(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Biographisch woordenboek der Nederlanden: bevattende de levensbeschrijvingen van voorname ..."

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



/rHl-' 



,t'/ 



y^- 



% 




\ 



BIOGRAPHISCH 

WOORDENBOEK 

PER 

NEDERLANDEN, 

Ssvanendt d$ Levenshefchrijvingen van voorname STA/fTSMATf" 
NENy KRIGSHEIDEN y GELEERDEN in allerlei) è vakken 
' ran WHenfchfpm,. DIQTERS, SCHIUJEASi ^ andere 

JCOmTENAREN; 

Zodanige Perfmeny die do$r de ene of andere^ daad^ zig beroemd^ 

of aan dm ypdêvkÊnd^ vetdienfifil^^ hebben, gemaakt i veelal vef 

zeld van hunne Kar<^erfchetzen y, zeldzame A^iekdoten die men 

elders te vergeef zal nafporen ^ onpartijdige bemdeling 

hunner Daden ^ optelling hunner Schriften y en aap,wij* 

zfng der &Jv^ijvers welke yan hun gehandeld hehbeth 

Opgemaakt, 

» 

Uit Hlandfchriften , een groot aantal van de beste 
Schrijvers in verfcheidene Talen over die onderwer- 
pen faandetende^ en medegedeelde Berigten. 

VAN DE OUDSTE TIJDEN AF TOT HEDEN TOE, 

DOOR 

J. A. DE g H A L M O T. 

Met Pourtraitten. 
TWEEDE DEEL. 

'TB A .M S T E R D A M', bij 
I O H A N N ES A L L A R T. 

MDCCXCVIII. 



CT 



\ 



1 . 



• «1 






• / M I .' 



• X -• 



1 



.' ■ / »■ 






l«J43lt-32 2. . 



BIOGRAPHISCH 

WOORDENBOEK 

DER, 

NED ERLANDEN. 



T W£ E D E D.E É L. 



B. 

BaACX (JOACHIM) , een Rooms Pïiester , geboren m' 
Utrecht den lo augustus 1548» uit een aanzienlijk geflagc, 
zijnde zijn vader Johan Baacx, Secretaris van de Staten vati 
Utrecht geweest Hi] was een i^eraar in bet voortj^anteb 
v^n den Roomfbn godsdienstv en heeft ^e geloofsgenoten , 
20 wel door zijne predikatien als uitg^even fchriften grot»' 
lyks geftlgt; om derzelver ^onderlingheld^ zullen wij van eni- 
gen de djtQls opnoemen: te fC^fOh of ^Dbofiaac bflto 9ttt Of* 

tegtc €aÖjol^fmi 1610. ?[^ ioaarom ter iiioate CdQ^oBficK 
16x4. ®e bmt ban alle Stettênf $c 1616. 9t bfhti ter cotü 

(ttentie $C 1610. H^ ftierf te Utrecht den 24 ièptember 16193 
in' liet 7ifte jaar zignes ouderdoms. Men vindt van hem gpm 
tiiigd, dat de wijsheid met de eenvoudigheid, de geleerthieid 
met de ootmoedigheid , de welfprekendbèfd met de fpaarzaam- 
beid en 't veelvuldig gebruik van woorden , bij hem om den 
prijs gedongen hebben. ■ Val. Audr., Biblioth, Mgiea. 

BAAN (JAN P£), Konstfchildf^» gpbörcn te Haarlem dem 
90 februari] 1633, verloor zgn \^^ ouders die koóphandll 

IL D££L« A . iU 



f _ BAANt OAN öï) 

In linnens fs^ vlas dreven , toen hij nauwlljks driQ jaren htii 
fccrsHfe ^ WöUf Uj^ïip if a^, et^ Q})Ji W *m Pim«an» 
gesnaaind^ Hopman van de burgerije en Veertiger te Embden, 
teqi Hl !^jn hxa^ h^an^ ,»n >«on Sc^ldjpr *zi}iid^ , Jn de heg|R« 
jiÉIJip vi) dte Jtoéstopófiirwéap- 'C^n dpzjnt^^ ,"Jigh in 1/45 
^r den dood ontvallen zijnde, wierdt hij bet jaar d^ar aan 
13 jaar bereikt hebbende, rmo[ Amficldam gezonden, en aan 
bet ppzigt en beflier van den Konstfchilder B^^kker ovorgoge* 
1^, ïier bdljvel^ bi^*zig niét ^ veel* ylijtV dat Hij biiltiSh 
Icord pnbedenkelijke vorderingen in 't JcHïIdeien' en tèke'néh 
maakte > 't welk wel verre van enen edelen naijver bij zijne 
medeleerlingen- te'' bafcjonken-, ten zó vuijge /ïijd in hunne 
harten tegens hem ontftak, dat zij fomtijds z^n fchilderwerk 
en ffieeüfthappeir btmui B icn r > welk «let» vUjtigen jongeling 
egter met een taai geduld verkropte , zonder daar over aan 
zijnen meester te klagen, difr evenwel bij toeval hier agter 
gekomen zgnde , hen ernftig beftrafte , «1 zijne gunst en ach- 
' fiing ^ yoor pz B/u^r v^riuW^lde^ NHr ^js^ iw ; fo verre * ^ 
,Vord«rd,,.pin ene ke,uzq:van. navolging, JQ zijne. wij?e v^ 
«(^iidQren bij der .h^nd... te moeten nemep;,de.,penfeelkon3t 
rVan.AKT..VAN Dtk wa$ ia dien tgd ten toppunt van agting 
jf^Ilc^rd) 4aar die .vanREMBRAia) ook vele.aanbaopers vond^; 
jlkbragt hem enigen 4jd.;in,tweeifa:xjd« doch hl} > behaalde 
Jt^ na -r^p* bef aad , tot. de-.. behandeling ^vaii ,den.eerften, als 
^nd9. kignvolge aojiii bqgrip,- van.ene^ duurzamer aait In 
.^6M(«Ttrof hyi enen ^^)L£CS^AS a«^n, die hein mt Amftddam 
^^mXiUfl^e lokte ^ ^ M^ax zp veel wcrjc yerfchafte, bn- 
,der. lieden vao den^rflcjix ffng,- aU h^.mej:inoogipl?eid af 
Jhemïê^ f Hig ^ch|lderde|(<f^oo;i, en wi?t in sijne .pcmrtraitten ei^ . 
*i^«lMïdl^ gelijkenis te biena^^, zo d^t het. je^n,è.n ander z^nen 
^oem .wijd «n /agd .•^breJiJdp,^ ' die ^zclv^ . tot ki Engeland oyoji" 
fr^i^uen . Koning J&teBi, db.'ö. bewoog, om hem aan zij» 
Sof m ontbieden, tea ^ind/^jzija .tfbe<?f3;5pl ,|^.veryaardigen; 




1 

^iRt beflott nam; on n^at.'j O^^. to rug te teres; .idtmur 1$ 
:|net opene armen, wierdt fsutv^ngen, en vete.,i]Qi;flel$ce en 
. andere ' voorname peribnaadjéfl fchüderde; 'ook ondef. anderea» 
' de beeldcenisfen van het doorlugtig^ broederpaar Jjos eD.Eoi«' 
KELis Hz Wnt vervaardigde ^ . en den laatstgenoemden nog 
eens op éen ander ftuk levensgrote tot de voeten xoc uitf^ul- 

• dierde y gezegen of ilaande o|) «en zegepraal van opeengefta- 
pelde oorlGgsgereedfchappen , leunende met den enen arm op 

-èèn zwaar Auk gefchut, onderwyien dat enlg^ zwevende kin- 
dertjesyzijn hoofii met lauwnerèh bekransten; voorts flondne- 

•vens hem tex regterzijdc <te Faam, die sd^nen welverdienden 
lof bazuinde,- en aan dé^ Unkar^ een * (bhoon vrauotnheeld» 
verzelt van' enige wigtjes^^dideeirliiOOi'ni van: overvloed aaH 

.zijne vooten uitAortcM;: iacJbet tverfchiet vertoonde ^g de 
roemrugtige verovering van Chmam'y benevens lidcverbrandüi 

>der "Jrn^- fcbej^ii' op den Thèem. Dit dverksmiUg ta&^eel, 

•dat op eètt «ongemeen- kragtige. wi^ klle deszeiv^ itaiderwer- 
pen afbeeldde^ en heerlijk Jsris gefchilderd; wcMotöt.eeh al- 
toosdurend gedenkteken van^ie^ioünAeliJkeiheldeiiclaads op. het. 

• laadhuis te Dordrecht gepIadkt;^iJiet was op ^niiórflal'van den 
-Burgemdestsi: IlDoo RfiFiii(Ait,:^ec gbedvindén van deo>Raad 
'vervaard^d. >'t)aii h&i deerlik* lot;^' hét edel broedeip^^ vèr- 

vo]gens^op:xlen .a<'au^tu8>i62i2' te bemt gevallen, te bè» 

kend 'Om 'erwiran^ te gewagen^ vQvnïelde ook dilt 'gedenkftuk , 

het grauw nameI*4lB niet vecgonoe'gdV 4^ beroemde nüacteiareüi 

Tvan Staat 0{K'dltiohandeIljËffe:xi^j2e vermoord envinishatklekl 

<e hebben 9 -'tbflden^Qok nog bbnnè safSteeldzels vernielen.} ver* 

'fcheideAo fiialeni iDtte.dèv.£ae:eBd..hoUend gemeente; x^obrrde 

: wöonplatfft: van db Bjan .b^een , temi dreigende z^ii huis öoi 

Vérrv ^^tiéX&t; indien Uj^ hun de fchlMerftukken niet ten 

ipröd^ idii^Hf |c: dat die.biidéa: bem benistjende Iraven^Twas 

'door een afner lcciiingen,.diej«igiöede onder hetmoordenöt^ 

m'hsAvhegewti y verklikt^: m Baak na deftukken inÈdctr^ 

ifieid g0b!agc:te hebben, opende 9^ dpur,, .en liet zi^i^hdfs 

vm onderen mt bbvea doooioQlien; voorts floog de woede rvan 

%et hollend. kamaiUie van V .fit^e^na^r Dordrecht overi fttww 

A 2 bet 



% BAAK. QAH u) 

lièt grittw bottt)grimeldauitintmtehdkanstihik.van éen fdieuf^ 
fiei ie^^iödanig vernielde^ dat men naderhand werk gehadt 
JïSdËcv ^it^ <^%^ ftukken en brokken die voor geldopgekogt 
waren, een fch^is daar yan te maken; het was toen onbe- 
kend dat het cerfie model in zekerheid gebragt wüs. Ds Baajh 
hadt uit dit voostvul geleerd, hoe gevaarlijk het is zig .den haat 
van het gemeen op den hals te balen; ook deedt hem deze 
ongelukkige bevinding befluiten, den Heitog van Luxemburg 
die 2ig als vlj^n'd in ons land met ^ne krijgsbenden te IM" 
mhbtvond^^ voor ajne dringende, aanzoeken , om Lodew^sk 
t>Ë^ XlV, te Zeist te komen ' fchüderqn , vriendelijk te bedan- 
ken. Met dit al vofecWe gemelde Koning zo veel achting voor 
, «^ne konst > dat hij naderhand aan zijnen Gezant d'Avaux in 
'^sBage bevel gaf, om in .het kopen van konstftukken, van pz 
:SBkksCt t^ad gebruik te maken. : 

Veel eet ttn voordeel heeft on^e Konstfirhilder van den Keur- 
yorst van Brandenburg F&epbrik Willem genoten, wien^ beeld* 
tenis hij vérfcheidene malen beeft gefchilderd , als opk eeui 
gröot aantal andere vorfteliyke. perfonen. Geriielde Keurvorst 
fccriep beói bij een verzegelde^ aa» van 23 julijj. 1676,: tot zijn 
Opper-hofichüder en Opziener van zijn konstkatónet en aka- 
demie, t)p ce» jaargeld '^an 6000 guldens; doch de Baan's 
•èuisvrouw burgerlek en :zedig van aart, hadt. geen zin om tf 
.$etl^ ^ 't Hof te gaan wonen, zulks hij voor4ien voordeligen 
■pM, bedankte ; waar x)^ dê Keurvorst hem orb een van zijn bes- 
4!e leerlingen verzogt, waar' toe hij zijnen neef Jan van Swesl 
tttikóös, zijnde deze verre in \di^ konst ^yotdeard» on de be- 
liandeling van zijnen oöm'zeet nabig komendei;', dez^ beraadde 
^ niét lang om dien postte aanvaarden, en verkreeg jaarlijks 
4oöO guldens, vrije tsfel en een paard lot zijneO' dienst op fial. 

|aN de Baan heeft in fidjn t^d doot de konstoefienipg vo^ 
•feld gex;^nnen, doch hij teecde daar van ook j'iQkeliik» en al 
^ hem kwamen bezoeken , wierden met ene gulle «gastvrij- 
lieid ontvangen.: ten nieuwen koedy wa$ zijn gewone zqgsgen , m 
mi^h(f(ffdyf^9p emjaarmeer^ doormaak ik ^peelgeede vrimden 
inèiei 411 "^as ooIj; letfiorj^ vms'^ ^mnt w^ Ktkndelijkheid 

lQ> 



BAAN. (JAKOB 2$É) « 

ibktbn *éf véléii aan, doch hecwttreti meest pinlikkers o^ tafeU 
bezems, waar onder zig de Landfchapfchilder Ba APFKUUif 
'bevondc , die inzonderheid gewoon was weken teng «au een 
<^ 2djne weiden tè grazen ; voeg hier bij i dat hi| zes kinderen 
faadc, die hem niet weinig kostten; en daar bg nog dfie van 
2§ne zusters, en vijf van zijn vrouwen zusters onderhield; zo 
dat het niet vreemd moet voorkomen ^ dat JaKT se BiUUf uil 
deze wereld flappende, g^n grote fchatten naliet; biji ftierf 
in 1702, twee Jaren later als ^n zoon Jakob^ wiens jeugdig 
overlijden hij tot zijn laatfte ogenblik, met groot hartenleeS 
betreurde; A. Houbrak£N> SchmH^burg der NaU Kmsi^ 

Jthildersi JL Eh bl. 303 en» 

têiAÜ (JA1[ÖB>e3, koWchildet i zoon yin den bovèn^ 
llaanden , is geboren in V Hage in 1673. Van der jeugd af 
aan ftrdalde de konstliefde reeds in hem door ; zo dat h$ ook 
Hét onderwijs van zijn* eigen vader met zulk een gewenst ge^ 
vblg genoot, dath^ nog geen 18 jaren bereikt hebbende, al 
^n meesterlijk pourtrait konde fchilderen. Öp zijn 2«ile jaar 
befloot hij^ z^n konstfortuin aan vreemde Hoven te gaan zoO'» 
ken, waar toe hem djh vaders alomverfpreide roem ten leids* 
man ftrekte, en hem gelegenheid verfchaftei om onder. bet 
gevolg van Willem dbn III ^ naar Bng^and over teileken^ 
kbmende onder diens l«>fi]eep tè Imdmi daar hij door beC 
fchilderen v&n ben groot aantal pourtraitten veel roem ver- 
wierf, en dèn grondilag van isqn fortutii fcheen te viMtigen \ 
dan de wufte jeugd en driftige reidusc deden onzen Schilder 
dien fehonen kans vertraarlozen;. want na dat hig een wel- 
gevulde goudbeurs hadt overgewonnen^ hunkerde zijn hart, om 
Ram met alle deszelvs zo oude -als nieuwe konstllukken • te 
gaan zien; Hij nam zijn reis door Franhtijk^ tiok het Apij9 
gebergte ovei , : en rustte niet voor dat hij FJormc bereiiit 
hadt; hier wierdt hij door den Groot-Hertog gunftig OQtvat^, ^ 
gen , en vondt fiof om z^a aangebórene zugt tot bet bbtQr'> 
fchilderen te oeübnen, aan een gix)ot trerk in fipmi dat df 
HoiTcbildeY des G]:oot*»Hertog$ onder handen badti en 't 1^9]%. 

A 3 bij 



6 BAAK OAKOB m) 

hij Cot'geËndègen ten uitvoer bragc'; voorts tot blïjk van z^tiei 
verdei'e bekwaamheid , nogeoigd paurtraicten gercfailderd hel>- 
bende, trok hij op naar RotiHy nicttcgcnflaande hem die vorst 
flerk aanÊogt, <m op vöprdeli^ voorwaarden in zijnen dienst te 
blijven. ' In die wereldberoonde (tod komende, wiendt hij van 
hét Bentgenootfchapy daar zig ve?fcheidene Nedarlanders onder 
bevonden', gulhartig ontvangen , en op zyn (hueügke inwij- 
ding met èsti h^am^ Glaëafor vereert , zinfpetende .op z|jnr 
kloeke en Wakkere geftalte en moed, doordien hij niet be- 
fchroomd was, indien de nood aan dsn man kwam» een' kfab- 
belvukjete wagen. Hier w^ het nu dat hij enige jaren ile^; 
met fchilderen van historiën , moderne gezelfchappen en pour- 
tiaitten; dan hoc bekwaam hij ook ten aanzien van dit allea 
was, won bij egter zo veel geld niet als hij W^i gsd^igt hadt» 
en ook nodig wais om de Jbevenswii^e der meeste Bentvogelsf 
daar bij mede ook al deerlijk aan verflaaft was, goed te kun* 
nen m^en. Dus het ene jaar voor het andere na in dit 
ilordig gedrag' voUiardende y was hg niet bedagt om een beuis 
bijeen te fparen, ingevalle hi^eens naai* zijn vaderland wilde 
te rug keren; en dit verokasaakte ook, dat hij geen gebruik 
konde mékQn van het gezelichap van Mathevs Tiërw£ST£n» 
agn koiist^ en* fladgenoot, die ziende hoe de leeferant der 
Bentvogels vele daar van in het venderf ileepGe, de verflan« 
digfle partij koos, en na een jaar toevens te Romey die Had en 
gants haUe vaarwel zeide, en zijn geboorteftad tot zijn woon» 
plaats vefköos. De Baan die van begeerte brandde om me-- 
de tq gaan, öioest ^ze gelegenheid om mangel van geld la* 
ten voorbjjflippen, en eerf gunftigier^afwagten,'die hem ook 
in 't volgende jaar te b^urt vid, doordien bij. als toen,, met 
den hoffleep van een Duits Prins , naar IFctm» vertrdE, en 
dus de ffaaffe kluisters van de Bentvogels ontWórftelde:, doch 
om të Wenefi zijn jgraf te .vinden-, öp een tijd . dat iij .het < 
4 hoekje fcheen te boven gezeild te zijn. In .deze ibd .geko- 
men, deed hem de naam z^n's vaders hier geen minderrdienst 
dati elders WUar die bekend was, en hij kreeg gelegenheid om 
»^n 't Keiztriijke Hof door. het fdiilderen van enige 4)ourtraitr 

ten, 



/ ' * * > 



MAèJS^a;. .. * \:;.A.'3 



«è midden óei^x^ $iz|ghfideB , UrtenH-fai^aa ene lUte oiiec'é 
vallen , die hém zo onbefüiët bn vihnig aah|rËep^ datè^ *4p 
wel du onder. h«^syöe>,.fen in apfiü.^yop na tea-kp^ailig 
|r«blijf te JVeneny ih den wïiinig jgvprdiffddii öu<}«^dJ^;Va<i 
>7' ja^en o^rleed^ Mei i-bem wQ«4t i^q zijnfS ko^t^tif^i^ 
ften gefprokjpQj éa dat hij. ign^n. v^der niet alleen ru$%^^ 
ftreefde in het kenr^ fchijderenrV^n ppurtialtteni ma^^J^ 
in het aigpm^oe «fcbiideHBn^ ver> voonat im'^^j^^ 
indiei) zj}n levens^4iad niet zo pnty^g was afg^n<id«p^ i^irr^ 



