(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde"

Google 



This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves before it was carefully scanned by Google as part of a project 

to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing tliis resource, we liave taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrain fivm automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for in forming people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 

at |http: //books .google .com/I 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generatics lang op bibliothcckplankcn hccft gcstaan, maar nu zorgvuldig is gcscand door Google. Dat 

docn wc omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willcn makcn. 

Dit bock is ua oud dat hct autcursrecht erop is verlopen, zodat hct bock nu deel uitmaakt van hct publickc domcin. Ecn bock dat tot hct publickc 

domcin bchoort, is ccn bock dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijkc autcursrcchttcrmijn is verlopen. Hct kan per land 

vcrschillcn of ccn bock tot hct publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn ccn stem uit hct verlcden. Zc vormen ccn bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand. als herinnering aan de 

lange reis die hct boek hccft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliothekcn om materiaal uit het publieke domein te digitaliseien, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publickc domcin behoicn toe aan hct publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
levercn, hebben we maatrcgelcn genomen om misbruik door commercicle partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automadsch zocken. 
Verder vragen we u hct volgende: 

+ Gebruik de besianden alleen voor niei-commerci^le doeleinden We hebben Zocken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor pcrsoonlijkc en nict -commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doct naar computcrvertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. Wc raden u aan hicrvoor materiaal uit hct publickc domcin te gebruiken, en kunnen u misschien 
hicrmee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watcrmerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zocken naar boeken met Google. Verwijder dit watcrmerk nict. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd cr rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doct Icgaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zocken naar boeken met Google staat. De wettelijkc aansprakelijkheid voor auteursrechten is bchoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het docl van Google is om alle informade wcrcldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezcrs boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de voUedige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 




k 



6// 
3s? 



3S7 



BIJDRAGEN 



TOT DB 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE 



VAN 



NEDERLANDSCH-INDIE. 



4' .. 



BIJDRAGEN 



TUT u; 



TAAL LAND- EN VOLKENKUNDE 



VAN 



NEDERLANDSCH-INDIE 



UITGEGEVKN 



uoon 



HET KONTNKLIJK INSTITUUT 



VOOH DE 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE VAN NEDKRLANDSCH-INDIE 



VIERDE V0LGREEK8. 



TIENDE DEEL. 



I* ■•« 



*S GRAYENHAGE , 
MARTIN US NTJ HOFF 
1885. 

GEDRUKT HIJ H. L. SMITS. 



BIJDKAGEN 



TAAL. LAND- EN VOLKENKUNDE 



HEDKRLANDSCH-INDIE. 



BIJDRAGKN 



T«T M 



TAAL. LAND- EN VOLKENKUNDE 



«*« 



NEDESLANDSCH-IHDIK. 




W 



BIJDRAGEN 



TOT d;. 



TAAL LAND- KN VOLKENKUNDE 



VAN 



NEDERLANDSCH-INDIE 



UITGEGEVEN 



UOOR 



HET KONINKLIJK INSTITUUT 



VOOrt DE 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE VAN NEDKRLANDSCH-INDIE 



VIERDE VOLGREEKS. 



TIENDE DEEL. 



I W I* •! »■ 



*S GRAYENHAGE , 
MARTIN US NTJ HOFF 
J 885. 

GEDRUKT mj H. L. SMITS. 



NAAMLIJST. 



VII 



GEWONE LEDEN. 



p. J. B. C. KOBIDE VAN DEK AA, 's Hage. 

Jhr. D. F. VAN ALPHEN , 's Graveuhagc. 

Jhr. E. T. M. VAN ALPHEN, 's Gravenhage. 

J. AENTZ, Culemborg. 

J. BAART DE LA FAILLE, 's Gravcnhage. 

J. H. VAN BALEN, 's Gravciihage. 

A. H. L. BADiNGS, Hardcrwijk. 

Mr. J. E. BANCK , 's Gravenhage. 

Mr. W. H. DE BEAUFORT, Lcusdcu. 

Mr. G. BELiNFANTE , 's Gravenhagc. 
Mr. w. B. BERGSMA, Apeldoorn. 
A. A. BiENFAiT, Amsterdam. 
Mr. A. J. E. A. BiK, Amsterdam. 
G. BiRNiE, Deventer. 
J. J. BLANKENHAGEN , 's Gravenhage. 
L. TH. BLASius, 's Gravenhage. 

F. G. VAN BLOEMEN WAANDERS, 's Hage. 
P. A. M. BOELE VAN HENSBROEK , 's Hage. 

J. BOissEVAiN, Amsterdam. 

H. J. BOOL, Leiden. 

r. G. BOOMS , 's Gravenhage. 

J. F. R. 8. VAN DEN BOSSCHE, Rijswijk. 

c. BosscHER , 's Hage. 

Mr. L. DE FILLIETTAZ BOUSQUET, 'sHage, 

Mr. w. a BRAKEL REiGER, 's Hage. 

Jhr. Mr. w. m. de beauw, Middelburg. 

Dr. H. BREiTENSTEiN , Weenen. 

J. A. van den broek. Delft. 

p. J. BUY8KES , 's Gravenhage. 

Prof. Dr c. h. d. buus ballot, Utrecht 

Mr. c. E. J. Graaf van bylandt, 

's Hage. 
w. G. c. BYVANCK, Leiden. 
J. L. cluijssenaer, Utrecht. 

Mr. F. B. CONINCK LIBFSTING, 'sHagC. 

Prof. Mr. p. w. a. cort van dbr linden, 

Groningen. 
Mr. J. couperus , 's Gravenhage. 



p. VAN der crab, Loenen a/d Vecht. 

J. t. cremer, Haarlem. 

Mr. E. J. J. B. cremers , 's Gravenhage. 

G. c. DAUM , *s Gravenhage. 

Mr. w. K. Baron van dbdbm, Hooru. 

C. F. VAN DELDEN LAERNE, 's Hage. 

s. VAN DEVENTER, 's Gravcnhagc. 

J. S. A. VAN DISSEL, Delft. 

J. u. DONNER, Leiden. 

Dr. G. J. DOZY, NoordvFijk Biuuen. 

Dr. F. A c. DUMONTiER , 's Gravenhage. 

J. DiJK wz. , 's Gravenhage. 

R. VAN ECK, Breda. 

c. A. ECKSTEIN , 's Gravenhage. 

c. p. VAN EEGHBN, Amsterdam. 

Kolonel a. w. egtbr van wissekerke, 

's Gravenhage. 
Jhr. Mr. w. c. a. elout van soeter- 

wouDE, 's Gravenhage. 
Mr. A. J. VAN EMDBN , 's Gravenhage. 
H. E. D. ENGELHARD, 's Gravenhage. 
Mr. w. A. engelbrecht, Arnhem. 
R. EVBRWiJN, Nijmegen. 
Mr. J. c. VAN EIJK, Haarlem. 
Jhr. Mr. f. i. j. van eysinga , 

Leeuwarden. 
ij. feenstra, Amsterdam, 
p. praissinet, Amsterdam. 
F. G. geerling , *8 Gravenhage. 
Mr. J. VAN GBNNEP, Rotterdam. 
Jhr. Mr. w. t. gevers deynoot Jr., 

's Gravenhage. 
A. R. w. gey van pittitjs, 's Gravcnhagc. 
Prof. Dr. M. J. DE gobje, Leiden. 
Jhr. c. J. GOLDMAN , 's Gravcnhagc. 

Prof. J. R. P. F. GONGGRIJP, Delft. 

p. R. GOUDSCHAAL, Lceu warden. 
Mr. 6. J. GRASHUis, Leiden. 



BIJDRAGEN 



Mil i>. 



FAAL LAND- KN VOLKENKUNDE 



\ \\ 



NEOERLANDSCH-INDIK 



UITOKGEVKN 



U(M»ll 



HKT KONINKLIJK INSTITUUT 



\OOt< Uk 



TAAts' LAND KN VOLKENKUNDE VAN NEDKRLANnsCIMNDIS 



nEROE WLMEBCL 



TIKNDK DKEL. 



—— 



*8GEAVKKHiGK. 
M A RTI X IS X IJ HOFF 
1K85 

OCDKlKr IIIJ II. I.. SM1T:>. 



NAAMLIJST DER LEDEN 



TJUI HR 

INSTITUUT. 



Hrt gvUil cootribQeerende Loden bediUNgi 346, waArmn in Nederlmnd 7 
in^ateiirB. 4 ooutribuMrende instellingeii , en S31 gewone Leden, en in de 
enertche betittingen en kolonien 104 gewone Leden. Met 91 wetensohnp- 
'l^c initellingeu en fereenigingon staat bet Institunt in betrekking ea 
It 1 Ecrelid, 4 correspondeerende Leden en 29 bnitenUndsehe Ledeo. 



BB8CHEBJIHEBR : 



BE8TUUR 



VI 



r«t Dr. H. KWMM, FooriUUr 1S86 

V. r. WBITUL. Omd^r-Foonititr 1885 

M. DC OEOOT, PfmmimfwtsMUr 1888 

r. TB. era. l. wtxmalui, S$erHmrU 1886 

J. B. C. ROBIoi fA« OBE kk 1888 

"■t Dr. •. scHLXOBL 1888 

c mvwtLz 1885 

«C 6. K. 3II11UXII 1885 

J. POOL 1886 

f AV DBrsXTXE 1887 

'. B. r. 1IATTHB» 1887 

.. «. A. wiLiBJt 1887 






VI 



KAAMLIJ8T. 



BUITENLANDSCHE LEDEN. 
Z. H. Prills Roland Bokapakte, Saint-Cloud. 



ABB^ p. FAVRB, Parljs. 

Dr. A. REiNHOLD ROST (India Office 

Library), Londen. 
Dr. H. G DALTON, Demcrary. 
w. w. HUNTER, Calcutta. 

Prof. ANGELO DE GUBERNATIS, FloreUCe. 

T. J. uovELL THURLow, Louden. 
Prof. Dr. ALBKECHT WEBEK, Bcrlijn. 

ALFRED VON KREMER , VVeeuCn. 

Prof. H. L. FLEISCHER, Leipzig. 

VIVIEN DE ST. MARTIN, Parijs. 



Graaf G. h. j. meiners d'estrey , Parijs , 

6 Qnai du March^ Neuf. 
Mrs. DE CROiziEB, Parijs, 9 Rue du quatre 

Septembre. 
Radja sourindro mohun tagore , Mus. 

Doc, Calcutta. 
N. DE miklouho maclay , Australia. 

Sidney Biological station at Watson's 

Bay near Sydney N. S. B. 
Dr. A. B. MEiJER, Dresden. 
g. doria. Genua. 



Sir WALTER ELLIOT, Wolfelee(Schot]jihd.) ' ARisTiDE MARRE, Parijs (11 rue Brey. 



Prof. EMiLio TEZA, Piza. 

GuiDO coiiA, Turijn. 

Sir henrt .summer Maine, Londen. 

Colonel h. yule , Londen. 

Dr. FRiEDRicH MiiLLER, Wccncn. 

Prof. GEORG GERLAND, Strassburg i/E. 



pres de TArc de I'Etoile.) 
Prof. Dr. G. VON dbr gabelentz, 

Leipzig. 
Prof. Dr. E. n. giglioli, Florence. 
pandit BHAGwaNLaL INDRAJI , Bombay. 
Prof. Dr. A. BASTiAN, Berlijn. 



NEDERLAND. 



DONATEURS. 



Do Nederlaudsche Handelmaatschappij. 
Mr. H. J. VAN BUREN, Rotterdam. 
Mr. w. Baron van goltstein , *s Hage. 
F. 's JACOB, Utrecht. 



I. D. F&ANSEN VAN DE PUTTE, 's HagC. 

Mr. A J. DUYMAEK VAN TWIST, Devcnter. 
Dr. A. VBOLiK, Amhem. 



EERELEDBN. 
Prof. Dr. p. J. VBTH, Leiden. 



CONTRIBUEERENDE INSTELLINGEN. 

De Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. 
Het Nederlandsch Bijbelgenootschap , te Amsterdam. 
Het Nederlandsch Zendelinggenootschap , te Rotterdam. 
Het Rijks Ethnografisch Museum te Leiden. 



5AAMLIJ8T. 



VII 



GKWONE LKDKN. 



I J. h (. KomiiK \AN uhH A4, *s llage. 
Jhr. t*. p. >A!< ALfiiKX , 'sGrHveuhu|;e. 
Jhr. r. T. «. VAN' ALPiiKN, *it Gmvenhage. 
J. AENTZ . Culemborg. 
i. niAtT UB LA PAiLLe, 'it Cimfeiihiige. 
i. u. \45t BALEN , *H(frnvrDbng:e. 
\. 11. 1. KADixitS, Hurderwijk. 
Mr. J. p.. BA3^ik, V (iruTeiihagi*. 

Mr. ». If. DK BBAtroRT. IjCUlt(iril. 

Mr. «i. hr.uvpA.vTK, *« (irnvenhngc. 
Mr. «. M. iERohMA . Apeldoorii. 
i. A. BicxFAiT. Atuftterdnm. 
Mr %. J. K. A. BiK, AmsterdHin. 
•.. BiRSic. Drfenter. 
1 J. RLA.VKEXHAftKN*. '» (intvenhagr. 
Til. KLAAirn, *8(>rHvenbnge. 

f. «.. %%.V BLiiKMEJC WAAXDEEA. '» llnge. 
I %. M. miELE YAX UEXHBROKK, 'll llugC. 

J iiijiM«EVAiy . AmMerdam. 

H. J. bimjl, Leiden. 

I <.. wm>uh, 'ft GruvenhBge. 

I p. B. ». VA> DEB BOMCUE. KijftWJjk. 
< . BMAM.UEB . 'ft illlgC. 

Mr. I. t'E PILUETTAZ BOlsqUKT, 's Uilge. 
Mr. •. II BBAEEL BEIGEK, 's Uagt. 

Jbr. Mr. w. m. dk beaiw , Middelharf. 
Dr. II. BE El TEH 'IT El B . WecDeo. 

#. A. %A\ DE.<C BBOEE , Delft. 

r. J. Bii4KEf». 'ft GrnTenhnge. 

I'rvf. Or (. If. D. Bi UK BALUiT. Utrecht 

Mr. <- E. J. Cimnf w^ btla^dt, 

'« llagr. 
« <*. ( . BMAXf E. l^eideii. 
i t M.iu«»E^AEE. Utrecht. 
Mr. p B cMBivE UEr^TiXf«. *«Hnge. 
I'r if Mr r. ». % ihet \%!^ hr.B LixnE!i. 

iir«jbiit|trii 
Mr i 4<iiPABi«. '« <irn%riih;iire. 



I r. VAN DEE cuAB, LocDeii a/d Vecht. 
j J. t. ceemee . Haarlein. 

Mr. E. J. J. B. CREMEEft , 'ft Gni^cnhage. 

(>. c. DAUM , *8 Gmvenhnge. 

Mr. w. K. Hnroo vab dbdem. Hooni. 

|(. r. \kS DELDKN LAf.EBK, '» HufTe. 

.H. VAB DEVEXTEE. 'ftGravenhnge. 
, J. s. A. \AX i>is.HEL. Deln. 
I J. II. IK)XNEB , I^eiden. 
; Dr. Cf. J. IM>XY, Noordwijl Biuiien. 
j Dr. p. A r. uriioNTiKK . *«« GruTcnhBge. 

J. niJK w/.. , 'ft (imvcnhnge. 

R. v\N BCK, Breda. 

I 

i ('. A. ETKBTEix , *ft Gmvenhagf . 
('. r. VAB KEGHEX. Amsterdam 
Kolonel A. w. botee vax wirbbkbekr. 

'ft (iravenhage. 
Jhr. Mr. w. c. a. eloi-t vax boetee- 

i woi'DE. 'ftGraveiihage. 

, Mr. A. J. VAX EMiiEX. 'ft (iraveiibage, 

H. E. 1). p.X(«RLHAED, 'ftGravrtihage. 

I 

Mr. w. A. KX«iELBEEciiT , Amhem. 

E. EVEEWUX. Nijniegeu. 

Mr. J. c. TAX EUK, Haarlem. 

Jhr. Mr. r. i. j. vax etmxga , 

Leeu warden. 
u. rr.EXftTEA. Amftterdam. 
r. PEAiMixET. Amsterdam. 
r. G. GEEEUXG . 'ft GraTeohagc. 
Mr. J. VAX OEXXEP. Rotterdam. 
Jhr. Mr. w. T. GrvRE> deyxciot Jr., 

'ft (traf enhage. 
A. E. w. get VAX riTTiis . 'ft GraTeEbafe. 
Prof. Dr V. J. DP GfiEiR. I^iden. 
Jhr. t. i. Mii.i»M4X. *« (iravrahage. 
Prof. J. B. p. p. M»XM,BUP. Delfi. 

p. H. I*<>l lifM IIAAI.. lifeuvArdeB. 
Mr. u. J «.B4aMiu, livideb 



VIII 



NAAMLIJST. 



J. 6B0LL, Leiden. 
CORN*. DE GROOT , 's Gravenhage. 
J. H. DB GROOT , 's Gravenhage. 
J. J. M. DE GROOT , 's Gravenhage. 
Jhr. c. DE GiJSELAAR , 's Gravenhage. 
Mr. H. p. L. FAMELBERG, Amhem. 

Mr. G. G. VAN HARENCARSPEL , *S Hage. 

L. K. HARMSEN, Leideii. 

D. HARTEVELT, Leiden. 

Jhr. c. HART8EN, AmsterdHm. 

J. J. HASSELMAN, Tiel. 

w. VAN HASSELT, Amsterdrtiii, 

Mr. J. HEEMSKERK AZ. , 's Gnivenhagc. 

Mr. A. HEEMSKERK AZ. , Cairo. 

B. HELDRiNG, Amsterdam. 

Mr. J. E. HENifT, Amsterdam. 

J. K. VAN DER HEIJDEN, 's Gravenhage. 

p. E. HEiJNEN , 's Gravenhage. 

H. HiEBiNK, Zntfen. 

N. HOPSTEDE, 's Gravenhage. 

Prof. Dr. J. J. DE HOLLANDER, Breda. 

G. DU RIJ VAN BEE8T HOLLE , ' 8 Hage. 

Dr. M. TH. HOUTSMA, Leiden. 

J. HUDiG DZ. , Amsterdam. ^ 

H. c. HUMME , 's Gravenhage. 

Jhr. Mr. j. hutdecoper van maarsse- 

VEEN, Maarsseveen. 
H. A. INSINGER, Baam. 
Mr. E. H. 's JACOB, Utrecht, 
p. w. JANSEN, Amsterdam, 
c. A. J. L. JEEKEL, 's Gravenhage. 
Dr. F. A. JENTiNK, Leiden, 
c. J. M. JONGKiNDT coNiNCK, Wageningen. 

A. c. J008TEN, Amsterdam. 

Prof. Dr. A. w. t. juynboll, Delft. 
Prof. Dr. c. m. kan, Amsterdam. 
Prof. Dr. H. KERN, Leiden, 
c. E. TAN KE8TEREN , *8 Gravenhage. 

B. B. KiELSTRA , 's Gravenhage. 

W, p. VAN ERP TAALMAN KIP, 'sHage. 

H. c. KLiNKBRT, Leiden. 

J. H ' K. KNIPH0R8T, 's Gravonhagc. 



J. C. DE KOCK VAN LEEUWEN , 's Hage. 

c. p. J. VAN KOETSVBLD, Rotterdam 
(adres: X. van KoetwM,) 

Prof. Dr. E. p. KRUUPP, Groningen. 

J. A. KRUiJT, Pinang. 

J KUYPER HZN. , *s Gravenhage. 

N. D. LAMMERS VAN TOORENBURG , 's Gra- 
venhage. 

Mr. J. w. VAN LANSBERGE, Bmmmen. 

Mr. H. o. VAN DER LINDEN, Dordrecht. 

E. H. LA80NDER, Utrecht. 

c. J. LEENDERTZ, Leiden. 

Mr. H. D. LEVY8S0HN NORMAN , 's Hage. 

o. J. H. Graaf van limburg stirum, 

's Gravenhjige. 
Prof. Mr P. A. VAN dbr lith , Leiden, 
s. LOCKER DE BRUUNE, 's Gravenhage. 
Mr. H. HOPE LOUDON, 's Gravenhage. 
Prof. Mr. J. DB LouTER, Utrecht. 
D. MAARSCHALK, 's Gravenhage. 
Mr. J. c. DB MARBz OYBNs , 's Gravenhage. 
Prof. Dr. K. MARTIN, Leiden. 
Dr. B. p. MATTHES, 's Gravenhage. 
Mr. p. ALTING MEES, 's Gravenhagc. 

Prof. J. J. MBINSMA, Delft. 

AUGUST MERRITZ , Amsterdam. 
Dr. K. w. M. MONTIJN, Schicdam. 
H. MULLER szN. , Rotterdam. 
A. D. VAN DBR GON NETSCHER , 's Gra- 
venhage. 
p. M. NETSCHER, 'sGrTavenhagc. 

Prof. G. K. NIEMANN, Dclft. 

Jhr. Mr. o. e. van nispen, 'sHage. 

M. NIJHOPP , 's Gravenhage. 

Mr. o. w. STAR NUMAN, 's Gravenhage. 

A. p. M. VAN ooRDT, Leiden. 

H. J. oosTiNG, Assen. 

c. p. PABST, 's Gravenhage. 

Mr. T. T. PAHUD DE MORTANGES, 

Amhem. 

W. PAHUD DE MORTANGES, 's HagC. 

Mr. J. G. PATUN , 's Gravenhage. 



NAAMLIJ8T. 



IX 



Mr. D. L. F. DE PAULY , Florapark , 

Haarlem. 
M. p. PELS, Amsterdam. 
If. T. H. PERELAER , 's Gravenhage. 
Prof. Mr. N. G. PIERSON, Amsterdam. 
Prof. Dr. J. PiJNAPPEL GZN. , Leiden. 
J. 6. PLATE Jr., Leiden, 
w. PLEYTE, Leiden. 
Dr. PRAN901S p. L. POLLEN, Scheveningen. 
A. POMPE, Breda. 

Jhr. P. POMPE VAN MEERDERVOORT, 

's Gravenhage. 
N. w. POSTHUinjs , Amsterdam. 
H. PRANGE, Utrecht. 

A. PRinrS VAN DBR HOEVEN , 's Hage. 
A. 8. PRANSEN VAN DE PUTTE , Aruhem. 

Jhr. Mr. j. k. w. quahles van ufpord , 

's Gravenhage. 
Jhr. Mr. w. van bappabd, 'sHage. 

M. A. VAN RHEDE VAN DER KLOOT, 

's Gravenhage. 
Jhr. Mr. g. c. j. van rbenen, 's Hage. 
J. 6. p. riedel, Utreoht. 
Dr. w. N. Du RiEU, Leiden. 
Jhr. Mr. J. ROfiix, 's Gravenhage. 
J. w. ROSKB8, Kotterdam. 
c. RUEB cz., Rotterdam. 
Dr. E. VAN rijcrevorsel, Rotterdam. 

A. W. J. FARNCOMBE SANDERS, 's Hage. 

w. schagen van leeuwbn, Delft. 
Mr. J. c. J. VAN DER 8CHALK , Noordwijk- 

Binnen. 
D. SCHELTEMA, Haarlem. 
Prof. Dr. G. scHLEGEL, Leiden. 
Prof. H. SCHLEGEL, Leiden. 

J. p. L. SCflNEIDER, Delft. 

Dr. J. SEMMBLiNK, *s Gravenhage. 
A. M. SERVATius , Tcrwolde bij Deventer. 
Mr. c. J. siCKESZ, Laren. 
Jhr. J. D. SIX , 's Gravenhage. 
Mr. L. A. J. w. Baron slobt van de beele, 
Arnhem. 



Dr. H. SMEDiNG , Haarlem. 
H. JOH. SMID, Dennenoord, Laren. 
JOH. F. snelleman, Amsterdam. 
Dr. c. SNOUCK HURGRONJE, Leiden. 

Prof. J. SPANJAARD, Delft. 

Dr J. s. SPEIJBR, Amsterdam. 

J. p. SPRENGER VAN BiJK , 's Graven- 
hage. 

Dr. N. p. VAN DER STOK, Rijswijk 
(Buitengedachten). 

p.. DE STOPPELAAR, Leiden. 

Jhr. Mr. v. de stxjers , 's Gravenhage. 

Jhr. c. A. VAN SYPBSTEiJN, 's Gravenhage. 

A. w. siJTHOFP, Leiden. 

Mr. J. P. R. TAK VAN POORTVLIBT , 

's Hage. 

Jhr. W. T. TEDING VAN BBRKHOUT, 

's Gravenhage. 
p. E. TEGBLBERG, Amsterdam. 
Mr. G. VAN TiENHOVEN, Amsterdam. 
N. TRAKRANEN, Amsterdam. 
Prof. Dr. J. J. p. VALETON, Groningen. 
Mr. s. A, VENiNG MEiNESZ, Rotterdam. 

D. D. VETH , Leiden. 
T. p. viRULY, Leiden. 

c. A. M. VAN VLiBT, 's Gravenhage. 
Dr. J. VAN DER VLiET, Haarlem. 

B. R. p. VAN VLIJMEN, Nijmegen. 
JOOST VAN voLLENHOVEN, Rotterdam. 
Mr. J. A. G. Baron de vos van stbenwijk, 

Utrecht. 
Prof. A. c. VREEDE, Lcldcn. 

E. DE WAAL , 's Gravcnhagc. 

w. A. VAN WALCHEREN , 's Gravenhagc. 
M. J. WALLER, Amsterdam. 
Dr. s. J. WARREN, Dordrecht. 
A. E. WASZEKLEWicz , 's Gravcnhagc. 
A. w. p. WEiTZEL, 's Grravenhage. 
G. p. WESTERMAN, Amsterdam. 
WESTEROUEN VAN MBETEREN , Amsterdam 
c. p. w. WICKERS VAN KERCHEM, Leiden. 
Prof. Dr. c. e. a. wichmann, Utrecht. 



NAAMLIJST. 



J. A. B. wisELius, Parijs, rue de jj. wuste, Amsterdam. 

rUiiiversit^ , 107.) ' Jhr. Mr. h. c. van der wijck, 'sHage. \ 



wiLLEM wiJT, Rotterdam. 
Dr. G. A. wiLKEN, Leiden. 
J. woLBERS, Utrecht. 

D. G. E. WOLTERBEEK MULLER , 's Hage. 



Jhr. Mr. h. van der wijck , 's Hage. ; 

Dr. TH. CU. L. WUNMALEN, 's Hagc. 
s. B. ZEVEKUN, Amsterdam. 



CORKESPONDEBRENDE LEDEN. 

c. H. B. VON BOSENBERG , *s Gravcuhage. 

p. A. TiELE, Utrecht. 

J. c. NEURDENBURG, Rotterdam. 

c. A. A. DE MAGNiN, Parijs (Avenue Madrid, uo. 11 Neuilly S. Seine.) 



NEDERLANDSCH OOST-INDIE. 

GEWONE LEDEN. 

G. c. d'abo, Landhuurder, Batoe Djamoes (Soerakarta). 

J. w. H. ADER, Predikant te Batavia. 

J. A. AECKERLiN, Secretans van de residentie Benkoelen (Sumatra). 

J. £. albrecht , President van de Weeskamer , Bibliothecaris v. h. Bataviaasch 

Genootschap van Kunsten en Wetensohappen , Batavia. 
Jhr. F. H. p. VAN alphen , Kommandant van de Zeeroacht in N.-L , Batavia. 
H. M. ANDREE wiLTENS , Vice-prcsident van den Raad van Ned. -Indie , Batavia. 
c. bauvgarten. 

Mr. N. p. VAN DEN berg, President van de Javasche Bank, Batavia 
Mr. L. w. c. VAN DEN BERO ^ Ambteuaar voor de Inlaudsche talen, Batavia. 
J. hodd£, Zendeling te Tengah-Sonder (Menado). 

E. BOSCH, Assistcnt-resident voor de policie, Padang (Sumatra's Westkust). 
i. A. H. BRETMANN, coutrolcnr tc Kocmering oeloe (Moeara doea). 
w. p. VAN CHARANTE, President van het Liefdadigheids-gesticht enz. te Depok 

(Buitenzorg). 
Mr. J. A. VAN DER CHUS, Ambtcnaar belast met het toezicht over 't archief, 

Batavia. 
Mr. J. w. p. COHEN STUART, Advocaat , Semarang. 
A. J. w. VAN DELDEN, DirecteuT van de Spaarbank, Batavia. 
J. A. DBZENTJE, Landhuupdcr, Ampal, residentie Soerakarta. 



SAA3IL1JST. XI 

s. VAN DissEL, Inspectcur van het inlandsch oiiderwijs, Batavia. 

p. A. L. K. VAN DiJK, Controlcur le klasse te Si-Liudoeug (Toba-Bataklauden). 

p. VAN DIJK, Hoofdmijniugenieui' , Batavia. 

J. ENNEN, 2e onderwijzer aan de kweekschool, Fort de Kock. 

Mr. J. w. ESSERS, Raadsheer in het Hooggerechtshof, Batavia. 

p. POCKENS JR., Controleur 2e klasse, Poerwakarta. 

D. GERTH VAN wiJK , Leeraar in de Maleische taal, Commissaris van het 
Instituut, Batavia. 

Dr. J. H. p. SOLLEWYN GELPKE , Hoofd-inspecteur der kultures, Buitenzorg. 

G. P. H. H. GONGGRiJp, Algemeen ontvauger, Batavia. 

w. P. GROENEVELDT, Sccretaris van het Dep. onderwijs cuz. , Batavia. 

N. GRAAFLAND, Directeur der Kweekschool, Tanawangko (Menado). 

A. J. A. GRAAPLAND, Anibtenaar te Kebajoeran in de afd. Meester-Conielis , 

Batavia. 
Dr. J. G. H. GUNNING, Ambtenaar voor de inlandsche talen, Soerakarta. 
Dr. c. GUTTELiNG, Geneesheer , Batavia. 
Mr. J. A. HAAKMAN, Rcdacteur Bat. Handelsblad, Batavia. 
J. UABBEMA, Hoofdonderwijzer, Amboina. 
A. HAGA, Eolonel, chef Generale staf, te Batavia. 
G. J. HARREBOMEE, Controlcur le klasse te Eotan Nopan (afd. Ran, Sumatra's 

Westknst). 

A. L. VAN HASSELT, Secretaris van den Raad van Indie, Commissaris van het 
Instituut, Batavia. 

H. VAN HEUCKELUM, A ssist. -resident te Padaug Sidempoean (Sumatra's Westkust). 
J. HEIJTING, Inspecteur van financien, Batavia. 
Dr. p. HENTiKG, Predikant te Poerworedjo. 

B. HOETiNK , Tolk voor de Chineesche taal te Deli M^dan (Sumatra's Oostkust). 
G. w. w. c. Baron van hoevell, Controleur le klasse te Kajoetanam, afd. 

Priaman (Sumatra's Westkust). 
w. HOEZoo, Zendeling, Semarang. 
Dr. J. w. HOFFMANN, Gcneeshcer, Buitenzorg. 
K. F. HOLLE, Adviseur, Waspada (Preanger Regentschappen). 
Jhr. H. w. p. HORA siccama. Resident, Batavia. 
Dr. D. w. HOBST, Controleur le klasse, te Kroe, resid. Benkoelen. 
p. A. JANSZ, Zendeling-leeraar , Depok. 

E. w. DE JONG, Ambtenaar voor de burgerlijke dienst in N.-I. te Tjitjoeroeg, 
(Preanger Regentschappen). 

Mr. T. H. DEB KiNDEREN , Lid vau dcu Raad van Ned.-Indie , Batavia. 

J. KNEBEL, Controleur le klasse, Pasoeroean. 

Jhr. w. H. w. DE KOCK, Sccrctaris van de Padangsche Bovenlanden , Fort de Kock. 

p. J. KOOREMAN, Socretaris der residentie Oostkust van Sumatra, Bengkalis. 

6. J. VAN KOOTBN, le Luitenaut artillerie N. I., Batavia. 



Xn NAAMLIJ8T. 

J. KB££M£K, Zendeling-leeraar , Malang (Pasoeroean). 

K.* c. KBOBSEN, Resident van Bengkalis, Oostkust van Sumatra. j 

L. CH. KBUwpp, Notaris, Probolinggo. ] 

J. c. KUMMEB, Adjunct-inspectenr van het inlandsch onderwijs, Magelang. 

K. ¥, u. VAN LAN6EN, Assifltent-resideut ter Westknst van Atjeh (Malaboeh). 

c. H. M. LEBoux, Gontroleur le klasse te Medan, afd. Deli (Oostkust van Sumatra). 

Dr. w. VAN LiNOEN, Predikant te Pekalongan. 

K. L. c. TE HECHELEN, Assisteut-resideut van Djoewana, Japara. 

Mr. A. w. A. VAN DEB MEU, Griffier bij den landraad te Malang (Pasoeroean). 

w. MEiJEB, Hoofdonderwijzer aan de school voor zonen van inlandsche hoofdes 

Magelang. 
L. J. J. MTCuiELSEN, Lid in den Raad van Indie, Batavia. 
J. J. NAEFP , Assistent-resident , t^vens vendumeester , te Amoentai. 
c. VAN DEB GON NETSCHEB, Assistent-resident , Panaroekan (Besoeki). 
c. A. VAN OPHUIJSEN, Hoofdondorwijzer te Padang Sidempoean (Tapanoeli), 

Sumatra. 
J. H. PANNEKOEK, Lid in den Raad van N.-I. , Batavia. 
Mr. M. c. piEPEBS, Raadsheer in het Hoog-Gerechtshof, Batavia. 
c. P0EN8EN, Zendeling-leeraar , Kedirie. 
H. E. PBiNS, Secretaris van het Gouvernement Sumatra's Westknst , te Padang. 

RADEN ADIPATI ABIA KOESOEMA DIKIN6BAT, Galoeh. 

KADEN ADIPATI 80SB0 NE60B0 , Rijksbestuurder van Soerakarta. 

KADEN MAS ADIPATI ABIO TJONDBONEGORO , Brebes. 

KADEN MAS ISMAN60EN DANOE wiNOTO , Adjuuct-inspectour vau het Inlandsch 
onderwijs, Probolinggo. 

KADEN MAS TOEMENGOOENG PANDH ADININ6BAT, Regent Van Dcmak. 

Mr. p. G. A. REiTz , President van den Landraad te Ngawi (residentie Madioen). 
Dr. H. M. D. VAN BiEMSDiJK, luspccteur bij het Inl. onderwijs, Fort de Kook. 
Dr. li. w. G. DE BOO, Directeur van Financien, Batavia. 
J. M. BOSKOPP, Inspecteur van het lager onderwijs, Semarang. 
B. J. E. BOSKOTT, Assistent-rcsident Tebing Tinggi (Palembang). 
J. A. VAN BUN VAN ALKEMADE , Coutroleur 2e klassc te Laboean-DelL 
L. w. TH. SCHMIDT, Hoofdouderwijzer , Makassar. 

K. L. VAN scHOUWENBUBG , Dircctcur Hoogcrc Bnrgerschool , Semarang. 
L. p. TEiJL 8CHUITEMAKEB , Hoofdondcrwijzer , aan de kweekschool te Probolinggo. 
J. p. H. SCHULTZ, Gontroleur le klasse, Manna, res. Benkoelen. 
w. H. SENN VAN BASEL, Scraug (Bantam) 
B. sMissAEBT, Assistent-rcsideut van Sidajoe (Soerabaja). 
A. SOL, Resident te Riouw. 
A. J. SPAAN, Resident te Cheribon. 

Mr. w. STOBTENBEKEB iR. , Dircctcur van het Dep. van Onderwijs, Nijverheid 
en Eeredienst, Batavia. 



HAAMI.IJHT. XIII 

riTAKT. Tolk voor df Chiiieeache tanl. Mnkii^Mir. 
. E. DE <(TtjiLiCR , Rerste Commicii ter Algemeeue Secretarie. BiitnTin. 
la«*I5eg TOBUsk . und Gouvernenr vau Atjeh . te BatnTin. 
ran DBR Tooiix, Hoofdobderwijzer, Fortde Kock (Piidaugtiche HoTciiUnden). 
IM, Contrulear te Sidjoendjoeng (Sunmtm^s Westkust). 
V. VBEBBIK, Ingeniear le klasne, Bnitensorg. 
I. V. c. vKBWiu, Pratident fun den Inndniad. BaUvia. 
VAX vutUTBii , Resident , Samarang. 
LmAjm VDGBT, Predikant, BaUfia. 
«. TiisMAKK, Assintent-reaident , Billitou. 
%o% DK WALL, BaUfia. 
/. vncxRKBK. Paiitoor, SoenihaJM. 
wiTBoiji FKroKX. Cuntroleur Ir khtuM*. tc Sink ^Sumatra). 



I. IJ S T 



DER 



BINNEN- EN BUITENL ANDSCHE ACADEMIBN , GELEERDE 
GENOOTSCHAPPEN EN INSTELLINGEN , 



VVAARMEDK HET KONINKLIJK INSTITUUT DOOR RUILINO DER UITGEOEVEN 

WERKEN IN VERBINDING IS. 



■ mi * 



NEDERLAND. 

Koninklijke Akademie v:in Wetenschappeii , te Amsterdam. 

Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. 

Aardrijkskuiidig Genootschap, gevestigd te Amsterdam. 

Vereeniging voor de Statistiek in Nederland, te Amsterdam. 

Nederlandsch Bijbelgenootscbap , te Amsterdam. 

Redactie van Uet Tijdschrift „De Rijnsche Zending. Tijdachrift ter 

bevordering van bet Cristendom in Nederlandsch-Indie" (Adres: 

de beer J. P. G. Westboff, Amsterdam.) 
Nederlandscbe Maatscbappij ter bevordering van Nijverbeid, te Haarlem. 
Bibliotbeek der Rijks-Universiteit , te Leiden. 
Maatscbappij der Nederlandscbe Letterkunde, te Leiden. 
Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverbeid, te 's Gravenbage. 
Koninklijke Bibliotbeek , te 's Gravenbage. 
Koninklijk Institunt van Ingeuieurs, te 's Gravenbage. 
Indiscb Genootscbap, te 's Gravenbage. 
Instelling van onderwijs in de taal-, laud- en volkenkunde van Ned.- 

Indie, te Delft. 
EListoriscb Genootscbap, gevestigd te Utrecbt. 
Koninklijk Nederlundscb Meteorologiscb Instituut, te Utrecbt 
Utrecbtscbe 2^ndingsvereeniging , te Utrecbt. 
Nederlandscb Zendelinggenootscbap (Director Dr. J. C. Neurdenbnrg), 

te Rotterdam. 
Nederlandscbe Zendings vereeniging (Director R. Coolsma) , te Rotterdam. 

OOST-INDl£. 

Bataviaascb Genootscbap van Kunsten en Wetenscbappen , te Batavia. 
Koninklijke Natuurkundige Vereeniging in Nederl.-Indie , te Batavia. 
Vereeniging tot bevordering der geneeskiindige wetenscbiippen in Ne- 
derlandsch-Indie, te Batavia. 



LIJHT I>KK At.UtKMU'N, ENZ. XV 

KMiiiuklijk ItiHtitutit van liigt;nicur?i , afd. Ncderl.-liidi<*, tc HHtavin. 
M«uAt3*<*hMp|»ij vnii Nijvcrhcid cii Laiidboiiw in Nedrrl. -Indie, te HatAvia. 
ltt«ii»ch l^iiidbou¥»-(icuoot>€hup, tc Scniarang. 
Indi^h AHrdrijk»kuDdig (ienuot.Hchiii), U: Seoinrang. 
Hc«iartic van het IndiiKih Militair Tijd.Hcbrift , tc Batavia, Kfdacteur 
II. J. J. Raiuaer. knpitein infMUterie. 

BKixaR. 

Jkouicmir UovHle dt*^ S<?ienct;5. des Lrtires ct des Ream-Arts de Bel- 

pque , tc Brn.Hsel. 
9ocs€t^ Bclgr de gvographie, tc Bru!»»el. 
:Soeiete de grogmphie d'Anvers , te Antwerpeu. 

FKAilKlUJK. 

$octete AAUtiqae , pMrijs , 1 , Rue de Seine. (PuUis de f Institut.) 

Sooetc de g^ognphie de Paris, te Parijs. 

9oetete d'eUmogmpbie , te Parij». 

Soci^te Academiqae 1 ndo-Chi noise , te Pnrijs. 

Soeiete de» etude5 JapODMiHex, Chinoises, Tartares et Indo-ChiDoises 

U Parijs. 
AtW&ec Oriental , me du (*berche Midi 92 , te Parijs. 
ete des etades coloniales et maritinies, te Parijs. 
d*hist4>ire natarelle, te Parijs. 
Ceole speciale des langues Orientates virantes, te Parijs. 
EeAartie van L' Exploration. (Redacteur 1*. Tonmafuad) Parijs. 
indite de geographie commcrciale de Bordeaux, te Bordeaux. 
9matU de g^ographie de Ljon, te Ljon. 

Goinet, (Boulevard du Nord) L^on. 
g^ograpbiqne du Nord de la France, te I)ouai. 
Bonuande de geograpbie, te Ronaan. 

SPANJE BN PORTUGAL, 

^siicdid geografica de Madrid, te Madrid. 
jtaoedade de geograpbia de Liiboa, te Lissabou. 
Sicicdadc de geograpbia oommercial do Porto, te Purtu. 
doricdade Portuense de geograpbia, te Porto. 
Real Academia de Ciencias de Lisbua, te Lissabou. 

ITALIfi. 

EfCmlr Aeeademia det Lincei, te Rome. 

lU^le Institato di ikienfe e Lettere, te Milaan. 

etvioo di storia natorali di Genova, te Genua. 

van het Tijdscbrift Cosmos. (Redacteur Ouido Cornj Turtjn. 

RU8LAND, ZWEDEN EN NOORWEGEN. 
% fyJkJ^is> Inp^riale dts Sciences, te St Petersburg. 
Soeitie lap^hale g^rapbique de Ruasie, te St. Petersburg. 
feibliatlir<|ne de rinivemite Rovnle de .\orvege . a ('bn«tiaai». 



XYI LUST DKR ACADEMlfiN, RNZ. 

ZWITSKRLAND, DUITSCHLAND, OOSTENRIJK. 

Geographische Gesellschaft von Bern, te Bern. 

Koniglich Preussische Akademie der Wissenschnften, te Berlijn. 

Gesellschaft fiir Erdknnde, te Berlijn (FriedricbBtrasse 191). 

Verein fiir Erdknnde, te Dresden. 

Verein fiir Erdkunde, Kassel. 

Vereiu fiir Naturkunde, Kassel. 

Verein fur Erdkunde, te Metz. 

Konigl. Gesellschaft der Wissenschaften zu Gottingen. 

Verein fiir Erdkunde, te Halle an der Saale. 

Verein fiir Erdkunde zu Leipzig (Briiderstrasse 23). 

Deutsche Morgenlandbche Gesellschaft, Halle a. S. 

Konigliohe Academic der Wissenschaften, te Miinchen. 

De Redactie van het ,,Literatur-Blatt fiir Orientalische Philologie", 

Redact. Prof. Dr. Ernst Kuhn in Munchen. 
De Redactie van het Zeitsohrift fiir wissenschaftliche Geographic (Red. 

J. I. Kettler), Weimar (Thiiringen). 
Geographische Gesellschaft fiir Thiiringen, Jena. 
Kaiserliche Akademie der Wissenschaften, te Weeuen. 
Anthropologische Gesellschaft, te Weenen. 
Redactie van de Oesterr. Monatsschrift fiir den Orient, te Weenen- 

Red. A. Baron von Scala. 

ENGELAND, BRITSCH-INDIll, CHINA, AUSTRALIll. 

India Office, te Londeu. 

Royal Asiatic Society, 22 Albemarlestr. W., Leipzig. 

Royal geographical Society, Burlingt. Gard. W., Louden. 

Redactie van de „Proceeding8 of the Royal Geographical Society and 

Monthly Record of Geography." (Clements R. Markham , te Londen.) 
Asiatic Society of Bengal. Asiatic Society's Rooms, 57 Park Street, 

Calcutta. 
Straits Branch of the Royal Asiatic Society, te Singapore. 
Ceylon Branch of the Royal Asiatic Society, te Ceylon. 
North China Branch of the Royal Asiatic Society, te Shanghay. 
Public Library of Victoria, te Melbourne. 
Royal Society of Victoria, te Melbourne. 
Tokio Geographical Society, te Tokio, Japan. 
Soci^t^ des Etudes Indo-Chinoises de Saigon. 

AMERIKA. 

American geographical Society, te New-York. 
Smithsonian Institution, City, U. S. A. 
American Academy of Art^ and Sciences, te Boston. 
Sociedad Mexicaua de geografia y estadistica, te Mexico. 



£50«TE BKSTi:URSVER(}AI)KRIN(i , 

OIHOUDKN 15 HA ART 1884. 



Tcffenwoonlig de Iieeren Kern (Vcwrzitter) , J. II. ile 
(troc)t(Peniiinginee8ter), Matthes, Ilummc, van Deventer, 
Kobul^ van der Aa, Niemann, Si^hlegd, Bool, Wilken 
rn Wijmnalen (Secretaris). Afwezig de heer Weitxel. 

Na opening der Vergadering heet de Voorzitter de nieuw 
beniMiimlf* leden van het Be»tuur , de heen^n de (iniot, Schle^l, 
tan der Aa en Wilken welkom , en lM*vt*eit hun de btdiartiging 
drr bi^langen van het Instituut aan. 

Ilienia wonlen aehtereenvolgeu^ gelexen: 

1*. de notulen van het verhandelde in de girwone lU'sctuunt- 
vrrgadering \an den I6^*« Febr. jl. 

t^. de notulen van de Algeintvne Verglulering, gehouden 
cf Zat4*rdag, den 2«}***a Februari jl. en 

•*S*. de notulen van het verhandelde in de buitengewone Ki!- 
flteursierpulcring, na afloop der AlgiMne(*ne Vergaileriag , dfn 
tV^^ Februari jl. gehou<Ien. 

Ihr notuirn }(ub. 1*. i*n 3*. wordt*n giNtlgi^keurd , UrrwijI dir 
«ub f \tNirlfKipig wunlen > a>tgi*!<tt*ld , ter natlen* giM*tlk«*uring 
m de trrst\olgende Algt;nieene Yergaileriiig. 

I>e S(*rreUri!( geeft t*i*ne opga\e der Uiekwerken en kaarten , 
vmannttle de bibliotheek c»pnieu«' werd \e.nneenlenl. 

Vfior kenniMgeving aangenonH*n , undrr dankau*gging viMir di* 
irTK-hilleiule geM-henken. 

Ingrkomen iijn miiwives: 

]•. %an Z. Kxr. den heer A. W. V. Weitiid , houdende 

brricht van dt* aanvaarding xijner herlM*niN*uiing Uti Vicr-prr- 

«Hirbt %an ht*t hMituut; 

V Voigr. X. II 



XVin 250STE BESTUURSVKRGADERING. 

2«. van do heereti Prof. Dr. (I. Sohlegel on (I. A. Wilkon , 
beiden te Tjeiden , houdeiule bericht van de aanvaarding hunner 
benoeming tot leden van het Bestuur; 

80. van den Bibliothccaris der Universiteits-Bibliotheek U\ 
Christiania, houdende dankbetuiging voor dc toegezonden vier 
feestgaven van het Instituut t-er gelegenlieid van het zesde In- 
ternationale Orientalisten-CJongres te Leiden ; 

40. van liet Ifestuur van de Societatea geografica Kouiana, 
ter mededeeling van het programma der algeraeene vergaderiag 
op 26 en 27 Februari 11.; 

50. van het Coinitc^ van de Alliance Pranpaise, Association 
nationale pour la propagation de la langue Prangaise dans les 
colonies et a Tetranger, ie Parijs, ten geleide van het pro- 
gramma der in Januari 11. opgerichte vereeniging; 

60. van de Asiatic Society of Bengal , te Calcutta , houdende 
dankbetuiging voor de gelukwenschen haar bij de viering van 
haar eeuwfeest aangeboden ; 

70. van de heeren A. E. Blias, mr. J. C. van Eijk, H. 
Prange , H. 0. Hartevelt , ¥. de Stoppelaar , Westerouen van 
Meeteren, Aug. Mesritz, Jhr. W. H. Teding van Berkhout, 
A. W. S. Farncombe Sanders, IJ. Feenstra, Prof. dr. E. F. 
Kruyff, M. J. Waller, Prof. dr. C. H. D. Buys Ballot, mr. 
W. A. Engelbrecht en C. F. Pabst, alien houdende bericht 
van de aanvaarding van het lidmaatschap van het Instituut; 

So. van Prof. dr. A. Bastian, te Berlijn, houdende bericht 
van de aanvaarding zijner benoeming tot buitenlandsch lid van 
het Instituut. 

AUe deze missives wordeii voor kennisgeving aangenomen. 

Aaugeteekend wordt het overlijden van de heeren mr. W. 
A. Henny, te Arnhem, H. F. Morbotter, te 's Gravenhage , 
en J. W. Middelburg, O. I. ambtenaar met verlof, alien leden 
van het Instituut. 

Ter tafel wordt gebracht cen schrijven van den Minister van 
Kolonien, dd. (5 Maart jl. Ijett. A', no. 39, waarbij, in ant- 
woord op het schrijven van het Itestuur van het Instituut van 
25 Februari te voren , no. 1888, wordt medegedeeld dat het 
rapport van den Commandant van Zijner Maje^steits Opnemings- 
vaartuig //Hydrograaf// omtrent dej veranderingen in Straat 
Soenda na do uitbarsting van Krakatau in ziju geheel is afge- 



250VTI BERTUrRftVEROADERINO. XIX 

ilrukt in afl. 1. van liet 25»t« deel van (It* Mededeelingen betref- 
frnde het asrsewezen , en dat bij het Departement van Kolonien 
tfif ne amiere gegevens bctreffende t\\v uitbarsting v(N)rhandf*n 
xijn, welke in aanmerking 7x>uden kunncn komni vo<>r publi- 
crcrinff door het Instituut. 

Voor kennisgeving aangenomen. 

I)e SecreUri!! deelt mcde, dat hem vanwege den hear H. E. 
I) Kngelhani , oontrAleur U klasM bij het R. B. buiten Java 
fn Madoera, than* met verlof te V (Jravenhage , i^ ter hand 
gi*9iteld ecnc door hem vervaardigde beschrijving van het eiland 
Saleijer , met kaarten en teckeningen , ter opname in de Kijdragi*n 
van het Instituat. 

Na eenige gedachtenwisseling wordt besloten het op«tel in 
handen te stellen van de heeren Matthes en Wilken , met \er- 
inek daaromtrent in de eerstvolgende vergadering rapport ait 
te brengen , tenrijl den 8ecretari» wonlt opgedragen opgaven \e 
verflirekken omtrent de kosten der eventueele aitgave der tee- 
keningen en kaarten. 

I>c Voorritter deelt mede, dat door hem is ontvangen eene 
veriundeling over "de Kri><, genaarod *Kiahi PargoIA,*' eene 
Indiiiche legende ait de tijden van Modjopahit en Padjadjaran , 
ten einde daanran gebruik te maken voor de Rijdragen van 
het Inititaat, voor het geval althans bedoeld opstcl daanoorge- 
srhikt wordt gearht. Na onderzoek iii het hem ochter gebleken , 
dat het stuk meer op zijne plaata isou lijn in oen popalair tijdschrift , 
wfwmege hij dan ook de opneming daarvan in de Bijdragen 
(mtfrnadt, met uitnoodiging aan den SecretariA het terug te 
Beoden onder dankbetuigiiig aan den geeerden inzc*nder V(X)r zijur 
bekngflelling. 

IMenovereenkomatig wordt besloten. 

Namens het lid J. H. van Balen wordt door de heer ilumme 
verlof gevnugd om voor (*en dcMir eer^tgenoemde uit U* geven 
wrrk eenige uittrekm*lfi t(* mogen maken \an het door het 
in^tuot in zijne fe<%tgave voor het l^eidsche Orientaiinten- 
Congre* opgenomen oputel over de Javaan^ehe uprookjcv. 

ZcHulrr beraadslaging wordt het gevraagde \erlof verlet*ud. 

Naar aanleiding i^imut nitvoerigi* bnrfwi)«ieling nnrt den 



XX 250STE BESTUlJRfiVERGADERINO. 

major-general Pearce te Louden vestigt de Voorzitter dc aaii- 
dacht der Yergadering op de wensclielijkheid om vanwege het 
Instituut eeue uitgave te bezorgeii van twee Tamil-oorkonden 
op koperen platen, welke zich bevinden in de Bibliotheek der 
Universiteit te Leiden. 

Na eenige gedachtenwisseling wordt besloten omtrent de 
voorgestelde uitgave, die naar het eenparig gevoelen der Yer- 
gadering alleszins toej niching verdient, vooralsnog geene be- 
slissing te nemen , doch haar aan te houden tot na den ont- 
vangst eener globale raming van de eventueele kosten, welke 
de Yoorzitter zich bereid verklaart der Yergadering mede te 
deelen. 

Door den Penniugmeester wordt de aandacht der Yergade- 
ring gevestigd , dat zijns inziens het bedrag der verzekeriiig 
van de eigendommen van het Instituut op / 38.000 te laag 
geraamd is, waarom hij voorstelt het te stellen op / 45.000. 
Dienovereenkomstig wordt besloten. 

Naar aanleiding van de in de Algemeene Yergadering op- 
nieuw behandelde vraag omtrent eene geregelde afschrijving 
van de waarde van het gebouw stelt de Penningraeestor voor 
tot zulk eene afschrijving, althans voor dit jaar, over te gaan 
en de waarde van het huis te stellen op /" 25.000. 

Na eenige beraadslaging vereenigt de Yergadering zich (een- 
parig met dit voorstel. 

Niets meer hierna aan de orde zijnde, wordt de Yergadering 
d(K)r den Yoorzitter gesloten. 



251 STK BESTUUaSYKaGADEaiNCi! , 

OEHOUDEN 19 APRIL 1884. 



Tegenwoordig de heeren Kern (Yoorzitter), Weitael 
(Ondervoorzitter) , J. H. de G root (Penningmeester) , van 
Deventer, Humme, Robide van der Aa, Matthes, 
Niemann , Bool , Schlegel , VVilken en Wijnmalen 
(Secretaris). 



25]«TK RRfrn'CK^VRROADERlKG. XXI 

IK* tiotulfii van het viTlmiideide in de \ong«; VergadKriiig 
vordrn gflexen en goedgekcninl. 

Door den Secretaris-Bibliothecaris wordt opgave gedaan van 
<lr ingrkomeii boekwerken, waarbij tevens wordt medegodeeld 
iMt ontvangen zijn : 

!•. cene missive van den Secretaris van Z. H . Prins Roland 
Bonaparte, ten geleide van een exemplaar van de fotc^ralieu 
\ an Kmlmukken ; 

f eeue missive van Z. Kxe. den Minister van Binnenland- 
wchr Zakeu, dd. S April 1S8|., no. H6i, Afd. K.enVV., ten 
fSvJeide van acht pakketten met boeken, voor het Instituat 
hes^rmd en ontvangen van de Fransche Gommissie voor Inter- 
tutlkmmle niilingen te Parijs: 

•V. cene missive van de Directie van hot Mus«V Uuimet , 
tr Lvon , dd. 25 Febniari no. 285 , houdende bericht dat dcx)r 
fawchenkcNDst van het Ministerie van Openbaar Onderwijs te 
Piarijs les pakketten , voor het Ini^titaut bestemd , zijn verzonden , 
bevattende de door het Mumh; (iuimet uitge^ven werken : weike 
beaetidiiig bereids door den Secretaris in got^ie ortle is ontvangen. 

Voor de ontvangen boekwerken zai de dank der Vergadering 
warden aangeboden. 

Nog wordt de ontvangst me<legedeeld van: 

!• cent missive van de Directie van de Bibliothei^k der 
I'oiveniiteit van Noorwegen , U* Chri.stiania , houdende dankbe- 
Iviging voor de toegezonden laatstelijk uitgegeven Bijdragen , 
!• Toigreeks , decl 7 ; 

f. eene missire van Justus Perthes, te Gotha, houdende 
kenniageTing van het overlijden van Dr. Ernst Behm , redactenr 
der 'Cleogniphisrhe Mitteilungen;'' 

^. eene missive van de Serretarissen \an de K. Aoraiiemia 
dri Lincei, te Rome, houdende bericht van het oierlijden van 
deo president Quiutino Sella. 

Deat mittiives worden voor kennisgeving aangenomen 

!•. eene missive \aii den Sc^-n^tari?* van de Ar«^deniia dei 
l^jimei, te Rimie, houdende vcr7xK*k om t4M*Z(*nding \an hrt in 
^ biUiotheek dier instelling ontbrt*k(*nde Ir !(tuk van dtrl Vll. 

Wofdt beskiten aan dit lerxoek U* vold(M*n 



XXII 251STE BE8TUURSVERGADERING. 

5o. eene missive van de Directie van de //Soci^te Rouraanie 
de Gfograpliie// te Bucarest, waarbij , onder mededeeling dat 
door den brand in het Palais de I'Academie de Bucarest de 
aldaar gevestigde bibliotheek van het Genootschap geheel is 
verbrand, het verzoek wordt gedaan zoo mogelijk alsnog een 
exemplaar te raogeii erlangen van de uitgaven van het Insti- 
tuut , waarmee het Genootschap reeds sedert jaren letterkundige 
betrekkingen mocht onderhouden. 

De Secretaris wordt gemachtigd, zoo mogelijk, alsnog een 
exemplaar van de Instituutsuitgaven ter beschikking van het 
Genootschap te stellen. 

60. eene missive van het lid C. W. J. Wenneker , houdeude 
kennisgeving van zijne verplaatsing van Deli naar Soerabaja. 

70. missives van de heeren C. Baumgarten en Baat, beiden 
te 's Graveuhage , houdende kennisgeving van de aanvaarding 
van het lidmaatschap van het Instituut. 

80. eene missive van den heer H. M. van Dorp, te Wa- 
geningen, houdende bericht, dat hij aan het einde van het 
loopende jaar wenscht ontslagen te worden van het lidmaat> 
schap van het Instituut. 

Al deze missives worden voor kennisgeving aangenomen. 

Door de heeren Matthes en Wilken wordt rapport uitgebracht 
over het in de vorige Vergadering in hunne handen gesteld 
opstel van den heer H. E. D. Engelhard over Saleijer. Naar hunne 
meening be vat het veel belangrijke mededeelingen , welke men 
in de verhandelingen van W. M. Donselaar (zie Mededeel. 
N. Zend. Deel I , st. 4) en N. P. van der Stok (Bat. Tijdschr. 
V. t. 1. en volk. Deel XV, afl. 4 — 5) te vergeefe zoekt; en 
ofschoon daarin wel een en ander voorkomt dat , naar het inzien 
der Commissie, noodzakelijk gewijzigd en verbet^rd dient te 
worden — voornamelijk geldt dit de natuurkundige mededee- 
lingen des Schrijvers — aarzelt zij toch niet de ingezonden bijdrage 
ter opname in het Tijdschrifb van het Instituut aan te beveleu , 
mits de heer Engelhard , gelijk hij zelf uitdrukkelijk te kennen 
gegeven heeft, zijn werk v66r de uitgave nog eens nazie en 
omtrent sommige punten deskundigen raadplege. Wat der Com- 



25li*TK HF:8TIM*KHVKRGADKRIN0. XXIII 

miinir KMiml mvX \ol(lauii liet'ft , in (h^k* liJMt van nrva t'idO 
lltiUaiMbrhe wtionleii met ixMir \rrtolkiiig in hct Makai«saanM*li , 
hH Saleiereesch van dc (i het meest Ncx)r(lelijk gclegen regent- 
«rluppeii « ell het Saleiereesch vau de Zuidelijke regentschappen 
l^jolo en B4rmug-b&raug , dat veel overeenkoinst acou hebbeu 
«K de Ulen van Ijambcgo eu lk>eton. Uit die lijst moet vooial 
Uijken het verschil tu88chen de twee op Saleijer geaprokeu 
ulen. Had na de opgave \an het Makait^taanch en vau het 
SiJeirrtearh der eeretgenoemde regent*<chappen aan de CominiMie 
dr o^ertaiging gegeveu dat de schrijver bijzouder veel werk 
vna de beuefeiiiug der Oost-lndijsche talen gemaakt had , sboo 
xiode lij aan de opgave dier laatste outi onbekeudc soort \an 
woGCilen hooge waarde toegckend hebbeu. Aangezien zulks echter 
hltjkbnar niet het geval i«, zou de (Jommiasie die woordeulijat 
licTer aditerwege gelaten zien; want die zou iiatuurlijk dan 
eeni oenige waarde hebbeu, wanneer men zicli daarop volko- 
oHOi veriatrtn konde. 

Wat de aan het werk toegevoegde kaart en teekeuingen 
beireft, de Commianie acht ze van gruot belaug; alleenlijk komt 
hci haar voor dat de groote kaart van Saleijer van ruim t\ 
BKler lang, in 8 bladcn aaiigeboden, zonder stchade veel ver- 
kldod sou konnen wordeu, wanneer daarop slechttf al de in 
hei itnk beaproken namen voorkomen. Zulk eene beknopte 
kjuut aott leker ook voor het gebruik verrewc^ de voorkeur 
irfdienen boveu eene kaart in ven«c'heidene stukken, eu aU 
1 ware overladen met allerlei namen ; ook zou de uitgave daar- 
%aB veel minder koaten. 

AU tlolaom van haar onderzoek stelt de Commiaaie voor de 
%erliandeluig des heeren Engelhard met de daarbij beh(Min*nde 
Laaft en teekeuingen op te nemen in de Bijdrageu van het 
In^tOQl, met wqclating alleen van de woonlenlijst eu verklei- 
■iBg van de gniote kaart \an Saleijer, aUme<ie verbetering 
%aa oodervcheidene punten: t^n en ander in overleg met den 
Serrvtartt, die, in aanaluiting aan de gi'tlaue uicdcdet'liiigen , 
der Vergadering nog opgaven verstrekt \an de ko^ten dt*r uit- 
xm%r «an de teekeuingen eu vau de gnxite kaart. 

Na eentge gedaehteuwiK(«eling lM*iduit th* Verga<lcriug oier- 

kamatig het gegeieu advie>, Mnn zimikt ht*t lietrekkiug 
tcil de uitgaie vau den tckst van lit-t aaugi'iMMicu o|miU*1 
wm de daarbij behooreiide te«*kt'uiugt*u ; Mat tvht4*r dr uitgave 
irr kaart betrrft , waar\uu <;en kiMirig cxmiplaar in tl bladeu 



XXIV 251STE BESTUUllSVEROADERING. 

folio in de bibliotheek van het Uepartement van Kolonien 
blijkt te bestaan, benevens een paar exemplaren op verkleinde 
schaal : — met meerderheid van stemmen wordt besloten niet 
over te gaan tot de reproductie der kaart, gelijk die in 8 
bladen is aangeboden , evenmin haar in verkleinden vorm terug 
te geven. Eveneens wordt met meerderheid van stemmen ver- 
woi'pen het voorstel om zich enkel te bepalen tot de uitgifte 
van eene eenvoudige schetskaart, ter toelichting van dentekst. 

Door den Voorzitter woixlt de aandacht der Vergadering ge- 
vestigd op het hooge belang der voorgenomen ondeizoekings- 
reizen der heeren Martin en Suringar in West-Indie; had 
reeds het Aardrijkskundig Genootschap zich bereid verklaard 
hun eene subsidie toe te kennen , de Voorzitter meent , dat het 
belang der zaak eischt dat ook vanwege het Instituut eenig 
blijk van belangstelling daarvoor worde gegeven, weswege hij 
voorstelt aan beide Hoogleeraren in den loop van het vol- 
gende jaar een crediet te openen tofc een bedrag van f J 000. 

De Vergadering vereenigt zich eenparig met dit voorstel. 

Door den Penningmeester wordt medegedeeld dat door hem 
gevolg is gegeven aan het besluit tot verhooging der assurantie 
van de bezittingen van het Instituut ; zij zijn mitsdien tot een 
bedrag van / 45.000 verzekerd. 

Tot lid wordt voorgedragen en aangenomen den heer 0. J. 
Leendertz , Leeraar in de aardrijkskunde aan de Hoogere Bur- 
gerschool te Leiden. 

Niets meer hiema aan de orde zijnde , wordt de Vergadering 
door den Voorzitter gesloten. 



252«ni BKfmTrRHVER(;Ai)Riuy«. xxv 

252«r« BKSl^TR8VER(lAl)KRlX(i, 

OEBOUDKN 17 MO 1884. 



Togenwoordig de heenm Kern (Voorzitter), J. H. de 
ilrooi (PenningmeeHtcr), Niemann, Ilumme, Matthew , 
van Deventer, Robid^ van der Aa, Schlegel, Wilken 
en Wijnmalen (Socretaris). Afwessig, met kennisgeving, 
de heeren Weiisel en Bool. 

Dr iioiiiIe& van het verhandelde in de vorige Vergadering 
wofden gdeaen en goedgekeurd. 

Ue Secretaris doet opgave van de sedert de vorige bijeen- 
komi ontTangen boekwerken, waarbij tevens de ontvangyt 
mifdi bericht : 

!•. Tan een sehrijven van den Directeur van het Muaee 
Civiaei, te Ljon, ten geleide van de eerste aflevering, 18H4, 
laa dl. IX van de Revue de Thistoire dea religiou9; 

!•. van een achrijven van het lid Job. Hnellejnan, te Am- 
ftefdaa, ten geleide van een exemplaar van het Dagblad van 
Xwkrland van 27 April jl. , waarin de fee^tgaven van het 
IsititQiil ter gelq;enheid van het 6* Internationale Oongret* der 
Orieotaliiteii te Leiden sijn besproken; en 

Sa. van een circolaire van den heer B. il. Stempels, te 
*• Urmvcnhage , t^ geleide van zijne, aan den boekhandel aan- 
ftkaien letterproef. 

Plaataing der boekwerken in de boekerij , onder dankzegging 
de inienderi. 



Tervolgoif wordt med^redeeld dat is ontvangen een schrijven 
vaa dcB beer J. A. van Rijn van Alkemade, dd. Siak, 7 April 
jl . boodeiide kenniageving van de aanvaarding lijner benoeming 
tot lid vaa bet Inatituut. 

Voor kenniageving aangenomen. 

Ter tafel wordt gebracht een uitvoerig !«chrijven van (!om- 
mummrimen^ te Batavia, dd. Maart jl. , waarbij zij, onder aan- 
bwdiag ran een wiMel, groot / 508.75, overleggen eent* 
rekouag en verantwoording over het dienstjaar 188*1 met 
dftaikg beboorende bijlagen. In handen geateld van den Pen- 



XXVI 251STE BE8TUURSVERGADERING. 

ningmeester en Secretaris , ten eiude (laaronitreut in de volgende 
bijeenkomst te dienen van bericht en raad. 

De door Commissarisseii voorgestelde nieuwe leden worden 
aclitereenvolgens benoemd, terwijl, ingevolge den door Com- 
raissarissen gegeven wenk , zal worden nagegaan , welke hoofden 
van gewestelijk besiuur, adsistent-residenten , controleurs en 
andere wetenschappelijke personen alsnog niet voorkomen opde 
indische ledenlijst, en aan wie men het lidmaatschap zou kunnen 
aanbieden. De Secretaris verklaart zich bereid zich met die 
taak te belasten en te zijner tijd de noodige voorstellen te 
doen, terwijl hij voorts gemachtigd wordt het schrijven van 
Commissarissen , voor zooveel noodig, te beantwoorden. 

Nameus de Commissie, bestaande uit de heereu Niemann 
en Wijnmalen, wordt door eerstgenoemde het volgend rapport 
uitgebracht : 

//In handen van uwe Commissie is gesteld een Holl.-Eng.- 
Maleisch woordenboek , 442 bladz. in folio, in HS , waarin v66rin 
geschreven staat : Bibliotheca Leydeniana , met opdracht te onder- 
zoeken van wien dit afkomstig kan zijn en welke waarde liet 
heeft. Het is aau uwe Commissie niet gelukt het eerste , nl. 
den schrijver , of zelfs bepaaldelijk den tijd waarin het geschreven 
is, te ontdekken. Het schijnt in het begin der 18® eeuw ver- 
vaardigd te zijn. De waarde is gering; uitspraak en beteekeuis 
worden hier en daar minder juist opgegeven, maar vooral is 
de inrichting van dit geschrifb zeer gebrekkig, zooals reeds uit 
e^n enkel staaltje voldoende kan blijken: eene menigte sub- 
stantiven staan hier niet op de letter, waaronder zij behooren 
geplaatst te zijn, maar zijn op de lidwoorden te zoeken. Zoo 
bv. vindt men de woorden been, cijfer, gehoor, gevoel, hart, 
lev en, daglicht , enz. op het lidwoord //het'/. De woorden: deel , 
derde, dij, tong, enz. sub voce //de//. Het zal wel niet noodig 
zijn meer proeven van de gebreken van dit Woordenboek te 
vermelden.// 

De Voorzitter zegt der Commissie dank voor haar rapport, 
terwijl overeenkomstig zijn voorstel besloten wordt het bespro- 
ken hs. aan den Bibliothecaris van het India Office, te I jonden, 
Dr. R. Host, terug te zendeu, onder mededeeling van de 
resultaten van het daaromtrent iugasteld onderzoek. 

Van het lid J. H. Kruijt, (Jonsul-Genei-aal der Nederlanden 



252»'"5 BF:aTL'VRf*VKR«Al>ERING. XXVII 

tr IljiilcUh , i\\mu» met lerlof U* *s (iraieiiha^f, is , oiider da^;- 
trckcaiiiig van (icii 1 ^ \lv\ jl. , ecu schrijven ontvangeii van 
drm vulgeuden inhoud : 

"Aam 
kd Btiimmr vam kei KanmkUjk ImHtuut voor 
db Tmml^ Lmfd- em VoUtenktmde vm Ned.-Indii 

te 

's G ravcnhage. 
WelMelgeboren lieereu, 

^Rcedn meermalen is dtwr mij gewcseen op het belang van 
Djiddali, de haven van Mekka, de plaats waar jaarlijks de 
▼aartgmngere uit alle oorden der Mahomedaanache wereld 
koinen, 6in der braudpunten van de tegenwoordige Ula- 
beweging, voor den wetenschappelijkeu onderzoeker. 
TeDjiddah, waargedareude de bedevaart, volgens Burckhardt, 
M tal verechillende talen gesprokeu worden, is zoowel 
four den vemmelaar aU voor den geleerde kosttwar materiaal 
ab 1 ware voor t grijpen en in overvloed , omdat daizenden 
«it de kmt* en binnenlanden van Azie en Afrika er jaarlijkn 
«it godtdieoitige of handelsooginerken voor langeren tijd saoieu- 
kflflMO. Uei hangt er alechU van af of men tijd en gelegeiiheid 
hadi nch met een en ander uiUluitend bezig te houden en of 
de noodige kennia is toegcnut, om, al zij het dan 
aanvankelijk loaweg^ het bruikbare van hetniet- 
bndkhare te onderacheiden. 

•"In *l bijaonder echter eigeut zich Djiddah tot de studie van 

Ooalenche talen en toeatanden en ineer speciaal van den lalam. 

«rHei behoeft geen betoog dat Xederland met zijn Kolonien 

cB sillioenen Mohammedaanache onderdanen , bij vermeerdering 

kennia op dit terrein direct en practiach belang heeft. 

deier onderdanen uit alle oorden dea Archipela komen 

jaarlijka naar Arabie, en velen doen er de kennis 

«p, die later aU leiddraad bij het godsdienstig ondenrijs in de 



«De beer Dr. Snouck Ilurgrouje uit lieiden, wieiu groiidige 
ea degelijke kennia van de taal dea laUuna en den islam 
MlfC0« hem meer dan iemand in staat stelt, ddar met vrucht 
te ^vtffken, heeft zich niet ougeneigd verklaard, tot dit doel 
iBigen tijd naar iJjiddah te gaau, en hienHntrent met 



XXVIII 252STE BESTUURSVERGADEBING. 

den ondergeteekeude reeds ineermalen van gedachteii gewisseld. 

''Daartoe zijn echter middelen noodig en hoe ruimer deze zullen 
voorhanden zijn, des te rijker en degelijker kunnen ook de 
resultaten van zijnen arbeid wezen. 

//Ik veroorloof mij daarom de vrijheid hierop de welwillende 
aandacht van U , hooggeachte heeren ! te vestigen en U in over- 
weging te geven of het niet op den weg ligt van ons Instituut 
dit streven van den heer Snouck Hurgronje zedelijk en materieel 
te helpen bevorderen, en ZEd. door eene geldelijke tegemoet- 
koming, uit de gewone of buitengewone middelen, in staat te 
stellen, zijne kennis van den Islam met al wat daaraan ver- 
want is grondig en alzijdig uit te breiden. 

//Mijnerzijds zal ik dit streven met alle mij ten dienste staande 
middelen helpen bevorderen en het resultaat zijner onderzoe- 
kingen zoo uitgestrekt mogelijk trachten te doen zijn. Het 
zoude toch zeer te betreuren zijn , wanneer van een uitstekende 
gelegenheid als deze , die zich niet spoedig andermaal zal voor- 
doen , geen partij werd getrokken. Ik twijfel ook niet of de 
opoffering zal hier rijke vruchten kunnen afsverpen , die vooral 
ook het tijdschrift van het Instituut zullen ten goede komen. 

'/Mocht dit voorstel eene ernstige overweging worden waardig 
gekeurd, dan zal de heer Snouck Hurgronje zich aangaande 
de hem eventueel door het Instituut te geven opdracht nader 
daarmede kunnen verstaan, terwijl ook ik mij tot liet geven 
van nadere aanwijzingen en inlichtingen , welke ten deze nog 
mochten nuttig en noodig worden geoordeeld , gaame ter Uwer 
beschikking stel. 

'/Inmiddels heb ik de eer , mij met de meest onderscheidende 
hoogachting te teekenen 

Van Uw WelEdelgeboren 

de dienstwillige dienaar, 

J. H. Kruut, 
Consul-Creneraal der Nederlanden 
te Djiddahy met verkf.rf 

Naar aanleiding dezer missive en van het daarin gedaan 
voorstel wordt door al de leden van gedachten gewisseld en 
eenparig het hooge belang eener zending van 13r. Snouck Hur- 
gronje naar Djiddah erkend. Na langdurigc beraadslaging wordt 
eenparig besloten: 

lo. zich te wenden tot den Minister van Kolonien met een 



252STE BESTUURSVERGADERING. XXIX 

uitgewerkt adres, waarin de aard, strekkiiig en belaug eencr 
missie naar Djiddah worden ontwikkeld, en met verzoek het 
vooomemen van Dr. Snouck Hurgronje zedelijk en materieel 
te helpen bevorderen en dien geleerde door eene geldelijke 
ondersteuning vanwege het Departement van Kolonien in staat 
te stellen onze kennis van den Islam met al wat daaraan ver- 
want is grondig en alzijdig uit te breiden ; en 

2o. mocht er onverhoopt vanwege het Departeraent van 
Kolonien geene ondersteuning worden verleend, alsdan van- 
wege het Instituut financieele hulp te verstrekken en den heer 
Snouck Hurgronje eene subsidie te verleenen ten laste van de 
begrooting van het loopend dienstjaar , wordende het minimum- 
bedrag dier subsidie voorts bepaald op / 2500 , ter kwijting 
waarvan alsnog de noodige voorstellen zullen worden gedaan. 

Door den Voorzitter wordt het volgend schrijven, dd. 25 
Maart jl., van het lid K. F. HoUe, te Waspada, medegedeeld : 

/'Uit de gisteren hier ontvangen uotulen ontwaar ik , dat Uw 
Grenootschap nadere inlichting van mij verwacht omtrent het- 
geen het, naar mijn inzien, zou kunnen doen met betrekking 
tot de woordenlijsten van de talen en dialecten van Ned.-Indie. 

'/Mijn doel is geen ander dan eenheid van richting, opdat 
men elkaar in de hand werke en z66 gezamenlijk het einddoel 
veel spoediger en beter bereiken zal. 

//Uw Genootschap vroeg woordenlijsten in het algemeeu , veel 
zullen die dus van elkander verschillen en naar persoonlijk 
inzicht zijn ingericht. Hier zal te veel zijn, daar te weinig, 
en vergelijking en daardoor het verkrijgen van meerdere zeker- 
lieid veel moeielijker zijn dan wanneer alle wetenschappelijke 
inrichtingen die in deze richting werkzaam zijn, zich bedienen 
van e^n bianco woordenlijst , die noch te groot noch te klein 
is en waarvan de woorden met overleg gekozen zijn ; waarbij 
verder eenige wenken worden gegeven omtrent de invulling en 
wijders ook eenige vragen zijn gesteld (ter plaatse toegelicht 
door enkele volzinnen) die ook door niet-taalgeleerden zouden 
kunnen worden beantwoord. 

//Zoo'n bianco woordenlijst zond ik Professor Kern met een 
copij van mijn voorstel aan het Bat. Genootschap van Kunsten 
en Wetenschappen en onderwierp die aan zijn beter inzicht, 
iiiij tevens aanbevelende voor het stellen der vragen, om een 
kort overziclit te krijgen van den bouw van elke taal of dialect. 



XXX 253STE BE8TUUR8VERGADERING. 

"Als nu die Geleerde welwillend aan inijn verzoek gehooi 
geeft, zal niet alleen de bianco- woordenlijst op reeds verkregen 
Gouvcrnementsmachtiging worden gedrukt ter Landsdrukkerij 
te Batavia, maar zouden ook Uw Genootschap, het Aardrijks- 
kundig Genootschap en de Zendelinggenootschappen zich daarbij 
kunnen aansluiten en trekken (zooals ik raij in mijn brief, 
dd. 18 Mei 1883 No. 35, uitdrukte) de paarden in ^^n rich- 
ting, wat voor den goeden gang der zaak niet anders dan 
wenschelijk kan zijn. 

//Ik hoop door het vorenstaande aan Uw verlangen te hebben 
voldaan. ft 

Na eenige gedachtenwisseling wordt besloten den heer Holle 
dank te zeggen voor de gegeven inlichtingen , onder mede- 
deeling, dat het Instituut zijne poging alleszius toejaicht, ook 
het door hem geleverd concept, waarvan door den Voorzitter 
met instemming is kennis genomen en bereids door dezen 
ternggezonden , terwijl echter het Instituut ter voorkoming van 
misverstand er prijs op stelt te verklaren , dat het in het ge- 
heel niet verlangt of verlangd heeft woordenlijsten , maar dat 
het meer bedoelt het bezit van mededeelingen omtrent talen 
van den Archipel , meer bepaald vert^Uingen , volksoverleve- 
ringen, verzamelingen van dagelijks voorkomende gezegden , enz., 
een en ander nader ontwikkeld in de uitgegeven '/Vragenreeks^'. 

Niets meer hiema aan de orde zijnde , wordt de Vergadering 
door den Voorzitter gesloten. 



253STE BESTUURSVERGADERING, 

OBHOUDEN 21 JUNI 1884. 



Tegenwoordig de heeren Kern (Voorzitter), Weitzel 
(Onder- Voorzitter), J. H. de Groot (Penningmeester) , 
Robide van der Aa, van De venter, Matthes, Schlegel, 
Wilken , Niemann en Wijnmalen (Secretaris). Afwezig 
de heer Bool. 



£52*TK BE8Tl'l'RBVERGAJ>BRINO. XXXI 

I>r ncitiiltMi van hrt vrrhandeldr in <le vorip* Vorpaderinfr 
««>nlen irrlinEf'U vn j^n^l^keiird. 

Iknr (tt*n Stf'rt^tari.H-Bibiiothfc^aris wonit opgavi* f^etiaan van 
4r fnlfit (1<* vori^* bij('«*nkoin8t iujcc^koincn boekwerkcn. waarbij 
Wfmit keuni.H geg(*ven , ciat zijn ontvangen : 

!•. mir ini9!<ive van den particulicren Socrctaris van Z. 11. 
Roland Bonaparte, te Saint-Oloud , ten ^leide van ctme 
btofrratir van een Atchinces; 

2« erne miwive van den Minister van Marine, van 15 Mei 
jl.« Lrtt. A, n<>. 27, ten geleidc van een exemplaar van het 
iaarboek van de Koninklijke Nederlandi^che KeemajErt, IS.S2 — 
|Sh;J. door de zorg van zijn Departement uitgej^ven; 

^. fene missive van de I)in^*tie van de Maati«chappij der 
NfderUudsrhe letterkunde, U* lx*iden , houdendeaanbie<linfr van 
de Iaati4 uit^rcfreven werken dier inntelling; 

4*. eene missive van de United States (mdugic^l Survey, U* 
Washinirton , dd. Mei jl. , U*n ^deide van het '^ Second annual 
fvport' voor lSSO/81. 

PUatsing der ontvangen bo(*kwerken in de bibliotheek, onder 
dankbetuiiring aan de inzendcrs. 

Vrrdrr liju ingekomen : 

!• «*ne missive van de Directie van de konigliehe (iesell- 
irhaft der WMiensehaften te (itittingen , waarbij, onder dank- 
brtnigin^r voiir de ontvangstder laatHt<*lijk vanwege het Instituut 
ntippgrven geschriflen , het verzoek wonit gedaan oni eenigt; 
aangnlutflr Itiemten in de toegezonden reek sen der Bijdrageii 
vrl it willen aanvullen. 

\h Serretaris wordt gemaehtigd , zoo mogelijk, aan het gedaan 
Vffioek te voldoen. 

2« mtJtives van de Ihrectien van het (Canadian Institute, te 
TijftiQto, van 81 Mei jl.; van de Academia Nacional de Ciencias 
it la RqNiblica Argentina, tc (Jordoba, van 10 Mei jl. en 
«an At Hori^ de (i(k>graphie Commerriale du llAvre, van 1 Juni 
jl « alien houdende het verzoek om ruiling van de wedenijds(*he 
utfaven. 

Na eenigr gedachtenwisM'ling wurdt besloteu aan de Dinx'tien 
4cr ge&onmle instellingi*ji U; antwoorden, dat haar arbeitUield 
ie vcrl veniehilt van dat van het Inntituut oni c^nigt? \rurlit 
%mm Itai wnirmjdsch letterkundig vcrkc^er te wogfn \erwachU*n 



XXXII 253STE BE8TUUR8VERGADERING. 

3o. eene missive van den heer E. A. van Ophuyseii, te Padang 
Sidempoean , houdende bericht van de aanvaarding van het lid- 
maatschap van het Instituut. 

Voor kennisgeving aangenomen. 

40. eene missive van den hoogleeraar Dr. K. Martin, te Leiden, 
houdende dankbetuiging voor de hem en zijn ambtgenoot Dr. 
Suringar toegezegde subsidie voor hunne voorgenomen reis naar 
West-Indie , terwijl zij hopen later eenige bijzonderheden omtrent 
de uitkomsten van hun onderzoek te kunnen mededeelen. 

Voor kennisgeving aangenomen. 

Ter tafel wordt gebracht de rekening en verantwoording van 
het financieel beheer van Commissarissen in Indie over hetaf- 
geloopen jaar 1883, met daarbij behoorende bijlagen, welke, 
bereids in de vorige Vergadering ingekomen, ora advies is in 
handen gesteld van den Pemiingmeester. Deze rapporteert der 
Vergadering , dat hij met den Secretaris de overgelegde stukken 
heeft nagezien en in orde bevonden, weswege hij voorstelt ze 
goed te keuren onder dankbetuigingaan Commissarissen in Indie 
voor de door hen genomen moeite , en voorts den Secretaris te 
inachtigen bij zijn schrijven aan Commissarissen hun tevens de 
door hen gevraagde inlichtingen te verstrekken. 

Zonder beraadslaging wordt dienovereenkomstig besloten. 

])oor den Voorzitter wordt medegedeeld dat voldaan is aan 
de opdracht der vorige Vergadering , en , onder dagteekening 
van 28 Mei jl., no. 1891 , een adres is verzonden aan den 
Minister van Kolonien ter ondersteuning eener zending van Dr. 
Snouck Hurgronje naar Djiddah. Het adres , onderteekend door 
den Voorzitter en Secretaris, luidt als volgt: 

''Door den heer J. A. Kruijt, Consul-Qeneraal der Nederlanden 
te Djiddah , thans met verlof te 's Gravenhage , werd bij missive 
dd. 14 Mei jl. , de medewerking van het Bestuur van het 
Koninklijk Instituut voor de taal-, land- en volkenkunde van 
Nederlandsch-Indie ingeroepen in het belang eener missie naar 
Djiddah , op te dragen aan den heer Dr. C. Snouck Hurgronje , 
leeraar aan de gemeente-instelling van onderwijs in delndischc 
taal-, land- en volkenkunde te Leiden. 

/'Zoodra het Bestuur van het Koninklijk Instituut kenuis heefb 
gekregen van het door evengenoemden Consul-Generaal, in diens 



25JJ**TI. BF>TrrRSVKRGAl)KRIN<J. XXXIII 

irhnj%fii juiii Z. H. dm MiiiK^tcr van Huitvnl. Zaken iiudoroiit- 
vikkeJcie deiiLlx^^ld , heefl lutt l)egn*p<»ii <lat lift op zijiien we^ 
Ujr, brtl<M*ld plan al!< en uit (H*n wcU'n!«i*happi*lijk en uit een 
fCAalkuiidig uogpunt rijke it^ultaten l)eloveude, bij Uwe Kw. 
Irtt vamiste aan U* bt*\elen. Met den heer Kruijt o\ertuigil van 
dc veofchelijkheid van vnni te Ujiddah in te !«tellen uuderztiek 
MAT fie HohAUiDiodaanstche toe^tanden , gelijk die daar waar te 
BrmrJi zijn, asouden wij het betreua*n, indien de than.H zicli 
ttaartcx* aanbiedeude gelegenheid ungebruikt uioest blijveu dui>r 
*iCi untbrvken van den noodigen steun. ()ok in de later te onzer 
lettnb gekouieiie bedenkingen , die Uwe txiv in Ilaar antwoonl 
aan drn Minister van Buitt^nl. Zaken tegiMi bedoelde updraclit 
berft geuit, heblien wij geene aanleiding kunnen viiiden uui 
%mm gunaHgc ine<ming ti* wijzigen en wij \ enxirloven uiik mit»- 
dm bij desen de gronden, waarup die guede verwachtingi*n 
flmieD, aan Uwe Kxc. ter overwiging voor te Ic^^^n en U' 
Inrhieti dv d<ior Uwe Kxc. geupperde bezwaren uit den wi^ 
If raimcn. 

'lid ii> een door alle deskundigcn erkeiid feit, dat oiize keoni« 
via den UUun, die voor het staatkundig en godtMlieiuitig leven 
nJDer bclij<iejv van zi#o gruoti* beteekeni> \»^ in allerlei opzichten 
iog gi;brekkig mag hceten en aan\cdliiig behoeft. Cieldt dit 
rvnb voor den ocirsprong en de geM'hiedeni.n van dieii godsMlien^t, 
foiir velkrr situdie men in Kuropa zelf rijke hulpmiddeleii vindt, 
m Ted htKiger matt; is het waar \uor de kennis) der werking 
• an den I^ULm aU ndigieu5e en politieke macht in onzen tijd. 
Ilir uomken van het b(*3itaan dc*zer leemte , welke d(X)r de tal- 
njUicid van door dilettanten gf^tchnnen werken get*ii»zins weg- 
pmnnen wordt, liggeu \oor de hand. Kumpet*:«che geleenlen, 
Jktt tkh met c^en meer dan oppcT\lakkigt* studie van den lAmi 
brsgfaouiieu , gevoiden zelden opgewektheid om de ongemakkeit 
«aiB een verblijf in het Mohanimetlaau!<elie Oosten te tn>UMt*n'n; 
rijl de weinige Oriental i^ten , die het ()oe»t4*n ben'isiden, tot 
tor hunne aandacht hoofdzakelijk op audere v oorwerpen \ an 
lie vettigdrn vn diL** over den Isdam der werkelijkheid jtlechtet 
rnnifcc en min betnmwbare gt*ge\enN kondeti vervtrekken. Het 
beUng, dat eeue gn>udigi* keiini.t van deu Islam van 
beden heeft en steeds meer \erkrijgt voor de me«*:*te Kuro- 
natien, en %«»oral \oor znlke, die, gelijk de onztr, 
*n llohammedaan!che ondenlaneu tc be^turrn hebben , 
^ vel aan gi*en twijfel oiiderlie\ ig zijn (Kik i?> het lio\eu 
4» Vokr. X. ui 



XXXIV 258STE BE8TUUR8VERGADERINQ. 

bodenkhig verluiv ofi dat middelpuiiten van dim Islam als JJjiddali, 
waar godsditmstige (^ti handelsbelangeii de geloovigen uit alle 
oordeii der wereld regelmatig doen sainenstroomen , den kenner 
een uitgezocht veld van waaraeming aanbiedeii. Dit laatste geldt 
niet slechts voor den Islam in het algemeen , maar ook ten op- 
zichte van een bijzonder gedeelte van zijn gebied , zooals de 
Oost-lndische A rchipel . 

/'Vooreerst toch zijn het de bedevaartgangers , welke over die 
haveustad hunnen weg uaar Mekka nemen, juist degenen Aie 
aan den Islam in Iiun geboorteland steeds nieuw lev en ingieten 
en hem zijne eigenaardige kleur en karakter geven. Velen hunner 
houden zich korter of langer tijd in Arabie op . om zich op de 
godgeleerde wetenschappen toe te leggen of leden te worden van 
mystieke orden (^n keeren dan naar Oost-Indie terug ora daar 
als leeraars aan p&santrens of soerau's of als wervers voor ge- 
zegde broederschappen het uit het Heilige Land medegebrachte 
zaad uit te strooien. Zoo wordt de Islam in Oost-Indie ran 
Arabie uit als liet ware in bepaalde richtiugen gestuurd en is 
het dus van niet weinig belang te weten , wie de richting be- 
palen en welke middelen hun ten dienste staan; eene weten- 
schap, die alleeu door deskundig onderzoek ter plaatse kan 
verkregen worden. 

/'Maar in de tweede plaats biedt zich te Djiddah ook de gele- 
genheid aan om over den bestaanden toestand in Ooat-Indie 
belangrijke gegevens te verzamelen, die men uit den Archipel 
zelven nog steeds vergeefs wacht en welker verzameling daar 
dan ook met meer moeielijkheden gepaard gaat dan men opper- 
vlakkig verwachten zou. Niets is voor de kennis van den Oost- 
Indischen Islam van meer gewicht dan een juist begrip van 
aard en omvang van het onderwijs aan de daar bestaande 
godsdienstscholen. Deze zijn als de brandpunten van den Islam, 
waarin het vuur van Arabie uit door de bedevaartgangers 
geregeld wordt onderhouden en aangewakkerd. Oordeelkundig 
verzamelde, ter juiste kenschetsing dienende gegevens nu over 
die scholeu en over dat onderwijs bezitten wij weinig. In Oost- 
Indie zelf zou slechts een stelselmatig onderzoek, overal ter 
plaatse in te stellen door een geleerde die met de dogmatische , 
mystieke en juridische literatuur van den Islam zeer vertrouwd 
was , het gewenschte licht kunnen ontsteken . Te Djiddah daaren- 
tegen, waar geloovigen uit alle deelen van den Archipel samen- 
komen , laat zich het wetenswaardigste in korter tijd verzamelen. 



258Wt HEKrriTRHVERdADRRLNG. rXXV 

Tr meer nog, (buur juist de bij dat otiderwij.H in ()<)6t-Indie 
gebraiktr haiidieidiiigeii uieereiidcel^ in Arabie geschrcven of 
vrrkochi, en de in ()o6t-Indie inee^t geachtr lecraars van den 
I^ULm hier gevonnd worden. 

'Hij, aan wien het inslellen van zoodanig ondensoek zou 
worden opgedragen , zal twee soorten van kundighoden in zkh 
■Kxtcn vereenigen. Van den Islam, zijn wezen, zijne geschie- 
denis« lijne theologie en rechtageleerdheid behoort hij eene 
irUfUndtge fltodie gemaakt te hebben , om van het waargenomene 
ecu bnukbaar verelag te kunnen doen. 

'Verder zal hij, om jaist te kunnen waaniemeii, zich van 
e&kele der vele in zulk eene havenstad gesprokene talen der 
MotiAiiiinedmDen rooeten kunnen bedienen. Terwiji grondige kennis 
van bet Arabisch eene eomdUio $me qud mm van een'vruchtbaar 
osdefioek mag heeten, zal in het bijzouder met het o(^ op 
dm Oogi-Indiaeheii Archipel , bekendheid met eene ofmeerder 
daar gwproken talen, vooral het Maleiiic*h, geeischt kunnen 
wordm. 

«Aan deze ei«ehen nu voldoet Dr. Snouck Ilurgronje zooals 
wcuiig anderen Van zijne studien over den I»lam heeft hij in 
ajB academiffch proefschrift over de Mekkaan^hc bedevaart, 
CB in verschillende opstellen in de werken van het Koninklijk 
IjuliUiot voor de taal-, land- en volkenkunde van Neder- 
laadach-Indie , in het tijdschrift ^^de Indische (tids^^, enz., 
viMekendr proeven gegeven, die zich onderecheiden door hel- 
derheid en bondigheid. Y)tn bevoegil beoordeclaar , wieuHadvies 
ngewonnen wcrd, verklaarde dat de hoer Snouck Ilurgronje 
em der gmndigsie kenners van den IiJam belooft te wonlen 
«B r»d» vele tot nog toe duistere puuten tot klaarheid gebracht 
kecll Ak beoefenaar ^an het ArabiBch ondenscheidde hij zich 
imlt ab student, en wel ai6, dat hem de doctorale graad me/ 
hf wtrd toegekend. Na zijne promotie heeft hij deze studie 
gvehg voortgetet , terwiji hij zich met vrucht ook op de heden- 
dbugiche Arabisi*he spreektaal heeft toegelegd , zoodat hij met 
dcB Arabier Aroien van Medina, die verletlen jaar eeuige 
— andrn hier te lande vertoefde, gemakkelijk kon sprekrn. 
Vaa hei Maleiach heeft hij voidoende kennis opgedaan om 
4e godfldienstige letterkunde in deze taal zonder moeite te 
kntteB Icaen. 

^Vraagt men of dan de kenni9 van het lit(*rariiich Malei«eh , 
eenigr \mardigheid in het gebruik der sprrektaal 



XXXVI 25i5STE BESTUrRSVERGADERlNG. 

door Dr. Sii. il. hier te lande opgedaan , inderdaad een voldoend 
middel van verkeer vormt, dan zouden wij antwoorden dat 
ieinand, die van Maleisch reeds studie gemaakt heeft en aan 
taalstudie van verschillenden aard gevvoon is, met goeden wil 
binnen betrekkelijk korten tijd het hem ontbrekende zal kiinnen 
aanvullen. 

//Hiermede is tevens, zoo wij ons niet bedriegen, een der 
beide hoofdbezwaren , door Uwe Exc. in Haar schrijven aan den 
Minister van Buitenlandsche Zaken geopperd, weggevallen. 

//Ook de tweede door Uwe Exc. geuite bedenking , dat slechts 
iemand , reeds van vroeger aan den omgang met Inlanders 
gewoon, met vrucht in bedoelde rich ting wcrkzaam zoude kunnen 
.wezen , kunnen wij niet tot de onze maken. Wij zouden meenen, 
dat zoodairige practischc ervaring onmisbaar zoude zijn , wanneer 
met het voorwerp des onderaoeks persoonlijke belangcn der 
Oost-Indische liadji's verbonden waren ; evenzeer wanneer men 
zich van geheime plannen of samenzweringen tegen het Euro- 
peescli gezag op de hoogte wilde stellen. 

//Maar het eerste onderstelde geval is niet aanwezig, en in 
het tweede zoude men mogen twijfelen of een Europeaan, al 
is hij in den omgang met Inlanders nog zoo ervaren, eenige 
kans van slagen zoude hebben. De groote hinderpaal, waarop 
de nu en dan door Europeesche geleerden en ambtenaren aan- 
gewende pogingen om juiste gegevens aangaande Mohammedaansche 
toestanden te verzamelen , veelal zijn afgestuit , bestond — niet in 
de terughoudendheid der Mohammedanen , maar — in dege- 
woonlijk slechts zeer vage begrippen, welke die onderzoekers 
aangaande den Islam bezaten. Bij den grooten omvang der tot 
(iene juiste kennis van dien godsdienst vereischte studien kan 
deze omstandigheid niet verwonderen; maar zij is dan ook 
oorzaak van de onvruchtbaarheid der bedoelde pogingen, die 
zonder helder besef van het onderscheid tusschen het belang- 
rijke en onbelangrijke , het bekende en onbekende worden 
ondemomen. 

'/De weinigen die , met eene grondige kennis van den Islam 
gewapend , goed wisten wat der moeite van het onderzoeken 
waardig , wat uit een algemeen oogpunt belangrijk was , hebben 
zich nooit over terughoudendheid van Mohammedaansche zijde 
te beklagen gehad. Van liun godsdienstonderwijs en hunne 
mystieke broederschappen maken de Mohammedanen voor anders- 
denkenden geenszins een geheim; maar ernstige en ter zake 



25:if^TK BKHTlllWVKKOADKRINr;. XXXVTI 

mMormie aiitwoonlm fn-vni xij sI(h>IiU* op vrapii , die \aii dru^;:- 
deii|ke siakkriinis en misli^r lx^lang^*tellillff bij den vrager^c- 
CctAigcn. Ur. Sri. I(. Iia<l zelfs onlang^ gtJe^nheid dit te onder- 
fiftcien , Uien de gf.leenlt^ Arabier Ainieii van Medina cenige 
imdcp in oiis laud da()rbra(*bt. Zoodra deze gczien bad , dat 
Dr. Sd. II. io de Mobainnieilaausclie wetenschappen bedreveu 
VM, toonde hij zich stotMls bereid om , vaak zeer belangrijkc, 
iiilirhting«*n tc geven , die men in de litoratuur over den Ulam 
fergfieC* soekt. Zoo is dus Dr. Sn. II., ook daargclaten de 
nher wetcn5chrippelijke v<M)rbereiding , niet onl)ekcnd met de 
wmatr pnM'tisM'he wijze om U*.r zake dienende itiliebtingeu te ver- 
khjgen. Dat de sWxxu \an (ms (>)n8uliiat U* Djiddah oan zijn 
onrlrraoek ten zcernte bevonlerlijk zoude wew^n , b<'hoeft geen 
brtong 

»Kr al natuQrlijk altcK)s ieti* afhankelijk blij\en van omHtan- 
(ii|rhc«lefi , die men niet v(X)ruit regt^len , kan , bet zoude dan (N)k 
cMUDogrJijk zijn , de voorwerp'U van ondenEot^k tot in de kleiuAte 
bipHiiulerhfden vooraf te bepaleh. \faar op een zcm) in alle op- 
lichten njk veld, waar in alle ricbtingen nieuw en onjtrbatbaar 
■lAteruul voor de kennis van den tegtuiwoonlig<*n Islam i!< op 
tr doen, kan onzes inzicns aan de vruebtbaarbeid van bet V(K>r- 
y.*t pldc onderzoek en aan bet booge belang daarvan voor bet 
Dtppaiiemcnt van Kolonien geen gi*gronde twijfel bestaan. 

'Ilei is op grond van een en ander, dat bet Bestuur van 
hH Koninklijk Instituut v(N)r de taal-, land- en volkenkunde 
Tma Nedcrlandscb- Indie zicb de vrijbeiil venwrlooft Twer 
llm<rilentie*9 aandacht te vestigen op bet boogc belang e<*ncr 
mtafAing \an Dr. Snouck Ilurgnmje naar I>jiddab en Uwe Kxrel- 
lentir errbiedig in overweging te geven bet .«»treven van dien 
xrkrrde zeilelijk en mati^ritrl te belpen Ix^vonleren, en bem 
iaon rene kracbtige onder'<t4?uning vanw(^ Tw Uepartement 
m flaat te 4c]len onzt* kennis van den Islam met al wat 
4aarman vrrwant in grondig en alzijdig uit te bn*iden 

«Ti>t bet gi*\en \an iiinien* aanwijzingen en inlirbtingen, 
velkr ten deau* nog imM'bt<*n nuttig en nixMlig wonb*n ge^Kir- 
deekl. flelt bet Ik^tuur zieb gaanie ter I'wur bt^'bikking." 

Iht adnrtf vonit \(M>r kenningeiing a;tngt*nomen , terwijl de 
daarin bi-haudelde zaak opnieu\i t*en punt \an t-ni^^tige o\er- 
Vf^Aft bij de Ib^^tuunier?* maalt vn vr op aangednrngen wonit 
«im frf<i'rn*> bet 5poi*«ieis4*bfii«l(' dtT zaak brt antwiMinl tU'^ \l\ui*^U'r^ 
oict *.f U* wa<-bteii , «lat men \ ns ^^jr dat Unh niet aHe?»zin* 



xxxvni 253STE bestuursvergadering. 

bevredigend zou zijn. Overeenkomstig het voorstel van den 
Voorzitter wordt eenparig besloten om , onaf hankelijk welk ant- 
woord ook van den Minister van Kolonien wordt ontvangen, 
reeds nu den Penningmeester te raachtigen ter beschikking van 
den heer Snouck Hurgronje te stellen de som van minstens 
f 2500 en die som voorts te kwijten , zooveel doenlijk , uit de 
thans aanwezige gewone middelen van het Instituut. 

Door den Secretaris wordt herinnerd aan het vroeger genomen 
besluit, om voor de bewerking van den tweeden druk van de 
Babad Tanah Djawi aan den heer Meinsma een honorarium 
toe te kennen ; nu die tweede druk gereed is , verzoekt hij het 
Bestuur den Penningmeester te machtigen het toegezegd bedrag 
uit te keeren. Dienovereenkomstig wordt besloten. 

Met het oog op de aanzienlijke kosten der bezorging van den 
tweeden druk der Babad, geeft de Secretaris voorts in over- 
weging aan de exploitatie daarvan , meer bepaald in Indie, meer 
zorg te wijden. Na eenige gedachtenwisseling wordt besloten 
den Penningmeester en Secretaris te raachtigen daarvoor het 
noodige te willen verrichten. 

De Voorzitter bespreekt de vertraging der uitgave van het 
tweede gedeelte van Bock's reisverhaal en zou gaamezien, dat 
vanwege de Vergadering een termijn worde vastgesteld , binnen 
welken die uitgave alsnog behoort te geschieden. Gehoord de 
inlichtingen , welke het bestuurslid Robid^ van der Aa daar- 
omtrent verstrekt , noodigt de Vergadering , overeenkomstig het 
voorstel van den Voorzitter, hem uit het daarheen te leiden, 
dat tegen de eerstvolgende vergadering van het Bestuur, op 
den 3n September a. s. , de nog overgebleven tekst van het reis- 
verhaal afgedrukt en de inleiding, hetzij geheel of gedeeltelijk, 
in handen zij van den Secretaris. 

Overeenkomstig de door Commissarissen in Indie in hun 
laatste schrijven gegeven wenk wordt de benoeraing van nieuwe 
leden in Indie besproken. De Secretaris legt der Vergadering 
eene lijst over van personen, aan wie het lidmaatschap zou 
kunnen worden aangeboden, althans zoo daartegen vanw^ 
Commissarissen geene bedenking wordt gemaakt. 

Na eenige gedachtenwisseling worden al de door den Secretaris 



2.|l*Tr. llKHTrn.^^VKRGADKRINC;. XXXIX 

• '■^pnlraffi'ii |M*nM>m*ii Uti Mvn tx;iUN'iiHi . l>oli()UciiuKs nacicr 
ifkriir^ met (V>iuiiiiK«arisri<*n. 

Xietft imvr liierna aan dv onle zijndt*, , wonit de Vergaderiu^ 
door den VoorzitU*r gt»](>t4*n. 



2:i4«Tt HKSTi:|TR8VKR(iAl)KRIN(i, 

ORHOUDCIt W SCfTEIIBER 18K4. 



Trpeiiwmirdig t\v hwn»n \an I><»v<'IiUt, liohide \aii 
df-r Aa, Matthias, Iluiniiic, iSi*lilegcl, Wilkeii, Nieinauii, 
Ikxd no Wijiimaleii (Secretaris). Afwezigde heeren Kern, 
Wcitsel eu dt* (iroot, de c*i*rs(te en laat*«t<* met keoniygcv infr. 

Bij afwezigheid van den V(K)mtter en Ondervoorzitternf^'uit 
SrC Bevtuuralid van Deventer , als oud^ti* in jaren , de V(N>r- 
nttropUata in, die door den Secretaris de notulen van het 
vcrliaiideldr in de vorigt* Yergadering doift voorlezen , weike 
fcTTolgcn^ worden guedgekeunl. 

Ur 8erreiari» doet hienia opga\e \an de fte<lert dr laat*«te 
Hijcettkciinait ontvangen boekwerken. Voor kenniigi^ving aangi*- 
CD plaatfing der werken in de bibliotlu^ek. 



^Vofdrn \0urgrle2eu mitQ(ivei«: 

!• Tan het Iliytoriach (ienoot*(ehap, ge\tnftigd fe I'tnt'lit, en 
lAA de Koninklijke Academie \aD Wet4iM*hap|M*n te AniKtenlani, 
htiodriidc dankbctuiging voor de Iaatst4*lijk toegezonden ge- 
vhrifleo van het In^tituut. 

Voor kenniageving aangcnomeu. 

t* vao de Diructie \an het MuVr (tuimet, U* Lvon , hou- 
itriMJr hcrieht, dat door tusM*henkoni.'*t \an het Mini>terie \uu 
*JpmhMr OnderwiJ!! een |>akket nut ge^i-hrifteu . \(M»r het In- 
ititavt besiemil . i^ \er70nden. Na ontxantr^t «'r %an zai <*en 
bnof vas dankb(*taiging wonh*n \erxoDden. 



XL 254STK BESTUURSVEROADERING. 

80. van dc Geographische Gcsellschaft von Bern, houdende 
mededeeling van het programma der werkzaamheden van deop 
24 , 25 en 26 Augustus 1884 te houden vijfde Jahresversammlung 
des Verbandes der Schweizerischen Geograpliischen Gcsellschaft. 

Voor kennisgeving aangenomen. 

40. van de Redactie van het Zeitschrift fiir wissenschaftliche. 
Geographic, verzoekende de voor haar bestemde geschriften en 
brieven te zenden aan haar adres te Weimar (Thiiringen). 

Hicrvan is bereids aanteekening gehouden. 

De tijdelijke Voorzitter deelt vervolgens het overlijden mede : 

lo. van Z. K. H. Prins Alexander der Ncdcrlandcn , Prius 
van Oranje, Donateur van het Instituut, en 

2o. van de leden mr. G. Th. H. Henny cn*H. T. Krabbe, 
beiden te 's Gravenhage; 

3°. terwijl ontvangen zijn missives van de heeren P. A. L. E. van 
Dijk , te Si-lindoeng (Bataklanden) , R. Arendsen de Wolff en 
J. F. F. Moet, te 's Gravenhage, en J. W. van der Kaay, te 
Ijciden , de eerste berichtende de aanvaarding van het aangeboden 
lidraaatschap , de drie laatste verzoekende met het einde van 
het jaar hunne namen van de ledenlijst te willen afvoeren. 

Voor kennisgeving aangenomen, terwijl nog aangeteekend 
wordt dat bericht is ontvangen van het lid L. K. Harmsen, dat 
zijnc tegenwoordige woonplaats Leiden (Aloelaan) is. 

Door den Secretaris wordt ter tafel gebracht de jaarlijksche 
afrekening van de ontvangsten uit den verkoop der uitgaven 
van het Instituut over 1883; de door den uitgever Mart. Nijhoff 
daaromtrent ingediende stukken zijn door hem met den Penning - 
mcester onderzocht en in orde bevonden . waarom hij voorstelt 
de ingediende rekening en verantwoording goed te keuren, slui- 
tendc met cen saldo van / 482.87. 

Dienovereenkomstig wordt besloten , met machtiging aan den 
Penningmeester over gemeld bedrag te doen beachikken. 

Werd bij dezerzijdsche missive, dd. 28 Mei 11. no. 1891, aan 
den Minister van Kolonien in overweging gegeven aan Dr. C. 
Snouck Hurgronje van Regeeringswege eene zending naar Djiddah 
op te dragen , van dien Bewindsman is ontvangen cen schrijven 
dd. 28 Juni jl., Litt. A», no. 37, waarin wordt te kennen 



'*«!, (lai dv ovrrwcfriii^ van dv Ut yaVv oiiiuikkflde Ih*- 
trhoQwingru den Mini;*t4T Tiict heh)N*n kuniieii terughn*ngtn 
«■■ dr mcening clat tie practischt^ resultaten van eciUMlerg(*.lijkt' 
■ndinur tr \'ee\ in het onxckere liggen en dat er dus gecn vol- 
aanleiding I)e8taat oin de daaraan verlx)n<len kwien ten 
%aii de Indiache IWgnmting te brengeu. Ook al wordt aan- 
dat Dr. Snouck Hurgronje de eigi*nachap|)en bezit 
aoodig vcior het instellen van onderzuekingen hh hier bedoeld, 
<1ad acht de Minister het nog aan twijfel onderhevigof hetgeen 
Joor het Bestuur van het fn»tituut als hoofddoel der sending 
wofrft foorge^teld — nanielijk het verkrijgen van mime inlieh- 
tingen nopcna* hetgeen op de prit^tc'r^'holen in Nt^lerlandsch- 
iDdir wordt geleenl — door een verblijf gedurende ecnigen tijd tc 
I>jiddah al vorden lx*reikt. Mocht het intusschen met de he- 
doeliiig de^ Be«tuun« overecnkomen , dat van RegvK^ringKwe^i^* 
vorde ti/gedr&gem in de k(»sten eener eventaeele zending van 
Dr Snouck Ilurgn^ije , dan mm ti^gen ziNNlanige onden»teuning 
aindcr bcswaar behtK»ven tc* bestaan : in welk gcval wn btnlrag 
\Mn / 1500 voor dat doel zal kuunen wonlen be!«rhikbaar gesitcid, 

D^ Secretaris deelt mede, dat aanntoudit na ontvang^t dezer 
■intilerieele mini^e vanwegf* het liestuur daarop is geant- 
vaord bij achrijven van 5 Juli jl. n®. IM92 , waarin i« te kennen 
gvsgevcn, dat het Restuur, de gronden f*erbie<ligi*nde , die den 
Minuter hebben bewogi*n niet te treden in het gedane voor- 
«lel, meent xich te moeten onthouden van eene nadere uiteen- 
Kiting van het hoogi* belang van de sending van dr. Snouck 
lIorgroQJe. Waar echter het Bestuur uitvoering moet geven aan 
het bcaluit om vanwege het Instituut bedoelde miivie U* st4*unen , 
necmt het gaame *s Ministi'rs aanbcMl aan om ook ^van Kegce- 
iiagnrtgc in de kosten dier zending bij tedragen. Onderdank- 
betaiging voor *s Af inisttern welvillendheid om voor gemeld doel 
^1300 beschikbaar te stellen, neemt het Kcstuur de vrijheid 
fir «raag U' richten, op welk tijdstip en op weike wijze het 
Im^itunt oTer die 1U*gt*ering»ub!(idie zal kunnen beschikken 

In aotwoord op <lez(* mi.H!ii\e heeft de Minister van Kolonien 
bij trhrijven van den \i— Juli jl. Litt. A«, n«. IH mede- 
f^deeld, dat dadelijk na de \a!«t>1elling \an de lndi«che (m*- 
Itrooting voor dit jaar het nrNNiige aan den Koning zal wonlen 
1 uu r giM l c Id bttrcfTende d** nub^idierring \an Kegeenngsw(*ge \ an 
;ldc misfltie , en «lat , zoodra V Konings giK*dkeunng 
is, een be\el!ichrift \<ior het gehwie b(*<lrag \an het 



XLII 254STE BESTUURSVERGADERING. 

subsidie op den Betaalmeester hier ter stede aaii den Secretaris 
van het Instituut zal worden toegezonden. 

De Secretaris deelt mede dat gemeld bevelschrift bereids door 
hem is ontvangen , en, na onderteekening door den Voorzitter , 
Secretaris en Penningmeester van het Instituut , door den laatst- 
genoemde aan den Betaalmeester is aangeboden , terwijl , namens 
den afwezigen Penningmeester , de Secretaris eindelijk bericht 
dat het bedrag der subsidie ad /1 500 is geind. 

Een en ander wordt voor kennisgeviug aangenomen , alsmede 
eeu schrijven van den heer Snouck Hurgonje, houdeude dank- 
betuiging voor de betoonde sympathie en toegezegde onder- 
steuning , ouder mededeeling wijders dat van zijne zijde niets 
onbeproefd zal blijven om zijn verblijf in Arabic vruchtbaarte 
maken in wetcnschappelijke resultaten , van welke , naar hij 
hoopt, eenmaal de Bijdragen van het Instituut een blijvend ge- 
tuigenis zullen geven. 

De Secretaris lierinnert de Vcrgadering , dat door den voor- 
maligen Minister van Kolonien , F. G. van Bloemen Waanders , 
aan den heer K. F. van Delden Laeme werd opgedragen 
een onderzoek in te stellen naar den toestand van de koffie- 
cultuur in Bi-azilie. Genoemde heer , sedeii; eenigen tijd van 
zijne missie in Brazilie teruggekeerd , heeft dezer dagen de 
uitkomsten van zijn onderzoek in een uitvoerig rapport aan den 
Minister aangeboden. Bij schrijven van den 19cn Juli jl, no. 2481, 
werd namens dien Minister medegedeeld, dat Zijne Excellentie 
genegen is om bedoeld rapport aan het Instituut ter openbaar- 
making af te staan , wanneer aan zijn Departement de bevoegd- 
heid zou worden gegeven om over 150 exemplaren tegeu be- 
t^aling te beschikken , en wanneer het rapport tegen een biilijken 
prijs voor het publiek verkrijgbaar zou worden gesteld. 

Daar het den Minister aangenaam was spoedig te vememen 
of het Instituut op deze voor\iaarden de uitgaaf van het rap- 
port op zich zou willen nemen , heeft de Voorzitter , in overleg 
met den Secretaris en met het oog op het hooge belang der 
zaak zelve, gemeend aanstonds den Minister te moeten ant- 
woorden , dat de voorwaarden , ons voor het afstaan van het 
verslag gesteld , gaame worden aangenomen. Dientengevolge is 
door tusschenkomst des heeren van Delden bedoeld verslag met 
daarbij behoorende kaarten aanstonds in handen van den Secre- 
taris gesteld , die onverwijld met den druk daarvan een aanvang 



£51^C BKSTUriU«VKIU;AD£RIN(;. XUII 

Srrit doro tnaken, met dieii veniUiide crht4*r, dat, U't \vr- 
miadrnng der koiften vau uitgaaf, hnt rapport allcrei^rst zal 
watAtm opgeuomeu in een afsonderlijk deel der Bijdragen vau 
htt ImtstiUkut^ tenriji aCEoudcrlijke aidrukkeu daarvaii voor deji 
hawM aallen worden gereed geinaakt. 

Sunen^ den Vourzitter, die wegenn ambtsbezigbetlen ver- 
kiiHlenl is ier vergadering te komen , versoekt de St^retaris de 
leoidkcohng der Vergadering voor hunne luuidelingen. Na eenigi^ 
hrgifialaging verklaart de Vergadering zich daarmede te ver- 



llel beinskking tot hetsclfde onderwi*rp is tc-ivens een fH^hrijven 
tBgekoMen \aji den lieer K. F. van Delden, dd. 1 St*,pt. jl. , 
howiisiide venuek dat \\6i Institaut bealuite, nevens de Hol- 
Uttdsclie uitgavr van zijn rapport, ook de vertaling en uitgave 
daanran in de Fran^che taal te doen bezorgen. 

Xa gedachtenviswling wonit be^loten den heer van Ilelden 
tr berichten, dat liet geenszins op den weg van het In^tituut 
ligi de lorg en tevena de \ erantwoordelijkheid van ccne ver- 
taliag ran zijn rapport op zich te nemen, tot het beiorgen 
irmanan bovendien de particoliere Industrie wcl bereid zal 
vordcn bevondcn met het oog vooral op de gestelde voor- 
vaarden. Kynenijds maakt het Bestuar geen bezwaar verlof te 
grvea tot eene eventueelc vertaling van het rapport in de 
Praiurhe tad , waarvan de uitgave evenwel zal b(*hoorcn te 
g»rhieden nadat het in het Nederland.och zal zijn in het licht 



Ter tafel wordt gebrarht eenc door den heer J. A. van den 
Rrork , te Uelft, verspreide circulaire betreflende eene door hem 
ir TervaArdigen venameling van Javaanache brieven. (iesteld 
io handen van den Secretaris om, zoo mogclijk. in de IViy 
drigen daarop de aandacht vestigen. 

Tan het medelid. Dr. I). W. Horst, te Kroe , iseeo srhrij\en 
fioivaiigeo betreffemle iavaauAche inscripiien door den Heer 
Ilunme verklaard, en opgenomen in het acht«te deel der Bij- 
dfagen , !• stuk , biz. I en vg. 

Id handen gc>t4'ld van den heer Ilumme, oin daarvan dat 
gebniik tc makeo al» hij oorbaar zal arhten. 

De Secretaris declt nietie , dat hem door den heer Robid^ 



XLIV 254STE BESTUUKSVERGADERING. 

vail dcr Aa is ter hand gesteld het vervolg en slot van het 
handschrift bevattende het reisverhaal des lieeren C. Bock, 
waarvaii bereids het 1 gedeelte is in het licht verschenen. 
Daar het door hem onverwijld ter drukkerij is gebracht ge- 
worden, bestaat er hoop dat de uitgave er van wellicht nog 
dit jaar zal geschieden. 

Wat den druk betreft van de slotaflevering van het 8« deal 
der Bijdragen , wordt niedegedeeld , dat de twee daarin op te uemen 
opstellen bijna zijn afgedrukt , terwijl , staande de Vergadering, 
de heer Schlegel verzoekt alsnog daarin op te nemeu een tweetal 
bijdragen van zijne hand, en wel: 1°. over eene Chineesche 
begrafenis en huwelijksondememing en 3«. //Altindische ¥abelen 
in Grermanischem und Chinesischcm gewande.'/ Dienovereen- 
komstig wordt besloten. 

Tot nieuwe leden worden voorgesteld en aangenomen de heeren 
Mr. O. J. H. Graaf van Liinburg Stirum , te 's Gravenhage , en 
Dr. J. L. A. Brandes , Ambtenaar voor de inlandsche talen , 
te Batavia. 

Niets meer aan de orde zijnde , wordt de Vergadering door 
den tijdelijken Voorzitter gesloten. 



255STE BBSTUURSVERGADKRJNG, 

OEHOUDEN 18 OCTOBER 1884. 



Tegenwoordig de heeren Kern (Voorzitter) , Weitzel 
(Onder- Voorzitter), van Ueventcr, Ilumuie, Matthes, 
Bool, Wilken en Wijnmalen (Secretaris). Afwezig, met 
kennisgeving, de heeren de Groot, Niemann, Robidn 
van der Aa en Schlegel. 

De notulen van liet verhandelde in de vorige Vergadering 
worden gclezen en goedgekeurd. 

Xaar aanleidiug van het daarin aangeteekende omtrent dc 



£5I*T> BE«n'URHVKROADERINO. XLV 

TfTUling van het rapport des heercn K. F. van Deldeii 
l^trwt o\rr <ie koffiecultnur in Brazilie, wordt de vraag gr 
*3ffttA of het Bestuar van het Instituut wel recht heeft, 
anftdrr ^oomfgaaiide machtiging van den Minister van Kolonieii. 
irriof tr grveu tot het vertalen van bedoeld rapport. Daarop 
vanh g«aiitwoord, dat het rapport door den Minister van 
liokHUcn aan het Instituut ter openbaartnaking is afge:<tAan , 
hei bij eventueele uttgave zijnerzijds geacht kan wonlen 
»ver ook de vrije beachikking te hebben. 



Ur SrcriTtariB deelt mode met welke werken de bibliotheek 
fidrrt dr vorige btjeenkoniiit vemifH^rdeni 'i» geworden. 

V<ior kenni.*igi;ving aangenoniiui en plaat^ing der lioeken in 
it biUiotheek. 

Zijn ingekomen mispivea : 

!• van den heer Capt. R. C Temple, Bengal Staff Vak^ 
]|afcwlf»le Ambala, Panjab , Lidia, ten geleide van ufnige 
pfupprrtiiMen en de eente aflevering van eeu door hem uit U*, 
gr%en werk, getiteld : A Dictionary of Hindustani Proverbs. 
b% tlir late S. W. Fallon, edited and ruviaed by K. i). Temple,'^ 
cs «el naar aanleiding van hetgeen omtrent spreekwoordcn , 
mx . %rrmcld is geworden op biz. 236 — 238 van de ^^Actes du 
Hmrme Oongres intemmtional des Orientalistex ik l^eide.^^ 

Voor kennisgeving aangenomen. 

f. \an Dr. AckermMin, namenit het Vennn fiir Naturkunde 
tr i Mmel , dankn^ggende voor de toexendiiig der Bijdragen , 
drcl ^. 4uk 1, met verzoek , dat, daar men van de venca- 
■MJing flierht» bezit deel 5, le stuk , de betftaande leemte aUnug 
mmmec warden aangevuld. 

Ikm Secretaris wonit opgeilragcn , asoovet*! doenlijk , aan het 
trraork te %oldoen. 

•I*, van de Directie van de United States Geological Surrey, 
tr Washington , D. C. , verzoekende de voor die instelling ht- 
fiawie Werken of Bijdragen te zendeu door tui«rhenkomst van 
4t §fenien \an de Smithttoniann Institution te Londen, liripzig 
of Fuija, of vel aan het bureau \oor intcmationale ruilingrn 
m NcderUnd. 

I lien an zal aautcekening wordeu gehouden. 



XL VI 2558W BESTUTTRSVERGADERIITG. 

4o. van de firma G. Kolff & Co. , te Batavia, houdende 
aankondiging van de uitgave van eene Maleische Courant, 
Dinihari, onder redactie van Arnold Snackeij. 

Voor kennisgeving aangendmen. 

50. van de Redactie van den Rijks- en Residentie-Almanak 
voor het Koninkrijk der Nederlanden, houdende verzoek de 
daarin op te nemen opgave betreflende het Instituut te willen 
nazien , zoo noodig te verbeteren , en daama aan haar tcrug te 
zenden. 

Door den Secretaris is bereids aan dit verzoek voldaan. 

60. van het buitenlandsch lid Prof. Enrico H. Giglioli, te 
Pirehze, houdende dankbetuiging voor de toezending van het 
laatstelijk verscheneu 2e stuk van deel VIII, 4* reeks der 
Bijdragen , met verzoek hem wel te willen mededeelen , of de 
buitenlandsche leden de uitgaven van het Instituut ontvangen, 
in welk geval hij zich aanbevolen houdt voor den ontvangst 
van het eerste stuk van het 8« deel en van de verder vanw^e 
het Instituut uit te geven werken. 

Wordt besloten den Secretaris te machtigen den heer Giglioli , 
onder mededeeling dat 00k de buitenlandsche leden recht hebben 
op een exemplaar der werken van het Instituut, tevens niet 
enkel 't door hem gevraagde !• stuk van het 8« deel der Bij- 
dragen toe te zenden, doch ook een exemplaar aan te bieden 
van het door wijlen het medelid van Musschenbroek uitgegeven 
Dagboek van Bernstein's laatste reis van Temate naarNieuw- 
Guinea, Salawati en Batanta. 

70. van Mevrouw de weduwe G. Pels Rijcken , geb. Lenting, 
te Amhem , houdende bericht van het overlijden op 5 Oct. jl. 
van haren echtgenoot, Mr. F. M. C. Pels Rijcken, Oud-Lid 
in den Raad van N. I. , Oud-Burgeraeester van de gemeente 
Amhem. 

Wordt besloten aan de Weduwe een brief van rouwbeklag 
te zenden. 

8®. van de heeren H. Joh. Smid, Dennenoord , te Laren, 
N. Holland , en C. J. Leendertz , te Leiden , beiden houdende 
bericht van de aanvaarding van het lidmaatschap van het In- 
stituut. Voor kennisgeving aangenomen. 






1 



255*Tr BErtTT'rRXVRROADERING. XLVII 

*> \aii dm hwr Vrrpl<n*|^li , kapitein der iiifanU^it*, licmdeiulo 
Wru-hC, dat hij, t(*it tct*vol|jr<^ zijm^r overplaatsing van *s ila^' 
utr 1)i'%fntrr, lort N. Januari a. 9. weni^cht op tc houden iid 
Ir iijn %an het In«<tituiit. Iliervan zai aanteekening wonleii 
frhoodrn. 

Trr tefel wordrii ^ebracht eenigv^ regleinenten , proepectusaeu 
«i aadere slakkeii betreffende de aanntaande Internationale teu- 
loooslrliiiig te Antweq>en in 18K5, vanwe«re de NederlandM*h(; 
H<«)C(lcoiiiini!«ie tAn 'n (iravenhage to^teasonden. 

Na eraigi' geclarhtenwiMeling wordt besloten gtH*n de<*l U* 
Brnun aan de genoemdc ten toon^tel ling, wordende de stukken 
%aor krnDi]«ge\ ing aangenomen. 



lie Serretaris brengt ter tafel een Mchrijven van hot niedelid , 
hoofriecrmar mr P. A. van der Lith, te Ixsiden , waarbij 
kij« oodrr mededeeling dat de \\iier Dr. Snouck Hurgnmje hem 
votoiarht hceft gegeveo tot het ontvangen van zijn trarteinent 
tm van de hem voor zijne miasie naar Djiddah toegekeude sub- 
•idle. Terxoekt hem wel te berichten, wanueer er gelden \(Mir 
4al dorl beachikbaar komeu, en of het, ter inning daarvan, 
Hwdig ad zijn. de volmacht, hetzij in original i , hetzij in 
abchrift. aan het Bej^tnur te doen toekomen. 

Ilr Voorzitter geeft hieromtrent t^enige inlichtingen , onder 
ovrrifffging van een iK*hrijven van den beer 8nourk Hurgronje, 
iraaniit ^oldoende blijkt, dat aan den hoogleeraar van der Lith 
brdneMr volmacht is veratrekt, weshalve, ovcrecnkoinstig zijn 
YiHKvIrl, beahiten wonlt geen bezwaar te maken tegen de evm- 
torrlr uitbetaling van de to(*gf?kende nubsidie , mita uit de door 
4ra hrrr van der Lith af te geven kwitautie duidelijk blijkc, 
4it hij daartoe door den beer Snouck Hurgronje gemachtigii is. 

I>r Voorzitter doet der Vergadering eenige medc^det'lingrn 
unlmii de inhoud en de waanle van een drietal door hem ont- 
latiftm inacriptien %an Java van z<*er oude dagteekening , zim> 
uj al niet onder de owiste behoonm ircteld te vorden. (taame 
■KNi htj ac met totdichtenden tc^kst in de Bij<iragi*n wenachen 
•It tc geven, terwiji hij ma(*htiging vraagt \an tVn dti in 
arrtplarii crn (acaimile t4* doi*u renraanligen. 

Dmo% erernkomsftig wordt bealoten 



XLVIII 255STE BESTUURHVERGADERING. 

Onder mededeeling dat het 3© en laatste stuk van deel VIII 
der Bijdrageu bereids het licht heeft gezien , terwiji weldra het 
IX« uitgegeven zal worden , bevattende het uitvoerig rapport 
des heeren van Delden Laerne over de koffiecultuur in Brazilie , 
stelt de Secretaris voor dat, te beginnen met het volgendjaar, 
de Bijdragen meer geregeld verschijnen, met dien verstande, 
dat het tijdschriffc voortaan 6m de drie maanden, en wel in 
Januari, April, Juli en October worde uitgegeven, telkens 
in afleveringen van minstens 8 vellen druks in 8*. 

De Vergadering vereenigt zich eenparig met dit voorstel, 
terwiji onderscheidene leden den Secretaris hunne medewerking 
toezeggen ter bereiking van het door hem beoogde doel. 

Tot nieuwe leden worden voorgesteld en aangenomen de 
heeren K. F. van Delden Laerne, te 's (iravenhagc , en Dr. 
11. Breitensteiu , (Meier van gezondheid in N. I., thans met 
verlof, te Weenen. 

Niets meer hierna aan de orde zijnde , wordt de Vergadering 
door den Vooraittcir gesloteii. 



25«8TK BESTUUftSVKRGADKRlNG, 

GEHOUDEN 15 NOVEMBER 1884. 



Tegenwoordig de heeren Kein (Voorzitter), J. H. de 
Groot (Penningmeester), Robide van der Aa, van De- 
venter, llumme, Matthes, Niemann, Bool, Sclilegel, 
Wilken en Wijnmalen (Secretaris). AfSvezig de Onder- 
Voorzitter Weitzel. 

De notulen van het verhandelde in de vorige Vergadering 
worden gelezeu en goedgekeurd. 

De Secretaris doet opgave van dv. sedert de vorige bijc^n- 
komst ontvangen boekwerken , waarbij tevens de aandaclit wordt 
gevestigd op: 



^OOVnC Hltfn*UrR8VKROAl>KKlN(:. XLIX 

!• rrn vollcdij; exemplaar van de Veraameling van (k)nsu- 
Uire en andere ver»lagen vn berirhten betretfende nij verheid , 
hftftirl en j«cheepvaart , door de welwillendhcid van den MinisU'T 
«Mi WatersUat, Handel en Nijverheid aan bet Instituut afjfn*- 
itMUi tinder geleide van een »chrijven, dd. £1 October jl., 
tt». 40 « afd. llandel en Nijverheid; 

f*. een exemplaar van de tot heden voltooide, doch nog 
iiitgRgeven bladen van den Atlas der Xederland^che bezit- 
in ()o8t^ Indie, samengesteld door de heeren Kapiteins 
brt X. I. Icger J. W. Stemfoort en J. J. ten Siethoffen 
m «ieendruk gebracht aan de Topogratiache inrichting te 'm (rra- 
trnluiiiie, namens den Minister van Oorlog aangeboden door 
ien Directenr dier lustelling bij Hchrijven van 13 November 
jl no. 220 R.; 

$•. een exemplaar van bet Socndaneesch-Hollanddch woor- 
lioiboek, aangeboden door den Schrijver, den beer N. C<K)l!(nia, 
tr Botlerdam, bij schrijven van £7 (X^t. jl. en 

I*, era handnchrift bevattende een Maleitfch-Hollandsch woor- 
deobock « vermoedelijk van Ih. Ix'idekkcr, I)eneven9 eene 
remmeling van handiM*.hrifteIijke aanteekeningen , meent van 
Ualkondigen aanl, van wijien F. F. Roorda van Kvninga, 
nMMDtm de Rotterdamnche Zending!(vereeniging aangeboden door 
baren director, S. (3ool!<ma, onder gt*leide eener miwive van 
6 Xo%. jl. 

Voor de geschenken, sub 1 — !• vemield, wordt b(9lot4'n den 
bijJKNidenm dank van bet Instituut te betuigen. 

De Secretahs brengt \oort8 tcr tafel e«;n me<i(^ van den he<*r 
CViobma ontvangen opettel over de "berhaling met verandenng 
klinker» in bet Soendanei*9c*h ^^ . In handen gesit4*ld van den 
Niemann, ten einde den Secrt'tariti te dienen van b(*ncht 
IB hoever bet geschikt is Ut opname in de Kijdragen , terwijl 
de Serrrtaris gemarhtigil wordt bij e\entue4*l gun^tig advi«*;( 
hri Atuk alfinog eene plaat« U* verhfnen in de i'«*r>'t\oj- 
Januari-ati. van gemeld tijd?H*hrift 



Verder wonit medegt*<ie<*ld , dat nog ont\angi*n zijn nn«4jint*«: 

1*. %an de Uedartie \an den Staat<«almanak , houdemii* t4M*- 

amding van eenige o(^ven betretfende bet Instituut, met 

vcfvirk «Mn die na t4* gaan en, %oo noodig, te wijzigiMi iien*uK 

» aan dit venniek door den Secretan^ voldaan 

^ Volirt X. tt 



L 256DTE BESTUITRSVERGADERING. 

2°. van de Smithsonian Institution, te Washington, hou- 
dende dankbetuiging voor de toegezonden werken. 

Yoor kennisgeving aangenomen. 

80. van de Directie van de Mittelschweizerische Geographisch- 
Commercielle Gesellschaffc, te Aarau, houdende verzoek om 
vvederzijdsche ruiling van uitgaven. Afwijzend beschikt met het 
oog op het verschil van den werkkring van het Instituut. 

40. van de heeren O. J. H. Graafvan Limburg Stirum, te 
's Gravenhage en Dr. H. Breitenstein , Oificier van gezondheid 
in N. I. , thans met verlof , te Weeneu , houdende bericht van 
de aanvaarding van het lidmaatschap. 

50. van de heeren Dr. Banduin, gep. Dir. OiBcier van 
gezondheid 1« klasse te 's Gravenhage , Mr. E. A. van Emden 
te Breda, D. Cordes te Amsterdam, verzoekende van deleden- 
lijst te worden afgevoerd. 

60. van den heer Mr. L. Serrurier, te Leiden, houdende 
mededeeling om te beginnen met het jaar 1885 zijn lidmaat- 
schap over te schrijven ten name van 's Rijks Ethnographisch 
Museum. 

Van den inhoud der missives , sub 4— 6 vermeld , zal aan- 
teekening worden gehouden. 

Op vooi-stel van het medelid Jhr. mr. J. K. W. Quarles van 
Uflbrd wordt met algemeene stemmen tot lid van het Instituut 
benoemd de heer W. van Hasselt, Directeur der 3e afdee- 
ling van het Meteorologisch Instituut te Amsterdam (Plantage, 
Kerklaan 89^). 

Ter tafel wordt gebracht een schrijven van den heer W.N. 
du Rieu , Bibliothecaris der Bibliotheek van de Rijks-universi- 
teit te Leiden, waaruit blijkt, dat ten behoeve van een cud 
O. I. ambtenaar, wijleu mr. C. P. K. Winckel, in de biblio- 
theek te Carlsruhe een afschriffc is gemaakt van een onuitge- 
geven journaal , bevattende een stuk van Anthony van Bronck- 
horst en journaal uit 1646 uit Tayouan: welk afechrift men 
bereid is aan het Instituut' af te staaii tegen betaling van de 
kosten van het afschrijven en collationeeren , dieongeveer/*40 
j\ /50 bedragen. 

Na eenige gedachtenwisseling wordt, overeenkomstig het 
voorstel van den Secretaris , besloten het voorstel des heeren du 
Rieu aan te nemen , en , na ontvangst van het bewuste afschrift , 



25fi*»^«^ BKHTrrK^iVEROADERINO. LI 

tr (»iidenDoekeii , in hoever het voor eene uitgave kaii in aan- 
nefiLing koroeu. 

Bij mimive van den Minister van Kolonien van den H^ No- 
imber jl., Kabinet, letter Z. £1, wordt een schrijven toege- 
nideii van den beer H. N. Corke, te Maidstone, in Kent 
(Kngrland) , waarbij door bet Departement van Kolonien voor 
fleoe 9om van boogstens £ U) te woop wordt aangeboden eene 
coUeciie van op koper gescbildcrde portretten van de Uoaver- 
tdinHgeneraal van NederlandM*h- Indie in bet tijdvak 1601 t/m 
1757 « ten getale van "IS, Het jaartal van aanvang inoet negen 
jam later gesteld worden , daar dc eerste (Jouvemeur-generaal 
%aa N.-I. (Pieter Botb) pas in ISlO optrad. Over het tijdvak 
tan 1610 t/m 1737 vindt men dan ook juist 23 (louvemeurn- 
geoeraal , indien Jun Pieter^z. Cocn, die op twee \ erscbilleude 
Iqdsiippeii (namelijk van IHIH t/m 1(523 en van 1H27 t/tn 
1629) liandvoogd was, slecbts eenniaa] wordt med^reteld. 

Den voonnelde 23 portretten , alle op kleine scbaal (IH X IB 
inches, of Kj X iO centimeters) gescbilderd, zijn waarscbijnlijk 
gekopieerd naar die weike bebooren tot de verzameling leveiis- 
fTDuCe portretten van Gouverneunn en Comniissari^sien-geueraal 
in bet Paleis te Weltevreden (Ikitavia). Van al de tot die ver- 
■triing beboorende portretten is eitn stel kopien op kleine 
triiaal aanwesig in bet Paleis te Buitenzorg, en een tweede 
iCel bij het Departement \an Kolonien (zie de lijst op bis. 
£6/27 \aii deel III van den Catalc^s der afdeeliug Neder- 
laadsrhe kolonien op de ten \orige ja re te Amsterdam gebouden 
tentoonslelling.) 

Uurrnboien bevindt xicli in bet nieuwe Kijk»niU8euni te 
AjBstenlaui c*t*u 9tel kleine portretti^n van Gouvenieur^generaal 
ttit het tijdvak UUO t/m 17S(». Voor de Nederland^tcbe Kegt«- 
hag bi^taat du.«» geen aanleiding om de ticxir den beer Corke 
aftagefaoden portretten te koop(*n 

Alvonrnj* t*rbter xijn aanbod af U' wijzen . Iieeft de Minister 
van Kotimien gemet'nd bet In^tituut^bestuur daanneiie in kennis 
tr moeirn it4*llen, tmidat bet zou kunnen zijn dat bet Instituot 
den bt*er Ckirke in onderbandeling wt'nsi'hte te trfden of 
aofierr iiistelling %»( |Mirticmlic*r |M*rsoon liier t4* lande wet*t 
4u! %au dezr bijzondere aanbiedin*^ xou willeu in*bruik iiiaken. 
Matki dit niet het gi*val zijn, dan zal dv Minister den brief 
%mm <leu beer (4>rke ^aarnt* terugi»nt\dngi*n. 



LII 256STE BESTUUR8VERGADERING. 

Met belangstelling wordt vau deze aanbiediug kennis geuomen 
en daarover van gedachten gewisseld. Eenparig echter is de Verga- 
dering van oordeel dat het gcen aanbeveling verdient de portretten- 
verzameling voor het Instituut aau te koopen, weswege wordt 
besloten den Minister dank te zeggen voor zijne mededeeling, 
onder terugzending tevens van den brief des heeren Corke. 

Door den Secretaris wordt der Vergadering mededeeling ge- 
daan van een door hem ontvangen schrijven van het medelid, 
Dr. W. Horst, uit Kroe, waarin deze hem bericht onder kruis- 
band met de mail verzonden te hebben een met Javaansch 
schrift beschreven koperen plaat , af komstig uit de marga Soekan 
en hem toevertrouwd door lyahga gelar Djatja Melya van Ke- 
dameyan (marga Goekan). Dr. Horst deelt tevens mede, dat 
de eigenaar der plaat niets aangaande den vermoedelijken inhoud 
wist mede te deelen , dan alleen dat hij het stok geerfd had van 
zijne voorouders , die ook een zilveren beschreven plaat bezeten 
hebben, die evenwel gestolen moet zijn. 

0ns medelid noodigt den Secretaris uit nogmaals een van de 
Bestaursleden te verzoeken de plaat te ontcijferen en den inhoud 
in de Bijdragen te vermelden, terwijl de plaat zelve, na ge- 
maakt gebruik, gaame zou worden terugontvangen. 

De Secretaris deelt mede, dat hij het stuk nog niet ont- 
vangen heeft, doch verzoekt machtiging het, ua ontvangst, 
onverwijld in handen te stellen van het medelid Humme om 
bericht en raad. Dienovereenkomstig wordt besloten. 

De Secretaris brengt nog ter tafel een schrijven des heeren 
Gampen , van Samarang , houdende : lo. dankbetuiging voor de 
opname van zijne opstellen over de Alfoeren in de Bijdragen, 
waarwan hij de afdrukken in goede orde had ontvangen , terwijl 
hij verzoekt eene lijst van errata bij gelegenheid in het tijd- 
schrift te plaatsen ; 2o. eenige aanwijzingen omtrent het nog te 
drukken opstel over Toebaroe, benevens eene mededeeling, dat 
zijne bijdragc over Kau met kaart is opgezonden naar het 
Aardrijkskundig Genootschap te Amsterdam , terwijl de door het 
Instituut gevraagde kaart van Halemahera reeds geruimen tijd 
ter uitgave is gezonden aan de Soci^t^ Acad^mique Indo-Chi- 
noise : aan welk genootschap echter geschreven is , dat , zoo het 
die kaart niet spoedig kon uitgeven , het aan het Instituut 
moet worden opgezonden. 



256*TC BEaTlTURSVERGADERING. Ull 

Van een eo ander wonit door de Vergadering met belang- 
ileUiiig kenniff getiomen. 

Ter tafel wordt gebracht een schrijven van (kimmiasaruuien , 
a. 10 September \HS-i, waarbij zij lo. aanbieden een aecuuda- 
trifld, grooi/739.13 Nederl. Courant, welk bedrag omvat de 
ledert iugekomen contributien, benevens de gonvernemenU- 
nbfidie tot en met de maand Augustus jl. ; 2^. berichten ouder 
knusband te hebben vereonden een Maleische legende '•^Soetan 
MiBangkerangi', getranscribeerd en van aanteekeningen voorzien 
door den beer J. L. van der Toom, die verzoekt dat bet stuk 
ioor bet Instituut worde uitgegeven; S^. mededeeleu dat bet 
U Bftvenswaav voor bet lidmaatschap heeft bedankt ; dat door 
it finna (i Koiff & O. een Maleisch blad, de ^Dinihari '^ 
vofdt uitgegeven onder redactie van den beer Arnold Snackey , 
vaairan een exemplaar aan bet Instituut tegen mil van sijne 
werken mi worden afgestaan ; terwijl eindelijk de Generate staf 
te Bfttavia zich aanbevolen houdt voor den ontvangst van een 
cunplaar van de feestgaven vau bet Instituut. 

Na de voorlesing van desen brief van Commissariwen doet 
de Serretaris nog mededeeling van een gelijktijdig daarmede 
door hem ontvangen particulier scbrijven van den beer van 
Ha«elt, waarin dese Commissaris hem eenige wenken geeft om- 
lieBt de bevordering der belangcu van het Instituut in Indie. 

Na aitfoerige gedachtenwisseling wordt de Secretaris gemach- 
ligd Commissarisaen opnieuw den dank van bet Bestuur aan 
te bieden voor hunne goede zorgen , met beantwoording tevens 
ruk de verschillende in bun scbrijven voorkomende mededee- 
lingca. Tevens wordt besloten het stuk des heeren vandcrToom 
ta handen te stellen van de heeren Niemann en Wilken, ten 
daaromtrent der Vergadering te dienen van bericht en raad. 



Nog wordt ter tafel gebracht een :M*hrijveu van de tirma 
G Kcdff en O. , te Batavia, houdende aanbeveliug van haar 
Maleisehe Courant " Dinihari '^ tot het bekend maken van de 
iavaanache en Maleische werken, door het Instituut uitgegeven, 
tervijl de Redactie zich bereid vc^klaart die werken te be- 
fpreken, wmnneer hem tHMx cxemplaar daar\an wurdt toegesonden , 
«B «d door tusochenkomst van het Ik^telhuis voor den boek- 
kuidd te Amsterdam. Tevens doet genoemde firms upmerken , 
4ftl 4e nitgaven van het Instituut in Indie uieer debiet aouden 



LIV 256STE BE8TUURSVERGADERING. 

hebben , wauneer de exploitate daarvan aan een aldaar geves- 
tigden boekhaiidelaar werd opgedragen. 

Na eenige gedachtenwisseling wordt de Secretaris gemachtigd 
van de door het Instituut uitgegeven en verder uit te geven 
linguistische werken een exemplaar aan de firma Kolff te zenden , 
en haar tevens mede te deelen , dat omtrent de exploitatie der 
Instituutswerken in Indie met den uitgever M. Nijhofl* zal 
worden in overleg getreden. 

Naar aanleiding van het schrijven der firma Kolft*& Go. wordt 
vervolgens de exploitatie der Instituutswerken door den heer 
Nijhoff uitvoerig door de Yergadering besproken en is zij een- 
parig van oordeel, dat die exploitatie zoowel hier te lande als 
in Indie zeer veel te wenschen overlaat. Overeenkomstig het 
voorstel van den Voorzitter wordt besloten den Secretaris te 
machtigen bij den heer Nijhofi* daaromtrent inlichtingen te 
vragen en hem tevens met nadruk eene krachtige exploitatie 
onzer werken aan te bevelen. 

Overeenkomstig de vierde alinea van art 4 van het Huis- 
houdelijk Reglement wordt door den Penningmeester aangeboden 
de begrooting voor het volgend dienstjaar 1885. In handen 
gesteld van den Secretaris ter rondzending bij het Bestuur. 

Door den Penningmeester wordt gevraagd, of de opvatting 

uist is , dat aan Dr. Snouck Hurgronje moet worden uitbetaald 

een bed rag van /4000, zijnde/2500 als bijdrage vanwege 

het Instituut en /1500 de door het Ministerie van Kolonien 

verstrekte aubsidie. In toestemmenden zin beantwoord. 

Niets meer hiema aan de orde zijnde , wordt de Vergadering 
door den Voorzitter gesloten. 



VERSLAG 

DEX STAAT KN I)K WKRKZAAMHEDKN 

VAX BIT 

USriflUJE IH8TITUUT TOOK DB TAIL-. UND- IN TOLRIIEUIIBI 
TAN HBDnURDSOHINDll OTBI 1884. 



Mi^ ffeeren' 

1)^11 I'i April I.S72 tot Hecrctari^ van lu*t Koiiinklijk Iimti- 

tivt i(Mir cif Ual-, land- en volkenktni(ie van Nederlaudseh- 

iidir bemtcmd , zh* ik mij thann f;rmep(*n vcNir do twaalfdc* 

■aai. namrnfi hot Ik^tuur, v^rslag uit te brengt^n van den 

4uX en Av verkxaauihcHien dezer wet(rniM*liapp<*lijke in!>tolling. 

Vftar ik drrhahe in het afgekmpen jaai het kopervn feeiit\an 

4r imuUing \an hot StM^retariaat in uw midden inocht her- 

Ankeii, tuH (lij Ih?! zeker, ik houd (*r mij \an overtuifrd , in 

Bij Ullijken . Z(M» niet allntcinsi verklaarbaar arhten , dat ik 

ditaaal dr ^*lt*|n^nheid gaame aanjirrijp om t^'n blik in het vt*r- 

tr veqM-n en het met onj« hetlen te vergelijken. 

Ip hf't InHituut in het afj^ehiopen tijdperk in bhiei Un^- 

'r l« h«*t met klimmrnde Ux'wijding en met een* verkiaam 

grhirxru op het ield van wet4*nM*hap. dat het /.ieh ti*r bear- 

inrlinif hivft uit^'koxen!'' Zijn vr wenM'hrn WJiaraan kan en 

anrt vonirn t4:|n*nKM*t^kfim(*n 'f t*i*«<*h«'n, die in billijkheid kunnen 

mvrAitn ^r»lrid fn waaraan b(*li(iort \oldaan U* wcmlen!" ziedaar 

•vtt drietaJ «raffen, dii* i\\s van xelf xteli aun tms opdrini^n 

<lntffnt di* iY*n<te \ raair kunnt'ii wij ktirt zijn. Waar eijfrn* 

rB fintru Kprrki*n , xijn nth iMrriniri'ii oirrbcMJig IK* naamlijut 

mmr Meii, 1 Juli 1872 o|>|^Miaakt, t4*r hand nrnirnd , blijkt 

mm «lat tui*n hun <retal iNtlnifir ^H. waar\un in N«tli*rland 

C Jmali-urm vu In? tn'W(»nt> hnlcn , vu in dt- ktiltmirn ii\^ 

¥ Vol^r. X. ▼ 



LVI VERSLAO. 

gewone leden , terwijl cr 12 buitenlandsche leden waren; eere- 
leden of correspondeerende leden hadden wij toeo nog niet. 
De opgave , die wij II onlangs tegelijk met het 10« dl. , le stuk , 
van ons tijdschrift aauboden, wijst het cijfer aan van 346 
contribueerende leden, waarvan in Nederland 7 donateurs, 4 
contribueerende instellingen en Jjiil gewone leden en in de 
overzeesche bezittingen en kolonien 104 gewone leden: een 
toeneming derhalve van het ledental met U) pCt. Alleen het 
cijfer onzer Indische leden ging (ienigermate terug : een feit , 
daaruit te verklaren, dat men in de laatste jaren zeer spaarzaam 
is geweest met belangsteilenden in Indie uit te noodigen he< 
lidmaatschap onzer instelling te aanvaarden. In 't afgeloopec 
jaar echter heeft men getracht dit onwillekeurig geple^d ver- 
zuim te herstellen , en , naar wij mogen verwachten , zal he< 
cijfer van 129, dat wij in het jaar 1872 voor onze Indische 
leden mochten boeken , weder worden bereikt , zoo niet over- 
schreden : 't geen niet het geval behoeft te zijn met onze bui- 
tenlandsche leden: in 1872 slechts 12; thans echter 29 
Bovendien hebben wij , overeenkomstig de artt. 4 en 5 vai 
het in 187f» gewijzigd Reglement, gebruik gemaakt van onBi 
bevoegdheid om correspondeerende leden aan ons te verbinden 
wier getal thans i bedraagt, terwijl het ons een voorrechtw* 
en is aan het hoofd onzer ledenlijst dusver als ons eenig Eereli< 
te plaatsen den naam van den hoogleeraar Dr. P. J. Veth, di 
ingevolge de voorschriffcen der Wet op het Hooger Onderwij 
als septuagenarius eerlang zijn leerstoel aan de Leidsche Rijka 
universiteit zal moeten verlaten , doch wiens onvermoeide , veer 
ticjarige en algemeen zoozeer gewaanleerde werkzaamheid oi 
het gebied der Oostersche land- en volkenkunde ons ten waarbor^ 
strekt, dat ook zijn levensavond — wij wenschen hem eei 
langdurigen en gelukkigen toe — in meer dan ren opzich 
voor de Indologische wetenschap vruchtbaar zal zijn. 

Helaas! waar het toenemend ledental ons herinnert aan d 
stofielijke welvaart onzer instelling, wordt onze vreugde daarovt^ 
getemperd door de gedachte dat gedurende het afgeloopen tijdper 
eene aanzienlijke rij van mannen ons is ontvallen , wier voort 
durende medewerking wij in onzen kring op hoogen prijs zoude 
gesteld hebben. (lij behoeft slechts de ledenlijst van 1872 t 
leggen naast die , welke dezer dagen werd uitgegeveii , e 
zonder onze aanwijzing hebt (iij zelf reeds de iiumen aangetet 
kend van hen die eenmaal ook een sieraad van ons Instituv 



VKRHI.AO. LVII 

«Arf*n. i^lijk xij \\vt xoii(ion p;wf*f*st /.ijii vmii rikc* iimt4*lling, 

vMirBjui zij zirh liaHcleii willcMi verhiii(ieii. (iij keiit heu alien 

rn hciufit niK on?* hiiiiiii* im^larhtenis in e4^ri!. Ohh vaderlandsch 

bart r^*htcr ririn|;t ons pen drietal nanicn t4* herrienken. Tuen 

«ij in lH7r» het \c)orrM*ht hmMen bij lit^t vijfH*n-twiutigjarig 

bnUan van h(*t In^tuut tlv f«^'jitrf«le nit t4* s«prekmi , mcichten 

Tij un^ h(*t vnonl richt^^n tot wn twi*(;tal Ifdeii van hctduor- 

lirhti^ 8umhiii« \an ()ranj«*, Jill. KK. illl. di- Prinaen 

Frtderik hi ilriidrik dcr XtHJerianden , U^rwijl bij dieselfde 

prkyi-nhrid on> \pnnnid weni d(*n naam van '/. K. H. Prins 

Alnandrr dc*r \t*iderland(*n op df* lijM onxiT iKniateurt te 

pUatarn. lu 't jif^t*loc»|)en jaar, (lij wii't liH, M. H., t8 (x>k 

doe Iaat<tt4* Vonit chih ontvallen. 

\Vonl«n dfW' verliewn <lie.p lustre unl rn laten zij ^IcM'htfi eeiic 
kdi|{r, nirt mnT ti* \(*rvull(*n plaat.n ac*ht4'r, dfv t4^ meer mofittsn 
vij lif*t waanl(H*rt*n , dat , (>Vfnal.H zin> vrh* wclenscliappelijke 
iMrlliDK^n hirr t<* lande z«M)wel als in Indie, (M>k cms Instituut 
kj icHKtdurin^ Av htMigi*. belanifstellin^ uicirht blijven ondervinden 
tan 4>iurn ffi*t^*rbiivli^irn Koning. Aan onzi* t^frbiedige huidc* 
parr zirh ih* htdv om (*en<* no^ lan^lurifff n*^»rinf(r van onzen 
knoinklijken I^^*h(«nnli«*t*r. 

I Wij npnikm van wrtniM'happelijkc* iniitel linden. Hn mft 
o|«rt. Iinmeni, iM»k lu*t ^ul drr v«*n^*ni|rin^Mi rn periMmeJi 
tt Ndirrland , in Indii* rn hrt buit4*nland , waamiMie het 
iMlituut lf*tt4*rkundip* betnikkinp'n onderhoudt, is aanzieulijk 
luc^eiH>in<*n , bijna \erdriodubb(*ld : in 187£ no^ slechtn •')3, 
u dit cijfrr thaii5 reiiU ^fklomnien tot ill (*n we zmidrn iKJft 
cCtdijke daaraan kunnen tiievoc^n , hadden wij HU?<*htj( ^*luior 
villrii grien aiui dr ttrlkcn?* zirh horhalejidc* aan\rag«n tot hrt 
iMKlrrhcMidfn \an vi*u I(*tt4*rkundif( \rrkir<*r. ()ok in hrt af^^*- 
Um^prti jaar nieendcn wij nict t<' nioffen voldo(*n aan hrt daart^M* 
<luof imdrrsrhridrnr ^•niM>tM*)iap|N*n tot on» ^Tirlit \rrz<Mrk, 
djiAr « tuuir onzr o\rrtui^n|r« htm arlN*id!«\ eld tr vi<rl vrnirhilt 
taa (Ut \an hrt Inniituut oin t*«*.ni^r vrucht van hrt vedrr- 
lijibch lrCt(*rkundi^ vrrkrrr tc modern vrrwarhtrn. 

I'll dr liji^t drr binnrn- rn bnit4'nlandM*lir ara<irmirn, ^*' 
Ifmic |(rtiootM*hap|M*u rn inHtrlliniriMi , dir (ii) trikrn jarr rn 
mA mrdrr lu dr laatj<U' utlrirruiif drr "HiidnMon" litbt 
kuinrti aantn^tfrn , lirbt (iij /rkf-r ntnU npi;i>nirrkt . d^t hij 
kiei Jillr«*n in *4.*)iifr allr landrii sim oii> m*rt*Uldr<'L nioar 



LVIII VKRSLAG. 

ook op enkele plaatsen in Amerika, Azie en Australie betrek- 
kingen hebben aangeknoopt. Oprechtheid gebiedt ons echter 
aaiistonds er bij te voegen: niet altijd met goed succes. Het 
is eene oude klacht, maar c^ene, die, naar wij meenen, niet 
genoeg kan worden herhaald , dat meer dan een genootschap , 
vooral in het buitenland, zich niet schijnt te beijveren telkens 
bij uitgave zijner afzonderlijke werken of periodieken ze onste 
doen toekomen in ruil tegen onze geschriften, waardoor vele 
leemten in onze verzamelingen ontstaan. Intusschen waar meer- 
malen geklaagd is of moet worden over onvolledige of het 
onvoltallig houden van enkele reeksen van genootschapswerken 
en tijdschriften , mag ter andere zij op alleszins gunstige voor- 
beelden gewezen , door ondei*scheidene Besturen van instellingen 
gegeven , die op de eerste aanvrage zich bereid toonden ons 
hetzij een voUedig exemplaar hunner verzamelingen aan te 
bieden , hetzij de leemten daarvan aan te vullen , maar die 
wederkeerig ook hoogen prijs toonen te stellen in onze uitgaven- 
reeks blijkens menige interpellatie , huunerzijds tot onsgericht, 
waar het hun Week, dat deze of gene afleveringonzer Bijdragen 
of wel eenig ander werk liun niet bereikt heeft. 

Mogen wij ons hierover verblijden en wordt tevens door dit 
letterkundig verkeer met het binnen- en buitenland en met 
Indie eene aanzienlijke reeks van geschriften en periodieken 
aan onze Bibliotheek geschonken , die elders of laugs andere 
wegen moeielijk te verkrijgen zijn , — ook nog 6m eene andere 
reden mag dat verkeer op prijs worden gesteld. Immers daar- 
door komen onze Werken en Bijdragen in vele belangstellende 
kringen , in de verzamelingen van genootschappen en geleerden , 
die andei*s wellicht van de uitgave er van geen kennis zouden 
dragen. Daardoor wordt geen voedsel gegeven aan de meening, die 
herhaaldelijk werd en wordt vemomen, dat wij zelven er geen 
prijs op schijnen tc* stellen om aan (mze edita eene ruimere ver- 
spreiding en bekendheid in het buitenland te verzekeren. Wel 
is waar leert de ondervindiug somwijlen , dat men in vre^mde 
tijdschriften zich niet altijd vernaardigt van den inhoud onzer 
geschriften kennis te nemen, somwijlen zelfs hun lezers opdis- 
schen ah nieuwste resultaten der wetenschap, terwijl ze hier 
reeds bekend waren ; doch daarentegen zijn er echter tal van 
voorbeelden aan te wijzen, die getuigeu datmen in den vreemde 
van de door het Instituut bijeengebrachte gegevens dankbaar 
weet partij te trekken, meermalen zelfs daaraau meer aandacht 



IT 

VKRflLAO. MX 

fhrnkt (Ian Ac laii(lg(*U()ot 7x^lf, f>intrc*iit .wien> b(*langstelling 
mm mMii* bednievendc , 3500 \\\v\ oiitDHM^igfiide t^varingen 
nrrtit te kunnen inedecleelen Vooral in den laatsteii tijd moclit 
•Ir SerreUn5 voidoen aau mecr dan oenc uitnoodiging van 
iffdieDflelijke buitenlandsiche geleerden om hen met den inhoud 
«»r gwrhriften in wetenschap tt^ stellen , terwiji in gezagheb- 
bmdf orgmnen daarop de aandacht wenl ge^estigd. Om deciit^ 
m paar voorbeelden van recenten datum t« noemen , mag 
■rn wijwn op de aankondiging , in het jongste nummer van 
•PciermannV Mitteilnngen'<', zoowel van de mededeelingen overde 
Alfeeren «an Ilalemahera door den offirier V.. Y. II. ('«mpt*n, 
ab van dir van het eiland iSaIeijerd(K)r den OmtnMour 11. K. 1). 
Eagrlhard ; en zij die geregcld het tijdsrhrift van de ^Soci^* 
4r gnographie''' fe Parij!^ ter hand nemen , zullen daarin on- 
fpivijfeld met welgevallen hebben kenni.** gemaakt met de 
heM^KMiwingen van Z. II. Frinti Roland lionapart^* over het 
iiodeeL dat ons mag wonlen toc^^kend bij de onderzcxikingcn 
nativiit het nog \ecl8annH onbekende Nieuw-(iuinca. ()ok inde 
•Mittheilungen des Oniitolc^iiohen Ven^iu^'r in Weenen vondeu 
wij deaer dagen mcdedeelingen over de paradijsvogels : i^*n 
vaardeerend uittrek»el uit de bijdragi* over dit onderwerp van 
vijlcn Van HQMc.heubn)ek , opgenomen in zijne aitgave van 
Benislcin^s Digboek. 

Is de beUugstelling , die het Institaut bij v<N)rtduriug uio- 
wti binnen- aU buitensland.** ondervindt , U* waardeeren , zekcr 
aag xij vel verklaard wordeii uit het feit, dat het met ijver 
es krmrht, naar de mate xijner middelen , werkzaam blijft ter 
hevofflrnDg van het doe! , dat het zieh van den aanvang af 
herd vuorgesteld. 

Torn de Serretaria aU bijiage tot zijne feeaitrede in 1^76 
lijft gaf van de afzcmderlijke werken. ^ede^t lsri2aehter- 
\olgriii» d<M>r het hifttituut uitgegeven of ondereteund. bereikte 
Wt rijfrr dier uitgaven het getal £7 S(*<lert liei*ft het daaraaii 
wof ettrlijke toegevf»egii. Het onden»teunde in lH7s A (;. VrmdeV 
tiiUrivr van de Madoervesk^he dongeng, Tjarita Hrakaj ; zelf gaf 
HH in flatzelfde jaar llummc*> Abiista uit nevcu!! d«- Ja^aanirhe 
feitrllingrn be^atU'ndt* de lotgi*\ alien \aii (*t*n Liintjil , e«*n 
ncbok en iinden* dien*n , l^enerkt door wijlen l)i W Palmer 
laa den Broek. 1K*Z4- h.^tw \un lingtiistiJirlie uitgaven wenl « bij 
liei^l \an hrt n^Xv liit«*rnHtioimlf Oongrr^ der ( )rientali«len 



UaV VEBSLAQ. 

(le missie van ons medelid Dr. Suouck Ilurgroiije hier uiet verder 
iiitwijdeii. (iij vindt daaromtreiit het noodigc aangeteekend in 
de gedrukte Notulen van onze Bestuursvergaderingen van 17 
Mei, 21 Juni en 30 September van het vorige jaar. Wij mogen 
het vertrouwen koesteren , dat ook Gij , na gezette overweging 
van het daarin medegedeelde , het geenszins wraken zult, waar 
wij het tot een duren plicht hebben geacht het door den heer 
Snouck Hurgronje in te stellen onderzoek niet enkel zedelijk 
te helpen bevorderen , maar ook door eene krachtige tnaterieele 
ondersteuning , waarbij wij ook de medewerking van het Depar- 
fceinent van Kolonien mochten ondervinden , dien geleerde in 
staat te stellen onze kennis van den (slam met al wat daaraan 
verwant is grondig en veelzijdig uit te bi*eideu. Gij zoudt het 
eer hebben betreurd , indien de thans zich daartoe aanbiedende 
gelegenheid ongebruikt moest blijven door het ontbreken van 
den noodigen steun. Wij twijfelen er tevens niet aan , of Dr. 
Snouck Hurgronje zal , gelijk hij zelf verzekert , dankbaar voor 
de hem onzerzijds betoonde sympathie en verleende ondersteuning^ 
van zijne zijde niets onbeproefd laten om zijn verblijf in Arabic 
vruchtbaar te maken in wetenschappelijke resultaten, waar van 
naar hij hoopt, cenmaal de Bijdragen van het Instituut een 
blijvend getuigenis zullen geven. 

Dit laatste zal , naar wij vertrouwen , ook het geval zijn met 
opzicht tot de onderzoekingsreizen der Leidsche hoogleeraren 
Dr. Martin en Dr. Suringar in onze AVest-Indische Kolonien. 
Wie eenigermate met de literatuur over ons bezit in West- 
fndie bekend is, weet ook dat de geologische en botanische 
kennis, die wij er van hebben, tot dusver nog groote aan- 
vulling belioeft. De bekende antecedenten der beide geleerdeu 
doen ons de verwachting uitspreken , dat hun onderzoekingstocht 
een rijken oogst van kostbare gegevens zal opleveren. Had dan 
ook het Aardrijkskundig Genootscliap zich bereid verklaard 
hun eene subsidie toe te kennen, ons Bestuur heeft gemeend 
dat het belang der zaak en onze nationale eer eischten dat ook 
vanwege het Instituut eenig blijk van belangstelling werd 
gegeven voor de door meergemelde hoogleeraren voorgenomen 
reizen in West-Indie ; het besloot daarom 'in zijne vergadering 
van April des vorigen jaai*s aan beiden een crediet te openen 
tot een bedrag van / 1000. 

Het behoeft nauwelijks gezegd, dat, na het toestaan desser 
subsidie, gevoegd bij die ter ondersteuning van de missie des 



r 

VER8LAG. LXI 

Teysmanii , /. G. Coorengel, A. J. Langeveldt van Ilemert 
en P. Swaau; en wat het Instituut aan dezen geleerde ter 
vermeerdering onzer kennis van het nog veelszins onbekende en 
thans zooveel besproken Nieuw-Guinea te danken lieeft , bewijst 
made zijn Critisch overzicht der Reizen naar dat eiland in de 
jaren 1879 — 1882 in den mede als feestgave aan het Orien- 
talisten-Congres te Leiden opgedragen bundel '/Bijdragen'/, die 
geheel gewijd was aan de land- en volkenkuude van Ned. -Indie. 
Bovendien bezorgde hij , ten vervolgeopdien arbeid, de uitgave 
der journalen en kaarten van twee onderzoekingstochten , die 
in L883 en 1884 door den Resident van Ternate zijn volbracht. 
Aan den doorzettenden geest van dezen verdieustelijkeu hoofd- 
ambtenaar was het, gelijk de bewerker deed opmerkcn , gelukt 
een aardrijkskundige ontdekking te doen , misschien gewichtiger 
dan eenige andere, die op de in den loop dezer eeuw voor 
Nederlandsche rekening naar Nieuw-Guinea uitgezonden reizen 
werd verkregen. De mededeelingen daaromtrent , metbijvoeging 
van twee keurig bewerkte kaarten , hebt Gij kunnen vinden in 
de aflevering der Bijdragen , die wij in het begin dezes jaars 
hebben uitgegeven. 

Heeft de heer Robide van der Aa door dezen belangrijken 
arbeid reeds ten voile aauspraak op onze erkentelijkheid , op- 
nieuw zal het Instituut zich eerlang dankbaar aan hem ver- 
plicht gevoelen, waar het tweede gedeelte van C. Bock's Reis 
in Oost- en Zuid-Bomeo van Koetei naar Banjermassin , voor 
den zomer van dit jaar, in Uwe handen zal komen. Gij 
h^rinnert U, dat de 1® aflevering met den atlas van 30 platen 
in kleurendruk reeds lang het licht heeft gezien. Ook heeft de heer 
van der Aa de weinig aangename taak op zich genomen zich 
met het ioezicht over deze uitgave te belasten en haar tevens 
van eene historische inleiding en aanteekeningen te voorzien. 

Last not least — mogen wij U herinneren aan onze jongste 
uitgave. Gij weet, M. H. , dat wij 10 jaren geleden, inge- 
volge machtiging van den Minister van Kolonien, een rapport 
over de rijstkultuur in Italic en op Java hebben uitgegeven 
van den tegenwoordigen Hoofdinspecteur der kultures, dr. J. H. 
F. Sollewijn Gelpke. Een waardige tegenhanger daarvan werd 
in het vorige jaar geleverd door den Referendaris bij het Binnen- 
landsch Bestuur te Batavia, thans met verlof hier te lande, 
den heer K. F. van Delden-Laeme. Gelijk U bekend is, was 
deze Hoofdambtenaar belast met eene zendiug naar Brazilie, 



LXVI VERSLAG. 

(le aanvaardiug zijner taak, zult (lij liet hem gaarne toegeven 
(lat er eene gewichtige veraiideriug , eene groote verbetering 
tcvens, is tot stand gebracht. In stee van een drietal vertrekken 
waarvan de Imur en het gebruik door ons met het Indisch 
Genootschap werden gedeeld , * thans een onbelast gebouw ter 
onzer beschikking, gelieel ons eigendom, terwijl met onze 
zusterinstelling eene voorwaardelijke samenwoning is overeen- 
gekoraen ; een gebouw bovendien waarin , nevens eene verga- 
derzaal en eene leeskamer, een aantal vertrekken die eene 
ruime, voor 't oogenblik althans voldoende bergplaats aan- 
biedt voor de bewaring van onze fondsartikelen , handschrifkeu- 
en boekverzamelingen. En deze verzamelingen niet maar, gelijk 
vroeger, eenmaal ^s weeks en dan nog slechts enkele uren,maar 
elken werkdag van 12 tot 4 ure voor de belangstellende leden 
opengesteld; liaar inhoud, eindelijk, naar de mate onzer 
krachten en middelen , uitgebreid , vervoiledigd en beschreven. 
Wat dunkt U, M. H.? geven al deze feiten en cijfers, die 
wij — gedoogde 't slechts de tijd — gaarne meer in het breede 
zouden willen beschrijven en ook met nog andere kunnen ver- 
meerderen, geven zij ons niet eenig recht om een alleszins be- 
vestigend antwoord te geven op de beide eerste vragen, die 
wij in den aanvang van dit Verslag mochten stellen. 

