 

de gebruykt voor de flyk of kouae,] 
GAMBOLES, Kromme fprongen, 

GAME, Spely 'tM'tldy devangftof dejagt. 

to GAME, Speelcn^ tnyjffchen. 
Gamefon, Speelzieky werldrig^ darteL 
Gameftcr, een Speeler^ tmjfeher, 

a Cogging gamefter, een Falfche dchMaar. 
Gaming, Gejpeel , getttyfeh ^ fpeejende, tny* 

fchende. 
a Gaming houfe* een Speetittys, tM\fib-plaa$s, 
GAMMON y een Ham. 

GAN. 
to GANCH, lemand van h^ven neer opfeherfepen* 

nen werpen^ [een Turkfchc ftraf.] 
GANDER, V Mannetje van een gans, 
Gandering , als To go a gandering , Zyn vermaak 

h andere vronwen zoeken* 
a Gang, eenGezelfchap^ rot^ if op* 

He IS one of the gang, Hy is een van V rot. 
G ANGRE L , een Lang fchraal perfoon ^ een mi^c* 

re fcherminkcl. 
GANGRENE, 't Koudvuur. 
to GRANGRENE , Ineeten^ gangreneeren. 
Gangrened , Van V koudvuur aangetajl ^ingevreeten, 
G'XNTLLT, een Tzere handfchoeny fchaaltjchoen, 
GANTLOP , als To run the Gantlop , Uoor de 

Jpitsroeden loopen, [eene ftraffe der foldaten.J 
GAO, 
GAOLE, Gevangkenisy kerker. 
Gaol-delivery , Untieediging van de gevangkenfs y 

[door de fchuldigen te ftrafFen en de onfchaldigen 

vry te laaten 't Amflerdam nocmt men dit, dt 

boeijen fchoonmaakcn^l 

Aa 3 , Gaoler^ 







190 GAP. GAR, 

Gaoler^ nm SUiyiir^ CtpUr. zit J^lcr. 

GAP* 
GAP, €cnOpcmn;f^ thovc ^ ffhtur ^ vak^ hrejft* 

To ftand in the gap, l*» de breJjeJltUM. 
to GAPE, Gaapen^ gceuwcn. 

To gape at one, Icmand hcgaupctt. 
Gaper ^ tvn Gaaper^ gccuwefn 
Gaping, Gaaping ^ gecuwmg ^ geimp ^ ^gasptmde^ 

To ftaiid gaping about, OvcraTftaan ga^petf. 
A Gaping felluw , t^H Gaupfttik, 

GAR. 
GARB, G&waad^ dragt^ r^ »j^4rf [ op ecn war 

pcnfchild.] 
iCf Hiving a good garb^ Frmi van nyttigi^ wtlge* 

Without garb, Ongefchiit, 
GARimGt, U lugiwand, iarwty. 
to GARBACiE, V Ingcwanduytntemtti^Qmweycn. 
lo GARBLE^ ZijieM, virktien. 
Garbled, Geziffy verleezcm. 
. Gt^hXG^xic^^ GczMyterdirys* 
Garblcr, tsm ycrlccz^r ^ ztfur^ ten AmPtenaar die 

de fpecerytn in ivmkets of pakh$tyzc» bczigttgt', 
Garbles , V UytziftfcL 
Garbling, y^rUezmg^ zifumg. 
GARBOIL. G-raas, getttr. 
GARD , llachi^ lyfwachf. 
To be uponihegardj Op fchildwacht Jlasw^ . 
The King's gard, */ Kmnngs lyjwacbt. 
To relieve the gard, Dt wacht afloj/c^* 
To come from the gard, /W <^ wachi hmen, 
C^Hc ilood upon liis gard, //y was op zym huedt^, 
Gard-houfc, ^i-if Wucbihuys ^ hrd^gaard* 
the GARD of the fwurd , de PJaai aa» ^igemjl 

van ^en degtm, ^ 

the GARD of a garment , V BoQrJfcl VAWtgnkJred^ 

of de ftmkant van test rok. 
I J GARD, Bthocdem^ htfcbuUtm^ — — amhardm- 
Garded, Echoed^ hfchftty ^^omgehmrd* 
G'-'--- Bihoed'ing^ befihtittmg^ '-'^0mbQording. 
i M, ceu Tuy^f^ hof\ 

a iviLCi: ' \^ eea Mottmym* 

a Flou 1 , ^*^^ BhemPuyn. 

a ( : ' , cen L*«(lhvf^ fmr^ys. 

.Gar<l .-trifoil, jL^vcngttyie iruyd* 

to GARDLiS (todi^cfs a garden) ,7ii(y<»i>rr*,tf^wc^ 

hoj hcpLmien, 
Gardener, 4tH Uovtmitr ^ mynitr ^ iuyi$mm ^ g00F* 

dcning, lUvcnttrii^^ tuyvUrmg. 

^mcfji'hap* 
\ K^ I AKi "^ "^ I • ^^''^ ^jf/r^i^ciarattx ^ gorgelwofcrt 
lARGLE, de Gurgil, gorgilpjf. 
^o GARGLE, GorgeUff. 
larf^lcH , G^V,**rgeld* 
M %y gorgtkndf. 



r- \v> \\\ .X VT 



< 

G 



GAS. GAT. 

Gar!fhne($, H^eydjUc vtrtomimg. 

GARLAND , iv^ Kratsf , krmsje , tMykje , kr^Mfihw* 

To make garlands, Tmybjes vkdifm. 
GARLICK, Look, kMo/oJ. 

a Clove of garlieki ecu Belief je knofioah 
GARMENT, etm KUed, Fcwaad. 

The wedding-garment, H^f hmUfn Uecd. 
GARNER, eejt Schsmr , koom f^urr . 
1 GARNISH , DrmkgddU ^cik eefs gev.ytgtit ^ dU 
eerji ta dcgevoMgkcms komt , som de audncgivam^ 
gcnen geeft, 
toGiARNlSHt f^erciercw ^ affrmi^ft, ofUMJm^ 

Jiojfeeren^ verzorgen^ voorzieti, 
GarnilTicd^ f^ercitrd ^ ofgetooid fgffhffterd^ vcr* 

zorgd, vaorzien* 
GarniOiee, lernamd im warn hand bet gtld^ wsmt^ 

om gepleyt wordt ^ ^^fl^'^^ '^' 
Garnrftier, eeu 0pt09:fef ^ ftojfccrder^ vert^rger, 
Garnfllihig, FercUTtwg^ oV£ootjutg ^Jitjff'eermg j**Ji'3fm 

fecre^de* 
Ganiilhment, IVa^fch^nwing Vfeike men aaif ttmumd 

geeft die vmr '/ recht verfchyven moct. 
GARREES, Gerras [xcker Ouftiiidifch lynwoarH 
GARRET, eeft Opperzulder, vlt^rimg. ll 

GARRISON* eeM Bezetiw^ g^mrt^em. 
to GARRISON, Aki iry^ivf^n beUgg^m. 
GARRULITY, GwkU.kJapperMi. 
GARTER, ee»KaufrbM9d. 
a Knight of the Garter, een Ridder vsm de or^ 
den des ban ft bands* 
GARTER , de eerjlc Ifapenkonmg ^ " " impf^J 
iict is , de Ridderjk dcr koufcband op inwu 

fien op te wachtcn, de bcgraavennitn van dcii 
Grooten Adel tc rcgelccroi, dc kuul'eband aart 
Koningcn en Vorlkh over zee tc brengen, cnz* 
Zic CtareneieMx en AW^y.} 
to GARTER up, De kerns' oubirndtm. 

gas: 

GASH, ten DtepefnecJe, eenveeg* 
He got fl greath gaO) in the lace, Hy krc^ tern 

IfiUtcre vccg in V aanjugi* 

to GASH, Eenfneed^ of veeg gcfzcn. 

GASP, de Sitak^ JHtk, adtmiaalto;:;. 
To give the lail gafp, D^ Io^uJUm fmlk i^^evew. 

to G ASP for breath, Naar zynen a Jem l'\^<^ ^)n*iiikew* 

Gafpli^, ihting^ fnakking, *- ^~ h\gende, 

GASTLINESS, rskhhcyd, fchrikhhkbrsJ. 

Gallljr, Tffyk^ffkrMelyk^Jiaar^ skdtg. 
GAT. 

GATE, ^r^ Poorf , deMr, 

Gate fin going . ) erft Tred^ gang. 
a Majdticli gate, 0en Uefttge tred. 
Mincing gate*, een 7rippelende gang, 

G;ue-kccpcr, etm OemnuMiur* 

GATHER, een Plooi, vonw. 

(TjTa Calves Gather, eem Kalff afv^L 



to GATHER, fWj«^/#, verzameUmy 



To 



GAT, GAU. GAW- GAY. GA2. GEE, G 

To Gather flowers, Bloetnen flukkcn. 

To gather grapes , Drnrven Uesjtn. 
larTo gather flelh , Wet in '/ vleefcb komefr^ vet 
worden , grocijen. 

To gather up, By etnvtrgAierm^ opz^nncU/t* 
Gathered, l^erTaderd^ virZimxeidy gepUih. 
Gatherer, cenVergaderaar^ Vfrzamiiaar^ plukhr^ 

opkezer^ inzamelaar. 
Gathering , Fergadering , verzameling ^pJnkkiftg , op- 

ieezing^ mzamelmg^ vergaderende. 

GAU. 
GAUDY, Pr//rA//>, wcydfih^ zwierig. 
Gaodiljr, FragtiglyL 

Gaudinefs, Praef^ugheyd ^ weydsi^d y zmkrighyd. 
1 GAVE , U gaf^ vam to Give. 
GAUL, I J Gall, 

GAUNTLET. } ^" ^ Goiitlet, 
GAUNTREE, ecne StelHng om vafen opteUggem. 

GAW? 
GAWZE, Gaas. GaajdoeL 
GAY, 
GAY, Zwierig^ iveydfch^ ttrofyk 
Gayety , i IfrydsfJcvd , zwtcrfgh^yd^ dartelbiyd , 
Gaynefs , r vrolyltheyd. 

GAZ. 
loGAZE, Kyken^ fl)faaftzrcff. 
Gazed upon, AaMgtketke», 
Gazer , ten Kyker , gaap/iok. 
Gazing, Kykfngy ^—kykeade. 

To fland everywhere gating about, Overalftaam 
gaapeff* 
% Gaziog-ftock , een Schoftwfpel^ gaapfpeL 
GAZETT, de Poftydin^y Loopmaare^ CQMram*^ 

GEER or Gear, Optooife/y fiof^ t$tygy fnorren. 
O^To be in hii gccrs, Gereedftaan^ vaerdigzyn^ 
opgctoaid 'Weezen. 
a Woman's night gcers , Vrouiven ttacbtgewaad* 
a Horfe's gccrs , ien Paerdcjp-fMyg. 
GEESE {vaH Goofe,) Ganztn, 
• He thinks his own gecfc fwans, Hydenkidatzyn 
us I etn Vdlk is* 

GEL. 

to GELD , LmU^^ , fmydem. 
Gelded , Gelitbdy gfjheedem, 
Gcldcr, cen Lubher. 
Gelding, Luhhin^^ ^^Inhbende, 
a Gelding , cen Gciubdpacrdy r»yw, 
GELLY, Gejiokxiickh^^p, iiL 
a GELD horle, cen Kusr^ ee?t getuid paerd* 

GEM. 
GEM, eenGefleenUj kieyvo^dj jmueei. 
GEMINI, d^ Tweeling , [cen v«n dexti. He* 
raelstckctwn*] 

GEN. 
► GENDER , €fn G^Jlmbt, 
to GENDER, y^ortucUn, 
GENE ALOG 1ST , ten GcJlackM^brymit. ; 




GEN. GtN. GEO. OY 

Genealogy, dflaehtrekeniitg ^gejlmhtjlam^gijlmbt" 

regijier. 
GENERAL, Algemeen. 

In general, In '/ algemeem^ in ^t gros, 

a General Scholar , Een die alle kanjlen en we^ 
t en fc happen nytgeflndeerd heeft, 
a GENERAL, cen A^emeen Ovcrfte ^ ten veld^ 

overflty Generaal, * 

Generality, Atgemeynheyd^ bet grot , 

The generality of the peonle , Be grmtfie botfp 
des volks , bet gros des voUs. 
Gencraliflimo, tern Opperveldbeer. 
Generally, In^t gemeen^ dt^orgaans. 
General flifp, l^elabeerffbap, 
to GENERATE, Teelen^ vaortteclen. 
Generated, Geteeld, 
Generation, /^oortfeelmg ^ gejlafbt. 

From gencrarion to generation, ymrgeflaebteM 
gejlackf. 
Generatiw, fnn^rtteel^y vourtt^eUndt, ^' 

GENEROSITY, Ldehmcdigheyd ^ gramm^idip 

keyd. 
Generous, Edelmoedig^ groofm<iedig ^ mild* 
Gcneroufly, Edtlmoedigiyk. 
Generousnefs, Ed^lmoedigbeyd ^ grwtmoedigbeytl* 
GENET, een Genet ^ Spmnjebt title, 
GENITALS, deTeeUeden 
GENIAL, GeneMglyk^ tr&/yk 

The Genial bed, bet Bmyds bed* 
GENIUS, Aardt, inborft; geeji. 
GENTbEL, Aardig^ net^ bupfihj geeflig, 
Geni^celnefs , Aardigheyd^ geeftigbeyd. 
Genreely, Aardiglyk^ op een geejlige wyzi^ 
GENTIAN, Gentiaan [xcfeer kruyd.l 
GENTILES, -/<-//ry^ifri*. 
GentihTm, *f Ileydendom. 
GENTl LIT Y , Edeimmfcbat. 
GENTLE, Zacbty leenigy i/ebendig ^ zacbtzinmr* 
GENTLEMAN, een Ed^lmm, Jamker. 
Gent!cman4ike , A Is een Edelman^ op zyn Edel* 

mam. 
GENTLENESS , Zachbeyd^ tathzinnigbeyd ^ 

Uenigbeyd ^ b^hendigbeyd. 
Gentlewoman , eenc Jii^ronw, 
Gentlf , Zacbteiyky Uemgjes, 
GENTRY, dt Kieyne AdeL 

The, Nobility and Gentry , de Gr&ott en kUyne 
AdeL [ Ondcr den grooten Adel %yx\ begrec- 
pen Hcftogen^ MarKgraavcn,Graaven,&irg* 

fraaven en Baronncn : doch Riddcrs , en die 
aar onder lyn i behoorcn tot den kleynca 
Adel 1 
GENUFLEXION, Knitbuyging. 
GENUIN, Eygenaardigy Amgebagren ^ $prich^ 

HotMuriyk* 
Genuineriefs, Oprecbtbeyd. 

GEO. 
GEOGRAPHER , een Landbefibryter. 

Geo^ 




ipi GEO. GER. GES. GFT GfT. GEW, GHE. GHO, GIA- GIB, GIT>. GIF. GIG, GIL. 



Geography, LtmSffehryvrng^ Aardikhotkundc. 
G EO M ANCY , Sttpwaarze^ery. 
GEOMETRICAL ' Landm^eikundig. 
GcometriGian , ecfi Landmccur ^ mtetkundige. 
GEOMETRY, Landmcctkundt ^ Landmcaery^ 
GEORGICKS, L^dgeduhun vm yirgilmi. 

GER. 
t GERMAN^ ten Dftytfchtr^ HoQgdtiyifchtr, 
a Coufin GERMANE, ten l^olU ntcj. 
GERMANDER, Baikmgcl , Graott Chamamdtr, 

I4^at€rlook , Skordium, 
to GERMINATE, Bomm, ustfPruyun. 

GES, 
GESKiES, Gti'jts^ [zekcre Ooftindifchclynwaa- 
ten. ] 
GFSS, tdi Gucfs* 
GESrS, Dsadtm^ verrichinztm^ 
to GESTICULATE , TV vtdgtbaars maaten. 
Gc(ticu 1 Lit ion , vtnoUig gebaar, 
.G EST U R 6 , Gtbaar , jt^laiU , aamflt/iimg. 

GtT. 
to GET, Krygtn ^ vcrkrygtm ^ bthmen^ vtrwer- 

vtM , gtrdaktn , komen* 

To get a ftomack ,* Trtk tot tettn krygtn. 

To get on horfc-back, Te fatrdt giraaktm* 

To get away , U^tg raaktn* 

To get clear, Lqs raaktn^ zJeh ottijlsa^f. 

To get up , Opfldoft, 

To get up (lairs , Dt trap op hmen. 

To get down , Nfcrkomen^ 

To got afidc , Ttr zydt gaaa. 

To get out, Uyt rdaken. 

To get the better of It, dt Ovtrband krygtn, 

I can 't get him lo do it, Ik kan hem ma bewet^ 
gtn (of ik kan ^cr hem met toe krygtn ) dot hy V 
d9e$. 

To get a nainc , Eenm btroemdew 0aam verwer- 

To get home before night, Vo^ den 4Vo»dt*huys 

komen. 
To get over the river , De rtvier ^verkomtm. 
To get children , Kindtren krygcn. 
To get a woman with child, Een vrQttwmtmfeh 

mti kind maaken^ 
To get mony , Geld bekomen , geld winnen* 
I (hall not get one farthing by it, Iktal^trniet 

ten duyt hy wtftifcn. 
He willget nothing by it, Hy zal'*er nitts met 

tipdotn. 
P To get abroad , Bnytens hnyt k&mtn , rmchtkaar 

wordtm 
That dilcourfe mnfl needs get abroad, D<i#;o^r^i 

moef noodZMnklyk ruihtha^r worden. 
A$ near the fl^oar as we could get with the 

boat . Zo na ^anjirand ah wy met de ho^i ko~ 

men kcnden. 
C> I could never get Co fee her, U kon taar nooif 

k^mtn it zitn. 



I han*t got on my coat yet, Ik M myn rok nog 

nia oMn. 
He got off froDfi his horfc , Hy fteeg van tyn 

paerd. 
Get thee hence, Mdak m van hiefy pak u door. 
Get you gone, Alaakt u weg. 
Getter, eenKrygtr^ verkryger. 
Getting, Kryging^ '^^krygmg^ verwtrvmg^ ^-dtry^ 
gendt,* 

GEW- 
GEWGAWS, Poppegotd prmJUn^fnorren. 

GHERKINS, Jgnrkes. 
to GHESS , zft Guefs. 

GHO. 
GHOST, tenGeeft, 

The holy Ghoft, de Heylige Ceejl. 
Ghoitly, Gotflely^. 

GIA» 
GIANT, ten Reus. 
Giantefs, ten Aeuzin. 
Giant-like. Ah ten rem. 
Giantly, kensachtig* 

GIB. 
GIBBERISH, BraibeltaaJ ^ kraamcrs latyn ^g.i^w' 

diefs taaL 
GIBBET, eenMii, halve gair, 
GIBBOUS , Gthuh , gehcheid. 
G I BE , Boertery , fpotterny, 
to GIBE, Botrren, gekfciceren. 
Giber, ten Spoti^ogel^ fpreeuw. 

Gibing, BeJpQning^ fpottendt ^fpotiacbtig, 

GJBIjETS, Afvai van ten gam, 

GID. 

GIDDY, Dnyttlig, dnyztlachtsg ^ zwymthchth^ 
Giddy-headed, Yihaofdigj herfenlooi^ wervtlz^iK* 
Giddinefs, DnyzeiigheyJ^ zwymeltng. 

GIF* 
G I FT , een Gaavt , gift , kt^aafdheyd^ gtfibtwL 
a New-years gift, een Nieuwjaars gtp. 
To bellow gitis , Gaaven nytdteUn , gejcbenktm 

geeven. 
He has an admirable gift that way , Hy heeft eg 
fiytmuntendt hegaafdhevd daartoe. 
Gifted, Begifiigd^ hegOiifd, 
GIG, 
GIG, eenToL 
GIGANTICK, kensacbtfg, 
to GIGGLE, Ginntktn^ Tachgtn* 

to GILD, Ferguldtm. 

Gildc-d, ycrgntd. 

Gilder, ten ytrgulder. 

Gilding, Ver^nlding^ ' ' Vergnldende, 

GILL^, Kitnwen^ wnmmtn^ v'tfch-kaaken, 

1> Gills of a Turkey, LeHen van eenen kaik^tm* 

GILLYFLOWER, etn Angelitr. 

GILT, t^trgmld. 

GIM- 



^m 



rGIM. GIN. GIF, GIR. G IS, GIT. GI V. 
^ GIM- 

GIMLET, einForef. handhoortie. 
GIN. 
GIN, ten ftrik, va/Jlrik. 
G I N G AMS, Gwwans [zcker OoHindiTch lynwaat.l 
GINGER » Gemler, Gtngher, 
Green Ginger, Gckonfytc Gcffgten 
Ginger-bread. Zotte kock^ 
GINGERLY, l^oetje voor V9esjc , zacbtjef, 
GINGLE, etnGMnk. 
to GINGLE, Riftkehn, klhken. 
Gmgling, Germkel^ ' • ^— rmkeUnde* 
GIF. 
GIPSY, fiM Heydcn , landloofftcr , ^dedcrieluk- 
zegfier, 
GIR. 
GIRD, Boertery. 

a Shrewd gird, , ee^ Bitfe boertery^ 
CCi"By Girds and fiiatchcs , Ma r$ikken cm iaalcm^ 

Jleeisix/yze, 
to GIRD. Garden^ omgordtn. 
ojro Gird, Bocrten. 
Girded, Omgord, 

Girdiiig, Omgord'mg^ ^'^^^omgordende* 
GIRDLE, etnGordtL 
Gfrdler^ cen Gordt^lmaak^, 
GIRK. zis Jerk. 
G I RL , €€H Mcysje, 
GiriifJi, Meysjefo^htig, 
GI RTH , ecn Riem , gord-riem. 
to GIRTH 5 Gordon ^eewen riem toegeJhcMm 

GIS. 
GISARD, dt Krof [van cen vogeUJ 

GIT. 
GITH, Nardui, 
GITTAR, I r. 
CITTERN, f^'^CyUr. 

GIV. 
to GIVE, GeeveHy verUcnem. 

To give back, iVetr getvtn , wyktn , ^^aam. 

To give every one his due, Ider ^tzyne gttven. 

To give ground , Aerzekn , dtynzen , i>oetgccv€n. 

To give car , I'oeluyftertn , ten qqt letncn. 

To give fire , l^uur geevcn* 

To give hinifelf to reading , ZUh tot kezcn be* 
geeven. 

To give a guefs, Gljfen. 

To give joy, Gclukwenfchen, 

To give quarter , '/ Leevcn fcbcHkew ^ juarficr 
gteven. 

To give notice, Kundfihapgeeven ^^tiiaarfch^mji^n. 

To give thanks , BeJunken, 

To give to underiland, ^^ verftaan getveit. 

To give leave, t^crlof geeveff ^ vcroorUvcpf* 

To give warning ^ffaarfcbonwing gecveff ^waar- 
fihosiwen. 

To give judgement , F&^nis geeven of vetlen, I 
iJTo Give ( to run out , as a moifturc doet out 



GIV* GIZ. GLA. 

of ftones , ) Uytjlaan , [ gclyk (Icencn «ioor 
vochrigheyd, ] 
The vsreather gives ^fhtweer of de varfl Jlaa^ uyf* 
The walls and Hones give , De mttunn emjlee- 

ncnjla4m uyf. 
To give avt^ay , Weggeeven. 
To give Wii^, Wsken^ floats maaken. 
* Give an inch ,and he will take an eJI, Imdiengj 
hem maar eenen vi/sg^r tocfteekt , ZQ Zal by dc 
gehceU baftd ncemen. 
To give out, Uytgeezen. 
To give over, O'vergceveny verlaatew » ttytfcbey* 

deHy opgteveH, 
To give up, Opgeevcn^ (n^ergeevtn. 
To give up the ghoft, Den geejl geeveft. 
Given, Gegeeven^ verieend. 
rfr Given to ftody , 7*ot lettcraefening geneygd. 
Giver ^ ecH Geevety verleener. 
GiytS. zJe Gyves* 
Giving, Getvingy verletumgy ■ * < -g etvcndc* 

GIZ. ) 

GIZARD, a/VGifard. 

GLA, 
GLACIS , de Scbuyntc [ van ecn Schans. 3 
GLAD, Biydy virheugd^ vrolyk. 

I am glad of it, Ik hn'er blyde om. 
Glad tiaings , Biyde boodfibap. , 
to GLAD , to make g^lad , Vcrblyden , hlyimam^ 

ken^grheugen, 
GLADE, €€n€ Opemnt in een bofibu 
GLADIATOR , een Scbermcr, kampvccbt/r* 
GLADLY, Biydelyk. 

Gladnefs, Biydjcb^ip^ verblyding. ^i 

GLAIR, Vir/> van een ry. t 

GLAIVE, Ren foort van een Helbmrds 
GLANCE, eenAanhUk^ lonk^gltmp. 

At the firrtglance, Ttr eerfter danblik. 
to GLANCETac one , hmand t^ehnken, 
to Glance upon^ Eventjes raaken^ als 
It did but glance upon the fkin, Hetfcbaufdekni 
vei maar effentjes, > 

(X? To glance upon a thing, Ter kop iets aanraeren. 
GlanciDe, AanltikkiKg, 

GLANDERS,^£>r£)^j.rcencquaal dcr paerden.! 
GLANDULE, «» if ^>r. 
Glandulous, Kiieraehtig. 
GLARE , een Scbielyk fchitterend liebi. 
to GLARE, Door altejlerk een lieht verilinden. 
Glaring, Gcfcbitter, 
GLASIER. zie Glazier. 
GLASS, Glat. 

aGlafs, C hoiir-glafs ) een Zandboper ^ unrgljj. 
a Drinking-glals, een Urinkglas, 
a Looking-glafs, ecn Spiegel* 
Glafs-houfe, een GLuhnys. 
Glafs-fliop , een GlaswinkeL 
Glafs-blowcr, een Glasblsazer . 
Glais-funiace, een Glas-aven* ♦ 

Bb tGlafr 




194 



GLA, GLE. GLT. GLO- 



2 Qltft-windOw , fift G/at9$t vefrjier. 
to GL AVER, yieyem 

a Glavcring tcllow, cf'n Hryrr. 



to G LAZE , Ma glaze vcnfters va^rtfeit , •^— t?^- 

To glue a room, Een kamtr krt*€nftcrew. 
To ghzc a pot , jferi* p9t vtr^kazcm. 

Glazed, Bcvinfttrd^ vtrgiaajd. 

a Glazed froll , een TzeO^keyd ^ ytelifig , yzel^e 
zorj}. 
Glazier , eem Gtazemaaker. 
Glazing , Bcvenftirrin^. 
Thc^hztng of ihH Imal room will not coft much, 
ifor kevemjhrtn vaft llat kleyn vatrtk i^ ma 
VeeJ kollea, 

GLE, 

GLEAM • Eewftraal Iffhtf. 
to GLEAN y Opleezen naa deft mgfl , nmkeZMn. 

To gJcan grapes , Druyven noalcgten. 
Gleaned, Naa^letzet* 
Gleaner, ecn NaaUezer^ 
Gleaning, NMdcezing^ ^^-^maalieztnJe* 
GLEAR. x/r Glair. 
GLEBE-land, Kerkclyk-^land : het land da m cent 

kerk hehoort kehahe de tiendcn, 
GLEW. zJe Glue, 

GLL 
GLIB, Glad, gmerig. 

Histon^c fons very^glto^ Zyne fong hganfih 
nh$ Memmerd , de song $s hem welgebangen. 
Glibnefs, Gtibberigheyd. 
GLID, G^gUeden^ neerf^evlo^ttn. 
to GLIDE, GiyJett, vUeten, 
to GLIMMER, Btginnen te fiiiieren yoanMikken^ 
fcbemcren. 
The day-Iighr begins to glimmer , De d^ kegimi 
4um te bnkken^ 
Glimmcrmg, flikktring ^ fchemerin^^ 
aGliiTxmermg light , een Sckemer^hcht* 
GLIMPSE, ecn BUk^JitkkeriHg,, fihemering. 
To have tat a glimpU; of a tUxi^^Ma^eenfihe' 
mertMg %*an itts hehbtn. 
GLISTER, Spmjt-ariteny^ kttfteer, 
to GLISTER, Gltnjlertn^ Mmke^f. 
• All U not gold that glillers, V // al geem gouddat 

W hlmkt. 
GUftering, Glft^ringy Uinkimg^ --^ gknflenndg j 

ghjgfitrig, 
Glinfteringly^ GUufterachtit. 
GLIT, ^rGIeet^ EsurMttigblo^d. 
to GLITTER, SehtHeren /fitkkfrtn, 
Glincring, SthitHrmg^efthincr^ grflUhr^^eHt- 
Uremde^ 

GLO. 
GLOAR, als Gloar for, Overvtt^ weeracittg Vif, 
(i) lo GLOAK , Btghnrem. 
GLOBE ^ een KUoi^ fM^ 



GLO. GLU. 

GJobofity, Kloogfimiheyd* 
Globous, KlootrtnfJ, 
Globule,, em Kiootje, 
GLOOMINESS, Donktra^hnghcyd. 
GJooniy, Donkerdcbtigy neveUchtig, 

Gloomy weather, Donker ttner, 
GLORIFICATION, rerbecrlyhng. 
to GLORIFY, Ferbeerhken^ Uven. 




em 



trheertyhiude 
oemrttchsig^ roemryk* 
Vainglorious, RocmzMchtig^ lerwaated. 
Glorioutly , Op een htcrlyke wyze. 
GLORY, Hceriykheyd ^ ghQri ^ roem. 
Vain glory, TiJeU eere^ ydelc rocm. 
US' a Glory, htt Licht aam *t twfd van ten gtfihil* 

derde Sa»t. 
to GLORY, Xoemenj irallen^ roem draagen. 
to Glory of a thing, Op tets rotmen. 

G lorying , Roemmg , roemcnde , bralUnde , rwHK 

draagcrtde. 
to CLOSE, zte Glozc, 
GLOSS, G lavs J Inyfltr^ glimp. 
That liJk hath a fine giofs, Die tyde hetft 

fcboonen glans of luyjter. 
To fct a glofs upon a thing, lets Inyjltren ^glme^ 
fig m oaken, 
oS'To fct off with a better glofs, Een beter ghmf 

geeven. 
GLOSS, Uytlegiing 
to GLOSS, #r» uyt legging nmakin. 
GLOSSARY, Aantt^ningtm of ieUj 

van eenige dnyjiere wo^rden, 
GIofTer^ een Uytleggtr ^ — !$tyflergciver* 
Gloffine, GlanfigmaakmgJmyfieriMg. 
GLOVE, een Handfcbotn^ want* 

a Pair of e^lovcs , eem Paar bandftbctnem* 
Glover, een Handjiboenmsnker. 
Glovercfs, een Handfcbaenmastfien 
to GLOW , Glimmen ^ gheijen, 

a Glowtng coal , een Gheijende hiiL 
GloW'Wonn , een Gltm-^orm* 
to GLOWT , Glnypen^ donker Men. 

a Gfowting look', een GlnypenJ geziit' 
to GL02E, f^leyen, fiikJlQoijen. 
Glozer, etnVleyer. 
Glozing, Vleyimg^ --^vleyende* 
a Glozing tongue^ een FleyendeHng* 
GLU. 
GLUE, Lym. » 

roGLUE^ Lymen^ vaft lymem^ ft^ttmn ilarvtm^ 
Glued, Gefymd. 
Glucr, een Lyifter, 
Gluing, Lyming^ —fymtnde* 
Gluifti, Lymaibtrg^ fieeverig. 
0) GLUM, Stuiirfib. 

GLjVT ^en Gro^fe menigtty taiheyd, -^ 

to GLUT, f^erkfoppen^ verzadigen^ z^wufnfjem. 

* GLU- 



r; 



GLU. GNA. GNI. GNO, GO. 



k 



GLUTINOUS, Lymscbug, 
GLUTTED, Z4$, veriropt. 

Glutring, I'^erkretpping ^ zasmaakinx , — verkroppindc. 
GLUTTON, een l^raat^ ^uizsgaard ^ zweiger, 
toGLUTTONIZE, lotgmlzightydgemyxdzyw. 
Gluttonous, i^raatachffg, 
Gluttonouflv, Ats ecn vraat. 
Gluttony, Gulzigheyd^ vraafacbtigheyd. 

GNAR, f« QM4ft m Uh9uu 

loGNAR or Gnarl, Kmrrcn. 

to GNASH, Kwarfcif. 

Gnaflied, Gf knar ft* 

Gnaihmg of tectli , Knarjimg der tamden, 

GNAT, fen Mug. 

to GNAW, KwMgen^ imsbhcUn^ hkmabiekm. 

Gnawed, Gckwmagd^ bihoMeld, 

Gnawer^ eot Kwgager^ inabbe/aar* 

Gnawing, Kifad^mg^ kwaagindc. 

to GNIBBLE, BeknM<hm, U€ Nibble- 

GNO. 
GNOMON, ^^ Naald of pen van ten Zfiwmwner^ 

go: 

to GO, Gaojg^ versrtkkem. 
To go a foot, 7e voetga^. 
To go on horfe-back , TV paard nyzen. 
To go by wal«r, Te wafer rtyziw. 
To go to fee, Ga^m kyken. 
Wc are not like to go free, UIs mtet u demkiji 

dm wy zry zuUen gMmt* 
He goes a mails pace , Hy gaai ah eemjlak die 

kruypt. 
He goes for ao Englilhman, Hygaas of paffien 

VQor cem EngelfchmoM, 
He goes by that name, Hy gaas mdtr diennaam. 
To go about, Omgaany uyt den weggaan^ 
iJ^To go about, Zkh onderwinden of lemoeyem, 
^ To go about the bush | Qmwegen gehruyken. 
To go about bufinefs^ A^m eenig werk gaam. 
To go altray , Gaan dooUn , dwaalen. 
To go away, IVeggaaM^ vertrekkem* 
To go back, Te rug gaan y aerzekn^ 
To go by, VoQrbygaoH, 
To go beyond, vmrby ftrte^en. 
To go oh , l^oQrtgaam, 
To go through, Do&rtreedew , doorgam* 
To go in , I^^aan^ 
To go off, Afzaan, 
i> He is gone off, Hy h afgegam 'van zyn amptj 
— ^-M' is banhrQt gegaan^ »-**iy is aseg , hy 
is daod 
He is gone off the ftage, Hy is voh 't iooMiilgC' 

jpM», by is uyt deeze werreld gttreedim* 
To go with child, Zwanger gaan* 
To go a journey, een Revs d^en. 
^He iball not go tway with it fo, UZal Z9 effem 
met met bem eifkefm^ 



GOA, GOB. GOD. 

e:jThI« mony won't go here, Ditgeldis bier me 

gangbaar. 

To go upon a defign, Eenen aanflag voorhebben. 

He endeavours to' go upon furc grounds , Hy 

tracbs zeker im zyn fiuk t^ gaa» ^ by mil ^tgaerm 

wis neemen. 

He goes mecrly upon trufl, Hygaat moor alleem 

^p ten gaed veHroumen aan ^' by beefs bet moor 

van boorem zeggen, 

^ A mare igoes twelve months with fo!e , Een 

merry draagt boar jong fwaalf maandem 
15* He will go near to Joofe it , Hy zalgevaar /m- 

pen van bet te verliezen, 
t?r go as near as I can, Ik verlaat bet n t^ ns als ik kan^ 
xJGoto, IVeiaan^ wakker! 
GOA. 
GOAD, een OJfedryvers prikftoL 
GOAL, Een gezet perky de bewgel in itn kJ^shtftp 

een Geztangenbnys ^ kerker. 
Goal-delivery, zte onder Gaol. 
Goaler, eenSlnyter. Ctpier, 
GOAR, zte Gore. 
GOAT, een Boh 

a She Goat, ecn GeyK 
Goats-beard, Bcksbaardy [zeker kfttyd. ] 
Goats-thorn, Bohdof/rny Uragant. 
Goatifh, B&kkachtig. 

^ GOB. 
GOB , I Een groote hrok . injtrge fmndvol » 

GOBBET, f wakkerebap, ' 



He did fwallow it down at oae gobbet,/^ Zt^ 
te bet met eenen bap do&r. ' 

to GOBBLE up, Opflokken^ gulzig eeten^vrertHi* 
Gobbler, een Gulzig aard^ %raat. 
GOBLET, een Beker, kroes. 
GOBhlNS y Kahonter^mamietjes* ZrV Hobrgoblinl. 
GO-BY, alsTo give one the go-by, lemandv^^r^ 
by kopen. 

GOD. 
GOD, God, 

God forbid! G^dverboedet dai verb&ede God I 
God grant! Godgeeve! gave God! 
Godhead, Godbeyd, 

The Godhead of Chrift, CAr#>iirj C^i/%-/. 
Goddefs, eenGodin^ Godes, 
God-fethcr, een Doopbeffer , gevader^ feeto^m* 
God-mother , een Doophefftcr ^gemoeder ^peet yPeetje^ 
Godlefs, GodlooSy ongodvrn^htigy ongodiftrfcL 
Godlinefs, Godzaligbe^dy godvntcbttgbeyd. 
Godly , Godzalig , zodvruchtig, 
Godlily, Godzalighfk^ godvruchfigiyk* 
GO- DOWN, een Teug , zwelg. 
GODWIT, een Hazelheny korboen. 

GOE. 
to GOE. zie to Go. 
Go^, een Gaaner^ ga^^% wandelaar. 



*?&: 



GOG, <i//To be a gog for a ttingylas mrfiig begeerek, 
Bb X Tc 




196 GOG. GOI. GOL. GOM. GON. 
To let a gug , AanfpoorcM , j^aands maaken. 
% GOGGLE eye, een Groot mytpMyhnd QOg* 
Goggle-eyed, tirQQt oogix^ ^roo/ van ottgeB* 



GOING, Gan^^ iredy gaaadf. 

The going ot a horfe , De gang of trcd vmt ten 
> pnerd* 

. Ac the going down of the fun , Met zownem on- 
dergawg , op */ ondergMon der zon^e, 
1 am a goings Jkgaa zo^ httne. 
I am a going on my two and fiftieth , Ikgaa in 

myn twttnvyfugjh jaar* 
X Going in , een i»gf^g' 
a Going out , ttft Uyt^ang. 
a Going up* ctn Opga»g* 
GOLD. 
GOLD, Gomd. 
^^ JBeatim gold , GeftagtM g&ud. 

Spangle-gold, KUur-goHd^ Uvertjes, 
Gold-nfiine, ten Goud-myn, 
Gold-ore. Goud-ens,^ rummg^vid ^ etn klomp o^tgc 

ZMyirrd go/id. 
Gold-foil, «»r Leaf-gold , BUadtjts gtJUgcit goud. 
Gold-wire, Goud-draad. 
Gold-wire-drawei ^ een Gomddraadtrtkier. 
Gold beater , cex Goudjlager, 
Gold-finch, eem Go^tdvink, 
(^) Gold-finder, cem Huysjcs-ruymer ^ mschwerier^ 

Bterjlieker* 
Gold- finer, een Znyveraar ^nm gottd ^ lomuraar^ 
Gold*lmkh , ccn Goudfrntt. 
G old' w eigh t , Gomd gcwigt. 
Golden ,, GaudeM , gulden. 

m Golden cup , ten Gauden kelk^ 
The Golden rteece, Het gnlds vlici. 
Golding (apple), ttn G middling. 
Goldaey. €cn Zcehaaffem, 
GOM. 
GOME. Zwart w^&nfmier. 

GON. 
GONDOLA , €ew Gondii , [ tekerc Vencctfche 

roeifchuyt J 
GONE , Gegaan , gepaffierd^ vertrokhn^ 

Heisgooc, Hy ts been gtgaan y Uis mtf h<mgc- 

daaHy by is voort , byugt^it dliae. 
Get Vou gone, yertrek van bitr^ finks weg. 
I will be gone by and by ^ li zai daadelyk btem 

gaoM^ 
If he will not be gone picfently ^ Z§ by nitifimh 

vo'treh. 
The hou(e is Qufrc gone to decay ; V Ht^i is 
gafsfib verViiUen. 
K^I am gone^ Ik ben ten verhorfM moM^ 
It is gone, '/// ver/oorrm , */// Wfg, 
Gone about, Omgegaan , t*^t den W^ g^saw*. 
Gone away • IVig^'egaam , 'vertrokk^n. 
Gone our^ Vytgegaam, 
GONORRHEA ^i£a|,£tnv^^ri/, Kasdvbii, 



GOO, GOR, 

GOO. 
GOOD, Coed J vr&om^ diftgdzaam. 

What is it good for > iVaartot is *igoeJ ? tvrf#fr- 
t(fe dims hft , vjoartoe is V nut ? 

I will be as good as my word , Ik tal zo gt^ed 
zsn ah myn woord , ik zal myn -mourd gtj%nd 
aoen, 

ril make my word good , Ik zaJ myn v/mfrd msa~ 
k&mcm* 

1 will make it good , Ik zal U t^gaedem y H uf 
*fg&ed nrnaken, •- • 

To make eood a lofs , Etn verUts vefgaedeml i 
♦It is a good horfe that never ftumbles , Jhf isnt^ 
goeapaerddat ndoit ftruykelt ^ ccm g^idffbnifer^ 
Jcbiet ?iog we I etns mis* 

I did it for his good , Ik deed bet om zym eygen beji^ 

Much good may it do yon, iVei bekam'Set u. 

If he (hall think good , Z^ by ^tgoed vind. 

Be of good chear, U^'ees goeds moeds, 
^ He wiil take it in good part , //y zaJ*(welopf»e^ 

men , by zai^S we f Sen hefte dnydem. 

1 found much good by jc , Ik vond^er grmehaat hy. 

Good cheap, Gaedkoep. 

a Good turn, Eeng^ede dienpy weldaad- 

lo good rime, Tergoeder SyJ, 

At a good hourc, Terg&eder nure. 

In good cameft, In ernfl. 

In good faith, Ter goeder Srcuwe, 

a Good while ago, Een moaije pccs geleedeit. 
Good wilt, Goedwilligbeyd, 

Full of good will, Zeer goedwillig* 
GOODS, Guederen, 

Goods immoveable, Vajie goederen. 
GOODLY, Fraai^ aardigJcboQn^beifai/ig^goefyJL 

a Goodly building, Eenjraaigebontv. 
Goodlincfs , Seboombeyd^ jraaibeyd^ bevalligkyj^ 

goehkbeyd. 
Good-liking, We!gevaUen^ welbebaagem. 
Goodnefs* Goedheyd^ dengdzaamheyd. 
Goody , Goextrosnv , [ ccn heufche ty tel die men an 

bocrinnen gccft* ] 
GOOGE, een Gndsy [ecn Schryuwerkers wcck« 

tuvg.J 
GOOSE, een Gam. 

aWlldgoofe, een IVild^ gams. 

a Tailor's Goofe, een Snyder sf4Ps-yztr^ 
Goofe-giblets ^ Gaseztn ^al* 
Goofc-pen, een Ganzen bak. 
Goofc-cap, een Geky zotska^ 
GOOSEBERRY, eem Krmysleeti ^ krnyshey. 
tGoofi>crry*Ta«, een KrKysheye'taart, 

GOR. 
GORE, een Bmrd, boordfet 
^ a Gore of a woman^s (hift| d^ Ceer vsm ewm 

vrostwen bemd. 
Gore, zie Gore-blood, 
to GORE, Steeken, d&crhwrreny d^QrJhoitlH 

To gort with hoiw ^ Met bo^rmen ^smw* 

Gofc- 



GOR. GOS. GOT. GOU. GOV. 

Gore-bellied, Groot^ebayhy diUwyiig. 
a Gorc-bclly, ecft Dtkpems^ propdiorm* 
Gore-blood, Ger^mem odfedtn^vem Uoed. 

He is all of a gore-blood, Hy Jryft in zym bhed^ 
by is overal V4m bktd hefinemroi 
Gored, Doorftteken^ doorftootem. 
Gores, de Lykem [ touwen onder aan een zeyl ] 
GORGE, deKeel^ krop. 
to GORGE , Zicb ovtrUuukn , gulsjg ectem , vfr- 

kroppen. 
Gorged , OvtrUuidtn , vtrkropt ^ opgivnU Ut de 

ktel toe. 
GORGEOUS , Prachig . koftelyk. 
Gorgeoufly, Pracbfigfyk, koftelyk. 



GorgeouXhefs, Pracbtigheyd ^ kofielykheyd. 
GORGET, een Krof^ , horftlap. 

a Soldier's Gorget* een Ringkrsuig. 
to GORMAND12X, SUmpampen, braffen. 
Gormandizer, een Slampamper^ hraJJ'er , vtmU. 
Gormandizing, Slmnpampit^^ gebrai , --^affinik* 

GOSLING . een Ganze-ki^ken. 
GOSPEL, tet Evangtly^ Evangelinm. 
• 'tis not all Gofpel what he lays, V/j algeenE- 
VM^eli woe by z^gt. 
a Golpel-truth , een Evangelifibe wasarheyd. 
Golpeller, een EvangeMeezer. 
GOSSIP, een DoopSeffler ^ gemoeder ^ peet. 
a Drinking goflip, eenZmypftery dronkeneflet. 
a Gadding goffip , een Leepfter , IMeksk , nyt- 

buyzif wyf. 
a Tattling goffip , een Labbey , kaekelaarfter. 
to GOSSIP yTeksndermoddgaan^ op de Jlenf lo^en. 
To be goffiping abroad , BnyienT bnys toapen am 
dejlemp. 
Goffiping, Fand'tydy kindermaal. 

GOT. 
I GOT, Ik kreeg, vsn Get. 

I got me away, Ik nuuthe my weg. 
^^4jl. J Gekreegen ^ verkreegen ^ bekomen y 

GOTHAM',4/f a Wifcman of Gotham, e«f /Taw- 
VJ^zegek. 

GOU. 
GOURD , een Kauwoerde, koMas. 
GOVT.Jiebt. 
Goutjr, jicbtig. 
Goutineis, Jtchtigbeyd. 

GOV. 
to GOVERN , Regeeren^ beerfcben^ befticren. 
Governable, Regeerbdor. 
Goy ttuanct. Regeering y beftier^ bewind. 



Governed, Geregeerd, beft$erd ^ bebcerfcht. 
Govemcfi, eenRegeerJler^ beftterfter y ftadvoegdes^ 

iMdvoQgdes. 
a Govemel^ to a youn£ Prince, eent Goveman- 

te van eenenjangen Frins. 
Governing, Bejfienng^ .^..^eftierende. 



GOV. GOW. GRA. 197 

/Government , Regeering , beftiering , beerfcbing ^ 
\ voogdyfcbapy bewind. 

I Governour , een Regeerder , bejiierder , htcrfcbery 
I landvoogdy ftadvoogd^ piamtsvoogdy eoverneur. 

a Governour of a countrey , een Landvoogd^ 
RjtwMtard. 

GOW. 
GOWN, eenTMaardy tsbberdy famaar. 
a Night-gown , een Nacbt-tabberd. 
The Gown-men , De heden van den tabberd. 
Gowned, GetabberdygeTawaard. 

to GRABBLE, Grobbelen'y frommelen y kmffelen. 
Grabbfcd, Bcgrobbddy gtknoffeld . beknofftU. 
GRACE, Genadeygunfiybevalligbeydyfraajigbeyd^ 
aardige zwier. 

The Grace of God , de Genade Gods. 

Without any grace, Zonder eenige bevall^beyd* 

Part grace, Scbaamteloos. 