J 4«i...;is^ 



BAANST i Is 'dé naam v^ eén al<9|id acjelijk gH|aigCy:9lt^ 
fprongelijlf in Fkm^m té huis horeqde, waar a^^n j^Mfï.g^ftgf: 
fle gedeelte van Jiet I^nd van Q^zaté La v^ocg^e 4^gr:^j|agft 
toebehoord^ en r^& voor het jaar laqO' bckead wa^, S^^i 
LEGAWop in ziji^ Krcnijk van Zeelg^, is nifet zcnKJ^grej^ a^ 
dé gedagt^ gevallen, dat de Hprenvan ÖAAiySg'-Vgpfi^^ ^ 
Van den huize van Bprssbsjen mqeten g^h9iide]i liiför^, |^ 
itiftixr vAjr Baawst, wprdt in de.XJIIdö eeuwj^, ^0m^'^ 
hxg góboreü ;. hij buwde aan ene dogtpr uit feet^^y^jrj^ 
^JNGERS ; ea dessen RiizAiDT houdt n^ voör^ dën ft§niYa^ 
der Baansxw. IJit dit huwè% wicrdt in. laojr Cf d^ojBr 
trenf Verwekt een zoon ^ die JAn Van Baansi< Werdt ge- 
haamdj en dfe 'erte dogter teelde, welke hij zéér jëi^g Ier 
Vrouwe gaf aan Gm s£ Bjèvejusn; van iVSn^i^, lü /^m^yvri; 
;iMj de hüwélijksvOoi-waarden vörbond Jan zfg mirt ^de, nM 
^edér tè zullch hcrtrouwéDj doch- wel tas hsidt hij hier vaö 
berouw, hij kogt zijne dogter. af die hem Van öfnéböloftè 
«>ntflöèg, èii den ouden Heer herti-04wdQM'ii zijn 7öftc jag? 
met EüsABETH, dogter van Hére Jan van fiAtecHEM blnitfa 
Brugge i tój dit wijfje, dat toéri ag huwdd nüuwtyfe 20 jarefij 
otid was, teèide hy^ nóg ib kinderen, waar viö allé dêOVe^M 
ge Heren van Baanst zign afgediaid i)e Hedr Wf" tb WA^* 
i£R, maakt melding vatn den Ridder GtTi in 1468, ^sRéncmees^ 
Ier van Zeeland ^ èn op 2484 noemt bij ^erleiii (v^oftrArl^jnli^ 



f WAARLAND. BAABJLAMD. (ADRIAAN vah) 

den zelvd^^) als eea der KcNxunisfaxüCen éb R^feurs der 
Keuree' van ZeOandé ■ < i SiuiXBGAitaB» K^onijkvan Zeeland^ 

BAARLAND, is de tium vah éen beroemd adelijk geflagt; 
dit veef voomaïne Mannen zo in geleerdheid als dapperhek! 
uitmuntende , heeft . Voortgebragt Heer Hugo van Baarlaivd 
leefde ten tijde van Graav Floris djen V, tegen wlen hij zig 
nevens anderen verbond, om ^n aanflag docxr Jan VAti Kmc 
geiineed, ten uitvoer te hdpen brengen; dan dit bekwam hem 
euvel; doordien bij ook een deelgenoot werdt van hun ^ die 
«m den gepleegden moord aan den Grave> tcDtfrdrcch of daar« 
omtrent, hunne ftrafien ontvingen. 

Zn tiet jaar 1500 leefde Fkedrik van Baa&land, wiens 
zoon was Mattheus, gehuwd met N. Bollarw', uit een 
Brebantift familie, waar b^ bij naliet Jan Van Baarland die 
ter vrouwe nam N. Ooötdyk , bij welke hij verwekte Michikl, 
die Bailju\^ van Coes is geweest. Deze Michibl nu trouwde 
aan Jacosa van Banchem , die hem enen zoon ter wereld' 
bragt, dien hy Jan noemde, en heni in de waardigheid van Bal* 
|üw is ' opgevolgd. Jan huwde met Körnelia Kien, en liet 
sa MiCHisL, welken men als Secretaris der ftad G^es geboekt 
vindt, en zonder kinderen ftierf. — Melis Stoee, V. Boek, 
VS. 457-469. Smalubgange» Krmvqk van Zeeland^ fol. 792." 

. BAARLAND (ADRIAAN van), dus genaamd na de plaats 
via ^ne geboorte, een dorp in Zeeland op het dland Zuid" 
tevüand gplegen. Deze vermaarde man kw|m in 1488 ter 
wereld, leide de eerile gronden . ^jner letteroeffemngen to 
Qend» onder Petrus Scotus, en naderhand heett hij te Lew* 
ym zijne fludien voortgezet Inzonderheid zigj op de wijs* 
b^eerte toegelegd hebbende , wierdt hij met de waardig- 
.heid van Meester in de vrije konfien befchonken, en leraarde 
vervolgens- in de jaren 1518-IS20 de latljnfe taal in het kolle-» 
gie van. Busleiden. In het laatstgemelde jaar vertrok hij naat 
Eng^wid^ en van daar te rug gekeerd zijnde, wieidt hij in 
pUatfi van Johann^s Palodanus tot Hopgleia^r in de redekun^» 

de 



fiAABJLAND. (HUBËtlT Van) (MICHIEL) 9 

4ü of wdfporektQtfaeid aangifleld, in welke wetenfchap h$ 
een goed aantal voorname leerlingen heeft aangekweekt ea 
bekwaam gemaakt; en na deze post met alle vlijt en ijver tot 
op i^nen dood toe te hebben uitgeoefiènd, overleed hij in 
Z542. Erasmus getuigt van hem, dat hij een man was voor 
alle wetenfchappen vatbaar; voorjts^ een faeminnaar der 2ui* 
l^re latijnfe taal . die hij vaardig , ook net fchreef en fpr^ » 
waar van zijne fcnriften tot volledige getuigen verfhekken, 
die men alle bij la &ub opgeteld vindt, en waar van wij aU 
leen de tijtels der Historife zullen opgeven : Chrcnologia bre^ 
vis ac Itiftoria ab orbe condko ad armum i J32. JDe literatts urhis^ 
RonuB principibus. De Ducibus t^enetis. t)e Comhibus tloÜaiuüit. 
De Episcopis Ultrt^eSHnis. CJmmkort Ductm Brabantue. De re- 
bus gestis Ducum Brdbaraice, De urbümi mfemris Ctrmamce, 
Deze werkjes zijn meest alle afzonderlJijk op verfcheideno 
plaatzen gedrukt » gedeeltelijk ook met aantekeningen en pla- 
ten verfiert^ doch naderhand in een lighaam vergaderd door 
Bkrnardus Gualterus in 1603 in 8vo. uitgegeven. 



«•■« 



Val. AiïDR. , Bibliocb. Belg^ F. Sweertu , JtJien. Belgica p» 
93. J. F. Foppens, BibL Belg. p. lo» C. Saxi, Oncm. litter. 
Pars IIL p. 10(5. Jfuile£i. p. 596. CREini, Animadw PlnïoL 
Part. VIL f. 197. P. DE LA RuE , Geletterd Zeeland y bl. 266. 

BAARLAND (HUBERT van), Geneesmeester teA'ww, 
leefde omtrent het jaar 1530, en verkeerde in enen gemeen- 
zamen omgang met den gro\en Ekasmus te Ba:sel, ingevolge 
wieas getuigenis, hij een ervaren en geleerd Artz was, en 
teSens een man van zeer voorbeeldige zeden , en aangename 
verkering. Hij heeft verfcheidene verhandelingen over genees* 
kundige onderwerpen in 't latijn gefcbreven. ■ Erasmi, 

Èpift» Lib. II. Epift. 401. Foppens, BibL Belg, p, 485. Rou» 
|[£MA, Naemrol der Genees- e» Heelmeesters y bh 55. 

BAARLAND' (MICHIEL vaiï) , een vermaard Regftge* 
leerde, was de zoon van }an van Baarland en Kormelia 
Kien, en gelijk wij boven reisds gesegd hebbep, Sectetaiis 
der flad Go(s. Dst deze geen onbevallig Dieter is geweest, 

A 5 W\ikt 



K> BAARLANÓ» BAARSDORPi tjAAtlt. 

blijkt uit de VQ^aainelmg zijner uitgegevene. Mei!^ld^cpi 
gedrukt té Lhrdrecbt 1658^ in 8to^. i i tn" ! SauLLSGikNOi/ 
Kronijk i^an Éeeland^ foL 708. 

BAMlAnÖ (SiMÖfif van), te &w gè!ix)ren, was céii 
jongeling van giote yerwagting, doch wiens levensdraad in 
*t prilfte van zijne jeugd wierdt afgefneden," ten tijd (Jat hij 
inet veel ijver zijne letteroeffeningcn aan Lcijdens Ilogefchool 
Vervorderde. Albertüs Eüfrekus heeft een lofdigt op hém 
vervaardigd, waar in hij van hem niet illëen als een zeefir 
deugdzaam, maar téfFens als eén allerkundigst jongeling gc- 
tvaagt. ■ Pi DE BaRue, Geletterd Zeeland y bl. 321* 

BAARLE (KASPAR vai?), zie BARLEÜ& 

BAARSDORP (KORNELIS van), Gences- én iCainerlieér 
If^n Keizer Karel den V , een Gocjenaar van geboorte , is c&h 
zeer bekwaam M^n gët^eest, dje een uitvoerig werk over dö 
Geneeskunde heeft gefchreven , in 1538 gedrukt, onder den 
tijtel van : MetJtodus univerfce cnis Medicce. Hij overleed té 
Bmgge in tsCS- — - J. F. Foppens, Bib lioth. Belg, pag; I93. 

BAARSDORP CMARINÜS), zoon 'van KojRNEiii, gébó- 
ren te Biezelingen^ alwaar bij naderhand Past;oor wierdt.- Hij 
t^as een godvrugtig ên liefdadig mcnsch, en vermaakte in 1625 
alle zijne goederen aan het gasthuis aida^iri ■■ ' ■ Oudhederi 
ran Zeeland y II. D< bl. 135. 

BAART (AftlSfÖLD), Aaadsfieer in 't Hof te Mechetèn, is 
geboren itBrusfely en heeft den roem verworven van een groot 
Regtsgdecrde geweest te zijn; daar bij met zulk eén fcberp 
geheugen begaafd, dat hij de Pandekten en' meest alle andere 
Wbtten uit het Corpus Juris , na elkander konde opzeggen. Van 
de pleitzaal werdt hij geroepen tot Hoogleraar in de regten op 
de Akademie te Domiy en vah daar tot Raadsheer in bet Hof 
te Mcchelen. Hij heeft vérfcheidene legtsgeleerde verhande- 
lingen in *t latijn uitg^even, die te famen in 1572*^1582 td 
Kajim zijn gedrukt ■ Val^ Ain>R. >' BtbU Èelgé 

BAART (PIETER),;iK*tar in de Geneeskunde, een Prie^ 

van 



BAÈüER. (THEODCOR) BACCIÜS. (MA&T.) tf 

yan geboorte , was teffens een geestig en grappjg; Digter, 20 
•vs^in ii0 ladjnfe als ne4erduit^ t^^l; iQ^onderfaeid muntte 
bij uit in het oud bpere friescb, ^ als men kan zien in zijn 
Xtis^t^ 'i&tjmfp^/ waar in bS^ Virgjuus, in de pladieid 
van die taal jgevol^ heeft, doch (^ens zo spestlg, dat al het 
natuurlijHe van het origineel /^r in doorflnfalt, -en even als de 
Firgüe travesti van den boert^gen Scarrok>- voor een meester* 
fjtMk in zijn £oott topct gehouden worden. Nog heefc hy in. 
dnxb: uijt^^even de jfise^p^ (Ci^ijtQQ op het veroveren van. 
de i^ Olinda in Femgn^bu^,. in fol. 1630, en <2^etQten|j|^m|| 
in te qntléugiim i)Qer Piec^lO afgetodib/ te Leeuwarden in i2«« 
eti ia ,8 va gedrukt >, en ajet geestige preiiQ'es verficrt. 

BABUER (THEODOÖR) , Konstfdiflder , een Hollandef 
van geb<3oite; fchilderde vorftelijke paleizen, en galerijen m 
perfpecb'eC; inzonderheid ook gezigten van tempels en kerken 
inwendig te zien, met alle derzelver ornamenten, balkons^ 
verheven koren , altaren, predikftoelen , en wat inwendig- 
aan en tot dat werk behoort. ■ ■ ' ■ A. "Houbraken, ScJwwwb^ 
der Schilde L D. hl. 121, 

BACCARELU, zie BAKKERE2EL. 

BACCIUS (MARTINÜS), Aartspriester, geboortig van 
fiel in Flaandeten, werdt in 1564 te Leuven tot Meester in de 
vrije konden bevorderd; vervolgens tot Pastoor in de kerk 
van St, Martini te Aalst aangefteld, welke herderlijke post, 

li§ met veel ijver en iWgöng' gedurende 16 jajen, wanrgeno- 
men hebbende, ^n 1583 *ls Kanunnik ia de Hoofdkerk te 
Iperen wierdt geplaatst, daar hij trapswijze verfchddene. kerke-, 
lijke waardigheden hebbende doorgelopen, eindelijk in j6or,. 
tot AarÉ^riester .werdt' verheven. Hij iüerf den 25 februai§ 
1609, en heeft den roem nagelaten van een geleerd man ge- 
weest te zijn, .zeer ervaren in de hjebicuwfe en.griekfe talen; 
ook 2ijn *er van .h^m ^n bundel predikati^n in het latljn ge- 
drukt, diö van 's mans gezond oirdeel en geleerdheid getuige- 
nis dragei «-«-^ J. f. fónW!^, Bibh'Selg.^g. 8.49. ' 

' . ■ * 

■ BA- 



ii feAtHEklUS. (ANDREAS ELIGIÜS). 

BACHEklüS (AffDREAS ELIGIÜS), Profesfor fn di 
Aegtsgeleeidhcld, is omtrent het jaar I52Ö geboren te Poppé^ 
fingen in FlacMeren, alWaar hg ails AdvoKaat hééft geprakt!^ 
&erd; iijnde Vervolgens tot Hoogleraar in de regtcn te Boui^ 
gès in Frankrijk beroepen ; in welke bediening H^ is verbleven 
tot aan zijnen dood ioc i die in het Jaar 1 562 voorviel ; zgndé 
Van hem in druk uitgekomen; thèfésOCiX. de Jure; ^erfonis 
^ Rebus extra contraOum acquirendis ffa Men vindt hiet vcri* 
ineld, of hij kindéren bij ene JufFroüur naliet, die hij in Frank- 
rijk trouwde • mam* wèl viridè ik onder de graffchriftcn in dd 
Fieters kerk te Ledden i dat van een beroemd Medicus , *t welk 
zijn zoon of zijn neef kaïi geweest 2a!]ni zie het hier: D. ó: 
Mf S. (f j^eterna menwruB Andres Bacha£ri , Popcriniani 
Flandriy qtd ciitn drtis Medica peritia inter prlmos artts fwe cèrife' 
rettir, eamque Principib. XXXIlhy CónUtih, XIÏL raro exempld 
cpprohasjet , Lugdwvumque Bótavörum (rites Aulica gf honorvm 
fatur) fecesjisfe{ f ahnos iJCK, naius, Éeo ^ natum ibidem ton» 
cdsftt pid. kat. dècemk M.DCkFL Canjugi opttmo^ optimo Patri^ 
tixor llberique M. H. P. C. Op' den zark dié het graf bedekt^ 
leest men: D. Andreas Bacch^rus, Medicina Doüor^ qwmdam 
illujirisf. Ducum Brunswicénjium per XFJIL amos ArcUateir ff 
Confiliarus , beatam rtfurreüionem hic exfpe&at. — — Foppens ^ 
BibL Belg. pag. 51* Gramate, Antiq. Flandrice^ aü. edit. pag« 
129. SwEERTn, Jm. Belg. Fhq.. Timaretis^ Cdle&io Mo^ 
num. ^Cé 

BACHElilUS (JOHANNÉS AUGÜSTINüS), een Mo&i 
Uik van de Augustiner Orden, geboren te Leuvetty is Prior 
van zijn klooster geweest. Hij was een kundig man die inf 
oen vloeijende en verbeven ftjjl heeft géfchitven, men heeft 
van hem ccn bundel digtftukken iji 'c licht ,• onder den tijtel t 
Flavisfae Poeticae^ fi'Pe ele&mm Poetieofum tJtefaurus ^ facro-pro^ 
finusj Notis ^ Obfervatiorubus anuenis illuftratus. JnüVi apUi 
Hekr. Aertsens. 263$. ■ Foppens I BXbl. Belg. pag.- $66* 

ÈACHERIUS yÖDOCüS), Kanunnik, van Érusjel geboor- 
tig, is een man van een fcherp oirdeel en'vexnuftig vérftand 



: «ACïïBRIÜS. (PETRUS) BACOmVS. (WOLF.) ^ 

«Sfsweesjt;; hij jur^ .dep eetrQUw inedehQlpeir in-hec famenflell^ 

• van de BiUiiofheca firipffifyKn Hi^ênortm , en h^ ook vef- 

Icbeidene latijnfe digi^^ken in 't Ikht gegeven. Illj is oo^ 

p-ent het jaar lódti Qveriqdeo, ^ . .i ■ |'opp|ars, JBi^, Belg. 

pag. 7ÖI. 

BACHERIUS (PETRUS), Dominikaner Mönmk en flbo^ 

]eraar in de Gqdgel^rdbeid op de Akademie te Leuven y is in 

. « ^. . ■ ■ ■ < ' " • ♦ 

151 7 te Gent in Fkumderen geboren. Hij T^as nipt alleen eeji 
fchrander Godgeleerde*, fiiaar tefFens ook een lierlijk Digtef, 
groot Redenaar en nauwkeurig Taalkundige; daar bij een 
UefFelijk Prediker, dpch met al te veeLl^terheid eageweU 
uitvarende, tegens die genen welke hi| voor' ketters hieldt; 
Gedurende een* t^dvak van bijna 60 jarenheefc hij te Brusjel^ 
Antwerpen y Gènt^ V Hage^ - Dordrecht ^ Kakar en Kieef^ :È^. 
fl^ote. pripekver^iog^ns tqn nutte van die 'gemeenden moeken 
te beöedcnj; ook i^ luj op verfcheidene. plaatzcn Prior van zrt- 
n^ Ord^n geweekt lilj overleed, in 9811 hogen ouderdom op 
den I? febru§u*§ i6pï in. zijne gebogrteftad, hebbende een 
^-Qot aantal vai^ theolc^ifei fchriften ^n enige digtdukken na* 
gelaten, waar van m^n d^ optelling vindt Jn de Bibliotlteca 
Belgka yaxx Foppens, pag.,^5s, r— f. Sv^eej^to, u^h^ 

.^S' . . •. 

. BACHERUS (WPI-FERT), een <}or. perken van dc^i 
BUiadpettfionaris Johan; dj^ WrrT , welken dien biaven xpan. verp 
.«Me, löen h§ met jnaBpemnoed naar Jeje^vang^npoort ging^ 
ctm 90 ais bji 4^1 zijnf^ brojsder Ec«Kn.K ^an daar te tUf^ 
lem 'N9 ^en weinig op de poort vertoqfd,te.hebberi, w«rdt 
'JBa€hbiujs doQr h^ gfucoden on; een afu:hrif£ van de ^ent^r 
jie* ti^n( den J^waart te halen. . Deze met een ontfield ^ 
laaten w^nJ(el6ndeag;|tK, ter..poorte u i tgcrr ^ Qn ,,wa^ naay 
ireiriige ihui^n,\ei^|ge^aj^t^.>toea hem/c,;|r{)dk ^gter «a zettCj^ 
'leen.bad^ hqn. i^Jis^.ggi^aakt^ dageen Klerk van ien y^r^adei^ 
pE Wttt, die aüe^^^^v^fehe^en^i^t^^il^degev^nge^ 
%ilirooiftn« wps, . Vei£;^i^f*,wil(tox den, 7Q^aanf\dcn fcbelm 
Ie l^ve, doch BfCBcaus rvqdiaastte^zijnenoed niet waar doo^, 

'tgrauir 



l4 BACHi (JACÖBÜS) BAblfflNE., QOH. HBNE*.) 

