(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 




I 



I 



loll 



67/ 




KIJDRAGKN 



Ti»T Dl 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE 



**» 



N K 1) K K L A N DSC il - 1 N l> 1 K. 



BIJDRAGEN 



TUI lil 



TAAL- LAND- EN VOLKKNKUNDK 



«AH 



N K I ) K R L A N Ü S C 1 1 - 1 NI ) I K. 



I rn;K(iKVKN 



IMMIB 



IIKT KONINKLIJK INSTITUHT 



«coa oi 



TAAL- LANI>. KN VOLKKNKUNDK VAN NRDKRLANnsrilINI>IR. 



DUDl fiUilUS. 

E L F 1) £ 1) K E L. 



*S(;katknha<jk. 

il AU'I IMS MJIIOKK. 

1S7I5. 

«sLnur KT r.M ii l n\ims 



NAAMLIJST DE:R LEDEN 



?AN Hit 



INSTITUUT. 

(1 Afril 1876.) 



■«t ||«tü leden bedrsigl KH, wmanrma in Nederland 5 Donatenrt en117ge> 
■M Leden, en in de Kolonitn 79 gewone leden. Met 49 wetenichm|ipeiyiie 
lUnl hei Insüuiul in betrekking en telt il bnitenlnndecke 



UËSCUERMUEERt 
S. IL DS KOVIMO. 



BESTUUR 



Ir. 9r. w. V omwnM dctvoot . Vo^niUtf 1978. 

r. P. MJURSn, Omdêr'90ortUter 18HCI. 

, ^ %éM mm OOM imvCHia, temmmfmêttUr 1877. 

» A. m. c numiit vaji mu aa }877. 

NC Cr. A. w. T. lUTiVBuu. . . • t 1879. 

^nt 9r. F. A. VA» on tmi 1878. 

^, m^ t, Bnran HAOur 1879. 

k c J. r. siEAnDouJi 1880. 

Iirt. •. g. mtSAiiM 18801 

im, mÊÊOiMm i878. 

Ie 1^. j. ft. w. QUABLCs VAN rFr«»no 1879. 

Ur. a. eoMioti 1877. 



r Iir. TM. oi. u wtmaALAif, S^trtUhs, 

■ I. tuVMrwutnK. Aéj um ti 'Smfwlmnê, 



BIJDRAGEN 



TOT DK 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE 



VAK 



NEDERLANDSen- IN DIE. 



UITGEGEVEN 



DOOK 



HET KONINKLIJK INSTITUUT 



voos OB 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE VAN NEDERLANDSCH-ÏNDIB. 



DERDE fOLGIEEU. 

ELFDE DEEL. 



•8GRAVRXHAGB, 
MAttllNLS NIJHOFF, 

1876. 

GEDRUKT nu H L S.\UTS. 



NAAMLIJST DER LEDEN 



▼AN HET 



INSTITUUT. 

(1 April 1876.) 



Het getal leden bedraagt 201, waanran in Nederland 5 Donateurs en 117 ge- 
wone Leden, en in de Koloniën 79 gewone leden. Met 42 wetenschappelijke 
mstellingen staat het Instituut in betrekking en telt 11 buitenlandsche leden. 



BESCHERMHEER : 
Z. IL DB KONING. 



BESTUUR: 

Jhr. Mr. w. V oevebs DETNOOT, VoorxUier 1878. 

f^r» P. BLEEKEB, Ouder-voorzUter 188^1. 

A. 0. VAN DEK GON NETSCUES, PnuUngwueHer 1877. 

p. J. & a RQBIDÉ VAM DEB AA 1877. 

Prof. Dr. A. w. T. jut.hboll . . . j 1879. 

Prof. Mr. P. A. TAN DER UTH 1878. 

Mr. D. 1. Baron macxat 1879. 

Bfr. a 1. F. ■IRAXDOLLB 1880. 

Prof. o. K. NIEMAXN 1880. 

J. M. OBRESM 1878. 

ihr. Mr. i. K. w. oöarles yaji cfford 1879. 

Prol. Dr. o. scblkoel 1877. 



Dr. TH* C0. L. wuvUALtn, SeereUri». 
J. BoCMnniXbE, AdpmU-SecTfUru. 



VI 



NAAMLIJST. 



WETENSCHAPPELIJKE INSTELLINGEN, WAARMEDE HET INSTITUUT 

IN BETREKKING STAAT. 



Koniniyke Akademie van wetenschappen 
te Amsterdam. 

Vereeniging van Statistiek te Amsterdam. 

Indisch Genootschap te 's Graven bage. 

Maatschappij tot bevordering van Ny ver- 
heid te Haarlem. 

Koninklijk Instituut van Ingenieurs te 
*s Gravenhage. 

Maatschappij der Nederlandsche Letter- 
kunde te Leiden. 

Historisch Genootschap te Utrecht. 

Aardr^kskundig Genootschap t% Am- 
sterdam. 

De KoninkL Bibliotheek te 's Gravenhage. 

Statistisch en Historisch Bureau teBatavia. 

Qenootachap van KuBsleu en Weten- 
scha|>pen te Batavia. 

Mftflutschai^y vau N\jvQrheKl in Nederl. 
Indiê. 

Royal Asiatic Society. Londen. 

Royal Geographical Society. Londen. 

Het Tijdschrift The geographical maga- 
zine. Redacteur de heer Clements R. 
Markham. Londen. 

Société de Géographie. Parijs. 

Gommission des moiiuments et documents 
historiques et des b^timents civils. 
Bordeaux. 

Muséum d'histoire naturelle. Parijs. 

Société de géographie commerciale de 

* Bordeaux. 

Athenée Orienta). Parijs. 

> • > • 

Gesellschaft für allgemeine Erdkunde. 
Berl\^. 



Königl. Academie der Wissenschaften 

Berlgn. 
Deutsche Morgenlandische Gesellschaft. 

Leipzig. 
Academie der Wissenschaften. Munchen. 
Kajtseri. Academie der Wissenschaften. 

Weenen. 
L^ Société anthropologique. Weenen. 
L'Université roy. de Norvège. Christiania. 
Reale bialituto Lombardo di Scienze e 

Lettere. Milaan. 
Tijdschrift Cosmos. Redacteur de heer 

Guido Cora. Turijn. 
Le real Academia de Ciencias. Lissabon. 
Académie royal des Sciences , des Lettres 

et dea beaux arts. Brussel. 
Académie impériale des Sciences. St. 

Petersburg. 
La Société impériale géographique de 

Russie. St. Petersburg. 
Société Khediviale de géographie. Cairo. 
American geographical Society. New- York. 
Smithsoniao Institution. Washington. 
The American Academy of Arts and 

Sciences. Boston. 
Sociedad Mexicana de geografia y esta- 

distica. Mexico. 
Ceylon branch of the Royal irsiatic Society. 

Ceylon. 
Asiatic Society of Bengal. 
North China branch of the Royal Asiatic 

Society. Shanghay. 
Public liberary. Melbourne. 
Royal Society of Victoria. Melbourne. 



/ 1 



Eb. OULAURIER, Parys. 
ABBÉ p. FA VRE, Parijs. 
Dr. reiniiolo rost, (Indian office Library), 

Londen. 
Dr. h. o. dalton, Dem.erary. 
j. w. PLOOS VAN AMSTEL, Melboufoe. 



BUITENLANDSCHE LEDEN. 

w. w. uuNTER, Calcutta. 
Prof. MARTIN HAUG, Munchcu. 

Prof. AN6EL0 DE GUBKRNATIS, Florcnce. 

T. j. uovKLL THüRLOW, Londcn. 

Dr. j. MCIR, Eiifiburg. 

Prof. Dr. ALBKKCiiT WEBER, Uerlgu. 



^ 



NAAHUilir. 



NEDERLAND. 

DONATtüRS. 



E B. PrïDf uiCNiiRiK der Neder Imnden. 
B H Fmnnuocftii df»r Nederlmnden. 
'fflADdfche HandelinamUchmppy. 



Mr. H. I. TAN BURCtf, Rotterdmm. 

Mr A. i. DUVMACR fAjf TWi»T, De^etilcr. 



CONTHIHUUOiENOE INSTELLINGEN. 

Het NederUndiiche Dijbelgenoottcimp. 
Het NedeiUndsche Zendelingge»ootAcKsp. 



OKWONE LEDEN. 



. a. c. Ko«i>r TAN Dn AA, *> Gravenhage. 
r I. •AOHiisfc, *• Grmv«*nhiige. 

. «. L iiA^CK. '<i OrmvenhAK«< 

A. mAibriH, *tGni«enhaKe. 

jL « T. vuK •AtHHALEii, \ GrivefiKage. 
a »M9CM«>f üHAvcuNK, MfiAveiihaite. 

r icuxEJi. '» GrAveiihage. 
< fttuL. Am«lerdani. 
r a. t. f AH ML^ 0oi»&cHe, VaJkenburg 

-.va MA! KL anau, 's Gravcnhage. 

A. «ftLiKi^u, Ei<*r%hetni. 
'. C I L Gaaf TAN BTLANirr. S Uage. 
. k I. o*HiJK. Am«t<»rUiu. 

* 

«a» i'iji cauB. L'ienrii. 

r ê J caaataA. Gnminfren. 

r V a H«ron vam utbüW. H'>*»ro. 

C M a l»LXIt. 

:. 9 a. C MMii^Ticji. 'f Gra\enhag«. 
éi»*i A W. EGTUI VAN wii«ij(caai, 

PI. A TAN tviirN. flri*<la. 

j LMatAüiia. \ Graven hage. 
r. H' r I j VAN rVMNOA. Le«*o wanten. 

FaMJI. t <»i «vruluKe. 

nuaut I> 'M 

L. M UAftT luKTIiAH. I.«*i'len 

r i «M^auna «^/«riLhi.ii.a Amhfin. 
». II* V» T uivra* t»ii^«*<>r. '»<ir.i- 



1^ Mr ft. T 0AVU15 VAN KNUCUiJkT 



r- 



I. 1. p. r. ooNooiiup, Delft. 
Mr. o. J OHAftHiis, Li^iden. 
coa.s'1. oc üRüOT, \Gravenhage. 
j. H. DE oautrr, *A Gravenhage. 
i. j. H. DB üRouT, Letden. 

Jhr. G iiAKTSEN , Atn<<terdam. 

j. j. iiAh&itiJUN. '« Grav4»nhaice. 

Jhr. Mr. o. a. JifNii» van iUUUCiiT/tGrm- 

venhage. 
Mr. a T. li. iiCHNT, *t GravenhaKt. 
Mr. a VAN HEcacLoa, *« Graven hage. 
H. IIIEBINI« Zutfen. 
Mr. J. H. J. Hun. *• GraveBha«:r. 
ft. ii«>kTiNi, Leiden. 
|*rof J. I. DK HOIXA.^DCB. Ilr**da. 
Jhr. II A. HotMBCttO D« BECftyCLT . '• Gra- 

venhage. 
Jhr. Mr i. lirVUKOH'EB V%N IIAAas»CVCI£N, 

MaAra»eveen. 
Mr. E. H. '«JAOOB. '«Gra^enhage. 
c A. JB>.aix. l^t*rdani. 
Dr. A. w T. Jt-\NBiiU.. Delft 
Dr H KEHN. Lrnlen. 
Jhr. Mr. r. i. w. DCEOCB. '% Giavcnhage. 
u. C J. K'^ur . L*-i ien 

II. T. liuiil>c. '« Gravciiki|(e. 

I. II Ti'fcH Hts . \Gra»enhage. 

hr J. f. H. I ^M». l>*lJrfi 

Ml V A. \ %\ i*iK iim. l4>idrn. 

M'. J. Lol !■»% . tliu^^rl. 

Mr. D I. itaroD MaCXav. *% ttrav^nhAgr. 
Mr vr. c. hels. Am«terilaiu. 



▼in 



NAAMLIJST. 



J. J. MEINSHA, Delft. 

j. MiLLARD, *s Gravenhage. 

Mr. c. J. P. MiBANDOLLE, Haarlem. 

E. p. D. DE MONCHT, Amsterdam. 
Mr. P. MUER, Utrecht 

H. MULLER SZN., Rotterdam. 

Mr. S. o. W. i. VAN MUSSCHIvNBaOEK. 
A. o. VAN DEB GON NETSCHIR, *S Hage. 
Prof. o. K. NIEMANN, Delft. 

j. L. NiERSTRASZ, *$ Oravenhage. 

M. NuuoFF, *s Gravcnhage. 

j. M. OBREEN, 's Oravenhage. 

w, H. VON OVEN, 's Oravenhage. 

Dr. w. PALMER VAN DEN BROEK, Leiden. 

Mr. F. M. c. PELS RIJCKEN, Arnhem. 

Mr. N. O. PiERSON, Amsterdam. 

Dr. j. PIJNAPPEL OZN., Leiden. 

L. PINCOFFS, Rotterdam. 

FRANgois P. L. POLLEN, Scheveningen. 

IV. VAN PREHN, *s Oravenhage. 

I. D. FRANSEN VAN DE PUTTE, 's Oravenhage. 

Jhr. Mr. j. k. w. quarles van ufford, 

's Oravenhage. 
Jhr. Mr. w. van rappard , 's Oravenhage. 
Jhr. Mr. o. c. J. van reenen, 'sHage. 
o. F. c. ROSE, 's Oravenhage. 

F. o. ROSE, 's Oravenhage. 

a B. H. VON ROSENBERO, 's Oravenhage. 
d. IV. ROST VAN TONNINGEN , 's Oravenhage 

c. RUEB cz., Rotterdam. 

d. sgheltema, Haarlem. 



Dr. o. schlegel. Leiden. 
Prof. H. schlegel, Leiden. 

Mr. J. J. SCHNEITHER. 
Mr. H. SEMLER. 

Mr. L. A. j. w. Baron sloet van de beele , 

'sHage. 
Dr. H. SMEDING, Haarlem. 
Mr. H. j. SMrr, Haarlem, 
j. j. SMIT klbtne, 's Oravenhage. 

J. SPANJAARD, Delft. 

II. N. STUART, Leiden. 

j. H. TOBiAS, 's Oravenhage. 

N. TRAKRANEN, Amsterdam. 

Dr. J. J. P. VALETON, Groningen. 

vf. F. VERSTEEG, Amsterdam. 

Dr. p. J. VETH, Leiden. 

w. A. viRULT VERBRUGGE, Rotterdam. 

JOOST VAN voLLENHOVEN, Rotterdam. 

A. o. VREEDE, Leiden. 

Dr. A. VROLiK, 's Oravenhage. 

A. w. p. WEiTZEL, 's Oravenhage. 

G. F. WESTKRMAN, Amsterdam. 

c. F. w. wiGGERS VAN KERCHEM, Leiden. 

j. A. B. wisELius, 's Oravenhage. 

w. WIJT, Rotterdam. 

j. woLBERS, Utrecht. 

D. G. E. WOLTERBEEK MULLER, 's Hage. 

Jhr. Mr. h. c. van der ivijck , 's Oraven- 
hage. * 
Dr. TH. OH. L. WIJNMALEN , *s Oravenhage. 



NEDERLANDSen OOST-INDIË 



OEWONE LEDEN. 



J. w. H. ADER, Batavia. 

Jhr. D. F. VAN ALPHEN. 

Mr. w. A. Baron baud , Preanger-Regent- 

schappen. 
Mr. L. w. c. VAN DEN BERG, Batavia. 
Mr. N. P. VAN DEN BERG, Batavia. 
Mr. w. B. BERGSMA, CommMMm, Batavia. 
J. DE BLAAUW, Batavia. 
Mr. L. o. BOURicius, Soerahiya. 
Mr. j. A. VAN DER CHiJS, Batavia. 



T. s. A. DE CLEROQ, Amhoina. 
A. J. w. VAN DELDEN, Batavia, 
s. V. b:::venter, Batavia. 
s. VAN DISSEL, Ambon. 
G. L. DORREPAAL, Samarang. 

J. BAART DE LA FAHJ.E , PonorOgO. 

F. FOKKENs JR. , Madioen. 

J. H. F. SOLLEWTN OELKE, NgrOWO. 

N. GRAAFLAND. Tanawangko (Minahassa.) 
Mr. G. G. VAN HARENCARSPEL , Batavia. 



KWMI.UStT. 



tl 



e. «KmnrJuoiK». . Tagmt 



rvriiC»K. Anjrr. 
■oux, Wmspada. 
b w. r. HORA fticouiA, bauvui. 
«. a KKucHiMiüs, Bauvtm. 

r. K. w. bc KocK . borneo't Wettkust. 

irssca. MaKc*UAg. 

. D. unrTst»4>HN MCMUUN , litttteoiorg. 

rAS UK». liaUTUi. 

morr. lUkat^r. 

■. LioTTorr. 

. a TUI on UNOKN, Bauvia. 
LCCAacMK. Brebet. 

r SATTm;^, Bautia. 
F. I. HSiiiSMA, Bauvia. 
maoM, Samatra't Wettkutl. 
I «m OOM KKTBcma, Malang. 
MifiMO, Bandong. 

V. rAitt'D 01 MorrAMon, Baodong. 



. L. r. M FAULY, Bauvia. 
B. 9nujjüui« Bautia. 



■aa TocxuioooDio amio auniu 



RADKN AlilPATI ABJA 8(»UU Dl RKIUA« (lie- 

ribon. 

KAfMCN ADIFATI AlUO TJOCKO MKOdKO, 

SidotLTdjo. 

RADEN ADIPATI 80KR0 ADI NEOOKO, Pto- 

boltnggo. 

RADCN MAS TOnaCNOOOCÜU AUO POIMftA- 

NiNO RAT, Regent tan DMiiak. 

RADCN MAS PANDII ADINIMORAT* PekaloOgaO. 

j. o. r. 'riidkl, BiUiton. 
Dr. L. w. o. DS ROO , Cammiêêmrii , Batatta. 
Mr. J. a J. VAN DBR aOHALR, Batatia. 
R. J. »TPP, Samarang. 

Jbr. I. T. W. TAN DKN WlIXiOI TON 

SCRHIDT Aur ALTCNSTAOT, Saiiiaraag. 

R. L. VAN RCHOUWRNBURO « BaUfia. 

A. 80L« BauTÏa. 

H. T. VAN STCCDIN, BaUtia. 

Ifr. w. STORTSNBIRKR, Batavia. 

I. E. TETSMAN, BaiUoi'ïrg. 

Mr. r. i. TTNbAtt de vecr, Padang. 

j. A. UILRCNU. So«rabaja. 

r. w. c. VALCR, Bali-Boeleletig. 

w. c VEKNSTRA, BaUvta. 

j. H. VAN VLEUTEN, Bangkatift. 

j. H. o. vosNAEJi, Banka. 

A. j. R. wATTEXtioRrr, Ojokdjokarta. 

o. A. wiLREN, Sipirok. 



ATt TIRTO NUTO, Boij<»iiagoro. I 



NEDERLANOSCU WESTINDlE. 
GEWONE LEDEN. 

OTRAr VAN RofKVEUiT , Paraioa- ; Dr. J. i. jvoa , Paraniaribf». 

C wmmtêt é ru. < H. a. VAN PRAAQ, Paramaribo. 

i OMao* arxRoNTE, Paramaribo. , Mr. o. J. a. RCMiCH acirx, Paramaribo. 

*VT1. LTON, Paramaribo. .Jbr. c. a. »TrEim:vx. pAramaribo. 

I^aramanba. ' Ür. T. dk veer , Curavao. 




I. 
i. 



164STE BESTUURSVERGADERING. 

10 APRIL 1875 



Tegenwoordig de heeren van der Gon Netscher (Pen- 
ningmeester) , Wijnmalen (Secretaris), Robidé van der 
Aa, JuynboU, Kern, van der Lith, Mackay, Quarles 
van Uflbrd en Schlegel. Afwezig de heeren Sloet van 
de Beele» Gevers Deynoot en Obreeu. 

De heer van der Gon Netscher bekleedt als oudste in jaren 
het voorzitterschap. Hij heet de heeren Juynboll , van der Lith , 
Mackay en Quarles, in de jongste algemeene vergadering tot 
Bestuursleden benoemd, welkom in de vergadering van het 
Bestuur en beveelt de belangen van het Instituut in hunne 
bijzondere zorg aan. 

De notulen der vorige bestuursvergadering worden gelezen 
en goedgekeurd. 

De notulen der jongst gehouden algemeene vergadering wor- 
den gelezen en voorloopig door het Bestuur goedgekeurd. 

De tijflelijke Voorzitter bericlit de ontvangst van de vol- 
gende boekwerken : 
Yau de Sociéte de géographie: 

Bulletin over Maart 1875. 
Van de Akademie van Wetenschappen te Berlijn: 

Monatsbericht over Dec. 1874. 
Van den heer Quarles van Ufford: 

een overdruk van de Koloniale Kroniek in het Maart- 
nommer van De Economist. 
Van Guido Cora : 

Cosfifios, deel II, afi. 6. 
Van professor Angelo de Gubernatis: 

La Hivista Ëuropea, all. April 1875. 



lO^vr» HKüTüPKMViKr.Anr.Rt^t». xi 

I)r vergidering gamt over tot het kiezen van een Vciomtirr. 

IV Secretaris deelt mede dat de heer Sloet van de liecle, 
Obder- Voorzitter, hem bericht heeft dat hij uit hoofde van den 
verren aivtand van zijne woonplaatsi van de residentie, niet in 
flMMl ZOU zijn , bij eveutueele benoeming , de betrekking van 
VfMirzitter te aanvaarden. 

I>e ait^lai; der stemming is dat de heer Cieverc Dcynoot met 
orrrgroote meerderheid tot Voorzitter wordt gekozen. Den heer 
Cievers, ids afvezig zijnde, zal van deze benoeming kennis 
vorden gegeven. 

l)e tijdelijke Voorzitter doet mededeeling van de volgende 
aistfives : 

Is. van den heer Jolly te Uatavia, vaarhij deze de afzending 
brricht , namens den heer do Clercq te Auibon , van een kistje 
Ipntrrnte. l>e ontvangst daarvan uil wonlen afgewacht 

2*. van het bestuur van het Congres international des scicnres 
gi^ugra|tUi<iurs te Parijs, waarbij wordt overgezonden Note pour 
1b» Cooimissaires étrangers dëlt'tgués ili rexpositiun. 

De Secretaris zegt dat uitvoering gegeven is aan het vnieger 
graomen besluit om de werken van het Instituut naar de Parij* 
wtTkt expositie te zenden. 

Verdrr herinnert bij dat de heer Bleeker zich bereid ver- 
klaard hreft om het Instituut up hf*t sanstnaiidf* grographi«oh 
congres te vert<^nw<iordigen. Op voorstel van den Secretaris 
wordt besloten den hf*«*r lileeker als afgevaardigde van het 
laMituut te benoemen en van die benoeiniiit; kennis te (reven 
het niiigres- bestuur. I)e mededeeling daürvau zal echter Bog 

i;ir^n tiid worden uitf^esteld omdat misschien ouk een of nw-er 
étr br^tuurulrden zich bij den heer DIeeker zal aansluiten. 

N:«*;ü iiirer iiieriia aan de orde zijnde, wordt de vergadering 
gr«iotrn 



165ste BESTUURSVERGADERING, 

29 MEI 1875. 



Tegenwoordig de heeren Gevers Deynoot (Voorzitter), 
Sloet van de Beele (Onder- Voorzitter), Wijnmalen 
(Secretaris), Juynboli, Kern, van der Lith, Mackay 
en Quarles van Ufford. Afwezig, zonder kennisgeving, de 
hh. Obreen, Schlegel, Robidé van der Aa en van der 
Gon Netscher. 

De heer Gevers Deynoot, in de vorige vergadering tot Voor- 
zitter van het Instituut benoemd, opent de vergadering en 
betuigt zijn dank voor het bewijs van vertrouwen dat hij van 
zijne medeleden heeft mogen ontvangen , door hem opnieuw met 
het voorzitterschap te belasten. Vertrouwende op de welwillende 
medewerking van zijne medeleden in het Bestuur heeft hij zich 
bereid verklaard de hem opgedragen functiên te aanvaarden. 

De notulen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd. 

De Voorzitter bericht de ontvangst van 
I. de volgende boekwerken : 
Van het Departement van Koloniën: 

Bleeker, Atlas ichthyologique , afl. 27. 
Van de Kon. Acad. van Wetenschappen te Amsterdam: 

Verslagen en mededeelingen, afd. Natuurk. 2^ reeks. dl. 9 st. 1. 
Van het Kon. Instituut van ingenieurs : 

Tijdschrift , 1874—1875. 3e afl. Ie en 2e ged. 
Van de Ned. Maatsch. ter bevordering van nijverheid: 

Tijdschrift , deel XVI. 2e stuk. 

Punten van beschrijving voor de 98e alg. verg. 
Van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten eu Wetenschappen : 

Tijdschrift, deel XXI afl. 8 en 4, deel XXll aü. 1— a. 

Notulen, deel XII no. 1—8. 



l65«Tt BBmiUUTIROADtEIirO. XIII 

'aa hH Aardrijkukiuidig Genootichap: 

Handleiding tot wetenachappelijke waaniemingen , stak IX. 
M de Aniatic Society of Bengil: 

Journal. 1874 part I u». S, part. II no. S. 
Prooeedings. 1874 no. 9. 
'aa de Society de géugraphie: 

Bolletin. Januari 1K76. 
'aa de Akademie der Wiaaenachaften te Weenen: 

Sitzungsberichte der phil. hist. clasae deel 77 afl. 1 — 4 

deel 7k aü. 1 en register op deel 1 — 70. 
Silxungiberichte der math. naturwiaa. claaae 1875 no. 7 — lO. 
m de Akademie der Wissenschaften te Berlijn: 

Ifonatsberichte Dec. 1874 en Jan en Febr. 1875. 
Begister over 1859—1873. 
^wm bd (ieiellschmft der Wissenschaften und der (leuig-Augusts- 
'aiversiUt : 

Narhrichten 1874: 
hm bet (iesellschaft für Erdknnde te Berlijn : 
ZfritMJinft 9« dl. 6« afl. 10« dl. Ie atl. 
Vcrbandlungen 1H74 n«. H— 10, 1875 n*. 1—2. 
Corraspondenzblatt der Afrikanischen Gesellschaft 1871 
n*. 9—11. 
laa it Academie run Wetenschappen te lassabon : 

Memorias da Academia 1* klasse deel 4 all. 1 en 2. 

» ' " 2* * ^ 4 afl. 1. 

Iltsloria dos establecimentoe scientihcos litterarios e artij«- 

tieus de Portugal drel 1 — 4. 
Joorual de sciencias mathematicss physicas e naturaes deel i. 
Etudes bistonco-gi^jgrapbiqufs. Seconde «-tuiie i»ur les 
colonies ou monumeuts comm<^moratif« des dec<Mi vertes 
portugaiites. 
I^rodas da Indica deel 1 — 5. 
%m de Reale Instituto liumbardo di scienie r Ic-ltrrr: 

Eeodioonti deel V afl. 18—20, de<;l VI sfl. 1—20, 
dcrl VII utU 1—16. 

f ét Societa geofcratira Italiana: 
BolWlino deel XI 1 njX. 1-2. 
de Unifersitrit van Nuiirwrgrn * 
JL Seie. Ou tlie nse of land in Scandinavts. 
J. Laeblein. Die Kgyplischen Denkmalrr in Su IVu*r»liurtf, 
llrlaingfom , l'iipaüa und Oopenliagen. 



XIV 165ste BESTÜURSVKttGADERINO. 

dr. G. Storm. Minder fra eii Islandsfoerd. 

Om norske Kongers Hulding og Kroning. 

J. Storm. De romauske sprog og folk. 

S. A. Sexe. Jaettegrijder 

en eene medaille. 
Van T. H. Lewin : 

Progressive colloquia! exeicises in the Lushai dialect. 
Van den heer Qaarles van Ufford: 

Kol. Kroniek. Boro-Boedoer op Java. 
Van de Utrechtsche Zendingsvereeniging : 

H. van Dijken. Eenige psalmen en gezangen in de Odle- 
lareesche taal. 
Van den Guido Cora: 

Cosmos deel II afl. 7 — 9. 
Van professor de Gubernatis: 

La Bivista Europea afl. April en Mei 1875. 
Van den heer de Glercq te Am bon: 

(joUectie steenen. 

II. de volgende missives : 

a. van Commissarissen te Batavia, van 26 Februari 1875, 
waarbij wordt overgezonden eene rekening en verantwoording 
over 1874 en een wissel groot / 433,64. Deze stukken zijniu 
handen gesteld van den penningmeester, die op de rekening 
eenige aanmerkingen heeft gemaakt, welke aan Commissarissei: 
zullen worden medegedeeld. 

Verder wordt besloten overeenkomstig het voorstel van Com' 
missarissen eenige in den brief genoemde oninbare posten al 
te schrijven. 

b. van den heer de Clercq te Ambon, dd. 21 Dec. 1874, 
van den volgenden inhoud : 

^Ik heb de eer ÜEdG. mede te deelen, dat per een dei 
sloomschepen Nederland of Java aan Uw adres wordt verzonden 
een kistje, inhoudende: 

10. een stuk eetbare aarde van Noesalaoet, gemerkt A. 
2o. 14 dondersteenen , twee afkomstig van Ambon , gemerkl 
D. A. 1 en 2, 
elf afkomstig van Timor, gemerkt D. T. en 
één afkomstig van Meuado, gemerkt D. M. 
Het betrekkelijk cognossement zal U vau uit Hataviu geworden. 



lrtr>ï»Tr KC.HTirrKKVKRr.ADKRINi;. \v 

lirt rerstr z^uii ik om rf<l(*ii het inij voorkomt, uil hot n|>- 
BtNiiruc in DH S (|(*r Bijd ruiden » 2« cii ^i* ütuk, dat dcrA^ 
■fde in llolUtid minder bekt*nd is ^ ufschoon ik viMir de che- 
hr «imenütellinfr ovrrigenp vrrwij? naiir lift Nat. Ti|d8<*hrifl 

X. I. 1)1. XIII, biz. 88 en 1)1. XXXIV, biz. 1K3. 

Id hel \* stuk van hetzelfde deel vaagt de heer I«eu|»e 

iiirr gissingen omtrent dé vermoedelijke afleiding van den 
van het eilandje , dat op de kaarten ala Kosingain bekend 
tial In- hoeverre ZK. daanimtrent juiat oordeelt ^ durf ik niet 
B»li05k«n. Alleen kan ik ter aanvulling van het daar aangetee- 
iuér mededeelen , dat de bcvonera der Kei-eilanden , die zjch 
I vroegere bewoners der Banda-eilanden noemen, l>edneld 
Qandje Maroengg(^:«i hceten, en het rif of Koaingain lama 
g hen ala W ai gin dor bekend staat. Ook wordt door de 
ÜBDilfche en Maleiach sjtn'kende bevolking op Banda Kosingain 
Irrd* aU Kos^nggein uitgesproken. 

i>intn-nt de dondersttcenen zij hier venneld : Te Ambon 
(idji ifoentoer geheeten , worden zij aldaar onderscheiden in 
lidj: goentoer laki-laki en bidji go en toer param- 
tor w a o , de eerste lang en smal, de tweede kort en dik zijnde ; 
mm befde soorten gaat hierbij een exemplaar. 

S^- I is gevallen te Waihenie (eiland AmlM>n) op een kalapa- 
booiy waardoor er ern .Muk i:« afgespmngcn : deze is gebruikt 
■I fP»ttd te t4)et5^*ri. 

N* t is eeu bitiji goentoer param poe wan, afkoni.«tig 
na 8aparoea. 

Vrrl waartle wnnit er niet aan gehecht. 

Te Tiuior mienit men ze batoe goentoer en komen zij 
i TcNir np hel eilaiitl Samao. 

Z^et men dat de blikr^m ergens in den gmnd dringt, dan 
men daar graven Zij wonlen aU amuletten of tali»maus 
dfii h(Mifddi>ek (fedragen , dan wel aan s^abeU vastgenrrht , 
■ de kintierr zelfs op geweren gelailen. wat tegi'iiover dni 
maitd ern zeker üchot ten gevolge moet hebl)eii. < )t)k wordni 
m in den niok van den haard ge!tangi*n , om lie woning trg«*ii 
Mdreligr in\ltietien te UrviMligim. 

D|i Samao vindt men riMMle, «itte en zwarte ««ti-rnen , d<* 
bvipe wa» tiorspnnikelijk wil . de met inft'r a^vr /ijn Inj itvi 
%an den bliki^em in Uiomen op de takken ifrvontlrn . de 
iijD, waar men in den IsKlein eene o|i«-niii;; aj;; , op r«'ii 
diepte uitgegraven. 



XVI 165j«te bestuursvergadering. 

Te Menado worden zij in het Maleisch als gigi goentoer 
aangeduid. In de Minahasa heeft men twee soorten: de watoe 
walèntoekan en de watoe in kilapoug of watoe in 
tjilap. De eerste vallen of ontstaan bij windhoozen en val- 
winden, die vooral op het meer van Tondano voorkomen eu 
meermalen de hutten in de rijsttuinen vernielen. Als middel 
hiertegen beplant men deze rondom met boenga raja 
mei rak (Hibiscus rosa sinensis), waardoor de kracht zou 
gebroken worden (!). 

Men verdeelt ze daar in levende en doode steeuen. De levende 
zouden, in de nabijheid van brandende wierook gelegd, l&iig- 
zamerhand van plaats veranderen, en ook bij verwarming zweeten, 
wat als eigenschap van magneetsteen wordt opgegeven. 

Het bezit brengt overigens niet veel geluk aan. De bezitters 
lijden zelfs veel verlies van hunne padie, zoowel op het veld, 
als bij het trappen en naar huis brengen. Vroeger werden ze 
van grooter waarde geacht, omdat ze in den oorlog onkwets- 
baar maakten. 

Het eenige exemplaar dat ik machtig kon worden, heeft den 
beitelvorm, wat tot allerlei gissingen aanleiding zou kunnen 
geven , waaraan ik me echter niet zal wagen, v 

De vergadering besluit , omdat het Instituut geene goede ge- 
legenheid tot plaatsing der toegezonden voorwerpen bezit, deze 
den heer dr. Leemans aan te bieden, wat de steenen betreft 
ter plaatsing in het museum van oudheden, en wat de eetbare 
aarde aangaat ter opneming in het ethnografisch museum. Het 
Bestuur meent daarmede ook geheel te handelen overeenkomstg 
de bedoeling van den heer de Clercq, die met de toezending 
ongetwijfeld beoogde nuttig te zijn voor de wetenschap, hetgeen 
oneindig meer en beter het geval zal zijn bij eene plaatsing der 
voorwerpen in de genoemde musea. 

c. van den heer de Clercq, te Ambon, dd. 20 Januari 1875, 
toezendende afschrift van het eerste gedeelte van een Javaansch 
handschrift y dat een geregeld verhaal bevat van het ontstaan 
van het eerste menschenpaar tot den bekenden tijd. Mocht het 
Bestuur dit handschrift ter publiceering geschikt achten , dan zou 
de heer de Clercq ook het andere gedeelte overzenden. 

Dit handschrift wordt in handen gesteld van den heer 
Kern, met verzoek het Bestuur van advies te dienen. 



105«TF. BKSTPUllHVCEOAntRÜta. XVII 

d. Van den hrtr Wiwliut aan het Iteatnur toitinicirndf trn 
nptrl offff de itichting van Mataram. 

INi atuk ia bereida in handen gesteld van den heer 
MeinamAf die daaromtrent zal adviaeeren. 

e. Van den heer dr. C. lioemanif te Iieiden« waarbij het Instituut 
vordt oitgenoodigd deel te nemen aan het Oongrea international 
tin Am^ricaniêtea , dat van 19 — 22 Juli 1875 te Nancv aal 
worden grhonden. 

Aanneming voor kenniageving. 

l)e Secretaria doet meedeeling van eene met den heer (kihen 
Stoart gevoerde correspondentie over de plaatsing in de Bijdragen 
vjui ren opstel, getiteld: Heilige voetsporen op Java, met fac- 
similrs. Het Kestuur kcart het verrichte in de?^ gord en he- 
|aai<l«*lijk het besluit van Voorzitter en Secretaris ter plaatsing 
van het opstel en facsimilfa in de Hijdrogen. 

Aan de leden van het liestuur zijn toc^ronden eenige nommers 
van het tijdschrift 'rl/Kxplorateur» met de daarbij gevo^e uit- 
Dondiging der redactie ter ruiling van werken met het Instituut. 
Daar de meerderheid der leden voor toodanige ruiling gestemd 
u» wordt daartoe besloten. 

Tot nieuwe leden werden voorgesteld en aangenomen, de heeren : 
K. W. H. Iiigtvoet, amtroleur op Java. 
F. Fokkens Jr. , adspirant-contmleur, Madioen. 
A. Sol« hoofdcommies ter algemeene secretarie, liatavia. 
Jhr. J. T. W. van der Willige von Schmidt auf .\ltrnMadt, 
CDntmlcur, Madioen. 

Jhr. \V. H. W. de KiM*k , cimtnilrur, Meaadn. 

Kaïieii in.1!» tocinenggiieiitr .irio poerU» ningrat, recent van I>rniak. 

Kaden ma^ {landji Atiinininul , hoofddjak^a van IVkalon^n. 

Dr hrrr Kern brengt, mede immens den heer Niemann, ver»lag 
wit ctmtrrnt het do(»r den heer van Fick . 7eiidelitig op Hali , t<ie 
l^evMiden Baiinee»chr grdirht liagom lliiembara. Dit ver!»la;t luidt 
[^ • Hij lie vraag of en in hoeverre *t lUilineesche grtlirht liaifiir^ 

llarmhari , in tekst en vertaling , in'vchikt is viMir rene uitgave, 
hfHt de Commissie van heoonlerliiig zich laten ieidrn doiir de 
baDftlgrdaehte dat de Kalineemrhe taal- en letterkunde m Kuropa 



XVfTl 165sra BKSTUTTRSVE&OADRRING. 

7iOo goed nis onbekend zijn en dus elke bijdrage tot de kennis 
daarvan waarde heeft. De leden der Commissie achten zich on*- 
bevoegd een grondig oordeel uit te spreken over de door den 
heer v. Ëck geleverde vertaling ; wel is waar meenen zij dat die 
vertaling meer nut^zou stichten, indien ze minder periphrastisch 
geweest ware , maar dat is een zaak van vorm en eene quaestie 
van doelmatigheid. Welke aanmerkingen er ook op de manier 
van bewerking zouden te maken zijn, mag men toch niet uit 
het oog verliezen dat er uit het werk van den heet v. Eek voor 
't Balineesch iets te leeren valt. De uitgave van tekst en ver- 
taling levert stof voor nader onderzoek; voor verbeteringen en 
toevde^len door andere beoefenaars van 't Balineesch, en zal, 
naar men gelijkerwijze verwachten mag, strekken tot bevorde- 
ring der studie. Uit hoofde van voorgaande overwegingen stelt 
de Commissie voor het stak, zooals het daar ligt, in de Bij- 
dragen te pljaatseu. ff 

Overeenkomstig dit vootstel wordt besloten tot opneming van 
het gedicht in de Bijdragen, naarmate de voorraad stukken 
daa/toe gelegenheid zal geven. 

De heer Kern vraagt inlichtingen omtrent de vertraging die 
de uitgave van het werk van den heer von Rnsenbei^ ondervindt. 
In October van het vorige jaar werd de uitgave als aanstaande 
vermeld , maar tot heden is nog niets verschenen. 

De Secretaris antwoordt dat reeds sedert lang bet weric zelf, 
14 vel druks bedragende, afgedrukt is. Het vervaardigen der 
platen heeft eenigen tegenspoed ondervonden, maar nu tooh is 
de voltooiing daarvan spoedig te wachten. Omstreeks 't laatst 
der maand Juni zullen zij wopden afgeleverd. Nu ontbreken 
alleen nog de bijlagen, waaro]) door hem, Secretaris, al sedert 
lang werd gewacht. De heer Robid^ van der Aa, die de be- 
werking daarvan heeft toegezegd, heeft de copij daarvoor nog 
niet aan de drukkerij afgeleverd. 

Daar het Bestuur eene spoedige verschijning wenschelijk acht, 
zal de heer van der Aa worden uitgenoodigd de copij van den 
heer v. Rosenberg onveranderd ter drukkerij af te leveren , indien 
eene bewerking daarvan nog langer tijd dan tot den 6n Juni 
mocht vorderen. Het uitzicht bestaat, dat het werk met de 
bijlagen dan gelijk met de platen gereed zal kunnen zijn. 

De heer Kern biedt het Bestuur ter uitgave aan een Kawi- 



fnlirht, dit in 1H49 door dr. Frirdrich alu fftCüimilr m met 
tran*criptir 19 oitgfgrvpti. l>r hffr Krni heeft dit gedieht op 
nieuw beverkt met tranncriptie en Tertaliiig. liet ftuk , geiichat 
op 10 Tellen druk», tim voor eene afKonderlijke uitKtve bestemd 
«mKen worden. 

Het KentuQr Terklairt lirb tot de uitfruve bereid, indien de 
ilmkkosten geen beietjiel opleveren. Aan den Serretari» wonit 
opftpdniren daaromtrent eene opgave te verzoeken van den drukker 
TBD het Inilituut. 

lle heer M aekar herinnert dat door de Keffeering een onder- 
anek ia in|reiteld ontrent den rochtstoealand van don itrondop 
Javm. Ue rfvultalm van dal ondenoek in Hantam en Kadoe, 
rvrnab eenifie oiodcdeeliii|ten omtrent 8umatra*a Wealkuat xijn 
•pnfaaar ireoMakt. l)e Hegeeriug achijnt tot eene verdere mede- 
df^ting , althan» in dergelijken uitvoerigeu vorm , niet g«»nd. Men 
«il thana volMaau « te oordeelen vooral naar de berichten in het 
iunirrte koloniaal vervUg» met een reeum^. Het ia moeielijk 
vooraf te beoordeektt of dit reHiintf al die inlichtinf(en aal ver> 
arhaflen, die uit eene volliHlige o|«nbaarmaking der enquête 
Wimém te p«t(en tijn , oiaar toeb aebA de heer Mackaj het 
wnathelijk dat hK lie^tuur in bot belang dor wetenachnp dan 
Minieer verxoeke er bij de Indiwhe Regeering op aan te dn ngf*n 
dat de antwoorden on inlichtingen door de inlanders omtrent 
den rpehtatoevtnnd van den grond gngvven« volledig wonlen 
■M-drtrdeeld. In dien xin mI een achrijveji aan den Mininter 
gericht 

I)e vergadering wurdt liienia irndoten* 



166STE BESTUURSVERGADERING. 

10 JULI 1875. 



Tegenwoordig de heeren Sloet van de Beele (Onder- 
voorzitter) , Wijnmalen (Secretaris) , van der Qon Net- 
scher (Penningmeester), Robidé van der Aa, Kern, 
van der Lith en Obreen. De heeren Gevers Deynoot 
en Schlege! met en de heeren Mackay en Juynboii 
zonder kennisgeving afwezig. 

Bi] afwezigheid van den heer Gevers Deynoot bekleedt de 
heer Sloet van de Beele het voorzitterschap. 

De notulen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd. 

De Voorzitter bericht de ontvangst van: 
lo. de volgende boekwerken: 
Van het Departement van Koloniën: 

Dr. B. F. Matthesi Boegineesch-Hollandsch Woordenboek 

met ethnographischen atlas. 
Topographische kaart der residentiën Tagal en Japara. 
Almanak en naamregister 1875. 
Van het Kon. Instituut van Ingenieurs: 

Tijdschrift 1874/75, 4e afl., Ie en 2e ged. 
Van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van nijverheid: 

Tijdschrift 1875, 3e reeks, deel XVI, 3e stuk. 
Van de Kon. bibliotheek : 

Verslag van de aanwinsten gedurende 1874. 
Van de Société de gëographie: 

Bulletin. April 1875. 
Van de Akademie van wetenschappen te Weenen : 

Sitzungberichte der math. )iaturwissensch. Classe. Jaarg. 
1875, no. 11—16. 



166BT1: BE8TITi:BMVIEOADKBlNn. XXI 

¥ati d^ Akademie van veiennchappen te Berlijn - 

MonaUbericht. Maart 1875. 
Vfto de Deutachen Morgenl. Geaellach. : 

Zeitachrift. 29« dl., 1« stnk. 
Vtti de 8ociedad de geografia y ettadiatica de la republica mexicana: 

Boletin. deel II, n«. 1—2. 
Vaa pmt A. de Gobemati»: 

\m riviata Eoropea, aflL Joni en Juli 1875. 
Vu den beer A. M. Sédillot: 

Sar lea empmnta qae noua avona faita ik la aeience arabe 
et en partienlier de la d^tennination de la ttoiaième 
in^galité lunaire oo variation par Aboul-Wéfa de Bag d ad. 
Van prof. Jnynboll: 

Nog ieta over de phoenicische inicriptie van Noord- Amerika, 

S*. de volgende miMiret: 

a. Van den beer dr. C. Iieemans te loeiden , berichtende de 
«Mtvnngft der door het Inatitaut toegesonden eetbare aanie van 
Noean-lAot en donderateenen van Ambon, Timor en Menado. 
Aanneming voor kennisgeving. 

é. Van den heer M. M. Coavée berichtende de aanataande 
«cnefaijning van een werk dea heeren llilbird over de suiker* 
Uaattng en venoekeude« ingeval het Inatitout^beiinar voor- 
BHMDa mocht xijn van dit werk een ruim getal exempUren 
lan Ie koopen ten einde die aan de leden rood te dceleot dH 
Ie voren te mogen vernemen omdat alechta eene beperkte oplage 
te prrae wordt gelegd. 

Door den SecrHaria ia den heer Conv& bereide medege- 
deeld dat de speciale aard van het werk , die buiten 
den kring der werkiaamheden van het Inatituut valt, 
het niet geachikt maakt om daarvan een exemplaar aan 
de leden van het Inatitont rond te lenden. 



c Van het Congres international dea sciencea grfographiques 
Ie Panjt, dd. 15 Juni, waarbij het Congresbestuur zijne inge- 
heid betuigt met hf*t bericht dat hei Instituut door den 
dr. P. RIerkf r up het (.^ongrea zal worden vertegenwoordigd. 



d. Van hetzelfde Congrps, dd. 7 Juli, waarbij eeoigr adau« 



iiitiiratieve beriié&iugOD Van het GongresfaeBtuvr worden mede- 
gedeeld. 

AannemiDg voor. keuti^geving. 

é, Ynh Gommmaii^ii te B«ltavia, dd. 2 Juni 1876, waarbij 
het cognossement wordt overgéeendeu van twee per Conrad 
verzonden kisten, bevattende overcxnnplieefe exemplaren dei* 
Bijdragen. Yefd^ verzoeken Kij vck>rtaan, bekalve de voor de 
leden bestemde exemplaren der Bijdragen, nog zes exemplaren 
tfe mc^to ontvangeii^ ter nitreiking aan nieuwe leden of ter 
vervanging van verloren of beschadigde exemplaren. Tevens 
Wo^t veirzocht de veipakking te doen plaats hebben met stevig 
papier. Eindelijk deelen zij mede dat de heer mi^. L. W. G. 
KeUch^üs zijn verlangen heeft te kennen gegeven om lid te 
blijven van het Instituut en dat de heer F. D. D. Philips 
overleden is. 

Aan het verft)ek tot het aftenden van zes exemplaren zal 
worden voldaan , terwijl van dè verandering in de leden- 
lijst aanteékening ssèl worden gehouden* 

De heer Bobidé van der Aa zegt dat het werk van den heer 
Vbn ItoWTiberg bijna gehed gei^ed is; de bijlagen zijte alge- 
werkt en ook de coptj der voorrede zal binnen weinige di^n 
naar de drukkerij worden gezonden. Mét het schrijven dier 
voorrede is gewacht op het gereed komen der platmi omdat ^ 
Ueven die platen no^ iang uit, htot noodig zou kunnen zijn 
de voorrede om te werken, daar daarin een overzicht wordt 
gegeven van de verschillende expeditiën die naar Nieuw-Gninea 
zijn ondernomen. Nu de platen, zooals de heer van der Aa 
heeft vernomen^ gereed zijn, sal hij zich onmiddell^k onledig 
houden met de laatste hand ten de voorrede te leggen , zoodat 
het Bestuur verzekerd kan zrjn dat uiterlijk op het einde der 
volgende week de copij ter drukkerij bezorgd zal worden. Die 
voorrede zal vooraf aan den heer von Bosenberg ter inzage 
worden gegeven; deze zal er dan waarsohijnlijk in toestemmen 
om de door hem geschreven voorrede te doen vervallen. 

De Secretaris doet mededeeling van de ontvangen prijs- 
o})gave voor het uitgeven van het door den heer Kern ter 
publicatie aangeboden Kawigedicht. De opgave van den heer 
Amts is, voornamelijk omdat deze alleen de groote Javaaiische 



kneftjpe beiit, beknfmjk koof^er dan die van de firma Brill, die 
•ak ëe kkine Jawaneche type bexit. l)eae firma it echter bereid kei 
ap rtc l voor hare rekening uit te geven, mits hei Institaut 
iaorvoor een aobaidie ioekenne. Uil eutMidie zon, xoo 't verk 
op Mn vel fverd geraamd, bedragen/ ISO. — , waarvoor bet 
jjwtïtant «00 ontvangen 25 prownt ei. 

De heer Kern erkent dat het tot heden geene gewoonte ia 
éÊA bet loiftituia andere ondemeaiingen ondanteunt. Evenwal 
aft. 1 , litt. A, van het reglement i^eeft er vrijheid toe en on* 
g ulay feld veidient het voor aeer apeoiale werken dfi voorkeur, 
omdat bij uitgave dunr het Instituut bet Ikituur aan elk der 
Irdeo een ei. moei zanden, terwijl alocbU voor leer enkele 
leden die speciale werken nut en behing hebben. Hij bevoelt 
do» aan het geven van een subsidie aan de firma voor hei 
■itgeven van het bewuste kawignlicht. 

Üe vergadering yeaH lich niet tegen het gedane voorstel 
CB besluit aan de firma een subsidie loe Ut kennen van ƒ 130. — , 
leirea afstand van 25 ei. aan het Instituut* tot liet uitgeven 
▼ao het door den beer Kern beweAle Kawigedicht. 

De SecrHaris zegt dat de heer Meinsma een schriftelijk advies 
heeft uitgebracht over het opstel van den heer Wiaelius over 
i0 siichtiog van Matacaan. Hoi oordeel van don heer Meinsma 
onvoideoid ^fonslig. De inleiding bevat eenige algemfene 
langrijke opmerkingen omtrrnt de afkomst van Javaan- 
«redMn» dach het stok aelf bevat niels ba|iaald nieuws; 
loCaatoe ia bet in het lloUaiidach, saaar niet zoo uitvoerig, 
^Id, hoewel KiitHes er toch zeer nabij komt. Ook de 
bevat beAaelfde verhaal niet aoo omalachtig ia de ileiaig- 
.f maar met meer bijzonderbedan , die tot jocht verstand 
niet geheel oninivbaar zijn. De heer Meinsma laat nu 
ée ooodosie aan het bostoar ovcc 

Alvoivns daaromtrent eene besliaaing te nomen wordt beslaten 
het ofMiel in handen te steileo van den bear van dnr Uth. 

De Serretaris zegt dat de baar Tobias hrt liutituot ter 
%e lioalt aangeboden een upslrl van den rendeling Ottuv 
Xieuw-ttuiurs. 

Dit siuk wordt in iuuiden g»Seld vati den liaGr Robtdc 
van dor Aa. 



r 

i 



XXIV 1668TE BKSTUUHS VERGADERING. 

De heer Bobidé van der Aa zegt dat hij in het archief van 
het departement van Koloniën gevonden heeft twee onuitgegeven 
verslagen van de laatste reistochten naar.Nieaw-Guinea. Eene 
oppervlakkige inzage heeft hem overtuigd van de belangrijkheid 
van althans een der stukken. Hij stelt zich voor dit nader te 
onderzoeken en daaromtrent later te rapporteeren. Bij gunstig 
rapport zal dan aan den Minister kunnen worden verzocht 
daarvan een afschrift te doen vervaardigen en verlof te geven 
tot de uitgave. 

De vei^dering ziet het nader verslag met belang- 
stelling te gemoet. 

De vergadering wordt hierna gesloten. 



167STE BESTUURSVERGADERING. 
25 September 1875. 



T^nwoordig de heeren Grevers Deynoot (Voorzitter), 
Sloet van de Beele , Wijnmalen , van der Gon Netscher, 
JuynboU, Kern, v. d. Lith, Quarles van Ufford en 
Schlegel. Afwezig met kennisgeving de heeren Robidé 
V. d. Aa, Mackay en Obreen. 

De notulen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd: 

De Voorzitter bericht de ontvangst van : 
I. de volgende boekwerken : 
Van het Departement van Koloniën: 

' R. F. Matthes , Boeginesche spraakkunst. 
Jaarboek van het mijnwezen 1874, 2e dl. 
de Jonge. Opkomst van het Nederlandsch gezag, &« deel. 
Van het Instituut van Ingenieurs: 

Tijdschrift 1874—1875, 5e afl. Ie en 2e ged. 
Register op de Werken, 1847^1869 2e ged. Personen- 
raster. 



1A7«TC BKSTUIIRMVBKGAllSKIXQ. XXV 

Ta» hei Aardrijktkuudig Geuoatschap te Amaterdam : 

Tijdichnft no 6. 
Ta» de Kojal Geographical Sodetjr: 

Prooeedingt yoI. XIX qo 3— -5. 

Journal XLIV. 
Ta» de Afialic Socieij of Bengal: 

Joamal Part 1 do IV 1874. 
^ II no IV 1»74. 
« I no I 1875. 

Proeeedingt 1874 no X, 1875 no 1— V. 
Taa de Soeiét^ de géographie te Parijs: 

BoUetin 1875 afl. Juni en Juli. 
Taa de Akadensie van Wetenschappen te Berlijn: 

Mooatabericht April 1875. 
Taa de Akadademie van Wetenschappen te Weenen: 

Sitxnngbericht der math* natanristensch. Cbsee 1875, 
DO XVII— XIX. 
Taa de Akademie van Wetenschappen te 8t. Petersburg: 

M^Boiies deel XXI no 6—12, XXU no 1—5. 

Bolleiin deel XIX no i— 5. XX no 1-.2. 
Taa de Sociedad de geografia j eatadistiea van Mexico: 

Boleiin deel II n» S— 4. 
Tm de Snithsonian Insiitution: 

Anaual leport 1873. 
▼aa het Department of the int of the U. 8. of Amerika: 

F. V. Ha/den. Report United SUtes geological 

sanrer of the territoi yoI. VI. 

P. V. liayden. Catalog of pnblications of the U. 8. 
geological sanrey of the it 

Ijsts of elevations prin i| ly in that portion of the United. 

States vest of the Misi ipi-river : 
▼as prolessor A. de Uubeni< i: 

la rivisU Europa èHL I en 8epi. 1875: 

Sloria de naggiaiori Ita i nelle Indie Ürientali. 
▼aa professor Martin Haug: 

Glossarj and index of the PahlaYi texts of the book of 
Arda Viral 
Tas Gvido Cora : 

CosBK» vol. III no l. 
I^aa dr A. B. (>)h«*n Htnart: 

LÜawi-oorkuffiden. Inirtdiiig co transcriptie aiet lacaiaukw 



XXVI MTSTK BKSTUIIRSVERGADERING. 

Van den heer Léonoe Richard: 

DictioDuaire de la langue commerciale de l'arehipel d^Asie. 

Ck)urs théorique et pratiqae de Ia lanque cotmnercmle de 
Tarchipel d'Asie. 
Van den heer de Croisier: 

L'art Khmer. Etude hisrtorique aur les docmnents de 
Tancien Cambodge. 
Van de Société Khédivale de g^ogniphie: 

Statuts et disconrs k Ia s^nce i'maaguration : 
Van de Utrechtsohe Zendingerrereemgiiig: 

N. Binnooy. Moses eerste boek, genaamd Genens, in de 
Papoesche taal (Nopefoorscii dtaleci). 
Van den heer BobiAé vaiL der Aa: 

Statistiek van het Gouvernemeat Celebes en Ondetlioorig-' 

heden (Handechr.) 
YaD pnrfeMor Juynboll: 

Een ex. van zijn geschrift: Zijn alle Atjkieeaen SjafietenP 
Van prof. v. d, liifh: 

Een €x. van zijn n^rk : Nederlandse Oost^^Itidië. 

II. de volgende missives: 

a. Van het bestuur van het museum d'kisitoiffe natvrelle te 
Parijs, toezeggende de toezending van «en ex. èer afleveringen 
van de Nouvelles annales. 

!De ontvangst dier iveiken zal wwden afwacht. 

b. Van het Aardrijkskundig Gkmootechap, 'waarin het Bestuur 
den wensch te kennen jgeeft dat iussehen bet Institant en het 
Genootschap geregelde ^ssding van trjdeehrift en uitgaven 
moge pkata hekibeA. 

De vergadering iFereenigt zich volgaarne met dien 
wensch en besluit dat ain genoemd Genootschap gere- 
geld een ex. der fiijdragen en Wierken zal wordeli toe- 
gezonden. 

c. V.an de Sectëté Kbediviale de géographie te Caïro^ ver- 
zoekende onderlinge ruiling tusschen dit* Genootschap en het 
Instituut. 

Hiertoe wordt besloten. 

d. Van dtB beer In. Bichard te Bordeaux waarbrj hij het 



im^^ «KsrririiBsiTKitoAnBtiye. xxvit 

liwttUmi aMbiedt f«n au Tftii sijii werk: DicUomiairff de la 
bttgoe CRNbaefeiale de rAichipel d'A«e. 
Plaatoiof in de bibUolheeL 



c Vaa dan heer FaTie te Pteijt^ waarin hi) mededeelüig 
wersoaki tan de redenao , die er toe geleid hebben om aijn naam 
Ir •ebrappen van de Igat der leden ala bnitankadach Nd. 

Aun den heer Pavre ia bereida bericht dal eenige jaren 
geleden hei foor hem bestemde paket terug ontTangen ia 
aMi de anedadeefag dat de heer Fawe wferleden waa. 
He brief Tan heer Favre heeft er toe geleid dat an 
tentond de naam van den iieer Farre weer onder de 
baitenlandache leden ia opgenomen en hem de joiigat 
tenehenai Werken en Bijdragen itjn toegetonden , met 
venmek om indien aan aijne ooifectie der laatitmitawerkea 
nog ieta otilbieken mocht « dit te willen opge?en om ook 
dat oatbrdLcade te knaneo aanToUen. 



/^ Van den beer May te Liverpool, waarin bij mededeelt 
dat hti door finndering ran betrekking heeft moeten abieu van 
ngn foomaniiü om een Engelaehe vertaling te beawg en van 
wan Biwwbiig^a eeiaverhaal naar Nienw-tiainea. 
Aanwaaing voor kenniigeving. 

f. Van bet Beatnnr der intematianale teatoonalelling van toin- 
in 1677 ie Amaterdam te houden. 
Aanneming voor kenniigeving. 



A. Van bet Obaervatoire rujral te Bniaael vemoekende een ex. 
uni g en ontvnnnen van Sehlegera Uranograpkie Ohinoiae. 
Aan dit varaoek ad worden voldaan. 



f. Van CommimriiiM van hel Inatilant te Batavia dd. 4 
JnU IS7i« tn geleidt van: 

m. lilt lilden dar awt de etoomaohepan Foonoanrif en Cmtrmd 
lm een kin vcraonden boekwerken. 

A l>e lekmng eif verantwoording ever bet verloopen halfjaar 
bij ge v o e gd en wiaiel. 

ileaa wintel met de rekening worden in banden geateM 
van den penniiigmeeiier. 



1^. 



XXVIII 167STK BBSTITIIKSVERGADERINO. 

Yerder wordt door Commissarissen tot lid voorgesteld de 
heer U. J. Prins , lid der firma van Dorp en G°. te Samarang , 
terwijl namens den heer Uilkens wordt verzocht terugzending 
der indertijd ter plaatsing aangeboden opstellen. 

De vergadering vereenigt zich met het voorstel tot benoe- 
ming van den heer Prins en besluit dat aan het ver- 
zoek van den heer Uilkens bij de eerstvolgende expeditie 
gevolg zal worden gegeven. 

i. Van den heer de Croizier, mededeelingen bevattende om- 
trent het museum Khmer te Compeigne. 
Aanneming voor kennisgeving, 

L Van den heer Kobidé van der Aa, die uithoofde van 
afwezigheid, schriftelijk eenige mededeelingen doet omtrent den 
uitslag zijner pogingen bij het Departement van Koloniën om 
voor het Instituut te verkrijgen de rapporten over de laatste 
Nederlandsche expedities naar Nieuw-Guinea in 1871 en 1872. 
De heer van der Aa schrijft: ^Toen ik de voorrede schreef 
van het werk des heeren von Rosenberg had ik nog geen 
inzage verkregen van het rapport der tweede expeditie onder 
Coorengel, daar dit toen niet te vinden was. Na velerlei be- 
moeiingen mijnerzijds is dit stuk op het departement terug 
gevonden en wordt, zooals voorloopig in de vorige bestuurs- 
vergadering werd goedgevonden, thans op kosten van het 
Instituut overgeschreven, evenals het geographische gedeelte 
van van der Crab's rapport der eerste expeditie. Het rapport 
van den botanicus Teysmann, dat wes^ns tal van personali- 
teiten, voor publicatie ongeschikt is, zal mij worden ter hand 
gesteld, om zijne botanische bevindingen aan het rapport van 
van der Crab toe te voegen^ , terwijl een klein gedeelte daarvan 
onder afzonderlijken titel Uitstapje in het binnenla$ui van Noord- 
Halmahera in onze Bijdragen kan geplaatst worden. Bij de aan- 
dacht die meer en meer op Nieuw-Quinea gevestigd wordt ^ 
vlei ik mij dat beide rapporten, waar noodig, door noten van 
mijne hand opgehelderd, in ons tijdschrift geene slechte figuur 
zullen maken, want de eerste expeditier bevoer de nagenoeg 
geheel onbekende Mac Cluers golf, terwijl de tweede over de 
slechts weinig beter bekende Rijklof van Qoensbaai veel wetens- 
waardigs mededeelt, f 

Aanneming voor kennisgeving. 



IGJSTfi ||K8TUrR8VKIUIADIBlX(f. XXIX 

Dr SecreUris xegt dat hij een «chrijven hrfft onivangfti van 
éu A. B. M^jer te Ureaden , waarin eenige opmerkingf u wonlrii 
pBttakt tegen een upstel van den heer Kern in de Bijdragen, 
Die opmerkingen luUen mei een naschrift van den heer Keni 
«1 de Bijdragen vorden afgedrukt 

De heer Kobidé tan der Aa heeft ook een achrinelijk advies 
mcht omtrent het in sijne handen gestelde gesehrift van 
iradeling Ottow over Nieuw-Ga inea. I)e leden en ge- 
tea der Maforeeien worden er uitvoeriger in beschreven 
ergens elders , weshave eene uitgave niet onbelangrijk ware. 
loo bet geschrift niet uitgegeven mocht «jn — hetgeen een 
%iand uudcraoek vordert — moet het geheel omgewerkt 
. waartoe de heer van der Aa bereid is. 




De beer Kern brengt rapport uit omtrent een ingeinnden 
van den heer Meinsma te Batavia, getiteld «Javaansehe 
0fsltficatie.4' Naar het oordeel van den heer Kern is dit opstel 
i«or een wetenschappelijk tijdschrift ab de Bijdragen niet ge- 
sdukt , foodat besloten wordt het niet te plaatsen. 

Ue heer van der liith vereenigt tieh met het ongunstig advies 
boeten Meinsma (lie de notulen der vorige vergadering) 
il een opstel van den heer Wiselios over de stichting van 
•iiodat besloten wordt het opstel niet te publioeeren. 

De heer Kern, wiens advies gevraagd is over het door den 

de Cleroq te Ambon ter opneming in de Bijdragen inge- 

abchrift van een gedeelte van een Javaansch handschrift, 

een verhaal bevat van het ontstaan van het eente menschen- 

tot den bekenden tijd , ontraadt de opneming in de Bijdragen. 

De vergadering besluit overrenkomstig dit advies. 

De heer Quarles van UHbrd biedt het Bestuur ter opneming 
de Bijdragen aan een opstel van den heer Pijnappel over dm 
den heer üoalt, KolfT uitgegeven maleischen atlas. 
Dit stuk wordt den Secretaris in handen gesteld. 

üiftiB meer Ie behandelen zijnde, wonit de vergadering geslciten. 



L 



168STE BESTUURSVERGADERING. 

6 ROiifDm» 1875. 



Tegenwoordig de heeren Geyera Deynoot (Voorzitter), 
Wijnmalen, Robidé van der Aa, Juynboll, Kern, 
Obree» en Qnariea t. Uffiwd. Met kennisgeving afwezig 
de heeren : Sloet van de Beele , v. d. Lith , Maekay 
en van der Oon Netscber. 

De notalen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd. 

De Voorzitter deelt mede dat de volgende* boekwerken z^n 
ingezonden : 
Tan de Maatschappij der Nederlandsche letterkunde: 

Levensberiehteo. 1875. 

Handelingen en mededeelingen. 1875. 
Van de Nederlandsohe naatsehapp^ tot bevordering van nijverheid : 

Handelingen der 98^ alg. verg. 
Van de Société de géographie te Parijs: 

Bulletin. Sept. en Oct. 1875. 
Van het congres international des acienoes géographiques è Puit : 

Catalogue de TexpoMtion des Pays^Bas. 
Van de redactie van L'Explorateur : 

n*. 38 — 40 van dit tijdschrift. 
Van de Akademie van Wetenochappen te Berlijn : 

Monatsbericht 1875 Mei en Juni. 
Van de Gesellichaft fiir Erdkunde te Berlijn : 

Zeitschnft no. 56. 

GorrespondenzUatt der Afrikanisehen Oesellschaft n^. 12 — IS: 

Veriiandlungen. Band II, no. 4 en 5. 
Van het Vereiu für Erdkunde te Dresden : 

XI en XII« Jahreebericht. 
Van de Deutsche morgenlandischen Gesellschaft : 

Zeitschrifl, 29e di., He att. 



IHK^TR BKMTUURHVCKOADP.tl>(n. XXXI 

Va» dr Hncinlad df geograU» y ejitadiiiiea de U i«|nihlk« 
Bcxicanm: 

lioleliiif Tomo Il« no. 5 en 6. 
T«B pruf de Uubf riMitiii : 

\a rivuU £ttcu|iem, ()cL qd Nov. 1875, 

I>f SrcreUrip doet eeuige mededeelingen omtrent zijne on- 
éerhjuideliiigen met den beer de Sturler over den aankoop van 
cm gedeelte van siju opstel over Pa'embang. Daar die onder- 
hMNirluigen nog niet geëindigd sijn en het Bestuur bepaaldelijk 
pnjf weuscht te kennen waarvoor de heer de Sturler et-n 
4te van »jn opalel aan het Ustiiul wam. willen afstaan* 
«offdt bcvloten de besliwing tot na de ontvangat van nadere 
ialkhtingen aan te houden. 

Dr Viioratter bericht de ontvangst van: 

!• een brief van Commiaaarissen te Batavia» dd. 25 

lus , waarin eenige inlichtingen worden verstrekt op eenige 

den penningmeester gedane vragen omtrent de iiigr«oiideii 

itvunrding over 1874. Verder worden eeuige mutatien in 

ét Irdruiijst opgegeven en tot lid van het Inatitoui voorgsateld 

ét beer (i. A. Wilken, controleur in de Minahasaa. 

Van de gegt'ven inlichtingen xal den penningmeester mede- 
deeling worden gedaan , terwyl overeenkomstig bet voor- 
stel van Oomniis^arissen « de heer Wilken tot lid van 
het Instituut wordt benoenMl. 

2*. Circulaire van het Aardrijkskundig Uenootschap, waarin 

geUelijke ondersteuning veraocht wordt voor de voorgenomen 

atpeditie naar de Boven- Djambi en de Korintji -vallei op Sumatm. 

De vergadering toont xich seer geneigd eene gelilelijke bijdrage 

woor het aangeweien doel te verleenen^en nneent ook dat iiet 

eel met het doel van bet Instituut strookt urn in toestem - 

den tin op de gedane aanvrage te antwoorden. De bijdrage 

bet Instituut te leveren wordt bepaald op f300.—. 

De heer Kern aegt dat de heer Vreedr «en Madiurf^ieh wrrk 

samengesteld, dat deze gaarne door het Instituut mu 

Bttgcgei Hel wrrk « dat ook voor het ouderwij* bfuteuMl 

t begroot up ongeveer 10 vellen druk*. IV* 
! wenat:helijk ook renigviins mei den inhoud 

X 



XXXir 16SSTE BESTUITRSVRIIOADKIUNO. 

van het werk bekend te worden gemaakt, ten einde t>p gr(m> 
van dien inhoud de ondersteuning van het Gouvernement t 
kunnen vragen , bestaande in de bestelling van een zeker aanta 
exemplaren. De heer Kern zal dus den heer Yreede uitnoodigei« 
in een schrijven aan het Instituut doel, strekking en inhoai.' 
van het werk nader bekend te maken. 

Niets verder te behandelen zijnde wordt de vergadering gesloten 



169STK BESTUURSVERGADERING. 
8 Januari 1876. 



Tegenwoordig de heeren Gevers Deynoot (Voorzitter), 
Wijnmalen (Secretaris), van der Gon Netscher (Penning- 
meester) y Robidé van der Aa , Kern, v. d. Lith, Obraen« 
Met kennisgeving afwezig de heer Juynboll. 

De notulen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd. 

De Voorzitter bericht de ontvangst van: 
T. de volgende boekwerken: 
Van het Departement van Koloniën : 

Jaarboek van het mijnwezen in O. T. 4e jaarg. lp deel. 
Register op het werk van de Jonge : De opkomst van hel 

Ned. gezag in O. I. 
Algemeene verordeningen tot regeling van het regtswezen in 

het GouvernenjentSumatra's Westkust, Maleische, Mand- 

helingsche en Ankolasche vertalingen. 
Wetboek van Strafregt en algemeen policiereglement. Ma- 

leische, Mandhcling en Ankolasche vertalingen. 
Formulierboek ten gebruike bij de toepassing van het regle- 
ment tot regeling van het rcgtswezen in Sumatra's Westkust 
F. W. Winter. Javaansche gedichten op zang. 
Kaden Ajoe Tjasminingrat ïjarita Erman (Hendrik van 

Eichenfels) uit het Nederlandsch in het Soeudaasch 

overgebracht. 
Bockoe Bcrgambur. 



lOO^rr BK9TiTiiRiivp.moAnKtfN'o. xxxfii 

Van de Wall, Ilikajat Robinton Cnisoe, 
Tan ée Kon. Akademie yan wetennchappen te Amfterdam : 

VerhaDdelingen, deel XV. Afd. Lelterkaiidf deel VUL 

Jaarboeken, lH7i. 

Veralagen, afd. letterknude, 5^ dl. !« ttnk. 
# Natmrkunde, IH dL 2« ftnk. 
Van de Veieeniging voor sUüatifk: 

fMaalkondig en itaaihnithoodkondig jaarboekje voor 1875. 
Van bet Inatitaot toor ingenieurt : 

Tijdicbrift. 1875—76. It afl. 
Van de Ned« maatachappij ter bevordering Tan nijferheid: 

TijdMdirift, deel XVI 4t en 5e atnk. 
Va» bel Aardrijkaknndig Genootacbap: 

Tijdacbrift, no 7. 
Vaa bel BataYiaaaeb Genootacbap: 

Verbandelingen 9 deel 37 en S8. 

Tijdaebrift, deel 21, no 6— «, deel 2S, no 4—6, deel 23, n» 1. 

Notalen, deel 12, ne i, deel IS, no 1—2. 
Van de Royal Aaiatic Soeietj: 

Joomal, Tol. VU pari. il. 
Ta» de Aaialic Sodety of Bengal: 

Journal, 1H75, part. 1 no 2 part II no 1 and eitra nnmber. 

Proeeedinga, 1875 no 6—8. 
Van de Qeaellacbaft för Erdknnde: 

ZeÜKbrift, no 57, 58. 
Van de Akademie der Witaenaebaften te Berlijn: 

MooaUberidit» JnU-Ang. 1875. 
Van de Akademie der Wiaaenacbaften te Weenen: 

8itnngberiebte der matbem. nalorwiaaenacb. elaaae 1875 
ne 20—25. 
Van dea beer Gnido Cora: 

CoOTwa. 1H75 2— S. 
Vaa dr. A. B. klejer: 

Uberaieht der voa aiir auf Nen-Goinea nnd den Inadn Jobi, 
Meyaoie nnd Mafeor im 187S geaanuneiten Amphibien. 

Uber neae und ongenügend bekannie Vogel van Neu-tSuinea 
and den Inaeln der GeriYinkabaai. 

Antbropologiaebe llittbeilnngen über die Ptepaat ?aa 
Nea-üninea. 

Uber die llafooriche and einigr amlete Papaa-Spticben 

aaf Nea-Uninea. 
Sa Valgr. XI. ~ 



XXXIV 169ste BRSTUUaiSVBRGADBRINa. 

Frobe der Mafoorschen Spraohe. 

Noüzeu über Glauben und Sitten der Papaas der M^foorschen 
Stammes aaf Neu-Goinea. 

Ëinige fiemerkungeu über den Wertb, welcher im Allge- 
meinen ckn Angsben in Betrefi' der Herkunft mmifcUicher 
Sohadel aas dem Ostindischen Archipel beiznmessen ist. 

II. de volgende missives: 

a. Van den heer A. Marre de Marrin , verzoekiuide tot buiten* 
landsch lid benoemd te worden in plaats van den heer Sedillot, 
die overleden is. 

Aan den heer Marre de Marrin zal wordea berioht dat 
het Bestuur kennis heelt genomen vanzyn verdoek j maar 
dat, aangezien het getal buitenlandsche ledeu Qttbq)aald 
is, het ook onnoodig is elke vacatun^ terstond aan te 
vullen I terwijl het bovendien gewoonte is slechts bij 
enkele gelegenheden buitenlandsche leden te benoemen. 
Zoodra echter tot die b^oéming wordt overgegaan, zal 
op den inhoud van zijn schrijven worden gelet 

b. Yan de firma Wed. E. Spaniar en Sioon^te 's Qravenhage^ 
-verdoekende by voorkomende gelegenheid met werk te wprden 
begunstigd. 

Aanneming voor kenni^vii^g. 

c. Van het Bestuur van het Aardrijkslcundig Q^ootschap 
waarbij het Instituut dank wordt betuigd voor de eom van 
/ 800 , die voor de expeditie naar de Boven-Djambi ter be^ 
^c^kking van bet Aardrijkskundig Genootschap is gesteld* 

Aanneming voor kennisgeving. 



d. Van het Observatoire Royal de BruxeUes, waaxhy dank 
wordt betuigd voor het toegezonden exemplaar van Schlq^^s 
werk: Uranographie chinoise, etc. 

Aanneming voor kennisgeving. 

€. Van Commissarissen te Batavia^ waarbij wordt toegezonden 
cognossement voor twee kisten boeken , versonden per Nooch II, 
terwijl verder wordt opgemerkt dat in het verslag der 185« 
Bestuursvergadering vermeld is de ontvangst van een brief van 
den heer Bergsma met het bericht dat de heec de R<x> bij 



Ii9m BKvrifrvBViioADKRnto. xxxy 

ikomtt m Ncderlwid /500 zoa afdiBgei foor ontviBgen 
ira « mtar dmt in het fenlag der volgende Tetgidering 
iceeii mddiBg ii gemaakt fin de ontvang»! dier gelden« 

De PenningaMwater deplt mede dat hij door tnaKhen- 
kom»i van den Secretaris die gelden indertijd ontvangen 
heeft, waarvan alsnog aan CommiaaanMen bericht lal 
vtwdeu gefonden. 

/. Van het Bettnnr van het Aardrijkskundig Genootschap , 
vaarbij woidl bericht dat de uitreiking der onderscheidingen « 
loegeveaen door de jury der tentoonstelling in 1875 te Parijs 
f p eho w dw « aal plaats hebben den 4^ December en waarbij verder 
Wel luititait wordt uitgenoodigd die plechtigheid bij te wonen 
CS bei aaa bet Instituut toegekende eerbewijs, «r lettre de dis- 
tÉBctiQSi' ta ontvangst te nemen. 

De Secretaris 9 die het Instituut bij die plechtigheid 
heeft vertegenwoordigd 9 ntgi dat de offideele bewijien 
dar bekroning toen nog niet ontvangen waren , loodat de 
ttitieiking niet kon plaats hebben. I/ater is dat stuk door 
taaachenkomst van het Departement van Kinnenlandsche 
laken ontvangen. Het luidt aldus: 

^SOCIÉTÉ DB OÉOGIUPHIR. 
enwoats armurAvioNAL dks so aj fc as oÉooaAPHior». 

Lettre de distiaetion. 

Paris, Ie 11 AoAt 1K75. 
?• Oiaape. 

JCsasieiir k Priêideni, 

l/Bipoation de llnstitut Rojral dea Pajs-Bas a pamauJury 
InternatioBal m^riter une h$compense eioeptionnelle. 

liCs étades si remarquables de eet éublissement sur la g^ 
grapbie, rethaographie et la philologie des Indes Neerlandaises 
et ea particalier Ie» voyages si interessants de Rosenberg, pr^ 
aentent aa tel btrrét seientifique, que les dislineCioni» pr^vuet 
par Ie réjgleaient ne pouvaient leor ^re appliqu^. 

J'ai llMioaear, aa non du Congres, de porter k votie eoa- 
aee ceite haute appréciation de Jurj et de vous d^vrer* 
rinstitat Koyal des Pavs-Bas la presente lettre de di»tinc> 
la réoompense de Toidre Ie plus élevr deoeraée 4 
de Peipoaitiou. 




"XXXVI 169ste BESTITURSVEROADKBINO. 

Veuillez agréer. Monsieur Ie Président, l'assnrance de ma 
haute consideration. 

Le Vice-Amiral 
Président du Congres 
«t de la Société de géographie de Paris 

(get.) DE LA RONGI^RE I.E NoURT. 

A Monsieur Ie Président de I'Institut Royid des Pays-Bas.^ 

Van dit stuk zal een afschrift worden gezonden aan den heer 
von Rosenberg^ daar deze verklaard heeft op het bezit van dit 
afschrift prijs te stellen. 

• 

h. Van den Minister van Koloniën, dd. 9 December 1875, 
luidende: . 

//Nadat de bij Uw schrijven van 24 Juli 1874, n«. 1011, 
gevoegde exemplaren van de door den heer Meinsma bewerkte 
Babad tanah Djawi of Javaansche kroniek ter beschikking waren 
gesteld van het Indisch bestuur, is de inhoud van gemeld ge- 
schrift aldaar nogmaals aan een nauwgezet onderzoek onder- 
worpen , alvorens de exemplaren in den handel werden gebracht. 
Bij die gelegenheid zijn de Indische autoriteiten op eenige 
zinsneden gestuit, die bij eene eerste lezing blijkbaar niet in 
het oog waren gevallen en waardoor naar haar gevoelen bij de 
inlandsche bevolking verkeerde denkbeelden zouden kunnen 
worden opgewekt. De Gouverneur-Generaal van Nederlandsch- 
Indië zich met dat gevoelen vereenigende , heeft een drietal 
vellen van het werk doen overdrukken, ter weglating van de 
bewuste zinsneden en mij tevens verzocht Uw bestuur daarvan 
mededeeling te doen. 

//Ik heb de eer bij deze aan dat verzoek te voldoen onder 
aanbieding tevens van een door de Indische regeering in aÜM^hMft 
medegedeeld schrijven van den hoofdpanghoeloe van Limbangan, 
waaruit U zal kunnen blijken welke passages van den Babad 
stof tot bedenking hebben gegeven. 

//Na gemaakt gebruik zal ik dat stuk gaarne terugontvangen, i^ 

Het Bestuur betreurt den inhoud van dezen brief. Het kan 
zich toch moeiel ijk verklaren waarom de gewraakte zinsneden 
meer dan andere wonderverhalen in het boek voorkomende , 
afkeuring verdienen. Evenwel meent het in de handeling van 
den Gouvemeur(ieneraal te moeten berusten , vooral ook op grond 



I 



i 



|69»>^ BKMTUI.'KSVKKOADCKINO. XWVIf 

JsC dr IdLftwijnging heeft plaata gehad en dMiuan dut tiieU 
fÊÊti Ie feimnderen i«i hoewel bet in ieder geval te betreuren 
b« ja, bevreemding wekt, dat die wijziging is gescbied ion- 
è&r voonfgaande raadpleging van hei Bestuur, in caau uit- 
gever van het geaohrift. Daar het Beeimir gaarne behalve den 
brief vaa den 11 iniater , ook het daarbij gevoegde schrijven van 
èm booMpanghoeloe van Limbangan in de Bijdragen lou af- 
drakken, aal de Minister worden venocht verlof te geven dat 
sduijveo met de daarover in de vergadering aieegededde kritiek 
il de DaAdeB openbaar te maken. 



i Tan het Bestour vaa het Oongres international dea 
nrieotalisles , 1 September 1876 te 8t Petersborg te houden^ 
vcnoekende de medewerking van het Instituut bij de werk* 
wamhttdisi van bet Congres. 

Aan het Gongresbestoor xal worden bericht dat hei 
lastilaat gaarne lijne medewerking aal verleeneu wanneer 
kal later blijken aal dat een of meer tijner leden genegen 
sija de reis naar 8t Petersburg te ondernemen. 

L Vaa dea Miaister vaa Koloniën, dd. 27 Dec. 1875, Litt. 
A wfi. 19. oartrent de uitgave door het Instituut van een 
laeadaaaaacb werk van den keer Oosting. 

Deae stukken worden in handen gefield van de hrere» 
Kern en Grashuis om het Bestour over dese uitgave te 
adviseeren. 

L Vaa dea heer dr. Mejrer te Dresden, luideade: 

# Amm dm Pretideni vmm kei KommUtjk 
InêiUmU roor toa/-, kÊmd- em volkemkmmde 
vmm Ned, Imdië, ie *# Gravenkage. 



Hooggeachte Heer! 

K Vcfgaa Bij, aadat U kort geleden al de goedheid heeft 

eene kleine redevoering pro domo van mij te willen 

(vide Bijdr. \ p. 888), heden nog ^nige weinige 

ia gelijken lin, in verband met eenige aanmerkinprrn 

óem heer von Kosenberg, welke detelve, Bijdr. X, p. S07, 

I heeft, toen hij over mijne '^Anlhropologische Mitthri- 

Ahrr die Papoa*s von Neu Uttinea# gesproken heeft. 



XXXVni 16^9STlS BSSTUUBdVBROADEKING. 

De heer v. B. zegt: ^rOp welke gronden eehier de sckrijyer 
MafocNT en niet Mefoor, Myeose en Koido schrijft , is 0^9 
onbekend* ^ 

Op de hieronder Roemde plaatsen hnd ik mij ai, gedeeltelijk 
bereids % jaar gf leden» over die door mij geadopteerde schrijf- 
w\jze aitgkalaten« en de reden daarroor aangevoerd , en web 

1) in de /i^Mittbeiliiingen der I. K.' geographiaehen Geaell- 
achaft au Wies// 1878, p. 603, bi) gelegenheid van een door 
mij gebonden voordraoht over nijné reizten^ 

2) in de zittingen der K. K. Akademie der Wiasenecfaaften 
zu Wien, Philos. hist. Classe, Bd. LXXVH, p. 807 in Mei 
]!874> in mijne verhandéMng over de Mafbotscbe taal , Welloe de 
heer v. B. zelf L c. pw S86^ aanhaalt , niet te kennen aohijnt. 

S) in de verslagen over de zittingen van de K. K. Akademie 
der Wissenschaften zn Wien, matbem. natnrw. Glaaaev ULX 
Bd. p. 2S5. Jnlij 1874, in miJDe d, «rMittheilang tiber nene 
and ungenügend bekannte Vogel von Nen-'Ouinea etc ^ 

Is dit alles den heer v. B. onbekend gebleven, dén is dat 
waarlijk niet mijne schold, echter had genoemde heer zich in 
de boven aangehaalde verhandelingen voldoend opheldering 
kannen verschaifbn^ waarom ik die van mij gebnikte sckrijf' 
wijze van de onderwerpelijke namen gekozen heb. 

Voorts betwijfelt de heer v. B. de jaiatheid m^ner bewertog 
dat de Kalang's op Java kroesharig zijn of waren , en als zoo* 
ilanig tot de Negrito's te rekenen zijn. 

De heer v. B. zegt: ^^doch helaas zijn de Kalang^s noch 
kroesharig noch Negrito's^ zelfs de volksoverleveringen weten 
niets van zulke menach^i op Java te Terfaalen^ en valt der^ 
halve deze fraaie bewering in duigen, «r 

Deoe aanmerkingen echter ataan geheel en al in de lucht. 
Wilde de heer v. B. die voorloopig vui mij geuitte gevoelens ^ 



* Ik had gezegd: «lm Westen des Archipels sind die Reste einer ihn- 
lichen Negerbevoikeniiig noch vorhamlen , Ausser in den erwfthntên Negritos 
der Philippinen, in den Andamanesen oder s. g. Mincopies, den Be- 
wohnern der Andaman-Inseln im Westen Hinter-rndiens, ferner in den 
Semangs Ten Malakka, ein Staram, welcher eigentlich noch so got wie 
unbekannt ist, uiid in einem sahwachtn Reste einer Negritobevölkerung 
auf Java, den Kalang», welche bi»} jeUt kanen überhaupt eine fierück- 
sichtigong gefünden haben, da sie nur noch in sehr schwachen Resten 
vorhanden sind, über welche ich jcdoch bald eine weitere Mittheilung 
tn iMchen gedenke, so wek ich etwas uber dieses Volk in erfahren im 
Stande geweson bin, » 



ld9«Te URt«TllUltSVKKitAÜI.KIMi. \\\IX 

micI crkenim . dan kad hij de bekendmaking van mijne aan^re- 
koadigdes «beid vooreenrt moeien afwachten , of nU hij dit niet 
vilde de gronden» ondervindingen of bewijzen moeten leveren 
op welke hij fteunt. Zegt de heer von R.: «^lelb de volks- 
tfverleveringm weten niKs van laike menachen op Java te 
f ei fcal t n . » dan had Z.lidele meer oorreet uitgedrukt min«tem 
■Mitiw aepfgen: »aelb de volkioverleveringen , roor goo vtr 
dir My bekend zijn, weten niet» van xulke nenurhen op Java 
Ie v«rha)en.«' In de wetenschap hebben alleen, bewezen gevoelena 
waarde, nirt gevoelens ronduit. 

Aan het slot lijuer nota , tracht de heer v. K, nog twee lof- 
hctnigingen ten mijnen opckht gedaan, te ontrjennwen, omdat 
aq niet Ie regtvaardigen aouden itjn. Ten eersten heeft Z. K. 
«fffema geieaen, dat ik een van de meeat grondige kennen* van 
dm maleisohen archipel, en ten tweeden dat ik de eente waa, 
die het reisverhaal van fjawson naar N. (Ininea als Actief asn 
dra kaak heeft gesteld. 

Tegea boide beweringen komt Z. K. o|) , en wel ad 1 um wcHtlt 
roefd f dat ik slechts enkele gedeelten van de O. I. kolouirn 
heb en wordt daarfot* genoemd i het nuordrlijke srhier- 
siland van Celebes, Temate, een luttel gedeelte van X.dninfn 
ca enkelen der daaronder behoorende eilanden; voortn fnü 
Z'Ed.: «Wij aondcn een tal van petwmen hier te landt- en rn 
ladié kunnen opnoemen , welke met land en vnlk onwr knionièn 
venwwag bCter bekend ujn dan de heer M.«; «^ler lM*gaat 
bier ooae critim» ferütelijk een zakelijke en ten tw^ttie eeci 
lowifche vergising. 

Ik heb namenlijk niet slechts die van den hr«T v. K ire- 
aoemde gedeelten vin den msleipehen archipel berei»d , maar in 
de jaren 187(t tot 187*1 een gedeelte van Java, Singipore, 
TeUM ta de Minaha*^, het (ïorontalosrhe, de bijgt van 
Toaiai • de Togian eilanden en een gedeelte van hrt zuidelijk 
srkirfciland , — en bezwaarlijk heeft een ander reiziger mmi vrlr 
plaalseti op Olebes bereisd als ik - vnorte de PMèpptjnêrhe 
flÜBsdba, welke al i» het mik niet pnhtiM'h , iliirh ethnnhnn^rh» 
anlhrtopoèogifrh. linguistisch. cteolnginrh, rno|4)|riK*h en bnfaniM-h — 
nm kort tr /ijn t-oij^trekt al» tot drii iiialeLM-hrn arrhi|ir! Xr 

kebooffm m(irt«*n bochnuwd worden — rn wrl l.u/oii. Pspav, 
Ohq , Neffffm - rn eindelijk, brnfven^ rrw vlnrfiiiirrn rtniil 
Kkciww op dr Molukki'U , \irmtr (inimra np rrn M'liaa! , j'mt 
ais duur gtsru een rri/.igrr f^««r uiij i» gmcliird , diu al i* li t 



XL 169STE fif:8TUUIl8V£&OADX£lNG. 

ook slechts //een luttel gedeelte// , echter voldoende , om mijn 
oordeel naast dat van anderen te kunnen doen gelden. 

Maar dit diene slechts om de waarheid vast te stdlen, 
want hoe wil men uit het getal teruggelegde mijlen eene 
meer of minder groote bekwaamheid afleiden, om over gene 
plaatsen een oordeel uit te brengen? Immers, het kan er 
toch niet op aankomen, hoe v^ men, maar slechts hoe men 
gezien heeft, en of men meer of minder bekwaam is 00 
te zien. Si duo faciuut idem non est idem. Wanneer het dus 
ook den heer v. B. niet welgevalb'g mag zijn , dat er menschen 
gevonden worden, welke mijn oordeel over Oost-Indië als grondig 
aanzien, ' en wanneer zich ook welligt achter zijne aanteeke- 
ningen de meening verschuilt, dat Z. £d, en niet ik, deze 
grondige kenner zij, of wanneer het ook andere motiven zijn, 
welke de gedachten en de pen van den heer v. R. kunnen 
geleid hebben, wier doorgronding echter niet belangrijk genoeg 
is, zoo wordt daarmede, dat ik niet den geheelen indischen 
archipel doorgereisd ben, toch niet het geringste in het voordeel 
zijner gevoelens bewezen. Z. £d. zelf toch zegt eenige rq];elen 
later, dat er in Nederland en Indië veel meer competente 
kenners bestaan, en werden daarmede o. a. zonder twijfel uit- 
stekende mannen bedoeld , welke zich door de studie der literatuur 
en uit natuurlijke van Indië naar Europa gezonden produkten 
en uit andere dergelijke hulpmiddelen eene uitmuntende kennis 
dier plaatsen hebben toegeëigend , zonder ooit een vbet in die ge- 
westen gezet te hebben; dat zal alzoo beteekenen: niet reizen 
alleen bekwamen tot een oordeel over verre landen. 

Maar de logische vergissing van den heer v. R. bestaat in zijne 
meeuing, dat, wanneer ik door iemand als een der grondigste 
kenners van den maleischen archipel benoemd werd, er geene 
andere grondige kenners of nog meer grondige zouden bestaan, en 
schijnt Z. £d. de vrees te koesteren, dat door de mij geworden 
lof betuigingen een onrecht jegens anderen zouden gepleegd zijn. 

Ad 2um beweert heer v. K., dat het engelsche tijdschrift i^The 
Athenaeum// den heer Tiawson vroeger dan ik bewezen heeft, dat 
zijn reisverhaal een verzinsel is. Alleen ook hier vergist zich 
de heer v. B. 



* Overigens is de nota welke de heer v. R. in tUber Land und Meer • 
vond uit het «Nederlandsche Dagblad» van 6 July afkomstig, welke mg 
van onbekende hand vriendeiykst is geworden ; eveneens is mg de s»cliryver 
dier voor den heer v. R. stuitende nota onbekend gebleven. 



16U>n BKHTirRMVKRISADIRtSf}. Xtt 

IU«k in April vau dit jaar h«h ik in den ««'Verein fiir 
Lrdkande» Ie Oreaden een voordragt gehouden c)ver het hoek 
vM IjAWwh (vide berigi der zittingen van het genootuchap) « 
vvlke laler in de • Dentacbe Ruudachau ^ openhaar ia gemaakt. 

Wel heeht ik zelf aan deie onthoUing geen bijiondere waarde, 
oaiilal voor ieder kenner dat verzinael te lomp ia (het ia op- 
Berkelijk dat betaelve deanietteroin van vele lijden voor goede 
■iiBt ia opgenomen geworden) ^ echter de waarheid de eer, als 
kct belieft, vooral omdat de betrekkelijke aanteekeniug daartoe 
dicMti aal, om bet publiek op te heldereu. Hoe weinig de 
wJactïe van hel Alhenaenm zelf de gevoelens van den heer v. R. 
aaakleelk, bewijaen genoegzaam de aanmerkingen van26 Junij, 
piai^. AM in dat blad, waar over mijne verhandeling gesproken 



Vogu mij, voor dal ik sluit, hooggeachte President, en 
Mdat ik Uwe langmoedigbeid met mijne persoonlijke belangen 
ai aoo lang in aanspraak heb genomen , nog met een woord op 
•en in mijn UmIsI schrijven aangehaald punt * terug te komen , 
vooni ooidat bet hier een algemeen belang geldt. 

Xogmaab heb ik pogingen in het werk gesteld, om die 
sdudlwrco des Ulrechtschen Zendelingsgenootschaps, welke de 
Malbofficbe taal op Nieuw-(juinea behandelen, door den boek- 
kaBdel te verkrijgen; echter is mij ten slotte de mededeeling 
g ew iw de u : » de dirreteur weigert be|Kuld dezelve af te geven. " 

Ürse schriftoren bestaan dufi zimi goed als niet; men moet 
slechts als in manuscript gedrukt beschouwen, in welk 
I de schnjver stellig het regt heeft» dezelven slechts aan 
die pcraonen te geven, aan welke hij ze even geven wil, alleen 
u dit geval behoorde de beteekening *als Mss. gedrukt* op 
étm titel te staan, hetgeen niet het geval is. Opgrond hiervan 
srhijnt het zoo veel te meer geboden, mijne verhandeling over 
dr Mafeorscbe taal openbaar gemaakt te hebben, want, uiet- 

den heer Kern, zal men daaruit meer kunnen 
, dan uit schrifturen, die over het algemeen niet te ver- 
knagen tijn, dus zoo ^ord als niet bestaan. 

litje echter ten gevulge der handelingen van de l'trrrlitsf'hr 
Irttdeli ngs vereen iging in deze ngtin^ liet hrdtirldr rfTfi-t hrlaa^ 
hrtvfkt wordt, ziet men b. v. in die «>mstandigheid dal in dst 
geiedcn vencheueu werk van den heer Koele van Ilriii- 




. &, r- iWi. 



Xhll 169^12 BKSTUUA8VBKOADBEIH6. 

broek: /^Beoefening der Oostersohe talen en& Leid^, 754rvan 
die schrifturen met geen enkel wocurd woidt gewag gemaakt» 

Zoude niet het Koninklijk Institaot die ses bedoelde achriftttieii 
kannen uitgeven, ten einde dtzelven gcaneen goed aller taal- 
vorschere te maken? 

Door de opname dezer regelen in de notulen van Uw genoot- 
schap, dan wel in een der volgende niimmers der Bijdragen 
zult U| hoog^^eacbte President/ mij bijzonder verplichten, en 
vo^ ik hierbij de verzekering mijner bijzondere hoogacktittg, 
waarmede ik de eer heb mij te teekenen als 

UHEG. dienaar 
D readen, Dr. A. B. MavEi» 

den 11 December 1875. Directeur van het Koninkl. liusMim van 

natuurl. Historie , te Dresden. 

Dit schrijven wordt voor kennisgeving aangenomen. 

De heer Kern geeft eenige inlichtingen omtrent de door den 
heer Vreede bewerkte Madoereesche vertelling met Javaanach- 
HoUandsch glossarium^ waarvan de bewerker de uitgave door 
het Instituut wenscht. De tekst , gedrukt met de letter van den 
Babady zal ongeveer 80 pagina's beslaan, eerwijl de omvang 
van het glossarium op dezelfde hoeveelheid wordt b^roet. Het 
Bestuur is geenszins ongenegen de uitgave van bet werk door 
het Instituut te doen plaats hebben , mits te voren het Departe- 
ment van Koloniën bereid worde gevonden een zeker aantal 
exemplaren van het werk te bestellen, ten einde in de nitgpive 
te gemoet te komen. De prija voor het Departement wordt be- 
paald : bij bestelling van 400 ex. / 1 per ex. , van 800 ex. 
ƒ1.25 per ex. en van 200 ex. /1.60 per ex. 

De Secretaria deelt mede dat het werk van den heer Kern, 
getiteld : Wrtta^Saiïc'aya, oud-Javaansch leerdicht over verabonw, 
welk werk met subsidie van het Instituut door de firma Brill 
is uitgegeven, gereed is. Yan de tien ontvangen exemplaren 
zal één worden aangeboden aan het Departement van Koloniën. 

De Secretaris zegt. dat hij overeenkomstig de opdracht, inde 
vorige vergadering ontvangen, den heer Sturler heeft gevraagd 
welken prijs hij stelt voor de overname van een gedeelte van 
het handschrift van zijn werk over Falembang. Het is gebleken 
dat de heer de Sturler daarvoor wenscht te ontvaugtn eene 9om 



|6(>»W HK}(TI'l*K)(VKllOAl>«BINn XI.III 

ƒ800. Dnr i% fioantirn van het lii»titu«l eenc ikrffi*lgk<* 
wCfBHf aiei ipsdoogen, lal deu heer de Siurler worden bericht 
dal krt Inatïlaiiip koe oBgaame ook, van aijn aanbod tot aan- 
koop wi ccn ^Bdetlte van het handschrift geen gebruik mag maken. 

Dr Secrelari* zegt dat hij roet den beer Couv^ in onder- 
handeling ia getreden over het inboren van de lokalen. Deheer 
Convée m ongeiind* op den tegenwoordigen voet de huur te ver- 
Icageo; hij wenacht terug eene der kamen , waarin nu de 
biUiotbeek van het Indineh Oenootaehap geplaalat in. Die hi- 
hbotbeek soo met die van het Instituut geplaatst kunnen worden 
op de aaal en op bet portaal, maar daarvan zoo het gevolg 
tijn dat de algemeene vergaderingen , voornamelijk die 
bet Indïaoh (venootachap, in een ander lokaal worden 
gebowlaa, daar de minte beperkt aal worden om oen groot 
ge<Al leden te bevatten. Vcior het houden van de heatuuraver» 
loa bet lokaal geechikt blijven. De heer Couv^ is 
èm hmirprijs der lokalen met / iOO te vermiu- 
en dos te stellen op/ 450. 
Hai B e s tn nr meent dat in de bmtaande omstandigheden er 
geen andere weg is dan dit aanbod aan te neoMv. Met het 
Beitoar van het Indisch (lenootschap zal in overleg moetrn 
wbrdea getreden over de ve rdeeling v»n den huurphjp daar de 
itidere uitgaven voor het hoodfu van de algemeenr vrr* 
gadrringen buitrn het lokaal voornamelijk komen ten laste van 
dit Cfeooutscliap. 

De Penningmeester lagt over eene begroot ing van ontvangsten 
ra nitgaven » in 1876 , die door de versaderiug wordt goedgekeurd. 

De Vnonitter herinnert dat op den 6*^^ a. s hot lastituot 
vi|f-en-twintig jaicn lai hebben bretaan. Het schijnt de brduehng 
Ie ijjn die grbeurtenis freitrlijk te gedenken. Ihnn de vrrgadr- 
fini^ wordt besloten aan eene oommis^ie , br!>taaiide uit de hn^rrn 
tieverv Devncwt, Wijnmalrn en Kcibide van drr Aa, op ie 
dragen , omtrrnt de wijzr viin viering van dit fr«»l ern viHinitel 
te doen. E\rnwel wonit beslotru de gewone venraderiiig, dir 
woigens de wet in Maart must plaats hrbbea, tr durn vuort- 
gÊikg hebben. 

Ikwr dcw keer Rubïdi^ van der Aa wonit voorgesteld aan het 



XLIV 1698TE BESTU U£8 VCEGADIRixVO. 

baitenlandsch lid, den heer J. W. Ploos Tan Amstel, te Mel- 
bourne^ te verzoeken om, indien in Australische couranten be- 
langrijke mededeelingen mochten voorkomen omtrent reisennaar 
Nienw-Gninea, een exemplaar van die couranten aan het Instituut 
te willen inzenden. 

De vergadering wordt hierna gesloten. 



170OTB BESTUURSVERGADERING. 

4 MAART 1876. 

Tegenwoordig de heeren Gevers Deyuoot (Voorzitter), 
Sloet van de Beele (Onder- Voorzitter) , Wijnmalen (Secre- 
taris), van der Gon Netscher (Penningmeester), Robidë van 
der Aa, Kern, v. d. Lith, Obreen, Quarles en Schliq;el. 
Met kennisgeving afwezig de heeren Juynboll en Mackay. 

De notulen van het verhandelde in de vorige vergadering 
worden gelezen en goedgekeurd. 

De Voorzitter doet mededeeling van de ontvangst van; 
lo. de volgende boekwerken: 
Van het Departement van Koloniën: 
Koloniaal verslag van 1876. 

Statistiek van den handel en de scheepvaart en de uitvoer* 

regten op Java en Madura en op de Buitenbezittingen 

over 1873. 

P. Bleeker, Atlas ichthyologique , afl. 28 en 29. 

Van de Koninklijke Academie van wetenschappen te Amsterdam: 

Verslagen en mededeelingen, afd. Natuurkunde, 2^ reeks, 

9e dl., Se stuk. 
Verslagen en mededeelingen, afd. Letterkunde, 2e reeks > 
5e dl., 2e stuk. 
Van het Historisch Genootschap: 
Kroniek, 30e jaarg. 
H. C. Rogge, Brieven en onuitgegeven stukken van Jo- 

hannes Wtenbogaert. Se dl. 
H. G. Hamaker, De rekeningen der grafelijkheid van 
Holland ouder het Henegouwsche huis. 1^ dl. 



170^tC BR8TtrtTE9VlftllADRRl57a. II.V 

▼an the Rojal Afiatic Soeietj of Greal Britain and Irdand: 

Journal. New 8m«if fd. VIII « part. 1. 
Vaa de 8oaAé de gëograpbie te Pkrijt : 

Bulletin. Dec 1875 en Janaari 1876. 
Van de 8ociA< de geographie Comnierciale de Bordetni: 

BnUetia ne. 1. 
Vaa de Akadenie der Wiaeemehaften Ie Weenen; 

Sitattagberiohie der math. naturwiatenich. Clawe. 
|K75« n: XXVIII en Anieiger over 1875. 
1H76 n*. 1—5. 
Vaa de Akademie der Wieteuichaften te Berlijn: 

MonatriKrieht. Sept tot Noveaber 1875. 
Vaa de Deatechea Mofgenlüadiecben Ue»elUckaft: 

Zcitieiirift. Band 29, heft S— 4. 

Abhandlnngen fiir die Knnde det Morgenlandes. Band 5| n«. 4. 
Va» de UeMUtckaft Ar Eidkunde te Beriijn : 

ZetUchrift. n*. 59. 

Verhaadlangen. Band i, no. H. 

Convipondeihlatt der Afrikaniscbea Ctetellichaft, 1875, 

Vaa de Getellichaft der Winenachaften and der Gcorg-AogusU- 
L'aivefvitit : 

Naehriehten aoe 1785. 
Vaa dra beer A« C. Vreede: 

eea es. van xija werk: Handleiding tot de beoelening der 
MadoereMhe taal. f stak. 
Vaa L*Abbé P. Favre: 

eea ai. van lijn werk : üraainiaire de la langue Malaise. 
Vaa den ailgever van I/Eiplorateur. Jaaig. 1870, n*. 49—57. 
Van Uaido Cora: 

Cosnne. Vol. III, nt. 4-5. 
Vaa het Coagrès des Orienlalistes: 

Rêgleaieat de la sesaion provinciale de llarsetlle. 

fe. esae missive van den Minister van Koloniën « dd. iG 
Janaari jl. » waarin wordt bericht dat de door het Institnut ge- 
verganning om het schrijven van den hoofdpaugboelcie 
limbangan betrekkelijk de Bübad tanah Djawi in de Bij- 
op te nemen, niet kaa worden verleend, op gruod 'dat 
kct bedoelde stak , waartu de hoofdpanghoelor ter voldoening aan 
oplmc h t der rrgeering tiju frRv««len ovrr den inhuad van 



L 



XLVI 170S^ BISSTUÜRSVSKGADERINQ. 

genoemde B«bftd ie kennen geeft , een im^rer ambtelijk karakter 
draagt en derhalve voor piMioiteit niet gesehikt is. # 

Ten gevolge van dit schrijven zal het bedoelde stuk 
den Minister worden temggezondên. 

80. eene missive van den heer Abbë P. Favre te Parijs^ 
ten geleide van een exemplaar van mjn Orammaire nuüaise. 
Flaatstttg in de boekerij. 

De Secretaris doet mededeeling van het op de aanstaande 

algemeene vergadering namens het Bestvnr uit te brengen verslag 

van den staat en de werkzaamheden van het Inetitnutin 1875. 

Dit verslag werdt behoudens eenige opmerkingen , in 

welken zin het gewijzigd zal worden^ goedgekeurd. 

De Penningmeester iogt over zijne rekening en verantwoor- 
ding over 1875. 

Deze rekening wordt, staande de vetgadering, onder- 
zocht door de keeien ?• d. Ltth en Qnarles van Uitbrd « 
die verklaren de rekening accoord te hebben gevonden. 

De vergadering gaat over tot. het opmaken van de nomina- 
tien, der algemeene vergadering aan te bieden ter vennüling 
van drie vacatures in het Bestuur « ontstaande door de aftre^ 
ding der heeren Sloet Tan de Beele, Wijnmalen, en Kern* 
Die nominaties zullen bestaan : 

ter vervanging van den heer Sloet van de Beele, uit de 
heeien: mr. O. i, ¥, MirandoUe, mr. £• H. 'sJaeob en mr. 
C. i. E. graal van fiylandt. 

ter vervanging van den heer Wijnmalen, uit de heeren c 
dr. P. Bleeker, mr. P. J. Bachieue en dr. F, A. C. Domontier. 

ter vervanging van professor Kern, uit de heeren: pmfettor 
G. K. Niemaiin, A. C. Vreede en dr. H. Smeding. 

Het houden der algemeene vergadering wordt bepaald op 
Zaterdag £>5 Maart, des middags ten 1 nur. 

De heer Kern brrengt rapport uit omtrent de uitgave van 
een Soendaneeaeh werk van den heer Ooeting en legt daarbij 
over een schriftelijk advies van den beer Grashuis. Met dat 
advias dat ongunstig ia, zou de heer Kern zich «el kunuen 
vereeuigenv maar aangezien de heer Kern zich zelveu niet een 



nO^n BISTUniüTRIUïADIRllfO. XLVII 

h fw gd iiraoidaeltar betehouwt over een sink iu de SoeniU- 
Mttclie Ual fJceKhreven , loodat eigenlgk slechts het oordeel van 
ééa pefMXNi veroomen is, geeft hij in overweging bet hand- 
tektili met de daarbij behcxireiide stukken, waarbij het advies 
des heeren Urashnis gevoegd aal worden» nu nog in handen te 
slfsUen van den heer Niemanat mei venoek ook zijn oordeel 
«ver de witgave van het manuscript te willen doen kennen. 

De Serfelaris legt over een opsiel van den heer Wisselins, 
kiaMsnde een verkaal van een besoek aan Manilla. 

Dit opstel wordt in baaden gesteld van de beeren 
Eobidé «Ml der Aa en Qwrfes van LflbnL 

De heer Robidé vaa der Aa bimigt rapport uit owtient een 
m tijm handen gesteld opstel van dea hear Leope, bevattende 
ave toelichting van een kaartje der Banda^eilanden « vervaar- 
digd door Emanuel (todinho de Eridai in 1601. 

Us beer van der Aa adviseert tot opneming van bet opstel 
ia 4e Bijdragen echter aonder de kaart, met het oog vooral 
ep do daaraaa vorbouden kosten. Dieooveseankomstig wordt 
evenwel onder opmerking, dat eene plaatsing van 
ftoMgesaoben biief vnn Nioolas de Montakgrs, gesebreven 

OimsÉis» iO Joni IdOA, met bijgevoegde vertaling wensthelijk 

laön. 

Us Gomsuane, belaat met h^ ontworpen van een plan om 
t&-jahg bestaan van het Institnut te herdenken» brengt bij 
van den Secretaris een voorloopig vershig uit van hare 
Naar aanleiding daarvfin worden eaniga opmar- 
gsaiaakft en voofrtellen gedaan , waaraan vooralanog door 
4a CnwMniseie uitvoering aal worden gegeven , terwyl bcnloten 
wnndl in «sne volgende bijeenkomst het plan der feestviering 
éiinitief vaat te stellen. 

Daar de vergadering worden tot leden van bet Institnut 
de boeien: A. W. Kgter van Wissekerke te aUra- 
D. U. ÏL Woltorbeak Muller, luit. t. s. It kl. te 
en L. M. de I^aat de Kanter te Leiden. 



Ar inigsdrring w<irdt hierna gesloten. 



L 



ALGKMEENE VERGADERING. 

GEHOUDEN 25 M^ART 1876. 

{foorioopig vattgeHeld door kei Bestuur). 



Tegenwoordig de hoeren : jhr. mr. W. F. Gevers Deynoot 
(Voorzitter) , dr. T. C. L. Wijnmalen (Secretaria), A. D. 
van der Gon Netscher (Penningmeester), Robidë van 
der Aa, dr. W. Palmer van den Broek, Prof. P. A. 
van der Lith, mr. D. J. Baron Mackay, Prof. J. 
Meinsma, D. G. D. Wolterbeek Muller, Martinus Nijhoff| 
jhr. mr. J. K. W. Qnarles van Uflbrd, C. B. H. von 
Rozenberg en dr. G. Schlegel. 

De Voorzitter opent de vergadering en heet de leden welkom. 

De notalen van het verhandelde in de vergadering van 25 
Maart 1876 , welke notnlen bereids voorloopig door het Bestuur 
zijn . vastgesteld en in de Bijdragen (zie 10e dl. blz. XXXVIII 
en XXXIX) opgenomen zijn, worden gelezen en goedgekeurd. 

De Secretaris brengt verslag uit omtrent den staat en de 
werkzaamheden van het Instituut over 1875. (Zie dit verslag 
op hh. li— LIIl). 

Op voorstel van den heer van der Gon 'Netscher betuigt de 
vergadering hare ingenomenheid met bet door het Bestuur ge- 
nomen besluit om de door het Aardrijkskundig Genootschap 
voorgenomen expeditie naar Midden-Sumatra met eene geldelijke 
bijdrage van het Instituut te ondersteunen. 

De Voorzitter brengt ter tafel de rekening van den Penning- 
meester over 1876. De heeren Meinsma en NijhoiT worden in 
oommissie benoemd om die rekening na te zien. 

Nadat die Commissie met hare taak gereed is, verklaart de 
heer Meinsma dat die rekening in behoorlijke orde is bevonden 
en de Commissie daarom voorstelt die goed te keuren onder 
dankbetuiging aan den Penningmeester voor zijn gehouden beheer. 



Al.GRMECNE VKROADF.KINCS. \I.I\ 

IV (^mmitiif geeft in overweging om behalve een «taat van 
rilreten , die het eigendom van het Gknootachap zijn , ook jaarlijkü 
hij de rekening over te leggen een staat bevattende o|igave van 
de foodigirtikelen van het Institout, zoowel wat betreft de 
Rijdnigrn ak de door het Instituut uitgegeven afzonderlijke werken. 

De vergadering gaat over tot het verkiezen van bestuursleden 
Ier vervanging van de heereu mr. L. A. J. W. baron Sloet 
van de Beele, dr. T. C. L. Wijnmalen en professor H. Kern, 
aaa wie de beurt van aftreding is. 

Het Bestuur biedt de bij art. 6 gevorderde drietallen aan 
(lie bil. xi.vi). liet meerderheid van stemmen worden tot 
Mrti van het Bestuur gekozen de heeren mr. C J. F. Mirandolle^ 
dr. P. Bleeker en prof. G. K. Niemann. 

I)e heer NijhofT vraagt of het voornemen van het Bestuur is 
voortaan subsidie te geven voor de uitgave van werken, 
s blijkens het verslag van den Secretaris met het werk van 
den heer Keni heeft plaats gehad. IIij keurt dergelijke handel- 
wipt seer gued omdat bij de rondzending van een ex. aan alle 
kdes de werken van het Instituut zeer gedeprecirenl worden, 
daar niet alle leden voor werken van zeer s|)ecialen aani , zooals 
Ou a. met taalkundige werken het geval is, belangstel lini; 



De Voorzitter zegt dat het Bestuur in enkele gevallen , wan- 
het geldt werken van geh«ftl bijzonderen aard, zooaU met 
bet kort geleden verschenen werk van prof. Kern het geval 
wm», die uitgave door eene geldelijke bijdrage van het Instituut 
Ir ondersteunen. Het Bestuur meent daartoe bevoeinl te zi]n 
het oog op art. 1 , litt. b. van het reglement. 



C>p voorstel van den Voorzitter betuigt de vergadering haar 
dank aaa de afgetreden Bestuursle<len en in 't bijzonder aan 
dn heer Wijnmalen ^ die als Secretaris gewichtigf diensten aan 
hK Institaut heeft bewezen. Omtrent het Secretariaat zal, in- 
pmlge de bepalingen der wet , in de eerstvolgende Be^tuurs- 
s i igad e i ing een besluit worden genomen. 

De vergadering wordt hierna gesloten. 



t» Vtlcr. II. 



VERSLAG 



▼ AN 



DEN STAAT EN DE WERKZAAMHEDEN 



TAN HKT 



KONINBXIJK INSTITTJÜT VOOR DB TAAL-, LAND- BN VOLKBNKUNDB 

TAN !fBDERLAKD60H-lNDIE OTER 1875. 

Mijne Heerenl 

Wederom gereed om het jaarlijksch verslag te hooren van 
den staat en de werkzaamheden onzer insteUing, zult Gij het 
ongetwijfeld in ons billijken ^ waar wij ^ met H oog op de her- 
denking van haar vijf- en twintigjarig bestaan in den aanstaanden 
zomer, ditmaal ons slechts tot enkele herinneringen uit H 
afgeloopen jaar bepalen. 

Deelden wij U in ons vorig overzicht mede, dat de uitgave 
van de geschriften over Nienw-Gninea van de heeren C. H» B. 
von Rosenberg en F. A. Leuj^ spoedig kon worden verwacht, 
beide werken hebben kort daarop 't licht gezien, terwijl dat 
van laatstgenoemde, oorspronkelijk in onze Bijdragen geplaatst» 
ook afzonderlijk is verschenen en verkrijgbaar gesteld. Onder dank- 
betuiging aan beide Schrijvers voor hunne pogingen om het 
aandeel van Nederland in 't verwerven en verbreiden van de 
kennis over Nieuw-Guinea voor landgenoot en vreemdeling in 
H ware licht te stellen , zullen ongetwijfeld velen Uwer met be- 
langstelling van hun arbeid hebben kennis genomen, terwijl "'t 
U, naar wij ons overtuigd houden, welkom zal zijn te vernemen 
dat daarop ook in den vreemde de aandacht werd gevestigd. 
Bepaaldelijk hebben wij hier 't oog op de eervolle onderscheiding 
welke onze instelling op het Geographisch Congres, in 't vorige 
jaar te Parijs gehouden , mocht verwerven. Haar werd voor hare 
verrichtingen op 't gebied der taal-, land en volkenkunde van 
Nederlandschindië in 't algemeen en in 't bijzonder voor de 



VBRHl.An. M 

«itgegeren reUTerhtlen des heeren ron Kosenberg de hoogste prijs, 
mm 'lioUra de distinotioD «^ toegekend, welk eerbewijK, ona oit 
— — I TAO bel Congres den 4^» December 11. iu eene algemeene 
Tcfgadering vin het Atrdrijkfkundig geoootKhip te Amsterdtni 
op plechtige wijEe werd uitgereikt. Bij diezelfde gelegenheid 
soehten wij ook de Toldoening smaken dat ons medebeatoor»- 
lid. de beer U. Schlegel, Toor de eveneens door ons betorgde 
uitgaaf aijner Uranograpbie Chinoise met de lilveren medaille 
vanwege genoemd Congres werd bekroond. 

Mei opncht tot Nieaw-Goinea hebben wij evenwel ons laatste 
«oord nog niel geiqpd. Aan de bemoeienissen van ons medelid, 
dcB hoer Robidtf van der Aa, die aan van von Rosenberg^s reis- 
varhaal een belangrijke voorrede had toegevoegd , hebben wij het 
tt danken , dal wij in kennis zijn gestald met de rap|iorten over 
d» Nederlandsche ezpeditië in 1H71 en 1872, ond^r opzicht 
dsf heeiea van der Crab < Coorengrl ondernomen. De eente 
«pedilMt bevoer de nagenoi geheel onbekende Mac CInervgolf, 
tsrwigl de tweede over de sl< its weinig beter bekende Rijklof 
iBB Ooeosbaai veel weten u ligs mededeelt. Na verkregen 
ligiag van bet Deparüi nt van Koloniën, in welks archief 
stakkea tich bevond i, heeft de heer van der Aa zich 
kcmd veAlaard ze voor de pers gereed te maken, terwijl tevens 
da boar vu der Crab op de meest welwillende wijze verklaard 
daacaan sijn indertijd in der haast gesteld rapporl mal 
bijaonderheden aan te vnllen. Beide opstellen zallen, 
wg ons vleien mogen, nog in dit jaar in onse Bijdragen 



i 



■iaowe omvangrijke aflevering van dat tijdachrift zal 

l' aeflaig worden aangebod i. Onder meer sullen daarin eindelijk 

voa ekowen de reeds n ermaien aangekondigde Balineesche 

en , tekst en vertalin . met aanteekeningen van de Bagoes 

y door den aandel K. van Eek bezorgd. 

bijdiagen aijn ^ ir oos tijdschrift toegezegd, andere 

tafeaaoden; omtrent ele daarvan hebben wij ons nog 
ia benliasittg voorfaehowde 

Uü da Molaleo onaer B la^ ; ii n zal l liet resul- 

ondei elin n i den heer W. L de 

VBB da 1^9 ^^ hiaCorisrhe en 

1 1 waarover wij U in 

V i 

Hê aaaig wij U mede dal wij bij schrijven 




Lil VEttSI,AG. 

van den 29 Januari 1875 van den heer A, L. van Troostenbui^ 
de Bruyn, predikant in Oost-Tndië, met verlof hier te lande, 
^t bericht ontvingen van zijn voornemen om zijn omvangrijke 
arbeid over de Mederlandsch-Indische Kerkgeschiedenis binnen^ 
een niet ver verwijderd tijdstip ons ter uitgave toe te ver—* 
trouwen. Tot onze niet geringe bevreemding hebben wij daar— ^ 
omtrent tot heden niets meer vernomen. 

Andere geschriften werden ons intusschen ter uitgave aange- 
boden. In de eerste plaats door den heer Kern. Ten opzichte 
van zijn arbeid hebben wij gemeend van den tot dusver door 
ons gevolgden regel te moeten afwijken en de uitgave niet 
geheel voor onze rekening te nemen , doch haar alleen mogelijk 
te maken door eene billijke ondersteuning aan den uitgever: 
een maatregel , waartoe art. 1 , litt. b. van ons Reglement ons 
vrijheid gaf en tot H nemen waarvan wij te eerder hebben be- 
sloten, daar 't aangeboden werk voor Hmeerendeel onzer leden 
slechts eene betrekkelijke waarde bezit. Het bevat eene beknopte 
prosodie, onder den titel van Wrtta-Sanc'aya of verzameling 
van roonoschematische versmaten. De titel der uitgave door de 
tirma E. J. Brill bezorgd, luidt: Wrtta-Sauc'aya , oud Javaansdi 
lierdicht over versbouw in Kawi-tekst en Nederlandsche verta- 
ling bewerkt door H. Kern. 

Voorts werd ons door ons medelid A. Vreede, Privaat-docent 
aan de Rijks-instelling van onderwijs in de Indische taal- ^ land- 
en volkenkunde te Leiden , 't voorstel gedaan om een door hem 
bewerkt geschrift ter vermeerdering onzer kennis van de Madn- 
reesche taal in 't licht te geven, terwijl kort geleden vanw^ 
het Departement van Koloniën uit Indië ons mede ter inzage 
aangeboden werd een Soendaasch prozastuk, door den heer 
Mr. Oosting bewerkt. Omtrent beide hopen wij eerlang eene 
beslissing te kunnen nemen. 

Reeds nu echter kunnen wij U meedeelen, dat de uitgave 
der beide werken, zoo er althans geene andere overwegende 
redenen daartegen mochten worden aangevoerd, uit een finan- 
tiëel oogpunt geen bezwaren zal opleveren. 

Met 't oog op den toesUind der kas heeft het Bestuur geen 
bezwaar gemaakt om voor de voorgenomen wetenschappelijke 
ex|)editie naar Midden-Sumatra eene geldelijke bijdrage van ƒ 800 
beschikbaar te stellen. Wij mogen ons tevens vleien met de hoop 
dat Gij dit ons besluit zult toejuichen , gevorderd als het werd 
met t oog op de waardigheid en de roeping onzer Instelling « 



vRKsi.Afi. i.in 



«r aiar /ij iliwir hare jnnjn^tr 7.Uï»t#T, li«*l Aarilrijkskuiidiff (iriKMit- 
^'^hap, tot iiiedrwerkiiig word inlp'ruMNli|^l. 

Hrt tm\ wel onnoodii( zijn in een krin^ al» deze de b<*lin^- 

rs^kheid der %orir}{efitelde expeditie nader te ontwikkelen. Ijeed 

lUwrt het O09, dat de Moffelijke bewijzen van belangütellin^ der 

»«tie tchoonroetend en bekmm|K*n worden tiiegebracht om het 

«tmcscr» dier onderneminfc te verzekeren. Meent men , en wellicht 

trïTcht, dat 't in de eerste plaat.** de niepiny der rf^reerinp i* 

<Wn*^iijke ondensoekingyreizen te doen , waar haar medewerking; 

m dea» afhankelijk wordt gemaakt van de door de natie t«* 

Vmnen belangütelling, zij het ons vergund L' tot krach tii;** 

MMienteuning ieder in zijnen kring aan te !i{M)ren, tot ver 

vneolijking van het lofwaardig werk van 't Aardrijk*(kundig 

Gmootachap. 

Ko hienneis M. H. zouden wij kunnen eindigen, ware 't 
airt dat oog de taak op on» ru!<tte V vo()rei>r!«t mede te deeh*n 
éat de laatje mail on»* de droevige tijding bracht van 't over- 
lijden van een onzer begaaftUte taalgeleerden, den heer Dr. A. 
B. Cohen Stuart, te liatavia. V zjjue groote wetene hapf -el ijke 
fTffdien^ten naar waarde te i*chatten, achten wij thaui* van deze 
plaat» ondoenlijk. Eerlang zullen zij , naar wij vertrouwen , naar 
behoorrn eldere wonlen in *t licht genteld 

He kring van *t IVMuur is dezelfde gi*bleven zooaU die in 
*l vorige jaar door U in aangevuld. 

Ab naar gewoonte zijn thans weder drie on/er, d«* nh. 
SloH van de Beele en Keni roet Twen Secretariii tot aftreding 
a tgpi ichC Oaame zult (jij ongetwijfeld met ons aan beide eernt- 
gnÊOtmAtn onzen dank betuigen voor de zorgen, door hen aan 
ét belaagm onier Instelling gewijd: en wat spreker betreft, 
kg] veraoekt ona de betuiging zijner erkentelijkheid wel te willen 
voor de vele blijken van erkeiiteli)kheid , hem gnhi- 
Zijn Secretariaat beUMind. 
Tm aiotte zij U be/icht dat 't IVstiiur beshiten heeft dru 
wijf cfi twintigften verjaardag van het Instituut in eenc in Juni 
m. «. Ie houden plechtig* algfineene vergadering te hrnlenken. 
Efar feestoommissie is dcMir ons benoemd , aan hare vfMirstellrn 
Bi htvrWb ome guedkeunng verleend, tervijl t' daarvan «rldra 
ling «al wonlen gedaan. Verleent on% l'wr krachtige 
*rkin| < met ons dat fre!*t renvoudig, doch op «aardiite 
«qar Ir vïe 

l>r. Th. ( . L NVijNiiAi • \ 



BAGOES HOEMBARA 



or 



MANTRI KORIPAN. 



BALINEKSCH ÜEDICHT. 

SH HDIELAKDtOHI TIRTAXIVO MIT AAjrTBXKlJnjrOlll 

HEWKRKT 
nooB 

R. VAN ECK. 

ZfVttileliBie op Baü 



Ë' 



INLEIDING. 



Het volgend geschrift — naar den held van het verhaal 
Bftgoes Hoembara en Mantri Koripan of — naar het 
in ven 1 vermelde land — ook wef Djongbiroe genaamd — 
bevat een der weinige kidoeng» die door de Baiineezen zelven 
vervaardigd lijn. Hiermede in evenwel niet geiegd , dat we hier 
ren «oonpronkelijk*^ gedicht voor ons hebben* Alles behalve, 
Gdïjk reeds in de inleiding op de If^gantaki > werd opge- 
■Mfkt , moet men bij de Balineesche kidoeng op oorspronkelijk- 
bdd niet rekenen « noch wal de intrigoe, noch wat de taal 
bctfdL Dit volk teert «rgedachteloosyir ils wij *t aoo noemen 
mogen t op hetgeen het eenmaal van Java ontvangen heeft « en 
een gedicht of proxastok opstellen, zonder dat het wemelt van 
— vaak deerlijk verhasjielde •— Javaansche- of Kawi-woorden ^ 
beliooft voor lijne weinige schrijvers tot de onmogelijkheden. 
Ook de Bagoes Hoembari levert daarvan het bewijs. 

Voor aoover wij konden nagaan, heeft onze schrijver of 
dichter de gegevens voor zijn verhaal hoofdzakelijk ontleend aan 
de — op Bali zeer populaire — Hal at: een in Javaansch- 
Knvi opgesteld gedicht (kidoeng), ongeveer duizend lontar- 
Uaden groot, waarin de Utere lotgevallen van Paudji, prins 
wan Koripan of Kahoeripan, bezongen worden. Daar wij be- 
doelde kidoeng — die alleen bij brokstukken te veri^rijgen 
as - nog niet in haar geheel gelezen hebben, kunnen we 
niet bediasen in hoeverre de schrijver zich aan het oorspronke- 
lijke gehouden heeft. Zooveel is alleen zeker, dat hij den 
Mnntri Koripan in een' Balineeschen prins en het verhaal van 
avootourlijke lotgevallen in e^n' gewonen liefdesroman 
heeft. Het eerste kon hij des te gemakkelijker doen, 
de meeste der in de Malat genoemde njken en plaatsen 



* L#a aa4cr bslineesch K^licht, wmanan uk^t en irrUliiiic m 4c 
vaa het UaL iien<Mt«<hA|i 1H75 lijn opgenomen 



INLEIDING. 



van Java , ook op Bali en Sasak (Lombok) gevonden worden. Zoo 
wijst men nu nog in Gijanjar, op de grens van Kaloengkoeng , 
een gehucht aan, dat den naam draagt van Korip nn, terwijl ïn 
hetzelfde rijk eene dessa Da ha gevonden wordt. Ook in Tabanan 
moet een dorp Koripan liggen. Verder vindt men Geg'lang 
in Karangasem, Toe ban in Badoeng, Panebel in Tabanan» 
terwijl Matahoen^ Padjang, Djanggala, Singasari, 
Tjaroar^, Pamotan, Mataram, Padjarakan^ Kern- 
bang Koen ing (in VS. 299 om het rijm Dj en ar genoemd), 
enz. op Sasak gelegen zijn. Althans dit is ons verzekerd door 
iederen Balinees, dien we daarnaar vroegen, zij 't ook dat het 
meerendeel dezer namen noch bij Zollinger noch elders ver- 
meld wordt. De naam Djongbiroe komt noch op Bali noch 
op Sasak voor. De inlanders kennen het uit de Lawé, waar 
het de naam schijnt te zijn van een vorstendom in de buurt 
van Madjapaït gelegen. Djamintora moet ook op Java liggen, 
doch we herinneren ons niet dien naam ooit ergens gelezen te 
hebben. 

Een en ander, gevoegd bij de omstandigheid dat in de 
Bagoes-Hoembara enkele zuiver Sasaksche woorden voor- 
komen, als b. V. raden (ook javaansche titel) in vs. 154, 
balawas in vs. 611, enz. i, brengt er ons toe om aan té 
nemen, dat dit gedicht op Lombok door een of anderen aldaar 
woonachtigen Balinees vervaardigd is. Ook het in vs. 154 ge- 
noemde Lingsar, volgens opgave de naam eener dessa op 
laatstgenoemd eiland, zou daarvoor pleiten. 

Dat de schrijver zijnen held zeven maanden aan éen stok 
laat doorreizen (zie vs. 71 en elders) zonder eene bewoonde 
plaats aan te treffen, bewijst nog niet dat het tooneel van zijn 
verhaal buiten Bali of Lombok ligt. Immers, voor deze inlanders 
is Bali de wereld (djagat) en hoe grooter idé de lezer van het 
eiland krijgt, hoe gelukkiger de schrijver zich gevoelen zal. 

Intusschen, daar de Bagoes-Hoembara, gelijk reeds eenigzins 
uit 't bovenstaande kan worden opgemaakt, noch voor de ge- 
schiedenis, noch voor de geografie eenige waarde heeft, loont 
het de moeite niet om verder over deze punten uit te weiden. 
We schreven dit gedicht dan ook hoofdzakelijk af om de taal. 



1 Sommige van de hier bedoelde woorden zijn wel op Bali, doch alleen 
in Karangasem en enkele bcrgstreken bekend en schijnen dus tot het 
zoogenaamd oud^Balinefteh te behooren. 



IM.l.llHN<.. b 

die voor een groot gedeelte r.uiver Ralinee!«ch is, wat niet van 
■Ue kidoeng kin gezegd worden. Daarbij kunnen de hier en 
daar voorkomende Javaansche (Kawi) wcwrden in zooverre 
gerekend worden tot het Balineesch te behooren. als bijna 
iedere inlander ze kent, d. w. z. kent in hunne gangbare be- 
tcekenia en spelling. Slecht^ enkele woorden zijn hiervan uitge- 
snnderd, waarvan alleen geleerde d. i. «'belezeue«' Ikilineezen 
ecne verklaring weten te geven en welke we daarom - vfx>r 
xoover doenlijk — gespatieerd hebben laten drukken. 

De door ons geleverde tekst werd uit verschillende fragmeuteu 
«amgesield en is thans — naar ons besde weten — als kom- 
pleet te beschouwen. Koepletten, die slechte* in een of twee 
USS. voorkomen en waarüchijnlijk door latere afschrijvers werden 
ingevoeg d , zijn met een * geteekend. Ook hebben we hier en 
daar, Ier vergelijking, afwijkende lezingen opgegeven. 

De door ons bij de transkriptie gevolgde spelling is de zelfde, 
die we bij het afschrijven van de Mégantaka en elders 
hebben aangenomen. Alleen is hier de ij , waar zij voor dubbele 
• geldt, b. V. in mi-toe-wi-*jang. onderm-heiden van de j, 
b. V. in titjang. 

In de Aanteekeningen, die tot verklaring van enkele 
woorden of tot recht verstand van sKiininigc uitdrukkingen, 
achler den tekst gevoegd zijn, wordt hier en daar verwezen 
MAT de Mégantaka, boven vernoemd. Wat daar gezegd is 
over de verschillende geschriften der Ralineczen, de onder 
dil volk gebruikelijke titels, enz., meenden we hier niet ie 
bcbonren herhalen. Dit geldt ook van sommige in de Ragoes- 
Hoeoibara voorkomende woorden , waarvan de lezer uiis5chien te 
vcfgrels eene verklaring in de i* Aanteekeningen » zoeken zal. 

Meer bebben we hieraan niet toe te voegen. We «luiten met 
den wensch, dat ook deze — we zijn er ten volle van over- 
taigd — gebrekkige arbeid er Um moge bijdragen om de 
helabgrtelliog van taalgeleerden en van anderen in Bali en zijne 
hrwoDeia op ie wekken en deze belangstelling den lialinrexrn 
io( legen moge gedijen! 

Utrecht, Derembcr lH7r>. K v. K. 



POEH DJINADA. 



Inleiding. 



Awignam astoe nama Siwaji. 

I. Hiseng nggawé gagoeritan - hanggonang panglilan hati '- 
njalimoer hati né poesang - satata ko titjang Ratoe - 
kangen san ko fkèn hawak - Djabran wengi • 
hinget bané kadjentaka. 

II. Had& manggoelgoel noendèDang - nMoeDang kidoeDg hakikit 
matembang djinada reko - hanging tVara ng'lah djoemoe - 
kotjap telas sampoen roesak - néné mangkin - 
titjrang malih mangaiyanang. 

UI. Njaka hidong njak& hij^ - hanggona panglilan hati - 
njalimoer hati né poesang - mabet bisa ngapoes kidoeng - 
miloe matoehoetin hanak - nëné ririh - 
pradnjan witjak t'kèn sastr^. 

lY. Tan hana ko kadi tityang - blog poenggoengé tan sipi - 
fwar& nawang soetran sastri - miloe miloe ngapoes 
toen& liwat koerang pasang - bas tan polih - 
né noendèn tityang nedoenang. 



Y. Kéwal& hanggon nji4ajang - ngisinin hanaké djani - 
né noendèn n'doenang git& - dahat 4emennjané poepoet 
maladjah bVat f kèn sastra - to dagingin - 
legan hi<]epnjané pacja. - 



VOORREDE VAN DExN DICHTER. 

loOB SlWA HU HILPIlf OM DIT WIRK BIHÜORIJJV TIN IINDI TB 

•BBNOBlf BN BBWABB Hu Utf ^ DAT II IN IBT8 ZOU 

XONDIOBN TBOBN DB BBR ZliNll NAAMS ! 



l. Ik Tool m^ gedrongen een lied te ▼enraerdigen on mijne 
Binnen te Teneiten en tin mijn orerkropt gemoed Incht te 
geren* Iftjn gebeele leren door heb ik , de hemel i% mijn ge> 
liiigel enkel rerdriet gekend. Mijn ongeluk sweeft mij nichi 
(en dag) voor oogen. 
IL Na komt mij (juist) ienumd plagen om een klein gedicht » op 
de wijs Djinada, voor hem af te schrijven. I)e inleiding is 
•diter« volgens sijn aeggen, verloren geraakt en (nu lal ik 
wüÊÊt eens beproeven of ik er die) voor hem kan bijmaken. 

ÜL Of H echter goed of slecht uitvalt (daar vraag ik niet naar): 
U is mi] alleen te doen om mijne sinnen wat te versetten en (loo 
aogdijk) mijn uwendig leed een weinig te vergeten. (Ik) ver- 
beeld (mij) maar eens , dat ik even goed een gedicht kan op- 
slelkn ais aoovele verstandige, wijze en geletterde mannen , 

IV. (hoewel ik seer goed weet) dat er niemand gevonden wordt, 
aoo aartsdon als ik ben. Ik weK niet eenmaal de woorden 
goed te rangschikken en moet anders dichten maar loo wat 
napraten. (Ik weg dan ook vooruit dat) inhoud en spelling veel 
te wenschen sollen overlaten , en mijn lastgever al bitter weinig 
(vao mij) te wachten heeft. 
T Maar» men moet al wat doen om iemand sijn sin te geven. 
(De Bum) die mij opdroeg om dit gedicht voor hem af te 
schrijven, legt sich met hart en siel toe op de studie van dr 
Itttnatiinr en (aoo seg ik lot mijxelvcn) ak hij er dan sno erg 
op gestgU is, dan lal ik maar aan iijn verlaugrn voldoen. 



iL 



8 BAGOES HOfiMBARa 

VI. Hanggon tityang manglilajang - k'nehhé ko sahi paling - 
lilajang tong dadi lila - lipoerang mawoewoeh hiboek - 
masih hinget t'kèn hawak - njabran wengi - 
magaleng-galeng jèh mata. 



YU. Kènkèn dj'w& bahan njelselang - dèniug panitah Hyang Wi4i 
sangkan kéné djani tama - sangsaran tityangë poepoet - 
koena koerang tapa brata - sangkan mangkin - 
satata manggih sangsarl. 

V41I. Nah pisan dj'wa djani taui^ - manaudangin panas ati - 

jVadin kènkèn temahhanja - tityang tan pandjang ko hatoer 
sar& Hida Hyang Manitah - néné mangkin - 
jadin kènkèn temahhanja. 

IX. Latjoer san doemadi djanma - jan roeroeh di batan langit 
boek& t'ward hada pad& - makedjang djelèné saloed - 
dini soeba manjidajang - néné mangkin - 
sasat katiba ring kawah. 



X. Hoelih tityang noe di basang - ngantjang djani soeba k^lih 
masih tVara soehoed lara - soemangkin mapoepoelpoepoel - 
lali hak'dapak'dap - s'ringan méling - 
hinget banë kasangsara. 



XI. Di dja dj'wS hanaké holas. - ngolasin né kaw'lasasih - 
hDepaminja tityang Déwa - pitik kaleboe ring banjoe - 
njèn soeka dj Va ngangkidaug - ditoe mangkin - 
tityang goeng mahoetang djiwa. 



XII. Hampoer& hoegi dj'wa tityang - sing soedi ho^ mawosin 
poeniki sastra kalaja - tan oeioeng dja pati hentoel - 
ugaudoepaug tarik matjakal - boja do^i - 
lantoer jan patjang mamargga. 



yANT&I KdRIPAN'. 9 

VI« (IloofiUakelijk doe ik 't echter) om afleiding te zcieken vtwr 
mijnen geest , die voortdureud door droefheid beneirehi is. Ik 
heb alles beproefd om mijn leed te vorsten , maar het mocht 
niet baten; (in tegendeel) 't wordt er steeds erger door. Ik kan 
't grm oogeublik van mij ratten ; iederen nacht is mijn hoofd- 
kussen doorweekt van mijne tranen. 

VIL Kn tegen wien zal ik mijne klachte inbrengen ? (Waarschijnlijk) 
^ hebben mijne vooronders tegen de voorschriften van den «ods - / • 
dienst gezondig d en is H daarom de wil der goden, dat de 
mate mijner elende gedurende mijn geheelc leven vol zal wezen. 

'111. Daarom, ik moet maar (zonder morren) het zieleleed dragen t 
dat over mij besloten is! Wat mij dan ook nog wachte, ik 
zal er niet veel tegen zeggen, maar mij gelaten aan den wil 
van den Albestierder onderwerpen! 

1\. (Men zal echter moeten toestemmen) dat ik 't als wereldburger 
al zeer slecht getroffen heb. Me dunkt , er is onder den hemel 
niemand , die met mij kan worden vergeleken. *t Is al» ware 
al het kwade bijeengeschept en over mij uitgestort: de aarde 
is mij tot eene hel gemaakt. 

X. Van dat ik nog niet geboren was tot (op dezen oogenblik toe) 
nu ik reeds groot ben geworden, heeft mijne elende niet op- 
geliouden. Ja, 't is met den dag erger geworden, en slaagile 
ik er ook al bij wijlen in om het te vergeten, den mecsten 
tijd drukte het zwaar op mij. 

XI W'aar is toch de man, die zich over mij, elendige! ontfermt? 
Ik ben te vergelijken bij een kieken, dat in het water gevallen 
is wie zal medelijdend genoeg zijn om (hei arme diertje j aan 
(een iii#sen dood) te ontrukken? Ik zou dien man daarvoor 
eeuwig dankbaar zijn! 

111. Kn nu. gij allen, die de goedheid wilt hebben dit (mijn 
geyrhnjf; te lezen, dfiet 't tcich met ern verschoonend oog! 
't I» een verward opstel, dat kant noch wal raakt (en *t zal 
hiermede zeker gaan als met) het klappen tegen eens andermaiu 
biMid • die wel zal blallen , doch zich alleen door zijnen metsirr 
laat verjagen. 



10 BAGOES HOKMBARa 

XIII. Jan tjarita koed& sambat - d'pang hamboel to dj'w& mangkiu 
dèning lontaré kirangan - hené ko ban ngoenoehoenoeh - 
hadi noendèn manoelisang - jS djoewangin - 
hanggon njaritajang hawak. ^ 



1 Deze Inleiding komt slechts in twee afschriften voor en is klaar- 
blijkelijk later aan het gedicht toegevoegd. Dit zelfde geldt van de 
21 eerste verzen van Hoofdstak I, waarvoor de andere HSS. slechts 
deze drie koepletten hebben. 

1. Moewah kotjapan sang nata - maring Djongbiroe 

[hamanggih - 
warnan dané bagoes anom - pamoektijan dané bijoeh - 
balané tan kena hingan - soeka soegih - 
hantijan soekané sang nata. 

2. Sing tinoekoe sarw& moerah - sing tinandoer sarwS 

[ndadi - 
g*lising tjarita reko - Hida sampoen mad^wé soenoe - 
histri wahoe moengg^wèng mèndra - tVah hasiki - 
di Djawa t^wara memada. 

8. Makakembang soenantarS-makadéwaning djah lewih- 
makasarining kadaton - mapoepoelan madoe djoeroeh - 
makapangalapan tjita • sor tang gendis - 
hakdh mantri mangarepang. 



MANTEI KOUPAN. 1 1 

tIL Maar, wiat loa ik eiodigen wilde ik alles leggen (wat mij 
op hei hart ligt)! Ik lou papier te kort komen en daarom 
moet ik *t maar bij (dit weinige) laten, dat ik hier en daar 
heb opgeleien. (Qelijk ik reeda leide) iraiand heeft mij op> 
gedragen om voor hem te achriJTen en heb ik daarin aanleiding 
grvondeo om een en ander van mijxelven te vertellen. 



k 



1. Hamboel to ban njaritajang - ha na kawarnahamalih - 
sang praboe Djongbiroe reko - warnané bagoes hanoeloes 
mabala ^n da tan pahingan - liagoeng lewih - 

tan koerang radja barana. 

2. Sami magedong- gedongan - h'mas mirah ratna lewih - 
tan koerang radja barana - mapoepoel di dj^ro hagoeng - 
dèning hoepeti ngaboelan - sangkan soegih - 
kastawa kadjanaprija. 



8. Bawoehing ka boemi Djawa - ka Tjina mVah ka Batawi 
ka Heroem m'wah ka Solo - sami sih t'kèu sang praboe 
praboe hanjakra boewana - sami hasih - 
sadjawa-djawa mak'djang. 

4. Dana hoepama né liwat - t'kèn wong djawa né sami - 
boeka tVara patandingan - ka Tjin& Boegis Melajoe - 
joeta-joetajan ketijan - tan paganti - 

hitjané sang naranata. 

5. Sawong Djongbiroe né pada - sami misinggih boepati - 
sasat Batara ring lemah - nagar& dahating laudoeh - 
sadjeneng Hida sang nata - dahat trepti - 

t'wara hada jan wikara. 

6. Fada masoeka soekanan - sawong Djongbiroe né sami - 
sami ngoeloerin hindrija - mVah Hida sang nata ratoe - 
hapoetri tan pahinganan - uéné mangkin - 

roepa wènten tigang dasa. 

7. Mapoetra wahoe sauoeuggal - warnané dahating lewih - 



HOOFDSTUK I. 

t HBCMl^rBINAIH VAN DJUNOBIROB DROOMT VAN RAOOB» IIOClIRARi 
CN IAAT EB!f IIBM niLUKEND BKELD VKRVAABDinCN. 



1 Nu volgt het verhBil vbii den koning nit het rijk Djongbiroe« 
ren buitengewoon schoon man« die over eene ontelbare menigte 
dm scepter iwaaide. Zijn rijkdom ging alle beschrijving te boven . 



I gooden voorwerpen, edelgesteenten, kostbare juweelen en andere 
koninklijke schatten lagen met hoopen in de verschillende ver- 
trekken van zijn paleis opgestapeld (wat trouwens niet te ver- 
«ooderrn was) daar de verschillende belastiug<rn geregeld elke 
maand binnen kwamen. Een en ander was dan ook oorzaak, dat 
Zijne Majesteit beroemd was tot ver in het buitenland, 

I op Java, in Solo, te lUitavia, ja zelfs in China en in Urieken* 
land. Alle voorname vreemde vorsten eerden en beminden hem 
co deden hun best om goede vrienden met hem te aijn« 



4. *s Konings mildheid en hulpvaardigheid jegens vreemdelingen 
kenden dan ook geene grenzen. Ontelbare geschenken werden van 
lijnentwege naar China, Celebes, Sumatra (en andere plaatsen) 
goonden. 

Il Hei ganache volk van Djongbiroe, groot en klein , eerde en 
«anhad den koning, ab ware hij eene godheid op aarde. Onder 
BJjne regrering was het land (dan ook) zeer voorspoedig ; rust en 
▼retir beerschten alom (zoo zelfs) dat rechtjizakrn tot de ongekende 
dinsen behoorden. 

I. leder gevoelde zich gelukkig en tevreden en leefile, naar het 
gneddonken van zijn hart. 

Üe koning had onderscheidene gemalinnen , allen van vorstelijke 
aTaoaast, m zegt niet minder dan dertig. liij bezat erhter 



?• paa één kind, rme uiten^t ven^tandige en bekwame priiiM*» 



l4 BAOOBS HOEMBAUa 

witjaksana pradnjan reko - kadi Hyang Ratih anoeroen • 
sami ratoené Dgéroetang • néné maugkin - 
hanging 'ndatan k'na tjonggah. 

8. Makakembanging nagara • makadéwaning dyah lewih - 
makasarining kadat'wan - mapoepoelan madoe djoeroeh - 
makapangalapan tjitS - sor tang gen4is - 
kèntjak toer malih srenggara. I 

9. N^kajang djawoeman katah - prahidi lan mantri lewih - ^ 
katoelak hantoek sang katong - hapan kémané bas poepoet • 
kadi h'mas winten mirah - möengg^wing p'ti - 

kahyoené Hida sang nata i. ^ 

. . i 

10. Sampoen soeroep sang Hyang Soerji - w'ngi dawoeh tig& mani^kiii 4 
hanadah si ra sang katong - kalih Hid& raden galoeh - : 

kalawau sri pramisVarya -rantenadji- 4 

sampoen sami woes anadah. i 

I 

11.' Sawoesé mangkin anadah - kawoewoesan raden déwi - 

moenggah dané ring patoeron - pahongan sampoen hatoeroe - ] 

sagèt sampoen dawoeh lima - raden déwi - 

tan polih Hid& hanidra. ] 

12. Boeka had& mangroebéda > - manggoerasak-manggoerisik - 
l^wir k^n& pidjer * di toeron - kadi kakasoer biloeloek - 
wahoe satoeroe sakMap * - raden déwi - 
sagèt dané manjoep'na. 

13. Sareng lan mantri Koripan - né kasoeb bagoes di Bali - 
mapangkoe-pangkoe di toeron - toemoelya matangi loenggoeh 
(ka)poepoengan toemoelyd ngambat - bli mantri - • 
di djahi b'li magenah. 

14. B'li manjakitin tityang - boeka mekané pabalih - 
b'win pidan sareng saroron < - ngalamalamin kat^moe - 



1 Elders: kahanggèn s'kar nagara. l 

> V mabrabéda. ' Elders: pindas. 
^ Elders: wahoe toeroe toeroe hajam. 
* /r di toeron. 



MAMTRI KORIFAN. Ib 

m daarbij loo schoon » dat men ion geiegd hebben « dat de 
goddelijke Ratih in haar waa neergedaald. Alle Tonten en prinaen 
vmien doodelijk op haar verliefd « maar tot dnaverre had nog 
niemand zich van haar hart kunnen meester nuken. 

8. Zij waa de bloem van het land« eene godin onder de achoone 
prinsessen, het pronkjuweel van het paleis, begeerlijker dan 
druipende honig, eene ware hartveroveraarster » aoeter dan suiker, 
ja buitengemeen vriendelijk en lief in haar spreken. 

9. Talrijk waren de geschenken, die trouwlustige Brahmanen en 
leden van het vorstelijk geslacht haar toezonden , doch de koning 
wees (elk aanaoek) af, wijl hij meer dan venot op, haar was. Hij 
behandelde de prinses als goud, diamanten en juweelen , die men 
(aorgvuldig) in eene kist bewaart. 

10- (Op lekeien avond) eenigen tijd na lonsondeigang , ongeveer ten 
Uea ure, gebruikte de koning het avondmaal in geselschap van 
dr koningin, de prinses en de vorstelijke gemalinnen van den 
tweeden rang. Zoodra de maaltijd was aigeloopen, dua segt het 
verhaal, 

IL begaf de prinses lich (met haar gevolg) naar de sbapkamer en 
legde iij sick ter ruste. De hofdames waren weldra in een* 
diepen slaap gedompeld , doch middernacht was leeds lang voorbij , 
lues hare koninklijke hoogheid nog altijd wakker lag. 

11. Er scheen haar iets te hinderen ; onrustig wierp tij aich van de 
op de andere aijde, als lag aij op een bed van (fijnge- 
iple) djakavruchten. lieu zou haast zeggen, dat iemand haar 
bed betooverd had. Toen zij eindelijk (tegen den morgen) een 
weinig insluimerde, droomde de prinses, 

IS. dat dr kroonprins van Koripan op Kali , beroemd om zijne schoon- 
beid« bij haar was en haar, terwijl sij op zijne knieën lat, lief* 
koosde. Eeo oogenblik later ontwaakte zij echter w£er, waarop 
iij overeind in haar bed ging zitten en als versufd de kamer 
rondkeek. Ten laatste begon zij te weeklagen (en riep uit) 

M. «Ach, mijn prins! waar zijt gij toch.** (jij schijnt er vermaak in 
Ie vmden om mij hartzeer te veroorAaken^ door u ziiu aU in 



IG BAGOES HOEMBARa 

hapa djani k*man tityang - wyakti b'li 
ngwisyanin k'neh satatö •. 



15. Kèn BajaD Sanggit hatangya - sami kagyat mandjagdjagin 
lahoet ja sami matakon - sapasira Ratoe ditoe - 

hoelat hi Déwa marêntjang - singnja nawi - 
hi Déwa sareng wong lanang. 

16. Rahadèn galoeh ngandika - hira ko bahoe mangipi - 
pindanja reko di toeron - piuangkoe dèniDg wong bagoes - 
raden, mantri ring Koripan - né di Bali - 

mahipi ko t^kèn hira. 

17. Hapa ko djani makada - sangkan hira boeka djani - 
tVara ko k'nehé matra - baja tVah Hyang Widi noedoeh 
sangkan hira manjoep'na - baja ganti - 

né djani boedoeh - boedoehan. 

18. Di djaha balyané kotjap • wisési bakal ngoebadin - 
masa tong sida bahanja - jèn kéné k^nehé hiboek - 
hiboek paling mangoelisah - t'wah di jati - 
magantoeng-gantoeng di mata. 



19. Jan to né bakat ngipijang - t'ka mangoebadin djani - 
masa tong ja hènggal hilang - sakité di dj'roning kahyoen 
sakit pingit to hadannja - tVara dadi - 

hanak manawang lakoenja. 

20. Soemingkin kenehé poesang - seksek hiboek sahi paling • 
jan kéné ko temahanja - tan oeroeng ngemasiu hantoe - 
sing djalan-djalan manjempang - néné djani - 

sang praboe tVara manawang. 

21. Jan tVah dadi ban nglipoerang - lipoer-lipoerang di jati - 
pang soebaneu katjirijan ^ - sakité di dj'roning kahyoeu - 
sakit keueh to hadannja - dahat ketil - 

hènggal bahan manglilajang. 



* Elders: mangitjènin tityan<2^ wisya. * Elders: katawis 



MAMRl KOKil*A:<. 17 

rtutu «pirirel aan mij te veitouiitrn! Waunerr komt gij vtwr goed 
btj mij en zoUen wij ouder ^ledenijdMlie liefkozingen hel genol 
der liefde smaken? Wat moet ik doen! Waarlijk, mijn vriend I 
ifil hebt wij voor mijn geheele leven ongelukkig gemnakt.' 
15 {Nu werden) ook de hofdames wakker, die (zoodra zij depriniei 
ho«)nlrn vpreken) haastig tot haar gingen en als uit reuen moud 
\riN*irrn: 'Wie is daar, uwe Hoogheid? Het üchijnt^dat U ge- 
/rl«chap lieefl ! If er misuchien een man bij l' gekomen ? » 

1^ l)e priiiHv antwoordde: «'Ik heb zoo .even een gezieht gehad 
in den droom. Ik droomde nl. dat ik op ileu schoot zat van eeu 
brrldsihoon jongman, den knMinphns vun Kor i pan op Bali. 



17. -Hoe urn ik daaraan komen, daar ik in de ver^^te verte niet aan 
hem gedacht heb? Ik geloof z<-ker, dat de gixlen mij dezt*n 
droom beschikten (Mn mij dol van verliefdheid of kraiik/.iiinig te 
niakrn ! 

IA «Kn waar vind ik een* doktor, l)ekwanm om mij van de/e kwaal te 
grneyen? (Iminer») waar *t hart ongesteld is en in de pijnlijkste 
oujekerheid heen en weer gi^slingerd wtirdt (daar helpen gf«n gt* 
neesmiddrleiij en zal geen doctor iet.« vermi>gen. ^^ at (*eninaal in 
bet binnenste begraven ligt , dat blijft iemand onophoudelijk voor 
dr ongeo zweven. 

|9. «AU hij» van wien ik gedroomd heb, mij kwam behandelen , ja « 
dan rou mijne ziekte zeker 5}N)edig gene/4*n zijn. (Maar anders 
ook met.) De kwaal zit inwendig - nirn n(N*mt dat ceiie Vf*rburgeiie 
kvaiil, waarvan niemand aard iiot*ii werking kent. 



'Maar intunKheii wordt *t met drn dair onrustiger en be* 
nauvder van binnen; de itinartin !inii«»n toe, »n wie ixilw ihior 
d«-/r ziekte b(-zocht wunit , hij nuiet op 't laatst wel iraii zij.ie 
linnen gerakrn an , wsar hij piat of Maat , ais «e/« nloos neer- 
tallro. (Gelukkig) weet dr koning n*»g niet* van inijii 
tl ^^huXimtr) , maar hoe zal ik *t \oor hem kuiim-n verlxirgen :io(ideii ? 
Ik DMjet *t in mijn binneiiMe up-iuiti-ii en zorgen , dat niemand 
er leU van merke. Zulk hart/eer, grhjk *l l»ret . is erhter gerne 
kleinigheid' (Zeker) ik kan gemakkelijk arindinir Zfi**ken , 



J^ %s4ir. XI. 



18 BAGOES HOEMBARa. 

2&. Tong dadi njaroe - njaroewang - saioewang mawoewoeh sMih - 
tan lad maring w^redaja - rasanja hi b'li rawoeh - 
hi b'li mantri Koripan - njabran wengi - 
magantoeng - gantoeng di mata >. 

23. Jan ira t'wara katekan - boeka ban irané ngipi - 
hapa t^mahané reko - tan oeroeng hamoengpang lakoe • 
sarwi hanangis ngandika - ganti kahi - 

djani ngemasin hipijan. 

24. Kèn Bajan halon hangoetjap - sampoeu Déwa goeng manangit - 
manawi w^roeh sang katong - kènkèn mangkin hantoek matoer 
sagèt sampoen bangbang wètan - raden dewi - 
toemoeroen raris ka taman. 

25. Sapraptané maring taman - maloenggoeh ring batoer sari - 
jèh tingalé patjaroktjok 2 . Tjondong Bajan sami hiboek - 
mangrasanin katangehan - jan katjawis - 

kènkèn bahan mangatoerang. 

26. Bahadèn déwi ngandika - hoedjaré doeloering tangis - 
Bajan mati kahi reko - mak'iap iii b'li bahoe • 
malinggih dini barengan - koedij ang kahi ' - 
njaroewang pang k^na lila. 

27. BVin pidan dja dané t^ka - boeka ban hirané ngipi - 
salViring boenga né tonton - katon nira b^li Bagoes - 
tamboelilingan né ngaras - nagasari - 

mahirib hi b'li ngandika. 

28. Soengèngé né bahoe kembang - mirib prarahiu hi b'li • 
poesoeh bakoengé mandelok - mahirib djaridji roeroes - 
sandaté kembang majangan - hawas kahi - 

mahirib hi b'li loepa. 

29. Hintarané toengoel ragas - hedonnjané noe kakalih - 
mirib halis rengoe katon - heboen katirahé moeroeb - 



1 Elders: mati ban hipijan. 

^ *f d'resmembah, wat patjaroktjok verklaart. 

3 // koedy ang d j an i. 



MANTRI KORIFAN. 19 

tt. '(maar) diarmede it mijn verdriet nog nift vergeten. (Integendeel) 
mijn hartzeer zal er eerder door toenemen! Mijn vriend ligt in 
mijn hart begraven : 't zal mij telkens zijn al» rag ik hem (naar 
mij toe) komen. ÏAh des nachts zal (zijn beeld), mij onophou* 
dr lijk voor den geest zweven ! 

2-i. '(Neen) ab mijn droom niet in vervulling gaat, dan lijdt *t 
gvien twijfel of ik word nog dol en zal eindeliik niet meer weten 
wat ik doe! Ik kan (das eindigde zij) terwijl hare tranen vloeiden » 
mijn lot niet ontgaan , maar zal mijnen droom met den dood 
moeten betalen !" 

t%. Nu sprak eeue der vrouwen op beleefden toon: •'Ween toch zoo 
niet, mevrouw! De koning mocht *t soms hooren en wat zullen 
WIJ hem ten antwoord geven ? *' 

Intosachen was het morgenrood aangebroken , waarom de prinnes 
hare legerstede verliet en zich naar den hof spoedde. 

£3 Hier aangekomen, ging zij in het voorportaal van de tent op 
de steenen zitten en gaf den vrijpn loop aan harr tranen. De 
hofdame* zaten erg in *t nauw, uit vrees» dat iemand haar daar 
mocht vinden, terwijl zij niet wisten, hoe zij (den koning) de 
zaak zouden voordragen. 

26. Kindelijk opende de prinses (andermaal) den mond en sprak door 
harr tranen heen: ^Bajan, ik sterf! Daar even verscheen mij de 
prins weer en zette zich hier naast mij ne^r. Wat kan ik toch 
doen om mij daarvan los te rukken! 

t7. 'Wanneer zal hij toch komen en doen gelijk ik (van hem) gedroomd 
heb? In elke bloem, die ik hier om mij heen zie, aanschouw ik 
(hel beeld van) mijnen schoonen vriend. 8ia ik gindsche bije gade, 
die daar bonig zuigt uit eene nagasari , dan is 't mij als zag ik 
bem (den mond tot) spreken (openen). 

(H 'Deae pas ontloken zonnebloem spiegelt mij zijn gelaat af, terwijl 
die uitstekende lelieknop daar mij r.tjne 5ierlijk gevormde vingers 
vertoont. Aanschouw ik deze vervrlkte sa iidat- bloem , dmn ver- 
beeld ik mij te zien, hoe mijn vriend doudelijk afgemat het 
hoofd laat hangen. 

n 'lo dien kroon- en bladerloozen iMTABASt^lxKim, waaraan nog 
slechts twee blaadjes zitten, j^taar ik op /ijne ^fronnti' wrnk- 



r. 



20 BAGÜES HOEMBARil. 

inirib lambé nginarig sMah - tihing gading - 
katoii raga mangrijana. 



80. DoTi simbaré masrawéjan - mahirib tjawet hi b'li - 
djanggoetang-resi > né katon - hoepin hangiué di doehoer - 
mirib tangan matajoengan - ngolah tangkis - 
pamargginé magamparan K 

81. Toendjoengé hakaiih kembang - katon ring tengahing bédji 
mahirib hi b'li bengong - hoelat dan« ditoe madyoes - 
hoepin hangin makitoekan • katon olih - 

mirib nagih 'udjoehin wastra. 



32. Tadahasihhé 3 mas'wara - mirib dané ngasihasih - 

hoelat mangroemroem di toeron - k'lidoeugané tjengak-tjengoek 
mirib h^v^b'li kababas - ngalih marggi - 
kahyoen matemoe kèn hira. 

83, Moenggah dané gag'lisan - ring balé pangaringaring - 
makakoedoeng soeti-a hidjo - raris malinggih matimpoeh - 
bengong jèh tingalé raembah * - sarwyanangis - 
nglilajang tan k'na lila. 



34. Rahadèn galoeh ngandika - kènkèn bahan kahi djani 
mangalihang daja reko - hapanga ja dadi saroe — 
lamoena kéné satata - t'wah tan polih - 

8ang praboe mapanak hira. 

35. Hapa dja gawènja soeka - s'dihë rahina w'ngi - 

soeba té t'wah dané dj oh - manggawé san hati hiboek - 
kèn Bajan ngentikang daja - nging di jati - 
hento pèt djani hatoerang. 



' Elders : loemoetèng galanting? 
^ 'f tan t] a n g r in a d j a 1 a n t a r a. 
5 // toe hoe - toe hoe. ♦ Elders^ boe j ar. 



MAM KI KOUUAN. 21 

bnuwni , trnri)! di* gliiistenMule sttrnffel van giiHij*chfn kaiibah (tiie 
/jrii nui dril stam li«*fMi :ilin^rt) mij zijiie. li])|>«*n to aaiiachouweii 
errA, o|i 't (Higriiblik 4lat hij lM*tf*I kniiwt. l)eM* t;r«*larluii; fpi- 
kirtirdr bamboe duet iiii) dcnkrii aan d<' (bfmiiinrlijkc) lirhtirvH^le 
huidkirur (die /.cmi verl tot de* .^rlKMinheid van niijuni %rii*nd 
biidraatrl). 