To Xay grace, Bidden aver tafely danken. 
to GRACE, Vercieren^ bevatlig maaken* 
Graced, Vercierd^ begaafd. 
Graceful 1, jlanvaUig^ bevalligy aangenaam. 
Gracefully, Bevalligfyky aangenaamlyk. 
Gracefulneis , Bevaiiigbeydy aanvalhgbeyd y aange* 

naambeyd. 
Gracelefs« OnbevalUgy fcbaamtehos^ andankbaar. 
GRACIOUS, Genadigy genadenryky aangenmmf 

lirftallify gnnflig. 
Graciouuy, Genadiglyky aangenaamlyk. 
Gracioufhefs, Gtmfttgbeydy aangenaambeyd. 
GRADATION , eenjrapfpreuky opkltmmingiw 

eene reede. 
GRADUAL, By trappen tceneemende. 

a Gradual knowledge, Eien kennis die by trappen 
komt. 
Gradually, Bstrappeny bypaaden^ traps wyzie. 
GRADUATE , Men die op de Hoogefcbool tot eenen 

zekeren gruad in de ftnaie bevorderd is , een gc» 

promovecrde. 
Graduated, Ho<^ voargedraagen y breed ttytgemeetem. 
GRAFF or GRAFT , een Enty griffi. 
to GRAFT, Enteny inenteny grtffijen. 
Grafted, Geenty g^griffydy ingeens. 
Grafter, een Eatery ininter. 
Grafting , Entinjr^ inenting , "'"^^tntende. 
GKAli! zie af^y. ^ 

GRAIN, Groan y koomy kemy korrel. 

a Grain of fait, een Kem of korrel zonts. 
a Grain (in weight,) een Greyn. 

a Grain of allowance, een Greyntje (of een wey^ 
nigje) toegeeHykheyd 
OC^The min otfeath'er , de Nerf of V greyn vam 

bet Teder. 
OC^ 7 he grain of wood , do Draad van V bent. 
oS^FlcIh of a courfe grain , yieefib dot grajf vam 

draad is. 
O" Dyed in grain , Karmozyn geverwd^ 

Bb 3 taA- 



GRA. 

^ Againft the grain ^ Tegtn ifc dtAsJt » fcboorvH* 

und^ tegen de nalHur ^ Sevens doffk* 
Grainy, Korrclig. , 

GRAMERCY , Da?tk heh, gftioten damh 
GRAMMAR, de Utttrhnjl, fprt^Monj}. 
Grammarian , e€» LetterkQnJlenaar , PraakMnjlenaar* 
Grammalical , Letterkonliigy ffraakhnjlii. 
GRANx\RY, een KoQrnzoider ^ hornfihuftr. 
GR^ND. Groat. 

Grand dillreft , Bijl^g &p icmands goed uyi lajl 
van ^tgerecbt. 
Grand-child , etn KmMkind , kindsz^oon , ktnds- 

doihur. 
Grand-fethcr, V Cr^otvader. 
Grand-lirc, t 
Grand-mother, I Crootmoed^n 
Grand-dame » i 
Gfaud-lba, de Z&cmr ofd^bters tfitm , ktndi Z^n^ 

Grand-daughter » dtZmtsQ£diHb$erid»€bNr^kiHdt' 

docbler^ »UU* 
Grandam. zie Grand-dame. 
Grandees, de Groctcft, 

a Grandee of Spain , een Grande van Spmje. 
GRANDURE, Gromhesd^ fr4cb$. 
GRANGE, cen Boerc fchuur^ 
GRANT, l^ergHnntng^ imviU'tgmg^ verhf. 
ta GRANT, Avr^^^tw, mwMgeft^ mjUmt. 

Grant it be fo, Uemmcn dtU bet Z4fo was. 
Granted, Fergmd^ imgewilligd^ toegeft^am, 

I take for granted &c. Ikfleivsft^il onderflel ^w%. 
Grantee, De perfoon dkn ieU vergund Wvrdt. 
Gnuuer, ccn !^trg$inner ^ vergmifier. 

Granting, VergmMtMg^ itrgMffitfirde. 

GRAPE, ecnDruyf. 

a Bunch of j^rapes, cen Bos oftros dmyven. 

a Grape-ftonc, ten Druyvekern^ drnyvejieeff, 

Mufcadiue grapes , Mmka^ieiltn, 
Grape. gathering , Drmyvtn4ewng. 
GRAPHICALL, NmMwkcurig. 

GRAPPLft^G-Sron, 1 ^^ ^^^> *^^^^^^- 

to GR ^PPLE , yajVoaaken , aoMkUmpen , wr- 

To grapple a fhip, Eenfcbip vaflhaahn. \ 

Grappled, f/d^lgehaaii , a*mgekUmpl , gtwcrfteld. 
Grappling, y^jUaak^g , worjieiing ^ - — vaftbaa- 

kende. 
to GRASE. vV Graic, 
GR ASHOPPER , eem SpriMgkhamt. 
Grafier. zie Grainier- 
GRASP, een Creep. 
^ Tq have a large grafp of a thing , Eem gcede peep 

. van ieis behbcn. 
lo GRASPE , Grypen , eMgrypen , met ir -ouyfi 

VM$$em, 
^ Gfgreepen\ tMngrgrcepen* 

< . ,) Aangr^ipmg , —^gryptnde , grett^. 



GRA. 

GRASS, Gtau 

Gxair); , Graffig , gramehteg, 

GRATE, een Traali^ aU medc eeft R^9fkr$m 

kmdem m te leggen, 
to GRATE, Rafpen, ryvem , tfwtlleie. 

To Grate a nutmeg , Een NoHemwikaat ryven. 
aS* To Grate up , Betraalijtn^ ma eeme traati hezenem, 

GRAT ttUL, UoMkbaary erkemhk. 
Gratefuliy, Dankbaarlyk. 
Grotefalncls, O^kbnarbesd^ erl^tttehkheyd. 
GRATER, eeHRyf^rafp. 
GRATIFICATION , Begemfligifig , verg^tSnrl 

to GRATIFY , Begunftigen , hlieven ^ iets te ge* 
vaUedoen^ involgtn, '^ 

Gratify M, Btgmmfti^dy ieliefd^ mgevo^J. 
Gratilyiog, BegMmJfigif^^ beUe^mg ^m^olghg .~^SS 

tnvwende. 
GRATING , Uezeuistg m^t traalijeH of met itk 

rooftcr^ r^Jpi^g. 

GTm\]gy Rafpcnde, bitf. 

G R ATI S , Uyf guwft , te geef 9m met 
GRATITUDE, Damiimarb/yd. 
GRATUITOUS, rrywMg. 
GRATUITY, eemyrywW^eziff^ 
to GKATIJLATE, Cel^iwenfcbcn.terwelkmtfm: 
Gratulation, Geiukwenfihimg. 
Gratulatory. Gelmhjtnji^hend. 
GRAVE, Ueftig^ ftemmrg^ ftodtig^ emftbirftig. 
a Grave look, een Stcmmsg weczen* 
a Grave comucnance, eetf Deftig getjtaf. 
a GRAVE , tem Graf 

♦He has one foot in the grave , Hy gaot ma dem 
ecnen voet mh ^tgraf. 
An empty grave, eett Lootgraf, 
Grave-maker, Grave-digger , een Gravema4iit*. 
Gravc-ftone, een GntJJhew^ zerk, 
to GRAVE, BeeldhoMwen^gr^Vferen^plaatfnyden^ 

To grave a feaJ , eem Signet fnyden, 
03" To Grave a fhip , Een fiiip fcbcm maalem « 

weer op nu$tws tetren^ ^^ 

Graved, Schoangemaait, ^| 

GRAVEL, Grafzant , keszelacbttg zant ^ Jceyzef^* 

grftyt , ftcengruYs^ grat^eeL j 

to GRAVEL, Met keyzelgrnys beflreeijen ^ -^Im 
V naauw brengem , zmAorigheyd v^rwerpen , bi^ 
lemmercn. f™ 

Gravelled , Met keyzelgrmyt bejlr&ind , h ^ 

maoMw gebr^t^ beiemmerd* 
GhlvqUYj Zandig ^ flefmrnyzig. 

Gravelly urine, Z^n£gt ph. fleengrmfzig water. 

yt^KAVEN^Jxegraverrd^ gcfnceden. ^H 



w flii ^ 



i 



Mm 

i 



Graver , een Beeldkouvjer , ^heeUfnyder , pljuffnyder^ 
graveerder^ ~^--^tn grm^er-yzer ^ Jitft, 

Graving, Graveering^ fnydtng , g raveerinde. 

a Graving tool , een Grttv€€r*yza'. 

i\) to 




GRA. GRE. 

(J) to GRAVITATE, IVeegim 

GRAVITY, p^ighe^d^ ftcmmigbeyd, ^rw/lhaf' 

tigheyd^ ftaaiighe^d, 
GRAVY, 'tS<ip vmn vUffib. 
1 Meat full of gravy, Safpig tfleefcb. 
FCRAY, Gramtw^rrys, 

Gray hair , Grys haak. 

To grow gray , Grys wardtn^ 

Dapple-gray^ Apptl^raauw* 
Grayhair^Q, Gryj^haatrig, 
Grayifh, Graauwachtig^ gryrackftg* 
Grayncrs , GraaMwheydy grysbtyd. 
to GRAZE, Weydin^ bcefien weydcn. 
Grazier, ^en OJftnwsyder ^ beeftojjeydcr ^verwiydcr^ 
Graiing, Beejlmweydfvr. 

^ GRE. 
GREASE, r^/,>w. 
to GREASE, SmeereHj hefineeren. 
i* To greifc the fift , ^ Han den zalven^ omkotfcn. 
Grcafco, Gtfmeerd^ hefmecrd. 
Greafy, Smccrig ^ fmullig^ befmuld, 

a Grcafy fellow, eenSmeerlgegaJlJmulligevtnt. 
Greafily, Smeeracbngy morfig. 
Greafinefs, Smeerigheyd^ morjigheyd. 
Greafing , Befmeertng , ^^^b^metrende, 
GREAT, Groot^ louscr hiflig, 

a Great while agoe, Een tange poos gtUeden, 

a Great way, Eert vtrre ^eg* 

H Great deal , Eengroote memgte y zter vetL 

M Great many , Zter veeL 

In a great nieafurc , t^eor ten groat gedeehe , im 
grooten maate. 
•Great cry and little wool , Frd gefckreeftuy ^ «» 

weynig wo/s. 
CC^To fell by the great, /» *sgros verkotspen, 
l3r Great with child, Zwastger. 
Great-grandfather, ttn Overgrootvdder, 
Great-great-grandfacher, een OMd-overgrootvader, 
to GREATEN, Grootmaahny begrooten. 
Greatly, Grootelyks. 
^Greatnefs, Grootheyd, 
GREAVES* Scbecmvapins ^ fcheenftukhn. 
Greaves , Kaanen , [zckcre vcllai en vltczcn in \ 

Cnecr die men niet fmcUen kan.] 
GRECIAN, een Grick^ een Grkkskundige* 
I Grccifin, ten Griekfcbe fpreekmyzf* 
iGREE, Goedg€m€gen^ voldocmng^ 
GREECE, Griekenlmd. 
GREEDY, Greetig^ ^^^Pp^^j g^^^'g- 

Greedy of praifr, Grtetig ma Icf. 



JRI. 



t97 



Grccdi ^ 
r Grccdinefs 
GREEK, GrhkfiS, 
% Greek , ttn GneL 
Greek 1 1 ng, etnGirieije, 
GREEN, Grocn verfch, 
^ a Green wound , an f^erfibe woudc 



igbeyd^ bappigbeyd. 



^ Green fifti , Ongezouten vijH, 
a Green , eert Groen veld^ groentf, 

a Bowhng green , ee» Grotne klo&tbaait, 
Grcen-licknels , de f'^ryjfers zt^he , gcepsbeyd* 
Grecnifti, Grofnafhtig. 
Greennefs , Groenhcyd , grotntt^ 
to GREET, GroeUn. 
Greering, Grottmg ^ groftenh. 
1 GREW, (vat* to Grow,) ligraeide. 
GREY, Graauw^Frys^ zie GtZJm 
a GREY'HOVND, feffirimSofrd, baaziwiU 

GRI 
GRICE, ten Joxg wiidvarkcit. 
GRIDIRON , eat Rooftcr fom optc braaden.] 

To broil tirfi opoD a gridiron, yifcb opteninroot^ 
ter hraadtn^ 
GRIEF, Droefbeyd^ fmart^ barfzeer. 

Jt was to my great grief, Het was tot mynegroo-' 
te droefbeyd. 

To pine away with grief, Fa^t bartzeer quynen, 
GRIESLY, TslyL 
GRIEVANCE , Btzwaarenh. 

To redrefs the Grievances, D€b€zwaaremijf€wjf' 
neemen o( weere»^ 
to GRI EVE, Bedrocven , fmarten ^ mevew. 
Grieved , Bedroefd^ bedruh , g^griefd. 
Grieving , Brdroevtftg , fmartiwg , -*^ bcdrt^evtwde^ 

em. 
Grievingly, Bedroefdelyk* 
Grievous, Aloeijciyk, '^laffig^ hJf^y gr/tuwtfyL 

Grievous angry, Byjfer toornig* 
Grievouily , Gewddig^ gruuwc^k^ y^b^* 
Grievoufnefs , Zwdorigieyd , ysfyibtya^ gmifwetyk^ 

heyd. 
GRIFFIN, eenGriffioen, 
GRIG, ten Kl^ffeaalj kat-aa!, 
GRIM, Grimmig^ bars ^ nors ^ ftuffrfcb, 

a Grim look, em Nors gezigt. 
Grim-faced , Bars van troom\ 
Grtmly, Grimmigtyk. 

GiimnchyBarsbeyd^ morsbeyd^ fluursbeyi^ 
GRIMACE , een Scbeeve bek^ eenfcbtevi iwt. 
Grimaces, GrilUn ^ fratfen, 
to GRIM tC, zte Begrime- 
to GRIN, Grenzen^ eenfcbeeve bek zetttn, 
to GR IN D , Maden , vermaaUn , verbryzeten ^Jly 

pen op eem fteen. 

To grind corn , Koom maaien. 

To grind the teeth , Knarfen, 
(E5^To grind a knife, Een mes op eenen Jieen Jlypen, 
DC5'To grind colours, AVriy vryzcn. 
Grinder, eenMaalcr^ verbryzeUar ^ fcbaerjlyper* 
Grinders, de Kiezen^ baktandem. 
Grinding, Maaiingj v^rbryzel'mg^ fly ping ^ '^maa^ 

iewde. 
Grind-flone, Grinding-ftone , or Grindle ftone^ 

een Slypflten^ draai/lee0, 
Grinner, eem Grywzer* 

Grin* 




100 GRL GRO. 

Grinning, Gryming, ^^^grynteitde, 

GKIPE , ten Gre€P , handvol^ neep, 

OCT The gripes in the belly, Buykpyn^ fnySng in d^ 

d^mem, 
ccJ'The ^pes of avarice , Dc knaagcnde torg dtr 

gifrtgheyJ, 
a Gripe-moncy , ec/t Frek. 
10 GRIPE, Grypen ^ vaiun^ wyp4H^ ^—^^fryding 

in V gedarmtc vcroortaakew. 
Griped, Gegrcfpfn^ gevat. 
Gri^in^, Grypmg^ nyping. 

Griping in the guts , lirimping ofpyn in de dor* 
men, 
odTa Griping fellow, em Huppige ga(l. 
,GR[SLY, IslsL 
GRIST* Meel. gemaahn metl, 
GRISTLE, Kraakbeen. 
.Grillly, Kraakheenig. 

GRIT, Cr//)/, [ *t ly van ftcen of ccnig mctaal] 
Gritcy bread , Brood dai tHjJcben dt amden kraakt , 

zandsg brood. 
GRIZLED, Gr^Mchtig. 
Griily, zJe Grisly. 

GRO. 
GROAN, ^'-'w Lnydt zucbt, 
to GROAN, Sttincn^ krcumen^ znchfen, 
Groaiung , Gejlecn ^ gekreun^ gezMibs^ ^^^Jief* 

nende, 
a GROAT, ten Ficr-ftuyvers ftukje. 
GROATS, Gruttcn^ gort. 
GROCE, an Gros^ xri dczyn, 
GRO(-TR, een Kmydcmcr ^ ^^^groffier* 
Grocerj'Warc, Kruy denier s waar, 
GROGRAM , Gn^fgryn^ tahym^ 
Grograni yarn , TurJjch gaertn, 
GROIN, deLicfcL 

GROMWEL, Gromel, Paerlkruyd, SteenhreeL 
toGRONE, i/f Groan. 
GROOM, ten Stalknubi. 

a Groom of the Qh^rnibct ^etn Kmncrling^kamer^ 
dien^aar. 

The Groom Porter, de p^oomaamjle dcurwsarder 
aan '/ llaf, 
GROOVE, eenGroef: 
to GROPE , T^rn^ voiUn^ vatfen^ btlajlen ^groh 

Men, • 
Groped, Getajl^ bevoeld^ bet aft. 
Gropcr, een Ta/ler^ betajUr^ grobbelaar. 
Groping, Taftjngy betafling^ vatting^ ^-^taftenJe, 

To go groping in the dark , In V duyftervanzieh 
tajlen. 
GROSS, Crof^ piompj. onbthomvtn^ .^.^.^btt gros. 

a Grofs error , ten Grove dvjj/tling, 

a (iroli fellow, een Plo^pc ( ofonbeho$tufen) vent. 
cfl^The grofs of the anny , hetgros van V heir. 

In grofi , fn ^tgroi. 
Grosly, GrovcJyf^ fhmPelyk. 
GROT , Grotto , ten Grot , undeTaardf^h hoL 



GRO. 

f«.irotesk work, Snaskswerk in fchiUtry ^ fmrnktry* 
GROVE , ten Kleyn hfch, ten bout: 
to GROVEL, Krmypen, 

To grovel in the duft, In ^t fiof wroeten* 
GroveUng, yoorover leggendt^ kruypendt. 
0^ Weak groveling eyes , Zwakke cogen, 
GROUND (van to Grind.) Genumle^^ g^fl^^^^* 
GROUND, (fuhftO dt Grond, aarde , Ww , 
grondvejk* 

To give pound, ? lf\ktn, aerteltm. 

To quit his ground, 5 -^ ' 

To keep his ground, Zsne floats houden. 

The ground of a flowcr'd*iilk, de Grondvanti 
gtbiomd zydtjiaf. 

The grounds of a language, dt Gronden eener 
taalt, 

a Plot of ground , etnjfuk lands, ^ 

03f To rill the ground, Het land bouwtn* ^ 

Ground-plot, Ot irondveft, 
Ground-Ivy, Aard-veyl^ //<?W/<fr-4/[ickerknjyd | 
Grouud-Pine, f^eld-ctprts, ^ 

Grounds (of drink,) Grondfhp, 
to GROUND upon , Opjtennen, op bouwen ^gron* 

deer en ^ vaftjlaat op tnaiken* 
Grounded, Gegrond ^ Jleunende. 
Ground- worms, Aard-wormtn^pier-wormen, 
Grounding, Grondeer'tng^ fteumng^ ^-ftfuntude^ 
G r ou n d 1 els » ngtrrond* 

GROUNDLING, eenGrundel, [zekcrc vifch.] 
GROUNDSEL, ten Drempel, dorfel 
Groundfel, Grind-hrnyd^ krmysworfe/^ kleyn kmys" 

kruyd. 
to GROUNDSEL , De grondveften van ten bnyt 

leggen, 
ii) GROUTHEAD, ten Dikkop. 
to GROW, Grueijen^ waj/ihen^ worden* J 

To grow UP, Opwaffen^ ofgroeijen 

To grow big, Uik ip( fyvtg) v/orden. 

To grow fat , f^et worsen. 

To grow lean , Mager warden. 

To grow weary, motde worden, J 

To grow rich, kyk wgrdtn. j 

^ It grows day* Ifet worM dag* . 

It grows towards evening , Hei tegim stonJ u 
worden^ de avond begin f te valien. 
^To grow imofalhion, In U gebruyk komen ^ it 
mode wordtn. 

To grow into a proverb , Toi em fpreekwcord 
W9rdtn. 

To grow out of Ufe^ Uyt betgebruyk ntaken. 
Grower, 4// a Slow grower, lemand die langzd^m 

groeit , of een boom die traag opwafi. 
Growing, Groetjing ^ groeijende ^ wa^tnjf^ 

wordendt, 

a Fine erowing weather. Moot grotizaam wttr^ 
to G RO W L , Morren , knorren. ^ 

Growling, Gemor, 
GROWW , Gtgracidt gtwafen , giW9rden. 



I 



GRO. GRU. GUA. GUD. GUE. 

He is ^rown proud ^ Hy is graots ^cworden. 
She is grown a woman , Zy is etpgcgroesd tot tenc 

vrokw , zy is eenc vrouw ge warden* 
Full ^own, ytflwajjcn. 

Grown out of ufe, Fcroudcrd^ uy^ bet gebrmyk 
gcraiikt^ 
GROWTH, Ifasdomj aamvas^ tHmemimg, 

GRU, 
GRUB, een Wormtjtj — — w# Owtrg, 
to GRUB up, Uy tract jen , uytplmkien* 

To grub up weeds , ll'icdtn^ ankruyd mttrtkktm^ 
Grubbed up, Uytgerueid^ gew'tcd. 
Grubbing Up, (jytrQetpng^ wieding^ *-iiytroerje$fde. 
GRUDGE, /f><?i, i^cdcktc haaty wangunft. 
To bear a fccrct grudge, Eencn heymeiykcH wtok 

drssTtn* 
a Grudge of confciciicc , ttn Knaaging dcs gc- 
weetens^ mroeginF dcs gcmoeds* 
to GRUDGE, Urokkcn^ benyJcn^ misgunncn. 
She grudges her fcnants their viduals , ZygnftS 
haare menfthooden '/ €€ttn niet. 
Grudge-hearing, Urokkachtig^ haatdraagemd, 
Gradged, Gewrokt^ benyd y misgnnd. 

Grudging, Benyding^ h^ydende ^ wrokkende* 

QC^The grudging ot an ague,"re« f'^trmaantng van 

de KQurts* 
Grudgingly, Al wrokkd^dc^ tezen dank. 
GRDEL, . ^ ^ 



watcr-grucl, Pap van water tnfyn bit- 
Morren ^ kmrrcn , preuttltn , 



verc ^QTt 
toGRlJMBLE 
fehr^ikn. 

To grumble at a things Of iets fchrollen. 
Grumbling , Gekmr , gemor , geprentel , gefchrot^ 

morreftde^ freHteiende, . 
\ a Grumbling fellow , ce^i KftorrdebtigevemPybror- 

repot y preutelaar, 
to GRUNT, Knorren^ {ah een verken,) 
Grunting , Gtkmr , ^^^knorrende, 
toGRLJNTLE, Knorrcn^ morrcn, 

GUA. 
GUARANTEE, een Borg. 
GUARD, ^leGard, 
Guardian , een Vougd, 

GUD, 
GUDGEON, eeftGrmideL [lekere vifchO 

GUE. 
GUE-GAWS, GroUen^ pruUem. heuz^li^ltn. 
toGUELD, z/>GeId. 
GUERKINS, ^i> Gherkins. 
GUESS, een Gtjftng^ 

lOuUhoo, GiJjeHy raamen^ raaden,. 
To gucfs a thing, Naar iets raaden. 
Gucflcd, Gegffd^ ti^eraaden. 
Gudler, cch Gsjfer^ raader. 

^ffL"^'^^''^''-?^' r^-fwWf , -^giffendt. 
GUEST, ten Gitji, 

A troublcfom gueft, een Mmjelykc gap. 




GUG. GUI. GUL. GUM. GUN. iot 

GUG. 
to GUGGLE , Khkken [gelyk als wanneer mca 

lets uyt ccn cnghalfdc fles gicr. ] 
Guggling, ^t Gekkk van een JmteU 

GUI. 
GUIDANCE, B e flier mg, hejiier^ geleyde. 
GUIDR^ een Leyasmoff ^ we^wyzer, 
to G U I DE , Ley den , geleyden ^ heftier en . 
Guided f Geleyd^ heflierd^ 
Guider, een Leyder ^ beftiefer. 

Guidiflg,/,fy<///yr^ be/liering^ befticrende, 

GUILD, een Gild y eentol^ ^^-^geldifoete. 

Guild-hall, hetStadhnySy raadhuys. 

to GUILD, zieGWiW 

GUILDER, een Gulden ^a Dutch coin of twenty 

llivcrs. 
GUILE, Bedrogy vahheyd. 
Gutlcfull , Bedneglyk , valslyk. 
Guilefully, Op een bedriegelyke v^yzt* 
GUILT, Schuldj misdaa^i. 
Guilty, Sehnldig^ mifdaadtg* 
Guildncfs, Schtddtgheyd ^ misdaadigbeyd. 
Guiltlefs, Onfcbuidig, hiytenfihNlJ. 
Guiltksncfs , Onfchuid:gBcyd. 
GUliViP-lace, Ferheven kant^ gi^^Pf kant, 
GUINEA or GUINY, een Engef.h flnk goude 

munt , bcdraagende xx \ en een halve Engelfchc 

XcheJlfng. 
GUISE, 'tt^eftei.fatfoen. 
GUiTARA, een Luyt^ cyter. 

GUL. 
GULCHIN, een Slok-op^ gulzjgam'dtje* 
GULF, een Afgrond^ zeekolk^ tnbam^ Zi^hezem. 

a Swallowing gulf, eem Slindkolk, 
cS' Between us and you there is a great gulf fixed, 
(Luk. XV i. 16.) Tujjahen ens en ttlteden is eem 

froate kJoove geveftigd* 
fhj een Meeuwy alsmcdc een Bedrieger* 

ro GULL, Bedriegeny "verfehaiken. 
Gulled, Bedroogcn^ ge/aerd* 
GULLET, de Keeldsrm^ Jlokdarm. 
GULLING, Bedrtegmg^ '^^^^hedrieztndt, 
{%) GULLY^GUXf een ^r.pdarm. ^ 
GULP, een Gulp ^ zwelg. 
to GULP down, Neerzwelgen ^ inguhen, 
flO to Gulp, Zwoegen of kioppen^ gelyk 't hart* 

GUM, 
GUM, G<^m. 
Gum-luck, Gommelak. 
to GUM, Gommen^metgam teftryken. 
Gummed, Gegomd. 
GUMS, Tandvieefch, 

03" The red Gums (or Ipots) Roode vlakjes ^ die 
fimr/iigt pnggehoorene kindertjes in^t tumzigjt 
hebhen. 
Gummy, Gommacbtig. 
. GUN. 

, GUN, een Raer^ mmket^ ftukgefcbut. 

Cc Great 



ioi GUK-GUS. GUT. GUZ. GYM. GYP. GYF. HAC. HAC.H AD.HAF-HAG. HAI, 



Great guns, Uk^* ^ffchm. 

To dilcharge a gun ^ fen Stuk affteelen. 

To kt o^^ or to flioot offaguii, €tm Mmsket 
of link affihUttn^ een rotr iajjen, 
a Gun-hole, ten Schietpoort, 
aGun-diOl, ten Roer fcheut. 

*Guii -powder^ Bmskrm\J, 
Gunacr, eett Busjchr/ifr^ hnffaPeL 

GUS. 
to GUSH out, Gfttizeay uyt/lro&meff ^ ftytvtoetjem ^ 
uytzfiiptn. 
The bloud did gush out of his wound, Hetblotd 

SJk i^uih'd oai in tears , Zy hrfl *y/ im traamtn. 



ftiirt , Uet Ajj'ddoekje vm eot ] a Hack 



the GUSSET of a 

GUST, Smaai. 

To have a good guft , eem j^oedcw fmaak hb^/0. 
cS a Guft of wind , ee/t RmkwhJ. 

a * lUtl of paffion, een Oph^pc»de dtifU 
Guftabtc* Smaakciyk, 

GUT. 
GU r , een Darm. 

(I) His guts chime twelve, */ // ^um zymtn tuyk 
al miJdag* 
GUTIER, een Cem^Troeve. 

a Gnttcr of lead , ten Lmde gcut. 
to GUTTER, Afiiiopcn^ [als ecu kaars.7 
GUTTURAL > d<u door de keel uyt/^tj^rooien 

vjord. GUZ. 

to GUZZLE, Zuypen^ bawten* 

GYM, 
GYMNASIARCH, de Overjlc vam ten vo^maam 
Sehaoi of Cifikfie, 

GYP, 
jGYPSlE, etH Hey Jen ^ j(i}ed€rf;€lttkzeiPer. 

(t) GYVES, BoiljiM y kitisfim, 
HAB. 

HABEAS CORPUS, Zeker gef^bnft bei wtk 
temandy die om eentge misdaad VA.4^ezjtt u uyt 
V Kontvj^f Reihtifonk verknf^t^ om zuh 9p zyne 
wyj^ene kt^flen dtra/aardf ie doem treifgtn^ tM znb 
it Udr tt vcrattwittrdtH* 
HABERDASHER, etn Hoedefloffeerder^ iaede- 
kraam^r. 
tHabcrdalhcr of fmall wares, <^it Kraamer^Nem' 
rcn^j'ir^er viifikeUtr. 
H\BERD!NK, Ahcrd^An. 
j^HABEKGEON c^r Habergion , tern KUym mali- 

[MABfLIMENT, KhtSnj^ , d^f , ^ws^d. 

HABl i\ ten KUed y ^m/uT^ #4% ^'^^.f* — bei- 
iykhtvd^ heht^dhtyd y j^eu) /anie ^ a^mvjtnfd ^ geflel*^ 

HAiilTAJiLE^ B€UiQit04fA«if ^ irun/splyk. 



HABITATION, eem IVoomimg^ woonpUm. 

HABN ED, Ucitteedygedoji, bebcU. 

HABITUAL, IMfyk. iKwoanende. 

The habitual grace, De imuoomcftde gewsde. 
to H A Bi I U A i E , Znb gewennen^ 
Habituated, Beweptt ^ hehch* 
HAIVNAB, Lukr^k. 

HAC 
to HACK, Hakkemy b^Mwem, 
Hacked, Gebakt. 

Hacking, AfhMtng^ bMemk. 

to HACKLF, Scbeef hakken ^ ktey^j bakkew, 
HACKNEY, /Mte baargjaf/ 
I a Hackncy-horfc, ten Htmtrpacrd 

a Hackney-coach, een HuMr-kaeU, 

Een die paerden vfrbMnrt* 



a Hackncy-nvan, t.en dte u 
(tJa Hackney-whore, een AilemaHS btfer* 
a) HACKSTER, een Mnnknaar. 

HAD, 
inM>, Ik bad. 
Had, Gebad, 
HADDOCK, Sibehifik 

HAF. 
HAFT, een Heft^ b^n rival fel^ gezefl, 
to HAFT Alet ten befi of bajtavatjil verz&rgtm. 
Hatted , Met een bandvatfel voorzten zyti* 

HAG. 
HAG, eenHeh, koL 
to HAG, Plaageny pynigem. 
HAG G ESS, een Leeverwf^rfl* 
to HAGGLE, Kmbhelen^ [in *t koopcn van ietfl 

afkfubbeien^ naauw dingcn, 
Haggcl een Kmbhelmry ko^jhiv dinger, 

tiling, Afknibbelt^g^ gekmtifheiy knibbelende, 

o what purpolc h all this haggling? kf'aar$^is 
at dit gekmkbeil 

HAI. 
H^IE^ zie Hay. 
HAiL, HageL 
Hail-fliower, een ba^Muy 
Hail (lone, een Hagfifteem, 
Hiil-flit)t, liagft daar men mcefebiif, 
to HAIL, Hugelen, 
It hails , iie$ hagelt. 

h begins to hail , Het btgim te bageUfr. 
HAIL, All'hail, Heyizyu, gelukl 
HAlLtD. GckigeUf 
HA (NO US, Grnnwe/yky yslyk , fibrikktlyk ^ ^ 

fihuHwtyk , verfoeijetyk^ 
Hainously , Op een grkuwelyki wyzt* 
Hainousncfs ,' Tttykbeyd^ ayibmrnwetykbeyd ^ fibriJU 

ketykheyd^ grH$tweNkbeyd* 
HAlR//^Wr, 
It was within a hairs breadth, Het fibttUe win 

een haatr. 
His hair ftood an end, Z^yw ba^he retzen brm ie 
ift^rjr, ^ 

g> Agaiuil the hair, Tegeudg kef^ ug€n d& itaai. 

Ta 



I 



HAL HAL. 

To A hiir, JVf# 9f H'B ksdir. 
Hair-cloth, ffn H0Mhr^n Httd. 
Haif-locc, Haif-fiLlct» etm fiasirptd^^ ^Uthfitdir. 
Hair-buttons^ Hmmrt km^ftn. 
Hair-brain*d , Oulhfpg , omi^fmyfd^ zk H*rc brainM. 
Haired, Gehmird* 
Rcd-hair'd, Rood-hsoiri^. 
Thiii-hflircd , Dum VMitaarr, 
Hairlefs, Z&ttJer haarr^ ka^^ haairhof. 
Hairy, llaahrig^ rM%^, 
Hairincfs, HaairigB^yd^ rmyghtyd. 

HAL. 
HALBARD or Halberd, eem HelUiaard, 
Halbardeer, um HeilehAardter. 
to HALE, SUcpen^ trekken^ fltmrem. 
c5'To Hale a (l)ip (at fca), ttm Schip fnytw. 
Haled, Gffletpl, getrokkcn ^ geflenrd ^ — g^freyd. 
Haling, Steeping ^ trtkkimg^ ^^^Jlitfittdc* 

HALF, Half, dchiijh 

LdTcr bv half, Meer dm b^^Vi kltyn. 
Half a day, ten Hdvt d^g. 
Half-alivc, Halfleeveud. 
Haifa buflicL een lUlffihetprL 
Half blind, Ha^^bimd. 
Half dead. Half doU. 
Half empty, Hi^lfU^dig. 
Half a foot , cen Half voH. 
Half foil, HaifvoL 
Half an hour, cen Hilfrmr, 
Haifa pound, eem J/tdf pQtfd. 
a Halfpenny, etM Hidve /luyver, 
Haifa pirn , ten Half phi jt. 
Half raw, Halframtw* 
Half a year , tm Half joifr. 
The half moon, di Halve m^m. 
Three halfpence, Drit-^o&t. 
An hour and a half, AndtrhMf mmr^ 
a Pound and a half, Anderhdf fond. 
Half as much , Half zqo veeL 
HALL, ten Zaal.haL 

the Town-hall , V RMad^-huyi, 
to HALLOW, /f^y^w, heyligen^ ^— Toer^epen^ 
[gelyk als wanucer mco'^icinandvanvcrrerocpt.j 

Hal lowed J Gehcylij^d ^ gevryd^ toegcroepew* 

Hallowing, HeyltgiHg\ wyiti^. 
i> a Hallowing voice, ent GillenJeflem. • 
HALLUCINATION, Mijfiitg. 
HALM, eem Halm. 
HALSER, eeft Trek-touw* 
Halficr, de'Trekker vsm ee^i febnyi of fehip, 
H ALS SES, V Klmysgai , ( daar dc kabcl door rydt.l 
H ALT , Stilhondtnx, halu. 

to HALT, to makci halt, Sul hondew^ ftitflaam. 
(cS* to Hak , Hfftke/s , mopfk gaait, 
* You halt before you are lame, Gyjibrttmvn 
eer mem m tens A^roert. 
% Halter, r cripple] ctn Htnktpmt , ktempeU 
, HALTER [ lor thieves ] etm Sirop , *#/», 



HAL. H\M. HAK. 



Ml 



Halter, [for a horfc ) ^* HsBer* 
Haltered, Mer r-*t f^t/^rrr of fhop &m^eds4n, 

HA LTf NG , . fHlkoammi , hinkcnde. 

/bHALVii, / 
By Halves Tir* Arf/trif, 

HAM. 
HAM, ik Knichuyg, kmcfihyf 
a Wcftphaly HAM een frem^ffcht hmm. 
HAME, de HodrnXh^ trekied dae een pa«rdoiii 

^tlyfhceft. 
HAMLET, een Gehnchi, 
HA^iUE^, een Hamer. 
to HAM M E R , Met eenen bamer JJ^an , kloppen ^ m* 

dryven, injladn, 
CC^To Hammer out a thing, feis met grocie mpfiti 

^ewerken. 
Hammered, Mef^entn bamer ge/Iarem , gikhpt* 

Hammered money > GeJUgen geld. 
Hammering, Klopping met eenen burner. 
HAMMOCK, een Hangm^ , bMmm4dk. 
HAM PER J een Slnytmand, 
to HAMVkK.Belemmeren, vnb'mdertm. 
Hampered, Beiemme^d. 
to HAM-STRING, de Knit bnygem , affnydei 

verlmmmen, 
Ham*ftruug, Dekniebnwe^ afgefntedim^ verlsmd* 
HAN- 

H ANCH , etn Heup^ een MJUik. 

HAND, eew Hsmd: 

The right hand, de Recbterband. 
The lett hsind, de Slmkerband* 
He h on the mending hand, Hy h mm de heier 
hand, 
(C^k IS conftflcd cm all hands, V /firJr mmyder 
ten toe^eJUsM^ 
To take m hand , By dm bemd vantn^ ^mderhmi^ 

den veemen. 
It iJi bclined at every hand, AlUman flsstWgi* 
loof Man, "^ 

It lies in your hands to favehim, V StaM inulSt^ 

der maiJ bem te bebonden^ 
Cap in hand. Met de h*jed in de band, 
aS*Thcy parted even hands, Zy fcheyddem zmdtr 
tenig Vikfrdeei op malkdndtren bebaald ft bfbben. 
On the one hand, Aan de ee>:e k^t. 
On all hands, ymn aIU kanten. overd. 
1 have it from very good hands , Ik bti bei vam 

goeder band, 
I received this kindnefs at his h^nds y Ik gen^ot die 

vnff^fcbap van zyne balden* 
To fct his hand to a paper , Een ^efibrift rndtTf 

teykenen^ tyn band onder eenfchrift zetftn* \ 
I have a note"' under his hand^ Ik beb ten briefjt 

van zyne hand* 
Hand to haiiJ , Hand nan bmd. ■ 
HJrHe lives ^om hand to mouth, *i Gm^ mtt htm . 

van de band in dt tand* 
1 He bought it at the fccond hand, Hyktftbrtnyi 

de tweede band, C c 1 Comc 



1^ RW- 

^y^/t to the bcSsieA m t^hA^ Ktm t^ ir 

ZJfsj''^ ^A:^ a€ zask die vjj mm i>ir yms 
Vr^dtr haai- Omj^ de kj»d^ ter JmmjL 

Ax :a'A, Ka i^. 

en dr/m. 



gi-To get tht Qpptr haad , if Ovtrhdrnd iryge^^ 
Kilo give Vit upper hand, deliver kjMdgec 



K<if'..'c hir*^ , TV ^•>5^r 
lkr/.:A rtaxij, Ten a^hrrf. 



g€€V€m. 



HAN. HAP. HAR. 

To hing 2 cfeizrixr, erv Kmrn- khmgm. 

To hirt^ X ±l£f , rsMS Dief Mft^tgem, 
Hio^od, Gih^Mgen^ ^s^^^j ^dcMM/e. 
Hanger, -mi t^^ irjai tsMwayc. 

Pot-HiagGS, tff Ftf-isagfeL 
Hm^lzi^^ OpcMMgrmg^ — hofrrmde. 

Hio^ing :i too good ibr him, Hd^euism^ U 

Hangings , a focc of fcu^ingi, €rm Bekmrftl. 
HAKGMAN, de Be^J^Semier^ diefhtmLr. 
The Hmgnrui's o&x, V Bemlfic^^ ^mlssmfiL 
HANK , deXeyximg des femnedSy ZJuh. 
a HANK of duxd, ^m S:wrmr gmerrm, 
to HANKER ancr, Hxmkmm^jM^tl€m. 
Hankenng, HmmkeriMr^ rejemiei^ 
HANKEkCHIFF,^ v v i a^ ^ * 

i HANSEL, Hsmdg^i^ tie Hmdfdl. 
' the HANS Towns, de Omfefitdem. 
(|;HANS-£N-KhLD£R, Hmms im de kldtr^ 
[ccn bocrtig gezeg om de vrmeh im s^moeders l)f 
tc betekcnen , 't welk d'Engelfchcn voor ccn gc- 
meene Duvtlchc fpreckwTie houdcn. 
HAN'T, all Wc han't, IVy btkkem met. 

; . hap: 

HAP, Art Ljri, revdiy toevdi. 
Good Hap , Gelmk , rpedgelmL 

111 hap, Omgeluk. 

By hap, "-y geval. • 

By good hap. By gelmh. 
. *t Is hap-hazard, '/ // Ink rMoi. 
to HAP , I Geheterem , voarvsUem , wyhuJkw^ 



TU I tu'id of a dia>, ii> /i!«i ^-^ ^'* MMrwyzer^dc 
VfjZtr. 

StyjfX hand, yerkmfel fchrift ^ karaktcrs. 
CO H \ND a thing down, leu xam bamd m bemd 

(TuerUveren, 
Hand-baikct , ten llengfelmamdtje. 
fland-brcath , etn Hand breed. 
Hand-fuil , e§M Hamd W. 
Hand-gun ^ een Ihmdbmi « ftflo^L 
Hand-bcll, een T^eifchel. 
Hand-mill , eem Hamdmeulen. 
Hand-manacle, een liandb^ei^ pdterw^Ur. 
HANDMAID, eene Dtenfimodgd. 
HANDED, Gthand^ met een band verziem. 

% Two-handed fellow , een Kserel die hdrnJeu 
aoH U lyf heefty een fterke vent. 

Left-handed, Shnks. 
Handed down , yon hand tot bamd evergeleverd. 
HANDICRAFT, tie Handycraft. 
HANDKERCHIEF, een Nemfdoek , fmmytdaek y 

ba/idoek. ^^ tiAf , ? 

UMiDLK, een Ilandvatfel, heft, oar, bengfetjieel. HAPPEN.? gelukiem. 

The handle of a pari , U Henrfel van een emmer. H^R«»cd, Gehemrd, voorgevaUem my^evaOem. 

The handle of a knife, Het %ft van een met. ! „« Haj5pens, Hetgebeurt, bet gefibudt wd. 

The handle of a poc, J/et oor van eem pot. C^P^'*"¥'^^^^'*'''*^t --g^beHrende. 

The handle of a fw(>rd,//f/ geveft van eem degem. ST^d'tT^C . ?/• , . . 

The handle of a fpoon, Dejleel van ten UpeL HAPPY, G</irii/f, gelnkza^ 
to HANDLE, Handeien.verhandeien^behandelen. To be happy in a wite, Gelnkkig zym deer time 
Handled, Gehandeld. verbandeU , bebamdeld. „ *f>^!:?*^- . , , 

WAxmix^, llandeling^bebamdelingy bamdeUnde.m>?^}y^GeUikkfglyk.^ , ,,. , 

HANDSEL, Ilanlgift. ^W^^^^ GelnkzMilheyd^gelnkkigeftaai. 

To take handfcl , Hamdgift omtvamgem. HAPSE , eem IFerveJ^Zfe fhfp. 

to HAND'>EL, flandgifigeevem, -De eerfie reys . vt^ttc vj 

gebruyken. ^J s . j j j \Y{h^KtiQ\iYs , eem Reede , vertoog. 

Handfcllcd,' lUndgeldgegeevem, --de eerfle reys ge- i ^^ "^S^^^-' ^* ^V'^ "^'"^ 
brmykt. '^ ^ ^ » -^ -^ ^ ; to HARASS , zje to harrafs. 

I have handfcllcd my new hat, Ik beb mynem HARBINGER, eem Beftelmeefler , bmysbe/hUery 



miemwtn hoed de eerjle reys op rebad* 

HANDSOM , Mooi^ aardig, bevallig. 

Handfomly, Net/es, aardiglyk. 

HandHimnefs. Mootjigheid, aardutbeyd. 

HANDY, Udndig, bebendig. 

HANDYCRAFT,i u jt. t .^^ke 

Handy, work, J eem Hamdwert, mm$baebt, 



voorlooper, 

\ Is an harbinger of Death, Het is eem vo9rt09per 
van de Dooa. 
HARBOUR, een Haven. 

to HARBOUR, Herbergen, baz^enem. 

Harboured , Geberbergdy —im de bavem ontvamgem 
I Harbonrer , een ilerberger. 



• Handycraftf man, etft HamdwerksmumyMthacbts- ig^^"™^' ^^'^*^7'*/» i^f[^g, -berbergemde. 
^J,Pf ' Harbouilels, Zomder bavem, havemloos. 

•OHANG, ILm^m, ofbas^emy opkmoefem. '"^^* ^^^^ *^'^* moeijelyk, ^^^demm, k^ 



HAR. 

Hard of hearing, Hardhommi. 
Hardfroft, Harde Vorfi. 
a Hard winter, Eenftrtnge tosmter. 
't Is a hard cafe, V Is cew hakdgelag. 
To grow hard , Verharden^ hard worden. 
t> He was put hard to it, Het quam lufiig of hem 
aan. 
Hard to be pleafed , Moeijelyk te behaagen. 
It is a h:»d matter, V // een zvjoare zaak. 
To tntertaine hard thoughts of one, Quaadege^ 
^ dachten van tenumd hehhen. 
a Hard ftilc , een ZwMore ftyl. 
Hard to be underftood, Zwaar om u vtrfiaan. 
H^d beer, Strafbier, 
Hard-by, Dicht h» 
To drink hard , I^uflig driwhcm. 
Hard to learn, Zwdor om te Ueren, 
Hard-hearted, Hardhartig. 
Hbrd-heartednefs^ Hardlartigheyd. 
Hard-fkinned, Hardhtydig. 
Hardish, Hardachtig. 

to HARDEN. Harden, hard maaken^ verhardam 
Hardened) Gebard^ verhard. 
Hardener, een Verbarder» 

Hardening^, Hardmaaldng , verharding^ ^^erhardewde. 
Hardly, Bezvjoarlyk^ naMUwhks ^ flremgelyk. 
Hardnefs, Hardheydy^ verharjheydy zwaarigbeyd. 
Hardnefs [ fparingnefs , ] Dcmmbeyd , karigbeyd^ tad^ 

heyd, 
Hardfliip, Moeijehkheyd ^ omgemak. 

Inurai to hardmip. Tot ongemak geweitd. 
HARDY, Stout y koen^ onvertzai^d. 

Fool-hardy, Oftbefny/dJioMtj roekeloos. 
Hardily, Stoutelyk. 

Hardinefi, Onvcrtzaagdheyd^ ftoutbeyd^ koemheyd. 
HARE , een Haas. 
a Brace of hares , een KoPpel haazen. 
To (hut a hare, Eeneu baas opdacmj opjoi^en^ 

verjaagen. 
To run the hare. Den haas jaagen. 
a Hare's-forni, de Legerftee van eenen haas. 
HAREBRAINED, Dolkoppig^ mhefnyfd. 

aPbrebrain'd fury, een Onbefnyfde woede^ dpi- 
koppige raazerny. 
Ihxe-Aip ^ een Haazemond. 
Hare-lipped , Die een baazemond heeft. 
to HARE, l^erbaafd maaken y ontJlelUm. 
Hared, Ontfteld^ verhaafd. 
to Harken, zie to Hearken. 

HfiKlXyf ^een Hoer^ fnoL Dit woordt wordt gc» 

. 2egt hefkomfHg te zyn van cene Harhtha^ byzit 

van Robert Hertog van Norniandye, by wclkc 

hy^ Willem den Veroveraar teclde, ten. (pyt van 

wien, en tot fchande zyns mocders, de cngel 

fchen alle Hc»ercn Harlots nocmden. 

Harlotry, Hoerery. 

HARM, Scbaade, leed, onheyl. 

*Hsurm watch barm catch, Die eettem mderem 



HAR. HAS. MS 

vangen wil raakt zelfeerft in V net. 

To keep out of harms way, Zich bnyten fcheutt 
houden. 
to HARM, Befchaadigen^ btleedigen. 
Harmful, Befcbaadigend/fchaadefyk. 
Harmfully, Of eenbeCchaadigende wyze. 
Harmlefs, Onfchaadelyk ^ weerioos, onnozeU 
Harmlefly, Op een onfchaadelyke wyze. 
Harmlesncfs, Onfchaadelykheydyonnozelbeydjweer^ 

loosheyd. 
HARMONY, t'Zamenftemmingy getykflemmig" 

heydj een/temmigheydj overeenftemming y weUny* 

dendheydy eendragttgheyd. 
Harmonious, £nr/7^mM/j^, zoetlmydendytendn^g. 
Harmoniously , Eenjiemmiglyk. 
HARNESS, eenJnarnaSy borfiwapen. 
a Harnefs [for a horfe,] een Paerde-tMyg^ gareeL 
the Harneft [ of a porter , ] een Hennefzeel. 
a Haraefs [ of a weaver,] een Weevers Lmtyeen Trek* 

tverkers homes. 
Harnefled, Gehamafd. 