'(grauw hom voorl^.liep, 2o»der hom €b omdek^en^iAaar 
ter hij met de fententie te rug kwam/ wad de menjgte vóór 
de poort reeds zo fierk aangegroeid , dat Mj 'er niet dóór kea. 
•Kort hier op nam het -rampzalig treurtonöel eeil aanvang, en 
de moord van deze beide broeders ging zo als een ieder weet, 
met zodanige jgi:uOT!ijkhed9n verzeld^.d^t het fcheen als of 
die Haagfe burgers, welke zig tot dit helsch misdrijf lieten 
■ 'gebruiken , even zo veel gevleeschte duivels waren. . ^ . ^ ■ 
Wagen,, Fa^. Hift.'XlV- D. bl. józ enz. 

BACH OAGOBUS) , Med. Doé^or , geboortig Van lUtfi^ 
ihè^ heeft in de JCVIIde eeuw geieeft/ en onder endèit^n m 
ft licht gegeven: LHsfert. de Cotde^ in qiia agitur tk wHlüM 
fimiuum^ de hèem^tyfiy de weraium taitK» 1648. sn H^x ■■■ s ''»* 
P0PPEJNS, BiblUth. JBö%. pi^. 500.. • . . . 

;BACHIENE QOHAN HENDRIK), ftédikant teVkêéf, 
Is 'geboren ieDeil, op deii 22 maart .I7é8; uit godvrugtlgo 
ouders, hebbende tot vader gehadt Jói^aiï Bacöiene, Predt. 
kant te Leerdam , én tot moeder Geert ruid van KoteIt^ " ' 
ben kring van zijnen klasfiekeh en akademifen loop "rond- 
gelopen zijnde, wierdt hij Proponent, en. kort da^'r na',' óp den 
22 juli) 1731 itot Predikant té hfeï^n''dQ'Émhi^t»\vdhrd be- 
roepen; in welke gemeente hij een tijdvak van 11 jaren' ,^ hè(; 
werk des Heren 'met alle getrouwheid' êA'.wairiion .^^r 'uit- 
'(beffende, en den rz Augustus 17-4(2?' rfiar Jtfmrfo vertfök; ¥dt- 
volgens naar JMufsfèbn é&ti 20 ïfetjtöhibet' I744; n&ar^MJf- 
Jklburg 'den 2S fu^ 1752; en ëinöélijk nastr Ütteck den 15 
indg'i757,-ait7aèr hg z5|nén 50 Taiïg^ndléfrtst heeft ^vierd, 
den 22 julij 'f 7èrfen zijntefl 25 JarfgénVat^fd i^ de gemeehSs 
inin^t3tiii:M'óp' Sén éerAën p?tT3rtfcraig?'V5n"i7Ö2 4 en aedfetti 
wegens Ifghaaim -zwsüthfetd-^vën jfifèSi ^ruét -hbêft, zijnde 
iéti' eincfe ÜjiierióopUnè gèlhèld^ch^dóorHBéh'Z^teh ^oiln 
cte eeuwige rust ovêrgebTagt,'dcff^% aagttetüs''i78^','int'dWx 
hogen ouderdom' vin '8 f iirèn ètf'^j^felkndën.^ » -"' -^^^ -'^^ 
' BACHikwE'is ïtrfematen gefrouW4^weesê;''zijn^%èrftè^'Vi=eérf 

was, Anna g^iünÖA^ BüüDÏ; • hifer'^hSi#a«^fc^ fcaJb'ïébl |% 

no- 



^ r -r 



JACHIENR (PHIUFJAïfO . fy 



^dvèmba: i738>)..en.m èengenbqgligkda ^ van ruim'&i'jsi* 

|jEin,.overieisd .de2e> deugdnjkb huismoeder, na zes kiilderen 

-ter wer(5ld te.ï)cbben.ge6fragt. Detiwede viouw van Johaci 

.was., RAxHARiBA'^BulLJBGOSBA RoüBLAJBs.; Jxiet veibond i)ij zig 

.inêde in dQn ^t cp dea:i8 junij lydx^ docb'deze band -wcrJt: 

door baar Qverl^'dcn verbro&en '^ 4en aa julij 1755^ Ku 

^tesós den ouderdoia vaa ruün 624aié& IMeikt hobtende^ naxi 

zijn Eerw. aan^ ^et gezellige hnisletfea .gewoon , op-den^ 2.8 

xébobét /^7i::tót ^n&.jdeide egtKriendin.; ..G££|tTRi5iD. vak 

DzriT Hengst, da^ hij 9 jaren en ,8 :ii)aaMea mede heeft ^- 

leeft, toen zij hem op den 24 augustus 1781 door den dood 

ontviel;, en bi^r ibedf béflp^t oUt rónie' jmURim zijfléii hur 

;^li}ksloöp, .. j . .' .... . '• .... 

•~ BXCBmm iS'e^'géleecd ip^n gaweest, i^an^eneMnlEölrïdb 
l^sVrugfrén voorbeeldden wandel^ ijiser^;, getrouwen öA. 
^'VOTnoeid in het T^arneinen van zijnaoncterfchöidene lei aarfe- 
»pligteni flie hij- bij zpe ^érfchillendè.'gémeehtens tm nu^ 
*^Gi Visie' zielen hia>$tb4iUgeoefFent; voorts bezit ï^ een eert^ 
'éxi ö^régi karakter^ d^r bij van ee^' ir^jfihdel^lren , gemeen 
»^men en voorfieetófgeri omgarig üfnÖe^ kost hét hiet iriisfen, 
*df h§ wiërdtvaff eenUider geMefd» eri' geacht. Tot gebruik 
van lEgne • leerlingen , heeft faij in*H? licht gegeten: ^!Jer(ie'6l« 
«llnjetm ber 4M^tefi|fi^ teddi^^n. 17^591 0o^ lEerjreben 
* ^^Öcfj '^cpöatlfd II. Vs.* i-»-4i En te» iaatften: ®c Iteer ün: 
^Pdarametitni' tia*ti«n aatt tKt <2^Qbfeiéli)f«tftir&Qnlifeii béi:i&^ 
-^77i.> ■ H^ -ghrtsfej i#8p- A bl.' 43ar-434; 



»I,'^ / 1./,. * jt I , . 7w « . 'S.j.. v« 



^i BACSIBNR^^IÏïïLïP JAN), «MJtt'Vé» Jöhaw HEiteatiB: 
"B'AemBi^ én Klsf^K SWAmhh^ ]Eiui)iiÈ<, >}$ geboren. te jimefjfoM 
in ' hët Jaar tt^l^ 'Na %ij!ien MéèflSdkeiüi en . akadèmaftn -loop 
*v0^{>r^ét fe hebbén V -«rièrdt b§ Wetf^^le-ilof 'Eandidaa{;f.)ea 
-ifear bp 'in 17:^3^ tofJPifedlkant tè j5»föteöi> Beroepen , JBccibfieft 
lyljniet allen '^Vè^eh^gorciluwheiil "her dfehstwerk .dcacHèren 
Waargenomentoi lb'T77<?5''fiöl3n Mj t*arf"Ii6*ttrAt Teitrofcï.ral- 
Waar'hij ei^ 'tijdig tk^^'igl latéü'^Mbcnaüoen die Ude^nde 
^me^me als 1SLÈ^x^&kJSczM'h0^'g€^f;sïia£attis& ook 

^ . , als 



i 



af BACHIENR CWILHELM AUBERU)' 



«Is Hoogleraar in de Godgsleerdheid Nederlands JongelingTch^ 
r tot bet heilig dienstwerk onderwezen en opgekweekt HB 

j ftierf zeer onvcrwagt op den 19 oflober 1797, in den ouder- 

I ^om van 47 jaren, nalatende ene weduwe, en vgf kinderen. 

Van Philip' Jamt wordt het g^genis g^ven, dat zijne 
Kollega's in hem enen volftandigBn , opregtsen , voorbeeldigen 
en hulpvaardigen Medebroeder verliezen, en de gemeente 
enen Leraar, met grote gaven en ongemene ulenten voor- 
eien. — — Nieuwe Konst- m Letterbode, VUL D. bl. 137. 
fioekz., 1797. k bl, 554» 555f 



I BACHIENE (WILHELM ALBERT), Hoogleraar en Pre- 

I dikant te Mastrichty een broeder van Joban Hendrik; Z9g 

I het eerfte levenslicht te Leerdam ^ op den 24. november 1712. 

Omtrent zes Jjiren oud ziende, overleed zgn vad^, op deg 
97 feptember 1718, waa): op zijne moeder zigmet Willsm 
en hare beide andere kinderen met *er w(X}n naar Tldel begafc, 
daar onze veel belovende jongeling gedeeltdljk onder l^et opt 
^igt van den kundigen Redor Stkuchtmetbr , door het onder- 
wijs in de latljnre eii griekfe talen , tot de akademife ftudiep 
wierdt voorbereid, die hg van den jar^ 1729 tot 1733 op 
ütreches Hpgeichool volvoerde, de theologie inzonderheid b^ 
oefiènende, door bet onderwijs van den wi^dberoemden Jobait 
VAN DEN HoNisRT. Na pp dou I ièptember , Z733 onder het 
getal der Proponenten te 2^n aangenomen, werdt Willem 
den 25 oftober van. dat zelvde jaar, tot^ predikant hij de guar- 
niCoens gemeente te Namen ^ door den Raad van Staten aange* 
fteld. Dea 28 oétober 1737, werdt hij betocpeö te Euüerh 
burg 9 na bier 10 jaren lang het; heilig dienstwerk waargeno- 
<]nen te hebben, beaoeoade men hem in 1748 tot leger Predi- 
kant, tiaar hij van- d^n- m april tot in november vertoefd 
hebbende ,: naar Kmkiéufg te rug keerde, en na hier nog 
andere tien jaren, het wqprd des Hf|ren met veel ijver en niet 
ronder z^n verkond^ te hebben » werdt bem den 28 aprii 
'Ï759 het beroep van Masprkhb c|)ged^gen, en d^n 18 julf' 
17(54 door Cufjrtowi.vtn het iUusixe firhool aldaar aange- 

flekt 



. BACHIENE- (WILHELM ALBEllT) Ai 

Jfteld tot Hoogleraar in de Starren en Aardrijkskunde. Met 
het uitoeffènen der werkzaamheden, aan deze beids bedienin- 
gen verknogt, heeft zijn Eerwaarde zig onvermoeid bezig ge* 
houden, tot in 1783, wanneer hij na een langdurige ziekte 
en daar bij ontdanen rodenloop, op den 6 augustus, in dcA 
euderdom van bijna 71 jaren, is overleden» 

Tot driemalen toe heeft de Hoogleraar Bachibne het egt- 
altaar bezogt; zijn eerfte vrouw, die hij in 'augustus 1737 
huwde, was Engelberta Elizabeth van Menkinghew, dpg- 
jter van Mr. Georg Godefried van Menxïinghen , Rigter 
ran den J'hieler- en Bommelerwaard, én Katharina Elizabeth 
TAN Bystervjelt; bij deze heeft hij drie kinderen verwekt, 
waar van de zoon, Georg Godefried, en de dogter, Katha- 
aiNA Elizabeth, bij zijn affcheiden nog in leven waren; aajne 
huis vrouwe overleed den 7 februarij 17009 in het 44fte Jaar 
hares ouderdoms. Den 28 december i.7(5i trouwde de ^ro- 
fesfor voor de twedemaal, met Koriïeuadu Verger, jongf^ 
dogter des Kollonels onder de Infanterij van dien zelvd^ 
naam; 'deze- hem mede op den 23 oftober 1776 in den ouder- 
dom van ruim 61 jaien door den dood ontvallen zijnde., bleef 
;ii:ijn Eerw. omtrent vier ja^en weduwenaar, als toen waagde 
hij het nogmaals fchopn bijna 70 jaren oud, zig vooi; de derr 
demaal in het huwelijlssgareel te begeven , en trouwde op den 
9.9 feptember Klara van Ysendoorn, laatst weduwe van Jo* 
HAN Pannebqeter, zeer waardig EuangeÜedienaar en Hoog* 
leraar in de Godgeleerdheid a^n het dporlugtig fchool te Mas- 
frkk; welke vrouw hem heeft pv^erleefd. 

Men getuigd van Baqhiene, dat hij 'is geweest een gaara 
geti'ouw Leraar, die beide met loer en leven fligtte; een ijve- 
rig voorganger in Gods huis , een wakker Euangeliegezant, 
een waar menfchenvrieud; een oprcgt, ncdrig en zagtmoedig 
Christen. Dat de Man geleerd is geweest en voorbeeldig 
werkzaam, getuigen zijne menigvuldige, uitgegeven fchrfften; 
iozonderheid zijn keurig en allernuttfg^t werk , getijteld; 

%attK^hmÈiff befd^ghtttg bun get Sloobfd^e %avb/ slf 
Qiebe tot mttmt SItmitm in he ü|» ^tf)iift boo?&omenbe/ 



i 



r 



f i ÏJACK3L (ROMBOÜT) 

9 fbtftlhen mrt ia SCénöftaartcn. 1765. waarlijk, een uitmun- 
tdnd bo^k, 4at pm deszelvs nauwkeurigheid, met veel voordeel 
dpof Birbelonderzoekers kan geraadpleegt worden. Ik Wensch- 
fö .^1 het zelyde getuigenis te kunne:: geven , van de ficrkcïpc 
45f0iJ»p&ie tn 5 l&iftfen met ïanbftaartm/ door zijn Eerw. 
In 1^68 &c. In druk uitgegeven; want hoe fchoon het ontwerp 
van dit bock ook zijn moge, ontmoet men 'er verregaande 
fftlsftellfngen in, denkelijk door de o!:kunde of onoplettend- 
heid van zijne correspondenten veroirzaakt; zulks heeft ten 
inlijften plaats ten aanzien van Friesland en Ovmjsfel , wat het 
överlg gedeelte betreft, kan ik bij,ii;angel van locale kundig- 
heid Jiiet baoirdeleh ; voorts is men nog aan den viijtigen ar- 
^2id van den Hoogleraar veifchuldigd , ene .Oicütoc ^con?a< 
jpnfe ban be l^cteeniobe if^ebcrlmibcn in verfcheidene delen ^ 
ftrokkcnde tot een vervolg op A. F, Buschinös <Dco3?apfjic of 
9[atbnjMbcfc{||ijbm0; ook eren door hpm veel vermeerderden 
flruk van J. Hubners algemene <©eofljaïrfjie / 6 Wen, i769. 
Nog <^ibe en tegt^innigc leer aan0aanbe ben eigen aart ber 

Üerhen. 1768 &c. Ten flotte dient, dat zijn Eerwaarde den 
92 augustus 1758, door de Hollandfe Maatfchappy der We- 
tcnfbhappen tp Haarlem^ tot c^n van derzelver medeleden i^ 
fl^gcnpmen. — — Boekz.y 1783. h. bl. 214- 598, 

BACKX (ROMBOUT) , Kanunnik en Pastoor , is geborc» 
te M$chelen omtrent *t jaar 1650, in welke ftad hij ook den 
loop van zijne eerfte letteroeflfeningen volbragt, en vei'volgens 
»aar Leuven ging ftuderen. In 1679 wierdt hij als Kanunnik 
en Pastoor van de Kathedrale kerk te Anfwerpen beroepen , al- 
waar hij dip arbeidzame bediening gedurende het tijdvak van 
15 jaren heeft waargenomen. Schoon men aan den enen kan^ 
zeer voldaan was over zijnen ijver en welfprekendhcid in het 
uitoeffenen van zijnen predikdienst, waien *er egter die hem 
verdagt hielden van niet zuiver in de lere te zgn; ten minften 
HuMSERT Precipiaan, Aattsbisfchop van Mechelen^ befchul- 
digde hem, dat \\i]Janfenistlfe gevoelens aankleefde; wat hier 
öok van mag zyn, Backx moqt zig van deze aantijging gezui- ^ 

verd 



BACQüERE. BACCrtETO. BADENS. ij 

ttrd hebben , doordien hij in z^ne bediening bleef, en den 
3 junij 1703 te Antwerpen als Pastocw overleed. Hij hesft een 
menigtse van Sermoenen iri 't ncderduits door den druk gemeen 
gpmaakt, die het getuigenis wegdragen dat ze zuiver van taal 
2ijn, en dat men 'er die lage uitdrukkingpn en gezcgJcns, 
welke in vele boeken van dat foort gevonden worden, niet in 
ontmoet. ■ Paquot, Jlijl, litteraire des Fais-has, Tom. 

Vin. p. 334. 

BACQÜERE (BENEDICTUS de), Prior van het Cistcr- 
denfer Klooster te Brugge^ is in 1613 geboren te Dendermonde 
in Flacmd^ren^ en naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zijne 
ftudien aan het Hogefchool te Leuven volvoert Hij was een 
bevallig Digter, een welfprckend Redenaar en een bondig 
CodgelGorde. -^9. vcrfch&dene kerkelijke waardigheden be» 
kleed te hebben, wierdt hij ten laatilen geplaatst als Prior in. 
de Abtdij van de Cistercienfers te Brugge ^ en teffens tot alge- 
meen Vikaris van die Orden over Westphakn en het (ligt van 
Utrecht aangebeld; hij ftierf te Brugge den 28 julij 1678 in 
den ^ouderdom van 6$ jaren. B^. Foppens vindt men ene lijst 
van zijne menigvuldige nagelatene fchriften. y Foppens, 
Bibliotk Belg. pag. 132. 

BACÜLETO (MICHIEL de), Hoogleraar in de Godge- 
leerdheid , zag het eevfte levenslicht te Stochemy een kleine ftad 
in Luikerland, trok het Monnlkenkleed aan in het klooster 
van St. Bfi^i> te Gent, en wierdt vervolgens Profesfor in de 
Godgeleerdheid ts Keulen. In 1372 fchieef hij ; Traüatus Jive 
fermo de facramento Altaris. ■ Paqüot, Hijt. litteraire des 

Fais-bas. Tom. X. pag. 213. 

BADENS (FRANCISCUS) , Konstfchildcr, te Antwerpen irt 
1571 geboren, was nog (legts vijfjaren oud ten tijde vaii den 
Spaanfen overval en woede, in dit ftad op den 4 november 
1576 gepleegd. Zijn vader die in 1604 te Amftel^m overle- 
den is, kwam kort na het plegen van gezegde moorddadig; 
ereiutoneel in Holland ^ zo dat onze FfiAi>(ciscus van kindsbeen 

B 2 af 



,t». BADBN8. (FRANdSCUS) 

iif tff Anjtddm , heeft gewoond, z^n vadqr alleen toe leer^ 
lUeQ^ter hebbende , die ee^n gemeen Schilder was. Na verloop 
^ qnige. jaren deed de jqnge Bad:rns ene reizc naar Italk , verr 
^zcld van Jacqb Mathaij een fchoonzoon van Goltzius, en 
b;cef aldaar omtrent vier jaten , zijpen jijd ongemeen vlijtig 
heftödende , en zig inzonderheid toelevende om de Itqlicuaife 
WaJ^^ van kQlQriet, «ündq die gloeijendc vleeskleur en diep: 
«els welke zij aan de lighamen weten te geven , n^ te volgen , 
waar in h^ ook boven verwagting flaagde* Te Jmfteldam te 
rlig gekeerd, en de eerlle zijnde die dezen fchildertrant in ons 
land 'uitoeffende,' noemde men hem des wegens den Italiaanfm 
Schilder; ook was hij een uitnemend Meester, zo wel in'tfchil- 
deren van historiën als pourtraitten. K. van Mandkr getuigd, 
van hem, Jn 1604 een tamelijk groot (luk gezien te hebben. 
Verbeeldende Bathseba zig ba Jende , terwijl aan haar een 
brief werdt gebragt door ene oude koppclaarfter, die haar iets 
in de oren fluistert, met meer andere vrouwenbeelden en vee! 
bijwerk; zijnde dit ftuk zeer uitnemend, bevallig, zagt en' 
Ifèffelijk gefchilderd, fraai van koloriet en geestig van ordon- 
nantie. Ook vindt men van hem vele pourtraitteri die uitmun- 
tend gecontrefeit zijn , en waar van hij fommigen op ene aar- 
dige wijze in historieflukken heeft weten te pas te brengen; 
opk yele banketten of gastmalen, ^n nagtmoi^erijen , waar 
In de. dragt of kleding van zijnen tijd gezien \5r0rdt, welk alles, 
ftout en uitnemend wel uitgewerkt is. Onder zijne best^ ftuk- 
l^en, behoort eèn op den ttaliaanfen trant gefchilderd, twee ge- 
ïleYep afbeeldende, die te famen zingen en malkander teder, 
toelbnken, terwijl de vrijer tefièns op dq luit fpeelt. 