«V*. 'Va'u wiet^lend mmhar blad /.ir ik aan v<K)r zijn if(mlell>and'. 
Ku 7fMi verschijnt hij mij (evt'n<*enH) in ;rindNclirn lUASoituc- 
iAS<iKi:*»i, door welk.** tnp de wind bbiaM. Me dunkt, ik rJr hem 
dan dcftii! dnarhciMi wantlelen , teiwijl Inj de armen, al» ten 
Mri;dr yprifed, sierlijk liern en weer b<»weetft. 

51 Ihe b|(N*it*nde lotu^ipinnt , die daar e(*n/uani in de budplaiit.^ prijkt, 
vertiiont mij zijn ernMig t^'laKt, wuar liij /irli gere«*d mankt om 
ern bad te nemen. (Zie ik dan wcrr ho«*j de plant zacht keini door 
den wind het*n en wrér liewo^en wordt, dan is 't mij ain wende 
mijn v tiend het luNifd om en noiMligde hij mij uit urn liem zijn 
kleni aan te reiken. 

Zt. •'Het geiuid van de tadamasih klinkt mij in de oon*n al.** hoordr* 
ik zijnr vleiende Mem op de f*c}itk(»et5. Luister ik Ui^iarenteireri) 
iijiar het kli^nd ^!«nor van de klidoen^m, dan v«<^)eeld ik mij , 
dat mijn beminde votiniemen» is om bij mij te komen , maar 
dcMir allerlei hindeq^alfn np dm wee? wordt teiren^ehouden.'* 

ZS t Wit fpPZf^A lieblM*ndej iriiit; zij haa^^tiff hare tent binnen , waarna 
zij het hoofd met een ^rroen /ijdt*ii di>«*k onimond en , naar de 
wijzr der vn>uwen neerziitende , .itrak VfK>r zirh uit bleef j*tai en. 
l>t tranen stroomden haar over de «aniren, terwijl zi; luide 
«fvnde. Wat moeite de prinM*^ (K)k deed om zirh in te houden ^ 
het hielp *ailei< niets. 
S4. Kindelijk (wendde) zij (zich tot han* kamerj ntfrr*» en «prik 
• II»*' zai ik *t liich aanl('i;i^*n om nii|H«' «^ni-irt t«* verlKrutu " 
Al9 't TJMy infN't blijven , dan zal d«* koniiii: mij f?ewi!i niet Uns; 
mevr Eijne dochter n(N*men ! 

Sa «fin wat kan )k doen op mij op ff vr(N»lijk«Mi ? (Nitt^ /al ohj 
laten) ik zal dai( en nurnt tn'iiren . /t^tinua hi| %errr biijfl, 
Ui^ loij dit if ruitte iiartzeet l)«*n)kk<'iMl hrrft " 

litlUMchfn |ieinMjeii de vrnua«n in r«tiiu- oji ••« n iiii«lil«i mmh 



22 BAGOËS HOE MBA Ka. 



86. Kèii Bajan matoer anembah - wènten dajan tityang mangkin - 
marggi ké mangkin ka djero - parek ring hadjin hi Ratoe - 
toena» hitjané sang na^a - néné mangkin - 

mapoetra Tjokor hi D6wa. 

87. Ngarjyanang hi Déwa p'lalijan - togog maroepa hi mantri - 
hoendagi sami troes panon i - hanggèn manoengkoelang hiboek - 
hapang da dajanin hanak - hapang silib - 

hiriki raris linggihang. 

88. Poenika hamong hi Déwa - wMakin pandoesang sahi - 
hatoerin hadjengan reko - pinaka hal aki wahoe - 
poenika hanggèn nglipoerang - sakit pinghit - 
toemoeli kenjoeng rahadjan. 

39. Rahadèn galoeh ngandika - b'neh moenjin ba né djani - 
k'neh kahiné tVah kèto - bilih jan hitja hi goeroe - 

djalan maloe ka pautjoran - madyoes g'lis - 
sampoeii koem'rautjang Jang Soerya. 

40. Bahadèn galoeh ngandika - djalan mandoes Bajan Sanggit - 
ka pantjoran raris ngodjog - hangloen^soer wastra né haloes - 
toer masiram gag^lisan - hoesan mangkin - 

pada woes mangrangsoek pajas. 

41. Sampoen hoesané masiram - sag'rebau mantoek ring poeri - 
sapraptané maring djero - rahadèn galoeh hamoewoes - 
djemak p'tat kake Bajan - miwah soeri - 

kèn Bajan goepoeh ngatoerang. 

• 

42. Moenggah ring dadampar h'mas - ngoewah ramboet hasoeroeri 
hoesané masoeri reko - kadi dadari hanoeroen - 
hanglelenté kadi wajang - moengg'wing k'lir - 

halisé tadjep > malenjad. 



4.'i. Ramboeté njelem toer samah - paudjang ngaras hitikitik - 



> Elders: rawoehang. ^ Elders: loentjip. 



UASTRI KOMIFAN. tS 

dr prinses afleiding te bezxirgeii). <r Wacht** (dacht eene van haai) 
ik zal haar dit vooratrileu/' 

M. Daanip boog xij zich v(M)r *8 konings dochter neer en zeide : «^Ik heb 
iels bedacht : komt , laat ons naar het paleis gaan tot Uwen 
koninklijken vader « en een beroep doen op zijne goedheid, ((ieloof 
me) Zijne Majesteit zal nog (lang genoegen van) zijne dochter 
hebben. 

97 «(Vrrroek hem nl.) om een beeld voor V te bten maken naar 
de i^lijkenis van den kroonprins (van Koripan). De beeldsnijders 
konnrn zich hem in den geest precies vixirstellcn. Uebruik dat 
om Uw verdriet te verbergen, op<lat toch niemand achter Uw 
geheim kome. Plaats het beeld dan hier (in den hof) 

9t». *en Wijd daaraan al Uwe zorg: zalf het met welriekende olie, 

grrf het een bad , zet het ypijzen voor (in één woon!) behandel het 

als ware het Uw echtgenoot (met wien ge nog) in de wittebfoods- 

wcken Meeft). Tracht zoodoende Uw verborgen leed te verzetten. «^ 

ülinilachende (hoonle) de prinses (dit aan) 

99 en sprak : » Dat is bepaald iets goeds wat ge daar zegt : ik heb 
ook al over ieta dergelijks gedacht, 't Is nu maar de vraag of 
mijn vader er in zal toestemmen. Komt, bten we eerst naar het 
watei gaan en spoedig een bad nemen : de zon begint al te schijnen.'' 

40. Uaarop beval zij hare vrouwen haar te volgen en gingen allen 
de badplaats, waar (de prin;»»*) zich terstond van haar sierlijk 

ontdeed en onder de straal ging zitten. Znodra allen zich 
grwaaschen en heur fraaie kicederen aangetrokken hadden» 

41. keerde het gezeLichap naar het |mleis terug. In hare vertrekken 
gekomen, beval de prinses hare kamenier om de petat met de 
kam te gaan halen. I>eze haastte zich een en ander aan te reiken « 



42. vaarop bare hoogheid op een goudt-n Moeltje plaat» nam en zich 
befpm te kap|ien. Toen haar toilet (zoo ver) gen?ed wiu* , zig 
dj er uit ala eene hemelnimf ^ verltidriijk in hare bevrgingrn als 
cwoe lenige pop op 't wiijiingM'ii«*rin. Uure M*hitterende wenk* 
hrauwen lie|)en in oen* schrriwn punt uit (en wedijverden in 
KiioiMibei ' met) 

4S. bcC dikke, gitzwarte haar, dat tot aan de (iielcii raakte Hare 






24 BAGOES HOKMBAKH. 

betek batisnja mamoedak ^ - tjindaga né kotjap loehoen^ 
hisité Dgembaiig ridjasa - toehoe bangkit * - 
wyakti mangdroetang nianah '. 



44. Pamoeloené loemloem djenar — rahiné ndoerèn sadjoering — 
k^njoeng manis pipi moutok - k'njemé l'wir madoe djoeroch '- 
soesoené njangkih midada - poetih gading - 
mirib mas inauglingan *. 



45. Tjatjingaké dahat melah - masalèdèt kadi tatit - 

koekoen« Twir maiiik toja - dj'ridji roeroes moesoeh bakoeng 
madjané meros uggaloenggang - poetih gading - 
painargginé mahoeloehan. 



46. Raris dané masalinan - masdndjang j^ patra sari - 
masoeutagi soetra hidjo - mawastra bot Kling hoeugoe 
matènatèn mas'rinata - toer inapending - 
masasotjan mirah ratna. 



47. Mahanteng pèrhemas rakta - pandasaré soetra tangi - 
soetra koening soetra hidjo - sandingin soetra né dadoe 
timpalin pèrhemas rakta • pèrhemas wilis - 

m'lahé tan patandingan s. 

48. Maparada dahat m'lsh - mapinggei kana ratnadi - 



1 Elders: m'lah m on tok. ^ Elderp: toer ma mi pis. 

s ff talingan manjanggakarsa. 

* if bangkyaug ramping manoekelan. 

« tf VS. 45 — 47 aldus: 

Tjatjingaké boeka kilap - koekoe pandjang kadi 
manik - tangaué lemet toer meros - sapolahé manggawé 
koeng - boeka poetri né di gambar - tjentèng roengih - 
hakèh mantri kahédanau. 

Karis dané mesèh wastra - matapih ja wastra sari - ma- 
soeutagi soetra hidjo - mawastra bot KMing hoeugoe - 
matènatèn mirah ratna - toer manjeti - mapeudiug maa 
inanLTÜugan. Mahanteng ja sijang majang - paudasaré 
soetra tangi -, enz. 



MANTRI KOUirAN. 25 

kuitrn varen zoo trlad en wrl^rvoniitl al» de pracht i^tr i*oi:nAK- 
tji!«DAOA. lift UndvlM^ch scheen gemankt te zijn naaf het dicmH 
rrner RiiiJAi«A bloem (eu droeg er niet weinig toe bij) om hare 
•rhoonhrid te volmaken , 7.(X)dut *t niet ander» kon of menig hart 
mutii cT du<»r 0{) liol worden gebracht * 

(En nu zwegen we nog van) haar prachtig teint ; van haar gelaat, 
\ friarh en ypitt» toeloo|iend) als de nool eencr (pas geopende) doerian- 
^niriit en nUt'A» inct e«*n zoeten glimlach bedekt; van hare mollige 
wangen, hure lip^ien zoeter dan ünii|ieiide honig en (eindelijk) 
vao hare (M'hoone) boniten, n>nd aU de vrucht van den pi da da- 
boom en lichtgeel aU |}as ge|)oliJ5t goud. 

nii»k had zij) prachtige oogen, die bij wijlen flikkerden als het 
verrlicht; dunne vinger», zcn» recht al.-» !elieknop|ien en voorzien 
van (lange) spierwitte nagels, die zoo helder al§ kristal waren en 
(einitelijk) een buitengewoon dun, sierlijk gevormd middel. Als 
tij ging raakten hare vm*ten nauwelijks den grond aan, zoo 
ligt was haar gang. 

Na werd het tijd voor de prinses om zich te gnan kleeden. Kij 
tA>k een gebloemden onderrok met een gnien zijden rund aan en 
daarover een iwarsch (zijden) saroeng vnn buitenlandïKrh we«'fsel, 
vastgehouden door een (gimden) gordel, die rondom met rood- 
fpekleunie diamanten bezet wa.**. (I).it de) iiatkn'atèm en de 
• rinata (niet vergeten waren, behcx'ft niet Ie wonlen gezegd). 
Vetdrr droeg zij een allerpnchtiirstrn , bontgekleunlen slendang 
wmn de beste zijde« die sc^liittcrde van al het goud, waarmede 
hij bedekt was. 



haar bovenarm schitterde «m (gouden) band, die als l)e* 



•26 BAG0E8 HüEMBAHa. 

masimsim mss masasotjan - masotja ratnadi loehoeng - 
masoebeng ja toelak moentjar - kern er kendit ^ - 
Pwir moeksah k'dapak^Da. 

49. Mas^kar tjempaka djenar - matrauggana poedat sari - 

sampoen hoes mapajas reko - woewoesau Hida sang praboe 
noe malinggih ring djaba t'ngah - mangrawosin - 
sang praboe ring Djamintora. 



50. Bahadèn galoeh kotjapan - toemoeroen raris mamarggi - 
mangodjog mangkin ka djero - pahongan pada toemoetoer ^ 
kadi dadari loemampah - sampoen prapti - 

mangkin maring djaba t ngah. 

51. Goeroené mendak ban tingal - poenapi karyan Mas Manik 
raden galoeh sawoer halon - wènten karyan tityang goeroe - 
doeh malinggih 'ndèn hi Déwa - lah horahin - 

goeroe poenapi ngaryanang. 



5£. Rahadèu galoeh manembah - maloeuggoeh sareng n'repati - 
hangembeng hembeng jèh pan on - manjoerabah dj 'ridjiné roeroes 
rarasé kadi ring gambar ^ - toehoe manis - 
gahok hanaké toemingal 4. 



53. Baris matoering sang nata - hatoeré dahating manis - 

doeh Déwa goeroe sang ka tong - doeroesang hitjané goeroe 
karyanang tityang p^lalijan • hapang b'tjik - 
togog kakalih karyanang. 

54. Maroepa mantri Koripan - mantri nd bagoes di Bali - 
kotjap byaua pada reko - hapang tHyang mangkin weroeh - 
genahang tityang di taman - makakalih - 

hasiki mapinda S'mar. 



> Elders: toer makendit. » Elders: hoematoer. 
3 // patanganan kadi wajang. 
* ff p a n d j a k e n o u t o n. 



MAN'IUI KOKII'AN. 27 

uaül wst met kdutbnre juw<-elen, terwijl ook de gouden ringen 
«AH hare lingert met de fijnste steenen varen ingelegd. l)e oorcn 
pnjkten u>et (gomden) M>ebengi«, die naar binnen waren opgen>ld 
en een glnn» als van het «tnelven^chietend wcerlicht van zich afgaven. 

49 Daar h»ven i<^taken twee gt*t?le tjeni|mkabl()emen uit, terwijl het 
kaar Tan Toren met kleiue geele bloempjes als met renen krans 
bedekt was. Hiermede was het toilet van de prinses voltooid. 

lntuft«<*hen. zoo zegt het Terhaal uu^ zat de koning nog altijd 
in den mtddelsteu voorhof, waar hij (met de zijnen) druk sprak 
over den vorst van Djamintora. 

50 Zoodra de prinac* gereed was, verliet zij bare kamer en begaf 
ijch naar voren. De vrouwen (die hnar zagen gaan) «praken onder 
elkander, zeggende: ^Zie haar daarheen .Htap|)en alseene dedari!* 
Weldra had zij den twee<Ien voorhof bereikt en nauwelijks zag 

SI. haar Tader haar of hij wenkte zijnr do<*hter vriendelijk toe en 
Trofg haar, zeggemie: "Wat iü Iw V(*rhincr«Mi , mijn allerliefute 
•ckairi' De pnnsea antwoordde op h(*lc^fden toon: «^Ik heb een 
dhiMCead (verzoek) te doen.** (waarop de koning hervatte): «Kom, 
art o errst hier nW*r, mijne lieve! en zeg mij dan (zonder schroom) 
wmt ik voor (' doen kan." 

U» \b maakte de prin^*» haar M*mbah en nntn /ij tegt-nover den koning 
piaata. Hare oogen vulden zirh mn tranrn, terwijl zij de sierlijk 
gt ioi m d e handen met gratie vtMir /u*h uiUttrekte (en in die eer- 
Wdige hotuling eene wijle bleef zittrn). Men zou gewaand hebben 
coi geschilderd Wld voor zich te zien, 7xn> niterst lief en 
beraiiig zag zij er uit. Allen , die liaar gadfsloegeu , waren stom 
Tan Terfaanng. 

H Endrlijk droeg lij haar verzfwk vcNir, tejwijl zij met hare 
awkenoete stem den koning alilus* aansprak : «Met Uw verlof, 
■tijQ verheven vorst en vader! 1»:iat Uwe gunst zich over mij 
•Btbfrïden en <lieveel dat) voor mij twee fraaie beelden gemaakt 

liL mwordtn (waarvan het eene) den schoonen pnns van Koripan op Kali 
«oor^lrlt Men ze0, dat bij zijns gelijke niet heeft en (daannn) 
MM ik hen gaanie willen leeren kennen. Ik zal de bt*idr beelden, 
waanau het eene op een* Semar moet gelijken, in den hof plaut;«en.» 



l 

L 



28 BAGOKS HOEMBARa. 

55. Sang praboe raris ngandika - nMoenang pada hoeudagi - 
tMoen hoendagi né hènggal - g'nep sami prabothipoen - 
toer niukarya gagelisan - pragat tnangkin - 

togogé jan makadad'wa. 

56. Toewi t'wah ja boeka pola - mai-oepa rahadèu mantri- 
ne hahoekoed hi S'mar tok - perok mataué matoeroet - 
pangawak iniwah di tindak - tVara panggil - 
hantoek hoendagi ngaryanang. 

57. Warnand man tri Koripan - pamoeloené poetih gading - 
njaudaug raden galoeh gèlot - laugsing landjar maiiis njoenjoer - 
sampoen tiu'rap parada - raris kambil - 

sampoen katoering rahadyan. 



58. Togügé sampoen katanggap - lintang kènak raden déwi - 
tan iwang kadi soewap'na > - toewi t'wah bagoes hanoeloes - 
warnané kadi Hyang S'mara ^ - raris g'lis - 

togoge songsong ka taman. 

59. Sapraptané maring taman - kaling^ihang sampoen betjik - 
rahadèn mantri ring hoeion - hi S'mar hipoen di poengkoer » - 
sam]joen hoesan mauglinggihang - raris moelih - 

tan lyan goemantoenging tingal. « 

60. Sapraptané ring dj'ro pisan - ngandika has^moe tangis - 

kaka Bajan mati h i n g o n g - b'ii mantri dj^w& goemantoeng'* 
kèn Bajan hasahoer sembah - Dewa Goesti - 
togo^d dj Va hélingang. 

61. Nika hanggèn panglipoeran - nawi w'roeh sri boepati - 
hapang (la katjitra reko - tityang djerih Dewa Ratoe - 
saroewang bikase & Déwa - lah poeuiki - 

])agagandau Uatmadj i wa. 



« Elders ; d i t o e r o u. 2 Kldeis : k a s ' w a p 11 a. 

* '/ mirib mamoetrue. * Khh^rs: man ah. 

* '/ h i 1 i d a n g p o 1 a h e. 



*ZoiHini de priniies had iiit^sprokon) nam de kohin*; lirt wiMinl , 
en gmf bef el om de beeld?«nijders op tr roejien. Dezen lieten niet 
Uni! o|) rirh waehten. 0()k bracliten zij de noodige gereed^chapiien 
met lieh (iroodat) zij tenitond aan 't werk konden f^n. Weldra 
v^rrn de heelden klaar, eu wezenlijk, 

t\) rtemdeu geheel met het origineel overeen : het rene geleek 
«»r«*rie9 op den kroonprins (trrwijl) het ande.re een mi^maakten 
Semar, met zijnc groote , uitpuilende oogen, v<x)n«telde. I>e l)eeld- 
•njder* hadden hoading en voorkomen zonder eenige fout weten 
weer te geven. 

Het beeld dat) den krvNinprin^ (voonitelde) wa5 met ecne zacht 
gerle kleur overdekt, wel gew:hikt om de prinsiey dol van ver- 
bef iheid te maken (gezwegen dan nc^) van de hooge, alankge- 
bouwde luruur en van den zoeten glimlach , die om deu mond 
•prelde Koinira (de beide beelden) met het nocMÜge verguldsel 
brsetrv^ken waren . werden ze van hunne plaatii genomen en der 
pnn*rai aangeboden. 

IV7e nam ze in ontvangsct en wan er uitermate mede in haar 
vAtik. (l)e knionprin») wa.** precies dezelfde, dien zij in den 
drv^inm (gezien hnd) - on vei gelijkelijk htIhmhi , het evenbeeld van 
é^xi lefdegiid. ZfM) ii|M)edig m«igelijk droeg zij de be«*ldeii naar 

den h*»f, waar iij ze eene gf>ede pinat5 (in een der otfrrlini'ijejk) 
brxorgde. I)e kroonprins kwam V(M»n>p te Maan en achter hem 
(c*jn volgeling) Semar. ZcMnlni dit geMthied waa, keenie de pnnM» 
mamr het palei» terug. (De geliefde) zweefde haar echter onop- 
boud^! jk voor den gec^^t , 

(vmamm zij dan ook) zoodra zij in *t vrouwen verblijf gekomen 
vm* « roet een befirukt gelaat tot hare vertrouwde hofdame zeide 
«Bftjan, ik zal *t besterven! Mijn vriend, de kmouprinii, «olgt 
m) wur ik ga en Ma.* De hofdame maakte haar .«emliah en 
aofwiiiirdde: «Cienadicfp mevnmw! denk toch aan het beeld 
«■ r«iek daar L'w trf)o«t btj ! I^riat toch niemand achter l w ge- 
br;in komen, anders vree» ik zeer, dat de koning het te wrten 
knjirt Doe al 't mogelijke om (* goed te houilen. Ko*n . niijn 
kftrt' hier is de reukdiar* (l>«-<iien l daaruit; ! « 



?,() KAGOKS HüKMBAHa. 

62. Kaden galoeh maugandika - halapang nira saroeni 
t'kaiiing s'kar lirgilo - kèn Bajan ngatoerang goepoeh 
sampoen rawoeh « parangkatan - Déw& Goesti - 
hi Déwa tidong ngadjengang. 



63. Tan iki * ta kahi ngamah - haba to ka taman djani 
togogé hatoeriu reko - nira ditoe bareng njekoel - 
kèn Bajan g'lis mambakta - sampoen prapti - 
raden galoeh manandjènaog. 



64. Woes ngatoerin togog dahar - raiia mara mangodakin - 
woes mara madjengan reko - kèn Bajan ngajahin goepoeh - 
ngarepin togog madjengan - Bajan Sanggit - 

toemoeli noenas loengsoeran. 

65. Bahadèn galoeh ngandika - t'kèn togogé mapamit - 
kantoeu ké hi Vli togog - tityang mangkin pamit mantoek 
bèndjang tityang malih t'ka - parek b'li - 

raris maotoek sag'rehan. 

66. Sapraptané ring dj'ro poera - hag'lar tilamé g'lis - 
winasoehan dané halon - toemoeli raris hatoeroe - 
h'henga wengi woewoesan - bèndjang malih - 
raden galoeh hatangya. 



67. Goepoeh mamarggi ka taman - kadéhan pada mangiring 
rahoeh ring taman mangodjog - togogé raris kadjoedjoer 
sahoep sangkolija mandoesang - hoes njiramin - 
kalinggihang di pabinan. 

68. Sampoen pinganan madahar - togogé katoerin sagi - 
hoesané nandjèuiu togog - raris paridahar ditoe - 
sampoen hoesan mahadjengan - mangodakin - 

raris malinggih sareugan'. 

60. Tan lalia ngalahin loewas - djeinak togogé toer habin - 



» Klders: rat eng. ^ Klders: hitjü. 



L Dr printet (nam de doos in ontvanf;«t) rii beval dt* üpm'k^tcr 
Toor haar vat ^aroem en i.iroii.o bloemen te gaan plukken. 
Bajan haastte aich daaraan te voldo<*n en bood xe (harer meesteres) 
aan. Intiumchen hadden (andere vrouwen) het eten opgedragen 
(en spraken tot hare hoogheid, zeggende): «^Cienadigc mevrouw! 
laU u nirt wat nuttigen ? " 

L «Neen- {uw luidde het onvriendelijk antw(X)rd) "iï zal (van 
daag) met hier eten; breng allcii terstond naar den hof en zet 
h«t den beelden voor: ik /al daar met hen de rijst nuttigen.'' De 
vruQwen haastten zich daarop een en ander weg te dragen. Zoodrm 
de prinses (die haar voorging) in den hof was aangeJLomen , reikte 
xjj den beelden het eten toe, 

L aa afloop waarvan zij ze met welriekende zalven inwreef. Daarop 
Dam zij tegenover (hare bevchermlingen) plaats om zelve wat te 
irrbniiken. De hofdames ijldrn toe om hare hoogheid te bedienen , 
m vroegen dan verlof om zich met de resten te mogen verzadigen. 

ï. Toen allen g<'gcten hadden, sprak de prinses (tot het beeld): 
»lk groet r, m\)u vriend! Vaarwel: ik zal zoo vrij zijn om U 
ie verlaten en huiswaarts te gaan. MorgiMi htmp ik l' echter we«*r 
■iijne opwachting te komen maken." D«iarop vertrok het gezelschap. 

L Zoodra men in het plcis was teruggekeeni, haastten (de vrouwen) 
xsch <im het bed te spreiden , waarna (tie prinses) zich de viieten 
bet achoon waaschen eu zich te slapen legde. Wij wenschen haar 
picden nacht. 

T«en dr pnnses, zoo gaat het verhaal voort, den volgenden 
lu f gm ontwaakte, 
F. vm» haar eerste werk om naar den hof te gaan. Ai hare vrouwen 
•peeluooCen volgilen haar. In den hof gekomen, trad hare 
held terst^ind op het (iri*lirfde) be«»ld toe, omarmde het, beurde 
dan met heide handen op , waarna zij het een bad liet nemen 
en op haren schcMJt plaatstte. 
I T«^m etenstijd zette zij het beeld lie rijst voor en deed alsof 
aij bet %oeden wilde, om fer^t daarna zelve wat te nuttigen. Nadat 
aiien gegeten hadden, wreef (de prinses) het beeld i nogmaals) 
aet welnekende zalvrii \u vu zi'tte het naa.^t zich (op de nj«t- 
batik > uerr. 
1» £ij kun er maar uiet van scheiden. Telken'* nam /ij 'irX <ip rii 



32 BAGOKS HOEMBAIlii. 

pasihÏTi goejoeniii reko - tan kotjap olahé ditoe 
ring Bali malih kotjapan - raden mantri - 
ring Koripan kawoewoesan. 



II. 



70. Dané loewas mangoembara - poen 8'mar tan sah mangirinj 
satiba parand reko - liwat halas liwat goenoeng - 
tanana hamanggih desa - lemah w'ngi - 
tan patoeroe tan panMa. 



71. Kasoewèn ban manglalana - wènten sampoen pitoeng sasih - 
hanoesoep ring ugalas reko - hanoet djoerang djoerang paugkoen{ 
poen S'mar sawang kangèlan - mangoetimil > - 

sering mauagih rèrèuang. 

72, Pedalem pandjaké toewa - marggi marèrèn hiriki - 
raden mantri noeroet reko - lah mandeg ké kaka ditoe - 
sagèt katon djeron dëwa - djoedjoer mangkin - 
maloenggoeh tVah hadjak dadVa. 

78. Kasoewèn ditoe mararyan - mapraja mangkin roamar^ 
sagèt hoedjané manggeloh > - kat'kan gentoehé hagoeng - 
sagèt hada hanak teka - t'wah adihi - 
mowani mauegeu sahang. 

74*. Paksané k'ma mararyan - sagèt katon hanak p'kik - 

né hahoekoed liwat botjok - woug poeuapi Goesti Bagoes - 

^ .doeh nira jan wong Kuripan - nira paling - 
nira hi Bagoes Hoembara. 



' tllders : ni a n g a I i m i d. ^ K Iders : p a s i j o k. 



MANTRI KOUU'A.N. SS 

plaaUtr hrt op haren nchoot; (in 'teenr oogenblik) 8uM<» zij 
hrt (als fenr imtrder hanr woeneud kind) om er dtu wet*r tcgeii 
%t Urhen, dat het schaterde 

We xvijgofi verder van 't geen daar voorriel om nu naar Rali 
%t gaan eu (de lotgevallen) te verhalen van den kroon prinH van 

KoRIPAN. 



HOOFDSTUK II. 

Wl«i VAN RAOOCH llOF.MRAIia KN' ZIJN'R KOMHT AAN* HRT HOF 

VAN MATAIIORN. 

70 f IV kroonprins van Koripan) had een xwerflocht ondernomen, 
veri^zrld vnn zijnen hofnar, die steeds arhter hem ging 
en lief en leed mot hem deelde. Zy trokken door bosschen en 
over bergen (en hadden reeds lang gereisd) zonder nog een e be* 
woonde streek aan te treffen. (Menise dag) ging voorbij , dat zij niet 
aten en (meer dan i^n) nacht wenl sla])el<x)9 door hen doorgebrarht, 

71. Zoo hadden zij reeds gernimen tijd, meer dan xeven mnanden, 
mndgezvorveD en nog altijd ging het door bosschen , langs berg- 
kloven en door die|)e ravijnen voorvaarts. (Op t laatst echter) 
hr^gon Semar achter te blijven en sukkelde hij al brommende 
vrnier. Herhaaldelijk vroeg hij om hem toch wat te laten rusten , 

7£. 'arggende) «Heb toch mnielijden met twen ouden dienaar en 
laat ons daar halt houden !«* (eindelijk gaf de kroon|trins toe 
en sprak: » Welnu, bn)edertje! laten we daar dan wat uitrusten !« 
Jnist zagen zij eenen tem)iel voor zich uit, waar zij op afgingen 
en met hun beidjes plaats namen. 

7S Nadat zij hier geruimen tijd hadden uitgerust en juiat van 
plan waren om verder te gaan, begon 't op eenmaal hevig te 
ftortrpgrnen , zoodat de stnmmen overlie|Kn. Op 't zeilde oogen- 
hi.k zagen zij een eenzaam wandelanr aankomen, die een hoop 
brandhout 

74. op den arhouder droeg en he^ plan (scheen) te hebben om daar 
ttttk te komen schuilen. Zotnlra hij echter die (twee mannen) 
(T^vaar wrnl , wairvan de een schoon en «eigemaakt , doch de 
ander vrresrlijk misvormd was f bleef hij aan den insang stilstaan 
en vroeg ) -Wel. wie 7ijl irij , mi]nh«*er? • (IV kro«Mipnni 
Rrtvnonide: "Ik hen iemand uit Koripnn : ik heet Hagoes 
liormhari on )» ••! hii-rheiMi veriw^Atd tf»T.i.*kt.- 

a» *•*«». \i 



34 BA00E8 HOEMBARa. 

75. Poeniki té sapisira - Bagoes Hoembara njawoerin - 
hento kakanira reko - né matakon k'ujoeng kenjoes - 
jan timbang kaliwat tjoewat - pantes hoewil - 
mirib tonja soeba toewa. 

76. Brahman poen S'mar hangoetjap - lijap-lijap delak-delik 
mahi té dini mangrawos - singnja maman ditoe patoeh - 
makadadVa boeka hira - lengar sepit - 

boengoet boudjor i koepiug matjan. 

77. S'moe maras né nakonang - manjarérë kirig-kirig - 
mandoegi mahoedjan reko - mandjemak' sahaugé hidjoe ^ 
palijaté sampoen rengas - liwat rimrim - 

moenjin lii S marre banggras. 

78. Mangaba sahangé ngènggalang - tVara manolih ka hori 
patikepoeg patitom'lok - sahangé hengsoetin heboen - 
kampigang sambil man'mah - t^ka djani - 

di bantjingah mangilgilang 2. 



79*. S'dek tinangkil sang nató - pinarek dèning pramantri - 
mangrawosiu Da sang katong - di Daha poetra né hajoe - 
kajoen dané t'wah manglamar - sira patih - 
sami dj'rih maudjahoeinang. 



80*. Né ngaba sahangé fka - djoemodjog » sang sri boepati - 
toemoeli mahatoer halon - doeh Déwa Ratoe Poekoeloen 
tityang mamanggihin hanak - liwat p'kik - 
mawasta Baooes HoEMBARa. 

81*. Ring panti lor mahajoeban - liwat botjok né hasiki - 
sang praboe ngandika holon - kema melipetan roeroeh - 
pramantri pada madjalan - miwah patih - 
jan nja tonjak ja henjakang. 



' Eldei-s: bènpjor. * Elders: mangege h aiig. 
3 Elders: me ma rek. 



MANTKl KllKirAN. «^6 

75 »Kn vif u dat (imi?«r ir Dat is mijn brmclfr,* Dp vragfr begon 
hirnip te mefsmiiilrn (en ^pnik): ^^Nu, al5 liie met L op de 
trhul moest, dan zou dat (geloof ik) een ^rrooten doonlag geven: 
de volmaakte flclxNmhrid naant de mismaaktheid ! Dat sehijnt wel 
een oud i^pook te Kijn !^ 

7H. Piien Semar werd vreesielijk boos (toen hij dit hoorde) en riep 
oit, terwijl zijne oogen vuur sehoten: «^ Kom eens hier, dan tullen 
we dat eens bepraten: misschien ben jij wel net loo xwaar ab 
ik met je kalen knikker, je apenbek en je groote tijgrrsnoren !• 

7 7 fhixe vrager keek leelijk op sijn neus en schoof angstig op cij 
rn achteruit. Zoodra hij aan den regen bemerkte, dat hij buiten 
wa^, grrep hij haastig naar zijn vrachtje (echter niet zonder) 
voortdurend schuw om te xicn , uit bange vrees voor Semar , die 
daar nog altijd stond te schreeuwen. 

7'<^. (Kindelijk) liep hij op een' draf met zijn hout weg. Hij durfde 
DiH om te kijken • maar haastte zich over dik en dun heen verder 
ie komen. Overal liep hij tegen aan^ waarbij zijn hout dan soma 
aan een of anderen struik bleef hangen. Mei een vloek rukte hij 
*t trikens weév los (en zoo holde hij voort) totdat hij den ingang 
van het paleis bereikt hnd. waar hij, bevende aan al zijne leden 
(op den grond nerr hurkte). 

79. Dit viel juist voor op het nur^ dat de koning audii^ntie gaf en 
%an zijne prin^^n en legerhoofden omringd, (in den voi>rhof) zat. 
Men nprak druk over den vor^t van Ksdirie en diens schoone 
dochter, die Zijne Majenteit ten huwelijk wilde vragen. Nietten 
der legerhoofden of rijksgrooten had echter den moed ca des 
braidschat te gaan aanbieden. 

<M> tllet gesprrk wa5 juist in vollen gang) toen op eenrnaal de 
houthakker ventcheen. Hij ging regelrecht op den koning toe en 
»{*rak op belff-fden toon: "Met Uw verlof, verheven Heer en 
Koiiiiiir? (Zoo even) heb ik een beeltlschoon jongeling ontmoet, 
jTpna^md Hagoes Hoembar4. 

^1 «tik vond heui) schuilend^ in den tempel daar no<»nlwaarti> met 
rHiir i<*mand bij zich, die f*r vrre.M*lijk mismaakt uitzasr.' 

De koning antwoorddr "Keer fi|MiefliH: daarheen terug en gm 
n^m halen: hier t\v pniiM*n en legerhiMifdeii /uil^n met u trrkkrn ! 
Ilcicht hij siNns weigt*ren {it komen) dan niori ifr hrm maar 
dvinurn."" 



df> KAGOES HOKMBAllii. 

82^. Gègèt patih mautri loeogha - mangroeroeh rahadèn mantri - 
katoewou sira saug katong - makou mangroeroeh wong bagoes 
hoedjaii bales lakonaiia - sami maugkin - 
sampoeu manjoesoep riug halas. 

83. Tan d*wa prapta riug kajaugan - pada djoemodjog hag'lis - 
kepanggih raden i padjongkok - toehoe bagoes né hahoekoed - 
né hahoekoed liwat hala.- hadoeh tjahi - 

b^li hoetoesan sang nata. 

84. Lamoen tjahi djani soeka - pangandikan sri boepati - 
djalau ka bantjiogah reko - hinggih saudikan sang praboe - 
hoedjaué sagètau hendang - lah dong marggi - 

djani sareng ka bantjiugah. 

85. Sagrehau raris mamargga - tan kotjapaunja di marggi - 
prapta ring bantjingah reko - djoemodjog iawau saug praboe - 
sami gahok manontonang - nené djani - 

sajan djedjei ^ di bantjiugah. 



86. Hogar kajoene sang nató - kapèngin toemon wong p'kik - 
midjii watjana né halon - menèkan tjahi maioenggoeh - 

dini tjahi masarengan - t'kèn b'li - . 
ngoeda ko tjahi betèuan. 

87. Bagoes Hoembara mamindah - banggajang tityang hiriki - 
g'Iis toemoeroen sang katong - betèuan sareng maioenggoeh -* 
bt>ebar * patihé toehoenang - sri boepati - 

ugaudika tjahi * wong ngapa. 



88. Goeroen tjahi sajmsira - byana ko jen b'ii hoening - 
manawi hokan sang katong - pang soebaucu salah hoendoek 
b'tjik tjahi ngaudikajang - t'kèn b'li - 

dèniug b'li katandroehan. 

89. Bagoes Hoembara han«^etjap - tityang djanmii kasyasih - 



» Elders: danr. 2 Khlers : tebong. 3 Klders : teias. 
-» danr, wat <M)k l)oln*fd('r is. 



MWIRI KOIMI'AX. ^^7 

12. Oiidrr een vf nrani gc^rhreeuw to^*n uilen o\i «<-^ om dm knion- 
Urin» te gïïan opzoeken. rM»<lwon;?fMi (Knir ilen wil Z:jner Muje*tri(, 
die hun bevolen had om dien schoonen jonirelinf? te halen (en niet 
tonder hem tenis^ U* keoren) stormden xij daarheen /onder op 
drn ftortrr|pen acht te jjeven en verdwenen in hel bostch. 

^9. Weldra bereikten /.ij den tem|)cl, waar r.ij binnen ein^>n en den 
pnns op den ^nid vonden 7,itten. (liet was /oouU die man ire/.e^ 
had.) een van het tweetal bleek bi/onder M*hf>on te zijn. maar 
de ander aart^leelijk. (De aanvoerder iipnik den prin» :ildns aan :) 
• Mrt l w verlof, mijn vrientl! wij zijn afu'ezanten van den koning, 

*^f. d*e (' |:tat uitnoofli^n om, uU irij lu.st hebt, met onn naar het paieia 
te ^man.» •'Zeer gi>ed'' (du9 luidde het antW(H>ni) «wij zullen gn»nie 
aan het verlangen van Zijne Majesteit voMoen* Op 't zelfde ooj^n- 
blik hield de regen op (waarom de aanvoenler hervatte:) <»Komt, 
Iaat on« dan maar ter5tond ophn*ken en naar het paleis gaan!* 

*3 i>aar»p \er1n)k het ge/elM-hnp. \nu hunne reis» zwijirt hel verhaal. 
Uridra bereikten zij de plait-* hunner be'.temminj», waar zij terstond 
hunne opwachting bij den vor^t maakten. Alle voorbijgangers 
ttAJirden (de vreemdelingv^ny met verwonderiuLT aan en ütnMimdeu 
Am!\ naar den voorhof van het {ah is , waar het spoedig o|»ge> 
propt vol was (\an nieuw.^^nerigen). 

%é. IV koning was zeer in .«M^hik en kon zijne oocrtui niet van den 
•c.*iounen jongeling afwenden. (F)inJelijk) f)|)ende hij den mond en 
«pr^k bedaard: "Kom hier hij niij op de bnir /iiten : waarom 
x^kiidt ge daar beneden blijven!*''' 

• 

87. IV kroonprins verontvhuldigde zich (e<*hter, zetrgende:) «'l«aal mij 
maar hier lilten." (Nauwelijks had hij dit i;e/egd of) de ktiüing 
daalde haastig van zijnen zet«*l af en zettr zirh op den irii»nd 
Daj««t hem neder. M»*teen sprongen al de aanwezigen van de 
^««ii* (en volifilen het VfK>rlN*eld van den vorst). Nu hernam deze : 
#\V;e zijl gij ? 

M. #\Vie is l'w vafier':* Ik ken 1' be|uiald niet Ztjt gij miMchien 
de zoon van eenen of anden*n vur^-t ? Ik \rr7«H»k l 'i mij te 
mnren, ik mocht ander» rfiie ont>«>teefdneid liei^an, daar ik L' 
m 't ftrheel niet weet ihuis te bn*iigen.i^ 

%90 lUjeue* lloembar4 antwiMinlde: "Ik in-n [nn-t- dan) e«-n urm en 



38 BA60ES HOKMBAKa. 

tityaug maiigoembar& reko — pinaD klih tityang sampoeu i 
tanoening ring mémé bapa - hadoeh tjahi - 
dini pèt djani tnanjama. 

90. Hinggih sandikan hi Déwa - tityang manoenas mangiring - 
lintang soekané sang katong - toemon ring roepa ué bagoes 
hento henjèu né dorijan - hadjak tjahi - 
hinggih nika njaman tityang. 



91. Sang praboe kenjem ng'Ièuang - patih mantri pada k'njing 
njaroewang pada mamèngos • sang praboe rans manjekoel - 
hoelam lawan sadjeng kilang - sampoen mangkin - 
sami sampoen hoes hanadah. 



92, Kènak kajoené sang nata - manoedoek djanm& kakalih - 

bagoes toer pratamèng rahos - sampoen soewé ring Matahobn 
ngawoela t'kèn sang nata - loemb'rah mangkin - 
sang praboe hanoedoëk djanma. 



IIL 



98. Batoe Matahoen ngandikS - jan tjahi soeka né djani - 
b'li ngoetoes tjahi reko - manglamar hokan sang Batoe • 
rahadèn galoeh ring Daha - patih mantri - 
sami djerih mandjahoemang. 

94, PoeuikS b'li ngarepang - bilih hitja sri boepati - 

raden mantri sawoer halon - sandikan Hida sang praboe 
b^win pidan tityang mamargga - nënë mani - 
m^lah hambah tjahi loewas. 



« Elders: k'lih tityang s'kut lam poes. 



MANTRl KOKII*A!«. 'i^ 

onsrlakkig man , die van xijnt* vroegvte jritgd af tot nu tor 
(crfiiaam) door de wereld rondzwerft. Ik weet niet eenmaal, wie 
mijne ouder» zijn.^ «rWel , blijf dan maar hier eo beachouw mij 
al» uwe fiunieije!» 

90. «Zeer gaarne zal ik aan het verlangen van Uwe Majesteit vol- 
dkien: ik reken *t mij eene groote eer Uw dienaar te mosen 
worden. « De koning liet met bizonder weli^vallf*n zijne oogen op 
drn fchoonen jongeling ruften. «^En wie^ (zou vnM*ir hij ren 
oogriiblik later) "in dat, die daar achter (u zit) en met U i« mei*- 
gekomen?* «Met Uw verlof, dat is mijn bnietltT.- 

91. (Turn de vont dit hoorde) wendde hij het hcN)fd om en begon 
tr glimlachen. Ook de prinsen en iegerhoofden keken een anderen 
wetf uit om hun lachen te verbergen. 

.\u liet de koning de rijüt met de toe:«pijzen en de naidige 
dranken opbrengen en gaf hij het M*in tot den maaltijd. Weldra 
wnrrn allen ver/adigil ^en ging een ic^der i\}n» weeg:*). 
92 lliie meer) Zijne Majeiiteit die twee mannrn ItTnle kennen 
waarvan de «-rn) r.oo seluNm waK en zoo gofti zi|n wooni kon 
d««'n , (de« te meer) verheugtie 't hem , dat hij ft tot zich ge- 
nomen bad. Zij bevonden zich nu reeds grniinieu tijd in dienst 
van den vorM v:ui Matuhoen, en *t was reed» algeinr^Mi b«*Leiid 
gv-voiden, dut Zijnc Majesteit zich het lot van (die twce^ had 
aaLtfetrokken. 



HOOFDSTUK III 
ftaf«<iC* ll(»i:MHAKa worut dook den v<irst tan uaiihokn ?(AAa 

IILT HOV VA>' KAOtma Gfc/ONDCN till OK KKO«iM' KI >>»..*» 

TKS HtWClUK il. \KA(.i.N 

93 Op zekeren dag) sprak de vor^t van Matahoen (tot lUigoeA 
H'^^mbara): " W» gij mij werkelijk irt*negen zijt , dan zou ik 
a iraame afvaardigen om de knM)iiprin»e9, dochter van den vorst 
ran kadiri, ten huwelijk te gaan vragen, (wat tot hiertoe; de 
pnnMrn en legerhoofden niet hcblien durven doen. 
• Ik verlang zoo zeer haar te lM*zilten en wie weet of Zijne 
Majesteit geen toestemming gerfi." De* kriM»npriiis antaiMinlde 
brlrrfd «-De wil van Uwe koninklijke luKiiriuul /ai irrMiiudri: ! 
Wanneer hkjH ik op reis gaan r - ^ Ur dun Li Jtv moet uiurL'rn 
tüMsr %ertrekkeii 



^L 



40 BAGOES HORMBAIia. 

95. Kotjap déwasa né m^lah - pawarangau i reko mani - 
koijap di sastranja kèto - hento tVah diiia né soeboeug - 
toer mangaba radja pauomah - ratna badi - 

hali-hali tali bangkyang. 

96. Harnas lawan gelang kana - lawan sindjang has'ri gati - 
miwah wastra limar hidjo • genep sapangauggon galoeh - 
soebeng mas d'lim& sapoekal '^ - hanteng g'ringsiug - 
sekar harnas asembaran. 

97. H^nengak^D& polah hir& • kawoewoesan sampoen hèndjing - 
matjadang panomah reko - sapraték& sampoen poepoet - 
hingantos kari manjoerat - poepoet mangkin - 

hinoelesan loengsir dj 'nar. 

98. Goesti Matahoen ngandika - Bagoes mamarggi né mangkin - 
hapang prajatn& * di djero - matoer riug Hida sang praboe 
sandikan Hidê sang nata - tityang pamit - 

poen S'mar tan sah ngiringang. 

99. Sang nata hanoeting tingal - gahok wong Matahoen sami - 
tajang mandjahoemang konkon - hanggawa soerat papoetjoek 
s'walapatrS hinoelesan * - sampoen prapti - 

mangkin ring nagarèng Daha. 



100. SMek sang praboe ring djaba - tan d'wa raden mantri prapti 
djoemodjog maring sang katong - kagjat sang praboe handodoe 
ngandikê tjahi wong ngap& -toembèn mahi - 

di dj&h& tjahi madèsl. 

101. Bagoes Hoembar^ hanjoembab - tityang wong Matahoen singgih 
tityang hoetoesan sang katong - sri narèndra ring Matahoen 
ngatoerang radja panomah - miwah hiki - 

séwala patra poenika. 

102. Tinanggap dèning sang nata - pa}>oetjoek djaja mandrèki* 
hinoelesan loengsir kahot - mangoeri pinatjd ningsoen • 



» Elders, patemoewan. * Elders: pratidnja. « Elders: 
tinoelesau. * Eidci-s: manrrki. s Elders: soeka. 



MWIRI KOR'TW. H 

i3. •fiat ii*. re^t m^ny (*eii goede (lui?, de (7.iK»^iiaAiiide) |)a«a- 
rangan, vmarop, volgens de nchrift, alle goede U^eken^ u&in- 
ioopeii. Ook moet gij den bruidschat met u nemen, bestaande 
au jumeleu, (gouden) vingerringen , (zijden) gordelbanden, 

M. ftoodai (voet- en liandringen) en bovenarmsbanden. <)ok: rok* 
ken van de Hjnste stof, groene saroengv van gebloemde zijde 
en wat venier alzoo tot de kleediug eener prinseai behoort , als , 
era stel modgouden oorkiiop|)en , een gebatikte borstdoek, gouden 
kunstbloemen , enz. " 

§7. Mmt wordt daarvan niet vermeld. Den volgenden morgen, %cm> 
itaal h«t verhaal voort, was de bruidsschat met al wat er tiie 
behoorde gereecl en wachtte men noi? slechts op het schrijven van 
«ien briefp die echter ook s|X)edig klaar was en in een geel 
tijden omslag gewikkeld werd. 

9^ Na sprak de koning tot ikgoes Hoemban : «^ Begeef u nu op 
weg, maar gi*tlraag u vcxiral wij:* en voorzichtig, als gij in het 
paleis uwe boo<lschap aan den vorst (van Kediriel ovrrbrengt !<r 
• C)m U te dienen: vaarwel, Uwe Hoogheid/' (l>aanip vertrok 
hij) op den voet gevolgd door Seinar. 

tf I>e koning volgile hem met de oogen. ( Vok het volk van Matahoen 
aUarde hem met b(*wondering na (en sprak onder elkander:) 
•'^t Is haast zondr aux) iemand uit te zenden om een sehriflelijk 
huwelijksaanzoek onder koevert over te breng«*n! (*t is bepaald 
iemand om gevraagd te worden!") (Iiitusschen rris«l«' Bagoes 
Hoemhari voort) en bereikte weldra Kadirie. 

M. Hij kwam juist aan op het rtotfenblik , dat de kcming in den 
voorhof nt. Regelrecht trad hij op Zijne Muje.^teit toe, die 
vefschrikt <ipkeek en hem (dus) aansprak: "Wie zijt gij? Ik 
ne a voor *t eeret hier. Waar woont gij r ^ 

#1. Baffnes lloembank boog zich (en zeide) - ^Om V te dienen: 
ik ben iemand uit Matahoen en werd do(»r den vorst van dat 
njk herwaarts gezonden om (l) den bruidschat met dezen brief 
Ir tiverhandigcn. «^ 

De koning nam den brief, in prurhtitri* zijde i»ewtkkrld, in 
ontvangst eu beval zijnen klerk om hem dien voor ie lezen. 



42 BAOOES HOEMBARa. 

hoenining téwala patra - soETa wètnino - 

POEPOE - POBPOENEN PANG:éRAN. 

103. Tityang haneda sanmatS - hanir^ hagoengawiNGiT - 
doeroes hitjané sang katoug - mamandjakang wong: 

[Matahoen - 
Mataboen kédepang Daha - néné mangkin - 
hi Dëwa Diandjakang tityang, 

104. Jan hitja hi Déwa sang nata - kang histri sobt& > 

[dyah lewih - 
tityang t'wah patjang karoron - doeroe'sang hitjan^ 

[hi Ratoe - 
mangkin tityang mantes pisan - jan ngiinggihin - 
tanpasoeng mangsoel panomah. 

105. Sang nafa kekalih manah - hasoewé ngrasa ring hati - 
w'kasan ngandika halon - dèning ja kalamar maloe - 
mangkin dané sampoen hilaug - tjahi > mantri - 
Kahoeripan manggelahang. 



106. Siugnja t'k& mani pVan - kènkèn ban maman ngrasanin - 
hapan ja misannja reko - toer dané manglamar maloe • 
hëmeng ban maman mangrasa - kènkèn djani - 
kèto pèt tjahi hatoerang. 

107. Hinggih sandikan hi Déwa - kantoen padoeka n'repati « 
lingira sira sang katong - lah madjalan tjahi mantoek - 
kèto tjahi jèn atoerang - toer mamarggi - 
prapta tepining nagara. 

108. Poen 8'mar mangapakapak - handegang l)éwa mamarggi - 
ngoed& djahoemang sang katong - hi Déwa t'ka njak toejoeh-'i 
hapan tatagon hi Déwa - raden déwi - 
t'ka hauak mambakatang. 



109. Bagoes Hoembara ngandika - da kèto kaka mamoenji - 



1 



1 Elders: nanak. 

» // tjoerigii bcntar en sapoekah. 



MAMKl KORIPAN. IS 

Dr inhoud luidde (alu volf^t): m Moge *t Uwe Majealeit behaf^*ri 
fnij tot Uwen zoon aan te nemen! 

M. «Ik roep de loinst in van Twe Majesteit, die in eer en gniot- 
krtd op den tnion Kit, I«aat Uwe goedheid over mij worden uit- 
irebmd* dcior het volk van Matahoen tot Uwe alaveh te maken 
en dit land aan de heerschappij van Kadirie te onderwerpen! 



M * Ab *t Uwe Majcateit welbehagelijk is, dan wen-^ch ik met de 
•cbaooe pnimes, Uwe dochter, in 't huwelijk te treden. Ik dring 
er leer op aan. dat U (mijn verzoek) moogt inwilligen. Mocht 
l' er echter op tegen hebben, zend mij dan den bruidschat 
tmig! 9 



l§5. I>e vorst zat in tweestrijd. Na lang bij richzelven te hebhen 
nagedacht, sprak hij eindelijk op bedaarden toon: i'(lk weet 
niet wat ik zal antwoorden) daar zij reeds vriteirpr ten huwelijk 
cerraagd is en wel dfwr den knmn prins van Kt)ri|Min. Zijne 
boogheid ia sedert verdwenen, maar zij blijft zijn eigendom 
laoo lang wij niet weten of hij al dan niet doiid is). 

,M llisschien komt hij eerstdaags terug en wat moet ik dan zegireii , 
Aêmm zij eene nicht van hem is en hij haar n-etls vroeger ten 
howelijk heeft itevraagd? 't Is zeer m(>eieii)k viior mijoinuu 
«poe bealiasing te nemen. Keg dat maar aan uwen vorst. «• 

itf. (IWffnes iloembard antwoordde): i^Zooals Uwe Majesteit beveelt: 
vaarwel, mijn verheven (tebieder! «^ l)e koning hervatte: "'t Is 
gord, keer nu naar uw land terug en di'e) (uwen vorst) de 
zaak mede, ziioals wij zijn af/esprtiken. «r Daarop vertrok hij. 
'LoKiAf% onze rri/igen» buiten de stad gekomen waren , 

0% «rhrreuwde 8emar 't uit van ergernis, zeggende : «^ (ia toch niet 
verder, mijnheer! Waarom doet Ciij voiir den vorst aanz'irk 
(om de hand der prinses/ r Mijnheer schijnt er pret lu te heb- 
hm on zich (voor niets) in hrt zweet te loopeu . daar zij reeds 
Uwe bruid is! Nu krijgt mi^<(chien een ander haar nmr!» 

M. bogoes Hoembaii antwoordde i^ Spreek zou niei , bnmlrrtjc! 



Lf 



44< BAOOKS liOEMBA.ua. 

h'da ja koemaudel reko - mamitjager raden galoeh - 
masa dané mambakatang - mani-mani - 
t'wahnja nira mambahaDang. 

110. Poen S'mar halon hangoetjap - lamoen sapoenika mangkin - 
kanggé joen hi Déwa reko - sagèt sang prabbe mamoepoe - 
tityang njoerakin hi Déwa - tan d*wa prapti - 
roantoek ring hajoen sang nata. 

lil. Bagoes Hoembara ngatoerang - pangandikan sri boepati - 
mantri ring Koripan reko - sam{Mjen hanglamar t'wan galoeh 
nanging dané kotjap hilaug - singnja nawi - 
bèndjang pVan dané t^ka. 

112. Poenika djerihin Hida - hoka di semeton djati - 

ratoe Matahoeu lingnyalou - jèn nja t'ka mamau oeroeng - 
k^ma pèt Énalih roadjalan - jèn nja tosing - 
t^ka hapang dané hitja. 



113. Djani dja tjahi madjalan - matoer dja ring sri boepati - 
hatoerang tVah boeka kèto - boeka moenji né hi bahoe - 
Bagoeb Hoembara mamargga - sampoen prapti - 

ring Daha lawan poen 8'mar. 

114. S^iek sang nata ring djaba - Bagoes Hoembar& jèn prapti - 
sang nata ngandika halon - tjahi ko jèn malih rawoeh - 
Bagoes Hoembara manjoembah - matoer singgih - 

tityang ko malih marekan. 

115. Jan rawoeh hanak hi Déwa - dané lioeroeng sri boepati - 

h a m i n t a sih ring sang katong - jèn tan i rawoeh dané doeroes 
nglamar hatmadjan hi Déwa - sapoenapi - 
mangkin tityang mantes pisan. 

116. Sang natèng Daha ngandika - manam tVara da manamplik - 
kadi kajoené sang katong - noedoek mantoe ka Matahoen - 
lamoen t'wara kabantjaua - dèning warggi - 

hapannja misannja katah. 



> Dit tan is in een paar IlSS. uitt(<wallcn. 



MAM KI KOKII'AV. I •*» 

l«SBt hij 7.irh maar nici (te vrof^g) blijfle makrii en txvïi (Ar 
tehtgnxnoi) der prinses wnnenl (Ik /.eg u :) hij zal haar in tm-n 
gTTal krijgen, daar zij vroeg of laat l)e[Miald de mijne wordt. ^ 

10 Na hernam Semar bedaard "XU 't zoo gemeend is, dan on- 
drrverp ik mij aan \'w verlangen. M(x;ht (tchter de vontt huar 
«nnui krijgen, dan zal ik u op ^taanden vo(*t l>ekend mnken." 
VTeldra kwamen zij thui« en vertoonden zirh voor het aangi*/ii*ht 
vui den vorst. 

11 (Nauwelijks zaten zij neergehurkt of) lint^teH IIo<*nihar.i bracht 
dr woonien van den koning (van Kadirie) over, zeggende: 
• De kroonprins van Koripnn he<*n , z«Nt luidde de boodschap , 
de pri!i«e5 reeds ten huwelijk gevraagd. Wel in hij sedert ver- 
dwenen, maar hij kan van daag of morgen terug- 

112 komen; daarvoor \» Zijne Muj(*sU*it bang (vooral ook omdat) 
hij een eigen broers zoon is. « Nu sprak de vorst van Malah<H*n 
brdaani: "(Welnu) als hi) mocht tem t?k omen , dan zie ik er 
van af. Kom, ga er nogmaals \uivi\ (en /eg dit, maar voet; er 
•üti bij. dat) al?( Kagitej lliNMnbani niet verschijnt, Xijne 
Mjjmtrit mij dan de gevniagtle gunst niogi* toe*ita:in. 

M «Ik zou nu maar dadelijk op weg gaan, en de/.e inijne wocirden 
l^r kennisse van Zijne Majesteit brengen !« Bai^wA il<i^m- 
baia verreisde terstond en weldra kwam liij met «Scmar in 
kaïlirie aan. 

.14. Skodra de koning, die juist buiten zat toen de kroonprins 
AJTi veerde • (dezen gewaar werd) sprak hij vriendelijk: «Wel, 
fijt gij daar werr, mijn beste l^r Hagoes iloemban maakte ztjn 
•rmhab en antwcMirdde ''Om V te dienen: ik waag het ander 
oiaal «oor la aangi*7.icht te verschijnen. 

iU *^Mijn Heer laat l weten dat) als l'w neef mocht teriigkeeren, 
z,ij alsdan zijn ver/iH*k om I we gunst intrekt. (ieM-hietlt dit 
err.irr met , dan biijft Zijne II«)oglieid aanhouden om de hand 
tan I wer Majesteit» docliter. llo<* (denkt T we Majesteit nu hier 
«>«-rr; !* Ik onderwerp mij ge'neel aan l me Iie3lis!*in};. * 

M 1^ k«miDg van Kadirie nam het woord en /eide -Ik vereenii; 
■lij Toikoinen met het voorstel van Zijne lioogrieid en /«l <drii 
%nrtl %any Matahofii in dat geval gaarne tot uitjn schiMiiwiHHi 
aa&neinen , zoo 't aithan> ook de goedkeuring mijner bliNiUer- 
w ai. ten wrp I raagt . ajngezieii ^de prtns<*s) 74M) vele neven h»*rft « 



46 BAGÜES HOEMBAHa. 

117. Matoer jèn Bagoes Hoembara - né mangkin tityang maibas^ > 
jèn doeroes hitjan sang katong - mirawis > tityangé Ratoe * 
t^kèDing jan mas hartta - sahoenggaling - 

t'kaning radja boesana. 

118. Sidya djaja sarajata » - ratoe ring Daha njahoerin - 
maman t^wara nagih kèto - tVara maman jèn goemoegoet - 
t^kèn h'mas miwah hartta - maman mangkin - 

mredi kidik t'kèn Hida. 

119. Segara madoe goenoeng m^njan - poenika jèn maman mredi • 
lamoen soeba had& hento - djawatan ja pVan teloen - 
manggih liajoe toedjoewanga - toer maboentjing - 

maman ditoe fwah soekserah ^. 

120. Kèto djVS tjahi hatoerang - pangwidin maman né djani - 
sandikan Hida sang katong - tityang pamit ring hi Ratoe - 
moelih hag'lis mamargga - sampoen prapti - 

ring Matahoen ring bantjingah. 

121. SMek tiuangkil sang nata - Bagoes Hoembara jèn prapti - 
sampoen hitja Da sang katong - mamantoe mangkin hi Ratoe - 
tityang sampoen mantes pisan - sri boepati - 

woes mapredi ring hi Déwii. 

122. Hida sampoen liutang ngitja - tan wènten Hida ngadepin - 
nadyan h'mas hartta reko - tan wènten Hida goemoegoet - 
miwah ring radja boesana - sampoen sami - 

wènten reké ring sang nata. 

128. Segara madoe goenoeng m'njan - poenika Hida mangwidi - 
jèn wènten poenika reko - Hida hitja ring hi Ratoe - 
Hida t^lasing soekserah - sapoenapi - 
mangkin pangrawos hi Déwa. 

124. Sang. praboe halon ngandika - di djaha sih maman ngalih - 
tjahi pèt mangalih reko - boeka kènkèn roepan iiipocn - 



1 Elders: piratis. ^ Elders: djaga rarajatna. 
3 ff soeka serah. 



MANTKt MtKlPAV. 17 

11. Na hernam Kagoes lloembnra, zeggende: »* Ik zou nu gaarnr 
de taak voor goed afmaken: aU Uwe Majesteit on» du» wer- 
kelijk genegen in, laat mij U dan dit goud en geld met 
dexp vorftelijke kleedingstnkken mogen aanbieden en 



16 oofpe SaiaaVatvü (een en ander) met haar zegen bekroonen I «^ 
I)e koning hervatte : ^ Dat alles verlang ik niet : ik haak niet 
naar goud of schatten. Alleen heb ik Zijne hoogheid een klein 
vcnoek Ie doen: 

19. «ik ben er nl. zeer op gesteld om eene «^ honigzeem' en een 
^ wierookberg «» te bezitten. Zoodra hij mij die bezorgt, wanneer 
dan ook , dan zal zijn wen^ch vervuld worden en hij zijne bruid 
knjgeo. lu dat geval geef ik (mijne dochter terstond) over. 

if§. ' Breng dit mijn verzoek nu maar ter kennisse van uwen vorstir 
Bagoes Hoembara boog zich voor den koning net^^r en nam 
afvrheid. Zonder zich verder ergvMis op te houdrn, aanvaardde 
bij de terugreis en spoedig zien wij hem in het paleis van 
Matahoen aankomen. 

]Ml De vorst gaf juist audiëntie, (waarom) Bagoes lloembani da- 
delijk bij zijne komst (zijne boodschap kon overbrengen). "Zijne 
Majesteit « (dus sprak hij) "i» zeer genegen om l' op die voor- 
vaarde tol liju' schoonzoon aan te nemen. Alleen heeft hij U 
aea verzoek te doen. 

<r Zijne Majesteit is zoo zeer (met de zaak) ingenomen, dat hij 
L iijne dochter niet wil verkoopeu, maar ze l' zoo overgeeft. 
Hij is niet. brgeerig naar goud of geld m (nog minder) naar 
rarstelijke kteedingttukken , daar Zijne Majesteit genoeg van dal 
alles beitt 

• Hij vraagt U alleen een segar^ inadoe met een* goe noen g 
Beojan; zoodra hij die heeft, zal hij L' (zijne dochter) zonder 
Ijl afstaan. Hoe denkt l'we Hoogheid hierover ?«' 



De vorst antwoordde op ernst igen toon : » Waar zjü ik (dat) 
0aD zoeken i" Hoe ziet er dat uit? kom. gtj mor^t er maar 



4b HA(iül!:S HOKHBAUa. 

hapang tjahi mambahan dj'wa - jèa sing > polih -. 
da tjahi raalali di djalan. 



IV, 



125. Tamoelya mat oer mamargga - poen S^mar tan sah mangiring 
kang nagara sampoen hedjoh - poen S^mar hatoeré haloes - 
ngoeda misané hoewakang - mani mani - 

di djaha ngalih hi Déwa. 

126. Da dj Va hi l)éwa ngoewakang - tityang tVah poeroen mangkm 
m'retjéda hi Déwa lolong - mamotjo mamandjak toehoe - 
Bagoes Hoembara ngaudika - mani mani - 

masih hira mambahanaug. 

127. D^ djV& hiboek kake S'mar - hira h^noe manjida^ bakti - 
Vwin atembé hoelahang ko - hapang lijoe hauak loeloet > - 
IVih jèn wong mangkana - lauang histri - 

hapang ji noe kaloeloetan. 

128. Poen S^mar halon hangoetjap - mangkin tityang dahat ugiring 
sisip hantoek tityang reko - mangkin tityang sama noeroet - 
njida bakti ha wi wik' wan - b'win apalih - 

hapang tityang mangaroerah ^ 

129. Loeh m'wani holas ring tityang - m'wah daha néné betjik - 
tityang manggelahang reko - hanang satoea kapairsasoer - 
goemoejoe Bagoes Hoembara - to né hoengsi s 

mamilih né melah-melah. 

130. Toemoeli raris mamar^a - djoerang pangkoeng kalampahin • 
tan kéwoeh raga kaleson - liwat halas liwat goenoeng - 



> Elders: t'wah. 

^ f^ manj i wa bakti. 

3 ff wonghoelangoen. 

* // ngloerah. 

* '/ p i n d r i h. 



MAN'TRI KORIPAN. 19 

ren% op aitgain en zien , dat gij het krijgt. (Kust niet) vóórdat 
Cij 't gv'fonden hebt; hou<l u niet op onder weg. 



HOOFDSTUK IV. 

BA04>«H HOCMRAKa OAAT DK 8E0AR& U A () O K RN O «) R N o K Mi 
MR!«iAV ZOEKEN. ZIJÜE KOMüT OP JAfA EN VKRHLIJP HU 

DEN BEKOENO. 

M. iBftgne» Hoemharu) ging terstond op reis, ais altijd Tergexeld 
van zijn' hofnar. Koodra zij de stad een eind a(*hter den rag 
badden , sprak Semar beleefd : » Waarom geeft (gij) uwe nicht 
' Hoe zult gij ze nu later krijgen? 



116. «Geef (haar) toch niet zoo maar weg, mijnheer I Ik durf a 
bepaald dom te noemen, om zoo uwe onderdanigheid (jegens 
den vorst) t«>t het uiterste te drijven !«" Ue kroonpriu!» aiit- 
«ciordde: "Ik krijg ze immers later toch; 

lil oiaftk je do^ maar niet ongerust, broedertje! Ik moet nu eerst 
^naftr mijn beste vermi^n) mijnen vorst dienen, en dit ook 
(uit eigenijelaug) met het (Mig op de toekomst p o|Mlat ietlereen , 
i»> mannen als vrouwen , niet sleclits hier maar ook van verre, 
BIJ genegen zij. Ik wil dat allen op mij verlieven. # 
Nq heraam Semar (s^iottend) : "In dat geval heb ik er bepanld 
Liet* op tegen; vergeel mij: ik zag dat verkeerd in. Ik voltr u 
bo overal en in alles en zal mij (met u) fMrA'iien in ondtrriUnig- 
brid en ongeveinsde gehoorzaamheid, op<Ut ik later ook nog 
eras als vomt moge heerschen. 

Vroaven en mannen zullen mi] dan genegen zijn en (niet het 
Binst) de 9choone maagiien, Haarvan ik er z<io om en om dr 
bondeed vijf en dertig de mijne zal mM'inen. " De kroon pnns 
beipm hartelijk te lailien (en zeide) : "WVl zeker, daar m«vt tre 
't maar op aanleggen , en zorgen dat gr de mooiste uitkie;*! ! " 

ISB Ihwrop reisiien zij met s|mm^ ^erdi-r. diMir ntskloven ru over 
nvijnen en wisten van geen vrrmiH-idrjriil. 'Atunh't «tphniidrn 



% «fT \l 



OO KAGOKS HOKMBAIU. 

nmoe tegal mandjing ngaias - sampoen lami 
manoesoep ring giri wana. 



181. Tan kotjap Bagoes Hoembara - ring Üjawa woewoesan mangkin 
wènten reko * praboe kahot - nagara maring Djongbiroe - 
sang praboe dadi raksasa - sampoen brasih * - 

pandjaké sami katadnh. 

182. Tjangkem kadi gowa m'nga - hiroeng kadi soemoer kalih - 
sotjané IVir soerya roro - sijoengé kasor kang doehoeng - 
byakta Twir sang KoEMea-KARNa « - sami hadj'rih - 
toemon ring sang praboe j a k s a. 



183. Poetrane mangkin kotjapan - raden galoeh lintang s'cjih - 
raris ka taman mangodjog - togogé dj'wa hoekoet oekoet « - 
wMakin raris mandoesang - jèu hoes djani - 
nglinggihang ngatoerin dahar. 

184. H'nengak^na ring Djawa - ring Bali woewoesan malih - 
sang ratoe ring Daha reko - manari hi nanak galoeh - 
njahi goeroe noenas hitja - nen^ djani - 

njahi t'wahnja lèbang bapa. 

185. Ka Matahoen kajoen bapa - nanak galoeh sapoenapi - 
raden galoeh sawoer halon - wènten hantin tityang goeroe - 
b'li mantri ring Koripan - dan<^ hoegi - 

tan lyan dané hadjap tityang. 

1S(). Jan sih dané dèrèng t^ka - jadyan soewé tityang nganti - 
sang praboe ngandika halon - batang bap& boja rawoeh - 
daii<^ hilang sampoen lawas - hadoeh njahi - 
hapang hidep moenjin bapa. 

187. Raden galorh sekel manah * - hanembah hangembeng tangis 
(loeh Dewa goeroe sang katong - kanggé ié kajoen hi goeroe 

I KUIers : m a I i h. ^ KIdcrs : sami. 

5 Klders : w \ a k t i i a n T w i r k o e m b a r. 

* EMers : ha kued or koe t. * Kklors: s'mo« k^rangan. 



MANTRI KOftlPAN. 51 

f ml ken /ij dmir de bossKshen eii over de beifreii, dwialdeii na 
^11» over eene woeste vlakte eu verdwenen dan weer in het 
dichte woud, totdat /ij eindelijk den hcKigaten top van het ge- 
berjftr beriMkt hadden. 

131. \a 7iiijirt het verhaal (vooreerst) van Ba^roeti Hoembani om den 
lexf^r op Java te verplaatsen. Hier woonde (gelijk boven reeda it 
metletfrdeeld) een aanzienlijk vorst in het rijk l)jon|;biroe, dia 
erhter (!>edert) in een rakstn.*'» of d^nion was veranderd. Al Kijne 
knechten waren tot den liiatMteii in.in reedn door hem verslonden* 

112. Hij had eenen mond aU erne ^o|)ende grot en een neu« waarvan 
de iraten twei» putten geleken. Zijne (irroote) oogen (achitterden) 
aN tw«*e zonnen , terwijl zijne lilachttanden langer en icherper 
«aren dan eene krit*. Hij geleek zeer op den vermaarden 
koemha Kar na, (zoodat) ieder, die dezen reus-koning lag, 
de ichnk om H lijf sloeg. 

ISd. Van zijne dochter, de krotmprinses, wordt verhaald ^ dat a^ 
Miosr altijd) treunie en trlken?» naar den hof liep, waar zij dan 
het fgeliefkooüde) Inv-ld aan *t hart drukte en het b:j afwisseling 
met wrlrit*kende zalven in:>nieerde en afwaM*hte, totdat zij het 
eindelijk weer op zijne plaats zette en te eten gaf. 

154. Meer wonit er (vtKirrrntt niet) van Java verteld. Kr is nu wéér 
«|irake van Hali (en wrl van) den koning van Kediri, die 
Zijne dochter p de prinses, eens wilde fiolsen (en haar aldoa 
aansprak:) ^. Mijne lieve! ik vraag u wel verschooning , maar 
ik hrb bejiloten om u af te staan 

1S5 'aan (den vorst van) Mat ah oen. Hoe denkt mijne dochter 
hierover?» De krooupnii!«es antwfionide zacht: » fk wacht op 
iemand (anders), mijn vader! nl. op den prins van Koripan. 
Hem en niemand anders begeer ik te hebben. 

1S6. «/ifio lang hij nog niet versf*henen is, zal ik blijven wachten 
\i duurt *t ook noj; zo<i lantj.*' Nu hervatte Zijne Majesteit en 
sprak op vn«-ndeli)ken tiwin - ^Ik !i<»iid 't er viMir dat hij niet 
komen z.il , fd;i:ir) nij r»^d« seflert L'rruimen t;jd verdwenen ia. 
Ach. mijnc lie\r! luister nn toch naar «Ie stem van uwen vader!» 

157 Üe kruonprin«es /at in tw«'r*>fri)d , (4i<»c)i eindelijk; IxKig zij zich 
vuor hare*i vader (en sprak i terwijl hare o<kircn zich met tranen 



52 BAOOKS HOEMBABa. 

boja tityang poeroen miwal - titjang pamit 
toer mamarggi ka pani^reman. 



138. Sapraptané ring pam'remau - raden galoeh ngandikaris - 
Bajan betjikang i té tilam - winasoehan dènya haloes - 
toer dané hagoegoelingan - sarwi nangis - 

kangen tekening sang hilang. 

139. B'li mantri ring Koripan - di djaha bli malinggih - 

boji tjingakin ké tityang - tityang kas'rah ka Matahoen - 
betjiké tjingak hi Dewa ' tityang mangkin - 
tanoeroeng patjang palatra^. 

140. Njabran dina b^i tityang - masasambatan mang'Hng » - 
kangen san ko tityang Déwa ^ - Bajan Sanggit saropoen goepoeh 
miloe hanangis alar& - sVlih kingkings - 

raden déwi koesya-koesya. 



141. Tan kotjapannja ring Daha - kawoewoesan raden mantri - 
tan hoeroeng lampahë reko - liwat halas liwat goenoeng - 
sagèt mamanggih pam'radjan - toer malinggih - 

sareng kalawan poen S'mar. 

142. ])é Doekoeh sagètau mMal - manjapa sabdané haris - 
hi Katoe ko rawoeh reko - poenapi karyan hi Ratoe - 
Bagoes Hoembara ngaudika - hadoeh kaki - 

h i n g s o e n hoetoesan sang nata. 

143. S'gara madoe goenoeng m'njan - pangandikané mangalih - 
di djaha dja hada reko - bas kawidi ban sang praboe - 
singnja kaki polih hortta - bilih malih - 

hira djani polih « sadya. 

144. Dé Doekoeh mat oer haiiembah - hinggih tityang jèn miragt - 



> Elders: hag'lara. » Pjlderï' : pMjah hawak ing'wang. 

* " tan t o e 11 a h a n g a n g e n k i*n g k i n g. 

* ^ tanpèndnhpadapalajon. * Klders : ka ra ra 

* '/ haiitoek. 



vulden: •Wi'lnu, mijnhrrr, mi]ii kor»inkli|kr vatW! het i?ir>rhi«lc 
fooil» U l)ev«*elt. Het zij verre van ini} fiat ik ini) /oii durven 
• verzetten. Ik ^roet l' ! » Dnarop vertrok zy cii i»po<rdde zich 
DAar de slaapkamer, 

iSH «aar Kij hare kamenier terstond op droeven toon l)evel iraf om 
het bed te spreiden. (Deze voldeed daaraan) waaiop hare konink- 
Ii)ke bo(»^heid , na zich de voeten ^>ed ^hoon te hebhen laten 
was^heu , zich ter ru^te lefHe. Zij df^ed niets dan weenen • daar 
kaar hart naar den verloor'ne uitfrin&r. 

l'»?. «Mijn vriend, prin? van Koripan!'» (/oo riep zij uit) «^waar 
»ijt fn.) (op 't oojr^nblik)? Zie toch e<i»* op mij ne^r! Men wi! 
oiij aan (den vor»t van) Matahoen overdreven. Ach , inijnhe^rl 
kom U toch over mij ontfermen, ander^i zal ik het zeker besterven I 

I iM «llair aan dafir bn*nf; ik door in we«*klneen en vloeim mijne 
tranen, zoozeer verlanir ik naar l*. mnnhter!* Z»o<irn de hnf- 
(iameji (haar dus hoorden r(»e|M'n) iM-irnnnen /h ni«'t hii.ir te 
vrrnen en hieven een mi>lmar aan, ial« aerdnn <>«ik zij) dojr 
hrfdepijn verte»*ni. Ten laatste p-makle de kn>«>nprin "»<•!• buiten 
kennis en lajif zij als eeiie doode daar neer. 

141. Wij verlaten nu Kediri oni te verhalen van den kn>onpnns, 
d;*» nojf altijd <hK)r Ini^'uhen en over berir**n zijnen wejr ver- 
volge. (T<ien cm/e reiziirers eindelijk de laat«»te h(M»^te waren 
o\enretn>kken) stonden zij efri«»klap'« viK»r e#'neu klein#Mi teni|iel. 
{l>t kroonprins) zette zich met S«*mar in de nabijheid neer, 

142. en nauirehjks (waren zij tre/eten) of de (eiirenaar een) kluizenaar 
kvam naar buiten en jcprak hen op iM'lfefd'-n t(N>n aan , zeireende : 
■'Wera welkom, mijnhei*r! Wat \o«*rt \' herwaarts ?- Da^tiea 
II«)embara antwcMirdde "Wel. ^pMitvndertje! ik Ix'i; diNir den 
k<>nin^ uitgezonden 

li3. *oin eene "seirara inatloe» en c#»n 'L'fïenoeïi;: menjan* te i^i.ui 
roken, waai d:in ook. Z ;ne M:iji«|f»t »il /e n»#: i:«weld iirhlwr». 
Heiit jrij er mnlicht (kuI \an :nMir« - -jP'LfM ? (Mi'».*r;iïi':: /oii.U 
ge mij dan kunnen hel|if*n om^ nii,n «e^ no{>:naai9 v«Mir-»jo*d*g 
te makt-n.* 

Ji4. Üe LiUi/rnaar booj^ zich en <>pr:tk • Oni (' te ilieuen ik 't.*-h 



54 BAOOI8 HOKMBARa. 

wènten drewèn poetri kahot - raden galoeh ring Djonobiroe - 

nanging hatik dané pisan - ha^oeh kaki - 

kènkèn bahau mandajanang. « 

145. Nfifoelati hapanga bakat - djoh ké dèsannjané kaki - 
dès& né mahadan kèto - dé Doekoeh masawoer baloes - 
(Joeb D^wa Ratoe doh pisan - s'lat pasih - 

di ÜJAwa g'nah poenika. 

146. Masandingan DjAMOERDipa « - miwah Pai^enggah masanding^ 
WiNDOE-TiNQAL, DjAMiNTORa - pocnika njaü4ing Djongbiroe - 
jan Hida rawoeh hirikS - lah tangarin - 

sampoen hoegi ka bantjingah. 

147. Goeroen dané jaksa rodra - ka taman Ratoe margginin - 
di soetji madaging togog - poenika djoedjoer hi Ratoe - 
togog mawarna * hi Déwa - né hasiki - 

maroepa niki hi 8'mar. 

148. Jan hi Ratoe sampoen prapta - di soetji raris malinggih - 
gentosin togogé reko - togogé koetang hi Ratoe - 
hilidang sampoen ngenahang - Dewa Goesti - 

heling dja hatoer titijang. 

149. Tanoeroeng hi Déwa sadya - manemoe rahadèn Déwi - 
njabran mangingonin togog - raden galoeh sampoen hèpoeh * - 
ngajahin togog di taman - Bajan Sanggit - 

tan toena ngatoerang tadah. 

150. Bagoes Hoembara ngandika - lamoen toewi kèto kaki - 
kantoen kaki dini reko - dé Doekoeh masahoer haloes - 
hinggih marggi Dé wan tityang - hapang betjik - 
Bagoes Hoembara mamargga. 

1 51. Haudaroeng lampah rahadyan - poen S'mar tan doh hangiring - 
paniargginé sampoen adoh - liwat halas liwat goenoeng- 



> Elders: Dj a moer dj i pang en Dj a m boer di pang. 
2 ^ maroepa. 
• " hijofïk. 



MANTBl IIOBIPA5. 65 

vemomfii» dtt mii eu ander het eigendom is v«u eeiie ichooDe 
koningsdoeliter, de kroonprinsen van Djongbiroe. Zij moei 
^er echter zeer moeielyk van kunnen scheiden.*^ -'Wel, groot- 
vadertje! hoe zal 
145. »ik 't dan aaulegg«^n om er mij van meeater t^ maken? Ia het 
land, dat ge daar noemt, ver van hier?'^ üe kluizenaar hernam : 
•ü ja, mijn Heer! zeer ver; het ligt aan de overzijde van de 
zee, op Java, 

14^1 tu««chen Djamoerdipi, Panenggah, Windoe Tingal 
en Djamintori in, die allen aan Djongbiroe grenzen. Ala 
V daar aankomt, draag dan vooral zorg dat gn niet naar bet 
|ialei« gaat , 

lil. '(aangezien) de vader van de printieM een verslmdetide rent if. 

L moet liever uiiar den hof gnan en U re^^rlrecht naarde bad« 

piaata bedreven , wnar Uwe h(M>);h«'id (twe<*) bcrliirn 7al vinden, 

vaarvan het eeiie op U gt'lijkt en het undrre hier d(^.«*n Si*niar 

vucr^telu 
11*». •Zoodra U daar aankomt, moet l op de plaata van de beelden 

gaan »taan , na de/en Z4)rgvuKiig ergent verborgt-n te hebben. 

En nu 9 mijn Heer en Vor^st! onthoud maar hetgeen ik U 

gr/egd heb, 

149 ^en het kan niet misken of V /uit zoo gelukkig zijn van 
de kroonprinses te ontmoeten , die de beelden als hare kinderen 
verzorgt en zich voortdurend uitslooft om ze in den hof alseene 
flavin te be«lif*nen. Hare kamorjutrerü zetten hun op geregelde 
tijden eten voor.* 

150. Nu yprak Hagoea Hoembar.i : "hU dat alle^ verk^Ink zoo in 
(dan zal ik mij niet langt*r ophi>ud'*r. . ) Vaaraal, grontvadfr!" 
I>r kiuiieniur antvoordde beleefd. "*! Zij zoo! (ioiHle r^i^, nnjn 
Heer! en dat 't U vel gat'^ De kriMuipriua vertrok 

151. en rei •de met emoten 9)M)ed voort , op den vfïrt :r^v«»l{!d d«*or Sr mar. 
lo een oogenblik hadden zij een rind weitr* afgl*l«*u^i. Wrldta 



56 BAGOES UOB1IBAB&. 

prapting tepiniiig sagari - katon mangkin • 
pasar hagoeng di Pabéjan. 

152. Mandjoedjoer prapt^ ring pasar - gahok hanaké ningalin - 
pada maugroenjoeng i matakon - wong poenapi dj'roné rawoeh 
jèn pragoesti jèn pradéwS - hitji hoegi - 

Gopsti ugandikahin iityaiig. 

153. Doch Djahi Vli wong nglara - mangoembar& hoeling tjerik - 
tani iiawang desa reko - sagèt dini djaiii rawoeh - 

*dèsa poenapi hadannja - niki njahi - 
pasahoet dagaugé dad'w&. 

154. Pyanak raden né dadVa - k'njoeng k'ujoeng j& mamoenji - 
Pabéjan Lingsabé reko - hi Bagoes mangkin maloenggoeh - 
liakèh dagang pada t'ka - loeh mowani - 

sampoen paliiugan > ngebekang. 



155. Dawoeh teloe Sangyang SoeryS - dagangé kekalih paling - 
hi Bagoes katoeran roko - toembèn ngenot hanak bagoes - 
hakèh ngeugsapiu dagangan - lèu pakisi - 
hada beiigong uampig rowang. 



156. Lèn to t'ka sadi p'kas - njonjonjané pagoelabig - 
lainbihé t'ka di batok - matakon masawang djoedjoet - 
tjahi té woDg ngapa hipan - toembèn dini - 

hira té wong ngoembara hipan. 

157. Ne matakon mandjoedjoetang - nika té poenapi tjahi - 
kakang nirS bibi reko - mangoeda tjangkemé biroe » - 
t'kèn tjalii ngoeda sèngglad - bengkak-bengkik - 
matané masawang domba *, 

158. Poen S'mar masawoer banggras - soeba bibi m'lah rawit 
ujoujoné hentoek » ka batok - h'dèh galengang matoeroe 

' Elders: mangroengoe. > Elders: paugenan. 
5 f/ hihoel. * »f djenir. 

5 // teked. 



Uitten x;j de bo^achen en het c;eborgte achter zich en bereikten 
hj het zeentrand. (Een weinig later) sagen zij de hnofJmarkt 
▼aa Pabéjan (v(X)r zich uit) 
i/t. vaar zij op aftringen. Zoodra zij op de markt Terscheneu, keken 
cie vronven hen met verwondering aan. Allen namen hen 
oaowkenrig op en vroe^^n: «^Wie zijt gij, vriend? Zijt gij een 
Cfor»fi of een De'wu? Wees toch zoo goed het ons te zeggen !« 

U. <Hagne9 Hoembara antwoordde:) #Ach , jufTcru! ik ben (maar) 
een ongelukkig man, die van zijne vroegste jeugd af eenzaam 
over de wereld ronddoolt. Ik ben niet met de streek bekend eu 
kvam hier bij toeval aan. Iloe heet deze plaats^ jutfers?' 

M. Twee onder de koopvrouwen , de dochters van lekeren raden of 
iulattdsrhen groote, frlinilachten hem vriendelijk tesen en spraken : 
•Pït is de reewijk van liingsar. Nerm een (H>genblik plaats, 
mnnheer!-' t hidertusschen kwamen van alle zijden de markt- 
heden, mannen en vrouwen, o]Miagen, daarliet reeds tien uur 
iD drn morgv^n en dus op 

&et drukM van de markt was. I)c beide koopvrouwen (van straks,) 
éit voor het eer>t vnn haur leven zulk e^n schcMmen jonkman 
sagm, waren zcm) in de war, dat zij den pnn^ cigan*tten aanboden. 
Or.drrscheidene (vnnmen) vergaten aan hare kiNipwaar te denken , 
terwijl andere zaten t4* fluisteren, en nu en dan hare groote 
verbazing te kennen gaven , dcMir eikander op den arm te slaan. 
flater rjig men) een paar l)ejaarde vroumen aankomen, met tietii- 
af:;aneende borsten, die (oni?el(»irf-ii) tot ver «iver den buik 
mkten. (F>n van haar) vroeir nien prinsj , terwijl zij hem goe<I 
opnam »\Vat 7ijt gij voor ern l.'iiidsinan, vriend? (\Vr zien 
je* voor *t eerst hier.» •'Ik Im»ii een zw«»rveling, ino«*fiertje.# 

V. l>e vraagster zette de (Mi|^*n uijd o|>en als om goed te kunnen 
oen. (en ging toen viiort :) «Kn me is dat, vriend?» ^Üat ï» 
in *i oudere bn>eder.^ •Waannn heeft hij 7»»o*n varkensi«noet ? 
II«^ komt tiij /Qo geheel anders dan gij , roo nii!«inaakt en met 
onr^n al« van eenen bok?- 
\a nam; ^>emar (het woord en) antwoonide op bit^n toon 'Wel 
ttAet, moedertje ! gij zijt bizouder uiwii met uw hangende lK>r«ten ? 



58 BAGOSS HüEliBARA. 

Ai mangadèn hawak melah - k^in& moeiih - 
m'kahin hawaké djoeinah. 

159. Ramé hanaké ngedèKang - badjang ioeha ja pahoentit * - 
né kopek makahad hèpot > - padjengah-djeugah nganjoetujoet 
malah kahi manakoDang - toehoe djani * - 
hi S'mar ja mangedèkaDg. 



160. Hada malih toeha-toeha - mapoendoeh pad& ja tjaplik - 
soeb& ké tVah hitjang hongoh - hatinó noe kadi hiloe * 
roaügenot'roena né badjang - tjentèng roengih - 

kadi s'roeni walioe kembang. 

161. Mabihag pada nja toeha ^ - néné daha hoelat hiinbih - 
t^kèn né mebasaug béjod - mepeta nelekang ditoe - 
katiman dja hitjang bengkak - jèn nja kadi - 

heujak fwahnji hitjang henjak. 



162. Soemingkin nja bihag-bihag - di Pabéjan noe masisi • - 

tan kotjap poenang gagoejon - Bagoes Uoembaia kawoewoes 
toetnoeroen raris mamarggi - ka pasi^i - 
manjorog djoekoeng panoenggal. 



163. Lijoe hanak ring Pabéjan - pada noetoeg ka pasisi - 

hada laboeh katampèlok - lèn di sowan matjalempoeug - 
rahadèn mantri malajar - tolih-tolih - 
sajan hedjoh keiap-kelap 7. 



Elders: Hida hajoe né mawoentit. 
ff gongsoh. 
ff toeiah manoeh. 

ff Elders: badjang hajoe. * Elders: badjang. 
ff malilitau. ^ f lamat lama 



Mam Ui KdUiPAV. .*i'*> 

kom . gcpf mij 7* om zr alü hoofd kii.^M'ii^ t^ in*bruikeii , aU (ik pi) 
ftiaprn! Verbrel u to<-li iiift, tiat ^ nog mt>oi zijt! üi uaar 
&a» ru bc'kijk u t*i*ns in den s|jir|jrel!« 

ilr^mp vol^di* een ali;i'm<-en gelach van de omstinden ; jong en 
OQii jitoml te 9rhnddi*n van de pret (tot ^rootr erij^rnis van de 
rriuven) met de verl1"t9te borMou , die zich nu 7.«k) sjoedig 
m^^iijl U!t de voeten maakten en besichiumd op een tukkel- 
drafje w»-«jliej)en. «We m(M*:>iten ook nojf vrnspen !« (diu» bnunden 
r:j lu«-inr:i de laiideM). "Xu lacht die nar on;* werkeluk nou: uil !• 
L. i^M zaïr men een irro-jije «atijkonde vrouwen .ntaan» allen 
rreti* 2ond'T tanden, (liie tut de jon^enMi zeiden:) 'Ja, al 
r^n oM/e wan^*n injrevalien, (mm hart is altijd nojj als vo<irii^en , 
riMMlra w,] maar eeïien jnnkinaii zien met zulk eene liefflijke 
Arin ^n een ireljiat , scIummi als eci:e pas ontloken saroenibloem «^ 
ll*"*r^'ï bieoïinen /ij te >rh:iteren v:in 't laciien , waawiver de 
Y*-'^ II.- i'jr* /irh M-her.in te rrpTen. iZ ; kondi-n niet verdrair'rn, 
dat liie vnmweji) niet heur irrotile th-Nlmken (den knxmprin») 
UMJ Mintlen «>p te nemen . terwijl /ij (het j«»n|je volkj*») toeriejien : 
#'t !• l:(>^-iI , l:iit *t uifH>j manr van ons af /ijn : aU hij (ons 
Buar, «iide (liebheti; , dan Zouden wij ons zeker ;;ren tweemaal 

Meer en m**er nam de pret t4H* (onder de lieden) die zieh daar 
kij den Zit' kant hewo^ren. We /nllen er nu niet me^'r van ver- 
tri.en . maar terULrkeereii lot lias^H*^ Il(»embaia, di<* (eindelijk) 
iij.ne /itpla»t.H verliet en /ith naar het «tr.ind l^e^f, waar hij 
(ier«tnni) ernc {daarlii:tr»'nde) vlerkpmuw te water iK'htjof (en mei 
itji* Lufri.ir daarin |'i:ui.'« nam.) 

Er :r jfnute nieiiiirte \<»!k!i van 1'ahéjan volgde hen naar het 
rtnrid. ■■^.iirvaii) enkelen (in *t L»»*dranir) zich den vwi ver- 
gv:k!''i. en op den ^^rniid te reciit kw.inien. terwijl anderen zoo 
larsr a.i /i: waren in dr ruif-rnioTidMiLr hielen. (Iiitu<^chen) was 
ée kmifr:pnn!« onder 7#-il L'»':raan en ilindden on/e nti/i;;er»). die 
te.ft.» li i.ir de .i('h!erM j»fiid"i! «iirik''ken , «{«lediif ren eindweegs 
i£^i'-j.l >. ih!* b;j tu«'MMeiijHM>zen was (het vaartuiiye^ op de 
p>lveu me« r /irhthjuir. 



00 BAGÜKS HO KM BA Ka 

164. Loeh mVaui pada ngangenang - had& sedeg hada ngling 
makoeboeu pada manjougkok - mangoelapiu ngahoekahoek 
hada moelih hada teka - ka pasisi - 
tau kotjapau riog Pabéjaii. 



165. Bagoes Hoembara kotjapan - t'ngah aroengan toemoeli - 
sampoen dané t'wara katon - ka sanèhan. Djawi sainpoen - 
palajarë roras dina - sampoeu prapti - 

riug pasisi DjA^MiNTORa. 

166. Toemoeroeu dané riog sowan - sMek Di Bkkobng masisi - 
Dgaba pentjar manjaDgkodot - mamoeuji t^kèn né hloeh - 
dèh tampiuané inak^djang - k'ma moelih - 

nganti t'doeh » hira t'ka. 

167. Né loeh moelih t'ka djoemah - né mVaiii h'noe masisi - 
manepoekin hanak roro - dé B'koeiig matakou aloes - 
Goesti té hoeli di djaha - dèsaii Goesti - 

bagoesé bijana pada. 

168. Hakèh mautri tawang tityaiig - byana kadi waman Goesti - 
h&ahi poelran ratoe kahot - mnntri né di Bali bagoe» - 
hokaiié ratoe ring Koripan - kotjap p'kik - 

byaua reké hanak pada. 

169. Nanging bjaua titjang tawang - rahadèn mantri ring Bali - 
sakéwala hortta reko - toetoer hanak hoeling hiloe - 
Bagoes Hoembara ngandika - toehoe kaki - 

jèn horttané sapoeuika. 

170. Dé IVkoeug halon mangoetjap - hi üéwa kedjaha roangkm - 
•ingnja tèh hi Déwa reko - mantri ring Koripan rawoeh - 
Bagoes Hoembara ngandika - toelioe kaki - « 

hira hi mantri Koripan. 

171. Nanging té kaki da ngwéra - loewas hirané manjilib - 

d(' B'koeng tangkedjoet beugong - manjoembah sarwi ja matoer 



» Elders: soré. 



1 ff ' I «'t • * 



f 



^T. • • : " - *r-.iw ir.iïr -lirrf nr) dr *:n mH ««1 ri ï» • 
br* -r: • *• *•- j^ maAr «r^r njuir huis» ik kom v^*<) wiiUi*c* 

IV "fcr."iW \f-» r 1»' ilu:ini|» i»air hui» Ifrmj . liTni»' %\r xwnw \fi\\eru^ 
op r.M «irj:;.! a* :it» rb.rrf. . L»mi iH»c«'nlMik Litrr» •lirl Inj ojmIh' 
t»»*^ •Mntjrii , <iir ( ij aan^pml d<N»r Aru prin*) o|» lH*lr«»f»lrti 
lon»i !#• vni:;tii • rit mrik l:itul kumt ini|iiSrrr '' Nifnimni 
rf^riaart l u\ !M\'iiM»!i'if*iil ! 

'Ik krri vf'lr |>niiM*n , rniuir ii:f*t it*ii k:iti hi) I \iTKrtpkrii 
voHrfi , }iii«-vi*t'| .M*h(M>iit' kt>iij[ii;>/(int*fi (t*r «Hik iiiiifr<*ii lM*«f.iiit«) 
A'i'^ii 7»'i:t iiiPii, <lAt n*n /rkt*n* pnii!* vnvi MjiIi , ili* riNiii %.iii 
ë^ti vtirM uit Kfiri|ian , oiivf r^rlijkrlijk <>rliiN)ii iiuirl »«vi*ii 

• Ik ^ih rrhtpr d*» «*r iiiH) ilirii pnii^ viiti lUli tr kriinrii , 
r wt-rx 't alirt'ii van 't tf»"*'!! !«••!» iiii] viiNyrr «liitirvmi iurfi 
!• .r»-ii»r!il.- Iiui!f)e.« lliM'inhiira Npfiik ^*t !■ «air. itmniI 

taUPitjr* vut iii«-ri daarvan verteld hrrft,- 

Na ''-r*iain d«* l(^k'»'r'E? "NVaar i^ m ]uUr^r ini van |ilaiilir«ri 
Ir ir^a.'i ' N iiii.ii:i(-«*r iNik ^ifn< dir |irifiii vnn K"ri|i«ii '• 
«Mir«'p Ua.T'jr» li«iriribari antviifirdilr: «Ja «r). ^r'Hiiv.nli rfj« ! 

mit^ T.- * /t : ^r:,!#T ri!#-t •fT'W ^^-fl^ll^fi , daar tk i'i»i./»t'f<# 



62 BAUO£S HOCUBARa. 

p'Iih ké baD tityang narka - tVah hi Goest.! - 
sangkan tVara hanak pada. 

1 72. Byana tityaug poeroeu ngwéra - sandikan Goes^i Mas Manik • 
doeroesang hit j and reko - singgah koemah tityang 4oemoeii - 
hauging tityang tjanggah djarak - tityang miakin - 

hanggèn hi Dëwa kahoela. 

173. Bagoea Hoembara ngaudika - jan tVah kaki sehem djani - 
nira manoehoetang reko - bareng t'kèn kaki mantoek - 
hanggènang dja uira pyanak - djoemah kaki - 

dé B^koeng masawoer sembah. 

174. Toemoeli mantoek sag'rehan - tan kotjapan ring pasisi 

t'ka ring ngoemahnji reko - sagèt tjamoeroe ^ matjegoeng • 
dé B'koeng h^loeh mandjagdjag - manindjohin - 
sagèt né mowaui teka. 

175. Matoehoetan hanak da4Va - gahok né heloeh ngiwasin - 
njèu tjahi hanaké hento - m'lah dj'lèk * roepanhipoen - 
da njahi kètó mapeta - sedah halih - 

hi ujahau njahi inap^ta. \ 

■ 

i 

176. Sampoen kahatoeran s'dah - raden mantri ngadjeng laris - ^ i 
dé B'koeng hloeh di pahon - mangahoekin uéné kakoeng - *; 
mahi té tjahi heudènan - néné mVani - 
ka pahou rans mandjagdjag* 

177. Né heloeh memanteg tangkah » - lahoet ja makisi kisi - 
wang ngapa hanaké hento - boeka déwa né toemoeroen - 
né m'wani ngorahin kancja - hadoeh njahi - 

hMa njahi djani ngwérajang. 

178. Dané hoeli di Koripan • hokan ratoe né di Bali - 
pangandikan dané reko - hoeling tjenik dané lampoes - i 
hideh-hideh niangoembara - néné djani - 

dané nagih ndoedoek pyauak. 



I 



I Elders: hasoené. > Elders: soeka doeki. 
3 /r pa ha. 



MANTKI KURIfAN'. f^*i 

W kijkm. Daarop maakte hij zijn *efnbah fn »prmk «l>at hal 
ik ook brter moeten weten , daar er wel uieinaml kan zijn , die 
mijnheer in schoonheid overtreft! 

ff. »Ik ui (echter) aan Uw verlangen voldoen en 't niet wagm 
U bekend te maken, beminde lieer! Moge *t U echter behafcen 
l'we gnnst over mij nit te strekken, en vóór U verder gaat 
mjne nederige stuip binnen te treilen. Ik ben doodarm, maar 
vat ik heb beschouw dat als het L'we.4r 

73. De kroonprins hervatte: <rAls gij het werkelijk goed meent, 
grootvadertje ! dan ga ik gaarne met n mede naar huis. liehandel 
mij daar dan ook als uw zoon!'' De Rekoeug boog zich ten 
tccken van zijne toestemming, 

14. vaarop zij gezamenlijk den weg naar huis insloegen. Wat er 
verder op het strand v(M)rviel wordt niet vermeld. Zoodra zij 
bet hui« naderden, begonnen de bonden te blaffen en kwam 
dr vmuw toeloojien om te zien wat er aan de hand was. Eens- 
klap« stond haar echtgenoot voor haar 

17S. gevolgd door twee mannen. I^ vrouw keek hen met verwon- 
drring aan (en zeide tot haren man): "Wie zijn dat, die «choone 
net dien leelijkert.^ " "Houd uw mond en ga liever de sin halen! 
ftxaks moogt ge praten ! * 

fn. spoedig daarop werd den kroonprins de siridoos voorgezet, die 
er zich oit bediende. Intu«schen was de huisvrouw naar de 
keuken gegaan, vanwaar zij een oogenblik later (haren man) 
toenq), om even bij haar te komen. Deze kwam terstond en 
•aoweitjks was hij in de keuken of 

IIT. «ir vrouw sloeg zich op de borst en fluisterde hem toe: •Wie 
iP d»e eene toch, die er uitziet als een neergedaalde beniej- 
brwon^-r.^» De man deelde haar de zaak me<le, zeggende •Pas 
op, vnmwtje! ge moogt het niet rond vertellen* 

If4« ujoe hoogheid komt van Kori|)an en is de zoon van een 
haii*ch vor»t. Volgens zijn zeggrn , zwerft hij ree<ls van zijnc 
vmeg^te jeugd af eenzaam rond en verlangt nu, dat wij hem 
fti* (>ns kiod zullea aaonemeu • 



61' BA<;OES HOKMBARa. 

179. Né h'loeh soekané liwat - né mVani memantes moenji 
hMa DJahi tjatjalodoh - mangajahiu hokau ratoe - 
dadaharau hapang m'lah - hapang resik - 

hM& lerneh ^ magarapan. 

180. Né h'loeh halon angoetjap - singnja dané mangalahin > 
tosing dané loewas reko - né h'loeh madéw&ratoe - 
soeka tVah nira mamandjak - mangajahin - 

nira soeka noMjaug karya. 

181. Né h'loeh hèpot maudjakan - bikasé toehoe haresik - 
lebeug raris njagi hèpot - daharané sarwa haloes ^ - 
iijancJaDg hadjengan wong mènak - sahi sahi - 
lemah w'ngi kahatoeran. 



182. S'katé djani mangraksa - maudoedoek rahadèn inantri 

sajan soegih djani reko - tVara koerang pangau kiuoem 
l'wih panganggo né boeugah - sampoen maugkin - 
kalih sasih bannja ngraksa 



188. G'lis ketah desa dèsll - kotjapan dé Bekoeng polih - 
hanoedoek pijanak roro - boeka déwa né toeinoeroen - 
né hasiki botjok pisan ^ - bengkak-bengkik - 
sampoen loem'rah jèn di Djawa. 

184. Hakèh hanak mambisikang • loeh mVani tedoen mangiutip 
boedoeh pradahané reko - dé Bekoengé sampoen toejoeh - 
ngalihang pisaga s'dah - sahi sahi • 
tVara henap hada teka. 



185, Hada lali t'kèn hoemah - néné pongah memahekin - 
néné hédalemaii ngedjoh - pak'*nehé sampoen heiijoed 



* Klders : koemei. » Elders : m a m b e 1 a s i n. 
' u hoelaméjan sampoen po e poet. 
^ .ff boij okr niangonj ang iiarsa. 



MANTH KOftlPAN. A5 

179. I)r rroaw was hierover erg in haar nrhik, doch dr man hu 
haar de Irs, zeggriide: ''Zorg nu maar, dat gij dm 7.0011 vnn 
eruen koDuig naar b(*hoorfii en niet maar ton Mwr v\vhsvv\ 
bedirnt. I^et er op, dat het eten vooral goed en /.ui\rr zij ! 
\Ver9 niet lui maar rep uw handen ! " 

1^0. "Maar mit^hien gaat hij weer van ons weg?*' du» viel 7ij 
hem in de rede. ^Neen, hij zal niet weggaan '^ 7.00 luidde het 
antw<M)nl« waarop de vrouw haar gevoel in een (fod-almachtig! 
lucht gaf en uitriep: "Wl zal hem gaarne aU eene alavin be- 
dienen; ik wil allea voor hem laten staan!' 

|Hl. Dsarop haastte tij zich de rij^t te gaan kokm en behandelde 
alles zoo zindelijk, als maar zijn kon. Toen de rijH gaar 
was, zorgde zij voor de toespijzen, allei» 7^> llju en lekker 
mogelijk , een waar rijke lui*s kostje. Kn 7xx) ging het ook de 
volsrnde dagen: (geregeld tweemaal daag^) des middags en de« 
fi\niidsy zette zij (den prins) het eten voor. 

152. Twee maanden waren nu reeds verlooiien .ncdert (de echtdingen) 
den kroonprins tot zich genomen hadden en hem als hun kind 
veqdeegden, en in dien tijd waren zij hoe langer hoe rijker 
geworden , zoodat er geen oogenbiik gebrek was aan eten of 
drinken, noch ook aan fraaie kleederen (die zij zijne hoogheid 
konden aanbieden.) 

IM. Het was dan ook al spoedig in het rond ruchtbaar geworden, 
dat de Bekoeng» twee zonen hadden aangenomen, waarvan de 
een een neergedaalden hemelbewoner geleek , terwijl de ander 
met zijn mismaakt lichaam er alleronoogelijkst uitzag. Bijna 
iedereen op Java wist het reeds. 

|H4. De metsjea fluisterden het elkander (op straat) in de ooren, 
totdat ten laatste mannen en vrouwen bij hoo|)en kwamen toe- 
stroomen om even een kijkje te nemen, de jonge niaagtlrn (niet 
te vergeten) die (den kroonprins maar behoefden te rm) om 
terstond doodelijk van hem te zijn. I>e li^'kcN^nir* .«loofdm zich 
letteriqk af, (alleen maar door) onophoudelijk voor hunne buren 
(en andere gasten) de. noodige siri btjern te halen. Het »tond 
ireen oogenbiik stil. 

1^;^ Hrnnmige (vrouwen) vergaten zelfs naar hüi« te ifash. llr 
OMwdigen (onder naar) nailenleti (den krvMinprin*) zoo dicht 



H VOgr. XI 



66 baooks hokmbakS. 

kat'kaii inaugboes baiiaug - lahoet paling 
moelih tong katepoek margga. 



186. Tan kotjapan» wong kas'maran - wènten sampoen pitoeng 8a»ih - 
dé BTcoeng manoedoek reko - kapyanak bahan dé B'koeng - 
loemb'rah djani ka dj'ro poera - kotjap mangkin - 
dé Bekoeng manoedoek pyanak. 



187. Di horttané reko dadVa - botjok reko ué hadihi - 

sang praboe mangkin roangrawos - bèndjang pasemengan metoe 
mangraris ka djaba pisan - toer malinggih 
sang ratoe ring DjAMiNTORa. 

188. Haloenggoeh ring midjil pisan - pinarek* dèning prainantn - 
kadéjan ira nomanom - hoendang patih sami rawoeh - 
haloenggoeh hadjadjar-djadjar • pepek sami • 

sang nata lingira ngoetjap. ^ 



189. Doeh si ra patih prasama - kènkèn djani ban ngrasanin - 
kahi udingeh hortta reko - kotjap dé Bekoeng mandoejoek - 
pyauak dadVa kotjap - né ha^ihi - 

bagoes reko tVara pada ». 

190. Mahatoer patili prasama - jakti sapoenika mangkin - 

kadi handikan sang katong • h'nah lamoen kèto toehoe - 

1 Elders: tan kélingin. 

3 tt Malinggih ring widjil pisan • pinarek dèning 

[pramantri 
kadéhané sami negak - k^ma halih sir& demoeng 
toemoeli raris raamargga - toeraprapti - 
^ang praboe raris ngandika. 

< Elders: hento djani - k'md halih ja tekajaug. 



IIANTRI KOKII*AN. M 

OMjgehjk, terwijl dr meer nchuchtereii op een' a&Uud (bleven 
zitten). Knkelen nchenen xoo van de liefde verte<*rd te worden, 
dat xij heefden al» iemand , die door eene heete kmirtn bevangen 
i!> . en ten Inatiite niet meer witten wat zij deden • xooilat /ij Telfi* 
bij 't naar hui^ gaan een' verkeerden weg insloegen. 
lHi{ Uiich genoeg van deze verliefde lieden. Meer dan zeveu maanden 
waren nu reedn verloopen seilert de Bekoeng^ (on» tweetal) tot 
zich genomen hadden, terwijl deze al dien tijd door hen aU 
hunne kinderen behandeld waren, (zoodat het dan <iok niet 
te verwonderen waa dat) het gerucht daarvan eindelijk wik in 
bet paleis (van den vorst des land^) doordn)ng. 



HOOFDSTUK V. 

KOMüT VAM tIAdOEH IIOEMBAIU AAN' HET IICIF VAN OJAMINTtlta, 

1^7. 2«MNlni de vorst van Djamintora vernam, dat de IMoengs twee 
(zonen) tot zich genomen hadden, waarvan de een, gelijk het 
gerocht meldde , aartsleelijk was , besloot hij om den volgenden 
morgen zijne vertrekken te verlaten (en buiten eene vergadering 
te beleggen). Kn zoo geschiedde het ook. Zijne Majesteit 

1h8 nam plaats in den eersten voorhof, omringd van de prinsen 
van den bloede, alsmede van zijne adjudanten, allen (schoooe) 
jongelingen. Ook de Ifgerhoofden en rijksgrooten werden opge- 
roepen, die terstond verschenen en in njen fi>p den grond) 
iringen zitten. Zoodra allen pre!«ent waren , o|iende de vont 
den mond en sprak : 

IHH -Wel, patihs! zegt mij eens wat gij lieden dan n'aii weet ik heb 
vernomen , dat de i)ek«)engs twee kinderen tot zich irrnomrn 
hebben, waarvan de een onvergflijkelijk «*h«i«»n mort /ijn.» 



19<» l)e {Mitihs antwiMmlden , /Pirg*»nde: "'t N wrrkrli|k /«hkiU T^r 
Majrsteit zegt.*» » Welnu* (zxiu iring ile vor*t viiurt) «uls 't 



68 BAGOSS HUBMBAHa. 

dé Bekoeng halih tekajang - koiikon mahi - 
hapang bareng lan pjanakujii. 

191. Sang patih hag'lis mamargga - tan kotjapan ja ring margsfi 
ka djoemah dé fVkoeiig ngodjog - dapet dé B'koeng maloenggoeh 
sareng lan Bagoeg-Hoembara - sim patih - 
gahok toemon ring rahadyan. 

. 192. Soewé hangadeg ring natar - dé Bekoeng toemoeroen hag^lis 
toeraoeli manjapa halon - ])aran karyan Goesti rawoeh - 
ki patih lingira ngoetjaj) - hadoeh kaki - 
nira hoetoesan sang nata. 



193. Pangandikané sang nata - ka bantjingah reko mangkin - 

hadjak pyanak niaraan reko - pangandikan Da sang praboe • 
hapang makadad'wa hadjak - hapang djani • 
dé B'koeng ditoe makesyab. 

194'. Byana tityang mad'wé pyanak - poeniki dané kakalih - 

tamyoe kotjap hoeli hedjoh - nanging byana tityang weroeh 
dané reké maugoembara - s'kat halit - 
roepa wènten pitoe boelan. 

195. Dané diriki ring tityang - hanggèn tityang sanggah djati - 
dé B'koeng h'ioeh mang'tor - bané kambii ban sau^ praboe 
ki patih lialon mangoetjap - hento djani - 

krana maman rnadVé pyanak. 

196. Djani ké kaki madjalan - hinggih marggi hipan Goesti - 
ki patih sareng saroron - t'ka di bantjingah sampoeu* - 
kari pepek panangkilan - sira patih - 

matoer ring Hida sang praboe. 



197. Poeniki pandjak hi Déwa - .dé IVkoeng sampoen mariki 
lingira sira > sang katong - mahi té hiha dé Bekoeng 
sig kahi né dini n'gak - hada moenjin - 
kahi djani t'kèn hihii. 



t Elders: llidii. 



MANTRI KORIPAN. AO 

indrrdiui(i nw \s , ^aat dan Atn K4*k(M*nt; opziM'krn en Ix'vn-lt 
hfin om met zijne zonen hier te komen!" 

191. wjijihip (een dfr) patilii* ti'nttond vertnik. \Vi| /.«ijfreti van /ijneti 
tcirht (en dillen all(*«*n nicd**) dat inj n*irf'lnT.)t nuar de woning 
van de liekoenf!ï« ^in^; i-n d<*/e niH HiiifiM^ lloembara (op 
iir lialr) vond zitt^^n. 

1*^2 XcMMira de rijkï^lx'Htierilcr dfn krfN>n|>riiii« i^'waar >»erd , bltff nij ge- 
riiimen tijd in eene hondint;, die enkel vprbayuit; uitdruktf*. (%rM>r) 
• >phf*t rrf «'tilïitiian, (tutilii* r*indrli)k) d«* IWkiM'iiir v.in d«' hali* af Lrlt*r<l 
vu hrin (»|i U*l«-»*fdrn toon uldu^ aansprak ; «Wat viwrt l Urr- 
«aart.'», inijnliet'r!"" I)i patih aiit«i»orddi' -Luister . irnNitvadrr! 
ik \^u dot»r ilrii voM ;r«'/.onilen , 

ll*.'k -dif u hf\if'il om t«T>tond nirt nur /onrit iiii.ir lirt pul«*i5 \v 
^t»ni«-n. ïéWUv \ln)v<Xn* /eet , dat uMj /,f* ^M*idrii in wel tladrlijk 
in«iet mf^lfbrfnifen." I)«* IVk(N*iii; wliriktf op In-t luNirrn \an 
van dezf* laatMi* wiMirdin {vu hrrnain ) 

VJA. -l w dirnaar lift-fl ic<*«*ii kiiid«*ri'n dr/r twc^* hirr /i|n (maar) lotfif-r- 

:pi*tfn. Zi) komrn van vern- — iitjfnel /.ij nn| overii:rn> onln*- 

kfiid zijn — t*n ui4>eten . voli^'H;* linn 7i*pn'n , re«*d.4 van iiunnc 

jru^d af lifldMMi ntiMlLre/.worvtMi 't Zal nu /<ni wat /evrn 

inaandm zijn . 

195. 'dat 71) liirr bi| ui!) woii«'ii vh /.ii on> iirt l'v-iih^ van eiiffii kiiidtren 
vrnriM*flen.'' Dv. vnniw U'Ci>n al tt* lN'\rii l)i| dr L^darhto , dat 
tïv voi>t hm zou aeirhalrn. Kindelijk !i«*rvatt«* dr fwtih : «Z^m», 
*• dat dr aanleidinu, dat l^* dt*Zf- kind«*nMi uvUxf 

|9<^. «\V«*l(iu. i;nM»tvad*'i ! ira dan intt iim iiird*- ii-ii Vrrtci dit «Hik 
/<M» :tAn dril vor'»l.- *• l Zn /«►*•. iaat »ni> tr<«aii , mijnhri'r ?* 
l>.-tArtip vrrtrokkm /ij iiirt hun )N*id«*n t-n iitaptrn weldra 
: '-( |>4;*-i« hinnrn , «aar /t| df vrrvr.idrnn:; lioi; voltal liif hijmi 
viind*-!!. IV |»alih (karrt /irh van /\\uv htHnl-rua^tï ru ^prak t^it 
dm voot , /efo^ndr 

VjI '\'m knrrht dr iirkiN'nir i** L^'konii-n: daar i« rui!* «Hamp 
Z'liir \lajr«trit «Tentoiid) :tt't wtKirtl nam rii op ^rirndfliik^-ii 
tfion iride ' «rKoin it*ii.H hit-r« IWkiM'nir! vu ifa hn*r h\) mi) /ittrn 
ik heb era wooni mrt u te ypn-km." 



70 BAOOES HOEllBAKa. 

198. Dé Bekoeng matoer hanembah - poenapi karyan n'rcpati - 
handikajang tityang reko - sang praboe halou ainoewoes • 
hada tVahnja gawèuira * sada gati - 
kahi jen mandingeh horitii. 

Iïï9. Hiba noeHoek pyaiiak (lad'wa - bagoes reko né hadihi - 

né hahoekoed reko boijok - dé IVkoeug hanembah matoer - 
jakti Ratoe sapoenika - k'ma moeiih - 
hadjak mahi makadadVa. 

200. Saudikau ida sang natu - tityang né mangkiu mapamit - 
k'ma hènggal hènggal reko • dé B'koeng moeiih nganjoetnjoet 
tan kotjapan ja di djalan - tampek mangkin - 

ring hoemahnjii gegelisan. 

201. Bagoes Hoembara kotjapan - sampoen dané hati-hati - 
ngoeda hi kaki makelo - dé B'koeng haloere haloes - 
k'neh tityangé makesyab - mirib gandjih - 

hi Déwa mangkin ring tityang. 

202. Sagëtan dé B'koeng t^ka - né h'loehé maudjagdjagin - 
kèukèn kajoené sang katong - pasedeg-sedeg né kakoeng - 
katoenggalin tani bagya - goestin njahi - 

hadjak reko ka bantjingah. 



203. Kadoegi ngcmbcug jèh niata - dé B'koengé loeh mowani - 
doeh bibi mamau i da kèto - sadya nira ngalih praboe - 
hapaug karwan néné koema - néné tani - 

liento t'wah sadyajang niri. 

204. Dé B'koeng h^loeh m'wani njoembah - sandikan Qoesti Mas Manik 
nèh kaki maniké roro - sikepang mamentjar satoehuek - 
hapang kaki polih katah • sahi-sahi - 

dé B'koeng m'wani ja * soeka. 



205. Lamoen kaki ngantyang loewas - mamentjar ja haban > kaki - 



> Elders: kaki dadong. » ^Elders: loeh, 
s // betitit en boentil. 



MAXTEI KOIIPAN. 71 

I9H |)r Rckiwnf^ iiiMkt« zijn MfinlMih en /c*i(ie : «WmI is l'ver Majr»* 
triu verlanfffn ? (lelievc* het Twen (iirnmir tr /«gffrn '^ \u 
hernam de voMt : «Ik heb ieU gewichtig (niet u) te verimn- 
delen. Ik hoorde nl. vertellen, dat 

199. inj twee soneu hebt aan{(enoinen , waarvan de een steer m-imnhi 
en de ander niii^maakt iü. (Is dat waar?|«. «»()ni L' te dienen, 
oiijn vor»t! 't in werkelijk zoo.« «^ Welnu, keer dan naar hui» 
temg en ga ze beiden halen !«" 

too, «Zoiialii Iwe Maje:*teit l)eveelt : ik vnnig verlof oui in ij te mogen 
verwijderen. «^ 'Vertrek maar en haast u.» Daamp ^ng de 
Hekueoff heen en liep op een draf naar huis*. Onder weg ont- 
mfiette hem niet» bi/<niiier« en weldia kwam hi) iu de nabijheid 
fiiner woning « waar hij /.ijnen stap nog meer verhaastte. 

tv\. Van liNgiMm IloeiniMini wordt verhaald, dat hij verlangend «iond 

uit te kijken en (den IWkoeng, xiKxini hij dezi*n /.ag naderen. 

vroeg) waarom hij nm lang wai uitgebleven ? waarop de Kekocng 

lieleefd ten antwoord gaf: «^Mijn hart i» xeer bewogen; ik heb 

rrn gevoel , alsof mijnheer den langvten tijd bij ons it gewet;9t ! 

202. lntU5iirhen was ocik de huisvrouw op hem toegelciopen (die temtond 
mei de vraag voor den dag kwam) «ut Zijne Majesteit wel 
verlaiigile. Slechts met incM*ite bracht haar echtgenoot uit* "Wij 
srhijnen altijd ongelukkig te nuieten xijn! Vrouw, de biMMi* 
srhap luidt , dat we mijnheer naar het paleis moeten brengen : 
(de vorst wil hem zien!)' 

i93. l>aanip vuhien zich beider (K»gi*n niet tranen, (waarom de kriMin- 
pnns het wiMird nam en zeide) 'Ach, mijne lieve vnenden ! 
doet dat met : 't is juist mijn verlangen om met vorsten kenni*» 
te maken ten einde eens goeti te onderzoeken, «ie werkelijk 
srnM>t IS en wie niet. Daar maak ik l)e|Huihl mijn werk van.^ 

tM. ^t)p de7e WfNirden) bo4>g het echtpaar zich viwr hem nerr, 
«asriia 'nan en vnniw verklaanieii . dut /ii zich aan den wil 
%an huMiieu kieminden Heer onderwierpen. (Nu hervatte liagoes 
lloemhara:) 'Daar, grootvader I daar hebt ge twee edelgestreiien : 
draag die altijd bij u als ge uwe netten gaat uit«er|ien . dan 
zult ge steeds veel (visch) vangen. 

tO^. *Zoo dikwijls gij gaat visschen , moet ge de/e «t renen met u 



72 BAGOKS HOEMBAHa. 

dé B'koeQg manauggap halon - uoenas tityang Uéwa Ratoe - 
hi Ddwa mitjajang sadya - hitja saiidi - 
(loeinadak tityang m^nggelah. 



206. Toeinoeli raris inaiiiargga - dé B'koeog kakoeug ring mihiii 
né h'loeh di djoemali beugung - k^lap k'lap sauga bagöes - 
tan kotjapati nja ring hoemah - tampek mangkiu - 
bantjingahé sampoen ngenah >. 



207. Lijoe hanaké kapapag - hada gahok haningalin - 

b'neh ké hortte né kèio - dé B*koeng mapyauak bagoes - 
roepané Twir Hyang S'MARa - manis bangkit - 
pantes pikoel ban djoli rnas. 



208. Sangkannja Iiortta né loemVrah - di djaba ngraris ka poeri 
hakèh hanak i)edoe nindjo - di margginé mabijajoe - 
kapi kéné ko roepannja - koedyang tani - 
hanak ja pada kas'niaran. ^ 



209. Sampoen prapti ring banijingah - sang praboe mendak ban liring 
toemoeli ngaudika halon -. tjahi ké jen Bagoes rawoeh - 
mahi mangraris menèkan - makakalih - 

dini bareng t'kèn bapa 3. 

210. Bagoes Hoembara niainindah - banggajang tityang hiriki - 
hirika Hida sang katong - sang praboe gipih toemoeroen - 
sareng maloenggoeh ring natar - paramantri - 

pradéwa sami tedoenan. 

211. Loenggoehé sami ring natar - gahok mantriné niugalin - 
pradéwa lawan sang katong - patih gahok pada 'ndoeloe - 
sampoen mahortt-a ka poera - raden mantri - 

sampoen dané ring bantjingah. 



> Elders : s e n a h. ^ Elders : pada goemap. 

s Met dit vers vangt een der geraadpleegde afschriften aan. 



MANTRI KORIPAN. 73 

nrinrD!«r IV Krkiifti^ (wns (iaartnede zeer iu /.ipi üchik rii) 
TiAon 7e al buifreiifie in ontvaiifT!'! , (terwijl hij sprik :) «^Ik dank 
Tve Ilnoifheid zeer V(i)>r dit ^r^nfchenk ; V is al te i^oed met 
inij dit vondermiddol te ;^^*ven. Kehoffe het den hemel, dat ik 
er njk door iror«le!* 

506. f>airop vertrokken zij met den l^'k<MMi^ viHiro|), wirn? vroaw 
thui« blref rn hen nU weymltMui na!it:iurd(\ (Zij kMi niet seheiden 
van) den schtMmen priu^; zij zhi; hem /4n> hini; na, totdat Inj 
eindelijk voor gued uit het f^zicht verdwf-en. VVij luten hnurnu 
aan haar lot over (om teruj< te kerren tot ouz*r wnndelaan*) , die 
nu rfrdü zcni dichtbi) waren , dat zij hrt paleis vimr 7irh zaj^ii. 

t07. Zij kwamen veel meii'trhfMi teilen, die nih'n niH VfTwonderinif 
^drn LnNtnpriii!*) aanstaarden (en tot elknndtT yeidcn:) "'t (lerucht 
'.erft toch waarheid i^espniken , d.it de IVko<»ntfï« «»en zoon 
* ehhrn . jm-Iiimui van aan^e/irht vn in ^iirfl zijn viiorkomen 
hrt r^rnWId van drn liefdci^nl. Hoe sr'HM>n en licvalliu! Zoo 
iemand bf»hiM»rdp in een tfr>ud(*n stoe»! u:i'dnijren tr wonien ! • 

tO^. I>aar de tijding (van *^ prini^pn komM) wHdra Z4h» in aN buiten 
}'rt ]jalfi» brkfnd «a**, kwam ifdcrefn uitloo|)en om ef*n9 even 
rrn kijkj*' tr nenten . (t#*rwijl anih-ren) zirli in ï^roejifMi op *len 
•eir Vff*r/.amrlden en kris en kran diNireriipraattHi. -Wel, wel!» 
{ttfo klonk 't uit all<*r mond) •* ziet lui er ZfM> uit? Nu, ilan 
verwondert 't mij niet. dat /«• alh'ii op lifm verliefd zijn!- 

IM &n iM^-nblik later betrad (de krtNiiiprin*) den voorliof van 
'*rt |uil«*i!<. Nauiielijk<> lia'l de vorM hem l>eiiifrkt , of hij :»pnik 
Hem vnendelijk toe, /ei;;femlf ■ "Welkom, U".t»' vri'-nd ! I.»op 
ci'Hir ril kom hier Imivimi b;] iii;} zitten. " 

11 ^. |{a;ri^^ li«ieuibur.i i^\ocf[ {'trhter) de nitncNMÜrin;; .'if. termjl hij 
•prak : »Liat mij maar hier Insneden blijven aan de \oeten van I «e 
\laj*-«trif *• «aarop de vor!«t tep»(itnd \;iti /i)iie'i /etei afilaalde , 
rn b:j 'Ufm op den ;rn>nd plaat> nuin. Ook de pnn:«en en 
Inf^rhfM^fden klommen af. 

ill Torn inier trezeten wa», -prak niemand drr aanwe/iifen een 
«(Mtrd , /4Hi/err had verba/iii;; zirh \aii allen meeMer ifemaakt 
b.- *.rt .lanwhoutieii van den krtNHiprin». Iittu^^riien ma^ hel 
i«»k ar'ilrr in het palei* rnrhtbaar i'eworden, d:it Ma;:iM-^ llorm- 
faArm zich in den vu«»riiof l>ev<md . 



74 BAGOES HOEMBABa. 

212. Hakeh woug djero ka djaba - djedjel riug lawang i ningalin - 
s^lagan bahis manengok ^ - hada m'nèk tèmbok < hoeloeng - 
tapihDJané makebèugan ^ - hada Dg'ling - 
tong mabahan mangawasaug s. 



213. Hada lahoet mahiboekan - salèug soewalya mabalih * - 

ngoelahaug hapauga ngenot 7 . salèng getel salèiig singgoek 
iigoelahang hapauga nawang - hada ng'liug - 
lahoet laboeh toehoek rowang. 



214. Hanaké hagoeiig ngandika - boja bapa hada hoeiiing - 
liMa tjahi ujalah rawos - bapa fwah niatakon toehoe - 
tjahi te hoeli di djaha - goeroen tjahi - 

siiignja h'noe warggiu bapa. 

215. Hagoes Hoembara ugaudika - boja tityaug hanak singgih - 
titvaiig wotig kalarau reko - s'kat tjenik tityaiig Iaiii|x)e8 - 
tani nawang inéiné bapü - k'rama paksi - 

sing djalan tityang petengan. 

216. Lintang kangené sang natu - hangroengoe hoedjar t'wan uiantri 
handegang noetoerang reko - kangen san bapa uiangroengoe 
balik lamoen tjahi soeka - sakèng djati - 

dèning bapa poetoeng pisan. 



217. Tjahi hanggon bapa pyanak - ininaka s'kar nagari - 
hapa dja kajoené reko - tjahi manjakra nagautoeu - 



i Elders: hébek ring kori. 

2 n mandelok lèn hada njoewal. 

* n menèk. ^ Elders: tapih njapèk singsalsingsal. 
s ^ ngenah koemis - hento njèn laboeh njre- 

k è n g k a n g. 

• Elders: salèug' tigtig. 7 Elders: katales taugisé reko. 



MAMTII KOEfYAÜ. ' 75 

llt. WMini|> al dr >nmweii naar buiten «Inioindfii tt\ rlkauder bij 
ile poort vfrdmngfii. Knkelrn (die gerne plaat» konden knjgen) 
(Hug^n op den grond zitten om tunchen de beenen van de 
anderen dtwr ie zien, terwijl !K)mn]igen op den muur (trachtten 
te) klimmen , (maar ongelukkig de eene na de andere) naar be- 

I neden vielen « waarbij dan gewoonlijk heur onderrok hoog 
c»|iwaaide. Werr anderen xaten te pruilen omdat xij nieta konden 
xieu « (trrwiji de meer brutalen) 

lis. beur be«t deden om met het hoofd vooruit door de troep heen 
Ie dringen. Zij wilden met geweld zien en bekreunden er tich 
niet om, dnt zij van dexen een kneep en van gene een utoot 
met dm elleboog kregen, liet werd op *t laatM een algemeen 
teknijp en ge^toot om maar iet« (van den kroonprins) te zien 
te krijgen. \u en dan hoorde men er ook nog eene huilen, 
die van hare buurvrouw een duw gekregen had en op den 
grund terecht gekomen was. 

Ui» i IntiiMclieii) had de vorst (andermaal) het w«K>rd genomen « 
zrggendr (tot den knion|/rin$j: «^ Ik ken u in 't geheel niet, 
boud uit) daarom mijne brutale vraag ten goede: van waar 
komt gij? (wie ia uw vader?) Behoort hij misschien tot mijn 
ge^alacht ? » 

US waarop de aaiigeaprokeiie antwoordde: 'Ik vraag wel verlof: 
ik ben niet van vorsttelijke afkomst; (L' ziet in mij) een gerins^ 
ea oogrlukkig man. Reeds in inijiie jeugd heb ik mijn land 
verlaten en weet niet, wie mijne oudrrs zijn. (Ik leef) als de 
vncv^ls waar mij de nacht overvalt , daar leg ik mijn hoofd neer.' 

Bc De vorst werd zeer bewogen in zijn binnenste, toen hij den 
kroonprins aldus hoorde spreken en verzocht hem om niet verder 
te %erhalen. «Ik kan dat niet goed aanhooren ! • (dus sprak 

S: hfj). «AU gij er niets op tegen hebt, laat dan dat leven 

i- varen, en blijf bij mij. Aangezien ik toch geen (mannelijk) 
ffTfarnaam heb. 

ttJ, ttui wil ik u tot mijn zoon aannemen en u de rechten van 
im* krtMinprins sreven. Al wat ge mocht wenschen (zal grschie- 



76 BAC.OES HüBMBARa. 

hapa dja jan tjahi koerang * uadyau poetri 
hokan ratoe né hoetama. 



218. Jan tjahi soeka kèn bapa - bapa lamarauga tjahi - 
poetri hokan ratoe kahot - m^lahé soeba mamoepoet - 
hakèh praraantri ngarepang - toer mapadik - 
Brahmana mVah para Dewa - 

219. Hada sampoen karob'lah - né manglamar tan katampi - 
mjimoepoet pentjadt^ * reko - raden galoeh ring Djougbiroe 
di Djawa byaiui mainada - fjoeroe hadji - 

goeroené dadi raksasa ^. 

220. Bagoes Hoenibara maiigrasa - jèu mangoetjap inaring ngati 
toehoe tVahnja praboe kaliot - pangandika darma haloes - 
njandang tVah cljalan njoewita lemah w'ngi • 
raatoer jèn Bagoes Hoembara. 

221. Mahatoer Bagoes Hoembara - tityang djerih sri boepati - 
tityang wong tani kalaron ^ . satata ko tityang latjoer - 
kiMJep tityang inainisoena - ratoe singgih - 

tityang daweg mindah pisan. 



222. Poetrano mangkin woewoesan - Maüé Taro haranèki - 
ring lawangan ngadeq rekt) - (ijedjel wong dj'roné soep'noch 
sami mangabih rahadyan - sri boepati - 

sagèt dané raatjingakan. 

223. Toemoeii dané ngandika - Made 1'aro k'ma nioelih - 
matoer gag'lisang ka djero - ra kan njahi toendèn uoeboeng - 
liokané goepoeh ka poera - sampoen prapti - 

Made Taro ring dj'ro poera. 

224. Sam])oen '«aini kahntoerang - ring raka m'wah pramisVari - 
wènten tamyoe di wang roro - Hanawang TrangganS rawoeh 



» Elders: sajangé. 
2 // jak sa. 
« M wougkalaranreko. 



MANTRI KOKIPAN. t ' 

Arn) ; tlf* hrprychiippij over lirt luiul (Mfl ik) in uwe haiulni 
Kn is» dal ii iiojr nin piU'«*j^ ['j^* in-lii .'*liH'ht!» ie >|)rt*LiMi . 
wal u «M»k oiilbn»kp) U>t zcifï* «Mie priiiM»* toe, de doehter van 
rriieii cif andrren viiornauien vorst (het /al u gi*^even worden). 

i. «Al* ifij van mij wilt houden (en bi) niij blijft) dan 7al iL 
«cmr u aan/oek doen om de hund der do(*hter van een' yirr a«in/ifn- 
lijk vorM. liedoelde |>riiiiM»!» is /.(m> buitengemeen schoon « dat oinln- 
Kfmdrne prinsen, ja. «Nik Hrahtnatien en Kwtrija*ü, iniar haar 
bezit hak«*n en (haar dan (wk reed^*) ten uuweLjk ^^vraagd heblieü. 

I. •'Krrdff meer dan hondenl vijftii^ (|)erp«iiieii) hebben aan/oek om 
.'iiar i;edaan, maar allen /.iiii afuewe/en. Dat \r* (*er5t i*eiie bii 
u!t»tfk iirve en In^kwame (jonge d<M*hter) die kroonprinsw van 
Djon t;bi roe : op geheel Java vindt zij haarn gelijke niet! 
Haar koninklijke vader i» (e<'hter) een verblindende reus geworden.' 

I. Ba^iey lloembaru luisterde tot* en sprak bij zich 7.elven : "Uit 
fchtjiit mij werkelijk t<»e ecu groot vorM te 7.ijn ; zijne woorden 
ii^ii eiikel liefde en welluidendheid. ^Zulk een vorst) i» waar* 
dii; uacht en dag gediend te wonlen. ^ Vervolgi^ns nam hij het 
viaird 

L rb zeide «(leuadige vorst! ik durf Uw vrxirstel niet aan te 
•men, daar ik iemand van gerini^ afkom!»t ben, die daaren- 
boveii Toor het ongeluk geboren Mrliijnt te zijn. (Stemde ik toe) , ik 
aoa daardoor een roof plegen jegens allen, die tiit het vorstelijk of 
adellijk geslacht behooreii (en om die reden) vraag ik daarvan 
%rr«rh<MiDd te mogen blijveii. *• 

L Na wi>r«it van *s vorsten dochter ^^'^prokn* , genaamd Mad«- 
Tar«j. die met hare vrouwen in <le |ioort stond, waar ullfii 
eAauder verdrongen (begeerig om den kruouprins te /.iff*n). Kr*ii«- 
kiapi went de vorst de prinsef gewaar, 

L wajrT>p /i|ne Majtrsteit ii.inr tfM*nep, /egifende «Made Tam! 
•|iued u naar binnen en ir^ nan uwe oudere /u.«trr, dat zij 
ét «indoot klaar maakt ! " 1)** pnn.«es haiiMte zir^ naar binneu 
te jfjan en iiare 

L lU^ter f«enaU uik de ^im^Iiu \aii e«ii fh an .er ktiiiiii ic geirn. 
• Kr /«ji» (du* !»|»r.iK /fj) tare irast«*ii m «Iri, \iMtiM(it rn 
Ila:i»wantf T r a n i;i;.i ti t mo^t binten k(»men («un de hon- 



78 BAOOSS HOBMBARa. 

sri pramisVari iigandika - Mirah njahi » - 
ka djaba mambakta tjauang. 

225. Goeroeu njahi ngandikajaug - g'lisang manoeboeng djani - 
Nawang Tranggaiia lingnyalou - titjang mindah ring hi baboe > 
ka djaba mambakta tjanang - dèning mangkin - 

tityang bahoe karawoehan. 

226. Hinggih baboe bales pisan - byana tityang jèn maloedih - 
hi hadi pèt djani kènkèn - tityang t^wah kalintang takoet - 
keketegé hala pisan - jèn sih midjil - 

mangkin tanoeroeng bantjanil. 

227. Sami djerih ka bantjingah - sang praboe jèn hati-hati - 
hokané sami di djero - kotjap di bantjingah mengsoer - 
pramantri ngatoerang tjauang - sri boepati - 

toemoeli jadan bawahan >. 



228. Lah hadjengang Bagoes tjanang - noenas tityang sri boepati - 
hoes ngadjengang sMah reko - Bagoes Hoembara kawoewoes 
dané ngawé hékan-hékan - toer ja sidi - 

dadianja g'ring kadadak «. 

229. Dadi paradjani soengkan - rans matoer ring nVpati - 
doeh Déwa Ratoe sang katong - panjakit tityange rawoeh - 
s'ring tityang ngoetahang rah - mangdé p'lih - 

tamba hambah tityang pMjah. 

230. Roepan dané ladeg pisan ^ . sang praboe g'lis nakonin - 
hapa hanggon tamba reko - Bagoes Hoembara jan hatjoem - 
h'bah saking pategakau -^ mangsoel getih - 

makojonan di bantjingah. 



1 Elders: goesti. ^ Elders: sang praboe. 
> ff ngandika hada(n) bawahan. 
^ ft hapang soesoeng Jang Bafara. 
& ft tan patédja. 



nêurs waar te nemen) » (Zoodra) de koningin (dit vernam) beval 
zij hase dochter^ zeggende: //Mijn schat, ga (spoedig) naar 
voren om de siri (doos) te brengen: 

25. uw vader heeft 't zoo bevolen!^ Terwijl allen zich nu haastten 
om de noodige siripruimpjes klaar te maken , sprak Hanawang 
Tranggana op beleefden toon tot hare moeder : it Ik vraag U wel 
verschooniug : ik wil liever niet naar buiten gaan om de siridoos 
te brengen, daar ik juist onwel ben geworden. 

26. /^Ja, moeder! en erg ook. Ik zeg maar niet zoo wat! Laat 
daarom toch mijne zuster gaan : ik durf bepaald niet. Ik gevoel 
mij gansch niet wel , en als ik nu uitga, dan gebeurt er zeker 
een ongeluk. «^ 

27. Ook de anderen zagen er tegen op om zich in den voorhof te ver- 
toonen. Intusschen zat de vorst verlangend uit te zien naar zijne 
dochters , die maar steeds binnen bleven , terwijl 't daar buiten 
niet stil stond (van de komende gasten). Eindelijk bood een 
der aanwezige prinsen hem eene beteldoos aan, waarop Zijne 
Majesteit zich eerst bediende (en toen tot den kroonprins het 
woord richttende, zeide:) 

28. /f Ga uw gang, lieve vriend! en bedien u van siri.'/ //Met Uw 
verlof, Uwe Majesteit.// Nu wordt van Bagoes Hoembara mede- 
gedeeld, dat hij, zoodra allen hun siri gekauwd hadden, op 
een' list peinsde (om langs een anderen weg zijn doel te bereiken). 
Door de kracht van zeker too vermiddel 

29. werd hij plotseling ongesteld en (hoorde men hem) tot Zijne Majes- 
teit zeggen; //Ach, mijn Heer de koning! daar keert mijne ziekte 
weer terug. Ik krijg nl. dikwijls bloedspuwingen en als ik 
niet goed behandeld word, dan moet ik sterven !>!' 

80. Tegelijkertijd werd hij zoo bleek als de dood , waarom de vorst 
zich haastte hem te vragen, welke geneesmiddelen daarvoor gebruikt 
moesten worden. Bagoes Hoembara (gaf echter geen antwoord 
meer;) hij werd al bleeker en bleeker en viel (eindelijk), terwijl 
het bloed hem uit den mond stroomde , zoo lang als hij was op 
den grond, (tot grooteu schrik van de omstanders) die een 
verward geschreeuw aa?ihieven. 



78 BAGOSS HOKMBARa. 

sri prainisVari ngandika - Mirah iijahi » - 
ka djaba mambakta tjauang. 

225. Goeroeu njahi ngandikajang - g'Iisang mauoeboeng djani • 
Nawaug Tranggaiia linguyalou - tityang mindah ring hi baboe * 
ka djaba mambakta tjanang - dèning mangkin - 

tUyang bahoe karawoehan. 

226. Hinggih baboe bales pisaD - byana tityang jèn maloedih - 
hi hadi pèt djaui kènkèn - tityang tVah kalintang takoet - 
keketegé hala pisan - jeu sih midjil - 

mangkin tanoeroeng bantjana. 

227. Sami djerih ka bantjingah - sang praboe jèn hati-hati - 
hokané sami di djero - kotjap di bantjingah mengsoer - 
pramantri ngatoerang tjauang - sri boepati - 

toemoeli jadan bawahan >. 



228. Lah hadjengang Hagoes tjanang - noenas tityang sri boepati - 
hoes ngadjengang sMah reko - Bagoe^ Hoembara kawoewoes 
dané ngawé hékan-hékan - toer ja sidi - 

dadianja g'ring kadadak ^. 

229. Dadi par&djani soengkan - raris matoer ring n^repati - 
doeh Déwa Ratoe sang katong - panjakit tityangé rawoeh - 
s'ring tityang ngoetahang rah - mangdé p'lih - 

tamba hambah tityang pMjah. 

230. Roepan dané ladeg pisan s . sang praboe g'lis nakonin - 
hapa hanggon tamba reko - Bagoes Hoembara jan hatjoem - 
h'bah saking pategakau - mangsoel getih - 

makojonau di bantjingah. 



1 Elders: goesti. ^ Elders: sang praboe. 
s t ngandika hada(n) bawahan. 
^ tt hapang soesoeng Jang Bafiara. 
s n tan patédja. 



MANTRI KOmiPAN. 79 

Drar* wtar to nemen) " (Zoodrn) de koiiiii^ii (dit veruam) beval 
uj hair d()cbti>r. zeggende: #Mijn !«chat, ga (spoedig) naar 
▼oren om de siri (doos) te brengen : 
SS aw vader heeft *t rxio bevolen ! • Terwijl allen rjch nu haastten 
cMii de nnodige ^iripruimpjeü klaar te maken , sprak Hanawang 
Tranggana op beleefden toon tot hare moeder : ' Ik vraag l' wel 
▼ervchooning : ik wil liever niet naar buiten gaan om de ai ridoo« 
Ir hreni{en« daar ik juist onwel beu geworden. 
*Ja, moeder! en erg ook. Ik 7^ maar niet xoo wat! l^aat 
daarom toch mijne zuster gaan . ik durf bepaald niet. Ik gevoel 
iBij gaiiach niet wel, en als ik nu uitga, dan gebeurt er xeker 
ongeluk.' 



17. Ook de anderen xagen er tegen op om zich in den voortKif te ver- 
l<jonen. Intnsschen zat de vorst verlangend uit te zien naar zijne 
dochters , die maar steeds binnen bleven , terwijl *t daar buiten 
niet stil stond (van de komende gasten). Kindelijk bood een 
der aanwezige prinsen hem eene beteldooe aan, waarop Zijne 
llajeüeit zich eerst bediende (on toen tot den kroonprins het 
woord richttende, zeide:) 
. ^<sa OW gang, lieve vriend! en bedien u van sin." «^Met Uw 
verlof. Uwe Majesteit. «^ \u wordt van Kagoes Iloemhari mede- 
gedeeld, dat hij, zoodra allen hun siri geknuwd hadden, op 
frfi* lut peinsde (om langs een anderen weg zijn doel te bereiken). 
lloor de kracht van zeker toovenniddel 

werd hij plotseling ongesteld en (hoonie men hem) tot Zijne Majef- 
tni zeggen ; 'Ach , mijn Heer de koning! daar keert mijne ziekte 
wrer terug* Ik knjg nl. dikwijls bloedspuwingen en aU ik 
oiet goed behandeld word, dan moet ik sterven!' 

. Tegelijkertijd werd hij zoo bleek als de dood , waarom de vorst 
nch haastte hem te vragen, welke geneesmiddelen daarvoor gebruikt 
■Mesten worden. Btgoes Iloembarii (gaf echter geen antwoord 
■leer;) hij werd al bleeker m bieeker en viel (eindelijk), terwijl 
bet bloed hem uit den m<»iid stroomde . zoo lang als hij was op 
6n grond, (tot gnM>ten iichrik vsn de omstanders) die een 
▼erward geschreeuw aanhieven. 



8Ü BAGOES HOEMBARÜ. 

281. Bajoe toena sabda liilaug - poen S'niar mandj'rat dj^rit - 
magoejang uiadohoug dohoiig - mati ko mangkiii hi Katoe - 
di dja tityang ngalih baljaii - hadfi diui - 

iVara tityaug uawang hanak. 

282. Katoenggalin taui bagya - tVani tityang naraplik sakit - 
bané slat pasih hedjoh - geringe malili manoetoeg - 
tahoe hanak di bantjingah - hiba gering - 

k'ma té batoeué pakpak. 

233. Lamoen hiba gering lajali - pilihin dja manjakitin -' 
lamoen kalii mati kolkol - goelingé nggeringin ditoe - 
batoené tegarin hoejak - k ma tidik i - 

sapalauiug hiba lajah. 

234. Tjahi mantri üoestin tityang - doemadak hi Déwa hoerip - 
mang'ling boengoeté bèngor - hakèh patih mantri k^njoes - 
nanging pada sasiliban - pada dj'rih - 

manawi weroeh sang nafa. 
• ° 

235. Sang praboe gqepoeh manjoendang - hangembeng w a s p a hanangis 
mametjikin tangan roro - manggarapin bajoe hagoeng - 
kajoen dané sajau toena ^ - sri boepati - 

ugandika nMoenang balyan. 



236. Hakèh balyané pada t'ka - ka bantjingah loeh mVani - 

hada nglotjok k'letjakletjok - hada nggigit * hoebi toenoe - 
pasèpan-bèpan madjalan - hadli malih - 
loewas mangroeroehang tamba. 



237. Sang praboe has'roe hangoetjap - hènggalang mahi nggarapiu 
balyané herep manjongkok - hada tloeng dasa teloe - 
manglahoet manggamel tangan ♦ - [)éwa Goes^i - 
poeuiki g'lisang sembar. 



> Elders: jan sakiti?i. 2 Elders: i?ampoen soesyah. 
3 Elders: ngadoet. * Elders: manggigit mametjiki 



31. (Zoodra) Semar (zijnen meester) daar sprakeloos en naar zijn 
adem snakkende zag neerliggen, gilde hij het uit en rolde als 
(een bezetene) over den grond, terwijl hij met een pieperig 
stemmetje uitriep: ^Mijn Heer gaat sterven! Waar kan ik een' 
doktor vinden? Is er hier een? Ik ken hier niemand! 

'M. ff\ Is of we altijd ongelukkig moeten zijn ! Ik dacht niet meer 
aan deze kwaal, die ik verre aan gene zijde van de zee waande, 
en nu is zij ons toch gevolgd, gelijk gij allen hier getuigen 
kunt! Die (leelijke) ziekte! Zet uw tanden liever in gindschen 
steen! 

33. //Hebt ge soms honger, zoek dan iets anders uit om het ziek 
te maken 1 Als ik dood ben , eet mij dan op I Vaar in dat speen- 
varken daar of beproef uw krachten om dien steen voort te rollen 
en eet daaraan (zooveel dat ge genoeg hebt) als ge soms honger hebtl^ 

34. ^Wat u betreft, (ik wil zeggen) mijn Heer en prins! moge 't 
den hemel behagen Uwe Hoogheid in 't leven te behouden!'/ Dit 
zeide hij al weenende, terwijl hij een' scheeven mond trok. De 
aanwezige prinsen en veldheeren deden al het mogelijke om hun 
lachen te verbergen, uit vrees dat de koning het merken zou, 

35. die zich (iutusschen) haastte (om den kn)onprins) het 
hoofd op te beuren en hem met zijnen arm te ondersteunen. 
De tranen liepen Zijne Majesteit over de wangen, terwijl 
hij 's prinsen beide handen in de zijnen nam en diens pols onder- 
zocht. Het bleek hem dat de ziekte in hevigheid toenam, 
waarom hij bevel gaf de noodige doktors op te roepen, 

36. die weldra in grooten getale , zoo mannen als vrouwen , kwamen 
opdagen. Enkelen hoorde men nog (bij 't binnen komen) hunne 
betel fijn stampen, terwijl anderen nog op een' gebraden aard- 
appel kauwden, (daar) zij in overhaasting hun huis verlaten 
hadden. Weer anderen gingen nog even terug om de noodige 
geneesmiddelen te halen. 

37. (Zoodra die lieden verschenen) riep de koning gejaagd uit, dat zij 
zich zouden haasten om (den kranke) de vereischte hulp te 
verleenen, waarop de balyans, drie en dertig in getal, al 
bevende (naast den prins) nêerhurkten en zijne handen in de 
hunne namen. (Na een kort onderzoek riepen zij uit:) '/Groote 
Heer! deze moet spoedig met tijn gekauwde geneeskundige 
kruiden bespoten worden! 



3« Vol^, ^1. e 



8Ü BAGOBS HOEMBARa. 

281. Bajoe toeua sabda hilang - poen S'iimr inandj'rat dj'rit - 
magoejang inadohoiig dohong - mati ko mangkin hi Katoe - 
di dja tityang ngalih bal jan - hada diui - 

iVara tityang nawang hanak. 

282. Katoenggalin tani bagya - tVara tityang uaraplik sakit - 
baue s'lat pasih hedjoli - geringe malih manoetoeg - 
tahoe hanak di bantjingah - hiba gering - 

k'ma té batoené pakpak. 

233. Lamoen hiba gering lajali - pilihin dja manjakitin -• 
lamoen kalii mati kolkol - goelingé nggeringin ditoe - 
batoené tegarin hoejak - k ma tidik » - 

sapalaning hiba lajah. 

234. Tjahi mantri Goestin tityang - doemadak hi Déwa hoerip - 
mangling boengoeté bèngor - hakèh patih mantri k'njoes - 
nanging pada sasiliban - pada djVih - 

manawi weroeh sang nafa. 

235. Sang praboe gqepoeh manjoendang - hangembeng w a s p a hanangis 
mametjikin tangan roro - manggarapin bajoe hagoeng - 
kajoen dané sajan toena ^ - sri boepati - 

ngandika n'doenang balyan. 



236. Hakèh balyané pada t'ka - ka bantjingah loeh m'wani - 

hada nglotjok k'letjak'letjok - hada nggigit ' hoebi toenoe - 
pasèpan-bèpan madjalan - hada malih - 
loewas mangroeroehang tamba. 



237. Saiig praboe has'roe hangoetjap - hènggalang mahi nggarapin 
balyané herep manjongkok - hada t'loeng dasa teloe - 
manglahoet manggamel tangan ♦ - Déwa Goesti - 
pocniki g'lisang sembar. 



> Elders: jan sakitin. 2 Elders: sampoen socsyah. 
3 Elders: ngadoet. ♦ Elders: manggigit mametjik« 



MAHTftl KOftlPAM. Hl 

tf3|. (Zoodra) Srmar (zijiirii nif««tfr) daar ^prmkelciO!* rn naar zijn 
adcïtn Buakkende zag neerliggen, giide hij liet uii en n>lde aU 
(een beietent*} over den grond , terwijl hij met een pie|M*rig 
ateminetje u'triep: #M(ju Heer gaat Menrenl Waar kan ik <n*u* 
doktor finden? Ia er hier een? Ik ken hier niemand I 

i'»i. »*l U of we altijd ongelukkig moeten zijn I Ik durht niet meer 
man deze kwaal, die ik verre aan gene zijde van de ree waande, 
en DU is iij ona toch gevolgd , gelijk gij allfn hier getuigen 
kuDl! Die (leelijke) liekte! ï^i uw tanden liever in gindtcheu 
i4eefi! 

tU. «Hebt ge aoma honger, zoek dan ieta aiiiier^ uit om het ziek 
te maken! Als ik dood ben, eet niij dan op! Vaar in dat s|ieen- 
varken daar of beproef uw krachten om dien ateen voort te rullan 
en eel daaraan (zooveel dat ge genoeg hebt) als ge soms honger liebtl^^ 

IM. «Wat u betreft, (ik wil zeggen) inijn Heer en prins! moge 't 
den hemel behagen Uwe Hoogheid in 't leven te behouden!" Dit 
iride hij al weenende, terwijl hij een' scheeven mond trok. De 
aanwezige prinsen en veldheeren deden al het mogelijke om huu 
brbeu te verbergen, uit vrees dat de koning het merken lou, 

tSS. die zich (intuMchen) haastte (om den knmnprins) het 
iiCMifd op te beuren en h(*m tnet zijnen arm te onder^teuneiL 
IV trmuen liepen Ztjne Majesteit over de wangen, terwijl 
hij 'a prinsen beide handen in de zijnen nam en dien^ pols under 
tocht. Hel bleek hem dat de ziekte in hevigheid toenam, 
waanxn hij bevel gaf de noodige doktors op te ruepen, 

SM. die weldra in grooten getale, zami mannen aN vmu wen , kwamen 
ofwlagep. Kukelen hoorde men nog (bij *t binnen kouien) hunue 
betel fijn stampen, terwijl anderen nog op veu* gebraden uard- 
appel kauwden, (daar) zij in overhaaj«ting hun buis vrrlaten 
hadden. Weer anderen gingen nog even terug om de noodige 
graer^aiddelen te halen. 

m. (Zoodra die lieden venchenen) riep de Ltming gejaagd uit, dat zij 
tich auodeu haasten om (den kranke) de vereischte hulp te 
ft rifeiien , waanip de halvAiis , drie en drrtig in getal , al 
brveiide (naast den pnn») n^*rhurkten rn tijiie handen in de 
nanne namen. (Xa een kort ondrrroek rii'prn /.ij uit:) •üriote 
Heer! deze moet spoedig mrt tijn gf kauwde generskundigc 
krvïdctt bespoten worden! 



. XI 



8£ HAOOES HOKMBARH. 

23S. FoeDiki mauahang tityang - jèn sisip tamba né mangkin 
tauoeroeug jau patjang roe^ak - kakajonan sèndèh Ratoe 
bajoe hagoeug sajan toena - s'ri boepati - 
goepoeh Dgandikajang njembar. 

289. Lijoe ngalih patjaog sembar - praiijahiii(5 hakèh tnidjil - 
hajoe hajoe hanomnnom • sami sampoen makpak siniboeh 
Bagoes Hoerabara ngaodika - naugiug wangsit - 
poen 8' mar tahoe ring daja. 



240'^. Waiigdejang mangkin tnanjembar - napi hanggèn manambanin 
batang iityang tiwang bantung - t^hen tityang gedah gedoeh - 
jan tan gelis Da sang nata - manambanin - 
hantoek né hoetamèng tjita. 



241. Poen S'mar matoer banembah - hinggih pisan sri boepati - 
panjoengkan dané né reko - jen wènten hanak hi Ratoe 
rahadèn galoch hoetama - niku mangkin - 

njembar nawi dané kènak. 

242. Sang praboe raris ngandika • Bajan hènggalang ka poeri - 
parek raden galoeh roro - hatoerin dané g'lis rawoeh - 
horahang nira kéwehan - ring sang poetri - 

ring pramis'wari hatoerang. 

243. Kèn Bajan goepoeh ka poera - lahoet ja malahib-lahib - 
sampoen prapti maring djero - parek ring rahadèn galoeh - 
g'lisang Déwa ka djaba - s'ri boepati - 

dané kalintang kéwehan. 

244. MVah bijang Tjokor hi déwa • hapang Hida sareng midjil • 
pangandikan Da sang praboe - patjang reko njembar tamyoe 
panjoengkaué banget pisan - hoeli noeni • 

makesyah«» boesan-boesan. 

245. Nawang Tranggana ngandika - Made Taro k^ma midjil • 
matoer ring hi goeroe reko - hembok atekajan bahoe - 
hatoerang hembok mamindah - hinggih hadi - 

rahiué g'lis ka djabd. 



MANTUl llOKlt»AS. S.'i 

s s. »AU liij verkrenl behaiiileld wonil , dan xul liij , uatr oim* 
mrcDing, xoo zeker alu ieU bet leven er bij iiincliieteiu (iln i» 
TvtÓA gelijk aan) een* Ixioin, die op vallen staat: zijne adi*m* 
haling wordt al korter en korter !«" Terstond gaf de koning 
bevel daartoe, 

i:«*J. «aamp iedereen rich haastte om de noodige kruiden te gaan 
zoeken* (Een oogenblik later) kwamen tal van vrouwen uit den 
hobtoet, allen jong en aclioon» naar buiten en weldra waren 
allen druk bezig met de sembar fijn te kauwen. ZiNidra) Hagoes 
lloembari (dit gewaar werd) gaf hij zijnen hofnur een* wenk» 
waarop deze, die zijne bedoeling begreep, 

<44l. lul gaf om niet daannede voort te gaan. (Toen daarop gevraagd 
werd) welk geneesmiddel zij dan moesten gi*bruiken , (antwiMirdda 
hij) «Ik houd *t er voor, dat (de kroonprins) krampen inden 
buik heeft (want zie maar) als ik hier druk , dan zwelt *t daar op. 
Als Zijne Majesteit (mijnen Heer) niet s|Miedig te hulp komt met 
wat diens hart bet meest verlangt (dan vrees ik).*" 

<4I. (IHt gezegd hebbende wendde) Semar (zich tiit den vor^t) en 
sprak, terwijl hij zijn sembah maakte: 'Ja, genadige lieer, 
ztw \9 't werkelijk met zijne ziekte gesteld ! AU l'we Majexteit 
ini»«chien eene dochter had, eene schfione prinses, en die mocht 
nnn aembareu, dan zal hij waiirschijnlijk beter wonlen." 

24t. Terstond beval de koning eene der hofdame» oui spoedig naar 
binnen te gaan en aan de beide prinsessen te /eggen, dat zij 
dadrlijk buiten moesten komen. »V«*rtei haar* (/nu ging Zijne 
Majesteit voort) «dat ik in moeiel ijklieid /it en grrf cMik de 
kubingia hiervan kennis. # 

244 Üf! hofdame spoedde zich naar binnen , Z4HHisi /.ij op *t laatüt 
zelf» op een draije lie|>. Nauwelijks was zij bij tlr pniiM-«,«^ii 
i^komrn, of zij sprak: * Dames, komt !t|Mi«*di;( naar buiteu: 
de koning zit in groote moeiel ijk heid ! 

M4. '<)^k verlaagt Zijiir Majesteit « dat de moetlrr van l'we konii klijke 
hoogfaodau awde zal komen (daar L' verzucht zult wordm; om 
(ilien schooneu) gast te Sfinban'U , die zoo even rrg ziek gewordrn 
u. Om de vijf minuten ligt iiij buiten kenni?.* 

S4& fl^ ouilste prinsen) Nawang Tranggana sprak tot hare zuster, 
Nawaijg TsM, zeggende: «(ta maar naar buiten, en zeg aan 
«ader, dat ik zxm juist onwel geworden ben en mij daaniin laat 
venmtKhuldigen. ^ ilt ge, zus?'' Mad^ Tan» (reea terstond opj 
M a|iutdklc akh naar buiten. 



84 kAGOES tioiÉMBAfUl 

246. Sapraptaiié ring bautjingah - kèn Bajau Sangfi^it mangiring « 
hamarek goeroené reko - goeroené ugandika haloes - 

Djahi Mas Déwani bapa - hidep» moeuji - 
hapang njahi djVa maujembar. 

247. Bijang njahi wantah kedja - rakau njahi tosing mahi - 

ja ngoedyang reko di poen - njahi dini hapang toeboe > • 
mararama teken bapa - hanak njahi - 
kawidi patjang mamjembar. 

'^48. Made Taro sahoer sembah - jèn hitja hi goeroe hadji - 

tityang iniudah ring sang katong - manjembar 4atengau bagoes 
dèning tityang kan daha - siugnja nawi - 
hanggèn tityang mangkin salah. 

249. Sang praboe masebeng doeka - goeroe dini manongosin - 
sandikan hi goeroe reko - raris makiré manjiuiboeh - 
Bagoes Hoembara mamin4ah - sampoen mangkin • 

hi Déwa maujembar tityang. 

250. Jan rawoeh rakani Déwa - tityang soeka mangoewèhiu > - 
k'ma kèn Bajan ka djero - Made Taro nembah matoer - 
hembok bahoe katekajan • mantri patih - 

keujoeng mang'lènang tinghal. 



251. Lamoen boeka kéto sadja - koedyang bapa noendèn mahi • 
balyané mahatoer halon - tan lyau t'wah hanak hi Ilatoe - 
né di poeri panguja kènak - sri boepati - 
ugandika dini pèt tjingak. 



252. Hengkèu dj& mangkin kajoenang - misan iiun4on ja t^wah dini 
raden mantri sahotr halon - kadi nëné ()oemoen-4oemoen - 



> kilders: Bijang njahi kahitjalan - sangkal t'warS 

[hèuggal mahi - 
m'wah ta rakan hi Uéwa - djaui hoegi 

[hapang toehoe • 

3 n lijang kasembarin. 



M6. Zoodn sij, gevolgd door hare dames» iii deo vuorhof vin hei 
ptleii bij haren koninklijken vader gekomen wai, sprak dexe 
haar op vriendelijkeu toon (aldus toe:) ^r Mijne lieve I vaders 
aehati geef mij nu eens een bewijs van uwe gehoorsaamheid , 
door (deien gast) wel te willen sembaren. 

S47. ^Waar is uwe moe€ler en uwe oudere tnsier» dat lij niet hier 
kooien? Waarom blijven xij binnen? Nu, blijf gij (dan maar 
alleen) hier, dan sijt gij vaders beste kindi Men verlangt vau 
a, dat ge snit sembareo.^ 

tM« Made Taro boog xich en antwoordde: # Als H U behaagt, mijn 
koninklijke vader! dan verxoek ik u wel er van verschoond te 
BMgrn blijven, om dezen schoonen gast op die wijie genef«> 
middelen toe te dienen , daar ik nog eene maagd ben* Dat sal 
snij misschien kwalijk genomen worden. # 

t49. Zijne Majesteit fette een boos gezicht (en leide:) «^ lk blijf 
hier immers bij ul^^ (waarop de prinses hervatte:) «Nu, zooaU 
vader wil l<r Meieen maakte zij .aanstalten om te «embaren , toen 
Hagoes Hoembarl lich daartegen verzette , (zeggende :) • Ijaat 
af 9 Mevrouw I van mij te sembaren. 

tSO. • Als Uwe oudere zuster (mocht willen) komen , dan zou ik er 
niets op tegen hebben. «^ (De koning dit hoorende, beval terstond 
eene der hofdames) om naar binnen te gaan, (doch) Made Taro 
(hield haar tegen), terwijl zij sprak: i^Mijtie zuster is juist onwel 
geworden. • De prinsen en bevelhebbers keken een* anderen weg 
oit en bcf^Hinrn te lachen , (doch dr vorst zeide :) 

iSl. • Ab dat werkelijk zoo is, waarom zou ik haar dan hier laten 
konen !« Nu openden echter de balvsns den inoud en spraken 
€»p ooderdanigen loon.* ^rToch niet, mijn Heer! Juist Uwe 
dochter, die binnen is (moet hier komen), zal hij beter worden!* 
\W vorst (had daar echter geeu ooreu naar) maar sprak (tut 
Hagoes Hèlmbari :) « Kijk liever eens hier rond, 
(ra teg maar) wie ge hebben wilt: dit zijn al te maal nichten 
vaa haar!' De kroonprins antwoordde op beleefden toon : ir( Neen) 



86 BAGORS HORMHAkA. 

jèn sang poetri ngradja s'wala - nika inaagkin - 
sering pisan manadosang. 