Of dan alias rooskleurig mag heeten? Geene desiderata aan- 
wezig zijn? Dat zij verre. 

Om met 't gebouw, waarover wij 't laatst spraken, te be- 
ginnen , — hoezeer het bezit er van eene aanmerkelijke verbetering 
van een vroeger onhoudbaren toestand bewijst; hoezeer het ge- 
bouw zelf, aanvankelijk althans, in de behoefte kon voornen, 
zal men echter niet wel kunnen ontkennen, dat de eischen, wdke 
men bij de bewaring van bibliotheken en 't gebruik daarvan 
stellen mag, niet voldaan zijn door daarvoor alle6i een heeren- 
huis zonder meer beschikbaar te stellen En de boek- en hand- 
schriften-verzameliug zelvc, hoeveel ontbreektdaaraan niet? Wel 
is en wordt daaraan meenlere zorg gewijd, eene beschrijving 
er van gereed gemaakt, ook om ze eerlang aan de pers toe t« 
veiiirouwen. Maar mag zij inderdaad eene verzameling heeten, 
die in waarheid den naam eener koloniale bibliotheek verdient? 
Is het geldelijk bedrag, dat jaren achtereen daarvoor beschik- 
baar werd en wordt gesteld , niet luttel te noemen , ter nauwer- 
lUHxl voldoende om telkens in de eerste behoeften te vooraien? 



VKfW»I.A<i. XLVII 

l« h^t mtk norhuar, dat in i¥n vu lirtzf^lfde ^bouw iwcfc' iii- 
^tf'llii^mi, (lie beidr dr belan^n van Indie h(v*ten t<* willeii 
briordrrfMi , cdk e(*n ri^*u bibliothi^k er op na houden, t^^rwijl 
urn maar gtoen redeu schijnt tr kunnen vindcn liet riHxls meer- 
■il<*n uitfre»proken denkbeeld cimpr veir^'ni^nf? t4* helpen ver- 
■cirnlijkeD 'f 

VTat voortii , upvenn hct aanle^r^*n van v(*rzamelingen , ineer 

3 *t biximder dr bevonloring betn*ft \an de Indischr taal-, 

kad- f!n volkenkuiidr. — (iij hebt het 7xki aanstondi* vonionien 

4l rr n<ig veel aan onzc kennis omtrent unx<* We^ct'lndiiH'ht* 

Koionirn untbreekt. I)at (K)k met betrt*kkin|( tot onxen OcMit- 

lidMrhrn Arrhipel meuig nafn^^noe^ braaklif(g(*nd teTrein kan 

vafilen aangewcaen , — welk desknndige zai het ti^gen^preken f 

(a vaar het veld ter bc^rbeidin^ im^ gmot in , zijn de arbeiders 

■wl betrekkelijk weini^n^ Waar ook mms^ vooral hier U* 

iMfle, de beUugntollinjT in koloniale aangiOefrenhcnlen beneden 

kt€ vriespunt blijft, valt er vank evenmin te memen over 

kfirhli|re medewerkin^ bij hen, van wie zulk^ in de eenitt^ plaat< 

■orht Tenraeht wonien. iloevelen 7.ijn er niet, wien o. a. onze 

Vr»|pmm>k.« wenl aanfrebofien en van wie mocht onderKt4*ld 

vordrn dat zij l)evoegd en in }(taat /xmden zijn het Inntitiiut 

•rt rrni|r antw«>rd te verblijden ; dorh hoe w('inig<*n zijn it 

lot dmiver ircwee^t die zieh daart4)e opfrewekt ^voelden! In 

Hft Ver»l«|r, dat onze voorganfrer, nu wijlen nir. P. A. S. 

via Limburg Broiiwer, over den staat en werkzaamh<*den van 

Kh Inititiiat ovrr 1871 uitbracht. wec^ dezi; geleenle er op, 

dit fiii« tijd^chrift . de ''Kijdragt^n^ , U* dikwijis n(»g beperkt 

Urrf iiirerrnde<*l«i ''tot (^*ne verzameling van to(*\allig inir(*zondrn 

^•kkrti, !«tukken nu^est, weJ i;* waar, \an \<*<*i belang op zirh 

arlf. maar niet zelden ook wrinig aantrekkelijk %(N>r di* ni(*<T- 

AnhmA der lexent, «n Myma ook voor erw gnM»t d(*el hunnrr 

IBAvrh cHi\er4aanbaar, ti^rwijl zij daan'nt4*iren nog maar al t4* 

vruiifr worden bezig gehouden met hrtgecn rr m(i*r in *t aU 

iumtt n wetenftwaanligM \(M)rvalt op het gt*bi(*d der Aziatijd-he 

taai- • land- en loikenkunde.'^ Ongctwijfeld i;* er .M<<irrt drzt* 

voordm door omsen ViMirganger wenlen mvi^-^U'ld (^cnigi* mtIm*- 

k*ruig te beiip*un*n rn zijn i*r, ook nog onlangs diMtr on?* U'sduit 

aitga\e op lM*[Niaid«* tijdstip|M'n. |M^ngi*n <iangf*u(*nd om 

Rcvlictie door kraehtigi* mt^lt'werking U- !<t4*unen Maar 

Sija dr Bijdragen langzamrrhand kunnen (ipgf*\<M*rd minlen tot 

vat ooar tiabun*n (*<*ii ''Ke\ue Orientale*' plegi*n U* nu(*ineu 



LXVI VERSLAG. 

de aaiivaardiiig zijner taak, zult (jij liet hem gaarne toegevcu 
(lat er eene gewiclitige veiandering , eene groote verbetering 
k'.vens, is tot stand gebracht. In stee van een drietal vertrekken 
waarvan de huur en het gebruik door ons met het Indisch 
Genootschap werden gedeeld,' thans een onbelast gebouw ter 
onzer bescliikking, geheel ons eigendom , terwijl met onze 
zusterinstelling eene voorwaardelijke samenwoning is overeeji- 
gekomen ; een gebouw bovendien waarin , nevens eene verga- 
derzaal en eene leeskamer, een aantal vertrekken die eene 
ruime, voor 't oogenblik althans voldoende bergplaats aan- 
biedt voor de bewaring van onze fondsartikelen , handschrifteu- 
en boekverzamelingen. En deze verzaraelingen niet maar, gelijk 
vroeger, eenmaal ^s weeks en dan nog slechts enkele uren,maar 
elken werkdag van 12 tot 4 ure voor de belangstellende leden 
opengestdd ; haar inhoud , eindelijk , naar de mate onzer 
krachten en niiddelen , uitgebreid , vervoiledigd en beschreven. 
Wat dunkt U, M. H.? geven al deze feiten en cijfers, die 
wij — gedoogde 't slechts de tijd — gaarne raeer in het breede 
zouden willen beschrijven en ook met nog andere kunnen ver- 
mecrderen, geven zij ons niet eenig recht om een alleszins be- 
vestigend antwoord te geven op de beide eerste vragen, die 
wij in den aanvang van dit Vei*slag mochten stellen. 

Of dan alias rooskleurig mag heeten? Geene desiderata aan- 
wezig zijn? Dat zij verre. 

Om met 't gebouw, waarover wij 't laatst spraken^ te be- 
ginnen , — lioezeer het bezit er van eene aanmerkelijke verbetering 
van een vroeger onhoudbaren toestand bewijst; hoezeer het ge- 
bouw zelf, aanvankelijk altlians, in de behoefte kon voonden^ 
zal men echter niet wel kunnen ontkenneu, dat de eischen, welke 
men bij de bewaring van bibliotlieken en 't gebruik daarvan 
stellen mag, niet voldaan zijn door daarvoor allwn een heeren- 
huis zonder meer beschikbaar te stellen En de boek- en hand- 
schriften-verzameling zelve, hoeveel ontbrcektdaaraan niet? Wel 
is en wordt daaraan meerdere zorg gewijd, eene beschrijving 
er van gereed gemaakt, ook om ze eerlang aan de pers toe t« 
vertrouwen. Maar mag zij inderdaad eene verzameling heeten , 
die in waarheid den naam eeuer koloniale bibliotheek verdient? 
Is het geldelijk bed rag, dat jaren achtereen daarviwr beschik- 
baar wenl en wordt gesteld , nicjt lutt<».l te nocmen, ter nauwer- 
ucHxl voldoende (MU telkeiis in de ei^rstt^ bcliocften te voonsien? 



I* hft ni>k (MH'biiar, dat in t^n ru lirtzelfdr trt^bouw twiM^ iii- 
^tf'lliiiirni . (lie beidc dr belanfrcn van Indie hi^etcn t<* willen 
hrtorderen, elk e(*n ei^*n biblif)th(*ek er op na houden, t<Twijl 
Bfu maar ^ecen reden 8chijnt t(* kiinnen \inden het reeds ineer- 
Bilm nitfpetiproken denkbeeld eener verc(*.ni^n|f ti* helpen ver- 
rarnlijken ? 

Wit voorttf , nevens het aanlc^^^n van verzamelingen , ineer 

II *t bixonder de bevonlering betn*ft van do Indisrhe taul-, 

kui- en Tolkenkunde, — (lij hebt het 7x)o aansttond^ vemomen 

4l er nog veel aan onzi* kennis omtrent onKc* VVest-lndiw^he 

liokmien cmtbreekt. Dat (X)k met betrekkin^c tot onxen Ou^t- 

lidiichrn Arrhipel menig nagenoeg braaklif(gend ti^rrein kan 

wden aangewcasen , — welk desknndige zai het te^n^tpreken f 

Kn vaar het veld ter bearbeiding na^ groot is , zijn de arbeiders 

lift betrekkelijk weini^n? Waar (x>k soma, vooral hier U* 

hade, de helau|r^t€)lin|? in koloniale aanfircleirenhc^len beneden 

bet vrienpunt blijft, valt er va>ik evenmin te roemcn o\er 

knrhiige medewerkiug bij hen . van wie zulks in de eenite plaat^ 

nnrht rerwarht wonlen. Hoevelen zijn er niet, wien o. a. onz«' 

Vn|;f*iirnek9 wenl aanffeboden en van wie moeht (mderst4*ld 

vorden dat zij hevoegd en in ^taat zouden zijn het InHitiiut 

mrt eenip antwoord U' verbli'ulen : dorh hoe weinigen zijn er 

tot dunver jrewee^t die zirh daartoi* opfrewekt gevoelden ! I n 

Het Ver»la|r, dat onz«» voorganfjer, nu wijlen inr. P. A. S. 

tan Limburg Brotiwer, over den staat en werkzaamh(*den van 

HH Instituut over 1M71 uitbraeht. wm» dean; geleenle er op, 

«ial on« tijdM*hrift, de ^Kijdragen" , U* dikwijU nog beperkt 

lilrrf nieerendei*N ^^tot tvne \erzameling van to(*\allig ing<*zonden 

«Cakken, ^tukken nu*eKt, we) is waar, \an \(^*1 bcdaiig op zich 

trlf. maar niet Zfdden (M)k weinig aantrekkeiijk v(M>r de niet*r- 

•Irrheiil drr lexers, en soms ook vcmr een gniot de«'i hunner 

cmiiK*h t»inenKtaanbaar, ti*rwijl zij daan^nt^^gen m^ maar a! U* 

«ntiig vorden bexig gidioudeii met hetget*ii er nie<«r in *t ;il- 

cmiern wetea<»waaniigH \(N)r\ait op het gebietl der Aziatische 

IaaI- , land- en \olkenkunde.'» Ongctwijfeld is er s^^iert deze 

«fiiifden door onz(*n Voorsfangcr werden ne^rge!«teld eenige lerlie- 

trnng te be^pi*un*n en zijn rr, (M>k nog tmlangf* diM»r ons Ix^nluit 

U4 rene uitga\e op bepaalde tij<lstip|M*n, |M^ngi*n aangewt*nd oui 

•trr Redariir door kraehtigi* medewerking tr uteunen Maar 

jL>jn de Bijdragi*n langzanifrhand kunnen o|ige\<M*ni wonlen toi 

wat oDjQi* nabun*n t*«*ii '•ICi*\u«* Orieutair* plegi*n U* nut*men 



LXVIII VER8LAO. 

(met uitsluit'ing altijd van staatkundiire beschouwingen) : — eeii 
ideaal , dat van Jjimburg Hmiiwer zich met ons voorstelde , en , 
kon liet verwezeiitlijkt worden, naar wij meenden, er toe zou 
leiden om de belaugste]]ing in de werkzaamliedeu van het lu- 
stituut niet weinig te vermeerderen , en het tijdschrift ook 
zeker, zoo al niet op een hizonder uitgehreiden dan toch veel 
ruimer kring van lezei-s dan tot heden te kunne.n staat maken ? 

Maar genoeg M. J I. Het me^legedeelde zij voldoende om U 
de overtuiging te schenken, dat wij het geenszins verbloemen, 
dat er nienige vraag te docn is, waarop wij het antwooi*dnog 
schuldig zouden nioeten blijven; nienige wenseJi nit tespreken, ^ 
menige eisch zelfs te i<tt»ll(Mi , waaraan men reeds had behooren • 
te voldoen. 

Dankbaar mogen wij zijn , niaar nog onvoldaan. Laat de ' 
overtniging hiervan voor ons e^en s|K>orslag zijn tot voortdurende 
krachtsinspanning , ni(»i opgewektcMi moed en steeds klimmeuden 
ijver jagende naar het schoone doel , dat onze instelliug zich 
heeft voorgest(*Jd k* bevorder(*,n. Onze plaatsen worden weldra j 
door and(»ren ingenomen: straks zullen weder een drietal Be- | 
stuurders , onze Onder-Voorzitter Weitzel en onze geoerde mede- ] 
leden Humme en JMieniann, onzen kring verlaten. Aaiionzeen 
zeker ook uwe dankzegging voor hnn arbeid in ons midden, 
zij de wensch gepaard dat zij ons voortdureud met hiinuen steun 
mogen blijven verblijden , gelijk ook wij bij vemieuwiiig e^ ^ 
beroep doen op uwe zoo noodige medcwerking tot verhooging 
van den bloei eener instelling, die ons alien lief is! -■ 

De Seeretaris van het Instituut. • 
den Haag, . Uii. T. C. li. Wijnmalen. 

31 Febr. 1885. 



2ri7«T« HKSTUrRSVKIKiAUKRIX(i, 

OEHOUDKN 90 UICCMBKII 1884. 



Tp|feiiwcM)rclifr <•«' Hli Kern fVcxirzittiT) , .1 H. <lr 
(fitMH (P<*niiiiijinn<*<'?*t<T). liobiclr \aii dcr Aa , lluiniiHr, 
Matthew, Niemann, Sthlr^rl , Wilken vn \Vijnmal(*n 
(8«Ti»tarif). Afwezijr i\v lili. WiMtzel, B<x»l en \an l>i*- 
\rnter. laats«tgiMi(w*ni(if* met kenniiigev ing*. 

IK* notulen van \\vX vrrhandehlf in t\v \ori^* ViT^flrrin^ 
viirdfn irrlefsrn en gfied^kennl. 

Ilnor den Secretaris-Bililiothet'aris wonlt (>i)ga\e ^'<iaan van 
dr %rr[ichillende aanwinHU*n der Kibliotln^'k scflert fie laat^te 
hijernkf nnut . In 't bizcmder wonlt de aandacht ^*vejtti^l op liet 
pfBrhtwerk , in*titeld: '^Ijesi Habitant** de Surinanie,'* namen> 
K II Prinit Roland Ikinaparte siaii het ln»titunt ten gt*!H*henke 
•anitrhcMlen onder ^ejeide \aii een s<*hrij\en \an lil>s. |Nirtieu- 
lirrrn SrrreUri!* van 2^ No\ . jl. : voor welk ^»selienk U'n*i<U 
fir liiagiHMlen* dank \an het In^titunt i^ aanpdMiden. 

Naar aanleiding van e<*n d(M»r hem van den l>irc^*ti*ur \an 
*« Rijk^ Ktbiio^miti!M*h MiutcMim , mr. L. Scrnirier, ont\an^en 
^njven , jfheft de Swn'taris in overwe^n^ Z. II. Prinn Kidand 
BmiapftrU* tr henoeuien Uit buiteniand«ch Lid van het In.Htitnnt 
Na ernige |rfdaf*htenwi!i9elinfr wonlt eenpari^ daartot* b(^l<iten. 

T<it le«len van het lustituut wonlen \er\olgi;nH \(M>r|rMlra^n 
rn hmormd de hh. J. T. Cremer, J. II. Donueren K K. KieUtra, 
lioieii fan de 'ISrrede Kamer der SUten-(ieueraal, tr Haarlem, 
i^rtflrn en *%<• raven hafri*. J (i. IMati* Jr , U* l/eiden , J Dijk 
^% I eii (• <lr \o^, MujcMir der (Jnue \an hrt lt*|fi*r in i ) Indic 
te *i Urmienhagr. 



LXX "ioTSTE BE8TUUHRVKRC4ADERTNG. 

Zijii ingekomeii missives : 

lo. van den heer W. van Hasselt, Directeur der 2© At3ee- 
ling van het Meteorologisch Instituut te Amsterdam , houdende 
mededeeling van de aanvaarding van het lidmaatscliap van het 
Instituut : 

2^. van de heeren mr. A. E. Elias en Jhr. mr. E. van 
Panhuys, U\ V (Iravenhage , R. G. de Seyfl*, te Brussel, en 
J. de Koo, t<^. Amsterdam, alien houdende verzoek om te 
worden afgevoerd van de lijst der leden van het Instituut ; 

30. van de Directien van de Academic Royale des Sciences 
de liisbonne en de Asiatic Society, of Bengal, te Calcutta, 
houdende dankbetuiging voor de t<wzending dei laatst uitgegeven 
werken van het Instituut: 

40. van de Directie van de Deutsche Morgenliiudische Gesell- 
schaft, ver7X)ekeiide de Genootschapswerken niet meer naar 
Leipzig, doch voortaan naar Halle a/S. te veraenden, onder 
dankbetuiging wijders voor dti toezending van het 8e stuk, 
dl. VlIT, vierde volgreeks der Bijdragen: 

5". van den Secretaris van de Societ<' Asiatique , te Parijs , 
houdende mededeeling dat het genootschap gaarne, voorzooveel 
doenlijk , zijne in de boekerij van het [nstituut aanwezige ver- 
zameling uitgaveu zal aanvullen , doch daarv(X)r eenig uitstel 
verzoekt tengevolge van het overlijden van den Bibliothecaris. 

Al deze missives worden voor kennisgeving aangenomen. 

Ten vervolge op het door hem in de vorige Vergadering 
medegedeelde , bericht de Secretaris dat hij door tusschenkomst 
van de heeren C P. Ittmann & Zn , commissionairs-expediteure 
te Rotterdam, in goede.orde lieeft ontvangen de door het 
medelid , Dr. Ilorst, te Kroc toegezegde koperen plaat, bevat- 
tende een Javaansche inscriptie , welke door hem onverwijld in 
handen is gesteld van den mexlebestuurder, den heer Humme, 
ten einde der Vergadering daaromtrent van bericht te dienen. 

J)e heer Humme verklaart zich zoo spoedig doenlijk met de 
ontcijfering der plaat Ui zullen bezighouden. 

Ter tafel wordt gebracht een schrijven van den hoogleeraar 
Dr. P. J. Veth, Ui Leiden , ten geleide van eenebijdrage vandeu 
heer B. VV. Wttewaall van Wickerburgh, te Utrecht. Het stuk 
betreft hooiHzakelijk den laatsten oorlog door de (y<nnpagnie 
op (Jeilon gevoerd en vcrspreidt over de weinig bekeude ge- 



257»« BRHTrrKHVKROAnEKIN'n LXXI 

brurirnwM*n \an difii tijd uit oiide familiepapirmi <*4!ii niniw liclit. 

Wat van Kamprii , liaut<« en anilcnm vr van weteii inwle t<» deelen, 

I* awr wfini^ <*n hiMt^t niivolh^li^. J let konit <Ioii hecr Yeth voor, 

dat het <ak w»iie internKcaiiti* bijHrafre bevat v(K>r het tijdschrift 

%aii liH In^ituut, waarvcMir het d<M)r hem wonit aaiif^bodeii , na 

it ton4rmininjr van den Sehrijver daarv(M>r erlaugd tc hebben. 

Na eeniire ^rpdachtenwis^teling wordt overeenkomfltig het advies 

de* herrpii Veth bntloten en het !«tuk in handeii van den 

Smviarui gr«teld ter plaaUing in de liijdragen , terwijl z(K)wel 

aui den heer Veth als aan den hf*er Wttewaall van een en 

tadrr ml wnrden ke.nnisi ^eict^ven. 

Ter uitvnrnn^ van het in de vorige Vergadering genomen 
beiloit deelt de Serretarii* inwie dat hij met den heer NijhofT 
11 nverlcy 19 gctreden omtrent de explnitatie dcT werken van 
kK Inrtituut In een door hem (mtvangen sc*hrijven van 20 
Ufcrmber jl. deeJt de heer Nijhotf mede, dat die exploitatie 
op dc»lfde wijae en met de/^lfde zonr gejK»hiedt aN die zijner 
Ulnjke anden* nitgaven. 

Mei beUngntelling wonit dcMir de Vergadering van de In*- 
^houvingen dei« he<'n*n Nijhotf kenni^ genomen, weike vivnv 
ianirdunge gudarhti^nwi^steling uitlokken, waar\an de ^lotsom 
t*. dat het niet raadzaam wonIt gt*a4*ht hmh* )M*slist»ing omtrc*nt 
kft aangevoenle t^* nemen. F^trnparig wonit lN9lot4^n de zaak 
aao te houfleu , met opdra<*ht aan de hh de (in»ot en Wijn- 
malm oin daarrnntn^nt, en meer bepaald de exploitatie in Indie, 
le aijner tijd de nooriigi* vMirsteUen U* fio(*n. 

Van den h<M^le(*raar Prof. Dr. K. Martin, t^* lieiden, isii c^en 
•rhrij\en ont\angen, h<mdende \enEotrk oro t<* mogtm \eme> 
■im of er beiienking be^itajit o\er fie /*|000, weike door liet 
Iii34ituat v<M)r den onderzo(*kingytoeht 7.ijn tiN^gesitaan, p<*r wisM*l 
\mn uit We^t-lndie t(*gen Maart a <». te l)em*liikken en wel d<M»r 
tttwrhenk<Nn5t van den )i(*fr (•. A H llellmund te Amittcnlani 

IV Se<'retan> deeit mi'iie, dat hi), tengi*\tdge \an liet j«|mhiI- 

rtjclirmle der zaak wegi>njt liet \oorgenomen !«po(*<lig vertn*k 

dea heeren Martin . aan>t4mfi}' omtrent de zaak met den iVn- 

miDgmM^ter i> in <i\erieg tretn-den; de uitkom>t \iiai* dat aan 

4cti he«*r Martin <»n\erv(ijld et'nc \erklaring I9 t<iegeXimden , 

bcNklrnde m(Hle<leeling . dat er g«*i*n lK*zwaar bc*i»taat teifi-n de 

e%rtiturfl«* Ijrtaiinir \an dr t«K»giMane suiHidir 

4* V..l,i \ *i 



LXXn 257STE BESriaTRSVEROADERmO. 

Ken en ander wor(U voor kennisgevinp aanpenomen. 

Ter tafel wordt gebraclit hot ontwerp der begrootinfir voor 
het dienstjaar 1 885 , dat bereids bij al de Bestuureleden in rond- 
lezing is geweest. ])oor den Penningmeester worden de aanmer- 
kingen, die zijne ontwerp-begrooting bij hen heeft uitgelokt, 
achtereenvolgens beantwoord. Na eenige gedachtenwisseling tus- 
schen hem en de overige leden wordt de raming der oiitvangsten 
tot een bedrag van /*6279 en die der uitgaven tot een bedrag 
van /* 10101. 61 « goedgekeurd. Tevens wordt besloten het aan- 
merkelijk tekort te dekken door het aangaan eener leening, 
bij enkele leden van het Bestuur, die zich daartoe bereid 
verklaard hebbeti, terwijl het vermoedelijk batig saldo van het 
dienstjaar 1 8S4 in de eerste. plaats tot dekking van hfet tekort 
zal aangewend worden. 

Door den Penningmeester wordt machtiging gevraagd onder- 
9cheidene posten der loopende begrooting te mogen overschrijden 
en het bedrag der verhooging te kwijten uit andere posten, die 
of niet hf slechts gedeeltelijk zijn gebmikt geworden. 

Na eenige gedachtenwisseling wordt dienovereenkomstig be- 
sloten. 

De Secretaris brengt ter tafel het negende deel der Bijdnigeii, 
bevattande het nitvoerig rappcMi; des heeren Van Delden-Laeme 
over de koAiecultuur in Brazilie en op Java, waarvan ook 
afzonderlijke afdrukkeit voor den handel dsijn gemaakt. 

Tevens deelt de Secretaris mede, dat ook de 1« aflevering 
van het 10« deel der Bijdragen ter perse is, welke, ingevolge 
vroeger genomen besluit, in Januari a. s. raoet verschijnen. 

De Voorzitter vraagt machtiging om voor de 2® aflevering 
der Bijdragen bij zijn opstel over d^ oudste Javaansche inscriptie 
(«n facsimile daaraan te voegen , waarvan de kosten ^iiiet 
noemenswaard zijn. 

Zonder beraadslaging wordt daartoe verlof verleend. 

Niets meer hierna aan de ordc zijnde , wonlt de Yei^aderiBg 
door den Voor/itter gesloten. 



25SSVK BKSTUL'RHVKROADERINO. L3(Xni 

£3H»nt BKSTUUESVKWJADERrNCi, 

OBllODOnf 17 JANUAU 1885. 



Tfguiwoordig de hh. Keru (Voorzitter) , Sc^hlegel, 
Bool, Wilken, Nieui»nii , RobiiM van der Aa , If »tthes, 
lan Devcnter, J. II. de (iniot (Pemiiiigineester) eii 
Wijainalen (Socretaris). Afwezig, met keimisgeviiig, de 
hh. Weitnl en Hamme. 

De notulen van het verhandelde in de vorige Vergadering 
gdewn en goedgekeard. 

Ddor den Saeretaria wordt opgave godaan van de ingekoinen 
hoekwcfken en tijdachriften met de daarbij nnt\angen gt^lei- 
deade mianTes. Plaatsing der bcieken in de Bibli<it]iei*k , onder 
daakKsgging aan de achrijvers of inzenden«. 

Woidt medegedeeld de ontvangvt van: 

I* eeoe miflsive van de R. Istituto Iximbardn di :<cienzi* v 
jctteir, tc Milaan, houdende dankbetuigiiig \(N>r de laatftclijL 
toefoaiiden genootachapawerken. 

Toor kenniageving aangenomen. 

2*. eene miaaife van de Directie van het Huni^Ctuimet, te 
Ljtm. mededeelende , dat zij niet nieer in staat i? aan het 
iMtitaat de volledige reekn van de Revue de I'hiatoire det^ 
lebgiona aan te bicden; de deelen 1 — IV, 1S80--1S81, xijn 
iilverkoeht, tenr^jl , in aaiisluiting aan hetgeen bereida waa 
iay mdin, eerlang de deelen V en VI 1882) zullen worden 
hcsoffd. Wordt bealolen de ontvangst dier deelen afte wachten, 
aliorcM daanruor de erkentelijkheid van het Iii;(tituut te be- 

3* ceae miMve van den heer J. II. Kerrj-Nicholls, Officr 
ml Xev-ZeaUnd (tovernmeut , Wr^tmiuster (*hamhi*ri, I/jndon. 
iKwdeadr lenoek liein wel te willen mededti^leu , of di* \ew- 
ZeaUwI Herald, den 11«>» September 1881 aan het lustituut 
faMJgcauodeii , en waahu berichten woiden aangetroflen omtreut 
ia|fte oodenBockingen in New-Zealaiul , ont\angen i^. 



LXXIV 25SSTE BEWTUUKHVKRGADEKIXCJ. 

^a ceiii^c inliclitiiijren van den Secretaris omtreut eone vorige 

zendin^ van denzelfden Schrijver, wordt Ix^sloten hem te be- 

richten , dat liot door hem bedoeld blad niet in onze hauden 
is gekomen. 

4<o. eeue missive van den heer A. W. Mees,te Utrecht, 
het overlijden berichtende van zijn vader, Mr. W. ('. Mees, 
in leven lid van het Instituut. 

50. missives van de hh. mr. P. van Beramelen , teAnihem, 
Or. A. Bruiniug, te Noord-Scliermer , mr. S. J. Cohen, te 
Amsterdam, II. P. JFoevenaar van (leldrop, mr. L. W. C. 
Keuchenius, J. Millard en .1. de Vogel, te 's Graven hage, 
alien lioudende verzoek hunne namen met den aanvang van 
het dienstjaar 1885 van de ledenlijst af te voeren. 

00. eene missive van Z. 11. Prins Roland Bonaparte, te 
Saint-Cloud , lioudende mededeeling van de aanvaardiug van 
het lidmaatschap van het Instituut, onder dankbetuiging voor 
de hem daartoe gedane noodiging. 

70. missives van de hh. J. T. Cremer, te Haarlem, J. H. 
J)onner en J. G. Plate Jr., te Leiden, J. Dijk Wz. , E. B. 
Kielstra, (i. de Vos en K i\ van Delden-Laerne , te 's Ora- 
venhage, waarbij zij berichteu te willeii toetreden tot het lid- 
maatschap van het Instituut. 

De missives, sub n^. 4 — 7 veimeld, worden voor keuuis- 
geviug aangenomen. 

Ter tafel wordt gebraeht eeu sehrijven van Commissarissen , 
van 9 December jl. n**. 13/91 , ten geleide ven een prima 
wissel groot/312.88 N. C. en een ditogroot /*91.12 , N. C, 
te zamen / t04.00 N. C. , zijnde het bedrag der sedert inge- 
komen contribution, benevens de (louvernements-subsidie tot 
en met November jl., met verzoek tev ens den ontvangst daarvan 
te willen berichten. Voorts wonlt medegedeeld, dat wederom 
in eene kist van het Bataviaa^eh Genootschap voor het Instituut 
een aantal boekwerken en kaarten zijn geex|)edieerd , waarvan 
tevens eene lijst wordt overgemaakt, t<3rwijl eindelijk door Com- 
missarissen (u^nige aanteekeningen omtrent de adressen van 
enkele Indisohe leden worden gevoegd. 



thH9n BKHTirit.««VKRCiAI)KRIN<i. LXXV 

K ^lucn■ta^i9 dt^elt ineclr, dat dc oiitvaii^^ii wissctls IxMcids 
l<ii»r hrai ill haiideii \aii deii Peiuiin^iUHVHtcr zijii fresteld ^^c- 
fiinleit. terwijl liij iiiachtigiu|f \raa|rt en verkrij^ liet 8clirijven 
(IB CbmmiaAnMeii Ui beaiitwoonleii. 

XaiDfii^ di* (J(miuiii»u* , best.auiid(* uit de hli. Wilken en 
NmuQu, brcnirt laat^tgenuemde versla^ uit ointrent liet in 
iurr handt-n f^esteld sink des lieeren J. \an der Toorn, Ix'vat- 
\mh titn Ur\i en de vertaling, met uanteekenin^en, van de 
SoriiD Manan^k^rang. IK* Coniniissic advi.^ieert tot opnanu* 
JuntD iu de Bijdragen, met dien verstande ecliter, dat zij 
IB iwec ariitereenvulgende afleverinffen ^'i^M'.hieile. 

IkenoTeirenkuinstig wordt be^Ioten 

IW deu Secretarih wordt ini^le^Hic^dd dat hij, naar aanlei- 

•Itiitf van e(*u door hem van den hoo^lirraar van der Litli 

'iQtiangien «*hrijven tot hct be.sehik))iiar stellen van /* l.>()0 \an 

«M hel aan Dr. Snouek llurfrronje ttn-fn^kende subsidie, met 

irn IVnninfnne«*3<ter in o\erleg i* ^etn^ilen , of en in hoever het 

tii(i|{i»lijk wa« aan het gedaan verztx'k te voldcH'U. Het re.^ultaat 

<Uanan i> ^^weeat, dat er pH*n Ix^zwaar bc'stond de gt!\raafnle 

^nn op den 15«n j| ,ian de hh. de Waal. I)uy\is tV (Jo. U* 

AmtU-nlam over it niaken tim[vn een ontvanfr*tl*ewij.*( van den 

Mfrr \an der Lith. als p'machti^le de> heeren Snouek llurgrtmje. 

lit Voorxitt4tr dankt den Strretaris en PenninfrnnrskT \oor 
HoAm* heiiioeiingen. 

Ifcwir den Votinritter w<inlt de uit^ve dvr Bijdra^^*n Ix'^pntkcii 
«*n een \<Min*U*l gftlaan om daaromtn*nt (*enifa* redden te ?(telh*n 
\'a uitioerifft* ^*<iaeht4*nwi»Mdin^ wonit <*('n|>arifr lM*>loten: I® tlat 
•if Bij^ira^n \oortaan t<;Iken> den 1^ \an de maanden Januari . 
Apnl , Jali en (>ctolM*r \enH*hijnen; :io. dat uit<*rlijk ecMie niaand 
U %on*n de eopij \(M>r elk der \ ier atle\erinp*n in handen \an 
«lni STreUris lM*ho(»rt U* xijn ; vn Ho dat t-lk der vier aHeve- 
natfrn onsa'^«*er arht %el drukn zai lM*vatten 

l>rp»r den Penningmeejiter unnit de nkenniff rn \erantwm»i- 
^lair owr het afgid(H>|K*n dieiiHtjaar jsst tcr tafel indinirlit In 
handen irrateld der lif*4*nMi Van IK*%cnt«'r rn llumnie, met \ff- 
jkiri fUaroirr in dt* (i*r9t\ol<n*ndr Ver^leriufr rap|iurt uit tr 
brnigrn. 



LXXVI 2588TE BEBTUURSVEi&GADERIKG. 

Overeeakoinstig het voorstel vau den Secretaris wordt goed- 
gekeurd de volgeade Bestuursvergadering als uaar gewoonte op 
den 3«^ Zaterdag in Februari a. s. te houden en den dag voor 
de Algemeene jaarlijksche Yergadering te atellen op den S^8» dier 
maand. 

Niets meer hiema aan de orde zijnde , wordt de Yergadering 
door den Yoorzitter gesloten. 



IJtXVl 2588TE RESTUUKSVERaADEIONG. 

Uvereenkoinstig het voorstel van den Secretaris wordt goed- 
gekeurd de volgende Bestuursvergadering als naar gewoonte op 
den 3^ Zaterdag in Februari a. s. te houden en den dag voor 
de Algemeene jaarlijksche Vergadering te atellen op den 28» dier 
maand. 

Niets ineer liierua aan de orde zijnde , wordt de Vergadering 
door den Voondtter gesloten. 



SANSKRIT-INSCRIPTIE TER EERE VAN DEN 
JAVAANSCHEN VORST ER-LANGA. 

DOOR 

Dr. H. KEBN. 

In het Muflenm Tan oudhedeii te Calcutta vindt men twee 

pooie tteeDopfichriften afkomstig vaa Java. Wanneer eu hoe 

& monamenten naar de hoofdstad van Britack-Iudie over- 

pivacht zgn, schgnt niet geboekt te wezeu, maar bet Igdt 

B. i. geen twgfel, of ze zyn ten tyde van het Engelsch 

teackenbestaur onder Raffles naar Calcutta verscheept. Ver- 

Boedflijk heeft Raffles zelf daartoe last gegeven, want om- 

tmt een ander gedenkstuk , den beruchten Minto-steen , die 

tluaf in Schotland nabg Hawick bewaard wordt, weten wy 

■it de beste bron , dat genoemde bewindsnian dien ten ge- 

«rk«iike tond aan den toenmaligen opper-landvoogd van 

Eof^lseh Indie, Graaf Minto. »I am very grateful**, schryft 

Ualtte in eenen brief, gedagteekend 23 Juni 1813, aan 

»for the great stone from the interior of your 

mimmd^ which you tell me, in your letter of the b^^ May, 

pat on board the Matilda. — I shall be very much 

pled to mount the Javan rock upon our Minto Craigs, 

it may tell eastern tales of us, long after our heads 

onder smoother stones**. ') 

Men kan niet zeggeu dat die overbrcnging van bedoelde 

yiiwikt^eekenen der Javaansche oudh.eid gestrekt heeft ieu 

der weieoflchap. Integendet>l. Had men die overblyfsi*len 

▼erdwenen beschaving rus^tig gelaten waar te waren . 

sDodeti le Toor degenen die het maeste belang er in 

liehler loegankelgk geweest zgn en eerder de aan- 

mn het geleerd publi(*k getrokken hebben dan thans 

hit fgefwl it. Natonrlgk heeft Raffles zulks niet voorzien, 

ig Torre van mg hem een verwgt te maken van 




S| IftlMf if im%, O. II.. Appwi4ii U^XXI. 
«sTs||r. X. 



2 

hetgeen hij deed, raaar toch meen ik dat zijii voorbeeld de 
verzamelaars van oudheden tot voorzichtigheid moet aanspo- 
ren. Alle voorwerpen die veiliger te bergen zija in de zalen 
van een museum dan elders, omdat ze anders blootgesteld 
zouden wezen aan de verderfelijke invloeden van het kli- 
maat of aan de vernielzucht en onverschilligheid eener bar- 
baarsche bevolking, schrome men niet van de plaats waar 
ze gevonden worden weg te voeren, maar waar geen gevaar 
te voorzien is, late men ze liever waar ze zijn. By wgze van 
voorzorg, kan men van beelden en opschriften nauwkeorige 
copien maken, hetzy lichtbeelden of afdruksels naar gelang 
van omstandigheden , en verder de afdruksels in gips over- 
brengen, opdat men altoos een getrouw beeld van 't oor- 
spronkelijke bezitte, indien 't laatste onverhoopt schade 
mocht lijden. * 

De twee bovenbedoelde beschreven steenen in 't Museum 
te Calcutta schijnen daar nimmer een voorwerp van onder- 
zoek te hebben uitgemaakt. Dat laat zich gereedelgk verkla- 
ren, als men bedenkt, dat beide mouumenten beschreven 
zijn met Oud-Javaanscbe letters. Men zal dus niet vermoed 
hebben, dat de taal van 't eene stuk zuiver Sanskrit was, 
want had men dit geweten, dan zou men zeker in eene 
plaats die zooveel beoefenaren van de heilige taal der Indiers 
telt, als Calcutta, niet nagelaten hebben van den inhoud 
van het stuk kenuis te nemen. Toen mijn vriend K. F. Holle 
te Garoet, aan wieus blik niets ontsnapt van hetgeen voor 
Java's oudheid en geschiedenis van belang is, van het be- 
staan dier opschriften kennis kreeg, wist hy zich afdruksels 
van beide stukken te verschaffen; het eene, waarvan hg ter- 
stond zag dat het in *t Sanskrit gesteld was, zond hg mg 
toe, met het verzoek den inhoud bekend te maken. Bg de 
ontcijfering bleek mi) al spoedig, dat het opschrift in cm 
den persoon die daarin verheerlijkt wordt en om de vermel- 
ding van enkele geschiedkundige feiten hoogstbelangrgk was , 
zoodat ik besloot den Sauskrit-tekst — voor zooverre die 
leesbaar was — met eene vertaling uit te geven. 

Ik zeide daar :*voor zooverre die leesbaar was", omdat de 
karakters op veel plaatsen, vooral in het middengedeelte , te 
onduidelijk zijn, althans voor mij , om er geheele volzinnen 
van te herstellen. Of die onleesbaarheid een gevolg is van 



3 

de omstandigheid dat de steeu van aard week is, zoodat de 
omtrekken der letters tengevolge van afschilfering niet meer 
te onderscheiden zyn, dan wel of het afdruksel niet met de 
noodige zorg bohandeld is, durf ik niet beslissen. lets zon- 
derlings is het dat hier en daar tusschen de regels flauwe 
sporen van letters zichtbaar zijn, zoodat het, oppervlakkig 
beschouwd , den schijn heeft alsof de steen een palimpsest is. 
Nu heb ik wel eens gehoord van koperplaten , die men na 
min of meer onvolledige uitwissching van eenen ouderen 
tekst opnieuw beschreven heeft; ook zijn er in Indie voor- 
beelden dat men op steenen over de oude letters been , nieuwe 
gekrabbeld heeft , doch dat men voor een stuk van dien aard 
als onze inscriptie ter eere van den doorluchtigen Er-langa 
is , een reeds vroeger beschreven steen zou gebruikt hebben , 
is moeil^k te verklaren. Ik geloof niet dat het raadzaam is 
zich hieromtrent in gissingen te verdiepen voordat men de 
zekerheid erlangd heeft dat diezelfde sporen van letters op 
den steen zelven te bespeuren zijn. Als vroeger of later een 
deskundige het oorspronkelyke nauwlettend onderzoekt, 
dan zal hi] dit punt denkel^k tot klaarheid kunnen brengen , 
en hg zal tevens, daarvan ben ik overtuigd, nog veel kun- 
nen ontcyferen van de gedeelten die op het afdruksel wei- 
nig meer vertoonen dan witte plekken op een zwarten ach- 
tergrond. 

De afmetingen van de beschreven oppervlakte des steens, 
zgn, naar het afdruksel te oordeelen , in hoogte: 1,24 meter; 
in breedte: 0,95 van boven en 0,86 van onderen. Het aan- 
tal regels is 37; dat der strofen: 34. De letterteekens , die 
eene flinke, geoefende hand verraden, zijn de gewone Oud- 
Javaansche, zooals men die op gelijktijdige koperplaten aan- 
trefb. De spelling geeft weinig stof tot opmerkingen, zooals 
men uit de transcriptie zien zal. Alleen wil ik hier vermel- 
den dat ten opzichte der verdubbeling van medeklinkers 
achter eene r geen volstrekte consequentie in acht wordt 
genomen ; men vindt nu eens kirti , purwa e. dgl. , dan we- 
der kirtti, purwwa. In tegenstelling tot de gewone spelling, 
op Java gevolgd, wordt de Anuswara onmiddellyk voor sis- 
klanken en h niet alt:yd door den nasalen keelklank vervan- 
gen ; men vindt simha , Jiamat , doch ook wahga, Regelmatig 
wordt de Anuswara aan 't einde der woorden of leden eener 



samenstelling geassimileerd aan eene volgende y oiwy overeen.' 
stig Pacini 8,4, 59. De in dit geval vereischte Anana8ik& 
ontbreekt; het is mij tea minste niet gelukt dien te ont* 
dekkeii. Het is echter volstrekt niet onmogelgk dat het tee- 
ken dier Anunasika op den steen nog zichtbaar zal wezen, 
want de copie is over 't algemeen te flauw en te vol s^gA' 
ten en vlekken dan dat ik over 't al of niet aanwezig zgn 
van zekere fijnere teekens een beslist oordeel durf oitspreken. 
Eindelijk zij opgemerkt dat het klinkerteeken voor den twee- 
klank du weinig of niet van dat voor o verschilt. Daar mea 
in geen enkel geval in twijfel kan staan of door den dich" 
ter dan wel du bedoeld is, behoef ik by dit punt niet 
langer stil te staan. 

De taal van het gedicht is gewoon Sanskrit. Ook van de 
prosodie valt niets bijzonders te zeggen. Strofe 1 — 3 en 9 
zijn in Arya-maat; 4, 5, 8, 15, 17—19, 21, 32 en 34 
in gardalawikridita ; 6,7, 10—13, 16, 20, 22—24 en 31 
in Wasantatilaka ; 14 in Maftjubhashi^i; 25 in Pfthwi; 26, 
27, 29 en 30 in Malini; 33 in Sragdhara. 

By de beoordeeling van de niet onverdienstelgke yerzen 
moeten wij in 't oog houden dat de schryyer een lofdicht 
op Koning Er-langa vervaardigd heeft en niet een kroniek. 
Yandaar dat hij van 's vorsten roemrijke daden gewag maakt 
op een wyze die wel geschikt was om bij de tijdgenooten, 
welke met de feiten bekend waren, de herinnering daaraan 
te verlevendigen , maar niet voldoet aan de behoeften yan 
een nageslacht, hetwelk van den gevierden Javaanschen ai- 
leeuheerscher weinig meer dan den naam kent. Eene duide- 
lijke voorstelling van hetgeen Er-lahga alzoo yerricht heeft, 
krijgen wy door het gedicht niet; het verband der gebeor- 
tenissen blijft ons ten eenenmale duister. Met dat al blgft 
er genoeg over om deze inscriptie hoogstbelangryk te maken ; 
als bijdrage tot de kennis der oude geschiedenis wordt ze 
door geene andere oorkonde in waarde overtroflFen. 

De herinnering aan Er-langa, of Air-Langa, zooals de 
naam in Oud-Javaansche stukken pleegt gespeld te worden , ') 



1) Daar e en di in onze inscriptie duidelijk ondencheiden worden, moet men 
aannemen dat het woord J/r, Maleisck ayr, toen reeds in de gewone nittpraak 
als er klonk. liet l(jdt trouwens geen twyfel dat de klassieke Oad-Jaf aanache tpel- 



5 

ii bg de onwatende JaTaoen sinds lang uitgewigcht. £r is 
BJ) teo minsi geen enkele Babad bekend , waarin zijn naam 
wmeld wordt Bg de Balineezeu daarentegea bestaat iiog 
it oferierering dat genoemde Torst in Kediri heerschte en 
M ooder sgne regeering bet eerste bloeity<lperk der Eawi- 
fitmtoar Tali ') Inderdaad weten wy dat eenige der be- 
iDtadile Oud-JaTaaDficbe gedicbien, de Arjuna-Wiwaha, 
ki( Smaradahana , de Sumanas&ntaka, in zgn tyd vervaar- 
^ ign. Dat er grond is om de Oud-Javaanscbe vertaling 
vu *t Mababharata in dienzelfden tyd te stellen , heb ik 
An aangetoond. ') De eeuw waarin Er-laAga leefde was 
fwdt bekend uit een zyner scbenkingsbrieven ') van den 
juv 945 ^'aka (= 1023 A. D.). Deze datum valt na de 
«fil# der in onze iuscriptie Toorkomende , en v66r de laat- 
ilc Er sgn nog andere onuitgegeven oorkonden van Er- 
h^ waarran de datums met de reeds l>ekeude stroken. 

Xocb de inscriptie , noch de oorkonden stellen ons in staat 
OB met nauwkeurigbeid te bepalen hoever bet ryk ran Er- 
bttgi lich uitstrekte, maar ze ))evatten ook niets wat recbt- 
itreeks in itryd zou zyn met de overlevering der Balineezen, 
41 kjj heeneber was Tan Kediri. Uit bet gedicbt leeren wg 
M kg hoog geeerd werd door den koning van Oost-Java, 
ta dat bg in latere jaren , na eenen tyd van wederwaardig- 
Mai« abi Teroveraar optrad, zyne \ijanden in H Oosten , 
Zoden en Wenten tucbtigde, en als opperbeer van Yawa- 
Mpa troonde in den jare 957 C»ka (1035 A. D). Eene 
4tr oomiddelgke gevolgen van zyne verbeffing was de sticb- 
aaf f^ner kluizenarij , die om baren prncbtigen annU^g Z4V> 
vmnaard werd dat van beinde en verre l>ezot»ker9 to<»stroom- 
4i Ofin xe te bewonderen. De ligging dier kluizenary wordt 
ai *t gedicbt vermeld; ze lag by den b<>rg PAgawat, een 
SMdoritKbe plaatsnaam die >ryk aan )>et4*lpalmi*n** )>t*tee- 
knt. HoogstwaarBcbgnlyk is POgawat slecbta eene yertaling 



4c WttrrkvMiige |:cwrorhtco eo uorkoodro rro OQ<ier t^dprrk <irr UaI 
lift, fn dftarait lol^ dat hff ()u>! Jaraanich itju va»trn %f>m alt 
iwAa irrkrrfm ha«l v<'M>r d<* ooi)«te on* brkmilr ttulkm 
I) a fnUeriA, VoorloopiK venlag. bl. 8. IH. tg. r\>rh hat Gtn XXII) 
f^ Om At CMJaTMMche Tcrtaliog tui t Mah4bb4niU, bl 6, vg ^Werkta 
im K«» Akiiriir w%m WHrntrb u AmtUrdAoi. 1877) 
$t Emn OwfcMidt V (in (>>brn StiurU aitgi%r) 



6 

van eene oorsproDkelijke Javaansche benaming, docb 
welke? Dat is niet zoo gemakkelyk uit te maken, en d 
om is het dubbel jammer dat men bet gedenkteeken 
zjjne plaats beeft weggerukt om bet te begraven in 
Museum van eene vreemde stad, waar niemand zicb 
Javaanscbe oudbeden bekommert. Het is m^ niet gek 
eenen bergnaam op te sporen die als eene vertaling Vi 
Ptigawat zou kunnen doorgaan. 

Uit betgeen onze inscriptie vermeldt omtrent de af komst ya 
Er-Ianga bl^kt dat bij van moederszijde afstamde van ^ri I^ana 
Tunga, beerscber van Java. Zijne moeder, Mabendradatta 
was de docbter van koning ^ri Makuta-Wan9a-wardbaQa, 
wiens moeder de docbter was van ^ri I9ana-Tunga. Nu 
komt onder de door Coben Stuart uitgegeven oorkonden een 
stuk ^) voor , uitgevaardigd door ^ri Mabaraja Rake Hino 
Mpu Sihdok , Qri. Ifana- Wijaya Dbarmottunga Dewa , in het 
jaar 861 9. (939 A. D.), zoodat de vraag opr^st of wg in 
dezen vorst den betovergrootvader van Er-langa te erkennen 
bebben. Ten opzicbte der t^drekening bestaat tegen zulk 
eene veronderstelling geen overwegend bezwaar. Neman wg 
eens aan dat genoemde uitvaardiger van bedoelden schen- 
kingsbrief in 861 g. reeds grootvader was en datzgnklein- 
zoon, Makufa- Wanjawardbana , ongeveer terzelfder tyd ge- 
boren werd, dan is bet beel wel mogelgk dat de dochter 
van dezen laatsten, de moeder van Er-langa, omstreeks 
't jaar 881 bet Ucbt der wereld zag. Is zij op twintigjarigen 
leeftgd moeder geworden van den beld der inscriptie, dan 
moet deze omstreeks 901 geboren zijn. Veel vroeger kan 
men z^ne geboorte niet stellen, want eerst in 957 berdkte 
bg bet toppunt van macbt en roem. Het zou dus volstrekt 
niet onmogelijk wezen dat de Qn l9ana-Tuiiga van bet ge- 
dicbt en de Qri l9ana-Wijaya Dbarmottunga der oorkonde 
van 961 ^^n en dezelfde persoon zyn. Men zou zelfs om 
bet vermoeden meer waarscbijnlijkbeid bi) te zetten, de aan- 
dacbt kunnen vestigen op twee omstandigbeden : de eene, 

A 

dat de docbter van Cri leana, wier naam als heerscbende 
koningin , (^ri l9ana-TuDga-Wijaya nagenoeg gelgkluidend 
is met dien van den vorst der oorkonde, in 't opschrift 



1) K. o. xxil. 






wordt UQgedoid — hoewel miu of meer bedektelijk — als 
(«oe btfgaDS igBter Tau 't Buddfaisnio ; do andere, dai de 
Khrnldiig ti i (^Vi Ifuna-Wyaya DharinoituAga Um behoeye 
lu eeo BuddhifttiAch heiligdom geschie<lde. Intusschen zijn 
im feiten niet Toldoende oin eene Taste oyertuiging te wek* 
bi, en het zai das beter wezen zich Tan gewaagde geToIg- 
tRkkiageo te onthoaden, tomecr omdat er nog zooreel od- 
■rtpgoren opachriften bestaan, die een tal Tan ongebruikte 
figef«u« jaartallen en Toratennamen , beyatten. 

Ik totgeyallea ran den held worden door den dicfator 
met aangedaid dan wel geleidelgk yerhaald. Er is in het 
^ geen gebrek aan beschqjyende yerzen, maar die be- 
ttbgfiogen hebben betrekking op byzaken , terwgl dc hoofd- 
abn tleehta aangestipt worden. Misschien is de dichter met 
opKt oyer sommige gebeurtenissen heengeglcdon , doch het 
ba kwalgk aan yoorzichtigheid , hoe oyerdreyen ook, toe- 
fvcluvTen worden dat hg zoo bgzonder spaarzaam is met 
ie yermelding yan plaatanamen. Eerder mag men yermoeden 
4il kg het zooyeel mogelyk yermeed Jayaansche woorden in 
tfM yenen te gebruiken. Den uaam Er-lai\gu, die echt Ma- 
leiKh-Pbljnesiach is , kan hy niet yerzwygen , maar h^ yer- 
oorkxrfk lich tocb het woord hier en daar te sanHkritiseeren , 
door *t eente lid der samenstelliug , fr, water, te yertalen, 
de doorluchtige heerscher door hem ook wel Jala- 
en Nira-laAga genoemd wordt '). 
fa lioofdzaak yertelt ons de dichter het yolgende. Er-lartga 
m de foon yan Udayana en Mahendradatta. Hy werd met 
onderscheiding l)ehandeld door (^Vi-Dharmawanfa, yorst 
Oostelyk Jaya, en yerwieri zich door een bezoek aan dien 
niet weinig aanzien. Niet laug daarna eyeiiwel trof 
het ongeluk dat zyne hcM)fdstad iii de asch werd ge- 
kf(d — yermoedelyk in een oorlog , doch dut wordt er niet 
hg Terield. Met eenige getrouwen , be<Iienden en aanzienlyke 



I l^mfs, 4. I. ftlarpen, Niruw Jav /i/«ya, wunlt ilixir «lru ilirhtt-r tter^rnM 
il4 !• iMrt liaailwoonlrnlKjrk ^an Kotir.ia wnnlt ttnaii* •ti(h;r^r«ro. maar 

ivoTM w nvit* 91* . iiiualt u. a blijkt uit erur |iUal» iu tltfu Kaotjil 

M^f «aja»j9wtffim- Aanfraamle dc rigrDaarJi|(r vonninfC vin dca ctgroAaaa 
TcrkUnag te gvTeo lo Balioccarbe IISS it Um^^ TerbatpeM lot 



mannen zocht hij een toevlucht in de bosschen, en daar, op 
den gedenkwaardigen dag van den IS^^^ der maand Magha 
van bet jaar 932 (^aka was het, dat hi] door z^ne getron- 
wen en de brahmanen, vol vertrouwen, werd gesmeekt, het 
gansche land in z^ne macht te brengen. Van toen af dag* 
teekende zgne zegevierende loopbaan; h^ beoorloogde met 
gunstigen uitslag naburige vorsten; fnnikte in 954 (}. eene 
gevreesde vorstin, die afgeschilderd «7ordt als eene reuzio in 
kracht, doch niet genoemd; ondernam een tocht naar de 
zuidergewesten , waar-vandaan hij met buit beladen temg- 
keerde; wendde zijne wapeneu daarna tegen het Westen en 
versloeg den koning des lands, Wgaya geheeten, op den 
13^^^ der maand Bhadrapada van 'tjaar 957 9* ^^^ P<^^ 
maanden later werd Wijaya door zijne eigene troepen ver- 
raderlyk vermoord, en op den laatsten dag yan Earttika 
yan hetzelfde jaar plaatste Er-langa zich op den iroon ak 
opperYorst van Java. In de volheid van zgn voorspoed be- 
sloot hij tot den aanleg der prachtige kluizenarg op de hel- 
ling van den berg PAgawat, wier fraaiheid die van India's 
lusthof evenaarde. Met den wensch dat de koning nog lang 
leven moge tot heil zgner onderdanen wordt het gedicht 
besloten. 

Ik laat nu de vertaling volgen van den tekst zelven, die 
hierachter in transcriptie is medegedeeld, voor zooverre ze 
leesbaar is. Aan de uitgave van een facsimile van het stok 
viel niet te denken; daartoe is het afdraksel te gebrekkig, 
en als bijdrage tot de palaeographie heeft het opschrift geene 
b^zondere waarde. 



VERTALING. 



HEIL! 



1. Hulde zij steeds den Schepper (Brahma^, die bg de 
schepping des menschdoms en bg het onderhoud (der wereld) 
met alle drie Gu^a's (attributen of hoedanigheden^ is toege- 



9 



rat, doch bg den onder^ang erkend word! als te zjju Gu- 
ftikoii'). 

1 Hulde Kg ook hem , die in de woreld bekend is als de 
Triwiknuua (d. i. de Driestappigc Wishqu), voor wien de 
H<cr der godeD (Indra), zoo groot door onielbaro helden- 
4ileti, xich altyd in Tereering buigt. 

S. Holde aan Qiwa, die den grooten Wonderboom (die 
iDe weoBcben beTredigt) overtreft , daar hij , hoezeer een 

«iiii') sgnde, door zyne yolraaaktheden in nog hoogere 
de wenschen en behoefien der schepselen bevredigt. 

4. Le?e*) Koning Er-langa, die door zyn ongeschonden 
foeden naam en barmhartigen zin de vrouwen yolgt; door 
ki taohalen ran den boog zyne hand een ergen sniet aan- 
•?ift, en, hoewel een held in den oorlog, door den rug 
te« te keeren aan zedeloosheid zich aan yree8arhtigheid Rchul- 
4( naakt, en zoodoende juist door zyne deugden niet aan 
gilvekeo ontsnapt. 

5. Er waa een vorst die de kroon spande onder de hoe- 
dtfi der aaide, en eene groote menigte van koningen over- 
voaaeo had; Tcrmaard in alle drie werelden , en in grooten 
Mdeamoed een leenw gelijk. Onder zijn langdurig bentuur 
bachi de Tergankelyke aarde onmeielyk veel vruchien yoort 
•■ fraoot sg yoorspoed. Het was de met luister, roem en 
maAi gezegende beheemcher yan Jaya, (^'ri-lfana-TuAga 
Seaaamd. 



1) D i is dctt tUat tm ntft of m mhitrario it Brmhmt Gaot-loot, maar in 
te rtMl ▼!• wtf-knaaheid of aU concreet wrzen gedaeht oprabaart by lirh in 
It ■i fMi vaa lidit c« ladelyke reinheid ; Tan trhemer. of io icdeiyke opratting : 
^MiC>' ffMi' *■ kwaad; tn etiuielyk. ran voUIageo daitternii. m geeaUlyk op- 
m^ nok booaltfid tm dwaliog. 

S, UkJUm bHaekcBt •paal*" tu it t^em ren naam van (,'iwa. IV rhetoritch^ 
■■iildkrai lift ta *t woordj<> •horsrer", dat allern paat alt de hoordrr sfAimm 
iffinkfcki; ^ •paal** oprat. DenrrlQke woordtpelinfceQ , die een niet freringe 
■il> twk ■■Miimk verradea. i^n de troU rn «ella»t drr latere loditehe diehten. 
V» Het jaiiit gebrvik van den imperatiefrorm Jaya/d^i (ei^ ry nrerwinnaar). 
A» a Wt loofesaaad klaMteke tydperk drr San«kritlettrrlLunde //•«» feldiiaaiD it. 
M fMt Wliitacy in lyne Saatlint Grammar ( 571 fr geen enkrl vnrtrbeeU 
••i «Mt aaa t« lulca, toont dat de dirhter ii^oc^l de Indiirhe tpraakkantt be«la 
Zalka neMit niet weg dat de const rurtie fms — duiAat in den e«ntrn 
if, althant in de klaaaieke taal gekeel onitewooa. Ilet 
to Wgriiptn waarom by bet deelwonrd frebmikt beWI intirde van 
(lit Uafcte niet in de maat paste 



V 



10 

6. Diens dochter, liefelijk door de reinheid Tan harei 
inborst {ahalushamdnasawdsaramyd) en de partig der Bud 
dhisten toegedaan (sugatapakshasahd) , gelgk aan eene zwaan 
die bekoorlyk is door 't verblijf in het reine meer M&nasf 
(akahishamdnasmvdsaramyd) en schoone yleugels heeft {sugoi' 
tapakhasahd); (zij) die de blijvende vreugde was van dei 
phenix der koningen (anders: van de vorstel^ke nianneijes 
zwaan), heerschte als koningin onder den naam van (^-l9ana 
Tu^ga-Wijaya. 

7. Toen maakte koning Qri-Lokapala '), een uitsteken 
vorst, oogverrukkend (in voorkomen) haar tot zgne welbe 
minde, en (zelf) beroemd om de groote reinheid van zg 
gemoed, maakte hij haar, gelijk de (blanke) Melkzee i 
(zuivere) Mandakini, aan zich gelijk in geluk. 

8. Uit hem sproot een zoon, uitblinkende in macht e 
bestemd om de aarde tot sieraad te strekken; die, daar z^ 
geest steeds gericht was op de bevordering van het welzg 
der schepselen, de aarde zegenr:yk deed gedijen, en gel^ 
de luisterr^ke WishQu met onvergel^kelyken glans verrezen 
onverschrokken kumbhas (potten) , (naraelgk de) kumbha 
(zwellingen aan de slapen) van de olifanten der vgandeo 
verpletterde ; een vorst der vorsten. 

9. Deze onvergelijkel^ke monarch, bekend onder de 
naam van ^ri Makutawan9awardhana , een zon in het gn 
slacht van ^ri I^ana, blonk helder uit in dapperheid. 

10. De overschoone dochter van dien vorst, die om i 
voortreflfelijkheid van haar wezen (?) als het ware het rgto 
geluk van Java in levenden l:yve was, ontving van hare 
vader den (bij)naam — die ook buiten het eiland populai 
werd — van Qu^apriyadharmapatni (d. i. echt-gemalin va 
den Vriend der Deugd). 

11. Er was namelijk iemand van uitnemend zuiver bleed 
de uit een beroemd vorstengeslacht gesprotene Udayana. H 
was het ^) die de schoone prinses Mahendradatta plechti 
huwde. 

12. Uit hem sproot een zeer schoon kind, Er-laAga-Dew 



1) Ik denk dat dit hier een eigennaam is, ofschoon men het atu den vor 
van "t woord niet zien kan. 

2) £r staat eigenUjk: «\vien8 naam bekend ii*\ d. i. ,de ▼oornoemde.'* 



11 

fTPnoemd, gelqk R&tna uit Da^aratha (en) diens meer- 
tkre duor sgne voortreffel^ke hoedanigheden ; h^ muntte 
oit ondar alien in den lande en was innemend in alien 
Me ^). 

IS. Toen hg door den heerscher ran Oost-Java, zgn aan- 
mwint, die door *t hooren Tan zgne vele deugden begeerig 
VM liem te sien, eerbiedig uitgenoodigd was gewonlen op 
ii bniiloft yan diens dochter, verbreidde zicfa de roem van 
te edelaardigen Er-laAga weldra allerwege. 

14. Niet lang daama werd zyne hoofdstad , waar zoo lang (V) 
Moe TTolykheid heerschte als in Indra's rgk, in de asch 
gdegd. Vergeteld Tan eene geringe ruiterwacht ^), Tan zyne 
frulboden, en de Toornaamsten des yolks begaf by zich 
lair de boncben. 

15. En toen, in bet belangqjke jaar 932 na den (^aka- 
^ont, den 19^*^ yan de licbte belft der maund Magha, op 
«nai Donderdag, kwanien tot den doorlucbtigen monarcb, 
Kooiog Er-IaAga, de onderdanen en de yooruaaniste brabma- 
Mfi, met innig yerlangen, en, eerbiedig gebogen, ricbtten 
q to! yertrouwen de bede tot hem : > Iteheerscb bet laud tot 
•Ml de uiterste grens!** 

16. Waoneer zgne talqjke tegeu^tanders yernenien boe die 
voni, na gewgd te zyn tot (toekorontig) keizer, door zgne 
■acht de menigte der yganden ovcrwon , yreezen zjj ook 
B« BOg in 't bereik te komen zguer armen, als waren bet 
iiugen, en leereu zg, als bet ware, eene wankelmoe<ligbeid 
fie hoD TToeger yreemd was. 

17. Vertcbeiden yorsten yan Jaya hebben de inkomsten 
in laodn genoten onidat zg smeekelingen werden by bun 
Wfnurtander; uit kracbt bunner koninklgke geboorte geno- 
tn ban lonen (?) (we<*lde) op den koningstroon , maar de 
iooriucbtige yorst Erlai^ga-Dewa, van geslacht een yoorgan- 
ftr onder de poteutaten , acb, bg heeft alleen een bitteren 



l» KsUlhrims Wicrktnt tr«riit .Door d« kunttrn ((li« by Wrde; bektgtade** 
sy^trSmto H4mo |(m«t ib dr %rrtolki&|e nataarlyk te loor, er is oieU 



tf Ut lettergrvep Jm ik in de truitrn|»tie uoiigeYald heb gelatca, vertooat 
A ftk f«Bt oMlvidel^ke /« of f^ , dgrb 6tX gceft gem tin. Ik vcnaoe«l dal er 

} km ilOTa ptm t»t tlMn ro beb dienovereoikoaMtlfr ^ertMld. 



12 

vijand : koude en hitte , aan het lichaam te yerdragen ') ter- 
wijl hy rondzwerft over de aarde. 

18. Op den troon gezeten, met beide voeten op de hoof- 
den der vasallen; dagel^ks samensprekingen houdende mei 
zijne aan de overweging der staatszaken zich wgdende mi- ~ 
nisters, houdt hij vaak zitiing, vergezeld van (dienende) 
vrouwen en omgeven van helden in schitterenden wapendos, 
en, hetzi] een proces (door zyn rechterlyk oordeel) verlorou 
wordt of gewonnen , altoos is zyn holder inzicht even bewon- 
derenswaardig. ^). 

19. >M^n gemaal, die zijne kinderen en mjj, hoewel hg 

ons zeer liefhad, in eens heeft achtergelaten , cm 

te gaan tot de Nymfen des hemels gehoorzaam aan 

Uw bevel. Gij zijt in de wereld bekend als iemand met een 
medelijdend hart: hoe kunt Gij dan zoo geheel anders han- 
delen? Waar, o Koning, is Uwe barmhartigheid ?" zoo 
klaagt de vrouw van eenen vyand 

20. Zekere (vrome) die naar Verlossing streefde, . . . . ; 
aardsche goederen, dat vuil, zijn een groote v^and voor 

het erlangen van Een ander die van den koning 

gew^de spreuken ontving, welke hem (eenmaal) den hemel 
zonden openen, word als het ware zign leerling. 

21 »Waarom tracht g^ de kluisters (der zinne- 

lykheid) niet door werkzaamheid te slaken? Waarom hebt 
gg er behagen in, daarmede behebt te zgn? Wat doet gg, 
wiens hooge zin (?) geroemd wordt, met die onstoimige be- 
geerte om de genoegens van 't minnespel te smaken? De 



1 



1) De dichter gebraikt opzettel^k driemaal hetzelfde werkwoord b/k$ff\ dat in 
onze taal oamogel\jk in de bier voorkomende verbindingen met ^n woord temg 
te geven is. De lezing toijjd] is zeer onzeker; men zoa eer verwachten tuiktim^ 
docb er is geen spoor vaa u onder de doideiyk leesbare t 

2) De bescbrijving van dc stiptbeid waarmede £r-Ianga zyne koninklfjke plich- 
ten b\j de aadienties en daarmee gepaard gaande recbtszittingen waamam, schyut 
oppervlakkig bescboawd hier misplaatst, daar de dicbter tocb wel niet zal heb- 
ben wiilen zeggen dat de' koning in later t^d minder naawgezet was. De inhoud 
▼an den eersten regel is kwal^k te rijmen met den staat van iemand die, zooali 
in de vorige strofe gezegd wordt , .over de aarde zwerft.*' In de volgende strofen 
is er ook veel daisters, niet bet minst ten gevolge van de leemten in den tekst. 
Zooveel ecbter kan men uit die verminkte volzinnen opmaken, dat de diditer 
daarin een denkbeeld beeft wiilen geven van de veelzydige deogden en talenten 
waardoor £r-langa zicb onderscbeidde. 



I 



13 



roem die loot ing bewerkt en geeft, blank . . . , 

& (tUeo; w< It bestendig geeerd." 

22. »Indni hebbe bet groote woord onder de onsterfelgken 
m ig flout in daden; Kubera zal uitdeeling ran goederen 
Itodai onder ggne afbangelingen en de schare van bulpbe- 
kMfivdaa ; Yama lal alien door den dood rereenigen*' ; zoo 
ivksoi bet den Scbepper (Brahma), de wereldhoeders . . . 

tt. Br was een koning ; diens edelaardige zoon, 

BUAmaprabbiwa geheeten 

34. Ea een andere, Adhamapanuda genaanid. die als Ra- 
viQi in peraoon eene overgroote meuigte ran adhamCihga'B 
hsit *). Dien versloeg bg weldra. 

25. En onmiddellgk daarop ("rersloeg) de naar wereldver- 
omiag fftreTende Torst den koningRz^on ; hg verbrande plot- 
•iia^ diens miidentie, soodat er nietM ran orerbleef, en in 
kil jiar 953 Tan (^'aka blakerde de uitstekende monarcli diens 

I ilileo berhaalde malen. 

26. Br was ook in bet land eene vrouw van geweldige 
faiekit aan een reuzin geljjk. Onrenraard trok bg naar 
kisr sehier ontoegankelyk gebied. Hot was in bet') jaar 
K4 fan ^aka, dat de koning zicb beroomd niaakte door 
imm prgs is schieten. 

27. Oelyk een Tlammende draak (met Turige tongen) om 
sell been Ukkende, verbrandde bij flink *) die uiterst onbe- 

auidelgke streek. Na zeer reel buit bebaald en dat 

ign dienaren gescbonken ie hebben, nam by, onder 

dt brahmanen en asceten , den roem allet'u Toor zicb. 

a. Door eerzucbt l»ezield, trok \\\] (iiiartia, in den jare 

Qaka *), op den \^^ ran de eerste belft der maand 

** m Ttrmocdei^k Urcat .Toetknerhtcii**. KAwsm, kct twI- 

« 

Wd Bunel^k, BOMb ara wret, SO %twmu en bet srli^^t dat <U 

^mditigvi hmti gtadit km ook het OMvr daa grwooc pU\ too- 

H<i kev^ dat act .Toct*' kier ook .«ortkiie<*kt" brdovid it, 

Aadan kui MtAtwaSmfm ook brteektom •ieauad Tta ets s»- 

Mtwat fo»derlis|t kliokt. 

it ««i ftoplap, daar ket kier sock •in dtt** Dork .in ditwlfde'* kaa 





dinit mrrr om era wonrdt|ieliii|( bH dsl§Jkm4m mofer^ik to 
mm d* krirkt en fritikrid der •rkilderinir tt vrkoofoa 

ia cTB rfmom:tm vmi aaiiii. mi«d iHiar mmkks alleea in dea tia 
* kal S*^ V aaadaidt, \% ket gebrmtk Tta Upmmn mmr daa g** 
aar «■! doai ata dicktar al aict q«i de maat? 



Bhadrapada, op eenen goeden Woensdag, naar het Westen, ! 
met een ontelbaar leger yan strydyaardige en krachtige man-* 
schappen. Onder de toejuiching der wereld behaalde hg eene 
volkomen oyerwinning op den koning, Wgaya geheeten. 

29. En in dat jaar 957 van ^aka, op den S^tcn der don- 
kere ^) helffc van de maand Earttika, des Donderdags, weid 
de koning W^aya door diens eigen troepen gevangen geno- 
men — dank zij de aanwending yan de middelen van staaiB* 
kunst, zooals die in het leerboek van WishQugupta *) ge- 
leerd worden, — en sneefde hij onmiddellgk daarop. 

80. In den jare 957 ^) na den ^akavorst, op den laatsten 
van Karttika, des Donderdags, plaatste de edele Doorluch*' 
tige Eoning van het eiland Java zegepralend zich op den 
van juweelen flonkerenden troon , nadat hij zijne voeten ge- 
zet had op het hoofd zgner vijanden. 

31. Thans, na het Oosten, Zuiden en Westen veroverd 
en alle vijanden verslagen te hebben , na alleenheeracher 
geworden te zijn van het gansche land , wordt Zgne Majee- 
teit Er-lafiga door de koninklijke Fortuin, welke geenen 
anderen vermag aan te zieu, dicht in hare schoone armen 
gekneld. 

82. Nadat hij z^ne vijanden door groote geestkracht , door 
z^ne heldendaden, alsook door allerlei middelen van staatB- 
kunst, ten onder gebracht had, heeft Z^ne Majesteit Er-laAga 
nu h^ een groot vorst geworden was, aan de helling van 



1) Er zal wel tita voor siH te lezen z\jn. In dit geval luidt de vertaling: der 
Uekte helft. 

2) Wishnagapta is de Indische Macchiavelli , wiens leerboek over staaUmanskiiBSt 
onmisbaar geacht werd voor alle diplomaten. Er is van het Indische tteltel wut 
staatsmansw^sheid veel kwaads te zeggen, maar de lessen daarin Terrat wordea 
ook baiten Indie thant nog getrouw in acht genomen. 

8) Uit het Terband volgt uoodzakelyk dat maia, hetwelk volkomen daidelfjk 
to lezen is, »zeven" moet aandaiden. In de woordenboeken wordt een woord wuiJtm 
▼ermeld, maar niemand weet de beteekenis er van. Zoo maka geen Bchryffoat 
is — en het is moeielijk te zien ait welk ander woord voor zeven het hier lOtt 
konnen staan — dan moet maka iets beteekenen wat kan gebezigd worden om 
gezegd cgfer aan te daiden. Daarvoor komen zooveel begrippen, byv. berg, ma- 
zieknoot, versmaat. paard, ziener, in aanmerking, dat men er moeielyk naar 
kan raden, welke van die alien bedoeld kan geweest zQn. Even gewaagd ton het 
wezen te veroaderstellen dat de dichter maka nam in den zin van m4i, en omdat 
dit een naam eener muzieknoot is, de vrijheid zich veroorloofde auufes g^l^l^ te 
ttellen met «muzieknoot" (getalwaarde : 7). 



15 

dfo beerlgken berg POgawai eeue heilige kluizenaqj laten 
mibo, hetzy om zijne macbt te toonen of uit onverbreke- 
l9ke troaw aan eene gclofte om de goden gunstig te stem- 
BCtt eo te berredigen. 

S3. Hooreude ran deze weergalooze koninklyke kluizenary , 
vdke aiet Toor Indra^s lastbof behoefl onder te doen, wed- 
frem de menscheo onophoudelgk om er been te gaan en 
ilwHi ly (alles) aan met oogen die van verbazing trillen; 
q itnngeo kransen, ens. a!s blyken van bun ingenomen- 
Wid en hebbeo den mond toI van den lof van dezen uit- 
Mmtodea Torst, dien zg als eene Zon onder de fiere 
(kMncken) acbten en om zynen luister vereerenswaardig 
Mcmeii als een Manu. 

Si Moge de gemeente der burgers op bet pad der deugd- 
aaen wandelen! moge de wandel der staatsdienaren gereebt 
iIb! Mogen de asceten streTen naar bet beil aller wezens! 
(Ea) ten aanzien Tan den koniug zelreu is onze bede: >Daar 
Wi tas Zyn leren en aan Zyn bestuur den lauds te dan- 
ba if dat deze (alien) in gerecbtigbeid kunnen gedgen, 
moft Zgoe Majesteit Erlanga-Dewa daarom nog laug leren !'* 



TEXT OVERGESCHREVEN IN NA6ARI. 



^EPpr ^ ?T: yW^HH^ ^ ^FFRrlrFJ II (1) 
ililfUIHi^shHii^UII yUI^UHHHJ|litr4H H^ 

*rMj.HHHjH!^: ^:frf?T rT^ fePT RH! II (3) 
^^I'^MsIri mtkH siMHI^H^HIHI ^: ll (4) 

HHfi*irHclHlP<=IHJ McmiHl^HflJ^IHrJ^I^^MJ II (6) 
HWIrHsll*r[^HHH'=IIH(^l 

'M^IHH^i^slMiH ^JTsT ^ II (6) 



17 



r|iai*(1r«UirMHl?*«iHlPlHt(i 
y HW^H'jylHHfHWHIJI : il (7) 

sfFOT ffTT ^ JJUlUlUy^^qcrt n (10) 

^a^ji^'n •jy*jHi*jyd^ FT II (11) 

Vk^ ^ r<oM4jHWHI^ II (12) 

♦1**5|i^-<»1l J|UI<|U|'HC|ullrt|^»»i 

=?n^ H^ MWH^IM^^'H^lrHI II (13j 

*q[^55r!^T7m g^ N'(i) 



I^sifiH 1^^ (h1 {H ^Hf^ JH : MI«^r>JHHlQlH*^ II 
^^WH1c< (tPT)H^H^'^\ II (16) 

sU1HW^4 fT^l?R Nsi'^oliy^riM^ Hr!rFR[ II (18 

5^PTn#i^FHFfti^ H^m fi^ r^: ?t^- 

H^i|^1ilH^I ------ illMll^^MWol 

^ {Tsl^ W ^grM^GfHHMI - - - <IT FTII^ II (11 
^ffgrgn^ --- ------ 

- anr^ mhhhiIh h«^h^iIh: I 

-HH4|td ftr^ ^ rFT ^FFH *IIHlr^ II (2( 



19 



^ ^ r 



pTfTT 



Wr^i V«JI^*^ I ?T*)tr5F?r - - HM4H«^MVI*i II (21) 
^^ gfj^ V. - fs5P^ ^ ^TsTT II (22) 

fnni^ ----- cirT - - - 

HI'^iyHN ^ RFT gHt H«^lrHI 



^ vy 



-«^«-..w-.. FrT^F[ II (23) 

- - - - PI - w _ « »^ _ #|4|r^ 

-------- •^44(MlrlHIVJ II (24) 

1^ HiyiHH^IMHJI^IUU^-^t^H II (26) 
•fjiH^WH^.H^iHUm^^lH^IM : II (26) 
feriHTpFM ^iFh^cII^^hi: n (27) 



20 



g^TJ^WFTT^ chlfrl^ Rife rriFP^ 

sPrfrT [Hi%H4l<l {(Nr^«^IHH^: ll (30) 
^•l^^[|ys1JH W^ (IsIHt^hI : II (31) 

5minwfirnn i^ srirFnT srr'^J^ ^^ 

HHli<y1[H*l{IHrjfrl^i5l(yis<l ^isM^^Hfjm Ul I - 



il 
S O T K X. 

I Ziwt ttjui «r dnidttltjk, dooh het vereinohUi woord in rtUAssapif. 
t Bi&€ wtm Toor de hand ligf(«u te leceu "ritkiAttd, ware hot uiet dat de uit- 
Imub liHwni>i|i oDnmk«tihttar aeno r bevatte. 
S Ik gii dat v op den stean pfikuwik ateat. 

4 Br ilattt dwdaiyk ksmim^ ofioh<K>ii dit woord hier tiiet te pM komt. D« 

T«rtooat da tporai ran aene m, met eene g<»ed nohtbar* • 
Ik howl hei at voor dat de stoeDhouwer de u v ai - k ecr d dijk geplaatot 
A. «r ii ia Wmo kamim iUrmrid- 
S 




V 



DE HERHALING MET VERANDERING VAN 
KLINKERS, IN HET SOENDANEESCH. 



DOOR 

S. COOLSMA. 



In mijne //Handleiding bij de beoefening der Soendaneesche 
taal,// is ook een hoofdstuk (het XVIe) gewijd aan ''de her- 
haling met veratiderde kliukers// waarmede bedoeld wordt 
die klasse van afgeleide woorden, welke gevormd is door her- 
haling van het woord , met gedeeltelijke of geheele verandering 
der klinkers in het herhaalde gedeelte, of soms wel in beide 
leden. Sedert lang was het mijn voomemen, deze herhaling, 
die in het Soendaneesch menigvuldig voorkomt en van rijke 
beteekenis is , eens met meer aandacht na te gaan , dan waartoe 
ik in staat was tijdens het schrijven van genoemde Handleiding 
(in 1872). Eindelijk heb ik dat voomemen kunnen volbrengen , 
en het resultaat, waartoe ik gekomen ben, wensch ik thans 
hier mede te deelen, ter aanvulling van hetgeen in mijne 
Handleiding over deze soort van woorden gezegd is. 

Het is mijn doel niet, hier te spreken over de beteekenis der 
aldus afgeleide woorden. Aan hetgeen daarover voorkomt in § 157 
der Handleiding, zou ik weinig van belang hebben te veran- 
deren of toe te voegen. Het is de vorming dezer eigeuaardige 
woorden , welke ik op 't oog heb , het nagaan der regels , naar 
welke de taal bij die vorming te werk gaat. En dat hier 
sprake mag zijn van regels, en we ook hier te doen hebben 
met orde en niet met wanorde en willekeur, zooals bij een 
oppervlakkigen blik schijnen kan , zal , naar ik meen , nit het 
volgende blijken, al zuUen we 't ook hier ten deele bevestigd 
vinden dat er //geen regel zonder uitzondering^ bestaat. 'J^Elke 
taal is een ruine/^, heb ik Dr. van der Tank eens hooren 
zeggen. 



2.1 

r^ hrrhalinf; mrt voranHrrincr van klinkrr^ (rrft inrn in het 

Snrnt[ian«*e<ch aan bij cle wprkwoordrn. Het is waar , er zijn 

rnkfir zrlffitamlippp naamwocinleii , die dez<*n vorin kunncn aan- 

nrmt*ii« roaar hun aantal is zoo iK'perkt, dat zij nauwelijks 

■Mvtrilen (%. A. Motbemcrkingen). En dan zijn het vcwral de 

fUmvoonlrn , die voor dezrn vorm in aanmerking komen: slecht« 

«f vetnigr a%eieide wcmrden wordt deze herhaling toegepa^t, 

m dan <eed9 zin), dat wat aan het stainwooni tocgcvoegd is, 

iftn de verandering uitgesloten is. Xu zijn de meeste stam- 

voortlen in het Soendaneeach tweelettergrepig , en zoo komt het , 

hi ve dit mort van herhaling dan ook het meeat aantreffen 

bij df tweelettergrepige woorden. Zij wordt echter ook op een 

8)K cmbelanitrijk aantal drielettergrepige w(x)nlen toegepast en 

idfr ernlettergrrepigf woorden kunnen dien \onn aanneinen. 

(hkr de woorden van meer dan drie lettergrepen is mij 

4tAt» f^n bekend dat met deze herhaling voorkoint, nainelijk 

pmdtaimigimtiff-pirikUmgiing. 

Ik vensrh ecrst dc tweelettergrepigi*- , dan de drieletter- 
ffitpige-, en ten alotte de «Vnlettergrepigt» woonlen tvi l)e!«chouwen , 
m wei op deze wijze, dat ik : I. in alphahetischc volgonle 
{iff klinkers) in een voorbeeld of voorbeelden laat zien , welke 
veruMieriDg aangebracht wordt; II. de regels aangeef , waamaar 
iem Teraodering geschiedt, met de mij b<;kende afwijkingen ; 
III. daaniit date maken gevolgtrekkingen atieid, en IV. c*en 
tafel aan de hand doc die als hulpmiddel diencn kan, om in 
Ivijfelachtige gevallen het stamwoord te kunnen bepalen. 

A. DK HKEHALINO BU DC TWF.KLirrTKRDRKPinK W(M)Enr.N. 

I. De wijze van verandering. 

De venmdering heeft plaai^ in het tioortle lid, met uitzcmde- 
rui|r van n*. 29 en enkele afwijkende vormen. Het veranderdc 
hi if 'geqiatieerd. 

I. #. .« wordt M . .cN^rdoedoek -da<iak, oemboej -ambaj, 

roempoc-rampa. 

Af^*.: rimpi-rampaof rampa- rimpi; 
tjabak - tjibik of tjabak - tjebek. 

t, m , .i " p# . . « : rocndag - randrg (iVnig ge\al). 

S. « . . # « ^..a : goelak - galek , loemah -lameh, roe- 

wek - rawek 



24 

4}. a . .euwordtoe . . a : boewad-baeud , doewaug-daweang, 

loenga -langeu. 

5. a . . » // oe . . a : boelak - balik, goesak -gasik , oe- 

brak - abrik. 

t). a . . /' oe . . a :goera-garo, hoewak-haok, loe- 

dag- ladog. 

1 . a . oe " oe . . a : loentang- lantoeng, oendjak-an- 

djoek, oesrak -asroek. 

S. ^ . . a // oe . .oe : soeutoek - sentak (^nig geval). 

9.6''..^ /' a ..a : kapar- keper, Iajap-l6j6p. 

Afio,'. koepoer- keper. 

10. ^ . . ^ /' ^ . . a : delak - delek . djebang - dj^beng, 

s6gah - segeh. 

11. ^..» " ^ ..a : djebras -djebris, emah-emih, gS- 

bras -gebris; 
oi oe , . a : boetjas - betjis, go e bras -gebris. 

12. ^ . . (> /' ^ ..a : gedar-gedor, sentar-sentor, tempa- 

tempo. 

13. ^ . . otf '/ ^ ..a : djental - djentoel , gebrag-gebroeg, 

segrak -segroek. 

Afw,\ djoental -djentoel. 

W. e . , a " oe..a : koctap - ketap, poenta - penta, tjoe- 

plak - tjeplak; 
ofoe.oe: roejoeiig- rejang, toewoek -tewak. 
A/w.: kaplak -keplak. 

15. tf..^ " tftf..a:moesain- mesem (^nig geval). 

l^. e . . e ft a ..a : aham-ehein, gasal-gesel, rarat-reret; 

ofod . .oe: koetjoeug - ketjeng, loeoet*- leet, 

roeroet - reret; 
o\.oe..a : doegdag - degdeg, koesar - keser, 

loentja - leutje. 

n.e..o // oe . . a : koemat - kemot, koenjam- kenjom, 

tjoeraug- tjerong. 
Afw. : r o e j o e n g - rejong. 

IS. tftf . a ff 0« . . a : roehak - reuhak (^^nig geval). 



25 

lt< €u . #iiwordta . . a : raiigah - reuugcuh {66uig geval); 

ofoe . . oe : doeloe - deuleu (^nig geval) ; 
ofp#..a :roengah- reungeuh (64n\g geval) ; vgi. 
16 (derde geval). 

20. #« . j 'T 00 . .a : boelat - beulit (^nig geval) ; 

of a ..a : pantjat- peuntjit (^nig geval); 

tl i.m " 00 , . a : roeudat- riudat, roengkang- ring- 

kang, soempang- simpang. 

£2.11.. 2 00., a : goelak -gilSk, oedar-id6r, roeiig- 

kal - ringkel. 

£3. • . . m f 00 . . a : koewa - kijeu, loegah - ligeuli, loe- 

wak - lijeuk. 

24. f . . i # a ..a :alak-ilik, gandang-giiiding, sang- 

kal -singkil; 
ofp#..a : gofdag- gidig, goendang-ginding. 

25. i . . 00 " 00 . , a : hoewal - hijoel, roewang - rijoeng« 

tjoedah - tjidoeh. 

tS Q . . m " 00 . . a : loembang- lombang (zel&t. naainw., 

^nig geval; vgl. £9). 

27 9 .# " oe . . a : koerad - kored , lochar- lohcr, roe- 
bat- robet. 
A/w.: robat-rabct, v. robet. 

29. # . . • « m ..a : dangdan - dongdon, gadag-godog, 

langak - longok ; 
of 00 . . a : loengak - longok , rocga - rogo, toe- 
lal-tolol. 
Afw.\ tjoekoet - tjokot. 

29. m .a » m . ,0 \ loempat - lampet, moerah - mareh , 

oelas - ales , oewar - aer (vgl. toelang - 
taleng, Zflfst. naamw. [z. 26], even- 
eens met de verandering in \ laatste 
lid, want de stam is toelang); 
of a ..f : boedal - badil, rielang- aling, poejang- 
pajingan (nevfns poejang- pajeng). 

%^ 00 I " oe . a :djo(riigkal - djcjrngkfl , koetjam - 

koetj^in, oenggak • oenggfk 

Zi 0€ 0m ' v0 . . a : horlang - hurleung (ei*nig ge%al ) 



26 

S2. oe . i // oe . . a : goelang- goeling, loewas- loewis, 

toelas - toelis. 

Afw.: boesak - basik, v boesik; 
tjoelang- tjaling, v. tjoeling. 

SS.oe.oe »f a ..a : pandjang -poendjoeng, sagah-soe- 

goeh , tandjak- toendjoek . 

NB. In deze lijst ontbreken tweelettergrepige woorden met 
de klinkers ^ . . eu\ e . .eu\ e . .%\ e . ,oe\ eu , ,^\ €u . .e\ 
en , . o\ eu . . oe\ i . . e; i' . . o ; o . .^; o . . ew, o . . i; o . . oe\ 
oe . . e en oe . , o. Stamwoorden met deze alzoo gepaarde klinkers 
komcn ten deele voor , ten deele niet , maar ook van die bestaan 
heb ik geene herhalingen in den hier bedoelden zin aangetroffen. 

n. Kegels, waarnaar de verandering geschiedt. 

o. Bij gelijke klinkers wordt in beide lefctergrepen : 

a veranderd in oe\ 

)i 't If a\ 

e ff // a of oe ; of wel de eerste inotf , de tweede in a ; 

eu *' " A ff 0€\ ff ff ff ff ff oe^ ff ff " tf 5 

% // ff (i\ ff ff ff ff ff oe ^ ff ff ff ck\ 

ff ff d'^ ff ff ff ff ff oe , // ff ff G] en 

oe ff ff a. 

b. Bij ongelijke klinkers wordt in de eerste lettergreep: 
a steeds veranderd in oe\ 

i soms // ff oe (z. 8 en 11), maar blijft doorgaans on- 

veranderd ; 

e steeds ff ff oe\ 

eu ff ff oe^ of soms in a (z. 20, vergel. met 19); 

f // ff ff oe\ 

ff ff oe; en 

oe in d^ngeval // // a (bij 29), maar blijft overig. on veranderd. 

c. Bij ongelijke klinkers wordt in de laaiste lettergreep: 

a soms veranderd in oe (8 en 14), ^ns in e of j, maar blijfb 

overigens on veranderd; 
i steeds // //a; 



e 


ff 


ff 


ff 


«; 


eu 


ff 


ff 


ff 


«; 


• 


ff 


ff 


ff 


«; 





// 


ff 


ff 


a; en 


oe 


ff 


ff 


ff 


a. 



27 



i 





III. (iev olgtrek k iugeii, uit 't bo v eu^taand e 

afgeleid. 

bij ver»ndering over in oe, een eukele maal in « of i (29); 

^ a, ^ f ** /f'Otf (Sen 11); 

•* » a fA oe\ 

" It ti ft oe\ 
m n m a f 0€\ 

m M Q m Qg ; 

00 a. 









IV Tafcl, oin in twijfelachtige gov alien hot stam- 

woord te kunnen bepalen. 





B . . 


. a 


14, onregelm. 


00 . 


. a . 


. e 


.0 17 




B ,i. 


.« 


9. 


oe . 


. a . 


.^. 


. oe 13, onregtOni 




B . . . 


. 


16 regelmat., 1 
onregelmatig. 


00 . 


. a . 


. en 


.a 18. 




B . eu 


. ai 


19. 


oe . 


. a . 


. eu 


. tf»19. 


mt 


9 . . m 


• 


20. 


oe . 


. a . 


. eu 


. • 20. 


S . i 


• 


• 


24 regelm. , 1 
onregelmatig. 


00 . 


. a . 


• 

. 1 . 


.a 21. 




^F ^F • 


. 


28. 


00 . 


. . 


• 


.if 22. 


^B 


i . .0# 


. 00 


88. 


oe . 


. a . 


• 

. t . 


. eu 28. 


W • • ' 




. 


10. 


oe . 


. a . 


• 

. 1 . 


. j 24 






• 
. f 

. 

.90 


11. 
12. 
18. 


00 . 


. a . 
. a 
. a . 


• 

. f . 

. . 
. . 


. oe 25. 






.a 26. 






,0 27. 


w 




. m 


1 , onrq^m. 


p# . 


. a . 


. . 


. (? 28. 






. # 


27 , onregelm. , 


00 . 


. 41 . 


. oe. 


.H 80. 


m 4 




.a 


2. 


00 . 


. a . 


. 00. 


. ai81. 


#tf 4 




. tf 


8 en 29. 


00 . 


. 41 . 


. 00. 


. i 82. 


## i 




. /« 


4. 


atf . 


. 00. 


. a . 


.a 1 


M . 




• 

. a 


5 en 29 regelm. 
82 onrq^m. 


Otf . 


. 00. 


.if . 


.« 8. 


m i 


V w 


. 


6 


00 . 


. 00. 


. . 


.0 14 


m i 


p sP 


. 0€ 


7. 


Otf . 


. 00. 


.if . 


. if 9, onregplm 


00 4 




. a 


14 


oe . 


00. 


e . 


.e 16 


00 i 




i 


15 


C^tf . 


00. 


. e 


. 17, onrrgrim 


00 4 




. e 


16. 


o« . 


. Oi'. 


. eu 


#•19 


00 4 


p ^p 


• 
. f 


11. 


oe . 


. oe. 


. u . 


. 2H, onregvim 



28 

Slotbenierkingeii. 

1. Wanneer de veranderingen immer plaats hadden in het 
voorste lid van het dus herhaalde woord , dan zou bovenstaande 
tafel overbodig zijn. Het blijkt ecliter uit I duidelijk, dat de 
verandering wel eens plaats heeft in het achterste lid (29) en 
ook wel in beide leden. Daarbij zijn er vele zoodanig afgeleide 
woorden, die slechts in den herhaalden vorm voorkomen. In 
al zulke gev alien, waarin van den regel wordt afgeweken of het 
stamwoord onbekend is , kan het stamwoord , met behulp dezer 
tafel, met bijna volstrekte zekerheid bepaald worden. 

2. Tn mijne aanteekeningen heb ik zeker woord gandj ran g- 
gandjring, het eenige onder alle mij bekende herhalingen van 
deze soort , dat niet naar bovenstaande tafel thuis te brengen zou 
zijn. Ik heb het in mijn gedrukt Woordenboek niet opgenomen, 
omdat ik aan de echtheid twijfel. Het staat in zijn vorm ge- 
heel alleen. 

tJ. Op vier na, voor zoover ik mij kan herinneren, behooren 
alle herhalingen van deze soort , hetzij de een- , twee- of drie- 
lettergrepige , tot de werkwoorden. Die vier uitzonderingen zijn 
loembang- lombang, saoetak - saeutik, v. eutik, sa- 
oewar- saoewir, v. oewir, en toelang- taleng. In alien 
worden de klinkers veranderd naar de boven opgegeven regels , 
voor de werkwoorden geldende. 

4. Men moet onderscheiden tusschen herhaling met verande- 
ring van klinkers , en het naast elkander plaatsen van twee 
woorden met gelijke medeklinkers en verwante beteekenis, z. a. 
bij voorb. adep idep. Was dit een herhaling van idSp, dan 
zou volgens 22 gelezen worden oedap-idep. 

B. DE HERHAUNO BU DE DBIELETTEBOKEPIGE WOOBDEN. 

I. De wijze van verandering. 

1. a. .a . .a wordt oe . .oe . .oe : koeroej oep - karajap (^nig 

geval). 

2t. a. .e . .e n a ..a .,a : kawawang-kaweweng, pata- 

kar -pateker, sanggarang- 
sanggereng ; 
of a ..t ..a : haringhang - harengheng 

(^nig geval). 

3. a..^..i H a . .)k ..a : karenak -karenik(^niggeval). 



20 

h s e (f » a . OH. .a : f^aioewaiig - galejong, fraroe- 

wal - garewol, haroewas - 
harewos. 

J m ,i..oe " a . .^S . .a : haregang - han'goeng («»nig 

geval). 

€ m.i..^ " a,.oe..a : daloegdag - daligdeg (H*nig 

geval). 

7 m,.i i '^ a., a., a : halarang - haliriiig of hara- 
rang-hariring (A?nig geval). 

^, m.,i..o€ » a,,i ..a : adigang-adig(K*ug((Vniggev.); 

of a ..oe..a : saloengkar- salingkoer. 

9 m 0.0 " a., a,, a : djainantrat-djaTnoiitrot(<^nig 

geval). 

10 m..04.i " a ..0€..a : manggoelang - inanggoeling 

(tVnig geval). 

11 I .if..« " ^ ..if . .oe : k^lendoeng- k$leudang(^nig 

geval). 

12 I .jf..y " a.. a.. a : sal adak - 9eUtlek(e(*nig geval) ; 

otoe . .oe . .0€\ boe toe t oct - betctct (tVnig gev.) 

13 # .€..€ " a., a. .a : alangah - elengeh, galatak- 

geletek ; 
ofo0. oe.a : ftoeroeiigah - ^rengeh. 

II if .Jf. • " i ..i ..a : ketjewa9-ketjewi!<(iVnigge\.) 

14. i..X..o " ? ..? otf : tjolfgoek-tjelfgok (iVniggev.) 

M i .i..o€ " i ..Jf . a : djf lengat - djclingiKrt, gt-di- 

bag - gttlt'bocg. 

17 ««.#•.#• " a. a a : ar a p'ap-eureupVup (Snigger ) 

1^ • i.i " a. a. a : gantana - giutiui , tjaragah- 

tjirigih 

ly # e # m a ma kalawaug- kolewrng (<^nig 

geval). 

to V o o " a a. a kalajar - kolojor, karasak - 

koniJH>k 



30 

2i.oe.^..i // oe..i,.a : poendelak - poendelik (^nig 

geval). 

22. oe ,i . .1 'f a . .a . .a : galatak - goelitik, parangas- 

poeringis ; 

ofoe..a..a : koelantang- koelinting(^^g 

geval). 

23.oe.oe.oe » a.. a.. a : arajad - oeroejoed, kalawat- 

koeloewoet. 

NB. In bovenstaande lijst is als bewczen aangenomen, dat 
de verandering bij alle opgegeven gevallen is geschied in het 
poorsle lid , waarom dat dan ook gespatieerd is. Het is vrij 
zeker, dat dit vaststaat, maar de mogelijkheid moet worden er- 
kend , dat in ^n of zelfs in enkele gevallen de verandering kan 
zijn aangebracht in het ackierste lid , z. a. A. 29) of wel in 
beide leden (gelijk somwijlen bij de tweelettergrepige woorden 
voorkomt). Er is hier een groote mate van ongelijkheid. Terwijl 
vele gevallen geheel op zich zelf staan, treft men van andere 
herhalingen meerdere gevallen aan. Zoo zijn mij van no 13a en 20 
zeS'^ van no 18 zeven- en van no 23 zelfs ^i0« gevallen bekend. 
Komt slechts 6&i\ geval voor, dan is in de opgave van den 
regel vergissing mogelljk. Zie echter de slotbemerkingen. 

II. Begels, waarnaar de verandering geschiedt. 

a. Bij gelijke klinkers wordt in alle drie de lettergrepen : 

a veranderd in oe\ 

i // ff a ot oe; 

e » n a\ m iha geval de le en 2e in oe^ de3«ina; 

tu It It a\ 

i It ti a; 

It // a; en 

oe It It a. 

h. Bij ongelijke klinkers wordt in de eetsU lettergreep: 
a niet veranderd; 

"in n 

e komt niet voor; 
e% » It It 

% n n tf 

veranderd in a (in het ^nige geval, 19); en 

oe niet veranderd (21 en 22i) of wel veranderd in a (22a). 




31 

c, Bij ongelijke klinkers wordt in de tweede lettergreep: 
a komt niet voor; 
i niet veranderd; 

veranderd in a (2a en 19), in i (26) of in oe (4); 
eu komt niet voor; 

f veranderd in a (7 en 22), in oe (6 en 84) of onverand. gelaten (8a); 
n /y a (in het ^nige geval, 9); en 
oe niet veranderd (10, ^nig geval). 

i, Bij ongelijke klinkers wordt in de laatHe lettergreep : 
a veranderd in o** (11, ^nig geval); 
2f ft ^ a (6, Ainig geval); 

e ft ff a\ 

eu komt niet voor; 
t veranderd in a; 

n /^ a (4 en 9) of in oe (15); en 

oe n ff a. 

III. Gevolgtrekkingen, uit 't bovenstaande afgeleid. 

a gaat bij verandering over in oe ; 

^ ff ff // ff ff a of oe; 

en ff ff ff ff a ff oe\ o^ns in % (2 4); 

eu ff ff ff ff ff a\ 

i ff ff ff ff ff a of oe] 

o ff ff ff ff ff a\ ^ns in oe (15); en 

oe ff ft ft It ft a, 

lY. Tafel, ter bepaling van het stamwoord. 

a , ,a , .a , ,a . .e . .e 2. a . . t . . a . . a . . i . . <?« 8. 

a . . a . . a . . a . . f . . » 7. a , . oe ..a . . a . ,e . ,o 4. 

a , .a . .a , ,a , ,0 , .0 9. a , ,oe ,.a . , a . .% . ,)i 6. 

a . . a . . a . . ^. . ^ . . ? 12. a . . o^ ..a . . a . . i . . <7^ 8. 

a , ,a . ,a . .e . ,e . ,e 13. a . . o^ .. a . . a . . o« .. j 10. 

a..a..a..0v..0v..««17 ^..^..a..^..^..j 14. 

a . . a . . a . . J . . I . . I 18. ^ . . ^ . . a . . ? . . ^ . . o^ 16. 

a . ,a , , a . ,0 , ,e . .e 19. ^ , .^ . . oe„t , .)k . .a 11. 

a..a..a..<7..o..0 20. ^ , .^ . , oe..^ . .^ , . o 15. 

a . . a . . a . . otf .. i . • f 22. (?« .. a . . a . . o^ .. t . . t 22. 

a . . a . . a . . 0tf ..Otf .. 00 23. oe ..i . ,a . . oe „)i . ,i 21. 

a . . ? . . a . . a . . ^ . . » 3. <?« .. <?« . . a . . « . . . . « 13. 

a.,il,,a,.a..^,.oe 5. o^ ..00. .0^ ..a . . a . . a 1. 

a . . f . . a . . a . . tf . . « 2. oe ..oe , .oe,.^ , ,^ , ,^ 12. 



32 
Slotbemerkingen. 

1. Is het juist, — wat ik meen te mogen aannemen, — 
dat bij de drielettergrepige woorden de verandering immer 
plaats heeft in het voorste lid, dan is bovenstaande tafd 
overbodig. 

2. Opmerking verdient, dat bij de drielettergrepige woorden , 
met ongelijke klinkers^ de klinker in de voorste lettergreep 
bijna altijd onveranderd blijft, en de klinkers in de beidevol- 
gende lettergrepen doorgaans veranderd word?n naar dezelfSe 
regels, die voor A. gelden. leder kan zieb daarvan gemakkelijk 
overtuigen , door B I te vergelijken met A I. Vergelijking van 
deze twee lijsten zou dan ook als hulpmiddel kunnen worden 
gebezigd, ora de afwijkiugen te verbeteren, en alzoo langs 
theoretischen weg de kleine afdwalingen van de praktijk te 
herstellen. 

C. DK HEUHALING BIJ D£ EENLETTERGREPIGE WOOBDEN. 

De herhalingeu in den zin als de hier bedoelde , afgeleid van 
e^nlettergrepige woorden, zijn niet talrijk. De mij bekende, 
die dan ook in mijn Woordenboek zijn opgenomen, vindtmen 
hieronder bijeengebracht. Regel is ook hier , dat de verandering 
wordt aangebracht in het voorste lid , dat daarom is gespatieerd. 
Zij geschiedt op de volgende wijze: 

a wordt oe : roes-ras (^niggeval). Djrong-djrang is waar- 

schijnlijk van 't niet gebruikelijke djrang, vgl. 
gondjrang, en dan eenafwijking van den regd. 
Doer-dar is 't omgekeerde van dar-doer, v. 
doer. (Vgl. A I 1). 

^ tt a \ dak-dek, las les; 

of oe : bloeg-bleg, boeg-beg, boek-bSk, boer- 
b?r, doeng-d^ng, soek -sek, toel-tSl, toeng- 
teng, toes - tes. 

e n a \ prat-pret (^nig geval); 
of (?tf : poek - pek (e^nig geval). 

i It a '. djlag'djlig, pras-pris; 
of oe : tjoek-tjik (^uig geval.) 



t 



m djal - djol : 
u( </e : doiT-dor, hoel-hol, iijoed - nj<xi , iio(mI -ikmI, 
tjoep-tjop, t()t*p-t<)p. 

• a : dar-doer, lar-hier. 

X B Stammen raet en komen voor , b. \ . Ii e u ir, n e u t, h e u ^, 
herhalingeu van ^nlettergn'pi^*. woonlen met dezen klinker . 
IB den hirr bedoelden zin, heb ik iiiet aangetrotfeii. 

I'it bovensUand lijstjc blijkt, wat de klinkers aaii^it : 

m vofdt vfranderd in ot: 

i ^ " f a of oe (verreweg 't mei^»t in ue)\ 

f tan oe\ 

m I* a ** ot\ 

m 9 a f o€ (verreweg 't meest in oe)\ 

" ^ a; en 

«B kont (soover ik weet) bij de ^nlettergrepigen niet voor. 

Resultaat. 

Bij vcrgelijkinfr der verkregen uitkomsten , kan als uit<«Iag van 
Wt iogesleld ondenoek het volgende worden geconstateerd : 

m. Bij de herhaling met verandering van klinkers regeeren 
vwte regels. 

k. Alle klinkers, met de toonloozi; ^ inrluift, kunnen volfirens 
die rc^Is veranderd worden. 

e Voor de verandering wordt gebruik gemaakt van de klinkers 
m en 0^. Slechte in ^u geval vinden we ook de e gebniikt (A 
t9) m in twee gevallen ook de t (A 29 en B 2). 

4. De a wordt steeds \erandcrd in oe (^ne uitasonderinir, zie 
A 29) en de oe wordt wederkeerig steeds veranderd in a : zoodat 
deae beide letters met elkander wisselen. 

# De if, #, tfN, I en worden of in a, of in ^^ veranderd. 
la de gevallen , die niet door een vasten re^ worden beheervht, 
m eeae bepaalde aanwijzing, wanneer de a en wanneer de oe 
moct worden , niet tc geven. De keuze is overgelaten 
den persoonlijken amaak. 

Rotterdam, Nov. 1884. 



LIOE A SIN VAN MANDOHR. 

DOOR 

J. J. IL D® GROOT. 



De meuwstijdingen uit Nederlandsch-indie behelsden in de 
laatete maanden van het verloopen jaar het bericht, dat der 
regeering aldaar een barer oudste en trouwste dienaren ontvallen 
is. Lice A Sin , de kapthay der Cbineescbe kongsi Lanfong in 
de Westerafdeeling van Borneo en als zoodanig het faoogst 
geplaatste Chineescb lioofd in geheel den Arcbipel , overleed in 
September jl. ter hoofdplaatse Pontianak in den ouderdom van 
71 jaren. Daar deze belangwekkende en uitstekende man een 
rol van veel gewicht heeft gespeeld in Borneo's geschiedenis 
van de laatste veertig jaren en liij bet laatste overblij&el 
van het tijdperk der Cbineescbe vrijstaten vertegenwoordigd heeft, 
zal een korte schets van zijn levensloop , mede ter waardeering 
van hetgeen bij alzoo in bet belang van de Nederlandsch-Indische 
regeering heeft gedaan, bier niet misplaatst wezen. 

Lioe A Sin werd in 1812 geboren in bet departement Ka Jin 
Tsoe van de provincie Canton, d. w. z. in het voomaamste 
uitgangspunt der emigratie van de Hakka-Cbineezen naar onae 
kolonien. In 1849 verkoos de bevolking van de kongsi Tianfong 
hem tot opvolger van den kapthay Lioe Kou Ilsin , die slechts 
drie jaren het opperbestuur in liauden bad gehad. Die kongsi 
of republiek , welker naam de poetische beteekenis heeft van ^geur 
der orchidaeen'/, was in 1777 door Cbineescbe immigranten ge- 
sticht in bet landscbap Mandohr , dat tusscben de rivieren Ka- 
poeas , Landak en M ampawa is gelegen en ten noorden door het 
gebergte Prigi wordt begrensd. 

Beeds een jaar na zijn optreden brak het in onze koloniale 
geschiedenis zoo vermaarde tijdperk der Cbineescbe oorlogen aan, 
waarin Lioe A Sin gelegenbeid vond door de toepassing van 
zijne meer dan gewone gaveu van verstand en zijn scherpen 



35 

politiekrii hlik de \rdr.rlan(l5ohr rrgrcring dc pewichtipstr 

»i^n«trn te bewijzen en zich aldus dc hooge poaitie tc veroveren, 

dy hij tot zijn dood toe heefl; bekleed. Mon trade trad in openlijk 

lervt rn al de kongsi*^ aan gene zijde van het Prigi-gebergte 

\nitn tot den opsrtand toe. Doch Lioe A Sin , beter dan eeii 

npftt landgenooten in staat de toekomst te peilen en be8efrende 

4t flk verwt icgcn het zoo machtige opperbe^tuur hij voorhaat 

«ds tl« Tolkomen hopcloos moest worden vcroordeeld , wendde 

al lijii invloed aan om de bevolking van het land^chap, hetwelk 

an hem , als patriarch, zijne hoog^te belangen had toevertrouwd, 

it mmI volkomen onzijdig leid te doen in aeht nemen, ja, 

aril lelfr openlijk tegen de oproerlingen te keeren toen de 

lendent Tan Borneo^ Westerafdeeling hem had aangeschreven 

bt GcoTemement te 9teunen. Het behoeft wel geen betoog — 

ci aicniAod zal het den volbloed Chinees ten kwade duiden — 

4t lioe A Sin aldos zijne po^itie en zelfr zijn leven bij zijne 

afioif landgenooten in de waag^chaal Ktelde veeleer uit zncht 

« ben ondanks hunzelven te redden van de ellende van den 

wfkf, die sij zich wetens en willens op den hals schenen te 

viUoi kalen , dan uit sympathie voor een vreemd bestuur, het- 

t«ft lijne hand in die streken nog nimmer noemen^waardig 

M doen voelen. 

Zimde dat haar van de zijde van Mandohr alle 9teun ontbrak, 
■Kkt de kongid Thay-kong, die haar gezag uitoefende orerde 
a pi wjta iic Chineecen in Montrado en dat ook over de kongsi^s 
vaa Lara, Loemar en Boedak deed gelden, onderhandelingen 
le knoopen , doch toen de afgezonden Nederiandsche Com- 
te Sepang in Montrado aankwam, bleek het dat de 
berolking in vollen op^tand was en slecht^t eene expeditie haar 
Ifll andcrwerping zou kunnen brengen. Die expeditie volgde. 
Lq bad o. a. tengevolge dat een zes k zerenduizend Chi- 
zich terugtrokken naar Prigi, het noordelijk gedeelte 
bel Mandohnpch grondgebied , met het doel zich in I^andak 
te MaCelen; doch Lioe A Sin verzamelde een zeshonderdtal 
grvapende roannen, wist de opstandelingen te bewegen de wapenen 
meiftr te leggen, voerde de hoofdaanvoerders naar Pontianak en 
hnehl de overigra naar hunne haardsteden terug. Hij trok daarop 
Landak , om met den Maleischen vorst van dat landschap 
len te beramcn in het belang van het (iouvemement, en 
h0i gdnkte \ door zijn grooten peraoonlijken invloed de rust 
de aid r geveatigde Chineezen volkomen te veraekeren 



en door de aanstelling van een vertrouwbaar kapitan tot het 
einde toe te handliaven. 

Nieinand die eeiiig denkbeeld heeft van de ontzachlijke soramerm, 
die krijgstoemstingen al zoo gewoon zijn te verslinden, zalzicli 
er over verwondereTi dat de zesjarige periode van verzet Lio« 
A Sin's zeer aanzienlijk vermogen geheel en al verslond. Mee** 
dan / 120,000 bracht liij ten otter aan de bewapening vanzij^ 
volk, de aaijschaffing van krijgsmateriaal en den aanleg v»»** 
versterkingen tot dekking van zijne grenzen aan de zijde d^^ 
oproerige distrieten, waarbij nog mag gerekend worden eet*^ 
uitgave van meer dan een halve ton gouds, ten koste gde^^ 
aan de inrichting , ontwikkeling en bloei der Chineesche ned^^'' 
zettingen, die voornamelijk t«n gevolge van den oorlog ond^^ 
zijne zorgen in Landak verrezen. leder die met Lice A S^^^ 
persoonlijk is bekend geweest , zal het dan ook betreuren , dat i 
grijsaard zijne laatste levensjaren door geldelijke moeielijkheder^"^ 
dikwijls heeft vergald gezien. 

Ter erkenning van hare verdiensten jegens het Nedcrlandsch 
bestuur werd bij de beeindiging van den Chineeschen oorlog 
de kongsi Lanfong in wezen gelaten, geheel in tegenstelling 
met de overige kongsi' s , die , als straf voor hun verzet , werden 
opgeheven. Bij besluit van den Gouverneur-Gcneraal van 4 Ja- 
nuari 1857 werd hare verhouding tot de regeering definitief 
geregeld en, bij zoogenaamd bevelschrift, den 3 On April van 
hetzelfde jaar door den toenmaligen resident nader omschreven. 
Lioe A Sin bleef, met den titel van kapthay, erkend als 
hoofd der kongsi, die hij voortaan zou l)esturen onder recht7 
streeksch toezicht van den resident. De benoeming der districts- 
en dorpshoofden (kapitan's en lothay's) in het landschap Mandohr 
werd aan hem opgedragen , docli van de bekrachtiging van don 
resident afhankelijk gemaakt, en politiemacht werd hem toe- 
gekend tot twintig rietslagen , blokarrest van drie dagen , 
gevangenisstraf van acht dagen of te arbeidstelling aan de 
openbare werken voor een maand. Verder ontving de kapthay 
het recht om van het slachten van varkens, het houden van 
dobbelspelen , het stoken van arak en het ontginnen van 
goudmijnen een belasting te hett'en , ten einde uit de opbrengst 
daarvan hoofden en politiedienaren te bezoldigen en verder zijn 
bestuur te bekostigen. 

Vroeger waren de Chineesche kongsi's in Borneo's Westerafdce- 
ling republieken, ontstaan door de behoefteaan samenwcrking tegen 



37 

drn willfkeur der inlandst^he von*t€ii , stroopUnhU*!! van Dajaks 
fti lift bf^tuur was oligarch ij*ch , dat wil zepfTfii , de mindere 
■Ml hail lan^ din^'U^ii weg iiirts in ti* l)reiigt*ii , timzij bij dv 
ifrkifatinir %aii dorphoofden (lothayV), waarbij t»<»n mler zich 
idijkelijk kon doen gelden. Steeds echter voenlen de vermo- 
puie en invUiedrijke lieden iii de verschillende dorpen, met 
itiiivijirpiHir goedkeuring der bevolkins? , den boventoon en 
mknvn de district8hcx>fden (kapitan's en kaptiong^s), waarvan 
A tb kapthav aan het hoofd der geheele kongsi stond. Over 
Wt ilfraieen bleven zij veel invloed uitoefencn op den gang 
itt kfl beaituur, welks sUnin zij meermalen nocKlig hadden en 
4t up lijn beurt gchcci van hunnen steun afhankclijk was, 
Kodit, daar buitendien de kapthay in bijna alle aangelegen- 
Ma met de hoofden van minderen rang in o\erleg had U' 
twitti, het geheeJe be9tuur ten slotte toch verplieht was naar 
if iroedkeuring van het grow der bevolking te streven. 

Torn nu der kongsi T^anfong door het Nwlerlandseh (iou- 
vfTMBent het voorthestnan venw^kerd was , werd lu^t de kapthay 
fc liaar bij ons bestuur verte^renwoordigde en in de (^rvtv 
jinlB voor haar de verantwoordelijkheid dnieg. l)o<'h hij was 
«k de allereerste die d(Jor ons hestuur gesteund wenl. Xiet 
•w op de inzichten der bevolking, maar op den wil en de 
rirkting van on9 g«*zag werd voortaan de klemtoon gelegil , en 
imi <it» g^ezmg door den kapthay \ert4*^nwoonligd wenl,kn*eg 
ittt weldm zulk i»en overwegenden invl(K«<l, tiat hij zijne 
■Mdeieden in het kongsibestuur geheel eelijiseenle en de \roe- 
ftn repiibliek aU het ware opging in zijn persoon. IK* mindere 
hooiien werden niet veel mf*er dan dienanni van den kapthay, 
HI d«Be wenl ongeveer gelijk aan I'en inlandsch vorst , wiens 
allern door het onac beperkt is. 
Uil lulk een totale omkeer in den stand van »ikf*n dcHir 
<lfrl van de republikein9<*hgezinde bevolking \an Mandohr 
VAnkelijk met lf*0(le (N)g«*n wenl aangezien , laat zirh gemak- 
kaiijk denken. I>e lieleidvolle liioc; A Sin wist ei*hter eike 
•ilfaarHing \an ontevn^lenheid te voorkometi. In het "Verslair 
4er <)wt-Indisrhe l)ezittingen over lsr>7* (biz. 2H) \vt9^i men, 
Jbt 'dr kapthay ve<*l te kam|)en had met kuiperijen \an kwaad- 
«^rilligeii, die geen beter geregeld besituur wensehten, dcM^h zijne 
^vttilber«denheid openlijk wrrH voorkwam« ztmder dat lut nfiotiig 
brm met militain* maeht te 94eunen^. 
Dirab maakte LiiM- A Sin e«*n voorlieeldiif gt*bniik \;in de 
4» Vulirr X. I 



grootere macht, die ]iem als het ware vanzelf was komen toe 
te vallcD. En als natuurlijlc gevolg genoot hij en het bij 
hem bernstend kongsibestuur voortdurend het volkomen ver- 
trouwen der hoofden van gewestelijk bestuur. Reeds de luitenant- 
kolonel Andresen , die als hoogste civiele en militaire gezaghebbeT 
het bestuur in de Westerafdeeling van Borneo voerde, ver— 
klaarde van hem in zijne Memorie van overgave van he*' 
bestuur aan den majoor Kroesen (1856): 

/'Het bestuur van Mandohr is waarlijk goed to noemen, 
/'Sedert mijne komst op Borneo, maar in het bijzonder sedert 
"1853, heb ik de Mandohr-Ghineezen nauwkeurig nagegaan, 
/'ten einde c. q. de bewijzen t^e erlangen dat zlj direct of indirect 
//lliay-kong in het verzet tcgen het Gouvememeut te hulp 
"kwamen. Ik heb geen enkel bewijs kunnen vinden dat ecn 
"zoodanig vermoeden toeliet. Aanvankelijk onzeker of wij de 
/'macht van Thay-kong het hoofd zouden kunnen bieden en of 
//het emst was om die kongsi ten onder te brengen , hebben zij 
//zich onzijdig gehouden, doch , na de gevechten van Sepang, 
//met Thay-kong gebroken. En ik heb over het geheel, vanaf 
//de blokkade en de later gevolgde expeditie en regeling van 
//zaken , niet dan reden gehad ora over de trouw en hulpvaar- 
//digheid van de hoofden van Mandohr zeer tevreden te zijn. 
//De kapthay is in het bijzonder aan te bevel en. Hij is een 
//man van veel orde , die het bestuur op eene lofwaardige wijse 
//voert, een onbepaald gezag over de Chineezen heeft, zijneii 
//invloed met goed gevolg besteedt om sommige noodzakelijke 
//verbeteringen, door het Nederlandsch bestuur verlangd, inte 
//voeren, en die, gedurende een tijdvak van twee jaren, bij 
//herlialing bewijzen heeft gegeven dat hij zeer aan dat bestuur 
/'gehecht is. Hij verdient dat hij voortdurend met onderscheiding 
//en vertrouwen bejcgend wordt. Zoolang hij aan het hoofd 
//blijft, kan men zonder vrces het bestuur van Mandohr aan 
//de Ohineesche hoofden overlaten. 

//Als een bewijs welke ortle en regel er in zijn bestuur 
//heerscht, zal ik hier aanteekenen, dat ik hem, korten tijd 
//geleden , over de zaken van Mandohr onderhoudende , opdro^ 
^om eene naamlijst van de bevolking in te diencn, met aan- 
//wijzing van ouderdom en bcroep, vermits dat stuk moest 
//dienen tot grondslag van de heiiing der hoofdgelden, welke 
//ik het Gouvemement zoude voorstellen te vorderen in plaats 
//van de jaarlijksche schatting, die met den veranderden staat 



39 

•van zakrn nift meer was overeen te brengeii. Ilij vroeg voor 
•dal wrrk twt»e k drie niaanden tijd, maar iia do betnerkiii^ 
'tlai dit* tennijn te lang wenl geacht, le\enle hij dat werk 
'in dm? weken tijds". 

iVrjprfijke gun^tige gctuigeniawn vindt men ook afgelegd 
imr At inilitaire en civiele gezaghebbers , die na Aiidresen het 
bfitiiQr in Borneo's Westerafdeeling hebben gevoerd. Volfjens 
knlflofl Kroe^en (Memorie van overgave van het bestuur, 185H), 
W liioi' A Sin een goe<lc politie en een uitgebroide contrAle 
Of hti volk , bezat hij in hoog(? mate dc kunst van regeeren, 
kid hij ft^ gofd oordecl en was hij doortastend en energiek. 
'Ih poKtie die hij wect te voeren — zoo lozen wij — is 
Mndfrdaad bewonderenswaanl — niet««, hoe gmngook, ontgaat 
•hem Omtrent hem kan niet anders ge7x»gd wonlen dan dat 
'hij IS een w?er beschaafd Chinees , die in gi»s<'hiktheid en 
'wiflijkhetd b<nen velen uitmunt^. 

Slred^ hlerf Lioe A Sin de door liem nangenomen gedragslijn 

tcfnmver de regeering ten voile getronw. Zijne goede gezindheid 

jeprm* het Xederlandseh gezag venneenlenle niet weinig, toen het 

•itiTemement in I S55 , door hem een jachtgi*ireer te sc^henken, op 

athtfaarr wijxedee<l blijken hoew*<»r het hem waanlt»erde,en in lH5fl, 

to«ji hij eenige maanden te llatavia vertoefde, liem met de grootste 

vnnrkomendheid bt^egende. Doorzijn eig<»naanligen uiterst invloed- 

fijk ftandpnnt tegenover de he vol king imx'ht het hem een jaar later 

irriokken het bestuur nogmaals (*en Ixdangrijken dienst te be- 

VfpKQ door een geheim genoots<*hap , dat ten doel ha<l zich te 

ttnMtn tegen zekere aceijnsen en de gedwongen heerendiensten 

hi) den aanleg van de door het bestuur v(K)rgesehrr\en wegen, 

Ipphnel en al meestcT te worden, zonder eenigen steun van hoogiT- 

hsad En vijftien jaren later verwierf hij zich nieuwe verdienj*ten, 

tnen emutige ongen^geldheclen in het landsehap Mampawa waren 

•tl|rebroken en hij de daarheen uitgenikte troepen en amhte- 

aarrn door zijnen gnmten invlcN^I in die streken uiterst \t*(*l 

dirart bewees. Kindelijk , Unn in lH7t een geheim verbond 

lirli onrfer de Chineesche landlKmwers \an Mampawa gevormd 

hmi naar aanleiiling van lasten « die de vorst hun in den vorm 

rmn landhuur wilde opieggen — een verbond dat reeds zuike 

fvopofftifn h«<i aangenomen, dat zelfs t*en >an imze eigene hoofden 

cr deel aan nam — toen Wiin het wedervmi Lioe A Sin die den 

fc m c ka dcn geest van verzet aan het daglieht bmcht, dom zijne 

knvlitiprr maatnnrelcn <!«• (Iiineezen op zijn ngen gebieil lielftte 



zich bij liet verbond aan te sluiten en opnieuw de landstreek 
voor oproer eu expedities vrijwaarde. 

Tot zoo vcr Lioe A Sin's gedragslijn tegenover het Neder- 
landscli gezag. Thans nog een enkel woord over hetgeen de 
v(?rdienstelijke man voor zijn volk heeft gedaan. 

Als een waar patriarch voerde hij het bestuur met recht- 
vaardigheid, zachtheid en beleid, en zooveel in zijn vermogen 
was belioedde liij . ook door geldelijken steun, liet hem toe- 
vertrouwde landschap voor ontvolking en verval. Talrijke wegen 
verseheuen binnen zijn gebied en stellig moet ieder, die dit 
gedeelte van Borneo door eigen aanscliouwing kcnt, het contrast 
zijn opgevallen, dat in dit opzicht tusselien Mandohr en de 
omliggende Maleisclie vorstendommen bestaat. Toen de raijn- 
ontginningen , die rijke bron van voorspoed voor de Chiuee^sche 
nederzettingen in den goeden ouden tijd, met snelle schreden 
den ondergang tegemoet gingen , zocht Lioe A Sin in den land- 
bouw nieuwe liulpbronnen voor zijn volk te openen en legde, 
geheel op eigen kosten, op ongeveer een nur afstands van de 
hoofdplaats Mandohr een uitgcstrekte landelijke ondememing. 
Selotong , aan , met het doel er eultuurproeven te nemen op 
groote schaal. ])och de slechte hoedanigheid van den grond,die 
in de zoogenaamde Chineesche districten over het algemeen eer 
onvruchtbaar dan het tegendeel moet heeten, was oorzaak dat 
de ondememing , waarop bijna geen gewas ontbrak dat in Tndie 
voor de buitenlandsche markt wordt geteeld, schipbreuk leed 
en het laatste overblijfsel van des kapthay's vermogen verslond. 
Ken groot gedeelte van liet terrein werd langzamerhand aan dc 
natuur teruggcgeven , waaraan het met zcwveel kosten en moeiie 
was ontwoekerd, en weinig meer is or tot den huidigen dag 
in stand kunnen gehouden worden dan de snikervclden , boom- 
gaarden en kokostuinen, waaivan de opbrengst ecliter steeds 
ver beneden het middelmatige gebleven is. 

Dat het ten zeerste de wensch der bevolking was dat ook na 
den dood van liioe A Sin de bestaande staat van zaken , waar- 
onder zij zich steeds zoo wel bevonden had , zou voortduren , 
Week den 26^ Maart 1874, toen de g(».zamenlijke kapi tan's en 
lothay\s van de kongsi zicli tot den kapthay richtteu om hem, 
onder dankbetuiging voor het vele dat hij voor het welzijn van 
het landscliap had gedaan , te verzoekeii pogingen aan te wenden 
om zijn Z(M)n aan het lioofd der kongsi tc^ doen plaatsen, opdat 



n 

h:j Afif il«fu avoiifl \hii zijn l(*\eii zou kunneii doorbrengen in 
lid priwi van (vn welverdicmle rust. 

Hun verxoek werd door den kapthav den resident overgebraclit. 
Iktt verleende ongeveer een jaar daama de bevolking vcr- 
pmnnig rich cen nienw hoofd te kiezen, en bijna onnfiiddellijk 
dump had er ter hoofdplaatse Mandohr een vergadering plaats 
UB die kapitan*!!, lothav^s en oudercn, waarin des kapthav's 
moQ Line Liong Kon tot zijn opvolger werd aangewezeii. I)e 
(toQTenieur-Cieneraal hechtte zijne goedkeuring aan hetgeen had 
piiil» gi^rrepen en kende Lioe A Sin, als blijk van erkenning 
itt df gorde en trouwe dienstcn door hem gedurende 25 jaren 
in Undo bewezen , de gouden nit^aille voor burgerlijke ver- 
dinutfn toe. Kn toen de kapthav den i)n Juni ] S7(i was afge- 
tmlm, ontving hij een nieuw blijk van waanleering van de 
njdr Mku het ()pperbt*stuur in den vorm van een lxM»hiit, waarbij 
iirm ern inaandelijkiiich pcnsioen van/ 250 werd t<K*geh*gd. 

Lior Liong Kon bt*klee<lde zijne liooge positie slec'hts kort. 
Hij o\crlee«l den 1H« April ISSO, en daar hij slec'lits minderjarige 
kiodrrtn achterliet, belastte de (lOuvenieur-Ctenenial Iii<H^ A Sin 
opnifiiw met het kongsi-besttniir. Tot aan zijn dtKxl heeft de 
taer]?ieke grijsaard zieh van die zwan* taak op loflelijke wijzt* 
lerkveten, waarbij tegen zijne afnemende li(*haam?ikraehten ruim- 
iHiooUi bleven opwegen zijn nog e\en hrlder hoofd en, in de 
«oonuam>te plaats , de diep<* eerbitnl , dien en volk en hoofden 
Ikid in eene met zijne jaren e(*r klimmende dan afneniende 
■atr bleven Ux^ragtMi. 

Ximmer kwam die eerbitni sterker aan het lieht dan den 

i* Dwrmber ISH.I, U)vt\ I^ioe A Sin zijn 71«*«« verjaanlag 

»ifnlr en feitelijk de geheele \Ve?*tenifdeeling van I^irntN) had 

«iirtige!«{Hinnen om dien dug t4it <vn d(*r vtM»rn;uini.*it<* zijn.n levens 

te maken Alle (!hineeaH*he hcNifden van ln't g«'we>t wanMi met 

lerrhillende MaleijH-lu* von*t4*n >amengi\HtnM)nid , ja zelfi* ga>ten 

lAh Java ontbraken nirt , terwijl, z<M>aLH \anz4*lf 5pn*ekt , de 

?t«iilrDt t*n \ei>chillfnde rivifle en militain* ambtrnaren zirh 

ftiH lif't«*n warht4*n Xailat in het k(mg>ihui> t^-r h<tofdplaatM* 

Ifatnlohr. onder tiN-xlfNtl \an dui/endrn l)clang?itellenden , fir 

pirrhtige fel1^itatie^ i-n \<M't\allfn , <lie dr Chint-fj^'he etiquette 

bij xulkr gt'legenhe^leii \onl(Tt, dtMir dr faniilieh*<it*n en lifKifdrn 

warm \erri<*ht . t-n <M)k de Ht<*nN)t\)M' t<ie«praken \un n*>idrnt , 

jabdan^ t*n and<*n*n iM^luMirlijk liaddrn plaat> gegre|N*n , wen! 

dr grbeurteni> \fid«r iinigt* ilagen lang ge\ ienl nirt i»pt<i*hten. 



4,2 

tooneelvoorstelliugeu eii eiudelooze feestmaleu , waaraaii door 
niet minder dan tweeduizend gasten deelgenomen werd. 

Met Lioe A Sin is het laatate overblijfsel der Cliineesche 
republieken, welker bloeitijd zulk een merkwaardige periodein 
de geschiedenis van Borneo vormt, voor goed van de aarde 
verdwenen. « De regeering heeft namelijk het kongsibestuur van 
Mandohr, dat feitelijk eenig en alleen als belooning voor Lioe 
A Sin's trouw in stand gehouden werd , niet verder bestendigd. 
De reorganisatie is waarschijnlijk op dit oogenblik reeds een vol- 
dongen feit, en Lioe A Sin's plaats zal voortaan zijn inge- 
nomen door Europeesche ambtenaren, die elkander, evenals elders 
in de Chineesche districten, met groote snelheid zullen opvolgen. 
Mogen zij steeds met denzelfden ijver den voorspoed van de 
nijvere Mandohr-Chineezen behartigen als de brave en trouwe 
Lioe A Sin, wiens nagedachtenis , zooals met schrijver stellig 
al degenen hopen die, evenals hij, den grijsaard persoonlijk 
hebben gekeiid en geacht , nimmer door onze koloniale geschied 
schrijvers aan de vergetelheid worde prijsgegeven. 



^ In eene volgeude afleveriiig 8tel ik mij voor eeue bewerking te publl- 
oeereii van de offioieele geBobiedaunalen der kongBi Lanfong , zooals die door 
het bestuur dier republiek self van hare stichting af geeobreven en bijge- 
houden zijn. 



BI»l'HRIJVING VAN II KT LAND8CHAP '1\)KBAR()K 

OF (iAM-MIEfi 



DOOK 

C. F. U. CAMPEN. 

Oflder der In&Dterio 



lid liindaclup Toebaroe of IbcK^, dix)r d(^ iiib(M>rliiigi*ii 
(jtohiiiiee* d. i. land iu *t tniddcu, ^iioemd, inaakt eeii dc^l 
tut TiQ bet door de Teraataneu met een ^ynoniem begiftig<ie 
Tenataansche district of djiko (iam-ma-koenorra. 

Op ± 1^ M)' N. B. van de onder den uaam van Batoe 

Ijuia van oudsher bekende westku^t \an llal^ma-hdra of 

I^ailoUo gelegen, strekt dit landfieliap zich iu N. (). rich- 

tof, achter hct district Tolifoea om, tot aan lioloda en (lalella 

■It. Hel beataat gmoteudcels uit eeue vnichtbare golvende 

rialte, welke zich beuoorden odi den, uU een soort Olyuiph 

»«tefden, ' i800 voet hoogen lbot» of Toebaroe het»n- 

biift« eigmtlijk silechta aU eeue laati>te en zarlite golving van 

<iae& merkwaardigen , uitgebranden vulkaan uioet bemhouwil 

vocdcQ l>exe vlakte wordt in het Noonien begrennd door het 

ttm k SK)0 voet hooge land van Tolifoea , dat , uieer cmmI- en 

iaadvaartu in , den iwaui van h(X)glaud van Toebaroe of Toebaroe- 

Xjekkoe draa^. 

Aan den %oet van dit nteil naar lN>\en rijzend plat<*au 
knmkeit zirh de lbcN*-rivier, tlie, onder den naaui \an Taoero, 
m Toebaroe- Xjekkoe cmt^priujct, kort uailat zij bij het ^rreus- 
«ioq> Todokkee in de To(*bartK*$M*he Uuicdenlanden , Toebaroe- 
OM-Mifw* , i> binn(*ngt*tn*den , tivh . nu ret-ht^ flo ikijoong en links* 
4f Ikidott o|i^*nouien te heh(M*n , iii«-t di* uit ht t iioiiten ktHnrmle 
Burka \eret*ntg^t, en (hui [)a> IImn- ^rrncMMnd wunit 

Wep*ni» U)\en\frmelde helling heeft dew ri\ier »ltnht!i linkrr 
njntiertjei of l)ekc'n« zinkiU de Tobborangiii. de B<iM)bb(s <!<* 



Salerolanio , dc Toiigoettce eu cle Salee. Den loop dezer rivier 
volgende, is de volgens de volksoverlevering van elders ge- 
komen stara Toebaroe het land binnengedrongen , en heeft hij 
zijue wooiiplaatsen ineest in de nabijheid daarvan gekozen. Deze 
stam, vroeger ook ^/lieden van de Akee-Sio/i^ (negen wateren) 
genaamd , is verdeeld in tien Soas of dorpen , waarvan een 
vijftal Tego,Tiko^ Sengadjie, Boronna en Todokkee in de be- 
nedenlanden en het tweede vijftal Togotolla, Sengadji, 
Tokko Hokko , Togoeis en Talimadoe in de bovenlanden gel^en 
zijn. De andere in het landschap gevonden dorpen en gehuchten 
zijn dan ook slechts als tijdelijke vestigingen, dan wd onwet- 
tige afscheidingen van het moederdorp te beschouwen. > 

De Toebarezen zijn een groot en liink gebouwd menschenras. 
Zij onderscheiden zich van de andere stammen door eene lichte, 
meer gele dan wel bruine kleur, breeden neus en iefc- 
wat schuine door zware wenkbrauwen overschaduwde oogen, 
weshalve zij ook wel eens de //Halemah^msche chineezen^^ ge- 
noemd worden. Zij zijn ecu zeer goedaardig en eerlijk, doch bnit^i- 
gewoon bekrompen eu bijgeloovig volk; hun taal is een accent 
van het Djailollosch. Allen zijn bijna uitsluitend landbouwers 
en de Toebarezen begeven zich slechts op zee, wanneer dit 
door de omstandigheden noodig gemaakt wordt; onvermoeideen 
geharde jagers , doorkruisen vaak kleine troepen van dezen stam 
de berggraten, volgende het binnenland van bijna het geheele 
Noorden en een groot deel van het Zuidelijk Schiereiland , ter- 
wijl zij in al hunne behoeffcen zich uit het geliefde bosch voorzien. 

Men ontmoet hen zoowel achter Gralella als achter Sidan- 
goli , en in het Zuiden strekt , nabij Pajahie , een geheele 
landstreek, Baa'it genaamd, hun tot een meer blijvende ves- 
tiging, om van de vele andere kleinere nederzettingen niet te 
gewagen , waarvan die in en om de schoone bocht van DjailoUo 
wel de voornaamsten zijn. 

Volgens de laatste, door het Temataansche bestuur verstrekte, 
natuurlijk slechts bij benadering verkregen en dus niet zeer be- 
trouwbare gegevens bedroeg de Toebaroesche bevolking uit 
1289 mannen, 1377 vrouwen, 771 kinderen van de mannelijke 
en 769 kinderen van de vrouwelijke kunne, of in het geheel 
uit 4206 zielen. Als een opgave voor den geheelen stam mag 

1 Ook hier alweder eeii nooUottig uitvloeiflel der door Westexvohe invloe- 
den uit onkunde van den toeetand bcguuBtigde en zioh alttijd door anarohie 
wrekeiido vei^guudng Tan den juiat op den toestand gebaseerdeo adat. 



•111 fftUl xekrr «i(*l aU i^eii iiiiiiiiiuiiii b(*s<'lioiiu(l wonlcii , ol- 

^wu i*edcrt de opliefting van hvt pai».Heiistelst'l , waunlcK)!* 

II drar >leclit bevolkte Mtrfkeii het gvliecl xerloopn (Ict Ik'- 

ttilliofr eu de daarmede onmiddellijk in \i'rl)an(l .staande vim- 

■ndtnofr vau liet zielental althans ei'nip.'nnat4* weni tcgi^ngt*- 

^ <?u du5 ali* zimdanig uo^ 7xk> kwaad niet wa9 , de bc^paald 

B lift land^chap zelf aanweKigt* bo\olkin^ dit rijfer lang nict 

mm hilrii zai. ()ni tu(*h dit sscm) 8(*hadt*lijk uitwijkcn der Ixv 

voftisfr in kleiue troepeu, dit* zirh , t<*n eindc* van alle inaat- 

«^lpflijkr la»t4*n en banden ontdlafcen tv zijn, in de inete^t 

i^edqcfn vildfmi^M^n vt^igen , tepren tc gaan, hebbcMi Av lioofden 

Ir vrintir invloeil. Dit is lioofdsakolijk toe te selirijxen aan het 

frit, dat 3siJ bijna alien door de Ternatanen tot Mohamedanen 

fraiaki sijn. Daanloor v<ior f;oe<l in den nabij de riviennondintr 

fdegm lAlamMchen kani[M)ng bij elkaar wonende, staan zij als 

^ wart icehcel bniten hun eipen \olk. IK* Toel)arezt»n toch 

qa beidencn en houden zieli hanlnt'kkiff \a8t aan de ook door 

^andrrr sUmmen i^eelde ^NlsjdienMbeffrippen, niettegenstaande 

erir foordnrende jacht op proM^lieten. 

Wat de inrichting van het nieuwe lx*8tunr iK'treft, iak) \er- 
vhih die heel veinig met die, weike overal op het eiland ge- 
Wiikelijk is, vonlende het hewind d(X)r de onder Tcniataan^'h 
taebrht sUande iiiheem^he hcmfden uitgeoefend. 

ik voomaanwtc^ d(*zt*r hoofden i^* de i<<*ngadjie of hert4>g\an 
tef land . vien , behalve de djo(*go(*g(M; of rijkitbestierder, tal 
taa hoekueniai, rechterx, ngofla-nian?iiraV , (*delli(*den en kieuia- 
iakit lersijdestaan. Van Ternataan!«(*he Kijde is aldaar een 
kakodie, opzichtcr, met eenigc rabo's, ()olitie-oppa!«ser8 , gv- 
fbiUI, welk hoofd erhter in aHej^ aan den o«*toc*7«an van (lam- 
■fr-koeiKMTm ondergvrffchikt \». Het toi*h a! 2e<T luttele en nurr 
cp de penooulijkheid beni!»t€*nde gf*zag i^^ du!« vtKiniami^lijk in 
haaden van de manimo*;*, dorpsmudnten, en kapittaV of aan\orr- 
4en« aL«mede van de weinige ngotTa-nian^ira*?* en h(N*kfH*ni«»« 
ht hei geloof hunner vaderen niet verlaten heblM*n. ViNirt« valt 
kiefbij op tc merken , <lat , wegens <len vern*n af^tand der in 
t hiODenland gektgen woonplaatsM^n , dit volk ^ti-edii b(*t«Ttegi-n 
icfdmkking gevrijwaanl waA en alauMi altijd e4*ne gnMiten* \ri)- 
Wd dan ddern gt*noten he^'ft Ook de WKiriot: bela>tingt*n zijn, 
toanl DU de dien>t op de kruisprauwen te Mfiiado i^ verv alien, 
faa aeer weinig liettrkeni^. Zij U^taan uit: 
too faamboesi^n met dauiar . ter waarde van 4- / r><) (Ml 



46 

5J700 daiiiar bocukoes ter waarde van + y 60. OO 

10 loeries // // + // 10.00 

10 stuks vier duim lange met inus- 
kus gevulde boeloetoei (dunne 
bamboe) n // + // 80.00 

10 stuks gocillee masaija (met veeren 

versierde bamboe) /' '' it '^ 20.00 

of te zamen eeiie waarde vertegen- 

woordigende van Hr /£20.00 

Op eeiie manuelijke bevolking van 1289 zielen bedraagt de 
jaarlijksche belastiug dus slechts + 20 centen per man of on- 
geveer j'^ of -^^ van hetgeen op andere plaatsen meet worden 
opgebracht. 

Ook wat eigendomsrecht en rechtspleging betreft, wordt dc 
aloude adat trouw gevolgd en zijn ordalia's zeer in zwang. 

De kleeding bestaat in hoofdzaak uit den van boomschors 
vervaardigden tjidakko of pisa (schaamtedekking) , hoewel 
alle vroiiwen in het bezit van rappies (sarongs) zijn. De 
bovenkleediiig van boomschors is bijna gelieel verdrongen door 
lange, bij de mannen geheel openstaande katoenen badjoes. 
De toUo's of hoeden zijn meestal zwart of rood van klenr 
en van zeer eenvoudig en grof maaksel. De versierselen , vaak 
uit varkensstaarten of boschjeshout , schuipen en veeren ens., 
bestaande, geven beter dan iets anders het peil der bescliaving 
aan ; ook het huisraad is , daar de kunstzin van den Toebarees 
niet bijzonder ontwikkeld schijnt, hoogst primitief. 

Het gebruik van den peda (houwer) is, even als op geheel 
Haldma-hera, algemeen. De lans is het geliefkoosde wapen, 
hoewel pijl en boog in geen huishouden ontbreekt en de meesten 
bekwame boogschutters zijn. De schilden vertoonen een lang* 
werpig breede, meer Menadoneesche type. 

In zang en spel staan de Toebarezen , behalve wat den loles88 
betreft, ook al bij andere stammen ten achter. £venals alle 
Alfoeren zijn zij min of meer vei*slaafd aan het gebruik van 
sagoeer, den volksdrank. 

Een bizondere, bij andere stammen niet in sswang zijnde 
nijverheid wordt onder hen niet aangetrofl'en ; de ter marktge- 
brachte liandelsartikelen zijn voomamelijk damar, rijst, sago, 
hout en jonge loeries, de apen der Molukken. 

VVanneer men, van het Zuiden komende, het op een rots- 



M 

m\ii\fl ^ril Hr4ii<i liff^'ude hiiuJM'liup Waijoti aihtcr /icli 
bccft rD \ er\ uI^^'iiH den ^terk pamali (poi^^i) zijudeu Ikh^Ic (i(kv 
Mi t^ % uorbijgetrtikkeii , weike door een uitloop^r van den 
m^ «ltijd zwakje5 rookendeu I 5()0() voet hooi^en en met een 
midineer voonicncii berg Ciain-roa-kocuorra gevorind wordt, 
4i nrt men eenc dicht begroeide vlakte voor zich liggeu, welke 
ibciit» ui bet Noorden door ei*n , de Kaap Lang (Petano) vor- 
■OMir hoogte bt^rcu8d wordt. 

b dcse diMir bet lichtgele zand en de donkerblauwe zee 
ah ia een aehtMme Wysi ge\atte groene vlakte boeit al dadelijk 
mm aerkvaanlig, halverwege en vlak aan het )»trand gelegen 
if arh aelf s^taaud 8teil kegelvonnig heuveltje het (K)g. 

Uuki wellk^ht deze hoogte aan eene vulkanische ophetting 
bar oiiUtaau , door de inlioorlingen wonit zij besebouwd als het 
la iUxo verandenle uitwerpM*! eener voonmderlijke ^euzenprint^e^<, 
a iiiaroin nog altij<l Ngidi-nia-tjim (lux)p spuw) genoemd. 

Tcgelijkertijd doenit in h(!t oostcMi de in de verte bolvonnig 
laadiijiieiide bUuw-gnieue top van den Iboe op. 

\a ecu blik aan de weinige tegen de rot!*en van hoek Goe- 
Mm klrveode 8alangagane-ne:<ten gesehonken te iiebU*n, het 
■a wadigc strand verder noordwaarta volgende, ziet men under 
Wc rrare gisboomte aan den \oet van den (Jani-ma-koenorra 
h buiara van de dour Alfoeren \an Waijoli bewtH>nde ge* 
Urten Roeri) en liatakka, terwijl nog noonlelijker een door 
te ivarou golfsUg gevaarlijke zandlxink de plaat» aanwijsit, waar 
4r rwidoin de boofdplaata (iam-ina-koeuorra liggende. met p(N»»i- 
fom en loiaroe begroeide laguuen in zet* uitwatenni. 

Trti eiiuie dezc* hoofdplaat>, welke mini een kwartier nur 
ifcliaJ^ landmaartK in, gehei'l arhter het dcMir tal van kreeken 
if gcaleii doomuedeu strandbos^ch \erbcholen en op de helling 
«atr kkiuc uit het water rijzemh* aanl(»phooging gelegen i>, 
te heivikeu , ia bet uoodig , den loop \ an den zieh telkens \ er- 
fiMtacndcQ dorro (geul) der bank nauwkeurig te kennen. Het 
•CRhrnt daarum ook de voorkeur, uit de weinige langs het 
tiMMA wooende \i!kM;hen< zirh oen looii.** te kiez<*n , want ook 
nUi dan nog \» het in de uiaand Uoeemlier en in de een^t4* 
■aasdro «an het ja^ir, wegenn de /ware braiMling, vaak «-i*n 
nriU, welke leven.Hge\aarlijk i> en door de inboorhngrn met 
prmuwen itleehtit in tie uitemti* ncxjdaakelijkheid under- 
wordt. 
Xop nerr laudwaart« in, aehter de met een misKigit en pinthuis 



48 

\ oorzienc Soa-sio of lioofdplaats, liggen de vier kleine gehuckteii 
Tiano, Tobaroe, Saraii en Totaai, welke meer rechtstreeks 
onder den Ternataanschen oetoesan staan. Zij worden bewoond 
door de Alfoeren van Tiano, een zonderliiig mengelinoes van 
alle stamraen en die eene daarmede overeenkomstige taal spreken. 
Ue naam van ''lieden van Tiano '/, hetgeen verward (bingoeng 
of tra-karoean) beteekent , heeft op deze Babijlouische taal-ver- 
warring dan ook betrekking. 

(laat men het vlakke strand verder op (hassa), danishetop 
soinniige plaatsen met cocospalmen beplant, meestal echter 
in zoo ver ^eene met lolaroe en possipossi begroeide 
lagunen daaracliter liggen, bedekt met diclite rimboe, waarin 
reiisachtige pandanen, bevallige nipa, gepluimd net, dichte 
doornenstruiken , slanke pinang , zware waringin's en kale 
kapokboomen het meest het oog trek ken. 

Is men het -f 1 uur gaans van de Gam-ina-koeuorraache 
lagune-opening verwijderde kleine gehucht Tohaffo gepasseerd, 
bij welke ])laats een voorgelegen zandbank het bestaan van 
eene nitwaterinpr der daaracliter liggende sagobosschen aantoont , 
dan komt men eindelijk aan de dicht aan den voet van het, 
de gelijknamige kaap vormende, vcwrgebergte Tobaol, gelegen 
monding der Iboe , waarvan het binnenloopen ook al door 
(Minige zandbanken bemoeilijkt wordt. 

Niettegenstaande deze banken dicht onder den wal liggen, 
zoude het omslaau der prauwen wegens het groote getal haaien, 
dat zicli in den regel alhier ophoudt, ook niet weinig gevaar 
opleveren. 

Reeds aan het strand staat eene kleine verzameling, door 
Makassaarsche en Teniataansche handelaren bewoonde hnisjes 
of hutten, Iboe-boella genoemd, voomamelijk daar, waar door 
de eerste bocht der rivier het vastleggen der prauwen achter 
den hoogen zandwal, dien de zware rollers voor de vroeger veel 
meer zuidwaarts gelegen monding opgeworpen hebben , wordt be- 
gunstigd. Achter deze zandige strook ligt aan de zuidzijde der 
rivier cen moerassige sago-rijke strook , welke gedeeltelijk door- 
sneden wordt door den Salee (linker zij rivier) en zich tot voorbij 
en ver achter Tohaffo uitstrekt. 

(iaat men de bij laag water en drmigte hier reeds volkomen 
heldere rivier venler op, dan bereikt men het eerst den op + 
5 minut(ni van iiet strand aan den linkeroever gelegen Makas- 
saarschen kampong llxw^-igo (khippa-rijk [boe) , ter^vijl een kwart- 



uur verder aan de tweede kromming en iets boveu de uitwatering 
van de voor Ottie's (kaiioes) gedeeltelijk bevaarbare Tongoettee 
de door Ternatanen en Toebaroesche-Moharaedanen bewoonde 
kampongs Iboe-Iamo (groot Iboe) en Iboe-itji (klein Iboe) gv- 
legen zijn. 

De Iboe-rivier kan bij hoogen waterstand, hoewel met horten 
en stooten, tot aan Iboe-lamo met korra-korra's worden opge- 
varen. Ylak boven deze plaats beginnen de eerste, ofschoon nog 
vrij onbeduidende watervallen en stroomversnellingen. Onder ge- 
wooe omstandigheden kan men zich echter nog aitijd per vlot 
of otti van het eerste Alfoersche dorp Tego laten afzakken. 

Beeds even achter Iboe-igo ligt een +50 voet hooge hen v el 
als voorbode eener gelijkmatige terreinverheffing ; voorbij den 
Tongoettee rijst het geheele aan de linkerzijde gelegen ter- 
rein + 40 voet boven den gewonen waterstand , op welk platean 
het bovengemeld dorp Iboe-itji is gelegen , terwijl het dorp 
Iboe-lamo veel lager aan den overkant op de slechts hier zaclit 
ailoopende helling van het den loop der Iboe bepalende hoog- 
land ligt. 

Het gedeeltelijk in de schaduw van hooge vruchtboomen 
liggende Iboe-lamo, de verblijfplaats van den sengadjie , biedt 
met zijne nabij gelegen begraafplaats weinig merkwaardigs aan, 
te minder, omdat het na de laatste pokken-epidemie grootendeels 
verlaten is. 

Iboe-itji, op eenigen afstand van den rand der met kreupel- 
hout begroeide en met eenige werkelijk reusachtige doerian- 
boomen prijkende hooggelegen vlaktci , is echter belangrijk , 
daar hier de naar het binnenland loopende wegen grootendeels 
samenloopen. 

De door de geheele be vol king gebruikte wegen of beter 
gezegd /s'paden// zijn voornamelijk twee in getal, en wel eer- 
stens: de zoogenaamde groote weg //Ngokko lamo//, die van 
uit Boronra komt, slechts Sengadjie (toma adoe) aandoet, 
de bewoonde oorden vermijdt, over sterk golveud, met 
zwaar bosch en bamboe bedekt en vrij droog terrein gaat en 
zich, in de nabijheid van het strand bezuiden Iboe, in twee 
naar Iboe en Tohaflb voerende takken splitst , en tweedens : een 
ander pad, dat, met eenige zijtakken naar den grooteren weg 
voorzien , de dorpen met elkaar verbindt , den loop der Iboe 
volgt en beoosten van reeds gemeld Sengadjie met den grooten 
weg samenl(X)pt. 



50 

Ruiin een lialf uur \^6r en dus westwaarts van Boronna 
sluit het pad, dat langs de negorijen der bovenlanden en het 
grensdorp Todokkee voert, zich aan den grooten weg aan. 

Eeiie opsomming der menigvuldige particnliere paadjes, welke 
door omstaiidigheden ontstaan en verdwijnen en tot welkerop- 
sporing zelfs het geoefend oog van den in de wildemisssen groot 
gebrachten Altber vaak te kort schiet, moet natuurlijker wijac 
ach terwege bl ij v en . 

Belangrijk is ocbter nog het pad, dat van Tboe over het 
plateau , langs het in een diepon , veel op een aardverzakking 
gelijkenden kom gelegen 4- | uur in omtrek hebbende «i 
door tal van slangen en kikkers bevolkte meertje naar 
Tolisongeree , eene door lieden van de bovenlanden (Tokko J 
Hokko) gevormde nederzetting , voert, zoomede het pad, dat 
naar het nabij het gelijknamige riviertje gelegen gehucht Ton- i 
goettee , \ oonmmelijk door lieden van Tego en Tiko bevolkt, leidt. 

Dp weg langs de Iboe, die buiten de plaats eerst dalende 
vo(».rt over, door den rijstbouw ont«tane langs de helling der 
hoogte gel(ig(5n , open terreinen , begint , zoodra hij weder het 
boseh genaderd is, te rijzen en voert dan door een aan den 
voet van meer zuidelijke hoogten liggende, slechtsdoor enkele. 
insnijdingen van beteekenis afgebroken etten di«;ht begroeid 
terrein, totdat een als grensscheiding tusschen Iboe en de 
benedenlanden nierkwaardig, Tjakka palakka genaamd, vrij 
diep en breed ravijn is bereikt. Van dit punt slingert het pad 
zich tegen een vrij steilen heuvel, waarvan het den sleohtft 
weinig meters breeden rug of graat, die zich om een aan de 
zuidelijke helling gelegim meertje heenbuigt, geniimen tijd volgt. 
Dit meertje zoude volgens de inl)oorlingen eene onderaardsche 
uitwatering in de Tboe hebben. Slechts st-eelsgewijs laat de 
vveelderige groei van het dichte geboomte , voomamelijk uit 
bamboe , kanari , waringin , damar en hooge varens bestaande , 
e4*.n blik op de Iboe toe, welke, in de diepte ter linkerssijde 
aan den voet der noordwaarts gelegen steile hoogte, zich kron- 
kelende, met haar helder water op een breed zilveren hand 
gelijkt. 

Verlaat men den heuvelrug en daalt men in de onmiddellijke 
nabijheid der rivier af , dan stuit men , na opnieuw eeuige 
kleine hoogten overschreden te hebben, op de Salero-lamo , 
eene helden^ beek , die, een weinig verder (zuidwaarts) op , met 
(H^n fliiiken straal van onder de lava-korst nit het aardrijk op- 



51 

n liaar miver en koel wat4»r c)\f»r cl<* hier mot zuiul rii 
urn hrdrkU» larabrddin^ il<M»t nii?oh(*ii. « 
r n» <i«ir Wk , ill welk<T nabijheici zich wn sa^^oplaiit- 
•n rrn prhurht Ix'vimlen , bercikt men het i»venals all<* 
i«-«f*hr dfNpfn uit (*on laniifp ntraat hestaande, aan dcii 
lirr lh<w itkIc^'II Alftnui^he dorp of Soa "TojfO". 

C«^lt-rlt«*lijk vcTvallen rn oiide Saboea Icvrrt niet vwl 
njk« op, evenmin dc* \aii baml)oe en hout opgff'tmkken 
t aUp sr<«leku* huixen (*n Iintt4*n , weike alien op Toeba- 
- BijEi* van wn vnorirallerij of markie? met de nocMlip* 
I lourxien xijn. 

srial der inwonen* is nit h(x>fde der reeds* vermeUle 
witirheflrti tvlh nir*t bij benadering op U' ^veti. 

grtal bewoimdr wonin^Mi . dat in |X7!> no^ twaalf Ik*- 
. wa» in issi tot op vier ge^lonken , waaronder het hnis 
rn mmhimo 

I Tr|^> craat een pad op eenifpen afstand Umg$ en '(h*i\ 
•Mr hrt doqi Doewon . dat d(M>r de cmdiepe branka (M*heur) 
-it]! in f?mot en klein iKiewon gescheiden i», 

door tal \an pinang en \ ruehtbcMunen omrin|?de dorp, 
"fw koliMttai ^iot4i, whter d<¥)r den tand des tijdn pi*- 

srhavende SabiM^a b<*xit vu ook met eeni^ ^*heel uit 
opfretrokkrn huixen prijkt, !.<« door acijne zijdelinirMbr 
r %an hrt gebniik \an sttntomend water ven^token. 
vno-lanio «taat met den !rrooti*n weg door fen zijpad in 
dtnir 
t nailat men Doewon vt*rlat(*n h(*eft, treedt men het met 

briM*h lMMi(*kt4' zoogenaamde landiiehap van Yiiano of 
n binnf*n : dr wfg, die, <*enigt* terreingidvinj^n fn 

maar dirp^ b<»ekjp»* over»M'hrijdende , lanfrs den <M»v«»r 
iM'hrndr Iboe voert , wheidt zieh i»ven vfiorden Ho«H)bbo 
rrn, waanan ei»n tak over wnijre met bamlnM* befrriM-ide 
tjc^ t*n door een moenijwig iMwh lan^ den gnK)t<*n wetr, 

aoderr o\(T den D^MtsoblM), al dan niet Talen aandoendt* , 
irt doqi Tiko voert. 



r liraniMi— rnrtmrviAkUv put *4 \*nr\ Mm tg^h^^le »)am.'<mk<4«4ii«» 

flfeaks/ r»v<i»d«n. Tf>t h«i ).f«ibeht Nftlrix licliiMirviid* . wtirdt awi «i«0^. 

mm duobcrd mK r^Krlowtat; iJ»:vwUMld iw»rlc mi wiit« ri^rkAiiUti 



52 

Dit Tiko is eeno vrij groote in 188& meer dan tien ha 
tellende plaats met een door allerlei snijwerk versierde Sal 
en een nit een etlmologisch oogpunt zeer merkwaardig, 
den beschermheer van het dorp Gosoeong gewijd houten hoi 
welks onderhoud de bewoners in den oorlog onkwetsbaar nuu 
Aan de eene zijde door een kleine, diep ingezonken en 
sago-aanplant benutte beek oingeven , is het dorp in de m 
heid der 1 boe en in het gezicht der aan de overzijde dcr ri' 
steil oprijzende hoogte gelegen, waartoe een uiterst moeic 
pad, dat naar Togotolla voert, toegang verschaft. 

Yan Tiko af rijst het t^*rrein slechts woinig, zoodat 
hijna efi'en t/oeschijnt en voert de weg over zeer afwisisiel 
nit dicht bosch (ni opengekapte, echter soms reeds met \ 
riet en struiken begnvide vlakten. 

Bij Sengadjie, een nit twee deelen bestaand dorp, dat i 
meldenswaardigb oplevert, vereenigen zich alle wegen, so 
nn nog slechts de groote weg naar Roronna overblijft. 

Wanneer men dezen //ngokko lamo^/ volgt, daalt men, iia 
niet bizonder hooge terreingolving te hebben overschreden 
liet door den sterken stroom en de glibberige steeneu vooi 
passage minder aangename rivierbed der J boe af; dit een p( 
afgaande, verlaat men het niet ver van het punt, waa 
rivier Jboe uit de vereeniging van Taoero en Boeka ontsi 
(in , het dwars overstekende , bevindt men zich, na een land 
overschreden, de Taoero doorwaad en tegen een slechts S 
voeten hooge steilte opgeklommen te zijn , weder op effeu 
opgaand hout bedekt terrein, een half uur ver van het vrij st 
oostwaarts gelegen Boronna, heit grootste en wel een dcrt 
hnizen tellende dorp van Toebaroe. 

Niet ver van dit overgangspunt leidt een noord-oostw; 
gaand pad naar de Toebaroesche bovenlanden. 

Boronna, op den rechteroever der Boeka, op een s 
hellend plateau, te midden cener weelderigc natuur gele 
levert met zijne kolossale te midden der twee lange huizen 
staande Saboea en omringd door hooge bergruggen, een schi 
aclitigen aanblik op. Het dorp is van de kust uit mel 
geforceerden marsch van zes uur te bereiken. 

J)e hoogten,die deze plaats omringen, vormen een vrij vlak, 
waterarm en door ravijnen doorsneden, onder den algemc 
naam van Tclaga bekcnd , op sommige plaatsen eenige 
brwd plat^^au , dat vooral daanhnir belangrijk is, o 



58 

hn fir w*l«nieheiclin|f van oost- vn we>tku9t uitmaakt, \vi> 
Jat lir Alfoer retnls aanduidt, (l(x>r aaii i\v streek , waar cii* 
III kau rn op dt* (MK«tku9t iikiiuIcikIc ri\ien*n liareii (Mtrsipnui^ 
urmni. (len iiaain van '•^kaha gcM'hi'' of /^liellendr aanle^' U* 
|er%rii; lan deze liixi^^ ](*idt vvn pad naar het dicp in liet 
Catische bioueuUnd gelegen Madoliee. 

\iif(t mro hct kort na den over^n^ van de Taoem links 
<4 httrr mMird-ocMtelijk \oerend pad, dat (x*n«t langs den linker 
i«r%rr der Taoem en daarna \an de linker zijri\ier de Dodua 
IfKipt*. dan komt men, \an de himictc. afdalende en de I)<hIou 
••%rr»lrkfnde , in het op de tusM^lien I)<kI<mi en Ta(M*ni j^cleffi^n 
aanlrtruok ^bt»uirde dorpje (lador, et*n h(*tn*kkelijk nienwe 
irsli|rtiiK« ^i^ ^1^ tiental hui/i^n telt en op het lx*zit \an 
ffvo wri kleine , luaar nieuwe en • kt^urig afgewerktc met 
aUrrlei kunstig Miijwerk \er8ienh: SalMxia kan lM)ffeu. Op eeii 
ptftAwbchot afstAnds en ncxinlwiiart^i \un de#«.* plaat«« aan d(*n 
frrhlrnjrver der Taoem li^t retnls meer nahij den v<M*t der 
nounlrlijkr houfrt4?keten het gelineht l)<ijoon(f, dat shvhts drie 
hataen eu et^n uiteM nette Sa(K)ea telt , aan di* n(M»nlzijtle 
tkfor ctu hivk beKpmeid , t4* midden (*(*ner si*hfH>ne /ieh , (Nik 
um (iador uitittn*kkende h(N)g V(N)r drn ri|>thouw o|M*ngt* 
Laplr vlmkte. 

I>rii nu bijna n-eht ntNinlwaarU* v(H*renden wef? ver\olirfndi', 
berrikt men na een klein half nur het gclirel aan den \(N!t 
<lrr bcrgen gele^n laabtte bencdenland^^*he dorp Todokkt*<*, dat 
aoilrr xijuc niet bizonder talrijke lM*woner!( i*<Mii<ri* met lepra 
hrhrblr indiiiduen telt rn daardmir kij dr anden* doqxMi in 
cm ftlci*ht genicht Htaat. 

\a fen korte wandrliii|r door het HafroboM*h , waamp uu n 
hrrhaalfirlijk het ziclt <t doorhn*n kronkelend b<*ekje m<»et 
iloonraden , brn*ikt mm drn \(M*t \au het -I- HOO \(M*t Ikmi^* 
platemu. wi*rwaart<» (*<*n pad lt*iilt . dat, hij driMiir \kvrr uitrr*t 
firil en moeilijk , met n*trt*n nap*n«ie|; niet te iM'trsian i.^ 

Up anrare \enD(N*idheid , tlie zieh na ei*n liaUbn'kendi-n 
Uirhl %an J nnr zi*lfi< bij deti meeiit erxaren lN*rfrlM*klimmer 
durt irt'voelen , wcmlt «'<*hter \ertfftrn , ziMMira men, op lift t^p*tf 
«nje punt g«*komen , het gidieeh* Jandjichap in al zijnr H*h<ion- 
hrid \«i<>r zich zirt lifrfri*n 

A*n de Kictcn dt* \ruehtl>are aU e<*n .nduMm tapijt ni al- 
lerlri kleuren prijkrndr ilakt^;, diMir dt* IImn* en dt* aiHifre 

vatf-reu alu mi*t /il\fn*ii dmdm diM>rwi*%«'ii 

4* Volirr X 4 



54 

Vlak voor zich de majestueuze Iboe of Toebaroe met zijn 
door eeu lava-doorbraak ingescheurden en door het zonnelicht 
scherp uitkoraenden en zonderling getinten krater, waaruit, in 
een sedert vervlogen eeuw , de nog dnidelijk te volgen breede 
lavastrooin (Salero latno), als een slang been en weder kronke- 
lend, naar beneden is gevloeid. 

In het oosten , zoo ver het oog reikt, het duistere woud 
en in het westen , behalve den driepuntigen kalen top van den 
Gam-ma-koenorra , een schitterend blauw stuk der onmetelijke 
zee, — in het kort, men ontvangt op dit punt een nimmer 
te vergeten indruk. 

Nog een vijftig voet in schuine richting tegen de helling 
opklimmende , bereikt men eindelijk het plateau, waarop vroeger 
Togotolla lag , waarvan de bewoners zich thans bij Laba in liolodo 
gevestigd hebben ; verder oostwaarts gaande , neemt dit hier 
met hooge boomen begroeide bergvlak weldra de gedaante van 
eeu berggraat aan , daar zicli aan de rechter (oost) zijde het 
diepe met de op zich zelf staande hoogte van Todokkee ge- 
vonude ravijn bevindt en aan de linker (west) zijde een hoog 
boven de oppervlakte der zee gelegen eivormig bergmeer van + ^ 
uur omtrek , dat , wegens de hooge temperatuur van het water , 
slechts aan gamalen , die daar dan ook in massa's gevangen 
word en , tot verblijfplaats strekt. 

Na het raeer in de hoogte omgaan te hebben , begint het 
pad een geruimen poos te dalen en is men, na een oude be- 
kende, de in snelle vaart over een met vuursteenen bezaaid 
bed ruischende Taoero gepasseerd te zijn , in de eigenlijke 
verblij^laatsen der bovenlanders aangekomen. 

Het terrein , door hen uitgekozen , bestaat uit eene uiterst 
vruchtbare, van heuvels en hoogten omgrensde en door tal van 
diep ingesneden beken doorstroomde golvende vlakte, die, hoewel 
betrekkelijk hoog boven de zee gelegen, uit den aard der zaak 
eer vochtig dan droog te noemen is, zoodat de sago er welig 
tiert en de bosschen zeer veel bamboe bevatten. 

Het eerste plaatsje, dat men van Todokkee uit, na een ge- 
forceerden marsch van niim vier uur , bereikt , is het bij Tokko 
Hokko behoorende gehucht Lagoe, welks bewoners sterk met 
Galellareezen vermengd zijn, zooals zich dit uit de gemengde 
bouworde der liuizen al dadelijk laat opmaken. 

De verder noordwaarts gaande weg splitst zich , na de 
Taoero overgestoken te hebben , in twee takken , waarvan de 



55 

westwaartsche iiaar het op eene kleine hoogte gelegen dorp Tokko 
Hokko leidt, waarvan de huizenrij een aan de voorzijde niet ge- 
sloten vierkant vormt, en de oostwaartsche iiaar het aan de 
linkerzijde van de Taoero gelegen en geheel in het bosch 
verscholen dorp Sengadji voeii;. 

Van Sengadji gaat een pad naar de lioofdplaats der boven- 
landen Togoeis, die op hare beurt in verbinding staat met 
het in 1882 nog door slechts 46j\ hnisgezin, dat debijnalOO- 
jarige ouders niet wilde verlaten , bewoonde Talimadoe , * welks 
bevolking zich achter Bakoen in het Lolodasche gevestigd had. 

De hoofdplaats Togoeis met hare groote en goed bewerkte Saboea 
aan een helder bergbeekje en aan den voet der het voor de 
helft omringende heuvels gelegen , is het uitgangspunt der naar 
Galella, Tobello en Loloda gerichte jacht- en zwerffcochten. 