Hef regte jaar van Badeisb overlijden is ons met geen zt- 
keiheid gebleken ; maar wel dat 'er een af beeldzel van hem 
is» dat in prent uitgaat, en waar onder dit vierregelig vers 
is geplaatst. 

AkMt Pi&urae melius te netno colores, 
Quf yerus cotor e/ï, nofcis imaginibus. 

Tu piSUt dpSus; ftnuktm efi nam/e colwtti 
• peUciaz dêShs pmgis 6? Itdia^. 
•- On- 



bAdius. CJÖDÖèÜS) it 

d«2é FRA]^ÈTSCti§ hééft nóg éen- hTóèêéi gehad i JU BA- 
j^ENs^gehétèn, die veertien dagen hd de gmwtlijko iUbctdérijeh 
ën plundering^ door dé S^thrièh te JÏnfiv^pBn l^leegd » 
in dié Had ter wer^d k^km; Deze M^ Itélit geréisd ëijiidè» 
iüaakte aldaai* 2üike 'grbtd vorderingen in êt konst» dliC iné^ 
reden hadt iets verhevens vkh hem te vérwagten;.hèC g^lttktt 
hem ook door zijne konst en midzame verkering , bij Velt 
Grót^ üi achting én é'anzien te 'gerakétl , dte hem wËr& ter« 
fchaftën en edelmoedig beloonden: Dah noodlottig w^ £jft# 
fèrugreize uit Itdié over Duitsland; want op d@n NedëHiêidfiH 
IJodem gékoihéii^ wetdt hii wel uitgedost ^ iijh éigétt |)llard 
berijdende en vati èen welgevulde goudbeurs vöorzienj dOM: 
fefie bfende kr^gsvolk Van alles beroofd ett geVangcn gÈnofildn | 
|)§'bhtTVorite^e fia veel leed doorgsilakn te hebbfeh^ dndelijk 
hiinné handen èh kiv^am té huis; doch déze ramplpoéd gfiêfdé 
heni zódéiig-, dat hij 'er de tering vari zette j en Ifa 1ÖÖ3 0^ 

Vefleéd.'— ^— fi. y: Mawder, Leim tó- ScKiders^ lI.Dv bk 

• • ^ '■ . . • - 

201: ' . 

yBADIÜS (JÖDOCUS), gebjjhaamd Aétaèèiüs, dtü redein 
dat 'hij t& Jsfbhe eèn Mtk nabij 5r«/^/ gelegen ;^ het edrftfc le^ 
VcnslicKt zag; iééeh- maii geweest die zig grotölgtó 'heeft 
ékti achten ; ' door hét liantal van goede boeken die hij i^ 
èÜéen gedrukt; nfaar vèlén daar van ielvs bewerkt hééft.- tó 
i^êi iHierdt 'hg geboren j rolbfagt zijne eèrfte letterbeiSenlft^ 
gen té "Gene , reisde vervolgens faaar Halun bm flie vérdêf 
vobrt te zetten, en 'mastte *te Ferfare onder' opzige van'BAptisi 
GüARtNi, grote vordering in de giïekfe taal. E^ zétté ^g'vér-» 
volgens te Lijon in Frankrijk neder, en gaf 'er zo wel in *t o-' 
pènba2(r als privaat, onderwijs in- de latijnfe eiï fefiekffe talen. 
Na enen gèriiïmen'tgd in die bezigheid daér ter flede d(Jörg<^ 
bragt te hebben, verplaatfte hij zgne woonplaats naar P4^jY^ 
alwaar hij ene fclione drukkerij opzette , -eh eèn menigft 'la^ 
üjhfe oude Schrijvers aan de wereld -fchoife ftiet zijne jrerlclft* 
dingen eh aantekeningen vooiziènv 'als dndèr anderen "flölt'A^ 

ïius, Persius, Terentius, JuVÊNALISy- ÖAitUSTIlfe, 'VMZ^ 

iiüs Maximus, Qüiiïtilianüs , Aulus'Gw.uus> Ovjdïw;!^ 

B3 iietM:* 



^ fiAECX VAN BAERLANDT. (ADRiAAN) 

treurfpelen van S£H£iU ,. verfcheidene verhandeHn^t^ van 
Cicero enz. JBebalven dit, bepaalde hij ook zijnen. arbeidz;^ 
men kring op enige hedendaagfe Schrijvers,, ^s Pktrarcha, 
PounANüs, LAURSNTIU9 Valla, Baptiist Ma^jütanvs ena^ 
Kog gaf hij enige boeken geheel van zijn eigen maak:^! in 
't licht, en meest aa;i des kundigen doen toeflemtnen, dfit bij- 
aldien zijne huishoudelijke omftandigheden hem niet genood- 
drongen hadden tot onderhoud van^zyn eigen gezin werkzaam 
te zijn,. hij groter roem* zoude veFworyên hebben. £rasmus 
èt Qic&rmsm pag., 73» laat zig hier viij onbedwongen o vc|r..uit> 
Wanneer hij betuigd: Nee infelkiter mrnmo cesjk .cpnatus BAf- 
mOy adeft UU facilitas non mdoQa , felicius tamenrcesjurus , rUji 
curae dmnefticae reiqus ^paratjdae Jiudium intem^fn «Htm tUud 
Mufis müctm hujus laudi^emdidato necesfmunk 'Ook beyestigl 
iiij nader deze beoirde|ing, daar bij in een zijner Brieven, den 
6S&tn namelijk van het 2>2fte Boek, bl. 1172^ ii73.zegt; 
^iis Mberum erit de Badjo judicare qmd vokivt^y egofempar illum 
haïxui in eorum numero , quorum nee eruditimemy nee ingenium^ 
nee eloquentiam pésjis contetmere: tametfi non disjimiio illum Imge 
nu^orem fuisfe futurum , fiforttma benigmor ^iumsoe tranquillüih 
tem 'fiu^drum Juppeditas^U Badius- heefï; verfcheidene kinder 
jȕi nagelaten, en flierf zeer -waarfchijnljpk^in het jaai; 15^^ 
Bij Foppens vindt men ene lijst van 's mans .veelvuldige wecs 
ken, ejj in Mich. M,ai,ttair£., ^nmles Tijpograph. kan men 
omftandiger berigt yap hem vinden, j^ m ' Foppens, ^Biblioiiu 
B^^g^ P?gi. 7<5i- Fabricii, BibL Lat. Med, T. li p. 43,^.. Q, 



,• i 



■it f • 



. BAj:CX van BAERLANDT (ADRIAAl^l, Deken van ft, 
Piet^^tp OirJcJiot, isgeboreq.te J\fechekn, éi^h 9 augustus 1574-^" 
^0;xplbragt ook in die ftad z^ne eerfte .letteroeflfeningen ; veT(7 
yplgpn§ging hij tsJLeuvm ftuderen, eerst in- de wxjsbeg?ert;€>,. 
yqrvQlg^is in de ïegten,'en naderhand npg in <ie godgeleerd-j 
heidi:en'hij,bekwam.ip..:i6Q7 den grstad van Wcentiaijt in de 
rcgten. , Intusfen hadtjiij deo geestelijken flaat omhelst, en 
ftij .verkreeg in Löoórde bediening als Voorzitter van het Kol- 



leo'ic 



iëgie der diiè taléiii In r(hi ^ëdtjiièni è&nkiaxmmkiU im 
den Onreden laUg üi.de Hoofdkerk van Sp, Rmbmt vpgfidr^ 
gen^ waar hg op/den 8flen juiij van het zêlvdé jasTj hqgói 
bediening Van. Zanger en Kanunnik van Si Piëteit té tium 
wierdt gevoegd^ Den 30 augustus 16169 tViérdc hij k)t ttokl9^ 
dei' béide regtéii aangenomen. In .1619 wierdt tii| tQtl^to 
van dé Hogefchqöl té I^ttvw.,aangefteldj doch voor W»lkd 
waardigheid hij vijf jaren later bédaijkté, om té OirlclM eCa 
groot dorp in dé.meijerij Van den Bosch te gaan ttfotien j ftlwaax 
nem bet ÏDékenfchap vah de Hoofdkerk^ aan 5^ Piétef SfiW'iif 
wierdt opgedragéi^. , Ik weet niqt of hij iang na dien tjjd loet 
de , maar het is zpX'èVy. dat hij niet Janger dan vijf jaren genot - 
van zijn bekejifchap hadt, doordien met den voor^aog dc^ 
Reformatie^ de kerkelijke goederen ' wierden verbeurd Vcr^ 
klaart, en in i<529 dé ocffening Van den Roomfen godsdiönsl 
ingants ^aats-Braband verboden. SurriunüS Vzrüiïï i<gi 
fchrijvende, noemt Adiiiaan Baecx ifirum imdiquaque doÖisJtmiatu 
kij heeft enige weinige vêrhaniéfingén in 't laüLjn'èefehrévlhi 

nagelaten. Vau Andr,, ^»«i:^-. PA<lui)i,j^ifjiii //^ 

ier. des Pais-hasi Tom* XVi p. isa* ...... 

BAÈCKS, zié^AACX. 



^ •» <* •O j >4_ ê ^J 



t « .^.% I 



. BAEULE- (JAN vai^;, duS gën^iiicï jia dé plató .adjijf^j^- 
t)Oorte^ een. fraai dorp inde b»;Qn^e van Breda , al^a^f hijrjii 
?t laatfte gedeelte van de Xydie. eeuw het éqrfW lè^^jpbl 
^sag; i Na. zijne ftudLen voleind té hel>bé;j, wierdt l^'^^jpI^Q^ 
in hét kIoo5tei:.dc?-.PpininiHènen vj^n '^ Hm^genh^ch; l^m II 
Heidelberg met dé waardigheid yan;Pö^tQr l)dileö4<, ip iscfilkfi 
flad hij ipók^ de Qpdgeleerdheid in 't openbaar ler^'dfi,^ In 
^s Bosch té rug" gekomen , was hij'^ei' een getuimön tijd' Prior 
van zijn KlöösteV; yérvdgens 'onthield hij zig enig3 'jaféil 'in 
hét klooster 'van zijne orden te Zierïkzce in teèlmd'y waaf luc 
Bj óp den 14 jTéptembér 15214 door zijn' 'Généraal wiérdl gtf* 
roepen, dmdeibedieiiipg van Inquifitèur genpraal ia hét bis* 
dom van Lw* 'té' aanvaarden, welken post hij m&t even zo Vcét 
9ver als tf i^ttzasmhfrid he^ft.wj^argeaojMi} tot ^% 4f)Qd tce, 

B 4 We!r 



/ 



^ BAERS. OOHANNES) BAGGAERT. (JOHANNES) 

welke voomel q» den 4 juUj 1539; zijnde : vervolgens itt 
'x Henogehbnsch in zqn klooster begraven. Men heeft van 
hem» bebalven ene lat^nfe verhandeling, een werkje in 't ne« 
derduits , getijtelt : ^waSSntt%hm ï^m !|ct sDeefMQC bbtn. 
■ ■■ De Jonghe, Defokua Batavia Damifuc.y p. 106, I07i 
FopPEKS, Bbl. Belg. pag. 567. 

BAERS (JOHANNES), zoon van Paschasius Bakrs, wel- 
ke, eerst te Leeuwarden , daar na te Bergerwpzoom heeft ge- 
woond. Onze JOHANNES heeft gereisd in Engeland y en in 
Brazü; is Predikant geweest in 't begin der vorige eeuw, te 
Scherpenzeel y te Fijnaarty te Vreeswijk ^ op Femambuky en te 
Zoest. Rustend van zijnen dienst, heeft hij een zonderling 
boekje uitgegeven , getgteld ; Cornu Copia , bat i^ / een * öocft 
batt Okdeg motcrtcn/ te 3Cmf!cI5am seb^^t tot hü^ eii la^ 
ban Den Hntfycm/ in 't laar 1548. in X2«. Ook heeft hg uir- 
gpgeven: <^(niDa ingenomcu^^mfl. 1630. in 4to» 

BAKRSDORP, zie BAARSDORP. 

BAERSIUS .{HENDRIK; , ook Vekensttl genaamd , i« 
•en zeer bekwaam Wiskonftenaar geweest , en tefiens Boek» 
drukker te Leuven; zgnde door zijne pers, de volgende yoort- 
Iwengzelen van zijn vernuft en letterarbeid wereldkundig ge- 
maakt. 1. De compojki&ne (f ufu Decretmi TlangtArum^ isso. 
4to. 2. De cmp<ffitime (f ufu Quadrantis. I535* 4*0.- Nog 
heeft men van hem, doch zonder dat 'er zqn haam bij vermeld 
wordt : Tabulce perpetua l<mgituXnem ac latitudinem Flanetaman^ 
êd MèridtanumLm^anienfemy ediea a Gilberikï Ma«io. 152». 4ta. 
.1 FoFPEMS, Bibleth. Belg. p. 434. 

BAGELAAR (JOAN), een aanzienlijk Burger te ^m/ïe/fiTam, 
en niet onkundig beoeöenaar der digtkunde^ heeft door den 
druk gemeen gemaakt : ^$ toare ^crefi6;itiecrbe éi^i^ght 
€attt!^i^tm^ / in sz ilinhhitffim; neben^ een nabcrijgt enbe 
bebenhins ober be fiebenbaagfe ütijmoefcning*. ?l!n^ 1694- m 

4tO» P. Rabus, Boek!&„V. D,.bl. 83-88V..'V 

BAGGAERT QOHANNES), geboren ts^^Vli^ngen' cm- 

. trent 



BmjJEaU ( AGIDIUS oT GILLES m) tj 

tteht bet jaar 1657, wierdt ter oiraaak van eyne bdcwaam- 
htidfhdS'DóktOT teMUlddburg, en oefibnde aldaar z^n Veel* 
•Tüldige praktij)c tot ^an- zijnen dood ^ toe» utrelke voorviel ia 
december 17104 Hij is «en kundig. Arts geweest, geenzints 
^rerflaafd aan de voorolrdelen die !er in zi^n tSjd inzonderheid 
ia4ïet Jseoefiienea der Medicijnen plaats vonden , maar liij ijver* 
de zelvs ook op het voetfpoor \can den 'geleerden Eng^lfm Arts 
S YDENHAM , t^ns hct i>jide g^yoel^ om in de Elnderpokjes 

en Mafelen, de lijders bijna te doen.verftikkén door 'tlterk 

•» • • • , 

t)roeijen en hette. waar aan men hen hlootflelde. De ver- 
nufdge Rabus noemt, hem: „ een Arts, die .in de woorden 
„ van oude en nieuwe Meesters niet wilde zweren j maar tot 
„ behoudenis der Kranken meest te rade gaan .met een goe<3p 
„ filozofie en onwederfprekelijke ervarentbeid. " Hij heeft 
gefchrevén en door den druk gemeen gemaakt, het ongemeen 
geprezen werkje, tot tijtel voerende: ®e toaar^ieiti mittsar6 
ban boo|-OD|tieelen/ boo^ tm g^miDe t^ékabdin^ ober be jci$ 
niet nattutrlglie tunsen; tp^ar tn getootiD toeröt/ bat f)ct blotjb 
bm pecceren tn fnelgeid en {ntte / en bat men fomtijD^ te \})cU 
nig t« 300 genaamde Jbtijtixtbmh geeft SÜ&tt een . bco;rrt»tn 
ober be %inberpo6jei^. . jil^it^saSersJ enige aanmcrfdngen ober 
be ^tnentatien en lioofbflofen > tnaar in be 'btoaltng ban 't 
êcidum en alcdi, Maar toerb aattgeto^ en ibeberlegt HE^ib^ 
bcih. 1696. in 8bo*/ z^nde reeds in 1710'uitverkogt en her- 
drukt. — Paquot, Mem. Hf. des faw-ioj/^Tom. V. p. 377. 
La Rue, Celett. Zeel(mdy bl. 114. P. Rabus., Boekz. IX. Dé 

bL i2x>-Z3(J. 

BAILLIEUL (^GIDILTS of GILLÏS jje), Kanunnik ?an 
$t,.Fieter te Leuven , is te Lillers in Jrtois omtrent 't jaar 1422 
geboren; lij fceóefléndè 'de. wijsbegeerte op de nauwlijks ont* 
lokene Hogefchool te Uemin,' én veVkrêeg *ef in 1441'den 
eerften rang onder de Meeitets der vr^e konlten. Vervolgens 
uck hi} het geiBftteli|ki >kie3d« aan , Iipic^e Zig o]> de Godgeleerd^ 
heid toe, en wi€^4C{deif 9'*me^'(i455»nDakC0r in die wefi^^ 
fchap. Het- zeivdejattewi^t l^m fiS8{i< jCvaunnil^splaafö^ «vjaiA 



ii ; fiAIIÜEUÉ. .ÉAliiiÈü. BAILLY; 

: ^r. Pieter te IjeUvm cpgodragen , mbt èen gewonen Imdfs-ftoeï 
in de Godgeleerdheid welkft 'er ató jgAegt wasj en dié h| 
gedurende een'tijdv^ van 25 jaar met veel lof vervulde; ein- 
delijk klom hi).op tot. Vicekancelier van zijn kapittel , en fllerf 
te Leuven dén 18. 6169.1482 in den ooderdom^ van 60 jareni 
Hij heeft yerfctieidenelat^nfe verhandelingen nagelaten^ •.- . ;, 
Foppens^ BibL Belg, , pag. lói . ^ . 

BAILLIEUR (LÖDEWYB: J0SE?H de), wierdt ömtrené 
^t midden der laatstverlopen euw tQ J4nt^yerpèn geboren; n€ 
zijne eerfle letteroefferilngen Verrigt te hebben , begaf hij zig 
in het genootfchap der Jefuiierij 't welk hij egter in *t ver- 
volg verhet, 'na tot Priester geofdent" te zj)n. In I68p o\ 
het Volgende jaar, wiérdt hij Beftierder'vah 'de Augustinèf 
Nonnen van het buis den Vrederierg r;enaamd' in de Had Lire^ 
en hij bragt door zijn voorbeeldig leven niet weinig too oni 
*er de godvrugt in bïoei te brengen. 'Zijne lighaamszwakhfiT 
den hem genoodzaakt hebbende om dien post na verloop van 
drie jaren te verlaten, begaf 'hij 'zlgnjiar Antiverpen^ fltct al- 
daar "gedurende twee jaren eén zuKlÉerend léven , eri flièrf in 
1685 in den bloei van zijn jaren.' 'ïïij heeft gefchre'ven i ^tii^ 
l^c Der J>aligöejjt/ 'ofte sD^fl^flgl^c.fbjtuiii;' pjofijtiitó^ ico^ 
alle menfrfien/ maar .bcfonDer^ijtlt boo? écligicnrcn twht^nP 
teïöcïie perfcmcit'jênsJl.inL 12?., gedeukt t^ Awfteldam bij Jam 
Stichter, 1684^ — — . Paquot, M»i. /««er. Tom. VI. p. 

147. . . . ,, . . 