253. K'ma kèn Bajan ka poera - Nawaiig Tranggana hatocri» - 
kèii Bajan hag'lis ka djero - sapraptaué raris uiatoer - 
gelisang Déwa ka djaba - sri boepati - 
dané lintaug bas kewehan. 

264. Nadyan sih hi Déwa ngradja - tamyoenë liwat mredi - 

jèn sang poetri tjoeté reko - sarwi goemoejoe hoematoer - 
poenika sidi manjembar - raden déwi - 
s'moe k'njoeng w'roeliing tjiia, 

255* Sang praboe nuisebeiig doeka - di djaba dahat prijaiin • - 
Na wang Tranggana lingnyalou - hendep soeba kahi tahoe - 
bikas dane né di djaba - mangrawosin - 
ngwitji ugïilih djoeroe seinbar. 

256. I^èuing ja tamyoo ne soengkan - saugkan kahi fc'wah kawidi 
di bantjiugah lijoc reko - misan mindon kahi ditoe - 

masi tVara kaïiggo njenibar - djani kahi - 
soeba talioe t'kèn daja. 

257. Kèn Bajan gahoké liwat - bikasë di djaba sami - 
katonang hoeli di djero - teroes tingalé inainoepoet - 
mi rib hada mangorahang - sakèng Widi - 
makrana makMjang tawang. 

258. Kotjapan si ra sang uata - sampoen dané hati-hati - 
ngoeda sangkannja inakelo - kemi Nawang Taro roeroeh - 
rakan njahiné hènggalaug - ioendèn mahi - 

hokané g'lis ka poera. * 



259. Sapra|;t4iné inaririg poera - rakaué maloe ndoehoenin - 
kapi njahi ngalih hembok - h'nah heinbok djani pesoe 
inarggi hembok manggelisang - singnja nawi - 
hi goeroe g'Iisan doeka. 



I Elders: $* kei ing kiugking. 



mantri k<»kii*ax *<7 

\rof|^*r heb ik dat (>uk ^Imd: lU de |iriiiv*.H de ntcmdrii liff ft . 
laat ZIJ (mij) dan (hciprii); ik heb daar dikwijU baat bij gt 
vondrn. • 

t^^. Nu b^Ta] dl* vorüt (iiu^inaals) de hofdame «im naar binnen te 
iraan en de kriMHipriiiKeH van een en iinder kennis te geven 
Kajan haawtte zieh daaraan te vohiuen en nauwelijkn had /.ij (d" 
prinsf»^ gevonden of rij nprak tot hnnr: " Mevrouw, kom 9|M)eiit;; 
naar buiten: Zijne Mnje^teit zit erg in den brand! 

264. 'Al in U onvel, (u mc»et toch komen:) de gast dringt «r zeer 
op aan. (Ilij zegt), zoo ging zij lachende voort «^dat het 
tembaren dan jniH hel))en rai.^ I)e krooniirinsea begim t«* 
fftimlac hen , diiar zij nu begreep (waar de vork in denatreizai. 
Zij maakte dan ook niet veel haast), 

2^5 hoezeer iMik di* vor^tt ni<*t een alle» behalve vriendelijk gezicht, 
naar hare Lomtit zat uit te kijken. Ten laat.Me nprak zij (tot 
harr ht»fdame:) «"Zwijg intar, ik «eet er al ulle^ van; (ik bt** 
imjp wel) waarom die heer daar buiten zxioveel praatjeti inaaki 
om iemand te krijirrn , die hein ^eni baart. 

1^. «Iht die zieke ga:«t juist naar mij %ra»gt, nirttegen.'*taaiide al 
m.jne nichten in den v<K>rhof zijii , waarvan «vhter niet cem* 
hem gned genoeg is om te .tembaren, (heef) z:jne reden), ik wert 
wel «at hij in *t schild voert." 

tS7. I>e h<ifdamea waren stom van verbazing (toen zij bemerkten, 
dat de prinsen) aU door een* waarzeggenilrn gee>t van uit han* 
vertrekken aliea gezien had, wat er buiten was voorgevallen. 
Zij hielden *t er voor, dat de goden 't haar hadden te kennen 
gegrren, daar zij alles (zoo goe<l) wiM. 

SSS. Nu wordt van den vont verhaald , dat hij verlangend (naar 
ti|ne dochter) zjit uit ie kijken (en zich Z/elven afvnieg) wat wel 
de rrden mocht zijn, dat zij zik) lang wegbleef, (liet wachten 
moede sprak hij eindelijk tot .Madr Tan>:) ^Hm dadelijk naar 
uwe zuster en beveel haar hier it komen!» Zijne dochter 
»l«tedde zJch naar binnen , 

Sa9. t«loch) nauwelijks was zij in het vrouwenvertrek aangekomen of 
Nawang Tranggana kwam haar voor (met tr zeggen :J "(ie komt 
mij meken, niet waar? Wrinu, ik zal naar buiten gaan. * «Haast 
u dan wat, zus! anders vrees ik, dat vader b(K>s zal zijn* 



(SS BAOOtS HORMBAVia. 

260. Nawang Tranggana ngaiidika - hembok matakon ring njahi 
njahi né ditoe inakelo - kènkèn bisnoenjané ditoe - 
hapang hembok polih hortta - t'kèn njahi - 
k'ua ké ban njahi njidra. 

&61* Soeba ké njahi nakonang - miwah Hida goeroe hadji - 
wang ngapa tamyoe né kèto - rahiné mahatoer haloes . 
titjang djerih manakonang - jèu Prabali - 
Soedra byana hada kar'wan. 

262. Moenjinnja hanak hoembara - hi goeroe toeni nakonin - 
rakané ngandika halou - pi ra san hi njahi pesoe - 
hembok adi t^va^a k^na - mandelokin - 
hembok mah^ewan manawang. 

268. Hembok te djani ngorahaug - kandannjané i'ka mahi > • 
inantri Koripan né heiïio - mamisan t'kèn hi Malajoe - 
njalii da pisan ngwérahang • hapang silib - 
hapang da hanak manawang. 

264. Tlabet mangakoe ngoembara - linjoknjané tidong gigis - 
mangakoe kalarnn reko - nganistajang hokan ratoe - 
matatagon poetring Daha - ngoeda mahi - 
Vh Djawa manglanglang karma ». 



265*. I)i Matahoou j«a n,gawo?la - hada ijoeba tigang sasih - 
kandannjané njahi kèto - praboe Matahoen mangoetoes - 
inanglamar poetri ring Daha - sri boepati • 
ring Daha toer Hida hitja. 



266. Hento maloe kagèlannja - ban tamyoe né di wang sakit 
lijoe san dajané reko - dèning ja ririh mawikoe - 
dadi ja ndjahoemang Iianak • boeka tani • 
kagèlan g'lah paaoekajang. 



• Elders: boesan boesan. 

2 " ring njahi. 

' // mangelahkama. 



M. «mamp Nawaiig Tratif^craiii hi>rvatle : «^Ik wil u(f«»ni1) wat v 04(^11; 
cr ti)t daar 700 lang gfmepst: wir rn wat ia daar figfiilijk? 
Ik xou dat ernii gaarne vau a hooren. Kunt gf giaurn (wie 
<iai xijn mag)? 

11. «Hebt gij met vader reedt ondentneht, tot welken atand die 
gart behoort ?«" Hare jongere xuider antwoordde op vriendelijken 
tmn: «^Ik dorfde dat niet te vragen en ik weet dua ook niet of 
hij al dan niet van adel ia. 

If. «Volgena aijn leggen moet hij een xwerveling xijn. Vader heeft 
hm xoo even daaniaar gevraagd. «^ Nn nam de ondüte prinaeM 
(andermaal) het woord , leggende : <r Waarvoor r.ijt ge dan eigenlijk 
naar boiten geweest? Ik ben daar niet heen gegaan om hem te 
xien en (toch) weet ik alles nog eer dan gijl 

HL «(l«aister maar) dan xal ik *t u xeggen , waarom hij hier gekomen 
is. Pat ia de kroonprins van Koripan« een neef van Mal ajoe. 
llaar, pas op « dat gij het niet rond vertelt, opdat 'i geheim 
bl:jve en niemand er achter kome! 

M. «Hij houdt sich alaof hij een xwerveling ware, maar dat is een 
irtnve leugen. (Ook iopt hij xe) als hij xich voor een onge* 
l«kkig« hulpbehoevend man uitgeeft; hij verlaagt daardoor een 
Lofiingsroon tot een gewoon sterveling. Hij is de verloofde van de 
prinses vau Kedirie en komt slechts naar Java om naar mooie 
■KÜgea om te xien. 

■l «Sedert drie maanden is hij in dienst van den vorst van 
llatahoen» (eu dat hij nu hier is) vindt xijn' grond in *t 
volgrode: Zijn meester, de vorst van Maiahoen» had hem uit- 
ipnofideii om de prinses vau Kedirie ten huwelijk te vragen, 
«elk aaaxoek door den koning van laatstgenoemd njk guuatig 
Bpgenoaen werd. 

■L «^Bedoelde prinses) waa echter reeds voor lang varioofd, en wel aan 
dmaelfdco gast, die nu hier buiten xiek ligt Hij vindt echter altijd 
«at vreemds uit , daar hij uto geleerd is als een priester, en aoo heeft 
hij cMik hier (xijne bruid) voor een ander gevraagd, als ware xij niet 
hem bestemd geweest. Zijn wettig eigendom geeft hij xoo 



90 BAOOES HOEMBARi. 

267. S'gara inadoe gocnoeug m'njan - saug praboe Hida inaiififwi<}i 
kèto kaïulannjaué reko - lahoet katoer ka Matahoen ^ - 
(Ijani hija kabalikang - toer maiigalih - 

s'gara inadoe goenoeng menjau. 

268. Njahi da pisan iigwérajaug - hembok mangorahin njahi - 
lijoe haiiak pada gèlot - loeh niVaui ja pada loeloet - 
djalan pèt djaui ka djaba - siiignja nawi - 

hi goeroe g'lisan doeka. 

269. Jèn hembok tonjak ka djaba - hi goeroe dahat djerihin - 
ja niaDgalih karma reko - gipih ngalih djoeroe siinboeh - 
mangakoe hawakë soengkan - hapa b'win - 

hékajang halihang daja. 

270. Soeba tVah maiigalih karma - tidoug da kèto mamoenji - 
b'neh b'neh dja maugrawos - masakoerang djoeroe simboeh - 
jèn hembok t'ka di djaba - 'mbok njimbiugiu - 

hauaké bagoes pratidnja. 

271. Jané ririh toer pratidnja - hapang salèng jmsilihin - 

jèn hembok koetjiwa reko - hapang njahi soeka gautueng - 
tonton huuak di bantjingah - pada d'Iing - 
pada t'wah gowak masatsat. * 

272. Sampoeu hoes maugrangsoek pajas - tan pcndah dadari soetji • 
mamarggi pesoe saroron - njalii né djani di maloe - 
Hauawang Taro mamindali - tityang pamit - 

hapang hembok djVa maloewan. 



273. 'lityang hakol matindakan - dèiiing hakèh paraiiiantri • 

nah malii k^ bareiig hembok - Nawiiiig Tranggana di inaloe - 
pamarggin^ ngajangajang - kadi boentjing - 
roepané IVir boelan kembar. 



1 Elders : Ratoe Matahoen mangoetoe s. 

2 // me pa par. 



• ltitiiv4')tfii vrihinLT'U' (Ie kiMiiiit^ (vuii KVilirif) 1*1*111* "hntnifTU^ " 
ril mi' «wienMikKfM-^», van wrik vf r/<K'k (on/r OT»t) zijnrn liw-r 
\r Matah«»rn krnniii ^:if, dio lirm dtamp iioginaAt» iiit/ond om 
•^iioTüuii* viMirwer|H*n ie f^iaii o|i7.o(*kpn. 

B(8 'itr infta't 't %(Minil nifi vt*nlor vrrtrilfii , ilan /al ik 11 (no^ 
mr^r) rrmp*n. Allr tnriiijrs /ipi iliNtilflijk vrrlirfil op lirm, trrwijl 
A\\ bij i(*(irrrcii , nittnnrn n\ \nmvi*ii, in de i^tniM Mtiint. M:t:ir 
kom • l.ia( un9 nu naar buiten gaan ; andors zal vadrr boos «uiden. 

119 "AU ik niH /imi Ikiu^^ \<>(>r vader wa**, dan weigenie ik )>e|iaal<l« 
Haar (die muit) alleen het tn»uweii in den zin heeO. Hij zegt aiaar 
dat iiij ziek in om zooveel te !i)Niediger iemand (naar zijn /in) te 
«iiiilrn, die hem nenibaart. (Maar laat hem xiju gan^gaan ;) al ver- 
k«»*|»t hl) noïT yjNiveel !«treken (ik 7Jil me niet door hem laten foppen). 

Elf «^Ni^ru, vriend!) *t in u alleen om de mei?«jefi (en wel om 
nij) te doen; houd u maar niet met praatjes op, maar zegde 
waarheid! Kr i» immem gi*en gebrek aan lieden, die u kunnen 
Mvibaren 'f (Waeht maar) aU ik buiten kom , dan zal ik dien 
«chotmen en geleerden jonkman ee«ia een |>aar raadiieb opgeven ; 

Dl. (we zullen dan een« zien) of hij werkelijk um ver9tandig eu 
grfertii itp en wie van om* den ander (het be»te) zal weten te 
antwoonien. (ie moogt me gerost haniren , ztvjeliel ! als ik het 
vrrlie»! (>e menin-lien, ilie in den voorhof verzameld zijn, zullen 
*t kunnen getuigen, dat wij zeer wel aan elkander gewaagd zijn. «^ 

RL (Al sprekende) hail de prini»e.4 /jch dfftig aanu^kleed (en terwijl 
tij daar zoo Mond), zou men gemeend beblten erne der zeven 
knDeloimfen in haar te zien. Toen zij daarop met heur heiden 
het vertrek zouden verlaten, ver7o<*ht rij han* jongere zuster 
on Toonip te gaan, wat ti<*ze echtt*r af^^loeg, /eggende* «Ik 
vraag wel verK'hooning : ga gij maar vcMir : 
•^ ia mij niet mogelijk om liehoorltjk te loopen, wijl (daar 
fiiHis) aoo vele prinwn (bijeen zijn)!' (Daarop sprak Nawang 
Tranffian^-) «Welnu, kom dan maar hier, dan zullen we t«* 
xamen gaan.» Mrtren stapte zij viiorwaarts (en zoo zag men 
di^ twee ilaar lieeii wandrlen) U^vallit; als jonipp bruidjes en 
«ciicwo van aangezicht , aN «piegelde lych in beider gelaat de 
(vaUc) naaa af. 



# 



^% BAOOE8 HOE1fBAK&. 

274< Sapraptanë riug baiitjingah - pradéwa prabekel inihid - 

sang praboe mendek ring panon - kari hanjoendang sang bagoet 
sarwi ngoesapin jèh tinghal - raden déwi . 
kalih mésem ring sang nata. 



275. Sang praboe halon ngandik& - Mas Déwan bapané Manik 
ngoeda hi Mirah makelo - p'nah lingsir hantin goeroe * 
Nawang Tranggana hanjoembah - tityang sisip - 

goeng sinampoerajang tityang. > 

276. Jakti toehoe tityang teman - ring pangandikan hi hadji - 
hitja hi goeroe mamongor - nadyan keris nadyan kajoe - 
hanggèn hi goeroe njisipang - tityang ngiring - 

nah soeba koeda menengaug. 

277. Lamoen njahi kari tresna - mararama goeroe mansrkin • 
t'Iasang kajoené reko - goeroe bas kalintang hiboek - 
jèn tan njahi doeroes hitja - hasoeng ^ hoerip - 

hidep mangoeripang bapa. 

278. Goeroe noenas hitja njemhar - hanak njahi tVah kawidi - 
t'wara kanggé hanak sewos - manjeinbar dané hi Bagoes - 
hoeling noeni katagihang - raden d^wi - 

lintang toerida ring manah. ^ 

279. Sasebengé lintang soeka - toehoe t'wahnja poetri ririh - 
boja ko jèn tityang ng'long - mararama ring hi goeroe - 
tityang ngiring patjang njembar • dyastoe mangkin • 
hinggih tityang ngiring pisan, 

280. Hi goeroe kalintang hitja - mahok& ring tityang mangkin 
tityang mahntoer patakon • hi goeroe katibèn tamyoe - 
kat.e.kan diriki soengkan • jèn wong lewih - 

8oedr& hapang tityang nawang. 

281. K'ni hi goen>e nakonang - t'kèu tamyoe né poeniki • 
wong poenapi dané reko - dèning tityang badjang hMoeh - 

I Elders: hanggèn hi goeroe poet ra. 

) ^ patjang. > Elders: méliug iihL 



IM. Zoodrt itij den voorhof venohfoen, schoven de aanwesige 
pnnaefi eo I bteii (eerbiedig) achteruit. De vorst daareutege o, 
die nog altijd den schoonen (vreemdeling) in de armen hield en 
onophoadelijk de tranen van de wangen droogde « riep haar 
de oogen het welkom toe , waarop de beide prinaepsen Zijne 
Majesteit vriendelijk toelachten. 

n. Uaaiop sprak de vorst, leggende : #Mijn allerlielste schat! waarom 
njt gij loo lang (weggebleven)? *t Is loo avond en ik heb al 
dim tijd gewacht I' Nawang Tranggani boog tich (en ant- 
woordde;) 'Ik heb mij zeer beaondigd : wil 't mij toch vergeven! 

It. «Ik beken het: ik ben xeer nalatig geweest ten opsichte van 
Uwe bevelen en ik verdien, dat U mij beknort. *t Zij dan ook 
dat U de kris of (een stuk) hout bexigen wiltom nij testraflen, 
ik al er mij aan onderwerpen.» (Hier viel haar vader haar in da 
ndt^ leggende:) «^üeiioeg, laat dat nu maar verder rusten I 

n. «Als ge me werkelijk nog lief hebt en mijne goede dochter wilt 
sijn, doe dan eena wat ik van u vmag. Vader iit hier in 
ense snoeielijke laak en ab gij mij -niet te hulp komt, (dan weet 
ik geen raad. Helpt ge me daarentegen) , dan aal H mij sijn als 
hidt ge sae het leven (terug) geschonken. 

n. ^Ik veraotk u (namelijk) om (dien daar) te sembaren (daar hij) 
dat Bei geweld van n wil gedaan Eijn. Onze schooue (gast) wil 
wêm geen ander liooren en heeft een pons geleden al om u ge- 
9 De prinses werd wrevelig van binnen (duch zij liet er 
van blijken, maar) 

Bil vcfiooode een vroolijk gelaat, waaruit men kan opmaken wat 
aliWMW prinses zij was, (en zeide:) «^'t Zij verre van mij , dat ik 
aMi opkoaden Uwe gehoorzame dochter te zijnl Ik zal aan Uw 
«erlangen voldoen en (hem) sembaren. Al moet 't dadelijk 
(fBschicden) , ik onderwerp inij geheel en al (aan Uwen wil). 
# Vader ia zoo goed voor zijne dochter (en daarom waag ik 't 
vaoni) aene vraag Ie doen. U heeft (onverwachts) een gast gr- 
kreiceUf die hier ongenteld \9 geworden: nu zou ik gaarne willen 
, of bij van adel dan wel van lage afkomst is.^ 



I. ^Herlk o bea al eens gevraagd, wie hij eigenlijk is? Daar ik 
•ea jofif meisje ben, (dien ik dat wel vooraf te weten), za 



èi BAGORS iioKiiBAKa. 

k'ni tityang poeroen iijembar ♦ toer iigajaliin • 
jèii woiig Soedra tityang mindali. 

282. 8aug praboe sekeliug manah > - hangrawos ragané sisip - 

(lening poetrané matakon - tamjoenë t'wara njak ngakoe - \ 
kènkèn djani ban ngorahang - saugkan inangkin - j 

Hida doeka t^kèn raga. 

288. Ilokané rari^ manjoembah - tityang noenas loegra mangkiu - 
tityang pèt mangkin matakon - sang praboe liasoeng toer kenjoeiig 
Ifnah njahi pèt takouaiig - singnja njahi - 
nakonang dané ngorahang. 

284*. Ring panglipoer mangkin prapta - ring baló pangariDgngaringf 
kasoer' sari moelapoelap > . gagoeling lau galeng toeinp<iek - 
gtampoen poe[)oet hoepatjaia - néné mangkin - 
hirika jan masanggrahan. ^ 



285. Patih mantri lan pradéwa - sampoen sami ])ada midjil • 
Nawang Tranggana ka djero - sampoen prapti ring panglipoer 
sang praboe raris ngandika - Mirah üoei^t^i - 
hitja njahi sinampoora. 

286. Dèning goeroe tVara nawang - sri pramisVari ujahoerin - 
Mirah hi mt^me Mas hingong - sampoen hi Mirah goeng beudoej 
t'kèning goeroen hi Déwa - tVali né mangkin - 
hi Déwa pèt manatasang. 

287. Nawang Tranggana hanjoembah - sandikan sri pramisVari - V 
sam|)oen mémé njalah rawos - raden galoeh moewoeh sendoe*! 
s'bengé t'wah soeka pisan - dèning ririh - 
toer menèkan nampa serhbar. 



288. Nawang Tranggana manjapa • kaneen ké soengkanaug b^li 



> Elders: masebeng doeka. 2 Elders: mapepelok. 

s Elders: malangsé magambar moeroeb • hirika mag< 
liug goelingan - raden mantri - warnan dané aajai 
koesyi. 



MANTRI KORII*A!«. V*6 

ik den mofd hebben lietii tr senibareu vu ir bfnüfiieii. M(K*lit 
hrt mi 8oe<lni rijn, (biu heilaiik ik.» 

H. IV Toret ¥oelilr zich op deze vraag zijner dochter onaangenaam 
gwtemd, daar hij begon in te zien, dat hij eene fout begaan 
bad. Maar wat zou hij haar zeggen, daar de gaat er niet 
TO(>r Qit wilde komen! Een en ander maakte, dat Zijne Majesiteit 
hrKw op zichzelven was. 

tt. Eindetijk (hervatte zijne dochter, terwijl) zij haarM*mbah maakte: 
'AU l- *t goedvindt, dan zal ik *t (hem) eens vragen !« IV 
«nr«t stemde daarin toe en zeide, glimlachende: «Dat is^ied, 
«•ii'vir irü *t hem manr een;* : mii<<*rhien , aU trii dat doet, dim 
tal hij het te kennen gf^ven.i» 

M. Mitideirmijl wa« (}it*t ge/elsfohap) i>p dr biiinenplautjt aangekomen, 
vaar men de zoogenaamde verkoelingstent UA een tijdelijk verblijf 
(Tour Hagv>e:« Iloembani bad ingericht). (Hij lag hier op) een 
pnchtig bed« waaraan de nocMÜge hoofd- en rolku.^sens niet out - 
fanken. K<ii:dom wnren zijden doc^ken opifchangen , in «Vn wtN^rd 
e«*fi geheel staatsiebcd. • 

IL (l^jodra de prinM*« verscheen), verlieten d«* aanwezigi* prinsen en 
njkfgrooten de teut» waarr»p hart* hoogheid (met haar gevolg) 
naar binnen ging. l)e vor.^t (vemnt.^chuldigde zi<:h nogmaalit) 
nggeode: i^Wil *t mij toch vergeven, mijn beste schnt ! 



tfaC ik U niet «eet te zegg«*i: , wie hij i^l" waarop de koningin 
' • kewi in de retie viel met de «oorden: "Ja, mijne al|prlif*fsti* ! 
gv moet 't l'wen vader niet nl te euvel duiden. Zie dat na 
■Mar zelf op te helderen.» 

Pl. tv pnnsea boog zich (en zeide:) «Om u te dienen, vorstin! 
f r zdt *t mij, h<K>p ik, ook ten goede houden (wat ik nu gi 
f 4nrt))!# Intusschen nam haar wrevel toe, hoewei zij verstandig 

I 

gr&oeg was om toch ren vriendelijk galaat te tooneu , totdat zij 
r^Q^Hiik (^1 haar m<N-4l buef'iiniiMndf*; dr noo<iiifi« grnf*e«middelen 
lil flr ^jud nam , o|) dr luilf ging zitten 
pi fn (den pnus) aldui* toesprak: «Wel, vriend! is u de oorzaak 



' hinggih tityang sakit pgohoii - NawaiigTraugganajan kenjoeng 
koedynug daja ué bus wikau * - sakit pingit - 
liaworiu t'wah wawadonan. 

289. Wènten b'li sapoenika - hinggih jakti sapoeniki - 
kadi watjauan hi Dewa - tan lirwaiig liaiitoek hi Rafoe - 
toetoegaug hitjan hi Mirah - cjoeh dyahari - 
hi Elatoe ugoesada tityang. 

290. Jan hitja hi Ratoe njembar - sasat tibèn banjoe milir - 
radèu galoeh sawoer halou - sandikan hi bMi Bagoes • 
nauging di u'lasadasa > • prasautari (ug) 
histri papa la in ar rawa. 

291. Makatoetoek soetji moek& • widjèndraméweh ring^ 

[mauji » -j 
siutagonanë ring panon - laudep genahé riug hi-l 

[roeng - ^ 
horangka mandj iufging doehoeng^ - tjipta (woog) ^ 

[sauti » - ; 
doehoeng mandjinging horangka. 

292. Soekla paksa* i\é ping sapta - kalawan ping 

[tryodasi •; 
tan miloe ring tresna^ paksa - poenika jau b^li; 

[ditoe •• 
wirasan lo toenas tityang - ring hi b'li - i 

nika toeuas tityang pisan. 

293. Bagoes Hoembara kosekan - dèuing moenji kata Djawi • i 
mameteng manahé reko - raden galoeh neteg matoer • 
hitjèuin dja tityang kan(}a - ngoeda b'li - 

merasa noe ngalih daj&. 



> Elders: mabMahan. 

a /sr di lasandasa en sadisan lasa dadjl en wiaan^li* 
sandasi. * Elders: nabi. 

• ff kadoet, wat echter, even aU het woord in den tekst, 

een verkeerden eindklinker (oe) geeft. 

• ff tjiptaholauti zonder woug. 

• ff aapta. ^ Elders: kresna. 



mantai tuuiPAJi. 97 

vao ave xiekie bekend ?• «^Om u ie dienen, ik lijd aan if- 
DiatÜDg.» Glimlichende hernam de prinseai : #Wel, wel! wat 
fijt ge verbazend slim! (Neen, vriend!) gij lijdt «lui erue 
kwaal, die ge verbergt, maar waarbij de vrouwen te pas komen { 
fH9. #Is 't niet zoo?«' »()m o te dienen ^ het is juist, locials Uwe 
Hoogheid segt; U spreekt de zuivere waarheid. Ach, achoone 
pnnsea! wend Uwe gonst nu ook niet van mij af, maar laai 
't Uwe Hoogheid behagen mij een geneesmiddel toe te dienen 1 

290. «Als U mij mocht willen sembaren, dan zal het mij tijn ab 
werd ik met levendmakend water overgoten. «^ De prin»cs hernam 
op vriendelijken toon: ^^ Ik zal gaarne aan uw verlangen voldoen, 
mtjn vriend! maar di nMasadasa • prasantari (ng) - 
hittri papa lamar rawi. 

i91. Uakatoetoek soetji moeka • widjènd ra méweh ring 
manji • sintagonanr ring panon - lancjep genahtf 
ring hiroeng - horangka mandjinging cjoehoeng • 
tjipti (wong) santi - (joehoeng mandjinging ho- 
rangki. 



Soekli paksa né ping sapti • kalawan ping trjro- 
dasi - tan miloe ring kresna paksi. Ik bid u, geef mij 
daar nu eens de verklaring van; ge zoudt me daarmede teer 
gftMil genoegen doen.# 



Bagoes Hoembari zat erg in het nauw , daar zij Javaan^h sprak 
en bij er geen sjUabe van bqn'eep. De prinses hield rchter bij 
beai aao, zqrgende: #(ieef me nu toch bescheid! Waarom lit 
ge daar zoo te peinzen, alsof ge naar een middel tocht (om er 
w van af te maken)? 



iiii 



98 BAGOI8 HOEMBARa. 

294. B'li tan sah ngwidi tityaog - bjana tityang mamasilin • 
maugkin tityang ngwi()i hento - ngoeda b'li kari soeugsoet - 
ngaudikajang t'kèn tityang - mirib djani - 

tityang bèn lajah manjaroa. > 

295. B'li byana k^na tjonggah - koedyang d'liugé di Bali ^ 
tityang manoenasang kèto - Vü hoelat njaroe njaroe - 
koedyang bas tani sapala - nemin b'li - 

moeujin hanak loeh nembara. 

296. Bagoes Hoembara mamindah > - hampoera tityang Dyahhari - 
wirasau satwa poenika - tityang mindah ring hi Batoe - 
raden galoeh hitja pisan - toer nggoejonin - 

koedyang bintang njit kahoevS. * 

297. Bagoes Hoembara hangrasa - jèn mangoetjap ring ugati -] 
milih ja mitjoeudang reko - satrya lewih sang ratoe - 
djani m^rasa kapitjoendang - ban pawèstri • 

m'dal saking goela-g^lang. 

298. Panabiné goela g'lang - s^matnja madoe melati - 

wirasa hanggonang ngrasa - ma4oe djoeroeh hanggèn toetoeh - 
rahadèn mantri haugoetjap - nënë mangkin - 
tityang matoer ring hi Déwa. 



299. Foetri né ring F&ANaRAoa - DjANGOALa lan SiNOHa&ABi - 

DjAGaBAGa K£MBANG-Dj£NAE - Gag'lang lawan Matahobn *- 
TjAMABa kalawan Padjano - lan Kobsambi - 
Pamotan lawan Mataram. 

800. Pandan-salas Taratkbang - MAOADa poenika sami - 

Padjarakan Toeban reko - Panebel lawan manoengkoel * - 
uiadaging poetri makedjang • jan to sami - 
masa pacja ring hi Dewa. 

301. Ilasiki kepanggih pada - sang poetri maring Kadiri - 



> Elders: bèn lajah boedi m.anjama. ^ Elders: koctjiwi. 

' ^ bintangnjitsandjana. 

^ // panebel en p andekei sami manoengkoel. 



MAKTRI KORIVAK. 99 

fOl •'(lij hfbt nog nieU getlaaii dan naar mij te vragen cti ik hfb 
u nirt U' vcrKorft laten bidden. Thani verzoek ik o dat , en vaamm 
xit ge nu 7<K) bedrukt te kijken , alsof U u zoo veel moeite 
kostte om tot mij te spreken! Ik geef u als 't ware een bewijs^ 
dat ik er xeer op gesteld ben om goede vrienden met u te worden « 

293. «maar gij laat u niet verbidden. Hoe noemt men loo iets op 
iiali? Ik heb « dat gevraagd, en gij doet juist of ge mij 
nirt hoort. Waarom spreekt ge mij getn enkel woordje toe? Ue 
schiint 't beneden u te achten om naar de woorden eener 
vrouw te luisteren !'>' 

t96. De kroonprins verontacliuldigde zich, zeggende: 4r\Vil 't mij 
mij toch vergeven , schoone prinses I maar ik moet mijne onmacht 
bekennen om den zin dier woorden te kunnen vatten.^ Nu 
beffon de prinses hartelijk te lachen en riep schartsende uit: 
"Hoe schijnt de maan (zoo op eenmaal) iu bet Westen !«^ 

£97. l^roes Hoembara voelde (den steek) en sprak bij zich zelveu: 
'Hoe dikwijls heb ik niet prinsen « ja koningen in het nauw 
grzet en nu moet ik bekennen, dat ik overwonnen ben door eene 
vrouw van Mroop gemaakt: 

198. sno eene, die in stroop geboren en in honig gebakerd is! Maar 
ik zal haar met gelijke munt betalen en haar ook met suiker 
zien Ie vangen! " Daarop nam hij andermaal het woord, zeggende: 
#lk wensch Uwc Hoogheid op mijne beurt iets te zeggen. 

«(IJaar heeft I;) de prinseiüten uit Franaragi, Djanggall, 
Singhisariy Ujagaraga, Kem bang-koening, üa- 
g'lang, Matahoen, Tjamara, Padjaug, Koe^ambi, 
Pamotau «*n Mataram; 

▼erder ott Pantjansalas, Taraté bang, Magada, Pa* 
djarakan.Toebauen Pan e bel: die allen (neb ik) bestreden 
en ?e de nederlaag doen lijiirn. In al de opgenoemde plaatsen 
ts irrrn gv'brek aan koniugMl«iciiters , doch geene onder haar is 
l grl.jk. 
S9I Hirrhts eiMir enkele (jonge d.imf) iirb ik uanfcrf*tniirf*n , dir l (in 



100 BAGOK8 HOKMRAUa. 

sami ring hi Déwa reko - miwah di warnané patoeh i • 
niaboendel * jèn kapragolan - toer ja lewih - 
raden galoeh ratna dj'wita *. 

80^"^ Hanging dané kotjap hilang - maroboeroe wilalan roekmi 
Nawang Tranggana lingnyalon - sambil dané net^ sanggoep 
hadeg maring bebatoeran - sampoen milih • 
djani karasa ring manah. 

30 S^ Toehoe tVah b'li widagda - mangraksa lebaking hoekir - 
makedjang bandoengang reko - poetri né doinas katepoek - 
hadihi tVara jèn pada - jèn tong djani - 
raden galoeh ratna dj^wita. 

304. Bagoe8 Hoembara koetjiwa - tong bakat ban djani silib - 
patjang paling bahan bero - dajand hadjagat kadoet - 
rahadèn mantri kéwehan - mHoe taugis - 
kadoegi ngoesap jèh tinghal. 



305. Bahadèn galoeh ngandika - watjana Twir madoe gendis - 
polih hoegi tityang reko • sajang san ko b'li Bagoes - 
poenapi dVaning * sMih san - tityang ngiring - 
lilajang sMihé Déwa. 

306. Bagoes Hoembara ngandika - Mas Déwa Mirah Dyahari - 
poepoeneu tityang Mas hingong - raden galoeh sawoer haloes - 
hinggih lamoen pada lemah - tityang ngiring - 

jèn petcng tityang manindah. 

807. Doehoeng mandjinging hoerangka - hoerangka mandjinging keris - 
basajaug dja b'li hento - hapang tityang hènggal njimboeh - 
b*li gipih tityang himang - sapoenapi - 

poen S^mar matoer ngènggalang. 
# 

808. Hadoeh hènggalau mangedjat - hih sedan dané bas gandjih - 
(1'men té hi Déwu ngcnot - pangrawosé bas kadoeroes ^ 



> ^ di WBrna niahoewoeh. 

2 f' ma boen (Ier on ma hoen del. 

^ tf radjil d*wita. « Eldnis: mar^gan. 



M^NTKI KiMIIl'AN. |0l 

wijsheid) fii ook in schoonhrid rvriinirt , naiiirlijk de kroon- 
priiiftet vin Kcdirie. Ook zij munt uit (in Khoouheid) en draagt 
het TenUnd als in een gordel niet xich om. 

S02. * Edoch, men zegt dat zij 8p<K>rloo« verdwenen ia « bij gelegenheid 
dat zij een* gouden ghizeninaker najaagde, ^r (Koodra de kroonprina 
had uitgeaproken) ging de priiiüen, die rretU behoorlijk (over 
haar antwoord) had nagedacht, staan en sprak, alu gaf zij zich 
gewonnen : 

SOS. 'Waarlijk , mijn vriend I wat moet gij dan geleerd zijn , dat gij zoo 
de gansche wereld als in Uwe hand houdt. Met (meer dan) acht 
honderd prinsetksen , die gij ontmoeten mocht , hebt ge U grm*?ten 
en niet éene daarvan is mii gelijk, uitgezonderd dan die achoone 
koningsdochter (die echter verdwenen is) \» 

304. Ikgoes Hoembara moest zich gevangen geven nu (het bleek dat) 
zijn geheim plan om haar met een streek tot zijne wenarhen over 
te halen, ontdekt wa.<t. (Hij zag nu duidelijk in) dat de prinsea 
van alle markten thuis wa» en dit bracht hem zoo in 't nauw, 
dat hij eindelijk begon te weenen en (met de punt van zijn 
kleed) zich de tranen uit de oogen wiM*hte. 

3M&. (Ztiodra de pnni>es dit zag), siprak zij op hoiiigzoeten toon: «Nu 
begin ik tix^h ook erg medelijden met u te krijgen , beste 
vnend I Waarom zijt ge zoo zeer bedroefd ? Weet maar stil , ik 
aal doen wat gij verlangt l«r 

3M. Raguea Hoembara hernam : «Ach, mijne allerliefste! koningin van 
mijn hart! neem inij toch aan (en maak mij tot uwen slaaf !)^ 
waarop hare hoogheid terstond ten antwoord gnf: «^Zeergaame, 
als alles naar behooren en in den regel gaat. Zoo niet , dan moet 
ik bedanken. 

S^7. *I)e kria gaat in de scheede — de scheed«* gaat in de kris! 
I^ me dat maar eens uit , op<lit ik u spoedig moge ^mbaren. 
Ab gij u baant , dan zal ik me rep|)en.«' Nu bad Semar haar 
OOI toch spiied te maken , zq;g(*nde : 

. ^Gerechte hemel ! hij lipt te sterven : nog een oogenblik en hij 
u dood! Heeft Uwe llwtgheid er dan :frn(M"^n in inn !iem zoo 



102 BAGOES HOEMBAKa. 

jan doeroeg hi Démk hitja - mangkin gelis - 
hapang (Ja nasak paspasan <. 

809. Jan hi Déwa sareng loengha - titjang ngiring tVah ring mihin - 
jan hi DéwH kajeh reko - tityang moengkoerin di maloe - 
patampahin tityang sindjang - néné mihik > - 

titjang wantah byan& kar'wan. 

810. Henjak ko kalawan tonjak - byana ko k'na hadyanin - 
radèu galoeh mamèngosang - hakèh wong djero goemogoe • 
pongah san Djero mapeta - djeneug moengil - 

roepané tVah mirib poenjah. 

811. Nawaug Tranggana ngandika - dj^neng sada s'moe roentih • 
beneh bahan mainan kèto - hira tVahnja t^ka ditoe - 

bisa 8adja maman Semar - hira ngaUh - 
hanak djoeroe nampa sindjang. 

812. Kahi ngglah pandjak lijoe - hadihi tVara jèn soedi - 
Bagoes Hoembara lingnyalon - hMa kaka moenji lijoe - 
nir& dji soeba koetjiwa - raden déwi - 

mésem sarwi ng^lènang tinghal. 

818. Toemoeli manjemak sembar - rahiné rans ngendjoehin - 
sarwinja mabisik reko - dini dja hembok manjiuiboeh - 
katoehon Hida sang na^a - hembok njahi - 
tan jogya hembok mamiwal. 

314. Toemoeli mamakpak sembar • kenjoes kenjoes mamahekin - 
manepak di dj'ridji ué meros - koekoenë Twir manik banjoe - 
manglalijer kadi bintang > - moewoeh mauis ^ - 
sarapoen manjembar piug tiga. 

815. Bagoes Hoembara mangoetjap - hoedjaré haroemamanis - 

tan sapira hoetang hingong* - poenapi *nggèn tityang nahoer - 

1 Elders: hih tingalin Déwa Ratoe - marggi té bareng 
sajangaug - rakan Goesti - tityang sampoen manjajangang. 

2 Elders: hangit. * Elders: manglalyap kadi wajang. 
A ff kartikaue. 

• ff poepoeneu tityang hi Utïwa. 



MANTMl Kf»Ktl'AN. 10'{ 

tr 7Ïrn (liffpf^ii), dat U niet ophoudt met hfm tr rrdrkavelrn ? 
Alft V (hem) werkelijk grneprtMi is, handel dan spoedig en blijf 
nift 700 hinken op twee indachten! 

309. 'Ak Uwe Hoo}i(hfid met onp wil gaan, dan «al ik de eentr 
io Uw fpcvols^ zijn. Ook aU U naar de rivier afdaalt c»m een 
bad te nemen, zal ik vlak achter u staan, dan kunt U mij 
Uw geurigen onderrok zoo lang laten vasthouden! (Maar) eigenlijk 
ben ik er ook nog niet zeker van 

310. of ik *t al dan niet zal willen doen. Ik kan nog niet beslissen. * 
De prinses keek hem even norsch van ter zijde aan , doch hare 
▼rouwen (vo^en hem) lachende (toe): »( tij durft veel te zeg^^'en, 
vriend! Otj zijt erg brutaal met uwen mond! liet schijnt wel, 
dat gij te veel gednniken hebt!' 

511. (Kindelijk) sprak de prinses, terwijl zij een boos gezicht trachtte 
ie zetten: «^Dat is goed van u gezegd, vader! Ik heb daar wel 
ikoren naar. (jij schijnt verntand van die dingen te hebben en 
ik zoek (juiM) iemand, die mijn sindjang draagt. 

312. 'Ik heb wel bedienden in overvloed, maar niemand wil (dat werk 
verrichten).' Nu liet zich ook de kro«mprin.« hoorrn, rjeg;re*.de. 
«Praat maar niet zoo veel, broeder! ik heb 't immtrs al moeten 
opirevenl» (Op deze woorden) keek de prinse» een* anderen kant 
uit en b^mn te glimlachen. 

SIS. 'Meteen stak zij de hand uit om de sembar aan te nemen, 
die hare jongere zuster haar toereikte, terwijl kij deze in ^ oor 
fluisterde: 'Ik zal (hem) nu maar sembareu. Z:jne Majentcil 
wil het met geweld hebben (en ge begrijpt,) zus! dat ik mij 
niet goed daartegen kan ver/etten. ' 

31 i. Daarop begon zij de sembar fiju te kauwen, trad dan t^limlarhende 
(op den patiënt) toe en nadat zij de >ierlijk gevormde vingers, 
wier doorzichtige nagels schitterden als (zoo vele) sterren, (np 
ztjn voorhoofd had gelegd) en zij in al hare bekoorlijkheid daar 
v<»r hem !*toiid , !*|MM>g zij hem (irelijk de gew4ionte merhracht) 
tot driemaal toe op den mond. 

31 &. (inninL dit afirelottpi'n was) »pnik Bagoea Hoemltarai op veriei- 
dklijken toon* 'lloe onrindiu' vtfl hen ik l' V( r>c!iu!iii;:d ! 



104 BAG0E9 HOEMBARa. 

titjang mangatoeraug hawak - riug Dyahari - 
hi Déwa maiidjakang titjang. 

316. Doeroesang hitja ué Mirah - mamoepoe djanma kasyasih - 
kaleboe ring Jam&-lok& > - tan lyan tVah hi Mirah Ratoe - 
hanggèn titjang panembahan - Djahhari - 
hi Déwa ngoelajang titjang >. 

817. Hap& dj'wa dja ' kèto titjang - wènten hatoer titjang noeni 
lamoen pada lemah reko - titjang ngiring sapakajoen - 
lamoen peteng titjang mindah - kantoen b'li - 
hiriki titjang ka poera. 

318. Nawang Tranggana ngandika • Made Taro djalan moelih - 
pamit ring hi goeroe reko - kantoen ké mangkin hi goeroe - 
poetrané kekalih njoembah - toer mamarggi - 
prapta ring dj'ro ring pam'reman. 

819. Nawang Tranggana ngandika - Made Taro mahi dini « - 
djalan pèt maloekat reko - djalan basmi wastr& saboek - 
hantengé ^ kalawan sindjang - titjang ngiring - 
nengak'na ring djero poera. 



3^0. Bagoes Hoembara kotjapan - raris kènak paramangkin • 

s'koel hoelam rahoeh reko - sang praboe halon hamoewoes - 
tjahi Bagoes lah madjengan - bapa moelih • 
sampoen tjahi soemangsaja. 

321. Sandikan Hida sang nata - bèndjang titjang noenas pamit - 
titjang manglanglang kalangon - kanggé nja kajoen hi Bagoea 
mawantoen dja hènggal hènggal - sampoen lali • 

malih wènten këdep bapa. 

322. Hada njaman tjahi dad'wa. - hengkèn dja kajoenang tjahi - 



1 Elders: mandiloka. 

2 tf ie drie laatste regels: ngangkidang titjang ring 
kawah - doeh Djahari - né mangkin titjang raemandjak, 

"» Elders: hasapoenapi. * Elders: mabiu. 
» '/ gebogan. 



M&\'IKI KOKIPJIM. M).'» 

Wunnrdr ml ik het U vergalden? Ik geef mij geheel en al 
san r over, bekoorlijke prinsen! Maak mij tot Uwen tlaaf, 
inevrauv ! 

114. «Vollüoi toch Uwe goedbetd, mijne allerliefüte ! door een on- 
irrlokkig man , die (reed:i hier benetien) aU in de hel i» teniht 
gekomen, tot U op ie heffen (en hem Uw hart te i«chenken)! 
AU gij mij tot Uwen «laaf maakt , mevrouw ! dan zal geen ander 
dan mijne tchoone prinsies (ooit) mijne hulde ontvangen!'' 

117. (De prinaes antwoordde:) «rik blijf bij H greu ik «trak» gezegd 
heb : al» alles in den regel gaat , dan wil ik doen wat gij ver- 
langt. Z(K> niet, dan vraag ik verschooning. En nu, vsarwel, 
BiijD vriend! ik keer naar binnen t«rug.«' 

n%. Daarop zich (tot hare zuster wendende) sprak zij : «^ Kom, Made 
Taro! laat ons naar binnen gaan."" Nu namen de beide prinsessen 
alscbeid van bunnen vader , voor wien zij beur sembah maakten 
ca vertrokken. Zoodra zij in het slaapvertrek waren aangekomen « 

SI9. ii«n Nawang Tranggana (nogmaaU) het woord, zeggende: «^Kom, 
las! laten wt ons (in den huiFttMnpel) gaan reinisren en onze 
Ueedeien (die we aan hebben), on^e rokken, den gordelband 
■Mi den slendang verbranden " (waarop Nawang Taro eenvoudig 
tca antwoord gaf:) #l>at is goed: ik ga met u.» Wat er verder 
daar achter in 't paleis voorviel deelen we niet mede. 
Van Bagoea Hoembara wonit verhaald, dat hij terstond geheel 
gracaen was. Toen nu (een oogenblik later) de njst met vleeach 
(UK»pijzm) werd opgedragen, sprak de vorst op vriendelijken 
toon tot bem: «^Kom, mijn jonge vriend! eet nu wat, terwijl 
ik naar binnen ga. Ueneer u vooral niet.* 
#Zooals Uwe Majesteit beveelt! Morgen zal ik (echter) zooTrij 
«ija de plaats te verlaten om een reisje te gaan maken. «^ «Ik 
heb er niets op tegen, mijn vriend! maar keer zoo s|)oedig 
Mogelijk terug. Vergeet dat niet : ik heb nog een stillen wenscb 
voor n op het hart. 

pÊL «Daar aijn uwe beide zusters, mijne dochters welke wilt ge 






è- 



100 BAOOES HOKMBAKa. 

nadyan ja makaroro - bapa soeka ring hi Bagoes - 
sakéwala dini ngehang - tityang nering - 
tityang g^lis djagi toelak. 

3^3. Toemoeli mara ugadjengang - patih mantri mangajahin - 

loemintoe lelawoeh reko - b^rem barak lan sadjeng sampoen • 
tan kari hoelam segara - lioelatn bawi • 
poen S^mar sampoen betekan. 

324. Mantri patih kagahokan - ring polahé raden mantri • \ 
pabisik doehpada i reko - sang praboe sadya mamantoe - 
minaka s'kar nagara • halih dini - 

di Djawa masa mabahan. 

325. Sawoer manoek mangwyaktyang - sang praboe woes praptèng poen • 
tan kotjapan hoedjaring wong - raden mantri woes maujekod - 
kalih kalawan poen S'mar - madya latri - 

sepi raden mantri loeugha. 



VI. 



326. Sampoen liwat DjAMiNTORa - poen S'mar masih ngoelimid • * 
kènkèn bahan djani reko - mandajanang raden galoeh • 
mangdé hapang dané bakat - dèning tjelih - 

toehoe pageh ngaba raga. 

327. Rahadèn Mantri ngandika - da dj Va kaka lyoe moenji - : 
djani ja kalahin reko - ditoe sakitnjané rahoeh - 

haiiakèto gagoelaknja - poetri ririh - 
lamoen tong ja mangoerarap. 

' 32S. Soehoed djani matoeloeran - DjAMOERDiPa jèn kepanggih - 

tauana s'wabaning ngawoug - di Panenggah maugkitt 

[rahoeh - 



> Elders: doeniadak. ^ KIders: ngoctimil. 



MAVTRI RORIPAV. 10? 

dbftfiran hfbben? Of (verlangt frij ze soms) beidrn? Ik zul zi* ti 
gMarne irevrn, mijn vrirnd ! Alleen zult gij u dan hier met dor 
woon m(M-ten verttigen.' «^Ik onderwerp mij volkomen: ik zaI 
•poedig tenigkeeren.4' 

U. I>tt grzegd hebbende, setie lUgoet Hoembara zich aan den 
naaitijd, waarbij hij door de prinsen en rijkugrooten he<liend 
wrrd. Er wax overvloed van vloojichiipijzen (tennijl ook) aan brem, 
afak en ]mlmwijn (geen gebrek wa»). Ook zeevisrh en varkrna- 
vleeach ontbrak niet. 8*mar had zich 9]x>edig genoeg gegeten. 

li. I>e aanwezige prinsen en rijkvgrooten stonden verbaasd over de 
booding eo de manieren van den kroonprinsen fluisterden onder 
elkander: «Zijne Majesteit zou van geluk mogen spreken, als 
hij (hrm) tot schooiiz(M>n knrg. Zoo^i kroonprins xal men te 
Yfrge«fs hier op Java 7^)ekenU 

KI. welk oordeel door de anderen aU uit cenen mond werd toegestemd. 
Istusschen was de vorst reedfi (lang) naar binnen gegaan. (Wij 
fwijgen verder van Zijne Majesteit) en spreken nok niet meer 
vma hctgrtn die lieden daar al zim) zeiden (maar bepalen ons bij 
de nededeeling,) dat de krocmpnn.^ en /ijn hofnar van den maaltijd 
waren opgestaan en zij tegoii middernacht , toen alles in de rust 
was, bannen tocht aanvingen. 



HOOFDSTUK VI. 

RlIS \kH Ba(H)K9 IIoeMHAE^i NAAK DjONUBlKOK RN 

AAXVOMMT ALDAAR. 

. Eivds hadden (onz^ reiziirer^) Djamintora achter den rug, toen 
Setnar noft altijd bij zich /elven liep te brommen, /.egirrnde: 
• Hoe moet men het toch aanleiftfrn om die prin!*e3i te ver^hal- 
keti , dat hij haar krijgt , want ztj is 7xx> gind (als een aal) 
e» weel zich altijd te redden.* 

. IV kroonprins (hoorde dit en) zei de : «Verspil maar niet zoo 
twei woonien. brneder? Jui?t nn wij haar verlaten h^'librn, 
fiJ haar hartzeer eerst recht bci^inneTi I>at '\n 700 '» w«-n'ld« 
lonp en zij moet al eene (wonder) knap|ie prin^ii zijn, al:* /ij 
*t «'utrakf) niet uitgilt van üchrik.* 

H*er eiudigfle hun gesprek. Weldra bereikten z\\ DjanirKnliM , 

ffMMler een' Herveling te;;eii te kuinen en trokken \aii daitr 

over I'anenggïib naar Wiudoe Tingul, totdat zij ook deze 



108 . BAGOBS HOfiMBAHa. 

liwat praptèng Windoetinghal - sagèt prapti - 
ring Djongbiboe ring pakoendan i. 

329. Foetih timoer habang wëtan - lampahë doeloerin Wi^i - 
pada sepi sing djoemodjog - rahoeh di soetji hauglangoen 
ugadeg piuggiriug talaga - kauten mangkin - 
togogé jèn makembaran. 



830. Oahok poen S^mar nontonang - togogé kalintang p'kik - 
poenika néné di hoeion - ring hi Dcwa sampoen patoeh 
Iianging tekèné doel' wan - IVir di tangkis > - 
hakedik tong hada hiwang *. 

331. Famoepoet hanakë bisa - nggawë inoewa miwah halis - 
di tangan miwah di tjokor - di lambé miwah di g'loeng 
tatahan hoentoen hi Déwa - sampoen pasti - 
kampoeh wastra tVara hiwang. 



332. Né t'bènan sapasira - Bagoes Hoembara ngedèkin - 
hawas kaka djani heuto - hoeli ditoe ja manglahoet • 
hento patoeh t'kèn kaka - soeba patis - 
sapratingkahé tan hiwang «. 

838. Toewi Déwa sapoenika - sadja kèto kaka djani - 

hi S'mar goejoe mamèngos - b'neh ké kedèké moehoeg 
doemoen doekë di Fabëjan - kéné kapi - 
mirib topèng katon tityang. 



331. Gemesan mekita uabas - dekas-dekes mamahekiu - 
di djaha hoendagi reko - tit/aug mekita mapasoeh - 



1 


Elders : 


3 


«^ 


3 


*f 


4 


V : 



pakoeb^wan en pakoedan. 
sampoen patis. 
sapratingkah kadi tityang. 
hoerinin ditoe ja lahoet - tatasang hapang 

[p'das • 
ja maloewin • tan hiwang makadi kaka. 



MA.NTRI KORIPAM. 109 

pUaU achter den rag hadden en eindelijk bij den (forrtelijken) 
Itttthof Tan Djougbiroe aankwamen. 

I. Jttiit begon de dag aan te breken , doch de goden leidden hnnne 
achredeo too, dat zij H overal waar zij kwamen ftil en rustig 
Yonden. Zij traden den lusthof binnen, waar zij aan den kant 
vmn bet water bleven staan, en bun oog weldra twee beelden 
gewaar werd. 

M. De hofnar stond met open mond naar het eene prachtige beeld te 
kijken. (Eindelijk sprak hij:) «Dat .voorste daar gelijkt sprekend 
op U, mijnheer I Ik bedoel natuurlijk dat daar voorop staat: 
iells aan de houding ontbreekt letterlijk niets. 

II. »I>at moeten door en door knappe lieden zijn, die zoo het ge- 
aiefat, de wenkbrauwen, da handen en de voeten, de lippen 
M telfs den haarwrong kunnen nabootsen. De tanden zijn gevijld ! 
*l Is bepaald mooi. (Ook) aan het boven en onderkleed man- 
keert niets! 

BL 'Die daar lager staat , wie (zou dst zijn) ?' Bagoes Hoembarl 
begon te lachen (en sprak:) <r Bekijk 't mnar eens (goed), broe- 
der! Ga daar maar eens staan! Het lijkt zeer goed op UI *t 
If sprekend: er ontbreekt letterlijk niets aan!« 

WL 'Waarlijk, mijnheer? zou 't waar zijn?' 'Wel zeker, vriend!' 
i Nu begon 8*mar ook te lachen (en sprak) terwijl hij (het beeld) 
VBO ter zijde aanzag: 'Dan begrijp ik waarom die lieden oulanga 
te Pab^jan zoo'n verbazende vreugde hadden! Ik zie nu ook, 
dat bet veel van een mombakkes heeft. 

Ik ben woedend: ik zal *t (aan stukken) slaan!' 'Hu! Hul' 
sleunde hij, terwijl hij op (het beeld) toetrad. Waar is de 



i 



f 






112 BAGÜES UOEMBAEa. 

340. Togogé sagètan rengas - toehoen lahoet kirig-kirig - 

tityaiig boja hada togog - tityang tVah hi S^mar toehoe - 
hiringan mautri Koripan - m rika lialili - 
poenika ko dané doel' wan. 

841. Hodaké raris heiitoengang - raden mantri kadjagdjagin - 

manjahoep mamekoel wangkong - sapa tityang b^li Bagoei 
soewë b'li hantos tityang - boeka ugipi - 
b'li kepanggih ring tityang. 

342*. Togog tityangé di djaha - baktan b'li ko në mangkiii • 
k'njoeng rahadyan moewoes halon - batan helongan matabofli 
wikan sadja b'li ngebang - makakalih - 
bangkan tityang kapranggoehan i. 

843*. Raden galoeh gelis moenggah - kalintang heres di hati - 
m'nga jèn batoe matjepak - kahi ngebang VU Bagoes - 
makréjot m'uga kang sela - b'li mantri - 
S'mar g^lisang ké moelihan. 

344*. Sampoen mahoebetan sela - sang jaksa prapta mandjerit - 
hah hapa hamboe wong roro - teka tan a na dinoeloe - 
hènak ngong hamangan djanma - njahi tjili * 

tjorah mangebang djalema. i 

i 

345*. Hamboené jèn djanma dadVa - hamboe botjok né hajilü «j 
raden galoeh sawoer halon - tityang ko jèn dèrèng mandjooi 
tityang pètan mangkin tad'ah - goeroe hadji - \ 

hapang pisan pisau b rasta. 



846*. Sang praboe jaksa ugandika - hah hah sajang njahi ^iU 
Mirah bapanë da kèto - dini dj'wa Déwan hi goeroe - 
' bapa loewas ngalih pan ga n - toer mamarggi - \ 

sampoen hanoesoep ring halas. . , 

247*. Talinantèné woes kenjang - ngandika rahadèn déwi - 
m'nga ko batoe matjepak • makarèjot sela hagoeng - 



1 Elders: kapaloenggoehan. 



laAMRl K(IRIP\N. I 13 

140. bet breid schrikte terog, nprong uur beurden, en krabde zoo- 
Teel mogelijk achteruit (terwijl het uitriep:) «^Ik ben gt*fn 
beeld: ik beu waarlijk S'inar, de volgeling van den Lroonprin» 
ait Koripan! Kijk daar maar, hij i» het« die daar voorop 
ftaal!' 

Sll* (l>e printea), dit hoorende» wierp haar bedak weg en«ueideop 
den kroonprins toe, dien zij met beide armen omvatte (en hem 
toevoegde:) «^Spreek toch eent tot mij, mijn «choone vriend! 
Laii|( heb ik op U gewacht en 't u mij nu alaof ik droom, 
no ik u gevonden heb! 

Mi. «Waar tijn miji^e beelden? Waar hebt gij xe gebracht P* De 
kffoooprina begon te glimlachen en nprak : «^Daar onder (de 
bank) liggen ze vfrrtopt.«' f^'/jno^ dat hebt ge slim (overlegd) 
on die twee daar te verbergen. Dat in de reden, waarom ik 
niets vao de verandering bemerkte. «^ 

S4S. (De prinses had nauwelyks uitgesproken) toen zij gejaagd (den 
Irsp) beklom (en tot de steenen deur sprak) : «^Sleen , open u : 
ik wil mijn' schoonen vriend verbergen!* Al krakende ging de 
devr open , (waarop hare hoogheid) den prins met zijn* hofnar 
«ttnoodigde om zoo spoedig als zij konden naar binnen te gaan. 

SM. Jairt bad zich de deur (achter hen) gesloten, toen de reus 
%eracbeen en op schellen toon uitriep: «^Hal wat riekt (hier 
aoo)? Er zijn twee mannen gekomen, en dat zonder dat (ik 
ae) gezien heb! Heerlijk, nu zal ik weer eens meu-chen 
(«leescbj eten! Mijne lieve dochter! dat is toch ondeugend van 
V, dat ge hier menschen verborgen houdt. 

Bt&. #lk rvik er twee, waarvan de een , naar den reuk (te oordeelen), 
cao BiisBiaakte en onoogelijke man moet zijn!' De prinae» 
antwoordde bedaard: «^Ik heb n«ig geen bad gfnomen (dat /al U 
in den neus hangen.) Maar, kom aan, vader! venlind mij 
maar, dan blijft er geen levende ziel meer (van Twe onigevingj 
«wer, dan is *t uitl«' 

M0 Na sprak de koning, die in een vrr»liiidenden reus veranderd 
vaa: «Ha, bal mijne beminde dochter, mijn oogappel! spreek 
aoo niet! Vaarwel, mgne koningin! Ik zaï maar weggaan om 
elders eten te zoeken.» Daarop vertn>k hij en was weldra in het 
■Daca terowenen. 

M7. Zoodra de ketting (waaraan de reus vast lat) strak geepannen 
«aa, sprak de prinses: «Steen, open u!» «aarup de gnnte 



Is Vsl^. II. 



Il 4 BAÖORS HOBMBARa. 

rahadèn galoeh ngandika - b^li maiitri - 
mariki mangkin ka djaba. 

•HS*^. Raden maiitri raris medal - sinamboet rahadèn déwi - 

doeh Mas Mirah Pangemp.on - nawi Hida jaksa rahoeb - 
raKadèu galoeh ngandika - boja ^ndoegi - 
hanté ué poenika tjingak. 

349*^. Lamoen aampoeu hipoen njempang - hi goeroe mamarggi moelih 
poenika tengeran reko - rahadèn mantri jèn kenjoeng - 
raris manjama manjaman i - raden d^wi - 
pinengkoeliüg ngarasaras. 

350*^. Hasoeng s'pah di pabiuan - tinarimèng wadja m'rik • 
hiugoesapoesapan halon - sama tanding histri kakoeng - 
kadi harnas njanding mirah - raden mantri - 
hasoeng simsim saloediri. 



361'^ Poeniki hanggèn hi Mirah - tjina ring tityangé hurih - 
tinanggapan tanahalon - riuangsoekau simsim > haioes - 
rahadèn galoeh ngandika - sabda manis - 
hésemé Twir ma^oe drawa. 

352^ Kènkèn sangkan b'li teka - laksana rahoeh mariki - 

di djaha b'li manèmpong - sangkan dadi noedjoe soehoeng - 
(ljanm& dini w'di pisan - ring sang hadji - 
hi goeroe dadi sang jaksa. 

353"^ Rahadèn mantri ngandika - pamarggin tityaugë w^ngi - 
mahortta ka Bali reko - melah hi Déwanë moepoet - 
hi Déwa sadjajang tityang - wènten malih - 
premin tityang ring hi Déw&. 

•354^. S'gara madoe goenoeng men jan - kotjap hi Déwk maiuiugit 
madrewë poenika reko - ratoe Matahoeu maugoetoeK - 



1 Elders: raden mantri. 

2 ff : tangau. 



ÜlAMRl KORll*AN. 115 

alretmi denr al krakende open ging en de knioupriuii uilge- 
noodigd werd on naar buiten te komen. 

3i4. Toen hij buiten wa», omheinde hij de prinaea (en «prak ) «Ach, 
«ijo aUerlieifiA achati ik ben zoo bang, dat mijnbfcr de reu» 
tal (terug) kooien l^^ Hare hoogheid antwdordde echter: «Toch 
niet! Let naar op dezen ketting: 

M9. aoodra hij «lap langa den grond hangt, dan is vader op wtg 
raar hnia. Dat is het teek en. «^ Nu keerde de larh op het gelaat 
van den kroonprins terug, waamp hij (Ie prinsen naar zich toe 
tfok, haar omarmde en met kumen overlaadde. 

SSO. (Ten laatute deed hij haar) op zijne kniei*n plaats nemen en 
i4ak haar tijiie siripruim toe, die (de prinses) op hare geurige 
t:inden in ontvangst nam. ÏMchi streek hij haar met de hand 
(over den naakten rug) en (ieder die hen daar foo zaïr zitten 
moe^t bekennen dat) het een schoon paar vas : ais 't ware ern 
stok goud naast een* kostbaren edelsteen. (On oogenblik later) 
knod de kroonprins (zijne vriendin) een* bloedrooden ring aan 
(net de woorden:) 

S&l. 'Daar, mijn schati bewaar dit als een teeJcen mijner liefde!» 
De prinses aarzelde niet den schuonen ring in ontvangst te 
nenen en aan (haren vinger) te doen , waarna zij met eene 
liefelijke aten, terwijl een honigzoete glimlach haar gelaat be- 
dekte, aldus aprak: 

SM. «"Wel, vriend! wat is eigenlijk «Ie reden t'wer komst en hoe 
liebl gij het aangelegd om tot hier dfM>r te dringen? Waar xijt 
pnj iMiga gegaan, dat niemand U gezien heeft? ((iij m«)et wHen 
dal) ieder hier erg bang is voor mijnen vader « die een ver- 
aKodesde reus geworden is.« 

De kroonprins antwoordde: «Ik heb *ii nachts ^reisd. Het ge- 
rucht van Uwe buitengrmeene scho<»nlieMl is tot Rali doorge 
drongen en ik kom opzettelijk hier om Uwe lIcMifrheid (te be 
i). Ook heb ik U eene gunst te vragen. 



•Men vertelt, dat Uwe Hoogheid de segara uiacjoe met de 
fdeaoeng menjan verborgen houdt, waarvan U de eenigv» 



t. 



116 NaGOKS HOKMBARa. 

titjang mangrereh )K)enika - inangdé polih 
patjang katoeraiig ka Daha. 



.'^^ö. Wyakti b^li tityang nggelah - tityang ngatoerang ring hi bUi- 
lewih to hi beli reko - mahortta aiariki kasoeb - 
(li Bali byaiia mamaria - hanom p'kik • 
pradjoerit wiwéka pradnjan. 

856. Rahoeli ka desa Holanda - ka Heroem lawan Batawi- 
ka Tjina lawau ]^a Ba dj o - sami sauagaiu hagoeng - 
tan lyan ué kahoetjap-hoetjap - tVah hi b'li - 
kasoemboeng-soemboeng di Djawa. 

357. Hakèh praratoe manjambat - karawosan sahi-sabi - 
miwah di djaba di djero • lewih poetri hajoe hajoe - 
t'wah hi b'li ué kasambat - lemah weugi - 
kahanggèn toetoer-toetoeran i. 

858. Byana jèu roro tatiga - kahoetjap bagoes di Bali - 

kèn Bajau Sauggit kèu Tjondong - pabisik pada goemoejoe - 
koedyang beueh baunja loemb'rah - kené kapi - 
roepané Twir Saugyaug Soerya ». 

359. Rahadèn üaloeh ngandika - kéweh pisan mangkin b'li - 
mangalih né boeka kèto • hapau byau& tjawah tjahoeh - 
iié hirika kapaselang - ring Bat^ri - 

jèn rahoeh tityang ngatoerang. 

360. Bngoes Hoembara ngandik& - tityang manoeuas di g'lis - 
mangkin b'li bVin habosbos - sampoen hipoen ngantyang rahoeh - 
tan doeinadé mangkin teka - makakalih - 

s'gara madoe goenoeng nrnjau. 

361. Rahadèn galoeh mangoengkab - katon pasoelijab mangkin • 
matjan warak singa barong - détya danawa lan hi- 
koemangmang lan tangan-tangan - manoek br'i -[djoeng- 
dja s poepoe lawan lawéjan. 

I Klders: toetoeran satwa. 

» /' Semara. Met dit ver» eindigt een der geraadpleegde fragmen- 

» » djek, terwijl de gewone lezing is padja poepoe. [tcu. 



MAN'TIIT KORIfAV. 117 

brxiUtrr iiiot*t /ijii. Nu licrft dr vorst van Mulahfirn itnj uil- 
cnotidm otn een en ander op te sporen (terwijl liij ToornemenM 
is om ze), bij aldien ik xe machtig kan worden « (den konine) 
van Kedirie aan te bieden. «^ 

U5. (I)e prinses hernam:) «Dat is waar. mijn vriend! die xijn in 
mijn beiit. Ik xal rjt U ten geschenlce geven. Ook de roep van Twen 
naam is tol hier doorgedrongen, (iij staat bekend als iemand, 
d«e y.ijne wedergade op liali niet heeft ; men spreekt van U als vun 
ren aiterst schoon jongeling, welgemaakt, dapper , wijs en gdeenl. 

SMI. *lo alle voorname landen, tot in Holland, Griekenland, Batavia, 
C^hina en Oeiebes toe, wonit alle«n van U gesproken. Hier op 
Java bceil ieder den mond vol van U. 



K7. «De measle vorsten roemen ü en spreken onophoudelijk van 
V\ ook (dr vrouwen), zoo in als buiten de {laleizen , maar vooral 
de schoone koningsdochters hebben *t altijd druk over V . Rij 
alle mogelijke gelegenheden tracht men het gesprek op U te 
brengen. 

M^. #Geen enkele Kalinees is 7.00 beniemd om zijne schoonheid als 
gij zijt!«' I)e hofdtmes Huistenlen elkander lachende toe : '(iren 
«ouder, dat men zoo overal van hem spreekt, daar hij dus 
a's de heilige zon van schoonheid (schittert) l^» 

to9« Intossrhen ging de prinses v«Nirt: 'Op het oogenblik kan ik l' 
S«i gevraagde moeielijk verschaffen , daar 't maar niet zoo %'«Mir 
bel nemen ia. Kene*der hemelnimfen heeft het van mij geleend. 
Zuodra bet echter komt , zal ik 't U eeveu.*' 



Raienes Hoembani sprak «Ik 7ou 't muinie 71M1 spoeiiig moge- 
lijk hrbben.4' «Oefen nog maar evrii gt^uld , mijn vriend! 
hH IS reeds op de komst" Nauwelijks had zij dit getegd, of 
die beide voorwerpen , de «hoiiigzee" met den «wierookberif « , 
kwamen aan. 
Ml. 1^ prinses opende (de kist) en nu zag men kns en kras door 
fm wriemelen: tijgers, rhinoceroüsen . leeuwen, barungs, rru7^n. 
ömooeB, groote zeugen, arenden en allerlei sfioken als: wande - 
Imdc bcM^den , draaiende armen , dansende beenen en rom|jen. 



118 BAOOKS HORMBARa. 

362. Hakèh sekaré madjadjar - ring tamau Twir goenoeng sari • 
rahoeh kaug pawaua halon - hamboewat sarining santoen - 
mihik haroem inahimpoegaii i - raden déwi - 
maboenga s^kar m'rik soemar. 

3f)3. Toer maharas di pabiuan - boeka dëwa lawan déwi - 

IVir boenga hapasang tinoii - poen S'mar ngakak goetnoejoe - 
katonya hi goeuoeng menjaii - tani kikit - 
pasoelijab mahèiidahau. 



364. Maiigkiu Déwa mangoebetang - (Jemen san tityaug mtbalih - 
kisidang inangkiu 8i k'iod - bnkal haban tityang mantoek - 
Bagoes Hoembara ngaiidika • hoebet djani - 

hanak jS t'wah bakal toenas. 

365. Rabadèu galoeh ugandika - kanggé té kajoeu hi Vli - 
titjang telas maugatoeraug - wé inangkin tityang mahatoer - 
jèn b'li ngjimbil poenika - tityang ngiring - 

mantoek ka Bali sagrehan. 

366. Poenapi sih karyan > tityang - kawonin hi b'li ka Bali - 
pandjak sampoen telas reko - tadah dané ban hi goeroe -j 
kari tityang paloehloehan - gering ugapit * - 

sapasira toemanggalang ^. 

367. Ragoes Hoembara ngaiidika - keweh ban tityang di marggi - 
goeroen Hida jaksa kahot - tityang kalintanging takoet • 
nawi katadah di djalan - raden déwi - 

ngandika jèn manang tityang &. 

•i68. Dèwèk tityang ngalih daja - mangapoes hi goeroe hadji - 
lah m^nga batoe matjepak - mantoekan bMi né doemoen - 
hi goeroe jèn ugantyang teka - raden man tri - 
poen Semar sampoen uioelihan. 



1 Elders: Sakalangan. > Elders: hangkoeh. 

• f jan hiriki. 

^ f poenapi sih karyan tityang. 

^ *f ngadjak hi Déw& di djalan - jèn rahoeh 
hadjin hi Katoe - dèning dané karaksasan • 
iadcn déwi- depang titjang toemanggalang. 



MAMTtI KORIFAS. 119 

SM. In d^n liot vtoiKleD gtntelie rijen viui bloeinbuoineu . xocNiiit men 
nii^ muder» iag dan bloemen, eo jaiitt verhief zich een mchte 
wind. die hun Tin alle kanten de liefelijkste georru toewaaide. 
De prinaet «tak eene bloem in het haar, wier heerlijke geur 
ikh rondom haar verspreidde, (waarna zij) 

Ml. «ip de knieën (van ndeu kroonprins plaats nam) en zich door hem 
liet liefkoieQ. Als twee hemelbewoners xaten zij daar neer: hen 
soo nende, zou men hen voor een paar bloemen gehouden 
hebben. Intusschen schreeuwde Semar hei uit van de pret, toen 
htj de goenoeng menjan zag, waar die talrijke wezens van allerlei 
vofoi eo in allerlei kleur, door elkander krioelden. 

M4. 'Waeht nog even met sluiten, Mevrouw l^^ (dos sprak hij tot de 
pnnms) «ik mag dat zoo gaarne zien. I4aat(dit) als 't U belieft, 
daar maar aan de noordzijde neerzetten , dan aal ik het mede naar 
huis nemen !• Ilagues lloembara nam daarop het woord , zeggende: 
•81uit H toch ; we zullen immers vragen of we alles mogen hebben.» 

M&. Ile prinses antwoordde: «Zooals gij verlangt, mijn vriend! Jk 
prref *t u alles over. Edoch, zoo gij dit wegneemt, dan ga ik 
met n naar Rali terug. 



«Wat zal ik hier doen, als gij zonder mij naar Hali vertrekt i* 
Vader heeft reeds al onze knechten tot den laatsten man tor 
opgegv'teu. zoodat wij vrouwen alleen overblijven. Ik zit hier 
fooftdnrend als tU4schen twee vuren en wie zal mij in den 
nood beschenneo!'* 
M?. Ile kroonprins hernam: «Ik zie erg tegen zulk een reis op , daar 
l'w vader zulk een verschrikkelijke reus is. Ik ben vreeselijL 
bang: wie weet of we onder weg niet worden o|igegeten ! ** !)•• 
prinses antwoordde: 'Als ik zoo denk (dan geloof ik wel dal) 

W4. «ik tets zal kunnen uitvinden om mijn' vader om den toin 
te inden.* (Meteen riep zij ) «Deur ga open! Mijn vnend , 
ireed roo kng binnen : vader zal soo dadelijk kooien. «^ Nauwelijks 
•as (dao ook) de kroonprins met Semar naar binnen gegaan. 



l20 RA60RS HOFMRABa. 

•^69. Sampoeu niahoeneb kaug sela • sang jaksa sagèUn (irapü -^ 
g'lar g'loer sVara hoemor - doeh Mas Mirah nauak galoeh 
Masi üéwa tnamboe djanma - kalih siki - 
mantri lewih jèn hamboeuiija. 

• 

370. Botjok liadilii hamboeunja - siugnja bctah iijahi tjili - 
radèu galoeh sawoer halon - djanuia kènkèu bani rahoeh - 
balik tityang maiigkin tadali - Mirah Goesf^i - 

njahi fwah sajaugang bapa. 

371. Mangkiu tityang noenas hitja - halyang dja tityaiig inanik - 
satak lijoennjané reko - patjang matjoeki panoeugkoel - 
hiseiig ko tityang di taman - Mirah Goesti - 

uiasa njahi tong kasiddan. 

372. Dini ke njahi Mas Mirah - goeroe inangalihang manik - 
nianoesoep ring ngalas k o e 1 o ii • hakèh maniké kadoec}oek • 
polih jèn manik galagah - manik hapi - 

manik loekloek manik toja. 

373. Polih manik tigang ngalak - mantoek kahitjèn t'wan dëwi - 
raden déwi matoer halon - tityang malih noendèn goeroe - 
hasoehang tityang hadjahau - soetra wilis - 

hapang hija dadi p'tak >. 

374. Sandikan Goesti Mas Mirah • toomoeli hag'lis mamarggi - 
ka toekad > hagoeng mangodjog - kapoeutang panting winasoeh 
dèniug tresnaué mapoetra - tong masalin - 

benangé masih noe gadang. 



375. Nengak'na praboe jaksTi - kotjapan rahadèn dewi • 

manepak poenang hi sela - m'uga ko kang sela hagoeug • 
rahadèn mantri woes medal - toer malinggih - 
ring balé h'mas manempal. 



1 Elders: llinggih sandikan sang Ratoe - malih tityang 
noenas hitja - benang wilis - k'ni hipoen dadoB 
p ' t a k. 

t Elderj: loewah. 



ni hm\ xich dr clfiir achtfr ben gesloten, of de rem» vei>cheefi 
en i<*hreeuvde roet een ^\n\d aU v.in duiiend stetnaien: «^Wel, 
mijn allerbevte «chat! mijne srhoone dochter I het riekt bier (nog 
al) naar twee mannen. De reok van den een in als de reuk 
mn eenen schooneii prin», 
170 «irniijl de andere een leelijk sjMmk (iK*hijnt te xijn). Hebt |re 
miMrhien verboden (»mgang met mannen f" l)e prinses antwoordde 
bedaard : '^Wie 7x>u hier durven komen ? Druk daar toch niet aan 
en eet mij maar op!» «Mijn schatjel ik heb o immers loo lief! ««^ 

171. «fWeina, alu dat waar is dan) doe ik een beroep op Uwe goed- 
heid « om voor mij paarlen, twee honderd in getal, te gaan aoeken. 
Ik wil daarmede gaan spelen om mijn leed wat te venetten, 
daar ik mij hier in den hof verveel. «^ «^ Wel zeker, mijne lieve! 
tfe 7alt uw wensch hebben; dat spreekt van xelf. 

Ut. «(legroet. mijn srhatje! ik ga de paarlen voor u halen. <» (Daarop 
vettfok hij) en verdween in het westelijk gelegen bosch» waar 
hij eeiie groote menigte |)aarlen van verschillende soort bijeen 
ipte. 



ff5. (Zoodra hij er) zes honderd verumeld had, keerde hij naar huis 
tefog en gaf ze de prinses. Deze sprak beleefd : 'Mag ik U 
oog eens wat opdragen? (ia dan even deze groene zijde voor 
BIJ waascheu totdat ze wit wordt.» 

fff. «^Zooals mijn schatje beveelt *« (Met dexe woorden) vertrok (d^ 
fras) en spoedde zich regelrecht naar de groote rivier, waarbij 
aan hei slaan en aan het wasschen ging, dat *t zoo*n aard had. 
(Hij wisi van geen vermoeidheid) daar hij xijoe dochter zon 
innig lief had. Kdoch , (hoe hij ook sl««*i;) , rr kwam geetie ver 
nadering in: de klos zijde was en bleef trnien. 

VSu VTe laten nu den reus tijn gang gaan om te verhalen van de 
pnasca. die even met de hand aan «Ie deur raakte, waarop 
de gmoce steen zicti terstond opende. De kroonprins liaastte 
nrti daanip naar htiitrn te kiunen en in half zittende houding op 
de ^»ngeuaanide) gouden balé plaats te netiien. 



12t BAGOES ROKMBArA. 

376. Rahadèn galoeb iigandikA - hoedjarë haroemamania - 
. poenika tjiiigakin reko - langité sagèt naroewoeng - 
b'li hoendang sang Garoeda - maiigda g'lis - 
hapaug da jèn katangehau. 

877. Tityang sandikan hi Déw& - raris maugenjep inamoesti - 
Hida Jang GAROxda reko - doetnadak Hida g'lis rahoeh • 
uora Hida maler prapta - raden inangkiu - • 
mamatitis ngawangngawang. 



378. Telas kajoeué ngenjepang - mainegeng bajoe ngasioeti - 
taler nora prapta reko - rahadèn galoeh goemoejoe - 
ngoeda Wl\ 8angkan salsal - néné mangkin - 
tityang manoenas loegraha. 

379^ Tityang mangkin ngoendang Uida - doeroesang tityang mapamit 
boji rahoeh Hida reko - tVan galoeh ngenjep Hyang Wishoe - 
tityang njelang palinggihan - Déwa Hadji - 
patjang mamb'wat ka Koripan. 

380. Batara Wisnoe kotjapan r pangandikan haroem manis - 
k^ma Jang NARAoa reko - hadjak Hida Sanghyang Breqoe - 
hatoerin Sangyang Garoeda - konkon mahi - 

Hida patjang kapas'lang. 

381. Jang Narada sawoer sembah - tityng djerih Dëwa Hadji - 
nepekin Sang G'roeda reko - pauoenggoen lawang kon matocr 
Batara Wisnoe ngandika - k'nia haJih - 

patih G0RAI.AN WiKRAMa. 

382. MVah tjahi KaiI HOEPATa - miwah tjahi I)jooor*manik - 
rahoeh katiga padjcnigkok - Batara Wisnoe lianuwwoes - 
kola djani noendèn hiba — lah hatoerin - 

llid& Sang Garoedi hènggal - 

383. Katiga hag'lis mamargga - Sang Garoeda jan kepanggih - 
wahatoer pada padjougkok - pada njoembah bilang boetjoe - 
Sang Garoeda lingnyangoetjap - siga mahi • 

hapa hada gaven sigi. 



M4NTIII lOftirAÜ. 124 

IM. Nu siprmk de priiiKes op lieff lijken toon: «Kijk daar, de 
Inclit iê juU't mooi helder; nu moet ge (laMefJI oitnoodigrn 
om f|Joedig hier (te kennen) opdat wij niet (door vatler) ver- 
raat worden.^ 

m. 'Zooala Vwt Hoogheid beveelt!'' Uit getegd hebbende, bracht 
fde kroonpnn») de beide duimen tegen elkander, boog het hoofd 
voorover (en i>prak in zich zelven:) «^Moge de heilige Uaroecji 
fpoedig hier komen!" Zijne heiligheid kwam echter maar niet, 
(waarop de kroonprina) de o(^n naar boven sloeg en loo 
ernatig mogelijk bad. 

17^. Hij tpande zich vrfei«elijk in, terwijl hij den adem inhield en 
tie duimen (krampachtig) tegen elkander drukte, maar nog ver- 
fcbeen Oaroef)! nict« De printea had er genoegen van (enseide:) 
'Hoe hebt ge zoo lang werk, vriend? Kom, laat mij nu oiaar« 
ala *t u belieft, 

m. (Ctaroeiji) oproepen. «^ ''(ia uw' gang: ik heb er genoeg van: 
Zijne heiligheid komt toch niet.« Nu bad de prinaes tot Witnoe, 
aeggende: ^^ Heilige Vader! !een mij toch Uw voertuig om (oof) 
Koripan over te brengen !'» 



00. (Naowelijka had Wiiinoe dit gebed geboord) of hij aprak op 
vnendelijken toon (tot zijnen 1 ijf bediende :) «Narada! kom« 
ga even met Kregoe aan (iaroe()a zeggen, dat hij hier moei 
komen om uitgeleend te worden. i^ 

■1. Nafida auakte zijn aembah en antwoordde: "Heilige Vader! 
Ik durf (iaroe(|a niet te uaderrn. IWveel toch de deurwachter* 
om bet hem ir gaan zeggen!» Daarop gaf Wisuoe bevel om bet 
te gaih oofd üora«Wikrama 



Kala-hoepati en Djogor-manik te gaan halen. 
Weldra kwam hel drietal aan en hurkte op den grond neer. 
Nw aprak Wiamie: «Ik vaardig u af om aan Uaroeda te gaan 
dal hij tpoedig (hier OAoet komen). « 



Het drietal vertrok terntond. Zij vonden (iaroe<)a (in /.ijne 
i0g) waar zij ieder in mi hoek nerrhurkten en van daar 
Mabah maakten. Zijne heiligheid nam het woord en aprak 
daftigtn toon: -Wat komt ge hier doen f" 



\u 



BAOOI^S HORMBARa. 



384. (Tora-Wikrama inaujoembah - sareiig Hida Ujogor-inaitik ^ 
Kala hoepata liDgayalon - hoetoesaii HatAra Wisuoe - 

hi Déwa reké ka djaba - gelis-gelis - 
pangandikan sri Batara. 

385. Sandikan Hida Batara - niri f wah k'ma n^ djaiii - 
hoetoesan maiidjehdjeh ngetor - katiga sareng matjeloep > - 
manglahoet ka batan hocmah - mampeh mangkin • 
goelem goemi né hasibak. 



386. Sauipoen rahoeli ring bantjiugah - Jang Wisuoe iigaudika haris 
Hida kapaselang reko - sandikan Hida Hjang Wisnoe - 
kantoeu ké mangkin Batjira - mampeh hagMis - 
praptèng Djongbiroe ring taman. 



387. Katjoencloek mangkin poen 8'mar - mandjerit lahoet nggoeliling 
hengeb pesoe moenji lètok - njahi Baoobs tityano takobt 

TJAHI GaLOKH TITYANG GETAP - TÜELOENG DJANI - 
MATI TITYANG GüESti DjÉwa. 

388. Poen Semar makoréjakan - hapa ngoga > tityaug mangkin - 
kéné lepas kèto tidong - rahadèn galoeh goemoejoe • 
Tjondong Bajan mangedèkang - raden mantri - 
goemoejoe raris ngandika. 

389. Ilené soeba Hyang (laroecla - patjang inamboewat ka Bali - 
poen S'mar manjoeinbah njongkok - sisip tityang Déwa Ratoe 
raris mangatoerang senibah - ring Bat^iri - 

hampoera j)andjak<^ liodah. 

4 

390. Meneng Hida Sang Garooda - raden dewi modjar haris - 
mendep hiba hMa hoemong singnja > w^roeh Hida hi goeroe 
rahadèn mantri ngandika - mendep djani - 

gawé gati sasiliban. 



1 Elders : m e I a Ii i b. 

> 'f njèn ma ngoga. 

* " : kémeng. 



llANTItl HORIPlfC. Hil 

PM. De amngfvprokenen autwoordden beleefd: «^Wij xtjn afgexauieii 

van gnd WinDoe. I)r Heilige Vader (laat U) aanxeggen om zoo 
spoedig mogelijk naar buiten te komen.» 



B4. «Znoals Zijne Heiligheid bereelt: ik zal terstond komen.* 
(Naowelijk» had (Jaroefja dit gesproken) of de gezanten br- 
goiinen te beven van angst, waarop lij alle drie (eensklaps) 
«egvlochtten en onder de balé kropen. Op betzelfde ongeublik 
spreidde (lamedi zijne vleugelen oit (die zoo groot varen) 
dat zij de halve aarde als mei een, dikken nevel bedekten (en 
vkiog hij weg). 

M. Weldra kwam hij in het paleis van god Wisnoe aan, die hem 
op vriendelijken toon aldus aansprak: «^Ik zalU even uiileenen.» 
CCfame^a antwoordde): ««^Ik onderwerp mij aan Uwen wil: 
vee* gegroet I' (Dit gezegd hebbende) vloog hij op en *t 
doorde niet lang of (we zien hem) in den hof van Djongbiroe 
aankomen. 

B7. Hei eerst stiet hij op Semar, die *t nitgilde van schrik 
CND dan als een bezetene over den grond te roUen. In zijnen 
aagsi niet wetende wat hij zeide, riep hij uit: <* Mevrouw, de 
kroonprins! ik ben zoo bang! Mijnheer, de prinses! ik beef 
wan angst! Help me toch! Mevrouw, Mijnheer, ik sterf!* 

M. (flaafop begon) hij te kakelen als eene kip en gilde : «Vervloekt, 
mit brengt tovb altijd dat kwaad over mij ! Is het 't eene niet, 
dan is *t wat anders !«" De prinses bad er schik van, terwijl ook 
de hotlaoes (hartelijk) om hem begonnen te lacben. Zelfs de 
kmoQprins kon zich niet goed houden. Eindelijk sprak deze: 

■i. (Wees loch niet zoo bang:) dat is de heilige Garoe<)i , die (ons 
■aar Bali tal overbrengen.» Nu hurkte Semar neer en maakte 
njn sembah. «Ik heb mij bezondigd !« (dus liet hij zich hooren) 
Iffwijl bij zich nogmaals vtior den heiligen Arend nederboog. 
i^Wil 't Uwen ouden dienstknecht toch vergeven!' 

Ml Garoeji bewaarde het stilzwijgen , waarop de prinses (den nar) 
aadst toevoc^e: *Zwijg toch en maak niet 7JOO*n geraas, anders 
■MKht de koning, mijn vader, het misschien hooren.» Ook de 
pfifts sprak: «Houd uw mond en laten we ons zoo rpoedig 
■Mgclyk uit de voeten zien te maken.» 



IL. 



1^ ÏAGOEft HOKMBAUU 

891. Rahadèn galoeh ngandika - toetoegang soekan^ kdki - ' 

hadjak tityaiig kaki h'djoh - bèndjang bésoek iityang nahoer 
kaki patjang mambVat katah - jèn ka Bali - 
poeniki sadaging taunaii. 

392. Sang Garoeda liiignjangoetjap - sandikan hi njahi tjili * 
hija ké bahoe hakèto - uadyaii hija dVang sijoe - 
kaki pondonga hapisan - raden déwi - 
hasoeng waatr& ring sang raka. 

898. Raden mantri masalinan - wastra limar i dj'nar haa^ri - 
kampoeh mégaban^ hidjo - mas'kar toendjoengé biroe • 
saboek g^ringsing ngardja p'tak - moehoeh p'kik - 
poen S^nar mangkin dinadar. 



894. Wastra p'tak sasoeiamau • makampoeh tjaudan& 
masaboek pakètan hidjo - sami mapanganggo moeroeb - 
Tjon4ong Bajan hoes mapajas - past;i-pasti - 

pa^a dinadaran wastra. 

895. Raden galoeh ngajangugajang - kadi h^nasé sinangling - 
, raden galoeh modjar halon - mariki ké b'li toehoeu - 

mangkin moeuggah geg'lisan - singnja nawi - 
hi goeroe gelisan teka. 

896. Maudjeroem Sanghyang Garoeda • toeinoeli jèn inoenggah sami 
poen Seniar mandjehdjeh ugetor - inangrasanin hawak Uboeh 
Sang Garoecja liuguyangoetjap - lah magisi - 

dirika hapang pasadjan. 

897. Mampeh sira Sang Garoeda - njarasab teka di laugit - 
goelem segara né tinon - kagèt Sang jaksa handoeloe - 
toemoeli nataaang tiughal - katon mangkin - 

njahi tjili ngawangugawaug. 

898. Sang jaksa mamoentjal > soetra • linjok pisan > njahi tjili • 
lahoet moelih man()a^s4os - manjahoep p'((angé ^ sisoe - 



I Elders: has'ri. > Elders: medjang. 

> 9t kapi b*tah. ^ f djambeug. 



i. Na richtte de priotM h«tt woord (tot (iwne^) zeggende: 
# Voltooi Uve goodheid, mijn grootvader! en breng ons ver 
▼■n hier I letter ral ik *t l' vergelden. U inlt eeiie heele vracht 
hebben, daar L' al wat hier in den hof i» naar Balt moet 
€>verbrengen.« 

L Garoei)a antwoordde: «^Het sal geschieden, looab gij, mijne 
iciioone dochter! beveelt It 'i dat alleen? Al waart gijlieden 
twee duizend in getal, ik loo o allen (gemakkelijk) in eenaop 
mijnen rug nemen. «^ Nu bood de prinaet haren vriend een stel 
klrederen aan , 

i waarop dexe lich terstond begon te verkleeden. (Weldra) prijkte 
bij in een prachtig geelgebloemd xijden onderkleed, waarover 
hij een donkergmenen saroeng aantrok , die door een sierlijk 
ICrhatikten gordelband werd vastgehouden. In het haar droeg hij 
reue blauwe lotusbloem , wat xijne schoonheid nog meer deed 
uitkomen. Ook Semar ontving (de noodige) kleederen en wel 

L een witten met goud geborduunien onderrok , een wit bovenkleed 
rti een groengestreepten gordelband. Alles schitterden watiijaan 
hadden , de hofdames (niet te vergeten die ook) in de gelegen* 
beid gesteld werden om lich op 't keurigst uit te doascben. 



(Zij baaiden echter niet bij hare Meesterea) die in al haie bekoor- 
kjkbeid daar stond (met een gelaat) schitterend als fijngepoIij4 
good. (Toen allen gereed waren) nam de prinses het woord (en 
nep den kroonprins toe): «Kom nu af, mijn vriend! en laai 
ons ^MMdig opstijgen , anders vrees ik dat vader ons voor zal zijn \» 
No ging Uaroe()i op den grond liggen en namen allen op zijnea 
ng piaata. De Semar bedde van angst, daar hij elk oogenblik 
4aebt, dat hij vallen sou, waarom Uaroe4i tot hem zeide: 
«Daar, bood o hier stevig vast!«' 

Mneen vloog hij op en zweefde door de lucht, terwijl (zijne 
vleugelen) tot aan het firmament raakten en de zee als 
een dikken nevel bedekten. Op eenmaal werd de reu9 dit 
fpwaar« waarop htj zijne oogen den kost gaf en dan ook spoedig 
njwe scbcione dochter dui>r de lucht zag /weven. 
Ter«lood wierp hij de rijde van zich (en met den uitroep) *Oij 
sijC eeiie eerste bedriegnter, mijne schoone dochter !« vloog hij 



1^^ ^AOOKS HOËMBAKa. 

lahoet ngipoeh di bantjingah - hendeh djatii 
boeka krebèkaii kilap. i 



399. FMangé bas mageng pi^an - paiidjangé sya depa hoegi - 

loembangé dVang depa b^lali - hoesaii mangipoeh mangepoeng > 
sujang tong dadi sajangaiig - kepoeng djatii > 
i>anipoen tampek Sang Garoeda. 



400. T'wi t^wali pamboeroen wirang - sing kapapag pa(Ja heuti - 
papas kajoe hagoeng rebah - sing malang maletjat remoek - 
jiaksi boeron pabelesat * - raden déwi - 

haniboentjal inanik galagah. 

401. Manik tihiug sinarengan - inatemahau dadi gesing - 

hat^gal toer mangarobrob - Sang jaksa has'roeh hamoewoes - 
salijoennjané habasa - habas djani - 
matemahan sainpoen telas *. 



402. Ladjoe Sang jaksa loemampah - '.jipek pisan ujahi tjili - 
binoentjal manik segani - ma;»inr igan inanik loekloek - 
hingoejocp dèning Sang jaksa hasat mangkin - 
g*lisan Sang jaksa loeaiampah s. 

408. Sagèt mangkin bimpek pisan - binoentjalan manik hapi - 
hat'gal hapiné ngorob • Sang jaksa mangkin manjimboeh - 
mati hapi né hat'gal - sampoen mangkin - 
sami)oen tampek Sang Qaroeda. 

404. Rahadèn déwi kéwehan - manangis mangrasa mati - 

sampoen kahoengkoelaa p'dang - méling ring manik ué kantoen 
manik hatma kang binoentjal - kanggek mangkin - 
Sang jaksa toemoeli pMjah. 



1 Elders: hiba djani - kadi garoeda lan kilap. 

* ff mamboeroe. 

' ff maboebyaran. 

* ff kakèhan hib& meniasang. 

* Hier eindigen twee liandschrifien. 



MAJflRl KORtPAV. I2tf 

alü een pijl uit den hoog weg uur huist, waar hij n)iider 
venrïjl xijn zwaard f^rrep en dit in den voorhof van rijn faMn 
ginfr ihjpen. (De vonken vlo^^en er uit) zcKMiat *t mdis wa5 ali 
hoorde men den bliksem knetteren. 

3'.^. Het wa9 een buitengemeen groot xwaard , wel negen vadem lang 
en twee en een halve vadem breed. Koodra het scherp wai, 
■tormde (onze reus de vluchtelingen) arhtema. I)e liefde tot zijne 
dochter kwam nog wel een oogenblik bij hem boven, maar de 
toom behield de overhand, en voort ging het, totdat hij (f amei)u 
had ingehaald. 

MK) Dat was eemt een verwoede jager! Al wat hem ontmoette werd 
vernield. CSroote boomeu, waar hij tegen aanliep, ploften neer; 
al wat hem den weg versperde moest wijken. De vogels met de 
wilde dieren stoven naar alle kanten uiteen. De prinses wierp 
eenige manik galagah 

Wl. eu manik tihing naar hene<len. die terstond in een onaf- 
zienbaar veld van doornige bainlxve veranderden. (Zoodra) de 
reus (dit zag) riep hij uit (ten* ijl hij met zijn zwaanl zwaaide :) 
»Al waart ge nog zoo velen , ge zult omgehakt worden!' t)p*t 
zelfde oogenblik was ('t geheele IxMch) schoon geveegd en in 
eroe gewone vlakte veranderd. 

IM. Na verhaastte hij zijne schreden en was reeds zeer digt bij zijne 
dorhier, toen deze hem met manik segari vennrngd met 
■lanik loekloek wierp. (De paarlen waren echter nog niet 
in eene zee veranderd) toen de reus ze reeds tot de laatste toe 
opgeslurpt had, zootlat hij ongehinderd zijnen weg vervolgen kon. 

IM. Weer was hij zeer dicht hij, Uion eenige manik ha pi nf£r- 
vielen, die terstond in een brandend vuurveld v«*randerdrn. De 
rcns behoefde echter slechts even daanip te s|iuwen om het vuur 
m eens uit te d(M)ven. (iar(«eda wa^ nu vlak bij hem. 

De prinses wist geen raad meer en begon te weenen, daar zij 
den dood voor oogeii zag. K^^eds was het zwaanl boven haar 
opcreheven , toen zij aan de nog restende paarl«'n , nl. li** 
manik hatma, d:irht vu dezen naar lienetlm wirrp. Ik* nu^ 
lffi«W daarop plot <«el ing in zijn \n:irt Meken en \irl dtnnl ii«-rr. 



te «4^ II 



ïi% BAOOES HOËMBAKa. 

lahoet ngipoeh di bantjingah - hendeh djaiii - 
boeka krebèkan kilap. i 



399. FMangé bas mageng pisan - paiidjangé sya 4ep& hoegi - 

loembangé dVang depa b^lah - hoesaii maugipoeh maugepoeng 
sajang tong dadi sajangaiig - kepoeng djaui - 
siampoeu tampek Sang Garoeda. 



400. TVi tVali painboeroen wirang - sing kapapag pa()a heiiti 
papas kajoe hagoeng rebuh - sing malang tnaletjat remoek 
paksi boerou pabelesat ' - raden déwi - 

ham boen tjal inanik galagah. 

• 

401. Manik tihiug siuarengan - inatemahau dadi gesing - 
hat^gal toer maugarobrob - Sang jaksa has'roeh hamoewoes 
salijoennjané habasa - habas djani - 

matemahan sainpoen telas 4. 



402. Ladjoe Sang jaksa loemampah - 'jipek pisan ujahi tjili - 
binoentjnl manik segara - ma^tar jgan manik loekloek • 
hingoejoep dèuing Sang jaksa hasat mangkin - 

g*lisan Sang jaksa loemampah s. 

403. Sagèt mangkin tampek pisan - binoentjalan manik hapi - 
hat'gal hapiné ngorob • Sang jaksa mangkin manjimboeh - 
mati hapi ué hat'gal - sampoen mangkin - 

8ami)oen tampek Sang Qaroeda. 

404. Rahadèn déwi kéwehan - manangis mangrasa mati • 
sampoen kahoengkoelaa pMang - méling ring manik ué kuitoei 
manik hatma kaïig biuoentjal - kanggek mangkin - 

Sang jaksa toemoeli pMjah. 



1 Elders: hiba djani - kadi garoeda lan kilap. 

* ff mamboeroe. 

' ff maboebyaran. 

* ff kakèhan hiba memasang. 
liier eindigen tweo liandsclirifien. 



» 



MAÜTRI KURIPA2V. I2tf 

mk een pijl uit den hoog we^ nur hoi», waar hij n>iider 
venrijl xijn xwaard greep en dit iii den voorhof van zijn |»alei9 
ging 8hji«n. (De vonken vlogen er uit) zcNNiat 't mimt wan als 
hoorde men den bliksem knetteren. 

3*.»9. liet waü een buitengemeen groot zvaard , vel negen vadem lang 
en twee en een halve vadem breed. Koodra het seherp wai, 
stormde (onze reus de vluchtelingen) achterna. De liefde tot zijne 
dochter kwam nog wel een oogenbiik bij hem boven, maar de 
toom behield de overhand, en voort ging het, totdat hij (iamc^ 
had ingehaald. 

¥90. Dat was eent een verwoede jager! Al wat hem ontmoette werd 
veniield. Ciroote boomeu, waar hij tegen aanliep, ploften neer; 
al wat hem den weg venperde moest wijken. De vogels met de 
wilde dieren stoven naar alle kanten uiteen. De prinses wierp 
eenige manik galagah 

iOl. en manik tihing naar benoden. die terstond in een onaf- 
zienbaar veld van dooniige bamlxve veranderden. (Zoodra) de 
reus (dit zag) riep hij uit (terwijl hij met zijn zwaard zwaaide :) 
»Al waart ge nog zoo velen , ge zult omgehakt worden l<r ()p*t 
zrlfde oogenbiik wan ('t geheele IxMch) schoon geveegd en in 
e^ne gewone vlakte vfrandenl. 

4IHt. Xa verhaastte hij zijne schreden en was reeds zeer digt bij zijne 
dochter, toen deze hem met manik .«legara vermnngtl met 
■lanik loekloek wierp. (De [Marlen waren echter nog niet 
ia eene zee veranderd) toen de reus ze reed» tot de laatste toe 
opgeslurpt had, zooilat hij ongehinderd zijnen weg vervolgen kun. 

m. Weer wa» hij zeer dicht hij , toen eenigr manik h a p i nf Ar- 
vielen, die terstond in een brandend vuurveld v«*randonlrn. De 
r«iu behoefde echter slechts even daarop te spuwen om het vuur 
IB eens nit te dooven. (lanicdii wa.H nu vlak bij hem. 

De prinses wist geen raad meer en begon te weenen , daar zij 
den dood voor oogeii zag. K^^eds was het zwaanl boven haar 
opcirheven , toen zij aan dr nog restende |Nuirif*ii , iil. dr 
manik hatma, dacht vn dezen naar lienedrn wierp. D«* nu^ 
bl«W daarop plot!«eiing in zijn \a:irt Mekm en >irl ducNl m-rr 



«1^ \I 



180 BA(K)KS HOlMB^fia. 

405. Rahadèn galoeh ngandika - lah rèrèuaiig tiiyang kaki • 
maudeg Sang Garoeda ujongkok - rahadèu galoeh toemoeroen 
sareng kèu Sauggit kèn Bajau - raden déwi - 

sampoen prapti ring saiig p'djah. 

406. Hag'lis Hida kabresihan - rahadèn dëwi banangis - 

mirah hadi hanggèn monmon - kereb soetra satoes kajoeh • 
sampoen mangkin binasmihan - poepoet inangkin - 
Jaug Hatma dadi Batara. 

407. Rahadèn déwi manjoembah - Batara ugandika haris - 

njèn ngambil hi Mirah reko - raden mantri nembah matoer 
tityani» hi mantri Koripan - lah mamaiggi • 
hapang melah mamandjakang. 



408. Mjaman tjahi b'log pisan - hadjak ja ditoe di Bali - 

moenji toen^ goba botjok - tani uawang kangin kawoeh - 
makedjang lianggonnji toena - nah to djani - 
da manjoewak njoewak hija i. 



409. Sahadèn mantri s'moe waspa - kangcn kaselek manangia - 
doeli DéwvL Sang Panembahan - sandikan Sanghyang a i n o 
rahadèn galoeh manjoembah - Dewa Hadji - [hoen 
poeuika sVarggan hi Déwa. 

410. Méroe mas matoempang sanga - pangajahé widijadari - 
s'ri Batara ngandikalon - mani p^wau ba}» rahoeh - 
mandoemadi ring hi hanak - dini djani - 

bapa maletjat ka sVarggan. 

411. H'nengak'na sang hatmd - kotjapan rahadèn déwi - 

toemon ring sang hatma moktah - manangis sarwi maloenggoeh 
kangen djani ring sang hilang - raden mantri - 
miloe dané ngoesap waspa. 

412. Rahadèn mantri ngnndika - sampoen Mirah goeng hanangia • 
héliiigang hoogi Mas hingong - pangandikand sang lampoei 

« Klder.s : n ^ (mi d e p h e n d e |) i n ii. 



MAXTKI RORIPAÜ. 131 

i. (Znodra de priiiMv dit sag) iprtk tij (tol Garoe«)«): «^Uoud 
toch even op, gnNii vader i^r waarop dei« atil hitld en sich neer- 
bukte. Hare hoogheid steeg terstond af, gevolgd door al hare 
▼rouwen, liij den doode gekomen, 

tt. hsftftte lij lich , jiI weenende , om (het lijk) te waaachen, vaama 
zij het een' kontharen (ring) op den mond logde en het dan 
ni«t tal van zijden klee<ien omwikkelde. Ten slotte werd (het 
lijk) aan de vlammen prijsgegeven en xag inch de liel terstood 
fMider de goden opgenomen. 

^7. (Ook toefde de nienwe hemeÜNirger niet aich aan zijne dochter te 
veitoouen) waarop deze zich eerbiedig voor hem neerboog. Zijne 
Heiligheid sprak op vriendelijkeu toon: #Wie heeft mijn schatje 
geschaakt ?«r De kroonprins maakte zijn sembah en antwoordde : 
»lk« de kroonprins van Kori|Min.«^ ^'Nu, ga uw ging! Ik hoop, 
dat zij It trouw en gehoorzaam zal zijn. 

liH. «Neen ze maar met u naar Bali (doch laat ik u zq^n dat) 
ZIJ erg dom is. Zij is zeer brutaal met haren mond en (daarbij) 
allrs behalve mcmi : zoo leelijk als de nacht. Zij weet van toeten 
noch blazen en doet alles verkeerd. Nu, gij weet dit een* 
■laal en ik hoop dat gij haar daarom niet al te hard zult be- 
handelen. # 

M. liagvies Hoembaru kwamen de tranen in de oogen, totdat hij 
op eenmaal in een luid geween losbarstte^ zoo vol waa zijn haK 
(en ftameliif»:) <rMijn (lehieder! Ik hoop aan het verlangen van 
l «e Majejiteit te voldoen." Ook de prinses boog zich en zeide : 
«Mijn koninklijke vader! Nu woont gij in den hemel, niet waar? 

M. in bet buis der goden , waar U de hemelnimfen bedien'*n !# Zijne 
Heiligheid antwoordde: «I«ater zal ik weer meiisch worden en 
hl) u komen, mijne dochter! Kn nu, vaarwel! ik vaar op 
ir den hemel.» 



II. X« svijgt het verhaal verder fan de verloste ziel. De prinses bleef 
htm f die daar ten hemel vfier, een geruimen tijd nastaren en 
be9[>>n toen te weenen , terwijl zij op den grond ginir zitten* 
lla*r hart was bij deti gf*«torvene. Ook de kroonprins moest 
zjch de tranen van het gelant iii«.Hrhen. 

|£. Tea laatste sprak hij : «'Wt^n toch niet zoo, mijn ^h-itje! 
denk aan de woorilen van hein, die un^ zoo v\ru ver- 



132 BAOOES HOKMBAlia. 

nika soehoen lemeng lemah - da ugengsapin - 
raden déwi s'moe gardjita i. 

413. Hilang sedilié rahadyan - pitoetoeré né kahèsti - 
makiré maugkin mamargga - tingkahang ké kaki maloe - 
tityang maugkin ngantjang moenggah - sampoen mangkin.- 
inandj^roem Sanghjang Garoeda. 

414. Sampoen telas maugkin moenggah - mampeh goelem djagat saini 
kakoengkoelan Bali reko - mangodjog koemah dé Doekoeh - 
rans ngodjog ka pam'radjan » - soriug w'ringin - 
toemoeroen maugkin telasan. 



415. Sang Garoeda lingnyangoetjap - dini djani kakii moelih > - 
haj^wa malara Mas hingong - rahadèn galoeh hamoewoes 
marggi kaki haj'wa doeka - singgih njahi - 

kaki djani mauggagana. 

416. Maletjat Saugyang Garoeda - praptèng soeralaja hagtis - 
sang Doekoeh sagèt mandelok - k'njoeng toemoeli mahatoer 
sadya ko mangkin hi Déwa - sapoenapi - 

jakti kadi liatoer tityang. 



417. Sadja kaki sapoenika - kaliwat kéwehé kaki * 

sang Doekoeh mahatoer halon - marggi simpang Ratoe 4oemoen 
marggi kaki toer loemampah - raden mantri - 



sag'rehan raris mantoekan. 



418.>Maloenggoeh di balé kembar - i6 Doekoeh soeka tan aipi - 
toemoeli mahatoer lialon - baja t'wah drewèn hi Ratoe - 
dèning hadoli liwat sengka - toewi kaki - 
bas kagengan Widi hitja. 



« Elders: pegating tjitJi. 

i ^ ka sanggah en k a pam" roman. 

3 // hiriki hoogi pan IC b* tj ik. 



MAN'lkl KIIKIPAN. l*iH 

Uien hrrft. Vergeet te nooit !« De prinuM tfchceii eeii oot<f ublik 
ua Ie deuken en 

41 S. op eenmMl verdween hare droefheid, nn xij tich het gebeurde 
daidelijk voor den gee»t haalde. Tentond maakte zij daarop 
aanaUlte om de reis te vervolgen en verzocht zij Garoecja zich 
in poütuur te willen zetten , daar allen gereed waren om op 
te «tijicen. (iaroecja ging terstond liggen, 

414. en nauwelijks had het gezelschap op zijnen rug plaats genomen « 
of hij vloog weg. Zijne vleugelen wier|M:n overal een breede 
schaduw op de aarde aU bij eene zwaar bewolkte lucht. Ein- 
delijk zien wij hem boven Bali zweven, waar hij recht op de 
woning van den kluizenaar aanvloog en in de nabijheid van 
dieiiy hui9tem|iel onder ecnen waringinboom (neerstreek). Zoo* 
dra allen waren afgestegen , 

415. spmk de heilige vogel (de prinses) aldns (aan): «^ Vaarwel, 
mijne dochter 1 ik keer naar huis terug. Wees niet bedroefd, 
mijne lieve!* waamp de prinses antwoordde: «(loede reis, mijn 
grootvader! Neem mij niet kwalijk (dat ik hier blijf) !«^ «^Vol- 
rtrekl niet, mijne dochter! (vaarwel!) ik utijg de lucht weer in«i^ 

416. Op 't zelfde oogciiblik vloog Garoeiia op en was weldra in 
de verblijfplaats der goden teruggekeerd. Xu kwam de kluizenaar 
met het hoofd uit de deur kijken en zoodra hij (den kroonprins 
en diens gezelschap) gewaar werd, begon hij te glimlachen 
en seide: «Welkom, Mijnheer! Hoe is het, heb ik waarheid 
gesproken ?« 

417. «Wel zeker, hei was zoo, grootvailer! Het heeft hec*l wat 
aaoeite gekost. « Daarop hervatte de kluizenaar : 'Kom nu eer»t naar 
binnen. Mijnheer !<» «(laarne, grootva4ier!«^ (Met deze woorden) 
stapte de kroonprins op en gingen allen naar binnen, 

418. «aar zij in de groote teut plaats namen. De kluizenaar was 
buitengemeen in zijn »chik en sprak op beleefden toon : »Zoo 
IS het Uwe Hoogheid dan toch gelukt, niettegenstaande den 
▼erren afstand en de zeer groote moeiel ijk he<len (a»n dien 
torht verbonden)!" (waarop de kroonprins ten antMoonl g^if;) 
«^Ja. waarlijk, grootvader! de goden zijn mij bovru verwach- 
ting nabij geweest. 



184 BAGOE8 HO£MBAKa. 

419. Lamo^ti kaki toeloes soeka - nira ndoenoengang t'kèn kaki - 
koetoes dina s'weDJa reko - hiring daué radèii galoeh - 
sandikan Hida rahadyan - sampoeD hoegi - 

hi Aatoe mangkin saugsaja. 

420. Diriki tan wènten doergga - rahadèn galoeh hanangis - 
raden mantri modjar halon - hiriki Ratoe Maakaloeng • 
tityaog parek sri narèndra - uóné inangkin - 
Zoemoen tityang kinoetoesan i. 

421. Pangandikané sang nata - ring tityang reko né n^oeni - 
mangrereh ko goenoeng m'njan - miwah kang segara maijoe • 
poeiiika hatoerang tifcyaug - hoegi mangkin - 

ring Hida sang naranata; 

422^. Doeh Ratoe Hatma Djiwita - Mirah Winten né hap'ti - 
hitja ring tityang kalara - jan tan hi Ratoe Maakaloeng - 
tanoeroeug ko tityang p^djah - f wara polih - 
s'gara madoe goenoeng m'njan. 

428. Mariki mabin ring tityang - raris hinganggenin simsim - 

raden galoeh nauggap halon - toer hasoeng s'pah m'rik aroem 
malinggih hoegi Mas Mirah - tityang pamit - 
sampoen 8ang«aja ring tityang. 



424. Jan hi Mirah masarengan - boeka baneh sri boepati - 

dé Doekoeh hoematoer halon - sampoen sareng ka Matakoen - 
katjingak hantoek sang nata - (tan) hoeroeng kambil - 
hi Déwa margganing joeda. 



425. Hinggih lamoen sapoenika - banggajang tityang diriki - 

maiggi ké b'li da bengong - aenggoeh tityang b'li ngapoes - 
rahadèn mantri mamargga - tolih-tolih - 
kaki Doekoeh lah hélingang. 



1 Elders: toer pin e koel raden galoeh - doeh Déwa 
Goesti Mas Mirah - poerwèng sari - tityang 
parek ring sang nata. 



419 «AU (rij mij nu wf^rkelijk frBiic*geii cijt, daii mI ik /oo vr|i 

xijii oin (de prinsrs) zoo Ung ten uwent ir biten Uiirermi. 

NiTui hanr op zijii Unic^l acht darren onder uwe hoede!» "Ïmo 

all r beveelt, miju pnus! Maak U niMr over nieU ougeruft; 

420. er i* hier gren gevaar. « De prinies begon Ie weenen. waarop 
lUtfites l|fNMnb»ra hanr alduft vriendelijk toesiprak : «Vaarwal, 
mVjn oogap|>el! Ik ^ mijne opwacbttupf maken bij den Vont, 
door wien ik vroegrr bc*n uitgezonden om 

4il voor hem drn «'wirr(M)kbcrg<r met de «honigzee* te gaan ziiekeu. 
Ik wil die nu ter^tohd Zijne Majesteit gaan aanbieden. 



422 'Mijn allerliefste what, die mij meer waard aijt dan eeue kift 
met k(>5tbarr diamanten! Wat zijt gij toch goed jegeu* mij« 
<»iigelnkkigfs gewcej(t! Z<)0 gij (mij) niet (geholpen hadt)» mijne 
beminde ! ik wure zeker gestorven zonder de aegara madoe met 
den guenoeng menjan gevdnden te hebben. 

42«^. 'Kom, zet u hier np mijne knieën.^ (Zoodra de prinaes 
hieraan voldaan had) tnik de knwnprin» eenen ring van zijnen 
vingf-r (dim hij hare hoogheid aanbood). De prinnes nam (het 
gnM*!tc-iik) l)edaard in ontvang:»t9 waarop (zij elkander) hunne 
grurigf ^iripruim toestaken. (Ten laatste «prak de LnNiuprins:) 
'Kliji nu fltil hier, mijn «chat ! ik ga vertn*Lken. Maak u 
vrvir»! nirt ongeruM over niij. 

421 'Al» gij met mij nif-<tri;iiiirt , dan zon *t zijn alstr>f ik Zijne 
Maj<*^l«:it mIoof uwe >chiM»iiiteid) wilde terg«*n.» tKik de kluize- 
naar nam iiet wooni, zeggriide : '(Ja, .Mevrouw!) ga niet mrde 
njinr MatahiM'ii. Z<Midra dr V(ir>t \' /iet, lijdt *t eeen twijfel of hij 
al zich van l trai'iitMi int*t*ji1er te in.ikrii. iN\ijr het |jaleia te 
;r<t^ri zou V(N>r r *t zelfdf wrzcn nl») naar iiet ülutM^rld te trekken!» 

425 -'t Zij ziMi" (du.i liet de prin.H*» zich h<Nireiii «als de zaken 
u*o staan, laat mij dan maar hier blijven, (iuede rris, mijn 
vnend! (ia maar gerust en kijk niet zoi» strak aUif ;rr Imiig 
waart, dat ik u ontrouw zal wurden.- Nu Iv'^.Mf de knionprins 
jirh op weg, eehtcr niet /iiiuirr nog een* tcILeiiA oin tr- kukm 
(terwijl fiij fifik noi; den klui/eiiaar tiNriep \ * tinM>lvudi-r . |»:i5 
\ix»ral goed (»p haar!" 



1 



136 BAGOKS HOEHBARa. 

i 

426. Satig Doekoeh hasawoer sembah - aandikan D& raden numtri • \ 

lewih tjatoer dina reko - nadya^ sihhipoen hatahoen - ^[ 

tityang soeka handadama - raden déwi - \ 
sainpoen hi Déwa sangsaji i. 



1 In een paar HSS. vindt men voor deze drie laatste verzen alleen 
het volgende: 

Toemoeli raris mamargga - Bagoes Hoembar& némangkin • 
mapamit ring raden déwya - hasoeng s'pah ta m'rikaroem - ' 
hiriki Ratoe Mas Mirah - tityang pamit - toemoeli raris 
mamarggi. 



^B 



MANTRI KORfPASf. 1^7 

waarop dew lijn Mmbah maakte fn antwoonide: "Ik tal aan 
Vm rerlaugen voldofn, miju prin»! Niet ulechU vier dagen , maar 
al moest hei ook een jaar wexen , dan xou 'i mij nog een 
genoegen njn haar ali gast onder mijn dak te mogen hebben* 
Heb maar geen xorg. Mijnheer l^^ 

{Vervoig en êht m de volgende a/ererimg,) 



\ 

J 



OVER ZOOGENAAMDE VERBINDINGSKLANKEN 

IN HET TAGALA EN WAT DAARMEE 

OVEREENKOMT IN T KAWI. 



Het Tagalsch bedient zich iu bepaalde gevallen van zekere 
klniiken waaraan Spaaiïsche schrijvers den naam geven van 
verbindingsklanken (liga zo nes). Volgens de Arte de la 
lengua Ta ga la door S. de Totanes, bl. 5, verstaat men 
onder dien term //een of meer letters die aan een woord gehecht 
worden om het met een volgend te verbinden en beide als het 
ware tot één te maken. «^ > 

Naar het heet , bestaan er vijf zoogenaamde verbindingsklanken. 
Een er van , ay (resp. i) zullen we laten rusten; de vier overige, 
namelijk ng, g, na en n laten zich tot drie herleiden. Be- 
schouwen we eerst den vorm waarin die verbindingsklanken 
optreden , om later beteeken is en oorsprong er van op te sporen. 

Tusschen ug en g bestaat slechts een schijnbaar verschil; 
het eerste toch wordt vereischt achter klinkers , het laatste achter 
eene sluitende n , en is dus niets anders dan de vorm dien de 
ng aanneemt achter een woord dat op eene n uitgaat. Bijv. 
t s\ w o 2 is /i^mensch v ; mnkasalanan //zondig// of ^gezondigd 
hebbende»" ; om uit te drukken //zondig mensch , een zondaars 
zegt men ti\wo-ng makasalanan. Plaatst men echter 
makasalanan v6<5r tilwo^ dan wordt het makasalanang 
tïiwo. Natuurlijk is nng in ng overgegaan. 

De zoogen. verbindingsklank na heeft zijne plaats achter 
woorden die op eenen medeklinker (de n uitgezonderd) of twee 
klinkers uitgaan, en wordt altoos, zelf:5 door de Totanes, die 



* «LigazoD, es alguna letra, ó letras, que se afiaden & los vocablos, 
quf> la admiten y pidcu — paia unirlos, ó atarlos, con los siguieiitea^ 
y liacerlos coino uno. » 

'^ \)c na.ir *t Spaaiisch goschofidc spcUinc^ van de Totanes heb ik ge» 
wijzigd; bij spelt tauo, doch andere Spaan^che schrijvers hebbeu tawo 
e. d^^l. in 't Bisaya. 



OVI:k /OiHï'NA WDI: VKKIUN'DISCHKI.AMirS l'VJ 

na mi "hffa/ori''' iKM'int , hI» af/oiulfTÜik wcmrd ffTüchn'vfii. 
Ai(iu« van niHirnlini;, :f(HHi, rii tawo, Loint mu ^ al i m;; na 
t k V II , ven ;rtH*«i mriKHrb , of t a w o - n flr in a ir a I i ii ij. Om *lirl- 
drrrn Anti" uit te diiil^krn, zrgt men ara o na mülinno. 

TusïK'lirn nif (irap. g) nti na wordt ifprn iiT«chil in l>rtM»- 
keni!» A|>|rii»«*vrn. Ander* is hf*t fre>tf-id ni«'t dr "litniKon» N, ttif 
drar df* T(»(an«*!i wel vernield , maar feitciijk vrrvangiMi wordt 
doof ni;. Ue/e tliefireti:»rhe n, feitelijLe nif, lieen de btHookenin 
rmn OH!» •vnn* , of liever van 't Friin.Hri.e de, en «ordt ^voi»ï;ri 
arister klinkerü. Kijv. wika is «wtMird./ : hari (kawi haji) 
«konint;^: een koniiitr^wiMini , palabri di* Kt \ . iieet wikang 
hari. Fn^rAÏfli, henma*: aiiak, kind; «Urruuv van ern kind, 
kinderlijk berouw^ u pa i^si ni -n^; anak. Zihi wordt de 7juik 
l uo r a r M eld , doch ik twijfel of wika-ng hari, niettegeii- 
iUande het naar dfln p*e9t van *t Ca»tiiiaaiiiit*h en Nederlandïch 
tr vertalen i» met • kom nawoord» ei^nlijk ieta andert betee- 
knit dan -W(N>ni des koning.** Minj^r^liien is wika-u hari, 
p ■ :r« 1 • I * n anak Ie iexen , en in dat ^*vni /ouden de viMir- 
Weiden mei '^ man» re^i , de praktijk met de t heone , in over- 
crri^truimtii^ /.iin. 

Ia de £fiN)rheltcK*r manrdfW)r de iiga/on n pIot.<« in ng her- 
•rhaprti in niet iiel wrrk van den '/etter, maar van den !>ch rij ver 
aHren, dan zou ik tli* verklaring zoeken in de om!*taiidifriicid 
dit onder bepaaldi* Vf>*irwRarden alt genitiefleeken «rnwel n if 
ii« D in rwanir \9. Dat n^ en n aU -/(MNlani^ viMirkoinen, leeren 
ve Uit de Arte, bl. 7. Daar vernenten we dal i*i aina-ng 
Maria heteckeiit : de vader van Maria* ; 9 1 i n a • n ^^ J n a n 
•Jant moetier.* Ikieii mn uit te drukken *t JnvHan!«c;]" I'a- 
aidin e. dirl. namen die ^'nnsre lieden naar hun iMids>te kind 
sa^Timien, heeft hel Ta;::diirh Pa-n Pin», l'iet';» vailer." t)*ik 
■ndm ni n blijkliair L'erntief; Ihjv. a n :; tiiwo ii* "ile m(*n*<''i» 
■ an|r tTiwoy de^ inr-nM-rien." Stnkt tfenomen iü du« n een 
pRi'lirfpretix, iTi-ji nv eiifeniiik (*eii lidwiM»ni m dal aenter 
Il lwhrer»c)iende mcMirti ir*piaat«t •!»• funetie van een ifeniMrf 
laadoidf-r aannefinr. D.it Inj eut niiaiiie?i n en n c f«*itcli|k op 
krtaeifdr iierrkuineii ko.nt daar van daan dat 111 dr TitiWir^iM nr 
^k^m nok eigennamen het iid««M>rd kunnen aaniu-nM*n . rvi-t: lU 
hijV. 't lloofffiu fw'i en '\ tiriekyM-ii. Nnar mijne oji\att wj ** 
ima-D|r Juati in *l l|i»<)i;<lutUM 1 iivrri;i-/et : Aw Mutt«-r *'u^ 
9^ naar Pa-u Piro -IV-ier* Valer.* 

Ucadfdc verwarriufT tU'«M*hf*n n */ m n vii*ir een wi^ifd lièi 



140 OTEK ZOOeSNAAMDE VERBINDINGSKI^NKEN 

in genitief betrekking tot het voorgaande staat, keert temg op 
bl. 9. Daar vinden we naast elkaar als voorbeelden opgegeven : 
mukha-ng santo, vertaald met «^cara de santo«^, en anyo-n 
tampalasan /rtraza de vellaco.^sr Het is zeer de vraag of de 
gevallen gelijkstaan; 't eerste is bepaaldelijk wat in onze taal 
heeten zou: ^beeld van een heilige/)^; het laatste: «^schurken- 
tronie.4' Uit de verwarde beschrijving die er in § 24 volgt, 
blijkt, dat pinto nang simbahan beteekent /rdeor derkerk^^; 
pinto-n sifnbahan /reen kerkdeur./f 

De regels welke de Arte omtrent de toepassing der verbin- 
dingsklanken geeft , laten in uitvoerigheid en vooral in daidelijk- 
heid veel te wenscheu over. Trouwens de schrijver verontschnldgt 
zich roet te verklaren dat het eene ^dificil^ difusa, y impor- 
tautfsima materia«^ is. Desniettegenstaande meen ik te mogen 
beweren dat de door hem aangevoerde voorbeelden (bl. 122, vgg. 
der Arte) ons de noodige gegevens leveren om het besluit te 
trekken, d^t de zoogenaamde verbindingsklanken niets andera 
zijn dan enclitische lidwoorden, of wil men: betrekkelijke voor- 
naamwoorden. Met behulp van. eenige voorbeelden zal ik dit 
trachten aan te toonen. 

De zinsnede alinma-ng t^wo magkasala sa Dios 
beteekeut: ieder mensch zondigt tegen God»" ; alinma*ng 
ti\wo-ng magkasala sa Dios wil zeggen : bieder mensch 
die tegen God zondigt^, of, wat op hetzelfde neerkomt: «rieder 
tegen God zondigende mensch.^/ Een ander voorbeeld. De woorden 
bata, jongen, en mabaet, knap, kunnen op verschillende 
wijzen met elkaar ;u verband gebracht worden. Bedoelt men 
^een knappe jongens, dan zegt men in hetTagala: bata-ng 
mabaet, of *mabaet na bata; ^de knappe jongeu^^ ia: 
ang bata-ng mabaet; »de jongen is knap/i^ mabaet ang 
bata of'ang bata y mabaet. 

Uit de Spaansche vertaling der twee eerste voorbeelden door 
/fmuchacho entendido// moet men opmaken dat bedoeld is ^een 
kndppe jongen '/ en niet: ''een knap|>e jdngen*', want dit laatste 
in gewoon Castiliaansch overgebracht zou 't adjectief vóór *t 
substantief eischen. i Waar wij zeggen ^een goede a&rde^ zegt 
de Spanjaard ^una bueiia tierra/)^, maar ^een goede aarde^r ii 
/runa tierra buena.^ Zoo ook in 't l^^rausch wordt, gelijk men 



I T(>n minste in f^ewoon Spaansch heerscht die regel; *t Castiliajmsch 
der Arte is, men moet het bekennen, cenigzins bijzonder. 



IN Mk'l TA«fAI.A KS/. lil 

vrrt , 'un gniiil hoiiiini*'* , d. i. NrüiTlaii()M*li : «crn irnNit inHii* 
cindfncheidrii v«ti «run lioiiime ^rand^ , d. i. «^poii |?nx)tr nmiw 
Mn vrriiiotmi om «s^onle gruiid» te oiidrrM'hrideii vaTi «i^Mnlr 
gniiid* l>r/it hrt J;iva:it!M*li fven/cer, al \w./.iig{ Sirt wnr aiidf rr 
niiiidelni dan of de nieuwen* (leriiiaatiH'he ol de Koniaaiijiclie 
Uirn, '(fuede ^'miid'<' is in *t JnvnAn>cli liSinali beoik, doch 
«friM^ie irroiuU liSinali kant; börik, ei^ :;n>iid die i»oed, de 
br»te i». Kven/oo iê k ^ k a y o n i; T* d e • i^o <| r «i^'t t;root ipn- 
brM>iite, dorh k. kang gi^de - gï* .je «j^rikit ;»i*l)«M)(ntc. Ken 
T^calach bata-nf? mabaeC kou ik iii 't JavaaiiKli vertaleo 
otet la re kaïig bi^a. 

Het lii^ voor d** hand te ven)nder>tellen dat ng de vaarde 
moet hebben vao *t Javaau^ch kan^, dun eeu lidvoord, of 
vil meu, betn*kkeltjk voornaamwoord > i». latten vij er op, 
hc«* n^ vervantren wordt tliM>r nu, zotMlra 't woord op een 
oieiii-Lliüker (b«*halve n) uitdunt , dan wordt hei vermoeden 
aMtgrtiiM^ tot zekerheid. Want !«tt'iif'ri wij in pluaU* van bata 
een» anak, dan zien we dat "(mmi knap kind* in het Ta^aia 
la:dt aiiak na mabaet. Dit nn nu ii» een zeer ir^woon bc- 
Urkkcjijk \ «Mirnaain voord , o. a. in 't lUtaksrh , bijv. in i ma 
boru*boru na hu-djalalii, dat is» de vn>uw diiï ik 7ju**k , 
of de dfwr uiij p*7.ochi wordende vrouwe. In het Tobaacae ^ 
na Ie ban "neii ander, de andere" beantwoordt na aan een 
Ja%aaaM*h aannischtii*! e, ne (Kawi iiy»), het:;iri daarin zijne 
vcrklanni^ vindt dat gentwmd aanhecht»el ook in andere ge- 
vailm «Uüeieii mag met een votiru^eviH'gd kang, iugkang. 
iM.'ner^ iiigkang .i($rat en tcrat-ipun drukken hetzelfde 
■it. aiieen coii%enti(»ne(*l doet het eeritte in Kr.tina iiii;i{il dien»t. 
Dien» volden» is eeu Tolm'scli h u t a na 1 e b a n * een andere 
kttia ; de overig huia** « te verjrelijkeü met een Ja vaan wh 
k n t a ïi V a n - e. 

Uelijik WIJ hierlMi\en za^en , laat dr Tatfulririie ^pr^akktiniit 
é^ keuxe tU!>4cheii b a t .t • n s; ni :i b a e t (a n a k n n mabaet) 
CB mabael na bata (niakanalani; tu«t>) )(etit*ei vr.j. lioe 
BjU na ng en na in de twf*ede c(»n.*»lcuriie op tr \attrti? hat 
ém klanken in btïide ^*vullen itl(*ntiti*h zijn, zin Di**n viN>r 
; dat ze ook el\uiiM(>;(i«ch iVn zijn, met te l»f*taiif<'len ; 
de vraatc blnft , of ze «Nik de/eïfde functie hebben. Ik zou 

' Ik foo het Ii#*irr rrn li Im •••r : ii.>t* tifii . *l k'iriit dr l<»r|«%%«ii»: er 
• n«^ m all«*n •I«h>I»* rn**i •li<> «jri «im* IvpjIrfiJ li<lMiioi*i n»«^«^'h 
• Z«e T'»l«M:lir S^ra^kkuii^t %jii \*t. \ J. i'uük . ; lil' vu Mm) 



142 OVKR ZOOGKNAAMDB VKRBrVDINOSKLAXKEN 

ineenen van neen , en houd n g en na in de laatate constructid 
voor middelen ter aanduiding van een partitieven genitief. Ueze 
stelling rust op de vojgende gronden. 

Om uit te drukken //alle menschen/»' heeft het Tagala': sa- 
lahati na tSiwo, klaarblijkelijk eigenlijk //H geheel der 
menschen//, of zooals men in 't Gotisch zeide all maiine, 
hoewel dit laatste // elk der mensclien // of // alle man » beduidt. 
Dezelfde functie hebben n g en na, waar ze ter aanduiding van 
een superlatief dienen ; als : m a b u t i - u g m a b u t i , schoonste ; 
eig. schoon onder de schoone (het schoone); banal na baual, 
heiligste ; a n g manga banal na banal, de heiligsteu ; en 
dgl. : zie de ïotaues, bl. 21. 

Een partitief- genitief, of wat daarmee gelijkstaat, is voor- 
namelijk te verwachten bij benamingen eener hoeveelheid , dus 
bij bepaalde en onbepaalde telwoorden. Het Jav. n g, a n g, bijv, 
inlimangrupiyah, vijf gulden (niet : vijf guldens) ; p a t a n g 
puluh, veertig; e. dgl. is m. i. te beschouwen als het teeken 
van zoo'n partitief- botrekkking. Is de oorsprong der ccmstructie 
lima-ng r. niet het eenvoudigst zóo te verklaren, dat deïse 
woorden eigcTilijk beteekenen //een greep van guldens//? Im- 
mers lima is //hand, greep 'z ; vgl. 't Jav. Kr. gangsal ». 
Voorts weten we dat in stede van ang, n^ het Alfoersch der 
Minahassa na bezigt. Wat in 't Ka\ri rwa-ng puluh, Jav. 
rong puluh luidt, heet in Toumbulusch rua na puluh; 
Jav. rong hatus = Toumb. rua na hatus; enz. Ook hier 
vertoonen zich ng, ang en na als synoniemen, wel is waar 
in verschillende talen , maar ^tw taalkundige zal het betwij- 
felen dat beide woorden tot den oorspronkelijken stam voorraad 
aller Polynesische talen behoord hebben. In het Tagala, zooals 
we gezien hebben , leven beide in gelijke kracht voort. 

Een derde grond om in constructies als limang puluh het 
eerste woord voor een collectief substantief te houden, is dit, 
dat het Kawi bij 't overnemen van 't Sausk. woord anya, 
ander, niet de Skr. constructie volgt; deze moet dus in strijd 



1 Lahat ^ Jav. dahat; dit laatste beteekent niet alleen «zeen. 
zooals de woordenboeken opgeven, inaar in verbinding met eene ontken- 
ning, ook «geheel, in 't geheel , volstrekt»; bijv. dahat tansumu- 
rup heet niets anders dan «weet in 't geheel, volstrekt niet». Zoo ook 
in de oude taal. Het is klaar dat dahat dus aan ons Ncderl. «heel» 
beantwoordt, dat vaak genoeg in den zin van «zeer» overgaat. 

* In 't Kawi nog gebruikelijk; bijv. gi uangsal «aangepakt, in handeu 
genomen» Wiw:\ha str. llO. 



IN' II KT rA(i\f.A KV/.. I 13 

srvf<r«t xijti inH drn aard van *t Kawi. In *tSkr. wonit ftklii eonim* 
uiturürukt dixir " anyr ti*jthilin * of «^ {rnh\x *> , ma&ar iii *t Knwi 
«ordt hrt hfiitr. i«^. u n va t i<i*brttikt en wri mi*t r(*n volirriid vcior- 
ttüam«oc»rd vr rboudm , op deze wijze: au vat trka (WiwAha 
i»tr. :259}; dit ino^en we vcrtalf^n met « andrrf n «^ , diich eif^rnlijk 
i« hec f aiia par!» e<»riiin «". Nu h«*f*ft iiien toch zeker, in een 
:£viral al« dit , t e k a zir.li aU een intTrvoud , of liever een geheel , 
svtlarht, terwijl anyat ontegcMisprekelijk een enkelvoud i». Kr 
!• ta!M4*ken liit enkelvoud anyat en *t al» geheel gedachte 
te ka geen anden* betrekking mogelijk dan die van een deel 
tot zijn geheel, derhalve die betrekking welke wij door een ver- 
tier iin^^rnit ief uit<lrukken 

liet Tagal!K-h zelve Irvcrt ons het bewijü dat ng even goed 
refi afioiudrrltjk wooni gfWf*e^<t is alü n a. K(*ii voorlieeld is vol- 
dorndr om dit in *t lirht te stellen. Hata ka-ng mabaet 
beterkent . " gij (k a) zijt een knap|M- jongen »» - - In^sch 
lir*t««rt dr vrrbindingïtklank dus geenszins bij 't voorgaande, maar 
«rl bij 't vollende wtKiid , en dat ng toch aan 't voorgaande 
p.ergt gr?rh reven te worden , i.t een gevcdg van enclise. 

Rrhalve de rol van een lidwoord of beir. voorn. • en van 
aantlaider eener |»artiliefverhouding, vervullen ng en na nog 
9T\\*- drrUe. Ze worden namelijk aan aanwijzende en vragende 
«oomaaiii «oorden toegcvtx'gil , waunrer deze bijvoegelijk staan. 
Bijv. si nu sint» kajra ang manga magui;ulang nito- 
ar «auicgoly wie /ijn de ouders van dit wicht .^ Hier neemt 
1 1 n u geen n g achti*r zicii , dewijl het substantief is ; daarent<*fren 
■ Ito wrl , daar het als adjectief net volgende substantief natler 
hr|Malt. Kvenzoo zegt men ito-ng tawo ito t= Jtv. wong 
I k tt ; y a o n m a h a 1 na tawo is : die , tew voortreffelijk man ; 
ir yaong (d. i. yaou -f- ng) mahal na t a wo, die 
iirfletijke man. 

Ook in deze derde toepa^tsing zijn ni; '*nna als lidwtNmlen 
Vt besrhouaen. Kvenals oiioj; ai7o «^ dr/e (i<i) ern man «^ , in 
't Gnekx-ti vrrschilt van orrf*w o «m o " de/e man », zimi mider- 
•rftetdt /ich in het Tainüa v a r i tawo van v a r i n g t ;% w o. 
m tuen in ai Pfdro ng marunung, Peilro de i^*leenle;in 
*i Franeiscu-ng anak ni Pedro • Franri«r«) de zo(»n %an 
pnèfo», de ng een lidwoord of rrn betr. vimrnw. verkiest tr 
^lefnrfi, \* vnj onveisciiiiliir • maar ec-ti verl>i'iding!»klank i« het 
m»n\^ dan iii schijn. \\ i| mo»*lên evenael niet uit het om; 
verl^rfrn dal het gebruik van ni;. nn. «a.trmeiie *tJav. kang 



141- OVKR DE /.OOGENAAM DE VERBI NDINGSKl.ANKEN 

te vergehjkeii is^ niet in alle opzichten met ons spraakgebruik 
samenvalt. In if Pedro de geleerde // of n de geleerde P. /r be- 
dienen ook wij ons van 't bepalend lidwoord, doch niet bijv. in 
>!^een jonge man//. In het Tagala evenwel is ook dit:t&wo-ng 
bata; //een Castiliaan ^t' tawo-ng Kast i la; enz. DesnoodB 
zou men in onze taal kunnen zeggen //iemand die jong is. «^ 

Na mijne meening omtrent den aard der zoogenaamde ^liga- 
zones u ontwikkeld te hebben , zal ik overgaan tot een onderzoek 
in hoeverre 't Kawi of Oudjavaansch sporen van hetzelfde spraak- 
gebruik vertoont. 

Men kan geen Kawi-tekst van eenigen omvang, hetzij inge- 
bonden of ongebonden rede , lezen zonder kennis te maken met r i 
en ring, i en ing, ika (ik&) en ikang, ni en ning, enz. 
Gaat men alleen te rade met de hedendaagsche taal , dan zal 
men al licht geneigd wezen in die bijkomende ng een louter 
phonetisch toevoegsel, zonder beteekeuis, te zien. Brengt men twee 
Oudjavaansche zinsneden waarin i en i n g voorkomen in tegen- 
woordig Javaansch over, den zal men in beide gevallen Jav. 
ing krijgen ; wel is waar is thans nog Jav. i een gewestelijke 
vorm van ing, maar zonder in beteekenis te vei^hillen. Niet 
allticn \ nieuwere Javaansch zou 't vermoeden schijnen te wet- 
tigen dat die bijkomende neusklank wcUuidendhcidshalve toege- 
voegd was; ook 't Alfoersch der Miuahassa vertoont verschijnselen 
wel geschikt om iemand te versterken in zulk eene opvatting , 
die vroeger uok de mijne was. In 't Alfoerbch toch gaan i en u 
over in in, ing, i m en u n , u n g , u m , niet ten gevolge 
van eenig verschil in beteekenis dat men maken wil, maar 
naar gelang van den aard der letter waarmee 't volgende woord 
begint >. Voortgezet, onderzoek heeft mij tot de overiaiging 
geleid dat de op 't Javaansch en Alfoersch gebouwde theorie 
onhoudbaai is en dat er wel degelijk in de oude taal onder- 
scheid tusscheu ni en ning, ri en ring, ika en ikaug, 
e. dgl. gemaakt werd. Met behulp van voorbeelden , meest 
gekozen uit een paar Halineesche HSS. van 't Rtlmayana en de 
Kawi-oorkonden zal ik nu trachten een overzicht te geven van 
de regels die ten opzichte der toevoeging van ng in acht ge- 
nomen wordeu. Vooraf wil ik doen opmerken dat zulk eene 



> Zie Niemann, Bijdragen tot de Alfoertche /«o/. 85 en 90. 



IN RKT TAÜAf.A %SZ. I i.*! 

ntt door dr OudjavMMche schrijvrrs behandeld wordt alu rfn 
mclitiich voord en daa verbonden met het voorgaande, niet 
■iel het volgende woord. In zooverre komt hanne schrijfwijze 
gBiiaeh overeen met de in het Tagala gevolgde. Het bewija 
dbt de Kawi-achrijvera zelven bijv. ring kuta, in de borgt , 
en niet ri ng ka^a, of ri ngkata schreven, ligt o. a. hierin 
dat ring aan 't veraeinde voorkomt, dua ... ring | kufA*.*, 
hetgeen onmogelijk ware indien zij de n g bij H volgende woord 
g<eirokken hadden. Aan de beteekenis doet zalka niets af: in 
't Dietach achreef men vaut k i u t , zonder dat daarom de t 
era verbindingnklank was of ooit daarvoor doorging. Zoo tpelt 
■len ook in *t Italiaauach nel mare, niet ne I mare, en 
nog minder ne Imare. In *t Fransch ware het uAt* onmogelijk 
iict nit I^at ad il los gesprotene in twee woorden te splitsen, 
«mnt ' ad illos ^ is samengesmolten tot a o z. In H Kawi spelt 
■wil ring tas ik gelijk in *t Italiaansch nel mare, niet- 
leirenstaaiide ring, zooals ik hoop aan te toonen, nit twee 
«oorden is samengesmolten. 

EI, RI NO. 

Ri (Maleisch di) staat tot ring in dezelfde reden als in 
onrr taal te tot ten en ter. Hoewel ten en ter — gv'lijk 
ieder weet — behalve het voorzeUiel t e ook 't lidwoord den 
CB der bevatten, laat toch het gebruik ons min ol meer in 
ét keoze vrij. Zoo zeggen we bijv. ten of te gronde, naar 
wkiexing. Soms ook heeft het gebruik zich beslist verklaard 
IcB gunste van het voorzetsel alleen, een andermaal voor ten 
ét Ier, zonder logische redenen. I)e gewoonte gebiedt ons te 
land, maar ter zee te zeggen. Iets dergelijks ontmoeten wij in 
*t C>odjavaansch bij r i en ring; inzonderheid bij plaatsnamen 
hceraeht groote vrijheid. Xu eens heet het ryy AyodhyA, 
éan mt^r ring Ayodhyjl; zelf^ bij bergnamen, die bij oiin 
firvds *t lidwoord vonieren, inmt meji in *t Kawi vnier te 

r 

}f> vetk; nen zegt nanr troeddunken: ri MAIyawtln en ring 
M. «op (aan) den M.^ 

IWiMHidens eenigr willekeur in zekere gevallen, kan men voor 
*t Kawi aU regrl stellen: ring heeft de waarde van ri -H üd* 
bijgevolg i* riiii? eene verbinding van een voorzetsel 
het lidwoord nic = ang, de, het, waarvan later vimr- 
ittllen gegeven wonl'Mi. S\itnnieni met r i n ;r !> r i k 3 ui? 
U ¥sl^ XI. Ie 



t 



I 

146 ÜVKR ZOOOBXAAMDE VÏIEBINDINGSKI.ANKEN 

en rikanang, klaarblijkelijk s^menkoppelingen van ri «i de 
lidwoorden of voornaamwoorden kang en kauang^ welke laatste 
op hun beurt ng in zich opgenomen hebbeu. 

Waar du8 een bepalend lidwoord noodig is , bezigt het Kawi 
ring, en niet ri, tenzij — en dit is van groot belaiig — dö 
bepaaldheid van 't afhankelijke substantief door een volgendeu 
genitief wordt uitgedrukt. Bijv. n hij kwam te voorschün uit de 
grot 1^ is: mëtu sangka (of 9aka) ring guh&; daaren- 
tegen is sangka ri guh^, tenzij er een genitief volgt; i^ait 
grotten// of //uit een grot^c'. Wanneer echter guhft nader be- 
paald wordt door eenen genitief, van welken vorm ook, dan 
krijgt het voorafgaande voorzetsel ri het toevoegsel ng (resp. 
kang, kanaug) niet. Derhalve «^uit de grot van den berg/r 
heet sangka ri (of rika of rikana) guh& ning (of 
nikang, nikanang) gunung. De voorbeelden uit h^t BA- 
mèyana die ik thans laat volgen, moeten dienen ter staving der 
boven geformuleerde regels. 

Wruh sira ring weda, bhakti ring dewa: hi] waa 
ervaren in de Weda's, onderdanig jegens de goden. 

Pandita ring aji kabeh: geleerd in al de (;^stra^8. 

Atha pëjah-nya*^ tibd ta ya ring tasik: nadat zij 
gedood was, viel zij in de zee. 

Bij plaatsnamen , is er gezegd , laat het gebruik eenige apeel- 
ruimte: men vindt ring Ayodhya, te A. , en evenzeer 
mareryy » Ayodhy^, ging naarA. Datëng pwa mah&- 
r^ja sang Da^aratha ryyAyodhyd: Koning D. kwam dan 
aan te A. Telkens tref ik ri Lëngk^pura aan; zelfe ri 
Pdtdla, ri Na ra ka ^in de onderwereld ir zoodat P. en N^ 
geheel en al als eigennamen behandeld worden. Hiermee verge- 
lijke men ook 't Engelsche //in heaven, in heil //, in tegenstelling 
tot ons: in den hemel, in de heL Ook bergnamen komen mei 
en zonder lidwoord voor; o. a. tjighra prdpta ri Mftlya- 
w&n: weldra kwam (hij) aan den M. ; doch ook ring Menft- 
kagiri ngaranya: de Mainuka-berg geheeten. Ook bij titeb 
mag H lidwoord verzwegen worden. 

In bijwoordelijke uitdrukkingen pleegt ri te staan: riheng. 
/ ri yawïi, buiten; ri dalem, binnen; ri tëpi, aan den rand, 



1 Eens vooral zij gezpgd dat saka ring guha in 't Kawi meermalen 
te vertalen is met «uit zijn (haar, hun) grot*': evenals ia *tJa¥. ing» 
kang rama *dc vader" en izyn (haar) vader*' beteekent. 

< J). i. ma ra' -f- iri. Iri verschilt niet van ri. 



[ 



IV II KT TA<iAI A P.N7. 1 i7 

htMïjdm: ri hati, tf* moetlr, in Hhart^; Tgl. Frniupch a nirur 
mH ont " ter hartr «r. 

Btjaldien M^n nuh^tantief nader be|uuild wordt door oen vol- 
fcvnden genitief, onverschillig of dexe door een voor/eti*el wordt 
aaagedoid of op andere wijze, maakt ring plaats voor ri. Bijv. 
saka ring pana», ten gevolge der hitte, doch ^aka ri 
patifft ikang ng\re. Dus ook ri wëta nikang patra 
kabeh: bij de gebo(»rte van al de (of: zijne) ionen. 

Ri péjah nikanang W irddha mArkka: kij het sneuvelen 
van den gekken W. 

Ri bmwan nira: op hun weg (of tocht); hetzelfde kan uit- 
gedrukt worden ring hawan, zonder nira. 

Sangka ryy anih nira mapntra: ten gevolge zijner ge- 
Mpenheid als vader [anders gezegd : voor zijn zoon). 

8aka ri takut-mu, wegens uwe vrees; saka ripakon 
Raghotanaya, volgens den last van RsUrhawa. 

Ri samtpa ning gunung, in de nabijheid vanden berg. 
Ri pingi^ir ikanang nadt, aan den oever der rivier. 

Ri sawet ni hayu-nya, wegens hare schoonheid. R i 
flioiiuh mahilrshi, den vijunden der Wijzen. 

Wroh aku ri don i huddhi-mu: ik ken de bedoeling 
vrnn uwen geest (d. i. ik weet wat gij in uwen geest beoogt). 
Ri tolor nire sapaw{*kas nira sang Raghupotra 
agAai mawuwus ri si ra: bij *t indachtig zijn aan de bood« 
achap die R. hem vroeger o|igedragen had (eig. aan de opdracht 
vaa R. die vroeger hem zeide). 

Lanako mam et sëkar sira risanding ikang pat a* 
pan: zij ging om bloemen te zoeken ter zijde van de kluizenanj. 
Vuór een voornaamwoord (resp. lidwoord) kan alleen ri (of 
iri) staan. Bijv. Narend ra trshiia ri sang Rjkma: de 
ToraC had Rikmalief. X& ling inahArshi ri sirang nrpa- 
pat ra k&lih: zoo «iprak de Wijze tot de beide koningszonen* 
Taa kasah dangu dangtl sakeryy aku: nooit van mij 
yafhfiiien geweest. Yapwan hCMnft^ va kaharép*mu ri 
aaag tapaswt: indien gij echter goud verlangt van de klui- 



Ib aooimige gevallen is zoowel ring als ri (feoorhKifd ; voor 
kj ei«*««"amen en titels , gelijk bereids ge/egil is. Voort* in 
iiasais apArwwa ri bhAswaraof ring bhiku wara 
in luii^ter'; dranocMls zoutlen of»k wij kunnen 
oa rij lijk in ziin lui.<«t«T. Tan iiaii^paila niri 




11-8 OVRK ZOOOKNAAMDK VKRBINDÏNG8K1.ANKEX 

ri kaQaktin: hij had zijns gelijke niet in buitengewone 
macht. 

In de oorkonden vind ik dezelfde regels aangaande 't ver- 
schil van ri en ring terug. Nochtans komen er uitzonderingen, 
hoe zeldzaam dan ook, voor. Zoo leest men katëmwa ring 
dlaha ning dl&h^: tot in lengte van dagen, in saecnla 
saeculorum. Daarentegen op eene andere plaats : m ë n e, h ë lë in , 
tëka ri dl&ha ning dl&ha. King Majhapahit is niet 
tegen den regel. 

Vergelijkt men 't gebruik van ri zonder lidwoord wanneer ^t 
afhankelijke substantief door eenen genitief nader bepaald wordt , 
met den in onze taal heerschenden regel , dan schijnt er op *t 
eerste gezicht verschil te bestaan. Immers wij ze^en: bij de 
geboorte der kinderen, e. dgl. Het verschil valt evenwel weg 
ais men bedenkt dat volgens Polynesische constructie het be- 
palende achter ^t bepaalde staat en in de Qermaansche talen ge- 
woonlijk het tegendeel plaats heeft. Strikt genomen is ri wëtu 
ning putra gelijk te stellen met ^i'bij der (of: zijner) zonen 
geboorten. Gaat de bepalende genitief bij ons vooraf, dan blijft 
het lidwoord evenzeer achterwege als in 't Kawi. Wel is waar 
is de echte Gennaansotie constructie bij ons alleen bewaard in 
oneigenlijke samenstelliugen , als m n het hoenderhok >y d. i. tt het 
hok der hoenderen//, e. dgl. of in dichterlijken stijl, maar in 
de oudere Germaausche talen is ze de gewone in proza , bijv. 
Ags. theóstru v^eron ofer thaere nivelnisse br&dnisse /rduistemia 
was er over des afgronds uitgestrektheid >y. 

I, INOj NI, NING. 

t 

I als teeken voor locatief en datief is synoniem met ri; als 
genitief-aanduider verschilt het niet van ni. De verhoudiug van 
i tot ing CU van ni tot ning is geheel dezelfde als die van 
ri tot ring. De volgende voorbeelden zullen dit voldoende uit» 

wijzen. 

Kita mojar yy aku, gij zeidet tot (of: aan) mij. Hier 
staat i, omdat er een voornaamwoord op volgt. 

Geheel onbepaald blijft i in uitdrukkingen als i ruhur, 
boven; i sor, beneden; i yawTi, buiten. Natuurlijk mag men 
zeggen ing ruhur, (in (luhur), ing sor, enz., doch dan 
in den zin van ^aan de bovenzijde, aan den onderkant. I 
kidul (ligt) oost; ing kidul, ten oosten; enz. 



IS IIRT TAdAl.A KSZ. 119 

Wiiiting ing gigant sor ta hajru nikA: d« t trrrru 
dr» lirtiipU (cig. dcfi hemels «ierren) doen onder in (hun) 
flch<Minlieid '• 

M&»ih sireng nwagotra kabehrhij had geni^uheid 
voor al xijne familieleden. Mareng patapan: naar de 
klaireiiarij. 

In afwijking van out taalgebruik kunnen ook eigennamen *t 
lidvoord aannemen, g^ijk in 't (iriekurh en HiM)giluit«ch. 
Lmwann aku vineh-ta aora adhaniH sakeng I^aksh- 
nana: en gij maakt dat ik lager zal ttaan en minder weien 
dan Ijakffhmana. 

Ni Iaat sich vertalen met '^van^' >, ning met «dea, der.» 
Wanneer *t volgende nubytantief nader bepaald is door een geni- 
tief, maakt ning weer plaats voor ni. Hetzelfde geldt van 
ioff. Terwijl de ning panas beteekent «^door de hitteer, heet 
#duor de hitte van de zon*' de ni panas ning sArvva. 

KAla ning panas: ten tijde van de warmte; maar ri 
• awet ni havu-nva: ten gevolge harer schoonheid. Sa la was 
ai hurip-ku: 7iM> lang mijn leven duurt. Sinaput de ni 
panah Hhatitra KAma: verblind door de schichten van 
gud Amor. 

Op irelijke wijre zegt men: ri huwus ning (ot: nikang« 
aikanang) wuwus, nadat hij (zij) gespniken had; maar 
aooder verschil in beteekenis: ri huwus ni wuwus- n va. 

Wrnh aku ri don i buddhi-mu is hierboven reed» aan* 
gehaald. Ware buddhi niet door den genitief mn bepald, 
bet fou luiden don ing buddhi, en ontbrak i buddhi- 
■I u , dau lou men zeggen : wruh aku ring don ofwruh 
akw ing don, hetgeen in de eerste plaats beteekent : ik ken 
de bedoeling. 

Tatan tému ng don va-ta hetu ning irang: dat 
WIJ IaH (d. i. onii) dool niet bereikt hrbb<*u, dat is de oorzaak 
waa de (d. i. onze) schaamte. Daarentegen tatan wruh i 
«ékas nirang KAghawa, en sang Hharatn tnr-wruh 
vv angvnang<$n nirang Keknyt: Bharata dnieg gr«>n 
krunis van de denkbeelden van K a i k e v t. 



* Vfl hmyn-niki m«l «pAr««a rini? bhiiwmrm, al it <Un ouk 
aav« aiki riK utitJi-rfrer|i vaii tor cu bhJowarA tlaarrnttsf^rii AfhAii- 
hHt§lk tAB riiiK 

* Ns fjuuti^ormen die sao 't l'art iirsi'L rii KvruuJicf brantMtxnüra 
man «4oort ol laiel». 






150 OVER ZOOGENAAMDE VERBINDIN6SKT.ANKKN 

eerder vergelijke men sakweh uing mülya kabeh en 
kadi dilah iiing apuy ya molah met sahaua ni watëk 
ning bala dëlön. 

In 9abda ning apa kunëng g^Iap //van wat voor een 
ding is dan de donder H geluid// is het bepaalde ning logisch 
verklaarbaar, al plegen wij vóór zulk een vragend voorw. het 
lidwoord weg te laten; vgl. 't Fransche lequel, daquel. 
Maar de regel vordert 9akti ni si Ra, ma, omdat si H be- 
palende woord is. Insgelijks prabh&wa ni si B&wana tan- 
papada: de macht van B. is onvergelijkelijk. Apan pra- 
bh&wa ni tapa-nta magöug: daar de macht van uwe 
askese groot is. 

De bepaalde vorm is op zijn plaats in: tuiijung pra- 
kampita tinüb ning angin //de waterleliën door den wiud 
getwfleu begonnen te wiegelen. >/ Piuinta nira sang nareu- 
draputra R&ma munggweng alas: zij eischte dat de 
prins R&ma in het bosch zou wonen. Ook in ny& dharmma 
ning kadi kita //dat is de plicht van degenen die zijn zooals 
gij.// Daarentegen de ny ouëng-ku en sawet ni in&y& 
nikanang Swayëmprabhd, //door de tooverij van Swayam- 
prabh&^/^ en tali ni panah-nya, welk laatste wisselen mag 
met tali ning (of nikang, of nikanang) panah. 

Uit de oorkouden put ik deze duidelijke voorbeelden : 
tib&kan (d. i. tib&kën) ing Mah&rorawa, këlftn i 
kawah sang Yama >!^hij worde nedergestort > in de Maha- 
rorawa-hel, hij worde gezoden in den ketel (d.^ i. helkiater) 
van Yama.// Men ziet hoe stipt de regel hier is in acht 
genomen. Mare grhanya so wang-sowang, //een iegelijk 
naar zijn huis//, en rasa ni ajnd nira p&duka Qrt Ma- 
hUrdja //de inhoud van het bevel van Z. Maj. den Koning. «r 
Daarentegen hingan ing K^mah, de grenzen van het land. 

Slechts eenmaal is ml] in de oorkonden eene uitzondering 
opgevallen, nl. in mangk&na ling ning sapata sang 
makalambi-haji: zoo zijn de woorden van den eed der 
met een waardigheid bekleeden. Uit het R&mftyana heb ik op- 
geieekend: wet ning gya nira sumahur wawang ta 
mojar: ten gevolge zijner haast (d. i. dewijl hij haast had) 
antwoordde hij daarop en zeide. Het regelmatige ni zou in de 

1 TibakCn, wehak(^ii, dadyakiFn. e. dgl. doen vaak dienst als 
passieve imperatieven, vooral in driftigcn styl en waar 't iavaansch 
dimen gebruikt 



IN IIKT TA<«AI.A KNZ. 151 

Timnait evfti ^h1 (Hii»9(Mi, en het is de vraag »f wi* hier niet 
met eeti achrijfTout te doen hebben. 

N Y A, .N Y A N« 

N T a n g , n y (l n g \» n y a 4- *t bijkomend tiegrip van *t be- 
palend lidwoord. In dezelfde gevallen vaar ni verei^cht vordt, 
sal men nya vinden. Rijv. Stt& gi^dëng-nya miftu ngAni: 
BlUi op het o(^nblik dat xij geboren wrni. Doen Ivir- 
nyang kAmt tulya KAho: de minnaar» varen te verge- 
lijken met R:\ha. Ngkd tonggvanyAng Apsart mAlya« 
karmm:!: daar van de plaats der kransen makende Nymfen. 

IKA, IKAVA, IKK, KNZ. 

Ika, ]k& als nominatief, accusatief en crrnitief, nika, nikA 
als genitief, nemen ng achter zich, vann(*er xo tot het vol- 
gende substantief in xoodanige l>et rekking -**taan dat re aan het 
lidvoonl of een bijvoegelijk v(K»niafiuiw(X)rd in 't Netlerlandsch 
beantvoonlen. Is de be|)aling op andere vijr^ uitgedrukt , dan 
treedt de vorm zonder ng veder op. Iletxrifde ij» van toejiasaing 
op ikana en ikanang. Zie hier eenige /insneden voarin de 
legel licht te herkennen ml vezen. 

Mafang-ika om reden daarvan (er van) ; in b(-gri|» hetzelfde 
als matanir- nva. 

IkAng Ayudha yeka tan pasah: zijne vapenen,die 
«mm altoos bij hem. Dezelfde gi-dachte laat zich uitdrukken 
net: ika fvudhanva of: nira ofuika *. In de ourkoudeu 
aihao ika ling-nya «^zooals volgtzijnde(of znne, ofdrszelfs) 
«oorden. # 

IkA ka<)at«an kn samipa ning tasik: mijn hof isdicht 
bij de zee. Ki yavA nik:\ * buiten hetzelve *. HAmpun 
niromangan ikang panamu\: nadat hij genuttigil had vat 
ben als gmst aangeboden verd. Kaia^^/i nira ron ikang kaya: 
4c bladereu der booineu varen zijn leger. NA ling n ikang 
«vang: zoo spraken de lieden. Mangde suka nikang rAt 
#drr «eteld*. Ryyak-ryyak nikanir tnlag.i de giiifjes des 
vijfVit. Ch>k eigennamen kunnen 't lid voord bij zich liebben: als 
•tha ri pi^jah nikang Trivira na 't snei.v«'leM van Tnrira*. 

* Nira u h'Mff, nika laui of meer ^iTiiiK-ithtifi I of ^imjliK. eva 
ftoorluofd. 



152 OVAR ZOOGENAAMDE VKHBINDINGSKLANKBN. 

Apann ikana &jua sang prabhu: want dat is het bevd 
des konings; maar: ikanang awü taman sira, ikft kala- 
rakshasa ya: degeen die daar schreeuwde (of : de 8chreeaw«nde) 
is niet hij; dat is zeker een reus (die daar schreeuwde). 

Zooook Hajunikanang wulan: de schoonheid der maan; 
daarentegen ikana wulu ny awak-nya malëngis: de 
haren zijns lichaams waren glad. Tangis ikanang kidang, 
ling-ku, huwus pinanah umada-madekana swara 
nirang Raghusingha juga: mij komt het voor alsof bet 
aangeschoten hert in zijn schreeuw de stem van B&ma nabootst. 