Harnefs-makcr, een Harnas maakery rareebmuJur^ 
UAKVyeendsrp. * 

to HARP, Oj> de harpfpeelen. 
Harper, een Harp [pe elder. 
HARPiNG-IRON, een Harpoen. 
HARPY, eene Harpy y '-een gierige feeh. 
HARQUEBUS, eenFuurrtSry handhmi. 
toHARRASS, ylfmatteny teyfieren^ doorhaalen^ 

afmennen. 

HARROW, eenEgg'ey bark. 

to HARROW, Eggen. 

Harrowed, Geegd. 

to UhMKYyAf^atteny afjas^en^ teyfteren ypUu^eW. 

Harry'd, Geteyfterty gepiaagd. 

JnS'iJK' ^fmattingy teyfleringy -- teyfterende. 

HAKoH, Schory rnnwj wrangy /^ 

a Harsh found, een SchorgeL 

a Harsh word, een Hard of J 
Harshly, Schorracbtig y wrangaetttg* 
Harshnefs, Schorheydy wrangbeyd. 

The harshnefs of any liquor , de tTrangheyd i 
eenigen drank. 

The harshnefs of a verfe, de Styvigheyd van een 
vaers. 
HARSLETS, Ferkens sfval. . 
HART , een tlert van vyfjaarem omd. 
I-brts-horn, Herts-boem. 
Hartwort , Holwortely Boontjes hohvorteh 
Hans-tongue, Hertstang [xekcr kruyd.l 
HARVEST, de Oogsty oegst. 
a Harveft-man, eenlnoogstery maaijer^ 
Harveft-time , De tyd des oogfis. 

HAS. - 
HAS [ in plaa$s van Hath } Heeft. 
HASEL-nut, een Hazel-neut. 
Hafel-tree. een Hazelaar. 

Cc 3 HASHl 




• ^ 



Xo6 



HAS. HAT- 



HASH, GeAapt vUffeh opitftorfd^ vmhft. 

HASLETS, t/^ Harslets. 

HAS^. f^eti Kranty kuk^ wervtl. 

to HASP * Tjichaakcn^ -vjcrv^Um , totwcrvilen* 

HASSOCK, cem Mai am of U ImliUn ^kmilk^Jftn ^ 

alsmedc duyfjUen, 
thou HAST, Gyhebu 
HAST or HASTE, Haafi, fpacd. 
' »To make hciftc , Zuh bMjieit. | 

He made too much haft, Ify maakie ai tegroot 
eem haaft. 

Make halt, lUp m waiy haaft M wat. 

Ill all hail, Mef aUc haafl. 

*TItc more haftc the worfe fpecd , Hoe meerder 
baa ft hoe msndcr fpotd. 
to HAST, Zich baajhm^ ^^PMjf fpocdfff, 
to HASTEN, ytrbaaflen^ haaftmoAktn. 
Haftcd, Giha^, terepf, gefp^td. 
Haltencd, y^haaft. 

HASTY, li^fttgi fcbUlyky otthdaeb$, ophopend. 
Haity-pudding , H'otcrcn-bry. 

Haftincfi, Haajfighrfd^ftbUlykheyd^ enbcdacbihiyd. 
HASTINGS, yro€g-r^^u(L 

HAT, een Hni^ —K^-laketf, [fee in the fecond 

Part, Kaplaken.'] 

a N arrow-brimm'd hat , eett Hoed met ecif final- 
Un randn 
Hat -band, een Hoed-band, 

Hatter , I ^^^ Hocdemaaktr. 
Hat-maker, S 

H^TCH, eeu Halve deur^ f^nderdenr, 
to HATCH chickens, Knykem Mytkippem, 

to Hatch mtfchicf , QH^d nytbrotdcH, 
c3*To Hatch the hilt ofa fwoird, V Geveft van ten 

degen kntyswyze btwerkeu. 
Hatched, Gekipt, Mytgebrocid, 

♦You count your chickens before they be hat- 
ched , Gy rekent zonder den If'aard; gy dee Is 
de hnsd eer de beer ^evaffgem is. 
flS- Hatched [as a fwurd hilt, ] Krmyswyt btwerkt , 
* fgclyk *t gcvcft van cen zwacrd] , -^em'^eerd. 
HATCHEL, eenHckeL 
loHATCHEL, HtkeUn. 
Hatchclled, GthekeU^ 
Hatchctlcr, cch Hckelaar^ bekeijter. 
HatchcUing , Htkeling , --hekclende. 
ThcHATCHES oi a lliip,*^ Luykett vam ten fihtp. 



y HAT. HAV. HAW- HAY. 
Hated, Gehaa$, 
HatctuU, HaatelyL 
H^tetuUy , Op een baatelyke wyte* 
Hatefu 1 nefs , Haatelykbeyd. 
HATH [ 2^-1^ Have]/yr</>. 
He hath the wind with him,//y becft v&ordewtnJ^ 

Hating, Haattrtg^ haatende. 

HAlllED, iia^.nyd. 

HATTER, ten Hot'demetaker. • 

HAV"^. 
to HAVE, Hehben. 

I have been , Ik hek geweejl. 

\ have him lure, Ik beb hem vajf. 

ril do as they would have mt^lkzal ioew to ed$ 

zy *t vaff my begeeren^ 
Take care to have them away, Zie toe dot gyze 
Wigfcbikf, 
HAVEN, een Haven. 
Havcr-dc poifc, zie Avoir du pois. 
HAUGHTY, Hoogmoedig y verwM4md^ opgebUa^ 

zen^ trots. 
Haughtily, Hoogmoediglyk . verwaandelyk, 
Haughtinefs, Hoogmoiasgbeyd^vermaemdbeyd^^pge* 

blaazenheydy trotsbeydl 
HAUNT, Gevjoonte^ oawvjemfeL 

He returns to his old haunt, Hy keen weertoi 
zyne oude nnkken. 
to HAUNT, yerkeeren^ omga^ ^ lafiig Talknf 
plaagen. 
To haunt bawdy-houfcs, In boer^jnyzen verkee* 
ren. 
tt> To Haunt, as a fpirit^ fVaaren^ sis tettgeeft. 
Haunted J Verkeerd^ omgegaan^ gepia^d. 
aHoule haunted with Spirits, ^rw Htiyt daar Gfts^ 
ten komen waaren. ' ' 

a Haunter of taverns, or Tavern-haunter ,fri» Kr 

iooper* 
Haundng , Verkeering , omme^ang , -^^ verkeertwde, 
HAVOCK, Koof^ plondenng^ deurbrengtng. 
To make havock, yervrnfieny deurhremgen ^ro^ 
ven . phmderen. 
Havocked, Tdt roof gemanke ^ gephnderi* 

HAW- 
HAW, de Vrucht eener baagdoom^ 
a Haw-thorn, Ha^doom^ downbti^e. 
t> a Haw in the cy , een Flekje in V owt. 
UKW^.eemyA. 

a Seeled hawk , een Gekspie of geblmde talk. 



^^^_ ^_ _ , to WAV^K^yMenierenjVOgehimgen met €tn rmUm 

Double Hatches ,>^r/?fr/r//,zyndc dc kruyfch'ng- ' to HAWK , Rochgelen. oprvchelen , fpH^wem. 
fchc ftreepjcs die in 't plaatlhydcn o/tcykcncn \ Hawked, Met den vatk terjagt geweeft^ ,^_^^ 



ccbruykt worden 
HATCHET, .r^ByA 
^\h,tdtiC\.'hcVfc^ eenByhfteeL 

HATCHING, Uythpping, uytbrQidm^y ttyt 

broedenje* 

HATE,//^- 



roeheld. 
HAWKER , Een dte longs ftraen mef mienwe tr* 

dingkjes loopt roepen : ah ook een die andyzer^omd 

kooper^ ond hod raai opkoopen, 
HAYV 
HAY, Hooiy -^^^ een beg. 

To inakc hav^ V Hooi met barken tot zwi^dem 

leggen en omkeeren, H*y- 



f 



HAY. HAZ. HE. HEA- 

Hay-harveft, Hay-time, de Hooi-tyd. 

Hay cock, een iioot-opper. 

Hay-loft, een Hooi-zolder^ booi-fcbifur. 

a. H A Y , ^en Net om konynen te vamgen. 
HAY- WARD, lemand die toexigt op de velden 
beeft^ een opperberder. 

HAZ* 
HAZARD^ GevJ. gevaar^ bacb^ aventmnr^koMS. 
With great hazard. Met groot reraior. 
To run the hazard, Zym bacbfiaam^ bet perykel 
iodpen. 
to HAZARD, Waagen^ aventumren^ tndewoif- 

fihaaiftellen. 
mzardcd, Gewaagd^ geaventumrd. 

Hazarding, H'aaf^^^Zy oventumrMg^ wM^ende. 

Hazardous, Gevaarlyi, 

HAZEL, een Hazelaar. 

HAZY, als Hazy wcntiicr ^Dyzigweder^rnyge ryp. 

. HE. 
HE, Hy^ Dit woordtie wordt fomtyds gcbmykt 
om 'tmannclyk van'^t vrouwelyk geflacht te on- 
derfchcyden in zodaanige woorden weike bcy- 
dcrley geliachtcn bctekencn, gelyk als 
a He-coufin , een Neef. 

a He-cat, een Kater; In tegendeel noemt men eem 
Niebt. aShe-coufin. 

HEA. . 
HEAD, een Hoafd^ koP, boL 
a Little head, een Hoifdtje. 
♦He has hit the nail on the head, Hy beeft den 

fpyker oP U hoofd gejl^en. 
The Heads of the people, de Hoofdem o£ opper- 

ften des voiks. 
Tiiey lay their heads together, Zyfteekem de boef- 

den tzamen^ zy hemen met malkanderen. 
The heads of adifcourfe, de Hoofdpuntem temer 

reede. 
From head to foot, l^an V bocfd tot de voeten. 
It is quite out of my head, V // «ry V eememssl 

nyt bet boofdgezaan. 
It is gone out oFmy head , Het is my nyt bet 

bo'ifd gega/tn ^ ik kan V niet bedenken. 
At the head^f the army , Aom V boofd des belts. 
tf They took a thoufand head of cattle, Zy nsmen 
duyzendflnks vee weg. 
To make head againft the enemy , Drv vymed bet 
b'jofd h'tedcn. 
eil'To draw to a head , Zicb tot dragt zetten^ [ge- 
lyk een gezwel. ] alsmede de verbaalde zaaken 
hi ee>j trekken, 
f> To bring a fore to a head , Een zweer ryp meu^ 
ken. 
To bring a bufinefs to a head, Eene z^Jt toe een 
be/lnyt brenren, 
$SrTo go a head, f^oornyt zeylen 
Over head and eares. Over bJs over kof. 



HEA. 207 

«> To ^akc head, Steygeren^ [gdyk «» paerd. ] 
^To give a horfe the head, L.en paeru den hjjem 
toom geeven. 

a Wild head, een Loskop^ loshoL 

The Ships head, bet Gaijoen [ van een fchip. ] 

The F ore-head , bet f^oorboojt. 

The hinder part of the head, bet acbterbnfd. 
Head-ach, Head ake, hoqfdpyn. 
Head-piece, ^^« IJeimj /lormioed^^^^^mee/lerJiMk^ 

— bovenftnk. 
Head-flal . bet Kopfluk van den toom. 
Head-mailer , eem Uppermeefter. 
Head-fca , een Overjrroote zee^aar. 
Head-roll, eenVJboed. 
Head-fills, de Voor-Zjeylen, 
The Head-curtain, d€ Hoofden^endsgordym. 

an Arrow-Head , de Punt eens pyTs. 

to HEAD a party, Zuh tot boofd van eempaer^ 
opvjerpen. 
f/y to Head a cafk , Eenen bodem in V vat maakem. 
Headed , Gebooft , —— aangevoerd onder V bevel vam 

iemand als boofd, 
«> Headed with iron , Met szer aam V end beJU^etu 
H^ADY /y^^,^ koffig. 
Headily, KofPsgkk. 
Headinefs, noofaifbeydy koppigbeyd. 
HEADING^ Beveivoering als boofd ^ mmvoe^ 

rende 
Headlefs Hoofdekos. 
HEADLONG, Vlak voorover , plotfeUng. 

He fell down head long, Hy viel phtjel'mg neer. 
HEADSTRONG, H'eerzoorigykoppig^halslierrig. 
HhAuSHIP, Opperboefdigbeyd. 
to HhAL, Heettn^ geneezen. 

To heal a wound , Eene vwnde geneezenm * 
Healed , Gebeeld^ geneezem. 
Healer, een Heehneeficr^ geneezer. 
Healing, Heeling y geneezing^ .—^ htelemde ^ gt* 
neezende^ beylzaam. 

a Healing plailler, een Heelpleyjier. 
HEALTH, G.zondbeydy beyL 

To be in good health , In goede gezondbeyd zyn. 

To drink a health , Eene gezon^eyd drimktm. 
Healthfull, Gezond^ beylzaam. 

a Healthfull country, een Gezondlamd. 
Healthhilnefs , Gezondbeyd ^wthaaremAeyd^ 
Healthy, Gezondy ivthaarend, wet te pas* 
HEAP, een Hoopjjl^el^ menigte. 

By heaps , By boepen. 
toH-AFup, Opboopen^ opftapelen. 

To heap together, t^Zamen boopem. 
Heaped up, Opgchoopty geftapeld. 
Heapcr een Upbooper^ ftapelaar. 

Heaping, Opbooping^ flapelissg^ opboopenie. 

to HEAK, Hooren^ toebooren^ verbooren. 

His wife will hear of ft one way or other, Zyme 
vrouw zalUop de eene g£ de attdere tuyze tuet 
te wee ten konum. 



io8 HEA- 

♦He cannot hear on that ear, Hy U doof dm dat 

I heard it for a certain , Ik hth hit voor wojr bao- 

l>God hears the prayers of thofe that fear him ^ 
God vcrhoord de gebcdcn dcr gcncr die hem 
vreetcH, 
To hear one's caufe^ lemands zaak aaffhooren^ 
iemand verbotfren. 
Heard, Geh*jord^ toe^eboord^ verbo^rd. 
Hearer, eenlhordcr^ toehovrder. 
Hearing, Hoonnj^^ verhooring ^ gebottr ^ ^hoorende. 
Hz had a fair hearing , liy wierdt zander verhm- 
dertmg aangeboord^ men verUcnde hem ten on- 
Z^dig ^ehuor. 
Thick ot hQaring , Zwaar van geboor^ hardboo- 
rend* 
HEARD, cen Kudde zle Herd. 
to HEARKEN, Toeluy/leren ^ toeh^oren. 

Heark ye, Hoor bier. 
Hearkened, Toegeh&tjrd^ uegehyjierd. 
Hearkening, Toeiuyjlermg^teehooring^ ^^^toeluy- 

Jlerende, 
HEARSAY, Hooren teggen. 
He has it by hearfay, Hy hteft btt van boorcn 
zemn, 
HEARSE , een Lykkoets of d&^dfleede. 
HEART, ecHHirt. 

Be of good Heart , If'ees g&edsmoeds, 
§3' To be heart and hand for a thing, f^^ ganfcber 
ba/'te SaS ten genttgen zyn* 
Vl\ do it with all my heart, Ik za! V van barte 
gatrn doen, 
f&l can \ find in my heart to do it , */ Mn^ my 
• niei van V hsrt om bet te doen* 
I could find in my hart to leave him , Ik zott wel 

kon^fn (feflMyten hem ie verlaaten. 
His heart is ready to leap into his mouth , Zyn 

ban fpringi of van blydjebttf. 
Take it to heart, Neem het ter hartt. 
Don 't take it to heart too much . Trri het u met 

tti te tec I aan , noem bet niet m te na. 
It makes my heart alec, Het goat my tot turn ntyn 

hart , bet doorrrieff my V hart. 
Take heart, Scbeff motd. 
Out of heart, AhedeUcsy krnchteloos* 
qS'To keep a field in good heart, ten Akktr in ten 
gMen (land bonskn* ^ 

. The field bv often tilling grows out of heart, 
jIIs ecn akker dikwHs gebuuivd w&rdt verlteji hy 
Z\ne kracbt* 
iS" By heart, Fan bnyten, als 

To get by heart, Fa^ buy ten leeren. 
To lay by heart , Fan buy ten zeggtn. 
My dear heart ! Myn waardt hart. 
Sweet-heart, Hdrife Hef. 
Hi> fweet*heart, Zynevryfter^ zyn lief. 
Fkart-brcaking, iJartzttr^ ^-^r^^^brcektndt. 



HEA. HEB. HEC. HED. 

Heart-burning, ten Brand in^t harty ^^-^iarten 

leed^ kn\ZinE^ verdriet, 
Hcart-comf ortmg , Hartjierkend^ verquikhnd^ vtr* 
troofielyk. ^ 

Faint-heaned , Flaaawhartig. 

Faint-heartedncfs , f/aauwhartigbeyd. 
Heart-firings , dc Hart-vliezen, 
to HEARTEN, Aanmoedigen^ moed in fpreektn* 
Heartened, Aamgemoedi^d^ welgemoed* 
Heartening, Aanmoedtgtng ^ —^ aanmoedigemde. 
Heart Icfs, Hart duos ^ moeJeloos ^ krachtehifs, 
Heanlefnefs, Hartehosheyd ^ moedeloosheyd. 
Hearty, Hartig^ openhartig, 
Hearul y ,^ Hartiglyk , openhartiglyk, 
^Hcartinefs, Hariigbeyd^ ofenbartigheydy ofrecbtig^ 

beyd, 
HEARTH, een Hacrd, baerdftede. 
HEAT, Hette^ hitte^ hevigheyd. 
O'To put one into a \vixi ^ iemand verhit ottoorni^ 

maaktn, 
to HEAT, Heeteny beet maaken^ verbitttn. 

To heat an hovcn, ten Oven beeten. 

To heat ones blood , lemands bhed vtrbisten. 

Heating, HeetmaakinF. terbitiende, 

HEATH, eenHeyde, bey, 
a Heath-cock, ten Stapel bey. 
Heathy, Hesachtig. 

a Heathy cround , een Heyacbtiz land, 
mKrvM.eenHeyden/ 

The Heathen Gods, de Heydenfcbe Goden, 
Heathenish, Heydenfck 
Hcathenifhly, Op een beydenfihe wyX/e. 
Hcathenifin, '/ Heydeniom. 
to HEAVE, Heeven^ beffen^ ligten^ o^beffen^ o^ 

beuren, 
Hcave-offcring, V Hef-offer. 
HEAVEN , de Hemel 
Heavenly, Hemelfih, 
HEAVY, Zwaar y zwaarmoedig^tedrnkt^itdrtufa* 
Heavy-hearted , Zwaatmvedfg. 
Heavily, Bezwaar/yk^ zwaarmoediglyk , tangzaamlyL 

To go on heavily, Langzaam Toortgaan, 
cC^To take on heavily , Een zaak zecr na netmfn. 
HEAVING, Hfjfing^ opbejflng. 
HEAVINESS, Zwaarte^ zv^iforsgbeyd, 

Heavincfs of mind , Zwaarmoedigbeyd ^ btdm 
beyd^ zwaar boafdigbeyd. 

HEBRAISM, een Hebreewfibefpreckit^yze. 
HEBREW, Hebreewfch, 

HEC 
HECATOMB, ten Offerande van bonder d t^Jtm. 
HECKLE, eenVlafhekel^ vLishraak. 
a HECTICK fcaver, een Qnynendt koortJ, 
HECTO R , ten BUukaak , fnorker, 
to HECTOR, Ovcrfnorkrn. 

HED. 
HEDGE, ttnHegy btyning. 

tQuk 



. HED. HEE. HE6. HEI. 

a Ouick-fet-hcdgc, een Groem bej^. 

a Hcdgc-row ot trees , eem Bejchtttfel vm ten 
reeks boomen , een manteltng, 

♦To be on the wrong fide of the hedge, Of den 
verkeerden weg zsn y misleyd zyn. 
Hedge-creeper, eenoedela^y lamdlooper. 
Hedge-marriage, tff» Smuyg trouw^ heymtlyk htftw^ 

lyk. 
Hedge-hog , een EegeU 
Hedge- hyllop, Gods-genade^ f zeker kruyd.] 
Hedge-mullard , Steemraket. [ een kruyd. J 
to HEDGE, Beheymen^ ombeynen. 

To hedge in, L Met een hegze betmymn^ 

To hedge about, ' door tern beimng m be^ 

trekken^ omheynen. 
9St To hedge in a debt, een Schuld inpalmen^ [*t2y 
door waaren of huysraad na 2ich te oeemen. J 
Hedged-about, Omheynd^ met een hegge omtmynd. 
Uedgctj een Umbeyner. 
Hedging, Ombeyntng, -"^-^^ombeyntttdi^ 

HEE* 
HEE, ^/> He. 
HEED, Hoede^zorg^ acbt^ toezht. 

Take heed, Draag zorg^ heb acht^ zie toe. 
to HEED , jicbt hebben , tn acbt neemen. 
Heeded , In acbt genomen^ 
Heedful I, Zorgvuldsg^ zorgdraagemd. 



Heedfully, ZorgvulM^lyk. 
Heedfiilncfs, ZorgvuTJtgbeyd^ zorgdraagendheyd. 
Heeding, Acbtbebbing. 
HeedleiS) Acbtekos^ onacbtZMm. 
Heedlesly, Onacbtzaamlyk, 
Heedlesnefs, Onacbtzaamheyd^ acbteloosbeyd. 
HEEL , de biel, 
♦His heart is at his heels, '/ Hart is bem im de 

fcboenen gezonken. 
They were at our heels, 2y waaren ens dtcbt of 

de bie lefty zy zateH ons kort of de bakkew. 
To betake himfelf to his heels, Het of V loofem 
zetten , V baazenpad kiezen. 
off To trip upon one's heclSy lentand een pootje zet- 
ten , iemand onderjleek doen. 
(:t) She eafily throws up her heels, Zy tmymelt 
Ijgt acbter over ^ zy is al vry kortbield. 
to HEEL, Helleny [ als een fchip. ] 
The fhip heels , bet Scbtp belt op zy^ 
HEG. "^ 

HEGLER^ Iemand die waaren uyt bet land in de 
ftad langs de buyzen te koop brenn. 
HEI. 
HEIFER, eenjongekoe^ veirze of vaerze^ boke- 

ling. 
HEIGHT, Hoogte. 

In the height of his ficknefs, Toen zyne ziekte of 

U boogffwas. 
a Steeple of a prodigious height, eenTorem van 
een byftere boogte. 
to HEIGHTEN , Verboogen , verbeffen , vermeer- 
deren. 



HEI. HEL. HEM. 109 

f Heightened, Verboogd^ verbeven^ vermeerderd. 

' Heightening, Verhooging^ ■■ ■ verboogende* 
j Heinous , zie Hainous. 
HEIR, een Ejrjgenaam 

Heirlooms, Inboel. [ Dit woord plagt ccrtydt 
maar opzigt te hebben op Getouwen , maar fedcrd 
heeft mpn alUrley Huysraad onder die benaamin« 
ge bettokken. ] 

Heirefs , eene Erffier^ een Vrouwsferfoon die er^e^ 
naam Js. 

HEL 

HELD Avon to Hold , ] gebouden. 
Iheld, Ikbield, bebield. 

With much ado he held from laughing, Hy bad 
veel te doen om zicb van lacbgen te oonden. 

HELL, de Hel. 

Hell-hound, een Helbond. 

Hell-fire, U Helfcbe vnttr. 

HcUiihyHelfcb. 

the HELM of a fliip, bet Roer of de bdm vm ten 

To fit at the helm, Aan V roer zitten. 
HELMET, een Helm^ flormboed. 
HELP, Hul^, belp^ bebnlp. 

The thing is pad help , Daar is geen belfen som 
die zaak, 
to HELP, Helfen^ te bulf komen^ verbelfen. 

1 cant 't help it, Ik ion V miet belfen^ ik kam *$ 
niet beteren. 

To help up, Opbelpen^ 

To help out, Uytbelfen. 
Helped, Gebubeny verbnlfen. • 
Helper, een Helper. 
Helpfiill, Bebutpelyky bebuhzaam. 

Helping, Helpings betfende. 

Helplels, Hulpeloos. 
HELTER-SKELTER, Rompflmf. 
HELVt, eenllecht^ bandvatfel^ fieel 

♦To throw the helve after the hatchet j Den Jieel 
na den by I werpen ; A lies zerliezen. 
to HELVE, Met^en bandvatfel offteel verzorgew. 
Helved, Met een bandvatfel ofjleel voorzJien. 
Helving , de Aanmaakin7 van eenJieeL 

HEM. 
UEM\ Heml 
a HEM, een Zoom^ boord, 
to HEM, Omzoomenj omboorden. 

To hem in, Bezoomen^ beboorden, 
to HEM (or call ) Hemmen^ met een bem roepen* 
to Hem (in fpitting,) Rocbgelen. oprocbfelen. 
HEMLOCK, Dulle kennel, fcbetrlm^ 
HEMICYCLE, een Halve cirkeL 
HEMISPHERE,'/ Halfrond des zigtbaaren bemels. 
HYMXSTICYL, een Half vatrs. 
HEMMING, Omzooming^ ^-'rr hemming. — 

roebgeling. 

Dd HE. 




Hem. hen. hep. her. 

HEMORRHOIDS, Ambeyem ^ Jfeemit. 
HEMP, He^nep^ ke/ittep. 
Hempen, H^jsnepcn^ van henntp, 

(I) x Hempen rogue, ee^t HoHgebafl, 
Hemp- feed, Hcnncp-zaad ^ kcnnep-za^* 

HEN. 
H£N, een Hoaty btn, 

a Young~hcn , ttn Jong hoen. 

% Brooa-hen , ein Broedfe hen. 

aMoor-hcn, een Mccrkoet, 

a Turk ey-hcn , e^n KaJkocntfche &e$t* 

a Pca-heii, eeme PaoMwim. 

Hcn-houfc, t eem HeMmbak, bocnJcrhoL 

Hcn-rooft. ( * 

a Hcn-fparrow, V IFyfjt vam ten mufcL 

Hen- bane, BUfinkruyJ. 

HENCE, i^afthicr^ hieruyt. 

Hence will follow, Hieruyi zal volgtn* 

Ten years hence, Over nemjaaren. 

From hence. Hiervandium. 
Hence-forth, Fooriaan. 
Hence-forward , Fau mm voorUum, I 

(t) HENCHMAN, een Foetknecht ^ voefhoper. 
to HEN-PECK , Rmgehorem. 

He is hen-peck t by his wife, //y wor^ vsft zyn 
wyf gcringckord, 

hep< 

HEPS, EgtUntter beyen. 
Hep-tree, dt Groott EgeUnutr kaom* 
HEPATICAL, Jot den iiver behwtndt. 
HEPTAGONE, an Ztvenhock. 
HEPTARCHY,^^/* Zevenhoofdige r€Feerimg.\JD\l% 
was Engcland eertyds onder xeven Konmgen. J 
HER. 
HER, Hoar. 

I have been with her, Ik btn by boior geweeft. 
Hcrfclf, Hoar zehe. 
She her fclf^ Zy zelve. 
HERALD, ten Krygs'boode^ oorhgt-aamzegger ^ 
waPenfihild'Vocrdet ^ Htraut. 
a King of Hcraulds , cen IVapemv&ogi^ v^apen* 
fchWd-htcT^ IVaptnfchiid-komng. 
HERALDRY, d^ 14'aptmfihUd'kHMdc. 
HERB, eenKrnyd, 

a Small-herb, ecu Krtiydije. 
Pot-herbs, Moeskruyd. 
HERBAGE, tett IVeyde ^ groiwte ^ -^ de thnde 

vam krnyd. 
Her ball , cert KrnySoek. 
Hcrbaliit , ten Krstydkenner^ kntydkuMdtgt* 
Herb- woman, tenQroenwyf. 
Hcrb-iTurkct, di GrGcnmarh. 
Hcrb-porridgc, IVarmots* 
HERBINGER, ^/r Harbinger. 
HERD, ttne Kuddf, 
ft Herd of cattle , eeme KmdJe vett. 
a Cow- herd, re* KQc-^weyder^ 
% Swioe-had, an Ffrkfffb9€dtr* 



f Hier ontrent* 



HER. HES. HET. HEW. 

a Shep-hcrd , een Sch^aphcrden 
Herds- man, een FtcboeJer . herder. 
HERE, lifer. 

Here I am, IlUr ben ik. 

Here and there, liter cm daar. 

Here about , 

Here away. 
Hereafter- Hiernaa. 
Hereby^ Hterdoor^ mhsdeezen. 
Herein, Hierm. 
Hereof, Hiervaft, 
Heretofore, Fowdttten, 
Hereunto , Tot hier aoM ttte^ tot bier toe. 
Hereupon, Hierop. 
Herewith , Hiermede, 

HEREDITAMENTS, Erfenis, erve, erfgoed. 
HEREDITARY, ErfiyL 

HERESIARCH, ten KeUeryjiichttr . Aartjkettef 
HERESY, Ketur^. ^ 

Heretical , Ketterfeb, 
Herctick, een Ketter. 
HERITAGE, Erfdeel, erfemii. 
IHEKMAPHRODITE, een Mamuyf^ half m4 

halfvrouw. 
HERMIT, een Klftyzenaar, 
Hermitage, een KlHyzenaarJchap ^llHyztnaars JI4 

kluys, 
HERN, eenReyger^ [zckcre vogeL] 

hSw. \ tcnkcygcrsbofib. 
HEROE, ttnHtld. 

HERON, een Resger. 
HERRING, een'Haering, 

a PickTd herring, een Pekethaering. 

a Red herring, een Bokking. 

a Shoiten herring , een Haering die zyn knyt gf 
fchooten hecft, 
Herring-builcs , Haeringhttszen, 
an Herring* woman , een (iaering-wyf, 
HERSE, een Lykkoets. zie Hearfc. 
HERS, Haars/ 

It is a book of hers, Het is een van haan hekim* 
HES 
HESITANCY, Hapering/ 

to HESITATE, Haperen^ in twyfeljlam. 

Hesitation, Hapering, 

HET. 
HETEROCLITE, OmeeeetmaatiF. 
HKTERODOX, Onrcchtzinnh. 
HETEROGENOUS, A'rfi. (e» (mdtrgtfittht^t 

derfoortif. 

HEW. 
HEW, trV Hoc. 

to HE^V, H<mu>emy hakken^ tikken. 
To hew alunder, Ftm mi bskkeiif Uvovtm^ Uit» 

VtB. 

Hew- 



HEW. HEX. HIC. HID. HIE. HIG. 

Hewer, eem Hakker ^ houwer. 

a Hewer of (tones , een Stecnhouwcr. 
Hewing , Houwlng , hakkinz Mkksng , — bonwendc 

HEXAGONAJ., Zeshoekig. 
Hexagone , een Zesboek. • 

HEXAMETER, ten Zesvoetig vaers. 
HICJ. 

HICKOCK, I . rr;. . 

HICKET. r ^^'^y""'^' 

HID. 
HIDE. deHuyJ, hetvel. 
Hide-bound, Zoorvanvel^ ""^^vaftboudend. 
to HIDE, l^erbergen^ verfchuylen. 
Hide and feek , Schuylbokjcy [ een kinder4>el. ] 

HinfoFN y yerborgen^ verfchoolen^verbooUm. 
Hidcr, een yerbergcr ^ verfcbuyUr. 
HIDEOUS , Scbrikkelyk. yflykj grattwzasm. 

t fchrikkelyke wyze. 



Hideously , Op een fchukke'ly^ 

Hideousnefs , Schr'tkkdykbeyd^ yjlykheyd. 

HIDING, rcrberging^ verfcbMyJwgy —— Vff*fr» HIND, ccne Hinde 



HIG. HIL. HIM. HIN. an 

I Highcft, de Hoogfle^ boogft. 
I Highly, Hooghk, 

I To 



Highncfs, iTo'ogheyd^ bocgtc. 
HIGHTH, Afo^/e. 

HIGLER , een Kraamer die eetvJoareH vow bet 
land in de ftad te koo^ veylt. 
HILi. 
HILL, een Berg ^ beuvel. 

The foot of a hiU, de Foet eens bergs. 
()i> To write up hill, Scbuyn fchryven y niet rechi 

fcbryven. 
Hillock , een Heuvehje. 
Hilly, BergachtiZs beuvelachtig. 
mLT.eei Geveji. ^ 

a Sword with a filver hilt , £^» Zwaerd met eem 
zilver gevejl, 

HIM, Hem. 

Himfclf, Hyfelfy bem zelven. 

He will go himfelf, Hy wil {of zal) zelfbeew^ 

gaan. 
By himfelf. Op zicb zelven. 
HIN. 



gen^e. 

a Hiding-place , eene Scbuylplaats. 

HIERARCHIE, U Kerkbejlier ^ Kerkgezag ,gees- 

telyke regeering. 
Hierarchical , Kerkbejlierlyk. 
HIEROGLYPHICKS, BeeUfpraakelyke tektms. 
HIE thee, Reptiy baafl u. 

HIG. 
HIGH 9 Hoogj verheven. 

The wind DCgan to be high , De wind begen of te 
fieeken. 

On high , Om hoog^ in de hoogte. 

High-minded, HoogmoeMg^ verwasmd. 
High-mindcdnefs , Hoogmoedigheyd ^ verwaant&eyd^ 
High-fbirited , Huo^hartigy moedig. 



jnign-ipirited , noozbarttg. moedtg. ; HllNUUKMUb i , j j j u*^^n^ 

High-Dutch, Hoogduytfih, . alsmedc de Hoog- HINDMOST. ^ ^' Acbterfte. 



Hind- calf, een Jong bertje, 

a Country Hind, C^r Hine ) een Boere htecbt. 

HIND, HINDER, ylcbter/}. 

The hind wheels of a coach , de Acbterjle Viielem 
VMM een koets. 

The hinder-feet, de Aebterfte voeten. 

The hinder part of the head , bet Acbterboofd* 
to HINDER , Hinderen , verbinderen , beletten^ 

weerbouden. 

You hinder me from working, Cy verhindert my 
in V werken. 
Hindrance, Verbinderinr ^ binderpaal. bindermis^ 
I belet, beletfel. ^ ^ 

j Hindered, Gebinderd^ verbinderd^ belet* 
I Hinderer, een yerbiuderaar , beletter. 
j Hindering, f/erbimderingy helettingy ^-^^^m^verbimU* 

rende, 
HINDERMOST, J 



duytfchers. 
High-priell, de Hoogepriefter. 
High-treafon , Hoogverraady landvenyuuL 
The High- way, de Heere-weg^ landweg^ de weg^ 

Ifagenweg^ 
High-way-man, een Struykroever. 
a High-crowned hat , een Hooge hoed* 
Hii2;h-flier, een Hoogvlieger. 
High-flown, Hoozmoedt^^ grootfcby vervjaand* 

a High-flown ftile, Lenfooagdraavende JiyL 
a High*inounted nofc , Een boejre neus. 
(t) HIGHT, Cehceten. 
The Highlanders in Scotland, de Hoeglandersy of 

Noordlanders in Scbotknd. 
H^her, Hooger^ 



HINGE, een Duym of berre^ [waarop het hcng* • 
fcl der dcure dniait. ] 
Thefe are the main hinges on which the work 
muft move, Dit zyn de boofdpunten detar '/ 
werk op draaijen moet. 
(♦) To be off the hinges, Uyt zyn Jchik zyn. 
HINT, een Lens^ waarfcbonwing ^ indMcbttgmas^ 
kingyJiilU gewagmaaking. 
He gave me a hint of it, ny gofer my Jtslletjes 

iets van te kennen, 
1 got a hint of it, Ik breeder de lens van. 
to HINT, Indacbtig maaken ^erinntren ^ aanroeren. 
He hinted thus much to me, Hy het my x» vecl 
blyken , hy roerde dus veel daarvan aan. 
Hinted, Indacbtig gemaakt ^ erinnerd^ aangeroerd* 
Dd 2 HIP* 



11% HIP. HIR. HIS. HIT. 

HIP. 

The Hip'gout , de Heupjicbf. 
Hh^pcd, U^tbeupt^ de he up uyt hft It J. 

Greac-hippcd , Groot van hiupen* 
HIPPOCRAS, Kruvdwyn^ kaneclwyn, Tpokras, 
HIPOCRISY, SchyihiryUgbeyd.geveynfdheyd, buy 

Ebcliktry, 
I^jpocritc, ftnCfVfymdc^ fcbyftbeylig y buygbelaar, 

HIR* 
HIRE, Huur^ buurhoH^ huurgeld* 

The hire of a houfe, de Huyibnur. 
to HIRE , Huurcn. 

To hire out, Uythnnrtn^ vcrbuurin. 

To let to hfre, Fabunrfn* 

To fct to hire, TV buur z^ctten. 
Hired I Gchunrd. 
Hirer, ccn llunrdcr^ vtrhunrdtr^ 
Hireling, een HuurlmT. 

Hiring;, Hunring^ verhuurhg^^^^verbMHrcttde, 
HIRSE, Geers. [lekcr graan.] 

HIS. 
HIS, Zy», zym* 
HIS book , Zy* hoeh 

His own , Zyn cygtn. 

Thefe tricks "of his , Detzc zync parttw. 
to HISS , SchuyfcUn o£JiJ}in [ais ccn flang, ] ;V«r- 

To hifs like a goofc, Blaazen ah temg^ns. 

To hifs out, UytjOMWtm* 
HiJicd at ^ Uytgejottwd. 

Hiffed otf thc'flagc^^^ut bet taoneel geji/Mwd^ 
Hiflln^, Schuyfclini^ Etblaas . gtjouw* 
HISSOPE, Tzoo^, 
HIST . zie Whfft, 
HISTORIAN, tcH Hijhrifchryver ^ gefchUbifchfy- 

ver, 
Hfriorical, Hijlorifih. 
Hiftorically, Op ecm ht/lcnfche wyze. 
Hirtoribgraphcc , ten Hifhrifchryver. 
HISTORY, cen Gefchicdems^ verhaal ^ gtfcbUd' 

b9fk^ biftori. 

An Hillory-book , Een liiflori-h(h 
HIT. 
HIT,, ten Sto^tf duuw, 

a. Lucky hit, ten Gclukkigi emmoeting^ ec» g^e 



rifP; 



, Raaken^ treffcn y fiitoun ^ gtbimrtn-^ nyt- 
vaUen* 

He has hit the white, /iy beeft bt$ dotl gitrojfen. 
He cannot hffc the trcc,/^ km den boom met raa- 

ien^ 
He hit hfs foot ^inft the threshold, Hyfliet zy 

men voet fegcn den dtcmpeL 
The (hip hits (or ftrikcs) againft the tocks,//rt 

Jcbtpftoaf Ojp de kltpPen, 
YovL bit the nail on the head, Gyjlgtgi den/py- 

icr Qp U bpofd. 



HIT, HIV, HO. HOA. HOB, HOC 

If I can hm hit right, Zo ik maar reck km mik- 

ken. 
To hit one home, lemmd wakktr 9p zyn z/ttr 
t aft en. 
oS^It hit as I would have it, Hh vUJ z^ Myt als iJt 

wenfchte. 
cdrl cannot hit on it , Ik en kan*er nn niet op kamen^ 

V komt my nn niet fc binnen, 
c5*To hit one in the teeth with a thing, lemand 
iets verwyfcn^ifmand iets zmr defchtcntn wtr* 
pen* 
Hit ,^ Getrofftn , geraah , bat^ 

Hit or mils. Hat of mis y raak of mis. 
to HITCH, rerwrikkcn^ zUh vcrr&eren. 

To hitch a little funher,£Vi» weynig verdtr v^ort^ 
fsakcn* 
HrrCHEL, ^VHatcheK 
HITHER, llerwaards ^ hi em at oe. 
Come hither , Kom bier. 
Hither and thither, Herwaards en derrvaards. 

HVTTIHQ^ Rooking Jlmingy treffende^ta^ 

kende, 

HIV. 
HFVE, eenByenkorf 
Hive-drofs , Cfnvolkomen wafcb. 

HO- 
HOi Hq! heml 

HOA. 
HOAN,tffi* Olifteen jlccn fync flypftcen daar men 

met oil op Hypt. 
a HOAR-FROST, een Rusge vawft. ryp^ rym. 
HOARY, Berypt, grys. / 

Hoary hairs , Gryze baairen* 
Hoary [as ftale bread J Befibimmeld ^ £als ouil 

brood. ] 
Hoarincfs , Beryptheyd^ grysbeyd^ befcbimmeldbeyd^ 
HOARSE, Hiifibifhtr, ^ ^ 

To grow Hoarfe* Heefcb wot den. 
Hoarfely, Heefcbacbtig. 
Hoarfencfs , Heesbeyd^ fcborbe^d.. 
HOAST, wHofL 

HOB. 
St Country HOB, een Phmpe her. . 

Hob-nail, een Kleyn fpykertje gelyk men in dcfcbof^ 

nen float. 
to HOBBLE, Hinken^ krenpel £aon, 
HOBBY, Een klcyn hrfib of Hitlandfcb paerd^j 

alsmedc zekerefoort van valk, 
a Hobby-horfe, een Hmte paerdtje daar de kinderm 

mee fpcelen, 
HOB 'GOBLIN, een Kabnntermmnetie ^ fp9^, 
HOBBLE RS, Zekere iigt gewaPende frldooten ^Utr 
medc ze*:erc Inyden op de kujl vjttonende^ die etm 
paerd moete4 bonden , om by eenen invot kenmii 
^arof te gceven. 
HOBOY, een SehaAney^ —^fcbalmeyfheefer. 

*Hoa 

HOCK , de Kmehnyg , — ^- een hammetje , fctmi 

Hockp 




HOC. HOD. HOG. HOI. HOL. 

Hock-day, Hock -ride, Eemfeeft wel eer gehoniew 
den twcedem dingsdag naa Paaffibe^ ter gedachtC" 
n'tjfe van V vcrjaagen der Deenem uyt Engeland, 
(t) to HOCKLE , de Kwiebuygen doorfnydem, de 

achterjle zenuwen affnyden. 
HOCUS-POCUS, eew Guyghelaar. 

HOD. 
HOD, eenKalkmoMt^ kalkbak. 
Hod-man , ecn Opperman. [ die kalk en fteen aan 

draagt. ] 
HODGE-PODGE, Htaspoty mengelmaes^ olipo- 
dr'tgo, 

HOG. 
HOG, eenVerken^ zwym. 
*He has brought his hogs to a fair market, If)r 
is wcl fchrap gekomem achter 9ver:Hy beefi aj op 
de boogfie marh gewteft. 
a Barrow-hog, een Barg^ gelttid variem. 
, a Meafel'd hog , een Gortig varkeft. 
Hog-badger, een Das ^ [lekcrdicr.] 
Hogs-fty, een Verkens-kot ^ verkens-fibot. 

a Hog-fty-fcd , een Varken dot op Ufebotgemeft is. 
Hogs-f kin , een Verkensbuyd. 
Hog-herd ^ etn Zwynen-boeder. 
Hogs-wash, darkens fpoeltnr. 
Hogs-harslet, f^erkens afvaJ. 
a Sea-hoe , een BruynviTcb. 
a Hedge-hog, een Egef. 
Hoggifli, yerkenacbM^ zwynaebti^. 
HOGSHEAD , een Vxboofd. 
To fet the hogshead an end, Het oxbocfdofzyn 
end zetten. 
HOGOO, eenSterkefmaak, eenfnnf. 
This meat has a hogoo,/)// vleefii beeft eemfnuf 
weg. 

HOL 
HOIDON, Een wakkere klettn , eem toerfcbe fom" 

melj eenplomp vronwrnenCcb. 
to HOISE, or Hoifc up, Hyjen^ opbyffen. 

To hoife up fails, de ZeyUn opbyjf'en. 
CCSrTo hoife up the price, De prys opjaagew* 
Hoifed, Gebyjl, opgebyjl. 

Hoifmg, Hyfing, byfende. 

Hoifing up, Opbyfing. 

HOL. 
^ HOLD, een Aattvatfel. 

To let go is hold , Zyn end laaten gUppen. 
To lay, take, (?r get' hold of a thing, lets amt- 
vatSen^ atmgrypen, 
CCJ'To be kept in hold,/* becbtenijfe gehoudem wor- 

den. 
oS^a Strong Hold, een Vafte bttrgt^ flerkte. 
the HOLD of a (hip, V Hoi van eenjcbip. 

a HOLD-feft, Een bou-vr^Jhy een vrek. 

to HOLD, Hottden^ vat ten. 

I hold it better,« loud het beter, ik acbt bet beiT^. 
They hold them at a high rate, Zv bmUnzi op 
een boogenprys^ 



HOL. HOM. 213 

The houfe will not hold them all, */ Htyi zal 

ben alle niet konnen honden, 
* He cannot hold a horn in his mouth but muft 
blow \t^ Hy kan nset zwygen alftondt bem eem 
mes op de keel: Indien men hem iets zegt, dot 
is zo vecl als of men V aan de klokreep bangt. 

To hold back , Te rugge houden , ontbomden. 

To hold forth , f^oordraagen. 

To hold out, Uythoudeny duureu. 

To hold on, Aanhonden^ volharden. 

Hold thy peace, Honduw rujl. 

Hold thy tongue, Houdnw mond. 

To hold a wager, een U'^edjpel aangaoft. 
Holdcn, Gehouden. 
Holder, een Honder. 
Holding, Houding^ ^-^^ hondende^ 

Holding faft, Vaftbondend. 
HOLE, een Hoi ^ gat, knyl. 

He will find a hole to creep o\xt j Hy zmI vhI 
een uytvlngt vinden. 

The arm-hole, de Okfel. 

The arfc-hole, bet Aers-gat. 

a Pock-holc, een Pok-pnt. 

The touch-hole of a gun, bet LaaJgitt vmt ten 
roer oigefchut* 
HOLSTER, eenHolJlerypiftool'koker. 
Holily, Heyltglyk. 
HOLINESS, .Heyligheyd. 
HOLLAND, or Holland cloth, Hollands Unmrn 
HOLLOW, Hoi. 

Made hollow, Uytgebold. . 

Hollow eyes, HolU oogen. 
Cty a Hollow heart, eengeveynfd bart. 

a Hollow voice, Een fcborre ftem. 
the HOLLOW of the hand, De boltt des bsndt. 
HOLLOW, eet^ Sfbreenv/. 

To give a hollow, eem Sebreemw geevem. 
to HOLLOW, Holmaaken^ nytbollen. 
otto Hollow, Roepen [gelyk op de Jagt. J 
Hollowed, Uytgebold. 
Hollowing^ uytbollingj -^-^ mytbollemje, 
Hollowncfs, HolligbeyJy bolte. 
HOLLY tree, or Holly oak, Hnlft. 
HOLPEN, Gehulpen. 

Holp up , Opgeholpen. 
HOLY, Hevfig. 