Moet ook al , wegens de groote bezwaren aan het vervoer der 
producten verbonden , het bovenland, bij de onderstelling eener 
ontginuing van Europeesche zijde, geheel buiten beschouwing 
blijven , niet aldus is het gesteld met de benedenlanden. Door- 
sneden door eenige voetpaden , welke met betrekkelijk geringe 
moeite en kosten in bruikbare wegen zijn te veranderen , en op 
vele plaatsen besproeid met water, niim voldoende zoowel tot 
beweegkracht van machiiierien als tot irrigatie van den grond, 
eigenen deze uiterst vruchtbare benedenlanden zich om zoo te 
zeggen tot alle cultures. 

Dat dan ook het tijdstip niet meer ver zij, waarin de schwme 
slaapster uit haren eeuwenlangen slaap worde wakker geschud 
door Nederlands energieke zonen , die , het welzijn en de bc- 
schaving van dit goedaardige volk tegelijk met hun eigen 
voordeel betrachtend, de handen aan den ploeg slaan om de 
rijke goudmijnen te ontginnen , die de vruchtbare /'Kaha lamo//, 
groote aarde, in haren schoot verbergt 



^ Dit oude en werkelijk eorwaardig uitziende eohtpaar, waarvan de grija- 
aard ale man op rijpen leeftijd den Java-oorlog hoeft medegoniaakt en nog 
veel van de Engelschen praatte , warcn golioel bij hun verstand en braohten 
hull tijd mot slapen on et,on dcutr. 



EENE BIJDRAGE TOT DE KENNTS VAN T OUDE 
PHTLTPPIJNSCHE LETTERSCHRIFT. 



DOOR 

H. KERN. 



In een geschrift, getitcld Contribuckm para el eshuHo delos 
aniiguos alfabetos FUipinos » ^ heeft de lieer T. H. Pardo de 
Tavera een zeer verdienstelijk overzicht gegeven van hetgeen er 
bekend is van het letterschrift dat oudtijds bij verschillende 
volken op de Philippijnen in gebruik was. Zoowel het onder- 
werp zelf, als de wijze waarop het door genoemden schrijver 
behandeld is , verdienen ten zeerste de aandacht der belangstel- 
lenden, en al weet ik dat het aantal derzulken hier te landc 
uitermate gering is, zoo wil ik toch niet nalaten mijne eigene 
belangstelling te toonen en eene zwakke poging te wagen om 
de uieuwsgierigheid van anderen te prikkelen. Wei is waar heeft 
eene jarenlange ondervinding mij geleerd dat geene dertalrijke 
Nederlandsche tijdschriften zich verwaardigt van den inhoud der 
Bijdragen kennis te nemen, terwijl ze met greetigheid rijp en 
groen uit den vreemde overnemen en hun lezers opdisscheu als 
nieuwste resultaten der wetenschap, doch hoe bedroevend die 
ondervinding ook zijn moge, ze mag ons niet ontmoedigeu. 

Het ontbreekt niet aan oudere berichten omtrent de Philip- 
pijnsche alphabetten. llet onderwerp is, zooals de heer Panio 
de Tavera opmerkt, door bijna alle geschiedschrijvers van den 
Archipel der Philippijnen behandeld, hoezeer op alias behalve 
bevredigende wijze. Ue eenigste geleerde die daaraan een bijzonder 
onderzoek gewijd heeft , was Jacquet, die in 1831 in het Nouveau 
Journal AsiaHque eene verhandeling uitgaf onder den titel Con- 
sidirations sur les Alphabets des Philippines. Daarin is slechts 
sprake van twee alphabetten , dat van 't Uoko en van het Ta- 



^ Uitgekitmen te LauMiime, bij Oebr. Jaimin. 



57 

galog; het eeue getrokkeii uit een liaiidschrift in de (toen) 
Koninklijke Boekerij van Parijs « , eu het andere gecopieerd uit 
het bekende werk van Th^venot. 

Behalve deze twee alphabetten — die eigenlijk als ^^n en 
hetzelfde moeten beschouwd worden — had Jacquet in de talrijke 
spraakkunsten der verschillende Philippijnsche talen geen af beel- 
diugen van letters kunnen opsporen. Daaruit blijkt dat hij slechts 
over beperkte hulpmiddelen beschikte , want er zijn ettelijke oude 
spraakkunsten waarin die letters afgebeeld staan , zooals de heer 
Pardo de Tavera niet nalaat te doen uitkomen. Het is waar 
dat in de Arte de la lengua Tagala van Pater de Totanes — 
welk werk voor 't eerst in 1 745 uitkwam * — slechts ter loops 
van 't inheemsche schrift melding geraaakt wordt en de letter- 
teekeus niet afgebeeld zijn , docli in de Tagalogsche spraakkunst 
van Pater San Agustin , voor 't eerst in 1705 verschenen, vindt 
men de lettervorinen opgegeven en in de eerste uitgave der 
grammatica van Pater San Joseph, gedrukt te Bataan in 1610, 
staan nog verscheidene woorden met de oude karakters geschreven. 

De eerste schrijver die in Europa Tagalogsche letters liet 
drukken , was de Jezuiet P. Ghirino. ^ Waarschijnlijk is het al- 
phabet dat Th^venot, in zijne Relation des lies Philippines par 
un Religieux geeft, aan het werk van Ghirino ontleend, hoewel 
de naam van dezen niet door Thevenot vermeld wordt. 

In een werk van Don Sinibaldo de Mas ^ ontmoet men vijf 
alphabetten : twee Tagalogsche , waar van e^n in gebruik was in 
de provincien Bulakan en Tondo en 't andere in 'tgewestBa- 
tangas , oudtijds Komintan genoemd , verder een Ilokosch , een 
Pangasinansch en een Pampangaasch alphabet. 

De teekens waar van de inboorlingen zich bij 'tschrijven van 
het Bisaya bedienden , vindt men afgebeeld in de spraakkunsten 
van den Jezuiet Ezguerra en van Pater de Mentrida. 

Bij de uit vermelde bronnen te putten schriftproeven , tien 
in 't geheel , kan men nog voegen de twee alphabetten welke 
voorkomen in de Tabel van Oud- en Nieuw-Indische alphabetten, 



* De Schrijver zegfc in de noot: "De Heer de Sainte-Croix vereerde aau 
de Koniiiklijke , thauH Natioiiale Boekerij van Parija , een exemplaar van den 
hcrdruk der "Arte de la lengua Docana-ManDa 1617." 

* De uitj^ave waarover schrijver dezes beechikken kan is een herdruk van 1850. 

* De titel van diens hoogst zeld'/aam p^eworden boek is: "Relacion de las 
Islas PbDipinas y de lo que en ellas an trabaiado los Padres de la Compa- 
iiia de Jesus. Roma, MDCIV." 

^ Informe sobre las islas FiUpinas. Madrid, 1843. 



58 

uitgegeveu door Holle. Ze wareu liem verstrekt door den lie 
Riedel, doch zoiider opgave van de plaats van herkomst. Alh 
te zaraen zijn er dus twaalf Philippijnsche alphabetten bekenc 
die de schrijver der Contribucum in een tabel heeft vereenigd 

Beeds bij den eersten oogopslag zulleu zelfs ongeoefenden 
kunnen bespeuren dat al die alphabetten, althans de elf eersten, 
eigenlijk 6^11 en dezelfde schriftsoort vertoonen, zoodat de schrijver 
dan 00k terecht opmerkt: /^inen kan zeggen dat ze den en 
hetzelfde zijn, terwijl de verschillen bestaan in de mauier van 
schrij ven , zooals bij het Engelsche, Fransche of Spaansche schrift 
geschiedt.// Uaarenboven zijn er enkele letters, die in een paar 
der opgegeven Philippijnsche talen ontbreken , om reden de klank 
dien ze voorstellen er niet uieer in voorkomt. Alleen in 't Pam- 
pangasche alphabet schijuen de ya en wa bij vergissing uitgelaten 
te zijn , daar deze taal deze klanken wel bezit. • 

De volledigste Philippijnsche alphabetten keuneu slechtsdrie 
letters oin de klinkers , en veertieu uui de medeklinkers uit te 
drukken. Over het feit dat het schrift der Tagalers en Bisayers 
het gebrekkigst is van alle Indische schriftsoorten van den In- 
dischen Archipel , als ook over de verwantschap van het eerste 
met de laatsten heeft schrij ver dezes eenige opmerkingeu gemaakt 
in een opstel Over de opsckriften uit Koetei > , dat den hear 
Pardo de Tavera niet bekend is geweest en moeielijk bekend 
had kunnen zijn. Daar er in dat opstel verscheidene panteu 
voorkomcn die ook in de Contribudon behandeld worden en 
daarom in de volgende bladzijden telkens zollen aangevoerd 
worden, veroorloof ik inij een gedeelte van "t daar gezegde hier 
aan te halen. 

//De type van het schrift der Tagalers en Bisayers op de Phi- 
lippijnsche eilanden is ouder dan die van 't Makassaarsche (en 
tevens Boegineesche) , doch het aantal der letters is nog meer 
geslonken. Het Tagalog bezit slechts 17 karakters, het Bisaya 
14, terwijl de Makassaren en Bataks er nog 19 hebben; de 
teekens voor e en ontbreken geheel. Dat het Tagalogsche alpha-' 
bet , waarvan 't Bisayasche slechts een weinig gewijzigde vorm is , 
in nauw verband staat met het Sumatraansche , blijkt uit de 
overeenkomst der lettei*s na^ ba^ Aa en ma; de lettervormen 



1 Ter loope dj opgomerkt dat de Heer Pardo de Tavera ten onreohta ook 
de ha ouder de letters telt die aan 't MaleiBoh ontbreken. 

* Yerslagen on Mededeelingen der Kuninklijke Akademie van Wetenachappeu, 
Aid. Letterkunde , 2de Reeks , D. XI , bl. 196 , vgg. (1882). 



51) 

li*- rM»L III aiiden* j^nHrjieii wonlcii aangHroflrn, sluit ik iiatuurlijk 

iin (If \ergelijking uit, want die bewijzeu iiiets voor den nau- 

wttrn samenhang tiu«jchen Pliilippijn!>ch en Suinatraansch. Nog 

kinktrri^tieker voor de beide sch ri ftsoorten is de ra, welke 

thins in dc Philippijnsche taleu als la wordt uitgesproken ; zonder 

behttlp van de Ijampongsche ra zou de vorm dezer /a, o<ir 

«praokelijk ra^ onvcrklaarbaar wezen. * In 't algemeen ktmien 

(ir Tigalache letters roi^r met de Ijanipongsche dan met de 

Bitikfche overeen ; ze zijn (N)k ouderwetscher dan de laatste. 

fcar Diet te veronderstellen is dat dc Lampongers onmiddellijk 

iiTloed op de bewoners der Philippijnen hebben uitgeoelend , 

wcm ik aan dat de Pliilippijners hun sc'liril't aan '*t oudcre 

Malfisrh ^ ontlcenil hebben en dat dit laat^te , met e^»nigi' , 

IB Tfrioop van \ of 5 wuwen ontstane wijzigingen , bij de 

liUnponger^ voortleeft. llet verdient opgemerkt te worden , dat 

lA sommige ljampongi«che llSiS. twee \ormen der da voorkoinen, 

wrike men in 't Bisaya terugvindt. Wellicht ij* de eene er van 

dp&lijk de linguaal , doch we^ens de gelijkenis der karakters 

^onr dm en da ook in andere gro(*pc!n is dit moeielijk uit te 

mken. l)c Tagalsche lett«»r da heeft de nicest^ overt^nktmist 

•et de dentaal . hetgeen zoiiderling kan sehijneii , omdat de 

vitfpnak zeer bepaald die eener linguale d i^, zelfs in die mat4* 

dtt df Spaujaarden ze tmnscTibeereii met r. \u is (K>k de d 

itr Maleien* een linguaal, hetgeen hen echter niet belet hei*ft 

imk kUnk in hun hodendaagAch alphaln^t uit te drukken met 

^ Arabijiche denta^il dal. Het i." dus volstrekt niet onmogelijk 

«iat dcxelfde Malciers ook in hun vroeger, lndis<'h iichrift de 

.Stii»knt<«rhe en Javaannche dentaal liezigden , maar als linguaal 

niUprmken. Indien dit het geval gewee?<t i?i, laat het zieh ver- 

klajrn, hoe de Philippijnen*, bij 't overnemen van *t alphabet 

4ef Maleien« (of liever Sumatram-n) , even als deze met het teeken 

«ipf Undlclter de uitnpraak der tongletter verbondeii • Voor- 

U«iiog blijft dezt* verklaring slechts een veronderwtelling , maar 

veronderstelling die ge<Mirl(M>fd i?*, omdat z<* \enleronder- 

k kail uitlokkrn. Om dezelfde reden wil ik nog een ander 



* Ifeuk nj fir UiWl vm) I*, dr T. kati ik thatw er btjnHrveti . <i«i «le Tortu 
4mf P»mt»«tifaMKah» U den nnietihui^' tiuaioheii lie-im*!! ti^ro r-n <i»i «lrr 

rm t»cf|^ duidelijker dfMft uilknnirii. 

* 4if w«i AAti t r4iinb*>dja ICji«ri-«ohnft n* ^00 A. h. . waAniit ik h«4 «a<l« 
■■MAnMWMsb totiUrtaJUl ftcht. 

* CJk»k 'i «*r)t>frrkpffi vmu ecu tiitddcl «>m de deiiUd* rmu «!• UnikOal* U U» «iti<i«r- 
h«btjc« de PliUi(>i>ijii«che Al|ih«b»tt«ti met dc HutttAlrmaMMhc )(ccn«ctt. 



puut van overeeiik()in?*t tussoheu cle Lainpoiigsche eu de Philippijii- 
sche schrijfwijze aanvoeren. Gelijk ik reeds met een enkel woord 
gezegd heb, bezitten het Tagalog en Bisaya geen afzonderlijk 
teeken voor de klanken c en o. Welnu, ook de meeste Lampong- 
sche HSS kennen het niet. Het is in geenen deele gewaagd aan te 
uemen , dat het evenzoo geweest is bij een deel der oude Maleiers, 
want de Maleisclie e en o verschillen quantitatief en qualitatief 
van de Sanskrit i en 6\ aan deze laatste, uit tweeklanken 
ontstane klinkers beantwoorden veeleer de echt Maleische diph- 
thongen ei (ouder en nog gewestelijk ai) en au , die, juist omdat 
ze nog voile tweeklanken waren , niet gevoegelijk met de Indische 
i eu konden weergegeven worden.'/ < 

Omtrent de verhouding van het Makassaarsch-Boegineesch 
sclirift tot het Kawi-Cambodjasclie na 750 onzer jaartelling had 
ik t. a. p. het volgende gezegd : '/Van Sumatra gaan wij over 
tot Celebes. Daar vinden wij het Makassaarsch-Boegineesch 
alphabet, dat ook op Bima, en, in eenigszins ouderen vorm, 
op Mangarai in gebruik is. Volgens het gevoelen van Professor 
Friedrich Miiller * zou het schrift der Tagalsche (d. i. Philip- 
pijnsche) volken, der Bataks, der Boegineezen en Makassaren 
afstammen uit een vorm van Jndisch schrift, dat in menigop- 
zicht het alphabet van Ayoka's edicten (250 v. Chr.) in ouder- 
dom overtreft. Dat gevoelen kan ik niet beamen. Van de 
menigvuldige gronden die daartegen pleiten zal ik er slechts 
een paar aanvoeren. In 't alphabet van A^oka wordt de i-klank 
aangeduid door een winkelhaak rechts aan ''t boveneinde van 
den stok der letter. In verloop van tijd is de haak afgerond; 
later wederom heeft men deze kleine kromrae lijn boven de 
letter verlengd, en dan verder de t uitgedrukt door eenen 
cirkel, onmiddellijk boven den stok; soms is de lijn doorge- 
trokken, eu eindelijk z66ver, dat links, evenwijdig aan den 
stok , een streep gemaakt wordt ; op deze wijze wordt de i in 
't NSgari uitgedrukt. Uit den anderen vorm van 't i-teeken, 
den cirkel aan 't boveneinde van den stok , is ontstaan een cirkel 
boven den stok; de cirkel heeft zich eindelijk losgemaakt; op 
dit standpunt staat het Kawi-Cambodja-Pali schrift en is 't Ja- 
vaansch enz. gebleven. Het Boe-gineesch-Makassaarsch gaat een 
stap verder, heeft uit het kringetje een stip gemaakt. Met de 

' Met het JavaauBod was het eon ander geval; daarin heeft de overgaiig 
vau ai eii an tot er eu c; reedfl vroeg plaats gehad. 
< QranlriM der Sprachwiiwenflohaft , Baud II, Abth. II, bl. 90. 



HI 

f xi\: t) vi iets ileijL^lijk.s gelx'unl ; ecrst Nastfrflieclit iiaii ile 
linkrrxijdc van den sU)k , is* zij hoe lauger 7a><> uieer \ergitK)t, 
omirebageii , doorgetrokken iiaar beueden, en eindelijk lu^ft 
Btfl u van den »tok losgeinaakt. Dit is reeds betrekkelijk 
vnxg geschied, uiaar altoos eenigt; eeuweii na A^oka. Genueg. 
Ik wijie waarup de klanken i eu e wonlen uaiigeduid is \ul- 
<ionide um te bewijzen dat het Maka8saarscrh-1k)egiueesche 
tipiubet niei under is dan 't Oudjavaansche ; de vorm der 
Brdclliukers levert het bewijs dat het veel jonger is." 

•Reeds bij eene oppervlakkigt^ besthouwing gclijkt het Ma- 

kianarKh-Boegineesche sehrift op het Batakscheof liauipougsirhe, 

nair het i^ ineer afgerond en nog erger venninkt , of wil men, 

hiutiger gt»i*hreven. De karakters welke de verwantschap tus- 

srhen het schrift van Sumatra en van Celebes in 't helderst 

lidit stellen, zijn de na (Mak. en I^taksch); de ra (Mak., Bat. 

fo lAmpongsch); 4leze letter op zich zelf zou \oIdoende wezen 

OB de nauwe verwanti»chap U' l)ewijzen ; de Mak. pa en ma 

AjO vermiukingen van de Ijampougsche; evenzoo de ka. Hoover 

die vereenvoudiging gedre\eii wonit, bespeurt men *t duide- 

Itjksie misschien aan de nga en de ia. Juist tengevolge \an 

die fucht tot verkorting hebben sommige letters een \orm die 

nrh even goed laat afleiden uit den C)ud-Ja\aau9chen als uit 

den Ijimpougschen , of, we mogen gerust zeggen , eenmaal 

SmnatFaanschen ; dit geldt o. a. \an de dja. In sommige o[h 

lichten heeft lict Mak.-lkieg. iH.Mi ouder type liewaard dan het 

Rataksch , bijv. bij de ija ; ik denk er dan ook niet aan, het 

Mak. schrift van het hedeudaagsche Bataksch af te leiden , 

■lar van een Snmatraanseh , zegge Oud Ma]ei8(*h alphabet, 

ait een tijd toen Lampcmgsch , Bataksch en Redjangsrh nog ^*n 

cmkde varieteit van het Oudjavaansch vonudcn.'^ 

'l>e uitkomsten waart4ie het \oorgaande ondenioek ons leidt, 
b, dat de Boegineezen en Maka.H*iaren hun schrift rechtj»treeks 
of middellijk aan een Sumatraanseh \olk te danken hebben. 
Bedenkt men dat Boegineezen en Maleiers ze(*varende en han- 
dtldrijvende \olken zijn, dan zal men in dit resultaat nietn 
treemds \inden. Kr i?* i^n bijzonderheid in de sehrijfwijze der 
MakatKareu welke ons zou kunnen dcien \ennoeden, ciat zij 
kaar %an Westelijk Java ontU^end hebben, namelijkdegi 
cm den klank de o niet uit U* drukken met de Tal en 
Tailing , maar tm\oudig met de laatste. Immem in het 
rh wordt de Taruiig , of luoaUde Iklineewu legyceu : Tti 



64 

ineeii (h mtest gewi jzigde karakters vertoont. Schier onherken 
is (le Lampongsche a geworden. Het Bataksch kan, jam 
geiioeg, niet vergelekeii worden, want het drukt den kli 
der a door het teeken der ha uit; hetzelfde schijnt raij toe i 
geval to zijn in de twee schrijftalen van Celebes. < 

I. De teekens hiervoor, behalve in No. 11 en 12 , vertoont 
overeenkomst met de i in het latere Cambodja-schrift * ; voorti 
maar in eenigszins minderen graad, met het Kawi-teeken e; 
met liet Bataksche , alsook met de i der Zuidindische schrift 
soorten. No. 11 en 12, benevens de tweexle type van No. 7, 
zijn mi] volstrekt onverklaarbaar; ze vertoonen niet meer.de 
minste gelijkenis met de % van eenig Indisch alphabet. Zooveel 
alleen is duidelijk dat de t in 11 dezelfde letter is, maar in 
loopend schrift, als de i in 12. welke laatste den staanden 
vorm vertegenwoordigt. 

U. De verklaring van dit teeken levert eene moeielijkheid 
op, doordien de opene zijde naar links gekeerd is, in plaats 
van naar rechts, gelijk men verwacht zou hebben. Alleen in 
het Pampanga is de richting dezelfde als in de Achterindiache 
alphabetten eu 't Kawi. Hierboven had ik reeds de gelegen- 
heid op te merken dat de Bataksche u licht te herleiden 
is tot ceneii \orm die ook de gewone Philippijnsche is. Bij 
de ontsteutenis van een Lampongsch en Makassaarsch-Boegi- 
iieesch aequivalent, is het moeielijk ten dezen tot een vast 
besluit tvi komen , en als ik , steunende op het Pampanga , het 
vermoeden uitspreek dat de gewone Philippijnsche tf, evenals 
de Bataksche , ontstaan is uit de omzetting van eene Kawi- 
Cambodjasche ti, dan wil ik daarmede geenszins te kennen geven 
dat ik de zwarigheid gering acht of ze voor goed meen opgelost 
tp hebben. Jntusschen meen ik te mogen beweren datsommige 
letters in 't Philippijnsch eene verschuiving hebben ondergaan, 
evenals in 't Bataksch. De oorzaak van dat verschijnsd zoek 
ik, in de eerste plaats , in de manier van schrijven. ^Men 
schrijft'' (in 't Bataksch) , zegt Dr. van der Tuuk » , ^van de 

^ Dat de lottor welke in 't Mak.-B<>op. alphabet ale Aa ilionflt 4oet , een 
tiieuw toovoegsel w uit het Arabifich overKenomeii , iH reed? op^merkt door 
Dr. B. K. MatthoB; zio o. a. BoogiiiceBchc Spraakkmint , hi. 10. 

^- Zio Aiiiialos do I'Extr^me Orient (September ISSO) InHoriptiou de BaMav, 
i«tr'»phe 8. 

' TobaBche SpraakkuuHt ^ 1. De tegen^'et!t<'>ldo bewering vnii MarBdeii , 
waarop de Kchrijvcr der (hniribtteiom (p 23) xich l>er()opt, heeft niet de 
iniiuste waardc: MarH<k*n heoft wel op Sumatra i^ele«'>fd , maar luioit ondor do 
Batokn, en huu taal verstoud hij uiet. 



63 

lijuen door rechte \ei*\aiigeii, zoodat 'S^ oiider huu haiuien is 
overgegaau in "o . Zelfs iiidien het onigekeerde waar was, zou de 
verwantschap tusschen de Bataksche , Makassaarsche en Philip- 
pijnsche vormen der na er niet te minder duidelijk om zijn. 
Ten derde is de Philippijnsche ha geheel identivsch met de Ijam- 
pougsclie , terwijl de Bataksche ha eene hoekige varieteit er van 
is. Men behoeft slechts de typen dezer letter , zooals zich die 
vertoonen: 1. in de edicten van Agoka; 2. in 't Cambodja- 
Kawi-schrift en 2. in 't Sumatraansch-Celebes-Philippijnsch, naast 
elkaar te plaatsen om zich te overtuigen dat de laatstgenoemde 
zich in dezelfde richting als de middelste heeft ontwikkeld, maar 
in die richting nog veel verder is gegaan. In ""t Javaansch- 
Balineesch alphabet is de Kawi ha ook eenigszins gewijzigd , 
doch op geheel andere wijze dan in 't Sumati-aansch-Celebesch- 
Philippijnsch ; dit laatste drietal vormt eene groep op zich zelf 
en staat als zoodanig tegenover alle overige Indische schriftsoorten. 
Ten vierde houd ik de Bataksche u voor onmiddellijk ontstaan 
uit eenen lettervorm die nagenoeg aan de Philippijnsche u gelijk 
was; vooral komt de verwantschap duidelijk uit als men de u 
van het 12<J« alphabet der tabel vergelijkt. Wei is waar gelijk t 
de Bataksche-Philippijnsche u ook veel op de NSgari-w, die 
reeds op een Gupta-inscriptie met eene bocht in dezelfde richting 
voorkomt, doch die overeenkomst kan kwalijk aan iets anders 
dan toeval geweten worden, daar elk denkbeeld van nauwere 
betrekkingen tusschen het Gupta- en N^ari-schrift eenerzijds 
en het Sumatraansch-Philippijusch anderzijds door de gedaantc 
der overige letters is uitgesloten. 

Een en ander van hetgeen liier gezegd is omtrent na , ha en 
ya is ook door den]J schrijver der Contrilmcum opgemerkt; hij 
maakt evenwel niet de gevolgtrekkingen , die uit de ook door 
hem erkende feiten m. i. voortvloeien. — Ik zal nu deletter- 
teekens ^^n voor ^^n nagaau. De opmerkingen van den Heer 
P. de T. zullen dan van zelf ter sprake komen. 

A. Deze letter is sterk van de oude type afgeweken. Dc 
meeste gelijkenis met de Kawi-Cambodjasche a vertoont de eerste 
der twee karakters van No. 7 der tabel, aangezien de verbin- 
dingslijn tusschen rechter- en linkerbeen nog niet geheel ont- 
breekt , noch verplaatst is. Een spoor .van die dwarsstreep is 
ook zichtbaar in No. 10, terwijl in No. 11 en 12 de e^ne 
streep door twee vervangen is. De meest verbasterde vorm 
behoort aan 't Pangasiuan (No. 9) , dat trouweus over 't alge- 



f)4 

ineen fl(^ meest gewi jzigde karakters vertooiit. Schier onherkeiibaar 
is de Ijampongsche a geworden. Het Bataksch kan, jammer 
genoeg, niet vergeleken worden, want het drukt den klank 
der a door het teeken der ha uit ; hetzelfde schijnt raij toe het 
geval te zijn in de twee schrijftalen van Celebes. « 

I. De teekens hiervoor, behalve in No. 11 en 12 , vertoonen 
overeenkomst met de t in het latere Cambodja-schrift > ; voorts , 
maar in eenigszins minderen graad, met het Kawi-teeken en 
met liet Bataksche , alsook met de i der Zuidindische schrift- 
soorten. No. 11 en 12, benevens de tweexle type van No. 7, 
'/ijn mij volstrekt onverklaarbaar; ze vertoonen niet meer.de 
minste gelijkenis met de t van eenig Indisch alphabet. Zooveel 
alleen is duidelijk dat de t in 11 dezelfde letter is, maar in 
loopend schrift, als de i in 12. welke laatste den staanden 
vorin vertegenwoordigt. 

U. De verklaring van dit teeken levert eene moeielijkheid 
op, doordien de opene zijde naar links gekeerd is, in plaats 
van naar rechts, gelijk men verwacht zou hebben. Alleen in 
het Pampanga is de richting dezelfde als in de Achterindische 
alphabetten en 't Kawi. Hierboven had ik reeds de gelegen- 
lieid op te merken dat de Bataksche u licht te herleiden 
is tot een(;n vorin die ook de gewone Philippijnsche is. Bij 
de ontstentenis van een Lampongsch en Makassaarsch-Boegi- 
Jieesch aequivalent, is het moeielijk ten dezen tot een vast 
besluit te komeu , en als ik , steunende op het Pampanga , het 
vermoeden iiitspreek dat de gewone Philippijnsche ti, evenals 
de Bataksche, ontstaan is uit de omzetting van eene Kawi- 
Cambodjasche u , dan wil ik daarmede geenszins te kennen geven 
dat ik de zwarigheid gering acht of ze voor goed meen opgelost 
U' hebben. Jntusschen meen ik te mogen beweren datsommige 
letters in 't Philippijnsch eene verschuiving hebben ondergaan, 
evenals in 't Bataksch. De oorzaak van dat verschijnsel zoek 
ik, in de eerste plaats, in de manier van schrijven. //Men 
schrijft'/ (in 't Bataksch) , zegt Dr. van der Tuuk » , //van de 

^ Dat de letter welke in 't Mak.-Boeg. alphabet ala Aa dienst 4oet , eeii 
tiieuw toevoegsel is uit het Arabisch overgenomeu , is reeds opgemerkt door 
Dr. B. F. Matthes; sde o. a. Boegineesche Spraakkimst , bl. 10. 

• Zio Aimalos de TExtr^me Orient (September 1880). Insuriptiou de Bamac, 
»?trophe 8. 

^ TdbaBclic SpraakkuDHt § 1. L)o tegengestelde bewering van Marsdeu , 
waarop de Bclirijver der OofUribnciom (p 23) /ich beroopt, heeft niet de 
uiiiiflte waurdo : Maredon heeft wel op Sumatra s^^cefd , maar uooit ondor de 
Bataks, en Iiun taal Teratoud hij niet. 



65 

linker- naar de rechterhand , eu daar 't geen , waarop men ge- 
woonlijk schrijft , bamboe is, die wegens de kokerachtige gedaaute 
wel niet geraakkelijker dan in de lengte beschreven of liever 
besneden kan worden — steeds van onderen naar boven. Bij 
""t lezen kan men 't geschrevene in een horizontale ligging voor 
zich houden.'/ Welnu , juist deze zelfde manier was niet onbekend 
bij de Philippijners : een ond schrijver, Colin, zegt uitdruk- 
kelijk dat de Tagalogs '/van onderen naar boven// plachten te 
schrijven, en Pater Ezguerra bericht ons hetzelfde van de Bi- 
sayers. > Men zal toegeven dat bij eerie dergelijke wijze van 
schrijven verschuivingen en omzettingen eerder knnnen voor- 
komen dan anders. 

Ka. Hieromtrent had ik mijn bovenvermeld opstel geschreven : 
//Nog moeielijker dan de u laat zich de ka verklaren. Het karakte- 
ristieke van de Kawi-Cambodjasche (in 't algemeen Achter-indische) 
ka is geheel en al verdwenen en men zou geneigd zijn er eene dub- 
bele kk in te zien van de type van Koetei , Tjampea enz. Doch 
daartegen strijdt de dwarsbalk , die boven den stok , niet door 
het middelgedeelte getrokken is.// Nu wij door de tabel van 12 
alphabetten meer varieteiten van dezelfde letter hebben leeren 
keuuen en daaruit zien dat de richting der twee evenwijdige 
rechte of eenigszins gebogen lijnen aan afwisseling onderhevig 
is, komen wij tot het besluit dat de Philippijnsche ka zich 
inderdaad onmiddellijk bij de Bataksche en Makassaarsche aan- 
sluit. De Mandailing- Bataksche ka , waarvan de Tobasche , als 
ha uitgesproken , letter slechts eene varieteit is, verraadt haren 
oorsprong uit het overeenkomstige Kawi-Cambodjasche teeken 
nog duidelijk genoeg : van de drie evenwijdige opstaande lijnen 
is de middelste weggelaten en de twee overblijvenden zijn eenigs- 
zins schuins geplaatst, zooals in een loopend schriffc van zelf 
zal geschieden. Het Makassaarsch-Boegineesch is nog een stap 
verder gegaan en heeft ook den bovendwarsbalk weggelaten. 
In No 9 en 10 is hetzelfde geschied, doch de schuinsche lijnen 
liggen hier in horizontale richting. In No 1 1 loopen de lijnen 
als in 't Bataksch en Celebesch, terwijl de rechte dwarsstreep 
overgegaan is in eene schuinsche lijn. De oorspronkelijke rich- 
ting der opstaande zijden is bewaard gebleven in No 12; alleen 
heeft men de bovendwarslijn laten zakken. Uit dezen laatsten 
lettervorm acht ik de ka in No 1 , 7 en S ontstaan met eene 



* Zie Coniribiwion p. 10, vg. 



verschuiving van 90 graad. N© 2, 3, 4, 5, 6, alsook 9 en 
10 laten zich licht nit No 1 , 7 en ^ afleiden. Geheel onaf- 
hankelijk van de al of niet juistheid dezer verklaring is het 
feit dat de Pliilippijnsche ka schier even onherkenbaar geworden 
is als de M akassaarscht; ; de Pangasinansche en Pampangasche 
heeft zich zelfs nog verder van den oorsprong verwijderd. 

Ga. Deze letter heeft in de meeste Indische alphabetten haar 
ooi*spronkelijk karakter vrij wel bewaard . Onder de Philippijnsche 
\ arieteiten is de Pampangasehe de meest ouderwetscbe : ze nadert 
zeer de Kawi-tvpe , gelijk de heer P. dv. T. terecht opmerkt. ' 
No 2,3, 1 , 5 , en 7 staan ongeveer op denzelfden afstand 
van 't oorspronkelijke teeken als de Nftgari ga. Ijatere ontwik- 
kelinaen nit No 2 — 7 vertoonen No 9, 11 en 12. No S wLjkt 
aaninerkelijk af en doet zich voor als de Makassaarsch-Boegi- 
neesche letter, doch iets minder afgerond. De twee vormen in 
No 1 zijn zonderling; de tweede er van vertoont eenige gelij- 
keiiis met de ga van 't Grantham en Singhaleesch : louter toe- 
val , zou ik denken. Kr is wel eenige grond om aan de juistheid 
(ler opgege\ en t(*ekens te twijfelen vn te vermoeden dat althans 
de eerste der twee teekens in 't geheel niet ga , maar nga moet 
verbeelden. Het is opmerkelijk dat juist de nga in de lijst van 
(Jhirino en de daarnit gevloeide van Thevenot ontbre^kt , waar- 
omtrent de schrijver dan ook de opmerking maakt dat de uit- 
lating zondc^r twijfel aan eene vergissing geweten moet worden. 
Zeker, er is bij vergissing t»en van de twee letters uitgelaten, 
doch welke? 

Nga. Van de tien in de tabel afgebe^lde vormen staan — 
indien men de zooeven vermelde, m. i. verkeerdelijk als ga 
opgegeven typcn bij Chirino-Th^venot uitzondert — No 7 en 
S nog het dichtst bij 't Kawi-(]ambodja-8ch rift. Het oordeel 7X)U 
anders luiden , bijaldien in Xo ^ — fi de bocht der linkerzijde 
niet zoo ovennatig groot was en in verkeerde richting liep. De 
nauwere verwantschap van alle met de Lampongsche nga loopt 
in 't oog. De Bataksche nga doet zich voor als eene hoekige 
varieteit van Thevenot's ga (sic) en de Makassaarsche als een 
dito van Chirino s ga. Zoo deze omstandigheid het boven uit- 
gesproken vermoeden nog niet tot zekerheid verhefb, pleit ze 
toch voor de waarschijnlijkheid er van. 



* Niet de Aci>ka-t}i)e , zm-nlrt hij er bijv(»ejft , want doze oiidersohoidt sioh 
juist door do afwessij^heid dor r«»iidiiiK. 



67 

Ta. Het is niet gemakkelijk uit te maken of deze letter de 
dentale dan wel de linguale letter nioet verbeelden. Vergelijkeii 
wij iiitusschen de Mandailingsche ia , die keniielijk uit de dentale: 
Kawi-Cainbodjasche letter ontstaan is, met de, Lanipongsche, die 
nagenoeg identisch is met de Philippijnsche (vooral N° 2 — 6) 
en bedenken wij dat de dentale letter in 't Sanskrit zoo veel 
meer voorkomt dan de linguale, dan moeten wij het voor 't 
waarschijnlijkst houden dat de Philippijners het teeken der den- 
tale ta overgenomen hebben. Gaat men uit van de ondei*stelling 
dat het Philippijnsche alphabet uit eerie of andere varieteit van 
't Kawi-Cambodjasche is gesproten, dan valt het ook niet moeielijk, 
met behulp van 't Mandailingsch en Lampongsch eenen anderen 
vorm van de Philippijnsche ta te rciconstrueeren ; men behoeft 
slechts het naar beneden gerichte linker haaltje in N<* 2 en t 
uaar rechts om te krullen en krijgt dan de karakteristieke ta 
der Achterindische en Javaansch-Sumatraansche schriftsooi-ten. 
De Makassaarsche ta is nog een graadje meer vereenvoudigd 
dan de Philippijnsche. Tusschen N° 8, 9 en 10 eenerzijds on 
de overige Philippijnsche vormen der letter anderzijds, vermag 
ik geen samenhang te ontdekken ; men zou geneigd zijn de drie 
eei'stgenoeraden te houden voor vervormingen van de linguale ia. 
In dit vermoeden word ik versterkt door de omstandigheid dat 
in 't Pampanga de ta en da klaarblijkelijk slechts weinig ver- 
schillen en in schier alle Indische alphabetten keert het ver- 
schijnsel terug dat de linguale ta en de dentale da uiterlijk 
weinig verschillen. Daarentegen vertoonen de dentale ta en da 
niets van zulk een gclijkvormigheid. 

Da Deze letter is erg verknoeid. Het naaste bij 't Kawi- 
Cambodjasche staan N^ 2 en 4 , waaruit N® 3 , 5 , 6 en 9 
vereenvoudigd zijn. Ook in N° 1 en 10 is dezelfde tjpe te 
herkennen ; desnoods ook in de eerste van N^ 7. Het tweede 
karakter van N° 7 , alsook N*^ 8 lijken nergens meer op. X** 1 1 
en 12 kunncn samenhangen met de tweede type in N^ 7; mis- 
schien evenwel moeten ze in 't geheel geen da, maar eene da 
of nauwelijks hiervan te onderscheidene dha voorstellen. Een 
voorbeeld van 't verdwijucn der dentale da uit het alphabet 
levert, gelijk men weet, ook het Soendaneesch . 

Na. Om het ontstaan van dit teeken te verklaren , moet men de 
Oudjavaansche, Bataksche en Mak.-Boegineeschenanaastelkander 
plaatsen. De klassieke Kawi-vorm, waarvan de Javaansch- 
Balineesche rechtstreeks afstamt, onderscheidt zich door eene 



68 

boogvonnige bovenlijn « , waaraan eene min of meer gebogen 
nederdalende lijii is bevestigd ; van onderen loopt er eene lijn 
nagenoeg evenwijdig met de bovenste, soins met de opgaande 
lijn een lus vormende , soms ook niet. In jonger en boersch i 
Kawi-schreft, alsook in somraige Nieuwjavaansche handschriften 
uit de dorpen , wordt de opstaande lijn geheel weggelaten , zoodat 
de figuur 'o' ontstaat \ Dezelfde vereenvoudiging ontmoeten- . 
we bij de Batjiks, die daarenboven, in overeenstemming met i^ 
het algemeen karakter van hun schrift en het meestal door hen • 
gebezigd weerbarstig materiaal , de boogvormige lijn door eene . 
recbte vervangen liebbon. De minst verbasterde Philippijnsche - 
na's onderscheiden zich slechts daardoor van de gewone eu 
tevens van de klassieke Kawi-type , dat de uiteinden der boog- 
vormige bovenlijn tot beneden toe doorgetrokken zijn , behalve , 
in N^. 7, S en 10, om van de geheel afwijkende in N®. 11 
en 12 niet te gewagen. Van de oorspronkelijk horizontale basis, 
die in 't Kawi-tijdperk reeds lang in eene gebogen lijn was 
overgegaan , is in N^ 1 en 10 volstrekt niets meer overge- 
bleven , en in N^. 2 — 9 slechts een twijfelachtig spoor. Der- 
halve heeft de Philippijnsche na van de twee noodzakelijke 
bestanddeelen waaruit de na van A(;oka's tijd bestond , het eene 
verloren , en daarentegen tot hoofdkenmerk barer nieuwe gedaante 
eenen boog aangenomen , die in de oorspronkelijke type niet 
eens in kiem aanwezig was. Daar nu in de ontwikkelingsge- 
schiedenis ven het schrift alles geleidelijk , en niets met sprongen 
gaat, is de afstand welke de Philippijnsche na van die welke 
omstreeks 250 v. Ohr. in gebruik was scheidt, zeer groot. Uit 
vergelijking met het Kawi blijkt, dat het Philippijnsche schrift 
ten opzichte der na nog \ erder dan 't eerste , maar in dezelfde 
richting , van de bron verwijderd is. Aaugezien men met de 
stukken in de hand kan bewijzen dat de Kawi-Cambodja-type 
niet in gebruik was voor de Sfite eeuw onzer jaartelling, zoo 
volgt dat het Philippijnsche alphabet nauwelijks dnizend jaar 
oud kan wezen. Met deze uitkomst strookt geheel en al het- 
geen hierboven reeds opgemerkt is geworden aangaande de ya 
en ha. Wij zullen nog meer veel bewijzende lettervormen aan- 



* Voor de geBohiodenifl van de ontwikkeling der boveiistreep iii de ludisohe 
alphabetten verwijs ik naar Pr«»f. Biihlers'B "Palaeoirraphic Remarks « in w^fn^c- 
data Oxonieuna , Vol. I , Part III , p. 69. 

' Zie bijv. de inscriptie uitL'-epeven do« r wijlen Dr. C hen Stuart in deze 
Bijdragen (1S73), bl. 275 



trrffi*n , hot»wel dv opgt'^^evt'iH! al gernKjg zoudcii wezi'ii, wauti(*i*r 

mrii nainriilijk aaiinceint dat alphabetUtii uiet met stukjes en 

brrtjf« W i^^ner tijd van hier , te ander tijd van elders wonlen 

ouTgruomen , niaar in eens. Ficlectische alpliabetten inogcn denk- 

Wr xijn , in de gf^ichiedenis dcr Indische palaeographie zijn 

r (mbckend. — Alvorens van de na af te stappen, inoet ik 

oofT opnierken dat de Makasitaan«che na cr uitziet als eene nc^ 

ifiHcr vuorigneette ven^nvoudifriwg der lK)er^h-()udjavaan8che 

di Hatakm*he letter, voor zoovcrre het CM>gjr btmedcn defi 

boof? vervangen i» iUtor ecn ntipje. I>it !>tipje 18 het eenigittt* 

tit rr van de na der Ac.'oka-ins'criptietf ii* overgebleven. — Van 

N"* 11 en it weet ik niets U'. niaken ; zcmden ze M»nn de 

dnrfaeenige lingoale na vcrbeclden? 

Pa. Ih be^t bewaanle type hiervan vertoont zich in N<>. 12, 
^ behouden2» een uitwas aan den bovenkant der rechterzijdr , 
gdierl met de Kawi-Cambodjasclie overeenkomt, ciok in mo- 
lerrt tij eene staandc letter ii*. N" 1, S. U, 10 en 11 zijn 
•icdit* loopende vonnen van N*'. 12; de overige zijn verba»- 
teriafipeii van dcze laatsttui. N*^. 5 en ii heblxtn de vcreenvou- 
ibpAf^ bijiia z«x)ver getlreven als het liataksch en staan op het 
ilftiidpiint van t Makassaamch. 

Ba. lie karakters van S^. I — i\ zijn eenvoadig identiach 

mtA de Iklakerhc , en kunnen be^chouwd worden als de loopende 

toTHirii van een staande letter die de gedaante moet gehad 

kebben van de Kawi-Cambudjasche ba in inonuuientaal schrift. 

Urmt flUande letter is ait de Fhilippijnsche varieteiten lirht U' 

hrrvleUen, met de rechterzijde der letter in N*>. 12 naar linkn 

opnttit* t<* buigf n , zcKxlat het aan den middelhaal aansluit. 

Vao N«>. 7 — 10 laat zich niet uitmaken of ze eene ba dan 

ml eene wm moeten \oorstellen. N''. 11 laat zich, indien men 

tie wleinden links verbindt, herlciden tot eene tiguur die op 

lie gvwone loopende ba lijkt. l)e lianipcmgsrhc ba nadert meer 

tfll die %arieteit der Ondjavaansche As, waaniit de Javaan^ch- 

Balinecsctie nch ontvikkeld het*fl. Het Makasaaarsrh-lkiegineevch 

baadhaaft ook ten opzichte der ba zijn karakter als zijnde onder 

alle Indische alphabetten datgeue hetwelk zich het aller^emte 

laft he! oompronkelijke verwijdeni heeft. Trouwens ook gt^ogra* 

itjii Celebes, Bima en Flon'!« het ver^* van Voohndir 

ijderd; oo!44*lijktT i> het IndisK'lu* m-hrift niet doorg«sdrtmgrn. 

Ma Ihstv U'tU'T \rit(Mitit /nil m N''. 1, Zi , IS en 10 aht 

-41 Ifjoprnd gi*<H*hn*vt*ii knwi-('anibodja»t*he aM, inaoiidrrhrid 



^ 



als die varieteit der ma, welke zich in niets van de paoniet- 
scheidt dan door eene dwarsstreep, zooals men o. a. aantreft 
in de inscriptie van Er-laiiga. Het karakteristieke der ma is* 
in N*>. 3, 8 en 11 gehed te loor gegaan; N®. 12 herinnert 
aan eene andere varieteit der Oudjavaansche ma^ waarbij dc 
linkerzijde eene gebroken lijn, naar binnen gebogen , vertoont '- 
De Makassaarsche ma is , om zoo te zeggen , een vereenvoudig^ 
No. 3 en 8 der tabel , en de raeest verbasterde van alle Indisch^ 
soorten van ma. 

Ya. Deze komt het meest overeen met de Bataksche ya. Al 
is het niet te ontkennen dat de verhouding tusschen ya enpa 
bij de Philippijners , uitgezonderd in N®. II en 12, dezelMe 
is als in 't Nagarischrift, dan zal men uit deze overeenstemming 
op ^^n punt toch wel niet het besluit moeten trekken dat 6r 
eon innig verband bestaat tusschen N&gari en PhilippijnsciL 
Tmmers de kenmerkende letters, behalve de t«, pleiten t^en 
zulk eene gevolgtrekking. Het karakteristieke van 't Nftgart, 
de groote bovendwarsstreep, is op zich zelf reeds voldoende om 
het van de schriftsoorten des Archipels te scheiden. En buiten- 
dien blijft de Philippijnsche ya nog aanmerkelijk van de Nftgart- 
type verwijderd , terwijl ze nagenoeg identisch is met de Bataksche. 

La. Hiervan heeft de Schrijvcr, zooals hij zelf verklaart, 
de wedergade niet kunnen ontdekken. Volkomen juist gezien. 
Wat voor la gegeven wordt is in werkelijkheid de ra^ zooab 
bereids gezegd. 

Wa. Het is om meer dan ^ne reden ongewis of wij hier 
eene werkelijke wa dan wel eene varieteit van de ba v66r ons 
hebben. De type heeft dan ook niets eigenaardigs , zoodat wij 
ze kunnen laten rusten. 

Sa. Dit karakter vertoont eenige gelijkenis met de heden- 
daagsche Telugu-Kanareesche sa en heeft het meest kenmer- 
kende, de staart — als ik het zoo noemen mag — aan de 
linkerzijde geheel afgelegd. Draait men het teekcn achterste voren, 
dan lijkt het evenveel of even weinig op de grondtype. Het 
is iets meer samengesteld dan de Makassaarsche sa, doch eigenlijk 
even onherkenbaar , dus nog meer verbasterd dan de Bataksche. 
No 9 en 11 zoude men kunnen beschouwen als eene zeer haastig 
en slordig getrokkene Javaansch-Balineesche »a, met weglating 
van 't oogje links en met overtollige kruUen in den rechter 
ne^rhaal. N© 10 lijkt nergens op. 

^ O. a. in Kawi-O<irkonden , No. 2. 



71 

Ha Ovrr deze letter meeii ik boven boreids het noodign 
fnar^l W hebben. 

Bij het IndiKche schrift bchooren ook de klinkcrteekens. Van 
it9t bodtten de Philippijners ^lechts twee: i en «. De oerstc 
4rit tevens voor e; de iaatpte om o aan te duiden. Dat e en 
i, en « in de Philippijn9che talen plegcn verwanl te worden, 
kyve in H Ibanag, is bekend, en het Ibanag komt hier niet 
a iiamerking, daar het geen Indisch schrift sichijnt gehad te 
WUkii I Vh • (tevens e) wordt uitge<lrukt door een pantje boven 
Jekttrr; de u (of o) door een stip cr onder, gelijk in H Ma- 
bnttTPch. I)e Anaswftra, dien aselfs de jongste Suroatraan9che 
itpiiabettcn nog bezitten , was op de Philippijnen evenmin in 
(nkiik als op Celebes. Heizelfde geldt van den Wir&ma. Voegt 
■n hierbij het feit dat de Philippijners de sluitende mede- 
klmken der lettergrepen niet uitdnikken, dan maakt hun geheeie 
drift dm indruk al^of het meer voor dagelijkfich gebniik dan 
r«or btermriiche doeleinden bestemd was. 2oo laat het zich ook 
crklaren waarom er , tot nog toe althans, geen enkele inscriptie 
i ften eukel oud hin*k gevondeu is. '^ Kr b(\«<taan ncx;h boekeu , 
aek gcdenkteekenen met oude opschrifben'' , zegt de heer Panio 
t Tavera. Wannccr wij nu bij Pater 8an Agustin ^ lezen : 
[te kAfmkieni hebben zij geleerd van de Afaleiers'*', dan venlient 
e boJisIr verklaring m. i. meer gezag dan men er aan schijnt 
villm toekennen. Iloe kwam 8an Agustin aan dat hericht, 
ikm hij het niet gchoorfl hail van de inlioorlingen ? in zijn 
d (1705) bediemien zich de eigenlijk gezegde Maleiers reeds 
Bd» cmwrn van 't Arabische schrift en hoe reklmar de tenn 
ialcirrM ook zijn rofige, het is moeielijk aan te nemen dat 
m Agustin. de Maleiers bij uitnemendheid — die Arabisch 
krill grbruiktro — mel M de Maleii *rs zou gf*n*kend hebl)en . 
'd VHi men mogen veronderstellen dat hij sli^^hU eene nevel- 
kti|rr voorstelling ha4l van wat Maleiem zijn, doch (K>k uit 
e cMiderstelling kan niet \olgi*n dat hij zijn bericht verr^mnen 
mI; integendeel zoa men er uit mogen opmaken dat hij mis- 
him cmkritisch, maar toch getrouw mededeelde wat hij vvn 
jpK inUndsche zc^limlen veriiomen hail. l)e inboorlingen nu 
dffai Beer goed wie Maleiers zijn of niet. KorUiui , het bericht 
j Smn Agustin berust op de inheemsche overlevering en die 

* Ift 4# wiurtfWMijkn ii|tr«Akkuttiii ran IH^Ut Ir C^uniw wiitnU er Un iniswU* 
■i gmm wo«in| rati v<*rp)*i; «*riiiuiiti in ti«4 WiM.HotiU-^^k ^mi KixtrifiArf 



80 

voor de eerste inaal het licht zien. Uit het werk van den 1 
Jlaga (D. II, bl. 422 en 423) zag ik echter bovendien, 
(le Resident Morris tussclien de twee hier beschreven rei 
van 9 — 22 December 1883 nog een tocht op de Sing Tji^i ^ 
Nieuw-Guiuea gedaan heeft, en wel naar de Maccluersgolf. ! 
rapport dier reis stond den heer Haga niet ten dienste — het ^ 
zelfs niet naar Europa opgezonden, zoodat die toclit ook : 
vcrnield is in liet laatste Koloniaal Verslag — maar hij bespre 
kortelijk het resultaat naar aanleiding van een opstel in 
slotaflevering van Deel XXIX van het Tijdschrift van 
Bataviaasch Genootschap. Ook deze aflevering is hier te h 
nog niet in den boekhandel te bekomen en was na onden 
mijnerzijds cveuniin op het Departement van Kolonien. R 
in April 1881 liad de Batavia onder den heer Medenbacli 
aandraiig van het Bataviaasch Genootschap de Maccluers 
bezocht, oni een onderzoek in te stellen naar Hindoe-beel 
en inschriften, die de handelsreiziger Jj6on aldaar gezien hi 
Destijds werden die teekens niet gevonden , maar nu de I 
Tjin het onderzoek hervatte, was men gelukkiger. Al hel 
deze teekeningen op de rotsen niets te maken met het I 
doeisme. waarschijnlijk zijn zij van denzelfden oorsprong als 
welke Kejts in 1678 in de sedert door geen beschaafd 
vaarder bezochte Speelmansbaai aantrof en beschreef, zooal 
ook in den laatsten tijd elders in de Groote Oost gevoi 
zijn. Eerst wanneer uitvoeriger gegev ens in ons bezit zijn , zi: 
wij kunnen beoordeelen , welk gewicht deze ontdekking ople 
voor de geschiedenis van Nieuw-Guinea. Volledigheidsh 
moest ik er liier voorloopig de aandacht op vestigen. 

Behoeft men zich vooralsnog niet bijster te bekommeren, 
de oostgrens van Nederlandsch Nieuw-Guinea in het binnen 
onmogelijk met aardrijkskundige nauwkeurigheid kan wo: 
bepaald en opgegeven , veel gewichtiger is daarentegen de vr 
of de voor die grens op de Noord- en Zuidkust aangeno 
eindpunten gelukkig gekozen zijn. Uit den merkwaardigen 
dekkingstocht van Medenbach in 1880 langs het nimme 
voren behoorlijk opgenomen Nederlandsche deel der Zuid 
is reeds gebleken, dat het punt, waar de 141"*^ meridiaai 
lage, moeielijk te genaken kust snijdt, door geen enkel 
gratiscli relief kenbaar is. In verband met de nabijheid 



1 KrUiscJk vverzicht , bl. 220 ou 221. 



Aoitrmlie en de te verwarhteii vestigiug der Kiigelsclien op i\v 
ZiitikusI g^ ik vruei^T rec<U in IxHlrnking, of het iiiet raad- 
Biin vart* , den zuidwes(thoek van Nieuw-(fuin(*4i aan die mogend- 
Wiii ciier U* laten t*.n onasi* zuidgrens terug te trek ken , tot wiiur 
^ parmllrl van 0^ 45' Z. Br. de Westkust snijdt en t^n land- 
^ irij krtibaar uit de kustlijn vuoruitspringt. ()ok op de 
Soordkusi vonut Kaap Konplund , de binnenwaarts ingebogen 
wllKiel der llumboldt-Baai , etai minder genehikt grenspunt. 
Ikin«n uitt«r ik destijdi* den wensich , dat aan die zijde onze 
fRt« suu wonlen uitgezet tot Kaap de la Torre op iil^^ :M 
L 1 l)c3Ee vraag wordt vooral nu van Ix^lang, nu liet rf^e<ls 
\mf vcMimpelde feit verwezi*nlijkt is, dat wij Kum|)eesche na- 
hnsi op Nieuw-Ciuinea verkrijgen. Op den (J<*«> Octolx^r van 
4l ^MT pniclanieenle tot*h het Kngtdsehe (N>rlog84*hip NeltuMi in 
it num e«*ne eeuw gtdetlen dcMir Bougainville ontdektc^ Oranjerie- 
(Ut .\ieuw-(fuinea''8 Zuidkust ge^teld was onder l)(\H(*h(*r- 
der Bnts«che vlag. Den £ t***"* dier maand deelde de Onder- 
im van Kolouien A^hlev aan liet lluis der (ienic^*nt4*n 
dat het Hngidsc'li pn>t4*rtoraat zieh oostwaart** \an den 
lll<^iB oiefidiaan zou uitatrekken t<»t de CXistkaup, het oo>t<*-> 
Igbir punt %an Nieuw-(iuinea op 150* IS* (). L. en Hf IT 
Z. Br., dmt dcmr de (loetchen-Straat gi*scheiden wonlt van het 
flndkeljjktle der d*i^itreca9teaux-Kilanden. > 

Vaur % ijf jaar opp(*rde ik in mijn gnnite werk over \ieuw-Guineu 
hit drtikbeeJd, dat de Z(M>zeer naar koloniaal bezit hakende 
eens hunne krachten mcx^ten l)epro(*ven (»p dtMi 
lh<iek eji de zich als i^*n halve niaan daar\tior uit- 
tfRiknide eilanden Nieuw-Brittauje, Xieuw-lerland en Nieuw- 
HnoYer. Petennannx kundigii opvolger, nu wijlen Dr. K. Ik*hm, 
«litiji|r dat plan met evn imnirw'li glimlaehje; het klimaat \an 
KeBV-GQiuea stund bij hem in e<*n sli^'hten n*uk, en hij vn^esvle, 
Alt (it Astrolabivdolf al te s|N)edig in (*(*n Duitsidi (Javenne 
■i oataanlen. > Toeh ^ehijnt het, dat ik dt^tijds met e<*n 



rr Stdffi. S.'Qnim^m, lulatdiiiK U. 33—38; krUutk 09€r:Uki, 
iL ta-»t44. In do m ec rt c kmu-tni on ftArdrijkskuudiKo handbtiokan , <H»k iii 
MfJB«r viirigv nMuliriftan , hact deae kaap f ei k o wd aHjk doUa Tom* , 
Italiaan^ohe naani. Duniont d'Unrille bcn(iMDd« tooh dit 
don oudm Hf«aiiaoheti acovaardar Bernardo da la T<>rrr , 
van Villalubtia vr<>«*frvr i«*i ^'tireohie «ider da <»iitdrkkf*ni 
fVfd fraidd. 
' fat«r«iaaB» MUiketl, a«fj JuMttis frtikti ftoft. Amttmli^ 1hS| , «. |M. 
* A&tear, jMnranir 1»H0, •. ISl. 



Handel 8 v(M*eeiiigiiig en nam liij van Dorei niede den oudsteu 
(ler daar gevestigde zendelingen, J. L. van Hasselt, die door zijB 
langdurig verblijf op Nieuw-Guinea en als grondig beoefenaar 
der Mefoorsclie tjial voor de aanrakingen met de inboorlingeH 
van veel nut kon zijn. Terwiji ik dit schrijf, ontvang ik de 
laatste aflevering van het maandblad der Zendingsvereeniging , 
waarin reeds liet eerste gedeelte van het reisverhaal des heeren 
van llasselt is opgenomen , en waaruit ik in de liierachter vol- 
gende aanteekeningen nog een en ander kon ovememen. • 

Juist nu gewordt mij nog , door de bijzondere welwillendheid 
van den schrijver reclitstrceks per raail , een zeer omvangrijk 
gesclirift over Nieuw-Guinea, zeer onlangs uitgegeven door het 
Bataviaasch (jenootschap van Kunsten en Wetenschappen en 
waarvan , voorzoover ik kan nagaan , nog geen ander exemplaar 
in Europa ontvangen is. De titel van dit werk luidt: Neder- 
landsch Nieuw-Guinea en de Papoesche EUanden^ Hiitoritehe 
bijdrage^ 1500 — 1 883, door den Kolonel A. Haga, in twee deeien, 
ieder van ruiin 500 bladzijden. Het doel van dezen reeds door 
verschillende gescliiedkundige opstellen gunstig bekenden hoofil- 
officier, tbans chef van den generalen staf in Neerlandsch-Indie , 
was aanvankelijk naar aanleiding eener hem officieel opgedragen 
taak , een onderzoek in te stellen , op welke gronden Nederlands 
l)ezitreeht op Nieuw-Guinea steunt , dat echter allengs uitdijde tot 
(^en gescliiedkundig overzicht van de aanrakingen der Neder- 
hiuders en andere Europeanen met de onder ons gezag staande 
westerhellt van dit uitgestrekte eiland. Evenals de vorige op- 
stellen van den beer Haga getuigt ook dit uitvoerig geschrift 
wederom evenzeer voor zijn nauwkeurig onderzoek als voor zijne 
buitengemcene belezenheid. Uit het oud archief te Batavia heeft 
liij vele tot dusver onbekende bescheiden opgedolven, vooral 
over het onrustige tijdperk, waarin het rijk van Tidor van 
1780 tot 1825 verkeerde, en daardoor nieuw licht doen opgaan 
over de betrekkingen van dat Sultanaat met Nieuw-Guinea. 
Ieder die de geschiedenis van ons aandeel in dit eiland wil be- 
studeeren, zal voortaan dit werk als een onmisbare vraagbaak 
moeten beschouwen. 

Tocli scliijnt het mij — misschien ligt het aan te groote 
voorliefde voor mijne reeds vroeger geopenbaarde afwijkende 
meening -^ dat de geachte sclirijver al te liyperkritisch en scep- 



1 Beriglen dtr Vir, 'lending , 1884 , bl. 197—204. 



75 

bezochte eiland. Het bleek tocli , dat Jainma evenals Wakdd 
vrij geregeld door handelsvaartuigen uit Ternate werd aaugedaan , 
en ook van dit eiland was de juiste ligging gelieel onzeker, 
zoodat ik daaraan blijkens de nu door den heer Morris verstrekte 
gegevens eene verkeerde plaats had aangewezen op de kaart 
achter mijn uitvoerig werk over Nieuw-Guinea. > Op zijn eerste 
reis in 1883 bezocht laatstgenoemde ambtenaar niet alleen Jamma, 
inaar onderzocht ook in het westelijk deel der Walckenaarsbaai 
een paar tot dusver oubekende riviermonden , terwijl hij verder 
oostwaarts de nog nimmer bezoclite Matterer-Jkai opnam. Reeds 
in het begin van dit jaar gewerd mij door de welwillendheid 
van den Minister van Kolonien het verslag dezer reis , evenwel 
zonder kaart, waardoor niet met zekerheid kon worden nage- 
gaan, waar precies de nieuw bezochte plaatsen moesten liggen. 
Het acheen derhalve wenschelijk , de uitvoerige bespreking van 
dit joumaal tot later te verschuiven. 

Daarin kwamen echter een tweetal bijzonderheden voor, die 
in elk opzicht eene spoedige bekendinaking verdienden. Voor- 
eerst het uit een seismologisch oogpunt zoo interessante feit, 
dat het geluid der geweldige uitbarsting van den Krakatau 
door de zendelingen te Dorei vernoraen was ^. Dan het belang- 
rijke nieuws, dat de heer Morris zoo gelukkig geweest was, in 
den hoofdmond der Eochussen-Rivier een vaargeul te vinden, 
waar langs men met zeeschepen tot in dien stroom kon komen. 
Om deze twee wetenswaardige zaken terstond meer algemeen 
bekend te maken, plaatste ik een kort opstel in de Indische 
Gids van April 11. Juist in dien tijd bespraken de Engelsche 
aardrijkskundige tijdschriften het plan van den heer Wilfred 
Powell , om een groote expeditie naar Nieuw-Guinea uit te rusten , 
waarop hij langs de Ambemo het binnenland wilde bereiken. 
Deze onvermoeide reiziger is in de aardrijkskundige wetenschap 
gunstig bekend door zijn belangrijk werk over het nog zoo 
weinig bekende Nieuw-Brittanje, waar hij van 1877 — 1879 
verschillende land- en zeetochten deed, terwijl hij reeds in de 
beide voorgaande jaren een aantal plaatsen op de Zuid-, Oost- 



1 Beizen naar Nederlandsch Nieuw-Guinea ^ ondemomen op last der Regeering 
van NederlandtcA- Indie y door van der Crab eu Teysmaiiii, Coorengel 
en Laiigeyeldt van Hemert eu Swaaii, met yeschied' en aardrijkskundige 
toeliehtingen door R v. d. A a. 's Qravenhage , 1879; verg. bl. 109 en 400. 

' Verg. hierover nog : Berigten van de Utrechtsehe Zendingsvereeniying , 
iflfiii k1 aj. 






80 

voor de eerste raaal liet liclit zien. Uit liet werk van den heer ' 
Jlaga (D. 11, bl. 422 en 423) zag ik ecliter bovendien, dai . 
(le Resident Morris tussclien de twee hier beschreven reizeo 
van 9 — 22 December 1883 nog een tocht op de Sing Tjin nur 
Nieuw-Guinea gedaan heeft, en wel naar de Maecluersgolf. Het 
rapport dier reis stond den heer Ilaga niet ten dienste — het werd 
zelfs niet naar Europa opgezonden, zoodat die tocht ook ni«t ] 
vernield is in het laatste Koloniaal Verslag — maar hij bespreekt 
kortelijk het resultaat naar aanleiding van een opstel in de 
slotaflevering van Deel XXIX van het Tijdschrift van. het 
Bataviaasch Genaoischap. Ook deze aflevering is hier te lande 
nog niet in den boekhandel te bekomen en was na onderzoek 
mijnerzijds cvemnin op het Departement van Kolonien. Beeds 
in April 1881 liad de Batavia onder den heer Medenbach op 
aandrang van liet Bataviaasch Genootschap de Macclnersgolf 
bezoclit, oni een onderzoek in te stellen naar Hindoe-beelden 
en inschriften, die de handelsreiziger L^n aldaar gezien had. i 
Destijds werden die teekens niet gevonden, maar nu de Sing 
Tjin liet onderzoek hervatte, was men gelukkiger. Al hebben 
deze teekeningen op de rotsen niets te raaken met het Hin- 
doeisme. waarschijnlijk zijn zij van denzelfden oorsprongalsdie, 
welke Keyts in 1678 in de sedert door geen beschaafd zee- 
vaarder bezoclite Speelmansbaai aantrof en beschreef^ zooals er 
ook in den laatsten tijd elders in de Groote Oost gevonden 
zijn. Eerst wanneer uitvoeriger gegevens in ons bezit zijn , zollen 
wij kunnen beoordeelen , welk gewicht deze ontdekking oplevert 
voor de geschiedenis van Nieuw-Guinea. Volledigheidshalvc 
moest ik er hier voorloopig de aandacht op vestigen. 

Behoeft men zich vooralsnog niet bijster te bekomraeren, dat 
de oostgrens van Nederlandsch Nieuw-Ciuinea in het binnenland 
onmogelijk met aardrijkskundige nauwkeurigheid kan worden 
bepaald en opgegeven , veel gewichtiger is daarentegen de vraag, 
of de voor die grens op de Noord- en Zuidkust aangenomen 
eindpunten gelukkig gekozen zijn. Uit den merkwaardigen ont- 
dekkingstocht van Medenbach in 1880 langs het nimmer te 
voren behoorlijk opgenomen Nederlandsche deel der Zuidknst 
is reeds gebleken, dat het punt, waar de 141*** meridiaandie 
lage, moeielijk te genaken kust snijdt, door ge^n enkel geo- 
gratisch relief kenbaar is. In verband met de nabijheid van 



» KrUiic^ vverzicht , bl. 220 ou 221. 



itrmlie en de te verwarhten vestiging der Eiigelsclieii op dv 
idkoAt gaf ik vroeger reeds in bedenking, of het iiict raad- 
in vmn% den zuidwesthoek van Nieuw-(fuine4i aan die niogend- 
A o%er U* Uten en unze zuidgrens terug te trek ken , tot w<aur 
pttrmllel van 0^ 45' Z. Br. de Westkust snijdt en (^*n land- 
It %rij kenbaar uit de kustlijn voomitspringt. ()ok op de 
nrdkust vonnt Kaap Konpland , de binnenwaarts ingt*bogen 
thtirk der lluniboldt-Baai , een minder gescliikt grenspunt. 
inicn uitt4^ ik destijds den wensch , dat aan die zijde onzi; 
tif* lou wonien uitgi*zet tot Kaap de la Torre op iiP IM 
L I i)eze vraag wonlt vooral nu van belang, nu het n*e<l8 
ft %uoi>pelde feit verwezenlijkt is, dat wij Knro|XH;sehe na- 
wi op Xieuw-Ciuinea verkrijgen. Op den (5<*«> October van 
'}^ikr proclauiet^rde totdi het Kngi^lsehe txirlogsehip Nelson in 
niiin c«'ne «»uw geledeii dcnir Bougainville ontdektc^ Oranjerie- 
ki« lUt \ieuw-(fuinea's Zuidkust gesteld was onder Ix^^her- 
if der BritM*he vlag. Ihm £ I***"* dier maand de<dde de ( )n<ler- 
viari» van Kolonien Ashley aan het Iluis der (ienic^'nteii 

» 

lr« dat het Kngf*ls<*h prot4^*toraat zieh oostwaarts \an dvn 
••• meridiaan Z4>u uitstn*kken tot dt^ (Xistkaap, het oo^te- 
fir punt \an Nieuw-(iuinea op jriQ* is* O. I^. en 10* ] ^ 
Br., dat door de (ioschen-Straat gi^scheiden wordt van het 
Irlijkste der d*Kntrecasteaux-Kilanden. » 
rciur V ijf jaar oppenle ik in niijn grcM>U* werk over Xieuw-Uuinea 
denkbf*t*.ld, dat de zixm^vr naar koloniaal bezit hakende 
fjrhen* eens hunne kraehten mottsten Iniproeven op <len 
rduiwthoek en de zieh als een halve inaan daarvoor uit- 
kkende eilanden Xieuw-Brittauje, Xieuw-Ierland en Xieuw- 
K»ver. IVti^nnanns kundigt; opvolger, nu wijlen Dr. K. Ik*hni, 
king dat plan met (*en inmiseh glimlachje; het klinmat van 
Qv-(fuinea stond bij hem in een sli^*hten reuk, en hij vreesule, 
de Astn>lab(*-(lolf al te s|)oedig in een I>uitM*h Oayenne 
cMitaanien. > Tocrh S4*hijnt het, dat ik de^tijds met trn 



Imni msar Stderl. S.-Gmim^i , luleiding bl. S3— S8 ; krUiteM O^ersicA/, 
tll<— 244. In de mMste kiuyt«ii on aardrijkilnmdigc haodboAlMii , nukin 
U mijft«r %•«?%• K M uli riftan , hact deae kaap Terkeardaiyk doUa T«»itp , 
mv hai fieue Italiaanaoho naam. Duimiit d'UnrUl« bcn(iaud« tnoh dit 
lataryte naar dmi ••udeo H|«aiiaoheti seeiraardar Beniard<> da la T«im» , 
t mmdt:t'mi4 rati VUlalubda vr<«ifrer i«n (tireohia ntidar da <icitd«»kkari 
Xiavw OtiiiMa ward fteiald. 

Paiarttjaan* MUtJkeU. mm$ Jmtitit i'rrU^s ftofr. AmatmU^ lHS4 , •. 4M. 
Aldaar. jaanranif 18W. •. ISl. 



profetischen gcest begaafd Vas. Want ziet in de laatste week 
veniamen wij uit de dagbladen , dat de oorlogschepen Elizabeth 
en Hyena de Duitsche vlag geheschen liebben op den archipd 
der Salomons-Eilanden , op de drie zooeven genoemde groote 
eilanden , op de groep der kleinere Admiraliteit^Eilanden en 
op de tegenover die eilanden liggende kust van Nieuw-Guinca. 
Hoever de^ze Duitsche inbezitneming zich op den. vasten w»l 
van dit laatste eiland zou uitstrekken, Week mij tot dusver 
niet uit de zecr onvolledige krantenberiehten , waardoor de»e 
gebeurtenis te mijner kennis kwara. Wei dat dit feit reeds 
groote ontroering verwekt heeft onder de Engelschen in Anstralie, 
waar evenals in de meeste volkplantingen de oude koloniale 
naijver veel spoediger ontvlamt dan in het moederland, enook 
hoogstwaarscliijniijk de roofgierige naam van het eene Duitsche 
oorlogschip bijzonder onheilspellend klonk. Krachtig driiigtmen 
daar thans bij de regeering aan, dat het Engelsch protectoraat 
op Nieuw-(iuinea nu niinstens langs de Oostkust noordwaarts 
meet worden uitgebreid , tot de een vreinig bezuidcn den negenden 
graad liggende Kaap Nelson, en dat de Engelsche vlag ook 
geplant moge worden in de Archipels van d'Entrccasteaux en 
de Louisiade. Zoo veel is gewis, wanneer de Duitsche Begee- 
ring hare inbezitneming op Nieuw-Guinea evenals de Engelsche 
begonnen is bij den 141a meridiaan, dan is voorloopig voor 
ons Nederlanders de kans verkeken, onze oostgrens op de 
Noordkust een graad of vier oostwaarts te verschuiven. 

Mijns inziens behoeven wij daarover niet al te zeer te treuren. 
Het Nederlandsch gebied op Nieuw-Guinea bewesten den 141» 
meridiaan is ongeveer zoo groot als Noord- en Midden-Italie. 
Daar [is plaats genoeg, om ons als koloniseerende mogendheid 
voor jaren en jaren veel en nuttig werk te verschaften. Veeleer 
mogen wij ons verheugen, dat thans nu door de Engelsche en 
Duitsche anncxaties aller oogen weer op Nieuw-Guinea geves- 
tigd zijn , de eerste opname van een hoofdstroom in Nederlandsch 
Nieuw-Guinea aan de buitenwereld toont, dat Nederland ge- 
stadig en rustig voortgaat met de ontsluiering van deze veraf- 
gelegen, onder zijn oppergezag staande landen. Met niet minder 
genoegen zagen wij voorts uit de dagbladen der laatste dagen, 
dat er pogingeu in het werk gcsteld worden, om in onze wes- 
terhelft van Nieuw-Guinea een meer bepaahl wetenschappelijk 
onderzoek intcstellen , op vmv scliaal , zooals daar van Nedcr- 
landsche zijde niet na iS2S heeft plaats geh ad. J let Nederlandsch 



\^ 



S3 

Ainlnjk^kundig Oenootychap , ^vestigil tc AmsiteHain , welke 

ioftrJling xicli roeds »k> veniieii»telijk maakte voor land- en 

Tolkrnkunde door hare in de jaren 1877 tot 1S79 uitgezonden 

fipttiitic naar Midden-Sumatra, wil nu zijne krachten beproeven 

in (mze bezittingcn op Nieaw-(iuinea. Met onderateuning van 

kK opperbe^tuar en van de hooge rcgeering van Noderlandseh 

ladie wil het gedurende eenigc jaren derwaart^ uitzenden een 

twerUl geleerden — ecn aardrijk^kundige en een natuuronder- 

•Kkfr — en plaatste reeds een oproeping in de pt^rs aan de 

lot lulk eene ondememing genegen personen, oin zich aan tc 

wUen bij eene commimie uit Kijn bestuur. Ik gelnof nict al U* 

feel mistetuten, ala ik het vemi(Mxlen uit, dat men ditweten- 

diappelijk onderxoek zal aanvangen op de Westtku^t in de 

kadftreken Onin en Kowiai. Venter sou ik het zeer wenschelijk 

iditeti, vooral nu de Rochu98en-Kivier roeds opgenomen i^, 

4l daaraan verbonden werd een soortgelijke stroomopname op 

it Zoidwestkost, en dat men trachtc langs de Oetanata of tM*n 

^aiideregrootenvierentusi>chen I^akahia en den vijfden bn^t^^ 

fmad^ het Sneeuwgebergtc van de zuidzijde te naderen. Wij 

eadigcn das dit opstel in de vertrouwensvoUe hoop, dat deze 

uefive expeditie van het Aardrijkskundig Uenootttchap even 

rijke vnirhten moge opleveren als die naar Sumatra, waarvan 

it rcfoltaten thans het licht zien in het kostbaar prarhtwerk , 

ial lerecht door alle deskundigen wordt hooggeschat. 

*»4fRAVicxiiAor., 29 December 18SI. 



EERSTE REIS van den Resident vm TemaU, P- 
F. van Braam Morris, op hei stoomsMp Si0^ 
Tjin, van 24 Avgtistus tot 21 September {9!69'9 
naar de Mapia-Eilanden, Dorei , Korrido , Jamma ^ 
de Walckenaersbaai (rivieren Wiriwaai en Wii^ 
riwaai), de Matter er- , Sadipi- en Humboldt^ 
Baaien, den mond der Rochussen- Rimer ^ JtgtpeH 
{Ambai en Ansoes), Saiawatti en Wmgeoe. 

Hot liooftkloel dezer dienstreis was het vertoonen der vlag 
in de vooriiaainste plaatsei) van de oiider Nederlaiidsch gezag 
staaude Noordkust van Nieuw-(iuiuea en de daaroiider behoo- 
rende eilanden, om tevens?, waar zulks noodig mocht zijn, de 
bestaandei gei^chillen en verwikkelingen tiisschen inlandsche 
liooiden (jn Papoesche stainmcn bijteleggen en te beslechten. 
B(ilialve door den (3ontrol(mr tox beschikking Monod de Proi- 
deville, wieiis inerkwaardige reis in 18S2 cm het eiland Waigeoe 
re(^ds vroi^ger door mij besproken is [Krit. OversAM^ bl. 
225 — 2.S1), werd de llesident op dezen tocht als gewoonlijk 
verzeld door een Tidoreeschen Prins, door den Kapitein-laut 
van dat eiland en door zijn iidandschen schrijver, Kapitein 
Arilien , die onderanderen rtuids de groote reis der Soerabaja 
in 1S75 en 1S7(> had mcdegemaakt. De Sing Tjin ^ op welk 
schip ook de ll(isident IJoreel in 1 882 zijue reis naar de Noord- 
kust gedaan hud , stoonidti re(-htstreeks van Tcruate door Straat 
ISagewien naar de Mapia-Kiland<^Ji, die men tien 28" Augusiu.-* 
bereikte. 

i)it eenzaani, als in den (jrooten Oceaan verscholeii ciland- 
groepje ligt ruim anderhalven brex^dtegraad noordoostelijk van 
Dorei en wordt, daar de vaste wal van Nieuw-(iuinea het iiaastc 
land is, als eene onderhoorigheid van Neerlandsch- Indie aaii- 
genierkt. Eerst in 1879 bekonnnerde do Indische Begeeritig 
zieh otn het geriug overschot der vroeger door de Gebeeers 
uitgemoonle oorspronkelijke bevolking. Van de vier bessoeken, 
die sedert van onzentwege aan de Mapia-Eilanden gebracht zijn, 
werd door uiij verslag gegeven in inijn Krit. Overzichiy bl. 
I(j7__lfjs, 172—178, 207 en 228— 22k Op de laatst aau- 



S5 

frluaJflr blMizijde hetuii^c ik inijn Ie(>(lwe7x»n , dat het hvdro- 

ntlivh rapport van <leii liUitenant ter Z<^ Medeiihach niet 

uur Kunipa wa9 overgezoiiclcn , waardoor de dcxir dien kundigeii 

uiBmer grdam* waamemin^n rnij onbekeiid waren. l>e Miiiis^ter 

iM koionirn hail cvenwel dc welwillendhcid , <iit verslag voor tnij 

te ontbiedeD. Na kennisnatne daarvan blijkt nu , datdevroeger 

ioor rnij gi*aite twijfel, of deze betrckkclijk zeldzaam bezochte 

pvf op de nieuwere kaarten goed geplaatst was, kan vervallen. i 

ikk de heer Mcdenbarh bepaalde de lengte inch op 184^ 23' 9\ 

InijI dp breedte evenwns met die op de kaart overeeiikwani. 

Dieslengrvolgf* mafr men het als zeker aannemen , dat de op vele 

kMrtm onder den Kvenaar , recht beuoorden den momi dtT 

JUibfnMvRiTier, geplaatt^te Stcphen^eilanden daar niet gevonden 

widen, maar ^amenvallen met de benoordcn de westpunt \an 

b Schooien-Kilandcn gelegen eilandje^ Me^kan)war, die weder- 

■I door verwarring met Mapia dikwijU ten onrochte ook Mofiak 

iBdrB. Uit het ontvangen rapport van den heer Medenbach 

itfikt verder nog, dat de twee klein^ti* eilandjt^ der Mapia- 

tforp de iiamen dragen van: leldao en Raonigt. 

Toen de 8i ng Tjin voor Mapia kwam , woei de Nfderlandwhe 
hfr van de zuidpunt van Pegun, het grYM)Uit4! en zuidelijk^tt; 
iIumI der groep. I let bleek dus, dat de Sengadji bchoorlijk 
■A dc in 1H79 op rich genomen verplichtingen voldeed. Ook 
e Terhonding tu^schen de oor^pronkeJijke bevolkinir, wier 
nog altijd op dertien wordt opgegeven , en de door de 
he inzamelaam van kopra aangebrachU* werklinlen , 
fli nirttf te weuM*hen over. I)e7/^, mf4*i<tal afkoniJitig van het 
it de Karolinen behoorende eiland Jap of (luap, hadden zirh 
wt de ooryprcmkelijke bewoners v(>rmengd, ti^rwijl de vninwen 
er Uaisten zich reeds kleedden in de thans op Jap gehniike- 
pke lange jap<m. I)aar hier dus niefc* te verriehti'n viel,ener 
■or Mapia geen aiikergnrnd is, sttMunde de Sing Tjin nog 
mmifAtn a%ond naar l)orei. Over dit herhaaldelijk beschn*\en 
Mil ell het daama bezochte Korrido geeft het verslag dezer 
Si weinig nieuws. Trouwens men bleef op b(*ide plaat^en 
elijk<« een dag, hetgeen wat de laatsti' betn'ft tv bejam- 
in, daar onzi* kennis van de 8<*houten-Kilanden nog zou 
tr wennchen overlaat, gelijk nailer door uiij went uiU«t*n* 
in mijn Krii (hoerzicM , bl. 20«J. Te Kfirrid«> wa^ het 






daar in 18S1 door rteii lienr van Oldcnbort^b opgericbkMvapeii- 
bord ill goedeii staat. Tovenr* werdeii akteii van aanstelling 
uitgereikt aan de lioofden van War Biadi en Warko Mandi, 
zeker dezelfde kainpongs, die bij den beer van Oldenborgh in 
de zooeven aangebaalde plaats Wak Biadi en Wak Mandi 
beeten. Veel belangrijker daarentegen was bet nu volgende 
deel der reis naar Jamma en de Walckenaersbaai , waarom ik 
van nu af bet journaal van den beer Morris laat volgen, beno- 
vens enkele aanteekeningen van mijne band. 



Nadat wij tegen den avond van 81 Augustus bet anker ge* 
licbt en koers gesteld badden naar bet eiland Djamna, waaf 
men denkelijk een tolk voor de Humboldt-Baai zou kunnen 
vinden, kwamen wij den 2» September daar aan en in ecu veilig 
baa itj e v(x)r anker. Ik vond bier ook werkelijk iemand , die den 
titel van Korano (lladja) droeg en Maleiscb verstond , daar hij 
vroeger eenigen tijd op Ternate bad doorgcbracht. Hij kende 
wel de taal , die in de VValckenaers- en Sadipi-Baaien gesproken 
werd , waar bij ook kennissen liad , docb de taal der Humboldt- 
Baaijers kende liij niet. Ik engageerde bem evenwel, om als 
tolk mede te gaan , betgeen bij zonder zieb te bedenken aannam. 

Djamna (Tastu) is een klein eiland nabij de Walckenaere- 
baai, dat zelf nageiioeg niets produceert, docb de stapelplaats is 
van den kopra-bandel op de vaste kust. ' De Temataansche 



1 Vergelijkt men de bij dit opstel behooreude Bohetflkaaxi met de uitnmii- 
de FraDBohe zeekaarten, vervaardigd op de uutdekkingBreia van Dumont 
d'Urvillo , dan ziet mon , dat Jamnia hot eilaiid is , hetgeen deae seevaarder 
naar don bekenden plantkuudige Merat noomde. Tastu daarteotegeii is het 
diohter bij de kust tusBohen Duperrey (Wakd^) eu Herat gelegen eOandje, 
dat op de schetakaart hierachter Mansi heet , en waaraau volgens de kaaii 
der Soerabaja op die achter mijn grcMjte work ten onrechte den uaam Bougka 
gegeven is. Bezuiden Jamma ligt nog een klein onbewoond eiland op d« 
Fransche kaart, dat de kaart dor Soerabaja Toerabi noemt; in hoever die 
uaam juist is, zal later moeten blijken. Nu sohijnt het reeds, dat Jamna, 
zooals ook Sir Edward Belcher {forage round ike world y V. II, p 86) difc 
eiland noomde, juister speUing is dan Jamma; om verwarriug te voorkomen, 
behield ik evonwel tot op nauwkeurigor inlichtiug den uit Tasmans reis be- 
kenden naamavorm. Belangiijk is ook de op de kaart wa den heer Morris 
voorkomende naam Massi; t^tt duBver had ik dien sloohts ontmoet in den 
tooht van Korporaal WiggerH in 17S0 en in mijn ;?roote werk het rermoeden 
uitguBproken , dat het Koen>edoc zou zijn {ReizeH naar Ntd, N.-Onitum, bl. 
362 en 368), zooalH iNik voIkoiib do ricliting, die men op die \'aart volgde, 
daar moot worden aangenomen. 



S7 

kmifUAn* Bruyii eii van Kencsse van Duiveiibode hebben 
ber hito %olk , om klappers iu de Walckenaersbaai op te koopen 
m koprm tr bereiden , welk Handel sartik el et^n paar keer in het jaar 
kor srhoeiieri wordt wt^i^haald. l)e bevolking is daardooraan 
fRmdelingrn gevend en sseer goedaardig. l)e nianneu dragen 
kier evenalit in de Walckenaersbaai geen tjidako, doch een lapje 
rfvit fnuije voor de schaamdeelen , de vruuwen voorenachter 
«• !4iik geslagen boomachors of een van plan ten v(*zels gevlochten 
lip thr huiien sijn van langwerpig vierkant model met vrij 
kofr dmk; zij staan bier op den vasten wal en niet in het 
nlrr, loods meestal op Nieaw-(Tuinea het geval is. De be- 
talking zai een drie honderd zielen bedrageu. 

Ik ag hier voor het eerst een karowari-huis of tempel van 
httMdfic mixlel als de gewone woonhuizeu, doch grooter en 
kfer afgewerkt; voor en achter liepen de oniwandingsplanken 
III aan het dak door. Met roode aarde, krijten zwart^el waren 
cr allerhande arabe^ken op geschilderd en hier en daar mannelijke 
m TroQwclijke afgodsbeelden aangebracht , de mannelijke in den 
fC|;el van een onevenredig grootcn phallus voorzien. Binnen was 
BMi» mnders dan een open ruimte met vier i^tookplaatsen even- 
ab in de woonhuizen. In een hoek stond een vijftigtal bam- 
tRRSRi fluiten , vier a vijf voet lang, waarmede een alles behalve 
vcOuidend geluid wordt voortgebracht. i 

'• Middags van den £^^ September verlieten wij I>jamna en 
iflikenlen tegen den avond voor den vasten val van Xieuw- 
bij de monding eencr groote rivier, die op geen enkele 
18 aangegeven. > Daar er slechtn zes voet water op de baar 
, verd deze rivier den volgenden morgen met de slof*p in- 
frtsren; tpoedig bereikten wij een kampmg, van uit 7jw niet 
Ik Den « die Taronta heette. Na ei*n |)aar uur de ri\ier tc 
hbbin opgeroeid, kwamen wij in in^ne vrij gr«K)t4* lagune, waar- 
aM «fe gmote kampong Moppa lag: in een zijarm was nog <le 
klMpanfl: karoaj»i. lh:w drie kam{)ongs tellen z<*ker wel drie 
a Tier doiiend zielen en behooren tot den stani der Iknigo's, 

* Ouk 'ip W«kd^ V(iu 1 de hecn* B*<reol oeu aif((»<i«tem|>H , waar hij echu*r 
ktUUMOfEMtfi. Ill dt> diMir iiv ixi»oditt4i* d«r KUia 011 laterv be»««li«fii 
iam|ieb der HombuldibMU wenden •veu<'Cb« do hotl%c fluiten 



* 0^ d« FrmiMoha seeluuut U dit doel d«r ku«t telfo nlm ben'«chtu( xt>t*r- 

leevt uieti op de v«M>r utiKvveer twee mi c^eti lial\ r e«iU» 
kaart %«ii Tmijuui: I^eie kui>l ii* alotn laair laud. v. I Ut.Birti 



welke naam op enkele kaarten ten onrechte aan een eilandjein 
(leze streken gegeven is. TIet volk was hier zeer goedaardig; 
tcnvijl wij de laguue rondvoereii , waren wij door ruim hondeid 
prauwen omringd, bezet met mannen en vrouwen, die on* 
uitnoodigden , liunne huizen binnen te gaan. Daar deze woningeH 
in het water stonden en niet met de sloep konden genaderd 
worden , bleven wij er voor liggen en deelden wat tabak, kralefi 
en andere kleinigheden uit, waarbij niet al te luidruchtig ea 
vooral niet op onbeschaamden toon gebedeld werd. Het aantal 
klapperboomen langs deze rivier is verbazend; de kopra-inzame* 
ling schijnt hier hare voornaamste bron te hebben. Men zeide 
mij , dat voor 250 klappei^s een parang van zestig cents be- 
taald werd. 

J)e rivier heet Witriwaai en is geraakkelijk te vinde.ii , daar 
men den mond bereikt, als men tusschen de eilanden Podena 
en Anoe^ doorvaart. > De diepte dezer rivier en der lagunebe- 
draagt niet meer dan zes vo-^t; stroom is er weinig, ook geen 
watorverkleuring in zee. Daar er geen hoofdcn waren, kon ik 
moeielijk akten van aanstelling uitreiken , doch gafikaan elke 
kampong als bewijs van vriendschap een Nederlandsche en een 
Tidoreesche prauwvlag , om die, als er een schip kwam, te ver- 
toonen. De Imizen zijn ongeveer van dezelfde bouworde als die 
te Djamiia, doch staan in het water. }Iunne zeeprauwen zijn 
acht a tien voet lang en even breed genoeg, om er in te 
zitten. In het midden, aan beide zijden wat overstekend, 
is een vloer, waarop zij, die niets te doen hebben , zitten. 
Daar de vlerk vrij lang en breed is, gelijken deze vaartuigen 
veel op de vlerkprauwen der Polynesiers. De rivier-sampans zijn 
een voet of acht lang , nagenoeg rond van onderen en zoo smal, 
dat men de beenen er voor elkander nauwelijks in kan steken, 
maar op den rand moct zitten. Vlerken hebben zij niet, zij 
zijn dns zeer rank ; toch verliest zelden een inboorling daarin 
het evenwicht De vrouwen gebruiken breedere prauwen, die 
minder spoedig omslaan , en waar zij op den bodem zitten. 

Ongeveer acht engelsche mijlen om de cost van de Witriwaai 
valt de rivier VViriwaai in zee. Deze rivier heeft een sterken 
stroom en hare waterverkleuring is ver in zee zichtbaar. Ik 



1 Dumont d'UrviUo no«mde deso oilAiidjos la Reiiaudi^re en naar d«»n 
horn vonselloiidon botanioiM A. T/omon. Op de kaart aohter mijn groote work 
hoot het laatflio voIt^eiiH vtm der Crab (aMnar bl. Ill) Amo, torwijl Jamma 
daar ton onrechte PaHima hoot 



S9 

Imifl hct c*r vixir, dut dv Wiriwaai de hoordiiionclini; cii i\v 

Withwaai tfii oude ven*topU^ moiid van dezelfde rivier 

ii. ()p fie kiLHt jitoiid zwart^ hraiidiiig; de rivier is oiigeveer 

^ net(*r breed en circa 7 voet diep. (ledeeltelijk langs hct 

nrtrmd en gedeeltelijk op deu linkeroever is een kampong, 

«0k KartMflBi geiiaamd en bi*v()Ikt duor lieden van den stam der 

Baif»V; lij behooren eigenlijk tehuis in Karoassi aan de Wi> 

trimi en kannen die plaats over land in korten tijd bennkcn. 

Dp bp\olkin|? dcaser kampong is eveneens uiterst gvxMlannlig 

m wAb cerlijk ; dit bleek , toen onzc* sleep in de branding vol 

nier geraakte, waardoor al wat er in was, ronddrecf. Allw 

wni door hen opgpvis<»ht en tt^uggebnwht , zelfs de ijzeren 

Mies, hnewd zij op dit inetaal als het ware vcrzot zijn. ()ok 

aui itat kampong gaven wij e(*n Nederlandsclie vlag en ei^n 

lUofiTirhe prauwrlag, als bcwijs van vriendschap en met 

imifit aannianing als in de Witriwaai. Yaux iniji of twaalf 

•■irii)k van de Wiriwaai ligt aan het strand de kampong 

Maw met ongeveer 50 huizen; ook hier werden vlaggon 

■%iiiikt I 

Dm !• September stoomden wij even voorbij Tandjong 
Wataawaraoc of Kaap Brama het kleiue kiaitje in , dat op de 
kiMt Matterer-Raai hoet. F/cn grcMite kampong , half in het water 
ijk op het strand girbouwd , heet Tertia. Aan deu 
ligt nog , verscholen achter het gtdioomte , de kampong 
ric|ita, waar de taal der bevolking verst^hilt van die, welke 
mie Walckenmersbaai gesproken wonlt. De Kor.ino van I>}amna 
via kier bekend en kon zonder veel bezwaar een paar man 
ivwittleii, ons als tolken te verzeilen. Na een bczoek te 
TfffAa« waar wij riaggen uitdi*t*lden , wcrd koers gi*zct naar de 
i. « 



kMap«>tiK wiirit re»>'ift venuold bij li«t eente N<^ierUiii«clie baai>«k 

4m W«lek«MMTB)Mud in 1871 diMir «1c*ii R««t'tetit ran der Omb {B^urm 

S'Omimrm, b1. 112.) Vn^citid U» hct, dut d<» lieer Morrk hier 

nuydkl taii de ririer Bi«n*w»M, die viilfpeiiff njue k«Art hij 

«ftm<4idi. ereoalp irU meer iH«itwa«riii de HikiAfie. Rveiitnbi mftiikt 

Tui het flihuid Morktw , wttmr viui (Hditnbtin-di in ISMl een wapen- 

m V kain|Hiutr J*>ri i»I«Atjite (A'n' Oerr:., hi. 212— 211 . Mijwi iniieii» 

de fMlrrlliure li^'iiii \iui •{<* cilan Ijif in ie Wiitck«*iiaer»lMUU , eirrttAhi ysii 

■ArUi becuidoi) de Aritnoa Eituidcit , ti**i tiiwjer l*ef iftidd w«>rleii 

11 <«i* de»«*ii UKiht z*Mi ir«4v| YMii t4»1k«ii \<t4»nEieti waff, ifi hct 

Im iTMiie |»tniiir U iiiw'eateld , ••tn de it«>fr ntmnier ••«»drrf'«chl« 

5» U> neuiei). MiaMsldeti i» At /v tuaPH'hnt dr Matterer- eti Ma«li|»i- 

inhani • tilHM%- «>iii. 




90 

Ttigcii dcii iiiiddag kwameii wij in deze baai en ankerden voor 
de kampong Tabirap, vlak bij de huizen in 35 vaam water. 
I)e Sadipi-l^aai is dicp, schoon en veilig; de lengte-as looj* 
in Z. O. rich ting. Vlak of moerassig voorland is er niet; h«* 
gebergte licit vrij steil naar zee af. Behalve Tabirap, dat he* 
diepst in de baai ligt, zijn er nog twee kampongs: Taoe& op 
de oost- en Djakari op de westkust. Deze plaatsen zoUeu t^ 
zamen ccn paar duizcnd zielen tellen. < De constructie de^ 
huizen is iiier weer anders dan in de Walckenaersbaai. Zij zljB 
ook langwcq)ig vicrkant , doch de voor- en achtergevels zijn vw 
atappen afdaken voorzien, die zoo laag tot den grand afdalen, 
dat er een gat in gcmaakt is, waardoor de bewoners in en 
uitkruipen. De vloer is in het midden over de geheele lengte 
hooger dan aan de wanden, en de achterkant van het vertrek 
is gewoonlijk rond uitgebouwd als de spiegel van een schip. 
Enkele huizen staan in het water, andere op den wal. 

llier zag ik voor het eerst weer sporen van landbouw en 
behoorlijk afgepaggerde tuinen tegen de berghellingen. Sago is 
hier echter schaarsch, zoodat veel oebies gegeten worden. Hier 
en daar langs het strand, doch in diep water, zijn stellingen 
gebouwd, waarop men staat, om de er onder zwemmende 
visch met lange harpoenen te vangen. De mannen loopen 
hier voor het grootste gedeelte naakt, de jonge nleisjes ock; 
alleen de getrouwde vrouwen dragen een rokje van eigen ge- 
weven goed. Tamme varkens zwerven in de kampong todA 
en worden zelfs in de prauwen evenals schoothondjes mede- 
genomen. De taal is wel niet dezelfde als die der Humboldt- 
JWi, doch daarmede verwant, waarom ik het dienstig achtte, 
ook van hier een paar lieden mede te nemen, die er rich 
zouder bedenking toe lieten overhalen. De bevolking was niterat 
vriendschappelijk en noodde ons herhaaldelijk , in bonne hnixen 
te ovemachten met belofte , dat zij ons vrouwen zouden geven , 
waarvoor evenwel minzaam bedankt werd. De Fapoes der 
Sadipi-Baai zijn nog weinig met vreemdelingen in aanraking 
geweest; zij gaan echter wel eens naar Djamna, om klappers, 
tripang en schildpad tegen ijzerwerk te verruilen. Ook met de 



^ De Sadipi-Baai werd in 1875 het cent besooht door do SoerabAJa «n 
BOB jaar daama door de Batavia. VolgeiiB het >*roeger door mij omtreot deae 
bezoekeii mede^edeelde lagen er vier kampongt in dese baai, waarvan de 
hoor van Oldonborgh de ooftelijkste Ramsi uoemt. {Rtixen mumr Ned^ri, 
N,- Guinea, bl. 279; Krii, Overx. bl. 212.) 



bmrfr«oDi*f> , (lie van t^'ii uiulertMi ainui /ijii , stoiideii /ij op 
tnr»lH-iupp*lijkeii u>et. 

Tiadjoog Mi*r, Av (MK>iU'lijkr licx^k der Sadipi-Hiiui , is eon 
tele Laap wet ruodachti^ nttswandt^n. i Tot aan ch^ Humboldt- 
Imi %rriiiont iu*li liier en daar dezelfde fonnatie , zoodat de 
■ittiliche scliepelingen dit gedeolte der kiist Tanah Merali 
MMm. l>r Ihm^* kust wonit ^'c\orind diM)r uitKM>p(*rs van liet 
jfiuop-(ff*hergtef dat ongcvwir 3000 voet hooff is en niet 
w Taa jBet* ligt; de lioof^te top he<;t bij de inbcN)rlinfr(*ii 
IMbn. > Vau Taudjong Waimanmraoe, den oostliu'ik der 
l«iekniMrr»lMUii , tot Kaap l^mpland valliMi fjft^Mie rivieren 
H fcaigt* tiet««kenis in 7«ee, X(NNlat er \eel waars<'hijnlijkliei<l 
^ <Ut fie a» \an het Cvel(N)|>-(iel)ergte in zuidelijke rirhting 
It m licli aan het Suc^uw/rebtTjrte aansluit. > lie Wiriwaai 
I dr Ainbenu>- of R(K*lru8S(*n-Kivier zijn t<N*li de lux)fdstroonien , 
r tOflirbeu de (icelviuk- en llunil)oIdt-ikaien op de Noordku^f 
tvatcrtii. 

Ikm 5* September oni twee uur des niiddags kwauien wij 
or de lIuniboMt-liaai en 'stcMiniden dadelijk naar Katip 
■piand, otn te ondensoeken , njf het in Maart ISSl do<»r Z. 
^. ■Iooin8i*hip Ifotavia i^^'plaatste wapenlx)rd nog minwezig was. 

I bkrk niet het ||a*val U* zijn en \an eenige inlxMirlinp'n , 
r al fpocdig met hunne prauwtjes langn zij \»n ons vaartuig 
HBca, went vemouieu , dat het ge!«t4>len was door een kani- 
ifT ten Qosten der baai, met weike de l)ewonersder IlumlM»ldt- 

II dowc^ns iu oorlog wartMi, dewijl zij het wapenlMird al> 
i cigeiidom beM*houwden. ihuir dit n^is het denh* wa|M*n- 
4 it, dat van dezc piek \enlwijnt, \ond ik het raadzamer, 
fcm Dieuw tc* plaatsen , dcM*h ht^t in de (mniiddellijke nabij- 
d der vouniaamstcr kamptrn^; op te riehien. 



v^ 4m FrmiMefac i0«kMUt«ci heel doM kiM|> Puuit« Diin*>uka, <m:-1) luuuii. 
wnm 4m bctcekmiMi mij dtttft<or in. Ihioiont d'Cnrillc hlrvi toch **\* njn 
rt Im9 4U deal d«r kust \Tij T<*r uit da\ w»] , x*ttidrr tad de uib<Nirliii».*vti 
mkmm to helibcii. 

te himt iiftimreTeu nchattiiifr k«triit fr>*cd overeeii met di«* vmi deii lUir- 
wm^imm »*Uiur'tidf*ntiieker B<'c<mrt. hanrrtiteffeti blijkt nu , d»t tk ^r<»ei;er 

■MB Taiuih Mrrmh over r«<u te tmM.t deel der S«>«ir tkuet ha-i uiUre- 
rt. Encra mmmr \r^ .\.(J»ttmem, h\. IM eii 3W). 

ti«M rui»r»iid«f«teniiur M<hiiiit mij wol WAt v«>«irlMini'. UeafnUUid tuawhi'ii 
HoaJUuldl'lUAi eii hot vi-pite )»uiit . dat d'AU*«*rtif* • \t Av tivier Mv U* 
lie. i» vedl U* irr<">t. •id i>u troU te kutti.fii uitmakini . «>f U^t (*\-cl>«>|>- 
mntm tmm tmk m rati het mitiale I enr-teWI \aii Nieuw-<«uui<M . daii «rl 
»tlcrlijk ku«t«r«*)>er.t«* tui^i tivvH^hoUwd wordeii. 



lu Iiet oostclijk en zuidoostelijk gedeclte der Humboldt- I 
Baai zijii geeii kanipougs, zoodat wij het auker lieten valleu 
voor den ingang der binnenbaai, in den zuidwesthoek der 
groote baai. Bij kaap Bonpland Iiadden zich reeds een veertigta^ 
prauwen bij ons gevoegd, die ous bij het oversteken der ba** 
begeleidden en de ankerplaats wezen. Zoodra wij voor anko^ 
gekoinen waren, kwam nagenoeg de geheele mannelijke be^ 
volking der in de binnenbaai gelegen kampongs bij het achip^ 
Zij maakten een oorverdoovend leven en vroegen ons allerhande 
zaken op vrij brutalen toon. Daar het reeds avond geworden 
was, stelden wij ons bezoek aan den wal tot den volgenden 
inorgen uit, en na veel moeite gelukte het ons, de prauwen 
liuiswaarts te doen keeren. 't Was geen zaak, dit zelfs door 
hunne naburen als kwaadwillig en woest afgeschilderde volk 
'snachts oin het schip te hebben. 

's Morgens vroeg kwamen de prauwen in nog grooter getal 
opzetten en volgden ons met groote luidruchtigheid , toen wij 
met de sloep naar den wal gingen. De landtongen aan weers- 
zijden van den ingang der binnenbaai bleken minder geschikt 
voor het plaatsen van een wapenbord. Daarom werd een eUandje 
in de binnenbaai , vlak achter den ingang en tusschen de kam- 
pongs Jaoetafa (Tobadi) en Kart^ daarvoor uitgekozen. In tegen- 
woordigheid van honderden inboorlingen werd het wapenbord aan 
een tjamara-boom gespijkerd, zoodat het ieder , die de binnenbaai 
invaart, dadelijk in het oog moet vallen. > Door middel van 
twee tolken, dus over drie schijven, werd den inboorlingen 
aan het verstand gebracht, dat dit wapen een teeken van 
vriendschap was, hetgeen zij niet mochten wegnemen en aan 
de bemanning van schepen , die in de baai kwamen , moesten 
wijzen. Tevens gaven wij aan elke kampong in de baai eene 
Nederlandsche vlag en eene Tidoreesche prauwvlag, er bijvoe- 
gende , dat zij die in het karowari-huis moesten bewaren en 
uitsteken , als er een schip kwam. Hoofden zijn er langs de 



1 Op de kaart der Humboldt-Baii , vervaardigd door Beootri tijd€Di i^n 
bezoek met de Soerabaja (Qui do Cora, Cosmos, V. Ill, X. 11) heet dit 
eUandje Jauus, terwijl du kampoiig Kare or Djorooe of Todoes geno«md 
word!. Do harsrijke tjamara of kiiodBbooin {Casuarima equitefi/oim) vonai in 
de flora der Nieuw-Quineeeoho strandon eeii kenmerkenden karaktertrek. De 
zoudoliug vail Haaaclt , die deze uaaldboomeii tot dusvor niet in den Arohipel 
gezicii !iad, werd door hun aanblik op de volgendo reis onwiUekeorig Mii de 
▼adorlaudBche aparreu heruinord. Verwanto suort^n vindt men aohter, in 
Ooflt-Java eu Nourd-Sumatra. 



1)3 

rhrfir \fMirflku!«t iiict , /.<MMlat hrt inij nwi inogelijk whs, 
aktm iiD aaniitellin^ uitt4*reikeii. 

Xadat wij met de sIcN^p dc binncnbaai hadden rcmd^*\ an*ii , 
bf^TiVfO wij on9 weer naar booni eu Htootndcn iiaar wnv 
kiaptnig in dfiu mMirdwi^tlioek der huitenl)aai , die over eeiii^; 
akidje: vitrdeeld 19 eu Kajoo lu^t. * ()ok liier gingeii wij 
m wal en reikten vlaggt^n uit, waania wij dc llumboldt- 
IhI Tfriieteu en de terugreis aanvaanlden. Tn de binnenbaai , 
fe tan d«n ingang Kcer ondiep is, zijn drie kampongH, rechtn 
a liDk» van den ingaug Jaoetafa en Kar^, en heel diep in de 
km Naflii, ilie te ssamen cen hondenltal woningcn tcllen. ^ I)exe 
hmni »Uan voor het grootnte gedeelte in het wat<^r, zijn 
M- of achtkant en hcbben hoogc fipitse daken alH van (*en 
■iwirit. 

NiK ten onrerlit4* draagt dit gedeelte der Xoonlku^t den 

Man van Papoea Telandjang, daar werkelijk Z(M)wel hier aU in 

ir Sidipi^Raai de mannen, l)ehal\e het eigenaanlig«^ tot srhaam • 

Mking dienende kalebasge, geheel naakt loopen, en alleen 

^dfOQwdr vpouwen eon kort rokjc dragcn. * Ve!c vrouwen zijn 

jtlituuurd met blauwe ttguren op de bontt en inkervingen 

9f nig en achouders; vooral dezc; laatnte wijze van tatoeeeren 

■Oft eene afschuwelijke martcling zijn, daar de litteekenit 

«d era vinger breed zijn. Zoowel mannen aN vnmwen dra- 

§tm hei haar kort of (?envoudig gekroesd. IV mannen zijn 

fed rawer en woe^ter dan bij de meor we^telijk wcmende in- 

hoortifigen. Zij willen alle^ bevoclen, vragen alwat men in 

ie imad heeft, en zetten mcestal een onvriendelijk gezicht, 

ab Ben het hun weigert: (*cn sloeg bij die gelegenheid zelN 

if hand aan zijn kazuaridbeenen dolk , almf hij zeggi*n 

viUe* 'paa op!<r C>p de malle en walglijke omhelzingen , 



I VoifaM dm r**ri$e )>erioht«i> omtrMit de HumMdt-RMu he«ti« d%» 

' Op 4* hi«rboTm MMigeliMUd* kaari heei dees kani|Hiiift W^wm; (M>k Ttndl 
fr^r in den iio«irdwaitli(>ek der IjtutaiibMi de hier iiiet Tennelde 
Knbi en PAftaAi ViwtnU i»tu>lat men im r^ttr het eemt d**fr tnlkm 
aai 4m bibo««lfai|reo kon iiprtkcn. 10 het jaiiimer, dat men eleohU crti dm^ 
m 4b Hnatioldi-HMi Terii*«fde. Rlj \mnicr vcrtilijf h»l men i>iii:etvijfeld 
kc^Bnodariiedeti nmtretit deaeii merkwmardiKcti pA|»<4acliefi pUui kimneii 
I. ( iiidrrmiidereii h«d ueii kunu«<i ••bdersn^eti . h«<e de li«u d*» r 
|tiiOfi«ml wiirdi. eti Imk* hrt k<*mi, djii rr*»t%imr v«N»r de ver* 
kam|HiiiK» EiM. eelieel audere heii«miiirpfi njn "pife ic eT e n (Vrrv. 
«e«r >W y.'Omm^, bl. 276). 
• \mt. B€U4m mmmt .\f^ .V.CtVmm, U. 122. 




die (h Iieeren op dc Soerabaia in 1875 (mdervoiiden , hebbcn 
zi j oils u\ ciiwel niet vergast. Keiiig(j pers^neu , aan wie gewcigerA 
werd , aan boord te koinen , spanden hunne bogen bij wijze van 
bedreiging, en toen wij van dc kampong Kaj(x> wegstoomden ^ 
sinect iemand , die zeker naar zijii zin niet genoeg tabak wa$ 
inachfcig geworden, terwiji wij op de kampanje stonden, met 
een stuk brandend liout, dat oiigeveer eeu voet laiig was. 
Daar liij met zijn prauwtje tusscbeu vijftig dier vaartuigen 
lag, kon hem geen schot bagel tot straf nagezoudcn wordcn, 
zonder auderen , die geen kwaad gedaan liadden , ook te rakeii. 
Men ziet liieniit, dat zij van nature niet vijandig gezind ziju, 
docli als kinderen bij de minste teleurstelling boos wordeii en 
to J baldadiglieden overgaan Wij mochtcn dan ook van geluk 
spn^keii, dat wij, die den gelieelen morgen ongewapend tus- 
sflien ben gel(H)pen en gevaren liadden , er zonder kleerseheurcn 
afkwamen. 

Nadat de medegenomeu tolken, met gesebenken overladen, 
in lumne kampongs Tabirap (Sadipi-liaai) , Tertia (Matterer- 
Baai) , Podena en Djamna waren afgezet , werd naar de monding 
der Amberno- of Rochussen-Rivier ge^tooind , waarvoor wij den 
On September aankwamen. » De meest oostelijke mond is zeer 
breed en duidelijk nit zee zichtbaar, docli geeft geen waterver- 
k louring. Bij opname met de sloep bleek, dat op de baar bij 
hoog water 2 vaam stond ; binueu de mouding bedroeg de diepte 
\an tot 10 vaam. Daar er geen stroom was, had het meer 
van een kreek dan van een riviermond; het is waardchijnlijk eeu 
boven ver/ande arm. Daar wij na een paar uur roeiens nog geen 
kampong vonden, giugen wij naar boord terug en stoomden verder. 

Om vier uur na den middag kwamen wij voor een tweede 
monding, iets ten oosten van Pointe d'Urville gclegen. * Hier 



1 Daar het eilandje Podena (la Kenaudi^re) volgens mijn beste weton 
iiimmor te vdreii door oen boeohaafd zoe\'aarder bozooht w , mist mem ucKHle 
daarover nadere bijzondorhedeu in dit joumaal. 

' Op do Fransohe zeokaarteu vindt mon , behalve de hierboven besohroven 
nriHtelijke monding, eon gmoton mond met veel watervorklearing. Daarvau 
licet do (Mietkaap Pointe d'UrvUle, dc wostkaap Pointe Basne. Van het 
KonuifT WiUoms Eiland , dat Dam pier op Eijno reis in 1700 hier sou ontdckt 
hobben, on dat ook vol^oiiB de latere opname in 1884 niet bestaat, vindt 
mon daar nict«. Ten onreohtc werd dit eiland boh* lU* Ion op de meeite Bd- 
u'olHchc en NoderlundHche kanrton, xoDaJn tip die dor Stierabaja endioaohter 
luijn (^riNito work. Daarent<^en vor^t do hoer M<>iTifi such, wanneer hij op 
do hiorbij irovocgdo Hchotskaart <loii wenth'-ok dor rivicr Pointe d'Urville 
niiouit. 



95 

^w\ eriir nio 9t4?rkr ;«tro<)iii naar l)uiU*ii , dat hvi lx)vrii\vat4*r 
»rC wi». Wij aiikenlcii in vier \aam t»ii iM'priM'fdeii dvw vol- 
tevAen murgen, de ri\ier in to st<MMmni : toen (filter op dc Imar 
2{ iiam gelood werd, durfde de gczagvcxirder niet \erder [^laii 
ft ftoonide terug. Ik ging daan>p met de slcK^p naar den wal , 
lirl den riviemioiHl (iplcHKien en vond op de diepste plaatn \ 
iiim witer; van daar liet ik n)ij met den stroom naiar buitt*n 
4rqTfD« helgecn in uoonlwestelijke richting ge:<c*liiedde , en vond 
4ir oveiml incer dan t*$ vaam wat<;r. Ik had dns e«n vaargeni 
frranilni, wiarin vuldoend water viKir de Sing 1'jin stond. IV 
viad wi» erhtf^r nterk gaan opasetti^n en de ze<; hoi gewonlen, z<KNlat 
ft aici aan gedac^ht kon worden, nog een poging te doen, om in de 
riner te komen. Met sloepen kon men tegen den sterken stroom 
ajfi opmeien; het onderzock niocst dus opgegeven wonlen. 

Aan den wal vertoonden zich (H*nige inboorlingen, maar Uk*u 
vij hen wilden nadercn, stoven zij het bost<*h in. Fx^n tolk, die 
haue taal verstond, hadden wij niet bij on8, /xxNlat t4M*h gei'n 
tnliclitingeQ te verkrijgen waren, al liadden wij hen tot ^taan 
feiiffirht. Ilanne tampans zijn zonder vierken , waarin ik eene 
kereiligiiig vond van hetgeen van elders vemomen was , dat de 
nriioorliiigen , die aan de AmWmo woneu, de rivier niet uit- 
mm. Op wee toch zijn znlke Amallc en van onch^ren nmde 
«aipuis niet te gebruiken. 

Hel aoa leer belangrijk zijn, deze rivier op U* nemen, de 
giiiotiti ^ die op dit gedeelte der XcNinlkust van Xieuw-Cjuinr^i 
■ilkoBt; een stoomsrhip van acht voet diepgang kan er gc- 
■akkelijk inkomen en zal denkelijk een heel eind ver kunnen 
epil oo mcn. De in de (ieelvinkbaai uitkomende mondingen zijn 
•Oe ir weiuig diep voor !«t<x)mflc*hept*n van eenigen (lie|>gang, 
er niet meer dan zc^ voet water staat. i 



' tUn mirfrdelijk frwl«elt« rwa de •««rtkiuit 'lor 0««lTiiikbMM UfrnH*ir<»r df* 
KiiMTcicdoe «n Sawi in in deM tmw notAi (|<K«r eaii lioMbaAfd wtt^ 
«>iid«nKi«ht. In 18.*«1 )»er«iktcfi tuoh de htxrf i i Modrtibaoh ra vmn 
i^t hun t««ht luitni dt* oottkusi d<« w%l •erat ren wnMiifi )ie- 
d«i d«rdflti brt><«lt4vnMid. H«t«r<*rn duM de h«er lf*>rriji htrr <« in 
y/t )«mMl der ir«*I|r««d<* rein tnc»dc»dm4t ovrr d« Tcrder n<><ird«MHa in 
riTienn<*ndt«n , nhK*i dim iitcon«*n ••!* iNnioliim tmi «»|*vmrf«Him 
!• hMtdcIiiTaarttti^^i. 



96 

Zooals reeds in den aaiivaug van dit opstel gezegd wen! , gt 
ik van het laatste gcdeelte dezer reis des heereii Morris dech 
een beknopt vei'slag , oindat de meeste der toen bezochte plaatse 
uit vroegere Nederlandsche tochten naar Nieuw-Giiinea tamdijl 
wel bekend zijn. Van den mond der Ambenio-Rivier stoomde 
(le Sing Tjin naar de zuidkust van het eiland Jappen, waar 
allereerst Ambai werd aangedaan, om een onderzoek intestellen 
naar een inoord , die daar in de inaand April op de opvarenden 
van een liandelsclioener had plaats gehad. De Korano van 
Ambai deelde mede , dat de moord geschied was nabij Bandawai, 
waar de gezagvoerder van het vaartuig tegen zijne uitdrukke- 
lijke waarschuwing was gaan handeldrijven in de verwachting , 
dat hij de damar goedkooper zou verkrijgen, als hij die recht- 
streeks van de Berg-Papoes inkocht. De schoener had niet 
geankerd vcwr Bandawai zelf, maar in een naburig baaitje , waar 
ccn kanipong van den bergstaui Wabo nabij het strand lag. 
Oniniddellijk bij het aan den wal stappen waren de anakoda 
en een zijner niatrozon afgemaakt, terwijl een jongen gevan- 
kelijk werd weggevoerd. Dit verhaal werd geheel bevestigd door 
den uit Dorei afkoinstigen djoeroebasa of stuurman van het 
vaartuig, die alleen den dans ontsprongeu was, door bij tijds 
naar boord terug te zweinmen. 

De Sing Tjin begaf zicli nu naar Bandawai, waar men in 
een sclioone baai vlak voor de kanipong het anker liet vallen. 
.laninier is liet, dat de ligging dezer nergens elders vermelde 
plaats met betrekking tot Ambai niet nader omschreven is; 
uit het mij ten dienste staande afschrift van het joumaal is 
het zelfs niet duidelijk, of men den naam Bandawai of Ban- 
dawai moet lezcn. Bij het naderen van het stoomschip vluchtte 
de bevolking het bosch in , zeker uit angst , dat er eene straf- 
oefening voor het gebeurde zou plaats hebben. Het gelukte 
editer aan de uit Ambai med(».genomen gidsen , den Korano van 
Mandawai en een zijner dorpgenoott^n aan boord te brengeu. 
Deze. berichttcn, dat di' stain Wabo uit vrees voor weerwraak 
(le kanipong van het sti-and naar het gebergte verplaatst had. 
Met zijn gering onderhebbend personeel nuM'ht de Resident 
geen tocht in het bimienland ondernenien. De Korano l)eloofde 
evenwel , dat hij den volgenden morgen een poging zou doen, 
om den gevangen jongen los te koopen. Inderdaad \ertrok hij 
t.<M*n in twee prauwen met achttien man en een hoeveelheid 
blauw katocn , dat bij den handt^l in deze sti-eken als geldeen- 



07 

Sfvi <)i(*iu4 doet, naar (U» Iwai, waar men dc berg(»n in moest 
cuo ZiJ kfrmmen on^lukki^ nuverricliter zakr teru^, vn de 
fnw«. dit (le 5traf nu op hun hoofd 7/)U necnlalen , was 7<m) 
rmiA. dat dv slerhte uit^Iaff van hun tocht ondor het. vfMtrbij 
mrim aan hct Mt4M)mschip word toc^^eschreeuwd , waania de 
Sfhrrle bevolking \an liandawai in het bosch vluehtte. 

Nur Ambai teru^ekeerd, kon de K<».<(ident alleen den 

Knnno knchtig op het getnoed drukken , dat hij den ffc- 

iiB|mtf xtm lo9!M;n , onder belofU* , dat ieder s<*hoenerkapitein 

km otimHldellijk den ))etaalden loftprijs zou verfroeden, 7AxmU 

4inii grla5t weni aaii de gezafrvo(*nlers der handel<<vaartuig(*n, 

4)r Dipii te Anwes en l>on»i aantrof. I )<» hc<»r Morris venmn^lde, 

4t dr HKionl door de Ainbaier? wa8 opg(»st4M)kt, oindat de 

«C(iiidbr%olking van Xieuw-Ciuinea het st4»e<Is met lee<le oogtMi 

umift, dat de handelaars n^ehtstrei^ks verbindintreii met de 

bnfhevonery aankmN)pen. liedenkt men l)ovendien , dat Amh:ii 

•krhUi arht jaar te voren \oot het eerst d(K)r ei»n Xe<lerlands4*h 

4oaoi!rhip bez(v*ht wa^, toen (M>k daar de vrouwelijke b<*- 

loikinsr naar het bosieh vluehtte, terwiji de handel er zi(*h 

cerrt in de volgi^nde jan^n ontwikkeld hecft, dan mag men 

tfftnNiwrn. dat hier weldra ec*n bevrtJigender toe^tAnd ont- 

<aiii lal, evenaN nu rcinh U*. Ans<M^s, waar de jagers der daar 

jrifrtigde handel^finna*^ onder de noodige v(X)rzorgen door hct 

r^icn van gc^henken tot de b<Tgstammen zijn doorge<lrongen. 

Te Ansoe^ , van ouds de voomaamsto handel^plaat^t op Jap|)en, 

^tmd de Rftiident dan ook bij zijn l)ezo<*k alles in de volmaakste 

flrff Hier wen! de wap<*npaal vemieuwd , daar de vorigt* vernit 

w»*, waanip de Korano het daaraan bevc^tigile wap(>nbord in zijne 

viAing bewaani had. Kort na den he<T Morris wcrd Amxic^ in 

4t rrrrtc helft \an November bt»zocht door den zendeling Jens, 

ht reed« in lS79 den (^mtr^deur van ( )ldenborgh op zijn t4M*ht 

ver/idd ha4i. I)e aanh*iding tot dit uitstapje was de 

van e«*n Kngc*ls4*h stixmnaartnig in de Baai van l)(»n*i, 

VBamp lich behalve i»enig«* heeren o(»k «»ne dame U»%ond, hoiifd- 

sakriijk om natuurpnMlukt4*n in t4* zamelen. Daar in het afmat- 

klimaat . der Xieuw-dluinccsehe ytranden een /^rtiiehtjt* 

k ern gi*Z(md<* afwisseling is , liet «!e beer Jens zich gaanie 

vtrrliairn , als t4)lk met deze Kngtdsche hi^'reii naar Ans<H*?» te 

. waaraan wij <^*nige niet onbelangrijke meilf*ile(dingi'n o\er 

plajit« vepirhul<lig<l zijn. * Aan de ooAtxijde der /uidfii*^t* 

r#» Itr Zrm4i . 1Hh4, bl. 1S3— 144. 



punt va]i Iiet eilaiul Jari ligt liet haiidelsetablissemeiit der firma 
Duiveiibode , aan de oostkust van het grootere eiland Mairiswari 
dat van het handelsliuis Bruyn. > Tn den laatsten tijd was echter 
de handel verniinderd , daar de aanvoer van dainar uit het binnen- 
land aftieenit , omdat de hoeveelheid dezer in den grond bedolven 
bars uitgeput schijnt te laken. Tntusschen was de hoofdnegorlj 
Ansoes door dien handel zeer in bloei toegenon»en, want terwijl 
de heer von Rosenberg bij ziju bezoek in 1869 in de tien 
verschillende kampongs, waaruit die negorij bestaat, slechts 24 
huizen opgeeft , telde Jens er 47 , zoo groot als klein. De laatste 
maakte nog gebruik van zijn verblijf te Ansoes, om woorden 
uit de daar gesproken taal op te teekenen. Een woordenlijst 
dier taal zag reeds het licht iji von Rosenbergs werk over de 
(iieelvinkbaai , maar van den heer Jens vememen wij nu, dat 
er in het binnenland achter Ansoes nog vijfgeheel verschillende 
talen gesproken worden Dit groot aantal fcalen en tongvallen, 
waarvan ieder slechts door een weinig talrijken stam wordt ver- 
staan , zal steeds een hoofdbezwaar zijn , om met de bergvolken 
van Nieuw-Guinea bekend te raken. 

Toen de Resident den 16den September te Dorei teniggekeerd 
was, lag in die baai eene korra-korra uit Grebe, aangevoerd 
door den Sengadji van dat eiland met een gevolg van vijf en 
twintig man. Zooals reeds in vorige jaren meermalen had plaats 
gehad, had dit hooid zich wederom verstout, als zoogenaamd 
geraachtigde des Sultans van Tidor , belastingen van de bevolking 
te heflen en eigenmachtig eenige person en tot hoofden te be- 
noemen. De herinnering der opperheerschappij , die Qebe voor 
jaren over de Noordkust van Nieuw-Guinea had uitgeoefend, 
was bij de Papoes nog zoo levendig, dat zij zich niet t^en 
zijne eischen durfden verzetten, zoodatde Sengadji, ook volgeus 
de verklaringen der te Dorei gevestigde zendelingen, aan de 
bevolking grooten overlast had aangedaan. * Na onderzoek door 
den Resident en de hem op deze reis vergezellende Tidoreesehe 
Prinsen bleek dan ook duidelijk, dat de Sengadji nimmerzulk 
een opdracht van den Sultan ontvangen had, terwijl hij eeu- 
voudig zijne akte van aanstelling als lastbrief vertoond had. 
De heer Morris achtte zich verplicht , dit voor de rust op Nieuw- 
Guinea gevaarlijke hoofd gevankelijk mede UMiemen, opdatliij 

^ Vergelijk de figuratievo knart der Baai van AnstKM aohter von Rusqii- 
bergf ReittoeAifH uaar de (Jeelvinkbaai. 

« Beriiften Vtr. Zendmg , 18f4, bl. 150—162. 



rh bij dm SulUii (>\cr zijnr kiu^velarijen /^m verantwoorden. 
if Ac UTUgrtn:* iiA^r Ternak' Ix'Zocht dv Resident nog de lladja's 
m Salavitti ei \Vaigtx)e, daar cr uit Auibon klachteii gckoinen 
irm, dal deze vorstjes bclastiiig zoaden heffen van met prtx;- 
Emraientitpfts votirziene hanctelsvaartuigen. Krachtig werdt^n zij 
EfBaand, zich v(N)rtaan \an zulke ongeoorlcmfde heftingen te 
ttkiiidrn 



TWEEDE REIS van den Remdeni van TenuUe D. 
F. van Braofn Morris ^ met den goevememeni- 
Mioomer Havik^ gezoffvoerder SchoUen^ van 1 1 J^i 
tot 5 AuguMtui 18S4>, naar SalawaUi^ de Kleme 
Geehinkbaai^ Dorei en Ansoes; opname der 
RoekuMsen-Rivier en ierygreis over Ansoes , Dorei 
en SalawaiH. 

Iloi 11^^ Juli begaf ik mij de^ nainiddags ten vijf uur op 
I |roeTeraenient»toonier liavik, oin den tocht op de Ambemo- 
ripr te ondemeinen. Opdat deze onderzoekingsreis ook op 
igimfisrh g«bied blijvend nut zou opleveren, had ik de 
everiiig verzocht , dat twee zeeofficieren mij zouden verzellen , 

«lr nvier op te nemen. Toen ik dit verzoek deed, wn» het 
dbavrde partikuliere stoom^chip Sing 'Fjin nog in dienst als 
YefnrtDeutstoomer , en achtte ik voor de opname twee offi> 
9 der marine nict te veel , omdat op de hulp der oflicieren 
I dal vaartaig niet mocht gerekend worden. Voordat ik de 
rmagde machtiging verkregen had, werd de Sing 'Fjin echter 
sdankt en vervangen door den goevemementstoomer liavik. 

At halp \an het etat-major van dit stchip mocht wel ge- 
csmI worden , zuodat <Vn ze<x)fHc'ier onder die onistandigheden 
lortulc wa.'. Daar echter de liavik op vorige reizen naar 
«w-Uuinea veel last \an berri-berri gehad had, en het 
f inoDding9gebie<l , dat wij gingen bezoeken , uit den aartl 

a^ak , als bijzonder ongezond moesit besichouwd wonien , 
Eg ik in plaata van een tweeden zeeofficier eeii dokter aan 

•latiomicomuiandant. Dienteiigevolge werden door deaen 
revcsen, om mij U* \ergi?zi*llen , de Luitenant t<*r Yasc 2« 
Mr K. O. Kerkho\en en de Officier van (lezondheid 2* klaMc 

Buuinc Dr. J. (i K \un Pei*. Ook d(*eil ik mij bij dete 
gmheid e\enaU op iiiijn vorige reid naar Nieuw-Cioinea 



verzellen door den ContrAleur ter beschikking MoDod de Frtii- 
deville. 

Het doel der reis was, de Amberao zoover mogelijk op te 
varen, in aanraking te komen met de aan die rivier wonende 
bevolking, en daar gegevens op geografisch en etnografisck 
gebied te verzamelen. Algemeen werd voorondersteld , dat 
aan de Ambenio eene talrijke bevolking woont, en dat dft 
rivier boven hare delta een majei»tueuse stroom is, waarlang^ 
men diep in het binnenland kan dringen. Een blik op dc 
bestaande kaarten is voldoende, om deze opvatting begrijpelijk 
te maken; een tiental groote en kleine mondingen, over eene 
kustlijn van ruim 150 engelsche mijlen verdeeld, wordeu daar 
toch als monden der Amberao voorgesteld. 

Tn den morgen van den 15n Juli werd Dorei bereikt en de 
steenkolenvoorraad uit het tijdelijk depot aldaar aangevuld. > 
Hier nam de zendeling van Hasselt, die twintig jaar geleden 
zicli te Dorei vestigde en volkomen op de hoogte is van de 
Mefoorsche taal en de zeden en gewoonten der Papoes in de 
Geelvinkbaai , mijne uitnoodiging, om den tocht als tolk en 
voorlichter te vergezellen, bereidwillig aan. 'sMorgens vroeg 
van den 17" Juli werd de reis voortgezet naar Ansoes. Ik 
deed deze plaats aan , omdat ik vernomen had , dat er een 
Papoe woonde, die wel eens op de Amberao geweest was, en 
ik hem als tolk en gids wenschte mede te nemen. De man 
werd gevonden en was dadelijk bereid, mede te gaan. Hij 
droeg den titel van majoor van Ansoes, welke titel hem waar- 
schijnlijk door den eenen of anderen schoencrkapitein isg^even. 
Later bleek echter, dat hij alleen de taal verstond, die op 
Kocroedoe gesproken wordt en weinig overeenkomt met de taal 
aan de Amberao, en dat hij wel in sommige rivieraionden tegen- 

1 Over hot oorate godeolte dozer row oiitleonoii wij aan het joutumI van 
deii heor Kerkhoveu nog hot volgoudo. Don IS*'"" Juli werd gestiipt bij de 
noordkuBt van Salawatti, om daar eon briof van den Resideut af te geven, 
die aan don Radja van dat oiland mr)eet bozorgd wordon. Men kwam aan 
wal bij de aan don mend dor rivier Wajam gelegon kleine kampong Tipin, 
gdieol bewound door eohto PapooB. Indien duB de heer von Rosenberg 
{Reittochten Oeelvinkbaai, bl. 68) zegt, dat de negorij Tepeng in 1869 niet 
moer beetond, dan was de bevolking aleohts tijdelijk naar elders wrhoiad. 
'a Avonds van den volgenden dag ankerde mou in de Kleine Qedyinkbaai 
op 133" 41' O. L. ; do door den luitonant \'an doze baai pregeven Tooratd' 
ling komt gohoRl overcen mot die van don FVanschcni natuurondonoekor 
Acliille Raffray (zie zijn kaartje ^'aii dit deol dor NtNirdkuitt in BnUHin 
Hoc. tie Q^ogr. df Paris van 1878. 



101 

cf K<ii*nirdui* gi*ww'j*t wa>, <1(M'Ii niimner in ditf, welkc bij 
RBtr d*rrvillt* in Wie valt rii hh t\v hoofdiiiondin^ wordt 
RCmfrkt 

iVn ISa Juli verlicUrii wij AiiHoes in den namidda^, 
raBen in den Dioi^ren \ an den 1 9d langi» KoerotHlcie en hielden 
I wmrdrn van dat eiland op den va2«ten wal aan. Te^n tien 
t Vmcifgens pa*«eerden wij een rivierniond, die Aiberan 
rt Hrt uil dexe nionding Mtniomende water is vrij inudderig; 

irrklrurinfT U'ekent zich in 7Ati'. s<*herp af en ^niat ver naar 
itni <)p den \a?ten wal tusMchen KtienKnloe en PointedTr- 
ir w dit de eienipe rivier van belancr. Wei ziet men in de 
jr ko*! vele openingen , lUtch dit zijn kn»ken, waanloor de 
rt invaart5 frt*lep*n lagunen in uh.' nitwat(*it*n. Kivierwater, 
I lan de kleur altijd te herkennen in, struoint er niet uit. 
Tefsm drie uur in den midday kwamen wij v(M)r den uoor- 
[i)kften mond der Anib<*nio, waar ik verleden jaar de vaar- 
il had ontdekt. I)eze monding ligt op l.'i?*" .'>:/ .>.^' (). L, 

op r i'ji 30* Z. B. Fiene ]M>fnng, oni dadelijk naar binnen 

!4oumen, uiiidukt^*, daar de llavik , hoowel in het begin 
tallig giied in de g«nil , er d<M)r den st<*rken stnMmi uitdrei*f 

iQAirhen allerliande ondiepten tererht kwani , waar zij 
itrr grlukkig weder uitraakte en in \ier \aain t<*n anker 
•a . Blinder den gn>nd t<* raken. 

Iko volgenden niorgcMi werd nog irne |)oging gedaan, oni 
L hrt *M'hip de geni tenig te \ inden . d<M*h dit gelukte niet 

torn meni Ixn^loten , de gttul d(K>r niiddel \an locMleu op U^ 
ken Hoewel <le lla\ik ongevi*er tlrie eng«*ls<*he inijlen uit 
I wml lag, wa^i de stnKMning bij bet !H'hip nog zck) stiTk , 
allern de jol nieiende den vial koii naderen , terwiji de 
kat»« die gevaar liep naar buiten te drijven, aan lioonl 
ert trrugkitfren Van uit xee was* t*en kleine kam|KMig e\rn 
de UKinding te zien IK- \n*es was niet ongegnmd , dat 
<Mier> naar het lK>M'h /xmden \luehten, als het M*hip de 
wrt ink want iKnir (!t*rst met t*<Mi sloep naar binnen te gaan, 
frtr ik hun minder \ n'cs aan te jagt*n en in de gelc*gi*nheid 
aijn , hen bijtijds gfTU^^t te >tellrn. Ik had derhahe met 
Kndelnig \aii ila>M-lt rn <)en n)aj<M»r van Anr«4H> in de 
JrbouC plaat?« gi*noiiifn. vtMtr/irn van een gnniten voorraad 
rlimken IIm* )M*h(M*(lz«iam wij de kam|)ong (Hik nailenlen 

drn niaj(M>r in n.itioii;t;il ktMuuni viMinip, bitvk het Uwh 

ttiijiM* i»n»iifi' •••' ••?r*^-llinir. dat ili- phiats vrrlaten Ha*. 
4* V<4|ii'r. \. I 



l)e bewoncrs nioostcii rccrl*? den vorigcn datj gevlucht zijn , claa 
de vuren uit cii de stookplaatseii koud wareii. De Papoescli 
rnajoor, die alles behalve op ziju geinak was, daar hij iedt 
oogenblik ceii rugeii pijlcn uit het vlak achter de huizen g* 
Icgeii bosc'h verwachtte , trachtte door roepeii lien terug te lokke^ 
docli te vergecls. Ik liet in allc huizen als geschenken kral^ 
en messeu achter en ging toeu weer in de boot. 

In dieii tusschentijd hadden de twee andere sloe^xin zeilende < 
vaargeul opgenomeii. De rivier werd van den eencn oever nu 
den anderen opgelood en bleek over twee derde gedeelteu d 
diepte van meer dan 5 vaam te hebben , terwijl de grootste diepi 
7 vaam en de breedte ongeveer 800 nederlandsche' alien hi 
droeg. J)e geul werd gevonden door de jol, gecommandeei 
door den lieer R. C. Loman , 1© stuurinan van de Havik. Z 
is niooi breed en recht en heeft nergens minder diepte dan 
vaam bij gewoon hoog water. Onder leiding van dien officii 
kwam de Havik 'smiddags om vier uur de rivier binnen en stooin( 
dadelijk verder. De oevers zijn laag en moerassig , het water d< 
rivier is zeer modderig en de stroom loopt ongeveer drie mij 

Daar het geen zaak was , 's nachts door te vareu , kwain d 
Havik om half zeven ten anker en vervolgde den volgende 
morgen om zes uur de reis. Ilier en daar zag men eeiiige hutj< 
op den oever, doch alle verlaten. Om twaalf uur kregen wij ee 
kampong in ziclit en tot ons groot genoegen bespeurden wij 
dat de bevolking nog niet gevlucht was. De manneu liepeu zei 
gejaagd been en weer, allerhande dingen dragende, zoodat w 
hen blijkbaar overvallen hadden , en zij van plan waren het hose 
in te vluchten. De Havik liet hier het anker valleu en doc 
liet schreeuwen en roepen van den Papoeschen majoor, waari 
zij een rasgenoot herkenden, waagde een drietal mannen ht 
eindelijk in een sampan aan het schip te komen. Het blee 
nu, dat zij onzen tolk maar weinig verstonden, hetgeen ee 
groote teleurstelling voor ons was. Het uitreikeu van eenige g( 
schenken had echter het gunstige gevolg , dat de geheele maun< 
lijke bevolking spocdig het schip met sampans omringde. 

Deze kampong heet Pauwi , heeft zeven vrij ellendig 
huizen en eene l)evolkiiig van ongeveer 80 zielen. Hoew< 
de uitdceling van kralen , kapmessen en tabak de vrienc 
schappelijke stemming zeer bevorderde, week het wautroi] 
wen toch niet genoeg, om iemand moed te geveu, aan boor 
te komen. lllrrst nadat onze Fap<H*si^he tolk zich als gijzt 



1 (>:i 

\ur III t*<*ii (itT !*ain|Hin.H had ^^plaaiUt, kloiii it irnmiid uit 
«i4t \iuirtui|; hij oils over. Van al wat hi) aaii (KM>ni za^, 
maAltrn (It* slachtc>!«i«(*ii den ^nM)ts$t<*ii iiidnik op hem : bij het 
urn (iier diereii had hij blijkbaar v(h;I lu:$t over (MMird t4; spriugeii. 
T(irn hij cvenwel oiittlekU*, dat de )N%»tteii toeh ^A)o ge\aarlijk 
iiift vami , aU zij er wel iiitza^ii , riep hij /Jjne kainpong- 
KTiMMiU*!! , die nil alle allengn aan boord kwainen. Hunne vrees 
Terk laiifirzanierhand Z(m> gchetd (*ii al , dat /ij zich aselfs dcxir 
l>r van Pee iieten foU^rafeertMi. 

Ik bevolking van Pauwi is ^heel van hetzelfde slag als die 

(kr eilandeu in de (it^iclvinkbaai; hare tjidako'sf en versierselen 

njn ouk van gelijken aanl. Het viel niij up, dat zij Kuru- 

peoche kraleii bezaten , en dat zelfk eukelen van een ijzeren kap- 

■n of van Kuropeetche burden voor/ien waren. Oponze vraag, 

«iB vaar zij die voorwerpen verkre^n hadden, noeoiden zij 

Korroedoe en piven ons te kennen, dat de bevroners van dat 

ctliod wel bij hen kwamen, en dat zij ouk denraarte* gingen. 

<)in daar te komen , moesit men een kreek bij de kampong Mawa, 

die meer struomopwaarts ligt, invaren: daar laugs kwam men dan 

legeoo\er Koeroedoe aan zee uit. Dit werd mij ook later in de 

kiapong Mawa beves^tigd , terwiji wij tiuiitchen Pauvii en Mawa 

de kreek voorbijvoeren. Volgens de inboorlingen vas die kreek 

eveaweJ alleen \oor Minpan? bevaarbaar, niet voor stoomitchepeu. 

Van de ankeq)laatf» voor Pauwi werd in ZZU. richtiug up 

een afstand van twintig engelnche mijlen heuvelland gezien. 

(JvB twee uur *i middags vervolgden wij de n*i» eii \ueren uni 

halt %icr \ourbij een andere kampung, die verlaten wa5, maar 

later bleek Mawa te zijn. Daar er zich niettegrn»taande het 

genwrp van den tolk geeii volk verUxmde, !«t<Mmiden wij 

merrier, uvertuigd, dat men, uver unze betlutdingen iiader in- 

^irht door de l)ewuner^ van Pauwi, bij cmze terugreis minder 

snirvtig suu ziju. 

Ciedurciuie den nacht lagen wij stniomopwaartH van Morria- 
KiUikI en zetten de reis in de morgen van ££ Juli crrrt um 
fiaif negen vuort, daar er div uchtend^ vruc^ zuu*u zware miiit 
hiiig, dat men geen uever kun zien. (laandewc^ wenieii nude 
huurden «ler rivier huoger, en nadrnien wij het heuvelland, dat 

wMui K«mbrrHiuU>t. <kik trfft hij ib djn j4 4irtMiftl , d«t d* lt<i«*<cieni ««ii 
I^Mlvi rail #01 K*44(«n' aad df* ntirr rrlrcrirv kMin|N.iitf Mmitidi ••tirMkmi mi \Mt 



1 01 

van di.' laatstc ankerpluats in zuidoostolijke richting gejKtild 
was. l)es niiddags stoonideii wij tussdnui <l(; ct».i'ste lieu \ els door; 
de rivier word hier wel wU minder breed, doch bleef even 
diep, geniiddeld (> vtiani. De strooni werd iets sterker en de 
boehten scherper; de liavik stooinde echter met het grootste 
gemak voorbi j de hoeken. Tegen drie uur in den middag zageu 
wij een eiland , waar wij bewesten langs stoomden. De stroom 
nam daar slx^k toe; plotseling werd er 2^ vaam gelood. De 
gezaghebber stopte, liet het vaartiiig iets afdrijven eii alo^ 
toen weer met halve kracht voornit , om aan de overzijde van de 
rivier dieper water te zoeken. llet schip kon echter met halve 
kracht niet tegen den stroom op, dreef uit de vaargeul, raakte 
met het achterste gedeelte van de kiel eene bank , zwaaide daarop 
als op een spil met een geweldige vaart rond, tot het geheel 
op de bank zat, en viel toen , daar het den stroom dwarskre^, 
nagenoeg op zij. Jn de nabijheid van het schip liep een stroom 
van 1| mijl , en daar het schip op den bovenkant van de bank 
zat, werd het met groote kracht er tegen aangedrukt. Van 
achteruit afbrengen was geen sprake; viel het vaartuig niet 
zoover om , dat het vol water liep , dan kon het alleeii bij 
hoogeren watcrstand los komen. Naar de oevers te oordeelen, 
was de waterstand op dit oogenblik vrij laag, zoodat eene vol- 
doende rijzing wellicht niet lang op zich zou laten wachten. 
Het bleek een grintbank te zijn, waarop wij vastzaten; men 
hoorde duidelijk de rolsteenen tegen de kiel slaan. Na een paar 
uur vastgezeten te hebben (het was inmiddels donker geworden) 
begon er beweging in het schip te komen; het schoof telkens 
een eind vooruit , naannate de bank onder de kiel uitschnurde. 
Op zich zelf was dit een verblijdend teeken, doch daar het 
vaartuig hoe langer hoe meer op zij viel , werd het gevaar van 
volloopen ook grooter. Na beraadslaging met den gezagvoerder 
werd derhalve besloten, onze victualie den volgenden morgen 
op den wal te brengen, opdat als het schip eens mocht vol- 
loopen, deze ten minste gered zou zijn. 

's Morgens vroeg had het dek eene helling van itS graden en 
liep het water aan lij tloor de spuigaten. Terwijl wij bezig 
waren, den leeftocht aan wal te brengen, richtte het schip 
zich gelukkig wat op. Daar dit echter slechts van tijde- 
lijken aard kon zijn , werd met het ontschepen voortgegaan ; 
door den sterken stroom was het geen gemakkelijk werk. 
Vooral het aan boonl komen van de leege sloepen ver- 



105 

riTJitf ^n¥>l4» iM'liriHli^hrid en km'IblcHHiiffhi'i*!. Oin ^\nv uur 
'« MOiifMii^ \»an*ii allc ^(H^lercii miu wul en ging ik tuvi de 
fsM^rifry en neii f^ieelt^ der l)eiiiauiiiiig ook van boon!, om voc>r 
bfC opuUan dtrr tenten en liet opbergen der vivri*^ U^ zorgcu. 
Ik Dicht werd door ont* in het bivocak doorgebracht. 

laden vroegen ocht4;nd8t<md van 24* Jnli zagtni wij^dathrt 

«iip mHin dirht bij de vaargcul ge$«choven was , en (%n oogen- 

biik Utfr, dat het viot raakU*. l)e gezagvoenier , die dit in den 

McJit rcedii vcM)rzien had , diiar het vaartuig zich gehcel had 

opfperirht, en hij er elf voct oni been gelood hail, liet aUxnn op- 

maken. llet gclukte hem, het M'hip hij de noonhdijke punt van 

hei lUvik-Fhland, waar de stroom minder nterk wa», in 2j \aam 

valcr t«n anker te brengen. llet vaartuig maakte gi'en water 

ci «eheen niet gele<len te hebben , doch de gezagvoenlcr voor- 

«oden»tclde , dat het koper wel g(*haveud isou zijn, hetgeen later 

4oor duikers is beve:<tigd. IK'Zt^ dag weni l)e»teed, oni de ont- 

vfeeple goedereu wecr aan b(Hml te brengen. 

Ikn volgvnden morgen werd op de noordelijke punt \an het 

llarik-Kilaud tegen mm grooten , allecn staanden hinnu ifen van 

im datum voorzien wapenbord ge^pijkenl , als l)ewijs , dat een 

vertcffnwoonliger der NederlandM^h-lndiiHrhe R<^goering daar gf^> 

wnA wm». Bivocak-Punt op llavik-Kiland ligt op l.^H* r H' 

O L en 2* 20' Z. B. (ledurende de drie dagen , dat wij bij 

Im Havik-Eiland gewecst zijn , hebben wij van inb(M)rlingen 

AJeti gdien of gehoord. Daar de ondervinding <m5 gideerd had, 

dil verdtrr opatimmeu door den zwaren HnKim ouuK^^dijk wn»^ 

vrfd om tvn uur des namiddag!« de terugt(K*ht aangenonien. 

Met bel oog op de !*cherpe Ixjchten , den ^terken fttniom en <le 

tiAbekendhcid met de diepte der rivier bczijden de vaargenl, 

alsvtoouien zeer onvoorzichtig zijn. liaartmi l)esl(K>t de ge- 

oenler zirh te lat<*n afdrijven met krabbend uiiker, ten 

?4uur in het .««chip te houden. llet wa.*i een moeielijk 

verk . dorh ging goe<i , dank zij de gnxite b(*<laanlheid en uit* 

«irkrnde zeemaiiM-hap van kapitein Srholten. Tegen den avond 

wrrA getnirht \o<»r anker te komen en bleek het, dat twee 

aakrn^ nauwelijk^ in *»taat waren het !M*liip te houden. 

Ileti 2l>n Juli wen! de t^TUgt^M'ht (»p dezi'Ifde wijzi* \tw»tt- 
crttrt (hii twaalf uur xag«*n wi) f<*nigi* menM*lien op den oe\er 
kmj rrn klfinc k«im{x»ng. vers(*liulen ii4*ht4*r het gnM*n Daar zij 
laii lKN)nl wildcn komen , gingen wij met dt- «)<ii*p naar 
lal Di*/j* lie<lcn /;igi*u er \ n j «(M*i»t uit , zij \iM'nlen een 



106 

soort van krijf^sdaiis viit met pijl eu boog in de hand en klaar om 
te schieten. Keiiige hun toegeworpen geschenken deden eene 
vrieiidscliappelijke stemming ontstaan ; onze sloep kon ongedeerd 
aan den wal komen , doch zij lieten ons niet toe , den oever te 
betreden. Nadat wij eenige sieraden van een tot nog toe door 
mij nergens gezien model ingeruild Iiadden tegen kapinessen, 
kralen en tabak , keerden wij naar boord terug. * De taal van 
deze lieden werd door ouzeu tolk niet verstaan. Van de bewouen 
van Pauwi vernamen wij later, dat deze kampong Koekoendoeri 
heet, waarmede zij voortdurend in oorlog zijn. Deze binnenlandsche 
Papoes beliooren tot den stam der Oedambcssoes en de streek, 
waar de Havik vastgezeten heeft, zou K^n^i heeten. * De 
kampong Koekoendoeri zal een vijftigtal zielen bevatten. 

Des avonds gingen wij ten anker bij het begin van het 
heuvelland. De istroom was hier niet sterk meer, zoodatdeieis 
den volgenden morgen stoomende kon worden voortgezet. Bij 
Kerklioven-Eiland zagen wij eenige sampans met inboorlingen 
op de rivier, die te vergeefs trachtten het schip te bereiken. 
lets verder ankerde de Havik voor de kampong Mawa, die bij 
onze opvaart verlaten was , doch waar zich thans veel volk ver- 
toonde, terwijl ons vaartuig dra omringd werd door de sampans 
der inboorlingen. Zij brachten allerhande artikelen als ruilmidddl 
mede, waaronder eenige klappers, hoewel wij nergens klapper- 
boomen zagen ; volgens hen waren die af komstig uit het binnen- 
land ten westeu der rivier. Blijkbaar hadden zij van de bewonen 
van Pauwi, waarmede wij reeds in aanraking geweest waren, 
gunstige inlichtingen omtrent ons ontvangen, en wilden sij de 
gelegenheid niet laten voorbijgaan , om ook geschenken te krijgen. 
Mawa bestaat uit een tiental zeer primitieve huizen. £r kwam 



^ Uit het joumaal vmi deu heer Kerkhoven outleeuen wij uog, dat dcat 
binnenlandBche Papoee, alyoroiia de Bleep te naderen, bont ea bulk met 
rivierwater beeprooiden , hetgeen miflBobien moeet aanduiden , dat aj ab 
vriendon kwameu. Van hunue sieraden zegt hij ,het volgende: Sommig«B 
droegen voor hun vooiiioofd een versiersel, dat uit varkeuBtanden en kralen 
bestond , of hadden hun hoof dhaar op zeer zonderlinge wijze bijeemgebondan 
on met een krans Min kazuarisveeren omzoomd. De tjidako wbb hier Ter- 
vangen door een visohlijn , die wel twintigmaal om het liohaam was gewotiden , 
en waaronder de kop van het aohaamlid waa opgetrokken. In de oorlel droegen 
zij een met arabeeken versierd houton kroesje van drie atreep middellgn, 
waarin zij vermoedelijk siri bergen. Ak neusaieraad haiden bij beeneden 
been en dwamstokjoe. 

' In het rapport van den heer Kerkhoven worden dese twee elgeniiaiiMii 
gespeld: Koendambeeoe en Kaesri. 




107 

•Yii lirrli^l iiiaiiiirii luii^ zij , /(Mxlat dv lM*\olkinfr dtT kaiii- 

piinjf i»p wii goedf hondeni 7.\v\vu kan ifi^si'hat wordrii. IK* 

labiitrliDgrii liafldcii vr iiiets topMi , oiis in de kaiiipoiifr t^K* te 

Ukfl I>M»r Dr. van Pi% wcnicn vrrwheiden individnV gefi>- 

ti«raicrnl, wd een liewiJH, dat zij alle vri?e.«* lia<lden afgelegil. 

lansBiuerhand kwanien fK)k nMii^* vnmwcn uit liet h(wc\\ te 

foorirhijn, doc-li deze hidden zich acliUT af en verm-ijderdon 

nrh. inodni men nader kwain. 

Xaiial wij rijkelijk gt^'hcnkcn , /xM>als kapmesinm , hijim , 

knlm tsn ineasen hadden nitffcch'fJd . wrni d<' hms nx)rt^(*zc*t t^n 

'M den uamiddaf; voor Pauwi p^ankcrd. I)c hcvolkin^^ dcztT 

fiMMMs , waarinL*d« wij nutah op dr rcis naar 1)<)\ <*n krnnis haddrn 

ffnnaakl, wms nu t4*i>tond f^K*<lg(>/.ind IK* niannen kwanu*n 

4aiirlijk aan IxMinl aU oudr kennii^MMi. Zij \ erliaaldcn , dat (T 

ijp rruiftvn afstand \an do rivi<*n>cv<*rs no^ kaniponp* war<*n , 

en D'lrtndeu ondcrand(frt*n Mapi , Kalxuni , Mt'rabo<'i vn Wo- 

nambiiqii * Met de Tabire/A*n , dir uumt (K>stwaarts wonun, /.ijn 

D) mik bi'kend; hinn<*ud(M>r kunn<*n /ij irlitrr nift hij lien k(»ni<*.n . 

Mem lan^ dt* kust. Na dm narlit v(N)r Pauwi tv hMn'U d«M)r- 

trhrarlit. viTtn>kkon wij o]) dm 2Sii Juii 's nior^rpns \rm'^ 

fft kvaiueii U^n dm niiddaf^, /<»nder iet*« p*zifn ti* lu*hlN'n . 

MB «ir niondin^. (Kik de daar p'iciri'n kaui]M>n,ir, die Telm p*- 

■oMDil went, wa!< nu IxiwiMmd; dt* inlxMiriinp'n vojifden on^ 

^ kannt* sampans, niaar daar liet juist Ikm)^ water na^i, en dr 

ccairhebber daar\an wildc p*bruik niaken, oni o\er de liaar te 

kooKii, weni doorgu!(toomd in de h(M>p. dat de inb(Nirlin|n*n 

tat vrl naar Imiten zouden voltren. Ilierin wenien wii c*rliter 

Miugrn, daar zij naar hunne kani|N)ng teru|rket*rden. IV hij liet 

akaneu der rivier in hunne Iniizen n(*erf^>l<*gile |ri*x-lienken 

kMUen blijkbaar een go^nlen indruk i^'inaakt , en de iN-riehten 

ier brvcmt;r9 \an Pauwi en Mawa zullen zt*ker b<«Herken , 

dat mm bij een volgend beziN'k op (*<*n \ rien<lM*liappelijke 

<«ttmii|p4 mag n*kenen. 

^ Oil dr kmmri \aii N«> IrilnndiKih Nieuw Ctuitii« in fini .HUi \tiu )l<*i villi 
rsmfh Bwii mad* in de ri^itn- irlt* iUMMlirn dr vmU* kunt «*ii ti<'ii h^NiMtAk 
4mt Ambcnn' «!«• |ilaAUiiiani«'ii M«hi&. lUU'iii oii lUhiai - •■iniir wrlkr t<*ifl«* 
mffffi liri lii«'r L'«?ii«i«*m'lr KaU'Uu i*Ii Mi*niUi«'i amI iti«<4't«ni \rr»C«Aii. 
dr liinriiiK d^MT )»l*atM*ti •>!• dU* km^rt. natuuihjk p!«^')iU l^ij I'iMiiii; 
■ •Mii>*«Ki*«rti, » hct fcit . d«t nj diuit rv**U \iHirk'iiifti . m*ii U'wij« . diftt 
fe k#w4>flMT» n*<tHli» %i-ir M*!! \itJi\r rruw in aAnmkiiiK warm uirt 'Ir )Ci*f«>- 
«■! aiHlcn* l'«(M»««<:h«- utanimm uit l.«'l %k««t«ni rn n«M'rdnt Irr Uttrl 




104 

van (Ic laatstu aiikcrplaats in zuidoostcilijke richting gepuild 
was. J)es niiddags stooniden wij tiisschen de eerste lieu v els door; 
de rivier werd liier wel iets minder breed, doch bleef even 
diep, gemiddeJd (> vaani. T)e stroom werd iets sterker en de 
bochten scherper; de ilavik stoomde echter met het grootste 
gemak voorbij de hoeken. Tegen drie uur in den middag zagen 
wij een eiland, waar wij bewesten laugs stx)omden. De stroom 
nam daar sterk toe: plotseling werd er 2^ vaam gelood. De 
gezaghebber stopte, liet het vaartuig iets afdrijven en sloeg 
toen weer met halve kracht vooruit , om aan de overzijde van de 
rivier dieper water te zoeken. Het schip kon echter met halve 
kracht niet tegen den stroom op, dreef uit de vaargeul, raakte 
met het achterste gedeelte van de kiel eene bank , zwaaide daarop 
als op een spil met een geweldige vaart rond, tot het geheel 
op de bank zat , en viel toen , daar het den stroom dwars kre^ , 
nagenoeg op zij. In de nabijheid van het schip liep een stroom 
van i| mijl , en daar het schip op den bovenkant van de bank 
zat, werd het met groote kracht er tegen aangedrukt. Van 
achteruit afbrengen was geen sprake; viel het vaartuig niet 
zoover om , dat het vol water liep , dan kon het alleeu bij 
hoogeren waterstand los komen. Naar de oevers te oordeelen, 
was de waterstand op dit oogenblik vrij laag, zoodat eene vol- 
doende rijzing wellicht niet lang op zich zou laten wachten. 
Het bleek een grintbank te zijn, waarop wij vastzaten; men 
hoorde duidelijk de rolsteenen tegen de kiel slaan. Na een paar 
uur vastgezeten te hebben (het was inmiddels donker geworden) 
begon er beweging in het schip te komen; het schoof telkens 
een eiud vooruit , naarmate de bank onder de kiel uitschuurde. 
Op zich zelf was dit een verblijdend teeken, doch daar het 
vaartuig hoe langer hoe meer op zij viel , werd het gevaar van 
volloopen ook grooter. Na beraadslaging met den gezagvoerder 
werd derhalve besloten, onze victualie den volgenden morgen 
op den wal te brengen, opdat als het schip eens mocht vol- 
loopen, deze ten minste gered zou zijn. 

's Morgens vroeg had het dek eene helling van ^3 graden en 
liep het water aan lij door de spuigaten. Terwijl wij bezig 
waren, den leeftocht aan wal te brengen, richtte het schip 
zich gelukkig wat op. Daar dit echter slechts van tijde- 
lijken aard kon zijn , werd met het ontschepen voortgegaau ; 
door den sterken stroom was het geen gemakkelijk werk. 
Vooral het aan boord komen van de leege sloepen ver- 



105 

eischte groote beliencligheid eii koelbloedigheid. Om drie uur 
"'s iiamiddags waren alle goedereii aaii wal en ging ik met de 
passagiers en een gedeelte der bemanniiig ook van boord, om voor 
het opslaan der tenten en het opbergen der vivres te zorgen. 
De nacht werd door ons in het bivoeak doorgebracht. 

In den vroegen ochtendstond van 24 Juli zagen wij, dat het 
schip reeds dicht bij de vaargeul geschoven was , en een oogen- 
blik later, dat het vlot raakte. De gezagvoerder , die dit in den 
nacht reeds voorzien had , daar het vaartuig zich geheel had 
opgericht , en hij er elf voet om been gelood had , liet stoom op- 
maken. Het gelukte hem, het schip bij de noordelijke punt van 
het Havik-Eiland , waar de stroom minder sterk was, in 2| vaam 
water ten anker te brengen. Het vaartuig maakte geen water 
en scheen niet geleden te hebben, doch de gezagvoerder voor- 
onderstelde , dat het koper wel gehavend zou zijn, hetgeen later 
door duikers is bevestigd. Deze dag werd besteed, om de ont- 
scheepte goederen weer aan boord te brengen. 

Den volgenden morgen werd op de noordelijke punt van het 
Havik-Eiland tegen een grooten , alleen staanden boom een van 
den datum voorzien wapenbord gespijkerd, als bewijs, dat een 
vertegenwoordiger der Nederlandsch-Tndische Begeering daar ge- 
weest was. Bivoeak-Punt op Havik-Eiland ligt op 138° 2' 8" 
O. L en 2° 20' Z. B. Gedurende de drie dagen , dat wij bij 
het Havik-Eiland geweest zijn, hebben wij van inboorlingeu 
niets gezien of gehoord. Daar de onderviuding ons geleerd had , 
dat verder opstoomen door den zwaren stroom onmogelijk was, 
werd om ^en uur des namiddags de terugtocht aangenomen. 
Met het oog op de scherpe bochten , den sterken stroom en de 
bnbekendheid met de diepte der rivier bezijden de vaargeul, 
zou afetoomen zeer onvoorzichtig zijn. Daarom besloot de ge- 
zagvoerder zich te laten afdrijven met krabbend anker, ten 
einde stuur in het schip te houden. Het was een moeielijk 
werk , doch ging goed , dank zij de groote bedaardheid en uit- 
stekende zeemanschap van kapitein Scholten. Tegen den avond 
werd getracht voor anker te komen en bleek het, dat twee 
ankers nauwelijks in staat waren het scliip te houden. 

Den 26n Juli werd de terugtocht op dezelfde wijze voort- 
gezet. Om twaalf uur zagen wij eenige mensclien op den oever 
bij een kleine kampong, vei*scholen achtcr het groen. Daar zij 
niet aan boord wilden komen , gingen wij met de sloep naar 
den wal. Deze lieden zagen er vrij woest uit, zij voerden een 



Bij (Iv iiil)oorlin[i:en ht'ct de rivier Mainbeniii , hetgeeii Groo/ 
JFater beti^ekcnt; ik lieb ct'ht(jr de benaining Amberm) be- 
houden , oindat die iiaain op alle kaartcn v<K)rkomt '. l)e Ambenio 
is, lioewtQ over ougeveer 60 eiigelsche mijlen goed bevaarbaar 
voor zeescliepen , iiiet die imposaute strooin , als tot nog toe 
vcnnoed werd. Zij heeft slechis 66i\g mondiiig, dock verliest 
vermoedelijk veel wak».r door de nioerassen , die hare boorden 
omzoomeii. De tallooze zieh aan de oostkust der Geelvinkbaai 
tusschen V 'ZiV eii 2'' '30" Z. B. v oordoeiide opeiiingen zijn be- 
lialve de Aiberan eii de Kei geeiie riviermondingeii, doch uit'- 
loozingskaiialeji der meer laiidiuwaarts gelegen lagimeu. De zee 
voor doze laguiieinoiidiiigeii is kleurloos, terwijl voor belang- 
rijke rivierinoiideii steeds eeii sterke verkleuriug wordt waar- 
geiiomen. Dat de iiiboorliiigen , ook die tegeiiover Koeroedoe 
en te Kei wonen , de Ambenio Groo/ ff^a/er noomen, too nt aan, 
dat cr in die strekeu geene andere groote rivier is. De rivier 
Kei schijnt niet belangrijk tv. zijn en weinig water af te voeren, 



^ (Jver do versohilloiide aau dozen hoofdatroom van Ni0Uw-Gtiinea*B Noctrdkust 
gogeven nameii kan ik nog hot volgcnde medodeolen. De bij de geheime 
Nota van den CommissariH Weddik van 10 Januari 1848 beboorende kaart 
{Reizen naar Ned. N.-Oiiinea, Inloiding, bl. 21) noezct den o<iethoek der 
Geelvinkbaai Hook van Ambemo, maar kent daar geen rivier. Op de ezpe- 
ditie der Ciroe in 1850, in dexe oeuw do ooFSte NederlandBohe reis naar de 
Noordknst, noemen al do berichtgovorB den Btroom Ambermo, evenak de 
door sdjne vclc handolsreizen in de Geelvinkbaai zoo bekende kapitein Fabrithu. 
Do CommiHsaris GronoviuB zoide eohter reeds in zijn rapport van 6 Deo. 
1850, dat hij nhet gewioht besoffeude van deze truteche riAder, cm odb in 
\orvolg van tijd tot binnenlandsohe ontdokkingen te leideu,** den atroom 
naar den toenmaligen Goevomeur-Generaal Roohuflson-RiN'ier noomde. Op de 
kaart in Mehill'e Atla« heet die dan ook Roohuisen-Rivior of Ambemo. Deze 
laatste spcUing \indt men wedorom bij de beriohtgevera over de Rtna- 
expeditie in 1858. Aangezien dezo vorm Rodert door alle kaarten^en aardrijks- 
kundige handboeken is overgonomen , aoht ik hot met don heer Morria beter, 
dien te l>ehouden , totdat wij nauwkcurigor omtrent den loop on de nameu 
dor in dit doel van Nieuw-Guinea zoo talrijke rivieron en kreken onderrioht 
zijn. Daar bovendien in doze uitgestrekte stroom-dolta door de Pftpoetcho 
Btammon waarschijnlijk vorsohillendo talon gesprokon wordon, is het eiudelijk 
licht mogolijk, dat Ambemo of Ainbermo en Mamboran slechta tweederlei 
namen zijn voor donzelfden stroom. Do vorm 3Cambcram wordt reeda ver- 
incld door don Duitaohen rcizigcr Meyer. Ook Beooari keude dien , maar gal 
dion iKiam op zijno kaart van de expoiitio dor Soorabaja (Cora, Co*tAOs,T, 
III, N. 10) aan oeno rivier, die «KM3telijk van de Ambomo uitmondt. De 
taalkundi<ro van Haiwolt vcr/.okert , dat de eigonlijke naam is ICamberaminoc, 
dat Aft grooir water betoekent, terwijl do heer Kcrkhovon in lijn rapport 
on kaarton van Mambcronmn Bpreokt Het verstandigste in viKineker, den 
nu eentnaiil door liot algenioou ^^ebioiik goijkten naam Ambomct te behoaden. 



107 

• eeii dertigtal maiiueii laiigs zij , zoodat dc be\ olking der kam- 
pong op een goede houderd zielen kan geschat wordeii. De 
iuboorliiigen haddeii er niets tegeu, ous in de kampoiig tioete 
laten. Door Dr. van Pee werdeu verscheideu individu's gefo- 
tografeerd, wel een bewijs, dat zij alle vrees hadden afgelegd. 
liangzamerhand kwameu ook eenige vrouwen uit het bosch te 
voorschijn, doch deze liielden zich achter af en verwijderden 
zich, zoodra men nader kwam. 

Nadat wij rijkelijk geschenken , zooals kapmessen , bijlen , 
kralen en messen hadden uitgcdeeld , werd de reis \t)ortgezet en 
in den namiddag voor Pauwi geaukerd. De bevolkiiig dezer 
plaats , waarmede wij reeds op de reis iiaar boven kennis hadden 
gemaakt, was nu terstond goedgezind De manuen kwameii 
dadelijk aan boord als oude kennisseii. Zij verhaaldcn, dat er 
op eenigen afstand van de rivieroevers nog kampongs waren , 
en noemden onderanderen Mapi , Kabomi , Meraboei en Wo- 
romborpi. » Met de Tabirezen , die nieer oostwaarts wonen, zijn 
zij ook bekend ; binnendoor kunnen zij echter niet bij hen koinen , 
alleen langs de kust. Na den nacht voor Pauwi te liebben door- 
gebracht, vertrokken wij op den 28" Juli 's inorgens vroeg 
en kwamen tegen den iniddag , zonder iets gezieii te liebbeu , 
aan de monding. Ook de daar gelegen kampoug, die Teba ge- 
noemd werd, was nu bewoond; de inboorlingen volgden ons 
in hunne sampans , maar daar het juist hoog water was, en de 
gezaghebber daarvan wilde gebruik makeu, om over de baar te 
komen , werd doorgestoomd in de hoop , dat de inboorlingen 
ons wel naar buiten zouden volgen. Hierin werden wij echter 
bedrogen, daar zij naar hunne kampong terugkeerden. De bij het 
inkomen der rivier in hunne huizen neergelegde geschenken 
hadden blijkbaar een goeden indruk gemaakt, en de berichten 
der bewoners van Pauwi en Mawa zullen zeker bewerken , 
dat men bij eeu volgend bezoek op een vriendschappelijke 
ontvangst mag rekenen. 



1 Op de kaart van Ncderlaudsoh Nieuw-Quiiiea in deii i^//a* vaii Mel villi 
vind^ men reeds in de rivier-delta tufiaoheii de vaste kust en den hoofdtak 
der Ambemo de plaatsnamen Mawa , Raboiii en Rabiai — onder wclke beide 
laatste men het hier genoemde Kabomi en Meraboei zal moeten vorstaaiu 
Hoewel do ligging dezer plaatsen op die kaart natuurlijk slechts bij gissing 
is aangegevon, is het feit, dat zij daar reeds voorkomen, een bewijs, dat 
de bewoners reeds voor een halve eeuw in aanraking waren met de Mefo- 
reezeu en andere Papoesohe stammen uit het weeteu en noorden der C^eel- 
vinkbaai. 