Ika en ikana kunnen in plaats van ng, nageno^ met 
dezelfde waarde ook sang, tang en si achter zich krijgen. 
Bijv. Nan^ kita yat malag^ lawan ika sang Bagha- 
prawara B&ma: gij zijt verloren , indien gij strijden moet met 
den uitstekenden Baghutelg R/lma//. Ikana si Candrahftsa 
ya tëwëk-ta tamanpangapa //Candrah&sa, uw zwaard, zal 
niets uitrichten (of: niets te beduiden hebben). Ri laku nikana 
tang wwil: op den tocht van de (of: die) demonen. Voeg 
daarbij uit eene oorkonde : ikana sang masfma = ikanang 
(of: ikang) masfma. 

In dezelfde verhouding als ika, ikana tot ikang, ika- 
nang^ staat tika, tikana tot tikang, tikanang, en 
rikana tot rikanang. Bijv. syapa umangunn ikanang 
umahP ya tikana p&jara ri kami: wie is de bouwmeester 
van de woning? doe ods dat kond. 

Mojar tikanang stri, de vrouw zeide, doch irshyft 
tikambèk nika, letterlijk: spijtig was de geest van haar. Kita 
ya tik&mrtoshadha nirang këna kdmaQtra: gij zijt 
de hemelsche medicijn van den door Amors pijlen getroffene. 

Dat rikanang synoniem is met ring blijkt uit volzinnen 
als: rikanang ^akti pada-nya tan hana //hij heeft zijns 
gelijke niet in buitengewone kracht.// Karëngö rikang (= 
ring) r^t. Malawas ta nar endraputra R&ma rika- 
nang il^rama: toen verwijlde prins R. geruimen tijd in de 
kluizenarij. 

Ook irikang geeft hetzelfde te kennen als ring of ing; 
men vergelijke slechts: mamwft ta siromareng kamok- 
shan: hij verzocht verlof om de banden des lichaams te slaken, 
met kami mamwita marerikang karaokshan. 

Het onderscheid tusschen iku en ikuug, ike en ikeng, 
n i k e en n i k e u g berust op hetzelfde beginsel. Uus leest men in 



IN IIBT TAGAI.A BNZ 153 

H Rbanta-Tuddhft : stng Bhtmt y&nikélineku pupü- 
i;b riog prtug: moge Bhfina die dchf nen vtu o in den strijd 
(Élk alaaa >. Daarentegen: arddh&rahur dahat ikung 
(ira bhagnawtry ya: al te boog gaande verliest die pijl van 
1 lijne kracbu Mania nikung mata: het liefelijke van die 
«fco (van o). 

Ike ^atra-nta, deze Uwe vijanden, deie vijanden van U ; 
ioA prajojana nikeng anak: de taak van 't kind (zooab 
ikbai).Sang K4madewa tamatanpapa<)a rikeng rikt: 
1. it volstrekt weergaloos op dese wereld. Ike ulah-ka 
••lab: dit gedrag van mij (dit mijn gedrag) ia verkeerd. 
KrodbAgalak ja paribhAta rike tuhan-ku «rheeft 
■gaea meester (van wien ik nu spreek) vemederd««' Iki, 
ikiag komt overeen met ike, ik eng. 

De regel omtrent de toevoeging of verzwijging van ng bij 
ika, ikana eni. wordt gewoonlijk in acht genomen. IntufacheB 
ïmum uitaonderingen voor, wel is waar betrekkelijk weinig, 
■Mr toch meer dan bij ri, i, ni en nva. Het RAmijana 
hmi o. a. bati nira sawitark k A'nton ikang cibna 
liag prang "ie sporen van *t gevecht «'; volgens den ge- 
vsiea regel ton men verwachten ika cibna. Elders leest men : 
•sbaaa nikang mnsuh nira mah&rshi pinatjan 
ira #al de vijanden der Wijzen werden door hem gedood.«^ 
Taag manuk amijab rikeng alas-ko "in dese boascheo 
Ui ■!)» (legt de berg Mainikka). 

Omgdieerd vind ik ikana pras/ida (d. i. het paleis, voor 
prasida) i yawH in stede van ikanang p. Kventoo in de 
wnls ooriLond^ dicht bij *t slot: kady anggi nike 
Iiitél6 «op de wijie van dit ei«, hetgeen volgens den regel 
■ikeng wesen ion. Hier kan evenwel de AunswAra bij vergis- 
ag «itgeUten tijn; men mag znlks te eerder veronderstellen 
éiwól uoaiddellijk er op , te recht, i k e u g h ay a m, dit hoen, staat. 

SltLA, SiaASO. 

Si ra tSy in booge taal, vooruw. van den S*'^ persoon, en 
val wiei enkel van een bepaalden, maar ook van een onbepaalden. 
BL V aira is nu eens «"Hij, Zij^^, dan eens «^eenieker'. Bijv. 
li dcsi aanhef van 't RiUo&yana: hana sira ratu dibya 



* Ibn is «te dAAf by u», tn lo mlle opudiUn ffelgk aad 'l La- 



'» 



154) OVER ZOOGENAAMDE VEKBINDINGSKLANKBN 

ff ex was een zeker uituemeud vorste. Meu kan het ook beschouwen 
als een Krama Tnsrgil van si, zoo o. a. in de %^^ ooikonde: 
mangaran sira Caiicu-makuta, waarvoor 't hedendaagsch 
Javaansch zeggen zou aran si Ü. 

Ni ra en ira behooren bij sira als genitieven. Achter paa- 
siefvormen welke met het part. praet. pass. en het genindief der 
Arische talen overeenkomen, heeft men nira en ira te vertalen 
met een instrumentaal. Op zich zelf is ira bijv. in pinatyan . 
ira (nira) evenmin instrumentaal als Skr. tawa bijv. in 
taw&bhipretam //door u bedoeld^^ of Lat. mihi in mihi 
legendus est liber. 

Sirang, sir&ng is niet^ gelijk ik vroeger meende, een 
versterkte vorm van sira^ maar sira -f- H lidwoord. Vandaar 
dat het in beteek enis niet van sira sang verschilt, behalve 
in zooverre sang deftiger is dan a n g , n g. Terecht wordt dan 
ook een sirang prabhu door de Balineezen omschreven met 
sira sang prabhu. Aangezien ook eigennamen H lidwoord 
toelaten, volgt van zelf dat sirang, alsmede de genitief i rang, 
nirang, zich vó6r eigennamen vertoont en wel zonder merk- 
baar verschil in beteekenis. 

Even als van de vroeger behandelde woordjes geldt ook van 
sira de regel, dat het ng niet aanneemt, waar H volgende'. 
substantief van een genitief vergezeld is. De volgende aanhalingen ■* 
zullen het beweerde staven. 

Mahyun ta sira rin&kshd patapan nira de nirang « 
R&ma: hij wenschte dan, dat zijne kluizenarij door Bftmt ' 
(Hoogd. von dem R.) zou beschermd worden. 

Sumahnr ta sirang pin ü ja: toen antwoordde de met ; 
achting bejegende (d. i. de geëerde gast). ] 

Dew! sirang Sumitr^, sirang Kekay}^ in \ Jav.: ^ 
dewi si S., si K. 

Sang R^milnak matuha i sira mahadewi EoQalyi: 
R. was oudste zoon, bij H. Hoogheid K. 

Tushtdgirang hati nirang Janaka /«'blij en verheugd 
was het hart van J.>/, doch rüpa nira sang nrpaputra 
k&lih vhet voorkomen der beide koningszonen. «^ 

Huwus nira wt^ruh ri hetu nira sang na ren dr ft' 
r-p($jah: nadat hij de oorzaak waardoor de koning gestorven 
was, vernomen had. 

Nd ling mah&rshi ri sirang nrpaputra k&lih:Eoo 
waren de woorden des Wijzen tot de beide prinsen. 



IN IfCT TAOALA 1117.. iTlO 

Sakft 9ftng r^shi nirbhajeng alaii, ri kadibfin 
Biraag ^^JJ* KAghawa: blijde waren de Wijxen, zich vnlig 
vodrode in 't woud bij (d. i. door) de leeghaftigheid van den 
«MfB held uit Raglm's huis. 

Sanangkanfttah kapiwtra J Ambawln tnmnn si- 
rtng Anggada ^okamAnasa: loo nu tag de a|ienheld 
J. Anggada droef ie moede. Vóór kapiwtra oiitbrerkt het lid- 
niet Tolgmn een bepaalden regel, maar omdat in *t 
het Kawi f rijer is in *i verxwijgen fan bei lidwoivrd, 
iuomlrrheid bij iitels. 

Pakon irmng R&ghawa yeka dadyak^n: de bat ran 
E.» die wioei toI bracht worden. 

Prajojana nikeng anak gumawaya-ng pakon ing bapa | 
apn sira mamétwaken, sira maweh wruheng lor-kidul | 
sireka mangingA nimaksha rikannnang anak ring bhaya | 
D. L: Het is de taak van hei kind het bevel i^ijns vaders te 
iotm^ want Hij heeft hei kind voortgebracht; Hij maakt dat 
htü noord en tuid IceK onderscheiden; Hij onderhoudt het, 
hthoedt het kind in de oogrnblikken van gevaar. 

lader lexer van C)udjavaansche geschriften xal hei aantal der 
Bij aitgekoxen voorbeelden naar verkiezing kunnen ver- 
Juiai om deze reden acht ik hei onnoodig neer 
fkmUen aan ie halen. Hei medegedeelde tal, vertrouw ik, vol* 
4MB«la atjn ooi den leier ie overtuiffrn dat het toegevoegde 
Bf is m 'I Kawi en in het Tagalsch niets anders is dan een 
Kévoord, in kraeht gelijkstaande mei het Jav. kang, kéng, 
iagkang. /!i§ afioiiderlijk woord is ng, ang in 't Kawi 
rina reldzaam; in de Philippijnsche talen ia ang het ge- 
bepalend lidwoord, in nominatief en areosatief: nang 
■I den genitief. Rijv. in het Tagala: ang graeia nang 
Dioa, de genade van (iod. In 't Risaya: ang tsiwo nga 
■lakayo of ang mahayo nga tawo, de goede mensch; 
•ai f btal-aiOy nwe werken. Daar het Tagalsche ng dezelfde 
beeft ala het Risayasche nga en dit laatste soms ver- 
■lag worden dcMir ug, schijnen ang, ng, nga slechts 
van hetzelfde thema te zijn. In 't Kawi i^ ng, ang 
■ia lidwoord en aynoniem van tang, niet zeldzaam. Hieronder 
fiadt »efi e bewijsplaatsen. 

An«, >'ci. 
EftHyAaig alas, lieielijk (\») hK wond. Slkri ngmanuk 



L 



156 OVER ZOOaKNAlNDS VBR%INDINGSKLA.NKEN 

muni, de vogelen hielden op met kweêlen. Malayü ng 
pëtëng, mëtu Bhatara Wulan, de duisternis vlood, de 
Maan kwam te voorschijn. 

Umirir ng angin, pracalitekanang kayu, de wind 
speelde, de boomen begonnen te schudden. 

Tatk^la yan rahayu ng &9rama, toen de kluizenarij 
van stoornis bevrijd was. 

Tnhuu watëk pancanak(h)dta bhftkshan, ndlL 
tann ilu ng wre; tinulak ya bhd.kshan: wel ia waar 
mng men alle vijfklaauwige dieren tot voedsel gebruiken, doch 
daaronder behooren de apen niet; die te eten is verboden. 

Tdtan hana ug bhaya rikang patapan: er was voor de 

kluizenarij niets te duchten ; Jav. t|aJïi)Ti(UiniKioicuuit|iqtJniJl 

osmMKlU. Hier is ng bhaya op te vatten als ^t geheel, dat 

in ons taaieigen in een partief-genitief staan zou. 

Er zijn ettelijke constructies waarin ng zóó voorkomt dat 
het moeielijk te bepalen is tot welk rededeel men het brengen 
moet. Wat is het bijv. in uitdrukkingen als haywa 9ok)i ng 
hati, wees niet bedroefd van geest; kddbhuta ng manah, 
inwendig verbaasd ; e. a. P Het Jav. gebruikt in zulke gevallen 
ing, doch daaruit is niets af te leiden dewijl een Kawi i en 
ing in Jav. ing samenvallen. Is kddbhuta ng manah de 
Polynesische vorm van eene possessief-sameustelling of Bahuwrthi, 
dan moet natuurlijk ng hier lidwoord wezen en als nominatief 
tot k&dbhuta staan. Maar volgens den regel der Polynesische 
Bahuwrthi's zou men zeggen haywa^oka hat?-mu, en uiet 
ng hati. Daaruit maak ik op dat ook k^dbhuta ng manah 
geen possessief-sameustelling is, en bijgevolg dat ng met sijn 
substantief eene bijwoordelijke bepaling uitmaakt, overeenkomende 
met den Griekschen accusatief, bijv. in XvTitia^ai i6v i^vftóv. 
Ik houd dan ng voor den accusatief van 't lidwoord. Een voor- 
zetsel bevat de constructie niet. Dit blijkt ten overvloede nog 
uit de omstandigheid dat ng in 't gegeven geval synoniem is inet 
tang; bijv. Quddha tang hati, nirmmala ng &mbëk. 

Ook is het moeielijk te beslissen welken oorsprong men aan 
de ng der vocatieven moet toekennen; als koug ad ha mal 
gij ellendeling ! k a m u n g h y a n g ! gij goden ! 

Trof men zoo'n ng uitsluitend daar aan, waar op 't eerste 
woord een ander als bijstelling volgde , dan zou er geen zwarig- 



IN HRT TAOAl.A CNZ. 157 

id beitaan om n g ook daar voor H lidwoord ie houden, tkioch , 
a dan te verklaren , dat de vorm met neusklank — xooverre 
j bekend is , ten minatc — niet in den nominatief voorkomt , 
ar het lidwoord toch even goed op zijne plaata kou wexen? 
larrnboven ontmoet men dien vocatief ook dan , wanneer geen 
pontie volgt; xoo in kuhakang! schelm! Bharata-Y. 429 >. 
m dus de ng des vocatiefs ook al oorspronkelijk een lid- 
orti , het had , schijnt het , reeds in de oude taal Kïjne eigen- 
i(è beteekenis afgelegd en was een hulpmiddel geworden ter 
Mhiding des vocatiefs. Dat het oorspronkelijk werkelijk lid- 
ord was, is geenszins onwaarschijnlijk; uitdrukkingen ak 
Jav. wakkane, wakne «'Oom; oomel«r in nominatief > 

vocatief beide, pleiten daarvoor: want achtervoeging van een 
bttelijk voomw. en voorvoeging van een lidwoord komen 

ketrelfde neor. 
Een nog neteliger vraagstuk is de beteekenis van a n g achter 

tor^tandüWfrarden. In een hierboven aangetogrn rinsnede 
Uaoetten w:j pravojana n ikeng anak gumawajang 
ik on ing bapa. Volgens den gewonen regel blijft H lid- 
qrd vrg VfVtr pa kon, daar dit nader bepaald is door den 
iiit.ef ing bapa. I)e uitgang ang bestaat dus niet uit 
iiaiirti(*f-t<ievoeir!M*l a en lidwoord ng. Soms, bijv. in ma- 
IV wa ntf rilt "dat de wereld in goeden toestand zij «^ 
'iwAha t>6) zal het wei lidwoord wezen, maar mahavwa is 
I niik irrrn toe5tand!iwoord en r&t is niet van een genitief 
lirseld. Wat ik in mijne Kawi*Studi«-n bl. 43 over sumvn* 
■ ge. dgl. vormen gezegd heb, schijnt mij den toets der 
lïek niet ie kunnen doorstaan en ik ben thans grneigil in 
■lawarang e. dgl. ang op te vatten als bijvorm van akén^ 
den conjunctief er van. Hoe het zij , in geen geval schijnt 
lidwoord vergat te zijn in guiAawajang pakon 
I bapa, en gumawajang wrddhva ring w&la- 
ëëhi in Wrltasancaja, of in 't algemeen op plaatsen waar 
Uwoord tegen den gewonen regel is. 

, April '76. II. Krin. 



T^ Zaaic XV van 't Ith. Y. . aant<^k. op ttr. ill*, in «l<*i«» Ity<lrm4(efi , 
% 1X7 . 

AH tt^cnin o. a. in \|«*iiimiui*4 IUKa.I Ift»: wakksnt daténK 
b4i, ^n*r it f^>ni naar toe* 



DE ENGELSCHEN OP NIEUW-GUINEA. 1792—1793. 



Omtrent de Engelsohen, die in 119% — 1793opNieaw-Ghriiieft « 
waren, lezen wij het Tolgende in bet Dagregister, gehooden in 
de Pactory van Quantong, (China), sedert 13 Maart 1793 door 
A. E. van Braam Houckgeest, opperhoofd aldaar: 

//1793. Den 13 Maart. Het Ëngelsch scheepje de Panther dat na 
aedert 2 jaren op ontdekking naar Nieuw-Gninea is geweest ^ 
nevens een ander de Endeavour genaamd , 2ijn sedert weinig 
dagen in Taypa nabij Macao weder ten anker gekomen. 

Den 16 dito. De commanderend officier van voornoemd Eii- 
gelsch scheepje de Panther opgekomen zijnde, toonde mij b§ 
gelegenheid eener visite , een monster van Notemoscaat en foely, 
die in renk en smaak de Bandasche evenaarde , de foely echter 
was dikker en zwaarder, en de nooten zoo lang als de andere 
en spits toeloopende. 

Zij hadden dito groen van de boomen geplakt en aan boofd 
gedroogd; dit soort viel in abondautie op de kust van Nienw» 
Guinea in de Bogt , alwaar de vlakte door deze boomen bedekt 
was , die zoo vol met vrucht stonden , dat ze in weinig minntea 
meer dan 300 er van hadden geplukt. 

De kust aldaar is echter niet te genaken, wijl die door een 
dier Barbaarse natiën gehabiteert wordt , die alle Enropezen ver- 
vermoorden en opeeten. Gelijk de docter van de Panifaer ook 
door dezelve niet ver van ^t schip in een hunner booten ge* 
lokt, verraderlijk onder hun oog werd vermoord en instnkken 
gehakt. 

Het zou niet te verwonderen zijn dat de Engelschen na dese 
experientie, een tentame maakten om zich met een sterke magt 
op die kust te gaan nederzetten , ten einde zich meede meester 
te zien van een tak van commercie welke die natie ons sseer 
misgund. Zij hebben thans zoo veele duyzende Sipais in Indien 
in dienst, welke hun daar over de hund zijn, en die echter 



Dl IMfSllJirilKN OP \'ICUW-<)U1NEA. 1702 — 1708. 150 

A tonder voor hun 7^Te fj^vaarlijk te worden , kunnen worden 
pniankt. )'>nige duizende derzelven konden gei*mploveert wordeni 
I liet de«rlvc een B;irbaar>ch geüiagt U}iten)eijen , dat tot hier 
t pm vuurwapenen bezit en slechts met pijl en boog vei^ten. 

Het Teel belovende vooruitzigt om zulk een product leverende 
icek te bezitten zal bij hun niet over *t hoofd gezien worden, 
•ar is te verleidend om er geen kans op te wagen en wat 
riBBOBOB de Kngelsohen immers niet. De tijd aal leeren in 
werre ooie aopotitie al of niet gegrond is.» 

ïk naam van den kommandant van de Panther wordt niet 
paomd, doch volgens eene ontvangen mededeeling van den 
bar deneots IL Markham, werd de Eudeavour door Captain 
l*.CIaer en de Panther door Lieutenant Wedgbroogh gü- 



Al Bt^ waarvan hier wordt gesproken, aal wel dexelfde aijn 
É die naar of door hem zoo is genoemd geworden. 

Lbupi. 



DE EILANDJES COMMERRTTST, CL AARBEEK, 
SCHOOTEROOG EN VLAMING. 



Op bladzijde 306 van het Tiende deel (2de en -Sde stuk) van 
Bijdragen, gaven wij op, dat ons onbekend was gebleven 
tijd wanneer en door wien deze eilandjes zijn benoemd. Sedc 
is door ons eene aanteekening gevonden, waarait blijkt 
de bovengenoemde namen zijn gegeven door den Schippor 
Wimpelvoerder Pieter Verley, die met de schepen Commemut^ 
Claarbeek, Schooteroog en de sloep Vlaming, in 1727 
Ternate vertrok op een kruistocht langs de kust van Hi 
heira door Straat Patientie, langs de Westkust van Groot- W»] 
geeuw en voorbij het eiland Moretaj, de Talautsche eilanden, 
Sangier enz. langs de Zuidkust van Magindanao naar de H< 
van . . . . ? bewesten het eiland Groot-Sangier , Siauw , Tagoli 
en Bejaer tot onder de Noordkust van Celebes. 

Op dezen kruistocht was hun niets bijzonders bejegend^ dan 
nieuw vier ontdekte eilandjes die op geen kaart bekend stom 
en waarvan een verkenkaartje met copie hunner jonmalen 
Batavia werden overgezonden. Die eilandjes waren slechts klfin 
heuveltjes waarop geen specerij boomen konden groeien en 1( 
tusschen Popa en Gagy. 

Doch noch dat kaartje, noch de journalen dezer schepen 
dien kruistocht gehouden , bevinden zich in het Archief 
O. I, C. op het Rijks-Archief. 



HOUEI WEN CHI 



OF 



PAARDENSPR0N6-D00LH0F 



OP EEN STUK ZIJDE GESTIKT 



imoi 



soxj-jo-x.-a.it 

echigeoooie ran 

TEOU-TAO, GouTornenr ran Têin^cheou 

03I9BB Dl EiamiKO TAV 

FU-KIEN 

VOB8T VAK HET KUK IS*» 



A. D. 357—385. 



IIT ËMMt MtlftUMTHI VtmTAUXG gy UI«TUKtM UB A4STl.lLKKSliy<<CX 

t'nfiKGBVIX IMMill 



O. SCHLEOEL. 

^ ito V«l XL II 



LEIDEN, BOEKDUUKKERU VAN E. J. BRILL. 



J 



Do paardensprong-doolhovon , in het chinceach Ilouei'Wfn^hi 
cff >(t<Hl)chirn in«>t rondlooitentlo kuraktont** genaamd, xijn in 
li«*t Middenrijk iah^v gowild. te nieter « danr hK diim^scho 
schrift liüh bijzondor gwni tot znlk«» «litrniriMche Spiolorpipn" 
lr«*nt, «*n xij bijzondc*n* z^'ariglio<)on oplpverrn voor tvno goedi» 
onlcyft'rini;, omdat, zooaU bekend x»^ de diinesche woorden gee- 
nerlei verbuipng oudtTgaan« en dus niet, looaU in onze euro- 
pmche talen, door de eindiging des woords bijkans te raden 
fTPven waar men, in een doolhof, het volgende woord moet 
Doeken* 

Hei eerste, historiad) geytaafde en tevens in China allerbe- 
roemdsie paardenfprong-doolhof is van geen jongeren «latum dan 
«fte vicffde eeuw onzer tydrekening; en met de geschiedenis 
%tui het ontstaan van dit doolhof willen wy thans den leier be- 
kend maken, en hem tevens eene proeve er van geven. 

In het jaar «151 onzer tijdrekening, gedurf>nde het verval 

SSL 

der chinosclie dynastie Têim B , riep een militair avonturier, 

ti>et name Fu-kim W fS. zich uit ah* vorst van T$im, en 
%esugil«* <le grnndvlagen van «*ene uitgt*iitr«*kte heersrhappy in 
bet \Vt^t«*ti \an China, In 355 weni dez«* a\onturier opge- 

\o\sA dmir zyn* oudsti'U zoon Fm-êmm^ fT ^, die tHrhtertwee 

fin-ti lat«*r diwr fijn* jonp»ren brot»il«»r Fu-kum ^J S ver- 
nwiord werd. !^*/«* laatitti» riep zich ZA'hen tot Keizer uit , en 
%«-itigde den Zetel \yai zijn lM*>tuur t«* Tckamf^-n^ém in de pro- 
vincie (*km'êi. Hij regi*#»nle ginlun^nde venkiieidene jan^n met 
\^*\ praal en luister als een gevaarlijke niededingt>r voor de 
drnjLMie Têim, Ti>en hij echtiT in 38CI umH een groot leger 
d«* oortelijke provinciën \tui lliina uan\iel. in de hoop zich 
%aii liet g«*heeh* Hyk nn^eMer te mak**n. |«*«h| hij «!•* zwaarste 
ftr«leHagen, en vierd eiudelyk in het jaar 3H5 dotir YmO'Ukm^ 

wL wk t Ml lyner eigen geoeraals, verniounL 



Gedurende de regeering nu van Keizer Fu-kien, was een 

zekere Teou-fao H ï«, gouverneur der stad Tsin-tcheou ^ 

TtI . Hij had eene schoone zestienjarige jonge vrouw gehuwd, 

Sou-houei j^ M of Sovrjó-lan ^ ^ «9 genaamd, die door 
hare moeder zorgvuldig in alle vrouwelyke handwerken, en 
door haar' vader in de geschiedenis, de vsrijsbegeerte en de 
dichtkunst was onderwezen. 

Kort na zijn huwelijk, stelde Teou-tao zijne jeugdige gade 
aan het Keizerlyke Hof voor, waar hare schoonheid op den 
Keizer een' diepen indruk maakte. Toen hij echter bespeurde 
dat al zijne pogingen om haar ontrouw te maken schipbreuk 
leden op hare innige liefde voor haren echtgenoot, besloot h\j 
het paar te scheiden. Hij benoemde dientengevolge haren 
echtgenoot tot Opperbevelhebber van het leger, en zond hem 

naar lAovrcha )9ffi Ür ') om de troepen te inspecteeren, ter- 
wijl hij tevens aan Sou-jó-hn verbood haren man te yolgen. 
Daar deze haar niet gaarne aan het losbandige hof van F^Jdm 
wilde laten, trachtte hij haar te bewegen om in de hoedanig- 
heid eener tweede vrouw heimelijk met hem mede te gaan: 
maai* zij weigerde dit te doen, omdat zij vreesde dat zulks in- 
vloed zou hebben op de goede positie die Teou-fao innam, 
en ook omdat haar eergevoel haar verbood om heimelyk, in 
de hoedanigheid eener tweede vrouw, en zonder goedkeuring 
Zijner Majesteit, weg te gaan. Geen smeeken noch bidden van 
haren man, konden haar van zin doen veranderen, zoodat deze 
ten laatste, tamelijk veitoomd over hetgeen hij gebrek aan 
liefde bij zijne viouw noemde, zonder een enkel woord tot af- 
scheid, haastig veitrok, en tot groote droefheid van JMm 
zijne tweede vrouw naar lAou-cha medenam. 

Toen hij ter plaatse zyner bestemming vras aangekomen, 
stuurde hij brieven en boden naar zijne vrouw om naar haren 
welstand te vernemen, maar de tweede vrouw die h\| mee- 
genomen had, droeg zorg dat geen der brieven en boden 
vertrok, en onderschepte tevens alle brieven en berichten van 
Jö'hm aan haren echtgenoot, zoodat deze laatste meer enme^ 
overtuigd werd dat zijne vrouw hem niet beminde. 



1) Thans ^OHg-yanff-fou S ÜS^ W> Br. d2<* 6', Lengte 109* 45^ 16". 



105 

IV urmtf^ Jó-lan zat intiiwtchpn veriuU^n <ni <N>niaain in luuir 
bnw. en pein^ulo op wHko wijze z^j ti>ch ile verloren li«»fiie 
««u lian*n «*ch^;cn<H>t we<l«>r zou kunnen winnen. KindeVyk 
b<*slm)t lij liaar hart in een p*dicht uit te storten en bef^on 
Otfi klcin«* vierkanii» stukjtui zijde vAn acht duim in *t vier- 
kmt te wev«*n, waarop zij chineschc karakters in vyf verschil- 
kudf kltMireu borduurde en die ak een paardenAprong-doolhot 
tin elkander voedde. 

Toen zij op zekeren dag met dezen arbeid U'zig wa^, kwam de 
Kmerin in han> kamer, en wan ten hoogste v(>rwonderd over 
de keurigheid van het borduursel en vooral van de zuiver ge- 
werkte chiji(*Si'hc karakters. Zy kon er echUT nieta van be* 
griipen. en Jo-lan wilde haar ook venier geene uitlegging 
ffyen: zoodat óv Keizerin de bi'roemdste geleerden van liet 
tijk bijeen riep om dit kun-stige doolhof te ontcyferen. Niemand 
fckter was daartoe in ^aat, zoodat men eindelijk J6»Um vro4>g 
vie dan wel in het ryk dit kun«ttge wrocht kon ontvrarren, 
«lamp zij antwoordde dat niemand andt»ri dan haar echt- 
faioat daartoe in staat was. 

Onmiddellijk gaf de Keizer b4*vid dat het ^elegante labyrinth** 
'm e«ni met parelen omzet gulden kistje aan Tftm^mo geion- 
im zou wonlen met o|)dracht om het te ontcijferen. 

T^cm-fao. verrukt over het kunstige eii sierlijke werk, b«** 
fMi met allen ijver dit dmilhof U* l)e<tudeeren , en na lang 
toeken \ond hy eindelijk ilen sleutel, en las nu de oplossing. 
Hoe nw«er hij echter las, des te m«*er werd hij getroffen en 
bewtigen door de diepe liefde en smart die in aando«*nlyk e<»n- 
foodige woorden, nui, sprekende levendigheid, was geschilderd; 
aoodat hij eindelyk ontroenl uitriep: »Ik heb het gf*vonden' er 
il «Wnhts tV-ne vnniw in het p'h«*ele rijk die dit kf»n maken, 
éat zou kon \oeleu en Z4mi kon schryven: het is myne betiiiudo 
en %rrlat«*n gade/* 

(Hiniiddellyk z«>nd hy etme estafette aan d«m Keizer en dei^lde 
kern mede dat h«*t dringend niHtdzakelijk was dat Sim-jó-lam 
ëailelyk naar hem toegestuurd werd uin het doi»lhof behoor- 
1^ Ie kunnen fintcijfen*n. Aan fijne vrouw zond hy ti*\ens 
ktmhmr^ geschenken, en bezwoer haar naar liein toe te 



Dr Ketter, die intussclien genen had dat al zyne pogingen 
h| Jé4m Ie \ergv«*ftcli waien, gaf nu gei^illig zyne toestnn- 



166 

ming tot haar vertrek: en toen zij by haren man kwam, ont- 
ving deze haar met al de eerbewyzen eener Koninklijke vorstin, 
terwijl hij het Doolhof als eene sjerp over zijne borst dro^. 

Sinds dien tijd leefden zy in ongestoord geluk tot aan hun' 
dood. 

Men zegt dat Sou-jö-lan meer dan 5000 gedichten gemaakt 
heeft, maar de tand des tijds heeft ze alle vernietigd behalve 
het »Paardensprong-Doolhof", dat sinds dien tyd als model ge- 
diend heefl voor alle latere soortgelijke doolhoven. 

Omtrent het aantal karakters of woorden dat in dit be- 
roemde doolhof zoude voorkomen, bestaat nog al verschil van 
gevoelen; zoo ook omtrent de leeswijze of den sleutel iet 
ontcijfering. 

Mayers ') zegt dat er 840 karakters in voorkwamen; en 
volgens Miss Lucie Fay *) van Shanghai , zoude het uit 800 
verschillende karakters bestaan, die ^00 verschillende ge- 
dichten zouden vormen, en naar alle richtingen te lezen 
zijn, maai* die ook één geheel gedicht uitmaakten, wanneer 
men ze achtereen las. Mejufvrouw Fay schijnt er dus eene 
soort van Palindrom van te willen maken, in het genre van 
de grieksche palindromische inscriptie op de fontein van den 
voorhof der Heilige Sophia-kerk te Constantinopel : NIYON 
ANOMHMATA MH MONAN O^IN (v^rasch Uwe zonden en 
niet alleen uw gelaat), welke van voren naar achteren, en van 
achteren naar voren dezelfde woorden, en dus ook denzeUden 
zin te lezen geeft. 

De chinesche auteurs die wij hebben kunnen raadplegen 
geven het getal der karakters van Jö-lan^s doolhof niet op; 

maar in eene kleine hand>encyclopndie, genaamd M /m W ]RE 
Jih young pien lan of » Handige gids voor dagelijksch gebruik/* 
staat op folio il van het 2^ deel eene copie van het beroemde 
doolhof met het volgende bijschiifl: 



1) Chinese Reader^s Manoal, Shanghai, American Pretbjrterian MiMkm proM 
1874, bldz. 190, N^'619. 

2) Meraoin of notod characters in chinoae histor/, in het tgcbchrift Mphot&ix** 
uitgegeven door J. Summen; Deel I, p. 67. 



ifi7 



m ^1 üv.i» B ^^ 



1^ lö, * T * «I 



t.a! ^ ^ j£ ^ 

m ^\ ^ m t^ ^ 

it j(' )t^ # ift « 



o 



¥ 



^ Ü fir 



I 



Wat aan^mat »r>c go- 
8tikU> zjjde die kaniktM^ 
vormt," 100 was hot Teom- 
footi %rouw van do ««iiorho 
dor Têim die, omdat haar 
echtgenoot ver verwydcnl 
aan do grenzen wus, «H^n 
stuk zyd<* Mroefde en aan 
den Machthebber *) aan- 
bo<KL Over en dwani 
wan*n altemaal karaktem. 
>%ier hariBtogt zeer roe- 
rend ^ns. In het midden 
was eene petitie gestikt 
in de woorden: 

> bied ik den 

Zoon dos Ileinolfi titans, 

» Opdat hy myn vorlicv 
ven g4, zoo npoodig nu>> 
gelijk kooron heet*' 

De Machthebber had 
medol'yden met haar, en 
liet haar^ echtgenoot terng^ 
kwron." 

Wy bobben dos hier wcienlyk hot gedicht tan Som-jó-lm 
tof*r oa«. want Teou-fao was, zooals w'y gezien hebben, haar 
echtgenoot. 

In dit doolhof nu komon slothts 108 karakters vo<ir dio te 
■unen een gedicht in hoptam«*te'm van *24 rogeL^ vormen. Als 
men wil, kan men natuurlyk, door dit* 108 karakters op ver- 
tthillende wyzon aaneen te voegen, oene byna oindeloose 8«'*ne 
van gedichten vormen; maar dit was stellig niet do bedoeling 
van Jó^lmtf on ook de chin<*sche auteur van gi*noemde oncy- 
dopedie gccA den sleutel sk*chts voor «V»no lezing in df vol- 
gende woordtin: 



tó; * ^.n ff 






1» 



z 



m JE m 



I) Mi M,*iln>>g k ii l' 



Lt 



i68 




m "^ - 

m ^ ^\ 

m ^ n 

1^ itk A 



^^1 



n 

m 



# # 



fT 






Na 10 karakters in e 
rij gelezen te hebben , m 
men terugkeerend lezen, 
er rondregels van 7 wo 
den van maken. 

[lieeswUse] : Men ' 
ginne met (de woordei 
1» Tih piek Uang jim teh 
tuk chaot^^ en eindige i 
(de woorden): i^TizeW 



mien mien wou UiaueA eh 
Wy hebben deze aan-wljzing gevolgd en daardoor een 24 

gelig gedicht van zeven woorden per regel verkregen* 
Wij beginnen nu met een afdruk te geven van het Dool 

zooals het in de Encyclopedie afgebeeld wordt: 



o 







^# fe4'^^*#>^#* 


•*->^^ ii ^ <^ ^ -^ ^^-^ 


^-^^ré^^^^^^^-^ir 


^^^^é^^^-^^^-r^*^ 


^^^^^4'^^-#^4^^4 


^^-^v^^%>&l^#«•• 


-^•^"^^^ ^ 4- 4r ^^ i$li 


"^ 4^ <^^^'#^##^^ ^ 


#<^'iir^#^^^^ ^^. 


#<^ ix4#4>'^4^^4i- 


9 


^i^^l^-^^j^^^^ ^^^, 


*#*4'*4#^4«^**^ 



iOO 



eerste en hot loatsto kamktor van het f^icht sUan onder 
er in den rfM:liU>r Inivonhook van het doolhof. Met het 

ïik iN^nnonde. loost mon diagonaal door naar den 

bentnlon hoek; slaat do naastliggende r\j over en klimt 
rediT op naar don rechterbovenhoek. Van daar gaat 
idtuinA-links naar boven en dan weder achuina-linka 
M.>nedofi: en do karakters op deie w|jxe volgende komt 
•indolijk, na over hot geheelo veld gedoold te hebben, 
aan don rechterbovenhoek uit bQ het karakter Cftt, het 

van hot gedicht 

4og«*n zullen nu geen moeielgkheid ondervinden in het 
ran het doolhof, wanneer zg do karakters in de volgende 
de nomen. 



IV 



III 



II 



36 


$ 29 


^ 22 


± 15 


fff 8 


-^ 


1 


37 


* 30 


ft 23 


* 16 


» 9 


m 


2 


38 


« 31 


^ 24 


m 17 


■sf- 10 


n 


3 


39 


* 32 


m, 2r» 


^ 18 


eifii 


A 


4 


40 


^ 33 


^ 26 


Si 19 


m 12 


^ 


5 


41 


X ^ 


$ 27 


H 20 


« 13 


m 





42 


^ 35 


Ife 28 


£ 21 


m 1* 


^ 


7 



XI 



IX 



VIII 



VII 



78 


K 


71 


e 64 


Hfi 57 


J& 50 


* 43 


79 


^ 


72 


m 65 


iE 58 


«51 


tt 44 


80 


\U 


73 


0. 66 


ft 59 


W 52 


fiE 45 


81 


ü 


74 


NS 67 


«•60 


M 53 


* 46 


82 


m 




^ 68 


# 61 


^ 54 


B 47 


83 


ik 


7(5 


^ 69 


iBf 62 


1^ 55 


7 48 


84 


# 


77 


K 70 


ir 63 


ti 56 


n 49 



470 



XVIII 



# 




XXIV 




1^ 



20 
21 
22 
23 
24 
25 
26 



XVII 

m 





62 
63 
64 
65 
66 
67 
68 



XXIII 

17 




ffi 



^ 




8 
4 
5 
6 

7 
8 



XVI 

m 




il- 




XXII 



55 
56 
57 
58 
59 
60 
61 








m 



06 
07 
08 
09 
10 
11 
12 



XV 




^ 





fê\ 



48 
49 
50 
51 
52 
53 
54 



XXI 







99 
00 
01 
02 
03 
04 




xrv 

% 92 
93 

|È 95 
1i 96 
# 97 



xm 

m 








# 



05 W 98 Wi 



41 
42 
43 
44 
45 
46 
47 



XX 




XIX 


H 


134 


IS|3 


a 


135 


n^ 


i^ 


136 


j^i 


^ 


137 


^1 


3^ 


138 


#1 


¥ 


139 


^1 


m 


140 


f^i 



TRANSCRIPTIE i). 



1 Yih pieh liang jin, tchang tuh chaou 

2 Kan tch*ang ts*un toan, loui choang tchoui 

3 Nieii fou hiao ye, kwei ho t'chou 

4 Suh lou chih foung, kioh chaou pi 

5 Tch'un k*ü tbsieou lai, toung yeou tao 

6 Liang lun jih yueh, hou tch'i k'ü 

7 Ts'ieh siang tching fou, kwei puh tih 

8 Sse liang wan li, soung han i 

9 Yen tch*a yü i'oh, yin sin toan 
10 Lan kiao tsou keh, t'ien yai chou 
H Lou youen chan yaou, wou i poan 

12 Koung hiai to&n siao, pou nan i 

13 K*ai siang ts*ü sien, t*ien tchou loui 

14 Toui king sou tchoang, lan tsin sü 



I) Naar franache spelling te lexen. 



k 



171 

15 Yang kien liaiig wan, choang yen ine 
IG Toliao k'ü iiioii lai, toui Unü f«*i 

17 Kou yen t'ien |iioii. diiiif^ tK'an U*ieh 

18 K*in hau tcliiu \vai\i, cliaoii kou wH 

19 Tchih kin tcliiug wen, hien Tien-Uce 
ÜO Tëie WO hing fuu, kih Uaou kwei 

t21 Fou fou |iun >'uli, pili nien ki 

^22 Cliwoui siang tcliouug t*ou, liang pieh li 

23 Iau hing chouo tchuh, san fan hoa 

!24 Th'za? ts'ing niien niien, wou Uioueh chi. 

MKTIUSCHK VKRTALINO. 

1 Sinds mij niyn dierb*re gk verhei, 

leef ik n^edii langen tyd alleen; 

2 Mijn* ingewanden zijn verscheurd — 

en tranen biggelen twee aiui twet*, 

3 Ik denk en peins: nign dierbare gM 

b'y dag en nadit , waar gaat gi* het>n ? 

4 Slaapt Ct6 in den dauw' trotseert Ge stonii/ 

dit baart my ook nog smart en weel 

5 Ik* lente ging, de herfst kwani aan — 

nu nadert wéér de winterdag; 

6 De dagen en de maanden gaan 

in dubbelen kringloop haastig voort; 

7 Fin ab ik denk dat ni'gn gemaal, 

de dapp'n» held, niet keeren mag, 
H Hoe lend ik dan een winterkletnl 

naar *t duizend mylen verre oord l 
1* (tevn ganz«*np>>'t noch Vi!«!k:hen-!H:fiO(»l — 

van nieuw;» en uandit aigesueén! 
lu Vaï elke brief naar *s HeuieU kim 

wordt dtH>r <le bUuwe brug belet 
tl !> w«y is lang, 't gebergte ver — 

wie h*idt my naar m'yn gade lw*en ? 
\i Vm *k heb slediU sdioentjes klein en kort 

waarm«H^ ik nauw een pas verte t 

13 Vtm |iarelende traan besproeit 

den zydraad uit de doos gehaald; 

14 Ea lusteloos voor *t spiegelglas, 

voltooi ik kapsel nocb loilel. 



45 Ik zag en hoorde op de nok 

een zwaluwpaar za&m neergedaald: 

16 Zij vliegen, zij het vroeg of sp^, 

steeds twee aan twee in big verzet 

17 Hoe hartverscheurend is de kreet 

der vdlde gans aan 's Hemels trans! 

18 En achter 't eenzame gordijn, 

hoe kil mijn peluw en mijn kleed! 

19 Dit stikwerk van karakters vol 

bied ik den Zoon des Hemels thans, 

20 Opdat Hij mijn verheven g& 

zoo spoedig mogelyk keeren heet: 

21 Want echtgenooten zijn toch gaam' 

totdat de dood hen scheidt byéén; 

22 En bij het halve levenspad 

te scheiden, was mij onverwacht I 

23 Op 't oogenblik van Uw vertrek, 

gingt Gij met een koel afscheid heen; 

24 Maar mijne liefde is voorwaar 

van eindeloozen duur en kracht 

Tot goed begrip van bovenstaand gedicht zijn een paar op- 
helderingen noodig. Met de woorden inslaapt ge in den dauw*' 
van den i^ regel verstaat de Chinees dat wat wy verstaan met 
> onder den blooten hemel te slapen.'' Onder de woorden: 
>6anzenpost en Visschen-school" in den 9*" regel verstaan de 
Chinezen briefwistélmg ^ en wel om de volgende redenen. 

Zooals bekendis, trekken de vdlde ganzen, die in het hooge 
noorden broeien, gedurende den winter naar zuidelijker stre- 
ken, en vertrekken, als de zomer aankomt, weder naar hunne 
noordelijke broeiplaatsen. Deze migraties hebben in China zeer 
regelmatig plaats, zoodat men de wilde gans den bynaam ge- 
geven heeft van Tehi-ehi^iao , > Vogel die de tyden kent" ^). 
Daarvan is dan ook dikwerf partij getrokken om berichten over 
te zenden wanneer er gecne andere gelegenheid bestond. Onder 

anderen door SotMoau W^ ^ $ getrouw kamerheer van Keizer 
ffan-wau, toen hy in het jaar 100 voor Chr. door den Keiier 



O 



M^f^Ml Viae Ift^. 



173 

op eesie missie naar de Hiovng-nou gezonden, en door den 
jLHan der Sioun^-nou gevangen gehouden werd. Hij ving eene 
"^ndlde gans in het begin van den winter en bond aan eene 
pooten een' brief waarin hij zijn' toestand aan den Kei- 
openbaarde, waarna hij de gans de vr^heid gaf. Deze 
trok zuidwaarts en werd toevalUg door den Keizer zelf ge- 
sdioten, die daardoor vernam wraar zich zijn trouwe dienaar 
opliield, en toen maatregelen nam om hem uit zijne gevangen- 
scbap te verlossen ^). 

Van visschen is door Chinezen herhaaldelijk gebruik gemaakt 
om geheime correspondentie over te brengen ; meestal van doode, 
als -wanneer men den brief door de ruime keel van den visch 
tol in de maag stopte. 

Een oud chineesch gedichtje^) luidt aldus: 

ê Ju S S K .¥. # Jè 

Een gast die uit den vreemde kwam 
Schonk mij een tweetal karpers; 
Zeg! kok! kook fluks die karpers. — 
Daar binnen was een zijden brief; 
Ik knielde lang en las dien brief: 
Wat meende hy wel met dien brief? 
Een goed geregt vond ik daarboven; 
Van onderen zijn' eeuw' ge trouw *) ! 

In den volgenden (of 10<^") regel beklaagt Jó-lan zich dat de 
»blauwe brug" hare correspondentie belet. 



* 




1) Men lie de ^ ^ geciteerd 'm de Encyclopedie P[ ^ ^ ^ ' 
^EP 19, Art aIS o 

8) IVid. ^ 29, Art. M o 

S) D6 rgm ted het oorspronkelijke is in de vertaling behouden: 



K^ ti*biiiig yoaeo fang lai 
KicB woa efaoang li yü 
Hbi eiirii p'tog li yü 
Teèoong yeoa tch*üi sou cbou 



Tchang kwei tuh sou chou 
Choa tchoung i ho jou 
Chang yeou kia ts'ian fan 
ilia yeou tchang aiang ssc. 



174 

Dezo blauwe brug, nab\j de oude Hoofdstad van China, 
TcKang-ngan^ gelegen, is vooral beroemd als de plaats ^raar- 
onder de getrouwe Weirsang-Jcao ^ 3£ 1^ door een plq^se- 
ling opkomenden vloed omkwam, terwijl hij daar eene vrouw 
afwachtte met wie hij een rendezvous besproken had« Be- 
roemder echter is deze brug wegens het avontuur dat een zeker 

F^ei'\ang ^ ^, een geleerde der Tang-dynastie, daar had. 

Deze JP'ei-hang had eens van eene dame, Yotm-Jeiao 3F ^H 
genaamd, het volgende vierregelige versje gekregen, 

' W^ ^S, 5fe ö JB 3E Yih yin k'ioung tsiang pih kan sang, 
S ^H^ 1© ffi ^ ^? ^HiouenchoangtaotsinkienYoun-jring. 
^ 1^ ê :ë f $ fllj j^ Lan k'iao tsze chi chin sien kouh, 

i^ ^^ rt^ ÉÊ -t 3Ê M Ho pih k'i k'ü chang yuh kmg. 

Proeft ge slechts eens van 'troode vocht, 

dan wellen honderd driften op; 
En is de zwarte rijp gestampt, 

dan ziet ge Young-ymg op uw pad: 
De blauwe brug is inderdaad 

der geesten en der feeën grot, 
En zeker niet zoo iiiw en steil 

de opgang naar de Jaspis-stad. 

Toen hij eenigen tijd daarna de blauwe brug bij TcKomg- 
ngan overging, kwam hij aan eene hut, en vroeg aan een oud 
besje dat voor de deur stond om wat te drinken. Het oudjje 
riep toen: i>Youn-ying ! breng een kopje stroop." 

Hang, die zich toen het vei-sjc herinnerde, dat Youn-hKiao 
hem gegeven had , wilde dadelijk met Yaun-ying trouwen , maar 
de oude vrouw zoide : » "Wanneer gij een vijzel en stamper van 
jaspU zult gevonden hebben, kunt gij haar krijgen." Na 
eene maand vond Hang beide voonverpen en trouwde Yom^ 
ying. Beiden veranderden toen in geniën en verdwenen spoor- 
loos ^). Om deze redenen is de uitdrukking :ftblauwe brug" 



1) Vergeiyk: Mayen, Chme«e Rcader's Manaal, N<>. SSS en 841; O. Sehle- 
gcl, GcMhiedenis van het gebloemde briefpapier bldx. VI, nota Vil 2, en bldi. 
60 waar de student JAang zich eveneens beklaagt dat h^ geen' w^ uur de 
blauwe brug wist om Tao-ntn, z^ne beminde, te ontmoeten. 



175 



linnebeeld gowordon van do liefde tusschen miniuiani. ïó- 
beklftiigl zich dat z\i deu weg niet vinden kan naar de 
blauwe brug, d. w. z. dat zy geene gelegenheid heeft oiu 
hsmi inan een* brief te sturen naar de vemryderde grensplaats 
hy zich bevond. 



Vs. 13 luidt letterlyk: »myne gi*b<)gen schoentjes zyn kort 
m kU*m\ M<ii wi*et, dat de voeten der chineache dames in 
Je prille jeugd verminkt worden door dat men den grooten 
toon onder de voetzool brengt en dan den voet zwachtelt Uien 
tm gvvolge loopt de scho4*n aan dc^ neus met eene kromming 
op, en gaan de \Touwen zoo moeielyk, dat zy niet dan op «»cn 
■tok of eene slavin gi*steund, lange wandelingen doen kunnen. 

In \ers 17 noemt YthUm den kreet der wilde gans hartver- 
•cheurfud. I)ez4* UN>s|M*ling vindt men retnls in d<* Cki-tm^ of 
brl » liederen- b<M»k'\ in de 12** ivuw vcVór onze jaartelling ge- 
compileerd; waar de dichter h<*t door voortdurende onlusten 
imn zyne haardsteden venitrooid«* en ronddolende volk vei^^lijkt 
m d«* wilde ganz4*n die ru.steloo8 h<'i*n en wet*r tn*kken, en 
daarbij hun* melankoliekcn kn*et Oo-yo laten hooren '). 

Yen» 19. I>e Z4»on di*n llenR*ls is de Keizer die zich aldus 
Doemt evenals onze vorsten zidi >V«in Gods genade** noemen. 

Vs. 21). Letterlyk : iis|»niakt ge slechts drie (d«*«>len) woorden. 
IV hU|M*rtatief wordt dikwerf in het Oiinecach uitgedrukt door 
Hisn ^lem, naar h<*t tientallig stelsel waarbij 10 het vohnaakte 

c^ler is. i TT 9T » »tien deelen goed" beteekent in 't Oii- 
ftmch > volmaakt g«M^". iHiar ecbtiT Teaw-fao slechts een 
koH a&chriil \ati zyne gaile genomen had, ziH>als wy in «Ie 
fracliirdem«i gelezen hebben, zeide zyne vnmw dat z^n afKlieid 
akchu 'i,, d. w. z. on\olledig en koel wat. 



UI. 04f \n. a. mfm^. Ltfft, Cki^tmt ClMiei. ToL IV. P. 11. p. sfj. 



BAGOES HOEMBARA 



or 



MANTRI KORIPAN. 



BALINEE8CH GEDICHT, 

TmK«T ■« VKDIRLAVDSCHB TIRTALIVG l»T AAVTBIKKVIIIOKV 

BEWERKT 

bOOR 



R, VAN EOK. 

Sc«driiBK op RdL 
(ViTYülic en alot.) 



yn. 



427. Rahadèn mantri mamargga - poen Semar nampi riug hori - 
pam'radjaué sampoen hedjoh - tan koijapannj& ring hen o e 
riug Matahoen sampoen prapta > - sri boepati - 
sMek tinangkil ring djaba. 



428. Pramantri né manampijak - Brabmani Pradéwa aami - 
m'wah patih sami ielasan - manaiigkil Hid& sang praboe 
sang nata mendak ban tinghal - kagèt prapti - 

Bagoes Iloembaii ko tek&. 

429. Mahi té tjahi pahekang - bareng dini jèn malinggih - 
sang praboe ugandika halon - sida bahan tjahi Bagoea - 
mangoetoes bapS né soeba - t^kèn tjahi - 

Bagoes Hoembara ngatoerang. 



i 



I Elders: Tan kotjapan ja ring margga • pamarggil 

[raden mantri • 

kagèt sampoen tatnpek pisan - raden ja ring paaii 

[hagoeng - 

mangrarisja ka ban tj inga h. 



HOOFDSTUK VU. 

RAOOrü HoEMBAli KBRRT MKT DR BROARi MADOR RN fM>R?IOR!<0 
«R^JAM AAN IIRT HOP TAN IIaTAIIORN TRRIVO RN RKIHT VOOR 
DR Dr.RUR MAAI. NAAR KrDIR1R| WAAR HIJ MRT DR KRUOK- 
FEIIiSRü IH HRT HUWRI.IJK TERRDT. 



427. No ging Ragoes Hoembtri (voor goed) op weg, gevolgd door 
Srmar, dit (eeo eo ander) achter hem aandroeg. Vin hnone 
rm worden geene bijxonderheden vermeld. Spoedig hadden tij 
de btdplaaia (van den klniienaar) een eind achter den mg en 
hei duurde niet lang of lij traden (de ttad) Mataboen binnen , 
en wel juist op het oogenhlik dat de koning in den voorhof 
van zijn paleis aai, 

42h waar de prinaen en de prieaterf met de rijkagmoten en leger- 
hoofden, in rijen geschaard, voor hem neerhurkten. S^ijnr llajea- 
teit keek juist even op , toen hij den kroonprins lag aankomen. 
* Zoo, Ragoea Hoembaril lijt pj daar?« (dos riep hij hem toe) 

4£9 'Kom, treed nader en ga hier bij mij zitten! (De kroon* 
print voldeed daaraan, waarop) de koning voortging: 'Wel, 
mijn vriend I is *t u gelukt te volbrengen, wiiarvoor ik o lH*b 
oitirnonden ? « Bagues iloembmra gaf vrnlag van zijue reia 
(acrirgende:) 



180 BAGOKS HOEMBARa. 

480. Hinggih sadya tityang Déwa - pangaiidikan sri boepati - 

s'gara madoe goeuoeng m'njau - polih pisan tityang sainpoen 
di djaha tjahi inabahan - sadya polih - 
hinggih hadoh saking Djawa. 

4j'31. Tityaug matoer riug hi Déwa - sampoen inaugoengkab hiriki 
ring Daha hoengkab sang katoug - sang praboe s()ek& manoeroet 
doeh tjahi ké djaui ngaba - bapan tjahi - 
mambakatang hogya ngab&. i 



492'^. Kènak Elida né sang nata - pajoe maboentjing né mangkin 
panglamaré né ka Deha - kènkèn patih sira d'moeng - 
m'wah ta pada pramnutrya - matoer haris - 
Brahmana lawan Satrya. 



483'^. Padanda mamatoet pisan - kadi joen sang sri boepati - 
b'tjik né mangkin gelisang - pramantri hoematoer-hatoer - 
ring Hida padanda matoer - matoer bakti - 
bin pidan b'tjik déwasa. 

4'54'^. Betjik padanda rawosang - mangdé g'lis hoegi mangkin - 
pawarangané sang na^a - padanda watjana hah)e8 • 
hinggih sandikan sang na^a - kalih tjahi - 
bapa mangiringaug pisan, 

435^. Doeh j a j i patih prasama - poenggawa lawan pramantri - 

pangarahin wad 'wan hingong - noena:} lemah mapakoelkoel - 
malii^a pada serahang - pitoeng siki - 
bawi hanang tigang benang. 

486^. Né mahadji panjijoewan - lawan beras pitoeng tali - 

kambing solas toendèn uggorok - kidaugé serahang aatoes - 
hangsa satocs tigang dasa - hoelam pasih - 
wang tani k'nahin ngébat. 

1 KUlcr:?: Sang praboe raris narima - sadyan bapS në 

[ring tjnlii - 
paran panahocran bapa - t'kcuing hi tjahi Hagoes - 
njidajang k'nehé legli - t'wah né mangkin • 
ugoeloeriu manali hindrya. 



MANTKI KORIfA?(. I8l 

4S0. »Odi ij te dienen, mijn IloerI ik ben zoo (j^lukkij; t<rweeHt 
van uv berel ten nitroer te kunnen leggen; ik heb de segari 
ma'jfie met den goenoeng menjan wel degelijk gevonden. # 
<» Waar hebt gij ze gekregen ?« «Met aw verlof I heel ver van 
hier, op Java. 

431. "AU ik echter soo vrij mag zijn, dan loo ik Uwe Majeateit 
aanraden om (de kift) niet hier maar in Kedirie te openen. «^ 
De koning keurde dit goed (en voegde er bij :) 9 Komaan , dan 
moet gij ze ook gaan brengen f Daar gij een en ander opge- 
spoord hebt , zoo ia 't billijk , dat gij het ook (naar Kedirie) 
overbrengt. • 

4S2 Zijne Majesteit was zeer in zijn schik, no aijn huwelijksplan 
kcin doorgaan en hij in Kedirie de bruidegom zou worden. Hij 
vroeg den aanwezigen hoofden en voornamen , wat zij van de laak 
dachten, waarop al de prinsen met de rijksgrooten en de leger- 
hoofden op beleefden toon te kennen gaven (dat zij zeer mei 
dit huwelijk waren ingenomen). 

4-1 S. Ook de prifster kfunie het voornemen van Zifne Majesteit 
goed en drong er zelfs op aan om spoed te maken, waarom 
de adjudanten zich voor Zijne Heiligheid neerbogen en hem op 
eerbiedigen toon (vroegen), zeggende: «Wanneer is Heen ge- 
lukkige dag? 

451 • Het zou niet kwaad zijn als U zoo spoedig mogelijk des 
kouings huwelijksdag kondet bepalen. * De priester antwoordde 
vriendelijk : « 't Is goed , ik zal aan het verlangen van Zijne 
Majesteit en van u allen zeer gaarne toldoen (en de zaak onder- 
zoeken). 

4S5. No gaf de koning bevel aan de hoofden met de prinsen, 
zeggende: «Roept al mijne knechten bijeen; laat allerwege de 
alarmklok geslagen worden, dat iedereen het hooren kan. (ieeft 
dan zeven witte hufleU uit (om geslacht te worden) mei om 
eo bij de vijf en zeventig varkens, 

4M. 'van duizend duiten het stuk, en zeven duizend (maten) nj»t. I^aai 
ouk elf geiten, hondrrd reebokken met honderd dertig ganzen 
•lachten Vn zorgi tevens voor de iioiidige) zeevisch. Gelast hei 
gewone desMvolk om het vleetch te komen kort hakken ea 



182 BAOOBS HOBMBABa. 

437^. Tagih hembak ring sedahan - g'nepan djadjaton tagih - 
soeb4 hada pa4a reko - kènapatih «ahoer manoek * 
aandikan Ilida sang uata - poepoet sami - 
paDgrawoeé di bautjingah. 



438^. Tan kotjapan di bantjingah - higel-higelan né sami - 
gamboeh lèu to wajaug wong - baris kakoepoe mataroeng 
boeka t'wara nampak lemah - hangiderin - 
djalaué mangriugring boeng&. ^ 



439^. Lèn to malih djogèd lègong - matoeloebangi mabalih • 
kesel di bantjingah reko - kedèké ramé makoetoeg - 
babahoedané mangèndah - pad& pangid - 
manjolkhaug babahoedan. 



440^. Lèn to lègongngé kahoetjap • lalampahan reko mangkin 
djalan ARDJOSNa matapS - matap& ring MahSm^roe - 
widyadari né manggo<]a - pitoeng diri - 
magenti pada mambédL 

441^. Di djalané wahoe medal - lègongé ngéroetang hati - 
lyar lijer mahalingan - nggawé raras kadoek njoenjoer - 
masaléjog mahoelatan • kadoek bangkit - 
ngawasang PARta matap&. 



442^ Tan kotjapan poenang tjarit& - sang praboe boe4al katatigkil^ 
mangraris Hidi ka djero - patih pramantri s'moe goejoe - 



1 Elders: Né maui pisan poepoetang - kraj anio lahoeft 

[maboentjing - 

lawoet man'doenaog hegoug - nem baroeng lahoefl 

[mataboeh - 

sampoen mas'wnra ring djaba - gamboeh midjil - 

djogèd lègong mahigelan. 



MA^TRI KümrAN. IMS 

\ t^nondigi drn 8e(lahan uit om hen daartoe wel in de f(i!tnr(*n- 
hnd te willen stellen. Verzoekt hem ook <Nn voor de noodige 
kruiden te zorgen , (daar) hij alles onder zijn bereik heeft. # 
De hoofden antwoordden als uit eënen mond: «^Hei aal ge- 
schieden zooals Uwe Majesteit beveelt 1 1^ En hiermede was de 
beraadslaging in den voorhof afgeloopen. 

S. Onze pen schiet te kort om al de feesten en danspartgen te 
beschrijven, (die nu) in de bantjingah (volgden). Eerst werd de 
gamboeh gespeeld , om plaats te maken voor eene iooneelvoor- 
stelling met maskers. Daarop volgde de (zoogenaamde) vlinder- 
dans« waarbij de tegen elkander indausende partijen ab over 
den grond zweefden, terwijl zij onafgewend de oogen gericht 
hielden op de bloemen (die hier en daar op stokken waren 
geplaatst). 

9. Ook de verschillende dansmeisjes (traden op), tot groot ge- 
noegen van de duizende toeschouwers, die elkander op hoi 
voiirplein verdrongen en (bij wijlen) de lucht van hun gelach 
dellen weergalmen. Het regende kwinkslagen, (daar) elk (der 
dansmeisjes) uitmuntte in de kunst om beur gezang door allerlei 
ondeugende aardigheden af te wisselen. 

D. tlindelijk maken wij nog melding van eene andere partij dans- 
meisjes, die de # Boetedoening van Ardjoeni op den keiligeo 
berg lléroe^ speelden (en «el dat gedeelte, waarin deae hei- 
lige kluizenaar) zeven maal achtereen door even zoovele bemel- 
niuifeu in verzoeking wordt gebracht. 

I. Op het oogen blik dat deze bajadeeren te voorKhijn kwamen (en 
ai dansende den ingang van het plein naderden) waren zij (reeds) 
hartbetooverrnd schoon. Uoe onweerstaanbaar moesten zij echter 
niet Eijfi, toen zij in de verleidelijkste houding mei het hoofd 
een weinig op zijde gebogen, zich nu eens voor de opening 
vertoonden en dan weer wegschuilden , om zoo doende de aan- 
dacht ^ïïn Parta, die daar verdiept zal in zijn gebed, lol zich 
te trekken. 

*i We zullen niet verder over deze geschiedenis uitweidrfi. (Va 
atluop van de vertoouing) gaf de vorst het sein lol opslaan. 



184 BAGOS8 HOEMBARa. 

sami mantoek maloewaran - Wèsya Warggi 
Brahmaua lawan Pradéwa. 



41'3. Moeni gamboeh lan toerasi - gending loewang koemalilik - 
kèkèloran wajaiig kang wong - kaDg manotiton sek soep^noel. 
solah bedil baris djaugkang - kala wengi - 
wajang gamboeh wajaog prawa. i 



444. Tinaboeh gendèr mangraras - kanga pragina wong hiitri 
hajoe-hajoe hanom haiiom - gahok sami wong handoeloe • 
Ilida histri ring dj'ro poera > - manoekangin - 
gagawé * sarwiring karyl. 

445. Hoendang hoendaugé né kafah - mahébat pratyakci suni 
t'ka pragina uaboeh gong - s^warané mangaloen aloen * • 
moenjinjaué tjoemangkirang • - maugrerengih - 

s'wara karoeng'wing hambara. * 



446. Finah sandji mangkin hoesan - p^teng had& wajang Bali - ▼ 
dalang saking Padjang-hanom • m'wah 4al^g Pamotan 
heuio dalang kasoeb pisan - sVara manis - [rahoeh • 
babanjolan ndoedoel tjita. 

447. W'ngi sampoen ^awoeh lima - tan tjinarita né mangkin - • 
' rahina kotjapau reko - sang praboe ka djaba sampoen - 

djarané sampoen mapaja» - sri boepati • 
sampoen hoesan makoeramas. 



1 Elders: Sang na^a moengg'wèng balé mas - ring pa- 

[mengkangnj& malinggin - 
tinaboeh gendèr hangraras - pragina wong hiatri 

[haj oe • 
hanom hanom Twir hjang Kèndra-mangèdanin- 
sararas nggawe koeng rimang. 

Elders: (j'lis Ilida ngrawosang. > Elders: bebanten. 
// m a n g a 1 o e p a 1 o e p. 
V S''mar lawan pagoclingan. 
// sülahe kat ah toutonan. 
'/ waj ung KMi iig. 
» ma^'waraniug rakang latri. 



MANTRI KORirAX. 1H5 

door lich naar sijiie vertrekken te begeven, waarop al de aan- 
welige grooten met vroolijke getichten het paleis verlieitD eo 
uaar hnit terugkeerden. 

Md. (InUuachen donrden de feeiiteu voort). (Telkens traden) tan 
aanschoawe van doixende menschen , die als haringen op elkander 
gepakt laten, de gamboeh's met hanne elowns (op) en droegen 
bij bet stijgend gelald van de gen<)ing loewang hun geiang 
voor. (Daarop volgde dan weer) eene gewone tooneel vertooning, 
afgewisaeld door verachillende krijgspelen , terwijl des nachts alle 
mogelijke wajangs speelden, 

M4. waarbij jcmge en schoone mei^jea de gendèr sloegen, die boo 
liefelijk klonk , dat alle toeachonwers er verbaaad van stonden. 
(De andere vrouwen waren) achter in het paleis (dmk beaig) om, 
onder de leiding van de vrouw des hoogepriesters , allerlei 
voor het feeat in orde te brengen. 

MS Tal van genoodigde gasten, die verstand daarvan hadden (be- 
ijverden fich dagen achtereen) om het vleeach (van de geslachte 
dieren) kort te hakken (bij welken arbeid) de muxiekanten de 
goog kwamen slaan, waarvan het geluid wijd en tijd gehoord 
werd. (Elders) werd de tjoemang kirang bespeeld, wier 
liefelijk geklank tot boven in de lucht weergalmde. 

4M. Eerst bij het vallen van den avond hielden (alle weriiiaambeden) 
op. Des nachts speelde de wajang Rali , waarvoor de dalanga oit 
Padjanganom en van Pamotan waren overgekomen, die 
beroemd tijn om hunne schoone en welluidende stem en wier 
gra p pe n hen tot ieders lieveling maakten. 

ft47. (Zo apeelden lot) diep in den nacht en hier eindigt ook ons 
verhaal (van het feest). Zoodra de (bestemde) dag was aangebro* 
ken , spoedde de vorst zich naar buiten , waar aijn paard reeds , 
prachtig uitgeduscht, voor hem gereed stond. Zijne Majesteit had 



186 BAQOKS HUKMBAKa. 



448. Mawastra jèn tjikra biwa - makampoeh tjaudanA kawi - 
matjot& pafola hidjo - masahoek taloeki haloes - 
mag'lang-kana mas ngaranjab i - njoengkMang k'ris * 
macjanganan mirah ratna. 



449. Hali-hali patikredap - mas'kar toendjoeng biroe hasM - 

moenggah ring koeda tanalon - mahiringan joewang ngéwoe - 
Bagoes Hoembara mamargga - sadi njamping - 
Hida makti patjanangan. 



450. Tampek ring uagarèng D&h& - pandjaké hakèh pabisik - 
hento né ngaba paboowan - pantesan Hida di 4oehoer - 
sang praboe ngaba pab'wan - kèto hasin - 

sang praboe sagèt ngroengoewang. 

451. Sang praboe halon ngandika - Bagoes Hoembard kesèngin - 
tjahi pèt manoenggang koed& - depang niamau djani toehoen - 
Bagoes Hoembaii mamindah - tityang pamit - 

rin^ hi Déw& noenggang koeda. 

452. Bagoes Hoembara hangrasa - haw'toe sabda ring ngati - 
kènkèu kajoené sang na^ - dadi hawaké kahoedoeh - 
djani menèk noenggang koeda - singnja tani -. 

m'lah kajoené sang na^A. 

453. Sang praboe toemoeroen hènggal - dèh patjanangané tjahi - 
k'ma tjahi noen^ang koeda - doeh Déwa Ratoe sang praboe* 
tityang daweg mindah pisan - sri boepati - 

babetèn Hida mamargga. 

454. Tan kotjapannj& ring margga - prapti ring Daha hag^lis - 
hiriugang sahoepatjara > - sang natèng D&h& kadjoedjoer - 
sMek katangkil ring djaba - mangrawosin - 

hokané sedih tan pasah. 

i Elders: poepoepak (Zie vVoorloopig Versiag/i' blz. 54.) 
2 Sagèinyfi dané prapta- ratoe Mataiioeii di 
hori - ngaba rèmpyak ngaba rcmpyak. 



lU.!fT1U RORtVAN. 1H7 

reeds xijn haar opgemaakt (fii zijne staaUie-kleederen aüiige» 
Irokkeit). 

48. II IJ droeg een' rok van tjikrabiwi-stof, een 'boveuklffd van 
tjandani kawi, dat door een groen gebatikten «lip kon worden 
opfcehoudeo en eiiidel\|k een* prachtig gmeueu gordelband. Ook 
prijkte hij met gouden boveuarmf banden , die een feilen glans 
om zich heen verspreidden. In zijnen gordel stak eene kris, 
vaanran het gevest met de schoonste ju weeleu omzet was, terwijl 

49. aan zijne vingers (kostbare) ringen schitterden. Keu paar prach* 
tig blauwe lotusbloemen achter de ooreu gestoken (voltooiden 
zijn toilet). Vlug steeg Zijne Majesteit te paard (en begaf 
hij zich op weg) door twee duizend dieuareu gevolgd. Bagues 
Hoembari liep half ter zijde (van het paard) en droeg (den 
vorst) de siridooa (na). 

kM. Toen het geselschap in de nabijheid van Kedirie gekomen waa» 
begonnen eeaigen van de dienaren met elkander te fluisteren 
(zeggende:) ^rllet zou beter staan als hij» die daar de siridoos 
draagt » op het paard zat en Zijne Majesteit de doos droag. Zoo 
aoQ 't eigenlijk behooren.^^ De vorst ving toevallig die woorden op. 

kftl. waarom hij Bagoes Uoembara op bedaarden toon tot siob riep 
(en hem aldus aansprak:) «^ Komaan, ga gij op het paard zitten : 
wacht even, ik aal wel afstijgen l** Bagoes Iloembari wees het 
aanbod beleefd van de hand, 

ftt. terwijl bij (over bet vreemde daarvan) nadacht en bij zich xelvan 
aeide: «Wat sou Zijne Majesteit daarmede voor hebben, dat 
hij mij beveelt om op te stijgen en (zijn paard) te benjdenP 
Ik vrees dat hij niet veel goeds in den zin heeft!'» 

M. Intnsschen was de vorst haastig afgestegen en beval hij den 
kroonprins nogmaals om hem de siridoos over te geven en op het 
paard te gaan zitten. Deze bleef echter halsstarrig weigi*ren, waarop 
ook gene zijne reis te voet vervolgde. 

M- Meer bijzonderheden worden er van hunnen tocht niet vermeld. 
Wetdia kwam het gezelschap met al wat zij bij zich hadden te 
Kedihe aan, waar zij regelrecht (naar het palei») trokken om 
bonne opwachting bij den koning te maken. l)eie zat op dat 



188 BAGUES HOBMBAUa. 



455, Kèn Bajan halon Iiangoetjap - sampoen Mirah goeng anangii 
hapau Widi tnauggeuahang | - mamantjaua > Déw& Ratxie - 
mase bina hantoek tityaug - hiriug mangkin - 
kahjoené Hida sang nata. 



456. Koedyaug uira dja ujaroewang - tan hoeroeng kahi mati 8*43i - 
di djaha hi b'li uongos - djoewang tityaug Vli Bagoes - 
hadjak pisan tityaug p'djah - b'ii lali - 

satatagon » t'kèu tityang. * 

I 
j 

457. Ratoe Matahoen woewoesan - saoipoeu praptèug Dah& mangkiit - j 
ka bantjiugah raris ngodjog - sang praboe Daha kawoevroes • 
kari pepek panangkilan - patih mantri - 

pada toemou hagrawalau. 

458. Lewih ta woug djaba djaba - pad& kamemegan sami - 
Bagoes Hoembara liuguyalon - ^oeh Üéwa Ratoe saug praboe • 
tityang maugkin mangatoerang - ring n'repati - 

s'gara madoe goenoeug m'njau. 

459. Ratoe Matahoen ilgandika - kema ké hatoeraug tjahi - 
Bagoes Hoembara djoemodjpg - sang praboe Dah& kadjoedjoer - 
toemoeli ngatoerang seinbah - doeh poeniki - 

s'gara madoe goenoeug m'njan. 

4C0. Sang nata Daha ngandiki - patih kem& ké * ka poeri - 
hatoerin t'wan galoeh reko - telasang sapoeri peaoe • 
patih Kapoenta mamargga - praptèng poeri - 
matoer ring sri pramis'warya. 



461. S'gara madoe goeuoeng m'njan - poenika jèn sampoen pnpfci • 
paugandikan üa sang katong - telasang sapoeri metoe - 
raden gaioeh pramis'warya - Bajan Sanggit - 
Tjondong sagrehau ka djaba. 

1 ff manitahang. ^ Elders: ha mi roe da. 
' » manjama. ^ Elders: Kapoenta. 



oogpnhlik }ü\»t buitm, omringd van zijn grvolg, mH wir hij 
ctwtT zijne dochtrr sprak, dif nog altijd (harrn Tf Horen bruide- 
gom) heworndf. 

M. (Mfrrmalrn) had hare vertrouwde hofdame op beleefden toon tot 
haar gexegd: «^Ween toch zoo niet, mijne lieve! daar immera 
de goden hebben toegelaten , dat dit kwaad over U komrn mü I 
(Kn als ik zoo spreek) dan doe ik niet anders dan den wil 
van Twen koninklijken vader te volgen (die U gaarne vniolijk 
liet).- 

M. (Kdoch de prinses het zich niet gezeggen). «Hoe kan ik« (dus 
sprmk zij) «^dit leed van mij zetten ! Ik zjil en moet van verdriet 
sterven. Mijn vriend, waar bevindt gij U toch? Kom mij toch 
halen en neem mij nu dadelijk met U in den dood! Gij ver- 
geet, dat ik r'we bruid ben.« 

M7. Nu keereu wij tot den vorst van Matahoen terug. In de stad 
Kedirie aangekomen, ging hij ter>tond naar het paleis, waar 
(gelijk wij reeds zeiden) de koning nog altijd net^rzat, omringd 
door tal van prinsen en legerhoofden , die allen haastig op zijdt 
weken (toen zij den stoet zagen aankomen). 

lU. (>>k hf*t (aanwezige) volk zat stom van verbazing naar (de vreem- 
delingen) te kijken. (Kindelijk trad) Kagoes Iloembari (nader) 
en sprak op beleefden toon: «^Mef l'w verlof, Groote Heer en 
K«>ning! Wij komen thans Uwe Majesteit de 'segara madoe^^ 
mH d«*n «"goenoeng menjau'» aanbieden.'» 

tt9. rv Tortt van Matahoen gebood hem daarop om vooruit te gaan 
en een en ander (den koning) ter hand te stellen « waarop de 
kroonprins op zijne Majesteit toeging, zijn sembah maakte en 
leïdr ^Met l'w %erlof! hier heeft IJ de honigiee met den 
w^rrrïokbfrg.* 

IM. Nu naiF de kniiing vnn K«Mlirie het wcmihI rn beval den |>atih 
om naar binnen te gaan en aan de prinses (njne dochter) te zeggen , 
dat rtj met al hnre hofiUme» en vrouwen naar buiten moesl 
k<irnrn , waarop de |Nitih . Kaptenta was i^ijn naam • terstond 
v«*rtn>k. In het paleis gekomen , bracht hij zijne boodschap aan de 
kot.i:i/in over (zeggrnde:) 

Mll . 'fW segara madoe en de gnenoeng menjan zim aang»*komen 
en nu beveelt Zijne ülajesteit, dat allen, niet ééne uitgezonderd, iu 
drn VfMirhof zullen komen.'» Terstond begaven zich allen, de prin^ra 
wiH de kcmingin en de verschillende hofilames, naar buiten. 



190 BAOOES IIOKMRARa. 

462. Sa])raptané vin^ bantjiiigah - sang praboe njingak 1/wan dévi - 
goeroeiie nprandika halon - ngoecl& njahi simprang simproeng • 
rahadoii galoeh ndjrit lam - goeroe hadji - 
tan hoeroeng p'djah hawak h in g^ wang. 

463. Sarwi hanangis ngandika - hadoeh Déwa goeroe hadji - 
hanak tVah pada manganggo - mawastra miwah masaboek - 
tityang sampoen tVah mawastr& - tnatoehoetin - 
sabikas-bikasing hanak i. 

464. Goeroené hangrasS rasa - koedyang j& bas paledjehin - 
b'ueh bannja djaui kèto - pesoe j& manganggo koesoet - 
soeba hija k«^ toehoetang - jan lemesin ^ 

tan oeróeng manggawe tjara. 

465. Lah pada mahi pahekang - goeroe noendèn mangoengkabin - 
pramènak histri mahekang - pada ngabih raden galoeh * 
d^mang d'moeng mantri pada - tampek sami - 

Bagoes Hoembara kotjapan. 

466. Haloenggoeh sareng sang nata - Matahoen tampek malinggih - i 
pramantri hadjadjar-djadjar - kadéhan ratoe Matahoen - 

sami marep ring sagara - sri boepati - 
Daha ngandikajang ngoeugkab. 

467. Goenoeng m'njané kahoengkab - katon matjan né man4elik - - 
law^jan lan singa barong - koemangmang moengsoer koekoetoeg ' -^ 
darèsdès lan tangan-tangan - tendas bontit « - 

matanét IVir soerya kembar. * 



468. Naga pasahé manjebak - pasoelijab ngresang ngati - 

sang natèug Matahoen ngetor - takoet^ sampoen mamoepoet - 



1 Elders: 8'gara madoc goenoeng menjan pangwijin 

[bapa ngoeni - 
(I (Ml ing dan e hoes mam bah au - kahatoering 

[bap& sampoen - 
poeniki jèn sampoen teka - pramis'wari - 
sa poen a pi j(>n roe pan ja. 

2 ff -.jènpindohin. * Eldors: lawrjnn ditoe. 
< ff : boen tik en goentik. 



MAVTai KOEIPJIX. 191 

MB. Znndrt zij in den Yoorhof Terichfiien, keek de Yornt fijiif* 
dochtrr Mn en nprak op strengen tcxm : «^Iloe komt ge xno 
»lonlig gekleed en ongektpt?>' Hare hoogheid begon te kennen 
aU iemand, die pijn heeft (en antwoordde:) «Mijn koninklijke 
vaderf Ik xal voiirreker (s|)oedig) «tenren.» 

MI5. I)e tranen liepen haar over de wangen, terwijl xij aldos voort* 
ging: «Wel, mijn koninklijke vader, dexe allen hebben immen 
ook maar een kleed met een' gordelband aan (en U tiet) ik 
draag «tok mijn !*an>eng en volg dus getrouw de mode!» 

Ié4. I>r koning dacht bij zich zelven: «^Waarom heb ik haar ook loo 
gehaast! ! Zi.i heeft gelijk , dat lij maar foo met haar vuil 
pak buiten komt. Nu, ik zal haar nmar ftilletjea haar gang 
laten gaan, (want) als ik nog lang praat, dan zal zij boot 
worden.-» 

fé&. (Daanip sprak Zijne Majesteit luide:) -r Welaan, komt allen 
nader ik zal (de kisi) laten opt^nen U Nu sehoven al de aan- 
zienlijke vrouwen met de prinses aan het hoofd naderbij. Ook 
de aanwezige prinsen en legerhoofden plaataten zich zoo dicht 
mogelijk bij (de kist), 

Mé. e%enals liagoes Iloembara, die naast den vorst van Mataboen 
zat , terwijl de prins^oi en rijksgriMiten uit diens gevolg in 
rn«'n gew*haard achter hen neerhurkten en het aangelicht 
naar de •honig/iv"' gericht hielden. Kindeiijk gaf de koning van 
Kedirie bevel om het deksel weg te nemen en — 

467. (naowelijks was) de «^ wierook berg-r geopend, of daar verscheoen 
de tijsrers, die met wijdgeopende oogen rondkeken, terwijl 
tainjkr leeawen en barongs als ook spoken en monstert in den 
vfirm van lichamen met atgeaneden hab, hoofden, buiken en 
handen onder een verward geraas naar buiten kwamen. Evenzoo 
zag men er varkenskoppen met oogen ak twee zonnen 

46h. en tal van gróote «langen, die den bek vijd open spenlen» 
zoodat iedereen de schrik (un het hart shieg. De Vont van 



192 BAOOES HOKMBAR&. 

kantoen kë Bagoes Hoembara - maman moelih - 
malihib sada njadjajang i. 



469. Tan panolih ka bautjiugah - poen 8'mar manoetoeg g'lia 
sinamboet tangané karo - soemangkin sang praboe takoet 
poen S^mar k'deh ngandegang - Déwa Goeati - 
mangoeda hi Déwa rengas. 

470. Ngoeda tatagoné koetang - hi Déwa kajoen maboentjing 
poenapi timpalin reko - sang praboe tan kena sahoer - 
ngetor tangané hampigang - tan panolih - 

poen S'mar ditoe ngalokang. 



471. G^isang malahib Déwa - poenikii katah di dori - 
manoetoeg Hida sang katong - da mabalik Déwa Batoe 
kènang poenggoeta hi Déwa - pabetjatin - 

malahib Déwa haugsehang 2. 

472. Sang praboe soemangkin seugnp - malahib djani gigisin 
loeloed batis honja kesod > - palahibé h'bah bangoen - 
soeba t'ka di bantjingah - padidihin - 

ka djero ngantjing lawangan. 



47:J. Hiringané pabelesat - ham'rih hawak pa^a moelih - 

boebar di bantjingah gongsor - soeba t'ka di Matahoen - 
hada mapeta di djalan - tawang djani - 
kéné tong makita loewas. 



474. Dané gawé djengah raga - hapa to jan palahibiu - 

soeba t'wah dané né getap - ngagenang maboentjing boehoeng 
tatagoné djani koetang - palahibin - 
toewi manakoetin lawat. 



1 Elders: hidjoe mans^èn ggalèn ggalang. 

2 tt : gMisang. ' Elders: kelor. 



Uantki kokihan. 19;^ 

llaUhufii begon geweldig te beven , 7A)07.ter had de iingvt zicli 
van hem meetftrr gemaakt. ^Ik gruet u, Bagueü Iluembara: ik 
ga naar huinl^^ (Met dexe woordan verliet hij het gt^zeluchap) 
eü ging zoo hard hij kon op de vlucht. 
4I»V. Hij waagile het niet eenmaal om te zien. l)e hofnar vloog hem 
(echter) achtenia en (zoodra hij hem had ing^haald) greep hij 
)irm met beide handen va«t, wat den vumt opnieuw deed 
M:hnkkeu. (Hij trachtte zich los te rukken, doch) S'mar hield 
hetn met kracht ataande (terwijl hij sprak :) 

470. «Genadige Heer! Waarom is Uwe HiMigheid zoo schichtig? 
Waarom scheidt (iij van l'we bruid, daar l'we Hoogheid 
(immers) wenscht te trouwen? Wie zult üij nu tot Uwe levens- 
gezellin kiezen ?« De vorst kon geen woord uitbrengen (doch 
het gelukte hem) met zijne vun angst en woede bevende handen 

(den vervolger) van zich af te slaan (waarop hij) zonder om te 
zien («opnieuw het hazepad koos). 

471. Nu begon S'mar hem uit te jouwen (niepende:) «^IxKip toch 
harder* Mijnhet*r! Üaar zijn er eene massa achter U, die U 
vervolgen! Kijk niet om, Mijnheer en Koning! ze zullen U 
(anders) zoo bijten! Nog harder! lioop al wat üij loopen 
kont» Mijnheer !<r 

%1t Ue vorst werd al angstiger en angstiger (en vloog als een wilde- 
■lan voort). Eindelijk moest hij langzamer loopen, daar zijne 
kttiem en voeten geheel en al ontveld waren, (zoo dikwijls) was 
bg op zijne vlocht gevallen en o))gestaan. Koodra hij zijn paleis 
bereikt had« waar hij geheel alleen aankwam « trad hij binnen 
ra sloot de deor (achter zich) toe. 

475 Zijne volgelingen waren naar alle kanten uiteengei*to\en en 
«lachten aan niets anders dan om maar (zoo s|ioetlig mogriijk) 
tiiOis te komen. Weldra kwamen zij van \rrM'hillcnde zijden 
UrI paleis van Matahoen binnenstormen. Knkelen ^praken onder 
«eg (iegeu elkander:) "Ais we dat geaetrn hadden, dan waren 
«e zeker thois gebleven. 

474. «Ouie vorst heeft zich bespottelijk aangrstrld , door voor irts der- 
gelijks op de vlocht te gaan. Hij is erg laf. Hij liad er zijn 
haft op gesteld om te trouwen en nu gaat het niet door, wijl 
bij aijoe bruid prijs geeA (door van haar meg te loopen). Hij 
beeft lich door eena schaduw bang laten maken. « 



•s V4gs. XL U 



19G BACOES ILOEMBAiia. 

482. Kaden déwi sajaii lara - hasambat-sambat hauaugiü - 
di djaha b'li inaiiongos - tjiiigak tityaiig b'li Bagoes - 
b'li mantriug Kahoeripan - iigoeda b'li - 
djani lali iigoeiang tityang. 

488*. Kaden déwi has'moe liérang - kapaii-pati manangis - 
méling dané ring tatagon - pènget tityang b'li Bagoes 
hadjak tityang ring Koripan - ngoedii b'li - 
'lali matatagon tityang. 



484. Kahadèn inantri ngandika - hoodjaré haroeinamanis - 

doeh tan d'roeh inarigkin Mas lungong - w'roeha ké tityang 

Poekoeloen - 
tityang hi mantri Koripan - sampoen lami - 
tityang loewas mangoembara. 

485. Tityang manglanglangin b'wanii - ngantenang ratoe i\é lewih - 
hengkèn pasadjü 'ngkèn liujok - hengkèn toenia hengkèu doetloe - 
poenika kantenang tityang - né kapanggih - 

ratoe Matahoen né halpü. 



486. Uirika tityang magenali - wènten sampoen tigang sasih - 
wèuten kajoen Da sang katong - nianglauiar hi Déwa doemoen 
tityang sampoen mandjahoemang - doemoen m'riki - 

toer makta radja panomah. 

487. S'gara madoe goenoeng m'njan - hadjin hi Déwa mangwidi - 
t'kèning Uida sang katong - tityang ko loengha mangroeroeh 
rahoeh tityang saking Djawïi - raden déwi - 

ring Djongbiroe mahitjajang. 

488. lliriku tityang mabahan - rahadcn déwi liugnyaris - 
hinggih b'li lamoen kèto - malah san tityang manggahoek - 
hainpoeranen hocgi tityang - lintang sisip - 

tan dVoeh sadjii mangkin tityang. 



4S9. Ilenengak^ia poenika - raden mantri niamaranin - 

sah ring sindjaug madya ineros - marawatnya kooning loemloom 



mavtki koripav. 107 

4k82. IV prin.sr* hfjifirrf het whirr vmi dm aiigM fn r'xrf wpt^klafiTndr 
uit *'Mijii «rh(M)iir vrinid ! vaur rijt ^rij ? Wrnd uw oog toch 
rr\\% tot mij! (Jij prius^ van Koripan ! Waarom vrrgwi ini mij 
ru laat mij aan mijn lot ovrr^^r 

i^'S Firn hevigf* hloK IxHirktc haar grlaat. Hij 'Nigrn blik ken wa» xij 
tfrhrri huitm krnniff, om dan mrrr in rrn luid grwren lo» \e 
Kar^trn rn bij dr herinnering ann haren bruid(*giim uit te nie|ien : 
• Mijn «rhfH»ne vriend! denk toch aan mij en neem mij met n 
naar Korifmn ! Waannn vergeet gij dat ik uwe bruid ben?* 

4M|. \u 9prak iiatf«N^ llfHMnhani op honing70(*ten toon: «Wel « mijn 
M*hat ! kent gij mij dan niet P Zie mij een» goed aan : ik hen 
immer» de kn>onprinii van Kori|ian! Sedert geruimen tijd xwrrf 
ik over de wereld nmd, 



ilC> *en geef overal mijne oogen den kmt om alle vomten van naam 
On hun doen en laten) gade te ^laan en te onderzoeken wie van 
ht-n wri en wie niet (verdient alr^m genoemd te wortlen); mie van 
hen bekwaam en deugdzaam i;* en wie niet. Daarop is mijn onder- 
*(vk srericht en ik heb bevonilen, dat ile vor^t van Matahoen 
t^ri 7eer onbeduidend man \n, 

ihf%. •Ri) hem brarht ik drie maanden door. toen Zijne Majesteit hftt 
plan o|ivatte om Twe Hoogheid ten huwelijk te vragen. Ik ben 
daan»p herwaartn gekomen om voor hem aanzoek te doen en den 
bniidarhat over te brengen. 

4^7. -1 w vilder ei*rhte echter van mijnen vor*t een -^irgara madoe" 
mrt een «troenfieng menjan<' en toen \n*t\ ik er op uitgedaan om 
^•n rn ander op te >|)oren. Ik kom nu van «lava, waar de prin^esi 
van hjonifbinK» mij het irezochte ge^ichonken heeft. 

!<**•. iKuir '*-h iL«(de -hoiiigzef"» rn den -wier<Mikl»erg») Bevonden - 
Nu ! rrvatte de prin^eü vriendelijk: •WrI, wel, mipi vriend? 
»{« dr /«lm dn< «tann . hoe eru dwaa< handelde ik dan om zoo 
%r riie]m en te *chrefumen. Wil *t mij liM'h verifeven ! Ik heb 
fwaar mimireven , dt»ch ik herkende l' «aarlijk niet.» 

4fril Wat ztj verder (^«praken) . daarvan /wijgt het verhaal. • 

Hoenhari werd elk oogenblik brutaler. (.\l spoedig) 1 



198 BAGOES HOEMBAR&. 

masawang kang hoeloeh dauta - raden mantri 
noengkemin hangarasara? K 



400. Sajan le/^oe raden d^^wija - ngroengoc hocdjar hangremih • 

TOEI.OESAK'Na MaS HINGONG - POEPOEI«fEN MANIR& MaSKOS - 

tolihen hingsoon sak'dap - doeh djahari - 
soengsoengen manira $'pah. 



491. Sang djah toi'toet han'rimajang - saking lambé hanav(|^piü 
t4)enioplya inof|H)e kalaiigoen - woes dènya moepoe pinoepoe - 
woa-^anva moepoe kalangVan - kotjap hèndjing - 

sakaka ka ka woes m'da]. 

492. Koenmrantjang Sangyang Socrya - rahadèu mantri linguyaris 
tityang pamii Mas hingong - tiiyang ka hoemah dé Doekoeh 
tityang manga mbii pakingsan - doewang w'ngi - 
niakelonja tityang loewas. 



498. Rahfidèn déwi ngaudika - kaïigge té kajoen hi Vli - 

iianging sarnpoen b'Ii ngelong - ma!<emaja m'riki rawoeh 
sandikan llida rahadyan - tityang paniit - 
l>oen S'mar tan «ah ngiriugang. 

49 k Makiré djani niamargga - raliadèn déwi s'moe tangis - 
rakanr ndjagdjagin halon - mariki mabin Maskaloeug - 
liasoeng sepah sarwi ngaras - dyahhari - 
tityang mapamit Mas Mirah. 



495. Kari hi Déwa Hatmadjii > tityang mapamit né mangkin - 
sarnpoen sangsaja Masingong - tityang ngawonin hi Ratoe 
ping 8apta tityang mandjanma - paug kapauggih - 

hi Déwa malih ring tityang. 

496. Kaden déwi sajan rena - mamarggi ké Vli né mangkin • 



1 Elders; liangarus madya. 



MAÜTAI KOftlPAÜ. 199 

ook) df nindjtng lo» van haar fijn middflijf , dat xich als rfn 
boflof h fraijing (aan dr onlKwchaamdc oogni van den krooii|irinii) 
vrrtocindr, 7.oIk een zacht gerle tint lag er ovrr uitgmprrid. 
Hij boog zich diep tot haar ovf r en brdrkte (dr ontblootr plaat«) 
met ku5«en. 
49n. De prinMv bood al minder en minder tq^enntand en luitterde 
(geduldig) naar ('b prinneu) vleitaal , die haar liefelijk in de 
noren klonk. ''Mijn allarlief«te «chat! (du« liet hij xich hooren) 
«Voltooi (Uwe goeiiheid) en maak mij tot Uwen alaaf, mijn 
liefje! Zie mij een« eventjes aan« mijne nchoone prinaea! en 
reik mij Uwe «iripmim toel^^ 

491. Ilare hoogheid voldeed aan (dit laatste venoek) en reikte hem 
met hare lippen (de gevraagde pruim) toe (die da kroonprina op 
gelijke wijze) in ontvangat nam. Daarna verloren tij lioh in weder- 
rijdfiche omarmingen en werd het verbond hunner liefde bezegeld. 

Den volgenden morgen, zoo zegt het verhaal, 

492. bij bet opgaan van de zon, toen de vrouwen en geiellinnen van 
van de prinaea hare vertrekken verlieten, aprak de kroonprina 
op vriendelijken toon: «^ Vaarwel, mijn icbatje! Ik ga naar 
dr woning van den kluizenaar om ieta te balen, dat ik 
daar in bewiiring gegeven heb. Ik blijf op zijn langvt twee 
nachten weg.^r 

495. De prinaM antwoordde: «Zooala gij wilt, mijn vriend! maar 
vergeet l'we belofte niet en keer dan naar hierterag." *7ionder 
twijfrl, mijne prinaea! gij kunt er op rekenen. Vaarwel l« (Met 
deze woorden wendde hij zich naar de deur, terwijl) zijn hofnar 
ab altijd achter hem waa , (doch nauwelijks) 

491 maakte hij aanstalten om voor goed te vertrekken, torn de prinse» 
ren drorvig griaat zette rn srhrrn te willen gaan weenen. Haar 
vriend trad bedaard op haar toeenzeide: » Kom hier, mijn aller- 
lirfstr schat ! rn zet U nog even op mijne knie.^r Teven» Dood 
hi« haar zijne pruim aan, liefkooade haar (en sprak): «Mijne 
«rlicMHir prinsen! ik ipi nu hrrn : 

i95 'Vaarwrl! Wees toch nirt bang, dat ik U voor altijd verbiten 
züL (Ik weusch) nog zevenmaal geboren te worden op voorwaarde, 
dat ik U maar streds zal terugvinden !«" 



(Terwijl hij sprak) krerde de o|igeruimde stemming allengsken* 



200 BAOORS HOEMBA^Ra. 

ngoeda hi b'li beiigong-bengong - depang tityang dini kantoen 
rahadèu niantri tnatnargga - praptèiïg marggi - 
sampocn hauoesoep ring i)galai«. 



497. Tan kotjapannja sa»ij^ loengha - woewoesen sri iiar&pati - 
matangi raris ka djero - mangalih hinanak galoeh - 
iniwah si ra prarais'warya - rantenadji - 

rahadèn galoeh woes medal. 

498. Sapraptané sri narèndra - hokan^^ toemoeroen g'lis - 

sarwi ïienibah ring sang katong - kapo tan droeh tityang goeroe 
senggï)eh tityang dané hanak - b'li tnantri - 
dane sampoen ngambil tityang. 



499. S'gara marjoo goonoong m'njan - hi b'li rek<^ mangalih - 
polili di Djongbiroe reko - Hida reké tVan galoeh - 
dan^ reke tnahitjajang - ring hi Vli - 
sang praboc kalintang soeka. 



500. Tong pMih ban bapa narka - rocpane tVara masalin - 

dèning jii hilang ïnakelo - sangkal bajm h^meng tan droeh - 
djani katoodjop nja fka - baja Widi - 
Tjondong Bajan pada soeka. 



501. Sang praboi» halon ngandika - dan<^ kedjahi ne djani - 
radon galorh sawocr liah)n - dané ka djoemah de Doekoeh - 
koljap niangambil pakingsan - jan poenapi - 

danc*' tan wèntcn ngorahang. 

502. Hahadèn maTitri kotja))an - manganioen hantoen mamarggi - 
praptil ring ngalas tanalon - mamenggel kanggoenoenggoeuoeng 
katon djani kakajonan - toer hangrawit - 

boengani' hadjadjar-djadjar. , 



50.S. Kajoe poeri' kajof h'nias - handong bang lan hainpèl gading • 
talagané sada djirnbar • mada^ing toeudjoengé biroe • 



MAN'TRI KORIPAN. 201 

hl] Ar prlti'^* ffiiip. "VfTtri-k nu mnar, mijn vrirnH ?*» (da» 
!»rt 71) /irli riiMlrlijk lnH)rrn.)" Wiuinmi kijkt pp mij wm br- 
7orpfi aan? I^at mij mnar f;rni*«l arhti'r.o' Nu lorfdc cte kroon- 
l>nn» ook niH lan^r. Weldra wnit hij buiti^n (hrt iwlfin) en 
vrrdwrrn i»pocdip in het boHoh. 
W7 Wi] Utrn drn rrizijfpr aan xijn lot over om nu tr verhairn ?in 
Hen koning, die, /.oodra hij was opifrutaan • naar achteren ging 
cNn de prinHOfl met de koningin en de andere vorstelijke ge- 
malinnen op te zoeken. I)e printien had hare kamer rredü verlaten. 

49*» ZiMMlra de koning vrr^heen, haantte zijne dochter zich (van de 
K»l»«) af te fflijden en zich vo«>r Zijne Majefiteit eerhie<lig neer- 
hni|»riide (stprak zij:) "llw heb ik mij vergist, mijn vader! ik 
d;icht dat het iemand vreemds was (en zie het mas) mijn vriend , 
de kriMmprinu! Hij heef) mij reeds tot de zijne gemaakt! 

4199. • Volgen* zijn zeggen , is hij op reis geweest om de «^segara 
in;idoe» met de -goenoeng mriijan*' te zoeken en heeft hij die 
grvondrn in Djongbiroe, waar de kroonprinses re hem ten gr» 
M*henkr ;raf « I)e koning was z^er in zijn schik (toen hij dit 
boorde) en zeide: 

S#0. «Zaio heb ik dnn toch i^ic<i geraden! Ilij is niets veranderd* 
dcirh daar hij /.cmi lang vermist is geweest, «tond ik in tmjfel 
en herkende hem niet terst4»nd I)e goilen hebben 't zoi> be- 
schikt , dat hij juist van |kas gekomen is.«* Ook de hofdames 
waren verheugd. 

i§| rKi^n ooffenblik later) heniani de koning: «ZiCg, waar i*^ hij nu?« 
IV prinsen antwfkonide; •'Ilij is naar de «-oning van den kluize- 
r.juir gv-traan om, z<nniIs hij 7i*ide, iets te halen « dat hij daar 
tn bewanug gelaten heeft. Wat dat echter is, heeft hij mij 
nief eezegd." 

%0£ Sn keert het verhaal tot den kn>onprins tenig, die zonder o|>- 
hcMiden zijnen «eg vervolgde. Weldra lievond hij zich in *t 
midden van het woud, beklom dnanip den bergtop, daalde aan 
4e andere zijde we^r af en (niet lang daarna) vertoonde zich aan 
xxjn oog (het bekende) bo!«cliaadje, dat met zijn pracht igeii bloemen- 
dcMch een bekoorlijk gericht aanboiNl. 

|M. f Men zjig daar] allerlei K«*lMM>uite, ai* d<' kajoe poeri, de 
kajoe mas, de handong bang met de hampèl gading» 



SOS BAOOK8 HOBMBAli. 

toendjocDg poetih toendjoeng barak - patjar dëwi > - 
di sisiii talaga madjadjar >. 

504. Boenga në »aV win'ng bocnga - nedeog kembang m^rik soemirit 
iawan naga poespa iigajoii • liento pam'radjan dé Doekoeh - 
tan kotjapan ring dadalan - sampocn prapti - 
s'dek dé Doekoeh di djaba. 



505. Kaden raautri sagèt pra])tH • kawengan kapendak liring - 
dé Doekoeh raris tnaserot - toehoen manjapa haloes - 
Tjokor hi Déwa ko prapta - doeh mangraris • 

djalan ké kaki inoeiijau. 

506. Sareng dé Doekoeh moelijau - rahadèn déwi kepanggih - 
raden galoeh njapa halon - doeh hi b'li ko jèn rahoeh - 
rahadèn mantri mandjagdjag - njahoep ngabin - 
masihiu mangaras haras. 

507. Dé Doekoeh mambakta tjanang - mawacjah bokor mas wilis • 
katoer ring rahadyan roro • raden mantri nginang soeroeh - 
rahadèn galoeh sarengau - m'wah pangiring - 

sami hoesan ndahar s'dah. 

508. Raliadèn galoeh ngandika - tityang matoer ring hi b'li - 

dé Doekoeh hitjanin * reko - boengkoeng Iawan kaniben npoet 
salimpet kalawan bapang - hento djani - 
patjang panganggo mapoedja. 

509. Rahadèn mantri ngandika - jakti patoet Déwa Goeati - 
gandjariu ngastiti Déwa - jan tanya kaki Doekoeh - 
maloe matoedjoewang tityang - boja hoegi - 

tityang sadya ring hi Déwa. 

510. Nèh kaki boengkoengé dad'wa - lan sapoet soetra kakalih - 
waatra pe^ak Iawan bapang - salimpeté soetra haloes • 



1 Elders: lan saroeni. 
> f : loehoer talaga haugraras. 
s «y : ring lalèper mas angrawit. 
« » : gaudjarin. 



MAMTEI K01IPA?f. 201 

iloiir ^nr Ui<iif*li|k hr»^f h^k , waarop Ui van blauwe, witte 
rn rfWNif loliiüpUnteti dnvrti^ trrwijl gnnüclff n)f ii van patjar 
t\émi An\ iii»vrr bwlrktrti. 

I#4 All^rlri wuirtrii van bloentfn (trof mrn hirr aan) Hir^ daarhrt 
jiiirt dr bifieitijd wan, liarr lif*rr|ijkr grtirrn in *t rond set- 
«prriddni. (>t>k de (b(*nN*mdr) na va poeii|)i ttond jui^t in 
vntirn bhiri. Op deze plek na at<»nd het tempeltje van den 
kluizenaar. !)<* eigenaar zat jni»t buiten, toen (de kroonprina) van 
wienu n*i9 verder fCftne bijzonderheden worden vermeld, aankwam. 

M^. t>|«7iende, zag bij lUgiies lloembari onverwachte naderen, 
w:iaroii hij haastig van de balë afgleed, op den grond (neer- 
iMirktr) rn zijne hcNigheid op beleefden toi»n toeriep: •Welkom, 
imin llrer! AU 't l' behaagt, treed binnen.'* -^'t I* giieil, gniot- 
%jider! laat on;* naar binnen gaan."" 

Mli» Ihianip klommen beiden den trap op on kwamen in de tent, 
mutLf /i) de printie:« vonden, die haren vriend op zedigrn tiMm 
bet welkom toeriep. I)e kroonprins liep op haar toe, omhelade 
baar, zette haar op zijne kniei-n, liefkooade haar en hield niet 
op van haar te zoenen. 

MT. Krn oogenblik later kwam de kluizenaar met de betel aandragen, 
die hij in eene kom van groengepolij^t gimd gedaan had en bood 
dere de beide vorntelijke permuen aan. I>e kroonprins liet zich 
niet tweemaal nooden (waarop) ook de prinaej en hare vrouwen 
7«rh bedienden. Z(K>dra allen hun betel gekauwd hadden, 

W^. nam de pnnney het woord, zeggende: «Ik he(> U ieta voor te 
Meilen, mijn vriend! (Doe mij het genoegen en) achenk den 
kluizenaar (een paar) ringen met een boven- en onderkleed, 
ern bontband en een halakraag, opilat hij zich daarmede toote, 
al« hij naar den tempel gaat om te bidden.* 

IM IV krmmpriiia antwoordde: "Wel zeker, mevrouw! dat ia gord 
%an l bedacht om zoo de trouw te beloonen. AU niet de kluize- 
naar mij vofiriieien den rechten weg gewezen had, voorzeker 
ik ware niet zoo gelukkig geweeat (van L' te vinden). 

110. -I^aar, gniotvader! daar hebt gr twee ringen met een paar 
zijclrii Mkken en reu wit klcTtl , en hier nog reu halakraag met een 



204 BAGOES HOEMBARa. 

djalan kaki r\é mapoedja - hanggon kaki - 
boengkoengang fnnpetanganan. 

511. Dé Doekoeh raris manjoembah - noeuas iitjang DéwS Goes>^ 
rahadèn galoeh liiigiiyalon - hcné pada haba [ledoe - 
hiringané pada teka - pada ngambil - 

9ampoen telas ka djabajaii. 

512. Rahadèn inantri ngandika - kaïitoen ké hi kaki dini - 

dé Doekoeh nembah lingnyalon - marggi Ratoe pang rahajoe 
raden mantri sampoen modal - noehoet pinggir - 
mamcnggcl gocnocng ufwah halas. 



513. Hakch boeron né kapapas - di halas {mda padingk'Iak - 
hada hpeloeng patjapolpol - boeron halit boeron hagoeug - 
inatjané t<^ka niangerak - pada rimrim - 
pandjaké inandingeh matjan >. 



514. Tan kotjapan hanèng margga - sampoen praptèng Daha mangkii 
sagrehan raris ka djero - rahadèn galoeh kateinoe - 
i4)cinopli kapendak tinghal - raden déwi - 

ring Dahii s'inoe krinengan. 

515. Sri prainis'wari ngandika - sa^)asira hadjak tjahi • 
kaliwat hajoe né reko - sama ring jii nanak galoeh - 
rahadèn mantri mangoetjap - hiboe hadji - 
poetrané sang raloe Djawa. 

516. Ilanaking ratoe hoetania - ring Djongbinic sri boe|)ati - 
kang adrewé goenoeng mcnjan - sangkan danc mangkin lainpoc 
goeroen dané nados jaksa - hala sanii - 

sampoen tel as tadah Hidll. 



I Elders: .^inghiï matjan iniwah warak - mamoen ji pa 
in:i;r']orr - wvakti ni a r»g resa n i? tjita - pa(]a rimrin 
pandjakf' inandingeh matjan. 



MANTIlI KOftlPAN. iOi 

bi>r«tlMii(l van Av fijiivU* /.ijde. Dnuig dir al» gij naar uweu 
IrfDpfl K^t, c^n vi*ri*ii*r uwc* vinger.^ mrt do ringvu (znudikvijU) 
uvr hamltMi /irli tot hiddiMi vouwiui.'' 

11. l>r klui/4*haar miiakti* zijn siembali (en zeidt*, ti*rwijl hij rr n nt 
AUilvr aannam:) ^^Ik dank l , ni;jn HM*r!«' Nu brval dt* 
priuM^ (Mn (haar hagaadje) naar buiten te brengen , waani|i 
ïian* %oli{flingen t4>e3»choten en alle^ tot het laatste »tuk het rif 
•rdn>rgrn. 

12. (Ttirn allrs* «rg wa») «prak de kroouprina: «'Vaanrei , groot- 
%a4ler! hrt ga u goed hier!" «aarop de kluizenaar op beleefdrn 
t4«Mi antwoordde: ^^Cioede reia« mijn Heer! Moge LV weg voor- 
«IwmhJik zijn!'' Weldra hud IUg<»ei» lloenibaia (met zijn gevolg) 
•irt erf verlaten, en iiloegen zij den weg in, die lang» den bergrug 
%cirriie. I«at4-r trokken zij midden door het woud en zoo over 
lirii to|) naar de andere zijde van het gebergte ^ 

ilS op «eiken tOi*ht zij allerlei wild gedierte, groot en klein» ont-* 
itHirttfn, dat daar in het boM*h vroolijk heen en weer i*proiig 
f II darti'l df>()reenvKK>g of zich (bij de nadering van menaohen) 
«rrward dooreen van de hoogten lieten vallen. (Nu en dan) 
jirt zich ook dicht in de buurt het gebrul van tijgern hooren» 
bij welk geluid de reisgenMiien (van het voratelijk paar) van angst 
'm eeu kroopeu. 

kiC Verder wordt er van hunne reis niet gesproken. Weldra kwamen 
MI) Ie Kedirie aan« waar allen het paleis binnentraden. Ken 
uiitfenblik later bevonden zij zirh in de tegen w<iordigheid van 
de pnnües , die (de vreemde dame) nauwelijks gewaar werd of 
haar gelaat betrok. 

hSu l>e koningin nam 't eerst het woord , zeggende: ^Wie brengt 
^ daar met u, mijn jonge vriend?' Zij is zeer schoon» precirü 

, m»)ur lieve dochter.'' l)e knMMiprins opende den mond en zeide : 
- Mrt Iw verlof) mijne koninklijke ouder*! Dit in de dochter 
«an reu aanzienlijk vorst op Java, 

dra regrerenden koning van Djoiigbiroe (dezelfde) die (de honigzee) 
met Jen wienMikberg in eig«»ndoiii bezat. Dal zij haar vaderland 
%rriatrn iieefl en alleen Iiirr komt, vindt zijne mirzaak hierin, 
lUt naar %ader in een monster vrranderd is. Al zijnc knechten 
neett hij reeds vervlonden , 



1^ 



517. Kari dané paloehloehati - dèuiiig lainpoes paiimatip^ïn • 
goeroeiié kahapoes reko - hantoek HidS raden galoeh - 
inamesahin soetru gadang - hapang poetih - 

sang jaksa raris mamargga. 

518. Sampoen praptS maring locwah - lampah tityangé manjilib - 
n'gakiii Garoeda reko - sang Garoeda raris rnak^boer - 
njarai^ab praptèng ngakasa - aira jaksi - 

toeinou raris medjaug soetra. 

519. Karis mantoek ngambil p'dang - kaboeroe raris di marggi - 
binoentjal manik galagah - painargginé raris kantoe - 
Bampoen mangliwat galagah - sir& jaksi - 

malih mamboeroe njadjauang. 

^20. Malih dané tainj)ek pisan - binoentjal kang manik g<n»ing • 
manik hapi manik s'gara - sabarengan manik loekloek • 
hingoejoep dèning sang jaksa - f las sami - 
malih dané tampek pisan. 

5£1. Tityang kahoengkoelin p^dang - d'riki tityang ngrasa maii - 
binoentjal kang manik hatma - raris p'djah sang jak^fi goeiig 
k'to^ lindoeh kang prabawa - tèdjk goeling - 
lawan tédja papageran i. 



52^2. Sampoen kabasmi sang séda - sawoe^é mangkin kabasmiyang 
sang hatma dadi Batara - pangandikan Hida haloes • 
dané ngandik& poeng^oeran - manoemi(is - 
marika jèn ka Koripan >. 

52S. Batard raris maletjat - sampoen praptèng sVar^^ leirih - 
maring mëroe toempang sanga - raris tityang g'lia roautoek « 
ring dé Doekoeh tityang teka - raden déwi - ' 

dirika kingsanang tityang. 



I Elders: soeryu makalangan. 

3 ff h'nah njahi tjili wikan - raden mautri 
poepoenen dja hapang melah. 



klNTRI KOfttPlH. H)) 

17. (zocidai) allrrn dok mair rfr vrouwen 7.i]n ovrricebieveii. Hei 
irrlokte bare hcxigheid xuo u|> feiimaal te onUnappen, doordieu 
JIJ harrn vader om den tuin ir^^leid had. (Zij vervocht hem nl.) 
€iui ^menr zijdt* (xoo lang te vam«hen) totdat lij wit aou zijn 
iH'worden , waarop de rent terstond op weg ging en lich 

|H. ^Daar de rivier tpoedde. Daarop nnaakteo wij ona heimelijk wcy, 
IcrtlraKen door de heilige Oaroe<}a, die opvloog eo ona door de 
liM^ht voerde. 2oodra de reua ona gewaar werd , liet hij de zijde 
in den ^teek en 

19. «snelde naar zijne woning om zijn zwaard te halen, waarmede 
Hij on> aehtervolgde. We wierpen hem echter met man ik 
«alagah. waardoor hij in zijne vaart gestuit werd, doch 
wridra wan de reun bet (daardoor gevormd) kreupelboaeh gepav 
frrrd rn joeg hij on» met vernieuwde woede aehtema. 

!• «NiigmaaU wa» hij digt bij ona, toen wij hem met man ik 
ite^ing. manik hapi, manik aegara en manik loek- 
loek wierpen, die de reua eehter door ééne adenhmliiig on- 
schadelijk maakte. Hij naderde al meer en meer. 



. i'Bccda agen wij het zwaard boven onze hoofden zweven en 
«lacfaten wij niet andera dan te zullen sterven, toen wij de manik 
bat ma naar beneden wierpen en den grooten reua op eetinaal 
4ood (lagèn neervallen). Op het zelfde oogenblik openbaarde zich 
rijn hcmelteeken in donder en aardbeving, terwijl de zon door 
allrrlei ronde en langwerpige lichtatrepen omringd w«rd. 
K. *(Wij ftegen af) om den doode te verbranden en nauwelijka 
wm dit a(geloopen en de aiel onder de goden opgenomen , of 
de (nienwe) godheid aprak tot ona op vriendelijken loon , en deelde 
ona mede« dat bij later weer menach worden en bij ona in 
Koripan komen zou. 

^i Dit gexegd hebbende) verdween hij en thaba bevindt hij zich in 
dca hemel, in de woning der goden van den eeraten rang. (>i>k 
WIJ toefden nu niet langer, maar haastten ons de reis te ver- 
%«>lgm rn weldra berrikten wij de woning van den klui7.eiiaar, 
waar ik de prinse» zimi lang geluieu heb. " 



I 



^08 ' BAGOES UüEMBAKa. 

524. 8ri pramisVari iigaudika - miwah si ra sri boepati - 
Mirah bapa né Mas iiigons^ - kaliiigaiK^ p)'anak toehoe 
Winten Miiali ko hi Dewii - hecja iijahi - 

b a r i b i II a u t'kèn bapa. 

525. Sri pramisVari ugaiidika - kalioekin kt' hatjiii iijahi - 
rakane iijagdjagiu tanaloii - tnariki sareug inaloenggoeh 
iiienèkan ka bale h'mas - Twir daJari - 

boeka boeuga né hapasaug. 



526. Rahadèii galoeh ring Daiia - hoedjare haroemamauis - 

(la litidalem Mirah Iieinbok - raliadèii galoeh Djongbiroe - 
soeuiahoer haioeiigtoeiig drawa - tityaiig ngiring - 
boja tityang b a r i b i u a ii 

527''^ Liwat soekaiu* wong Dalm - wong djaba miwah wong poeri 
Iiauonton t'waii galoeh roro - kadi winten h'mas tatoer - 
katon kadi boelan kenibar - Bajan Sauggit - 
Tjondoug sama djadjar-djadjar. 



528. Kautjit prapta s'koel hoelani - b'rem harak sadjeng tan 
ngajoenaug tVau galoeh roro - rahadèn mautri kawoewoes 
inangadjeugang ring pamengkang < - sri boepati * 
hanadah ring djaba teugah. 

529. Sampoen woes ami ngajoenang - rahadèn mantri ka poeri 
w'ngi (lawoeh tiga reko - tan sah hatnocpoe kalangoeu - 
njabran dina ja kasoekau - kalih sasih - 

hamoendoet [.oetri ring Daha. 



VIII. 

530. Tan kotjapannja ring Daha - ring Iljawa woewoesen malih - 
1 £Iders : ring w y o s p i r w a. 



Mi. No iiatiii*!! (1« k(Miiiif( cii (ie* koningin hrt «inmi (en hit*ttrn 
(ir iirintffi* wrlLom). ^Mijnr li(*vf! (dus ypnik Zijm* MajeMfilj 
^*t lii mij of (^ij inijm* (*igrne ({(xrbter wanrt. (ie muet UM*h 
V(M»raI niet verlegen zijn, nujn ichatje!^ 

St't iHurup beval de koningin (hare dochter) om hare nieuve vrieudin 
tot zich te roepen, waarop gene terstond op (de prinae:* van 
Djongbiroe) toetrad en haar uitmNMÜgde om met haar in de 
bale mail te gaan en daar plaat:* te nemen. (Toen /ij daar 
7.IJO naaat elkanoer /aten) girleken /ij twct* henielnimfen. Men 
sou hen voor een |>aar bloeuKMi hebbon aangiv.ien. 

^f tS. I>e pnui^e» van kedirie nam (liet een*l) het «tiord en »prak op 
lunemenden toon: «'(iij moet vooral niet Ix^ciiaamd zijn, lieve 
zu»]" waarop de andere ni(*t een hoiiigxoet stemmetje ten 
autV(N>rd gaf: i» Ik ssal aan L« verlangen voldoen en niet 
% er legen zijn ! « 

&<7 lir lieden van Kedirie, zin» in alu buiten het paleis, waren 
uitermate verheugd toen zij daar de lieide prinaetMeu zagen 
(/ittrn), wier schoonheid schitterde als (vn (gesie|ien) diamant 
uf al» tiju gepolijst goud. Zij geleken tw<*(* manen , (die lieur 
\oi schijnsel op aarde werpen). l>e verschillende hofdames zalen 
III rijeu geschaard (aan hart* voeten). 

|A& iMeu was nog druk aan 't praten) toen het eten werd opge- 
dragen. t)ok de dranken als brem, arak en pal ni wijn out br:dken 
hiet. I>e beide phiiseasen zei t 'en /.icii aan den nuaitijd , terwijl 
iVigora lioembaia op de biiiiienpluat;* bediend «eni en de koning 
(uirl ziju gevolg) tii den tweeden vtnirhof aaii/:it. 

WV Zouiira ailen gegeten hadden en het denie uur «aii den nat-hl 
wa» aangebroken , begaf de kriNuiphns zt«*h naar tiri biniieii5le 
grtieelu* van hel paleis (naar de kamer der priiisrs.rn; waar 
firui de zaïigheJen %an net huweujk «ariitten. Ook dr vol- 
gende dagen werden in genot en vreugde duorgrbraciit , en /«m 
gibgeu de twee (eerale) maanden van zijn huwelijk in Ketlirie 
tuugeinerkt; voorbij. 

IIOOFDM l K Vil I. 
^a fmi\%kM vas iJjAUiM«iua iili.i ki um haciula HuaUhAMs, ilewijl 

■ AKE iOSUKHL ZIMBK INMik llKN Ka(>«lNeklNS %\N «I.MMift 
TIHÜAI TIN lil Wil.lilL WUED1 (fLVaAAItli. 

UO. Sfè twijgt het verhaal van Kedirie en kecren wr naar Java 
)w V^lfr. Xi 1 • 



210 BAOOES HOEMRARa. 

hi Nawang TrangganS reko - s^kel manahé toer hiboek 
méliug doeké di bantjiügah - jèn kawidi - 
inanjembar Bagoes Hoeinbani. 

531. Mapangrawos di dj'ro pisaii - Made Taro mahi mabin 
Made Taro manjalèmpoh - mahabin sarwi inakoetoe » - 
Nawaiig Traiiggaua ngandika - hadoeh njahi - 
tf'kel heinbok<^ tan sa pi ra. 



532. Méling hem bok doek inanjembar - di bantjingah tani kikit - 
hanaké manonton hembok - djengah hemboké tan soehoed - 
djani kènkèn ban nglilajang - singnja njahi - 

polih daja hembok bahang ^. 

533. Sapoenapi hantoek tityang - dèning pakon goeroe hadji - 
dadihauja tityang b'iog - katakoetan ring hi goeroe - 
mVah lan hiboe pramis'warya - tityang hadj'rih - 
Nawang Tranggana ugandika. 

534. Ojalan pèt njahi ka taman - panganggoné honjang basini - 
g'lang pending miwah ron ron • soebeng bapang lawan boeugkoeng 
sa boek dodot da ngenoewang - s'kar tadji - 

toer mamarggi praptèng taman. 



535. Nawang Taro masarengan - panganggone tani kikit - 
djalan djani soeba borbor - mangadakang g'ni liagoeiig 
masahang bahan tjandana - m'rik soemirit - 
masepoek ' teka ring s'wargga. 

536. (jrègèr prawatek dewata - miwah prawatek déwati - 
malajoe sami matindjo - prabawa t«dj& koekoehoeng - 
t'kèn soerya makalangan - tédjii goeling - 

k'toeg lin4oeh magèndjotan. 



637. Tnn pantara hikang kilap - baret linoe» koeinalilit - 



> Elders: raris mahatoer. * Elders: kènkèn bahan, 
3 Elders: koemoetoeg. 



MiNTm KORIFW. £11 

t^rog, waar dr pririjifv (van Djainintoni) vuii hartxirr vrrf^inj^, 
firwijl xij tiift kon nalaU^ti ie clrnkrii aan drn dag, torn /.ij 
]^*nirprn wrnl om in den voorhof nagor^ lloemban (r jnnbarrn. 

»S1. (Trnrijl xij op fokrrrn dag) achtrr in het palrii» rjit tr pratrn , 
vrrxorht xij harv jongrrr 7.ai>trr, Nawang Tam, om op harrn 
M-hoot tr komen littm. Der^ plaatutr zich vlak voor haar rn 
ironde noh tegen haar aan, waarop Nawang Tranggani, terwijl 
zij haan* xu^rn hoofd onderzocht , sich aldus liet hooren: «Ach, 
y.uff! mijn hart in tot berstens toe vol. 

Vit. »lï, denk maar altijd aan het imgenblik , toen al die menachen 
■lij in den voorhof hebben 7ten sembaren. Ik verga van schaamte 
ckaiovrr. Hoe lal ik dit van mij afseiten? Misschien weet gij 
er iets op te bedenken: geef 't mij dan te kennen^ 

US. -Wat xal ik zeggen'^ (dus luidde het antwooni) «^dewijl 't op 
brvel van onsen koninklijken vnder geschiedde! Ilaarin kan ik 
i>rrn raad gnven : ik heb te veel ontiag voor vader en voor 
onze moeder de koningin ! «^ Nu hervatte Nawang Tranggmna: 

IM. 'Kooi, zasl laat ons dan maar naar den hof gaan en daar 
owv kletclefeii en sieraden tot *t laatste stak toe verbranden : 
dr arai- en voetbamieii , den gordelband . de ronron , de oor- 
bellen p den halskraag met de vingerringen en de sekmr tadji 
met de rokken. Er tifag niets overblijven. «^ Meteen stapte zij 
op en trad dra den hof binnen, 

^SS. vergezeld van Mad^ Tan». Weldra lagen heur kleeilerrn en 
«ïeraden op een groot en hoop hije<*n en 4*en oogenblik later 
f u dde n zij eeu fel vuur ontstoken , waarbij rij zich van tjarnlaiia 
mkm bramUiottt bedienden, «elks liefelijke geur zich wijd en zijd 
verspreidde, en eindelijk naar den hemel i*teeg. 

114. Het godenheir, zim» mannen als vnniwen, liep saam om naar 
dat vieemd natuurverschijnsel te zien, (en de reden te onder- 
zoeken/ waarom de zon (zoo op eenmaal) van allerlei lirhtkraiisrn 
cfiDriogd was« terwijl een onderaardsch geluid ais van den donder 
fk-h liet hoomi en heriiaalde schokken (de aanie op hare 
gmodvcvten) bewogen. 
JkHMler dat iemand er op betlacht was, doorkliefden felle bliksem- 



gereh inamoenji wètan lor • hoedjan radjaué soemamboer * 
watek déwata ngaudika • raden déwi - 
Nawang Trauggana kalaran. 



538. Seksek djedjel tepiu sVargga - hingoetjapingoetjap sami - 
inarmaniug koekoese reko - koemoetoeg ring sVargga rawoeh 
raden galoeh Djamintora - dané sMih - 

mambasmi wastrd ring taman. 

539. (i'ni hikii sampoen malaug - mantoek prahyang hyaug haglis 
sami hangt^lingin henggon • ring lemah mangkin kawoewoes - 
raden galoeh Djamintora - makakalih - 

Nawang Tranggana ngandika. 

540. Djalan njahi kajeh 'ndènan - langsoehang raga në mangkin - 
raris ka pantjoran ngodjog - toemoeli masiram lahoet - 
sawoese mangkin masiram - raden déwi - 

raris mantoek makalihan. 

541. Sapraptané maring poerii - ngodjog ka pam'reman hagMia - 
matra matra boeka katon - raden mantri boeka kenjoeog - 
sarwi magoeling-goelingan - hoelat djani - 

pak'nehé mapangeuan. 



542. Méling doeké di bantjingah - hawak hMoeh paksa m'wani - 
hanak t'wah tan w'nang kèto - bas mangoetjiwajang goeroe 
liento djani pahaugenang - m'rasa s'dih - 
jèh paningalé boejar. 



543. Djani k^ne temahanja - sahi nggawé laran hati • 
nah pisun djani tahanang - baue mamiwal hi goeroe 
niéling doegaM; uiaiijembur - raden mantri - 
pevoe né heuoe eangsam. 



«trilfti (i»* liii'ht ^11 be^iiii hrt in *t xiiiil-iNMtrn /waat Xv ilnn- 
«Irrrn, tfmijl \v ^flijk'T tijil ren lir%ijrf «rrvrUind «i|ii(i;ik , 
ft ir 7.if-h in s^nxit^ Lrin^n ovt*r de uanlt* iM'WiNit? «*n ilrn tij urn 
reifiMi naar alli* zijden niteenj«>eg. Voor de liemrlhetioneiY wan 
hrt ii|MM>dig t^Tii ^'heim meer, dat de prinM*;* Xavanu Trang- 
tfana door een iHiifeltik tfetrtiffen %h^, 
5^. Zij verdron^^n elkander op de trren/en \an den hemel vn refie- 
iiirfdrn druk over de herkom^^t van dien riNik , die /irh tot 
in den i.eniel verspreidde (en die ^pme andere wai« dan) dat 
Ar prini»e«i van Ojainintoni uit haKzeer han* klee«leren (en sie- 
raden) in den hof verbrandde. 

^59 Kindehjk dcNifde het vuur uit, waarop de hemelbewoners tentond 
hiii»waart« innijren en ieder van hen naar zijn eif^en verblijf lenig- 
kerrde, (We verlaten hen) om on* weer op de aanie te veqilaataen, 
vn ons* verhaal van de txM'de priniie5M*n van Djamintora te ver- 
v«d]{en. Na^ani; Tran^Tgnna nam (het eemt) het woord en zeide: 

jii<* "Kota, /Uj»! laat im> nu eer^t naar het water |raan en onn 
.ifnaMkchen." Daanip iN^aven zij 7 irh n^gelrrrht naar tir bad- 
kimrr, namen een bad en ke<*nien dan met heur l)eiden naar 
huil» teruir. 

&4I. Ii> bet paleiji gekomen, s|KM*dden nj zirh naar de slaapkamer. 
Terwijl (Nawang Tranggana) op hare legerstede lag oitgeat rekt, 
verwhern haar telkens» de kroonprins* en verbeeldde zij z»rh dat 
hij haar toelachte (wat niet weinig er toe bijdroeg om hare 
•»firuM te ver mer nieren). Z<mder een o<ïg dicht te kunnen d«m 
i^g ZIJ daar neer, terwijl men 't haar kon aanzien, dat haar 
fiart van pijnlijk vrrlangen verteenl wen! 

&4i -Ik dfnk alwrer" (du:* <(prak zij bij zieh zelvr) aan 't voorgr* 
%allenf* in de Imntjininih , toen ik. rent* vrouw . iredaan hrb wal 
.«itilrr^ n-n man doet. Pat i> immer?* niet gr«M>rlfMifd . (en ik 
hrffrijp n«nr nii*t) hoe \ader mij toi /im» irt;» hfi'ft kunnen dwingen ]" 
IV MfTHiiirrint; daaraan deed haar pij'ilijk aan en maakte haar r«io 
hninirfd , dat de tranen haar over dr wanirrn «tHMundm. 

^4.>. - Kn hrl einde hiervan zal zijn* (dn< unug zij \<iort; •dat hrt hari/err 
aan mijn leven zjil bl*Vfii knatri*n! Maar. in vrf*ilrNnaam? ik zal *t 
niaar moeten draifen ilat ii* (mijnr ^traf) omdat tk mij tegrn vadi-r 
vrr/H h«b, ttNMi ik ri^*nM*|ii>n aenl) om te «emlairen. (Ik hatl /oo- 

m «'^l in te brengfti en «at heb ik er mede gewimnen)*) Dit, 

óe krooDprinii (gezond eu wei) vertrokken ir en (ik) i 
beo achtergebleven. 



214 BA60E8 HOEUBAR&. 

544. [fembok liwat mapimgcnan - bau daiie né diui sakii - 
Tiawi kapireugan rcko - haiitoek bibine in'wah goeroe • 
(li Bali t^wah byoeli ' bala - bas toug polih - 

dané ring sang praboe Djawa. 

545. Sain daiie ii ga doe pi ril - hokaiié di selat pasih - 
kal'kai) soengkané kahon - dadi heinbok tan pasemoe -^ 
mirib anuja ndoemadakang - sangkau djani - 

sMili hembok t'wara pegat. 

546. Ilembok djani mangorahang • inoenjiu hembok teken njahi - 
nanging da ngwérahaug rcko - nawi wcroeh Da saug praboe- 
heonbok teked maai pocwan • ugiring hi b'Ii - 

dand patjang g'lis teka. 

547. Nawaug Taro sawoer scinbah - hinggih hembok tityang hadj^rih 
byana tityang bMehbèh rcko - nawi hembok selang kajoeii - 
rakaue halou angoetjap - s'moe tangis - 

hauaké ué temahanja» 



548. Hanak tVahnja hembok toelah - saugkan hemboh sahi 8e4ih * 
si\lih paling djwa {«aiata 2 . manahé hiboek mamoepoet - 
8an(}angiu t'wah padidihau - tVali hcmadin • 

t'wah kèto ko ga n dj ara n ja. 

549. l)o«ïmadak sidaiH) teka - mani p*wan dané mahi - 

hembok ngatoeriu ka djero - hapaug hi goeroe mauoeutoen - 
sareng malinggih di poera - sahi-sahi - 
hembok soeka mcdjang karya. 



550. Tan kotjap Nawang Tranggana - haua ta kotjapan malih • 
mantri Windok-Ti^gal reko - kajoen hanglamar t'wan galoeh 
Nawang Taru kakajoenang - doeké inidjil - 
dawcg rakané manjembar. 



1 Elders: Marggi. 2 Elders: djani honji bab& pon4ong. 



yAN'TKi KtiHirAN' 2i:i 

^41. (l>iMn»|> rirli tot iian* /.ii*it4*r wriiiif iiilr , spraL 7.\\) «Ik ilrnk rr 
mrt «iiinrt c*ii M-hHNinti* Haii , dat bij lnc*r 7.irk ^w^M i». Mis- 
pchirii ktMiit 't ter «Mirt* van zijne oudc*n»^ cÜe daar giiidM)|) lUli 
iwrr Dtitrlban* onderdanni (t^* grhir<ieii Ii4'bl»ri]) terwijl (hun TAion) 
met ledige handen door een Javaanitchen voritt i;» weggezonden. 

5i5. «(Zeker /uilen) zij onophoudelijk hunnen zimmi trachten te truonten, 
die aan de overzijde van de zee Z4N>erniitig ongf»ti*ld ig gewonlen, 
terwijl ik inij onversrhillig betoond heb, aU kon *t dhj niet 
!<*}ielen of hij dcKMl ging dan wel herstelde. Daaraan heb ik 't 
dan nu ook te danken, dat ik van hartzeer verga. 

MH *(Kn to(*h) wil ik u eeiiü wat zeggen » zup? Maar geniongthet 
niet verder vertellen, ojMlHt de koning er niet achter komt: 
ei'rvtdaagü zal ik (toch nog) met mijnen vriend medegaau; bij 
keert !i|NMilig terug. « 

M7. Nawang Tam antwcmnltle , terwijl zij zich voor hare ziutrr 
Itoog : -Met Tw verlof, mijne zuster! Ik ben veel te bang 
en (M)k niet gewend oin iemands giOieimen op straal te brengen ; 
vrrtnniw mij maar.» \u hervatte Nawang Tranggana, terwijl 
de dn>efheid op haur gelaat te lezen stond : «Zoo s|)eelt het lol 
met den inen^ch ! 

&4>i. -FJr ruM een vloek op mij en van daar die aanhoudende droef* 
held, die liange mnarten zonder eind! Mijn hart is vol tot 
lietüten» toe en ik moet dut alleen dragen. Ik moet (voor mijne 
uimlaad) boeten : ik inaat wat ik gezjiaid heb en ander» is 
het niet. 

510 •(■eve de hemel :«lechtji dat (mijii weiiMcli) werkelijk vervuld 
worde en hij van daag of morgen naar hier terugkeere! (/««mder 
mi) t4' bc^ienken) zjil ik bem verzo(*ken met mij naar binnen 
Xe gaan, ofNlat \a<l«'r hein moge uitnoo<ligen om voor gtie«i hier 
bij on« Xv blijvni. Al.'* (*ene tmuw» iiluviii zal ik hem dienen en 
aiirrii viMir hem leven!- 

't ifl \ii /«iit»!'!! wr f-rn itotfcnblik van Nawanif Trangiraiia om van 
iemand anden« te \frl.aien en «cl van den knionpnii!» v«n 
\V i nd oe - T i n ga 1 Zijne Iloctgheid koeiiterdr liet vooriienieii 
cim de prinses Nawa*ig Taro ten liuwrIijL te vraiceii, (op wie 
h.j verliefd wa« geworden) t(»eii zij , bij irelrgenheid dat harr 
oudere ziut«*r (dien vrtfiiidrlintf i /ou «einharen , zich buiten 
vertoond Iia<i. 



214 BA60E8 HOEUBAR&. 

54^. Ifembok liwat mapaiigeiiaii • ban dano ))é dini sakit - 
nawi kapireiigiiii rcko - haiitoek bibine in'wah goeroe - 
di Ikli tVah byoeh ' bala - bas tong polih - 
danc ring sang praboe Djawa. 

545. Sahi dane ngadoepirii - Iiokané di selat pasih - 
kat'kan soengkand kahon - dadi hembok tan pascmoe « 
inirib annja ndoemadakang - sangkan djani - 

sMih hembok t'wara pegat. 

546. Hembok djani mangorahaug - moenjin hembok teken njahi - 
nanging da ngwérahaug reko - nawi weroeh Da saug praboe • 
hembok t«ked mani pocwan • ugiring hi b'li - 

dan^ patjang g'lis teka. 

547. Nawang Taro sawoer scinbah - hiiiggih hembok tityang hadj^rih 
hyana tityang b*lèhbèh rcko - nawi hembok selang kajoeii - 
rakané lialon augoetjap - s'uioe tangis - 

hanaké né temahanja» 



548. Ilanak t'wahuja hembok toelah - sangkan hemboh sahi 8e4ih 
s'dih paling djwa s^atata 2 . manahé hiboek mamoepoet - 
san(}ans^in t'wah padidilian - t'wah hemasin • 

t'wah kèto ko gandjaranja. 

549. Ooemadak sidané tckïl - mani p'wan daué mahi - 

hembok ngatoorin ka djero - liapang hi goeroe mauoeutoen - 
sarrng malinggih di ()oera - sahi-sahi - 
hembok ^oeka mcdjang karya. 



550. Tan kotjap Nawang Tranggana - hana ta kotjapan malih • 
iiiantri Win dok-Ti lyoAi. reko - kajoen hanglamar t'wan galoeh 
Nawang Taru kakajoenang - doeké inidjil - 
dawcg rakané manjembar. 



1 £lder;<: Marggi. 2 Elders: djani honji bab& poii4ong. 



.'i4l. (l)Min)|> /.irh lot lian* 'MH^ier wnidf uiie , sprak zij) «Ik flf*iik rr 
mrt ^iiiart vu M-hHHinti* aan. dat bij liirr ziek ^mtrM i». Min- 
nrhieii komt 't ter (Mirt* van xipiv ouilei>, tlir daar gind» <»|» lUii 
iwrr ontritmrr omirnianm (te gebieden hebl»eii) terwijl (hun toon) 
met ledige handen door een Javaan^chen vor^t i^ weggezonden. 

Sió. »(&ker /uilen) 7.ii ono|ihuudeli|k hunnen tH)on trachten te tnioKten, 
die aan de overr.ijde van de zee /<N>ern(itigongt»teld ia gewortiea, 
t4'rwi)l ik mij (mverschillig betotind heb, al» kon *t niij nirl 
itclielen of hij dcNNi ging dan wel Iierntelde. Daaraan heb ik 't 
dan nu ook te danken, dat ik van hartzeer verga. 

.'ilH «(Kn t(trh) wil ik u eeiiü wat zeggen, zu»? Maar ge nioogt het 
niet verder vertellen , opdat de koning er niei achter kome : 
evmtdaagA zal ik (tocli nog) met mijnen vriend meciegaau; bij 
keert »poc*<lig terug. «# 

M7. Nawang Tam antwinirdde, terwijl zij zich voor hare ztiatrr 
tNiog: «-Met Tm- verlof, mijnr zuster! Ik ben veel te bang 
ril cNik niet gewend om iemands geheimen op straat te brengen ; 
vrrtnmw mij maar.» \u iiervatte Nawang Tnuiggaiiii, terwijl 
de dn>ef heid op haar gelaat te lezen st^md : «^Zoo «peelt het lul 
met den men»ch ! 

&iM. -Kr rii!«t een vloek op mij en van daar die aanhoudende druff- 
heid, die liange i*inarten zonder eind! Mijn hart i« vol tot 
liervten» t(N* en ik moet dut alleen dragen. Ik moet (voor mijue 
mÏMlaad) bc»cten : ik maai wat ik gezjiaid heb m ander» i» 
het niet. 

510 «(ieve de hemel ulechti* dat (mijn wemirli) werkelijk vervuld 
wiirde en hij van daag of morgen naar hier terugkeere! (K<mder 
mij U* b«*deiiken) z^l ik hem verzoeken met mij naar binnen 
te gaan , o|Nlat vader hem m(»ge uitiUNNligen om voor gue«i hier 
)mj on« te blijvi;n. Al.*4 eene tniuw» lilavin zal ik hem dienen en 
alleen v#xir hem leven !* 

'*.i>I \ii /««)i»i*n wr f^Mi iM)gi:nbhk van Nawang rranggana om van 
letnaiid anden« te vrrhaten en «el van den knionpnn» van 
\V i n d o e - T i n g a 1 /ijne I looglieid koe^tenle het voornemen 
•Hn de priiiJtes Navang Taro ten hum-lijk te vragen, (op wie 
i!.j verliefd wa* gewordrn) toen zij , bij gelegenheid dat harr 
oudere zuster (dien vn*eindrling/ /ou *embami , zirh buiten 
vertoond had. 



216 BAGOES HOTiMBAR^* 

551. Rahadèïi inantri maiijembah - ring gooroen^ 8ri bofpati - 
raden mantri matof*r halon - doeroesang hitjan hi jfoeroe 
mangkin poctra ring titvang - won ten poetri - 

pamadé ring Djamiiitora. 

552. Nawanar Tarc> Iiaran ida - liitja goeroe ngarawosin - 
lingira »ira sang katong - sa?idikan hi nanak Bagocs - 
bapa djani raanoendènang - patih mantri - 

tatiga hanggawa soerat. 

553. Patih mantri kemïi loewas - ka Djamintora né djani - 
hanggawa panomah reko - parek ring sira sang praboe - 
toenas kajoené sang nata - jan to djani - 

hasoeng tan pajjoeng inawalya. 



554. Sani])oen maniarggi hoetoesan - tigang siki nggawa toeli» - 
mVah radja panomah reko - tan kotjapannja ring hen o e - 
sampoen prapta ring nagara - dawoeh kalih • 

djoemodjog maring bantjingah. 

555. S'cjek tinantfkil sang nata - hoetoesan katiga prapti - 
mamarek Hida sang kalong - sang soerat sam{)oen kahatoer - 
sang praboe hag'lis mamatja - toer mangoeri - 

winatja maring w r e d a j J. 

556. lloenining se wal i pat ra - sahapratekaning toelis - 

sang praboe hémeng hangrawos - toer bengong tan k'na moewoes 
bahan dané né njanggoepang - mantri Bali - 
raden galoeh makadaH'wa. 

557. W'kasan dané ngandika - pangandika haroemanis - 

* lah hatoerang ring sang katong - kadoeng moenjin maman sahoed 
itialoc niamnn manjanggoepang - mantri l^ali - 
dawcg dané dini soengkan. 

558. Mangkin dane dèrèng teka - dané masemaja mahi - 

kranan maman takoet nanggap - hoetoesan hoematoer baloes • 
doeh Déwa Ratoe sang nat-a - mantri Bali - 
sampoen mantoek ka Korlpan. 



MAXTHI KOHTPAV. 217 

. f Op rrkrmi «laj») xiTM'iii'^n oiizi» priii» vtK»r /.i|iirii viid«»r. maakte 
»i|n iw^inHali vn zeiilc : "Rrrnl Vwe piiiüt ovrr rwrn 7wm\ uit, 
tfiijii vadrri (f*ti Vf*rvul don won.Hch inijiiü hartrii). (Ik 7^m jjn^mr 
tn>uwrTi <Mi wel iiiPt) Av jonfir?<te priiiHO.^ uit DjauiiiitonV 

.. II air naam \* Nawnnif Tarn. Wf^.n /«o is^wA dat (vwir mij) 
in ordi' tf maken, mijn vader !• Zijne Majei«teit antwoordde 
t#>rytnnd ' "Ik ireef u f^tsnie mijne toestemminir, mijn /«m ! en 
ml dadelijk drie van mijne voomaamJ«te le^rhoofden afvaardigen 
om een' hrief (van mij) over Ie hrenifen.'' 

\. , l>ijin>|i /ir!i tot d»»/eii wendende, vervolgde Z»jne Maje!<teit :) 
•Komt aan, bejfpefl u terMond op wep naar Ojamintora om den 
hni«dMhat te breuiren- Maakt uwe opwaehting bij den koning 
♦ »i venr^»kt hem om zijn antwcN^rd te mi^n weten. Keert 
•lan dadelt]L tenijf, liet/ij (de konini;) zijne toe^temminjj geeft 
••f die weiirert." 

k '^ drie irezanten vertnikken «mverwijUI om den brief met Av 
jpri^'benken over te brenjjen. Van hunne lotgevallen op rei» 
•preekt het verhaal niet. II*»t waj* neg*»n uur in den morgen, 
Uyr^n 7ij in de ^tad aankmamen , waar zij regelrecht naar hei 
f«lei« fringen. 

%^ IV koning gif jni.ot audiëntie. tfN*n de drie afgezanten hunne. 
nj'Varlifing maakten. Zij bcxlrn hem den brief aan , dien hij 
fen>tond la^ om daania 



"! afïeiirnd gelaat over den inhoud en cle hem toegeiond«n 
•>ienken na te denken. Zijne Maje<»leit kon M'hter tot geen 
hr*«iuit komen en zat met een eni!*tig irt*laat .«♦torn voor zich uit 
t^ kijkrii. IK' reden hier\an miu», dat hij Av ln-ide prinn^M^Mi 
ffw^i* aan d^n pnn^ van Hali liehwifd iiad. 
Ktfuielijk ojïende hij den mond en sprak op vriendelijken toon ■ 
«rWeJ, vigi maar aan l'wen von»t (dat ik niet aan Zijn ver- 
buiieni kan voldoen) daar ik reeds mijn «oord ge|itj^v*enl heb. 
Ik firb (hiiar) vroeger reed« t(M»gez.egd aan den prin.^ van lUli, 
|nr*i zijne llfx^gheid hier ziek lag. 

• Ilij iji «leilert n«>g niet hiei grwi-e^t, vl'^'h) hij herft l>e|<M>fd. 
list hij ten /j>u komen en diiamm durf ik (uw v<K)rMel) niet 
aSB Ir nen n.« Nu ««praken de afgezanten beleefd: 'Met l'w 
'« Om te Heer en Koning! de prin« van lUli \* ree<U 
Koript teruggekeerd. 



L 



£18 BAOOB8 HOSMBARa. 

559. PaD^ maiitoek roras > diiia - tan wènten manampak goemi - 
daup moendoet poetri kahut - raden galoeh riog Djongbiroe 
sanghjang Garoeda mamboewat - mVah {HUigiring - 

saini wcnton kalih dasa. 

R 

560. Tan d^wa danë katoetoetan - hantoek sang jakai di raaigg 
toer dané roajoeda reko - ring hokané raden galoeh - 
tinibakan manik hatma - sira jak»i - 

pedjali sampoeu binasmijan. 

561. Sang praboc lialon ngandika - lamoen to»wi kèto tjahi - 
niaman nanggap hyoen ;$a}ig katong - hoetoe«an inapainit mautop 
sain])oen praptèng Windoe Tingal - sri boepati - 
tiuangkil ring djaba pisau. 



562. Sareng poetrane ring djaba - hoetoesan prapta toer bakti - 
»n]\g pi-aboe ngandika lialon - kènkèn handikan sang Batoe 
hinggib Hid& liuUng liitja - toer katampi - 

soerat lan radja panomah. 

563. Sang ratoc ring Windoc-Tingal - inVah |N)etran^ raden manii 
kalintaug 8oekan(^ reko - yyoYih hanglamar t'wan galoeh - 
hanging poetrii ne halitan - leniah wengi - 

njabran nningingonin pandjak. 



IX. 

564. Tan kotjapatinja ring Djawa - ring Bali voewoesan raalih 
inantri ring Korii^an reko - hauiongmong dyah roro kajoe 
sawatara jèn lawasnya - kalih sasih - 
maroepa soeka tan soeka. 

665. Kadèu inantri tan pakènak > - kajoen<^ sadiua latri > 



> Elders: sya. > Elders: sajan koesyS. 
' ff : sada s'moe s'moe 8^4^^. 



VAXTRI KORIfAN'. 219 

TwMif clafTTii fn*i<*(i«*ti i^* InJ naar zijn Und vfrtn)Lk«n rn «rl 
door (Ir lucht , nmlat hij renr M'lKMine koninpMlo<;htrr, de* prinATA 
van l)j(»n^biroc , frt*Kcl>aiikt had. Ih lieili^ UahMnla hrrft hen 
mrt twintig vulgclingiMi wc-ggf^lraf^n. 

IM. «Wrl vrrden /ij t(*nitond op hunne vlucht achtervidj^d dcwr 
dm reu* en heeft de^e nof? jjentreilen met fijne doHitcr, de 
prinacï», d(x*h zij wierp hem (ten laatste) met man ik hatniii, 
mp de n*us den ftee^t gaf. (Zijn lijk) i» reedn verbrand.» 



MI. Nu hemcm de koning Ix-daard : »Mê dat werkelijk 7«m) i;», 
iLin heh ik verder nietd tegen het verlangf*n van uwen vor^t in te 
brengen: ik neem het vourMol aan.« Met dere biKKliiehap ver- 
trokken de gr/anten , na h4>h(M)rlijk afM;heid genomen te hebben, 
en krenleu zij naar Windoe-Tingal terug. Zijne Majesteit lat 
joivt met zijnen zoon op het voorplein 

Mf. Uien de bncNlï(chapper» terugkwamen en in eerbiedige houding 

vocir hem neerhurkten. Hij voerde hun tervtond te grm(M*t : 

• Wel, wat h«*ft de kcniing gezrgd*''' "Om U te dienen ! Zijne 

liajoiteit is er zeer mede in zijn »chik en heeft den brief met 

dc!U bruidschat aangenomen. » 

l>e vont van Windoe Tingal en zijn zoon , de kroonprins, wiren 
x#er verblijd (toen zij luNirden) dat hun aanzoek chh de hand der 
jc*iig»te prinM*ai (van Djainintoru) inet een goeden uitslag bekriMHid 
msu (Zij lieten een groot feei:t aanleggen) en stelden iiuniieknerliten 
djigrn icbteften in de gi'lei^*nlieid om met hen vruolijk te zijn. 



IIOOFDSTTK l\. 

la«oi« ll<iriiB.%R.ï K.%N iiKT vi:ki.a\(scv mi:t wkermaam om t>r. 
rBi^»itA VAi DjamintokA terii* te /ibn r\ kei?*t v<hir i>c 

TWEEOR MAAI. NAAK JaVA. 

IC4. ^^ij laten nu de liinlen op Java hun gang gaan en keeren met 
<«Q« verhaal naar Kali terug. I)e krcMinprin» van Kon|tan had 
BO rrrd^ taee niaand<*n in het gezeli<<*hap zijner beide Brbcionr 
pririsTMTfi doorgebracht, t(»en zich (op irninaal) (*en trek van 
cNBtrvrrdenheid op zijn gelaat lN*gon te vert<M>iien. 

ÜIl Zijmt Hoogheid was (blijkbaar) oiuiangenaam gestemd van binnen. 



b: 



220 BAGOES HOrMBAKa. 

toer hangfmbeng hijeh pation - maling ring rahadèn galoeh • 
raden dówi Djamintora - leinah wcngi - 
sahi kahèst'i ring manah. 

566. Gamhoeh iniwah tatahoehan - hauggon niangiipoerang «eijih - 
<an kena saroewang roko - rahadèn galoeh Djongbiroe - 
has^noc kagijat toemingal - s'raoc gipih - 

raris matoer ring rahadyan. 

567. Toer malinggih pakalyan - tityang matoer ring hi b*li - 
ngorda b"*li bengong- ben gong - mi rib dèrèng me[)ék kajoen - 
handikajang teken tityang - samjwen Vli - 

mangkin makoebda ring tityang. 

568. Raden mautri jèn kosekan - héi)oeh di dj'rouing ati - 
nanging té t^koet ngorahang - raden galoeh ncieg mnioer - 
sarencr raden galoeli Daha - ngasihasih - 

hoedjare mangrepang manah. 

569. Jan hi V\i doeroes hitja - mamandjakaug tityang inangkiii - 
ngandika hoegi ring tityang - nawi wènten malih kajoen • 
di djaha poetri kahyoenang - néné ririh - 

}\6 degeng mangaba raga. * 

570. Hi b li aampoen manawang - poetri di Djawa di Kali - 
hengkèn dja kajoeTiang reko - Ratna Dj'wiia tityang takoet 
dane hyoi* toer magoena - boja geroing - 

pangaroch h ij o s b a r a n a. 

571. Lyanan t'kèning poenika - tityang njanHang mangraannin - 
di Djawa {)oetri ne kahot • hakèli mantri né hoelaiigoen - 
mawasta Nawano TuANfïCïANa - hajoe lewih - 

uiadoewé tjatjorong (jarPwa. 

572. Poenikii d'lingé di DjawJi - hyana kokih ban mantri - 
j)oenika hemnnang tityani^ - raden mantri raris kcnjoeug - 
poenika ne haptiu tityang - sapoenapi - 

mangkin hantof^k mangrawosang. 



I Elders : p a n g a n d i k a j a n g ring tityang. 



MAM KI KDKIK.IS. '•.'«! 

Zijiie cMj^vti vul(ic*n 7.ich trikcii:» met tranen, /uo ilikvijU lnj 
aan dr priuM*!* vin Djamintoru dacht, naar wie zijn hart n;u^lit 
et) dat; uitifiiiif. 

€. Ilrt hirip hfin nift of hij ook al de gainl)f>eh liK i|M*lfn m 
muurk lirt makni , om /oo doeudr zijn vrnlriet te* %c*r/rtten. 
Hij ki>n (/ijn Ired) niet verlM*rgf n , althan!«, lofii ilt* prin!M*> 
%ati Ujuti^binit* hem e<*nM goeti aanxa^, üchrikti* /ij %aii /ijn 
ifrla^it PU «{irak /tj gfjaa^ tot heui, 

17. tf-rviji /IJ UM't (ir unil«*n* hij ht-ni ifin^ 7.itt<*n : "Ik miiiit* l 
«a: vnigi-n, niijn %ri(-nd! llof* /it !;•: t(N-|i /«lo i*rnMi^ tt* kijkfii, 
ai» ontbrak er iio^ ictit aan Uw gi'iuki' Ze^ hrt mij «*ii verlirri^ 
h»^ mij niet.* 

BH. |ir knmnprin.t m\ in twiTstrijd, docli hij waagdf hft nirl (zijn 
lrrd< tr o|>cnlmren. l)c priiix^s bleet et-iiter hij hem aandrin|(rn, 
Krliolprii door de primie!) van Kedirie. en ?iprak hem» t»*i«ijl 
i.j iicni iiefkooMic, op hartnierenden t<Nin aldu^ aan: 

19. 'AU tnj notf altijd l-we »laviu irene^fn zijt, rtpnt'k dan tm-ii 
ti»t mij ! Verlangt ifij ini.**M'iiieii noi^ intrr (v**r%ivi'Mn^i*n te 
makelij ? (ICe^ nilj) maar miNUit de \er>tanilii:f en i^rtrouwe priUM*^, 
UAot wie l «r hart uitsraiit 'f 

19 '•(■IJ zijt immer» met allekonin|;!i(ltH-''itrr!'0)i.l.i%jrnii{i hali Iw-kenti 
«rikr daarvan wilt gi* iieblien r Alleen /ou ik l nift durven ^aan- 
raJi-n) dir brnN-mde prini«e:* life Wf-ef mfl), die ti* .«hm ii* en ti- z«-i r 
III dr icrririmen der «etenM'hap il(N)r^*dnini;en «nn /u*n diHir L ir 
i^trii %augrn. Zij ii> onder de livo:» ba ra na ^b«»ren ï 

ili ■!& ken rt'hter; fv'ne amlen' , dn* ik wel kun^ /ie l' te br/orgrii 
rti die mij iNik mrl U^va ien /ou. Ik bedta*! crne «i-lnnMir m 
fc«-njraidr priuM*» op Ja%a. .Namang Traninrana t(i*naamil . np 
«IC de mecitr prinM*n verliefd zijn. Zij lieefl f*en paar heldere 
kijker» in 't hoofd (waarmede /ij tot in «emand» hart hrM) 

UI. «rik !• de %er«tandii(rMe (vntuw) «>p .lu\a , /iMnlat dan otik ui»w 
jfvrti enkele pnn:* haar :.erft kunnen vitm .Ma.kcn. ila.ir /nu ik 
^aarr;e m(»)^*n iijdrn!' De kn>«)nprin> Itri^in tr ^limlai !ii !i en 
f^ifir -Naar ii:iar traat jui<*t mijne l>rifrrrtc uit ! N\ at dunkt L, 
«al ik 't aaiile((gen (om haar ti* knj^nji'*' 



ë^S KAOOKS HOBMBAKa. 

578. K'njoeiig raden galoeh Daha - hoedjaré ngenjoedang ati - 
sainpoeu ko tityang matakon - hi b'li tVara iijak iig»koe 
lamoeu tVah hi b1i njadyajang - diiia betjik - 
bin teloen beli ka Djawi. » 

574. Poeuika dina né m^ah - margginin beli memaling - 

Boedauiug Wajangngr reko - uaiiggal ping ro néné hajoe 
PADJKNOKiNGKiNG pangaranya - dojan polih - 
toer malih byana sangkala. 



575. Rahadèu mantri ngandika - doeh Dcwa wikan dyahari - 
k'ujoeug raden galoeh roro - tatamahan hoeÜDg ngiloe - 
raden mantri jèn pangarah - paramaugkin - 
nedoeuang pada bahitu. ^ 

576. Sampoen hoesan mapangarah - prahoe hakèh ring ])asi8i - 
kotjap raden galoeh roro - kari ngrawos ring sang kakoeng 
hasoeng s'pah di pabinan - ganfi ganti - 

boeka déwi lawan déwa. 



577. Sampoen hi b'li sangsajJi - ngawonin tityang di poen - 

boja tityang patjang h^long - mamandjak ring b'li Bagoea - 
nadyan soewé b'li loengha - tityang bakti - * 
jadyau ping sapta mandjanma. 



578. Kahadèn mantri ngandika - sarwya hingoesap gigir - 
hasih sadja ko hi Dewa - tityang pamit ué bin teloen - 
sangkan tityang byanii loekta * - jèn manjilib - 

raden galoeh Djamintora. 

579. Uaweg tityangé hirika - sakit katekan das mati * 

goeroen dané njoendaiig tityang -NawaugTrangganamanjimboeh 
raris tityang mrasahitang ^ - nanging k'^il - 
mMalé hoeli di poera. 



1 Elderi«: madjalan. 

^ Met dit ver» eindigt een der geraadpleegde IISS, 

5 Elders; hèsti. * Elder»: toesta. 

* » : masagitang en mrasagitaug. 



Su liri(un (MiL lil* |»riii?tf!« vaii KtMliric tr ^liinlarlini , t«*rwijl /.ij 
»p «r^i«*|M'n<l('ii ttMiti >|)niL : ''TtitMi wij u Mraki* vnN*^iMi , lirlit 
pr nirt Hilliii iN'LfMnicii ! Maar, licht i;<' urrkHijk l'w xiniirii 
3|« finar >fi*/rl , /(irf( lUii iliit ^* ovir ilrie daf^*ii naar Java 
■ rrtrrkl ; 

'ti;!! i.4 tiMi p*Iukkigt> ilag V(N>r l om uit «irhaki*ii iv gaan. 
iW.j M-hnjvcti ilan) Wooiisda^ van dr z«*vrii rn tw1nlig^t«' 
«rrk . <leii t«e«Hl«'ii <la^ van de wasiM*nde inaau, ren dag» dn* 
padjeiigkiugking gencMrind wordt (f n niPt nvlit) i*rfi gt*- 
lykkiirr mag lieftfn, daar hij gemoenhjk (de onderneming) dort 
tri.ukkrn f-n in g<*en geval onheil aanhnMigt." 
l>r knM)n)jnn?* iiervutte: «\Vel, wel. Mevmuw! hm* goiHl weet 
f»j dat allf>, niijne i^rhtNine prin^eü !" waarop de lN*ide daui<-» 
Ur:;r!ide ten antwoord gaven : «'We welen dat uit cene over- 
*r%rriiig iij itnie familie. «^ Nu gaf de knNinprin» laat ouj zijnr 
kni-t ;iten op tr roepen en ten^tond de M*he|M>ii 7i*iln*e Ie do(*n maken. 
ï^iudrr verwtjl merden dan ook de noodigv* bevelen dienaangaande 
n:tin-«ireld en wehlra zag men talrijke vaartuigen bij het Mnind gereeii 
iiiOf''* Intu^M'hen z^ten de beide prinM*>M*n nog altijd met hunnen 
rchtgt-niK>t \e praten, terwijl r.ij, op /ijne knie«*u geateten. Iieurieliiig» 
rrur «uipruim met iiem miH»ehlen. Hen daar zoo /.lende , xou men 
|cfinet-iid hebben in den lieinel \erpla«l.«t ie xijn. 
*.\laak er l maar niet iHVorgd nyet" (duM lieten de loeide K'iiounen 
cicn :i(«>n-nj dat gij f»n.« hier in het |»uleis moet M-hterlaten. 
W . , /uilen L geen»/in» ontrim» worden, icnuune vriend! Al 
WM-.t ge uuk lang wegblijven, dat /ai aan oiiZ4* truum niel 
M.'.Aiirn Al Huril«'n me iNtk nog /.e%enniaal geburen (mij /i^n 

r;j b: ,\»li «Ie l «en^ !* 

l>e kni«»npnn» ^tret•k iiuar o\er dm ^naakten; rug en /.eide: "Wax 
jiit ^éj tiicli goed, nie\roum ! Ik za «lan overmorgen afMr.'ieiU 
%mt. u ni-uien IV reden waannn ik er zou onlevreden uit/üg w«ii, djt 
ik ^'i «tiitr aan de pnn.v?> \aii Djauiinlura dacht ^eu 't L nirl 
ctarftlr tr zeggen. Maar 't n* U'trr. dut ik L' maar ulU^ \rrtei^. 
IK- g*'**'>f^'>beid dat ik nii) daar bevond, merd ik diMtr ft|,r 
oti^pnitridlieid o\ en allen , die uiij aan d«Mi niiid van liet ifraf 
Wr»r*it. IV vader van Namang Tranggnn*» ima.« zimi vnenUrhjk 
%B'»' rn- nif"! /ijnen arm te ondersteunen, term ijl hare imiigheid 



i(^4< BAÜOES HÖKMBAKa. 



5S0. üaris tityang kasimbiiigau - hantoek daiié kata Djawi - 
byana tityang bisu reko - jakti ririhé inamoepoet - 
saini ring hi Ratna Djwita - boja pauggil - 
inakrana tityang koetjiwii. 

581. Baden Djongbiroe ugandika - hésemé nganjoedang ngati - 
né mangkin poepoetang reko - hapang da kalah i maugapoeng 
mandeg b'li kahon satwa - nené mangkin - 
ragau danené bakatang. 



582. Jan mangdé mangkin hoeroengang - Djawa Bali manggoejoniii 
paugintèu danene reko ^ - ujenggoekang sapandjaug toehoeh 
mangkin hapang horahangil - daué ririh - 

tityang kepitan wong Djawa. 

583. Pragina gamboelié pada - sami to hadjak hi b'li - 

rahin dané Mad<5 Taro - toer dané seneng ring gamboeh - 
poenika karaning bakat - hanak tjeiih - 
kèto hantoek mandajanang. 

584. Oamboeh dané sahi medal - dirika gentosin beli - 
raris poepoetang di sendon-sendon Bali dané weroeh - 
nanging dane jèn manawang - hapau sakti - 

bikas wong djagaté tawang. 

585. Wong Djawii byana manawang - ring sasendon gamboeh Bali • 
Nawang Taro wikan reko - ring rakané liwat takoet - 
byana poeroen maugwcrajang - t'wah kakalih - 

liauaké di Ujawa nawang. 

58(5. Poepoet marawosrawosan - raris katoer ring n^repati - 

langkoeng soekané sang katong - sapratékané saug Bagoea - 
sainpoen wengi dawoeh tiga - kantjit prapti - 
pangajah ' ngatoerang (lahar. 