To make fioly , Heyligem^ *0% ^^^*. 
The Holy men of old, de Heyhgen van ondr^ 
Holy-days , Heylige dagen^ 
Holy-water, Irywater. 
a Holy-water-ftfck or fSprinkXc^een Ifyfmafij wy^ 
quifpeL 
Holy rood-day, Kmysverbeffing. [ lekere fedldag 

der Roomsgciinden. J 
Holy-writ, de Heylige Jcbrift. 
HOM. 
HOMAGE, Hmldcy bmlding^ manffbif^ onder^ 
daanigbeyd.r 

Dd 3 Tt^ 



;tT4 HOM, HON- 

To do homage , Hnlde doen , manfcb4p doen. 
Homager , Eef9 die manfchap aan iemand gedaaa 

heeft, 
HOME, te Huys. 
Y\\ get me Home, Ik Zdl my na buys begeeven. 
At nome, ftiuys^ binnenslands. 
«> To be famous at home and abroad , Zo btnncn 
ah buy tens lands vcrmaard zyn. 
He was at home, //y was t^buys. 
To come home , t^thtys komen^ 
To go home , Na buys gaan. 
Make hafte home again, Kom haaft weer Uhuys. 
O^lt will come home to him, Dot zal hem weer 

fbuys komen, 
oS^To go to one's long homejAT^ zyn ee»wlgfbuys 
gaan , dat is-, Jierven. 
•Home is home be it never fo homely, Ooft^ 

tVeft, t'huys.beft. 
♦Charity b^im at home, De liefde beglnt ibuys 
eerjl: Ha bemd is nader als de rok, 
(dr To fpeak home , Ter zaake of wakker nyt de 
borjl fpreeken, 
a Home expreflion , een Klemmend nytdrukfel^ 
fen zeggen V welk raakt , een boerenjlag. 
Home-bred , Binnens buys opgebragf , nooi^ buy tens 

lands gewt^efl, 
HOME- SPUN, Tbuysgefponneny eygen-gereed. 

Home-fpun liiuicn, Eygengereed linnen. 
Home- ward, T^buyzewaard. 
HOMELY, Slecht, lompig, boerfeb, afzigtig. 

a Homely ftile, Een Jfecbte ftyL 
Homelinefs, Slecbtheyd^ boersbeyd. 
HOMILY, een Redeneering^ r edenvoering ^lgc]yk 
als fommige Predikanten in plaats van een prc- 
dikacie van den predikllocl leezen. 1 
HOMONYMOUS, Gelyknaamig, [fchoon van 
een andcrc foort. ] alsm'cde Twyfelachtsg. 
HON. 
HONEST, Eerlyk^ oprecbt^ vroom. 
It is not honeft, Het is miet eerlyk. 
Honeftly, Op een eerlyke wyze. 

He paid me honeftly, Hy beeft my eerlyk betaald, 
Honerty, Eerbaarbeyd^ vraombeyd. 
HONE, een Oltfleen^ zie Hoan. 
HONEY, zieUony. 
HONOUR, Eere. 
to HONOUR^ Eeren. eere aandoen. . 

To honour a bill of exchange , een IViJfelbrief 
honoreeren^ [een fpreckwyie ondcr de Koop- 
liedcn.] 
Honourable, Eerlyk^ eerwaardig. 
Honourably , Op een eerlyke wyze. 
Honoured, Geeerd. 
Honourcr , een Eerdcr. 
Honouring , Eering , — eerende. 
HONY, Honing, honig. 

Virctu-hony , Maagaen honig ^ ongepynde honing. 
HONY-SUCKLE, Geytcnblad^meinmetjes-kruyd^ 
♦ kamperfijely. 



HOK. HOO.HOP. 
Hony-comb, Honig^raat, 
Honyed, Met honig beftreekem. behonintd 

. HOO. 
HOOD, een Kapy kaproen. keuvel. 

a Dodor's hood, een Dohors keuzeL 

a Hawk's hood, een Valks kap, 

a Monk's hood,^^» Munniks kap, 

a Woman's hooA^een Kifer. 

a Riding-hood, een Kegen-kap, kaproen. 
Hooded, Gekapert^ bekaperd^ gekapt. 
to HOODWINK, Blinddoeken, blindhokken ,ver- 

blinden. 
Hoodwinked, Geblinddoekt y geblindboit, geblind. 
HOOF, eenHoefy boefUaauw. 
•Hoofed, Geboefd. 
HOOK, eenHaak. 

♦ Gotten by hook or by crook , Met recht of on- 
recbt verkreegen. 

♦She is quite off the hooks, Zy is heel onthutfeldj 
V uurwerk is met haarganfcb ontjleld. 

a Little hook , een Haakje. 

a Tenter-hook , een Raam-baak. 

a Filhing-hook , een Vifch-boek, 

a Beat-hook , een Bootshaak. 

the Pot-hooks, '/ Potbengfel. 
to HOOK, Haaien, 

To hook together, Toehaaken^ Tajl baaken. 

To hook in, Inhaaken, vangen, 
03* To hook a thing out of one. Door vraagen (of 
door lifi ) iets uyt icmand haaien. 

He is hooked in as fure as can be,^ is wis vajl. 
Hooked, Gebaakt, baakachtig^ omgekromd. 
Hookednefs, Haakacbtigbeya^ kromte. 
HOOP, een Hoepel.boep. 
to HOOP, Met bocpels bcleggen y ku)pen. 
to Hoop , Roepen , wuyven , zje Whoop, 
Hooped, Met hoepels beleyd* 

HOOPER. \ '^"^ ^'ff' ' f '^^^^^ ^^8«1- ] ' 
Hooping, Belegging met hoepels, ^^pi^g % -— • 

kuypcnde, • 
to HOORD up, zie to Hord 
to H001\ RoeVcn , fcbreeuwen. 



Hootings, Gefcbreeuwj geroep. 

HOP, or HOPS. Hop, [ zeker kruyd. ] 

HOP, een Hinkelfprong. 

to HOP, Hinkelen, opjpringen, huppelen. 

to Hop, as a w^gon yHotfen, Jlooten, [als eea 

wagen.] 
HOPE, ttoope, hoop, 

I am in hope ftif , Ik leefnog op hoope, ik hoof 
nog al, 
^ To be out of hopes ^ Buyten hoop zy-n. 

1 am pad hope , Ik heb geen hoop mcer. 
to HOPE, Hoopen^ verboopen, zcrwacbten. 

To hope for a thing, lets vcrhopcn, 

I can hope for no good at his hand, Ik heb met? 



HOP. HOR. ^ 
goeds van hem U verwachtcn. 
Hoped, Gehoopt. 
Hopefull , yan gotde boofe. 

a Hopefull youth , een JongeUng door men een 
goede hoop van beeft , een w'tens jongbeyd veel 
belooft. 
Hopefulncfs , Gefteltenis daar men sets goeds van te 
hoopen beeft. 
The hopefulncfs of a child, de Goede boedaahig- 
heyd eens kinds waardoor men eengroote ver- 
wacbting van V zelve beeft. 
Hopelefs, Hoopelocs^ zonder booPe. 

Hoping, Hooping^ boopende. 

HOPPER, een Hinkelaar^ fpringer^ huppelaar. 
the Hopper of a mill , de tioute trecbter van een 

memen. 
Hopping, Hinkelingj opfpringing^ ^"—^ boMUnd^ ^ 
cpfprsngende. ^^^ 

HO^D , een Hoop , flapel. 

to HORD upjOpJiapeUnyVergaaren^byeenfibraofen. 

Horded up, Opgeftapeld, vergaard. 

Hording XLV^. Opjtapeling^ iyeenfcbraafing. 

HORE>HOUND, Andoom^ malrove^ [leker 



kruyd.] 
llZON,^iCi .^ „ ^ 
Horizontally Gezigtesndirfcb ^ zigteynderlyk. 



HORIZON, de Kim^ gezigteynder. 
Horizontal^ Gezigteynderfch . zizteyi 
Horizontally, Mef de ksmgetyl 
HORN , een Hoom. 

To wear horns , Hoornen draagen. 
She beftows a pair of horns upon her husband, 
Z^ zef boar en man een Poor boorns op V boofd; 
(X) Zy hroont bem met bet waptn van Boksber- 

a Hunter's hQm, een Jaagers boom. 

a Bugle horn , een J^tboorn. 

a Winder of a horn, een HoomUaazer^ toeter. 

a Shoeing-horn , een Schoen-aantrekken 

an Ink-horn , een Inktkoker. 
Horn-work , een Hoornwerk. 
Horn-book , een A. B. hordtje. 
HovnQd^Geboornd. 
HORNET, een Horzely o{ brommer. 
Horney, Hoomig^ boornacbtig, 

TTic horney tunicle of the eye , V Hoormncbtig 
vlies des oogs, 
HOROSCOPE, UnrfcboKW, geboorts-begin , ge- 

boortS'punt , geboorts-Jlar , V bemeiteken derge^ 

boorteftonde, 
HORRIRLE J Schnkkelyk,vreejlyk,grunwefyk,yslyk. 
Horriblcncft , Scbrikkelykheyd^gruuwelykheyd^ vretS' 

lykbesd^ ysljkbeyd. 
Horribly, Op een fchrikkelyke wyze ^ fcbroomelyk. 
HORROUR, Scbrik, affibrik, vervaerdbeyd. 
HORSE, eenPaerd, ros. 

a Double horfe, een Paerddat twee menfcben op 
beeft ^ dot een man en vrouw teffens draagt* 

a Hackney horfe, am Hnnrpaera. 



HOR. HOS. aif 

a Stonc-horfe, een Hengjl. 
a Stallion-horfe, een Spring-hengjl. 
a Winged or flying horfe, er* GevUugeld of vlie^ 

gendpaerd. 
a Stage-horfc, een Wiffelpaerd, 
a Horfc of ftate , een taerd van (iaat. 

To ride a horfc • een Paerd beryden. 

To ride on horlcback, Te paerdc ryden. 

To give a horfc the head, Een paerd den voUcp 

toom geeven. 
To come off of his horfc. Fan '^t paerd Jiygen. 
I will win the horfc or loofc the ftddlc,/* wU 

V altemaal winnen of alles verliezen. 

a Troop o( horfe, een Vaan ( of comfagnie) h 
paerde. 

An army of fixteen thouland foot , and four 
thoufand horfe, Een beir van zeftien dmyxjeni 
voetknecbten ^ en vierduyzend paerden. 
Horfc-cloth , een Paerdekleed. 
Horfe-comb, een Paerdekam. 
Horfc-breakcr , een Paerdebereyder , pikenr. 
Horfc-courfcr, een Paerdetnyff'cber. 
Horfe-man, een Ruyter^ paerderyder. 
Horfe-manfhip, de Konft vanpaerden te beryden. 
Horfe-woman, een Rnsterln. 

She is a good horfe- wonfian , Zy rydt wel H 
Paerde , zy kan wel te paerd ryden. 
Horlc-Ioad, een Paerde^raebt. 
Horfe-radifli , Mierikwortel. 
Horfe-ihoe, een Hoef-yzer. 
Horfe-tail, een Paerde ftaert^ alsmede zekere plani 

ofbieze, 
Horfc-tonguc, Tongenblad [ zeker kruyd. ] 

Horfe-trappings , Paerde-pronk. paerdetooifeL 
HORSED, re paerde gezeten. 

Well horfed, IVel op gezeten. 
Horfing, als a Mare that is horiing, eene Tepi^f 

HOrSe-LEECH, een bloedznyier, eegbel. ^—^ 

alsmede een paerdedoktor^ paerdefmidt. 
HOS. 
(t) HOSE, een Kous^ boos. 
Hofe-garters , Koufebauden. 
Holier , een Ronfekooper, 
HOSPITABLE, Herbergzaam, gaftvry. 
HOSPITAL, eengaftbuys^ Godsbnys. 

aHofpicul for old folks, een Ondmannen bt^s^ 
Besjes buys^ {X) Knorrenburg, 

an Hofpital for orphans , een. IVeesbnys. 
Hofpitallcr, the Matter of an ho(pital,if Gaflbnyi^ 

mccftrr^ Binnevaar van een Gaftbnys. 
Hofpitalcrs, Eene foort van Hidders vanzfhnn* 

iigieufe or den. 
Holpitality, Herbergzamnbeyd^ gafivrybtyd. 

HOST 



its 



ros. HOT. HC 



HOST, [army] eept Heir^ hdrlegcr, 

the Lord of hofh , de Heere der Heirfihaarcn, 

HOST flon-kecper] een IVatrd^ berhtrgtcr. 

the HOST [ill the inals, ] V Mt*brood^ degcwyde 
o/iweL 

HOSTAGE, een Gytelaatj pmdsmatf* 

HOSTESS, eenU'kerdw. 

HOSTILE, lyanJIyk, vyandi^. 

Hoftility, F\andiykhhd. z^yandUbap, 

HOSTLER, e/ff Sialkntcbt. 

Hoilry , een StaJ , fturdejlmi. 

HOT. 
HOT, Heet^ verbify bcvig. 

To be hot , I/eet zym. 

To grow hot , Hifa wordcn. 

To make hoc, Httt maaken^ heetnt^ 
^y He is hot upon it, Hy is'cr beet <?/. 
lO* a Hot man , ee» Hevig matt. 
Hot-headed, Hectboofdig, 
Hot-fpurrcd , Ilcet-gcbaiicrdy fogtig. 
Hot-cockles , Handtje-ptuky ['ickcr fpcl.] 
Hotly, Op ecn heete wyzc. 
Hotncfs, Hitte^ betsc. 

HOV. 
HOVEL, €cn Vddhodi^ tvoor dc bccften om tc 

fchuylcn.] 
to HOVER, Omvliegetiy op zyne wUkcn dryvefty 

zwecven, 
IC^To Hover over a fire, Ziiten it hangen everet^ 

Hovering, OmvUeging^ ^-^^ omvUegendc 

HOU- 

HOUGH, de Buyg van V t^bterjit been tens beefls. 
to HOUGH , De zenuwen in de bnyginge der acb- 

terjle heenen nffnyden^ verUmmen^ 
Houghed , De ztnttwen der ofhterjie beenen afgcfnec 

deny verUmd* 
loHOUL, zii Wowh 
HOUND, eenjcmhond^ 
Hound-bitch, een Jagi-teef, 

a Blond hound ^ een Spenr-band^ hrak^ •^— 
^ Bloed'hond. 

a Grcy-hoilnd, een Haazewind^ winSond. 
Hound-tree, een Kornoelje boom. 
to HOUND A (lag , de Honden op een btrt aanzet- 

ten. 
Hounds-berry, Nacbffcbade ^[ttk^ kruyd.] 
Hounds-tongue, ffondstonge. f zekcr kntyd. J 
HOUR, eenUnr.fland, 

In a i^ood hour, Ter gaeder nure. 

To the lalt hour, Tvt de ioAiJle uure wr , t9t den 
liiatflcn ftmd, 

a Little hour, ten Unrtjc, 

an Hour and a half, Anderbalfnur. 
' nn Hour ago,^r ;in hour dncQ^Een uurgekeden. 

Within an hour, or an hour hcucc , Binnen een 
mnr^ over ern unr. 



HOU. HOW, 

Hour-gUft, eenUurglas. zdndlooper. 
Hour-plate , de Hyzcr-plmt van een nnrwerA, 
Houn , Getyden , [ zefccrc gcbcden der Roonifge*'* 

zindcn-l 
Hourly, Unrlyhy alle nunn, 
HOUSE, een lluySy bu^s^ezin, 

a Little houfc, een Nnysff. 

At my houfc, Tot mynent. 

At his houfe , Tor zyntnt. 

*a Man*s houfe is his caille, Tder is ten beer in 
zyn eygen bnys. 

The houfe of Auftria, bet Hnys van Ooflenryk 

The two Houfts of Parliament, Z?^ bcyde buyz 
des Parlements. 

The Houfe of Lords, t / , u.^^^^l. 

The upper Houfe. f l>^^ "^^^rbuys. 

The Houfe of Commons, i l^* r ^^^^k^.. 

The lower Houfe. f *'^ ^^5^%^- 

To keep houlc, Hnys bondcn^ ^^binmtns buys 
blyvcn. 
05" To keep a good houfe , een Goedm ti^elbomden. 

aTown-houfc, eenSf*tJbuy^ raadbuys, 
a Warc-houfc, een Pakhmys. 

a Store-houfc, an Lands q( Stads pMuys ^ voor* 
raad'fibnur* 

a Mcctmg*houfc, een l^ergadcr ptaais. 

a Gountrey-houfe, een Boerenbuys^ landinys, 

a Coffee-houfe, een Koffi-bnys. 

an Ale-houfe, een Bier-kroeg, 

a Summcr-houfc, een Zomerbnys, 

a Wash- houfe, een Wafeb-buys* 

aWork-houfe, ItWkbtiys, 
a Houfe of office. Kakhxys^ buyije. 
Houfe-eavcs , V Afdak van een hnys, 
Houshold, een Unysgezin y bnysbonding. 
Houshold llutf, Hnysraady tnboeL 
Houshold-bread, Gemeen brood gelyi men dJgefyh 

in de bnyshokding eet, 
Houfe-kecper , een iluysbouder , ten bnysbandend 

many een bnyibondfter. 
Houfe-kceptng, Hnysb^nding, 
Houle-room , Il/iys-rnymte. 
Houfc-rnaid, etnlfWi'meyd. 
Houfc-warming , Ontbaat zyner vrinden in eem 

bnys door men eerfl met der woon ki^mt* 
Houfe- wife, de Vrouvn van ^t buys, 
ocS'a Good houfe-wife, een Goede bnysbondjler* 
Houfe- wifery, HnysbonMng^ 
Hnnfe-fnail, een HnysfloM. 
Houfc-leek, Huyskah 
Houfe-renr* Huyshnur. 
to HOUSE. Uuysvcjleny buy tin. 
Houfed, GebnysveJ}^ gebnyf/ 
Hou/ing, Hnvsveflingy buy zing, 
to HOUT, Vyf^onwen. ' ^ 

HOW- 
HOW, Hoe. 
Huw doth he do? /Ac w§ar$ iy W? 

How 



HOW. HOT. HUD. HUE. HUF. 

How d?e d^' > ""' "^J' '^■^'" ^^'^• 
How much? V, n,,^„ii 
How many ? ' 

hS:o"S'""' > "'"''^'''' 

How far? Hoe verre'? 

How great? Hoegroot^ 

How long? Hoelang'^. 

How long ago? Hot long geUeden^ 

How long is It fince he came in town? Hot long 

is V ge lie den dot hy im deft ad quam ? 
You fee how things go , Gy Tjet mu hoe V met di 

zaakem goat. 
How then? Hoe dan> 

S;a.> »'"<'•' 

HOWBEIT, Hoewel, echer, nogtans, 
HOWEVER, N'tet temin^ evenwel^ ecbttr^ hoe 
ook^ V zy hoe V wiL 
But however it be, have a care, Maar hoe V ook 
zy^ draag zorg. 
HOWSOEVER, HoedaoHlg ook, hoe ook. 

Howfoever the cafe be, Hoedaanig ook dc zaak 

ZOH moogen weezen. 
How great focvcr, Hoegroot ook. 
How often foever, Hoe dikwils ook. 
to HOWL, HayUn, gieren. 
HOWLET, eem UyL Nachtuyl 
Howling , Huyling , geh/tyl, g^l^^h , ^^^^h/ttykftde. 

HOY. 
HOY, eeM Boeiferfchip. 
HUCKLE-BONE, het Heupbeem^ alsmedc ecn 

hot o( b'tkkel. 
Huck-flioulder'd , Gebochgeld, gebult. 
HUCKSTER, een Uytjlyter, flyter, heukeraar. 

ToX?h?S^^ ^ ^^^*-^--' '^y'^y^^''' 

HUD. 
In a HUDDLE, Rompflomp, verwardelykj aver- 

hoop, tomntelings. 
to HUDDLE, Kompftomp iets verrschtem. 
C> to Huddle up , f ZameftfchommeUw. 
To huddle together , Onder malkanderfchomme" 
len . onder malkander hutfeUn. 
Huddled together, Onder malkander geraakt. 
Huddled up, t'*Zamen gefchommela, 
HUE. 
HUE, eenKoleuTy verw. 

a Black hue, een Zwarte kleur. 
HUE AND CRY* de Naazoek ofnaajoi^inf eens 
mssdaadsgcn, bekendmaaking van iemana die weg 
geloopen ts. 

* ^ HUF. 

HUFF, een Blaaskaak, fnoeshaan J wsnd&nyL 
f> To be upon the huff, Pocbgen, fnoeven. 
(drTo be in a huff, In een oploopende Inym zyn. 
to HUFF, Uyttarten^ braavceren , trotfeeren. 



HUF. HUG. HUL. HUM. 217 

To huff and puff, Hygen, zvjoegen , poeften. 
HufHng, Braaveringy trotfeering. 
Huffish, f^envaand, trots, 

HUG. 
HUGE, Zeer groat, byfter, hsfler groot. 

a Huge flrong-fcllow, een hyfter fterke vent. 

He is huge rich , Hy is magtig ryk. 

a Huge bpilding, een Byfter groot gebouw. 

He is a huge lover of fish, Hy is een zeer gr^p^ 
liefhebber van vifch. 

It is a huge beaft , Het is een gevuigldig groot beeft. 
Hugely, Uytfteekend, zeer groot. 

Sne was hugely pleafed with it,'/ Behaagde h€0t 
uytftcekcnd wel. 
Hugencfs ^ Een byftere grootte , geweldsge grootte. 
to HUGO, Ombelzen, omarmen, omvatten , t' zm-^ 

men henlen. 
05* To hugg a beloved fin» Eene zonde Uefkoozen. 
a3rTo hugg ones felf , Zichzehen ksttelen, zicb* 

Zelven hoog achtcn. 
Hugged . Omhelfd, omarmd^ omvat. 
In HUGGER-MUGGER, ter Smnyg, in V %• 

me/yk. 
Hugging, Omhelzing, omsrminr^^^-^^omheJzende^ 

HUL. 
a HULCH on the back , een Bochgel op 4e rug. 
Hulch-back^d, y rl u u lu 
Hulchy, / r Gebochgeld, gebult. 

HULK, een Hulky [leker fchip.] 

HULL ("of beans,J de Schil of dop [van booncn.] 

03* The Hull of a (hip, de Romp van een fchip. 

to HULL [as a fhip at fea, ] Dobberen^ als ten 

fchip op zee. 
Hully, Metfchillen o£ doppen voorzien. 

HUM. 
to HUM, zie to Humm. 

To HUM and haw, Im zyne reedefleeken blyven. 
HUMANE, Menfchelyk, beleefd, henfcb. 

Humane nature, de Menfchelyke natunr. 

Humane learning, Geleerdbeyd, geletterdheyd. 

Humane weaknefs, Menfchelyke zwakhtyd. 

Of a humane tcmpcr/^a» een goedasrdige natuttr. 

a Humane carriage , een Beleefde ommegang. 
Humanely, Menfchelyker wsze , beleefdelyk. 

Humanely fpcaking , Menfchelyker wyze fpree^ 
kende. 
HUMANIST, een Geleerd perfoon , een geletterde. ' 
HUMANITY, MenfchelyU>eyd,beleefd£eyd,hemsr 
he\'d^ menfchheyd. 

Chnft's Humanity yChriftus menfchheyd. 
to HUMANIZE, Beleefd maaken, befchaaven, 
an H UMBLE bee , een Hommel. 
(drThe Humbles of a (it^^'t Ingev/and van eenben^ 
HUMBLE, Ootmoedig, nederig^ deemoedig. 
the Humble, defJedenge^ de ootmoedige. 

The humble in heart, de Nederige van barte^ 
to HUMBLE, Vemederen, ootmoedig maaken. 

To humble himfelf , Zicb verootmtdigen. 

£e Huxx^ 



ai8 HUM. HUN. 

Humbled, Verneditd^ verwtmocdigd. 
Humblcncfs, Ootmo^digheyt^ nederigheyd. 

Humbling, ^^erneederlng ^ ver9uder€>uU. 

Humbly, Ootmocdiglyk^ op ecn ncderige w^jzc. 
HUMHUMS, (iarnmans ^ [zckcr Ooftmdifch 

lynwoat. 1 
(±) a HUM-DRUM, ten Zotubol, ecn fhrnperd. ■ 
to HUMECT, Bcvochtigen. 
Hwmcaation , Bevochtiging. i 

HUMID, Vochtig. 
Humidity, P^oci)t'tgbeyd ^ dofbcyj. 
HUMILIATION, f^eroomofdiging. 
HUMILITY, Oot»tOedigheyd^ deemoedightyd. 
to HUMM, Uommelen^ Ifrommen. [als de bycn.] 
«jr To Humni one, Icmand toejuygheit. 
The Humming of bees , V Gedommel der byen. 

Humming, Toejuychging ^ toejuyghende. 

HUMORIST, een Eygemzimtig ntenfih. 
HUMOUR, Focbtigbeyd, vocbt , Aard^, 

inborjl^ luym* 
The radical humour,rfr Oorfpronkhke vocbtightyd. 
■ The fuperfluous humours of the body, De aver- 

tolligc vocbt'tgbeden des ligbaams. 
f> Every man hath his humour, Tdir tnenfih bctft 

zyn cygen aardt. 
Sheis ofa good humour, or She is a good hu- 
moured woman, Zy is van eengoeden inborft^ 
' Zc is een goedaardsg vrouwrnenfcb. 
iljrThis is a meer humour , V Is maar een loutere 

imbeelding [of^r/V. ]' 
I cannot abide thofc humours, Ik kanzulke gril- 

len met iftfcbikkcM. 
I> Take him in a good humour, Neem bem waar 

als by een goede Inym heeft. 
H^He was quite out of humour, Hy ivas ganfcb 

ontftcld^ by ivas gebeel met op zyn dreef. 
". If the humour takes him, Zo de luji bem bevangt; 

zo hfer een Inym toe krygt. 
:to HU MOUR , Involgen^ lelieven , opvolgen^naar 

den mond fprceken. 
He huniours her too much , Hy v$lgc boar al te 

veel in. 
She will not humour him at all , Zy wtbem niet 

een zier te witie zyn. 
He himiours his part , Hy fpeeJt zyne rol zeer 

wel , hy ZH>egt ztcfj beel wcl. 
Humoured, Ingevolgd^ opgevolgd. 
Humouroufly, Eenzinnigfyk ^ Jiyfboofdiglyk 



HUMOURSOM, Eygcnzinnig, koppig, Jiyfljoof- 

dig^ eenzismi^. 
•a Humourfom man, een Ecnzinnig menfcby een Hunting-gole, 

kopp/ge vent. 
HUMOROUS, Eenzlnnijr^ koppig. 



HUN. HUR. 

a Hundred of nails , een Honderdfpykers. 
Hundreds of people , Honderden Vdn menfcbem. 
By hundreds , By bonder den. 
Hundred times, HonderdmaaU 
Hundredfold, Honderdvouaig. 
Hundred-weight, een U'igt van bondcrd pond y 
Centenaiir. 
c5* Hundred , Ecn zckcr gedeelte of wyk van eew 
landfchap. 
Hundred cr , die V Rechtsgebied over een Hundred 
(pi wyk) beeft. 
Hundrcders, de Ingezetenen van een Hundred, 
the Hundreth , de Jlonderftc. 
It HUNG, ba Hing. Ivan to Hang.] 
Hung, Gebangen. 
HUNGER, Monger. 

Hunger is the bed fa wee, Honker is de beflefaus. 
♦Hunger will eat through a ftone wall , Monger 

ontziet niets. 
♦Hunger makes hard bones fweet bean es, //<?«- 

ger ntaakt raanwe boonen zoet. 
Pinched with hunger. Door bonger gepraamd. 
Hunger-ftarved , Uytgebongerd^ ter dood toe gebon^ 

gerd. 
to HUNGER, Monger hebben, bonger lyden. 
To hunger and third after rightcousnefs , Hon-- 

ger en en dorften naar gerecbtigheyd. 
♦They muft hunger in froft, that will not work 
! in heat, Die *s zomers niet werken wil^ moet 
I ^s winters bonder lyden. 

. Hunery, Mongerig, g^^^g* 
I a Hungry ftomack , een Hongerige maag. 
I To grow hungry , Monger kngen. 
I 1 he Hungry evil , Mondshonger. 

♦a Hungry man, an angry man,£eir verbongeri 
menfcb ziet*er korzel ttyt. 
I ♦An hungry horfe makes a clean manger, Een 
i bonger ige luys bytfcberp. 

Hungrily , als He eats hungrily. My eet als of by 
i Zferbongerd was. 
HUNKS, een Taaije vrcL 
to WJ'tiT.Jaagcn. 

To hunt after, Naajaagen opfpenren. 
' To hunt after riches , Rykdom naajaagen. 
Hunted, Gejaagd. 

Hunted up and down , Gins en we'er verjoiigJ. 
Hunter, een Jaager. 
fl[> Hunter, een Jagt-paerJ. 



Hunting, Jaaging.iagt, jaagende. 

To go hunting, Terjt^t 



}Ztnnigy ^ 

HUNCH, een Hort, ftoot met de elleboog. 
to HUNCH, Morten ^ ftooten met de elleboog. 
Hunched, Geftooten, gebort. 
HUNDRED, Handerd. 



t gaan. 

hSSS; 3 een ya^.rs-ff,cs, jokers M' 
a Hunting nag, een Jagt-paerd. 
Huntsman , een Jaager, 

HUR. 
HURDLE, een Horde. 
to HURDLE, Met borden bezetfen. 
Hurdled, JUkt borden btztt. 

Hurds, 




I 
I 



HUR. HUS. 
Hurds, WV*[;vanvlas.J 
to H U R L , ll^rpen , goomn , fmyun. 
To hurl a dan , Eenfchfcht wcrpos. 
Hurled, Gtworpen ^ gcgooid. 
Harlbats, Strvaioh^fSy vecht-knodfcn, 
Harler, ecft H^crper^ K^oijer. 

Hurling , U^erping , hojiing , werpcnde. 

a Hurlv-burly , tea Gcjlommel^ gcdrang^ oproer, 
HURRY, rerwarrin^^ Qploop^^ tuaaorde ^ fibielyke 
haaji ^ fchielykheyd. \ • 

Ic was done in a great hurry , V Gfjlhledde 6p ecu 

fprofjg , of in etn groote verwarring. 
They are all in a hurry, Zy zyn ganft^htlyk tft 
wanordc ; '/ Ugt by hen t^eenemaal overhoop. 
to WJKKYyi^oQrt rnkke^^weijlee^in^vf^ortkorun. 
To hurry on a bufineis, Schklyk met am zaak 

voonvaaren , kts onbezonnen vaortdryven^ 
To hurry one along, lemandbortig xmnfleepen. 
Hurried , Voortgerrnkt , wegf^ehort , gtjleurd. 
Hurry'd away, Ifeggerukt. 

Hurrying, l^oorjlooting^ haajllge zmrtdryving^^^ 

'tsnortrukkcnde, 
HURT, Schaadey qfutfunr^ Utfcl ^ Ued^ befcbaa* 

digdhes'd. 
to HURT; Befchaadigen ^ aneffcn^ bctceren. 
Hurt, Befchmdi^d y gecfuetjt y heZ^tcrd. 
Hurtcr , etn Bejchaadiger , quetfer^ 
Hurttull, S^haadelyk, 
Hurrfulneft, Scha^tdflykheyJ, 
Hurting, Befchasdigmg ^ fHctfiffg^ *— befihadt- 

HfiRTLE-RERRIES, Blaauw-befen. 

HURTLESS, Onahaadekk. onbefchaadlgd. 

HUS. 
HUSBAND, ecn MoH^ g€frouwd ma9f. 

His daughter is almoft fit for a husband , Zy»e 

dachter is haaji bcqnaam v^ur tcncn man. 
a Good husband, Ecm goed man di<r zync buyshou- 

ding wet voorpaat , ten zuyntg m^n. 
He is an ill husband , '^ Hy ntemt zyne 

He plays the bad husband , J dtngcn Jlccht 

vjitar^ hy is een doorbr<rnger^ of opfnapper. 
to HUSBAND, Bcjieeden ^ aanffggeny btzuyni- 

gen^ t€ raadc ho tide n ^ ^t Land buuVJtnf' 

Husbanded, U'el aan^iUyd ^ bebouivd* 

He has husbanded his cflatc very ill, Hy heeft 
zyne middelen zeer quaaM aangclegd, 
Huslmnding , Bczuyniging , vjyjfyke aamegging^ — ^ 

bcz H\mxende* 
HUSBANDMAN, een Mkcrman^ Landmm. 

Husbandry, Landbouw^ Hussbezorginw* 

To have fkiJl in husbandry, Z/VA of £n hnd'- 

boHw verjlaan. 
Good-husbandry , Gotd^ huysbaading , Jpaarz^am- 

heyd^ btzuyniging, 
Dl-husbandry , Shck-ovcrhg , vcrwaarhozi^g , 
doorbrtnging. 



HUS. HUT, HUZ. HYA. HYD. mT. ii;? 
Uo HUSH, Stillcn^ doenJlilziu\gen. 
Husht, Gcftt/t. 

All was htisht* JHes tuai m ftiltt gebragt, 
HUSK, eenSchl^ dop^ batfter^ hamwe^ ba/i, 

a Husk of peafe, ecn PtuifihiL 

a Husk o£corn, een Koam-bolflcrtje. 

The Husk of a walnut , dc BoljUr van ew okker* 

ffCfit. 

The husks of beans , d€ Schillen of dapptn vam 
baoncn. 
Husked , AJetfchilkn of bolflers %mrzicn, 
Husky ^ Boljlerachtig^ fchtlhchtig. 
HUSSY, ^/V (£3- Huswife, 
HUSWIFE, een Huyshondfter ^ ti> Houfcwifc* 

She is an excellent huswife , Zy is cen treffelykc 



huyihondjle 
ACS' Huswife, Di: woord wordt in een gemeen go 
fprek ook wel venichtelykcr wyze gebruykt,Dy- 
na in dien zin gelyk wy leggen, Btfchlkm^tr^ 
doch dan ipeldt men 't cremecnclyk HnSly. 
HUT- 
HUT, em Hut. 

a Soldiers hut, een Soldaaten hut, 
HUTCH , ten Bakkers trug. 

HUZ* 
toHUZZ, Rnyjfchen^ dommclcn, 
HUZZ Ajeent^re^degalm des mtks [in Engcland.] 

HYA. 
HYACINTH, een Jacinty hiacint^ [tckergO- 
ftcente, 1 als ook een Blocm. 
. HYD. 
HYDROGRAPHY, Watcrbefchrvving. 
H YDROM ANCY , U^'ater-waarieggtry , of v^mr^ 
zeiging uyt 'uerfchsmnge' van geejlcn op *t water* 
H YbROPicAL , "ir^ferznehng. 

HYE. 
to HYE , Reppen , haaften , zic Htc, 
HYEMAL, minierfchy winferaibtig* 

HYM. 
HYMEN, de HHuwehks God, 'f Httuwlyi^ 

' - V Maagdomi vlies ^ fchon4ies» 
Hymenical, Tot bet hn ■ ' hnorende y bray loft u 
HYMN , een LofziWg . k lied. 

HYPERBOLE) een Grmffpraak^ vergroatfpreukj 

Jlojfeersng, 
Hyperbolical, Grootfpreekend^ byfternytfpo&rtg. 
Hyperbolical I v , Grootfpreckendc'rwyze\ 
to HYPERBOLIZE , Byjler opfnym , ftofeeren^ 

bf/venmaafe breed uytmecten, 
HYPOCHONDRI ACK ,^f»//;:wf%, «i«/tf^m^er- 

wl'^OCU^S: .GeveynpieydJchynheyVigheyd., btiy^ 

chcltmry. 
HYPOCRITE, een gevtynfde , fehynbcylige , %- 

ehelaar^ 
HypocriticaU Gcvesnsd^ fihynhcvlfg. 
Hypocritically , Gchesnfdelyky felynheyllglyk. 

Ee a Hi* 



220 HYP. HYS. I. JAB. JAC. JAD. JAG. JAI. JAK. JAM. JAN. JAR. JAS. JAV. ICE. 



HYPOSTATICAL, Bejlaanlyk. 
HYPOTHESIS, Onderflelling, vooruytffcllwg, 
Hypothetical 9 Onderjielli^hk^ voorwaardig* 

HYSSOP, Hyfop, 



Hedge-hyflop, Co^^tf»ijip. [zckcr kruyd.] ^ ^ 

RICAL, Tot hct moerfpul of de opjiyging JAMBS , de Zydclpoftcn van een deur ^ vcnjlcr^ 



HysfE 

behaorende 
Hyflerical fits , Fldagen van '/ moerfpul^ opjly- 

T ^ 

1, Ik. 

It is I, Ik ben't. 
I my felf , Ik zelf. 

JAB. 
to JABBER, Kakekn, rabbekn. 
Jabbering, Gerabiel, gekakel, ——kakelcHtk. 

JAG. 
JACYNTH, zie Hyacinth. 
JACK J Hans, [een vcrachtelyke naam in plaats 

van Jan. ] 
•• a Crafty Jack , ecn Looze borf. 

(j^) Poor jack, Eenfoort van gxl of ileyne kabtl- 

jauw , ftokvtfch. 
a Jack of all trades , Een van twaalf ambacbten 

en derfien ongelnkken. 
Jack on both fides , Slinks em rechts. 
Jack- pudding, Hans-benlingy hans^worftyjan-potazie. 
Jack an apes, ten yf^, — een Quibns, een zjot. 

%^^!^^^' Y '^ Lubbers, ccnuylskuyk^n. 
«3* Jack with a lantern , een Dwaal-Ueht , ftalkaers. 
% Jack [to drink out, ] een Leere kit ofkan. 
a Jack [for boots,] een Krnkje om iaerzen ft)'t te 

trekken. 
a Jack [ coat of male , ] een Maalijen-^wambes^ maa- 

lijen-kolder. 
a Jack [ of a fpit, J een Braadwerf. 
Jack-line, de Snoer van V braadwerk. 
Jack-boots , Groote laerzen. 
Jack-daw , een Exter of kaanw. 
JACKET, een Kokje of jak. 
JAD. 
JADE, een Lompig paerdj knot, iakbals. 

a Lean jade, een Magere jakbals. 

a Stumbling jade, een Struykelend paerd. 

An old jade, een Ond paerd, oude knoL 
tSrJade, eene Pry^ eenjeeks, 

a Saucv jade, een Stoute feeks. 
Jaded, Afgereeden. 

JAG. 
JAG , een Kerf, tantje , keep. 
to JAG, Kerfjes maaken, inkerven ^ inkeepen. 
Jagged, Gekerfd , getand. 
J^Sgi^K Ifkerving, inkeeping, ^^"^^inkeefende. 

I JAl! 
JAIL, een Gevangkenis, kerker^ gevangenbrnys. 
Jjulcr,#r« Gevannenhederjtpkwanrderjlnyter^kr. 



Jailer*s fees, Slnytgeld. 

JAK. 
JAKES, eenKakhuys. 

a Jakcs-cleanfer, ^ een Huysjes-rnymcr , nacbt-- 
Jakes-farmer. ( werker , ftillevceger. 

JAM. 



of fchoorfteen, 

JAN. 
to JANGLE, Krakkeelcn, haffibafen, twijlen. 
Jangled, Gekrakkeeld, getwijl , gefajfebafd. 
Jangler, een Krakkeeter , haffebajjer. 
Jangling, Krakkeeling, gebaffHas^ .^^.^ krakkeelen- 

de, twiftziek. 
Cf) JANNOCK, Haverenbrood. 
JANUARY, LoMwmaand. 
to JAPAN, l^eriakken, lakwerk maaken. 
(X) JAPE, een Boertery ,Jhrookje. 

JARR , Getwift , geharrewar , ^ekrakkeel, gek^f^ 

Eenrraauwe Oli-pot , [gelyk uyt Spanje of 

de Straat komcn. ] 
a Jar of oyl , een Pot met olie. 
to JAR, Krakkeeien, twijien, harrewarren^ oneems 

zyn, kyven. 
(XjTa String that jars, 0en Snaar^die niet eenftemmig 

klinkt, 
JARGON, Brabbeltaaly baliaard-taal 
Jarring, Iiarrewarring,krakkeeling, '^^^ harrewar* 

rende, 
oS'a Jarring voice , een Stem die in mnzykgeen wys 
houd. 

JAS. 
JASMIN, Jamyn. 
a JASPER (lone, teH Jafpis. 

JAVELINE, eenSfhicht, ivorjfpyl , javtlyM. 
JAU. 

JAUNDISE, ^ A.r..h«rl,t 

Thcvcllowjaundife. r '''<?"'««'*'• 
JAUNT, een f^elge , de rand van een rad^ — 

alsmcdc een Loop, kuyer. 
to JAUNT, Loopen, wakker voort flappen. 

JAW. ^ 

JAW, een Kaak, kinnebakken. 

The Jaws of hell, de Kaaken der belk. 
Jaw-bone , een Kaakebeen. 
the Jaw- teeth, de Kiezen, buktanden. 

JAY. 
JAY, eenSpech. 
JAYL, «/>JaiL 

ICE. 
ICE, Ts. 

To break the ice, Het ys breeken. 
Ice-bound , Door V ys opgebonden [ van niet te koih 

nen vaaren. "1 
Ice-lpurs, Ts-Aocren. 

to ICE OY cr^nyker met betv^vmeen ty renungi 

trgent 



H^^ erge»s $vcr flrooijen, 

^■ricy , rsach$^tg, yffig , ;'t^% 

I ICONOCLASTS, hteUcbrcfkers 

I mers, 

' IDE. 

IDEA, een Denkh^cld^ ontwerpfil^ verbecUttms. 

IDENTITY, Eenzcivighcyd. 

IDIOM, Eeft byzonderr fpraik in cent taah 
IDIOT , een Sfecht of /impel menfch , €cn tot , gtk^ 

vjeetnkf. 
Idiotifnij Gckheyd^ zotheydj dwausbeyd. 

^^ Idiotifm, Taal-eyFipffchap, 
idl; 
IDLE^ Luy^ traag^ ledig^yd^L 
an Idle fellow, een Luyaard^ lediggangcr, 
an Idle life, fen Lee dig leeven. 
Idle dffcours, OnnHtte reeden]^ ydele praat* 
an Idle ftory, een Sprockje, 
Idle pranks, Bocvery^ potfen* 
Idlenefs , Luyheyd ^traagbeyd ^ l^tdiggang , ledigheyd. 
To live in idlenefs, kin tny heven leyden. 
* Idlenefs is the mother of ill vices, Luyheydis 
I de moeder van alle ondeugden : een luy menfch 
r is des dusvels oorkujjen. 
Idlv, Luyachig^ ydeiyk. 
To live idle, Lay leeven- 
To talk idly, Tdclyk of gekke/yk praaten^ — 
ZOUe kUp ftytjladky rcvelen, 
IDO. 
IDOL, eenAfgod.' 
Idol-worfliip , Afgod^ndienjl, 
Idolater, een jijeojendienaar^ ^fgadijl, 
IdolatTcfs , een Ai\odendienaarh, 
to I DQ L A T Rl ZE , Afgodery pUegen, 
Idolatrous, Afgodtfch, 
IDOLATRY, Afgodery^ afgodendienjl, 

§To connmit idolatry, Afgodery hegaan, Ajgoden- 
dienfl pleegen. 
to IDOLIZE, To/ eenen Afgod maaken. 
Idolized, Toe eencn AJgod eemaakr, 

lEALOUS, Belgtieky yverzficbtig^ minnenydig ^ 

Iftaayvtri^ . argwaantg , achserdeehfig^ aihter- 
komfig^ jaioers. 
He is jealous of his wife, and flie of her hus- 
bana , Hy is op zyn wyfy en zy op hoar en man 
jaloers. 
He is jealous of his reputation, Hy isyvertucb* 
tig over zyne eere; hy is beet eergierig, 
Jealoufy, Be/gzuche^ naayver^ arswaan ^ volgyver^ 



ICO, IDE, IDL IDL, IDO. JEA. JEE. 



heeldenjlor- 



minnenyd^ min-yvery achterdocbt^ jaloezy* 
}ci\q^^ ^^Achterdochtiglyk^ op een jaherfche wyze* 



J EAT, Ecnfoort van zwmrt AgaaS* 

JEE. 
JEER, Gekkirnyyfpoiterny^ 



JEEJEJ.JEL.JEO.JER.JES.JETJEW. zu 

To pafs a jeer upon one, lemaad fopptn. 
to JEER, Begekken^ befpotten ygekfcbeeren ^ foppen^ 
fcbertfen^ 
He jeered him, Hyfchoor degek met bem. 
Jeered, Gefipf^ begeh, 
Jccrcr , een Scberfjer , fopper* 
Jeering, Begekking^ ^^^begekkende. 

JEJ- 
JEJUNE , Maager, fcbraai^ fober. 

JEL. 
JELLY, Lit, gefioh vieei-fop. 
To beat one to a jelly , lemand zo mttrvj ah pap 
flaan^ 
Jelly-broth, LiHigfop, 

JEO. 
JEOPARDY, Gevaar , perykeL 
Jeoparded. In gevaar gcweefi, 
Jeopardous, Gevaariyi, 

lER. 
JERGUER , Zeker toeziener op bet Tolhuys. 
JERK , een Slag^ klets ^ ftoot^ hort ^ fcbop, 
to JERK, Slmn , gifpen , Jiooten^ — Schoppen 

[als dQi\ paerd.] 
Jerlced, Gejlagen ^ gegifpt ^ geflooten^ gefchopt* 

JilKKlN, een Kokje ^ jjirkfe y jdkje. 

JES- 

JESMIN, t/r Jasmin, 

JEST, eenSchcrts^ hoertery ^ jokkerny*, 

a Nippr'ng fcfl, een Steekeii^e boertiry^ 

In jell , uyt Jaks^ uyt gekfeheerdery. 

He can't 'take a jcft , Hy kan geen gekfcbeeren 
verdra^en* 
to JEST, Soenewy fihertfen ^ jokken , gekfcbeeren. 
Jefted, Geboert^gefckerft. 
Jefter, een Boetier, fehertfer^ potfemaaker. 

The King's Jeller , *i Koningi gek , *j Konings 
hofnar. 
Jcfting, Boerting y fchertjing ^ ^-^-boertenie^ 

Without jefting , Zander gekfcbeeren. 
JESUITS, dejezuitrn. 
Jefuited , Jefuwyt geworden, 
Jefuitical , yefuidfcb* 
JESUS, Jefns, de Zaligmaaker, 

JET, 
to JET np and down , Gtns en weer Unpen. 

I'o Jet it along, Vrat daar been treeden. 
Jetting, Een gemmkse tred^ 
JET, Zwart agaat. 

As black as jet, Zo zwart ah een git* 
Jetty , Git zwart. 

JEW. 
JEW, f^w^W- 
aWoman Jew, eenejoodin. 

a Jews trump, een Speel-tromp, 
JEWEL, een Kleynoody gefleentey piwetL 

a Counterfeit jewel , een l^alfche juweeh 
JcwcJkr, €fitjHwdi€r* 



112 IF- IG. JIG.3JIL. ILA. ILL ILL. 

JEWESS, eenejuodin. 
Jewish, Joodfch. 

IF. 

IF, IfuUffi, zo^ qf. 

Iffobe, ByaUien. 

If not, Indien niet y zo niet. 

But if, iMa^w md^m^ doch zo^ 

If aiiy , hdien hmmd^ zo iemand. 

As it one (hould fay. Ah ofmeH zou zeggen. 

Without ifs or Ands»Z#W^r indien ofende^zon- 
der zo veel omfpraais, 
IG. 
rCNITION, GloeijendwordinfT, 

To fall into ignition and liquation, Gloeijend 
worden en fmcltcn, 
IGNOBLE, Onedei 
IGNOMINY, Schattdf^ fmaady oncer ynaamfcben'' 

df^gy fcbandvUk^ 
Ignominious, Schandelyk y fmaadelyk ^ eerloos. 
IgnoiTuniouily, Off eenfma^lyke wyte. 
an IGNORAMUS, ten U^'eimitt. 
IGNORANCE, O^weeienSeyd, onkuude^ tmbe- 

Viujlhcyd, 
Ignorant', Omweetmd^ miandig^ onbewuft. 

You can 't be ignorant of it, Gy kont*er niet on- 
weeiend van zyf* 
Ignorant! y, Onweetendlsk. 

Jig. 

JIG , Een zekere dans. 

JIL. 
JILL, Zekere kleyne maat^ een mutsje. 
a JILL, een Sloery^ Jlons* 
JILT, een Bedricgelyke hoer ^ een valfcbe fmots. 
to JILT , Op den tnyl bouden , voor de gek houden^ 
bedricgen. 