BAILLEÜ, ïs een dér Verfeoncïene Edéféri geweest^ 'wïer 
namen men op de lijst bij Bor gemeld vindt; anderen "nee- 
men hem Bailleu de Hu^^NEPLUK. Bij den Heer. te Water 
kan men enige gisfingen ten aanzien van dezen Edelman vin* 
den; doch hii bepaald egter niets met zekerheid. — - Te Wa* 
TER, Ferbofui der. Edelen, II. D: bl. 179- . . 

• BAILLY (GESLÜIN le)$ is in ^ de Nederlmdfê gefchiedo- 
ntsfen bekend" geworden , door zijne onderhandeling naet den 
Grave van Rennenbéiö* Omtrent heé- jiar tsMi -en ■ aélvs 
VTOfeger , hadt mea reeds enig vennoedoni, dat die Graay- uk 



BAILLY. (GESLUIN le) g^ 

eufit Xroor den Roomfen Godsdienst, of om andere Inzitten, 
mooglijk de S^amjt zijde zou omhelzen. Hér zij fiu dat de 
Spargaarden 9 hier van door hem zei ven , .of. door andéren on* 
derrigt warea;.is.iiet zeer zeker, dat de Hertog van Terra* 
ifQVA zig.van Bailly bediende, om Rennembero tot den a& 
val over te halen, en de voorwaarden waar op hij zulks ver^ 
ligten zou, te bepalen. Waarfdiijnlljk is het dat Remnew- 
BjsiLG, in den b^inne. voor zig en de.zijjnen .te veel beeft 
willen bedingen; ten minften de onderhandelingen moeten 
voor een wijle tijds afgebroken zijn geweest; wantdeGriav 
tekende gelijk men. weet de Unie van UtrecJitf en bragt Gr(h 
nirkg^ aan der. Staten zijde; zo dat men alle reden hadt, Rej^t* 
NENBERG als een waar voorftander der vrijheid aan te me^^ 
Heaj.doch het blijkt dat hij in januarij 1580 de onderhand©* 
Ui)g, met Bajlly weder heeft aangevangen. Rennenberg hadt 
opder zijne Raden, zekeren Popke üfkews > een man die dcf^ 
Staat getrouw was; deze werd t door Korkput ge waaj^fchou wt 
Qp, zijne hoede te zijn., De Friefen kregen^ ook agterdenken,] 
ep maakten zig. met -behulp der Staatfe knegten meester van 
het flot te I^ew^yarden, op den i februari]. Toen eisten zi( 
*t flot te Hoflingen op; doch de bezetting hier in, buitcfi. 
yitgodiuktea last,des Graven van Rennenberg, zwarigheid ma-r 
Kende, zou nien .;5ig. genoodzaakt hebben gezien tot geweW^ 
badt.men ten.,z€:lyden^tyde, Bailly niet in handen gekj^egen, 
tij wlen . men ,enig^ bjagken vondt met Rennenberg's banA 
getekend.^ Te weten, de Graav al in janu.arij, te wege gp*. 
bragt hebbende , dat de Grminger g§zclaars voor de cndci hou- 
ding-van 't verdrag, vap.junij jongstleden gcflaakfis en te Gror] 
ninsm te. rug gekeerd waren, fchijnt zig van hem beJiend-te, 
hebben, om, onder, de band tekenaars te. winnen, teseri de 
yf/ech$fe vereniging. Ten minften men heeft nog twee, ycjr- 
|>indtenisfen,;,tusfen den Grave en. meer dan 300 ihgczeX(?i)ea 
van Gronm^CTi «emaakL, op den 24 februarij, waar bij men,, 
eikanderen beloofdj; .^ ^ de Utrecht/e yereiMjing , tot w^lkc. 
j, men de ilady.door onbehoorlijke middelen dagc te brengefli^^ 
„pp datm^ug^ daar nt^ met beEettug, -.bezwa^tyi 2,o\i,^ (o 



^1 • iAiLY. (öAvib) 

'^] zuilen tegenftaan, ten dlenfte dés Koning en der algeoleói 
;^ Staten.*' Met oogmerk nu om ene diergelijke vérbindtenü 
In 'Friesland te bewerken , fcheen Bailly in HarHngen geko^ 
tnen ; en van de gcnoenidc blanken voorzien'gewee^c te zijn -• 
doch men bediende zig nu van een dérzelven, om 'erheiit 
een bevel op te doen fthrijven tot overlevering van 't üot tè 
Harlingèn; 't welk den 5 van februarg gefchiedde/ Zie ook 
RENNENBERG, -i- Wag., t^ad. Hiftr VU; t). bl. 3*20-3 22. 

' BAILY (DAVID), Konstfqfiilder , wierdt geboren tè Leij- 
ien m 1584, en was een zoon van Pieter Baily eén vrij bé- 
twaam Schilder , die in zijnen jongen knaap van de vroegfte jeiigd 
if aan een natuurlijke dlift tot de konSt ontwaar' "^rordende, 
hem enigen t^d onder zijn opzfgt naar prenten Hel tekeiien^. 
Dan onze Jakoö bij toeval op een winkel van Jacques dé 
GivN gekomen zijnde, ontvonkte bij hem de lust van lieè 
graveerijzer te leren behandelen, 't welk hij' met veel i^ci 
th geen geringe vordering , gedurende het tijdvak van eéri 
jaar uitoefïèndc. Doch zijner zugt tot de fchilderkönst de vborï 
keur gevende, beftcedde hem zijn vader, bij AoRïAAisf Ver- 
burg, om verder in het fchilderen onderwezen te worden; 
hoewel deze zig in dien tijd bezig hield om 'de Gehèeskomt té 
©effenen; hij bleef aldaar tot in 1 601 V 'toen Bij naar JmJieU 
dam vertrok , om zig verder in de korist te' volmaken , door 
het onderwijs van Koïinelis Van der Voort, te dien' tijd den 
meest geagten Pouftraitfchildcr ; hier verbleef hg omtrent zes 
Jaren; en doordien deze vav der Vookt, vfele konftige fchil- 
derft jkken van andere Meesters in beizit hadt, vondt Davïd' 
gelegenheid om 'er nu e^ dan een van na te fchilderen ; onder 
deze Hukken was een Tempel van Steenwyk, welkfen'hij'zd 
jiatmu-lijk gelijkende kopieerde, dat Steenwyk bezwaarlijS^dd 
kopij van f^n origineel wist te onderfchefdéh. Van AmftelddÜ 
■weder naat Leijden te rug gekeerd , mdalde hein de reisluslf 
2odanig in 't hoofd, dat h^ in december i(5o8 mzi Hamburg 
vertrok ; van daar naar Duitsland y be5:ogt hg- de fteden "Frank^ 
fort, Nursinberg, Augümrg en verfchefdene anderen; reizend© 

ver- 



BAJÜS. ÖACOBÜS) ^^^ 

^dprs dóor Ttrol naar Femien^ en van daar naar Rmm^ teri 
ifinde de behandeling der ItaUaanfi Eonstfchilders' waie '{ 
mooglijk af te loeren.; tot bereiking van dit qntrvxrp, wa^ 
■ZJijn voornemen om enen geruimen tijd in deze met konst* 
llukken vervulde ftad, te . vertoeven ; doch zeker voorval 
was oirzaak, dat hij van befluit veranderde, en naar Fenè^ 
tien te rug keerde, daar hij flegts vijf. maanden vertoefde, 
en van daar genoegzaam langs den zelvd^n yeg dien hij ge^ 
Jcqmen was, naar zijn vaderland reisde, daar hij in 1610 
aanlandde. Door Duksland hQivrsLzrts komende, heeft hij ver* 
fcheidene Hoven bezogt, daar hij een proef van zijn konst 
ter gedagtenis heeft nagelaten , inzonderheid aan 't Hof van 
Brunsw^k, daar hem de Hertog een jaariijkfe wqdde aanbood , 
indien hij zig voor enigen tijd aan zijnen dienst wilde verr 
binden; doch de :pugt om in zijn vaderland te rug te keren, 
deedt hem die gunftige aanbieding beleefdelijk weigeren. Ten 
laatften wars van omzwerven en reizen , is hij te JLHjdeti in 
161 3 te rug gekomen, ten einde wanneer hij uitrust zoude 
hebben, zijn konst in (lilheid uit te oefFenen. Dan de men- 
fchen leven, bij verandering, en dit fpreek woord wicrdt ten 
vollen aan onzen David Baily bewaarheid; want in 1623, 
verwisfelde hij zijn kloek penfeel voor de fijn veriheden pen , 
en tekende vele pourtraitten uitvoerig met inkt op parkement, 
die hij dan met het penfcsl verder opmaakte ; deze ftukken 
waren zo uitnpmend wel getroffen, dat de liefhebbers van 
de konst 'er gioot behs^n in fchepten. Het jaar van zijn o- 
verlijden is mij niet gebleken. — r- A. Hoübraken, ScJmw- 

BAJÜS (JACOBUS), Hoogleraar in de Godgeleerdheid t^ 
leuren y geboren te u4ath, was een broeders zoon of neef van 
14ICHIEL Ba JUS, en drukte ook volkomen deszelvs voetilaf^' 
pen in 't beoeffenen van geleerdheid en wetenfchappen; voor« ; 
dezen oom ftigtte hij. e^n fdioon praalgraf met een fra^i pp.; 
fchrift. In 1568 bekwam h^ de waardigheid van Doktor in de- 
Öodgeleerdhdd, vervolgens wicrdt Bij Deken van St. Pieter te 



*3# BAJüS. (MICHIEL) 

Leuven, en cïndeKjk Hoogleraar in de Godgeleerdheid aan dia 
Akademie; hij is een werkzaam, voorzigtig en kundig man ge- 
weest, die van veel nnt was in die beroerde tijden tot inftand* 
houding van den bloei d^r Hogefchool. Hij liet zijne goede- 
ren bij üiterflen wille na, aan zijnen neef Egidius-Bajus, Dr, 
en Profesfor in de Godgeleerdheid, die 'er ingevolge de be- 
geerte van zijnen oom een Kollegie voor -ftigtte , het Bc^amfe 
gpnaamd. Hij ftierf den 19 oóbber 1614, en heeft enige 
latijnfe fcluiften door den druk gemeen gemaakt, waar van 
mengde optelling vindt bij Foppens, Bibl. Belg,, pag. 50:1, 
m F. SwEERTH, jfthcn. Belg,, pag, 355, 

BAJUS (MICHIEL), Hoc^leraar in de Godgeleerdheid te 
Leuven y wierdt te Melun onder het gebied van Aah geboren 
in 151 3. Te Leuven ftuderende, maakte hij zulke uitmun- 
tende voortgangen, dat hij van een leerling, wel dra opper- 
fte van *t kollegie van Standonk wierdt, en drie jaren later in 
't openbaar de wijsbegeerte begost te onderwazen; zes jaren 
hier mede gefleten hebbende, wierdt hem in 1549 het beftier 
over 't Pausfeliik kollegie opgedragen , teflfens den eeitijtcl van 
Licentiaat in de Godgeleerdlieid ontvangende , welke twee 
jaren later door dien van Doktor verwisfeld wierdt. In 1563 
zondt de Koning van Spanje hem naar 't Concilie van Trerae, 
alwaar liij fprekénde blijken van zijne uitmuntende bekwaam- 
heden heeft gegeven; en in 1575 wierdt hij tot Deken van 
St, Piettft te Leuven aangefteld; voorts befchonk men hem met 
den post van Kanfelier def Hogefchool, waar nog bg gevoegd 
werdt, die van Inquifiteur generaal van de Nederlanden. Bajus 
is een zeer bekwaam man geweest, en niet minder achtensr 
waardig, om zijne zedigheid, godvrugt, en befcheidenheid , 
dan om zijn verftand en geleerdheid. Negenmalen, getuigd 
men van hem, las hij de werken van den Kerkvader Auous- 
TiNüs door. Ook fchreef hij vele Godgeleerde werken , waar. 
van de voomaamften zijn : De merkis Operum libr, N; de prp- 
ma hommis juJHHa £f virttatbus impkrumy lihr. II; de Soera- 
wiMis in genere y amra Calvinüm; deform BapHsnd. Alle 

wel- 



BAJüS. (PETRUS) BAKB. (LAURENS) gt 

welke verhandelingen'^ in een deel te famen te Leuven in 
1565 werden gedrukt; en wiar bij in *C volgende jaar een 
tweede deel wierdt gevoegd , bevattende dcz^ ftukken ; 
'De libero hminis arbitrio, lihr* I; de Cliaritetej Jiijiitia (f 
JuftificationB , libr. III; de SacrificM, libr. I; de Feccato origf- 
'nis, libr, I; de Indulgentiis y libr. I; de Oratipne pro defwi^s^ 
libr, L Voorts gaf men nog een derde deel van zijne wer- 
ken in Ï581 uit, bevattende: Refponfic ad Qucejïiones Phil, 
Marnixii de EccUJia Christi , ö* Sacromento jïltaris ; j^pologia 
pro refpmjione contra olje&iones ^usdem de veritate Corporis Chris- 
ti in Eucharfftia; Epijlola de Jiatuum inferioris Germanice unione^ 
Cim iis qui f^ defertores Romané Ecclejice rocant , £p de Jufamert^ 
to quod eorum jusfu a. Clero ö* Monacho exigitur; Epijiola de 
Juraimento jusfu Ducis Alekzoioi , Antverpia in pratorio con- 
fepto 0* comprobato. Hij ^itiï na vele onaangenaamheden met 
de Jefuitpn doorgeworfleld te hebben, dth 16 december 1589, 
in den ouderdom van 77 jaren. — — Fopfens, Bibl, Belg. 
pèg, 888. Pallavic, Hijioria Conc. Tridemin. Lab, XF. cap, 
7. num. ji. Val. Andreas, Bibl. Belg. p. 670. &c. G«ry, 
Apologie des deux cenjvires de fyuvain ö* de Douai pag. 26* P» 
BArLEy DiSlion. ed. de 1730. Tom. I. p. 420-424. 

. BAJUS (PETRUS), geboortig van Aitb in Henegouwen, 
de vader van Jacobus en broeder van Michiel, is^Advokaat 
geweest , en heeft uitgegeven DUreUorium EleSHonum Q^c. — 
ypppENS, BibL Belgt pag. P53- 

BAKE (LAURENS) , Heer van Wulverlmst , geborpn te 
\4mfteldam^ werdt in het begin van deze eeuw voor een der 
beroemdfte Nederland/e Digters gehouden, en is bij velen in 
onze dagen, inzonderheid om dz zuiverheid van taal, weinig 
in achting gedaalt; waarom ook zijn' tijdgenoot Joh. Vollen* 
BPVE , te regt van hem heeft gezongen : 

Wie niet verzeilen wil op kh'ppen , noch op banken , 
Van onduitsch of. kwaad duitsch, en harde basterdklanken,' 
Die volg dees poezij» gelijk een held'xQ baak. 

Het 



3!» BAKE. (LAüRENS) 

Het tütmimtendfle zqner werken is' de Bijbel/e Gezmiget^i 
dat in 't jaar 1682 *t eerst in 't licht kwam , en aan den 
Burge&ieester Koenr. vak Beu^ïimoen opgedragen werdt; men 
ontmoet hier fchone gedagten, ongemene vonden^ kragtige 
vernuftverbeeldiDgen 9 gpestige leenfpreuken en uitdrukkingen^ 
die den lezer als in verwondering opgetogen houden* Za 
verbeven nu als ^jne gedagten in deze heilige gezangen ten 
toon gefpreid zyn» zo fcherp en ftekelxjk, waaneer *t hem 
lustte, waren zijne punt- en hekeldigten* Ook is hij lid gQ« 
weest van 'c kpnstgenootfchap , tot zmfpreuk voerende-: /n 
magnis yoluisje fat eji, waar van nog verfcheidene toneelfpe* 
len den fchqiiwburg verfleren. In de voorrede zijner Mênr 
gelpoizijCf in 't ja^r 1737, door L. van den Broek uitgege» 
ren, leest men, dat onze Digter, uit het ojfd jénfteldams gp- 
llagt der Bakei*! , ouder weOcen voorheen , ook Laürensebt 
geweest waren , voortgefproten, en aan de aanzieolijkile hui» 
isen van genoemde flad vermaagfchapt was; 't welk ook blijk^^ 
uit het gene de Digter Antqnioes vermeld , daar hlj zQg;t : 

Van het oud geflacht gedaald 
Der Baken, om hun deugt gelasterd en verdreven. 
Toen Spanjens fcherpe roe deedt gantsch Europa beven. 

Zijne ouders waren Justus Baak en Magdalena van Erp, 
ene zuster der eerfte vrouwe van den Ridder Pieter Ko»- 
KEL15ZOON Hoorr. Hij had zig in zijne jeugd met vrugt ii\ df 
regten geoefTend , en was daar in tot Meester bevorderd ; ook 
was hij Heer van IVülverhorst , ene heerlijKheid 'm 't land van 
Moinfoor^f in 't ftigt vfin Utrecht ^^ welke zijn' vader reeds hadt 
bezeten. Uit een zijner gedigten op de LHememfeer blijkt, dat 
hg nog in *t begin dezer euwe geleefd heeft, en uit J. de 
REGts Mcngeldigten bl. 45, dat hij in -'t jaar 171 5 reeds over» 
. leden was. Men vindt bij den Profesfpr C Barljeus, en dem, 
Nederlandfen Digter Joost van Vondel, eni»;c gezangen aan 
zijne voorouders Justus en Laurens Bake tccgewijdt; en ui(i 
het voorfte gedigt op zijne Bybelzangen gemaakt, blijkt het, 
dat zijne ene zuster is gehuwd geweest met Jouan Wuitiers , 

Ht- 



P&re wn Jsfimimif en Heemskerk. Z§n afbeddzel hlh»]. 
C: PmLiFS in 't kop&e g0bragt> en voor den <kuk z^nei SijheU 
Tumgm in i7ai' op nieuw uitgegeven*, geplaatst. ■ WAi« 
B^Ar. M» JmJMdm, XI. St. bL 390 &G, 

BAKENESSdT, is de naam van een adelgk gefli^ io Km* 
jiemerUmd, dat reeds voor meer dan derdehalve eeuw is.oitge- 
ftorven. Bartroitt van Baeenesse, Hofineester van Gravt 
Jan vaU Egmoud die in 1513 overleed, wa& het laatfle-man*" 
nelijk oir van dien dam, en liet enkel een onegte zoem na, 
met name PutbrBaksnesse, die in 1561 is geftorven. Men 
"Kindt in de oude vaderlan(üê Krotten en op de l^st óet Ei»^ 
len en Schildknapen, die omtrent tipt jaar 1310 onder Graav 
Willem de IU. geleefc hebben, al vermeld Jakob vm Ba< 
kbkesse; voorts Klaas van Baxoiesse in de rekeningen, vmt 
1 Haarlenmeffkm^ op 't jaar 1334; als Schepen té HaaHemi-biL 
1348 en in 1358; Lvsbeth van Bakinssss met haren zooa 
Dirk va|7 Bakenxsse', 1395. Barthout van Bakevbssx ia 
ï r^ister van den ommezet over de itad Ledden , als ws»niBn<» 
de in 1433 aldaar op 't n^eoburg. Jakob van Bakskesse»' 
Schildknaap,* die» getrouwd was met R van Hbucskerk, en' 
te Haarlem ftierfen.iiegr^viM wierdt in I4S5> nalatende Ka^ 
^RiNA vANBAKENEssE/jdie^ ten man hadc Frans van drr Bobk«: 
^ORSTy zoon van J^maAN en vanK. Savt» en liet een zoon? 
•n ene do0bcr na, jBn.teeide nog Jn. 1457, in welk jaar. ^ 

baar testamfint.^emaakt! beeft; eoi^ .Abrïaan van BAKeNcss^^t 
IMdderJen JISMtig«i;I«Dde,fdie.i45o trc^wde me(^ N« V44t 
HsiHtsBN» ziister:>van.M£iNARD vak Hbussen t&JSiuf^vjWi^iict 
1»y:b9 gewonnan heeft den hiet boyeng^oemden Bart9ou£ 
V^K Baksressje > . Hofmeestei van ^ Grave v^n E^üOüP^y. 
gQhuwd.>mQtN..6oNK.dQgteryan Dirk^SonkJans^^oNj^ 8cfapiu&. 
\vtm Dólfy en MagDalbKa van B^e^^m^^i^» I^rkj^ do^s^r,^ ^ 
zuster van Franciscvs Sp«k., Qp(^utwf,,.va«t 4^ ^sfirhop, 
van Wwfe. " I ' - . v/St tüonmo^t: iBsftir.jfiWfi, IfamlmyihU 
35-^25: S^fik. .vêri'^lfi^y inMff^9 H' fm.^QpoD^osBns^ 
£rori«)>,>N.l5$.<v.:S^\V^iiEB0WBNa, Ml Uluif. bl. 85$»* «» 
•11 Deel. C BAE? 