1 Elders: toejoeh. 2 Elders: doropon. 
5 // : pand j ero wan. 



MANTKI KOklFAN. Uti} 

tnij beeft f^esembaard. Ik had al H nio^re iijke bc:|in)ef4l (oui haar 
ie lien) maar *t was een heele toer om haar uit hare vertrekken 
te krijgen. 

(Kindelijk naar buiten gekomen) heeft xij mij in het Javaaniich 
eni raadsel opgegeven, dat ik echter niet kon (opioMen). 
Waarlijk xt) is door en door knap, de veergade van die be* 
roemde prinsen en 't is dus niet te verwonderen , dat ik voor 
haar de vlag heb moeten strijken *>. 

>ïu nam de prinses van Djongbiroe h<?two(»rd, en sprak, ter vijl 
erti hartbetooverende glimlach om ha rrn mond siierlde: # Ditmaal 
moet ge het doorzetten en zorgen , dat g^ niet meer met deu 
mond vol tanden blijft staan, loiat u thans niet door hare 
«norden en vertelsels overbluffen , maar (houd aan) totdat xij 
aich aan u \\reti overgegeven. 

* Als irij *t uu wéér moest o|)ge ven , dan mu geheel Java en Bah 
u gaan uitlachen, terwijl hare voedsters heur leven lang van u 
aooden praten. (Volgt gij echter mijuen raad grtmuw op, dan) 
sta ik rr voor in, dat xe (daar ginds) van mijne slimheid eu 
knapheid zullen gewagen. Ik ben ook eene geboren Javaausche I 
Neem aJ de muuekanteii met di? tooneelspelers met U (naar 
Java). Zij en hare zuster huudf*!! veel van de gamboeh en doordat 
oiiddel zult gij de ongenaakbare in Lwe macht krijgen. Op die 
«ijie OKiet gij 't aauleggi*n om haar te verschalken. 

• (ik weet) dat hare eigene mimhorh eiken dag speelt. Nu moei 
m tien om in de plaats (van dit* lui; op tt* trutten en dan al 
/iiigeude de zaak met haar afmakt-n. Zij vcfrstaat onxr baliueesche 
ballades zeer goed, want zie, ztj iii bovennatuurlijk «ij!* rn daar- 
«Inur met de manieren van allr vol km der wereld grtMidig brkrud. 
IJe (overige) Javanen bq^rijpen er niets van aU on/,r t4ionw*lsprlrrs 
jaiigrn, uitgeiouderd dau (dr zuMer l 'wrr uitvrrkomif) Nawang 
Tani, doch die heeft Ir veel ontzag voor harr oudrrr /usirr, 
dan dat ZIJ 't wagen zou om uit d<* school te klappen, liuitru 
énr twfr is rr geen Javaan , die (iets van onze zangen) beirrijpt* 
llirr riiidigilm zij hun gesprek , om dc*n koning (van ern m 
MMirr) krnnis te gaan grven , die* zeer mrt de zaak was iuKviioineu 
e« ailea goeilkeurdr wat dr knionpnns brslolrn had. inlu^scliru 
ma bei drrde avonduur aangebroken rn dnirgru de bedienden 

op. 



tdtp. JU. 1'. 



226 BAGOKS HOEMBARa 

587. Rahadèn galoeli riTie: Djawa - sareiig radèii galoeh Bali - 
ngadjengaiig ring balé kahot < - rahadèn mautri kawoewoes 
liaTigadjengang ring pamengkang - patih mantri - 
hanadah ring djaba tengah, 

» 

588. Kèn Tjoudong Bajan Pasiran - aami woes anadah mangkin 
paHa loeuggViug tepas hoeion - sama roepa hajoe hajoe - 
lianampa bawahan h'ma» - Twir di toelis - 

loenggoehé ja djadjar-djadjar. 

589. Rahadèn mantri ngandika - t'kèn prapoenggawa sami - 
kema ké horahin reko - pandjak sapragina gamboeh - 
niani hira ngadjak loewas - sira patih - 

sampoen hoes mangkin mangarah. 

590"^. Sampoen matjadang bahita - bandéga pratyaksa sami - 

djoeragané bagoes hanotn - pada nganggo badjoe moeroeb * 
mabandéra soetra djenar - toehoe has'ri - 
talin k'lat mapontang h^nas. 



591. Matijang selaka p'tak - mabidak soetra né koening - 
mapautjer tambaga kahot - madjoli-djolijau loehoeng - 
malih koeda woes tjoemadaug - matjameti - 

mirah makakepoeh hemas. > 

592. Moeuji ' penalikan ping pat - rahadèn mantri ka poeri - 
prapta maring saloe koeion ^ - rahadèn galoeh katemoe - 
makalijan ring balé mas - hajoe le^ih - 

katou kadi boelan kembar. 

593. Kaden mantri sagèt prapta - sinamboet kang poetri kftlih • 
hangremih-remih hangaras - moenggah ring djiuem^rik haroem 
kasoer iangsë tetempoeran - kasoer sari - 

hoelesé geringsing wajang. 



1 Elders: pagaloehan. 

2 // : kakepoeh djadjeboeg hemas. 

9 ff : taboeh. « Elders: dj'ro patoeron. 



MAM til kOKll'AN. 2i7 

iH7. IV beitli» prin^Cïiiirn «trri in ile rijk ;;p*tofl(f«*r«lr bair, terwijl 
Ar knMiiipriiH o|) (Ie hiniiriipUiiU lirtlieiul witiI (*ii di* l«*grr 
luMifdrii f»ii ri|k*«srriM)tfn in dru tiiTr4l«*n viMtrhof hun a\iMidniual 
nutti(^dfn« 

5**H. Nidiit o<»k de vcrüchillmde hordainm ^^«•gfti'u hadden, ver/nin^ldcn 
>i| zich in de viNirgiillerij , wanr /ij, di* rr nc* al .ti'hiiuncr rn be- 
vallij(fr dan de andere, }dajit<i naoimi en d«* i^iuden }«indu«iien 
(rn andere benoodijj^lheden) in de hand hielden, 't Waa eeue 
schilderij om hen dair zoo in rijm fje?*ch;iJml te zien zitten. 

5SSI. (Na aH<H>|) van den oirialtijd) gnf de krfMinptinH den Iioofdeo 
U'%'el , 3?e^!jend*»: *'(iaat nn heen en irr^eft a:in allen, die bij de 
^mlMieh behooren . kennin, dat ik hen* nior^n o)i niijue reis 
»l medenenien ! ^ Ter!»tond werd d«x)r «Ie le^rhoufd**!! aan dit 
hevel voldaan en de oproeping rondgej^niflen. 

I»VO (><ik de vaartuigen, bemand met flinke mutmzen en (gekom- 
ni»ndei*rd d(K>r) jonge en knap}M- i^vagvoerder* ^ allen getooid 
in !«*hitierend fraaie bnivjej*, lagen reedn reilree. In den top 
wap|ienle eeiie baitengemeen üierlijke vlag van geele zijde ver- 
^.lardiird, terwijl het touwwerk op gelijke afstanden met gouden 
ringen overtrokken was. 

S9Ï I)e inaMen waren van blinkend zilver, de zeilen van ge«*le zijde, het 
mer tan kostbaar koper, terwijl de pracht der hangmatten alle be- 
Khnjving te boven ging. (In het |Mileis wenl) het |»aard (van den 
knMinprin>) genrti gehouden, liet prijkte met een gouden zadel, 
{'dal «lechts doorj de diamanten zweep (in pnichl n\ertn)tfen werd). 
li^i AtüMlra liet niiddernacht^uur t^*>lai!t'ii had , !«)MN'tlde de LnKinprins 
7irh naur het binnenste van het pilei.^^ , naar iiH %rnu«tn%ertrtrk. 
«aar hij de beide priiisris!4>n tip de gtniden hale \imd zitten, 
M hitterend in den glan» harer nchotmheid , ziMklat men in ver- 
zoeking kwam om hen voor een dubbele maan aan te zipu. 
Sy'i. Njuwrlijk!> wa.4 de prnn hen genaderd uf hij nam hen in zijiie 
tmde annen en hield niel op van haar te liefko/en en inrt kutM*u 
Xr uverdekkeo. Daamp beklom het drietal de tegi*r«tede , waaruit 
hüu dr liefelijkste geuren tegen *tr»M>mdcn. I'>n prachtige bult/ak 
%an ern gi*batikden overtrek «oorzien {wnn daart>p uitgr<>preid) 
terwijl htt geheel achter (fraaie) gitrtlijnen . aan de l)o\rfi7ijde 
^: Ijkende met (keurig gewerkte) vallen, ver-ci.olen lag. 



2fiZ BA60F8 HOKKBABi. 

sampoen mangkiu dawoeli pisan - kan*jit prapti 
hanèng lab'wan gegelisan. 



608. Hakèh wong masisi pada - pada njembahiiig si^g mantri - 
pada hoeinatoer patakon - poenapi karyan hi Batoe • 
mangkin moenggahing bahita - jan doh tani - 
paloengan Tjokor hi Déwa. 

609. Hira loewas mangoembara - ka Djawa mangendon djoerit - 
dèiiing hada satroe reko - né maiahoer sada kenjoeng - 

ja 8oeba mabahan kanda - radèn mantri - 
dawege maloe ka üjawa. 

610^. Rahadèn mantri hoes moenggah*- ielasau lan patih mantri - 
lan ki S'mar moenggah reko - raris ngaboet manggar hidjoe 
ngebah bidak gegelisan - t'ka hangin - 
mambaroewang lan hoetara. 

611. Tjahoet manaboeh gamelan - maiagandjoer njedoet bedil - 

■ 

raris mabalawas halon • kaja tan mamanggih kéwoeh - 
toemoeli hambahbah lajar - tan panolih - 
parahoené ladjoe pisan. 



612. Mahadan hi Tandjoeng-pobrS - mabandéra soetra wilis - 
masawang kembang tigaron « hakèh prahoe né moengsoer - 
mapapas-papas di djalan • bengkah bengkih - * 
bandega pada nakènang. 



613. Prahoe ne hoeli di S'marang ^ - tijang teloc prahoe két jï - 
dagangané sarwa kahot - mirah winten lawan tatoer - 
batik poetih kembang Tjina - lan Ratawi - 
pada 8oeba kaliwatan. 



6 1 k Tan kotjapan ring d a d a I a n - prahoené lijoe di marggi - 
hijak gede liangin sajoug - pasih hotjak baloen hagoeng - 

1 Elders: dahat ngoelaugoenin tjita. 

> V : dj'rat dj'rit. > Elders: sembarang. 



MAVTHI KORIPAV. 2-13 

7^}n S'mar at* tri'Wi»oiili|k vlak naant hrm (lup) ;il* warr hij 
nirU mrrr clan »*rn i;nx>tr waiidrlutok , ni tiauwrlijk» wh;» hrt 
rrni^ inor^i*iiiiur aaiitfehrnkfii of het i»r7.f^l^hn|» kwam in vollfn 
ö»lop hrt *ifranr) hi| «Ir rvrdr opri^l'^n 
. FfTtie mi>ni^4' mpnüchpii wn* hier vrrzamrld . t\\v allni t\c\\ 
\ii*>r i\vu prin* nrf*rb<iïfi'n vu lii'rii op ♦wlwftlfn tiM>n vrnrjppn: 
• Wal i;» «Ie rwli^n dat l'wr llfNt^hrid /irh aan boon! bf'jjrrft ? 
(iaat Uwr rn* vrr of niet?* 



•^^ï^ -Il tf'i maar (ilu'« luidde het anIwiMird) een klem ',werftor*ilje 
maken n:iar Java om daar iemand den ivtrli»^ te verklaren : ik 
'irh ifehiMird, dat er vijanden zijn" De vracer*» heijonnen te irliiii 
!af Srn , daar zn er alleji van jri'hoord hadtien wal er ifebi'iinl 
wa« , 'i^n ile kmonprin*< de vorijfe maal naar .lava wa-* ^i^an. 

•1^. Intij«!when liad Ru?i>e'« Hornihtra /ie*i mrt de pri'jï^en en mk^- 
;;n«*ten n\ den hofnar aan booni Iw^tfeven , maan»p terstond hrt 
ai'krr p*iiel>t en de zeilen los ^m<iakt werden. MitiTn verhief 
rirh een ferme znidenwind (zoodat men tersitoml kon vertrekken). 

il 1 H:i hef verlaten van d'* reede lirt de knMtnprin**) de irnmelan 
• aJin en t\r iremeren afiehieten. De mu/iekanten !»|iwlden de 
palairandjoer , waarop het irehe«'le jfi'/eliM'hap beiron te zinifen , 
al* lieden die door ^ern zorL'ïMi tffkweld werden. Kindelijk 
werden de zeilen pelie'vlien en nam men voorpieil van alle* tf- 
•«■hi»id. Snel vlonif hel vaart uiir daarheen. 

lis He» dnieif den naam van Tandjo#»iiir pur ia vu prnkt*» m 
rl^n top m**! eene ignwu /^den vla»;. Mhitlerei»il aN eene 
ttcariinhh«*n Van alle kanten knam men onder me^ «<*he|ien 
'«-ffrn, die dtMir de matrfizen ifi'praaid nerden, maarna zij den 
'«furarrndiMt zoo hard zi) kmiden vnH'^iii iwaar /e \an daan 
k«4men). 

II Sw Oi'Hrr antlf-n-ri tiutunvettcn /:j) daar mmi j^i-n nji't drie vn fwer 
•I a*t^n , die vati Samarani; kwamen n\ dr kn«thaar«te ktnipwaren 
aar. bonni hadden , nU : juwefden . diamanf«*n . :;i*{Ndi)«t ciHid rn 
f*ïk de lijfijite witte hatik . mi't ('liimr-M'":.*- ru llataviaa«r!ie iri* 
Klaeimlr «lotfen. liet duurd** whter maar «f ti oii:^-nhlik «»f men 
Sad ni»k /de/e vaarluip*n) arStrr /ieh. 

114. Verr h»jznnder!ie<|en «'onl**n er van d#* n-i* nn-t v»Tm»'ld, t>veral 
r tij k«ainen vonden /ij tal van H*}!e|)en . die mrt ht-n op 



234 BAGOES HOEMBAR&. 

rasailja boeka ngènggalang - kantjit prapti - 
ring pasisin DjamintorI. 



X. 



615. H'uengak'iia sang loenga ring Daha woewoesan malïh 
radèu galoeli niakaroro - haiinggih ring baié loeudjoek 
malila-lilajang manah - tiniuggalin - 

bang loenga inoeuggab ring manah. 

616. Kasanja Un nialih tekii - loenga ring iaman seksari - 
jèh tingal(^ patjaroktjok - prapta raris ngalap saniuen - 

sampoen hakèh kapoeponan - toer malinggili - 
raden galoeh makalijau. 



617. Surwi dane nganggit sekar - sing iingalin katon keDJing 
rasanja teka manjangkol - hebon boengané m rikaroem - 
rasanja di kasoer haujar - inaras niabin - 
incndjoeh sepah di pabinan. 



618. Kahadèn galoeh ring Djawa - lioeJjaré ngenjoedaug hati - 
sarwining boenga né katon - hiwas tityang kaion keiijoeng 
goejoe raden galoeh Daha - soeba njahi - 
kédepang danc di poeri. 



61P. Da dja pati njambat-njainbat - hapang rahajoe di niarggi - 
djalan pèt uioelih ka djero - lahoet moelih makoekoe4oeng 
sagrehan lawan pawongan - praptèng poeri - 
ra ris nabix'h gegambelan. 



IC.%NTRI KüHIPAN. 295 

dr) hiKHpr ^»Ucii ^(inbl>enirii). IV kit utoiul hol (^n on(i|ih«iti- 
«lelijk kwjiinfii) /Hart* bn^krn* (n|» h(*t vaiirtuig uf) diirii tUar 
Zi\ n*n Mrvi^fn bnt*5 van iirlitrmi ludiirii , vlngim r.ij door 
het «atrr rii hadiirn 7ij v(ior /.i). er aan clarlitrn, (k* rt*(*df van 
Djamintorl berrikt. 



llOOFDSTr K X. 
a^Rrm^r van KAOor.?» Hokmbaiu op java, waar hij vciorloopio 

TUS INTRr.IC NKKUT BIJ DC KrHTEMNUKN HKKoKNIi 

15 \^ ; -wij^^n nu vi'U (N^Miblik van on/<»n rri/.ipi'r om van elf 
t» !•!• prinw^üon (op Kali) te veriiaira , die naa:«t elkander in 
•Ir kiriiir tiMit witon en al heur b<*st dedtn om elkander ie 
iMife»trii, lUar /IJ zich verlaten gi'voelden en zy nirl konden 
r.alaten uan den (vertrokken) vriend te denken. 

IA Zj \erl)eeidden 'Ach dat (hij) niel /ou teruj^keeren. Kindelijk 
•tonden /.ij o|i) en l»e;<aven zij /ieh naar den met bWmen 
pr»irrden hof. I)e tranen ï>tr(K)mden imar ovi r ,de wangen, in 
«irn hof trek4>men, begonnen /ij ter»tond bhiemen te plukken 
ril — nauveiijki hadden zij eene (gf*noegzame) hoefeelheid ver- 
jjiineld of de beide pnniie9M*n namen naaiit elkander plaati*, 

[|7. «^11 hiehlen zich onledig met het vlechten van kraniM'n. Al 
w»X haar oog aam^ltouvde a>ehe<'ri haar t«ie te lachen (en 
%rrtooi*de haar het bi^eld van haren (*chtvriendj van mien z.j 
rir'n (bij «Ijlen) verbeeldden, dat hij daar aankvam en iiaar 
!«»> in zijne armen zou drukken. De liefelijke bkiemengeur (die 
*iaar tetfenvoei) de<*d haar denken aan (de (M>grnblikken) toen 
rij •»!» h«t fri^jtche iM'd in zi)nL* armen rustten , iIcMir hem ge* 
l^efko»»**! «erdrn en /ij h«*iii zoo lienr !*iripruiiii tiK^taken 

B^. Kitdel.jk nam dr .lavaaiiM'he pniiM*-» iit-t wnonl en üprak op 
UArtbrloovermden t«ion : • Al de bhicMnen , die ik aaniKrhouv , 
«rr.jiirn mij Un^ te glimlachen (/ooalu hij dat gewoonlijk d* iet) <». 
liarr vriendin, de priii^» van kedirie, begon hartelijk daarom 
Ve iar.ien, temijl /g zeide : • l^aat dat, zub ! en denk liever 
if^ai» aan hem , maar niet hier. 

%9 Cie moet niet Z4io ilikvijL*» zijn naam noemen , opdat hij viMir- 
•|iurtlig ni««gr i\\u op /ijnen weg. Kuni , laat oni> toch naar 
h«;a gaan.' Daarop ?i|ofgen zij den sleiidang <Hn het h«K»fd en 
kernien inel nare vrouwen naar binnen teruir .Vtiitrr in *l paieii» 
gdtooien, begonnen zij (met heur beiden) muziek te oukeiu 



286 BAGOKs hübmbahH. 

620. Tinaboeh gendèr hangraras - haniba genHiog UTAH TaüTRI 
wong djeron^ pada gahok - doeroeug hamanggih kajëkoe 
pada tjepei hanibajang - w'roching waugsit - 
tinaboeh hatatangisan. 



621. SVaraiie ngenjoedang manah - hakèh wong djeroné nangis 
hangrocngoe kang gagendèran * gcndingé boeka mangroemnx 
ppnali lingsir Saiigyang Soerya - hoes^an mangkin - 
ka panr)'reman makalijan. 



622. Mangambil rontal Wiwana - iitakaronan makakawin - 

doek Sang ARDjoRva malapa - ring Hindri-küS poenikoe 
hakèh dadari manggoda - to basanin - 
kaja inanglipoeraiig manah. 



623. Raden Djongbiror mematja - rakane ditoc masanin - 
pawongan miwah wong djero - parja ja gahok inangroengoe 
baba8an<^ ngendjek sastra - nora panggil - 

hantoek Flida inambasanang. 

624. Tan kotja|)annja ring Daha - polah*^ sang poctri kalih - 
sahi t"wah ramc» di djrro • sangkannja ja dadi lipoer • 
sang lipoer nrialih woewoesan ring banawi - 

dèrèng toeroen ka lab' wan. 



625. Sampoen soeroep Sangyang Soerya - hakèh hanak di parisi 
pada mant^ek ngoengsi henggon - tniwah dagang |)ad& manto 
sampoen soehoeng di Pabejan ■ samjioen wengi - 
rahadèn mantri ngandika. 

626. Ilamèt sampan kaka S'mar - poen S'niar ngamèt. hag'lïa - 
fof*inoeroen mangkin tanulon - patih T#EM?a hatoetoenggoe 
D è n B i n a w a n g rowang hira - patih J è k s i - 
8am|)oen kasangoewin beras. 



Mam KI KttHIfASi. tm 

Kij tpfrldeii op (ie gfiulèr (*ii vrl de «iji* vau Dtah Tamki; 
bet klonk zoo lief, dat al liarr vmuweu er verlwasd van stundm. 
Z«H> iH» iiriti mm nog nooit ^*lioord. Zij bleven uteedii in dr 
Bi^at en wi,<»ten nauwkeurig iianne<*r zij moeiten invallen; (nieni^ 
koonleiej4 wenl er) tot i^iireifn;» toe door lN*wogen. 

llrur *yt\ wan /.oo «egiile|iend , dat enkele hofdames hiire tranen 
biri kiMiden «errhtmden bij 't hooren van die zachte muziek, 
«aAnati het thema aan de vleitaal (van een minnend paar) deed 
«Irnkrti. lntn!(<H:lien wa.* de /on aan de kimn>en gedaald , «aaro.n 
|iir beide prinM*5>en) heur 5|n*1 staakten en met elkander naar 
«ir «laapkamer gingen , 

vaar 7ij het b<H*k de W i « a ii ii t«r hand namen en met heur 
briilf-n begonnen te lezen. Zij koïJtu de paasage waarin Ver* 
iiaaid «otdi , li4N* de heilige ArdjotMia zioh in iNietedoeniiigen op 
lirii brrg Indrikili had afgezonderd en daar door eenige hemel- 
Bimfen in \er/.oekiug werd gebracht. Ook (hielpen zij elkander) 
«l^ti inhoud verklaren en trachtten op die wijze aan heur (ge- 
tL»lXrvï) hart de gewenachte atieiding te geven ^ 
|>r prinwü van Djoiigbinie laa, terwijl hare oudere zu.'«ter 
(«oiiin viMir volzin) iii geHiKin liaiinee^ch overbraciit. l)e hof- 
dafif» en de andere vrouwen hoonlen *t met verbazing aan, 
aK»> nauwkeurig en duidelijk al.<* de vertaling waa. Hare li<iog- 
uTul «hieg geen enkele maal de plank mi>. 
Mrer yuUrn we nu niet van iiet gedrag der l>eide piinioeAsirii 
m kniine verhalen. Klkeii dag wan er de eene of andere pret 
iffi :iet palein, die haar de gewenM*hte atieiding achonk. W** 
knrt^n nu tot iiein terug om wien<« wille zij veitruontiiig titH>di;; 
i^iiden. ^Zijm Hoogheid) bevond zich nog aitijd aan boord. 

. (Wel wa«) de zon reedn onder gegaan (maar nog altijd) liepen 
Wff IMÏ tan menmrhen op het Mrund , «aanmder %er*cheidrne 
Loofit rouwen . die allen op «eg naar hum waren en zich in 
«rr** iiitriid** richtingen ver.<pn*idden. VjrttX later in den avond 
«ctd net doodstil in FalMjan , en nu gaf de knionpriu» 

» ËJkjutu riofnar bfvei om het nchuitje liimg» ^ij} te iialeu. 
Ilo^ voldeed dnaraan , (waarop allen) zich haaiitten om aan 
«mi Ie gaan. Alirt-ii de patih Tj e m pa met Ziju kameraad Uvn 
B ia a • a n ;; en Ar aanvoerder J e k ;• i (bl«*veu aan biN>rd) oui 
ér wacht te houden. Men liet hun de noodigr njatproviand 



288 BATiOKS ]|()KMBAK:V 

627. Toehoe hi Tjempa pratyaksa - njabrau haugauioug banawi - 
radèii maiitri rahoeli reko - ring palab'wan soring kajoe - 
sagrehan mantri prasama - toer malinggih - 

])iiiarek dèning kad^haii. 

628. Saiigyang Iloelan ngantyang medal - paiig'loiig pisaii dadarin •! 
koeurnjnr di djagat katitii - rahadèu mantri hamoewoes - 
djalaii djaui kaka pada - inoeiig}>oeug sepi - 

sagreliau raris mamargga. 

629. Sain])oen liedjoh inaiigndjanang - Twara jèn hanak kepanggih -< 
booka ])itoiHlne])iii ring H\aiig - tam|)ek ring hoemah dé Bekoeog- 
djelanant? soebti ngenali - dawoeh uiarggi - 

sepi hanake niakedjang. 



630. Sampoen ])ra])ta ring lawangan - liasoeué mangougkoiig tarik 
rabadèn mantri nianogtog - dé Bekoeng naradjang pesoe - 
niatakon henj.èn di wangan - heda tnahi - 

■ 

djalané bakat katoembak. 

681. Raden mantri Uui pangoetjap - snda goemoejoe di hati - 

hingoengkab lawangan reko - dé Bekoeng nocmbak ban sadoe 
k'ua dada tVara kelas - raden mantri - 
goemoejoe raris maujagdjag. 

632. Tan d'roeh bapa t'kèn bitjnng - hitjang jan bi mantri Bali - 
kasaroengan woncri reko - dé Bekoeng ngahoekin né hloeh - 
nialii tèh djani hènggnlang - iiaba soendih - 

pakenehé soeba maras. > 

633. Né beloeh mangaba prak pak - p'das mangkin raden mantii • 
né balian rnanof'cloek reko - dawegé mamentjar maloe • 
djani daué p\ias pi^an - loer njagdjagin - 

sadoené pedjang hènggalang. 



6;3'k Dooh Déwa Ratoe Mas .Mimli - pidan hi Ratoe mariki •> 
sirwinjii mamekoe] tjokor > - hampocni pandjaké pMoed - 

I Elders:' g' dé j ang lantas ko bureng. 
3 f* : wangkung. 



£7. Ain KTiiorinclen Tjempi wa* <li»/e taak zwr g*>rd t«H'^rr- 
trouiidy «laar hij nfil-* tlikwijU lirt hevel over een ïvliip imil 
i»fvi)enl. (Ken mi^-iihlik later) stapte de knxinprinu aaii wal en 
jpitr 7.ich niet al de prinf*eii onder eeneti boom neer, tervijl de 
ffiveri^* lie<len uit xijn gevolg fef^rnover hein plaat^i namen. 

;CH IV maan , die jui!«t den vori(?en dag vol wai* geweekt , utond op 
iwt opkomen. Zoodra haar lieht zich over de aanie ver!«prt*iddc, 
«pmk Hagoeti lioemlmra tot 7.ijne rei^genooten : ^^Komt , vrimden! 
lant on« nu op veg gaan en van de vtilti* (van den nacht) 
&rrhruik maken.» I)aarop vertn>k het ge7^lM*liap. 

;i9. S{4wniii; 'ladden /ij e<*n eind weeg)* /.uidaaart^ afirelegil en, aU 
lir«r):iLten liet de piden ztM», zij waren geen levend jH*hep-el 
l#tren gekomen. Weldra b<*vonden zij zich in de nabijheid der 
woning van den Hekoeng; - reed» konden zij <)e poort aan 
dr we^t/ijde van den w«*g zien, (maar) het wnn en bleef Mil 
UI den imitrek. 

(3(1. 7«fM«lni zij de piMirt l)ereikt hadden, kh>pte de knMiiipriiijt nan , 
waanip tal van honden hun geblaf aanhieven. I)e Kekocug 
(d*t hoorrndi*) Mormde uit zijne kamer en riep: «'\lie in daar 
buiten ? Waag *t niet hier te komen , anderv zult ge kenni?» 
Diaken met mijne lanü!*" 

BI. 1^ kroonprins hield zich ülil. maar lachti* in zijn vniatje. 
Li ideltjk d«*ed htj de tieur o|M*n , waarop de lk*koeng met de 
laiia Oiiar hem 5tak. Ilij trof hem tegtMi de bomt , echter /onder 
hem ook maar eeiiig^zin^ te \er wonden. Hagoe^ lioetnliarü maakte 
rr ixch vruolijk over en, op den U«*k(M'iig toetredende, .«prak hij.. 

ISst. ^Vailrr !^:htJnt mtj niet me(*r te kennen* ik ben immers i\v 
l«nn!> %an l>aii! De duifiteniis mii«leidt u ! «^ Nu riep de |)eKU«-ni: 
/i^ue vtouw en beval haar om ien>tond eene fakkel te brengrn. 
üaar hij nog altijd in twijfel 9tond. 

lts WVldra kwam de vrtiuw met ile fakkel aundragen en nu blerk 
\t'i duidelijk de kriMUiprinp ir itijn, (dezelfde) dien de Iiek<ieng 
^naeger, bij gelegenheid dat hij uit viM<*hen wa» gegaan, tot 
uch genomen had. I)e man wa* nu ten voile overtuigil , en 
xijne lana neerleggende, vloog hij op Hagueji Iloeuibara toe 
{met den uitroep) : 

• Wel, mi)n Heer? mijn heveling! wanneer \9 L gekomen?* 
Jlet een oniheUde hij /ijne knirrn (en ging voort, zeggende:) 



r 



L 



^M BAÜü£S IIOKMbARa. 

boja k'ni hantoek tityaiig - maiigelingin - 
(lening peteug tilyiuig boeta. 

6f'i5. Hengkèn Déwil k'ni ioenibak - mauawi hi* Déwa kaïiin - 
masabMoer liitjang reko - balihin sadoe né inaloe - 
(Ie Bekoeng he^wa manjeumk - mainaliliin - 
sa(loeu(3 lèngkong miloetan. i 

086. üé Bekoeng h'loeh naradjaug - inanjahoep toer tnamasihin 
(Joeh Déwa Ratoe Masingong - rahoeh sa(lja ko hi Rat<>e - 
mandjenoekin djanma toeha - lah niariki - 
mantoekau inalinggih Dc'wa. 

687. üoeh tjahi k^na hènggalang - kasoer galeug pa(ja halih - 
liira ugalek(^s ugènggaiang - n6 nioewani inaugalih goepoeh 
ngaba .ka doel' wan ugebatang - woes njapoehin - 
langsèné saini maganibar. 



688. Lah malinggih Goesiin tiiyang - toeinoeli sami maliuggili • 
rahad<>n inautri ring lioelon - d^ Bekoeng né h'loeh rawoeh - 
nainpa t^Mah tigang wadah - mangatoeriu - 
raden mantri lan parekan. 2 

639. 8ain|)0Bn hoosan lulahar sVjah - dé Bekoeng loeh laVani gipih 
né h'loeh ndjakan ka palum - beras hoelam soeba lijoe - 
hoelam widjiling segam • sainpoen sanu - 

pragat sapratékan (lahar. ^ 

640. \VoP8 nla^(agi woes matjatjar - inVah katoer ring raden mantri 
dt^ Bekoeng ngajahin lièpoi - raris Tigaioerin manjekoel - 
Faropoen madoedondoedonan • poenang linggih - 

toeinoeli mangkin ngadjengang. 

641. Tan koti s*koel lan lioelam - hènak dènya, nadah mangkin - 
lï«rak hanis lawan \M)lon * - kotjapan ho(»san manjekoel - 



• Kld^rs: brni/kni iii :i p v oi» k a n. '^ Kidcrs • |>ahoiigan. 

3 HitT einiÜKt M^n der ireiaMdple<*guc H8S. 

i ülJers: hul on tu djolun en ook tau kantoeu&. 



UANTRI KORIHAN. :: I 1 

'Wil 't l'wfii blinden dirnur tcK^li vrrgrvfn, dut ik l' tiirt 
trrvtond hirkrnd heb! De duiitteniis Imd mijn imh; l)eiievc*ld. 

6:>3. «Waar heb ik l' gerankt? U IJ miMchien verwond ?• "lUtr 
urn ik verwond xijnl (dus viel de kriMinprinit hnn in de nNlen.)* 
•^Itekijk Uve lauii maar een»!' I)e BekocMiur haanlte zich (ztjn 
«a|ien) up te ncineu en toen bij hK iMr/mg, (bliTL 't dat) de 
|>unt geh(«l en tl kroin gebogen wan. 

Ciif*. Nu vIcKig ook de vrouw (op den kroonpriiup) t<ie, oinaruidt* 
beio en «prak hem op aanminnigen toon aldun toe: «Wel, mijn 
Heer! mijn trhat! xoo in U dun werkelijk gt*kouieu u»i hei 
oude meudch nog eeno te bezoeken ! Kom toch binneu , mijn 
lieer! en neem plaat».' 

637. (Daarop /ich tot haren man wendende, ging xij voort:) 'Cia 
»piie«iig een* bultzak met kutiM*nB halen, term ijl ik me haaat 
om de tiri klaar te maken ' liaar f*clitgen(N)t itpoedde /ich hrt 
grv raagde te halen, waarop hij (de LusM-n») anii het htiofdcindi* 
(%an de ru5tbank) neerlegde en (den bultxak; daarop uit- 
npreidde. Nadat alle» goed wa.<( afgeütoft en ook de betfchiMerde 
gonlijuen (waren opgehangen) 

C39. umidigde liij Hagoea lloembara uit om plaat ji te nemen. Weldra 
«aren allen geieten, de kroonprina b(»veu aan. {Krn «logenblik 
later) kwam de vrouw mei drie «iridoozen aandragen, die xij 
den print eu diena volgelingen voorzette. 

659. ZcHidra allen zioh van betel bediend hadden, H|ionide het echt- 
p«ar zich naar de keuken, «aar de vrouw dm rijMpot over 
lirt vuur hing. Kr wan overvloei! van nj«t, vleench en iNik van 
leeviMrh aanwezig. Weldra was allea voor drn maaltijd grnrd. 

MU. Dr njKi werd opgedragen en toen ook dr aiidrrr M*hotrla daar 
out heen gi*plaatat waren , no(Mligdrii /ij den kroonprins uit om 
toe te taaien, terwijl de vrouw gejaagd hern en wrer liep inn 
zijne Hoogheid te bedienen. De overige gai*tcn namen liirr eu 
daar afzonderlijk plaata en «eldra waren allen aan hrt eiru. 

Ml. br wiiern geen einde tr kumeu aan al dr iij»t uiri lurbeiiiNirRU, 
terwijl allen het zich goed heten smaken. Ook aan arak , anij» 



3» Volfr. XI l«« 



242 BAOOF» rrOFMBAR». 

woes mai^'adjik lau koekoerah - sampoen inangkin - 
sami hoesau ngiuang s'dah. 



642. Dé Bekoeng n^ h^loeh inandjagdjag - matoer ring rahadèu mantri 
titjaug tVah djati niatakon - poonapi karyaii hi Ratoe - 
mariki inalih ka Djawa - lah horahiii » - 

11(1 mangkiu pandjako hodah. 

643. HeTidep bibi h'da wM - hitjang ngalih raden déwi - 
Hanawang Tranggand reko - melah ririhé bas kasoeb - 
bibi bakal toendèn hitjang - dadi tjèti - 

dé Bekoeng matoer manjoembah. 

644. Sandikan Goesti Mas Mirah - nadyan titjang patjang mati - 
tityang ngiring ^ tVah ka djero - mamarek rahadèn Gbloeh - 
sambil tityang ngadol boenga ■ nén(i mani - 

ïïé mVani mésem hangoetjap. 



645. Gamboehfl sahi masolah - njahi ketna dj& ka poen - 
(JS njahi w'di ring habot - nadyan ira njahi poepoet - 
lamoen soeba Hida radyan - noendèn njahi - 
sak't^ilnjaué sadyajang. 

646. Rahadèn mantri ngandika - jan bibi k'mS ka poeri - 
lamoen ramé kang gagoejon - kapirengan ring dj^ro 'hagoeng 
liitjang soeba di bantjiugah - lah hatoerin * 

rahadèn galoeh ka djaba. 

647. Sandikan Goesti Mas Mirah - mariki mfrem né mfttigkiii - 
nawi hi Ratoe kaleson - nah k'ma bibi matoeroe • 
hangiug te hadjak hi maman - patih mantri - 
goemoejoc t'war& gigisan. 

648. I)ew& Ratoe tityang toewü - sampoen hoesan karyan sami • 
dé Bekoeng ja ka patoeron - tan kotjapannj& dé Bekoeng • 
Bagoes Hoembara kotjapau - raris méling - 

t'kèn saboeké saliwah. 



1 KKlri^: 'iidikahin. > Elders: 3oeka, 



MANIKI KORIPAN. 'l^li 

rti «oioii «M fcrnt gfi»n*k. Torn elf inaaltijd was af^rlfNipfn 
ril allru de litncien grvasutchmi rii dvu iiiotid |^'!»|N>elfi ha«l(if ii , 
(tfititf (Ir !(in(l(io«« iioj^iiiaalü nnid). Nauvrlijks hadilrii allfMi zirh 
UMliriiil of 

<*I2 ilr vmuw trail op drii kriMiiipriti.** tor rii üprak zijiir lioni^lirid 
:iiiliio nati : *lk Im*i) /(mi vrij (*<*iir lirululr vniui( tr ilurn ; «at 
in ilr n*ilrii , dut Lwr IIiMiglirid iio^uiaaU iiaur Javu komt? 
'IW, i;f*rf *t l'vr oudr diriiKtmaa^l torh tr keiiiirii.'' 



-Stil, imirtlrr! (du* antiriMirddr dr |iriiM) "vrrtrl 't v<Miral 
uirt vrrdrr : ik kom dr pnii!*r!« Nawaiig Traii^iTHiii balru , dir 
yiM) /rer l>rmrind isi om harr M'licMmlirid rii baar vrn«taiid. Ik 
Itrii van plan om u aU koppfilaar»trr uit trxrndrn!* Dr vrouv 
niaaktr liaar ürmhah rn xridr : 
CI4. "ïjtHmU hrt mijn* lirvrn llrrr rn Mrr»trr lirhaa^t ! Al fou *t 
iiitj itt*V, drn doud kontrn , ik /al aan l v vrrlan^n voldurn 
rn nanr lirt pairi* ^aan om mijnr opvachttn^ bi} dr priuM** tr 
nmkrn Morifrn gn ik drrwaartü aU 't wan* om blcMMnm tr 
vrrL(Mi|irn.'' Ilaur man bcgtm tr ^limlaclirn trnftijl li;j sprak: 

CI5 ''Dr i^ainUirh !i|)frlt rikrn da^, ^ duji .«trllivr niuir hrt palri^, 

Uv\r\ rn xir uirt tr^n vat moritr «ip , al morM icij rr, vuur 

lilt) II part , ook hrt licKifd bij vrrlir/rn. Waar zijnr ücNighrid, 

dr knNinpriiif, u brverlt , daar mort gr uwr taak voibmigrn 

ai 1» ZIJ nog zoo zvaar.» 

640. Nu hrr%attr dr krocmpHnn: « Mordrr (h<Mir rrn«:) aU ^ 
4c:htrr in hrt iwleiü zijt rn daar op rr uinaal mi ^rwiX grjuirii 
(uit drn V(Mirhof) hoort o|i^an , dan (wrrt ^ri tiat ik duur b^n rn 
niiirt vr dr prinsr^ uitno<Hligrn om naar buitrii tr komrn.» 

647. -Ii«-| ;ai ifriM'hinlrn , /«Mial^ l «r Hoov^iiriJ bfvf*rlt ! Diüh kom, 
ini r nu trr ru«tr, l' mU /.rkrr »ri rrjf vrnmirid zijn.- * Dat * 
Ifurd , nioetlrr! tca ^ij dan ook 9lH|>rii, maar \rrtfrrt viMira! 
flirt %adrr bij u tr nciiirn ! - Dt* prin:»rn uut dr lr^rhiM»rdrn 
Hhatrrdrn *t uit van lurh^n .'trrwtjl dr vmiiw uitrirp ) 

6415. •lirmrltjr lirf! mtj yjjii (»ud m dtirii nirt inrrr aan dir dinitrn.* 
Daarrtp l>r|raf hrt rrhtpaiir 7irh naar dr «laapkanirr , «aar «e 
r.cu iatrn /ullrn. Van lia^ir^ lliirm(jahi 7t^ ':i**t \rrhaal, huc 
hij xicb up ceuniaal dru twcrkirurigeu gurdribaud htrinu«rdc , 



2 4-4 HACOKS IIOKMBAllM. 

619. Pasoeiigi» rahadèn déwu - dawege kari di Baü .- 

raris mangenjepang heiitü - kéclcpang rahadèu galoeh - 
raden llaiiawang Traiigganu - t'wah kalièsti - 
w'iigi sainpoeii dnsvoeh liniJi. 

650. llenengakiia rahadyan - woewoesan rahadèn déwi - 

lioe^t moeuggah rnariug patoeron - sareiig rahiiie matoeroe - 
wahoe loeroe-toeroe hajam - kagèt mangkin - 
Nawaug Tianggaim manjoep'na. 

651. liagoes Iloembara kasoep'iia ► djoemodjog rahoeh ring poeri - 
lakyaua üiangendon toeron - snpraptaiié sarwya ngroemroem - 
watjanan hain'iasar:$a - iigasiliasih - 

Twir sa d pa da ngisep boenga. ' 

65 i^. Ilataiigi lalioet hauggagap • maug'liug lahoet ugoelimid - 
keiie lepas kèto tidong - p'soe moenji iie udj'lamuet - 
toemocli haugauibatainbat ^ - sauibil ngeling - 
iigoewoet heiitoed uiaiiteg tangkali. ^ 



65ï5. Jèn b'H dini di Djawa - moela mapoerwaning mantri - 
dyastoe dèsau b'Ii hedjoh - dja ké lakouiii dja nahoeu - 
doewaug tahoen tityaiig teka - ngalih b'li - 
j'vvadiu uegakin bahita. 

654. Mangkin beli sampoeu loewas - in^ra^a tityaiig mali s*4^h - 
Iiaiiak tVahiija tityaiig toelah - habct iiioele malih tjeloet - 
kawoeriiie t'wani tawang - doug ké djani - 

makelo kelo rasajang. 

655. Maliirib t'wara ^akitaiig • :>aiigkan hawaké iidoelangi - 
do^aii havvak heiijèii koiikon - uiaujaiidaiigiu negeu njoehoeu 
iiadyaii baliat wcnang liuwak ^ - inaujaiidangin * 

dyastoe üiati da njelselang. 



» Klders : sap a n d e 1 o n g a n 1 1 n g a I. 

2 ff : niandjalainoet. 

5 // : pap'deké h arasara s. 

^ " ; il \ a > t o e r> a Ii a t y a t a h a n a II g. 



449. rtirii de pritim*!* Iirm, t(N*ti hij iiti^ op liali wa« , tfCHrhotikni 
iiftd. Zijn hart hield /irh nu tnrt n«rt9 nnden» hiv.ip, lerviijl 
7tjn verlAiii7r*n iiit|riii^ nnar de ]iriiiM'« Na«*iing Trnn:;tf:ini. 
Rf^eiN wa*» het vijfde nachtelijk uur i:ef*lajren , t#ien yijne j^- 
darhtfMi nctir bij hanr verwijhleu. 

liriiL \Vr /.«ij'^Mi nu fK)k vun hem om te verhalen van de |»rin?i^*, 
die «xik n*ed.H naar ÏM*d ffegaan en aan de zi|*le van hare jonp^re 
/u«ter «a.4 inure:*la|)en. JuiM deed het haneu^*kraai /irh IhMin'u. 
tiien Nawan^ Tran^^nü (*enen drcM)m had. 

A.S1. 7*\] dnHMude nL dat de krcMmpriuü re^elrirht naar hare kamer 
kwam Map|NMi om haar op haar bcnl f*f*n beyxiek te hrenf^ru. 
XtHKini hij hij haar was, hc^n hij haar te liefkozen en mei 
eene hart bet* M)verende '«tem toe te ï«preken. Zijne lip{>eu bedekten 
de haren, U(*iijk e(*nr hij, die honig uit de bhteni r.uigt. 

Iiri2. Hier ontwaakte (de prinse^). Zij tfreep met de hand om F.irh 
heen en (niemand vindende) begon 7ij te weenen en op knor- 
rijfen timn uit te nK*|>eii : "Alles vwir nieti»!* Paarop \erhief 
/.] hare stem en , terwijl rij han* kniet'ii kram|Mirhtig <imvatte 
«»f /irh bij wijlen op de lxir»t slwg, liet /ij han* tranen den 
% rtjeii IcMip en riep weeklagende uit : 

tirj5. - Arh , mijn vriend! zoo gij ï«leehli» op Java thuis behiMinlet 
ni een prins van hier waart, ik /ou u komen op7iM*ken, al lag 
uw land «Mik 7tM)Ver, dat ik er ef*ne reis van tk*u jaar of relfs 
%ati twiT jaren om moest maken. •! i, al moent ik er ook vmir 
aan boord van ei*n ?<hip gaan ! 

•»5I •Seiler! tfii nin verlaten hebt, v<m'I ik dat ik vep^M van hart- 
/eiT. Zo(» woni ik nu ge^^traft , omtiat ik (toen :;ij n«»«^ hirr w.iart) 
-fm aar/elde en mi) 74mi onwillig aan<*trlde. Ik darht met a.ui 
i|e gevolgen eii hoi» lang moet ik er nu niet voor lijden? 

^bS, *lk \erbeeldde mi), dat mii dat nift hinderen zou en daamm 
: .ld ik /fN>\ef'| praat!«. Ilrt wa« m;)nr eii;rtif schuld; niemand 
t«4d 't mi) Ix-voien en daarom nuM^t ik nu oi>k met mijne straf 
f»|i«taan en naar bed gaan Ik m<M*t al|e.« al|t*rn dragen, al i^ 't 
nog 7iM) zwaar. Ja al 7^1 *t mij oi>k drri diMnl k«»Men . ik moet 
\rX draifen en mag niet eenmaal klagen • 



(: 



246 BAOOES TIOKMBAKa. 

65f). Ilanavrang Taro halangya ngroengor rakan<^ manangis - 
loemoeli raris inatakon - kènkèn hembek saiigkanM[>om - 
fl'wauing heinbok njelsel raga - liadoeh iijahi - 
tan droeh kd njahi kèn kaïida. 

657. Ilembok tVali njaiigsiara liawak - ^(a]1gkan djani maiidoeJan^ 
liembok pisan tahanaiign - hapang 'mbok pisan inatamboen - 
liijS dja sahi hangenang - Iiainah s'dih - 
njahi bènaii njalimoerang. » 

65H. Hembok djaui tnahorahan - néup inani dané tnahi - 

dané iVah manjoewang heinbok - toer dané inahipi bahoe - 

nenc mani heinbok hilang - njahi dini - 
hMa j)isan nmngwérajang. 

659. Nawang Taro sawoer setnbah - hinggih titjang liwat wedi - 
patjang mangwerajang hembok - soewd ban makroeni ditoe - 
poetih timoer habang wètan - nioeni paksi - 
toehoe-toehoe lawan hajam. 

660. Sampoen mangkin telas galang-toemoeroen maugkin mangraris 
ka pantjoran raris ngodjog - masisig raris mahamboeh - 



1 In een der geraadpleegde II SS volgt iusschen vs. 657 en 58 nog dit: 
Doeh hembok mangkin meneugang -lilajang ka j oen 

[ïïé mangkin - 
linggihin dj'wa hatoer tityang - dèning pagawèn 

[Hjang Toedoeh - 
sangka)) krné mangkin tama - la ra kingking - 
s a t o e h o e k e k é r a n g h é r a n g. 

Nah djani hapang pisanja - manandangiu lara kingking - 
kene san dj'wa sahi hembok - pang pisan-pisanan lampeea- 
b ' w i n h a p a 1 i h )) i 1 i h n d j a n m a - da d j ^ w a m a 1 i h - 
m a n g g i h lara k e r a n g h é r a n g. 

Iladi dj'wa sahi nglilajang - kcneh hcmbok<^ né paling - 
pitresnan hadi n(^ liwat - manjama ring heinbok toehoe - 
jan riwekas pilih ndjanma - pang dj^wa haji - 
kMihan t'kènin^: tityang. 

Ditoe ko hembok mambajah - pitresnan hadi né mangkin - 
hapang hitja dj'wa Katara - katepoek manjama toehoe - 
kèn Bajan 8anggit manjelag - matoer haris - 
mtnengang Ra toe Mas tityang. 



MANTÜt KdHIPAX. 2^7 

Il«i6. \a «rnl tMik Navatig Tam wakker <*ii Utcn 7ij lurr tuM^t 
riun licNinlr «T«*tu*ii , vnicg 7aj dadelyk : «Wvl, 7.111»! wat iü Ar 
redrii , ()at gij uw klaagt rri u itelve bfvcIiuKligt ? « «Nu ktim 
■jm » (dun luidde het aiitwciord) 9 dat soudt gij niK wft«*ii I 

A57. «Ik hfb mij xelve verdriet op deu kalt gekaald en dat dcirt 
mij nu /(Ml krrmcu. Ik moet alles geduldig dragen , t4>tdiit mgn 
lijdeni^beker vol i:». KIken dag vu ieder uur denk ik er inet »nuirt 
aan« zoodat het verdriet mijne dagelijkuche «pij/e lieden mag. 
Zit gij maar, lusl dat ge mij troost van mijn laed! 

lt5H. «Maar (in ern^t) wil ik u eens wat zeggen? Morgen komt hij 
hier om mij te kalen; ik heb 100 even van hem gednvmid. 
Morgen ben ik vcM^r 't Uatst hier en laat u alleen achter. Pa* 
evenwel op dat gij 't aan niemand vertelt ! » 

1159. Nawang Taro bcKig xirh en zeide: 'i' Dat spreekt, ik zou *t niet 
gaarne aan de gnnte klok haugeu.^ Nog laug lagen ze aoo te 
praten, tiildal het in 't Ouaten hngou te lichten en het hanen - 
crkraai met het scezaiig der vogelen den morgen aankondigden. 

HISO. Zoodra hft dag wa^ verliet de kroon prinseü hare »laapkaüier 
eii spoedde /ij zich naar de badplaats, waar zij baiv tanden 



248 BAOOEa HOEMBARa. 

toer masirain gagelisan - hoe.san mangktn • 
inantoek maring djero poera. 

661* Sapraptané maring poera » - ngowah ramboet hasoesoeri 

iicgak ring (laclampar kahoi - (jitjingake sada baluei - 

lahadé ng'ling manjabran - ngadjoem wèni - 
inaiseknr i^aroeni goebah. 



662* Tau kotjapanja ring poera - dé Bekoeug kotjapan inalih 
liakèh polili boonga kahoi - inawadah bakorlé lofhoeng - 
«jawoeli toloo Sanghyang Soeiya - s'nioe gipih - 
niosèh kaniben ngantyang locwas. 



668* Ooeli Dcwa (loosii Mas Mirah — n6 inangkin iityang ka poeri 
li'nah kema bibi socba - In'tjang pesoe djani nggamboeh - 
kèto dja momé liingetang - li'da lali - 
))ircngang hoeli di poerii. 

564* Sandikan Goesii Mas Mirah - iityang manoenas ina])amit - 
madjalan ja nianiesoewang - ngadjirdjir manjoehoen bakoel - 
tan kotjapanja ring niargga - sainpoen prapti - 
ring bantjingah gagelisan. 

665. (jagamrlan snnipoen medal - né niebalih hakèh prapti - 

pacja jil ka bantjingah ngodjog - loeh m'wani pradaha rawoeh 
paragoest' i)aramènak - kotjap nialih - 
d(f Hekoeng ngodjog ka poera. 

6(\Cï, Sapra])tané !naring poera - (lai)etang rahadèn déwi - 

hah)enggoeh ring bald kahot - pinarek dèuiug pragaloeh - 
hakèh j)OPtri maring poera - nora naurjing 
radt^n Ilanawang Tranggana >. 



I In sommige IISS staat tusschen dezen en den volgenden rq|[el nog 
koemeran tjang Sangyang Soerya, wat zeker de eene of andere 
afschrijver bij vergissing liier neerschreef. 

- Elders de/e twee verzen: (ia gamelan sampoen medal - 
Ii}*of>rang kajoen né niangkin - gamboehé sampoen mapajas - 



MANTIlf KORIPAN. 2iW 

|)iir(!itf, lirt lioDfd iiiit iiimhLu* <*!i Iiitii roiiiirr vrmi)! «*rti had 
nam. Na ntl(N>|> daarvan ktrrclr zij trnitimd naar het imlfis terug. 

lUll. Daar nantrt'kutnrti , heg«»n /ij, nadat zij op n*n koiithaar «torltjf 
hüd plaat^ p^iiouien , liet haar uit te knmuien «n netjes op te 
Lapiien. Hare in^n !«ciiitterden (ali* df* xun die dtMir de wolkeu 
heenbreekt) ten j^evolge van het vele weenen. (Ten laatute) 
«rhikte zij den haarlok aan de i«la|ien te re«*ht en 5tak zij eene 
fi^ienpebmken itarm*inbloetn achter de heide (N»ren. 

^3(. Nu z«iigf*n we van de |)alei»bew<Hier!» om te verhalen (van de 
vrnua) van den HeLiM-iig, tlic (rird* vnn'g in den morgen) eene 
lürniuff' fraaie bl(M*men verzameld en /e in een' eerlijken bak 
hijreiii^elegii had. Zinnlra de zon het denie uur aan den hemel 
«lond , l)etroii /.ij met v«»el drukte van kM»eding te verwip«»len. 
h>n tH>gf*nblik later o|i h(*t punt «taande van te vertrekken 
^«pmk ZIJ tot den knKmprin:*:) 

••••>. -Met W verhif, mijn lieve Herr enM«*e^ler! ik Iwn kluur cmi 
naar het {lalei!* te gaan!" "Dat iï> giN*d, mm'der! ga nu maar; 
ik kom ook daar om de gamboeh te !i|>elen. Denk aan 't geen 
ik gr /egil heb en vergeet 't vinirnl niet ; luister giK^ t<ie ai* 
ge arhter in het jMileis zijt." 

*rt|. -Ilri ml geïirhiwien /MonU Uwe Hoogheid Ijeveelt ! Ik groet 
l' • Daarop vertrok zij en verliet hrt erf. Op een nukkeldrafje 
li«-p /IJ voort met tien bak (»p het h(M»fd. Konder dat hajir iet» 
H.jzotidern op weg oiitmo<-tte kwam zij in den viNtrhof van het 
|wlei* , waar 

MTi. de gamelan reedsi !i|NTlde . t»*rwijl talrijke tiNv^ehtuiwer», inatiiien, 
\nmwf4i iMt maagilen , wiuninder /elf^ vmii de h<H>g^te ?ttanden , 
V4II alle zijden kwamen tcM^Mrf Mimen. De IWkoeng (hield zich 
«rl.ter iii«*t op maar) .«|MM*dde zich re^nnrht naar arhterrn , 

MMI. «uir /tj bij hare k«miï»t de knMUiprinM'i» aantn>f, zittende op 
'Ttir «irrlijke ru.Mbank, terwijl lie andere phn^eü^ien tegrimver 
itaar hadden plaat* genomen. Kr wa* daar in het {lalei;* geen 
gebrek aan nrhoone koningsklochten*, d«irli niet éene vau haar 
kiHi b:j Xawang Tranggana in vergelijking komen. 



J^50 B\GOF.H KüEMBAKa. 

667*. Dé Bekopiig »agè4an teka rigalm boenga j«aiwi inihik - 
rahadèii galoeh kalioiljog - radèii galoeli s'inoe kenjoeng - 
toeinoeli dané iigandika - malii bibi - 
diui big iiira rèrènaug. 

668. Dé Beko^iig lalioet Tigalocraiig - radèii galoeh inaiiauggapiD 
cjoeli bibi di djaiia bakat - boenga \\é kaliwai loehoeug - 
maliii bibi iiaba boenga - l'ka mahi - 
t'wara ko kéne roepannja. 

660. Doeli Déwa Gcwsii raliadyan - tityang niainoela hakikit - 
doeh bibi iièh painbclinya - j)i])is ieloeng dasa toloe - 
tityang tan wen ten :ncdagang - liambil sami - 
tityang wantah 'mangatoerang. 



670. Mawang Tranggana ngandika - niii»an niindon jèn kahoekiii - 
mahi pada Mirah lienibok - h'ne boenga né bas loehoeng - 
misan mindou pada ndjagdjag • mamalihin - i 

l)ada uiangroeinpoeng kang aekar. ^ 

671. lioepaué niaugajangngajang - roepaiié kadi dadari - 

(mda lewili di panganggo - pacja maboengkoetig mas inoeroeb 
inasengkang raas toelak moentjar - toer makenijit - 
tali bangkyangé mangranjab. 



672. Pada ugantyang ka bantjingali - niabalih gamboehë sahi - 
tan kotjapauja ring djero - di djaba ualih kawoewoes - 
gagam'lané masVara - ngalikalik - 
Bagoes Hoembara kotjapan. 



mangraris matioetji doeinocn - tityang ngiring ka 

[hantjingah raris gelit • 
t'wan déwi jan ka pantjoran. 

8a m poen hoesanya ma si ram - ma was tra toer haaoesoeri* 
mapatitis mas mangranjab - balengkeré hendih inoeroeb - 
t i n e r a j) a n ban s a s o t j a n - mirah h a d i - 
p i n d o e s a r a n c h o e t a m a. 

> Elders: man oen a sin. 

^ // : mangkin pa()a uiatrauggaua. 



1I%\1RI KORIfAV. 251 

êê7 . C)fi%ri»MriiU (/4igf'n uilni) ilc lifkfN*iii; nirt harr )(fiiri);r hlormen 
aAiikoinni. Zij tniil op de LnMiiijiriniieii tcK*, dif erii vhrndrlijk 
grzifiit 7A*iiv vn zich hMuk lirt hoorf ii : «'(ia duur, iiiuffler! 
rn kom hH*r bij inij Htaan.*^ 

MH Daar*))) hiMxl di* IWkueiig haar (de bWinen) aan. Dr priiiKf» 
nam 7^ in ontvang»! (eu riep uit): «^Mijn benieli mufder! 
waar haalt gr die allerprarhtigstte bloemen van dajui? (ie moet 
er zoo n(^ meer komen brengen : fX)o (heb ik ze) nog niet 
;gezien)! " 

66i». -Om U te dienen, Mevn)uw de prin»»! ik heb een klein 
tuintje aangelegd. «^ «Daar, mueder! neem dtije drie en dertig 
duiten in Maling van mij aan. ir (De Ikkoeng weigerde echter 
net geld aan te nemen, zeggende:) «^Ik Iwam hier niet om te 
haudeleo : uet-m ia* maar allen weg. Ik had geene andere bedoeling 
dan om ze l «e Hoogheid ten geschenke aan te bieden.* 

êéO, \u nam de kroon prin.'tci* andermaal het «oord en riep liare 
nichten tot zit*li, zeggende: «Komt toch allen eens hier, mijne 
lieven! ik heb hier alterprm'htigste bloemen.* Hare nichten 
kvaineu toegeloo|)en en wierpen begeerlijke blikken naar de 
btoemen. 

471 (IK* meisje») zagen er allen uit bekoorlijk nis hemelnimfen. Allen 
waren prachtig gekleed. Zij druf*geu «chitterend gouden ringen 
aan de vingen* en gouden kto't.^ien in de ooreu , die een hellen 
glan» van zich afgaven* Ook prijkten alten met prachtige gonlel- 
banden, die blonken (van al het goud en de kostbare edel- 
gi9teenten , waarmede ze bedekt waren). 

€72. Zij haddfii zich klaar gemaakt om naar den voorhof u* gaan en aU 
gr wmmlijk na;ir de gambueh te zien. We zwijgen nu (van bet ge/el- 
Mrhap) achter tit net paleisi en na nog even te hebl)en aangeitli|it« 
<ut daar buiten het liefelijk geluid van de gamelan liob ouver- 
fiooad dcrd booren , keeren w^ tot Bagoea iloembara terug. 



252 BA.GüEvS HOEMBARa. 



XI. 

673. SaDipoeii hoes inangraïigsoek pajas • roepaiié baguec haugrawit 
kadéjan hira liaiiouianoiii - saini raepaiie kabagoes • 
rahadèii mautri iiiainargga - m'wah paugiring - 

sampoeu tampek ring bantjingah. 

674. Lijoe haiiake mapapas - pada gahok maniDgalin - 
pakisi pada inatakuu - Ckèii rowaug pacja djoedjoet - 
(loeh tjahi to te wang liapa - bataug b'li - 

mani pVan mangroebeda. 

675. Tjalii pèt djaui ngeueliang • lamoen dini uatar Djawi - 
sageuahing praboe kaliot - madoewé jen iioka bagoes - 
batang b'li boja pacja - nianglcwiliin - 

pada te ja tnasa hada. 

676. Pada masawoer noewijang > - kaling ké hanaké hisiri - 
hawaké m'wani t'wah gèlot - tan kotjapan wong njoenjoemboeng 
niantri Hoeinbara kotjapaui - sanipoen inangkin - 

tampek pasaré mararyan. 



677. Rahadèn mantri ngandika - hira ngalih daja djani - 
nira ngilid ditoe njongkok - k^na kaka S^nar maloe - 
m'li bahas liadji (jad'wa - haba mahi - 

hi S'mar gelis manoemba;$. 

678. Polih bahas hadji dad'wa - katoer ring rahadèu mantri 
nemonin i'waranak toemon* - di maloe di dori soehoeiig 
Ifne bakal hira makpak - nggawé silib - 

dini lijoe nawang hira. 



679. Rari^ maugoenggahang beras - dekdek di tjaugkemé uiaiigkin 
lijoe djani bakal hanggou - mamedjangiu 8otja hiroeng - 



> Elders : wyakti jan ko sapoenika. 



ilANTKl K«>R1HAS. 0}^^ 

HOOKDSTl K XI. 

BaOOFS ||oKI1HAK4 VrRHCIIIJNT VOOR DR TWCRDR MAAI. AAN HTT 
HOF VAN' DjAMINTOka VRtMOUD AlS T0ONiri.ilPRI.KR. 

C7«*S. ^I)r LnM»iipriii!«) had rtt*(lit zijn toilet jc^maakt en zaï? i*r als 
altijd !*<*h(H)ti cii lievallig uit. (ZckmIih) zijut* inakkrrA, allrii 
l>r%ulli^* jotigrlitigrii (zich ^kleed haddrii) brgaf hij /.icji mri 
zijn gt*vol^ op wfg. In de buurt van het |ialei» 

€74. ontmoetten hein veel nienffcheOi die hem met lN*wonderin^ 
.laiiittaarden en elkander nieuw>gierig du(*h tiuistterend afvrnep^rn: 
•YaxI «ie /OU dat zijn? AU ik me uiet vergin, dan zal die 
«an daag of morjcen menig hoofd op hol brengen. 

€73 ^\Vat dunkt jou er van, zou er wel een vor^t hier «ip Java zijn, 
tïiv /irh in het bezit viin /tn/n welgemaakten /CNin \erheugrn 
mag!" Ik houd 't er voor, dat er hier niet (tVn prin«) i^*, die 
l>i) kern kan vorden vergeleken. Ïa*u nicMiiere zal men althan» 
niet % inden. «" 

€76. I>e anderen utemden dit toe en voegden er bij : «^ AU wijjongenu 
al op hem veriieftl zijn, hoe moet *t dan met dr vrouwen 
gaan!" Verder zwijgen van ile lieden, die daar de lonrumpet 
«•Ijken. We keeren tot den knNMiprins terug, die intuinKrhen bij 
de marktpiaata wai» aaugekomen en daar halt hield. 

€77 Nu «prak zijne Hoogheid (tot zijn gevolg:) «-Wat^ht. wij zullen 
rrrie grap hebben : ik ga daar even in dien hoek neérhurken. 
Vriend 8euiur, ga gij even en koop gind^ \oor tmee kè|Hrng 
r.j«t eu breng dat hier!" IV hofnar haastte zich (het gevraagde) 
te gaan koopeu, 

€7t^. fo kn^eg voor twee duiten rijat, die hij den kroonpriu» aan 
UiimI. Niemand had er iet.<« v|ti liemerkt , daar vtuSr en achter 
iicu juist geen menich wa^. (Toen de kroonprins de riji^t 
had, >«prak hij .) «Ik zal dil tijn kauweu en mg daanncJr 
uukenbaar maken , (daar) er hier velen zijn , die zich mijner 
herinneren." 

C70. i^it Ifnegd hebixiide bracht hij de korreU naar den mond en 
turn hij ze tol een jmp gekauwd had, nam luj er alles weer 



ibi BAOOKS KOF.MBAKa. 

kania pedjaugin pakpakan - jan in djaui - 
inirib pelèk tjoerek pahad. » 

680. Toewi tVahiija kntoii kwali - warnaii danéné masalin 
raris ka inar^gane ngodjog - hakèh hanake katepoek - 
pacia matakoii kèn rowang - wt)i]g po<*napi - 
né hasiki soeka doeku. 



681. Di pangawak bagoes j)isan - pelek tjoereke ngentjelin - 
hadü niakeplok mamèiigos - rahoeh di |)asarë hagoeag - 
taler meinargga ngadjaiiaiig - ^ampooii prapti - 
tepin pasar lianèli kadja. 



682. Marèrèn sor naga poesjja - haloenggoeh ring sela has^ri 
liwat kalangene katon • djanma katah pasar hagoAiig - 
jan hoetjapang uv. mapasar - tigang tali - 
dagangane s>arwa lièndah. 



Ü8-i. Jan tjarita koeda sainbat '^ - tingkah nené katoii s»ami 
t'ka hanakr inanggeloh - h'Uieh mVani pada moeugsoer 
pada ngoengsi ka bantjiugah - ja mabalih - 
gagoepekané masVara. 



1 Hier volgen in twee llss. nog drie verzen, die klaarblijkelijk 
door een of anderen afschrijver zijn ingevoegd: 
Gamboehe sampoen ka djaba - mapoelalat mapoelilit • 
rahadèn niantri uianjougkok > hada niauagih maiiimpoek - 
hada managih manindjak - h'da mahi - 
iianak boedoeh hoeli di dja. 

Hada mapehes (ma)teugkahak - mangadek tjoereké pengit- 
p'lèk bèbèb'de pagontol - hada manjoewak manoencjoeng • 
rahadèu mantri makahad - main'ri hui'rih - 
sing hodjog hanaké sahag. 

Rahadèu niautri ngandika - kenkèn bahan mangrasanin • 
railrn galoeh noe di djero - t'waril dane njak pe8oe - 
inami|)it manggawé dajü - niandoes djaui - 
ka pantjoran gag'lisan. 
3 Elders: koewangan tanah. 



MAMTRI ROR1HAV. 3C^5 

uit om xich Anw (itiirmr«if Aft tiogirn , den neun en de mirpii te 
benmeren , zofidat hij er («{loedij^) uitMg , almif hem overal het 
vuil uitliep. 

8tl. Ilij 7au: er nu l>ep:tAld vreemd uit; hij had een geheel andrr 
\tvirloutfn (Zon tm^i^etnkeld) rirhtte hij J^ijne M'hrrtlen na:ir 
den irriNiten we^, wnnr hem eene menigte lieden tegenkwamen, 
ilif allen aan elkander vroegen: "Wie tou die eene fijn, (dir 
er /oo uit/iet) half om op te verlieven en half om van te 
jf riezen •* 

61 •Hij heeft he|}aald eene prachtige houding en ern !K**u¥>nfn 
lirhaannilNniir , maar dat alle^ in ont^enl door die rerre (Nigpn en 
liie xmeerentle ociren.* Dit zeggende irendden xij xich met afgrij/en 
van hem af en keken gaow een anderen weg nit. Intosüchen 
vi« (liagoen iloenibani) op den hoofdpa^ar aangekomen, ilij 
!(r)i #t'hter maar nteedff zuidwaartn, totdat hij de markt over wa^. 

Ii£. f>ri*t nu liield hij ^il onder eenen nagarari-lxNim , vaar hij op 
«^fien fraaien oteen ging zitten en zich vermaakte met vat om 
Srni hern voorviel. De markt vaa zeer druk bezet. AU n*en 
de aanvezige |ier9onen had villen tellen, dan varen er (zeker 
wel) drie duizend. (Ook zouden ve kunnen verhalen van) de 
ki«)^bare koopwaar (die va» uitgestald), 

Bi. dfirh waar zouden we eindigen, «ilden ve meldinir maken van 
jilen, wat daar zoo al <op de markt) te zien va». Van alle kanten 
•tnHMiide het volk, mannen en vrouven* nAam , <Nn naar het 
1 4leifi te ifaan en (naar de .Hjielen) te zien , vaarvan de trom 
rrriiri het hegin hüd aangekondigd. 



25<> BAOOF.S tiOKMBARa. 

684. llakèh hauake inapHa - di marggaue loek un'wani - 

(Ijaiii ]iagena))g maiuHitou - lampahan gainboehé loehoeiig - 
di sakit Pandji \\é kotjap - raden dewi - 
t'wah maiigwicli lelami^ahan. > 

655. K'ujoeug t'wali Bagoes Iloenibarii - ring kadejan daiié sami 
djalaii pèt djani inaiigodjog - signjaiié maiijaloek gamboeh - 
beueiigaii DJaue mapajas - patili inautri - 

liangiriiig kajoei) rahadyau. 

656. Toomoeli mangkiii inamargga - sajan tiakèli wong kepaiiggïh - 
tainpek ring bantjingal) reko - rame sasendon karoengoe - 
ugalikalik di bantjingali - raden mantri - 

rawoeh uiaring pamajasan. 

087. (jiainhocluï mangkin mal'waran - liooli di bantjingah sami - 
ka pauiajasan inangodjog - patjang ja masalin geloeng - 
ratiadèn mantri kapen(luk - noe di marggi - 
kaliiring dèniug kadejan. 

688. Wong ngagamboeli manakonang - wong hapa aih hento b'li - 
pada ja niandeg nianonton saking liali djenenginpoen - 
Iiada prabali natasang - niki (ioe^i - 
poeuapi pradèsa prapta. 

6S9. Ken Rangga halon hangoetjap - tityang té djati wong Bali • 
nanging wong papa tan pf^nggon • iniloe hanak miloe hakoe 
inangadjrengang manglaJawang - hantoek miütkin - 
tan adrewé gegeloengan. 

690. Sanii poen dèrèng pratyaksa - nöwi hitja sri boepati - 

nam pi dèning gamboeh kahon - wong inatakon sawoer haloes 
hinggih diriki hantosang - toer mamarggi - 
8ang praboe kari di wedal. 

()9 1 . Wong matoer mendek anembah - tityang niatoer ring n'repati 
jèn hitja reke sang katong - nampi paragina gamboeh - 
kotjap reké manghilawang - ^aking Hall - 
Tiora nggawa gag'loengan. 



Klders: liuinisinggih piedi pi san. 



MANTKI KOHII'AN. 



2:>7 



€84. Ovrral zAf^ tneii *rnM*|ijr» inantien of vnmwrii, i\\t i*ILaml«*r 
vrrtrUlrii , hm* zeer 7.i) er naar verlatigdeu om <l«* f^inlMM*h U* 
y.irii H|>rlrit, ilir, iinar iiu*n ^(tfhuuni had, dv. xiektr van Paiiilji 
you vrrtooiifn , om welk ntuk de kHKinprinseii ^^vraagil had, 

fS^.%. Ka^N*^ lloembara (die dit alles hoorde) itprak eindelijk met een 
lachend i^/.icht tot zijne gt*/elicn : ^Komt, laat om» nu naar 
lOnds ^an, maar de tooneelK|K!ien( itich kleeden. Zij 7.ijn daar 
jui5t bezig om hun kostuum aan te trekken.'' 

GH($. I>a;in>|) l)egaven zij zich op wei( (en dron^Mi d(M>r de uieni}^), 
die al grooter en grooter werd. Hij de aloenaloen gekomen, 
konden zij het gezang reedii hoorrii. K<*n tM>genblik later betrad 
d«* kroonprins de k leed plaats , 

6H7. jui«t t«N'ii f*enige toonfeU|)eler!t uit den vtNirhof kwamen en 
zirli (Mik derwaartii !«|MM*ddeii oin van kiMtuum te winw'len. 
Zij Vonden liagties H«)eml)ari met zijn gevolg nog aan den ingang 
ptaaii , 

6hH. en vroegen elkander: ^Wie zouden dat zijn .^^ I)aan>p utimden 
allen ut il en keken (de vreemdelingen) aan , die zij >oor 
ikitneezen hielden. Kindelijk beMoot een hunner, eeu prabali» 
de zaak te onderzoeken (en vroeg:) "Waar komen de tierren 
vandaan ?<» 

689. Dr aanvoerder van den stoet antwoordde op beleefden toun : 
'Ja wel, we zijn Balineez(*n , maar arme droinmeU, die geeo 
te huis hebben. Waar maar meiiMrhen ziju, daar trekken me heeii 
om voor geld onze kunsten te verioonen. We zijn echter zoo 
arm » dat we niet eenmaal een kostuum hebben. 

€yO. 'We zijn er wei niet zcmi ver in, maar mis.<ichien behaagt hrt Zijne 
Uajesteit om ons, hoe slc*cht we <M)k spelen, de gamboeh ti* 
laten vertoonen.*" Xu hernam de vrager vriendelijk: «'t In 
goed, wacht hier even!' Meteeu vertrok hij en spoedde zich 
naar den vorst, die nog steeds buiten zat. 

€91 Kij Zijne Majesteit gekomen . maakte hn ziju sembah en zeide . 
• ik ben zoo vrij Uwe Majesteit te vragen of U ook genegen 
t«p em gezelschap tooneelspeleis toe te laten. Zij kouirn, volgen» 
hon leggen, van Bali, en verhuren ^ich aau ieder, die hen 
maar hebben wil. Zij hebben (echter) geen kostuum medegebracht 



258 BAG0K8 HORMBARA. 

692. Doewèné mangkin kaselang - krajan gamelané sami - 
saug praboe Dgandika halon - liwat soekané ring kajoeu 
h^nah hira misioekajaiig - toeiidèn tnahi - 

katepoek tekening ira. 

693. Koedang diri to hadjaknja - nembelas singgih n^repati - 
né liasiki pMèk tjoerek - goemoejoe sira sang praboe - 
wong maioer hamit loemampah - sampoen prapti - 
man4awoehang pangandika. 



694. Pangandikan sri iialèndra - Hida t'wah kajoen manampi 
sadrewèri Hida sang katong - gagamelan miwah geloeng - 
sami Hida ngitjèn njelang - nanging mangkin - 

marika reké moenggahan. 

695. Toemoeli sami memargga - prapta ring hadjeng n^repati - 
sang praboe ngandika halon - tjahi té mangonkon bahoe - 
mahatoer tekening maman - wong tatami - 

sami mahatoer manjembah. 



696. Hiuggih patoet sri nalèndra - nanging sih tityang wong miskin 
tityang noenas ring sang katong > njelang gamelan lan geloeng 
tityang wahoe mam noeka - sri boepati - 

ngandik& nah soebi hada. 

697. Kahadèn mantri kotjapan • manjongkok toer manjakikid - 
matilesan^ raga botjok - hakèh wong toemon goemoejoe - 
dèning djedjel di bantjingah - loeh m'wani - 

paranjahi par&mènak. 



69S. Hada mapcta ngigisang - hento to néixé hadiri ' 

bakal njaloek hapa hento - pelèk tjoerek ngèngès lijoe - 
singnja té bakal manoeras - soeba hasin - 
tan kotjapan wong hangambat. 

699. Sang praboe halon hangoetjap • di djaha sih dèsan tjahi • 
ken Hanggii hoematoer hah)n - singgih di Tohd/xw& Batoe 



MANTKI KORIPAN. 259 

S92. f II vragril dftt, tegelijk met de gamelan, van l'wr Majenteit 
ter leen.* De vont, die zeer daarmede aaii ingenomen, 
antwoordde: *\Vel zeker, ik Mem daarin gaanie tiie : Z4*g mnar, 
dut 7 ij hier bij mij moeten komen. 

S'JH. -Met hoe velen zijn ze?^ ^^Er zijn er zestien, Uwe Majefieit! 
waurniider een, wien het vuil zoo maar uit oog en oor loopt* 
|)e vortty (dit hoorende), begon hanlop te lachen, waarop de 
man , die hem de bood^hap had overgebracht , afscheid nam en 
naar (de kleedplaat^) terugkeenie. Daar gekomen maakte hij (de 
vrermdelingen) met 'ivors^ten antwoord bekend, (zeggende) 

691. "Zijne Majesteit in bereid u te ontvangen en zal u gaanie zi|n 
eigen<lom , de muziek met atlej« wat ge vcMir uw koütuum noodig 
hebt, in le<Mi afriaan. Maar komt nu eerat naar boven.* 



6115. Terstond (rezen allen op) en begaven zich (naar den voorhof van 
hft |Nilri!«). Ken oogenblik later stonden zij VfMir 'ii koning» aanp(e- 
7i(*ht , die hen op vriendelijken tcmn aidu» tiieitprak : *(}i)lieden 
hrbt zoo even iemand met eene boodachap t4>t mij gezonden, 
i** 't niet zooi** De vreemde ganten maakten hun sembah en 
afitW(K)niden : 

6M. *t)m l'we Majesteit te dienen, dat is zoo. tVineh, we zijn 
7eer arm en (daarom) smeeken wij l'we Majesteit om ons de 
iramelan met de noodige kleedingstukken wel te willen leenen. 
Ook zijn wij pas aan *t leeren.'* De vorst hernam: *'t Is goed, 
(al 't noodige) kunt ge hier knjgen.iv 

•117 Nu wordt van den kroonprins verhaald, hoe deze tat neerge- 
hurkt en ab een zak ineen kroop om zich zoodoende een 
mismaakt voorkomen Xe geven en zijne sierlijke gestaltr te ver- 
bergen. Allen die hem zagen , begonnen te lachen (en flat warm 
rr niet weinigen) daar de voorhof van het paleis volgepropt was 
(%an metischen, zoowel) mannen als vrouwen, zxiowel adelijken 
ais geringen. 

49^. Kukelen spraken op Huisterenden toon: » Die eene daar , met zijne 
virze oogen, zijne vuile ooren en dien spijker aan den neus, in 
welke rol zou die moeten optreden? Zal hij misschien voor pias 
•pelen? Dat zou aaidig zijn!* We laten die lieden voort- 
praten (en kerren terug tot) 

dm vorsl, die opnieuw het wimni (tot de vreen ri 

Icocle, aekle: «^Zeg, waar komt gijlieden eigenlijk van *€ 



^60 BAnOKS HOEMBARH. 

keina ke ka pamajasau - hadjak sami - 
pragina ué diui pada. 

700. Ditoc jèii tjahi wilaiigang - lelampahan nené betjik - 
di sakit Paiidjiiie reko - néné bahoe tonden poepoet - 
bakat ban tjahi nglninpahang - maman mredi - 

jan tong bakat depang dj'wa ». 

701. Hiuggih tityang inanegarang - dèrèng tityang mamanggihin - 
nawi hiwang hantoek tityang - sainpoeu hi Ratoe jèn sen()oe 
h'nah keina ngidih hadjahan - Vkhx ne dini - 

hanak hija pada bisa. 

702. ïoemoeli pamit loeinampah - ka pamajasan mangraris - 
hakèh praginané toemon - pada ja maserod toehoen - 
doeroesaiïg Goesti inoenggahan - hinggih raris - 
malinggih sami sarengan. 



703. Kaden mantri ring ngoelonan - hakèh hanaké pabisik - 
liento ja maïigoedyang di 'nto - teka manegak di doeloe - 
hendep cja dj Va lijoe peta — nanging wasin - 

p'tané gati roengoewang. 

704. Pragina Djawa mangoetjap - doeroesang rawosang mangkin - 
kèn Raugga soemahoer halon - poenapi medal di bahoe - 
hinggih bahoe hambil tityang - doeké nganibil - 

ring goenoeng doeka t j a n e: k r a m a. 

705. Mangkin uiandadi ganti niMal - di gantin Pandji né sakit • 
pangwidin [lida »iihg katong - iniwah poetran^ tVan galoeh 
k'ni hantoek Goesti poenikii - jen tong k'ni - 
wangdéjang nawi kadoekan K 

7 OH. fljang sainpoen hiwas pisan - mahoproek masih tan k'ni - 
hiwang liagigis kapongor - matigtig toer mabalenggoe - 
miwah masengkor haboelan - m'loe^ tali - 
üoe^ti sampoen pckapéka. 



> Klders: dj'wii lam pa hang. 

' » kona ng mauggawe worahan. 



WWTkl KfïRIPAV. 2^1 

waamp t\v fuiiiviH'nlrr op iM^liffdru t(K)n tni antwiionl j^jif 'Om 

I Ir ilii'fifii , o vornt ! w«| kotiif*ii van T o i»Hji *.'»!• »Z<ni /ihi ; 
ifaat 1111 maar naar di* kl(f*<lkuiiH*r iiiH <if* koiimiianini van hirr 

70O. vn n*^t*lt (laar ih* /aak v(*rfirr. Het m'lHNmr («tuk van 74ni rvni . 
(Ie Ziekt f van Pandji, i» no^ niet afji(rliM>|N'n. Kunt gij- 
lie<ien dat .*i|N*len ? ik 70ti dat gaarne zien. AU i^ij *t echter niet 
kunt, laat *t dan uiaar!«» 

7(U. ''Oin l' te dit'nenio' (dun luidde het antwoord) *wij* hehhen 
dat n<ig niet zien K|)elen , maar we zullen het pr<ilN*ereii. Mocliten 
we fouten maken , tvjM'jc l' dan slecht» niet vertoornd o|i om*.» 
•(ienoeg: gaat maar daar heen en ver/oekt de lui vau hier om 

II t«* onderrichten. Zij /.ijn er allen goed in thuiü.'» 

702. \u namen zij afnclieid en b«-g:iven zich naar de kleeilkamer, 
waar /ij al de >]N*len( verzameld vonden , die (bij hunne aan* 
koin^t) in (*eii wip van de Hal^ afgleflen en hun toevo(*gden : 
•(iaat zitten, heeren!-' "Doet geen moeite: neemt uwe plaateen 
wéér in!» (Xa deze wederzijd!«che plichtplegingen) namen allen 
plaat» (op de ru^ttMnken). 

7o:i. IV kroonprinu ging bovenaan zitten, wat itommigen fluisterend 
dred zeirgen : "Waamm zit die daar aan het boveneinde ?• 
(Waarop anderen zeiden)* «'Stil , praat niet z^Miveel , maar gr- 
hruik uwe (K>gen en luister naar hetgeen daar belangrijki> ver- 
handeld wordt.'» 

701 Ken der Javaan^che ji|»eler« nam (nu) het wooni, zeggende: 
• .\N r 't gneflvindt, iaat on* dan de zaak een< regelen!» I)e 
ainvoerder antw(M>rdde op beleefden toon -Wi-lk (j^tuk) i** er zm» 
even ge«|)eeld 'f - *( )m u te dienen , w»* hebl>«*u |mi»« dat g**deelt«* 
\ertmmd, waarin f Pandji) /ijne wandeling op den berg maakt. 

7'»5 Xu moet het t4Mmeel juii^t veranderen en de Ziekte van Pandji 
tfeji|>eeld worden. I)e von^t verlangt dat en ook zijne dochter ^ 
de knMmprim<ei*. vraagt daarom. N 1' dat ^tuk bt*kend r Ali«gi|*t 
niet kunt !i|)elen, laat iiet dan maar, dewijl tfij Q ander» het 
onsrnoeicen (van Zijne Majesteit) op den haN zult halen. 

706. -Wij oefenen on»» reed* jie^lert lang en nog zijn wi er niet 
recht in thui*, en hij de mitiitte fruit worden wij beknord of 
knjgen wij inlaag. (Som«) zet men ouü ook «el in de borieo 
en moeten we eene maand zitten, v(>or we worden U ii 1. 
IMenkf u du* wel, miine heeren! rn '•laat tmzen r n 
den wind. 



K 



262 BAGOES HOEMBARa. 

707. Sam|>oeu G\)esti koedoe paiigkah - k^ii sainpoeu mauggawé sistp 
saroeuja bèudjangan reko - di djoemah doemoeu uialioerock - 
inangkin dèuing gati pisaii - nawi p'lih - 
singnj^ doeka Da saug natu. 

7(}S. K'iijoeng poen Kebo Prakasü- Kebo Tan MoENdoBR bisikin 
badjigar haiiaké heiito - jan inangdé ja diui soehoeng - 
tjita ngasab njandauajaug - radèu luautri - 
kenjoeiig toemoeli ugaudika. 



709. Kenia nialoe kaka S'mar - mangalih liijèh hakikit - 

poen Seinar ngaiih tanaion - hija soeba w'*roehing s'nioe - 
sampoeu polih toer ngatoerang - radèu mantri - 
ngandika mahi t^^ baba. 

710 Uaris dané inahilidau • poen Semar goepoeh ugajahin • 

di boetjoen i tèmboké njongkok - p^lok tjoerek sami 8oet>8oet 
pragina Djawa kotjapaii •• itóié djati - 
mam 'ia t'kèuing rowang. 

711. IVli liwat djerili pi^an - manjampahin gamboeh Bali - 
lianak hada liortta reko - gamboeh liali liwat loehoeng - 
.««oring langit byana paria - lieuto djani - 

k'rana b'li takoet njampali. * 

712. llento dane ba^ badjigar - liabete mc^oewang moeuji - 
lagoete paling bisanja - pesoe moenji ne bas gangsoeh - 
liawak tonden mangatouang - gamboeh Bali • 

toer dane tonden masolah. 

713. IVli djani knto dowang - kanggonja dja hauak ririh - 
hanak b'ii toehoe belog - b*li tosing tahoe tahoe • 
rahadèu mantri kotjapan - hoesan mangkin - 
manelaliin sarwa klésa >. 

71'k 8ampoen telas binas^ehan - kadi harnas woehoe sinaiigling * 
raga langsing tangan meros - héseme IVir ina()oe djoeroeh - 



» Klders: j)ègok. a di song karna. 



mavtri korifan. 26.1 

707, "(hrti L iiifl uit (cff- of viiitt-) bcjtg voor knap|ier int dun 
gtj zijt, o|Mlat ge umIvou geeu straf op drii haU haalt. Vraaici 
Hf ver uitviel tot later en neemt thui« remt lea. Hei komt nu 
zoo in eens op en wij vreeeen, dat gij 't rr niet goed z^lt 
afbrengen en de vor^t boot op u zal worden.'» 

7fl«. (Twee van 'sprinaen rei^geuooten) Kebo Prakasa en Kebo 
Tan Moendoer begonnen hierop te lachen en flui^tertien 
elkander in *t oor: ''Dat zijn blulfendc bangmakern ! Nu er 
niemand i«, die hen hooren kan, nemen lij hunne kau« waar 
om hunne geleerdheid te luchten en ona af te achrikkjeo ! » Ook 
Kagoe» Hoembarii kon een glimlach niet rerbergen. Daarop 
»prak hij tot zijn' hofnar , zeggende: 

iOll. «Ktim aan, broedertje! ga een» even een beetje water halen,* 
Semar, die begreep wat er gaande wan, haastte zich het ge- 
vraagde tfi halen en bood het den kroonprins aan. «^Kom^r, 
f prak deie, «^breng het hierheen.^' 

710. Meteen sloop hij ongemerkt weg en Terachool zich achter een 
hoek van den muur, waar hij even nêerhurkte en, door den 
hofnar ijverig bijgestaan, zich het vuil van oog, neus e.i oor 
ttfwietfch. IntUMchen spraken de meer verstandigen onderde Javaan* 
•che sjielen onder elkander, zeggende de een tot den ander: 

71 1. «Wij zullen 't wel uit ons lijf laten om die lialineesche kunstenaars 
te miiuchten. Men zegt , dat het eerste spelen zijn , wier gelijken 
onder den hemel niet gevonden wordt, en daarom zouden wij 
niet gaarne zulke aanmerkingen maken, 

712. riMi als die daar (straks) gedaan heeft, 't Is een ong»*|aste 
bluf van hem. Dat praat, alsof liij de wijsheid in pacht hail ; 
hij roert zijn snavel, zonder nog eenmaal die iUliuerjthe 
gamboeh te hebben zien spelen ; iaat hen eer«l optreden. 

713. 'Zoo denken wij er althatu over, maar die wijsneus weet dat 
natuurlijk beier; bij is immers zoo knap en wij zijn maar dom; 
WIJ hrbbben van die zaken niet 't minste verstand ! » Intussehen , 
itio wordt er nu verhaald, had liagues lloetnban zich al dat 
voil (van het gelaat) afgrwasscheii 

714. ^tt nauwelijks was hij daarmede gerred, ol hij Uook i 
$fffohj9i gimd en (kwam) zijn welgevormd I 



264 BAGOES TIÜEMBARa. 

(Ijaridji nuToes inagaiitjan - iiaka gading 
sapolalié boeka dewa. 



715. Toeuioeli ka pamajasan - tangkedjoci hauake sami - 
inabijajoewaii matakon - pacia teken rowanghipoen - 
liada ngiutip dane boesai» - to ngorahin - 

iiéné tjoerek lieiito hija. 

716. Galiok hauakd iiontonaiig - warnané rahadèn tnaiitri - 
liada Tiabiiig hada iidolok - parabali hajoe hajoe • 
])aragoe!<ti parainènak - tani kikit - 

lianak mameiièkin hedjan '. 

717. Kaliadèn mantri tigamlika - kema ké mapajas djaui - 
jiadil mapajas taiialoii - s'inar pada k'ina njaloek - 
sampoen lioes maiigiaiigsoek pajas - raden man tri - 
:«ainpoen dané ngrangsoek pajas. 

718*. Sajan djedjel d\ bantjingah - dèning gatnboch sakiug Bali 
tan lijan lawangau ne tonton - inasih tonden hada rawoeli - 
j)'nali hatihati pada - ne rnabalih - 
ganibonlw^ inangantijang m'dal. 

710. Gahok praginii ring Djawa - toernon ring rahadèn maiitri - 
ganiboohé posoc» niarèrod • soring hantjaksadji rawoeh - 
kagyat hanaké loeiningal - boeka ngi])i - 
hada ja bengong 'nianjebak. 



» In een handsclirift volgen hier nog twee verzen: 
8a in poen mangkin hoes masiram - ka pamajasau 

[mangraris • 
praginan gamboehe hodjog - djalan pet djani mang- 

[gamboeh - 
s a k i t P a n d j i n e lam p a hang - n i k a b't j i k - 
poen S'ni ar n a g i h m a n j e m a r. 

Praginii sami ngatoerang - rarisang Goest^i maroandji - 
hakèh })ragina ne b'ngong - matakon sami tan w^roeh - 
Goesli té hoeli ili djahii - dèsan Goesti - 
h i n g g i h t i t yang m a n go e m b a r a. 



MANTRf KOmPAN. 2^5 

•irrlijkc iirnitMi , lürit lioni|^/4K*t<*ii gliinlarli op liH i;f*laat , ilii* 
prarlitigr vinirrn*, nvhi nU w»i wcverr^klw , en ilir lirht^rrlr 
natfrU (wt^er aU te vortMi uit). In /ijiie j^eheele houding vrr- 
t«)oniir hij \\vi beeld van een' hemelbewoner. 
ri5. 26ix) keerde hij naar de kleedkamer terui(. Alle n^ die hem zagru, 
Khrikten op en lieten e«*nen uitroep van vervondering hooren, 
waarna 7.ij de een den ander vrm^n : (wie is dat ?). F>n hunner, 
die den prin» xoo even beloerd had, gaf hun te kennen, dat 
het dezelfde waj* , die er daar strakn xoo walgelijk uitzag. 

é 

riri Allen wnren stom van verbjtxing, terwijl kIj 'h prinnen gelaat 
aan!«ch«)n«deii. Velen, en daaronder tal van mannen en vrtmweu 
uil den aannenlijken utand , hielden de hand boven het oog om 
g«ied te kunnen zien ; anderen «taken het hoofd nieuwsgierig 
vfmmit , terwijl niet weinigen op ladderv klommen. 

ril. t N'adnt ) de kroonprins (de klee^lkamer wa^ binnen^^egaan) spnk hij 
itot de /ijiHMi): «'Komt nu allen en laten wij on;* toilet m»ken !«^ 
f>iian>p haastten allen xirh hun kostuum aan te trekken en weldra 
«tond het gezeU^hap gekleed achter den kroonprins. Ook zij« 
die voor nar zouden siielen , hadden zich Irhcmrlijk o}^(fsirhikt. 

718. IntuMchen !(troomde het volk bij hfN>|ien naar het plein voor 
d#* |»oeri . daar (het gerucht zich verspreiil had) dat de gaui- 
hiirh v.in Hali ^[trWu zou. Allen hadden het oog onaf^fewend op 
de |Miorl irerieiif en waren vol verwaciiting, daar de vert4)(ming 
Hrtfiniien in<M»!«i en (de s|)e|ers) nog maar altijd niet verw*henen. 

119 lle Javaansche kuiiMennars waren enkel verwondering, /«Midra 
?»l den knMmpriri-» in«»t de andere sj>eler* in eene ri| 
arüfrr elkander naar builen /jigen gaan. To«'n het gejrlüchap 
liaamp (den \(K)rhof nadenie en) beneilen aan de Iralieinuur 



206 BAGOS8 HOCMBArI 



720. lioehoed ])a(!a di banijiiigah - pada malihat kasisi - 
hakoeda ja djaui pongor - uiabijoeraii salèng toehoek - 
gamboehé inangkin rnoenggaliau - woug mabalih • 
kadi houibak inahaloeuan. 



721. K'bo IlaiigoenaiigoeTi Prakasa - hatj'reng warnaiië ngrawit 
rawisé njoeliker katoii - rasanja boeka maujahoep - 
toehoc mangeresang inauali - siug ningalin - 
gahok tan k'na hangoetjap. 



722. RaiiprgaTie haloes Iiangraras - roepané kadi ring toelis - 
ragaiié ngoerangka meros - bésemé Fwir ma(}oe djoeroeh 
pahoelate nggawé ragan - kadoek manis - 
rasanja di pangipijan. 



72'>. Pandjiné {mcni^koerin S'mar - kadi h^masè) sinaogling - 

makedjang hanahé gahok - sang praboe ngoetjaping kajoen • 
j(m tanding mantri Koripan - tVah ja sami - 
jèn timbang tVara hentjèta. 



724. Sampoen inalepas sasVaman - gagamelaué masalin - 

Pandji Rangga pa(la njondon - kadi inangroemroetn di kasoar 
karoengoe Twir di pangipyan - ngasihasih • 
gahok pragina ring Djawa. 



725. (lahok hanakr hadjagat - steksek djedjel tan patepi - 
l(K^h m'wani paslèng sogok - inadoekadoekan matoehoek 



VANTKI KURtPAH. 267 

«Uiitl liiflit , i^iii^ vT vni :K!hok dtNir de iiiciii|(tr hij lirt naii- 
<K*li<>uwcti (van Av.w knion|mii>) dit* hun aii> reiie dnMiinver- 
«riitjnin^ viMirkwain. Kiiki*lcii ntundeii lM*irrpTidü()si en met 
wijd |ir(Mt|>riidcii mond \v kijk(*n. 

rtU. in drn vwiriiof zrlvc wan 't een leven aU een oordeel. Ieder 
wilde nanr den in^rang zien, en dat gai een gekibbel van be- 
lang. Allen Kcheeuwden dooreen, terwijl deze en gene (7.ich 
niet ont/Ag om zich) met behulp van r.ijne ellebogen (een goed 
plaat 4Jt* te veroveren). Toen eindelijk de touneelvpeleni den trap 
heklommrn, «teeg het geraais ouder de toeschouwen ten top, 
/.cMNlat *t was ald lioorde men de 7jn* bruitfchen. 

fil |)e Kr^bo liangoenangoen Frakajd (die voorop ging) had een 
fhchittenMid «choon gelaat, venierd door eene naar boven om- 
i;rLruiile Huor. AU mrn hem zoo zag (\oort4ianM>n) kreeg men 
rr tl gt*v4K*i , alMif hij /oo op u zou komen aanvliegen. Waarlijk^ 
hij zag er uit om ontzag voor hem te hebben , waarom dan ook 
allen , die hem aanstaarden , stom van verwondering ter neer 
raten. 

122. Zijn opvolgi'r) de Kangir.i (dunrentegfn) die zijne oogen ver- 
•rid«'lijk over de mritigte liet gaan, (trutl ^uurmaarts) in eeue 
i!t»uding^ /.ooaU men die alleen bij geiichilderde beelden aan- 
trrft Hij had een tijne taille, !»pit5t(»eloo|)end alf eene kri'«i*cln'de , 
Irrwijl een honigziN*t(* glimlach om iijne lippen speelde, (leherj 
/.-.)ii opinnleii Mas wel gi*sehikt om (bij de vrouwelijke toesrhou- 
tkrr^) den wellus^t op te wekken. (Ieder vond hem) mwt dan 
^'koorlijk , zooaN men zich dat slecht» in een' droom kan voor- 
♦telleu. 

1z^, iKindelijk trud) Pandji op. gevolgii door zijn hofnar. (Ztjii ge- 
laat) ]ir':iittenl«* aU gepoliji«t goud, mhh\%X allrn dcMir \erwon- 
firrihg «rnirn aangi*gre|N*ii. I)e vor:<t ^IUi;(k*.h II(M*mbani ziendr) 
•prak bij zirh /elven: "XU ik hem goeil vergelijk, dan \» hij 
•prekend de pnns van kori|>an. Kr manktrrt letterlijk niet5 aaü.«' 

f SI. Kind«*lijk wa.*( fiH voors|jel afges|ieeld. Nu verandenie lir muziek 
e«t betfiMi Pandji mt*t zijne KangtTH*:* ie ziiigi*n. Zijne .«trui 
kionk ah» (dn* van irnen verliefdrn man) op d«* echtkoets, 
liefelijk als df ziN*t(* taal van drn l)einiride , die zijn uitverkorene 
lu lirti droom komt vicifii , zoodat al de Javaansche kunrteuaan» 
rakel liewondering wan*n. 

m (J«)« allen Monden verbaji>d vu venimiigrn elkaiidfr drnnate, 
4êA dr spelen* nauwelijks plaats overhielden om zich te bewegen. 



268 BAGOES HOEMBARa. 

sing hèndèp tan k'na hawas > - salèng djepit -^ 
salèng getel salèug soewak. 



726. Ilada kadoeng kab'lan'gUMigah - t wara mainbahan mabalih - 
kadoeng lieinpei t'wara totigo.s - petaiu^ inaiigkin maboegboeg 
ngakoewin Pandji kagèlaii - lèii to inalili ^ - 
tiada ngakoewin pamitra 3. 



727. S'mare sagètan bidag - dadi maboeugoet di samping - 
matane |)()(;lih niaiohloli - ditoc kcdèké makoehoeg - 
karoengoe Twir bombak pasang - woug mabalih - 
pcsoc paujoeh pakatjirat. 



728. Sang praboe liwat hitja - manggoelalang manggoeliliiig - 
kadoeroes goemoejoe reko - parekan k'salioerau goejoe - 
pesoe tahi tani iawang - p*noeh |)eugit - 
malahib ja ka pantjoran. 



729. llakch prapoelri di djaba - m'wah pramènak lau wong tani 
hada ng'ling liadii bongong - maugenot Pandji ué bagoes - 
hada ngakoewin wahoemah - hada paling - 
mauglakoe lakoe ka tengah. 



730. Twara karoengoe panjepat - hadii merebat matigtig - 

pada h'loeh salèng ijogroh - hada m'nèk tèinbok laboeh 
mangalih hambahambahau - tVara polih - 
hantjaksadji pada roe^ak. 



» EUIers: hada p'tak'ning n ga was (j)cta i^n k'nèng). 

a // hada !i i in b i h. 

3 // hada mangemoek boengoetuja. 



MAM'Kl ILOKIPAN. 2<»1» 

Vmuvrii VM iimniirii duwden clkjiiider uit dm wt^ vn truclittrn 
om *C /i*cr>t Y.ivh met di* rllt*lMigi*n ruiuiti* iv iiiakrii. Dir klein 
\an {MK-^tuur w:in.'n , kn'^i*n niH:( ti* zien, en werden d(M»r de 
atiden*h lialf diNMl i^Iron^iMi , (terwijl zij 4ip hunne b<*urt) liutme 
\rrdriikker* een* kntrp piven of de/iMi op de hrutauUte uianii-r 
III het /ien hindenlen. 

'|(!. Kukelen /.aten ^^h(*el in de klein en /a^Mi letterlijk n iel f* « d:i:ir 
nerjim'* ivn idnatsje voor hen Ie vinden wu.'«, (lnii*74*er /ij imk 
.tun beM deden). lntUHM*hen roerden (de vrouwen) druk den 
mond en l>eweerde de (Tiie dat hij , die daar v<H)r Fiiiiilji 
<^^irt*lde, haar bruidegom wiu*, terwijl t*ene antlere «taande hield , 
dat ZIJ zijn bij/.it wa^. 

't7. Toen S<*niar (dit hoonle) l)egon hij noir meer gnip|ii*n te ver- 
k«Hiprn. Met (tii M'hei*fgetrokken mond (k(*ek Inj naar de vrouwen) 
ril liet hij het wit zijner leelijke iK)gi*n ^{>elen (al» om haar te 
••ikken) wat allen deeil stchateren van het larhen (zoodat *t ec*n 
jeven wa:*) al> hoorde men bij wa.^tsiend water de gvdven (tegen 
het strand «Iaan>. Enkele toeüc bouwen (sjwnden zich «m) in) dat 
/ij huü water niet konden houden. 

fi.^ t>>k de vont had er veel pret van en zat te nchudden van 't 
iai'hen. (Bij wijlen) moest hij *t uitiK-hateren , wat zijne volgelingen 
iDet een even gullen lach beantw(M>nlden. (Knkeien ma^ikteu *t 
zon erg dat) het vuil hun ontliep , zinider dat zij het winteii , 
tiiCdat een onaangename geur (hen waarKhuwile) en zij (be- 
•rhaamd) naar de badplaats iie|M*n. 

Si. < K>k tal van pnnm'Kjteii met heur iiofdame^ ea mindere vrouwen 
• aieu naar buiten gi*kouien , waarvan enkelen zaten te weeiien, 
irrwijl anderen !»tom van verbazing naar dien »choonen Pandji 
keken. Somuiigt*n noemden hem heur man, terwijl anderen zon 
\u de war waren, dat zij (heur pl.uU> verlieten en) tu^^heti 
dr «pi Ier* runddoolden. 

^. Lj given niet om de af>rireidiiig!«iijn en lieten zich ook g»*- 
«iiiig »t4Miten en «laan (zcm) waren ztj van !«treek). I)e aiiden- 
%ntowen denten elkander (bij wijlen) heur nageU voelen, (tmi 
niajr |^lnl ti* kunnen zidi , met welk dtiel) enkelen, die te 
•••Y»*» f* iTii d(»>ir;;4ii^ /iviM'.iï hidlni , iip dril uiiiur kioiipiien om 



^7Ü BAGOKS HOEMDAKa. 



731^. llada pas^lèiig djoeiigdjoengang - hadu singet kaladjengkiiig 
s'ugi-s'ugi iijanm njongkok - petjik limané mangoejoek - 
tan kotjapan ja ring djaba • kotjap inalih - 
rahadèn galoeli ring poera. 



732. Nemonin di djero sela - dé Bekoeng maliatoer hans - 
pirengang Déwa gagonjon - di bantjingah mangkiii moehoeg 
rakan hi Déwa liirika - radèu mantri - 

dané manggainboeh di djaba. 

733. Baden galoeh s'inoe kagyat - ngandika hangembeiig liring - 
pidan danc rahoeli reko - hinggih hibi sandja Ratoe - 
dané ngodjog djoemah tityang - néné ugiring - 

patih mantri h'nem belas. 

734. Dané mangkiu ngoetoes tityang - marek hi Ratoe mariki - 
doeroesang hitjané reko - inaraka Hida sang Bagoes - 
dané liutang kaw'Iasarsa - lara kingking - 

jan tan lii Katoe ngoesada K 

735. Di Bali kédepang Djawa - di Djawa ké4epang Bali - 
]iitja hi Katoe maugrawos - pinoenas rakan hi Hatoe - 
sangkan dané noengkap palwa - tan panolih - 
t'kèning radja uagara. 



73G. Doeh bibi hende])ang soeha ^ kènang lijoe ningeh djani - 
hanak noe lijoe di djero - njahan-njahan lamoen soehoeng 
nira ndagingin pandika - ring hi b'li - 
bibi njahau bareng niedal. 



737. Dé Bekoeng maujoembah matoer - sandikan hi Ratoe singgil 
k^na bibi ditoe iigedjoli - kt*nang hada hanak tahoe • 

1 Elders: soeng tambu. 



MAifTRT RORIPAV. iJ\ 

echter fveti spoedig naar beneden te vallen. (In een oiigeublik) 



het traliehek op verschil lentle plaataen vernield. 
L lii^r en daar waren enkelen bexig om elkander in 't klimmen 
b«j te Ptaan. t^ne werd daarbij door een kaladjeiigking gebeten , 
vaarop zij begon te snikken en — terwijl tij verlegen np 
deii grond neerhurkte — krimpende van de pijn , rich mi*t 
tluim en vinger op de plaats van de wond drukte. Wij /wijgi-n 
na verüer van het volk daar buiten om naar de primuf» , achter 
in het paleis, terug te keeren. 

!• Zondra daar allei* stil was, sprak de Bekoeng op machten toon tot 
hare lloc^heid : " liuister eens naar dat gelach , mevrouw ! dat 
dajir al harder en harder uit den voorhof weerklinkt. Uw vriend, 
dr kroonprins, is daar buiten en si)eelt voor gamboeh.'r 

ft. I>e prinses schrikte (op deze woorden) en sprak, terwijl hare 
noftm zich met tranen vulden: «^Wanneer is hij gekomen?» 
'Om l' te dienen, mevrouw! gisteren. Hij is regelrecht op mijn 
hois aangekomen met een gevolg van (niet minder dan) zestien 
prinitn en rijksgrooten. 

A. I» Thans zendt hij mij tot Uwe Hoogheid (om U te vragen) of 
r hem nog altijd genegen zijt en hem tot Uwen echtgenoot 
vilt hebben. Hij is (al dien tiid) zeer ongelukkig geweest en 
nl van ^iefdepijn vergaan , als Uwe Hoogheid hem (niet spoedig) 
frti graee«middel toedient. 

iu 'Kttii onderwerpt zich aan Java -— laat Java zich aan Bali 
onderwerpen! I^aat *t Uwe Hoogheid toch behagen het verzoek 
vmn Uwen vriend in (gunstige) overweging te nemen, daar hij 
lirfa enkel roet dit doel scheep begaf, zonder ook maar eene 
rakeie maal naar zijn land om te zien (zoozeer verlangde hij 
namf U).» 

L ^^^1 » moeder ! «^ (dus viel de prinses haar in de rede) ^xwiig 
&o verder daarvan , ik vrees ander* dat deze en gene het hooren 
smi, daar hier nog altijd veel menschen rondloopen. Straks, als 
htrt niemand meer is, dan zal ik aan het verlangen van mijnen 
vncfid voldoen. Qij kunt daii noet mij naar buitet^ gu^*'' 

I,, D^ Bekoeng maakte haar ^«embah en zeide: «Het geaehiede 
Uwe Hoogheid beveelL«r #Kom, moeder! verwijder u 



iVi BAOOES HOEMBAim. 

clti Bekoeiig héwa > makalah - sada n^lid - 
h'noe ramé di djero poeru. 



738. Hakèh prapoetri ring poem - prahida miwah pragoesti - 

hanaking pautja poenggawa - hangroengoe poenaiig go^oejoe 
koehoeg-koelioog di bantjingah - parajjoetri - 
sami matoering rahadyan. 

7»iD. Noenas ke Ratoe ka djaba - doeroeng ko tityaiig miragi - 
wong goenjoejoe boeka kèto - Nawaiig ïrauggana hamoewoes 
lali niarggi Hida (loemoenaii - miwah ujahi - 
hiriiig Hida ka bantjingah. 

740*. Tijang kari njidra brata ^ - Hida hajoe manfi;goet kenjiiig ■ 
lityang paniit doeinoen reko - raris Hida inangkin pesoe - 
sang poetri ring Windoe Tingal - pa(la ngiriiig - 
miwah sang poetri Panenggah. 

741*. Manggeloh mangkin ka djaba - t'lasan hoeli di poeri > 
t'ka di bcintjingah reko - di djero hamangkin tM>ehoeiig - 
rahadèn déwi ugandika - mahi bibi - 
hènggalang dini mapeta. 

742*. Kènang hada hanak teka - dé Bekoeng mamareJc gipih - 
cloeh bibi kènkèn sih reko - paugandikan Vli Bagoes - 
djani telasang kèu hira - Déwa Goes^i - 
tityang mangkin mangatoerang. 

748*. Jan hi Ratoe doeroes hitja - né njahan hi Ratoe midjil - 
tityang mariki ka djero - tityang mendakin hi Ratoe - 
»<apoenapi joen hi Dcwa - néné mangkin - . 
pangandikajang ring tityang. 

744*. Rahadèn galoeli ngandika - lamoen kèto bibi djani - 
né njahan mahi ka djero - soehoed hanaké manjekoel - 
bibi patjang kebang uira - hapang hilid - 
dané hatoeriu di pasar. 



» Elders; g'lis. > Klders: njidra ngawas. 



MANTKl KORIPAN. iT'\ 

nu wAt van mij, anders zal men *t no^ mrrkcn!* Nu 
haaittr de liekoeng r.ich om vrg te gaan en xirh ^til uit de 
vueten te maken. Intiüttfchen hield het gejuich in den vtHirhof 
nug altijd aan. 
^^""i. I)e prinüesnen, die nog achter in het |Milei« met de hofdames van 
adrl en de dtxrhters van dr V(N>rnaam5te hoofden ver^amrld 
waren , hcMirden dat gelach , dat van alle kanten uit den vmir* 
hof tot hen doonimng, en opraken daarom tot de kroon printten ^ 

SV- 'We verzoeken l.'we Hoogheid vriendelijk om (met oiiü) naar 
voren te willen gaan, daar wij het volk nog nooit 2iMi*n pret 
hebbeu hooren miken.*" Xawang Tranggana antwoordde «>*t Iii 
iriied, mijne dame;»! gaat maar vaut en gij vrouweu! volgt hare 
lluogiiedeu naar den voorhof: (ik kan nog niet gaau) 

'^O. ge weet wei waarom. Hare hooghe«len knikten haar toe en apriken 
tf liinlarhende : » Adieu , wij gaan dan maar vaut vooruit ! * 
Meteen begaven zij zich naar buiten. gi'Volgd door dr priniK^snen uit 
W indoe-Tingal en Panenggah (die daar gelogeerd waren). 

r41. (ierne enkele vrouw bleef arhter, maar allen stroomden de 
putirt uit naar den voorhof, waar zij weldra (op e«n' hoi>p) 
bijeeuzaten. Achter in het palein wa» nu niemand meer, waanim 
de kroonprinsen ^de llek«»eng bij zich riep) zeggende: «kom nu 
hier, moeder! en laten we sptM^lig om ge:»prek afmaken, 

74S. ander» komt er iemand.*' I)e IWkoeng haaMte zu*h tegeuovrr 

hare Hoogheid plaats t4» nemen («aart>p deze aldu.-« vervolgde^ : 

'Wel, moeder! wat heeft mijn schoone vriend nu eigenlijk 

ipexcgd.** Vertel mij nu een» aile«!« «Om L' te dienen, mijne 

«orvtiu ! ik zal *t U zeggen : 

74S. «als Uwe Hoogheid behagen (in hem) vindt , dan moet L 
»trmk» het paleis verlaten. Ik zal iirrwaartj» komen om L' af te 
i^ieu. Wat is Uw besluit)' (ierf *t mij t<M'h nu te kcnurn.» 



IM. l>e krooopriuses hervatte: «Als 't dat alleen is, moeder! kom 
«ian slrmka maar hemaarts, zoodra de lieden hier gegrtru hebbrn, 
tiaM aal ik u verbergeu, opdat niemand uwe tegen «oiirdigheid 
gevaar wurde. Verzo(*k dan ook zijne htn^heid om /ich op de 
Barfct ie poatccrcn. 



Jt V«l|i. XI. 



.^ 



274 HAOOKS HOBMBARii. 

745^. Ditoe daiié ngantos nira - paualiknu hanggèn tjiri - 

mamoeiiji ping hem pat reko - hi goeroe soeba matoeroe - 
s'dek sepi di djero poera - iiéné djani - 
• liamboel heüto djVa hatoerang. 

746*. Moelih bibi djani soeba - hatoerang fkèn hi b'li - 

hi Bekoeng mahatoer halon - titjang noeuas tjiri toehoe - 
tjirinin rakan hi Déwa - makadjati - 
h'nah h'n<^ bibi habS. 

747*. Boengkoeng madji limang laksa - innsotja mirah ratnadi - 
hatoerang ring dané reko - inakatjinan tjiri toehoe - 
hapang (la dan(; sangsaja - k'ma moelih - 
dé Bekoeng hamit loemaropah. 

748*. Nawang Tranggana ngandika - rahiné mangkin kahoekin - 
mahi hendèn IMirah hembok - pirengang hanaké goejoe - 
ramé djani di bantjingah - njahi hi b^li - 
dané djani tVah di djaba. 

749*. Malinggih ring dadampar h'mas - ngowah ramboet hasoesoeri 
mawa^tri pèrhemas hidjo - mabapang garoeda moengkoer - 
mapatitds mirah ratna - mas'kar tadji - 
masoebeng mas toelak moentjar. 



750*. Sampoen hoes niepekang pujas > roepané kadi Jang Ratih 
kotjapan Hanawang Tiiro - hamepeknng pajas haloes - 
pada nganggo h'mas ratna - koemarining - 
l'wir moeksah k'dapak'na. 

751*. Rans mMal ka bantjingah - Tjondong Bajan pada ngiring 
tan kotjapan ja ring djero - rawoeh ring lawangan hagoeng 
toer hangadeg makembaran - raka rahi - 
Nawang Taro soran roepS. 



752. (juhok lianaké hadjagat - toemon ring rahadèn déwi - 
kadi boeian kembar tinon - sarwi dané nonton gamboeh - 



mantui kohipan. *27.' 



» 



7 ir», ni niij dujir af tr warhtrii. IV klok /al lirni lift t#^ki*ii iffvrn. 
^MMira tij virrtnaal .««laat , dan rtud mijn va«if*r rrtMli* in il«* 
arinrn vau den :«lua|) en in »llei« ütil in lirt palfin. Kom aan , 
lirrnfc dat nu maar r.uo ovrr! 

T4«f. "(ia nu maar naar huis, moeder! en vertel dit mijnen 
vrirnd." |)r Bek«>en{j[ antwoordde beleefd: "Met Vw verlof! ik 
^meek l' om e#Mi lïewijn, dat l- dit alle?» vrrkelijk (|<ezejfd 
hebt), (ieef Twen broetler t*»rli «mi ti'ekeii , nievniuw! o|Miat hij 
zekerheid iiebljrï-r ir()ok gtK'd : zie hier, mmnler! neem dit meile : 

747. dit iï( een rin^ ter vaarde van ruim h<tnd(*rd vijftig ^Men , 
iiiirexet met de tijnirte juweelen. Bied hem dien aan, aU een 
lM'Vi|!( van de o]mvhtheid mijner voonlen , o|><lat hij niet 
tvijfele. (ia nu maar naar huis.» |)e B«*koen^ nam daan)|) af- 
scheid en vertn>k. 

7 \*^. (ZiNNln 7ii verdwenen wa.-*) rie]» Xawanjf Trnnififanu hare jongere 
/uMi-r hij /ich , rrif^ende : -Kom ei-n* even hier, mijne lifvr ! 
HiHirt tfi) het volk wel larhen ? Wat hebben riteen pret inden 
vfNirhof, niet waar? (Wil ik u een* wat zi"^^en , zusje?) Mijn 
\ri«'nd bevindt /irh op 'l (M>^iiblik daar buiten ; 't in heu«eh waar.» 

74t* ^Dit ;re/rpil hebl>ei.de) nam /ij phuitj* i>|> e«'n i^ouden !«ti>fltje 
f il Uyiiii zich het haar te ka|)|>en. Dftania trok zij een kleed 
aan van groene iierhema;* en tooide zirh met een (met gimd 
p*borduunien) haUkraai;. Achter in het haar stak zij een 
i^aroeda- moengk oer , terwijl een kran:* van juweelen haar 
\ofirhiMifd bedekte, die aan de einden dtwir een irouden bloem 
nerd vaMf^ehouden. In han* «Kiren prijkten weldra gitiote gouden 
Wiiop|M'n, die ïiU een blad naar binnen waren imi^ebtigen. 

7iO T<»eu ZIJ met haar tiiilet geret'd was, zag zij er uit (^'riwm en 
ff koorlijk) aU de giMidelijke Katih. Ook hare zu>ter llanawang 
Tam had hare !«ierlijke staatdiekleederen aamretrokken , en 
•chittenie en llikkenie van al het ijoud en de juweelen waarmede 
f II waji o|>getcNnd. 

7^1- (2oo uitgedoicht) verlieten zij hare kamer om zich naar den v« mr- 
huf te liegrven « terw*jl al hare hofdame» achter haar gingen. F^n 
«Mtgrnblik later kwam (het gi*zeL«chap) bij de irnMite poort aan, 
waar de beide zuvter* naa^t elkander bleven «taan (om naar de 
votirütelling te zien). Nawang Taro verIiM»r hH n<ig in schoim- 
fieid (bij hare oudere zuster). 

JUi letler, die de (beide) priuarM^en z^ , «tond verwonilenl. Zij 
■chitterdeii aU twee lichtende manen, terwij! zij daar zno naar 



276 BAÓOES HOEMBARa. 

toemoeli kapendak tingal - raden déwi 
sajan lengleug kawaugsitiii. 



753. Hakèh pramantri né hédan - toemon ring rahadèn déwi - * 
pada tVara tahèn toemon - mangerep di djro hagoeng - 
teinbé dané mangkin medal - saking poeri - 

manonton gamboehé tawah. 

754. Pandji Raugga manjendonang - karoeugoe mangasihasih - 
boeka pangroeinroein di toeron - hada ugMing penah benguel 
h'lèn ngeliug masigsigau - lën wong tani - 

mang'ling maugoejeiig pya'nak. 



755, Hada to né h'noe djoemah - tong k'na mesoe mabalih - 
manggelah pijauakhipoeii - mandiugeh gamboehé loehoeng 
malahib mangoetang pyanak - hada b'ling - 
manjakit mangantyang lekad. 



756. Tateloe nedoenang balyan - héwehan pada noelingin - 
kabebeng raréné reko - inangroengoe gamboehé loehoeng 
gamboeh Djawa tVara pada - gamboeh Bali - 

néné ngigel di bantjingah. 

757. Byana mangliugoewang baja — malahib balyané sami - 
pa4a ka bantjingah reko - néné manjakit mamisoeh - 
tan pag^nah hiba pada - matnbelasin - 

gamboehé ditoe betekang. 

758. Kahi dja tongosin hiba - tong hempoegan ugoetah getih 
djangkan pipisé karob'lah - iniwah berasé hatjatoe - 
banteu takaoe soeba hada - boerat wangi • 

bakal manglolodok hiba. 

759. Taksoen hibané mahijang - kahi hoeraba ban tahi - 
sakit ^an dja kahi reko - makedjang ngalahiu pesoe • 
djaui hoejeng mamoelisah - néné m'wani - 



MANTRI KORtl'AV 277 

Ar ^mhcifh Htoiuirii it kijkf*ii. (Kiiidrlijk) oiitniorttrn dr cM>^n 
van d«' k nmn priiiM*:!! (dir van IVij^orii llorinb.ira) , waarop de/4» 
haar toekniktf. (Nnwang Tmiiggani) blfrf (ochirr) ut rak vocir 
lich aitkijken. 

75S. I>r aaiivrngp prin^fii werden dol van vf rlirfdhrid , toen xij dr 
kroonprin^ea aanschouwden , die zij nu voor *t e<*r9t 7agrn « 
daar hare Hoogheid rteedn binnen in *t palein was o|»ftnloten 
frrweeit en zij nu votir cle eerste maal hare vertrekken verlaten 
had, om naar de vreemde gamboeh Ut zien. 

754. (Intufüirhen) zong Pandji met de RanggaV maar altijd door. 
Hunne utem klonk /oo liefelijk, dat men waande de zoete 
vlei taal op de echt koet j* te hooren. Knkele (t4)eschoawera) zaten 
te weenen , totdat hunne oogen waren opgezwollen « terwijl 
anderen #^n luid ge-^nik deden liooreii. Sommige (vrouwen) uit 
den geringen ntand war*n zoo bewogen (dat zij zich niet mrt.f 
gned konden honden en) heur zuigelingen (die ze op den Krhoot 
hadden) wild dooreen schudden. 

75A. Anderen, die niet hadden kunnen gaan kijken, maar tliuia 
m«)e9iien blijven , omdat zij pas bevallen waren , wierpen, zoodra 
7i| dat heerlijk gezans; van de gamboeh hoorden, hare kin- 
deren van zich f en lie|)en haastig weg. Elders zag men 
rene vrouw, die zwanger was en op het punt Mond van ie 
bevallen. 

7I>6. Zi| had drie vroedvrouwen laten komen (maar) zij konden 
gren hulp aanbrengen , daar de kleine beklemd raakte, 
roodra het de 'Ralineesirhe balletzangers hoorde , die daar in den 
«oorhof ytiti het paleis aan H dansen waren en die verre boven 
de Javaansche gamboehs|ielers uitmuntten. 

737. ^^>k stoorden de vroedvrouwen zich niet aan dit ongeluk • maar 
!ie|ien (eindelijk) weg om naar het palei.* t«* gaan. I)e vrouw 
in barensnood ri^p haar ««rheldende achterna: «lioopt allemaal 
naar de hel, dat ge me 7^m> alleen laat! V^\ voor mijn 
l^rf dik aan de gamboeh ! 

7S^. «Waarom blijA ge niet bij mij, dan had ik u volgrpmpt met 
I TiO du*ten en eene maat rijst ! Ook de offeranden voor nl. 
^M met il«» noodige welriekende kruiden st4mden reed?» klaar. 
f>m u daaraan voor mijn {lart een breuk te vreten ! 

759. Hreng uw srod e^n** Iiirr, dan zal ik hem met •>!... . in- 
aoieffen ! « Ai , wat heb ik een pijn — dus giug zij voort 
ai nu loopt iederecu weg en laat mij alleen.^ Haar man berend 



278 BAGOES HOEMBAR&. 

kadoeug lanet di bantjingah. 

760. Tan kotjapan wong nianakan - poen Seinar mara ujelanin 
boengoetnjane kadi bondjor - matanjaué hanèh biroe - 
wong goeaioejoe kadi 8oerak ving hadjoerii - 
radèu galoeh lintang liilja. 



761*. Parapoetri parahida - rainé goeinoejoe hiriki - 

sanii me8'>ewang joh panon - pada kadoeroes goemoejoe - 
liada ngengkel sakit ba^ang - Hida histri - 
goejoe niauialiid banjoehau. 

16\t*. Gawboehé wocs manjarita - Pandji né maugkin manangis 
manjerit mara nianjendon - maujalèmpoli makakoedoeng • 
kadeliane i)a(la djagdjag * - djcratdjerit - 
8'mare makorëjakan. 



763'^. Kasor gamboelie sang nala - Pandji ué uiangasihasih - 
toer meüoewang jèh panon - hakèh wong pacji kaping^Ioe - 
liada mang'ling manoehoel ang - sri boepati - 
gaiiok tan kena ngandika. 



764*. Hakèh dagange betènan - di marggané ngadol nasi - 

dagjing djadja lan hohhohan - hangmengoe wong hagoegoqoe 
pada ngalahin dagangan - ja mabalih - 
daganganr ham ah tjedar. 



765*. Hakèli Iianak mangorahang - dagange niasih mabalib - 
katoengkooi ja pada bengong - nasi djadja p'nah lepoeg - 
haniah bangkoeng hamah tjedar - hada ng'ling - 
pipisnjan^ honja hilang. 



I Elders: ugMawad. 



man'Tri koripan. 270 

j'irh (riiriif*) iii liK paleii» en liacht !«ln'litj« (iiaii *t ^itii lii) duar 
/M^ ril h<K»ni«*). 

760. \Vr zwij^ii iiu verder van ciic iNirendr vnmw ^oiii te vrrlialvn 
van) 8etnar, die nu weder optrad (en /.ijiie f^rapiieii) tuMciien (het 
gezanfc der gainboeh) iu wierp. 11 ij trok zijaen mond aU ecne 
kruik te namen en (daar) litj liet ivtie ou^ (met lioutiikiMd) 
gevrrfd ha<l , (begrijpt men) dat de toescliouwer.t ot*\\ ifflach aan- 
hieven, dat het wet*rklonk aU de alarmkreet op het oorloffüveld. 
<X>k de knmnpriniieji kon haar lachen niet houden (Z4K) iniu alt) 

761. de (andere) priiiiTH^en met de dochterv van Krahmaiien, die, Semar 
ziende, M^hat^nltMi , dat h;uir de oogen overliepen. Knkelen kregen 
buikpijn van 't vn*e,H(*lijk lachen , dat H) deden , terwijl (^elfi) de 
deftige vrouw van den prienter zoo'n pret had, dat het water 
haar onder de rf)kken uitliep. 

7#I2. Ttteii het stuk eindelijk gedongen «as, hegun Pandji hardop 
te wt*eiieii. Ilij ging plat op den grond zitten en beiiekte lich 
iiet hoofd (met een «lip van zijn kleed) , wairnti hij een klagend 
irrluid liet hooren en (zijit verdriet) al zingende o|»en baarde. 
Ztjne gexellen lie{)en, de eien al harder gillende dan de ander, 
op hem toe, terwijl de Hemura ^hreieuwden al5 magere varkena. 

76.'i. Zoo konden *9 vonten tooneeliiiteii niet npelen. Paudji'a rteiu 
liail WO iet» liefelijkK en verleidelijkn en het weeiien ging hem 
/4MI natuurlijk af, dat menig meifije ^moorlijk op hem verliefd 
werd, terwijl anderen niet konden nalaten met ^ hem tmnen te 
storten. Zijne Majeateit was enkel bewondering, en kon geen 
woord uitbrengen. 

7A|. Dt talrijke koopv rouwen , die beneden op ntraat gekookte 
riji*t , gebak of vruchten verkochten , hoordm nauweltjkt dat 
grjuirii (uit den voorhof) oiigaan of allen * verlieten heur koop- 
«ii4r om te gaan kijken, (van welke gricgenheid) de honden 
;irrbruik maakten) om zich (aan dr rij*«t en de gebakje») te gord 
Ir di»en. 

7'»r>. Vrrnchillende |ierMmen gaven hienan k^itnii* aan de koopvniuwen , 
doch /IJ bleven maar rtilletjea door kijken , zoozeer haii verbazing 
allen bevangen Al de hjnt en de gebakjes iRgen dan (M>k 
(•poedig) vertrapt op den grond , waar ze door de varken;* en 
de honden werden opgegeten, (later hoonle men) enkele vrouwen 
hardop huilen , daar (niet alleen heur koopwaar maar ook ) het 
tfeld tot den laattften duit toe verdwenen wa». 



280 BAGOBS HOEMBARa. 

7H6*. P'nah liiig.sir Saiigyang Soerya - dèrèng gepih wong mabalih 
sajan cijedjel wang manoiiion - t'wara parja ngorang sedoek 
halah bwin manekajang - loeh mVaiii - 
wong Windoc Tiiigal Panenggah. 



767*. Hada tan polili menèkaii - betèuan patikabirit - 

soehoeng pekenané reko - ka baiitjingah nonion gamboeh - 
raliaden galoeh koijapau - noe mabalih - 
tan pegata marèng tingal. 



768*. Tan sab pendHk pendak tingal - kaïnanismaniffan liring - 
rahadèn inantri manjendon - doemadak boengané hoeloeiig - 
)ié njahan di tengah pasar - madya latri - 
tityang njangga bahan palwa. 

769*. Wong Djawa pada tan wikan - sasendon<$ kata Bali - 

Hanawang Tranggana wikan - manggoet sarwi hawor kcnjoe^g 
poopoet sami di ])ahoeIat - sampoen liug;»ir - 
gainboehé sami mal'waran. 



770*. Kang^san 8epi di bantjingah - Nawaug Tranggana ka poeri - 
kaiih lan lii Nawaug Taru - djeronr katon tan soehoeiii; - 
lasanja noe kclap kclap - sangapekik - 
malocnggoeh noe nia|)angetian. 



771*. Kotjapan niangkin di bantjingah - sang praboe kan malinggih 
liakch hanaké pasango - ngangeiiHug gamboehd soehoed - 
ch'*ning mangkin sampoen sandja - wong mabalih - 
|)a(la mantoek sowang sowaiig. 



772*. Sri praboe halon ngandika - k*ma patili tan da mantri - 
halih ja taniyoe ne paria - kola pada hasoeng sf.koel - 
t«)f>ïidtjn mahi ka bantjingah - patih mantri - 
lopnimnpah tnrr gjig'lisan. 



rA6. R'^'1^ iifi^itt' i\v /.iiii U*u AVond rii no^ 3iltij<l ilarhtrii de t<N*- 
«rlinu««*r« iiirt mii wot^anii (Iiitri^iHlrrl) hrt wrrd nl lanfrrr 
tittt volirr. Nirt riMi sprak er van lioniTPr ie liphbrn rii wami 
rr nok hI fMik(*lc*ii , <iif* r.ich vf rwijdcnieii « liiiiinr plaatM*ii Wf rrien 
irr»(»iiil «liMir .atiderfii iii^noinHi. (Kr kwHint*ii aanhoudrnci) 
nifuwf» tnie|N*ii van mannen en vmuwen aan (waaronder zrlh) 
van Windfie-Tingal en Pancngiraii. 

^117. Knkeleii, die niet naar hoven konden, hieven heneden heen i»n 
weer loo|N*n (totdat ten laatute) niemand meer op de markt 
«.in, m:uir allen in- of hii den voorhof verrameld waren om 
naar de pimhoeh te xien. ();ik de kriMinprintW'* rat nog altijd 
\r kijken en had het mn^ onaf^ebniken (op Hairoe» lloemhara) 
;rrve»tij^ , 

ffi^ iiH't mirn zij onophondelijk verliefde Innkje» wi«<elde. (Kindelijk) 
/niitr de knMinprin'i haar in lieehNpniak t«)e : «Moge de hloem 
midden np de markt nerrvallen, Mrak?« te middernarht : ik zal 
haar in den üchoot (üchip) opvangen ! ^ 

ril9. Onder de nanwe7ii»e Javanen was» er niemand , die dit in het 
Kalinee«rh uitfret«f^roken fperjing verMond llanawang Trangeana 
hetfreep het echter zeer jfoetl ; zij knikte met het hoofd • terwijl 
mi KÜmlaeh om haren mond fjieelde. K(ni hadden zij hunne /aak 
.'finder te spreken alleen met de oofren) afifemaakt en (daar 
^H) nu reetl* avond be^on te wonlen , verlieten de gamboeh 
srramenlijk de «{leelplaat** 

^70 7«<Midra de ^riMite menigte den voorhof verlaten had, heiraf 
Naaanff Tranggana zich naar binnen met hare jongere zuster. 
Mier vond 7\] 't alle* behalve Mil (doch zij lette niet op hare 
«HiiiErvinir) daar zij haren »choonen vriend onophoudelijk voor 
nrh 7a4f Zij zette zich neer en bleef 7o«> in ifeil-irh ten verzonken 
vrrlaTiifrnd vf¥>r zich uitklaren. 

'71. ^^^ keerrri nu noff een o«igenhlik naar den VfM>rhof teniff . waar 
Zine Majefteit, de vornt , nog altijd neerzat. Hier en daar zag 
men lieilen met looden üchoenen weggaan , zich beklagende dat 
de inimh(M*hvert4M>iiing om het invallen van den avond geeindigil 
wa^ Fjndelijk wan*n al de toc*ichouwer» lanifi» verw*hillende 
wevrn hui«WAart« vertmkken 

r72. Nu »prak de vor>t t<»t de t.eni omringende prin«rn en rijk*- 
trrvioten . zemrende : «Komt aan , gaat die vreemde ffaiiten opzoeken 
rn heverjt hun naar den TOfirhof te komen - ik /al hun allen Ir 
firn ireven.* |)e aangejipnikenen maakten zich met p|Mied weg. 



282 BAGOE3 hoehbakS. 

nS^, Sampoen prapta ring rahadyan - mangoetjap toelioe hamanis- 
marggi reko ka baiitjiiigah - paugaudikaii Da sang praboe - 
Hida maugkiii hasoeng tarjah - raden mantri - 
nmmepes toer inangandika. 

774'^. Hiuggili hatoerang ring ilida - tityang jèn inangkiii oiapamit 
jèn doeroes Iiitjan sang katong • néne bèndjang tityang noehoei 
noenas paliitja ring Hida - sira patih - 
inawali praptèng bantjingah. 

775'^. Matocr ring sira sang nata - dané matnindah né matif^in • 
bèndjang rek(^ dané noenas - hitjané Tjokor lii Ratoe - 
sang nata halou ugandika uah to djani - 
inani kaka dja ngibockang >. 



776. Sandikan Tjokor hi Dewa - tityang manoenas mepamit - 
sang praboe ra ris ka djero - kepanggih ring uanak galoeh 
sang praboe lialon mangoctjap - uéné uiani - 

bapa b'win maugadajaug. 

777. Kapang ja ngigel selidan - dawoeh horo hija midjil - 
pandjaké kadoonga dondou - raden galoeh sembah tnatoer 
floeh Déwa tityang tan piwal - uadyau sahi - 

tityang ngiring joen hi üéwa. 



778. Tan kotjnpannja ring poera - hoewoesen rahadèn mantri - 
ka djoeinah dé Hekorng ngodjog - dé Bekoeugloeh m'wanigoepodi 
poepoet j)ratékaning dahar - hoelam bawi - 
hoelain pasih hoelain hajam. 



I. Hier eindigt een der geraadpleegde IlSS. 



MANTkf KORIPAN. 2^*) 

en kvAiiH*ii (x.l (i<'ii knHiii|)riii:«, ilirn /.ij op uitcT:*t vrieiidt*lijk(*n 
tcMYti aUlu» t(MH4|>r;ikrii : «Dt^ vorst laftt u 7r^grn om naar Apu 
viMirliof tv ;^Aaii , wuair Zjiir Mjijr:it(*it u auil »nthnlc*ii.« liagiieit 
liormlMnt ^tuk lif tejj^n rlkaiider ^Irukle haiidni (aU tot 
rrn fteinhaa) voor zich uit imi zeidr : 

*Mrt Uw verlof! Zeg oaii Zijne Majesteit, dat wij oii« voor 
heden laten veront»chuldigen. \U *t Zijne Majesteit behaagt, 
cUn sollen we morgen aan Zijn verlangen voldoen en van xijne 
gave i^ebniik maken. «^ De |)atih keenle daarop (met dr anderen) 
naar liet |»alei5 terug « 

rn gat den von»t daarvan bericht, zeggende: «^Zij laten xich 
%iNYr lie<len vervmUichuldigen * (maar) hopen morgen de eer te 
hebhen, van Uwer Mnjesteiit» goedheid gebruik te mogen niakeu,4r 
\u itprak de vor^t l)edaani : «r't U goed; ik laat *t geheel aan 
u o\er om dat morgen te beredderen (en Eorg te dragen, dat 
7.1) van 't niMKÜge vtxirzien worden). «^ 

-^liet zn\ geschieden looaU Uwe Majesteit beveelt!* (dus luidde 
het antwoo.d van den patiii). Meteen venocht hg veilof om 
/ich te nitigen verwijderen , waarop i>ok de vorst naar binnen 
ging Hier vond hij /.ijne dochter, de prinses, tot wie hij 
/ride: • Morgen /al ik ze wi*er laten komen, 
rn o|Mbt 7.V wat vr^ieger hun* dan^ lx*;^innen kunnen , zal ik tr. 
tegen twee uur oproepen, daar het volk buitengemeen (met hun 
s|iri) schijnt te zijn ingenomen.» I)e prinses boog zich en ani* 
woordde : • 't Is verre van mij , mijn Heer I om mij daartegen 
te willen verzetten. Al (sjielen ze) eiken dag, ik zal mij gaarne 
aau Uwe beschikking onderwerpen. « 

Venier zwijgen wij van hetgeen daar in iiH |»aleis voorviel om 
te verhalen van den knMinpriiis, die zijne schnilen richtte naar 
net hui> van de IWkoeng's. (Z(M)dni liij daar was aangekomen) 
haastt'en man en vn>uw zich (om een en ander klaar te maken) 
en weldra was de maaltijd met al wat daarbij behoorvie, als 
varkeusvleesch , zeevisch , gebraden kippen (enz.), gereed. 



£84 BAGOES HOEMBARa. 



xn. 



779. Toemoeli ha^'li» madahnr • sareng lawan patih maniri - 

poen srmar iiadah lèn kawas - brem arak sad'jeng loemintoe 
sampoen hoes mangkiii hanadah - p'nah w'ngi • 
dé Hekoeng h'loeh hanembah. 



780. Tityang matoor ring hi Dé^a - pangandikan raden drfwi - 
k'ni hi Déwh mangentos - di pasaré t'ngah daloe. - 
inoenjin peualikan ping pat - dané midjil - 

nika pirengang hi Dewa. 

781. Poepoet mahorahorahan • sampoen raangkin madja latri - 
sang praboe sampoen matoeron - sirep aami di dj^ro hagoeng 
Nawang Tranggana kotjapan - néiïé ngiring - 

))awongan sami lelima. 



782. ^awang Tranggana mapajas - mangrangsoek boesana ngrawit 
mawastra pèrheinas kahot - mabapang mag'*roeda moengkoer - 
masoebeng ma» toelak moenijar - kemer kendit - 
mag^lang h'mas matatah. 



78*3. Maboengkoeng sastra roedira > - mapatitis mirah hadi - 

mahanteng soetra bang hidjo - masaboek soetrawoen-hawoen 
matepi hemas mangranjab • Twir dadari - 
warnaue mangajangajang. 



781. Pawongan sainpoeu n)a|)ajas - pada nganggo lewih lewih 
hajoe hajoe hanom hanom - panalikan ping pat sampoen 
rahadèn mantri kotjapan - hamiragi - 
sVaran pnnalikan ping pat. 

» Elders : in a 1 j n I i m :) n ut a s^ o t j ii. 



UANtlit KORtPAN. is.'» 

IIOOFÜSTLK XII. 

IluEMHABA ONTVOKBT HIIMCLIJK DK KRCMINFUISSKS VAN 
UJAÜINTOEa RN NCKMT HAAR MKT ZICH NAAK HALI. 

^9. Nu ft^Xe Hitiiotn IltiPinbari xich trivtond aan taff*l , terwijl lie 
lirinürn n\ rijk^f^motfn (om hrm hfrn |>laati natn«>n) f*ii «ir 
hofnar uit «»rn afzonrlerlijken !«rhotel zich \r gord (lrr«l. Kr wna 
rfi«vr dan overvloed van brem , arak en palmwijii. Toen , laat 
tti den avond, de maaltijd wa^ afjBrrloopen , (naderde) de vrouw 
▼an den Bekoeng den kroonprins en na haar nembah ft^maakt 
tr hebben , sprak zij : 

iO. *lk «il Uwe Hoogheid even zi^|[gen . dat de kroonpriufie? (mij) 
herli opgedragen (om V mede te deelen) dat U haar tegen 
middernacht op de markt kunt opwachten. Zoodra de klok vier 
•Ugen laat hooreu, zal de prinaea naar buiten komen. Uwe 
Iloi4(heid zoudt daarop maar acht geven. "^ 

it. Hiermede wan het gesprek afgeloopen. Weldra brak midder- 
nacht aan. Zijne Majenteit, de koning, wan reedn naar bed ge- 
fpum , terwijl ook de overige bewoner* van de vontflijke ver^ 
trrkken in die|ie runt gedom|)eld waren. We verhalen nu van 
Nawang-Tnnggani, die met vijf van hare vrouwen 'wan o|^- 
bleven) 

tt. ra zich in haar zondagnch-pak gentoken had. Zij was prachtig 
witgedoacht. Zij droeg een kleed van het tijnate pèrheman, eeu 
(nierltjken) halnkraag, aan de achterzijde waarvan de gamedl 
üMienrtoer uitatak. In het oor pnjkt'*n «ichitterend gouden knop- 
|ipn, terwijl hare arm- en voetbanden van tijn gepolijnt goud 
(vervaardigd waren). 

IS. Verder droeg zij bloedroode ringen aan de vinger^, terwijl haar 
imoM met een' krann van juweelen bedekt waa. Ook had zij 
^m* «jaal van roode en groene zijde omge!«la<ren, en zich een 
grbUiemden gordelband van blauwe zijde en van een goud ge- 
borduurden rand voorzien om de heup gebonden. (Zoo uitge« 
«loacht) zag zij er uit aU eetie hemelnimf, wier Mrhoonheid 
alle benchnjving te boven gaat. 

14. ^Vik hare vrouwen, allen jong en ik: hooi i . varen zimi deftig 
SKigelijk gekleed. Kindelijk nloeg de klok hel middaniachtauar. 
l}f kroonprina, van wien we (uu wéér) verhalen, had (nauwe* 
li^kn) Je «ler klok«lageu gehoord, 



785. Toenioeli daiié ngandika - K'bo TaD- Moeiidoer tinangi - 
sami woes maiangi roko - hamoengpoeiig sekalan 9oehoeng 
toer midjil praptèiig d ad al au - ^oehoeng sepi - 
pamargginé gagelisau. 

786. Tan kotjap maring dadalan - rahoeh di pasaré mangkiD - 
di soekofin tèmboké iijongkok - p'nah hemar p'nah toejoeh 
boeka tVara matra tekii - raden mantri - 

djani m'rasa ^ kabiséka. 

78^. Malah sampoeii dawoeh sapta - masih dané t'wara midjil - 
hajamé masVara hoemor - sinawoerau toehoe toehoe - 
rahadcn mantri ngandika - kaka patih - 
hoelat s'lang hatinira. 

788. Mara rawat habung wètan • djalan Vé kaka kalahin - 
singnja hada hanak ngenot - toemoeli mamar^i has'roeh - 
sampoeu badoh maring pasar - tan panolih - 

hingiring dèuing kadejan. 

789. Tan kotjapannja ring margga - prapta ring pasisi mangkin 
batan katapangé njongkok - ramé liajam makoekroejoek - 
rahadèu galoeh hoewoesau - noe di poeri - 

dèrèug polih marggi medal. 



I 



790. Fakewoeh dané maiigrasa - sing babar pada maliisi - 

gehagun bilnng lelompong - kèn Bajan hag'Iis loemakoe - 
nawi danr ^ampoen moenggah - ring banawi - 
marggi ké Déwa gelisang 



791. Banges sami ' bilang dangka - tani jèn margga maIoe4ih - 
hija djani hanibah uènipong - boehoeg bange» tan kahitoeng* 
^oeka doeka ha])ang tawang • sarwi nangis - 
maugimoetimoet madjalan. 

792. Kopanggih longh)ngan bangkal s - moenjiné masih ngoelimid 

1 Elders: dajoeh tonden rawoeh. > Eldera: ngrawos. 
> ff : pengit pada. * Elders: kalingoe. 
» ff : soewal. 



MjlMTRI KDRfPAM. 



JmT 



15. tif liij verhief zijne ütein eii wekte KTx) Taii-Moeiidoer (met «Ie 
aiHtereii) uit den «'laai» op. Weldra wiiren allen opgeiitaan en 
maakten /:j van de stilte van den nacht gebruik om het hui> 
ir verlaten. ( )p straat gekomen , vonden 7.ij alle« 5til en een- 
r.aani, waarop xij zonder verwijl hunnen weg vervolgden, 

M. Van hunnen toclit worden geene bij/xinderhetien vermeld. Weltlru 
kwamen '/ij op de markt, waar 7.ij beneden den (nng)ii.uur 
n'rrhurktMi. Zij hadden zich echter reet!» dcNidmcN* ge/eten , en 
iiug altijd had xich niet:» vertoond. I)e kroonprini* begon dan 
cHik al te gehioven , dat men hem gefopt had. 

^7 Keedn was» het half vijf uur in den morgen geworden en nog 
verscheen hare Ihxigheid niet. T<ien daarop van alle kanten het 
iianengv'kraai, geakkom|Migneerd door het gelaicl vau tiiehot*- 
toehoe*«y xich liet hooren, 9prak de prins tot het hoofd van zijn 
l«evoig, zeggende : " Mijn hart begint (aan de prini»es) te twijfelen ! 

M. ' lli*t gaat daar ree<lH in ^t Dcnten lichten en we morton dui> 
tvia^ir vertrekken en haar achterlaten , andersi vrees ik , dat iemand 
c»ii» /al zien.'' M^een begaf hij zich op weg door de zijnen 
grvtdgd , eu weldra hadden /.ij de markt een eind achter den 
ruii, /.onder een enkel maal te hebben omgezien. 

M. Vrrder wordt van hunnen ttM-ht gtv wegen. (Zonder ongelukken) 
brreikten zij het zeentnind 4ip het oogenblik dal het hanenge- 
kraai in vullen gang .waj«, en nam het ge7.elschap onder een 
kaU|>angb(H>m plaats. Nu spreekt het verhaal vau de kroon- 
pnnfes, die nog altijd in het {laleis was, daar /ij geen kan^ 
had gezien om naar buiten te komen. 

90. /ij zat zeer in den brand, daar zij overal waar zij op aanliep 
de plaats b<*zet vond door de wachter», die elke o|ieniDg he- 
m akten. (Telkens !*{HM)rde zij) hare kamenier aan om zich Ie 
liaasten, /eggende: ^^ Misschien is hij reedt aan boord gegaan!* 
waarop lUjan antwoordde * " (ioed , mevrouw ! laten we ons 
^aasteuI'' 

il. liet stonk overal waar zij nu lie|ien , doch daar er geen ge- 
srh'k'r mtg.ing (te vinden) wa» , gingi*n zij daar maar laitgs, 
rft leitVii rr tiiet op «lat /J lot Ixiveu de kniet*:i d<M»r dik eit dun 
•tapten. Zoo m<M*M (de prinsi*») viior- en tegeiis|#iied \rrtrn kennen! 
Al weenende en pruttelende liep zij voort. 

pc Kindelijk kwam het geielschap bij eeue opening in de heg, 



iÈH BA00f;s iiOEiiBARa. 

bedèg bohol hija sondol - niareb'wak lahoet matjeboer 
di b()ehoeg(i haiiriegadu - sajau haugit - 
iigeudjek batjiué tan telad ^ 



79'i. Toeloeug kahi kaka Bajau - saini paudjaké iijagdjagin - 
pada maiijahoep inaujungkol - soeba kaliwatau boehoeg - 
«ampoeii rawoeli riug lawaugaii - sagèt sepi - 
gebagaue padjaleinpang '-. 

794. Sampoeii rahoeli di bantjingali - raamarggi doeloeriu Wi4i * 
ring ugaioenaloen inaugodjug • lawoet pada ng^loes tang'iork 
sauipoen maug'kiii kaliwatan - sampoen prapti - 

di pasaré matjiugakan. 

795. Marep k'lod uiarep kadja - marep kawoeh uiarep kangin - 
toemoeli taugkedjoet beugong - mangadeg di doehoer batoe - 
soriug kajoe maugdirakta - s^moe taugis - 

toemoeli daué ugaudika. 

796. Mati kahi kaka Bajau - hi VU soeba melashi - 

di djaha dja dané ugantos - doemadakau daué kaïitoeii > - 
di marggi dito-ditowau - hadoeh bibi - 
Bekoeug moelih ké hènggalang *. 

797. ISinguja daué siuggali keina - g^lisaug bibi ueiokiu - 

dé Bekoeug melahib reko - rahadèn galoeh inauoeioeg - 
dé Bekoeug teka di djoemah - soehoeug sepi - 
ué inVaui inMein ujelempang. 

798. Wahoemahé djani ugopag - kMeug ja Iiojag paiitegiu - 
ué in'waui taugkedjoet geloh - inirib liauak ketjangliieb • 
ué h'loeh maugapakapak - toeloeug djaui - 

raden galoeh kab'Iasiuau. 



> Elders: boehoeg dalem tjeboeriuuja - k'ua tahi 
inasih tVara kaliugoewan g. 

* >/ : pa(Ja uid ra. 
katepoek. 
di marggi marggi ugantijang. 



3 // 

4 „ 



y\Nriii K()iui*AN. 2H9 

waar gr woonlijk de varken» (ioorkro|)en. Zij iUken al bmmmende 
hêt hoofd teg«ii de bamboelattrn , op de plaaU waar dexe ge- 
broken waren; de bamboe kraakte en in een wip waren rij 
door hei gat en stapten in den oDodderpoel. Hier utoiik het 
nog erger. (Of priiiMs) raakte in den modder vast en 

T9S. riep hare vrouwen te hulp. ïknen vlogen op haar toe, grei^^'n 
haar vast en droegen haar op dr armen voort. Kindel ijk ge- 
raakten lij uit dien mesthoop en kwamen aan de binnenpoort, 
waar zij gelukkig alles stil vonden , daar de wachten loo lang 
ai» lij waren op den grond lagen (te sla|)en). 

79i. Zoo bereikten tij ^ ^^^^ <1^ goden beschermd, den voorhof, en 
vandaar het buitenplein, waar allen zich beijldeu om den sloii- 
boom van de pcx>rt weg te M;huiven. Ook (deie hinderpaal) 
badden zij weldra achter den rug en eiudelijk (sien we hea) 
op de markt aankomen, waar zij hare oogen den kost gavm* 

795. (I)e prinM«) keek rechts en links uit» naar voren en naar 
achteren en bleef toen als door een' doodelijken schrik over- 
vallen voor zich uitstaten. Zij stond op een (hoogen) steen onder 
eenen djamboeboom. Eindelijk' vulden zich hare oogeo inei 
tranen en sprak zij tot hare vrouwen: 

796. «'Bajan! nu sterf ik, daar mijn vriend is weggegaan! Waar 
zou hij ioch wachten? üeve de Hemel, dat hij nog hier of 
daar op den weg zich bevindel Als 't u belieft, moeder! loop 
toch eens gauw naar uw huis; 

797. misschien is hij daar aangegaan* Toe, moeder! ga eens spoedig 
kijken!» De vrouw van den Bekoeng liep op een draf weg, op 
dm voet door de kroonprinses gevolgd , en bereikte weldra hare 
woning, waar alles stil was» terwijl zij haren echtgenoot mei 
dr liand onder het hoofd vond slapen. 

79^ 'i^}ti^ vrouw snauwde hem toe , trok hem (bij de beenf n) schudde 
m »loeg hem, waarop de man eindelijk wakker schrikte en als 
eni razende opvloi^. Op bitsen toon riep de vrouw hem nu toe : 
^ Kom, help ecnn : de prinses is (door hareu vriend) verlaten.» 



Vdlr II tv 



290 BAOÜES JIOEMBARa. 

799. ]N( m^wani bangoen mamabar - makepoeg gidaté sakit - 
mahi pesoe ^ndènan reko i - hateh Hida raden galoeh * 
rakan dané soeba hilang - mainelasin - ^ 
kèuang jèn hènggalan lemah. 



800. Loeh m'wani lahoet pesoewang - rahadèn galoeh kepanggih - 
byan& ko dané marika - di djoemah tityangé soehoeng - 

jèii sih patoet Iiatoer tityang - marggi mangkin - 
ka pasisi jèn gelisang. 

801. Men&wi dané hirika - sampoen Déwa baliak kangin - 
mauawi hirika ngantos - rahadèn galoeh kapangloeh - 
manaugis manjelsel raga - hauak djuni - 

kéné ja t'wah t'mahannja. 

802. Jèn tong djani katoetoegan - ban hir& noetoeg hi b'li - 
nira mati diuto-dinto - djengah san ko nira hi4oep • 
djapin > ira inalipetan - bViu ka poeri - 
makedjagat maugedèkang. 

803. Dé B'koeng m'wani hanembah - sapoenapi néné mangkin - 
makrana saranta reko - rahadèn galoeh hamoewoes - 

hira tosing mbahan margg& - sangkan djani - 
hira dadi kab'lasinan. 

804. Mamai^gi djani sagrehan - gegelisan ka pasisi - 

ka lab Van raris mangodjog - sing mangremeng hij& djoedjoer 
hèiiggal koeda b'li ngenah - dong papagin - 
tityang mangkin sampoen teka. 



805. Rahadèn mantri kotjapan - mangroeugoe hanak manangia • 
batau katapangé njongkok - hento roengoe kak& maloe - 
hada ng'ling dingeh ira - lah takonin - 
patih Rangga g'lis loemampah. 



// : toehoen matjeboer ngènggalang - pesoewan li 

hoet melahib - mahi té hènggalang reko - 
it : j'wadin. 



MA ^ TRI KOKII'AM. 291 

7B9. I)e man ricbiir zich met «^n iipmng op, m kwtm inrt kiJb 
voorh(M)ld (tfgrn de bfd.«<ttjl) trrfclit, Eoodat hij het viieldf. 
(ItitUüKhfn riep de vrouw hem toe:) «^ Kom maar eent naar 
buiten en |rt*leid de knK)Tipnii0e9« wier vriend vertmkkeu ia 
zutidrr haar ni(*<le te iMmen , ander» (ia *t te laat) en breekt de 
dag aan. tf 

HOO. Nu »|)oedde het eeht|mar xich naar buiten en vooden daar de 
priniK» (tot wie de vrouw zeidc) : ir Zijne hoogheid ia niet hier 
irekomeu; er ia niemand in mijn hui». AU u *t mij niet kwalijk 
neemt, dan raad ik u, mevrouw I om zoo apoedig mogelijk naar 
het leest rand te gaan. 

801. MiaiKrbien is hij daar en «taat op a te waehten; (o iiet«) 
mevrouw! dat het daar in 't oo^iten reeda begint Ie lichten'*. 
I>e prinses liep nU dol rond. Zij weende luide, terwijl sij wee- 
kUgende uitriep: «'Wat ia toch het leven van den racuachl 

90f. "Ata ik er niet in slaag hem te achterhalen, dan (geef ik mij) 
terstond den dood, daar ik te beschaamd ben om te blijven 
leven. Cteütcld dat ik naar het paleia terugkeerde, de gehede 
wereld xou zich iinmers over mij vroolijk maken ?«^ 

80:i. I)e Bekoeng boog zich op dit oogenblik voor de prinara» ra 
sprak: «'Wat ia de reden, dat Uwe Hoogheid zich zoo verlaat 
heeft 7« Hare koninklijke hoogheid antwoordde: »Ik kon niet 
«ly komen en daaraan heb ik 't te danken, dat ik nu alleen 
bier ata.'T 

flIMk. Nu begaven zij zich te samen op weg en s|)oedden zich naar 
het zreKtraud in de richting van de ankerplaats. Ala (de prinaea) 
msar ieta in de verte zag schemeren, dan liep zij er op af, 
(telkens uitrncpeude:) "Kam toch spoedig voor den dag, mijn 
%ntnd! Kom mij toch te geinoet: ge /iet, daar ben ik al.v 

IMI5. Nq keert het verhaal tot den kroonprins terug. (Terwijl) hij 
d.i:ir onder den ketjipaiigboom zat neergehurkt, boorde hij iemand 
Kuilen (waan>p hij tot de zijnen sprak:) » Luiatert eens : ik hoor 
daar ieoiand hullen ! Doet eens o:Mlerzoek««^ I)e Bangga spoedde 
txch weg 



292 BAGUKS HUEMBARa. 

806. üé B'koeng h^loeh kapeudak - poeu Raugga raiïs nakonin - 
sapasira mahi reko - sagèt ja pMas dé fiekoeug - 

dadi pada ualektekang - pMas djati - 
dé Bekoeug haluu inaugoetjap. 

807. Doeh di.djaha goestia tityaug - mangkin Hida raden mantri 
rahin dané rawoeh reko - margganin saranta pesoe - 

daué sareng t'kèn tityang - bjana polih - 
marggi pangemité katah. 

808. Tan wèuten ko daoé t'man - midjil byana polih marggi - 
irnah lainoeu boeka kèto - diui ké heudènan maloe - 
hitjaog matoer riug rahadyan - toer mamarggi - 

dé B^koeng h'loeh sareugau. 



809. Sampoeu prapta ring rahadyan - kema té matoerang bibi - 
kalaiig henoe p^teng reko - dèrèug sang praboe mahoengoe - 
dini tonden liauak teka - hiuggih mangkin - 
dé Bekoeng matoer hauembah. 



8L0. lladèn mantri lahoet demak - mauggeloet lantas mangHing • 
(losh Déwa Goe^ti Mas Mirah - tityang mangkin matoer loepoet 
byana tityang temau-teman - ngalih marggi - 
kalih lan rahin hi Déwa. 

811. Gebagané panta panta > - karo b'lah toenggal wengi - 

hempet byana lakoe ^ nèmpoug - rahin Goesti sering laboeh 
mauiargginin hara'lagada ^ - sami hangit - 
rahadèn mantri ngaudika. 



812. Ilanak irn t'wah madaja - margganin saranta midjil - 
mariki g'lisang reko - pendakin rahin hi Ratoe - 
nawi g'Iisan rahina - tityang djerih - 
nawi mahoengoe sang uata. 



> Elden^ : bilang dungkü vu satoest satoes. 
3 // : polih. 5 boe hoog pi san. 



MAS'TRI KOKlfAM. 2»9 

HCt6. m ütiH wfUiri op dr Trouw run den liekoetiiC, tot wie hij 
de vraag richtte: ^Vfie is daarP«^ Meteen herkende hij de 
IWkorng, die ook hem nanwelijkii goed had opeenomen of jij 
wi^t met wiet) tï] te doen had. Zij (haakte xich hem) op be- 
leefden toon ie vragen , «eggende : 

*407. 'Waar \n mijn Heer, de kroonprins, op het oogenblik? Zijne 
vriendin komt daar aan : 7.ij heeft het paleia niet eerder kunnen 
verlaten. Ik wu bij haar, maor we konden niet weg door de 
vele wachter». 

^OH. '(Denk niet dat) tij met teitenxin hare woning verliet : (de zaak 
ifi) dat zij bij ireen mogelijkheid weg kou komen.' (l)e aaoue- 
•|»rokene antwoordde:) «^Zoo, ala dat 't geval it, laat zij dan 
hier even wachten, dan zal ik zijne hoogheid daarvan kennia 
geten." Daarop vertrok hij. l>e vrouw van den Bekoeng ging 
met hem mede 

vi»li. rn toen zij bij den kroonprins gekomen waren, beval de Rangga 
haar om dezen verslag te doen (er bijvoegende) dat 't nu 
nog donker was en Zijne Majesteit de koning du^ nog niet zou 
riin ofigesiaan: ook liK zich nog niemand in den omtrek zien. 
l>e Kekneng !>temde daarin toe , waarop zi^i (op Hagoet Hoembara) 
toetrad en haar sembah maakte. 

s|n. i>r kmcmprinü greep haar bij de hand, sloeg den arm om haar 
hren en Innron daarop te weenen. (Nu s{>rak de vrouw:) «Ach, 
miHi ailerlieffite Heer en Meester! ik vraag u wel verschooning! 
IVnk toch niet dat ik met op^et zoo getalmd heb iHn weg te 
komen , of dat uwe vriendin (daaraan schuld i«). 

Mll. -Overal staan wachters, waarvan er eiken nacht hondeid en 
vijftig (dienst doen). We konden nergens eenen uitweg vinden , 
(hoezeer we alle moeite daartoe in 't werk stelden). Uwe vriendin 
ts dan ook meer dan eenmaal gevallen. Kindelijk hebben wij er 
ons maar aan gewaagd en zijn over den stinkenden (mest hoop) 
ontkomen. «" Nu nam de kroonprins het woord, ze^^nde: 

mt ^Ik heb 't wel gedacht, dat zij er niet zoo iremakkelijk uit /ou 
koinen.«^ ''Kom nu spoedig* (dus viel de lickoeng iiem in de 
rede) en ga uwe vriendin tegemoet; anders overvalt oiip de dag 
rn vrre» ik , dat de vont 7jê\ opstaan (terwijl gij uoiC hier zijt).* 



294 BAGOBS HOEMBAKa. 

813. Bahadèn mantri mamargga - kapanggih rahadèu déwi - 

poenapi mai^ganiug helong - tan wèuteu hi Déwa rahoeh - 
soewé ban tityang mapadar > - hajoeb dingin - 
tan wènten hi Dëw& m'dal. 



814. Rahadèn galoeh sigsigan - tan pegat-pegat manangis - 
kangen ban hawaké h'long - tong dadi djani masawoet - 
sinamboeting ngoesap-hoesap - toer mangabin - 
sampoen Déwa hagoeng larH. 



815. Bagoes Hoembara ngandika - bibi Bekoeng bap& moelih - 
dé Bekoeng hoematoer halon - kanton ké Tjokor hi Batoe 
g'lisaug hi Déwa moenggah - ring banawi - 
nika sampoen ngantyang galang. 

816. Doemadak galan^padang - rahajoe Goesti di marggi - 
Aé Bekoeng moelih saroron - manolihnolih ka poengkoer - 
kangen fkèning sang loenga - pidau djani - 
dané rahoeh makembaran. 

817. Teka di djoemah kotjapan - raden mantri ngasihasih - 
sang déwaning sakalangon - noenas moenggah moengpoeng 
uiki sowan palabVan - djanmS« taui - [hoeng 
kikit mariki mapesar. 



818. Sampoen sami f las moenggah - mangaboet manggar ag'liB 
mangebat bidak tanalon - parawoené raris njawoeh > 

t'ka hangin né ngcnggalaug - tan panolih - 
sampoen doh palabVanan. 

819. Sampoen mangkin tatas galang - katon palabVanan djani 
hakèh wong madagaiig katon - hadS negen hada njoehoea 
loeh mVani pada teka * - pada ngoengsi - 

mameken ka Djamintora. 



* Elders: dajoehan. ^ Elders: m and j oer. 
' ^ : madagang en niadéja. 