ILA. 
ILAND, eenEyland. 

ILL 
ILIACKpaffion, 'f Kolyk. 

ILL. 
ril , or ric, Ik wily van I will. 
ILL, Quaady fnoody Jlim^ omdeugend. 
Take It not ill, Ncem bet niet quaalyk. 
An ill journey , een Slimme reyze. 
An ill tarte, een Quaade fmaak. 
(X3rHc is exceeding ill, Ily is zeerjlinty zcer krank. 
♦Ill gotten goods feldom tXViVityQuaalyk verkree- 
gene ^oederen bedyen zelden wei: Zo gewoimem 
Zn ^eronnen* 

in^contrived, Quaalyi vcrtonncn^ Jlecht gemaaktj 
met wcl gtprmtttzcerd. 

Ill-favoured, Lcefyky affcbuuwelyk, 
Ill-favourcdly, Op een Leelyke '^z.e. 
lll-favour^efs, Lcclykb^d^ m^bMMWflykiqidL 



ILL. IMA. 1MB. 

Ill-nature, Quaadaardigbeyd. 

Ill-(haped, Mifmaakt y ^wmfchaptm 

Ill-pleafed, Misnoegd. 

an Ill-parch'd lye, een Slecbf bedacbte le/igen. 

1 1 1't art u i 1 ^ i^tt ^iUi^ /t /*r ^ , ji Li rjir ittk ^ u » ^ cluk, 

in-wil[, QfiaaJwiili^heyJ. ha^i^ i^cffvdi*^f, 

ILLAO U ti ATED, f>t^nkf, ' ^ 

ILLATION, Befiuyi , gn^oh. 

ILLAUDABLE, Oi^h%k, ^.^trvjlxk 

ILLECTIVE, een Ukaas, v/rUkf,L 

ILLEGAL, Onweiiig^ ongeo&rUfd* 

1 1 legal it| , OumiUfzhtid. 

I L LE ( J ITIM ATE, wgewettstdy mweuig , onecbi. 

ILLIBERAL, Freky r^/, ^.i^Ii&Mjend. 

ILLICIT, Ongioorhjd. 

ILLITERATE, On^ekmrd. omeherd. 

ILLNES, Onp/fehibeydy zlckt^ 

to ILLUDEj Bcjpo$iem ^ misleydem 

to ILLUMINATE, l^eriuhtimy^irklaaren. 

Illuminated, Ferlicht^ vcrklaard. 

Illumination, Feriiehtinwy verkhm-ing. 

lihuniiiations, I'rmgde'lichien^ [ 'c %y van kaarfcn 

^/'rtambaawenO 
ILLUSION, een BegMygheling ^ bedrogy valfcbe 

verHomng^ 
niufory, Ee^hghk^ beguygbetend, 
to ILLUSTRATE, PefBaaremy apbelderen. 
luftrated, Opgehelderdy verklaard. 
luftratbn, kerkiimringy opheldering. 
ILLUSTRIOUS, DcorlMcbtigy vcrmaard. 
ILNESS, ^/Wllnefs. 

IMA. 
IMAGE, eenBeeldy ajleeUfc!^ gelykenis. 

Imaj^e-maker , ecu Bfeidtmaaker, 
Image-worOijp Beeldenditnft. 

Imagery, Beeldwerk. 

Imaginary, Inbeeldelyky i;tgebeeld. 

Imagination, Inbeeldingy verbeelding. 

Imaginative, Ferbeeldekky verbeeldende. 

to IMAGINE, Inbeclden^ verbeeldeny bedenken. 

Imagined, Ingebeeld. 
It is not to be imagined , Men kan zicb met ver^ 
beeldeny '/ is onhedenkelyk. 
1MB. 

toIMBALM, Balfemeny inbaJfemen. 

Imbalmed , Gebaifemd. , 

Imbalming, Inbalfemingy inbalfemende. 

IMBARG(3, cm Beftagy opfi/jeficn. 

toiMBARGUE, Schtpmbejl^n, 

to 1MB ARK, t'Scheep gam ^ i?^{Lhcepen. 

Imbarked, Gefiheept^ tycbepr - jn. 

Imbzrk'm^ylnfibeeptng y^Ych^t-r. .. ng y ^^^^t^fcbeep^ 
gaandf. 

to I M BASE, Ferergeremy T^vaifcben y verfleckicu. 

Imbafed, Fervaifebf. verJJctbr. 

Imbafingof gold, FerfleskimF van gond. 

to IMBAULM, zie Imbalm. 

to IMBATTLE, In Jlag-arde fielletu 



I 



I 



I 



I 



1MB. 

IMBECILLITY, ZwMykbcyd, zwMtyd. 
to IMBELLISH, yerdertH^ Gpprmicw* 
lmfc>c!!iihcd , I'ercierd^ opgeproftkt. 
ImbcllilTiiug , y^r^icrmg^ oppromking ^ ^^^vcrctc- 

Jmbcllivliinent, Citraad^ vertkrftl* 

IMBERS, ^R' Embers. 

to \M)^)LL\ij yOmtrecmden y omjlcttcm ^i^Zfickmad- 

kcH^ vcrduyjicreiiy doiffhrtngcn. 
Imbczillcd, Vwtvreimd^ vtramyjhrd^ doorgel/r4g*. 
Imbczilling, Omivretmding^vtrduyjlersng^ doorbrtm- 

2ing^ ^^^-ofstvrcemdende. 
Inibczilmcnt , Omjlcelhg^vtrduyfl cringe onrvrtcm- 

ding^ t^Zfiekmaakifig, 
to IMBIBE, Indrinkefi^ iftZttygeH. 
to IMBITTER, yerbtttcrtn: 
IMBODIED, Bfiighaamd, it^elyfd. 
to lM]iOU}Eti ^Ahed ffi fprt€kcfi^ aaMmoedigeff^ 

Imboldencd, jfa/tgemofdigdj verftottt, 
Imboldemng, Ftrjioating^ aammeedigmg^^^vcr' 

Jloutende, 
to I M BOSS, Vcrhcvcn bteUwerk maakeff^ dryven. 
Imboircd work , Gedr^evcn w^rk, 
Jinbolfingi d€ UryvtHg van €cmg betUwifL 
IMBOWED, Gcwtifd. 
IMBO WELLED, FervMld^ kcsLw^mgtrd. 
to I M BR ACE, Ombflzcn^ umarmcny Qmvutun, 
Imbraccd, Omhclfd^ omarnid^ omidt. 
IMBRACEOURc^r IMBRASOUR, Een dtt de 

Rechurs poogs voor in tc nsemtn i€^ gtvalU van 

d^eenc p^rly* 
Imbracery , Or mhdaad van znlk ten mnziiting dcr 

Rechteren. zi^ Inibraceour, 
Imbracmg, i Omhc/zing ^ omvuiiing ^ cmat- 
Imbracement, r mtrfg. 

toIMBRODER, t BorJMnr.n 

orlMBROIDER, r ^'^^'^'^ren. 

Imbroidered , Gehrdmnrd. 

Imbroiderer , ten Borduurdcr y hrdukrfttr. * 

Imbroidcrmg, B9rdHfiring^ borduMrende. 

Imbroidery , Bordtiurfcly gcbord^ntrd werk, 
lo I M BROIL, Verwftrrtm ^ ontrocren .kekmmeren. 
To imbroil a nation , ctn Landaard in enrftft of 
verdceldheyd brengen, 
Imbroilcd, ^erwardy ofitrserdy bclcmmct^l, 
Imbroil ing, yo-warringy bcicmmcring ^ vtr* 

warrcnde^ 
to IMBRUE ^ Vtrwen , dt^aptn , bchloed mmkm. 

Imbrued with bloud^ Met bhed gevtrwd. 
Imbruing, t'crwing^ d^opifig^ ^-^^ vcrwcnde, 
lo IMBUE , Inprcnten ^ overflorten^ do^n imzuy*- 
g€n^ ondcrwyztn^ infihcrpcn^ 
To imbue one wixli good principles, lemandgoe- 
de grandtn htfiherpcn. 
Imbued, Aangfdehvt ^ onderweezen^ ingczoogcn ^ 
doQrdronkcn y^ ingeprcnSy ovirfian^ 




1MB, IMI, IMM, ^M"3 

He has been imbued with falfc notions , Hy htcft 
vmifihe kumdightdtn iftgezoogen, 
to IMBURSE , FerJUmen geld wter vemcJeff. 
ztf to Rcimburfc, 

IMI. 
to IMITATE, NBobootfcny Haavolgcn, 
Imitablc , Naavolglyk. 
Imitated, Naagekoffi^ n4agevt>lgd. 

Imitating, NiMboarjing, naabootftnde. 

It was mccrly done in imitation of h!m, UQe* 
fchiedde maar nyt naabotitjhtge zum hem. 
Imitator , een naaboQtfer- 
Imiratrix , fene Naabnoffltrr. 

IMM, 
IMMACULATE, O^bcvkku 
IMMANENT, Inblyvende^ aankkevende. 
IMMANITY, GruHwelykbeyd. yslykhcyd. 
IMMARCESSIBLE, Onv/rwclkciyk, on'verweli^ 

IMMATERIAL, OnflofFthk. 

IMMATURE, Onryp. ^ 

IMMEDIATE ,^ Onmiddelyky onvarwyht 

an Immediate anlwer, Ecn oHverwyldaniwoord, 

Immediately, Onmiddelykcr vjyze ^ aanftondt^ Uf^ 

flo^dy van Rondcn auH ^ etnskUps, 
IMMEDU:ABLE, OngcnccJlyL 6ng€Heaba4r. 
IMMEMOR ABLE , OnmnmerhmivaerSg , cnge- 

denkwacrdtg, 
IMM E VJ OR I AL , Ongeheugbaar^ buy ten geheugtm. 
IMMENSE, Onmeetclyk^ ^orfgcmeeten ^ overjrroot, 
IMMERCiED or Immerfed, ImcdampeU. 
to IMMHRSE, Indomp.kn, 
IMMETHODICAX, Omrdmlyk, 
IMMINENT , Naakend^ over *i Soofd bangenJ. 

An imminent danger , een NaAcud gcvuar, 
IMMODERATE, Ommaattg ^ (^vcrdaadig^ onbc- 

fcheyden. 
Immoderately, Onmaati^lyk^ overdaadiglyk. 
Immoderation, OnmaaUghcyd^ onbcfchtyaenheyd* ^ 
IMMODEST, Onzeedigj'' OKgefckikt. onluchtg^ 
tmmodcftly, Onzeediglyk^ Gngefchtkuhk. 
Iiminodefty, Onztrcdigheyd, ongefchiktheyd^. wwch^ 

tighfVd. 

to IMIVIOLATE, Oj>offcren, 

Immolation , Opoffermg, 

IMMORTAL, Onfterflyi. 

I mmorta! 1 y , OftJhrJIykcr wyze. 

Immortality , Oxflerfiykhtyd. 

to IMMORTALIZE, Onjl^rfiyk mJaitn .vcrteu^ 

vfigcff. 

IMMOVABLE , Onkeiv^egehL 
ijr Immovables, Onrocrende gecckren^vafte gieder^n^ 
immo\iibly , Op ten onbew^egelyh wyzc. 
IMMUNITY, Frybevd, vrydomyt.hrs^beyd^an^ 

bcl0!>cyd, jfraPhoshcyd. 

to IMMtJRE,^^^^;: ^ / ' . muuren bejluyun. 

IMMUTABLE, ( 
luimutability , OnvtraHderh k/:^- J. 

IMP 



tli 



IMP* 
IMP. 



IMP, eeff Ntkker, gee ft ^ — een Ent^ griffi. 
to IMP, Enten^ ,^^^Korten^ afhippen. 

To imp the wings of one's fame , lemands be* 
faamdheyd hefiioetjen. 
to IMPAIR, f^erer^eren^ befnoetje'4^ verminderen^ 

verzwakien , verkleynen. 
Impaired, Vcrergerd^ befnoeid^ verminderd. 
Impairing, l^erergering , befnoe'tjing ^ verkleyning ^ 

■ verkleynende ^ enz. 
to CyrPALE, Meipaalen bezetten^ paalen inflaan. 
05* To impale one , lemand fpitfen ^ een pool in V 

lyfflaan^ cmpalecren. 
Impaled, Met paalen betet^ met paalwerk omheynd^ 

Gefp'ttft. 

Impaled ground, Land dot met paalen en flanken 

afgcfchut is. 
Impaling, Inflaaning van paalen ^ Spitjinf^. 

/Imp A NATION, De verandering van eenigU ee- 

zen in brood: Het zyn van Chriflus lighaam met^ 
' * in ^ en onder V brooi, 

to IMPANNEL a Jury, De naamen der Gezwoo^ 

rene manncn , ( die ontbooden zyn om tiytfpraak 

over eenige rechtzaak te doen ) op een cedtlfchry- 

ven, 
IMPARITY, Ongelykheyd, onecvenheyd. 
to IMPARK , In een perk befluyten^ binnen een be- 



IMP. 
IMPED^ [T!J»to Imp,] Ingeent^ — ^^yj^// 
to IMPEDE, Hinder en ,^ verhinderen. 
IMPEDIMENT, Belet, beletfel, verbmdewtg. 
to IMPELL, Aandryven. 
to LMPEND, Over V ioqfdhangen, naaken. 
Impendent, Over*t hjofd hangende^ naakende. 
IMPENETRABLE, Ondoorgrondelyk^onnaajpem^ 

relyk. 
Impenetrability, Ondoorgrondelykheyd. 
IMPENirExNCE, Onboetvaerdigheyd. 
Impenitent, Onboetvaerdig. 
IMPERCEPTIBLE, Onbegrypelyk, onbemerkelyk, 

onbcvattelyk. 
Imperceptibly , Zonder dat men V bemerkt. 
I^1PERFECT, Onvolmaakt, onvolkomen. 
Imperfeftion , Onvolmaaktheydj onvolkomenheyd. 
35* ImperfeSions , Onvolkoinene ftukken of bladen 

van een boek^ dcfcclen. 
IMPERIAL, Keizerlyk. 

The Imperial army, het Keizerlyk heir. 

the imperial Diet, de Ryksvergadering. 

The Imperial crown ot England, de Rykskroon 
van Engeland. 
fmpcrialifts, de Ke'tzerfchen. 
IMPERIOUS, Heerjchzncbti^. 

uglyt. 



Jlck af paalen , beperkcn , afperken. 
Imparked, M^cpaald^ bePerkt. 
IMPARLANCE, Tujthenfpraak , verzoek van 

uytfleL 
IMPARSONEE , Icmand die in V bezit eener pro- 
ve is, 
to IMPART, Mededeelenj deelachtig maaken. 
Imparted, Medegedeeld. 
IMPARTIAL, Onzydigy onpartydig. 
Impartially, Onzydiglyk. 
Impartiality, Onzydsgheyd^ onpartydigheyi. 
IMPARTING. Mededeeling. 
IMPASSABLE, Ondoorgangklyk. 
IMPASSIBLE, Drifteloos^ 't Gene dat aan ^een 
lydinge of harts togt onderworpen is ^onverzeerbaar^ 
vry van hartstogten. 
Impaflibility, Drift-loosheyd^ bevrydheyd van harts- 

togten. 
IMPATIENCE, Onlydzaamheydj ongednldigheyd, 

ongeduld. 
Impatient, Onhdzaamj ongeduldig. 
Impatiently, UngedulMglyki 
IMPATRONIS ATION , In voile bezit-^eezing. 
to IMPEACH, Betichten, befchuldigen^ aank/aa-' 

gen. 
Impeached, Betichty befchulMgd. 
Impeacher, een Beticbter ^ bejchuldiger. 
Impeaching, Betichting^ hefcbttldigsng^'"'^ betid- 
tigende. 



Imperioufly, Heerfchzuchtiglyk^op een heerfchzncb* 

tige wyze. 
Impcriousnefs , Heerfchztichtijrheyd, 
IMPERSONAL, Onperfoonlk. 
IMPERTINENCY, O^ibchUrlykheyd, ongerymd- 

heyt^ onhebbelykheydj onbcfcheydenheyd^ onbeta^ 

melykheyd. 
Impertinent, Onbehojrlyk^ ongerymd ^ niet te fas kih 

mcnde^ onbefcheyden. 
Impertinently, Ongerymdelyk^ onbefcheydentlyL 
IMPERVIOUS, Ondoorgangklyk. ^ 

IMPETRABLE, Verkrygbaar, 
toIMPETRATE, Verwerven .verhr^gen. 
Impetration, l^erkrsging^ verwerz'inr. 
impetuosity; Onftnymigheyd, hevigheyt.^p^ 

*loopendheydy heftigheyd. 
Impetuous, Unjluymig^ ^rf^'gi oploopend. 
Impctuoufly, Onfiuymij^lyk. 
IMPIETY, Ongodvruchtigheyd, godloosheyd. 
Impious , On^odvruchtig , godloos, 
Impioufly, OngodvruchtigRk^ godlooslyk. 
IMPLACABLE, Onverkoenlsk, onmenkbaer. 
Implacablaicfs , Onverzoenehkheyd. 
to IMPLANT, Uplanten, ' 
Implantation , Inplanting, 
Implanted. Injreplant, 
to IMPLEAD, yoor V recht vorderen. 
IMPLEMENTS, Gereedfchap, htysraad. 
to IMPLICATE, zie to Imply. 




to 



fmeeken. 



Im. 




I 



I 



I 



I 



Implored f Gefmeekt^ giheden. 

Implorcr, een Smcekety aa^raepcr, 

InipJoring , Otemoedig vcrzock ^[making , f mce^ 

to I MPL( > Y » AanUggem , beftteden , amtwtndtn , it 
werk zeiUn , ieeztg houden , beezigem , gebrt^- 
ken, j 

Imployed, Be/leed^aangcUgd^ aoMgeweftd^ te wcrk j 

. gH^^ld^ geheezigd* 
He muft be imployed continually ^ Hy ntoetakyd 
beezig gehonden wwden. 

Imploying, Btezighoudtng^ tewerkjlelling^ aatileg'^ 
ging , beeztgin^ , aanlcggende , te wtrkfttlUndt , 

Imploynicnt , Heezightyd^ beroep , werk^ampt. 
To be about his imployment , aan ^y» werkzyM* 

to IMPLY, Btt^kenen^ beflnyteH^ bebelzen. 
That implies conrradifiion , Dot gt€ft€tn€teg€n* 
ftrydighcyd te kennett^ 

lxim\j^drBet€kcnd. b^helfd^ 

IMPOLITE, Onbcfchaafd, 

IMPOLITICK, Onfla^kundig^ ottvoorzigfig* 

IMPORT, Bettkenh, meemng. 

10 IMPORT, Mcdebrcngcn^ bcUkcnen , in- 

His words fcemed to import thus much , Zynt 

woorden^ Z9 V f^been , bragten z^ reel met, 
0y No French commodities may be imported , Geerte 

Frofifchtf waarcn moogttt ingevoerd warden. 
Imp ortan ce , B eiang , gc wtgt , aa^fgeUgenkeyd. 

A thing oi ismL\\\m^Qii^nQ^^bcnzaakvdnwemlg 
beiang. 
liTsportant , Gewigtig , toh belong, 
IMPORT AT [ (JN , Invaer , tnvoertHg , mbrengmg* 
Imported , Meigebragt , bet/kend^ ■ - ingevoerd, j 

Importunacy, z'te Importunicy. J 

IMPORTUNATE, Hard aanbmdend^i^vcrlaftig,] 

moetjelyk, aoftdrmgetfd. 
Importunately, OverlaftigHjk, 
to IMPORTUNE 5 Lajtig vallen, zeer drlngen ^ 

gefladig aanhoaden , Qveraringen , aandringen* • 
Ifliportiincd, Laftig gevalUn ^ aange drongen ^ 0Ver* 

droptgcn 
Importunity, Overlaft^ ntoejelijkheyd ^ ovtrdrmgrng , 

aartdrtfs^tng. 
to IMPOSE, Opkggen^ opdringen. 

to Impofetaxes, SchatftNgen opieggen. 

to Impofc on the cootciencc, Aaft de ^onfciencU 
^pdringen, 
llrto Impofe upon,B^^r/>/^#, mipeydtm 
Impofed, OpgeUgd^ opgcdrangen. 
Impoledupon- BeUroogen^ msfleyd* 
Impofing , OpUggmg I opdringmg , ■ epdrm- 

gende. 
Impo fition , Opleggmg , opdr'mgmg , beliflmg , hedrog. 

An impofition of worfhip , een Opdrimgtng vom 
Godsdsettft. 

An impofition of taxes, etn Bclaflhg meffriaf- 
Uftgeif, , 

til 



air 

ocj This aSion left an impofition upon his memory 

of hardfhip and znxcXij i Dceze daad heeft zy- 
n^rgedacbtemjfe eef$ vtek vanJlrengheydiH turecd* 
bey J aa»gfze$> 

IMPOSiilBtLlTY, Oftmosgelykheyd. 

Impoffible, Onmoagelyk^ ondoeMlyk. 



IMPOSr, Schatimg^t^L 

IMPUSTUME, ccn Zweer^ gezwcL 

to IMPOSTUMATE j 7W tenzweer zetten, 

Impoftumated, f^^zwauren^ tot een gezwei geZU^ 

Import umation , een Ferzweermg. 

IMrOSTURE, Bedrog. 

IMPOTENcY, Onvermogen^ mm^^ ornm^ig^ 

beydy magtchofbeyd. 
Impotent , Unmagtig , <twvermoogeHd , magtehoi , lam 

flap, 
Impotently, Onmagtighk^ flapjes. 
to IMFOVERiSH ^ Perarmen^ arm maaiem. 
Impoverished, Ferarmd, 

isrSf.;., \ ^■"^"!- 

to IMPOUND cattle, f^erdwaald vee in cem M 

befluyten. 
to IMPoW^K^Volmagtigen ^magt vtrieentn^mAgt 

geeven, 
ImpDWcrcd, Gemagtigdj velm^tigd, 
impowcring, Magt^eeving^ vo^agtiging, 
IMPRACTICABLE, Vngebrnyhlyk , t^nwerkfleh 



ijg^ Qnbruykbeiar, 
The 



he road VfZs\m^^SL\ctih{t^Dew€gwas9nbrHyk^ 

boar. 

to IMPRECATE, Tvewenfcbeny vervtoeken. 
ImfttQTLtioxiyTQewenfchiHg^ vloek^ vervUekingy fnasd^ 

v/etifcbift^, 
IM PR P G N ABLE , Onwinbaar , mwinnelyk, 
IMFRE .NATE, Bezwa?fgerd, 
to IMPREGNATE, Bezwangeren^ vervutlen. 
Impregnated, Bezwangerd^ verzuldy beli^baamj^ 
IMPRESE, de Zinfprcuk van eensg wapenjchild* 
IMPRESS, IndruL 
to IMPRESS, Indrukken. 
IMPRESSION, Indntk, indrukfel^ de druk. 
That objcft made a deep imprcflion upon his 

mind , Dat voorwtrp maakte tenen diepen mdrnk 

&p zy» gemoed* 
The Iccond Impreflion , de Twcede dntL 
Impreft, fn^edrukt. 

IMPREST mony, irerf-geid, oHritr-geU. [ GeJd, 
dat de cerftgeworvene Soldaten op hand ootvan- 

tolMPRINT j Indrnkken^ infftnten. 

Imprinted, Ingeptent. 

Imprinting, Inprentingy — — inprentende, 

to IMPRISON, fffSege^angenisJlftyien^gevangem 

Z^tten, 
Imprifoned, Gevangen gezet* 

ISpriSfnt. )■ G'va^i'" Mti^g- 

Ff Da- 



1i« IMP- 

DurioeWs imprifonment, G^durenJi zyngtvan- 

to I MPKOB AT E , If^raaiem ^ mtt goH kenrtn. 
IMPROBABlLn Y, O^waarfchynlykheyd. 
Improbable, Onwaarfihymiyk, 
IMPROBirY, Omv/ifomhcyd^ hmihcyd. 
IMPROPER, Oneygcn^ wknVQtglyk. 

to IM^'ROPRIATE , lets in keffhethUKg gttvejf. 

linpropriated benefices , Erfclyke of cygcndommeiyke 

Impropriation, een Kcikclyh prove dit van fin Leek 
heztt€9t wordt tft door erfeftiffe aan hem verual- J 
Uh is, I 

Impropriation of Tithes , Ttenden die mcnimkcnbe* i 

zit heeft, 
Impropriatour , ten Leek die eem Kerttlyke frox-c be* 
zit^ en da(tr in eenen Predikakt nmftyn belief en 
mag flellen, 
IMPROPRIETY of Speech, Oneygpitkykbeydtsm 

fpraaki. 
Improvable, f^erheUr^tMr, 

to IMPROVE, Irrd hefleeden ^ waarneemen ^ vor- 
deren j toenecmen , bvboHU/en , aanqmcekin ^ aam^ 
teggen , z.f<h van bedienen , gcbruykept, 
tolmprovc his time, Zynen tyd md htftttdtn of 

waarneemen. 
10 Improve ia learning ^ In geieerdheydt toenee* 

men^ 
to Improve land, hand wel hehtmwen, 
to Improve his ertate , Zynt middden verbeferen, 
to tmprOve his talent , Pl\n fa/ent aankggen, 
to Improve a vidiory, Zicb v^meeneoverwinning 

hedienen. 
To improve a misfortune into bleffing, Eenm^ 
gehik tot ten zegeft doen gedycn. 
Improved, fVaargtmmen^ wei bdftetd^ be'voritrd^ 
totgenomen , verbeterdt^ ■ hcbouwd^ 
Improved in knowledge , in Kenmjft toegeno* 

m n. 
This will be improved to his condcmnttion , 
Men zaI zicb d4arvan beeUencn om ief» H ver- 
^ordeeUn. 
hrwprovcmcnt, t^erbetering ^ voordcel ^ nut. 

The improvement of arts , De aanjueeking van 

konfltn, . 
Capable of improvement, Be^mamn m^verhetrri 
u vxfrden. 
Improver , ten yerhtttrsar , totneemer ^t»amrmemer, 
[improving , 7'ocneeming , Wdorncfming , ■ toinee- 
h mende , wd a*fnlwtnde. 

k IMPROVIDENCE , Onvoorzigtigbeyd ^ anzdrg- 
ikaagendheydM 
Improvident, Onvw^tigtig^ enzorgvnidig. 
ImproviJencly^ Omvoorzigti^lyk^ onverb(^cds, 
1 IMPRU DENCE, 0nvjyshe^dyt^nv9^rztgt^heyd. 
I mprtidf." nt , Oftwys ^ onvQorzigtrg* 
Imprtideutly , Owwyfiyk. 



IMP. IN. 

IMPUDENCE, Onbtfcbaamdbeyd , fih 

beyd. 
Impudent, Ombefchaamdjffbgamtehof. 
Impiiden 1 1 y Ont^efchaamddyk. 
to i M P U GN , Beflryden ^hevecbten , tegenfit^ 
Impugned, Bejlrecden^ wederjlaan, 
Jmpugner, een Bcjlryder ^ hevechter. 

\m^%vX\\%^Belhy^Hg , beveibting , beftrydende* 

IMPULSE, I Aandryving ,. btwtegmg ^ ^P* 
IMPULSION, r hh/s^g^ a^njlooki^, 
ImpuKive, jiandtryvende ^ beweegende. 
IMPUNITY, Ongeflraftheyd.flraffelimbeydy mif- 

ftrafhaa^^eyd, 
IMPURE, Onrcyn^ onznyver^flefrdig^ mknyfeh* 
Impurely, Onrcynlyk ^ flordigiyk, 
Impurencfs, > QnZHyverheyd^ ^mrynigheyd ^ Jlof^ 
Impimry, v digbiyd, 
IMPURPLED\ GcPMrperd, 
IMPUTATION, V^myf ^ ^fffgt ^^tyging^ 
layering. 

To caft an imputation upon one, lemand o^rdit 
eenlg vervjyt breng^n\ iemaHd eenig quoad (of 
ten misdaad) optygen. 
Impuiative, Toegerehud . ^ah ^ Imputative R^h- 

teousnefs , een faegereiende recbtvaerdigheyd, 
to IMPUTE , IVyten , toejtbryvrn ^ amttygeu^ tt 

Ufte Uggen , optygen , t&erehHtn, 
Imputed , Geweeten , toegefchrceven , aangefetgen^ 

taegerekend, 
Imputer, eenlVyter^ aantyger^ iaerekenaiBr, 
Imputing, Toefchryving ^ taerekening^ ^^'"K'l^-^ 

taerekenende, 

IN. 
IN, In, 

He IS in the room, Hy is in de kamer. 

In the mean time, Ondertnjfcbeny middnitr ijL 

In my opinion, Naar myn gev&eien. 

In the time to come, t^&ortet toekomende. 

In the afternoon , V namnidd^s, 
•In order, Ordentlyk* 
t& In order to, Tern tynrde em.*. 

In obedience, Uyt gehoorzaamheyd. 

In token of love, Tot een tekcn van Ktfik* 

In the day time, By dage. 

In companTon, /» vergefykinge. 

In writing. By gefcbrtfie. 
^ You are obliged in reafon to do it , Ot ndm 
vtrp/fgt M ba te doen. 

To be well in body, Getond tfonKginam zp. 

Fnftead, Inpiaats, in/fee^ — ^ tepade. 

It will not (bnd hfm in ftead, Hct zd Urn niti 
baafen, { of ft ret te fiadc kum^n.) 

In deed , Indcrd^ad. 

In all places, Overall &p afle plaatfen. 

In an hour. In een unty binnen ten nnr. 

In times pall. In verleedene tyden^ ecrtyds* 
«> In time. Ma det trd^ by ijdt* 

In a trice, OpJiaendcvoiU 



I 



f 



y 






IN. INA. INB. INC. 

He I^cnds the moft of his time in writiog, Ify 

hejlud^ zy^ meefleutyd mt^ fchryven. 
He was talccii in the ftid , Hy witrdi <^p dt daad 

Not one in a hundred will nm fo fkft, Fan bon- 

dcrd met ten die zo bard zai ioof^m, 
a Book in the prcfs , cen Boek ander de pers. v 
Hand in hand, tL%ndaan hand^ geZ/omentlyk 
^\l will be moll lalling ia its latisfadion , and fft- 
nocent in its remembrance , Dt votdocnin^ 
damrvast zal zeer du$trzaam , en de gehengems 
offfihaadelyk zy». 
To go in , ingaoH, 
To come in , Inkom^n* 
To look in , Inzien. 

INA. 
INABILITY , Onvcrmoog€Mj onvermoogeudbeyd^ 

emmagttgheyd* 
10 iNAbLt, FermoQgen geevem^ map verleemn^ 

ieanaam maaieft^ 
Inabled , M^t verUend^ bequaam gemaah. 
Inablemcnt, Magt-verleeniftg, 
InabJing, Mn^tgeev'tng ^ ^-^—magtverkewende. 
lNACCt'^SSlBLE, OHtoegangklyH^ ongenaakbaar. 
INACTJON , BedryvetnQsbeyd^ fitijiand^ onvjer- 

kelykbeyd. 
INADVERTENCY, Onhda^btbeyd^onMbtzaam- 

beyd. 
IN AFFABLE, ongejbraakzmm^ oitsaMjpreiiefyl 
INAblENABLE, Onvcrvreemdkaar. 
JN.^MIbSlBLE, Owveritesbaar. 
to 1 N A M EL ^ Brandfchiideren , dourvlamnun^ emsl- 

jeer en, 
1 name I led , Geemaljeerd, 
INAMOURED, Ferliefd. 
INANIMATE, Onhzieid. 

INANITION, Zwaiieyd, gebrei vmiracbten, 
krachfelmsbeyd [uyt gebrek van voedfcl ont* 
ftaande. 1 
INANITY, Lfidigbesd, ydeibevd: 
IN APPETENCY, Onhegeerhiheyd, lufieloQsbeyd, 
INARTIFICIAL, Onkotjlig. 
Inanificialiy, Onkonft/giyk^ zonder konft, 
INASMUCH, Nademael, voorZQVeeL 
INAUDIBLE, Onhoi^baar. 
to INAUGURATE, Inwyen, hbnlden. 
INAUSPICIOUS, OngelMig. 

INBORN, 4angebooren^ ingebcoren. 

INBRED , ^ Ingebooren , aangeh&oren y ' ■ " ^ i»- 

beemfib. 

INC, 
to INC AMP, Legereny */ leger necrJJaan, 
Incamped, Gelegerd^ neergejlagen. 

The Army was incamped near the town, V L^- 






INC, 

INCANTATION, Beuvering, hezwemi^. 
Incantator, een Bezweerder ^ tovermr, 
INCAPABLE , Onma^tig^onbequaam^^nbevQfgd^ 
Incapability, Onbeanaamheyd ^ oubevaegdheyd. 
to INCAPACITATE, Onbefuaam maaken.aMbt* 

voegd maaken. 
Incapacitated, Onhequaam gemaait. 
Incapacity, OnbeqHmimbeyd^QnvermQogendheydj oxs 

bevoegdhesd, 
to lNCfARL:ERATE, Gevanten zetten. 
INCARNADINE^ tern Haograode ioknr, imkar^ 

naat, 
INCARNATE, Bezdeefcbu 

God incarnate, God menfcb geworden. 
f^z Devil incarnate, een Gevieefcbte dnyvth 
Incarnation, FJeefibmaaking, bcvleefcbing^'-^etm 

viccfcbmaakende Z^f* 
^ The Incarnation of Chrift, Cbriftns menfibvJ^r^ 

ding, 
INCENDIARY , een BrandftUhter , ^—^finpki^^ 

brand. 
INCENSE, Wkrook.reHkwtrk. 

To cenfe withincenfe, Bewierooken. 
to INlENSE, Opbiiftn^ vertaornen^ tergem, 
Incenfed* Ontfieeken^ vertoomd, 
Incenfer, ten Opbitjer^ vertoormer* 
Inceniing , Ofhttfing^ verfMrningj ■*— - Virtoot% 

nendc* 
Incenfbry, eemReukvat^ wiermkvaf* 
anINCENTIVE, een Aanprikkeltng^btweegrediW. 
INCESSANT, Gefiadigy niet ofhoudendey zander 

opbonden* 
InceOantJy, Onopbostdefyk^ gefiadigfyL 
INCEST, Bioedfcbande. 
Inceftuous, BiQedfihandig. 
INCH, een Dnymbreed^ een dnym, [^Hicr van ffi» 

kent men in Engelana twaalf,en inHollandt elf 

op een voet. 

* Give him an inch, and heMl take an cll, Zo 
gy bem eenen vinger toefteeh^ zal by de gebech 
handgrypen, 

♦ An inch breaks no fqtfarcs , Een bcuzeUn^ 
breekt geen koop : Men mact op znlk een kUymje 
met zten. 

cS'To fell a thing by inch of candle, /tff/t'/ri<w/>^;» 
iy uyfgaan der kaerfe\ by (fpveylmge oibydenaf* 
fl^ verkoQpen* 
I won't bate an inch on 't , Ik wilder met een zier 

van laaienvaUen^ 
He is noble every inch of him , Hy is edel in al* 

ien deele. 
Half an Inch, een Half dnym, 
to IN CH out , B_y duymen uytmeeten , wat ten breeJftc 

uytmecten . by kleymjes voortzeften 
to INCHAIN, l^aft ketenen ^aan ten ketfingjlnyf0»y 

in ketenen Jlnyten* j 
Inchained, Aan een kettinggejlt^ten ^ gektttnd* 
tolNCHANT^ Betoveren^ bezwieren* 
Ff 1 




nS INC. 

Inchantcd, Betoverd, 

lochnntcr , ten Turner aar ^ biZweertUfy dMpfel*jaa^ 

Ilichaiiting, BeUverittg^ hzweersng | ^-^ betovt- 

• Ttnde, 

Inchan tingly ^ l^ovtrachufi^ , o/r ttm toverachttgi wyze. 

Inchantmcnt, Tovcry\ hctovermg, 

Inchantrefs, ten Tovtres^ kezweerfter^ dMyvef-ja^- 

to WCHi\SE^hioMiizetteffy met goMdheJlMom^in 

ziiver bcjlaan, 
Inchafcd, Meigond hejla^cn ^ mttgoudbeztU 
to INCHOATE, Bcitnnen^ aanvaugen. 
INCIDENT, Gehcfiriyk, Uem/ltg. 

Miflakes are mcidcm to mMikhid , DooUn is meff" 
fchflvk ; de he fie km we I mijjett, 
INCIDENT, (tubll.J eenyoorval.toeva!. 

It was a very renaarkablc incident , liet was em 
zeer merkwaerdtg voorvai, 
Incidcntly , Toevailijf^lyk. 

JNCINE R AT ION;?^/ afch-wording, ver^afchhg. 
to INCIKChE ^Iff een kriffgbejluy ten ^ ineenkreyts 

betrekken , bearkehn, 
Incirclcd, BecirJteld^ i/t een kring btjlooten. 
Incircling, Betrekking in eem kring ^ bedrkeling—"-' 

becirkcknde* 
INCISION » infnydingy cpening^ 

To make anindTio'n, Meteenvlymopenen^ ttne 
optnhtf maaken, 
€0 INCITE* Aanporren^ annfrikkchn ^m&cfem ^4a»* 

Jp&oren , apmfen. 
Incited, /Ungeford^ aMngepnkkeld ^genoopt ^opgthitji. 
Indtement , Aanprikkitwg^ aanporrtng , ophitjSfg, 
Inciter^ een Aanprikkctaar , ophitfer, 
Incitillg , AaHporting , ■ ■ ^anporrende. 
JNClVlL, Unbeleefdy engejchikt^ attmamerlykyOM' 

henfcif y onburgerlyk. 
Incivility, Onbeleefdheyd^ ongefchiktbeyd ^onmanier- 

IndVilhr, Owhekefdtlyk,onbemfchlyk. 

INCLE zie Inkle. 

INCLEMENCY, Ong&edertierenbeyd,ftrengBeyd. 

INCLINABLE, Geneygd, 

INCLINATION, ^eyging ^ geneygdheyd ^ genee- 

genhevd^ trekj zucht, 
to INCLINE J Neygen, bellen^ ^neegen zyn. 
His opinion inclines that way, /Tyw gev^eUnheh 

dat hten. 
Incline your cars, Keygtuweooren. 
This colour inclines to yellow , Deeze k^lenr 

trekt na din geeltn, 
'The weather inch'nes to fair* Htt btgim moot 
wiir te xuordtn. 
Inclined, Gcnct^en^ g^^g^^ gehtld^ 

'Jnclininc^ NesgiHg^ ~ meygende ^ htHende. 

The day is now inclining 'towards evening »/>f 
^ loppi mm iM dew av9nd $&e\ de MVond beginf 
MM H valiem 



INC. 
to INCLOISTER, Ineenkhofterfteeken, 
Incloiftered, In een kitH>fter ge/laken ^ m een klooJJer 

geflo^ten^ in een khojhr gezet, 
to INCLOSE , Infinyten ^ befiuyten ^ omheynen^ 

rondom affihteten^ binnen een fehmiUng betrekken^ 

To inclofe a letter, Eenenbnef injlnyten. 

To inclofe a piece of ground, Eenftmk lands ron^ 
dom afjehutun, 
llfclofed, IngeJJotften y bejlooten, ombeynd ^ random 
afgejlhaaten, 

Thcinclofcd, />^ *w<fy?aa/^« [BHef,] 
Inc 1 ofure , Een omheyndjink lands . een bejiwten pioMif^ 

aj]fbHtfeL bofjlede. 
to INCLUDE, hJlHytem 

Included, ingejhoten, 

INCLUSION, Injlnyting. 

Inclufively, Inflmtelyk. 

INCOGITANGY, Onbedacbtbeyd ^ onbezonnen- 

beydy &nbedachfzaambeyd* 
INCOGNll O.Onbekend. 
INCOHERENT, Niet t'zamenhan^ende. 
INCOMBUSTIULE , Onvirbrandc^k ^ ^ftver* 

brandl?aar, 
INCOME, Inkomjle. 

He has great incomes , Hy beeft greote inkomftekm 
INCOMMKNSUR aBLE, OntzamenmeetehkX 
toINCOMMODATE, OngeryfamdofnybelieS- 

geny benadee/en, 
to INCO M MODE , OngeUgenheydaandQen , onnf- 

veny verangemakken. 
Incommodious , Ongemaklyky ongeryflykjlommeraeb-- 

fig- 
Incommodiously , Op een ongemaklyke wyze* 
I ncommodity , Ongemak , onreryfy ie/lommerin£, 
I NCOMM U NIC ABLE , OnmeJcdetlbMr. 
INCOMPARABLE, OnverFelykelyk, gaadelo^r. 
Incomparably , Omergelykelyk , zonder zergely* 

king. ' 

to INCOMPASS, Omringen, cmcingelen. 
IncompaflTcd, Omringd^ umcingeld. 
Incompafling , Omringing , emcingeUng ^ ■ emriw* 

gende. 
INCOMP ASSIGN ATE, Omnerdabgmdy medam 

genloos ^ zander medelydeWy cnmeev/a^ig* % 

INCOMPATIBLE, Onverdraagbaar.ondmJdelyt^ 

aninfehikkehky onovereenkomendt, 
INCOMPETENCY, OmbevcegdheydyOntefm^ 

heyd. 
Incompetent, Onhru^eidy mhtiiuasm. 
INCOMPE TIBLE , ^Om^egtyk , cmx^gZMom. 
Inconipetfbility^ Om^Blykbeydy onvoegzaambeyd^ 
WCOMPLETE y Onvafi^men, 
INCOMPLIANCE, Oninfcbikkelykbeyd. 
INCOMPOSED, Ontfrdentfyky wanfiiikkefyk^i 

gefchikf, 
Incompofurc, fV^nwdcy verwarring, 
Incompofcdnefs, Ongcfehihheyd. 
Incumpofcdly , Ongefabiheiyk. 



INC. 

INCOMPREHENSIBLE , Onhtgryftl^l, onhvai- 

Incomprcheofiblcnefs, Ofthtgrypelykhcyd^ onbcimt- 

tflykh^yM 
INCOhrC^IVABLE, Onbegrypelyk. 
INCONGRUITY, Ongtvoeglykbeyd , wnnhMe- 

lykheyd^ waftvoeglyiheyd. 
Incongruous, Oftxevoegiyi^ wanvocgiyk ^ wanfcbik- 

kelyk^ wanhebbayk, 
InconmiouOy, Omgefchikulyk^ wanvocglyk, 
INCONSEqVENCY.KrackelmheydvanrfJeH: 

kaTcitng , een z en uw loos befluyt, 
Inconfequent, Krachtelooi^ mctterzakc. 
INCONSIDhRABLE , Onaanmerkclyk^ gtring^ 

Jlechty van weittig belang. 
INCONSIDERATE , Onbcdacht, t^wbtZQwnen , roe^ 

hloos. 
Inconiidcratcly 1 Onbedachietyk^ r^ekelooslyk. 
Inconllderatenefs, Ombedachihcyd, onbtzmnenhtyd, 
INCONSISTENT, Onbejiaa^lyk , onoveretnko' 

memde* 
INCONSOLABLE, OnvcnrooftdyL 
INCONSTANCY, Onftandvaftigheyd.onbeftindig- 

heyd^ wifpchttfirighcyd^ 
Inconllant , Onjlandvajlig^onbeftendtg^wifpcliutirig, 
Inconftantlv^ Optbeftamats^lyk^ wifpfTtMUn^iyL 
INcOHTEbT ABLE, Onbetw,yhlyk. ^ 
INCONTIN ENCY , Onmh , mmtlo^sbcyd^gtyl-^ 

beyd. 
Incontinent, OntuchtiF y gesL 

IncontincDt 1 y , OntNchu^yt^ Opflaamdevoet. 

INCONVENIENCE, Ongeltgenhcyd , ongeryf, 

ongemak. 
Inconvcnjgncccf, Bclemmerd^ Gniryfd, 
Inconvcoicnt , OngtUgtn^ ongtmMyk^ ^^i^^yflyk^ 

ongevQcgiyL 

It was a very inconvenient time, */ IVas ttm^ttr 
ongekgtn tyd. 
Inconveniently, Ongevoeglyk. fontyde, . 

INCON VERSIBLE , Onvcrkctrbiar, daarmftmee 

cm t€ gaoH is. 
INCONVERTIBLE, Omimkeerlyk, onbekftrlyk, 

optbekcerbaar* 

INCORPORATE, aU , a Town incorporate, 

Een ilvk Jat /fads recbt beeft, 
to INCORPORATE, Iniyvcn , m ten Ugbaam 

maaken* 

Incorporated, Ingetyfd. 
Incorporation, htiyvinx^ 
INCORPOREAL, (%lhhaamhk. 
INCORRECT, Gcbrckiyk. mitfonten. 
INCORRIGIBLE, Onmbiigbmr, onvnbetfrlyk , 

daar geen verbeUrcn aan is. 
INCORRUPT, Onbedurven, ongefcbondtn. 

Incorruptible, Onverderfiyk, Onomk^opehk. 

INCOUNTER , ten Smd, aanvai, gevLi^t, 
to INCOUNTER, Btjtrydcny btvecbscn^aanval- 



INC. 



129 




Inconntered , Bejiretden^ hexmbteft. 
Incountering, Bcflryding^ bevccbtingj — — ie/?r)'- 

.dfn'dc. 
to INCOUR AGE , Aanmoedigcn , moed infpreeketi. 
Incouragcd , Jangemocdigd, 

tsr^r- }■ -*•"""*■"■ 

INCREAS E , Aanwas , taenecmtng , vermeerdertng , 

'^ ^fgfwai. 

to INCREASE , Aamvafen , aangroeijcn , tacfteeme»y 

vermeerderen ^ vergrooten, 
Increafed, Aamgegtwd^ vcrmeerderd, " 
Increafcr, een Fcrmecrdcraar ^ vergrooter, 
increasing, Toeneeming^ vermeerdcring , ^— /^f- 

neemende, 
INCREDIBLE, OngehoflyL . 
Incrcdiblcnefs, Ongehoflykfoeyd* 
Incredibly, Op ten ongeloofiyke wyte. ^ 

INCREDULITY, Ongehovigheyd. 
Incrednlous, On^ehavig, 
to INCREPATE, Bekyven. 
to INCROACH , hdringen^ inpalmen^ inbooren. 

To iocroach upon the privikdges of the peopfe, 

De xmrrechten des lofhbenadeeUnQibefnuetjem. 

oCi^To incroach upon one's km^^ts ^lemandsgiied' 

beyd misbruyken, 
Incroachcd, Ingedrongen^ hgebo^rd, 
Incroacher, eenlndnnger^ inbocrder. 
Incroaching, Indrhging^ inpalmini^ — ^ mdri/f] 

gende, 
Incroachment, Indragt^ indringing, 
IN C U B ATION , Breeding op eyerew. 
to INCULCATE, Injltimpen^ mprenteH. 
INCULPABLE, O^chulMz, onjhaffelyk. 
INCUMBENT^ Beruftemde, vereyfcbi. 

It ii a duty incumbent upon every one to fear 
God , (jod U vreezett is een fligt die af ee» iV- 
gelyk bertiji. 

The bullncfs is incumbent upon me alone, De 
zaak beruft op my alleen, 
• It is incumbent upon all men, V Is van alU men' 

fcbem vereyfcbt^ 
an INCUMBENT [of a Living,] een Betitter 

van een kerkeiyke prove ^ een Pr^biaan yPredtkani 

van eenigc pldats, 
to INCUMBER, BfJJommereny verbinderen^ be^ 

lemmeren , bckommeren. 
Incumbrance, l^erhindering ^ bejlommenng ^ belem^ 

mertng^ 
Incumbrcd , Bejlommerdy verbtnderd , btUmmerd^ 

bekommerdj belajl. 