f AKERWEN. (LÜÖpU) 

.MSBtnZEI^ (LUDOli:), KonstfcMlder-, is geboicn-ia 
MnAin ficQ iSl ^ec^^nber \63u Zigo groo^fi4^. was Pmll<» 
k^Mu Oostffieffand; zijn yader Gcft&RO BAKauazEH, Secxeta< 
ris van ^noemde j(l^ , onder wien hij aU Kient di^xie tot 
op zijn 1 8de Jaar; toen verliet hij Embden, -en kwam in 1650 
t» J^ldm won^n » om ^en koophandei t^ lejren* Dp Heet 
Bartslot. die zijn patroon was > badt veel ^diensx» van hem ^ 
dewijl biÜ ^.t ho^K>iuIcn en de fc^ijfkomt meesterlijl^ 
verftapd» d^n hij Weef hier niet lang, doordiea de konstgo- 
èjsi^ ibcm (ot llmre p^!^fchool Ic^te; gelijJL bij>zig dan me( 
2tjll %9Ap j^v: tot het tekenen, van den-fchotpiboAyw naar 't le^ 
yeu begaf, pmi^ dat* hij immer <le tHjse. van tekenen of d& 
beisiiulelibg van 4e tekenpba gezien hadt;^ dan het leven wad 
aija TOorwerp, eb de iraoimdrift zi|ne onderwjüster. . Inrnidf 
deirkttffg bij kenhis aan deze en gene kotfstCBffiinaars, diq 
\fpn\ aiinmocidtgden tot^iet'peiifeelgebruik,.dnr bij weigro^if 
ïmtxo^^X9!ity Qiaar ntec wist boe.hetzeivè te-1>^ndelen. Al* 
PBRT.vAif ^VBRDisTGEN wss de eerfte, diebem e^n palet met 
yetf:>^ penfeien in handen^ ^, om 'er een proef af te nemend 
dit ging zo 't bescimo{t, met maken eo'bfsnnaken; eenwel 
bet werdt een ftükje fthilderij, en/fai^'kï^eg 'err xq guldeps- 
V00B-. Dan vraagder hi) eens dezen, 'dan eens genen, aan** 
.gaoTAlè de töttipefitig' of . vermenging cier, t»w^, maakte zïj 
door^e vriendejphéld èirJeergierigpnr^tb? elk bemind, 
m fcwaön beft op lJUT«icf:rchüdeötdmèrs':^n in \»mt bezig- 
hdd bfezoeken , ogi af cc wen. ^ hoé «ij. bet^n ^p aifdcr t>^haiï- 
drtifem' Veel vriendfbhapr göndot hij^^vwi den.Zöefchilder Htw». 
iRncDüüMLS/t^en ter 4^ den öüdüej^firofidef ^wjder de ften* 
deioKöftftènarênte ^^^^t*i*r«»' THen^bpënbarUg'bengt;; iüj| 
cMiitsït^a vttfel dicnst^tiHj*.' r^öJ^fge^^vdettappeii toihkende/ 
gén*t3 hö.e i!tóm eiriaél§k-,'di koffst'^ ■veM-ö'ie-trefegdïi'i d» 
2^1 -1^^/ zffe rSkt^^lfSS^'^M' dèv^6<^^*/^/^ewtótenVbdi:*i«y / 
(K/^iSr'tc* dè-'(3al/<&!g^*f!den- axtókiiölf^'i^'- • v ^'- '"S 
-^AKftt^fe^ h!eWfr'niènVo(^^ l8ven^edrag/wte'èijw/ 
wg^M^i^ön,->M 'fefi déilgd^kadVxQn^Hrt>>iv4Ïaar \^' ht^ 
•fcheidèn-^n mtozaaft tJ^ni'-«9f>^4edfer<'a58an%> karakter kooi 
\' ' J aict 






9 AKIIÜIZSX. . ö-ypOUl S} 

n\fit nv'$fe^\of iiK)estrliffin'VrifDdefi-.A'orweUcdiK- Mim«I# 
pnlffi uitfpaiMiing , 't \nu nm den Am/ld of O^aot-dat luj 
zig begaf, diar mon verfchotTaa vaaftuigeo vindt* ^Bcsdood: 
£óo/ dan. eeoB uit zijn wiodkQlken te ra£en , <of ^ ftMnvloIen 
op te rapiineyen» waar door de waterbaren, flag^op-flag 
fchttiaieiide elkander agter na roUen, dsn aeem^ mec isgB' 
bondene reven noodzakrade ^m .oea go^ beenkoneo (e. zoc^ 
ken ; dan« Tvas. onze. Ludolt in. a^n i)opjes > en flikte ab 
*c maar-enig^int&kon kikk^,i«ineeii'ABigerbooe, en Uet. 2ig 
tot ^n döQ mond van.de. aee>*vaeeeQ^:xo om ,v^ nab^ do 
barning en botztng-van 'cgcawDlleaaeeiirater tegpns tünand, 
lils de verandering van lugt en water in di^ gefteldheM^ a& 
te loeren»; Inisonderheid deed rhQ. zulke 'ipecbeisjes,., wanneer 
hij 'in 't «in Mty iet^ derg^yjto op *c panneel; te-' brengen, 
ten einde Jü «^r een ie vendfg^n '^indruk «van zou bCkonen, 
pf het deqkb^éld dath$ 'er Ytn:p^v(jmi hadt, kiagt bijtten. 
Hg kwam van deze tcigte&'eok. ze dra niet terimis', of bij. 
begaf .zig terftond naari zijn fthödervertrek, daai-h§ irooi: een- 
ieder onixsegüdkelljk. was , ten: tijd W- dat bij zijn oogmerk .in^ 
'c bi^engen van z^ie. bekomen :d0nkbe!Bld«n tefdnldeien^ hadt 
bereikt. Met een. woord, hij wist door zijne onvennoexde 
vl^c en nklp^^S ^ ^ mral|{vuldige veranderingen^, van de 
wufte Jügt én <w3tter ele^menteo^, op ene. verwonder!^ met 
de natMr iisaeireenkomftige w^ze» na te boofzen. 

In het jaeari66s , lieten BiogemeesteKea van Amfieidem aan- 
onzen Sjücproianf een groot >ffdk; fchilderen, vol gewoel 'imn^ 
alterld -fchepen^en- jagtei>, en- hun koppftad in 't- verfchfeti 
waar voor zij hem» 1500 guldens- gaven, en; nog e&e vererni^ 
daar te boven ; dit konsttafereel > verürekte .tot •eon geftfaenk 
»a^ LodewItk DE!N XIV > 'Konmgvrn^ Frankrijk^ die' 'er ^ 
groot genoegen in nam, dat h]^ hetin tle Lottyr^^-ooderrene 
verzameling van de konftiglte fchildcrffaikken 4tet piaatzen^^ iPe* 
GjioQt'Beïto^'vzn 'Toskaneriy .de Koning van Prutfm^ de Keur- 
vorst ystn^moenY^ vcrfcheideii*.andearcaDze^.?rinfenr*eb- 
1)eiP'nielr>aIlaai van^sgae kon^twec^eti tgckogt, ^laa^teq| zel^'s 
iirfperfbcMt' it^^AÊiftddatn komen ^bezoeken ; onder dit getalt ^- « 
- ^ • C 2 vondC 



/ * 



«a BAKHUIZEN. (LUDOLF) 

^j .'''■" 

r&tïdib 1^ Odk Pster dbI, Czaar vtn Mtukóvhi^ die zett^ 
^n Ihèm^begèMde/dst hij in zijne ceganswoordigheid, ver- 
ibhéide^e joort vat^ fchepen- voor hdtfi atekwide^' Qp ds 
kbflfttkaéef tii 'bet ft^ishifis te AmJUldam^ hangt hec pouttrak 
Yin oééaei^ Bakhcizbn , door hem zèlven in den ouderdom vao 
éï jar^Q, fittende, én levehsgrooteo gefchiiderd; hig houdi 
6fi«|' tdu^^pen ' in deje^ter-, en een blad papier, waar op^ 
^ tofftt bQel49 ^ 'in zwarte konst, door hem zelven ge^' 
tÜstvpÉi nog- ttm ttzlcnMf in de linkerhand; *t ftuk is in* 
'itjaéir fü9$r gelUiilderd^^^n 'door den Schilder, die Mede* 
c^dïander* van' gemelde Koostkanaer geweest Is, aan hetzelve^ 

Qei^ver.tot de )eoiis(;, 'blee& Bakruizcn tot a^ jongden Ie* 
^nsftotid'Uj;'en ni^ttègeuftaaiKfe. hij in het laatfte zijner da- 
§ph , Voélfijds met den Ibeèn of het graveel deerlijk gekweld 
Wi«ifdt/ w^lk ongemak hij ogk zeer te regt voor een bode 
I^iieldj^diie hem zijn aftogt kwani aankondigenV waarom hij zig. 
cck tijdig to't die gróte tth zodanig wel getroost voorbereid-' 
db\ dat bij 'er geetn'deii micften fchrik voor liet blijken, bleef: 
t^et zijne werkzaamheid in hare volle kwigt , want in dén 
atteipdftond zijnes levens, vervaardigde -hg nog een Plaatwerk' 
onder den tijtel van tjtrm m Zeegéügun^ "i wet hij in het. 
7ifie jaajf ^öjnes ouderdoms geecst heeftr Ook. hadt bij altoosr 
een zonderlinge genéigtheid. ^ot de digtkohst laten .blijken^, 
fih uit dien hooMein een gemeenzame. Verkering etn vrlend- 
fchaip 'neleaft/met de giagtde ERgters van zijnen t^d, inzoa-«> 
^rfaêict met TaAircibs, BROBKHin^sN, Ainx^moBs vaIi ojsiit 
Qots^) en D. van Hoogstraten; ook maakte hJÜ. zelve van 
tijd tot lideen digtftukjé, dat'niet onaartig was, . t 

Nog' iets zeldzaams ten' aanzien v^ii onzen Schilder ,* dient - 
hier aangetekend T daar men' mmentlijk te AmfiMm tn op , 
anière plaatzen meer, de' gëwoöhce" hadt, om die genen ^elr 
ke den overledenen ter begravinge verzeldcn, n^t een glas 
w^n 'tó l>êfdiênken , ene 'zorgè dié den erfgen$nièn'dooigaans 
19 aianbèvaolen , zo bftdt hij goedgevonden dieiv iaat'zely noj; ' 
bij 39Ó li2,ven te vervulléó, eo tot died einde'^é wijn^toÉ agpc 



*. - 



• ■>••, % • »' «.«^^ 



«ACHUIZEI74 :(LUDOlJ) || 

ilisgra^Sbnis. böd^; bij iS^nm w^tikojpe): üitgepnMi IfeK^^ 
betaald en denzelven verzegeld doen w^kggeot Ooit i^oildc 
talen na ^^n dood eén zakje met gild, én daar itt A^veèt j^* 
idens als Mj jareü oud was', af^épaiist voor de genen die ^Bi 
naar het graf éoüdën dragen; nev^s een géfchré^e li)sc Vtin 
de namen der Konscfchüders, die hij daar toe uit.dê bencje ge- 
^kozen hilt; niét iast óm hetzelve tèr zijner gedagtiazb in ^« 
Ie vriendfchat> te verteren. , . ... 

Zo hèc inooglijk ware allë de kdiistftukken die Bj ukuaÉ H 
vervaardigd heeft; bijeen te verzamelen,, èn flbgls mbt: een 
ylugtig oog te befchouweH; zbu mèn verbaasd noobeteh flAaii 
4bver '8 inans yltft èh wierkzaamheid , in^ondéthetd mtpoeer 
h^en ih afmmerking neemt; welk éen geruim tijdvak fatj v8h 
2ijne in .bezigheid doorgébragtè uien^ heeft moéten ^üsmdé- 
'ten,. tot bet onderwijs 'm dé Ccbtijfkönét, dkat Inj wiskotüffige 
gronden öf bepaalde leidingen toè uitgevonden hadt, to dlè bi( 
kan verfcheiden voorname kooplieden kindereh onderwtc&i 
voeg hier big , eén menigte uitvoerige tekeningeü en getoti 
platen, die hij aan de wereld heeft mbd^edeeld; zo dikt.moii 
tè regt mag beflultén , dat hij ^n uur hééft laten o&tQip* 
pen , zonder het aan nuttige wèrk^amhèid» te beflèdenl Deel 
brave Sdiilde^ overleed dèn 7 november 1769» na 78 jdreu 
bereikt té hebben ; en zijn pourtrait is dóór. A. Houbhakc^I 
hl 't koper gsbr^. ■ Houbilaken, Schouwb. dêr Netkrli 
Schilders, II, D. bl. 2^^2.^. WAö£2kAA&, Bsfchr. ytn At^ 
fteUm, VU. Stuk> bl. 80: . 

BAKHUIZEN (LUDOLF); ïbnsdbhilder, één klelntoofli 
vün den vörigen, geboren te Amjleldaméèn 29duguitut'l7i7v 
pijnde z^n vader eien voornaam Koo;E»han op DwisUM; égat 
vermits de'sdood dezen in 1731 wegrukte; hielde zi^e moédeit 
bet komptoir aaii voor Ludolf.; dat hij ook ih 1732. aanVaaidi 
de, doch niet met het grootfte genoegen; doordieo.bij C9it 
onverzettelijke geneigtbeid tot den krijgsdienst gêvbeldè, daar su> 
sè moeder even 0erk tegeb was , baicén met wille bij egW- 

C 3 . . tiiQw 



^ fiAKHUlZElir. (LÜDQLF) 

niet Imnfij^e beiluiten aan zijn lust voldoening tè geven , 
4)ij het komptoir nog al bleef ^afnemen. .» ' 

IntusTea oncvonkte In hem door het lezen vanliouiRAiqsN^s 
SabMwbuKgf de hisc tot de fchilderkonst ; te meer wijl hem 
daar uit Uedc, dat zijn grootvfider ook reeds de, joogeling- 
fchap ontsrasfen was , alvorens hij zïg daar met de * borst op 
hsAt toégel^. Hij begost^dus den tijd tot zijne AtTpanning 
beftemd, met allen ijver aan deze edele wetenfchap toetevwij- 
den, begevende zig onder 't.beftier van dea wakkeren K>ur- 
traitfdiiidar Jan MAtmrrs Quinkhard , die toen naast zijn deur 
woonde, en hem in de tekenkonst onderwees; het welk zij- 
nen lust en ijver zodanig aanvuurde-, dat hij met het begin 
van 1738 , toen 21 jaren bereikt hebbende , der koopmanfchap 
vaarwel zeide, en zig onder de leiding van zijnen bekwamen 
meester, geheel en al der konst toewijdde, bij wien hij zfg 
90 lang in 't tekenen en fchilderen oeffende, tot dat hij be- 
kwaam wierdt gekeurd om zig zei ven te kunnen voorthelpen. 
Zijne zugt tot den krijgsdienst die gants niet uitgedoofd was^, 
beftierde ^ne genegentheid meestal , tot 't fchilderen van paar- 
den ten aüfirlei foort van. oorlogstuig ; teneinde nu hier toe 
tne nodige JLundigheid te. verkrijgen , deedt hjg ene reize naar 
de legers ♦ die in 1743 aan de;n JÜnjn en Maijn gekampeert 
ftondeny én om hier zgii .oogmerk :ten vollen „te .bere&en, 
nam lui dienst als volontair , waar door hij. gelegenheid kreeg 
«m alles van nal^ te befchouwen , en af te tekenen wat hem 
maar eenigzints van dienst konde zgn , .zig zeer .gediddig de 
vermoeijenisfen getroostende, die onaffcheidelijfc het krijgs- 
leven *vWzellen,; ook toond» hij big .een voomcailenden Veld- 
(Ittg^ ilat het hem aan geen moed noch dapperheid ontbrak, 
hebbende hier van ook een volledig getu^ciirift van de ge-. 
biedende l^rhódfden bekomen* In 1740 en 1747 , zetie hij 
a^ne konst met ijver naar aajne gemaakte tekeningen voort ? 
en zyn voornemen was , om4en veldtogt vin 1748 te gaan bij- 
wonen, .toca hij daar in door de onverwagte tekening der J- 
hpifi vrede .verhinderd wierdt. — J.v.Gool, NkumSchouwbi 
dir JN^ed. Schüür:. U. D* bU $6(5 BAK- 



BAKKKR'. (IbRXAAÏ^ ^ 

ÏASSsk (ADRUAN) , Stèldtit dte ftid Burl'mi Üttïüéè 
ïle dit ambt ia. t6go^ een tgdQ^ -vur- m dé genKMiioa 
)ióot vel^ld botttifcwDdb omfboa^hecien , nstelqk. kd Ui 
iijtdé&nén van buiïcto^i^iedba o^nedhc gn l té Rtüwwui 
Was nauwlijks e^ verbdzend c^Kxlt g^lBldt \£ aai vé'ÜA 
tJiergelijk blnsén Haarlem aiü een tüjri iiiUs bètt^nltili 
-«oortal dp bet bëvlgfte uitbar^n, dat egtèr dcx^ de tlüuvve 
üer ge,wapéiidfi burgerij üi zijne b^iiuelen gélluit «êidt. De 
-fiegeiing aldaar badt namelijk ter vooikcóiiiig vaii brand, het 
roken van tabak op firaten., wagess enfchuiteni en op ge- 
vaarlijke plaatzeh binneii's buis , verboden ; op £nè bueie van 
tea guldens voor elk die 'er opbeitapt wetdfc tiet gtaneeij 
fponemet dit bevel,, en overtiad hetïdve bijna ieder Djer.- 
ijlik- De Schout die aig ambtshalve verpligt «kejide, Üe ge- 
maakte keur W doa; gehoorzamen ; totte op d^ti 23 oitubsi 
fcnen jongeling óp de ftraat aan; en Vorderde -van be^ii de 
boete; de Knaap weigeragtig of-omnagtig zijnde om tthÜilka , 
trok Skbout Bakker hem den tök uit^ het gemand ViM dit 
iiende, hielde zulks voor -een zware belediging; liSÜ^'Öferi 
Schout nSi èn dwiq^t hem èm ttik te hig té givm ; dan Hit 
inedo niet-te vrede, begeerde meri bok fle bofiteiï-die fefii^ 
iéeds betaald hadden,- te rug. ' Ook blaef h«t htëf'nt^ 'tilst 
tüj ; want als het -ivoeste grauvr' eÖM aan 't hollen ii-, .liseft 
toen veel -werk oïn bet te doen bedaren; ^ëri (prak VUi-^ 
SdMUts huis te willen pluBdercw; ook wérdéti "er dü gla- 
ïen ingcfinétenj en ander geweld gepleegd; en ter^riseri 
inét dit voorfpel vin plundering doende Was; wareii '-ft di« 
feig bezig hielden; een l^st van regeriNm op t^ flcMij ^i 
inen verzekfcrdè dat het zèlvde lot zoudéi ondërgaSni- ITialM 
aagt men wk het gunffige ogenH ik aanwezig té «ijn; t»B ifi 
iou^agt én andere lasten' af te krijgen; doi:h' dé ^atMti} ^ 
.tijds in de wapenen gefaragt, plaatfte zïg voc»' de hufzcn, diS 
~ 't groodte 'gevaar littpen, fin-ftuioc ^m opfbnd. ' Qm is 
*0 moi^DS b^ ^dsi kwam 'er een regimut VOCtVdlk» bmet 
Veos enige ruiter^ in de ftad , 'c wdk zo- veel fshrili trnd&t 
Heraufv a wcgc btagt, dat nicmiod iq^ dutjüe UdzfiDi 
t 4 tvei 



40 BAKKER- (ADRIMNj (JAKDB) (JAN de) 

(wee der oproerigeniniddelerv^l gqgrq)»! zijnde» werden ftet 
geegfc lin g gdbaftj twaalf andeien die ge^lugt waren, open» 
]igk ikigedaagd, en bier mede was de zaak afgelopen. b. 