110 

als kolengruis afgeef't , zoolang het iiat is. Men iiioet diis vcK>r- 
onderstelleii , dat cene belangrijke stroomversiielling of waterval 
iiict ver af kaii zijii. Ook de vele eigenaardig uitgeschuurde eii 
geribde rolsteenen (caillotuv siries) , alle tot de zandsteenvonniiig 
behoorende, die ik op de bauken bij Ilavik-Eiland aantrof, 
doeii aaii eeiie rots versper ring in de rivier denken. * 

Nadat de Ilavik de Rocliussen- Rivier verlaten had, zetteii wij 
(leu Papoeschen majoor te Ansoes en den beer van Ilasselt te 
Dorei af. Daar werden kolen ingenonien en vcixler de tenigreis 
vervolgd, totdat men den 5^^ Augustus het anker op de reede 
van Ternate liet vallen. * Het doel van onzen gevaarvoUen tocht 
was bereikt. De Aniberno is zoover mogeHjk opgevaren en in 
kaart gebracht en met de daaraan wonende bevolking zijn vriend- 
scliappelijktt betrekkingen aangeknoopt. Om onze keunis van 
deze stn^keu meer \ ollcdig te maken , zal het nu allereerst wen- 
sdielijk zijn, dat men de rivieren Aiberan en Kei met een 
stoombarkas opvare en de waarschijnlijk dicht bewoonde lagunen- 
streek , zoowel ten oosten als ten westen der Ambenio , nauw- 
keurig onderzoeke. Dit is een taak , die aan geen ander vaartuig 
dan een oorlogsbmlem kan opgedragen worden , daar de schepeu 
der goevernementsmarine te klein zijn , om een stoombarkas 
mede te nemen, en te weinig personeel , geschikt voor opnaiueii, 
aan boord liebben. Nu aller oogen op >fieuw-Guinea gevestigd 
zijn als het eenige, nagenoeg onbekende groote eilaud der 
aarde, aciht ik het tot bevrediging van ons nationaal gcvocl 
wenschelijk , dat wij ons gebied op dit eiland niet de ierra 
incognita laten , <lie het tot nog toe geweest is. 



1 Uit hot inij door den lioor MorriB gOKoiiden Bchrijven blijkt nog , diit de 
Ambenio >iij het Havik-Eilaiid nog altijd 4(K) a 500 motors breed is. U<ieaaer 
ik uu na hot medogo.loeldc ook gcloof , dat do vaart bttveu dit eflaud veer- 
Hperd sal zijn , aoht ik hei AvegeuR do grootte van doxon iftroom i^iiaTBohijulijk, 
dat dlo vor in het biimouland i>nt«])ringt on sioh do(*r hot op de kaart 
aangogevcn van Rces-C^cbergto eon wog baant. Men donko aan de meerto 
AfriksanBohc rivieren, ]>opaaldelijk do Kongo, wior benclonluop door water- 
valleu iH afgoeloten , maar die hoogerop woor ovor eon grooto uitgestrekt- 
hcid bovaarl>aar zijn. 

^ (Jok do hoor Kcrkliovon gcoft in zijn jouniaal over het laatste go- 
dcclte dozer reia nietH, dat hicr tor plaatHO bijzondcre molding verdiont. 



109 

claar de kainpong van (Hen naani dwars over de rivier gebouwd 
is, hetgeen zeker niet het geval zoii zijn, alt^ er bandjirs van 
eenige beteekenis in voorkwamen. Ook van uit de Kei-llivicr 
kan men volgens de verhaleu der inboorlingen binnen door met 
kleine vaartuigen in de Amberao komen. * De talrijke lagunen 
eii kreken , die langs de kust liggeu, zullen daaiiioo waarscliijnlijk 
gelegenheid aanbieden. 

Ik houd het er voor , dat de lagunenstreek beter bevolkt is 
dan de boorden der Amberno, en dat de daar aangetrotfen karapongs 
slechts tijdelijke nederzettingen van volk uit die streek zijn. 
De Papoes bouwen, als het eenigszins inogelijk is, hunne 
huizen iu het water en kiezen daartoe goed beschutte plaatsen 
aan het strand , binnen baaien , lagunen of riviermondingeu , 
waar weinig stroom is. De Amberno is te snelvlietend en te 
diep , ora er huizen in te kunnen bouwen, en het varen op de 
rivier is door den sterken stroom niet gemakkelijk. Ook woont 
men veiliger in een lagune met nauwe toegangen, dan aan eene 
breede rivier; dit is van overwegenden invloed in een land, waar 
iedere stam in vijandschap met een anderen leeft, en roofpartijen 
aan de orde van den dag zijn. Het schijnt echter wel , dat de 
bevolking der lagunenstreek haar hoofdvoedsel, de sago, grooten- 
deels aan de boorden der Amberno verzamelt. De tallooze sago- 
kloppershutjes , die ik op onze vaart gezien heb, duidden dit 
aan. De sagopalm groeit' het liefst in zoetwatennoerassen en 
tiert daarom in de omstreken der lagunen, die brak water hebben, 
minder goed. Aan de boorden der Amberno ziet men slechts 
sagobosschen. 

Ik geloof niet, dat men met eenig vaartuig, zelfs niet met 
een stoombarkas, de Amberno veel verder kan opkomen dan 
het punt, waar de Havik geweest is. De stroom loopt daar met 
een snelheid van 4^ mijl en het water is er troebel, grijsachtig 
van kleur, terwijl het zand van den rivierbodem zwart is en 

> ESeruit blijkt in ieder goval , dat de heer Morrifi zioh te stcrk uitdruktc, 
ioen hij verzekerdo, dat de Amberno maar ^^n mond heeft. De op deze 
reifl door de Havik bevaren rivier moge thans de hoofdraonduig zijn, waar- 
door deze stroom uitwatert, de vele oost- en westwaarte in zee vallendc 
rivieren en kreken behooren geografiBch ougetwijfeld tothetzelfdestroomBysteem, 
al zijn zij in den loop der tijden door bandjirs of door de in working van 
den vloedgolf aliengs verlamd. De heer Kcrkhoven gewaagt in zijn rapport 
nog van een alleen voor prauwen bevaarbaren zijtak Salawandi , terwijl hij 
op zijne kaart vooronderstelt , dat het tussohen Mawa en Pauwi afgaand 
riviertje met den Aiberan samenloopt , welke rivier ook Mawa zou genoemd 
worden. 



112 

(lit doorwroehte stuk te hooreii voordrageii , lich ik het iiiet 
luider kinnieu hestudetireii , daar het tweede gedeelU? der Han- 
deli ngon van het (x^iigres te l^ideii nog uiet verschenen is. 

Zooveel herinner ik mij echter nog van die voorlezing, dat 
daai'in duidelijk werd uiteengezet, dat het Mefoorsch uiet glechts 
enkele woordeu uit t^ilen van den ludischen Archipel heeft 
overgenonien , niaar dat woordschat en woordvorming de bewijzen 
Kivorcn , dat deze Papoesche taal oorspronkelijk tot den Maleisch- 
Polynesischen taaLstam behoort , al raoet men haar wegens eigeu- 
aardige granmiatische vornien hi eene afzouderlijke ouderafdeeling 
rangschikken. Ook de zooeven genoemde Duitsche schrijvera 
waren ongeveer tot dezelfde slot&oin gekomeu. Zij hadden even- 
wel voonianielijk het Maleisch met het Mefoorsch vergeleken, 
terwijl de Leidsche hoogleeraar door het bijbrengen van allerlei 
voorbeelden uit andore talen van den Archi[:el zijn betoog der 
oorspronkelijke overeenkomst op veel breederen grondslag kon 
vesitigen. Yen lor be^tond deze overeenkomst volgens hem niet uit- 
shiitend met de taal der Meforeezen , welke stam van ouds met 
de bewoners der Molukken in aanraking was en misschien in 
overouden tijd uit den Archipel naar Nieuw-Guinea verhuisd 
kon zijn , maar ook, voorzoover uit onvolledige woordenlijsten 
was optemaken, met de andere Papoesche talen , zelfs van gehed 
woeste bergstammen , die tot dusver nagenoeg geen verkeer met 
de buitcnwereld hadden. Nog niet lang geleden gold het in de 
etnografische wet^nschap bijna als een axiom a, dat nieii de 
Maleio-Polynesiers en de Papoes of Melanesiers als twee geheel 
verH(^hillende menschenrassen moest beschouwen. Hoe langer hoe 
meer rijpt daarentegen bij mij de overtuiging, dat zij in weerwil 
der 8chijnbaar zoo sterk sprekende antropologische verachillen 
sleehtH twee hoofdafdeelingen zijn van ^n menschenras , hetgeeu 
men met Prof. Gerland het (^)ceanische zou kunnen noemen. Om 
dienaangaande vooral o^ linguistisch gebied meer zekerhdd te 
verkrijgen, is ialere nieuwe bijdrage, hoe gering ook, uit eene 
geheel onl)ekende Papoesche taal van gewicht. Zoo ook het aan 
het journaal van den heer Kerkhove (mtleende zestigtal woorden 
uit de taal van Pauwi. 

Bij nadore beschouwing der hier meilegwleelde telwoorden 
trotfen mij een paar l>ijz(mderhed(Mi , waai'op ik reeds nu de aan- 
dat^ht meen te mogen vestigen. Men ziet terstond, dat al deze 
telwoonlen begiiinen met de lettergi*e<'p k ai t, waaruit men allioht 
zou vermoeden, dat dit eigenlijk vingtr beteekent, daai* onbe- 



B IJ L A G E. 

WOORDENLIJSTJE DER TAAL VAN PAUWl 

(beneden/oop der Hochussen-Rivier). 



Id 1875 gaf ik achter von Rosenbergs ReisioclUen naar de 
Geelvirtkbaai (bl. 124 — 130) een linguistiseh overzicbt, van het- 
geen destijds bekeud was over de velerlei talen, die in bet 
uitgestrekte Nieuw-Guinea gesproken worden. Vier jiiar daarna 
vulde ik dit aan in mijne Heizen naar Nederl. N.- Guinea, 
bl. 436 — 441 , toen ik in dat werk eenige woordeulijsten van 
nog geheel onbekende talen kon opnemen. Behalve bet Mefoorscb 
tocb , dat uit de door den beer van Hasselt vervaardigde spraak- 
kunst en woordenboek meer voUedig bekend is , zijn van andere 
Papoescbe talen tot dusver slecbts kortere of langere woorden- 
lijsteu uitgegeven. Na 1879 is onze kennis in dit opziebt 
extensief weinig vooruit gegaan : uit bet gebied van Nederlandscb 
Nieuw-Guinea verscbenen tocb geene nieuwe taalkundige g'^gQ- 
vens. Ook van de niet onder ons gezag staande oostbelfl en 
van de daaronder geografiscb en etnografisch bebooreude, nabu- 
rige eilanden ken ik geene andere bijdrage dan een woordenlijstje 
achter bet in de inleiding van dit opstel aangebaalde gescbrift 
van Wilfred Powell over Nieuw-Brittanje. Daarin worden proeven 
medegedeeld van drie ouderling weinig afwijkende tongvallen 
uit den noordoostboek van Nieuw-Brittanje, den zuidwestboek 
van Nieuw-Ierland en uit de tusscben beide inliggende groep 
der Hertog van York-Eilanden. Al kwamen er ecbter weinig 
nieuwe linguistiscbe gegevens over de talen der Papoes , intensief 
ging de kennis van dit taalgebied zeer vooruit, daar bet op 
bet laatste Orientalisten-Congres bijzonder de aandacbt trok. 
Toen plaatsten de beeren G. von der Gabelentz en -A. B. Meyer 
in de feestgave van dit Instituut een kort opstel: Einiges iiber 
das Verhdltniss des Ma/oor 2um Malayischen, terwijl onze 
voorzitter Prof. Kern in de afdeelingsvergadering eene verbande- 
ling ten beste gaf over : De verhouding van het Mafoersch tot de 
Maleisch-Polyneaische talen. Hoezeer ik het genoegen smaakte, 



Ill 



lllHtl 


tnaomba 




paradijsvogel 


waremba 


vrouw 


nedba 




djamboe-appel 


tarampmboea 


voorhoofd 


krimbaua 




ijzer 


boerawiba 


oog 


kikia 




tabak 


tabaca 


oor 


knipperemba 




water 


memba 


ueus 


kimparia 




huis 


hoensiu 


mond 


kibondorea 




tjidako 


waripia 


tund 


kebroea 




neuspen 


kioria 


long 


kimsiba 




kam 


to^boea 


keel 


kekaremba 




afgodsbeeld 


djambo 


kin 


keworombo 




doosje 


warariboea 


baard 


kepamaboea 




mes 


pomararia 


haar 


hiraumga 




boslemmermes 


sngriuia 


hals 


kemanoea 




peda 


gorang 


schouder 


kessibia 




boog 


uimbia 


arm 


kibaicia 




pijl 


abona 


vinger 


kengadia 




schip 


baibba 


rug 


kepemba 




praaw 


wapia 


borst 


kroperonga 




pagaai 


boesoeba 


boezeni 


keiba 




slapen 


kena 


tepel 


keseba 




drinken 


kemimi 


buik 


kepoena 




gaan 


kirawaua 


been 


kipitaopa 




loopen 


kigoea 


voet 


kaUsona 




zwemmen 


donga 


palm 


keberrauboeo 


{ 


zuigen 


koni 


zon 


tebia 




zinkeu 


mingi 


uitspansel 


dosrdba 




roepen 


boemoendo 


boom 


aba 




kom hier 


bowto€tro 




TELWO( 


3RDEN. 






een 


kait ; 


^atari 






twee 


kaU I 


lari 






drie 


kait I 


larosi 






vier 


kait j; 


mrasi 




• 


vijf 


kait } 


lariniii 






zes 


kait p 


wnensi 






zeven 


kait p 


engmonggari 






Mcbt. 


kait p 


engmenggaromii 






iiegen 


kait p 


etiterai 






tie 11 


kait p 


oetaoMsi, 





\(Ki IKTO OYKR JAVAAXSCIIK IXSCRIKHRX 

DOOR 

U. C. HUM ME. 



Ik* hwr Dr. Hor^t, door wieii9 welwi]l«*ii(le b<*lanp«tolliii^ hot 
lii.%tituut ill *t be/it is gekomen van eeii [uuir afclrukkeii \aii 
bcM'hreven kopereii platen, af komatig van den 8ultan van IknU'ii, 
btiodetidr wettelijke bepalingen en voorM^hriften , ffericlit aan 
K«juf<lt-n t*n lievolking van de |jam|M)n^'he landi«<'hap|M'n, weike 
UirnuuuiU (i69i) aan genoeniden Sultan cijnsbaar wuren, $H*hrijft 
aan den Secretariti van het In^tituut den \ olgenden brief, onder 
«U|rieekening : Kroe, 10 Juni ISSi: 

*ln de inleiding v<M>r de vert^ling der Javaan:M'lie in»eriptien 
op de koperen platen , waarvan door mij photogratien werdeii 
iagezoD4ien, in de Rijdragen van het Kon. in^tit. , i* \olgre(*ks, 
arhti4e deel, 2« stuk , wordt o. u. gezegvi, rt^l6v.o. : ^^Finde 
Utt*otiialigt* h(x>fdplaaUi van I^ampong heette Sukung.^' 

<»lk heb nog geen gelegenheid gehad te onderzoeken naar de 
iiirging van geniM^mde plaataen. 

-Volgeu!* niijne be^heidene nieening heefl de geachte \er- 
tAk*r m tiiKU". regelen eene eenigszins onjuiatc \oon(tel ling g«* hail 
%aii wat in dien tijd diMir liantamniem bedoeld werd met de 
uiuinikking ^i jam pong. '^^ 

'Wij m<H*ti*n (m.H geheel looimaken van de indceling onder ohm 
^jrvtuur in ii4*5identien en Afdeelingt*u om <m!t een juii^t denk- 
berJd tt* kunneu maken van deo toenmaligen toe^tand. Al de 
Uml^tn'ken d<ior Ijampongers bewoond werden toeu op Ja\a 
Amageduid met den algemeeuen uaam van ^^ Ijainpoug. "^ 

•I>at uifn zirh Sukung geen^tziiui hevfl vcmr te utelleu aU 
<ir h<iofdplaat«« \an al de Ijampongnche landen, maar een\oudig 
al* de h«Mifdplaatji \an de land«tre(*k \au dien uaam en '^aan- 
flrnruxendf* aanhoorigheden«', blijkt trouwetui tM»k uit den aanhcf 
ikrr liiutiium'he v e nm len i ngeu « naar gneegil wonlt . "Met kouH* 



116 

tvv kcuiiis vail \wi algcniueu in de gelieclc hoofdplaats. Sa- 
le iiug beneveus al dc aangreiizende aaiihoorighedeii. Het zijn de 
beveleii van Z. H. den Sultan aau al de ponggawas van Sukung. 

/'Sukung heet hier dus zoowel de hoofdplaats als de geheele 
landstreek of niarga. 

//In regel 35: //Indien ieniand gaat liandel drijven naar Lam- 
pong, Sukung (Ikuug) enz.,// vindt deze meening ook bevestiging. 
Lainpong is hier de algeraeene naaiu : //het Lainpongsche land»', 
liet land der Lampongers, nader bepaald door //Sukiuig/i', dus 
die streek van het Lainpongsche land die //Sukung// heet. 

/'Op grond hier van geloof ik , dat //Sukung// niet anders wil 
xeggen dan /'Sukan//, de toenmalige marga Sukan, diedestijds 
veel grooter was dan tegenwoordig en waar de hoofden den titel 
voerden van ponggawa. 

//Het geringe verschil in schrijfwijze van dien uaaiu kan licht 
ontstaan zijn door misverstand bij twee volken die verschillende 
taleii spreken of door onkunde van den graveur van den Sultan 

//Wat bedoeld kan zijn met het tusschen haakjes geschreven 
(Ikung) is inij niet duidelijk. Staat dit ook werkelijk zoo in den 
tekst, dan is het vreeind dat het niet in den aanhef naast d^ 
naam '/Sukung// geplaatst is om aan to duiden , dat die streek 
twee naineii droeg , niaar midden in het stuk doet liet eer denkeu 
aan een schrijffbut. 

//De uitgang ng is in het Lainpongsch zeer gebruikelijk. Men 
vindt hier o. a. de margas //Pugung// , //Blimbing// , //Tenoein- 
bang// , //Kerabahang. // Het zoude mij dus ook niet bevreemden 
dat //Sukan// vroeger als //Sukung// nitgesproken werd of aldus 
verstaan. 

//Hopende met het vorenstaande nog iets bijgedragen te hebbeii 
tot verduidelijking der Bantamsche verordeningen , blijf ik 
hoogachtend,// enz. 

Tegen de conjecturen van den heer Horst valt eigenlijk weiuig 
in tc brengen. Ik had gezegd : //de toenmalige hoofdplaats van 
Lampung hectte Sukuftg^ oindat het document gericht was tot 
de hoofden (punggawas) van Sukung^ en daarin tevens telkens 
in algemeene termen gesproken wordt van de i^echten en ver- 
plichtingen van de Lampungers onderling tegenover dc Suraso- 
warmers. Ik meende, dat wel licht te Sukung gevestigd was de 
hoofdzetel van bestuur over al de Lampungsche landen^ doeh 
ik geef die veronderstelling gaanie voor betiT, en kan even gocnl 
aanntMuen dat i^r gt»en hoofdzetel van bestuur bestond , inaar 



117 

.bt rikt* maiya afzf>iHiorlijk vaii BaUhh [Swraaowan) nit in- 
«tru<*tirn ontving. 

(>f gdhwy hetzelfdc \s aU AiJbm durf ik nocli Ix-annm noch 
t<iri-nHprf ken ; Av uitgan|r(^n 101^ «mi on zijn «M^ht4T v(K>r in- 
bnci«rhr cKiren w*r versrhillend. 

Ilri ("eni^ flat naar inijne meaning v<Vir Av idcntit^^it dier 
tvii* naineu pl<*it, is dr vcmndendelling dat het toenmali^* 
!khmg, dat blijkbaar (K*n ifrooU*, althans bcdan^ijkr plaats 
iiM«*t in'wi«<»!«t zijn , w«*l niet j^dnt»l vordwenen zal zijn. 

l>ut fif* naaui (Ikwug) tu»!*chen haakjes is irt'plaatst, is (H»n 
\f'iyiMiinir; in het orifrineel is dat het j^vai niet. I)e nainen 
Smhmg fn Ikumg Haan gcheel op zirli zelf uaast rlkander. 

Ik inaak van deze f^legenheid gebruik <nn wn rnkel woonl 
it* zefffTfn ovtT SwroBowacH^ den »?tcl \an den toenmali^^n Sul- 
tan \an BmUhi^ de plaats van waar het hier b(*9prokene be- 
\eliirhrift \^ uit^vaardifrd. 

<>n« kundig medelid, de heer Robid^ van der Aa , wien» voor- 
lirhting door inij hierin werd j^vraa^i, zegt: "Kven aN de 
konin^n van f»rooi- Hritiamje en Framkrijk hunne derreten 
uitiaaniigden uit hun paUii Si Jamei of ^'de notn* Chaieaudei 
T\mlene$'' , dnien tie Sultann \an BanSfn dit uit hun kai<t4Yl 
nf daiem Smromnmm, binnen de uta^l RanChu, ten jan* 1H.12 
i;tr!i|«M>pt en, vww ;il«« de Mtad BamOfn zelf. \an het aanlrijk 
vrnlwenen." 

Swrmmwam naM de naam \an den dat^m, den \ en(t(*rkt(*n 
Kidttkm of h«*t ka!<t4*el waar de Sultjin \\\n Bmditn verblijf 
hield. iiabij of in de hoofdplaat.^ Ramihi. In VM ^ Java, I)f*el 
II bl l!IH jff*9it men: "//omoi or* ^ wonit in de overleveringrn 
lirr Lampomgi (M»k DepaH Soeroewwam ircntMMiid." 

Of d«* lif'werinir ^an Mmimifrt*n jniM i*«. dat 8mra$owam de 
tiakatn w.-i> \mii drn f<*p(ten »Sultan dif daar \t*rblijf hield , i^ 
iii<Mili|k iia t<* iraan. Op bl :i*.MJ Zi*^ Veth n«n; : "In de ^^tukken 
\ku dt-ziii tijd (lfiS2) wonlt M kasiefi Soeroemwam dikwijl« 
aAuiri*tn»tft*n " In t\v Hijdrap*n \an on^ Inntitiiut, iiet*k^ II, 
l^fl I, bl :(£!, konit \o()r <<en ))ejirhnj\in^ \»n Suramwam, 
«iai»tnfk'» t4-ii jan* 17sn, Juiflftide - "llrt kaj*t4*el d«^ Koninjp*, 
bij oii<* fffnaamd de DiamatU , i<« bi| di* JH\;tnt'n, naar di*n naam 
tan hun t*«*i>tt*n Konin^^. Soeroewwam , lis^ op j inijl afytand:* 
van het <»tnin<i en i<* et-n irn*^lier % ierkant met vier punten 
of bolwerkrn en (*en haUe maan , v<M)rzien \an r»s fitukken 
hut IContl^Hnmr dt* punt «*n bij de piMirt zijn dr sri*l)ouvrn 



tcr kcniiis van licl iilgemceii in de gehecle lioofdplaat^. Su- 
kuiiir beiie\ ens al (Ui aangreuzende aaiihoorigheden. Het zijn de 
b(3veleii van Z. 11. don Sultan aau al de ponggawas van Sutung. 

//Sukung heet hicr diis zoowel de hoofdplaats als de geheele 
landstreek of nmrga. 

//In regel 35 : //Indien iemand gaat handel drijven naar Lam- 
pong, Sukung (Ikung) enz.,// vindt deze meening ook bevestiging. 
l^anipong is liier de algemeene naam : //het Larapongsche land//, 
het land der Lainpongers , nader bepaald door //Sukung //, dus 
die streek van het Ijampongsche land die //Sukung// heet. 

//C3p grond hiervan geloof ik , dat //Sukung// niet anders wil 
zeggen dan /'Sukan//, de toenmalige inarga Sukan, diedestijds 
veel grooter was dan tegenwoordig en waar de hoofden den titel 
voerden van ponggawa. 

//Het geringe versdiil in schrijfwijze van dien naam kan licht 
ontstaan zijn door misverstand bij twee volken die verschillende 
tahin spreken of (h)or oukunde van den graveur van den Sultan 

//\Vat bedoeld kan zijn met het tusschen haakjes geschreven 
(Ikung) is mi) niet duidelijk. Staat dit ook w^erkelijk zoo in den 
tekst , dan is het v reemd dat het niet in den aanlief naast dcjn 
naam //Sukung// geplaatst is om aan te duiden , dat die streek 
twee namen droeg , maar midden in het stuk doet het eer denkeu 
aan een schrijffout. 

/'De uitgang ng is in liet Lampongsch zeer gebruikelijk. Men 
vindt hier o. a. de margas //Pugung// , //Blimbing// , //Tenoem- 
bang// , //Kembahang. // Het zoude mij dus ook niet bevreemden 
dat //Sukan// vroegcu* als //Sukung// nitgesproken werd ofaldus 
verstaan. 

//Hopende met het vorenstaande nog iets bijgedragen te hebben 
tot verduidelijking der Bantamsche verordeningen , blijf ik 
hoogaehtend,// enz. 

Tegen de eonjecturen van den heer Horst valt eigenlijk weinig 
in te brengen. Ik had gezegd : //de toenmalige hoofdplaats van 
Lampang heette Sukuttg, omdat het document gericht was tot 
de hoofden (punggawas) van Sukung^ en daariu tevens telkens 
in algemeene termen gesproken wordt van de I'echten en ver- 
pliehtingen van de Lampungers onderling tegenover de Suraso- 
warmers. Ik meende, dat wel licht te Sukung gevestigd was de 
hoofdzetel van bestuur over al de Lampungscke Umden^ doch 
ik geef die veronderstelling gaarne voor beter, en kan even gw^l 
aannemen dat er geen hoofdzetel van bestuur bestond , maar 



KKX \V(K)RI) OVER l)K RFXJENSIE VAN I)K 
VERTALIN(J l)ER AIUASA. 

OOOK 

IL C. HUM ME. 



Z«-> jarrn na dc vt'rKchijning van tKiviinvcnncId wcrk birdt 
<\f Utntgle^rur A. ('. Vrwjde wn rwciiMC rlaarvaii aau •, irsar- 
\«ir>r <lf bouwAtofleii hem zijn verstrekt door den heer J. It. 
/iVmrfr, thaii5 tijdelijk tc l/ciden. Voorlichtinir van den heer 
Mewurev op het gi*bie<l van Javaansche taal- en letterkunde 
hwft altijd a»cr gnK)t4* waarde, en wij zijn den Schrijverdan <iok 
hizonder daukbaar V(X)r dc openbaannaking er van. 

Naa^t werkelijk belangrijke verklaringen en verbeteringen 
viiidt men wel enkele aanmerkingen over onjuisU* vertaling, 
die kennelijk het gevolg zijn van overhaa^ting of van al te 
srm«»U- vrijheid in de overzetting , en waarvan de verklaring zoo 
tT-n\oudig !.•«, dat de heer Vretnle zieh wel de niocitc hail 
kunnen bi*!(pan*n eener zoo minutieusH* analynt*, ten einde de 
ftmt aan te toonen. 

iV Unm van het gi^sehrift lokt mij niet uit tot nadere ge- 
tl;M*ht4-nwi!i8eling met opzirht tot wmmigi* dier aanmerkingen. 

.Vllt*<n wil ik hier even terugkomen op de uitdnikking: 

*i M< '"g/*?*-*'"*^' (zie bl. 28fi). Daarvan z<»gt de hwr Vreede: 

'Ik- \(rtaling luidt: "ZuUen de HemeUcke wuEchten 't wel weer 
ten ffoede $ekikken *> Ik h(M>p \(N>r den \ertaler (»mi \er%olgt 
t\i' \u^-T \ ritfir) dat dit ht*t gi*\al zai zijn nic*t zijnt* %ertaling, 
iit.wir ik \ n-v*^ tT hanl viMir. Mij althann konit die \ertaling 
%•»»! <»n\rnt*nigljiiar uift het Ja\ . taalrigiMi.*' Nn sou men 
%«r%k^ hu-n . dat, na )M»\fn!*taand<Mi uitial, tit* het*r Vntitezelf 
df* ]\x\^W \rrtaling /ou iri*\rn. N<*«'n! Ilij \rr\olgt aldu«: ^Ik 

' /ie ni>dnMfrti. 4« V..Ut. Vlll . M. ti^ %!-. 



120 

versta die uitdrukking iiiet; ook de heer Rherarev kan er inij 
geen behoorlijke verklaring van gcven." Welnu, ik blijf voor- 
loopig bij de door iiiij gegeven vertaling, behoudens een kleiiie 
wijziging. Ik veronderstel namelijk dat men »Si heeft wegge- 
laten, zooals bij naamplaatseii dikwijls gebeurt, en dat men 
eigenlijk meet lezen : t3»^oTi^/d/iy#oi\fmM<jff»a/nt^\ ///n den Hemd 

zal H wel ten goede gesMkt warden. »' 



VKRBKTKRIN(iKN 
IN HET ARTIKEL DE8 HBEREN C. F. H. CAMPKN 

Ktmig€ m§d4d44limgeu ottr de Jl/bgrem mm Hmhmakera. 
(Zie Kjdr. VIII , bli. 1A2 on rig.) 



fiif. Hi6 »(mmi op He Se Hlinen : GMdoVkniiiMii Uea; Giido-krNDscn. 
ir>S op df «V nlinfA 1 U regel v. ^. «/««/. of niroe'fl U^t: «n 

niroe'i hnkken tot rijdt schifteD. 
I6U op iIq 3e nlin. f. k. ftc regcl v. o. iUuU: pondkngftu U$». 
paodimgan. 

170 op df 2c Alin. laatite regel timmi : djooitri U09: djouihi. 

171 Se nliD. it regel v. b. $tm€t: volka pnlniet U09: vokka pulniet. 
17:1 eertte regel Hmmi: mftois U^i: Diftoiee. 

„ MS %» ttlio. liMtMe regel iUuU: boborotto l4§$: boor-otto. 
„ iHl ,^« aHo. f. o. laAtste regeln atmmi: uitttrekt U§$: aiUteekt; 
timmi: menschenhiiod ^m*.* meDKhenhiuir. 
l»o 3« alio. U regel aohter tiob imimttekm: tronweni. 
id. i« alia, f . o. Achter tjmbool fan $mis$seAtm: de overwinning in. 
„ 1^7 le alin. ie regel v. b. aohter hundtrom to^gn: Fig. b, c, 

k en i; 4e nliu. Ic regel Achter nmbaiboe to€g4u : Fig. 1. 
„ iH^ 4« alin. ie regel achter Soeleppee fo#y#a .- Fig. b. 

Het le fers timsi. Oeki mooi na ngoppa /!m»; Giki na'ng 
ngoppa, en ook ferder op vrmr G#ki U€»: Giki 
1h9 bet ilotfert Se regel tisai: kaaigogee hM: kaai gogee. 
id. 4« alin. le regel acbter iattaboea rosfn: Fig. a en achter 
is ro4g4u: thans; Se alin. /#•« den lin le regel: 
Behalfe de bandtrommen beeft men nog andere van leer 
grootc afmetingen pnpnkkM genaamd. Fig d, e en g, em. 
I'Mt op dtf ie alin. tfe regfl t. b. lees bier en ook verder foor 

doppo-doppo steedi^ doppa-doppn. 
id. le Mropbe Mtmmi: rmooi Uei. rimooi. 
11*1 le vertregel timmi. SioA«uun ng#ri U$». Siokouna ngori. 
id Doppa lied hct %* ver^ 9e rtv^l timmi Saba t4m . Laba. 
I'.'i bet ht ven> le regel timmi ngonne t^t. ngonncc; 9c regel 
timmi njenggii Uet: njingga; het 10c vrm le regri $immi . 
na l44t c»evB. Ronggo roaggo-lied timmi. Redjadji en njcaga 
t4et. Ridjaddjie ru njingga. 



» 



»» 



n 



122 



Bis. 193 Djomma lied le regel siaai: ma ngo lee»: mangon 
steeds voor Hera Hira. 

194 le aliu. le regel statU: is een bepaald lees: is een meei^be 
Djorree lied: le regel rechts stoat: Afboi iuo la /o too 
Atooi ino la fotoeo. 

4e regel links staai: tekee en tjena lees: likee en Ijin 
Koor slot staat: ngadjie lees: ngadjee. 

195 Wella zang: le regel meisjes lees: voor a de letter o 
2e regel jongens staat: si a fera lees: si-o-fira. 
2e regel meisjes „ sio hoea „ si-o-hira. 
4e regel jongens „ alpan ,, oepan. 

196 3e regel staat: ketto en Ritta lees voor beide: kitto. 
7e regel jongens staat: todera lees: todeero 
8e „ „ „ Tama „ Toma 

„ „ „ genado „ ginado 

„ songo „ sengo 
„ offa „ affa 

„ goenera en mattee lees: goeni; 
mottee 
13e „ meisjes „ bata lees: bato. 

197 het le vers: 
]e regel staat: njehee lees: ujihee; 4e regel staai: < 
lees: dakka; 5e regel staat: dodjo lees: djodjo; 6a 
staat: koeliko lees: kodiho. 
het 2e vers: 

3e regel staat: matimo lees: Matemmo; 4e regel «/««/; 
lees: oepan; 7e regel etaat: pan a lees: pona. 



f> 



9e 


» 


» 


12e 


» 


meisjes 


13e 


>> 


jongens 



if 
tf 
» 

f* 
i» 
*> 



VEHBETERINGEN 

IN HET ARTIKEL DE8 HEERBN C. P. H. CAMPEN: 

Eenige tnededeelingen over de Alfoeren van Ualemahera. 

(Zie Bijdr. VIU, biz. 162 on vlg.) 



Biz. 166 siaat op de 5e alineH : GHdoVkninsen lees: Gudo-kraDsen. 

168 op de 3e alinea lie regel v. b. staat : of niroe's lees: en 
uiroe's bakken tot rijst schiften. 

169 op de 8e aliu. v. b. 3e regel v. o. 3/0^1^* pondangau lees: 
pandangan. 

170 op de 2e alin. laatste regel slaat: djonitri lees: djouihi. 

171 5e aliu. 2e regel v. b. ^/otf^: wolka palmiet /««#: wokka palmiet. 

172 eerste regel staeU: mania lees: mamee. 
178 2e alin. laatste regel staat: boborotto lees: boor-otto. 
181 3e alin. v. o. laatste regels stoat: uitstrekt lees: uitsteekt; 

staat: menschenhand lees: menschenhaar. 
185 3e alin. le regel achter sich inlasschen: troawens. 
id. 2e alin. t. o. achter symbool van inlasschen : de overwinning in. 

187 le alin. 2e regel v. b. achter handtrom voegen: Fig. b, c, 
k en i; 4e alin. le regel achter arababoe voegen: Fig. 1. 

188 4e alin. 2e regel achter Soeleppee voegen: Fig. h. 
Het le vers staat: QeVi mooi ma ngoppa lees: Giki ma'ng 
ngoppa, en 00k verder op voor G^ki lees: Giki 

189 het slot vers 5e regel staat: kaaigogee lees: kaai gogee. 
id. 4e alin. le regel achter tattaboea voegen: Fig. a en achter 

is voegen: thans; 5e alin. lees den zin le regel: 

Behalve de handtrommen heeft men nog andere van zeer 

groote afroetingen papakka genaamd, Fig. d, e en g, enz. 

190 op de 2e alin. 2e regel v. b. lees hier en 00k verder voor 
doppo-doppo steeds doppa-doppa. 

id. le strophe staat: r^mooi lees: rimooi. 

191 le versregel staat: SioiUnua ng^ri lees: Siokouna ugori. 
id. Doppa lied het 4e vers 2e regel staat: Saha lees: Laha. 

192 het 5e vers le regel staat: ngonne lees: ngonnee; 2e regel 
staat: njengga lees: njingga; het lOe vers le regel staat: 
na lees: oewa. Ronggo ronggo-lied staat: Redjadji en njenga 
lees: Ridjaddjie en njingga. 



» 



» 



M 



122 



Bis. 193 Djomma lied le regel siaai: ma ugo lees: maugon 
steeds voor Hera Hira. 

194 le aliu. le regel statti: is eeu bepaald leea: is eeu uieer be 
Djorree lied: le regel rechts siaat: Mooi iuo la ^toe( 
Atooi ino la fotoeo. 

4e regel links stoat: tekee en tjena lees: likee eo tjin 
Koor slot staat: ugadjie lees: ugadjee. 

195 Wella zang: le regel meisjes lees: voor a de letter o 
2e regel jongens staat: si a fera lees: si-o-fira. 
2e regel meisjes „ sio hoea „ si-o-hira. 
4e regel jongens „ alpan „ oepan. 

196 3e regel staat: ketto en Ritta lees voor beide: kitto. 
7e regel jongens stoat: todera lees: todeero 



a 



>i 



» 



8e 


i> 


9t 


i> 


Tama „ Toma 




t> 


i» 


it 


genado „ ginado 


9e 


*» 


» 


if 


songo „ sen go 


12e 


a 


meisjes 


a 


offa ff affa 


13e 


» 


jongens 




goenera en mattee i 



mottee 
13e „ meisjes „ bata lees: bato. 
197 het le vers: 

le regel staat: njehee lees: ujihee; 4e regel staat: < 

lees : dakka ; 5e regel stoat : dodjo lees : djodjo ; 6e 

staat: koeliko lees: kodiho. 

het 2e vers: 

3e regel stoat: matimo lees: Matemmo; 4e regel staat: 

lees: oepan; 7e regel stoat: pana lees: pona. 



Bl 



9. 



99 



99 



SANSKRIT-INSCRIPTIE VAN JAVA , VAN DEN 
JARE 654 gAKA (A. D. 732), 

DOOR 

Dr. H. KERN. 



De insoriptie van het Bataviaasch Museum van welker 
ontdekking door Holle in der tijd mededeeling is gedaan in 
de Eon. Akad. te Amsterdam ^), be vat 25 regels, in schoone 
,eD duidelijke letter geschreven op eenen steen die 110 cm. 
hoog is bij 78 cm. breedte. Het aantal strophen, van welke 
1, 2, 4, 5, 6, 7 en 12 in gardulawikrl^ita, 3, 8 en 10 
in Sragdhara zijn, 9 in Wasantatilak& en 10 in Pfthwt is, 
bedraagt twaalf. De yier halfstrophen van N°. 1 en 2 yuUen 
elk juist eenen regel, doch de steen was niet breed genoeg 
om de helfl van N^ 3, die in de langere flragdhar&maat 
is, in 6en regel te bevatten, zoodat de steenhouwer eenige 
lettergrepen op de yolgende lijn plaatste, en, eenmaal van 
de orde afgeweken , deed hij geen poging meer om de yolgende 
QardMawikrlijlita's z66 te raugschikken als bij in den beginne 
gedaan had. Hij zou trouwens geen ruimte genoeg op den 
steen gevonden hebben. De type yan het letterschrifb onzer 
inscriptie is nauw yerwant met die welke van de 5de tot de 
lO^e eeuw in gebruik was in Kalifiga en Andhra, of meer 
algemeen in dat gedeelte yan Dekkhan, waar tegenwoordig 
het Eanareesch-Telugusche schrifl in zwang is. Nog grooter 
is de oyereenkomst die de karakters yertoonen met die yan 
het opechrift van Hanh Khiei in Gambodja uit de 7^^' eeuw. 
Van de spelling yalt op te merken dat ze zich ten opzichte 
* Tan het gebruik der h of nasale keelletter in plaats van 
.den Anusw&ra, in bepaalde geyallen , aansluit bij de schrijf- 
wijze die in de Oud-jayaansche en Cambodja-Sanskritsche 



1) In de itttiiig van 10 Maart 1884. 
ie Volgr. X. 



126 

inscripties gewoonlijk en in de Zuid-indische nu en dan ge- 
yolgd wordt. Nadere bijzonderheden omtrent een en ander 
zal ik bewaren voor de Aanteekeningen. 

De taal van bet stuk is tamelijk zaiyer, maar niet schoon 
te noemen. De yrijheden die de dicbter zicb bier en daar bij 
de Yorming van samenstellingen en anderszins yeroorloofd 
beeft, zijn zoodanig als men meermalen bij Indiscbe dichters 
ontmoet, die niet scbromen 't spraakgebraik te plooien naar 
de onverbiddelijke eiscben der metriek. De stijl is gekunsteld 
en boogdravend, zooals gewoonlijk in zulke officieele poezie 
bet geval is. 

Over 't algemeen beeft bet monument weinig geleden, 
zoodat de tekst goed leesbaar is, met nitzondering van ette- 
lijke plekken waar de oppervlakte uitgesleten is. Op sommlge 
plaatsen laten zicb de verdwenen letters zonder moeite en 
met zekerbeid berstellen, op andere blijfl ruimte over voor 
allerlei gissingen. In de volgende transcriptie beb ik mijne 
aanynllingen door haakjes aangeduid. 



TRANSCRIPTIE IN NAGARI. 



3 3 




127 

HF^ HI^|j]^«lrJ H^ mfe HMHf%: ii(5) 

^^]^mwn ffTrPn (?ip fro ^T%rr: 

^.H*l*'5H<Ht(-)MIMirsiH*j 
<ldliri<Us<-HI ym'|Ji}MyilHilHd^H H*?Hr 




^ r ^^ 



t1^l<(^<l ?=cPirayT tiMrfifl'-H i^ 



128 



(5n2rr)5uiH^{)ioiiH qFFft ^^j\ (lo) 



VERTALING. 

1. Toen bet jaar van den Qakavorst dat in cijfer ge- 
bracht wordt^) met yier, yijf en zee (654) verloopen waa,op 
Maandag'), de dertiende Titbi der Itchte maandhelft , die 
Yolgt op (de Titbi) Bbadra^), in (de maand) K&rttikai te^ 



1) fiigenlyk ichynt er friwUho te staan, hetgeen hier erenwel niett bctaekraea 

1) Er sUat daidelOk amgikrte , doch dat is eene foat voora<UCib^«. Hoewelda 
termen gmii (Weda a 4), zintnig (imdri^a = 6) en imaak {roM » 6} eigoB- 
lyk geen getallen zQn, hebbcD ze toch de waarde er ran en betohoawt de In- 
dier ze als c^jfers; Tan dear aikQ^te, of zooals men elders vindt, eenTondig 
MtkUe, byv. in een inscriptie in Ind. Antiq. IX, 186: mNep&lawtan^ jwsrs* 
faraturoffsir akkite, 

2) Wdrendau is een voorbeeld van omgekeerde schikking der oompositieledea. 
Intusschen klinkt de omzetting in dit geval niet zoo vreemd, als le in obm 
taal zoa doen, dew^l wdra eigenl^k "benrt" beteekent en het geoorloofd it unte 
voor indwodra te zeggen. Zoo staat by v. iZaiMii, d. i. op Zondag , voor JU miwin^ 
Ind. Antiq. VI, 196; Qwnm voor Omrmodre, op Donderdag, aid. 190; (7wbv, 
op Vrydag, aid. 201; Some, op Maandag, aid. 208. 

8) Bhadra of Bhadri ia de naam van de 2d«, 7<1«, en I2d« Titlii is elks 
halve maand; de la'* volgt du op Bhadra; ze heet, even als dc 8de, en 8^, 
Wyajra; ne Brhat-SanhiU 99, 2. 




129 

wijl de baroacoop stood in den Wtterman, in een looge- 
Boemd •▼att" onderdeel ^), heeft Z Mtj. koning Sriijtjn op 
dco berg eeo LiAga, van de (yereischte) kenmerken Toor- 
IMO , lateo opaettan tot segen (van bet land). 

2. Hij die op xijne, door de boog^ golren van den Qan- 
gM galiata, baarwrong de maan ala kruinjoweel draagt; op 
lichaamt met glimmende aacb in atrepen beameerd , de 
Tio xijn uit alangen geyormd balaanoer belder nit- 
; die de lofitangen ontvangt der goden, welke bij Hoogai* 
eerbiedabetoon de handen lief met de belle i^den 
alkander leggen : hij , Qxwk , die een ion is in de dais* 
dea wereldsoben bestaana, scbenke olieden beil in de 
mate I 

S. Moge dat onberispelijk scboone lotospaar, de Toeten 
fiB deo Drieoog^ge (^iwa), waarvan de teenen met de rood- 
acktige bloembladen te yergelijken sqn en waarraa de nit- 
fMwIin Terlicbt tijn door de stralende nagela, met blinkende 
marldrmden te vergelijken; (dat voetenpaar) betwelk de grooU 
fla keiligen, deemoedig ne^rgebogen, berhaaldel^k yerbear^ 
tao einde de bemelsche xaligbeid te Terwenrent en 
elk de goden , met Indra ') aan 't hoofd , met ban krooQ 
kossen , als waren xij de bijen (die de lotos kossen); 
dat oliedeo eeuwig heil scbenken! 
4 Hij, die megens de uiting xijner aloTertreffende beer- 
adMiammcbt een bewaarplaats van de allergrootste wondereo is ; 
die door oitaloitend in self?erloocbening welbebagen te yin- 
daa aCeeds de ?erbazing opwekt der Yogini^; die oit ootferming , 
aiaC oit eigenbelang , met tijn aebt licbamen ') de wereld doet 
gadiieo; H^ , de beer der schepeelen , wiens ruige baren met de 
el getooid zijn, de Drieoogige (C^^^) moge o beboedeo! 



Iv Met .omAtMmV* U kicr metr brpMUcl^^k ; t»a ms Mirokgueli Ii«m W 
Dit omAerdmltn wordea u»denrlicideti is tmU. bewcfelykc oC twwiliBfc* 
I. si iitf ■!• hei tttrrebccM waanioor m elk b tk — n f k t wordea vail, ktw- 
9ri|k W ttrwilarfitig b .VmI" kcatoi <b 9(ier. At Lmv. At aA or p i oii ca 



f) Dmr kkh^nkmkJkm ia •amcMleUiiig aUat, ao« kH craafoad •de tooi 
mm" aU •da taoraaaaata** der px^ ^n«Ma betaakma. dock ik plaal aial 
dal da diaklar iato aadcn daa kri aaraU badoeld kafA. aa ia dal fatal kaa tr 
««a ladra ifrmka tya 
Si Ua add larkaaaa. d i. opaabanafiTonaaa vaa riwa, aya vtlkakaad, aa 
a. a oak ia kol voorgakod faa A^ V^aaUld ?aHMarl|kt 



130 

5. Moge de machtige Brahma nlieden voorepoed sehen- 
kenl Hij, de eerbiedwaardige meester ') der wereld, de Heer 
der Togins voor de Togins, wiens voetlotaspaar de g^en 
aanbidden; uit wien al het goede, nuttige en aangename (in 
de wereld) komt; die de instellingen der maatschapp^ hecht 
bevestigd heeft aan de Wedazuil; Hij, die in de hoogte r^* 
zende haarbundels draagt, gelijkende op vlammen ynnrs, waar- 
door ziJQ gouden lichaam van smetten geloaterd wordt*). 

6. Moge de gemaal van Qrt (d. i. Wi8h9u) nlieden ge- 
luk geven ; Hij , die met zijn op lotnabladen gel^kende , Tan 
geeBtelijke inspanning roode oogen, op het waterleger ligt, 
terwijl hij door de goden aangeroepen wordt om hen te red- 
den en door (zijue wederhelft) Qri, die haar eigen Bchoon 
beeld ziet weerkaatsen op het zijvlak van den edelsteen in 
het kroontje der groote slang, van verre in toom met ge- 
fronsten schuinschen blik wordt aangezien. 

7. Er is^) een voortreffelijk , onyergelijkelijk eiland, JaTa 
genaamd, nitmuntend (vruohtbaar) in koom en andereKadtti» 
rijk aan goudmijnen; het is door de onsterfelijken in beat 
genomen door — en zoo yoorts^); daar is een allerheei^ 
lijkst miraculeus heiligdom van Qiwa, strekkende tot het 
heil der wereld , (en) overgebracht van den in 't gezegende land 
Kufijarakufijade^a ^) gevestigden „stam", gelijk men het noemt 

8. Op dat ?eelgeprezen eiland Java, hetwelk een edel 



1) Tevens ook : leenneester en vader. 

2) Het woord voor haarbundel (jatd) in den tektt beteekent ook ^didiU 
stralen.''* Het gouden lichaam is de morgcnzon die hare stralen opwaartt Bohid; 
Hrahma is de verpenoonlyking van *t levcnwekkende , scheppende licht. 

8) Er staat eigenlyk *er was {dsUy\ ^Vaarom de dichter niet oiti gebnikt 
hecft. hetwelk evengocd in de maat past, weet ik niet. In de volgende stropke 
bezig^ h\j daarentegen het praesens pdti, waar de spraakkunst een praeteritofli 
vercischt, doch dit laat zich verklaren als een dichtcrlijke vr\}heid. 

4) De vertaling is gebrekkig en onzeker: er ontbrcekt een woord d«t ik niet 
weet aan te vuUen dewijl ik de bedoeling des dirhters niet vermag te radea. De 
eerstc lettergreep kan evengoed tthd als sinf wezen. 

5) Welk land met Ku^jarakuhja bedoeld is, kan ik niet met zekerheid zeg« 
gen, doch cr is grond om aan te nemen dat het eene streek in Znidelfjk Indifi 
is, die elders vcrmeld wordt onder den naam van KafljaradarS of Knt^ara, waar 
een berg was door Tiwa geschapen (zie Ilariwan^a st. 1289S) en het verblyfTan 
den Ziener Agastya (Canopus). Uit de woorden van onze inscriptie maak ik op, 
dat er in genoemd oord een heiligdom van ^wa bestond, dat ak stamheiligdom 
van het op Java gettichte beachonwd werd. 



131 

pronkAtnk it onder alle linden, was ean koning Tin laer 
koog« giboorta, die door het gepist gebraik Tin Treedzime 
middelen en mildbeid wijd en tijd roem hid ingeoogst; ge- 
Iqk aen Tider sijn kind Tin de geboorte if liefderijk il njne 
oaderdmen bestnrende, regeerde hij, Sinni geheeteo, njne 
fqmden onderworpen hebbende, seer Img de urde met ge- 
ncktigheid, eenen Minn gelijk. 

9. Toen Smni ildos de Fortain der koninklijke beer- 
■rkappij bestarende liter ni Terloop Tin tijd henenging om 
IB dan hemel de ziligheid, die ila loon (Tin lijne sede- 
hfkm Terdienaten) in menigte wis weggelegd, te genieten, 
«M de wereld ontdaan en Terbijsterd Tan droefheid dair le 
viB haren beecbermer beroofd was. 

10. Degene die daarop Terreee , rijk in Teel goede eigen- 
ackappm. gelijk (de goud-berg) Mem — (want) bij beeftde 
hlMike klear Tan in Tlammend Tuur smeltend goad; heeft 
groote armen , te Tergelijken met de af hellingen (dea bergi); 
dnagt bet hoofd seer boog opgeheTen , gelijk (de Mem) sijn 
krain, en beefl sijn Toeten hoog TerheTen boTen de op den 
graad sich beTiodende Torsten, (hoewel dese) niuteken in 
kn gealacht"); 

11. De soon Tan Sannftha^), de doorlochtige , die door 
•ekaren van geleerden geeen! wordt als een kenner Tan den 
•abcielen sin der boeken ; een beerscher nitmuntende door 
dapperheid en andore deugden , die gelijk Raghu het gebied 
no Terscbeidene naburige vorsten TeroTerd heeft; Z. Maj. 
koniag Spljaya, wiens luiater gelijk die der son in alle 

viadatreken met nn^rn bekend is , regeert (thans) Tan 

qae soater, naar recht het rijk. 

12. En terwijl bij de aarde , die tot gordel den goWenden 



t| op Atu UfTu toecepMt b<*t««kent dr aiUrmatc (tmrlito bnckr|TUif : 
•*!«• wlloopert iM*k boofc TrrkeffeD borm dr (irres) koofdber|pM d» nrli op 
^nit ^imirm." — Mes oioet lirk dr rontra voonWUra aU ilMBd* W gtb u| i« 
*^ dca tmott TAB dra oppenont , tnodat Aetf voH«B iHxifrr t^a daa k«a 
W4r« bar Mort^'Hijlf VTtrplijkmg Xrtti mm ook mi in MfthivuMaTS, 114^ 
**ir «r« «it»trV^D<l Tor*t ^n«jeiiiJ wnntt . SaM^wtmkipdUkmUlA^iiAsrwaurm^ 4. 1, 
^ ftarkt MM hfM>^ uil U*trfn At overipiT kuiiiii|rm tb dc Mrn koffs d« (wtm) 



t) Dd frliyat dc voUerc vonn tr lija, wmttm Sabm mm vtikoituif it. 
'txdt, Smmm n SmmjAji , t\^n all gvwoaa Sir. woordM of«rkak«id , dodb » f«or 
*••« ik VMt, kaift men fc eldcn Bog aiai alt 



132 

oceaan en tot boraten de bergen^) beeft regeert, legt het 
yolk zonder beducht te zqo voor rooyers of andere geyaren 
zicb te slapen op den grooten weg , en beiitten de meDaeben, 
rijk in goeden naam, steeds bet goede, nnttige en aange- 
name*). Denkelijk doet Kali') niets dan ecbreien, want er 
rest geen aandeel meer voor bem *). 



AANTEEKENINQBN. 

Het scbrifl van ons monument is betzelfde als dat betwelk 
men aantreft op de inscriptie van Hanh Kbiei in Cambodja 
indertijd door mij in de Annates de Fexireme Orient en later 
door Bartb in bet Journal Anaiique uitgegeven. Verder is 
bet scbrift zeer naaw verwant met dat van de Umwalli- 
koperplaten, die eene oorkonde van de Pallawa-dynastie be- 
vatten ^). Vooral is op te merken dat ie ja, jd, en n^ in 
beide stokken op dezelfde manier gevormd zijn, om niet te 
spreken van een tal van andere letters die in scbier alle 
oorkonden uit Zuidelijk Indie weinig of niet varieeren. De ka 
van Uruwalli onderscbeidt zicb daarin van de overeenkomstige 
letter van *t Bataviascbe en genoemde Cambodjascbe opscbrift 
dat de middelstok verder naar beneden doorgetrokken en van 
onderen links met een opwaartsgaanden baal voorzien is, 
maar de dabbele ika wordt z66 gescbreven dat de bovenste 
nauwelijks van de Bataviaascb-Oambodjascbe verscbilt. De ra 
van deze laatste onderscbeidt zicb van de Uruwalliscbe, docb 
komt overeen met den vorm dien wij aantreffen in de Gera- 
inscripties *) en in verscbillende oorkonden der Westelijke C&Ia- 



1) Met]^deze bergen fallen frel bedoeld zyn de zoogvntmmde bergen Fin Zontop- 
en ondorgang, d. i. de ooiter- en fresterkim. In prozt ion men eenTOodig leg- 
gen: de aarde tot aan hare aiterete grenzen. In Vaiiha-mihira't Brhat-Sanhiti 
43, 36 heeten de Himalaya en de Windhya de boreten der aardc , terwfjl de ooster- 
en westerkim met de lippen vergeleken worden, doch in eene inscriptie Oj) Jarm 
betrekking hebbende kan toch beifraarlijk aan den Himllaya en den Windhym 
gedacht z|jn. 

2) Vgl. Caraka 44, 13. 

8) De verpersooniykte IJzeren Eeuw, waarin wy lefen. 

4) En tevens: »er bmft geen deel van hem oyer. 

5) Uitgegefen door Fleet, Ind. Antiq. V, 60. 

6) Inter, nitgegerea door Rice, Ind. Antiq. V, 136 en 138. 



183 

kjm's ') wttmn echter de kn gansch andere is. Hetselfde 
g«]dl rmn de Ooetelijke of KaliAgasche CAlakya's '). Andere 
renneldenswaardige afwijkingen betreffen ten eerete de tjLa^ 
die op Jara en in Cambodja hetselfde karakter Tertoont all 
la de Walabhtoorkonden en nog noordelijker stokken. Toeh 
OBlbreekt dese meer ontwikkelde yorm in de laidelijke mo* 
■UBeotea Tan de &>« eeow af niet geheel. In een inacriptie 
i«i BAdAmi (Ind. Antiq. IX, lUO) nadert de t^a^ ook in 
dna, aanmerkelijk de JaTaanBchCambodjasebe type. Zoo ook 
wnK na in een charter van WijayamahAdewt, van de wee> 
til|ko CAlukya's ') , nagenoeg op dezelfde wijze getchreTen 
ib in ona stuk. Het is dos Tolstrekt niet noodig tar Terkla- 
flag Tan de JaTaanBcb-Cambodjasche na te TeronderBtallen 
4mI West- of Noord-Indisehe invloed in *t spel is geweeat, 
ta ainder omdat eindelijk alle Indische alphabetten denielf- 

weg tijn opgegaan, 't eene yroeger, 't andere later* 
alle hebben den middelstok in tweetn geeplitat en 

omboiging en nederlating van de bovendwaraatreep de 
▼eelstammige Bguur gekregen. 
afwijking die ik in de tweede plaata Termeldeo moet, 
het teeken van den Wir&ma. Dese wordt aangeduid 
rel in het opachrifl van Bataria ala van Hanh Khiei door 
Ma min of meer gebogen lijn boven de letter. Dit gebroi^ 
keaft aich in Cambodja tot in latere tijden gehandhaafd ; ook 
ran 't Kawiscbrifl , gelijk nu nog van *t Balineeache, ia bei 
4«ideU|k dat de WirAma de kmllige uitbreiding ia ran een 
de letter g^plaatat teeken. In de tender twijfel oodere 

(rit-inscriptiee van Weat-Jara en Koetei , wordt de m 
{L \. Me mat WirAma) nog xoo uitgedrokt ala in 't Wedgi- 
alpbabei en wat sich hierbij aansloit. Ditielfde ia het geral 

de Pallawa-oorkonde boven vermeld. Maar in *t Oad* 
le achrift wordt de WirAma op aoortgelijke w^ie 
a— gedoid , en wei door een teeken dat Tormelijk g^ltjkenia ver^ 
taoaC met het klinkerteeken Toor ^; men rergelijkedaaromtient 
de opmerkingen van Fleet in Ind. Antiq. VI, 136, vg. Ook 
ta eeoe Kalifiga-(.'ulukya oorkonde van ^aka 867 *) ontmoet 

I) lU. Astiq. VI. 76; VII. aOi. 

t> Aljpkftbl ^| BarncU. SoathlBdiaa PaUMfrmplij. 

1) rUft. M Aitk). VIII. 46 

e) Oi%. 4nr PbH. lad Aitiq. VII, le. 



134 

men den bovengeschreven Wir&ma (Plaat 1, regel 7). 

Bij de onderlinge vergelijking der verwante schriftaoorten 
beeft men niet uit bet oog te verliesen dat er in eon en 
betzelfde land en in hetzelfde tijdperk meer dan ^n vorm 
voor dezelfde letter in gebruik kan zijn, en meestal ook Ia* 
Men beboefb niet verder te gaan dan onze inBoriptie om daa^- 
van voorbeelden te yinden. Zoo heeft o. a. de » in de ver- 
binding nt^ in gdniaye eenen vorm die afwijkt van den 
anders in 't stuk gebraikelijken , maar meer overeenkomt 
met dien in bet WeAgi-alpbabet (in ni en nda) en in de 
bovenvermelde oorkonde van Wijaya-mab&dewt (PL I , yb. 4). 
De ma waarmede regel 16 begint, nadert de ELawische en 
latere Cambodja-type. Eleinere yariaties, zooals men waar- 
nemen kan bij de ga^ laat ik rusten. 

De nitkomst waartoe de vergelijking van de karakters 
onzer inscriptie met die der Znid-indische van ongeveer 
400^900 mij geleid beeft, is deze, dat de typen te be- 
Bcboawen zijn als afkomstig nit Andbraland, doob eenigazins 
afgeweken tengevolge eener zelfstandige ontwikkeling in Cam* 
bodja en op Java, gedarende misscbien een tweetal eeawen. 
De boofdfltad der Pallawa's was K&fict , en bun gebied strekte 
zicb uit tot de Godftwari. Voorloopig zon ik denken dat bet 
land tnsscben de God&warl en de Eistna de meeste aanspraak 
beeft om bescboawd te worden als bakermat van bet in ons 
stak gebraikte schrift. 

Aangaande de spelling valt weinig op te merken. De Ana- 
Bw&ra wordt y66r sisklanken vervangen door den gattaralen 
neusklank, betgeen ook vaste regel is in 't Oud-Javaanscb 
en in 't Sanskrit der Gambodjascbe monumenten. Nn en dan 
vindt men dezelfde scbrijfwijze in Zaid-indiscbe stakken ; bijv. 
waiiga in 't meermalen vermelde cbarter van Wijaya-dewi; 
sihha in eene inscriptie te Aibole van Qaka 506 (Ind. Antiq. 
V , 69); trifigal e. dgL , waarover men naleze Fleet's opmer- 
kingen in Ind. Antiq. VIII, 43. Uit deze spelling rooetmen 
opmaken dat reeds toen ter tijd in ettelijke streken van Indie , 
alsook in Gambodja en op Java, de Anusw&ra de gutturale 
uitspraak bad, die ze in 't Javaanscbe, Balineescbe, 
Batakscbe, Lampongscbe alpbabet bewaard beefb. Uit 
de klankgelijkbeid van Anusw&ra en gutturale nasaal 
laat zicb ook verklaren boe in onze inscriptie kon gespeld 



135 

worden pmjUi voor paiUti; de Anosw&ra werd namelijk door 
den dichter als onze n^ aitgesproken en hi} meende den 
klank Tan pahili weir te geyen, zonder ioevoeging van een 
1, ereoals een Hollander pan4^ii ran lelf als /Mii^ibf ion leseni 
vaat wij spreken zim^l en zinii op deielfde wijie nit; pho* 
Mtiaeh zou men , naar ona spelatelael , moeten BchrijTen iingii 
m beide gevallen. 

De w wordt door den dichter als 6 nitgeiproken. Znlka 
y^jki niet looieer nit spellingen ala wudAa, wija^ em. ala 
nit emmwUam^ ^dfwalam tMM, e. dgl. waarin de v ala ^ 
geklonken hebben; anders ware de m door den Ann- 
of den guttaralen nenaklank verrangen gewordeo. Van 
Terdringing der b in 't schrift, door w, «i dedaanneA 
gaande uiUpraak van de letter v ala ^ aao 't begin 
B&a woord en ala eerste beatanddeel van conaooantTer- 
lereren de Znid-indiache alphabettan en apelatelaela 
weinig voorbeelden; dea te meer heeraoht het miabmik 
iB die gedeelten Tan Indie waar 't N&gart en BengAlt in iwaog 
Het ia wel opmerkelijk dat dit miabmik neh ook in 
iaacriptie in iijn geheelen omTang Tertoont, te meer 
in 't Kawiachrift 6a en wa behoorlijk niteengehooden 
te worden. Intnaachen zijn er aporen Tan Terwarring 
fM Aa en M ook in dit laatate te ontdekken. Niet alleen 
Tindl men ateeda in Rawiatukken wmmdia Toor wihMm 
iTen, maar in aommige oorkonden ook de Terbinding 
■V oan ciA nit te drukken, loowel in inhaemaehe ala in 
SMkritaehe woorden. Uit tah Tan Terachijnaelen blijkt dat 
m Banakritwoorden in 't JaTaanach iijn OTergegaan in dnb- 
Wan Torm, waanran de eene de jniate, de andere da Ter> 
kmiide oitapraak Tertegenwoordigt Zoo biJT. ia nit irmmfm 
Mval bet JaTaanache dmwe ala darhe geaproten, of joiaier 
pngdi nit dr^wya ia dmme Toortgekomen , oit de aleebte 
iilipfaak drmhya daarentegen dmtde. Ala JaTaniame laat aieh 
iH bataie niet Terklaren; integendeel imM ia bet gewooe* 
^ dotaom ia dna dat het Terachil Tan nitapraak , hatwelk lieb 
*<)t badeo toe op JaTa heeft Toortgeplant , aan een Teraehil Tan 
nvloadeo te wijten ia. Men mag dan ook gemat aannemeo 
dit de Indiache beachaTing naar JaTa — en men mag er 
^^o^geo: Cambodja — van meer dan Mn middelpnnt waa 
wwg e h f ac ht Of het ona ooit gelnkken lal de Teraebillead^ 



186 

kanalen docnr welke de IndiBche bescliaYiiig naar Achtor-indie 
en den Arcbipel geleid is, en welke daar om zoo te sceggen 
ineengevloeid zgn, op te sporen, is zeer twijfelachtig, maar 
jnist wegens de overgroote schaarschte der gegevens is bet 
onze plicbt zel6 aan kleinigbeden onze aandacbt niet te 
ontzeggen. 

In tegenstelling tot de inscriptie van Hanb Ebiei maakt 
de onze geen gebrnik van de Upadbm&ntya en JihwftmMya. 
Hierin is niets eigenaardigs of bijzondersy daar reeds ten 
tijde yan P&vini — om niet te spreken van onze tekstre- 
eensie van den Agweda — de Wiaarg^ meer in gebrnik was 
dan .beide genoemde klanken ^). 

Overgaande tot eene besohouwing van den inhoudi meen 
ik al aanstonds te mogen stellen dat de feiten die wq nit 
bet atnk leeren kennen weinig, maar belangrijk zijn. Het 
nanwkeorig gedateerde gedicbt yeroorlooft ons een bHk te 
slaan op Ja vaanscbe toestanden in bet midden der 8*^ eeaw , 
al zijn ze wellicbt door den rbetoriscbea bofpoeet wat roos^ 
klenrig voorgesteld. De uitdrukkingen waarvan bi| zicb be- 
dient maken den indrok dat Sann&ha^ alias Sanna, eu diens 
zoon Sffijaya — een zeer eerwaardige en klassieke Indiscbe 
naam — over gebeel Java den scepter zwaaiden. Wg bebben 
geen reden om daarin eenige overdnj ving te zien , want de 
Cbineesehe bericbten over Java laten bet ook zoo voorkomen 
alsof bet gebeele eiland omsteeks dien tijd bet oppergezag 
van een koning of keizer erkende. Ja , reeds Ptolemaeos spreekt 
van Mn boofdstad over gebeel Java. Waar de boofdzetel van 
het oppergezag gevestigd was, kan voor den onderen tijd niet 
met zekerbeid opgegeven worden^ doch zooveel mag men 
uit de weinige gegevens die wij bezitten wel opmaken dat 
die boofdzetel zicb van tijd tot tijd verplaatst beefU Het mo- 
nument zwijgt , over de boofdstad , en ook al wisten wij de 
plaats yan herkomst der inscriptie — wat jammer genoeg 
niet bet geval is — dan zouden wij nog niet durven be- 
slaiten dat bet beiligdom van Qiwa, in 't stak vermeldi in 
de nabijbeid van de reeidentie gelegen was. Het eenigste 
wat wij ait bet verband der woorden in 't gedicbt kunnen 



1) Fi^iDi 8, S, 37. 



137 

opmaken it dat da LiAgt, door kooing Sffijiya opgeriobii 
bq een heiligdom Tan (^^\wk op eenen berg ttond. 

Hei ia nnda lang bekeod dat de meast Toorkomende Torm 
fiD Hiodoisme op Jara , gelijk thana nog op Bali , hat 9iwa- 
inae ia. Dat desa godsdianat raeds in da 8^ aaiiw daar 
Uoaida, daarran lagt onie inacriptia aan oowraakbaar ga- 
iHgeiiia af, tarwijl de oadere, hoeieer ongedateerde » op- 
Khrifkan ran Weat-JaTa meer een Wiahvaieiisoh of brah- 
■aatatiach karakter dragen. 

In de aanroeping der drie boofdgoden neemt ^wa bier 
Mtvurlijk de eerate plaata in, daar de gedenkateen de op- 
richting Tan een Qiwaietiach beiligdom door den koningTer> 
anwigt. Bene aanroeping Tan de drie peraonen Tan de 
e Trimftrti , al ia bet niet altooa in daseUde Tolg^ 
, komt meermalen Toor; bijT. in een steenopaebrift Tan 
C&lokya WikramAditya VP): HMri-Hmra-HiraiffafQriidfa 
, d. i. Hnlde aan Wiaban, ^iwa en Brabma (in 'ten- 
kalvood, derbaWe ala Drie§enbeid opgeTat). Hier neemt dna 
Wiah^Q de eerate plaata in. Eene aanroeping Tan Qiwa en 
Wiahpai xonder bijToeging Tan Brabma, ia ook geenaiina 
artdiaam ; loo biJT. in den aaobef der insmptie Tan WAkpati- 
Slja Tan Dh&rft (A. D. 974) en in *t charter Tan dan BA^a- 
fwal Wikramaititya '), gelijk ook in den aanbef Tan de 
Udambarl. Daarentegen roept Hnbandbn in den aanbef Tan 
Wiaawadatta in de eerate plaata SaraawatI, da godin 
wtjebeid aan , — betgeen de tegenbangar ia Tan de aan- 
roeping der Mnie bij Homenia — om onmiddellijk daarop 
Wiah^Q, en daama ^iwa te Terbeerlijken. Dap^in roept bQ 
dan aanTang Tan 't Da^akomAra-carita alleen Wiabpn aan. 
Kortom er beeracht in de geacbriften en monumenten Tan 't 
middeleenwscbe Uinduiame te dexen opxicbte eene groote mate 
Taa Teracbeidenbeid. 

AlTorena dete aanteekeningen te bealniten , nog eene enkela 
opmerking oTer den rijkdom Tan JaTa aan gondmijnen. Baada 
T66r ongeTeer Tijftien jaren Te^tigde ik de aandacbt op eene 
plaau in *t RamAjai^a (IV, 4U, 30, Bombayacbe nitgaTe), 
waar w^ laien: 



1) Cilf, 4nr fUtt. l»d Aatiq Vlll. tl 
J) I^ aati^. VI. ftl. tn Jsni 1894. M. 7. 



188 

Tatnawanto Yawadwipam saptar&jyopa^obhitam | 
sawanjiar&pyakadwtpam suwar^&karaman^itam || 
Yawadwipam atikramya Qi^iro n&ma parwata^ | 
diwam spf^ati 9pigeQa dewad&nawasewitah || 
„(Doorzoekt) zorgvuldig Yawadwlpa, dat met zeyen konink- 
rijken prijkt , bet goud- en zilvereiland , rijk aan goudmijnen ^). 
Voorbij Yawadwlpa is de berg Qif^iTB, genaamd, die met 
zijnen top den bemel raakt en door goden en demonen be- 
zocbt wordt." 

Daarbij teekende ik aan: „De bewoordingen van bet Rk- 
m&yaijLa omtrent bet goad- en zilvereiland zijn in 't oor- 
spronkelijk niet vrij van dubbelzinnigbeid , docb die is niet 
grooter dan in de vertaling, en na zoa bet tocb, dunkt me, 
eene zeer gedwongene verklaring zijn, als wij betzij ait bet 
oorspronkelijke of ait de vertaling wilden opmaken, dat er 
bebalve yan Yawadwlpa nog van een ander eiland sprake 
was." Wat ik toen zeide, beeft tbans dabbele kracbt. Niet- 
tegenstaande zoowel Ptolemaeus als de Cbineescbe berichten 
leerden dat goud tot de voortbrengselen yan Jaya beboorde, 
beeft men bet felt in twijfel getrokken. Tegenover bet ge- 
tuigenis ouzer inscriptie moot elke redelijke twijfel yer- 
dwijnen. 



i) Oe tekst heeft eigenlijk tuwarHakaramanditam ^ venierd door goadsmeden , 
doch dat is klaarblijkelyk eene bedorvene lezing. Men kan van koningen wel 
zeggen dat zQ het sieraad van een land z\)n, maar niet van gondsmeden. 



UlT DE LAATSTE DAGEN DER NED. OOST- 

INDISCHE COMPAGNIE. 

MEDEDEELING 

VAN 

B. W. WTTEWAALL VAN WICKERBURGH. 



Bij het lezen der berichten over de vele oorlogen, die in 
de Oost-Indien eedert de vestiging der Oost-Iiidische Compagnie 
te Batavia gevoerd zijn, trok het steeds mijne aandacht, dat 
de namen en daden van de ofScieren, die aanvoerders der 
Militie waren, zelden of sUchts ter loops genoemd worden. 

Wellicht is dit daaraan toe te schrijven dat die Militie on- 
dergeschikt was aan het Civiel bestuur. 

Tn mijn bezit zijn vele oorspronkelijke brieven en authen- 
tieke rapporten van de bovengenoemde Compagnie, waardoor 
dit vemnoeden bevestigd is geworden. 

Over den gevoerden oorlog op Ceylon in het jaar 1765 is 
het mij mogelijk eenige ouistandige mededeelingen te doen , 
wijl enkele particuliere brieven zijn bewaard gebleven , aan 
mijn overgrootvader Mr. H. A. Wttewaall van Sfcoctwegen 
te Utrecht gericht. 

Die brieven zijn uit Batavia geschreven door den Luitenant- 
Kolonel Jan Jurgen Feber, Hoofd der Militie op (Jeylon, door 
het Ilooge Be-stuur te Batavia naar dat eiland afgevaardigd , 
ten einde met de wapenen in de hand te verkrijgen , wat noch 
door onderhandelingen , noch door kostbare Ambassades ver- 
kregen kon worden. 

In de eerste plaats hebben wij uit de brieven van Feber 

overgenomen, wat tot ons bizonder doel dienstig kon geacht 

worden en daarbij vermeld wat voor zijn persoon v(X)r het na- 

geslacht bewaard is gebleven , terwijl wij vervolgens hebben 
4« Volgr. X. 10 



140 

medegoflcc^ld wat verrler uit de brieveii en rapporten dor (). 
Oompagiiie van dieii oorlog bekeiid is. 

Die brieven en rapporten zijn allc geschreven aan Adri»i 
van Staveren , Raad en Kegeerend Schepen , Opperboekhoud 
en Gassier der (). I. Gorapagnie te Delft. 

Uit de bescheiden blijkt , dat de toestand der O. I. Compagn 
toen veel te wenschen overliet en men niet zonder reden t^ 
dien oorlog opzag. 

Batavia, 25 April Ao 1760. 

'/Aangaande mijn persoon ben ik van eei 

burger] ijke familic. Mijn geboorteland is Schaapmen > in h 
graafschap Lingen , zijnde exhter te Furstenau grootgebrach 
Mijne oude en zeer waarde moeder die ik hoope en niet bet 
weet, nog in 't leven is, bevindt zich ten haize van mijm 
broeder te Haarlem alwaar ik ze van jaar tot jaar eenig o 
derhoud van hier toezende. 

//Geen fortuin voor mij in 't vaderland ziende nam ik 
Resolutie mij naar Indien te begeven of mogelijk in zoo e< 
veraf gelegen gcwest tot mijn fortuin mogde geraken. 

'/Het was in den Jaare 1733, en eerst 15 jaar oud zijn« 
en geen vrienden in het land hebbende liet ik mij voor joi 
Matroos met f 7 per maand in dienst der Oost-lndiache Cor 
pagnie aannemen en voor de Kamer Amsterdam met het seh 
Meermond naar herwaarts begaf; arriveerde in het jaar 173 
met het schip Wikkenburg alhier te lande, alwaar ik eenif 
landslieden en kennissen aantrof, tot de militaire dienst chai 
geerdc en in 't jaar 1740 tot corporaal geadvanceert werd. Te 
welken comptoire mij in alle zwaare opgekomene oorlogen e 
belcgeringen der Ghineezen en Javanen die zich tegcns de 0. 
Gompagnie rebelleerden bevonden en vcrscheidene gloriett 
victorien tegens Gompagnies vijanden door Gk)ds genadigen b 
staand behaald hebben zoodat (onberoemd gesproken) door mi 
vigilantie en ijver in den dienst van mijne heeren en mecst^ 
trapsgewijze zonder vriend of maat zoo ver gebracht dat do 
de gunst van Hoogst Deselve in den jare 1753, tot Majo 
bevorderd en 't jaar 1754 naar herwaarts verlostben: Dewell 
(31iaracter alsnog de Eere hebbe te bekleedeu./!' 

1 24 Jiini 1719. 



rrr dk laai^te dagen der ned. oost- 

liNDlSCHE COMPAGNIE. 

MEDEDEELINO 

VAN 

H W. WTTKWAALL VAN WlCKKRHrRGH. 



Bij htrt l(*Z4*n fl(*r lN*rirlit4'ii nxrr dr vel«* <N)rlf)^*n , «lir in 
4 (kirt-lmlirii fM'drrt (Ic vt^tiiriiii: ilrr ()iM(t-liicli$(*hi*()oinpa^ir 
kBiUiia p?vu(*ni xijii , tmk \\vt MmhI^ inijiir aandarht, dat 
4r uoH-ii en dudni \an dr oHirien*!!, die aanvcienleni der 
Viiitir wan'n, zMen (»f dechU ter loopt f^*n(N*nid wonleii. 

Wriiirht isi (lit daunian t^ie t** M'hrijveii dat die Militie on- 
fafiaihikt WH.M aan het Oiviel be^tuur. 

Iq mijn iM'zit /.ijii \el(' (N)nipn>nkelijke brie\en en autheii- 
^At rap|Mirt4*n \aii de lM>veu^*n(MTnide (x)ni|Ni^iie, waunltMir 
1* ft-rmfNileii l)e\e?«ti^l is ^.^wonien. 

IHrr den ire^(N*nlen (H>rl<)^ op (Vvlon in het jaar 171(5 is 
^ mij niotri*lijk reni^rf* oni}ftandi,tn* mededirlin^*n U' dtien , 
*>jl i-iiLrle iwirtiruliere l)rie\en xijn lM*waiini p*ble\en, aan 
*ij& o%frirriNit\:ider Mr. II. A Wttewaall \an StiietwcyrJi 
^ llnvlit srerieht 

Ihr kririeti /.iih uit liiitaiia in*M*lin*\en d<M)r tien Luiti*iuint- 
^'*»Dr! J.iii .furLr«*n Feller, ll(M»fd der Militii* «p ( Vvlon , dmir 
^ Ihifiir*' lier^tuur te lliita\ ia naar dat eilaml af|fn*vaanli^ , 
'^ nndi* met de Ha{N*iieii in de hand U: \erkrij}^*n« wat ntM'h 
'*""r iinilerhandeliiifri*n , ntM-h door koKthan; Auibawadtrs ler- 
^^ifi-n ki»n monlen. 

In de eer«ti* piiuit^ hel>lN*n wij uit de brievrn van Febrr 

"^f^SMionien , «at tot on.^ bi/onder iloid dienictig kon ^'mrht 

**>nlt|| cii daarbij \rriiield H.tt \<Nir zijn |ienMMin \iM»r ht-t na- 

v^^iirht Ijevaani !<* irebl«*^«*n, t«*rmijl mij \er%olifen?( hebhen 
I* Vgfgr X. lU 



zeinde onder koiminicatic van het geobtineerd Avanceineut tot 
Jjieutoiiaut-Kolloucl aan U Wei Ed. agtb. hebbe lateu afgaau zo 
gebmike de vreilieid , terwiji ik liet geluk heb geliad in den 
(3ptoclit en met de veroovering van Kandia de inilitie te Kom- 
mandeeren, UWelEd. agtb. H. met deeze meijne geringe let- 
teren te koomen opwagten en een kort detail te doen van het 
voorgevallene bij die gelegentheid ; in vertrouwen dat UWelEd. 
agtb. eenelijk tot denzelver Speculatie neemende , er geen ander 
gebruik van maaken zal dan hetzelve als iets particoliers voor 
zig te houden. » 

//Den 5en 8ber 1764 van Batavia alhier g'arriveerd zijnde, 
ben den 1 Januarij 17()5 op nieuwjaarsdag naar het geprojec- 
teerde hoofdleger te Gonawiele vertrokken, een plaats geleegen 
twaalf uuren in de Bovenlanden , om de noodige ordres te atellen 
en te rei?ulceren tot een gunstige voortbrenging onser trans- 
porten naar boven, mitsgs den daar omstreeks zig ophondende 
vijand te verjaagen , zodat den 4en daaraan aldaar behouden aan- 
koomende, ten eersten nodig heb g'acht den Bijksadigaer of 
anders genaamt Kanselier en eerste minister van het Bijk, die 
4 uuren hoger op, van hetzelve met zijne troupen zig in de 
vcldschansingen en Batterijen had ingenesteld, vigoureuselijk 
te attacqueeren ten einde hem met den eersten aanval de sehrik 
op het Leijf te jagen , gelijk zulks na den hertelijken wensch 
geschied , en hem , door het geven van een zeer gevoeligen neep 
uevens zijn geheelen Aanhang uit dien kontrain gedelogeerd ; ^ 
ik bleef aldaar hoewel nader nog verscheide schermutzelingen 



1 De brieven uit Lidie aaii de iiabestaaiidon in Nederland werden stoedi 
met groote omziohtigheid geBohroveii, hoxdb zoliis met gehetm letteraohiift, 
dnar men het hooge bestuur to Batavia vroeede; bij ontdekklug van eeuige 
mododeeling , uiet welgevallig aan dat Beetuur , liep men groot gevaar niet 
verder bevorderd to wordon. Ook daarvan is dit boveustaande een bewiji. 
Ill eon brief van J. J. Feber, Batavia den T) October 1767, truf het vol' 
gondc mijne aandacht : tt Het gaat hier niet hIb in het Vaderlaud , rijn hart 
%(to reohtuit kan verklarcn, men moot hier kleine broodjes bakkeu en de 
xakon altijd ssoowat bewinpelen en nog een goeden slag om den arm 
hnudonti , enz. 

^ Hierover leest men het volgende in van Kampen's OoBchiedeoifi der 
Nedorlanders buiten Eunijia, D. Ill, Stuk 1, bl. 192: tfin den nacht tit»- 
Rohen 4 on 5 Januari 1765 tastto de Lt kolonol Feber de vijanden onverhoeda 
iuin, on bohaaldo bijna Bonder moeito eeno volkomono uverwinning. Zorreo 
hunnor houfden, benovons eon groot aaiital govangonon lieten het levon. Zij 
ontvlodeu hunne veraterkto logerplaats, waama do Nederlanden toeu de 
batterijen sleohtten.n 



143 

met den vijand geliad , tot de komste van den tans in God 
rusteiide heere Gouveraeur van Eck die den 13© daaraan ge- 
weest is , bg wiens verscheining naer alvoorens de nodige ordres 
te hebben gesteld , mitsgaaders 't een en ander ingerigt te hebben 
cm de transporten op eene gemakkelijke wijze voortte krijgen, 
ben in Gezelschap van hoogst gem^^^ zijn WelEdele naar Katte- 
gampole en voorts naar Wisnawe een plaats gelegen 8 uuren 
van Gonawiele gemarcheerd alwaar onder anderen in eengehad 
hebbende attacqud met den vijand voor de eerste maal eenige 
springhaanen en geweeren verovert, en om UWelEd. achtb. 
eenigzins een begrip te geven van den Aard, levensraiddelen 
en Wapenen deezer , dewelke Kandiaanen of Zingaleezen genoemt 
warden, zo heb ik de eer te melden: 

/s'Dat een Springhaan eigentlijk een Instrument is dat wel 
4, 5 en ook 6 voeten in de lengte houdt bij wijze van een 
kannonetje , en schiet wel een duyzend schreeden ver, werdende 
zulks op een Drievoedige mik gezet, die de Kandiaanen zeer 
behendig weeten te gebruiken en het raakt ook niet mis, zo 
zij maar tijd hebben dezelve in een behoorlijke plaats te stellen, 
het schiet ^, |, J ja wel tot een pondskogel uit, daar zij in 
stede van dat, meestentijds kleine ijzeren Bouwtjes in 't vier- 
kant geslagen en stukken van spijkers gebruiken , dog hoe ge- 
reguleerd zij ook soms meenen te zijn , nogtans als ze de onze 
sagen komen, neemen 2 man zo een springhaan op en liepen 
daarmede weg , hetgeen ook abzolut geschieden moet, als zeinde 
een swaare strafte dengeenen opgelegt die zijn springhaan ver- 
liest, als zij in het veld gaan zo werden gemeenelijk bij 4 Ji 
500 man soldaaten, 8 k 10 stuks springhaanen medegevoert, 
hunne geweeren schieten ten minsten tweemaal verder als de 
onze doordien ze een lange loop hebben , om kruit zijn ze niet 
verleegen , dewijl ze het zelfs maken kunnen en goede schutters 
zijn er ook onder, dog haare levensmiddelen zijn zeer gering, 
den gemeenen Kandiaau leeft raeestendeels van kokers of klapper- 
zuurzakken • , wortels a uit de gi'ond , die omtrend de smaak 

1 Zuwzak is de oude Uollandscho uaam van de Naugka (Artocarpus iu- 
tegrifolia) eu de wat kleiuere Tjampedak (Artocarpus polyphema) vooral de 
grootore soort is op Ceylon veelvuldig , oiizekcr is welko soort door klapper- 
zuiirzak wordt bedoeld. De vruohten van beide zijn gi'oot en kokervormig. 

' VoHeU komen ovoreen met aardappelen en worden door do inlanders 
in de plaats daarvan wel gobruikt; zij komen in verRcliillonde soorten voor 
en heeten in het Maleisob oebi, Vermoedelijk is hier bedoeld de zoogenaamde 
zoeie aardappel (batatas edulis) katila ^'ehecten. Andcre soorten van zulke 



144 

hebben als aardappelen ; hefc is een wild , woest en wispeltuurig 
volk , zij maaken ook honte kannon op de manier als een 
schrootstuk met ijzere banden beslaagen en die bij haar met 
speijkers, steenen en kogels gelaaden worden, zij plaatsen zig 
altoos in de holle weegen, terwijl het bijna ondoenelijk valt 
swaar kannon met haar te kunnen sleepen wegens de ontoegan- 
kelijke weegen en swaar gebergten dat aan de wolken scheint 
gehegt te zein. Overal vind men niets anders als swaare bosschen 
en wildernissen , daar een menigte van Eliphanten en ander ge- 
dierten zig ophonden , haar bagage is zeer wijnig, haare tenten 
maaken zij van een soort blaaden die alhier rijkelijk vallenen 
die genoemd werden talparten * , die bladeren zijn zo groot, dat 
zij met een stuk 3 fi 4, een tent kunnen maaken, om voor 
een man of tien te logeeren, waarlijk het is een aardig volkje 
te meer wanneer zij marscheeren moeten , dan neemt een enkeld 
persoon de geheele tent op en loopt er meede been, zodat zij 
in een oogenblik haar legers kunnen opslaan en afbreeken, 
hunne manieren zijn zeer wijnig op de vlakte te koomen, maar 
zig gedurig op te houden in bergen en Wildernissen die de 
Natuur zelfs alhier in de platte landen tot hunne Defensie scheint 
gefortifieerd te hebben. Om nu mijn reeden te vervolgen, wij 
vertrokken van Wisnawe nadat die plaats in bezit hadde ge- 
houden naar Pedroewette zoo in de drie uuren hooger, alwaar 
wij door de spions tijding kreegen dat de vijanden zig sterk 
tot een Tegenweer Equipeeren en alle toebereidzelen wat hen 
maar de nood bij der hand gaf werkstellig maakten om onze 
opraarsch verder te verijdelen, dierhalven wierd op mijne ge- 



wortels sdjn: de gadoeug (dios-oorea triphylla), de keladi (colocada anti- 
quamm) en de Reutang (ooleus tuberoeis). 

1 Talipot of TaUpit is de IndiBohe naam van den Oeiang-palm , {Corypla 
nmbraculifera) en den nauwelijks daarvan versohfllende Corypta Taliera, Het 
blad van den TaUipathoom is volgens Valentijn , deel V , biz. 50 : 

I'zo breed en zo groot van omtrek, dat er wel 14 k 15 mensohen togen 
••den regen onder een blad schuilen konuen , zonder dat zij zullen nat worden. 
••Gedroogd zijnde, is het zeer vast, maar ook zeer handelbaar en gedwee, 
••zo dat men bet , schonn zo groot in zijnen omtrek . ook als een Waejer 
••bijeenvouwen en zeer verre zonder moeite met zig dragon kan, alzo *tdan 
'•pas de dikte van een mausarm hoeft; behalven dat het zeer lioht is. Het 
•ivertoond zich in zijn groote bijna als een ronde kring, dooh als het in 
••stukken gesneden werd , krijgt het do gedaante van een driehoek. Als men 
••het op reis op zijn hoofd legt, met de spits vooniit, diend het om een 
••weg door de struiken en doomen te baanen , daar het anders in plaats van 
••een sonnesoherm tegeu de son en een deksel tegen de Regen is. i* 



145 

daane presentatie door den WelEdelen Groot aclitb. heer Gou- 
veraeur goedgevouden mij in persoon de Avant guarde te laaten 
kommandeeren , om met dezelve voort te rukken , zo hebbe dan 
om UwEd. achtb. uiet lang met alle particulariteiten op te 
houden de Eere te melden dat in weerwil van veele lastige ont- 
moetingen en hevige tegenstanders het geluk gehad heb , onder 
Godes genadigen beijstand met viguur door de landpalen van 
lien grootmoedigen koning door te slaan en vervolgens het 
fias en de so beroemde residentiestad van den zig onverwin- 
idijk g'achten monarch op den 19 Febr. Ap Jo leeden ver- 
orerde, aldaar den hoogzalige heer Gouverneur afgewagt, die 
ook kort daarna in Kandia verscheen , egter na eenigc daagen 
FcrUijfe, risolveerde zijn WelEd. naar alvorens op de geeerde 
approbatie van de hoge Indiaase Regeering mij tot kollonel 
amgesteld en het kommando tot de komste van den nieuw 
wagestelden Kommandeur overlaetende , weder naar Kolombo 
te vertrekken, gelijk dan ten dien einde op den 4«n Maart 
diaraan de Beijze ondemam. 

"Jk bleef op Kandia hoewel gestadig met den vijand bezig 
gcweest, tot de komste van den heer Kommandeur Rein, met 
fiens verscheining naar alvorens een bezetting van ruim 1700 
■in aldaar gelaaten te hebben , met de Rest van het volk, den 
28 Maart J* leeden Jaars van daar vertrokken, en volgens ordre 
ille de veldposten agter mij ligtende den 6®^ April gezond 
m wel alhier g'arriveerd, nadat den braven Gouvenieur van 
Eck den l«n van denzelfde maand reeds overleden was. 

^Hier komeude heb ik een en ander het Guamisoen betref- 
fcnde (jeregnleerd en ofschoon door die groote fatigues in een 
doodelijke ziekte vervallen was , ben egter onder Gtxles Genadigen 
beijstand thans weder hersteld. 

''Bij het innemen van Kandia hebben wij verovert 2 hand- 
roorfciers, 26 ijzeren en 22 metale stukken kanon, van 18 tot 
«n ponds kaliber, mitsgs 125 springhaanen en over de 1000 
geweeren met nog een groot getal kogels , bommen , granaten , 
peken , bogen en peijlen , waaruit men wel zien kan dat , of- 
schoon het een wocst volk is, noertans geen moeijte gespaard 
door die moeijelijke weegen zo veel geschut (God weet van wat 
tijd af) daar nae toe te sleepen. 

'"'Wij wagten tans alhier met smcrten na een gcM'dc v,i\ voor- 
deeligc vreede voor do E. Komp. en zoodra dat zulks geschied, 
ben van gedagten per eersten gelegentheid naar Batavia te 



146 

verzoekeii oni bij mijn vrouw en kinderen die ik alhier niet 
meede gebragt heb fce geraken 

//Overigens geen nieuws dat UWelEdele Achtb. hoogwigtige 
attentie meriteerd'/, enz 

[jgeteekend) J** J" Eeber. 

In een bericht van Batavia den l^n October 1768 lezen 
wij nog het volgende : 

WelEdel Agtbare Ileer 



...... '/Ik hebbe ook teffens d' Eere UWelEd. agtb. te 

communiceereu dat door haar lioog Edelhedens de hooge Indiache 
regeering uit aanmerking raijne lange en beweesene getrouwe 
diensten en veele uitgestane fatigues begunstigd ben met den 
rang en het Caracter van Brigadier, in hoope levende door de 
kragtige voorschreijving, aan zijn doorluchtige Hoogheid den 
Ileere Prince van Oranje en Nassau onsen opper goeverneur 
G^neraal , mij hierin eerlang bevestigd te mogen sien , enz. 



(geteekend) J^ J" Eeber. i 

Volgens eene mededeeling van mijnen Grootvader, Johannes 
Wttewaall, oud-Resident van Oorontalo, was hij niet alleen 
•jeacht als (;en zeer dapper man maar ook om zijn edel en 
grootmoedig karakter. Ilij liad gedurende de verschillende oor- 



1 J. J. Feber huwde op Batavia, den 25 April 1755 , met Cornelia Verbis , 
geboreii den 27 Juni 1727 en nvorleden to Batavia !• Febraari 1770 ; sq 
was de doohter van don toon reeds overleden Predikant te Batavia , Coraelii 
VerbiB on Alida Maria Christma van der DuBsen en de weduwe van Daniel 
van dor Burgh, Rceident op Timor. Zij overleofdon hunne beide kindoran 
uit dozen eoht geboren, die aan de destijdB zoo hevig heersohende kindor- 
ziekto overlodon. Feber ovcrleed to Batavia den 22 Ifaart 1771 in den 
oudcrdom van sleolits 52 jaren ten gevolge van de sterke fatiguei die h^j 
van zijno jeugd af in dit ongezonde klimaat had doorgebraobt. 

Volgens eon sohrijven aan mijn grootvader J. Wttewaall , van J. J. Orr e- 
noboBoh uit Batavia , in zijn eersto huwelijk getrouwd met de jongste doohter 
van den Resident D. v. d. Burgh, aangehuwde sohoonnx^n van J. J. Febar, 



Ii7 

IfHTt'ii mrrr dan (wiiitig wonilcii bckomcn waanaii wriiii^> itiaan- 
fifii uMir zijn ov(»rlij(l(Mi veh^n zicli o|N*n(len. 

lu ziju t4'3<tiiiiH*]it V()or (Itm iiotari.s van IValaiia (lijslxTt 
Bluinhert geniaakt op (i Febniari 1771 vinclt mm omlcr intrr 
ilf zijn vt*rlan|a*n uit^ulrukt : 

•Yerlaufrd tc emancipt'en'n cm uit het juk Avr Hlavcniij: 

•IK* Javin TiMilak van Kotti* v.n Av slavrn l>ori.H van Timor 
(t Ii^ak van IkM^iri.**, aan dv, cit'rsto (%n stomma van claiztrnd 
n)bUal(lrr^ , aan dv. twet* laat^t<' ieder homleni rykwlaalders 
« nlk^ hovrn I'n l)ehalvr (Icr/f*lv(*r vri)dommi*n zulleudc Ae 
kortrD diT vrijhrieven en dc; daartcN* frc'^Udde hocU^n aan dr 
VBen uit den IxN^dcl wonh^n voldaan en Ix^taald wonlen. 

'Am dt* f?i*a*fonnt*<*nlc Diakonie armcn Aatvr (liatavia) 250 
njUiuldrrs. Aan Av liUt)irn«<*lio kcrk alhiiT 250 rijkMlaaldor^ 
^A Mv Af in Av'/A* pMKM^mdr rijksvlaaldrr!* ^*n*kend is 
^irr» icvlcr, dat girn slavrn of slavinncn die belijdeniiwe 
*ii (icii ('hri»t4*lijkrn (itxliMlienKt ^nlaan hebWn verkocht 
■nfrn vonlen en dat alle^t U*r voldcMMiin^r aan de imleni door 
•If KiWr II(N)p* lle^rrinjr daan)p va!»t|fi^!«t<dd.* 

^rume haddcn wij ieti« venneld van zijne vroep're veld- 
tofik'n tt'gcrn de Javanen en (/hinc^ozen. doch door den soo 
jRiJinbtiffen arehivaris Jlir. \an Kiemsdijk tc *9(iravrJihage 
*Qnh berirlit ge^^'\ en , dat op het arrhief aldaar niet!» over 
F4r-r ti* vinden i.**. 'Avlh niet zijne aanstelling tot liriiradirr. 

Wij zullen than« no^ mtvlcMleiden , wat in andcre brieven 
W oii« ^*\(mden is, dcK*li vooraf zij hier ffi*meld dat in het 
JMr li>:is vr trn ei*uwiplurend contract > met den Keiier was 
R>l(4rn , nadat van de Portu^*<*7en vele plaatH*n waren vt^nivejnl. 

()p dat eontnM't ffnmddf de (Vnnpainiie haar n*eht \an bezit 
=• Crvlon : anderen mtrnen — aU de (iouvenieur-(ieneraai van 
i»h(i(f — flat het j«le<'lit'* i> utipcM^ideti.H. ^ 

lit lepM'hillende p't:e\en!( blijkt dat de laten* vor>ten on- 
^«t4iif ^•9it4'md wan>n zirh aan de i n t^n^tMikom^t t** houden en 
'^^ !irt Wtuur te IVata\ia alh^ had aanp'wend om met irn 
i?*iHtijr tn'^ol^r op (\'vl«iii U' hlijvin h;indi-h*n. wrrd I'indelijk 
i> 17ti*i lM*7i|ot4Mi dt'H vor>t d(H>r den tM>rliitr U* dwiiif^n. 



' Til ■!• lUacwh* li««M»unir mn 1«I0 t.4 1717 
' VAkktijii. Dl. V. hU. lift. 



148 

Yolgens berichi van 20 Jauuari 1764 van Michiel Romp * 
was liet nog niet tot vechten gekomen, docli de Gouvenieur 
en veldoverste van Eck was zelf in persoon te velde getrokken , 
zoodat men met smart den uitslag te gemoet zag, temeerdaar 
men de handelingen der Engelschen daar zeer mistrouwde. 

Dat R. de Klerk belast met de expeditie naar Ceylon alle 
krachten inspaude, blijkt ook uit een brief van Padang, ge- 
schreven door den Gouvemeur van Sumatra^s Westkust (Heudrik 
van Staveren) op J 5 September 1764, waarin hij kennis geeft , 
dat vijt scliepen naar Ceylon van daar warcn afgezonden, het- 
geen hem in groote verlegenheid braclit. 

Den 15 October 1764 lezen wij in een brief van Beiniei 
de Klerk a 

//dat de Expeditie tegen liet Candiaanschc 

hofi' door tegen natuurlijke oorzaken , gebrek aan draagvolker» 
en meer andere inpediementen , dat gelukkig succes niet heefi 
gehad, dat men daarvan had kunnen hopen, als hebbende d( 
Ilcer van Eck sig moeten vergenoegen met diverse postvat- 
tingen in 't Koningsland, om was 't mogelijk de Cancel inzaanr 
(inzameling) sonder interruptie aan de gang te houden.ir .... 

Verder laat hij daarop volgen: //hier is nog volk nog gelc 
meer te negoteeren. Nog bij de Bankcourant of eenige anden 
collegien, veel minder bij de Capitalisten , die den hachelijkeii 
toestand dezer gewesten overwegende, jaarlijks hun middelei 
hebben overgemaakt. // 

In een daarop volgend sclirijven van 25 October van dal 
zelfde jaar zegt hij: //de extraordinaire expeditie naar Ceylon 
heeft de landmagt zoo sober gemaakt, dat ik daartoe het si* 
lentium doe.// 

In een bericht uit Batavia van Mr. Romp van 18 Octo- 
ber 1764 lezen wij dat de toestand te Batavia zoo zorgwek* 
kend was, als hij het in zijn dertigjarig verblijf nimmer be 
leefd had, niet alleen gebrek aan militairen, maar aan credie 
en geld, dat de silveren specie, tot zelfs de duiten in kluis 
als van Batavia weggevcegd waren, waardoor de vaste paudei 
beneden de helft van vroegere jaren gedaald waren, alsmed* 



1 Raad van Tndio tc Batavia. 

- Raad van Indio, opvolger van P. A. van dcr Parro aln Kottvemeur 

gonoraal. 



149 

•lit lir uit^'hrnclitc ir<M'(iiTrii aU wijn , hifn'ii , i<lrin allfr amien* 
lann «n lM*ii«MNiipilir<lfMi tcp'ii !(|M>t|)rijz(*ii t(* iM'koinrii xijii. > 

Kriiiicr i\v Klrrk, dir )M*la.Ht wa** uwi de suikrii \aii (Vvloii , 
vhrijft •M 8t'ptiriiibt*r 1765 uit Hatavia: 

"V<M)r lirt f)V(>ri|ft* vrrlaii^l iiurii met sdiiart 

lur tijdinfr van (Wl<m, t4' iii(H*r d' Kn^;lflrlu*ii wccIit zi) ron- 
<ilmbf'l reiifort van uiilitie op dr ku8t ontvanf;i*n hrhben dat 
V lekrrlijk mnr al met ffrooUT projirU^i miHtUrn siwangtT ^aan : 
lb nni drn Tn^vanror, ^Oijk sonnniirt* willcn den (N)rln^ t4* 
rerklin*n 

'Ondortusm-hrn zijn wij hirr p*s4'ton mmder wmgt of geld ^ 
M laai«it«' in s(m) vrrn* mvu nofr .H<'\en dui»*nd rijksdaalden* 
w giiifrbi*r(* inunt in v(M)rnia<i had « :*vdvr\ Iut(1 men drie Uni 
fVKcnrift'rt en lioe het noff venler »il pian is den Ahm^nden 
iBmi bekent . 't e(*nip(t«* da^ir ik mij ni<*4* p*trn()!(t4*n kan , 
^ ik alle mijnc vennoi^^n> bij vele v(N>niame he<*n^n van *t 
^nd heb ^^*!«t4rld , om haar Va\^ wai* 't mit^dijk , M*n waar 
Mhn-lil van (Mizen sor^dijken en bt*.kommerlijken tttaat in U* 
Wsrmen, aN het eeniffste dat er vid^^ns* mijn M*huldif;i* ge- 
^n«lrni*M' nci^ (»\er was frebh'veii oin de dreijin*nde onheijirn 
«» *ffl mop'lijk af te wen'n.*' 

(liiidelijk kwani <ien 2:!" Febriiari 17^(1 de blijde tijding 
•*• de irrrM»t4- overwinnin^r te OolomlNi op den lJ>n Februari 
m h'haald. 

lit de vele brieven blijkt de \ n;uf?ile tc* llatavia o\er dit 
*««t» der w:i|N*nen op (Vvhm. OndublN'lzinni^mdinjft men, dat 
^n drn oorlo^ ze<T is op^ezien, z(N»wel om de onxekerheid 
*tt Hrti uiulair ;ils om de on\ennijdelijke ^dmiU* onkontc'n. 

\olp*ii.. hrt rap|M)rt van het (leheim O^miite te (*>(dombo «an 
-• Febniari 1 7t>t» uit kaiidia door den (iouvenieur en Vehl- 
MfTMe \dn hi'k , wen! irenield \ oldens eene me^l^brlinj? van 

"!)«• Mail i«» bi| verr.i>'»in;; nip*nomen , men lieffi 
*^^» III hvx KeiMTlijk r.ileis in <»nb-r U'vonden en lie daar xijnde 
i'MflijI^,. inciil)f-lrii iiiit^iraders e<Mi iiieiiiirtr \an ifotid en zilver- 
••■'Ini Ai-lf* t^it lene i'naiu- M*hat on:unp*nwnl p*lat«-n 

^HtlfvritftJMiiidr difti ti>««>tAii<) Mt'^ii'loii df Artirii v«iidr<Kl i*«>lD|»ainiir 
* *«*i iHv '^t >r» rii ill 177^1 .'|» ;kW rii »#»If- ill 17'»0 n-ir .i* W7 |»<H, ; 
^*^' lb 17M \Arrk *\v im^timHufr t«>«wi«litl. Ilri i* U>krii«J . U'*«'r wrlkr mid 
^ |r»«inpi}rcrd«* Miwtiidiapf>ij nch hm Uu^i'ii lijd lia«l weieii !« dekkM. 



150 

//De keizer en rijksgrooteii wareii echter alien weggevlucl 
terwiji de Keizer alleen de Kroon en het Rijkszwaard met zi< 
gevoerd had zoo men raeende naar de tweede hofplaats in < 
gcbergten van Oeva circa 12 uur verder gelegen en had ( 
Gouvemeur van Eck op approbatie van de Hooge Regeerii 
ter bdooning harer betoonde bravoures en getrouwe dienst< 
den Luitenant-Colonel Jan Jurgen Feber, tot Colonel, den Majo 
van Wesel tot Luitenant-Colonel en de kapitein Frankema t 
Majoor mitsgaders de koopman en Secretaris Gerard van Ange 
beek tot opperkoopman bevorderd./s' 

In een daarop volgend relaas, overgenomen uit debericht( 
van het Gelieim Comite, deelt de heer Michiel Romp nog h 
volgende medc: 

/'dat gedurende de veldtocht naar KsLnAi&negen/ormedevel 
slaagen zijn voorgevallen waarin de vijanden totaal verslagen zi) 

//Eindelijk is het ontoegankelijk gebergte doordeonzen gelukk 
beklommen en heeft men de daarop aangelegde twee vestingen ve 
overd. Voorts de koninglijke Residentiestad Kandia vermeester 

//De naar Hangerakette in het Rijk van Oeva gevlacht( 
koniug werd van daar naar Badasle, het uiterste gebergte vi 
Oeva naar de kant van Batticaloa verjaagd en de koninglij] 
familie uit Mandamanoeva een kasteel in het Rijk van Mata 
op de vluclit gedreveu en dus is de trotschheid van het Kai 
diaansche hof ten eenenmale vernederd en daardoor laatstelij 
het in den beginne der onlusten zoo moorddadig vergooten bl« 
onzer landgenooten gewroken en de luister van de wapenen d 
CJompagnie en deszelfs Eer door de geheele west van Indie ( 
de eklatantsche wijze hersteld en uitgebreid. 

//Doch slechts drie weken na den veldtocht is de brave he 
van Eck na op Columbo te zijn teruggekeerd , daar, na « 
ziekte van circa tien dagen overleden , zoodat de directie si 
den Staat in oorlogszaken toen gedemandeerd waren aan de been 
Burnat, Feber, Moens en Angelbeek.// 

Reinier de Klerk laat zich over deze overwinning op de vc 
gcnde wijze uit in een schrijven van Batavia 30 April 176i 
"(lat van de door God gezegende overwinning op 19 Febnia 
jongstleden het voor de Maatschappij eene dubbele gelukki| 
overwinning was dewijl de mee-ste artikelen en ammunitie 
ouzo handen was gevallen en daar onder ongeveer 40 stakk( 
kanon zijn bevonden , ongerekend nog eene considerable buit enz 



151 

De Raad van Indie Jan Schreuder « bericht 7 April 176fi 
dat: //men wel gedrodgeu was den oorlog te voeren daar men 
met alle aangewende pogingen tot verkrijging van een billijke 
vrede met de Candiaansche vorst geen de minste succes had 
en met kostbare ambassades, geschenken, bidden en smeken 
niets vermogt maar wel verpligt werd het zwaard andermaal 
nit de schede te trekken als in een vroegeren oorlog, toen te 
vergeefech zooveel bloed gestroomd had." 

Uit Batavia, 10 April 1766, meldt Reinier de Klerk: 

//op den 24 Maart per schip Renswoude alhier 

soo heugelijke ontvangst tijding dat de vrede tusschen Com- 
pagnie en den Kouing van Candia eindelijk den 14 Februarij 
passato op een allesints honorabele en protitabele, mitsgaders 
recht tijdige wijze getroften was, na mijn geringe manier van 
denken honorabel , wijl we daardoor in het Caracter van tweede 
mogendheid met alle verzekering hebben verkregen voor onze 
oude etablissementen en possession, maar ook door de afstand 
der ons tot hiertoe outbroken hebbende stranden onze compedi- 
teuren de magt benomen sien om in tijd van vrede met Can- 
diaans Coning te kunnen corresponderen , of sig onder hun 
bevorens soo sterk gepretendeerd recht ergens aan de stranden 
te etabliseren, profitabel wijl we daarbij bedongen hebben de 
vrije canneelschilling alomme in 's Konings landen zonder dat 
we voortaan gehouden zijn eenige lastige verzoekeu door con- 
tinuele ambassades gelijk pro dato te doen , met meer andere 
notabele articules specifice bij 't contract aangehaalt. En ten 
derden Recht tijdig! Wijl onze militaire magt, door alle die 
marsen en contramarsen soodanig was gedeminueerd dat w(i 
zonder een ontzachgelijk outset uit Europa, soo van volk 
als geld, naauwlijks meer als defensie sonde hebben kunnen 
ageren, enz.// 

Het blijkt evenwel uit het slot van dezen brief dat de Klerk, 
hoewel zich verheugende over de overwinning, vrees had of 

de vrede wel be^stendig zoude zijn : 

//dat men zoo ginter als hier hoopen kan dat 



1 Hij was Qouvenieur van Ceylon voor R. de Klerck , die hem 7 Decem- 
ber 1760 opvf'lgde en weor vci'vangen werd door van Eck, beiden van nabij 
met den toeetand aldaarj^ekend. 



152 

(le vrede iiiet ligt meer zal verbroken wordeii door deiiotabele 
Buines die 's Konings landen hebben moefcen ondergaan , maar 
of men aan alle vernidmgen en venooestisigen alleen wel kan 
en mag attribueren , de getooude genegenheid van 't Hof tot 
vrede werd zeer in twiifiel getrocken bij die 't heeft gestelt van 
den in 't verschiet op het tapijt gebragten pretendeut van den 
Throon. 

'/ De cordate aankondiging aan de gesanten om te vertrecken 
wijl de Comp. zonder de opgegeven pointen nooit tot de vreede 
zou overgaan, de bij die occagie gedane bedreijging, om den 
Prins wiens genoegsaam ontwiifielbaare geboorte doen al aan 't 
llof was bekend geworden zijn fortuin te beproeven; de alle- 
sints vruchtelooze pogingen van den koning bij de CormandeLse 
en om dien gelegen vorsten, En de onverwachte marsch van 
den majoor Dufto Lot op de grenzen van 's Konings Edelste 
Provintien Lewct en van Matule; die dus den weg voor zig 
had om de overige C3oaIes tot schande te Bnineren. Alihans ik 
meijn op fundament van de d'allgueerde remarque niet minder 
gewettigt te zijn om te opinieeren , dat indien den Koning zig 
niet door een van deeze dan wel door de met den anderen 
concurerende omstandigheden in het uijterste gevaar had be- 
vonden dien vorst nimmer zijn zegel van approbatie zou g^ 
hangen hebben aan een contract zoo oneijndig verscliillende met 
zijn vorig systeem en nog meer met zijn verbUtert gemoet tegens 
de Comp. , dan het zij daar nu soo 't wil heeft imand reden 
gevonden om uijt grond des harten den Aimogenden te dancken 
voor 't geluckigt*, Evenement dat w'om dien oort staan te be- 
leven // » 

fn een brief van Batavia van IG Januari J 765 deelt M. 
Romp ons mede: 

/' van Oeylon hebben wij nog geen nadere tijding , doch wd 
dat den 29^ en 30" December 1704, (xode zij dank, hierbe- 
houden aankwamcn de schepen Amerongen, Kattendijke en 
IJsselmonde, doch die bodems hebben van de uitreis tot aan 
de Kaap zeer veel dooden en zieken gehad zoodat van de 910 
koppen waarmede ze uit het vaderland uitgestevend zijn alhier 
niet meer aangebracht liebbcn dan ruim G50 koppen in 'tge- 
heel , zoodat het grootelijksch te wenschen is dat de overige 
uitkomenden en verwaclit wordendc schepen in dat opzicht 
g(^lukkiger mogen zijn want wij zijn liier genoegzaam ontbloot 



153 

van manschappen en liet getal der overledenen en begravene 
gemeene Europeanen zoo militairen als zeevarendeu als bur- 
gerlieden uit de Corapagnies Hospitaalen bestaat alleen in 1755 
koppen. // 

In een schrijven van den 2 On October 1765 zegt hij dat: 

//In de maand Julij 194 en in Augustus 

£60 en in Septer 1 92 militairen en ambachtslieden in de Hos- 
pitalen overleden zijn; terwijl destijds nog 1600 Europeanen 
in de Hospitalen verpleegd werden. // 

Uit dit bovenstaande blijkt genoegzaam in welke zorg de 
Ck)mpagnie verkeerde, toen zij gedrongen was tot den oorlog op 
Ceylon. 

Het na de overwinning gesloten contract met den vorst te 
Colombo is van 14 Februari J 866. 

Het bevat 25 artikelen en is als bijlage hierbij gevoegd >. 

//M. Romp 10 April 1766 meld de Compapnic groote voor- 
deelen van deze overwinning kan verwachten , het tevens van 
goeden invloed zoude zijn op de overwal van Madura als op 
Malabar en (voromandel waar zeer groote revolutien te duchten 
waren. // 

In verband met den toestand van de O. I. Compagnie is het 
noodig hierbij te doen opmerken, dat meermalen gewag wordt 
gemaakt van het groote gebrek aan militairen, zoo noodig tot 
behoud der bezittingen van de Compagnie. Zoo schrijft Petrus 
Albertus van der Parre * den lOn Januari 1766: 

/'dat de ruime uitzending van militairen voor Ceylon een 
groot voordeel mag geweest zijn, dan hier (Batavia) en gansch 
Indie verkeert men in een vrij groot gebrek om militairen.// 

Wij zullen hier ten slotte nog vermelden dat: 
//het gebrek aan militairen vooral ook werd veroorzaakt door 
de groote sterfte in de Hospitalen, zoodat men zelfs niet in 
staat was om Ternate en Makassar met eenige militairen te 



* Zie dese Bijlage hieraohter. 
' DestijdB Gouvemeur-Geiieraal. 



154 

soutinereii > , die daar zoo hoog noodig waren , terwijl daaren- 
boveu de aangekoniene aan de Kaap de Goede IIoop uit het 
vaderland aangebracht , nioesten overgaau oin op de uaar Ceylon 
gedecimeerde schepen Giesenburgh en Jjekkerland tot suppletie 
vau de op die bodems, gedurende de uitreis tot aan dien uit- 
lioek overledene en aldaar aan den wal gebrachte zieken. Zijnde 
het eerste met 56 dooden en 116 zieken en het andere met 70 
dooden en 30 kranken daar aangekomen die van de voor Batavia 
gedestineerde schepen ten voorschreven 'einde gelost zijn, als: 
van de Barbara Theodora ... 40 militairen 

van de Oranjezaal 59 n 

van de vrouw Petronella ... 50 // 
van het Huis ten Donk . .110 m 

259 koppen. 
//Waardoor, vermits de verdere sterfle op die bodems gedu- 
rende die reizen, alhier (Batavia) niet meer aangebracht zijn 
dan 121 militairen. De zieken en impoteuten daarouder gerekend. 
/'Daarenbovtin hebben wij de fatale tijding dat het schip de 
Eendracht almede aan voorschreven uithoek gearriveerd was 
met 70 dooden en 90 zieken, zoodat wij daarmede weinig volk 
tc wachten hebben en dus nog maar in de hoop leven dat 
Lapinenburgh , die reeds aan de Kaap was, 'sGravesande en 
Schagen die er nog verwacht werden, gelukker reizen omtrent 
liaar volk zullen hebben.// * 

Michiel Bomp meldt 10 Januari 1767, dat de voordeelen bij 
het sluiten van de vrede met den vorst groot zijn .... /i^ als 

I De resident van Qorontalo J. WttowaaU was genoegsaam van alle maoht oni* 
blodt, d()ch had het icduk op zeor vriendschappelijken voet met den vont 
Mono-Arfa tc vcrkeoren , hetgeen uatuurlijk van zeer veel gewioht wm. Tot de 
vorplioiitingeii van dien vorst behoorde (M»k het leveron vau hout voor paliih* 
Hadon om hot Fort , dooh hoewel roods moermalen door den Resident op de 
lovormg was aaugedrougen , hot hout bleof uit on de vragen werden met ean 
Hohouderophaleu boantwoord. 

Ton laatsto werd het verzoek om levering met nog moor aandrang gedaan , 
diiar, indion er goon gevolg aan gogevcn word , liij andors verplioht sou sijn aan 
de Heorou Moostors to Batavia daamver to sohrijven. Mono-Arfa, ontstemd 
door hot herhaaldo vragen, gaf ton antwoord : it morgen sullen de paliBMbden 
or Htaan >% wat door don resident natuurlijk voor oumogelijk werd gahouden. 

Don volgeuden morgon trok do vorst zijno ondorhoorigen bij^ , plaatate 
hen man togen man rondom hot fort en gaf aan den cmtetdden rendent 
hot volgondo besoheid : 

•I Sohrijf aan uwo Hecren Meoetors , dat , indion het alleen om den liandel 
to doon is, zij steeds oi> deze leveude palissadon kuimen rekeueu. ti 

3 Miohiel Romp, Bataviu 20 Januari 1764. 



1 55 

vri] <r)iilleii \aii lU* ( anrcl /^Miwfl in fir ()<)m|m|^inV, aU in 
^ k(min^land«*n (»ii(l(*r dc i;uiisti;rst<* lN*|Kilin^ van 1(1 njks- 
.ittUrr* Mnn ile S(M»ki»l van ss ii (*n nirrr andrn* voorrcgten. '^ 
Hij «lait zijn brirf met dr krnniK^rvinff , '^dat frt^lunuide het ftv- 
Ifrlf jiAr 17HI> f*(*n mnsidoraM p*tal \an 2U.SS FjUn>p(*7i*ii in de 
b^ulrn xijn ovprleflon en allien in dr drio laiitHt4* nmanden 51 0.^* 

Ib rrn bn«*f van Kaiavia. 1< Mci i7li7, i^ceft hij be rich t : 
•4t hH dm niouwcn iiani^sfclden (i<H'Vcrnrur Falck gelukt 
• irirrrdr op Kulk (*(*n faMHirablr wijxc V(X)r do maatachappij 
art dm voist t4? Mluit4'n als uicn twit kon verwachten « vaarvan 
tij M ivwl* dr k(»«u*lijk«' MUi'htrn plukkfu. zcxKlat ouder meer 
^ «mrndinirt*n in hvi ir(-*))aHMN*nl(* najaar van 5 sichcpen van 
ku naar N(*<l(*rland alio nu*t kantnd , p<^pcr vn lijnwadcn bt^ 
vacht ti4 (tMi ink(M»p van mini 17 t^mnen iirhati«« dat in veh* 
nirt irebeurd is. " 



Irinirr t\v Klerk nirldt uit l^tavia op M) Januari 17IS7: 
*4c illt^n HI S(»pt<^inlNT 170^» \an onxo irerin^ ma^ £01 
Eifqpmtrn in <!«• hospitjilen ire8t4)rvrn zijn. ^ 

Mrt M^hrik firnkt mm aan dt* ontzai?|r(diiki* mnnifrte. van 
■*rhfn dif <»p dr i) I ()omptiifnir-!«<*h<*p(*n m in df h<wpi- 
Mm ornkvanifn. 

X« hft jaar 1771 /.ijn door mi) srtHMii* aantcekeniniiff^n ^'- 
*4i^. h<N*w(*l hrt blijkt, dat dc to(*5tand zeiT onfrunntifr i^ 
ffUnrn «*n df*nnat4* dc aandacht tn>k , dat kei HaUKmaoMCk 
9^ftl9ekap U' Rotterdam in hot jaar 1775 orno priJMraafr uit- 
*kr*rf, mot dr vraa^: waaroni or iip do !«rhop<*n dor Xwlor- 
^tt^rho () I (oinpafniio thans wm^vt \oik ?»tiorf dan voorhrrn 
t Mrrr dan bij andfn* nation 

I^ antwoonion urrdm in hot tr<*noot*M*hap op^nomon in 
^ 'lenlo IWl 

M^ zif do tufi-ilc vtTh.iiid(*linir van l)irk Sohuunnaii , biz 
»^ en vo|p*ndo t-n di- donlo van Joachiui Frudorik Uullor , 
^t *H, alwaar hi) vmnoldt dat oiiri^nlijk do buitengewone 
*Tflo up do !*oho|)on I in/or ( ) I M aatj«rhappij wrst rrcht in 
!»T»*nrn mot h«-t jaar I7t>7 

Rpcii* III 1519S U'LTinifon do .\o4lcrlandn> do fuut wolke dr 

^ I C«ifnpa(nn<' voortirciriiaii i« mot oono noodlottifrt* hanl- 

^ik'irlirid aan hart* ka))it<'iiii*ii Xv ln^vrlm, hcM* 7.ij do vaart 

«vM^ti iiotnrn; tiat )ii-«*t't aan vrlr diiizoii«li*ii lirt lo\m sfokcM. 

h0 V.4irr X 11 



156 

De fout hier bcdoeld is div/je, , clat dc schepeii in plaats van ' 
waarts naar do kust van Brazilie te loopen zich oostwaart 
gaven in de bocht van (iruinea waar men veeltijds stilte, weesi 
hitte en een doodelijk klimaat voor dat gedeelte aani 
waarvan de gevolgen niet uitbleven, terwiji van hen die 
de Kaap nog levend aankwamen , later nog bij duizenden stier^ 

Den 18«» en 25®" October 177.1 sehrijft Jeremias 
Riemsdijk "dat er van Batavia 5.000.000 ponden zwarte 1 
zouden af komen , indien er maar genoeg schepen aanhz 
zijn waaraan het begint te mankeren, zoo door het vert 
lukken als afleggen van de onbekwame en die eerdaagsmt 
afgelegd worden , als ten eene malen afgevaren zijnde , terwiji 
de groote sterfte van Matrozen en Soldaten de regeringdik 
verlegen is hoe de schepen te bemannen, dat van 1 Septe 
1770 tot I September 1771 in de hospitalen te Batayia ! 
overleden zijn *." 

Ten slotte is het niet onbelangrijk een overzicht te ^ 

van de winst- en verliesrekening der bezitting van Ceyloi 

de jaren 1628 tot 1747. 

Wij lezen namelijk in de Haagsche Bezoigne, artikel Ce 
'/Dit Comptoir is van A** 1623 tot 1706 jaarlijks veraj 

door malkander omtrent vier tonnen gouds. Van 1707 tot 

doorgaans gewonnen : 

A« 1707 / 192.695 

„ 1713 ,,236.829 

1715 ..614.137 



i»*»*^ „ 



1722 249.654 

Sedert 1729 tot 1742 altoos veragterd. 

Lasten. Winsteu. Veragterd. Qem 

1721 / 1.082.627 / 1.274.296 / — / 191 

1730 ,,1.245.159 ,,1.070.778 ,,174.380 

1735 ,,1.241.828 ,,1.134.720 ,,107.107 

1742 „ 1.435.359 „ 1.134.620 „ 300.739 

1747 ,,1.249.832 ,,1.249.832 „ 2.479 



^ Mm. van mijii vader mr. Qerard Wttewaall. 

' Men zie meer bijisonderhedeu in «ildt8 over Stnnair^^s M^eHknH 
aanleiding van het koo belangrijke handaohrift van Huibert van Bftsel 
Bxtraordhiair van Neerlands Indie. (>])^ennmen in het Tijdaohrift van 
Sloet tot Oldhius, 1)1. 13, Stuk 7 en de daarbij aau^haalde offioie^ebi 



157 

„Volgcns ecnc aaiiteekeuing vau A« 1747 zijn de in- 
,,kom8ten van Ceylon van de verpachtingen circa . . / 160.000 
,,de thienden der Landeren soo in Rijst als geld . . „ 350.000 

„verders de winsten op de negotie , als : 

„voor de overwalsche winsten „ 170.000 

Jjijnwaathandel „ 100.000 

,.Arrack / 150.000 

,31epliantshandel „ 120.000 

„ 270.000 

^Winst op Cancel „ 150.000 

mAb OTerige hnislijke winsten „ 200.000 

/ 1.400.000 

tJjBBien als ordinaris, randsoenen, circa / 200.000 

,»0zdinari8 onkosten circa ,, 120.000 

yJSxira ordr dito b^ gissing „ 30.000 

,39vip<^® ^^^ scbepen „ 200.000 

„8oldig die eijgenlijk ^een lastpost hier is „ 600.000 

MSchenkagie sijn niet minder te doens als met . . . „ 40.000 

yyde oYerige lastposten steld men in alles op . . . . „ 30.000 

/ 1.220.000 

De Gouverneur-Generaal van Imhoff bewijst hieruit dat 
Ceylon, "als men de mesnagie betragt '/, nog een winstge- 
vende post lean worden gelijk anno 174| reeds bo ven de groote 
lasten /8I87 gewonnen is. 

Wij sluiten hierinede onze mededeelingen , alleen of voorna- 
melijk belangrijk voor hen , aan wien de toestand van de O. I. 
CSompagnie minder bekend is. Het was ons niet te doen om 
een boeiend verhaal te leveren, maar slecbts om minder alge- 
meen bekende zaken en feiten te vermelden. Men gelieve dus 
den stijl niet te beoordeelen .... telle het doel alleen. 

Utrecht, Febniari 1X85. 



BT.TLAGE. 



Kennelijk zij aan een iegelijk dat hunne Hooge Mogendc 
de Doorluchtige Heeren Staten Generaal der vrije vereenigdc 
Nederlanden , en de doorluchtige en machtige Nederlandse oost- 
indische Compagnie aan de eene zijde en zijn keijserlijte majes- 
teit de doorluchtige en machtige vorst en Heere Kiertie 8ri( 
Raja Singa Keijser en Koning van Gandia mitsgaders de Rijcii 
Edelen en Hofsgroten van zijn K. M. aan de andere zijde mel 
den anderen over een gekomen zijn om den oorlog die tusser 
beijde Mogentheeden ontstaan is te eijndigen en de vreede er 
vriendschap op 't nieuw met elkanderen te sluijten enzulcxoj 
(le ondervolgende artikelen die tot een onbeweeglijk Pundamenl 
van den nieuwe vreede en een onverbreekelijke vriendschap tol 
wederzijds genoegen beraamd sijn en bij dezen vast gestelc 
worden, door de wederzijdse daartoe geregtigde perzoonen U 
weeten van de zijde der doorluclitige en machtige Gompagni( 
op den hoogen name van hunne Hoog Mogende en doorluchtige 
Heeren Staten Generaal der vrije vereenigde Nederlanden dooi 
den Wei Edelen groot Achtbaren Heer, Mr. Iman Willem Falck 
gouverneur en Directeur, benevens de heeren Leeden in der 
Raad van Ceijlon , en van de zijde zijner Keijserlijke Majesteil 
den Doorluchtigen en Machtigen Koning van Gandia door dc 
daartoe Expres gekomene Heeren Ambassadeurs de Hoog Aan- 
zienelijke Heeren Rijcx Edelen en Hofsgroten Doembere Rale- 
hamij , groot dessave van Matele , Pilime Falauwele Ralehamij. 
groot dessave van Saffergam en de driekorles, Angammonnt 
Ralehamij , groot dessave van Oede Palate , Miewattere Rale- 
hamij , groot Secretaris van den Koning en Morgamme Mo- 
handeram Ralehamij. 

Art. 1. 

Tusschen den Koning van Gandia zijne hofsgroten en verden 
Ingezetenen aan de eene en de Hoog Mogende Heeren Statei 
Generaal de^ vrije vereenigde Nederlanden en de machtigi 
Nederlandse Gompagnie en derzelver Ingezetenen aan de andere 
zijde sal van nu af aan een nimnier verbreekelijkc^ vriendschaj 
geliouden werden. 



159 

2. 
Z. K. M. de Keijser vau Candia en zijn Majesteits hofsgroteii 
erkennen de doorluchtige groot machtige Heeren Staten Geueraal 
der vrije vereenigde Nederlanden en de machtige Nederlandse 
Compagnie voor wettige Souverainen , en eenigste opper Heeren 
van alle de Landen die de Comp. voor 't begin van den thans 
Eijndigenden Oorlog op dit Eijland bezeeten heeft te weten het 
Koningrijk Saflfanapatnam met desselvs onderhorige landen en 
Wanniasche Provintien , het Eijland Manaer met de daaronder 
gehorende Provintien, tot daar de provincie Pdtulang begint, 
Calpettij met het daaronder gehorende gebied, de Colombose 
Dessavonij , het district van Gale , de Dessavonij van Mature , 
Batikalo en Trinkonomale met de Landen die van ouds onder 
die plaats gehoord hebben en Z. K. M. en de Heeren Hofs- 
groten doen afstand van 't regt en de pretensie welke het hof eer- 
tijds op de voorsz. Landen gehad ofte hebben, gepretendeert heeft. 

3. 
De Koning en zijue hofsgroten staan daar en boven aan de 
hoog voorraelte Comp in souverainen en voUen Eijgendom af, 
alle de zeestranden rondom het eijland in zo verre de Comp. 
dezelve voor den thans eijndigenden oorlog uiet reeds bezeeten 
heeft, te weeten aan de westkant van Kaimelle ^f, tot het 
Ja&asche gebied toe, en aan de oost van daar 't gebied van 
JaSanapatman eindigt tot de Eivier de Waluwe toe, en wordeu 
dcsBe stranden invoegen voorsz. afgestaan ter breedte van een 
Singaleesch mijl Landwaai*ts in min of meer na mate zig zulcx 
na de strekking van bergen of rivieren zal schikken. 

4. 
Om de grensen van deze afgestane Landen nader te bepalen 
sullen van beijde zijdeu Comraissarissen benoemd werden en zal 
men de meeting beginnen van 't hoge strand van 't vaste Ijand 
af Bonder daar onder te reeckenen het afgebroken Land of de 
Eijlandjes als Navikave, Kariandivo, Poliandivo enz. enalzo't 
de Comp. niet te doen is om zig tot nadeel van Zijn Majesteits 
Inkomsten te verrijken zo beloofd z' bij dezen jaarlijcx te zullen 
uijtkeeren so veele sijn Majesteits Inkomsten van deeze thans 
aan hare afgestane stranden bedragen hebben tot welken einde 
de voorm. Commissarissen die de Limiten Reguleeren ook aan- 
gaaude de Inkomsten de nodige schikking maken zullen. 

o. 
De (loorluchtigc (Jonip. rrkend daarentegen de Koning voor 



160 

Souveraiiien vorst eu heer van de overigc Landeii van dit Eijland. 

6. 

De doorluchtige Gomp. zal uijt Liefde voor de vreede en 
zuijvere genegentheid aan den Koning wederom geven alle de 
Landen die in deesen oorlog door hare wapenen verovert zijn 
dog hier van blijven uijtgesondert de gesamentlijke zeestranden 
en 't Land en de plaatsen binnen het besteck van twee uuren 
gaans aan de zeeleggende als zijnde reeds bij het derde art. 
voor de Corap. bedongen. 

7. 

Alle 's konings bediendens hoge en lage onderdanen stdlen 
vrijheid erlangen om zo uijt de Lemaijs en verdere zoutpannen 
om de Oost als van Silauws en Puhiilang ora de west so veel 
zout te lialen als hunn behaagd sonder iets aan de Comp. of 
iemand van harentweegen te betalen. 

8. 

Op die zelvde wijse sal de Comp. vrijheid hebben in de be- 
needen landen van den Koning te weeten de Dessavonij van 
Saffergam de drie en vier Corles en de zeven Corles tot aan 
't gebergte Ballane toe Canneel te schillen. 

9. 

De Koning zal den kanneel die in de boveulandeu dat is 
Voosten 't gebergte Ballane groeijd door sijne onderdanen laten 
schillen en alleen aan de Comp. of Gkile, Colombo of Matdre 
tegen betaling leveren mitsgaders voor iedere baal goede en 
fijne Canneel vijf pagoden ontfangen ieder baal moet 88 8 weegen. 

10. 

Elpeubeen , Peeper , kardaraon , koffij , areeck en wacx sal de 
Comp. met uijtsluijting van alle andere al meede tegen betaling 
ontfangen voor de volgende Prijsen voor een pond peeper met 
5 pT Cento overwigt voor de Indroging 4 stuijversof y^ pagood 
voor 1 ft koffij met 5 p^ Cento overwigt 2 stuijvers of y'^ 
pagood voor een ammonam goede gedroogde areeck van 26000 
noten die van wegen den koning geleevert werd 8 rd" of Ij 
pagood, voor 100 8 wel gezuijvert wacx 25 rd^of 12^ pagood. 

11. 

Dewijl de Comp. hier nooijt in Elpenbeen handel gedreeven 
heeffc en men dus de prijs niet weet sal dit artikel in vervolg 
van tijd geschikt worden. 

12. 

En zo wanneer de Comp. in der tijd eenige andere Producten 



161 

uijt 'skonings Tiand mogte noodig hebben suUeu de prijsen 
daarvan iiaar billijkheid worden bepaald. 

13. 

Ook zuUen de wederzijdse onderdanen met Elkandereu allerlij 
geoorloofden handel mogen drijven tot dat einde zuUen de 
Kandianen vrij en onverhinderd te Colombo, Grale, en op alle 
andere Comptoiren mogen komen en kopen en verkopen met 
die zelvde voorrechten en vrijheeden als de onderdanen van de 
Gomp. en in zelver voegen sullen 'sCompagnies ingezetenen in 
^sKonings Land Negotieeren zo dat beijde natien voortaan 
voor eene zullen gehouden worden zonder dat den eene eenig 
voorrecht boven den andere hebben. 

14. 

Vermits nu 't belang van wederzijde in de behertiging van den 
teeld der Producten van 't Land en in 't tegen gaan der sluijkerijen 
geleegen legt verbind zig den koning so wel als de Comp. tot beijden 
met belofte van wederzijdse assistentie, en zal het aangehaalde 
in 'skonings gebied al behoorde het ook aan een onderdaan van 
de Comp. sonder oogluijking ten behoeve van sijn majesteits 
schatkamer verbeurt blijven , gelijk daar en tegen aan de Comp. 
verbeurt zal worden al wat binneu haar gebied word agterhaald , 
al ware het aan een van 'skouings onderdanen toebehorende. 

15. 

Wanneer den koning eenige goederen van buijtenslands be- 
nodigen mogte zal de Comp. dezelve zo z' te bekomen sijn 
voor sijn Majesteit bezorgen na de monsters. 

16. 

Daar en tegen verbinden zig ook den koning en Hofsgroten 
om op Battikaloa en Trinkonomale aan de Comp. zodanige 
houtwerken te leeveren als de (!)omp. benodigt sal sijn. 

17. 

Alle gevangenen so Europeers als Maleijers en Sipaaijs , alle 
deserteurs en overlopers so van de Europeesche als Inlandse 
militie, alle Rebellen uijt 'sComps land overgelopen sullen ten 
Eersten uijtgelevert en het bij Hangwelle en elders veroverde 
kanon van de Comp. zal aan liaar wedergegeven worden. 

18. 

Ook zullen in den aanstaaude wederzijdse overlopei's en weg- 
gelopene slaven ten Eersten opgevat en uijtgelevert werden voor 
ieder slaav sal den Lijfheer tien rijcxds betalen tot een premie 
aan dengeenen die hem opvat en thuijs bezorgt. 



162 

19. 

Indien eeii ondenlaan van de Comp. in 'sKouings* land 
eeuigen moetwil pleegen of zelvs wel lij&traifelijke misdaden 
begaan mogte, so zal dezelve van zijn majesteits volk opgevat 
en met de bewijsen van sijn misbedrijv aan de Comp. ovei^e- 
geven werden, die den znlken alsdan behoorlijk straffe en aan 
de beleedigde Partij satisfactie bezorgen zal , inzelTervoegen sal 
de Comp. handelen indien een onderdaan van den koning in 
"sComps Territoir eenigen moetwil of misdaden pleegen mogte. 

20. 

Op die wijse zal tussen beide mogentheeden een naauwe 
vriendschap onderhouden worden en de machtige Comp. neemd 
aan Z. K. M. en 't heele rijk te beschermen tegen allerlij ge- 
weld van buijten, en zijn Majesteit en de Heeren Rijcxgroten 
belove in zulke gevallen de Comp. te sollen adsisteren met 
alle vermogens 't zij wapeus, krijgsvolk, draagsvolk en lo 
voorts en daarmeede te coutinueeren tot de totale veidrijving 
van den vijand van dit Eijland. 

21. 

Dus zullen zijn K. M. of zijne Majesteits heeren HoCsgroteoi 
ook met geene andere Europeesche natie als met de heeren 
hollanders alleen Eenige correspondentie houden veel min oon- 
tracten sluijteu, en verbinden zig om alle vreemde Europeen 
die in ^t land mogte insluijpen aan de Comp. over te geven, 
ook met de Inlandse vorsten geen contracten of correspondentien 
in nadeel van de magtige Comp. aan te gaan. 

22. 

Daar en tegen verbind zig ook de doorlngtige Comp. om 
nimmer eenig tractaat met eene andere mogentheid t^ens den 
koning van Candia of tot nadeel van zijn K. M. te sloijten. 

23. 

Tot onderhoudiug van de onderlinge vriendschap zullen van 
bijde zijden ambassadeurs gezonden werden die teffens nopens 
't halen van zout en karwaat en nopens 't schillen van Canned 
't nodige voorstellen kuimen, en sullen wederzijdse Ambassa- 
deurs met al zulke Eerbewijsingeu ontfangen werden als ondw 
naauwe vrieuden en bondgenoten betaamd en zal *t ceremouieel 
aan beijde kanteu volkomen gelijk sijn. 

2 k 

Deze vreedens Artikulen zullen aan we^erszijdig heilig en 
sorgvuldig onderliouden en naargekomen wonlen , Aog bij aldien 



163 

liet tegen hope en verwagtiiig gebeurde dat aan de eerie partij 
iets gedaaii wierd dat tegeu eeu dezer puucteii strijdig is, of 
iets nagelaten 't welk bij dit Contract bedongen werd so zal 
daardoor nogtaus de vreede en vriendschap niet gebrookeu siju , 
maar de beleedigde partij daar over klagtig vallen en Reparatie 
verzoeken die dan ook binnen ses weeken zal bezorgt wordeu. 

25. 

Dog bij aldien in 't een of ander geval binnen zes weeken 
na dat de aanmaniuge daar toe sal weesen gedaan geen satis- 
&ctie mogte volgen of dat dezelve geweijgerd wierd, zo zal 
de partij die invoegen voorsz. in gebreeken blijft gehouden 
werden 't tractaat overtreeden te hebben en de beleedigde 
Partij 't recht hebben haar daarover met de wapens aan te 
^reeken. 

Colombo, den li Februarij 1766 

Nota onder 't Exemplaar dat in 't Singaleesch en hollands 
geachreeven en door de heeren Ambassadeurs des Konings van 
Candia, ende heeren Commissarissen de Coste en van Angel- 
beek onderteekend is, staau de volgende certificaten in 't 
Singaleesch. 

Wij ondergeteekende Ambassadeurs des Konings van Candia 
verklaren bij deseu dat wij ter ordre en volgens de begeerte 
Tan onzen Koning met de heeren Godfried Jjeonhard de Coste 
(^perkoopman en groot dessave van Colombo , en Johan Gerard 
van Angelbeek, opperkoopman en Secretaris, die daartoe van 
den WelEdelen Gestr. Heer Gouvemeur mr. Iman Willem 
Eaiek gelast zijn , het bovenstaaude contract van vreede en 
vriendschap gesloten hebben en beloven dat 't zelve van zijn 
K. M. en de heeren Hofsgroten g'approbeerd en onderteekend , 
mitsgaders met 't zegel van H rijk bevestigt sal worden. 

Colombo dato ala voren {was get.) met vijf Singaleesche 
handteekeningeu van de Caudiase Ambassadeurs. 

In 't hollands: 

Aldus gecontracteert en overeengekomeii tusschen ous onder- 
geteekende Commissarissen van wegens den WelEdelen Gr. 
Achtb. Heer Mr. Iman Willem Falck gouverneur en directeur 
en de heeren Leeden in den Secreeten Raad van Ceylon, en 
de Hoog Aanzienlijke heeren Ambassadeurs van zijn K. M. den 
koning van Candia Doembeve ftale Ralehami, groot dessave 
van Matele ; Pilime Talauwelc groot dessave van Saliergam , 



164 

en de dric Korles , Augamme fialehij groot dessave van Oede 
Palate, Miwattere Ralehanix, groot Secretaris van den Koning 
en Morgamme Mohandiram Balehanix, 

In 't Gasteel (3olorabe den J 4 February 1766. 

{was get.) G. L. d£ Costs en J. G. van Angelb££K. 
(ouder stoud) (get.) Johannes Bkjcntout. 

Eerste clercq van 't geheini Committee. 

Accordeert. 



K BESNIJDKMS BIJ DK VOLKEN VAN DKN 
INDISCHEN ARCHIPEL 



DOOR 

Dr. G. a. WILKEN. 



4jmnz mtatiiilirli iM die uiifrtMnriii \veit4; Vrrbn^itiiiig Avr 
r drr KiialN*iib('?(<-hnei(iun^,'' Wf^t Dr. PIcias in zijii werk 
m kind in Kraurh und Sitto dvr Volkcr.«' I itvcicrig tocmt 
«*farij\er dan ook hvi voorkonuni \an dt*ze injttdling man 
Ul %au \oIken in Av oude zouwid aln in de nieuwe wcreld >. 
t»lfde dot't d(* l)ek<;ndr ethnoicxig KichanI Andrec in eene 
kaadeling, opgenonien in liet tij<l»rhrift ^'Archiv fiir Anthro- 
^pr • s Kcidi* «'hrijven< spreken crhtcr tun goed als uiet 
r den (ndischcn Archipt^. Kn toch vindt men hier de he- 
firni^ bij \i*ryrliill(*ndc, niet allei*n Mohammedaantfchc , di rli 
; HeideniN'hc stanunrn. liet is ons doel dit in de volgeude 
ihjdcn ua te gaan. 

LMrr l»^nijdeniM ven«taat men het blootleggen van den eikel 
it glan» penis door het wegnemen van het praeputium of 
lairhaid. I)i* operatie l)e!ttaat daarin dat men de voorhuid, 
4ic zuoveel mogeiijk naar \or(*n f^ftrokken te hebben, in 
i nijptangetje klemt (*n dan a&nijdt. Kr in eehter nog eene 
Int vijze van be^nljdeni!( , waarbij het bloutleggen \an den eikel 
riunlt. niet d(M)r het praeputium weg U' nemen. dorh duor 
I den bovenkant daar\an (vne insnijding te maken. Kij deie 
IP «an bcsnijdenis wordt in den regel et*n stukje hont of 
ibor I an pa5iienden \onn boven den eikel ondcr de voorhoid 
token, en dezi* dan in de Iengt4*. tot aan de corona glands , 
dmdoiir gedeeld In het eer>te geval, waarbij dus het 



U UU K\B90f, Us. U-7h. 



166 

pra«;piitiiirii in \ud romi wordt weggcs^.ieden . kan meD vui c«::r: 
r'\r('niTn:Wu: -prckiiii : in lurt andere, waarbij men zich bepo^iJ 
tot hf'i inak(;ii van eene in?ruijrling, b deze benaming nataurlij^ 
inindf;r jui*^t, en 7xm liet b«:ter zijn den term incbie te ge- 
brink en. Wat de be<l(x;liiig laii de bemijdenb, van hel Uoot- 
lf;g^i;n van den eikcl of de glans penis is, of oor^ronkeiijl 
ffimtyt'^st i*«, kan v(K>rl(x>pig buiteu be:ichoawing bliJTen. Ilier 
onder komen uij op dit punt vanzelf tenig. 

In d(;n Indi}«;hen Archipel wordt de besfnijdeui^ in de eer^ 
plaat)4 g(;vonden bij de Mohammedaansche volken. Bekend u 
het dat dcz(5 inHtelling in den qoHin in Iiet geheel niet ge- 
ncxnnd wordt. Zij in gegrond op de gewooute der oude Arabierei 
en hare bek ra^.htiging door bet voorbeeld van den profeet, 
die, 7At\f bet>neden , ook de zijnen besnijden liet. De besnij- 
denis lierust dus .slechtj* op de sonnat, de overlevering, en 
wordt in den Archipel, als ware zij de sonnat bij aitnemend- 
beid , gewcM)nlijk bij dien uaain geuoeind *. Hoewel, gdijk 
hieronder zal blijken, de besuijdeniiii in ludie al bestaan mod 
liebl)en v66r de iuvoering van den Ir^ldm, wordt zij daar tod 
fils (;en(; bij uit^tek Mobammedaansche instelliug beschoawd 
geldt zij vooral als eenc (M^remonie van opname in bet geloof 
(lie dua nooit acihterwegc mag blijven. Toch zullen wij zienda 
l)ij (mkele Mobamniedaanscbe volkeu in den Archipel nog ge 
bruiken bij en beschouwingen omtrent de besnijdenis bestaan 
die ali« van den Ilcidenscben tijd afkomstig moeten wordei 
opgevat. 

Yestigen wij allereerst de aandacht op de Menangkabawach< 
Maleiers van >ridden-Sumatra ♦. Ook bier beeft men als be 

naming voor besnijdenis bet bovengenoemde Arabische J^ 
sonnat, gewoonlijk echter 8unai uitgesproken ». Daamaastheei 
men nog de uitdrukking mcHapSkan dari main, dat is: vand< 
scliande bevrijden •. Veelal beeft de operatie plaats als <* 

* Het eohte Arabisohe woord voor de bwnijdenis der jon^ens, naiDW]' 
^'jJ^ ckUdfif wordt iu don Archipel weinig pebruikt. 

^ Zie voor hot vol^ende: Van Haaselt, VoIkBbeBohrijviiig vioi MiddC 
Sumatra, dl. I, biz. 65—66, en Verkerk Pistorius, Stuii&i over de >" 
landHohe huiBhoudin^ m de Padaiigsoho Boveulaudeu , bis. 58 — 59. 

^ Behalve in Ke(»KraphiBche en volksnanien , \» de o^-klank , in de Oosieri''^ 
wtMtrdcn van dit stuk , overal door u tenMtgei;oven. 

^ De Heer Van Hasselt vergelijkt (O. o. , bis. 65, uoot) dese mtdrukksB 
met .foxuji V: 9, wrnir de door de Itti-aelieten te Gilgal oudet^uie b«wJ 



167 

knaap tieu of twaalf jaren oud is, in het landschap Leboiig, 

in de Palerabangsche Bovenlanden , zelfs nog een jaar of zes 

later, dus op zestien of achttienjarigen leeftijd. Bij deze ge- 

legenheid slachten gegoeden eene geit, koe of buff'el, om de 

hoofden en familieleden te onthalen. Op sommige plaatsen ge- 

schiedt de besnijdenis tweemaal : den eersten keer bepaalt zij 

rich tot eene kleine insnijding , die echter van het reeds ge- 

noemde feest gepaard gaat , terwijl eenige weken later de werke- 

lijke operatie zonder eenige feestelijkheid plaats lieeft. De per- 

aoon die de besnijdenis verricht, is gewoonlijk een dukun of 

inlandsche geneeskundige , die meestal ook de eene of andere 

geestelijke betrekking vervult. Ziehier nu eene korte beschrijving 

▼an de plechtigheid : Terwijl de ten feestmaal geroepenen in 

de woning achterblijven en daar , onder het rooken van eene 

cigarette , onthaald worden op de muziek van gandang's (trom- 

men) en tjenong^s (metalen bekkens) , begeeft zich de knaap , 

die besneden moet worden, naar de rivier of bron, waar de 

kunstbewerking zal plaats hebben. Zijne moeder, die zich het 

hoofd gaat wasschen, gaat hem daarbij vooraf, terwijl zijne 

speelmakkers , zijn vader, zijne ooms en vrouwelijke bloedver- 

wanteu hem begeleiden ; twee van hen slaan een koperen bekken 

of momongan , anderen dragen in pisangbladt ren gewikkelde 

pakjes gepofte rijst, die, zoodra men te bestemder plaatse ge- 

komen is, aan de knapen worden uitgedeeld. Deze gaan dan 

aQen in het bad , en de jongen , die besneden zal worden , blijffc 

cr x66 lang in , totdat hij goed koud is , en ontvangt , zoodra 

hij er uit komt , van zijne moexler een paar droppels te drinken 

van het water, waarmede zij haar hoofd gewasschen heeft. De 

dnkon heeft intusschen van den vader eene nog niet ontbol- 

sterde kokosnoot en een scherp geslepen mesje ontvangen. Op 

deae noot moet nu de knaap , met het aangezicht naar het 

Westen , plaats nemen , en , terwijl de vader hem de hand voor 

de oogen houdt , vat de dnkun het vel van den penis tusschen 

een gespleten bamboe en snijdt het af, na den patient driemaal 

de Arabische geloofsbelijdenis te hebben doen uitspreken : 

denis ««het afwenteleu van deu smaad vau Egypten geuoemd wordt. Deze 
vergdijkiiig is wel eeiugszins te onpas. De genoemde uitdrukking iu Jozua 
ziet , gelijk atraks nader zal blijken , op de oyemame der beenijdeniB door 
de loraSlieten van de Egyptenaren , waardoor de smaad , dien deze hun als 
onbesnedenen toerekeuden of aandeden, vau hen afgewenteld werd. Op een 
aQalu<»g feit heeft de beuamiug inalapekan dart nuUu zeker geen betrekking. 



168 

dat is: "Ik vraag God om verfrifl*eiii« ; ik f^tuig dat er geei 
God is dan Allah en ik getnig dat Mohammad de gezant i 
van Allah. » Dadelijk wordt nu eene zaif van zekere bladerei 
of ook wel de zwamachtige stof van den arenpalm op dewon 
gelegd en daarom een lapje gewikkeld. Daarop keeren alle 
huiswaarts onder het slaan der momongan. De patient , die slechi 
een sarung of vrouwenrok en een buis aan het lijf en de 
hoofddoek op het hoofd he^.fb , wordt naar het erf gedragen , was 
men hem neder/et en waar , terwijl de andereji de woning bii 
uengaan, de dukun hem een haan laat slachten, waarbij h 

de Arabische formule : f-^^ c/**"^' ^ f^ ^*^ ^® • "^^ ™"" 
van God, den Barmhartige en Meedoogendc , moet nitaprekei 
De knaap wordt nu in huis gebracht en neemt plaats op een 
kleine matras, aan het hoogereind van het vertrek voor hei 
nedergelegd. Terwijl alle gasten zicli aan het feestmaid tegoe 
doen , krijgt de knaap den door hem geslachten haan te eten 
die inmiddels geplukt, met 7x>ut ingewreven en geroost is. B 
plechtigheid eindigt met (^«n gebed. Voor zijne moeite krijg 
de dukun eenige duiten , eene kip , eene maat rijst en de kokoc 
noot waarop de j<mgen ^je:ten lieeft ; maar daarvoor is hij ooJ 
belast met het verzorgen der wond, totdat die genezen is. D 
patient draagt zoolang een sarung of vrouwenrok, die, omhe 
schuren tegen de wond te voorkomen, uitstaande wordt gehouda 
door middel van een bamboe-hekje , onder het kleedingstuk vdd 
den buik gebonden. 

Bestaat bij de Menangkabaw»che Maleiers alleen de circain- 
cisie , anders is dit hij de Javanen , die zoowel de circumcisifl 
als de incisie in pracfcijk brengen ''. Voorj deze twee wijiefl 
van besnijdenis heeft men ook verschiUende benamingen. iU 
Javaansche woordenboek van Gericke geeft voor circumcisie 
in het krfimo, of de hooge, en in het iigoko, of de lage taal, d« 
benaming «^^«^ sunai op, dat is het hierboven bedoeldeAri 

bische Xju- sonnat , en voor incisie , eveneens in het krAm6 ei 

in het ngoko, t^'w^^ i^tak •. In Soerakarta wordt, volgen 

' Voor het volgende hebbeii wij hoofdKakelijkgevolgd: Winter, InstaUiiigfl 
gewooDten eu gebruikou der Javanen te Soerakarta, TijdBohr. ▼. Nedct 
Indie, jaarg. 1843, dl. I, biz 706—708; Poenaeii, lets over de kleedin 
der Javanen, Mededool. v. w. h. Ned. Zend. Gen., dl. XX, bis. 291 — ^2W 
Veth, Java, dl. I, hlz. 387—888. 

'* Zie: Gmcke'H Ja\tianHo)) woordenboek, uitgcgcven d« or Prof. Vreede, i. ' 



If59 

Winter , in dc lioogc vax in do laj^e taal , voor dc eerstgenoemde 
wijze van besnijdenis >>?tsw/^7i,^^jK«| dtak-pagas ^ en voor de 

laatstgeuoemde £i*^i»^r^^i titak-bango gebruikt ». Op Java's 
Oosthoek , ineer bepaaldelijk in Kediri , schijnt men de besnij- 
denis als circumcisie en die als incisie door geene bijzondere 
termen van elkander te onderscheiden. Voor beide heeft men 

hier, in het kromo, <Sltsn%mj^ Utak^ en in het ngoko,»^^«2l 

sunai lo. Nog moet een woord voor besnijdenis hier vermeld 

worden , namelijk *jaS4$»| supit^ dat in het kromo-inggil ge- 

bruikelijk is •'. Het schijnt dat men in sommige gedeelten 

van Java meer de incisie, in andere meer de circumcisie in 

practijk brengt. Naar de mededeelingen van den Heer Poensen 

is in Kediri deze laatste wijze van besnijdenis meer algemeen , 

doch blijft zulks in den regel aan het beter oordeel van den 

persoon , weike de operatic verricht , overgelaten , die daarvoor 

met verschillende omstandigheden te rade gaat i^. Volgens oen 

anderen schrijver, de Heer Brumund, zou de besnijdenis door 

incisie meer beoefend worden dan die door circumcisie «*, en 

dit blijkt ook uit hetgeen in het Javaansche woordenboek van 

Gericke daarover gezegd wordt »♦. De kunstbewerking heeft 

plaats in Soerakarta , volgens den Ileer Winter , omstreeks het 

15<l«, in Kediri, gelijk de Heer Poensen bericht, tiisschen het 

W^ en 14^® jaar. De persoon die de besnijdenis doet, kan 

eeu geestelijke zijn , maar is gewoonlijk een leek en heet bong. 

Gegoede lieden geven de^ middernachts v66r de plechtigheid 

een maaltijd, waarbij de gamelan bespeeld wordt. Den anderen 

Diorgen te zes ure wordt de jongelingdie de operatic ondergaan moet, 

fraai uitgedost , met boreh of gele zalf besmeerd en met kransen van 

• Winter, O. o. , bis. 707. Zke onk: Javaansoh w<M>rdeiiboek , i. v. 
'U7n^«| en •cn<nt:n\ 

" Poensen, 0. o. , biz. 291. 

" Zie JaTaan§oh woordenboek, i. v. iKAtm unji on Poensen, t. a. p. — 

^k in het Soendaneesoh zijn de hier genoemde woorden in i^ebruik. De 
Heer Costing geeft, in zijn Soendaneesch woordenboek, voor besnijden, 
l)ehalve ffli-**' ^'•^f ^*° ''^i^'^JOl* "^K op: mniit^iaiia van MititMa on 
"W^ van tn£i9a}ji\ 

*' Poensen, t. a. p. — De Heer Poensen f^eett, hetgeen wel tebetreuren 
is, die omstandigheden niet op, daar hij hot minder gepaat aoht, ze mode 
te deelen. 

1* Brumund, Indiana, dl. II, biz. 255. 

** Zie: Javaansch woordenboek, i. v. 'M*fl *^^ 



170 

de aaii draden geregeiu*,, kleine , witte en greurige bloeinen der 

Mimusops elengi omhangen, onder eene soort van tentgebracht, waar 

de bong de besnijdenis op eene der twee wijzen aan hem verricht. 

Tot dat einde neemt een persoon , die met bet aangezicht naar 

het Oosten gekeerd op een bankje zit, den patient op zijn schoot 

en houdt diens oogen met de handen dicbt. Een dun bamboezen 

staaQe , met katoen omwonden , wordt nu door den bong in de 

opening der voorhuid gestoken. Over het doel waarom zulks 

geschiedt, zwijgt onze berichtgever , de beer Winter. Straks 

zullen wij echter zien, dat ook bij de Makassaren en Boegi- 

neezen een dergelijk bamboezen staaQe wordt aangewend en dat 

het is "om het praeputium op te lichteu." Overigens kan tot 

opheldering strekken hetgeen wij buiten den Archipel vermeld 

vinden, onder anderen van de besnijdenis onder de Moham- 

medanen van het vasteland van Tndie. /'A bit of stick */, aldns 

lezen wij , "is used as a prob(* , and carried round and round 

between the glans and prepuce , to ascertain that no unnatural 

adhesions exist, and to apcfjrtain the exact extent of the 

froenum.'' »5 Wellicht dat men ook op Java met evengenoemd 

staa^e hetzelfde be^ogt. Daama wordt de voorhuid naar voren 

getrokken , tusschen twee stukken bamboe geklemd en met een 

seking, een kleiu krom mesje, afgesneden. Ahlus bij de circum- 

cisie. Moet de besnijdenis bij incisie gebeuren, dan bezigt men 

de zoogenaamde bango, een krom houtje ter lengte van 10 

duimen , dat boven den eikel onder het praeputium gestoken wordt, 

waarop dit laatste in do lengte middendoor wordt gedeeld »•. Het 

gestorte bloed wordt in een kopje opgevangen en begraven, in 

geval van circumcisie, met de afgesneden voorhuid. Desavonds 

volgt eene wajangpartij en gedurende een of twee weken komt 

de bong den besnedene dagelijks bezoeken, om nadeelige ge- 

volgen van de ondergane kunstbewerking te verhoeden. Dat de 

voorbedc van priesters bij deze gelegenheid niet ontbreekt, be- 

hoeft nauwelijks te worden gezegd. Voor zijne moeite ontvangt 

de bong een geschenk in lijnwaad of geld. 

(3ok bij de Makassaren en Boegineezen van Zuid-Gelebes 

1*1 
treffc men het Arabische aju., als sumnd uitge^proken , als be- 

naming voor besnijdenis aan. Zij is bier eene circumcisie en 

^^ HerklotB, Qanoou-e-lslam , or the ouatiomB uf the MiiflHtilmaus of India, 
Appendix, biz. LXXI. Zie ook «>ver het gebruik van een dereelijk ptaafjo bij 
de Turken: Ploss, O. c, biz. 352—358. 

1^ Yol^uB mododeeliutr van den Hoor Rliemrov, tiilk voor de JavaaiiBche 
taal te Batavia. 



171 

heeft plants o]) ougeveer twaalQarigeii leeftijd. De knaap die de 
kunstbewerking moet ondergaaii, gaat, na eerst een bad ge- 
nomen te hebben, schrijlings op den st-am van een pisang- of 
baiiaanboom zitten. Een priester neemt nu een weinig bloed van 
een haan en smeert dit op den penis van den patient, onder 

\Kt prevelen van de Arabische formule : S^o^^ U Jju- ^^ J»^ ^) 

lU^ Ujuu. Ac J^ ^) <lJlc J^^ J-fl ^\ S^tjS!^ U Jom, JT Ac^ 

, *»^^ 4^ ' ^^^ dat is : // O God ! zegen onzen heer Mohammad 

« de familie van onzen heer Mohammad. O God! zegen 

en behoed hem. O God! zegen onzen heer Mohammad en 

lyne familie en zijne gezellen.// De eigenlijke operatie be- 

pnt met de aanwending van de pat6d6, het bamboezen 

iWje, waarop zooeven reeds werd gezinspeeld, dat dient 

on de voorhuid op te lichten , waarna deze tusschen de beenen 

Till een bamboezen nijptangetje , pasipf geheeten, dat men 

tlik v66r den patient rechtop in den stam van den pisang- 

ofbaEaanboom gestoken heeft, geklemd en ten slotte met een 

moje, piso- of lading-pasunnd , afgesneden wordt. ()m het 

bloeden te stillen, bedient men zich van het een of ander 

medicijn. De opperprie^ter van Gowa bezigde tot dat eindc 

altooe een ring, waarvan de eenvoudige aanraking volgens hem 

voldoende was »7 

Het is geheel onnoodig om van de overige Mohammedaansche 
vfllkcn van den Archipel even uitvoerig de besnijdenis na te 
gaan. AUeenlijk de bewoners van het landschap Gorontalo of 
Holontalo, op Noord-Celebes , verdienen nog afzonderlijk ge- 
noemd te worden. De besnijdenis wordt hier minder aangeduid 

Aw den Arabischen term ajum , dan wel door het inheemsche 

woord mokma. Bij de aanzienlijken is de besnijdenis eene cir- 
cuincisie, bij de minderen eene incisie, bestaande ook hier in 
het maken van eene insnijding aan het bovengedeelte van het 
praeputium. Gewoonlijk heeft de handeling plaats op twaalf- 
tot vijftien- of twintigjarigen leeftijd. Ue persoon die de besnij- 
denis verricht , meestal een geestelijke , heet ta-molulunawa. Na 
den afloop der operatie , blijft de jongeling in het vertrek totdat 
de wonde droog is en nuttigt hij gedurende dien tijd rijst, 



17 Matthes, Bijdragen tot de ethiiologie van Zuid-Celebes , biz. 71 en 156, 
aatit. 39. Zie nok van deuxelfden Bolirijver: MakaiwatirHoh woordenboek , 
biz. 895, en Bit^nneetoh wourdenboek , biz. 1144. 

4« Volgr. X. 12 



i 



172 

jrednMigdc viscrh en water. Op den denlen of zevenHcn dajr, 
naar gelang van de f^enezing , wordt de besnedene op eene plech- 
tige wijze, in In^t bijzijn van zijne bloedverwanten en vrienden, 
in de rivier gebaad. Vervolgens krijgt hij oiiderricht in df 
grondbegins»elen van het geloof. l)eze plechtigheid wordt met 
maaltijden en muziek besloten »•. 

Behalve bij de Mohammedaausche volken, konit de besnij- 
den is in den Archipel ook bij verschillende Heidensche stammes 
voor. Wij zuUen de ons bekende gevallen hier achtereenvolgev 
vermelden. 

Beginnen wij met de Papoewa's van Nieuw-Guinea. Bij de 
stammen die de Westelijke deelen van het eiland bewonen, 
schijnt de besnijdenis niet te worden aangetrofTen. Nergens al- 
thans vinden wij iets daaromtrent vermeld. Van de Papoewa's 
van de omstreke der Geelvinksbaai getuigt Dr. Meyer jselfc 
uitdnikkelijk , dat zij de besnijdenis niet kenuen ••. Anders i» 
dit echte.r op de Oostkust. Hier werd de besnijdenis waarge- 
nomen door Dr. CJomrie. 'I'Circumcision was general ^^^ aldv 
lezen wij , f and appeared to be performed by a straight incision 
through the dorsum of prepuce, there being no ablation A 
supernumerary skin or mucx)us membrane; the cicatrices left 
were very unsightly and did not speak at all highly for the 
surgical skill of the operator » »o. Evenzoo bericht de Russiscbe 
natuuronderzoeker Von Miklucho-Maclay van de Papoewa^sder 
naar hem genoemde kust: "Die Beschneidung wird an 12 te 
13 .Tahren altcn Knaben ausserhalb des Dorfes, im Walde, 
mit einem scharfen Kieselbruchstiick ausgeiibt , wonach die psat 
(Tesellschaft , die bios aus Miinnern besteht , unter (xesang , dea 
Neubes(^hnittenen in 's Dorf zuriickbringt'' **. Hoewel dit nirf 
gezegd wordt . zal de operatic ook hier wel in eene indae 
bestaan. 

V'an de Nfoluksche eilanden vei«tigen wij in de eerste plait* 
de aandacht op Ambon en de Oeliasers (Saparoe^, Haroeloe 

^' Riedel , De landBohappeii Holontalr) , Limoeto , Bone enz. , TijdBdir t. 
Ind. T. L. en Vk , dl. XIX, ble. 134. 

^* Meyer, AnthnipologiBohe Mlttheilun^n iiber die Papuas von Neu-QuiBfft. 
blE. 11. 

^ Ctimrie, Antliropologioal notes on New Guinea, Journal of the Anthn^ 
polojrical IiiBtituto of Great Britain and Ireland, dl. VI (1877), bbi. 109. 

^1 Von Mikluoho-Maolay , Rthnolo^oBohe Bemerkungeii iibei* die Papuaader 
Maday-KiiBt*. in Nou-(Juinea. Natuitrk. Tijdschr. v. Ned. Ind., dl. XXXVI. 
biz. 299. 



173 

eu Noesalaoet). Uit oeii allesziiis merkwaarrlig bericht van Va- 
lentijn zien wij hoe vroeger de besiiijdenis hier algemeen be- 
oefe^d werd. '/Oiider de plegtelykheden , " zoo heet het, /'tot 
hunne godsdienst mede behoorende, werd ook zekere aloude 
gewoonte van deze Heidenen gebragtv dat zy al hunne knegt- 
kens besnyden , niet volgens de wyze der Joden , of der Moh- 
hammedaanen , maar op een wyze , die haar alleen eigen , en 
daar in hier van verschillende is, dat het niet zoo zeer een 
besnydenis, of wegneming van de voorhuid, dan wel een in- 
SQjding moet genoemd werden. Een plegtelykheit , diensgelyke 
ik by geen ander volk ontmoete. Zy nemen hier toe juist geen 
Priester, maar alleen eenen van hunne vrienden, die 't zelve 
aan een jongeling van twaalf jaaren , niet in zyn huis, maar 
hier of daar in 't bosch , in 't verborgen op deze wyze doet. 
Hy neemt de voorhuid van dien jongen , haalt die wat over een 
Bamboes of houtje , zet een mes boven op de voorhuid , belast 
ondertusschen die borst op te zien , zeggende : " // Ziet daar is een 
Coescoes (zeker dier) in dien boom "'/ , terwyl hy ditzegt, en die 
borst dan opkykt , zoo slaat hy met een stuk hout op dat mes , en 
spleit het boven-deel van de voorhuid , ^t geen hy daar na met 
eenige salf bestrykt en in korten tyd weer geneest. Andere 
we^r zeggen , dat dit niet met een mes geschied , maar dat zy 
tusschen twee houtjens. of Bamboesjens, het boven-deel van de 
voorhuid zoodanig nypen , dat zy daar door van zelf van een 
spleit.'/ En verder: //Men wil , dat deze insnyding by die van 
Hoetoemoeri niet alleen in een splitzing van 't boven-vel, maar 
ook in een afsnyding van een langwerpig dun stukje van 't 
boven-vel van de voorhuid bestaan zou : verschillende hier in niet 
veel van de besnydenis der Mohhammedaanen alhier, die een 
kleen stukje als een kleen half maantje uit het boven-deel der 
voorhuid uitsnvden. De rechte besnvdenis effter der aloude Am- 
boineezen bestaat maar in de voorschreven splitzing, en insny- 
ding van 't boven-deel der voorhuid , en 't verderfe is er metter 
tyd bygevoegd.// ** Ook na den overgang tot het Christendom 
bleef de besnijdenis geruimen tijd bestaan, hoewel zij //uit vreeze 
van de Wetten , en Placcaaten , hier tegen afgekondigd , zoo 
geheim, als 't mogelyk is, gescliied.// *' Nog in 16f)9werder 

« Valentijn, dl. Ill, 1, biz. 13 Zir. ..ok: biz. 39 en 67. Hier heet het 
dat de besnijdeniB plnats had xomtront die tijd , dat een jongeling begou 
maubaar te werden." 

M Valentijn. dl. Ill, 1, biz. 13. 



174 

bij den kerkeraad geklaagd , dat "het werk der bcsuydeiiis oiid 
den Inlander dagelyks gepleegd wierd./' — //De vergadering' 
zoo luidt het nu vender bij Yalentijn, /^overwegende , dat d 
een algemeen quaad der Amboineezen was , vond best , aan < 
Regeering hier af kennis te geven, en hare hiilp tot weerii 
van dien te verzoeken , 't zy door 't vemieuwen der Plaocaate 
't zy door andere middelen , by de Regeering nog in 't wei 
te stellen. Ook zouden zy den Inlander openbaar hier tegen < 
stoel vermaanen, en de schuldige emstig bestrafFeii.'/ *• 

Nog heden ten dage wordt de besnijdenis aangetroffen < 
verschillende van de andere Moluksclie eilandeu. Zoo is zij a 
gemeen bij de Alfoeren van Boeroe , bij wie het» evenals vroeg 
bij de Amboneezen , gebruikelijk is om het bovengedeelte vt 
het praeputium geheel te klooven ^s. Op Ceram wordt de g 
woonte eveneens gevonden, hoewel niet overal, dochslechtsc 
enkele plaatsen in het Westelijk gedeelte van het eiland. Oc 
hier bestaat de besnijdenis in eene incisie. Ditzelfde is het gev 
in enkele negorien of dorpen op de Watoebela-eilanden , tc 
Zuidoosten van Ceram gelegen. Geene plechtigheden of feeste 
hebben daarbij plaats. Eindelijk vermelden wij nog de Arm 
groep. De besnijdenis is hier niet , evenals op de evengenoemd 
eilanden, eene incisie, doch bestaat in eene wegneming d( 
voorhuid. Dit geschiedt exihter niet door afsnijding, doch doc 
afklemniing. Het praeputium wordt namelijk tusschen twc 
scherpe stukken bamboe geklemd, terwijl de patient, zoolan 
de operatic duurt, zooveel mogelijk in stroomend water gaf 
zitten Ue voorhuid zwelt dan op en valt na putrefactie a 
De bewerking heeft op 9 j\ 1 2jarigen leeftijd plaats , door ouc 
mannen, zonder eenige plexjhtigheid m. 