An Eftate incumbred, Een landgaed dat helaftit^ 
belafte goederen ofmiddeien, 
Incumbring, Bejlontmerin^ ^ *^^ bejlommerende. 
INCURABLE, Ongeneeslyk, ongeneesbaar. 
Incumblcncls , Ongeneejlykheyd* 
tu INCUKR5 lit H$s vetvailen^ op tyn bah baa* 

ien^ 

Ff3 To 



^3^ 



INC IND. 



'o incurr the King's displcafarC) h *s Konmp 

jlncurrtjd, in vervallvn ^ verbenrd* 
'jNCURblON, InvaL aanval. 

IND. 
INDAGATION, Na^peuri^^. 
to IND A M M AG E , Beji^haadtgcn ^fciaade taehren- 

FfMy binaadeelcm^ vtrkarten, 
Inaammagcd, BeJchaaJij^d^ binaadfeld^ verhrt, 
^ i r^ /* » / • _ t^tn^Mdeelmg ^ 



\Bejcbaadifing , 
} verhrtmg* 
In getfoar »rengen , in perykel 



Indammagcmcnr, 
Indimmagiiig, 
to INDANGER , 

Jlellcn. 

To indanger his life, Zyn leeven in pcryhlft^l- 
Un. 
Iiidan gered , In nerykel ^cfteU, 
to INDEAR , JieMindmaakcn. 
Indcared , Bfmindgemanh. 

His integrity h:^th indcared him to all that know 



him , Door zyne oprechtigheyd heefi hy zkh by 
ecnydcr die hem kent bcmmd gemaakt ; z) 
Ttcciigbtyd heeft hem in de gnnjl van alfe 



hem kenf bemind gemaakf ; zyne op' 
eeft hem in de gnnjl van alfe zyne 
hekcndeM gebroi^t. 
Indcarment , een Aanvallige h'iednmigheyd^ minzaam- 

heyd, 
INDEAVOUR, 7rafi//>^, pooging^ vlyt^ naar- 

Jligheyd ^ zie Endeavour, 
to INDEAVOURi Zicb ktvlytiien^ tmchun ^ 

poQgen, 
Indeavouring , 7'rachttng , — trAchtendt , cnz * 
INDEBTED, SchnlM^y inj^ldvervai/en. 

To be indebted , SchnUig zyn* 
INDECENCY, Onbctnameiykh&yd ^ mheb^rfylt' 

heyd. 
Indecent, Onbttamneiyk ^ ^nhebooriyk. 
Indecently, Op een Qnbetmmtyke v^ze ^onbeh^ifrkk* 
INDECIMABLE, Onzentcndbaar, vry vnm nen- mUlGEStlON, Geb/ck V4m verteermg. 

den, J to INDrG ITATE , Diisdelyk amwyzen. 

INDECLINABLE, Onm\aykeiyk^onvermydilyk,\mmiiHK\:\0^y To'orny verbofgenteyd^F^rm- 



IND. 
rndented, Getmd^ gektrfJ, 
INDEN rURE, cenl^erdragS'hief^ [zogCIlOCmd 

omdat men daar van twce al ecns luydendc ko- 

pyen maakt , en die met tandcn <?/ hockcn vao 

malkandcren fnydt, 
INDEPENDENCY, OnnfiangkfykheyJ. 
Independent, Onafhangklyk, 
INDETERMINATE , Indetcrmin'd , Onbepech, 

daar noggccn M\tjpraak over zedaanis. 
INDEVOTION, Ongodrdietjligheyd. 
INDFX, eent^yzer^ Biadwyzer. 
fNDlAN, eenlndimn. 
to INDICATE, Aanwyzen^ aandnydcn* 
Indication, Aanwyzing^ nanduydinz. 
to INDICT, Aimklaagen voor V Kedt^ befcbmUi^ 

gen^ beiiehten^ bedraaf^en. 
Indicted, Aangeilaagdy befchuldigd. 
Indicting, Aankiaagtng , befchnUtgmg. 
INDICTMENT, een Schriftclyke amkUgic tegem 

iemand die te recht gejleld words | eene befibulS 

ihfrNDIES, delnditn. 

the Eiilt Indies , Ooflindie* 

the Weft Indies, IVfJl^ndie. 
INDiFfERENCE, Onverjiheelendheyd , mi. 

maittigbeyd^ 
Indifferent, Onverfchecltg^ middelmaattg , koelziw* 

nig^ onzydig ^ pafciyk ^ taamelyk ^ mjfcbenbeyde. 
Indifferently, Onverjcheydenttyk ^ midde/mmtigiyk^ 

onpartydtglyk , zo wat been, 
INDlGENtE, Behoeftigheyd, moddrnitigheyl 
Indigent, mehoeftig , nooddrnftigy gebreklyk. 
INDIGE!>TED, Omerteerdy onverdonwd. 
«> an Indigetled difcourfc, Een rnnwe mbet 

reedcn. 
Indigcftible^ Onverdonwelyk^ onterfeerbaar. 






bey4.g 



oni}H\geiyk. 

INDEED, fndtrdmd, inwsarheyd, zeker: 
INDEFATIGABLE, Onvermotfd ^ omvermoei- 



I Onfcbtndefyk 
f tigb^ior , 



on^^ermie' 



onontfiaan-- 



INDEFEASABLE, 
INDEFEISIBLE. 

boat, 

INDEFINITE, OnbepasU 
1 N De L 1 B LE , Onnyumifchehk. 

to IND£MN1FY ,' S^Laddoos houden ^ wy b^u 
dem. 

Indemnifycd, Schadeloof gebonJem. 



wanrdtgH^ 

INDIGNITY, f^eronfW4ardigmg y fmaadf boon* 
INDIGOE, Indigo, [lekcrcblaauwc verw,] 

INDIRECT, Nietrechnweegs, zydclingi, 
IndircQly , Niei recbtftreeksy van ter zyde^ bedek- 

telsk^ dnor omwegen. 
INDISCERNABLE. DaSmennietkattonderfibef* 

deny onkcnne/yk , onkenbaar^ 
INDISCERPTIBLE, OnverfcheHrbnar, 
INDISCREET, Onbefibeyden.onvoortJgng^i 

boHVjen, 
Indifcrction , Onbefchcydenbeydy onbefibiyd* 



INDEMNITY, Scb^^i^f binding ^ tryA(Wi%, ' INDISPENSABLE,>>jy<>*ff/^^ 



< 



bevrydffig 
to I N DE NT , Met tandem of boeken in tn mytjny-^ 

den: T'mee kopyen vnn een verdrag botknuys van 

een fnyden* 
{\) to Indent, frecL)^ Zvjiertn , [als ocn drookc 

nun] (t) £/iri mMken. 



An Indifpenfable duty, ken onvermydefykt f^/p* 
Indifpenftblencfs, Onvermydelykbtyd. ^^^^ 

to INDISPOSE , Unbefnaam m^ikeM. j^H 



I ndiipoied , Onbeqnaam gemaah , afkterig , Mgei 

*— ^ onpsjfehk , anaalyi tepm , ongez/ond. 
Indifpofedncis, H'e^rztw^nfkeer* 



In- 



J 



mmm 



IND. 

Indifpofition , O^seftddbtyd^ onp/iffelykhtydy pnge* 
zondheyd 

INDISPUT^BLE, OnbemiftM. 
INDISSOLVABLE, {OnlotmsJilyk, offverbreek- 
INDISSOLUBLE, f 6aar, OMopiofeiyL 
INDISTINCT, Niei omderfcheydtm ^ omverdeild^ 

verward, 
Iiidillinaiy, Niet ondcrfcheydenilyk^ verwsrdelyL 
to IhJDlTE, Amkia^cn ioar Kubt , zU to In- 

dI6t. 
lodttement, ^/> IndiSmcnt* 
Inditer, eert Aankidager. 
INDIVIDUAL, Ondeelig^ ondeeWmr. 
j:^^ Every individual, Een tegelyk menfch opzichzel- 

Vf»^ te9f yder bszonder PirfQQW. 
to INDIVIDUATE, Ondedbam- numkm. 
IND t VISIBLE , Ondeelbaar. 
Indiviilbknefs , Ondetlba^btyd* 
Indivifibly . Ondtelbaarl^n, 
iNDOClLE, OnUfrzaam. 
toINDOCrRlNATfc, Onderwyzen, 
INDOLENCE , OptgevQeltgheyd^ gevcekUofieyd 

van pyn , onpynlykheyd , onpynigbdarh^yd ^ ojtvir- 

Z^crbaarheyd. 
LidoJem, Ongevoelrg^ e$tverzeerbam: 
fO INiXJRSE , Op dt rug fihryvcn , mchter ofuyke^ 

nen <^ indolfecreil. 
Indorfed, Acbttr ^gefthrtvtn ^ gdodofleerd, 
Indorfcmenr, Achteroyfchryv'tng^ liidoUcment. 
to IN DOW ^ Btf^fftigen , begaa^tn. 
lodowed^ Begiitigd^btgaifd. 

an Hofpital well fndowcd, een GaJlhMys dat imt 
goede inkQmftem vrrzorgd is, 
Indowmcet , eepf Begtffigwg , begaving , begaafd^ 

kevd. • 

INdUBITABLE, Ontwyfeibaar. 
I nd u bi tab! y , Omtwsfelhaarlyk^ 
to INDUCE 5 Aanieydem^ aanhyding,geeV€n ^ be- 

wcegen^ wysmaaken^ ovcrreeden^ aamakken. 
Induced , Aangeltyd , bewoogen , avtrrcedy 4umg€^ 

hkt. 
Inducement, A^rydkng^ beweegreeden. 
Inducer, een Aanlcyder^ aanvoerder ^ <iverreeder* 
Indiicing^ Btmeeglng^ wyimaaking , overreedering ^ 

aa^lesdende^ beweegende^ cm* 

IN DUCT JON, hvoermg. in H bezh ftelltng. 

To receive indoftion, Btf^// neemen^ de bcznting 

satfifoardez , 
to INDUE, Aando^y bemavem. 
Indued, Aiingtdnat%j begaafd. 
to INDUL'tE^ fiegeeven^ veel ttfvo^m. 
Indulged, Taegegeeve^ y ingevolgd. 
Indulgence, Toe^eevrng ^ tot^geefiykbeyd. 
B(> Popish Indulgences, Pattzelyke Aflaaf. 
Indnle;em, Toe^eefisk, tnvolgend, zacbfzinnig, 
INDULT, Vfi gunning y Oktroi. 
IN D U M ENTS , Esgtndommen, 

INDUKABLE, y^rdg^ufgiyk , lydelyk. 



IND. INE. INF, ijt 

to INDURATE, Verh^dcn, hardm.'i^ken. 
to INDURE, yerdfiU^en^ burden ^ nytjlaany vol* 
harden^ duuren ^ vcrdunreff. 

I cannot indurc the pain, Ik kan de pyn niet myt^ 
Jlaan , tk ktm met dmuren van pyn. 

I can 't indurc it , Ik kan V niet harden. 

The happiacfs of the Saints in the life to come 
will indurc for ever , Dc gilukzaligbeyd der 
Heyligcn in bet tackomende icevtn zai cemw^ 
duuren. 

To indure faithfoll to the end, Ten tynde taege* 
trokvj valharden, 
Indared , ytrdraagen ^ Hytgeftaan , gedtmrd^ vcr* 

duurdy volhard, 
Induring, ^erdra^rng^ verdumringy vtrdrs^h 

gende^ dmmrende^ vMardtmdt, 
INDUSTRY , Nyverkeyd, vtytigbtyd^ khwkzdn^ 

nigkeyd^ vemuftigbeyd, 
Induftnous, Nyver^ mikzinnig yvlytig ^ vrmnftig^ 

gaamw, fneedig, 
Indultrioully , Nyverlyk , vlytigfyk , vcntttftigfyk^ 

*-^- met voGrdacbt. 

INE. 
to INEBRIATE, Dronken maaken. 
Inebriated , Dronken gemaakt, 
INEFFABLE, Onuxtjhreekefyk, 
IN Ef FECTU AL , '^rruebuiuas , Virgeefftk. 
IneffeSually, yfuchtihoslyk^ u vergeeft, 
INEFFICj\CIOUS, Krachtel^ct ^ onvermoogend. 
INEPT, Onbequaam y b^'HZtlaehtig. 
INEQUALITY J Ongeiykheyd^ meenf^arigheyd, 
INEQUITABLE,0jfi»/r)'^^4r,*/4^ men met dgor 

been ryden kan, 
JNESTIMABLE, Onwaardeerlyk ^ mfcbatbaar. 
INERRABLE, Onftylbaixr. 
INEVITABLE, Onvermyd^hk^ onantwykelyk. 
Inevitably, Op een onvermydehk wyze, 
INEXCUSABLE^ OnverJchoQniyk.mverpmfcbuh 

digfyk 5 (mveromfcbn Idigbaar^ 
INEXH A USTlBLE , Onnytpnttefyk. 
INEXORABLE, Onverbiddefyk, 
INEXPEDIENT, Ondienflig^ onbemsam. 
INEXPERIENCE^ Onttrvaarendhesd, 
INEXPIABLE, Om^erzotniyk. 
INEXPLICAf^LE, Onnytie^ehk. 
INEXPUGNABLE, Onwwbaar, 
INEXTjNGUISHABLE, Onnstbhiffebehk^ 
INEXTRICABLE, Onuvtwikkelyk, onopUjfelyk. 

INFALLIBILITY, Onfeylbaarhcyd, 
Infallfble, Onfeyiba^tr^ i^nb'edrieglyk^ zektr. 
Infallibly, Onfeydbaarhk^ zekertyL 
INrAMOUS^ Eerfoos, quaalyk berucbf. 
InfamouOy, Eerlooslyk. 
Infamy, F^erhoiheya^ fcbandti/ek. 
INFANCY, Kiwdsbeydy onmondigheydy pnmonS^ 
g e jiant , m mderjaarigbeyd. 
From his_ infanci he was trained up m idolatrr. 



ijj INF. 

Hy was voft imdsbttn af in af^osUry opgebragt* 
Infant, Een pug kimd ^ kiftdtje^ ^-^^ OnfmonM^e^ 

mtnd^rjaart^e. 
INFANTRY^ het voefvoli [van ecn heir] 
iNF ATI G ABL E , Omvermotiiyk , onverdfooUm , qh* 

vermQcid. 
to INFATUATE, f^crdixjoa^tn^ dwaas makcw. 
I n f;it a at cd , Verdwaafd. 
iBtatiutiDll , yerdwaazjng. 
to (NrEOT, Bcfmctien^ vergiftigen. 
Infected, Befmet. 

Infcflcd with Hcrefy, Mh Ketiery hcfmtt, 

Inteilcd with a talfe opinion , Oo9r ecn valfib ge- 
vo^Un vergifttgd, 
Infci^jtiiig, Bejmetttnde^ vtrgifiendc. 
Infcflioa, Bejmenimg^ oMtftcehng^hefmaulykheyd^ 

ver^tfttgtng. 

}S^'\ BefinettelyK verderfiyk. 

to INFEtBLE, l^erzwakken^ zwak maaicm. 

Infecbled^ l^crtwakt. 

INFELICrrY, Ongelttkzah^beyd, ongelukkigheyd. 

to INFEOFFE, In UcnhztttmggtevtH. 

Infeoffed, In Ucnhetn gfgceven. 

to INFEK, zr€ to Inferr. 
INFERENCE, een Gevolg^ hejluyt. 
INFERIORITY, Mmdcrheyd, fasger float. 
INVEmOUK, Minder Ja^tr. 
He is kind to his infetiour , Hy taont zich vrm- 

delyk Ugen zynen mtnder* 
C^Hc was not iritcriotir to him in virtue , ffy hi- 

hoefde im dengd voor hem ntet u wykeft* 
An infcriour Judge, ten Under- Reiher* 
INFERNAL, Onderaar^ch, btljU. 
to IN PER R , Bejlnyten , een gevolg myt iefs trekken^ 

^twyzen. 
He inferred from thence, Hy kejl^^t d^uir uyt. 
Inferred JU flatten ^ heweezcn. 
INFERTILE, Omru<hfba<n^. 
Inferti I it v . OnvrHchtbaarheyd. 
to iNFEbl', (^fteiicn^ plaa^en, Meed'fgen, 
(Or The Pirates nifeftcd the tea mightily, <!^f Zeer^S- 

vers maakten de zee geweidtf envry. 
Infcfted, Ge^ueldy gepLidgd^ heJecMgd* 

INFIDEL, een On^eh^ige. 
Intidelity UngelQ^Ttgheyd^ ongetronwigheyd. 
INFINITE, Oneyndig^ onryndelyk^ oniepaald, 
God is an infinite Being , God h cen oneyndig 

li^ee^n. 
I> An infinite number of people, Een ontelbsre me^ 

ntgte volks, 
lufinitiy, Oneyndiglwk^ 0nbepaaldefyi. 
Infimtncfs, OneymUhkheyd^ Qftbepaaldheyd. 
Ixifioitive, Onicpaald* 



INF, 

The Infinitive mood , Oe onbepaa/de wyUfljn de 

Conjugaiie-l 
INFIKM, Zwdk, onfterk, empajfekk ^ zieketyh 
Infirmary , de ZAekekamer [ in een kloofter. ] 
Infirmitv, Zwakkeyd^ anpa/Jelyk/nyd, 
to INFIX, Mecmtn inpremten. 
Infixed, Ingehcht^ ingcprent* 
to IN I: L A M £ , l^erbuten , ontfteeken , ontvomken. 
Inflamed, yerhit^ ontfteeken ^ ontvnnkt. 

Inriamed with fury, Door toorn ontjhekem. _ 

In flaming, Ontfleektng^QntVQnkttig ^ (fnt/Ieckende, 

Inflitmmation, (^erhimng^ onmeeking^ krand, 
an Inflammation in the body ^ Eem brand in *i 
iighaam, 
• The inflammation of an ulcer , De ttntfieeking 

van eengezweL 
INFLATKJN , Op^/aazing^ zwelling. I 

INFLEXIBLE, Onhuygelyk. ^^d 

Inflexibility, Vnbmgelykheyd. J^^^M 

to INFLIv^T, OpTeggen, als To InfliS a ptmif^« 
ment upon one, lemand eenc ftraffe epleggew^ 
iemandjiraffen* j 

Inflided, Opgelegd. 

Inflidcd punishment, Opgcleyde ftrafie, 

InflidionoK punishment, Opleggingvanjlraffe. l 

INFLUENfl-E, Invheijing ^ tnviQedytngang, iw^ j 

druk, I 

The influence of the ftars , de Invkdjing van V | 

feflarnte. 

Hjs fpecch had a great inflaencc upon the pco*. 

pie, Zyne reede hadgrooien ingang by V velk^M 

INFLUX, t^Zamen/oap van twee rivier'en, -^H 

to INFLUENCE, InvJoed hebbem ^ff^MUg bebbew^ 

veroorz^akcft. 
to fNROLD, InvoHwen^ bcwinden ^ iwwikkelew^ 
Infolded, Ingevouweny mgevjikkcid* 
to INFURCE, Dwingen^ opdnwgen, 
Inforced, Gedwongen^ opgedrmgen 
Infor cement, Dwang^ drang 

Inforcing, Opdringmg^ apdringende, 

to INFORM , Ondcrrecbten , knndfcbap geeven^ 

aanbrengem^ bedraagen^ verkUkken ^ — be* 

vormem. 

To inform himfelf , Kenms neemm , naar tw* 

nee men, 

(dr To inform againd one^ lemand verklikhm ^ d 

bekiappen, 
QC3*0miieity informed nullity into an cflence , 
Albeyd bevgrmde de nieibeyd tot een wee 
[ Brown. Religio McdicL $, yxrv,^ 
Information, Ond^reebting ^ onderwyzmg ^ hmd* 



\kelew, 
teevtn^ I 



Informed, Onderrecht^ aangebragt^ verkHki^ 
Informer, een Aanbrenger^ verUikker. 
Informing, Aanbrenging ^ bedrsaging^ veril 

--^--onderrechtende^ verktikkemde, ^ 

rNFORTUNATE,0^^r/i«jU;/,t/> Unfortuoare- 
INFRACTION , Inbrenk, 



INF. ING. 
tolNFRANCHISt, Fryhtyd verUenen. 
INFREQUENT, ZeUzaam, dat zelden gebeurt. 
to YtiVl^iiG^^l^erbreekenJchcndcH^ ovcrtreeden. 
Infringed, Fcrbroken^ gefcbonden^ overtrecden. 
Infringement, ycrbreeking^ fchendtng. 
Infringer, een Verbreeker ^ fchender. 

to INFUSE , UftoTten , ingieten^ te trekken 

zetten^ te weeken zetteH ^ infrenten. 

To infufc into the mind , In V gemoed inpreif- 

ten. 
To infufc herbs in brandy , Kruydcn op bran- 
dewyn zettcH^ [oni 'er de kracht uyt tc trek- 
ken. 1 
Infufed, ingefiort^ te trekken gczct ^ ingeprent. 

Infulion , InftortinT^ inprcftttjig , trekfeL 

An intulion of Tea, ee» Trekfel van Thee, 
ING. 
to ING AGE , Vcrpltgten^ verpanden^ verbinden ^ 
iuxxjikkcUn ^ ^^^ een gevecht aangaan ^ C/VtoEn- 

To ingagc his word, Zich door zyn woord ver- 
bindcn^ zyn woord geeven , zyn woord verpan- 
den. 
I will not ingage myfelf in fuch a defpcrate bu- 
linefs, Ik wiimy in zulk een vertwyjelde zaak 
niet wikkelen. i 

He had ingajged himfelf too deep in the matter, 
Hy had zich al te dsep in de zaak gefteeken. 
(drThey ingaged in the morning and fought till af- 
ter noon , Zy begonnen denjlryd des morgens , en 
vo^ten tot naa den middag. 
We flayed till the armies were ingaged, //^V Uee- 
ven zo lang tot dat de beyrlegers aan malkandc^ 
ren raakten. | 

Ingagemcnt, lerbindtenis j verpUgting ^belofte ^ver^ 
hand^ gevecht. \ 

I was under a clofe ingagement,/* was onder een ; 
naauwe lerbindlenis. i 

l> It was a (harp ingagement, '/ If'aseenfcherpge- 
vecht , V f^ini ''er heel heet toe. \ 

Ing^cv ^ een Terpli^ter ^ vert>ander. \ 

Ingaging , yerpUgttng^ verbindingy ^~^m verplig- 

tcndc, 
INGATHERING, Inzameling, inoozflini. 
The feaft of ingathering , {Exod,XX\ll. i6,)bet 
Feeft der Inzamelinge, 
to INGEMINATE, l^erdubbelen. 
Ingeminated, VerdubbelL 
With ingeminated cries , Met een verdnbbeld ge* 
roep, 
CO INGENDER, Foortteelen^ voortbrengen. 
Ingendered, Voortgeteeld ^ voortgebragt, 
Ingenderer , een l^ortteeler , voortbrenger. 
Ingendering , Voor^teeling , voortbrenging , — voort- 

teeiende. 
INGENERATED, Ongeteeld. 
INGENIOUS, Zsnrykj 'vernnftigj fcberpzjnnig ^ 
vtrfiandigy gecftig^ oar dig. 



ING. 133 

Ingenioufljr, Vemuftiglyk ^ g^^fi^gfy^ 1 aardiglyk^ 

op een ztnryke wyzc 
Ingeniousncls , Ztnr^khcyd^ vernttftigheyd^ geefiig' 

heyd^ aardigheyd. 
INGENITE, Ingebooren. 
INGEJNUITY, Openhartigheyd, oprechtigheyd. 
Ingenuous , Openhartig , oprccht , vrymoedig , gnl^ 

hartig. 
Ineenuoufly, Openhartiglyk . oprechtiglyk, 
INGENY , iJorJl. 
to INGEST, Indoeny injlccken. 
INGLE, een Bogga-jongcn y Jlhand-jongen, 
INGLORIOUS, Onroentwaerdig, onloflyk. 
tolNGORGE, InJIokken J inkroppen^ inzwefgen^ 

inproppen. 
Ingorgcd, Ingeflokt^ ingekropt^ ingepropt. 
Ingorger, een Zwelger , vraat ^ gulzigaard^ prop^ 

darr/t , fl^'^p* 
an INGOT of gold, een Staaffe gonds. 
to INGRAFT, IneKten^ inplanten. 
Ingrafted, Ingeint, ingeplant. 
Ingrarting, Inentingy tnp/anting, "^-^^inentendc. 
(\) to ING RAIL, Keepen^ inkeepen. 
INGRATEFULL, Ondankbaar, onerkentlyk. 
to LnGRATIATE ones felf , Zich wel gewiU 

maakcn , zJch aangcnaam niaaken. 
INGRATITUDE, Ondankbaarheyd, onerkentlyk' 

heyd. 
to INGRAVE, Graaveeren J fnyden J plaatfnydcw^ 
Ingraved, Gegraaveerd^ gefneeden. 
Ingraver, een Graaveerdcr. plaatfnyder. 
Ingravery, Gefneeden werL 
Ingraving, Graaieering ^ plaatfnyding ^ — ^4#* 

veerende. 
INGREDIENT, een Inmengfel .^ ingredient, [ccn 

woord by Doktors en Aptekcrs gebruykcTyk, 

zynde een (impel en onvcrmcngd gedeeitc vaa 

cenigen drank o/ander geneesmiddel. 1 
INGRESS, Ingang. 

Infjrefs and egrels , Ingang en -ttwang. 
to IN GROSS, i)fc/rro«^/t' Utters m^t netfchryven^ 

te bock zetten^ tn t net Jle lien ^ m^^^ftaa zschnee^ 

men , grojj'ccrcn, 
(drTo ingrofs a commodity , Een waare ofkoop* 

nianfchap opkoopen. 
Cj He ingrollcs the talk,//y heeft al de praat alleen. 
Ingrolfccf, Gcbockt y ozergedra^^en ^ na zich gt$to^ 

men^ op^ckoft. 

That Company hath ingrofTcd all the trade to 
thcmfclvcs,Z>/V Maatjihappy hceft den ganfcben 
hd/jdcl alleen inf^ckrecgen, 
Ingrofnicnt, TebockjlelUng^ overdraaging. 

Ingrodcr, ccn Ovcrfchryvcr in V nety opkooper, 

Ingrofling, Boekihg ^ Ipkooping ^ — opkoopenJe^ 

na zich neemende. 
to \]s(<l\Jh¥ .^erzwelgen SgQ\y\ een draaikolk.l 
to INGURGITATE, /«>« "^ 



gen. 



Gg 



grectig mzweh 
In- 



^34 



inh: inj. 



Ingargitation , Inflokkitt?, 

to INHABIT, Bewoopien, wooncn. 
Inhabitable, Bewoonlyk^ bcvjoonbaar. 

Inhabitant, i .^n Uivooncr , bciuooner. 
Inhabitor, ( 

The Inhabitants, De ingezxtenen^ tnwooncrs. 
Ijihabited, BcvjookJ, 

Inhabiting, Bewoomng^ hcwjovende, 

toINHANCE, Duttr maaken ^ doen opjlaan. 

To inhanccthc price , Den prys vcrhoogen^ of- 
jaagen. 
Inhanced, Opgfiaagd, opgejlageft, verhoogd. 
Inhanccr, eenOpjaager^ lerhooger van den prys . 

Inhancing, Opjaaging^ op/lag, opjaagcndc. 

iNHERENCfE, Aa»bafiging, aankUevtng. 
Inherent, Aanhangende^ aankleevende. 
to INHERIT, Beervepi^ enen. 
Inherited, Beerfd^ gtcrfJ. 
Inheritance, Erfenis^ erfdccL 

Gotten by inheritance, Geerfd^ door erfenss vcr- 
kreegen. 
Inheritor, ecnBeerver^ erfgenaam. 
Inheritrix , eene Beerffter. 
INHESION, Aaftkpfgiffgj aMikhev'tftg, 
To INHIBIT, f^erbieden ^ bcUtten^ opfchorten. 
Inhibited, Verbooden^ belet^ opgefchort. 
Inhibition, f^erbod, opfchorting. 
INHOSPITABLE, Oftherbergzaam^ ongajivry. 
Inhofpitality, Onberbergzaamheyd, 
INHUMANE, Onmenfchehk, grunwelyk. 
Inhumanely , Op een onmenfchelyke wyze. 
Inhumanity, Onmenfcbelykhcyd^ grmiwehkbeyd. 
(J[) to INHUME, Onder de aarde be'delven^ be- 

^ INJ. 

to INJECT, Imverpen. 
.^licaion, Inwerpiftg. 
INIMITABLE, Onitaavolgdyk. 
toINJOY, Genteten^ z/V to Enjoy, &c. 
to IN JOIN, Beveelen^ helajUn^ opleggen. 
Injoincr, een Belajler^ bereeler. 
Injoiucd, Bevolen^ beiafty opgelegd. 

lajoining, B«'^^/w, beveeUndCy bela/iende* 

INIQUITY, Ongerechugheyd. 

To commit iniquity, Ongerechtigbeyd pleegen. 

Workers of iniquity,//^^r?^r/ der ongerecbngbeyd, 
INITIAL, de yoorfte, ccrfte ^ alsy The Initial let- 
ter of a word, de yoorjle letter van een woord, 
to INITIATE , Eenen aanvang ntaakeHy snwyen^ 

in de eerjle beginfelen onderwyzen. 
Initiated, Ingewydj in de eerfte gronden ondcrwet- 

zen^ in eenig konjlgenootfcbap aangenomen. 
Y^]VDlClO\)S,UmerJtanJtgy Jlecbt van ocrdeel. 
INJUNCTION, Bevel, gebud. 
to INJURE, yerongelyken y beUedigen^ verkorten^ 

boonen. 
Injured, Verongelykt ^•b:Uedigd ^ vcrkort^ geboond. 



INJ. INK. INL. INM- INN. 

Injurer, eenFerongelyker^ beleediger. 

Injurious, reroxgdykcnd ^ beleedigend ^ fmaadelyk ^ 



iaficrhk. 



Injurionfly, Op een lajlerlyke tvyze^ fmaadsglyk, 
I NJ U K Y , yerongelyking , beleedtging , boon Jinaady 

verkortiytg^ lajler , ongelyk, 
INJ USTIvJE , Onrecbtvacrdigbeyd^ ongercthtigbexd. 

IKK./nkt, 

Printers-ink , Dntk-inJtt. 
Ink-honi , een Inktkoker. 
toINKlNDLE, Ontfteeken^ ontvonken. 
, His zeal inkindled, Zynyver ontjlak. 
I INKLE, Linnen^lint, 

• INKI^ING , als , To get an inkling of a bufi- 
nefs , Een weynigje van een zaak vewmerken , ecnt- 
ge luibt voif een zaak krygen , een fcbemcring van 
sets verncemen. 

INL. 

! INLAND , Ver in '/ land^ landwaard in. 
to IN LARGE, Uytbreydem^ vergrooten. 

I will lalarge no"^ funhcr , Ik zal niet verder in 
tnyne reede voortvaaren , Ik zal my niet verder 
uytbreyden. 
To'inlarge his borders , 2[y»e landfaalen nytbrey- 
den. 
Inlargcd, Uytgebreyd, vergroot. 
In larger, eenus'tbreyder^ vergrooter. 
Inlargement, meerdcr ruymte . uytbreyding. 

Inlarging, UytbreyMng^ vergroottng^ nythrej^ 

dende. • 

to INLAY, Inleggen^ [gclyk de Ebbenwcrkcrs.] 
Inlayd, IngeUyd. 
, inlayd work* Ingeleyd werk. 
INLET, ^£-» U'^ater ofRivter^ust de zee koomende. 
to INLIGHTEN, Feriicbten. ^ 
Inlightcncd, IWUcbt. 

To be inlightcned, Ferlicbt zyn. 
Inlightening, Verllchting , -— verlicbtende. 

INM. 
INMATE, lemand die by eenen anderen inzvoonf. 
INMOST, Binncnjl. 
The inmoft part of the Temple , Het binnenfte 
gedeelte van den TcmpeL 

IfW, een Herberg y droog-gajlery^ alsmede, — T" 
een Oefenjiboul der Kccbtsgclecrden. 
To keep an inn , Herberg bouden. 
Inn-keeper, een Herbergier. 
to INN, Geberbcrgd zyn y buysvefling neemen. 
! (tJ'To Inn corn, V Koorn in de jcbuur baalem. 

INNATE* Ingebooren^ aangebooren. 
, INNAVIGABLE, Onbevaarbaar,onbevaarfyk,w^- 

bezeylbaar. 
I INNER, Binnen, binnenjl. 

an Inner chamber, een Binnenkamer, 
The inner part of the houfc, Het binnenftt vsm V 
bnys. 

IN. 



INN. INO. INQ. 

INNERMOST, Het slUrbinnenJIe. 
INOBSERVABLE, Onbefpcurelyk, onbemrktlyk. 

innocIncy; > «--(*'->•''' -^^**'^- 

Innocent, Onnozel^ ortfchuUlg. 

Innocents day, Allerkinderen dag. 

Innocently, Onnozetyk^ onfchnUiglyk, 

INNOC U O U S , Onfchaocielyk. 

to INNOV^'\TE, yermeuwen^ ids nieuws imvoe- 

ren^ vcranderen. 
Innovated, Vernienwd^ veranderd. 
Innovation , l^ernieuwifsg , verandering-^maaking , 

verandering , invoer'ing van n'teuwigheyd. 
Innovator, een Vernieuwer ^'tnvo<rder van ftiettwig" 

heyd^ verandering-maaker. 
INNOXIOUS, a?ifcha»delyk. 
INNUENDO, Ecn bckendmaaking van ttmand 

door een'tge ^tf^r>ff»/*^,[gclyk wannccr men icgt, 

Hv is zo of lo. ^ hy is van zulk een gcftaltc. J 
INNUMERABLE, OnuWaar, ontallyl 
Innumerably, Op een ontaliyke wyzcj onttUHuarhik. 
Iiinumerablencfs , Ontelbaarheyd. 

INO. 
io INOCULATE, {EenTuyniers woord^) Ocw 

leeren^ [ 't welk gcfchiedt , door een gat in de 

fchorfc van ecn boom tc maaken , en daar dan 

een Ent in tc zettcn. ] 
Inoculation, OkrUeriug. 
INODORIOUS , Reukloos, zander remk. 
INOFFENSIVE, Onaanflootehk, onergerfyk^ on- 

bejhrooken , onheUedigena^onbefibaadigtnd. 
Inottenfively, Onergerlyk. 

Inotfenfivenefs, Oncrgerlykheyd^ onaanft^telykbtyd, 
INOFFICIOUS, OngeMenftig^ traag om tets te 

doen, 
INOPINATE, Onverwach, onverhocds. 
INORD IN ATE , Ongefihikt , onmaatig , onardentfyk. 
Inordinately , Op een onordentlyke wyze. 
INORGANICAL, OnwerktMygig^werktmygen ant- 

breekende, 
Inorganity, Onwcrhus^hkheyd. 

^^I5IQ. 
INQUEST, Onderzoek^ naavorfching^ 

The grand Inqucft • de Gemagtifpen die gefteld 
zyn om onderzoek wegens eenige mifiuMd te 
doen. 
INQUIETUDE. Onrujligheyi, rufielwbeyd. 
^o INQUIRE, Verneemen ^ vraageny onderjlaan^ 
ondcrzoeken^ naavorfchen^ doorfnmffelen. 
To inquire after one , Na iemand verneemen. 
He inquired of me, Hy vraagde mv 



I-fhan't inquire into the motives of his codud, Ik ' 

Zal niet onderzficken IVmI de beweegredenen van 

zyn gedr^ waaren. 
Inquired, Onderzocht^ naagevorfcht ^ vernomen^ge- 

vraagd. 

Inquired into, Naar vernomen. 
Inquirx^^ een Ondert^eker^ naavorfibcr^vin9cemer. 



INQ. INH. INS. 23f 

Inquiry, Onderzoek^ naavorfchsng ^ verneemi^g. 

To make a ftriS inquiry , Ecn naauwkeurig on- 
derzoek dooi, 
INQUISITION, een Onderz<^ek, ondervraaginjg. 
The Spanilh Inquisition, de Spaanfihe Injnijitte. 
Inquilitive , Oy/derzoekend^ mderzoekachtig ^ weet-' 

gierigs 
Inquifitour , een Onderzoekcr , onderzoekmeejler , 

Geloojs^onderzoeker , kfttermccfier. 
INR. 
to INRAGE, Byflervertoornen^ zeer toorn'tgrnoA- 

ken , tot eenen ^woedenden toorn opwekken. 
Inragcd, Byjler vertoorndy woedend. 
Inraging, een Gtweldige vertoorning ^ vertoornende. 
to I N RICH, yerrykeny rykmaakcn. 
Inriched, ^crrykt^ rykgemaakt. 
Inrichment, Kyktnaakmg^ verryksng. 

Inriching, yerryking, verrykende. 

1NROI3ED , Betabbaard, met eenen tabberd vm 

flaat omhangen, 
INRODE , een Invnl [ dcs vyands. ] ^ 

The French made an iurode in Germany , dc 

Franfchcn deeden eenen inval in Di^'tfcbland. 
to IN ROLL , In '/ Stadsboek of Rechtbanks boek 

aanteykenen ^ ef de Rol ftelUn. 
Inroled, Op de rol gezet ^ aangeteykend. 
Inrolling, ? Aanteykening op de ralle^ infchy- 
Infolcment, > ving van zaaken in URetktbanks 

boek. 

INS. 
INSANITY, Ongezondheyd. 
INSATIABLE, Onverzdadehk, 
Infatiablencfs, Onverzaadelykieyd. 
Infatiably, Oi een onverzaadelyke wyze. 
to INSCRIBE, eenOjfibriftfihryven^ opfibryven. 

The letter was infcribcd to him , /fo opfibrifit 
des briefs hieldt aan bem. 
INSCRIPTION, een Opfchrift. 
INSCRUTABLE , Ondoorgrondelyk , cmtas^M^ 

relyk. 
to INSCULP, Graaveeren. 
INSECTION, Infnyding, alsmedc nnVif- 

handeliffg. 
INSECTS, Ongediert y geknrvene diertjes. 
I INSECURE, Onveyiig, onzeker. 
1 Infccure of one's fife , Onzeker van zyft Uevtn. 
\ INSEiMINATION, Inzaaijing. 
jJNSENSATE, Zinneloos. nytzinntZ' 
\ INSENSIBLE, Ongevoelig. * 

I Inlonfibltnefs, Ongevoeligpeyd. 
' infcnh'bly, Ongevoetighk. 



INSEPARABLE, bhaffcheydehk. 
Infeparablenefs, Onafjcbeydelykileyd. 
hifeparably , Onaffcbeydelyker wyze. 
to iKSERT, Invoegen^ injieeken^ invlyen. 
Infotted, Ingevoegd^ ingeftoken. 
Infertion, Invoeging^ invoegfei. 
to INSERVE, Ten dienjit JIaan. 
Gg a 



IN- 



236 INS- 

INSIDE , de B'tnncn-kayit , de hlnnenjle zsde^ V 
binnenfle. 



INSIDENT, Op ruflende, 
to INSIDIATE , Bei 



, Beiaagen^ laagen Uggcn. 
Infidious, Bclaagend. bedrtegelsk, 
INSIGHT, Doorzigt, tnzigt/ 

To have an ini5^;ht into a matter, Doorzigi in 
eene zaak hebheft, 
INSIGNIFICANT, 'tGene mets te bcduydcn heeft, 

dat van geeftcr waarde is , nnttdoos^ 
Infignificancy , Nnttciooiheyd. 
to INSINUATE, Inboezemcn ^ te kennen gcven ^ 

vervjittigen^ aanmeiden ^ indringcn^ invlyen ^ in- 

fchuyven. 

To infinuatc fomc overtures towards a peace, 
Reni^e voorjlagen van vreede dittn. 

To inlinuate himlcif into the favour of the peo- 
ple , Z/VA in de gunfle des volks wikkcien, 
Illfinuated, Ingeboezemd, te kennen gegeeven, ver- 

wittigd. 
Infinuation , Inboezeming , verwittiging , aammel^ng^ 

indringing , inv/ying. 
INSIPID, Smaafeloos, laf. 

Infipid meat, Smakelooze Jpyze. 
•> An infipid difcourfe, Een laffe reede. 
Infipidity , Smaakeloosheyd. 
to INSIST, Aamflaan ^ aanbouden^ op ftaan^ op 

dringen. 
Infilled, OpgeftaoHy op aangehouden. 

He infiftedvcry much upon that particular, Hy 
ftondt (of drong) zeerftyfop die zaak. 
to INSLAVE, yerjlaaven ," in flaaverny brengen^ 

tot eenjlaafmaaken, 
Inflaved, Vcrfiaafdy injlaaverny gebragt. 
Inflaver, een Verjlaaver ^ Slaajjnaaker, 
Inflaving, f^erjlaazing^ in Jlaaver?fy brenging , ^r^- 

flaavende. 
to INSN ARE, l^er/irikken. 
Infnared, Ferftrikt. 

Infnaring, f^erftrikking , — verftrikkende. 
INSOCIABLE, Ongezellig^ onverzelbaar. 
elligbeyd. 




heyd 



lafolcnt, Moedvjillig, baldaadig, venuaand^ trots. 

Infolently, MoedwWiglyk ^ baldaadiglyk. 

INSOLVENT, Onmagtig om te betaalen. 

INSOMUCH, Zfdks dot, invoege. 

to INSPECT, BezJenj toezien, befchouwen. 

Infpeaion, Opzi^t, toezigt, If^zJgtiging. 

to INSPIRE, inblaazen, aanblaazen, tngeeven. 

Infpired, Aangeblaazen [door den Geeft. J 

Inipiration, Inblaazing^ aanb/aazing y ingeeving des 

^eejls. 
f nfpinng , Inblaazing , — — inblaszende , ingetdende. 
to INSPIRIT, U'akkerbeydinboezemcny iummofdi- 
gen. 



INS. 

r INSTABILITY , Onbejlandigheyd , wankelbaar^ 

'< -^cyd^ ovj^efladigheyd. 

InlHbIc, Onbcllcndig^ wankelbaar, ongeftadig. 
to INSTALL, In V bezit Jiellen^ inwycn^ buUi- 

ge/j ^ inveftigen, 
Indallcd, h V bezit gefteld^ gebnldigd. 

hiiblmviir, > ^* tbezitftelhng, b:iL:g:i;^, tn^ 

INSTANCE, een Voorval y zoorbeeU ^ excmpel^ 

aa^idriKgiffg , aanhouding , bhk. 

It M as a very notable taftance, Het was^een zeer 

merkelyk vo^rva/. 
He was^a great inllance of piety , Hy was eejt 

groot voorbeeld van godvrucbtigbeyd. 
Forinlhince, By voorbeeld^ by exentpel. 
«> He did it at my inlhnce , Hy deed het op ntyn 

aanhouden. 
to INSTANCE, to give an inftancc, een Exem- 

pel bybrengen. 
Inftanced , iLxentpelen bygebrM. 
INSTANT, Aanhoudende, dringende. 
He was very inftant in the matter, /j^' drong zeet 
bard op de zaak , by bieldt bard aan. 
Inftant , Tegenivoordig , voor de band. 
(XJ'I receiv^ his letter from the twentieth inftant , 
Ik beb zsnen brief van den twintigften deezer 
[d. i. deezer loopende maand.] ontvangen. 
cry an Inftant, een OogenbUk. 

At this very inftant. Op dit eygenfte oogenblik. 
At an inftant, Opjiaandevoet, 

Inftantly , Ernjitglyk^ Terftond. 

Hedefired me Very inftantly, Hyverz9ctt van 
niy zeer ernftig. 
odr I will be there inftantly , Ik zal zo aanjionis dam 

INST AU RATION, irederoprechting.berflelUng. 

INSTEAD, Inflaats^ inftcde y te ftaade. 

INSTEP, betOpperdecl van denvoet. 

High in the inftep , Hoog van voet^ Hoogmoedf 
van gang. 
to INSTIGATE, Aanporrcn ^ ophitfen^ nanftnth 

wen^ aanftookcn. 
Inftigated , Aangepord, opgchitft , aangeftnnwd. 
Inftigation, Aanporring, opbitfing. 
Inftigator, een Ophttjer , aanjlooker. 
to INSTILL, Indruypcn^ inboezemen, inprenien^ 
infcberpen. 

He had inftilled the principles of true Religion 
into her mind , Hy had haar de grondregels der 
waare Godsdicnjl ingeboezemd. 
Inftillation, Indmyping^ inboezeming. 
INSTINCT, Ingeeving y natnurlyke drift. 
to INSTITUTE, Injlelten, inzetten. 
Inftituted, Ingejield^ ingezet. 
Inftitutes, Inzettingen, wetten. 
InftJtution, Inftellsng^Jiichting. 
to INSTRUCT, Vndirrcfbten, ondcrmz.cn Stoe ^ 

rtiftcn. "^ In- 



m — 

r^ INS. INT. 

I Inftniaed^ Ondtrrccbt^ ond^rwcczem^ iaigerttjl. 

I Inlli^ing , ihiderrtthttng^ oifdcrwyzftfg ^ '^^- 
I ondcrreihumde* 

I InllraQion, Onderwysy hrkht^ na^kh* 
I INSTRUMENT, ecn IVerhuyg , gereedfihap , 
fpeeltuyg^ Bez^ffelde Brief, 

InJlru mental , U'erkin\gcl}\^ Behttlpeiyi . dscfsflig, 

tolKSUE, /%«rir. 

Infued, GciuIgU. 

Infuiiig , l^oigcftdc, 

INS U !• FJCI t NC Y , Ongemegzaamhtydy o^be- 

Itfjtaiimheyd, 
Inlutficicnt, Oftgettoegzaam, onbequaam» 
Infulficicntfy , On^eno^gzaamlyk. 
INSULAR, Ey}a»iiJ(h^ U geene tof een eylmd be- 

hoort, 

INS U LT , Befchimping ^ hoM Befpringing, 

to INSULT , ycrwaaftd<rlyi hejegenen ^befchtmpen. 

He infultcd over my calamity, Hy triomfecrdc 
Jchamperiyk over myne rarnpfpocdigbtyd. 
Infultatioti , Schamperhcyd. 
Infultcd, Bffii'fmpt. 
Infulting, Bcfihimpiffgj ^^^ hefchsmpe^di ^ fchant* 

periyk, 
INSUPERABLE, Onoverkmielyk 
INSUPPORTABLE, Onverdraagbaar , ondraor 

g^h'kj onhdelyk, 
I^?SuKAls[Ct, Ferzeker'ttig^ Aflbrantie. 
Infurance-money , yerzeker^eld ^ Premie, 
to INSURE, yerzekeren^ Lg«^lylc als koopnian- 

fchappen, o/ccn Schip tcr ice, j 
Infurcr* ees t^erzckcraar ^ Afluraitmr* 

INT. 
INTAIL, een Faflgemaakte erfenis* 
to IN FAIL laud, L,tif$d by crfenis vaft mauken, 
lotailcJ, By erUnii vafhemaakt, 

Iliitailiug, Erfelyke vafimaakfPg , — crflyk Vttft* 
makcndc* 
to INT ANGLE, Ferwarrm^ verftrikken^ inwik- 
kcleN. 
Intanglcd, Verward^ verjlrikt^ ingewikkeld. 
Iiitanglcmciu, Ferwarringy vcrftrikkini. . 

JntangJing, yerjlrikking ^ verftrikkende, 

INTEGRAL, Ga^fiMyk. geheeL 

» INTEGRITY, Oprechi'tgheyd ^ vroomhiyd ^ dee- 
gelykheyd^ ongekreukiheyd. 
INTELiLECT, Verfland, vemuft, 
Intclk-aual, Ferflandchk, 
Intel leduals , De v^rjiandelyke dtden^ dezianen^ 

*/ verfland, 
INTELL IGENCE , Kfrndftbap , verftandh^udi^g. 
Toget intelligence, Ku^dfchaj? bekomen. 
To hold mtelligence togctner , Onderlii 

(land bo fide ». " 
To give intelligence, Kmdfibap geevtif^ aver- 
brteven. 
fltS'lutdhgeiiccs, Gcejltn ^ En^den. 