MANTRI KORIPAN. 29S 

81 S. De krvmnprint liep (diarop) vooK en Tond Navang Trang- 
gmna (die htj toeriep:) ^llot komt het» mevroowl dit uwe 
Ilon^lici(i zich niet aan onr^ abpraak gehouden heeft en niet 
grknmcn in? Ik heb mij (daar) loo lang pohoil gehooden , totdat 
ik het niet meer kon uithouden van de koude (doch) u kwam 
maar niet naar buiten. «^ 

811. I)e prinsen begim te snikken en scheen niet tot bedaren te 
kunnen komen. Zij had er loo'n verdriet van (den prins) te 
hebben teleurge^iteld , dat aij op dat oogenblik geen stom woord 
kon uitbreniren. (Hare voedster) sloot haar in de armen, strrelde 
haar en nam haar op den schoot (terwijl aij iseide:) «rWeea todi 
niet xoo bedroefd, mevrouw! «» 

üló. Nu nam Bagoet Hoembarii (andermaal) het woord en beval èt 
beide Hekoengs naar huis terug te keeren , waarop het echtpaar 
op belerfdcu toon tot hem sprak: «Vaarwel, mijnheer! üa maar 
s|x^ig aan boord, want zie het zal zoo licht worden. 

81H. 'Moge het u welgaan op de reis en geen tegenspoed u genakenl^ 
(I)it gexegd hebbende) nam het tweetal den terugweg aan, 
telkens omkijkende, daar zij met leedwezen het (schoone) paar 
zagen vertrekken en zij zich (angstig afvroegen) wanneer si) 
terug r.ouden komen. 

hll Wrldra varen zij thuis (waar we hen verder aan hun lot over- 
laten). We verhalen nu weer van den kroonprins, die op 
vletenden toon zeide: <rKom« mijn allerliefste schat, godin der 
vreugde! ik smeek U, laat ons aan boord gaan en van de stilte 
fcrbruik maken. Daar is de riviermonding en (spoedig) zal *t 
hier krioelen van mensrhen, die naar de markt komen. 

bl^. Krn oogenblik later waren allen aan boord, waarop haastig het 
anker gelicht en het zeil geheechen werd. Het vaartuig dreef 
van wal en, gesteund door een Hinken bries, die (juist) kwam 
opcrtten , hadden (onie reizigers) de reede spoedig een eind achter 
den rog. 

819. Tueii het goed dag was geworden, zagen zij naar de anker- 
plaats en bespeurden eeoe menigte menschen, vrouwen en 
mannen, dezen met eene vracht over de schouders, genen met 
manden op het hoofd, die allen naar de markt van Djamintora 
trokken uui te handelen. 



296 BAGOBS HOBMBARa. 

820. Hakèh wong ditoe nontoiiaDg - prahoené rahadèn mtntri 
mocroeb kadi 'tëdja tiiion - hada manegak tnakoempoel * 
hada manjiDgal pyanaknja - hada malih - 
Doenggaiig koeda mahinDgan. 



821. Fa(}a mandeg manontonaiig - bahitané raden mantri - 
motffoeb moèntjar sajau hedjoh - hada map'ta né weroeb 
hento se hibi matjaTigtjang - prahoe Bali - 
raden inantri mandoewejaug. 



822. Ja hento djani ke djaha - hoekana beli mebalih - 
lijoe hanak pada gahok - mahort.ta bas liwat loehoeng 
WW tVara jèn mabahan - mangiwasiu • 

djani ja hènggalan loewas. 

823. Ilawak bas kedjohan desa - sèpanan mahi mebalih - 
djani ha}>a kema toNtoii - soeba djani baja latjoer - 
loeh m'wani malipetau - tan panolih - 

hakèh (laha malipetan. 



824. Tan kotJApannja ring Djawa - sang mantoek woewoesan malih 
ka djoli-djolijan ngodjog - panfremané mihik haroem - 
tnakasoor inalangsé gambar - sarwa lewih - 
galcngé niatoetoeb hemas. 



825. Bajan Sanggite di rongan - patih mantri pada ujisi - 

sainpoeu madoedonau tongos - sang Bagoes mangkin kahoewoes 
tan p'gnt menjama-njamahan - mapoelilU - 
bocka déwi lawaii dewa. 



826. Rahadèn mantri ngandika - tan pèndah tityaiig mangtpi - 

balian hi Déwa né h'Iong - sangkan tityang ngrasi lampoes - 
makalah hoeli di -pasar - katon kangin - 
poetih timoer habang wètaii. 



MANTRI KORIPAV. Si'7 

820. I)f mcmtfii blevrn «taan om uaar het viiartitis^ van drn kroon- 
priiis te k ij keu , dat schitterde van al de pracht eu nrhier erne 
iiin geleek. Sommigen gingen op een' hoop o]) den gmnd Kitten. 
(Zelfs moederü) met haar kind op den arm (zug men er onder.) 
I^ter k vamen nog anderen aan, te paard zittende en mrt volge- 
lingen achter zich, 

821. die ook atil hielden om naar het Vïiartoi:; van den knNHiprint 
te zien , dat zich al verder en verder verwijderde en v-iarvan de 
schitterende glanü zich telken» bc»%'en de golven verhief. Kukelen» 
die op de hoogte waren, spraken tot de anderen: «Dat is hei 
IUlinee»che vaartuig, dat gisteren (hier) voor anker lag. 't Is he^ 
eigendom van den kroonprins." (waarop de anderen vniegen:) 

f«22. 'Waar zou H nu nnar toe gaan ? Wij waren jui^t voornemens 
om het eens van nabij op te nemen, daar de beele werehl er 
met verwondering van spreekt en het volgens zeggen meer dan 
prachtig m<M!'t zijn. Wij hebben het schip nog niet kannen 
zien en nu gaat het ons vlak voor den neus weg. 

K:S.^. 'Wij wonen te ver af en daarom komen we Ie laat hier om 
het ti(^ te zien. Wat hebben we hier andemi te kijken! Knfin, 
een iiieiiiKrh moet maar ongelukkig zijn ! ' (Dit geregd hebbende) 
nauieii zij , zoo mannen als vrouwen , zonder verder om te zien , 
den terugweg aan. Ook de talnjke jonge meisjes (die op litt 
strand verzameld waren) maakten rechtsomkeert. 

I>t4. Nu zwijgt het verhaal van hetgeen verder op Java (voorviel) 
en ia er meer sprake van hen, die op reis (naar Bali) waren. 
(De knmnprins) had (met de prinses) in de hangmat plaat» 
genomen, waarin een prachtige bultzak (lag uitgespreid) be- 
iievei.s ku»«ensy die aan de beide uiteindf*n geheel met good 
bedekt waren , terwijl deze met geurige b'oemen bi'Hrooide slaap- 
plaats door keurig beschildanie gordijnen (vcmmt oningewijde 
o<>^n verborgen was.) 

8<0. IV hofdames (verzamelden zich) in de kajuit, terwijl de prinsen 
met de rijksgroolen boven langs de verschansing plaats namea. 
Küo bad ieder zijn eigen plekje uitgekozen. Van den srhoonen 
prinft wonlt nu verhaald , dat liij (de prinses' met liefkozingen 
overlaadde. Arm in ann lagen zij daar nerr als een ffod aan de 
Fijde eener godin. 

Bt6, Unk sprck Bagoes Iloembari: ^'t Is mij bepaald alsof ik droom, 
daar ik straks , toen gij niet op den afgesproken tijd kwaarot, 
zeker dacht dat gij mij alleen zoudt laten vertrekken. Ik verliet 
de narkt (eerst) toen bet reeds ia 't ooiHeit begon ie schenief^n.r 



298 BAGOES HOEUBARa. 

827. Sapoeiiapi hantoek titjang - dahat sisip tityang mangkin - 
jan tityang kari di djero - byani polih marggi pesoe - 
kalahin hi b'Ii loenga - tityang pamit - 

mas&bina margga p'djah. 

828. Dyastoe tityang polih m'dal - nadyan lemah lewih w'ngi - 
hi b^Ii sampoen makahon • tong bakat ban tityang noetoeg 
masa tityang malipetan - tityang mati - 

ring djalan-djalan mapasah. 

* 

829. Masa mabangké haf gal - masa hatoekad magetih - 
dyastoe patjang pahid sato - hapang da hi goeroe tahoe - 
masa bangké nagih beja - jèn tan tjitjing - 

mamahid holas mangamah. 



830. Rahadèn mantri piwelas - hoedjaré mangasiharih - 

doeh déwaning kalangon - sampoen Mirah hagoeng aendoe 
hasih temen Haimadjiwa - ring wong miskin - 
satatd hamaradèsS. 1 

881. Doeroeng tilar maring paugkVan - mapoelalat mapoelilit - 
boejar romaué mangrobong - sajan mangoehoehin hajoe * 
boeka poetri né di gambar - tjentèng roengih - 
wamané tan patandingan. ^ 



832"^. Boeka h'mas sanding mirah-radèn mantri ngasihaaih - 
marggi Mas Mirah matoeron*- hi Déw& mapiu(]i lesoe - 
hajoeb hi Mirah magacjang - lah diriki - 
di pabinan ja sarëjang. 

« 
833. Raden galoeh manjoelèmpang * - lahoet rirep par&mangkin 

dèuing danéné kaleson - raden mantri ngoekoetoekoet - 

toer ham'tjik soesoening wang ♦ - raden déwi - 

tVara hoening kasirepan. 



1 Elders: ngoembara. 

i // : di soerat - toehoe lewih - warnanë tan pa- 
tandingan. 
< f : hagoelingang. « Elders: santeniug^ wang. 



■ANTEI ft(mi1>A!«. 299 



Si?. «Wat ml ik srgfcen?» (dos viel de printte» hem in de reden) 
'Ik vraag leer vergeving: het was niet goed van mij, dat ik 
aim lang binnen bleef, maar ik kon niet weg komen. AU gij 
zonder mij vertrekken waart, dan had ik van de«e wereld af- 
!«cheid ir»»nomen. Ik zou 't bepHald niet hebhini oviTlrefd. 

821. *Ab ik slechts, hetzij dau over dag of *« nachts, naar boiten 
had kannen komen en gij waart weggegaan, zonder clat er 
mogelijkheid bestond om n te achterhalen , ik aoo in geen geval 
(naar hois) zijn teruggekeerd, maar mij op de plaats zelve den 
dood gegeven hebben. 

8211. 'Kr zou aan mij niet veel verloren lijn en voor mijn paK kon 
bet wild gedierte mijn lijk wegsiepen als mijn vader maar van 
het gebeurde onkundig bleef. En een lijk aal (uit zich sclf) 
toch niet om de verbrand ings-plechtigheid gaan tragen ! (liet 
blijft daar bewesreiilcM)^ litrgeu ) , totdat de eeoe of andere hond 
zich over hetzelve onifemit , het voorslenrt en opeet.*' 

A30. l>e kroonprins werd bewogen en hervatte op vleienden toon : 
«"Ach, mijn allerliefste schat I wees toch niet loeaeer ontstemd! 
(f ij zijt meer dan goed, mijn hartje! voor een arm man, die 
geheel zijn leven als een bedelaar heeft moeten rondzwerven 1^ 

H31. Nog altijd lag (de prinses) in zijnen tchoot, terwijl tij elkander 
teederlijk omarmd hielden. Ten laatste geraakte het haar van 
de prinses los en hingen de lange dikke lokken verwilderd 
langs hare schouders en in het gelaat, wat (echter) hare aeiioonheid 
nog verhoogde ; zij zag er uit als eene prinives op eene schilderij , 
die in lieftal liglietd en bekoorlijkheid haars gelijke niet heeft. 

H32. Dr kroonprins , (die) het goud naast een juweel (vooratelde) , 
sprak eindelijk op aanminnigen toon: #Kom no, mijn aller- 
liefste ! en ga wat slapen : gij ziet er afgemat oit , daar gij den 
geheelen nacht geen oog hebt dicht gedaan. Kom hier in mijnen 
arm uitslapen.» 

A93. l)e prinses legde haar hoofd (tegen hem aan) en sliep terstond 
in 9 daar zij doodelijk vermoeid was. I^poes Hoembarl streelde 
haar, kneep haar in de borsten en in de wangen, maar nj 
bemerkte er niets van, zoozeer had de slaap haar bevangen. 



300 BAOOES HOEMBARa. 

884. Dl pamoeloe • hajoe liwat - kadi h'maaé sinangling - 

pipiué leinpoeiig toer montok - lambénd manggis karempoeh < 
halis tadjep boeka sipat - soesoe iijangkih - 
kadi h'njoeh gading kembar. 

835. Hiügaras toer sinoengkeman - rahadèn galoeh matangi • 
ugendjoeh ori sada b'ngong - sang Ragoes toemoelya m^koel 
hiiigoesapoesap sang dada - miwah. gigir - 

hasoeug sepah di pabinan. 

836. H^nengak'na rahadyan - di Djawa kotjapan malih - 

sang praboe héweh mangrawos - sahilangé raden galoeh - 
seksek djedjel di bautjingah - patih mantri - 
bala tani tan pahingan. 



837. Fanenggah lan Windoe Tingal - tMoen sami praboe patih 
hingiring kawoela reko - wènten djanma pitoengngéwoe - 
patih mantri mVah poenggawa - pada ngiring - 
sampoen praptèng Djamintora. 

888. Soemingkin djedjel di djaba - pakoelélam toeinbak bedil - 
kèh bala IVir halas tinon - koelkoelé ramé madèn'doet • 
sVaraué hangresang manah - koematitig - 
hingeh tani dingeh par au. 

839. Néné manepak kotjapan - djènggotnjaué poetih lambih - 
beris kalos badeng kotot - ramboeté hinggel mabeloen • 
matannjané sada barak - koemis poetih - 
tjoengoehé Twir njamboerakta. 



840. Tat'loe koelkoelé b'lah - bas keras pada manigtig - 

hada mangidein manogtog - manari kang tan pahoencjoek • 
bijoer k'lod bijoer kadja - hoeli kangin - 
hoeli. kawoeh kadi halas. 



841. Toemoeroen tjendek lan mamas - tamyang kolem toeinbak bejil - 



> Elders : di nelengkang. 



MANTRI KOKIPAV. S(>1 

f^54. Haar buitpiitfrmfeii schooiie leden •chittercicn alt pM griMilijst 
gimd. (Zij had) mollige wangeu, lippen zoo loei ak siroop, 
wenkbrauwen zoo fiju alMif ze d(K>r een nDgetje gehaald waren 
en een paar borelen, rond en schoon als twee g«ele kokoa- 
noteu. 

^53. Kiudelijk deed bet gwcoen en de liefkozingen (van den kroonprins) 
iiaar ontwaken , waarop zij het hoofd als verontwaardigd afwendde. 
Ibgoes Hoembaru sloot haar (echter) in zijne armen, streelde 
haar over borst en mg en stak haar, terwijl lij nog altijd op 
zijne knieën zat, zijne siriprnim toe. 

H,^6. We laten nu het vorstelijk paar een oogenblik aan hun lot 
over, om naar Java terug te keeren. De vorst (van Djamiutorii) 
wai ten einde raad o\er het verdwijnen van de prinses. Zijne 
legerhoofdeu en rijksgrooten vulden weldra den voorhof van hei 
paleis (om niet te spreken van) de gewone onderdanen, wier 
getal legio was. 

hd7. Ook de vonten en rijksgrooten van Panenggah en Windoe- 
Tingal kwamen met hunne legerhoofden en soldaten , ten getde 
van zeven duizend , naar Djamintora op. 



H:Pi. Het werd al voller en voller op het plein (voor het ptleb). 
On biisch van menschen was daar verzameld, wier lanieo en 
grweren in 't zonlicht weerkaatsen. Van alle zijden liet zich de 
alarmklok hooren , zoodat het een leven was om er bang van 
te worden en iemand hooren en zien verging. 

SS9. Zij, die (de alarmklok) sloegen, dos wordt verhaald, droegen 
witte en (tot op de heu|jen) afhangende sikken. Het haar op 
dr bont en van de bakkebaarden (daarentegen) was pikzwart* 
Vrrder hadden zij dik gekruld hoofdhaar, rooNdachtigr oogeii 
en een witten knevel, waarboven een neus ais een djamboe* 
rakü uitstak. 

S40. Unr alarmklokken waren reeds gebar»ten, zoo hani sloegen zij 
rr op. Kukelen knepen de oogrn dicht om (beter te konnen) 
siaan en nepen den anderen verwijtend toe, dat zij er gten ver- 
9tai:d van hadden. Met een gedriUM^h als van vele wiitenn 
struumde het volk van alle kanten saam, zoodai men schier over 
lie buuldt-n kon loopeu. 

Ml. (Allen waren gewapend) met korta en lange lanzen, bogen. 



■i 



tS02 BAGOES HOBMBARa. 

sinapangë hapaiigoroiig - i^isif panah kantar brp^oe - 
soeligi lèinat lan pedang - samaga^k - 
toeloep lawan tjéwagara. ^ 

842. SuDg praboe has'roeh ngaudika - kaka d^moeug d'mang patih 
roeroeh raden galoeh reko - sahengsfon-heiiggon dja roeroeh - 
sorog djoekoengé ka lab'wau - singoja djani - 

raaDtring Bali manglajarang. ^ 

843. Jèn mantri dini di Djawa - tong doega hi Oaloeh kokih - 
jèn mantri Koripan reko - inanjoewang hi nanak galoeh - 
hento né sadyajang kolS - kadoeng moeujin - 

kola maloe misoekajang. 

844. Jèn maugdé hanak helènan - da kaka mahi matari - 
katepoek bantjanèn reko - manah kola soeba soehoed - 
maiiganggo hi galoeh poetra - lamoen tani - 

mangidepang moenjin ira. 

845. Jèn pMas mantri Koripan - boedalang pandjaké sami - 
singnja té hènggalan hedjoh - k'ma hènggalaug taroegtoeg - 
sawoer manoek prapoenggawa - hamisuiggih - 

boedal patihé makedjang. 

846. Koelkoelé malih ma(}èngdang - néné b'lah boewin tigtig - 
mangidemidem manogtog - balanë sami mangioeroeh - 
bilang nagara hanocntjap - tan kapanggih • 

ka goenoeng miwah ka halas. > 

847. Hada manjoedjoer ka labVan - malajar ji kapal kétji - 
liniolas ka^hé reko - kapal hapi teloeng boengkoel ^ 
lèn ^)anjorog padewakang - ngoendang hangin - 

teka bareté mbaroewang. , 

848. NjMeseh prahoe né malajar - katibèn pawana gati - 
mangliwat haroengan reko - tong katoetoegau bau noeto^ • 



1 Ëldirs: tjénagara. ^ Elders: mambahanang. 

• // : ka p' lab' wan. 

^ M : kapalé loewas la tatloe. 



MaNTRI KORIPA!f. 303 

M'hiliicn , pieken af geweren. K(*ne bende htd lange SQtphaneu 
bh zich, tem ijl anderen wéér met een bisooder loort vin 
ftchiiden , lau/en of bi)gi*n gewa{M*nd waren. 

8l9ft. (Toen allen venuimeld waren) fprak de vont haastig tot zijne 
legerhoofden : ''(iaat nu allen er op uit om de kroonprintte» te 
aoekeii ; doorvnuireii alle hoeken en brengt ook de vlerkprauwen 
te water: wie weet of de print van Bali niet met haar it 
wt^n^exeild! 

!»|.'5 «(Ik geloof niet) dai mijne df)chter lich door eenigen Javaanschen 
priuai zou hebben laten verleiden. Wat overigen» dien print van 
Kon{Nin aangaat , ik had juitt mijn oo|r op hem gevettigd en 
heb hem dan ook reedt vnx^r (mijne toetteinming) gegi*ven. 

Sll. «Mocht *t echter iemand andern blijken te xijn, keert dan niel 
err^t terug om het mij te berichten , maar doodt hen zoodrm 
gij (de vluchtelingen) tuit hebben achterliaald. Mijn hart heeft 
zich van de priiiüe» losgemaakt; sij it mijne dochter niet meer, 
loodra bet it uitgemaakt, dat zij xich tegirn inijueu wil heeft verzet, 

H45. «Hebt ge daarentegen zekerheid, dat de prin» van Koripan 
(haar whaker in), laat dan het volk maar (tervtond) huitwaarta 
keeren. (En nu) haast u hen te achtervdlgeu , audera komen 
ZIJ u te veei vooruit. «^ Al de hoofden antwoorddeji alt uit eenen 
immd: »Vw wil givchiede!» wuarop zij xich vera ijdf*rdcu. 

84^. \¥^ü oogenbhk later) weerklonken nogmaalt de alarmklokken. 
Zij sloegen zelfn op het gebarvten (drietal) en zoo hard , dat aij 
er de oogeu bij dichtknepen. Al het volk ging uit om te gaan 
vfieken. Zij düorlie|)en het geheele lind en trokken ook door 
het woufl en over het gebergte, maar vonden niet. 

H47 Een getleelte sjioedde zich naar de reede, waar de meesten mei 
vijftien brikken onder zeil gingen terwijl de overigen op een 
dnetdl »toombooten (plaatt namen). Kldem werden eeuige pade- 
wukaiig'fl te water gebracht, woania zij den wind opriepen. 
Weldra verhief zich een stijve bries, waarop 

h4*%. de vaartuigen, als een pijl uit den lioog, wi*gM*ilden. Spoedig 
bevonden do schepen zich midden in zee, zonder dat men er 



304 KAGOES HOEMBArI. 

hakèh prahoe ne mapapas - wong Bataviï - 
miwah prahoe Soerabaja. 

849. Prahoe Boegis miwah Maudar - ja hento pada takonin - 
hada ké jèu inamaii toeniou - prahoe mapapas hi bahoe - 
prahoe Bali ngamoelijang - hamVat poetri - 

hokan ratoe Djamintora. 

850. Daué hilang hibi sandja - singiija dane mantri Bali - 
Dgambil raden galoeh reko - pangaiidikaué inawantoen - 
daué dahat > misoekajai)g • woiig Batawi - 

sada takoet maugorahang. 



851. H\ta maman mangelidang - kajoen dané sri boepati - • 
Dganggé poetra makaroro - pangandikan dané DJahoeh - 
jèn p^das mantri Koripan - djani ngambil - 
Djawa Bali katoenggalang. 



852. Wong Batawi mangatoerang .- lamoen sapoeniki mangkin - 
kahjoené Hida sang katong - tityang poeroen mangkin matoer 
dané sampoen hadoh pisan - tampek Bali - 

boja noegi katoetoegan. 

853. K'ni ko tityang natasang - jakti dané ngadjak poetri - 
hokané Hida sang katong - ring DjamintorS kapoem}oet - 
sangkan tityang dj'rih ngatoerang - ring hi Ooesti - 
nawi tityang katangehan. 

854. Di djaha tityang magenah - tan prawangdé tityang mati - 
lamoen raden mantri reko - bas kaloka ririh bagoes - 
tegoeh wanen toer magoena - sami djerih - 

praboe Bali m'wah di Djawa, 

855. Toehoe bocka kèto manian - hinggih sapoenika Ooes^i - 
hyaTia tityang matoer linjok - h'nah lamoen kèto toehoe - 
toetoegang soekaiif^ manian - djalan djani - 

])ai-ek t'kèn Hida ^ang nata. 

» JlhliTs: hingot. 



MANTKI KORIPAX. S05 

fcht^r in gfvlaagtl wib (dr vlachtrlingfn) t« aehtfrhalm. Wrl 
ontmoetten (onze reizigrni) eene menigte Taartoigen van Batavia « 
Sorrabaia, 
Klil. van Makaswir en Mandar, die zij allen praaiden en de op« 
vare ndf ■ toerte pn : ^Zegt , vrienden ! hebt ge zoo even ook een 
Kalinresch vaartuig ontmoet, dat zijnen koert naar huin richtte 
m waarop zich de dochter van den vorst oit Djamintora bevindt P 

^50. Hare hocH^eid is sedert gisteren avond verdwenen en waar- 
Achijnlijk heeft de prins van Bali haar weggevoerd. (Is dit 
Uat5te het geval) dan hebben wij bevel om terug te keem« 
daar Zijne Majesteit hem (zijne dochter) van harte afstaat.'^ De 
mannen van Batavia (tot wie zij deze woorden richtten) schenen 
hang te ziin om te zeggen wat zij wisten, 

H51 (waarop de vragers hernamen:) "(It behoeft *t volstrekt niet 
voor ons te verbergen, vrienden! Het is de wensch Zijner 
Majesteit dat het huwelijk tus5chrn die twee tot stand kome, 
wnarom hij dan ook reeds gesproken heeft, zeggende: «^ Als het 
blijkt, dat de prins van Kori|4in haar gfichaakt heeft, dan 
zullen Java en Bali (voor altijd) roet elkander vereenigd worden.» 

h5£ Nu hernamen die lieden van Batavia en spraken: «Als dal 
Zijner Majesteits wensch is, dan durven wij het wel te zeggen: 
(ja , WIJ hebben den prins ontmoet, maar) zijne hoogheid is reeds 
zeer ver van hier, dicht bij Bali, zoodat u hem bij geen moge- 
lijkheid meer zult kunnen inhalen. 

SM. «Ook hebben we gelegenheid gehad om navraag te doen en 
(kunnen U dan ook ais) zeker (mededeelen) dat zijne hoogheid 
de d<irhter van den vorst uit Djamintora geschaakt en zich ter 
vrouwe grnoineii heeft. We durfden l.' dit niet te zeggen, uit 
%trf9 dat (de kntonprins) er achter mocht komen , 

S54. en we dan verTckenl konden zijn , dat we den dood niet aooden 
cMitloupen, gesteld dat Zijne hoogheid, die beroemd is om zijne 
srbcKmheid, wijsheid, onkwetsbaarheid, dapperheid en zijne 
tnn%erknicht (ons wilde zofkeii). Al de vorsten op Bali en op 
Java hebben oiit/ai; v(X)r hein.«' 

%^a, »l« het werkelijk waar, vrirnden, wat gij Z4*gt?* *Zeker is 't 
zoo, mijn Heer! Wij vertellen l' grene onwaarheid!» ^Wel 
nu, als 't werkelijk zoo is, weest d»n ook nu zoo vriendelijk 
en komt met ons mede om uwe opwachtmg hij Zijnt Majesteit 
tr maken , 

3* Volgr. XI #1 



306 RAROES HOKMBAKa. 

856. Hapang maman mitoewijang - hiuggih tityang noenas ngiring - 
* mabalik prahoené reko - padéwakaog miwah djoekoeng - 

pada ujereg manggelisaug - ugoeiigsi inoelih - 
woug fiatawi masareugau. 

857. Tan kotjapau ring sagard - sampoen rahoeh di pasisi - 
telasan toeinoeroen reko - wong fiatawi sampoen toehoen - 
sagrehan maiigkin mamargga - sampoen prapti - 

ring bantjingali gegelisau. 

858. Sang praboe kari di hodal - tan dVa rahoeh patih mantri - 
miwah wong Batawi roro - parek ring Hida sang praboe - 
sang nata lingngira ngoetjap - kaka patih - 

mantri kènkèn djani pada. 

859. Patih mantri matoer sembah - boja katoetoegan mangkin - 
kotjap sampoen reko hadoh - ka sanéhan Bali sampoen - 
niki mapapas di djalan - wong Batawi - 

hipoen mawaiah ring tityang. 

860. Hatoerang kd djani maman - ring Hida sri narapati - 
sakanda kanda né reko - wong Batawi raris matoer - 
doeh Déwa Batoe sang nata - néné mangkin - 
tityang mangatoerang kanda. 

861. Poetrané Tjokor hi Déwa - mantri Koripan mangambil - 
doniug tityang poeroeu reko - matoer ring Tjokor hi Batoe • 
sMek tityang ngamantoekang - néné hibi - 

danc mapapas di djalan. 

86:2. K'ni tityang manatasang - ring tlida rahadèn mantri - 
paiigandikan dane reko - dané ngambil raden galoeh - 
poetrané Tjokor hi Dewa - tityaug polih - 
marikii meuck ring pahva. 

863. Baris tityang mahatoeran - batik dast»r jen kakalih - 
lalima kalawan dodot - poctrane Tjokor hi Batoe - 
raris dane gipih medal - tityang hoening - 
krajan pawongan lalima. 

8()4'. H'nuh lamoen ki^to sadja - kola djani nggoogoe tjahi • 



MANTRI KORIPAM. 807 

!56. ^dan kunt gij (ons bericht) bevwÜgfn.^ »Dat it goed, we 
xullen df eer hebben met U te gaan.<r No wendden tl die 
vurtuigen met de padovakangü en de vlerkpniawen den st^Ten 
en st'ildcn zoo »nel zij konden nur de reede ierog. Ook de 
mannen van Batavia waren van de partij. 

^57. Zonder verdere wederwaardigheden, kwam de vloot in de haven 
aan , waarop al de opvarenden met de mannen van Batavia aan 
wal gingen en zich temtond op weg begaven. Weldra zien wij 
hrti in den voorhof van het paleia verschijnen. 

B58. I)e vorst zat nog altijd buiten, toeo onverwachts de legerhoofden 
met de prinsen en de twee Batavianen arriveerden en voor zijn 
aangezicht verwhenen. Zijne Majesteit (hen ziende) nam (teniond) 
hrt woord , zeggende : " Wel , mijne vrienden I hoe b 't U allen 
gr;^n? » 

R39. Dr aangesprokenen , de legerhoofden met de prinsen • bogen zich 
en antwoonlden: «^W^e hebben (hen) niet kunnen inhalen, daar 
(/ij), gelijk ons bericht werd, reeds ver van hier, aan gene zijde 
van Straat Hali, waren. Hier, deze lieden van Batavia, zijn hen 
onderweg tegnx gekomen en hebben ons dat verteld. 

MO. «Komt, vrienden! geeft nu Zijne Majesteit verslag van alles 
aat gij gehoord en gezien hebt.» L)e twe« mannen van IWtavia 
maakten hun sembah en spraken: «Met nw verlof, (troola 
Heer en Koning ! Uwe dienaren zijn bereid U verslag te doen. 

Ml. 'De prins van Koripan heeft l'wer Majesteit* dochter geschaakt. 
We durven U dit te zeggen, wijl we hen gisteren, toen we op 
dr thuisreis wa.en, ontmoet hebben. 



"tVok warrn we in de geleifenheid om den kraonprins tr 
praaien , waarop /ijiie hoogheid on;* mededeelde , dat hij de 
pnmes. Uwer Majesteits dochter, geschaakt heeft. (I^ater) zijn 

WIJ (zelfs) aan boord gegaan 

«om zijne hoogheid twrr gebatikte hoofddoeken en drie staatsie 
rokken aan te bieden. Uwer Majesteitsdochter heeft zich toen 
gehaast om, met hare vijf vrouwen, uit (de kajuit) te konen, 
zoodat WIJ haar van aangezicht tot aangezicht gezien hebben.^ 

«Zoo, it dat werkelijk waar? (dus hernam de vont). Nu, ik 



:^08 BAOOEB HOEMBAQa« 

lianak sadyan kol& reko - manarimajang hi Bagoes - 
moenjin kola hoeling «oeba - jau kakalih - 
njainanja hapang piliha. 

865. Soeba kèto moenjin kola - t'kèn dané nanak mantri • 

uah ko soeba jadin kèto - masa hèndah hanggon soenoe - 
soeksemanja tVah di manah - nanak mantri - 
hapan daué soeba pradnjan. 

866. Wong Batawi sawoer sembah - jèn kapatoet néné mangkin - 
hatoer tityang ring sang katoug - patoetang Batoe ringkajoen 
dèuing kalih goestin tityang - raden mantri - 

kéjep Batara ring lemah. 



867. Sang praboe halon ngandikd - kaka patih tanda mantri 
moenjin wong Batawi kèto - salijoen hanaké matoer - 
teka mahi f kèn kola - f wah kakalih - 

kasambat sambat ban hanak. 

868. Di Bali mantri Koripan - di Djawa rahadèn déwi - 
matemoe ririhe reko - patih mantri sahoer manoek - 
doeh Déwa Batoe sang uata - nénó. mangkin - 
tityang matoer p^rasangga. 



869. Sang nata ring Windoe Tingal - hoedjaré haroem amanis 
sang praboe Pauenggah reko - soemahoer hoedjaré haloes 
miwah ratoe Djamoerdipa - sahoer pakai - 

wanian dan(; hatj'reng pisan. 

870. Hoedjaré hangresang manah - doeh Déwa sri narapati - 
jèn kapatoet hatoer tityang - kènakang kajoen hi Ratoe - 
dèuing kalih goestin tityang - raden mantri - 

kalih hanak sri nalèndra. 

871. Di l^ali kédepang Djawa - di Djawa kédepang Bali - 
socmaliap hatoeré reko - sang praboe hasawoer haloes - 
hinggih tityang galang pisan - kaka patih - 
bofdalnng pandjaké pada. 



MANTEI KORTPA?!. ^09 

grlof)f a. liet stemdf geheel met mijne plannen oTeretn om 
hur aan den kroonprinu te gr\en, (waarom) ik dan ook reeda 
vroeger ge/eyd heb, dat hij uit zijne beide nichten maar eene 
krut zou doen. 
865 'Ja, dat waren mijne woorden tot mijnen loop, den kroonprins, 
en desniettegenstaande handelt hij zool Daar hij loo slim is« 
moest hij toch begrepen hebben , dat ik niemand anders tot mijn' 
zoon verlangde.** 

866. Nu maakten die mannen van Batavia hun sembah en spraken: 
''Als wij zoo vrij mogen zijn, dan wagen wij 'i Uwe Majesteit 
in overwoging te geven , om in deze zaak alleen Uw hart te laten 
beslissen, daar wij voor beiden met eerbied en hoogachting 
vervuld zijn en (wij) den kroonprins voor eene godheid op 
aarde houden/' 

867 I)e koning, dit hoorende, wendde zich tot de hem omringende 
vor^trn, prinsen en legerhoofden, zeggende: ^Wat die manneii 
van Batavia (daar) zeggen, dat hoor ik van iedereen, die hier 
bij mij komt ; ieder heeft den mond vol van die twee : 

h€*K 'van den kroonprins van Koripan op Bali en van (onze) krnnn- 
prinses op Java , die , wat verstand (en schoonheid betreft), voor 
elkander gemaakt zijn." I)e legerhoofden met de rijksgrooten ant- 
woordden als uit f^en mond: *Met Uw verlof , GrooteHivren 
Meester! wij onderwinden ons (daarmede in te stemmen). « 

. Ook de vorsten van Windoe-Tingal en van Panenggah met den 
koning van DjamboedVipa — een buitengemeen schoon en 
krachtig uitziend man , wiena 



870. stem de harten di*ed beven — namc*n te gelijkertijd het woord 
en spraken op allerbeleefdsten toon : *Al!« 't ons geoorloofd is 
U>t Uwe Majesteit te spreken, (dan zeggen wij) stel uw hart 
gerust over onze beide gebicdcni, deu kroonprins met Uwer 
Majesteits dochter, (die wij als zoodanig gaarne erkennen;) 

871. ^Bali en Java zullen voinlaan onaf^rheidelijk aan elkander ver* 
biMidcn zijn.** Nadat allen al» uit i'*«'nen mond (deze verklaring 
afgelegd hadden), hernam de koning op vriemlelijken toon : *(iij 
hebc gelijk : ik zie \ nu ook uw in.** Daarop beval hii den 
rijkahestierder^ om het volk naar huis tr laUm gaan, * 



810 BAGOES HOEMBARa. 

872. Kèn patih hag'lis mangarah - mamboecjalang bala sami - 
boedal pandjaké manggeloh - limang > laks& katahhipoeu 
pa4a moelih sowaug-sowang - wong Batawi - 
aampoen pamit ring sang nata. 



878. Boe^al praboe Windoe Tingal - boebar sami praboe patih - 
praboe Djamboed'wipa reko - tandangé 1'wir hangoenaugom 
praboe Panenggah woes boedal - patih mantri - 
merenan pada woes boedal. 



874. Tan kotjapanja ring djaba - sang praboe ka djero haglis - 
kapanggih Hanawang Taro - haloenggoeh ring batoer aantoen 
s'moe mangoe tan pangoetjap - sri boepati - 
haloenggoeh ring balé kembar. 



875. Bindeng sawong Djamintora - di djaba miwah di poeri 
karenan polahë reko - mapeta mapoen()oeh poen^oeh - 
di p'ken di margg&-margg& - loeh m'wani - 

tan lyan kahoetjap sang hilang. 

876. Loemb'rah di praboemi Djawa - sahilangé raden dëwi 
tiba ring Koripan reko - rahadèn mantri maman4oeng 
hajoe hoetjaping wong Djawa - toehoe djani - 

hi4ep harabi BatarL 



xm. 

877. Tan kotjapan ja ring Djawa - woewoesan rahadèn mantri 
ka sanèhan Bali reko - Nawang Tranggaua handoeloe « 
boemi Bali rawat rawat - uikS b'li - 

goemi poenapi hadannja. 

878. Bagoes Hoembara ngandika - sampoen hika goemi 
1 Elders: pitoenglaksa. 



MANTRI KOEIPAV. SlI 

87S. vaarop deze rond liot xegi^n. dat 'skoninp knnchtra konden 
worden wc^f^^jrrzonden. (Ken oo^nblik later) stormde al het volk, 
ten getalf* vnn vijftiK dui/end, het plein af en verapreidden zij 
zich naar aile richtinifnn om naar hunne renpectieve woonplaala 
temir te k(*errn. Ook de mannen van Ibtavia namen afacheid 
ran Zijne Majesteit. 

bZ."}. (Koodra zij waren weggegaan) drongen eveneens de vorsten van 
Windoe-Tingal, i'anenggah en Djamhoed'wipS — de laatute als 
een held daarheen stappende — met hunne legerhoofden naar 
buiten en keerden naar hunne staten terug. Toen eindelijk ook 
de rijksgrooten met de verschillende hoofden troepsgewijze ver- 
trokken waren, 

871. üpoedde de vorst zich — om nu verder van de anderen daar 
buiten tf* zwijgen — naar achteren, waar hij zijne dochter* 
Nnwant? Taro« met een bedrukt gelaat op de steenen vloer vond 
zitti>n. Zij sprak geen enkel wcxinl, waarom Zijne Majesteit 
(haar ook zwijgend voorbijging) en in zijn gewoon zitvertrek 
plant* nam. 

^75 (Inta«schen) liep het volk van Ojamintora, zoowel zij die in 
al» die buiten het |Ndeis woonden , af en aan en scheen (over 't 
grbeurde) zeer in zijn ^hik te zijn. Vrouwen en mannen 
stfmden in groepjes op de markt en op de wegen bijeen eo 
pprakrn over niets anders , dan over de vermiste. 

H7€f. Weldra was *t (dan ook) over geheel Java bekend, dat de 
kroonprinses verdwenen was (en ook dat zij) zich nu te KuHpan 
brvund, welks kroonprins haar tot zijne gade genomen hail. 4lle 
Javanen wisten er niets dan goeds van te zeggen , daar zij *t 
er voor hielden, dat (de prinses) geen mensch maar t*rn* god 
tot echtgenoot gekregen had. 



HOOFDSTIK XIM. 

IlAi.ors HdlMHAa.! KKI.RT UkT DR (il.M'HAAKrC PRI?lflRS Op HAi.t 

TKKni. Hkhii'it. 

1(77 Verder zwijgt het verhaal van hetgeen op Java voorviel , om 
teruK te keeren tot den kriM>nprin:« , die reeds in *t sfezicht van 
liali gekomen was. Na wang Tranggana zat <ip den uitkijk en 
iVaii in de verte ziende M*heineren (vroeg /ij ) «Zeg, vriend! 
hoe heet dat land daar?» 

h7h. Ilagoes HiM^mlura antwoordde «llat is Kalt al. Maar (ik 



312 BAOOIS HOEMBAHa. 

hangiiig dèsan tityang kahon - byaua wènten hanak nahoe 
katoewon ka4oeng gelahang - jèii tVah polih - 
mamilihin ue betjikan. 

879. Byana wènten lakoen tityang - séwes^n ngalih né betjik - 
sal'wiring terak sing hodjog - liatoet bakat liwat soetsoet ^ 
pabetjatin bèn madjalan - masih ketil - 
saugsara di djalan djalan. 



880. Nawang Tranggana maugrasa - fkèn laga kasiinbingin - 

toemoengkoel toemoeli b^ngong - raga Twir kapoelaug haroes 
toerida s'keliug mauah - s'moe tangis - 
kéné gandjaran manioengpang. ^ 



881. Bahadèn mantri makéweh - sinamboet rahadèn déwi - 

hadoeh Déwa sang pangempon - toliheu tityang sangugaioem 
pangroemroemë ham'lad prana - ngasihasih - 
boeka manglipoerang manah. 



882. Toer hametjik pajodara - hasoong s'pah hangariharih 
hiugaras pipi né karo - romané boejar toer gempoek - 
njerabyah ' di pahabiuan - hoeki dëwi ^ - 
kadi poetri né di gainbar. 



888. Foerna 8endo« mVang toerida - mèh tampek paaisin Bali 
palabVau sampoen katou - hakèh pandjaké handoeloe - 
bahitanë p'das hija - t'ka djani - 
loeh m'wani makoréjakan. ^ 



884. Mapoendoeh poendoeh di bangsal - loeh m'wani salèng kahoekiii - 

1 Elders : sampoen poepoet. 

2 4f :kéncsankodjanitama. 

* ^ : soarambyah. • Elders: boeka ugipi. 
^ 'T :padagirang. 



MANTRI KORIPAN. «^^I^ 

H U vooniit) mijn land » allen behalfe mooi; niemand bevalt 
't daar lang. *t Is na eenmial mijn vaderland en daarom moet 
ik er wel blijven, maar ils ik kon, ik eoo een beter land 
uitzoeken. 

H79. «'Fldoeh, er bestaat voor mij geen kans om een ander en beter 
te vinden. Overal waar ik kom , stuit ik op ellende en waar ik 
denk het eindelijk gevonden te hebben, daar vind ik allea 
verwoest. Al verhaast ik er nog aoo zeer mijne schreden om, 
dat helpt mij uiet4: 't blijft even moeielijk. Overal waar ik ga 
of sta, wacht mij slechts kwelling en verdriet. «^ 

MO. Nawang Tranggani begreep terstond dat hij haar (op zijne 
beurt) beet nam, waarom zij het hoofd boog en stom voor zich 
uit bleef staren. Zij bevond zich in den toestand van iemand, 
die door den stroom wordt medegesleept , zuo bedroefd en be- 
nauwd was zij van binnen. Haar gezicht zette zich tol schreieo 
(terwijl zij bij zichzelve zeide:) «^Zoo krijgt iemand toch altijd 
loon naar werken 1^ 

H81. I)e kroonprins zat in het nauw en haastte zich de prinses bij 
de hand te vatten (terwijl hij sprak:) «^Ach, mijn allerlieftte 
schat! Zie mij toch eens aan, mijne beste !«" Zijne vleiende 
stem klonk hartbetooverend. Ook hield hij niet op haar te 
streeien om haar, zoo mogelijk, haar leed te doen vergeten. (Zoodra 
hem dit eenigszius gelukt was) 

^h2. kneep bij haar in de borsten en stak haar, nadat hij haar nog 
een kus op de beide wangen gedrukt had , zijne geurige si ri pruim 
toe. (Al stoeiende) raakte het kapsel (van de prinses) los en weid 
kaar bovenlijf geheel door de lange krulien bedekt. Zoo op 
('s prinsen) knieën gezeten, zag zij er uit als eene godin « als 
eene prinses op eene schilderij. 

SM. Spofdig was haar toom met hare droefheid geweken. (Onge- 
merkt) was men de kust van Ikli reeds zoo dicht genaderd , dat 
men de reede kon ondencheiden. (Aan het strand) stonden onder- 
scheidene van 'skonings dienaren op den uitkijk en aoodra zij 
zich overtuigd hadden, dat (het verwachte) vaartuig in aantocht 
was , (gaven zij daarvan kennis en dra) kwamen allen , mannen 
eo vrouwen, onder een verward geschreeuw en gegil 

èSA aankjopen om zich bij de loods van den havenmeester te vet- 



314 BAGOES UOEHBARa. 

oiahi ja hènggalang reko - bahitand soeba rawoeh - 
soebandar tjina tjoemadaDg - kasoer has'ri - 
tikeh lanté lan kalaeS. 



885. Pap'dek matoetoeb mas - malangsé roagambar sami - 
loeloehoer soebagi kawot - sangsangan patol& moeroeb i - 
pabVahan mas maiigranjab - hoes inangling - 
masosotjan winten mirah. 

886. Dawoeh tig& doeking praptd - matjangtjang tó kang banawi - 
raris njedoet bMil reko - heDdeh wong D&hS në pesoe - 
pada niamendak rahadjan - loeh m'wani - 

pada mangeloh ka lab Van. 

887. Rahadèn mantiï ngandika - kema kë matoer ka poeri - 
hoetoesan mamarggi roro - manegakin koeda loehoeng - 
sampoen prapta ring bantjingah - sri boej^ati - 

siek tinangkil di hodal. 

888. Hoetoesan kekalih prapta - hamarek sri narapati - 

(joeh Dëwa Batoe sang katong - hanak Hida sampoen rawoeh 
paugandikané ring tityang - raden déwi - 
kalih k'ni Hida ka labVan. 

889. Mahan kènkèn poetring Djawa - soeba dané bareng mahi - 
hinggih sampoen sareng reko - pawongan patpat hanoetoet - 
sang praboe lintang soeka - k'm& patih - 

mantri pendakin hi hanak. 

890. Boedal > sami panangkilan - manedoenang koedi hasifi - 
miwah pamikoelan roro - krajaning wong hamoemoen^oet - 
sang praboe hag'lis ka poera - sampoen prapti - 

rahadèn galoeh kotjapan. 

891. Haloenggoeh ring balë danta - pinareking Bajan Sanggit - 
sang praboe raris djoemodjog - toemoeli ngandiki haloea - 



1 Elders: sami miderider pada m'lah - kawotan mas 

hendih moeroeb. 
* ^ : boebar. 



MANTBI KOEIPAN. 315 

mnrlen. I)e een riep den ander toe, xetry^nde: «^Kom toch 
gaow hier , het schip is aan ! ^ De ('hineevchf havenmfeMer 
(haastte zich) alles voor de ontvangst gereed te uiaken. (Na 
eerst) de noodige matten op de rostbank (te hebben gelegd, 
spreidde hij daarop) een koetbarrn bultzak ait. 

H95. (Verder voorrag hij het bed van) met goud gmtikte hoofd« 
kosaens, beschilderde goniijnen en een hemel van gebloemde 
zijde. Kondom hingen «hitsen van de schitterendste kleuren. 
Ook prachtige siridooxen van gepolijst goud en rondom mei 
juweelen en diamanten ingezet, werden (klaar gemaakt). 

hM. Hei was omstreeks negen uur in den morgen toen het vaartaig 
aankwam en het anker uitwierp. Terstond werden eenige ge* 
weerschoten gelost, waarop al het volk van Kedirie, mannen 
en vrouwen, met groot geraaa uitliep en naar de aakerplaata 
Mroomde om den prins af te halen. 

HH7. Intusschen had Bagoes Iloembari bevolen, om (van zijne aan* 
komst) kennia te gaan geven in het paleis. Twee afgezanten 
togen op weg, gezeten op prachtige paarden, en verschenen 
weldra in den voorhof, waar de koning juiat audiëntie gaf. 

hhs. Bij hunne aankomst nadenlen zij Zijne Majesteit (en spraken:) 
«Met Uw verlof» (froote lieer en Koning! Uwer Majesteit* 
aoon is aangekomen en laat U door ons zeggen , dat hare hoog* 
heden (zijne beide gemalinnen) zich naar de reede zullen begcven.i^ 

HHIè. «Zeg^ beeft hij eeoe Javaansche prinsea gevonden en is fij mede 
naar hier gekomen?'' «Om U te dienen: zij is mede gekomen 
met vier vrouwen in haar gevolg.^ I)e vort! (dit hooiende) waa 
uitermate in zijn schik en beval den (aanwezigen) prinsen en 
rijksgrooten om zijnen zoon te gaan afhalen. 

890. Allen verlieten daarop de audientieplaata om de paarden en 
oli&nten in gereedheid te brengen. Ook voor twee draagstoelen 
Biet de noodige dragers (werd gemrgd). Intuaacfaen was de vont 
naar binnen gegaan, waar hij de beide prini 



M91. omringd van beur hofdames, in de ivoren balé vond zitten. 
Zijne Majesteit trad teratond op het tweetal toe en sprak beo 



31 () BAGÜES HOEMBAR&. 

doeh Déwa Groesti Mas Mirah - rakan njahi - 
tjahi mantri reko teka. 

892. Kahadèn galoeh hanembah - kalih hamarek n^repati - 
tityang parnit ring sang katong - néné mangkin titjang rawoeh 
marika rans ka labVan - mamendakin - 

sareng Hida pramisVarya. 

■ 

893. K'ma dja Dëwan hi bapa - pendakin semetoD njahi - 
hapang njahi nawang reko - dèning dané kan tamyoe - 
raden galoeh Djamintora - kasoeb lewih - 

pradnjan Twir tan pataudingan. ^ 

894. Rawoeh sira pramisVarya - miwah par& rantenadji - 
sampoen kaséwatra reko - sarawoehë sangabagoes - 
sami soeka wong dj'ro poer& - paramangkin - 

rans pada ngrangsoek pajas. 

895. Sami haugrangsoek boesana - h'mas hemasan tan kari - 
raden galoeh makaroro - panganggoné hendih moeroeb - 
mapiiiggel h'mas maugraujab - hali-hali - 

masosotjau wiuten mirah. 



896. Masekar jèn tjanigara - roepané Twir widyadari - 

woes mapajas sawonging dj'ro - matranggana nagi santoen - > 
pada nganggo tjatjiroepan > - soetra koening - 
soetra karah lawan gadang. * 



897. Sampoen hoes mangrangsoek pajas - raden galoeh kalih midjil- 
magereh sawonging djero - mangiring rahadèn galoeh - 
rantenadji pramisVarya - sampoen midjil - 

sag'rehan praptèng bantjingah. 

898. Tamyang lawan kapoerantjak s - sampoen tjoema<Jang di mmtggi - 



> Elders: ngiring njahi soeba katah. 

> » : mapolpol boen ga m'rikaroem. 
' V : panganggèné papatoehan. 

* ^ : gadang jan mawarna. > Elders: kolem. 



MAÜTRI KORIPAV. .^17 

o|i vrirndelijkni toon aldus aan: 'Hoort, mijne lieren I uw 
cThti^iKiot, de priniy ii gearriveerd i 4f 

%\H. Dr beide prinseaten bogen zich daarop voor den koning neer 
en spraken: ^'(Ab dat loo ii) dan vragen wij Uwe Majeateit 
verlof om met de koningin naar het strand te mogen gaan en 
hrm te grmoet te ijlen. ^ 

81^3. «Wel aseker, mijne lieven! gaat maar en haalt awe vriendin 
af, opdat gij haar leert kennen; ook ii aij uw gast *t Is 
dr kroonprinses van Djamintora, zoo beroemd om hare schoon* 
heid en ook om haar verstand, waarin zij haars gelijke niet 
zou heblx*!!.» 

h91. (Op dit oogenblik) verscheen de koningin met de vorstelijke 
gemalinnen van den tweeden rang. De aankomst van den kroon- 
prins was reeds bekend geworden, en het grheele vrouwelijke 
prrvonrel in het |Mdeis was (daarover) zoo verheugd, dat ieder 
zich terstond haastte om toilet te gaan maken. 

Hli.'}. Spoedig waren allen gekleed, de eene al prachtiger dan de 
andere. *t Was mi goud al goud, wat men zag blinken. Maar 
!irt toilet van de beide prinsessen muntte vooral uit Zij droegen 
arm- en voetbanden van het fijnste goud, terwijl de ringen aan 
hare vingers met (de kostbaarste^ juweelen en robijnen waren 
ingezet. 

89H. Achter de cxiren prijkten tjauigarabloemen (en zoo toegerust) hadden 
zjj gehrel het voorkomen van hemelnimfen. (Zoodra de prinsessen 
gereed waren) spoedden hare kameniers zich om ook beur beste 
klerderrn aan te trekken. Allen trokken gebloemde saroengs aan 
van gecle, roode of groene zijde, terwijl een krans van naga- 
»aribloemen heur voorhoofd bedekte. 

HI17. Tfjen allen klaar waren, verlieten de beide prinsessen met de 
koningin en de overige gemalinnen van den vorst, heur ver- 
trekken, gevolgd door eene ontelbare schare van hofdames. Met 
^n geruisicli aU het rollen van den donder trok het geselschap 
dt {loort doiir rn verzamelde men zich in den voorhof. 

^1IH. Haiteu op straat stonden de wapendragers (die den optocht 



S18 BAOORS HOEMBAR&. 

raden galoeh moenggah leko - ring pamikoelan *n4ih moeroeb 
raden galoeh Djawa moenggah - pramis'wari - 
sampoen moenggah gagelisan. 

899. Par& rantenadji moenggah - ring pedati Bajan Sanggit - 
pada ring pedati reko - paramantri moenggah sampoen - 
pada manglinggihin koeda - sampoen sami * 

pada netep ring w a h a n a. 

900. Toemoeli mangkin mamarggd - magereh pandjak^ ngiring - 
hingeh s'waran palinggihan - pacjatiné manggirijoeng - 
pagroewèng hasti lan koeda - ngresang ngati - 
gredegiug dj alma loemampah. 

901. Tan kotjapan sang loemampah - woewoesan rahadèn siantri • 
pandjaké makarya pondok - di pasisi limang boengkoel - 
masoeter i matèmbok bat£ - m'wang makori - 

mapepelok piring soetra. 

902. Hoekir-hoekiran hangraras - magentèng doere bata bin - 
magopoera ngrawit tinon - togog hapit lawang hagoeng - 
magendéla sandiug gambar - batoer sari - 

wong Tjina matoer pam'reman. 



908. Kasoerë matoetoeb soetri - hoekoepoekoepan m^rik minging - 
g'nepin pam'reman reko - malalangsé malaloehoer - 
p'ti kotaké mapanta - sarwa lewih - 
hoepatjaraning pam'reman. > 



904. Raden mantri kahatoeran - toemoeroen sakèng banawi 
kalih raden galoeh reko - sami pa(}a hoes loemoeroeD 
sampoen telas ring bahita - patih mantri - 

Bajan Sanggit sampoen telas. 

905. Saprapiané maring darat - gahok pandjaké ngilingin - 



> Elders: masengker. 

2 t» : lalemes tan koerang koerang - aapratéki 
sampoen pocpoet saprati ngkah. 



MA>rrRI KORIPAS. S19 



moMt^n opmen) roeds gereed, waarom de beide printeaaen met 
dr koningin terstond in da schitterend gouden draagstoelen 
{ilaati namen. 

19)1. I)e overige gemalinnen van den vorst met de verschillende hof- 
dames (daarentegen) klommen op (da gereed gehouden) wagens « 
trrwijl de prinsen (en de legerhoofden) te paard stegen. Kondra 
allen behoorlijk gezeten waren, 

MO zette de stoet zich in beweging. De grond dreunde onder de voelen 
der talnjke volgelingen « terwijl het wagengekraak met het ge- 
flchrreuw der olifanten en het gehinnik der paarden een oorver- 
doovrnd geraas veroorzaakte. Het geruisch deier voorttrekkende 
menigte deed iemands hart sneller kloppen. 

101. We laten uu de reizigers aan hun lot over om terug te keereii 
tot den kroonprins. Zijne dieiuiren hadden op het strand (in 
haast) vijf tenten opgeslagen , die rondom door een steenen muur 
omringd werden , terwijl boven in de poort -* die naar binnen 
leidde — fijne borden waren ingemetseld. 

902. (De hutten) waren (even als de poort) van keurig snijwerk 
voorzien. De fijnste vloersteenen waren voor de dakbedekking 
(gebruikt) terwijl de gevel te prachtig was om aan te zien. Aan 
bride zijden van de groote deur stond een beeld « loo ook aan 
de kanten van het venster. Een ingelegde vloer (verhoogde de 
sirrlijkheid dezer vertrekken). 

9i*5 De chinees bood alles aan, wat voor de slaapplaatsen noodig was, 
(Onder anderen) een' bultzak , die geheej met zijde overtrokken 
was, (prachtige) gordijnen met (dito) hemel, terwijl de noodige 
kisten en doo/en (waarin allerlei kleedingytukken , langs den 
kant) fttonden o|igi*hoopt. Brandend reukwerk vervulde het ge- 
heele vertrek met een liefelijken. geur. 

•04. Aan den kroonprins werd nu kennis gegeven (dat alles gereed 
wa«, waarop) hij met de prinses het vaartuig verliet. Ook de 
prinsM^n en legv.-rhoufden met de hofdames gingen aan land. 



|Ü5. Torn Xawaiig Traiiggaua voet aan land zette, ntunden allen» 



820 BAOOES HOEMRARa. 

Hnnawang Tranggana reko - kali wat roepané hajoe - 
kadi sasih wahoe medal - sakiug giri - 
pada tan keuèng hangoetjap. 

906. Kasanja woelap toemingal - kadoeloe warnané lewih • 
rahadèn mantri ka djero - kalih Hida raden galoeh - 
sampoen prapta ring pam^reman - m'rik soemirit - 
raris magoeling-goelingan. 

907. Rahadcn galoeh ring Uaha - miwah raden galoeh Djawi - 
prapta maring lab Van reko - pararantenadji rawoeh - 
pramisVari sami prapta - ring pasisi - 

gongsor mihid ]X)enang bala. 

908. Patih mantri malaradan i - kesel di bangsalé mangkin - 
rahadèn galoeh ka djero - makakalih sampoen rawoeh - 
rantenadji pramisVarya - ])ajan Sanggit - 

sami rahoeh ring rahadyan. 

909. Toemoeli kapendak tingal - gahok wong D&ha ningalin - 
tan kena hangoetjap reko - kaliwat roepané hajoe - 
raden Hanawang Tranggana - hajoe lewih - 

kasoran Nawang Tranggana. 

910. Nawang Tranggana hangoetjap - hoedjaré haroemamanis - 
baja toehoe Mirah hembok - sang kakoeng has'moe kenjoeng 
rahadèn galoeh ring Daha - ngandikaris - 

baja ta pa(}a mahoetang. 



911. Sampoen hembok Mirah pandjang - baja fwah pahitjan Wiji 
njahi kalih miwah hembok - balik hèsti nënë hajoe - 
sami pada liwat soeka - sawoer paksi - 
noeting raden galoeh Daha. 



9 1 2. Noonggang goenoeng sang}'ang soerya - raden Djongbiroclingnyaris' 
dong hatoerin dane hembok - mangkin mantoek ka dj 'ro hagueng • 



» Klders: ui a hajoe ban. 



IIANTRI KdEIPAX. 321 

die haar aanschouwdm , verhaaad over hare achoonheid. Haar 
gf laat •chitt4!rde als de (volle) maan , waar deze pas van achtar 
het gv'ber^e te voorüohijn tre<*dt. Niemand (der toeschoawers) ver- 
mocht een woord te spreken. Ieder stond, stom van verbazing» 

lOli. dat beeld van schoonheid aan te staren , dat bij wijlen een oog- 
verhlindendcn glan» van zich afgaf, Ken oogenblik later trad 
Ri^tcK lloembani de gereed gemaakte woning binnen, vooraf- 
gegaan door de prinses , die zonder verwijl het met geurige bloemen 
bestrooide rustbed opzocht en hare leiien daarop aitstiekte. 

M»7. (Nauwelijks waren zij binnen) of de prinses van Kedirie be- 
nevens die van Djongbiroe en de koningin met de overige ge- 
nialiiinrn van den koning verschenen op het strand. Verschrikt 
week de menigte achteruit, terwijl 

MH. ook de letrerhoofden en prinsen zich haastten om (voor haar) 
plaats te maken. Het was nu stampvol in de bangsal. (Alleen) 
df' bride prinMtssen met de koningin, de rantenadji's en de 
iKifdamrs, gingen naar binnen. 

}U*J. Z<)odra zij de (vreemde) prinses gewaarwerden, greep verbazing 
allen san. Niemand van de Kediriers vermocht een enkel woord 
uit te brengen , (zoo verliaasd waren zij over) de ongemeene 
schoonhrid van Nawang Tranggana, waarvoor zelfs haar naaoi- 
genoot (van kedirie) de vlag moe.4 strijken. 

110. I^atttgeiioemde nam (het eerst) het w<iord en sprak op suiker- 
zoeten toon: "Wel, mijne lieve zus! nu zie ik, dat het waar 
i»!' Haar echtgenoot kon een glimlach niet verliergen, terwijl 
Nawang l'ranggana van Kedirie met vriendelijke stem (vervolgde :) 
'Ja, waarlijk! ieder die l ziet, moet U beminnen!' 

^11. (De sohi»one gast antwoonlde :) 'l«aat ons daar niet lang over 
praten « mijne lieve vriendinnen ! daar dit immers een ge!«chenk 
van tir ipNlen is. Wc «illen liever onze gedachten bij iets beters 
brjairii.*' Allen waren hierover zeer in heur schik en gaven 
dit , op iirt voorbeeld van de priuMS van Keclirie , als uit ëeiien 
moMil \r kennen. 

112. Iiitu5«rlifii wa.** de zon gedaald, waantm ile prinses van 
I)j<mgbin)e zacht t4it han* vriendin \aii KiMlirie «prak , zeg* 



V \«»U*r \l t\ 



820 BAOOES HOEMRARa. 

Hnnawang Tranggana reko - kaliwat roepané hajoe - 
kadi sasih wahoe medal - saking giri - 
pada tan keuèng hangoetjap. 

906. llasanja woelap toemingal - kadoeloe warnané lewih • 
rahadèn mantri ka djero - kalih Hida raden galoeh - 
sampoen prapta ring patn^reman - m'rik soemirit - 
raris magoeling-goelingan. 

907. Aahadèn galoeh ring Ualia - miwah raden galoeh Djawi - 
prapta maring labVan reko - pararantenadji rawoeh - 
pramisVari sami prapta - ring pasisi - 

gongsor mihid poenang bala. 

908. Patih mantri malaradan i - kesel di bangsalé mangkiii - 
rahadèn galoeh ka djero - makakalih sampoen rawoeh - 
rantenadji pramisVarya - Bajan Sanggit - 

sami rahoeh ring rahadyan. 

909. Toemoeli kapendak tingal - gahok wong Daha ningalin - 
tan kena hangoetjap reko - kaliwat roepané hajoe - 
raden Hanawang Tranggana - hajoe lewih - 

kasoran Nawang Tranggana. 

910. Nawang Tranggana hangoetjap - hoedjaré haroemamanis - 
baja toehoe Mirah henibok - sang kakoeug has'moe kenjoeng 
rahadèn galoeh ring Daha - ngandikaris - 

baja ta pa(}a mahoetaug. 



911. Sampoen hembok Mirah pandjang - baja fwth pahitjin Wi^i 
njahi kalih miwah hembok - balik hès^i nënë hajoe - 
sami pada liwat soeka - sawoer paksi - 
noeting raden galoeh Daha. 



912. Noenggang goenocng sangyang soerya - raden Djongbiroelingnytris* 
dong hatoerin dane hembok - mangkin mantoek ka dj 'lo hagoeng • 



» Klders: ma hajoe ban. 



IIANTRI KOEIPAX. 321 

dif haar aanachouwdo» , verhaaad over hare achoonhfid. Haar 
K<p|aat achitterde als de (volle) maan , waar deze pas van achter 
hrt gf'bcTjrte tv viKirüohijn tniJt. Niemand (der toeschouwers) ver- 
mocht een wcKird te spreken, ieder stond , stom van verbazing , 

lOli. dat beeld van schoonheid aan te staren , dat bij wijlen een oog- 
verblindeiidcn glan» van zich afgaf, Ken oogenblik later trad 
Hnipies lloembahi de gereed gemaakte woning binnen « vooraf- 
gegaan door de prinsc:! , die zonder verwijl het met geurige bloemen 
braitrooide rustbcd opzocht en hare leiien daarop uitstiekte. 

H»7. (Nauwrlijks waren zij binnen) of de prinses van Kedirie be- 
nevens die van Djongbiror en de koningin met de overige ge- 
iiialirinru van den koning verschenen op het strand. Verschrikt 
wrek de menigte achteruit, terwijl 

M^H. «M)k de le^erhoofdeii en prinsen zich haastten om (voor haar) 
plaats t4* maken, liet was nu stampvol in de bangsal. (Alleen) 
de Iwide prinKsseii met de koningin , de rantenadji*s en de 
hofdames, gingen naar binnen. 

|0!i. Z<io<lra zij de [vreemde) prinses gewaarwerden, greep verbazing 
sllrn aan. Niemand van de Ke<Iiriers vermocht een enkel woord 
uit te brrngen, (zoo verl>aasd waren zij over) de ongemeene 
•ch<>oiih«*id van Nawang Tranggana, waarvoor zelfs haar naan- 
sreiicHit (van kfdirii') dr vlag moe!*t strijken. 

110. Liat<tgeiifN>nide nam (bet eerst) het Wfiord en sprak op suiker^ 
zoct4«n toon: «Wel, mijne lieve zus! nu zie ik, dat het waar 
19 ! ' Haar rchtgeniM)! kon een irlimlach niet verbergen , terwijl 
Nawang Tranggana van kedirie met vriendelijke stem (vervolgde :) 
'Ja, waarlijk! ieder die l ziet, moet U beminnen!' 

911. (I>e •H:h<»oiie gast antwoordde:) 'l«aat ons daar niet lang over 
pnitrn , mijne lieve vriendinnen ! daar dit immers een geschenk 
van tic inMlen is. \\v willen liever onze gf*dachtcn bij iets beters 
liriialfii." Allen wnren hierover zeer in heur schik en gaven 
dit , op lirt voorbe«>ld van de prinsen van Krtlirie , als uit ^nen 
mond te kennen. 

012. Iiitu.*«rricn wa.i de zon :n*daalfl , waarom de prinses van 
I>jongbinie zacht t4it han- vriendin \aii kf-dirie «prak , zeg- 



V \.iUT \I 



320 BAOOES HOEMRARa. 

Hnnawang Tranggana reko - kaliwat roepané hajoe - 
kadi sasih wahoe medal - sakiug giri - 
pada tan kenèng hangoetjap. 

906. Rasanja woelap toemingal - kadoeloe warnané lewih • 
rahadèn mantri ka djero - kalih Hida raden galoeh - 
sampoen prapta ring patn^reman - m'rik soemiiit - 
rans magoeling-goelingan. 

907. Aahadèn galoeh ring Uaha - miwah raden galoeh Djawi - 
praptü maring labVan reko - pararantenadji rawoeh - 
pramisVari sami praptU - ring pasisi - 

gongsor mihid ])oenang bala. 

908. Fatih mantri malaradan i - kesel di bangsalé mangkin - 
rahadèn galoeh ka djero - makakalih sampoen rawoeh - 
rantenadji pramisVarya - Bajan Sanggit - 

sami rahoeh ring rahadyan. 

909. Toemoeli kapendak tingal - gahok wong Daha ningalin - 
tan keua hangoetjap reko - kaliwat roepané hajoe - 
raden Hanawang Tranggana - hajoe lewih - 

kasoran Nawang Tranggana. 

910. Nawang Tranggana hangoetjap - hoedjaré haroemamanis • 
baja toehoe Mirah hethbok - sang kakoeng has'moe kenjoeng 
rahadèn galoeh ring Daha - ngandikaris - 

baja ta pacja mahoetang. 



911. Sampoen hembok Mirah pandjang - baja fwah pahitjan Wi$ 
njahi kalih miwah hembok - balik hès^i néné hajoe - 
sami pada liwat soeka - sawoer paksi - 
uoeting raden galoeh Daha. 



91 2. Noeng^ang goenocng sangy ang soerya - raden Djongbiroelingnytrif * 
dong hatocrin danó hembok - mangkin mantoek ka dj'io hagoeng * 



> Kldcrs: ma hajoe ban. 



ICANTHI KOEIPA?C. 321 

dif haar aanschouwdm , verhaaad over hare achoonheid. Haar 
gelaat achitt«rde als de (volle) maan, waar deze paa Tan aehiar 
het gi*bcrgte te vtKimchijii trr«?dt. Niemand (der toeachouwera) ver- 
mcicht f*en woord te spreken, leder atond, «torn Tan Terbaaing» 

100. dat beeld van achoonheid aan te ataren» dat bij wijlen eenoog- 
vrrblindendcn glan» van sich afgaf« Ken oogenblik later trad 
Rigiieü lloembani de gereed gemaakte woning binnen, vooraf- 
gegaan door de prinM*:! , die zonder verwijl het met geurige bloemen 
bestrooide nistbed opzocht en hare leilen daarop uitaliekte. 

M17. (Nauwelijks waren zij binnen) of de prinaea van kedirie be- 
nevens die van Djongbiroe an de koningin mtt de overige ge- 
malinnen van den koning verachenen op het atrand« Verschrikt 
week de menigte achteruit , terwijl 

>ns. ook de legerhoofden en prinaen zich haaatten om (voor haar) 
plaats t4* maken. Het was nu stampvol in de bangsal. (Allean) 
de beifle prinsessen met de koningin, de rantenadji*s en de 
hdfdamf^, gingen naar binnen. 

90ÏI. /^mdra zij de (vrremde) prinses gewaar werden , greep verbazing 
allen aan. Niemand van de Kediriers vermocht ern enkel woord 
uit te brengen , (zoo verbaaad waren zij over) de ongemeene 
schcMinheid van Nawang Tranggana, waarvoor zelfa haar naaoi- 
geTKiot (van Kedirie) de vlag moe>t strijken. 

910. l.aat*tgencN'nide nam (bet eerst) het woord en aprak op aoiker- 
zoeten toon: «^Wel, mijne lirve zus! nu zie ik, dat het waar 
is!' Haar echtgen(K>t kon een glimlach niet verbergen , terwijl 
Nawang l^ranggaiia van kedirie met vriendelijke stem (vervolgde :) 
'Ja, waarlijk! ieder die l ziet, moet U beminnen!» 

911. (I>e schoone gast antwoordde:) ^l«aat ona daar niet lang over 
prmtrn, mijne lieve vriendinnen! daar dit immers ern geschenk 
van de iriKlfn is. We willen liever onze gr*dacliten bij ieta beters 
bc|ialcn.' Allen waren hierover zeer in heur schik en gaven 
dit, op hrt voorbeeld van de prinsen van Kedirie, als uit ^nen 
monii tr kennen. 

912. Iiitu^«rhen was de zon gedaald, waarom de prinsea van 
Djcmgbinie zacht tot han* vriendin van Kf-dirie «prak , zeg- 



3r \.il^-r \| *Jt 



Sita BAOORS HOlSMliAHa. 

hapang dané ka nagara - néné mangkin - 
ngoeda sih dand di Pabejau. 

913. Rahadèii galoeh riug Dana - hoedjaré haroem amaiiis - 
niarggi inangkiu jVlirah heinbok - mantoek sareng ka dj^ro hagoeng 
Nawaiig Tranggana ngandika - tityang pamit - 
bcndjangan tityang ugiririgang. * 

914. Tityang mangkin kari ngradja - goeug mamindah tityang mangkin 
balik mantoek sanipoen henibok - sampoen hembok seliang kajoen 
tityang kari ring Pabejan - k'ni hoening - 

tityang riug titahiug Pabéjan. 

915. Raden mantri s'moe kagyat - hoedjare hangasihasih - 
ngoeda Mirah sapoenika - krainaniug hoelamé bahoe - 
mahirib masalin rasa - joen hi Déwa - 

mangkin memaudjakang tityang. 

916. Howoeh raden galoeh Daha - raden Djongbiroe hanangis - 
raden mantri ngandikalon - poenika tjingak hi Ratoe - 
rakan hi Déwa sebehan - raden déwi - 

ring Uaha mé.-em hangoetjap. 

917. Soeba b'Ii da dj'wa pandjang - hiring kajoen dané mangkin - 
tityang sareng dini ngantos - kalih rahadèn Ujongbiroe - 
8areng kari maring labV.in - raden mantri - 

ngandika ncdoenang pandjak. 

918. Ilegoiig gamboeh pada m'dal - baris toenggoel baris becjil - 
solah djodjor wajang hoewong - djogèd lawan solah toeloep > 
flasan t«ami ka lab' wan - sampoen pasti - 

beke mangkin di Pabéjan. » 

919. Rame poenang tetaboehan - solahé masolah sami - 
hasookan-soekaii j)OPnang wong - manampah tjèlèng hakoetoes 
t'kaning mahisa (la<.rv\a - tjtlcng gocling - 

roras lan hoelam sagara. 



> lUders: man oen as. ^ Klilers: toenggoel. 
3 » :1a !)• vv a n. 



MAN rut KomrAs. 32:J 

frr*nfW. «"Kom, zii!«! tuKMÜt; han* hmiglirid uit om naar hrt italris 
tr ^aii, o|Mlat %i) hnrvu intocht in i\v vtad moge huudfu. 
Wiuirom /oB zij (/«mi lanp) hirr in Pabcjan blijven ?<r 
^18. IV prinncs van Knlirir nam daun»|) hrt «'CMirtl rn *(pnik op 
vnrndrlijLtni Uion : ^Kom nu, nnjnr lie\e! c*n ga mt*t onc naar 
hrt puh'iit!'' NawMiig Tranggana antwiMinide : "Ik vraag mei 
v(rM:!ioiming ' later /al ik gaarne aan l'w verlangen voldoen. 

»ll. «Ik heb op *t (M>grnblik die zaken en daarom hoop ik xeer, dat 
gi) unj /uit villen excuseeren. (iaat gijlieden maar (alleen) naar 
hui:i en wee^t niet b(K>9 op mij : ik blijf /oo lang hier te 
ralM'jun , tevens» om (*<>ny rund te zien en mij met de manieren 
van hirr vertnmwd te maken. r 

M r> l)r kn>onprini« }ichrik<e op (toen hi) dit hoorde en) sprak 
vhii-nde: «rWaamm Hldu**, mijn K^iatje? waarom verandert gij , 
al" vfT'^rh grvanpMi viM'h , 7t«» j»|KMMlig van meening en wordt 
gil tMitnmw aan l'w v<M)ni('m('n om mij tot uwen »laaf ie 
niaLrn 'f " 

*ir». Of priiiTie^i \an K«*dirie wi^t niet wat zij zi*inf(*n zou, terwijl 
die van Djonghiroe lN*gon te weenen. lUigtx»^ llo«*mtMira (dit 
zwudr) liervattr: "i^ie «Tni» , mevnuiw! hoe Ix-^lnMTd uwe /u« ter 
i^l" l)e prin!M*ït van Kedirie (viel hem echter in de re«lr) en 
•prak : 

117. •Cienoeg. vriend? spn-ek daarover niet venier, maar doe wat 
hare hoogheid verlangt* ik /al hier mrt de priuM-a van Djtmg- 
\t\T\tv «achten. Wc zullen allen aan 't Mrand b!i;veti.« Nu gaf 
d'- knMiiipnn.H bevel om al zijn volk te laten ror|ien , 

91 H en weldra kwamen de muzirkanten met de vri>ch'llende to(»nreU 
?ji*"l»T>, de dan»mei!>je.« met de dan!«4*r> ii|Mingeii. Allrs trok 
r.aar 1h :.< -den n:uir liet »trandf waar :t|ioedig eene onaf/icubare 
mtiiigte liijwn waa. 

VllV l)e mu/iek <leed zich van alle kantrn hooren , terwijl allerlei 
••|Klrti \f*rtM)iid mt-nlrn. Kr lierrM-iitr wne al;rrmifnr vrtilgiie 
uintrr lul Volk (die mni tcM*nain t<M n er Ih v»! gr.ri'ViMi wrnl 
«•:!i' ai.'it v.irkeii!» en t«f-i- uitt** butlri^ tr .«i.u.ltii, temt.i <Hik 
^\iMir ilr innpt'Uiivf 5|M-«*!ivarkriji vu Mmt «rrvi*«*i «::»'üri;d uird). 



224 BAGüEs hocmharS. 

920. Mahébat sami pratyaksa - pranjahiné madgajahin - 

tan kotjapan kang mahébat - woewoesan rahadèn galoeh 
raden galoeh Djamintora - liwat sedih - 
sahi t'wah ja mapangenau. 

921. Diiué bas kaliwat tresua - ring raliiné ué di Djawi - 
hento tVah pangenang reko - rasanja teka manoeto^ - 
k'lap kelap boeka ngenah - t'ka mahi - 

sarwi dané ngauggit s'kar. 



922. Rahadèn mantri ngandika - poenapi margganing secjih - 

hi Mirah masawang bengong - hoelat dèrèng han^moe kajoen 
poenapi jen sisip titjang - Déwa Goes^i - 
sampoen ta hi Déwa n go eb 'da. 

923. Poenapi Déwa kajoenang - handikajang néné mangkin - 
raden galoeh m'neng bengong - tong dadi dané maaahoet - 
kosekan takoet ngorahang - raden mantri - 

hanjamboet hangaras-haras. 

924. Ilana malih kahoewoesan - mahébat woes poepoet mangkin - 
sampoen hoesan ja mamangkon - poepoet mangarang lelawoeh 
kang patih matoer haneuibah - Déwa Qoesti - 

hi Déwa doeroes madjengan. 



925. Rahadèn galoeh ring Daha - miwah raden galoeh Djawi - 
sami kahatoerin reko - Hauawang Tranggana mauii^ - 
raris dané ka pam'reman - sarwi nangis - 

raden mantri s'moe kagyat. 

926. Raden galoeh kalih kagyat - makakalih mandjagdjagin • 
Nawang Tranggana ring toeron - rahadèn galoeh Djongbiroe 
miwah raden galoeh Daha - ngaaihasih • 

marggi sareng mahadjengan. i 

927. Rahadèn galoeh ring Daha - kedch pisan mangasihin - 
hadoch Déwü mirah hembok - bikas Bali djani tiroe - 



> Uier eindigen de meeste als kompleet opgegeven 1188. 



MATTRI KOKirAV. 525 

MO. Irdf*r, dif mnar kon, hielp om het vlen^rh kort te hakken, 
lerwijl jonge Troawen en meUjei dr bediening op xicli ntmen. 
We laten no die hakkers (met de OTerifren) aan hon lot over, 
om terug te keeren tot de prinses van DjamintorS, die zeer 
bedroefd was en onophoudelijk rat te trraren. * 

112 1. Zij hield ontzaggelijk Teel van hare jongere fui>ter, die op Java 
waü (achter gebleven) en wier afwezen haar nn droevig itemde. 
(Haar verlangen naar die zuster was zoo sterk) dat zij, terwijl 
zij daar (gedachteloos) een bloemkrans zat te vlechten, zich 
telkens verbeeld<le (Nawaiig Tam) op weg te zien om bij haar 
te komen. 

122. Kindelijk sprak Ragoet Hoembarm (haar aldus aan:) «^ Waarom 
7.ijt gij zoo bedniefd, mijn schat? Waarom ia Tw gelaat 
zoo hetn»kken, nis ontbrak er iets aan uw geluk? Wat heb 
ik misdaan, mijne koningin? verberg het toch niet voor mijl 

^2S» «Wat is Uw verlangen, mevrouw? zeg *t mij torh!«r Dp prinsen 
(ecliter) bleef zwijgen en zat strak voor zich ni^ te kijken. Zij 
kon niet antwoorden, daar zij niet durfde openbaren, wat haar 
eigenlijk drukte. I)e kroonprins nam daarop hare hand in de 
rijne en bedekte ze met kussen. 

121. Na keert het verhaal terus; tot de lieden, die zich met het 
hakken (koken en braden) belast hadden. Alles was no gereed 
en weldra stond de rijst in de scholels en waren ook de ver- 
schillende vleeschspijzen behoorlijk opgedragen. (Zoodra de potih 
hiervan verwittigd was) naderde hij in eerbiedige houding den 
knmn prins en noodigde hem uit om te komen eten. 

125. C>ok aan de beide prinsessen van Kedirie en van Djongbime 
werd hienan kennis gegeven. Intusschen was Nawang Trangganl 
(van I>JBinintorI) met een ' bedrukt gezicht van hare plaats (o|)ge- 
staan) en had zij zich op het bed gewoqien, waar zij (bitier) begon 
te weenen. I)e kroonprins scheen daarover niet weinig ontsteld. 

I2tf. C)ok de beide prinsessen wisten niet wat zij er van denken 
moeiten en vlogen op het bed van Nawang Tranggaoa tne, 
waarna zij haar op smeekenden tcnin uitnoodigilen om met hen 
aau den maaltijd te komen drri nemen. 

i27 IV prinsen van Kedirie drong er met hare vleiende slem s erk 
up aan, zi*ggi*iule : «Kom aan, mevrouw! nnjnr lieve! volg nn 



326 BAGORS HOKMBAlUi. 

h^da njahi hédalemau - hauak djaui 2 
hanak tVah kèto satata. 

928. Djawat hembok hadjnk katah - tVah sahi ramé di poeri 
jüi) hi b^li rawoeh reko - narodjog lahoet maujahoep - 
manggdoet inanditnaudiman - mahoeg sahi < - 
saugkan t'wara hédaleman. 



929. Makedjang rabine ijatjak - sahoep diman sakadihi - 
bikas daiie sahi reko • rahadtm galoeh Djoiigbiroe - 
soemawoor doeh jakti pisan - raras djaiii - 

tVara pisan hddalemau. 

930. Byaiia tityaiig maiijalahang - danc^ dèrèng tama dini - 
patoet hantock dané kèto - Hannwang Trauggan& k^njoeng - 
k'njoengé ngoehoegang maiiah - titya?ig sisip - 

sampoen hembok niangkin doeka. 

931. Kaden galoeh Daha ngoetjap - kèto jèri héÜMgang njahi - 
macggi té madjengan hembok - Hanawang Tranggana toetoet 
keinboel teloe mahadjengan - raden déwi - 

ring Djougbiroe liiignyaugoetjap. 



9S2. Marggi hembok hapaug tama - dini bikasé di Bali - 

hapang da uama rerekon - hembok tityang kan tamijoe - 
hawak pada Pwah wong Djawa - bahoe djani - 
bareng maugaujoedaug hawak. 

933. Nawang Tran^ana mangoetjap - mekempyang moeojiné mams 
8oel)a meneng njahi reko - hemliok djani sama toeroet - 
miwah njahi hapang tama - paladjahin - 
hawak t'waii padii ^ng Djawa. 



^ Elders: mangraris. 



MANTRI KORITAÜ. 3S7 

Uk)} (1(* i^wiMinte van Huli en w<»e» niet beschMind. Wij sijD 
hier niet under:i gewend ! 

928. «'(Ik voor mij b«*kommer er mij niet meer over) al moet ik ook 
(/.ijnc liefde) met ego vele anderen (deelen); dat geeft vroolijk- 
lieid in het {Kdeiff. AU onze vriend on^ (ieder op hare beort in 
on» vertrek) komt o|)/o<*ken , ons omarmt, aan xijn hart dmkt 
en met ku!»!M*n overlaadt, dnn lie^vi we elkander onoph(mdeli|k 
v(N)r (dfN)r te z^nct^n, dat er nietj» ia voorgevallen) en xoo 
trnriiten we uii*/eii inwendi^n wrevel te verbergen. 

Oili "/ijne hiMigheid heeft de gewoonte om elk Kijncr vrouwen op 
haar iM-iirt vun /.ijne liefde te komen overtuigen. ir I)e prinaea 
van I)joii^'bin»e viel haar nu in de mie eu xeide: «^ Zeker » dat 
is* werkelijk waar; Z(n) i.h het de gewoonte onder ons en we 
•i'ten voUtn'kt niet van daan»ver te blozen. 

V:>0 'Maar, ik netMn het hare hoogheid niet kwalijk; zij is hier 
niiif niet gi*wend en kan zieh duK moeielijk andera houden.«^ 
Nu oi^endf' Nuwang Tranggunu den mond, terwijl een bettiove- 
H'nde glimlach haar gelaat bedekte, en ^pnik : «^Ik heb verkeerd 
griinndejd wt*<»st niet booü (op mij), /uater»!«^ 

il 'Si. Nu hrrnam de prin.M*9 vnn kedirie: «Onthoud nu maar wat 
we daar even gezalfd hebhen en kom nu eten, zu«!«' llanawang 
Tranifgaua volgde nu en weldra (zien we hei drietal aan tafel 
/.itten, waar) tij van iVnen achotel aten. (Na afloop van den 
maaltijd) hprak de prinaen van Djongbinie (nogmaaUj : 

nis 2. -K«Mn nu, zu:*! dan zult gij onze baliflche manieren bij onder- 
vinding Itrren kennen en *t niet langer alleen van hooreji zeggen 
hebl)en. Ik ben hier eigenlijk ook vreemd. Wij zijn beiden 
Jav.iantje.<* , die hier Mimen zoo psi» zijn komen aanlanden.' 

ll.*)3. Nawanif TrangganI antwoordde met hare allerzoetste «tem: 
-lloiid u nu maar stil, zu<*; ik zal u in allea navolgen om 
iuer L'« Me>id te «onleri en de geaixmten van het land te leen-B 
Lcuueii. \Vf zijii beidin Javanen, (^/«miuU ge terecht ge/egd bebl). 



AANTEEKENINGEN. (•) 



INLElDINd. 

Awtgnam asvtoe nama «iwajL Zie «^CVsani Rali « door 
Phrdcrich, blx. tSO en «^ Kawi Studitn «^^ blz. 25. 
f Poeh Üjtnadu. Zie over dexe eD andere versmaten de Inleiding 
op de Megantakii. 

^I. (tagof ritan. Zie over de verdeeling der balineeüche gOKhriften 
ab boven. 

Ra toe: hier eene aanroeping van de godheid; andera: vont; 
titel van leden der eerrte kaHe en van voratelijke fiunieljea; d^wi, 
kctielfde ; — titel van vorsten en van leden der tweede kmate. Ver- 
gelijk XI, 6, 142, 288, enz.; — dewaratoe, god alnMchtigi — 
ook in de aannpraak tot vorsten; xie vs. IMO, ena. 

III. Njaka hidong njaki hiji lett: «^wil *tniet, wil het^ 
van njak of henjak; anders: njak sing melah, njak sing 
d j e I r en ook : tan hiji tan hidong; — 

witjak voor witjaksanL Zie vs. 7 en Jav. Wdb.. 

IV. Soetran sastra, lett.: «^de draad der letters ^ (Kawi: 
«ctfi=draad) verkllhrd door djadjaran sastri. 

VI. Magaleng-galeng jèh mata, lett: enkel tranen tot 
hoofdkussen hebben. 

VII. koeni koerang tapi brati: «^eertijds ontbrak aan 
vaslra ru boetedoening 4^, nl. van sijne voorooders, die oiiMchieo in 
aeoig oplicht tegen de voorschriften van den godsdienst gezondigd 
hebben 9 hetzij bij de op gorrgelde tijden weerkeerende offeranden, 
kstiij in dagen, dat zij onrein (sebel) waren, 't zij ook bij andere 
griegenhedeu. Vergelijk ^ Oesana Bali 9 blx. 34^ 



O la 4«M AaaUeiitmnaeQ tgo all««n é\m woorden ofMteooiiien , «vUo 10 mqn 
vonaioiicfi «Kento proote vaa «on Balinoetch-liolUndicli Woorteibotk» 
tl aiel aitvoeng geooea termeld tgn. Over eokelr niet nader vcrtlaarde 
eo Javaanaclw woordaa aie Jav. Wdbw en tldort. 



330 AANTEEKEVINGEN. 

VIII. Ko; zie Mégantaka over reko en reké, blz. 15 en Bali- 
, neesch Holl. Wdb. . Vergelijk ook de Wretta San tj aj& yan ProH 

Kern, blz. 65. 

IX. Doeraadi djanma: mensch worden; doem adi 4falleen« 
gebruikt 9 drukt hetzelfde uit, doch beteekent dan meer bepaald het 
^andermaal// mensch worden , d. i. het terugkeeren op aarde van de 
ziel, nadat zij in Jama's hel gelouterd is = noemitis. Yeigèlijk 
VS. 410. 

XI. Mahóetang djiwa, lett. : //de ziel, d. i. het leven ver- 
schuldigd zijn // = ons : ik zal hem eeuwig dankbaar zijn. 

XII. Ngandoepang tarik matjakal, enz. Dit vers ia niet 
duidelijk. Lett. vertaald zouden we dezen zin krijgen: '■'(al) jaagt 
men (eens andermans hond) nog zoo weg (eigenlijk aanhitsen) (hg 
blijft) blaiien (en men kan) toch niet met vrede zijnen weg gaan*, 
eene illusie op de uitdrukking sast ra hasoe of sastrasoe d. i 
// houdenschrift // dat alleen voor den schrijver verstaanbaar ia, geüjk 
een hond alleen naar de stem zijns meesters luistert. 

sastrfi kalaja, d. i. //verward opstel, brabbelschrifl^; kalajl 
of gewoonlijk kala ja-la ja: dwalen, verdwaald zijn; zwerven ; onge* 
lakkig zijn, enz.. Vergel. Jav. Wdb. laja. 
y XIII. Jan tiarita koeda sambat, lett.: //als vertellen hoefwl 
/ vermelden \ » of : '/ als ik alles wilde vertellen wat verteld kon woi 
^ wat zou ik dan nog veel woorden moeten bezigen.^ 



HOOFDSTUK I. 



1. Ilanahawarnaha malih, geheel Javaansch en waartcliiinltik 
zoo overgenomen uit een ander gedicht, waarvan de B. Hoembaii 
eene navolging moet zijn. Een ander lis. heeft: m^wah kotjapan, 
wat 't zelfde beteekent , doch e e n i g s i n s meer balineesch is. Beide 
uitdrukkingen duiden echter aan, dat in het nagevolgde geschrift nog 
iets is voorafgegaan , een bewijs alweer hoe machinaal deze inlanden 
bij hun schrijven en diclitim te werk gaan; — 

n da tan voor da tan, mi:):«chicn met de n van een voorafgaand 
Moord, dat vroeirere afsciirijvers verkeerd hebhcu begrejien. Zie va. 7 
en tiav. Wdb. . 

2. EI o e p e t i , is bekend op Hali , doch wordt zelden gebruikt en 
dan nog bepaald voor: //inkomende rechten.// Meer gebruikelijk ii 
n g o e p e t i (?) = noemitis, doch s^ieciaal van kinderen , van w» 



menit tt kunntMi ajintcjoiieii . wrik gr^ttirven faioifljrlid in hen 
0p Mrclf* is tmiin^pkomofi ; — 

kattawi, verklaartl iloor kanorb '^brmemd, een TMam hfbbrn«' 

Itonrijl kaïljaii aprij u , wnt fl^l*nll)k hetzelfde b(*teekt*til (xte Ja¥. 
Wdb. onder djana) door ka djahfi ko«'tu d. i. ''tot in 'i bniteii- 
kuid*" wordt wivrjftifevfn. 

4. Joet;i- jnetaj an ketijan, d. i. miijoenialien en honderd- 
dnizrudvoudivr ; 

tan paicanti, ri^^nl.: «^on veranderd « zonder afwiMeliny,' tUat 
hier vncYr tan pahitoen(^=: ontelbaar, eux. . 

5 Trepti heter t repi. 

6. Ilindniu en hèndrija K., hart, icetnoed ; het nat ourlijke haft, 
bi yi 'rte, Vrrgel. Jav. drijii; — Dgoeloerin: lonlaten, Tieren, ena.; — 

hapnetri, zou eii^nlijk betrekenen: «^dochten ;hebben,' doch 
vcmien hier klaarblijkelijk de vorstelijke gemalinnen bedoeld, terwijl 
dan het poetrii van vu. 7. (eiirenlijk ^zoon*') door prinaes moei 
worden vertaald. In de enkele gevallen, dat dit poet ra op IMi nog 
gebe/tgii wortlt , heeft *t de nlgemeene U'teekeui» van kind, oL kind 
Tan e'-n' vor?«t. Zie verder het woonlenlioek. 

/7. Tjongi^ah, hier verklaard door: bakat hidihin; gezind 
Nn iemand aan te lioonii , te spreken /ijn , eni. Vergelijk JaT. 
kMjonirirah. 

// II. Djawoeman of djahoeman (vergel. Jav. djaroem) *haww 
bjkNnft^« anden pan om ah. Zie va, 7 SI, 93, 101 en eideni; «— 

p r a h 1 d a . d. z. Hrahmanen , welke titel ook (zie den laatüten regel 
Tin dit veni) aan vorateii en prinsen gegeven wordt Zie verder over 
deze en anderr titels ^Voorloopig Vernlag «^ van Fhederich en ^Ajid* 
kanffveN van dr Mi^niakj ; *- 

m a n t r i hier en eld<*r» ook voor : legerhooid , priiiii ; andera raden 
man tri, prins, kro<»nprins>. 

Iti. Dawoeh tigu, volgen» de balineesche tijdrekening, waarbij 
ét Ami — van zotiMi|»- t4)t zcmaondergang — in acht uren verdeeld 
wordt en de nacht inngelijkü. Zie va. 1 1 , 1&5, 447. 4S0, ena*. 
Met »ampoen dawoeh lini;i in va. 11 ia dua 't vijfde oor ?in 
éen nacht (ongeveer \ i) bedoeld, terwijl <). teloe s. h. soe rvi vao 
va. Mt het derde morgenuur (tusarhen 9 en \ 11) aandnidi; — 

prami!*'warijA, raiitrnadji, enz. . Zie # AanhaugaeU Mq(au- 

a; ^rrtffjijk v». ss*| 

12. Haloelork of biloeloek, de vrucht van den djakaboooi, 
Wiike, lijngTBtampt, onuitstaanbare jeukte veroorzaakt; van daar: 
gcBlt bawaké boekii baloelorkin; 



/ink^ 



332 AANTEEKKNINGEN. 

pi dj er. Het is niet duidelijk wat hiermede bedoeld wordt; mis- 
schieu 't javaauBche pi dj er: ^zich bestendig met iets beiig hoaden'r 
= roebéda, kwelling, enz.. Volgens sommigen wordt dit woord ook 

.gebruikt voor pelalijan, in den zin van //toovermiddel, betoovering.* 

/ Zie verder Wdb. 

13. BMi man tri. Zie over dit bMi de Spraakkunst en «rAan- 
^^angsel^ Mégantaka; zoo ook over het in vs. 27, 154 en elden 

y voorkomende bMi bagoes (of hagoes). 

14. Ngwisyanin, gewoonlijk verklaard door njakitin. 

15. (Kèn) Bajan, Sanggit, titels voor hofdames^ waartoe ook 
nog behooren: Tj on dong (vs. 588), Pasiran (id.) en Pi- 
ngoenengan. De twee eerstgenoemden worden ook met den alga- 
meenen naam van pangintèn aangeduid (zie 582), terwijl de 
Tjondong eene soort van vrouwelijke hofnar voorstellen en de 
overigen tot de zoogenaamde wong djero of pahongau (se 
VS. 11 en elders) behooren. Tegenwoordig komen deze titels echter 
nog sleclits op H tooneel voor en boort men in de paleizen alleoa vn 
panginté, pandjerowan, pahongan en pranjahi (zie vs. 2S9) 
spreken. 

Dit laatste geldt ook van de dienaren en volgelingen van ^vorsten en , 
prinsen zooals de Rangga (vs. 689^ 699, enz.) Demang, Demoengt 
enz. (vs. 465)| waarvoor de parekan en taroenl zijn in de plüts 
gekomen. Zoowel de mannelijke als vrouwelijke voorname hofbeamblen 
worden kadéjan genoemd (in geschriften altijd) terwijl de prinsen 
en prinsessen hen met kaka (Jav.) aanspreken. Zie vs. 41 « 67 v 
72, 352, 492, 775, enz. 

17. Ba ja ganti. Zie over baja Jav. en Bal. Wdb.; ganti, hier 
en elders in de beteekenis van toedoeh /i^voorbeschikking, beeteas- 
ming, lot//; ook verklaard door 't Maleische djandji, welk woord 
eveneens in bovenstaauden zin gebezigd wordt. 

18. Balijan (van balih? inzien, toezien v; malihin, iets beaea, 
naar iets zien; een zieke den pols voelen, iemand behandelen): tn H 
algemeen iemand, man of vrouw, die op de eene of andere wg», 
hetzij bij ziekte , ongeluk , bezetenheid als andersins , als bemiddelaar 
(ster) tusschen het volk en de (booze) geesten optreedt; — - «ruti, 
toovenaar, wichelaar,<r enz. Men heeft verschillende soorten vu 
b a 1 ij a n s , als : 

balijan manakan = vroedvrouw; — • 

t hoesada: gewone artsen (mannen of vroawen), die de 

kunst verstaan om allerlei geneesmiddelen (kruiden) toe te bereiden, 
waarvoor zij het recept vinden in de een of andere hoeaadS (ge- 



AANTK«ll«Vl\«JrS, .*j;}3 

Dccsikondig werk), doch wier f^^oobte wijsheid hoofdiakelijk benUat in 
brt o]»eggeu vtu de m au tri, die ichter elk recept wordt op- 

balijan nglimpoenang baaang, die Toond buikziekten be* 
baodrlen; — 

balijan hcngèngan of pangèngènan, die bij het offeren 
in deii haistempel voorgaan en ook wel b. ineklt*nang genofind 
worden, daar aij bij hun werk geatadig eene bel loiden; — 

balijan meieuoeng = wichelaara, ook wel b. toembal 
gmaamd: — 

balijan desa, die bij gewone desMofferfeeaten den dienst in den 
tempel verrichten; — 

balijan mewidijan: bezetenen , die bij gioote feesten den goden 
lol mond dienen ; — 

balijan ketakson of kortaf takaoe, ook een soort van #be- 
aetmen^r , die bij ziekten, dieistal, enz. geraadpleegd worden. Eigenlijk 
lijn alle balijaus «^ketakson^^ d. i. bezeten door een taksoe: eene 
godheid van den derden rang (parekan déwi zeggen de Rali- 
nreien), die in hen woont en hun de geheimen ontdekt, welke voor 
ieder ander verborgvïn blijven. Deze balijans oefenen eeiien grootoi 
invloed uit op het volk. Vergelijk vs. i^9 en 758. Zie ook «^Oesaui- 
Bali' blx. 335. 

23. Ngemasin hipijan: boeten voor den droom* Vergelijk 
M^ntaki, Aant., onder vs. tS. 

^ tb. Batoer sari: geplaveide vloer; batoer = bebataran, 
/grond, vloer. Volgeus sommigen wordt dcior batoer, evenals in *t 
llaletsch, meer eene gal Ie rij aangeduid. Zie v». 902 en batoer 
santoen \s. H74. 

<7. Nagasari = mrsoa ferrea. 

29. Mangrvana. Een algemeen hekend woord , hoewel zeker 
^gren Baliuresch; wordt verklaard door loemloem gading: zacht 
ged grkleurd van de huid, een van de zeven (balineeacbe) sehoon* 
hdlen. Zie vs. 4.t, 45, 57 en elders. 

30 Ujanggoetang resi (volgens de meer popolaire lezing: 

'j^^npf^ot sang resi d. i. de sik van den priester): ben. van 

emc» bfwgfu iu *t woud groeienden boom, met van boven (uit den 

IO|i] nerrhangtrnde wortels (bangbing berjoehoer). 

^ 'St. klidoengau, naam van «en wuudvogrl, van de grootte 

r vu frn kieken. 

33. Hall*: atgrmcene Itenaming voor dr (geheel of gei ^lijk) 
grbiKiwtjr» (van hout , bamliue of ouk van steen) op < fa 



/■ 



334 AA.NTEEKENÏNGEN. 

de erven dezer inlanders = teut. Al uaar den vorm, de grocvtte CB 
inrichting van binnen, dragen deze tenten verschillende nuneo, ib 
balé sakenem: eene tent op zes pilaren of posten ; — foki- 
h o e 1 o e , id. oj) acht posten ; — s ij S n g a n t i , id. op negen posten ; — 
bandoen &r; — dj a dj ar bandoen gsari, allen op tv'aalf postel; 
bal e ge de of balé mambeng, de zit en logeertent op elk baK- 
neesch erf, eveneens op twaalf jwaten ; — k e in bar (zie V8. 418 
en S7i), eene tent met twee vertrekken of afdeelingen, enz. De il 
VS. 284 genoemde balé pangaringaring of «'verkoelingiteat'* 
(= balé pangetisan) , de balé mas (vs. 376) en balé 1 o en dj ook 
(eene hooge van klei opgetrokken tent in vs. 615 bedoeld) komm 
hier en daar nog in de paleizen voor, maar zijn overigen* onbekend. 
Dit geldt ook van de balé hasti of ga dj ah vs. 891 eu h%\i 
danta. Vergelijk Aan t. Mégantaka onder vs. 148. Op elk balineeidi 
erf vindt men: 

de hoemah meten, een steenen gebouwtje met smalle deor fli 
miniatuurveuster , waarin de famielje logeert eu de schatten bewaaid 
woi"den ; 

de mam béng of balé gedé. (Zie boven); 

de p a h o n of keuken ; 

de g'lebeg of rijstschuur (of — naar gelang van vorm en inridi- 
ting: pepènggoug, djineng, loemboeng, klingking); 

de sanggah of huistempel. (Zie onder vs. 81). 

Zift verder Insneden onder vs, 49, 

37. Troespanon = bètèl tiughal: profeetenblik , het vennqgBB 
/ hebben om in de toekomst te lezen, clair-voyant. 

39. J a n g en U y a n g of 8 a u g h y a n g , titel van eene godheid, 
die algemeen ook aan zou en maan wordt toegekend. Zie vs. 622 
en elders. 
.42. Le lente: lenig, sierlijke beweging van 't lichaam, eni.. 
Vergelijk ook tlav. Wdb. hij lente feu té; — 

malftnjad, een woord dat schijnt aan te duiden, hoe iets in 
hooge mate de eigenschap bezit ^ door 't voorafgaande woord uitgB- 
drukt ; m a n i s — honigzoet , enz. . 

43. Ilitik-hitik, eigenlijk van kippen, doch hier om de milt 
voor gaiidjoet =• hiel ; — 

(poedak) tjindaga, ben. van eene soort van gedoomde pandia 
of wild(^ ananas; — 

ridjasa. Zie over dit en andere in dit gedicht voorkomende 
woorden de // Korte opmerkingen over Halineescli en Katri • 
Dr. N. v. d. Tuuk. 



M i <! K (1 a vnii p 1 <1 u <l a : riAani van ren hoomvrucht , die liirr 
lar aan 't /cc^trand ^rvcituien wordt, en behoort tot de famielje 
iDiffui (Juv. } «iic iM'ltter niet op Hali voorkomt. 
. Manik toj.i nï hanjoi* (/.ic vü. 314), kri«tJili' I)r in v^ 
rn I lilcrs vtTiiM'ltlc Hinnik hatinü, — ha pi, — ^ala^ah, 
r£;;irt, lookloek, enz., morden in dexe ^^dichlen vaak 

-lit, /nndrr dat dr Ha line('7m echter eene nadere verklaring daarvan 

\*' ^v\tu. Dit i^'idt o(tk van de manik boewah, - hen- 
, — iwnjiM'h rn - hatiem, Wfike lantMe i*enc *^nioie au*ld- 
iifid nitx't /ijn en den ))«*zitter unkweUbaar maakt. Zie beneden; — 
r^a it)f'ii tf ^an ;r- l^it «(Nird wordt uitalnitend van een sieritjk* 
(^•\uriiiil nihld'l i:v\)C7nn\: het ^rondw<Nini üchijni echter gcm 
er ("1 ir /ijn , altiians iiieniand weet de b(>te<rkenia er van op 

\r!» 

. (i'it)L irt'iU bt) lic vertaling van de Mt*/antaka werd opfpo- 
I, '9 fut K-iie brp.taliit* onniogriijkhrid om , /oialer de ka«i-werken 
rn en vi-r.*^tain t4* hebb<*n , et*ne jniMe verklannt^ te ceven van 
Lit-eiiii<i;*»iukLi*n en |Kitronrn . ilie iiicr en eiden» in de kid<ienji(*5 
f.id «onlff-ii vu die ViM)r 't p^M)ti«te iri-dr«*Jte den Üalineczen alleen 
name Ih krnd /i)n. Dit /.elfde geldt van enkele andere woorden, 
icwtrMcriKMi aanduiden, welke tot de klfi'diiig der ^xlen of het 
it df-r prifsterïi bt^hcNirrn en waarmrde de diciit4*ra gewoon xijn 
e til .ilf II vu , iii *t al^(*iin*(-n , vor^tnijke jierMinen te tooien. De 
-rtiid f \an Dr. v. d. Tnuk, evniaU die vun i'n»f. Kenii zal 
lil «lit f»|v:rht i;nM»te diensten kunnen iK-wijzeu; 
tra 4;iri, iM>K van snijwerk i(eb<-/.i;;d , wonit verklaard door 
[i k'a- biicn Lfa il a u ; -- 

tl nl fHiiaii iiiaakM'k = bowntan = pai(ahi*nan; — 
4 1 r II -f< a t r ii Van h a t «- ri n t e n : nv ^up^maakte) ha;irlok aan 
lajM-ii \jii hrt h<iofd -= .lav. tjenf«»eii^. In n<*t L. K. hi?et dit 
> i II L' ; 

iiiaT i TTT M' rn i d«' (i;laiii:f>ln*krii) tijne h»kkt*n \Air op het 
I r-- .l.iv, M' ;• i ii om .*' Vmi;;iii» atiilcren nioeten hienmd^'r de 
naat.' «riiKbruiiMcii verMaaii wtmltMi ; — 

'htlii.;; (/if \\ «ib «orot d<Mir Miinimvrcti V(*rklaanl met baleng- 
• ai , IJ. «'Vifiir.i* iitri.jkrn zin, :^*ed kaïi /!jn ; 
iniT^i k'ifiiibar. .Niet bekend: raiitf«ii ^~^ Jav. ran<!i. Zie 
t 7 . 
*tjit Intl. \:iii vvu MMirt \un tjita, «it m«*t zwarte i4ip|>en. 

mar. t »•. Itüi ii;»t Uknid. Zie .l.i%. Wdl» i*ii \j*. .*U»3; ■-- 



,y 



33(5 AANTEEKKNINQKN. 

mëgabang. Niet bekeud. Zie vs. 393; — 

pakètan: ben. van een soort van breed gestreepte stof. Zie 
VS. 394; — 

tjaudana kawi. Niet bekend. Zie vs. 394 en 448; — 

tjakra biwa. Niet bekend. Zie vs. 448; — 
.' patola, ook wel patowala geschreven = Jav. . Zie vs. 479 ; <^ 

soebagi. Volgens opgave = Jav. sembagi. Zie vs. 885; — 

soebagi troes. Verklaard door — polos; — 
/tjatjiroepan : ben. van een soort van rood geverfde stof, die 
'in de binnenlanden van Bali vervaardigd wordt. Zie vs. 896. 

48. Toelak moentjar. Toelak schijnt te zien op den vonn 
(naar binnen opgerold) van de soebeng (= sengkaug V. uit vs. 671), 
doch ^t is ook mogelijk, dat het bij moentjar (zie Jav. = Bal. 
moeutjerat) = llikkeren, behoort; — 

' kemer. Is niet bekend. £en Balinees verklaart het door gelang. 
In het Maleisch komt kern er (Pijnappel kamor) voor en beteekent | 
daar //gordel , sjerp //, wat misschien hier bedoeld is. Ook mogdijki : 
dat dit oorspronkelijk geen afzoTulerlijk woord was, maar behoort tot 

keudit, welk woord hier de beteekeuis heeft van /rglans, licht- 
krausy aureole^^ doch in vs. 671 ^een (gouden) baud om het lijf* 
(zie Jav.) of beter: gouden plaat voor op den gordelband j Balin. ! 
paksii, schijnt aan te duiden; — 

moeksah. Zie Jav. Wdb. moeksa; — 

kedapak'na. De vorm geheel Javaansch; kejap, sakecjap 
is ook Balineesch. 

49. Djabu teug ah, d. i. de tweede voorhof van het paleis, die 
bij de Bulineezeu soemangg(?n heet, terwijl onder djab& pistn! 
(zie VS. 1S8 en elders) de eerste voorhof ■ of ook wel het plein voor: 
het paleis (Jav. aloenaloeii, zie vs. 794) bedoeld is. Anders woidt 
deze eerste voorhof bautjingah of balé pangamboeh (pegam- i 
boeliau) genoemd. Van daar komt men door eene ix)ort (in *t middoi) 
of door eene hoekdeur in de soemanggèu en van hier opdeselfls* 
wijze in den derden voorhof, die petand akan heet. LTit de pettn- 
(lakun voert (althans in sommige paleizen) een zijplaatsje (pameug- 
kang, zie vs. 5)28 en 587) naar de eigenlijke poeri (djero o( 
djero pi san (vs. ()0) en djero poeri (66)) de verblijfjplaats vut 
den vor.<t en zijne gemalinnen, het heiligdom, waartoe alleen ver* 
trouwd(^ bedienden toegang hebben. Achter de djero bevindt zich de 
pn m'radjiin of huistcmpel. Eene hooge muur, in den regel van 
kiei, omringt hel paleis van alle zijden, terwijl eene andor6 de bin- 
nenruimte in twee ongelijke helften verdeelt. De grootste helft — 



AANTf:RKRV|Nr.r.N. S37 

di« door drun*n mrt dr bovfiibedoelde voorhoTrii, enz. vrrbonden 
ü — vormt cru uitgr^trrkt piriii, gfh(*rl met balr*^ beilrkt , waar dn 
bijwi)vrii mH hart' vmuwelijke bedienden verblijf houden. C)ok hier 
i« de toqoinpf aan munnen streng verboden. Al naar de personen, 
die /e bewonen of het werk , dat er in verricht wordt , dragen dezit 
Me» verKhilIcnde namen, aU: ran^ki, kajoe 90 en va, palim* 
hof-ran. pahoeroekan uf poeroekan, panglipoeran 'vs. 
2HI). batawi, roem, pakrandan (keuken)j enz. 

51. Poe na pi karjü lett: wat werk? waarmede men een be- 
roekrr aanspreekt. In 't L. Iialinee»ch zegt men daarvoor: ha pa 
ga'ni* of hapfi gahi* mahi? Zie vs. H£, S8S en 83-1. I)e gewone 
welkomftt^ruet i» ander» bahoe rahoeh (mani teku L. K) = |«a 
ge^omeny Ook ze^ m«*n : napi wrnten karawo^ang (ha|ia 
haiü kahito**n£:ang, L. K.) d. i. ^wat i» er te verhandelen ? « Tot 
iemand, die van verre komt, heet het: pidan m*riki of pidan 
mahi r Zie v». iM\ i. Rij het wciriraan zegt men k a I a h i n (kahonin) 
of hitjang ngalahin tjahi of dini tjahi (hiriki) of dini 
djani hitjang moelih, enz. Ook kari en k:intoen komen 
v«w>r. Zie v». ITiO, 372, 7C(;, il5, TiOi, 737, enz. Vergelijk Aant 
Mrirantakii onder v». 7. Zeer bc^leefd is* bij *t afscheid nemen: pamit 
of tijanc? mepaniit, terwijl een mindere van een' meertlere weg- 
iruridr 7%*j\ hi Katoe! (of wie dan ook) tityang uoenaa 
lof ;;r.ihii mepainit ! 

In antwoord op evu af^rheidsigrwt zegt men: nah djalan of 
m e d j a I a n » o e b :ï (hing^^nh margi^i o ( marggi Mm|toen). Zie vs. 1 117 
en eideni Tot iemand, die op n*)» giiat , heet het: djalan pang 
nelah (memargiri ha|Mng lM*tjik-bt'tjik) ot : Itapang r ah. ij o e di 
ma ri;iri . e. m. d. IIi*t doem.idn k :;a la ii?a pad an 1? van vs. 810, 
n boekentaal. Zie v^. 019 en eldrrn. 

51 Se mar, een MXirt van hofnar: mismaakte personen , die, naar 
'tarhijnt, vn>eger in gnM>ten grt:ilr aan dr balÏK'h*' hoven gevonden 
werden, dtn-h nu allei-n op 't (i>oneel vijorkom*-». Yfr-r»'!-|k Tjon- 
dong onder v», 15. Zie (k»L • Hnli** in l.iï»? - in de HiMir.igen van 
*l KoMiiiLli;k instituut , .Nieuwe \olgreek<, 1«* Deel. Vergelijk Jav. Wdb. 
^^ 50. Fok = «:i|iM-j:i: «]>rekrnd p-lijken, de/i Ifde, Vergelijk Jav. 
r I; lil ; ok fïl t ok I ok. 

57 (f I- ! ot = in e LM- 1 o t : in de unnen knellen . jAakkrn , enz. van 
ft Tl b'^nind V(Mirwerp. 

Ctl Para ng kat an r<-tM*rvii*!< , iNtrileü en «ri)«)t«-i< ; k iai kat l«. H. 

63 Tojo^: in 't aigfin»*rn t^n ^ L'»'!»ni'tlri» "f ifeg»»?- m lierld. • 
liet bn-lJ . dat den knMmpnn.« viH)r>lf-il , i« nutuur^jk hw r meldere 
.Ie \oïfit XI. 11 




338 AANTEBKENINGEX. 

voor de prinses hoofdzaak , wat bij de vertaling wel in 't oog dient 
gehouden te worden. 

64, Noen as loeng8oer(an). Noen as is iu 't algemeen: allet 
wat een mindere van een meerdere vraagt of tegenover dezen doet. 
Zoo noemt hij zelfs zijn eten noenas. Evenzoo is noenasloeng- 
soeran: gebruik maken van iets, dat een meerdere heeft laten staan, 
een gedeelte van diens rijkdom verzoeken, enz., eene nitdrokking, 
waarvan de mindere zich bedient, zoo dikwijls hij iets vraagt, zij 't 
ook nog zoo weinig. In dezen zin beteekent noenas'dan ook zoowel 
verzoeken als bedanken. Zie vs. 205 en Jav. en Bal. Wdb. bg 
loengsoer. Vergelijk vs. 90, 511 en elders. 

66. Winasoehan. Yergel. Jav. wisoeh; Bal. baseh en ha- 
soeh. Zie vs. 138, 150, 373 en 714. 



HOOFDSTUK 11. 



/ 70. Tanana hamanggih desa, enz. Zoo uit *t Jav. ovcr- 
■ genomen. Zie over dit en de pi toen g sasih van het volgende ven 
de Inleiding. 
• 76. B ra h man: verkorting van het gewone kebrahmantyang; 
zie Wdb. bramatya; - 

lengar sepit: kaal op beide zijden van het hoofd; — 

boengoet bondjor: een mond als een bondjor; — 

koe ping matjan, nl. groote ooren. 

79. Da, anders hida; d :i schijnt toch wel de oorspronkelijke 
vorm te zijn. Vergelijk ook dané. 

81. Panti, schijnt de bizondere naam voor eenen tempel te zijn, 
opgericht ter eere Vcin de hoogste godheid of, volgens anderen , van 
de stamvaders van een geslaclit. Waar deze laatsten geen eigen tempel 
hebbeu , is voor hen een plaatsje in de gewone bid- en offerhuiien 
ingericht, dat ook balé panti genoemd wordt. £en andere naam 
voor deze panti is, volgens opgave, hiboe. Vergelijk Jav. en Bal. 
Wdb. en Wröttii SantjajS, blz. 95. 

Overigens zegt men in 't Balineesch voor tempel: djeron dtfw&, 
d. i. godshuis (vs. 72). Verder heeft men: po era, wat hetzelfde is, 
maar meer bejxiald van eeif hoofdtempel wordt gezegd; — kajangan 
of kahyangan, id., van eene vermaarde plaats van aanbidding; — 
poe ra dalem, van cenen tempel bij de algemecne begraafplaits 
(siïtra); — pa n j ocngsoiiuga n hagocng, van een^ distriktstem- 
j)cl ; — poer a d r s a dorpstempel ; — b a 1 ó h a g o e n g , van den tempel 



AAN'TKKKKNIVfIKN. 'i 'O 

bt) lift |ui)i*iH . wa.irin dr vorst ntrcriy tk' ««««(l wnnlt af^^'irt^il , «-n/. (Oviri- 
|ff'*i^ viiült nicM iii rlkrii (lnr|istf'iii|N'l i-rnn bali* h n t(t)r ii i; ut' i;«'«lf* , 
t;«*«iMiijl:)k liirt intMT (t.iti n'iif* l:ili;^* brifilr, ovrni«*kt<* l^itiL nf l.ifil , 
«itaitiii (Ic LfciiHf'iitcK'Ui'it l>'j ulu'riiici'iu* t'e«vt4Mi iiiiniic otrrruiidcii kuuini 
iif^-r/fttrn). K:iitirli,k iiiiH'li'ti mv^ vcniirlil wcinlcii : dt' |)a mj i w ijaii, 
dr t«-iii{N'i , «iHuriii b(-}iii:illi' riiiiitlji'H (ip i^/i-tti' lijdrii koiiifii (itFf-rrii ; — 
bi tinrirnrl ut b<d(t«*if(*|, (i«* ztN»i;riiaaiiidr vi')iltfiii|N*i, dii* aiiii mir iKtebak 
Im iiiMirt ; >aiiL'i;nii (vs. 1 VI , illó ni tiOl) tif |jiiiii * rndj » ii ( V.) 

d. I iiui!«trin{M'l , /ijndi* ceiir vrr/ntiifltni; van otlf*r- cii irmirniiuisijni 
o}i :it-t vt(, wu:iriii di* hiii^i;iidfn , err!rt*>t('ii rn faiinrljr-iM*<K'iit'r!ii4*nf 
%trtrrd miriicfi ; !> u n ;; i; :i it t j i' nir k tj ock , iriir u|i |i:drii urr- 

{•t.i!i7:«ii- I-U \an bainlMif \(Tva:inliu'd(* ollrriii!* iau;r« dt- wi*4f»-ii ; — 

iMriTiii', >t«'-ï.lll nll-rUM \inr i\r fPVII . ill lil' Hl'?», MIZ. 

i?i ♦iki- i)""r'\ Ixvii.il'M /.im tul van ;»trifip!i ut [miitvn ifiMirn- 
^ u <* -.« , \i:i:iri»' (in di « :i i lt i; :i ii - k :i mor i :i n (ai*n liui^if nift drie 

iit liüriL^r VI 'rl> v.iii den an mImniim^ iimm-I iji-di-kt /:}ii , tic v(h»nia:imdte 
kil' '.'! «iir.li'i u'rMiHintl. l.Ik iiui^jf* lit-.'iiNirt natuuriiik aan hmic 
il 'i.i.dt'ii' jitil.'ii-ul. 

\«rL*»'i!k Knodrririi *» ViKirliH»|iiir Vir>la;;'' rn d** Aantf^'ki^iniCüD 
:i-'tr lilt L:r«lii':it II i l.inu'iri l*ct.i, \a!i d«'n lir^r J. dr VriHim , 
u. ' • ï T.ti*! 'irifl \aM lift M.it. (irniKN>cha|>. 

;>.ili:. . d.Mtr - iiiMii^tiT . r.ik.-L'nMitr » id ook wri «• IrtfrrinMifd * tr 
vtrtiiri). ()|i liaii lM:iiMirt dr/r titri nirt te ''iu>«. Zir nrrr dil wiNird 
2j« ifitr ovi-r |>.i n Im k r 1 , irahrkrl, pof m; U'a w .1 rn |i» n I j lp 
)|fj4fil.ikj - A iM'- m.'*rl * VrrL''-i k iMik V!.. 2#V. \'\'k l-^^.vui,;-- 

til 'IJ ik •=. tiiijak := l'wjr.i 11 '.ik =1. ]\\fi williïi, n:.w: 11;. 

Hi. Katni'j.i'. rn kati>r\lnn. /:■ o i^ \ <•. I7l>, il» »M **r^, 

«3jr lilt utMirii i)\rral in drn /lu van " i:* d«>tn;:rii , - iiirt ari^rrs 
ku' nr»* - >» . '! \*' in«Ml''ii wordi-n ojc'r\..t. Vrr;;i'l. tf.i\. WMb. 

*?H. Sin :, «•.i-ii ,fii iHik ?*orlj.ilaii u'»!)»/ i;! lil dtn .'ifi vaii^aifi- 
j. ■• ', -i II ü .-rz t in.i^' ni»'l , dl IL' 't M r! . I M. , > l?.iiiiii i -<;.». iIin* : h: Hj^it, 
;.i:ir il-n \nriM li- iMiulnir:!, \\\\ 'r.las nv:..'' ïi-imj- '. !•- /i;ii.>iMh.i 
— • j lil ï' li I M. 

■ 

'.•1 > .. il 1 •■ Il L' K 1 i a 'i u'. S;itlif:iL» II \.\:i tm-Aak — r a. -.a n. 
k . . • 1 L' M'-r-l! iijr.M ji V :i a.* K.-.v . v.r li . .1 k. 1 r»; u 'k *i-irit 
«.*!-r'. \«Tj«i. il.iv. \N'ilj. \ n. _•• r.* ,»:.•.'■•■?. imhI . .-.'.'U wur- 
d« :. : -ti^-.'iji :» 1 I :i Ij ;: -— "CHi'!! t'»Mi- . .1/ ■ . .1 .r \i' .a* :t ilr.iük 
>*j'». " ..« dl «-.i II) I aii.iiiaii Ini- .1 'i r, il . ( .; j* - . : :• 

'.♦-. 1' r al.i (n I 'i LV /i» fv r "i.t .1 •• • , .? \»»ja( /•• . i- r oi»j»t'l 
|^l«-/iifil vonlt , dr A.iiit Ml .: i'i'..i)..t iüi 1 r \*. l'.l^. 



340 AANTKEKENINGEN. 



HOOFDSTUK III. 



I 95. Pawarangan of beboentjingan : de zoogeuaamde hawe- 
] lijksidag , dien verliefden zich door den pnester laten aanwijsen om 
zeker te zijn, dat zij geen blauwtje loopen of, zoo zi] het scha- 
ken in den zin hebben, hun doel bereiken zullen. Deze en anden 
>r gelukkige «^ dagen staan beschreven in de wariga, waarvan de 
patemoewan, een in verschillende maten opgesteld gedicht « eene 
volksuitgave is. Ook de schaakdag >/ padjengkingking ff beneden in vb. 
574 bedoeld, wordt daarin vermeld. Van beide werken bevindt sóch 
een exemplaar in 't bezit van het Bat. Genootschap vanK.enW. ; — 

soehoeug. Zoo worden in den almanak al zulke dagen genoemd, 
die vrij zijn van elk ^ kwaad «^ teeken. 

, 96. Mas d^lima sapoekaL De oorspronkelijke beteekenis van 
sa poe kal (een bijzondere vorm vaneene kris) of sapoek ah is niei 
bekend. 

99. Sajang, enz. De bedoeling schijnt te zijn: hoc jammer, dat 
zoo iemand gezonden wordt om een huwelijksaanzoek te gaan doen ; — 
men zou hem liever zelf vragen! Sajang = genegenheid^ toq[e- 
negeu; — 

s'wala patra. Dit en enkele in de volgende verzen voorkomende 
woorden zijn geheel Javaausch (kawi)^ met huid en haar uit een 
of ander kawi-gedicht overgeuomen , en worden door de Balineezen , de 
geleerdsten ouder hen niet uitgezonderd, alleen uit het verband ver- 
klaard. 8'wala patra of — gelijk gewoonlijk en ook in vs. 102 
en 556 geschreven wordt — sewala patra beteekent, evenals het 
Javaansche nawala patra: een brief op lontarblad. Zie Jav. Wdb.: -* 

papoetjoek: ff ie eerste, voorste; voorrechter 's' wordt hier van 
den brief gezegd^ die, om dus te spreken, het woord moet doen voordat 
de //bruidschat// wordt aaugeboden. Het Maleischo poetjoek (sa- 
poetjoek als hulptelwoord) kan hier wel niet bedoeld zijn. Vergelijk 
VS. 102; — 

hinoelesan: //in koevert; ingewikkeld «^ d. i. in een koevert 
van geele zijde (loeugsir kahot, gelijk 't in vs. 102 eenvoudig 
heet) wat nu nog op Hali de gewoonte is. 

102. Maudrèki, naar het schijnt, voor mandra hiki; man- 
dra wordt verklaard door go e na. Vergelijk Javaansch; — 

mangoeri: een klerk in dienst van vorsten , hofSschrijver. De 
Balineezen kenn«ii dit woord echter niet in die beteekenis en vertalen 
het hier en elders door v naar achteren ; met afgewend gelaat /r (tui 



A iNTrRKKN'INMCfr. «Ml 

korri = hori). In yi. SSfi komt mangoeri nog eens Yoor rn daar 
aciujnt hrt brpaald, voural in vrrband met het volgende winatja 
marintr wredajfi (herdaja — Jav. Wdb. wardaja) in dien 
iin te moeten wonlen opgevat; — 

pi na tja hingsoen. Geeft hier geen zin, in welke beteekenia 
het voorafiraande maogoeri ook worde opgevat. I)e bedoeling achijnt 
te lijn, dat de vont aijnen klerk beveelt om hem den inhoud dea 
hriefü TiK)r te lezen; — 

• oeta wrtning, enz. Geheel Javaanaeh en niet recht duidelijk. 
Zir de afzonderlijke woonlen in Jnv. Wdb.; — wètningr=hawit 
aak ing; Rnlin. hantoek. Wil de schrijver zeggen: «Neem mij 
axn tot uwen zoon, mijn lieer !<r of: «(Vin nij) uw zxxin , die u zijd 
Herr noemt':''' In de laatj«te beteekenia vatten de lialineexen het op. 

10.1. Sanniata. Verklaard door hitja = welbebagen, gunat, 
«nz. ; — 

h a n i r ^. Verklaard door n j e n e n g ^ regeeren ; misschien hei 
selfde als haudiri ^ liaiin. mandisi: regeeren, besturen, ent. 

101. Xglinggihin: inwilligen, een verzoek toestaan. In enkele 
IISS. «taat hiervoor jèn paso eng, wat echter cene lettergreep te min 
en een' verki-enlen sluitklinker geeft. 

106. Mani p*wan: mani, morgen; de toekomst zie vs. 5H9 ; — 
p*wan (brndjang p'wan, II. zie vs. 1 1 1 ) later ; in de toekomst ; 
hel volgende leven; — bin p'wan, ovennorgen; bin teloen« 
o«ir-(ivrr Miiin^*n , vp. 57.1; — p'wan teloen, over oube|«alden 
tijd. van daag of morgen, enz. Zie vs 119. 

. 117. Memasfi, van |iosti «vast, zeker, stellig,» verklaard door 
, Bjekenani;; — mi ra wis en in een paar II». pi rat is. Reide woor- 
den onbekend. Staat mi ra wis misschien vo(»r mirawos? 

11^. Sidjru djaj4 Sarajata. Dit sarajata Mhijnt eene ver- 
basterde S|x'lling van Saras'watya te zijn. Sidva = imper. van 
sidi; — djaj*i = lak.nana : overwinning ; zegen ; werking , enz. ; «» 
sariv'watyiï: godin der welsprekendheid. Zie vesder Wdb. 

IIU Se;;ara niar|oe en ufoenoeng mrnjan d. i. •honigzeem 
en 'wienMik)jeri;« , waaronder eene vcrzauieling van deiiMNirn en 
tpokrn v«T«tjuri wordt. Hoe men aan de/e namen gekomen is, en 
hoe m*'n zirii dif vrr/.ameling moet vtiorstellen , vilt iboeielijk te 
W^jgrn, Otidf-r de Halincezrn Loint dit !i(*gar.i m a li o e al» per»«Mma- 
laam vcwr. Zir benc^len. 



342 AANTEfiKENINGEN. 



HOOFDSTUK IV. 



126. M^retjéda. Verklaard door nj ad t j adin = schelden, uui- 
merking op iets maken, enz. 

127. 6' win atembe. Hier in den zin van lateri anders meer 
bepaald : een volgend leven , na den dood , enz. ; — 

. wong mangkana = buitenlanders, lieden van verre. Zie onr 
'de andere beteekenis van mangkana Jav. en Bal. Wdb. 

128. Hawiwik'wan, van wikoe = volkomen, volmaakt^ 
enz.; — wikoe K. ook = pandita. Vergelijk vs. 266, waar 
ririh mawikoc, door en door verstandig, of: zoo geleerd als een 
priester, beteekent. 

131. Djongbiroe. Vergelijk vs. 1. 't Schijnt dat dezelfde vorst, 
van wlen in den aanvang gesproken wordt, in dien tusschentijd in 
een raksasa of reus (demon) veranderd is. 

132. Soemoer = Bal. sèmèr; — 

sotja: knoest, houtknoest; — steen, edelgesteente in ^t alge- 
meen ; ook in overdracliteiijken zin = oog. — Vergelijk vs. 679 en 
elders ; — 

üoembakarna, naam van een' raksasd uit de Ram&janiy 
broeder van hi Kawana en hi Bi sa na. 

134. Nanak = hanak (kind^, doch alleen van prinsen en prin- 
sessen. 

142. J)oekoeh. Vergelijk vMégantaka^^ onder vs. 110; — 

s a b d a //woord , klank/i^ , alleen van 't spreken van goden en 
heiligen gebezigd. 

147. Soctjiy voor pasoetjèn = //badplaats ir , gewoonlijk pan- 
tjoran, (zie vs. 40) of kajehan (zie vs. 540) en pasiraman. 

151. Pabejan van béja, een naam, die aan al znlke stnuid- 
plaatsen gegeven wordt, waar vroeger eene bandarij gevestigd waa of 
nog gevestigd is. Zie vs. 912. 

Jö2. Hanak. Hier de koopvrouweti bedoeld; — 

djero. Hier een titel. Zie Wdb ; — 

pradiïwa en pragoesti. Zie //Voorloopig Verslager en «^ Aan- 
hangsel'/, Mi'gantaka. 

154. Lingsar. Zie de Inleiding, boven; — 

radon, id. : — 

dagang voor hanak — of hanak medagang; — 

paling: //in de war zijn, verdwaald/', blijkbaar daaruit , dit rij 
dun vreemdeling cignrcttes oll'reeren, wat haar niet paste. 



AAN'TKRKrVINUKV. 34S 

15'! liijian. Iet» (ipr^Ii;k!( als djero (zie bovni) doch ai leen in 
't (>i«ti'Ti van Kali ,i;tl)riiikrlijk. Ook wordt hi|)sii vaak nog met 
iriii>Tf tifrN vrrboiidcii . als hipaii dji^ro, liipan (Inriiti (/ir V9. 
r.tfi'. f-ii/. , terwijl (Nik dr inindcrr tfiKlrii dannneik* worden aanp9pn)keii. 
V«*r^'viijk \Vd\, liipah (liipalian = lii|Hinl') en hipên (V.) en Jav. 
hifi»'. Vrr^'iijk «M)k "Mi-j^rmtaki" oniler va. 2t>^ 

1 57. Tj :i II £r k (*m (' h i roe, rigrnl.: ren blauwr mond. De bedoeling is: 
bbtiw.'ichtii; ^'kifiird van 't tandvlee<rh , ^'lijk bi) iemand die ^een Mfi 
kauwt: wil zcn) v(*el /.r^i^iiaU: hondenbek. Van dn ar het spreekwoord : 
di dj'kh.i niralih tjitjin^' t*war:i misit (niahisit) biroe; — 

d(>mb.i . op Haii = »bok| f;f*itenf)ok.* Jav. wcdoesdombi. 

lb\K Koprk = lèprk, !«lap neerhantpen van de borsten. 

-]tiO. Il(iiiir<*h voor ron^oh, tandenloos. 

1 iVt\. T u 1 1 h - 1 o li h van t oli h "um^wend ; het hcNifd omwenden»; — 
tan paniilih: /onder om/irn; rrcht doonpnan; xirh niet verder met 
iets beniot'ien. Vfa'»*lijk Vï*. rtll, 7JJri, 81 ;i en elders. Vcdfjen» op- 
irave van eenen Halincv.^ 7ou tolih (K.) ook =: rawos zijn, «at 
erhtrr miü^rhien alir«*n uit het verband verklaard en in overdrwchte- 
lijken /in waar is. Vi-ru'Hijk Wdb. in Wri'tti santjajablz. 165. 
, in&. II a rnriiLfan : de /rt* buiten den anken^md, volgens de 
llalim^/rn. Vrryelijk Ma!ri«'li ; zie vj». S^S; 

9 a 11 è :i a n . V4N)r a a li a n r h u n ? 1 1 a n è h , tVue zijde , kant ; de 
ernr !ir!fl. — 

l>j.iwi r—. |)jaw:i =L_ Java. 

Ititi. Uf'kofii^' "onvrurlttbaar, kinderloos», hier ook aU naam 
pKrhl•7l{^l. Zulk kindcrl(K)*t echtiKiar vindt men ve(*lal aan de stnndeu 
en o|i af^reles^tn plaatj»en . waar zij , K*'lij^ <'*' Halineezcn zeg|^n » 
iidi vestiim om hunne srhande te verbtT^ren ; — 
.. tanipiTian \h'{v\ met t4M'lM*hooren. 

171. I' ' 1 1 11 k I' ban t i t V a n i; n ar k ^ : fout door mij geraden ^ 
ik U^-h uil] viTunM. 

172. '1' ja?! LTi: all dj arak h-tt. "MijliMi van djarak* !*tAat voor 
bni*. wAiir\an )ii) uit tH'Wfiiiirid op /in» iniiiarntmilrn t«Nin sprrrkt. 
7-ïe W.lb.. 

' SI 7. ;;/!:. iiK'iMnrii of l>''t('r ?* i iii pa n i; •inrmnen II. (^ininrah 
■ial<4- I.: '\i"j ff'r^t aaii". i;rw. uitdrukkinir «iNir k<iin e^'cn binnen, 
fU-X «at , #•11/. ; 

k'^'-ma'i ^ k :i liciiMnafi. 

I'i 'I '■ » riMM roi- = ":;ninl. Zir .I.iv WMb. tjrniera. 

175. .Mt-|.i!i lij 'Ir = u'fM-d en Lvkj.i<l. nuNii rn Irrhik. vonreo 

»n»piirii ; iiemel ru hel ^ Sfirk.i dufK.i van rt^O en 7tfl. 

* 



344 AANTKEKBNINGBN. 

181. Lemah weugi, lett. dag en uacht ^ ona^broken, atn- 
houdend; (zie V8. 357 en elders) hier bedoeld : 's middags en ^8 avonds, 
de tijd, waarop de Balineezen gemeenlijk eten. 



• 



HOOFDSTUK V. 

194. Fitoe boelan L. maar pitoeng sasih H. (vs. 71).Sfie 
de Spraakkunst. 

, 195. Sanggah djati. Zie over sanggah onder vs. 81. Zulk 

^''een huistempel wordt eerst na de geboorte van het oudste kind op 

het erf gebouwd; de Bekoeng's hadden er daarom geen. Hanggèn 

tityang sanggah djati wil dus eigenl. zeggen: Ik behandel hen 

als eigen kinderen. 

203. Koema = beleefd, vriendelijk; zie vs. S85,waar do e doe 
dan het Javaansche /'iets of iemand niet zijn^ is. 

£04. Sikep of sa si ke pan. In 't algemeen: all<^ wat als voorbe- 
/lioedmiddel tegen ziekte, gevaar, enz. gebezigd wordt; amulet; — 
p r i p i j a u , id. ^ doch ine^r bepaald tegen spoken en booze geesten ; — 
pragolan^ id. , doch in den oorlog om iemand /ronkwestbaar^^ te 
maken. Bij elk dezer middelen behoort een mantrS of bezwerings- 
formule, die er de eigenlijke kracht van uitmaakt. Zie vs. SOI 
en 602. 

217. Sekar nagara: de bloem des lands, eerste van 't land; — 
kroonprins of kroonprinses. Zie vs. 8 en 324. 

219. Goeroe hadji. Beide woorden beteekenen: «rvaderiv , alleen 
't laatste is iets deftiger dan 't eerste en wordt ook voor vorst 
gebruikt; (bapa L. goeroe H. hadji Y.). Goeroe hadji 
het be^t dus door ^koninklijke vader// te vertalen. 

225. Karawoehan of katekajan (vs. 250) ^ door iets over- 
vallen worden, iets krijgen; verbloemde spreekwijze voor: de stonden 
hebben. Zie onder vs. 252. 

226. Rijauu maloedih, verklaard door nènten betjik, 
doch speciaal van vrouwen, die katekajan zijn. Overigens is mft- 
loedih niet bekend. Vergelijk vs. 791 beneden. 

227. Jadan bawahan. Staat dit Jadan voor hadan K. (ziede 
andere lezing waaruit de n is weggelaten) = gereed maken , toebereiden 
(vergelijk Jav. Wdb. dandan)? — bawahan, verklaard door pa- 
tjan a n i; a n en p a b o e w a ha n (pa V wan). Zie beneden vs. 688. 

22S. 11 (^ kan hekan, verklaard door gahc ga hé. De beteekenis 
schijnt te zijn: al zijn aandacht aan iets wijden, peinzen op iets ; —> 



AANTKKREVlNfiKW .115 

nirrkAtiAfiK ^ iidajaiiaiii? ^ uitdriikni , bi*(i(MiLeii. *9 Priiiï«rn 
dorl is uin de krouiiprin^cü naar hiiiti'ii ie lokkm. 

t:i9. Ns^optahan^T rah, betrr: iii^ort aliaiig getih l«. , terwijl 
het roan^*«(icl rali van vs. 230. V. is. 

2«U. Tja!ii man tri. I)p Semar bedient zich van de74* , in zijnen 
mnud , oiibc-ltrfdf* uitdrukking, ul.i wist hij niet wat hij /joide. ilij 
tprrlt zijn rol ^^K'd. 

iJi.'i. HajtM* hnt^oeni;, d. i. ''het leven; de adem ; hartader^lair;'» 
•ttdrrs krkrtf't; (/.ie vi*. 22<») wat ook voor «|N»Iii4r ifphe/ipl wunlt. 

2-irt. K'letjuk k'Irtjok, d. i. het geluid, voort^*braeht door 
het nglotjok: het tijn Mauiiien van de üiripruini in een' koker 
(pan glot jokan), ;relijk oude li(*<len gewoon zijn te d(M*n. 

2.'{7. Srnibar ofsiinboeh (l<)- «^pribien , met tien mond uit- 
«puiten . meer )N*|)aald van lijngi*kauwde kruiden op den mond of 
fvnitf ander lichuam»4K*fiI van een* zieke. Gemeenlijk behfN)rt hierbij 
bet int5|ireken van cene m:intr«i (tooverformule) , die, gelijk boven 
grtegii i', in de huesiadu (ntreptenboek) achter elk recept «ordi 
o|itfrgr^'en. In den regel schrijft elke mant rl drie "sprit^eU* (ti ga ng 
keproesan van vs. lili] voor, gelijk drie in 't algemeen onder de 
Ha 11 nee/en een heilig getal is. 

:SS^ K a k a j o n a n s è n d oh , d. i. liet geboomte staat op vallen ; — 
•prv^kwij/i' voor -op st*Tven liirgen.- 

t^J. I* r :i n j a h i : jonge vn>uwen uit den hofstoet. Zie onder v«. 1 5. 

2tO. iloetamriig tjit^. I)f* beteekenin üchtjnt te zijn : wat in 
bet hurt Ixivcn ilrijft, n. I. de knHMiprioseji, om wie het Bagoea 
Hoembara te dm-n is. 

214. iicle^anboe^an tif boe^boesan bij korte turc^ hen {Kiozen , 
on de vijf itiinuien, enz. 

2ü2. Ng radja s*wala. Zie « Mi'gaiitakft • ond^r vh. 7 I. Andere 
Baaien zijn: tjoett- (vs. 2<i4), tjumptier. «e bel, bad es. Zie 
boven 

tUb rr,\atin. Zie • Mt-gantaka * ondrr vs. I*i7. Hier schijnt dit 
Wird a]lr«*n "«^in ^tterk vrrlangi*n'» uit te ilrukken = hati hati 
in vs. £.'iH. 

2yj, M a I oe n <l oe h oe n i II = voorkomen , iemand voorkomen. 

2Hi. Prab.-ili: titri van ecne afdefliTii; uit ilr S«iedraka.«ti*. Zie 
» Aauhaiig^el* Nlrgantaka Vi-ru^'lijk vt. ASHrii7lti. «Snedra.de 
laagyie ka*tr , «ii-r Inlm Hung ui sta of «ong dj ah j uir vs. iriH) 
CD want; tani (v«. -VM) gfnoemd wonlf-n. 

269. lil Malaj«M-, «-en nevT van 1'andji . broeder vau de prii: 
Ihhi 



344 AANTKBKBNINGBN. 

181. Lemah wengi, lett. dag eu nacht ^ oua^broken, atn- 
houdend; (zie vs. 357 cd elders) hier bedoeld: 's middags en ^b avonds, 
de tijd, waarop de Balineezen gemeenlijk eten. 



HOOFDSTUK V. 

194. Fitoe boelan L. maar pitoeng sasih H. (vs. 71).SKe 
de Spraakkunst. 

. 195. Sanggah djati. Zie over sanggah onder vs. 81. Zulk 

/ een huistempel wordt eerst na de geboorte van het oudste kind op 

/ het erf gebouwd; de Rekoeng's hadden er daarom geen. HanggèB 

tityang sanggah djati wil dus eigenl. zeggen: Ik behandel hen 

als eigen kinderen. 

203. Koema = beleefd, vriendelijk; zie vs. S85,waar do e doe 
dan het Javaansche /'iets of iemand niet zijn^ is. 

£04. Sikep of sa si ke pan. In 't algemeen: all<^ wat als voorbe- 
/noedmiddel tegen ziekte, gevaar, enz. gebezigd wordt; amulet; — 
pripijan, id., doch me^r bepaald tegen spoken en boose geesten ; -* 
pragolan, id. , doch in den oorlog om iemand /i^onkwestbaar'r te 
maken. Bij elk dezer middelen behoort een mantrS of .bezwerings- 
formule, die er de eigenlijke kracht van uitmaakt. Zie vs. SOI 
en 602. 

217. Sekar nagara: de bloem des lands, eerste van 'tkud; — 
kroonprins of kroonprinses. Zie vs. 8 en 324. 

219. Goeroe hadji. Beide woorden beteekenen: «^vader^y , alleen 
't laatste is iets deftiger dan 't eerste en wordt ook voor vorst 
gebruikt; (bapa L. goeroe H. hadji Y.). Goeroe hadji 
het best dus door a koninklijke vader «^ te vertalen. 

225. Karawoehan of katekajan (vs. 250) = door ietsover- 
vallen worden, iets krijgen; verbloemde spreekwijze voor: destonden 
hebben. Zie ouder vs. 252. 

226. Bijana maloedih, verklaard door nènten betjik, 
doch speciaal van vrouwen, die katekajan zijn. Overigens is mft- 
loedih niet bekend. Vergelijk vs. 791 beueden. 

227. Jadan bawahan. Staat ditJadan voor hadan K. (ziede 
andere lezing waaruit de n is weggelaten) = gereed maken , toebereiden 
(vergelijk Jav. Wdb. dandan)? — bawahan, verklaard door pi- 
t j u n n n t^ a n en p a b o e w a h a n (pabVan). Zie beneden vs. 688. 

22S. Il(;kan hëkan, verklaard door gahé gahé. De beteekenis 
schijnt te zijn: al zijn aandacht aan iets wijden, peinzen op iets ; — 



f 



AANTKERBXIN'ORV. titfj 

f' BgékanAtig = ntlajaiiani^ ^ uitdrnkmi , be<iciikeii. *9 Priiiüon 
y doel is om de krooniiriniCfl naar buitrn te lokken. 

229. Ngoftahanp: rah, beter: ngoetahang getih I«. , t«rwtjl 
het mang^oel rali van vs. 230. V. is. 
i 2*')i. Tjahi man tri. De Semar bedient zich van deze , in zijnen 
F mood. onbeleefde uitdrukking, alii wist hij niet wat hij zeide. Ilij 
ï tpeelt zijn rnl p)ed. 

233. Hajf>e hagoenp, d. i. ^het leven; de adem ; hart adeiMl air; « 

anders kek et ei; (zie vn. 22^) wnt ook voor «]M)Isv ifebexi^d wortlt. 

2'1rt. KMetjak k'Ietjok, d. i. het geluid, voort4n*brarht door 

if bet nglotjok: het tijn stampen van de niripniim in een' koker 

[ (panglot jokan), gelijk oude lieden gewoon zijn te doen. 

2:i7. Sembar ofsimboeh (L)' spritaen, met den mond uit- 
spuiten , meer bepaald van (ijngekauwde kruiden op den mond of 
ccnig ander lichaamsdeel van een' zieke. Gemeenlijk behoort hierbij 
hei uitspreken van eene mantra (tooverformule) , die, gelijk boven 
gncgd is, in de hoesadu (n*ceptenboek) achter elk recept «ordi 
opgegeven. In den regel schrijft elke mantni drie «üpritseU» (tiga ng 
keproesan van vs. iM\) voor, gelijk drie in H algemeen onder de 
Halinerzen een heilig getal is. 

2SH K a k a j o n a n s è n d èh , d. i. liet geboomte 2«taat op vallen ; — 
^•pirek wijze voor* *op sterven liggen.* 

2d*J. I'ranjahi: jonge vniuwen uit den hofivtoet. Zie onder vs. 1 5. 
tiO. II oe tam (Mig tjitèu I)e b(*teekenis stchijnt te xijn : wat in 
het hart boven drijft, n. I. de kroonprio!>es, om wie het Ha go es 
Hoembara te dmm is. 

244. Hoesa n boestan nf boerboesan : bij korte tuiM hen (Mxizen, 

de vijf minuten, enz. 
252. Ngradja s*wald. Zie • Mt'gantakri • onder v^. 7 i. Andere 
zijn: tjoet«* (vs. 2'j4), tjampoer, «tebel, bades. Zie 
hoven. 

255. 1'ryatin. Zie i» Mégantak;! «^ onder vs. l:W. 1 lier schijnt dit 
«oord alleen "een Merk verlangen • uit te drukken s= hati hati 
m rs. 25H. 

259. llaloe niloehoenin = vtMtrkomen, iemand voorkomen. 
201. Prabali: titel van eene afdeeling uit de Stiedrakasite. Zie 
«AinhangseN Xlrgantak*! Yergi-Iijk %*, A>Hcn7n». - Soedra.de 
iMgsIc ka^e , «ier leden wcing nista of wong djaba ^zie vs. I5H) 
CD wang tani (vü. 42S6) geniM'md wonirn. 

tttS. Ui Malüjoe, een neef van Pandji. broeder van de priuara 
wn IhhL 



3 16 AANT8EKENINGEN. 

I 

264. Manglanglang karma. Het is den kroonprins om mooie 
meisjes te doen. Hetzelfde is manglanglang kalangon en 
kalangwan van vs. 321. Vergelijk Jav. Wdb. nglengleng ond« 
lengleng en vs. 817 en 830. Zie ook vs. 270. 
- 270. Pratidnja: verstandig, bedreven, bij de hand zijn. 

27L. Gowak mesatsat; spreekwijze, overeenkomende met onft: 
//zoo glad als een aal.// Zie Wdb. en «^Balineesche spreekwoorden* in' 
Deel XXI van het Tijdschrift van het Bat. Gen. van K. en Weten- 
schappeu. De beteekeuis is deze : eene kraai heeft geen kam op 't hooEl 
en als men dien vogel nog ten overvloede onder het mes neemt, din 
zal hij meer dan kaal zijn. Vergelijk deling in den voorgatndeQ 
regel. 

272. Dadari Soetji of Ddwi Soetji, eene der zeven dadari 
of hemelnimfen, door wie Ardjoena op den berg verzocht werd. De 
namen der andere zijn : Soepraba, Tilotam^ ook Wilotami(uf 
hi Lotama, gelijk de Balineezen schrijven), Kèndran (?), Toeii- 
djoeng biroe, Gagar majang en Toendjoeng toetoer, 
gelijk althans deze namen door de Balineezen géschreven worden. 

279. D jas toe. Zie ^Mégantaka^ onder vs. 62. Vergelijk Ts. 
653 beneden en Wretta Santjaja blz. 59. 

280. Wong lewih d. i. // adel ij ken «r tegenover tfwong Soedi&.' 
De gewone onderscheiding is: wong hoetama, wong madjit 
wong nista. 

284. Kasoer sari^ d. i. fijne bnltzakP anders «^bed met ge- 
bloemde sprei//; — h o elap oei a p (mahoelapoelap) : gekleurde stokken 
goed , die hier en daar aan de bovenzijde van het bed afhangen; -^ 
gagoeling, rolkussen; gal eng, gewone hoofdkussens, die op elk 
balineesch bed bij vijf en zes aan 't hoofdeinde liggen opgestapeld 
(toempoek). 

285. Djero d. i. //binnen, binnen in'/. Zie boven. 
290 — 92. Nanging di, enz. Het hier volgende, dat een i^aadeel 

moet verbeelden, is zoo duister, dat het gevaarlijk is zich, zonder 
de juiste spelling en de verschillende beteekenissen der kaw:-woorden 
te kennen, aan eene verklaring te wagen. Zeer wel mogelijk^ dit 
enkele woorden, gelijk in raadsels en verbloemde spreekwijzen meer 
geschiedt, met opzet eenigsins veranderd zijn. Zoo bv. lamarr^wi 
voor lamarrana oflamaranga; sin voor sing, hasing; tree- 
na paksa voor kresna paksa (de zwarte helft van de maan, ge- 
lijk soekla paksa de //witte// is), enz. Widjèndra wordt op- 
gevat als dwidjèndra = ratoe. Manji is niet bekend, we^ 
nabi, dat ook de Baliuceeen zoowel door poengsed ale door 



livlt •= •ijtv^trhjkr leernurMiT » verklaren; - IrviMiasii lirt 
|Wf»iir (i^'lvrnif) wtMirtl vocir «^ ilrrtuMi " ; — hi!*tri |ia|)a kan df 
pflb^es' uit bf')f*«*f<lhf'i(l vnii xirli /.clvc /4*^*ii. 

(if*li)k uit (l.-it hnraiit;ka niaiiiij i u i^i ui( «loebtini l' rri hrf 
omgvkrrnir Itlijkt, lii^ *t in «ii* Ixiliiolini^ van de prinnf*;* om Wii'jtu'tk 
Ilnrin}i:ir.i !«- (lo«>n i^>viM*lfMi , d:i( lirt hnar, reiir juu(?f* m:i:iL'il. ctirrn- 
Iijk niH |a>t om Itrm tv M*inlKirrri , «irwijl 't drii >rhi)ii '(«'rft al^'of /ij 
brtn kitfiit aanhalen (n|pK*nLrL'nliiii). Alleen >leehte vmuwiMi (woni; 
f a n t ) of Ma n t r i ?) Iirhlyn die cemiioiitf'. Dat *« n e k ) a p n k > a . en/., 
ia uit dr patetn oe wa n ol' lirver uit de warii;a p-ncmien, waarin 
ook vi>nlt npt^*irrvf>n welke datmn:< f^*h«N)rtefl:ii; van man en vmuw) bij 
rikiiitler bft'.iMtmi tmi t-en irf*lukkiL' Miiweli|k te tr**ven. Tan miloe 
rini; kre*«ni paksa vil dan /ei?;n*tit <l>t f^*en viin heide datum« 
in de /irarti' lififl mau vallen. I)c nailruk Üi^ echter i>|) kre*(ni 
(nrart : , wrik wiM)rd hci»rh(iuwd m(M*t wtmien iu verband met het 
petriivr int V?*. 'M^i\ i-n eldiT- ; — 

• iti i't!) t a;;«in a II 1*1 en/. Dit jirhiiiit te ijiM'leii <>p '^en biddend 
Uai/rn.i.ir , wimü iNii; o|) i'i'n punt die punt van drn neu?< r? ni^rana- 
iiki LT^nr'it iit, niiiar Hcn* dut hierbij te pas komt. is niet tvchi 
doid'-lik. 

2^-1. Meten^ manahé, van peti-ni;- ilunker, ilui*>ti*r ; naeht. 

2 SU Hen lajah nieujama ;«teik verlangen fjajah : honiter 
lieb(t«-''i om br\rii-nil met u te zijn of u mijn brneiler te noemen. 
Bè'. -rhiint 't /.iirie \v /i]n aN Rin = boewin. 
■21^;. Satm.i Z:e -lulriilini;'' Mivnntaka; - 

k'>^ii\]in«; btiitani; njit kawnfka d. i. *li«ie «ichijnt de 
wuun iK't in 't Wr^tPii!- D>Hir li i ii t a ti ï^ •Mit* i< hier denkelijk torh 
dr ^maan» bnlix-id , di»* bij 't wa«*«*en al> eenr dnnnr «tnrp in *t Wetten 
■an ó^'u henjt'l >r:::;iit. IK* priri.^** li«'ili<*nt rirh van d«t hcriil om 
IWffv«^ lliK-inbari. «iefi^ ^'Ifmlhcid aiidm bij dr »\n)lr m.ian» kon 
v»ni^ri Vf'rLf'Itkrn , /.ijne nnlf-rlaai; te diNMi i;i-viN-itMi , «at haar dan 
•ok . bi Ai-ti- fïff voltTfniif VIT*, ifthikt. 

tU7 ti'M'Li tr'ian'j, il, i. 'ifiMmoUen -tuikrr- , die nl^i^U'tuort 
wma •\ni*\h^\]vu op de markt Vf*rk<M-ht wordt. Jav. i;elali. 

t*J^ Wat liüT in dit vrr« voli^, bf-hiMirt Im) dr laai ^tr re^b van 
kt • «on:."* »u >r!i!iiit nirt ^i"*prokrn maar d«ior drn knwniprin.* gr- 

•.t te /.-.u. Op dt-n klank ilrr w««ir«i«'n af.nand*' , /mi de rR-Ufken • 
ïiMi: -t )\rrw(»:inen d«M)r »*i'ne vmun , uil ütrim]! ir bon'U, ti-rwijl 
4p Tiavc.'treii^') , djr iNik al nit «tnmp iH-^tmid , diMir t-i-n » e in ai 
(Jnv. kriinir uf bitin^) van de zoetste iionig (uiailoi- meiaii) 
afgetiondeu. !k 7ai haar nH*t ^rlijke munt zien te betalen cd 



34)8 AANTEBKENINGSN. 

haar met draipeude honig de oogen verblinden.^ Panabi (nabi ^= 
navel, zie boven onder 290—92) komt ook wel voor, b. v. in de 
Kanda'mpat, als //buik/^ (baarmoeder?) en zoo zon semat hw 
voor //navelstreng/!' kunnen genomen zijn. 

299. Zie over deze plaatsnamen de //Inleiding//. Bagoea Hoembtil 
tracht de prinses te vleien door de mededeeling, dat hij in al de op- 
genoemde plaatsen met prinsessen in aanraking geweest is, die het 
gewaagd hadden hem in een of ander opzicht tegen te staan. Alkn 
hadden echter de vlag voor hem moeten strijken (manoengkoel). Niet 
éene was aan haar gelijk, tenzij dan die beroemde prinses uit b* 
dirie, die echter verdwenen was en dus opgehoaden had hare mêd^ 
dingster te zijn. Vergelijk het antwoord van de prinses in vb. 808. 

381. Maboendel jen kapragolan. Zie over pragolanonder 
VS. 204. De beteekenis is, dat zij als 't waie met pragolan's géhed 
omhangen is, die haar onkwetsbaar maken, [d. i. bier: ougevodigi 
voor de vleitaal van minnaars; — 

ratna dj'wita: in 't algemeen eene //prinsesA^, doch hier en 
elders meer bepaald de galoeh Daha. Zie vs. 570 en eldeia. Yei^ 
gelijk Bangké Sari //Mégantaka«r vs. 164. 

302. Wilalan roekmi, verklaard door tjapoeng (Ja¥. kin- 
djang) mas. 

303. Lebaking ngoekir, de vlakke d. i. bewoonde stiekea 
van het gebergte? In elk geval beteekent de uitdrukking: het g»- 
heele land , de gehcele wereld. 

804. Béro: slecht, van den regel afwijkend; — valsch bij mu- 
ziek; — bloedschande ; — 

dajané hadjagat kadoet, d. i. lett. : ^het verstand van de 
geheele wereld in den bnikgordel dragen; daja = Mal. akal. 

306. Lamoen pada lemah, enz. Mogelijk wordt hier bedoeld, 
dat de kroonprins eerst eene duidelijke verklaring (lemah := helder, 
klaar, enz.) van het raadsel geven moet, doch het waaitehijnltjkat 
is, dat de prinses zeggen wil: /s^Als ge op den gewonen w^ om 
mijne hand vraagt en mijne ouders geven hunne toestemming» dan 
ga ik met je mede, maar anders niet.^r Dat zij later zich toch kat 
schakpn, is het gevolg van het verdriet, dat 's prinsen vertrek haar 
berokkend had. Zie over lemah o. a. vs. 335. , 

308. Nasak paspasan. Spreekwijze: /i^rijp aan éene zijde; half 
gaar, half rauw./)^ Hinken op twee gedachten; — willen en niet 
willen. 

309. Ngiring ring mihin en moengkoerin di maloe. Dit 
kan beteekenen : //voorop volgen/)^ , d. i. de eerste in 't gevolg zijn , of — 



AANriCKKSINllEM. S4U 

uniighrid vsii Semar — vooruit vnlgrri , voonip achtrr- 



titijaiig wantah bijana karwan: ik ben er toch ook niet 
Kker van. IIij betaalt de priuMvi, dii; uasak pafl|)ai»an ira<, met 
gelijke niuut. 
.'316. Tan sapira = ontelluiar, onuit^sprekrlijk. Zie Vji. 531. 

SltU Mandilokit, Jamaniloka. Zie de «^Aanteekeuing» llt^ 
gv;tak» onder vi». S.l. 

/SlO. Maloekat: reinigen — eigenlijk: ^ zich wasüchen met heilig 
vater» , eene godwlienstige plechtigheid onder de lialinecxen ; ** 
■ gloekat; pangloekatan := Jav. ngroewat; — - 

bat mi; branden, verbranden. Waarom de prinnes hare kleederen 
verbrandt, is niet duidelijk. Misischien acht zij zich <*n al wat zij 
keeft aangehad onrein, dewijl zij gedaan heeft wat andrm een meisje , 
hat *taan eene pnn»c3i, niet paat. Of handelt zij du^ uit hartzeer? 
Vergelijk v», 53«*( en volgd.. 



HOOFDSTl K VI. 

iM Ngaba ragii = makta drvèk, lett.: zich zelfbrenginip 
d. i. op zich zelf ytaaii ; zich zelf redden ; zijn woord weten te doen , 
MZ. Zie vp. 5^9. 

32"^. Sorvab.^, frv*woonlijk soewabawa, verklaard door goba; 
vergrl. Jav. Wdb. stcbawa; — 

p a k (M* n d a n , vrrkiiianl door t r 1 a g a. 

^t*J. Doelorrin Widi = met (iod; onder beücherming van de 
gmlru. Vu. 7!ti. 

S-*)! Niroftah getih: vervloeking = verrek! wees verdoemd I 
Zk ondrr 22i>. Vrr^flijk 75H. 

3-17. ilangadjorm frelocng: het haar kapiicn ; de haarwmng 
in 'irti'' brpn*j»*n = n i; a d j o o in w v n i van vs. IU\ 1 ; - - g a g r 1 oe n- 
gun (7ie v.<. ri^7 , tï^U; kap<el ; -- dr houfdvcrsie ringen van dansers 

34:! Kapranggurhan, verklaard door h r m r n g. Vrn;rl. Jav. 
1 r a n g g (I e en p r a ii g g u f 1 i' 

5('> Ha tor. \\ aartchijnlijk friir .«tMMieii deur b(*iiorld , die toe- 
|pi«i{ tot L-rne grut (het gvwonr vtrrbiijf van raL!a.M*ij of wel t<it ccn 
gDdriiUUlBjC \rrlrt*n<lr. 

m. Njahi tjili' komt allmi in gcdirhlcn vcxir en dan uit- 
4«ilnid van prinvrji.vn. Tj ili (Jav. Ijilik ^ tjrnik) ia nirl gebruikelijk; 



350 AANTKBKEVINGEV. 

komt alleen voor in tjitjilijan: kleJne van lontar geknipte poppea ^ 
Zie VS. 892 eu elders. 

348. Piingcinpon , van hemioe? Op Bali alleen gebruikelijk ia^ 
pau ge UI poe = voedsjer. 

349. M e n j a m a m e u j a m a n : liefkozen , vrijen P van n j a m i: 
bloedverwant; broeder, zoster. Zie vs. 825. 

350. Simsiro saloedira. Zie Wdb.. lu vs. 783 komt ststrl 
roedira voor, wat eeue verbastering schijnt te zijn van seiri 
K. = ring. 

356. Badjo, waaronder op Bali in het algemeen het land der 
Boegineezeu verstaau wordt. Zie Bijdragen tot de kennis der Alfoendie 
Taal, blz. 111. 

359. Batari. liet is niet duidelijk, wie hiermede bedoeld ii; 
denkelijk eene dadari. 

360. M a n gk i u , etc. d. i. // wacht '/; — d o e m o en ^ wacht eiCB. 

361. Warak = rhinoceros; singa ■ leeuw; ba rong ^ ea 
soort van monsterdier, half tijger half leeuw ^ dat in de baris baioag 
op Bali vertoond wordt (een groot monsterdier met lange geitenhant 
bedekt^ in welks hol binnenste bij vertooningen een man kruipt <M 
het de noodige bewegingen te laten maken; vergelijk Jav. Wdk 
barong); hidjoeng, beer, mannetjes varken; koemangmangi 
wandelend hoofd; tangan-tangan, zwevende armen ; dj S poepoe 
of beter padjapoepoe^ wandelende beeuen, die aan de dijen sfji 
afgesneden; ketoegtoeg, id. ; ten das b o n t i t , varkenskop met eea 
raksasa-snuit ; darèsdès: wandelende buiken; koemandang ^ 
koemangmang, allen spoken, die zich op de kerkhoven ophondeo 
en niets anders zijn, dan de zielen dergenen, die m een of ander 
opzicht tegen de agama (adat) gezondigd hebben en door Jam& vep- 
oordeeld zijn om op die wijze hunnen straftijd door te brengen. Ia 
een bekend gedicht, de Pan Barajoet, worden al deze spoken 
opgenoemd. Vergelijk ook Pan fiarajoet, bovcnaangehnald , flL 
VS. 467 bcnetleu. Zie over andere hellesiraflen het gedicht Djaji- 
prana, slot. 