In de resideutie Timor komt de. besnijdenis, volgcns de 
Heer Donselaar, voor bij de Savo(»neezeii , Rotinee^zen , Soen 



" Valentijn, dl. IQ, I, biz. 67. 

^^ Zie onze voHiaudeling : Bijdrage tot do keniiis der Alfoeren tmi h< 
oiland B(»en)e, Verhaiidel. v. h. Bat. Oeii. v. K. en W. , dl. XXXVII] 
biz. 22. 

*<^ De voorgaande mededeeliugen betreffondo Ceram , do Watoebela- en < 
Aroe-eilauden dankoii wij aan den Heor J. O. F. Riedel, den bekendc 
Hchrijver van versohcidene zeer gewaardeerdo bijdragen op het gebied der othn* 
^Tai)hie en dor linguistlek van den Indischen Arohipel. Als Reddent yi 
Ambon , was geiKiemdo Hoor in do golegenheid betroffende de Molukad 
eilanden bolangrijko gogovens te vorzanielon, dio eorlang. in een werk rm 
eeuigd, het lioht zullen zien. 



175 

baneezen en Timoreezen. De operatic heeft plaats, althans bij 
dc eerstgenoemdeii , als de kiiaap 14 of 15 jaren oud is, en 
komt in de hoofdzaak hierop neer, dat men een houtje of een 
stukje bamboe aan de bovenzijde van den eikel onder de voor- 
huid steekt, en deze dan in de lengte middendoor deelt , terwijl 
de gescheiden deelen naar achteren geschoven worden waar zij 
met de huid vergroeien. De handeling heeft zonder eenige ver- 
tooning of plechtigheid plaats, doch geschiedt onopgemerkt 
en wordt verricht door elk , die er eenige bedrevenheid in heeft 
▼eikregen. Op Savoe heet de besnijdenis bakka »7. — Ook bij 
de Heidensche stammen van Midden-Flores schijnt eene soort 
van besnijdenis te bestaan , waaromtrent ons echter geene nadere 
bijzonderheden worden medegedeeld »•. 

Verplaatsen wij ons naar het eiland Celebes. Van de Mohain- 
medaansche Makassaren en Boegineezen in liet Zuiden en de 
Gh)iontaleezen in het Noorden hebben wij zooeven de besnij- 
denis reeds nagegaan. Doch ook bij de Heidensche stammen 
die het centraal gedeelte van het eiland bewonen . wordt de 
gewoonte aangetroften. Zij bestaat hier in eene klooving van 
de voorhuid 29. Yoorheen kwam ook de besnijdenis voor bij de 
Alfoeren van de Minahasa. Zij heette in het dialect der Ton- 
dano, en op enkele plaatsen onder de Tomboeloe, tumewal, 
in het dialect der Torapakewa, tumitek w. De operatic ge- 



^ Donselaar, Aauteekeiiingeu over het eilaud Savoe, Mededeel. v. w. h. 
K«d. Zend. Geu., dl. XVI, biz 819—321. Zie ook hetsetfde tijdBchrift, 
dL XV , biz. 106. 

^ FreyBB, Reizen naar Mangarai en Lombok, Tijdflchr. v. Ind. T. L. on 
Vk., dl. IX, biz. 628. 

w Volgens mededeeling van den Heer Riedel. 

^ Dit tumeiek komt van het grondwoord Utek^ dat natuurlijk hetzelfde 
18 alB het hiervoren genoemde Javaansohe Sinjitntji en hot Soendaneesohe 

iMKh»aiji\ Al doze woorden zijn verwaut aan hot Maleische ^^jij tettaq^ 

waarvau do verbal e vorm menettaq = houwen, hakken, is. — Uet is hier de 
plaate om er op te wijzen, hoe ook in andere talen van den Archipel de 
woorden voor besnijdenis lexioographisoh : hakken , splijten , klooven , snijden , 
beteekenen , hetzij in die talen zetve of in dc daaraan verwante. Zoo is 
de hiervoren genoemde Savoeneesohe benuming voor besnijdenis bakka ^ 
letterlijk : hakken , klooven , bij voorbeeld van hunt. Straks zullen wij 
zien hoe bij de Tagala's en Bisaja's van de Philippijnen de besnijdenis 
tuli of toli heet, dat, althans bij de laatstgenoemden , ook is: snijden, 
afsnijden , oortar alguna oosa , sajarla a lo largo , y en redondo (De la 
Elnoamacion , Dico. Bi^aya, i. v. toli). Evenzo<» zullen wij bij de Niasers 
voor besnijdenis het woord lafoto ontmoeteii, dat niets anders is dhu /o(o 



176 

schieclde door het inaken van eeiie iiisnijding iu het bovendee 
der voorhuid , door iiiiddel van de tetew^ , de lijn en dun af 
gespleten buitenbast van de wulud (Bambosa longinodis). D 
besijdenis was niet bij alle stammen in gebruik , eu ward zell 
in enkele districteu slechts op enkelen toegepast. Het schijn 
dat zij in het gebied van Sonder het ineest algemeen bestoud *i 

Noordelijk van Celebes wordt de besnijdenis gevonden op d 
Philippijnen /'In entfernteren Provinzen // aldus lezen wij bij Blu 
mentritt , //soil von den Tagalen noch heimlich die BeschneidoD] 
ausgeiibt werden , der Schnitt wird von oben bis unteu gefiihH 
el corte se hace de arriba abajo. Es ist dies nicbt etwa ein 
Erinnerung an den Islam , denn auch die heidnischeu Stomm 
der Philippinen ubten zur Zeit der Gonqoista schon die Be 
schneidung. // " Uit de aangehaalde woorden blijkt dat d 
besnijdenis eene circumcisie is, /^como hacen los Judio6, 
zooals het bij een anderen schrijver uitdrukkelijk heet ** 
Ook bij de Bisaja's komt, of kwam althans voorheen, d 
besnijdenis voor. Zij draagt den naam van toR^ weike be 
naming ook in het Tagalasch voorkoint als iuH. Van toli a< 
geleid , door invoeging van in en achtervo^ing van on, heei 
men den vorm Hnoliim^ dat is: //der Theil, der abgesnittei 
oder von dem die Vorhaut abgerissen wurde.i' *♦ Men zietda 
ook hier de besnijdenis bestaat in eene circumcisie, eene weg 
neming van de voorhuid. 

Op het eiland Borneo vindt men de besnijdenis bij de Dajak 
van de Zuidooster-Afdeeling , niet zoozeer bij de stammen di 
in de nabijheid van de stranden gevestigd ziju, doch in d 
bovenstreken. Zij is hier eene circumcisie, die echter niet op d 
gewone wijze tot stand komt door eene a&nijding , maar , ever 
als op de Aroe-eilandeu , door eene af klemming van de voo: 



met het praefix la , waarvan foio blijkbaar aan het Maleisohe poion^ = dooi 
Buijden, afimijdeu, beantwoordt, daar do p van de verwaute talen in hi 
Niasch door / veiiegenwoordlgd wordt, eii deee taal, ala eene yooaliMh* 
alle slotooiiAonaiiteu wegwerpt. — Zie oohter over eene andere beteekMii 
van de in den Archipel v(N>r besuijdeniii gebruikelijke benamingen, noot 4 
hieronder. 

*i Graafland, De Minahasa, dl. I, biz. 313; Sohwan, Lijst van vooi 
weri>en met bijgevoe^de ophelderingen , Meiedeel. v. w. h. Ned. 2ieiid. Oen 
dl. XXII, ble. 266—267. 

*' Blumentritt, Versuch einer Etliuographie der Philippinen, bla. 14. 

** De los Santofl , Vocabulario de la lengua Tagala , i. v. eiroMmsidtir. 

^ Andree, O. o., biz. 67. Zie ook: De Mentrida) Diooionario da U l«im« 
Biiiaya , i. v. io/i. 



177 

':iiiii (irntMiiilijk lirrt't /.I) ))laatr( op tuaalf- of \(*i'rtu*ujarigi'ii 

.tftijil l)«* joii|^'liii^ flic Ix'MK'dcii iiHM't u'onltMi , \crrirht t\v 

ioo^tltt'wvrkiiig zi'lf, iUmr iniddel \aii (h*ii f((*>|)let4;ii mtaii , 

luaarhfu welks twf^! lielfU*ii liij eeii ge<ieelU* van (ic loorhuici 

ifbiwit I)il af^^lxHidrii AvxA ^aat iia verl(N)p van i^eii tienUl 

4pti in \ep<terviug over en valt af. iSomtijds is het de vadcr 

be (iff lM*werking \errirht. (iedurende <len gelu^len tijd dai 

Wf fT'pleU'n »tukj(* nitan de v<N>rluiid omkneld hoadt , kan de 

ii)^ dfNir di* lie\igf pijnen g(M*n wrrk doen en is InJ vcrplirht 

li Uijvrn liggen Ook mug hi) geduit*nde dien tijd niet Iwdcn. 

(Xffip'H^ liebbt^n t*r gt^Mie plerhtighexien Inj de handeling 

ftttU. ell gi\M-hie<lt zij awdfh' gew<M)nlijk in het geheini •». Van 

k riitrip* Htannnen van l^)rne<) i<« het on> niet gebleken in 

tefem* ZIJ <le lx^nijdeni> kenneii. Wei \enneldt liOgan ••, 

4ii (ir niri>ie ''ap|M*ar> t^i pn:\ail amongst ^4l^le of the Dvak^", 

^h rfit lM*rirlit , sleehts t4'rl(N)|» getlaan . is te onbe|iaald . (»in 

kvr irU te knnnen l)ewijau'n 

\an de volken in de nieer WesUdijke dt^^ien \an den Ar> 

Hliprl iiiienien wi) allenerst dr lleith-nM'he Htanimen in dr 

fauuketilanden van Maiaka. l^/.e wonien , gt*lijk lN*kend ist, 

■i l piiuid met ilen algt*nuvnen naani \an Orang-li^nm-wa, dorh 

B/b \rrder onthTseheiden (hmr hij/onden* namen , uN: I)jak(M*n. 

Vainff. Sakei enz. Volgens liOgaii nu hebU'n de Oraug 

I'tneva de itieisie *^ Intnsschen M^hijnen niet alle stanunen 

^ grbruik t4- kennen. Zoo Iez<*n wij onder anderen in t*en 

*W berirht over de DjakoonV van de S<-nibrung- en Madek- 

fl'iwf'n M "One ehief ehanM*t4Tiatie which diKtiuguif'he^ the 

■•drk tribe fnim t>ther triU*^, is the aWne«' i»f anv rite 

^*^^bhug rirrumeision : while tlie iS<-mbrong tribe* make an 

*JMoii. bnt do not eireumciw The Madek p<*ople. homevrr, 

'^ that thev UM*d t4i obxTve the custom, but that it vaji 

(i^fo up fiwing t4» untoward rir(*umsUftn(*t*.s, whieh took place 

'*" <»r thnt' hundn-d vear> ago a?* follows On one orrasion 

• -^ti till- rit« wa*" ol>?M'rve<l. ?^'V«*ral of the triU* tli«l of the 

*^U; it wa** a.'^rrt^iinnl that the knives u.*miI for the purpcMM* 

ii Ik 

rrrri^f I . Ktiiii- k:nftctiuH-lit- Uwchiijviiiv: d<*i hajnkfi , \i\*. io 46, Httr 

**'*'^ lujakjich w— .1 l«*iil*"«-k . i. \ tfMM/. 

Il fijiir .« rtiiti.iichii/ : Tli«- (M.iii; RiiiUM -f Ji L'-n , .'••uiiial "f tlie luHuui 

^^'■.i|*i*tf. n I r.l, -71 

i^ftt . t « I* 

1^ sr-iiil*f'iik )i4-«'t 11. i«M> i>«iicsitfiilf*i' Kiid«u rii «iiiU«»t och ui d* 
-^■^•M. •! '/a-* . if Mft'lfk III fM-ii techt4*rl*k \*ii tir H4'iiilir>i<ii|;. 



178 

}iad been acckleutally placed in a vessel containing i{)o]i, the 
poison with wliicli their blowpipe arrows are habitually tip^ied : 
from that time the observance of the rite was discontinued')' *. 
Ilet blijkt dus dat van twee naast elkander wonende stammen, 
de een de besnijdenis lieeft , de ander niet. De gewoonte is dua 
uiet algemeen bij de Orang-Benoewa, hetgeen ook blijkt nil 
de omstandigheid , dat de bekende natuuronderzoeker Voo 
Micklucho-Maclay , met betrekking tot de door hem bezochtc 
stammen, er met geen enkel woord over spreekt ^. 

Yestigen wij nu de aandacht op Sumatra en het Westelijk 
daarvan gelegene Nias. Op het laatstgenoemde eiland is df 
besnijdenis, la/oio geheeten , volgens Dr. Durdik eene incisie, ter* 
wijl de Heer Von Rosenberg die voorstelt als eene circumcisie •• 
Berstgenoemde toch zegt: '/PJene operatic die door elk Niaaei 
bij zijnen zoon wordt uitgevoerd , zoodra deze ongeveer hel 
vijftiende levensjaar heeft bereikt , is de besnijdenis. Zij bestaal 
in eene mime insnijding in de voorhuid , waardoor de eikd 
wordt blootgelegd en het praeputium zich duurzaam terug- 
trekt'^ ♦». Bij Von Rosenberg lezen wij integendeel: •'Df 
jongens worden tusschen het vijfde en achtste jaar besneden. 
Dit geschiedt meestal door den vader door wezenlijke dream- 
cisie , niet door eenvoudige splijting van de voorhuid ^ m. Meo 
ziet dat , ook wat den leeftijd betreft waarop de operatic plaats 
heeft, de opgaven van de twee schrijvers van elkander ver 

s» Hervey, The Endau aud its Tributaries , Journal of the Straits Bxmiieh 
of the Royal Asiatic Society, jaarg. 1881, bis. 119. 

40 Zie de verhandeUngen van Maday iii het Nataurk. Tijdsohr. ▼. Nedcri 
Indie , dl. XXXV , biz. 250^268 en dl. XXXVI , blx. 8—26. Het Bohyn 
dat de Zuidelijker, vooral in het gebied van Djohor, wonende Qrang-Bi 
noewa, die meer bepaald mot den naam van Djakoeu's worden bestempelci 
do besnijdenis , met uitzondering van enkelo stammen , hebben , terwijl bQ d 
Nor)rdelijker wonende SSmang*B en Sakei's , over welke volkeu de ('petaOtf 
van Maclay meer in het bijz<>nder handelen , dit gebruik niet soh^jnt voc 
te komeii. Deze laatste stammen worden d(K>r Maolay als mivere Melanfl 
siers besohciuwd, terwijl de eorstgenoemde volgens hem nmelanu-inalayifolB 
Mischlings-Vdlkerschaften •• zijn. 

*^ Een aiidoro schrijvor , Dr. Sohroibor , Die Insel Nias , Petermaim's ICt- 
theiluugen , jaai*g. 1878 , biz. 49 , zegt alleen dat do besnijdenis bij de Niasop 
(ip achtjarigen leoftijd verrioht wordt, zonder dat hij de wijze vermeldt waaro] 
zij gesohiedt. 

*- Durdik, GonecH- on verloskunde bij de Niasers, Oeneoskimdig Tgd 
Bchrift V. Noderl. Indio, dl. XXII, biz. 247. 

^ Von RfMonbor^', Vcrsla^ onitrent hot eUand Nius, Verhandelingcn ▼. h 
Hat. G^. V. K. on W. , dl. XXX, biz. 27. ^o ook van denseUden sohrijrer 
Der Malayischn Arohipel, biz. 168. 



179 

^ schillen **. Intussclien kuimen beide juist zijii. Het is tocli 
bekend dat er eeii groot ondersclieid bestaat tussclien de ver- 
schillende stammen die het eiland bewonen , vooral tussclien de 
IXoord- en de Zuid-Niasers. Het eene bericht lean dus meer 
op de eersten , het andere op de laatsten betrekking hebben. — 
Van de Heidensche stammen van Sumatra vinden wij bij de 
Bataks de besnijdenis vermeld *5. Deze is eene circuracisie en 
geschiedt, ofschoon wel eens op de gewone wijze door afsnij- 
ding , meestal , evenals bij de Aroeneezen en Dajaks , door af- 
klOTiming. Hiervoor bezigt men een nijptangetje , waarin de 
Toorhuid gevat wordt. lederen dag wordt het werktuig, door 
opschmving van een daaraau bevestigden ring, meer gesloten. 
Na vier tot zes dagen valt het afgeklemde deel van het prae- 
putium vanzelf af. Deze verrichting doet ieder voor zich zelf ; 
zij schijnt zonder eenige plechtigheid te geschieden *«. Het 
besnijden heet morsapit ^^ 

Ten slotte hebben wij nog kortelijk stil te staan bij eenige 
volken , die hoewel buiten den Indischen Archipel gevestigd , 
zoo nauw met de daar wonende verwant zijn , dat zij hier niet 
met stilzwijgen voorbij mogen worden gegaan. Het zijn de Hoewa's 
en andere stammen van het Maleische ras van het eiland Ma- 
dagascar. Algemeen komt bij hen de besnijdenis voor. Uitvoe- 



** Wij zulleii straks zieu dat You Roeenberg ook eene aiidere redeu voor 
de besnijdeniB opgeeft dan Durdik. 

*• De Loeboe's en Koeboe'B gaau wij liever met atilzwijgen voorbij Van 
de Loeboe*B lezen wij wel dat zij de besnijdenis hebben , dooh wordt er tevens 
bij vermeld , dat zij dit gebruik van de Mohammedanen hebben overgeuomen 
(Godou, Bijdrage tot de kennifi der Loeboe's, Tijdschr. v. Nederl. Indie, 
jaarg. 1864, dl. I, biz. 264). In de opstellen over de Loeboe's van de Heereu 
Van Dijk en Van Ophuijzen (Bijdragen tot de T. L. en Vk. v. Nederl. 
Indie, 4e volgreeks, dl. VIII, biz. 151 vlg., en Tijdschr. v. Ind. T. L. en 
Vk., dl. XXIX, biz. 88 vlg.) wordt dan f»ok over dezo gewoonte in hetge- 
heel niet gesproken. Ook sommige Koeboe's hebben de besnijdenis , die zij 
e<^ter, met andere gebrulken van den Isl&m, aan de Maleiers hebben ontleend 
(Van Hasselt, Volksbeschrijving van Midden-Sumatra, dl. I, biz. 69). 

^ Zie: Van der Tuuk, Bataksoh woordeuboek, i. v. sojpiiy en Catalogus 
der Afdeeling Nederlandsohe Kolonien van de Internationale Koloniale en 
Uitvoerhandel Tentooustelliug te Amsterdam, Qroep II, biz. 81. 

*7 De benaming inorsopit , letterlijk : beknepen zijn , is natuurlijk ontleend 
aan de wijze waarop de besnijdenis plaats heeft. Het groudwoord daarvau, 

sopU, heriunert aan het hierboven genoemde Javaansohe jjtcuiihiiji en het 

Soendaneesohe <K/<L««sn| , die eveneens benepen, beklemd , beteekeneu. Bij 
de Javanen en Soendaneezen geschiodt de oiroumcisie wel niet doorafklem- 
ming, maar wordt toch de voorhuid voor de afsnijding, gelijk wij gezieu 



180 

rige berichten daarointrent zijn oiis door Sibree luwlegedeeld *«. 
Ken bepaalde ouderdom waariu de operatic moet plaats liebbeu , 
is niet voorgeschreveii ; alleenlijk stelfc de vorst nu eu dan een 
tijdstip vast, waarop alle kuapeu , die nog niet besneden ziju , 
de kunstbewerking moeteu oudergaau. Met tal van feestelijk- 
lieden en ceremonien , met offers en gebeden , met spel en dans , 
gaat de handeling gepaard. De jongelieden worden eerst naar 
l)epaalde voorschriften gemeten. '/This is done with a line bamboo 
called volotara; they are first measured from the ground to 
the loins, then up to the shoulders, and lastly, the whole 
height of the child. // Daarop woixlen zij plechtig ingezegend. 
Bijzonder omslachtig zijn vooral deze ceremonien waar het vor- 
stenzonen geldt. Wij kunueu hierbij niet langer stilstaan , doch 
verwijzen naar het werk van Sibree. Over de operatic zelf wordt 
door dezen schrijver echter bijna geheel het stilzwijgen bewaard. 
Dat zij evenwel eene circumcisie is , blijkt duidelijk uit de 
mededeelingen die hij doet , omtrent hetgeen met de aigesneden 
voorhuid geschiedt. '/Apud Hovas,'/ aldus lezen wij, '/praepu- 
tium infantis in folio bananae involutum vitulis datur; apud 
iucolas quosdam orae occidentalis in haustn alcoholico infant 
bibendum datur. Apud gentem Bara pater praeputium in flumen 
vicinum projicit; apud gentes Sakalava pars praecisa ex tor- 
mento (gun) vel cuspidi hastae afBxa emittitur super tectum 
patris. Si hasta recta in terram cadit, indicio est, ut illis vi- 
detur, puerum animosum futurum esse.'/ 

(ielijk uit het me^egedeelde blijkt, wordt de besnijdeuis al- 
gemeen bij de Heidensche stammen van den Archipel aange- 
trollen. Dat zij niet van de Mohammedanen is overgenomen , 
blijkt reeds uit eene oppervlakkige beschouwing. Dc circumcisie 
toch is de nicest algemeene wijze van besnijdenis: zij komt bij 



liebben, iii eeu uijptaiigetje gevat, z«;odat naar deze verriohting de geheele 
beBiiijdeniB den naam »^iS«>n| of t^iiSibnjf kaii hebben verkregeu, teiizij 
men wil aannemen , dat vr(»eper de afsnijdiug o<>k hier achterwe^e gebleren 
JH en de operatie due op de wijze der Bataks, en derhalve o<»k der Dajaks 
en der Aroeneezen , heeft jilaatB irehad. Aan het BatakBche sopti , het Ja- 

vaansohe i*i(l» imj^ , het Srtendanee8che K^iAmnji verwant, ib ook het Makas- 

HaarBohe en BoegineeBche sipi = kuijpen , knellen , het grondwoord van patipiy 
het bamboezen uijptaugetje , zooals men zioh herinnert, dat bij de ciroum- 
cisie gebrvdkt wordt. 

♦** Sibree, The gi-eat Aft-ican lahind, biz. 217—222 en 273- -274. 



181 

de Semitische vol ken voor eii wordt eveiieeiis door de Arabiereii 
gevolgd ♦». Zoo men dus in den Indischen Archipel eerst met 
den Isldm liet gebruik van liet blootleggen van den eikel of 
de glans penis heeft leeren kennen, dan zoii dit voorzeker 
ook daar allerwege gescliieden door afsnijding van de voorhuid. 
Dat dit, gelijk wij hiervoren gezien hebben, niet het geval 



M De Israelleteu maken eenigsziiiB eeue uitzuudering. De beHiiijdciiiB bo- 
fltftttt bij heu uit twee verriohtiugeii , eene circumoisie eu eeue uioiBie. De 
boHUJder of mohel trekt eerst de voorhuid naar voreu, vat deze iu eeti 
tengtlje en snijdt haar daii af : dit heet ntilah. Na deze veniohtiiig is, z(A» 
lami wij, iidie auBsero Lamelle der Vurhaut bis uber die Krone derfliohel 
lori&okgezogen , die Eichel noch von der iuneren Lamelle der Vorhaut be- 
deokt.>t Nu volgt de tweede verriohtiug, die ten dool heeft den eikel gehoel 
Moot te leggen. Daartoe zet do mohel ^die Spitze seinee Daumennagels in 
die Miindung des umem Blattes der Vorhaut, faaet aie damit dui*ch Bei- 
lililf« der beiden Zeigefinger und spaltet sie auf dem Riicken der Eichel 
mittelst SchlitzenB bis auf die Krone derselben, und sohiebt die aufge- 
aohUtste Vorhaut bis iiber die Krone der Eiohel hinweg.n Deze tweede ver- 
li^ting heet perVah. Tegenwoordig gebruikt men , in plaats van den nagel 
▼an den duim, bij de perl'ah meer algemeen eene schaar van bepaalden 
▼orm (2Se : Trusen , Die Sitten , Gebniuche und Krankheiten der alten He- 
braer, Wb. 128—129; Ploss, 0. c, dl. I, biz. 348—350). Oorspronkelijk 
bestond de Joodsche beenijdenis alleen uit de mtlah ; de perl'ah is er eerst 
Iftter bijgekomeu. Ten tijde van de Jodenvervolging onder Antiochus Epi- 
l^iAnee, traohtteu namelijk velen de rest hunner voorhuid naar voren to 
brengen , te verlengen , ten einde zich dus den schijn te geven van onbe- 
■neden te ziju: Mzij maakten zich voorhuidenM (1 Makk. I : 16). Vooral na 
de stichting van een gymnasium te Jeruzalem , werd dit algemeen , daar 
men uaakt de kampspelen moetende bijwoneu , alle sporen van de besnijdenis 
iraohtte te doen verdwijnen. Ten einde aan dergelijke practijken toen en 
later een einde te maken , werd aan de milah , de perl'ah toegevoegd. 

Wij moeten hier nog de aandaoht vestigeu op eene wijze van besnijdenis, 
geheel afwijkeud van de gewone circumoisie , die volgens Niebuhr (Beschrei- 
bong von Arabien, biz. 269) bij eenige stammeu in het Zuiden van Arabie 
bestaat. itSie beschueiden nicht nur die Vorhaut , eondem maoheu auch 
einen Schnitt in der Haut oben auf dem munnliohen Gliede der Langenaoh 
und loeen einen Theil der Haut am Unterleibe ganzlich ab. Sie sollen sioh 
eine grosse Ehre daraus maohen , eine grosse Pein standhaf t zu ertragen . . . 
Die Beeohneidung soil nicht nur sehr schmerzliaft , sondem bei erwachseuen 
PerBonen bisweilen auch todtlioh sein . •• Ook Barbier de Meynard spreekt van 
eene bijzondere besnijdenis in zijne verhandeling nNotice sur I'Arabie Meri- 
dionale d'apr^s un Document Turcn (opgenomen in de Melanges Orientaux, 
uitgegeven ter gelegenheid van het 6e inteiiiationale congres der Orienta- 
liflten te Leiden). "Une coutume ijui meiite d'etre Bign€i]de c'est la ciroon- 
oision telle qu'elle se pratir^ue dans les tribus de rA9lr. Elle consiste en une 

incision d'une nature telle quo les enfants ne pourraient la supportei- 

D n'est pae rare mdme que les jeunes gens meurent des suites de oette 
dangereuse operation et que d'autres quittent le pays plutot que de s'y ex- 
poser." (Zie voor verdere bijzouderheden : O. c. , biz. 117 — 118). 



182 

is, dat riiet alleeii bij de inee«te Heidenrsclie vulkeii — de P»- 
poewa's vau de Oostspits van Nieuw-Gniiiea , de Amboueezen, 
Alfoeren vau Boeroe en Ceram, de bewoners van de Watoebeli- 
eilanden , deu Tiinoreeschen Archipel eu Centraal-Celebes , de 
Alfoeren van de Minaliasa, de Orang-Benoewa vau Malaka en 
gedeeltelijk de Niasers — doch ook bij enkele Mohammedaanaclie 
staminen, met name de Javanen en Gorontaleezen , de incisie, d< 
klooving of splijting van het praeputium, geheel of grootendeek^ 
regel is, bewijst zeker, dat wij hier met eeue oorspronkelijke 
instelling te doen hebbeu. Overigens lette men er op dat adfr 
waar dc circumcisie bestaat — bij de Hoewa's, ten deele bijdc 
Niasei*s , bij de Tagala's en Bisaja's, de Bataks, Dajaks en do 
Aroe-eilanders — de eigenaardige wijze waarop zij , althans bij 
de drie laatstgenoemde volkcn, plaats lieeft, door uamelijk dc 
voorlmid door afklemming in versterving te doen overgaan, 
zoodat zij vanzelf afvalt , ook voor hare oorspronkelijkheid pleitK 
Ken niet minder belangrijk bewijs voor de juistheid dcr 
nieening, dat de besnijdenis in den Indischen Archipel al bestaan 
heeft voor de invoering van den Isldm , is het feit dat zij ook 
voorkomt bij de Maleisch-Polynesische stammeu vau de Zuidaee- 
eilanden, die steeds buiten vreemden, dat is dan hier bepud- 
delijk Arabischen, invloed gebleven zijn. De operatic bestaat 
ook hier in eene insnijding in het bovendeel van het praeputiam. 
De insnijding wordt echter, althans op de Tonga-eilanden, 
alleen //durch die iiusseren Hautpartien and deu Au&ng der 
inneren gemacht und der Ueberrest der letzteren mit deu Kn- 
gem aufgerissen^/ si. Behalve op Tonga, wordt het gebraik 
Westelijk ook aangetroflen op de Pidji-eilandeu , de Nieuw- 
llebriden en Nieuw-Oaledonie , en Oostelijk op de Samoa-groep* 
Tahiti , de Sandwich- en de Markesas-eilanden eu op liet Ooster- 
eiland sa. Zoo zien wij dus dat de be^^'nijdenis algemecn versprexd 
is in Indonesie, Melanesie en Polynesie. Dit wettigt w^l 
de onderstelling dat wij hier met eene oude instelling te doea 
hebben, die de volken van dit ras zeker reeds moeten hebben 
gekend voor hunne verspreiding , toen zij nog ecu gemeeuschap- 

.VI Veiyelijk nveriiretis hotgceii wij }uer\'(irei) in noot 47 hebben upgemerkl 

o 
• •uitroiit de. beiiainiiig *^ * ' *^ in hot kromiVinggil , die or op eolnjiit te wiJMii, 

dat de circumciMio bij de Javaiien voi>rIieeii • Nik door afklommmg gesohied'le 
'»' Androe, 0. c. , biz. 71. Zie ook: Plow, O. c. , dl. 1, bls; 860. 
« Zic: PK«H, biz. 360—361; Andree, biz. 71 - 72; Waits, Autropologiedca 
Naturvolkcr, dl. VI , biz. 28 ; Tunier, Nineteen yearn iu Pol^iiesia, bis. 87 , 177 
.no, 360, 371, 424, 495 ; WUliamfl, Fiji and tho Pijiann, dl. 1, biz. 166—167, 



183 

pelijk stamlaiid bewooiideii. Dat het gebraik hier on daar ont- 
breekt , in Polynesie bij voorbeeld op Nienw-Zeeland , in 
Melanesie op Westelijk Nieuw-Cjuinea , terwijl het in Mikronesici 
geheel schijnt te worden gemist, kan niet als bewijs voor het 
tegendeel worden aangevoerd. Het kan toch zeer goed zijn , dat 
het op deze eilanden verloren gegaan is, of dat men het daar 
om bepaalde redenen prijs gegeven he^ft. Dat dit laatste ge- 
flchieden kan , hebben wij hierboven reeds van een der stammen 
▼in de Orang-Benoewa van Malaka gezien. 

Wij komen nu aan de vraag, tot dusverre door ons buiten 
beschouwing gelaten , wat de beteekenis is van de besnijdenis 
in den Archipel , wat men zich met de operatie ten doel stelt. 
Sliechts van enkele volken vinden wij bepaalde mededeelingen 
daaromtrent. Alvorens tot de vermelding hiervan over tegaan, 
18 het echter noodig de aandacht te vestigen op hetgeen Dr. 
PI08S , in zijn bovengenoemd werk , over den oorsprong dezer 
insteUing in het algemeen heeft aangevoerd. Onder de verschil- 
loide theorien, welke er daaromtrent bestaan, komt ons die 
van dezen geleerde het meest aannemelijk voor. 

^Zweck und Absicht der Beschneidung,// aldus schrijft Dr. 
Ploss »5 , //liegt meiner Ansicht uach in dem Bestreben , die 
Natur zu corrigiren, ihr bei ihren angeblichen /.//Verirrungen//// 
zu Hilfe zu kommen und an den Sexualorganen einen Zustand 
herbeizufuhren , welchen man fiir einen, beim erwachsenen 
Menschen normalen halt, und der von der Natur an kleinen 
Kindem wohl nie von selbst, in der Pubertatsepoche sehr oft 
auch noch nicht spontan hergestellt, vielmehr zum Nachtheil 
der sexuellen Funktionen gar nicht selten in das Mannesalter 
hintibergebracht wird; — man will die Phimose beseitigen, 
denn man halt den mit einer solchen behafteten Menschen fiir 
minder zeugungsfahig. Um dies zu verstehen, muss auf die 
Umwandelung hingewiesen werden, welche am Penis allmalig 
bis zum zeugungsfahigen Alter in der Regel , wenn auch nicht 
immer vor sich geht. Die Vorhaut , welche die Eichel bedeckt, 
ist beim Neugeborenen stets so gestaltet, dass sie nur mit 
Mtihe oder gewaltsam iiber die Eichel zuriickgezogen werden 
kann; nach und nach wird sie im VerhaJtniss zum ganzen 
wachsenden Gliede (Penis) an ihrer Oeif hung viel ausdehnbarer , 
so dass sie sich spater meist von selbst zuriickstiilpt , namentlich 
dann, wenn sich der Penis in Erection befindet. Das neuee- 

»« 0. 0., dl. I, biz. 368—369. 



l)orwic Kind Iwsit/i also gaiiz regelnuissig oine Phimase, d. Ii 
eine solche Verliliiireninfi: der Vorhaut , mit gleichZieitiger Kngig 
keit ihrer Miindurifr , dass die (beim Manne zur Ausiibun^ da 
(3oitus fiir die Kjaculation fijrderliche) Zunickschiebung hinto 
die (Corona der (Hans iiicht aiisfillirbar ist. Weiin nun iibenUf 
und ohne Frage selbst bei den schlecht oder unsnilanglkk 
beobachtenden Naturviilkeni die Thatsache wahrgenommen wurde^ 
dass der zuin Manne herangewaehsene Junglingdie Eichelnicht 
st»lten frei zii tragen beginnt, well da? Praputium sich VM 
selbst zuriickschiebt und hintiT der (3orona liegen bleibt, im 
aber auch beim Manne die Kicliel im erigirten Zustaiide ntf 
ausnahmsweise noeli von der Vorhaut bedeckt ble.ibt , so erschiM 
die Bedeck ung der Kichel durch die Vorhaut als ein nidi 
noruiales Verhiiltniss , dem man cor rigi rend schon frtihfleiti| 
und ganz allgemein entgegentretcn muss. Somit fasse ich dil 
urspriingliche Tendenz der Besclineidung auf als den operativcl 
Vorbereitungsact auf die S<»xual- Function des Manues. Mil 
betrachtet(^ die noch immer bei dein Jiingling in einigem OnA 
vorhandene Bedeckung dor Ricliel mit der Vorliaut, den tei 
fiilh ester •Tugend noch vorhandenen , immerhin geringen SbistUK 
der Phimose als etwas mehr oder weniger Irlinderliches fUrdei 
(Joi'tus, das ma)i durch einen operativen Kingrifl' beseitigen mil* 
Daher kommt es, das die meisten Trvolker erst in demjeuigoi 
Ijebensalter die* Vorhaut ein- cnler wegschneiden , in welchea 
die Reife zum (leschlechtsgenuss , die Pubertiit errcicht iflt;mi> 
will den Jiingling mit einem Afale vollig reif and normal il 
sexueller Hinsicht maclien." ^ 

Wij behoeven wel geene v(»,ront«5huldiging te vragen vodi 
deze lange aanhaling. Duidelijker en korter kan de zaak indflT' 
daad niet voorgesteld worden. Dr. Ploss wijst er nog verdrt 
op , hoe de besni jdenis tevens het karakter moet verkrijgen ▼• 
eene ceremonie van manbaarverklaring. I)e besuedeii knaip 
wordt dan ook van dat tijdstip af in de rij der mannen opg9- 
nomen , verkrijgt de rechten van een man , en mag dus ook 
in het huwelijk treden. Dat de operatic bij sommige volk* 
op zeer jeugdigen leeftijd plaat^^ lieeft, pleit niet tegen deie 
v(K)rstelling. llieromtrent to<'li merkt Dr. Ploss zelfop: ^Allei* 
die.se auf die sexuelle Ileife ""vorbereitendc" Operation wiw 
ja auch sclion in ganz jugendlichem Alter ausgeiibt ; hier glanbl 
man s<'.lion an Ximgeborenen dem Zustande der natiirliehtf 
I'nftM'tiifkfit (•ntireirentret<»n zu miissen. Sclnm dem Kinde wi! 



IS5 

man eine mo^Iiclist zalilreiche Naclikoinmeiiscliaft garaiitiren 
und sich nicht auf den Znfall verlassen, ob die an ihm be- 
merkte, dem Zeugungsact vielleicht uieht hinderliche Phimose 
dereinst sich von selbst be^seitigen wird oder constant bleibt. '/ 54 
Op eene raerkwaardige wijze vinden wij deze beschouwingen 
van Dr. Ploss bevestigd door hetgeen Valentijn ons van de 
Amboneezen mededeelt **. Hij /egt toch dat de besnijdenis bij 
hen vooral geschiedt //tegen zeker ongemak , bij de genees- 
kandige de capistratie ol* phimosis, dat is, de spanning der 
voorhuid , genoemd , waar mede zy zeer veel gequeld zyn , en 
die de t'zaraenkomst van de man en vrouw hinderlyk , en de 
Toortteeling eenigzins nadeelig is./' De handeling heeft dus 
bepaaldelijk plaats met het doel den jongeling geschikt voor 
den coitus te maken , hem eene talrijke nakomelingschap te 
Terzekeren. Er is nog iets lietgeen dit bewijst. Bij de operatic 
laat men, gelijk ons hiervoren gebleken is, alvorens deinsnij- 
ding te maken , den jongeling quasi naar een cuscus zien , ter- 
wijl men zegt: '/Zie , daar is een cuscus in dien boom!'/ ^e 
Valentijn nu zegt hieromtrent : //Het uiten van die woorden : 
^'s'Ziet, daar is een coescoes,//// en is ook niet zonder zekere 
vcrborgene beteekenis, want daar by wenschen zy, dat 'sjon- 
gens geslacht in getal zoodanig t^enemen mag, als de hairen 
van een coescoes menigvuldig, en ontelbaar zyn. // 57 Oe besnijdenis 
is, gelijk uit het voorgaande vanzelf volgt, hier eene noodza- 
Icelijke voorwaarde om te mogen trouwen. //Die zoo niet be^neden 
was onder hen, mogt niet trouwen, ja geen vrouwmensch onder 
hen zou hem willen aanzien , alzoo het by haar de grootste schande 
ter wereld is, zoo een onbesneden man te hebben,om voor 

»* Robs, 0. c, dl. 1, biz. 369. 

«» Valentijn, dl. Ill, 1, biz. 13. 

** De cuscus, op Ambon in de landstaal kusu geheeten, behoorende tot 
de marsupialia , zijn bijzonder eigen aan het Austro-Maleisoh gewest. Het 
BJn op opossums gelijkeude diereu met een langen grijpstaart. Zij hebboii 
kleine koppen , groote oogcn en een dik kleed van woUig bont , dikwijls suivev 
wit van kleur , met onregelmatige zwarte plekken of vlokken , en somtijds asch- 
achtig bruin, met of zonder witte vlekken. Zij woneu in het geboomte en 
voeden zich met bladeren. Men heeft er verschillende soorten van. (Zie: 
Wallaoe, The Malay Archipelago, vertaling van Prof. Veth, dl. IT, biz. 
154 — 156, waar men dit dier ook afgebeeld vindt). 

s7 Dergelijke overdraohtelijke zegenwensehen vindt men ook bij andere 
volken in den Archipel. Zoo onder anderen bij de Alfoeren van de Minahasa. 
Bij een huwelijk wenscht men aan het bruidspaar rijkdommen toe ceven 
ontelbaar als de haren op de huid eener muis.n (Oraafland , De Minahasa, 
dl. II, biz. 320). 



wrllvc schaiide w'mi bloot tv staaii , of v(x>r 't huofd gestcx>iei 

te wenleii , zicli alle jongens van oudslier dus lieten besnydeu.* 

Niet alle l>erichtgevers zijn evcD uitvoerig als Yalentijo 

Toch vinden wij van «nlvele volken nog liet een en anda 

medegcdeeld , waaruit duidelijk de juistheid blijkt van de be- 

schouwing van Dr. Ploss, dat de besnijdenis is een ^Vorberei- 

tungsact auf die S(^xual-Fiinction des Mamies, i^ daar zij den 

r'(k)itus erfolgreicher fiir die Befruchtung'/ maakt. Zoolezenwij 

van dc Niasers, dat zij gelooveu ^^dat zonder besnijdenis geen 

vruchtbare coitus mog(^lijk is, en dat daarom eerst na doe 

operatie de knaap in de rij der mannen opgenomen en bij zijne 

bruid, met weike hij reeds sedert jareii verloofd is, to^elateB 

wordt.// M Volgens den Heer Graafland heeft bij de Alfoeren 

van de Minahasa de besnijdenis geen ander doel ^dan \ui 

verschaften van voorbeschiktheid tot het huwelijksleven.^ s*Bij 

de l)ewoners van C'/eram en van de Watoebela- en de Aroe- 

eilanden geschiedt de besnijdenis, gelijk de inlander zegt, ad 

augendani in coitu inuliemni voluptatem **. Schijnbaar biedt 

deze verklaring geene pnnten van overeenkomst aan met de theorie 

van Dr. Ploss. Ue gissing ligt echter voor de hand dat irij 

hier niet met de oorspronkelijke beschouwing te doen hebben, 

doch dat aanvankelijk bij deze volken, evenals bij denaburige 

Amboneezen , de voorstelling bestaan heeft omtrent de besnijdenis 

als eene noodzakelijke voorwaarde voor een vmchtbaren coitus, 

zoodat de vrouwen aan de mannen welke besneden waren, de 

voorkeur gaven boven die , welke de kunstbewerking niet haddcn 

ondergaan. Toen nu later die voorstelling verloren wasgegaaii« 

nio(;t men vanzelf gemeend hebben , dat deze voorkeur daaniU 

v(K)rtkwam , dat de besnijdenis de voluptas der vrouw bij d<* 

coitus verhoogde, z(M)dat (lit toen als het eigenlijke dod d«' 

operatie werd beschouwd. — Belangrijk is ook hetgeen wij v»i 

de Boc^gineezen vermtjld vinden. Deze toch hebben de uitdnikkin| 

risoppd-mam djarung uli-lasona^ nadara, dat is: de voorhuici 

wordt slechts met een(*, naald doorstoken, zoodat er bloed uii- 

komt , voor de besnijdenis , vooral van prinsen , die reeds 

gemeenschap met vrouwen geliad e.n kinderen verwekt hebben 

•'it Durdik, Oen«of(- on vorloekundo hij de Niasoni, G^ecak. IKjdaohr. ▼ 
Neder]. liidio, dl. KXII , biz. 247. — Von K«<enberK frooft, gelijk hinmnde 
zaI hlijken, eene aiidero reden voir de branijdeniii «ip. 

•"^v Oraafland, l)t> MinuliafMi. dl. I, blx. 31:). 

^" VoI^'otHt ino tedf'elini; van den Ileer Riedol. 



1S7 

welke besnijdeDis op de gewone wijze geschiedt , doch niet met 
feestelijkheden gepaard gaat «». Hoe nu is die beDaming te 
verklaren? Onzes inziens voert zij ons vanzelf terug tot den 
tijd, toen men nog bepaaldelijk met de besnijdenis zich voor- 
stelde, den jongeling geschikt voor den coitus te maken. Was 
er dus iemand, die voor dien tijd gemeenschap met vrouwen 
gehad en kinderen verwekt had , dan was de kunstbewerking aan 
hem niet meer noodig , voor het eigenlijke doel waarom zij toen 
nog werd gedaan, doch moest zij toch nog plaats hebben 
als eene ceremonie van manbaarverklaring. Doch het behoeft 
geen betoog , dat men de pijnlijke operatic dan tot een minimum 
zal hebben gereduceerd : men zal dus het wegnemen der voor- 
huid acliterwege gelaten en zich bepaald hebben tot het 
ri9appd-mant djarung uH-laaona , nadara , tot het beprikken van 
het praeputium met eene naald totdat er bloed uitkwam. Later 
toen men, wellicht onder den invloed van den Isl&m, er toe 
gekomen is om ook in deze gevallen de circumcisie feitelijk 
te doen geschieden, is die oorspronkelijke benaming of om- 
schrijving daarvoor toch beliouden gebleven. 

Uit de verklaring door Dr. Ploss van de besnijdenis gegeven, 
vloeit nog voort, gelijk wij zooeven gezien hebben, dat de 
operatic moet plaats hebben fnn demjenigen Lebensalter, in 
welchem die Reife zum Greschlechtsgenuss , die Pubertiit erreicht 
ist.// Wij vinden dit eveneens bevestigd bij de volken van den 
Indischen Archipel. De knaap wordt, zooals uit het boven- 
medegedeelde blijkt, meestal in den (mderdom van veertien of 
vijfbien jaren besneden , dat is ongeveer de leeftijd waarop men 
in Indie huwbaar wordt. Zelfs bij de Mohammedaausche volken 
is dit het geval , in weerwil dat het in de rechtsboeken aanbevolen 
wordt de besnijdenis in de eerste kindsheid , liefst op den zeveuden 
dag na de geboorte , te doen geschieden , en daarvan niet af te 
wijken, dan wanneer het kind niet steik genoeg is om de operatic 
te ondergaan «2. Met de besnijdenis wordt ook , geheel in over- 
eenstemming met de voorstelling van Dr. Ploss, de knaap in 



" Matthes, Boegineesoh woordenbook, i v. soppd. Verg. ook: Bakkera, 
Het leenvorstendom Bone , Tijdschr. ▼. Ind. T. L. en Vk. , dl. XV , biz. 43. 

^^ Zie onder andereu het, ook in den Indischen Archipel veel gebruikte, 
Sjafi'itiBch fiqh- of reohteboek: Minhftdj at-t^^libin, ed. Van den Berg, dl. Ill, 
biz. 251. In het Maleischo werk itMakota aegala radja-radja", od. Roorda 
van Eyfiinga, biz. 161, wordt do leeftijd van ees jaren op^epreven alB die ^ 
waarop het wenschelijk is het kmd te besnijden. 

4* Volgr. X. 13 



IHH 

de rij der maniien opgenomeii eii ve.rkrijgti hij de rechteii van t 

man •». Wij zageii reeds hoe dit het geval is bij de Niasc 

Nog van andere volken vinden wij zulks vermeld. Zoo les 

wij van de Hoewa's en de overige stammen van Madagasc 

dat de besnijdenis bij hen te beschouwen is /ras an initiat: 

into the community, since no one who has not undergone i 

ceremony can be a soldier, or be considered as properly qi 

lifted for Government service. The children who undergo ■ 

ceremony are said to be made men, to be consecrated 

established.'/ •* Hiervoren merkten wij reeds terloops c 

dat de knapen, v66r de operatic, onder anderen ingezegc 

worden. Uit het formulier, daarbij gebruikelijk , blijkt c 

duidelijk de strekking van de besnijdenis als eene ceremo; 

van manbaarverklaring. //The lad is not a child ^ff zoo h 

het , //he is a man breasting the stream ; not caught in crossi] 

not taken in a net! The lad is a banana tree north of 1 

town w ^ the leaves not broken , the young shoots untakc 

The lad is not a child ! He is a sorohitra (a bird) on a roc 

thrown at, not hit; throwing, hitting (his enemy)! His cat 

cover the plains! His money fills a large tomb! •• His sla^ 

crowd his country house!// •^ — By de Menangkabawsche Maleii 

van Midden-Sumatra, bepaaldelijk die van het landschap LSbo 

in de Palembangsche Bovenlanden, wordt de knaap door 

besnijdenis ecu zoogenaamde budjang, een huwbarejongeling, 

deelt hij ook van dat oogenblik af in de rechten en plichten, i 

de budjangschap met zich brengt •«. — Eindelijk moeten wij n 

de aandacht vestigen op de Fapoewa's van de Maclay-ku 

//Seit der Zeit der Beschneidung,/^ aldus lezen wij, /I'wird c 

Knabe als ein junger Mann betrachtet und erhallt auch vi* 

Rechte die dem Kinderalter abgingen.// •» 



^ Voorbeelden daarvai) vindt men op veraohiUende plAatsen in het w> 
van PloM. Zie onder anderen : biz. 353 , 358 , 362 , 363 , 370 ens. 

*^ Sibree, The great African Island, biz. 217. 

^ That iB, the leemde, sheltered from the preyaflinfi: south-east windf 

** The tombs are commonly used as re]>oeitories of money. 

•7 Sibree , O. c. , bli. 219—220. 

^ Van Hasselt; Volksbesohrijving van Midden-Sumatra, d1. I, bli. 2 
In LSbong vormen de budjang'Sy huwbare jongelingen , met de gadia ,h!c 
bare meisjes, een stand of groep, btufjang^adi* ^ de groep der ongehuwdi 
staande tegenover de pesakim of nrang-4»atin ^ de groep der^rehuwden. Zoo* 
in kleeding als in rechten on verpliohtinffen zijii beide van elkmder nod 
Koheiden (Van Hasselt , O. c, biz. 207—208). 

^ Von Miklucho-Mttday , Ethnologische Benierkungen Uber die Pltp 



189 

Jlet behoeft slechts opgeraerkt, ou uiet iiader aaugetoond 
te worden, dat de besnijdenis, naar de theorie van Dr. Ploss, 
geene godsdienstige beteekenis heeft. Bij de volken van den 
Tndischen Archipel vinden wij dit bevestigd. Met uitzondering 
natuurlijk van de Mohammedanen , wordt ons meestal uitdruk- 
kelijk medegedeeld , dat de handeling geheel afgescheiden is 
van eenige religieuse bedoeling. Zoo is dit het geval bij de 
Alfoeren van Boeroe en Ceram , de bewoners van de Watoebela- 
en de Aroe-eilanden en van den Timoreeschen Archipel (Timor , 
Savoe, Roti en Soemba), bij de Alfoeren van de Minahasa, 
de Dajaks, de Niasers en de Hoewa's en andere stammen van 
Madagascar ^o. Alleen bij de Amboneezen was het anders. 
Yalentijn noemt, gelijk ons reeds uit het hierboven geciteerde 
kan gebleken zijn , de besnijdenis //een der plegtelykheden tot 
hanne godsdienst behoorende.i' ^i Elders vinden wij bij hem 
venneld, dat er bij de operatic //op zyn oud-Heidensch een 
Feest ter cere van hunne Groden bereid wierd.// 72 Op enkele 
eilanden van de Zuidzee heeft de besnijdenis eveneens een 
min of meer godsdienstig karakter, in zooverre dat de kunst- 
bewerking door een priester gedaan wordt en met gebed en 
ceremonieu gepaard gaat 7s. Qok elders zien wij hoe in vele 
gevallen de besnijdenis dat godsdienstig karakter bezit , ja soms 
als eene zuiver religieuse handeling optreedt. Hoe is dit met 
het voorgaande in overeenstemraing te brengen? Het is wel 
noodig bij dit punt nog kortelijk stil te staan. 

Het godsdienstig karakter van de besnijdenis, dat schijnbaar 
met de voorstelling van Dr. Ploss in strijd is, laat zich onzes 
inziens, in het wezen der zaak, rechtstreeks daaruit alieiden. 
Bij tal van onbeschaafde en halfbeschaafde volken zien wij 
toch, hoe het //weest vruchtbaar en vermenigvuldigt«' als een 
goddelijk bevel voorkomt , hoe de meening heerscht, dat trouwen 
en kinderen krijgen, het voornaamste doel is, waarvoor de mensch 
hier op aarde is , en geene gelukzaligheid hieniamaals hun ten deel 



der ICadlay-Kuste m Neu-Guinea, Natuurk. Tijdgohr. v. Ned. Ind. , dl. 
XXXVl , biz. 299. 

^^ Zie de bovenaaugehaalde plaateen. Voor zooveel Ceram, de Watoebela- 
en de Aroe-eilanden hetreft, volgens mededeeling van den Heer Riedel. 

71 Valenfcijn, dl. Ill, 1, biz. 13. 

7« Valentijn, dl. Ill, 1, biz. 67. 

7» Zie: PI0B8, 0. c. , dl. I, biz. 371; Waitz, Autliropologie der Natur- 
v51ker, dl. VI, biz. 40. 



190 

valt, welke dat doel geheel of gedeeltelijk geini»t hebben 7« 
Heeft de besnijdenis dus werkelijk de strekking om den coitus 
vruchtbaarder te maken en den man eene talrijke nakome- 
lingschap te verzekeren , dan moet zij , in verband met dit 
goddelijk voorschrift , ook als eene Gode welgevallige daad 
worden beschouwd , en kan het ons geene verwondering baren, 
dat zij bij sommige volken zich tot eene zuiver leligieuse 
handeling heeft kunnen ontwikkelen ^s. Hoogst leerzaam in dit 
opzicht is de besnijdenis bij de Israelieten. Naar de voorstd- 
ling van Genesis XVII is zij een willekeurig gekozen symbool 
van de toewijdiug aan Jahweh , een teeken van het verbond 
tusschen Dezen en Abraham en zijne nakomelingen. Deze voon 
stelling is echter eene betrekkelijk jonge: zij komt in de 



7^ Zie hierover oiize verhandolingeii : Over de primitieve yormen van hei 
huwelijk en deu ooraprong vaii het gozin, Ind. Gids, jaarg. 1880, dl. II, 
bis. 632 — 635 , en Het animiBme bij de volken van den Indisohen Aroh^ t 
blB. 197 vlg. 

78 Het godsdienBtig karakter der beBuijdeuis heeft men op vde wqiw 
traohten te verklaren. De meeeton gelooven, geheel in tegenBtelling meb ^ 
door ons in den tekst gegevene voorstelling, dat de beflnijdenif niei etH^ 
later een godsdienstig karakter heeft verkregen, dooh van den aanvang ^ 
eene religieu«e handeling is geweeet. Eene meening onder anderen, die Tsl* 
voorstanders viiidt , is dat het afsnijdon dor v(K)rhuid een offer aan de godiV 
is , waarbij men zich bepaaldelijk beroept op de oude Mexioanen en enlnl' 
andere Amerikaanache volken en op de Israelieten , bij welke laatstco dtf 
besnijdenis ook oenmaal , blijkens Exodus IV : 24 — 26 , het karakter van 
een bloedig offer moet hebben gehad. Wij komen op deze voont«Uiiig itetkv 
vanzelf in den tekst en in eene der volgeude noten terug. Oeheel anden ii d* 
verklaring door Gerland van den ooraprong der besnijdenis, Tooral met het oof 
op de Polyneeische volken, gegeven. Hij begint met er op te wijnn hoe dsii 
volken "sich ausserst sohamhaftui Bezug auf dieEichel ceigenunddieMlbeii 
ganz besonderer Weise verhiiUt trageii. " Hiemiede is dus soliijnbaar niet ovoMi 
te brengen de boenijdenis , het oponsplijten der voorhuid , waardoor juist de efleil 
blootgelegd wordt. Volgens Gerland moet de zaak op deze wijse worden verkliarcb 
mDIo Scheu vor dem Anblick derEichel scheint gar nioht aus Sittsamkeit wf 
dem aus Religioeitat her\'orgegangeii zu sein. •• Dit liohaamsdeel was namfl^ 
I'als vorziLglich lebenspendendee Glied •« aan de godheid gewijd en dnsstreugtiJiNi* 
••Man schliizte nun die Vorhaut auf, um den den Gotteni beeondera heiligVt 
lebenspendendon Theil nioht zu verhiillcn ; man band ihn wieder zu , um diB 
Theil, der wegen seiner Heiligkeit strong tabu d. h. den Gotten angehdrif 
war, den Blickon dor Mensohen zu entziehcn, damit kein Bruoh des Till* 
entotehe.'t (Zie: Waitz, Anthropologio der Naturvolker, dl. VI, bis. 40 — 4l)< 
Zonder in eene uitvoerige beoordeeling van deze door Gerland voorgertsl^ 
theorie te treden , waarvoor het hier niet de plaats is , willen wij aHecn op* 
merken , dat wij met Richard Andreo haar "als eine ungemein kiinatliflh* 
uud geeudito, wenn audi Hehr geistroichec bcMohouwoii (Aiidree* 
O. c, biz. 77.) 



101 

tor ti«*iit4Tt»iioiiiis4*li(' «itiikkrii \:iii ilt'ii ll(*\aU'iirli t'li in IVut4.T(>- 

*<.t»iiiiuiii /^'ir in lift irfh<'«'l nict vn<»r, t*n kan i^erst in Av 

Utiniir<lia|) ontstaan /.ijn l)ij den prit^sU'rlijken wetfruver ^* 

111 itr «rrk(*li)kheifl i.<« (If lH\miiJ<lenis ecn ffisbniik dat de Israelicten 

\ki\ fif M^vpU*iian*n Iu*l)lM*n ov rrffcnouu^n ^. Va^wv. duidelijkr 

'rkrnnin^^ van th*n K^vptisc^licn (N>r!(prong dezvr instellin|? en 

un NnUilH ]dirlit oni zirh t4* vm^^^'n naar het (N>rduel der 

Etf}pU>nan*n ovrr dr onlx'MiiHlrnlirid . vindt men in het vijfde 

«nfd«tuk van hrt \xn\ Jo/ua ler?* 2 — .1 en 8 — w. l)oeli 

Wt was /4*k(!r niet all<ni . zcmmU het daar heet, oin '^deii 

mMnA \an K^vpt4>^ \an /irh af t<* w(MiU>h*n , dat in den Mnaafi 

hn df Ki^yptenanMi hnn al:* (inlN^^nt'denen toi*rekend(*n nf 

andrfit-n . flat di' l^ic Urarl dr Ix'snijdenin heblM*n ovcrgennnien 

Wi; wairt-n d<* ifi-iHintr, dat zij dii* ()|N*ratie iM>k be«rhouwd 

irbimi ;il.^ irun:«tiL^ \(N>r dt* ^•k^uii'lc funrtii*n van den man 

fB ^n^ ai^ flinvt bi'KinhTlijk \(H)r d<* instandhoudin^ van het 

■riurhi-li|k iri'.Hlaeiit ii4r(is «(|NM><liir iM'hijnt tit* )M*sni)denii« erhter 

kj hrii I'viw ;fvKlMii(>n!«tiire haiidclin^ tc zijn i;i*w(inien. Men h*xi* 

Eii-Ju-* IV \rr5* *2l--2ri Als .hihwtdi np MoM's aandrin^ en 

Vm /iM'kt U' dfMidi'n. h<>Mii|dt /.ijnc vnmw. /ippiira , haar 7XKm 

1 vcq>t di* KMirhuid aan Jaliwch Un* , waamp dez«' van M()xe5 

liut llirniit Iridt dc ll(H>i;l(>4^raar Kiienen af. dat dr In*- 

■ij«lfni< tMtr>pn»nkrli|k wh.<« fiMi bl(H'<li;: oirrr aan Jaiiwrh ^ 

Hit hijzondiT kanikt4T nu laat %irh nn/A^s inziens zeer pK^I 

"* iSr: Koriii>ii . Ilijdnu:i-it t«a <lf iTiti«»k vhh IVtitMt4>ucli <*ii JtiiciM . TlMii>- 
v»c^ Tj'Ulirift. jiMrv-. XIV(lv«iOK M/. i»7:> -1»7A . Wrllhaumm. (itwshialiir 
UwU. ).lx. :i«4 ^itt:. 

KuMiMi III \V«*I1hiiuiM*ii . t. .t. |>. ViTtrrlijk ••<>k: Kbrrv. Arin'|>t«ii uikI 
'•4 Hut-ii<r« M>«trV M/. 27^ vl^. . m. VVflvkrr . T iitenmolitiDK ^^ Miallup 
nur «2tji:\fiiiM^hrfi Mutiiir . iiMwt Hrtiirrkuiiiri*ii nir Frmin* ii«ch Alttr mirf 
''n|>rttAf der lU^iM-liiim'iuiiL' >»ci cion .ludrti . An*hiv fur Aiitlin>|M.1fi|rir. «jl. X . 

■u ija. 127. 

** I»r D«-rilIbM-hi> tij<! k<ii rich imtuuHijk ••iiiii<irrli)k «iiKl«^i in dii *ntr- 
Tr* tkriijk tifrit'ht vtin .I'-kua V ! *i n i<ii *• 9. Kriir |M>iriiiK mnfait 'hw 
r H«r U'lT-^fd • rii lift iiU 'iM «rarr •>ii«4-lia<l«'lijk t«* niAkrti mi in ••viprMW- 
iv.ir.r •*^ *'riii.-fii m»'t Hr inniid<l<-U ■■j»L'«k"fiirii . ii; (••■i«wiii XVII nmr- 
kf :r I'lAtfiiiL «aii ti* lN-tiiiij(ii*iitH ill* IprnrlirtiM'li %rr I ■•ii<iiit«»kf<ti VrC 
•1 1.^' Af^'tit-i. :i 'tit h'oftjptul %ai- J'tnm Ir \rr/nt I 7 la |f <*rii»gd . m 
-^ fvif^dr ' •■:- 1* i«> > r<l«'i) - t«-|i tiri'«Mjiti iimlr ■ ihk*«*Ia» hi. I>» IRK^ 
««'i# -.OT^it MnT%(i«*i /ir*. —\ l-^ r tiuti v> Mil aU iiit4^M»laiir : BJ flJD raii 
•V ;- i..'f dH;,t«i kri.itu wiii.t II. f* I.W viiifh riiMi M* n«ifr niK in dir 

"iaitjr wrlk* Ir l|t»)iT«-«>u«««-> «* r«'\tii> tift^i-tU* tf letm r«*^ 'KOiktiMi •!■ 
** Ku<^i«ti !'•' L'0'l»<iMiMl ^AI Ur^«-| . Jl I. Illy. :rV*. 



192 

verklareii uit, althans in overeeustemming breDgen met, de 
jsooeveu geinaakte onderstelling , dat de Israelieten , toen wj 
de besnijdenis van de Bgypteuaren overuameu, ook haar nui 
voor de voortteling voor oogen raoeten liebben gehad. Vanadi 
moest die handeling reeds daaixloor bij hen , als oitvloeisel 
gelijk wij zooeven opnierkten , van het ^^weest vruchtbaar ct 
vermenigvuldigt //, eene Gode welgevallige daad zijn. Was hei' 
dus wonder, dat men er reeds spoedig toe kwam cm de hifp 
sneden voorliuid der godlieid , aan wie de besnijdenis zoo aan 
genaam was , als een oiler te geven ? En toen dit eenmaal g( 
daan werd , kon het niet anders of, bij de voorstelling die mc 
van Jahweh had , als een streng , voor den mensch ontoegai 
kelijk wezen, dat door gaven. vooral door bloedige gaveo 
moest worden verzoend en bewogen om zijn recht op het levc 
van den mensch niet te laten gelden , moet het otteridee van d 
besnijdenis meer en meer tot ontwikkeling zijn gekomen ••. Doc 
daarbij schijut men de oorsproukelijke beteekenis der instellin 
voor het seksueele leven nooit geheel uit het oog verloren \ 
hebben. In liet verbond toch als teeken waarvan, gelijk w; 
zagen, volgens de jongere, in de ballingschap ontstane, priee 
terlijke beschouwing, de besnijdenis werd ingesteld, werd aa: 
Abraham in de eerste plaats de toezegging gedaan van een 
talrijke nakomelingschap. Welke reden nu zou er voor del 
priesterlijken verhaler en wetgever zijn geweest , om voor dfi« 
toezegging juist die handeling als het door Jahweh begeerd* 
symbool te doen voorkomen , tenzij hem iets ware bijgeUeve 
van de zooeven onderstelde oorspronkelijke beschouwing omtren 
de waarde der operatic voor de voortplanting? •• De omstat 

^ Sleohtfl bij weinige volkeii bezit de beBiiijdeiiis het kunkter tui ei 
offer. Wij vinden dit noR alleeii vermeld van de oude Mexioaneu en ti 
enkele andere Amtiiikaausche volken (Zie: Plofls, bk 356 — 357; Andrei 
biz. 72 — 74 en 76). Ook hier geldt waaraohijnlijk de in den tekst gegevei 
verklaring. Oiusob Insiens toch in do bef^nijdoui^i , waar rij als offer vtoorkmnl 
dit niet vbii den aanvang af gewoest , dooh heoft sij eerst later dit karaki 
verkregeu, met audera woordeu: het (»fferidee is niet liet uitgangapmit gi 
weeat der beenijdenifl , daar het dan volstrekt onverklaarbaar lou njn , ho 
bij verrewcK de mecete volken, iceeu sptwir van dat idee bij die handelii 
te bekenuen valt. 

^1 Dat deze boHohouwinx workolijk bij dc Israelieten bestaan heeft , blgl 
uit hetgeen PhOo , in sijuo verliondeling ovor de besnijdenis , segt. Hij dm 
namolijk do voncliillcndo redeneii medo, waarom volgena de traditi* dei 
inetelling booefeud werd. Na drie gi-onden te liobben opgeuuemd , gaat 1; 
dus v«Mirt: "Quarta p<>rro causa eatjuo summe neoowaria , est aura fbeen 



193 

digheid toch , waarop men //ou kuiinen wijzen , dat de Israelieten 
in de ballingschap van het volk, te raidden waarvan zij leef- 
den , zich juist door het gemis van de voorhuid onderscheidden , 
kan onzes inziens de keuze van de besnijdenis als verbonds- 
teeken alleen mogelijk gemaakt, niet bepaald hebben. — Zoo 
zien wij dus dat het zuiver religieus karakter der besnijdenis 
bij de Israelieten niet met de voorstelling van Dr. Ploss om- 
trent den oorsprong dezer instelling in strijd is, doch zich in- 
tegendeel daarnit grootendeels laat aileiden. 

Met een enkel woord willen wij nog de aandacht vestigen 
op eene andere verklaring , die ons' van de besnijdenis gegeven 
wordt. Deze operatie wordt namelijk vaak voorgesteld als een 
hygienische maatregel daar de reinheid der genitalien er door 
bevorderd wordt. Dat de besnijdenis aan de gezondheid eerder 
voor- dan nadeelig is, vooral bij volken die in de heete 
Inchtstreek gevestigd zijn, valt wel niet te ontkennen ". Hier- 
tegenover staat echter dat, zooals door Richard Andree zoo 
juist is opgemerkt, //andere tropische Volker, welche die 
Beschneidung nicht kennen , in Bezug auf Gesundheit der Ge- 
nitalien nicht hinter den beschnitteneu Volkern zuriickstehen , 
und dass dieser Branch — individuelle Ausnahmen abgerechnet — 
daher iiberfliissig erscheint. // •« Daarbij bedeuke men nog dat 
de besnijdenis meestal bij geheel onbeschaafde of slechts half- 
beschaafde volken wordt aangetroften «* en de hygiene iets is , 

ditatis et numeroBae sobolis. Aiuiit enim , ita semeu reota ejaoulari iute- 
gmm , Deo diffluens per sinus praeputii : et ideo oircumoisas gentes foeoun- 
ditate poUere esseque populosissimas. i> (Philonis Judaei Opera , ed. Mangey, 
vd. n, pag. 211). 

** Hieromtrent zegt Dr. Ploss : n Es ist iiioht zu laugnen , dass das Fehleii 
der Vorhaut, sei es in Folge angeborener Missbildung, sei es durch Eufal- 
lige Verwundung , sei es duroh absichtliche Weguahme weit mehr Vortheile, • 
bIb Naohtheile bringt , indem einerseits die hohe Empfiudlichkeit der Eiohel, 
andererseits die Neigung zu Exooriationen und Elntziinduug aufgehoben wird. 
Die Reinhaltung der OberflSohe der Eiohel wird erleichtert , die Ansammlung 
und Zersetzung des Sohleimes (Smegma) wird verhindert , Eiolieltripper wird 
vermieden und Gesohwiire (namentlich syphilitisohe) konnen weniger leioht 
Fuss fassen !• (Ploss , O. c. , dl. II , biz. 367 — 368). Uit dit oogpunt hebben 
Kuropeesche geneeskundigeu , zelfs van den nieuweren tijd , wel eens in ge- 
schriften aangedrongeii op de algemoene invoering van de besuijdenis van 
staatsw^e. Z<>o onder auderen: Dr. Clapar^de, La circoncision et son im- 
portance dans la famille et dans T^tat , Paris 1861 ; Dr. Rosenzweig , Zur 
Beflohneidungsfrage , Schweidnitz 1878. 

*» Andree, 0, c., biz. 78. 

^ Voor zooverre de besnijdenis bij meer beschaafde volken wordt gevon- 
den, is zij eene instelling van zeer hooge oudheid , afkomstig dufiuitlagere 



194 

waaroiu deze zicli wcl liet allcnniiist bekominereu. Maatregelei 
vail welkeu aanl ook , ter ver/ekering van de gezondheid v 

oultuurporiodeii. Daar\'(K)r pleit hot gobruik van steeneu inesBen , gelijk oik 

aiideren bij de oudo Israelieteu (Zie: Exodiu IV : 25 en Jozoa 7:2 — 3 

die nabuurlijk <K)k hieriu de Egy])tenaren tot viiorbeeld hebbein geli*d. ^ 

weet dab do aanwending van steenen workbuigeu , ook bij andere godsdii 

stige of eenigssiiis gewijde haudeliugeu , uiet alleeu bij de oude Egyptenu 

voorkwam, di>oh bij tal van audero volken word of nog wordt gevond 

(Zie hiorover vooral: Tylor, Early hiiitory of mankind, bli. 217 Tig) 

VolgenB Tylor uu heoft men liieriu sleohtB to zien « caaee of mperrtitv 

of the II 11 standing ovenm of old habits mto tho midst of a new and ohami 

Htate of things , of the retention of ancient praotioes for oeremonial purpoi 

long after they had boon superseded for the commonplaoe uses of ordini 

life II (Tylor, 0. u. , biz. 221). Uit hot gebruik van steenen menen bij 

besnijdonis ondor de Egyptenareu, kan men dus de oondune trekken, • 

doze instelling bij hen afkomstig moot zijn goweett uit den seer vroef 

tijd, toon ijzeron werktuigeu nog onbekeud wai-on, en men sioh algem* 

van steenen goi*eedsohappen bedicndo (Zde ook: Ebers, Aegypten ond 

BUcher Mohc'b, biz. 281 — 282). — Vollcdighoidshalve willen wiihiernoge^ 

de aandaoht vcstigeu op de volkeu van den Indisohen Arohipel. Algem* 

wordt bij hen voor de besnijdonis , behalve waar zij door afkiemming , 

sohiedt, gebruik gemaakt van gowono meesen. Twee volken alleen mal 

hierop eono uitzondoring , namelijk de Alfoeren \*an de MinahaBa, diegei 

wij gezien hebben , oen stukjo bamboe, en de Papoewa's van da Ifadi 

kusb, welke oen brokje kiezelsteen gebruikon. Bij deze laatsten is de ai 

wending van steon volkomeu op haro plaats: de genoemde Papoewa's ) 

vinden zioh nog golioel in den Bteentijd (Zie : Maolay in hot Natuurk. Tgdse 

V. Nederl. Indio, dl. XXXV, biz. 74—76). Wat de Alf(»eren van de IGnahi 

betreft, wij hebben in hot gebruik bij hen van bamboo bij de beanqdf 

slechts eon •• survival n to zien , or op wijzende dat de instelling ook bij 1 

afkomstig is uit den tijd, toon men nog geeno ijzeron of metalen gera 

Bohappen kendo. Ook bij do overige volken van den Arohipel moeten voorhi 

bij do oporatie waarsohijnlijk meesen van bamboo hebben gediend. Wij wij) 

or op hoe men, bij andere min of meer godsdienstige of althans pledit 

handelingen, nog vaak dorgelijke gereedschappen beogt. Zoo geschiedt 

afsnijden van de navelstreng , niet alleen bij de minder ontwikkelde stammi 

de Orang-BSnoowa van Sialaka, de Niasors, voorheen de Alfoeren ran 

BCinahasa , de Oorontaleozen , Rotinoezen , Timoreezen enz. , doch ook bq 

meer besohaafdo , de Javanon , Maloiors , Makassaron , BoegineeaeD , Balinee* 

algemoen met oen soherp gemaakte bamboo. Ovorigons is het bekend dttt n 

op de Zuidzee-eilanden bij de besnijdonis zeldon zioh van measen bedie 

dooh veolal gobruik maakt van eon stukjo bamboo of eene mnsanlsnhr 

Z4>oals op Fldji (Williams, Fiji and tho Fijians, dl. I, biz. 166), op 

Tonga- en de Samoa-groep (Andrce , biz. 71 — 72; Ploss, biz. 860), enz. 

*) Later bedicndo men zich van gian. Nu wurdon gowono meaaen 
Hoharon gobruikt. In con onkol goval koort men oohter tot de oade gewoo 
tenn?. Tylor zegt tt>oh (Early history of mankind , biz. 219): n When a i^e ol 
dies before tho eightli day , it is ncvorthelces ciroumoised before burial , ' 
this is dono, not with Uie ordinary iiiHtrument, but with a fragment 
Hint or glass." In eono niM>t vocgt Tylor cr bij: i«My authority for \ 
Htotoment is Mr. Philip Abraham, Socrctary nf the Reformed Synagogue 
Margarot Street, Cavondibh Squan;." 



195 

het geheele lichaam of van eenig deel daarvan, raag men dan 
ook zeker bij hen niet verwachten. Bovendien, om hier nog 
eene opmerking van Dr. Ploss over te nemen , n eine ungemein 
grosse Anzahl von Volkern, welche die Beschneidung iiben, 
zeigt sogar sehr wenig Passion fur Reinlichkeit , und es liisst 
adch daher wohl kaum annehmen, dass sie gerade am mann- 
lichen Gliede ausnahmsweise recht reinlich sein wollen. f* •» Dat 
men dus ergens er toe gekomen is om de besnijdenis met hy- 
gienische bedoelingen uit te denken en in te voeren , komt ons 
zeer twijfelachtig voor. Dit neemt niet weg dat toen de operatie 
eenmaal bestond , men ook wel eens haar nut voor de reinheid 
en gezondheid der genitalien zal hebben ingezien , en haar ook 
daarom verder zijn blijven beoefenen. Werkelijk vinden wij dit 
van enkele volken vermeld. Wat de Malayo-Polynesiers betrefi , 
sijn het in de eerste plaats de bewoners van de Samoa-eilanden, 
die zelve voor de besnijdenis //sanitare Riicksichten , Befiirde- 
mng der Reinlichkeit u. s. w. ausdriicklich hervorheben. ff •• 
Van de Fidji-eilanders heet het : //Youths , while uncircumcised, 
are regarded als unclean, and are not permitted tot carry food to the 
chiefs// ••*. Verder lezen wij bij Valentijn , dat de Amboneezen 
z^gen , dat , behalve om de boven reeds besproken reden , de 
besnijdenis bij hen ook geschiedt //uit een voorzorge voor de 
gezondheit. // vi Nog vermeldt de Heer Donselaar , dat bij de 
Savoeneezen de operatie //alleen een maatregel van zindelijk- 
heid // is w ^ hoewel het hier niet duidelijk blijkt , in hoeverre 
dit alleen het gevoelen van den berichtgever is, of ook dat 
van den inlander. Eindelijk zegt ook Von Rosenberg van de 
Niasers, dat zij voor de besnijdenis //geene andere bepaalde 
reden weten op te geven, dan die van voorzorg tot reinheid.// •• 

Minder algemeen dan de besnijdenis der jongens , is die 
der meisjes. Behalve in Arabic , komt zij voomamelijk voor in 
Africa, zoowel in het Oosten van dit werelddeel, in Egypte, 
Nubie, Abyssinie enz. , als in het Westen, bij verschillende 
Negervolken, en in het Zuiden , bij eenige Betjuanen. Buiten 

» Flow , 0. c. , dl. I , bl£. 86S. 
^ FloflB, t. a. p. Zie ook: Andree, 0. o., biz. 72. 
*^ WiUiaiiis, Fiji and the Fijiani, dl. I , bl£. 167. 
■7 Valentiji], dl. lU, 1, biz. 18. 

M Medededl. r. w. b. Ned. Zend. Geo., dL XV, biz. 106, en dl. XVI, \A%. 931. 
^ Von Boienberg, Venlag on i tr e ut het eOand Niaa, Verfaaiidel. r. b. Bat. 
Gen. T. K. en W., dl. XXX, bis. 27. 

IS* 



196 

Africa, wordt de gewoonte nog gevouden in America, hoewel 
weiiiig verspreid , onder aiideren bij de Tndianen van Peru *>. li 
deu Indischen Archipel wordt zij uitsluitend gevondeii bij de Mo 
hammedaansche volken. Zij is dan ook zeker hier geene oorspron 
kelijke instelling, doch aan de Arabieren ontleend. 

De besnijdenis der meisjes bestaat in eene wegneming va 
het praeputium clitoridis, soms van de clitoris zelve, of va 
de labia minora. Omtrent den oorsprong dezer instelling ka 
weinig twijlel bestaan. ilet is bekend dat evengenoemde deele 
dikwijls zulk eene vergrooting of verlenging ondergaan , df 
zij buiten de labia majora uitsteken. Sommige volken beschouwe 
dergelijke abnonniteiten als eeu sieraad en trachten ze zel: 
op eene kunstmatige wijze te voorscliijn te roepen •'. Andei 
daarentegen vinden ze iiiet alleen onbehagelijk , doch acliten 2 
ook hinderlijk voor den coitus, vvaarom zij ze zorgvuldig doc 
afsnijding wegnemen. Ilet laat zicli hooreii , dat waar een dei 
gelijk gebrek veelvuldig voorkomt, het idee ook spoedig moc 
post vatten , dat elke vrouw , om geschikt te zijn voor .h( 
seksueele leven, die kunstbewerking moet ondergaan. Nie 
alleen de meisjes dus, die werkelijk met dat ongemak l)ehej 
zijn , worden aan de clitoris of wel aan de labia minora be 
sneden , doch ook zij wier geslachtsdeelen zich in geheel uormalei 
toestand bevinden. Dat de oorsprong der besnijdenis inderdaft 
op die wijze grootendcels moet worden verklaard •*, blijk 



M' Zie over do beeuijdeuiA der meisjeB: Ploes , 0. u. , dl. I, bis. 877 — 9Sl 
*^ Eeu voorbeeld daarvau vindt men in noot 106 hieronder. 2Ae overigeM 
Pl()88 , 0. c. , biz. 372 — 375. — Sommigen hebben gemeend dat de als ••sohtyH 
beechreveue labia minora van de vrouwen der Hottentotten en BoBohjeemannfli 
die de buitengewone leufrto van 6 tot 8 duimen krijgen , kuxuitmatig gerorfi 
worden. Dr. Floss (O. c. , biz. 373 — 374) heeft aangetoond , dat dit niet t 
geval is. Hij wijst er onder andoren op , dat bij deze vrouwen de lalua ixi 
jora weinig outwikkeld zijn. "Die ^rossen Schamlippen stellen hiersweig^ 
flache Wtilste dar, die sich nach oben und unten hiu ao AlltnaTig yeriiflrtf 
dauB weder von eiuer Rima pudendi, nooh von eiuer CommiMnir die B0 

iat ; die kleinen S(^hamUppen liegeu daher frei (f otale Bildung) Da » 

im Allgemeinen durch den unentwickeltou Zustaud der groasen Schamlipp 
sich oin Stehenbleiben auf fotalor Stufe ausspricht, bo ist kein Grand ▼« 
handen , anzunehmen , daas die Missbildung (der labia minora) eine kUnatlii 
hervorgebrachte ist; vielmehr kaun aie recht wohl eine natiirliohe and 
an^ebr>roue Deformitat seiii, denn es findet hier eine Verkiirsung der 
Schamlippen und eine Vergroseerung und Verlaugerung der kleinen Sehai 
lippen statt. Die Ersoheiuung konnte sich aus natiirliohen BildongavanYningeD i 
Potalleben erklaren laaaen.ii 
*^ Wij zeggen : grootendeels , daar met de beanijdenia bij enkde Tolki 



197 

daaruit, dat bij de Afrikaansche volken, bij wie de iiistellii)g 
het meest wordt aangetrofi'en , de hierbedoelde abnormiteiten 
veelvuldig voorkomeii. Toen onder anderen bij de bekeering der 
Abyssiniers tot het Christendom, in de 16« eeuw, de zendelingen 
de besnijdenis der vrouwen als een overblijfsel van het Heiden- 
dom afschaften, maakten de mannen oproer, dat niet gestild 
werd , dan nadat een door de propaganda te Rome afgezonden 
heelmeester de noodzakelijkheid van dit gebruik bevestigd en 
men dus daarin verder berust had. '/Der Arzt wollte nemlich 
daselbst beobachtet haben , dass der in jenen Liindern heimisclie 
Auswuchs (die grosse Clitoris und die verliingerten Nymphen) 
an den Geschlechtstheilen der Frauen bei den Miinnem einen 
grossen und uniiberwindlichen Abscheu errege und folglich dem 
Zwecke der Ehe hinderlich sei.'/ »' 

Wat de Arabieren betreft, die wij tot dusverre buiten be- 
schouwing hebben gelaten , de besnijdenis der meisjes bestaat 

bij hen in eene wegneming van de Jcd bap' , dat is , volgens 
sommige Arabische lexicografen, het praeputium clitoridis, vol- 
gens andere, de clitoris zelve •*. Het woord heeft echter nog 
eene andere beteekenis. Freytag zegt namelijk in zijn lexicon 
dat de •!»> ook is: '/res oblongior carunculae similis excrescens 
in pudendis feminae,// terwijl enkele reizigers haar omschrijven 
als //a caruncle for which we have no name.^ w Arabische 
lexicografen vergelijken de Ja> verder met een «— V^ dat is: 
een hanekam »•. Hieruit blijkt duidelijk dat de •!»> in de 

tooh uog iete auders beoogd wordt. nMan hatn, aldus lezeii wij bij Ploas 
(O. c. , biz. 379) , H iiioht ohne Bereohtiguug behauptet , dass die Operation 
in der Abeioht ausgefiihrt werde, die GeBohlechtBlust abzustumpfen. Denn 
abgeseheii davoii , dass manche Volker , unter welohen die Operation einge- 
fiihrt ist, eine seiche Absicht als Zweck der Operation angeben, trifftjadie 
Operation auch gerade die Wollustorgaue , welche duroh sie entfemt werden. 
So spraoh denn auoh der duroh seine Reisen in Ostafrika bekannte Alfred 
Eldmund Brehm, der diesem G^eustaude eine besondere Aufmerksamkeit 
gtiwidmet hat, gegon mioh die Ansichb aus, dass diese Operation nur vor- 
genommen wiirde, um den bei jenen Volkem ausserordentlich lebhaffcen G^ 
Bohlechtstrieb der Frauen zu vermindem. •• Lane (Arabisch lexicon , i. v. JOi) 
bevestigt dit ten deele van de Egyptenaren. i* Many of the Egyptians assert 
that it is the clitoris itself that is amputated , and they affirm that this is 
done for the purpose of lessening the libidinous passion : such, indeed, appears 
to be the case in some instances, but not generally.)* 
w PloBS, 0. c. , biz. 380. 

M Zie : Lane , Arabisch lexicon , i. v. J^ 

•ft Lane, i. v. 

^ Lane, i. v. u3^ en (^_9^ 



198 

eerst<; plaats de labia minora is , die ini triers , waar zij bij eene 
buitengewoiie verlenginer, frelijk wij hiervoren leerden kennen, 
buiteii de labia majora uitstekeu , dien vorm van een hanekam 

vertooneii 97. ])och verder kan Ja^ ook wel beteekenen dat 
deel der clitoris , dat bij eene eenigsziiis abuonnale ontwikkeling 
van dit lichaamsdeel , zicbtbaar wordt. Dat de twee hierbedoeldi 
abuoniiiteiten bij dv Arabische vrouwen niet zeldzaam ziju 
leeil; oiis de bekeude Arabische geueeskundige Abft '1 Qfisin 
Al-ZahrAwi. Hij zegt toch »« dat de clitoris bij sommige vrouwei 
ulk een omvang krijgt /'ut similis virorum virgae arrigitur 
et ad coitum inclinat.'/ Bovendien spreekt hij nog van i^eei 
stuk vieesch , dat bij den ingang der scheede wast, zoodani| 
dat het dien geheel vult en dikwijls zelfs als een ataart uaa 
buiten komt, waaroni de ouden het ^^5>^«^' U^r^^ ^*^ i^: dt 
staartziekt<^ , noemden.// Jiier kan wel niets anders dan eeni 
verlenging van de labia minora bedoeld zijn. Oorspronkelijli 
za] wel de besnijdenis bestaan hebben in e«ne wegnemiug vai 
deze abnormiteiten. Evenals bij de Afrikaansche volken werd 
echter de handeling waarschijnlijk reeds spoedig uitgestrekt ook 
over die meisjes, welke met dat ongemak niet behept wsren, 
()nbe;sneden te zijn, gold van toeu af als eene schande, en hel 
gezegde '^UiajJI ^^' ^. dat is : ^/O zoon van de onbesnedene 
vrouw!" werd eene uitdrukking van verachting ••. 

Ook de besnijdenis der meisjes is, gelijk zulks het geval i» 
geweest met die der jongens, door het voorbeeld van dea 
profeet in den Isldm overgegaan. Uoewel geeu bepaald gods- 
dienstig voorschriit, wordt zij toch in de wetboeken aange- 
prezen loo. Door den IslAm is ook dit gebmik in den Indischei 
Archipel gekomen. Dat het toch hier niet inheemsch is , merkte' 
wij boven reeds op. Evenals de besnijdenis der jongens, wore 
die der meisjes als de sonnat bij uitnemendheid van Mo^amm^ 

^ Zie ouder auderen: Hyrtl, Lehrbuoh der Anatomie dei Mensohe^ 
biz. 792 (van den IS*"" druk). 
w» De oliirurgia, biz. 814—316. 
** Zie: Lane, i. v. t^ 

i<^' Zo<i oiider auderen ui het hierboven reeds aangehaalde , ook in de^ 
Indischeti Arohipel veel f^ebruikte, Sjafi'itiBoh flqh- of reohtiboek, 
aV-tAlibtn, vraar hot (ed. Van den Berg, dl. Ill, biz. 251) Mkerwel 
zms onbepaald heet , dat de besnijdenis der vrouwen behoort plaats ie habbsn 

rJ^^ JlcI> >UasdI) ^^ ij>o dat is: door afsnijding van een itakje 
het vleesch bi het bovendeel van het pudendum muliebre. 



199 

beschouwd , en daaroin ook met dieii iiaam , met de gewi jzigde 
uitspraak welke wij bij de verschilleiide volken reeds hebben 
leeren kenuen, bestempeld >o>. Gaan wij uu iia op hoedanige 
wijze de operatic geschiedt. Wij zulleu ous daarbij hoofdzake- 
lijk bepalen tot de stammeii , van wie wij eenigszins voUedige 
berichten hebben »o2. 

Over het algemeen worden de meisjes op jeugdiger leeffcijd 
dan de jongens besneden. Dit getuigt de Heer van Hasselt 
onder anderen van de Menangkabawsche Maleiers. Ook bij de 
Javanen is dit het geval : de meisjes ondergaan bij hen reeds 
op haar zesde of zevende jaar de kuustbewerking. Bij de Makas- 
saren en Boegineezen lieeft de operatie plaats in den ouderdom 
van drie tot zeven jaren, bij de Gorontaleezen wel veel later, 
doch toch nog altijd vroeger dan bij de jongens, namelijk op 
den leeftijd van negen , twaalf of vijffcien jaren. Ue besnij- 
denis wordt binnenskamers verricht , overal door vrouwen , 
terwijl , gelijk wij dit van de Boegineezen en Makassaren ver- 
meld vinden , het aan de mannen , met nitzonderiug misschien 
van den vader, verboden is, daarbij tegenwoordig te zijn. 
Overigens gaat zij veelal met feestelijkheden gepaard , hoewel 
deze , althans bij de (lorontaleezen , niet dien omslag en dat ver- 
toon liebben als bij de besnijdenis van jongens. Alleen bij 
de Makassaren en Boegineezen heeffc de handeiing in stilte, 
zonder plechtigheden , plaats. Waarin de kunstbewerking bestaat 
en hoedanig zij geschiedt, vinden wij alleen van de Javanen 
en de Makassaren en Boegineezen vermeld. Bij de eerstge- 
noemden wordt een stukje van de clitoris, misschien de glans 
clitoridis, afgesneden en het afgesnedene met een stukje kur- 
kema in katoen gewikkeld en onder een kelorboom (Moringa 
pterygosperma) begraven. Dat werkelijk de clitoris wordt be- 
sneden, blijkt uit de benaming /m/wn^ i/i/ , dat is : het af breken 



*^* Het meest gebruikelijke Arabiache woord vor»r de beeiiijdeuis dcr meisjeB is 

f^joA^ ohafd, 

iM Waar in het volgeiide uiets vermeld is , hebben wij onze gegevcns ont- 
Icend , voor de Javanen , aan : Winter , InsteUingeu , gewoonten en gebruiken 
der Javanen te Soerakarta , Tijdschr. v. Nederl. Indie, jaarg. 1843, dl. I, 
biz. 708, en Veth, Java, dl. I, biz. 388; voor de Menangkabawsche Ma- 
leiers aan: Van Hasselt, Volksbeschrijving van Midden-Sumatra, dl. I, 
biz. 66 ; v(M»r de Makassaren en Boegineezen aan : Matthes , Bijdragen tot de 
ethnologic van Zuid-Celebes , biz. 71 en biz. 150, aant. 40; voor de Goron- 
taleesen aan: Riedel , De laudsohappen Holontalo (Gorontalo) , Limoeto , Bone 
enz. , Tijdschr. v. Ind. T. L en Vk. , dl. XIX , biz 134. 



200 



van dv in«$w.iT*| Uil = clitoris, waannede de operatic wel ee 
aangeduid wordt 'w. Bij de Makassaren en Boegineezeii word 
volgens Dr. Matthes, slechts //een zeer, zeer klein stukje v 
de clitoris// afgesneden , //slechts zoovecl , dat er eveutjes bio 
uitkomt,// waaroiii de kunstbewerkiug dan ook met kaUang 
katta^ dat is: afschaven, wordt bestempeld 'm. De handeli 
geschiedt door twee vrouweu , van welke de eene achter 1: 
meisjc plaats neemt, zooveel mogelijk Iiet pudendum opent 
daardoor de clitoris laat uitsteken. — Hoewel dit niet vemK 
wordt , bestaat misschien bij de andere volken van den Archi] 
de besnijdenis der meisjes ook in eene wegneming van e 
gedeelte der clitoris. Bij een enkelen schrijver, Dr. Epp, vind 
wij gewag gemaakt van eene besnijdenis der labia minora > 
In hoeverrc wij hier aan eene onnauwkeurige waarneming 
denken hebben , of dat de hierbedoelde besnijdenis werkelijk 
maar dan toch, in verband met de voorgaande mededeelinge 
alleen bij uitzonderiug — plaats vindt, kan moeielijk u 
gemaakt worden. Ren nader onderzo^k hieromtrent is ssel 
gewenscht. 

Evenals de besnijdenis der jongens bij de Moliammedan 
in den Archipel, heeft die der meisjes min of meer het karaki 
van eene ceremouie van opname in het geloof. Overigc 
schijnt men daaraan geenc andere beteekenis te hechtc 
Ilet doel waarom zij bij de Afrikaansche stammeu en bij 
Arabieren vooral gescliiedt, om zekere abnormiteiten in ' 
geslaclitsdeelen , de vergrootingen van de clitoris en dc lal 
minora , weg te nemen , wordt hier niet gekend. Het schij 
ti*ouwens dat, behoudeus enkele uitzonderingen , de vrouwen 
den Indischen Archipel weinig met het hierbedoelde ongemi 
behept zijn «<>•. 



^^ Kogcl, Notizen iiber Sitteii uiid (ircbrauohc dor Javanen uud lla<^ 
ro0on, Daa Aueland, jaary;. 1863, biz. 280. — Kogel sohrijft, behalTo a 
dc bij DuitechcrR K<^woiie verwisHoliiiK van do ;? en ^, eoor isonderiiiig ^9i 
UeU. 

iM Eiguuaai*dip vergclijkt do R<»o^iieoH hot ntukje vmi dc tjigi-tjigi 
clitoris, dat bij do besmjdeniB Hf||(eBneden wordt, met do tjimu-ijimu , I 
puntje van den bek dor kiokcim, dat men ^'ewoonlijk er af neemt, omc 
do kiokeiiH andci'H niut iroed xoudon p-oeien. Hij xogt dan: ulndi^i het m«i 
bofjncden wordt, noomt men alM bet ware van tiaar de tjimu-ijimii al 
(Matthori, R(»eginoeBcli woordonlM>ek , i. v. ijinin). 

^^^ Epp, Schilderungen aua HollandiBoli-OBtindien , bis. 3$t3. 

>^ 13ij ecu paar ■cbriJTen uleohte vindou wij ietn daarvaii med^godM 



Volledigheidshalve zij nog ten slotte de aandacht gevestigd 
op eene bijzondere operatic, die bij soinniige volken aau 
het membmm virile verricht wordt. Wij bedoelen naraelijk de 
perforatio glandis penis, in de eerste plaats bij de Dajaks van 
Borneo io7. Bij de vei*scliillende stammen namelijk, die in 
Koetei , Berau en Boeloengan gevestigd zijn , en die gewoonlijk 
aangeduid worden met den algemeenen naam van Kajan's, be- 
staat de gewoonte om de glans penis in horizontale richting 
boven de urethra te doorboren , en in de dus geuiaakte opening 
een houten, beenen of metalen, en wel in het laatste geval 
meestal koperen, bij de hoofden en aanzienlijken gouden of 

Zoo Btelt Dr. Epp de besnijdeiuB aaii de labia miiiora, die volgens hem, 
gdigk wij zooeveii iu deu tekat gezien hebbon , bij de Javaansche vrouwen 
■m vor^rkomen , als een maatregel togeii de vergrooting dier deeleu. Hij zegt 
toch dat de nymphae, hoewel iii de kiiidaheid eu tegen de jaren der hnw- 
baarheid weinig outwikkeld , later » durch Ouauie imd allzu groeae Genitalien- 
ftotiyitat in einem so warmen Lande sehr zur Erschlaffung (• geneigd zijn 
(Epp , 0. 0. , biz. 393). Verder maakt Dr. Jacobs gewag van de sterk ont- 
wikkelde olitorls van de BaUneeeohe vrouwen , waardoor de amor lesbious bij 
dit volk zeer in de hand gewerkt wordt (Jacobe , Eenigen tijd onder de 
Baligrs, biz. 135). Bij de andere volken van deu Archipel hebben wij niete 
▼an dien aard ontmoet. — Volledigheidflhalve will en wij hier er op wijzen , 
dat onder anderen bij de tot de Malayo-Polyneeiers behoorende bewonem 
van Ponap^ (Oostelijke Carolinen) de vrouwen zeer verleugde labia minora 
en eene zeer ontwikkelde clitoris hebben. Deze abnormiteiten worden hier 
als een sieraad beschouwd en op eene kunstmatige wijze te voorschijn ge- 
roepen. Dr. Finsch deelt hieromtrent het volgende mede : n Als besonderer 
Roiz eines Madchens oder einer Frau gelten besonders verlaugerte, herab- 
hangende Labia interna. Zu diesem Behufe werden impotente Greise ange- 
stent, welche durch Ziehen und Zupfen bei Madohen, noch wenn dieeelben 
kleine Kinder sind , diesen Schmuok ktuistlioh hervorzubringen bemiiht siud , 
und damit zu gewissen Zeiteu bis zur herannahenden Pubertat fortfahren. 
Zu gleioher Zeit ist es ebenso die Aufgabe dieser Impotenten , der Clitoris 
eine mehr als naturliche Entwickelung zu verleihen, weshalb dieser Theil 
nioht allein anhaltend gerieben, sowie mit der Zuuge beleokt, sondem auoh 
dnroh den Stioh einer grossen Ameise gereizt wird, der einen kurzen, 
priok^deu Reiz verursacht •• (Fbisoh , Ueber die Bewohner von Ponape , 
Zeitfichrift fiir Ethnologic, jaarg. XII, 1880, biz. 316). 

^^ Zie hierover: Vetli, Borneo's Westei'-Af deeling , dl. I , biz. 177 , noot 2, 
en de daar aangehaalde schrijvers ; Von de Wall , Aanteokeningen omtrent 
de Noordoost-kust van Borneo, Tijdschr. v. ind. T. L. en Vk. , dl. IV, 
biz. 467 — 458 ; Mededeelingen van Von Gaffron , Natuurk. Tijdschr. v. Nederl. 
ludie, dl. XX, biz. 231 — 232; Spenser St. John, Life in the forests of the 
far East, dl. I, biz. 113; Von Miklucho-Maday , Ueber die kiinstliche Per- 
foratio Penis bei den Dajaks auf Borneo, Zeitschrift fiir Ethnologie, dl. VIII 
(1876), biz. 22 — 26 van de i>Verhandlungen i> ; Meyer, Ueber die Perfora- 
tion des Penis bei den Malayeu , Mittheilungen der autbropologischen Ge- 
sellsohaft in Wieu , dl. VII , Nr. 9. 



202 

zi Keren , staafje of pinnetje fce slekeu. Dit staaf je heeft eenc 
leugte vail 1^ centimeters en eene dikte van 2 millimeters, en 
is aan weerszijden voorzien van een agateu, metalen of hoomen 
knop of kogel. Een daarvan is aan het staaf je bevestigd, ter- 
wijl de andere er van kau worden afgeschroefd , waardoor men 
in staat is het voorweq) uaar willekeur uit de opening van de 
glans penis te verwijderen , hetgeen voorai gedaan wordt ab 
men aan den arbeid of op reis is. Bij de Kajan^s in BteH 
wordt , volgens Von de Wall , aan de uiteinden van het pijh 
netje , in plaats van een knop , wel eens een kwastje of eei 
bosje vederen aangebracht «o«. Somtijds worden , voorai door 
aanzienlijken , twee en zelfs drie staaf je^, het ecue achter het 
andere, gedragen. Eene enkele maal schijnt de perforatie in 
eene verticale richting te geschieden. De Russische uatau^ 
onderzoeker Von Miklucho-Maclay onderzocht nanielijk den penis 
van een Dajak , aanwezig in het museum van het militair 
liospitaai te Batavia, en bcvond dat de glans daarvan ^in der 
Mitte fast senkrecht durchbohrt ist, so dass die Uretlira nicht 
verschont geblieben ist und die untere Oeflnung des klinstlidien 
Kanals (der 1| Mm. im Durchmesser misst) 1 Mm. vom Fre- 
nulum entfernt zum Yorschein kommt.// Het toestel dat doi 
aan het membrum virile gedragen wordt, heet tUang, alge- 
me^ner ecliter palang of hampdlang i^^. Het dient bepaaldelgk 



^^ Hoteelfde deelt ook Maolay mede. Di'. Meyer isogt dat het toeetel 
lK»taat •• au8 soiAammengedrohtom sehr f eiuem Messiugdraht , der an den Eiita 
hiirBtoiiartig auseinaudor gezo^oii ist , gaiiz ahnlich den DrahtbUntehiBp , 
deren aloh in Indien die Gold- und Silberarbeitor bodienen , welohe aber ^ 
dicker eind. Das duroli dae B(»hrlooh ssu stockende Ende wird wahnoheinUik 
vor der Einftihruiig in daaaelbe Ktisammengedriiukt und ernt vor der AosClbiUC 
doe BeLsohlafes wieder auseiuandcr gebogon. •• 

'"^ Dit palsng iH wel hetzelfde ak hot, x-an hot m^nidwoord mUtng 9ig^ 

loido, Maleiflche Cib , het JavaauBohe tjt tu , hot MakaaBaareohe kmimf * 
dat is: dwar8b<M>m, dwarshout, dwarsbalk, in het algemeen een langwerptt 



lichaam dwara tegon eon ander bevestigd, zoodanig dat ojne uitebiden 
weerflkanten van het liohaam uitetokcn. Dit w(M>rd in «Iufl met reoht 
paHt op het in don tokst bedoeldo voorworj). In plaate van Aaw/MiisN^ , Bohii{lt 
Von Gaffron atrtpalang. Ik heb ircineend deze Hpelling te moeten wijagCB* 
hot grondwo(*rd iB paiang y tcrwijl ha{m) een voorvoegHol i«, dat in meer aab^ 
Htantievcu voorkomt , ak m: hampatong van pafong , hambantun uf Aamkmfw0 
van wanut , enz. — Von do Wall zogt dat hot voorwerp i-tf^^ heet, hetgefli 
wcl aan palang vcrwant w. — Omtrent do le\i<M^x<^p}uBche Iteteekenw 
Hiany kunnon wij niet8 mot zekerhoid zegi^cn. Hot woord schijnt 
melijk bij do Nonrdolijke Kajan'n, mot name bij dio van Bt^rMi, in gebraik 
to ziju. 



L'i.kA t. .. b. . 



.^ 



203 

ad augendam in coitu mulienim voluptatein. De vrouweu zijii, 
volgens Von Gaftron, zoozeer op het gebniik van de palang 
gesteld , dat zij hun , die haar niet bezitten , de keuze geven 
van echtscheiding of wel zich daarvan te voorzien. Niet bij 
alle stammen is dit echter het geval. Bij sommige wordt — 
dit deelt Von de Wall mede — de palang meest bij bedaagde 
vrouwen gebezigd. Het schijnt dat de perforatio, hoewel zeer 
zeker pijnlijk , niet bepaald gevaarlijk is. Slechts bij een enkelen 
schrijver vinden wij , wat dit laatste betreft, het tegengestelde 
vermeld. Dalton beweert namelijk , dat de kunstbewerking ten 
minste aan een derde der mannelijke bevolking het leven kost. 
Natuurlijk hangt veel af van de wijze waarop de operatie vol- 
bracht wordt. Volgens eene mededeeling van Van Pers worden 
bij sommige stammen de gaatjes in de kindsheid geboord , 
nadat het bloed door persing tusschen twee plankjes is wegge- 
drukt, maar worden de pinnen zelve eerst aangenomen na de 
verioving. 

Behalve bij de Kajan's schijnt de perforatio penis bij geen 
van de andere Dajaksche stammen voor te komen. Zoo spoorde 
de Heer Perelaer tevergeefs het bestaan daarvan op bij de 
Olo-Ngadjoe's in de Zuidooster-Afdeeliug "io. Ook Hardeland 
verzekert uitdrukkelijk dat de gewoonte niet bekend is in 
Poelopetak. Daarentegen constateert hij het gebruik van de 
palang in Katingan, en beschrijft haar als //ein kupferner Ring, 
welchen die Manner am Schamtheile tragen.// «" Van eene 
eigenlijke doorboring van de glans penis schijnt dus hier geen 
sprake te zijn en het toestel wijkt geheel af van dat der Kajan's. 

Buiten het eiland Borneo worden de perforatio penis en 
andere daannede analoge operaties nog gevonden bij de Alfoeren 
van Noord-Celebes en bij de Bataks. Bij de eerstgenoemden 
bestond, volgens den heer Riedel "*, voorheen eveneens de 



i^<* Perelaer, Ethiiographisohe beflchrijviug der Dajaks, biz. 60 — 61. De 
Heer Perelaer gaat zelfs verder eii ontkent het geheele bestaan van het ge- 
bruik. Het distriotshoofd van Kwala Kapoeaa , Tomonggong Nioodemus Djaja 
Nagara, die toch half-Borneo had afgereisd, had er nooit ouder de bevol- 
king van gehoord en verklaarde het rechtstreeks voor een verzinsel. Alleeu 
oubekendheid met hetgeen door geloofwaardige personen reeds hierover was 
te boek gesteld, kan den heer Perelaer er toe gebraoht hebben , zno onvofir- 
waardelijk geloof te slaan aan de verzekering van een inlander. 

11^ Hardeland, Dajaksch woordenboek, i. v. palang. 

^^^ Zie de hierboveu aangehaalde vorhandeling van Von Mikluoho-Maclay , 
bepaaldeUjk biz. 23—24 en 25. 



216 

fleii sulakoi; iko , baloen aiig jmna mandanga. T)hn doebalai 
radjo siki) , inalouggang tida^ tapapMi , taga^ dim tida^ taaoendu 
inaiitjantjang tida^ mainainpcMi , mamboeuoelili tida^ mambangoe] 
ka deij pakata^ laiigkah ang, ka don paboenta bajang-bajang aii 
ka deii pasiugko^ oemoeii ang ! " Mandanga katd nan ba^ kia 
lali takoei^ nan poenjo ajam. 

I^arauari garan Salainat, babalie^ poclang banjo lai, samj 
saoekoek sadjangkonjo, tibo di ban koetik5nj6, taga^ di dj 
rong pin toe halamau. Alah inantjalit'^ Soetan Manaiigkeranj 
lah bakato Si Manangk^ning , bakato sanibie baibarat : 4^alahm< 
kambang boengo pandan , padi nan tjamieh diloeroeti ; alahmi 
datang njao badan, kanii nan tjainieh manoeroeti/* *Ai 
poenlah hambo di toeankoe, boekan hambo kasombong mo 
loei^. Mangapo padi diloeroeti, boengo pandan kakambang djoe 
mangapolal) hambo ditoeroeti badjalan ka poelang djoed ! " lit 
naiti^ injo si Salamat, lah naiS^ katangah roemah; hari baa 
rang pa tang djoe5, lah malara kironjo hari. Namoen sainak 
inalam iiantoen : ^n) boejoeUng boejoeiing si Salamat , djauga 
ang lalb^tidoeH , kakcY djaba^tan soeraug soerang!" l)jaba^ 
boedjang si Salamat, namoen samalam malam itoe, gil5 mai 
gako^ iigaktV ajam, dipaoei^ dibari makan; boeatan Soeti 
Maimngkrrang , namoen samalam malam itoe, gil5 mangili 
ngiliii tadji , rintang mangisai banang boelang. 

Chaba baralieh lianjolai , soenggoe&h baralieh sinau djoe 
Bakato Soetan Manangkerang : »6 boejo^ng boejoeSiig 
Salamat! bari djoeo taujo den de^ ang! pangapan hari bar 
kini?" Ampoenlah hambo di toeankoe! den patoei-patoi 
dj6 kalaka , hari nan sadang tangah malam sadaugirjd see 
pandangaran. '* '/ Mauo ang boejoeilng si Salamat patji^ ar 
pitnroe&h den : antiih takalo diri tidoe& , ado batando ha 
kasiang : ajam bakoekoe^^ mandjagokan , moerai bakitjau ha 
siang. Tinganin nan sado itoe , djagokan den bange-baugi^^, ki 
kabalai nan di niat, kito menjaboeiing nan di hati."* 

Sampai saoekoe& sadjangkonjo , badara^ badaroen daroen , t 
mianjr di Batang JIari ; — bagara^ tjandonjo amboen, lah kasiai 
malah njo hari: alah mahimbau si Salamat: ^ampoen hainl 
di toeankoe, bangoen t<Mjankoe dari lalo^, djago toeankoe da 
tidoeil ! " 

Mandanga kato si SalaniAt, injolah bingoen dari laic 
lal(H' mamandang ka halaman harilah tarantang siaiig, tarai 
tjahajo matahari. "(), IxH^joeiing Ixxgm'ilng si Salamat! pai dj< 



ki<l«-ii}k \«iii <1(' lH'\u)ii<*r^ \iiii ( \'Imi »A11«'ii joiiir <*ii 
hrl>l>»Mt (It'll |M'iiis il(H)rlN)4>nl liij dm (MkrI, waur f^ii 
*tj«- \;iii ifoud nf van tin diKirpiat. t4*r irnM)tt4* \iiii creiK* 
•:H*ha«-hl . im*t twr** kopix'i) . iiu <imi> tH*i\v MMirt van Mvr 
MnAlriK una H|M«'ir di strlla a rafrffi* *^*^^^ ^<*<*i' ct'nc !H*hijf, 
i|» •ii*ii kop \an tH'u ^nM)t4'n spijkcr iffdijkt , iin di^'o stiinih* 
ti-«tA di irn)?<so rhiiNln llvt pinnctjc laat dr urethra vrij. 

«a> u*t< 7AM} \nH*indM. dat ik \\vt nit*t knn ;r(d(N)\(*n hi 
art-r \i-lf inal«*n wildi* zirn , Z4m»\vi*I hij nudr nU hij jon^^ 
rh#-n Zij vcrwijdrn'n n<»<nt d«- pin ncMdi de »t«*rren \ an het 
brum \irdr vu z<*lvph dat liunnt' \ nmwrn hvi Z(m) lM*^'t»n*n " 
Mi<l**r hi'rirht i*» \aii den t'l<)n*ntijn?H'hrn reizip*r (^rlotti, 
<4ii5trf<*k.*< \'t\Ki den ln<iis(*.li(>n Arrlii{)«'.l hexncht. (>i>k 
Hi?t \an dt* BiHaja'> in hct al)r(*in<H*n , dat zij dc*n pMiis 
•a U* •l(M)riion'n , en in dc dun £rt*n)aakt4* o|N*niiiff «i*n 
ETCjff* v.in IihmI rit4*k(Mi . dat .tun zijn uit^'inde (i*n(* kleiiH* 

ana !«t4dlftta, lirt'tt van lift/^dfdr mctaal. \o^ wijzen wij Dp 
ledcdftdinp'ii \an Tlioni:u< ( andi^li m ()li\icr van \iM>rt« die 
mnr t4icht4'n , <1(' (*<'rst4' in l.'iHS m dt* t.w<*edt* in JltOO, d<* 
ippijn^^hf nlaudrii .iand(Nl«*ii (it. B^'idr M*lirijvi*ni nanH*n dit 
uk waar U*paald<*lijk bi) dr U'wonrrs van (lapul. <*f*n tMlandji* 
eva a^n dt-n inpini; van dr >tr.iat tu^<M'lHMl huziin i*n Saniar. 
KB landaart," aldus l('Z<*n mi|. ''Iu*t*.ft wn m^*r jMddimam 
Vfk lN'«iairt; t\v kindrrrn , die mannrlvk zvn, wordt"n il(M»r 
\aM hunniT hmmIc. uirt t*4*n tinnt* napd diMirlxMinl , dt^zi* 
i I* aan !«vn .*<pito*-rvnd«* p*d(*t'lt , vu wiini dun om^dio(»^*ii. 
lekniiiit , h«*t luMifd dcMT nain-l i> knNin!i-p*wvM* >>': dt* 
I hif-r diwir L'l'niaakt . ^rn«i*nt b> di*!*<* jt*upl 7*<»nder n'nijn' 
Im. (H»k k(»nn«Mi>4' d«'M- iiapd. af «'n aan d«N*n . na:ir huii 
ica, le^iy^ «> i^'\(» lM*s<*hnuwdfn » "• litdrz-* nit*dt*di*«*lin^*n. 






b««(^ •c*i<«rf>«t'>«-)ii .Ml Tifiiiftf rMtdiHch . Mj: I'iHrr \t% (lf>r A« . 
i«ww irTVMiH'liiu' >lf*r /«vlfiikw«Ar4ii;»t4» kmv rii lantinp}-««>ti na C^*! 
«■! Iit'lim 'il \X . 1»1/. 2^. U'<'ti<irr)vckt» Tonuni* . Wt •!•* HfilUiidnv 
gK 4'* r •}«» Strut*- MiitrAliiiiiw . fii'lf* \iMirUi «lrit |tAliUirh«li k\tm*i dwm 
■Ti . uiri .10*1 M4<li«-p4'ii ..ii.|««t «J«!fi .\'iniir«Al 'Hirirr laii N'.-'rt 
r. I4I4** )•!/. .{rt 

Hm blijkt lui'J**Iijk <iiit liiei hctrelMf )m*1><4*M i» al* hri«M4i (lio^r 

!t« m* vt^lf tt«« . iwni Mtt-Mi'tj** Hii !•«>? I*i«f«frtt« <luid^ijkw '-iHtiif 

«m«' H«^ Mi«4 •tnU^t. . una «|i«>«'i** 'li •t«*ll.t a ivvm *■ , ir^i '^•titj wnnlt. 



206 

waaraan wij noj? die van (ien Spanjaard Morga kunnen U 
voegen >«», blijkt duidelijk , dat de RisajVs voorheei. de pt 
foratio kenden , en de gewoonte hadden in de , in den pei 
gemaakte, opening een staafje tc dragen voorzien van © 
schijfje of een stervormig lichaampje. Volgens De Mentrii 
heette dit laatste sakla of sakra^ en het staafje tngbuk of to 
bok 120. Het doel der perforatie en van het gebruik der sak 
schijnt ook hier bepaaldelijk geweest te zijn ad angendam : 
coitu muliemin voluptatem. Alleen Thomas Candish en Olivk 
van INoort geven eene andere reden op. '/Dese maniere ti 
doen,/' zoo heet het bij laatstgenoemde , //was eertydts gheoM 
senteert op "t rtM^uest van de vrouwen van den lande* wekk 
siende dat hare mannen seer genegcm waren tot de paederastie ^ 
dit remedie daer t^gen gesocht ende verkreghen hebben ni 
hare overste magistraten." 

I^eiden, Maart lS<S:j. 

11^ Dc modedeeliiiK vaii Morga is oohter ecnigBziiiR ouduidolijk. ffij f^ 
namelijk dat de niaiiiien "een kleinen metaleii of ivoren Blaiigenkop,iuift0 
bessuela dc Berpieiitc o de metal 6 inarfil" aan het membrum virile dn^ 
eii dien beveetigeu door eene pin te stoken in eene opening, welkenabQ^ 
eikel is geboord. Wat (»nder die ••cabezaola dc scrpiento** verstAan nfi 
woi'den, is ons niet recht heldcr. 

^-*^ Zie: De Mentrida, Dicciouario de la lengua Biaaya , i. v.tneta = rodi 
que BC poneu en el genital ad coeundum, en tngbM = pemo de plomo^ 
trahen en el genital , para la Bada. Hot woord sakla of sakra is nateorf 
hot SanRkritBche eakra. — In het BiBajasoh woordenboek van De U Bta^i 
naoion , dat van veel jongero dagtoekening is en daarom , waar het ofl 
zaken bcBchrijft , wel met eenige omzichtigheid moct worden gebmikt , flM 
men sakla en togbok andcra gedefuiieord. Viui tacla heet het tooh dtf 
argolla de oro, ])lata, nmrfil etc., que antiguamente aoomodaban lot itf 
genaa al miembro viril , aHegurandola con un pemo llmadc» togboo, OMi^ 
tenian acceso a alguna muger: en van ioghoe: taruguillo que sirve paimtf 
gurar lo8 extreme »8 do alguna argolln <{Ue Be abra y Be cierre. Hiendk fl 
men mocten opmaken dat de BiBaja'H cK»k een ring om den penis dngM 
die zich opent en aluit, en door een ]>innetje wordt bovestigd. Dit dll^ 
van eon ring zou dan (»veroonkoinen met hotgeen Hardeland van de Dl|ri 
van Katingan zegt. 

^*^ Do uitdrukking in hot oorBpronkelijke liobbon wij hier gewijnifd. 



I)K (•HS(;HIKI)KNM8 

VAN 

SOKTAN MANANGKERANG. 

REN M ALKISCHK LRGENDE 

DOOK 

J. L. VAN DER TOORN. 



rjo» Rrn'» » s4»htan man wok »:k ami. 

Kapu Ulito (lari Ikn'Iim'; 
Ka)N)in|H»iiLf (N-l«*^ (iaiain tJA|M'i 
< 'lialta burit4) ruiiir ilaliiN*|(M* . 
Ko' l>'»lioii*; kaiiii ta*^ siito 

Tauibilaiif; liilmwah lau^* 
TaMiwi' ilil>awa laiitai. 
Dibilaiii: sulo nan (la|M*\ 
Nan tinirpi m'tit^niV nan pantlai 

'III t han(l.'«4-lirit't M'tiijiit di* o . in klank n\crit*nkonH*nil(* iiirt 

JaiOdnM'ht- t/v) <if mi't ili* oo \\\ on.** koor ^ (l«M»r o viMiriri*- 

-id: vu <laar«ini i> dat trrkcn in dr/j* hijdrair*' iNdintidni . al 

iUrn wf lif\rr. duiilfli|k)nMd«(lialvr . 1*111 aiiiliT daantmr in 

pUat5 ift-Kt'-lil iK- M-licrplanLri' o, al> in onst yrooi ii«d(M>ro, 

«i<'lifr|)koit4* .iN in nn*» kop diNir o \(Nir^*iit4*ld. 

\y «i\frii:r li-tt4'r'». \«.i.ri>|i ci'n pi |n t , /.ijn t4Min)«Mi^ i*n i;i*\m 

'Tit n\tr^MnL'*«kl.ink a.ni ^toemboeah . Moemiik^) , «if koinrn in 

jU \an lt'tt«'r<». dn* nn\(»(konii 11 ^ftitnlrn uitir«'^pn>kt*n {me vtmr 

r. bmioeii x«Mir Mod, ikoeti \4mii ekoer . tmmtu \(N>r mmM). 

hcnsri-n*> ln-lilM-n \i(-. dtMi: d« n S<*iiri)\f'r Im'IjM nirt Iti't 

#*« ht ii\f-r i|f- intir.ixt- x.m dit *>tnk, I'l-tmclit . aau tit* hand 

i t liAndM-linft . di- U't^|ir:i;ik dr' UtH»nlt'n l»m* iluMltdljk 
tf^iljk »♦•«•* !♦• L'l'Xfli I. K IKrh'^i.n 

V V. Ijrr X 14 



20S 

Dari Djapoen handa*" ka Djapoeii, 
l^ino bamoee^ patjah balah. 
Ampoen , bariboe kali ampoen , 
Minta^ tobat kapad5 Allah. 

Arab nan dari Minangkabau 
Minoen sarubat dalain padi. 
Katolah banja^ nan talampau, 
Minta^ tobat kapado Nabi. 

Oerang goeroen mandikan ana^, 
Mandi batimb6 boeloeSh rotan. 
Minta^ ampoen sajo di nan banja^, 
Antah tasaboei^ di nanboekan. 

Saraug bingkoedoe 1(» rang paga; 
Ko^ djalai tjoebada^ katjie. 
Sarang panghoeloe atjb* gawa , 
Djangankan sajo rang 1^ katjie. 

llalaukan kabau ka paboee^, 
Tarie^ badja^ diateh banda. 
Kalau nan gawa tapaboe^^, 
Asa^ de^ toean pad5 nan bana. 

Tandjoe&ng Saba kdto dahoeloe; 
Paoe^h dihadang Kdtd Tangah. 
Sabakan kat5 nan dahoeloe: 
Na^ djan mandjadi parang manah. 

Tabi^lah bintang katjie katjie 
Toemboe&h manjisi^ awan Djoedah. 
Ditjari tjoeratiS* raatie*, 
Satahoen parang tida^ soedah. 

Soegilanda^ soentieng Tanalam , 
Haroen nan baoen roempoei^ manih. 
ilarilah laroei^ tanga malam, 
Paparan tida^ koendjoeling habih. 

Oekiekan kami saroeftng badiS, 
Panimba^ laoei^ baharoellah. 
Ambie^kan kami hoekoen adiS 
Pananti hoekoen Kitab' Oellah. 

Ditjantjang tjantjang tig5 tjantjang, 
Ditingkc^ tangah tigo tingkc^*^. 



209 

l)i rail tang roendieng ka pandjang; 
Ktlh^ dipoenta na^ nj5 singke^. 

Pandjai^ patah patian , 
Pandjai^ djaroen bakasoembo. 
SoenggoeSh batoeka boekaii lain , 
SoenggoeSh batimbang itoe djoeo. 

Kapa lalito dari tangali , 
Takile^ takilau baloen. 
Chaba barito nan didanga, 
Malie^ manjilau baloen. 

ihkoh io, antahkoh tida^, takalo ninie^ koel^6, takalo 

dahoeloe, samaso oerang toeo toe6, barito sampai pad6 

tjoeraian tingga moesin kini, kami nan oetang mangat6kan. 

aso dewaso itoe, samaso oerang toeo-toeo, barito nan 

danga, sawah teleng Tjinangkie^ Tinggi, Tarata^, 

Mandjoeto, Lilitan, Kajoe MaroendoeS^. Anak rang 

i Djaroeai , l^'inangkiS^ nan pangka tanah , Talago 

i^ Balimbieng , Batang Tmang djo Batoe^ng (xoegoeS^, Ma- 

• dan Koto Toeo. » 

igke^ samoesin itoe, djalan Pajo baroe batoeroei^, Banda 

^ baroe rami, maso gadoe&ng di Ijimau Manih, titihan 

Ijoeang Karang; maso bapondb^ di pabajan. Saangke* sa- 

itoe, kasali barago tigo tali, ipoe&h baragS limo koe- 

kasoembo makanan koedo, kain gadang kapoepoeft* api. 

ce^ samoesin itoe Inggirih di poelau Dama, Oelando di- 

Pisang , baloen batjoepa^ djan bagantang , baloen babarih 

beh , djoko^ boengka baloen piawai, ba^a nan katoedjoe 

g manggaleh. 

ba baralieh hanjo lai. Saangke^ samaso itoe, djalan Pajo 
ng toeroei^, taloeS^ banamo Tandjoeang Pakoe , tandjoeSng 
si Tandikat ^ , padang banamo Padang KoemoeS , sawah 
n Padang Malajoe. Saangke^ samaso itoe, k(Y Sblb^ baloen 
6, hanjo banamo Eimbo Djilatang, bagala Babang Ta- 
ea , ditangah (xoegoea^ Mahal in tang, llaroe sabatang tangah 



olgens den verhaler zijn (lit de namen van in dien tijd 
nde kampoengs. 

i Tandikat zal wel Si Tandike^ moeten geschre\ en worden, 

IS de uitspraak. Bij dit en ook bij andere woorden, hebben we 

geiiK^end oiis sjeheel aan ht^t manuscript te moeten houden. 

H. 



222 

Sanan iiianjah(K*i^ Arulain Ww'\ //inan5 ka^t«)ed luunbo! b 
Uh'C} ta^ aiiKH'iih ]K)elang, isaino hilangmalah kit5; ba^ kal 
paritr>eii MalajtK*: Diroeeh roeeh batang djagodtng, dibilan 
l:il(M*. ka rK*^lj(M^&iig'ujo : na^ oeSh liati inand^ kandoe&ig, la 
hilang kito kadcH'x'mjo." 

Bakato tocuin djoeroemoeili : 'Mnanolah poeti , Andam Dew 
manolah Soctiin Manangkorang ! djangaii batangka tangka djoe 
elo^lah babalif' poelaiig, basoektVsoekt) dahoeloe, barila-ri 
(lahmJoc'' - Ijaloe bakato Si Af ana ngkr rang : I'kb^ ba^itoe ka^ 
djcMmMinioedi , na^ kami babaliS^ poelang."* T/aloe toeroen »i Mi 
iiangkerang , l)adc)r!6 dangan Andaui Drwi , l)atig5 dangan 
Salamat, badjalan ko(».inbali poelang. 

I)r^ laino lambe^ di djalan , lah sampai inj5 di roemal 
(l()(;(l(M*it' bamauoe&ng Manaugkrrang , sapatah tida^ bakat 
Sanan bakato ajah boendo : //inangap) toeankoe ang tamanodkng 
Lali gilokoli toeanko(^ ang, lah saki^ kohlah toeankoe ang, moengl 
salakoe damikiaii? Kini ba^ itoelah de^ ang, tjarilah ajamni 
adoean , adoclali dihadapannjo/' Barauari boedjang SalanW 
diambii'^ ajain biroogo, di)iad(M* di)iadapannj(S , djanganki 
injo kababoeni , mantjaliS^ injo Ir tida^ : lah habih tdnggu 
ajah boendo. Bakato poelo ajah boendo : '/o boejociiug, boedjan 
Salamat! alii'li djoh samgani lai , ambii^lah poejodili bariu] 
adcmlali diliachipaniijo." Djcwdjoei^ badjoedjoei^ I)oejoeXh lag) 
dari oedjoe&ng lah kapangkn , gala^ tasanjoeni Manangk^raoj 
Sanan bakato ajah boendo dap;^ bintjangan djo baritd: 
iKKgoe&ng , Si Manangkrraug! ang dangakan kato oeran 
Boekankoh (HTang baiitji de^ ang, boekankoh oerang berai 
di den?"* Nankan kato ajah boendo. //Kini ba^ itoelah d 
ang , katokanmalah bana-bana , na^ tantoe kami mamikieri 
Nankan titahnjo ajah boendo. 

\f anjalioei^ .^i Jfanangkerang : ^manolah ajah boi^ndd hamb 
bari huToeih den bat-anjo, bat^po adat i-ang dikorong?'' ^^K 
itoe nan aiig t:inj6kan . ko^ adat oenuig di kampoellng, dj5k 
banina^ laki-laki , naTi katji*'^ dinanti gadang, lah gadai 
(lihind)au gala; ba^ it^x; adat rang di kampoeiing. I)j5ko^ bamn 
pamnipoean, de^ katjir^ dinanti gadan^r, lah gadang diadj 
tahoe. lah tahoe ditjarikan soeami.*' Sanan l>akat6 Afanangk 
nmg: "djoko'' Im'' itoe kato boendo , kini ban)etangmalah boeud 
hitong dr*" adir"^ kaiidoeang haml)o, nan banamo si Andam D^ 
ko' injokan lah gadang, lah pato<M* ditjarikan soeami." 

.\fanjaliori' tJH*anktM* li-itljo T<m*o sarato iMH-ti liindoe^ng Be 



i 



Ml. -() liTMJocAii^ , hocdjuni; S:il:4rnat! kain.irimalAh «li>rtJiid4*. 

M UiuUn- ilt?^ (irii inanirit'okan Ambit'' liih siriiiiinhoe |)^ra\ 

tmL'kr'lah ifiM^lnnir-^NHanir t:i)NM*;1li . pN'tr<><'2klah talioefth nan 

linniran!" DitraiTAnjo ta))tM*]lh nnn lamnimn , tinganin tnboeSh 

araiiimn . nianjalKN'i'^ tjilN>«>jih nan Imnjii'. tab(x*i(h IJjotimaat 

ainjoiiiahi Salianta tulKX'&h ImlxM'nji , toertN^nlah (H*nin^ na- 

■nn»nj6, liatanir tteran^ iNilxindon^-lxnnlontr. lah rapd*' oereni; 

imminjo. tanjti hatanjninalah sanan i^itanjo paradano mantari * 

•anno UNMnkiN*, nuljo kanii! ap<') Mahiih tabciefth babocni , 

kikoh |Min' n:iu tiihainim . laikoli pidau^' nan nialindo, laikoh 

pudjanir nan nialimlili . laikoh l)inp)o^ng taniajo . lai nan tja<lii'^ 

nagftiiaikan i" Katokan U'lna tUr t(K*:ink<N*. na'' tant4N* kauii 

Mailit'n ** - ljaI(M' nianiUili dan^ NM-ankiM*: «'ti(iaMah pidang 

mmalrniio, tida'lah piri*^ nan t^ihampa. \Amn\ii di ana*' kito 

wurki'i. mill Iwiiamn >i Andani l)«*wi, kitt'i na** lapeh dari 

•tinir. lali |mt(N*i'' di|):is4M>amikan : silkih kalian din kam* 

p«inirkaii . di han sahari nanfrkn , pantjang in^langpinf; kini-kini. 

ipimu kit4> iKilalai dj<M*o " Naiikan titahnjo dang tiifAnkoc. 

Manilnng:i katii nan Iki^ kiaii, iKininari iN^ning nan banja\ 

tjiiori' tjata )»aliit('&iig niakan . Ii.impi niU'V kaj(N* di riinlio , 

n<Ui;|f:ini: |MN'n <iiM>4iali silnirit4M', radjrilali datnng tin^ doi*- 

■»n, ditang jwnglHM'liM* tiu' knt4i nipr |)iip«*'' Ham(N*hAnjc\ 

■■ ijulit UihihiTiir •^>fk<M* Tip» UM'iaii irilanggang rami. 

*«k* liat'M-niii* InmIim- ajani , nMw^^lir djiK*an'> rang liiiti|)(N*ifii , 

■mil*' •lj«w:irn raiiL' Pit ilali Di' lam«"» iKikalamrKin. Av' lanio 

^QLinnLT nimi. lali tain lia'nm* di vrilangiTintr. dc-' lianja' (M-ranir 

^(UtanL^. silanuiirt laiigping nnni. •rilangtrantr |Hwti Andani l>*wi. 

^\tn kajvilanL: lianja' iKTang. malain-milam IxilMindong m4N-- 

'-'"*. fKit;uitr-|Kitan(r iKilxnidoni; hili(^ IK*' tivingr'' Imnja'^njo 

"'^ir. «irii lilah iljadi ^aWi* iKilai . p.nanglah iljswii |nt')n 

'''^^. L'uniKic inandjadi )Hif:ili tjatf)(*a l^mmif ka|Kidti Andai:i 

^^i. tiifii kamiK'niint: nan l.ili L^uititng, ikuh'i' an k«»«**ln nuljo 

^^lur. «vil<N'in)>*M*aiii; juidi nan laM liahih . makaiian liali ' p.i- 

*'*xr pniri , >aLr:id<N'iini; kain nan lali l<N*!MN*&h . {unirganti kain 

^ie' tilm. lali tiL^i |H'ti lMk(K'|m . )>:iml)ait <M*tang di tralang 

^'^if. (nnjaiali .iinrli ti:iii lah hahili . IkiIimmi lai lMM*litdi nan 

'^djoitliM- . hanj<i):ih SM*t.in ICadjn li«iiiirMM' . N»«»nangan !«i ll(K*ngi» 

^^pi'h — ('h:il):i Inr.ilK h t-mtanir \Un' , ^wi\^is%w:i\\ haralvh 

***Ufi djf^t*. Iiiinilitli ka SmLiii iCadji* liongsww 

Ikikat4i .SiH't:iii Itkdjii liiiiiL'^M '•maniijaii inandr kHinliN-Ang 

'^BiUi' niamlt- k tiii:i«'niril.th iiiaMil*- . danL^akaii dt-^ niandt* 
^ \.iUi \ IS 



224 

kandoe^g, kami djo Soetan Manaiigkerang , kami badoec 
sain5 gadaug. Mandanga den de^ oerang, Allahhoerabi nm 
saboe&ng , toela^ batoendo boeloe ajam , salamd galanggang rami 
rape^ oerang samoehonjo, dfen soerang nan tida* sanan. Kin 
ba* itoelah de^ boendo, hati tagara^ sakoetik5, hati na* pa 
kabalai, lapeh den djo moeloei^ raanih.'" Bakat5 mand^ kan 
doeSngnjd: /^djokh^ ba^itoe kato na^ kandoeSng , antd kaboekai 
djanjd hambd. Manolah kau Kambang Manih, aga^ soegiri 
malah kau , ambie^ pakaian toeankoe kau ! "' Barauari si Kamban| 
Manih, diambiS^nj5 malah pakaian. Lorong ka Soetan Radji 
Bongsoe , lah lake^malah pakaian , dipas^rongmalah bo^h 
tagind^ng ike^ di kapalo. Bakato mand(^ kandoe&ngnjd , bakatj 
sambie baibarat: //6 boejoe&ng, Soetan Kadjd Bongsoe! baharo 
dibanang-banang bana, detalah Uh^ di kapald, baroe dipan- 
dang pandang bana ang lah Mo^ djadi radjd ; hW' lah badjalai 
kini-kini samantaro hari baloen tinggi.'* 

I^loe badjalan Aadjo Bongsoe, toeroen mangandjoeft kaha- 
laman, ditingke/' koed5 nan hitam, alah diadjoen padjalanan, 
main kaloeiing balie^ tidoeft, langkah sabali* tida^ djadi, ang- 
goe&ng gajo djalan basimpang, hilie diandjoe& moedie^ djadi, 
tagole^ batoe di halaman, aloen tapidja^ lah badord, alah dia- 
djoen pakoedoan , lah hilie laboeSh nan pandjang. Sapajah-pajah 
didjalan , d(V djaoeah basarang dake^, de^ dake^ hampifilah tibd, 
tibo di pintoe gabang oerang, lah bamgam gaiitd koed6njd, 
boeni siraijga^ ringau kampoe&ng. 

Ixirong kapado Andam Uewi, bakato injd disanan, mi- 
himbau sambie keh si Kambang: //man5lah kau, Kambang 
Manih ! Kambang kamarimalah kau , na^ tantoe di d^n manga- 
tdkan. Barauari garan si Kambang, oerang djoeari bidja^sand, 
datanglah inj6 basoegiro. Bakato pocti Andam D^wi: ^gatii^ 
lah pinang nan latja^an, tjabie^lah sirit^h koenieug gagangi 
isi p^ta^ langkoeai tjino, siriSh pananti hale^ datang; toeankoe 
kau kanlah tibo.'' Kat5nj6 si Andam D^wi. — Bakatd poeB 
Andam Uewi: '/man5lah ang, boedjang Salamat! ba5lah koedS 
balang kandai, sonsonglah toeankoe ang!"' Barauari gaiio 
Salamat, laloe diambiu^malah koedo, dibao kataugah halaman. 
Barauari Soetan Badjd Bongsoe, tibdlah injd di galanggang* 
di galanggang si Andam D^wi. Namoen sahari hari nantoeOt 
tida^ rang gild bapadan, oerang babdjong-bdjong sadjd. Laloe 
karoeiuah Andam Dewi , oerang basora^ sora^ sadjd , oerang 
barami-rami sadjo ; bakato oerang nan banja^, bakatd-sambiK 



225 

■rat I^KifNTt ili<i:il:iiii }):i(li. talaii^ >a)i:(taii<: ill Sir(¥*kani , 
iuUtii: iia niti^ l<:intrlvah«M'l(N*: <ir ImnmII si Amiiiiii i)t*wi, 
lih juvl.inu k«N*<lt) nan liitam . sinito Sn'Uii liadjo lion^^MN* ** 
OutB iKinilitli tantani; itiH*, ali<^li ka|MN*ti Andiim l>ewi 

Rikat4i |MN'ti Amiuni l)«*wi: »(\ KanilKiiitr! <ijaiij6 liainlMi, 
■inlili n»' iltMi katokan ! tjarilah (M'n*' Imjani Imdjo, kaliiiuQ 
lnk> fiAh liitain; kfN'dolah lanio ta iljo kit4i*' iianiuari piraii 
• kunluMi:. tlin'wai kain siiiciidani; . diptM'lidi niinh(N*i'' !«adaiif( 
tip*, laii t;i&r:i' kaiii |Kiininir.ir:iiiu^in . lah tiN'HN'ii injo kahalanmii, 
ttk b niiMiiit< lalMH*i(h nan pandjaiit;. lali laltM* ka KoUStcNrt'i: 
■V* ki ni«-nia)i i^N*niro Ka|M'h Ld<N- iiuij^' injt) kaUdi r(N*inah, 
Mivi'lali injtt di MK-ninihi , l»:ikatn }MM*ti l((N*np> Ka|M:ii : *fi) 
iiakua: Mandi . kandmnir |un;irinan^! danpikan na^ drii ka- 
Uba. Imkatit sainhi^ Imilmnit : Tatalali-talali niakan niiidaiii^. 
tejqn di da«MMi didjimati: lali kini nuNMifrku kau tlatan^, ap6 
■vbrntM (hhiiatir** Li1«h* niaiidjawal)la)i si kamliang, IxikaU'i 
^■bir luiUinit "K<i It* liiU) niand«' fli lianditi, djaupin di- 
I^^V djo ka|>tdi . tiilon^; iiiaifN'hlah dr' inaiidt-djuniran ditoUinir 
«|" uurh . tolnntr djn Ixnnh liandHt di- niandi* S:ih:ih liamlkk 
*^Uiie kauiari . Uinja kain|MM-ani; nan tadjaiaiii . inantjan iN^n*' 
^^fun Indjo * Sanaii inandjauah li4N'niri> ka|H'li "kn' \Um* hanjo 
^ Uatjari . di k.dHM-n di*n it4M- ir lai 

Rvkiuin LT.iniii ^1 KamUintr diainlm (x-n- Icijain liiidjo.lah 
^r' iitTi- Uijani Uidjtt . Uikat«i |XMdo l(<N'nt:*> Ka|Ndi "Kain- 
^* In it4M-)aii ill kau; kio |i:ikinn dm df kau , Ikirikan ill 
^>iir .ttjif kau. ikn kmlan>i(-iii; titfo iMM'ali. tlalaui ktNdau.^tii'Hfr 
"^ni: pm-lti. lunsi |i;int4X'n ti^n |Kitali . kn |Kint<M*n nan tigi» 
f*Uh. pan^rkanjo >adjn dan lianiU). iMiljfM'&nirnju di niandr atji(i' 
^'Q * katnnjii |)4M-ti li<M'ii^«i Ka|)«-li "hanLMkannialali di kau! 
^itvAh ni.injiit'nNali '*il:iiii:kisili mmtik'^Ii uianj«M'nM':ih ka Iia- 
^•AQif iLiiiinik.in NilitM'aii lai . n.i tUn^a junNKMi »ali- 

^^ InL'L'irdi Uiiri di ka|».i . taL^a ili ka|i:i di haliN*aii . . . .; 
^* panL'k.tnjn |r.int4icu liandNi naiitf^Mi : titdjtNraii^Mijii di inandr 
^J4 kau Ihiiipikaii vi)mi«-:iIi lai Mandaki kaliiM'ki' Ka|j(di , 
<UtfrnH'ti kadjadja naln . |Kiiiirkaiiji» isidjti Itamllo niImnm'', 

'*ij<jrAfiLMijti di MiaiHlf atjiO kau KaiidMUi: iKidjalan malah kau !** 
IWrauar: irir.m >i KaniUin;:. iuUili* jMwlanir lianjn lai ; Inhr 
S'jrij' TanfijiifSlni: Mi-dan S.in)|Kii KiiH-kiN-a !ailjanirki>njo, tdid 
: Kan kiH'tik«»nj«i. alali tilxi injn di riMMuali. lKikat4» jMM'ti Andani 
^«' 'KaudKinL'. |ianLMnaiii:! dj.tnjo liainlxi Alahnudi kanilmnir 
*iiL**i |iifid'in. I'tdi iriii fjaiiM'li ihl«K-nN*ti . aialiuioli ilatahif 



226 

]ija5 badan , kami nan tjamieh manoeroeti."' Bakato si Kamhang 
Manih, ande atjie^ dangakanmalah ; bakat5 sambio baibarat: 
/'Toepai malompe/ malapari, laloe malalai kadjamboenjo, ns^ 
karocmah bi5paTi , lah lalai hambo di lakoenju Sase^ karoemah 
Boengu Kapeh, bakirin inju di hambd, bakirin koelan- 
si^ng tigo boeah, barisi pantoen tigo patah; kb^ pantoen 
pangkanjo sadjo , oedjoeangnjo di mand^ atjir^." 1iakat5 si Andam 
D^wi : ''Apo pangkanj5 pantoen nantoen , katdkanmalah pad6 
hambd ! '' Bakato si Kambang sanan , dangakan di mand^ atjie^. 
//SoeroeSh manjoeroe&h Silangkisah, soeroe&h manjoeroe&h ka 
Halalang . . .'' Sanan roandjawab Andam Dewi : fkl/^ itoe pang- 

kanj5 pantoen nantoen , dangakanmalah oedjoeiingnjo : 

'/soeroeSh kamari aga^ satjatjah, den lah roe.mi^ kamandjalangl** 
Itoe oedjoe&ngnjo pantoen nantoen. I^loe bakato si Kambang 
Manih: //Lorong kapantoen nan kadoeo, dangakan di^ mand^ 
atjie^: Inggirih taga^ di kapa , taga*^ di kapa di haloean . . ." 
Sanan manjahoei^ Andam Dowi : . . . /'ko^ djadi baloen kakaka, 
baloen pamoepoeih kamaloean;"— soenggoe&h bana pantoeiuij6 
itoe'' Bakato poelo si Kambang Manih : '/Mandaki kaboeki^ 

kapeh, manoeroen kadjadja^ nabi " '^ko^ifi tahoe dikiih, 

dimano bakeh badjandji ; "' lah loeroeih kato pantoennjd." 

Katonjo si Andam Uewi : //Kambang ! mari den kat5kan ; kan 
babalie^ sakali lai , pasampai poelo pakirin den , kabakeh fi 
Boengo Kapeh. Bao kalansiong tigo boeah , barisi pantoen tig5 
patah , dangakanmalah de^ kau , pangkanjo poelo basaboei* 
kan, oedjoeangnjo de^ si Boengo Kapeh. /i^Inggirih taga^ di 
kapa , di kapa mangganggam niantiko gomat ; ^ da- 
ngakan saboeah lai: //Tan Pera^ namo ua^ rang hadji, balar 
Tmnk5d6 kapa . . . . ; " dangakan saboeah lai : «" Parian soedik 

(iipaboee^, tapi nan baloen dipapati ; *' pangkanjS 

(ljoe5 nan di hambo, ocdjocilugnjo di goeroe Boengo Kaptt* 
Kambang badjalanmalah kau, aga^ lakehmalah badjalan, so^irt 
jKielo kau babalie^." 

Alah badjalanmalah si Kambang, de^ lamo lamb^^ di djaliOt 
tibo di rocmah si Boengo Kapeh , laloe bataujo si I^ngo Kaptt* 
/' Apo sabab kau babalie^, laikoh loepo katinggalan ? *' Mandjawib 
si Kambang senan: //moengko hambo babaliS^ poelo , hambd di- 
soeroeiih mand(^ hambo , mambao koelansieng tigo boeah , faariii 
pantoen tigo patah ; ko^ pantoen pangkanjo poelo , oedjoeftngi\j5 di 
inandr atjiS^ : ba^ itoe katonjo tadi , dangakan na^ den saboei^- 
kan. /'Tan Pera^ namo na^ rang hadji , balait* nankddft 



227 






~ -liili l(i4*rcH'ili |)aiit<K*ti liiul^ ^^y*''' ka'i ^ claliwlot* 

r p:ulokaini . kiui mamlJA<li iiHM*M)d(h basa.** liakatii poclo 

M Kaiiilnnfr : dan^^ikan Aiib(M*ali lai : ''Inggirtli taga*^ di 

i , manggaiig^ni muntiko ginnat . . . . — ^*; " kb** djadi 

' kakaka. k(V kaka inda' kaaalamat/' Kakatd pc)el6 si 

I hang : '^l/irong di {miitoeii nan katigo, dangakan na^ din 
mikan Parian M^Miali t4ipahoe«\ tapi nan balo(*ii bapa 

— '' I-alof mandjawab I)<)eug5 KApih : ^Vh*' <«- 
Inmijo panUxMi nanttn^n , dangnkanmalah de** kau , Kam- 
r! 'djandjian lah !HM?<lah ta|MilNM*(*\ tapi nan baloen batapati." 
h^ pikiran alali- lah ^nipai . kb^ paaan alah dikatdkan 
Cainbang kcx'inbnli hanjtSlai. liah tib(5 injo di roemah , 
l«> pn(*ti Andum l>i*wi : '^'O kauibang « Kanibang u Kambang! 

II nrmah kini-kini , kambangkan lapir** nan haloeih , 
angkdn lapid*^ pamdani.'* Barauari garan s\ Kainhsng, di 
bangkannmlali lapii*' , diganUn'stngkau tirai langi-langi^ , 
m'l liabilang HN'ang. langg(M*ai ))atinibang scNtloei^. Rcwinah 

MHiiah tahijehi , Imkato saiian Andaoi Mwi : '^Kambang 
:mkannialah de^ kau , badjalun kan kini nangk5, panggie 
,o dajang-dajang. kakon)ng kan)prK*ftng gadang, banja^njo 
*^ po«*l(K'&h ain|MV : kat4')kHn sadjo kat6 dt*n, adat lah Iani6 
Caikan , kb' t<HMnlNN*t(h alir*^ dalam kam|Nie&iig , panggit - 
Aiiggic nan hia.no ** 

mndanga kato nan ba'^kian . lalm^ Imdjalan 9i Kambang, 
lit'" kakonmg kain|)(Hiuig ga<iang: tibo di korong kaui- 
!iir gadanif, lah da|W*' ana' dujang- dajang« babaiic*' hilit* 
j|ai , hili^ ka (K*la'' 1andjot*ftng Mtkian. |)e* lamo baaarmng 
', tibi'>Ia)i injo di nit*mah . >arat6 ana^ dajang-<lajaiig , 
I'njo 3m(W*' {MN'lociili ampt*" Nani(H*ii .lamalam-inalam umn- 
. bakato dj(H-<') Antiam l>i*wi ^'inancMah ana** dajaiig-4iajaiig, 
Lb' djaltatan !MM*rang-!MK*raTig! *' Namtien samalam malmin 
iM-n . Hiikalir tida' ditido(*dkan ; natangah nuingart*^ liinau , 
igah ttiaiiii))ih ka.H,ii. gilo iKimM-ktv-siNrko rami. Iiueni gmla^ 
rai-^iami . Un'u\ |)ant4M*n UilxK'ah-lMtrah . baragam talimpong 
b(». Ill .tiriNaiii: lNt-<lanpM*i-<iangfK*i' llah nan aadaog 
ah iiial.un . kikat4» ]ytn't\ Amlani lk*wi -^manA de*^ kaa . 
ban&f Maiiiii ' |atjir' .iiiV piUnn-ah d(*n , katahtiei hari 
lOL'. h.iri ka^Kini: ado l>atando: ajani Iwkorkndl^ mandja- 
n, HHM-rai liakitjati hari •^lang kb*^ lah ad6 nan ttdo 
m-ti , anUh takalo 'Irii.ii tuliM':! , iljagiikan deuai bauge^ 
r' ' NAnkaii katoiijn Andani i>^wi '^Sabagai lai de* kau 



228 

Kambaiig, sababujo moeiigko damikian^ na^ djan talampan 
(Ijaudji kito , djaiidji djo poeti lioeugo Kapeh , pai mandi sambie 
balimau , kaloeboe&^ AntarS Dama , ka Oda* Tandjoeang M^an.** 
Mandanga kat6 nan ba^ kian, adu sabanta antardnj6, bakoe- 
koea^lah ajam mandjagokan, bakitjaulah moerai kadangaran, 
hari kasiang hanjolai , bahimbau si Kambang masd itoe : ffAjoAi 
atjie^ djagolah djago ! kb^ ajam alah bakoekoea^, kb^ moeni 
alah bakitjau, tampan kasiangmalah hari.'^ Nan kan katdig6 
si Kambang toe. 

Barauari si Andam Dewi tadanga himbau di Kambang, ^^ 
golah injo sakoetik5, laloe diboeka^ pintoe andjoe&ng, mang- 
garoefing pintoe lewang angin , mamandang inj6 kahalaman: 
lah nampa^ atb^ loemboe&ng katj6, mambdjong daoen talang 
danto , alah kasiangnmlah liari. Bakato si Andam Dewi : 'i^mandlah 
kau Kambang , 6 na^ ! soegirolah ambie^ pakaian , ambifi^lah ^ 
kain dangan badjoe, ambiS^lah galang dangan tjintjin. Kit6 
badjalan kini-hari." 

Barauari garan si Kambang alah hasie manie^ djd tjintjin, ' 
talata^ g&l&ng djo soebang, alah soedah pakaian lak^^; «^aia- 
nolah ana^ dajang-dajang , kit5 badjalan kini-kini , sabaloon 
oerang banja^ datang, kito kalaloe kagalanggaug , kitd kalaloe 
tangah balai!'' Bakato ana^ dajang-dajang //djdkb^ badjalan 
banantoe5, dj5k6^ babidoe&^ banangkodo, and^ atjiS^malili 
dahoeloe, na^ tantoe kami mairicngkan." .| 

Alah taga^ si Andam Dewi , toeroen katangah-tangah roemah, 
diandjoe& sambie kapangka baroe diadjoen padjalanan , maldng- 
gang kiri dj5 kanan, mandariSng tjintjin di djari, tingkah 
batingkah ganto galang, manjemba alang di toetoe&ran, hari 
nan galb^ gsih^ paneh. L^rong de^ poeti Andam D^wi, hilang 
di kandoe&ng rang nan banja^, soearo sadj5 kadangaran, niaf 
sorai tida^ baranti moediS^kan laboeSh nan pandjang , lih 
moediS^ ka Koto Toeo. De^ lamo lambe^ di djalan, dif' djaodA 
basarang dake^, de^ dake^ hampieng katib5, tibd di Hart 
Katoenggalan , bakato ana^ dajang-dajang, tanj6 batanj5 samS 
soerang: //siap5koh oerang nan doedoe&^ toe, baloen patoei* 
doedoeS^ soerang, badoeo lai baloen djoe5, aalah r6mandi pan- 
dang oerang?" 

Sadang batanjo-tanjo djoeo manjahoei^ si Andam D^wi: 
'Mnanolah ana^ dajang-dajang, djangan kalian bauja^ 8abo6i^ 
itoe nan poeti Boengo Kap^h, djo itoe kitd kabadjalan/' Ad6 
sasaat sakoetiko, batamoelah poeti Boengo Kap^h, 



229 

h *^akapc)eft Hoerarifr. kahrx'bt'^ haoeih kalaparan. Lah ma 
«inrh !iakap(ie&. hakato ptx^ti Booiiji^') KapcVh : '^mandlah 
ir Andain iK'wi, danprakan |)antoen djA ibarat: Ba^ apo 
Mn nan^k6 tida'' koeiidjoe&ng pataiig, l>a^ ap6 kit6 ba- 
Iji nanfrko. m<x!nfrk6 ^imtoc ta^ koeiidjoe&ug datang.*' 
Jjawab |)oeti Andam l)t*wi : ^^^daiigakanlah de^ goeroe : Boekan 
hari nan ta^ patang, panggalan nan tida*^ koendjoeftng 
II: b(H*kan Indjandji nan ta^ datang, badjalau tida^ koen- 
ng MmiNii.'* Manolali giH*nN* lioengA Kapeh, na*' doeA 
sen .•^aririrng : '^llant nan am|M**' poeloe&h haUng, Imloen 

talang danto; hanibo dinanti alali datang, elb^ badjalan 
djin.H^ " Sanan mandjawab l^x'ng<» Kaptdi : "ko*" itoe nan 
giH*nN>. dangakun na^ di*n katdkan, add manuid dalam 

nlah angk(K-Ah sialali piin^S, nalah ruman dtpandang 
iff. g(ien»t* hiidjalan hapangirirng , langkh** djA ana^ dajang- 
i|r. hamlW) badjalan !«o<*rang diri; nantikan hambA disikA, 
uimbn iMlmlir'' poolang, mandjapoci^ 5i Kain bang hambA.** 
Ijawab \¥wU Andam IVwi '^ko'' iUm* gtMfmc katAkan«da- 
aB pantocn djo ilnrit - Kapakan mamlwli pinang, lah motdic*' 
46-4l«Mi') , talata' dalam katiditng. djangan goenie babalic**^ 
ng l/4')nHig dv*' Hna* kapangin<-ng. ambii**^ di goeroe aa 
!6 *' N'ankan kaUuijo Andam l)ewi Mandjawab poelo 
g6 k«|M*ii , mantjari dajo dj6 mpijA: "Adiii di laoei^ nan 
3e. hid(H.*i' pad(M*tHmamfld(M*6 ; kit^i nangko (lernng daratan, 

ranir pakai nan ba'^iNM- ** \ank:in kaUi KoengA Kapeh. 
kit4'»«inan Andam IVwi: '^mamdahanu*' dajang-tlijang, bibalir** 

1 iiamohonjo. inggan ikolah drn <liint'ngkan ** — Mandanga 
nan bn* kian . ))abalid^ ana' dajangnlajang , tinggniah injA 

*^». h> batiin') dangan .^i Kambang Bakato poelo Andam 

o gfX'nM- . 7*1 Ikx-ngt) k:iiM*h ! hari ba"* sMining tinggi djoed, 

wdjalnn kito dj(ie4'> '* liakaUt potato iim*ngf'» Kap'h : ''Ogoerw, 

ndani l)i*ui! piki£ pandap*"^ hati hamb('>. si kambang U^ 

f* {»ai . t'l<r mjo (kiIkiIIc'' |MN'lang, injA pananti hal»*^ datang; 

injo pai djo kU4). ko*^ datang alf*^ djaoefth hampit*ng, pinang 

man&TLnito'kan . •'inch siapA kamamliaoy** Mandanga katA 

hakim, hakato s\ Andam \h''W\ "manAlih Kambang 

«) hamhit. Kaniluing hahaht-'lah kau |)«Ndang, ta*" goeoA 

rijci kaini!" 

kl'ir mandja^ah ^i KaiidtanLf lot- 'manolah and**, atjtf^ 

lit* ta xiiian;; hati hahiiif hambi^ na'^pai djA and^ 

MaiidaniTt kato iinii h;i kian . U*ninglah pieti Andam 



230 

D«^wi : '/sakali (lunai baknto , elb^ kau toeroei* kan Mtadjo, 
djaiigau kau pandjang bitjaru, malambc^ kami badjalan.^ Mind 
Lib inaud(^ atjie^ bambo, daugakau iia^ den katdkan, hamb5 
baiiiimpi tadi nialaui , hamb5 bainiinpi boeroeS^ baua. Tikoelodl^ 
ba* ras6 haujoei^, aiidjoeSng pent* ba^ rasfi tiiiggulam, djocn- 
djoe^ng sirieh ba^ ras5 rabah , raugkiiiiig ba^ raso katoengkoei^, 
kabau gadang ba^ raso inati.'* Nankan katunj5 si Ktmbtng 
toe. — Sanau inanjahoei^ Audam D6wi: /yman61ah d6^ kan 
Kambang 6 nn^ ! iolah loeroeih mimpi kau , dangakan nm^ din 
katdkan. L6rong taawie mimpi uantoen: tikoelo^^ ba^ nu5 
hanjoei^, koedo nan hitam lah koembali ; andjoeftng pdra^ raaS 
tinggalam , tampan aua^ boeah kito kauaie^ ; djoendjo^ng siri^ 
ba^ raso tatoengkoei^, tandonjo padi kamandjadi; kabau ga- 
dang ba^ raso mati, tandonjo gadang ku di kito. ^' Nankan 
katdnj5 iVndam Ucwi. //Pal babalie^lah kau poelang, oenh 
marintang den badjalan."' //Dangakan djoe5lah and^ atjiS^I 
//Silindi^ mati tagatah, mati tapoeloei^ dalam padi, sadiki^ 
mande kamanjasa, kb^ U^ di moeloei^ dalam hati." Nankan 
kat5nj5 si Kambang toe. //Dangakan djoe5 de^ ande atjiS^, na^ 
doeo pantoen sariricng. llilie rang kagadoe&ng madat, padi 
bamanie^ maniS^ djoeo, oeranglah njato bahatikat, mand^ btbaie^ 
baie djoeo. Dangakan djoeo de^ aud^ atjie^, na^ oeeh hati ande 
atjie^ I Babawa bapoentieng tida^, bapape^ oedjoefing pangkalan, 
awa ditantang achiS tida^, moelarat djoe5 pakaradjan. > Dari 
Koehoem kabanda Tjino, ka Anib ka banda Nata, saoekoel 
mato djo taling5, moelarat tida^ mande kana.''^ Bakatd podo 
Andam Dewi: //djangan maragoe kau disiko, pai babalie^lah 
kau poelang!" //Djokb^ ba^itoe kato mandtf; ant5 kaboekaa 
(ljanj6 hambo; dangakan djoeolah de^ mand^: Talam nan doe& 
djd karika, katig5 poelau majang sani; djawab salam mandJ 
katingga, hambd ka poelang hanjolai.'' Si Kambang badjaliB 
poelang, tinggti hadoeo Andam Dtfwi. Bakatd poeti Audan 
D()wi ! Mauolah goeroe , Boengo Kapeh ! elb badjalan kitd djoe6** 
Alah badjalan injb badoed, lapeh di Hard Katoenggalaa, 
maudjalang kajoe nan gadang, lah lapeh poeld dari sanan, 
mandjalang haoea nan koenieng , lapeh nan dari haoea koeniSug, 
mandjalaug sigalapoe&ng tjoudong , lah tibd di oela^ Tandjoebig 
Medaii , di loeboe^^ Antaro Dama , di tapi karung mandjSdjd , di 



> Men '/A)\x beU'.r gezegd hebben pangkanjd en kaso^ 
dahannjd. 




231 

•xiiL'^h kaniii<; miihnhiitniiu''. aimijo k:ir<N*jili-kanN';ili Larn*, 
aiatijn !«inam><auain tlalain Bann' tilx't iiijo kasamiii. iiiaraiiirli 
limiu Ii;inj6liii, ialcx? Irtliiiiau kadfN'onjo: Ith s(N*(lali iiijiS hali 
lunu . bikato |MK»ti IWii^') kaptMi : ''() fr(M*roi*, si Aiidtin D^wi! 
elt»' hai^nti kit(> maiuii. ikolali Imiija^ haii^rsat kiiii , iianiolth 
jHilirufiraii^ jiadaiij? rami, djaiigaii hina(M> kit4) disiko, nn^ 
Samhi) iiniidi dnluN^loc . paudaiifri dr^ i^H*nM* Ixiiiifsat lal<N* ** 
ImIoc iiiamii \hh'\\ \\tH'n\:6 Ka|M;li, dir.i^aiiim:dah katjiinpoeftiiir. 
kahilif- katjiin[NH*ftiii; kaki . kainfMilic'' kntjiinpiM'itii^ taiifraii : 
lall tAh(N' (KTaiitr di ^^alancfn^ni; , I)akiit4) (NTauir di iralaiifrfr*n^ : 
• Sidoeir*'' sid<M*^n-d«M*jri , .•'itaiKM'ftiii: )MN*^l^) dcxTiaii . nan tjon^ku^ 
koh liili nan m.indi, iNN'nji katjiin|MM>ftni: di tapian** — Ijah 
pvrh inji") d<**^ Hiandi , kal«N*a |MN*ti I^M'n£r<'> Kapdi , sanibir Imi< 
klti'i injo san:in '^O ifixTcx* , si Andani iK'wi! llakamptN'sili 
pndof'm malih irfN'nH*. na** lianilxt haknin nuxTi, mandi poelo 
sUah iriNTiN*. na'' hainlx) Imiiiain InkmII ** ManjaluxM*^ {xioti 
Andain I¥wi "Ka'' tr<x'rfM*, ?«i IVM>np) K'a{M'li ! ()(*rantr manjin-*" 
h Upian. talata*' did.ihin padi, inL^''** iniri*^ marintanfr ikan , 
^aoiantiro hanil>('> inandi '* Nankan katonjo Andam l)i*wi — 
l^ninsr ka|Mx*ti Andani l>(*wi, lali dil(N*nM*i^ tjintjin di djari. 
'iilipe*' kain djo badjiK- , diMN^iXM'n ditlnlaui nitx*ndain , inan- 
lUah injo Andani l)«*wi I41I1 dini^rnni Wni katjiin|Mif^ng , 
fatkatjim|)(M*&nir tjnn'i hnnfrkinanir. Imsalo katjimp()cftn^ llatani; 
Hbh. d<ihalrli ana' tanirtronjn, k.ihili*- katjiin{MM'&nf; kaki, hj- 
•iortV Ian ikan sradanir. kani()4*di«-'' katjiin|>4M*^ng Uniran . tahaha'' 
lannjo Lrarii-ni;, lari trarirns: nmniint4*li iandjoeftnir, tata^*n 
Lan k(M*liiri . niand«H*<lo(' :ina*' p.intan. ;ral:ili hanmilia^ mainatjah 
tida". hahalfirn <jin)|):ii kasoclnnn^ liakato p(N*ti Kornpi kh|Ndi 
*Si ta|HN*.-in;f ill laman k kini, tampi'' di kainptxH^nf; na' ran^'S(<lo; 
katjiin|XM':in;: pami'inn m»ndi . nsian pam<^nan laliV!** 

Rakat4i tlj<N'o li<N'npi Ka|>fh. Ii:ikat4'i sanilnff Itaiharat "Ana^ 
•ili'v^utf hanirkiluMltN*. Hiii^fyali nianj;tMi' h(M*npi inai, ra^ni 
katjini|xii-&niriali dr' irocnM- . iianiUt nianmirkah djo arinai ** 
I Jill tal)<H- (HTanir di Lntlan^'iran^, Inkato ocran^ di pilang- 
jmuir ■ Sid(N-;fa sid<M-;;i-d(M*p , «>itap(H'&n^ iMH*nffi> ainimtjanf?, 
ana nan p-nt-nvr kttlilah innndi . katjinijim'ftn;: pai |Kii datang ** 
l^>n>n;r kapatin |i<N'n^r('> Ka|M'!i. kinriin aka djangan ImbmIi , 
baotaiii tin^riran^' djo hitjaro. inocndani talatr Iimmpit- pasir, 
tjaiidn uttHMfintr inj«i lajan^^k.in« talajui^ uiocndani ni.iMidl'' 
an' IVirn^ti K i|»f)i Itardij^li aira . tatrm kadjo(•nt^tt*i tabifii); 




232 

liorong kapoeti Audam l)ewi, tnsirb* darah di dad6, ma- 
niaiidjoei^ saiiipai kainoeko, balari injo kaloea, ditjalie^ mnen- 
da!n tida* tanipa^ *. Bakato poeti Andam IMwi: vO goeroe, 
poeti l3oeiigo Kapeh! kit5 sakampoe&ng sahtlamtn, kit5 nan 
sain6-saino gadang , mangapo goeroe ba^ itoe ? kamand moendam 
deii tadi? ko^ ta^ oelah paraiigiii goeroe, liarainlillah moendain 
den hilang, kito badoeo nan disik5. '* Nankan kat5nj6 si Andam 
Dewi. Laloe mandjawab Bocng6 Kapeli : /^ Ijoeroeih-loeroeih goen- 
tiong marawa, boekan hi^ goentieng siba badjoe, loeroeih-loe- 
roeih mat6 daawa, liambo mandjawab lioelieh tantoe." Man- 
fljawab poelo Andam Uewi : /^ Ta^loekah katajo lai , goeroe pa- 
loekah paniugkala^, ta^ kami pitjaj5 lai, goeroe basoempah 
sadang gala^". Mandjawab poel6 Boengfi Kapeh: /s^dangakan 
mnlali den katokan : '/ Ana^ boeajo dalam pajo , maudi kaloeboea^ 
batang s\v , got^roc ko^ tida^ paratjajo , marilah kaloeboeft'' salam 
aic/' Katdnjo poeti Boengo Kapeh. Mandjawab poeti Andam 
Dewi; /'Batoe&ng saroempoen di lialaman , katitihan na^ rang 
ka Djoedab , kito sakampoe&ng sahalaman , manarodHh dandam 
tida^ soedali/' — Bakato poelo Boengo Kap^h: i^Poetieh pi- 
nangujo na^ rang loento, sape^ di roemah radjd toeo; poetiSh 
toelang liambo ta^ loepo, saki^ di doeni& lah basoeft. " Man- 
djawab poeti Andam l)^\n : "() goeroe, si Boengd Kap^hlda- 
ngakan sabocali lai: galaboeil^ di padang baka, kain si Angs^ 
ta^ baragi, maboeii^ di doeniii katabaka, malang tjilako badan 
kami." — Bakato poeti Boengo Kapeh: '/Mandjald kaboeki^ 
Poetoeih, kanai oedang di djalo rape^, ditjautjang aii* ta* kan 
poetoeih, didjarieng angin ti^ kan dape^." Nankan kat5nj5 
Boengo KapJh. Mandjawab poeti Andam l>ewi : /^O goeroe, si 
Boengo Kapeh! Boengo tjampago djo inangd, katigd boeng6 
panda^ kaki , Av^ lamo hambolah loepo . alahmoh sampai masoei^ 
hati." Mandjawab poeti lioengo Kapeh: '/ ka^ goeroe dangakan 
djoeo, bantang lapir^ bantanglah tika , bantang nan tangah tig5 
halai, soerang tjadir^ soenng pandi^kn, soerang pa nd^a tangah 
balai." IVfandjawab djoeo Andam Dewi : //Langi^ ditimba^ bin- 
tang kanai, tadjatoe&h bin tang karang tigo, bidja^ babaoe&samd 
])andai*, lalm^ gajocylng saroepo tido " — Bakato poeti Boeng6 
Kapeh : '/Sario^ dibaroe&h soengai landai , kabe^ sababan badoe6, 
goeroe tjadir^ hambolah pandai . badjalan kito badoed.'^ — Man- 
dJMwab iH)el6 Andam Drwi : 'I'ljoeroeih aka di Boeki* GK)entoefaig, 



I I let /on bettM' zijn tasiro^ darah (mz. acht.eraan te plaatsen. 