INT< 



^J7 



hng ver- 



I Intellfgcncer, cen Kundfchapper ^ ovcrbriever. 

Intelligible, Verjlmnlyk^ vtrfhmdelyk* 
I Intelligiblv, Op een verjlaanhkc v/yze. 
INTEMERATE, O^gekreikt, mgefih(,»den. 
INl EMPERANCE, Onmaa$igbeydy ovcrdmd^ 
Intemperate , Onmaattg , overdandig. 
Intcmpcratcly, Ommaatigtyk^ overdaadfglyk. 
Intempcraturev Otfgefemierdbeyd, 
; INTEMPESTIVE, O^iydlg. 
[to INTEND, ^QorneemcM^ voorMbeit y beaogeff- 
Un tended, FoorgemfmcMy VQorgebad^ beoftgd* 
Intended! y, yoor^achtelyk. , 
I to 1NT£NER.\TE, Murw o( zacbt maaken. 
I Inteneration, Mttrwmaaking ^ vermurwini. 
I INTENSE, Iftgefpannen ^ fl\j\ gezet^ 
INTENSIVE, OpietigezeL 
, INTENT, GfZet, aandacht'tg. 
INTENT, (fubli.) Oogmerk^ tynde^ opzet. 
Truly I did it with a good intent , Zeker ik deed 
bet met een gned mgmerk, 
(r> He fpoke it to that mtent, Hy fprak bet M diem 

eynde, 
INTENTION, Beoogtngy meening^ VQQrneemen^ 

oogwit^ 
Intentional , Faorneemig , aUeenlyk im V v(^rm€^ 

tntTH beflannJe. 
INTENTIVE , Aandaebiig, 
Intcntivcly, /iandachigiyk, 
INTERCALATION i^ de Invoeging van een dgg 

in V fcbrikkeijaar, 
to INTERCEDE, Tttfchen-Jpreeken, hemiddeUw^ 

ten bejie fpreeken. 
Interceded, Bemiddeld^ ten befte ^efprouken. 
Interceding, Tujjch^n fpreeking^ bcmiMUltng^-^^^ 

bemiJdclende. 
to INTERCEPT , Onderwege opvangen , ondtr* 

fcheppen. 
Intercepted , Onderfchept, 
The Letters were intercepted , De Brieven %ua4h 
Ten onderfchept, 
INTERCESSION, Tfifchenjpraak, bemiddeling^ 

VGorbidding, 
Interceiror , een Bemiddelaar , tnffiben-fpreeker'^ 

vonrbiddcr* 
INTERCHANGE, rerwifeling, heurthQHding, 
to INI ERCHANGE, Fenurjfelen, benrthonden. 
They interchanged their writings, Zy verwijjein 
den hunne sejchriften tegen eikanderen. 
Interchanged, yerwijjhld^ benrtgihonden* 
Interchangeable , Overhandfcb , beunbosidend^ wijfel^ 

vailfg» 
InterchangeaWy , Beurt om beurt^ van weerhwtem^ 

ivcderzsds, 
Interchangcablencfs, BeHttwfJfeling^ vjiffeha/ligbeyd. 
Interchanging, FerwiJ/'eltng ^ '— zerwiljetendt^ 
INTERCrSlON , iMiddendoorjh'.ding, 
INTERCOSTAL, rNfcben deVihhen hggende. 
to INTERCOMMUNICATE , Ondirtmg deel^ 
Gg 3 aib* 





•INT. 

achttg maahn* 
INTE KCOU RSE , OnderhandcHngygmetnfcbitp , 

hande! over tu wcer, 
INTERDICT, ecn Vtrhod. 
to INTERDICT, Verbkdcn^ vsrbod d^en. 
I ntcrdided , l^erboodcn, 
Iiucrdfciron, V^rhod^ verbUSng. 
INTEREST, BeUng^ aamdstl y nangtUgenheyd^ 

Rente. 

to INTERESS ones ftlf in a matter, Zicb ssn 

tent z^ak taarctt gtlegcn zyn. 
IntcrelTed^ Bttrokktn , begrccptn^ tin fteri in beb- 

btnde* 
to INTERFERE, Df votten m V looptm ttgen mal- 
kandcrtft Jlaafi ^ {^als dt paerdcn: ] ^<y^» wW- 
tdttder Jlo*>Un , flrydig zyv, 
Chcerfulncfs doth not imcrtcre with Koncfty , 
Bfymoedfj^beyd c» vroamhtyd Jhrydtn mtf tegen 
W/iIkandiT, 
INTER I A CENT, Tufebt^beyde Uggendt. 
INTERIM, OHdtrtH£chcn. 
INTERJECT. riiQchengcvQtgd, 
Inter) cftioil, ctn T'njfchcnvuegfsly mwerpftL 
INTERIOUR, InwtnMv, nabtmen, | 

4o INTERLACE,7if/<rfo» vlyen ^tuffchcn VQtgtn. 
His Poem was interlaced with fcveral clcgunt 
expreffions, Z\>tgcdichf was met vtrfcbcydcHt 
cicriyke mtdru^felen doorvhchttn, 

_Jterlacihg , Tuircbcn-vlying , tuffchenvotgendt^ 

^D INTERLARD, D(^orfpekk€n. I 

Interlarded, Doorfptkt, I 

Jntcrhirdliie;, Doorfpekk'mg ^ daorfptkkende. \ 

to INTERLINE, tujUchem de rtgtUnJcbryven^ dc 

regele» onderjlreepen , iuffchen ^Mtn. 
L 1 ntcV 1 i ned , nderjirccpt , faJflbcM gtlynd. 
r4nterlming, Ond^rfirttping^ tf^chenfymng ^ — ^— 
ondcrftretpcnde* 
INTERLOCUTION, Tufchtn-jprttkhg, 
INTERLOPER, ten Lorrewdraaijcr ^ die bnyten 
tenc maaifchappy ttr zee handeU zondtr daartae 
veroorkjd it zyn* 
INTERLUDE, ten Tajfchen-fptl , mnetLfpt!. 
to INTERMEDDLE, ZUh in itts Jleckcm, mcdc 

bemoeijen. 
Intermeddled, Zicb imgtmengd^ zi^b met bemotid* 
lllntermeddk-r, ten BemotiaL 
^Intermeddling , Bemotijing mtt itts^ '^^-^ bemoei- 
ftnde. ^ 

INTFT? MEDIATE, Tmjj'chtn btydt gdtgen, 
^IN I DIUM, etm TmJfebcnrMymte, 

INI t IV .VI i NT, Begrasving. 
to INTERMINGLE^ Trnphcn mewgen^ omder- 

me*f^en* 
Intermingled, Trnffiben gemtwgd ^ <mdtrgcmengd. 

Intermingling , T$iJJ(benmtngmg , tupbemften' 

gtndtn * 

INTERMISSION, Inffihenkomfl , nflaatmg^ op- 
boMJtnj^. trrpoozifig^ i^JJihenfMymie. 



INT. 
By intermifllon, Mei vtrpa^tdnge ^ ma infflhtm- 

rnymte, 
ff> Without intermifllon, Zmder ophomJtn ^eji^ 

dighk , aanccn^eft bakeld* 
to IN J ERMlT,'/r}?ir4/^;f, vtrpooun , ophandem^ 

Jlaakew. 
Intermitted, Ftrpoofd ^ ^tflaah. 
Intermittent or Intermitting, ytrpoozemd. 
An intermtitcnt feavcr , ten P^trpoozenM hont. 
An intermitting piiifc, ten Pols die by poaztff ' 
flaaf. 
to INTERMIX, tufcbemmcngen^ ondermmgi 
Intermixed, Tujjlbengcmengd^ (fndtrmengd. 
Intermixing, I rr' /tl j 

Intcrmixtion, f 'r^If^^cnmtngnfg,,wdtrmenging. 

Intcrmi^tture, ctm THjebefrmengfeL 
INTERNAL, hwendig, ^nncrtyk, 
Intcrnallv, Jnwendighk. 
coIN1^£RNUNCIATE, Eenbo^^lbap fajchm 

iwtc pm'tven verrkbten, 
to INTERPELL, trnffibtn fprttkem, in dt reedem 

vallen. 
Interpellation , Tujfcbenfpraak ^imvaliing im i€immdi 

rtede , beletting. 
to INTERPLEAD , Tufcben plytcn ^ bepltyttm 

wit de recbte trfgenaam zy^ 
Interpleader , ten MtdtSngtr ma time erfemis* 
Interpleaded, TttJJchenbepTeM. 
to INTERPOL ATE, r<riiiir/^/^jf, vtrfttlltm.Vi 

vaifihem* 
Interpolation, FerbAnftling , vervalfcbimgj vtrfteHmg, 
Interpolator, ten yerva^iher. 
to INTERPOSE, Tu^cbenftellem ^ zifdb tmffehim 
begeeven^ zich injitekett. 

If heotfers tointerpofc^Zi? -^vVr:: Lnv/U* 

Inicipomon^TuphenJleUing^tuJJch. . ,, --, mid- 

delfchot, 
to INTERPRET, Ftrtaalem.Ttrtnlktm, m\ileggm. 
Interpretation, Fenaalingy zertolktng^ *^yflfil^i^ 

beduyding. 
Interpretarively, Tot uythgging dienende. 
Interpreted, /«^^^i, venatkt^ uytgeltgd. 
Interpreter, ten Fertat^er ^ ulk. myfUggtr. 
, INTERPUNCTION , TMj/eltnpmmiimg ^ 
I feheydtng van tent rtede door pnntem, 
to iNTERR, Btgraaven^ in de amrde bedthm. 
Interred, Begraairn y bedolven, 

iSierSl \ Begraax^ing, bedthimg, 
INTERREIGN, > ten rmfcbem^eveerimt , 
INTERREGENCY,> [de Tyd nifl?tiai dir 
INTERREGNUM, J . dood < afitanng ccoi 

I Konings e?/ Vorfts en dc achtervolging <jf' verkk- 

*/ing van eenen andcrcn, ] 
to INTERROGATE, yra^tm. 

Intenogation, tern f^ra^t, 

Interrogatory , Ondtrvrasgemdc , *^— eem ondervfi^ 

J gtng^ vraagftmL 



tern ^ 



J 



INT. 

to INTERRUPT , Verhinderen^beUttem , ftiHtreny 

iff de recde vallsn. 
Interniptedj Verhlnderdygtftoord^ tuffchen tngevaU 

len^ af^ebrokcn. 
Why dolt thou intermpt mt} Jl^aarom ftoort gy my'i 

vjoarom vah gy my in de reede ? 
Interrupter, eeu yerhinderaar ^ ver floor der. 
Interrupting, v. y^^rhiftdering ^ tmU'chenvalltng ^ of' 
Interruption , ( breek'tng , Jlremming. 

Without interruption , Z©»ifr verhinderiftg , zon* 
der afbreeking , achter malkander weg, 
INTERSECTION, Middendoorfryding. 
to INTERSHOK, Tegen malkanderenftooten. 
INTE RSPERSED , Bejirooid^ thorffrengkeld ^ door- 

Zaaid^ doorvlochten. 
Interftcrfion , TulJchenflrooijsng^ doorfprengkeling, 
INTERSPikATlON.TMfchen'ademing.tufcbeM- 

blaazing, 
to IN PERTAIN, OnthaaleHybuysveflen^ onder- 
houden^ zie to Entertain. ^ 

To intertain an opinon, Etn gevoelen byz^ich 
hebben. 
I> He intcrt^ncs a concubine, Hy boudt eene by* 

Zit. 
f^To intertaine a fufpicion, Een vermoeden flaats 

gevefty een argwaan by zich huysvejlen, 
Intertained , Onthaald^ gehuysveft , onderhouden. 
Intertainer, een Ofrthaaler. bu^svefter, 
Intertaining , Onthaairngy tHysveJi'sng^^^^ontbaa" 

leude. 
Intertainingly , Of een ontbaalende vjyzcy aange- 

naamlyk 
Intertafnment, Ontbaal, onderbottding. 

Cold' intertairiment, Koel ontbaaL 

His writing of.thatlwork was chiefly the inter- 
tainment of his pleafurc, Hy fcbreef dot werk 
voornaamelyk tot zyn eygen vermaak, 
INTERTEXTURE, Doorweeving , tuJJ'cbenwee- 

ving , doorvlecbtinz- 
INTERTWISTED , Tttfcbem gevlochten , door- 

vlochten' 
INTERVAL, Tujcbenwydte , tmfcbenruymte , 

tujfchenplaats ^ tnjjcbeirval^ tftJJ'cbentydy tujfcben- 

to INTERVENE, rM/chenkomen. 
Intervenient, Tuffcbenkomende. 
Intervention , Tuffebenkomfie ^ bemiddeUng. 
INTERVIEW, een fZamenkomft, mondeUngge- 

fprek. 
to INTEKWEAVE^Jnfcbenweeven^doorweet^en. 

iSSIovSi, r^ Doorweeven, tMjJebengeweeven. 
INTESTABLE, Onbeqnaam volgens de If'et om 

een uytterlle wille te maaken , of een getiyge te 

zyn. 
INTESTATE , lemand die zonder een Tejiament 

gemaakt te bebben Jlerft ; of die zyn credit qnyt ii. 
INTESTINE, Itmendig, inbeemfcb. 



INT. 25) 

an Inteftine war , een Inlandfcbe oorlog. 
Inteftins , Ingewand ofgedarmte. 

His inteftines were wounded , Zyn ingewand 
was gequctft. 
to INTHRALL, Injlaai^emy brengen. 
Inthrallcd, In Jlaaverny gebragt, 
Inthralling , i j n^,^^ Ur^^;„, 
InthralmcSit, > i^ fi^cmy brengtng. 

toINTHRONE, i /,, . , 
INTHRONIZE, r Op den troon wtem. 

Inthroned, Op den troon gezet. 

Inthroning, ? Op den troon zctting ^ verbeffing 

Inthronenient , > op den troon. 

toINTlCE, rer/okken, aanlokken , verflrikken^ 

bekoorcn. 
to Inticc away, p'errukken , verleyden^ ten ver- 

derve fleepen, 
Inticcd, yerloktj bekoord, 
Inticer, een Ferlokker^ bekoorder. 

imSent, Y ^^'okking, bekooring. 

an Inticiiig wench , een Aanlokkelyke meyd, 
Inticingly , Op een aanhkkende wyze , bek$orlyk , aan- 

lokkelyk. 
INTIIVIACY, Naauwe irindfcbap^zeergrootege^ 

meenzaamhesd. 
Intimate, Zecr gemeenzaam ,zeer naanw zerknpcbt^ - 
bartgrandelyk. 

My intimate Yricnd , Myn bartgrondige vrind. 
to INTIMATE, Z)*x/?rr/yi te kennen geeven^ in- 

boezemen ^ renvittigen ^ aanroeren. 
Intimated, J^erwittigd^verkundfcbapt^ ingeboezemd. 

Intimating, Te-ktnnen-geeving ^ verwittigende. 

Intimation, Knndfibapy verwittigingj aandnyding^, 

bericbt, 
to INTIMIDATE, Bevreefd maaken. 
IN TI RE , Geheel^ gaaf.^ g^fib , oprecbt , ongefcbon* 

deny ongekreukty ongekrenkt. 
Intirely, Ganfchelyk^ oprecbtehk. 
Intirenefs , Gebeelheyd , ongeHrenktbeyd^ oprechig-^ 

beyd 
to INTITLE, Eenen tytelgeeven^ recbt geeven^ 

bevoorrecbien , beuaamen. 
Intitlcd , I Getyteld^met eenen tytel begiftigd^ recbi 
Intituled , f hcbbende , bcvoorrecbt , benanmd. 

He was nowayes intitlcd to it , Hy bad"^ geen^- 
fins recht toe. 
\m\x\\n^^Tytelgceving ^ benaaming ^ •-^-^ recbtge^ 

Tcnde. 

INTO, In, tot. 

I went into the city, Ikging in de ftad. 

oSDit woordtjc Into wordt by de Engelfchert 
op een byzondcre wyze met zekercn naadrufc 
gebruykt^ aldus: 

Endeavours were ufed to terrify him Into (ome 
compliance. Men foogde htm door fcbrik tot 
ecnige ondcrwcrping te brengen. 

To betray one into flavcry, Icmand^erraaJerhk 



240 INT- INV- IN\^ 

in flaaverny breniren, \ Introduftory , Tot inUyJing dienende. 

It would frighten us into a greater union , De an Introdudory fpeech , cen Inlcydende rtede. 
ireeze daarvan zoud ons tot grooter eenigheyd to INTRUDE, Zich indringcMy iftbooreit. 
brengen. Intruded, Infedromgtn^ tngeboord. 

They might talk their necks into a noofe, Zy Intruder, een Indnnger ^ tnboorder. 

INTOLERABLE, Onverdraagelyk^onlydelyk^on- to INTRUST, Betr^uwen^ toevet troMwen ^ 

dkldelyk. . betrouwcn, 

Intoler^lenefs>, Onverdraagclykheyd, Intruded, Adnbctrouwd^ tocvertrouwd. 

Intolerably, Oieen onverdraagelyke wyzc Intruftint; , /iattbctroMwiMg y toebetrottiuittg ^ ■■■ 

to ll^T OMBEy h eefte tombe^ettcfTy brg/'aaven, aanbctrouw^ade, 
to INTOXICATE, ef»en Toverdrank ingecvcn, INTUITION, T'oekyking^ befcbouwiMg. 

betovereftj 'verg'tftigen. Intuitive, Bejchowmelyk* 

Intoxicated, Betoverdy vergsftigd, INTUNABLE, Dot op geen toom gezct kam wmr* 

Intoxication, Betozeringy vergrftigiMg, den ^ onwelluydend, 

INTRACTABLE, Onhandelbaar , ontembaar, INV. 

weerbarfllg, : to INVADE, Aanvalleti ^ befpringen^ aanramtfeM^ 

INTRALo,/»^/ Initvjand, met gevjeld bemaderen, 

to IN TRAP, ycrftrikkcMy in ecn vol vangtn^ be- Tr) invade the priviledges of a city , De voarrecb^ 

trappen. \ ten ee^er Jlad fchenden. 

Intrapped, Ferftrikt^ betrapt. | Invaded, Aangevallen^ befprongen, aangeranft. 

Intrapping, FerJlrikMng^ betrapping^ ^^^xterftrik" To be invaded with fear, yon vreeze overvMlIm 

kendt. I zyn, 

to INTREAT, Bidden y crnJUg verz^eken ^ fmee- Invadiblc, Diit aangevallen kan worden^ 4umrwtis^ 

ken, I baar, 

ir^To intreat {or difcourfc) of a matter, V^tten Invader, een Aanvaller^ aanrantfer^ befprimgtr. 

Zrhikfpreekcn. Invading, AttnvaUingy aanrantfing^ ^rff^H'^K^ 
Intreated, Gebeden^ gefmeekt. ' aanvallende.* 

Eafy to be intreated, f^erbiddelyk ^ g^ZXggelyk. \ IN VAIN, Te vergeefs. 

Not to be intreated, OnverbinUUlyk. INVALID, Onkracbtig^ krachteloos. 

Intreating, Biddings fmeeking^ fmeekende. ' to INVALIDATE, Krachteloos maaken ^ krenhm* 

There is no intreating of him, Hy is met te ver- Invalidity, Kraehteloosheyd, 

bidden^ hy is onverbiddelyk. INVALUABLE, Onwaardeerlyk. 

INTREATY, Een emftij^ierzoek. . INVASION, een Inval^ donval, inbreuk. 

To prevail by intreatv, Uoor een ernftig verzoek To make an invafion, Eenen tnval doem. 
tcrwervetty zerbiaden. , To INV EAGLE, zie Inveigle, 

to INTRENCJH, £^»r» wal opwerpen, met eenen ^ INVECTIVE, Doorftrykendt , fcheldendc , fletki' 

wal omringett , zich begraaven. ^ li^- . 

CtJTo intrench upon, Indriftgen^ inbooren. I InveSive , (fubft.) een Bitfe o£ fcheldendc ftiit^ 

Intrenched, Bewald^ begraaven\^^s t^n\c^QX,'\ \ fcherpe doorftryking. 

Intrenched upon, Ingedrongen. \ to INVEIGH, Uytvaaren ,^ fchelden, 

Intrenchment , cen Afjnyding^ befcbanfing. j Inveighed againft ,' Tcgen uytgevaaren. 

INTREPID, Onvertzaagd, onverfchrokken. \ to INVEIGLE, rcrUken, verflrikken, verby^ 

Intrcpiditv , Onvertzaagdhesd Inveigled , Verftrikt , verleyd. 



INTRICACY, Vervjordheyd, bcdremmeldheyd. 
Intricate, Verward^ verftriki^ bedekt^ ingewtkkeld. 
An intricate bufinefs , Een verwarde zaak. 



Inveigler, een Ter/hikkerj vcrleyder. 

Inveigling, l^erftrikking ^ verleyding , verlokkhg^ 

ver/Irikkende, verlokkcnje. 

to INVELOP , Bewikkelen, bcwinden. 
Invelopped, Bewonden, btwikkeld. 



An intricate fpeech , een Dusfter gefprek. 
INTRIGUE, Kuypery, bed^kte handel. 

to INTRODUCE, Invoeren^ inleyden ^inbrengen. His pen was invenomed, Zyne pen was im femB 

Introduced, Ingevoerd^ ingebragt. ; ged^'jpt. 

Introducer, een Invoerder^ inleyder. to INVENT , Uytvinden ^ vcrzinnen^ bedenkatf 

Introducing, Invoering, inleyding ^^-^^invoerende. zerdichten. 

Introd.:fHon, Inleyding^ inzoering^ inbrenging. To invent words , Nieuzve zvoordew fmeeJem. 

limo^yxdiov^ een Inleyder y inverdcr. Invented, Uytgevonden^ verzonnen^ bedach. 

In- 



INV. 

Invent cr, eenUytvinder^ vintUr. 
Inventing, Uytvinding^ — ^-irym^^*^, • 
Invention, uytvindfel^ njlnding^ vo»d. 
Inventive^ yondryk^frel in V uyt'vitiden^ viudtaam^ 

verftuftjg, 
INVENTARY, t een Lyjl. befchryvinw voMgae- 
INVENTORY, r deren , boe/elf^pjchryving, 
flaat-aantekemng ^ boelfchrift^ Inventaris. 
"To make an Inventary , Den boel opfibryven^ 
een Inventaris maaken. 

To take an Inventory, den St^U opneemem^ eem 
Inventaris opftelien, 
to INVENTORY. Den boedeJapfchryven^een lyft 

zan gocderen maahen^ 
Inventoried, Z)r» boedel opgefchreeven^ den Jidgt cp* 

genome-ny, 
INVENTRESS, eene Uytvindfter. 
INVERSION, umieeringj ontdraaijingy mnieer. 
to INVERT, Omkeeren^ U.onderjle boven keeren, 

ontwenden^ omdraaijem. 
Inverted, Omgekeerd^ omgetuend^ omgedraaid. 
Inverting, Ontkcering^ ■ ■ omkeerende. 

to INVEST , In V bezit ftellen^ inhuldigen^ f»- 
veflij^cn. 

To invert a place, Eene floats berennen^ o£ toe^ 
Jluyten, 
Inverted, In V bczit gejleld^ingehaidigd^ingeveftigt^ 

Bcrcnd^ rondom ingejlooten^ 

WVESTIG \[^LF.,0nnaaJpeMrelyky0ndo9rgr(mdefyk. 
to INVES TiGAI^E, Naafpeuren, naavorjchen. 
Inveftigation , Naafpeuring^ naavorfihing. 
INVESTING, Inflelling, bnldiging, Beren- 

ning^ befluyting, 
Inveftment , Ontcingeling^ injlnyting. 
INVESTITURE, ^ Injlelling in een ampt\ 
INVESTUKE, f ^mpfj'opdragt J Leen- 

inlding, 
INVETERATE^ Feronderd. ingeworteU. 

an Inveterate evil , een Ingekankerd fuaad* 
to INVEY, zie ro Inveigh. 
INVIDIOUS, Nyibgy f^gunftig. 
INVIGILANCY, Unacbtzaambeyd^omvaakzaam^ 

beyd. 
to INVIGILATE, Bewaaken^ over waaken. 
to INVIGORATE, Kraeht byzetten. 
INVINCIBLE, Onverwinnelyk^ onivinbodor, 
Invinciblenefs , Onverwinnelykheyd. 
Invincibly, Omvinbaarlvk, 
INVIOLABLE, Onjibendehk, onfchendbaar. 
Inviolablencfs, Onfchendelykbeyd^onfchenSaarheyd^ 
Inviolably, Ot^cbendbaarlyk. 
tolNVlkON, Omrit^en^ omdngelcn. 
Invjroned,' Omringd^ omcingeld. 
Invironing, Omringjwg^ 9meingeltng ^ -— -»«Mir/»* 

£end€. 
INVISIBLE, Onzigt/yk, onzigtbaar. 

invitati6n, Sioidiging. ^ 

tOlNVITIATE, Bedervenjchcndcn, hevlekktn. 



INV. INU- INW- JOB. JOG. JOI. JOG. 241 

to INVITE, Noedigen^ aanporren. 

Invited , Gcnoodtgd. 

Invitcr , een Noodigcr , Nooder, 

Inviting, A^b^t/zf/W, Noodigende. 

INUNDATION, Overftrooming ^ wattrvhed. 
INVOCATION, Aanroeping. 
toINVOCATE, I ji Z 
INVOKE, J Aanroepen, 

INVOICE, een Rckcning van gefcheepfe goederen, 
INVOLUNPARY, OnvryvutUig, onwillig. 
to INVOLVE, Inwikkelen^ irrwinden ^verjirikken. 
Involved, Ingewikkeid^ ver/trikt^ verward. 
Involution, Inwikkeling. in winding. 

tolt^JJREj Gewennen^ verharden ^ hardwardeny 

vereelden. 
Inured, Gewend^ verhard^ vereeld. 

To become inured to hardftiip, T^t t>ngemakge* 
wend warden. 

He is inured to blows, Hy is totjlagengewendy 



o£opflagem verhard, 
WW enjt , 

IT 
kelyk, 



Inuring. A 

INU SIT ATE, Ongewoon^ ongcwooniyk ^angebruy^ 



gtwenning^ vereelding, 
Jyk 



INUTILITY, Onnrnlykhesd, Ondienfti7heyd. 
INVULNERABLE, Onguetsbaar, gehard. 

INW. ^ 

INWARD, Inwendig^ innerlyk. 
«> The inwards of a bcaft , het Ingexaand van een 

beeft. 
Inwardly, Inwendiglyk. 
toINwRAP, Inwikke/en. bewinden. 

JOB. 
JOBB, een Togtj een hrnsje^ een dienjlje dot ntem 

iemand doet. 
JOBBER , een Kaerel die zyne dingen wel doen kan. 

a Slok-jobbcr, een Adionift. en A^iekaoper. 
JOBBERNOLL, een Dikkop. 

JOC. 
JOCKEY, een Roskammer ^ paardetnyfTcher. 
JOCOSE , (^rolyk , kortswylig. 

JOCULAR, \ B^^rfig.fiiimpig. 

JOG. 
JOG, een Stoot^ bort. 
to JOG, Stooten^ botfim. 
To Jog with the elbow, Met de elleboog Jiooten 
oiborten. 
, To Jog, as a Wi^on, Hotjen^ als een wagen. 
Jogged, Geftooten^gehotfl. 
Jogger, eenStooter^ barter. 
Jogging, Stooting^ botfing borfing ^ ^^^-^Jlootende. 

JOH. 
St. JOHNS-WORT, St. ions krnyd, Hiperikom. 

to JOIN, Vereenigen^ ^oegen^ vervoegen. 

To Join together, t^Zamenvoegen. 
O^To Join battel, Eenen vcldfiag aangaan^ ^^^X^ 
Hh vecht 



i4i. JOI. JOL. JOV. JOW. JOT. 

vecht be^snnen. 
Joined, yereefj'tgd^ gevoegd. 
Joiner een yerceni7er^ t^ zjunenvoeger. 
a Joi'aer, een Kt^etnaakery witwerkern 
Joining^ yereemging^ • verecn'tgendc. 

JOINT, een Ltd^ gewricht. 

Out of Joint , Uyt bet lid. 
o3*a Joint of mutton , een Scbaapenbout ^ een (luk 

fchaapenvleefcb. 
/oint-hcir, een Alede-erfgenaam. 
\ oint-fen'ice , Gezamentlyke dienft. 
] oint-ftooU een Scbabelletje. 
] ointed^il/^/ leden voorzaen^met ledekens afgediili^ 

izamenge voegd, 

JOINTURE, eenWeduwes bunwlyhgoed , [bc- 

ftaande in vaftc goedercn wdke haar man haar 

by xyn lecvcn gcniaakt hceft. J 
lOiST ^ een Balk. 
to JOIST horfcs , Paerden van eenen anderen om 

geld in zyne weyde laatcngaan, 

a JOLE offish, een ViCcbkopy de kiewen. 
JOLLY, yrolyk, lucbtbartig, blyd. 

\oS£' \ Vrolykbeyd,lHcbtbm\gbeyd. 

JOLT, zie Joult. 
JOT, een flip J zier. 

Not a Jot, Nief een zier. 

Every iot« /« alien deele. 
JOV. 

JOVIAL, Kortswylig^ *(Xf*^/?«- 
OULT , ten Stoot , bort , fchok. 
to JOULT • Hotfeny ftooten ^ fcbokken. 
Joulted, Gehotfty geftooten^ gejcbokt. 
Joulting , Hotjing , flooding , gebofs^ gefloot ygefehoky 

■ ■ ■ botfende. 
JOURNAL, een Dagverbaal^ dag-regsJUr j]ouT' 

naal. 
JOURNEY, eenReyze. 
To take a journey , eene Keys aanvaardenj op 

reys gaan. 
To go a journey , Gaan reyzen , een reys dotn. 
Journev-man, een Handvjerk^^knecbt » een die voor 
knecbt werkty die om een dagbmur ol by de week 
werkt. 
Journey-work , Knechts werk. 
. He works Journey-work , Hy werk 9oor trncbf. 

Journeyed, Gereyfd. 
ourncying, Reyzimgy —^reyz^mie. 

* JOW, 

JOWL,«/VjaIe. 

JOY, rrengde, blydfdap. ' 

* No Joy without ^nnoYyGeemzfietz/MfderzMun 
to JOY, l^erblydzyny zicb verbengen 

ioyfuTl, Blydy vrolyk. 
oyfully, Blvdelyk. 
oyfulncfs, Ulyheyd > verbeughi^. 



JOY. IRA. IRE. IRT. IRK. IRO. IRR. 

to JOYN, zie to Join. 
Joyous, ulyde^ vrolyk. 

IRA. 
IRASCIBLE, Oploopend^ ligt vertowrnd^ boitfttg. 

IRE. 
IRE, 7o9my PTomfcbap. 
IRELAND , lerlandy Trland. 

IRI. 
Irish, lerfii. 

IRK. 
It IRKETH or IRKS him, Hes Ferdriet bem. 
Irkfom, Verdrictig^ korzcl ^ wrohtig. 
Irkfomnefe, Ferdrietigbeyd. 

IRON, Tzer. 

a Taylor's prcfling Iron, een Snyders parsyztr. 

Cramp-irons, Krampoenen. 
Iron-work, Tzer^-merk. 
Iron-mine, eenTTLfr-myn. 
Iron-tools, Tzer gereedfchap. 
Iron-wire, Tzer£raad. 
Iron- ware , yzer tmyg. 

an Iron-bar, een Yzere boom^ eenflaaj yziers. 
Iron* monger, een Tzerkraamer. 
Iron-lick , Tzer-ziek. Dit wordt e:e2egd van ccn 

fchip o/fchuyt, waimeer de hoofden van de Ipy- 

kers ganfch weg geroeft zjn. 
IRONY, een Scbsmpreede y fiberts. 
Ironical, Scbimpig^ fcbertfend. 
Ironically, Seberts-wyze. 

IRR 
to IRRADIATE, Beflraafen. 
Irradiation, Beftraaling. 




geen belpen aan is. 
IRRECONCILABLE, Omerzoenehk. 
IRRECORDABLE, Ongebengba^ydasrmfiam 

gedacht moct worden. 
IRRECOVERABLE, L Onberbaalbaar. 
IRRECUPERABLE, f derkrygeMt. 
IRREFRAGABLE, Onwederfpreekelyk ^ 

werpelyk, 

IRREFUTABLE, OnwedcrUggehk. 
IRREGULAR, Ongeregeld^ bnySenregelig^ ^ngf 

rymd. 
Irregularity, Ongeregcldheyd y wgerymdheyJL 
Irregularly, Ongeregeldlyky ongerymdelyL 
IRRELIGION, OngodsMen/Hgbeyd. 
Irreligious, Ongodsdienftir. 
IRREMEDIABLE, Oitgeneeflyky anbehekk. 
IRREMISSIBLE, Onv^eefiyk. 
Irremiflibility , Onvergeefiykbeyd. 
IRREMUNERABlE, 0/i;rr^W^/^i, onMmn^ 

boar. 
IRREPARABLE, Onvergoedelyk^ mbcrh^udbmr^ 
j emverbelfelyk. 

JR. 



IRR. IS. ISA. ISF. ISL. ISS. 
IRREPREHENSIBLE, OffhriJp^fyk.pfthflrMfe- 

lyk. 
IRREPROVABLE, Ofn>pffraakeiyi,ot$ifJpfoieMy 

Onjiraffelyk. I 

IRRESISTIBLE, OHwederfiaoMlyk. 
IRRESOLUTE, IVoftkelmocJig , twyfelmotdigy^ 

Wffpehuurigj wuft. Jf 

Irrefolution, H^'ankelmoeMghtyd^ wispfUnwrigbey^ \ 
IRRETKIEVABLE, Onbelpelyk, ifMbtrJielSasr. I 
IRREVERENCE, Ontcrbicdigheyd ^ eerUedeloos- 

beyd. 
Irreverent, Oneerbiedig^ eerbiediloos. 
Irreverently , Oneerbiediglyk. 
IRREVERSIBLE, Ommfto^ulsk. 
IRREVOCABLE, Onberruepelyk ^ owwdirrotpe^ 
' lyk^ ofihtrhaalbaar, 
IRRIGUOUS, Bevochigdy befprveid. 
IRRISION, BelMcbgimg, bfJ^Mmg, begekkiiig. 
to IRRITATE, Tergejt. 
Irritated « Gtttrgd. 



(t) IRRITE, VtHcbtelMy vergeeffcb. 
IRRITATION, Tergi^g. 
IRRUPTION, ecuMreMk, imt^sl. 



IS, //. 

Is it fo? Is bet Zfif is V *#? 
ISA. 
ISABELLA, Bkekgeel^ tern IfiMle ikmrk 

ISI. 
ISICLE, ecM Tskegely tif Icicle. 
ISU^GLASS, yifcblym, buytcmbUs. 

VSLhUXy, €€n Eylm$d. ' 
IsloiKlert eets Ey/attder. 
ISLE, eem Eyfm 



•ftm 



ISRAELITE , etn Ifraeht. 

ISSUE, eenUytgiPsgy mytjlag^ uytkomft^ 

loopemd zweer^ fnttameU 
fl3r luiic Tofflpring,^ Afknnfty ajtomeliitg. 

He dyed without lilue) Hy ftirf Z9uder hndifen 
Moa te l4af<n. 
0>llie matter in ifliie is this, De zsak ingefsbil is 

dieze. 
a3*To join iflue with one, Mtt icnsMmd te retht \ 
gaoMj zicb aan dcm itytjl^ vom U recbtgedraa* 
gen. 
Iffucs , UyigaveHy — — f^&ordctkm styt geldboetcM. 
to ISSUE, f^oortkomem^ omftaoft^ uytviieten^ uyp 

Jhroonten. 
to Iflue out, Uytgee^fen, 
IfFucd, f^oortgekomcH , ont/laam^ uHigeftnomd. 
The blood ifllied forth at all holes ^ Het bloed 
ftroomde uyt aik de gatew» 

liTuing, f^9arkimittg J uytftroomhtg^ v$drtio* 

mende^ ttftfir^ememdi^ 
JiClcUISy Kimdirkeu 



IT. rrc. ITE. JUD. JUG. JUD. 143 

IT. 
IT, Het, V. 

It is. Met is, ^t is. 

1 Will come at it , Ik tal*er by komem. 

ItisI, Ik ben V. 

He got nothing by it , Hy wonder niets mee. 

It moves of it felt, Het beweegt zicb van zelfs. 

The matter it fcif will fpeak, De zask zelfs zd 
fpreeken, 
ITALIAN, ItslsMfcb. 

ITC. 
ITCH, Jeukte.fcbsiffdbeyd.fcbttfft. 
to ITCH, Jemkewjetikte bebben. 
Itched, Gejenkt. 

Itching, y^*'^'**!?* j^^^fil^ -'^^ jeukende y jetJtirigi 
Itchy, jenkacbttg, fiburftacbtig^ febttrfdig. 

ITE. 
ITEM, Injgelyks, dejgelyks. 
O^an Item, ^«w IVaarfchoKwing. 
to ITERATE, Herbaaten^ bervattem. 
Iterated 9 lierbaald^ bervst. 

ITINERANT, Reyzende gims ej^ weer. 

An Itinerant Preaclicr, een Reyzend Predikef* 
ITINERARY, een Rcysboek. 
to ITINERATE, ReyZen. 
ITS, Dejzelfs. 
He did not like it bccaufe of its bittcmeft, 
V Bebaa^de if em niet om defzelf bttterbeyd. 
^ JUB. 

JUBILATION . Jmgbim^^ gejuygb. 
JUBILEE, the Year of Jubilee, w* J^^^%Jtt^ 
beljaar. 

JUG. 
JUCUNDITY, Vrohkheyd.geneisglykbfyd, 

JUDAICAL, J(^fck 

Judai&n , Hct Joodcndom. 

to JUDAIZE, de Joddfthe here volgen. 

JUDGE, eenRecbter^ oardeelaar^ vommfer* 



a Judge afliftant, een Scbepen^ byzitter, 
a Judges feat, een RecbterfloeL 
to JUDGE, Oordeelen, recbten^ vonniJfeM, 



Let any body judge, Loot vry elk etn o^dtelen^ 
Judged, Geoordeeld, gevonnifd. 
Judgement, Oardeel^ gericbtj VMnis^ — .^•*e% 

leffj verftand. 

To pronounce judgement , tennis uytjpreeken. 

In my judgement, N^ar myn oordeeL 

a Man of great judgement , een Mim vsn groot 
verfland. 

fudgement-feat, di Reehterjioeh 
UDICATION, f^onniffmg^ oordeeling. 
UDICATURE, Reebterfibap, recbtple^ing. 
03' a Court of Judicantfe^ een Gerecbts^hcf. 

ttcSry \ G^^^b^^h^i ^oi^reebte^ gereebts. 
^ .Hha JU- 



144 JUG. JUL JUK. JUL. JUM. JUN. 
JUDICIOUS, Fan een goed oordccly vcrjlandlg^ 

fchrander, 
Judicioully , Verjlandiglyh 

JUG. 
JUG, een A or dene drink-kan. 
to JUGGLE, Guyghelen. 
Juggled, GcgusgheU. 
foggier, een Guyghelaar. 
Juggler-like, Op zyn guyghelaars. 

Juggling. GayghcfiKg^ gnyghelende. 

JUGULAR, Diit tut de (irot 'behjort. 

The jugular vein , de Strot-^der. 
JUGULATION, Keelaflnyding, keeling. 

JUICE, Sap. 

Julcelefs,, Sappeloos. 

Juicincfs, Sappigheyd. 

Juicy, Sappig. 

JUJUBS, Jujuben^ [ zckcre vrucht. ] 

IV1E,:5/VIYY. 

JUK. 
10 JUKE, as birds, Op een flok zitten, [gclyk de 

vogelcn wannccr 2C flaapcn , ] zte to Rooft. 
JULiiP , een Afzettend-drankje , jylep^ 

JUL* 
JULY, Hooimaand. 

JUM. 
JUMBALS, Banket-krakelingcn. 
JUMBLE, een Mengelmoes. 
a CDBfufed jumble , een Venuard mengelmoeSy een 
verwardgeftommcL 
to JUMBLE, Rompjhmp^ cnder tnalkander men- 
gen , onder maikander hutfelen , wegjlommeien. 
Jumbled • Onder maJkandercn geintfeidj weggefiom- 
meld. 
He was jumbled into a dark hole, Hy wierdf in 
een donker ^at geftvmineld. 
Jumbling, een^'^erwarde verwengingy wegftomme^ 

liffg. 
JUMP, een Spronj^y — ^^>ir zrorwen rokje. 

To give a great jump^ Een gr oaten ffrong doen. 
to JUKlP, Springcn. 

To jump over, Overjpringen* 
Jumper , een Springer. 
Jianping, Sprtngi?igy •'"^ fpringendc^ 

JUN. 
JUNCTO, een Ileyr/ielyhe t*zamenrotting van by- 

zondere pcrfooncn ^ een byzondere Tergadering, 
JUNCTURE, T(.ejlai9dygefteltenis, voeging.ge- 
wrich. 
In this junfiure of time,. In deszen torjiand des 

/yds. 
At'^that junfturc of affaires, /* dot gewricbt der 
Ziiaken. 
UNE , Zomcrwiiah'd, 
; UxNGIBLE, ty/.ay>ienyoeglyk. 
UN^OR, de J'.J/i^L^ jofr/er. 
unionEy, JangerfeyJ, 



JUN. IVO. JUR. JUS. 

JUNIPER, Jenever.geMever. 

Junipcr-bcrrics , Jenever-beyen. 

a Juniper-tree, een Jeneverboam. 

to JUNKET , to go a junkcningi U\t fimtllen 
gaan^ uytgaoH om wat tekkers op tejajgen. 

Junkets, Lekkernyen^ banket. 
^ IVO. 

IVORY, Imor^ elpenbeem. 
An ivory-comb, eem Tvoore kam. 
JUR. 

JURATION, Eedzweeringy zweering. 

JURATS, Eenfiort ran Sebeepemen or f^rceJfiiap. 

JURIDICAL, Gerecbtfpraakelyk. 

Juridical davs, Recbtdagen. 

JURISDiOlION, Rtebiigebiedy rtchtsfpraaky 
rechtsniagt^ recbtsban. 

JURIST, een Recbts-geUerde^ efBeiedigJc. 

JURY, een Gezwoftren goemanfcbi^. [ccn Gctel- 
fchap van Gczvvoorene-Mannea , *t ly van 
XXlV. die de Grand Jury genocmd wordcn, 
of van XII. perfoonen welke men dc Petty Jtny 
nocmt , aan welker uytfpiaak in Engcland de 
rccht2a;iken , *t zy burgerlyke of mirdaadige,vcr- 
bleeven wordcn. Dcezt Gciwoorene Goe-maa« 
nen mocten , volgens de Wetten dcs Lands, 
eerlyke perfoonen 2yn, en daar ontrent waaF de 
zaak voorvalt woonachtig ; en indien de aange- 
klaagde een uytheemfche is , dan moct de helfb 
van de Jury van de zelfdc landaard wceien als 
hy is. Zo'cr ook iemand onder is, die hem nict 
gevalt, of vvclken hy mcent zynen vyand tc wcc- 
zcn , dien mag hy uytiondcrcn. Dc Gramd-Jmy 
onderzockt of de befchuWiging wel ^egrondis, 
ecr de Misdaadigc in 't Gerechts-hot komt; es 
gceft uytfpraak volgens meerdcrheyd ran ftcm- 
men ; maar de Petty-Jury ^ naa dat dc gduyeoi 
opcntlyk gchoord , en dc zaak bcplcyc is, be- 
geeft zich in een afgezonderd vertrek ^ alwair 
hen gccn fpys, drank, vuur, noch kaers vergand 
word , opdat zc tc cerder tot een belluyt zooden 
komcn ; en wannccr zy hct allc ecndn^dg eens 
gcworden zyn , docn zc uytfpraak : Indien te no 
den bcfchulcligden vryfprcckcn, dan is hy ontflt- 
^cn; maar zo zc hem fchuldig vcrklaaren, dan 
Jprcekt dc Rcchter daarop hct Vonnis uyt. 
The F'orcman of the Jury , de U'^oordvoerder of 
fpreeker dcr Gezi'jooreae mannen. 

JUROR, een Gezvjocnren goe^mau* 
JUS. 

JUST, Gerecbtig^ rcchtvaerdigy billyk^ 
Juft(adv.) Ejfen, j:fy/K ? 

Jull now, jio even. 
JUSTCftiblhj«/>Jufts. 
to JUST , Alet de Ions remren. 
J U STK" E , Gcrecbtigheyd^ recbtvaerdi^beydj rei btm 

To adminifter juilicc, Recbt toebediemeu. 

To do jullice upon onc^ Recbt ovmr iemsmldjeUy 
iemand door V Recbt Jlraffcu. 

flJUS- 



JUS. JUT. IVY. KAL. KEC KED. 

a JUSTICE , een foort van Recbter of Schcpen^ 

U^thouder. 
a Juftice of Peace, cen Vteede^Rechtctn^ [ccn Ma- 
gidraats pcrfoon die gedeld is om de gemecne 
'rufte voor tc ftaan, en toezigt op onordentlyk- 
heden, moedwil , en andcre mildaaden te heb* 
ben.] 
a Juftice of Oyer and Terminer, een Recbter die op 
een fchielyk en ongemeen lUHfrval van den Ko- 
ning wordt aangejield nut volkomene magt om 
misdaadigen te verbooren en vonnjffenm 
a Lord Chief Juftice, V Konings Upper-Recbter. 
In Engeland zyn'er twee mannen die deeien 
tytel voeren, waar van de een genoemd wordt 
Lord Chief Juftice of the Kinjrs bench ; en die 
IS Opper- Reenter van geheel tngeland. 
ufticer, een Recbter ofScbeepen. 
USTIFIABLE, Verdeedigbaar , verfrboonefyi. 
uftifical, Recbtoefenend* f gerechtigheyd pleegende. 
uftification , Recbtvaerdigmaaking ^ recbtvaerdi' 
XfV , verdeediging. 
to JUSTIFY, Kecbtvaerdigen y Recbtvaerdigmasn 

hen^ verdeediren^ billy ken. 
.To Juftify biinielf, Zich verdeedigen^ zicb «*>•- 
veren. 

Juftified, GerecbtvaertCgdy verdeedigd^ gcbilfyh* 
USTING, Renning met de Ions. 
JUSTLE, een Stoot^ bort, [*t zy met dc clboc^ 

ef met de zyde des lighaams. ] 
to TUSTLE, Stooten^ borten. 

Juftler, eeff Stooter. 
JUSTLY, Recbivaerdigfyi. 
Juftnefs, Billyiheydj gelykbeydj^ deegelykbeyd. 
JUSTS, Steeifpelenj Renperkfpelen ^[yfzu in men 
mec de lans tegen elkandercn loopt. 1 * 
JUT. 
to JUT over, Voorover bellem , uytfteehn. 
, mting out, Overbellende. 
'utties, Uytfteekfels. 

\jwm\tE,jiHgdig. 

, uvenility, Jeugdigbeyd. 

IVY. 
IVY, Kltmopj r ickcr gewas. ] 
Ground'lvy^ Aard-veyl^bondtdraf. [xckcrkruyd.] 

KAL. 

KALENDER, een Almanak. 
KANKER, ^^iCW^r, roeftytie Canker. 

KASTREL, Zckere roofvogeL 

to KAV(r, Schreeuwen ah een kaamw. 

•> To Kaw for breath, 'Naar zyften adem hygen. 

KAY, een Kaai^ vjerf, 

Kayage, Kaaigeld. 

KEC. 
to KECK , Oprocbj^elen , . opkttchgen. 

Kecking, Ofrocbgeling ^ oprochelende, 

KED. 
to KEDGE, Jnker-iorten J ittkarten. 



KEE. 

KEE. 