366. Gering hapit: lett. /t^tu^^schen ziekte in d. i. van alle zijden 
door ziekte of gevaar ingesloten zijn ; geen uitweg weten ; — 

toemanggalang: te hulp komen ^ bijspringen; verklaard door 
nj ar eng in. 

367. Manang voor manahang: denken, mcenen, enz. 

377. M a n g e n j e p (a n g) : in zich gekeerd zijn ; overpeinten ; 
bidden ; — 

mam at il is: in vroome aandacht verzonken zijn; \o» zijn van dl 



AASTKKKRNINC» N. S'»l 

Miirrrehi. Vrr^*!. <M>k Jav. Wdb. titi!«. Zie »V<Kirloo|ii^ vernlB^» 

54. 
^sit. Naruda, tliMir ilc lUiiiicr/i'ii j .i ii i: Dra du of <xtk Mr'ii- 
iil.i i:»*ri«»«iini («If iM'srlirriiiIutT cl'T krijj^.HlitMlrn) vu Itre^^fir (ilr 

clrr ilu'vrii) lifiiirlbcwonürs, du* aU iMxleii drr pidfii dieniit do«!ii. 
181. (iitfalau W ik ra lil ü, Kula hucpiitu, I)j(i}f orinaii ik: 
TliO(»fduii van Jauhi, trvrn.H dr*urir:irht(*ri in dr lirl. Kcr-tifr^mieuide 
ni «M'liijnt • bii)kt*n!( tus^cliciti^vtM^f^d hin ^== «ci* , tw<^ |M*rMmru 

tl- duidiü ; aa:ii;f7.UMi rciiirr in ^Hü en «SS.S Mcn'UIü vjii drie 
rn yprakf is, nehhi'n wi* dc/r beide* namen (H)k maar aanct'ii i(e- 
retcTi. Zir i»\«-r dr l)('t<*<'kcni4 van dr»* namen Jav. Wdb. \ltt 
r.i kan <K)k iN-dorld /.iju Jaina'd patili DorAkal.i, die met 
ikr-ibal i en Ma ha ba la mede tot de hellfVor:*ten btiuMirt. In 
gniu'ht Kiin.i iwar^fj/a vindt men al de/.e namen vermeld. 
S^7. Njaiii Ha^ueü — tjahi (ialoeh. I)r schrik i» den nar 

in de bet'iie.n |^*jfla^*n , dat bij den kr^xm prins al» ecne vrouw 
d«* |jriii:'e.4 lils eiMi man aanspreekt. 

!l^^. Ki-rii- Upa» k«*to tidun^, Ictt- . «dit ij min e» dat if 
niet ," i^Houc iiitdrnkk:iiLr om 't hojielooze van eene of andere 
ini! aan \r dind«'ii Zie v«« i\'tt ; — 

1 a p 4 n u' (I i: 'i , verklaard diM»r n a pa in ak a da ruitnM'p van »cMrik , 

' , = vrnli^iiid! *'\\n- herft me «ial tn-Iapl?- 

yji. h H :t :t u' ^ 1 j o r . dus (im iiet rijm , d.inr andi*r.<« (j* w a n ^ 

I vtili (-n np-T >ijor flit'iit om dr veeUoudm van "duMvuil" 

te ftriikkeii) liad iiiiM'trn t^**M'nri*veii /»jii. Ilrt cfrfie van vs. iVJ 

^Ui :<> .l:i\aa:i^i'!t. 'Ar pitoeiii; tali in v<«. 4.')(>. 

|4tti. Kabre>iiian d. i. d«' i^-woiie '•li|kwa.*'!M*iiin:;'' onderifaan. 

r»turd Ma d' n d<NHi, of, h\\ .«oiiimi)^' lt)kf*n, e«'n p.tar tla&;«*ii vtMtr de 

braiii]!!.;; .<tü mt pr ni ort*>i iia n (panL^a^kar.l V.) pla.it^, wrike 

riitiLf'i**:d t»:. i\*n 1 \ïvv({ om dr afL;e<iti>r-ti-nt n bii dr ifr^lvul'^rnile 

r.M.'i' '.«••rdihi: lilt t rrii \i»!inaakt lirtiaaiii i»p annle tr do«'n teiuse- 

Trn 1' ii.fii fititli UiiX d« ](r:r>ltT , iiinlrr itet pre\clrn vali .itiiLkrri 

tir \ '!,!•> ^ nu j-iudrii Hirt rrn n»b.]ll Ihf^'f it-irdrii riTi:; : üiinwnon) 

den n.ir.d \.iii ijit !:;k. erii Mnk)r siaal («iidi.n tu!«*e'irn lir v<Kir- 

eriit- li.i ..iiIj.o -lil tii3M);i-n de «lO^tandm. Kvrn/4Hi kiMut rt-it ^iiik 

rifVAj.A* iiiiki; lp dr ihijrii , irii bmk Was (iii.ilrm; in dr (N^rrn m 

I W.'.i: I ^... I up .11- UflikhraijMrli Ir Ü^'i^rn. iVi» ii«' r\ i''e Ir «nnlrli 

ti^ . .i:iiir:j «Il hrf lii-n noif l!ifl ri-ii 'i^'i'l) inr|iv:*<'l ^.Ol ♦ .rnlujrr* 

bi«j»-ii.^iT i.'j?*yvrn r?! iiift li»' -Aij :iitli»»'in afiTt^tlriXiLfd. tiaal nim 

dit n. i-iii II r r < . r, 1 II volL'rnï> dr \(»ons-ririftrii tr «rrk , uan kan 

B %«r/«k'rd é':,u. dat dr d«hNir aiï een twc^rtie «an^ Ji\ aii^ Se- 



852 AANTEEKENINGBN. 

ma ra of — zoo 't eene vrouw geldt — in de schoonheid der he- 
melnimfen Soepraba en WiIotain& op aarde zal temgkeerea. Ni 
aHoop van de wassching wordt het lijk in kleeden gewikkeld (kereb), 
waarvoor hier satoes kajoeh = 600 koehoeb gebezigd worden. 
In het spotdicht Pan BongkTing vindt men eenige bizonderhedoi 
over het pambresihan vermeld. Zie ook «rVoorloopig Yerslagv, 
benevens //Berichten// van de Utrechtsche Zend. Vereeuiging Jairgang 
1866 No. 3 en 1871 No. 10. 

408. Tani nawang kangiu kawoeh. Zie No. 46 Tan mijne 
boven aangehaalde ^Balische Spreekwoorden en Spreekw. Uitdrakkiii- 
gen//. Dat de koning hier op zoo minachtenden toon van lijiie 
dochter spreekt, is geheel in den geest van de Balineezen. 

410. Méroe metoempang sauga: een godenhuis mefnegm 
daken y waarmede hier de hemel bedoeld is; méroe: een der bemdi 
van Siwa. Zie vs. 523. Vergelijk //Voorloopig verslag.*' De hoogrts 
me roe van Bali bevindt zich op het Batoergebergte. Zie ook Aan- 
reekeningen Lingga Peta. 



HOOFDSTUK VII. 



433. Déwasa. Zie onder vs. 95. 

434. Kalih tjahi. De priester (pacjanda) mag dit tjahi wd 
bezigen tegenover de prinsen en le^erhoofden , maar niet tegenover 
den vorst; van daar die dubbele aanspraak. 

436. Panjijoewan van sijoe = 1000 kèpèng (f 8.12») het 
stuk; — 

n gebat: h,et fijn hakken van vleesch, waarvan worst, gehak, 
enz. gemaakt wordt, welk werk bij gewone feesten de genoodtgde 
gasten (hoendang hoendang, vs. 445) op zich nemen. Op een feest 
verschijnen zouder een hakmes (pangébatau) bij zich te hebben, wordt 
dan ook als onbeleefd l>eschouwd. Zie vs. 445; — 

pitocng taliy nl. 7000 tjèhèng of gewone rustmateu. 

437. Sedahan, hier de sedahan hagocng bedoeld, d. i. 
rijksontvanger of liever, de Minister van Pinantiën, onder wien de 
gewone sedahau^s met de ontvangst en het beheer der voietelijke 
inkomsten in geld of natura belast zijn. Zie van Bloemen Waan- 
de rs // Aanteekeniugen omtrent de Zeden en Gebruiken der Bali- 
neezen^ en de //Kertii Sinav in 't Tijdschrift voor Indische T- L. 
en V. kunde. 

438. Tan kotjapan = «^ niet vermeld //, doch hier waarsch ij ulyk 
in de betcckeuis van : te veel om te vermelden ; 



'4 



lèN'TBIlKKHINCiRN. 1').') 

gainbnch: tooiieelii|)f Ier ; t]riinati»rhf voorütelliiidr vnn !<tukkrn 
ntt kidociigs, vooriiamriijk uit de Malat, Mrgantaka, Ba go na 
H u <" III b a r i , rtr. ; — 

wajang wong: voorstelling uit df Kniiiajaiia d«ior geiiiaakenle 
penourn , ondenchcidcn van dr grwone w a j a n g of w a j a n g k M i r. 
'iit beneden onder V5. 4i3; — 

ba ris: algemeene benaming voor de onder de Balineeaen ge- 
braikelijke krijgaspelen, waarvan rervchiUende aoorten beataan, die 
ieder ban eigen wapen en een be|>aald getal deelnemers (danaeri) 
bebben. De moeat bekende barts zijn: baria gecjé, gewapend mei 
lange luiien, 12 peraonen of O tegen 6; baria demang» ge- 
wapend met cwaarden, 8 pervonen; ba ris ke koe poe, gewapend 
net waaiers, 4 of 6 {lersonen; zie va. 438; baria darmtï, gewapend 
■iet waaiers en achildeu , S personen ; baria ()a(}ap, gewa|iend met 
dadap, 10 |)ersonen; ba ris tamijang, gewapend met schilden , 10 
pmouen; baria be()il, gewa|M'nd met geweren, M personen ; xie va* 
1117 en 448; baria paré^ïi, gc*ira|N-ud met panrsi, 8 perMinrn; 
baria homang, gewa|)end mei waaier eu «cliild, 8 pervonen ; baria 
«toenggoel, gewai)end met «tokken waaraan een ba dj ra, lO )ier- 
perauneu ; lie vs. Uil; baria loetoeng, gewajieud met boomatron* 
ken , 1 personen ; b a r i s p t; n <) «? t , gewapend mrt bakken , waarin 
blHemen en siri bladen, 10 iiermuen ; baris gajoeng, gi*wa|iend 
aart eene toewak tieac'h en 8chepi)er, 8 perMmen; baris djang* 
kang, g«*aa|ieiid met pijl en boog, M personen; zir vii. 413; 
bari^ djodjor, gewapend met houten geweren, 8 jiersonen; zie 
Ts tM7: bariii tjiiia. gf*wa|iend mrt gt'weren , 10 (K-rsimcn. 

Kik deztT baris iiecft ook nog lian* eigeiu* khrding. M<-( u\ifJO\\' 
dehng van de baris ge dé en prniirt dragt*n al dr ff|ielrr!« nauwe 
bot!»jes, «at wel do re<len mag liyi , waanim badjfx' aU hulpteU 
wcMird voor baris i;elM*/.igd wnnit ; /cm) /rirt men : buri* tfif>ei!g 
badjiie, d. i. drit- KMiiten Vin baii<; 

nangringring of manglingli ng botMiga. d. i. hier: liet 
«tartn op bliMsnrn, dit* in pi>atig9tamineii gi'Mokrn zijn, waanmi de 
hmrip hein daii»<*n. 

4S9. Djogrd: algemeene benaming voor dan9tnf*iil**n = Mal.. 
Jav. rong;r«*nir. Op llali heeft men: djog«-d tohgkt»lian. dir 
pobliek zijn ; d j o g t* d 1 e g o n g en d j o ^ r d gr a o i* d v n , dir «rl 

/(d 't publiek danM'n , maar het bizomlrr ^igfiiddin van d^n vori»t 
aijD (p^pingïtan) en iloor niemand iiiinmi u**n:idf*rd «urd'-M ; djoirrd 
• and ir, aN de Ir gong, doch allren in tlr hünirniandm van lia!i 
brkrmi; 

W V.iUr XI II 



354 AANTBKKKNINGEN. 

r e d j a n g , kleine meisjes , die alleen bij gelegenheid van godi- 
dieiietige feesten in den tempel optreden^ en, eindelijk, 

gaudroeng, als meisjes verkleede jongens : de schandjoDgens ni 
't Oosten. 

442. Warggi: de leden van 't vorstelijk geslacht; prinsen van 
den bloede. 

443. Toeras: nar, clown, die bij de gamboeh optieden om w/i 
hun bebanjolan (grappen) het publiek te vermaken; se mar, id, 
In de wajang treden als zoodanig op: délem, tValèn, hordah ca 
s è n g o e t. Eene vrouwelijke clown is t j o n d o n g ; zie boven en vb. 698. 

443. Gending loewang: benaming van een orkest. Andeie 
gamelan of gambelau (van daar megambel: de gamelan qpe- 
len) zijn : 

gong gedé,bij verbrandingsfeesten , enz. gebruikt ; k o e m a n g- 
kirang, bij 't tandenvijlen, enz.; djedjogèdan, bij ^t daniea; 
gegoeden, id; semar pagoelingan, id. bij het danaen nu 
lègong; gendèr, bij de wajang; zie vs. 444 en 620; tjingk'liki 
bij 't dansen van gewone ronggèng; balagandjoer, zie vi. 
611; gambaug; paplèutoengan; hangkMoeng. ^ . 

Muziekinstrumenten: Gong, trompong, ben4é, kempoelf 
kenoek, ponggang, réjong, gangsa, gangs& gantoengi 
tjèugtjèug, kendang, bonang, saron, geneer tjalongi 
soeling, rebab, gènggoug, babedoeg, goepek; 

kèkèloran? Niet bekend; 

wajang prawa of parwa: wajang voorstelling uit dcBratl- 
joeda eu andere Kawi-werken. 

444. Hida h is tri: de echtgenoote van den priester ; de vrouw van 
een gewonen brahmaan heet hida hajoe; — 

noekangin d. i. voor toekaug spelen. Behalve in deze betee- 
kenis is dit toekaug weinig gebruikelijk. 

445. F r a t i j a k s a , verklaard door //hoening^ , beleend , bedreven j 
zijn; weten. Zie vs. 590, 627, 690 en 920. In de hooge taai Kgi 
men ook: sampoen kapratijaksa hantoek tityang, d. L ik 
begrijp het al, ik weet er alles van, 

440. Padjan ghanom en P a m o t a n ; plaatsen op Bali onbekend. 

450. Pabo e wan van boewah ^ paboewahan ^ P'H*' 
nangnn. 

460. Ka poen til. Waarschijnlijk de naam van den patih; eldeis 
kakiï l'ooiitii. 

Ut2. 8i niprang-simproeng — gewoonlijk: socmprang 
s u ni )) r i n g = t«louiig geklct;d zijn. 



AAN'TRF.KRNINGSN. 85S 

MIH. Na^:\ pa.iah, gewone spelling van naga pasja. Zie 

\ \\i\h. onder naga. 

i^S. K a p a t i p a t i : flauw vallen , het bewofrlKijn verliezen. 

184. Tan d'roch. Zie ^ Mrgantukü « ouder vs. 78. Vergelijk 

ifrfen vs. 48S, 4l)S, «56. 

iSb. Hal pa. Op Bali niet bekend; wel hal pal ka, verklaard 

ir ninten hetjik hoetjapa. 

ÏSH. Hampoeranen. (}(*heel Javaansch, gelijk ook tolt hen in 

rolgende vers. In hvt IIoog-Kalinecsch komen dese vormen echter 

1 voor. 

iM9. Hoeloeh danta: het gladde van ivoor? De bedoeling ia 

r Of>k : de lichtgeele kleur (koening loemloem) het nee plus ultra 

I schoonheid. 

i9£. Ü*wang wengi, gewoonlijk d'wang lemeng := twee 

rhten =r twee dagen. 

194. Maskaloeng? Komt veel voor = mijn hartje. 

495. Ping sapta t it^ang mandj anma: zeven maal ik men5ch 

füen. Ieder, die de hoogste zaligheid beërven wil, moet leven 

tfü grboren worden, of liever gezegd mag, daar voor de Ralineeien 

t leven op aanle de hoogste zaligheid reeds is. Zie va, 577. 

50**). Kajoe poeri en *- mas : ben. van eene houtsoort; han- 

»ng of hrndong, ju^ticia picta; h ampel gading, ben. van 

se HainlKieüoort. 

505 .Mangraris := ga door, ga voort; treed binnen. Zie 

ris. 

50H. Mapordj I aanbidden in den tcm|iel , het m a w f* d a van de 

tfPten, wanrbij het prevelen van eeiiige onverstaanbare kawibrok- 

ikken en het kunstig bewegen van handen en vingers (mepeta* 

|anan van V!«. 510) de hoofdzaak is. 

S17 liOfwah r=: tor k ad; alltm hier en daar in *t biHuenland 

bniiLelijk. Vergelijk Jav. WMb. Op de grenzen van lloflrlóng en 

irftnsrasem ligt een ravijn, dat toekad*loe wah heet 

521. I'rahawA. Zie « Mégantaki « onder vu. .13. 

521. H.inhiiian verlirgen ? Vergelijk Jav, Wdb. 

5t5. II 1 ii joiigrre zu!«ter, wel te verstaan niet Ma dé Taro 

mi d«- ni«*uw aangekomen prin.M» 



856 AANTREKRNINOEV. 

HOOFDSTUK VIII. 

531. Mekoetoe, een dienst, dien ook de Balineeaen gewoon 
ziju elkander te bewijzen, echter zonder dat zij^ evenals de Javtnen, 
de koe toe als eene lekkernij beschouwen. 

534. Ronron: volgens sommigen ff een voorhoofdversieradi in dn 
vorm eener kroon; volgens anderen = badong, Jav. Yergeiyk Friede* 
rich ff Yoorloopig verslag ff blz. 54. 

534. Sekar tadji: gouden bloemen, die boven de ooien geatokoi 
worden. Zie ^ Voorloopig verslag // en beneden vs. 748. 

535. Masahang bahan tjandani. Door die tjandani wordt 
dit een heilig vuur , dat nimmer nalaat de aandacht der goden tot 
zich te trekken. 

5S6. Koekoehoeng voor koehoeng koehoeng. 

537. Hoedjan radja: koningsregen d. i. regen met zonneschijn. 

543. Temahan: wat iemand overkomt; lot, bestemming. Zie 
vs, 547 en 48. 

545. Ngadoepira. Dit woord, dat wordt opgegeven : ^rbeklagpn» 
of ^ klagen >/ te beteekenen, is op Bali niet bekend; — 

tan pasemoe: onbeleefd^ ongemanierd; aan de vormen te koit 
doen, enz. 

545. Ndoemadakang van doemanak. Zie ^rM^gantaki' 
onder vs. 82. Vergelijk vs. 549 beneden en 768. 

547. Selang kajoen: twijfelmoedig, ongeloovig; — 

bMèhbèh of b'lèbèh: eeu geheim openbaren; iets aanbrengen. 

551. Pamadé *= pamadija ^ de middebte, het middelste of 
ook het tweede kind. 

556. Pratüka of, beter, pratyéka: wat bij iets behoort, de 
ingrediënten van iets, bv. van offeranden ; de onkosten van een ftest. 
Zie vs. 586, 639 en 778. 



HOOFDSTUK IX. 

567. Me'pek kajoen: tevreden zijn, vergeno^; hetzelfde is 
hau^moe kajoen van vs. 921. 

570. Hij os: uitmuntend, uitmunten; steeds overwinnaar lijn in 
den strijd, b. v. van kemphanen, welk vermogen of eigenscbap 
iemand's paugaroeh genoemd wordt; hijos baranl is de naam 
van de pangaroeh der prinses en schijnt door puik der deugden 
(vermogen) vertaald te kunnen worden. Hijos barana zvgt men 



AANTCBKKNINÜBÜ. S57 

ook Tan ren witt^ buflel (inahiai), die een nrart kalf (kebo) ter 
«errld brrngt, welk jong dan aan den Tont dea landt moei worden 
t a%e«taan; — 

(loeni Zie «If^ntaki/r onder va. 19S. 
y571. Tjatjorong: kijker, Terrekijker, hier van de iroogen*' ge- 
yfoigd = bètèl tinghal. 

r 571. Roedi Wajang d. i. Woenadag in de week Wajang. Zie 
Offer de balidche tijdrekening «rVoorloopig verthig.i^ Vergelijk «Aan* 
teekeotngeni^ boven onder va. 95; — 

dojan. Komt teel in de Warigi voor; wordt verklaard door 
kedjatL 

57H. Loekti: vergenoegd, te vreden, eni.« welk woord algemeea 
in dexe beieekenia bekend ia, en eene verbtatering van ioeati 
(lie de andere lezing) achijnt te zijn« 

570. Hrasahitang, verklaard door ngedehang. 

S80. Kati Djawi •= Javaanach; kati op Bali aan dekiwien 
alleen gebruikelijk van H spreken van eene vrremde taaL Zoo beteekent : 
bitjang tra biaa mekati: ik kan geen Maleiaeh (Javaanach) 
(ppreken. 

5h2. Njenggoekang beter: njenggakang; — 

k e p i t a n , verklaard door kamoelan = Jav. w i w i t a n « wat 
kier gned past. Andera is kepitan of kekepitan ?= aeaeroe- 
siran en pepingitan: het aitgekoxene; wat men buiten bereik van 
anderen houdt, enz. Kepitan t= #kapitein<' ia bekend. 

5H|. Sen<)on. Zie Jav. Wdb. onder aincj^n. 

^H8. Tepa» hoeion: voorgallerij ? 

690. Handera toet ra djenar: vlag van geele lijde « terwijl in 
V». 612 van eene groenzijden vlag gaaproken wordt I)e eigenlijk 
halineeacbe vlag ia wit. 

592. Saloe koel on. Javaanach. 

59S. Tetempoeran: vallen van een gordijn; draperien. 

595. Ha9tra i^emari: de zinnelijke liefde; bijalaap. Vergelijk 
Jav. Wdb. bij haatra; 

graha di aaaih katjatoer: eklipa in de vierde maand (katja* 

tcK-r, ouk nmder toevoeging van di aaaih). Ue katjatoer of 

kap at ia voor de Halineeien, wat voor ona de meimaand ia. Ilier 

wendt gedoeld op eene totale eklipt , waarbij aoo of maan sich aia 

donkergeele achijf aan H oog vertoont. 

697. Koem koeman: bloemwater; 

met i pat ook wri V. van meaoegi. 

59S. Poernamaning kapat: dr dag van volle maan ia de 



/: 



1. 



858 AANTSBKEN INOGN. 

vierde maand; ka pat is de eigenlijk balineesche naam en niet katjar 
toer van 595. De dag van poernama is voor alle Balineesen 
zonder onderscheid een feestdag, waarop zij, op zijn zondagich nit- 
gedoscht, te huis of in den tempel oüeren. 

603. K a 1 i ^ verklaard door m o e s o e h , wat overeenstemt met het 
volgende satroe. In de kretabasa komt kali voor onder de 
woorden voor «^water^. Zie Dr. v. d. Tank «r Korte Aanteekeningen« 
enz.// Mogelijk ook staat kali hier voor kali als djawi fooc 
djawa, enz. 

607. Tateken ha go eng: ^groote wandelstok^r , misschien om 
uit te drukken, dat Semar hem steeds op zijne schreden volgde; het 
kan ook beteekeneu, dat de kroonprins met de hand op Semar^a echoa- 
der leunde, gelijk vorstelijke personen steeds zoo iemand naast hna 
paard hebben loopen. « 

610. flangin mambaroewang ^= hangin hoepaap Zie maroe- 
wang in vs. 847 ; — . " 

hoetara: het Noorden; door de Balineezcn ook wel door ^Znidenv 
vertaald, gelijk ook kelod (N.) en kadja (Z.) voor hen verwis- 
selen , naar mate zij aan deze of gene zijde van 't gebergte wonen. 

611. Balawas, verklaard door gen(}ing wajang Sasak; ma- 
bal a was, zingen? 

612. Kembang tigaron. Jav. id. 

613. Frahoe kétji of ketji Mal. = brik. Zie vs. 847; vol- 
gens de Balineezen eenvoudig //pralioe halit//. 

614. Hangin sajoug? Niet bekend. Sajong is op Bsli: een 
soort van lepel van een hentalblad vervaardigd^ waarmede toewak 
geschept wordt; hangin selahoeng = Z. W. wind^ is bekend. 



HOOFDSTUK X. 

616. Seksari. Van sek r= vol en sari? 

619. Da djii pati njambat, enz.: spreek toch niet zooved 
van hem, vermeld zijn naam niet zoo dikwijls! De Balineezen spreken 
zoo min mogelijk over iemand, die zich op reis bevindt^ wijl hem 
dit slechts ongelukken bezorgen kan. Ucn reizend Balinees, die 
zijn' voet aan eeneu steen stoot ^ zegt gewoonlijk: fün praten ie 
thuis over mij.'/ 

620. Dij ah Tan tri, naam van de heldin uit eene bekende 
kidoeng. Zie v. BI. Waaiulers /yAanteekeuingen^ en elders; — 

kajekoe, Jav. voor kajii liikoe; Bal. boeka kèto; — 



AASTKlKIIflNOIM. 859 

hatat&Dgiuan, van t a n g i • : ben. eener aria , ook wel • ' w a n 
d ^ w i gf noemd. 

y- AsSt. Rontal = lontar: beachrrffn blad; boek =: tja ke pan ; — 
/ W i w a II a : titf 1 van een bekend gedicht Zie vertaling vnii Frie- 
derich en «Kawi-studiën'r ; — 

mekakawin: een kawigedicbt lezen ; mbaaanin of ma<ianin: 
verklaren, d. i. in gewoon Ralineetch overzetten. 

6M. Ngendjek sastri, spreekwijse: daidelijke verklaring van 
ieta geven , ieta goed begrijpen. 
^ 626. Dit aehijnen namen te lijn van aanvoerders. 

627. Palab'wan, eigenl. «^ankerplaata, reeden « bier: landingt- 
plaata, strand ^ pasisi. 

628. PangMong pi san. d. i. de eerste dag van afnesDende 
viaan of de errste dag na volle maan. 

é.12. Kasaroengan ^ kasaroewan van saroe. 

ilS6. Madjenoekan: een beioek afleggen bij iemand, die een 
jdoodr aan hui» heef) of een verbrandingsfesst viert I)e Bekoeng bezigt 
^ dit woord hier om ait te drukken, dat zij reeds zoo ood is(djauma 
toeha) dat zij als \ ware met een doode gelijk staat. 

6S9. Hoe lam: vleeach en visch, van daar later: hoe lam wi- 
dj i ling segara, 

640. M adordon-doedonan, nl. van de aanwezige permneo, 
dir naar rang en «tand aanzitten. 

641. Tan kofi: zonder tal , overvloedig. Vergelijk keti(ko(i); — 
WO Ion? Niet bekend. 

651. Ha het moel^ malih tjeloet: «^ hoe goed men ook oppaM 
het geeft torh niets v loudra men onder de toelah (vloek) staat 
Anderen verklaren moeit* door «langzaam iets doen, tegfn9trrvig#» 
wat dan op het vroeger gnlrag van dr prinses tegenover H. Hurnibara lou 
tien. I)e volgende regel «kawoeriné t'wara tawang* ih dan ook 
daidrlijker. Tjeloet: missiMi , >teeds zijn doel missen; tegeuluopen. 

655. Ndoelangi ^ doelamt^ =r pruttelen, klagen, enz.; — 

negen njoehoen: op de schouder» en op het hoofd dragen: 
ocder zijn last gehukt gaan; alles alleen dragen. 

661. Ha loet: gezwollen van de oogen na 't schreien, wat volgens 
>w Balineezen, bij vrouwen de schoonheid verhoogt. 

666. Norananding. l)e meeste Hss. hebben narauancting. 

670. Mangroempoeng (K.) verslinden met de oogen? Volgens 
die andere lezing 74>u ngroempoeng beteekeneu in 't haar steken 
(van bloemen). 



'360 AAM'EEKENINGKX. 

HOOFDSTUK XI. 

674. Mangroebdda. Waarschijnlijk bedoelen die jougelai idch 
zelveii , zoodat ze zeggeu wülen : n Die zal ons onder de duiven 
komen schieten. /i' 

677. Hadji dad'wa, d. i. voor den prijs van twee kèpèns;. 

679. Pelèk : dragen van de oogen? Dit woord schijnt hier niet 
bekend te zijn; de Balineezen zeggen : petjèh of uielé en mdelë; 
— tjoerek: id. van de ooren; pahad, id. van dennens. Hetvdk 
noemt dit met vuil bedekt zijn: tjontrang tjontrèng Zie 698. 

681* Ngadjauang: zuidwaarts gaan van kadji. 

689. Papa: ellende, jammer, verdoemenis, rampzaligheid; ^- 

tan penggon = tan pahenggon = zonder plaats = een 
zwervend leven leiden ; ook : rampzalig , buiten den hemel gesloten := 
tan pagenah en tan pawidi. Zie vs. 757; — 

miloe hanak miloe hakoe, spreekwijze: waar menschen zijn , 
daar zijn we ook = stad en land afloopen; — 

mangadj'rengang, beter mangedj'rengang = mangè- 
dèngang = laten zien , vertoonen , kunsten vertoonen ; — 

manglalawang (ang) : voor loon spelen. 

692. Doewuné van doewé, bezitten, hebben; aldus gebezigd 
steeds in de beteckenis van: vorstelijk eigendom ; hento doewtf:= 
dat is (vorstelijk) eigendom, domeingoed. 

694. Moenggahan: naar boven, opgaan, d. i. de parigi of 
steenen o])gang opgaan, die van de straat tof^ang verleent tot den 
eersten voorhof van H paleis. 

699. Tohdjiwa schijnt een geimj)roviseerde naam te zijn; toh 
inzet bij het spel; djiwa, ziel. 

703. Wasin voor hiwasan. 

706. Péka péka verklaard door hima him&: onverschillig- 
(heid), zonder enist; niet naar raad luisteren. 

70S. Kebo Prakasa, enz. Namen van legerhoofden uit de Malat 
bekend; — 

ngasab njandanajang: 't afschra|)en van tjandanahout , welk 
afiïchraapsel als borch gebruikt wonlt. Dit spreekwoord j dat eigenlijk 
luidt: tjaru ngasab njandanahang hoengoetné^ wordt toe- 
gepast — gelijk hier ook — op iemand, die allerlei praats heeft, 
maar bij 't minste gevaar op den loop gaat. De kracht van H ge- 
zpicde, zit misschien in \ 'i' wol riekende houl'»' dat iemand zich 'rvcr- 
bci^Idt^ af te schrapen, terwijl hij bij slot van rekening gewoon hout 
ondfrlumden he(*ft? 



A 



AANTKEKKNINCtl'.M. SGI 

715. MabiJAJocwan: het algfmeen ainhefTcii van erii krrct van 
pchrik of verwondering; mmoer, ffcraaa. 

722. Kagau verklaard door hoelangoen; ook k^ragan ge- 
vhreveu. 

725. Pandji: de held uit de Malat, hier door lUgoea lloem- 
harl voorgetiteld; — 

jèn timbang t*wari hentjèti: alt gewogen (overwogen) 
komt niet te kort; hentjèt: overslaan, minen, ie kort komen. 

724. Sas*raman. Volgena opgave van inlanders: voorspel van 
de gmrobneh door met lanzen gewapende personen vertoond. Vergelijk 
Jav. Wdb. hasrami en 704 beneden tjangkramL 

725. Iladjagat: de geheele wereld; iedereen; — 

tan pa te pi: xonder rand: propvol, loodat er schier geen plaats 
Toor de tpeleni overschoot. 

726. KahMangtengah: in het midden d. i. op het terrein van 
de fpelers onder den voet loopen, geen uitweg vinden. 

7.17. Pakatjirat, beter: pakatj rètjèt. 
729. Singet kaladjengking; gestoken worden door een schor- 
pioen. 

754. Maraka van raki, oudere broeder. Bal. b*li; — eene 
vmuw noemt ook baren echtgenoot foo , dus hier maraka rr trouwen. 

755. Radja nagara: vaderland? 

740. Njidra brata, verklaard door ngenehang petapi. 
Bad de prinses eene gelofte gedaan of was xij sebel? 

745. Penalikan: inlandsche klok : een uitgeholde klapperdop met 
water gevuld, die elk uur (1| uur, zie boven) leeg loopt , welke uren 
donr de wachters worden aangegeven , door op een blok of wel op een 
bekken te slaan; -> ping P^t, d. i. het vierde of middeniachts uur, 

755. .Manggelah pijanak: een kind hebben = baren. 

756. Kabebeng rarén^- beklemd raken van de kleine (rarQ op 
bet hooren van het gexang der gamboth. Uit schijnt althans de be- 
doeling te tijn. 

758. Takffoe. Zie boven onder vs. IH. 

759. Lsnet. Weinig bekend: verklaard door kelalèn. 

760. Njrianin van sela ^ invallen. 

765. M angora hang: te kennen geven. In het lis. staat: 
■ apoehpala. wat echter niemand weet te veiklaren; — - 

Ijedar: houd; Jav. id. ; op liali alleen bekend in *t binnenland; 
dd^rv ff»'bruikelijk in njama di tjedar, een broer of cutter van 
dearlMe mi Mier , doch waarvan de vader ^ ten gevolge van bet on- 
lijk leten der moeder <— mtieielijk aan te wijien is. 



i 

I 



362 AANTEEKBNINGEX. 

768. Ngorang voor ngorahang. 
768. Palw&: schip; anders verklaard door ^rschooU; — 
kabirit: gewoonlijk: kabarat kabirit. 
777. Dondon; verklaard door kaliwat 4euQien: venot lijn, I 
zeer op iets gesteld zijn. 



HOOFDSTUK XII. ^^ 

779. Kawos. Niet bekend. Misschien een KnunaTorm na 
pandjang =: langwerpige schotel? Op Bali wordt kawts (de o 
kan om het rijm gebezigd zijn) de gekookte rijst genoemd, die bg 
groote offerfeesten door elke afzonderlijke dessa in den tempd wwdl 
neergezet. Verder heeft men t a m a s : een van een djakablad gevonnde 
schotel, waaruit rijst gegeten wordt; 

loemintoe. Zie Jav. Wdb. onder liroe. 

786. Kabiséka van biséka = naam (van een vorstelijk pe^ 
soon) dus gebruikt, beteekent ook: voor den gek gehouden of gefopt 
worden. In de meeste Hss. wordt dit van de prinses (raden déwi) ^ 
gezegd, wat echter wel raden man tri zal moeten zijn. 

791. Ban ges sami, enz. Al wie eenigsins met de paleizen der 
Balineezen bekend is, zal den dichter hier niet van overdrijving be- 
schuldigen. 

792. Ham'legada. Is niet bekend. Naar het verband te o(n^ 
deelen, schijnt het iets als njeboerin te beteekeuen, gelijk ook dt 
Balineezen het daarmede verklaren; 

tan telad ^ tan helad (zie Jav. let): niet gescheiden, londa 
tusschenruimte = overal = bijana himpasan. 

795. Mangdirakta = uj amboerakta, ben. van een aooit 
van djamboe; mangdi (mandi) K. verklaard door njamboe. 

796. Dito ditowan voor di hento-hentowan of ditoe 
ditoewan ? 

801. Kapaug'loeh: bezeten, als bezeten; van zijn zinnen be- 
reofd zijn = kade wan-dé wan. 

803. Seranta of saranta, schijnt ook op Bali gebruikelijk ^ 
hadèng. Vergelijk Jav. en beneden vs. 807^ 812. 

810. La hoe t de mak. Namelijk de oude vrouw , die het eerst bij 
den krouuprins kwam ; — d e m a k verouderde vorm van d j e m a k ; — 

tityang matoer loepoet = tityang matoer siaip, wat 
meer gebruikelijk is. Beide uitdrukkingen kunnen het best door «met 



AANTKEKKNISOBN. ^t).") 

vrrluN nf »ik vraa^ w«^l excuun^r vrrtaald wnnIcD. Iletzriftle is 
natftrr pras^an^K;! uit vü. H6H. 

Hl-i. Mapailar: in wr<'r en wind aUun (viichten). 

sl-l. Ilnwakr, liirr : vcxirnw. van ilrn (l<*rden |)enMMin. Zit? 
Spraak k itii.*«t : - 

9 a in I» or ii = »ani|MH'nang. 

^22. Hi-n^i^alan Iocwas, d. i. te vroe^ veiimkkrn van het 
raartuti; om noiz donr die lieden f(czien te worden , m. a. w, zij kwa- 
neu \t laat = «épanan van H volgende vers. 

82S. Daha. Is* hier tx'doeld «maaf^en* ((J^ha) uf staat dit voor 
von^ Uaha := Kadiriëni? 

s2d. Sin^ (hH!«in}f) djalan djalan = Mal. dimaua mana 
=: overal , waar (K>k , enz. ; — 

aiapa*iali: iN^paaldrlijk f^^bezigvl van het exponeerrn van lijkeii, 
jtrlijk dit <»iider eiikelt* l^ali haf^a of oorapronkeiijke liaiinerizrD de 
irTfinnt«* i.t. Dr prin!M*!i wil dus ttftffcn, dat haar lijk maar morst 
blijven li^iTTMi . waur zij cMik den p^rst ziiu gegev(*n hebben, terwijl 
Ie uitdruk kiri|;cn : 

^2'J. tiiafi,ï ma bant? kt- hatetral en mand hatoekad p(etih 
yff^kffini er is nnii mij niet vivi verloren; dat tVne lijk van mij 
tou if*-eri Vflil iM'di'kkrn en die paar druppcrln bloe«I zouden nauwelijks 
>rl wat#T in de rivier rtMnl kleun*n ; — 

m!i<-t banzkr nai;ih bt'ja, enz., d. i. een lijk zal uit zichzelf 
liet (MM t\f vrrbniiidini; (U'jA, |iainh«-jaiian) vniio*n (en 't mijne zou 
lus Ktiilctjf.t liltjvrn IiLT^-n), ten/ij dan een hond het wfir>ieepte en 
lit rii« (Irhjdrii (i|>at. De htMifdjuiak Zou ziju , dat mijn vader van niets 
Kwam ir «ften. 

H3H liamara dêta landloii|ien , ütad en land afloo|ien om ir 

^\r\ru. 

H.IH. M ad ••11 dort . v^rklaanl d(M)r sa leng sahoetin. 

Hltl Tan pahorndnrk: onf^inanieni ; zonder maat of neirel • 
aii ; 

k a d : :i .i I :m , d i. van we^re dt' groote menige . onoverzienbaar 
if óij!^ ii{x-»-nL'»*dnin;^*n. 

*^i\, l)f inrrstr Van dr liier u|i|rrn(N*inde wa|)eiieii komrn nci^ alleen 
lij dr har:s \iHtr 

kdi'Tn (vil v:iii fiMi «MNirt van M:!iild ; 

S 1 !i a p a 11 u' --=. «luipiaaii ; 

kaïilar: rt-n ^Mirt \;in laii» . 

•iani.4*. \«il;:irt(i iipifave : dr verM-hillnide Mii>rtru «an lansen van 
Kncii « or«t . « a d r e « L* II 1 a u <) f p h a n a k h a if o i- n ^ ; 



864 AANTKEKlfiyi!<7GKN. 

bregoe: een soort van lans of scherpgemaakte stok; 

lèmat: een soort van groot hakmes; klein zwaard; 

tjéwagara: een soort van zwaard; 

hapangorong: een hoop, eene afdeeling. 

848. Kapal hapi: schijnt later te zijn ingevoegd; 

padéwakang; balin. uitspraak van padoeakan. 

868. Lalima kalawan dodot. De beteekenis schijnt te njn: 
twee hoofddoeken en drie overrokken, te samen vijf stnks. 

866. Kedep Batara ring lemah: d. i. aanzien (houden) mr 
eene godheid op aarde. 

867-70. Deze verzen zijn niet recht duidelijk. De bedoeling sdigit 
te zijn , dat de aanwezige vorsten — van wie terloops eene beschriJYiog 
gegeven wordt — met de twee mannen van Batavia hun best doen on 
den vorst gunstig voor het schuldige paar te stemmen. 

868. Sahoermauoek=rsahoerpaksi van H volgende ven; — 

hatj'reng, verklaard door bagoes hahèng. 

873. Merenan: bij hoopen; ieder met de zijnen, enz. b 
andere Hss. staat karenan = verheugd zijn; vroolijk gestemd. 



HOOFDSTUK XIII. 

879. Terak; verklaard door sajah: — 
hatoet bakat liwat soetsoet, enz. d. i.: als ik nog eigou 

op afga j denkende daar iets goeds te zullen vinden , dan kom ik 
altijd te laat, en of ik er al harder om loop, *t geeft alles nietii 
't is en blijft een onbegonnen werk. Een steek onder water atn ^ 
adres van de prinses^ die hem de eerste maal zoo geplaagd heeft» 
vergelijk het volgende vers. 

880. Raga Twir hapoelang haroes of, meer gebruikelijki 
kadi hanjoedang haroes: gewone spreekwijze =: ons: gehfl0> 
van zijn stukken zijn. 

884. Baugsal. Zoo wordt in 't algemeen de woning genoemd d^ 
Chineesche soebandars (pachters), die meest in de strandplaatflCO 
gevestigd zijn. 

888. Raden déwi - kalih, nl. de beide gemaliunen van d^^ 
kroonprins. 

S94. Kasewatra hier en elders kaséwatra geschreven ^ 
kaloembrah. 

899. Peflati. In de baliache gedichten vindt men herhaaldelijl[ 
van pe(luli's gewag gemaakt. Ook vroegere berichtgevers over Bil' 



AANTF.hKRXINGCN. «*itï5 

mrlfirii dvir vnertui^n, waarvan de vor9ti>n zich betiiendon om 
'li-fTTii pluaUMMi van hun rijk te gaan bezoeken. We maken daaruit 

ilat in vriM'i^'rrn tijd, toen ihili nos; onder ifen hoofd ttond, de 
TM ovr*r 't algpmet- n veel beter waren dan than« , en ie miMchitn 

mrt opzi't door de venichil lende radja's in dezen toestand gebracht 
I, om zich des te beter t^cn een vijandelijken inval van buiten 
rrijwaren. Al» vrachtwagen komt de pecjati hier en daar in atrand- 
itjrn no(f voor. 
lüi. Mapepelok piring soetra. Pepelok: zoo noemt men 

b(»rdji*j« of lichuteltjes , die in de poorten en muren van tempela 
rden ingiMnetM'ld ; piring voelri zijn fijne witte borden. In een 
Ier li.4. Maat poctra voor soetra, wat echter alleen voor fijne 
)je> (tjawan) irt'bruikelijk is. 

!Im2. (i(»p(irril: tem|)el poort , deur (zie Jav. wdb. gapoeri) ^ 
lid e ruk>;i, wordt ouk wel voor het bovenste gedeelte van eene 
n|rl|KMirt ;;piif)inen, wat trouwens, naar de kawi-beteekenis van 
pnrr.1 iv iMinlirlen, niet geh«?l onjuist mag zijn. 
9**4. 1 1 n <• k n e p o c k o e p a n : etMi undcr («n koekoesan geplaatst 
arijc , waai op madjagalioe, menjan en d u e p a gebrand wordt. 
Vlo. Haj.'i toe hoe Mirah hem bok: «zoo waarlijk, mijne 
tf!- «at 9chijnt te heteekcnen: het gerucht heeft waarheid ge- 
roLtn : gv* /ijt zc^r s^choon. 

Vil. Halik hr5ti nrne' hajoe: denk liever aan wat andera 
rter>). 

Vli. Ntirnggang goenoeng Saugyaug Soervi. Waar* 
liijn..k .:rt daifii van de zon (het nijgen naar 't gebergte) bedoeld. 
91 .'>. K r a in a u i M ;; h o e I a m c' b a h o e : op de manier van versch 
taii^n vi>i-i). Vergelijk lialische sprerkwiMirdm , 83: ilanjar 
I lij a r a tl lx* b a n g k o v L r ^uiaui dogen niandoiig;. 
Vin (Tjèlèng) goei ing of bi« goei ing aan 't 9pit gebradt*n 
cnuarkrii 

Vt2. N j (IC b ' d :i jang) verklaard door n g a m r n r n g a n g. 
V2-S II ''t «clujiit dat de piiuüe.i van Djamintora nift verwacht had, 
it Hap/f!* ||<M*uilAar.i tvi\i» geisuwd was, en dat haar die ontdekking 
i»tf«itf iiiaaiktt*. 

V24. M v in a n g k o n van p a ii g k o n : (tu inMigf* rijststapel op een 
ftiing gi';iiaat.*it, die bij feeïitniaal tijden tu.viciieu virr |ier«iiien ge- 
it wonii . — 

ttaii k'a r a i.g: h«*t op bonlen rn Mrnotrltjrji vcnlrelen van de 
t!a««ir :i. 

H7 II a na k (Ij a M 1 «ij i nuus autres , en/.. 



366 AANTEEKENINGBN. 

929. Baras djani: i^ onze manier i^ gelijk de Balineesseii verklaren. 

931. Kemboel teloe mahadjengan, d. i. met drieën uit 
éenen schotel eten. 

932. Hem bok. Zij spreekt de prinses van Djamintor& met hem- 
bek aan en gebruikt dit woord ook van zich zelve , wat hier ge- 
oorloofd is^ daar zij elkander voor 't eerst ontmoeten. Dit verandert 
echter reeds in 't volgende vers, waar de nieuw aangekomen prinaes 
aan die van Djongbiroe de eer geeft en haar njahi noemt; — 

hapang da nama rerekon: opdat (gij) geen praatjea ontmoet , 
d. i. het alleen van hooren zeggen hebt; rere kon (van reko, 
zie onder VIIl) = gerucht; — 

manganjoedang hawak: zich laten afdrijven d. i. zijn land 
verlaten I enz. 



INHOUD. 



ridiiifc eii Voorrrdp van dfn dichter I - XIII. 
ofdsduk I. IV kmoiiprinse? van Dj o ngbi rot* droomt 

vnn Hagoc» liocmbarfi rn laat ren hem Vcn. 
i;f*li)k<*nd Wld vrrvaanligrn . • . . 1 — 69 
II. Kei5 van Hagoe» Ilofinbani rn zijnf komitt 

aun het hof van Matahocu .... 70—92 
• 111. HugiM*:! il(M*mbara vordt door den foral 

van M»tah<N*n naar Kcdirir gezcmden 
om i\v krcNinprinitcs aldaar ten huwelijk 

te vmjfi'ii. ... 98 — 121 

IV lia^iM^ iliNMnhar.ï irant tle üefrarü maiioe 
en gnenueng mcnjan zoeken. Zijne 
komst op Java en verblijf bij den Kekoeng. 125— 1S6 
V Komst van I^goc» Iloembara aan het 

hof van Djamintorü 187 — 825 

m VI. keis van liagoes lloenibanï naar Djong- 

biroe en aankomst aldaar 826 — 426 

VIL BapM-.o Ihiembard keert met de segari- 
madoe en goenoeng men j ar aan het 
hof van Matahoen trrug en reiiit vour 
(ie tierde maal naar Kedirie, waar hij 
met tir kroc»npnnM« in het huwelijk treetlL 427~-.'>29 
» VIII De prinsen van Djamintoru treurt om 
Hagoc» Hoeml>ari, terwijl hare joui^re 
/u.Htcr door den kroonprins van W indoe 
Tirtt^al t4'n huwelijk wonit gevraagd • 580 - 5r»8 
9 l\. Hau(M> lioeitibara kan het verlangen niet 

wf-rrstaan om de pniiMv van Üjaniintera 
teru^ te zien en reivt v(N)r de tweede maal 
ii:i.ir Java .......... i^H — 614 

# \. Aiiiikoinüt van liogor? lloemban op Java, 

\i.i.ir iiij v(N»rloopig t\\\\ intrrk Uf'rnit bij 
\\\ (1 iiU*hiigen liekoeng . . . . tilü - 672 



368 INHOUD. 

Hoofdstuk XI. Bagoes Hoembara verschijnt voor de tweede 

maal aan het hof van Djamintora, ver->- 

momd als tooneelspeler* 678- 

ft XIT. Bagoes Hoembara ontvoert heimelijk de 
kroonprinses van Djamintor& en neemt 

haar met zich naar Bali ,779- 

ft XIIT. Bagoes Hoembara keert met de geschaakte 

prinses op Bali terug. Besluit .... 877^- 
Aauteekeniiigen. 



VERBETERINGEN. 

Inleiding, XI. hoepaminjai lees: hoepaminnj&. 
Vers 41 petat // petat 

hatangya it hatangija. 

holon tt halon. 

In de noot onder 2 moet tjoeriga benta 

sapoekah (van de volgende bladzijde) staan, t 

pratiduj^ onder 8 behoort en soekl (5) naa 

42 onder s. moet verhuizen. 



It 


66 


tt 


81 


It 


96 



tt 


124 


jeu 


lees: 


jen. 


tt 


164 


pada 


ft 


padi. 


tt 


169 


tawang 


^ 


nawang. 


tt 


220 


djalan 


tt 


djalan. 


tt 


244 


hoeli 


tt 


hoeling. 


tt 


303 


padS 


¥ 


pada. 


tt 


349 


menjama-menjamaUi 


tl 


menjama-njama 


tt 


361 


br'i 


tt 


b'ri. 


tt 


381 


tityng 


tt 


titjang. 


tt 


433 


bakti 


tt 


bakti. 


tt 


462 


ndjrit 


It 


ndj'rit 


tt 


468 


malihib 


H 


malahib. 


tt 


485 


toema 


4r 


koem&. 


tt 


661 


tjitj ingaké 


H 


tjatjingaké. 


tt 


676 


kotjapam 


H 


kotjapan. 


tt 


760 


matanjané 


H 


matannjané. 


tt 


479 


sad'jeng 


tt 


sadjeng. 



TJAUKTA HRAKAJ. Proere van Matloeree.iclw npel- 
lino diHtr Dr. J. J. van Lixbuko Bruuwkk. 



lil Av joiiiTj*! vcrscIwmMi \^ aflevmiig^ tlwi XXIII, van hei 
Tij(l'*4-I)nft , uit4n^*v(Mi (IfNir hei Kata^iaaitch (lenuotM^hap, goeft 
rl<* lu'«T V. L. I)., (hkUt U»viMistaaiifi(*ii titrl, tvii fn^niicnt van 
WW (loiiirt'i)^, nl. (Ir Tjart:ta Brakaj, vervol^Min oenijTL* opnier- 
kiiigi'i) ril n^fri'lM, h(M)f(lzakelijk o\er sichnfi c*n uitjcpraak, daar- 
IL1 (fiit* iiili<)ii(i!m|i^.ive (l(*r (iongvng, dan w.iw. iran5M*riptie in 
n»n)t*iiiM'lu* IrtUrr eii eindelijk «'eeiiige vuordeti UA omipleirerinir 
\an de l)t\Htaaiide wcxmienhjiiten/* 

Het liiTt niet in mijn plan over die njielling veel te xe^Qrrn, 
nnidat ik liet vaj«t(teUen van siMj-rogelu wner taal^ die iHifr 
/iM» weinig lM'«)i*fend i.«, ern voorl)ari|{e zaak vind. Ik ben in 
die nii^Miint; ven«ti*rkt d<Mir het ^«voelen van den heer Kern. 
Zii* df litHMinleeliiiff mijner llaiHlleiding >) in de Bijdra|{f*n tot de 
T:uil-, Ijiiui- en Volkenkumie \an Ned.-!ndie« «"i^ volintT'kst, 
df-rl X, !••• Mtuk. 

TtM'li >AeiiM*h ik er op te wijxen, dat wannrcT men hij de be- 
luiideliii^ \an zulk een lielaiurrijke auiak , irroudigiT te werk dient 
t«* ;::uill d:in de h(tT \. Ij. K. 

IIij hiid imnielijk tw»* afM'hriften der donp*n^; en nietUyen- 
.•taande ''er ikh^ al \tTü(*hil in de ^{iellin|r onderling heers^rht en 
dr ^hnj\('r> /.icli niet ^lijk hlijven**, hcvfl hij de kmmp maar 
d«M»nreh:iLt eii die jt|M*lliiiir tfe^oliril, die hem liet nilionn*l.«te 
\iii»rk«.*ini. Mnar «elk \er!«chil er lieüt^md , uf wat er \«M)r <ie 
rt-iir ril ttveii de andere lezing te zeggen wan; in horverrr het 



') llAnJIrtJtnx ti>l de bf<irirmtt« «Irr M*iorrrr»rW ImI. 1* «tuk. K. J. HhU 
U^Xn^. |h74. 2' fftok 1870 * 

.V Vulirr. XI. U 



/^ 



•370 TJAKKTA BIIAKAJ. 

eeiie liaiidschrift meer vertrouwen verdiende dan het andere; van 
dat alles geen woord. De lieer v. L. B. heeft eene keuze ge- 
daan, en daarom is die de beste. 

Deze wijze van behandeling mag te meer verwondering wek- 
ken, daar reeds in 1866 de heer dr. Palmer van den Broek de 
tijd gekomen achtte om den Madoerezen eene spelling voor te 
sclirijven »). Die spelling was ook gebaseerd op ^/echte" Madoeie- 
sche handschriften, welke ZEd. de beleefdheid heeft gehad mij 
af te staan en door mij zijn opgenomen in mijn Handleiding, 
üe stuk, bl. 49 — 67. Nu had dunkt mij de heer v. L. B. 
dienen te beginnen met zijn gronden tegen die q)eUing te 
ontwikkelen, maar neen — liij maakt er zelfs geen gewag van; 
het is: la mort sans phrase. 

Had de heer v. jj. B. uit den door hem gegeven tekst en- 
kele woorden als voorbeelden genomen tot toelichting of bewijs- 
voering voor de door hem aangenomen s^Hilling, dau hadden wij 
een grond van bespreking gehad. Ik had bijv. op autoriteit 
van twee afschriften dierzelfde dongeng, die in mijn bezit zijn, 
en op die van alle tot nog toe door mij gelezen liandschrifteD , 
kunnen opkomen tegen de wijze waarop de heer v. L. B. «n 
{fiiei) spelt; ik vond het immer «)i^ of nM^mé gespeld; zoo 
a/n«:%^ of tmS%%<nj^ {Un einde ^ op)^ nooit MiSi>a altijd §fnA of 

•aiaS> nooit 9,71 Si enz. 

co . ^ , 

Nu de heer v. L. B. dat niet gedaan heeft, zal ik mij bepa- 
len tot bespreking of weerlegging der in 't algemeen verkon- 
digde stellingen, die in het 2^* gedeelte van zijn opstel gevon- 
den wordeli. 

Hoewel het daarin voorkomende hoofdzakelijk over schrift en 
uitspraak handelt, bevat het ook andere opmerkingen, die . 
den zamenliang verbreken en het moeijelijk maken om het en 
bloc te bespreken. Ik zal daarom maar alinea's gewijze het 
(in drie bladzijden) geschrevene aan de waarheid toetsen. 

Jilz. ;327, al. 1. Vooreerst de st(4ling, dat het Madoe- 
reescli , hetgeen door de bevolking in Oost-Java gesproken 
wordt, voor 4/5 uit Javaansch bestaat. Wat dit hier ter zake 



>) MaJocrccüch spel- en lcc«bocige, Batam, ter Ijandsdrukkery , 1806. 



TJAKKTA HRAKAJ. o7l 

liiM't, i>«*.tm)|) ik fiift , uaiit /ij <iir /nik fvii tanl p*bruikfii, 
"im'krii L't't'n MinliH^n**-.-**'!!, maar J:i\.i:iiim*Ii nirt «riiipr MiuIm*- 
rfM-lu" Min mini xt-nmMi^l. 

M:wr i^ «lil' st«lliiiif uiiïir? In \\vi 2** !»Hikjr mijiifr Hamll. 
kntiiri) rtt«'li)ki* >(iikk«'n ilit rii-ii ()<i<ith(N*k vtMiF, waiimp dir uit- 
^)irmk nirt kan mirii«'ii t4N*:n*|Nisl. Wrl kont«*ii <M>k in trlit Madiie- 
n'»"*^')!*' >tukkrn, nmr.il bnr\«'n, .Inv. cif :i;in 't Jav. ontlfrntic* ?*t4Ti«<>- 
t>]H* uit^lnikkinu'cn \(N>r, <ii<* lii| Av p*w(Mint4* \nn \tvl Mail<N^> 
r**/4*n om in het .la\. Xv «rlirijvrn, hun riiriMi rijn ifirwtmien 
of ^:ulr\<M)^ /ij ir«'«'n ac<{ui\alfnt lii*blM*n. Mi*n \inilt Aiii sselfde 
ininwciit in liet S4M*n<lan«i*M*li« onxhit \w\Ai' tulen lnnfri*n tijd 
mtt-r ^pntk- dan H*!in|ftalrn zijn f»vw«'j»l. 

1^* iMiliiclin;; kan tiich nirt p*viitNt xjjn lui lM>V(*nst4iandtf te 
iN'Virn'n niiidat lirt Mad. \trl met )i«-t Jav. in-m<trn \\aAY Mf4 
hrt/flflf H'trt ti>f on-! /ou nirn kunnen /«^irn <iat liet Jnw 
\<N»r /iMiitvl Mjfdrn uit M;ul. cif Mal. Iies«t4)nd. 

Al *2. I)f' prwmi^ i<« \alM*li. Wniit iiilef*n liet 1 'i van d«*n text 
/iMi kuniif-n i^*/(*inl wonlen \an Ja\:i ontleend te zijn (nl. verta- 
lini:«'ii nit hrt Jav. in liet Mnd. , «aar^'hijnlijk d<Mir w.u in- 
laiid«'r nit dt-n (Ktotlioek); ik heli dan iMik niet verzuimd her* 
li:uldrlijk o]i •luianiMiirn tr wij/en. Van hl/. 16 — l«izijn: ver^ 
t^diiik'v-ii mcvif nit liet Ja\., maar op ALidfMrni iftmuiakt , (hlijkeivi 
ht-t ron«iant«* L'v'hruik \an t.M7i*.it .»fV a'** i«Mimw. 2^ imtmmmi, 
tiTMijl in licii (>«N*>thiN*k al.« /«MHlani^ mttMal \(N)rkomt tntn§,yÊ 
**\ (ft*.»-' «'tl dan tot hl. Si land nvid «tukken, afk«»fii*ti^' \an Sue- 
niriinp iMik fiikeli* hriefjr^ v»ii den l'an^mlnlmn). in d«* vul- 
L*»ii>if .il \rn«»nli^*lt de Ii^t \. L. l\. ook d**»' lniemel rrht 
M itli"'r''<-i h aU •'kanvlari 1*1 ukken'*, wajirin ile M:wlm'nn-« Jav. 
w>nii«-ii. \i«»r.il Krinia-\ornii'ii« vrrnirnisr\ nldiirt. Waarschijnlijk 
!>-!•• it It- h.tT \ \*. li. hirrnievie Ji%\, woorden; wat wonder! die 
Liiriirti i'i :iil<Tl«-i fvht Mad. «tukken \o(tr «ityen^ de doi»r mij 
\^u■r\m»\»'^^ ii|i;^i*:;i'\ rii n^h'U. Men A>u dan \ooml cfirn |MH-zv (z4M>- 
:i!* '!f- !-'«jj>(t::) mot-tni uit«:i*\fn, want ti*r «ille \aii de nuial «if 
\'*t,r '!•• fruii|Ui«id komt rr nel vi:\\* wn Jav. woiinl in \<»>r; 
j.i iiiT f.i!iiAi*;<*, «4»ni.« gehet'lr \cr/en in 't MaleÏH-li. 

M i;tr "Ml t«*ni;r tr koHMMi op de \al<*rlif* pnu'nii^. Daar uu 
nii)ii i^Hk^r \iior tier lijfden (Iiet4{tt!n \w)f den lieer \. l*. li. 
f^-ii lil til ruk kin;: t^ luor t-vn aeer ^mK i^lct*ltr) \an Mailuera 



.372 TJABETA BRAKAJ. 

afkomstig is en niet v an Java ontleend , is de conclusie natuur- 
lijk ook valsch. Het Jav. treedt in mijne handleiding niet op den 
voorgrond , integendeel ieder Javanisme wordt in mijne aant. ver- 
oordeeld en naar den achtergrond gedrongen. En wat dan nu de 
resultaten betreft, die volgens den heer v. L. B. zouden berus- 
ten oj) een oïizuivere basis - en die in de grammaticale inlei- 
ding zijn vervat — hij schijnt ze toch nog zoo heel slecht 
niet te vinden; althans van het gedeelte wat over schrift en 
uitspraak handelt, heeft hij in deze bladzijden ruim gebruik ge- 
maakt, zooals ik hieronder zal aantoonen. 

Al 3. Wie heeft er ooit aan getwijfeld dat er een oorspron- 
kelijke Madoereesche taal bestaat? 

Al. 4. Zie mijne Inleiding, § 2 — 5, waarin ik buitendien 
ook wijs op overeenkomst met liet Balineesch. De heer v. L. B. 
vergeet hierbij op te noemen het Makassaansch en Boq^neeschy 
hoewel hij op de volgende bladzijde, al. 8, de groote verwant- 
schap van die t^len met het Madoereescli vermeldt. 

Over het weglaten vaïi sluitletters zie mijne Grammatica, 
Inl. § 12. 

Het transponeren van medeklinkers nu is niet zoo zeer aan 
het Mad. alleen eigen — men treft het in 't algemeen in de 
Polvnesische talen aan. 

I 

Daar de heer v. L. B. het niet altijd even gemakkelijk vindt 
in een Mad. woord het acquivalent in een verwante taal aan te 
wijzen, zal liet hem wel aangenaam zijn geweest dat ik die in 
miju Woordenlijst telkens heb oj)gegcven , waarin dan ook op 
een enkele uitzondering na al de in al. "5 en 6 opgegeven voor- 
beelden te vinden zijn. 

Als het waar was, wat m al. 7 gezegd wordt, dan begrijp ik 
mij niet dat men in echt Mad. textcn >qêntri'yit*fnji en ^êot^f-nt^s 
ffiLirfiKi^^ enz. geschreven vindt. Ik blijf dan ook voorloopig 
bij "t geen ik over de uitspraak der klinkers in mijne Handlei- 
ding heb gezegd. 

Blz. 32H , al. 1 , komt overeen met Handl. § 8. 

Bij al. 2 refereer ik na^ir het slot van de aant. op aL 7 der 
vorige pagina. 

Al. ;J. Opmerkelijk is het, dat een i)aar punten van over- 
eenkomst d(M)r mij v(M)r het BjiI. met het MjmI. opgegeven (en 



TJAitKT.l RRAKAJ. «iT^i 

liitTv.'iti /.wiju'1 ilr liopr v. I<. K) hi<*r viKir Av \(T>muU(rliii|i vmi 
h«*t Miikii.^siiArM'l) niet h<*t Mad. wonit'ii <)|itri*iifienitl. 

!>«• liviH»tli«'si* , «lat hot Mïul. vriMXTr nu*t Maka.H<«ar>rlit* ka- 
mktrrs /on L^*s(*hn*v(*ii xijii, twüvii wij maar lat««ii ni?tt4*n, daar 
ff liift «Vil ^'hukI MtoT (li«» st4*llin^ wonit u|»jm?fv(»ii. 

Al. !•. Ihit (Ie htrr Matthi\<( zirh met '^ (*n Mielpt om mrhU; 
fii i«i'hrq>e klinkers ti» ondiT-t/hriden i* nirt rrj? vn^cmd; dat 
wonlt mtvr i^laaii. 

Al. r». II(;t24*lfdr h«*b ik iri*mei»nd liandl. ^ 1£ en 15. Al- 
hvn «|)n*(*kt de luvr v. li. I). van den Javaan; ik l)en xoo vrij 
(LiarvfMir te siil).«(tituèren den Madoerees« op irrond van aant al. 
7, hl/. ;J27. 

Dat df tAHMMitf op die wijr^ p'hniikt wordt ii* mij mmit 
\<M>p^*komfn. Het zou wel vreemd /ijn , want dat aselfde ter- 
keti dient under^ niet om kort , maar om lang te maken — h\ . 
:uii het einde van tvn |MiUEe in een vers. 

Al. Vi. De rt'L^d i.*( ivnvoiidiffiT nmalM hij hij mij t. a. p. 
^ H \(M)rkomt. In ietler f^-val hoort hij de hier o|i|;n{tRvrn 
klanken de ^ p*VfM*i^l te worden. Men Te^rt immer* : bêluji, niet 
hélas. 

Al 7. !>e ,,„ i'* hier al)n«ievelijk onder o|i^nomrn. 

HU 'Mt\K al 1 Ynt-nid! hl7. :\^S, al. 1. herA de o on- 
L^'ViiT den klank van <le Sofndane^'he |)^|»^t en hier heeft dnr 
er i^een nvenTnkom>t mw. Di* ntlen die liierviwir wonlt o|i|rp- 
L't >«*n «injdt dan «Mik i^^^'n hout, nant «Mik de Soend. |^|^t 
kimit in L^e-^l'tten l«*tti*nrn*|icii v<Kir denkeiit, hi»uneur, lieiireum, emt 

Dat men de n niet moet vemisM-lcn met de Jav. |)é|>ft« daar- 
Xfjy'ii i« iliMir mij al i^*«a:irM'huwd. Annt. op mrnati • hlx til. 

Al 2 H«'>t4Lin er dan p^n -onip'SKl'pinvnle" ir en h 'T Kn 
dl! n»;ukt jni«*t het ver*4'hil uit in lieti^k'-ni* voor ren en het- 
/rifh- HiMirl. Spnvkt men u\. in •^»nr de „, aU in *t Jav. 
tiir. 'i.tn U-ti-«*kt't)t het 't «lavaiinM^he m^ tn *^t ruiemi ttty éam- 
ité H , ni.i.'ir met den anden*n klank (die \. I.. H. tftrad«pim*ftl 
ti*«-nii; ln-t^i'kent hel opataam. 

\^*' Imut V L It ii<H*nit die klank in^^pim*nl; ikmulirnidat 

tiitt •liir>i-ti iui/4VV'*'n. Ilij Zftft »*lf dat die kLink mhiih tiYUfr- 

t'»r;»evi'h monlt voor de «ptid.Mii menie** b d«wir tj en viiiir de 

en 

-i'v.wNpip'iph'" rn door ro (dit ml ook wel •.■ moeten tijn ; 



/ 



/ 



;i74 TJAUKTA BRAKAJ. 

althans als de klank waarvan sprake is voor de g analoc^ is 
met die van de b, dan zal tocli in beide gevallen wel eerst de 
harde en dan de zachte medeklinker worden geschreven). 

jjn ontmoette ik nooit, wel «»n nl. voor de verdubbelde «n , 
niet voor de :ioj. Ik gaf aan dien klank geen naam , maar ver- 
meldde alleen het feit. Zie mijne Handl. § 10. Adspiratie 
wordt dunkt mij door die schrijft^'ijze niet aangeduid, nog 
wel eens door de diakritisclie '^. Buitendien vond ik die schrijf- 
wijze alleen bij verdubbeling van deïi medeklinker. 

Raden Moehni verzekert mij, dat in het bovenstaande geval 
in beide beteekcni.^sen a^rm^ geschreven wordt en toch is de uit- 
spraak ('er (m verschillend. Maar welke is die uitspraak? Is zij in het 
2*® geval een geadspireerde of een die overeenkomt met de bij ver- 
dubbeling voorkomende »o»> ? En in welke gevallen komt die 

•oï , <Li en mn voor? Wij moeten het anderen overlaten om die 
trt^ co ^- •' 

zatak ter phuitse te beluisteren en grondig te onderzoeken. 

Al. 3 — 6. Tusschen e en i, oe en o heb ik niet veel on- 
derscheid kunnen opmerken. De regel is trouwens in H alge- 
meen gesteld, anders zou ik ter weerlegging aanhalingen doen 
uit stukken vaii Bangkalan en Soemenap, voorkomende in mijn 
Handl., 2^ stuk. Ik zou mij dan ook met al. '5, die een 
excei)tie op dezen rt'gel of niet-regel is, niet behoeven te ver- 
mocujen, ware het niet dat men verkeerde gevolgtrekkingen zou 
kunnen maken omtrent de tjudsoort van het pronomen I' persoon. 
IJoelö, of volgens mij liever boelë (t. a. p. § 18) isMadya; koelö 
(koelfi) K. , en kaboelci (kaboelè) K.1. De l)ewering, datdeMad. 
koel(» en niet kolf» zegt, omdat het in 't Jav. koel& is, is cu- 
rieus. Waarom zegt hij (ian koUa (vijver) , dat in het Jav. 
h'nn.t^ is. Wat overigens betreft een Sanskr. koela of kawoela, 
de heer Krrn verzekert mij, (hit in 't Sanskr. koela alleen ƒ«- 
mille ^ geslacht bet:<^(ïkent en kjlula ioi het gesliicht bekot/reud. 
Kawoela is ErtM'.n tSkr. 

Al. 7. Dat zooirenaamde irebrek heeft dan het Madoeroesch 

tl i 

met het Jav. gemwii. Zie bij mij t. a. p. § 7. 

^'Het onnoodig gebruik van pasangans tot verdubbeling der 
medeklinkers" zal wel nnK't en luiden: /^(h* on ncxxlige verdubbeling 
van medeklinkers."' Want hoc kan men medeklinkers verdubbelen 
zondor pjisangJins? Ook in het Jav. is hiertegen te velde getrokken, 



tjaui:ta hkakaj. *^7't 

mnar ilt* p'HtNtnti* .vliijnt \t'nin<i(*riiisr nioeijflijk U*maktMi; HKxiuk 
lil lirt M:i(l.; im*ii \in<it tiir vcniuhlMïliti^' in ecAl Mini. stukken. 
Hl/., .'(.'il-. Wnt i[v tniti^MTiptu* \iiii livt Mmi. iM^trcft, het 
cnM>t4* struikiJhIok (Mik V(M>r di* andere l\»lvnesi.4(*hc tulen, de 
liftT \. \*. B. Iitt'ft de VAJiw xelf onhoudliaar ^'noenid; hij ont- 
.Hoiat nitj dus van de verplifrtinff om er ieU vnn te xt^^rtrrii. 
Kti nu ten sltitte de inlinud.«(<)|Hra\e en wdonlenlijst. 
I>r he<'r \. L. li. htrft xieh niet aan tnne vcrtalin|C vanden 
tr\t ^^'«:ia;ni, niiuir /ieh tot (vn korte inh<md.«o|j^ve iM'iMuüd, 
dir o\rr het Lfehet!! \ rij jui.xt iv Dat 7jVA. het met zijn ViM>r- 
d(Mihj«t in de o\crhrenirin^ vnn den Mad. U*\t niet \er zou ^•- 
hnurt h(*l»U*n, /al hierondtrr blijken. l)e omstamüirheid , dat ik 
U'^vj: In II met «til afM'hriA (h*r/(dfde donm^ni; (waar\an dit fniif- 
nifiit oni.^*\(vr 1/10 i«) u* iN'werken, maakti* hel mij p'makke- 
iijk , t4-r>tond liij het diNir)tladen*n der wiHinltMihjjit ei*ni,ifi* ^»ve 
fontrii te iMitdekkfti. l«atiT, hij het dtHirh^en \an het vrrhaal, 
niitni(M*tt«' ik l»o\eiidi('n h-zinpMi, die dien text onieritaanljaar 
niiikcn. L'ut ons nu den U^xt en woonienlij.H b(*^preken. 

II ''t 1*** :n'«hi'ite met lift exonlium zal ik hier .<«tiixwij^i*nd 
xiHirhijiruin. Dikwijls makt-ii de dieliter> het jun» mooi, dat zij 
lift /i-lf nit't ifF'^tiwn, 7a*\{^ nift ww iroedf wiNinleiiiij^t /xm dit 
iiift t'* \frlifl|M*n zijn. Ik Uvin dus lifver nift lu*t \erliaal zelf. 
^9. f^ tiit'Mi' Wat lifUvkfnt datr \Vaars(*hijnlijk M^hrijffout \<K>r 

9i,êit Ml « /(NKil.« in :i . s. 
<fl. !• «ii«.V Voiifii<» (il«i.«.'<i;ir, nl. «(M»nh'iili)<t \an den him. li. 
H , "p'HiL't, eienuiirt" I.» «lat \oor den litvr\.l*. B. 
Iift/flfdfr Maar /i-if* ^fVf iimiirt" tfirft ;:ivn dnuft'lijken 
/in: '•lijfir flh-ndiir** t«ieMand \ond L'^vn e\enmi^.*' 
Biijkkur nuM'l lift /.ijn : p-lijke uf mivrpfa. 
- i »ft;^i iny Volif. (Jl. «.'t;«i ifiji overjrai^f. Dat lieter- 
kfiit lii-t nift. lift Im-I. «':iiL't*hnikeii; fra^nitenl.** De dich- 
ter hni-kt lift \frli;L'il af, m er \olift t^en nieu« frairment. 
ft. f'. ^»iitfft,t».H^ "hoiïL'." I>it /OU er nu in de \ertalinic wel 
>l«ii»r knnii«*n« maar het ««mnl is maarschijnlijk mei tjin - 
/i'ttinir df-r mnleklinker> hetzelfde als 't Jav. «|n|«.it| 
«■11 )M*t. 'Opvliegen, in de iMMi^rte vlifi^n.** 

I»r icr-xjtr ryfrn «ysrs «k vrrwtt. ilr klriac e^ten 4« nipeb «u. 



*37f) TJAUETA «KAKAJ. 

• » 3. in(uniciri(tjnnajn\ VoCg lil net Cxi. op xmojt^ DIJ ! c»cji«^4>n\ 

//erjrens iets in doen." 
" 5. v^(èu'qrrh\ ^rigting, naar iets toe." Dat bet het nooit. Het 
is 't oud Jav. ^fktqap = 9jnimiSï' Zoo ook hicr «^«^i 

tncmxmmnoo — ^ t JaV. tunêOitnino.jifns Zi^ Zêttê aC j(€Wh 

niet in de rigting naar d^n boom toe, moixr onder 
den boom. 

ï, 1. r^aoïx aarden pot. Dat het dit niet bet. is vrij duidelijk 
uit het verband, daar er gesproken wordt van een 
(m w» iy <i.i f «^ «s»ï \ een witte rhi «o» \ Welligt is er bedoeld een 
porceleinen kruik, zooals Moehni ^) vermoedt; en dat er 
niet van eeïi //j)ot", maar van een //kruik of flesch^^ 
sprake is , blijkt uit het soms bijgevoegde nunt^^ H geen 
volgens Moehni niet alleen /j'flesch" maar ook irkruik" 
bete^kent. Ik voor mij ben geneigd het te houden voor 
't Jav. (rntijt^ 't geen bet. ^/glas" of ^van glas"; {ooi 
glazen voorwerp, bv, een fleschy een bloemvaas enz,?). 

" 6. ^uzs bet. //hevige dorst, smachten." //Verlangen", zooals het 
Gl. heeft, en dan meestal //sterk verlangen" is Sn^-y^ 
(zie volgende regel in den text). 

8, B. xmfojtt^in.'i^s Tk durf liaast niet te zeggen, wat men hier- 
voor in het Gl. vindt. Het wordt afgeleid van een 
geheel geïmproviseerd woord, nl. ,m^t*nj vli^n; ter- 
wijl iemand die ecnigzins bekend is met de Madoere- 
sche wijze van herhaling er onmiddelijk het Javaansche 
xmif^vx^ ^it rFj 'M »oA\ //hcrliaaldel ijk", in herkent. 

• , 4. 7|lrtluntln^ Om dit te verst4ian dient in voce ^maSts bijge- 
voegd: m,ifii\ fiets opmaken." 

'/ 5. i7n«<>M:n.KDj\ bet. niet //overtrietcn , overstorten", maar is het 
Jav. tLm.uiê.n^n.tJi»ni/f\ //zicli hct bovciilijf wasschen." 

lO. 1. #oi*.w*./\?*ox Om dit te verstaan lezen wij in het Gl. 
«'n*j\ i)laats: li^^i.?»on plaats geven, plaatsen. Voor- 
eerst Ixït. liet groii(lw(M)rd «w^n niet zitplaats", maar *stil"; 
ook //blijven, wonen", en zva. 't Jav. tc'nênMtof m\ Maar 
nu r}t^iri»n\ Wat is dat dan voor een Indicatiefvorra 
van iSVmn zoodat liet //plaateen" zou beteekenen. En dan 

M Koclon .Abdorl Moehni, zoon van di'u rcgrcnt van Panaroektn, Ce liddea 

«tudcrciiile. 



TJAKKTA BKAKAJ. ^(77 

nu UNrf^^*|>ast (>|) •,N«,Mti?riMix Ii< dit mijtMThifii beMrhouwd 
al?» n*ii Piuïsiff \an (Int itüiiut (^rondwoonl $,i»^iri0n^ 
't w*<*n vT iii«*t i'T^ l\ilyii. uitzirt, NB. vicrlpttprjrnv 
pii;)''' Nu lH*t komt (iaii (M)k niet (iirert van uif^V^ maar 
riVtVi^ri , <iit* \onn waarmttl wij hier niet te maken 
lieMrn, i> de fHiujuai*tiefiurm van #.iW«yn^ "erp.wonnu 
i^tJt Ix'wonen/* 

IWh iü flan êindtié^iHê,!^ MM» mfieij<*lijk it verytiian? 
I iit4*trr*nd<t'l. liet isi Awh\ wnvoudiir de praqi. «^w en 
ê^iêiinên^ *t Jav. Mjwi^mtptêof^ ile vertaling iü dun: ^^op 
zijn plaatic.** 
fl#, 3. Alm.xievelijk «.««o voor «^««t^i of témr 
fll. 2. fi»««.^iv«r«K«;t»i* In de inhoudMiptrave hlz. .*i91, wonit dit 
vt-rtaiild dcK>r "ffriM)! Mtuk djalihout." Dit ij» niet wel 
nMnri'lijk , want volLfn?» de eerste nirel?* der Sjntai z<>u 
de lie|ialinir "»\tK^.nM in den xin van ^^Mit** arhti^rnan 
mtieten komen. Maar buitendien wordt dat wfM>rd niet 
yiM» in-«'hn*ven, wel -»»c of r^w^i^ 

Vn't'md Li'Hiietf \indt men in de \Vo(irdenliJ!«t v«¥)r 
'Ti«<».n| optri'tffven : 'tak, l<Nit**: van welke althaiu* de 
wr<!e U-t. me! vrxi «'i*ini^ om!<rhrij\inir imcd w; hH 
'All nl «el liet Jh\. •rl■^'FM| /ijn (mm» heeft mijn af- 
Mlinft\ *t Lii'ii M. «r)KM»mtak van een ruwe (»m)M*ininfr** 

Vtkor liet in*w(ine: tak {mifi l<M)t) ^*hruikt de Ma- 

» ^ ••\;«.if»?a«*».ia ''Op liet hoofd dnu*en.** ili*t 7^m W(*l \ re<enid 
7ii?i. aN die \orm dal Uii-ekende. Wij heWwn hier 
•l.'ifi «Mik «iwirM-linnltik met een :rn»ve \enn>.«int; te 
\V*\\ llf( \ o(»rafir:tniide wotinl nl. •y*«»tyin»ibi|« i« 
hf'i uTiiiidvitMiril \nii «f itfftititftiij. hetinvn Im*!. ^rop liet 
liüdfii «Imir* n**, mW «optillm of ophi*Hen*\ ^«MaU in het (fi. 
•■.\y*.M«-'ai««.it Im*I. 'in op- en nrrn?aatidf' lM*wiyine " 
l>T iTiLiiider nl. bi*«<tvt aN hij niarelaMen draaft. <»ti- 
<i*'r htt liHi|M-n het lMi\en-liirrhaam op en nnV; die he- 
«f;nnL' •M-hijni hem d«Mi la*t liifter te maken. 

* ''• *^tx*tf%w^ëjn%'.w\*¥AiK Wal i^ dat w^%.% i oor it-n aaiihrehtj«rl ? 
Ik km hel niet : h<*t m<H*t hlijkhaarnjn : «|fi»«itiy •«.«*< 



f • 



'378 TJARETA BUAKAJ. 

48, 8. •y(rï^9y^/nA^ in Gl. //haastig"; liet bet. /ï'met haastigen ti^ 
t 4.. a.-»^,rLi*o^N bet. niet ^afleggen', maar, bv. van kleeren, 
zooals hier, //andere aandoen" ; dus juist het t^enoveige- 
stelde. 
" 7. 7fêntrf»ai\ //zich krabben.^' In het verband zou het dan hee- 
ten: zij werd dik en hield op met zich te krabben of 
na zich gekrabd te hebben. Het woord bet. dan ook 
heel iets anders: nl. hier ^doodmager." Volgens Moehni 
zou het woord duiden op een toestand der huid , die ten- 
gevolge van magerlieid, rimpelig of door korsten van vuil 
ongelijk is(?) In 't 2^^ stuk mijner Handl. wordt het ge- 
bruikt van eene huid /s^met striemen en bulten.''- 

14,4. «:tvfrLirf9jt\ kan men teruggcveu door: //Watertanden." Het 
Gl. behelpt zich weer met //sterk verlangen." Zie de Aant. 

op ajnik\ 7,6, 

Wat het woord rfêoitrfMt in den zin ongeveer moest 
betekenen, schijnt volstrekt niet b^ejien te zijn, al- 
thans in het Gl. vindt men: //pot of schaal", terwijl het 
blijkbaar iets moet zijn waarvan roedjak gemaakt wordt. 
Mijn handschrift heeft dan ook tqêmt^s (dat van den 
heer v. L. B. waarschijnlijk «^joiti^ojii) H Jav. »atm^\ 
//de vrucht van de (motjj»x" 

Ift, 2. (tjixms wordt in het Gl. vertaald door : /ralsof, het schijnt" 
De lieer v. Ij. B. heeft zich bij benadering wefir verge- 
noegd met die betoekenis op de gis. Het Jav. aequi- 
valent j.«,on had hem anders de juiste bet. kannen lee- 
rcn , nl. die van : if\\e\, aanzien of uitzien van iemamd^ 
uiterlijk voor het oog." 
// 4. ^v^ifA^injj^\ Zie de aant. op het grondwoord. ia^^^tnMji\ 
4, 3. Het Gl. geeft geen bet. voor het werkwoord: de 
bet. van //ovcrgajm" (njiar het grondw. ij^iti^twtêa «'over- 
gang") schijnt den heer v. L. B. dan toch ook al te 
kras te zijn geweest in de toepassing op dezen zin; het 
bet. //afbreken." 

// 6. (i-nn9.fn tnnn/nin.i,nn9s4iMr'ü»Q(my IS OnverstaanbaBT. xlet 

moet zijn: (Lnrfn.nrjt^iunM^upirn^ Maar nu dat causatief 
van x.injuMip welk la^itst^ volg. Gl. beteckeut «rafl^gen.'' 



TJARBTA BRAKAJ. :i79 

Lint het dus h(*f. /rv(X)r ienmiid iifli^fgen, of doen afleg- 
jnMi." Wat 7A)U ilat hier vixir rin ffi'ven? 

«mf^ n$9,» rn ix't. rfail «H^lc «'ictt OVt*|)hrt4-n VIIII het «THO 

in het aii<lere/' K«*iit Av lieer v. L. B. italin niet in die 
lM't«*kenis in de Mal. uppwktiud ? 
flA. 1. •.ii7rMrf^jori»».»|x l>e7r vomi , die «uit (Tehold*' lM*t4r kent , 
komt in het (rl niet voor. 

Wij \ inden dimr het irrondwtMml 7«>ii*7in*^ in de bet. 
\An ''uitlHiUen." (inrredihih* dirtu!) 
f ^- tnfj»is ''\eriiefd,))t>k<Mirliik.** Het b(*t rip-ntlijk ^^n van 
Ix'idi*, maar de eerste lietivkenin ii* er niet wio hirl ver 
af. liet i?( nl. het Ja\. •.•••.^^x «'ireneipenhrid ; liefheb- 
Immi.'* Maar welk n*n stoute overpaii^ tot de l)et. van 
«•U'kiNirlijk.'' I*a«« Ac7A* betw'kenis ivn^ tin» op IM, 4, 
V ••»7f'»'7 »i#7[«'i»#'n •.! f»».»fi#,in iiiy* »iyi II »ƒ 4«»»rij*^7.ij waren 
onafM-lit'i«l(*li)k \aii uiye hun U^koorlijkheid ! (Tn>uiren« 
in *toutr o\ iTLHininMi ziel de lnrr v. \*. B. tftvn be- 
/waar; \nf. I^, 1; li*, 6; 2.*i, I; enE. 
• II 'ft; *.!.«»?ƒ iiri VolLren<i (il. Ix't. wfxitwfm *in het Mad. 
HKuu^l .la\ klrÏTi niei>j«</* Kn wat U't dan ««ifi^*.».^» 
7 tl»» ■' Nf^-n ittn«.ii. \* het aliri'meene winiH. en 

tfutffjw i*la^ ^l'/*") ^^*^' *'|*<'<*i*^' '^^'^^ maa^M, wat 
onder -lan i^t,j./rm./' 
fÜ. 1. *;t.*«ri, "M-hittrn'iid, uit<trkend." IV r«T*tehet. i* tfowl. 
M.i.ir de :*''*.' Wat 7ou dat \n^. f NB. f^*3ipn»k«*n %an 
t^-ii kruik of tk'H'h die onder n*\\ iMiom Maat. 
• 5 ittftani "UU'X^ o\«Tiaten.** Hier <H-lti)nt de hflvr \. L. B. 
In! .Ia\. \\oi»rd«*nl>ot*k w«d u'eniad|Jnr:ri te hebben, 
niii.ir int rur«it\f, d.it alhvn tot <»inN-hrij^ini; of \er- 
ki.iniiLr dirnt, u- lichJMii o\ «•rjienonifn , en de wan* U-t. 
o\»r lilt hiMifd tl* hrhirn if/ien. Men \indt nl. in 
ii"ii \nllffli|r, ten nndr, op, zander otrrêckoi of orer* 
«/•lijn 'dn IxitMe htvfi 3h*ker xinl«*idinif mis^ven t4)t «nieiii 

//•M» i);i'! ilf htrr \. I.. B. oiik we] het <*arrie\e der 
\MlLfi-ii«|, Im-i \an het «(Mini kunnen ti\iTiM*fiien; er 
-r.iat nl. nt«-t dr L^H>t<»t4* naauwkeuriffheiii^^MMlir/oeimi.'* 
< >{' die «i|3U> /iiu »n«»«if| dau trien« lic liei. tan «on- 



f«. 1 



3S0 TJABETA BKAKAJL. 

dervragen, inspecteren" enz. hebben kunnen erlangen. 
Het bet. hier: //op, geheel op/' 

«^TunyjoM^Tit^jpfx //op gelijken afstand." Pas deze bet 
eens toe en men krijgt: omdat zij elkaar liefhadden 
waren zij beide op gelijken afstand! Het is eenvoudig 
liet Jav. -n^TiMs //onafscheidelijk bij elkander." 
lO, 3. irf(EUM»mrf(u^itr^ni\ Dc hccr V. L. B. kende geen van 
beide woorden, maar geen nood. Hij zal het wel uit 
den zin opmaken. Ongelukkig heeft hij beide mis ge- 
raden. Met een beetje geluk had hij «.««^iM^t^-n ver- 
staan , nl. in den zin van //uijer ' , een bet die hij onge- 
lukkiger wijze in de inhoudsopgave aan het andere woord 
nl. VI.ZUM geeft, terwijl dit evenwel in het Gl. ook 
bet. //borsten van een vrouw vóór de zwangerschap'*} en 
•aïnytï^ïjuyTïN heet in de inhoudsopgave 4f speen'', in het 
Gl. //tepel.'' 

Nu zijn beide fout. twriEi^urf-r} bet. i^uijer"; en i^en^ 
(waarvoor in mijn afschrift ifjÊxnn^ hetgeen bet «^uitste- 
ken , voor-, zoodat ietx te zien is) bet. volgens Moehni 
//zwellen, opgezwollen." 
'/ 6. (un(t:ti!Mji\ bet. niet (zooals op blz. 329, r. 2, gezegd 
wordt) /)f opletten" , maar //zien.'* Micntj(»ps Heb ik bij 
16, 5 te veel gezegd? Dit woord bet te regt vol- 
gens het Gl. //overspel bedrijven"; maar verder ook 
//een minnaar hebben", eft //den bijslaap uitoefenen." 
Dat zijn dus synoniemen! Ongelukkige minnaars en 
eclitelieden , gij l)edrijft allen overspel! 

3. irf'r,tKnJ<ln.lrfl^7l.^^(ln^ M ij U handschrift hccft ^n.irfiim^ttn\ 

't geen Ixjt. in den zin: gij ziet er anders uit (dan ge- 
woonlijk), slapje^. Wij hebben hier wéér te doen met 
een fout van den afschrijver of van den heer v. L. B., 
die n.trfina^\ hccft gi»lezcn in plajits van ntr|^MênJ|^ 
Althans «ht^ctik)^ , hetgeen de heer v. L. B. /rzwak^laat 
iK'tcckcncn, lx;t. volgc^ns Moehni: ^^slank" hetgeen van 
een zwang(»re vrouw moeijelijk kan gezegd worden. 

1. ê<nên»n^ h\ 't Gl. *.w»^i»o^> /'OVCrblijfsel." un^êns «rWlJM 

van zijn of doen." lloe rijmt de heer v. L. B. de«e 
huitsU; b<*t^ïek(Mns , welke nit den zin schijnt opgemaakt 



IJARI.TA ItltAKAJ :>S1 

tl* /.ijü. nii't (lu* vuil lirt ^tiiulwiNint ? IIim* IiH /.ij. 
».i,hthti km ik iiii't, iiiiur wel «.mm^ tt'ii ^^-wotiii M;iii. 
w«M»nl \iMir" ''Z«M«iU, (»]> t\r wijzt: :i1.h, pJijk." 

il«V4- pliutt.^ i> t'ornipt, want Z4M)>t;intrr: "Kr wnnlt ;nï- 
••lirokt-ii \:iii (ie tiji^Tiii ni (ir hin<ir. Kr is tr s|in*kt'ii 
\;i!i lil- Wt-iliiwr." Bij mij sUuit j««>»a«'i«fffmtt*ii|iMi« 
•;*ian«»iiri lu*t^i*iMi U'l. : *\aii «lr tiju't'rin fii ilt* hiixlc 
Mtinlt iiirt iiittT Lr(*^))n)k(*ir\ w:uro|i liaii \oi^: Tr is te 
^pn'kfii \an Av \V«'<liim»." 
*■• #in /i*i)f/*.jflfit^*.iff*.i^ TiT willi' ilr/rr lif^inif, flir foutief 
i>, \iii«lfii WIJ in lift (il. tn»f9^nf (aU L'niiiilwiMini !*') f 11 
<i:LirM')itiT •iii^«.Hf»,i (inxir wfik irrlKiiid lM*«tJut frdAii 
iu^mIh II liit wiHinl 1*11 hrt ^rnmdwfMinlr ^, i'» t<>i*li hij if«*\al 
iiir! «t-n >ul>'^iantiör\ornii:') "jïlaii^, U'|*nii*\inir." Tnniwriu» 
nut lu'l mriijr lr\rrt lift t4K'li i^vn dragi'iijkcMi zin. 
Kr ir.uit iil. \(N>r.if: -«Ir W4*(ltiW(* was /.irli niet lN>wti«t** ; 
v]\ it:uM|i /tiii dan niet dr o|)^t*p*\r!i U't«vL(Mii« nimf- 
!«ii \«il:;i-n */ij liivllr dimr «rn lM*|inn'\ ini; p-tnitlrn.' 
Mijn li.iii'Ulirifl litvA f inii».yt.iiM»;#.N»«.i hittfivii In*!. : 
'VU \i:l« of liffdt' m:ur n|> liiuir p'niak of t«'\n*ii«*n 
lliui.'*." 
S*l. -■ «a'/*.»if».j .»Mn*»^ l>t* lutT \ 1. H ni:ukt lii<*r\aii in 
<1f- inlinti'lMijiir.nc ("cn t'ip*nn:iain. In lirt (il. \iiidt'n 
Ml) viMir <liNk(H'ii, •L'i'ïH'f'^htfr'' iTi \iTiiT '•prir>t4T \ Wfikr 
U'1 nniidrr u'tMiikki:: ««litjnt ; liiiT m«'t intn^^l hftir«vii 
.«.k "XiHiniit/irn" Ut , lithU-n wij wiiarM-liijnlijk t«* diwn 
liii-t -H'Miaiil. dif' in <lt* t<N'k<»ni«t /.iet , tvn wxirAv^tiT*' 
«•!* i't» diTL'^lijk'» l>.it lul liiiT nl. •^•n \nmu i* Mijkt 
uit )iri \iMir:tfi;:Mndi* tti, /u- :2^, !• 
i fiifiiiii^ "XmirhiiiN J:ii irticli" Vinrii-r*t u'ïindA i* l'ïvu 

w.mri. W'-l UtUuLi {•f,9$i$.,) C *J%-*'lï «•\f*!lWrl U't. Invft, 

■lil In* r h'.ri |j:i«M-n. \\ .i.irM-liij'ilijk luvft nii-n dt-n liivr 
\.\, |t, u:i)in /t*L'i;rn. ilat ,n»iê»»êi «iiipfiikwam mi*t 
lul .l.i\ Ml fi iMii «.ni ril 1^ dit \i-rkt^*rd \fr*taan als 
L'tii'U l))i rtif^ iMif*>ii| Ut. iiirt *\tMirhui«'*. ni:Lir«/ij^*' 
UtiiM .Lin fvn \iMirlitii«, nok uri :u'ht«*r t^ti hiii«, of 
\iHir tii«<'i )it'n Itt't liiu« i*n dr |>éniU|^ " 



'382 TJARETA BKAKAJ. 

94, 5. yiuêo^^ >/Gl. sirili tezamen gebruiken, verwantaan HAiab. 
geschenk H" 

Dat //te zamen'' zullen wij maar w^lateu (dat wordt 
immers door het voorafgaande ajuui uitgedrukt). MJaar 
nu die verwantschap met het Arab. woord geschenk? 
en dat, terwijl de afleiding zoo voor de hand ligt. 

De zaak is doodeenvoudig deze : men zegt in het Mad. 
v^(EJiM^ en irftEi»h\ welk laatste van het zeer bekende 
^aj,9h\ (Ml. pinang, mëminang — pinaiig mëminang, 
//elkaar den betel geven." Jav. */n#ó\ ''de toebereide siiih.'' 
éSêh^ kinang gebmiken). 
Stt, 2. a:nLu»n/f\ Als er dat staat, is het bepaald een Javaiiisme 
voor het Mad. aai^*n^\ 

// B. otaat a<,nr:nasn\ ICCS éisr*xmasn\ 

98, s. tMrf-n^ ZOO behoort het geschreven, en niet aSn-n f zoo- 
als in het (il. Foeg hij: taiMt^-r^s alleen. 
'f 7. iiMr^xziv^iuiiMas Dczc Iczing kan moeijelijk goed zijn. 
Tn het verband zou het dan bet. van de zwangere we- 
duwe gesproken: //haar buikgordel werd hoe langer hoe 
grooter.'' Bij mij staat: »mêaK,\ zoodat de zin dan luidt: 
«'haar zwangerschap nam aQengskeus toe.^^ 

bei.: immers alleen God heeft de magt, mijn kindlee- 
lijk of mooi. In plaats van het laatste heeft mijn Hand- 
schrift .KtiLrt(mx-:mmxmi?utnt^»ma\ 't gecu in Verband met 
het voorgaan- de l>et. : om leelijk of mooi voort te brengea 

8m, 1. otaat xctaK§na\ ices actiKio\ 

Dit vers is danig in de war. Geno^, dat volgens 
deze lezing, de weduwe haar kind de leguaan vindt — 
het daarna gaat zoeken — en liet weer vindt. Yolgeua 
mijn handschrift kan zij liet eerst niet vinden, omdat 
liet zich verlx^rgt, daarna vindt zij een spoor, volgt 
dat en vindt liaar kind. Men zal mij ten goede hon- 
den, dat ik kortheidshalve de lezing van mijn hand- 
schrift niet in haar geheel laat volgen, omdat ik toch 
met ondersteuning van het Kon. Inst. voor T. L. en V. 
de geheele dongeng zal uitgeven; men aal dan idf 
kunnen constateren, wat ik hier vernield. 



/ 



TJARKTA HKAKAJ. *JS;J 

Alle(*n iu(H*t ik ii»^ op (*eii pnar onnio^ijke bet in 
het (f I. \( ijzen, vimr fi« wiMmleii «^#i»»;r< en t^nsêo^ Men 

l(*t*>t r. r! «^«11 (IcC!*: 9jti9i)fi9n9fj^fKémèn9fanêm9tên\wt9.m 
n 9.fti9f«^H9fMMê-n9f^nn/itêntê9têttt»tt»0ÈéMt€.9mmê\itl CiL Vindt 

nh'ii \(Mir «^fiM^^^ irvt^r, (*n vtMir wutn^ ««nj^n (wat in (il. 
tUntT <vn InpsUM cahuni #t»«ov «•#t•l^»^ is geworden) «'ilofr; 
Un*s<'liicttMi/' Hrfiifrt men die hcteekenijt over in dfssen 
xin, dnit krijut nivn: «reen vol j<{)oor van haar kleine 
kiiui w(*r(l iltMir ^volgd, oosttwaartü toeairliietende op liet 
rirÜKischjo." Men ziet, dat dit geen sin geeft. Mijn 
liniiil^Minil heeft: •o««ri|n||^*cj/i/«j^«fw«o«rw|«3i«w|'Tif«ai 
«i»*! n*.i^mri «rm «•*•««ƒ «ttfi| ; 'Xij vond ocn heel klein 
}<|MM>r {0fn*ft< beken ik gaarne niet te vendaan, maar 
dat liet niet «^voK' iiet. lh duidelijk) en v(»lgde dat ttpoor, 
hetwelk (Mistwaart.<( regt toeliep op het rietboüchje (#m^x 
éi»i»9fn U't. »Tt'^, nvt toe, n-fft jian**). 

*• «iN rr> fi«.n» fitn i.»nfo t iri«|j\ VlMireCTJit, liet ISal WeJ mi'fn 

<;tf^*f».i|^ nioet4-n zijn; maar wat «^«no moei lieteeke- 
ntii, (if viMir welk wooni het een druk- of M'hrijlfout i.s 
knn ik niet nagaan. Het (il. zwijgt er van. Mijn 
hand.<«rhrifl heeft •V^\ *t Mal. tjèngang, «^verfaaand «taan 
te kijken." 
1. •ftnwfê»tn^ niiHa zijn »^«l••^l«mlf•^ nl. in den cunjuctief • 
iii<*t ''zij [Nikte het"^, maar: ^xij wilde hei (haar kind) 
)Mikken** maar kon niH. 

3. Slaat nt:i*|^ leiV» nmf*3\ 

4 .^afitt (rl. Ma«t. ^ Jav. Kawi.gij. Kilieve, in welk Kawi 
of \irlk Ja\aan.«rh!' liet k<imt mij vo(»r dat «««n^f^oAM 
«if (M»k iilltrn wf^tt» trn uitilnikking '\*^ ovcmeiikomen- 
Av met hH Ja\. «n«;vn« ^^mijn lieve kind/* Koo bv. mig 
in ivn ander handjichrift in den vocaticf : «jm^ri^aSau 

4 fftm,>f».nt "omdraaijen. wia'êtwjw fieh afwenden." Vrremd! 
)k«'t «chijnt wel <»f «^ /•••;»«• een liet hei*ft, die niet tn 
het irr«in<l«oord zit ; en toch bei. blijkbaar het paondwoofd 
e\en giM^i «liet cirh cmidraaijeir (niei irhei omdraaijen**) of 
ziHNÜü de heer t. It. B. wil: «hei zich afvewlen** ; als 
*jt,ttjê^9 'zieb omdraaijen of zich afwenden.** Maar 



'Mi TJAKETA BHAKikJ. 

waarom de groudbeteekenis niet opgegeven? ^ctinanii 
beteekeiit nl. ii^den rug toekeeren^ , een bet. die hier ui^ 
stekend past. 

410, 4. dTn-naSis 't Jav. ^^^Ml^ hiervoor vindt men in faetGL 
het foutieve «^-nT^a,**^ 

419, 4. ^o^o^N //slaan, ranselen Gl/^ Het laatste bet het niet; irel 
slaan, 7XK als bijv. tegen een boom om er de vrudUm 
af te slaan. De leguaan slaat hier tegen een klappor- 
boom uit kwaadheid. De heer v. L. B. vat dat muM 
op in den zin van irranselen'' ; hij laat het kind (de le- 
guaan) zijn //moeder een pak slaag geven", een voorstel- 
ling die toch alles behalve strookt met de begrippen van 
den inlander. Ma:ir buitendien zou het verband dan 
aldus zijn: /srhij ging naar een khipperboom en sloeg er 
zijn moeder mee." Nog al een handig voorwerp om moê 
te slaan ! 

419, 1- vfêOirfrutmrfxnKKas de Ki Loerah (nl. de vader van het 
meisje) zei. Blijkens pag. 883, 3, substitueert de heer 
V. L. R hiervoor de moeder. Vrg. Aant op 24, 8. 
De heer v. L. B. is ook hier met de sekse in de war; 
hij verwart toch niet Ki met Nji , het eerste een mannen- 
het tweede een vrouwen-titel? 

Er blijven mij nog eenige onjuistheden in het Gl. op te mer- i 
ken; aLs: Op het woord ojijus vindt men: ^nj^ (uitgesproken 
Sölöh), bet. Solo. Daar het mij zeer ongerijmd voorkwam dat 
de Mad. de ö klank achter een harde medeklinker zouden ge- 
bruiken, heb ik er Kaden Moehni naar gevraagd. Volgens hen 
spreken de Mad. dat woord uit even als de Javanen , nl. SSli. 
— tnxn lees: #oiin ST '/in Üaauwte.'' — 2#o^ niet lekker, op zijn ge- 
mak; dat is xmtiLta^\ het Jav. r^mnpiÊoijfw iur«n is het Jav. M 
<^^»o^\ erg. naar zijn zin zijn. — ^jnh lees ««^ix eten. — ^^m^ 
nvus ligchaam, ik ! ! terwijl het toch niets anders bet. dan huid, 
vel, schil. — Onder x^«i,»\ verstaat de Mad. 1 gulden koper. — 
o'r)^ bet. wel nabij, maar niet s]>oedig (van waar datP). — 
En hiermee is mijn taak afgeloopen. Aangenaam was die taak 
niet. Gaarne zou ik c^ene bijdrage tot de kennis der Madoereeache 
taal , die pas de eerste jKiriode van beoefening is ingetreden , gunat^ 



TJA Rn A HRAKAJ. .l^fl 

hfhlxMi willfii lM*(N»nl(-4*lcii. Want wij , die om hier iiirt dr 
«tiiilit* vnii iiilaiidM'lic- tulen b«?7i|; houden , hrhlxMi ziNircrr l«lioi*ne 
•iaii >tt tin 1)1) licn , dir aan di* bmn zvhv hunne Leiini!« dirr 
talen kuiini'ii vt'Mueerderrn. Muar de op|)ervlaLLi|i;e wij/e vkuarnp 
d«-.'r |inN've iM'ueikl is ïifTft het mi) onuiugehjL geniaukt, ir 
a:> e<'n nutttire i)i|dr«iire tot on/e kennis van het MudoerrcM'h 
te ht'<;nM-ttii 

*r«K'rj lel» ik iremei'nd mijn «irdeel niet te mrieten achter- 
':s(>ti()en , omdat hij on /e ^erini^* kennii* van die taal iedere bi|- 
drnL'e op de stilde er van invloe«l in<»el hebben; een invloed te 
^riMitt-r, d:i:ir /i) t^elevenl i:» dmir iemand, die gerekend wordt 
ern zekere autoriteit te l)«'/itten. 

Li'iiirrt , SeptiudMT IS?»?. A. ('. VtfEOC. 



KAARTJE VAN DE BANDA-KILANDEN VER- 
VAARDIGD DOOR EMANOEL GODINHO 

DE ERKDTA IN 1601. 



Het hier medegedeelde kaartje van de Handa-eilanden en 
brief, waarvan de vertaling uit het Fortugeesch mede hier- 
nevens is gevoegd, werd gc:jchreven door Nicolaö de Montalegre, 
uit Grissee den 20 Juni 1602, en was gericht aan Andre de 
Fnrtado de Mondo^a , > Capitao Mor e Geral do Mar do Snl 
e de sua conquista; met de overbrenging was belast de monnik 
Pablo de Mesquita. 

Dit schrijven strekte voornamelijk ten geleide van het ge» 
noemde kaartje, door hem (de Jdontalegre) en anderen opgenomen 
en //verthoont ofte verlicht in schildcringe door Manoel Godinho<r 
die Mendo^a daar in zijn gezelschap had. 

De schrijver geeft in zijn brief het een en ander op wat 
op die eilanden betrekking heeft, terwijl hij hoopt dat het hem 
tijdig genoeg in handen znl komen, om bij het plan dat hij op 
die eilanden heeft van nut te kunnen wezen. Hij treedt ver- 
volgens in eenige bijzon de rlieden die den schrijver i)ersoonlijk 
aangaan, waarna hij licm kennis geeft van de aankomst van 
twee Hollandschc schepen, die te Giissee volk en koopmanschap 
hebben aan wal gezet; ^ dat ze dit ook te Damak hadden 

' Dczo gewezen Gouverneur van Malakk:i, nu Adinirual over een l\»r- 
tnj:fto«:che vlont ^ is on*> bekond door do gevechten door den Admiraiil 
Wolphort Ileriiiansz. te^on hom in den maand December 1001 en Januari 
IOU'2 vooi- Haiiiani geleverd. Na zijne geleden nederlaag was hy naar «la 
Moinkken geloopen om de Ilollandeis aldaar zoo veel mogelyk ufbieuk 
te doen. 

'^ Dit waren de twee schepen die onder bevel van den Adminuil Jacob 
\an Hcemskerck, don 4 Maiu't 1G02 van Rmlam waren vertrokken. «Wy 
svn don 27 April (*) op de ree van 6ris<;ee onde Jortan goankert endé 
nadat wy verlof endceenhuys opgerecht hadden , onse goederen aen landt 
pohraclit om te hando'eii.» 

Do <)pkom<«t van hot Ncdorl. gezag in O. I. door Jfar. llr. 
.1. K. .1. de Jon^o. II Dool blz. 515. 

(•) Lie.^ '27 Md, zie den tekst oji ld/. 51 ± 



KWUTJR \\S nr HAN'DA-KII.ANDEN VCKVAARUIOD 8H7 

Willen (Uh'u , Hf)rh zof*r ulecht Toor hen was arKf*liM)|iKn , want 
«x'ii ifcdcfite van hun vulk wtji vermooni en f<edi*elteliik gevauiten 
triiKifnf'ii 1. I)f' Montiilf/r«* wni nirt den iiioiiuik clt* M<'«quiUi 
nan biMinl van (*<*n der^r .«chepen grweett, om hem ie laten xien 
h(M* t^NNl ze wairn utti^ruftt , o|Mlat hij dit aan den Admiraal 
7nu kiiiincn medcdH'lirn eii7.. ; eiudflijk wenachi hij dexe fele 
\ic(<>n«-n vu drf(Mi>a do ^ua cmuta ft' (^iolica. 

n<M* t\v7.v «tukkfn in onze handnn zijn gf*komen bleek una 
nirt dui(i«*li)k ; wri vond lle^'mükfrk , toen hij van een ferlorm 
rrti* niiur Huli up drn 25 Juni Ier reede van Jortan kwam» 
7\\u Viro- Admiraal aldaar trn anker leiryren en beii^f ens ham eeo 
Portuffff-Mii fn'iait , dat deze* met toestemming van den Uoufer- 
iiuntr aatiirriiaald had. 

l))t fre^Mt kvram van Ambon, «emaarta het de vloot viB 
MriidiM-o (^*vo|^d hnd vu dat door dien Admiraal met brieveil 
n-iar Stilnr en Malnkkii wnn gi^znndrn ^, 

\Un\ iioe dit moiri* zijn, al waren de genoemde stokken in 
linnden vun den Ptirtugeeiirheu Admiraal Kekomen • ze loodcn 
hrm vun ireen nut zijn geweekt , daar onzen Admiraal Wolphert 
II«Tnian9/. reeds den 22S Mei 10ti£ een ooutracl met de Ban- 
dai.ezen had gt*5l(»ten, * derhalve bijna een maand froeger dan 
de hnif d(M»r de Mrintale^^re ma« ^^hreveii. Hierdoor zal ver- 
m<M-«le!i|k liet plan van deze in duigen zijn gevallen, om zich 
]M .'.et vriltfeitde janr naar Ha nda ie begeven en onder de achaduv 
vaTi den Ailniimal aidaar ri|n pofiitie te verbeteren. 

lil «jf \ert.iiinif van den brief, die, zooa Is wij ge7.egd hebben, 
iiierl>ij 11 JK^T-viteifii , hebiN'n wc hier en daar een kleine aantee- 
keuint! L'' niaakt. 

Het k.iartjr, waar\an de heer Ruvi^kiv de welwillendheid hrrft 
ifrli.nl rt-n miür te verv«anliifi*n , heeft «•••ne i;ftM»tte van Ü, |n — 
i».:Jh m ru •- n|. papier ^•te^-kenil Het heeft lot ojiN'hnft "lianda, 
In^ii/ie 'r\Mi^. de intei;n) multia in l^oriü Kinendatun. Anno 
P«'j. ir>01 Aurtore Kmnianuele (iod. di Kredia.' V^rn nehaal 
k'jiitl rr f.'.it op vtMir, de brreiitegraad monlt Meen I i o|»srrge ven 
/«•iiilf r <i<- o.dtrdetien , de iianitn der eilamieii tot de linnda" 
frorj) U (HMift luie wordm ailen j^*n«iemd. Tu!*MT''ien X»"ifa en de 
(ii4*r>f>r<j Api /iet inen de diepte hij ho«t^ en laai; water aaii- 

' Ki- . .rrii. l.li .Mo .M4. 

I \.. \.i<!. ; 11 '1.'» M(« Iti •l«*i< t'k'^lli'i iTOotjiatu I %rfkcirnlct^k 

•Jat H*-« iii^k'-i k .l^t f • • ^*jii K i«l «i-fit^**!'!. 

* \ I • 11 f il 'kU* TilT 



388 DOOR EMANOEli GODINHO DE EREDIA IN 1601. 

geteekend ; een ankerplaats wordt aangewezen aan de Noordkiut 
van Lonthor, doch iets Oostelijker leest men aqtd (hier) dat 
niet van de hand van Eredia schijnt te wezen , verders eenige 
reven aan de Noord- en Noordwest kust van genoemd eiland, 
dat als het voornaamste van dien groep wordt aangeduid. 

Wie Manoel Godinho, de «'verlichtere van het kaartje, is geweert, 
en wiens naam dezer dagen nog al eens ter spraak is gekomen, 
als zoude hij in 1601 Nieuw-Holland of Australië hebben ont- 
dekt — dus v6ór de Hollanders, die daarop op overtuigende 
wijze in 1605 — 1606 i aanspraak kunnen maken — verwijzen 
wij onze lezeVs naar de zoo belangrijke artikelen over dit onder- 
werp , door den heer P. A. Tiele en de daarin aangehaalde schrijyen 
in den Nederlandschen Spectator geplaatst; > alsmede het stokje 
van den heer Dornseiffen, getiteld //De ontdekking van Austnlie*^, 
in het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap > op- 
genomen. 

Om te weten wie Nicolao de Montalegre was en welke be- 
trekking hij in 1602 te Grissee waarnam, wendden wij onatot 
den Secretaris van de Academia de Sciencias te Lissabon , doch i 
mochten tot op heden daarop geen antwoord ontvangen.' 

Leupk. 



* De reizen der Nederlanders naar het Zuidland of Nieuw-Holland in 
de 17c en i8e eeuw. 1868, blz. 6 — 9. 

Als voren: naar Nieuw-Guinca en de Papocschecilanden. 1875. blz. 3— 7. 
s 24 Juli No aO en 7 Augustus No 32 1875. 
> 2 Deel, No 1, blz. 49—50. 



o. 




) 



\ 



/ 




L 



S88 DOOR EMANOEfi GODINHO DE EREDIA IN 1601. 

geteekend ; een ankerplaats wordt aangewezen aan de Noordktust 
van Ijonthor, doch iets Oostelijker leest men aqui (hier) dat 
niet van de hand van Eredia schijnt te wezen, verders eenige 
reven aan de Noord- en Noordwest kust van genoemd eiland, 
dat als het voornaamste van dien groep wordt aangeduid. 

Wie Manoel Godinho, de «'verlichtere van het kaartje, is geweest, 
en wiens naam dezer dagen nog al eens ter spraak is gekomen, 
als zoude hij in 1601 Nieuw-Holland of Australië hebben ont- 
dekt — dus vóór de Hollanders^ die daarop op overtuigende 
wijze in 1605 — 1606 * aanspraak kunnen maken — verwijzen 
wij onze lezeVs naar de zoo belangrijke artikelen over dit onder- 
werp , door den heer P. A. Tiele en de daarin aangehaalde schrijvers 
in den Nederlandschen Spectator geplaatst; > alsmede het stokje 
van den heer Doruseiifen, getiteld //De ontdekking van Australiër, 
in het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap < op- 
genomen. 

Om te weten wie Nicolaö de Montale^re was en welke be- 
trekking hij in 1602 te Grissee waarnam, wendden wij ons tot 
den Secretaris van de Academia de Sciencias te Lissabon, doch 
mochten tot op heden daarop geen antwoord ontvangen.' 

Leupe. 



* De reizen der Nederlanders naar het Zuidland of Nieuw-Holland in 
de 47e en i8e eeuw. 1868. blz. 6—9. 

Als voren: naar Nieuw-Guinca en de Papoescheeilanden. 1875. blz. 3— 7. 
s 24 Juli No 30 en 7 Augustus No 32 1875. 
> 2 Deel, No 1, blz. 49—50. 



imiKI DOOR MCOI^AS 1)K MONTALWiUK AAN' 

i)i;N ADMIUAAL AM>KI-: FI.HTADO 1)K 

MKMKKA 1\ HJ()2 (iKSCIIIlKVKX. 



S'iM.Ti'i S'-rri.» rln'i.'nii .1 r*t«' |M»rtii a o? J7 dr Junho y vi\ 
!«ii.i •nii|>.tni i.t (I pr fcii |i:ihln (U mr*>quit» r |K>r o\\r f*?irrivo 
f>>:a f ro!i ('ii:i iii.iiiilu n viii uii |m|ii*l tii (|Ut' vin» piiitada» as 
\i:.a« (11* li.tii(i» , (jiit* coiiio jii t«*iihii TM-rito h vm na tim dr 
tr:t>;t dc j:!!»-* ({Uc :i> ï>alirii imiiti» Im'11, \ fr ril to!>cadH«i na |>iittiira |xir 
iii:ir.c>< 1 «joilin.'ii» lla tran* vrii na !*u:t coiipaiiliia e oint*n9 ({ue 
ft:i \f :»n Ut Ha-, ])iinrj]i;i!fntr fraiioi dl» iiiari.H t\\u* qunndo vn 
Ml: a i'iii'* o Ml dioifn d«' /artuija f-ta va vWv )la a imiiri{ial 
f ^^• lil I..H fa' riula «»!• lcnjtf»r ♦* lnirn Uf-n »• I t^ataca c a* dua.» 
<t' Itpra {•uifi run v |tul<» Ai — >ar.iii;;iiiii qui* (*{«ta drtras d^ 
)<.f)t<.r — puin piian <*> dr .-ua.<« (irtc e !i.ha.« on dr tirnni tï;^ 
« o!::t« M.U'*a>. ]/ul<» rapal 4\- hum )x*dru a frirfiü dn liiitii nan daiU 
a (i>«ta (» LMiMoiiMpi. |Mir )n haiitla dr iiortf tan bi>n ticiir alifuiias 
i>r!f r !r.' .1- \ alLfunait arU»roM dr farcnda i rl ^ar«*i iiiiiito de 
\'i' .1 VI.' • "ta pa|N-l p a ({ vrja vni antaj* tlv rriirnr iirila^ n 
1 :/ ' • * •:-» j ■• M- firiT ftirUiiia qui r «'ii iirra (|Ur dr tirii dr 
r :.!:i<i.i i|u> r«* j jinM ipai cpio |H)la lianda dr S. r^U* m> riitra 
:. k ■ ti> (|u« \uiitn de Sruo, qur tan bleu m* hu» purde 



f ■ >>i 



o» ;• j -1» r 



r ■ 



, 1 ™ 

m, 1 


J'J*.» 


1.. 


1"' 


ir.l., 


1 •.. 






:iMi :i{Hi«i idn A ini' a^tnturar !ti dfti» mr difin vida |p* u 

^ 1 ■'■I' -Il Ml ;iiX'U!i jUiini dr aijUi i» dr tubuu pji \(*/ n'|i«jeKi 

■ ' t II- vrn iH '•i* ilrradrro ipialtri .i'rarnar alirun mnrdfHi 

' ' •- ■: • \a' :i uMhiia iiiollirr t- t*:.;Mi« rrMiloü dr \rn, a (k» 

'y V" MiTi • OU I -^tr jHirto dna- iian* dr (i'anda r Wifii 

r -M I lil ril trrra umi iiiuita n)pa r r>tr!i pptprinji t*n dama 

J-. ^i.t- b'in.ir .&.« Iiaii.<», t<Kla\ia PVirUroh itiitah«r datiliii 

-. . ..I jt uu- <pir tt Tij.ui rn l:i-rj «|ur rr.111 ni.1» dl •lü iiitinhn-» 

■ •T-' (M*i 1.1 fan nda qui* avian llirvadt» p.i \rudrr , dr^tii« 

ri^jil.iriiu lo* irui!» prwn ip:i!r* \ ntm* |rpi iimtjnHi \ 

• :••.'. i|t|«' il.iM»M ril 1m \t ai p' fr.!! |'.dd<* a una 

* i ' • ^l.iv.i a |i.: p* Ij pi| dit -1 dar a ^ tn rattiii dr irouiii 



hi){) BIMKF DOOR MOOT.AAS DE MUNTALEGKE ENZ. 

andan tanibien no^ooiadosi. particularmte pres^uiitaii si Ia armada de 
vm si trae altilheria ao lameii dagua e tanheii roncan con dicer 
que de sua terra a devir p& estas partes^ arniada niinto gtoasL, 
con muita jeute de guerra^ que jandose de que el las saó mercadom 
a que por itaó ter oude poder buscar su vida por les tener 
fcchados os portos en espnuha ])asan a es^tas partes. deos remedea 
tudo como pode a vm Ihe conceda a te o fin maitos prosperes 
Titorias en defensa de sua santa fe Catholica como pode etc de 
guerce a os 2o de Jnnho de 1602 

criado de vm 
Nicolao de M'tal^re. 

A Andro Furtado de MendoQa Capitao mor e 
geral do mar do Sul e de sua conquista. 

Vertaling. 

Symon Seran ^ is in deese haaven aangecoomen den 17 Jank) 
ende in sjn geselschap den vader monnick Paulo de Mesgyte > met 
wien ick dese schryve ende daer beneüens seynde ick U een papier 
waar in dat geschildert «yn d' Eylanden van Banda , gelyck iok al 
geschreeven hebbe aan UL. , deeelfde getrocken te hebben na de 
manier van de Javanen diet seer wel coo(n)en ' (weten) ende ver- 
thoont ofte verlicht syn in schilderiuge door Mauuel Godüiie * 
die UL. aldaar in syn geselschap heeft, en mannen die daar ge- 
weest hebben , insonderheyt Erancisco ^ de Maris , die doe ick 
daar was met Diogo de Sanbya ^ , daar oock was. 

Het besonderste ende daar de meeste waareu syn, is Jx)ntoor ^ 
ende daarna Nera * ende Lapataqua * ende de twee die bujten 
ailliggen Poulo Ron «o ende Pulo Ay >» , Sarangunie » licht 
achter Lontoor, Pulo Pi san daar hebbense haare hoofkens daar 
se v}gcu ende ander dingen aftrecken. Pulo Capal <> ia een 
steen op de maniere van een schip dat op de custe gesmeten is; 
de Guno Apy >* dat is de brandende berch. Aan de noortayde 
heeft (Handa) oock somige hoofkens ende boomen van ware ■*. 

lek sal scer vejblyt weesen dat UL. dit papier mach ter hant 
cooinen, opdat UL. sien mo<;cht eer ghij daar in compt de 
stede ofte plaatse om een starckte te maackeu welcke is iu Neia 



^ Simaó Saraó. * Pablo da Mosqiiita. ^ que as s>aheti muito ben. 
'' GiNÜiiho. * Franco. • Ja Zanbuja. ' Lonthnr. " Ncira. 
-' Ubalaoa. ^^ Pulo Kun. " Puiu Ai. '^ .Sarauguiii. <3|i„i„p^juL 
'"* not-iionj; iipi. ^•'^ Arbwro.s ilc f.a:ca(lu. 



HUIKl- IMKIH NKOIAAS UT MO}il MStiKY. f.SY.. «ilM 

dat (I' iiirr)iii!«tt' wicrt wflckt* het ]iritici|>ttAistt* is * , wuiit aan «If* 
Wf:5t <la:ir t-n rtnupt nirt in , aU dir vun Si*ran > odonie n , dat 
nint iiaar inm'Ic can vcihitMlcn. Irk hrbht' V(K)ri;rnomrn mv te 
avoiitunMi !*(Mi iiiv (rodt firt leven ^*eft tofcoinende jaar U* gnan 
nu lUnda in ri'niL'ht* jtinrk van liirr ofte Tubtin > om tr «ifn 
f»flr iiiv rnii (omitr nwt* M'hndiiwf ) in dit mijn Iaat»tr t|unrtier of 
dM»rn nivn lant.Hirn tvt veren utMi fcnich reninlif omme if !>fvndfn 
fiflr dra::i*n aan invno vrouwe eiide kinderen. \xwv dienaars. 

Den 27 Mrv syn in de^ie haven aangecomen twe<* achepen van 
llnllaut end«' hebben tertitont voick aau laut geaet met veel coop- 
mjin<M*hap|Mn , ende dem>lfde wilden die van I>ama * haare acheepen 
nf*«*ni'*n . doelt hrMx*n merckelicke schade gdetlen want het folrk 
i\u- «^v HHn lant hadden ende meer ala 'lO man waaren , hebbenw 
h.inr nfp'Doinen niet de r(N)pman!irhap|)en die iv aan landt g«- 
dniTi'n liadden om te vennKij)en. Van tleiie mannen hebbi'nne de 
pri»« ijKaljite LferintMHMit , andere «ymler d«Kit geMneeten ende 
oUitrent twaalf ttaHr gebleven. Irk iield)e den vader monnirk Piiuhi 
m een van ih- M*itee})C*n dat hier lach ^bracht, o|xlat hij l L. redeu 
m(M*ht i^'ven hi^* dat 9r wel van alles met iroeile oniere vertien 
«vn. In-oriderMevt mw) vrai^'n sv oft^ de Annaile van IL. nork 
:feMr.nl dir'it»' h\ 't water lieeft staande, sv tnoreken oock , 
•r:f.,^*T)«)r d.it «t haar hint sal in deat* deolen * coomen een 
jfTii'-ti* AniKKh nii*t \eel volrk van (H)Ho'.re , haar beriaginde dat 
s\ n.t'ii.ii.ti :. H\.i eiiiji' orii dat m- niet heblirn Waar sy haar 
(*ii«t iiini;i'ti «ttkrii , nm dat uMit de h«Vf*ii'« \an Spanieii )^|fM)ten 
s\n, MMi «ixMii'-Ti '•\ o\er in deeae d<*i'len. (lodt remediere het 
all«*«' i:ri\rk hv vemini h ende dat l L. irelueke tot den evnde 
vi-rie vtMïr-'iMMiht^" vicktonen in Iw^hermeniJ*^* • van uwe heyligr 
i it*)*:rkr ir«iix>\e tfiivrk \\\ \erinarn. (iejichrrven in (treur ^ 

w 

dri, lu .Imihi A' It'^H, 

Nu oi A<* iH \!(i\iAi it.aii *. 

lil» .i;i'i ' nfl wa«» Ann .tritf/ni t urtmitt de 
MrHiit'^n OfiffrrniftpiirifH rmit" (IvnertMl van 
#//•! Sinjiirr Z*r rndr S'jnr cunt^utMtt •. 

I i- ; 1.1 r.r . .1 .! il Kit ji>i/tt . ' >ii»ij I. 411. i. • Tul>A<> -Tiirbaii) 
• iMü.ik. ' . ^» » . i'AMi'* • «•n •Irffiisa. ^ (fMenr • NittiJaii ilr 
M iaU- ••■ * \ \' I- ) if:i>lii ilr \|f*ti iii^a < 4|iilai' mar r Kfr4l «tu luor 



EKN LAATSTE WOORD. 



Op blz. 37 van 't tiende deel der derde serie onzer «^Bijdragen* 
vindt men een teilen ons geriolit schrijven van de pen des heereo 
Dr. A. B. Mcyer te Dresden , dat ons stof geeft tot de vol- 
gende opmerkingen. 

Wel degelijk hadden wij de door den schrijver aangehaalde 
verhandelingen gelezen , doch blijven desniettemin onze inee- 
ning volliouden , meei vertrouwende op ons gehoor^ dan op zijne 
geleerde redeneringen. Wat aangaat den naam Mysora, heeft 
de heer Dr. M. de plank totaal mis; deze is immers eene V6^ 
bastering van //Meoo-soïr. '/ 

Wat de Kalangs betreft, zoo willen wij giiarne erkennen met 
ons oordeel voorbarii; te zijn goweest; wij hoojien echter, dat 
de lieer Dr. M. (ir zicli niet door moge laten afschrikken van 
't openbaarmaken zijner waarnemingen aangaande een Negrito- 
rns op Java. Ware ons vertrouwen in zijne loyauteit niet door 
eii^en ondervinding inin of meer geschokt , (^^emioptera Wallacü^ 
Mei 1871), met genoegen zouden wij den heer Dr. M. inzage 
willen geven van eene bij ons berustende verhandeling over 
de Kalang's. 

Komen wij thans lot de kern van het schrijven in kwestie , 
zoo moeten wij andermaal bekennen niet te hebben gcwcteOv 
dat de hei;r M. ook eni gedeelte van Java heeft bereisd. Dat wij 
m ons opstel (Hijdr. dl. 10, pag. 3S(1) slechts onze bezit- 
tingen, den Maleisehen-archip(^l "sensu strictioriw op het oog 
liitdden, blijkt voldoende uit tien inhoud. De heer Dr. M. zegt 
van 1S70 tot 1'S73, dus in vier (f) jaren tijds te hebheu 
benïisd 8ingaj)()era , (^elebes, Nieuw Cluinea en de PhilippijPdcbe 
eilanden; veronch^rst ellen wij nu, dat een vierde van dien tijd 
te lüor ging met h<^en en wcrr trekken , door ongunstige weers- 
gesteldheid en andere beletsrien meer; dat een tweede vierde 
is besteed aan verblijf op de Philippijnsche eilanden, Voo 



KFN 1AAT!«1F WnciRIV 



V.n 



««*!i!<>trii f-r VUT ni-twiiitiff inaaiKirii orrr vcNtr dr Zduhnhmrlif , 
i;rot;r:itiM>lif , rtliiiolnifiM'hf en taalkundig* iia>|KYrininMi dt*:» heritïii 
Dr M. ii|» Sih^:i)ioir:i . .l.-iva, ( Vlclx»! en Niruw-Cïuiiira. Al was 
h\\ *NiL (i|) «rtrnM*lia|i|H*li)k [(rhit-d (*fn twirdf* vun llumlMiltlt , 
v.i-t w:in- )!Ciii (iMiimu't'lijk in zulk tfn kort tijil<«lN«t4'\ n*nf* 
^'MiiniiLTi- kmni'* tf' kniiiii'n «ipdiNMi vnn dr iliNir lirm tHTciMii* 
1 iMil>'ri. h'i vnn dit Ix-wf'n'n iiiliraaiidr, linntlfii wij tMik on:* 
:rr.i-::i)»- \<.i. lint vr vu iii intht' rn in Nfd<-rland t:d van 
ii.nriiif-Ti ri:inL:*'^»« /<'n kimni-n wnnlrn , wi'lkr *\vu IniliM'iicM 
.\ri:.i|rti In tl r Li niim dun ilr liriT Dr. M. 

Il'tft ii ; f iittli '..,iw tiinMiM-n tU' rrifclM va:i ons o|i>ti*l tfi*- 
1' /r'i , il:ii m| i»ii« /« If n-kt-iicn al:* ondi'r )irt ^i'tnl dif*r inanni-n 
!• /: !i luim {•♦Tl, /iMj lirifi liLJ jiii-it ir»'l*'/rii. Km dcrtiifjarii^ 
\irli.::t* i;i i>n/i- k<M<inifri al> (ÏMiivrrnriMriitMiirThüir , in(t-.<«t('n- 
t ti^ iii u» tr!:»'r; nij.il.jkr Uifn-kkuiL', H rf'.t V aanl'-ift , ijf^ljk wij 
imt l'i *i ' inh-fibiiil Vf rmi'iMM'ii , «If/i* nu/v j»n*t»'iitii-. 



• ■il.lM Mi iitl 
.» "^I J Tl IuIn-I I •'T'l 



II \0\ Kil<*|.NR| llii 



iNiiori). 



N^'Ulllll-t *\*'T ll'ili'll \;II1 hft lll^titllUl V 

1M«»« lSi'Htiiiir'«vi'rir>iil»'rinu'. 1^ A|»ril 1*^7.'» . . \ 

|»..'>-N |ti>ifiiiir-M'r;:iiili>riM:;. TJ Mfi !h7"i \ii 

|».»i»t' Ui'^tiiur^vi-ririiilrriii^. lu Juli l*<7.'» \x 

|*,7-t« I<i'-«Tiiur'*\»'ru'Jiili'rint' . -•'» S'pt. |h7."> .... x\iv 

!*•»*••* |ti>-tuiir<<vfri:ii<l<*rin^' . »; Xmv. 1M7.'i . ... wix 

1«.'*-^ lli><«tiiiir'*\rri:>iilt'riiiu' . ^ Jiiii l*^7ti . ... wxii 

ÏTM'*' lt<"«tuiir**\t'r:^Mili'riii^' . I Mimrt 1*»7»l \i !*■ 

MpTi-Miiriif ViTir-nitTinj . jr» Maart l**7»; xivin 

Yir«l.u' \i\u «li'ii -t.i.it i'ti «II' wiTk/ii;iinhi ■h-ii \.iii hit 

Iti«tiIiiu( •i\»'r 1^7.'» .... I 

iUk'*""* llHf-iiiliarA iit' iiiaiitri knripiiii . lialiiir«-»< h ;:iiiii ht 

Tl k*t •Il N«ii*Tl.iiiil«rhi' \i'rtalni^' rii«'i ii«iiit«'*'ki'iiin;:i'ii 

).f\»irkt i|*Mir \i. \aii Krk . /i>iiil<'liiit; <>|' \^'iU 
l»\tr /•Mi.'i-ii.uiTiitlf \i'r)iiniliii;;!iklHiiki*ii iii hi'l T.iu'ala «'H 

¥k.i? >i.i.iriii<-il«' •iMri'«-nkiiiiit in 't Ka^i ItiHir Mr. II. Kfrii 
\^ Klik''!»» ïit'ii i-n Nii'iiM-tiuiiiiM. 17'Jl* li'.M. hiMir IV 

A I.'Ui" 

|i« ••ii.iiii|ji- ( 'miiiiH rrii<»f . ( 'liuirKffk . Si h<HiiiriHij .*ii 

V!l!in«1^' hnt-T IV .\ l.ill|n' ... 

Hl ■!• 1 wiM •hl ••! |i.i.irt|i ti*|iriiiiu''<l>">lti'>r <'| n «tuk /i|il*- 

j. -T'Wt il-'-r **'iii )i'»-liiii . i-rliii^iiiiMiii- \,iii ri-oii-t'.m . 
j'i.ii » I r'ii iir \*u 1- i!i-fi-lii-iiii . iiimIit ■!•• r»*L**'''rini; \.in 
l'i ki'T. . \"r-* \.iit hl! Ki|k r^'m .i «i t*i7 .l**.'! Mi-l 
• ■■ 'Il iiii fr.x ^> \i r!.i!iiij •Il lil«Iiiri-rlii- .i.ilitiiki-iilli/<'ii 
,i,i:jfji\. !■ l—r tl .**! hit Jij ... .... 1*11 

1^, ir- I i Ur.ik.i; l'r-.. \. \aM M.ulMirriTlh- ^Im Hitij «l<-ir 

I •» .1 .1. \ i:: *l.. ff. *'>ir^' KmuwtT. l^iMtr A. C'. Vn-^ili- H.!* 

kuirij> \ lil •!• l'iAri'l.i-» ii.iiii|fii \i*rv.uirili;;il iliNir Km iii'h I 

ii.Mljih.. i|. Kr«t|i.i in l».«»l I^Mir fV .\. l,iii|M .i**»; 

lïr.' t '\>"-r N:«iil.i« -l*- .Mitiit.il* pTr^' ;iaii ili-n ailmiriuil An-iri- 

KiM i.|.. .Ji- M»'M«I'". .4 lil 1»1«»'J L'« «rhn^i'n . . <•'*• 

h.« *i 'ii'-r. M..,.nl H-H.r II \i'ii Kit-i'iiU r.: . i'.i'J 



I. 177 
liH 

iTlM 



I 

J ' 
i 

i ! 



; 1 

: f 



n 



. } 



BIJDRAGEN 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE 



N E t> E U L A N DSCU-I XDltL 



riii.Hims mxitt ii«i KoniMiui OHmtuiit 



TAAI. LAXll «» »<)U«M"»U1ID» VA» »tll«»I.A»lJIICU l«n 



YiT«l4i! ilrr r«'«lrlrrlu ru lirl •lir «u mlnlK. 



iifni— »»<»H.i 



UMlIMlik* 




BIJDRAGEN 



tUT »■ 



TAAL- LAND- EN VOLKENKUNDE 



VAS 



NEDERLANDSCH'INDIE. 



BIJDRAGEN 



r*n nw 



TAAL- LAND- EN VOLKKNKUNDK 



«AS 



NRDKRLANDSCH-INDIR 



IIITOKOKVRN 



DOOI 



HKT KONINKLIJK INSTITUI-T 



vooa »a 



T.\AL LAND. RN VOLKRNKUKDB VAK NEDKRLANDHC^H-IKUIK. 



Tenilaf der feefitTlertag ?u het ?Uf- m twtotlg^ 
jarig bestama raa het iMtitaat. 

(IPRI-IP'76). 



*8 42KATK?fHADK. 

MAHTIMS MJHOFF. 

1870. 

GEDRUKT BIJ H t 8MITS. 



VERSLAÜ 



DKR 



FKKSTVIKRINO 



VAM «KT 



VIJF- EN ÏWINTIÜ.JAR1G BESTAAN 



VAK NKT 



KONINKLIJK INSTITUUT 



VOOB •• 



TAAI^, LAND- EN VOLK KN Kir NU E 



«AH 



NKDKKLANDHCIMNDIE. 



1» Jl'NI 1876. 



358858 



INHOUD. 



I. 



Ver!<lag vau het verhandelde in de Builengewone Algemeene 
Vergadering, gebonden den 19<Ie" Juni 1876, in het Qebonv 
voor KaDsten en Wetenschappen te ^s Gravenhage. 



II. 



Feestrede bij de viering van het vijf- en twintigjarig bestaan 
van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Yolkflu- 
kunde van Nederlandsch-iudiëj den 19<len Juni 1876, uitge* 
sproken door Dr. Th. Ch. L. Wijnmalen, Secretaris van het 
Instituut. 



III. 



Aanteekeniugen en Bijlagen. 



VERSLAG 



VAM 



HET VERHANDELDE IN DE BUIT8NOEWONE 
ALGEMEENB VBBOADERINO, 

OKHOÜDKV DKV 19**** IVMl 1876, 



IV HIT 



GEBOOW VOOR K0N8TKN KN WBTIN8CHAFP1N 



!• *tGraf«akaf«. 



Bij eeoe circakire, gedagteekoMl 10 Ifd 1876» werd door 
hti Bfwluar van het Koninklijk Inttiliiot Toor de Tftal-» I^iimI- 
en Volkenkunde tan Nederlandech^Indiëf aan HIL lieden dier 
Inaielliug in herinnering gebracht « dat het den 4^ Jnni daar- 
aanvolgende vijf-en-twintig jam geleden aon iijn« datdeeerale 
vergadering fan het Qenootaehap gebonden en tot oprichting 
daarvan bealoten werd. Tevena weid daarbij het brelait iMde» 
gedeeld om dien gedenkdag op eenvoudige wijae te vieren* 
waartoe de krachtige aMdewerking der lieden weid ingeroepen* 
l>e niiine deebeming en ingeooneohetd» waarwMde dat bealuit 
aan«tondt werd begroet » itelden het Beetour in ataat daaraan 
nitvoering te geven. 

Tengevolge van den jniat op genoemden datnm invnlienden 
eerrtcn Pinkaterdag werd de feeatviaring nitgeateld tot Maandag , 
den 19^ Juni daaraanvolgende. 

Zij werd geopend met het howden eeaer Boiteogewooe Al- 
gemeene Vergadering, dea namiddaga ten éên nrf| in een der 
amaak volle bovenialen van bet Gebonw voor Konalen en We- 
lentchap|)eo , waarin geen andere veriiering waa aangebracht 
dan dr jaartallen 1851 en 1876 in nlver en omkranat door 
de nationale en oranje-klearen. 

Zijur Majfuteit de Koning* Beachermheer van het Inptttnat« 
nitgrnoodigd dete Vergadering met Hl), tegen woord igbeid te 
vereeren , bad bij miaaive van HoogatdecKlb Adjudant en Pkr- 
ticulicrrn Hecretmria van den S^ Juni aan bet BcnlMir doen 



10 

kennis geven, dat HD. niet het genoegen zou kannen hebben 
die uituoodiging aan te nemen. 

Aan het Instituut was het voorrecht te beurt gevallen, dat 
het Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Alexander der Neder- 
landen behaagd heeft het Lidmaatschap-Donateur te wiUen aan- 
vaarden. Het Ikstuur had gewenscht HD. het bewijs daarvan 
plechtig, hetzij ter \ergadering 2elve, hetzij door eene Com- 
missie uit zijn midden aan te bieden. Namens Z. K. H. werd 
echter bij missive van den 7en Juni, no. 16t, van HoogatdeanUb 
Adjudant het bericht ontvangen , dat HD. tot lijn gvoot leed- 
wezen verhinderd eou zijn de Vergadering bij te wonen « terwyi 
het Bestuur daarbij tevens nitgenoodigd werd genoemd Ud^ 
maatschap aan HD. zonder verdere formaliteiten in te mden. 

HH. KK. HH. Prins Hendrik en Prins Frederik der Neder- 
landen , die het Instituut gedurende zijn vijf-en-twintigjarig beetwn 
als Leden-Donateurs een onafgebroken belangstelling hadden be> 
toond , luisterden deze feestviering met HD. ti^^enwoordighcid ep. 

Had het Hoofd van het Departement van Koloniën, Egne 
Exc Mr. W. Baron van Goltstein, evenals de Secretirie-Ge- 
neraal bij dat Departement, Jhr. E. F. H. van Alphen, bekb 
bij missives van 12 Mei, zich bereid verklaard bij de 
viering tegenwoordig te zijn: — met leedwesen werd later 
den Minister van Koloniën het bericht ontvangen , dat 
Excellentie vanwege de behandeling, in de Tweede KaneTf van 
wetsontwerpen, zijn Departement betreffende, onmogelijk «« 
de Vergadering bij te wonen, terwijl de Secr^karie-Gtvenri 
zich wegens het ster^val van een zijner &milieleden van de 
deelneming aan de feestviering moest verontsdiuldigen* 

Vanwege het feestvierend Genootschap daartoe oitgenoodigd, 
waren tot bijwoning van het feest afj^vaardig^ de volgende 
Gedelegeerden : 

Prof. Mr. C. W. Opzoomer, van de Koninklijke Aeademis 
van Wetenschappen, te Amsterdam, 



11 



N. Tnikninfn, van dr Nedrrlmndtohe lUi 
tr AtnMrrdmoiy 

Prof. Dr. J. H. C Keni| yao de Eijks-lMtdling foor bei 
oiNlervijfi in de Indische taal-, land- en f olkettkoiHle , te Ijeiden» 

Prof. J. J. Mrintma , Tnn de GeoieeBie-niitdling Toor oDderwtje 
tn de Indiiche taal>, land- en folkenkande, Ie Delft « 

R. R. toe Iiaer« van liei Nederiandaeli Bijbel g ea uoU c i hap y 
tr Amfterdam. 

Prof. Dr. J. J. Prtaa, Yan hei Nederiandaeli ZendtUnn^e- 
nootüchap, ir Rotirrdaoi, 

Dr. A. Vrolik, van de Nederiandeehe Ifaaieohai^j Ier be- 
vorderinpt van Nijverheid, te Haarlem, 

J. P de Bordes, van hei Indiaeh-Oenootachap, te > Or»- 
vmhaire, rn 

W. F. Vrraleepc* nra het Aardrijkakvndig Qe noo tach ap , Ie 
AniMerdaai. 

Mrt oitKondering van die van de Nederlandadie Haiidei«aai- 
schappij en het Nederlandaeh Zeodelinggeaootaehap wareo al 
de al^vaardiipden ter Verfaderiog tegenwoordig; de eeraie «as 
door aaibtjdwsigkedea 9 de twvede door plotselinge oay si e l dheid , 
daarin verhinderd. 

F>n gmot aantal belangstellenden en genoodigden , waaronder 
nrr vrle leden van bet Indiaoh Q eaoo ta chap , die allen vanwege 
hei Instiioui loi bijwoning der feeaielijke bijeenkooMl waren 
genoodigd , gaven voocta door bnone opkonwi blijk van hunne 
drrlnrming ia de leesivierüig. 

()<>k flr |)rr» na^ vertegenwoordigd, waarvoor eene afimndor^ 
lijke ruioitr was aangewraan. 

Kiriflelijk wsf, behalve het Bestonr, een aaniieolijke achara 
%sri Mm vsti het feestvierend Genootschap aanweiig. 

<)|) (irn brpaslden tijd verschenen achtereenvolgens IIII. KK. 
HU. Prins Hendrik en Prins Finderik, gevolgd door HD. Ad- 
judantcii, W. Uaiun van Uogeadorp en L. R, J. A. 



Nepveu. Aau den ingang van het Gebouw door de Feestcom- 
missie (*) ontvangen , werden HH. KK. HH. vervolgeus ter 
vergaderzaal binnengeleid naar de voor HD« bej«tenade zitplaatsen. 

Onmiddelijk daarop opende de tijdelijke VooneitteTy Dr. P. 
Blceker, Yice- President van het Instituut, de Vergadering met 
een welkom aan de Koninklijke Donateurs Prins Hendrik en 
Prins Frederik, aan de Leden, Gasten en Vertegenwoordigers , 
afgevaardigd door de Wetenschap{)elijke lichamen, Genootschappen 
en Maatschappijen ter bijwoning van deze feestelijke bijeenkomst. 

Hij gaf het leedwezen van het Bestuur te kennen over de 
afwezigheid van den waardigen Voorzitter van het Institaoti 
den heer Jhr. Mr. W. T. Gevers Deynoot, die door oDgesteld» 
heid verhinderd was de leiding der Vergadering op zich te nemen. 

Onverwacht en onvoorbereid op dit oogenblik tot het presi- 
dium geroepen , meende spreker in de vervulling zgner taak op 
de toegevendheid van leden, gasten en vertegenwoordigers te 
mogen rekenen. 

Alvorens het woord te geven aan den feestredenaar, den heer 
Dr. Th. Ch. L. Wijnmalen, Secretaris van het Institant, richtte 
de heer Bleeker zich verder tot de Vei^dering met eene korte 
toespraak, in de volgende bewoordingen: 

^Het doel dezer plechtige bijeenkomst, MM. HH. , ia de 
herdenking van het feit, dat vijf-en-twintig jaar geleden ons 
Instituut werd opgericht, het gedenken aan den dag, den vierden 
dezer maand, waarop het zijn eerste vijf en-twintigjarige loop- 
baan had volbracht. 

f De oprichting van het Instituut was een feit van hooge 
beteekenis. 



(*) Zy bestond aanvankeiyk uit de HH. Jhr. Mr. W. T. Gevers Oeynoot , 
Voorzitter, A. D. van der Gon Netscher, P. J. B. G. Robidé van der Aa 
en Dr. Th. Gh. L. Wynmalen, Secretaris. Bij afwezigheid van deu Tooi*- 
zitter trad de Vice-President , I)r. P. Bleokcr, in zijne plaats up. 



1:5 

«'In ltifii«* haii netlctrt geraimeii Üjd fent kinchtigf beweging 
(ilajitii op weten0chap|ielijk gebied. Men was daar tol het brwimt* 
ziju i^tkoinen , dat aan dr Tenpreide wetenachappelijke krachten 
UKie^t worden gegeven een richtiDgi een leiding, een samen- 
werkiug, waardoor het mogelijk werd krachtiger tot de kennis 
%an ludit^ bij te dragen dan mogelijk was gebleken door de op 
zich zelve staande pogingen van individuen. 

•(Kik hif*r t(* lande ontbrak het niet aan mannen die sieh 
lirv<»gen bp het gfbied der Indische wetenschap , maar geheel 
wrril gi'iniKt eenr instelling die xirh de uitbreiding der kennis 
van de overzeesche beiuttingen meer in het bijaonder ten doel 
stelde, die t*enheid gaf en kracht aan de wetenschappelijke na* 
]*|M»ringv'n c*n mogelijL maakte liei publiceeren van streng weien- 
fcha|)|)riijke werken, dcNir die op haar kosten te doen plaats 
ht'bbrn. 

•(iejuLkig begreep men, dat ook in Nederland een krachtiger 
initistief noodig was en dat men hier te lande niet ten achteren 
mocht blijven, waar hei gold de uitbreiding van de taal-, Jaad- 
en volkenkunde van Nederlandsch ladië. 

*l)en 4^n Juni 1H31 was de dag, waarop Jean Chri^tien 
liauil, Taco RiMirda en (ierrit Simoiu» de groadslagen li^en 
\an onze In.^trlling. 

'Heeft 7.IJ aan haar bestemming beantwoord? 

'Ki'fdii het feit, dat zij vijf-en-twintig jaren heeft geleefd 
en gi'Wf'rkt , sluit in zich dat xij niet was alléén levensvatbaar , 
masr list het haar ook niet ontbrak aan levenskracht. 

«^Dat /i) hrrft beantwoord aan haar bestemming? liet zij 
nii) w*ruün<i, MM. 1111. te wijvn op de lange reeks Bijdragen , 
Wriisndt iingt*n en Werken van grooteren omvang, door haar 
in :;ri iicht grgr%en en hirr voor U uitgenpreid (*). 

*llti Instituut heeft neh in de vijf-an-twintJg jaren van njn 

* \\ \e wtovea Tta kH iMtitmit «am tor g% t%m 4r W»t««r»l«frl ttwr 



u 

bestaan meer en meer gevestigd en ontwikkeld. Het heeft zich 
eene waardige plaats verworven te midden van de meesi gewaar- 
deerde wetenschappelijke insrtellingen in Nederland eu liet jóeh 
geacht en geëerd in het Buitenland. 

>sr£n, ik mag er wel bijvoegen, het staat thans bloeAend en 
krachtiger dan ooit, en wettigt de voorspelling dat het hij 
verdere inspanning van krachten en talenten een tijdperk van 
verderen bloei tegemoet f^aat. 

/rMaar, MM. HH., ik mag niet verder voomitloopen op de 
geschiedenis onzer Instelling, over den gang van haar ontwik- 
keling en over wat tot haar verderen bloei kan bijdragen. 

"^Oiize Feestredenaar heeft op zich genooioi ook die panlen 
tot het onderwerp zijner rede te maken. 

/rAan hem verleen ik thans het woord.^y 

Overeenkomstig deze noodiging beklom Dr. Wijnmalen hierop 
het spreekgestoelte, en doorliep in eene uitvomge rede bet vijf- 
en-twintigjarig verleden van het Instituut. De spreker trachtte 
op het rustpunt, dat heden bereikt was, op eenvoudige wijie 
de vraag te beantwoorden, wat voor deze Instelling de sklsom 
was .der ervaring van haar verleden, haar roem in het heden 
en haar hoop voor de toekomst. 

Deze feestrede, welke door de aanwezigen heriiaaldelijk 
levendig werd toegejuicht, volgt, overeenkomstig het besluit 
van het Bestuur in zijne Vergadering van den 3^» Juni \X, 
hierachter in haar geheel, met toevoeging van enkele aantecske- 
ningen en bijlagen. 

Na het uitspreken daarvan nam de Voorzitter het woord 
en sprak: 

//MM. HH., Ik ben gewis de tolk van U allen, wanneer ik 

den Feestredenaar dank zeg voor zijne sierlijke en zaakrijke redje. 

ff De geschiedenis onzer Instelling ligt thans geheel voor U 



15 

o|)eii. Ztj heeft bevestigd wat ik io den MDfang znde» dat 
uj aan haar roeping op waardige wyie heeft beantwoord en 
heeft weten te boven te komen de hinderpalen die xich aan haar 
ontwikkeling en bloei in den weg «telden. 

«Hopen wij echter, MM. HH., dat de tegenwoordige bloei 
flechU de voorlooper ia eener verdere krachtige onlwikkeüng» 
en dat, wanneer het Inatituol aijn goadeo feeal xal vieren , het 
in glaiia en iuiater en beroemdheid minatana evan ver aal «taan 
boven het Institnut van 1876, alp dit ataal boven het Inati tont 
van I8(>l.«r 

Na eenige oogeiiblikken paoze het woord beruemeod, aeide 
de Vooneitter, dat het voor het Heatuur oen vreugde was bij 
dexe plechtige gelegenheid aan de Veigaderiog te aaogen mede- 
deelen, dat het Z. \L H. Prina AJe&ander behaagd heeft het 
hidmaataohap-Douateor te aanvaarden. 

I>exe mededeeling werd met levendige toejaichingea ontvangen. 

Op vcnuiek van den Voonitter werd vervolgena door den 
Adjunct-Secretaris van het Inatitnnt, den heer J. Roadewtjnse , 
voorlezing ^aan van de namen der nieuwe Leden- Dooalfara en 
binnen* tu buitenlandsche Leden « die hel Beatunr hij dexe 
feestelijke plegen heid had benoemd. 

In Nederland: 
Tol licden- Donateurs : 

Zijne koninklijke Hoogiieid Prins Alexander der Nederhuiden. 

Z ïéxc. de Minister van Koloniën, Mr. W. Karon van (tolt- 
niruif Xe (iravrnhagc. 
Tot ^*moiie l^iMi: 

Z. tl&c. de Minister van Marine, W. F. van Krp Taalman 
kip, te *s Gravanliage. 

Jhr Mr. J. A« ü. Baron de Vos van Kleenwijk, Voonitlrr 
van de Orsie Kamer der iitaten-üeneraai , te Zwolle. 



(;. T. Stork, te Oldenzaal, I ^ , ^ ,' 

_ ^ ,,. , ^ , > Leden der Eerste Kamer. 

T. P. Viruly, te Gouda, \ 

Mr. W. H. Dullert, Voorzitter van de Tweede Kamer der 

Staten-Generaal , te Arnhem. 

Mr. E. J. J. B. Cremers, Jt i ^ r« -> ^j- 

f Leden der Tweede Kamer, 
J. P. Bredius, / „ . , ^ , 

, _ ^ ^ , ^ ,. \ allen te sGravenhagB. 

Mr. J. P. R. Tak van Poortvliet, ] ^ 

J. J. van Swieten, Gep. Luitenant-Generaal van het 0.«I. 

Lesrer, te 's Graveuhage. 

F. V. A. Bidder de Stuers , Gep. Luitenant-Generaal van het 
O.-T. Leger, te 'sGraveuhage. 

D. de Graeft' van Polsbroek , Oud Minister- Resident in Japan, 

te 's Gravenhage. 
J. A. Th. Cohen Stuart, Oud Administrateur van Financiën 

in Suriname, te 's Gravenhage. 
Mr. J. G. Gleichman, Secretaris der Nederlandache Bank, 

te Amsterdam. 
A. A. Bieufait, | Directeuren der Stoom vaart-,Maatachappij 
J. Boissevain, \ //Nederland/i", te Amsterdam. 

G. P. van Eeghen , Voorzitter- Commissaris der Nederlandaehe 
Bank, te Amsterdam. 

J. Groll, Directeur der Nederlandsch-Indische Spoorwq^Maat- 
schappij , te Leiden. 

J. P. de Bordes, Voorzitter van het Indisch Genootschap, 
te 'sGraveuhage. 

Dr. J. A. C. Oudemans, Oud Uoofd-ingenienr, Chef van 
den geographischen dienst in Ned.Indië, thans Hoog- 
leeraar te Utrecht. 

Dr. W. N. du Rieu, Conservator van de bibliotheek der 
lioogeschool te Ticiden. 

Dr. J. E. de Vrij , Oud -Inspecteur voor scheikundige onder 
zoekingeu in Ned.-Indië, te 's Gravenhage. 

F. do Ba;«, Kapitein bij den Generalen Staf , toegevoegd aan 



17 

dfn Chef der Topognphbche Inrichting, te *f Grtvenhage. 

W. Kleyn van de Poll, oud-Reiident op JaTi, Ie Utrecht 

II. C. Humme, oud-Reeident ¥io Timor, te '• Grafoiluigt. 

fAr. J. van (iennrp, oud-Advocaat en Redacteur vao de 
Java-IMr en 'i Indisch Weekblad van het Regt, tbana Ie 
Rotterdam. 

Mr. J. P. van Boiee, oud- Advocaat te Samarang* thana Ad- 
vocaat te 's (iravenhage. 

O. A. M. van Vliet, Tabaksplanter op Java , Ie '• Oravenbage. 

Th. 8chill, oud- President van de Fadorjr der Ned. Handel- 
maatsichappij , te 's Gravenhage. 

A. C. Joo«ten, Makelaar in koffij, te Amsterdam. 

A. S. Fransen van de Putte, te 's Grave&hage. 

J . de Vogel , te 's Gravenhage. 

lliK^veiissr van Geldorp, te Geldorp (Noord-Brabant.) 

I). F. A. Biiuduiu, te 's Gravenhage. 

il. M. van Dorp, ood- Boek handelaar op Java, thans te 
Hiiarlem. 

A. W. M. van Oordt» Roek bandelaar, lid der llrma E* J. 
Brill, te liciden. 

J. C Ne nrdenburg , Diredettr van bet Nederiandsch Zendeling- 
genootschap, te Rotterdam. 

F. C. Ilnjnen, oud- Missionaris in Indië, R. C. Friesier Ie 
Kotterdaui. 
Tot Iriien in Indir: 

Jkir. J. W. van Ijansberge, Gouverneur-Generaal van Neder* 
isiidj^hlndiê, Ie Batavia. 

Mr W. A. Henny, Directenr van bel Departement van On- 
derwijs, h>rcdieti»t en Nijverheid, Ie Batavia. 

C l^»»>rher. Directeur van het Departement van Binnenlandacb 
Ix-^tuur, te Batavia. 

A. Pru\» van der Hoeven, Reaident van Pdembang. 

ü W. W. C. Baron van iioë%ell, ConlioleQf der 2^ klaase 

f 



18 

bij het binnenlandsch bestuur op de bezittingen buiten Java 

eu Madura, thans met verlof, te Dordrecht. 
J. W. Middelburg, Controleur op Java, thans met verlof, 

te 's Gravenhage. 
Mr. D. W. Horst, Controleur op Java, thans met veriof, 

te Utrecht. 
W. L. E. StoUé, te Padang Pandjang. 
C. H. M. Ie Roux, Controleur der 2^^ klasse in de residentie 

Palembang. 
M. H. Witbols Feugen, Controleur der 2<>6 klasse , afdeeting 

Bima (Celebes). 
A. de Valder van Noonlen, te Soerabaja.' 
IL H. G. K. Baron van Hogeudorp , thans reizende in Britsdi- 

Indië. 
Mr. H. Kuneman, Controleur, tijdelijk werkzaam ter alge 

meene Secretarie, te Batavia. 
H. L. C. te Mecheleu, Controleur, te Batavia. 
C. E. van Kesteren, Redacteur van 4rde Locomotiefir, te Samarang. 
J. £. vau den Bor, te Telok Betong. 
W. P. Groeneveldt, Translateur voor de Chineesche taal, te 

Batavia. 
L. Wessels, Inspecteur van de Statistieke opname van Java, 

te Batavia. 
Mr. F. F. U. Last, laatst Procureur-Generaal bij hetHoog- 

Gerechtshof, thans met verlof, te 's Gravenhage. 
Mr. J. C. Keyzer, Rechterlijk ambtenaar, thans met verlof, 

te Brussel. 
Mr. M. C. Piepers , Rechterlijk ambtenaar , thans met verioft 

te 's Gravenhage. 
Mr. J. W. S. van der Aa, President van den Raad van 

Justitie, te Padaug. 
Mr. J. de Ijouter, Leeraar in de Staatswetenschappen , aau het 

Gymnasium Willem III, te Batavia. 



19 

S. E. Htrthoom, lieeraar in de Iidifcke taal-» land-eofol- 

kfokunde aan het Oymnaaiam Willeai III, te Batam. 
KW. yan Uorkum, Hoofdintpeetenr der knltofei, te Batana. 
J. C Beroelol Mueni, Scheiknndige hg- de Kina-kaltoar^ te 

Bandoeng. 
8. OooUma, Zendeling der Ncderlandadie Zesdinga-TeieeDigii^ 

te Soemedang. 
A. Ueerdink, Zendeling der Nederlaadaehe Zendinga-fer- 

eeniging» te Bandoeng. 
R. van Kek , Zendeling der UtreditMbe ZemUnga-vereettigisg 

op Bali, thans roet ferlof, te Utreeht 
Tot buitrnlandMhe leden: 
C. K. Meinickf , te Dreeden. 
H. L. (leiwher, te licipiig. 
Krifdrich Muller , 



.(" 



- — Weenen, 
Alfred voii Kremer 

Micklugo-Maday, Natoari[ondige « reiiiger in Nieow-Utainfa. 

B. Gngorief, hoogleeraar te 8t Petartbnrg. 

Prof. de Teia, te Piaa. 

(luido Cora, te Turijn. 

K. de litveleye, hoogleeraar te Luik. 

A. Vivien de Haint- Martin , te Pirija. 

Kolunel IJule, Lid van den Raad van Indiê, te I/mdm. 

Ilfnrj 8ummer Maine« lid van den Raad van indien te 

liunden. 

Alfrrd Kuaael Wallaoe, te lionden. 

HM Kiliot, te Londen. 

Na dr voorlciing van de namen dexe? nieowbenoeaMle leden 
•prak de Voomitter het volgende: 



''.MM. Ilil. Alvorena deie Vergadering te alaiien, venaeh ik 
dril «latik van het Beftttur te befuigcii aan t\ Koninklijke 



20 

Donateurs , hooggeëerde Prinsen , die door Uwe Hooge tq^- 
woordigheid wel hebt willen doen blijken van belangstelling 
in het Instituut en in de uitbreiding der kennis van Neder- 
land's onschatbare overzeesche bezittingen. 

//£eu woord van dank ook aan U allen, Mijne Heeren, die 
als Leden , Gasten en Afgevaardigden hebt willen deelnemen aan 
deze feestviering. 

//Het zij wij vergund een woord tot afscheid te bewaren tot 
heden avond, als wanneer het Bestuur hoopt U weder te ont- 
moeten aan den fee&tclijken disch^ waarmede wij onze feest- 
viering weudcheu te bezegelen. «^ 

Na de sluiting der Vergadering werden den Gasten en Leden 
eenige ververschiugen aangeboden en bleven HH. KK..HH. de 
beide Prinsen nog eenigeu tijd in de vergaderzaal om zich meer 
in het br)/.onder met het Bestuur en de Leden van het Institaut 
te onderhouden. 



De fee&<tmajiltijd werd gehouden in het Gemeente-Badhuis te 
te Scheveuiugcn , des namiddags ten 5| ure. 

Was Zijne Majesteit de Koning met HH. KK. HH. Prins 
Alexander en Prins Frederik verhinderd gevolg te geven aam de 
uitnoodiging om den feestmaaltijd met HD. tegenwoordigheid (e 
vereeren, Z. K. H. Prins Hendrik woonde dien bij, vergezeld 
door HD. Adjudant, W. Barou van Hogendorp. 

Tot bijwoning daarvan waren tevens uitgenoodigd en tegen- 
woordig: Zijne Exc. de Minister van Koloniën, — de Secretaris- 
Generaal bij zijn Departement had zich om redenen hierboven 
vermeld, verontschuldigd — , al de hiervoreu A^evaardigden van 
geleerde genootschappen en instellingen , met uitzondering slechts 
van den vertegenwoordiger van het Nederlandsch Zendelinggenoot- 
schap te Rotterdam ; voorts de Feestredenaar en de Adjunct- 
8ecretari;i van liet insiiluut. 



21 

Vf>or (ien maaltijd hiiddfn zich verder laten infchriJTen de IIH. 
]A^i\en W J. H. C. Robid<^ vao der Aa, Mr. P. J. Bachiene, 
Dr. P. Hl(*(*ker, Mr. H. J. van Buren, J. tan der Crab, 
Mr. W. K. Banin van Dedem, Dr. F. A. C. Dumontier, A. W. 
Etfl^r van Wiwsfkerke, Jhr. Mr. VV. T. Oever» Deynoot, A. O. 
vuil der (ion NVlarhcr, J. R. P. F. Gongirrijp, ()oni. deGn^ot, 
Jhr. N. A. HolmlierKde IWkfflt. Dr. A. VV. T Juvnholl, Mr. 
P. A. van der Lith , Mr. C. J. F. *Miraudolle, J.M.ObrreOi 
Dr Fr. P. h. Pollen, J. D. FranMn van de Putte, Jbr. Mr. 
J. K. \\. Quarltti van UfTord, Dr. W. Palmer van den Hroek , 
Jiir Mr. \V. Kappan! , C H. B. von Roeenherg, D. W. Roat 
vnii ToTiiiiti|^n « Dr. (i. Sclilegel , J. Spanjaard, D. Scheltema , 
A. Vrmir, A. W. P. Weitiel en J. Wolbera. 