23a 

rti Laiidai pintari:in hnjui, hatjaka^ (N-pa djo tailtM'An^^. hiiiiio 
HI Iwinain l>itM>." Maiuljawah |MN*ln I^m*ii^o Ka{MOi ; >* () 
M*, ^1 Andain I)<*wi ! daupikaii p<N'l6 tli*^ ^fuvroc: liafiM* 
i|jr hing^V (ii (l()ek(N*. U\y6 di (l(N*kiK' iimhariiiai, iolah gn- 

gajoe&iig ffotTtK*, tilx) di kix^koe djadi iiiai." llari ha*^ 
iiiT tin^ djtHfo: lalix' bakato Andain l)t'wi : «" ( ) gcieroe « ni 
^1 Ka|x*li! Ditjaiitjaufr tjantjaiifr tigo tjaiitjau^ , ditingke^ 
ill tifrii ttn^'kr'. dinintauf; nN'iidi£ii|r ka pandjang, iiW 
uU naMijn ;«in^k(*\'* \an k.it4)njt) Andam l)ewi. Man- 
ib )MK*1(^ ii<N'nLr<) Kap*li - ''datitrakan b^na s<M*uir^^)efth-aoenfr' 
I , «M',Hali kito bataiiirka dj(M'o, \iW tuntaiiirsiii nuR'ndaiii giiorot*. 
[mn*siIi in:ilaiifr di Iwdan kit<>. IW*^ irtNTiM* )Mikatjini|M)ein|: 

<it*n.ii iiiaiiifi^'kah djn liariiiai . biMinM* limlxM'btM* dataug. 
loHi' anirin kiri kaii.ui . nio<'iid»in talajang ina.*H>e&^ ait*, bainho 
mhau tida' sainpai ** liakatn |MM*ti Andani iK'wi ''^flllah 
t4M* k;it<) iffNTtN* . a|)<) kat4-iit:piii^ liatlan hainU), hanji) aa 
1 dr^ tfiMTfM* pasain|>ai [tasaii liani)M> di**^ ^M^nx* . k|ipad6 
r<% hainlx) « ka'' t<N-6 S<M*t.in Mananfrk(*ning; wK*ro(*&h aoe- 
t4M'n»('ti liainlx) kahilic . liain)M> kahilii- ka nicieanS; kiiii 
t4K*Iaii d(- ii^HTtH' , djan^mii kit4) t4Nda^ balakan^? , bndjalan 
f dali<K*l(H* . na"^ liainiK) tiniffra disiko. llitain ImImocI dj6 
irauiT , patinjo tiiiirtri at4*li pinifKaii ; nan s(M*ranfr babalif*^ 
ui; . nan MM-rani; tinirin* di tapiin ** 

>ninir kap<N'ti Andain Drui, lali badjalan injo kahili^. 
Ian iii:ana*>ir *Midjo. badjalan tarandj(N*-andj(N* . minb(M*i*^ 
|ian<ljant; tairvr.ii dj<N*u. niananffih napandjan^ djalan , 
ikic niahiinlmu inocndini. nnrndani ttn*n:int;-n*naiig djoo6 
jalit^Mah kahili*. tani|»a' lab (M*niiii: MM*raiig Ado MlMtiU 
tik«i. >^nnpHilah injo ka<N*ninjLrt4M*. niahimbau injudmanan 
lat'M-&' iitTant: nnntrair! ambit 'lab nicM*ndain hinihi'» hanjciri^ ; 
U- niiN-ndani Unnw amine' }MNdan^kan !<ad«'» manid'' iiadj6. 
^ iKinjo Mpad(M-«i!" Nankan katonjo Aiidam IWi 
kat4i iicranL' ]»anL'^ai(^ "ba' apt^lab hambo kamanfFambif'^? 

bamlxi r^adanir manifuiai . rap) maino<*iitt tilt kaid , moen- 

(adonui^ arr' liili^ 

kat4» |MM'lo Andarin U'hi "Uialan^' tjilakii liailau datoei, 

o luina bill ikan , !«al»ant4N'il^ tjintjin It* kabal(M*n, MlaDfA 

(f it- U' Ham(>ai " 

djalan dj<M'fi Andum l^*ui. malnlifkan air iiau jradaug 

nabant.i |Mdj«ianan. tampa' \nwU* iirranf; inandjalo. ma- 
au iMHio Andam |)«^ui • () daUidk^ firniiig inandjalA, 



232 

liorong kapoe.ti Aiulani IVwi, tnsirb^ darah di dad6, ma- 
inaiidjoei^ sampai IvHinoeko, balari iujo kaloea, ditjali^** moen- 
flam tida^ tanipa^ *. Bakato poeti Andam IMwi: #() goeroe, 
poeti Boengo Kapeh ! kitT) sakampoe&ng sahalaman , kit5 nan 
."iaino-saino gadang, maiigapo goeroe ba^ itoe ? kamand moendam 
(\h\ tadi ? kh^ ta^ oelali paraugai goeroe , liarainlillah moendam 
drii hilang, kito badoeo nan disiko. '* Nankan katonjd si Andam 
Dewi. Ijaloc inaudjawab Boengo Kapeli : » ]x>croeih-loeroeih goen- 
iieng marawa , boeknn b»^ goentieng siba badjoe, loeroeih-loe- 
roeili mato daawa, liatnbo mandjawab boeli^li tautoe.''' Man- 
djawab poeln Andam Wwi : // Ta^loekali katajo lai , goeroe pa- 
loekali paningkala^, ta^ kami pitjajo lai , goeroe basoempah 
sadang gala^'\ Mandjawab poel6 Boeng5 Kapeh: //dangakan 
malah den katokan: '/Ana^ l)oeajo dalani pajo, mandi kaloeboea^ 
batang aii? , go(iroc k(/ tida^ paratjajo , marilah kaloeboeft^ salam 
ai(''. " Katonjo poeti fJocngo Kapeli. Mandjawab poeti Andam 
IX*wi; '/.Batoe&ng saroempoen di halaman, katitihau na^ rang 
ka Ojoe-dah , kito sakampoeUng sahalaman , manarodHh dandam 
tida^ soedali/' — Bakato poelo Boengo Kapeh: i^PoetiCh pi- 
Tiangnjo na^ rang loento, saptV di rocmah radj5 toeo; poeti^h 
toelang liambo ta^ l(x',po, saki^ di doeniH lah basoe^/" Man- 
djawab poeti Andam IMwi : /'() goeroe, si Boengo Kap^h!d«- 
ngakan sabiHiah lai: galaboeil^ di padang baka, kain si Angs^ 
ta^ baragi , mabo(^^ di doeniil katabaka , malang tjilakd badan 
kami." — Bakato poeti Boengo Kapeh: ''Mandjal5 kaboeki^ 
Pwtoeih , kanai oedang di djalo rape^, ditjautjang aie ta*" kan 
poetoeih, didjarieng angin tn*- kan dape*"." Nanknn katdnj5 
Boengo Kapih. Mandjawab poeti Andam Dewi: ^^O goeroe, si 
l^ngo Knpih! Boengo tjampago djo iuango, katigiS boengC 
panda^ kaki, de^ lamo liambolah l(K'.p6 , alahmoh sampai masoei*' 
liati." Mandjawab poeti Boengo Kapt:h : '/ ka^ goeroe dangakan 
djoei), bantang lapir^ bantanglah tika , bantang nan tangah tigS 
halai, so(;rang tjadii'^ soening pand^ka, soerang pand^a tangah 
balai." Mandjawab djoeo Andam Dewi : //Ijangi^ ditimba^ bin- 
tang kanai, tadjatoe&h bin tang karang tigo, bidja^ babaoe&samA 
pandai*. lahn* gajof^ng saroepo tido'" — Bakato poeti Boeng5 
Kapeh : /'Sarie^ dibaroe&li soengai landai , kabe/ sababan bidoeS, 
goeroe tjadie^ hambolah pandai . badjalan kito badoe6." — Man- 
djawab p(M^.l6 Andam Dewi: '/fjcwroeih aka di Boeki^ GroentoeXng, 



1 Met /on bet^'i- /ijn tasinV darah enz. acht^^nian te pltataen. 



2 3; J 

^^^t'lifTii Latidai piiituH^tn hn'M), batjaka* iN-pa rijo iaiiocAnir , hiiiiio 
(i«n<ini hainain hiwi ** Maiicljawah ))<M*ln l)(K*iip) Ka|N*h ^ O 
tfi*-nif. M Aiidain l)t*wi ! ilaiipikaii pcK'lo <lt** fTDcrcw: llariN* 
hal:ttifr hing^')^ rli (l(M*k(N* , tilWS <ii ci(NrkiN* inaliariiiai, iolah fr*- 
rmii^ f^joe&n^ ^leriM*, tilnt di k(N*koe djaiii iiiai *' llari Im'' 
^rmikf tin^ flj<iei'»; lahw bakat4> Aiiciam l)i*wi : '^ ( ) Koeroe . ni 
B(irn^» Kapi'li! IMtjantjaug tjaiitjaii^ tif^i tjantjaiig , ditingke^ 
tangifth tipi tiii^kf*. dimntaii^ nN'iidi^ii^ ka {Mindjaii^, M(V 
dipneiiU na*^iijo :iin^k«N\** Nan knUnijo Aiidani l)f*wi. Mari- 
4iawah |MielA l((N'n^> Kapdi ^daninikaii bniia •MM*niffr()Hili-M)enfr- 
foeAli . tw^jiah kit4» ))ataii^ka dj(Nn>, ko' t:tiitaiii(aii iiuN'iidaiii f^ioroc , 
tocmbtMnih inalaiifr di Itadaii kito IK*' pN*r(N* lMikatjiiii|M)eiji^ 
todi . driiai itiaiiiri^'kah djo hariiiai . IrminN* liinl)oebo(» datiiifr, 
hataprM^A^ anpii kiri kaii:iii , iiHM'iMUin talajan^ inaMieft^ air, liainho 
■ahim^Miu tida' naiiipai " Bakat4) \nn*i\ Andaiii iVwi '»M»lah 
bi* xUw k.iU) iftM^nN*, ap) kat«'ii^pui^ liadan liamlN). Iianj6 aa- 
bi»«h <\v' ^lorfM* i>:i<am|)ai (laaaii hanilN) di*^ ^fK*roc , kppad^i 
ka*'lo(^'» liambfi, ka' t4M*o »S<N*tjui Maiiaii^krmii^; .40i^nK*&h aoe- 
njclh t4M*nM*ti liaiiilxt kahilu- . liaiiUM kahilif ka iiuicar^ ; kiiii 
\m' itrM-lali d«*' sTiMTfN* . djaii^ii kilo t4Mda^ Ualakang , hndjalaii 
Hirnvft <ialiiMd()e, iia*^ liainbi^i tiiiirpi di.Hikn. Ilitaiii l>alMi()dl djo 
koniaran^^, patiiijo tiii^iri •t4>h pinirgaii; nan H(K*ranfr habalic^ 
puelau^ . nan Mx^ranfr ting^ di tapi'ui ** 

Idjnm^ kap(M*ti Andam |h*wi, lali badjalan injo kahilil. 
kadjalan iimuiaMic >adjo . (mdjalan tarandj<N*-andj(M' . nimhiiri*^ 
|»an<ijan(! ta4n*r.ii dj<N*«). manan^ih Ha{Hindjanfr djalan, 
aki<-' niahinibau nuK^ndim, nuN'ndani tin*nan^-n'nan^ dj<)e6 
Mantjalidah kabiln . tam|Mi' lab cM'ranfr Mienn^ Ado nbanla 
«ktjftik«). siinipailali inj«> kao(*ranfrt4N' . niahiinl)au injo diaaiian 
*i} dat4M>&*' irranir nianpiu*! amhirMah nHN*n<lam hnnibi'i hanjori^ ; 
ku^ 1«- ni<H*ndani ttienn anibir' |MN>lan^''kan nado manid^ aadjc^. 
ambK'*' minjo Mptiloco !*' Nankan kat4')njo Andam l)i*iri 

iWkaUi <«*ran^' |Ninpiu^ ^'ba' a|>(Mab hanilW) kamangainbir^ ? 
kAi«' hauiUi iiadan^' inan^<«nai . rap) muni<N*nti tili kail, moen- 
dam udoroufT arr' bili^ 

IkkaU) |KN*lo Andann IVwi -nialan^' tjilako badan daUwi, 
httrmpi'i ^lana ball ikan . !ia)Nint4M'A'' tjintjin \r kaliaioen, Ailaodi 
{flUaDff Ir la* sain(»ai " 

Haiijalan djo<*«> Andjim l>t*«i. mabdirkan ai«* nau ^imii^ 
Adfl'i aahant'i padjnlanan . tanifHi' pwdo oerau|f mandjalo, ma- 
himbsu p«Mdo Antlain t^wi - O dat«iei' orran^ tnandjalA, 



232 

liorong kapoeti Andain Dewi, t.isirb^ darah di dad5, ma- 
niitndjoei^ sampai kainoeko, halari irijo kaloea, ditjali^ moftn- 
(lam tida^ tampa^ '. Bakato poeti Andain D4wi: »0 goeroe^ 
poeti Boengo Kapeh ! kit(5 sakampoe&ng sahalaman , kitd nan 
$:aino-samo gadang , inangapo goeroe ba^ itoe ? kamand moendam 
den tadi ? kb^ ta^ oelah parangni goeroe , haramlillah moendam 
den hilang, kito badoeo nan disiko. " Nankan katftnjo si Andim 
D^wi. Jjaloe inandjawab Boengo Kapeh : '/ Ijoeroeih-loeroeih goen- 
tieng inarawa, boekan ba^ goentieng siba badjoe, loeroeih-loe- 
roeih inato daawa, liambo inandjawab boelieh tantoe. ''^ Man- 
djawab poelo Andam D(%i : ^ Ta^loekah katajd lai , goeroe pt- 
loekah paningkala^, ta^ kami pitjajo lai, goeroe basoempah 
sadang gala^". Mandjawab poel6 Boengo Kapeh: //dangakan 
malah den katokau: '/Ana^ boeajo dnlani pajo, mandi kaloeboea'' 
batang aie , goeroe kb^ tida^ paratjajo , marilali kaloeboe&^ salam 
aie. '' Katonjo poeti Boengo Kapeh. Mandjawab poeti Andam 
IVwi; /'Batoe&ng saroeinpocn di lialaman , katitihan ua^ rang 
ka Djoedah , kito sakampoefing sahalaman , manaroe&h dandam 
tida^ soedah."' — Bakato poclo Boengo Kap^h: ^Poeti^h pi- 
nangnjo na^ rang loento, sape^ di roemah radjo toeft; poetiSh 
toelang hambo ta^ loepo, saki^ di doeniH lah basoe6. '" Man- 
djawab poeti Andam D^wi : // goeroe , si Boengd Kap^h ! di- 
ngakan saboeah lai : galaboea^ di padang baka , kain si Angsd 
ta^ baragi, maboeS^ di doeni^ katabaka, malaug tjilakd badan 
kami." — liakatb poeti Boengo Kapeh: ^/Mandjald kaboeki^ 
Poetoeih , kanai oedang di djalo rape^, ditjautjang aie ta* kan 
poetoeih, didjarieng angin tn^ kan dape^." Nankan kat5njd 
Boengb KapJh. Mandjawab poeti Andam D(»wi : ^O goeroe, si 
Boengo Kap^h! Boengo tjampago djo inaug6, katigd boeng6 
panda^ kaki , de^ lamo hambolali loepo , alahmoh sampai maaoei^ 
hati." Mandjawab poeti Boengo Kapeh: '/ ka^ goeroe dangakan 
djoeo, bantang lapie^ bantanglali tika, bantang nan tangah tig6 
halai, soerang tjadir^ soenuig pandr^ka, soerang pa nd^a tangah 
balni." Mandjawab djoeo Andam Dewi : //Laugi^ ditimba^ bin- 
tang kanai , tadjatoe&h bintang karang tigo , bidja^ babaoek sam6 
pandai*. laloe gajoeang saroepb tido " — Bakat6 poeti BoengO 
Kapeh : "Sarie^ dibaroeSh soengai landai , kabe*^ sababan badoeS, 
goeroe tjadie^ hambolnh pandai , badjalan kito badoefi.^' — Man- 
djawab poelo Andam Oewi : '/lioeroeih aka di Iteeki* Gk>entoeXng, 

I Ihrt /ou beter zijii tasinV darah enz. achteman te plaataen. 



23.1 

*<«(-ii^i Lauflai |)intai<;in hm'M), batjaka^ cN'pa djo tatioc&ii^, miiiio 
(landni luiinain hia<> " Maiidjawah |)<m*|o l)(K*iifro Ka|N*h : "O 
istn^nn', ?»i Andaiii l)t'wi ! dauptkan jxKdo dt*^ f^wroe: lUriN* 
lialuii^ liinir^')' di dm'k(H' , til)6 di d(M*kiN* maliariiiai , iolah fp- 
rmiijr g«j«e&ng gfKjnK*, tiU) di ko(*k(N* djadi iiiai." llari ba*^ 
«r«ii|r tiii^ djoeo: lahn* bakat4) Aiidam IWi : '^ ( ) Koeroe , ai 
H«riifn> Ka|)tdi! Ditjantjaii^ tjautjan^ ti^i tjaiitjaiig , ditingke^ 
ungHli tif^i tin^kr". dirantang nN>iidi£ii^ ka paiidjaii^, (d<V 
ittpneiiU na^ijo siii^ktV/* Xaii knU'mjo Andam l)t^wi. Maii- 
dljawab \HH*\Ci llcx'tif^'i Kap«*h : ''dani^ikan bana ?MK*ii(f^foHlh-M)enfr' 
fodlh , <M'Aah kit4) ))ataii^ka djixH), kiV t:uitaiii(uii iiuHMidaiii f^iorot*. 
lDerob(M*3ih innlarifr di Itadan kito. IW*^ i;iM*nN* bakatjinipoeljifr 
tadi , driiai mauiri^kah djo hariiiai . InitinM* limUiebcM* dataufr. 
KaUpntil'' aiipn kiri kanaii , iii(M*nd})in talajan^ iiuuKieft^ aii*, Iiainh6 
mahiin^Miu tida' nainpai " Hakat4» (HM*ti Andaiii Dt'wi "Mulah 
bi* iUn- kaU'i iM<*nN' , apo kaU'ii^piii^ liadaii hainlM>, lianjA aa 
hivrth d«'^ gix^HN* ()asain|)ai |uiaan hamlN) dr^ ir(ieror , kppadiN 
La^Uiei'i hamlMi, ka' Un^^ S<M*tiiii Manangkrnin^; aoenK*&h aoe- 
njrih t4M*nH*ti haiiilx) kahilic . hainh('> kahilic ka iitoear^ ; kiiii 
(a" itiN*lah dr' i^mtcm* . djaii^^n kiU) Un.*l%^ balakaiig: , hadjalaii 
jutcriMt daluKdcie, iia'' hainbo tiiicr^ di^ko. Ilitaiii l>alai()dl dj6 
konlaraii^' , patiiijo tiii^ii at4di piiiirgan ; nan s4K*rau^ habtln**^ 
pijeUu^. nan MM'nin^ tingjra di tapi'in ** 

Idjnnxs kap(N*ti Andam l^*wi, lali badjalau injo kahilil, 
b«djalan umuia^ic ^adjo. (wdjalan tarandj(M*-andj(M* , ramhcipi'' 
Ban pamljant; tJ^^erai dj<HH). manan^ih ^pandjanff djalan . 
mainakir' niahinibau nK^mdun, ni(N'ndani tin*nanf(-n*nangdj<ie6 
MantjalidMah kahilit-. tam|Hi'* lah (M*ninif !HH*nuig A<lo MiiMnt;t 
^iiftiko. Nimpailah injn kaiN*ranfrt<N* . niahimbau injudiaanaii 
•O daNN'A'' ocraiiL^ niani^ii*! anibir^lah nuN^ndam hnmbi'i haujciei^ : 
k«/ If UMitrndani t<M'an ambic^ |MNdanf;kan aado nianid*' aadjA, 
ambi'-*^ nnnjo MpidcNVi !** Xankan kati'mjo Andam iK'wi 

lWkat4» (H^ranir {Ninfraii^ "ba"^ a|>olab hanilWi kamangambir^ ? 
Kair liamlxi siadan^ inan^<inai , rap) mam<N'nti tili kail , moen- 
dam udunm^' art*'' liili^ 

Kakat4i |)(N*lo Andanii IVwi "inalanfr tjilako badan datodl. 
Harapi> liaua Ivili ikan, 5abant4NrA*' tjintjin Ir kaltahien. Mlaodi 
tnUauir Iv W sam|»ai * 

Haiijaian dj<M*ii Andam IVwi, mahdirkan an- nau ^laii^ 
Ad«i ttbanti padj^lanan. tampa'' \nw\o cieran^ mamijalo. ma- 
bimbsu p«A*l6 Andam t^wi - O dat4iei' (irnin^ maiuijalA, 



234 

t<)loiigIn]i nioo.iidain liambo hanjoei^, asa \v mocndam datod&^ 
ambio^, poclangkaii sadj6 manie*^ liambo, ambie^ isinjd sapadoe5/^ 
N^nkau katonjo Andam Dewi. Tjr.loe mandjawab oerang mnn- 
djalo : /'tiroemi^ hambS kamnambie^, rag6 mangoempa ngoempa 
djalo, ikaii lah lari masoe^^ boengka, moendam tadorong djoeo 
hiliS. '' Bakat5 poelo Andam D^wi : '/idlah bingoe&ng datodk^ 
iiangkt), iolah b6doh datoeii^ nangko, kb^ diimbiii* moendam 
hamb5, ambie^lah isinjo sapadoe5, barap5 bana bali ikan, 
s:ilaoe^ galang baloeu tjoekoei^ , sabaiitoell^ tjintjin baloen 
sampai.'' 

Badjalnn djoeo Andam Dewi , ta^ djalan mamasie lai , badjalan 
manapi rimbo , sikadocdoe&^ baroempoen-roempoen , hilalang 
batoempa^-toempa^ , toombodili tjap<5 babatang-batang , linta- 
boe&ng ba^ bajam toembocMlh , djilatang bahalai-halai. Mamandang 
inj6 kahilie, disangko boeki^ nan mambateh. Tjah hampiSng 
injo knsanan, kironjo batnng ma haliutang. Disiuan biidan 
moengko roe-soe&h , Imbihlah tingg^mg djd bitjuro , batang gadang 
boekan kapalang; disnloedocfi^ randah aine^, kadipandj^^ randah 
bana, oepa djo t:)doe&ng dibawuhnjo, ditjari oedjoe&ng dj6 
pangkn , pnugkanjo djaoeiili dalani rimbo, oedjoeSngnj6 sampai 
kalaoetan. Dititih batang nnn pantai, pantjariuge^ salomanjald, 
basal6 djo doeri rotan ; tasangkoei^ ramboei* nan pandjang, 
mamakit'^ si Andam D^wi , maraoc&ng sampai kalangi^. DitapodH^ 
dad5 nan mipih , tagoelampni djari nan haloeih , mangasan 
djari nnn s^ipoeloe^h, sabaleh dj6 kasan tjintjin. Lah lap^h 
inj6 dari sanan, badjalan djoe5 injo kahilie, tibd di padang 
rang goebnlo, mamandang sambie kilaoetan , laoei^ taroeih bagai 
tjarnmiu, bakato injo disanan, bakato sambie baibarat : ^ Doeri 
oena^ badjoendjoeXng oena^, oena^ badjoendjoe&ng doeri r6tan; 
dipndang laoei^njo djina^, kironjo tanang mahanjoei^kan. "^ 
Doedoe^^ mamanoe^ng injo sanan, bapikiepikie aoerang din, 
taknna injo de^ ka^toeo, kn^toeo Soetjin Mnnangk^rang. <rKy 
pasan lai bnsanipukan , lah patoci^ djaoe&h batoeroei^i , lah 
patoei^ hilnng batjari , ka^toeo mangapo kolah kini!'' Nankan 
katimjo Andnin Dewi, bakato sambie ma naugih, aie mato bidarai- 
darai , ba^ manie^ jK)etoeih talinjo , ba^ intan piKjtoeih pangarang. 

Mantjnlie^ sambie kakannn mandjaram tjanddnj6 padi tabi*, 
lah nampa^ ot*.i*ang dibawah kajoe, sadnng manioei-nioei^ api, 
kironjo oerang gocbalo; badjalan injo kasannn, sambie niahim- 
bau oerang goe,balo, bakato sambi(' manangih: ^^tolong bai^ 
hambo de^ datoe&, ambie^kan moendam liambo haujuei'', asa U 



I- iiKM-tidam hariilxi, U\i'\v isiiiJ4» 5apM(ifN*<i '* Mandjawab 
iriir px'lmlo ''roenii''l:ih li:niiU> kainanolon^, kabaii liainlx') 

in.ik til {)H(li , in(H*4lir ]<N'ra)i riinlMinjo ^x'liUiHing kaoau 
lUi lifi?«'rH-H««r.i^ *' lUk.'ito |MM»ti An<laiii IVwi • "ko* tidii^ 
H'ik ain(M*:1li inanoloiii;. kini ha^ iUN'lali dv'' (liitoe&'', p^tji' 

pitariM'&h Ii!iiii1mi; ko*^ lai (NTaiifr iii«iHH*nN*ti , ko*^ lai oeraiig 
itjan , ko lai <mt:iii^ hitinjo. katokaii Midjt) knto Iniim« 
ih 4lat4M*A'liM*|Mi l(M*|M)kaii ; ko'' salonmg diri haiubo, di hari 
111 iiaiiirko. adjulcK'Hali dmV k;iHainpai , MN*kaUiii ratm ka- 
iM-ikli. iljiuidjiHii r.i:m k;i>aiiipti: kini hi' it(M*lali dt**^ tiieaii , 

npi iiaiiilN) sjikrt4'''. liHinlx) inaminta^ fvulo Alhih luikaiieft 
MUi: nan kirainat!" 

•alcic di:iiiibij?*'inalali apt. tipi" kadj(M*n^N*i'^ tabling tiii|qfi , 
in^'irani; kiH'inajaii iMN'tK h , karitan k<M*niaj.in barcN*ih, uianjanN* 
> disiiian . ))arakat iienr^ djo miMJan^ , binikat ijah tijo boc*iido . 
I den iai M^a radjo. iiiandr den Wi n^a |KM.*ti ** Mtiiiaritunfr 
• kaL^M-niK'&ni;. man^ridap injo kabilat , didjoedjciHln^ djaii 

-a(MM*lor&h , baranilNM'ililMh angiii dan tan|rah , t(M*la*'kaii 
iidani katapi Allah |)<n*u NHti-di maii^^n^kan , adudiddani 
nant4Mti . ikan rajo d(MM> sadjiM*!) , aik<N4 hanamo ikaii ^- 
r, HikiMM banaino ikan rrtjo l«ah :«ocdah injo biniat, o(*n- 
mir {Mit-n siM'dah niaM* \Uw , Allah nan dj(M*6 nian^^arA^kan. 
fii'iilah nwirxu dan tuntrah , t4H'nN-n lanifkinan hidimboi'biM* , 
naniT iinM-ndani kntapi. injo datan^r moendani katanirah , 
it^ih pinipiiiiir ^idmtan^'. panpn* inocndaui nan hanjfiei\ 
it'i«'anL' ^(H-ratan Andani iK'wi . dj:iridja^ di tanah tahan , m- 
it«««'iktiLr di (tan* |MN'tofih . in^^iritnin ana"* barau-kirau . baktdi 
:dja TiHii lah Ului'i . bakt-h )ni?iint4M'jini; nan lah ptM-Uieih . 
iidaiii da{>«- Imdan tai tinlKiu lk:in pirmn^ nianjeniba nitM^n- 
>. ikan raj«> iiianji'nd>a diri; hiltnsf di nuto rin^r piehilo, 
i\v tida niinnkn'. >«patah tida'' lnNdhh kat4> ManjaM 
ini: ifiM-lMiio ' haiankan kabnu nan d<MN>, hilii ka p4Jo 
•nilMh t^ . hihmir di ni'it4> dcii nm docH^ lapdi di djari nin 
■ liMah ' Chabi biralith hnnjrdni , diih ka SM*Un 

[iari>rkt*ranir 

i\v lah ktM'iiMn dat^n^. naniolah iralanfTgnn^ djolonff 
II. lijtHaro till ti(>' dfN*:MM>n , mdjoUh tic/ tio*^ k«it6, nan 
h* babilani: ^M'k«M- Ikik it4i Sutan Manan^kiTaiif: ■'inuuo 
jiM'-ini:. tHM-dj mi: Sahnnit! dj:i{)iN*i''lih Mii^b !silan;;k<Vnju . 
' li pananti litli* tif»«i . kit4i nioi'lit'kan r4<lj<i tilm, ki!4'* 
rii. h il<' •iittiiir' Maiidunifa k tt4i nau In'kian haltri 



236 

poelang si Salaniat: dv.' lamo laintM*^ di djalan sanipaiUh 
injo kahalanmn , luahimhau injo disanan bakatd pado si Kam- 
baiig: //hambo tasoeroe&li do^ toeiiiiko(f, dari balai bal^rong 
pandjaug , maanibir^ sirieh djo tjarano , paiiaiiti hal6^ nan tibA. 
>fankaii titali toeAiikoe kito, isilah lauggoeai tjinft, na^ hambd 
bao ka galanggiuig " 

Laloe inaiidjawablali si Kiimbaiig : ^'inauo aiig, boedjang 
Salainat! ba^apo liaml)6 niaambii'^njo , aiide atjie^ tidi* di 
roeinah, aud<^ atjiS^ pai balinmu , den mauoeroei^ ta^ babao, 
tibo di Haro Katoc.iiggalan , kaiiii basoeroe&h b.die^ poelang, 
surato aii:r dajang-dajang , tingga ande atjiS^ soerang, ba- 
doed daiigan poeti Bueugo Ivapeli, djo injo ande atjie^ pai." 
Xankan kato si Kani!)a]ig saiian , sambir bapautoen baibarat: 
//Diniasa^ soiu'i ditjockokan , masa^ pitoelo ladaug rimbd , sa- 
diki^ nau den iiib<)k«iii , liijang nan tida^ b.-ibarito , 16rong ka- 
niand^ SLt}\v^ kitt). '' Mandangi kat.<5 nan Im^kiau , koembali injd 
si Salamat, kabalai balerong pandjang. j)e^ lamo lambfe^ di 
djalan, lali siinipai injo si Salaniat. Baliaroe tilx) injd disanan, 
bataiijo si Mannngkeriing: //laikoh dape^ nan ang tjari, lai 
tabao nan ang djapoei^!'^'* Ampoeulah liambo de^ toeankoe, 
ampoeii b:vril>oe kali ainpoen , dangakaiunalah sanibih hainbd: 
'/nan lianibo djapo(U' U\^ tabao, si Kambang manaugih djoeA, 
ande atjie^ tida^ di roemali , kaaie pai baliinau , iiij5 manoe- 
roei^ ta^ b.ibao, sakaraug kini baloen poelang, harilah tangah 
pantai tocroen." '/() IwejoeSLng, bocdjang Salamat! kb^ ba^itoe 
kato si Kambang, babalie^ ang poelang kini naiigk5, sMieroe&h 
toeroeti de^ si Kambang, soeroelili toenieti katapian, kJ^*" ta*" 
basoeo di tapian , laloe karoeniah Boengo Kapeh, kamoedie^ ka 
Koto Toeo!" iVankan katonjo Nfanaugkening. 

Barauari garaii si Salamat, balari babalie^ ])oela»g; sasaat lamo 
di djalan , lah tibo injo tangah halaman , mahimbau injo Sa- 
lamat : //manolah kau, Kambang Manih! mandjango^h kau 
dahoeloe, den na^ l)arang dikatokan. '' Mandanga kato nan ba''* 
kiau, manindjau si Kambang sanan, sambiS mantjalie^ si Sa- 
lamat: /'dangakajimalitli di kau! titah toeiinkoe Manangk<$rang, 
pai kau balan-lari , pai to<*roeti ande atjie*^, ko^ ta^ basoeo 
di tapian , laloe karoemah Boengo Kapeh , tanjAkan bana abeh- 
abeh!" Nankan katonjo si Sahimat. 

liarauari garan si Kambang, direwai kain salendang, lah 
toeroen injo kahabimun, badjalan bagageh-gageh , moediS^kau 
hilxH-rdi nan pandjaTig. I XV'' hiino basarang dake', tibo di Hard 



>4iritirpil:in . Upi UuiaiKH'&hi; iiijo Lilian, inalit*' kadiN*- 
fi'ari arifit^ ;«tjif''^ ^'diniko Ihiim kaini liatjarai!** Iiap(*h di 
*t) KnUteii^ilan, Kuljalaii tida' haraiiti, liilir ka oela' Tan- 
-aiiii: Median ; tilMi di ocia' Tandjm'Aiiif Median, dilo(*b(N*&'' 
^ni haiiia lUiratiari j^i K%in()an^ sanaii ImkaUi iiijo sanio 
-Jintf, ImkatV) Hamhii* bailiaral: ^ Liiiiau Maiiili amhii?' dja- 
M\ djaradja' in^^i^raii luilain ^ maiiangih inaiitjari djadja\ 
IJa* dilipMrii piHan^ dalaiii. * Tid%' btMMM) di tapiaii , Hiiiggali 
riifiiiali Docntri) Kapt'h : Uli iikm^IiI'' ka K6t6 Toet'i . tiho di 
lAaii li<H*iiir<> ka|H*li. t4if?:i' di dj(*n>iig piiit4H* ^l>aii^. \^nm^ 
fMN'ti litM'iiifn Ka{M>li, *^d:ini; diat4di .ludjot^nfr p<^ni\ sadaii^ 
kr' djo baiiniija.' 

Uirauan guran si Kainhaiitr, iiialiiiiibaii injo diHaimii , Htinlii^ 
ajit<N*ii iHnltarat : ''Tja|M> salmtaii^ dalam liicnji , naric'^ diniurio 
•'tfakaii . iiiandr iMd(MH) dan riM^inah , dimAiio Hiidr atjir*^ d<*ii 
CArKakaiir" \ankaii katonjo ^4i Kamluiig t4N*. t«ulnf iiiandjawali 
niftt Ka(M'li . IwkaU) Hainbi^ l)aih:irat : ^^O KaiuiKtiig, da- 
kaiinulali ! Kapakaii <i<'ii .<^idionj6, ka|Mikaii nainbio fljoea Imli, 
ajun d«'ii >adi4mjn. kiroiijo kail lah kamari!** Kat4^iij6 pofti 
rvp^ Ka|M*li lA'mni^ pado aiide atjid"^ kau , bapiiaii iiijo 
* IiiiiiIn). t4>ciiiU)e&li tiialaiii; kalMidHii kaiin, itaiiaiipijo iMikiM*- 
i djo liikanai . Hadantr iiialairiM' djo katjiiiipoe&ii|r. AllaJi 
'NNtiali iiia<MMit4H'Aiiirkan . l>aU|MN*&' I iiiilmelMH* dataller , iiummi- 
^ talijaiiLT kalatx-Uri , bapa^all iiijo padn liamlio, ituieiidaiii 
> tida «*l«> Inlaiii^. iiijo lali hilit- kam<N^in>« iiiaiitjari iiKien- 
ADji) liaiij<MM\ bapasrtii iiijo lukidi ka'tiMii, MN'HN'jdi ilan*hlali 

MandaiiiTt kattt iiaii kt'kian. Imlari hi Kaiiilmri^ |MN*laiig, 
Uiii lialf^niiiir |>aiidjaii«; liinx* tiho iiijo kasiiiiaii , mahimhau 
i(> di^tiriii "t4M*ank«N*, danifakaiiniaiah! l/'>it>iifr d«*^ atid<* atjir'' 
bIh). Ui bapasaii iiijo tadi , ka|>ado |)nt*ti li(M*nir(') Ka|Mdi , lah 
nbiK-ili iiialaii^' padd iiijo, injulali hilic kanim^am, maiitjan 
endaiiirijii haiijiMM . <<4M'nMr]lh t4M*nN*ti d«*' kaUmi. lia^^itric* 
an 4l«*ri daiiL^akaii " \aiikaii katonjo m kamhang t4M* 
Miiidan^ kaU) nan ))a kiaii, lon>ng ka ScMstan Manangk^ranir, 
11 bakx-laML' dihauilxM-akan. Unie&h batampiii diarra'^kan « 
•n tnahado ptM-lani; Sasaat lanio di djalan, lah tibi'i injodi 
jiah . lalcM* niahnnlMiu ajah h(it*iido "tlanirikaninalah de' 
idr? attibii djoh karih nan |)aineiuin , iia' den t4M*n<ri''i rati|f 
pal. Ill dt-n tjan raiiL' nan hilanf; ** liarauan niamir kaii- 
aji|fiij4», dianibit karili tiaii |Mindjang , kanh !«anipiiiio (iaiii; 



^iiunaii ; dianibii-^ karili dipasisi^, ioerc^ciilali iujo kahalamnn; 
lapeli di djrrnng kanipoeiliig dalain , lah moeclir^ djalan nan paii- 
djang , badjalan bagagtth djoco. IX*^ lamo lambe^ di djalan sampai 
ka llnro katoonggalan, uiaiitjaliC>^ kiri djo kauim, tampa^lah tjandu 
ktdoedoe&^an. Tainanoeaiig si Maiiangkrraug, sambie bakato 
dnJain hati : ^'sikolah g^neng baraiiti, kadoedoe^an ba^itoe 
djoeo." Badjahiii poelo dari sauan, sanipii ka oela^ Tandjod&ng 
M^aii, kiOueboea^ Antam Daina, baroe sampai injo disanan, 
luanangih ^i Maiiaiigkeraug, inaiiaiigiU sainbi^ maratb^ /'Ta^ 
paiidan kariiiibo lai, t()(Mnl)oe&h saric^ ditsingali ladang, ta^ 
badaii basoeo lai.'* > Mainakiif^ ^5i Manangkeraug , manjada st 
pandjang djalan, hiliekan pasie nan pandjang, sapajah-pajah 
de^ badjalan, sapano-pane^uj5 kaki, mantjalie^ injd kahilie, 
tanipa^Iah oerang pangai^. Baroe sampai injo disanan: ^'O 
datoe^^, oerang inangaie! bari loeroeih hambo batanjo, laikoh 
tampa^ oerang laloe, oerang mantjari raocndam hanjoei^? Man- 
djawab oerang pangaie : "ko^ lakeh toean toeroei^, autali baaoeu 
rsiko tadi , kaHoeo djoex) nan injo sada , inocndain kadjadi 
Imeah mtb^." Balari djoeo kahilie, badjalan mamasiS pandjang; 
de^ lamo injo di djalan, tampa^ poelo oerang soerang, kir&ij5 
oemng mandjalo. » datoeli^ oerang mandjalo , bari loeroeih 
liambo batanjo , ado rang laloe siko tadi , oerang mantjari moen- 
<lam hanjoei^?'" Laloe bakato rang mandjalo: // ko^ lakeh toean 
t^Hiroei^i , antali basoeo siko tadi , ka^toeo djoeo injo saboei^ 
moendam kadjadi boeali ratt)^." I^ah lapeli poelo dari sanaD, 
badjalan ta^ maniasir lai , sikadoedoea^ baroempoen-roempoen, 
hilalang batocmpa-toempa^, toemboe&Ii tjap5 babatang-batang, 
lintabodlng ba^ bajam toemboe&h , mantjalio^ sambie kahilie, 
disangko boeki^ mambatt^h : lah hampieng injo kasanan , kiio 
njo batang mahalintang. liah tibo injo kasanan, manjaroe fl 
Manangk^raug : » adie^ kandoeilng , si Andam Dewi ! djalan nan 
niano nan ditoerm'i^!*' Roem}K>ei^ taindja^ tida^ lujoeS, bataiig 
gadang tabalintang, ka disaloedoei^i randah ame^, kadipandje^ 
tinggi bana, (x'.pa djo tadoe^ng dibawahnjo; ditjuri oedjoe&ng 
pangkanjo , oedjoeiingnjo djaoeHh dalam rimbo , pangkanjo sainpti 



> Deze pantfKjn hecft een r(*gel tc weinig: de verhaler heeft 
ni a in a k i ( ' si M a n a n g k r r a n g daarvoor gebruikt , waardoor 
eirhtcr i\v. v(»lgeii(l(* /insnedc. onverstaanbaar xou wonlen. Hij 
had cr bij kunricn \oegcn: l^air^lah sanio samo hilaug- 



239 

kmlanri^tan !*" * Dititih batang nan pauUi , dirangkoe&h titjiri^ 
noib6, U8oe5 rmmboei^ tagantoeftng, manaiigih si Manangk^ 
rmng : i^kh'' ramboei^ alah basoeo , badan dimand k6^ lah kini 1*^ 
katdnjd si Manangk^rang. 
larod lamb^ nan ba^ kian, lah lapih injd dari sanan, 
aUh manampoeih padang laweh , dikiri padang padi tabi^, dikanan 
yaHang rang goebal6. Baroe tibd injd kaaanan , tampa^lah oerang 
nermng , oerang goebald di padangtoe. BatanjA injd disanan : ^^O 
daloril^, oerang goebald! bari loeroeih hambd batanjd, add rang 
lake sikd tadi, injd mantjari moendam hanjoei^?"" ^^Kh^ itoe 
dbloei Unjdkan , dangalah hambd baritdkan. K&^ lakih datoeft^ 
toenMn^i , antah basoed sikd tadi , ka^toed djoed nan injd saboei^, 
im kaganti boeah ratb^, bapitaroe&h injddi hambd, kh'' lai 
Lh batoeroei^i, k(i^ lai hilang kabatjari , katdkan pitaroeih 
Inabd, katdkan sadd nan dilihe'', adjalloellah antah kaaampai, 
nekaUn rasdkan panoe&h; ba^itoe katdnjd tadi, maminta^ 
Wfi njd di hambd , pambaka koemajan poetiSh , baniat injd disikd, 
akd manjaroe injd tadi , taga^ kaoedjoc&ng tabieng tinggi , ma- 
■mtang sambir* kagoenoc&ng, mahadh** injd kabilat, manjoesoen 
^jari nan aapoeloc&h , maningadah injd kalangi^ : <r Ajah din lai 
mm radjd, mandi* den lai asa poeti, baramboeih angin dari 
laifrah, lajangkan moendam katapi/* Ba^itoe niatnjd tjakd; 
finta^njd sadang kaboelieh, niatnjd sailang kabalakoe; baram- 
hoeth angin dari tangah , tartfnang moendam katapi , diambi^- 
■j6 pimpifng sabatang, pangai'^ moendam nan hanjoei^. Add 
didalam loeboeft'' nantoen, ikan rajd doed sadjoeli, sikoei ba- 
muod ikan garang , sikoei banamd ikan rajd ; moendam babaliC^ 
balir^ djoed , ba'^ katapi injd katangah , ba'' katangah injd ka- 
tapi; oentoeing nan boeroeft^ masd itoe, moendam dap^ injd 
larmmhau, bakeh baindjah nan lah taban. bakih bagantoelng 
nan lah poetoeih, sapakit*^ haram kb^ inamakit^, sahimban tida'^ 
mahimbau , hilang lanju'' di matd hambd. '* Nankan katdnjd 
rang goebald. '^Sabagai poeld de^ datoeft, id ba^ katd-katd 
oeraog: 'lah poetoeih tali alang-alang, tampa*^ nan dari Kdtd 
Toedjoe&h; soeratannjd nan lah malang, lapeh di djari nan sa 
porlor&h.*' — Ijah hilang si Andam Di*vil 

Mandanga katd nan l>a^kian, alah tadjoen si Sf anangk^rang , 

I Oedjoeng vn p m^ kd dient men met elkander te verwia- 

■eleii, tenaij de boom veronderst4*ld vordt in de lee (het meer 

vaa Singkara'' vaamchijnlijk) te gnieien. 

4« Volcr X. !• 



240 

tadjoen kalaoei^ baharoellali , mamarangi sagal5 ikan rajd, mama- 
rangi isagalo boeajo, ampe^ satikam kauai karih, doeo saparu^ kanai 
rentjong; poetiSh de^ boeutang di laoei^tau, mahitam bangkai 
boeajo. Lah banja^ taloe&^ tadjalani , banja^ lah karang talihe^i , 
lah sapajah-pajah badan, alah sapane^ pane^ kaki, kaloea si 
Manangk^rang , badjalan inanapi pantai, malomp^^ inj5 kat^h 
karang. Allah poen soedah maoentoe&ngkan , dape^Iah tanti 
badjoenjo, ditoeudo omba^ kateh karang, diboeangkan aloeD 
kaloea. Barauari si Mauaiigk^raiig , diambiS^ tanti badjoe nan- 
toen , taga^ maratb^ ateh karaug : // Adie^ kandoe&ng si Andam 
Dewi , tanti badjoe i5lah dape^, batang toeboeSh dimand kini I'* 
Disinta^ karih nan pandjang, sambir? bakatd sam5 soerang: 
//Hai karih makaulah diri, ta^ kagoeno hidoei^ lai, sarang 
nan geneng Id lali hilang, elb^lah hilang kadoednjo!'^ Allah 
poen soedah luaoentoe^ngkan , djangan kaloek5 barih tida^; karih 
kabaliS^ ka saroeSngnjo. 

Chaba baraliSli hanjolai, baralieh padd ajah boendd, id 
toeankoe Radjo Toeo, badoeo djo poeti Lindoe&ng Boelan. 

Bakato toeankoe BAdjo Toeo: /i^manolah poeti, Lindoe&ig 
Boelan! L6rong tantnngan ana^ kit5, io ba^kato oerang toeS: 
//nan dikai^ tingga diatch, nan pangai^ tingga diateh;^^ kini 
ba^itoelah roendiengan , el^>^ malangkah kitd kini, kit5 tjari 
oerang nan hilang , kito toeroei^i oerang badjalan. " 

Barauari iboe bapa^njo, alah badjalan hanj5lai, kahilii 
laboeah nan pandjang. De^ lamo lambe^ di djalan; sampti 
lah injo kamocaro, mautjaliS^ kapasie pandjang, tida^ basoed 
Manangk(;raug. Badjalan poelo dari sanan, badjalan manapi 
pantai, nampa^lah oerang soerang, kirdnj5 si ManangkJrang, 
sadang mandjamoe^-djanioeii diri , sambie manangih-nangih djoedi. 
Barauari ajah bocndonjo: //manolali boejoeSng, Manangk^rangl 
kamarilah ang dahoeloc, den na^ barang dikatdkan I ^^ Barauari 
si Manangkerang lali doedoe^^ injo badakatan , bakatd ajah djd 
boendo: //kini ba^ itoclah na^ kandodlng: kh^ ta^ basoe6 nan 
ang tjari, babalic^lali kito poelang, ta^goeno ang tjari djoe5, 
nan mati lawanan tanah; nan hidoei^ lawanan doeni&/^ Nan 
kan katonjo ajah boendo. 

Barauari garan Manangkerang, niandjawab sambie manangih: 
//ocsali dioemboei^ doeo kali, kabaloelodlh padi den hanjd 
oesah disaboei^ doeo kali , kabaroesoe&h hati den hanjd , ta d^ I 
koembali poelang; pado den koembali poelang, eld^ din bt- 
toelang poetirh , hidoei^ nan tida^ kabagoeno, rilakaalah djariA 



pajah maiiili*, rilakaii VtiUS nan taciomni;, rilakan nasi nan 
^a^^N-t/. Mcien^rku baMtot* kat<'> hainlK>, <ic)enift Ini^ raso katinj^« 
Mrtlaikalmaoet raa^ kan datang, scH'katan rascSkan pamie&h , 
ailjinlhifllah ra!M>kan mmpai. Kini ba*'itoelah Av.^ inand<^, l6rong 
lit** katni nan hadoeu, cnmah clitjinUVtjinto dj(K^, oesah di kana- 
kana djcie^: andja^lah namo kaini nanfrk5, nam^kan hambd 
Ilairang i^annai, adir^ kandoc&ng 8i Andani L)i*vi, namdkan ti 
Tahan^r lajanj;. ** Nankau kat45nj6 Mauanfrk<^rang. «" Kb'' tatjintd 
aiah pad6 hamlx), lih«*^lali Scx^tan Kadj6 Ktmgaoe, djan itoe 
kani nan mr6uian; tatjinto dr^ Andani IVwi, pailah baki>h 
Bornffu Kapeh , djo itoe injo nan saroepo, djo itoe inju nan 
mitjoian. ** 

Ur*' laniA lainbi*^ diaanan , hari ba^^saran^ tingiri djoed : 
»kini ha^it4N*Iah dt**^ niand«*, IwbaliS^ poelanglah mandr, djangan 
TN* dt*n hadjalan , sapaninggi kanii badjalan galanggang 
kh diiK'^aikan, liaK*'^ nan djangan dihantikan, makanan k<iedd 
djangan koerang, niakanan ajam djangan soeaori'^. Sabagai lagi 
di^ ajah boendo, k<V tida** kami balialiS^, kami nan djangmn 
(iitoenieti « kb^ ta^ sanangliati ajah , baolah gomba'' din aa- 
kormpa , akan ditjinto patang pagi : ajuh babalic^malah poelang, 
den badjalan haiijolai.** 

Maiiangih dj<KH> Manangkeraug, sanibir bapantoen baibarat: 
*Tiii|rgi manibatjoei'^lah ko rab<M^ng, haki*h na'' halang ma- 
faafrgam'i; ijicNHi'' ka kami tabang px'lo ! Tingga mantjangoci^li^h 
k6 kamiNx^ng, katni Imiljalan hlm^ laino, itmeft'^na'' kami dja- 
koir purlo!** — Na^ doeo pantoen nalirirng: « Sik(wdjo«i djd 
htttang ka[W*h , kamtNinglah bo(*ng(') ()ani(N*tan , kb*^ mcwdjool 
muidr malap-h , pcwlang ka'^ otria^ Tandj(H*]inf; M<Man ! — Ma- 
D6Uh niandr kaiid(Ht^n|f hamlMY! djanpin dirintang djo goen- 
dalai« mand«* babalirMah )MH*lang, na** dt*n tjari rang nan hilang, 
na^ dc*n Unrt^i^i ninir nan pai. ** 

Haraiiari inran dii^anan, ajah djo b(H*ndo alah kcMtmbali; 
Manangkrning tingga di hi(K*iMan , liadjalan djo(*«» hanjolai , ma- 
aangih ftanihii- marat4V : >* PangajoHlh I«abor&ng Tandoel*^, injd 
na^ hihr kahahiean ; baiijalan djo hati mabodl^ paai£ dipan- 
dbng halalaian ** Pandangaran taingi'ningo, bfirui boeniding ma- 
himbau-himbau, W lxM*ni gi^neng nan mahimbau. Manangib 
djcjcti Manangkt-rant; . manangih gambit* maratb^ : « Tabanglah 
halang djo oenggt-h , salirirng djti |»arapati : poetocih banang 
boriifh d<*n <N*leh , hilanir kamano kad«*n tjari !** Adit^ kan- 
dfirAng n Andam l>t-wi ! na* don'i pantoen iialiri«-ng: /rjintjin 



242 

nan loengga di kalingkieng , sasoeai di djari manih ; njat5 laoei^ 
tan bakoelilieug , djaodlh kamand ditoeroei^i I ^^ 

De^ lamo bakalamoan, lah tampa^ sampan rang pangaiS , di- 
himbaunjo sampan katapi. Allah nan masd maoentoe&ogkan , 
tampa^ didalam sampan nantoeu, mangile^ mangalimantang, 
mambajang sampai kadaratan, sapantoen wdr5nd tjintjin: «^0 
datoe^^, oerang pangaie! baolah sampan kamari, den na^ ba- 
rang ditanj5kan ! "" Mandanga kat5 nan ba^kian, lah loeroeih 
sampan katapi, bakat5 si Manangk^rang : /i^namoekh badjoea 
ikan datoe&^? katokan hago djo] nilaiuj5. '* Nankan kat5nj6 
Manangk^rang. ^Kh^ itoe ihtodi^ tanj5kan, ikan baragG tig5 
tali!" — DibaianjS tig6 soekoe, hatinj6 harb* harb* tjamih. 
Barauari oerang pangaie kipeuglah soedah ditarim5, dikajoelh 
bidoeli^ kataugah, sambie bapikie dalam hati: /^ oerang gil6 
kdlah koh itoe! oerang maboeli^ kolah koh itoe! ikan bangS 
tigo tali, dibaianjo tigo soekoe !'' 

Ijorong ka Soetan Manangkerang , tida^ djalan mamaaie lai, 
mandaki injd kaboeki^ ; add sabatang kajoe rampa^ , batangnj5 
gadang rimboen daoen , toemboeSh di lerdng boeki^ nantoen. 
Hari nan sadang taugah hari, sadangnj5 litaMita^ &lAng» »- 
dangnjo loengga pantjawe^an, sadang rami oerang di baki, 
sadang laugang oerang di kampoe^g , oelang baroelang katan- 
daian. Baranti injo disanau, doedodl^ basanda di kajoe toe, 
bapantoen sambie baibarat : „ Alangkoh tanang di tapian , sinaa 
ditanam koeli^ manih , baloen ka sanang paratian, dima doedoeK^ 
sinan manaugih. '^ Takana di adie^ kandoe&ng, adie^ kandoeing 
si Andam D^wi, balah dibalah paroei^ ikan, dibalah laloe 
kaikoelinjo, basoe6 moendam didalamnj5, lata^ maniS^ ba^itoe 
djoed , lata^ tjintjin ba^itoe djoeo. Manangih si Manangkerang: 
manangih maraoe&ng pandjang: „kb^ moendam alah basoeS; 
badan diri dimano kini!"" Disiuta^ karih ditikam dadd; Allah 
nan soedah maoentoeSngkan , djangankan loek5 barih tida'; 
karih babalie^ kasaroe&ngnj5. 

Barauari si Manangkerang, diambie^ moendam disimpani, 
badan badjalan hanjolai; alah marawang rimbd gadang , alah 
manampoelih rimbd rajo, alah manampoe&h sasa^ moedd, barapS 
siamang bagabaian , boeni oengk5 bapakie^an , hawa djan sAan 
balintehan, boeni harimau badangoeihan. D^ lam5 basaimng 
djaoe&h, tasoe5 kidjang mariutjd. D^ masd d^wasd nantoen, 
kidjang nan pandai barakatd. Laloe bakatd kidjang nantoen: 
/rO datoeii, rang moedd nangkd! dari mand toeroen badjalani 



243 

ap^ iiukMoei^ luin ditjari?*' lialoe mandjawab Manangk^^rang : 
mi) kaka^, kidjang marintjdl hambd dibad paroentoe&ngan , 
mnrngkA badan sampai kamari. *' Mandanga katd Manangk^ 
rang , htfran tatjaiigang kidjang nantoen , manaroe&h hibd dalam 
hati , mandanga oentoe&ng Manangk^rang. Sanan bakatd kidjang 
nantoen: ^O datoe&^, Soetan Manangktfrang I kini ba^iioelah 
ijat6 , oesah maravang rimbd djoed , mari din t61ong dj5 bai^, 
naif^lah katih poenggoe&ng din , na'^ din toendjoeft^kan djalan 
poelang. ** Nankan katdnjd kidjang nantoen. — Di^ lam5 ba- 
Mffang djaoe&h, alah tib6 inj6 kabatih; bakatd kidjang ma- 
nned: ""O datoeft, iSoetan Manangk^rang I hingg5 ik5lah din 
Ifking*/* Kidjang koembali katanipatnj6, Manangk^rang ba- 
^aUn djoeft. 

)t^ lamA basarang djaoe&h, tasoed poeld bada^ sangrni; 
bakatd bada' nangsai : " sikdiah paroei^ moengkd kanjang 
riikA garaman moengkd paaa'^, I ita'^ kakanjang hanjdlai I *" Tjaloe 
nandjawab Manangkerang : " mandlah kaka^, bada^ sangsai I 
Boengkd din tampoe&h rimbd nangkd, tida^ din asd hidoei^ 
lai , din dibad parasaian , padd hidoei^ baroe^oelh hati , ifi^ 
■lati bakalang tanah.*' Mandanga katd nan ba^kian, hibdlah 
hati bada*^ nangsai : ^^ djdkd^ ba^itoe katd rang moedd, haram 
Moctala^ hambd makau ; mari hambd t6Iong djd bai^^ ; nail^lah 
ka atrh poenggoe&ng den , na^ din toendjoeX^kan djalan , oeaah 
■aravang rimbd sadjd. * Di^ lamd basarang djaoelh , alah sampai 
iajA kabateh , laloe bakatd bada^ sangsai : ir hinggan ikdlah din 
■aii6iong, rang moedd tinggalah sikd , den kabarang tapi^ pai P 
Barauah m Manangkerang badjalan djoed hanjdiai; makan 
tada^ miuoem poen tida^. De^ lamd basarang djaoe&h, taaoed 
harimau tjampd, harimau taboeihan tandang, ana^ bingkata^ 
Tabi(Fng Tinggi , daoen kajoe lan>h disimbanjd, apd nan laloe 
dinakannjd, garang nan boekan alang-alang. Baroe tampa^ ai 
Manangkerang, bakatd harimau nantoen: 'taroeih mimpi din 
kapatang, nan pipiSh datang malajang, nan boeli' datang 
manggolf-^ aoeih lapa tida'^ tatinggang, alah kakanjang moh 
paroet^ den!*' Nankan katdnjd harimau tjampd. Bakatd fi 
Manangkerang, bakatd nmbir baibarat: * I)e^ limau alah bin- 
dalne, ribni*i^ malocloe&h padi djoed; harimau makanlah akoe, 
hiduei^ baroesoeih hati djoed.'* Mandanga katd nan ha^kian« 
tamanoeing harimau nantoen , manaroe&h hibd dalam hati , 
Mmbir bakaUi hanjdiai: ^O bocjoe&ng, boejoeftng , 6 boejoeing I 
kitd Mpintd sabahagian , oentoeing den ba^itoe poeld. '* Bakatd 



214 

harimau naiitoeii : // kiiii biiuloekocaiig di j^ioenggoeiiug deii , den 
manolong baie^ sadjo ; sainbie bakato baibarat : n Kainoedic* man* 
djalo tocraiig , kanai toerie^ lapuli batali ; oesah doedoe&^ bama- 
nociiug soeraug , tMb^lali pai kadoesoen rami. " Alah badoekodiug 
Maiiaiigkeraug , badjalaii poelo lianjolai. De^ lamo basarang 
djaocUli sampai kabateh parantian , ialoe bakatd harimau nantoen : 
hinggan ikolah diin manolong , den na^ pai lianjolai , boejoe&ng 
tinggalah disiko.'' Bakato si Manangkttrang : /^ O kaka^, hariman 
tjampo! kini ba^itoelah de^ kaka^, barang kamand kaka^ pai, 
baolah badan diri hanibo , kb^ tida^ hambo dibad , elb^ boeuoeSh 
hambo disiko, liidoei^ tida^ pagoeno lai." Mandanga kato nan 
ba^kian, hibolah hati harimau tjampo: »0 boejo^ng, boe- 
joeJing, 6 boejoeilng! oesah takoei^ batjarai djo d^n, na^ den 
adja ang bagajoeUng , na^ den adja ang basile^/^ De^ lamd inj5 
disanan , lah pandai si Manangkerang , pandai bagajoe&ng djan 
bnsile^. Ikkato harimau tjampo: '^O boejoeiing, boejoe&ng, 6 
boejocilng! mari den adja ang pitoondodi^, io pitoendoe&^ djo 
piganta , mari den soere^ lidah ang. " — Alah dape^ el€moe 
nantoen, sanan bakat5 harimau tjampo: //kini ba^itoelah boe- 
joe^g, badjalanlah ang dari siko, kapai ang djo hamb5 , tida' 
badoesoen banagari, badjalan djoeo dari sik5, oesah ang loep5 
pado hambo, sarahkan diri pado Allah.'' 

Barauari t^i Manangk^rang badjalan djoeo hanjolai, lah ti- 
ngaran moerai bakitjau , bakat5 si Manangkerang , bakatd sambie 
baibarat: //Add poclai ado bakoe&ng, dalam bakoe^ng barisi 
oedang; kb^ oedang boelieh den tjawan, ad5 moerai, ad5lab 
kampoe^ng , ad5 kampoc^ng adolah oerang , ad5 oerang boelieh 
den kawan!'' Na^ doe6 pantoen salirieng: '/Baroe bapoetjoe&^ 
malah bajam, padi dilaroMarb^ paneh, tingaran poeld koe- 
koeS* ajam, liatilah harb^-harb^ tjameh.'* 

Marantau djoeo Manangkdrang , sampai injo kaladang oerang. 
Lah tampa^ oerang saoerang, sanan mahimbau Manangkerang: 
M O oerang , basiang kaboen ! o datoeil^ , oerang baladang ! ban 
loeroeih hambo batanj6 , kamano djalan masoeit^ k6t5 , karoemah 
mande roebiah, mande roebiah Ren5 Uadieng?" Djangan 
batanjo nan kaboelirOi , oerang basarang djaoeilh djoe5; takoei^lah 
oerang baladang. Lapeh nan dari ladang oerang, d^ lamd 
basarang dake^, lali sampai katapi koto, tasoeo oerang man- 
djamoeil, batanjo injo disanan: ^ kaka^, oerang mandjamoeS! 
dimauo roemah mande roebiah , mande roebiah Bend Gradi- 
ling?" Mantjalie^ oerang mandjamoeil, bangki^lah takoei^ djangan 



irnriUi , (liioanirkonjo cljihin djaiigan S^tan , (Ii;mnfrk6nj6 hanUN* 
hamc hanMv Ijapeh di padang (miidjaiiKMtftran , maiiampoc&h k6tA 
haiijtdai. Allah nan ma96 maoentoe&ngkan , mandjalang kam- 
pK'toir niaud^ mebiah, baranti di Mmpang djalan, hiroe biroe 
(M-rmng di kampoe&ng; satangah c>t*.rang na^ niangkabo^, sataugah 
evening na** mamboenodlh. liakaUS si Manangk^raug , hakatft 
mnhif baibarat : " Klo'^lah gadoe&ng 9\ (X'laudd , at^^ nani 
parmbcwAng katj6; asirng adatnjo rang disikd, tida^ boci it'll awa^ 
balanjo. ** Oerang babantah-bantah dj<xMi, oerang hiroe-hiroe 
djort). 

Mandanga hiroe-hiixHr nant4K>ii , alali toeroen tnand^ roebiah , 
pai malihr^ injd kasanan. liaroe tibo injd kasanan , bakat^ pad6 
rang banja** : '^Oesah diboenue&)i oerang nangk6, bia iuj6 pai 
dju hauilMi; lain luina rang banja^ nangko, tida'' paliibi) di 
faoir Imm'Hm'A'^, tida^ panjanUxm di rang taboeang!** Hakat6 
■taiHlt^ r(H*biah, bakato baktMi yi Kainbang: "i) Kambang, 
dangakanmalah! Ililir ku paiiaug rang 8i ngk (lea ng , lajang- 
kjang di pxrlau liaic^ ; v\h^ ka.M(*hi rang tabneang, antah lai 
■aodjaiii bait'^**. Bakat45 So<*tan Manangk^rang, bakat6 sambi^ 
haifaarmt : '^ Panjangi' atrh liaringin , limpaUi ateh simantoe&ng; 
katiktM* anp**^ angi-^ dingin , mandanga kato mande kandiielng.*^ 
BakaU) dj(NH> Miinangkerang : ^i) inandi^ , dangakan djoec) ! Limau 
fatrxn'X^ tangah halninan , nakah sadahan di^apit'hi ; !«aiubah soc- 
djori^ hainb('> di maridt* , dagiing na^ minta*^ dikas^irlii. Asa hambd 
■ainir ban, bia tin^^a dibawah l(K*nib(M*i(ng , ambit'*' pangm- 
diori^-ngadjoei'' ajam , ambir*^ pandjapotM^nljapoei'^ api , ambit^ 
paajapie-njaptM* !*aK>*' " 

BakaU) si Kaml>angsanan : ^manolah mantle kandtieing Iiamb5, 
orranr nangktt ko'' kito two, antah niandja<li aasaian gatlang; 
Dan p(«*nj6 ko*^ njr> maudjapotri^, adjallot*llahnju ku^ aampai, 
Dianoi-nggtN* cHTang \m^\o kiU>, lalot* mandjadi .nilang niisit'h, 
tantor iljatii prang boentx^&han , savi nan tida^ ktiendjoeftng 
habih . itf(W''' nan tida' kcK*ndj<M'j(ng hilang, mati rangdi meniah 
LiUi« ko'^ liamain tM'ptrh djo Ritjcrn , iUw* liana nan den takoei'- 
kaD.*^ Nankan kaUmjt) m Kambang sanan. Mandanga katd nan 
lA'kuu, lah Ix-rang mande int-biah : '^bala bana ana^ rang 
naDirk«'», a.Mtiig (mh'Io nan dikut4>kannj(>!** liarauari mandt^ me- 
buih , diambir' tanir:in M anangkt*rang , dibimbif ng diliaA pielang; 
Ik-nn Utjangang rang nan l)anja.^ liaioe tibt'i iujo di nit*mah« 
lah «i<M'dtM*i' di (langka rntmiali , bakato mand^ rtjebiah - 'ma- 
Dulah kambang, ana*^ kamiiMtftng! batana'' naitimalah awa*^ kaii« 



246 

bari nasi oerang nangk5, djangan mati kalapaiun!'* Baraaari 
si Kambang sanan, lah dimasa^ nasi djan goelai, diaandoeS^ 
nasi dangan goelai, dibarikan bak^h si Manangk^rang. Lah 
lam6 nasi talata^, Manangk^rang tida^ namo^h makan , mantja- 
lie^ injd 1^ tida^, d^^ pajah saratd latieh, batambah dj5 hati 
roesoe^h. Baranari mand^ roebiah, dilih^ rang boeroeS^ ta^ 
namoeSh makan, roesodthlah hati mand^ roebiah, laloe ma- 
himbau pad6 ana^nj5 , nan banamd poeti Sarajawa : ^rNa^ kan- 
doe&ng poeti Sarajawa, lihe^ djoh nasi oerang nangk5, antah 
ad6koh nan koeraug, si Kambang ta^ boelieh dipitjajdil" — 
Nankan katdnj6 and^ roebiah. Barauari poeti Sarajawa, di- 
laugkb^kan nasi djangan goelai. Bakat5 and^ roebiah : 4^0 boe- 
joeitng, boejoe^g, boejoe^ng! makanmalah ang boejoeXng, na^ 
sanang hati maude kandoelLng. '^ 

Barauari si Manangk^rang, makanlah injd hanjdlai : siriSh naa 
bagai taloe^ boeroe^g , tig5 soeb^ inj5 manjoeb^, tjoekoei^ ka- 
ampe^ injo panieng, panieng dimaboe&^ nasi, sapantoen oeiaiig 
katangkapau , tjamehlah oerang sam6hdnj5. Si Kambang bakat5 
hanjdlai : »0 mand(^ kandoe&ng hamb5 ! sadja^ samoeld d^n ka- 
t5kan, i5 djoe5maIah kir5njo, lah tand^h kitd d^ oetang!^\ 
Bakat5 mandd roebiah: ,,man5lah Kambang, 6 na'^ kandoekngl 
oesah kau pantjam^h bana, oesah baroesoe&h djoed, oerang 
pantjam^h dareh mati, rang panggamang mati djatoeSh, kini 
ba^itoelah de^ kau, pailah tjari ladd soelah, pailah amUP 
dasoen toengga, na^ ddn tawari oerang nangk5, na'^ ddn pin- 
ta^kan padd Allah !"" Nankan kat5njd mand<$ roebiah. Finta^j5 
sadang kaboelieh, kahanda^ sadang kabalakoe, disamboeXnjS 
djo lad6 soelah, diradjah djd dasoen toengga; tigd kali injS 
maradjah, lah doedoelL^ si Manangk^rang , lah tagilang tjandd 
panaunj6, lah badarah tjanddnjd moekd. Sanan bakatd mand^ 
roebiah: ^O boejoeSng, boejoe&ng, 6 boejoeSng! "nikanlal' 
sirieh sakapoeS , patie^lah rbkb^ sabatang , na^ toemboe&h kir6- 
kir6 ang!" 

Lah soedah injd makan sirieh , lah habih rbkb^ sabatang, 
sanan bakatd mande roebiah: ^O boejoe&ng, dangakan malahl 
oesah diboenikan padd hambd*/' nankan katdnjd mandtf roe- 
biah. Bakat5 sambie baibarat: //Hampihkan katjd di bandoel, 
ambatjang poepoeli bocngdnjd; katdkanmalah batoe&, diaimpan 
apd ka goendnjd: moengkd badan sampai kamarip Ba^apS aaa 
moeldnjd, ba^apd moeld karandnjdP D^n patoei^-patoei^ dj5 
kalaka, baloen patoci^ badjalan djaoe&h, baloen patoei^ badas 



247 

toboamg, stbtb moengkd widamikian, den tilii^-tilii'^ dalain 
hmti, ang nan boekan rang sambarang, batampan ana^ baii'^ 
bti^.** Mandjawab si Mnnangk^rang; ^^ko^ itoe mand^ tanj6kan, 
boclirli hambd chaba barit5kan. ^ Dari Paoe&h handa^ ka Pam- 
pang, tibd di Pampaug mangamoedi; dari djaoe&h hambd \i 
datang, tadanga mandtf bait*^ boedi. Dangakan djoefilah ^ 
aandtf: Ike^ barike^ paroe&h anggang, mamakan boeah paoe&h 
dpngigi: Malaikat mambad tabang, moengkd btdan sangaai 
kaauui. Sabagai lai mand^ kandoe&ng: na** hili^ kakampoeftng 
ni|6, mambad tomba^ djangan > roemin, haram den niat d&n 
■Bgadjd, dibad omba^ dangan anginl'" 

Habih bintjangan djd baritd, chaba baralii'h hanjdiai , aoeng- 
pnih barali^h sinan djocd, alij^h kapoeti Andam IMwi. 
Oentoe&ng aoeratan Andam IMwi, hidoei^ didalam paroei^ 
; alocn manoela^ manoenddkan , kaait^ manjoekoen manim- 
i , omba^ nmhamboeftng mahniita^kan , ikan tapasah ka- 
m S^Un. R6tan katjift^ nStin badjanang, itoe talinjd boeli- 
lodi ; dalam laoei^ dilingka karang , disanan poeti Andam D^wi ; 
ikan narapoe&ng-rapoe&ng djoed, sapantoen apoe&ng di laoeitan. 
Ad6lah padd d^wasd itoe, boeroe&ng banamd boeroe&ng sikb^, 
nj6 nmn doed sudjdli, banamd sikb^ Samarlaoei''. MantjaliS^ 
iB!|6 kmpoelaa itoe, h^ran tatjangang dalam hati: ^^apd poeld 
kAlah kd itoe, nan tabambang dalam poelau, tib^ hari tida^ 
hi^iloe, kitd lihe^tilah kasanan. Tabang manoenggang kadoe- 
iq6, hinggb^ diateh poelaa S^tan; baroe tibd injd disanan, 
hk tampa^ ikan saikoeft, marapoe&ng-rapoelng hampie poelau, 
■BBgili^ mangalimantang , mambiijang aampai kiiaanan. Bakatd 
sikb^ nantocn: o^sikdlah paroei^ moengkd kanjang, 
lapa tida** tatanggoeing"; nankan katdsikb^ Samarlaoei.^ 
Laloe disembanjo ikan nantoen, dibadnjd kaatch poelao, di- 
^Mb^jd paroei^ ikan nantoen. Mamakic roead di tapian, ma- 
■Mkaa oemboei' saligoeri; mamakit-'' dalam paroei^ ikan, nan 
ft>D€ng' si Andam IMwi: «rO ka^'tued si Manangk^rang, ^^- 
cb^ bamain karih , djan tatoerieh badan d^nai , lai moh djaoeih 
batoeroeti , lai moh hilang ka^'toed tjari ! *' Nankan kntdnjd si 
Andam I>fwi. Bakatd aenan Samarlaoei^: ^^ikan mati paudai 
hakald, add manoesift didalamnjd, marilah kitd lapehkan, kitd 



I Dai ^^aa^fian, donfoa, djmk tsx djb Jit woorden %*an de- 
aelfle beleekenis na en dan voorkomen, is geheel Tolgens het 
Mwlaciinlt. II. 



24^8 

babaii:*^ baiii^ sadjo, kito lapehkau dari pasaki^tan;" nankaii 
kaU) boi'.roeang Sanifirlaoei^. IJarauiri si boeroe^ng sikb^, dika- 
loeikaii si Aiidam D^wi , lapiMi nau dari paroei* ikaii; ting- 
galah injo ateh poelau , bakaiu sahalai tida^ , ramboei^ pandjang 
gaiiti saleiidang, injo nan gilo bamauoe&ng djoe6, takana ka^- 
toe() dalam liati, badan ba^raso bajang-b^ijang , autard hidoei^ 
dangan mati. 

Tida^ barapo ant:ir6nj6, tabanglah garoedo doe6 ikodi, ga- 
roedo poeti Taroeih Mate, tiibang bainaiu di oedaro, mantjalie^ 
injo kabawah , tampa^ tamamb:mg diat^h poelau : ^marilah kitd 
toorocn kadocniH, kito lihe^ti kapoelau itoe , baloeu panah »- 
roepo itoe, apokoli sabab daniikian?" Ijaloe toerocn iiij6 ka- 
dornia, dilihe^ dipandang njato, kironjo soerang parampoean , 
b;iie^ rocipo boekan kapalang; " poeti dinianokolah ik6 , moengktt 
sainpai injo kamari?"' Laloe babantah garoedo uantoen, Dan 
sikoe^ liandr uianiakan , nau sikoeil lianda^ mambad. De^ lamd 
batoigka-tangk'i, lali toeniboeah pikieran baic^ : /i^kini ba^itoelali 
djoeo, elb^lali kito babaie^-baie^, kito bao karoemah poeti Ta- 
roeili Ma to, kito balcli goeno bair-*^nj6, kito katjie^ injd ga- 
dangkan , antah h^ kari^ pado injo , antali katahoean padd 
injo." J)joim sabatang ditangah padang, boeroe&ng disanan nan 
bukitjriu; di;^ garoedo dibao tabang, tabang manjisi langi^ hi- 
djau. — Mainaki^^ si Andani Dewi , sainbie mantjali^^ inj5 kt- 
moodie^, lali tampa^ korong kampocSngnjo , maranah oela^ Tan- 
djocTvng Medan , badoro oerang di tapian , ujato di poeti Andtin 
D^wi. l^arauari garan garoedo, tabang uiauoenggang hanjdlai; 
ad() sabmta sakoetiko, tibo di roeinah Taroeih Mat5, dalam 
nagari Baheram IKiwa ; liinggo^ inj5 diateh loemboeftng. Lorong 
kapoeti Audam 1)(^wi , ditinggakannjo diateh loemboeiUig , go^ 
roedo baboeni-boeni djoeo, injo nan pai-pai dataiig. 

li'ikato radjo Kalamkaboei^, kaka^ kandoeang si Taroeih Mato: 
//niano d\v^ kandoi'sing, Taroeih Mato! toetoei^ah pintoe sam5- 
honjo, garoedo Ini pn pai dating, apokoh sabab kanmdnjo?'* 
Pikiilah radjo Kalamkaboei^ : // apokoh sabab damikian , moengk& 
garoedo salakoe nangko?^' Mautjalie^ injo kahalamau, maiubu- 
jang diatt^h loeiiiboeang; barauari radjo Kalamkaboei^, h^ranlah 
injo sanio soerang, laloe nialiimbau pado si Kainbang: ^mand- 
hili kau, Kambang Manih ! toerm^nlah djoeo ka halaman; tp5 
siibab karanonjo, moengko Jo<'.mboeaug inambajang sadjd, paneh 
tida^, hoedjan poen tida^!*' liarauari garau si Kainbang, lah 
toeroon injo kahalamau, laloe ditiugke^ tanggo loeuiboe&ng; at- 



MHi (ijandjaiif; U|miuljiV, djatxMNili (alajaiig h\ Kaiiilian^ Un*, 
"lah palm-ilh iiiahtMMljaii lalH*^, Imdaii nan panicnf^-panifni:' 
\ laloi* nai(^ iiijo karocniah. Hakat4i poeUi radjo Kalainka- 
"niauitlah ang, iMH^Ijanfi: Salamat! pai an|; UM^nien ka- 
ah . tjiM'lMi lilit'^ kaatrh l<H*ml)oe&ng , a|H)koh .sabab kara- 
ju , nio ngko loenilvM^ing sailauiikian , nian|file^ inanfraliman 
r!" lianiuari traran Salamat, lah toi'nien injo kabawah « laloe 
i^kr^ (Ijandjan^r l(M*niiKK'an^ ; tula'' bara|N) uan tapandjr^ 
riah (ljat4N.^1Ii hi Salamat , (ljat<)c;1li talajang kahalaiiiaii. Ila- 
» p(M*l(> radjo KalamkalMH^i^ : ^adi^^ kandcN^n^ ni Tanicili 
o, t4KTcH.*nlali kau kalialainau , tj(H'l)c)lali liht:*^ at(*h liiem- 
01^, a|x>koh sabai) kaniuotijo, m(M'nf;ki>nji> sadamikian, [laiic^h 
\ h(it*djan |MH*n tida^ ko'' lai t4M*nffpi'' nan badjihin , ko^ 
Urch nan talKM'ndjam , lihrUimalah dt*^ kau!*' liarauari si 
H-ib Mato, tail t^HTiK'n injo kal>awah, laltH' maningkt*^ aiia'^ 
7ri»< tanK*ih sakali kaU*h l(M*mlMK*&n^ , heran Utjangang 
irih Mato : '<' iNn'ti iliinano kolah iko, drwa dimano kolah 

apt s;ibal) H;im|)ai kainari?*' iiakaU') si Tarueili Mato : «^U 
ir , utMTtM*, (') pK*nN'! dari mano Umtoimi I)a4ljalan , mcxMigku 
kii simpai kaniari : a|)t>k<)li tuil>ab karaiumjo, elo'' kati'ikan 
crpH'&b-MM-n^ir(H*;th , :$ia|H) namu gtM^nie, dimano iia|ni^ 
ov'r" Barauari si Andam l)(*wi, l)akat4) aambit* salah !«daii : 
«^ Imnkit panN&h an^r^in^. mamakan IxM'ah pauc&h djan^rgi; 
iik.it mainba4> talmuf;, nuK'n^rko iMulan !«ampai kamari. Na*' 
> kakauijMM'&nf; ra<ljo, mambao UmilKi'* dan^ran nwmin , haram 
iMfcr di smtradjo, dil>a(» omba*^ dangan aiigiu.** BakaU) 
I TaHMili Mato : "() pM-HK* , g(H;nK* , «J gdcnw ! Iiambu iNit^wi''- 
VI' dj«) kalaka , l)al(M*n pat4»i*i'^ diri tiilK>eang, baluen |iat4ici'' 
alaii dj:i(M&h . l>:iri nan taran^malali hamlM), a|)6 Mibab sampai 
xn'r" Mandjawab |MM*ti Andam lK*wi: "() g()i*nN:, danga- 
nalab ! na' lianilM> kat4>kan lKina-l>ana, Iiambu rang cida^ 
Ijfic&ni: MMian , djtTong bagala KampiM^ig Dalam, iUie 
diH'Aiit.n natrari liamlx); !»iilmb bamU) sanipai kamari , kami 
Kt> %kuui pidanir, d(V diam I)ara5it'ng-a7iirug , ko'' kampiHrftug 
irai-tjarai , banamo {XN'ti B4M:ugi) Kapt^h , dalam nagari KotO 
I I«» iKina ba* kat4» 4MTang : Am)' api panitfn-mamanN!ii , 

•mkam dibawaii nx'inah , giintbi d4M*at4) 4lan ratj(N*n mana- 
h dandam tiila iMNMlali — kami dJ4) p4Krti Boengu kapeh, 
bu di'Nrmlxjca dicH'mbinjo, liamU) diti|)oi: ditipii'njo, hambu 
nQJ4i pai lialunau, ka (M*la' ka Tan4lJ4N:^g Minlan , kalcie- 
i' Autani Dama. l(amlK> bailjalan djt) si Kambang, ba- 



250 

djalan dj5 aua^ dajaiig-dajang; add sabanta padjalanan, disoe- 
roeShnj5 si Kambang poelang, ditoela^njd sagal5 ana^ dajang- 
dajang, tiugga badoeo kami disanan ; badjalan taroeih ka tapian. 
Soedah bakoesoelL^ dan bakasai , hambo koedian dari injd , antah 
pabilo koetik5ujd, moendam hamb5 dihanjoei^kannj5 , d^man- 
tjari moendam nantoen, moengkd badan sangsai kamari, oelah 
si poeti BoeugS Kapeh." 

Barauari poeti Taroeih Mat5, mandanga kat5 Andam D^i, 
laloe mahimbau pad5 si Kambang: /i^ambie^ djohkain sapataga^, 
ambie^ kain dangan badjoe, ambie^ tjintjin dangan mani8^ 
ba5lah soebang dangan galang!'^ Barauari si Kambang sanan, 
dibao kain salangkb^j5. Barauari si Taroeih Matd: ^rOgoeroe, 
goeroe, 6 goeroe! marilah kit5 kabawah, kitd naie^ kaat&han- 
djoe&ng, disanan kit5 baroendieng, lake^kan kain hambfi nangkd, 
oesah Iam5 kit5 disik5;'' nankan kat5nj6 Taroeih Mat5. 

Barauari si Andam D^wi, bakat5 sambie baibarat: /rDiran- 
dang kasie^ dihangoesi, bapoeta asb^ limboeboenjd ; dipandang 
pakaian ditangisi, takana maso dahoeloenjd/^ Lah soedah pa- 
kajan lake^, toeroenlah injo kahalaman , naie^ barandjoeft katih 
andjoe&ng, tingga injd diateh andjoe&ng, badoed djan poeti 
Taroeih Matd. 

De^ lamd bakalamdan, lah tahoe oerang di kampoeSng, lah 
tahoe datoeH^ djan pangoeloe, saratd basa samdhdnjd, rapd^Iah 
oerang samdhdnjd, ditjari katd moefakat, dikird-kirddalam hati, 
Idrong ka poeti Andam Dewi, lah patoei^ kadjoedoe radjd , kb^ 
dioedjilah samd mc^rah, dikatilah samd bare^, Ub^lah kitd pa- 
toeuangankan , id djd radjd Kalamkaboei^. D^ lamd bakala- 
mdan, kawinlah injd Andam Dewi, kawin djd radjd Kalam- 
kaboei^. Padd masd d(^waso itoe, bahimpoen raajat samdhdnjd, 
hiroe biroe dalam nagari , barapd poeld boeni boenian , agoeSng 
talempong ba^ kabalah, rabab koetjapi ta^ tatenggang, alia- 
hoerasoeS banja^oerang ! 

De^ lamd barakat lamd , alah satahoen doed tahoen hamiSlali 
poeti Andam D^wi, lahielah ana^ laki-Iaki, banamd Soetan 
Nasoelia. Barauari Soetan Nasoeha , 16 katjie^ basarang gadang, 
gadang ba^ diamba^-amba*^, tjadie^ ba* diadja-adja, pikieraB 
basarang landjoci^, pantjalie^an basarang djaoelLh. Barauari radjd 
Kalamkaboei^ ditjari hari nan elb^, dilihe^ koetikd nan baiS^, 
handa^ barale^ hanjdlai, barale^ mamangkeh gomba^, gomba^ 
si Soetan Nasoeha. Dipampang kabau ampe*^ limd , ditoemboei^ 
djamoeii dimandah , digoea taboellh larangan , bahimpoen oenmg 



£51 

mmdhdnjd; nan tibd batanjft djoed: ^^mandlah toeankoe, radjd 
kami! ampoen bariboe kali ampoen, apdkoh mbab karandnjd, 
iDornirkd larangan nan baboeni, apd karadjd nan katibd, lai 
titihan nan lah patah , laikoh randjau nan lah lapoe&^, lai tapian 
U^ habaafi , lai randd boelieh maloe , moengkd larangan nan ba- 
boeni?** I Aloe manitah radj6 Kalamkaboei^ : ^^mandlah paradan5 
manti hambd! boekannjd aadamikian, moengkd larangan nan 
baboeni : add makasoei'^ dalam hati , na^ mamparale^kan si boe- 
joeing nangkd, nan banam5 Soetan Nasoeha, kit6 harale^ 
kanjolai, mamangkih gomba^ si boejoe&ng nangk5, kitd pan- 
^ang galanggang kini-kini!** 

Baraoari oerang na^ banja^, mandanga katd nan ba^kian, 
■amantjang galanggang hanjdlai. Namoen sahari-hari nantoen, 
fdanggang poen soedah tapaboee^, galanggang bamoelai ha- 
B}6lai ; radjdlah datang tii>^ doesoen , pangoeloelah datang tii^ 
Kdid, nan tjadie^ babilang mekoe, rapcV djoear& samdhdnjd. 
Dr^ lamd bakalamdan, galanggang basarang rami djoed, toela^ 
kaloendd boeloe ajam. — Chaba bamlieh hanjdlai , soenggoefth bar- 
abih nnan djoed. 

Lurong ka Soetan Manangkerang , diam diroemah hampieng 
d|}alan , di roemah mandt* roebiah Rend (ladieng. Bakatd Soetan 
Manangk^rang : '^mandlah mandi^ kandoeing hambd, dangakan 
malah den katdkan ; oerang mangapd kdlah itoe , patang-patang 
babondong hiliv, pagi pagi babondong moedi^^ ; boeni agoe&ng 
Bandangoei^-dangoei^, boeni gandang bataloen djadi.** Bakatd 
nand^ roebiah: »i) na^ kandoe&ng Manangkerang , kii^ itoe nan 
aag taujdkan , oerang bagalanggang garan kini , galanggang 
■amangktrh gf>mba^ ana*" nuijd Kalamkaboei'^, mand^njd poeti 
JLndam IVwi.*' Mandanga katd nan ba''kian, tasiru'' darah di 
<ladd, foemir')^ laloe kamoekd. Barauari si Manangkerang, doedoea^ 
tamanoe&ng hanjdlai , sambie bapikie dalam hati ; dape^ pikieran 
lakoetikd , bakatd injd diaanan : ^^mandlah mand^ kandoeing 
hambi^, bah idjin hambd dh*' mande, hambd na^ pai kagalang- 
gaog, pai malihc*^ rami oerang, mmbie badjoea-djoea ajam/* 
Mandjawab mandc* roebiah: ^^djdkb'' ba^itoe nan ang rointa^, 
antd kabuekan djanjd hambd.** 

Barauari ni Manangkerang , alah aahari doed hari, injd nan 
hiiir HHiedi^^ aadjd, malihe*^ oerang di galanggang; lah poeeh 
matd mamaudang koembali poelang hanjdlai. De^ lamd bakala- 
mimn na^ poeld kagalanggang , bakatd aanan mandi? roebiah: 
•r<) na^ kaud<ie&ng 91 Manangktfrang , k&^ kapai kagalanggang 



252 

(Inngakaii na^ den kat5kan , pailah pai balimau , pal mandilah 
(lahoeloe, salaroei^ salaino nangko, baloen panah ang balimau!" 
Nankan katonjo mando roebiah : ^i'limau didalam para* kit5 , 
pailali anibiS^ kini-kini." Barauari si Manangk^raug , laloeUH 
toeroen ka halaman, masodl* kapara* mahambiP* limau; Ji 
pandje^ liniau nan tinggi, saboeah tida^ nan dape*^, habih di— 
ambi^^ padja-padjn. Barauari si Manangke'rang nair^ ka roemah 
hanjolai , batanjo mnnde roebiah : //manolah limau nan an?' 
anibic"^?" Mandjawab si Manangk(irang : ''limau saboeah tida^ 
dape^, sabanja^ djatoeSh sabanja^ hilang , habih diarabie* padja— 
padja ! " Bakato mande roebiah , sambir mahimbau pad6 si Kam— 
bang : "ambie* djoh limau mandr atjie*^ kau , habih palimau. 
kalamhari!" Barauari si Kambang sanjin , diambie^ limau and^ 
atjit'^, limau poeroei* toedjoeJih sarangkai, dibarikan pad6 Ma— 
nangkeraiig. Barauari si Manangke*rang , pai balimau hanjdlai, 
laloe badjalan katapian ; baroc tibo injo kasanan, mandi balimaa 
hanjolai. DiV lamo lambe^ disanan, lah soedah injd balimaa , 
malimbaia ikan di loeboea^, balalah arau di laoei^tan , mangilft^ 
laloe kasoebamng. Ocrang badoeo disoebarang, nan soerang 
mandikan ana^, nan soerang mahisi parian. De* mamandang si 
Manangkorang , tida* diaso ta* disangko, ana* batoeka djd 
parian. Barauari si Manangkerang , t«ga* barandjoe& atfeh t«- 
bieng, sambie badjamoeft-djamoeJi diri. 

Bakato mande roebiah: //manolah Kambang 6 na* kandoeSng, 
pai djoh lihe* oerang tadi, mangapfi tida* poclangdjoe5 ; kb* 
lah mati garau oerang itoe." Barauari Si Kambang sanan, hih 
toeroen injo kahalaman , badjalan laloe katapian , sasaat lain5 
didjalan , mamandang kiri djo kanan , alah mambangoen hoe- 
lamangiang , mangile* mangalimantang. Barauari garan disanan, 
babalie* si Kambang naitV", sambie bakato pad5 niandtf : /'lihi*- 
lah di mande hambo, ahih mambangoen hoelamangiang. Ba- 
rauari mande roebiah toeroenlah injo kahalaman , badjalan laloe 
katapian; si Kambang manoeroei* djoco. Baroe sampai inj6 
kasanan lah tampa* si Man angkr rang ; bakato mand^ roebiah: 
//() boejoe^ng, si Mannngkrrang ! hilie kapakan karabaa, sing- 
gjih kapakan mainbali sirii'h; den patoei^-patoei* dj5 kalakn, 
sadiki^ tida^ basalisic'h : boejcn^ng tolah kito poelang, maiigap6 
boejoeilng disiku?'' Barauari si Manangkerang, badjalan poelang 
lianjolai. Baniuari mand<^ roebiah, dikambangkan lapie* haloeih, 
tagant-oeang tirai langi^-langi^. Alah doedoe& si Manangkerang, 
baniuari mand^ nn^biah diambio^kan malah pakaian, pakaian 



258 

irnintr daii hilang, iko |>»kaian dot'sana'' uii^. nan banamo 
Siirtan Batioe (tombii^; ^^kini antr nialah ka^antinjo!'' nnnkan 
Utonjo mandc* rm'biali. Hukato andr roebiah , bakato «iambu* 
hdihcinit: ^Bating padi ambic^ kapoepotM^, batang piimnfr ainbie^ 
blBiitii'; (NTnng mati alah moh hidoei*', (K*rang nan hilangaiah 
aoh tamiMi''.** Ikkati) djoeo mandr roebiah; '^O b<N*jo(^ng, si 
Miiungkrrang ! lilit**^Iah ko ajam maniangko, ajani nan birirng 
Mntfpmuni , ko*' tadji lai !iabarcH*niboe&ng/* Baranari i«i Maiiang* 
krnmir, nanuR^n samalam-inalam itoi*, :«adiki*^ tida^ di tidcNiS- 
kiB, unio nianibHnto<4''-l)ant4M*li'' tadji, gil6 inaran tang- ran tang 

Bakato djo(H) mandr nn^biah : '^lorong tlh*' ajam kit6 nangkA, 
ijw nan biriiiig sanggTmani , dangakanmalah toeahnjo; k&^ 
frtih ajam nangko, oesah ang nM;!«oc&h disanan , ana'' radjd 
kitoenfrkt**' uiandah, ktV kanai pangka kapa^njo, ana^ radjo 
MiuriDibang lair; itot* tot*ahnj6 ajam kito.** Baniuari guron di- 
ttiin, hari niandjalang pani^!(iang« ajam baktM^koc^*' mandjagokan, 
wpmi liakitjau hari siang Sapanggalah matohari naiS**, alah 
>odih min<K*ui djoniakan, lah laltx* hale'' djaor&h hampirng lU- 
fvun 9\ )[anangkrrang , iKikato pado mandt* nN*biah : ^^manolah 
■ttdr kandodang hambo! hambo badjalan kini-kini, aamantarO 
Wi balocn tinggi , otrranglah Imnja'' nan pai ! *' 

lAr' lamo lambi^ di djalan , lah tibo injo di galanggmng, 

i jralanggang So(*tan NaMM^ha. Ajam ta|)aoei*^ ateh balai , injolah 

Ukr" kagalanggang , d«M*«io(*ii*^ diadj(M*n kiri>-kir6« dimakan airirh 

•ktpurA, di|>ati('^n>ko'' H;il)atang, galanggang narang nimi dj<ie6. 

Uh datang iM*niiig dja<N*&h hampimg, lah tilxi radj6 Scmaong 

lUfnrih , inJ4> imnjamocn di daratan , nan |)amba<ljau di laoei'^tan. 

Hanuan nuljo Sm.Hong llanM^ih, dipandang dalam galanggang, 

miapirh oi*raitg Ui' manjalxM'ilng , 54N!rang tida** nan bapadau , 

(rranglAh hinn* binn.* sadjo, maliht*'' S(N*tan Manangk«*rang : 

«radjo ilimanoktthih iko, Soetan dimanukolah iko/* boeni 

butr' bala5f»iMh-las(M*ih , ko'' tjatja' mantjabir'' kain liakatd 

radjit S)n<M»ng HanM'ih : ^'mano paradano manti ! api'ikoh itabab 

karanuiijM, niot'ngko ta' bapailan <ljoiH>, mcN^ngku tida*' manja- 

boeiug djdt^t , galanggangkoh nan karabah , halaikoh nan ka- 

•«9ai , ortangkoh ta' baliait-r mtiengko tjalxHsfth didalam lialai P 

IfaiuljawAb panwlaiio manti: ^ko" lUw radjo taujokau. tida** 

iraianggang nan ka4M*aai , kamilah h^ran di'*^ malihe*' , iSuelan 

diBaiJokolah lUn* , radjo dimanokolah itue, laranglah radjO 

ks (fliniiit-ngnjo, laranglah \nwii kadjundoeiiju ; itoeniah due- 



254 

doe&^ ateh balai!" Mandanga kat5 nan ba'^kian, bakatd radj5 
Sonsong Haroeih, bakato sambie baibarat: fKh^ indah boeng5 
ambatjaug, saliri^ boeng6 ditoelo; ko^ endah radjSnandatang, 
baloen tahimpi^ radjo siko!"" Manjaoei^ Soetan Manangk^rang : 
//Kini ba^itoelah de^ goeroe , kitd lah samd-samd 6ndah , bari5 
iomalah kite, hambo nan datang dari djaoeSh, bapadanmalah 
kite kini-kini , na^ tantoe alah manangnj5. '^ Bakat5 radjd Son- 
song Haroeili: //salamo hamb5 disik5, ikd baroe ditanjfii 
oerang, djokb^ ba^itoe kato Soetan, man kit5 katdh galang^ 
gang I"' Barauari radj5 Sonsong Haroeih, nai^lah inj5 kag^ 
langgang, badoed djo Soetan Manangkerang ; dikatja^ ajam 
sikodl soerang, sanan bakat5 Soetan Manangkerang; ^ inan6lah 
radjo, Sonsong Haroeih! sadiki^ hambo tanjokan: ba^ap5 adat 
rang disikd, ba^ apo adat di galanggang?^' Mandjawab ra4J5 
Sonsong Haroeih: //ko^ adat kami disik5, habih gawa de^ktr 
rilaan , habih tjoepa^ de^ palilisan , kalah bale*, manangpoen 
baie^, pantang maranta^ di galanggang."" Baranari si Manang- 
kerang, diboelang ajam hanj5lai, taroe&h batampin hanj^Ui, 
ajam barantang hanj5lai. 

Bakatd radjo Sonsong Haroeih : ^O goeroe , radj5 nan da- 
tang I dangakanmalah dahoeloe: Si Gintang boeki'^ si Gintang, 
katigo boeki^ Pandjalinan , kb^ alah hambo ta^ batimbang , ki^ 
manang toeroci^ djo tintiengan ; "" — katonjo radjd Sonsong Ha- 
roeih. Mandjawab Soetan Manangkerang /i^manolah goeroe , radj5 
siko! Si Gtintang boeki^ Si Gkintang, katig5 boeki'^ KafeiftlS; 
kalah tida^ namoe&h batimbang, batjarai lihie djd kapald.^* 

Ajam barantang balapehkan , ajam balagd hanj5lai. — lUf 
lamo bakalamoan, lah patah ajam Manangkerang. Maharii^ 
radjo Sonsong Haroeih. Bakatd si Manangkerang : ^r djangu 
toeankoe mahiriS^ dahoeloe, ajam kitd balagd djoed. Bakat5 
si Manangkerang: //mandlah birieng Sanggoenanil andalan 
mande roebiah; tjoebdkan gajoeang nan batoeah, tjoebd tja- 
moe&^kan di nan gantieng kabaka poelang de^ kitd!*^ Baran- 
ari ajam nan biriSng, mandanga katd nan ba'^kian, injS 
gajoe^ngkan di nan mipih, takejb^ ajam radjd Sonsong Har 
roeih. Hiroe&^lah oerang di galanggang; toemboefthlali silang 
djo salisieh. Lorong de^ radjd Sonsong Haroeih , injd nan tida^ 
namoe^h kalah. Bakatd paradand manti: «^oerang nan arib 
bidja^sand: mandlah kitd samdhdnjd! mandlah radjd kadoednjdl 
Ko^ toemboe&h tsalisirh sikd, toemboefth bantah djd kalahi, 
siapd nan akan mahoekoen? kini ba^itoeiah nan dl2^, kitt 



himfasakaB pad5 nan pcMmj^, nan porajo galan^i^ng nangkd, 
nan hagala Moetan Naiioeha; inj6 uau patoei'^ mahoekoenkan I 
Baraoari Sontan Nasoeha lah tib<5 inj6 kasanan, rape^papii^ 
tamohdnjd , rapj^ pangoeloe dalaoi balat , rapi?^ doebaiang da- 
Dgmn ounti. Batanj6 Roetan Naaociha: ^apakok aabab karan6ajd, 
nnengkA katjabodUi di galangfganfrP^* Mandjawab paradaaft 
manii! ^ko^ itoc Soetan tanjdkan, ad6lah radjA ban» dataair, 
sayd nanjaboeftnir »ikd tadi, nanjabodbig d)6 radjd fionaong 
Uaitwili « toembodUilah banUh dj5 kalahi T Bakat6 Soetan Na- 
''Utakald akan maDJabcM^Hair , faaginandkoh moclA pa- 
?** Mandjawab paradanfi manti : ^^adapocn nan djadi 
madb |>adan , alah baie^ , nuuiancrpoen baM** , bapanUng maha- 
di gmiang|san|r . lari alah inati alah ; kinilah lari ajam radj6 
liaroeiii, utj6 nan tida^ namoe&h kalahi Mandjawab 
Najioeba, tarmtd pangcHiIoe 8aBidhdnj6: «ritoe bana toe- 
th radj6, iilcM^Iah adat di galaiiggang; ka^ lari kalah, kc^ 
ajam kaiah Ajiwb^ ba'^itoe nan ailat 9alaai6 naoflrkd, dja- 
nantjari alang aaliaitili, o(»ah mamatjah galanggang oeraofr P 
Nan kan kato 8m*tan Nasoeha. 

Barauari si Maiiangki^Fang ditarini6 taroefth kamanangan, 
igiah kaii Manaugk^ranf , sambM bakat6 inj6 Mnan : 'raa- 
KiejoeKng, Soetan Nasoeha! aubitf^lah d^^'ang aapaik)e5, 
podang taroe&h nangk^^!** 
Bannari SoeUii XaiMieha, dtambit*^ tarocih dibafi poelang, 
bakalft pado IxirndtejA: '^ikO larod galanggang rarnit 
kalorn ilvn malihi*^ nuljo, radjo nan Mi*ndah it4ie« radjA dima- 
BftkAh il()c, soetan diinaa6k5iah itoe, pangasich lagi panja- 
banw inanang iuj6 manjabiMdbig , dibarinj6 hambd mpa- 
kini ba^itoelah di^mandi*, kito hao pcdang radjd nantoen« 
kj|6 paainggah radj6 iUm*!" Mandjawab bocnd6 kandneingnjd : 
•ki/ line nan ang kat4ikan , kit6 tjarimalah rvNsndiengnn.*^ 
Mandjawab ajahnjo sauau: "Vli^ itoe nan ang kalAkan, malam 
hnri kit6 |iaHtuggah, aiang hah haltr^ hauja* datangT Man- 
djawab 8netan Nanoeha: «^nianAlah maudi^ kandoe&ng hamb6, 
Mmto dangan ajah kandiMsing! iXb^ kini kilo |>aainggah , antak 
badjjalan rmdj«'> nantnen, antah dimaiiA nagarinjA?'* Iiakat6ajah 
djo biirudo *-Lo'^ ImMUN* nan kaiMo'' , ant«> kaboekan djanjd 
Lauii, djapjff^'bih kini kagmlanggang , na^ bueJirh ai kambang 
Mli6kan;* 

Bamnari 8m*tjin Namifha, balari injA ka gaknggang,dibatej6 
«i Manangkmnif iW*' lamo Inmbi-^ di djalan . wMnpailah injA 
4« Volirr. X. 17 




£56 

di roemah, doedoe&^ kaat^h audjoeang p^ra'^. Antar5 sabanta 
sakoetik5, mahimbau si Andam D^wi: //na^ kandodbig Soetan 
Nasoeha , kamari djoh ang sabanta , den na^ barang dikai5kan I'' 
Barauari Soetan Nasoeha, lab datang injd kaboend5nj5: '^0 
boejoe&ng boejoeUng , 5 boejoe^g ! hati den kini tida'^ sanang: 
sadja^ malihe^ oerang nantoen, itoe ba^ tjandd ka^toe5 d^, 
bagala Soetan Manangkdrang ; pai djoh ang karadjd nantoen, 
antah injo datang kamari , manoeroeti hamb5 hilang.''^ Baranari 
Soetan Nasoeha, didake^tinjo radjo itoe, sambie bapaloeK^ ka- 
haribaan. Baroe injo doedoeS^ kasanan , kadangaran boeni gant5 
tjintjin, batanjo Soetan Nasoeha: //O datoe&^ datoe&^ 6 datodl^, 
ap5koh nan mandarieng itoe?"" Mandjawab Soetan Manangk^ 
rang : //baroemboeling djo toekie^ api , itoe nan mandarieng 
nantoen !^^ Mandanga kato nan ba^kian , bakat5 Soetan Nasoeha: 
//bari malihe^malah hambo , apo roeponjd toekie^ api , mandanga 
ik5lah baroe!'". Barauari si Manangk^rang , diambie^ tjintjin 
sabantoe^^, diambie^ laloe dibarikan. Barauari Soetan Nasoeha, 
baroe mandap^^ tjintjin nantoen , larilah injo katdh andjoeSng , 
laloe dibarikan pado boendonjo. L6rong de^ poeti Andam Dewi , 
baroe dilihe^ tjintjin nantoen, badaboeft darah di dadd, dilih^ 
laloe disaroeSngkan , sasoeai sadj5 di kalingkieng. Barauari 
poeti Andam D6wi, manangih maratb^ pandjang, aiS matdba^ 
mani^^ poetoeih; toeroenlah injo kasoerambi, bakatd sambiS 
baibarat : //Koeni^ tida^ , koeniengpoen tida^, ambi^ saganggam 
djd tangkainjo, rata^ tida^, soembieng poen tida^, tjintjinlah 
poelang kananpoenj5!'' 

L6rong de^ si Manangk^rang , malihd^ adie^ lah manangih, 
manangih poelo Manangk^rang : //Laimoh hilang kadap^, lai- 
moh mati kahidoei*!" Barauari radj6 Kalamkaboei^, malih^ 
damikian itoe, bakato injo disanan: //apokoh sabab karandnj6, 
moengkdnj5 damikian ?'" Bakatd poeti Andam IMwi: /i^moengkd 
hambo sadamikian, ik5lah kaka^ kandoeSng hambfi, bagala 
Soetan Manangk^rang , nan banamd si Gairoellah, laimoh hi- 
lang ditjarinj5, laimoh loeloeSh disalamnjo !'" Bakatd Soetan 
Mauangkuraug : //salamo kaubadjalan, banja^ bana nan din 
rasaikan !" — Habih bintjangan dj6 barito. — Chaba bandit 
hanjdlai, 16rong ka Soetan Nasoeha. 

Le katjie^ pandan di banda, lah gadang pandan di rimbS. 
De^ katjie^ masa^ pangadja, lah gadang akoean tibd. Allah 
man6Iong kapad5njo, kir5-kir6 batambah djoed. Bakatd Soetan 
Nasoeha ^mandlah ajah boendd hamb5! ddn sangk5 8a4l>' 



257 

ilahfM*loc, hambd nangk6 oerang diaikft, kir6nj6 bockanmalah 
!ianj6; kini ba^itoelah de^ajah , hambd na^ poelani^ hanj5lai, 
lakainpoeftiig halaman hamb<5, k<!>^ i6 hambd tida^ rang sikd, 
ko' tocmboTah soa sias^', kcV lai oerang mananjdkan, apd 
Ladjawab hambd mand^?*' Barauari garan disanan, alah bakaid 
ijah briendd: ^k&^ ba^itoe katd na^kandoe&ng « antd kaboekan 
djanjd hambd, pailah ang kaandt* boengsoe ang, id si poeti 
Tarocih Matd, minU^ rilamalah dahocloe, kb^ soekd injd ma- 
laprh , kitd malangkahmalah kasanan !*' — Nankan katdnjd 
ajah djd bo<*ndd. Mandjawab poeti Tarocih Matd, bakatd^ambie 
kaiharmt: ^'O boejoe&ng, bocjoe&ng, 6 l)oejod(ng! Taric^ bilah 
diatch pinto(^ pamocloei^ didalam padi; haramlillah tahoe ba^ 
itoe , dari moeloei^ laloe kahati ; — kb^ ang na^ pai djocd , pai 
ka Oela*^ Tandjoc&ng Mi^lan, den lapeh djd moeloei^ manih, 
kil6 tjari koetikd baie';* 

Barauari garan disanan dinoeke^ bareh djd baka, dibilang 
aaeh dju ptW. I^ah haaie bareh djd baka, bakatd Soetan Na- 
neha: 'mand di mande kaudcx^g boengsoe hambd? Kain 
nkmlat dalam kamba, rang kari"^ kakalang hoeloe; patji^ uemanat 
ii^ nan tingga, lapeh djoed a den dahoeloe. Sabagai poeld 
■andt* boeugMM*, na^ doed pantoen salirieng: Kb^ le baboeah 
bdtodUig mandr, katari makanan kcK^ld; kb^ It* batoeah kam- 
pAng niandr, 94»ed;ih pai babalir^ poeld/' lUkatd mand^ boeng- 
MOijd : ''dangakan djoedmalah de** ang. KanM*!*' mahimbau halang 
^•adjang , antah batjarai antah tida^ ; baroe ang toeroi*u dari 
djaodjang, antah babalii-^ antah ti<lu^!'* 

Baranan garan dis;inan, lah da|)e'' koetikd bait^, tibd dioe- 
kocA didjangkdujd , balapeh-lapt*h hanjdbi. Baiijalan SueUn 
XMoeha , Aaratd dangan ajah l)oendd ; barampt*'' dangan Manang- 
k^rmng, poelang ka oela*^ Tandjoe&ng M^ian. liarue tibd injd 
di moemrri, naid^ lantjang moh hanjdiai, lai($ tarindje^ angiu 
tibd. I>i*^ lamd bakalamdan , alah juhari doed hari , sampaiUh 
tsj6 ka poelau si liaringin , nan bantimd poelaa S^tan. Baraoari 
garmD diaanan, lah Uiinpa'^ lantjang sahoeah , gadang mui boekan 
alaiur-alang; kirunjd lantjang rang panjanio^n, toednjd radjd 
SnfB«)nif llaro(>ih l^niuari garan di.<«anan , alah batamoe lantjang 
nantoeo, id di podau djihin Setan. l/)mng di radjd Sonsong 
Ilarorih , batanjd injd diminan : ' mandlah toed , lantjang nangkd! 
dari mand Ux^nien ludjalan, handa'' kamand pai balaid? B«- 
lomkoh tahoe nalamd kd, ikd poelau larangan den, tida^ 
boelieh ditampoeilh oerang? Ikrang aiapd nan kamari, ta^ 



^58 

injd koembali poelang?" Nankan katd radj6 Sonsong Hsroeih. 

Mandjawab sanan Kalamkaboei^: >s^ko^ itoe datoeS^ tanjdkui , 
Iiambo rang dare^ Minangkabau , kainpoe&ng banaiii6 Bah^nn 
Dewa, itoe nan kampoe^g korong hambd. Sabagai lagi poeld 
d^^ datoe^^, ta^ laoei^n nan balarang, kamand kitd pai ba- 
hoekoen, ka Roehoen, kabanoeK Tjind, ka Sintb^, ka Loeboek^ 
Aloe^g, kadare^ ka Minangkabau, adat laoei^tan ditampodili 
lantjang. Pantang den mahinda sik6/' 

Barauari radjo Sonsong Haroeih, bakat6 injd diflanan, ma- 
harie^ mahantam tanah: //mand kalian dalam lantjang! oeaah 
kalian bakareh-kareh , oesah kalian salah bitjard , elb^ toeroei^- 
kan bitjar5 hambd, pad5 kalian andam karaml'^ 

Sanan bakatd Kalamkaboei^ : //mandlah ka'ioeO, Manang- 
kdrang ! itoe nan radjd Sonsong Haroeih , d^ maad galanggang 
rami , mamangkch gomba^ siboejoeSngkd , injd djoed nan baga- 
doeSh, nan babantah dj6 ka^toed; kini njd na^ manoentoei^ 
baleh!'' Nankan katdnjd Kalamkaboei^. Bakatd Soetan Ma- 
nangkdrang : // kini ba^itoelah de^ ka^toed , > oesah babintjahg- 
bintjaug djoed. Paboelc^ kajoe pangali, tida^ nan labieh dari 
roejoe^g ; paboel^ hati nan barani , tida^ nan labi^ dari oen- 
toe&ng. Allah nan soedah mandjandjikan. '* 

Barauari radjd Soii»ong Haroeih , bagai hariman kamanangkik^ 
bagai garoedd kamaujemba , mangar^t^h boeni garamannjO. Ddi^ 
lamd lambe^ nan ba^kian, lah poeeh babintjang-bintjang , lah 
poeeh batangka-tangka , malompi^ radjd Sonsong Haroeih, 
malompe^ kapangka lantjang, bagadoe&h malah di sanan, 
ganti hamp^h-mahampehkan , basilang karih dangan tomba^, 
tida^ tautoc inakan pauggadd, samd ta^ talb^ dimakan ban- 
toe&^, tida^ nan loekd soerang djoed, djangankan loek6 
barieng tida^. Barauari garan disanan , lah pajah dh^ baga- 
doeah, tida^ nan loekd-malockai , bakatd radjd Sonsong Ha- 
roeih: //mandlah radjd Kalamkaboei^ ; kalaa kitd bagadoelh 
djoed, samd kaldtaimalah hanjd, baloen kaloekd-maloekai, kini 
ba^itoemalah djoed, kitd barantimalah dahoeloe." L6rong de^ 
radjd Sonsong Haroeih, koembali injd kalantjangnjd, diambiS^njd 
djald rantainjd; babalie^ poeld ka lantjang Kalamkaboei^. Baroe 
tibd injd disanan, djald tas<5ra^ hanjdlai, tasoengkoei^ radjd 
Kulamkaboei^, badoed djau Soetan Manangkdrang. Oerang faanja^ 
datang hanjdlai , ta^ bodidh manggari^^ lai , tasoengkoei^ dalmm 



I Dit zou adiH^ moeten zijn. 



£59 

(Ijalo innui. Ilarauari radj6 Sonsong liaroeih, bakat5 inj6 di- 
nnan - ^saclja'^ tadi dun kat4')kan , oeiMih bakaruh-kareh awa'', 
omah bakoeat-koeat awa'', baloen ang tahoc salamd kd , ikA nan 
rmiijo Sonsong liaroeih!'* Maharii*^ radj5 Sonsong Harocih: 
•mand kalian 8amdhdnj6, ambir*^ tali panggantoeftng laiS , gan- 
UirAngkau cierangkd kadoeonjd, gantoe&ngkan kateh baringin, 
bianjA inati bagajoei*^!" I>iambi£^nj6 poel6 Soetan Nanoeha, 
diiantirngkannjd kadalam laoci^, alah mandjadi apoe&ng laoei^. 
Luftmg ka poeti Andam lX*wi, dibadnjd kadalam lantjang,di- 
■iaftieft''kan daiam koeroeftngan , dalam bilir'^ karandd katjd, ta^ 
borli^h kaloea lai. 

liLirung ka Siietan NaMeha tarapoeXng-apoeftng dilaoei^tan, 
kidori*^ tida^ mati ta*^ amoc&h; luh sampai amp«^ baleh hari, 
ik' dilamb<K^^-lainhoi*i^ oinba'^, aloen manocla'^ manoenddkan , 
kh tapamh inj6 katapi , kapondo*' ocrang pangait*. Add ftaoereng 
loed pangaii', nan mananH*&h aio mawa, manaroefth lidih Uw- 
d|)orAh halai. Ikrauari Soetan Nasocha , diambif'^ oerang pangai^, 
djangankan b<N\*HN*Ji*' rangirng tida^, oesah karata^ kan^tai tida^, 
ttpanto(*n oerang tidcieft laltV. Namocn toed pangair, disiram 
d)6 ait* mnira, diiatjoei'' djo lidih tocdjoe&h halai; hidoei^lah 
SoKan Naimeha, .Hapttut<M*n oerang banie bangneu. Haraoari garan 
^■aiian , din'' tocHi oening pangaid, dipalihar6kannju ana** nantoen. 
Dr^ laui6 Imkalamoan , inj6 ba'^ sarang gadang djoeA, tjadir*^ 
1^6 bat4N*kcMd*' djcHH). IK;** inasiA dr'waso itoe, takanalah ajah 
dangan biN:ndr», takunalah inama*'nj6 Soetan Manangkrrang « 
doedni-4 nianangih-iiiingih <Ij<nsK air mato irirng-goemirii-ng. 
Barauah garan disanan , diniinta^njft lidih toedjoe&h halai« saratd 
daagan air mawa, diba6 sampan saboeah. diliheHi ajah dj5 
hocndd 

IWnje tibd injo kasanan poelau banam6 poelau Setan, alah 
Umpa^ ajah kandocingnj6 , saratA Soetan Maiiangk^rang, tagan- 
tociiig taboeai-lKM*ai , diateh baringin gadang. liiinmg de** Soetan 
Naaorha, kailipangkoe ditoentenkan , de'' kete^ tida^ tapangkoe; 
habihlah tenggang djo bitjar5 , manangih manggaroeing pandjang, 
air mat6 irit-ug-goemirirng , laloe dipandje** baringin nantoen , 
dipuetoeih tali panggantoe&ng , djatoefth talajang kadoe&njtt, 
dilibtrUi toenien kahawah , inrsah boesoei'', rangilFng poen tida^« 
flapantoen oeniug tidoei tikalb*'. Daraoari Soetan Naioeha, 
diambif^ lidih turfljtiefth halai , disiram dangan air mawa. Allah 
nan djoe6 maoentoe&ngkan , baloen kamasi ajah kandoeing , 
ffsrmtd mama'' Manangkrrang , alah hidoei** kadoe5nj6, sahagai 

ir 



260 

oerang baroe bangoen. Lorong de^ Soetan Nasoeha, lahsanang 
kir6njo hati, Allahhoerabi masd itoe, batangih-tangikanmakk 
sinan : //Ondeh na^ kandoe&ig djai^jd hambd , laimoh mati ang 
hidoei^kan! laimofa hilang ang tjari! mand^ ang antah dimaii5, 
ditawan radj5 Sonsong Haroeih I " Barauari garan disanan, koem- 
ball injo hanjolai, io karoemah toeo pangaie. D^ lamd baka^ 
lamdan, tingga diroemah rang pangaie, toembodtti pikiSm 
sakoetikd , i6 de^ radjo Kalamkaboei^ : //mand ka^toe5 , si Grai* 
roellah! lorong ka Soetan Nasoeha k5', elb^Iah kit5 adja-adja, 
ad}a manggajoe&Dg dj6 balabe^, adja hikamat dan il^oe!" 
Barauari garan disanan, alah diadja ana^ kandoe&ng, sahabib* 
habih eldmoe, sahabih-habih kapandaian. 

Chaba baralieh hanjolai, soenggoeSh baralieh sinan djoeS, 
Idrong ka poeti Andam D^wi. Chaba barit6 nan tadanga, mj6 
kakawin hanjolai , kawin djo radj5 Sonsong Haroeih, mamantjang 
galanggang inj6 kini. Mandanga kato nan ba^kian, moepakat 
Soetan Manangk^rang , io djo radjd Kalamkaboei^, injd na^ pai 
kasanan, kagalanggang radjo Sonsong Haroeih. Bakat5 Soetan 
Manangkdrang : //manolah datoe&^, oerang pangaiS! tjarikaa 
kami andalan, tjarikan ajam aga^ sikoe&, kami na^ pai kag»* 
langgang, galanggang radjd Sonsong Haroeih; 16rong ajam nav 
datoe&^ tjari, oesah ajam nan batoeah, nan kahalah akan di 
tjari/' L6rong de^ toc5 pangaie ^ lah dape^ ajam saikoek, ajam 
nan koejoe patah kaki. Barauari Soetan Manangk^rang, alah 
dape^ nan ditjari, badjalan injd batig5, kagalanggang radjS 
Sonsong Haroeih. 

De^ lamd lambe^ di djalan , alah sampai injd kasanan, kaga- 
langgang Sonsong Haroeih. Namoen d^^ Soetan Nasoeha, lah 
naie^ injd kagalanggang, hc^ranlah oerang samdhdnjd: ^osaiBg 
dimandkdlah ikdP" Barauari garan disanan, lah tibd ladjd 
Sonsong Haroeih, lah nai^ injd kagalanggang, bakatd inji 
disanan : ^rnand djoeard samdhdnjd , apd sabab baloen bapadu* 
satinggi nangkdlah harip"" Namoen d^ Soetan Nasoeha, bakatk 
injd disanan: >rmandlah datoe&^, radjd aikd! kamilah lamO di^ 
mananti , oerang ta^ bapadan djoed , kini ba^ itoelah dii^ radjS, 
kitd bapadan kini-kini, kitd manjaboeftng aga'^ salap^h.''^ Nan 
kan katdnjd Soetan Nasoeha. Barauari radjd Sonsong Haradh, 
mandanga katd nan ba^kian, lah b^rang injd disanan, goemaata 
sagald sandi : ^lah lamd galanggang d^n rami , baloen soermg 
nan ba^ nangkd, baloen soerang nan malawan ddn!^ SalamB 
lambe^ nan ba^kian , dikatja^ ajam sikoeX soerang, bakatA Soetaii 



261 

Nasoehm: ^inandlah radj6 Sonson|r Haroeih ! bakntd sambie 
laiilHinit: ^luijoe rang kajoc tjamlanft^ kajoe bahat maDangah 
rimbu; oeaang b^rang hambu batanjd, ba^apA adat aabociiig 
nko, hainb6 kamari sakalikdl'" Bakatd radjd Sonaong llaroeih : 
'kb^ itoe nan ang tanj6kan, habih gawa d<*^ karilaan, habik 
t}ttepa^ de^ paliliaan; adat kami di galanggaDgkf), lari kalah « 
matipoen kaUh; pantang maharit*^ di galanggangl IW itoe adat 
kami sikA/^ 

Raraiiari garan diaanan , diboelang ajam sikodk aoerang; lah 

ajam Uboelang, taroc&h batampin haujdlai. De' lamd 

Dan ba^'kian, uamoen de^ radj6 Sonaong Haroeih « 
danbif'^DJu makanan ajam , dibari makan ajam aabanta. Bakal5 
Wtin Nasocha : 'vmandlah datoe&^, radju siko ! kami lah loep5 
kalaf^ralan « kami nan datang dari djaoefth , makanan ajam 
to' babaA, kini ba'iUxslah de' datod , bari padi hamb6 aadikiV** 
Kaadjawab radjd Sonsong Haroeih: ^rkb'itoe nan diminta'', 
tidb' bapadi kami 8ik6, ktV datqp&' na*^ padi djoe5, pailah 
karoemah hamb6, mintaMah di oerang di roemah, Hunan padi 

ja', na' kami nanti disikd)'' Baranari Soetan Naaoeha « 
inj6 kakampcH^g, kampoelng radj6 Sonsong Haroeih. 
tibd inj5 diaanan, alah tampa*^ boend6 kandodlngnj6 « 
iHah poeti Andam Dewi, takoeroe&ng dalam karandA. Mana- 
■fih Soetan Nanoehn , malihe^ roep5 damikian : ^rmanAlah mand^« 
hamb6! hamb6 datang kanari nangkA« aaratd da- 
ajah kandodng ; baliau mananti di mocar6 , nraid dangan 

Gairciellah: den lah pai kagalanggang , galanggang 
ra^fA Sonaong Haroeih; aiah bapadan kami Udi ; kamanjaboelng 
hafij6lai, k^' iaboeftng sakali nangk6, boekan saboeing 
itjari ameh, aabcx-Ang hamb5 mahadang tingkah, ^bociny 
gadneih aa^ljA. Kini ba^'itoelah de'roand^, tjoeb5kat6- 
kaa padd hamb5, mocngkdnjd mkarih itoe, ap6 flindjatdnj6 
utm labiihl^* Mandjawab mand^ kandoclngnj6 : '^kb'itoe nan 
aafr taBJ5kaa , Mboeah kahh panda' dja5 , sahalai ptdang no^ 
tomh raiitai, itoe pakaiannj6 nan labiiht'* Nankaa kat6nj5 
Jkadfkm Mwi. ^^Kini ba'itoemalah mandtf, kh' i6 itoe nan la- 
tnrli . dimalaU' njA na*^ den lih^.** Baranari Soetan NanJia 
baroe dilihe' karih nantoen , dipauh-patah patig6, diambi^^ 
fanioe diifikti'i. '^Kini ha'itoelah de' mand^, baroe tadanga ha- 
ml' di galanggang, aoegir6 mand< badjalan, balari iadj6 
kaaoear5« baoendoe&ng-oendudbigmalah mandtf, oefah mandtf 
umpa'kan r6inan.*' 




262 

Barauari Soetan Nasoeha, babalie^ injd kagalanggang. De^ 
lamo lambc^ didjalan , lah sampai injd kasanan , diambiS^ ajam 
dibari makan, dirantang laloe dilapehkan. Alah sabaota ajam 
lago, lah mati ajam Soetan Nasoeha. Hiroe&^lah oerang di 
galanggang, s6ra^ ba^ boeni goeroe&h toehoeft. Barauari Soetan 
Nasoeha kalah, ta^ amoe&h batimbaug; bakat6 sambiS baibarat: 
//Sigantang boeki^ Sigantang, katigd boeki^ S^atiald; alah den 
tida^ kabatimbang , antah kb^ tjarai lihie dj5 kapal5.^^ Bakat5 
radj5 Sonsong Haroeih: //Kalah tida^ amoe&h batimbang , tand6 
katjarai lihie djo kapal5!'' Bakat5 Soetan Nasoeha, malomp^ 
sambie katangah: //man5lah datoe^^, radjo sikdl marilah aga^ 
sadjamang, kito papasieh-pasieh langkah^ kit6 mamboeang 
kare* basi!" De* lamo inj6 bagadoe&h, tabi^lah haboe di ga- 
langgang, roentoe&h-roentoe&h galanggang itoe. H^ran tatja- 
ngang rang nan banja^, bakato radjo Sonsong Haroeih : >rKalaa 
den taloeS^ de^ ang , ta^ d^n banamd radjd Sonsong Haroeih I'* 
Mandjawab Soetan Nasoeha; //kb^ datoe&^ ta^ mati di karihkd, 
ta* den bagala Soetan Nasoeha!" 

Barauari garan disanan, alah batjoebo sadjamang lai, bapa- 
loen hilie dj5 moedie^ tahindeh takasiS^ boelan. Lah tjamih 
ajah Soetan Nasoeha, balari-lari kagalanggang, bakatd Soetan 
Nasoeha: //manolah ajah-kandoefing hambdl oesah ajah roe- 
soe&h bana, tjali3^kan sadj5lah dahoeloel'^ Barauari gann di- 
sanan , taga^ tagandjoe^ Sonsong Haroeih ; baroe malangkah 
tikam tibo-tibo diroesoe^^ djaradja^ moed5, mati satikam Sonsong 
Haroeih. Mangilie darah di galanggang, bakintjd djd darah 
ajam; bangkai tag5le^ masoe&^ banda. L6rong d^ oerang nan 
banja^ toe , manjambah manjimpoe&h hanjdlai , takoei^lah oerang 
samdh5njd. 

Barauari poeti Andam D^wi , tadanga haroeft^ di galanggang, 
dikoepa^ pintoe karand5, dirdwai sal^ndang pandjang, balari- 
lari kamoeard, masoe&^lah injd samdh5nj5, dibongka aaoedi 
balaie djoed. Dh^ lamd lamb^^ di djalan , lah talampau F^jitng 
djd Malald, lah sampai injd ka Panjinggahan , bahanti iQ]^ 
disanan ; toeroen kadarat sakoetikd , doedoe&^ bahanti atdh t»A* 
djoe&ng , bakatd sambie baibarat : 

Gadang aie Tandjoe&ng Djoerahan; 
Alai didjoeloe&^ djd siraoei^. 
Batoeah balai Panjinggahan, 
Balai mandjorb^ masoeft^ laoei^l 



263 

Alai djoeloc&^djd siraoci^; 
Tjoebada^ ambit'^ djd pisau. 
Balai uiandjonV masoeft*^ laoei^ ; 
Batoc taga' bakeh nianindjaa. 

Tjoebada^ kai*^ djd pisaa; 
KhV kainban^j5 boengd inai. 
Batoc taga^ bakeh manindjan; 
VAo^ rauahnjo moear6 Piiigai. 

KhV kainbangnjd boeugd inai; 
Siraoci'^ diateh banta. 
Hl^^ ranahuj6 mocarO Pingai; 
liHoei'^ banain6 Sanii^ngbaka. 

Siraoei^ diateh banta; 
Kabcxnh doekoe di Nanggal6. 
liaoei^ diadang Sanivngbaka ; 
liah tampa^ Soempoe djd Malald. 

uari iS<M>tan Nnaoeha, naie^ koembali injd kalantjang, 
ka i^H-Ah , hi\ii\v poel6. Dk^ lamd lambe^ di djalan , kian 
asining dakt:\ kiV dake^ hampie lah tibd , tib6 di ()eU^ 
•dug Mtnlan. liuroe inju tibo diaanan, batoedlah ajah 

bcN'ndo, io t(M!:inkoe Radjd Toed, id poeti Lindodng 
Bakuto ajah djd boendd , tagala^ sambid manangih : 
lj«K'il (li Iktang Kapt'h, kambanglah bocngd parmoei^tan ; 
tljfH-ii kanii inalap<^h , poelang koembali kapaoei^tan/* 
[1 9iihari-huri nanUx^n , digocgoc&h taboeSh nan larangan, 
tding (M^raug saniohdnjd. liarauari garan dinnan , dipb- 
ibau anipt*'^ limd , niinta^ dda lOilainat hanjdlai. Ue^ lamd 

nan Ita'^kian, bakatd pocti Andam LMwi : ''lah lamd 
Mko , nianolali gocnx* liociigd Kapeh , mangapd injd ta^ 
. pai djoh kau Kambang Mauih, badjalan djoh kaa kini- 
IjapN'i^ ka^ gtMTtM' Ikn-ngu Kap*h , djapoei^ tabad injd 
BarHUari si Kamtwng sanan badjalan injd hanjdlai, 
(fli^* ka Koto TiK^d, mahinibau poeti Boengd Kap^. 
saDipi injo knmnnn , laloe naid^ kaatirh roemah , batanjd 
[WngTi Ka{xh : '^ alahmoh datang kau Kambang, kami 
>ning ditanjokan; iolah poelang mand^ atjii*^ kaa? Ba- 
4]jd nan didanga , antih id antah tidd!*^ Mandjawab si 
Dg ftanan , "io hana bihtd nantoen , lah lamd baliaa 
;; kini hambd kanai soerodh, mahimbaa mand^ i^ji^« 



264. 

handa^lah dataug kini djoc5. Lah lamd tida^ karimbd, pandan 
baboeah lah k6 kini; lah lam5 inda^ basoe6, rdman baroebah 
lah ko kini! Ba^ itoe katonjd tadi/' Mandjawab poeti Boeng5 
Kapeh: //Ko^ itoe nan kau katdkan, dangakan panioen djo 
ibarat: Lah roemi^ den kakatalang, talang at^h pandakian; 
lah roemi^ den kamandjalang , djalan bahamb^ djd koelindan I"^ 
Nankan katonjd Boengo Kapeh. //Kambang babali^lah kaa 
poelang ! " 

Barauari si Kambang sanan, babalie^ poelang hanjdlai, 
poelang ka oela^ Tandjoe&ng Medan. Dd^ lam5 lambe^ di 
djalan, lah sampai injo di roemah, batanjd poeti Andam 
Dewi : // manS kau Kambang , 6 na^ kandoe&ng ! Lai ta- 
bao nan didjapoei^?" Mandjawab poel6 njo si Kambang: /rma- 
nolah mand^, atjie^ hamb5! dangakan na^ den kat5kan: 
//nan didjapoei^ ta^ tabad ; bakato inj5 dihambd , bakat5 sambie 
djo ibarat: Boemi^ den kakatalang, talang diateh pandakian; 
roerai^ kini kamandjalang, djalan bahambe^ dj5koeIindan. Itoe 
nan kato BocngS Kapeh; pikieri di mand^ atjig^." Barauari 
poeti Andam Dewi , bakato injo disanan : //mano di ana^ dajang* 
dajang! mari kalian samdh5nj6! kito badjalan kini djoed, ka- 
roemah poeti Boengo Kapeh, lah lam6 tida* basoeS.^' Barauari 
poeti Andam Dim badjalan toeroen kalialaman, hiliSkan laboetli. 
nan pandjang. J)h^ lamo lamb5^ di djalan, hampiS kasampas. 
hanjolai. L<5rong de^ poeti Boeng6 Kapeh, manampa^ AndaonB> 
Dewi datang, tasamboeS darah di dad5, disaugk5 diri diboe — 
noeShnjo. Toeroen badjalan hanj5lai , manoeroei^ djalan k^s 
tapian, larinjo lari-lari andjieng, manjoeroe&*-njoeroe&^ masoel "^^ 
rimbo mahiliekan aie nan gadang , sampai kaloeboeft^ di TjL ^ 
mantoe&ng, sampai ka ocla^ Pantai Tjamin. Hilanglah 
Boengo Kapeh; mati ditangkb^ rang boenian! — 

Pinang kale* didalam loerah, 
Oere^njo sampai masoeS* kaboen. 
Kalam patah, dawat tatoempah, 
Karateh manjambah minta* ampoen! 

Bami galanggang di Singkoeang, 

Tampe* badjoea bali soet5 : 

Ta* kasah barag6 lai. 

Kato poetoeih, hakim lah hilang; 

Api padam, poentoc&nglah hanjoei*: 

Ta* boelieh dioelang lai! 



265 

Chaba Manangk<^rang tamatlah MMxlah ' 
Nan hanain^ si (iairoellah, 
Ana^ tocankoe Kadjo Toco; 
Pocti liindoeiing IxH^laii namonjd bociidiS 
Taiidjoefing M<klan natno nagari , 
Wakatot* ini tiadolah lagi : 
Talah maiuljadi halalang tiiiggi, 
Antaro S()hV dangan Soemaiii. 
Ilambd daiiga barito ocraug, 
Parocmahau djo lasMX'&ng add aakarang; 
BakrhnjA mandi balocnlah hilang, 
llanjo tnandjadi riinbo nan gadang. 
Sot*ngai banamo soengai Soemani , 
l>i}«it<Mdah stoenuxA tampe^njo mandi. 
Ilanjoei^ lah iiKxmdam si Andam D^wi, 
lUxr mainbao Imdannjo niati. 
Ijabotdi^ Ikxtnta (H*rang namdkan , 
Disinanlah inj5 di^'^mba ikan, 
I)i baonjo lari sain|)ai kalaoei^'tan, 
llinggo tapaaah ka|MX'lau S^tau. 
liacM'i*' I^harcH^llah disaboei^kannju, 
Daiiau Singkara*^ pado 9angk6nj5. 
l>i !«oi*ngai Stn^mani hanjoei^ moendamnjo , 
l)akc*' iSanirngbaka ad5 moearonju. 
I\R*lau St*Un nan tasabm*.i^ itoe 
Daktf^ Paiijinggahan , soedahlah tantoe. 
P(H*launj6 k(*U*^ karang dan batoe« 
lialo(>n panah hambo kasitoe. 
Saliagai piM'lo hamb6 rhabakan, 
Takalo Andam Dt'wi di^cmba ikan; 
IlidtH'i^ k(X!mlKili di |KM>Iau Setan , 
Diitaiig ganicdi'i nan malarikan , 
Dibaonjo talking ka liahiram I>i*wa, 
PcN'ti TanN'ili Mato niamaliaronjo. 
Ilingp) bakawin dangan MxHlarunjd; 
Da pat lah ana^ S(N>tau Nawx^ha. 
bahiram l)«wu namo dahoelcx^njO , 
Iiati{xx*&h namo sakarangnjo ; 
Dimano kam|xM'Ang »\ Tanx-ih Matu, 
Kuerang tarangiijo {mdu hambo. 



270 

Tjiniagtt. — (Als men peper plant loopt men achteniit en 
(le bladeren van de bintoengan worden in stukken ge- 
scheurd). De een werd het larashoofd van Tjiniago en de 
andere was onze voorvader Katoemanggoengan. (Het hout 
wordt gekloofd en vervolgens gebogen ; de bladeren van de 
katjang liggen verspreid.) De een was onze voorvader 
Katoemanggoengan en de andere Parapatieh Sabatang. 
Van af dat tijdstip bemoeide ieder zieli met zich zelven. Zoo 
volgde het laras van Tjiniago den weg over Pajo, Paoeah, 
Pampangan, Tjoepa^, Binoeang, SintoeSh, Loeboeii^ 
AloeSng, Toboh en Pakandangan. — (Het latitohout 
wordt hoe langer hoe krommer en 't is niet zeker of het al 
dan niet opgerold is.) Zijn hart werd hoe langer hoe onge- 
ruster, want hij wist niet of hij al dan niet zou tenigkeeren. 
Vervolgens trok hij over Bandar nan Sapoeloe^h, Bajang, 
Taroesan, Soelido, Batang Kapeh, Kambang, Pa- 
langai en zoo naar Rantau Soengai Pagoe, die alle tot 
Tjiniago behoorden. 

Toen hij van Soengai Pagoe een eind verder getrokken 
was bleef hij , toen de avtmd begon te vallen , aan een zijweg 
stilstaan en ontmoettc daar een inwoner van Soengai Pagoe , die 
hem vroeg : '/ Zeg , Datoe^^ ! van waar komt gij ? Ge behoeft het 
voor mij niet te verbcrgen , want wij zijn wellicht familie van 
elkander en misschien van grootvaders of ooms kant aan elkander 
vermaagschapt. Zooals ik er over denk is het niet behoorlijk 
zoover heen te gaan en uit eigen beweging uw land te ver- 
laten. Ge behoeffc niets voor mij te verzwijgen en moet mij 
maar zeggen, wat u op het hart ligt.'/ 

Parapatieh Sabatang antwoordde hierop : // als ge daamaar 
vraagt , kan ik u dat wel zeggen. Tk ben iemand uit de boven- 
landen van Minang-Kabau en kom van Tjinangkie^, vanwaar 
ik geboortig ben. De weide stuit op het bosch en de runderen 
kunnen daar niet verder grazen./^ — (Ik heb, waarik kon om 
hulp gevraagd en ben ten einde raad!). 

Hierop antwoordde die man: //kom, ga mei mij mede!«' 
// Wat dat aangaat , hoe zou ik kunnen meegaan , daar ik geen 
draadje kleeren bezit. Hoe kan ik dus de trap van iemands 
woning beklimmen en iemands huis binnentreden? // 

'/Als gij er zoo over denkt, blijf dan even hier, dan zal ik 
een stel kleeren voor u halt^n ; als wij maar afspreken , dat gij 
mij hier wacht.// 



271 

Toen de man teruggekeerd was , trok Parapatih zijn kleederen 
aan, waarua zij de kampoeng ingingeu en zijn woning 
binneii traden. Den ganschen nacht sliepen zij niet en deden 
niets dan keuvelen en vertellen. 

Indien iemand van ons in den tegenwoordigen tijd daar 
toevallig aankomt en langs Bandar nan Sapoeloeh koinende 
te Soengai Pagoe ophoudt en men begint hem te ondervragen, 
dan moet hij niet weifelen in zijn spreken en geen leugens 
vertellen maar zeggen, dat hij van Tjinangkie^ afkomstig is. 

Hetgeen er verteld werd luidt aldus : > 

In vroeger tijd leefden er in TandjoeJing Medan en wel 
in Koto Toeo twee kinderen van toeankoe Radjo Toeo 
en p rinses LindoeSng Boelan; het waren een zocm en 
eene dochter. De een heette Gairoellah en droeg den galar 
van Soetan Manang K^rang. Hij was de lieveling van 
zijn vader, de trots van de stad, en de voornaamste in de 
woning. Die woning had eene Atjehsche galerij, zooals die in 
Minangkabau gevonden worden en was zoo groot als de 
afstand , dien men overzicn of beroepen kan. Zij had verscliei- 
dene andjoeSngs en daarvan was er een van zilver en van 
soeaso, een zooals die, welke tot de voornaamste woningen 
behooren, een vorstelijke en een vergulde. 

De nok van het dak geleek op . een hoop diamanten , liet 
overhangend dakgedeelte op een regenboog, de dakbedekking 
bestond uit sarair en de hoekkepers waren van glas; de dak- 
rand geleek op een zwerm bijen , die uitvliegt ; de groote nokbalk 
was een Maharadjo Kajo, de kleinen heettcn Maharadjo 
1^16; de palen in het midden waren Poeteri bakoeroeSng 
esi die aan de kanten Radjo babandii^ng; de dorpels droe- 
gen den naam van Mahoela Gerang; de deuren hadden 
het voorkomen van drijvende pisau-pisau en daarin waren 
nagels en klauwen van alangs uitgesneden, terwijl er gele 
gordijuen voorhingen. Wat de trap aangaat, deze zag er uit 
als een staande preekstoel; de treden er van bestonden uit 
getrokken zilverdraad en de optred van uitgewerkt klokken- 
metaal. De grond , waarop het huis stond heette sadahliuggam 
en het kruid , dat er groeide , kurkuma ; de waterleiding deed 



* Wat hier volgt voroiideretelt <ie verteller, dat het verhaal is \'aii Para- 
patih Sabataiig. Het staat echter geheel rip zich zelf en het eerete gedeelte 
komt mij voor sleohts een aauhef te vdjn , die evengoed had kuiinen weg- 
gdateu worden. 



268 

(Zelfs oiii (leu biugkoedoe maakt ineu wel eeii schut 
hoeveel te meer dan om een joiigen tjoebadak.) Als 
paiiglioel()c''s wel eeiis zonder opzet iets verkeerds zeg 
waarom. zou dat dan met mi j , eenvoudig man, het gev^l 
kuunen zijn? 

(Drijf den buftel voor u uit, om te werken en neem 
ploeg van den slootkant.) Mocht ik onwaarheden vertcllen 
zij het aan u overgelaten om te vertcllen hoe het zijn i 

(T a n d j o e S u g Saba was een vroegere negorij en P a c 
lag tegenover Koto Tangah.) Weest toegevend omtrent 
geen ik zeg , opdat er gecn eeuwigdurende twisten onstaan m< 

(])e sterretjes komen voor den dag en flikkeren tussche 
wolken van T3joedah.) Als ik op al de kleine bijzoi 
heden moest lettcn, dan had ik nog in geen jaar uitvei 

(De pennen van het stekelvarken dienen in Tanalau 
haarnaalden en zijn welriekend als zoet gras.) Ofschoon h 
laat op den avond is , zal ons gesprek toch niet gauw gedaan 

(Snijdt voor mij in den kolf van een geweer tigurer 
er mee te sc.hieten op den grooten oceaan.) Zoekt voor 
een rechtvaardig oordeel, hetwelk dat, uit Allah's boeken . 
vervangen. 

(Er wordt drie maal gehakt en men maakt twee groote 
nog een kleine inkeping.) Als men het gesprek rekt , dan ¥ 
het lang en het is beter het kort te maken. 

(Een gesoldeerde naald breekt op het soldeersel af; dat 
een naald in kasoembo gcdompeld.) Ofschoon het vei 
over iets anders gaat spreken, het blijft toch hetzelfde. 

(Ken schip van lalitohout komt uit de zee, maar is 
ook zelfs geen oogenblik zichtbaar.) Hetgeen ik vertellen 
heb ik wel gehoord, doch niet met eigen oogen gezien! 

Men weet niet of het al dan niet waar is, maar vai 
den tijd onzer voorouders is er een verhaal tot ons gekoi 
dat ik verplicht ben u mede te deelen. 

fii den tijd onzer voorouders , zoo hoorde ik vertellen , n 
de sawahs gelegen aan de hellingen van het gebergte 
bestonden de negorijen Tjinangkir^ Tinggi, Tara 
Boeki^ Mandjoetd, Lilitan, Kajoe Maroendoei^ 
woonden toen lieden te Soengai Djaroeai die van 
naugkie^ afkomstig waren en ook bestonden de nego 
Talago, Padang BalimbiCng, Batang Tmang^ 
tociing (]io('goe&^, Mar i man g en Koto Toe6. 



273 

besprak en averlegde. Zoo zeide liij op zekereu dag : '/ Zeg , 
Salamat! Willen wij elkanders raad volgen? Uet gaat er hier 
vroolijk toe en deze galanggan? zal wel niet spoedig op- 
houden of invallen en ofschoon men bij het hanenvechten 
zoowel winnen als verliezen kan , zoo zullen wij toch bevinden , 
als wij nagaan hoeveel geld en goederen wij verloren hebben, 
dat wij, zoolang de galanggang bestaat, al drie kandangs 
en twee kisten leeggemaakt hebben. Van die groote hoeveelheid 
goud hebben wij geen korreltje gezocht, doch alles is door 
vader en moeder bijeengebracht. (Als men de rijst in een dock 
geknoopt heeffc , brengt men ze naar de schuur op de groote 
sawah.) Als wij aan onze hartstochten toegeven, dan hebben 
wij aan een schuur vol goud niet genoeg. (Wanneer wij naar 
voren grijpen, evenals iemand, die de padi schoonmaakt, en 
achteruit treden zooaJs hij, die ze plant) — als wij er goed 
over denken, dan zou het zaak zijn, dat wij eerst naar huis 
gingen. /' 

Hierop keerde hij , gevolgd door Salamat , naar huis terug 
ofschoon hij bij zich zelven dacht, dat het nog geen tijd was 
om terug te gaan , daar het pas middag was. 

Hij kwam hoe langer hoe dichter en toon hij den ingang 
van het erf genaderd was, keken zijn ouders op en werden 
Manangkerang met Salamat gewaar. Hij bezat geen enkelen 
ring meer, zoodat het zich liet aanzien dat zijn moeder boos 
zou zijn. Manangkerang ging in huis en zette zich aan het 
venster, om er na te denken wat hij doen zou. Hij kwam 
spoedig op een idee en riep toen zijn ouders , tot wie hij zeide : 
#Vader en moeder komt eens hier zitten ! '/ Toen zij plaats 
genomen hadden , vervolgde hij : //Salamat en ik zijn zeer on- 
gelukkig geweest; op de markt van Pintoe Tlajo n. 1. is een 
lange loods gebouwd bij gelegenheid van den galanggang, 
die in Koto Toeo opgericht is. Het ging daar voortdurend druk 
toe en toen wij berekendeu, hoeveel wij verloren hadden, be- 
vonden wij dat ons niets overgebleven was. Wij hebben drie 
kandangs en twee kisten geheel opgemaakt. Van al dat goud 
nu hebben wij geen korreltje gezoelit, maar alles was van 
vader en moeder. 

(De padi gclijkt veel op ban to en (r|) de go elan g- 
goelang zit een bij;) als ik dczellUe gevoelens bleef kocsteren , 
dart zouden er waars(;hijnlijk later hier lieden koiuen om liun geld 
terug te eisehen. (De pandan wordt d(X)r het vuur bescha- 



270 

TjiniagT). — (Ali« men peper plaut loopt men achteruit en 
(le Wadenm van de bintoengan worden in stukken g&- 
scheurd). Do nen word hot. larashoofd van Tjiniago en de 
andero was o\v/.v. voorvader K a t o e m a n g g o e n g a n. (Het hout 
wordt gekloofd c^n vervolgons gebogen ; de bladercn van de 
katjang liggen verspreid.) Do eon was onze voorvader 
Katoomanggo(^ngan on do andere Parapatioh Sabatang. 
Van ai* dat tijdsti]) beni(wjide ioder zioh met zich /lelveii. Zoo 
volgde het laras van Tjiniago don wog over Pajo, Paoe&h, 
Pampangan, Tjoopa^, Binoeang, SintoeJih, LoeboeS^ 
Aloeang, Toboli on Pakandangan. — (Het latitohoat 
wordt hoe langer hoo krommer on 't is niet 7X5ker of het al 
dan niet opgorold is.) Zijn hart word lioe langer hoe onge- 
ruster, want hij wist niet of hij al dan niet zou terugkeeren. 
Vorvolgens trok hij over Hand a r nan Sapoeloe&h, Bajang, 
Taroosan, Soolido, Batang Kapoh, Kambang, Pa- 
langai en zoo naar llantau Soengai Pagoe, die alle tot 
Tjiniago behoorden. 

Toen hij van Soengai Pa goo oon oind verder getrokken 
was bleef liij, t^^on do av(md hegon te vallen, aan een zijweg 
stilstaan on oiitnioott(». daar oon inwoner van Soengai Pagoe, die 
horn vroog: "Zog, Datooii^ ! van waar komt gij? (Je behoefthct 
voor niij niot to vorl)org(»,n , want wi j zijn wellicht familie van 
elkander en niissc^hien van grootvaders of ooms kant aan elkander 
vormaagsohapt. Zooals ik (\t over denk is het niet behoorlijk 
zoover heen to. gaan vn uit eigen beweging uw land te ver- 
laton. (ie behoeft niots voor mij to verzwijgen en moet mij 
maar zo^gen, wat u op hot hart ligt." 

Parapatioh Sabatang antwoorddo. hiorop: ^als ge daamaar 
vraagt, kan ik u dat wol zoggcn. Ik l)en ieniand uit de boven- 
land(*n van Minang-Kabau on kom van Tjinangkii*^ , vaiiwaar 
ik g^'boortig ben. De woido stnit op het bosch en de runderen 
knnnon daar niot venh'.r grazon." — (Ik hob, waar ik kon om 
hnlp govraagd on bon ton oinde niad!). 

llierop antw(M)nldo dio man: '^kom, ga mA inij inede!» 
/'Wat dat aangaat, hoo zou ik kunnen mec^gaan, daar ik geen 
draadjo kUM»ren bozit. JIcm* kan ik dus de trap van iemands 
wonin<r boklinniuMi on iomands huis binnentreden? ** 

"A Is gij or YAH) over (huikt, blijf dan even hier, dan 3sal ik 
roll stol klooron v(K>r ii halt'n : als wij maar afspreken , dat gij 
mij hior wucht." 



. 275 

Andain Dewi antwoordde hierop : '/mijn breeder Gairoellah ! 
herhaal die woorden tocli uietineer! Welk doel zoudt gij liebben 
om op reis te gaan ? Wij liebben immers aan niets gebrek ! 
Ga daarom niet been en spreek er niet van te willen vertrekken. 
Wij zallen eerst onze vele goederen schatten en onze bezittingeii 
berekenen, doch al geraken deze op, .al verliezen wij onze 
sawahs en ladangs, al moeten wij onze dienstknechten en 
slaven missen en al gaan onze koeien en buffels in andere handen 
over, zoo moogt ge tocb niet heengaan , want als deze sawabs 
en ladangs, onze goederen, buffels en koeien opgemaakt zijn, 
dan kunt gij u nog met onze woning helpen , als gij maar niet 
heengaat. En al zijn onze bezittingen niet genoeg en al ver- 
liezen wij al ons goud en zilver , dan moogt gij tocb niet van 
ons heengaan , want bet is zooals de pantoen zegt : (iemand van 
Koerintji zet de • borden dicht bij elkander, de punt van de 
panda n groeit aan de helling en de kalojong onder de peper), 
laat er van komen wat er wil (als de aarde maar niet schuin 
komt te staan) , als men van de wereldsche genoegens maar ge- 
nieten kan. Ik zal de ringen van mijn vingers trekken en mijn 
armbanden stuk breken , opdat gij gerust kunt zijn. Hetis niet 
om slechts 64ii reden , dat ik u weerhoud. De reden , dat ik u 
verbied om been te gaan is , omdat wij slechts met ons tweeen 
zijn evenals de jongen van de woudduif ; en als er in uw afwczig- 
heid nu eens iets onaangenaams gebeurt of als wij de dupe worden 
van bedriegerijen , bij wien zullen wij ons dan beklagen. (Men 
mikt met een blaaspijp zonder pijl en raakt een anggang 
zonder snavel) ; ik heb noch ooms noch grootvaders, terwijl mijn 
eenige broeder mij verlaten wil. Gij weet dat men bij bet hanen- 
vechten zoowel winnen als verliezen kan, laat dus den moed 
niet zakken , doch tracht een middel te vinden om uw verlies te 
herstellen; heengaan echter moogt gij niet! 

Kom ik ga nu naar de zilveren andjoeng terug want 
anders zou mijn zijde in de war kunnen raken of de naalden, 
die ik heb laten liggen, wegraken.'/ 

Het verhaal neemt bier een andere wending en gaat nu ver- 
tellen over si Salamat. 

(Na dit gesprek) zeide Manangkdrang : //Zeg Salamat! bier 
hebt ge een koepang, ga nu spoedig drie vechthanen koopen ; 
doch luister eerst naar hetgeen ik u zeggen zal. Van die hanen 
meet er c^n bangkeh halang laoei^, 64n djala^ balah 
r ot a n en 6gu koelaboe pipi^ pinang zijn ; wanl dit zijn 



272 

deiikcn aaii ecu iiitgespreirlc zijduii ^<ijerp; de balken ouder 
fir woiiing Imddou hot voorkomeii van vcchteiide oliikuteii, dc 
ucuteii gclekcii op rotseii van kopiT en het voorplein glansde 
als een op zijn plat liggcnde spiegel. Er stonden zeven rijst- 
scliuren op cen rij', de kleinere niet mecgerckend , en die wareu 
alle gevuld met oten voor de pakirs en de voorbij trekkende 
vreenidelingen. Dc klapperboonien be^jliaduwden den hemel en 
dc duivcn vcrborgen de maan voor het gezicht; de eenden 
overdekten dc mondiug dcr rivier, in dc sawalis zag het zvrart 
van de paarden en op dc hellingen der bergcn wit van de 
geitcn; kocien en buflcls graasden in ontelbare menigte op de 
weiden , slaven warcn cr ecn lialve stad vol en. in huis wemelde 
lict van bedienden; goud bezaten zij bij tjamats en kloederen 
lagen cr bij st^pels op lict voorplein. AIzoo haddeu zij aau 
niets gt^brek en (ofsclioon zij wcllicht gccn koeran of koe- 
randji liaddcn, zoo haddeu zij toch bam ban uit het bosch 
mcegebracht) al bezaten zij dc zon en dc maan niet, de teeke- 
ning cr van haddcn zij toch. 

Toeankoc lladjo Moedo en prinses Tiindoe&ng ]k)elau waren 
verstandige licdcn, doch ecn hunner kinderen haddeu zij in 
ailes toegegevcn. (Klein zijndc grocit de pandau in het woud, 
doch groot geworden staat hij aau den kant der waterleiding.) 
Dit kind werd, toen het nog jong was, bij den uaam genoemd, 
maar op oudcren leeftijd bij den galar. Die naam was Gai- 
roellah en de galar luidde Soetan Manangkcrang. Langzamer- 
hand werd hij grt)otcr, zijn gezichtskriug werd steeds roimer 
en zijn gehoor acherpcr. 

Wat A n d a m D ^ w i , de zuster van Manaugkerang be- 
treft, zij was de licveling van hare moeder en deed nieU 
anders dan op dc zilvcrcn andjoe^ng teekenen, borduren, achil- 
deren en stikken. Zij kwam op vastc dagen naar beneden en 
wel ecu kcer in dc week, doch allecn om zich te baden en 
te reinigen. 

Daiir cr in dicn tijd cen gr(K)t(^ druktc heerschtc op den 
galanggang van Koto Tchjo en wci op dc markt van Piutoe 
Kajo, waar cen langc loods opgi^richt was, zoo wilde het lot, 
dat Soetan Manangkrrang daar dagclijks hcenging, oin zich 
op den galanggang, di(; opgcricht was d(K»r prinses Boeugd 
Kapch, dc vtu'ioofdc van Soetan lladjo Hongsoe met 
dobbclcn (^n liancngc\ (H^'lit4*n iv vcnnakcn. Maiiangk^raiig 
was t»r steeds sjnicii met Sniamat, nu't wien hij alles 



277 

keek hem niet eens aan , maar toen hij de drie haueii bijeeii- 
geboiiden had, sprong hij op evcnals een tijgor, die zijii prooi 
wil pakkeu , evenals een olifant die zich vooruitwerpen wil of 
ssooals een garoedo, die op zijn buit toeschiet. Hij trok zijn 
fraaie mes en zeide : '/zeg gij , die daar zoo even gesproken 
hebt ! gij gaat al te ver , (en hebt veel weg van rijst , die al 
twee en een halven dag in de zon gelegen heeft.) Tot dusver 
ben ik gewoon geweest om hooge bergen te bekliininen, harde 
voorwerpen stuk te slaan, en wat dwars in den weg ligt door 
midden te hakken, om tegen geen zwariglieden op te zien. 
Dat ik altijd zoo gehandeld heb, hebt gij misschien nog niet 
gehoord. Ik ben de doebalang van onzen vorst (ik kan mijn 
armen onder het loopen vrij bewegen, als ik recht op sta, zal 
ik nergens mijn hoofd aan stooten , als ik iets in stukken hak 
behoef ik geen vergoeding te geven en voor een moord de 
bloedschuld niet te betalen) en kan ongestraft doen alles wat 
ik wil. (Ik zal uw treden verkorten , ik zal uw schaduw rond 
niaken, ik zal uw leeftijd kort maken): Ik zal u dooden. // 
Zoo hoorende spreken werd de eigenaar van de hanen bang. 
Salamat keerde nu terug en kwam juist op zijn tijd thuis, 
want toen hij bij den ingang van het erf stond, zag Manang 
K^rang hem en zeide (de pandanbloem is opengegaan en 
men heeffc de padi wiUen afstroopen;) zijt gij daar eindelijk 
terug mijn lieveling ! Ik was u juist tegemoet willen gaan ! '/ 

(Salamat antwoordde hierop) '/vergiftenis , heer! het is niet 
uit trots , dat ik het zeg ; maar (waarom zou de padi afge- 
stroopt worden , de pandanbloem was immers toch opengegaan !) 
Waarom zoudt gij mij te gemoet gekomen zijn , ik zou immers 
toch wel huiswaarts gekeerd zijn ! // Hierop ging Salamat de 
wouing binnen. 

Langzamerhand werd het namiddag en eindelijk avond ; (fcoen 
Manangk^rang zeide) //zeg , Salamat , gij kunt niet gaan slapen , 
want wij hebben beide onze bezigheden.// Zoo kwam het dat 
Salamat zich den geheelen avond bezighield met de hanen van 
tijd tot tijd in handen te nemen, hen vast te biuden en eten 
te geven , terwijl Manangk^rang zijn hanesporen sleep en het 
bindgaren in orde bracht. 

— Het verhaal neemt nu een andere wending , doch spreekt 
toch van de vorigen. — 

Soetan Manaiigkeraug zeide daarna: //zeg Salamat! ant- 
woord mij eens! Hoe laat zou het nu wel zijn?// 



274 

digd en hot is torli uiet iiit t<'. dooven) ; door inijn begeerten 
ben ik oiigelukkig gewordeu en ik kan ze toch nict be«lwiii- 
gen. Daaroni miju vader, laat ons op vriendscliappelijke wLjzc 
van u gaan! Laat ons in vrede van u vcrtrekken! Wij ziju 
van plan ecn scheepskapitein aan de riviennonding op tc 
zoeken en met liem mee te varen, ten einde te leeren in ons 
eigen onderhoud te voorzien. Geef ons nu wat rijst tot voor- 
raad en ook wat geld en kle(jderen inede ! '/ 

Ilierop antwoordden zijn vader en moeder: 'i'(Al8 men dc 
pelapah van den hanau afhakt, zai men misschien toch 
geen soeri krijgen en men zal dan toch padi willen heb- 
ben;) als wij u tegenhouden, zult ge toch gaan, ge moot dns 
maar uw eigen zin docn. (De golven op de rotsen zijn groot, 
de timang en koerito lev en er onder elkander;) wat gij 
verlangt , zullen wij niet tcgengaan , maar ge zult er zelf het 
meest onder lijden.// 

Vervolgens zeide de moeder tot K am bang: I'Kom, Kam- 
bang! sta daar niet zoo verbaasd te kijken en peins toch mo 
niet! Wat uwen meester betreft, wij zullen hem van ons 
laten gaiin en daar de gewoonte medebrengt, dat men op vriend- 
schappelijke wijze iemand van ons laat vcrtrekken en hem als 
de reis ver is, van het noodige voorziet, zoo moet ge eenige 
soekafs rijst klaar zetten en zijn klcercn gerced leggen !^ 

Kambang, die zoo beheudig was, dat zij twee dingeu tegclijk 
kon doen, had spoedig alles in gereedheid gebracht; het good 
en zilver was al afgeteld en de slaven zaten al te wachten. 

Wat Soetan Manangkerang betreft , deze zat nog altijd te 
peinzen wat liij doen zou, totdat hem de gedachte aan zijn 
zuster te binncn kwam. Hij riep prinses Andam D^wi nn bij 
zich en zeide : '/Andam IJewi ! kom eens in de galerij , ik heb 
u iets te zeggen.'/ 

Andam Dewi , de woorden van liaar broeder hoorendc, daalde 
af naar de galerij en ging in het binnenvertrek zitten. 

'/Zeg, Andam D^wi^' (zeide Manangkerang) ffik heb een 
woordje met u te spreken; (de oelar gdrang is door iemand 
van K o e r i n t j i doodgcslagen) ; vader en moeder zijn boos dp 
mij en si Kambang haat mij. Daarom vraag ik slechts aan a, 
laten wij als goe^e vrienden en met een tevrcdcu gemoed van 
elkander seheiden , want ik wil ver van hier gaan , opdat gij 
geen hvA zult ()nd(M'vind(^n en er niemand hier kome om lijn 
geld t(inig te (nsehcn." 



279 

▼erbood) zij was steeds gewoon de wenschen van iemand te 
voorkomen. 

Zij zeide: //Wei Soetaii Manangkerang ! Waarom roept gij 
raij nu weder?/' //flaal terstond mijn kleederen // antwoordde 
Manangk^rang; //want wij willen van daag nog uitgaan voor 
dat de gasten gekomen zijn en de drukte begint,// 

Kambang haalde nu spoedig de kleederen en legde ze voor 
hem neder. Zijn broek was van Atjehsche stof en had aan de 
zooinen schitterende versierselen , er waren driehoekige figuren 
op in teekeningen in den vorm van bladeren. Men had er 
GfTibeschrijfelijk fraaie figuren van gouddraad op uitgewerkt, 
die achter elkander loopende eenden voorstelden. Zij prijkte 
met honderden grootere en duizenden kleinere stukjes glas. 
De vele edelgest-eenten , die nu dof waren , glinsterden als zij 
hun glans terug kregen , als sterren aan den hemel. Hoe ouder 
die broek werd, hoe meer waarde zij kreeg; zij kostte even- 
veel als een heele stad waard was. (Een Klinganeesche kain 
had een rand van Klinganeesche stof, maar tegen den avond 
had die rand een grauwe kleur;) hoe meer men haar in het 
water dompelde, hoe droger zij werd en als men liaar dan 
weer in de zon legde, werd zij weer voclitig. De buikband 
was geheel van zijde en voorzien van zijden kwasten ; in het 
VTXUT kon hij niet verbranden en in het water werd hij niet 
nat. Zijn baadje was van fluweel met fraaien weerschijn, zoodat 
het 's morgens een kleur had als kroos, 's middags blauw en 
's avonds rood was. Zijn hoofddoek was van een smal gestreepte 
stof, zooals men die te Siloengkang maakt en waarvan de 
strepen driehoekige figuren vormden , zooals die te Koto Anau 
gemaakt worden en daartusschen waren kleine blokjes, zooals 
die waarvan de strandbewoners houden ; het stiksel er van was 
zooals dat gemaakt wordt in de Vijftig kota's, het was een 
maaksel van de 12 kota's en Tabe^ Sawah Tangah. Hij 
glinsterde evenals de vuurvliegjes in het wond; aan den rand 
zag men figuren in don vorm van wolken en in het midden 
was de maan voorgesteld; er waren p and an bloemcn opgetee- 
kend , zooals men dat te Tiaugiu doet en jonge uitspruitsels 
volgens de gewoonte van si A m b e ^, en daarenboven zag men 
er nog wortels van dc o e s aplant , die uitgetrokken worden , op. 
Toen hij deze kleederen aan had , deed hij zijn kain op Boe- 
gineesche wijze om en stak tusschen den gordel een korte 
Javaansche kris, die twee en een halve kroraming had en welker 



276 • 

do ktiit.eekeu(»Ji van rle onoverwinbaarlieifl onzer vechthanen. I 
(link u (laareiiboveii nog ceu zaak op het hart nl.datge(wai 
neer ge niet vindt wat ge zoekt en uiet naar huis knnt brengc 
wat g(j gaat halen), wanueer ge niet naar wensch slaagt, volstre) 
niet terugkeeren moogt en als ge dit tocli doet , dan zult j 
bij uw tehuiskomst eeu geslepen sabel en een gereed gemaal 
lijkkleed vinden, benevens een grafkuil tot aan de lendene 
uitgegraven. '/ 

Wat Salamat betreft, die den galar van Sidaug Ilaloei 
droeg en gewoon was reeds te gehoorzamen , voor datmeuhe 
iets gelastte, hij trok een broek aan van fijne stof, deed ai 
saroeng aan met een punt naar beneden zooals de Doegineeze 
zette de beste destar op, die hij had en stak, een met di 
manten ingelegden rentjoug tusschen den buikband. Zoo^toi 
hij op het erf gereed om te vertrekken. Om niet te gaan, daa 
voor vreesde hij den vorst en als hij ging, dan zou hij ong 
lukkig worden. Wijfelend begaf hij zich op weg envolgdedi 
langen weg strooinafwaarts ; hij gemakte uitgeput van vermoeien 
en zijn voet(jn begonnen hem hevig te branden. Zoo trok I 
rille boehten voorbij , totdat hij in het dal van het Hi to 
gebergte kwam , van waar hij naar een vlakte doorliep, d 
men gebruikte (mi te drogen. Ilet was reeds namiddag gewordi 
toen hij bij een bladrijken boom kwam , in weiks schaduw I 
zieh nedervleide. Ken oog<uiblik , nadat hij daar aangekoim 
was , nam iemand de padi , die er te drogen lag , weg. B 
bleef zitten peinzen onder het nuttigen van t^jn betelpraim]^ 
en het rollen van een sigaartje. Toen liij ei*,n sigaartjc had o 
gerookt en een betel pruimpje gekauwd liad, zag hij van rech 
en links de hanen van het gelieele dorp aankomen en toen I 
ze bekeek , was hij zoo gelukkig ih drie lianen gewaar te worde 
die hij hebben moest. Kr was (^en b a n g k e h h a 1 a n g 1 aoei 
een djala*^ balah rotan en een koelaboe pipi^p 
nang bij. 

Sahimat iNHlieiuh' y.'wh nu van allt^rlei kunstgrepen om ( 
hanen met vvn strik t^' vangen en het geluk diende hem, wai 
d(K)r Allahs hulp kreeg hij ze aHe <h'ie in handen. Terwijl h 
b(r/ig was ze te bekijken beminkti? het (h* eigenaar, die nu SBeidi 
''ZOO lang ik hier W(M)n, is cr nog nitmiand vcKtrbij gi^gaan SEondi 
t(^ irnK't^'n (*n die. zoo oniremanicrd handehle. VVie is dc*xe im 
toch , di(> zirh Z(K) maar \an inijn lianen nuM'-sf^r nmaktl'' 

Wat Sahimat b(^tn^f't , laat stiian antwtNird te geveu^ h 



281 

gasteu van nabij eii van vcrre en eindelijk verscheen ook Radjo 
Bongsoe die , om zicli heen ziende , bemerkte dat men nog geen 
enkel maal aan de hanengevechten begonnen was en de menigte 
bij troepen bij elkander stond; en daarom vroeg, waaroin men 
zdfs nog niet begonnen was met de hanen partuur te makeii. 
Manteri Par^so, de ceremonicmeestcu' bij den galanggang ant- 
woordde daarop: //Soetan Radjo 13ongsoe! de reden daarvan is, 
omdat er een vorst aangekomen is, Soetan Manangkerang ge- 
heeten, die daar met Salamat op de balai zit.// 

Soetan Radjo Bongsoe zeide nu : '/wel meester Soetan Manang- 
kerang ! als gij uitgerust zijt en gij uw sirihpruimpje ge- 
bruikt en uw strootje gerookt hebt, laten wij dan naar den 
galanggang gaan om , terwijl het nog niet laat is , de lianen 
partuur te maken, wij hebben dan tijd om straks revanches t<^ 
nemen.// 

Nu stond Manangkerang op en nadat er bevonden was, dat 
hun beide hanen even groot waren , zeide Soetan Radjo Bongsoe : 
«^Zeg , meester Soetan Manangkerang ! de gewoonte bij het laten 
vechten van twee even groote hanen brengt mede, dat de par- 
tijen elkander niets geven of vragen, doch allcen de sporen 
aan de rechterpoot op dezelfde wijzc vastbindt.// 

Toen nu de beide hanen gewapend waren , en men hun eten 
en drinken gegeven had , begon men tegen elkander in te zetr- 
ten en dit geschiedde niet bij enkele realen maar bij tientallen. 
Toen de beide partijen evenveel ingezet hadden , werden de 
hanen losgelaten. Niet lang nadat zij gevochten hadden, ver- 
loor het de haan van Manangkerang, waarop het verlies be- 
taald werd om daarna twee andere hanen te laten vechten. 
Op nieuw moest de haan van Manangkerang het onderspit 
delven ; maar deze gaf den moed nog niet op en zeide lachende : 
'/Kom Salamat! ga nograaals een haan halen, wij willen er 
van hebbeu , zooveel wij kunnen, opdat ons droevig hart vol- 
daan kunne zijn. // (De si tap 6 boom wordt tot paloepoeah 
gemaakt , de jonge anggang drinkt zout water ;) ditmaal bchoeven 
wij niet bang te zijn al verliezen wij nog zooveel. // 

Hierop ging men weder tegen elkander inzetten en daarvoor 
telde men niet bij duizenden maar bij tienduizenden en toen 
dit moeielijk ging begon men de realen bij soekatste meten. 
Toen de sommen gelijk waren, werden de hanen nogmaals tegen 
elkander losgelaten. Nadat deze eenigen tijd gevochten hadden , 
wenl de haan van Manangkerang gedood, z(X)dat deze er nu 



\ 



282 

drie kwijt was; hij had daarbij iijn zwarte paard al verkocht 
en van zijn zeven volgelingen had hij alleen Salamat over- 
gehouden. Bedroefd verliet hij nu den galanggang en zette 
zich op een steen neder achter de verkoopere zeggende: '^(moi 
gaat naar Talang om kapas te zoeken, de maramboellng 
wil niet hoog worden) zij , die ons toestonden heen te gaan , 
zijn wel ongelukkig, want bij het hanenvechten hebben wij niet 
kunnen winnen. Ilet is wel waar wat de pantoen zegt, 
Salamat ! (T a n a m e h staat aaii den rand van den afgrond bij 
(le Tjamin-kust , de pan dan draagt geen bloemen meer); wan- 
neer wij geen geld meer liebben, dan is ons eigen broeder als 
(um vreemdeling voor ons, die ons niet eens aanziet. Ga daar^NH 
naar hais en vraag ann onze ouders om mijn gelen geldbuidel, 
waarin veel goud zit en als zij u iets vragen zeg dan, dat ik 
verloren heb.// 

De woorden lioorende ging Salamat op weg en aan de 
woning gekomen zijnde, vroeg hij om |den gelen geldzak, 
zeggende: '/mijn meester heeft bij de hanengevechten verlieB 
i^eled^n. '/ 

De ouders antwoonlden hicrop: "zeg Salamat, keer naar den 
gjilanggang temg, want gij krijgt niet wat gij vraagt, en zolt 
niet mecnenien , wat gij komt halen. // 

Dit vernemende, keerde Salamat naar den galanggang temg 
om zich bij Manangk^rang te vervocgen; en pas was hij aan- 
gekomen of Soetan Manangkerang vroeg hem : "hebt gij gekregeii 
wat gij vragen moest en brengt gij mede, wat gij zijt gaan halen ? * 

Jloor (Mills meester! antwoordde Salamat, ik breng u niets 
aiiders dan verwijtingen en scheldwoorden , want uw ouders zijn 
boos op u.'/ 

'/Ijaten wij dan inaar naar de monding van de rivier gaan 
v.n (leze stad verlaten ! // hernam Soetan Manangkerang. 

Na eenigen tijd waren zij aan den moud van de rivier ge* 
koriKUi, waar zij een geladen prauw vonden en Salamat vroeg 
nu: '/waar zijt gij stuurman?// llierop kwam de stuurman naar 
buiti^n en ging aan den in^ang der kajuit staan, terwijl hij 
t('>gen Salamat zeide: //Waarom hebt gij mij geroepen, hebtge 
niij wellicht iets te zeggen?// 

//Wel stuurman!// antwoordde liij , //wij zouden gaarne met 
uw Hcliuit meezeilen.// 

//Ms dat uw verlangen is//, heniam de stuurman, is het mij 
f.^()r(l.// IlitTop ging Manangkerang, gevolgd van Salamat aan 



283 

bcx)rd eii zette zicli tegcii de omwanding van den aclitersifceven 
om vervolgens onder het afdak te gaan zitten. 

Nu vroeg de stuurman: //Wei Salamat! de Maleische stel- 
regels i zeggen ons: (men eet in groote haast droog gebraden 
vleesch en schrapt, wat er op het blad van overblijft, zuinig 
bij elkander) met welk doel zijt gij toch hier gekomen?// 

Salamat antwoordde hierop: //wij zijn van plan met u mee 
te reizen ten einde de kunst van het zeilen te leeren. Indien 
er plaats is en gij ons tegen betaling wilt meenemen, dan willen 
wij huur geven.// 

//Volgens mijn gedachte zult gij wel aan niets gebrek hebben//, 
heniam de stuurman , //waarom wilt gij dus op reis gaan ? // 

//Als gij ons niet vertrouwt, dan kunt gij deze gouden tabaks- 
doos als huurprijs houden,// antwoordde Salamat. 