Eiunp. Metkmr. van itfpo. »Qob*"decemb. bh 91^93, i5S*-i57é 
Wiia , Fad. Hift. XVI. D. bl. 129. 

BAKKER (AÓRIAAN), Kónstfchildêr, geWen tzAmJleU 
Som; was een broeders ioón van Jakob Bakker; hij muntte 
Inzonderheid uit, in het fchildferen van grote hUlorie-ftukkéft 
èil'pdurtfaitten. Oïider zijne voorname konstwérken wordt ge- 
teld, bet fhik op 't Ihdhaisvan Amjleldm geplaatst, tegen het 
Irülfzel boven den ingang van de pleitkamet, vörböeldenae 
bèt laatfte oirdeel; waar in zig könftig getekende naaktei^ 
doen zieti, waar in hij meer als in z^h wijze van fchilderen 
geprezen wordt. Hij i^ gedorven te Amfieldam ih 1686. -— • 
HöuBRj^KÉn, Schowwh. der Ned. Schüdefs. ÏIL D. bl. 1B6. 

BAKKER (JAKOB), Konstfchilder , geboren te Harlingen 
in J6099 was de oom van Adeiaan, en een meester in *t 
fchilderen van hiAorien en pourtiaitten, welke laatfien hij kon<f 
ftig met een goede gelijkenis en vaardig opmaakte; ja 't is 
b^a: niet te geloven, 't gene van zijne uitftekende vaardig» 
heid -in 't fchilderen, verhaald wordt; namentU^k: dat hij ene 
vrouwe van Haarlem gekomen om uitgeichilderd te worden^ 
lW«t .Öfiag* kledereft , twee handen levensgrootte , ruim halver- 
w%en en wel ^efchilderd , openen dag voltooide^ en zij met 
hetftpk .voer den avond naar Haarlem vertrok. Ook bezat hq 
eAe 3}itilekende wi^ze van tekenen ; zijoa Akademie-beelden 
bpcft ^, inzonderheid de vrouwtjes zo konftig op blauw pa- 
leer met ' zwar(, en wit krijt getekend, dat hij daar door do 
kroon van alle zijne tijdgenoten heeft weggedragen* liij is te 
AmfteUam^óiËn 27 augustus 1(^5 i-.geftorven, 42 jaren oud zijn-- 
de. ■ 1 ■ . HóUBRAKEK; ScJwuwb. L D. bl. 23<t« 

BAKKER (JAN de), een der eerile belijders en verkond!* 
gers der lere van Luthsr, in de Nederlanden^ hadt, in weeii. 
wil van hem zelven, en alleen op fterk aanhouden van ztj« 
nen vader, den geestelijken ftaat aangeijomea.-. Zedert wletdic 

: hij 



BASKE& Q&tt bi) 4f 

\^ Priester tb Wierdtn. - Getufgp van- de gruwelen ^ wèlke db 
ongehuwde fiaat der Kerkelijken voortbragt, en zelve, daar« 
enboven, niet ongenegen tot het gezellige leven , hadt hij ene 
vrouw ge&rouwdé Hem mishaagden, wijders, vele leerftellniA 
gen der roomfe Kerke, omtrent welke hij van oirdeel was^ 
dat het gros der Christenen nader diende onderr%t te worden. 
Van hier zijne koenheid in het wedeifpreken van menièli^ke In^ 
fiètlingen. 't Een en ander deedt hem , bij de Celooftooder^' 
seekeren» eerlang In 't oog lopen, 't Gevolg was, dat hi) 
in *s Gravenhage in hegtenis "geraakte; In 7^ verhoor Voor 
zijne Regters, vielen verfeheiden redewisfelingen voor. Hi) 
verklaarde» niets te willen vastflellen, dan *tgeen in deH. 
Schrifture was uitgedrukt, in zulk een verfta^d» als de Hé 
Geest > door wiens iogeving dezelve.gefchreven was, die wil* 
de ver/laan hebben ; tot welkers uitieggingjS men gpéne andere 
woorden, dan die der Schriftm-e zelve nodig hadt. Den 
Christenen beweerde hij, ftondt het niet vrij, door geweld 
iemand tcft het geloof te dwingen. Men moest dé menfchen 
dwingeh in tii' gaan , gelijk' als God dwingt en gebiedt te d win^ 
gen, niet met gevangenisfcn i flageh of vuur^ maar met wel- 
dadigheid en infcherping van 't Gödligfc woord, met wel td 
leven en te Ieren. Hij beklaagde zig dat dè hoererij^ onder 
. óe Priesters dagelijks gepleegd, gebiegt en vergeven wierdt.- 
Hij bekende hét geweld, welk hg op zig zei ven hadt geoef- 
fend , om zig van vrouwen te opthouden , doch de drift der 
nature niet .te ^hebben kunnen overwinnen; om allen aan- 
(toot, zo v€2l mopglijk, te vermigden, was hij daarom hcime-' 
Igk en zonder getuigen getrouwd. Ondanks 'è mans bondige 
redenen, wierdt ]av de Bakker ten vure verwezen. - Zipt 
vader bezQgt en verfterkte hem in de gevangenisfe ; zijt wel. 
gemoed^ dus fprak bij li^em aan, vaar voort in 't goede. Kaar 
't voorbeeld van Abraham, hen ik bereid ^ m^neii zeer lieven SBom^ 
die ffdj fiooit misdaan heeft y Oode op te^ offeren^ Op den dag, 
't was den 15 feptonber^ als het. doodvonnis aan hem 2x>ii 
volvoerd worden , ontwijdde men hfipi vooraf op ene hoge 
öellaadje; toen. orai^ingmein hem met CSA kort geel kleedt. 
' C 5 ^ • en ' 



a \ BAkküB, BAKKEREEL. 

% 

t 

én 2ette hem een ssotskap dp'&ét hoofd. In. *C voorbiggaan va4 
de gevangenisib naat ds firafplaats, riep h) de genen , welke; 
0m het geloof^ aldaar zaten opgefloten, enige hartflerkende 
en vertroostende woorden toe. Met een vrolijk gejuich en 
handgekUp; wierden deze beantwoord. Men boodt heni aan 
ëen paal» worgde hem, en verbrandde voorts .2i}n l^hkaih tot 
asfche. ^ Dos déerlJ|k een uiteinde hadt Jak m Bjooler , in den 
ouderdom van weinig meer dan 26 jaren; Zvris de prediking 
tan LuTHERt was hi^ in Holland dé eerfle martelaar. -1 
G. GNAPBiEi , Hift'nia de Mdrtijrio J. Fistoru a fVoerdi». Qi 
Biuuff>T» IBftt der Rrféhn. h D. bl. 26 en 95. 

• BAKKER (KöltNELtó ADRIAANSZböI^) , bekleedJö 
in 1575 het ambt van Penfionaris te Zierikzee, in welke waar- 
digheid hij een der Afgevaardigden wa>< tot de vredchandöling 
tè Breda. — — Wag. , ra</. Hifl. VIL D. bl. 29: 

BAKKER (MEEÜWES MEINDERïSÈOON), een gebb- 
ten burger van Amfiüdam , verdient als de uitvinder van een 
allernuttigst werktuig^ ene plaats in deze Bkgraphie te bekle- 
den; hij vondt namelijk in het begin, van 1650, de KameeUn 
of Schipligtersuit, door middel van welken; de zwaarfte oor^ 
logfchepen van 90 en joo Ituklten, zonder hinder over 't 
Pampus en andere ondiepten in de Zuiderzee, van jimfieldant 
af naar de Flicter toe worden geligt. — ^ Wagbn. , B^chr* 
yon Amfieldam, VI. St. bl, 177. 

BAKKEREEL (GUILIAWt ^n ÖIÈLl^) / koistfchilders ; 
geboortig van Antwerpen^ leefden omtrent in* *t midden der 
vorige eeuw; bet wören-.twee broeders geigk in naam, maar 
gants verfchillende van aart, geneigtheid en verkiezing hunüer 
konsthandeiing; want.de ene was een landfchaprchilder, de 
ander hadt zig tot 'het fchilderen van grote beelden bepaalt; 
Daar is geen gedagt bekend, waar onder d^ kon^t zo. vele 
jaren agter een heeft gebloeit, als .het geflagt dérBAKKEREs^ 
ves. Van ouds her , heeft *er alt^d een óf twee té Rmiert 
gewoond ; en de laatfte was aldaar niet geftorven , of *er 
trok ftraks weder eoii Auk of twee van Ammfpen naar toe^ 



BALCK. (DÖMÏNIKUS) 43 

mn.dé -plaats te vulles. Siaitoiiailt verbaalt : ,» dat bij 'er in 
-j, 'zijn leven zeven of agt tan «tkend .hteeft, die vee? geld 
^ door hun konst wbnnön, maar ook ülcs weer In vrolijkheid 
ff verteerden.*' ■■ ■ ' ■ Houb&akh», Schomvb* L D. bl. 218.'- 

. BALCK (DOAH^iriKüS),;Profesfi» in de iegtsgeleerdh*id 
te Rméker, wierdtgèbOrw.te Lewwaxden.éen 12 april 16B4; 
hii was4e zoon van^ jsmsms Kalck Me4 £>oktor, en van 
Somu ViGLius,.cae.ddg£^ v^ KosKei^fiViGUus, Advokaat 
voor ''t Hof vaa Frie^ni en Secretaris van EèrWerderadeil, l^ti 
«nlgfte broeder /Joh. Baxxk, was insgelijks Advocaat voor 
gemelden Have en Eeébr .der latijnfe Icholen. te Leeuwardaii 
een man van grote geleerdheid , die bij 2j|n afilerven op* deil 
20 f^lptember 175^*9 een uitmuntende Bibliotheek heeft nage- 
Jateh-^ D0MINIKÜ8 verJobr 2ijn vader zes jaren oud zijnde, 
volvoerde zijn eerfte letteroeffeningen in zijn geboorteftad, ea 
wierdt in december 1700 naar ^t Hogefchooi te Framker ge- 
zonden, alwaar hij zig in de latijnfe. en griekfe letterkimdö 
oefiènde, onder het beftier van. Willem Coetier en L/.mb. 
Bös, d^ wijsbcgöerte hoorde hij bij Ruakd. Andala, en oa- 
derwijs in de godgeleerdheid genoot hij van den groten Cam- 
PEG. VitriKga; Waar na hij de regtenbcoeffende, ondcx op.. 
2igt,van.de kundige meesters Zachar. HuBERen A5rr..ScnLx- 
tustg; gaande vervolgens naar Leijden,. óm.ook^ de lesfen van 
Joh. Voet en Ger. Noont in die wetenfchap te horen. In 
't jaar 1 706 naar Friesland te rug gekeerd , wierdt hij op 
den 17 feptember te Franeker tot Doktor in beide de regten 
gepromoveerd , en begaf zig toen naar Leeuwatden , om voor 
het Hof van Frkslqnd de praktijk te oeiFenen. Ruim twe^ 
jaren kter,,. namelijk den 29 maart i7Pp, wierdt hij te Frane^ 
i»;' als.buicengewoon Hoogleraar in de regten beroepen; in 
welken poit Jiij verbleef tot den 4 november 1712, wanneet 
hq door 't vertrek van Profesfor Schülting naar Leljden, ia 
diens* plaatze tot gewoon Hoogleraar wcrdt bevorderd, in 
welke waardigheid hij op den 13 november 1715, doqr ene» 
pfegtige redevoering werdt ingetvijd, en die hij gcdijrende 

een 



4i , BALCK; (EVMHAKH) 

èeH tydVak van iruim 36 jareo mét alle getrouwheid eb jjvaï 
heefc waargenomen^ met het ve^klgrén der Injiituten en Part 
'liekten , hebbende dooi: ziyn ondeiwij^ vele bekwame Manne^ 
voor den fUat^en plëitzaal gevormt. ffij ftiérf den 17 meij 
1750, en zijn ambtgenoot Chrkt. Hendrik Trotz, zederC 
jh-ofesfor te C^a^y hééft ^gdè.óagWagtehiidopr een irteg- 
tige lijkoratie gevierd, welke door den; druk wereldkundig is 
gemaakt. Onze I^fèsfor trouwde den 11 maart 171 5, met 
Anna LATAiré , dogter van Pieteü LkTmé , Hoogleraar iü 
dé genees- en kruidkundè tt Frartekefy én MARGili£t GeeR'* 
TRum StsotsAmj ene dogter van den Profesfor in dë theolö» 
gie AbrahAm Steindam.' Zijne vrouw fiierf 16 dagen voor 
hem , na lange jaren een zukkclend leven doorgeworfteld te 
hebben; drie kinderen hadt hij bij haar verwekt; waarvan 
het ene vroegtijdig overleed, en hij de bittere ünerté hadt de 
beide anderen te verliezen» toen z^ hunne ftndxen hadden 
voltrolvken, en alle redenen gaven te hopen i' dat zij in 't Ie- 
ven gebleven , de lofielijke voetftappen van hunnep va:- 
der in het vak der r^rsgeleerdheid ; zouden hebben nage- 
wandelt. Gedagtig het goede dat hij aéi Friesimds Hogefchool 
hadt genoten, befprak onze Profesfor aan derzelver Biblio- 
theek, 300 guldens tot aankoop van boeken. Hij heeft geenef 
fchriften in druk nagdaten^ dan alleen drie Dispuiten, ent 
zijne Oratia inatiguralis , de origine atque utilitate fiOionum Ju- 
fis ^ apud Romanos. Frcmeqi 1^714. fol. ■■ ■ ■ Vkikmoet^ Athenl 

jR^T- p- 758. Sm- 

BALCK (EVERPlARD) , Hoögleraaf iti de fegtsgeleerd- ' 
jteid te Harderwijk y is geboren te Deventer in 1590. Na de* 
gewone letteroeiFeningen der jeugd dóorgeworlleld te heb^' 
ben , bepaalde hij zig inzonderheid tot de beoefiènlng der 
regtsgeleerdheid , ten welken eirrdei om daar in' .kundig ter 
worden, hij verfcheidene Högcfcholeh bezogt, en de lesfcn' 
der voornaamffe Mannen in die wetenfchap bedreven, hoor- 
de; de laatfte, en die hij tot den eindpaal van zijnen loop' 
uitgekozen hadt, was Bourges; hier verkreeg hij de doktoraièf 

waar- 



• BALÈK. (EVERHARD) , 4$^ 

Aardigheid, 'en wierdc *€x wel dra tot Hoo^aat in' de reg^* 
ten 'aflTige(leld , we^ften ps»t &i§ met veel roem waamaia tot het 
']ê&t i^^S, toen do kekdtgBSs van het Hardersmjkgr. Hogefchool^, 
hem in dien zelvden post aan hun pas ontlokene Akademie be- 
riepen; fa^ aanvaarde die met genoegen^ kveet ^ zlg met 
alle vereiste ijver en werkzaamheid van, en beantwoordde voL* 
komen aan het vertrouwen van zijne Mecenaten. Dan óa: 
arbeidzame taak aan zijne bediening verknogt al te flaafagtig^ 
uitoeffiittiende , zonder kig genoegzaam enige uitfpanning te 
gunnen , was oirzaak , ^at zijne gezondheid; '«r grotelijks bi)r 
teed^ en bij door een bederf in zi^ne vogten wierdt aangetast, 
waar van hij. hoogte te saH^n heritellen. v^t zijn geboot^, 
lugt t9 Ikyenur te gaan ademen, voor welke plaat» h^' beha^. 
yen dat nog een bijs:önde!« betrekkhig hadt».4do^i$p 'er zijna* 
moeder woonde. Doch dit ingebeeld holpmid^l- was kragte^ 
joosy zijn kwaaWerergeidev en hij ilierf ifi def armen van zijV 
ne bedi'i&te moeder/ d^ 2 imaart 1628, nauwlijks .38 jaien/ 
ber^t bebbéhde. " Z^a 'Vibegtijdigfe doo^.was ^een treftend 
verliep voorde aankwoekeQdegokerdftei(i,y^'.dkn tijd.rwanu 
UvasahA» 9ALCE wik wii rdoorkuüdig mensch^.faij paarde bij 
fen gelukkig geheugen, een. fijn en. fchr«ader<>irdef))> en ene- 
die(>denkende* kunde in Vele ive^nfchappen^.io^anderhGid In 
de rigtsgéleerdheid/ waar Dp hi$ zig vooxnaammik hadt toege^. 
legt.:^vH< HxYENDAAL êen.'regtsgeleerdey aan hem bevriend, 
heeft een uitinuntend vet« in het nederduits. xip zijnen doodr 

gedigt, doek tQ langh om Ueitfr kunnen plaataefi. Qnz^Pro- 
fesfor heeft enige latijnfe werfa^n in druk tfflgegeven, die eer.. 
^an zijne nagedagtenis doen , en waar van geen het minst ge* 
agtfle i&5 JKtffi»ffim Jufis Ctvilis JJbr^ ÏLinpiibuf varia Jur* 
Gtv. hai,* f^'fuastkmes, fiQviter explicanêur., deciduntur y'^ trac^ 
iainmrP Hardefqvkiii'Tt%Z* In 1%^. Jj^co^i» Zevecotius., 
vQorh^A' Augusüner Monnik te Gen»^ ^doch |oen ter -tyd; 
JiOQgletaar in.degefcbiedeni^fti) ea-wel{ptek^heidte Hofr 
éervff^k'^ teeft.dit warir deor e^tg^. latijnf^p digtregels vere^. 
wjgt', Jie».n?en w»'?iMjn^;i*gfg«%e i?«wj^ ^todt >, en ook. 
aijn te lezen bij Paquot» Mm. litter. Tom. XVIII. p. aZ^^^^i 



i } 



I» BALBIAN; (JOSSE var) (KORNELIS vik) 

■ VauArdk*, B^/. Mg. p. 21. Rcvn., Ddventfkk 

füuftr. p. 673- FopwNS, Mi. Belg. p. 629- Witte, Dimim 
Inograph. ad am. f628. C Saxz, Qmm. liter. f. IV^ ps^. 325. 