Mf 



KEEL, de iC/V/ [ van een fchip, ] — een Koeh 

vat voor bier. 
KEEN, Scberp^ bits^ doordringend. 
a Keen knife, een Sckerp mes, 
a Keen fight, een Scherp gezigt, 
a Keen air ^ een Scherpe incbt^doordringende hchtm 
a Keen ftile, een Scherpe ofbitfeftyi 
As keen as muftard, Zofcherp als moftaard. 
(drHis ftile mounts beyond the keen (or ken) of 
vulgar underllanding, Zyn ftylgaat bet begrip 
des gemeenen volks te boven. 
Keenly, Scherpelyk, 
Keenncfs, Scherpheyd^ bitsbeyd. 
to KEEP, Houden ^ bewaaren , bebonden^ emder^ 
honden. 
He kept me too long , //y Ueldt my ai te lawg. 
I was fain to keep my bed , Ik was genoodzMdkl 

bet bedde te honden. 
It was given mc to keep , V IVas mygegeevem 

om te bewaaren. 
Keep it to thy felf , Hond bet fUl by n. 
0^1 cannot keep it from my wife, Ik kan V voor 

myn wyfniet verberren. 
a> He has nothing but the tiles to keep him from 
rain , Ily heeft niets anders als een panne dak om 
hem voor den regen te befchntten. 
He kept a concubine, Hy onderhieldt eene byziu 
He keeps a whore, ny houdt eene boer aan. 
He kept that way. Hy bieldt dien weg. 
I was forced to ke«> my chamber, Ik wasge* 
noodzaakt in myne kamer te blyvenj ik moft my^ 
ne kamer honden. 
To Keep God*s commandments. Cods gebodem 

onderbonden. 
He keeps a fnake in his bofom, Hy qneekt eena 

Jiang op in zynen boezem. 
I kept my mony , Ik behield myn geld. 
To keep back , Te rug honden. 
To keep clofe, f^'erbergen. 
To keep holy-day, Heylige-dag honden. 
To keep in, Inbonden^ bedwingen. ^ 
j> l^o keep a noife, etn Getter maaken. 
To keep oft', Ajhouden^ afweeren. 
To keep out, Bnyten honden^ nytbonden^ 
To keep hi^ promife, Zyne belcfie honden. 
To ke-p fccret, Geheym honden. 
To keep lilcnt , Stil honden. 
To keep [Wcvicc^ftilzwygen^ zicbflil honden. 
fl> To keep at home, T'^hnys Olwcn, 

To keep in humility , Ootmoedig blyven. 
a3rTo keep iair together, Een goed verftand Uza* 

men hoMdcn. 
o:JTo keep touch, Proef honden , doen gelyk mem 
gezcgd heeft. 
To keep under, Onderbonden^ beteugelen. 
Keeper, ecu Bewaarder ^ hondar ^ btbonder^ 
The Keeper of h prifoh , de Gevangenh^:der^ 
Hh 3 J/o^ 



24< KEE. KEM. KENT. KEP. KER. KES- KIB. 

Stokwaarder y Cipier. 
The Lord Keeper, dfe Bewaarder van ^t groot ze^ 

^el^ de Zegelbewaarder, 
The Keeper of the touch , de Proefmcejier van 
de muftt. 
Keeping, Bewaarittg^ houdinif j '"•^^ bewaarende ^ 
bomdendej blyvende. 

Keeping at home, t^Huysblyvende. 
K£G. 
a KEG of fturgcon, een Vatuje met gepekelde fteur, 

KEM. 
KEMBO", als^ To fet his arms a kembo , Zyne 
boHdeu in zsne zyde zetten. 
KEN. 
to KEN, Kennen^ befpeurcn. 
i> Withia ken. In ^tgezigtj binnen V bereyk. 
KENNEL, eemGent. 

a Dog-kemiel, een Hondebok^ bandekot, 
CtSra Kemiel of hounds, een Jan bonden. 

KEP. 
KEPT, {van to Keep) Gebonden j behouden^ be- 
waardy onderbonden. I kept, Ik bit Id ^ — ik 

bleef. 
He kept within doors , Hy bleef binnens bnys. 
KER. 
KERCHIEF , een Horfddoek [ voor oude wyven. ] 

Hand-kerchief, een Nensdoeky balsnensdoek. 
KERN, een Phmpe boer , — — een Itgtgewapend 

lerfcb foldaat. 
to KERN, Korleny zicb tot korrels zetten. 
KERNEL, een Pit. kern y korrel. 
Kernels of flesh , KUeren ^knnrven. 
Kernels in the throat, de Keelkiieren yomandelen. 
KERSEY, Karzaai. 

KES. 
KESTREL. ii^KaftrcI. 

KET. 
KETCH, een Kits y [icker vaartuyg.] 
KETTLE, een Ketel. 

♦The kettle calls the pot black-arle , De pot 
rerwyt de ketel dot by zwart is. 
Kettle-drum, een Ketekronty berpauk. 
Kcttle-druiimier, een Ketehromjlagery berpanker* 

KEW» 
KEW, een Luym, 

in a good kew, In een^oede luym. 
KEY. ^ 

KEY, een Sleutcly Kaai. 

To be under lock and key y Met een flvt geflaoten 
zyn. 
Key-chain, een Slentelreeks* 
Key-hole J een Sleutelgat. 

^'TiX. \^^-Slenteldraager,fis^ter. 

KIB. 
KIBE, een Kakhiel, winterbiel. 
Troubled with kibes, Met kakbielen gejneld. 



KIC. KID. KIL. KIN. 

KIC. 
KICK, een Schopy eenftoot met de voet. * 

to KICK. Scboppen. acbternytjlaan. 
To kick at one, ria iemana fiboppen. 
To Kick one down ftaires , lemand de trapfem 

affcboppen. 
To kick a football , Een voetbal zoortfcbofpen. 
Kicked, Gefihopt, 
Kicker, een Scbopper. 
Kicking, Scboppingy gefcb^py "-^^fcbop^ende. 

a Kicking horfe, een Scboppend paerJ. 
KICKSHAW, een Hartig beetje [op 7yn Fnmfch.] 
Kick-fhaws , Benzelingen ^ wisjewasjes y lenren y 
[een bedurven woord at komftig van 't Franfch 
Vnelqne cbofe,! 

KID. 
KID. een Bokje^ g^je. 

Kids leather, jf^nge geytjes leer. 
to KID, Eenjongb§kje werPen^ veortbrengen. 
Kidded, Gew^rpeny alseenbokje. 
(t) KIDDER, een die met eetwaaren te hnf §m^ 

loopt. 
Kidding , If^erpin^ van bokjes, 
to KIDNAP , iiinderen fleekn §mze te verveeren. 
Kidnapper, een Kinderdicf ^ een die kinderen ftceb 

omze te vervoeren. 
KIDNEY, een Nier. 
Kidney-beans , Tnrkfcbe boenen* 

KIL. 
KILDERKIN, een Haljvai. 

a Kilderkin of beer, een Halfvat biers. 
to KILL, Dooden ydoodjlaan y om den bals brtwgen^ 
flagteny ombrengen. 
To kill himfelf , Zich zelven om den bals belpen* 
Killed, Gcdoody doodgejlagcny geflagty omgebragt. 
Killer, een Dooder^ doodjiagery ornbrenger^ 
Killing, Dooding^ doodjlaaning y ombrenging^ — ^ 

doodcnde. 
KILN, een Oven y gclyk als 
a Brick-kiln, een Ttchgel-oven, 
a Lime-kiln , een Kalk-Tven, 
KIN. 
KIN, Maagfchapy verwantjebap. 

He is no kin at all to me, Hy beftaat my g0ttfA 
niet. 
a KIND, (fiibft.) ccn Soort.Jlacb. 
What kind of thing is it? /f ^/ voor eenfiort vm 

een ding is bet ? 
He is a ftrange kind of man y Hy is ten miffeifi 

Jlach van een man. 
What kind of a man is he ? IVat voor temfioA 

van een man is bet ? 
Of all kinds. Van allerley foort, 
A,lan-kind , bet Menfcbefykgcflacbty de memfcben^ 
V menfcbdom. 
KIND, Krindelykj minnelyky goedertierem y goed* 

Pray be fo kind , Eylieve wees zo goed. ... 
Kindly, Op een vrinjelyke vyzCy vnmdefyk. 



KIN. KIR, KIS. KIT. 
I take it kindly , Ik neem V in vrmifcbap mmh. 
Kindnefs, l/r'tndfcbap , vrindlykheydy goedertieren- 
heyd. 
He did me a great kindncfs, Hy deed my greofe 

vrixdfcbap. 
He beftowed much kmdncfs on her, Hy beeft 

boar veel vrindfcbap beweezett. 
Pray do me that kindnefi , Ik bid u dee my die 

vrindfchap. 
Brotherly kindnefs, Broederjyke liefde. 
The lovmg kindnefs of the Lord, de Goedertie- 
renbeyd des Heereu. 
to KINDLE, Ontfieeken^ aamjieeken^ etetvenkem. 

To kindle a fire, Een vuur maakew. 
oS'The fire begins to kindle, V ymur begins teglim^ 

men of vlam te vatten. 
O^To Kindle, as a rabbit, Jongem werpem^ (ge- 

fyk ecn konyn of baas. ^ 
a Kindle-coal , een Brandfiooker. 
Kindled, Ontftooken^ ontvonkf. 
His anger Ava$ kindled, Zyn toem was ontjleeken. 
New-kindlcd, Eerft gewerpen^ [gelyk ecn haas 
(?/kouyn. J 
Kindler, een Ontfleeker. 

Kindline , Ontfteeking , ontvonking , — trntfteekende. 
KINDRED , Maa^ehap , verwantfebaf ybhedwrind. 

fcbap. 
KINE, Koeijen. 

KINSFOLKS, Maiden ^ verwanten. 
Kindfman, een Maagy verwantj neef. 
Kinswoman , eene Vrenw die ens beftaaSy eene mich. 
KING , een Koning, 
a King at arms, King of Heralds, een fFapetn 
voogdj IVapenfcbiid'beer. 
The King*s bench,*/ Konings Recbtbank. 
The King's evil, V Konings -zeer^ [ecn zckcr krop- 

iweer.] 
King-filher, een Tsvogel. 

.Kingdom, een Koningryk. 

the KIRK of Scotland, de Kerb van Sebefland. 

KIS. 
KISS, een Kus^ zoen. 
to KISS, Knjfeny zoenen. 
Kiffed, Geknft^jezoend. 
Kifler, een&tiJlery zoener. 
Kiffing, Gekns y gezoen ^ ^^^^ kujfende, 
Kifling goes by favour, Tder een mag geem zoen 
rebenren. 

* KIT. 

KIT , ^fj» kleyn Feeltje. 
KITCHIN, eenKenken, kooken. 
Kitchin-nuud, een Keuken-meyd. 
Kitchin-ftaff, ruryZ/wrrr. 
KITE, eenknykmSef, [ickere vogcl.] 
gjrlCte,^^ VHegerJi^sax de kinderen met ipcrkn.] 



KIT- KNA. KNE, 24? 

[KITTEN, I ^ . . 
KITTLING, r ^^^Jo^gkasje. 

toKITThN, I ^ . . _ 
to KITTLE r 3^^**?^ *^-^^^ werpen. 

KNA. 
KNACK, een Trek^ bandgreep ^ kneepj bebendrg* 
beydy ban deling y ""^^fpeelgoed. 

He has got the knack to do it , Hy beeft W de 
kneep van om htt te doen. 
to KNACK, Knakken, kraaken. 
KNAG, een Quaft (in 't bout.) 
Knaggy, Quaftig. 

the KNAP of a hill, De Top van eenen berg. 
to KNAP, Knafpem^ kraaken. 
0^ to Knap at, fatten ^grypen. 

There is nothing to Kiiap at , Door vak met U 
knaPpen^ daar is niets te biiken. 
Knappish, StHurfcb^ gemelyk, 
to KNAPPLE, Beknabbelen. 
Knappy, Bnltig. bobbelig. 
knapsack; eew Knipzak. 
KNAVE , eem Gstyt^ boef, Dit woord is herkom- 

flig van *t Hoogduytfch woord ^iMiv,waarvoor 

men in *t Nederduytfch xt^ Knaap , en plagt 

wel eer zo veel te betekenen als Dienaaroi 

Knecbt , zulks dat*er nog een oude Engelfche 

Oversetting is , waarin men vindt Paul a Knave 

ofjefns Ctrift; doch door verloop van tyd is de 

betekenis desielfs zo veranderd. 

To play the Knave, Gnytery aanreebten. 
Knavery, GMery, boertery. 

a piece of iCnavery^ een Gnytftnky boeveftoL 

a pack of Knaves, een Hoof gnyten. 
Knavish, Gnytaebtig. 
Knavishly, Guytaebtiglyk. 
Knavishnefs, (jmytacbttgbeyd. 
KNE. 
toKl^EAD.Kmeeden. 

to Knead the dough , bet dee^ kneeJen. 

to Knead together, ^tZamenkneeden. 
Kneaded, Gekneed. 
Kneader, een Kneeder. 
Kneading. Kneeding^ — — - kmeedende* 

a Kneading trough, een Bakkers Prog. 
KNEE een Knie. 

On his knees. Op zyne kniejen. 

He fell down at her knees , Hy viel voor baare 
knien neer» 

To bow the knee, de Knie bnygen. 
Knee-pan, de Kniefcbyf. 
The knees of a (hip, de Knies of zyftnkkett vast eett 

fibip. 
to KNEEL, Knielen. 

to Kneel down, Neerknielen. 
Kneeled, Geknield. 
Kneclcr, een Knieler. 
Kneeling, Knieling^ '•^'^knielende. 
KNELL, do DoodiUt ^ Jket gelsty alt iemaitd op 

fter. 



248 KNE. KNJ. KNO. 

fterven lejrt» 
1 KNEW (va» to Know,) li wifl, ik kcnde. 

KNI. 
a KNICK with the fingers , '/ Klappen met de vln- 

a Knick with the teeth , '/ Klappen met de tandett, 

a KNIFE, een Ales'. 

a little Knife, een Mesje. 

a Butchers Knife , een Slaajrers mes. 

a Choppinij-Knife, een llaldmes. 

aPen-Knite, een Pennemes. 

a Pruning Knife, een Snoeimes. 

a Wood-Knife, een IVey-mes^ jaagcrs-mes. 

The handle and blade of a knife, bet Heft en 
lemmer van een mes. 
■KNIGHr, een-Ridder. 

a Knight of the Garter, een Ridder van de orden 
der Koufehand, 

a Knight of the Shire , een Gemagtigde van eene 
Provsncie om als lid des Parlements te dienen. 

a Knight errant , een Doolende Ridder. 

Launce-Knights , Lansriddcrs^ lansknecbten, 
{\)vi Knight ot the port, Een die zich loot hunren 
om een valfcb getnyf^enii te geeven. Men 20U 
daorvoor in Duytfch konncn xeggen , Ridder 

^ van de GeeJJ'elpaal. 
Knights-fee 9 ^^if Genoegzaame erfenis om eenen Rid- 

der te onderhouden. Het jaargeld dat een Rid-- 

der wel eergafaan denHeer waar onder by Jlondt. 
to KNIGHT, tot Ridder maaken\^ ridder Jlaan, 

The Kins^ has knighted them , de Koning bee ft 
hen ridder 7ejlagtn. 
Knightly, Ridderlyk. 

Km^hthoodr^' RiJJerfekip ^ RidJerlyke orden. 
to KNIT, Braijen^ bre\en. 

To knit together, *tZamenknoopen. 

To knit (lockings , Konfcn braijen. 
CC3'To knit the brows , Het voorhodfd in rimpels 
trekkcn. 

Knit together, Verknocbt^ tzamengeknoopt. 
Knit, Gebraid^ gebresd. 

Cj'Thc horfc knits, Het paerd zet zichfchrap. 
o5' to Knit ( as bees ) Zivermen [als de by eu. j 
Knitter, een Braijer^ braifler. 

Knitting , Braying , bniijende. 

KNO. 
KNOB, een Knop, knobbel. 

a Knob of wood , een Qiiafl in '/ bout. 
Knobbed, Geknopt^ knobbelig. 
Knobby, Knobbclachtig^ bultig. 
Knobbinefs, KnMelacbtigbdyd. bnltigbeyd. 
KNOCK , een SLg , khp , kiap. 

a Knock on the pate, Een flag op de kop. 

I know 't is he by his Knock , Ik weet dat by V 
// a.ift zyn klop, 

aSmil knock, een Tik. 
to KNOCK, Sloan, khppen. 

To knock at the door^ Aan di iettr klopptw. 



KNO. 

To knock in, InklopPen. 
To knock out, Uymoppen* 
To knock do'wn^' Neerkloppen, ter nierflaan. 
Knocked , Geftagen , geklopt. 
Knocker, een Klopper. 
The knocker or the door , de Klopper van de 
deur. 
Knocking, Khpping^Jlaaning^ --^-Jlaande ^ Uof* 

pende* 
Knockt, Geklopt y gejlagen. 
KNOLL, een Knol ^ raap ^ ^^^^een Bergje^ berg* 

top. 
to KNOLL bells, De khkken luyden^zie toKnowL 
, KNOP , een knop. 
KNOT, eenKnoop. 
• 03" a Knot in the wood , een Quafi in V bout. 

*He feeks a knot in a bulrush,//y zioekt eenjuafl 
I in een bies : Hy maakt zvjoarigbcyd daar der 

' geen is. 

I a Knot of ribbons , een Bos linten. 
! a Knot of rogues, Een rift of trop ftbelmen. 
I Knotgrals , Duyzendknoop , kreupeigraSy weggras^ 
! varkensgras. 
to KNOT,Z/V>& tot knoopen oiknoppen zetteny^^' 

botten [gelyk de boonnen.] 
odrto Knot, Met quaften groeyen [gelyk bout.] 
Knotted, Met knoopen oiknoppen voorzieUj — ^fli 

de knoop. 
Knotted (as hair,) /* de klits, (g^fyk baair.) 
Knotty , KnooPaebtsg , vol knoopen , quaftig. 
Knottinefs, lLno9pigbeyd ^ quajtigbeya. 
to KNOW, Kennen^ weeten. 
oTto Know, [is rcndred in Dutch by Jfeetem and 
kcnnen^ as in Latin h^ ft ire 2Jii. cognoftere.^ 
I know him by fight, Ik ken bem van ammzien. 
I know it full well , Ik weet bet zeer vuel. 
He kjiows no end of his means , Hy weetgjeen 

end van zyn goed. 
I know him not th6 I met him in my difli, Ik 

zoud bem niet kennen alftond by yoor my. 
I know nothing on *t , Ik weefer niet met alvaa. 
I know him well enough, but knew nothing of 
the matter, Ik ken bem welgenoeg , maetr wifi 
Ktets van de zaak. 
To know beforehand , Voor V bands weetem, 
o5*Adam knew Eve his wife, Adam bekemde Evs 
zyne buysvrouw. Gen. iv: i. 
.To'let one know, lemand laaten weeten. 
Knowing, Kennende^ weetende^ bewuft^ htmd^. 

a Knowing man, een kundig man. 
Knowingly, Foorbedacbtelyk ^ met voordacbt^ met 

goedc kennis. 
to KNOWL the knell, de Doodklok Imyden. 
Knowlcd, Geluyd. 
Knowlcr, een Klokkenlu\der. 
KNOWLEDGE, Keniis .weetenftbap ^knnJftkf. 
Not to my knowledge, Niet met myn weeiem. 
Without my knowledge , Buyttn mym wcete»^ 




KNU KUE LAB. 
"t never came to my k'no^^iedge, U Is n 



wcctcn 



I 

I 



I 



I 



Known 4 Gcwteun^ hekead^^kend. 

The like was never known, Dkrgflyk is fiooh 

gcw^eUHy of is mtth heke$fd gewccfl. 
If this conjci to be know n , Zq St gtwciun 

w^rdt , %<^ dit Mend vjurdt. 
He is known by that nanie,/(y // by ditn ttaam 

bckend, , » , , . ' 

It is wcllknQwn, V Is w€l g^weettn^ H is wd 
hekend* 

KNU- 
to KNUBBLE, Vuyfthak geeven, 
KNUCKLE, etuKmkkeU 

a Knujdvle nt veal , cm K^lfs fchinkcL 
KNUR <»r Knurl, <cnQu^^ [in hout<l 
Knurled, Quafltj^. 

KUE. 
XUE, zi^ Kcw. 

LAP. 

LABELS , Lmuiff bv$gtnde mm kranfen^ftrookew 
fuirken:e^t hangtmdt ondtr atm etn bczegciden 
brief; afJ.yafigendc ftr^okdu h ecn w^fpf^fchild^ bc- 
tekepetide acn oudflcn-broedcr. i 

LABORATORY, 't StoMuxs.van eenCbimifi. 
LABORIFEROUS, Arbfsi ^mswendtndt, * 

LABORIOUS, IVcrktaain, arbeyd^aam^ 

wrrktiyk , moctjelyk, 
a Labonous man , een Wtrkzaam man, 
a Laborious piece of work ^ £tm Moeijelk Jluk 

Laborfoufly » Arhesdzaamlyk. 

Laborioufnefs, Arbcydz^umbtyd ^wcrkclykheyd^ moei- 

jelykheyd. 
LABOUR, Arbes^d^ moeite^ werk, 
Jt is worth the Tabour , V // de moeite waard. 
He enjoys the fruits of his labour, Hy geniet de 
vruchien van zy^en arbcyd* 
^ She r- 'i' '-^-nur, 7.y is m arbeyd^ ty heeft desi 

arl\- J huh. 

to LA Ho u J\ , Ar bey deny werken , tracbiefiy, p^^ 
gen. 
He labours hard for his Uvclyhood , Ity werh 
hitrd om zyn koft. 
iC? The fhip Jabours , Hetfehif Jlingert enfoli ge- 
weidig. 
They laLoiircd in vain , Zy poogden te vergtefs. 
To labour under great dilTiculties , Onder grooie 
zwkarigheden worJIeUn, 
air To labour with child, In baarcns novdzyn^ den 

drbeyd op dm hals hebben. 
Laboured, uearbcyd^ gewrocbt^ gepoogd* 
Labourer, eenArleyder^ dughuner^ oppcrman. 
a Labourer is wonhy of his hire, Etn arbeyder 
is zyn hQu, w^rdig* 




LAB, LAC. LAD. ■ t^ 

Labouring, Arbeydi^gj po^gifjgy "^^ nricydende^ 

pQog€*fde. 
Labour fom, irerkehk^ tndeijelyk* 
LABYRINTH, een Dtfclhof.^^^vcrwsrdc zaah 

LAG, 
LACE, K&ntj boordjely rygvcUn 
Gold lace, GonJe kmt. 
Gallon-bcc, Gallon^ mantelkoord* 

a Haif-Jacc, een Hamrfmer, 

a Ncck^Iace, een Hair-fnocr^ keHtng. 

a Neck-Jace of pearls, een Paerl-jmet* 

Bone-lace, Gejpeidewerkte kanu 
Lace-maker, een Kantmaakcr^ fptldetvcrkjler. 
to LACE, OmbQordcn^ be boor den ^ bezctten ^ tae^ 
rygen. 

To lace with galloon, Met mmulkoord bezctsen. 
Laced, Met kant bezet^ amgebuurd^ gereegen. 
LACHRYMAL, Traantnde, zypelende, . 
LACING, Omba&rding^ bezetting me£ kanlf"^ 

omboordcnde. 
LACK, Gebrek^ behoeftigheyd. 
to LACK, Onflreekcff^ Tan noode hebben. 

There lacks but little on 't , Daar fiheeh maar 
weyntg aan, 
Lackinj^, Ontbreek'tng^ — — ontbreekendc*. 
LACK, alsy Seed-lack, Zaadlak, 
Luck-work, Lakwerk. . -\ 

LACKER , Zeker verms t'Qornaamelyk ttyt lak be* 

ftaande , */ weik toond aU gi*«d* ' 

LACONICK, Kort beknopt ^ [ fpreekende van 

ecnen llyl. ] 
LACQUEY, een yaetjongen^'olg^tnaar^ lakkey, 

LAD. 
LAD, een Jongeitng. 

a Little lad, een jvngetje* 
LADDER, een Lcder\ Icer^ ladder. 
to LADE, Laaden^ belaaden^ 
Laden, Geiaaden, 

Heavy laden, Ztviiar gclaadcn^belaft en belaaden* 
Lading, Laadhgy "-^^/aadende* 

a Bill of lading, een Vr at ht brief ^ Cognafcentent, 
LADLE, een Polteepel^ q. d. potltpeL 
LADY, Metro fiw y een Adehke Trcutv, [Dee7.c 

lytel komt in Engcland cygentlyk ccne Vrouws- 

perfuon van mcertlan gcmctnen llaat toe , gc- 

lyk als de vrouwen en dochrers der Ryksraaden 

of de vrouwen der Riddcrs ; behalve' dnt men 

dicn ook wcl aan Koninginnen en Konings 

DochtQTs geeft* Doch door misbmyk geeft men 

denzelven hedendaags ook aan Vrouwen vaa 

middclbaarcn ftaat, gelyk men by ons Juffromi 

leet- ] 

a Lord and his Lady , een Heer en zyne Gemaa- 
linne^ 
Ladyfliip, de Sfaat eener Mnnnwe ^ Mevrouwelyke 

Jl'aat. 
Lady-day, Maria-Boodfcbap ^ [een Roomfe hcylige 

dag>komaidc op dcu 25'lten van Lcmcmaand 

ii La-^ 



LAD. LAG. LAI. LAK. LAM. 



LAM. LAN. 



Ladies mantle , Great Sanide , Ouzer Vrmmm 'LAIMQIIAS diy , De eerjie vm O^gfttmumd. 

mamtel^ Leeirjjemvoet ^ [zckcr kniyi] ■ a*-o 

LAG. 
LAG • dsj The lag of a form, de Laatjh vam tern 

bank. 
to LAG behind, Acheraam komem , draaltw^ fam- 

mtlen. 
LAG-WORT, PeJUlemciwinrteL 



LAMP, tem Lamp* 

L AMP ASStTrs Gezwel im dem mamd vat eem pserJ. 

LAMPOON, een Scbrmpdich^ fchotfihnft. 

to LAMPOON oucj lemsmd met eem/Mmpfiirift 

duorftryken. 
Lampooned, Met eem fehtfibrift do$rgeftreekeM. 
LAMPREY, eem Lmmfrey^ frik^ ^tmaog. 



LAGAN or LAGON9 eem Uytworp , Vfogrem of Lampril or Lampern, eem Lmmpreytje, 



roederem die mem by fterm im z/ee werft^ 
LAGGER, eem Samnutaar. 
LAI. 
LAID, (vam to Lay,) Gelegdy geleyd. 

LaidOQt, Uyfgelegdy verfcho9tem. 

Laid np, OpfeUrd^ weggeleydom te htwaarem. 
I Laid, Ik hide. 

He laid the town waft, Hy verwQeJle deft ad. 
LAIMAN, eem Leek. 
LAIN Cvan to Ly , ) Gelegem. 

Lain down , NeergeUgen. 
LAITY, betLeekemdom, de leekem. 

The Clergy and the Laity , de Geeftefykem em de 
leekem, 

LAK. 
LAKE, eem Meir, poel. 

LAM. 
LAMB, eem Lam^ •— Uomsvleefeb. 
Lambs, Lammerem. 

a Sucking- lamb, eem Zmyg-lam. 

a Joint of lamb, 'eem Lamubome. 
a LAMBENT medicine, eem Slik-artzemy. 
LAME, Ljwf , krempel. 

a Lame fpeech , Eem lamtme reede^ eem krempel- 

to LAME, Ferlammemy lam maakem^ vermumkem. 
Lamed, Ferlamd^ verlemdy vernumkt. 
Lamely, Lamacbtig. 

He goes very lamely to work , Hy gaat^er zeer 
lam mee te werk. 
Lamcncfs, Lambevd^ kreupelbeyd. 
to LAMENT , fVeeklaagem y kermem^ bekermem^ 
bejammeremy beklaagem. 

He lamented her lofs . Hy Mlaa^de baar verlies. 
Lamentable, Beklaagelyky jammeriyk , beweemelyk. 
Lamentably, Op eem beklaagelyke wyze. 

She cried out lamentably , Zy fcbreemwde jam- 
meriyk. 
Lamentation , IFeeklaage , jammerklagt , gekerm^ 

geklag. 
Lamented, Geweeklaagd j bejammerd ^ beklaagdyge- 

kermd. 
'LavacwioXy eemlVeeklaagimgy gejammery ^.^^^^jam- 



merendey klaazende 



LAMING, Lammaakimgy verlammimg. 

froQen y jiaam^ 
Lammed, Afgeroft^ gift^em. 



to LAMM, Afroaen 



LAN. 

LANCE, eemSpeer^ lamSy rem^peer. 

to LANCE, yhmtem^ doorvfymtemy opvlymtem. 

Lanced, Opgevtymdy doorvlymd. 

L^Scf-man, \ '^ Speer-dra^^r ^ lamskmeebt. 
LANCEPESADO, eem Adelhtrfty Lamdspezmmd. 
LANCET, eemf^lymy laat-vlymy lancet, 
to LANCH, Neefjibietemy meerfprtmgem. 

To lanch a ihip, eemfibip doem afloopemi. 

And fo he lanched into eternity, Em dasrepfcboet 

by meer ma de eemwigbeyd [Dit wordt wel gc- 

2^dals iemand, dien men ophangt, van de 

leer gcftooten wordt. ] 

«>To lanch out into many reviling expreffions, 

Tot veele fimaadredemem mytfpattem. 
Lanched, Neergefibootem y i^eiooPem. 
CE^To he lanched into the world, Im de wemU 

getreedem zym^ 
Landiing, Neerfcbiethtgy afloopimigy—^meeffibk^ 

temde. 
LAND, Lamd. 

By Tea and land, Ter zee em te tamde. 
Lands. Lamderyem. 
to LAND ^ Lamdem y te lamde zettem^ utmukh^ 

mem. 
Landed, Gelamd. 

He has landed his forces , Hy beeft zyme hygh 
magt gelamd. 
cdra Landed man, lemamd Me veel lamds beeft y die 
groote landeryem bezit, • 

Landing, Landing y lamdemde. 

Lmd-forces , land-men , Krygstroepem te Immdt. 
a Land-Captain , eem Kapiteym te lamde, 
(t) Land-loper , eem Landhoper. 
Land-mark, een Bakenyjlheypaal. 
LAND-LADY, een Eygenaares vam lamd 6f vam 

eem buys ^ Hwjsvrotnv y flaapvromvs. 

LAND-LORD, ^^» Eygemaar vam lamd oi bttfzn^ 

Hmyshecr, 
LANDRESS. eemelfafcbter. 
Landry, een IVaffchery y xvafcbbmys^ tvafcbplaatf. 
LANDSKIP , een Lrmfcbif , {[in een teykauDg 

©f fchildcry afgebecld. J 
LANE, een Laamy fteeg. 
«> They went through a lane of foldiers , Zyp^ 

gen tuffcben twee ryem foldaatem. 
LANGUAGE, Taal^ jpraak. 
^(dr She gave fair language , Zygi^ mtoeije woerdem. 

He 



LAN. LAP. LAR, 



LANGUID, HmmuJ. 

fto LANGUISH, QuKHt 
■ To begin to langnisn , 



I, 



Y 



t 



I 



He gave mc ill language. Hyffrak my lulyk foe; 

Jby f/tf my vfivl bejcheyd* 

LANt/UID, R^HvjJUp. 

»^ uyttecrem* 
Aan 7 quynen taahn^ 
Languifhed, Gequynd, 
Wuifhing, I n,,y^,w 
Laiigmihment, 1 k5'7'"''<5- 

a Languilliing life , een Quynend UfVf0> 
Languidiingly, Of ecu quyncnde tuyzc* 
Languor, U^ynlng. 
LANK^ Schraal^ rank^^ mager, JIuyL 

Lank hair . S/mvA hamr, 
Lankneft , Ka»iieyJ^fchraalheydjmagcrlfeyJJluyk- 

hcyd^ 
LANTERN cr LANTHORN, eepf Untaem. 

a Dark lantern, eeu Di€V€'U»taerntje ^ ftomjt. 
Lantern-bearer , cen LmtaervJraager. 
Lantern-maker* ccn LawtoirHmaS^cr^ bUkRawer* 

LAP. 
LAP , €€n Schoot. 

She had the child upon her lap^ Zy had hn kind 
op haarcfifchoQt. 
a Lap-dog, een Schoot-bandtje^ JuffroHwshoftdsje* 
The lap of the ear, het Ooriapfc. 
Lap-eared, Langoorig^ hanz-oor. 
to LAP y Likken y [ gelyk dc hondca als ly drin- 

ken, ] JlMeren. 
To Lai> up) Btwindeny ioejiaaa^ ioevmfwtn. 
Lapped, Gtlth^ gejlubherd. 




Lapt up, 
LAPIDABL 



hewonden. 



'ge/l^eit^ toegevouwen^ 

lE , Stecmgbaar. [Dit woord wordt 



tkk < Hg , gejlobher , -— be winMmg ^ 



op een bo(h-rige wyze ook wcl gcbruykt voor 
HuMwhaar. "] 
LAPIDARY , een Jmuelier , koQpmaft van gejlecme, 
Lamdary verfes, een Grafdhht, 
LAPIDATION, Steemging, 
LAPIDESCENT, Steenwordende , tot ftcen ver- 

hardende^ t»t eenen ftten groeijendc. 
Lapidefccncc, Steenwording , verfteening^ 
LAPPET , di Pond [van een Wambes (jf rok.] 

of het op/lag van ten mouw^ 
LAPPING r U 

iQeflaanim. 
LAPSE, een Val 
Lapfed, P^ert'sUen^ gevatlen. 

a Lapfed benefice, een Prove die zes maandcn 
dQQr vcrznym des Patroom bhfi open ft aan* 
LAPWING, een Kievi£. 

LAR, 
LARBOARD, Bakhord, [ dc fllnkerzydc van 't 

fchip als men achter op ftaat met het aangeiigt 

na 't voorftevcn gekecrd* 
LARCENY, Dievery^ diefJlaL 

Great Larceny , Diefflal die mecr dan een EngeU 

ffffe fcheiiing in waardy hedraagt^ welke vmr Fe- 

Xonygerekend vjordt ^ [xulks dat ccn Dievery van 

ccn Kyks-oord HoUaBdfch, op *t naauwft gcno- 



LAR* LAS. If I 

men, volgcns de EngcUchc Wet , dc galg loti 
zyn.] 

Petty Larceny , Dievery van minder dan een En* 
geifcbe fchditng. 
LAKUH-treCj zie Larinch-trec. 
LARD, Ferkens reuzel, [die men in Engcland 
fmelt en in ecnblaas gict , en zo bcwaart om 
pannekoeken mce te bakkea ] ; als ook Raanw 
fpi^ky 0111 mec te lardeeren, 
to LARD, Do&rjpekhn, met fptk doorrygen^ lar- 

deeren. 
Larded, Doorfpeks, metjpek ^fli>rrw#ir, gel ardCCtd. 

a Larded hare , een Gelardeerde haas. 
Lardery, een Spyskamer^ provizikeJder* 
Latderer, een Lardeerder* 
Larding, Doorfpekkingy lardcering,^ '^^* Urdee^ 

rende» 
a Lardmg-pin, een Lardeerpriem. 
LAKE, een IVieidraaijers radoifchvf. 
LARGE, Ruymy breeds wyd^ wydioopig. 

He defcribcs the matter at large, Hy tefchryfs d^ 

zaak in V breede. 
He made large promiffs, Hy deedgroote bel&ften* 
He Yfos too lar^c in that point , Hy was al $€ 
wydloopig in Ojc zaak* 
Largely , In t hreede. 
He (poke largely about it , Hy fprak in *s breed§ 
dies aangaande, 
Largencfs, Ruymfe^ ireedu^ wydte, 
LARGESS, een Gift, gcfehenk, drinkgeld. 

[ Wanneer in Engcland de Maaijers op hun ver* 
2oek ecnig;drinkgeld van dc voorbygangers ont- 
vangen, lyn zcgcwooa uyt tc roepen Largifs^ 

LargefsA 
LARlNCH-trec, een Lorkboonty hrkenboam* 
LARK , een Leeuwerik. 

a Capped lark , een Knyf-lceuwerik. 
Larks claw, Ridderfpaoren ^ [lekcrc blocmca*} 

LAS* 
LASCIVIOUS, Geyl, dartel, krieL 

a Lascivious quean, een Ritfige boer» 
Lasciviously, Op een geyU myze* 
Lasciviousneis, Geylheyd* 
LASH, een GeeffelM, Jireem. 
(K^That King has his lubjeSs under the Ush, Dte 
Konink heelt zyne onderdaanen onder de Ztueep* 
to LASH, Geefelen* 
(SjTTo lash out wallfully , Quiflaehttg zyn in *$ nytn 



geeven^ verquiften* 
orj'To lash out into words, OvertolUg in woordeM 

uytlo$pen^ lujlig nytrammetcn* 
Laihed, Gegeejfeld, 
Lafhcr , een GeeJJelaat* 
LaOiing, GeeffeUng^ ^' geeJfeUndi^ 

LA Sit, zie Lazy. 
L ASK , de Loop , bnyk-loQp, 
LASS , een f-ry/Jer^ meyd^ meysje^ 
a Pretty laft ,* een Aardig mey^je^ 

li % liASi 



^fa 



LAS. LAT. 



t'XSSrrUDE, FcrmoeMeyJ. 
the LAST, deLudtjle^ lejieyuyterjle^jonglle^ver- 
leeden. 
The firfl and the laft , de Eerfle en de laatfte. 
To the laft moment, Tof hei hfte oogenbiik toe. 
She will not acquit hun till he hath paid the laft 
ferthfng, Zy wil hem niet ontjlaan yVoor dot hy 
de fiyterfte duyt zal betaald hebben^ 
At the laft day, Ten jong ften dare. 
He was here the laft fummer , Hy was verleeden 
zomer bier. 
' The laft week, de Ferleeden week. 
The laft of all , de Allerlaatfte^ de lejle van alien. 
• The laft five owq^ de Laatfie op een na. 
The laft but two, de Leflc op twee na. 
UiST (adv.) Laatjl, left. 
It is a long while ara fincc I faw him laft, U Is 

al long j^leeden aaf ik hem leftzag. 
At laft, Tenlaatften^ t.'n /eflen\eyndelyi. 
LAST [of a Shoemaker, ] de Leeft [van een 
Schoenmaaker. ] 
To fet on the laft, Op de leefl zetten. 
Laft-makcr, een LeeftewMaker. 
a LAST, een L^, [tekere party 't 2y van graa- 
ncn, teer, haenng, huyden of anderc waaren. "J 
Laftage, Loft-geld ^ ballaft. 

Thefc ftioes laft very long, Deezi fcboenen dnu- 
ren heel long. 
Lafted, Gednurd. 
Lafting, Dwivry^^, ^^-^-^duurende. 

a Lafting cloth , een Dunrzaam laken. 
, % Laftir^ felicity , een Dnurzaame gelukzaJig- 
heyd. 
Ever-lafting, Eeuwigdunrend. 
Laftly^ Laasftelyk^ ten laatfheny ten lefie.^ 

T AT 
LATCH, een Klink. 
The latch of die back-door , de Klsmk van de 
acbterdeur. 

Draw the latch, Haal de klink op. 
LATCHET , */ Leertje oi ftrookje daar men de 
fchoenen mee gejpty ft^hoettritm. 
Whofe (hoes latchet I am not worthy to- unloo- 
fc> Cy^' It 27. ) IVien ik niet waerdig en ben 
dot ik zynen fchoenriem zoude ontbinden. 
LATE, Laatft^ onliinsrs geleeden. 
In the late times. In detze laa^fl-verle dene ty den. 
The late King, de Foarige Koning^ degemeezen 

Kqning., 
a Late Author ^ een Schrsver die mg^onlangs ge- 

fchreeven heeft^ een onfangfe Amthenr. 
Of late years. In deeze Inatfie jaaremy nog wey- 
ni^jaatxn j^eleeden^ 
LATE, (adv.) Lajt. 
It was very late at night , Het was zeer loot in 

den nacbt. 
Better late than oever,, Qeicr loot dm iMk. 



LAT. LAU. 
It ^rows late, Het wordt lant. 

La?ely?'' f" ^"W^' '*-"*'«'• 

I ondy perceived it now of late, Ik heh V nn •»• 
tangs maar eerft bemetkt. 
Latencis* Laatheyd. 
LATENT, yerholeny beymelyk. 
Later, Laatevy korter verleeden y onUmgCer, 
LATERAL, Zydelingfch. 
LATH, een Lot. 
to LATH, Met latten befpykerem. 
LATHER, ZeePfop^ wapeling. 
to LATHER, Alet zeepfop waffcbem, fibm^ 

men ats zeepCop. 
LATIN, Latyn. 

The Latin tongue, de Latynfcht tool. 

He (poke L-itin , Hyjprak LaPyn. 

I did write in Latin , Ik^chreefin U Laiyn^ 

To make a piece of Latin, lets in V Latyn ftcP- 
len. 

To make Latin , In V Latyn brengen^ 
Latincd, In V Latyn gebragt. 
The Latines, de Latynen^^ V Latynfche volk. 
Latinifm, een Latynfche Jpreekwyze. 
LatihilK een Latynifi. 
to LATINIZE, Op zyn Latyns Jpreeken. 
LATISH, Laatachtig. 
LATITANT , Zicbifchuyl bondende. 
LATfTUDE, Breedtey wydte^ boogte ^ rtnmU. 

The Northern latitude, de Noorder hreieate. 

Coming at the latitude of the Canaries, Komen^ 
de op de hoogte van de Kanarifcbe Eylamden^ 

a Thing of great latitude , een Zaak vamgnnite 
M^tgeftrektheyd. 

To take a great latitude , Eengroote rjtymu^ of 
vryheyd^ neemen. 
LATITUDINARIANS , Al tt rekJtefyke beydei 

in V ft»k van relijrie. Frygeeften* 
LATRANT, Blahnde. 

LATROCINATION, Roovery, PraatTcbewdm. 
LATT:'ER, Laatfte^ laatft^ left. 

At latter Lammas , te St. 'Jutmiu 

In the latter end of the book , Ontrent ium V«jf»- 
de van V boek. 

At the latter end of the next week , Tegem H hfi 
van de toekomende week. 

Remember thy latter end , Gcdenk te fterveni 
Denk op ftw eynde. 

The latter math, mowing, or crop,. EtgjmMf 
laat hooi. 
LATTIN, Lattoen^ koper-btik. 
LATTICE, een Honten traali. 
a Lattice window , een Traalivenjter. 
I-.attice-work , Traaliwerk. 
Latticed , Getraalydy betraalydy met boutc trsdUjiB 

bezet. 

LAU. 
LAUD, Lofy pryt. 



LAW- 
CO LAUD, Looven^ ptyzcn. 
To laud and extoH God's holy numt^Goiis bey- 
ligen naam hoven tn verhoogen* 



Laudable, Lfflyi y Pnjlyi 
Laudably , Op ctn tofiyke wyze. 

LAVENDER, LavendcL 



LAW/ LAX, LAY, zff 

Law-fijft, een Rechtsgeding ^ rcchtzaaL 

a Father in law , een StSoo^vader , Ji/eJvaJer, 

a Mother m law^f^w Schoonmoeder j JitrfmocJcr, 

a Son in law, een Schoonzotm. 

a Daughter in law , eene Schomdockter. 

a Brother in taw, ecn Schoonbroeder, 

a Sifter in law, eene Sihoomujler, 



LAVER, ct/ftVafibvat, hmSckken ^ fihefbekkeM, LAWFULL, H^etielyk, wcttix, echt^ gewhfd. 



\ 



\ 
I 



to LAUGH, Lachgen. 

To laugh at, BeTdchgen^ nytlachg^ny bcfpotten. 

He laughs at me, fly iuht om my^hy btlacbtmy. 
Laughed, Geiacbty gelacbgen. 
Laughed at, Belacht^ uytielacbty Hytgelachgen. 

Worthy to be laughea at, Belachgens waerSg^ 
beiacblyk. 
Laugher, een Lscbger, 
Laughing, Lachging^ ,^^,lubgendc. 

He fell a laughing , Hy began te Uchgen. 
Laughing-flock , Men beLuhhk voorwerp , iefs of 

iema^/d daar men de fpfjt mee dry ft. 
Laughter, Geiach^ bet lachgen. 

Exccffive laughter, ten Lmd ^efchMer. 

He burJl out into laughter \ tiy borjl myt in lach- 

£^^* 
Laughingly , >f/ lacbginde, 
LAVISH, Qusftacbtif;^ veraHtflend. 

He hath a lavish witc , Hy heeft ten quiftdchtig 

W)f, 

to IjAVISH ^ Ferjuijfeif, vtrqnsftfclen. 
LaviOied, ^trquift^ verquanfeld. 
He lavillied away his eftate, Hy heeft zync mid- 
deicn verqu'tjl^ by heeft zyn goed doargebragf* 
Lavifhing, I'^erqutjiing^ doorhVengiffg, 
Lavillier, eenytrqu^er^ doorirenger , 




tigbeyd, 
:o Lanch, 
LAUNDRESS, eene ^'afihjier^ zJe Landrcfs. 
Laundry, zie Landry. 
LAUREATE, GeioMrrerJ. 
LAUREL, Laurser, 
^ Crowned with laurel, Met lanrier behanftyge- 
^P^t Uurierd* 

Laurel-berries, Laurser-besen , Bakefaar. 

LAW. 
LAW, deiret^ hct Reckt, 

• The Civil law, de Burgerlyke If'^et^ bmgrrfykc 
Rechten, 
The Cnnon law^ dt Kerkelyh Wet, 
The Statute law, df Parkmems wet ten. 
To make a law , Een wet maaken. 
c3*To go to !aw, Te rfebfgaan. 
$y To follow the law, ZifX met pleyten geneeren. 
g3rHc is ever at law, Hy it altyd dotnde met rech^ 

tten en pUyren, 
It h good in Law , V K.w in Recbte befiam, 
Law-dayes, PUyt-dagen, 
^Law-givcr, tm Hktg^^ver, 

L 



Lawfully , Op een tvettigc wyze, 

Lawfulnefs, IVettigkeydy geooriofdbeyd. 

Lawlefs, Wetteloos, 

LAWN, Kameryh daek ^ dttnd^ek^ Silejier Jluyers 

ais Kameryks doek. 

Cobweb lawn , Kameryks doek zo fyn ah rag, 
LAWYER, een Meebtsgeieerde , Advokaat. 

LAX. 
L AX , een Zekert vtfeh zonder graat , — alsmcde 

de auyk/r^p, 
LAXATIVE, Openende .d^ btiyk week maakendc. 

LAY, Leeken. 
a Lay habit, een Leeken gewaad. 
a Lay-man , een Leek, 
a Lay brother, een Leekebmer, 
a Lay Pricft , een IVerreldiyk Priejitr , [ die iu 

Een Orden begreepen is"] 
V Prince, een^ H'erreUlyk F^rfl. 
a LAY, een Deuntje ^ " ^ - ten Laag* 
& a Lay of mortar , een Laag kalh. 
a LAY (or wager ^) een WedfpeL 
\ Is an even lay whether it be fb or no , V Is 
gefyk op of^t zo is ofniet. 
LAY {van to Ly,) Lag^ %^^i als 
His life lay at fhke,^ Zyn Seven btng'er aan. 
The fhips lay at anchor, £>c/#A<y«r» lagen ten an - 
ker, 
to LAY, Leggtn^ zetten. 
He laid himielf along upon the field, Hy ieyde 

zich op '/ veld neer. 
To lay afide, Ter zydt leggen. 
To lay on , OpUggen. 
To lay off, ^fitzgen. 

To lay out, Uytleggen^ verfcbieten ^ ^^^ foogetf^ 
I have laid out all my mony , Ik beb al myn getd 
uytgegeeven, 
(Xf To lay out for a thing, Trachten rets ft krygetf. 
To \2y Viip^ OpUggcn, vergaderen. 
To lay down his head , Zyn boofd neerleggen.