Dut het aan di»ch niet ontbrak aan toanten, op Z. M. den 
Ki»ninir, l^5< hemihrer van 't Inntitunt, en bet geëerbiedigd Vor- 
!*trnhiii^. op de vonMelijke Ijeden-lXonatrurü, op den bloei van 
hrt ln<*tituut, xijtir opricht^r4, op den Minister van Koloniën, 
«»p *t OvcrATeüche rijk, de Inlandache vonten, de Indiaehe 
Atiihtriinmi, dr vertegenwoordigde genootschappen, de weten* 
^h:i)i)K*lijkr inatfrilingrn in Indië, bet Indiich leger, dea 
F(*«>.«trrdrnaAr, en nog zooveel meer, — \ behoeft zeker naawelijka 
herinnerd te worden. 

Tot Ijiat in den avond bleef men bijeen. Met de beste wenwheo 
vfNir drn torn«*menden bloei van hrt Instituut werd de 
virrin^ lirüloten. 



FEE ST REDE 



•u DB TiMui* TAa an 



VIJF-EN-TWINTIGJARIG BESTAAN 



VAU BIT 



KONINKLIJK INSTITUUT VOOR DK TAAL-, LAND- EN 
VOLKENKUNDE VAN NEDERLAMDBCH-fND» 



DB» 19^ JUNI 1S70 



oiT^nriouai dook 



De. Tb Cm. h. WIJNMALEN, 

!S49tHmHê MM Ui ImMümÊi. 



DrKiBi.iToimol Peix81x! 

AaNKIINMJKI GiKCWDIODIX IX ArOlTAAEDlODÜf 
VAN VIR8CUII.L1!«DI OUBIROI GIMOOTSCUArFBlf 
B!t W1TEN9CHAPF1LUEB INmiXINOlN I 

FftBHiDBNT BN LbDIN TAX HIT RbsTUUE TAM HIT 

KuxixKLUE Instituut tcmie de taal-, ijind- en 

V01.EBNKITNDB TAN NEDEELANI>BCU-lNDlë ! 

MuNB Hebeen, Zebe Geachte IIbdei^dbn! 

OutTBugty geëerde Feeiitgenooten en Gij BUeo, die door Uwe 
tegfowoordighfid ods feest liebt willen oploiMeren, ook onnr* 
lijdj in df allereervte pUaU een btrtalijke heilgroet en terens 
onzen dsnk voor Uwe beUngttelling , wtEnrEn Uwe opkomsi 
grtoigl. üp dezen blijden dtg, WEsrop wij bet feit herdenken, 
ÜAt onze in»telling voor vijf- en -twintig jsren werd opgericht, 
mogen wij ongetwijfeld met een gelnkwenscb op de lippen d- 
kandrr tegemoettreden. Gij verwicht zeker vsn ons niei, dst 
WIJ r niet een opgesch roefden feesttoon begroeten, evenmin ab 
WIJ zalven geneigd zijn een hoogen jobel te doen boore». Ih 
omgeving , wiarin wij U hier hebben vereenigd , soa daEmieA 
e] uin5toniia een schnl oontnut vormen. Gij hebt 't reeds kannen 
opnirrk«*n Uien (iij in deze zaml waart binnengetreden , stroooide 
geen grur van welriekende bloemen U tegen; geen wellaideBde 
ioonen van instromentale muziek hebben U verrast of inUeD 
ftraks onze ooren streelen. Slechts de twee omkranste naam- 
cijfrrr (1851 — 1876) ier zij van dit spreekgestoelte aangebracht , 



26 

herinueren U aan de beteekenis van dit eenvoudig feest. Inder- 
daad , eenvoud is de grondgedachte , waarvan wij bij 't ontwerpen 
van dit feest zijn uitgegaan. Maar al willen wij, gelijk het 
beoefenaars der wetenschap betaamt, den plicht der bescheiden- 
heid betrachten, het is daarom niet minder een feest, waartoe 
wij U te dezer stede hebben te samengeroepen. Heeft het in- 
vallend Pinksterfeest ons belet U te vereenigen op den stich- 
tingsdag onzer instelling, nu wij de herdenking daarvan tot 
heden hebben moeten uitstellen^ zal onze feestvreugde, naar wij 
ons vleien mogen, er wel niet te minder om zijn. Of londt 
Gij meenen dat het beter ware den gedenkdag onzer instelling, 
evenals zoovele anderen, onopgemerict te doen voorbijgaan? Is 
er met 't oog op het voorleden niet veel dat ons hart met 
vreugde vervult, of mengt zich daarbij wellicht een toon van 
zulk een diepen ernst en weemoed dat een opgewekte stemming 
niet te rechtvaardigen zou zijn , dat zwijgen ons meer zou passen 
dan vreugdebetoon ? en mocht al een blik op het voorleden ons 
recht geven om feest te vieren, is dan 't heden wel van dien 
aard, dat wij daarin kunnen roemen, en is tevens de horisont 
wel zoo helder y dat wij met oj^wekten zin en blijde hoop in 
H hart de toekomst kunnen tegengaan? — Gewichtige vngenj 
ik mag wel zeggen, hoofdvragen op den dag van heden. Hoe 
gaarne hadden wij gewenscht, dat eene voldoende beantwoording 
daarvan ware gegeven door een waardiger en bevoegder maaé 
dan de onze, terwijl wij ons tevreden hadden willen stellen iMt 
de nederige rol te vervullen , een Secretaris op een dag als den 
als van zelf aangewezen. Maar helaas! door een samenloop van 
omstandigheden is mij de wèl eervolle , doch zeker niet benijdins- 
waardige taak van feestredenaar op de schouders gelegd. Heb 
ik de bezwaren , aan de richtige waarneming van *t Secntariitl 
dezer instelling verbonden, nooit licht geteld, nimmer deden 
zij bij mij zich zoo krachtig gelden , dan toen men meende 
dat op mij ook de verplichting rustte van op dezen feestdag 



t7 

TOOT U op ie tredfo. Niet dan noode heb ik haar aanvaafd, 
en terwijl de gedachte mij troost , dat ik de aer van V voor ie 
gaan , geen oogf nblik heb gemcht en gewenteht , fta ik voor U 
ala tlaaf van mijn plicht, dien ik dao ook naar conder al te 
veel verontschuldigingen opvat , niet *t minit geelerkt door bet 
volle vertrouwen, of liever de vaale overtuiging, dat ik niet 
te vergeefs een beroep tal behoeven te doen op Uwe welwillend- 
heid , waarvan Oij ons reeds soo menig bewijs hebt geleverd. 

Verwacht echter , bid ik U ^ van mij geen doorwrochte rede 
over 't een of snder bebingrijk onderwerp, aan de indologisebe 
weiensehsp ontleend. Ware er, gelijk wij gewenseht hadden, 
een Nestor of een genghebbeode op het terrein der Indische 
iaal-, Isud- en volkenkunde opgetreden , hij kon lich wellicht 
geroepen hebben geacht U in breede trekken op ie geven, wal 
er tot nu toe door NederUnders en anderen voor de taal- , land- 
en volkenkunde van onsen Archipel b gedaan, U eene schets te 
leveren van den hnidigen staat onaer kennis, met aanduiding 
tevens van hetgeen nog dringend en spoedig oodenoek vereischi. 
Maar hoeveel uitlokkends tnlk een taak moge aanbieden, de 
vervulling er van aou , loo sij al niet reeds boven ome krachtes 
ging, oniersijds ongepast fijn niet alleen, maar het gevaar wiie 
wellicht ook te duchten , dat H van vesl te wijde strekking voor 
omen feestdag aou lijn. Ijaten wij wel voor oogen hevden dal 
ons Instituut slechts één der g enoo ts chappen b , welker werkkring 
Bcfa ever 't straks gemeld gebied uitstrekt, vooral dat bet Bè- 
ta viaasch (ienootschap van Kunsten en WetensehappeB noveel 
ooder is en sooveel meer gedaan heeft; v e i g e t e a wij ook niel 
wat nog onlangs, terecht of ten onrechte, — dit latai wi) 
thans in H midden — , van bevoegde tijde wetd beweerd, «dal 
het zoo stil en nederig daarheen gaande Bij belgiuu ol- 
schap alleen meer voor da beoefening van de talen onaer 
f Kjst- Indische betittingen gedaan beeft, dan al de geleerde 
gmciotschsppen van ons Vaderland te tarnen^ (1>. Vooda 



28 

moeten wij de mogelijkheid veronderstellen ^ dat buiten ons 
Instituut menigeen het als eene aanmatiging zal beschoufren indien 
op een feestdag als deze^ dus officieel, iemand optreedt , die in 
't licht zal stellen wat er inzonderheid door ons , Nederlanden, 
voor de kennis van den Archipel verricht is. Met andere woor- 
den : de spreker moge eene machtiging hebben vanwege H In- 
stituut , om als heraut van den vooruitgang der taal- , land- ea 
volkenkunde van NederlaudschJudië op te treden, maar kij 
vertegenwoordigt niet de andere lichamen. Te meer sal het in 
't oog vallen , dat ik als heraut en tevens als rechter zoo op- 
treden , terwijl ik in den grond der zaak niets anders ben dan 
een der v01e jeugdige beoefenaren der indologische wetenschap, 
die eerst sedert betrekkelijk korten tijd hunne tenten in Polynesië 
hebben opgeslagen. 

Vergunt mij daarom te bepalen tot den eisch van dezen dag 
en een meer bescheiden taak te vervullen , die mij als Secretaris 
dezer instelling, tevens feestredenaar, als van zelf aangewezen 
en ook meer eigenaardig voorkomt. Wij deden U straks enkele 
vragen, waarop men 't antwoord op den dag van heden niet 
schuldig mag blijven. Nemen wij ze weder op. Ijaten wij onder- 
zoekeu of wij voor ons met voldoening kunnen terugzien op 
hetgeen in ons genootschap werd tot^tandgebracht en dus met 
gerust geweten het 25jarig bestaan van het Instituut mogen 
herdenken. Slaan wij tevens een blik op zijn tegenwoordigen 
toestand en geven wij ons rekenschap van 't geen wij nog vnn 
zijn streven en werkzaamheid mogen verwachten. Met andere 
woorden: op het rustpunt, dat wij heden bereikt hebben , willen 
wij ons een oogenblik nederzetten om op eenvoudige wijze eenig 
nader antwoord te geven op de vraag , wat voor onze instelling 
de slotsom is der ervaring van haar Voorleden, haar roem 
in het Heden, en haar hoop voor de Toekomst. 



21» 

l^^Til — 1876. Wtt Ui van hrriiitifringrn njirn rr iiirt voor 
oiurii gri'itt op uit het tijdperk, door die beide cijfers «jm- 
geduid ! Tal van miu of meer belangwekkende ervaringen aou 
iiv «r.Hchi«Hldchrijver van die vervlogen vijf-e*i-twintig jaren 
kunnen nieedeelen. Ongelukkig hij, die hier over armoe van 
Mof durft klagen. Eer zou men verlegen xijn, wat op den 
Vixirgrund gc;»teld , wat 't laaUt vermeld moet worden. Wat mij 
fthtrr betreft , niet weinig trooat mij de gedachte , dat Gij wel 
niet zult verwachten dat ik U uit de jaarboeken onieer inalelliug 
uitvoerig verhale hoe *t haar van jaar tot jaar ging. Voor den 
grMrhiedvorsrher moge 'i van groot belang lijn H beeld vin 
het verledeue in zijn geheel tot in de tijnate trekken te 
brsiiiedeii, in een feestvierenden kring als dexe verbiedt de 
belfifiihrid utij l'we aandacht af te matten met U een aaneen* 
g«>ciiakeld verhaal te leveren van de lotgevallen en hande> 
linirtn van on<« Instituut. Maar al willen wij ons niet ver- 
die(»<*ii in ziju geschiedenis, het zou toch niet pawen, bij de 
hf rilrnking aan het eerste vijf-en- twintigtal jaren dat bel door- 
Irtfile, ons niet v(K»r een ongenblik voor den geeal te roepen 
W(ik d(»el iiet l)eo(>frde, welken geest het ademde, van welke 
U'^HMeleti het bij /ijn arbeid uitging, of de vruchten van 't 
geen werd gewerkt slechts in 't ali^emeen en londer bewijs Ie 
rtHinni. Wij vtildoen dan ook gaanie aan dien eisch en noodi« 
gea r (laanim maar saiiytonds uit in onze gedachten vijf-eo- 
twintif: jan*n terug te gaan en ons in bet naburige Delft Ie 
ver|»laatd4*n. 

In ttn (irr ^leu van de vooruialige Koninklijke Akademie 
\ihaen wtj o|i den morgen van den 4«* Juni iHjl een kleinen, 
iiiasr iKiangwfkkenden kring bijeen. t>n 25tal vadrrlandscbe 
grie«*i(i('n en lielaugttt lleiidcn in koloniale aangelegenheden hadden 
er .-:i.. uieen:^ op echc uituoud'giug, welke zij kort te voren 
\tiu tt !i ilnetal mannen hadden ontvangen (i). (iij vpelt rceda 
hui.hf 1 aii.rn ; 't waren Taco lioorda, (jcrrtt Simons en Jéên 



Chrétien Ikud. Het was han niet ontgaan , dat de belangstelling 
in de keunis van ons overzeesche rijk, zoowel wat de taal- en 
letterkunde, als de landen en volken, zeden en instellingen 
betreft, toen reed^ aanmerkelijk bij ons was toegenomen, terwijl 
ook de vorderingen^ die daarin gemaakt zijn, eveneens niefe 
onbeteekenend mogen geacht worden. Ter andere zij echter was 
't in hun oog boven allen twijfel verheven , dat veel , seer veel 
nog te doen overbleef. Zij hadden de vaste overtuiging dat men 
veel krachtiger zou kunnen werken tot het doel van hen, die 
zich aan de bevordering van die kennis gewied hebben of 
wenschen te wijden, indien eene vereeniging van allen, die in 
de zaak belang stellen, zich vormde, om gezamentlijk, ieder 
naar zijn vermogen , daartoe meide te werken en bij te dragen. 
Bij de Koninklijke Akademie te Delft was reeds opgericht ge- 
worden het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, dat zich ten 
doel stelde, om de wetenschap en de kunst van den Ingenieur 
in den uitgestrektsten zin door vereenigde krachten te bevorderen. 
Bij die Akademie was echter ook eene andere afdeeling, en 
wel die voor de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandseh- 
Indië, ingevolge 't besluit van 6 December 1842 bestemd tot 
. opleiding van aanstaande Indische ambtenaren. Ook voor die 
afdeeling en daarmede nauw verbonden wilde men een Institnat, 
als reeds voor den Ingenieur bestond, in 't leven roepen; t 
moest, gelijk het in de openingsrede des heeren Baud heet, 
^de aanvulling zijn van den maatregel van 6 December 184S, 
De gemeenschap met dat Instituut zal voor hen , die van deze 
vormiug verstoken bleven, het! middel zijn, om zich later de 
voorrechten van het Delftsch diploma gemakkelijker eigen te 
maken. Voor allen, van wat rang en staat ook, zal het Instituat 
zijn een prikkel tot nuttige werkzaamheid. Het zal dienen tot 
vereeniging van krachten, die anders nutteloos zouden verspild 
worden, tot bewaring van hetgeen anders verloren zon gaan. 
Verspreide lichtstralen zullen daar, als in een brandpunt 



51 

worden tr samengebracht, fn alzoo tot oitkom^Uïn leiden , 
Z4)nder die vereeniging onbereikbaar.^ 

Kij deze betrekkingen, welke het Inatitnat Toornainelijk tot 
de Inditfche ambtenaren moest vervullen, werden ook die tol 
de Kegeering itreng afgebakend en geteekend. En kon bei wel 
andere «^in eenen tijd, waarin #, gelijk de beer Band ereneena 
niet naliet op te merken, «^met hevigheid geatreden werd v6<Sr 
en tegen de beginselen door het beatuur van Naderiandach-Indië 
gevolgd , — bij de daadxaak , dat ambtenaren lich , brinj openlijk , 
hetxij bedektelijk , in dien strijd mengen , — en bij de omstan- 
digheid, dat de Regeering die inmenging beschoowt als eene 
gevaarlijke inbreuk op de eischen van hel staatsbelang en als 
eene laakbare afwijking van onbetwistbare pliehten?# Ilovendien, 
het doel, dat men beoogde, *t was geen ander dan ^de be- 
vordering van de taal-, land- en volkenkunde van Neder- 
land«ch-Indie, in den ui tgestrektsten nn.# «^Datookde 
inlandsche xeden en instellingen daarin beg r epen lijUi ion, na 
die alles omvattende woorden niet twijfelachtig sijn, al was hei 
ook niet uitdrukkelijk gexegd.» liaar die woorden , tij londen , 
naar de meening der eerste oprichters , sckroomvalligheid doen 
ontstaan, z<iowel bij de Regeering als bij den nauwgeMiteu 
ambt4*naAr, wanneer er spraak aal aijn van hei verieenen van 
ondersteuning en medewerking aan bei Instituut. Beider ver- 
trouwen te winnen is intusschen het belang der instelling. Eo 
dat vrrtnmwen, *t InHituut aou 't erhingen , wanneer hel 
'^^enf rln l>eoonleeling van regeeringsdadeo bij anderen* uitlokl 
iuk':\ /elf uitspreekt, maar daarentegen ^tonder schmom alle 
ethiKtgraphische en statistische vraagstukken^ helpt toeiicbten» 
»a\ staan die ook met regf^ngsdaden in verband.^' t>rsi dan 
roü !trt Instituut worden, geJijk rijn eerste Voorxitter rich 
uitdruktr*, mern krachtig middel om niet slechts wetenscbappe- 
ItjLr studiën, maar ook de oogmerken eener rechtvaardige • 
veriiclitr ru welwillende Regrering te bevorderen." 



32 

Bedriegen wij ons niet, dan zult Gij ons deze aanhaliugen 
uit de eerste stukken, de zoogenaamde stichtingsoorkonden (8) 
onzer instelling zeker ten goede houden, omdat zij met enkele 
trekken U haar wording, geest en strekking nevens baar 
beginselen niet enkel herinneren, maar tegelijk voldoende ver- 
klaren. Gij ziet, binnen welke grenzen de oprichters gaarne 
hunne instelling zouden zien bewegen. Als een jongere van de 
Delftsche Akademie, wilde men dat zij zich daaraan nauw zon 
aansluiten, als een onafscheidelijk onderdeel of bestanddeel 
daarvan zou worden beschouwd ; haar bestaan werd min of meer 
afhankelijk gemaakt van dat dier Akademie. Al aanstonds 
scheen dit eeuige bedenking te hebben uitgelokt. Hei vestigen 
te Delft van den zetel der vereeniging moge doelmatig zijn, 
juist omdat de Akademie daar gevestigd was, maar behoeft zij 
daarom als tot die Akademie behoorende te worden beschouwd? 
zou zij niet zeer goed onafhankelijk daarvan kunnen bestaan? 

Deze natuurlijke vraag , bij de wording onzer instelling door 
dezen en gene geuit, werd later nu en dan herhaald. Het 
nadruk werd zij gedaan en ter oplossing moest zij worden ge- 
bracht, toen, tengevolge van de wetten van 2 Mei 1863 en 
ro Juni 1864, de Delftsche Akademie werd opgeheven. Toen 
werd ^t voor H Instituut de levensvraag, of het blijven zoa 
wut H tot dusverre wa;} : een bumeuhangend geheel met die 
Akademie , dan wel of het eeue nieuwe phase zou, intreden , 
iietzij geheel zelfstandig, hetzij in verband met de nieuwe 
weteuscliappelijke instellingen op het gebied der Indische taai-, 
land- en volkenkunde. //Indien — zoo schreef een onzer voor- 
gangers (4) — //indien de Delftsche Akademie de moeder is 
van het Instituut, dan rijst de vraag: is het kind in leeftijd 
en groei zóó ver gevoiderd, dat het gespeend kan worden en 
een eigen, zelfstandig loven kan ingMauJ" Indien het Instituut 
is e(Mi tak, gegroeid aan den boom, die Delftsche Akademie 
wordt genoemd, kan die tak, uudat de boom verdwenen is, 



in (ini ^iTiiul worden gr/rt, in de vrrwnrhting van nieuwe 
9U*rkr wortds t4* zullen schieten ?« Het Instituut verkeeitle io 
die dag<Mi in een toestand, waarbij men onwillekeurig aan bei; 
«•to \}r or not to be«r denken moest. Keu der oprichten, 
de h(M){(l(rniar Koorda, toen geraadplee^rd , weifelde en stelde 
weldra in het toen aanhaufrig gemaakte nieuwe reglement voor« 
dat het Instituut in het doel, dat bet zicb Toortteli» «zich 
vereeiiif^ met de Hijk»iustelling van onderwijs in Indische taal-, 
land- en volkenkunde te Leiden, en zich zelf beschouwt als 
vruv maatM*hap|jeli)ke instelling tot medewerking met genoemde 
KiiLninMeiling in ruimer kring door medewerking van allen, 
die in de hc'vorilering van Indische taaU, land- en volkenkunde 
belanf^ stellen (5).* 

ll<H*vele grtMiden er ook vooi de aanneming Tan dit gevoelen 
nchi'nrn te pleiten, *t weid door de meerderheid niet gedeeld. 
Met dr oveibrenging van den zetel van het Instituut naar de 
Mad onrer inwoning, wilde men trachten op eigen wieken te 
drijven; /4*ir«tAndit; wilde men arbeiden, en gaarne onderschreef 
nif*n de mernin^ \un den tcx^nnialigen Minister van Koloniën, 
d.it -het ln!«tiiuut er niet ander^ dan bij winnen kan , wanneer 
h«*t nie«*r en meer het karakter aaiiueemt van eene weten- 
üciinpiM-lijkr inütelling, die in eigene kracht haren steun 
ziwLt il*»)" In dien geeM werd oiik de wetgeving herzien; iu 
h«'t K(*^^ement, dat in 1MG5 wenl vastgesteld en waaronder wij 
nu fKii; leven (7), straalt die gee>t onmiskenbaar dtmr, terwijl 
fiv«-rii;< :i^ de hoofd Ix-giniMrlen werden behouden, welke men bij 
de (>(iri(hting omtn'ht de bt*doeling en de wijze van werkiuam* 
hei(i v.in het Iniitituut had viMirü}ige»teld , en die deugrdelijk 
wer<lf':i U vonden blijken^ de rijke vruchten , die men bij de 
t«i«*}uM«it.;; iLarvan had ingeiMignt. 

I>« Tijkv \riirhteu zeiden wij ; en 7oo komen wij als van »If 
nm *-« :i h.iL \r slaan op hetgeen het Instituut in de beide tijd • 
|«i rkt h /.,iier i;i.M*)tiedenis heeft tot»tandgebracht. iKch waar wij 



34. 

daartoe overgaan, moeten wij voor alles ons wachten voor die 
ijdele grootspraak of verderfelijke pralerij , die men wel eens aan 
bestaarders van genootschappen ten laste legt. De waarheid worde 
hier onverbloemd uitgesproken. Even als elders is bij ons ook 
niet alles goud wat er blinkt. Wie met de geschiedenis onser 
instelling vertrouwd is , zal als zijne ervaring moeten mededeekn, 
dat zij niet onveranderlijk aan hare roeping heeft voldaan. Na eeai 
kunt Gij in de verslagen onzer voorgangers de aanteekening vinden, 
dat het doel, waarmede het Instituut werd opgericht, nog steeds 
wachtte op zulk eene sympathie, als waarmede de oprichters 
zich in den aanvang vleiden ; dan werd de klacht geuit dat er 
over de belangstelling van den kant der Nederlandaohe en 
Indische leden niet te roemen viel. Ouderen onder ons staat 
het zeker nog levendig voor den geest, hoe ruim 12 jaren 
geleden het denkbeeld om afdeeliugen te stichten, gretig werd 
aangegrepen en uitgevoerd om den ijver voor onze werkzaam- 
heden te vermeerderen. Men meende dat een voorname reden, 
waarom het Instituut niet altijd even gelukkig werkte, daarin 
gelegen was , dat de kennis , die ontegenzeggelijk bij vele leden 
van het Instituut wordt gevonden , niet was vereenigd in brand- 
punten en dat de hier en daar verspreide vonken door ver- 
schillende redenen werden teruggehouden om warmtegevende 
vlammen te worden. Zocht men die bezwaren weg te nemen 
door de opriciiting van een viertal afdeelingen, gewijd aan de 
beoefening der wetenschap van de taal-, land- en volkenkunde 
van Oost en West, en waaraan de leden, ieder naar neiging 
en smaak , zich zouden kiiiiiken aansluiten : — over haar vooit- 
durende en krachtige werkzaumlicid kan de geschiedschrijver 
onzer instelling niet roemen; integendeel, slechts de herinnering 
aan haar bestaan blijft ons thans nog over (8). 

Ëeu andere maal hoorden wij klachten over het uitsluitend 
wetenschappelijk karakter van het Instituut. Het ontbrak niet 
aan wenschen om tevens het gebied der economische en staat- 



kuMiiiL'*' wfif'TiH h:i]i)>rM U' \v\T*'i\v\\. \ uil (Inar itiilrrtijtl *t vcMtrhtrl 
om /i< il tl' vrrti-.'iip'ii met rciir /iL<«tc'riii.<*trl!iiiur in oii.<« uiitidi'U, 
tilt' /.iiM iiK'tT uil j>i Uitruil o|) liat ^t'hircl krwii*^t. Kli toch dit 
V(Mir:*lr: :uiiiii:uiL'''U w:i!( Lfrinankt . ^iiifi^ vr vri*| tijd vrrlomi aan 
otitlcrli:iii(lrlrit vu \u'rni\*\*\a\ivn ^ t«*rwi]l de nii7rkrr)ieid , waarin 
min d;uin>tnt reilt vi*rk<*iTdt> , tijdriijk drn fri-n*frf*ldf'n ^an^ di*r 
vtTk/nMinlirdi II >toiirdf (li). 

Maar ^'ciim-i;. |)t' jiiarbiN*krii ciu/it in!*ic41ini( 74>udi'n ohji uienigf 
trrunuf rrvHriu^' uit liaar vrrlrdrn kunnen vrruiridrn nwuua 
uicM-r d:iu ("«'iir niilN'vnuli^di' kluclit vn iclruivtrlling; tijdrn van 
vrrtliiuuiii:^ <n V(-r>l.i|i|>inL;, vnn gp«l4*elti*lijke werkrlotishrid nrvcus 
ffi'hrf'k iuiii tiii\rrdf rldr !(}iii|iat}n4* Inj wie «laanip 't mn*H ff:- 
nkentl via^. Ken.'» /eifï> , bii de iier/ieiiiiii; \uti 't Il4*:;leinent in 
1 sti.'i , .««tiiiid lii-t I!i^tltuut ()|i een ^eVAiirlijk ke^'^uMit , eu ttchetu 
h*-t lu ^eler tMiL' /(Niver van /.ijii i?nind>iaf; geweken, of uil liet 
•«{HHir LTf raakt , <iat Met niet nie«*r beH'iiouud 7ou worden ala 
iiv/jiUii' inMei.iiii;. Mrike men m ISjI iiad iifl|ien in 't leven 

pNjM n I 10; 

\iih]iilt dl- oprit i.liii-id oii^ tilt i*en en ander op n*n daj? 
al« •II/' tl vi-i/« iL'eh, «:| «liien iio^ verdi r ;rian en ^'ujri.e 
tiKjivrii, d.it «N>k niet aiir.<« wat het hiï'tituut in iirt af^elcH)|jen 
t if^ rk Ml tl tiitptaiitJLTi-kiriri.t of Ui 't iiriit ::i7oiidrii, tioveu 
ii.i» . .«»f \rr rv«-n i>. ()MuM>irfii- /•ludm »ij «'Mr'! I)i-uep'*i dat 
• Il iit II tj* iin jit- reek.» «iii/i r u«ikiti eii h<<ir.i:.in miI'* kiMi 
Ht-riii h a.ii:;i' Mi'Z'-!. . «.uro|* ':.i t •>i.iH{iiie> der kritiek nif-t no^ 
II.- ( v;iii:.t ^'ii Kiiiiiiii Miifili!. je:..iii1rerd. Wij / ,;. di tersttt* 
0!>. *ii f \t «'.I II :ii' Il 'i.tT lli iieii ..lil \.iri :ir1 i i.'*ll . liiit iiif '. :il .jd 
^•Ui:::> < !i «t riiii-r:i.'i- li.«**liirM Ui itli II tfi jiiUKt. 

NL.ir w.»:ir %ii| t« T tl? r«- «11 oi.lie«rfir<i*iniii de «oridc* 

I .• I r ■ •.'..■• r I! *T«' .; 'iT •» I * '*'.. lil. ir •^*\ti kt-r l«-i «itn , 

\. ,t •;• «• I .irï. iiil;i- :j« "*'■:•■. i r v» r \»\u »>'." i" f il.it «.j 

i.; A> • .■ ..; ^'•..••. w» ^ .41 rj<M lil !■• ■./• *i:_: **::«t.ia»\ ti:; 

1 • .1 . i , , .\ '' iiii- /ij \i rlix'iil l.'i «.i..:ii't-r vij ilaii daar- 



36 

tegeuover het vele uagaaii^ dat zij hcett gewrocht^ de vtockten» 
door haar gekweekt, iu haar geheel overzien ^ behoeven wij ons 
dan wel te schamen? Het Bestuur heeft gemeend de Tenchil- 
lende seriën van uitgaven , door het Instituut bezorgd , te dezer 
plaatse neder te leggen. Ziet die lange rij van afzonderlijke 
werken {*) ! Denkt , met betrekking tot de taal- en letterkunde, 
aan Winter's Adji Saka^ uit de poëzie in Javaansch pioii 
overgebracht, met een uitvoerig bijvoegsel tot het Javaansch 
Woordenboek van Gericke en Roorda; aan de beide stukken 
van Niemann's Bloemlezing uit maleische geschriften; aan het 
Maleisch Leesboek van van der Tuuk , waarvan reeds een tweede 
druk moest worden geleverd; aan Roorda^s uitgave, met aan- 
teekeningen , van de Wayangverhulen van Pala-Sara , Pandoe en 
Raden Pandjie; aan het jongste geschrift van onzen Meinsma, 
de Babad Tanah Djawi , in proza, waarvan de tekst eerlang 
door uitvoerige aanteekeningen zal worden gevolgd. Wie van 
deze uitgaven heeft kennis genomen , zal ongetwijfeld haar veel- 
zijdig belang niet kunnen ontkennen en tevens den indruk 
hebben ootvangen, dat het Instituut er naar gestreefd heeft te 
arbeiden overeenkomstig de zienswijze dat de Indische taal-, 
land- en volkenkunde een wetenschap is^ die, ^zooals de samen- 
gestelde benaming reeds aanwijst, één geheel vormt, dat ia 
samengesteld uit verschillende , onafscheidbaar aan elkander vei^ 
bonden deelen, waarbij de eereplaats toekomt aan de talen, 
waarvan de kennis de andere vakken doordringen moet (ll)^^- Maar 
al wordt wellicht in veler oog aan de studie van de taal ta 
letterkunde te veel de voorrang toegekend, het zij er echter 
ver van af, dat de andere vakken weinig of niet genoegsaam 
werden beoefend. Getuige slechts de even breede serie van ge- 
schriften op het gebied der land- en volkenkunde. Denkt 
wederom aan Croockewit'8 Verslagen over Banka, Malakka en 



(•) Zi«? fJijlJiKO I. 



.17 

Hillitnii; nan Srhwnnrr's lionm»; aan dr uitgrt^rvrn reixvrr- 
h:iirii van Krinwnnlt , Mullrr rn van der Hart; aan liet vrrmafc 
drr mi> niiar dr /iUid-OcMt^^r-rilandrn , door Von Roarnbrr^; rn 
waar wij dcii naam van dezen verdienatel ijken natuurvorM*lier 
«|M*lirn, denken wij oiimillekeurig aan Nieuw Hui nea. Wortlt 
(Ir wvu naar de binnenlanden dezer nog weinig bekende at reek 
tlianu vcNiral diMir Duit^chem en Italianen betreden , 't mag 
n»\\p voldoening voor onn herten , dat die door onw reixigrra 
gr«i|)end i«. Wij herinneren U alechta aan het onlangu door nna 
uiti^'grvm ondrr7.o«*k dea he«ren lifupe met bfirekking tot de 
rei/rn der Nederlandeni naar Nieuw-Cininea en de Pk|ioei«he 
rilaiiden in de 17<* en IHe eeuw; aan de ethnographiache en 
iiatuurkundigr beschrijving dier landen, reeda veertien jaren 
g«'ie<ien diNir *t InHtituut bezorgd; en waar wij onlanga den be- 
laiiifiitellfndrn Vnn RoM-nhergV verhaal der rrintochten naar de 
(ii-clvinkhaiii aatiboilen, werd tegelijkertijd inei*<grdeeld , dat wij 
inrt (»)>2irht tot Nicuw-(iuiiie« gernazin» un« laat«te w<Mird 

Aan dr/l- werkzaamheid van linguiütiachen , ge«>- en ethnogra- 
p^i«<*l)**ii aani |Murt zirh ook nog die op andere niet minder 
mi'rk« aardige terreinen. iWkend iii de uitgave van de Kitab 
TtK-hpah , diMir onzen Keijzer, even^ik de ftudie «an ons lndiM:h 
uii'drli<l , van iler ('hij\ over de Nederlanden te Jakatra. Het 
aandff'l « dat het Instituut gehad het-ft in de uitgave der teele- 
iiiriirrn van Java's srhcMinste monument, de Koro- Boedoer , 
iM'hiwvrii wi) iiirt breed uit te meten; naar waaide iü het rreds elders 
d«»itr iM'Vfeirile handen geschat (12). Voiirta zal de herinnering 
aan de iiicdr in *t licht gegeven onder oekingrn op het gebied 
tWr lnili>rlir munt- en penningkunde van wijlen den h<iogleeraar 
Miilirü «rl Vdldfiriidr /ijn ten bewijze dat lelfs dit onderdeel 
fif-r liidiiitigiM-iic wetensctiap niet wenl veronachtzaamd. 

V.rt-ift liif-rlMi mig, dat het Instituut het begrip *Nerrlandi<h- 
liiilio inrt .il te streng heeft vaat gi* houden , maar dru kring 



.38 

zijner werkzaamheid meermalen ook uitgebreid heeft tot die 
landen, buiten ons overzeesche rijk gelegen^ of tot die, wier 
bevolking of sociale toestand daarmede veel ponten van overeen- 
komst aanbiedt. Reeds van 1858 dagteekent de uitgave der reis 
naar Japan van den grooten ontdekkingsreiziger in de Japaneohe 
zeeën , en zes jaren later nam het Instituut ^t voorstel aan odi 
Nederland's streven tot ojienstelling van Japan voor den wereld- 
handel bekend te maken; en wie Uwer herinnert zich eindelijk 
niet, hoe de belangrijke arbeid van onzen Sinoloog, Dr. Schlq^, 
over de Chineesche hemelbesch rij ving bijna stellig ongedrukt 
had moeten blijven, althans in Nederland geen uitgever had 
gevonden, zoo ^t Instituut zich niet bijtijds het lot dier kost- 
bare uitgave had aangetrokken? 

Tot dusver spraken wij slechts van de afzonderlijk uitgegeven 
geschriften. Maar daarnevens zal Uwe aandacht wel gevallen 
zijn op de drie seriëu van het Tijdschrift onzer instelling , 
welke te zamen reeds 23 deelen omvat. Waar zouden wij be- 
ginnen, waar eindigen, zoo wij U, zij 't slechts een vluchtig 
overzicht moesten en wilden geven van al de opstellen en ver- 
handelingen, welke in onze '^Bijdragen'/ achtereenvolgens werden 
opgenomen. Raadpleegt ze zei ven aanvangend met ^t nog niet 
vergeten opstel over den opiumhandel van de hand van Baad« 
waarmee de eerste serie werd geopend, en eindigend met de 
Balineesche proeve, welke U in de jongste aflevering werd 
aangeboden; Gij zult de overtuiging erlangen, dat er naar ge- 
streefd is bijdragen te leveren ter bevordering van de taal-, 
land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië, in den nitge- 
strektsten zin ('^). Doorloopt voorts ook de namen van hen, wier 
arbeid daar bijeenligt; zij zullen U 't bewijs leveren dat het 
werk, door hen verricht, vrucht wai> van een algelieele toewijding 



(*) /i4> Itijhi^^o 11^ wii;iriii ren ^ystoInatl^)Oll uvcrzicht van den inhoud 
der cliijdrii^üii » wurdt gi'f^evcii. 



:i9 

AAii lic wcti'MM^Iiap , VAii vrijinlli|{rn ijver, nmdcr dat huu tiaartoe 
ec'iii^' vrrpliclitiTiir wa» Ofi^lepl. 

Ki) dit iillrs r.oiulcii wij nog kunnrti gRvagnn van *t gwn doiir 
hrT Instituut in vrrriritt docir dr kriitiii, die *t door Eijnc geiChriflf^Q 
CM ))i)(lniL'('ii liM'ft vfn«|)reid; van de aaiiinue<lifcirif( en onder* 
5(f'Uiiiii^, dit* hrt trr bevordering? van zijn doej de«f[tevraagd 
tfanriir vrrlt^iide en waarvan xijn archief L' menig voor» 
b'-rld /OU kunnen bijbrengen; van tijne hibliothedk, wel 
nift van ifnNiten omvang , maar toch rijk van iuhood, vooral 
met l)rtnkkitig tot de haud#rhri(ien*veRameling| vcdke, ge- 
durende het ufgeloopen tijdvak in klimmende mate verrijkt, 
rf<'(i« inc'Miu'cii gi*leerde Uit gr<K>t voordeel heeft gwtrekt. Maar 
owr dit vru rri ander en nog zoovrel meer (19) moet ik tbana 
/«ijL'v-n Ik vrei'.« reedn te veel van Uwe aandacht gevergd te 
hrbl)rn. Dor^i al moeten wij thans hier afbreken, dan gelooven 
Wil rrrd5 grnofg gi'xegd te hebhen om uiet gemitheid aan U 
de o)ilo^>in;r der vmug over te laten: in het Koninklijk liwti- 
tuut «iiitriiuw i;i*we(*9t aan zijn program: de bevordering van 
de t.i.-il-, liiTid- en volkenkunde van Nederlandtch-Indir? of 
mji! hf-t, h\] de beliidf*ni!i dat het in vele oprichten nog is 
te kort tfr>rhoteri in dr vervulling zijner taak , toch met blijd- 
!<itn)i trruir/irn op het voorleden in de overtuiging iets gueda 
vo(*r Nederland en Indii* verricht te hebben? 



!>r t,i>M'i:i*«|jM'hrt;iVer iwwX v «10 r den fe<^tre«lenaar wijken. Maar 
■I i- Il 'ft lÜri inrdr'^^|fr;<l wat hem op 't harte lag, wij vleien 
fü - iiitt ir !i<iop dat (il) mt*t oni* de f>vertuigiug zoit deelen, 
dat dr t-r\arni(r van het voorleden de ferstviering van dezen dag 
Mfttt «m/«- iii^tflhn^r nirt nii^plaatdt d«iet ziju. Waar wij on» over 
hl f I ij*- II \(Tlii'|d»*ii . i« t»n/e niem in de eerste plaata daarin 
L^ !• L'* I . iinl w. iiii* liift (H*hoeven te üchanien . wanneer deae 
iif ;;. i.i iirt* lip li.iar ^norlfijrii «ij/rL nutchi |li) alle erkenning 



40 

van het vele, dat anders en beter kon wezen , geeft het goede, 
dat zij tot stand heeft gebracht, ons alleszins reden om thans 
te juichen. Onze vreugde is echter niet onvermengd. Waar wij 
heden feestvieren en den blik rondom ons slaan , hoevele ledige 
plaatsen ontdekken wij dan niet in ons midden, die wij vooral 
op een dag als deze zoo gaarne nog bezet hadden gejnen! Hoe 
gaarne hadden wij gewenscht dat een der oprichters zelven U 
heden van deze plaats had kunnen toespreken. HelaasI de 
mond, die v66t 25 jaren de openingsrede uitsprak, ia voor 
goed gesloten, en niet alleen de zijne, maar ook die der beide 
andere vrienden. Wij zonden tekort doen aan den eerbied 
voor Baud, Simons en Roorda^ indien wij bij onze feestviering 
niet vóór alle dingen hulde brachten aan hnnne nagedachtenia. 
Zonder tegenspraak mocht wel worden getuigd , dat, «^ala er ooit 
van verplichting sprake is, die ons Instituut aan iemand gehad 
heeft, dan wel de naam van J. C. Baud het eerst van allen 
mag genoemd worden^. Vele jaren onze Voorzitter, en na zijn 
aftreden tot Eere-Voorzitter benoetnd, heeft hij niet alleen door 
den luister van zijn naam onze instelling geschraagd, maar ook 
steeds daarin eene levendige belangstelling getoond. «^En dat was 
geen belangstelling, die zich bepaalde bij een kennisnemen van 
lief en leed, dat die instelling mocht wedervaren; neen, maar 
hij heeft de oogenblikken , die hij aan zijne vele en soo ge- 
wichtige bezigheden ontwoekeren kon, vaak niet te kostbaar 
geacht om ze te wijden aan ons Instituut (I4).'r Velen verschilden 
met hem in richting ten aanzien van politieke en sociale toe- 
standen. Ook in den wetenschappelijken kring waren en sijn 
er niet weinigen, die zijne zienswijze en leeriugen niet deelden; 
mnar zelfs zijne tegenstanders zullen zijne verdiensten niet te 
kort doen, en ondanks verschil en strijd zullen allen beamen, 
dat in Baud ons eon zeldzaam talent is ontvallen , aan wiens 
nairodacht<^nis wij ons zonden vori?rij|)en, zoo wij op deien 
gedenkdag ons niet kweten van den plicht der dankbaarheid en 



41 

iiii/r hiililr brnrhton (15). Zijn vriond en tnrdrütander . Simnn»» 
moi»i' oritr<'twijfi»hl mrt hem nirt op A?iir lijn wonlen jfrj»trld; 
zijnr )NHirliri(lcnhci(i zou die eer ook hebben verworpen ; wm 
het Mautkuiidig terrein wellicht *t zijne niet, xijne verdienMen 
op inaAt!'chap|)eljjk gebied worden, wat aanUl en verseheiden- 
held bftreft, vern^weg grooter geacht; en daaronder blonk de 
ftnvenUvhir belangstelling uit, die hij koesterde voor de be- 
iN'frniiii; der IiuliM^he taal , land- en volkenkunde in *t algemeen, 
7.cH)wrl aU vfM>r on/e instelling in *t bijzonder, welke hij ideeda 
met zijne )>e.Hte krachten had gesehraagd (16). Ware hij nog in 
nni* uiidtlrn, wi) twijfelen er niet aan of hij kou, waar wij ons de 
namen van 't drietal oprichters herinneren, zelf liever niet op 
den vtNirvninil «illen treilen, maar veeleer mi Haud ons op de 
ri'.Mur van KiNinla wijden , door wiens dood de beciefening der 
indi^^hf weten Hchap een onmiskenbaar verlies heeft geleden. Het 
be«!d van de/en taalgeleertle staat bij U allen zeker nog te 
levn die vtMir den geest, dan dat wij thans nog een woord ter 
htildiunntr 7i|ner nagf*daehtenis behoeven te voegen bi) 't geen 
ZMii dankbare leerling en tot getuigen alleszins bevoegde vriend 
onVtnir» ter zijner err in ons Tijdschrift heeft geplaatst (17). 

Snif »a.« de wonde, door het verlies van dezen geleenie ver- 
oor/nnlt, niet geh(*eld , tiien de mare ons trof van den dmMl 
van 7IJM vakgenoot, ons hooggewaardeerd Indisch medelid, 
( <ii,tu Stuart ; en nauwelijks had de tijding daarvan ons bereikt » 
of wit «enlen wfder genie|)en van onre letlenl ijst den naam af te 
vcM-n-n \a!i onzen d«K>r vriend en tegenstander diep betreurden 
IjiihIl" 'iiHit . (inyfu van IVinsterer, die wel geen Indische speci- 
alitfït w.i.4, maar wien« e«lel hart toch warm klopte waar hel 
dr UxurflcriTig gold van de maatuch appel ijke en godsdienstige 
1>« i.iT!ir»fi in ons over/resehe n)k. 

\\ ij «|»rak«'M van onrr Icflen lijst. Wanneer wij haar vergelijken 
mrt «iif. mi'lkr 't err«t , in l^fii^ en sedert telken jare werd 
Miigi-lMKlf II , mrlke nanirn stonden daarin niet o|igrtrrkend, die 



42 

wij thans te vergeefs zoeken. Hoevelen moesten wij niet 't si) 
door den dood , 't zij om andere geldige redenen daarvan afvoerenl 
Wij mogen thans geen meerdere namen noemen , uit vrees dat wij 
door den een te vermelden en wellicht onwillekeurig een ander te 
vergeten onrecht zouden plegen aan onze vroegere medeleden. De 
herinnering aan hen is bovendien te rijk om er vluchtig van te mogeu 
gewagen ^ terwijl ook de gelegenheid van dezen dag niet gedoogt 
de verdiensten , talenten en deugden van allen , die ons ontrokt 
zijn, naar eisch in 't licht te stellen ofte gedenken aan hetgeen 
wij in 't bijzonder in ben hebben verloren. Maar al mogen wij 
niet langer stilstaan bij het beeld der oprichters onzer instelling 
of bij dat van zoovelen, die daarvan eenmaal sieraden waren 
geweest, 't is een eisch van dezen dag om, eer we verder gaan, 
in den geest een immortellenkrans neder te leggen en van deie 
plaats te getuigen : niet óns levenden alléén de eer van den 
voortdurenden bloei van het Instituut, maar zij komt in de 
eerste plaats toe aan hen , die het weleer door den luister van 
hun naam en werkzaamheid hebben geschraagd. Voor een niet 
gering deel is 't aan hun bijstand en bescherming, opwekking 
en blijvende sympathie te danken dat wij heden kunnen roemen 
in den toestand onzer instelling. 

Dat zij nog bestaat , mag reeds voor ons een reden tot dank- 
baarheid zijn. Herinnert U de ongunstige tijden^ waarin sij is 
gegrondvest. Wel was de woelige stroom der politieke gebeurte- 
nissen in ]848 voorbijgedreven, maar de gevolgen daarvan 
lieten zich nog krachtig gevoelen. Er was strijd der meeningen 
op koloniaal terrein; wij deden U reeds in den aanvang op- 
merken, dat fiaud zelf zinspeelde op den heftigen strijd , die 
er gestreden werd vóór en tegen de beginselen , welke door het 
bestuur van Indië moesten worden gevolgd; ambtenaren meng^ 
den zich daarin, terwijl ter andere zij die inmenging als ge- 
vaarlijk werd beschouwd. Wel werd al aanstonds door onie 
instelling strikte onzijdigheid beloofd, en zou zij geenerlei 



43 

lwsM>ril«*linïf van rei^'oriripwUdon of hefrinwlrn uit^prrkrn lujch 
uitlokk'H, hrt Mtnnd t<K*h vn«t (i.it men rondrr «rliiïMiiii nlle 
nint(*riiilf'ii wildr hi|(nihrcntrf*ii , ili«* Kimilrn kuniirn 5tr«*kki*n 
tot hrvorcli'rint; der lfidiM*)ie tafll- , land- en volkenkunde, in 
den uitifeMn-kt^ten zin vnn 't wooni. Men zou de venchilleude 
vriin,LNtukkt'n op dat terrein hel|>en toelichten, al «tonden die 
of)k niet rr-i^TritiirMladen in verband. En zou na jui«t dit laatste 
U' midden van den heviifen Mnjd fpeen aehtefflcKht hebben 
kunnen «rkken, nlthiin» viMir meiiif^een een reden zijn ^rvec^t om 
in <len riTMen tijd aithnnii eene afvachtende houding aan te nemen? 
lioe licht had de ontru^^t der tijden « de hitte van den atrijdf 
m»o«lhittitr kunnen wnrtlen voor eene vereeni^nnK aU de onze. 
(ifhikkiir evenwrj kwam 'i Instituut dit irevaar te hftven ; de 
Miripnt'iic , diHir cnkrirn hem onthouden , werd hem d(v»r anderen 
niMn«chrM>t.« !:('.«(' h( lil ken. Nu en dan zag het vtNirt^ zich in zijne 
wrrk/aaiiihrid b«*lemmerd of ondervond het de nailei'li^e ^'Vfdurn 
fvnrr nii't krarhtdadiirer onderMeuning; maar alle bezwaren 
wcrfli'ii •»|M»fdii; en zooveel doeiilnk uit den weg tfeniimd. Kn 
nu wi) ifv'defiken aan het eer>te 2rital jaren , dat het d<Nirleefd 
f.t^'fi , f»!ifdfkt uun «loi; gi*en on ni>tlia rende venchijnitelen van 
uit}>iitt)i)L' nf verzwakking; integendeel, het gevoelt zich jeugdig 
en Ie\en'*iu-*tig, het iN-i'ld van den krachtigrn jonge.ing bij de 
iiitrrijr van den niannelijken leeftijd. (iewif| indien Kaud , Simons 
en RfHinii Mrdrn in onii midden waren, zij zouden zich over den 
tfMotir.il \an )iun kind niet te beklagen hebben. Aanvankelijk 
«e r.L' h'ktTid, rn /onder /elf veel gerucht te maken, is het 
a.h ir« »(< iilir.ir itjiL'egnieid , in aanzien toegenomen ; tal van ver^ 
•-• iiii'fo « II U:an instellende \rienden ziet liet om zich heirnge»cliaard; 
bii'l«-!.o:i!i«i^ Ui trilt het door lievctegitr IteiHirdeelaara met erre 
i;f 'MM ti.tl . t<M>n in 't vorige jaar het Aaninjkiikundig ( ongiea 
te V.r •* \eri;iilerd «a^ niet de daaraan verbonden tenl<Min»tel- 
!w '/ «• rii ).**. \iNir /ipie ver<N*rii!|ende uittravrn en iiizohderheid 
Viüir iii' \.i;. Vnn IC>.M»nbrig met een » Lettre de di«tinction« 



44 

vereerd^ ^ comme la récompense de Tordre Ie plus ^evé decernée 
lü roccasioD de Texposition //, gelijk het in de begeleidende missive 
luidt; bij diezelfde gelegenheid mochten wij ook de voldoening 
smaken de eveneens door het Instituut bezorgde uitgaven van 
Schlegel's Uranographie Chinoise met de zilveren medaille be- 
kroond te zien (18). En waar deze onderscheiding uit het buiten- 
land aan het Instituut ten deel viel , terwijl tevens zijne betrek- 
kingen met letterkundige genootschappen buiteu onze greosBen 
zich voortdurend wijder uitstrekken, mocht het in Nederland 
en ludië een gevestigden naam genieten , in ons vaderland wAh , 
zoo niet de eerste , dan toch de voornaamste plaats innemen 
onder de rij der wetenschappelijke instellingen op koloniaal 
terrein. Dat het de sympathie heeft verworven van die xnster- 
genootschappen en inrichtingen, wier werkkring zich ook tot 
Indië uitstrekt, bewijst ons de aanwezigheid te dezer plaatse 
van zoovele uitnemende mannen, die zich bereid hebben ver- 
klaard om die instellingen , waaraan zij verbonden zijn, op dit 
feest te vertegenwoordigen. En wanneer wij nevens deze bewiJMB 
van sympathie, waarin wij heden roemen, nog eenmaal de lijst 
onzer leden ter hand nemen, dan moet wel de belijdenis van 
onze lip])en , dat wij nog velen missen , wier toetreding ons reeds 
lang gewenscht voorkwam; van daar dat wij als een buitenge- 
wone maatregel en ter herinnering aan dezen feestdag gemeend 
hebben aan enkelen hunner 't lidmaatschap aan te bieden. Zal 
*t van hun antwoord afhangen of zij met ons willen medewerken^ 
't verheugt ons inmiddels dat wij reeds zoovelen in ons middea 
mogen tellen , die zich in eenig opzicht op het gebied der In- 
dische taal- , land- en volkenkunde verdienstelijk hebben gemaakt 
of daarvoor hunne onverdeelde belangstelling hebben getoond. 
Maar wat ons bovenal verheugt en de roem van het Institant 
in het heden moet zijn , is het onschatbaar voorrecht aan hri 
hoofd van de breede ledenlijst alsnog denzelfden doorluchtigea 
naam van zijnen Koninklijken Beschermheer te mogen speUen, 



dim hot vnn firn dag zijnrr oprichting af hrrfl mogen noemen; 
rn . ald vvn hiMig gi*waardeerd blijk vmn goedkeuring op zijne 
|>«ipngrn. /iet hrt hfdrn vereerd door Uwe tegenwoordigheid 
rn dei*lncmin^ aan deze f(*e«tvirring, Doorluchtige Priuaen ! HK 
Instituut ip er trot^ch op l've Iluogheden reedt van den aanvang 
af aan het hoofd vun zijne lieden- Donateurs te mogen insehrijveUi 
rn waar ons straks de h(M)ge eer zal te beurt vallen de mede- 
d(*elin;^ te mop*n doen den doorluchtigen naam van een anderen 
1VI^ uit hei Huil* van Oranje bij de Uwe te voc^B^ zal bij 
veriiituwinf; het schitterend bewijs worden geleverd, dat Uwe 
Koninklijke ll(M>i;heden met geheel ons geëerbiedigd Vorstenhuis, 
wuar het kunüt en wetenschap geldt « Uwe hooge bescherming 
I 11 imderMeuniii^ niet tmthouden wilt. Vergunt ons daarom « 
Konitiklijkr ||(Nii:hfden, bij vernieuwing U daarvoor onzen eer- 
b:<tli/('ii dank aan te bieden nevens de b(*tuigiiig onzer innige hulde. 



Wnar luide de tirwij/en spreken, dat het Instituut zijne 
werkzaamheden aanmerkelijk heeft uitgebreid ; dat het leveua- 
vath:i:irl:rid bezit, vol lust en ijver i«, om zelfsciandig, in eigen 
krncht . /irh verder te ontwikkelen; waar na een veel zins schoon 
voiirledeii het hnlen in vriendelijken glana voor ons oog blinkt, ^ 
z**'Ji iiv . ^^i«enlr Feej»tgenooten , heblien wij dan geen reilen 
oni tikaiuirr te l)f*gnie(en met een gelukwensch op de lippen , 
lil )»i:|iic hiio|i 111 het hurt i' Ook voor de toekomst)' Met die 
vr:ia^' iiii>^'t-n «ij oiiiret%ii|feid ten ^lotte tot V konirn. lint zij 
M'Tfr \ in i»!!» de :^tif'inif*n der t<ieki»nist te willen ont«luieren; 
tiMh iii-iirtii wij ilen nieuwen tijdkring, die zich voor ons heeft 
iiiit-jft' ri . nif-t (»nv«Mirbrrrid intreden. Wij zouden ons niet ver 
aiitvi'Niril ai liTtn , iiidirn «ij op het runtpunt , dat wij heden 
btT'ikt j.rl.lM'Ti . nns nif*l aangi»rddeii , om, door ervaring voor- 
kfiirl.t, UU-* /A'\\rii rekenschap te geven, waaruaar wij verder 
IffÏMHirt Tl tf (•trr\fn, welke wejj er mnci wonleu ingeslagen om 



48 

den arbeid onzer iustelliiig ruimer , krachtiger en vruchtbaarder 
te maken, iu een woord haar meer en meer te doen beant- 
woorden aan het schooue doel , dat zij zich voor oogen heeft gesteld. 
Met blijde verwachtingen mogen wij gewis de toekomst te 
gemoettreden, wanneer wij voortgaan steeds een klaar besef te 
hebben van 't geen onze instelling bedoelt, van de taak, tot 
wier vervulling zij geroepen wordt. Zij zou gewijd zijn aan de 
bevordering van de taal-, land- en volkenkunde van Neder- 
lan'dsch-Indië. Raadplegen wij de ervaring , dan mogen wij veilig 
aannemen, dat het de bedoeling is den werkkring van het In- 
stituut niet enkel te bepalen tot wat men in beperkt weten- 
schappelijken zin gewoon is taal- , land- en volkenkunde te noemen. 
Blijkens onze antecedenten moet de omvang der door ons be- 
oefende wetenschappen eenigszins ruim genomen worden. Evenals 
wij onder taal- , land- en volkenkunde de geschiedenis en oudheid- 
kunde hebben opgenomen en onze zorgen van ons overzeesche rijk 
in den Oost-Iudischeu Archipel ook tot de West-Indische bezit- 
tingen hebben uitgestrekt, moet het begrip Nederlandsch-Indië niet 
al te streng worden vastgehouden (19). De be^hrijving van landen^ 
wier bevolking of sociale toestand veel punten van overeenkomst 
met Neêrlandbch-Indië aanbiedt, behoort ongetwijfeld tot den kriug 
onzer bemoeiingen. Al bevat zulk een beschrijving niets over eigen- 
lijke aardrijksbeschrijving, natuur of taalwetenschap, een juist 
beeld van den politieken, ecouomischcn of socialen toestatid van zulk 
een land kan een hoogï«t wetenïiicha[)])elijke arbeid etju. Het 
Instituut moei tiacliten mede te werken tot het in alle op- 
zichten beter bekend worden onzer koloniën en tot het ver- 
spreiden van juiste begrippen omtrent ons overzeesche rijk, 
zonder zich, als van zelve spreekt , te mengen in zuiver politieke 
geschillen. Men miskent den milden geest der eerste oprichteiii 
althans van Baud, indien men meent, dat zij eeue inrichting 
hebben willen in het leveu roepen met een beperkt wetenschap- 
I>elijk doel, waarvan de werkkring zich niet zoude uitstrekken 



tot <1m' j'iii.W'ii \:iM invvT algL-iiu*t*ii inaHt0cliii|i|)clijk belang, Jic 
trifriiwtMinli^ vcxtritl uintrriit dt; koloniëu aan ile ordt* vaii den 
dn^ /i)ii, of Wiuirvaii inni zou> kunnen vuonieu dat zij dio 
vmaj/Miikkeu slrrhtn uit c<'n f(elie<*l eenzijdig atandimnt zoude 
l)i*hah(lrifn. VH*l(^r wqü liet in den freest dier wakkere mannen 
eenr inrichting tot stand te brengen, die /.ich de on|iartijdige, 
lik.Mrhc . zakriijkr lN*hand(«linf( der koloniale aan|cele^en lieden 
U'ii durl stelde. ll^-ciU in de optniu^irede van de eenie 
aliTV'rnt-enr verumdrrin^ van het Inntiluut wenlen bij naine de 
oti(lfr«rr|K'n L'v'fMHMnd , waarover men verlantfiie onderzoekinf^eo 
l«* drwii in^ft■llell. f De vrrsrhülende gebruiken en inatelliug^n 
(t|i .la\a U-v nan/if*ii van dr liivrendienMen en andrrr o|)breng»tcD , 
vrr«ci.ii](!iirii a:iri dr (At-riirid; dr n'«'liten en verplichtin{(i*n van 
il<- fi«,'fiM.u^ ril ifcbruikt'ra van suwalii*; naumkeunp* lien'kenini^tn 
otnirtiit Itttu'^en o)> J.«va aan drn UiidlMHiwtT oviirblijft , wanneer 
iii; « l)i: fcii iiiHldi-iiiiiar njs*t^WBii , lirt MiijltNin, lie landrentr 
r*ti lir kcrk'lijkr tit'iMifii ]\vv{[ iM'taald : df*7e en dfnr«'lijke onder- 
«'r{i-ii. fM)k vtKir aiiilrre ^'tirciten van den An-M^-el , zullen de 
aaitiiariit \ait lift IdMJluut trekken, /onder rvenwrl in 't uiiiiat 
tik«iil u iitMMi iiiin d«* eiM'hen van de anden* gt'diflten der 
XsiAi-f iaiiil- f-ii \<iikrnknridf' van Ni-drnandM'h-Indir ^^Oi.» 

(i., /Kt. M II. welk f*fn niini veld van wc*tpnM*liap|)elijke 
r;i j t:' j- Ti np k'»N»?iia:il ti-rn-jij !irt Instituut bi'trrflrii moei. Hij 
•il \< rMj.l'hu' (i'iifT \aii lilt hri-f-d |»n>L*ram wai-htr men zich 
•■ -« • n t' -Irl.iii . «lir in't icirl kah vrfVUJirn. I'iirn h'-t iliT«*n- 
Ui • ■- <>:■/' r :ii.-tf.. Hk? li'Mif rt'ii uii/rr ViüirkT.iiiirrr!* wrrd lic-nlai '»t, 
w« f'i «r (ini.'it 11} :;i-«r/fn, itat de «ii-|en'^'iia|) van di* taal-, 
i.iiiil • :. voikf'hkuriilc \aii Ncdrrlantl.M'U liidUr, waaraan zij ^'• 
« .•! 'ilciir '.aar iiit&r» brfidficid rn dimr liaar /<Ki;r«*naanid 

l'T !' • i' ..iij .:. ii../itiiili'ri' iiMtï'tandi;;..i'«ii'ii vrrkr* rt. /ij «i^kt 

al » t: .1..' .i'.'L- ri ur tl ii''i'..<ij'|<«'ii. Sit'j jot;^ \an if*<Tiijd rirht 
ii<' '••! .i.ir til- \rajrn, dii* .«if-< .tt» dr oudr \Aii janrn kan 
)m i'.: w.-.riif ri . i\iit a«^i»t zij rtt'di M-drrt eruwrn na» bv^irfriid 



48 

• 

CU haar iuhoud in tal van buekcn te vinden was, worden hare 
uitspraken ingeroepen. Haar groote omvang maakte het onmogelijk, 
dat zij na een kortstondig bestaan op volledigheid kan bogeu; 
de behoeften van het oogenblik, de steeds nauwere aanraking 
met Indië , drongen steeds meer en meer om haar te raadplegen. 
Men verlangde genoeg te maaien, voordat er voldoende gezaaid 
was. De wetenschap wilde zich door inwendige kracht al verder 
en verder uitzetten ; de practijk , gedrongen door de eiachen van 
den tijd, belemmerde de ontwikkeling (21)/' 

Wanneer men aan deze^ onzes inziens, niet onjuiste beschouwing 
indachtig wil zijn , dan zal men , naar wij gelooveu, de moeiel ijk- 
heden kunnen ontwijken, waarmede het Instituut reeds van den 
aanvang af heeft te worstelen gehad. Men zal dan niet ver- 
langen , dat het zich meer wijdt aan de .belangen^van het (Mgcut' 
blik. De vervulling dezer taak zij overgelaten aan andere iurich- 

ft 

tingen of aan de zusterinstelling, tot wier werkkring H meer 
eigenaardig behoort te letten op de tegenwoordige behoeften en 
eischen voor ons overzeesche rijk. De werkzaamheid van het 
Instituut behoort^ evenmin als vroeger, van zijn oprichting af 
aan, haar wetenschappelijk karakter te verloochenen, en waar 
het een der kenmerken is eener ware wetenschap ook de eischen 
van het oogenblik niet voorbij te zien« moet onze instelling, 
evenals in 't afgeloopen tijdvak, doch met verdubbelden ijver, 
trachten daaraan te voldoen op eclit wetenschap|)elijke wijze; 
zuuder zich te mengen in den nimmer rustenden strijd der 
meeuingen of mede te doen met btaatkuudige vereenigingen 
ter beoordeeling van actneele regeeringsdaden ^ moet zij, den 
iniiden geest harer oprichters handhavend, blijven voortgaan 
wetenschappelijke studiën op 't haar aangewezen terrein in 't 
licht te geven en aan te moedigen en langs dien weg ook de 
oogmerken eener rechtvaardige, verlichte en welwillende regee- 
ring te bevorderen. »(){ zal dit geen plaats hebben^, zoo vroeg 
rctnls de heer Baud in zijn openingsrede, ^ wanneer het Instituut 



49 

erii helder licht zal hebben verspreid over xoovele onderwerpen , 
nu nog in het duister ot althans in eenen nevel verborgen? 
Wanneer de Kegeering, bij dat licht» de gevolgen van hare 
ei^ne handelingen, beter dan thana, tal kunnen waardeeren P 
Wanneer dat licht der Kegeering zal dienen tot wtgwïjtcr ^ om 
grieven op tr hetlcn en mimlagen te vermijden? Mij dunkt dat 
op deze vragen slechta een toestemmend antwoord mogelijk is.* 

Ik heb gettaclit U in breede trekken de taak aan te wijzen » 
tot vervulling waarvan onze Instelling ons geroepen schijnt. Of 
men zich dit alles ten allen tijde duidelijk voor oogen heeft 
gesteld ? De kortheid drs tijds verbiedt mij bij de beantwoording 
dezer vraag het volle licht der geschiedenis te doen schijnen. 
Dit mogen wij intu^schen als haar ervaring niet verzwijgen dat 
men niet altijd een helder bewustzijn had van de roeping onzer 
in!»triling, te» wijl eveneens menige poging heeft gefaald, menige 
is aciitrrgehleven om haar daaraan te doen beantwoorden. Maar 
wat hiervan zij , het is boven allen twijfel verheven dat de mid- 
delen , die men gekozen heeft om het doel van het Instituut « 
de bevordering van de taal- , land- en volkenkunde van Neder- 
larulitclt-lndië in den uitgestrektsten zin, te bereiken , voor het 
meemidn*! althans doeltreffend mogen beeten. Een vijftal wonien 
daartoe aangegeven. Allereerst , bet venaoMden van hetgeen over 
de wetenschap, waaraan onze instelling zich wijdt , in druk 
begaat of in manuscript te bekomen is. Dan in de tweede 
plaats, nevens de uitgave van een periodiek orgaan, waarin 
«rtriiscitappelykr onderzoekingen en bijdragen van gerintren 
iMii\uiit; kunnen worden o|igenomen, ook die van afzoniierlijke 
«rrkeii te bezorgen of de uitgave tot stand te brengen van 
br..iiii;rijke geschriften, die zonder ondentenn ing bezwaarlijk het 
hciA kunnen zien. Ten denie, vragen ter beantwoording te 
st( iif-n vu vtrtlieriMelijke ondernemingen aan te moedigen en te 
U .i-.'irii. *|Vri vierde, afdct'lirigrn uit zijn midden te vormen, 
«i«-r «trlzjiainhrid zich zou uitttrekkcn tot de verschillende «akken 

4 



50 

der Indische weienschap. Eindelijk , betrekkingen te onderhouden 
met andere wetenschappelijke instellingen en personen in Nederland 
en zijne koloniën en in het buitenland. 

Wanneer men dit vijftal middelen beschouwt bij het licht dei 
ervaring 9 ons geschonken , dan zal men moeten UxgByen dat de 
heilzame strekking daarvan reeds gebleken is. Wèl mocht de 
werkzaamheid van de uit ons midden gevormde afdeelingen niet 
aan de verwachting hebben beantwoord en heeft men op de in- 
standhouding daarvan niet verder aangedrongen, H valt echter 
niet te ontkennen, dat dit middel, bij krachtiger belangstelling 
van de zijde der leden, had kunnen strekken om het Institaat 
beter te vormen tot een centraal punt van wetenschappeLijke 
kennis (£2). Wat voorts het stellen van vragen betreft, allen lig- 
gende binnen den kring waarin het Instituut wenscht werkzaam 
te zijn, men moge in de laatste tijden die goede gewoonte hebben 
nagelaten, wij twijfelen er niet aan of, weder in eere hersteld, 
zal zij, gelijk terecht is opgemerkt, ook buiten onzen kring 
nut kunnen stichten en een nieuw leven schenken aan den geert 
van onderzoek en werkzaamheid, waarvan de opwekking een der 
oogmerken van onze vereeniging is (23). 

Met opzicht tot de overige middelen behoeven wij wel niet 
in vele bijzonderheden te treden. Verdienstelijke ondemeniingen 
worden reeds door het Instituut overeenkomstig zijne krachten 
onder:$teund : getuige slechts het stoffelijk bewijs van belang- 
stelling in het lofwaardig werk van het Aardrijkskundig Genoot- 
schap om een groote witte plek in het midden van Snmatra 
eeuigszins nader te leeren kennen (24). Aan de toepassing van *t 
tweede middel hebt Gij die deelenreeks van Bijdragen ra af- 
zonderlijke Werken te dankeu, waarop wij U in den aanvang 
onzer rede hebben gewezen; en wat voorts de ondersteuning der 
uitgave van belangrijke boekwerken betreft, de bewerking van 
een oud Javaansch leerdicht over versbouw in Kawi-tekrt en 
Ncderlandsche vertaling door onzen Kern kan daarvan getnigen. 



51 

tf-rwijl 't Inj^tituiit onlang heeft getoond den eersten stap te 
willcti d(M*ii om de ketini» der Madoerecscbe taal te Ternieerderen 
d(M>r tlr V(><>rin*iioineii uitgave eeiier vertelling in die taal te 
.•io(i»i(lii*mi (^'i). 

Kiiidrliik *t err«te en laatitte middel. De breede lijst der weien- 
iichu|>|M*lijkr* iuKtrllingen , waarmede het Instituut in beirekking 
«taat , In-wijitt hoe hooir het letterkundig verkeer wordt geschat^ 
terwijl tcvriiH mot voldoening mag worden vermeld dat het vooral 
ook dnor buiten land^tche genootaehappen en personen wordt op 
prijü gi'strid , meermalen zelfs *t eerst venocht (26). Aan de nii- 
hn'ulin^ daarvan hebben wij *t vooral ook te danken dat 't eerste 
miildei t4)t bereiking van on» doel geen diKnle letter is gebleven. 
l>(M>r ri'uc LT^Iiikkige samenwerking met het lndii«h Genootschap, 
i):it wel tiM anilf*rcn weg dan het Inntituut betrredt, maar naar 
«ril u^>li;k doel, dr kennis van Indir, strrefl, heeft men inde 
l.intr'ti' jann 7irh beijvrni den aankoop van getlmkte stukken 
hu vfMirkfur aan die instelling over ie laten en lelf meer ten 
koHtr te leggen aan het venamelen van handschriften (27). 
Jammer nlrchtA dat beide genootschappen tot dusver er niet 
naar geMret'fd hebben eenc groot e koloniale boekerij te vormen ! 

Ovrr dr beteekenis der beide boekerijen willen wij thans 
met vt-nler uitweiden , maar wij zouden niet vexaiitw(Mird achten, 
7.tw wij bij de/e gelegenheid niet een punt aanroerden, dat in 
nau» vrrband 5tiat met de toekomst , welke aan onze instelling 
kaïi monltn bereid. Herhaaldelijk werd onze aandacht er op 
gi\(-«ti(^l dat net Instituut behoefte had aan een geschikter lokaal 
iiau 't nu b«-zit, iiirt alleen om zijn uiterlijk aanzien, maar 
«wik 'iiiKlit /ijnr verzameliniren meerdere niimte vereischen. Wij 
vr .«-#-lrii dr brkn>m|)en ruimte niet, waarin, voofml sedert de 
l.i:it.->t' jan'n. t liisitituut i^ gehuisvest (2H). Vmiw verplaatsing, eene 
\*r ir.it* rinif \an «im trgrnvfKirdigrn toejitaud is gebiedend nood* 
/akr. ;L. Van dir overtuiging ddunlrungen heelt het He^tuur 
:.'-r!.:i:ii<lrli>)k |Migingrn aangewend om rreds vcH>r dit on» zilveren 



52 

feest niet de gastvrijheid van anderen in te roepen , maar het in een 
eigen lokaal te kannen vieren (29). Zij zijn mislukt^ mislukt vooral 
op grond van het bezwaar, dat menigeen onoverkomelijk acht. 
Het is het bezwaar van stoffelijken aard. Tot dusver werden onie 
inkomsten verkregen alleen uit de jaarlijksche bijdragen onzer leden. 
Door het voortreffelijk beheer der vroegere en latere Penningmeesters 
is er een betrekkelijk aanzienlijk fonds verkregen , waarvan de 
reuten, gevoegd bij de contributiën onzer leden ^ ons in staat 
stelden om de telkens klimmende uitgaven te bestrijden. Voor 
de inrichting echter van een eigen gebouw is dat kapitaal vem 
van voldoende. Ik voor mij koester nog de hoop, dat^ soo wij 
een beroep doen op de belangstelling van zoovelen in ons midden» 
wij eerlang dat kapitaal in die mate zouden zien aangroeien « 
dat wij ons voornemen zouden kunnen ten uitvoer lqg|en. In 
een land, waarin zoovelen toonen prijs te stellen op den bloei 
onzer vereeniging^ en dat Toemen mag op zoovele verlichte 
Maeceuaten, die ons streven weten te waardeeren; in een land, 
waar onbekrompen en onverdeelde belangstelling in al wat ons 
overzeesche rijk betreft bestaat, althans een dure plicht 
moet zijn, daar is het geen ijdele hoop, dat men eene instelling, 
als de onze, niet weldra in staat zal stellen meer en meer en op 
waardige wijze aan hare schoone roeping te voldoen. Welaan dan 
op dit zilveren feest ons daartoe met inspanning onzer edelste 
krachten aangegord ! Dat ter herinnering aan dit feest en tevens 
als een waardig begin onzer werkzaamheid in den nieuwen 
tijdkring, dien wij zijn ingetreden, eerlang een gebouw voor onie 
instelling verrijze, die voor goed een einde zal maken aan den 
toestand van afhankelijkheid, waarin zij tot dusver verkeerde! 
Of dan gelijktijdig met zulk een monument het standpunt 
zal worden bereikt, waarop het Instituut behoort te staan? Dat 
zal geheel afhangen van de veerkracht en de werkzaamheid, die 
er door ons zal worden betoond. De ervaring van het heden wij«t 
ons op G^de voorteekenen. Er is van meer dan eene zijde lost 



53 

ril (>|)gewirkllu'ifl iiui het oimfïienlijk veld, dat nog voor out open 
ligt, te bearbeiden tot heil en ieg«n Toor Nederland en Indiè 
bi*itle. Verllauwen wij niet in onzen iJTer. Dat de geettdrift^ 
waarmee wij than* sijn opgekomen , ont steeds bexiele. En waar 
op ons (ie verplichting ruft om selbtandig het doel onier instel- 
ling te bevorderen , mogen wij de ondentenning en medewerking 
vsn elders niet afwijzen. Allerminst die van de zijde der Begeering. 
liet iVpartement van Koloniën gaf herhaaldelijk de verzekering 
van zijne sympathie voor het Instituut en ondersteunde het 
z4M>veel mogelijk. lieden zel& mogen wij daarvan een trefl^d 
b(*wij9 erlaiif^en, waar aan de Commissie» belast met 't afnemen 
van *t examen voor de aanstaande Indische ambtenaren , wel 
willend machtiging is verleend haar arbeid, die heden moest 
aanvan^n, ter wille van dit feest een dag later uit te stellen. 
Erkennen wij dankbaar dit bewijs van waardeering nevens aoo- 
vcle andere blijken van welwillende en krachtige oodersleuniiig» 
welke wij meermalen hebben genoten en waarvan wij aan den 
v(M>ravond van dezen gedenkdag bij vernieuwing de venekering 
m<)chtrn ontvangen. Werd lelfs van meer dan eene bevoegde 
zijdr van ons genootschap getuigd , dat het de sympathie van 
eiken man van studie in Nederland verdient: H make ons niet 
hoogmoedig; vinden wij daarin veeleer een prikkel te meer om 
te blijvrn ijveren naar eene waardige vervulling van de eenoiaal 
o|tgrvatte taak. Zij vordert de ins|Ninntng van onze beste 
krarhtru. Relove de een zijn tijd en zijn arbeid te geven « de 
ander r«*n drrl van zijne stolTelijke middelen op het altaar der 
weirtisirhap te brengen; door die samenwerking, welke een 
«aarU>n; ii^ der zege, worden bouwstoffen aangebracht tul deo 
biof'i rn toenemenden luifter van het Instituut. I)e eenvoudige 
^t fluchU'niüVirnng van zijn zilveren feest drage daarUic 't 
haft' bil! 



AANTEEKENIN6EN 



BIJLAGEN. 



AANTBEKKNINGEN. 



(1). Zie B. K. Matthu, ia tijae Voorrede vaa tija VenUg der 
MAkk»sMuirtche en Boe^aeeeebe haadeehriltea taa ket Naderlaadieli 

HijbrlgeDooUchap. 

(S). I)c oameo vaa bea die op de eerste Al^emeeae Vergaderiag, 
dra iea Juai 1861, geboadea te Delft, tegeawoordig warea, ttja 
blijkeaa de getebrerea Notulea: de HH. A. Bakker, Mr. H. J. vaa 
Burea , Clifford , K. L. Jacobeoa , Laeaeeea . Radea 8aleë . F. O. Foa- 
teia. A. L. Weddik. Ifr R. A. Aratuaiat, J. C. A. Diederiebt, J. 
W. C. Diepeaheim. H. F. Foeqaia, J. J. B. Oaal, vaa Oalea, O. J. 

F. GuffroT, Mr. If. A. If. 'iGfaveeaade Oaieberit. P. C. O. Oajol. 
II. Hiebiak. Dr. J. Hoffmaaa. Ifr. 8. Kejier. Mr. J. J. A. LaeauMt. 

G. K. Niemaaa, Dr. J. Pijaappel Gt., Roorda vaa Eijsiaga ea Dr. 
A. Vrolik. Vao de drie oaderteekeaarea der CireaUire warea aleebta 
twee aaaveiig, de bb. Dr. G. SiaK«t ea Dr. T. Roorda; de eartto 
oaderteekeaaar, J. C. Baad, wae ferbiaderd tegeawoordif te a^a; 'I 
praeaidiani werd loea door dea baar Büaoat waargeiosea , die da vcrgada* 
riaf opeade met de foorleaag Taa de korta aaaapraak» te dlaa etade 
door dea beer Baad opfoiteld , welke aigadrmkt u ab ialaidiag tol de 
Btjét. . 1' dl. bU. 1. 

(3). Zif de CireaUire der drie aiearyeaoeaMJe b ae r e», fadagt Dalfl^ 
3 Februari 18S1 . opgeaoam ia da M^.. N. Rka. VUL bla. SI ea Sa 
Kkt. I. bil. ISl, ea de reedt veraMlde aaaapraak daa bearaa fiaad. 

(4\ Zie 't Vcralag ofer 't jaar l86S/ei ia de Bijét. N. Rka. VUI. 

bit. 11. 

(S). Vgl. 't in bet Arcbief faa 't laatitaat beraalaad oeaiplaar dar 
Wet Biet de vtjtigiagea, daaria door Prof. Roorda att aigaa baad 
Aanj^rveiea bij gelegeabeid dar loeaaMliga baniaaiag. Zie tpoarie de 
Naulra der Alg. Urg. vaa 27 Jali lb6&, %dlr. Sa Rki. I,ya. UI. 



58 

en de Notulen der 91e verg. van het Bestuur fan 8 Juli 1866, 5(f^. 
N. Rks. YIII, blz. 486 en ylg. 

(6). Vgl. den brief van den toenmaligen Minister van Koloniën, 
I. D. Fransen van de Putte, van den 19 Mei 1864, lA. A». N** 6. 

(7). Wetgeving van het Instituut. Een Ontwerp- Reglement werd 
onder leiding der drie eerste oprichters door eenige leden sunen- 
gesteld, en, voorgedragen in de eerste Algemeene Vergadering van 4 
Juni 1851, goedgekeurd na enkele veranderingen van minder belang en 
eene meer wezenlijke, de instelling van correspondenten. Ygl. Bijdr. 

1, blz. V. Bij adres van den SI en Juli aan Z. M. den Koning aan- 
geboden, werd 't goedgekeurd en bekrachtigd bij Kabinetssehrgven 
van den 4den Augustus 1851 , n<>. 55. Zie de missives vmn den 
Minister van Koloniën van S, 9 en 96 Augs. 1851. L*. A. N*. 1 en 

2. De inhoud dezer stukken is medegedeeld in Bijdr. N. Rks. VIII» 
blz. 33 en 34. 

Tweemalen werd dit grondreglement herzien, in 1856 en 1869. De 
herziening werd behandeld in de zesde en negende Algemeene Twgade» 
ring van den 13en Mei 1856 en 14 Mei 1859. Vgl. de geaehrevm 
Notulen en de gedrukte in Bijdr. N. Rks. I, blz. iii en iv en EI» 
blz. IV. Het nieuwe of tweede Reglement van 1856, met da wijiigug 
in 1859, onderworpen aan de goedkeuring van Z. M. den Kcmingmet 
de adressen van Juni 1856, n». 75, en 31 Mei 1859, werd bdtraol^ 
tigd bij Kabinetsrescripten van 6 Juli 1856 , n^ 65 en 5 Juni 1859^; 
zie ook de missive van den Minister van Koloniën van 19 Joli 1866. 
L«. A, No. 3. Vgl. Bijdr. N. Rks. VUI, blz. 35. 

In 1859 benoemde de Algemeene Vergadering eene commissie om te 
onderzoeken hoe het oogmerk, dat het Instituut zich had voorgesteld , 
beter bereikt kon worden. Het antwoord dier commissie bleef eohAsr 
achterwege. Daarna werd in April 1860 besloten tot een nie«w regl» 
ment, in verband met het ontstane voornemen om het Institunt e»M 
Indisch Genootschap tot één geheel te vormen. Dit voornemen geraakte 
in April 1861 buiten uitvoering, terwijl het ontwerp van reglement 
eveneens achterwege bleef. 

In Juli 1862 werden Afdeelingon gesticht; de steeds wenseiielqke 
herziening van bet reglement bleef echter uitgesteld tot na d« ophdBng 
van de Delftsche Akademie, gelijk daarop in het laatste verslag des 
Bestuurs gewezen is. In 1864 had die opheffing plaats enhetBestau 
heeft de vraag, welke veranderingen het reglement, ook vooral mVt 
dien hoofde behoorde te ondergaan , meenen op te lossen in het ontwerp 
van herziening, dat aan de leden medegedeeld werd. 

Volgens dat ontwerp zijn in de bestaande grondslagen geene wjii- 
gingen voorgesteld dan uit de veranderde omstandigheden voortvloeidiB. 
Bepalingen, welke niet meer opgevolgd werden, liet men vervaUaa ea 



5'J 

AD(lrre, iloor dr praktijk gvboden, venten |t>wttiKd. Voor luuiiel ijk 
wrrd hrt verbaiiit met de iDf^rtrokken Delftscbe AkAÜeoiie er door 
i»)4^brfen. 

Voor de geschirdcniit deier «eUhersifning fgl. tnen. ne? eoa de on* 
Kf drukte atukken in 't Arebief» de Notalea tmn de Beitiiari- en 
AlKemeene VergAdcringen , upgenomen in de Bijér. N. Kki. VII, bli. 
Ui. 490. 49i; VIII. blf. 1S7. Sil. Uh, Üi7, S57 en vlg., 37S. 
%*>*> en fig.; :fe Kks. I. bli. liS en flg., I6U en vlg. 

I)cie «ijciging of heriiening fao bet Keglement, wbatvm gMtt ea 
strekking blijken nit 't Verslag ofer 1864/6S, in dn Bffét. U Rke. 1. 
bli. 1 70 en vlg. , werd genrreateerd in de Algeneene Vergndering vnn 
i7 Juli 18CS bij en ndrtt vnn 1 Oeiober 186» ann dn Koninklijkt 
fToedkearing onderworpen. Onder dngieekeaing vnn 90 Dnonnber van 
*t «elfde jaar verd echter vnn vegn den CommiMnria dne Koningt in 
de ProfiDcif Zuid-Uolland meegedeeld, dat die gnvmngde Koninklijke 
gT>edkeuriDg, vulf^n» de beetaande wetgeving, niet wordt vereitebt, 
daar de wet van SS April 1866 iStséi, n*. 39), blijkene nri. 16, niei 
tan toepaaiing iü op vereenigingen , die. gelijk het Inatitnnt, w66r 
bet in wrrking treken dier wet bestonden. Zie iffür. Se Rkt. I, bU. 
1>5. 475. 

Voor de Afdreliogeo van het Initituut lijn „Bepalingen" vaetgeeteld 
in de Be-stuurf vergadering van SI Ifaart 1H6S. 

Een lluiibondelijk Reglement werd voorloopig vastgesteld in dn Be- 
Btuur^Tcrgadrrioicen van 30 September IhSl en 97 Maart 18S9 en in 
de algrnieene bijecnkomBt van 94 April 1HS9. later meermalen gcwij- 
ligd. 't laatst in de Bestuursvergaderingen van 17 Januari en 94 Jnli 
Ibnr,. Vgl. Hij^r. 3e lUs. II. bis. 99 en vlg. 

(^). Met opsicht tot de instelling der A Meelingen en 't doel. daarmee 
beoogd, vergelijke men. van de gedmkte sUikken, 't Venlaff van den 
staat en de werkiaamheden des Institants. over 186S63, bla. VU en 
«II?., opirrnomen in BijJr, dl. VII. N. Hka . vgl. ook bis. XXIII en 
vir. . (»rf «ttrndr df bepalittffrn voor de afdeetinifen . taatgcnirld in de 
IkMuurttrfffadrring van den SUten Maart 1963. Zie ook dl. V|ll, N. 
Uk»., bil. il rn viel ; 'ie Kss. I. bis. 190 en Vgl. Men vgl toorU 'I 
VffBiaj; over 1h64'C5. Bijér,, 3e Kks. I, bis. 167, 168, 143 en vlg. 

Ci). Orrr 't vooratel lot vereeniging van bet Instituut mot bK In- 
disch (trnoolKbjip vgl. men 't Verslag over 18 Af» 61 in Btjét. N. 
Kks. IV bis. u en vlg. Zie ook 't Verslag over l*i71 in B^. So 
Kkt Vil., bis. \M en de Notulen dor BostnurevergMloring vnn 11 
Nuv. 1^71. Ovfr *t voorïtel tot opneming van de verflagen van bet 
IndiBch (#eaool»chap in onsc Bijdragen vgl. men t Verslag over 1IG7 
in Btjér .ir IU>. UI. bU. i« en vlg. 



1)0 

(10). Vgl. de schriftelijke gedachtenwisseling bij de hertiening van 
't Reglement. 

(11). Zie 't Verslag over 1863/64 in de Bijdr. N. Rks. YIII, l»ls. 11. 

(IS). Vgl. den door Dr. C. Lssmani bezorgden text by de nitgmve 
der monumenten van den Bóró-Boedoer. 

(13). Wij zouden ettelijke bladzijden kunnen vullen, zoo wij in bq- 
zonderheden willen treden omtrent al 't geen door 't Inztituut gedamde 
't afgeJoopen tijdperk op meer dan een gebied werd Terriekt. Den 
belangstellenden verwijzen wij daarom liever zoowel naar de gedrukte 
Notulen der Bestnurs- en Algemeene Vergaderingen als naar de reeks 
van jaarlijks door het Bestuur uitgebrachte Verslagen omtrent den staat 
en de werkzaamheden van 't Instituut. 

Met betrekking tot de boek- en handschriftenverzameling lal de in 
bewerking zijnde Catalogus haar geschiedenis nauwkeurig vermelden. 
Thans zij slechts verwezen naar de daarvan reeds uitgegeTen Igsten 
(zie onder Bijlage TI) en, wat in 't bijzonder de hss. aangaat» o. ^ 
naar de onderscheidene belangrijke aanwinsten, vermeld in de B^ér, 
I, blz. xxvi en vlg.; Bijdr, 3e Rks. III, blz. tui en vlg. Vgl. ook 
't Verslag over 1872 in Bijdr. 3e Rks. Vm, blz. xxxv. 

(14). Zie 't Verslag over 1859/60 in Bijdr. lil. Rks. IV, bis. t en vlg. 

(15). Zie Bijdr. N. Rks. UI, blz. v, noot. Vgl. voorts nog de bio« 
graphie van Mr. P. Mu£& in de Levensber. van de Maatschappg der 
Ned. Lett., 1860, blz. S8 en vgl. 

(16). Vgl. het Levensbericht van dr. G. Simons door dr. A. ViOLU • 
in Tijdüchr. v. h. Kon. Instituut van Ingenieurs, 1869 — 1870. bis. 
68 en vgl. 

(17). Vgl. 't opstel van J. J. Meinsmi , Herinnering aan den Hoog* 
leeraar T. Roorda, in Bijdr. 3e Rks. IX, blz. 320 en vlg. 

(18). Vgl. Bijdr. 3e Rks. X, blz. l. 

(19). Bij 't in 1865 gewijzigd Reglement is in de eerste plaats het 
oogmerk der bevordering van de Indische taal- , land- en volkenkunde nü- 
gebreid tot al de Rijks overseesche bezittingen en koloniën , geljjk reeds 
sedert het voorzitterschap van den heer J. C. Baud feitelgk bestand. 

(20). Zie Bijdr. I, blz. 2. Dat later van dit ruim program niet werd 
afgeweken, blijkt o. a. ook uit 't voorstel omtrent een onderaoek naar 



Al 



't f(rondbetit op Java; lif 't Venlaff ofer iHfii'atf in B^jér. N. Kks. 
VI, blx. i\, VerilAK o?er 186S63 ia Bijér, N. Rkt. VII. bis. v en 
f !{,'.; VcriilAg ofcr lsr>4 6S in /ri>Vr. 3e lUt. I, bU. 167 en 168. 



(31). Zie 't VeriUff over 1860 61 in Bijét. N. Rkt. IV, bit. tui 
rn flg. Vgl. ook 't Vertlig ofer 1863/64. in Bijét. N. Rke. VIII. 

blf. 10 rn ?lg. 

(ii). Zie Aant. 8. Wat door de Afdeeliagea il verrielit, en , bij mee rd ere 
bclanKttrlling van de lijde der leden, van baar werkuambeid kon 
«ortlrn f ervacht , blijke o. a. nit 't Verelag fan den staat en de werk- 
xaambedeD gedurende bet Inatitnnt»jaar 186S'64 , in Bijér. N. Kki. VIII, 
bil. li en flg. Vgl. ook 't Vertlag ofer lS6i65. ia Bijit, 3e Rke. 
I, blx. ISH. 

(<3). Vgl. Bijér. I, bli. Tïflll. 

(ii). Vgl. Bijdr, 3e Rka. X. bli. Lii. 

fiS). (lelijk de door den boogleeraar Kern betorgde nitipiff fan bet 
Jaraanfcb leerdicht ofer venbouv (tie den jniiten titel in Bijlnge I) 
door *t Inititunt mogelijk ii gemaakt dc»or ondenienning van den nit- 
gfffr, de firma K. J. Brill, te Ijeiden. ia efeneena aan dieaelfde 
rirnia subsidie toegelegd foor de nitgafe fan een Madoereetche dongeng. 
wrikr doiir om medelid A. C. Vreede, prifaat-docent aan de Rijkt- 
iii^lrlhng fan ondrrvtjx in de Indiacbe taal-, laad- en folkenknnde 
te liciden tal «orden besorgd. 

(in). Men fgl. tlecbU de in 't laatste deel der i?i/4p«/«e f oorkomeade 
lij»t der weirnscba|»|>etijke instellingen, waarmede bel Institnnt in be> 
trekking staat. 

{il). Zie hierbofen .\ant, 13. 

fi""!. Toen *t Inttitnut lija letel nog te Delft bad, fond 't in de 
ti»k«>n fiin de Koninklijke Akademie ter opleiding fan I ad isebe ambte* 
QArri. rrue genoegsame ruimte tot berging fan iijne feriamelingen. 
U.tTï Iiitrr naar den Haag overbrengend, «as 't niet te ruim gebnis- 
fi-»t in ren \*mmt vertrekken van een gebouw, in de Ilrie-Uoekjee ge- 
fret. <! Aftomcrkrlijk wa» de toestand ferbeterd, toen. in fereenigiag 
r:««-* 't InJivh (ienootsebap, een gedeelte fea 't bofenbnis faa dea 
tK>r4hAri.}rlAar (oufre ia de I-aage Pooien werd gebnnrd. Zie bet 
VifUj ..frr l-^r.N in Béjdr. 3e Rk». IV, bit. f en flg. Door de 
iiiiit. 1 i..'. «flir If veriamriio;; tuowel fan 't Insiitnut sclf ab f aa 



•62 

't Indisch Genootschap verkregen heeft, niet 't minat ook door eene 
wijziging van 't contract met den verhuurder, waarbij een dor ver- 
trekken moest worden afgestaan, is de thans beschikbare mimte te 
bekrompen. 

(29). De weusoh, dat 't Instituut een eigen gebouw lich aanBohafle 
werd herhaaldelijk uitgesproken. Vgl. 't Verslag over 1867 in Bijér, 
3e Rks. III, blz. xviii en vlg. Krachtiger dan ooit werd echter in 
den iaatsten tijd aangedrongen op eene verandering van den besUaaden 
toestand. Onlangs werd dan ook eene commissie benoemd, bestaande 
uit de hh. Jhr. Mr. W. T. Gevers Deynoot, Dr. Th. C. L. Wi|n- 
malen en A. D. van der Gon Netscher, Voorutter, Seoretaria en 
Penningmeester , met den bepaalden last daartoe de noodige stopen te 
doen, inzonderheid te trachten het Instituut 't bezit van een gebouw 
te verzekeren. Tot dusver heeft zij verzocht alsnog diligent te worden 
verklaard. Mogen de voorstellen, welke zij te zijner tijd tal indienen, 
met gunstigen uitslag worden bekroond! 



H IJ h A (i K \ 



I. ArxoA4erlUke werkea vaa ImI KoalaklUk lattltaat w—r ét 
Ual-, laH- ea ? olkeakaa^e ?aa y6ierlaa4tdi.lB4i«. 

Dr uitgaven vao bet KoniBklijk laiiitMiit wordea ia IwM Afdediagra 
frpsplitüt. BeTAt bet Tijdtcbrift. op onbepulde tijdea Tenekijaead , 
onder den titel fan „ Hijdrapen tot de taal- , laad- ea folkeakaade vaa 
Ncsicrlandücb-lndié" de eerite afdaeliag, de tweede vordl gefonad 
door de serie : afionderlijkc «erken. 

De Bijdragen vormen tot datver drie lerirn ia 8vo De Ie serie 
verscbeen in 4 dln. te 'sCfravenbage. bij K. Fubri, IS5S — 1856; de 
nienwe volgreeks, te Amsterdam, bij Krederik Mnller, lHy( — 1864, 
8 dlu.; de derde, te 'sGravenbage bij Martinus Nijboff, 1h6S — 1^76, 
dl. I — XI. «aarbij een afsonderlijk aommer. ab dl. XII, bevattcade 
lirt verslag van de viertag van bet vijf- ea tviniigjarig beetaan vaa 
brt Instituut. 

I>t afionderlijke «erken iija 

Uaoka. Ilalakka en Hilliton. Veralagtta vaa J. H. CaofiCKtwrr Hl. 
aan het Bestuur v«n Nerriaad>cb-Iadir ia de jarea 1849 aa I8&0. 
's (iravenbage . K. Fubri. 185)1. in 8vo. 

Urnen rondom bet eiJand Olebea en naar ecaige dar Ifolakaobe 
rilanilrn. gedaan in iHSO. door T», M. Schepen van Oorlog Argo ea 
hromo. onder bevel vaa C. van ma ÜAar. Ifet plataa ea kaartaa. 
'» (irafmbage, K. Fubri. 1853 in 8vo. 

hurnro. Bctebrijving van bet stroomgebied van dea Barito en rettaa 
iaiit;» rrnigr voornauie rivieren van het Zoid ^lottehjk gedeelte van dal 
fii«n<l ilour C. \. L. M. ScawAJfta. (>p laai vaa bel Goaveratscal 
1A0 Nrdrri. Indir gedaan in de jaren 1^43 — 1847. Aastcrdaai, 
Frrurrik Muller, 1»53. ia 8vo. Met platca ea ceaa kaart. 

K.ut»Torh|iah. Javaaaacb-Muhamniedaaaseh Wetboek. Uilgcgevea door 
S Kt win. '■ (iraveahage, K. Fubri. 185S. ia 8vo, 



64 

Reizen en onderzoekingen in den Indisohen Archipel, gedaan oip 
last der Nederlandsche Indische Regering» tusschen de jaren 1828 ea 
1836. Door Dr. Salomon Müllek. Nieawe uitgave , met ferbeteringea 
door den Schrijver. Met kaarten en platen. Amsterdam , Prederik Muller. 
1867. S dln. in 8vo. Ie dl. (VI en 3S8 blz.) Ile dl. Yin en 360 Ui. 

Het boek AdjiS&k&, oude fabelachtige geschiedenis van Java, vaa 
de regering van Vorst Sindoel& te Galoeh tot aan de stichting van 
M&dj&-Paït, door vorst Soesoeroeh; uit de poëzie in Javaansch proza 
overgebragt door C. F. Winter S&. Uitgegeven door J. J. B. Gaal 
en T. Roo&DA. Met een uitvoerig bijvoegsel tot het Woordenboek der 
Javaansche taal van Gsricke en Roobda. Amsterdam, Frederik 
Muller. 1857. in 8vo. 

Reize naar Japan in 1643 van M&t. Gerb. Vries. Uitgegeven met 
bijlagen door P. A. Leüpe. Met aanteekeningen van E. F. voh Sixbold. 
Amsterdam, Frederik Muller. 1858. in 8vo. (VIII en 440 bis., met 
gelith. kaart en facsimiles). 

Reinwardt's Reis naar het oostelijk gedeelte van den Indischea 
Archipel, in het jaar 1821. Uit zijne, nagelaten aanteekeningen opge- 
steld, met een levensberigt en bijlagen vermeerderd, door W. H. db 
Vriese. Met 19 platen. Amsterdam, Frederik Muller. 1858. in 8vo. 
(XVI en 646 blz.) 

De Nederlanders te Jakatra. Uit de bronnen, zoo uitgegevene ab 
niet uitgegevene, bewerkt door Mr. J. A. van der Chus. Amsterdam» 
Frederik Muller. 1860. in 8vo. (XII en 264 blz.) 

Nieuw Guinea, ethnographisch en natuurkundig onderzoekt en be- 
schreven in 1858 door eene Nederl. Indische commissie. Met bijlagen, S6 
platen en atlas met 7 kaarten. Amsterdam , Frederik Muller. 1862. in 8fo. 
Afzonderlijke uitgave van 't werk, dat 't 6e dl. der N« Rkt. 
van de Bijdragen van het Kon. Instituut uitmaakt. 

Reistogten in de Afdeeling Gorontalo, gedaan op last der Neder- 
landsch Indische Regering, door C. H. B. von Rosenbibg. Amzler- 
dani, Frederik Muller. 1865. in 8vo. (VIII en 163 blz., 9 geliUu en 
gekl. platen en 4 gelith. en gekl. kaarten). 

Neêrlands streven tot openstelling van Japan voor den wereldhandeL 
Uit officieële, grootendeels onuitgegeven bescheiden toegelicht door 
Mr. J. A. VAN DER Chus. Amsterdam, Frederik Muller. 1867«in8vo. 
(XIV en 532- blz.). 



f.5 

Ki'i% n/üir dr /jihioo^lrreiUndfn . i;r<iAMn in ISOS. op U«t der Kr- 

'/rr-rin^r ▼»»ii Nrdrrliindsrli-Indir . d<»or (•. II. B. tos Kn^F^MERD. 

'H(.rnvrnh«ur. Miirtinua Nijliuff. 1SG7. 80. (XXXVII. i en 125 bil. 
hirt 7 u'riith. plNtrtO. 

^•hrt* viin dr m»i Irntir Attihoiuii. door K. W. A. 1jhikiH<i. 
'•I (ir«>rnh«4:r. Mirtinu^ Nijhoff, iSfiS So. M en 274 hli. inrt 1 gr- 
lith pijuit rn 1 ^rkl. Tt'iilh. uiUl Uhrl). 

Errst opgruomeo in dr HijdrsgCD van het InUitunt, 3e Rka. III. 1. 

Aiphnbrtisch ovrniif^ van bet «erk van S. van Deventer Jfn. ,.Bi)- 
amtM'U tut de keiini» van bet landelijk ateltcl op Java" door J. Boiiii- 
«IJ!«>L 'b (irAvenbaKc Martinua Nijboff. Ib68. bo. (4 en 125 bli.) 

Afzonderlijke uit^^ave van 't overticht, e«rat opgenomen in de 
B'jdragen van bet Inaiituut, 3e Kki. II. 410. 

!>e Wajaoi^vrrbalen van PilA-.Uri, Pandoe en liaden l'andji. in hei 
J.i%»Ati!irb. mrt aantrrkrninKen door T. HooiitiA. '• (iraveuba^, Mar- 
linu5 NijholT. l»^6y. So. (Vin en 536 bli.) 

Niiuwr hijdrrt^'rn tot de kennis der be^olkinf^atntisliek van Java, 
vrri^triirlH <lo<ir V. Ituirkr.R. 's (travenhage . Martinne NijbolT. 1 S7U. hq. 
(.' 1;. l'.M h]i.) 

Ïai i^i up^ruonicu in de Bijdraf^en van brt Inatituot, 3e Ilki. 
iV. M7. 

KrrKrrrhes n«ir Ir- nionnniejt dr» indii?i'ne<i de rArclii|iel Indien el 
(ir il |>riiin!iulr Malaie |»ar II. (-. MlUJU. I«a Have . Martinnt Nijboff. 
1^7; Mo (\III CU l""" bU. mrt i(* grUxh. platen;. 

Na den do<Mj van den geleerde uit|cegeven door (t K. Nieni4f»n. 

^«'«■Dileting uit Malci.%cbe fcc^l^riftcn , door (t. K. Nif.«4\». 
'1 (iFAtenbage, Martinu* Nijtioff. ^o. 

Krr^te Atuk l'^TU. (4. fti en 272 bli.) 
Tweede »luk. Ï^U. (*. 2S en UU bU.) 

M.i.t:^(h it*r^l>oek . d<ior 11 N. s %n Itka T( i K. S (ir^veuhairr, M^r- 
lit...^ .Niji.wlT l^»*»^. 5o. il eu 6S hU.) 

Ma!(*i«rn lr«'%b«>ck, door 11. N. van der Tuuk. Tweede dnak. 's Gra- 
f ('I '.4«'r . Mnrttuut Nijboff. 1^76. bo. 

ji. j^'i.iMiur tn ItAÜi rn op Java. l)(M)r J. H. K. Sjllkvij^ 
<i»:.»/ Mrt 11 ikA.i'trii. *s (iraten^ia.T. Martiuui N;;h<»ff. Is74. ^o. 
III'. : •' t,lt. mei 11 uit<i ^*riitit. kajirtri:^ 

A I n :iTi'^kr uitk*a«r van 't ««rk , rerst uii<!a.it5t tu ir Bij- 
."i.ri *ai. iit InMltuut. ir \ik%. l\. 1. 



66 

Babad Tanah Djawi, in proza. Javaansche gescLiedeniB loopendetot 
het jaar 1647 der Javaansche jaartelling. Met aanteekeningen van 
J. J. Meinsma. Eerste stuk : Tekst, 's Gravenhage, Martinas Nijhoff. 
1874. 8o. (4 en 690 blz.) 

Het tweede stuk, behelzende de Aanteekeningen, is ter perse. 

Reistochten naar de GeeWinkbaai op Nieuw-Guinea in 1869 en 
1870, door C. B. H. von Eosenberg. Met platen en afbeeldingen, 
's Gravenhage , Martinus Nijhoff. 1875. 4to. (XXIV en 153 blz. met 
22 gelith. platen en een uitsl. gelith. kaart). 

Met voorrede van den heer P. J. B. C. Robidé van der Aa. 

De reizen der Nederlanders naar Nieuw-Guinea en de Papoescke 
eilanden in de 17e en 18e eeuw, door F. A. Leüpe. 's Gravenhage , 
Martinus Nijhoff. 1875. 8o. (VI EI en 299 blz. met 3 oitsl. gelith. 
kaarten.) 

Afzonderlijke uitgave van het werk , eerst opgenomen in da Be- 
dragen van het Instituut, 3e Rks. X. 1 en vlg. 

Uranographie Chinoise ou preuves directes que l'astronomie primitive 
est originaire de la Chine, et qu'elle a éié empruntée par les anciens 
peuples occidentaux a la sphère chinoise; ouvrage aecompagné d'nn 
Atlas céleste chinois et grec (d'après Ie Tien-jouen-lé-li). La Haye, 
Martinus Nijhoff. 1875. Gr. 8o. 2dln. (XV bl. en bl. 1—646, 8 bis. 
en bl. 647 — 929 met een uitsl. tabel en een Atlas van 8 bis. en 
7 platen. 

Wrtta-sanc'aya. Oud-Javaansch leerdicht over versbonw. In Kawi- 
tekst en Nederlandsche vertaling bewerkt door H. Kern. Leiden, £. 
J. Brill. 1875. 8o. (4 en 207 blz.) 

Dit werk is 't eerste dat met ondersteuning van 't InsUtuut 
werd uitgegeven. 



KoBlttklUk latUUtti f Mr 41e ImJ* , !»■<• m ? •Ikeskuit 

f AS KctarlAa4Mli*lB4lf . 

Ken opgmfc tab d«i iabood der BQdnfee, deelagew^M^ venl reedi 
irrlrrerd in dl. VIII, 67. der Nieeve VolfKreeks . luier iMrhMdd ea m- 
mrrrdf rd in dl. I , iltf — i99 . fu de Derde Volgreekt. Hienwder telge 
cru •▼itematitob oveniehl vea dea ialMvd taa al 4e daster «er* 
•cbeaen deelea der drie reeksea , H velk neh gareedel^k iplitega laai ia : 
L 8ittkken belrelbade kei laslHaal. 
II. Biblio|p«pbie. 

III. Opitellen over limd- ea volkeakaade ia NcderUadaek Ooei-ladié. 
V. Grtcbied- en ondbeidkaadige bgdragea. 

IV. Riograpbte<*n. 

VI. Rijdra^n over brt recbteveiea, wetfet i ag, koloaiaal bekeer» 

ruUnret. koloniMtie. eaa. 
VII. TttJil- en Irttrrkandiisr bijdragca. 
VIII. Bijdraicea ofcr Wesl-Indïr. 
IX. Hijdrnfrn ovnr Britoek-Iadié, Chiaa, Japaa, eai. 

f I. Sti'Bkkx arrairrtvM asT laertrrtrr. 

(Mr proair van bet InnUtaat. N. Kki VflI. SI; Sc Rka. I. 191. 

J. C. Raid, Aanspraak tol opcaiag vaa de eerele AlireaMcae Ver» 
pidrnnit. I. 1. 

HrKicncat van bel Koninklijk lailitaat (Ooedfekeard ea bekraekligd 
door Z. M. drn Koning, bij Kabinritekrijvea taa dea 6ca iali 1856, 
No. AS). N. Kkft I. bit. 11. 

Knclrmmt fan brt Koninklijk latlitaat (üocdgekeard ea bekmeklifd 
liuor /.. M. dra Koning, bij Kabin cUc kqjten taa 6 Jall 18S6. No.66 
en v.n S Juni l8S9). N. Kki. 111. bli. U; IV. bla. II? ; VI. kla. 
M. Vil. bit. wiii; VIII. bU. S6. 

llirrtirn) KegleaMal vaa kH Keaiakijk laalilaat. ftitfirteld ia 
df .\Irr. Vrrg. fan i7 Jnli 1865. Se Rkk I. 186; IL f 8; V. kla. XL 

lluisliotiiirhjk Rrgirmeal. (Vaatgetleld ia de B ent a art i t u tdi l i agei 
Tan 17 Januari rn U Jali 1866.) Sc Kki. II. 89; V. Ua. BL 

llr*. iD»trllrn Taa Afdceliagea. (Eilnci ail JMl «eralag faa dea alaat 
rn tir «rrkiaambrdca dct lattataate, I»68_186S). N. Dke. VIII. 41. 

Rrp«;ingrn voor de AfdecUagea vaa bei lattüaal, tatfaiteld ia éê 



68 

Bestuursvergadering van 21 Maart 1803. N. Rks. VIL bis. XXIII; 
VUL 42. 

Verslagen der Algemeene Vergaderingen. (Deze jaarlijksche Verslagen 
sijn van den aanvang af telkens in elk uitkomend deel der Bijdragen 
opgenomen.) 

Verslagen van de vergaderingen van het Bestnur. (Eerst sedert 1863 
zijn ook deze Verslagen telkens in elk verschijnend deel der Bijdragen 
afgedrukt.) 

Overzichten of Verslagen van den staat en de werkzaamheden van 
het Instituut. (Deze door den Secretaris gestelde en door het Bestuur 
goedgekeurde Verslagen van den staat en de werkzaamheden van het 
Instituut gedurende elk genootschappelijk jaar zijn eveneens van dói 
aanvang af telkens in de Bijdragen opgenomen). 

Naamlijst der leden in Nederland en Neierlandsch-Indië. Buiten- 
landsche leden. Bestuur. Telkens in elk verschijnend deel der Bijdragen. 

Bibliotheek en Handschriften. III. blz. xxi. Bibliotheek, Platen en 
Handschriften. IV. blz. xxii. Bibliotheek, Kaarten en Handschriften. 
N. B.ks. I. blz. XX; IL blz. xm. Bibliotheek. N. Rks. IV. bis. 
xxiY; VI. blz. XXI; VIL blz. xxxii. Catalogus van de boeken. N. 
Rks. VIIL 50; 3e Rks. L 198. 

§ II. BiBLIOGRAPHTE. 

T. C. L. Wijnmalen, Koloniale bibliographie. I II. III. Se Rks. 
VIIL 280. IX. 329. X. 393. 

Inhoudsopgave der eerste proeve van bewerking van het Reper- 
torium op de koloniale litteratuur door J. C. Hootkaas. 3e Rks. 
V. 20. 

Lijst VHU geschriften, als afzonderlijke werken , of in Tijdschriften 
over Indische taal-, land- en volkenkunde, verschenen sedert Mei 18-55 * 
tot 1857. N. Rks. L 37. 

Lijst van werken en verhandelingen, die betrekking hebben op 
Nedcrlandsch-Indië. V. blr. xxxvii; N. Rks. II. 17. 

P. A. S. VAN LiMfiUBO Bbouwzr, Lijst van periodieke werken voor- 
handen in de Bibliotheek van het Koninklijk Institunt voor de taal- , 
land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië. 3e Rks. VI. 40. 

J. Pijnappel Grz., Systematische inhoudsopgave van het Tijdschrift 
van Nederlandsch-Indië. Jaarg. I — X. IL 272. 

J. Pijnappel Gz. , Idem , van : Werken van het Bataviaaseh Ge- 
nootschap van Kunsten en Wetenschappen. Dl. I — XXIV. Oosterling 
Dl. I— III. Indisch Magazijn. Dl. I, 1—12; U. 1—12. Indisch 
Archief. 4 dl. IIL 143. 

Inhoud der verhandelingen van het Bataviaasch Gcnootaohap van 
Kunsten en Wetenschappen. 3e Rks. IV. 98. 



69 

Cf. K. NisMAsr^, Aankowliginf ▼•■ dt VtrkMiddiagwi fia bdBal. 
Gcu. V. K. en W Deel XXXVL 8e Hkt. TIL 881. 

r. A. Lkufe, Ei*ii «ardrijktkaBdig iQdaehrifL A— t— digif wwm 
Occ^ llij^hvaf». Th€ GeofrmphinI lUoonL 8t Rka. Vil. MS. 

CoRic». DB Okoot, Mijavean. AMk<md(giBf taa tJaarboak taa 
hrt Mtjnwefeii in N. O. I. 8e Rke. TIL 818. 

r. A. LBvrjt. lahoadiopgftfca vaa da TQdtahrifIfli tmeagd aaa 
het leeweaeo. Sr Rks. I. 586. 

BroBucQ Yoor de Ual*. laad- ea folkeakaada taa N**L N. Bkib 
VII. 179. 

NufC renige bronaea voor de taal*, laad* ea folkeakaada aaaar 
liidivclif BetittiageB, te Loadea , aaagewcaea door A. B. CcMUDi 8tOABt« 
N Rki. VI. U5. 

J PuKArrKL Ut.. De MaUiieke kaadeehriflaa der Leideeha BiUia- 
Ibcck. 8« Hks. V. 148. 

. CeUlogai dar IfaMeeU kiadwfcriilea ia de Leidaoka 

lübliotbcck. 8e Rke. V. 149. 

(>. K. NiBMAny. De lUleiMrke kaadeekriflaa ia kal Briteek MaeeaaL 
Si* Kkt. VI. 96. 

II. N. VA9C DIE Tm. Kon verebf dar Maleieeke kaadiefcrillea > 
ir»rbrboorende aea de Rojal Aetalie Soeieij Ie Loadea. 8e Rke. L iOBu 

S. Kkterr, De Jeraaateke Baadeeliriflaa to Laadea. IL 880. 

{ IIT. OrerBLUui otaa i.avd- av fOLsmovM va* 
NBoaaLAaoeoi Ooev>IyMè. 



J PuxArPBL Gt.. De Maleieeke Allee faa dea keer W> f , ViiHm. 
'Sr Kkt. X. 878. 

J PiJHAPru. Gs.. PtoloaMeae ea de ladieeke Aitki^.MÊmMÊUk 
der ferklariagea vaa de beriektaa vaa daadiaa Wefaaeaai, (Maleaaa 

iaart.) 3e Rkt. V. 86. 

J. l'u>ArrRL Gi.. Over de keaaia. die da Arakiem vaar dekaaHft 
Jrr l'oiiagcnea vaa dea ladiaekea Arokipel keaalea. 8e Rke. VIL 188. 

(f Laits. Neoerlaadieke oaldekklagaa ia daa ladfaekea AiakipeL 
N. Kki. IL 303. 

J. J. UB UoLLAJiDia, lea Eageleekaaa ea eaa Weerd laerikeaa la 
NrarrUndAeh Oort-Iadie. 3e Rke. VII. 98. 

J. ruvArrat Gt.. Eakele eaaaMrkiasea ap Wallaee^a laiaüade (aM 
brt Eo^Ucb vertaald ra vaa eaalaakeaiafea vaetaiea daar PkatP.J, 
Vrtb. 3e Rkt. VII. 1S9. 

Kr»r offrUndrcii ail ladic ia 1676^1678. N. Rka. VL 89. 

II. Kcay, De aMmtoorsproair vaa Java. 8e Rke. VL 116. 

Il Ktk\. Java ca bct üoadeiiaad, v«l|aae de oaéila kerkklea. 
ir K4«. IV *i:iH 



70 

K. VAN GoENs, Corte Beschrjvinge vant eylant Ja?a, derselver 
Provintien, Landdeelinge, rijckdom en inwoonders; soodanigh 'tselve 
nu (1656) bevonden ende geregeert wert. Medegedeeld door P. A. Leups. 
IV. 357. 

Reis van den Gou verneur- Generaal vin Imhoff in en door de Jak*- 
trasche bovenlanden in *1744, N. Rks. VIL 227. 

Reis van den Gou verneur- Generaal van Imhoff over Java, tn het 
jaar 1746. Met vele authentieke bijlagen. I. 291. 

J. DE RovERE VAN . Breügel. Beschrijving van Bantam, in 1787. 
Met tafels vau de Sultans enz. op Bantam van 1682 tot 1786. Mede- 
gedeeld door J. C. Baud. N. Rks. I. 309. 

R. VAN Gk)ENS, Reysbeschrjving van den weg nijt Samarangh nae d« 
Konincklyke hoofdplaats Mataram , mitsgaders de zeden , gewoonten en 
de regeringe van de Sonsouhounan , Koningk van Java , in 1655. Mede- 
gedeeld met eene inleiding door P. A. Leupe. IV. 302. 

Togt naar het gebergte Bator. Uit Zollingers schriftelijke nalaten- 
schap. 3e Rks. I. 497. 

Iets uit de nalatenschap^ van Mr. D. Koorders, uitgegeven door 
J. J. Meinsma. 3e Rks. IV. 253. Hierin, behalve Rapporten over 
Soendanesche volksboekjes, Aunteckeningen op eene reis door Zuid- 
Bantim; Reis door Soekapara, korte reisaanteekeningen; Losse aan- 
teekeningen tijdens het be£oek bij de Badoeïs; Vervolg van het jour- 
naal; Aanteekeningen op .een reis door Tjirebon; Losse opmerkingen 
op een uitstapjen door de zuidelijke en westelijke districten van Tjiandjoer. 
Emil Stöhr, Het rijzon der oostkust van Java. 3e Rks. I. 352. 
H. Kern, Een javaansche bergnaam. 3e Rks. IX. 208. 
J. Pijnappel Gz., Bijdrage tot de geschiedenis der vulkanen io 
Nederlandsch-Indië. N. Rks. 11. 265. 

P. Bleeker, De bevolkingsdichtheid van Java en Madura op het 
einde van 1864. 3e Rks. II. 341. 

P. Bleeker , Nieuwe bijdragen tot de kennis der bevolkingstatistiek 
van Java. 3e Rks. IV. 447. 

Javaansche Schetsen. Naar het Hoogduitsch van Fr. GBii8TacKX&. 
Met Bijvoegsel. Dl. IV. bl. 1*— 12* III. 413. 

H. W. VAN Marle, Beschrijving van een kalaroehan in de Noorder- 
afdeeling van het Regentschap Tjiandjoer, residentie Preanger-Regent- 
schuppen. N. Rks IV. 1. 

Eenige mededeel ingeu omtrent Banjoewangie , getrokken uit het ver- 
slag van het gewestelijk bestuur. 3e Rks. I. 337. 

S. Key/.kr, De troonsopvolging der Musclmansche Vorsten , N. Rks. 
IV. 57. 

De leden van de Vorstengeslachten in Soerakarta en Jagjakarta» 
N Rks. VI. 380. 
G. K. NiEMANN, Over het geloof iiun gelukkige en ongelukkige 



n 

tijirn bij rerscliillmdc Tolkea vu NederUailtek-Iii4iê. SeBkt.V. 133. 

S. KiTzitii, De beide MobAUoiedMaaebe f et et— . N. lUa. IlL 96* 

8. KcTEKE, De roav onder de JavMO». N. Bkt. lY. 140. 

T. C. T. Derlkma» , De aieQvJMndag Ie aoeraltMtB. Hel iw^eifc. 
f D 1 1 roei kleuren gedrukte pUtn. N. Rka. IL 843. 

Brief over het huwelijk wmn deo Soesoekoea*! fMi8otnikurla.l384, 
N lUf. VI iÖO. 

A B. CoHBir Sn ABT. Keo «Uatater" voord. N. Bkb VUL ilT, 

H. Kkmt. OuJJAVMiMhe eodibniilkrw o[p fidi fthraikdyk. 8o 
Hkt VIII. 911 en IX. 197. 

S. MuLLBB en L. Horiiir, Roim on oadotiookiifM ia WaaiiÉfa» 
11 i\i; III. 193 en 313. 

Om AU, iah Km^il. Herinnoriagea nna BanMira. IV. 903. 

F. G. StKCJL , TopofcrapkiMko oa joogffaphiaoko baaokr^fiaf dar La»* 
lioagKhe distriotoa. N. Rks. IV. 69. 

F. G. Stick. Reie taaaoliea Roaknoloa oa Palaaihaaf aaarkala■a^ 
baakelijk landMkap Leboag, ia 1837. N. Bki. IV. 31. 

Instellingen, vetten en govooataa ia do oanaokadoa faa BMkooloi^ 
ÏB de nfdeeling Lnï», Kroê, SoIoosm» Maaan ea Kaaor. iagaaoadoa 
door Mr. H. D Lbttshohii Nouiasi. N. Rke. IV. 933. 

Bt RTon ca Waro, Verdag faa ooao roio ia kol laai dar Batako, 
in bet binnenland Yna Soauilra. N. Rkn. I. 970. 

Ok AR VAX Kk^rbl, Reu ia do aog oaof kaakomko Batak-laadoa faa 
klem Tobn op SaauUm ia 1844. IV. 33. 

T. C. BooAARDT. Moko-Moko ia 1340. N.Rki. II. 93. 

De Koebooe. 3e Rke. VIL 993. 

A. J. D. OiRLAca. loa Ivaotal b^dragaa ovor kol aoordoa mm 
SuniAirm. (Of er H. Tule's, oa Norikora 8a«atra aad Oipooiülj Aekia 
tn Dr. Mükaiko. BanMira aad dio Niodarltedar. 3o Eka. VUL 39. 

(unxs DB GR04IT, Slrooailiaoflooatgiaaiag op kol oilaad 
3c Hit. VlII. 79. 

I'. J. B. C. RoBiai TAV dbb Aa, Do kawninario faa 
otrr den toestoad tna Billitoa ia 1893. 3o Rkt. II 31. 

J J VA» SBveyaoTBJi . Rnpport ofor kol etlaad BUlÜos. 3o Rko. 
II. ^.o 

J. e. Bald. Blitoa. I. 41. 

Stukken betrekkoUjk Boraoo. 1333—1636. Modogodoold door P. 4. 
Lti-rt III 9Ati. 

J. (r A. Gallou, Aaateokeaiagca op ooae rok Inaga do ooBlkanl 
f«o Boraeo. forrigi op la«l voa kol Nodorlaadook ladiiak O a af or a a 
mrr.t. m 1^S0. Ma kMrt. IV. 991. 

lÜMiiralf bcAckrijfing vnn Boa joraMiniag • door doa Raad faa ladÜ, 
A HftHfH V4» llfiueniKjBrr, I7S7. tIpKOtpoord door P. A. LBrra, 
\ Kt». IV. lil. 



72 

J. C. Bafd, De Bandjermasinsche afschuwelijkheid. Met bijlagm. 
N. Rks. Hl. 1. 

Bescbrijving van het westelijk gedeelte van de Zuid- en Ooster- 
Afdeeling yan Borneo (de afdeeling Sampit eo de Zuidkust) naar aao- 
Iciding der Rapporten van Von Gaffron, door J. Pijnappel Qz, N. 
Rks. III. 243. 

J. J. DE Hollander, Geslachtregister der vorsten van Sambas. 8e 
Rks. VI 186. 

B. F. Matthbs, Eenige opmerkingen omtrent en naar aanleiding 
van dat gedeelte van Dr. J. J. de Hollander's Handleiding bij de be- 
oefening der land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië , hetwelk 
handelt over het Gouvernement van Celebes en onderhoorigheden. Se 
ilks. VII. 1. 

Het journaal van Padtbrugge's reis naar Noord-Celebes en de 
Noordereilanden (16 Aug. — 23 Deo. 1677.) Met bijlagen, aanhangsel, 
nalezingen en verbeteringen. 3e Rks. IT. 105. 

W. M. Donsklaar, Beknopte beschrijving van Bonthain en Boele- 
comba op ZuidCelebes. 171. 163. 

Stukken over Mathys Hendriksz. Quast voor Goa, 1641. Medege- 
deeld door P. A. Leupe. N. Rks. II 318. 

E. W. A. LuDEKiNG, Schets van de residentie Amboina. 3e Rks. IIL 1. 
Aarde op Noessa Laut. 3e Rks. VIII. 206. 287. 
H. C. VAN DER WiJCK, Dc Amboinccs. I. 70. 
P. A. Leupe, Het gebeurde in Amboina. 1623. Met anthentieke 
stukken. N. Rks II. 23. 

8. Danckaerts, Historisch verhael van den stand des ChrisiendomB 
int Quartier van Amboina, enz. 'sHage, A. Meurs, 1621. Herdrukt. 
N. Rks. n. 105. 

(H. C. VAN Eybergen), Aanteekeningen der verrigtingen'fan. den 
ambtenaar ter beschikking van Jen Gouverneur der Moluksche eilanden, 
belast m^t eene zending naar de Zuidwester-eilanden, bij beslaii van 
den lOden Mei jl. no 4. N. Rks. VIII. 129. 

De verovering der Banda-eilanden in 1616 en 1681. (Oad hs., uit- 
gegeven met eene inleiding door P. A. Leupe). II. 384. 

(Artus Gijzels? en and.). Beschrijvingen van de Eilanden Banda, 
van de Molucse Eilanden en van de Westkust van Sumatra in 1619F 
Itipport, medegedeeld door P. A. Leups. III. 73. 

P. A. Leupe, Het eiland Saranguni (Rossingein) der Bandiigroep* 
3f Hks. VHI. 81 

liet springen van den Zwavclberg op het eiland Seroa in 1607. Se 
Rks. VIII. 206. 

Nutuurverschijnselen te Banda waargenomen. 1670 — 1687. 3e Rks. 
Vin. 20b. 

P. A. Leui'k , Kiuiiiji* van de Banda-cilandcu vervaardigd door Erna- 



73 

ncH 1 (iodinhn lir Krr<lia in 1001. Met bijgwoegdm Brief door Nicolas 
i\r M'<rttAlrcrr aan ilrn Admiriuil Aodre FurUdo de Mfndc»^ tn 1609 

V A. Lrt IK . ritbar^tio^ van drn brandfodeo berg op bet eilaod 
Trrua. ir.f.O. .ir Kkü. VI. 231. 

IV A. Lm-p, de ConipAgoieiteea op bet eÜAod Kboor. Se Rkt. 
Yï. iiit. 

Dr Trnimhrr-rilnndcD ten Zuidwesten tad de Kej-eiUidea. N. 
Hks VII. «7. 

Dr Krv eilanden bij de Arroe-eilaodes. N. Rks. VI. iS8. 

lWi*< hrtjrini^ der teden en gewoonten tmn de bewoners der Minn- 
h.i«^u Ddor den (tnaverneur der Molukken RoBEnTVt PADT>BKro«t. 
3r Kk*» I 'MH. 

N (iKAAri.AND. I)f Manadoreeten. Se Rki, III. S8i. 

H r Van Kibkrgkn. Iets orer Ceram en de Alfoerea. N. Rkt. L 71 . 

J. H. J \AN' DoRCN, Beknopte betcbrijvimg iëm Wabaai, op d» 
N<M»r.i Ooïtkust fan het eiland Ceram. Met plaat. IV. 181. 

I' J. B. r K<>Hii»6 VAX Dia Aa, Ken tweetal bijdragen tol d« 
kenrii Tan II «Imahera. I. Rapport over Tidoreescb HalBiabera, van 
J. V ('. ('aviiikh. II Beknopte woordenlijst van talen op Tidoreeeeb 

lUtn.jiherii 3e KkA. VII. S3S. 

J rusiiTCL (ir., ()«er de Papoe't in den Indiscben Arebipel. II. Si5. 

). TijNvrrrL (>f.., Eenige bijtonderbeden betreffende de Papoea's 
«an dr (terlrinkbaai van Nieuw-Goinea. IL S71. 

i' A. I.niB. Jan Carttena. op Nieuw^ninoa. 169S. N. Rks. IL 4S. 

1'. A LtvvK, De reiten der Nederlanders naar Nieow-Gnbeaea dn 
rMpor>rhe eilanden in de 17e en ISe eeuw. Se Rks. X. 1. 

r V. Lei re. de Kni^elschen op Nieuw Gutnea. 17V8— i7VS. Sc 
ia* \l. ISU. 

r A. Lei IC. De eilandjes Conaiermst. Claarbeek, Sebootoroof es 
M*.iMinif. 3e Kk». XI. K»0. 

Tovtie in de hioneolaaden raa Nienw-Gninaa, N. Rks. II. 47. 

\«rii«« (ttiti eu. ethnof?rapbi»ch en aatuarkondig ondersoebt en bt< 
%c' rt ri t) Ui 1s.'>s door eeoe Nederlandicblndisebe eomaiissie, ssol 
H. .i^Mri. ir> pinten en Atlaa mei 7 kaarten. Uttgegerea mei toesleoi- 
n.Ai.: r«n den Minister raa Koloniën. N. Rks. V. 1— >SSS. 

I A Lrtir. . De Speel man sbaai van Ketjia (1878) en de SpccfnuM- 
b*.!! V.UI <ie Ned lad cooinisste (18S8) gelegen op dn ^ W. Knal 
».»!. Niruw (iitinea. 3e Kkt. VI. ISl. 

i A. I.ruL, Nieuw Gainea. Se Rks. VI. 9i8. 

Nit :• (luiiira. .Ir Kkf Vil. 1S3. 

lli: 'r.Mfijk uilrinde van Nieuw Guinea. Se Rks. Vlll. tft7. 
J K VV (^ii «KLtJi VA."^ Trruab. Iets over voa Ruscabcrg's acading 
I »>r \.(t.« <iuinr«. 3e Rks. VI. 47. 



74 

C. H. B. voN RosENBEKO, De Papoea's van Nieaw-Gainea. Se 
Rks. X. 386. 

C. H. B. VON Eos£NB£aG, Een laatste woord. 3e Rks. XI. 398. , 

§ IV. Geschied- en oudheidkundige budrageh. 

J. Pijnappel Gz., Overzigt van de geschiedenis der Nederlanden 
in Oost-Indië. I. 118. 

De Javaansche vorsten voor de stichting van M&dj&-paii. N. Rks. 
Vn. 260. 

P. A. Leupe, Jacatra. 30 Mei 1619. Batavia. 30 Mei 1869. Se 
Rks. III. 534. 

Kaart en Beschrijving der belegering van de stad Batavia, 1628, 
door P. A. Leupb. Met facsimilé der groote kaart van Berckerode. 
N. Rks. II. 305. 

Verbaal van de Belegeringhe der stadt Batavia in 'tKonincrijk wma 
Jaccatra, anno 1628 ende anno 1629. Door eenen ooggetuige. Mede- 
gedeeld door P. A. Leupe. III. 389. 

Rapport van van Goens over den presenten staat van de Nederl. Ooai- 
Indische Compagnie in 1655. Medegedeeld door P. A. Leupe. IV. 141. 

Aekn. Luitgens, Bali in 1527. Medegedeeld door P. A. Leupb. 
N. Rks. L 203. 

Het gezantschap naar Bali onder den Gouverneur- Generaal Hendrik 
Brouwer in 1633. Met aanteekeningen. N. Rks. I. 1. 

Rapport gedaen door den Predicant J. Heubnius, aengaenda da ge- 
legentheit van 't eylandt Ende tot het voortplanten van de GhriBtelijcke 
religie , en van wege de gelegentbeit van Bali. Medegedeeld door F. A. 
Leupe. III. 250. 

P. J. B. C. Robidé van der Aa , De vermeestering van Siauw door 
de Oost-Indische Compagnie. 3e Rks. U. 95. 

J. J. Mbinsma, Het Fort te Kartasoera in 1741. N. Rk. VI. 867. 

Verbaal van het gepasseerde te Kartasoera vóór en onder de be- 
legering, item na het demolicren der vesting. J742. N. Rks. VII. 109. 

Rapport aan den Gouverneur-Generaal Mossel, door J. A. PA&Avidia, 
Commissaris voor Timor, Rotti, Solor, Saroe, Seruba en Borneo. 17S6. 
N. Rks. IV. 217. 

Aanmerkingen van den Raad van Indië R. de Klerk, omtrent het 
Koningrijk Banjer en deszelfs aangelegenheden voor de Compa^ie. 
1757. N. Rks. IV. 213. 

P. A. Lkupb, Raden Mas kareta in 1778. N. Rks. I. 441. 

J. DE HovKKK VAN Bkeugel, Bantam in 1786. Medegedeeld door 
J. C. Baud. N. Rks. L 107. 

P. A. Leupk, De verdediging van Ternate, onder de GouYemeor 
Johan Godfried Budach, 1796—1799. N. Rks. VIII. 262. 



73 

V. A Li:ire, Stukken betrekkelijk de rerdedtiniiff vmi TarBsie door 
dril (rouvcrneur WÜIrm Jaroh CraoMeo, 1S()0 — ISOI, en de orergmr* 
Tim het («ourernemeDt aJin de Ëogelicbeii op deo 21 Jttstj lb01,door 
(i(-n KaM'i run fH*litir nldiiAr. 3e Hkii. V'. 215. 

J II \as Hei:Ki.HfM. Daf^TerbsAl ?an bet getanttcbap bij dt laatoie 
invr>titurr r«n een Bnutumscben tulUio N. Rkt. I. 363. 

J. (\ Hai h . I'alcnih»nir in ISll en 1819. Mat natbentieke bglagva. L 7. 

Ventai^ ras dett (luuveroearGcoerMÜ \ui Dsx Bosc.'H wegest ggii« 
Terriirtmiren iu lh3(>— 1S33. N. Rks. VII. «70. 

VrrhjiAl T«n den oortpronfi^ en bat begin vaa den opatnnd van Dip4 
NVcirv Vol^ns een JuvajiDscb Handacbrifi, mat bitior. aa graaiMa- 
licmlr AJtnteekenini^n door T. RooaDA. N. Rks. IlL 137. 

Dr brYr!hehl>er eeoer retourrloot. N. Rks. VI. 908. 

J \. WitMHMA, GfAcbiedenissan van Ratabaa an Paasaa, vaa dt 
rrtie.:^(e tijiien tot op den tefenwoordi|taB tijd, Yolgaaa de febeiBe 
uwr'r»rriiiirrn der ouden Tan dagen. 3e Rka. VL 804. 

^\L. MiLLLk. Over eenige oudbeden Tan JaTa en Snmalra. Mei 11 
pl III. •>^. 

\ H. Coiii.N Stvabt. Mededeeltngen (Besoek van dea Boro-Boedo. 
Tein|rli7rottten in Haralen). 1. 76. 

(*. LitiiA^Kn. JsTaanscbe Tempels bij Prambaaaa. Mei pi. IlL 1. 

A. l\. ('oiirN Stiart. Heilige Toetsporen op JaTa. Se Rks. X. 163. 

A. IV ('oiiE.^ Stiart, Inscriptie op een' steen ia 't Rijks nasefun 
te Uilen, (iemerkt I. a. 51. 3e Rks. Vil. 87S. 

11. Kers. 'tOpscbrift van Batoe Brragoag op 8oaMUra. 3e Rks. 
Vil 2^0. 

A. H. (%iiitw Stiart. Nog teti oTer de opscbrifien Taa Mcaaagkabaa 
O). >uri.Atr«. iMet Njiscbrift) 3e likt VII. 16. 

H KeR?i, Nug iels oTer bei opsebrift Taa Pngger Roejoag. 3e Rks. 
VIII isn. 

iv A. Let re , let» orer eeaige gedenk peaaiagea ea andere verceria* 
^r') .ii.or iif «An »efe de Oost-Iadiarbe Compagnie gedaaa. N. Rks. 
VIII 1"7. 

I V. Hp><*RAruitiji. 

r A I.Eitr. JoriR «an Spilbergen. 1617. N. lUs. IL 381. 

f.. La ih J«q Pieterst. Coea. N. Rks. IL 8^i. 

i \ l.tMr. Jan PietcrsA. Coen. 16i3— 163^3. Mei aatWatieko 

f^tiikm N. Hkv II. 1. 

i \ I.iiM Sslüiuuii ^«eert . RjumJ Taa Indie, 1f>44. 5e Rks. 

\i;i ... 

) \ II' PI lt«read Puckest, 1676-1708. N. Rks. II. 371. 

I \ Il i> . Willem Jaass. Tan AustcnUm, Admiraal, ea Wtlleai 



76 

Jansz. van Amersfoort, Yice-commandenr der O. I. C. in de eente 
helft der 17e eeuw. 3e Rks. VII. 298. 

P. A. Leupe, Pieter de Bitter, commandeur der O. I. Retonr?)oot, 
1665. N. Rks. IL 378. 

P. A. Leupb, De Raden van Indië van Imboff, de Hase en tu 
Schinne in Holland, 1741-'174<2. N. Rks. IL 361. 

P. A. liEUPE, Albert Ruijl, Maleisch taalkundige. N. Rks. II. lOi. 

P. A. Leupe , Herbert de Jager , geleerde oriëntalist. N. Rks. IV. 17. 

P. A. Leupe, Herbert de Jager. 3e Rks. IV. 67. 

J. J. Meixsma, Herinnering aan den hoogleeraar T. Roordft» Se 
Rks. IX. 320. 

Iets over den Nederlandschen sterrekundige J. M. Mohr te BafcaYia. 
N. Rks. Vn. 160. 

§ VI. Bijdragen over het rechtswezen , wetgevimo , kolomiaal 

BEHEER, CULTURES, KOLONISATIE, SNZ. 

S. Keyeer, De hulpmiddelen tot beoefenisg van het regt der in- 
landers in den Indischen Archipel. N. Rks. IL 137. 

De twee eerste soera's van den Javaanschen koran , door 8. Kktsul 
N. Rks. VI. 314. 

L. W. C. VAN DEN Berg , Over het contract Al-Bai' in het Moham- 
medaansch regt. 3e Rks. IV. 109 

De spiegel voor Leergierige Wetgeleerden. N. Rks. VII. 211. 

Kitab Toebpah , Javaansch Mohammedaansch Wetboek , door Mr. 8. 
Keyzer; kort overzigt daarvan door J. de Blaauw. N. Rks. IV. S4S. 

Soerjo Alam, medegedeeld door Mr. van der Hout, te BatofUL 

N. Rks. VL 1. 

f 

Eene proclamatie van een Sultan van Bantam, medegedeeld door 
J. J. Meinsma. 3e Rks. VIII. 152. 

De oude Bataviasche Statuten, met Inleiding. N. Rks. VI. 393. 

Voorbeeld van voorvaderlijke gestrengheid. II. 148. 

Placcaat van J. P. Coen op de tollen , op de inkomende on nitgMmde 
goederen, alsmede van de betaling op de tappers gege?en. 16S0. 
Medegedeeld door L. C. van Dijk IIL 188. 

Extract uit de Resolutiën van den Raad der Aziatische BodttingOB 
van den 20 April 1801. N. Rks. VIII. 208. 

(D. W. Schipf), De koloniale politiek onder den raadponoioiiArii 
Rutger Jan Schimmelpenniuck. N. Rks. III. 375. 

Residenten op Java en Madora van Ao. 1817 tot 1859. N. Rks. III. 117. 

Opgave nopens de zamenstelling der Hooge Regering in N. I. fia 
1816—1860. N. Rks. IV. 23. 

Instructie van een Inlandsch Hoofd uit den Engclschen tijd. N, 
Rks. IV. 134. 



/ i 



.). n< 11) khux.sk , AlphubeiiAcb o?ertirht fan b«t werk vmii den beer 
s. vMn Drvcntcr Jssn. : MBijdruf^en tot de keanit fan bet laadelgk 
sU-licl op Jata." ar Kks. II. ilO. 

Stukken U'titirrndc het undcrxoek aangaande bet laadbesil op Jafa. 
N. Hk5. Ml. 115. 

Etd opstel over het laodbesit door den Wedaoi faa bei dbirict 
Bautjai (Kcii.Imuk). N. Rks. VI. 271. 

r. A. S. vi.M LixHiRo Hedcwer, Oosterscb en Wetteraob landbetit. 
( Heooriircling van 11. S. Maine's Vtllage-Coumiiaitiet ia ibe Eaataad 
WfU. r.oudrn. 1h71.) 3e Uk». VI. 49. 

Opgave van allr diensten, die Tan rijkswege ferrlgt werden in bet 
rrcrntschup Bani^il . van 1825—1843. N. Rka. VI. 916. 

C>ncepl*ii)»trurtir voor de committie belast met bet ferkoo|ien aan 
(ie Javanen in Cheribon vau de erf en of Pakaraagaaa in eeae deaaa, 
«aotirr^telil door dru Resident J. J. vaw SsTtifiioviif. N. Rks. IV. 317. 

(i. T. II. llKNNT. Beschrijving vau de rijttkultuur. N. Rk». IV. 49. 

Dr rijttkultuur op Jaf a , 50 jaren geleden. Met Bijlagen. II. 1. 

H A. STii> rAa\>. , Bijdrage tot de kenni* fan de rijstkaltnnr op 
Jara. Met l^ Tabellen. N. Rka. I. 39V. 

J. 11 F. Sti.LEwiN GicLFKB, De rgstknltnar in Italië ea op Jafa. 
ir lUv IX. 1. 

r. A. LttrK. Invoering der koffijcuUunr op Jafa, 1710 — 17S0. 
Met «t..ti«tieke tabellen. N. Rks. II. 53. 

Rr^chrijung vau de suiker- en koffjcnltuar » in bet plat Maleiseh 
eo Ja%aau^rh. door Jafaau»cbe ambtenaren. Met aanteekentngen fan 
Ci. T. Iih^?ii . J. I). \AJ( ilinwKRMx en T. Roontu. N. Rks. I« 935. 

Verslag van een gehouden plaatselijk ondertoek omtrent de kaltanr 
t R brreuiing van iudii;o door itartieulierea in de residentie Djokjo- 
kAfia. N. Kks. III. V>. 

J. (\ Baii», (iesrhiedenis van den handel ea bet f erbmik f aa opiam 
lo Nidcrlandsch-Indie. Met statistieke opgavea ea btjlagea door J. 
Ik-lTtiianu ea auderea. 1. VJ. 

L. (\ D. \A\ DiiE . BijvoegseN tot de proeve eener gaacbiedeais 
VAi. (ieii hatiiiel en het verbruik faa opium in Neder laadscb-Iadie. (Zit 

d: I. b). rj: 11. i>ii. 

r A Ltiih, VerboJ van bet rookea faa madat te Baada. 1614. 
.V Ki% \I Ml. 

1'. A. I » ir. . Kolonisatie op Java. 3e Rks. VI. 109. 

K< ."i.i^atii*. litnoodi^nug tot bet leveren van „Ken bistoriscb onder* 
f ' f k :.. !cn uitslag van de pogingen tot kolonisatie met Europeanen 
ih \T. < ^.«t en Westludirn of in andere Irupiscbc gewesten. 3e 
lU- \'1I ♦> 

\ 1> Vi^ .1 H i»n% NrTMtien. Kmigraiie uit Nederland. Kolonisatie 
rt.r'. N« .rr u. .tr% lu (lust- ea West ludir. 3e Rks. Vlll. )4. 



78 

Een Javaanscbe jongeling naar Holland gezonden ter opleiding in 
de theologie. 3e Rks. X. 174. 

§ VII. Taal- en letterkundige bijd&agin. 

Nota van Dr. J. F. C. Gericke omtrent de oprichting van een 
Instituut voor de inlandsche talen en litteratuur. Medegedeeld door Dr. 
T. a L. Wuvmalen. 3e Rks. IX. 313. 

6. K. NiEMANN, Mededeelingen omtrent de lingaistiek van Nede^ 
landsch-Indië. 1871. 3e Rks. VI. 124. 

Ordonnantie over het toekennen van belooningen aan de schrijvert 
van werken in indiscbe talen. 3e Rks. V. 51. 

De Indische talen en oudheden , volgens de regerings- verslagen 1809 
tot 1860. N. Rks. VII. 270. 

Transscriptie van Indische plaatsnamen. 3e Rks. VI. 1. 

Errata in de stukken betreffende de transscriptie van indiache plaats- 
namen y Opgenomen in deel VI. biz. 7 volgg. door A. B. Couen Stuart. 
3e Rks. VII. 228. 

Van LiitfBUK» Brouwer, Transscriptie. (Met tabel). 3e Rks. VI. 13i. 

Transscriptie. 3e Rks VII. 387. 

Transscriptie. Verslag der Commissie. 3e Rks. VIII. 1. 

P. A. S. VAN Limburg Brouwer, Een „verloren handschrift". Se 
Rks. VI. 33. 

H. C. Klikkert, Iets over de Maleische school- en volksleesboeken, 
bekroond en uitgegeven door het Nederlandsche GouvernemeBt. 3e 
Rks. I. 38. 

J. R. P. F. Gonggrijp, Een woord over het opstel van den heer 
H. C. Klinkcrt, ,,Iet8 over de Mulcische school- en leerboeken." 3e 
Rks. I. 402. 

J. F. G. Riedel , Een kort woord naar aanleiding van H. G. Klinkeri's 
„Iets over de Maleische school- en volksleesboeken." 3e Rks. III. 394. 

N. Graafland, liet criterium van geschriften in de Maleische taal. 
3e Rks. III. 407. 

H. G. Klinkert, Antwoord in de antikritiek van de heercn 6. R. P. 
F. Gonggrijp, J. F. G. Ziedel en N. Graafliind. 3e Rks. III. 556. 

H. Neuvkonnkr van der Tuuk, Iets over de hoog- Maleische Bijbel- 
vertaling. N. Rks. ï. 171. 

J. Pijnappel Gz. , Aanieekeningen op H. G. Klinkert's supplement 
op mijn Malcisch Woordenboek. 3e Rks. V. 1. 

J. J'ijnappel Gk. , Over het Arabisch-Maleisch Alphabet. N Rks. 
III. 229. 

l'it (ie correspondentie van een overledene (Dr. J. D. Uoman, over 
het HaUviasch Mnli^isch enz.) Medegedeeld door J. J. Meinkha. 3e 
Rks. III. 371. 



71» 

Pi (i.ri(((^, kurtf bijdrage ofer bet Mjüeincb tao Timor. 3e 
Hkv l\. is3. 

11. ('. Klimci.ht. Kfuigr Muleifcbe spreekwoorden en ftpreekwgieB 
Ttriameld ru up^clirldrnl. '<\e Hks. I. 37. 

II. C. Knhkrai , Vervolg op de Maleiacbe spreek woord«a, beneTeot 
rcüiire MAlriM*lif mAilfrJs en kinderspelen. 3e Kks. IV. i4, 

11. r Ki.ivKrHT. leU Ofer de Pantous of MinneiAngen der Maleyers. 

:w Kks. 111 st»y. 

J. J. UK llni.LAKDEk, Wesierscbe fabelen in een Ooiierscb gewand. 
3« Hkv VI. 56 

A. ]{. Omts Stiakt. Eroe Tjakra. 3e Kks. VII. i86. 

11. N. TAM DKK Tl Ik, Verslag van een maleiscb verbaal, bebclieode 
dr lotgevallro ran Satnaun. 3e Rks. I. 357. 

J. A. H. Wi.HKLiis. Ujijè BIjA. Zyn le?eo en profetien. Met aan- 
terkrnmgen. 3e Kks. VII. Ui. 

(i K. Nii.MA.N.N', Mrdedeeiingeo omtrent de letterkunde der Hataks. 
M Kk». I. 245. 

11. N. VAN DP.R Tn fc, Over scbrifl en uitspraak der Tobasehe taal, 
(^rüproken lo dv Hauk landen op Sumatra. IV. 1. 

II. N. >AN i>rK TttK. Opgemerkte fouten in August Scbreiber's 
Kur&rr Abrtta eioer liatta'schen (lees: Ratakscben) Formealebre in 
TobaDialrktr etc. (Barmen). 3e Rks. I. 301. 

A. H. ('oin.v SiiAiiT, I*>oigr alpbabcllco en proeven van oud- 
J^fttan^ch tcliiifl. .\. Hks. VI. jjsu. 

Opnicrktiip-u uver de alptukbctten en proeven van ood-Javaaaacb 

achrifi. N. Kks. Vil ir.y. 

T. KixiiiUA. Hijdriipr tot de Javaanicbe taalstudie. naar aanleiding 
vaii Iaco Hoürdn'n IxNirfrning van 't Javaanscb bekeken. Door II. N. 
^«ti irr Tuuk. (Ansl. bij de iirnia K C. Meijer, lb<U. il bil.) N. 
Kk* VIII 75. 

^ Keizke . Kror vrrsanirling van Javaan.«cbe spreekwoorden en spreek- 
«(xirirlijkc uitüruikiu^tn N. Kks. VI. 161 en ii\, 

loiand^rlir verbalen van den Itegent van Tjiandjoer. 1957. N. 

Ka.v VI rj\. 

I» «jA Lri ,;i*rA pM&dji. Ovrrfirbt van dit Javaantcben Ileldeadiebt, 
.ii*or A H « «'MIN Sti \KT. I. 44. 

i>j4^» Lrnifiiri. < Vrrvoi^ van dl. I bl. 5<^.) Met stamlijst. 11. 150. 

J U iiKM, (Ovrrit^'t «ao rn taalkundige aanmerkingen op; Ge^cbie* 
d<tii« i.iii liarou >akriidhrr. I'itgegeven door A. B Coben Staart, 
lui. l-* •<» 1 i.M. 

\ H ( litN .*^ri%kT. .\ntwuord aan den beer (iaal , wegens tijn 
vrr^.V ^'»i> (i< '^chirdroi^ van Harun Nakeodhrr. Zie Dl. l.bll.iil — 
i»* III i^'J 

l»f i.iUr^rtilru VAii iCa.lrb Tandji, volgen» de Javaanscbe Wajaag- 



80 

verhalen, afkomstig van den Regent van Grcsik door T. Roobda. N. 
Rks. Vil. 1. 

H. Kern, Bijdragen ter verklaring van eenige uitdrukkingen in de 
Wajang- verhalen Pfilds&r& eu Pandu 3e Rks. IV. 1. 

T. RooRDA. Nog eene bijdrage tot verklaring van eenige nitdrok- 
kingen in de Wajang-verhalen P&l&s&r& en Raden Pandji. 3e Rks. 1. 121. 

H. K£RN, Korte opmerkingen over Balineesch en Kawi. 3e Rks. V. 810. 

H. Kern, Korte opmerkingen over Balineesch en Kawi. 3e Rks. VI. S6. 

H. Kern, Korte opmerkingen over Balineesch en Kawi. (Medegedeeld 
uit brieven van dr. H. N. van der Tunk). 3e Rks. VI. 77. 

H. Kern , Over zoogenaamde verbindingsklanken in het Tagala en wat 
daarmede overeenkomt in 't Kawi. 3e Rks. XI. 138. 

P. A. S. VAN LiMJJURG Brouwer, De Kawi-opschriften. 3e Rka, VI. 37. 

H. Kern , Inhoudsopgave van het Mahabharata in 't Kawi. (Volgens 
mededeeling van dr. H. N. van der Tudk). 3e Rks. VI. 92. 

Zang XV van 't Bharata Yuddha in Kawi, met vertaling en aan- 
tcekeningen door H. Kern. 3e Rks. VIII. 167. 

H. Kern, Beoordeeling van A. C. Vreede's Handleiding tot de be- 
oefening der Mudureesche taal. 3e Rks. XI. 171. 

A. C. Vreede, (Beoordeeliug van) Tjareta Brakaj. Proeve van 
Madoereesche spelling door Dr. J. J. van Limburg Brouwer. 3e Rks. 
XI. 369. 

U. Kern, Beoordeeling van R. van Eck's beknopte handleiding bij 
de beoefening van de Balineesche taal. 3e Rks. VIII. 279. 

Bagoes Hoembar& of Mantri Koripan. Balineesch gedicht. Tekst en 
nedcrlandsche vertaling met aanieekeningen bewerkt door R. tan Eck. 
3e Rks. XI. 1, 177. 

G. J. Grashuis, Beoordeeling van S. Coulsma, Handleiding bij de 
beoefening der Soendaneesche taal. 3e Rks. VIII. 167. 

G. J. Grasuuis, Over de verbale vormen in het Soendaneesch. 
3e Rks. VIII. 4. 

K. F. Holle, Taalkundige opmerkingen over Soendaneesche macht- 
spreuken van Mr. D. Koorders. 3e Rks. V. 76. 

W. H. Kngelmann, De Otter en de Krab. (Ëene Soendaneesche 
dongeng). Transscriplie en vertaling. 3e Rks. II. 348. 

G. K. NiEMANN , Medcdeelingcu over Makassaarsche taal- en letter- 
kunde. N. Rks. VI. 58. 

B. F. Matthes, Proeve eeuer Makassaarsche vertaling des Korans. 
N. Rks. I. 89. 

G. K. Nikmann, Mededeeliugen omtrent de Alfoersche taal van Noord- 
Celebes. I. Vergelijkende woordenlijst. II. Spreekwoorden en eigenaaiilige 
spreekwijzen in hét Tominibulubch. 3e Rks. IV. 2U3. 399. V. 09. 195. 

De Oclaluue ni iele aloc. £eue Tuminische vertelling, gevolgd duur 
eenige volkaliedoren in de oorspronkelijke tual , met Nederlandsche ver* 



l.i!)ii:: rn luintrrkriiiui^rn. I>iK>r J. (i. F. HlKUKL. ^ Rki. VI. 16C. 

V. J. H. C. HoiiiDK VAN' i»KR Aa . Vluchtige opncrkingcn over de 
Ulru (Irr lIaloiJihfrjifrro<*|i. .'ie Rk». VII. S67. 

11. K».K?i. Hcuonirriinfi^ rao J. L. van ÜAMeli's Allereerste begin* 
»rlrn (icr l'Apor^chMefourflrhr tJMil; Spel- en leesboekje voor de tcholen 
op Nieuw (iuiura; N. Rinnoüv'* Keoige Psalineo eo (tetAOgen ia da 
r.tp«K'Mhr Ual. ar Rks. X. 172. 

T(H*lirhting en Minmrrking tbo Dr. A. B. Mktek op eeo rcfenuit, 
in dr Hijiira^'cn. X. Ie tt.. bU. 172—173, en NaMbrift Tan Dr. H. 
KrHH. ^c Kks. X. 37»— :il»i. 

Cinkura .ikürv*'! coinnient«ar op de Apboritnen van den Vedaata. 
VrrtAAitl liuor Dr. A. lUriMXG . met eene inleiding vao Prof. U. KiBJi. 

ir Hk:* VIII. 241); IX. 211; X. Hl.l. 

f VIII. Hut»KAGKN OTEK WsST-IüiMf:. 

Rijkdom ?«n Suriname'» planten- en dierenrijk. N. Rks. IV. 199. 

r. A. Lki*!'! , Aanteckrninf^en betreffende dr koffij-koltunr in Sortname» 
iij dr frr^t^ hrlft drr vurige eeuw. N. Rkt. VIII. 288. 

A. M. ('oM»R. De Boschnegers in de kolonie Suriname. Han leven» 
if'drn en gewoonten. lir Rkt. I. 1. 

S. v\y Di^srL, Keoige opmerkingen omtrent den stoffelijken toetiaad 
\AU \irX riI«Ld Cura^ao. 3e Rks. UI. 430. 

> %AN Div^KL, Krnige bijzonderheden omtrent het eiland Bonaire. 
'ir Kk» III. 4*0. Hijlagen. Door A. D. va."! üee Gun NiTscHBl. 3e 
Kkv 111. 4'»7. 

S IX. HuDaA«Eü nvrk HnjTscu*IyME , Chisia. JarAW. i». 

H Krkü. Herinneringen uit Britsch-Indir. 3e Rks. III. 273. 

II. KiHü. .Xaukondigio^' van E. T. Daltons Deseriptive £thnologj 
of Krnk'al. 3e Rks. IX. 2if'J. 

llrorfrniD»: Van het San!*krit in Hindostan. 3e Ris. VI. 131. 

<i K. NiiMWN. Aaokondifring van (ïarcin de Tansv*! La l^ngueei 
\a .itt'r.iturt hindtMMianir» rn 1^72. 3e Ri». VII. 577. 

If Kr>\. V«nki»niijf7inj; tan R. Cbiidrrs* A. Dictionarj of ihe Pali 
i.»n.:w.».:i-. ir Kk«. VII. 3(*1. 

II Kri.s. AAiiknniiih'ink' «au Dr. K. Trumpp*» iïrammar of the Sindbi 
!«i..-M.«ji- (-•ii-ijarril «itii tiir Sau«ikrit. 3r Ri». VII. 3f*f7. 

i' \ *^ ^\v I.iifhi Nii liHiiiHift, Dr Moiiaaiuirdanrn in liindostaa. 
( 1<4 o| n iL.n.: tau \\ . W. Uuutrr's Our Indian MuAuluani. Londen, 

l-r » H Kk, VI IJl. 

ii Krh.H. IU-iM«r<lr«liotf van M. \ Sh< rnoL''- lündu Tribes and 
< 4 '• 1 . 4* rr{.rr>rnted m Iku^rr». .ir Rk«. VlU \*j7. 



82 

H. Kern, Beoordecling van The Vaiseshika-Aphorisms of Kanadt, 
translated by E. A. Gough. 3e Rks. VUT. 198. 

Dagregister van de Landrijs, gedacn bj mj Joannes Leeawenaon , 
Secretaris van den Ed. Heer Rycllopp van Goens, Raad ord. Tan 
India, superintendent, Admirael, krijgs- en veldoverste, soo te water 
als te lande ; dienende tot bescherming van 't Eiland Gejlon, de casten 
van Goromandel, Mallebaer, Madera etc., beginnende Ao. 1674. N. 
Rks, VI. 94. 

J. P. N. Land, De smeekschriften der Malabaarsche Chriatenen. 
1709—1728. 3e Rks. VI. 135. 

Madagascar. 3e Rks. VII. 133. 

Rykloff van Goens aan de Kaap de Goede Hoop in 1657. (Rapport 
aan de O. I. C. , uitgegeven met eene inleiding door P. A. Leüpe.) 
Met kaart der nieuw gevoudcn eilanden. III. 2. 

Verhaal eener pelgrimsreis van Singupoera naar Mekah , door Ab- 
doellah Bin Abdil Kadir Moensji, gedaan in het jaar 1854. Vertaald 
door H. G. Klinkekï. 3e Rks. II. 384. 

P. A. Leupe, Be Orang Benoea's of veilden op Malakka in 1649. 
N. Rks. IV. 127. 

Togten van kolonel Farquhar tot het opsporen van eene geschikte 
plants ter vestiging eener kolonie in Malakka. II. 431. 

P. A. S. VAN LiMWJRG BnouwER, Oostenrijksche Expeditie. (Aan- 
kondiging van K. von Scberzer's Eachmannische Berichte üher die 
Ostcrreichisch-Ungarisciie Expedition nach Siam, Ghina and Japan. 
Stuttgart, 1872) 3e Rks. VI. 122. 

J. J. de Hollander., Berichten van eenen Maleier over Siam en de 
Siameezcn. 3e Rks. VIII. 229. 

De verovering van het fort: La Sanctissima Trinidade op Formosa 
in 1642. Medegedeeld door P. A. Leui'e. N. Rks. II. 53» 

P. A. S. VAN LiMBUKG Brouwer , Uit het Hemelsche Rijk. (Beoor- 
deeling van T. T. Coopcr*s Travels, or an ovcrland journey from China 
towards India. London, 1871.) 3e Rks. VI. 44. 

P. A. S. VAN Limburg Brouwer, Ghina uit een Eransch oogpunt. 
(Aank. van E. Buissonct's De Pékin a Shanghai). 3e Rks. VI. 183. 

Aankondiging van G. SchIcgePs Sinioo-Aryaca on recherches sur les 
racines primitivcs dans les langucs Ghinoi.-^f's et Aryennes. 3c Rks.VII. 335. 

Ai^UA.siK BoACHiE, Prins van Ashauti, Ingenieur der Mijnen in 
N(:(l(;rland^jch•Indiö te Buitenzorg, Medcdeeliugen over de Chinccen op 
het oiland Java. IV. 278. 

J. lloKr.MANN, Hot Ilemel-Aarde- Verbond , geheim genootschap in 
Chiiiu en onder de Chinezen in Indiö. Morrison en Milne's bcrigten 
daarover hrrzieu, aangevuld en gehandhaafd tegen Röttger. I. 860. 

.1. HoFKMWN, Bijdragen lot de kennii< der geheime genootschappen 
van de (-hinezen. II. 272. 



b3 

J. riJNAtriL (fz., Hijdrafren tot de krnnit der geheime geaooiichappca 
v»n dr ('biticfcn. (Zii* Dl. I. bli. 250). 11. lil. 

J. II<>riiiA!i!< . Dr ('hineciiobe fi^stdai^eo rolKeot den JavMuiichen 
almiiDmk fjiu brt jnar dal 17S3 (J. C. 1854—1856) toegelicht. IV. S 64. 

J. liorpiiAN.i, leta over Chinesche Lom bard briefjes. N. Rks. IV. 145. 

Ilouei wrn cbi of paardenaprong-doolhof op een ttnk tijde getUki 
door Suil jó-lan ecbtf^enoote Tan Teoa*t'ao , Oonfernenr Tan Tt'in- 
trhrou onder df regffrin^ van Fu kien font fan het rijk Tt'in A, 
D. 357— ii^S. Mft eene metrische fertaling en historische aaateeke- 
nin::cD *iit*;rfi;evrn door (t. 8riii.BGEL. 3e Rks. XI. 161. 

I)r J;i|Mn>rhr Traktatru met Nederland, Rnsland en Engeland, de 
Vrrreni^dc Staten en Frankrijk in lS5b te Jedo gesloten. N. Rks. 
VII. 171. 

^fikohatiiM. dr nieuwe Japansche Hafen- en Handelsplaats b^ Jedo, 
üAtkT crue JnpAn^cbe scbets. toegelicht door Dr. J. Hornuir». N. 
Kk». IV. 415. 

'lirxorkro rn ootfau^'sl van Engelscben in Japan, in 1896). Blad- 
luiliu;:. II. MW. 

J. J. II«'i I MAw , Hcrciding van de Japannche soda. Naar het Japansch. 
:ir lU». V. ivi. 

J. J. Hmppmann. De Rij<«tbier- of Sakebronwerij in Japan, naar 
JapAn»rbr brunnrn. 3r Uks. V. 179. 

J. J. IforrMiNX. Hlikkcn in de geschiedenis en staatkundige betrek* 
kKu'rii \mn bet eiland Gn>ot-LioeKioe. Naar Chinesche en Japansche 
bruLiit'u. >r Hk». I. 37U. 

J. J IIorrniXN, Ojiiuerkingen aangaande de taal van Lioe-Kioe. 
Sv fUv I. 3l*J. 

r A. Lhiri, Verslag eener reis naar de Noordkost van Nienw- 
II<.i..Di! in 1705. liet aanteekeningen. N. Rks I. IVS. 

V. \. I«rii». , Irta over de rei» van den Schipper Commandeur 
>\ .iii-iii dr Fiamin^b naar Nieuv-IIoUand in 1696. Met Bijlagen. N. 

l:.v I. IM 

St:Ak(*n fver .\bel Janu. Tasman en Franchofs Jacobss. Fisscher, 
\*'>\: .i>M. ru «ie ontdekking ran het Zuidlanti. Medegedeeld door 
r. \. L*i I» IV. 123. 

(t K. .NiPWNN, .\ankondiging van K. Semper's Die Falan Insein 
lui Stu.< a <.>cr«ii, Keisrcrlebnisse. 3e Rks VII. 375. 



1 ' :920