//Wel Salamat// heraam de stuurman, //'t is hier naarjonge 
nitspruitsels verlangen en eetbare bladeren krijgen (des te beter, 
dat is meer dan ik verlangde) ; (de siradjo bloem, die ontloken 
was, is weer dicht gegaan er zijn twee geheel en ^n bijna 
ontloken) ; ik stond al klaar om u te halen en nu zijt ge van 
zelf gekomen , ik ben dus wel in mijn schik ! // 

Vervolgens zeide Manangkerang : //zeg Salamat! wij hebben 
lets vergeten en daarom zult ge even naar huis terugkeeren 
moeten. Het zou kuunen gebeuren, dat wij twist kregen of dat 
iemand ons bedroog en het is ons verboden in dat geval de 
minsten te zijn; ga daarom mijn zwaard halen, n.l. mijn zwaard 
Djana^i , waarmode men ketenen stuk slaat bencvens mijn korte 
Javaansche kris. Als ge thuis komt en uw raoest(^.r(»i< iets vraagt, 
zeg dan niet zooals het is, doch vcrtel haar, dat men op den 
galanggang bezig is mot schermen op de sabt J (^n op den stok . » 

Dit gelioord hebbcndo ging Salamat op w(ig naar huis tcTug 
en toen hij daar aankwain on in het middenvertrek was, ri(»p 
hij tot priuscs Andam Dewi, //mijn gebiedster ! gelievo even naar 
baiten te komen, ik heb u iets te zeggen en ben gezonden 
door mijn meester.// 

Toen Andam Dewi Salamat hoorde roepen, verliet zij de 
andjoeng en vroeg: //wat hebt gij mij te zeggen?// 

«rKrijg het zwaard Djanawi en de korte Javaansche kris, 
want de toeankoe heeft mij daarom gezonden!// 



^ Hefc sou beter zijn ale de Maleisoho text ^ ba^ kato pan to on inu- 
la joe, <Uuu* men hier vnMrokt met ^een hadili ie docn hooft. 

4* Volgr. X. 19 



•284 

//Maar Salamat!// sprak Andain Dcwi, //met wien heeft iniju 
breeder dau twist gekregen of waar wil men elkander ora het 
leven brengen?// //Wei mijn gebiedster, wat dat betreft, men 
wil elkander niet dooden en mijn meester heeft geen twist 
gekregen , doch men houdt zich op den galanggang met schermen 
bezig!// Zoo sprak Salamat. 

//Ik vertrouw u niet Salamat, maar denk, dat mijn breeder 
op reis wil gaan en zich thans aan den riviermond bevindt. f 

Met een ongerust hart sprong Andam Dewi op, zij nam 
haar kain, ging naar beneden en haastte zich, gevolgd door 
Salamat, naar de monding van de rivier. Na eenigen tijd 
kwam zij daar aan en toen de lieden van de schnit haar be* 
speurden, vroegen zij aan elkander: //zeg, zou er een onder 
ons zijn, die stilletjes van huis is weggegaan, want daar is 
iemand , die hem schijnt te willen achterhalen. // 

De menigte antwoordde : // Wat dat betreft , wij zijn niet 
weggeloopen, doch hebben behoorlijk afscheid van de onzen 
genomen.// Onder die menigte echter was er een, die niet 
sprak en dat was Soetan Manangkerang. Deze bleef kalm 
zwijgen, wijl men aan hem niets vroeg. 

Eenige oogenblikken daama was Andam D^wi aangekooien 
en riep: //Zeg, eigenaar van dezeschuit! waar is de stuurman? 
Ik zou graag aan boord willen komen, want ik heb iets te 
vragen.// Hie ma ging Andam Dewi naar boven en aan den 
achtersteven stilstaande zeide zij : // Zeg , stuurman en andere 
schepelingen ! ik wilde u iet<? vragen; is mijn oudere broeder 
(lairoellah ook hier, want deze is stilletjes van huis weggegaan?/' 

l>it hoorende, begreep Manangkerang, wat zij kwam doen 
en sprak: //Wei Andam Dewi! waarom achtervolgt gij ons? 
Wij zijn immers ongelukkig geworden door hetgeen wij ge- 
hiden hebben ! // 

//Breeder!// hernam Andam ]Mwi, //als gij niet naar huis 
wilt terugkeeren , dan moeten wij maar saraen ongelukkig wor- 
den ; zooals de pan toen zegt : (als men de djageeng verdeelen 
wil, telt men de geledingen tot aan het einde); onze moeder 
kan blij zijn, dat wij beiden ons verwijderd hebben.// 

De stuurman zeide nu: //zeg prinses Andam Dewi en Soetan 
Manangkerang! ik zou daarover niet twisten: het is beter, dat 
ge eerst naar huis* teruggaat en dan als goede vrienden afscheid 
van de uwen neemt ! // 

ilierop antwoordde Manangkerang: //als dat uw gevoeleu is 



285 

stuarmati , dan zullen wij terugkeereii. » Yervolgens gingen 
Manangk^rang , Andam D^wi en Salamat van boord en sloegen 
den weg naar hun woning in. Na eenigen tijd kwamen zij 
te hui8, waar Manangk^rang ging zitten peinzen en geen woord 
sprak. — Nu zeiden zijn ouders: ^'Zeg Salamat! waarora zit 
uw meester zoo in gedachten? Is hij misschien niet wel bij 
het hoofd of ziek geworden, dat hij zoo doet? Weet ge wat 
ge doet Salamat, haal eenige vechthanen en laat die voor hem 
vechte:n! // — 

Salamat haalde nu eenige boschhanen en hitste die voor hem 
tegen elkander aan , doch hij keek er niet eens naar, laat staan 
dat hij een woord sprak , zoodat zijn ouders ten einde raad waren 
en zeiden: '/Zeg Salamat! gij moet nog eens iets anders pro- 
beeren , haal een paar poejoe^h bariang en laat die dan 
vechten.// 

Toen nu de poejoe^h elkander van het eene naar het andere 
einde van het huis plukhaarden , begou Manangkerang te glim- 
lachen, waarop zijn ouders gelegenheid liadden tot spreken en 
sseideti : //Och Manangkerang , waarom hebt gij toch naar anderen 
geluisterd. Men haat u immers en is boos op ons ! // Zoo spraken 
aijn ouders. f l^^ ons nu naar waarheid alles , opdat wij er dan 
over nadenken kunnen.^ 

Manangkerang antwoordde hie rop : /'wel mijn ouders! antwoordt 
mij nu eens zooals het is ; hoe zijn de gewoonten van de dorps- 
bewoners?// 

Als gij daarnaar vraagt (dan willen wij u dat uitleggen). 
De adat van de lieden in de kampoeng brengt niede, dat, 
als zij een zoon hebben , zij wacliten met hem te leeren tot hij 
^root gewonlen is ; hem , klein zijnde bij zijn naam te noemen 
en als hij wat grooter geworden is, een galar te geven. IJoeft 
men een dochter, dan wacht men ook met haar onderwijs te 
geven , totdat zij wat ouder geworden is ; en bezit zij genoog- 
zame kennis, dan zoekt men een echtgenoot voor haar.^/ Manang- 
kerang hervatte nu: //als het is zooals moeder zegt, dan rust 
er nog een verplichting op u tegenover mijn zuster prinses Andam 
D^wi, die al groot genoeg is om een man voor haar te zoeken./^ 

De Toeankoe Radjo Toeo en prinses LindoeSng Boelan her- 
nameQ hierop : //Zeg Salamat ! kom eens hier, dan ' zullen wij u 
iets zeggen. Haal den zilveren stok, beklim de goelang- 
goelang en sla dan op de taboeSh larangan./i' 

Salamat spoedde zich nu naar beiiedeii en sloeg op de taboeh 



^80 

vlammeii zoo schoon wareii, dat zij het hart deden popelen; 
het staal er van, waarop duivelsfcongeu zichtbaar waren, wai 
eeii stukje van liet i jzer dat bij hevigen bliksem naar de aarde 
wordt gesliiigerd; hot was gesmeed door Bataks, gehard le 
Maiitawai on gt^polijst te. Loebocjl^ Bandaharo; dc enedcervan 
was voorzioii van vorgif uit don heinol neergevalleii en aan hci 
oindo had zij kloine soheurtjes. Men kon er twee menschen 
t(»golijk inee dooden en als er twist outstond of als er vijanA* 
schap gepleegd werd, dan was een houw in het spoor vandal 
vijand genoeg oni hem te dooden. Met blocd werden er de rooBt- 
vl(^kken nitgemaakt en met vleesch werd zij opgewreven; q 
ging gemakkelijk door de beenderen been en als zij werd nil- 
getrokken om haar in te wrijven , kwamen zelfs zij , die ver 
af waren, onder den invlocd van liaar heiligheid. Zoodra nj 
uit de schede gehaald werd, btigon zij te neurien en werd nj 
er weer ing(«token dan bromde zij. Dat was de heiligheid van 
de kris. 

Manangk^rang stond nu op en ging voor de deur staan oi 
aan de derde treble gekomeu zijnde, sprong hij op het paaid 
Op liet erf stonden er drie p(»,rsonen , die zijn vechthanen droegea 
en zeven die den inzet moesten meeuemen , terwijl Salamat zgB 
schenn vasthield. Toen hij op weg ging , liep zijn paard in schcune 
richting voorwaarts en deed zicli daarbij voor evenals vleermuizen* 
die zich in haar slaap omkeeren , waarbij het steeds halve wcn- 
dingen maakte; al trapte het bij ongeluk op een mier, zoovai 
deze toch niet dood ; het gras waa rover het liep verwelkte niet; 
al had het over eieren gestruikeld, zoo zouden deze niet ge- 
broken zijn. De wijze van zitten van Manangk^rang was evenab 
die der kustbewoners en zijn paard galoppeerde zooals de liedei 
van Priaman gaanie hebben. 

Hij reed den langen weg af en keek intusschen rechts en linb 
van zich, waar de poegaran Tjino, de soedoe-soedoe 
Atjeh, de poeding amas en poeding radjodoord- 
kander groeiden; en toen hij dien langen weg eenigcn tijdgo* 
volgd had, kwam hij al nader en nader en l)ercikte eindelijk 
den galanggang,* die op de niarkt van PintcK', rajo was opgericW 
d(K)r prinso«*i Boengo Kapeh , dv verlcK)f(le van Soetan Railj* 
Bongso(\ 

Daar gekomen , zett<* hij zich met Salamat ncder, hij maaktB 
zijn gouden tal)aksdoos open , nam een sirihpruiuipje en stak f0 
strootje op. Toen het wat later op den dag werd, kwamen A 



287 

Hier gaat het verhaal over iemand aiiders spreken en wel 
over Radj5 Bongsoe. 

Deze had tegen zijn moeder gezegd : ^Wel moeder kom eeus 
hier bij mij en luister eens naar mij ! Soetan Manangk^rang 
en ik zijn vrienden eil nu heb ik hooren vertellen, dat er op 
Bijn galanggang een groote drukte heerscht. lederecn is er been 
gegaan, alleen ik niet, en daarom beb ik op bet oogenblik 
het pkn opgevat, om mij ook naar de balai te begeven. Laat 
mij dug met uwe toestemming vertrekken.'/ 

Zijn moeder antwoordde bierop : //als gij dit wildet zeggen , 
waarom zou ik bet dan niet goedvinden ! Kom Kambang Manib ! 
haal spoedig de kleederen van uwen meester ! f 

Hierop ging Kambang Manib de kleederen balen en Soetan 
Sadjo Bongsoe kleedde zicb. Hij deed zijn kain zoodanig aan, 
dat er een lange punt naar beneden bing en zijn ikat stond 
scbuin op zijn boofd. 

Nu zeide zijn moeder zinspelende: "Zeg, mijn zoon Badjo 
Bongsoe (zoodra men nauwkeurig past, staat de destar goed 
op bet boofd) ; als ik u goed bescbouw , dan zijt gij wel gescbikt 
om vorst te worden. Het zou goed zijn indien ge nu maar ter- 
stond vertrokt , terwijl bet nog niet laat is '/ 

Badjo Bongsoe ging nu naar bet erf , besteeg een zwart paard 
en begaf zicb op weg. De gang van bet paard was zooals de 
bew^ng van de vleermuis, die zicb omkeert in baar slaap, 
het maakte halve wendingen even alsof bet wijfelde waarbeen 
het gaan zou; als bet naar de eene zijde zijn schreden scheen 
te ricbten, draaide bet zicb naar den anderen kant, desteenen 
op bet erf begonnen te rollen, voordat bet paard er optrapte. 

Badjd Bongsoe nam een flinke bonding aan en sloeg den langen 
weg in. Nadat liij geruimen tijd op weg geweest was , kwam bij 
al dicbter en dicbter en bereikte eindelijk den boofdingang van 
de kampoeng. De scbellen maakte verscbillende geluiden en 
daaronder was ook dat van de siranga* ringau kampoeSng. 

Wat Andam Dewi betreffc , deze riep aan Kambang : // Zeg 
Kambang Manib , kom eens bier , ik beb u iets te zeggen ! // 
Kambang, die zeer verstandig was, kwam onmiddelijk bij baar, 
waarna Andam Dewi hernaui: "Snijd wat half rijpe pinang, 
sobeuf wat s i r i b bladeren met gele nerven in stukken en vul 
de bekers van de Chineescbe langgoeai voor de gasten,die 
komen zullen ; want uw meester is op weg naar bier. » Zoo 
sprak Andam Dewi tot baar en daarna vervolgde zij: ^en gij 



282 

drie kwijt was; hij had daarbij iijn zwarte paard al verl 
en van zijn zeven volgelingen had hij alleen Salftmat < 
gehouden. Bedroefd verliet hij nu den galanggang en 
zich op een steen neder achter de verkoopere z^gende: " 
gaat naar Talang oni kapas te zoeken, de raaramboe 
wil niet hoog worden) zij , die ons toestonden heen te % 
zijn wel ongelukkig, want bij het hanenvechten hebben wij 
kunnen winnen. J let is wel waar wat de pantoen j 
Salainat! (Tan a me h staat aan den rand van den afgrcm 
de Tjamin-kust, de pan dan draagt geen bloemen meer); 
neer wij geen geld meer hebben, dan is ons eigen broede 
een vreemdeling voor ons, die ons niet eens aanziet. Ga da 
naar hais en vraag aan onze ouders om mijn gelen geldbu 
waarin veel goud zit en als zij u iets vragen zeg dan, A\ 
verloren heb.// 

De woordeii hoorende ging Salamat op weg en aai 
woning gekomen zijnde, vroeg hij om |den gelen geld 
zeggende: "mijn ineester heeft bij de hanengevechten vc 
geled^n. '/ 

De ouders aiitwoordden hierop : "zeg Salamat , keer naar 
galanggang terug, want gij krijgt niet wat gij vraagt^en 
niet meenemen , wat gij komt lialen. '/ 

Dit vernemende, keenle Salamat naar den galanggang t 
om zich bij Mauangk^rang te vervoegen; en pas was hij 
gekomen of Soetan Manangkerang vroeg hem : "hebt gij gekr 
wat gij vragen moest en brengt gij mede, wat gij zijt gaan hale 

Hoor eens meester! antwoordde Salamat, ik breng u i 
anders dan verwijtingen en scheldwoorden , want uw ouden 
boos op u.'/ 

"Laten wij dan nmar naar de monding van de rivier j 
en deze stad verlaten ! // hemam Soetan Manangkerang. 

Na eenigcn tijd waren zij aan den mond van de rivier 
komen, waar zij een geladen prauw vonden en Salamat \ 
nu: /i^waar zijt gij stuurman?// Jlierop kwam destaurnian 
buiten en ging aan den in^ng der kajuit staan, terwijl 
tegen Salamat zeide: ^/Waarom hebt gij mij geroepen, hel 
mij wellicht iets te zeggen?'' 

"Wel stuurman ! » antwoordde hij , r/wij zouden gaarne 
uw schuit meezeilen./' 

"Als (lat uw verlangen is" , hemam de stuunnan , is hel 
gcM'd." llierop ging Manangkerang, gevolgd van Salainat 



/ 



289 

goed ! Menschen, die Silangkisah heeteii, geven 
eikanderbevel om naar Ualalang te gaan! — Hoor 
nu ook de tweede: Een Engelschman staat op het 
schip, n. I. op het voorste gedeelte. — Dit zijn de 
eerste regels van die pantoen, waarvan uw meeesteres de laatste 
kan zoeken. Hoor nu ook nog de derde: men beklimt den 
berg Kapeh en daalt af naar het voetspoor van 
den propheet. Ik heb n ook van deze slechts de eerste 
regels gezegd , de andere moet uw meesteres raden. Qa dus 
daarom nu gauw naar huis.// 

Kambang Manih keerde nu terug; voorbij Taudjoeng Medan 
gaande en op den bepaalden tijd thuis gekomen zijnde, zeide 
prinses Andam D(^wi : // Wei Kambang ! mijn verzorgster (de 
p a n d a n bloem is ontloken , toen men de rijst van haar stengels 
deed); zijt gij daar eiudeliik mijn lieveling! ik had u juist te 
gemoet willen gaan.'/ 

// Meesteres ! // antwoordde Kambang Manih , '/ gelieve naar mij 
te luisteren.// En hierop haalde zij een pantoen aan (de 
eekhoom springt op den raalapariboom en klimt tot aan 
zijn kruin;) in de woning van een verstandige vrouw terecht 
gekomen zijnde, ben ik daar door haar eenigen tijd opgehou- 
den. Toen ik bij Boengo Kapeh was gekomen, heeft zij mij 
drie pinangnoten meegegeven met drie pantoen s erin,die 
echter slechts de beginregels bevatten en waarbij u de overige 
moet zoeken. Hoor nu gebiedster: Lieden Silangkisah ge- 
naamd, gelasten elkander om naar Halalang te gaan. 

/j'Als dat de eerste regels van die pantoen zijn// antwoordde 
Andam Dewi, //luister dan, dan zijn dit de laatste: ''laat 
haar eventjes hier komeii, want ik kan moeielijk 
naar haar heengaan. Dat is het einde van die pantoen. '/ 

Vervolgens zeide Kambang Manih: '/hoor nu mijn meesteres, 
hoe het begin der tweede pantoen luidt! Ken Engelschman 
staat op het schip en wel op het voorste gedeelte 
er van.// En Andam Dewi voegde er bij: //A I mocht het 
haar gelukken (hem tot man te krijgen), zij zouden toch 
niet voor immer bij elkaar blijveu en haar schande 
daardoor dus nog niet uitgewischt worden. Haar 
pantoen bevat de zuivere waarheid.// 

Nu hemam Kambang Manih weer: //men beklimt den 
berg Kapeh en daalt af naar het spoor van den 
propheet.// //Als zij begrijpt, waarop ik zinspeel, 



iS4 

//Maar Salamut!'/ sprak Andaia l)<!wi, '^met wien heeft uiijii 
brcHider dan twist gekregen of waar wil men elkander om hct 
Icven breiigc.n ? '' ''Wei mijii gebiedster, wat dat betreft, men 
wil elkander niet dooden en mijn meester heeft geen twist 
i^kre^e^n , doch men houdt zich op den galanggang met schermen 
bezig!" Zoo sprak Salamat. 

/'Ik vei*trouw u niet Salamat, maar denk, dat mijn broeder 
op reis wil gaan en zich thans aan den riviermond bevindt.* 

Met een ongerust hart sprong Andam Wwi op, zij nam 
haar kain, ging naar beneden en haastte zicli, gevolgd door 
Salamat, naar de monding van de rivier. Na eenigen tijd 
kwam zij daar aan en toen de liedeu van de schuit haar be- 
speurden, vroegen zij aan elkander: /'zeg, zou er een onder 
ons zijn, die stilletjes van huis is weggegaau^ want daar it 
iemand , die hern schijnt te willen achterhalen. ^^ 

De menigte antwoordde : " Wat dat betreft , wij zijn niet 
weggeloopen, doch hebben behoorlijk afscheid van de onasen 
genomen." Onder die menigte echter was er ecu, die niet 
sprak en dat was Soetan Manangkerang. Deze bleef kalm 
zwijgen, wijl men aan hem niets vroeg. 

Eenige oogenblikken daarna was Andam ]3^wi aangekomen 
en riep: "Zcg, eigenaar van deze schuit! waar is de stuunnan? 
Ik zou graag aan b(K)rd willen komen, want ik heb iet8.te 
vragen.'' JliiU'ua ging Andam Dewi naar boven en aan den 
achtersteven stilstaande^ zeide zij: ^'Ze^, stuurman en andere 
sehepelingen ! ik wilde u iet« vragen; is mijn oudere broeder 
(iairo(Jlah ook liier, want dcjse is stilletjes van huis weggegaan?' 

IHt hoorende, begreep Manangkening , wat zij kwam doei 
en sprak: "Wei Andam IMwi! waarom ac*.htervolgt gij ous? 
Wij zijn immei-s ongelukkig g(»wordeu door hctgeen wij ge- 
l(ulen hebben ! » 

/'Hroedcr!" hernam Andam Dewi , ^als gij niet naar hull 
wilt terugkeeren , dan Tnot^t^ai wij Tnaar samen ongelukkig wo^ 
den; zooals de pantoen zegt: (als men de djagoeng verdeelfli 
wil, telt men de gehulingen tot aan het eindc); onsse moeder 
kan biij zijn, dat wij beiden ons verwijderd hebben./' 

De stum'man zeide nu: "zeg prinse^ Andam Dewi en Soetao 
Manangkerang ! ik zou daarover niet twisten: het is beter, dat 
g(^ eerr>t naar huis' t'i^ruggajtt en dan als goede viienden afischeii 
van de uwen neemt! " 

llirrop :intw(M)rd(h' Manangkerang: '^als dat uw gi*vocleii il 



291 

en thuis gekomeu , zeide Andam Dewi tot haar : //zeg Kara 
bang! begin nu terstond ouze woning te versiei'en, spreid dc 
fijue matten uit en leg de vloerkleeden." Kambang legde dc 
matten ueder, hing de fraaie gordijnen op en zette in elke 
roeang een betelsehaal en in iederen hoek een langgoeai 
klaar; en toen nu de woning versicrd was zeide Andam Dewi 
tot haar : //luister nu Kambang ! Ge moet uaar de hoofdkampoeng 
gaan en alle hofjufiers zeggen, dat zij hier komen. Er zijn er 
vier en veertig. Breng haar mijn boodschap over, want het is 
reeds een oude gewoonte om, als er een feest gegeven wordt, 
anderen uit te noodigen. 

Toen zij deze woorden gehoord had , begaf Kambang zich op 
weg naar de hoofdkampoeng en, na daar aangekoinen te zijn 
en alle hofjufiers aangetroffen te hebben , keerde zij naar Tau- 
djoeng M^dan terug , waar zij eindelijk met de vier en veertig 
hofjufiers in de woning van haar meesteres aankwam. Dien 
avond zeide Andam D^wi, dat alle hofjufiers aan het werk 
zouden gaan en daarom deed men geen oog dicht. Sommigen 
hielden zich dien avond bezigom limau's tesnijden en anderen 
om rijstpoeder te maken. Men maakte dan ook dien ganschen 
avond pret en lachte en zeide pantoens op, terwijl de Javaansche 
talSmpongs en de gong zich lieten hooren. Toen het nu 
middemacht geworden was , zeide Andam Dewi : //Kambang 
onthoud nu goed, wat ik u be v eel nl. dat ge goed oplet, of de 
dag gaat aanbreken. De kenteekenen daarvoor zijn het kraaien 
van den haan en het fluiten van den moerai. Als dat plaats 
heeft en ik mocht welliclit nog slapen , maak mij dan spoedig 
wakker.// Dit was hetgeen Andam D^wi zeide. //Yerder Kam- 
bang ! moet dit zoo geschieden, omdat ik mijn belofte aan Boengo 
Kapdh niet wil breken , dat wij ons ^amen zouden gaan badeu 
en reinigen aan de put Antaro Dama in Oela^ Tandjoeang 
M^n. 

Eenigen tijd nadat zij deze woorden vernomen had , begou 
de haan te kraaien en liet de moerai zich hooren, ten teeken 
dat de dag aanbrak en nu riep Kambang : "ontwaak meesteres ! 
want de haan heeft reeds gekraaid en de moerai reeds gefloten 
en het schijnt dus dag te zullen worden.>/ Zoo sprak Kambang. 

Toen nu Andam D^wi Kambang had hooren roepen, stond 
zij terstond op ; zij maakte de vensters van de a ii d j o e n g 
open, zoodatde pintoe l^wang angiu dreunde en keek naar 
buiten; en daar zij het dak van de loemboeng katjo en 



202 

liet gebladerde van de talang daiit6 konzien, moest de di^ 
reeds aan het aaiibreken zijn. Nu sprak Andam D^i : ^^Kom 
Kambang ! haal nu spoedig mijn kleederen benevens mijn arm- 
banden en ringen, want wij gaan uit.^/ Kambang legde daarop 
de koralen armbanden, de ringen, de oorbellen en de goaden 
armbanden klaar en toeu Andam D^wi zich gekleed had, zeide 
zij : '/Wei aan hof jufters ! wij zullen nu maar gaan , voordat 
er veel menschen op de been zijn, want wij moeten den g»- 
langgang en de balai voorbij . '/ Hierop antwoordden de 
hof jnfFers : //(als men op reis gaat is er een aanvoerder noodig 
en wil men gaan varen dan moet men een kapitein hebben) ; 
als u gel left voor te gaan zullen wij u volgen.// 

Andam D^wi stond op en begaf zich naar het woonvertrek 
en van daar naar het benedeneinde en zoodra zij op weg was, 
begon zij met de armen te slingeren ; de ringen aan haar vingers 
en haar armbanden rammelden daarbij zoo, dat de kiekendief 
op het geluid afkwam en op den dak rand neerschoot. Het was 
al eenigszins warm geworden. Wat Andam D^wi aangaat, zij 
was omgeven door een stoet van menschen , zoodat men haar 
alleen hooren kon , en terwijl men nu den weg naar Kdt5 Toe6 
volgde, deed men niets dan juichen en pret maken. 

Nadat men eenigeu tijd op weg was , naderde men steeds 
meer en meer en bereikte men eiudelijk den Haro Katoeng- 
galau, waar de hofjuffers aan elkander vroegen: '^wie kan 
het zijn, die daar zit? Hier alleen te zitten is niet behoorlijk, 
ook niet als liet in gezelschap van een ander is, want als 
anderen het zien , zouden zij het niet welvoegelijk vinden./' Terwijl 
zij zoo met elkander praatten zeide Andam ])^wi: //komt aan 
hofjuffers , gij moogt niet zooveel spreken , want die persoon 
is immers prinses Boengo Kapeh, mot wie wij uit zouden gaan.*' 

Ken oogenblik later ontmoette zij prinses Boengo Kapeh en 
na nu icder een botelpruimpje ter stilling van honger en dorst 
genuttigd te hebben , zeide Boeng5 Kapeh : // Wei aan mevrouw 
Andam D^wi ! hoor eens naar hetgeen deze pantoen wil zeggen 
(hoe is het toch met de zon , dat het niet spoedig namiddag 
wil worden) ; hoe was het toch met onze afspraak , dat ge zoo 
laat aankorati // 

Andam Dewi juitvvoordde hierop: "luister nu ook cens naar 
mij Mevrouw! (het is niet omdat het niet spoedig namiddag 
wil worden, maar 't is omdat de lange stok niet gauw sohuin 
wil staan) ; het is niet , omdat ik mij voorgenomen had niet te 



298 

komen, doch omclat ik niet spoediger hier kon zijn." '/Boengo 
KsLfehv (vervolgde Andam D^wi) /rlaat mij u nog een tweede 
pantoen zeggen : (Er zijn veertig h a r fiboomen en de duif zit op de 
t a 1 an g d a n 1 6) ; ik , op wie gij zat te wachten, ben nu gekoinen, 
het zou goed zijn ais wij nu ook maar teretond gingen.^/ 

Boengo Kapeh antwoordde hierop : //als ge zoo spreekt, hoor 
dan eens, wat ik u te zeggen heb: mij dunkt, dat het onbe- 
hoorlijk zou toeschijnen aan hen, die ons mochten zien, dat 
gij zooveel hofjufters tot uw gevolg hebt, terwijl ik geheel 
alleen ben. Wacht mij daarom een oogenblik hier, dan zal ik 
naar huis gaan om mijn slavinnen te halen.// 

''Als gij er zoo overdenkt^ hernam Andam D^wi //hoor dan 
eens wat de zinspeling van deze pantoen is (men gaat twee aan 
twee stroomopwaarts naar de markt om pinang te koopen en 
deze wordt in de mand gelegd); gij behoeft niet naar huis te 
gaan, daar gij van mijn hofjufters de helft kuntkrijgen.// Zoo 
sprak Andam D^wi. Boeng6 Kapeh antwoordde hierop om een 
uitvlucht jte zoeken : »De gewoonte der zeelieden brengt mede, 
dat zij alles samen deelen , doch wij , die op het land zijn , 
volgen dat gebruik niet.// 

Andam Ddwi zeide nu : vhof juft'ers ! gij kunt alien terugkeeren, 
want ik wilde slechts tot hier door u gevolgd zijn.// 

Toen zij deze woorden gehoord hadden , keerden de hofdames 
terug en Andam Ik^wi en Boengo Kapeh bleven alleen met si 
Kambang achter. 

Vervolgens zeide Andam Dewi : //Boengo Kapeh ! het begint 
laat te worden, laten wij dus gaan.// 

'/Het komt mij voor, Andam D^wi//! hernam Boengo Kapeh 
^dat Kambang niet behoeft mede te gaan en het beter zou zijn 
indien zij naar huis keerde om de gasten af te wachten: want 
als zij ons volgt en er komen gasten , wie zal dan de pinang 
snijden en de sirih gereed * zetten ? // 

Dit hoorende , zeide Andam Dew\ : //zeg Kambang ! ga maar 
naar huis , 't is niet noodig , dat ge met ons meegaat ! // Hierop 
antwoordde Kambang : //och mijn meesteres ! ik keer niet graag 
terug, ik wil liever met u meegaan!// Op het hooren dezer 
woorden werd prinses Andam Dewi boos en zeide: //als ik u 
eenmaal iets zeg dan moet gij dit ook doen ; maak dus geen 
praatjes meer, want ge houdt ons daarmedemaar op.// //Welaan 
meesteres I luister eens naar mij ! Ik heb gisteren nacht een 
«ecr leelijke droom gehad, het was alsof mijn tikoeloei^ 



288 

Salainai, breug liet paarri Halaiig Kandai hier en ga uwen 
meestcr te gcmoet. >' Salainat haalde nu het paard en bracht 
hct op het voorplein. Wat Soetaii Radjo Bongsoe betreft, dcse 
was iiitusschen bij den galanggang van Andani Dc^wi gekomeii. 
Daar was men op dien dag niet beztg met do hanen tqien 
elkander partuur te maken; doch men liep bij troepen been 
en weer tot aan de woning van Andam Uewi onder vreugde- 
kreten en veel drukte, terwijl men tegen elkander zeide: ''^dc 
doom groeit tusscheu de padi en in Siroekam wordt door 
iemand van Bangkahoeloe een talang omgehakt); door den 
toeleg van Andam Dewi is het zwarte paard met Soetan Badjd 
Bongsoe er op, naar huis teruggekeerd. " 

Het verhaal ncemt hier weer een andere richting en gut 
spreken over Andam Drwi. 

Andam IMwi sprak : //zeg Kambang Manih! kom eens hier, 
ik heb u iets Ui z(;ggen. (Ja eons wat wortel van de bajan 
b a d j o zoeken , om er het zwai-te paard mee in te wrij vcn , 
dat nu ecnigen tijd van huis geweest is. » Kambang greep, 
terwijl zij heenging haar saicndang, draaide heur haar in 
een wrong terwijl zij opstond en , na haar k a i n stevig om de 
lendenen vastgemaakt te hebben, ging zij naar beneden ei 
volgde den grooten weg tot* aan Kdto Toed, waar eij aan de 
woning van Boengo Kai^eh kwam. Toon zLj de trap bestegcn 
had , en zich in de galerij had neergezet , zeide prinaes Boengfi 
Kapeh tot haar: ^/Wel Kambang Manih I hoor eens goed, wat 
ik u zal zeggen. (Men eet de randan g met haast en lait 
geen korreltje op het blad over); wat zoekt gij, dat gij hie^ 
been gekomen zijt?// Kambang antwoordde hierop: (^rak gq 
mij lief hebt, help mij dan niet met kapas, doch wees mg 
behulpzaam in het m a 1 o e 1 i) ; gij behoeft mij geen geld Ib 
geven doch ik vraag u slechts om raad; want ik ben, in 
vooraf in eenige kampoengs gen^eest te zijn, hierheen ge- 
komen om wortiils van de bajam badjo te zoeken. 4r 

'/Als gij. die slechts zoekt// hernam Boengo Kapdh, «^dtt 
kunt gij di(; wel in mijn tuin vinden!// 

Kambang haakle nu de bajamwortc^ls en toen zij ze gekregfB 
had , zeide lk)engo Ka])eh tot haar : /^neem dit voor mij mode 
en geef dit aan uw meesteros. Hct zijn drie klaargemaaklB 
pinangnot(m, die ieder een pan toen bevatten, waarvaa ik 
n allecn (h*. eerstt^ regt'ls zal zeggen , de laatste aan uw gebiedetor 
overlatende. " — Zoo sprak prinses I^)eng6 Kapdh. ^rLuiater n 



2^9 

C»»^l! M r II *r li «• II , ilii' S i I rt II j;k i -^H h lirrtrn. irf\iMi 
r I k ji iitir r l>r \ el oiii II a a r II a I a I a ii ^ t c ^aa n ! — ii(M>r 
nu fMik (Ir tH4»(ilr: Km K i)|;('l »r h man staat op lict 
• rhi|i. n I tip lict \oorstf ff rilcol tt*. — Dit zijn dv 
••rr»tf rt'p'lf* >an dir |)aiit4N'ii, waar\aii uw iiHt?e!*t4?rw« (U* liiati«tp 
kail xiifkfn llcMir nu tNtk notr dv dvrdv: tn<*n bcklimt dm 
b r r ir K a p I* h t* ii d a a 1 1 a f n a a r \\v\ \ cm* t h p o o r van 
'ic-n propliiM't Ik \\vh u (Mtk >an dinst* sl«!htii Av wnste 
fnn*l!» LtToinl , df aiKJcn* nn>«*t nw nnf!*U*na» nulrn. (ia dun 
daamni nu piuw iiaar lnii>.'' 

kaniban^ Manili k«*<*nlf* nu tcriifr; \(Mirhij Taiidjot^n^ Mi^lan 
;*aantit' fii f»p dvn lN*|maidi'ii tijd thuis ^'koinrn zijndc*, Kf*id(* 
pnn*«*'» Andain l)i»wi : « Wei Kainlmntr! inijn i iTZ«rjf*t«rr (dr 
pa (I d .1 II blfM'in i*« oiitlokrii « t<N'n mm dv riJ!*t van haar Ktcngi'U 
dn^l : /i)t lmJ ilaar ciiidrlijk inijii hf\('linfr! ik had u juist te 
ffniHW't willcii trHaii." 

* )|r(-*>t4'n'^! " antwiNinldc KaiiilNin^' Manih, ''p*lir\e naar inij 
Ir Iui!^t4-n'ii " Kn liirntp liaaldr 7.ij vvu pan torn aan (dr 
rrLh<«iirii >prinLrt op dt^ii in a la )>a ri iMMim t'U klimt t4it aan 
njn kruiii:> in dv wonint; van <*t*n >fr<t«n<lip* \n»uir U*n*rli( 
srk<«tnf'ii /i)ndf , ben ik daar diMtr liaar i*<'ni^«*n tijd op^ehou- 
irn TiM'ti ik bij li«N'iii^i Ka|Mdi was ^i'koiiif*n . lui'A xij mij 
inr p I n A II L' noti'u nuTiri*irt*\<'n nn*t «lrir pantornn rrin,dif> 
crhirr -^b-t'lits dv lHirinn*iri'l> lM'\att4*ii rii waarbij u dr ovrrip* 
mtm-x nuckm. lltNir nu irfbicfUtiT - Lirdni Silantrkiwah p*- 
■manid. Lrfl!i>trn rlkaiidtM tnii naar llalalani; Xv ffaan. 

-A)'* ilat dv i-vrMv rrifi'U van die pan torn /iju" antwiMinldr 
An«Uni iK'wi. " lui<*t4T ilaii . dan xijn ilit di* laat^^U* : «laat 
^aar cvnitji-H In it knnini. want ik kan nii»riclijk 
fiaar 'i.iai hcfiitfaaii Mat i«« lift fiiidf van «lir pantocn. • 

\ • r\iili.i-ii-* /.v\dv Kaiiibaiiir Maiiili •'Iumh nu iiiijn im*«i>t4*n'». 
'i*ir- hf-t ln'irin iji-i i\«i^*<lr paiitfMii luidt ! Km Kiiifrliirhnian 

"ti^t M|i hi't <«rlllp I'll Wri dp lift Vfiiir^ti* tfi'drf*!!!' 
r-r % tu ' \.\\ Ainlaiii iK-ui viN-L^lt- t-i bij » A I inorlit hrt 

^1 a • r J* I Ilk kf II 'III III tot III. Ill t4' kii)tri'iii, /I) /«»udm toch 

Bit'f \ iiiir iiiiiiici bi| 1-lka.ir blipfii fii liaar nrhandr 
i|.tjrd**<*r d II « no:/ nirl ii 1 1 l'«' vi i •«( It t vi ordm Ilaar 
plinth M II U \ ,ii ill* /ui\«'ii' M.tarlirid - 

\ii lirrii.iiii K.iiiib.iiiir M.tiiih Mti'i "iiim brkiinit dvn 
tirrtf Knpi fi (11 d.i:ill .1 I liaar lirl Hpnor van ilcn 
pft»pb«-«'t ' '- A U /i| Ix'LTitpt. VI a a nip ik siniip«*el. 



290 

laat zij (Ian zcggcn, waar zij clkander beloften ge- 
(laaii liebbeu. '/ Ook dczc pantoen is op mij van toepassing , i' 
autwoorddc Aiulam Dt^wi. "Kom iiu eens hier Kambaiig! dan 
zal ik u wat zeggcu. (re gaat nog eens iiaar Boengd Kapeh 
terug eu brcng liaar ook voor mij deze pinangnoten, die 
iiisgelijks drie pantoen s bevatten. Luister nu, dan zal ik a 
daarvan de b(5ginregels nocmen en Boengo Kapeh kan dan self 
de overige bedenken. Een Kugelschman staat op het 
schip en houdt een moentiko gomat in de hand. 
Iloor nu de tweede: Tan Pera*^ heet de zoon van een 
hadji, de kapitein van een schip wil op reis gaan. 
Luister nu ook naar de derde: de pari an is gemaakt doch 
nog niet glad gesneden. Alleen het begin heb ik a ge- 
zegd, het einde aan Boengd Kapeh overlatende. Maak daarom 
wat voort en kom dan gauw terug.'/ 

Kambang begaf zich nu op weg en ven<cheen, na eeuigeD 
tijd geloopeu te Iiebben , aan de woniug van Boengd Kapeh, 
die haar toen vroeg: //waaroin zijt gij weer teruggekomea, 
hcbt gij wellicht iets vergettm ? '/ 

Kambang antwoordde liierop: //ik kom terug omdat mijn 
mcesteres mij drie pinangnoten aan u laat breugen, waarii 
drie pantoens zijn. Van die pantoens zijn alleen de eerste regdf 
gegeven, want de laatste moeten door u zelve gezocht worden. 
Hoor nu wat zij mij daar straks gezegd heeft. Tan P^ra* 
heet de zoon van een hadji, een scheepskapitein 
wilde op reis gaan.// Het is waar wat de pantoen van uw 
raeesteres bedoelt" hemam Ikxiugo Kapeh n.l. /^vroeger was 
zij een goed vriend van mij, doch tegenwoordig is 
zij mijn grootste vijandin.// //lloor ook de tweede* her- 
nam Kambang: //Een Kngelschman staat op het 9chip 
en houdt een moentik5 gomat in de hand.* Als 'het 
gelukt is, dan zullcn zij toch niet voor immei ve^ 
eenigd blijven en al was dit laatste wcl het geval, 
dan zouden zij toch niet gelukkig zijn* zoo voegde 
Boengo Kapeh er bij. Kambang zeide nu weer: /^hoe de derde 
pantoen is, kunt gij ook van mij hooren: de parian ii 
reeds gemaakt doch de scherpe kanten zijn er nog 
niet a f g e n o m e n ; waarop Boengo Kapeh antwoordde : *Elani- 
bang! het eind van dez(^ pantoen is dit: *de overeenkomst 
is reeds gesloten, doch nog niet nagekomeni* 

Na haar l)oodschap verricht t(^ Iiebben, kecrde Kambang terag 



201 

ilio L^ ktiiiH'ir . /iidr AihIhiii |)iui t(i( liaar '^/ai: K.iiii 
)m*i:iii ini t4'r>t(»iii[ nti/i* woiiiiiir iv \cr<«i« rrii , spri'id dr 
iiiitti'ti iiit I'll It'ir (!<' \ ItM'rklrcdfi) • kaiiilMiiir Irpir <lr 

I iKilcr. Iiiiii; dr friutic pinlijiii'ii n\) v\\ xcttr in I'Ikr 
I L' ff-i) iM-trN'haal cii in icdcrcn litH'k i*4*n lau^ffncai 

til tfH-ii nil ill- Moiiinir xcrNirnI \ia!« ya^uIv Aiidani l)f'wi 
at • lin^itrr nil Kanihanir! (icnnN't iniar ilr h(Nif(lkuni|MN*n^ 
-II allf liotjntrt*i> /rir^rcn . ilat /ij Iii(*r kiMiirn. Kr /ijn it 

II M'lTtii: Un-ni; liaar inijii )>(mnIs4*Iiu|) n\c*r. witnt lirt \* 
t'vu nudc ir('W<H)nt4' (Mil. als w vvu tvvM i^t'tti^wu wcinlt . 
11 int t<- niNMliirt'ii 

11 /I) <li-/i- \«(Ntnl('ti ^'i'liiN»nl had, Ix'tral Kainhan^ /iclmp 

i.iar di- h<M)rdkaiii)MN'ni; t'li . iia daur aiinin*komi*n Xr /ijii 

iKifjiitlfr^ .laiiL^-trotlrn U- lifhlM-n . kcrnlt* /ij naar Tan 

Mriliin trriiL'. Haar /i| ('iiidrli)k iiH't (!<* \ in rn vtH'rtif: 

It-r^ III ill- \inninir \:in haar incfstiTr^ aunkHain. I>irii 

/I nit* Andaiti l^*ui. dut allr hitfjutrrn* aan hrt wrrk 

I LMaii III daaroiii di*i'<l mm tr<'«'n imii; ilirlit tSoiiiniitrvn 

1 /nil dii-ii .i\oiid )i(*/iu' «iin I i iiiHU '<* tr ^^nijdt'ii fii andrri*n 

-tiMH-iii I t* iiiakni Mm inaaktf dan (M>k dim Lnin?«rlim 

)iri t III larlitf m /t-idf )»ant(NMi<» (>|i, trnii|l di* thi^aHnHi'lir 

ipiniL''* i-ii dr iT'Mii.' /n*li lit'tm )i(Mirt'n Tiwn hi*! nu 

Ti.i' lit iriMoiilifi M.t^. /.ru\r An«lain l)i-wi "Kanilmn^ 

id iPi u'iN-iI . i^.tt ik II In'M-i'I nl dat •;«' L^N*d iiplt-t, of dr 

I. it .1 iiiliiiki-ii \h krntrt-knirn ilaar\<H»r /iin lict kniaim 

h Viaii I'll lilt tinitrii \aii dtii ntocrai Al> <ljt |>Ia:it2« 

ri k iiiiN-Jit mllii'lit iioL' Mla)M-n . niaak iiiij dan !«|MNili^ 

f • hit w.i- In li:i III Andaiii Drui zt'idr "Vrrdi-r Kain- 

!!:<H t dit /<Hi :.'4-M-liii-dt!i. nindat «k niiin iM'loftr aan li<K'ni;ri 

lint Mil l»n ki M . li.it \ii| iin*> stiiirn /oudm ;raan iMiicn 

TMiri II aan dt put A ti t a i n haina in < )«'la 'randjiicnni; 

L" M t,|ii Mad.lt /1| ill-/* UiNinll-ll \i-l!li>lilt-|i liati . iM'pm 

i!i t« kii.i'.rii ih lift ill- inorrai /nil liiHMin. tm Ui'ki'n 

• la;/ I till)' IK III nil lit p KanilMliL' ' niitMaak nircHtrri-^ ! 

j> 'uiti ':• I'lt ii'tiU ;;i'kr i.iid m dt- iiMM-r.ii iitilo in*tlot«'n 

^ 'iiiiif •hi'* -I iL' ti /ii)!i-ii Mtirdi'ii » /.•!!■ «prak K.iiiilianir 

1 Ml \rtd.iMi |)i-Mi KaililuilLT had 'liMir* n Im |m*ii . «tiin«l 

«t«i|ii| lip. /i| iiia.iktt tji \i-ii^t«'r<> \AU df- aiid)iM*n;r 

/tmm\%\t\f jiiiiti't 1 1- M .1 M :.' a II 1' I ii ilrrnndi- 1 II kt<«-k imar 

•-ii •! i.ir /!} 'ii t ilak \.in ili I nfni Ihm- ii^ katjo t*ii 



202 

lict gebladerdo van de talang (I an to konzien, inoestdedag 
reeds aaii Iiet aaiibreken zijn. Nil sprak Audam D^wi : 'Kom 
Kambang! haal iiu spoedig mijn kleedercn benevens mijnarm- 
bandeii en riiigeu, want wij gaan iiit.// Kambang legdedaarop 
de koralen arinbanden, de ringen, de oorbellen en de goadcn 
arnibanden klaar en toen Andam Dewi zich gekleed had, zeide 
7A] : //Wei aan hof jnHei*s ! wij zullen nu maar gaan , voordat 
er veel menscheu op de been zijn, want wij moeten den ga- 
langgang on de balai voorbij.x^ Hierop antwoordden de 
hof juflers : //(als men op n^is gaat is er een aanvoerder uoodig 
en wil men gaan varen dan moet men een kapitein hebben): 
als u gelieft voor te gaan zullen wij u volgen." 

Andam O^wi stond op en begaf zich naar het woonvertrek 
en van daar naar het benedeneinde en zoodra zij op wag wa», 
begon zij met de annen te slingeren ; de ringen aan haar vingeff 
en haar armbandcn rammelden daarbij zoo, dat de kiekendief 
op het geluid afkwam en op den dak rand neerschoot. Het was 
al eenigi<zin8 warm gewonlen. Wat Andam ])^wi aangaat, nj 
was omgeven door een stoet van menschen , zoodat men haar 
alleen hoorcn kon , en terwijl men nu den wcg naar K()t6 Toe5 
volgde, deed men niets dan juichen «5ii pret maken. 

Nadat men eenigen tijd op weg was, naderdc men steeds 
mcer en meer en bereikte men eiudelijk den Hard Katoeng- 
gal an, waar de hof juflers aan elkander vroegen: <'wie kan 
het zijn, die daar zit? Jlier alleen t(» zitt-en is niet behoorlijk, 
ook niet als het in gezelsehap van e.en andor in, want ab 
anderen het zien , zouden zij het niet welvoegelijk viuden.'^ Terwijl 
zij zoo uH»t elkander praatten zt^idc^ Andam l)ewi: '/komt aan 
hof juflers, gij ni<x)gt niet zooveel sj)rekt^n, want die persoon 
is immers prinses lioengo Kapeh , met wie wij uit zouden gaan.' 

Ken (M)genblik later ontmoc^tte zij ])rinses }^M«.ngo Kapeh en 
na nu ieder een betel pruirnpje ter stilling van hongi^-f en dorst 
genuttigd te heblKMi , z<»i(h^ l^)engo Kapeh: /'Wei aan mevronw 
Andam Dewi ! h(K)r e,ens naar lu^tgeen deze pantocn wil xeggcn 
(hoe. is het t(M*h nu^t dv zon , dat het niet 8|)(H^lig namiddajf 
wil word(^n): Ikk* was lu^t t<M*li met onze af'spraak , dat gi'. sou 
laat aankomt! /' 

Andam l.)ewi antwoonhh? hien)]): ^'luisttT nu (M>k een8 naar 
inij .>revrouw! (het is niet omdat het niet spoedig namiddag 
wil wonlen , maar *t is omdat d(^ lang<^ Htok niet gauw sohniii 
wil staan) : het is niet, omdat ik mij voorgenomeu had niet fe 



29S 

komrii , rIfH'li (Hiulat ik tiift H|NH-(li:r<*r liirr koii /ijn " "ii(M*nfri> 
kiip*li'- (veriol^lt* Andiiin l>f*wi) ^laiit inij ii iio^ irii twrtflr 
|unt«M*ii »*|fp*ii : (Kr /ijii vcrrtif; )i h r(»lMN)im*ii (*ii i\v diiif xit op ilf 
t a 1 A II ^ (I u 11 1 (i) ; ik . op wit* ^i j zait \v wa4*ht«.*ii, ben lui jrekoiiifii. 
hrt mm pHtl /ijn ali* wij nu iM)k maur tornUmd iringiin.'^ 

I)4ii*npi Ka|M*li nntw(N>nlfl(* liirntp; '^aU pfi* »n) !«pn*ektM liiior 
dan rru«. wat ik u U* %(*|nn*n lu*h: iniJ liunkt. dat hc*t onlM*- 
hmirlijk iitu t4N'm-liijnrn <ian lirn . dii* uiih iwxshU'n zicfn . dat 
inj i«N>\»*l hofjuHrrs Uit uh irt'\(»l,ir hrht, u*rwijl ik fndieel 
allifU iN'n Waclit inij daanini (^;n (M)p*nlilik liior, dan xal ik 
naar hui?* L'uan nni inijn sla\inm*n Xv halm." 

"AN (Tt) tT YAn) oicnlt'nkt* Itcniam Aiidani l>i$wi «^lioor dan 
cviL« wat dr Kins(N*lin^ van dr/i* piinUN*n i^ (nu*n piat tww aan 
iVfT* striMunopwaart?* miar dr niarkt oni pinan^ Ir kmip^n rn 
dm- minit in dc niand p*lrpl); t^ij lM*iifN*ft nict naar huis U* 
(*m«n . fiaar trij \aii niijii h<ifjutliiT> di* ludft kunt khjifi*n " i^Ni 
fpmk Andani lV*wi liol*nl^'> Ka|M*ii antw(M)nld<* hirmp (im irn 
ait%lurht t4' »N*krn ' '^IK.* tr<*vi<Nmt4* dvr zifli»lcn hn*ngt niede. 
dat ti] allfy }«aniru divirn . iI(K*Ii uij, dir op lu*t land xijn . 
vnlfn*n dat indiruik nii*t " 

Andani iM-wi »Mdr nu : «'hofjuirrrs! irij kunt allt*n U*niirkf^'iTn 
want ik wiidt* ?«lf«*htH tot liicr diMir u irfxilcrd '-ijn." 

TtMMi zij t\v7A* wcNinlcn in'hcMinl liafld(*n, ktrnlrn ik* liofdaim*# 
trruff <'n Andain IK*wi tni jiiN'niro ka|N*h l>li'V(*n allrcn met !«i 
kamhanir arlitcr. 

Vm<»ltr«*n«i %4*idr Andain l)i*wi : •li<ienp> Ka|M*li! Iiet licfrint 
laat tr Honleii, Iat4'n wij <Iii.m pian " 

-ili't koint niij WN»r, Andani D^^wi*'! luTiiam lioen^i kapdi 
•dat kanilwiiL' nirt lM*h(M«fl ini-dr t4* ^ourn en het l)eii*r xou xiju 
indien 3Eii naar luii> ke<'nle oin de L'a.Men af te warhten : want 
al« xij cm;* \olirt vi\ vr konifii piKit'ii . wit* rjil dan de piiian^ 
mij^irn rn dt- >inh ^i-hniI ■ wtti'ii r *• 

Iht hiM»n*iidr . xi'idf Anilani l>t*iii "Xi'tr Kaiiiliaii^! ^ uiaar 
naar hui** . *t is nirt niMMJi;; . dat p* met nnst nie«*Lniat ! *- lliemp 
aotaofinldf kaniluiiir "«m')i uiijii nH*«*J«tt*n-9t ! ik kivr ni<*t irraa^ 
trnii; . ik «il lir\fr iiif>t II iiiii'iniaii * " Dp lift hoorrn dexer 
woivnien Wf-ni pnns4*> Andani Di'Wi )hn»«> m m-uli* "alu ik o 
cmniaal iet> %4*s; dan tiitM-t irij dit «Mik dot'ii : niaak dn^ ^ern 
praatj^* iiietT. want t;e lioudt on?* daarnntlr iimar op *• "W elaan 
m! lui^tiT (*«'n<* naar inii! Ik lieli ifi.<»t«*rf'n iiarlii een 
Irelijke dnHUii Li'liail . Iiet «a.^ al.Hif inijn tikoeloeA' 



300 

Andam [D<»wi zitteu en raakte in gepeins verdiept over haar 
broeder Manaugkcrang : //A Is men hem overgebracht heeft, wat 
ik gevraagd heb, dan wordt het tijd, dat hij mij achtenui 
komt. Waannede houdt gij u dus thans bezig , broexler ? /' Aldus 
sprak Andam D^wi en onder dat spreken schreide zij zoo, dat 
de tranen haar lang:< de wangen rolden evenals koralen, wa;ir- 
van het snoer gebroken is of z(H)als diamanten die uit elkander 
vallen. 

Naar den rex^-hterkant ziende , deed zirJi een veld met rijpende 
padi voor haar oog op en ontwaarde zij iemand onder een 
boom. Dat was een herder, die bezig was vuur te maken. Zij 
ging op hem af en riep hem schreiende toe : "och wee^ zoo 
goed mij te helpen en haal die moendam voor me, die daar 
weg drijffc ; als ge liaar krijgt , dan moogt ge de helft van haar 
inhoud voor u nemen.^' De herder antwoordde hierop: //Ik kan 
u moeielijk helpen, want ik ben bang, dat mijn buflels de 
padi zullen opeten of dat zij stuitende op het bosch , dat het 
dal afsluit, uit elkander zullen geraken./' 

Andam Dnwi hernam nu: //als ge me niet wiltlielpen, wees 
dan zoo goed te onthouden, wat ik u zeggen zal: '/als er 
iemand mij achteniakomt, om mij te zoekcn en hij vraagt u 
naar mij , z(jg hem dan alles naar waarheid en vergeet niets. 
Wat mij betr(^ft, ik gcloof, dat het dezen dag met mij gedaan 
zal zijn. Nu geef mij een weinig vuur van u, want ik wil 
aan (xod en de hciligen gaan bidden ! /' Vervolgens nam zij 
vuur, ging aan den uithoek van c^cn hoogen afgrond staau, 
legde een klein stukje witte koemajan b a roes op het vuur 
en sprak , terwijl zij , met het gezicht naar het Westen ge- 
keerd en de handen op het hoofd gevouwen, naar de bergen 
bliktc: //Ik smeek II, laat, om de heiligheid mijner voorouder? 
en ook om die mijner ouders, die beiden uit een vorsten- 
geslacht afstammen , de zeewind mijn moendam naar het strand 
drijven!'/ 

Allah best'Jiikte het nu zoo, dat or in het water daar twee 
heilige visschen waren , die een paar uitmaakten en waarvau 
de een rajo en de andere garang heett^,. Nadat zij haar 
gebed gedaan had , kwam er door Allahs besehikking een zware 
storm uit zee opzetten , die haar moendam naar het strand 
voerde, doch toen zij deze naderde, dreef de moendam weer 
naar het midden. Nu brak zij een p i m p i n g af om de moendam 
naar zich toe te halen, maar haar noodlot wilde (de spakeo 



301 

liggen op den grond , die instort ; de s i m a n t o e S n g op de afge- 
broken omwalling is de plaats waar de jonge barau-barau 
zit) , dat de groad , waar zij stond instortte en hetgeen waaraan 
2ij zich vastgreep, afbrak, zoodat zij, op het oogenblik, dat 
zij de inoeudam greep, voorover in het water viel. JJe garang 
slokte nu de moendain en de raj 6 haar op, zoodat zij nit de 
oogen van den herder verdweneu was, zonder een gil of een 
woord geuit te hebben. De herder gevoelde nu spijt (en zeide) : 
(drijf twee bufiels voor u uit en breng ze naar Pajo Koemboe&h , 
ik ben het uit mijn beide oogen en uit rnijn tien vingers 
kwijt geraakt); — zij is nu voor iinmer vorloren. — 

— Hier neemt het verhjial een andeni wending en gaat oveir 
op Soetin Mauangk(*rang. — 

Van alle kaiiten waren er gasten gekomen , want de galang- 
gaug begou uatuurlijk levendig te worden. Men vond er djoearcVs 
uit alle dorpen , vorsten uit verschillende negorijen en de ver- 
standigsten uit verscheidene soekoe's. Soetan Manangkerang 
sprak toen : //zeg Salamat ! haal de s i r i h eens met al wat daar 
bij behoort, om de gasten af te wachten. Wij willen die, ter 
eere van de vorsten eh andere gasten die hier komen, aanbieden.v 

Op het hooren dezer woorden Hep Salamat naar huis en een 
oogenblik later op het erf gekomen zijnde, riep hij si Kambang 
toe: '/ik ben door mijnen meester van de balai naar hier ge- 
zonden om de sirih en de betelschaal te lialen , om de gasten 
af te wachten. Dit heeft onze toeankoe mij opgedragen. Vul 
daarom de (Jhineesche langgoeai , dan kan ik ze naar den galang- 
gang brengen.// Hierop antwoorddc Kambang: ^maar Salamat! 
hoe zou ik die kunneu krijgen , wijl onze meesteres niet thuis 
is. Zij is zich aan de badplaats gaan reinigeu en ik ben wel 
met haar meegegaan , doch zonder haar teruggekeerd , w^ant toen 
wij bij den Haro Katoenggalan gekomen waren , ben ik met al 
de hofdames door haar teruggezondeii en is zij alleen met prinses 
Boeng5 Kapeli achtergebleven , met wie zij vc^rder gegaan is./^ 
Zoo sprak Kambang terwijl zij er nog deze pantoen bijvoegde: 
('I'de soeri wordt gekookt om w azijn van te maken en de 
pitoelo is op de ladang in liet boscli rijp geworden) : het 
spijt mij zeer dat onze gebiedster verdweneu is en wij geen 
bericht omtrent haar kunneu krijgen'./' 

Toen hij dit gehoord had , keerde Salamat naar de markt 
waar de bal^rong paudjang stond terug, waar hij eenige 
(logenblikken later aankwam. Pas was hij daar of Manangkerang 



men baacH vennaakt men zicli met in het water te plompen 
en (Iroomen zijn de lievelingen van den slaap. Roeugo Kap&h 
voegde hierbij : '/(de jouge tioeng van Bangkahoeloe zit de 
i n a i blocm uit tc zuigen) ; maak gij nu allerlei geluiden iu het 
wuttT, dan zal ik intusschen zachtjes zingeu.^ir 

Toen do lii^Ien aan den galanggang het hoordeu , zeiden sij : 
'/(sidoega^ sidoegi-doegi, sitapoe&ng boengd am- 
batjang); het zal eeu schoon meisje zijn dat daar aan het 
buden is , want haar geplomp in het water gaat heen en weer.# 

Wat prinses T^oengo Kapch betreft, deze was intusschen op 
v,^\^^ list bedacht geweest ten opzichte van de mo en dam, die 
aan den rivieroever lag. Zij deed nl. alsof zij struikelde, waarbij 
zij de moendam deed wegvliegen, zoodat deze in het water terecht 
kwam. liierua stond zij weer op en ging aan den hoek van 
ven hoogen afgrond staan. 

Wat Andam Uewi aanging , zij ontroerde hevig en het bloeJ 
st(ieg haar naar het gelaat, toen zij met haast uit het water 
komende, bemerkte, dat haar moendam er niet meer was. 

Daarom zeide zij : "wel prinses IJoengo Kapeh ! wij zijn 
immers uit dezelfdc kampoeng en goede vriendinnen met elkander, 
waarom behan(h*Jt gij mij nu op die wijzeH Waar is mijn 
moendam gebleven? Als gij dezen streek niet uitgehaald had, 
dan zou zij onmogelijk w(^geraakt zijn, want wij zijn hier slechfti 
met ons tweern ! " Zoo sprak Andam l>ewi, 

ilierop antwoordde Boengo Kapeh : ''(de banen van eeii vhg 
nuM'.ten recht geknipt wonlen en niet zooals die van ecu baadje) : 
zeg ronduit waarvan gij mij besc^huldigt , opdat ik mij duidelijk 
verantwoorden kan ! " 

Andam Wm hernam nu: ^(de look all is geen katajo, 
maar gij houdt cr veel van om met een loekah en een ting- 
kala^ U\ visschen); ik kan u niet nuHM* vertrou wen, want under 
het d(K!n van ivArn lacht ge. " 

|[ierop antw(M)i'dde lk)engo Ka|M$h wcder: "hoor eens naar 
hetgf^en ik u zeggen zal. (De krokodil houdt zich in modder- 
poelen op en gaat zieh in de diepte van een rivier baden): 
als gij mij nie.t gelooft , hiten wij dan siunen in het water duiken.' 
Dit was hetgeen 15(M»ngn K'apeli z«jide. 

Andam l)ewi iu^nam nu wcder : '/(op het erf groeit een bamboe- 
stotil , waarvan men een brug zal maken voor hen die naar Djoedih 
.^aan) : (>fs(th<H)ii wij uit dezelfdt; kampoc^ng at'komstig zijn, zuUen 
wij clkundcr ciiuU'ltHJS liaten.'^ 



\u leidt* ikMMii?o Kh|x**Ii wciIit : (^Ir piiiaii^ van ile bowdiiiTu 
\aii litiento i^ wit; dr ^<:l|)r' viiidt men in dir wonin^ >nn 
TAiljo ttifd); ik /al in i*<*uwi^li<Mil nirt lid onaan^'haim* \i*r- 
:n*t«'n ilat tk ondrriondrn \\vh.** 

\nd:ini |)i'wi aiitwiMtnldt* hirn)p : "Utwr n<»^ df*zi* i^tiir (dr 
sfalabfirft*^ ^^nN*it (ip di* padanir baka, di* kain \ah i«i Anir«f» 
Ui^a invn kh'unni) : ik inaak inij lx*^)rpl , dat d<* w«*rfdd!«<*lir 
ifriHM'^fiMi'* KNtr inij irri^iuin /.ull<*n <'n ^'Xiiel nir daamin tvMi 
• iiiin*lukkii; in<Mi;M*h.'' I 

Pruitf^* |{(NMiir<» Ka|)ch npnik weder : (nuMi is naar lt(N*ki^ 
Pcirt«M>ih iri*^aan <»ni U* \ iHrH'htMi en luvft in li«*t diclit ^*\ liN*hti*n 
art ivn irariuud ^r\:inin*ii) ; men kaii liri wat4*r nwi Mdiriidfn 
rfi itfn wind nirt met ii'n nH \aii^*n; (mm kan lu*t (»nnio^*lijk(* 
nirt krijin'ti)." //<Mt .ipnik I^HMifri'i ka|M*li. 

\u untwotinldr prins4*i« Andain |)f*wi : '^/tvjx B(M*n^*» Ka|M*h ! 

Vj zijn drit* khMMiifii n.l. dt* tjanipa^o. dv inan^o en tli* 

panda' ksik i ld(K*m); mndat wij al /ah* lan^ lN*vrii*nd wan*n « 

hru ik <in\<M)nei(*htiu t('in*n<>\i*r n iri'W(f%<t vti daariltMir lit*bt ^ij 

a« d«M*i lM-rt*ikt " 

Pnn*<4*.M licN'nini Ka|Mdi lirrnain "luNir miff (mmi.h! (dr inatMi 
wiinlt-ii nittfe!«pnMd i-ii m*l t\if«' i*n t^n half Mtnk); dt* eent* i»* 
iri>taiidiif uiaar tit* aiidnt' i^^ f*«*n M*hi*rni«*r nl. i>p dt* lialai." ^ 

liirnip Avu\r Aiidani IK'MI f^iiien M'liirt naar d(*n hcnirl i*n 
raakt lit- MriTcii , /(MNliit vr drir, dir bij rlkandtT lM*liiMM'«*n , 
WMskT iM'nMJtMi xallrii); witniutT twn* knap|N* !«chrnnt*n« h(*t Uyi'ii 
•■ikandrr Hum*n. dan wonirii dt* .4t4MiU*n tiN*p*bnbRbt , /Atiulvr 
dat me*n lift tufrkt ^ 

liiKiiirii Ka|M'h htTiiain wttit-r i^Av sari«-' i^naMt aan di*n 
^«-nf^irnl<M»p \aii df Liiidai rn it-r rii diUir\an wonlt zinivivI bij 
•-tkaiMJrr iri'Uititli'n :d^ tvifi* |N*rM»iirn ilnipMi kuniifn); ^ij jeijt 
Miin , uiiuir iL Im'H >«*r^tiiiiili;; en brtt4H*\ai wildi* dat nij Kiniru 
lip ft- 1* ifi-iT.iaii /.ijii " 

llf-t dntMiKinl van Andani IV-wi wa> nn wihIit' (^'dt* iMMim- 
««irt«-U tip ItiM'kr tiiN*nt4M*Anir xijii nvht . 8«M*nfr*ii Ijindai imIt 
k'ir1f-r»- wft;. dh'ti lii* lifrtm >olp'n, dr or pa jilan^ ^aat aan 
f»ri \rrlitrn tn«'t dr tad<ifAii^ tii U'ldr Kijn i*\fn knap on 
••iIaihI't iHiifi-hikkiL' U' niaki'H.^i 

liiirniro ka|N*li liiTnatti "luNir ii«»^tvni»! iiianiit«rdr kieken* 

•• VK irvt>*-<. cicli ••iik'rIukkiL' iimkf^i sal. 
* M mmrfunir If k til lift. k«*v'«*vMi wiirdi. tiai tir suJati* vTrti 'liai ii. 



298 

(lief op di' (loekoe gaat xitten, dan begint liij teschreeaweu); 
11 w stoot was geweldig, inaar toon liij op iiujn uagels kwam, 
was het alsof er inai op gesmecrd wenl.// • 

Daar het al laat geworden was, zeide Andam IWwi: (»cr 
wonlt drieinaal gchakt en men klimt twee en een halve trede) ; 
d(K)r liet gesprek uit te breiden wordt het lang, het is beter 
het in te krimpen, opdat het kort worde ; (laten wij hetgesprek 
inaar niet rekkon, het is beter dat we eindigen)./!' Zoo spnk 
Andam Drwi. 

Ilicrop antwoordde Boengo Kapeh weder: ^luister na eent 
gcMHl, want het is onnoodig dat wij nog langer twisten. Wat 
uw moendam betreft, zij heeft ons ongeluk aangebracht, want 
terwijl gij daar straks aan het baden waart en ik intusschea 
neuriede, kwam er een wervelwind en toen de verschillende 
winden elkander ontmoetten, werd de moendam in het water 
geslingerd , ik heb u geroepen , maar gij hoordet mij niet.'r 
Andam IMwi hernam nn: //als het is, zooals gij zegt, watfld 
ik er dan aan doen ? Slechis i^n ding wil u nog vragen en dat 
is om aan niijn broeder, Soetan Manangk^rang tezeggen, dit 
hij mij moet achtemn komen , ik ga den kant van de rivier- 
monding op. Nu , wij zullen niet te gelijk vertrekken , maar 
gij gaat eerst en ik zal zoo lang hier blijven. (Het zwarte wordt 
met het donkerbruine vcrmengd en het extract blijft op het boni 
sttian); de een gaat huiswaarts en de andere blijft bij de badplaatB.ir 

Wat Andam l)(%i betreft, zij sloeg den weg stroomafwaarts 
in ef) volgde vol twijfel in het hart en met loshangende haren 
dv.u rivieroever, t<Twijl zij al huilonde om haar moendnm riep, 
di<'. st-ecnls v(K)r hjiar nit dnu^f. Stroomafwaarts ziende, werdiij 
itanand gewaar en Uh'm zij een oogenblik later bij hem ge- 
koiiKm was, riep zij hem t<H^: '/o(*h , visscher! haal mijii moen- 
dam civen, die daar op het water drijft: als gij haar machti|( 
wordt, dan liebt gij mij shu'.hts de koralen t(;rug tc geven ea 
d(^n anchTcn inhond moogt gij v(M)r u nemen ! " Dit zeida 
Andam Dewi. He visseher antwoordde : /I'hoe kan ik uw moendaa 
krijgen, wijl er nu juist een visch aan mijn hcngel sit en de 
moendam zal v(K>rbij drijven , terwijl ik het snoer opwind.' 
Ilierop liernani Andnm Dewi: ^^gij zijt een ongeluksvogel, want 
al k(x>pt men die vissi'hen tegen nog zulk een hoogen prija viB 
u, zij zullen toch altijd minder wa^ird zijn dan een ring of annbandl' 

1 Hionnedo word! beH<KOd, dat de ripreekBter de nnspelhifKen 
tof^upai'tij viKir sdch ton ^ixfJo /.ou tuiiiwoiidon. 



305 

raocndam zocht?// //Als gij daarnaar vraagt, hoor dan, dan 
zal ik het u vertellen. Indien gij haar spoediger achterna ge- 
komen waart, zoudt gij haar wellicht straks hier aangetroffen 
hebben. Zij sprak over niemand dan over haar broeder en deed 
alsof zij om haar moendam schreidde. Zij heeft mij tevens deze 
woorden gezegd : //als er iemand mij mocht achtemakomen om 
mij te zoeken , breng hem mijn boodschap over en zeg hem , 
wat ge gezien hebt, want ik geloof dat mijn einde genaderd 
is.'' Zoo heeft zij daar straks tot mij gesproken. Daama vroeg 
zij mij een weinig vuur om witte koemajan te branden en 
is hier gaan bidden. Dd^r, op het uiteinde van dien diepen 
a%rond , stond zij tegenover den berg , met het gelaat naar het 
w€sten geke^rd en de handen op het hoofd gevouwen en riep 
de oogen ten hemel geheven: //Zoo gij vader en moeder, 
van vorstelijke afkomst zijt, o laat er dan een wind van uit 
de zee opkomen , die mijn moendam naar den oever drijft ! // 
Zkx) bad zij en haar gebed werd verhoord , want er stak een 
wind op en de moendam dreef naar den kant, waarom zij een 
pimping afbrak om haar naar zich toe te halen. Op die plaats 
is een diepte, waarin een paar raj 6 visschen leven, waarvan 
de een garang en de andere raj 5 heet; de moendam bleef 
daar ronddraaien en dreef van den kant naar het midden been 
en weder , totdat het ongeluk wilde dat zij , haar gegrepen heb- 
b^ide , voorover in het water viel , daar de grond waarop zij 
stond af brokkelde en hetgeen zij vastgreep afbrak. Zij liet geen 
enkele gil hooren, toen zij uit mijn oogen voorgoed verdween.'/ 
Dit waren de woorden van den herder. "Het was dus zooals men 
zegt// vervolgde hij : //(het koord van den vlieger is gebroken , 
zoodat men dezen van uit Koto l^oedjoeh zien kan); het lot 
bracht Andam Uewi ongeluk aan, daar zij voor altijd heen- 
gegaan is ! // 

Op het hooren van deze woorden sprong Manangkei*aug in 
den Oceaan om naar de raj 6 visschen en krokodillen te hakken. 
Met zijn kris maakte hij er vier en met zijn rentjong twee 
te gelijk dood, zoodat de zee hier wit van de krengen der 
visschen en daar zwart van die der krokodillen was. Nadat hij 
verscheidene baaien ingegaan en een nienigte klippen bezocht 
had, was hij uitgeput van vennoeienis , zoodat hij nauwelijks de 
voeten kon oplichten. Hij ging daaroin uit het water en Hep 
langs het strand , totdat hij weer op een rots sprong. Dooi- Allahs 
beaehikkiug voud liij hier een tanti van haar baadje terug, 



:300 

A IK lam [l)<»wi zitteii cii raakt(» in ^^peiiis verdiept over ha.u 
broedcr Maiiaugkrraiig : //Als nioii hem overgebracht heeft , wat 
ik gevraagd lieb, dan wordt het tijd, dat hij mij achteni:! 
k(mit. WaaniUMle houdt gij u dus thaiis bezig, broederH'^ Aldus 
sprak Andam IMwi en onder dat spn^ken schreide zij zdo, dat 
de tranen huar langs de*. wangen rolden evenals koralen , wa;ir- 
van het snoer gebrokeii is of zcxmls diamanten die uit elkander 
valleii. 

Naar (h/n ret^hterkant zi(U)d(* , deed zich een veld met rijpende 
padi voor haar oog op en ontwaarde zij iemand onder een 
Ixiom. Uat was een herder, die bezig was vuur te maken. Zij 
ging op hem af en riep hem schreiendc toe : "oeh wees zoo 
goed mij te. helpen en haal die moendam voor me, die daar 
weg drijit : als ge haar krijgt , dan moogt ge de helft van haar 
inhcmd voor u nemen." De herder antwoordde hierop: i^lk kin 
u moeielijk helpen, want ik ben bang, dat miju bulfels de 
padi zuUen opet(m of dat zij stuitende op het boseh , dat het 
da] afsluit, uit elkander zullen geraken." 

Andam Dewi hernam nu: '/als ge me niet wilt helpen, weo 
dan zoo goed te ontlumden , wat ik n zeggcn zal : ^als er 
iemand mij aeht^.riiakomt , om mij U'. Z(H)ken en hij vraagt u 
naar mij . zeg hem dan alles naar waarheid en vei^jfeet niets. 
Wat mij bi^treft, ik gelcM)f, dat het dezen dag met mij gedaan 
zal zijn. Nu g(H».f mij een weinig vuur van n, want ik wil 
aan (jI(h1 en de heiligen gaaii bidden ! » Yervolgens nam BJ 
vuur, ging aan den uithoek van een hoogen afgrond staau, 
legde een klcnn stukje witte koemajan b a roes op het vuor 
en sprak, terwijl zij, met het gezicht naar het We?ten ge- 
keerd en de handen op het hoofd gevouwen, naar de berges 
blikte: /'Ik smeek 11, laat, om de heiligheid mijner vooroadan 
en ook om die mijner ouders, die bciden uit een vorates- 
ge.<«Iacht afstammen , de zr^^wind mijn moendam naar het strani 
drijven!-' 

Allah bcsehiktc^ lu?t nu zoo, dat er in het water daar tw«i 
heilige visschen wan^n , die (;en jwiar uitmaakten en waarvao 
de een raj(» en de andere garang lieett<e. Xadat zij hiar 
gebed gedaan had, kwam er door Allahs bes4^hikkingeen xwaif 
storm nit zee opzetten, die haar moendam naar het »itui 
voerde, diK'h UH\n zij de^^* naderde, dreef de moendam wear 
na^ir het midden. Nu brak zij een p i m pi n g af om de moendaa 
naar /ieh toe te hnlen, mnar haar noodlot wilde (de spakcB 



307 

dat ge mi] voedsel gegeven hebt. Tk spreek zoo, omdat het 
mij toeschijnt, dat ik de wereld zal verlaten en dc Eiigel des 
deeds mij zal komeii halen; mijn leveuseiade schijiit gekomeu 
te zijn. Welnu moeder! Ge moet naar oiis beiden maar niet 
meer verlangen, noch om ons denkeii. Verander onze namen, 
geef aan mij dien van Dagang sansai » en noem Andam 
D^wi voortaan Tabang Lajang /' Zoo sprak Manangk^rang. 
(Daarop vervolgde hij) : '/Als vader toch naar mij verlangt, aan- 
schouw dan Soetan Radjo Bongsoe , wiens evenbeeld ik ben , 
en als moeder aan Andam D^wi denkt, ga dan naar Boengo 
Kapeh wier gelijkenis zij is ! ff 

Toen zij daar een poosje gezeten hadden en het laat geworden 
was (voegde hij er nog bij) : /'Welnu moeder, keer nu naar 
huis terug en maak mij het heengaan niet moeielijk. Laat , 
terwijl wij weg zijn de galanggang niet verloopen , houdt niet 
op met feestvieren en laten mijn paard en mijn haan geen gebrek 
aan eten hebben. Verder mijn ouders! moet gij ons, als wij 
niet mochten terugkeeren , niet achtema komen. Tndien vader 
nu nog niet gerust mocht zijn, neem dan deze lok haar van 
mij mede dan kunt ge, die dagelijks beschouwende , aan mij 
denken. Keer nu terug vader, want ik wil verder gaan!// 

Manangk<^rang begon te schreien en uitte deze pantoen : //(groei 
hoog op bamboe, waarin het jong van de halang marang- 
gano zit, later kunnen wij u weer kappen) ; blijf in weemoed 
achter o kampoeng! wij blijven waarschijnlijk lang weg, doch 
eenmaal keeren wij tot u weder ! // /'Laat mij nog deze tweede 
pantoen zeggeu", (sprak hij): "(de sikoedjoea groeit samen 
met den kapasheester en de bloem van de paraoetan isopen- 
gegaan) ; als gij gelukkig moet zijn , dan keeren wij naar Oela^ 
Tandjoeng M^an terug. Kom aan moeder ! houd mij niet met 
onnoodig gepraat op. Keer naar huis terug , ik ga zoeken degeue, 
die verloren is , ik ga volgen haar , die is heengegaan ! " 

Hiema keerden zijn ouders terug, terwijl hij in de nabij- 
heid der zee bleef en , steeds schreionde , verder ging zijn droef- 
heid uitende in doze pantoen : "(s i li a b o c S n g T a n d o e a^ is 
een roeier, hij gaat naar den voorstevcn ;) ik ga met een be- 
droefd hart steeds verder en het strand schijnt z(H) ver te zijn.'/ 
Voortdurend hoorde hij iets, dat hem telkens deed omkijken; 
het was alsof de vogels hem riepen en dit klonk hem in de 

^ Men schrijft nangsai, bongsoe, lan^Rai, latigsat eiiz. doch mon 
spreekt dese woorden met een n uit. 



308 

ooren als de stem zijiier zuster. Dau begon hij wecr te schreien 
en weeklaagde : '/(J)e h a 1 a n g is met de vogels weggevlogen 
in gezelschap van een duif); als een draad breekt, kan ik ze 
weer aanknoopen , doch als zij verloren geraakt is , waar zal ik 
ze dan gaan zoeken?// //Zuster Andam D^wi! hoor ook naar 
deze pantoen! (Een ring die te wijd is voor de pink, past 
goed om den ringvinger); ik zie overal de zee om mij heen, 
tot hoever zal ik u moeten achteraa volgen ! // 

Xa verloop van eenigen tijd werd hij een visschersschuitje 
gewaar en riep hij deze naar het strand. Door Allahs beschikking 
zag hij daarin iets schitterends liggen, de glans er van ver- 
spreidde zich over het land , het had een kleur als een goaden 
ring. //Zeg, visscher!// (zeide hij) breng uw schuitje hierheen, 
ik heb u iets te vragen ! // 

Toen de visscher dit hoorde , roeide hij met zijn schuitje 
regelrecht op het strand aan en Manangk^rang vroeg hem: 
// Wilt gij uw V isschen verkoopen , zeg mij dan hoeveel zij 
kosten ? » De visscher antwoordde : "Zij moeten drie kwartjes 
kosten ! // 

Manangkerang betaalde echtcr in plaats van drie kwartjes, 
anderhalven gulden , daar hij tusschen hoop en vrees verkeerde. 
Wat den visscher betreft, deze roeide, toen hij het geld ont- 
vangen had, zijn schuitje naar zee en dacht in zich zelf : '/die 
man is gek of drouken , om mij anderhalven gulden in plaats 
van drie kwartjes voor mijn visscheu te geven. // 

Manangkerang zette zijn tocht langs het strand niet voort, 
niaar beklom een heuvel waar een dikke , breedgetakte en rijk 
gebladerde boom tegen de lielling groeide. Het was toen mid- 
dag; (de tijd dat men eenigszins hongerig wordt, de bulk- 
riem los om het lijf gaat zitten, als liet op de markt druk en 
in de kampoeng eenzaam is , en men aan het weeftoestel heei! 
en weer gaat loopen.) Hij hield daar stil en zette zich tegen 
den boomstam neder, terwijl hij een pantoen begon tezingen: 
// (wat is het toch stil aan de badplaats , ginds plant men 
kaneel); zijt gij nu nog iiict tevreden over hetgeen mij over- 
komt; waar ik ga zitten moet ik tranen storten!/' Terwijl hij 
aan zijn zuster Aiidaui Dewi dacht, sneed hij den buik der 
V isschen overlangs door en vond er de moendam in, waarin 
nog zoo als vroeger d(? koralen eii ringen lagen. Nu begou hij 
k; schrcien, luidkeels roepeude : >yde moendam heb ik gevonden, 
doch waar zijt gij zeU* toch ? '/ 



;)0;5 

/i-;riiH . wi.ir lirhf i/ij cliiii mijii iiirot^n** aclitorp'latfii r •• 
H4*t>iiiri> K.i)Mii .iiitMiMinlilr Inrrop in ww piinttH'ii ^liiNtr mi^ 
k jMiliaiii:! 'ik iiiaaktr iiii| klaar oiii iiaur iK* iiiurkt t<* plan 
l« ii t-nidf wU U' ko(»|M'ii en t<' \t'rk«Mi|Mii) ; ik wa«i jui<it \aii 
pl.iii II It'll lMN^i>4-liap iv M'xulvw , (l(K')i ini xijt f^* rxAf hicr!" 
\m )iif-n)|i \4T\olplc /ij "Wat uw inirrttort's aan^aat, zij heeft 
'II ♦ I It'll lMMMl«H>ba|) opjfitlniiriMi Kr is oii'i iil irii (ingi'luk ii\rr- 
ki •1111*11. want trruiil /ii /irii s<*h(Hiiiinaakt4' cu iiu*t ka>ai in- 
vntt' III .illi'ilri ir<*lni(lrii in lict viat4*r iiiaakt4*. kwani it tUmr 
Vllah« lifM-liikkinir cm wrrxclwiml opzcttrn, waanlixir <!(• iiifN'iiflani 

• •pct-non It'll vn in dr /rv ;ri'Mni't4*n wcnl /ij xi'iilr niijnn. dat 
Xij )i.i.ir iixN'nilain iiii't ^iniI kon iiiissi'i) rii ilaaroin iiaar dr 
r.t It iiiioiKliiii: Mil<ir i^ii'tn . oni baar tr /(H'kcn t*n >rr/^N*tit mil 
\AMr KriNiici tr \ rap'ii . <»in liaar s|MNtli^^ achtiTiia tr koiuHi " 

\ht liiMirrmlr lirp Kainlmii;; hani naar di' balai im*t dr 
halirMiiLT painljaiii: trruL^ Ma.ii /.ij . aaiitr«knin<*n /ijiidi*, liaui 
m'-rst^T tiM'rii-p "LuistiT rrn^ . niijii ifrhittlci ! wat inijn nuf>- 
tcrv«> a.uiiraat . /ij lirct't aan lio<*ii*ro Ka|W*)i vfnMM'lit u tr /i*^p*n. 
•Lit i\\ *vi\ oTiL^duk hrrft :rt'k(ri^'n imi /ii daannii uaar dm 
nii«-nn<iiMl !<• i^riraaii oin haar iiHN'iidani t«' /4M*krn . dir wr^p*- 
dn*\in 1^ /i| licrft n Iat4'n /a-it^vu imi haar tr inlift'n /irdaar 
'irUr^t-n tk iftdiiMinl li«')i •■ /«(mi ^pmk *>i Kanilmn^^ 

Wat Sin tan MananLfki'mim U'tnTt. tm-n liii «lr/i' wmirdi-ii 
•'*»nli* . iift luj ilfii tri'wapfiidrii \if)it)iaaii Iii^ . wirrp drn iii7rt 
ot«r dm LTiiiid I'll lirp hanl ii.tar liui<« hVii ooi/mhlik lati-r liifr 
Ajiik^ kniiu'ii /ijiidi . rii']) hi) /ipi oiidi'r> rn /^'idr "ih*Ii iniNtIrr! 
S'Mir ifn^ ii.iai ini| I W rr<* /im trtMtl inijii lK'\rlinir(kn> tr krij^*n. 
Vint ik wil haar ifaaii /.iM-km dii* \i*r|nrrii i?* i^-raakt ** Xijn 
in'Mtlrr Itaaidr nil di- laiitn- kri>*. Sa in ptiim (i a n if tfiaina n 
jrnAaiiitl . di< iIimm Mfinanifk'-iaiii: :ian;rt'ii«*inrii rii tii^H'lim dfn 
j»nl« 1 Lr»-ti»krn wifd. uaarna hi; iU- dmi uitu'in^ Tim-u hij 
^ft [Kn\ ii.iar ih- kiiiipni-n;: da 1.1 in ii'ht^-i dm rii^ had. 
wi',{»«ii- hi; III jiiHiti- haa«*t dm hilitrm wiL' en kuaiii rindflijk 
S.; d* ri ll.iiit K il«Mlii:trii III Itx'li )li| hl«'l . tiilldoin /irli /imdr. 
'■lii«r'iitf d.iT 'I 11 liMlid ifi/rti'li h.id . d.irht lii| hi| /.irh /id\t*ll 

/ 'i«i I! /« k< ' hlir iittirn il«t. Iirf -ptmi d.uii \ .111 •- Imif ZirhthiUil ■• 

\'r."ijiii* fiok U,\ vii.iii ill kvi.ini iii()i'l.i Taiidjiii'lit; Mi*i|ah 

•• lit put \iit.i:<> |)iui.i NiiiWi-hj^^ \i.i^ )ii| d.i.ii «•■ hi| Im'ITimi 

I« >« .riMli I'll M( I kl.i.iL'dr - di p . h d .1 II hvrf\ rrll al kiiT « .III 

.•I Wttllil i."'ik •• l^i'li < II dt o .1 I I I •/iMit itp hrt \i-|t|.. Ml) /.llMili 

• .k4ii*l«'f riii'l v%> di-r/ii II ' \i M'iin I'livii'idr rii ^tittU .lail hiuir 



304 

flenkeiidc. vol^^dc. liij rlini weg laiigs dcM rivieroever, toidathij 
iii%epufc en zijn vootcn van pijn niet mcer kunnonde oplichten, 
bcnedenstrooins eeii h«ngelaai' in het oog kreeg. T«)en liij dexen 
genarlwnl was, spnik hij tot hem: /'zeg eens, hengelaar! ant- 
woorcl niij vims naar waarheid. Ilebt gij straks ook iemand hicr 
voorbij zien gaan, die naar een afdrijvende moendam zocht?' 

De hengelajir antwoordde: "als ge wat spoediger gevolgd 
waart. , hadt ge haar straks hier aangetroffen. Zij deed niets daa 
den naani van haar breeder uoemen, de moendam was maar in 
schijn het voorwerp van haar weeklagen ! ff Ilij liep wear verder, 
altijd langs den rivieroever en ontmoette eindelijk wear eoi 
visscher. Hij spnik tot deze: "zeg vissclier! antwoord mij eeni 
naar waarheid, is er daar straks niet iemand voorbijgegaan, 
die een afdrijvende moendam zocht?" De visscher antwoordde: 
'/als gij wat vroeger gckomen waart, zondt gij haar misschien 
aangetroffen hebben. Zij riep gedurig om haar brooder en de 
moendam was maar in schijn het vooi'werp barer klachten!'* 

Van hier verder gaande, liep hij niet meer langs den oever, 
(maar volgde een anderen weg) waar de sikadoedoeX^, de 
hilalang en de tjapo groeiden en de lintaboe&ng ab 
spinazie opschoot. Toen hij stroomafwaarts keek, dacht hij een 
berg voor zicli te zien maar dichterbij gekomen , bespeurde hij 
dat het een dwarsliggende boom was. Nu riep hij: "mqn 
zuster Andam D^wi ! Welken weg hebt gij toch gevolgd , want 
het gras waarover gij geloopen liebt, is niet verwelkt en die 
boom hier ligt te dicht bij den grond , om er onder door te 
kruipen, terwijl hij te hoog is, om er over been te klimmen. 
Er nestelen daarenboven o e p a en t a d o e & n g slangen onder en 
als men naar zijn uiteinden zoekt, dan ligt het eene ver ii 
zee en het aiidcre diep in het bosch!'/ Hij liep over een boom, 
die schuin op den vorigen lag en toen hij een wilde sitjirA* 
naar zich toe trok, vond hij een hcx)fdhaar daaraan hangen ei 
begon te schreien. roei>en(le: "eeii hoofdhaar heb ik reeds vta 
u gcvonden, doch wjiar zijt gij zclve t,<x'hy'>' 

KeiiigeTi tijd later had hij die plaats W(mm' achter xich M 
kwam hij o\er ecu uitgestrekt^* \lakte waar aan de eene lijde 
rijpeiide padi stond cfi aan de andere een veld was, waar de 
herders huu \ee h<»edd(»ii. Pas was hij aan dit hiatste gedeeltr 
gekomen. of hij ontinot^ttr vvu alleen zijnd henler, aan wica 
hij \nK\ir: 'mm-Ii herder. z<'.g niij eens naar waarheid, is w 
daar straks ook iemand voorbij gekomen , die een drijvendf 



305 

Mi«M imIaiii /tnUx'r " " \\s if\\ itiiarnuar \ nia^rt . h«N»r ilaii . fUn 
lai ik ln«r ti wrtrllni liulifii irij Imar >|MM'(lijnT arliUTiia m'- 
kiitiifti «:uirt . /imdt ^i| liaar wcjlirht ^traka \\\vr dungi*trotrrn 
hrhU'ii. /ij Hpnik (iviT iiitMiiuiid dan ov(*i haar bnM.*4li*r fii (UhhI 
jImiI' /i| (iin luuir iiKwiiflani x*lin*iddr /ij licc^ft iiiij te veils* dc/i* 
vmvnirii (;f*zi*pl "als it ifiimiid iiiij in(M*ht arht4Tiiakoiiieii oiii 
mil t4* xiN'kiMi . hrriiir hfiii iiiijii iMKNlMC'liafi oirr rii u^ff Ihmii , 
vav in* irvTJrii lirbt . want ik in*l(K)f dat iiiijii riiidc ^iiadenl 
i« - 7am\ hit 'ft xij daar stniks tot iiiij ^'aprnkcn. iHiania \tw*^ 
/I) mil if'n wriiiiL' vuur oiii wittr knriiiajaii t4* hraiidni rii 
•• hirr trnaii biddrn Diuir. op lict iiitrindc* \aii dim di('|M*ii 
aiirnind . stond xij t4'fn*uo\(*r dcii Ih^fi;. mvt hrt i^'laat iiaar lift 
vr»t«'ii L^'kit-nl fii liv liaudni op )i<*t litNifd p*\ouwtMi rii rirp 
fir (Nitrt'ii ti'ii liciiH'l iri*lu'\t*ii "X^mi ^ij \adrr m imietirr, 
nil \«>r;«t«-lijk(' afkoiii'«t /ijt . o laat (*r flan t*tMi wind \an uit 
ilr /ft' iipkonirn. flif inijii iiKH'ndani naar drn cN*\rr drijft!" 
/iiirt bail /i| en liaiir ^i*Imm1 wrnl \f*rli<M>nl. want vr ntak tf.n 
vind op <'n df iniN'ndani dni't' naar dm kant , Wjuiniin 7.i| ei*n 
p: lit pint: at'bnik nni haar iia.ir zirli t4N* tr halcn Op dir plaatu 
:« ri'D dif'ptr. u:u«rin ti-n )>aar rajo \ insi'hm lr\rn. «iiar\an 
At •f'li IT a ran ir en dt- andt*rr rajo litrt : dr nio«*iidain \Avi'J 
da^r nmildraairn m dm*!' \aii den kaiit niuir lift iniddrn liii*n 
CO mi-ilrr. t4)tdat lift Dnp'ltik wildf tiat /ij, haar ^^rf pen hfh- 
briiilf . \fMiro\iT III h«'t vi-at4'i \ irl . daar di* irnmd waanip uj 
•tnrid afhrukkt'ldi' »*ii liftp'fii /i| \a>tirnfp afbnik. Zij lift jffrn 
mkrif LTti iHMircn . tcM-ii /.ij uit iiii|ii tM»«^M*n \oor irnfd ifrdwftMi." 
Iht wann dr wiNirdcii \aii dfii h«*nlfr "llt-t wa*> du*> ximniN iiifn 
mrt- vi'iAiilirdr hii '(hrt ktMird \an dfii iliririT !•> in*bri»kf n . 
ftvtfUt iiifii dr/fit \an uit Koto TiKiljfM'li xifii kan): lift lot 
liTBi-ht Andaiii I>«'*mi oiiiri'luk .laii . da.ii /ij v«nii allijd luvii- 

t >p hrt hiNiini \aii dr/4' uiNinirii «>proni: Maiiaii^krrHii^ lO 
Hrr ( Wf.Mti oiii iiiitti *\v rajo \ K'M'hrii rn kn)k<M)illrii ti* hakkm. 

Mrt /111 kli« tli.i.ikli- hi) i-r V irl rli nirt /i|ii rrntjofi^ tVfr 
I' ;ft-!l:k iiiMMl . /inhI.iI dr /4f hirr Mil X.ili dt kft'll^*!! dff 

ii««' II •l.ia' /M.iil \:iii dtt dri krokiklllirli ilj.'« \ailat lllj 

». r«>« Ml dt-lit Iliixm MiL'riratili rii ri'li iut'lilir'<* kllp|M-li bfZiM'Ilt 
:a«I . « I* Mi| liitifi put \ lU \riiiiiN'irlli*» . AoiMl.it hl| ll.lll Mr il|k!i df 

SMwXttt K<<ii <ipiii htrii III) •fiiiir dairoiii uit hrt M.il«*r i-n lirp 

iilU'- Srt «Il.illi|. Iiitil.it hi) Wrri np iTIi rol«» ^pliilitf |Kh»| Allah'* 
ik-iirh.kkMi;: \i»iiil hi| hiri i*«*ll I :i n t l %4!l h.liir iMMtijr tf ru^ . 



806 

flat floor (le j^olven nit het midflen der zee was roortgespoeld en 
op de rots gosmet^n was. Manangkorang nam dc tanti op en 
begoii op de rots te. weeklagen roepende: ^Andain l¥wi, mijn 
zuster! de tanti van uw baadje lieb ik tcruggcvondcn , doch 
waar zijt ge zelf tocli?" Nu trok hij zijn lange krisenzeide: 
'/Kom mijn kris! maak mij maar doo^l , want *t isnietnoodig 
dat ik langer in het leven blijf. Daar zelfs zij , die zoo schoon 
was niet meer in het leven is , is het beter dat ook ik sterf ! * 
Allah wilde echter , dat hij niet gewond werd ; zelfs gecn schnm 
ontving (jn de kris weer in de schede terugkeerde. 

Xu gaat li(^t verhaal weer over anderen spreken en wel otrer 
zijn ouders, toeankoe Riidjo Toeo en p rinses Li ndoeSng Bodan. 

De eerste zeide: //Wel prinses LindoeJLng Boelan ! wat on« 
kinderen betreft, het is met hen zooals de meuschen zeggen: 
'/(wat men afhalen wil valt niet naar beneden en de haak, 
waarvan men zich daarbij bedient, blijfb hangen). Het komt mij 
dus wenschelijk voor , dat wij tcrstond uitgaan om hen te zoeken: 
(cm tc zoeken die verloren en achtema te volgen die w^- 
gegaan is) ! // 

llierop gingen zij heen en volgden den grooten we^ stroom- 
afwaarts. Zoo kwamen zij eindelijk aan de riviermonding , Tan 
waar zij langs het strand naar Manangk<^rang kekeu, zonder hem 
echter te ontdekken. Zij zetten nu de reis langs de kust verder 
voort en kregen iemand in het oog, dat juist Manangk^rug 
was, die zirh schreiende in de zonneschijn zat te koesteren^ 
Zijn ouders riepen hem toe: "zeg Manangkerang ! komhierbg 
ons, wij hebben u wat tezeggen." Manangkerang zette rich nn 
dicht bij zijn ouders neder en dezen zeiden tot hem: «rkind! 
ge moet nu zoo doen nl. met ons naar huis tcrugkeeren, daar 
gij niet gevonden hebt , hetgeen ge zocht. 't Is nutteloos veider 
te zoektui , want wut dood is . is voor de aarde bestemd, evenali 
hetgeen wat leeft voor de wereld." Zoo spraken zijn ouden. 
Manangkerang antwoordde hierop schreiende: ("men moet de 
jonge padikorrels niet twee malen phikken , want zij souden 
daardoor btMlerven) ; zeg Z(K) iet** niet voor de tweede maal. 
want het zou mijn droef'heid nog meer opwekken. Zie ecns, vader! 
Als ik niet xind, die ik zwk , dan k(K^r ik (wk niet temg; 
want het zai dan beter zijn dat ik sterf, daar mijn leven dan 
t^H'h tot nirts meer dic^neii kan. Maak mij geen verwijtvande 
zorgen en miMMtcn , ilit^ ge \(M)r mij gehad hebt, IhtusI in df 
verkeenlheden do(»r mij Ix^gaan en we<'S er altijd tovredenov«r, 



807 

dAt ;.i' nil) \(H*<li«i'l L^rtrf'vni hi'ht Ik '^priTk /(m). dindat lirt 
mi; t4M*!4rhijnt , (hit ik i\v wrn*l<l zai vcrlal<*n «*n fir Kii^'l iU*s 
'i««wi« inij Xjil kiiiiii'ii lialcii : iiiijii lc\riiHf»itii|f sdiijiit p'koinrii 
t* /ijii \V(*lnu intHHlrr! (iv incN't iiaar aw* lN*i(lfii innar iiict 
!iM*«T vcrlaiip'ii . ii<M*)i oiii nii*i (Ifiikcii Vcnuidrr oiiasi; naiii(*n , 
?t*i*f aan inij dim van Da^aii^ Naiistai * en n(N*in Andam 
iK'wi MMirtaan Tahaii^^ Lajan^'' Yah^ sprak Manaii|;k(*nin^. 
M>ftan>p \f*r\ol^nif hij) : '*\U \adrr tcich naar niij \ (TJantrt, aaii- 
•rlinijw dan »S4N*tan liadjo li(ini^4<M* . wicnii cvrnlMTJd ik h(*n , 
rn ,iN motiliT aan Andani l)t*m*i drnkt . pi dan naar licirnpi 
kap*h HJiT ^rdijkrni** /ij is!" 

TfM'ii /.i| daar i*(*n {mmimJc tri>/4*t4'n liaddcn rn lift la^it p'wonirn 
«a« 'viM'pii* hi) t*r nf\L' hij)- "Wrlnu imM^drr, kwr nu naar 
hom t4*ni;r ni iiiaak inij lict hccnpian nirt inntMrlijk. Ijaat , 
trrvijl wi| w(*(: xijii di* tralaiifnrin^^ nirt v(Tl(K)|M*n , hoiidt nirt 
op cni-t f(*('^t\irn'ii t*n latrn inijn |>aanl rn inijn hiian trf^en ^*l>n*k 
aan rtrii hrhlMMi Vcrdcr niijn nudtT:*! niiK*t ffi) onn, al** wij 
iiif*t iiKM'htfn t4Tnirk(*('rt*n . ni(*t arhtrma kmneii. Indien vaiiiT 
nu not; nict trcniMt in<M*ht /iin, nti'in dan t\v7A' hik haar van 
mij mt*df dan knnt t^' . dii* da^lijk;* hcM^houwendr . aan mi) 
'lenki-n Ktvr nu t4'nif; \ad(T. want ik wil vcnlrr ffaan!" 

MAnanukf'ran^ iH^pm tr ^(rll^*it•n en uittc drxt* pant4M*n : "{ftnn'i 
kfvitf fip luinlMM', waarin hct jtm^ \a!i di* halani? inaranir- 
rari«t /it. latrr kiinnt*ii wij n wn-i kap|M*ti); hiijf in wivnicMHi 
»rht4-r It kain|)(NMiL^! uij hliptMi WHar^'liijnlijk lan^; we^, diM'h 
''rnmaal kf«n-n wii t4»t n wifh-r!" "I^iat inij n«uf drzi* twit**!!' 
|ant«w*n /i-l^li'II". /.H|)rak hij) "(dc «ik(»rdjiM*u tfnu'it nanuMi 
mft di-n k ap:i<»hi*4*^t«*r m dr hhMiii \an dc paraortan i^ open- 
jnraaii . ■d?> i:\\ tnlukkii; hhm*! /.ijn . dan kii*n*n wi| naar ()<da^ 
Tandj<H*iiL' Mf^lnii U'Tmi:. Kiuii aan nnM^ticr! houd niij nirt met 
(»n'i«ii«liir L^'praat *»\i Kvt-r naar hui<* trruir . ik tr<i ztM'km d('|^*nf\ 
iJir irrhirfii 1^, ik ir*i \»>lp'n haai . dii* \n lii*«'nin*puin ! " 

!li«*rn.i kirnh-n /i|ii oudrr- trru^. tmiijl hij in dr naliij- 
•iri«l ih'f /«■!• Iilr«r rn . jit^'i-^N xhrriiiidi . \ inlff ifinif zijn drfief- 
' t id tittt-ftdf- in <lr/f- ]»anf4ifii - "(«> i La Imi I'ii n if randnrjl'' in 
t^u ri«:«-r. fii| ir.i.it ii.i.ir dm viMirMtrvi-ii :> ik ifa iiM't tt't\ ln- 
•Inwftl hari *t«-»-iU wnlri i*ii hrf *tiainl M*lii|tit /4Ht \i'r tr /ijli •■ 
\ i«iri«iiirf rid h«N»nli ^i) ii-t«> . f|:it h«ii» tidkrii** ihtil finikijkrn: 
firf Ma*> .il«4it' til V iit;rN hi in ilt'|M-|i rn dit klmik firm iu dr 

■ pr«w4t Jvar »-■• r^lpii iiii-( m-Ii t uit 



80S 

oorcii als de stiMii zijiier zuster. Dan begon hij weer te schreien 
0,11 wecklaagde: '/(De halaiig is met de vogels weggevlogen 
ill ^ezelschap van een duif): als cen draad breekt, kan ik te 
weer aauknoopen , docli als zij verloren geraakt is , waar zal ik 
ze dan gaan zoeken?'/ '/Ziister Aiidam D^wi! hoor ook mar 
dezc paiitoen! (Een ring die te wijd is voor de pink, past 
goed oin den ringvinger); ik zie overal de zee om mij been, 
tot hoever zal ik u moeten acliterna volgen ! ff 

Xa verloop van eenigen tijd werd hij een visschersachaitjc 
gewaar en riep hij deze naar het strand. Door Allahs beschikking 
zag hij daarin iets schitterends liggen , de glans er van vcr- 
spreidde zich over het land , het had een kleur al? een goaden 
ring. "Zeg, visscher!" (zeido hij) breng uw schuitje hierheen. 
ik heb u iets te vragen ! " 

Toen de vis^cher dit hoorde , roeide hij met zijn schnitje 
rcgelrerht op het strand aan en Manangkerang vroeg hem: 
"Wilt gij uw visschen verkoopen , zeg mij dan hoeveel zij 
kosten?" De visscher antwoordde : "Zij moeten drie kwartjes 
kosten ! " 

Manangkrrdiig betaalde echter in plaats van drie kwaitjes, 
and<*rha]ven gulden , daar hij tusschen hoop en vrees verkeerde. 
Wat den visscher bt^.treft, deze roeide, toen hij het geld ont- 
xangen had, zijn schuitje naar zee en dacht in zich self : «rdie 
man is gek of drouken , om mij anderhalveu gulden in plaato 
van dri(5 kwartjes voor mijn visschen te geven. » 

Manangkerang zette zijn t<M'lit langs het strand uiet voort, 
maar beklom (^en heuvel waar een dikke , breedgctakte en rijk 
gebladerde boom tegen de helling groeide. Het was toen mid- 
dag: (de tijd <lat men eenigazins hongerig wordt, de bnik* 
riem los om het lijf gaal zitten, als het op de markt druk 
in de kampoeug eenzaam is , en iiu^i aan het weeftoestel h 
en weer gaat loopen.) Hij hield danr stil en zett4*. zich t&gen 
den boomstam neder. t(Mwijl hij een pantoen begim te zingen: 
'/ (wat is het Nm'Ii stil aan de badplaats , ginds plant ma 
kaiK^el): zijt «rij mi nog niet tevi-eden over hetgcen mij over- 
komt; waar ik ga zitten moet ik traneii storten ! " Terwijl hij 
aan /ijii zustcr Andani Dewi dacht, snei^ hij den buik der 
\ issclieii ()\(;rlangs door en vond vr de moendam in, waarin 
nog /(M) tih \n)('ger df koraleii rn ringen lagiMi. Nu Ix^n hij 
te sclirricn. hiid keels riM;|)ende : ^rde nioeiidnui heb ik gi<!Vondr.il, 
iliM'li waar zijl gij zell* t<M'lir'" 



Wifirr tnik iiii ziiii kn*' »'ii >lak it zirli iiii-dr in ilr U»M , 
tn.Mr lUntr AlliiliK ^M*M•llikkillIr wrnl Inj iiirt tffwuiul , ja kn*<'ir 
wif* tfi**'!! M*hrain, trrwijl t\v kris in ili* m^Ih-^Ii' U*ru^kcenlt* 

Vi*r>olp*iiH ^tnk MiinaiifrkiVan^' t\r ni(N*ii<lain liij xirli vn ffiii^ 
YenitT flfM>r dr woudtMi vu wilHrniisMMi . waar \ (^ntchrii IriM* 
« I aman^'.t zirh aan de takken (l(*r iMiomcn r«lin{ri*nlen , de 
iiriitfko'^ (rii \(*rM'hrikkrlijk jrt'svhrwuw aanhi(*\(m, giMvten 
rn diji%f*U hwn on wi*<t licpi'n rn df tijircn* hraldon. Stwcl^ 
tmirr iniandt* kwam hij (*en ma ri nt j oliort trffen (*n daar d(* 
krrti'ii in di«*n tij<l Hprvkrn kondtMi . wr. \roep hel lirm : *NVel 
j<«fii?vdinL'! van waar k(»nit *rij vu wat »N*kt ffij?" Ilirrop ant- 
vnonMf Mainuifrkrrani:: ''(n'Ii ma ri ntjolirrt! ik b(*ii dnor 
miin niMidlot hicrln^n ^dinM-ht!'' 

T<H*n hrt ht-rt dit Inwinlr. whm lif*t /x*t*r \rrhaaiMl rn had 
■H^iijdt*n iiu't lirni : daanun widr lift - »7a*^ ScN*t4in ^fananf^• 
krr&n::. tw «*4Mi> hi»T! ilv Mun'fi nirt mrrr zi«» d<Mir lift IxiKrh 
(r dwairn . ik zal u liulp v«Tl(*«'ncn . gn op mijn rug xitt4*n . 
<Uii ml ik u df*n wcg wiJM*n » Dit 74Mdr h<*t lirrt. 

St«*4*<N \(*nl(*r liH)|N*ndf kwam lift ajin dt* trn*nH \'au dat ^•- 
dff«»lu* . w:it lift U'WiMindr , • waar hvt ziMdr ■ "NVfinii Surtan 
Ifananirkr'ran^ ! t4>t hii*r lirk ik u williMi lirlpMi!" waanip hrl 
dirr tfrnifk»»«'nlr. 

Manani;k(*niiig ifiHiT ^(muI vi\ MftfU \f*ni<:r tn'kkriide out- 
■mrttf III) **i'n \rnlwa:ildf* rliintMrnu* . dii' t4>t lirm xi*ido "UU 
kin ik titijii l)uik \<'nMdiiff*n m mijn kifzm Hiijtt*n. nu kan 
;k iiiij . lioMfrcriir aU ik Inmi . \ f nuidip'n ! » Mananirkrrang 

ant«(ii>nldc liirnip -Wrlnu rhiii(M*fnKi! ik lirl» dit hoM'h bi?- 
tnilrn m«-t dr sfiMlarlitc. dat ik iiict iang ini-cr in hrt levcn 
xou hli|\rn Ik Immi ilfNir inipi oiiirclnkkig lot hifrlu^fn gfbrmrht: 
tr <trr%fii tii tie .lartic tot ru^^tplajit^ tv hMwii, ml liet^r lijii 
•Ian \iil k(>mm<*r tt- lijiivfu Irvfii*- 

llrjEi- miMinlfn litNin-ndc knt'L' dc rliiii«Mi*nr* mi*iitdijden met 
'ort lirm t'li /t'idf ".tU *j\] zuikr ifiiLirlitrii lirht « m\ ik II 
tfiiMrrkt iii«*t ofiftrn . koni . ik ta\ u /Ai'* hnip \ «*rlf«*iii*ii ! 
Kiini lip mi|ii niir . dan Ail ik ii tlni \iv*j Hi|/A.*n <*n dan iMdnieft 
igr iM»% inrt iiiifr diMM ill* wiltlcriii> \* dwalfii!" Zi| gingi*ll 110 
*l«nU icnlrr rii t4N*ii lii| •ri'konii'ii u.i* ti»t daar. waar hit 
Mananu'krr.-tiii; knti l)ii*iip*ri'. /.*idr ilr rliiniM*cn»« -tiii liirrtiM* 

|h* M*lrt**r-» I t-tiii'l' i.i|> . lilt 'f lirtfii ill lirl «<<U(I , lt*«irr hui- fn^*** 
b •-(•««•] *i«4ibrt. XmX fij iiift i;i .I'll • ii'nH*)iTiji|«^i. 



wil ik u geleidcu joiinfrliug, blijf mi hicr, dan ga ik elders hecn!^' 

ManaugkeraTig dwaalde nu weer verder, zonder tc eten of tc 
driiikeii en ontuioette na eeuigen tijd e^n gevlekten tijger, A\tsr 
gekleurd was als cen taboehan tandang en even gnlzijf 
was als ecn legaaau van Tabing Tinggi ; zelfs op de a^valleiR 
bladeren viel liij aan; hij at alles op, wat hij ontmoette eiL 
was versclirikkelijk woest. Zoodra hij Manangk^rang zag, zeid^ 
hij tot dozen : '/ mijn droom van gisteren is uitgekomen want 
(wat plat is komt naar mij toevliegen en wat rond isnaarmij 
tocrollen), ik heb Ma^ gekregen wat ik verlaugde. Ik hel> 
honger en dorst en wist geen middel om die tc stillen , doch niL 
kan ik mij toch verzadigen ! '/ Dit was lietgeen de tijger zeide. 

Hierop antwoordde Manaugk^rang in eeu pantoen: "(De 
1 i m a u wordt door de b i n d a 1 o e overwonuen en de rijst 
wordt door den wind vemield;) eet mij maar op, tijger! want 
ik heb toch maar een kommervol leven!" 

Toen het dicr dit hoordc, verzonk het in gedaehte; het 
kreeg medelijden met hem en sprak : ^'jongcling! wij zijii lot* 
genooten, want ik heb hetzelfde ondervonden als gij! Spring 
op mijn rug," venolgdc hij "dan zal ik u verder helpen;* 
vervolgens voogde hij or nog deze pantoen bij: /^(Men ging 
bovenstrooms om toe rang te vangen en ving een toeric^, 
die met zijn kooi*d was weggeloopen) ; gij behoeft u niet gehed 
aan uw verdriet over te geven, doch kunt ook heeng^aan, daar 
waar vreugde is! « 

Nadat Manangkrrang op den rug van den tijger wad gaau 
zitteu , gingen zij wcn^r verder , totdat zij aan het einde van 
zijn gcbied kwamen , waar de tijger zeide : /'tot hiertoe wil ik 
u helpen , ik ga nu mijn eigen weg en verlaat u hier ! f^ 

Manangkcrang antwoordde hierop : //ach tijger! ge moest liever 
aldus doen : nec^m mij mode, waar gij ook heengaat, en kant 
gij dat niet , dood mij dan , want mijn leven kan tot nieto 
meer dienon ! " 

Toen hij dit hoordc, kn^cg dc tijgt^r medelijden met hem en 
zcidc : "jongi^ling! go bchocft nict bang U\ zijn, dat ik van a 
zal scheid(^n . ik zal u Icercn schermcn." 

\adat zij ccnigcn tijd daar warcn, was Maiiangkeruug vaardig 
in het s(;hcnnrn gi^wordcii , waarom dc tijger tot heui spntkt 
'/kom aun joiigcling! ik wil u nu dc pi to en doe fi^ on de 
piganta ondcrwijzcn : koni liicr, dan Ziil ik op uw tong eon 
z\vai-t4* \lck muken ! " 



LI J 



317 

Andam D^wi zeide iiu : ^O vriendin, hoor naar mij, dan 
zal ik het u uaar waarheid vcrtellen. Ik ben iemand van 
Tandjoeng M^dan, waarvan het binnenste gedeelte Kampoeng 
Dalam heet en dat het dorp is van waar ik afkomstig ben. 
De reden nu, dat ik hierhoen gedwaald ben is deze: wij waren 
met ons tweeen vriendinnen, doch hadden niet dezelfde woon- 
plaats, daar onze kampoengs van elkander verwijderd lagen. 
Die vriendin van mij heette Boengo Kapeh en hoorde thuis 
in K6t6 Toeo. Nu is hetgeen de menschen zeggen wel waar, 
n.l. (de rook van het vuur dwarrelt door elkander en die 
van de sakam is onder het huis), dat het erger dan vergif 
is , een onverzoenlijken haat te koesteren. Zoo was het gesteld 
tusschen Boengo Kapeh en mij en het gelukte haar mij door 
mooie praatjes t.e bedriegen en mij te lokken naar het bad in 
Tandjoeng Medan aan de put Antaro Dama. Ik ging met 
Kambang en mijn hofj utters daarheen , doch toeu wij er eenige 
oogenblikkeu waren , zond zij dezen alien terug , zoodat wij 
slechts met ons tweeen achterbleven. Wij gingen nu samen naar 
de badplaats en daar ik mij pas reinigde, toen zij klaar was, 
heeft zij wellicht op dat oogenblik mijn moendara in het water 
gesmeten. Het opsporen nu van de moeudam, door Boengo 
Kapeh weggeworpen, is de oorzaak dat ik hier aangeland ben.// 

Toen prinses Taroeih Mato gehoord had, wat Andam Dewi 
vertelde, riep zij Kambang toe: //haal een stel kleederen nl. 
een kain en badjoe , bene v ens ringen , koralen , oorhangers en 
armbanden ! // 

Kambang bracht nu alle kleedingstukken , die noodig waren. 

Hierop zeidc Taroeih Mato : //Kom, mijn vriendia . laton wij 
nu naar beneden gaan en ons naar de andjot^ig ftngeven om 
daar wat te prakni. Trek dus dezc^ kleeden^i aan, dan behoeveu 
wij niet langer hier t(^ blijven./' 

Andam IMwi zeide nu bij wij/.(», van paritoen : (//men braadt 
het Zand totdat het zwart wordt, de rook stijgt kronkelend in 
het luchtruim) ; als ik deze kleederen aanschouw , dan moet ik 
schreien, want ik denk dan aan de dagen van vroeger!// 

Toen zij zich nu gekleed had , daalde zij af en ging naar de 
andjoeng, waar zij met prinses Taroeih Mato verblijf ging houden. 

Na verloop van tijd kreeg het volk kennis van dit geval en 
kwam het ter oore van alle hoofden en aanzienlijken en dezen 
kwamen nu alien bijeen om over prinses Andam Ddwi te beraad- 
slagen. Men was van gevoelen , dat zij de gade van (ien vorst zou 



en schreeuwwi onder de meiiiprte werd e.rger, totdat mand«^ 
i'oebiah het hoorde, die iiu iiaar buiten ^ing oin te zienwa*^ 
tu' was. Z(xx1ra zij daai* aaiigekomeu was, /iCide zij tegen d^ 
]U(uiigt<«. : /Mloodt dieu uian iiiet , laat liem maar met mij mee — 
iraan. (i(' haiuhJt al heel vreenid dat go geam inedelijdeii hehfc 
in(»t eeii ()ng(»lukkige en Z(X) onbarinbartig zijt jegen$ eeii ver— 
stooteling ! " Daarop vervolgde zij tegen K am bang: 'i^zeg, Kam— 
Imng ! boor eens : (men gaat stroomafwaarts uaar de vlakte van. 
Singkoeang : een zwaluw nestelt op het. eiland Baie*^); ""t is goei 
medelijden nie^t ongfJukkigen te bebben , want wie weet weJk 
yrt^luk daaruit i?el)oren wordt ! // 

Ook SfM^.tan Manangkerang haahle nu e4>.n pantoen aan : (^^dr 
bijen zitt4'n op don baringinbooin en dv. limpato op de 
si man tooling) ; ik verkeer tussehon boop en vrees nu ik mand^ 
kandoe^ng zoo boor spreken. Daarop vervolgde Iiij: ^^hoor 
nog etms mando! (de limau poeroei^ groeit op bet erf, een 
afgebroken tak wordt in stukken verdeeld) : ik verzoek u neder^ 
mo^lelijden met oen vrectmdeling t.e bebben. Als moeder mij mur 
meenemon wil . al moot ik dan ook onder de rijstschunr een 
plaatsjo vindon (^n al wil men mij gobniiken om de kippen weg 
to jagen, vuur to halon en hot buis s(!hoon te vegen ! » 

Nn sprak Kaml)ang: 'onand^ kandooilng, als wij dezen 
man in(^t ons nom(*n , znllon wij or missohien later veel beronw 
van bebben, want als hij wolliolit bij ons komt te sterven, al 
zijn families ons daarvan do roxlon vi*agon, dan zal er twist oi 
doodslag ontstiian en daarover zullen wij langen tijd leed ge- 
voelon on mon yax] onophoudelijk blijven lasteren. Het seon 
kunnen gebeuron dat bij bij ons aau buis stierf en dan son 
men misscliien denkon dat hij vergiftigd was, en daarvoorben 
ik zeer bevroesd!" Zoo sprak Kambang. 

Toon mando r(K*,biah dat h(M)rflo, werd zij Imkis en zeide: 
'/dezo vrouw is eon ongoluksvogel , want zij komt alwcder met 
iets vrcomds voor don dag." Vorvolgons stx)nd zij op, nam de 
hand ^an Manangkennig on goloido bom, t.ot vorbazing van de 
inenigto, naar haar woning. >ia<hit zij tbuis gckomen waruii eP 
Manangkorang daar aan hot htKtfdoindo plaats genomen had, 
zf^ido mando roobiah : '^Kom, kand)ang! kook nu wat rijst en 
goof dozen man to oton . o|Klat hij niot van bonger stervel* 

Kam})ang maakto nu rijst on goolai klaar, mrbepte ze cip 
on IxMxl zo. Manangkt*rang aan: maai bet oten bleef onunge- 
nx'rd staan , want Manangkorang wildo niot< gobruikeii, ja idfc 



118 

rt tt'U9 iiaar ki)k«'ii . daar liij \rriii<M*iil f>ii afji^MiiHt <'n b<)\(*ii- 

ljt*<inM'fi] w;iM TiN'M III! iimiidt* nM*l)iali xa^ , dat dif man 

«ildf huttip'ii . Herd /ij <MiruNti|«' cii rirp haar d<M>hU'r. 

■^ Siimjawa ^ctiaaiud , t4)t wic zij zi*idt*: '^uiijii kind, priiiiM*:^ 

.i«u! kijk t<M'li (^*iis iiaar lirt rt^Mi \an dim man, iiiii(i«<*hirii 

ivkt vt jrN a.m. want op Kanibiu^ kiinncn wij nict \(*i*l 

mwcn ' Iht /.cidc inaiidr nN'Inah en prin.s<ni Sarajawa dc*t*d 

»i) dr rij^t «'n dc pM'lai wat it bij UdnKmli* V«t\c)Ij^'!Ii> 

tiuiii<ir r«M*liiali "crt nu nujn jonp'n! tipdat uwr mcNnlrr 

r in Iirt L'f'HKM'd Hordf!" 

inauirkf'r.int: /.ftt^* /.wh aan lirt vU'w , \\i\ xmiciddt* d(* rij^ 

/I) tffknipt wa> en dc lia(>|MMi. die hij nam wan*Ji nint 

.iU \()ir«'lci('n*n \hu' inalcn Im4l hij lit*t ft4^n naar den 

ir«>l>rarht , d<M'li l)i| lift v irnit* hapjr W(*nl hij duisudi^ 

df ri)>t i*n wa> r\m \i\> irniand , die d(Mir t*f*n U^rfM^rt^* 

alltii wordt Alhn \«an*n \rr\iond(*rd , ti*ni'ijl Kamlmnff 

'(K'h. ukhhIit! hcl i.s /,(M>aU ik ^traks p*z(*ifil hf*b, er 

lu nil /A'vr ^'nH>t4' \(>rantw<M>nh'lijkhtrid op ou^ komcQ.'' 

iiiaiidt' nM'hiah aiit\i(M»nl(h- "Koni. Kamluin^r. niijn kind! 

t4M*h liiit i)aii;: I'll iH/ni(rii . \iant uir \i*t'<'?<ai*hti^ van 

i<«. la.it H|MH'<li;5 ii«'t lr\rn en w ic M'hrikaiditiir iy, \alt 

\\ nt LH) , wal iTf diH-t y (ia >* o <• I a h pejMT lialrii rn 

dan \\\\ ik dc/ni man iimi t^Nivmniddtd t4H*dirnrn en 

Villi' \ laL**!!! in-in iN'tri \v niaktMi!'* 'Ami npmk inanfi^ 

d> 

ar L'tinii /oil vrrlnNiid ni iiaar ver/4N*k t4it*^*iitaan wonlen. 

r?ipn\idt iicin inrt ^ oi* 1 ii li |M'|N*r «*ii maakt4' mc*t uien («n 

tip /i|ii MMiriiiMitd . vi\ Uwu 7.1] dit Iaat*«t4* drir iiialrn 

n liad . /.it MAiiaiiirkiTaiiLr op. /.ijn panau V lM^inn«*n tr 

i-nMj •n dr kiriir oj) zijii ;rtdaat kttTilf tcru^ 

>ndr riM'iliah sprak t«M-n "koni . inijn jonf?i*n. jri*bniik nu 

**uiii III ^t<*«k (-I'll siiraartjc op, opdat fti* tot uw \t*r- 

k'Miii TiNn .Nfanaii^krritii: sirih p*i;f*t(*n i*n iM*n «tnN»tje 

kt h.fi . /« hit iiMdiKiii "kmii , j(»nin*n! lui?«t4T nu naar 

(it In liiM tt \fHii iiii| ifif'ii LTchnmrn t4* hcblM'n." V»n bij 

\.in |».i'it<»«ii . viHtrdi /i| If l»i| "(iiicii wrrpt dr ri(!iirh t4*tfifn 

ii«t«rlMiik • I' 'i* lil«N III! II \.iii den aiiibatjanif > alb'n af); 

If /tiiMM M.taiiitid. «aart4M> /iiu lirt dit*nm »• lan|fi*r to 

rpii' H«K kiHiii liii . dat ^f liHT tn'komm xijti' Wat hwft 

Aialndini: t4M p*p\cii' \ ol4;i*n.'« mijn mi^Miinir m<M'ht gr 

• fii xirtt n-i^ nirl iiiakrn . want ik /.it*, dat i{v ^ferii 



;314 

^ewooii nieusc'h zijt, daar ge liet uiterlijlv hebt ait Qeii aaii* 
zicniijk geslacht te zijn! " 

Manangkeraiig uiitwoordde nu : ^al$ inoerler daaniaar vraagft, 
kuii ik u (lat wel zc^gen. (Van Paoe&h gaat men iiaar Pain- 
paiig vn , (lajxr gekomen , gaat men sturen) ; ik ben van vemr 
liierlietjn gekomen , omdat ik veniomon lieb, dat nuR^er een seer 
goedhartige. vmuw is. floor nog eens, moeder! (de auggangs 
zijn met de snuveis aan clkander gebonden, omdat sij de 
vmchten van de paociili djanggi opaten.) Engelen hebbcn 
niij in liun \lurht meegenomen en zcm) ben ik hier gekoinen. 
Daarenboxen moeder! (Mqu wil naar de kampoe&ng radjS gaaa 
vn neemt eeu lans met roemin metle): liet is gehecd buiten 
mijn wil, dat ik hier aangeland ben!" 

— Nadat het gesprek daarovtu- afgeloopt^n is, gaat het ver- 
liaal weer op iemaud anders ovc^r en wel op Andaui ]>ewi. — 

J let lot van deze prinses wa«, dat zij in den buik van den 
vis(^h bieef voortleven en deze door de golven voortge»lingerd, 
hedolvc^n onder zand en door de baren op e^n ueer gewoqien, 
o]) het (^iland , Si' tan genaamd, geworpen wenl. (Duune rot- 
ting wordt rood g(».verl(l en dient dan om er een itesch aan fee 
hangen); in de zee omringd door de rots(*.n, daar leefde Andam 
i)<^wi; (laiir bleef de visch, als een stuk hout, boven water 
\oort<lrijven. — In dien tijd leefden er twee vogels, sikb* 
genaamd, het was eeu niannetje en een wijfje, die den 
naam van Siko^ Samurlaoei^ droegen. Toen zij uu naar het 
eiland keken, waren zij ziK^r \erbaas<l en zciden tot elkauder: 
/'wat kan dat Un-h zijn, dat diiar op het eiland iigt? Vmeper 
was er dat niet; laten wij (iens gaan kijken!/' 

De twee vogels sehoten nn regeli*eeht naar beneden en zoodn 
zij op het eiland waren , ont^lekten zij een visch, die er blinkeud 
uitzag, dicht bij het eiland ronddiijvende. De vogels sseiden no: 
//liier knnnen wij onzen buik vol eten , want on/en honger ei 
dorst kunnen wij niet langer uithoiuleji." 

Jliero]) schoten zij op den visch ai' en braeli ten hem naar hci 
eiland nn Uh^u zij hem in den huik piktim (aan den uever 
schnieuwl een h(M't , dat daar bezig is j(mg«^ saligoeri tc eteo) 
wenl er in den huik van den visch een stem gehooi'd; het 
was Amiani Di'wi, die zeich',: "(), bnNMler Manangk^rang! wM 
voorziehtig met uw kris, opdat gij mij niet verwondt. Ue heht 
me dan t(K*h zm)\er gevolgd , om mij, die zoover weg wtt, op 
te Z(»ekeh ! " Z(m» sprak Andam Dt'ui. 



Ih' \<>^n«N SainarliMM'i' zridfii du "di-zo vi»«'h kan spntkfn, it 
r't /t\vr ii'inaiul in zijii huik. Koin . lat4Mi wij deziMi vcrl(MS4>n, 

■ .lilt iiift ii-niaiK) uit ww pijiilijkrii tfM><tAii(l t<* lirlpMi, v<*rrirlit<Mi 

■ 1 1 11-11 *s\n*t\ wfrk ! '' 

!)•■ \f»frf>U xiko"^ hiuildcn Aiiduin |)<^mi uit den Iniik \an d(Mi 
I iM'h fii Uhu zij diuiruit wa> . blrrf xij op dit rilaiid ziiiidfT 
^11 t-nkrl stiik kInTfii aaii lict lichaain . t4*rwijl htair liuar »ls 

• a U'lid aiitr diiMidf*. 'A\\ /at in i;«*|:(*in> \f*r/onk(>n rn uli* zij uan 
Uan.iiiL'krrani; daclit , \Aas hct al<of /ii al liaar knirlit4*n >tTlort*n 
\Aii t-n 44T\rn /on 

Nif't laiiif il;unia kwanirf) vr twin- drakcn aaiivli(*frf*ii. dit* 
laM prinM"* TanM'ili ^fato t<M»lM»lu«»nli*n. TiTwijI zij htvii rii wwr 
r«i^Td«-n , krkrn /ij n^uir InMirdrn en /jip*n op hrt riland it*t.H 
limri'n . \«aar\an <i(* «rlan> t4>t iuiii dcii liiMuid t<Tii^p*k»aUt wt*nl. 
|V dntkfii /<*idcn nu tri:i*n rlkaiid<T "Wat kan daarxiM»^lin- 
ttf-n-n oj) lilt t'iiaiid y Koni, latrn wij naar d<' aanio diilfti 
n fi-n^ kijkrn. wat lirt is, want wij hrhlMMi z<io irt- noir 

V«r\Ml:;tiis \lo«,iMi zii naar tli* a.inlr en aandarlitiir nuidxtfiidr, 

•ff 

•at«.i^irdt II zij von vn»uw van I)uit4'np*w(»nr H-hiM»rilirid. "Wrlkr" 
;tnii>«-^ kan dat /iin , die liirr i^i'konirn \'<y " ■\nn*iCi'i\ zii aan 
-Ik^niltr ha. nop lM'tr<)niii*n /ij tv twistiii, onidat dr <t*n haar 
;f>-l«ii f II d(- .iiidiTi- liaar wri;\(M>rfn wildt*. Tot-fi xij nu laii^>n 
U\*\ ji-twt^t liaililt n . k\tanirn zij op tt-n ifiNilt- iriilarliti' i*n ziMdril* 
► /••• rffi* , he! i*. ifiH**! . als \%\\ iTii itiwhI wrrk UTrirlitrn l-it^-n 

• ij 't.i.ii (1.1.11 di> \«oninir \an onzc iiHi*st4*n*<» TanN*ili Mat«~i 
J#n-fiL'»!i , .lU MTLi'Idiiiif MH»r hart- Lr»M'<llirid , di'W iji zij liH is*, 
liifl irn<« licrft ::HM)t tft'lirarht en nii'^Mdiirn i^ t|t*7i* \n»iiw iMik 
«•! i«n f.iiiiilii'litl lit* I (-11 knini.'^ \an haar fV^-u fijoi*arlMMmi 
-t.t.ftt lip liit iiiiddni \an fi'ii ii-ld <-ii daarin zit it'ii >otrt*l tr 
'fijiti f> . •If dr,ik«-n \(N'rdi'ii li.iar niiilr vi\ \lotr«-n nifl liaar door 
fir-i hUuwr iurlitruiin A I. dam |)<'\ii lM*ifon nu tr M*lmM*uwrn; 
•auX , tt-rwijl zi] -«tnM»niopw.iart*i k(*<>k . kn^t*;; zij liaar kam|NM*ii^ 
rimijiM-nir Mi-ilan in In-t ••«);; m z;ifr zij duidtdijk. dat dr niruitrlirn 
^,i )t<«iptri niar ili kidplaats Lnii!jr«*n IV drmkni ^loffr'n nirid- 
>^hx n.i.ir ))« iitilrii I'll kuaiiH'ii i><*n oi»p*iddik Iat4*r hij t\v 

■ (»nt! L' ^aii TaiiM'ili Mato in dt laiidMnt'k lialirrani lK*«a. 
Vdktr /i( ru'U op «*<Mi ii|«tM-liiinr ni>«l«T /^Itrn Hut «rrd priiuH«> 
\rifljm |k*m diMir dt- drakfn xt'riatrn, die oudtT :uiihoUilriid 
««-vhrr«'UW af di aanxlop-n. t4»tdat koiiiii;; Kalain KalMH*i^, 
'• •»tidt*n liiiMili: \ .111 TaiiN'ili .\fat«», ti»t At-yv /I'ldr - /»**: 

4* \'*l^i \ il 



zuster, 'raroeili Mato! doe al dc ramen dicht, want dedrakeii 
vliegeii at* en aau. VV^at kan daarvaii de redeu wezen?» 

Taroeih Mati") liaastte zich iiu naar de andjoeug en deed 
(1(^ raineu dicht. Intusschen dacht koniiig Kalain Kaboei^: '"'Wat 
kan er tocli ziju dat de drdken zoo doeu?// En terwijl hij nu 
naar buite.n keek en lets op de rijstschuur zag glinsteren ^ was 
hij verbaasd en riep si Kambang toe: ^/zcg Kambang Manih! 
ga eens naar buiten en zie eens, wat er zoo glinstert op de 
rijstscluiur, want de zon srhijnt niet en liet regent ook niet!' 

kambang ging naar beneden en beklom de ladder van de 
1 oemboering, inaar toen zij op de helft er van gekomen 
was, viel zij naar beneden; het zweet droop haar van het 
lichaani en zij was bedwelind. Zij keerde dus weder naar hois 
terng. Vervolgens zeide koning Kalamkaboei^: ^'leg Salamail 
(la gij eons naar beneden en zie eens op de schuur, hoe het 
komt , dat zij zoo glinstert ! '/ Nu ging Salamat naar beneden 
en bekloui de ladder van de rijstscliuur, maar hij was nog niet hoog 
geklommen , of ook hij viel er af en kwam op het erf terecht. 

Toen zeide koning Kalamkaboei^ : "Welaan, zuster Taioeih 
Mato, ga gij dan naar buiten om op de rijstschuur te zietty 
wat oorzaak is \ an het glinsteren , ofschoon de zon niet achijnt 
en het niet regent. VVellicht is een barer paleu door een geert 
lx*zeten of is er t ar^^h voor den dag gekomen. Kijk eensgoedl^ 
Dajirop ging l^aroeih Mato de woning uit; zij beklom de 
ladder van de sehuur en kwam er ongehinderd boven op. Zoer 
verbaasd zijnde (dacht zij bij zieh zelve): ^welke prinses of 
welk(^ geest kan dit zijn en waarom kau die hier gekomen 
wezen?'/ J^aarop zeide zij: '/() vriendin! van waar komt gf 
(Ml om well^e reden zijt ge hier? Zeg mij naar waarheid, hoe 
uw naam en waar uw woonphiats is? /' 

Andam Dewi antw(K)rdde nu, luid snikkonde: ** {De siiavcb 
vail dv. anggangs zijn aan elkander gebouden, omdat zij df 
v rueht^m van de p a o e a h d j a n g g i hebben opgegeten) ; ds 
I'jngelen heblH'.n mij mee^^cnomen (*n z<k) ben ik hier gekomea. 
(Men wil strrnnnafwaarts naar de kampoeng radjo gaan en neent 
een lans met roemin med(^): ik bi^i g(*.heel en al buiten mijn 
wil liier t^Teeht gekomen ! " 

llierop hernam Taroeih Mato: '^ vol gens mijn meening pui 
het u nog niet u zelve ongelukkig to niakeu en zoover vai 
huis te gaan. Zeg mij dus rvna thiidelijk waanun gij hier gfi^ 

kiMIH'Il zijt! " 



Ml 

AihUiii I¥wi /A*'ulv nil: ^^O vriciiiliii, hcxir naar mij, dan 
tsk\ ik liH u naar waarhcid \crt4*llcn. Ik bi*n icmand van 
TatMiJ4H*nir MmIuu, waarvaii h<*t binneusttt* ^lr<*lto kanipo(*n^ 
DaUm litrt t'u (iat hot <lor|) is van wiuir ik afkoinstifr Ix*"- 
IV ntivn nu, dat ik liiiTlircn ^cnlwaald Immi i» dt^xi*: wij wan*n 
■art un.i twetHMi \ri(*ndinfien , doch hailden niet dezclfde woon- 
plaat«, daar onzi* kum{MM*nf;s van clkander verwijderd lagen. 
^hv \ rif'ndin van inij hcett^* li(X!n^> Kapeh hi hoorde thuis 
m ktito T(MN). Nu is hrt^*(*ii di* inenM'hon zeg^*n wel waai, 
Q.l (df nM»k van \\vt \uur <lwam*lt dfK>r tdkander en die 
«an dt* sakam in ondrr liet huii*) , dat hrt ergrr dan veiyif 
H. «^n oii\rr/i(N*nlijken haat U' k(Nt«ten*n. Zoo waji liet ^reffteld 
rhrn IVM'nin) Ka|M*h vn niij v.w hc*t giJukU^ haar niij dmir 

mt pr.iatj(*<» Xv btnlrir^n i*n niij t4* lokken naar hrt bad in 
TaiMij«M*nir Mi^lan aan Av. put Antaio l)ania. Ik irin^f met 
ILuDhani; «!ii inijn huf jutfen daarhf*4Mi . d(N*h tixni wij er ecnifcr 
oQfrrnblikken wan*n , zond xij dexen alien t<Tug« xtNMlat mij 
4flrht« met tins twm*n aelit(Tble\en. Wij ffingen no aanien naar 
4t haid|.laat> en flaar ik niij {las reinif;ile« t^ien zij klaar wait, 
herU 21) wfjlieht op dat <M)^*nhlik nujn UHN-ndam in liftt water 
coiineit.'n Met o|M«p(ir<*ii nu van tie intiendani. diNir Ktiengu 
kapeb Wf^rKt*^<*n^'ii« i*" de <inrzaak dat ik hier aan^eland ben.<' 

Turn priniM's Tan»eih Mato ^*li(M)nl hail, wat Andam llewi 
irrtidde. Hep /.ij Kainlian^ Un*: ''liaal een stel klee<len*n id. 
rrn kain en liadjiN'. lNMie\i'iis rin^'ii , koraieii . iMirlianifen* en 
AnnlHiideii ! ^ 

kamlmiitr braelit nu allr kleedinir^tukken , die h«Nidi|f uan*n. 

Iliertip xiidf Tanteih .\fat4»: "kiMn, inijn vrieiidi i . lateii hiJ 
'lu itaar beiitilcii iroitii en nn> naar de andjdciiir fii*ut*\eii iiiii 
• ijjr «at t4- |)ratrii Trek ilu.'« tle/.c kleitlrrm aan. dan Iteliiieien 
«ij met laliifi-r liier t<* hlipeii " 

Andani IV-mI xeidc iiu bij uij/i* \aii |miit4M*ii . ("iiien braailt 
iirt xami tiitdat lit*t zwart «<>nlt. de nM>k stij^ knmkel<*nd in 
)u-i itirlitruini; ; als ik de/^- kl(*«'<ien'ii iianselionw , dan ni«N*t ik 
■rhmrti, mant ik deiik tlaii aan de da^*n van \nM*|;rr!«<' 

Torn zij 7.ieli nil p*kie<-«l had. daaldr zij af en^nffnaarde 
aiMlj««-iiir. ^AikT ztj nict priiisi*> Tanit th Mati'i verblijf ginff luiuilen. 

\a ierl«iiip ^aii tijd kn*e«f het xiilk kennis %an dil |{ir\al 
kv»in hrl Irr (M»re \an alle hiMifdeii en aanxii-nlijken en d 
kwaairn nu alien bijren (»in o\er prniM-> Andam iK^wi tr br - 
•iotfrti Men «a« x.iii :r«*^<tt'|('ii . dat /.ij dt* iradi* \an een \u 



:\ I s 

kuimen Morrlen , oindat (als men Inin toetste, waron zij oven 
icMxl en woo^ men ze- . clan waren zij oven zwaar) zij diens gelijke 
was en men vimd het good haar te verlov(».n met Koninf;: Ka- 
lamkaboei^. Toeii er nu eenisreu tijd verstreken was, trad Andam 
D^wi uK^t hem in den eolit en bij die crtde^nheid kwamen alle 
onderdanen toestroomen en lieersehte er een jrroote drulcte in 
de negorij, waar allerlei mnzic^kinstrumenten klonken en het 
was alsof de gon^ en talempong zouden bersteu , terwijlde 
rabab <'^i koefcjapi zieh onophcmdelijk deden hooinn. Mijn 
h(imel , wat een menicrte menselicn wanm daar bijcwii ! 

|jungziim(»Thand waren er een paar jaren \erl(>open, toen prin!«e« 
Andam Dewi /wanger werd en zij van e^jn zcnm b<»viel, die den 
naam krectg van Soetan Nasoeha. 

l)(jz(». ScK'tan Xasoehn groeide voorspoedig op; hij werd zoii 
slim, alsof liij onderwijs genoten had, tcrwijl zijn verstand en 
zijne zienswijze al irrootcr en rnimer werden. 

Nn zoeht koning Kalamkaboei^ naar ev,n gelukkigen dag, 
waarop hij een feest. zou knnnen geven voor hot a&nijden der 
gombaks van Soetiiu iVasoeha. Voor die gelegenheid werden 
er vier of vijf bnll'els gemest en een groote hoeveelheid rijst 
gestampt en toen er nu vervolgens op de taboelih larangan 
geslagen werd. kwamen alle inwimers bijeen, die nu zeiden: 
"(iebieder, wij vragem u duizi^ndmaal om vergiflenis, doch wat 
mag er gcibeurd zijn, dat er op de tab(»e&h larangan ge- 
slagen is? Wat kan r.v verrieht moet^^n wonlen? Is or een 
brug gi^broken? Zijn er randjau's onbruikbiiar gewonlen? I* 
di' badplaats niet ontzien of hceft vr w»n wwluwe een schaainte- 
h)c)ze handelwijze moetcn verduren?/' 

llierop sprak koning Kalambaboei^: /'Ministers! daarom is 
zulks niet gesehied, doc^li ik heb de taboeh larangan lata 
shian, omdat ik van plan ben (M»n feest te g<*ven bij gi-ilegen- 
heid, dat de gombaks vmii mijn zoon ScM-tan Nasoi^ha w<k^ 
den afgesneden. Wij znlleii daarvoor !iog heden een gnlanggang 
opriehten." 

Toen de mcnigti^ (lit Ix'sluit. vernom(?n had , l)eg<>n zij ten«UNMl 
den galanggang op le rieht^'ii en z<k> kwam de dag, dat hij ge- 
h(^el klaar w.is en het fees! (*en aanvanir nam. l\t vorsten vtf 
elke does(KMi , de pangho(».l(H'V van elk<' kot^), de versttandi^ 
nit elke s(M*koe, beni'Nens alle djoearo's kwamen daar bijeet 
en langsamerhand werd het aan deii galanggang hoe lanfeff 
hoc drnkker, /(Mulat ile hantaivederen er bij hempen rondst^vm. 



Kr wi»nlt III! oviT ii'U .intirr^ viTt4'lc| , dcM-li rial <Mik hv- 
tnkLiii^ lin'fl t»|» lu't vorifn*. — 

Sit'tiii Maiuiifrkeninpr li I. w<N)ii(ii* in het litii?' dat dirht hij 
<lt II wr^r M4»ii(l en tcK*lN^li<M»ni(* aaiii \niuw roebiali Iti*ii6 (j»<iir*iiff 
u^*ii.iaiiHl. ScM'taii Maiianirkriuiitr /ciili* nu : "iiuNth'r! luister 
t-tti«> (•\rii iiaar iiiij! w«it ziju dat t4N*li v(N>r meiUM'heii , dir 
'<* iiiorm*ii-'« ell *!* iiiiddapi in /ulk (mmi |^nK>ti* mrnigttr liier vcNirbij- 
^^^n , t4*rwijl men onttplioudclijk lift dmiiion van di*n ^on^f 
fii \u'X ^'hrtini \\n\ di* ir.iiidan^ liiKirt? ^^ 

IK- \nmu antW(K)nldr liicrop: "Wcl Maiian^koranfc! wat dat 
i*r M« n h«i*ft it*n pilanifpin^^ ojigiTirht bij g(*le^*nheitl van 
ht't af^nijdfh ilvv i^)nibak> van den 7.(N»n van \on«t KalamkalN)ei^ 
rn priii'M*'* Andani Deui." 

TiM'h liij dat litMinic. ontriK'nlt* hi) zetrr, ziKNlat hij \an |fe- 
LiAt.^kh'ur vtTiindrnh'. llij giTiiaktr in ^*|M*in9 \(*nsonken, Utt- 
djit hi) rin(h*lijk dp irn pHlurhtr kwani en zi^ide: '^Welaaii. 
imn^itT! <*ta uiij tiM*. <lat ik iiaar den pilang^an^ f^, om daar, 
Wnnjl ik hanrn \crk<K>p. dv dnikt^* bij t4* wonrn.^ 

-AN irt* dat \niaf^«" hrrnani dr vnmw, * hix* ascm ik asulks* 
iwnnncn wriifun'n!'*" 

Wat Mananfrki-raii^ Utntf. naihit hij twc^* dagcn lan^ in 
aiif nrhtinp'n hati r«nidpd<M)|M*n rn dc nirnij^r aanM-hoiiwd 
*ijiii , t4it4iat hi) vr \rrAidipl van ua?^, k(*(*rdt* hij wirr naar 
^ut« UTUff en t<N'n liij nu Iat4*r ntiff c^irn^ naar den galan^uifr 
«dd«' ;nati . /ru\v dc vnuiw; "!^\ir« Mananffkc^rang, alii ^* d<*n 
irAl;in:fpuiL' miicr )N*/^K'k<'n wdt« ir:i u dan ft*n*t rciuigfn c*n 
bailtii . ua:it ik hcl) ii zulks in al di(*n tij«l niH xien dorn. 
l.im^u i> i-r III oii/tMi ttiin, ira cr daar\an U^rvUuid tx^nigi* 
h*!. ii ! • - 

M»nani;krraiii: truiK ii^i t^^^r buiU*n vu in dm tuin otii 
nnuu'« t<- plukkt'ii. Ilij kloin daar\(N>r in tvn h<M)gi*n Immmii. 
il<«-h koii i-r irt**'!! krijfri'ii want zij wrnlen alli* d(M>r de kin- 
dinn ttt;ri'i haald Tinii iiu Maiuiii^kt*ran;f wtrr thuin ja^kcNnen 
«A*. \riN*t' d<' \rnti\i :uii hnii : "Waitr /ijii nu tit* liinauN, die* 

S* hairli /oUilt ; • 

iii«-^ip .iiit\i(M»rddi ManaiiL'krrati^' '■ ik hrb i*r p*<*n riiktdi' 
4iiiiti«ii krijL'i-ti. vi.tiit al ilr liiiiair^. dit* ik hrb ial(*n vallf*n , 
/iiri diMii t|f kiiidrmi optfiniapt !" 

\ii rtrp •!« \ n»uM Kaiiili;tii;r tot- *"jrd uat iiiiiau\ van un 
lAiiU- hall n . Malit iTi^tt-irii hail /ij <-i tiiri ! " 

KainluiiL^ haaldr iiii i-c'it litiian \aii Iiaar taiiU* rn dat wa» 



320 

een limau poeroei^, waarvan er zcveu aan eeu steel zatcn 
en (leze gaf zij aan Mauangkerang. 

Manangkerang wilclc zich nu met limau iiiwrijven en ging 
(laarom naar de ba(l])1aats. Daar gekomon zijnde reinigde en 
baadde hlj zich. Toen liij nu daannede klaar was, kwamen er 
in de put eeu grootc. menigte vistschen te voorschijn en vele 
arau's zwommen heel snel acliter elkander rond, terwijl de 
glans die van Mauangkerang uitstraalde tot aan den overkant 
tcruggckaatst wcrd. I)j1ur waren twee vrouwen, waarvan deeeD 
bezig was haar kind te baden en de andere met haar parian 
te vullen, docli daar zij verdiept waren in het aanschoawen 
van Mauangkerang, lotien zij niet op en de parian werd met 
het kind verwisseld. Wat Mauangkerang betreft, deze ging op 
een hoogte staau oui zicli wat in den zonne^hijn te koesteren. 

Maude roebiah zeide uu : //zeg Kambaug ! ga eens zien, waar 
de man van daar straks blijft en waaroui hi) niet tcnigkomt. 
Misschien is liij wel gestorveu." 

Kambaug ging nu naar beuedcu en begaf zich naar de had- 
plaats en een oogcnblik op weg zijnde , bespeunle zij , om lich 
heeuzieude een regeub(X)g , die ziju glans naar alle kanten ver- 
spreidde. Zij keerde uu uaar huis terug en zeide aan de vxoaw : 
vKom eens kijken, meei>teres! Er is eeu regenboog te zienl* 

T)e vrouw ging nu uaar de badplaats gevolgd door Kambang 
en zoodra zij daar aangekomeu was, kreeg zij Manangk^nmg 
in 't oog, tot wien zij zeide: '^Zeg, Mauangkerang (men gaat 
uaar de markt van Woeusdag en vertoeft daar even om sirih 
te koopen): gij zijt iemand zooals ik gedacht heb. Kom laten 
wij nu samen uaar huis gaan , want waarom zoudt ge hier 
blijven?// 

Mauangkerang keerde nu naar huis, waar de vrouw fijne 
matten voor hem spreiddo en schoone gordijnen opliing, en toen 
hij gezeten was , haalde zij voor hem de kleederen , die van den 
ovcrlcdene waren , zeggende : /^dit ziju de kleederen van uw 
breeder, Badoe Cromba^, wieus plaats gij voortaan zult innemen!'' 
Zinspelende voegde zij hem nog toe: (//Men ueemteen padihalm 
om er een lluitje en eeu pinaugstam om er een paal van te 
maken): hij, die dood was, is we^r tot het levcn temggekeod 
en de verlorcue is wcder gevonden ! // Vervolgens sprak zij nog: 
"zie eens, dezc haan is van den overledene ei: is een biriSng 
sanggonaui: ook heb ik nog eeu koker vol hanesporen.* 

Aranangkeraug kou dieu uaeht geini oog dicht doen, rich met 



lilt U .i?ii|fr> \H"/.iu li(>ii(l«'iiil(' riiiii iiirt lict knuniiii'ikt*!! \hii liaiic- 
*|h»r»ii I'll lirt uit^^pannru \:ui i^jin*ii 

1^' \ n»uw M'ulv lu'iii nil vrnli-r: "WJit <lr*/«-n liaaii biririifr 
«4nirir<'»ii:tiii U'trcft . daariaii 7a\\ ik ii . als iiv li(M>n*n wilt, cl(* 
/«>hikfit4fkciifii \ fftcl It'll : al.** hi) kivti|M*l imM-ht wonlcii , clan 
fi»*hfn'ft iri' ti (laaroin nirt tv lN*k(»inint*n'n , want liij iliK't (lc*nk(*n 
tan (fn \(»r>trnz(M)n dir r<*n stok \an niundali ^'hniikt: en 
tn«wht hi| ill <!<• vJiMiirrN L^Taakt wdhIi'Ii , dan cndijkt liij I'en 
f»nn«» , dir f>ndrr zi'il tniat!" 

lntii««M*h4*n lirak t\r inorprtMiMt^ind aan . hf»t ^kraai van dm 
haan niaakN* df* iiiciim'Ih'Ii wakk<*rrii he! fhiit^'n van den iniN*rai 
kerkonditr«lf Im-I aaiilin-kni \an den daijferajid Tckmi het Xfiowat 
irht iiut III liet oiithijt :iri^'l(M)|N*n \va*» en er z<>«>wel van verre 
il* \aii nal)ij iniJ*ten vrMtrhij kwaiii«*ii. /eide Maiian^keran^ teffen 
maiidf* pK'Inali "ik /jil iiii inaar ti'iNfoiid «raan . terwiji het niif; 
ni#»t laat i^ m vr \vv\ iiieiiM'litMi up wi'jf xijn ! *• 

\a «*«*iiiuin tijd kuam Iiij hij den iralan^tran^ \an Soc'tan 
NamhIm . uaar liij . iia /iin liaan aan de balai te liebhen va^t- 
•rhiinilfn , oiidrr liet kaiiwt'ii \an *»irili m h«'l rcMjkm van eeii 
<n^»tjf . hi| /.ivh wlf Lnnir zittm ileiikm lnt»i?tN*lien weni hel 
-til flrn L^ilaninrani; Ikm* la!itr<*r Iicn* drukker: van iiabij en \an 
irrrr kwaiiieii er lieilni aan en /<m) \ erM*h(*«*n (M>k vor«t Son^MHiir 
IUhmmIi , dir f-en land- m /i^nniver wa** VoM S(in>H>n^ llanM'ih 
i^t 71)11 lihkkcii o\(T den L^'alaiiiTLMniT triaii . iiiaar nieinand liield 
'}rh iii«*t liaiH^nircici-hti'ii lM-/i(r m er m>ni aan het |>artuur 
tt;tkt n \:tii d( haiicii iik t*> ifii laaii : \iaiit ondn dt- inrnifrte wa«> 
r 1^11 irnMiti- opM'liiitidiiiir tfi*koiiifii d<Mir liet ;tAiiMdi<rtiwrn \an 
M;iii.tiiL'k* raiiLT «'ii iiH'ii lirM)nlt- oxrral t!iii>trn-n * "Helke \orsl 
•f wHt.iii kill dif ^v/.vuf' \iii.irl»i| iiii'ii I'Ikaiider kiiit'p, aMMMlat 
if kJt'f'fU-rt-ii 'M-liriirdfii 

Viir^t Sni^Hit: H.inwili ^.pmk iiii -Ihh- ktunt lirt t*ieh iiiini<U*r. 
Ul If iitt-t Imlmiiiih'ii \ionlt inH h«-t ii'pjf*! i)kfii d<*r luiien t*ii 
I* huiii liirt \i-< litrii ' K iiicii \aii plan tjrn tfulainrifHiiir te d(H*ii 

v«f«irtcii III dr ImI.ii tr hitrll MTMiolinin " Hf |h it 11ii|r frn 

« ^'dd •iii.iti.M-d.i.iii . il.it iiii-ii liKM /<Mi III irp f-ii nier \nY " 

|W iiitiii^t'-t aiitw<Miiddt iHi "-Mat dit- \ raifi'ti U'tn'ft . rr 
**Uar L'*«ii pliii *»ii dfii iral.iiiL'LMiiL' tv laliii \ t*r\ alien, inaar 
111 /un \«rHondinl o\rr Iirti5i»i'ii wi|/Mii: wilkr ?»iii*Uii of \op»l 
kji* da* t4M h /nil. VI. ml liiiii.t tft'i-n \f>M i-\rnaart hem en er 
"iiltii iii.«.ii Miiinif pMiiri-H<M 11 •^•\oiid«'i Miinlni ire?M*hikt Ki|ii 
•_'» tf /i|fi Ki|k. Ill) 7.it d.iar o|i df lialai ! ^ 



322 

Vorst Sonsoug Haroeili hernain an in eon pantoen : (*de 
ainbatjang ])locin is rocid en de pi tool 6 bloemeu zitteii in 
een rij) ; het is waar, dat de vorst die daar gekomen is, er 
scliittcreud uitziet, d(wh liij overtreft mij nog niet!/r 

^Lateu wij dan zoo doen , mijnheer// , sprak Manangkerang. 
'/Laten wij overeenkonien , dat wij , daar wij clkanders gelijken 
zijn en ik van verre gekomen ben, onze hanen tegen elkander 
partuur zullen stellen , dan kunnen wij zien wie verliessen of 
overwinnen zal.'/ 

Vorst Sonsong Haroeih antwoordde hierop : ^zoo lang ik hier 
ben is dat de eerste niaal, dat iemaud mij zulks vraagt, doch 
als dit uw verlangen is, kom aan dan, laten wij dan op den 
galanggang gaan." 

Vorst Sonsong Jiaroeih en Soetan Manangk^rang gingen nu 
op den galanggang en iiamen ieder een haan in de hand, waarbij 
Manangkerang sprak : /'Wei aan vorst Sonsong Haroeih ! ik 
heb u iets te vragen, nl. welke gewoonten volgt men hier op 
den galanggang?// 

Ilierop antwoordde vorst Sonsong Haroeih : ^^wat onze ge- 
woonten hier betreft, dcze zijn om met onderling goedvinden 
te vergeven , wat uit scherts gedaan is , terwtjl het , lietzij men 
wint of verliest, volstrekt verboden is, dit door stainpvoeten 
te laten merken \^ 

Manangkerang bond hierop den haan zijn spoor aan , er werd 
tegen elkander ingczet en de djoeard\s verwijderden zicheenige 
schreden van elkander, om daarna de hanen los te laten. 

Nu zeide vorst Sonsong Haroeih: //gelieve nu eerst naar 
mij te luistercn o, vorst! (De Si Gantang heet de berg in 
Si (jantang en daarbij ligt de berg Pandjalinan). Ala 
ik verlies, d:in wil ik niet betalen en als ik win, dan moet 
ik allc« hebbc^n ! // 

Hierop heniam Soetan Manangk(5rang : f^O vorst! (De Si 
Gantang heet de berg in Si Gantang en daarbij ligt de 
berg Katialo): ingeval gij bij verlies niet betalen wilt, das 
zal ik uw hoofd van zijn romp scheidcn ! // 

Vervolgens gingen de djocjinVs aehteruit om de hanen loi 
te laten en deze begonnen nu te vechten. 

Na eenigen tijd was de hnan van MiiUiingk^rang kreapd 
en nu begon vorst Scmsong Haroeih van blijdschap te schreeo- 
wen, maar ^ranangkening z(Mde : //s(;)ireeuw niet zoo spoedig, 
toeinkoe, onze hanen vechU^i immers nog! Komaan biriiFng 




323 

*• fi tr ;?<»!! a n i . ;ri.j (i><' <i(' ^x'^t^* \rrlitli.iaii zijt \aii iiiaiidf* 
nalii^li ! Trai'hl Ih-iii ilrii ir«*Ma«l«**'la;r U' f^'irn rii linn op n*ii 
;?( \fM-lit;i* |)laat<» tc rakni . dan kiuinfti wij linn iiaar liiii*« 
iivf rifiiirii ! " 

1^* liAaii « *h*7A' W(H)nlcii lidorciidt* . ^>tak nu xijii U^^ii|wrtij 
op fit* ^*\tM*lip«t4' plaat«« vail li«*t licliuam , nnnhit deau* lict \aii 
pijii uit.<«*hnfiiw(l('. Nu (iiitHtoiiii v.r opnM*r aim dm piUii^ning 
r-n widdra lieiroii i!u*ii tv twiMtvii; dtrli t(N*ii S(mH>n<r llanNtih 
inrt t*rk(*iiiirfi wild**, dat liij lift \f*rlon*ii hud. M'idf* de \er- 
^tandip* mini^^trr . ''ll<Mirt tnis i;ij alien , dir hirr tr^iiw<N>nli^ 
xijt I'll (Mik ^ij iN*id(* \()r>tc'ii! Indian vr Iiht twisti'ii t*ii V(*idit- 
paf1i|<*n <>iit*«taiiii , aaii wic is lirt dan oni nrht U* Hpn*krni' 
llrt 7ja\ dus wriir^'ludijk zijii, dat wij iS(M*tan \arH)cha, drn 
ritfvnoar \aii d(*ii iralaiiiTLMtm oiithifdcn , aan wirn het t4N*koint 
Ar znak tiit tv niakfii " 

T«M'M nil S(M*tan XaMK'ha op dm t^alaiiffpftUfr ifrwdimcn wa> 
rti illr pa II :; h <»(' I Of s . dochal a iiffj* m maiitrriH oin 
•will \rrir.tdrnl w.inn , wm'*: liij : " NVat i«s ill* (M>rzaak van 
dm- o|i!M*litiddinfr iuiii dm ^fiftlaiiirfnin^ r " 

Ik* pa r a d a ii o in a ii t i aiitw<Nmldc : " irii \orst , dii* |la^ 
ABn:n'koiii('ii is. Iiirft rm haiim^t'\(rht pdioudm iiiH vomt 
Sin^iiii: ll.iroiMli ell tmir('^<d^i' daar\aii i> mm aan liet twisU'n 
rn \tilitm iffraakt!" 

-Maar waX y^'d^ iiicti \tMir dm .kaii\aiitr \aii hrt p*\ (vht «>vrr- 
r»-iiif»koiiiiii !" '• VHH'L' SM'tan WiMwdia wi'^ItT 

-Men lud lM*|>aald , " aiitwoonMr tir |mradaii«i inaiiti. "liat 
im u . Iitt/i| mm won of \<*rl(M>r. op dm ^ilan^anur voUtn^kt 
TiK-t «dirti'uwm /Am m flat hij. wirns liaan wr^livp of iltNid- 
.nnt:. hit \frlon-ii liati Nti is ilv haan \an Sonmrn^r llann'ih 
<»p dv \|u(-lit tfi'^aan tl<M-li iiit*tt4'in*nMtaaiidr dit, iril dvtA' xijn 
\»-rlu-^ iiift rrkmiifii - 

SimUiii Na-^cMdia mrt alic |i;iiiirli«M*|iM*:« Zi*id«*li IIU ' «* hrt is 
jUft ti. \iir'*t! Dit i^ /-Ml iri>^(Miiit4« o|> dt*9U-n ^laiig^n^: 
i«B»pt dr ha^in Mkvi: (»f tTaat hi) diMNJ, dan icrlii'^t mt'ii. Dit \^ 

*«'«r Altijfl zoo df u'rwtioiit*' tffWi-tM ; /iN'k dus ifl"**!! tn'j^t rn 
hn-iiir oiizi'ii :r«d.in«.;ir.»iii: ni<*l in op^praak - 

M^nunirkriMiiir nam dc uin^t in oiitiaiiLM m hliHlr xi*idi* 
hij "Koniaaii, SMt.iii .\.i<*«H'lia* Nn'in dt- hflft lan di* wiiist 
\%M»r u «-n hn*ntr dn- na.»r hiii'*!- 

Snrtan Nasot-ha nam hrt L'vfht'lti* lan (h-ii in/rt i*ll SflUff 
tiaantiMlc najir /ipi munnif. tmniil hij ti'tfi-n zijn nKN*«irr Xi*idt* * 



824 

"Zoo lan^ er drukt^ aan den galanggang bestaat, heb ik znlk 
ecu aanzienlijk voi-st nog niet gezien; weike vorst of soetan kan 
dit toch zijii, die zooveel toegenegenheid en medelijden tooiit; 
dat liij \Yd^ gewonnen hebbende, mij reeds dc helft van deu 
inzet geeft. Weet ge wat wij doeu moesteu? Wij moesten dien 
vorst naar ons Iniis breugen en ontlialen ! f 

Zijn moeder antwoordde liierop : //als gij dat vraagt , dan 
zuUen wij daar ecrst cens over sprekeu'/, terwijl zijn vader er 
bijvoegde: "als ce er zoo over denkt, lateu wij hem dan van 
avond bij ons vragen , want van daag komen er veel gasteti.« 

Soetan Xas(Ktha hernam nu weder: ^/mijn ouders« het sal 
beter zijn , dat wij hem nu nog uitnoodigen , want hij gaat wel- 
licht been en wie weet waar zijn negorij is!// 

'/Als dat dan l)eter is// antwoordden zijn oiiders /i^dan hebben 
wij er niet op tegeu. (ra hem dan maar van den galang^pang 
halen, dan zal Kambang het een en ander in gereedheid breugen l^^ 

Soetan Xasoeha haastte zich nu naar den galanj^ng en ge- 
Icidde Manangkerang huiswaarts. 

Toen zij eenigen tijd daarna in de woning gekomeu waren, 
gingen zij op de zilveren andjoeng zitten en eeu oogenblik 
later riep Andam Dewi : //Soetan Nasoeha mijn kind ! kom eens 
even bier, ik heb u iets te zeggen!// 

Toen nu Soetan Xasoelia bij zijn moeder gekomen was, aseide 
zij : //Qch kind ! Ik ben niet gerust , sedert ik dien man gezien 
heb; want hij gelijkt op mijn ouderen broeder Soetan Manang^ 
kerang. (jia In^t dien vorst eens vragc^n, want wellicht is hij 
hier gekomen om naar mij t<^ zoeken \ff 

Soetan Xas(K'.lia nadeixie hierop den vorst en ging bij hem 
op den schoot zitten i t;n pa^^ zat hij daar of hij hoorde het 
gerinkel van ringtm , waamm liij vroeg: ^Zeg vorst! wat klinkt 
daar zoo ? /' 

^i)at is vxM\ koker nu^t v uursteenen ! // antwoordde Soetan 
Manangkerang. 

Toen Nas(M'.ha dit luHH'de, heinam hij: fiiou ik dan eens 
kijkeu mogen. h(M' die er uitzien , want zoo iets hoor ik UB 
\ oor 't eerst ! // 

\fanangkerang nam nu een ring (*u gaf dien aan Naweha, 

I Sootiiii Naaociha in wo) wat ^Tunt daarvoor. De betiueUu^ nl xijii dti hq 

cell l)Ui^'iiiK voor MaDbii^keraiifj; inaakte on niwiiit Item op deu groud fJBfC 

zittou ; moil zou dun bv. kuimoii lezeii: xainbir inanjambah kahari- 
liaan, inoeiif^ko liamo io doednpii"^. 



325 

file* vr , xiMMira hij liciii (>ii(\aiip*ii Inul . uutlv luar /ijii iixierifr 
Iirp Vds liail Aiulam IVui dm riii^' ^'zifii « of xij (>iitnN*ni<* 
h(*\iir Zij )N*k(*<'k linn vu dn^i hem aaii rn t<N*ii xij 'Aa^. flat 
lii| aan haar pink |)a!«U* , I)ar>tt4* zij in luitl frt*9(clirei tiit. waarbij 
<ir tranrn lia.ir, als |)an*lfMi \an rrn ifid>rokcn .mkmt, lan^r^ dv 
-4anin-ii rrthini 

Zij iM'^f r.ivh iiaar i\v MM*raiiihi z('^rp*n<ir: (''korni^ in i>r 
nirt i-n kotrnii-iitf (Mik iiirt : mm n<*t;uit cr (*tMi hanthol \an 
(■^(■icn^ /ijii ^tmirt'l) : /Diidrr ilat hij gt^mdiouni ih of flat er 
mrif» »tukji*> uit /ijn , is i\v riiifr bij xijn ncrimarfs U*ru^ jfekdmcn !* 

T«M*n Manantrkrniiiir yjh^ , dat zijn xuhUt ii(*fn(ir b<*^)n hij 

• «A t4* M'hn'i<*ii , tnwijl hij/«*i(lc: '^wat \(*Hon*n wait, i.**einf lei ijk 
vfiirr :n'^tHiilcii ; uat i;i*storvm was, is tiit hrt lr\m t<*ni^*- 
krrni ! " Kfuiint; KalanikaUM-i' «lit zimdr. xfido: '^wat is cr 
lurh ift-lH'unl . dat in* /<m> diM't!" - 

Pnnv*> Aiidaiii iK-ui aiit\i<M)nldr nu : "^ik dtN* /xNMMndat den; 
man ini)n hnNiIrr i> . dif dfii ;ralar \an Soetan Manaiigkrninfr 
hcf'ft «*n (iainM'llnh hcct m «ltr naar mi| iffUMdit ru inij ir<)ilrr 
^\findfn hivft. (II ij h«*rft liH \(*rl(>n*m* to(*h opfrt'apoord « wat 
in III** uatrr \cnlumm uas. hcrft hij toch op^iokm)* Hcictaii 
Manunirkf-ranf: '/a-xAv "/ahAaih: irij ^vi: waart, heh ik invt vud 
in«M*it'li)kli«ilm U' kaiii|M*n pdiad *" 

liirr iTtiat hrt vi'rhaal wi'<lrr o\cr innand andt^rv haiidrhin 
ii o%rr SiH'taii \as4M'ha. 

>ki«*in /ijiidr ifnN*idc dr pandan aan dr bandar m ^nNit 
;rr«tinh*n in lift wntid ) |)t'xi* was in xijn jruifil i <M>rt4lurf nd 
•hmIi ruf/i-n . /tHxIat , t^N'ii hij irriiot ifi'Honlrn was, f^'ii ^wt 
van h«-iliirht*id Iumii Ixv.itddr. Allah hielp hmi vu xijn \<*r»t«nd 
Hrriddc zirh al nit*<'r m in<t*r nit. Yah^ sprak hij n*ns : ^mijli 

• nrirr*! ik hcb tot lu^lm altijil innlarht , dat ik irmami wan 
%aD hirr afkonistiL', dcM^li d«it i> nif*t liH ffi'\al rn daamni %aiii*r« 
vm ik L^aanii' naar iiiijii riirtMi k4ni|NMrnir en rip*n t*rf willeii ^raan : 
vant nu ik hicr nif*t thui*> lNditM>r. »»u vr wri ct'ns navraag 
•"rriaan kiinnm wonltMi «mi al.<« im*n vr niij naar \rma|ft« wat 
/mq ik dan infM't«'ii ant%i(M>nlm. nidt'drrr" 

/ijii nudrrs antuiMinldt'n hirrup ^als ^ij vr /Ant «i\t*r drnkt. 
'Kit- ffiudi-n HI) tlan iicm kunnm »-inri*n ! (la dus naar uv Iant4* 
;»rin«4-* T.mHih Mat4) m \ raatr ban* t4N«trnnnin^ ; «*n als cij rr 
jrn'H-tfv'n inii* n(*f'nit . dat itt- li(*<'n traat , zullm wij (ins daarhfvn 
trcr%ru - l>it was hrtifitii /lUi \adf*r rn nuinlrr xi'idm 

Pnmrs TanM'ili .Mat4i •^prak "itr^ borjoeinpr (m-eui hft 



S26 

stuk hout, dat boven op de fleur ligt om het, met gom be- 
smeerd, te gebruikeu tot het vangen vau vogels in de padi). 
Ik lieb daar volstrekt niet aan gedacht en wat ik u vroeger 
zeide , meende ik ook ; doch als ge dan toch naar Tandjoe^g 
M^dan wilt gaan, zal ik u in vriendschap laten vertrekkeneu 
wij zullen daarvoor een gunstig oogenblik afwachten ! // 

Nu werden er rijst en andere proviand in gereedheid gebracht 
en zilver en goud afgeteld en toen dit alles klaar was, zeide 
Soetan Nasoeha : vTante ! (een stuk rood laken ligt in een kistje 
en daarvan neemt men een gedeelte af om er een hoofdkussen 
van te maken) gij , die achterblijft , moet mijn woorden goed 
in het geheugen prenten en mij toestaan dat ik van u ga! 
Thans wil ik u een tweede pan toen opzeggen (alsuw bakoe^ng 
vruchten draagt, wordt de k atari door de paarden als voedsd 
gebruikt) ; zoo uw kampoeng gelukkig mag heeten , dan keer 
ik , die nu heenga , weder ! // 

Hierop zeide zijn tante: //luister nu ook eens mijn kind! 
(De aap roept de halang djandjang en 't is niet zeker of 
zij al dan niet scheiden zxdlen) : zoodra gij het huis verlaat, weet 
ik niet of ge al dan niet terugkeeren zult!'' 

Toen het goede oogenblik om te vertrekken aangebroken was, 
nam men afscheid van elkander en Soetan Nasoeha met zijn 
ouders en Manangkerang gingen met hun vieren op weg naar 
Tandjoeling Medan. Zoodra zij aan de haven gekomen waren 
gingen zij in een lantjang en toen de zeilen ontplooid waren, 
begon het te waaien. Na verloop van eon paar dagen waren zij 
het eiland Baringin , So tan eiland ])ijgenaamd , genaderd , waar 
zij een buitengewoon groote lantjang in het oogkregen, die 
aan roovers toebehoorde , wier opperhoofd vorst Sonsong Haroeih 
was. Toen nu de beide lantjangs elkander bij het Setaneiland 
ontmoetten, vroeg vorst Sonsong Haroeili : '/zeg gezagvoerder 
van deze lantjang! van waar komt gij en waar is de reis heen ? 
Wist gij niet. Ant (lit eiland een verboden plaats is, die mij 
toebehooii} en (lie door nicmand b(^,tredcn mag wonlen. Al wie 
liier aanlandt , keert nooit wcdcr ! /' 

Kalamkaboei^ antwoorddo: /'Wat betreft lietgeen gij vraagt, 
ik him iemand van Minangkabau, uit de kampoeng Baheram 
IMwa: dat is mijn geboortc^.plaats. Voorts h(*.cr! is er geen zee, 
die verboden is en kunnen wij gaan werwaarts wij willen , naar 
Rome, naar (3hina, naar Sim to^, naar L(wlx)ejt^ AloeSng, zoowd 
als njiar Minangkabau, want de zee is er voor (mi door lantjangs 



•• .* • 



hi-\.in*n ti* wonlcii. Ilrt i> inij <lii> \f»lstr«*kt oniii(Hn*lijk oin 

Nofxt Snis4>nfr llnnxMli s4')in^'U\vili* iiii !itiutip\(N*trii(lt': "htMirt 

• rii<t. ifij alli'ii ili<* ill ilt*/4'ii laiitjiiii^ /.ijt! i^ij iiiiN't ni(*t koppi^ 
£i|ii fit trii'ii li(N)t; wiNtnl xtN't'cii, inuai ii lir\rr i)ii(irrw(*r|)«*ii 
xaii fittir»i'ii ik zrj:, z<M> p* iiirt jilh'ii niisrcliikkiir \»onlt'ii wilt." 

Ili<-n»p hfrnaiii KahiiiikalxM'i "Kijk. hnN^lrr Miinaii^ki^raiiLr! 
«l.tt i!« k«iiniii»- S(iiis4>ii^ llariNMli In drii tijd . dat <li* «ralaiifrpiti^, 
tiir •iptri*ri«-iit wrni liij ^Tlcp'tiliciil \aii hrt afsnijdcii (li*r p»iii- 
\ni.s \aii ilv'M'U kiiaap liit*r, tlriik Im'zin'IiI \iia>, wu.h liij iMik 
tU man, die aldajir tuiM /iM'lit ni met u p^M'liil kn*i*^ rii 
th.iii^ Mil liij wniak iirinni!" 

.Sm-tan Maiiaiiifkrrantr aiitMdonidr : " widiiii dan ih Ik*! nirt 
mvHliL' \ccl U' prat4*ii ; (lict Imut dat dirnt oin ti* ^ravrii, nonlt 
n«iil iri-inaakt, ni daarviMir i-* vr irtM-ii l>«*t4T p*M*liikt dan 
rorj oiii <:. uij /.ullni oii.H iiiaar \(M>rnf'ni(*n iHu Uit lirt rinde 
(«■- tiHM'd t(* hniidcn want wat on?« l«>t ii9, nuM*t4*n wij t4M*h 
'«ilf-riraaii , daar Allah het zin) lN^««'liikt lit*<*f!!'' 

\\ if Mirst Siiismii;; llanN*ili iM'tn-ft, dr»» %H'nl ^'lijk iimi 
t<;Lr«T. liic op /ijn prtNii aan\alt. aU (N*n draak , dir ttp y.ijn 
Kuit Aiil iif*4lcr44'liit*N'n : hi) ^^tond Xv knantt^iniK'n Nnilat nirn 
mitift'ii ti)d /ijn \}i'st ptlajiii hml luvt twi*it4*n ru kij\i*ii « ?«pn)lt|f 
loll MIL' Siii'MiiiLT llanN'ih o|i dtMi arlit4*r«t4'Vi*n van drn lantjanif 

• II nil i»iit*it4iiid fijiiir (f'li ^^'\c<*lit. waurbij nirn tdkaiid(*r op 
di n L^nnid siii4*ct , di knH.s<*n idkaiidrr knii^ti*n i*n mm iiirt 
kiiijpp i« III *t uild <l<N'Lr. Z(»ndrr dat bij i*(*n dor bei«lr |Kirtijfti 
hrx wa|>«!i diMir dr hutd irintr; iiifmand lM*kwaiii cvn !«rhruHi 
uat <*taaii nil uoiid Tinmi 7.1] nu uitp*put \an lirt \f<*liU'n 
«4n-ii t*ii rlkaiidrr t4M-li met ktuidfM vrrHondi*n, 3U*idr k«>nin^ 
Siri««iii:r liartifih -/a-i: koniiiL'' KalainkalwMM ! aU «i* ^<N»rt|(suin 
iiw-t \<-<-litiii . dmii HI) iii«'t> andrr«i dan rlkandrr \ i*nii(irii*ii , 
/«»iid« r d.it m) rikaiidti mnidrii hchlM'ii t4M*^t'l)r4M'ht ! NVt*ft in* 
« it »»•• d«i«n iiiiM'Mni. wi) iiifMM4*ii ilfn ^tnjd vmm\ sttiken!" 

Ilitrn)! iriiii: kuiiiiiir S4iti?M>itt: llar«M*ili iiaar zijn lantjati|f, 
'.Aa;*ii «l.inr /i)ii \ i!M'hrif*r \an u/xnlrHud m kn*nir t|]iann<il<* 
lA^r 'lit x.i.irtiiiL" \an KalanikalMM-i ti-niir: en |mi> wa:* hi| 
dA-ir of hi] Miiij) /ijii nrt int. uaarin ktiiiin;; kalunikaluM*!' 
nil f .\f.inaii;:kf latiL' mi ifc^aiipii raakt4-ii \k- andrn* nM»%rr> 
iL«dM'«-ii rtii iMik \t \iiorHi-lii)ii fii dt* ifi'iain^Mit'ii k<»ndfn xirh 
T.;«-t iiiitT vcnhiliiri'ii , want /.ij r^ti'ii «intirr hrt lift » Ikiar 
•Ir4«^« )m h K :i ii-iiU L'c/j'ird.- /A'uh' konitii; SiiiiMmL' llanii*ih 



(lat gij niet koppig inoest zijn of uw kracht moest toonen, 
want (lat ge tot uog toe niet wist, dat ik koning SonMiig 
llaroeih heette!/' Vervolgens schreeuwde hij : /i^welaan gij alleii, 
necMnt een touw, waaraan de zeilen hangen en hniigt daanmde 
de//^ twee lieden op aan een baringinboom dan kiinnen lij 
Z(H) sterv(in ! " 

Daarop werd Soetan Nasoeha opgepakt en in zee geworpcm, 
waar hij als een stuk hout bleef ronddrijven. Wat Aiidia 
Dewi betreft, zij werd in zijn lautjang gebraeht eu in een 
glazen kist opgesloten zoodat zij er niet meer uit kon. 

Soetan Nasoelm echter bleef op zee ronddrijven tuaachen 
leven en dood verkeereude. Veertien dagen lang slo^^en de 
golven over hem hecm , totdat hij op het strand geworpen werd 
bij de liut van een visschersbaas, die rozenwater en »wii 
lidi's bezat. I lij nam Soetan Na.soehaop, die niet den minsten 
stank van zich verspreidde en niet het minste leteel bekouen 
had, maar er uitzag als iemand , die lag te slapen. Het hooSl 
der \isschers besprenkelde hem met rozen water en sloeg hem 
met de zeven lidi's, waarop Soetan Nasot^ha tot het Icveu 
tenigkeerde even als iemand , die uit zijn slaap ontwaakt. De 
visscher bleef voor hem zorgen en langzamerhand werd hij groottfr 
en wijzer. Op zekeren tijd zat hij schreiende aan zijn onden 
en aan zijn oom te deiiken, waarbij d(*. tranen hem langs de 
wangen rolden. Hij vroog die zeven lidi's en het rozenwater 
vu nam (^en schuitje> om naar zijn oiiders te gaan kijken. 

Op het Satan-(nland gekomen zag hij zijn vader en Manang- 
krrang hangcui, slingen».nde aan een grrfoten baringinboom. Hij 
wilde hen met de nnnen omvatten en hen er zoo af halen , doch 
liij was er t(». klein voor en radc^loos begon hij luidkeels tc 
s<*]irei(Mi. Vervolgrns kloin hij in d(ni l)oom en sneed het tf>uw, 
waaraan zij liingen . stuk , waamp zij b(*ideii zwevcnde naar 
btMHulcu vieic.n. Tcmmi hij al'gednahl was (>n hen (mderzoeht hail, 
Ix'uuM'kte hij , dat zij in h(*.t minst geen (maangename lucht van 
zich verspreiddcn en er uitzagen als slapenden. Nu nam Soetan 
Nasoeha de zeven lidi's en sloeg hen daanne<le, terwijl hij 
hen met rozc^nwater Ixjsprenkelde. 

Daar het Allahs wil was, dnt zijn oom en vader nog niet sterven 
zouden , keerden zij tot h(^t leven terug en was het abof lij 
uit den slaap ontwa^ikten. 

S(M*tan NascH^ha was nu opgetogen van blijdsehap en de hemel 
W(H't hoc zij daar ()\er elkauch'r weemh»n ! 



Mil upnik y.ijn va<l«»r: "inijii kind! ik was pentorvm en >rij 
ht mij ill hrt U;veii t<TUf:pT<M»jMni : ik was verl«)n»n (ltK*h jfij 
lit iiiij o|)^>z(M*iit. Maar wic wt^it wanr uw niocxler than<< \^ , want 
>tiintr SoiiMm^ iIar(M*ih ht-eft hanr alu^vanfft^iu* imNrgunomrn!" 

\«'noli»i»n.H ^ingf*n zij t<«rujf naar lift huij« van Av.n \\99chvr 
tiM-ii /ij <laar n*nip'n tijd v(*rt<N'f(l haddrn, kwaui kuniii^ 
^JaiiikalMNM' op f^*n |fi*darhte on uprak : ''/#(*fr (lainicllah! hot 
u \!%nt\ /.ijii alti wij S(M*taii .\a!«<N*ha M'lu'mu*!! f*n alleriri 
'•»\rnni<M«'l<Mi Iwnlrn ! " llirriia ondrnritw men S4M*taii Xa«M*ha 
t dt' iiif*t*?(t mofrf*lijk(* t4>()\f*rniiddid(*n. 

lift \erliaal iie<*mt liirr ff*n niidrn' wending f*n gaat ^pn'kni 
\«T priiiM\H Aiidain IVwi. 

OintHMit dr'M' frin^ li(*t ^Tticlit , dat xij yaai praAn huwen ni<*t 
onin^ Sui^Hmt; llanN*ili f*ii ini*n daarvnor rvah enn fi:aUu^;|nin^ 
ad npp'nrht. To(*n S(M*tan Maiian^krranfr on kcinin^ Kalatn- 
•hiioi' dit JKMtrdo.n , iN^KJotoii xij oin dien ^Un^cK^^^K ^ puin 
r«irkt>n iKianmi zeido S<ictan Maiiang'k^^ran^ : ""wolaan \i}<«(*hor! 
irk v<¥>r oil!* pen vrx^litha^in . «fn oiikolo jihrhtK, want wij 
ilJon najtr don pilansrpinir van konin^ Sontnui^ llarm*ih puin. 

I at «lii-n liiiaii lM*tn*ft , irij l>«'licM*ft or jfoon U* WM»kon , dio on- 
f-miiiiKiar i** , inaar i»«*ii dio \<Tlio3M*n zal ! " 

IK imd<* xi^x'hor \ond (*(>n haian , dio niot vi-id in t4*l on 
-»*u|M*i w;i> ni t<M*n Sot'tan Manun^koran^ d(74*n ^kiT|ron had. 
nifi-n /I) iiu*t luiii dri(*«'ii naar ilon iralan^rgang. T<irn /ij na 
iiiirt'ii tijd daur aan^'konii'ii wan*n , lioklom S(N*Un Na.Mioha 

II irai.inirLr«inL' . uaar <lo inoiiH'hon lioin mot U'wondorinfr aan- 
It II I'll :iau clkaiidor \ rcM'^ri^n : "\an waar is dio p^rMMm!" 

riiaiiH \trM*li(^*ii \<»nit Sonsiinir ilanN*ih on « ilon |rilaii|^niii|r 
kitiiniiicii lif*ldM*iid(*, /I'ido liij "wol dj«>oarri*», lioo koiiit 
i-f <iat iri) iii»ir niot iM'tronnon zijt tn<'t hot partuur ^tidlon dor 
Ui« n in ui*<T\iil dat in-t r<*o<is laat i**!"" 

Nil «pnik SiN-taii .\aNN*lia : "Wol h(*i*r, ifij dio liirr \ori*t 
jt ' W i| Ik-IiImmi niiU ,in*ruitnon tijd op u jiroHaclit on scijn 
unnn no^' intt U'puinon. NVij xulloii na zim> durn : wij 
liifii f>tiniidtl«*lli)k o\or^aaii t4)t hot partuur nUdlon drr hanen 
t dan dio \an ohm t*<'n oiikolo nia^il Ninion Iat4*ii \(xrhton!'' — 
ht loido NafMM'ha 

Kf»uintf »S4in:)(>iit: llanioili wt*nl Immk«, t4N*ii liij do/j* woiHtion 
i«ird* fii . tir\ii|l /i|ti irt'H rK'liton trildon. »*ido hij : " uuAtknii 
r ilruktr aaii tlr/^'ii piiaiiiTK^ailir p*w«*<»t i<*, nc or IKipr iNMiit 

iiiAiid ^TfviifHt , dir iiii|!i trtn*n|i;irtij durfdo iv xiju!" 



tiCnige oogeiiblikkeii daama nam ieder eeii haan en nu zeide* 
Soetan Nasoelia zinspelenderwijze : " Wdlaau , koning Sonsong 
llarotuh ! (1)e r rang boom staat bij den tjandanu ende 
b a but boom groeit midden in het woud;) gij meet nict bow 
wonh^n , dat ik liot vraag; doch welke gebruiken volgt men hier 
bij dc haneiige\ echtxm : ik ben pas voor de (;erste maal hier?" 

lliurop antwoordde koning Son»ong Haroeih: ^als gij daar- 
naar vraagt, (dan kaii ik u zoggen) dat men vrede heeft met 
hctg(M'.n bij vergissing gedaan wordt en dat men zich houdt 
aaii hetgeen vastgesteld is. Aan de/en galanggang bestaat h(^ 
g(d)ruik , dat hij \ (M'liest witnis liaan we^jrloopt of gedcxid woidt 
en dat het volstrekt verboden is \a\ sehixieuwen. Zoo zijn oiue 
g(i\vo(mten hier! // 

Hierna werd el ken haan een spoor aan den poot gebonden 
en toen dit gedaan was, l)egon men tegen eikander in te zet- 
t<^n. Ecn (Kjgenblik later haakh; koning Sonsong Haroeih het 
eten van zijn haan en begon dezen te voederen , waarom Soetan 
iVasoi»ha zeide : /' heer , gij die hier voi*st zi jt ! wij hebben iets ver- 
geten ; wij komen van een ver afgelegene plaats en liebben geen 
v(Kxler v(K)r onzen haan meegenomen; moge het ii daamni ho- 
hagen mij wat padi te. geven!// 

Koning Sonsong Jlaroeili antwoordde daarop : /^ols gij dat 
vraagt, (moet ik u z(^ggen) dat wij hier geen padi hebben; 
doch wilt ge ze toch , ga dan naar mijn woning en vraag le 
daar aan hen , die thuis zijn , want er is daar in overvlned. 
Wij wilhm hier op u waehten ! " 

S(Mitan Nasoeha haastti^ zich nu naar de kampoeug van 
koning Sonsong Jlaroeih en pas was hij daar aangckomen of 
liij weril zijn moe.(h'.r, prinse^s Andam l>c%i gewaar, die in een 
kist opgesloten was. Die, ziende b(».gon hij te schrcien en sseide: 
"UKM'der ik ben hierheen gekomcn met mijn vadcr, die mij 
met oom (iairoellah aan de riviennonding staat te wachteu. 
Ik Ix;n op den g-ahuiggang van koning Sonsong Haroeih ge- 
wiH^^t <^n wij h(d))HMi onze hanen reeds partuur gesteld, cm K 
met elkamh^ \a\ lateii v(^chten. Ditmaal zai hot hanengeveeht 
ochter niet om gekl ])laats hebl)en , (hx.'h om twist ait te lokken 
en zocnloende strijd te (hum ont^staan. Weet gij , wat u nu doen 
moe^st? gij iikm'sI- mij ecnis zeggen , welke bijzxmdcre wapenen 
liij heeft, dat hij zixi mcHuiig is?" 

/' Als gij daarnaar vraagt" antwoordde Andam llewi, (dan 
kan ik 11 zeggen j d:ii zijn vonrnaainste wapenen zijn ecu korte 



33i 

Javaansche kris en eeii zwaard, waarmede hij eeii keteu kan 
doorklieven.// 

Soetan Nasoeha hernam: //welnu moeder! als dat zijn voor- 
uaamste wapenen zijn, zeg inij dan waar iiij liggen, ik zou 
ze willen bekijken. // 

Zoodra Nasoeha nu de kris bekeken had , brak hij haar in 
drie stukken en nam daarna een steen, waarmede hij ze verder 
verbrijzelde , (terwijl hij tegen zijn moeder zeide) : //nu moet gij 
aldus doen : zoodra gij rumoer bij den galanggang hoort , maakt 
gij u spoedig uit de voeten en haast u naar de riviermonding. 
Gij moet uw kain over het hoofd doen, want 'tis niet noodig 
uw gelaat te laten zien ! // 

Vervolgens keerde Soetan Nasoeha naar den galanggang terug 
en toen hij aangekomen was, nam hij zijn haan en gaf hem 
te eten , waarna de hanen losgelaten werden. Zij hadden pas 
een oogenblik gevochten of de haan van Soetan Nasoeha was 
reeds dood, waarom de menigte aan den galanggang zoo hard 
begon te schreeuwen, dat het was alsof het bij droog weder 
donderde. Wat Soetan Nasoeha betrof, ofschoon hij verloreu 
had, wilde hij toch den inzet niet voldoen; maar zeide: '/(Si 
Gantang is de berg in si Gantang en daarbij ligt de Katialo) ; 
ik heb wel verloren maar wil niet betalen, al snijdt men mij 
het hoofd van den romp.// 

Yorst Sonsong Haroeih antwoordde hierop: //als gij verliest 
en niet betalen wilt , staat het vast dat uw hoofd er afgaat ! // 

Nu riep Soetan Nasoeha, in het midden van den galang- 
gang springende : // welaan , gij die liier vorst zijt ! kom 
een oogenblik naderbij , dan zullen wij de schermpassen nog 
eens herhalen en de roest van onze zwaarden verwijderen ! // 
Toen zij eenigen tijd gestredeu hadden, begon het op den 
galanggang te stuivcn, en deze stortte in. J)e menigte stond 
verbaasd dit schouwspel aan te zien , terwijl Sonsong Haroeili 
sprak : //als ik voor u buk, heet ik geen Sonsong Haroeili!// 

//En als ik U niet met mijn kris dood// hernam Soetan 
Nasoeha : n dan is mijn naam ^'^^w Soetan Nasoeha ! // 

Uaarna begon de strijd nog eens; elkander omstrengeld 
houdende rolden zij been en weder zoo hevig, dat er een kuil 
in den grond kwam. De vader van Soetan Nasoeha werd 
angstig, en liep hard naar den galanggang, maar zijn zoon 
zeide: 'i'wees niet bezorgd vader! en kijk het maar eens 
eerst aan ! " 

kfi Volgr. X. 22 



832 

Op (lat oogcnblik week Soiisonj? Ilaroeih te vccl acbtcruit 
en pas Imd liij (lit gcdaan of hij kreej; eon stoot tusschcn de 
ribbiui, di(i lioin terstoiid doodde. Zijn bloed, vcrmeiigd met 
dat der haiieii , stroomde over den galan^gan*^ , tcrwijl xijii Ujk 
in de sloot rolde. T)e nienigte viel op de knieiin en boog, vol 
vTces, het hoofd t(M* aarde. 

Wat Andam Uewi betreft, deze had, het rumoer aan den 
galangiifang liooreiule , het deksel van de kist stuk gemaakt en 
was. in haast een lange salendang nieenemende , hard naar 
(l(j riviernionding geloopen , waar zij met de audereii in het 
sehip ging, dat daarna h(*,t ank(;r lielitU*. en wegzeilde. 

Langzamerhand was men P a j i e n g en M a ] a 1 u voorbij- 
gezeild en Panjinggahan genaderd, waar men ophield 
en aan wal ging. Men zette zich op een vooruitstekejid 
gedeelU*. van liet land neder en hield zich hier bezig met h«^ 
opzeggen van pantoens, zooals : //(de rivier van Tandjoellng 
Djoerahan is groot, de alaivrucht word t met een klcin mesje, 
gebonden aan een langen stok , afgehaald;) de balai van Pa- 
njinggahan, die in de zee vooruitstcujkt , is heilig. (De alai- 
vrucht wordt met een siraoei' afgehaald, maar de nangka 
met een gewoon mes); de balai steekt in de zee vooniit 
en er staat een hooge steen, van waar men naar alle kauten 
kan uitkijken. (De nangka haalt men met een mes nair 
zich toe, de inai bloemen bloeien schoon); er staat hier een 
steen om uit te kijken naar het sch(K)ne land aan de rivier- 
monding van Pingai. (De inai bloemen bloeien schoon, de 
siraoei^ ligt op een kussen); het land aan de riviermonding 
van Pingai lev(M-t een fraai gezicht op en de zee daar heet 
Sanieng baka. (Ue siraoei^ ligt op een kussen, de doekoe 
boom van Nanggalo draagt vrucht<ui); de ze^ ligt tegcnover 
S a n i e n g b a k a , van waa r S o e m p o c. en M a I a 1 6 zichtba:ir zijn! * 

Wat Soetan Nas(M;Iia aangaat, hij keerde naar zijn lantjang 
t(M*ug, lichtte het anker en ging onder zeil. 

Men voer hoe langer hoe verder en kwam eindelijk in Tan- 
djoeang ifedan aan. Pas waren zij hier of Andam IVwi en 
Soetan Manangkrrang ontmoetten er hun ouders nl. toeaukoe 
Kadjo Toeo en prinses Lindoeiing lioelan. 

Terwijl dezen la<*hten en huilden t<?gelijk , zeidcn zij : '»(de 
s i k a n d j o e :1 groeit te Batang Kapeh , de p a r a o e i ^ t a n bloeiuen 
zijn <mtlok(^n); wij , di(^ u van ons lieten gaan /.ijn gelukkig, 
omdat gij weer t(*rnggekomen zijt op de plaais waargijtliuishoort!* 



1>]«-n chitr ^vn\ Av tuhocHh lartiiifran g(*slagt*ii ; allr in- 
fi»nfr» kwumrii hijt^rn; men Mlaohtte \icr of \ijf hutr^ls vn dankU* 
llbh \(M>r (If lN*hoU(K*ii tcrufrkoni^t. 

.\;i \i*rl(ii>|) van i^'nifrcn tijd sprak prinMrs Andain l)i*wi: 
'HI) zijn nu al Z(m> lanir hiiT, (iocli wuar zou onasi* vrirnditi 
iicM-ntri'i Ka|N*h zijn, dat zij noi; nirt hij ons p^wcfut in ? Kain- 
untr Manili ! h(*tfeef u trrst/uid op wt\(f om Roenir*^ Kap*h te 
rwwjun rn hn*n«r haar dan teffolijkrrtijd mwlr! » 

kanilKiiiL' Manili ^ini; nu stnMnnopwaartit naar Koto Toco 
•m print's liocniri'i Knpdi U" halm rn pas wai* zij daaraanfr<^ 
Ltifiif'n rn di« wonin<r binnenp'triHlrn of prints Ikn^n^^ Kapt*h 
rridf* "TOO. zijt ^ij daar Kanihang, dan wil ik u wat vragen. 
I* hrt waar dat nw nii'i'8t4*r(»s« t4'rujrKfk<n*nl 15? Ik heb het manr 
h«r>n*n W'lrifn vu wret nict of liet waar of nii't waar if." 

KjiinlKini; Manih antw(M)nldc hirrop : ''ja, dat ^*nicht is waar; 
fij i** niil* M*<li'rt ^Tuiinen tijd toruir en ik b<»n juist met <m 
^j(w«l«cliap van haar hier om u af te halen. Zij vcrzfiekt u ter- 
!4«*nd hi) haar tr konien. (Men is «q'<lert lan^ niet naar het bcMch 
L»r«iiM en lie {mndan draairt nu wellicht vruchU^n); zij heeft 
u tn lan(rr*u tijd niet ontm(H*t en uw ^daat in mii«rhien \er- 
AOtlrni. Zfide zij zim) ^«trak^!•' 

.\u antu«M)nlde ll<M•n;^) Kapeh : '^nu p* dat zi*i;t , lui9t4T nu 
ia»k lt•li^ naar deze |Mnt<N*n : ft Is ni(M*ielijk \(K>r mij om naar 
■irri talanir U' iraan , want deze staat op ivn >teilen wej;); 't 
:• l.i*tiir viwir n)ij oin luuir tv Ix'ZiM'ken . daar de weff er hifU 
iiMir ilrid«'n \ers{)crd is > K(*(*r dus maar naar huis tt*ru^, 
KnoilKinir! " 

KaiidunL' U-mif /leh nu we(h*r huiswaartji naar Tandjoi*dn^ 
Mrihiii 'rtM-ii /.ij nu (vnip'U tijd thuis trekomeii was, vhn*^ 
;nii««'> And.iiii iK'Mi: "Wr| niijii kind! hebt ^ij me<*i?i*bnirht 
* it irij /i)t Lfaaii hali'h f " 

•\\«t-» /iw» ifiH"*! t4* lifMiren naar hetp^en ik Z4'^ffri*n zai, um*4*^- 
:«rf%'- intu<M»nlde Kaniluii^, "Wie ik m(M>>t halen, heb ik niet 
i!.<t*tn hnrht . uant /ij /eide mij zins|M'len«le (het \> lasti^ om 
iLft^r dfti talani: t4' ^.lan , want deze st^iat op ren sterile n we^r) ; 
'.rt t« lif/Ha«irlijk tl)ah> t^*n ln/iM-k bij u te bn*n^'n , daar de 
M»i: diH>r drad«'ii \iT>|HTd i^. Dit is hetpvii lioeiipTi Ka|W*h 
'.rrft L'^'/i-ml rn wiiiin»\er L'ij kunt nadenken!'' 

Atitiam Ik-mi lirniam nu '^welaan liofdauit*>! komt alien 



liier ! Wij zuUen thans uaar dc woning van prinses Boengo Kiph 
gaan , daar ik haar in langen tijd niet ontinoet heb!*' 

Ycrvolgens ging zij naar liet voorj)loin , sloeg den laugeu wejr 
in die stroomafwaarts voerde, en was na eenigen tijd de woiiiiij: 
1)1 jna genaderd. 

Toen prinses Boengo Kapeli haar zag aaukomen ontrocrdc 
zij lievig en dacht niet anders of zij zou gedood of gevangcn 
genomen worden. Daaroni ging zij naar buiten en snelde den 
weg op, die naar de badplaats leidde. 

Zij liep op c(3n draf je , \'erschool zich in het woud en volgdc 
de groote rivier stroomafVaarts. Zoo bereikte zij de diepte bij 
Tjimantoeang en eindelijk Pantai Tjamiu, inaar hier 
verdween zij en werd gevangen genomen en gedood door een 
oerang boenia n ! 



(De wrange pinang groeit in het dal en zijn wortels ver- 
spreiden zich tot in den tuin); de pen is gebroken, de inkt 
is we^gevloeid en het papier vraagt nederig om vergifienis. — 

(Er heerschte een groote drukte aan den galanggang te 
S i n gk o e a n g , waar men handel drijft in biezen zakjes , want 
het katoen heeft er gecin waarde meer); de zaak is dus voor 
goed afgedaan en men kan er niet meer op terugkoinen! 



liet verhaal van Manangkerang is geeindigd. 
Gairoellali was zijn naam ; 
Ilij was de zoon van Toeankoe Radjo To<h">, 
Prinses Lindoeiing Ho(»lan was de naam zijner mm^ler. 
Zijn negorij lieetfci*, Tandjoeiing Medan , 
Maar dezt^ bestaat thans nie^t mt^t»r, 
Kn is met lioogcj h a 1 a 1 a n g begroeid ; 
Zij hecift gelegen tusscjhcMi Solok en Soemani. 
Zooals ik gelioord heb 

Worden de plaat*» , waar het Imis g<?staan heeft en het rijst- 

[blok , er nog aangetroifen; 
Ook de ()verblijfsel<*n van de badplaats bestaan nog; 
Maar alles is in een vvoestenij veranderd: 
Daar was do put , waarin zij baadde 
Kn waar de moendam van Andam Drwi wegdreef, 
lltitgeen haar voor et^nigen tijd het leven kostte. 



.^^ 



Ltit'liot-U KiM'llta WrVil t\v put p'lKNMlHi , 

U .i.ir vvu \\M'\\ liaar iii>liktr 

\h- wi' , \iaar /i| \\vvu p-tirarlif m*nl 

Lii ('[» lift ciiaiicl S'taii aaiikwuin, 

\N inl Ha li a rofi I a li ircncNMiitl : |kara'. 

Kii uan \iaarM-Injiili|k lirt tr«;f'nw<K)nligt» iiuht van Sing- 

!>«' ri\itT I ail Sofiiiuni, uaariii liaar iiKHMidam wrffilriTf 

\ (tiiil (lirlit lii j S a II i v ii lt I) ^ k a liaar uitwat^TJiifr. 

Il«t filaiul Srtaii Maanaii p*j*|)rokfn is, 

M«Ht tinptwijlflil l)i| PaiijiiiL^pihaii p'lcfri'ii IwhlxMi ; 

lift wa^ k If ill fii n»ts- «'ii >tffiiaflitig: 

M.i.ir ik Im'II vr lUMiit ifi'Wffst. 

\ fr«lfi lifli ik \frtfM . 

iMl . t<H'n Aiulaiii l)i-wi ti<K)r ffii \im*]\ wa^ iii^*9(liki, 

/:| nji lift tilaihl Stan t4)t hft IfVi'ii t4Tiigk«*t*nle 

\]\i t\i ff drakfii liaar mff\(H'nlfii 

N.i.ir halii'raiii l)f\ia: 

II Iff vifnl /I I «i«M»r |iriiisf> TanxMli Mat^i xrnMir^l 

Totilat /ii iiift (If II brtH'ilfr laii dfzi' liim<l(*. 

I It lift iiinvfjiik Wfnl ffii ztMiii ;rf Inin*!! , 

I hf SM-laii \,i*»4K'li,i lifftti". 

W .it \ HM '^'rr (ifii ii.iaiii li.tcl \aii IV;i)i(*niiii l^-na, 

U In t tfiffiiNHHinliL'f Uatipnfali; 

jliK Ii u.iar tie k iiii|HNim laii TanN'ili Mato la^ 

U nil) iiiiinlfr <luul«li|k — » 

I Mt !iiAt^tc' kr(^lf*<'lt4« ifi iiict \'mii <l«»ii voru>llrr (U«rluuifr dial*), dcioh vwi 
n. , l;t' (|i>/4- livdido \o<<r mij I'verftohrc^. 



334 

hier ! Wij zuUen thaus uaar de woning van prinses Boengo K-^peh 
gaan , daar ik haar in langen tijd niet oiitmoet lieb ! n 

Yervolgens ging zij naar het voorpleiu , sloeg den langen weg 
in die stroomafwaarts voerde , en was na eenigen tijd de woning 
bijna genaderd. 

Toen prinses l^oeng6 Kapeh haar zag aankomen ontroerde 
zij hevig en dacht niet anders of zij zou gedood of gevangen 
genonien worden. Uaarom ging zij naar buiten en snelde den 
weg op, die naar de badplaats leidde. 

Zij liep op cen draf je , verschool zich in het woud en volgde 
de groote rivier stroomaOvaarts. Zoo bercikte zij de diepte bij 
Tjiinantoe^ng en eindelijk Pantai Tjamin, maar hier 
vei'dween zij en werd gevangen genoun^n en gexlood door een 
oerang boenian! 



(De wrange pinang groeit in het dal en zijn wortels ver- 
spreiden zich tot in den tuin); de pen is gebroken, dc inkt 
is W(^gevloeid en het papier vraagt nederig om vergiffenis. — 

(Er heerschte een groote drukte aan den galanggang te 
Singkoeang, waar men handel drijft in biezen zakjes, want 
het katoen heeffc er geen waarde meer); de zaak is dus voor 
goed afgedaan en men kan er niet meer op terugkomen ! 



I let verhaal van Manangkerang is geeindigd. 
Gairoellali was zijn naam; 
Ilij was de zoon van Toeankoe Radjo Toeo, 
Prinses Lindoeaug Boelan was de naam zijner moeder. 
Zijn negorij lieette Tandjoeiing Medan , 
Maar doze bestaat tliaiis niet meer, 
Kn is met liooge li a 1 a 1 a n g begroeid ; 
Zij lieiift gelegen tusschen Solok en Soemani. 
Zooals ik gelioord lieb 

Worden de plaats , waar Iiet huis gestaan lieeffc en liet rijst- 

[blok, er nog aangetroflen; 
Ook de overblijfselen van de badplaats bestaan nog; 
Maar alles is in een woestenij veranderd ; 
Daar was de put, waarin zij baadde 
En waar de mo en dam van Andam Dewi wegdreef, 
Hetgeen haar voor eenigen tijd het leven kostte. 



Koead joeiDj^ . lmuu , ^|NN-<liir; intla' ko«'iHljo(*&iifr (iatantr 

iii»l iriiiw ktMiini , o|) zirli liilrii w;i«*lit4»ii. 
R«M^ndi^DfC« i>i»riH'iui if lit; >|)n*k<'ii (ivit, iM'tpn'kt'ii, ovfrU'irj^fii ; 
|i.i nif till it' II trail tfi»>|)n'k , punt \aii l)('>|)r(*kiii^; !<a|):i rorii 

• I 1 1 ii:;;i n Ih'I fi'iis /ijii. 

Patian , i.^ nift lirt ucM>nl lain, mmkiIs Av Muleior zi*frt . 
•I j .m vf L'iifl) . lict zou lM*t4T p'lui'st zijn, indirn men bij drn 

• lf'nl«ii rt'p'l Ixirkaii til lain iiit't clkantltT verwiHiM*l(l Iniil. 

lanjilau . /itn , kijktn ; m a n j i I a u i in tie t4K*k(>ni!«t zien; waar- 

/'•trLTfii , *»ilaii «M»k virhliiul , strrrrtjfs vtMir <l(MN>p«n krijfrrn 
'/If \ tl W ) 

KcM^leko. van \frl \ rot-^rtT lijtl, iiit lift \vr ifrliMlrn. 
TjinaDf^kie' . \nN-pT uu.s ir ffii Tj i na n ^k it'"* iinf^fci vn 
( t n T J I II :i n L' k i I r a n «l a li ; lift <^*n«t4* lM>taat nirt nitHT. 
Tarata . rm iiiilfinkf klfitif nitltTZfttiiit;. 

Patliyail . .t.iiilfL'. lo>|)|;iatN \(N)r s(')it*|M*ii. (\('r^v ln-ja. II) 

Balabt^h . n-irfL nj (inlfhaH) 

Piawai , iMpHN-fd . \frtroiiwl);i.ir HtpMis pNtlf t'i<ri'n.s4*liap|M*n , 

4i<« tr<H*(l .laiip'tiniiiiii 
DjI^rODic . kmiii. iNN'lifi^'. <>liiip'nii<l : tijalaii ni.in(ljrr(>n^ 

u.;;. ihf iiift InHJitfii ItM.pt , H||iip*rpii4l , IniiiK'nwf^ \an <lr 

k.llll)MN'|llf 

.4ci**h . L'fVf 11, iittilff l( 11 . p.ir;iLMfli iri)p*\i^, miltl. 

BallN*ll ; Ilia III h.ilnf II t a II a ll dtil ^rnml tiinspitt^'ll , t»mpliM*p'n 
llani 111 Itailam **aii<ljo, liadaro patan^, hadaru^ 
'II a) a III. Iifftt (lit vitMinl tif lN'ti'<*ktiii*« \an hijna« aan\an^ 
ti« Kti lid*- . n\(i:^Maiidi ; hadaro Iiati tiiipTUM « an^>ti^. 

Djalati uiiiM* , df /.<Miii:4 xiin inmwcn. dir inH tlmzelfdcn man 

i:« tmuwd /ijii 
Djalan mama, Monlfn «ljalan ha pa' p*ntii*m<l t4*n <»|nichte 
\\i ilf kifiiikindfrfii \aii tVii df*z<*r \rtiuw(*n; tiv klt*in- 
•..ii>i«-rtii li«t tf II tfii <>p/iflit4* \an ttt-zi* z«Mins djalan aiia^; 

• <• Kiii'Ifrfii \aii ifdinn /«niii hf«'t4*n t^'n tipzitditr \an (dkaiidtT 
djiiiii daii^aiia : lit*fft ffii <ltT \n>UHtMi tl(N*lit4*ni dan zijn 

]• kiiidfrtii \ ah df/>f l.i^ttHt4n tijalan kamanakan \ an drn 
/•*'ii d« r aiiilfn \ nttm t-n di /f /ttm lif«-t iljalan mama*^ 
\ \\i lit II . djal.ili III II If Honlt llij iTflMM'llltl t4'n Opzirllttf* 

\ th di H iitf iklfiiikiiitlfrfii \an fcii di-r vntnufn; djalan 
'ii: / fi ill d'H-Jiti rs \ III ffii dtr \rtiiiiifn tni t i|)zirlitr i an 
i< k!'-inkitid«'rfii dfr aiidtrfii ni djalan ttMti tt*n o|iziclite 
d« r tflitf rklfiiikiudt nil 



338 

Kalaka voor akal-akal. 

Aga^ (zi(j wdl).) ook overwegen, wikken, probeereu; taraga^ 
verlangcudo , begocremlc zijn; aga^ wordt ook gebraikt bij 
ecu vricnulelijko of belcefde wijzt^ van vragcn of gebieden: 
aga^ pai ka ken ga eens even daarheen; niaaga^kan 
naar gocdvinden verdeelen of schikkeu; aga^ maaga^ om- 
trent clkander inscliikkelijk , toegevend zijn; van verechil- 
lendc porsoiien dczclfde bcdoelensof wenschen onitrentelkaiider 
koestercn ; met booze of goede bedoelingen tegenover elkander 
bezield zijn. 

Tahatita^ padang karimbd, ta"" bantiSng bal^ga lal^gewoon- 

lijk zegt men tasasa^ padang karimbS, ta*^ boeli^h 
b a n t i e n ij b a I e <^ a ; hot beteekent overal waar men kon om 
hulp gcvraagd Iiebbon en nu verdcr gcen raad meer weten. 

Tampoeah, (zie v. d. \Y.) ook gaan of loopen over iets, be- 
treden ; inanam])oeah halaman over het erf loopen; ma- 
nampoeitlii inzetten tegen een anderen inzet; manam- 
poeah k an ook ergens Keen geleiden, ergens over been brengen. 

Bintang, druk, bezig zijn, ingenomen zijn door de eene of 
andcre bezigheid; rintangan drukte, werk, bezigheid; 
m a r i n t a n g k a n zich voor een of ander doel beij veren , zich 
geheel met icts bezighouden; rintang dimain veialaafil 
zijn aan het spel: ma rintang ana^ een kind sussen, door 
het b. V. iets in handen te gcven of te lateu zien; ma rin- 
tang- rintang hati afleiding zoeken ; marintang ook 
plagen , storen , afleidcn ; p a r i n t a n g ui a 1 6 wat dieiit om 
liet oog te bekoren. 

Binljang^ mambintjang in stukjes scheuren , van een scheu- 
ren , herhalen van 't geen reeds besproken is , nakauwen , 
over allerlei zaken jspreken , keuvelen , praten ; (men gebruikt 
ook m a m b a n t j a n g) . 

Sias^^, manjiase^ ondcrvragen, b. v. wat of waarom iemand 
iets doet, waarheen hij gaat of vanwaar hij komt, enz. Kan a 
(= akan apa) of ka-a kau .siase^ pado of bakeh- den? 
Waarom vraagt ge me dat? (tegen een vrouw gesproken — 
zie V. d. W.) 

Pajoeang pandjji, het vorstelijk srlienn al^ rijkssieraad : fig. 
voor liem, die de voornaamstt; , de vertronwde, de bescher- 
meling, de lieveling (mder de bevolking is. 

Soouibara^ (>i>k r^oemara^, de best^ , voornaaniste , aanzieu- 
lijkstc, eerstc, den zegen-, geluk-, voors])oedaanbrengende; 



SS7 

Eoend^joeang , gauw, spoedig; inda^ koendjoeang datang 
niet gauw komeu , op zich laten wachten. 

BoendiSng, baroend ieng spreken over, besprcken, overleggeii ; 
paroeudiengan gesprek, punt van bespreking; saparoeu- 
diengan het eens zijn. 

Patian , is met het woord lain, zooals de Maleier zegt , 
djaugga(l), het zou beter geweest zijn, indien men bij den 
derden regel boekan en lain met elkander verwisseld had. 

Maiyilau, zien, kijken; manjilaui in de toekomst zien ; waar- 
zeggen; silau ook verblind , sterretjes voor de oogen krijgen 
(zie v. d. W.) 

Koel^ko, van veel vroeger tijd, uit het ver verleden. 

Tjinailgkie% vroeger was er een Tjinangkie^ tinggi en 
een Tjinangkic^ randah; liet eerste bestaat niet meer. 

Tarata^, een tijdelijke kleinc nederzetting. 

Pabiyail, aanlcg, losplaats voor scliepen. (verg. beja. II.) 

Balab^h^ regel, rij (belebas). 

Piawai , beproefd , vertrouwbaar wegens goede eigenschappen , 
als goed aangenomen. 

Dj^rong , krom , boclitig , slingerend ; d j a 1 a u m a n d j e r o n g 
weg, die met bochten loopt, slingerpad, binuenweg van de 
kampoeng. 

Agieh , geven , uitdeelen , pa r a g i e h vrijgevig , mild. 

Baloen ; m a m b a 1 o e n t a n a h den grond omspitten , omploegen . 

Dard^ in badaro^ sandjo, badaro^ patang, badarb^ 
malam, heeft dit woord de beteekenis van bijna, aauvang 
nemende, overgaande; badarb^ hati ongerust, angstig. 

Djalan ninie^, de zoons van vrouwen , die met denzelfden man 
getrouwd zijn. 

Djalan mama^, worden djalan bapa^ genoemd ten opzichte 
van de kleinkinderen van e^n dezer vrouwen; de klein- 
kinderen heeten ten opzichte van deze zoons djalan ana^; 
de kinderen van iederen zoon heeten ten opzichte van elkander 
djalan dansana^; heeft een der v rouwen dochters dan zijn 
de kinderen van deze laatsten djalan kamanakan van den 
zoon der andere vrouw en deze zoon heet djalan mama^ 
van hen; djalan uinie^ wordt hij genoemd ten opzichte 
van de achterkleinkindcren van een der vrouwen; djalan 
biai zijn de dochters van een der vrouwen ten opzichte van 
de kleinkinderen der anderen en djalan toeo ten opzichte 
der achterkleinkindcren. 



310 

aars, de boodscliap van icinaud; mampalapeh toe-geven, 
]'aUm\ bcgaaii , zijii gang lakm gaan; ba^ baiitieug lapeh 
k a para' kunnen bebben, wat men begtiert; soeligi ta* 
lapclidi taugan aau de praai, aan 't lijntje houden: 
m a 1 6 lapeh b a d a n b a k o e r o e a n g niet geheel vrij zijn, 
b. V. zooals liuwbare nieisjes, die uiet overal heen mogen: 
saoedji salap^h het volkomen met elkander eens zijn; 
ba^ baban inda^ lapeh dibahoe voortdurend iii moeie- 
lijkheden verkeeren; lapeh ajam mogen gaan waar men 
wil , d(K;h terugkeeren waar men hoort ; niet geheel zijn cigen 
gang knnnen gaan; 's morgens, den tijd aauduidende, dat 
de kippen losgelaten worden; lapeh oenggch vrij als een 
vogeltje in de lucht. 

Soejoea^ ook wel SOJO^, Iiet overschietende dakgedeelte van 
een ^Fahusche woning aan een of aan de beide smalle zijden. 

Paraboeaugy de bedekking van de hoeken on van de nok 
van het dak eener Maleischc wcniing. 

Toetoea, (zie v. d. \V.) toetoeliran wordt ook gebruikt 
v(M)r tjoetjoeran (zie v. d. W.); mamboee* paiioe- 
toeit of toetoearan is de idjoek of halalang tot dak- 
berhikking gereedmaken, zoodat er geen ongelijke kanten of 
pnntcn uitsttikrn. 

MailgirO', (zie kirap) uitsdiudden ; mangirb^kau door nit- 
schudden verwijderen , b. v. st^)f uit de kleeren; inangiro^ 
ook ver weggaan, zicli verwijderen, verdwijneu; inangirb^- 
kan sajo^ fladderen , klapwieken; mangirb*^ d^ta, dc 
destar heen en weer door het water lialcn, om ze daama 
door drogen weer stijf <c doen zijn. 

Mahoelag^rang , kan (K)k silioela gerang zijn. 

Sipisan-pinail , naam van een negorij; met si pad an g- pa- 
dang si karih-karih naain eener plant met smal , sabel- 
vormig bla<l ; (men zegt ook s a k i n - s a k i n). 

Balamba^; lamba^ is een kain over een andcr gedragen, 
b a 1 a m b a ^ meer dan ern kain over elkander dragende: 
pin toe balamba^ een denr nn^t een gordijn er voor. 

Kaugso balarie^, malnrir' draaien, nitsnijdeu van hui?- 
incnbels en dergelijke, ook van sieraden, van een opening 
hoe langtT hnv. dieper wonhm , invreten van een wond. 

Bantjah, (zie v. d. \V.) ook door en door nat, bezoedeld of 
iM'.morst met een vloeistof. 

Loreng, schuinte, helling van een berg; malereng langs 



J 



lif'lliiii: \fH»iilM*wi'p'i) , kalian <l i Irri'ii^ li^. rr /ilt«'ii 
kruiinflft oiii <lfii inoiid , I), i. \:iii iriimiHl« <lir ^ciiiorM IntTl 
ondcT hvt vivu. 

j6\ oiiU*lha;ir \it'l, \(Miral \uii dirri'ii ; iii.tiiajii' in /(-tT 
;rnM»t4- iiifiii^4* ii:tiiwc/i:r /-ijii ; lM>ilt'kk«*it of uvrnlrkkni. 

DangaM, Hlnitf 

DaifOfsi. trii (lof iri'luid \iiii /wan* \(M»rwrr|N*ii , <lir oiiivHilm 
(if t4'p*ii rikaiicler >t<Nit('ii , Imiiis ; hndu^orii In>iix«*ii. 

Kaia bakdjan« zoti \w\vr zijn hakodi. 

lanookOfa* = mi'iiokok; tfirkorii^ is lirt hijp'V(M*pl(Mlii'l, 
t<it*inaat: maitokok iM'trrkmt in lift Miii. iiirt (*«*ii of aiidrr 
viNimi-r]) iNHlt'kkcii l»v. iii(*t (Til xlic^'ii drkiM*! ; (M»k klo|)|M*ii, 
liaiii«*n*ii 

€^il6, koiiit (N»k VfMii ill dr iM'tcckniis van \(*r/(>t /.ijn «>|) iHs, 
/irli grilled t4N*m)driid<* aaii irts< ; mun^^i lokan k(M*(lo vT 
|i.i:inl«-n np naluHidrii 

lanarawang, » j(»nr ufrkrn, lH»rdur«*n; Itatarawanf; (Nik: 
\ii| :;at4'ii , li \. hat a ra wan;; kain ana' d('' n^an^c* 
tnijii kain is \fil ^r^itni \an dc mot; lali di'ii larawan^ 
ii.itfari t4»(', ik hcli dit> plaats oxcnil Ix'/iM'lit . ik In*ii (*r 
«i\('r.il iffwcot : batarawaiit; liati on^'Madi^, onpHliiriff. 

Italimail . Iict iKMifd met limocnsiii wa^^M-hcn 

Rami r= raiiiai. 

BalfroniC. i«NNls, o|H*n tri*l>«)UH \(Nir Ix'nuid.Hla^in^; l)al(*ron^ 
[>.iii«ljaii^' kail (Mik rcn rip'ii iiaaiii /ijii. 

Bacbbah . dolilndtMi. liij wij/r \an kniis u( miint. 

Batipji = tip oh \ fl. W . 

Bari6«io, iK'.Hpn'kcn, licniadslai^i'n , ovcrlc^p'n. 

AnOfah; haramfM*&h amor ah lM'raadslap*ii , ov(*rirf;p*n ; 
^.1.1 tn or a it lift ffii^ /.ijii (iiifii 7A'i:x ook 11 a m oca h). 

Ku . al<*, iiidi«-ii . ja , pN^I ; k i) ' haiia h<M*«if!, ofsi'htMin; kii' Ir 
/•••>, iniff \ al : k o aaii^aaiitlf , iN'Irf tl'f mlf ; k o ' a k ii ' a wat 
.*.k. (Iiid (ihU, No\ N:!) 

Lai. /i)ii. ««'/rii . tifstaan. Kaian^ hapitih!" Ilfht ^ij p*ki? 
L.ii <>aiiiii di ilia kail, inda' sanio hahanti. ti^. tnmvc 
\ rif iidfti /i|ii : •«alai Ttaipda^ hft/flfiif. t)fran^tot* ran^f 
111 ha II .11 «i|' hall a, ln| i^* 74*fr rijk Mofrah pi*^ nan 
1 .1 1 . tiialia pr nan in da , *t i« p-makkflyk \4Mir hfiii 
dif hrfft. ni.iar ntoficjijk \iM»r lifiii dn* met hffft (pi* \fr- 
k(*rtiiiL' \'iu tapf = tfp.it; -- Kr is iiotr ff n voonijr Ir 
(r ximal- in hffr), (hit <h'/4'lfde lM*U)(*ki*ni» hveft, fluch ge- 



;U2 

woonlijk aan liet begin van vrageu staat; b. v. \^. ba^a 
ang kini? Jloe gaat hot u nu? Lr di roemah si Auoe? 
Is X. N. tliuis? Lai is lagi. » 

Kapoendoei^ , gczwollen, bolvormig; mangapoendoci^kan 
in een doek , papier vn dergelijke bij wijzc van zak dragen. 

Djainbo, m a n d j a m b 6 met nitgestrekte annen naar iets grijpen. 

Ba^, zoo, evenals, ba^itoe zooals dat, dusdanig; ba*^itoelah 
middehnatig , niaar zoo, zoo; b. v. soeratanno ba^ itoelah 
hanjo rantja^njo: ziju sclirift is maar zoo, zoo; mamba^ 
itoekan, zooals dat (iets anders) niakcn, b. v. rantj/ 
goentii'ng badjoeno toemoeah, ba^ itoekau poeldlah 
bad joe ang, de snid van dat baadje is mooi, maak het 
uwe ook zoo; ba^ nangko zooals dit; ba^ ik5 zooals dit; 
nianiba^ ikokan zooals dit maken ; ba^nantoen zooals dat. 

D6^, oindat, dewijl, door, enz. ; wat betreft; toen; (Ind. Gids 
Xo\. "S:i). 

Mantjali^^, kijken, zien, aausehouwen; mantjalie^kan iets 
aansehouwen ; in a ni p a t j a 1 i e^ k a n iets laten zien , iets met 
velen zien, pantjalir^^an gezicht , wat ^>:ezieu wordt, uitzicht. 

Tampan, (v. d. W. I) ook ttink, ferni; — inanampau zich 
zelf bekijken; geseliikt zijn voor iemand of iets, lijken; 
tampan kadjadi : 't laat zicli aanzien, dat het er van koinen 
zai; tampan katjarai: H scliijnt, dat zij zullen scheiden: 
t a in pan b a n a i r o e m a h k 6 ,. dit liuis ziet er zeer goed uit ; 
tampan banai padoesitoe kabiuji hambo, die vrouw 
komt mij voor echtgen(K)t(^ zeer geschikt voor; tampan 
soedali, langgam tabao, op zijn voorkonien valt niets 
aan te merken , en de klirereii zitt<;n hem goed aan ''t lijf ; 
in 't algemeen als op 't maakscl of den vorm van voorwerpen 
niets valt aan 1^3 merken. 

Adjoen, plan, voomemen, idee; maadjoen het plan opvai- 
U.'.n , een besluit nenum , op het punt staan iets te doen , een 
aanl(X)p nemen bij het springen. 

Toeloea^, (zie tolok) weerga, evenbceld; tocloe^^ kain kd 
inda'^ lai rle wt^erga van dit kleed is er niet, toeloeS' 
komt ook voor in de beti^ekenis van ieder, elk; b. v toe- 
I () e a ^ ]) a (I o e s i m a m b a < > bar e li elke v rouw brengt rijrt 
me(h^; toeloeS^ taga^ ieder mensch. 



1 Aanuezioii iu hot haiidBchrift iiorgoiis ooii ondeniohoid tUBSohen lai i 
la I gomaakt wordt, kou dit ook d^nir mij iiiet aangogovon wtirdcn. H. 



341 

helling voortbewegen , kabau di lereug fig. er zitten 
kruimels om den mond, b. v. van iemand, die gemorst heeft 
onder het eten. 

Tajd*, ontelbaar veel, vooral van dieren ; manajb^ in zeer 
groote menigte aanwezig zijn; bedekken of overdekken. 

Dangan, slaaf. 

Dagoea, een dof geluid van zware voorwerpen , die omvallen 
of tegen elkander stooten, bons; badagoea bonzen. 

Eain bakdjan, zou beter zijn bakddi. 

Manoekoea^ = menokok; toekoeS^ is het bi jgevoegde dccl, 
toemaat; man ok ok beteekent in het Min. met een of ander 
voorweq) bedekken bv. met een vliegen deksel ; ook kloppen, 
hameren. 

Gild , komt ook voor in de beteekenis van verzot zijn op iets, 
zich geheel toewijdende aan iets; manggilokan koedo er 
paarden op naliouden. 

Manarawang, a jour werken, borduren; batarawang ook: 
vol gateu, b v. batarawang kain awa^ de^ ngangc^ 
mijn kain is vol gaten van de mot; lah den tarawang 
nagari toe, ik heb die plaats overal bezocht, ik ben er 
overal geweest; batarawang hati ongestadig, ongedurig. 

Balimau, het hoofd met limoensap wasschen. 

Rami ■==■ ramai. 

Baldrong, loods, open gebouw voor beraadslaging ; balerong 
pandjang kan ook een eigen naam zijn. 

Bagdbah , dobbelen , bij wijze van kruis of munt. 

Batipd"^ = tepoh v. d. W. 

Barid-id, bespreken, beraadslagen , overleggen. 

Amoeah; baramoe&h amoe^h beraadslagen, overleggen; 
saamoe^h het eens zijn (men zegt ook namoe^h). 

Kd^, als, indien , ja , goed ; kb^ bana hoewel, ofschoon; kb^le 
zoo, iugeval; kb^ aangaande, betreftende; kb^a kb^a wat 
ook; (Tnd. Gids, Nov. '82). 

Lat , zijn , wezen , bestaan. L a i a n g b a p i t i h ? Hebt gij geld ? 
Lai samo dimakan, inda^ samo bahanti, fig. trouwe 
vrienden zijn; salai' sainda^ hetzelfde. Oerangtoe rang 
lai banai of bana, hij is zeer rijk. Moerah pe^ nan 
lai, maha pe^ nan inda^, 't is gemakkelijk voor hem 
die heeft, maar moeielijk voor hem die niet heeft (pe^ ver- 
korting van tape^ = tepat). — Er is nog een woordje 1^ 
(i zooals in heer), dat dezelfde beteekenis heeft, doch ge- 



84+ 

Rab6^, (zie re bat) verhinderinp , hinderpaal, verpperring; 
iiiarabo^ een hinderpaal in den weg stellen; versperren, 
arbakoueii van plaatsun, di(^ niot bf^praan mogen worden: 
tarabe^ sainien<^ padjalanan di hoedjan, ik ben 
door den re^un verhinderd Ui i^3,n. 

Bingkalang, hindernis, l>eletsel; manibingkalang beleUen, 
verhinderen , wccrstreven. 

Sawa f beschutsiil , bcle.tscl ; m a n j a w a dwarsboomen , verhin- 
dcHMi , bdetk'ii , bescbutten ; djalan basawa verboden 
t(M^tran<r. (Ver^r sawar v. d. W.) 

Lantjoeang ^ in a 1 a n t j o c il n g k a n vervalschen ; m a 1 a n t j oe- 
iin IT b(idrief(en. 

Kali = kali on gali; mangali asa oerang iemauds af- 
komst opsporen; sakali laloo wjn keer; sakalikoen 
alien tc zainen , alloi^ in ew^s , een fauiilie; b. v. saki- 
likoen si anoe pamalieng de beele familie van N. N. 
zijn dieven. 

Bas^rong (zie serong), de kain zoodanig dragon, dat er cen 
lange punt sebnin naar bencden hangt; ocdjoe&ng serong 
manikain djadja^, de kain, zoodanig dragen, dat de 
lange punt naar den voct gcriclit is. 

Kapald k6di, de beste uit twintig stuks. 

Ddrong , m a n d 6 r o n g de \ uist vooruitbrengen, van vechtende 
personen , tadorong vooruitgeschot<m b. v. van ieinand die 
zieh , bij hard lfK)|K»n , niet kan inhouden; kato tadurong 
vvoorden, die uit den niond gevallen zijn, tc ver gegaan 
zijn in bet spreken; mandorong is ook een werk van den 
goudsniid, nl. den draad , dfM>r hem t(^ rollen, eeu schroef- 
vorniig voorkonien geven. 

Andjoe, probeeren, Ix'proeveii , in iK^raad staan , een aanloop 
neineii , taa n d j nv. tt^Uuirgesteld zijn, oindat een ander ona voor 
gt»\veest is: aeht<T bet net gevischt hebben , tarandjoe- 
a II d j o e of t a a ii d j o e - a n d j o e wc^itelend , onzeker wat te 
doen. 

Labooah , weg , pad ; in a I a b o e a li jongen werpen, b. v. k a ban 
]iainI)o I ah nialaboeah; nial aboeSih kan den wf^ 
aanwijzen , oj) we.g helpen , z(^gg(*n hoe iitinand doen moet; 
b a I a b o (^ a li is bier insgelijks a n k e r e n. 

Loeang. ruitnt^*, liol , ledige phvats. 

Djanioea (zie d j e m oe r) , is (M)k dv ])adi , die te drogen gelegd 
is: uiandjainoea op de padi passeii , ze uitle.f^u ; ten toon 




343 

Goelang-goeiang 5 tijdelijke overdekking, beschutting ; door- 
gaans rasterwerk met bladeren of atap bedekt en dienende 
tot verbli jfplaats van hen , die op de sawahs werken ; ook 
de stellage waarop de taboeli ligt. 

Toenggoe = tageh. 

Soeri, verzuurde palmwijn; doch ineer bekend in de betee- 
kenis van raam bij het weeftoestel, met diebt bijeenzittende 
latjes, waartusschen de draden gespannen zijn. 

Eoeritd = Kere^ta (zie v. d. W. II) 

Timang, cen soort van schelpdier. 

S^s6 is siksa. 

Tagoeii, (tegoen v. d. W. IT) man a go en ophouden, uit- 
scheiden; basitagoen werkeloos zitten, onderweg telkens 
ophouden, gedurig aanleggen ; tatagoen stom van verba- 
zing staan, tatagoen-tagoen mambatjo stotterend 
lezen. 

Barauari^ veelmalen aan 't hoofd van een zin voorkomende in 
de beteekenis van maka. 

Asd, (zie esa) 6m , eenig, enkel, ook in vereeniging met andere 
telwoorden b. v. doe 6 poeloeSh as 6 = 21, koerang 
aso doeo poeloeSh = 19. 

Kak6^5 raangako^ met de vingers aanraken , in de handen 
nemen , aanvatten, bij de hand hebben, zich bezig houden ; 
kako^ kakb^i saraieng padja komah, dit kind zit overal 
met de handen aan. Kini hambo sampi^banai (ban a) 
sadang mangako^ sawah: Ik heb 't nu zeer druk , 
wijl ik bezig ben aan mijn sawahs. 

Kisa (zie kisar), bakisa van plaats veranderen , verhuizen , 
zijn toevlucht nemen tot (b. v. bakisa kasawah) iets, om 
zich uit den nood te lielpen. 

Barang tahiroen, na^ tadahieng is verkeerd; 't moet zijn 

barang taliiroen n a^ ta-d aoen ; h iroe n is uitsnijden 
b. V. van kain , bij 't maken van kleedingstukkeii ; van 
pisangbladeren maakt men n. 1. een soort van mandjcjs of 
bakjes , en van deze bladeren wordt , voor 't omvouwen er 
van , een gedeelte uitgesneden ; als het toch te veel uit- 
gesneden is laat het dan maar tot in het blad zijn; n.l. tot 
in 't gedeelte wat voor het mandje noodig was. 

Het kan ook zijn barang t a h i r i h n a^ tadahieng 
of tadagieng; mandahieng is in groote stukken af- 
snijden of snijden. 



344 

Rab^^, (zie re bat) verhindering , hinderpaal , versperring; 
m a r a b e^ een hinderpaal in den weg stellen ; versperreii , 
af bakenen van plaatsen , die niet begaan mogen worden ; 
tarabe^ samieng padjalanan di hoedjan, ik ben 
door den regen verhinderd te gaan. 

Bingkalang , hindemis , beletsel ; mambingkalang beletten , 
verhinderen, weerstreven. 

Sawa, beschutsel , beletsel ; m a n j a wa dwarsboomen , verhin- 
deren , beletten , beschutten ; djalan basawa verboden 
toegang. (Verg. sawar v. d. W.) 

Lanljoeang ,malantjoeangkan vervalschen ; m a 1 a n t j o e- 
ang bedriegen. 

Kali = kali en gali; mangali asa oerang iemands af- 
kornst opsporen; sakali laloe een keer; sakalikoen 
alien te zamen, alles in eers , ^^n familie; b. v. saka- 
likoen si anoe pamalieng de heele familie van N. N. 
zijn dieven. 

Bas6rong (zie serong), de kain zoodanig dragen, dat er een 
lange punt schuin naar beneden hangt; oedjoeang strong 
manikam djadja^, de kain, zoodanig dragen, dat de 
lange punt naar den voet gericht is. 

Kapalo kddi, de beste uit twintig stuks. 

D6rong , mandorong de vuist vooruitbrengen, van vechtende 
personen, tadorong vooruitgeschoten b. v. van iemand die 
zich , bij hard loopen , niet kan inhouden; kato tad6rong 
woorden, die uit den mond gevallen zijn, te ver gegaan 
zijn in het spreken; mandorong is ook een werk van den 
goudsmid, nl. den draad , door hem te rollen, een schroef- 
vormig voorkomen geven. 

Andjoe, probeeren, beproeven , in beraad staan, een aanloop 
nemen , taa n d j oe teleurgesteld zijn, omdat een ander ons voor 
gevveest is: achter het net gevischt hebben , tarandjoe- 
andjoe of taan d joe-andjoe weifelend , onzeker wat te 
doen. 

Laboeah , weg , pad ; malaboeah jongen werpen, b. v. kabau 
hambo lah malaboeah; malaboe&hkan den weg 
aanwijzen, op weg helpen , zeggeu hoe iemand doen meet; 
balaboeah is hier insgelijks anker en. 

Loeang , ruimte , hoi , ledige plaats. 

Djamoea (zie d j em oe r) , is ook de padi , die te drogen gelegd 
is; mandjamoea op de padi passen , ze uitleggen ; ten toon 



Siliyoe. jiiiip* hludiTi'ii , uiUpruitscl^. 

Orrr~ oefUl, tic wortt^ls \aii (Ic ot'sar. 

Bttfti iiial^l6, Ix-iuiiiiiiifr v<M)r hiit >t;ial. 

Soenbifn^au ij^roemh patoelh Hani; dt* Mal«*it*r irt-ltNid, 

'Lit t)ij hfv i«n* l>liks<*in wn stukjc ij/rr iiuar ilr aanlff l^^lill- 
irt-nl w(»nit en (lit dc* \erw<H*stin£r(*n !iaii iMNimt'ii niz. vertxir/aakt. 
I>it ijzi*r \< lit'ilif^^ 4*n wonlt iiatuurlijk hoog.^t zeldt'ii grexomleii. 

KmAlbarmn, «lit wtMinl wnnlt altijd in dozen vonn crebruikt 
rii ic^'vfX den t4ii*stan«l tt* ktMincn, wa^irin irniand komt ten- 
ircxoliTf \an lift t^m'd of kwaad, diKir wi\ andt*r VLTricht ; 
■ M»k aU iU' |)4>kzirkt4* b. v. doiir icinand ii^ o\ ttrf^dirac'lit , 
iM'isX uivii van d(* l)<-W(»nt*ra, bij wir zr nitbn^kcn : kanai 
k^»ibaran: dt* iH-t^n'krni^ i:i l)etmkk(*n zijndt*, |n*konien 
iihdtT d<*n in\l(H*d \an irt^ en d«Tgtdijkr. 

lahariofti . rm stNirt van neurien. 

laharoeD^oeih , <'«'ii wij/4^ van zarht bn»ninu-n. 

Uafii^llfC*frAHl^Dg pintoe , dc d«'ur])4K(t . p'WCMinlljk aU zij uit- 
::t"nf«iin is*. 

lain kaloMDg bali^' tidoei, /ahmiU dt- kal(N*nffat zirli om- 

\rcrt'ri u: linn nlaap: >i('rli)k . iM-iailiir, nnmrrklKur. Im- 

liiittl/aani 
Tatarof ani;; , .**trnik(')rn; ma na nican ir d«N'n ^trnikrltii 
Sldon^ka'. irnNitr <*ta]>, Hp^un^^ ;rtio]>; ni«*n /ret «N»k ^idon^kt'^ 
Salapah -= x-lapa-. (hrt kaUHrii \an *»irdi (*n h«'t nNikc-n \an 

•111 "•ln«>tjr tfaat diknijU >anifni 
Babojonif •b<ijoilS . nit-t \rli*n t4* L'^'lijk , bij h(M»|M'n til' iiia>Nr^ 

I<»>*|N'll 

lanti pan^l. dt* i»))]NT«'t'rfniitni( mcotrr bi) dt- haiifiiLr<*^tvhtf*n; 

firl li«N)(d , dt' iintl.sti' il«T dj(M'art> >. 
Bapadan . d** Ntrlitli.incn iKirtnur niak<*:i il<Mir b \ tir <>|Miiir 

I .id dt II /\i.ikkt*rr Mat hiNiifi-i (•• biiidt-n , i»t lift ktmrd \.in 

d« II <«t«-tk«*t'i Mat kiiltrr tr Ili:ikt-Il. 

laAlpiya . :;i'**4'ii \ari t;rfM»(t«' nf \aii y\iaart4', d«Nir li«*t \(Hir- 

««-r]» ii- lx'ta>tiii iif ti|i t«' lirliti-n, \:in t-cnitr w<*rk |irtilM*t-n*n 

• •! iiiiMi iit't diN-n kan 
Uo^ro^, uurdt in •Huiiuiip* !*t:rktn inbiuikt al^ aan!ipniak , 

/j-iHi-l tno'H'hfii \r<Mim'ii aN tn.iiint-n , t-n Ma:it in'lijk nu't 

ofm inijnbtfr, nit\rnuw, nit-i Mrr , t-iiz 
TaroMh batampln, t^p-n likantb-r in/i'ltm. 
BaraataB^ hl^am AI^ dv ham-n trif«*ii clkantlrr l«»^^Utf-n 

/*illfl-ti ««irdrn, \iitrdtii /i) %'vt*1 liu'hl bij idkanilrr u'ldirarbt 
4* \..l.r X. H 



848 

(Ml tegen elkaiider opgeliitst; daarna gaan de djoeanVs 
acliteruit tot aaii het eindci van cen koord, dat in de lengte 
voor luiu op den i^rond j^elegd is en aimduidt tot hoeverzij 
gaan mogcn. Dat teruggaan uoemt men niarautaug hajam. 
Oendoea dari oerang , den moed verliezen , de hoop opgeven. 
Mauasd^ naast manjaso^ opslurpen, ac^liter elkander leeg 
drinken; gewoonlijk van dieren; manosoh of inanjusoh 
konien in dozelfde beteekeuis voor. 

Satampoeah sabalii nangkd, ditmaal, deze keer; maiubahi 
werpen , gooien ; s a p a m b a h i a n een steenworp ver ; (de i 
in bahi is kort). 

Toemang > = I tomang; II manoemang tegeii iets op- 
zien , 7ii(^t aandurven , terugdeinzen voor iets. 

Andam^, voortdurend op dezelfde plaats, in verzekerde be- 
waring zijn; an dam karam voor goed of reddeloos ver- 
loren, totaal geruineerd, gelieel omgekomen ; oerang andam 
de vrouw, die in overspel zwanger geworden, bij den voret 
in bewaring ge^teld wordt; ook haar kind. 

Djaga, koopwaar; badjaga haudelen; djaga moedo voor- 
namelijk handel in vruchten en audere dingen, die aaii 
spoedig bederf ondf.rhevig zijn; djaga kareh handel indie 
waren , welke over het algemeen lang bewaard kunnen blijven; 
djaga masa^, handel in eet- en drinkwaren; niandjaga 
mato, terwijl men met iets bezig is, kijken naar iete andens 
waarmede men niet nomlig heeft; mandjaga ook voor: arm 
maken, ruineeren, aan lager wal brengen b. v. mandjaga awa^ 
m a d a t n a n g k 6 , het gebruik van opium lieefb mij ann gemaakt. 

Poero, beurs. 

Toekoe& = toekoel; manoekoeil ook voortdurend aanma- 
nen , aansponai, tt^lkens op hetzi^lfde aanbeeld kloppen; — 
toekoeii ook verwijtiiig; manoekoeakan , verwijtingeu 
doen b. v. over Iietgeen men iemand vroeger gegcvcn heeft. 

Patje^ *, :wnmerking, verwijting, gisping. 

Papan toenggaug^ d(^ plankcn, waarmede de voor- en acliter- 
steven bespijkerd zijn. 

Djiui^'' *, op, uit, af. 



* *t HftiidHolirift \'aii hot vcrhaal lieeft tooiinng (lie p. 219)- H. 
3 Ibid, haiidain (p. 219). H. 

' Do toxt vail het verhaal heeft patjii^^. Het daaraanvonrafgaBiide womd 
niH h a 111 (I e II dj ' te lezeii (p. 220). H. 

* In den trkHt: didjiiiiati (p. 220). H. 



Poe^oei^ dItjIuMy oelam UM, (oilam /ijn »llr hhulercn , 
tilt* ruuw iri'<^*t4'ii wonlfii) : nimr joiij^c iiiUpniiUi'U vri*Iaiip*ii 
til iit'lniii \rrkrijpMi; ti^. iiirtT krij^rii, dun iiirii vrrluiipl 
of \(*rwa4*lit ln»«'ft ; flr> tv Im*Ut. 

Ko^^o^r , !«|)it*« t4H*lo(>|M*ii(l , kep'Uoriiii^, in knop, nog nu*t 
t»ntl<ik(*n \un hlocmen. 

DJapaoiCf ^^*w<M>nlijk djipanfr, tak; badjipung gaffclvoruiif;. 

Bahml^, :H*ht'nn«Mi, \(M)rn:iinrlijk nirt >t4>kkriu l)at4inn(H'rt'n (Icwiir). 

Kailta' =* rrntak, tnip|M*l('n , trip{M*lL*n , Mampvucten ; {ft*- 
«{)ikkrlil b. \. \an dv \(Mli*n*n; niaranta^ huti popelcn , 
»t4Tk \(*rlan^'n; saranta^ lirt (>t*n2« xijn , uiaranta^i icnmnd 
«arni of Ixnis* niakrn. 

TJild' 9 iiiantjilo' Mt<*len, niantjiltV datang onverwachU 
of !ttilli*tj<*?i koinrn : niantjilti^ pai Htillctjo> gaan. 

Taacka. iML't-n/innig, koppig, bij /.ijn >tuk blij\cn, batangka 
nnlrtwwti'n ; in taiigka srtan, tangka bari vu tangka 
pianggang (M-U^krnt lirt brzwiM*rrn (tangkal) >. 

Bak^h , aan , naar. van, oin U;, \(Mir« dit*nrnd(* t4>t, gtr\olg, 
uii\lo<'iMl \an ii't>, b. \. maDibari bakirh nan b»it'^ nut, 
(ii<'n*>t LTfM'ii; bakt'h basot*&h waM'bki»ui , (zir U^kas): — 
ni«*n L^'bruikt (Nik kabak(*h. 

Pot'jofah barlanic* i?* (*<*n kwartdsMNirt /«>ndrr dtaart ; al;* dcrzi* 
%o::fl> met rlkantb'r \crhtrn, trarbU^n xij rlkandrn* !iiia% el Ur 
|uikk<'n rn >cbu<ldcn dan (*ikandtT liit*n (*en Wf*(T. 

Bacam, ook HMtrt . patnN>n« nuMlcl. 

Man<yo^4J^' 9 uit))lui/i II , uitplukkcn; wijki* \an uitwriiigi*n 
II 1 d<M»r lit' baiidt'ii tlnikkriid naar U'nnlrn U* lM*vi*^n; 
mad jni-djotM -djocdjofi met (*«'n /JU'bt lljlitjt* of Zui'Ur 
viKinifii ifinaiid uith<Nin*n of o\rrlial(*ii. 

Ku liyo kaa lah icadaoic; kan i<« di* \tTkortiiig van borkan 
(p 2^2. i^ rfgtl \. «) 11 ) 

MaaCCO<*gOeah > « >I:iaii op UiU/lfkniMrUliiriltrn. 

TalNM<ah oaa larangaa, dt* uUh-Ii ii:i:tn»p >btdiu by xc-IJ- 

Ailili- iri*li*gt|ilitdrii irolagrli U'<irtU 

Bakoadoai^, iii ^'nN»t<- liot-vrt-llifid iiirt dm »tnMim tif wind 
iiiti-u^jaii, iiittilrijvt'n; m gnnttf nirnigtr rrgfiin hiviigaan. 

lian|Ni, tab.iiii)).i ;rt liii'I oiii\«Tp\all«*u z<M»aU linningfn, 
1 1./. . uitp ."^pri'id , uitirtrold \.in dtN-k , uiattrn, fiiz — baliie 
ha nip. I (vii platti' ?*t«*i II (m'ii:. ha hi par 11). 

' Vrrv. •"■k t«-iii:kar. II 



350 

Malendd^ tegeu iets aanloopen, stooteu, oQ(lerdrukkeii(zic Ian da). 

Laikoh pandjang nan malindih , lieeft dezelfde beteekenis als 
de vorige regel ; — 1 i n d i h = 1 i n d i s. 

Tjatoea^, kap, houw; maiitjatoeS^ liakken, houwen, afliak- 
ken, stukkeii uit lets slaan, uitpikkeu, toepikkeu (tjatok); 
tjatoeS^ tjata^ velerlei gduideu b. v. van werkliedeu, 
die bezig zijn. 

Babd = raba en rcba. « 

Toendd^ een plank met steel of trektouw om den lossen boven- 
grond te schuiven op plaatsen waar gaten zijn; manoend5 
op die wijze schuiven of bij elkauder doen van aarde, vuil, 
enz. (verg. toenda II.). 

Ant6^ hoe, hoe kan het, hoe is 't mogelijk; b. v. ko* sakitoe 
b a 1 i n 6 , a n 1 6 k a m a h a d j 5 a n g , als het maar zooveel 
kost, hoe kan het u dan te duur zijn? — ant6 ka 
b o e k a n , hoe of waarom zou het niet kunnen ? 

Ike^^ een band van licht hout gemaakt en gewooulijk veigold, 
als versiersel om den hoofddoek gedragen. 

Anggoeang gaj6^ djalan basimpang; gajo is iedere ait- 
haal bij het koeren van een duif; de laatste daarvan komt 
er onzeker, weifelend uit (anggoe&ng); de uitdrukking 
lieteekent : onzeker wat te doen , niet weten hoe te handelen. 

Gat5^9 manggato^, doorbreken, in stukken doen; van de 
schil , de bast ontdoen met een mes , de tauden enz. voonil 
van pinang, peper, gedroogde visch en dergelijke. 

Latja^, van pinang tot hardheid overgaan, hard worden. 

Gagang, de nerven, voornanielijk de hoofdnerf bij het sirih- 
blad, de ranken van een klim- en kruipplant. 

Rewai, marewai wuiven, tcK^wuiven, in 't voorbijgaan w^ 
of meenemen, in der haast grijpen; in een zaak betrekken, 
meeslepen van goede (h)or kwade persimen; tarrwai op 
den grond slepen zooals b. v. het kleed van een vrouw. 

Poelih, (zie poelas), mamoeleh in elkauder frommelen, 
bijeen draaion , tot een wrong maken ; ook het kauwen van 
de runderen. 

Tatalah-talah, liaastig, met speed; (alleen in dezen regel bij 
pantoens voorkomende). 

Loeli , m a 1 o e 1 i is de k a p a s in kleine hoeveelheden om een 
stukje bamboe rollen , ten einde ze door middel van de 



< Roba zal we] bij veTviHiuiiK voor re bah f^eBohreveQ sijn. H. 



kiiitjir (o( ilnulrii t4- iiiakrn ; inrn ;;rl»riiikt lict wtNinl iMik 
WN»r lift rnlli'ii Villi Mrrkc /('IfHUiiuli^licdrii tu.*iM*lu*n cir vlukkr 
)i.iiiiU-ii 

KoHmnNltafC (»f kulansiin^* irii piiiaiipMMit met !«irilihlaii 
ninwikkclil bij uitii(NNli^iiip*ii t<N'iri'm)ii(lc*ii: tiianfc<>^-luii- 
si«-iiir of III a 1 up Ml korlaiisii'ii^' op (iii* wijze uitiKWMligiMi. 

DjaojA. koiiit inut iijo (x>k in dm 1"^^ rii ^^^^i |H*nMM)ii vcN>r; 
ilj.iiiju (i(!ii« djuiijn aii<:; iiu*ii verkort zc ook t(»t djo 
(if II, djo aiifT, wat iiirt plaatslurft hij dell derdeii perso(»ii. 

Moh, t(K*h , dan, dan t4M*h , /<m»: in ziniirn waarin vcrwonde- 
nui: of hlijilscliap iv ki'iincn p'p'vrn W(»nlt, ook t4T aaii- 
!i{Niriii;: kiini , kiiinaan, h. v. moh lull kito pai! Koni , 
liitrii Hi| plan! 

MalalAi. komt n a viMir in di* U'trckmis \an kliinmoii Uit aan 
di Ti top, \oor.il van l)iM»nirn. 

njaalMf, ill kadjanilMM'iijo p :^*2ti . i^ \(Nir de lapM* peziN'lit. 

Tj^Jah '/if tjatjali til tjctjali). inantjatjah rvrn aaii- 
riki'ii. I> \ als nii'ii irts pnH'\fii wil; satjatjali «fii wei- 
niirj*'. «'('n <Hii;cnl)lik ; tj.itjali naii^ko 7(m» r\f*n. 

Boeni . iniM'it-iijk . I:i>tiu''. lM-/\ia.irli)k : taroiMni" lM*xi|r zijn 
iii« I ii-t'i dat afintH't . ir('prt**»H*<Tii /ijii , in niNid of drilk 
\i rk«*<Ti-n 

PofpoHh fzir |MH-poi'>), ^^'IiitI op, Vfnlw<'iu*n , iiitf^*v(*<*^'d , 
irtL'i '*tor\«*n . niainoi'pot'ili in a lot' di* sidiaiidr van irinand 
«t-:rwiSM-lit>n ; iMTaiiir porpitrili \(»or icinaiid , <li«* alltrn 
• •|i (ir wcri'ld .•'taat ; poi*porih ha"* i nai, lanpuinHTliaiid nit- 
ji*tor\rn. 

Kaaaloran p 2*Jf!. i<« mmip dr lairiH* p'/<M*lit: nirn pdiruikt 
'lit :illfi-n Mi dt* iM'tci'kmis \an «i(*haaind(*f I. — (lt(K*np^ 
k.i)ii-ii I" jal(wTM-li o|» Andain l)('wi, \n-<*xi'udr dat fli*»* 
di- tirnid /.li Mi»nl«'ii \aii S«N'taii ILidjo li«»ii^^N*. iiirt wim 
/:i /4-i\«- \tTl(Mird !*• Aiidain IK*wi iNynjpt . dat zij daamp wil 
/>!i«{H If II III \nlt al/(Ni dc laat^ttr rt*p*N aan . dir op liaar 
\ tM !••< pj^-^iiiLT iniM'tm /ijn D.tt <lf rrnttr r«-Lr*'N diiT |iant4N*ini 
'u li* ))iii mLnintrii if-rlKirLTt'ii wan'it i** lN*i*ld>:pr.iak ; mm moet 
iiniK-tiitfi d.it k.iiidianLT /<* tiioiidflin^ o\i'rl»rai*ht). 

Tap^ * /i« t«>)».tt:. (Mik jni>t . |)rtnt>. \ lak aanibakata- 
pi III i|j:tiidji M\fT«-«-nkoin*>tiL' dt' U'liifti'. fNik dirlithij 
\i \ rni'Ui.iii li.iiiiljo tape djalan tradani;. niipi liuiii 

< Zm trit l*«tii|>«ti I . TZ7. H. 



staat diclit bij den grootcm wcg; inaiiapati djaiidji, zijn 

bolofte, zijn woord houdeii. 
Darai (zie derai), badarai uit clkander. in stakken, korrelig, 

nil; badarai tjipir djatoeiih ditangan awa^ het bord 

is uit mijn hand in stukken gevallen; nasi badarai 

disoeb^ de rijst korrelt bij het opscheppen; badarai-darai 

in druppcls neervallon , liet vallen van kraleu enz.; bidden 

van tranen; gala^ badarai schaterlachen; saler5 badarai 

eetlustig. 
Dangoei^, kort, dof gcluid, geknor, kropgeloid b. v. van 

de poejoeh. 
Bakitjau , het roepen of fluiten van den moerai; mangitjau 

zir-h stil venvijdcren , heengaan zonder verlof te vragen (hier- 

voor ook ra a n g a 1 i t j a u), ronddraaien , rondduikelen , b. v. 

van een vliegor; takitjau gehaast zijn, dnikte hebben. 
Mangar^^ limau, insijdiugen in de liman maken, ssoodanig 

dat de stukken nog aan elkander blijven zitten, als men ee 

dan gebruiken wil , lieeft men alleen het sap er uit te pereen. 
Mamipih kasai, het iijn wrijven van de rijst tot bSdak. 
llangaroeang I ^ luidkeels huilen, bulken, ecu groote ked 

opzetten ; in den zin is het genomen voor het zware kraken 

van cen deur. 
Hari nan gal5^ galo^ pandh , warmte bij een betrokken Ivcht, 

boelan galo^ een benevelde maan; hari galb^ een 

betrokken dag. 
Sora^ sorai, basora^, schreeuwen, luidkeels roepeu, kreten ter 

aanmoediging uiten; sora^ sorai vreugdckreten , gejubel. 
Salah rdman, onbehoorlijk , strijdig met de vormen; salah 

angkoeJth, hetzelfde. 
Tikoeloea^, de doek, die de vrouwen met twee, naarachteren 

afhangende punten om het hoofd gestagen hebben, tikoe- 

looS^poetjoeil^ een krans van bladeren om het hoofd. 
Poeloei^, tapoeloei*^ in clkander verward, aan elkander 

khwendc van haren , vederen , enz. 
Hatikat = hakikat. 
Karoeah kara^, zecr troebel. 
Namdlah, meer gcbruikelijk namonjo het spreekt van idf, 

natuurlijk. 
Sidoega^ enz. heeft geen beteekenis (zie pag. 231). 

1 De text hccft maiiggaroeatif? p. 228. Is dit fouti«f? Vei^. garo«B| 
V. d. W. H. 



Tiomgkm- , tlink. fcnn , niilM'diTsd. 

Koh, twijfrl iiit4lnikkriiil(* , wrilirlit , iiioifi'lijk, iiii!(}«chirii; iiijo 

\i>h!'^ xou hij of /.ij *t 7A]i\y l)a t j a in porii aiSkohda- 

watko? Z<)u cr wat< r in clozi* inkt /ijn? 
Kmnpoeih =? k a ni p o )i -. k a i u k a in p o (* ft h f*tMi kuiii van 

(iiil>(K*le hnM^lU*, nl. Uvw enkeir bre(HlU*n (bidang) aan 

«-lk.i!Hl(T pMiaaid 
■•esdAM Tzic P.), (*t*n mctalm kom om hot limausnp in t4* 

diwn : (Iroosr zijiidi' wcmlrn or Av kliM'(h»n»n in gidegil, die 

mm na hrt bad aantn*kt; inon niN*mt ook dr vo()rw«Tpcn , 

•III' dm \onii van cm vintrtTiflas liobbt^n , wel eens /xx). 
BadAr6. in irnxitr h(M*\rr|]i(Md ertriMis uit4l(K*n , d<K)r dc* voor- 

vriTix'ii b \. naar bonnlm U' latm irlijdm, zctnaN bij hrt 

<iiitladm van kif/rl tMiz ; in irnNiti* nicniirt4M)f bij tnN*p(;n tnian. 
BaWa' . tabafia'' \aii srbrik iiit rlkaiidi-r siicdlm f»f zirh naar 

.lib- k.iiitm vrrspn'idt-n ; tababa' tainpa'' njo d<K»r glani*, 

lui^t«T dcH'ii ontstrlltii 
MAsdo^OO, in ptlarbN* \rrdi('pt V(M)rtbN»p4*n , met dni kop nf 

hvX luMitd iia;ir iN-imlm l(M)|M'n zonder links of n^hts U: zien. 
Raiiiaiif dnxMii 
Iff^li^iif^, <i(*b(N)n , iN'xiillit;; in *t \i*rhaal wonlt ook do TAwU*r 

\.iii ^fan Kf'nintr daanmib* lH*(bH'ld. 
IIJoe«f(Ofi'« luNk. iiitbfN>k, nitHtrkmdr punt. 
MAHiaiidJ^eP, inrt tr«*vii>ld fipstijiren of rrircii^ nit te v(N)rM*hijn 

loinrli 

Hiro'^ , iiianj irii" kan darab, ii^nMlirikt inaken, ontnHn^n; 
III iiij : r.i'' kan hati. lxv»^, driftiir inaki*n: darab ta»ir<V 
p'ntxl.ii;: vcihtupL \t*nu'Iirikt , ontnieni zijn (zit* sirap); 
««i'inirii' darab, plotikdin^^ onMdlen , ontnM*ring , verbli*t*- 
V.' ♦! , \,iii kb-ur xrraiub'rrn. 

SiWa trr miliar, biuin , ptT. in^/4*t stuk van d«*2<dffle 9t4if, 
'II bt't krui"* \an i*m bnn'k lu't bet pi-^a*"). 

Eat^6. lift draaL'kfMird aan dm nok %an «t*n butfel ffewfN»nlijk 
\:in rottniff. uaarin dt* iMMniim van bi*t \<H'rtuifr hanfren; <M)k 
Mt't toMw , uaarinrdf bft p'dc-tdtr, dat tlv loi-kah |riidtit4*n 
^(•'jdt . i.> \aML'rlH»ndt'ii; katajo badjoc, dr kraaff, li«*t 
b.tl-U>'»ni v.iii vvu liadiot*. 

larilah kaloebo<>i Malam ml^ (p *2;i2), «:&.<( «im t4> zien, wie 

h*t i4iiir«>t (»iidiT H;it4-r koii blijvm 

laboei' di doenla tnz i^ e^n zinniH-linir op IWii*ngA Kapeh 

Mfjantjaafr * n/ dtH-it op do vtrbinti-niH van Andam IVwi 



met Radjo J^ongs^oe; iedere uitdrukking afzonderlijk betee- 
kent hopeloos, vrucliteloos werk doeii, terwijl de eerste ook 
g(;bruikt wordt in den zin van onafscheidelijk aan elkander 
verbonden zijn en de laatste indien van luchtkasteelen 
bouwen. 

Soerang ti^i^' ^i^^- ^ l^^^^^ ^ kennen dat zij in slimheid 

elkander niets toegeven. 
Karang tigd^ een lampje met drie tuiten. 
Gajoeang^ uitvallende beweging bi) het schcrmen; gajoe&ng 

batoeali, doodelijke slag of stoot. 
Sarifi^, een bamboesoort (Bat. sorik H.) 
Boeki^ goentoeang^ eon bosch aan den rand van een steilte. 
Maharinai, is voor de lagoe gezocht en tibo dikoekoedjadi 

inai is in dezelfde bcteekenis gebruikt als poetjoe&^ di- 

tjinto oelam tibo (zie boveu). 
Basiroe, door elkander l(K)pen, krioelen van de meuigtc; 

an gin basiroe, dwarlwind. 
Toela^ balakang^ elkander deu rug toekeeren, iedcr den tegen- 

overgestelden kant uitgaan; gewoonlijk afscheid nemen van 

iemand, die men eerst een eind vergezeld heeft. 
Koedarang^ zeer donker bruin of blauw, tegen het zwarte 

aan en glanzend. 
Tarenang-renang , lieen en weer drijven. 
Bagdy ook terwijl , intusschen. 

Are^ (verg. arah) komt voor in de beteekenis van: in de rich- 
ting van. 
Boengka voor het zinklood aan het net. 
Laoea, malaoei, buigen, ombuigen (intr). 
Sikadoedoea^ = sendoedoek, een heester met kleine, 

zwarte, eetbare vruchtjes. 
Toempa^, gedeelte, afdeeling, grocp, satoempa*" sawah«een 

gedeelte sawahs uit eenige pi rings bestaande; batoempa^ 

toempa^ bij afdeelingen , bij groepen. 
Lintaboe&ng^ een grassoort met dikke stengel. 
Saloedoea^, manjaloedoeS^, bukken om ergens onder door 

te gaan; ergens onder door kruipen. 
Pantjaringe^ 9 een heester van dorens voorzien. 
Baoeang^ huilen, janken, op lang gerekten toon schreeawen: 

(niet rawang). 
Tagoelampai , uitgestrekt liggende, gewoonlijk van lange Toor- 

werpen , met de armen en beenen van elkander liggeo i 



353 

Tjongka"", flink, form, oiibedcesd. 

Koh, twijfel uitdrukkende , wellicht, mogelijk, misschien; injo 
koh? zou hij of zij 't zijn? batjarapoeS aiSkohda- 
watko? Zou er water in deze inkt zijn? 

Kampoeah = kampob; kain kampoeSh een kain van 
dubbele breedte, nl. twee enkele breedten (bidang) aan 
elkander genaaid. 

Moendam (zie P.), een metalen kom otn bet limausap in te 
doen; droog zijnde worden er de kleederen in gelegd, die 
men na bet bad aantrekt; men noemt ook de voorwerpen, 
die den vorm van een vingerglas bebben , wel eens zoo. 

Baddrd , in groote hoeveelbeid ergens uitdoen , door de voor- 
werpen b. V. naar beneden te laten glijden, zooals bij bet 
ontladen van kiezel enz. ; in groote menigte of bij troepen gaan. 

Baba^, tababa^ van scbrik uit elkander Snellen of zicb naar 
alle kanten verspreiden ; tababa^ tampa^ njo door glans, 
luister doen ontstellen. 

Mandoedoe , in gedacbte verdiept voortloopen , met den kop of 
bet boofd naar beneden loopen zonder links of recbts te zien. 

Basian, droom. 

Geneng, scboon, bevallig; in 't verhaal wordt ook de zuster 
van Man. Kerang daarmede bedoeld. 

Djoengoei^, lioek, uitboek, uitstekende punt. 

Mamandjoei^ , met geweld opstijgen of ergens uit te voorscbijn 
komen. 

Sir5^, manjiro^kan darab, verschrikt maken, ontroeren; 
manjiro^kan hati, boos, driffcig maken; darah tasiro^ 
plotseling verbeugd, verschrikt, ontroerd zijn (zie si rap); 
soemirb^ darah, plotseling ontstellen , ontroering , verblee- 
ken, van kleur veranderen. 

Siba =: si bar, baan, geer, ingezet stuk van dezelfde stof, 
(in bet kruis van een broek het bet pisa^). 

Katajd, het draagkoord aan den nek van een buffel gewoonlijk 
van rotting , waarin de boomen van het voertuig hangen ; ook 
het touw, waarmede het gedeelte, dat de loekah gesloten 
houdt, is vastgebonden ; katajo badjoe, de kraag, het 
halsboord van een badjoe. 

Marilah kaloeboea^ salam aie (p. 232) , was om te zien , wie 

het langst onder water kon blijven. 

Haboea^ di dooni^ enz. is een zinspeling op Boengo Kapeli. 

Ditjantjang enz. doelt op de verbintenis van Andam D(?wi 



354 

met Radjo Bongsoe; iedere uitdrukking a&5onderlijk betee- 

kent hopeloos, vruchteloos werk doen, terwijl de eerste ooi 

gebruikt wordt in den zin van onafscheidelijk aan elkaudei 

verbonden zijn en de laatste indien van luchtkasteeleii 

bouwen. 
Soerang tjadie^ enz. , geefk te kennen dat zij in slimheid 

elkander niets toegeven. 
Karang tigd^ een lampje met drie tuiten. 
Gajoeang, uitvallende beweging bij het schermen; gajoeliiig 

batoeali, doodelijke slag of stoot. 
Sarie^, eeu bamboesoort (Bat. sorik H.) 
Boeki^ goentoeang, een bosch aan den rand van een steilte. 
Maharinai, is voor de lagoe gezocht entibodikoekoedjadi 

inai is in dezelfde beteekenis gebruikt als poetjoeS* di- 

tjinto oelam tibo (zie boven). 
Basiroe, door elkander loopen, krioelen van de menigte; 

angin basiroe, dwarlwind. 
Tocla^ balakang^ elkander den rug toekeeren, ieder den tegen- 

overgestelden kaut uitgaan; gewoonlijk afscheid nemen van 

iemand, die men eerst een eind vergezeld heeft. 
Koedarang^ zeer donker bruin of blauw, tegen het zwarte 

aan en glanzeiid. 
Tarenang-renang , lieen en weer drijven. 
Bagd^ ook terwijl, intusschen. 

Are^ (verg. arah) komt voor in de beteekenis van: in de rich- 
ting van. 
Boengka voor het zinklood aan het net. 
Laoea^ malaoea^ buigen, ombuigen (intr). 
Sikadoedoea^ = sendoedoek, een heester met kleine, 

zwarte, eetbare vruchtjes. 
Toempa^, gedeelte, afdeeling, groep, satoempa^ sawah,een 

gedeelte sawahs uit eenige pirings bestaande; batoempa^ 

toempa^ bij afdeelingen , bij groepen. 
Lintaboeang ^ een grassoort met dikke steugel. 
Saloedoea^, manjaloedoe^^, bukken om ergens onder door 

te gaan; ergens onder door kruipen. 
Pantjarmge^ , een lieester van dorens voorzien. 
Baoeang^ huilcn, janken, op lang gerekten toon schreeuwen: 

(uiet rawang). 
Tagoelampai , uitgcstrekt liggende, gewoonlijk van lange voor- 

werpen , met de armen en beenen van elkander liggen , 



iiit|ilni/^*ii \nn cm »iuk , \ain'lkai)(li*r (I(N'Im»iii irt^ tr zcH'krn, 
«»|i t4* >pfin*n : iiumi »'<rt l)ak uro(>!«aiaii arfn*l(K»|H*ii, iN^^li^it. 

(IV r wonlt iiiwr frt'l)ruikt waar hij iiirt thuis lnwjrt 
h r k Ji Ilia rang -j=: ka ma ung; karaiidje^an ^ 
k aandji^aii: ook kumt d(* r voor de I inplaat8: raraiig 
= I a rang: rara^ = lara*: rdorori*" = 1o(T(mm^). 
N dit <x»k 't trrval in karalalian? zic p. 2I1> r. in v. h. II. 

Mftaibaljoei^. uittrrkken . hoog uithalen bij lirt zingv^n. 

MaatjABgoei^, waditcn , verlatvn . in woenuM*<ligi* Ht<*niTning, of in 
(vn%:i.nnhrid acht^ThlijvtMi , met <lf* annrn (iv<*r HkandiT 7.itt4*n, 
nirU uitvcHTtMi, t<M'kijkrn: !<it jangopi*, een IwIigloopT : 
«>nk van vriichU»n, die lang zijn Wijvt'n hangiMi «»ii lH»ur«'h gi*- 
mnnlfn zijn. 

G^^Bdalai, (zir gandala), Ncrtraging. ophouding van t*<*nig 
vrrk , m a nggoond a la i ophondcn , irrtragcn. ann den 
«l« iir Imudrn. 

BftlAlalaB, gcwiNinlijk bakalalaian, rindrl<Nw, xiuidrr op- 
hnu4i(*n 

TarlnfrA-ln^ , trlkm^i onikijkrn; (p. 2(1 taingn-ingo I!) 

O^lih . Ml a Of I Ml aann'nhtrlitrn , la!«i«rli('n . a:inkn(Mi|N*u , U' 
'stilp kfunrn . f»\rrlang> d<Mii>nijdrn. 

IMAiifr baroelaofc kaUndajan , tan<lajan is hri gf*<inltr 

\ .m In-t wi-i'ft4«'r«ti*I , waaro\rr dr dridon gf*i«pannrn zijn: dr 

irtdnikkinir d(N*lt np lict onti-diiritr wonirn van irnmnd, dir 

!i!i'/i II tijd aan hrt Wfvrn gi'WiH«t i?« on nu liongiT iM'gint 

t- kn)ir«*n 
Bawaaft (/ic v d. \V. It), ntil^aand wHt4*r« |nn*I , mcMTM; 

:n.i:.iw:iiig l.ing!« nngt'lmandr w(*g<*Ti l<Mi|M*n , l<ii»|M*n Zimdi*r 

dt n wfg tf kmniMi 
Maa|tft*bai. griJiNMi, reikrn naar irt<« 
S«M' •, \«Tl:iU*n pla.it'*, o\rrl»li)f!M*li'n v.in inn'g^Ti' l)«*woning 

..f U'Uinu-inir , has^a**!!* tot dt* rMir<pronkf'lijkr lM*ironei> %an 

••»*!! k:tin|>4M-ng l)«*hiw>rrnd«' 
llaaica^ih . L^-krcun. gi'krrin, dof gfhnmi 
Hiaircan - hinL'ira (IK> t«'\t hrrft i«ik hinggTiv p. :!l.1 

--.1 \\ s I) II ; 

Paaa s [ru- p.ij»ar), kail, afi:*»'*lf'trn , afg»*triil«'n \nn hrt gni<«, 

f |)4H |i«aa . II. 



356 

Djdiong (zie djolong-djdloiig v. d. W.), pas, kortelins 
het begin van, de aanleidiug tot lets; dj61ong tibo p 
gekoraen; djolong baboeah voor de eerste maal vnichtt 
dragend; oerang dj61ong iemand die voor de eerste ma 
getrouwd is; manggih djolong bamoesin de manggi 
beginnen druk te worden; a dj61ongn6 moengko an 
batjaka^? wat was de aanleiding voor uw vechten? 

Tjadifi^, noerat men gewoonlijk de ouden van dagen of < 
wegens ouderdoin afgetreden panghoeloe's; tjadie^ bi 
bilang soekoe, de verstandigsten uit elke soekoe. 

Bakoesoea^ (zie gosok), daoen koesoeS^ een soort bladen 
als surrogaat voor zeep; bakoesoeS^ het vuil van ht 
lichaam gewasschen ; mangoesoea^ wrij ven , opwrij ver 
schoonwrijven of wasscheu; bakoesoeS^ gala^ van ve 
personen hard lachen. 

Moendam kadjadi boeah rato^, dergelijke zinnen drukken h< 
voorweiidsel voor een handeling of toestand uit; balandj 
habih kasasa samieng voorgeven spijt te gevoelen, dj 
men alles uitgegeven heeffc, (maar eigenlijk berouw hebbc 
omdat b. v. het feest niet schitterend genoeg was); sak 
kadjadi tangih of saki^ katangih de ziekte of pijn 
maar een voorwendsel , eigenlijk huilt men om iets anders. 

Par6% mamaro^ slagen geven, steken (zie me ma rap), wedde 
of inzetten waarbij een voorwerp van hem , die geen gel 
heeft tot pand gegeven wordt en van welks waarde dan zoc 
veel aan den winner wordt gegeven als de inzet bedraagt 
de winner mag het pand houden tot het verlies voldaan i: 

Tanti , opgelegd stuk aan een kleed van een andere kleur da 
dit laatst(i zijnde, in de zijden. 

Nan dikai^ tingga diateh, nan pangai^ tingga diateh, g( 
woonlijk zegt men nandikai^ inda^ djatoeah, na 
pangai^ tingga diateh waarvan de beteekenis is, da 
men niet krijgt, wat men verlangt en hetgeen men heel 
daarcnboven ook nog verliest. 

Oemboei^ (zie oemboet), ook de rijstkorrel, die zich gaa 
zetten; maoemboei^, de oemboet plukken. 

Andja^ (zie v d. W.), mangandja^ uitwijken van verbondei 
deolen b. v. bij een tafel , stoel , enz. ; barandja^ van ziji 
plaats wijken of gaan, verhuizen , maandja^ kadji tot ee] 
andere les overgaan , iets anders gaan leeren of behandelen 

Oesai, uit elkander gaan, scheidcn , op, uit, af; maoesai 



iUBAAK, bang, Ih»\ nrsil , liuiveri|;; inzondrrheid \aii lini , 

dii- «T nii.*t trgcn kuniini in vvi\ ^'rcH)te tlicptv U» kijkrii. 
lanimti^* palso' of sabatan^ roktV, e(*n Mgaartje nH>ki*ii , 

w.idrbij hi*t tu^tM-ln'ii twtT iri*:*tr»'kt<* viiii^rrs |ri*ln)udeii wonlt. 
^oepora, iiitirt'valli'ii « afmcvallni. uitp^irauii, \('nlwf*iirii b. v. 

\aii >chnft. 
(ABjoekoes, U'dclvi'ii . Ixilrkki'ii , b. \. van hct xand; irniand 

m*l AimK a.H<'h , en/. pMiicn. 
Imraporaog naa^t inaa|MM':in,tf in frt'bruik, wonlt o(»k opp*- 

irtxrn in dv lM*tvi'ki*ni> \an U'Ikrns l)ov('nkoni(*n. 
juljoli pw<Minlijk van dit^rni : ettn paar, brt nmnnrtjr (Mi 

»i|fjr: iKik wc*l i;rns, d(K-h zrldrn \<K»r twin; antlf:n* v«M)r- 

«»T|Mii \an iri'lijkt* frnnilU' rn drnzidfdrn \onn. 
lABpTAliniADtaiiii^, trt-wiK)nli)k nut nian^ilr'' g(*bruikt. 
*aMAmWaii|C Lr('\v(H)nlijk tabaniban^r uitkoincnd , opvallrnd 

vjii \<M>r^%rr|M'n , dir /.irli ondiT andrnr bet (H*r»t aan bc*t (m^ 

v<M»rd<M II. 
Jdh' f p.initn^r- |)ani( nu^ lalt" \(M>r duiz(*larbtiff , dmaieri^, 

diifinni-h:^''. 
'mreh, ilr tarrb i>, \olir!*n> Uvi bij^*biof, \an !«ommi^* 

Uii»tiitTi htihir. 
*eiidjaiii of hoendjam, MMiruit-. uitHirkcn, buitrn i(*t*« and(*r> 

uitkiMiirii 

mUkk Hadan, bcxitr >nikkt*n </.ir >rdanj. 

^aroeii ^/i«- j)ir<Mii), irt*ni;iakt \(Mir dt* lai^oc; nianiarom 

« Ml brand ^trkni . Ill t\v avli b'iTp'n ; pa roe n wonlt (Mik 

u'fbruikt <iiii nit t«' drnkkcn, dat dc handclini; in sfti'rkr 

:i..i(< i:r^-liic<lt ; b \ d I pa roc II no inakan liij «*ft \«*td 

iaad6 doeatOy \i-«-iiii.iitii . /<it dik\n|l*> [nini /<*irt fM»k irando 

^^aboHk oenibi 9 /'Ntr praatjf-?*. \ lfi«*rijfn . iii/i»iid«Th(*id uiii 

iriii.ind titt H'to (»\i-r tt' liai«*n 
*ipo^tl^p<l , /^%t*ndtlrn, lNilrirtn*n , oplirlitni 
JnWN'boe nf alimboeboe wcrvclwind, Miudho(i!« 
laaaagkeh /w pa n i: k a > af>nijd<*n . af kortcu in *t algf*uit^n , 

af"^ bfpjKii \an lK»\iiidn)\<nf|i* \rt4|(td(!n t)f vuil. 
^aafNiafr in<n /Aist hur ^aiii|)anir. t***!! bbik :ian twt^*ofuuvr 

(ul« II U'\t*<iti^^l til (»ni dm liaU \an tt-n butfrl, dir ^vlftcht 

r*( ^'^'t4-iiiil nuN't W(»rdiii . - Indrttcn, \rrhiiid(*n*n , tr^*iihoudt*ii. 
laadAh rt'ii ^tuk lf«l(r. «rn blad 'if irt!« derirrlijk» ill «*eii rijat- 



358 

iedere plaat^t waar geen gras meer groeit zou men zoo kani 
noeraen; voor markt gebruikt men veelal pakan. L; 
pasa djalan de^ batoeroei*, de weg is al kaal door 1 
vele loopen; lah pasa garaman awa^ sahari-hari m 
kan laoeS^ fig.: ik ben al zat van het vleesch eten; pa 
djalan de^ batoeroei^, hapa kadji de^ baroelai 
fig. : door iets dikwijls te doen gewent men er aan : gewooi 
is een tweede natuur. 

Kabarang tape^, waarheen men wil , onverschillig naar wel 
plaats. 

Bingkata^, een kaaimansoort. 

De limau alah bindaloe (p. 243) is verkeerd; het raoet zj 
alah limau de^ bindaloe fig.: door een ander v^^rdrong 
wordeu , voor een vreemde , een niet rechtliebbende het onde 
spit moeten delven. 

Mandjald is voor mandjarieng gebruikt, want de toe rar 
is een vogel. 

Bag^oeang is de kunst om iemand stooten toe te brengen i 
basile^ om die af te wendeii. 

Man den soere^ lidah ang; men vertelt, dat sommi 
lieden een zwart vlekje onder de tong hebben , wanne 
anderen hen willen tegenspreken , verliezen zij het spraa 
vermogen. 

Malar5^9 openscheuren, van een rijten; pal a rb^ an is het vet 
gedeelte der ingewanden van koeien en buffels, waarvf 
go el a i gemaakt wordt. 

Roebiah (zie v. d. W.), is een oude vrouw, die elken ds 
trouw liare godsdienstplichten waanieemt; ook huisvrouv 
vrouw, echtgenoote. 

Santoen, iresteld zijn op, verlekkerd zijn op, toegeneger 
hulpvaardig, medelijdend ; — santoen ditoelangfij 
zich geen moeite willen geven, bang zijn om zich in \ 
spannen. Lah marasai moengko santoen, omdat me 
zelf het een of ander ondervonden heeft , medelijden met ee 
ander hebben, die het zelfde ondervindt; marasai is lijde 
onder iets , uitstaan , verduren. 

Djoh, komt overeen met ma I ah in de beteekenis van toch 
dan toch. 

8isieh , manjisieh, scheiden , sorteeren , afzonderen , zic; 
verwijderen. 

Tandih, op, weg, uit, naar de maan. 



MM 

l>«Hirrvht iiaar U'lirilcii S(*lii('t4-ii \aii <lr voffi'U : tcM'kit*^ 

•t\n , \uur<li4fr 
Ako^as , oiT;iii<; akocaii iriiiaiiil , <lii* ilit't dcii (lui\rl (ifliH't 

j««-^ti*ti fHiiiraat , ill wini wu triH'st van luMli^hriil is*, xiMMlat 

\ •f'M lirurrml tftiliirtr h. \. hem i^t'ii kwaad ilcH»t. 
A drn , ^taai liitT \«M»r awu' cirii \. p. 2r»7 r. :!n v. b. 
Tib6 dioekoei diiyangk6ig6, Un-u ih* Ix-pjialde tijil iumut^- 

)irt»kfii Ma> 

B4»ekaii alanf(*alanf( , buit4-iniiat4- , in Ii(X)^mi i^raad, waarvoor 
iiji-ii iN)k At'trt iinla' alaii^; ala ii<;-alaii^ <M)k Hflnlaii^- 
k ip.ilaii^, onUMTcikriuK oiivoldiMMuIr, iiiiddfliiiati^; alatiff- 
'iari mi ^rvioiif dai: vvu da<r waantp t*r uivis tr diN'ti iM>f 
via:iru|» iiH'ii iiirt^ bij/i»nilt'rs tv vivu krijf^. 

Maaicfrareteh « naaKKaritih (»f mof^aKKaritih , dt* taiidni op 
tikaiidiT klfiiiinrn, kiiarMaiidcii. 

BarirolC* litti^-kcn. schmin, strii'in . pl«*k. 

I^tai , .iiircniut . \<'riiuH'id, uitiri'put, krui-litrlfMi^. 

S«^af(koei\ dckM'K inaiijofnirkori^ diclit (Iim'ii, .Hluiti*ii 
!«kkt'n \Vi'rtr Stir II if k «M' I), II.) 

Karando (/u* \. d. W.) diMnlkist, (M>k wt*l t^^iij* kist oin li*\i*iidt* 
•i' «»p;;i-zitt«- iliiTrii ill t4* iM'Warrn. 

l^inboea of liniboea. iiialaiii))ofa f>\<*r u*ts htt*iK«i|NNrlt*ii , 

^#i *|>iN-irii , o\tr licni r«la;iii h. \ \aii di» jfidviMi ; i^i'lurl «»\fr- 

• if-kkf-ii )i \. dtMir i >tiii\rii 

Tapanah , mt rciiii; pxiiar, /or^, kudliii^ i*ii/. oiitktuncii; 

• .'tii« .laiiirrl.tiid «»!' Ihh'Ii ^rraakt ; t apa^ali k ato oiip'iiu'rkt 
>(« Til aii'lrr oiidiTwrrp p*koiiMMi. 

Kaaci^ng, t'^'H U*,vriii \aii >taiik vr^an \ci>pn*iilrii, h. \ \aii 

..ii-^Ii of M'M li , ilif wai laiijT liali^t. 
K^iai , 4f«'Mo<»iili|k 111 Miliali-ii iiirt rata pdiruikt , iii d«* bt-- 

t<-« kt iit« \,%\\ M-lii'Uitjr, Ikh>'IJ<-, •Miinti|d> <Mik \iM>r rrtjai 
- vir*nt«ii. Mi^Maii 
TakauaoiC ' \))Iiat^rli|k) :^ lu*t inrrr kft'liruikrlijkf t«kaiia. 
lririic*f^<H*llliri<^ll^ (ouk ;;<»fiiiiririi^ali(fti), ndh-ii, ki^^drii 

V ^11 i.'aiirii; d«Tt:('|i|ki- \i»riii(*ti zijii ^1 lan^-^(M*iii ilatig , 

kilt koiiiiilc . k 1 l.iU -k (»riiil laU (tiv wdkj. 
ikoej«e iiiM lilt lilt II dm \trhtliaaii «»p wirii itifii iiirt ilurfl ill* 

/i tUii \ul t4-p iio\ritrr>t('ld«' \aii kaliajorii of kujiien). 
A|ca' Halapeh« :^l«-4lit« ct-ii fnkil iiiaal , «tMir riikrli* k(*t*r. 



Adaiig of hadang, in a a dang voorucnieiii< ziju iets te begin- 

non , plan licbben , streveii naar. 
Oendoeang-oendoeangy een dock of salendang over het hoofd 

g(!slag(ni, zoodat het gelaat slechts gcdeelUdijk zichtbaar is. 
Cioeroeah toehoea, droge donder. 
DJamang, dun en los van weefscl, versleten b. v. door laiig 

dragon , s a d j a ni a n g een oogenblik . 
Pasiehy uitspraak voor p a si li a t ; ook : repeteeren. 
Paloen, omliulsel, oinwikkeling , oniwiudsel ; mam aloe n, om- 

hullen , omwi k kelen , uni v atten , bapaloeu-paloeu elkauder 

onistrengelen , onalscheidelijk verbondcn zijn. 
Tahind^h takasie^ boelan — , kasio^ boelau het witte of 

liclitgeel gekleurde undcrzand; tahindeh bijna iiiets meer 

overgebleven; mahindch, afhakken, afknippen, a&nijden, 

afnemen. 
Djaradja^ (zie v. d. \V.), ook borstribbeu 
Kintjd, pangintjo wat met iets anders gemengd wordt b. v. 

melk; mangintjokan, iets door iets anders meugen; ma- 

ngintjoi, iets met iets anders vermeugen. 
Mandjord^ , vooruitsteken , uitstekeu , indringen b. v van een 

zeeboezem. 
Ranah, lager gelegeii land, hiagvlakte; ook: grondgebied. 
Hoeroeaiig * y bijeenkomrii , verzamelen , zieli bijeenscharen. 
Al^jie^, plaatselijk : oude vrouw; aanspraak voor een vrouwop 

h'eftijd ; op sonunige plaatsen zegt men atjie* tegen de 

oud(;re zuster ; m a n d r a t j i v^ of m a n d e k a t j i fi* , tante. 
Djalang , (zie d j a 1 a n g en dj e 1 a n g) , m a n d j a I a ii g ook : 

richt<;n , doen tiM'.komen , naar iemand brengen , bezoeken. 
Rang (oerang) boenian, naaiii van een g(;est. 

1 Df text vail \t. 26M hooft liij vondfudiiu' koeruoaii^'. H. 



^^ 



WEDKR EKN JAVAANSJCIIK INSCRIPTIE 

OP SUMATRA. 



DOOR 

II. C. 11 U M M K. 



( )ii!i l)claiiLr!«t4*ll«'ii<l iiinlrliil Dr. Ilorst U* KnN* (Resid. Kcn^- 
k.<«-lt ir /i»i)(l aaii hrt ln>tituut t<*r kriinir<iiaiiu* n*ii JavaaiiM^he 
:n<v*ripti«- (i|» i-tii hnmI k(>pi>n*n plaat « (i(M)r linii p*von(l(*n in H 
fjivit \:iii (Til iiilaiidrr in <l(* Murf^a Sorkaii (Ijam pu ii^) , 

■ •Ik "^tuk (ItNir il«*ii ciift-naar, tm irfinaakt ^^*l)ruik , wonit tcniff 
\frlaiiiri| III zijii iflriilrliricf wirt <lt* hrrr IIoi>t: "Di* t*ip*iiaar 

■ :«t iiii| nictst uaiiir^uiMlc (Irii xcnntxilflijkoii itili<>il(i iiicHie te 
i'-t It II lli| )ii-(*rt hrt sXuV i^'rrfii \:iii zijiir \(M)ri>U(li*r», (lit* tMik 
f«ii /ii\rrrn lN'S4'lirc\cii |M;iat /«»ii<l(*ii lic/ctrti h(*hlN'ii, <ii(* i*vcnw(*l 

Mf-t hmnI kii|MTi'ii hl.id . tlat imin'Vi*cr iVii itiNf dik , en (i(*r- 

•..i!\f /«iT l>uiir/-»a!ii i.** . i^ '^.'i rM. lanir m *1 cM l)n*«l . 

t^rwijl iliLinii) 12 ifirt'U .la\aiinM*li x'hrift zijn p'ifrift of wri 

•i;^'f^lri'\rii llrt l:i:it>tr iiiiN't iiirii ondrrNtrllrn . op ^HMid %an 

:• VI rh«'\rii)inlfh of rrliiTi^ a:in di* urliti'ncijdv. 'IVnrijI op dc 

^r«--Lr»r diMir l)r lli»r>t tocifc/ondcn fotiitrrammru \an scwrl- 

^•». |K«- 111^ Tiptirii . - \iaar\an dr ti-kst vu \crialin^' zijn oj>- 

^'•n-'iiirii 111 di- Bijdra^i'ii I*^st, 1)1. VIII, l« ntuk , — d« 

'•..•* !• wanii u^irnft «»\«t lir ki»rt«- zijdr tlrr plaat , zijn zij op 

■ii/r pl.iat ii\iT ilv iaiiLMr ziplf sri*no!ii«-n 

\a:\jv/.\iu iij> tif/i- , ilif o\i'rip*ii» alwnlrr v<MirM-hn(U?n 

'i>\al. Utrrirciidr M*)tuld\ onl( rihL'cn , ;ianklacht4'ii iit*p*n!« dicf- 

•t »: . «'ii/ - i)iK*Ii t\v iiaain \an dm afzi^ndfr, n(M*h plaaU, 

■r« li diL't«-rk«!nhL' vordt \i-riiH'ld, zimi uMN't iiu'U d«*n inh(»iid 

.u \rrfiaiid fin-iiL^'ii tn«-t lictL^'i'ii iiii^ \an ilr oudc p-sirliinlcnift 

V ifi Suiiiatra U-kciid i«. oiii liaar oiidrnloni f*n licrktmiitt U* Im:- 

; Ai' II lilt t\|M- \;iii df li-ttrrr^ \«'i>«*lnlt notr al nii*t dat \ an d(* 

(^•\ridif4iiM Idt' f«>tii«/r.iiiiiiM-ii rh Icidt al dadrlijk t^it lift viT- 
V Volirr. X. U 



364 

moedcn , dat deze koperen plaut van oudere dagteekcuing eu ook 
van ecu audere streck herkomstig moet zijn : vooral de #o,ani, 
an , on , eii dc pasangaus o en <^» , leiden tot die onderstel- 
ling. Men mag 't wel voor zeker houden, dat dit bevelschrift 
is uitgevaardigd door den Sulthaii van Pale m bang, iu deu 
tijd toen diulr Javaansehe vorsten liet bcstuur uitoefenden, — 
dus ongeveer 200 a £50 jaren geleden, of wellicht nog vroeger; 
want de geschiedenis leert ons, dat zoowel Madj&pahit ak 
Mat a ram souvereiniteitsrechten over Pale m bang hebben 
doen gelden , niet alleen , maar er ook over hebben geheeracht. 
Volgens den aanhef is deze pi age m uitgevaardigd door den 
Sulthan: blijkbaar van Pale m bang, want liij is gericht aan 
Pangeran Mangku Lada in de Pal^mbangsche desas. 
Ook wordt — regel (5) — gezegd, dat ^/al wie ualatig is in 
het aanleggen van pepeiiiuinen naar Palembaug moet worden 
opgezonden. // Ln het Tijdschrift v. d. Ind. taal, land- en vol- 
kenkunde, Dl. IV, wordt de Javaansche tekst met vertaling 
gegeven van een inscriptie op een zilveren plaat van gelijk- 
soortigen inhoud als deze. Die plaat was , blijkens den aanhef, 
afgegeven door de Ratu van Palembang aan Pangeran 
Purba Buwana in de Pasemah landen. Op bladz 519 
van datzelfde Deel wordt van bedoelde Batu gezegd, dat sij 
was de Genialiu van een der cerste Javaansche vorsten van 
Palembang, die, in de plaats van haren zwakken echtge- 
noot, het bestuur iu handen had, en omstreeks het midden 
van de 17^ eeuw leefde. Onze plaat nu is van den Sulthan 
zelf, ""tzij van den zooeven besproken , 'tzij van zijn voor- 
ganger of opvolger. Maar, even als die andere pi a gem be- 
stemd was voor de Pasemah landen, is de onze bestemd 
geweest voor het gebied nabij de Iioofd plaats gelegen (desa 
Palembangan). Al^* ecu bizonderheid merk ik op, dat — 
reg(J (8) — huwelijken tussclien personen van de hoofdplaats 
Palembang en de desabewoners , ondcr bedreigiug van atraf, 
was verboden. 

Over 't algemeen is de inhoud niet moeilijk te verstaan. Aan 
het einde van de 2e regel komt een vreemde uitdnikking voor, 
(lie ik meen to kunncn verklareu. Daar staat uamelijk : vindien 
((e schuldenaar zijn sehuld niet betaalt, dan »miunaskmo§a9mvm 
rrnQnjiaji^a^>\ Het Ivomt uiij voor , dat daarmedc bedocld woidt, 
dat voor elke tien wordt gerekend dertien; derhalve een 



865 

»tirplu> \an <lri«- op tiiii (R^aK'i) bijv.), of 80 procent. En 

«|l^f#ifo«' IV iMTckminf^ van n'liti' op die wij/i* inag clust (bij 
iiirt ttjdiire vol(ioeiiiu^) t4>t (IriciiialtMi tot* plaats* iiebbeu , zoo- 
<i.iiiiir (iat (it* primitit*vt* !M)in wonit vt*nlub))t*lti. MtH^T mag het 
nut w(»rtlfn. Wt'lnu , tlat koint onpt*vtt*r uil: want 8 X 8 = 9, 
rii (if hooftlmmi was tit*u. 

i >j) ontrcv(*fr fft-ilijkc wijzt? vt*rk]uar ik ht»t vtMirkomemlt* op 
nrf£«'l (: "AU intui trt*n \ luclitt'ling op\at, die freld offc^N^lbij 
ZH*h hi-t'ft . t4*r waanit* van ticn rtuilt*n , dan wonit tiit bcnrhouwd 
aL« btiit MiiiiT als *t in(*t*r bttlniaj^^ dan ti(*n realt*n, •mA^M 

. o o 

W ('• 1 a .« s a n zijn dc p*talltMi tu5!*t*lien t i t* n t-n t w i n t i g : 
hij inair dt*rhalvt* dan sltt'lits lu*t intM^rdert*, lutmchiMi de 
1 1 m en t >i i n t i <; . als bnit t4>t r.xvU nf*nu*n. 

Op rt-irt'l 't k(»nit het wtMinl s^th vtxir , dat nit*t in het Wdb. 
tr \iiidrn is. niaar wt*l in dt* thans no^r in iM'Wi'rking zijnde 
nii'uwc uitiruif. I let )N*tt*t*kt*nt p(*pfr (= maritja), rn is 
noir in ifi'bniik in li^injot'inan, Tcgal . Tjin*bon. 

In dc rfin'U s (*n *J konit, bij wij/t* van >traf, althans ali* 
;»»'\ii|«r it'nrr vcrlxMicn handding \iNir ht*t w(M)ni "••wttA^ dat 
nil) iiif't bt*kcn(l i;*. 

np n-L'cl 1** .-taat : '* #i4»o«j»o«win».iif i»ft».iint( " zai mel 

:n<«'t«*n /l|tl : " ri««|»i*ii nlo«.ii««m«>finif " 

A.tn h«*t «-indt* \an n*tn*l II hcb ik in dt*n tt*kst ct»n woord 
• *(H-riiri'lut('n, thit ik nict kan lt*zi*n. I>t* wc^t^i^latcn iftt4*r ^*lijkt 
ftt t UH-tM op ii'ii pa^^aniran f*) , zooals die in h(*t wiMinl l*a- 
.fin ban;: tc xonti \iordt aanp-tnttirn. Ik kan het t*vt*nniin 
•.ifU-irtii :i|h dt' >lotzin \an het lM'Vc|j»clirift , die «it*lli(*ht \tT- 
kiifl \% wviTvUTi plaat<in'l>rt'k. I>t* laiitstt* w(Minit*n : i^aka t-nz., 
•i' blijkbxir vvu ;ianwi|/inir \an dm tijij dcr uit\aanii^nfr 
I an ili- piai:' m MHM-tcn aanduidcn . kan ik ni«*t trnrht bn*n|frn. 
|i^ IftN*n« zijn duulclijk p*n(N'ir en nauwkcurig d(M>r niij in den 
r« lot t« nitnr(-L'*'^(Mi \\clli('ht kunncn andcri'n vr tvn oplti^in)^ 
^'■ir Mndcn 

III n lla.iL', It; Krbr I h V. 



366 



A. Jk 



(1) m 




lYunuAOJiiiAJiannoji iKm o^ (kh onjKKi s »ai onn (i^ r ajd liV 

(2)'aji 



i§*i 



oxiOsi^ (unosYiouiUKKiininaji 



Q 



19 



Q Q Q 

iqi^ (Ui tsvi aiq ajntcn tm UM 



aon 

/ or . o Q 
oq^ viJicEi|nim3Ti(Ki«j]nKi)(uvidGii(U)axi(iaiasn 

(3) flsnosinfKin^asviannooyaxiiLQiLnniKiiKTiarui a (un ) "viiai a 
o?(EiiKi\aajic|iK^aTiiKinaJ¥i(Kiiniiinj| (&)Ti(U)nonKii£auiftJB 

/ Q •Q QCX/O 

(Ki C^iii an) <| (Ki Km m (uvi asmajvi Kii X £i|arLflyinn(^OflSiii|Ki Ktt 
on cEJi (^) 001 in K) X iKin<Tnjio(Ki(^(Ki)Tium(rsiiKiiTiio«: la 



oix (Uji(uiiKiiii|(uiiannKinasYi(Kiann?x (ruaiq) thkii en 

iisv)at|iKi(K)^(La(8Aaji ('))(Ki)iisin||(uvicirinoyiiai(i|ci))Ki -Atin 

a . » Q o 

Kmnoiyx iKDVUOiKi .jJiQvi ajiiKTicjOSxiajiiaoKvianncjiiKii 

Q f Q - / O 

i|cnn3(Ki,JkaJinaAJ)ajv)Kii(ooasvic| «<]KD(ncniisii7nKiiKiai| 
CO 7 ^ ^ I 11 



(UYiaxitim 



•51 



oaoAJKLrvi 



Kiin(iin)iriiKinoKiiii| ocui m m to ci 

^ Q ' (X ^ 

iKiQjnief(uiiat| 

tq(Lnnt(ii8S¥i (7)ciix ton 



O Q ex, 

on^ ociji to 2ii| iq iKi « o a (un iKi t;in iKi iJY) le f (un oq ui a tin i^ 
at|fl>Q(KJiti)at|oax cEJiaziti¥i<|tjntiitiiit<x(Lnnta)8S¥i (7) 

UQsmimtO'&A^x ontcbiiaiiasYitaiootoii injitii£j|tiit(i tm to 

Q Q a 

4sviosnLnnasviO£EJiiKSYii|(Lnn)7no(K]iTiat|t{i(&itiix tmtnjotai 

a 
(uuii|(maaxinfiiin(uaat|t<iatiY)0(Eii?at|(L3iat|Cjn(Maiiit5nu 

(untno (H) rtj]n(ji7(LnnKi|<|(U)n)xitaix ojia to tm .ditin om m 



:jrt7 



ui 



£1 til 1X1 0:1 1 cuij K\ i7riKini|aji}i|ui3jtjn<iiKiiinm cii o 

o a 

kh ui lo % €iji lii 



ai^iuofudx untOKn^tijiYiMiwiKii 



MiooiTiKiiaiKiax tniKiti (-M 



) 



kh 



31- 



■31 



T"S\""*!'J 



Ajnioi ojisfiiiii 



KlUmiill HMOk 

o / 



kh 



(yi tf-i Hits ciiKi(^uisfiKi ^uonn^ 



iJfl Kl IMJJ Yll UJC^ iM 4iU1 inn K11 Kll U ftil X KVI CU U tOI UJI 

iqiot|t3mKii»eitx)f£i<iJiirivii£jii<^t|coio (10) kh m m 
Kiinif imKiitx)fatiiiiii«ivicii| viimiu ki KiKiiftixiiKiiciiv 

tin K1 til) -Vl UIIIM M K) HI) HI HI ^ «ll tO » KIOD Hll O (fj I <J O 



CT(| ^ ^iintnniiifVTi Yiiij)«iKiKiiin«i;'kiu|fUf«|TitU4ni| 
itiim (11) KDincn)i;*YiMnnt<i| tA.itO]jf«(ii»j|(UM<UrilTi 



KTICCmiMKIIClIf X ClUOCIillAl 

a a . o a 

uiutinciuiftiii ajfianuiui C) tM\ autinKH ion tJi ki x tu 



/ Q 
tjufiiix tin CI mu -:Aat| iq 

Q a 

i|uiutfnc)iJiftii| tjfi<|ijiiui ci^iJ autiiiKi] 

irnxi^ *}v:cii (1:!) icicxitiiKTiYiM ciuif lu n kh rain A ui 

Q • O' a . Q Q 

ciiiiinKii iimcnKiTTi tinitjju) en q hi -aci coiq 



ijKnKn 



Q a . c?v „ 

KnKiHiiin«;!kiv)«iiiix lAitinHnKnl^iitJi ^ loi en ivi kh 

t:i K1 f-l Ul )0| 9-1 ttA 



!J- 



VKRTALING. 



(1) Dat is een piagrm (leenbrief, mandaat) van den Snl- 
than, in handcn gegeveii aaii den Pang^ran Mangkoe lada in 
de Palembangsche desa's, luideude: Tndien er een Palembanger 
is, die schuldzaken (schiildon of vorderingen) heeft (2) met 
icmand uit de desa's of daarmedc gelijkgcstelden , en de zuk 
is bekend aan den Prawatin , dan lieeft de Prawatin de bevoegd- 
heid om die zaak te beliandelen (recht spreken). Als de SL-hul- 
denaar zijn scliuld niot voldoct, dan wordt voor elke tien (realcn 
die versclmldigd zijn) bcrekend dertien (realen), (8) tot drie 
malcn toe, opkliinmcnde tot hot tweevoud; hooger mag het niet 
klimmcn. En de schuldeisclier mag den schaldenaar noch zijne 
vrouw en kindcren tot zicli nemcn (als pandeling). Deze keeran 
terng (blijven) bij den Prawatin (1) die de zaak heeft behan- 
deld. Schuldzaken, ontstaan wegens dobbelen of hanengevechten, 
daarover kan men icmand nict tot betaling aanmanen, en die 
mogen geen aanleiding geven tot twist of doodslag. De Prawa- 
tins moeten met elkander in overleg treden (5) betrefFende het 
aanplanten van pepertuinen. Al wie (de bevelen omtreDt) het 
niaken van pepertuinen niet opvolgt, dien moet zijn Prawatin 
naar Palembang opzenden. Voorts als er handelaren (vreemde- 
lingen, rondtrekkendc pcrsonen) zijn (6) of desamenschen die 
in menschen liandelen, dat mag niet: dat is een verbod van 
hooger hand. Wanneer er personen zijn die huizen of desa^s 
overvalien, en degene die overvallen worden raken (7) verwond, 
dan wordt Imn (den aanvallcrs) opgelegd scliadevergoeding wegens 
gcnecsmiddclcn. In geval van dood, wordt hun de bloedschnld 
opgelegd. Maar als de aanrandcr gcwond of gedood wordt, dan 
wordt de zaak nict verder vcrvolgd. Voorts als een rondtrekkend 
handelaar (ccn vrecmd cling) bij icmand in een desa zijn intrek 
nccmt, of daar (8) ccn huis bouwt, dat mag niet. Als hij het 
toch doet, dan wordt hij namens den Sulthan beboet. Verder 
mag ccn dcsabewoncr nict trouwen met een Palembanger: als 
hij het toch doet, dan wordt hij (kapandjing?). En ab Hit 



riMHl.-ini^T liiiwcljjk kiiidrrtMi <ri'h(»n*ii vrnnlcii, vu (!l) rr onMAat 
^ri-N fill iivrr. /jMMhit moil dr iM'siiftsinif van li<*t Itcvtuur vraa^ , 
•iiii }M'ruil.H|ai^>ri dr I'niM.itiiis \aii t\t* ihAuh^Iv Mar^ or ovrr. 

\l* !iii-ii {<\v lN'tn>kkciif) (Ian wi^irlfMipt rii zich ridors vrrsfrhuilt , 
• l.iii wonit hi) (kapand j i n f:). — AN vr irtMi dicfstal lie<*ft 
p] ftat<> ircliad , en (T (>nt<(taat p*scliil tivrr: als dan de^mo Aw 

pii \.tn dm diVfstai iN^tirht wtinit *t vrrlit^t, (ziju on^'huld 
nut kan aant4M»n<*n) , dan wonIt \\vt \t'nluhlM*Id (dan komt lu*t 
t«ri-\oiid drr waardc \aii lirt p'^t^dt'no U'Xi zijnen lastf*). Kn 
;iU drpM'n dif \\vn\ aanp*klaa^l lict^ft *t verlicst, dan twn*i liij 
iiTifiwdi-n Mii't dc waanit* waarvcMir hij lirm litrft iN^ticlit. Ali 
nun tH'H \lnrlitrlin^' op\at, vx\ drzi' lurft p»ld of i^miI bij zirli , 
t4»t tfii waardc van ticn n*alcn , dan (11) wonIt dat lN'3«(*liouwd 
jU Innt \\s lirf nin*r is dan tii'n n*alfn , dan krij^^ hij allr(*n 
!i.it itiifrdiTf (tot ajin twintitr n>ah*n). AN irmand van hrt d(*M- 
uuA ft-ii \n>nwlijkr oiidcrdaan \an dan Snithan schaiikt , dan 

wonit hij (k apandj i n c). Als ■* dan wonIt lu*t tww- 

\«»uili;r Kn al dr i|fsa*M dir /ij passiM'H'n nuM'tvn hrn t4*^*n- 

h'»iidi n , ? 

I 9 a k a w 1 n d n in a s a t j r a in n j a. 



VERTALING. 



(1) Dat is een piagem (leenbrief, mandaat) van den Snl- 
than , in handcii gegeven aaii den Pang^ran Mangkoe lada in 
de Palembangsche desa's, luideude: Tndien er een Palembaiiger 
is, die scliuldzakon (schulden of vorderingen) heeft (2) met 
icmand uit de desa's of daarmede gelijkgestelden , en de zaak 
is bekeud aan den Prawatin , dan heeft de Prawatin do bevoegd- 
heid om die zaak tc bcliandelen (reclit spreken). Als de schnl- 
denaar zijn schuld niot voldoet, dan wordt voor elke tien (realen 
die verscliuldigd zijn) berekend dertien (realen), (3) tot drie 
malen toe, opklimmende tot het tweevoud; hooger mag het niet 
kliminen. En de schuldeisclier mag den schnldenaar noch zijne 
vrouw en kinderen tot zicli neinen (als pandeling). Deze keeran 
terug (blijven) bij den Prawatin (!•) die de zaak heeft behan- 
deld. Schuldzaken, outstaan wegens dobbelen of hanengevechten, 
daarover kan men iemand niet tot betaling aanmanen, en die 
mogen geen aanleiding geven tot twist of doodslag. De Prawa- 
tins moeten met elkander in overleg treden (5) betrefiende het 
aanplanten van pepertuinen. Al wie (de bevelen omtrent) het 
maken van pepertuinen niet opvolgt, dien moet zijn Prawatin 
naar Palembang opzenden. Voort« als cr handelaren (vreemde- 
lingen, rondtrekkende personcn) zijn (6) of desamenscheu die 
in menschcn handelen, dat mag niet: dat is een verbod van 
hooger hand. Wanneer er personen zijn die huizen of desa^s 
overvalien, en dcgene die ovcrvallen worden raken (7) verwond, 
dan wordt hun (den aanvallers) opgelcgd schadevergoeding w^ens 
genecsmiddelcn. In geval van dood, wordt hun de bloedschnld 
opgelegd. Maar als de aanrandcr gcwond of gedood wordt , dan 
wordt de zaak niet verder vervolgd. Voorts als een rondtrekkend 
liandelaar (een vrecmdeling) bij iemand in een desa zijn intrek 
neemt, of daar (8) ccn liuis bouwt, dat mag niet. Als hij het 
tocli doet, dan wordt liij namens den Sulthan beboet. Verder 
niag een desabewoner niet trouwen met een Palembanger: alt 
hij het toch doet, dan wordt hij (kapandjing?). En ab uit 



7i«iii.ini&f liiiwrlijk kiiidcn'ii p*hon*ii wonlrii , ni (!>) t*r (»nt?<tjuit 
;^-M>hil fivrr, /iMNlat men ^\v iM'siissiii^ van lift Itcwtuur vraa^ « 
ti&ii U-ruiflslnift'ii (Ir Pn)>i;itiiis \aii (It* p*luM>lr Mar^ vr ovrr. 
A!" fiii'ii (*Ii* lN*tn)kkciit') iluii \vi*irl«»«»pt r.ii zirh rMers vrrsrhuilt , 
•i.iD wonit liij (kapaiKij i n^^). — AIm (t w.n ilicfstal hwtt 
|i| i.it« ifi'liail , rii <*r (UitHt'iiat p'S(*liil over : als dan deifi^nr ilit^ 
h)i \.in ilt'n flirfstai lN*tirlit wonIt *t v(*rli(*!«t, (zijn on^'hulci 
rii«t kan aant^MUK^n) , dan wonIt hct VfnIublM'Id (dan komi hi't 
t«f(-\nuf| diT waanit' \aii lirt p'^itolcni* tvn scijnen lastti*). Kn 
.lU dt<nm tlic lirm uanj;<^klaa«r<l hccft *t vvrIie.Ht, dan nxN^t Iiij 
wTir»»«*«lt'n ni«*t di* waanic uaar\(M>r liij In^rn Inrft lM*tirht. Ali 
mt-n ii*n \lui*lit4*lin^' c»|)\at, I'n dt*zi' hf**!!. tffld of ipM-d bij zirli , 
tot fill w.tanlf \an \\ru n*alfn , dan (11) wonlt dat iN^'liouwd 
aU Knit \h lift nirrr is dan tit'ii n'alrn , dan krij^^ hij allot^n 
!i.it itK'frdfTf (tot aan twintii: n*alf'n). AIm iiMnand van lu*td(*M- 
ijnd ft'ti \ninwlijkf tindrrdaan \an dan Sultlian Hchaakt , dan 

VMph Iiij (k a pa nd j i ii it). AIs . ? dan wonit lu>t tir(*(^- 

\oudt^^ Kn al dt* drsa'.s di<' /ij paMsi>rn*n ni(N*t4*n lirn t4*^n- 

b-'inlt II ? 

lyaka windii ina^^a tjraniaja. 



NOG lETS OVER DE UITDRUKKING: 

/ Q » 

(MnnnonnKiaiiuiunuji 

tiOOB 

H. G. HUMMEL 



In mijn vertaling van de Wajang Abiasa had ik boven 
staande uitdrukking overgezet met: //de Heraelsche machtei 
znllen 't wel weer ten goede schikken.// Die Javaansche uit 
drukking had ik nimmer te voren ontmoet en was mij dus 
eigenlijk onbekend; maar, na lang beraad, meende ik de be- 
doeling er van te moeten opvatten gelijk door mij veitaald is. 
omdat die opvatting volkomen paste op den toestand. in der 
zin waar zij voorkwam. 

De Heer Rhemrev had , bij monde van den Hoogleeraar A. C 
Vreede , te kennen gegeven , dat hij van die uitdrukking geen 
behoorlijke verklaring wist te geven , terwijl de Heer Vreede 
zelf haar evenmin verstond. In de laatst uitgegeven Bijdragen 
van het Instituut heb ik, naar aanleiding van een en ander, 
gezegd: A'Welnu, ik blijf voorloopig bij de door mij gegeven 
vertaling behoudens een kleine wijziging , enz. // 

Onlangs had ik echter gelegenheid den Heer Rhemrev over 
dat punt te spreken. ZEd. deelde mij mede, dat hij naar de 
ware beteekenis van raeergenoemde uitdrukking een nader 
onderzoek had ingesteld, en nu de bedoeling er van kende. 

Die uitdrukking wordt in midden- Java door dalangs veel 
gebezigd, om op satirieke wijze van iemand te zeggen dat hij 
uiterst verwaand en hoovaardig is. //Van alle zaken, namelijk, 
wordt de swarga als de sclioonste, het volmaakt schoone en 
heerlijke beschouwd, en dot tvU hij zelf 8 nog verfraaien.ff 

Het spreekt van, zelf, dat ik, na deze positieve mededeeling 
van den Heer Rhemrev, onder dankzegging, mijn conjectuur 
intrek. 

Den Haag, 28 Jan. 1885. 



KENK BIJDRAGK OVKR DKN FEITELIJKEN 

TOI^STAM) DKR BEVOLKING IN DK 

LAMPONGSCHE DISTRICTEN. 

KANtiCN- KN WAAKDKIIIKDKN , IIITSI'ANNINOKS KN KLKKDIM) , 

(M)imi)1i:nst, iirwKLijK i:n ni: i>ositi»: dkr vrciuw 

DOOB 

O. J. IIARREBOH^E, 



In* l«ain|Mmp*r i^ irmijfcl en ijdtO in ullcst; hij laat do 
in»u«(*ii wfikon «*ii luifrt /elf. Tc^'ii flon a\oncl nNikt lilj zijn 
<4nH)tj«- (talmk in nip:ilihliiil) en wundcit niuir asijn Mirii*i(*it 
iim (laar met umlrn* niannrn ^rmuU'ndifls met |ri*priint deii tijtl 
ill Mir U' hn*n|;fn. Die MN*ict4*it is liet ilor|Niliuii(, tevuns Iup*iiit*nt 
\*n*T (l<Mirtn*kk(*niifn , in ivnc i;nN>t4* kanipong (liumpcm^rirli 
tijocli of anr^') .<!(■!« at en in ivnc kirinc halaj in^naaaiil. 
|)uar /ift nifn dan /rlfn di*n nif*f>t It^'lijkcn uuin vau tijil 
tilt tijd «m %ak!<pif^i*ltj(* tv viMinn'hijn lialrn om zirh, under 
't tnakrn van allrriri j^rinia!«M?n , tv U^kijkcn, vn M*n i*ukel 
h&anlhaattjr nirt n*n Uinp'tjr uit \v trrkkcn : zij dnnfrvn «6l(*n- 
daRif^ I'n wnairr:* aU dr xniuwfn vu velcn tnu'liion zclfe dt*n 
IiMip \an dcau'U na tr lMN)Uk-n. 

IV ijdrllirid AvT l«:im|)4»n^'M*lH' )M*\olkinfr i^ hijastiudiT op te 
mrrkrn uit dt* TMrht nsuir nmp'n en waanli^htflrii ; deii! 
kunntii diM»r k<M)p \crkM*p*n wiinlrn. llrt i.i mueieiijk ait 
t«- iiiaki-n wnt da:ir\an (ior!(prt>nkrIijk l«ainponfriK*h t» en wat 
d:4jra:tn in t«N*iri*v<M*ji:il in ilrn tijd, dat di* vnN*fn*n* heerscheni, 
i\f SiiltAn'^ van Haiit^tn , titt-l:* m )M*uijzi*n van mlrl uiirrikU*n. 
i>t\ zijn d<* V(N)rnaaniM4- krnnirrkrn vu Av «ijic, waaitip d« 
ranp-n vu iraanli^licdrn \t*rkn*f!t*n wonicn , nietovcrml dvxelfde* 
ji liijna in v\kv i«tnt'k vrnirlnllrud. 

lift woord pangkat, zou geliefd iu den mond vau ten 



372 

I jaiiipoiiger , betijckeut: /'verheven plaats of verhoogde vloer* 
maar worrit in den zin van graad , rang , trap of waardigheid 
gi'l)czigd. Do voornaamstc rangen of trappen van pangkat 
zijn opklimniend : dc pangga, do loondjoek of pantja, dc 
djcipana of boorocug-garoeda dan wel djoeli, einde- 
lijk de rata. 

De bezitters dezer graden kunncn echter ook nog andere 
rangen bckoinen , doch steeds volgcns Iiunncn rang en ancien- 
iiit^'it d. w. z. dat men bv. den derden graad moet bcreikt 
liebben om lict reclit te kunnen koopen den pap ado en te be- 
st! jgcn, enz. 

A I deze graden en rangen worden verkregen door het be- 
talen van den koopprijs v.n liet gcven van feesten, waarbij 
een bepnald aantal karbouwen moet worden geslacbt. Die (in- 
kosten dragon den naam van penerangan. 

Aaugezien nu de mensclien niet rijk maar wel ijdel en 
trotsch zijn , liceft men er cene ezelsbrug op gevonden oin het 
verkrijgen van rangen en graden (K)k onder 't Ixsreik der 
meerderlioid t(^ brengcn. Deze ezelsbrug liect ramban en be- 
leckent, dat oenig v(M)rwerp, tot ))etaling strekkende van 
eonigen koopprijs, hooger getaxeerd wonlt dan de werkelijke 
waarde. B\] het bespreken der liuwelijkHgift zullen wij later 
zien , dat ook ditzelfde middel daarbij wordt te baat ge- 
nomen. 

Een ljam^)onger die nog gecn pangkat hceft, begint met 
zicli den laagsteTi graad aan te schafieu, de zoogenoemde 
panggS. Ilij wordt verkregen door betaling aan den Penjim- 
bang van zestien realen ramban en het slachteu van een 
karbouw. Bovendien moet voor het rondkliuken op het feesi 
(p o e k o el t j a n a n g) dat de persoon tot den p a u g g & verheven 
woi-dt nog vier realen ramban worden ))etaald. Die laatste 
betaling heei penjarihan. Wat nu eigenlijk dc panggi 
betreft, deze bestaat uit een grooten kopercn schotel en geeft 
(h*n bezitter daarvan het rerht om bij feesten zijne dochters of 
anrhtre vrouwelijke nabestaanden daarop to doen dragen. DcK 
stijgen daardoor in waarde en zijn voor het huwelijk dea te 
meer gewild. 

De ptinjimbang is (h3 oudstc vertegenwoordiger van de 
soek(M^ marga of kaboeajan, de houder van hare pangkai- 
luH'kcn, i)e.slist in zaken dionaang-aamh^ ; tcvens is hij raadgevcr 
en leider der andere bewoners , dikwijls tevens inlandsch hoofiL 



J . ^ 



37:J 

¥^-u liAhnfajan is vnw vcr/atiK-iin^ van aAiiv<T\VHiit4' 
!nMrj;:i'* Va'H in:ir<rii «*«*nf viT/aiincliiij; \an uaii\rrwant^ 

Ilfffi nil t^Mi l4iii)|)<):i^(*r irdd ^^'Ikh*;; oin tvn h(M)f^*rt*ii 
[laiiffkat t4' k(M>p>ii, want iiatuurlijk zijn dp. p^iifiraiigAn 
■n (\v pfiijarihau liij rlkni ^raad iM^duidrnd lun^r, dan 
trnrht hij stirli tot den muf: van lorndjork of pantjft t4* 
l**'n utIm'Hi'ii iVw twn* wiK>nli'n lu'l)l)cn dczrifdi* b«'t4H?k(»nis, het 
'ii>N- in 't SH'njrkajwh of li<N'nii A^mmi^'Im*, hrt twrtnlr in 
I Sa|Hi#-tMli ilialn't lli-t ^f^iTi't dt-n In^zitt^'r hrt n-^'lit (»ni op fwst-i'n 
UH-t /i|n«' fainilir tv /.itt4*n in vvu j*«K»rt \aii staat>ii*kiM*p('ltjr. 
IH' M-rst'lnllt-ndr saronifs of Ki-icndanpi , HiMrnutli* hrt k(N»p(*ltji' 
iinih:tni:i'n wordt , ir**vcn alwrdt-r irn ho<ip*rt*n of la{^*n'n ran^ 
U' IfniM-n ZiNi )N*>taaii w van dr/i*n ^raad ilrir i«oort4'n: 

a lot'iidjock of pantja Ht-ha^i, p'vt^ndc hft n*chl oni 
h«-t k(M*|Mhjr nit't ^'fkhMirdt* siironu> of rM irndanp* i** ondianffi'n; 

6 Incndjock of p.intja ki-pi portih, (fi*vrn(h* \wi rtH:ht 
• Ml. in ttrdt* van irt-kicnnh*, \vitt4' kainj* riThttf rn links om hct 
l<i*-jit'Itji' U- hanpMi ; 

r lot Tifljock of pantja poctih, p;\rnd(^ hrt nrht oin 
Hf t k«*«'|H*ltji* u'«*hi*«*l nit't wittr kain iv ondianp*n 

lltt 1.^ hi(T dr phiats o|» U- inrrkm , dat irti aU kirnr in dm 
*"uiL' dr h<MiLr!itr plaats Iwkh'cdt cti zwori dr laa^Uv In dr 
^'««t/fn *»la\«'nkam]M)np^ mo^'n dr \ muwrn slcrlit.** swarU 
paj<<ii;r'« dniifrn AN ;M*h(Minhrid>klrur strit r<*n |jani])onfnT rchUT 
^ii! \«rl h(M»tri*r dan wit t>n is 't ri^rnaardi^ op U* uirrkrn 
htM- di- \ ronwrn \aii >4»nimip* kani|M>nir!t /irh ondrnu'hridrn 
•l«p*r «-fnf ifondtTflr huhUkirur, rn h<N* ^rwiid xij da:irdiNir vtMir 
firt ^uwclijk /i|ii Wannrrr dr l<:ini|Miniri<«*hr vn»uw zirh wasHrht , 
•^thniikt zi) hi) wi]/.r \an zt*rp kornjittri (knrkuma) rn wrijft 
dit nit't (*t'n >tnk rottinir of t*4*n irladdrn ^tiTii o\rr dr }<choon tr 
rii.&krii jtiii-ni.ttrn, >ia.irl)i| /ij nHH*n*ndrrl<« rjkandrr hrl|irii, want 
•if- l*ini|M)nL'M-hr \rouw \rrrirlit hijna allr wcn.dd<«rhr zakrn in 
:»»-/ilM'liap. 

W \\ dr Lun|)onp-r tin no^ irn trraad hrMit;i*r in ran^ Mijirrn, 

1411 k<«>*pt hi) ht't n-4-ht op drn dj<*pana dan wel op drn 

'•••••rof fiL'- L'a rord.i of op ihMi dj<»rli. wrikr rrchtrn r<*htfr 

rH«"^t,il U' L^'lijk Honlfii a.tntrrx'haft rn w.iarhi) alsrlan in 



V< U-«-i^ 't MatiUMrri}-t : eb] wv) k<<i'iijir irfwcli rrvru mftK^m wi«ri|ati. 
N'crr. I*r. ▼. d. Tuuk . t l«iiii|4>fr.-^'h cti rijitr >• U'<*vallm ; Tij^ia^r. Bftt. 
«^ il. XVIII.' Curr. 



374 

den regel de familieleden in het betalen der onkosten he 
hunne bijdragen. 

De djepana is een soort van draagstoel en geeft dei 
bezitter het recht om op feesteu met zijne farailie daarin te wordei 
rondgedragen. Deze draagstoel wordt even als bij den tweeden ran] 
van pangkat al naar gelang van de kains, waarmede hi 
bedekt of oinhangen wordt , onderscheiden insebagi, pence 
bocngan poetih en poetih. Bij den eersten is de draagstoe 
met gekleurde kain, bij den tweeden met gekleurd en wit ei 
bij den derden met uitsluitend wit goed bedekt. 

De boeroeng-garoeda bestaat uit een langen vier 
kanten houten bak, van voren voorzien van een stuk hout ii 
den vorm van een vogelkop , en geeft den eigenaar het rech 
om bij feesten met zijne familie daarin te worden rondgedragen 
Er zijn wederom drie sooi-ten : sebagi, kepi poetih ei 
poetih, naarmate de houten bak aan de vier zijden behangei 
is met gekleurde kain , dan wel rechts en links met wit goed 
of geheel omhangen met wit goed. 

De djoeli bestaat uit een draagstoel met vier stijleneneei 
liemel , en geeft den eigenaar het recht om op feesten met zijn 
familie daarin te worden gedragen. Er zijn twee soorten 
s r b a g i en poetih, al naar mate de hemel bestaat uit gekleun 
dan wel wit goed. 

IT' t lioogste teekeu van rang is de rata, eene kar o] 
vier ronde scliijven, hebbende de eigenaar het recht om bi 
groote feesten zich daannede met zijne familie naar den s e s a 
te doen rijden. Er zijn liiervan eveneens drie soorten: sebagi 
p (" n o e b o e u g a n p o e t i li en poetih, naarmate de kleur de 
kains, waarmede de rata omhangen wordt. 

De rata sebagi is met gekleurd goed behangen en daar 
voor moeten op het te gcven feest vier karbouwen aanwezij 
zijn , doch worden er van die dieren slechts drie geslacht , wan 
voor het feest heeft de penjimbang het recht de karbouwei 
in oogenscliouw te nemen en , na over alien zijne goedkeurinf 
te hebben uitgesproken, er een uit te kiezen, dien te latei 
bindeu en met kains te laten bedekken , en, onder de verkla 
ring, dat het jammer zoude zijn om ook dat dier te slachten 
het levend met zich weg te voeren. ])it recht van den pt-^ 
n j i m b a n g noemt men p e n g a d j i n. Helaas ! niet een ieder i 
het gegeven den rata-rang te verkrijgen, want hierbij komi 
geen rambau te pas; de rang moot h, contant worden betaald 



375 

hetzij in geld hetzij met gouden sieraden, berekend naar de 
werkelijke waarde, en eilacie! de rata-rang kost 200 realen 
en de penjarihan 72 realen 

Had ik nu maar een stuk of wat huwbare dochters 
om hare djoedjoer (huwelijksgift) te ontvangen, zucht 
menig Lampoiiger bij de gedachte aan dergelijke soininen , 
tjelaka! Want met de betaling van den koopprijs is de 
Lamponger er nog niet af; dat zij verre. De grootste onkosten 
bestaan in het geven van het feest, daar zooveel mogelijk 
de leden van de kaboeajan daarop genoodigd worden en 
ook verschijnen. Wil iemand in het bezit geraken van het 
recht op de rata, dan komt hem dat stellig op meer dan 
duizend gulden te staan. 

Alhoewel nu de rata door iemand voor zich zelven gekocht 
kan worden, mits hij zelf al de onkosten en uitgaven draagt, 
zoo kan ook de penjimbang van de kaboeajan die voor 
de geheele kaboeajan koopen, mits ieder lid een aandeel 
in de uitgaven van den koopprijs en het te geven feest 
bijdraagt; de pSnjimbang is dan de persoon op wiens naam 
de rata gesteld wordt en er als H ware de bewaarder van 
is, doch bij feesten kan de feestgever, lid der kaboeajan 
zijude, er gebruik van maken. 

De twee andere soorten van rata zijn met gekleurde en 
witte , dan wel alleen met witte kaiu omhangen , en kosten 
weder meer dan de rata sSbagi. 

Kleinere voorrechten en teekenen van aanzien bij de feesten 
zijn de navolgende: 

1. Selok keris. 

De Lamponger draagt eene kris bij wijze van wapen aan de 
linkerzijde, doch bij het menari (waarvan later meer bijzonder 
zal worden gesproken) mogen zij, die geen pangkat hebben, 
slechts eene kris dragen en wel rechts. Heeft iemand echter 
een pangkat, dan kan hij het recht om meer krissen bij 
het menari te dragen koopen en wel tot het getal van 
tw^aalf. Hij, die alleen den pangga-rang bezit, kan het echter 
niet verder brengen dan tot het recht om twee krissen te 
dragen en wel een rechts en een links, dan wel beiden rechts. 
Dit noemt men tadjeroe. Van drie krissen worden er twee 
rechts en een links gedragen; van vier twee aan twee rechts 
en links dan wel drie rechts en een links, enz. 

Voor het recht tot het dragen van meer dan dene kris 



876 

wordt voor elke kris zestieii realen ram ban en twaalf realc 
penjarihan betaald. 

Verder is het een teeken van aanzien als men het rect 
heeft de kris te dragen met de kapala keris naar achteres 
waarvoor evenzoo zestien realen penerangan en twaalf reale 
penjarihan betaald worden. 

Het dragen van eene kris van voren heet moesor, van een 
kris links njengkalang; twee krissen rechts en links maa 
meer naar achtcren ngekapi loewah. 

Voor het verkrijgen van rechten tot dragen van krissen be 
hoeven geen karbouwen te worden geslacht. 

2. De adatkopiah bestaat in het recht cm een zilverei 
dan wel gouden hoofddeksel te mogen dragen. 

3. Djambat heet het recht om bij feesten over eene loopbmg 
gewoonlijk van bamboe gemaakt , het dorpshnis te mogen ingaai 
en daartoe niet den gewonen ingang te moeten volgen. Mei 
heeft twee soorten : de djambat agoeng en de djamba 
di roemah, d. w. z. om in den sesat of balaj te komen 
en u i t zijn huis met zulk eene trap of loopbmg naar het dorp» 
huis te mogen gaan. 

4. Kandang ralang heet het recht om de verkregen 
pangkat te omriugen met eene heining van kains, voorzier 
van eene opening om de menschen door te laten. Er zijn hier- 
van wcder drie soorten: scbagi, penoeboengan poetib 
en poetih. 

5. Meuari di atas talara denganpajoengishet 
recht om dien dans, die door dochters of andere vrouwelijke fa- 
milielcden uitgevoerd wordt, te doeii plaats hebbcn op een koperen 
schotel al dan niet met wit goed bedekt en onder een pajoeng. 

6. Nigel heet liet recht tot het houden van een spiegel- 
gevecht in het aloude kostimm en achtereenvolgens met vier- 
(lerloi wapens. 

7. Palita medjang heet het recht, dat vrouwelijke familie- 
leden bij het menari eene lamp voor zich mogen hebben en 
evenzoo bij begrafenissen. Uoch slechts zij , die den tweeden 
graad van pangkat hebben, kunnen dit recht koopen. 

8. Pangga djima heet het recht, dat vrouwen bij het be- 
klimmen van de rata den voet zetten op de gekruisde annen 
van twee mannen. 

9. De papadoen is een soort van bankje op pooten en 
tjStjak papadoen h(^t het recht om dat meubel bij feesten 



377 

te mogen bestijgen en er op te blijven zitten. Er zijii drie 
soorten, te weten: papadoen soekoe, papadoen tijoeh 
en papadoen marga. Na den derden graad van pangkat 
kan men dit recht verkrijgen. 

10. Penjaraw is het recht om bij feesten een staak op 
te richten, waaraan kleederen als aan een rek opgehangen 
worden. Na een zeker aantal dagen worden enkele dier kleeding- 
stukken onder den volkshoop te grabbelen geworpen. 

11. Sasaka is het recht om bij feesten in het dorpshuis 
tegen een plank je te leunen. 

Evenals bij bijna alle de genoemde rechten mogen de af- 
stammelingen van hen , die bedoeld recht verkregen hebben , 
een bijzonderen dans uitvoeren. 

Op deze wijze kombiueert de Lamponger den pangkat tot 
in het oneindige. 

12. Pengangik is een feest geven bij gelegenheid , dat de 
oorlellen eener moeli (ongehuwde vrouw) worden doorboord 
en wel als dit in het dorpshuis plaats vindt. Om zulk een feest 
te mogen geven, moet men alweder pangkat bezitten. 

13. Het toeroen mandi, waar zoowel de eigenaar van dat 
recht als diens familieledeu in plechtigen optocht van hun 
huis naar het doipshuis en van daar heen en terug naar de 
badplaats gaan om daar onder vele ceremonien te baden , wordt 
alweder met vele andere rechten verbonden. 

Het is er echter verre van dat hier alle rangen en waar- 
digheden zouden vermeld zijn , want ook de geboorte- , huwe- 
lijks- en lijkplechtigheden vormen eene lange reeks daartoe. 
Het aantal schoten en de wijze, waarop de stukken worden 
afgevuurd , worden geheel bepaald door den rang, dien de persoon 
bezit, ter wiens eere de onkosten gedaan worden. Ook het be- 
spelen van den gamelang is aan dergelijke regelen onder- 
worpen. Evenzoo het zoo geliefkoosd veranderen van naam. 
En de Lamponger is bij dit alles zeer vruchtbaar in hetkom- 
bineeren. 

Dat het verkoopen dier verschillende rechten eene niet on- 
aardige bijdrage oplevert voor de inkomsten der verschillende 
penjimbangs is ook duidelijk. Zij zijn de opperhofceremonie- 
meesters en waken met angstige nauwlettendheid , dat ieder 
slechts zijn rechtmatig deel maar dit dan ook ten voile toe- 
gemeten wordt. 

Gaat het hart van iederen rechtgeaarden Ijamponger open 



378 

als het boek der pangkats wordt bcsproken en ia hij er 
trotsch op ceil vreemdeliug in Jerusalem te konnen in- 
licliten, hoeveel te meer juiclit dat hart van blijde vreugde, 
zoodra het woord Ix^'gawi of feest in het dorpshuis wordt 
vemoineii ! 

Dat woord bet^^ekent toch het ten toon spreiden van pangkat 
vn daaniKMle in verband staaiide mooie kleederen en sieraden, 
plechtigc optochteii en ouimeg-angen , dansen en ziugen, wor- 
steleu en inuziek, eteii en drinken, en last not least uit- 
stekeiide gelegeiiheid oin elkaiider te zien en afspraakjes te 
maken. 

Het is Iielaas ook een woord , dat hij inaar al te dikwijLs hoort, 
want de liUiiipongcr lijdt de cene helft van het jaar armoede 
en gebrek oin Av. andere met fe^i?tvieren door te brengcn. 

Daar op leesteii , ter cere van ainbtenaren gegeven , alles 
in de lioogste mate vereeiiigd is, willen we er««n beschrijven, 
doch met voorbijgang van de nmgen en waanligheden , welke 
al voldoende hier\oren behandeld zijn. 

De ontvangst der eontroleurs in de [jainpongsche kampongs 
is waarlijk zeer bijzonder en wijkt geheel af van de gewone 
w^ijze van ontvangst op dv. overige Buitenbe'zittingen , waar men 
— uitgeiiomen door de jHjrsoncai, die zulks ambtshalvc ver- 
plicht zijn te doen — van een bezoek van een bc»turenden 
ambtenaar weinig of geen notitic neemt. Het landsgtibruik in 
de Iiami)ongsche districtcn brengt mede, dat bij elk feest vau 
eenig aaiibelaiig en dus ook hier, waar de koinst van een 
eontroleur als v\m llHjst wordt bes(rhouwd, al de ongehuwde 
vrouwen (moeli), praehtig uitgedost en met sieradeji als over- 
Ia(U^n , oinstuwd door hoofd(;n en Ix^Aolking en van vlaggeu 
en muziek voorzien, zieli aan den ingang der kampong of 
dikwijls reeds een eind daar biiiten verzainelen , den coutroleur 
ahlaar afwachten , hem verwelkomeii, aUeu gezametilijk hcin 
verder vergez(^lleii langs de versierthj huiziiii en opgerichte 
eerep(K)rten , en laiigzanuu'hand omstuwd door de gehcele be- 
volking, tot den pasangiTahan of het dorpshuis bcgeleiden , waar 
alien stilliouiUMi, de eontroleur afstapt en plaats neemt aan cene met 
ververscliingeu als overlath'ii tiifel. Nauwelijks is hij gezeten , of 
(l(^ m o e 1 i 's stormeii met de hoofden en niuzickanten mede naar 
binneii en srhareii zieh in de voorgaanderij. De oodste in 
rang tre<^dt vonr en deelt me(U: , dat de dame.<« den contnileor 
nog e(*n hnldi^bewijs willen aanbieden , en op het toesten- 



379 

mrnd antwounl iiwlert'ii zij wn \(K)r «»ii (»f bij tweei»n en 
ilrirt^n fii bi«U*n , vlak v<M)r dvn controlcur nedcrknieleiidc, 
hrin rene sigan*tte aaii . wolke mwiital I'enit door haar wonlt 
aanffi^^tiiken als iM^wiJH dat du sipirt*tt4* iiiet veiyiftigil 19. 
Kt'iir fiikelc* M*hurlit(*rt^ windt oin dc hand f^n wit zakdciekje, 
nmtlat de ach room v all ifr*- uiaagd nog giM*n man durft aan- 
inkrn Willen dc daint^ blijk gevrn van hare bijzondere 
M-mpathie, dan binden zij aan de }«igaa*tt<i cen klaargemaakt 
pniimpje sirih met of zonder tabak , dan wcl bloemen of geurig 
«tmo« dat zij in het haar droe|ft*n. Inmiddels wonlt door wor- 
!4rlaar« e(*n spiegtdg«*vet*ht gehouden. Zoo wonlt dc tijd gekort 
toldat de rijsttafel gt*reed is, aU wanneer men den ambtcnaar 
grii^nheid geeft daarvan if(*bruik U* maken door niinsaam tot 
rrn !»po(Miig W(*derzien van hem afM*heid U\ nemen. 

*» Avnnd5 is alles weder op de been en wonlt de tijd gesleten 
mrt m r n a r i en m i* n j a w , en , onder stcherts en lach , gebak 
met ther U* gebniiken. 

I let m e n a r i is e(Mi Mnyft van dan;* , waaraan zoowcl de m o e 1 i ^s 
al» de bnedjangs I (ongf*huwde mannen) kunnen deelncmen. 
Rij dez(*n dans wonlt d<K)r de moeliV geen voct verzet, doch 
vonlen d(N)r haar ithrhts n)nddraaiende dun wel zwaaiende 
brwethngen met armen en handen genuuikt welke van elkander 
irehffvl onafhankelijk zijn. Zij, die in het bezit daarvan zijn , 
d<H*ii aan de vingern et*n soort gouden nagels, onderling met 
Letttugje:* — tanggaj (w(M>nlolijk klauw) genaamd — vcr- 
U»iidrn. Op de maat tier muziek plaatM*n de danaenrMen zich 
a< htrr elkander en Mpn*iden op et*n gi*gf*ven ti^'ken alien tegelijk 
i\v armen nrht viN^r zich uit en laten dt*ie daama langzaam 
:m ht4-rwtiarts naar U'lu^clen zakken tot de hoogtc der dijen om 
/> >er\o|p*n:ji wtnlentni uit t<* spn'iden. Onderwijl laten zij de 
\mgrrs \an en t4)t elkander guan dun wel de handen cmi de 
|«i|!i«*n draiiirn. Stnns Iirht4*n zij het lichaam op en buigen 
/jc'h \««»n)\er, sltvhts op «Vn hoog>t<'ni* twi-e t^trnen nistende 
«-ii n-u enkele maul do«*n zij het liehaam op en neder giilven 
in rene M'hiiine hmidiiig. 

Ik- ver«*hillende KMirnrhten om dien dans uit te voercu op 
mi i«rhot(*l . onder ern |>ujoi*ng nf met e4*ne lamp mm vieh 
hrblirn wij