BALBIAN QOSSS van), Med. Doktor, is omftraeks isCo 
te Jalst in Ftaanderen geboren.. Hij kreeg imaak voor 4e ge- 
séeskonst^ leide zig óp de beoefiening van die watenfchap toe, 
en wierdt te fadm tot Doktor daar in bevorderd ; de beroer-? 
ten die zijix vaderland ontnistten, «n de vree^ voo^r degedugte 
Vierfchaar der Inquiiitie, deden hem *t zelve verlaten, en eU 
dci's ene veilige wljkplaats zoeken , daar h^ zonder fchroom be« 
lijdenfs van den gereformeerden godsdienst isonde doen, wel- 
ken hij grotelijks toegedaan, was. in 1597 begaf hij- zig met t 
*er woon naa^ GtfiWd, daar hl) in r6f6'is geilorven^ ia ala 
blijkt uit hetvoïgende gi*aflchrift, 'c welk men ontmoet in dö 
grote kak vari die ijad , en waar uit fchijnt te blieken, dat,hiji 
virouw en kinderen heeft gehadt: Sir^Qs dks^ fingiday ^ta^. 
futa. JüSTi A BAtBïAiï, Flandri JÜmmm,:PhiMSiijMi,:^us^} 
que tusredumfipulchrum.Jüe hetiy ege JM'ft.t'tti<r9r. Obüt aïmo.' 
}MDCXVI. JosseBalbian beeft ver fcfaeidene werkje«ifi-'t la- 
tljn gefchrévcn cn-docn drukken ,. waar van verreweg d^ 
moesten over den ^tn der fVyzen en het. gwdmeken handelen, 1 
en die'Iiöe bn^e/Qmd ook van inhorod, nogthan^ biy de bqgun'^. 
fti^'ers-en beóefferïaai-s vs^n die ingebeelde konst^ grotel^ksgor. 
acht woixkn. -— P. Sw££HTit, Ahen.>Mg. ?• 497* Val. 
Andr. , Ml Belg. p. 598. Fo#ptiir$, Bibh Belg. p. ^^Bs- Ti- 
3iiAR£n6, CèlleSt. Mofiwn. p. 239^ " ' 

BALBIAN (KORNBLIS van) V Mei' Doktor , wJerdtki'dp 
provtntie van Flaanderen geboren , en waarfdvgnl^k ukt de 
zelvde ilad én het zei vde g^agt herkomflig, als Jqsse. ' Hij gaf- 
ztg ook even ^als deze aan de beoeffening derOenees-enSche^-' 
kunde over, en bugt een- gedeelte *an.^n- leven in.jfi^*' 
door, 'daar Kif uitgaf': ïl fpedehiedelh^Chlmiiu RbmdvHi^^^^'^^:. 






4 / -• BAt- 



i - • - 



S&LQERIE. BALDBüS. BA&DUINDS. * If 

rJALDERIR ;c «sfiaM^ v^n ttit^ir; ssoon van LiHbsw» 
IMiiX.Oraav ivanJÖtf^f.; 6n broeder^ yaa lOuwv Baij)ewyn; 
volgde op Bisfchop Radbodüs in 9.17, fjn voerae vqle uiönun- 
^?S^erda^1?.3* ,J^ Widrcèf de^^^^ft, tnaakt© de wtog 
v.5n,?7trj?/57tf,grofery p.wprnieuw<te.^^ ^, if^ 

Qpgemeen prjgi^g. Hg was epn maft ^n di^p^OBtuge gdcerdf 
i^cid , ondfr ,wi?.n&,tugt enopzigt- de JiiödQrs/vtui Keizer Bmt 
DRiK DEN I, te ^gten Orrq, BfEMMiK en'BRwjq onderwer 
zea en*opgevpe4 2ij|ii. .In 9(5<$ troir hij^naar,&j/w om/Keiz«? 
Ottq den L te t^zoÖLea, «n verkre^- vj». hen^ de yr^heiA 
o^. gouden en ^^üyeien. munt te flaan, als mccte de bevestiging 
ayer.de Kerk teT/ȟ/ in Getderlmd.^^ De Wchoppelijke'waarv 
digheid- een t^dvflk y^n^sp jaren b^eei-.hebbcnde , ftierf hJi 
op den 27 de^l?er'P7,7, — 3^^^ 6?:HB0i., /fi/ï. Mtr. rani 
f«^ BücaELii;;!^ ^DAJtt, p, ^5, ateav:.Si^, ^ p, W. 0x3/ 

BALDEÜS (PHILIPPÜS), eerst Predikant op €eii}m,,/\^ 
^ienst van de NéMaiÓfe Opstindife' Maatfchappij , en nadcx. 
hand in het vaderland te rug gekeerd te G^^y/i^ij/gaf in/t'jaa)^* 
j6'72 uit, eneberchruYingyan 'teiland Ceijlm, midar, ei 
de 'kust van Kwmdndel; 't welk gevoegd bij de werken, vau 
J. Dapper, J. Nieuwhof en.A. Möntanus, ene 'befchr^ving 
yan- de meeste Oo^in^ife gewesten ,^ benevens die v^ Sijrieff 
en Palestina bplêvert*,- gedrukt tQ Jmfiejdam gediuende het 
tijdvak van de jireri 1070.^1683., in' iÜ deïen in fpUo, nift^ 
^le fraaije prenten verfiext. '^ ' '' * ' ' '* ' 

BALDUINHSy.Bfefchoi^^van arWfe;- was-deopvofger van 
Jbr^MARüs. De ^wmaatde Jan IPeèmnaar zegt m- zijéeit 
Ssifciculus tempmm van hem: gj liN^efiii jfertef^ ntatf limt 
8rotcr-tieu(éteti>/*«ite. 8occftp&ore»/-to^ gwbe anioutfctó 
xn swbc lian cleue éi^'toa?* öeöt bm gém imte tea^ fijit f&f&r 
foén / etibc btfitgop ifAttffcui^ \sk$ jijüi isiibóem. Mar het godöi 
éieniKg igeï?rftik vaadiei t^deii^ wèsi/vfel^nfr het eenpai-fg ge* 
toigehisj B&aniam^etó^maff vaii» Mjijoödere-c^rkzaainfaetd- 
*pdcr valsheid óf t^edrog. ' Hij. overleed: In feeij 994, na nog 
^-' '^geeg. 



jft BALDUINIISSB H BALOUiNUS. (F&ANeiSCUS) 

I 

fgsfin. vQÏle.v'm jtm 4fln bislkhopp^ken zttel te bAhm 8e« 
jyeten. •- Bbw Ö* Hbda, Hj/t ZJOl om rutis Bocoiuz; 

BALDUINUS DE II, Bisfchop van ütrtek, wtcrdt m ii7« 
met eenparigheid van ftammen , als de q>volgcr van Gootr 
VAART tot die waardigheid verheven. Hij was ten Heilanden- 
va» geboorte, 2^nde een broeder van Ploris den III, Graav 
van Holland 9 Orrd; Graav van Bentheim en DiedÈrik, Dom- 
proost van Utrêck. Zi}ri roem beftond in de zagtmoedigheid 
en kuisheid 9 die hem toegefchreven woi'dt; hij was zeer fti-eng 
legen rovws, ftraatfdienders en rebellen, die hij fcherp ver- 
volgde f en allerwegen uit lijn Bisdom verdreef; ook voerde 
U) oorlog tegen Gekard en Orro Graven van<?el(fer, ter oir** 
zake van de Feluwe. Hl} ilierf den 21 april 119^ aan ene oh^ 
verwagte ziekte, na. dat hi^ het Bisdom id jaren beftiterd hade, 
•-— • Utfupra. p. 177-183. 

^ • ■ , • — • 

BALDUINUS (BETJïlDIKTÜS)., de zoon vai?i ^ en Schoen- 
Diaker, die in zijn jeugd insgelijks het zcivde handwerk heeft 
gpdaan , en omtrekt 't jaar .1600 leefde, begaf zig later toj 
Se beoeffening dqr Godgeieerdheid en Philplogi^. Z^n, vroeg- 
fle ievensftand gedenkt hij ^ üi.een dop^ hem. uitgegeven boek-. 
je, getijteld: Caleetis antiquus (f mijjlicus. J^aris 1(^15. 8yp^ 
Van welk werkje men l?erigt vindt bij Fabricius in Bibliogrckz 
phia fl72%ttórw, q. 35,Ypi.;iJ. ip, p. 573,^ 574.. -r:^ S^>] 
Onom. lUer. Pars IV. p. 114. ^ , . • . 

BALDUINUS (FRANCISCUS) , Ho<^leraar iii de regtsg©. 
leej^hi^id* Onder alle^ de voorname Maisn^a, 'die wq odze 
le;^^ doen kennen, zal joea 'er zeldzaam j^ moogl^k geefi 
één. a^ntjeë^n , dif op 's^w^relds: fchouwburg meer wisfelingen 
hi^ft ondergaan 9 #n dez^ Ais Regtsgeleerd^ zal men hem 
nimmer van het pfi4 ^' deugd} zien aldwalen ;v dan hoe groots, 
lïOf> verheven hij^ookifih dit vak der weteiif<;h4ppen Oitblonk, 
zo veel te lager zonk^Uj (en atnzien.van ene gepafte üandn 
vastigheid in. het b^iaftgrij^e ftuk van den godsdienst , en bxj^ 
^daar door zijn. zodeliik karakter in geen geringe minadicines 
- ^' te 



ü^^meer, daar geenzints zajn verftand, maar alteen tSjdelgk bo* 
lang, hem tot die wuftheid fcheen over te halen. 

Balduinus wierdt op den eerHen dag des Jaais 1520. gebo- 
ren te Jtrasy in 't graavfchap ^rtow, 't welk voorheen mede 
tot diQ^ederlmiden behcordp, uit een aandien tgk g^Üagt; bekle- 
dende zijn vadej: Anthony Baujuinus (Baudoüiw), aldaar bet 
5imbt {Tan Fiskaal; zijne moeder Hendrik aJohanwa, was afkomt 
ülg uit het vermaarde gefegt der Fokestbn. De jonge Balpuihüs 
Itóuwlijks 16 jaren oud, werdt naar 'Z.eww;ï gezonden, alwaar 
biy zig; be^verde om de meeste wetenfchappen , inzonderheid 
de regtsgeleerdheid, onder het opzigt der voornaamfte Hoog» 
leraien gi'oncüg te beoeiFenen. Hoedanig hij hier in flaagde, 
bleek toen hij reeds in 1542 in 't licht gaf: Uges JuJUmavi 
4e re Rustifa , njet a^mnj^rkingen , dié bij |:weQ jaien te voren 
ps Parijs hadt beaibeid. BALpuijyus frok in 1543 ten tweden- 
male naar die ftad. Hij drong zig hier in de gunsten vriend* 
jfchap van t,. Baip, Karel du Moülin en Cujacius, en nam 
;iijn inüek bij duMoulin. Aldaar betoonde hij reeds enigen af- 
keer voor den toomfen godsdienst, en het duurde niet lang, of 
hij gaf daar opentlijk blijken van; want nog in dat zei vde jaar 
ondernan) hij enp reize naar Germe ^ pn Idd^ aldaar belijdenis 
van de leer van Cai^vtk a^. In i 545 , kwam hij over ^traats- 
Imrgy ng aldaar e^n mondgefprek met Martinus Bucerus ge^ 
bo\|den te hebben, te Pafijs te rug, begevende zig aldaar we- 
der tot de roomfe Kerk. Ook nodigde hij door een Progfam- 
ma, onderden tijtel: Prafata de Jure GviU, de Studentea 
ter aanboring van zijne voorlezingen, en bragt in 1546, de 
ifchonfe verhandelingen pver de InJlkfjUm van Justiniaan t^ 
voorfchijn. Zijne wufte onberadenheid , dreef hem tpn twedeii- 
male naar Genere, en wel tot Calvyi?, die hem met alle gul- 
beid en de toegenegenheid enes vaders ontving , gunnende hem 
zijn huis en tai<?l , doordien hij voorgaf zijne leerflellingen oj> 
nieuw te willen omhelzen. Hier door ontging hem het ambc 
tan Hoogleraar te Gfenobh, dat hem toegedagt was. Hij keer- 
de vervolgens tp rug naaf Parijs, verborg zijiie herhaalde ver- 
andering van gods(}ie2ist, en begaf zig met ongemene vlijt tof 
/II. Deel. D 



MSt ielimti da fchrliven. In 1548 , deedt hij znne Cmmentarim 
oye|^ de voornpmfie JuftMaanJe Novellen ^ (e £tor) drukken. 
'- in (Iftf 2clvde jaar leide'FRANCiscus Duarekus zijn profesfo 
f&it té t^gts neder, om het ambt van Adypkaat t^ Farijt 
te «an vaarden; deze een goed vriend van hem zijnde, wist 
fjq it Regering van Boürges te bewerken'," dat Balduinus in 
^nt plaats wcrdt aangefteld. Dan de vrlendfchap tusfen dezö 
|Wè'2 grote- Mannen, duurde niet lang, maar v^-wisfclde wel 
baast in enen onvcrzocniijkcn haat; want Eguinarius Bara de 
ambtgenoot van Balduinlt, met wfen Düaremjs zig niet had 
jtUnnen verdragen , en inzonderheid om die reden Bourges hadt 
\*erlaten^ kwam in het jaar 1550 te llerven. Duabenus wisj 
sfg door zijne vrienden dien post te verzorgen , met een aan- 
zienlijke wedde, verre die van Balduinus te boVen gaande; 
tilt gaf aanleiding niet alleen tot onaangenaamheden , maar 
Veroirzaakte zalvs zodanig \'erregaande twist, dat de Studenten 
pai'tij kozen , en het tot dadclijkheden overflocg- De Regering 
van Bourges fcheen , door fcherpe verwijtingen , Balduinus als 
den bewerker hier van te befchouwen. Wat hier ook van 
»ag zijn, zeker is het, dat hem het verblijf te Bourges on- 
draaglijk werdt, en hij zonder iemand "Vaarwel te zeggen, In 
IS SS van daar verti-ok. Gedurende deze- twisten, trad hij in 
♦t huwelijk met Katarina BrroN , weduwe van Philippus Lab- 
'BÊÜ5, een- agter-kleinzoon van den geleerden Jefuit van dleri 
^alvdcn naam ; hier verwekte hij Inaar ene dogter bij , welke 

te Heidelherg geboren , en tweemalen gehuwd is geweest. 

Hij begaf zig naai- Genevey en nam zijn toevlugt weder tot 
Calvtn die geen reden hadt óm hem vriendelijk tef óntvan- 
j(én; hij Wist egter op nieuw zijne genegenheid 'te winnen,, 
met 2ig ten derdenmale. in 't openbaar tot de Hervormden te 
begeven. Van Geneve trok hij liaar Tubingen^ ter verkrijging 
van dtn post als Hoogleraar , die door Karël tv Moulin aldaar 
zedert enigen tijd bekleed was ; dari de onophoudelijke klagten 
Zijner mededingers, ja zelvs naderhand die van iijne ambtg^ 
roten, hoofdzaaklijk beftaandfe, dat hij zijne rtgtsgeieerde lei- 

fen met 'te veel theologie vermci^s^e , tóaakten ïsö veel gerugt 
fl 'ten 



BALDüINUS. CFff-SarciSCÜSJL - Jt 

%Yi zijtien liadéle, dat hig genbodzaakfc wierdt 'ten-'dnde cn« 
aangenaamheden te ontgaan , ' vaó die bediening vj^jwiiligon 
aflfland te doen, fchoón de {lëttog van '^J^'w^^^^ die hem' 
gimftfg was en zijne verdienden kende , hem gaarne wilde be- 
houden; döch Baldüinüs onI?iiigzaam , wilde na geen voor- 
flagen van bemiddeling , luisteren. Op raad van Calvyn nam 
luj toen op Èêer voordelige voorwaarden , het ambt van Hoog« 
i^aar op het doorlugtig khoól vzn Straatsburg aan; dit G^W 
hajiumiti 1 5^ 'tot ene Hogefchool bevorderd, deedthij aldaar 
den openbare redevoering over de Bttrgerlijke Regtm^cn liet 
dezelve in druk- uitgaan ; gieen gei-inge trfekken bragt Mj daar 
tü té berdte; fegens Duarènüs, hem stfïöiil^terende als- den 
fchijnheiligften aller ftervelingen , die de jeUgd ^döör ondeu- 
gende Jeörflelliögen tragtte • te ; verleiden , <M dié leden d4 
Vuitfers aanradende , Iiurine kinderen niet naar 'frankrijk te 
aenden. Dan * Düarenüs bleef hem niets fchuWfg , .- want 
twee brie\^n die hlj In druk «itgaf , den enen aan"CAi;v1fN en 
den ander aan F.. Hottmaknus getikt ^ w-aién- met dê ge voer 
ilgfte uitdrukkingen vervuld , ja van den laatftcn zou men ge- 
bruik heb'Ben kiirineh maken, omeen naaöft-egfatw^Van-fcheld* 
"WocM-deri Öttifeii te Rellen. Doch BALDuiiftts gargeeö kainp"; 
?ii 1-^56 yliéCï^'te Straatsburg een zogenaamd €%r»jttf7ï;É cmwoort 
tlrukken, vnix in^ln} n<^ ftérkér fchold en'iiasde,' dan Düa^ 
EENüs gedaan'hadt. In' dat aelvde jfeiar wierdt IIöttmait zajn 
'ambtgenoot, welke- tot dien fijd to'e te Laüfanne, defi-aaije lette- 
ren ondei-wezeli'hadt. Balóuimjs hadt veel tot die beroeping 
tocgebragt ;•' döch het gevolg beantwoordde in geenen dele 
aan de verwagting die hij ^er zig van hadt voorgeileld; want 
Hottman werdt voor hem een twede Düarknus, dat is zijn 
volflagen vijand; en om den eerften wraak te verfchaffen) nam 
de twede alle mooglijke middelen te baat^ om hem te kwel- 
len. Bij dit verdriet, kwam nc^ een ongemene duurte van 
levensmiddelen te Straatsburg; 't weljc alles fameqgefiotoen , 
Baldüinüs- deédt befluiten-, een ander verblijf te zoeken; en 
l^^ir toe dèedt zig gemakkelijk ene gefegènhefd op. De Keur* 
^aitSfe Kanfclicr MiNKiïris en nog twee' voorname Hofraden^ 
x-w D 2 . ^ wa- 



%i I^ALDUINUS, CFRANCISCUS) 

%aieQ 2iifl0 niendan ; deze hadden hem reed3 in den tanrang 
y^'lSSii^e^^^^^f voor zigi» ' aipbt . te Straetsburg te bedan< 
ideok ti^ een dezgelijk op het HogefchoQ! te Ueidelberg te aant 
Vürdtn , waar toe ^ zig ilerk maakten hem zulks te bezorgen ;^ 
20 zoet hij in den beginne daar over weifFelde, zo min zwa- 
tigbeid vondc hi} 'er nu in om het aan te nemen ; h$ trok dan 
in IS57 dex'waarts, wierdt van GcrefQmeerd een Lutheroatii 
WagC i^ne ledige uren met fchri] ven door , en leefde verge* 
)]oegd; welk genoegen trapswijze vermeerderde , dcpr de komst 
k^ner huisvrouw, die hij iq Frankrijk hadt ag^rgelaten , ei 
door da V^krijging van zijne bibliotheek, w^ar van hem 't ger 
biniik t!DC liier toe geweigiprd was; voeg hier nog bij, de eer 
die b^ genoot» van ia dat zelvde jaar ,d0 vergadering te Franhr 
f^ bij C9 wonen f ^elke dpor middel van den Keurvorst yan 
de Pdi^9> Ottp Hendrik^ was bewerkt, ten einde door de 
b^nkpmst vsui enige Duitfe yprllen , een einde aan den langr 
durigpn twi^t te loaken » tusfen de huizen van H^sfm en Nas* 
fmt over do KMz^nelleboogfe erfopvolging; dpor zijp' oirdeel* 
Jtundige raadgevingen, hra^t hij veel toe, om ds^t hatelijke ger 
ichil te beflisfon i en tot genoegen van beide partijen ten ein- 
4f te brengen^ Het was ook op deze ^vergadering, d^t Balt 
DuiNus keqnis maakte, met den beroemden, ei) door zijne 
Ichrlften alom bekenden Jaoqbus Ohiphauus; en dft tefiè^ 
ide gïond gelegd wierdt ifan difi vertrouwelijke yriendffhap, 
welke zedert tusfen hem en d^n roomfen Cfeestelijhen Kassai^ 
DER plaats heeft gevonden , wiens gemeenzame onderhoudip- 
len hem een verregaande onverfchilligheid voor de Protes- 
tanten inboezemden; waar van egter eigenbelang, naar all? 
waarfchijnlökhfiid , het beweegrad was ; want op dien tyd hadt 
Hertog WiUEM reeds op 't oog, om te Duisburg een Hoger 
fchool op te rigten , alwaar Kassai^dek den post yan eerden 
Hoogleraar zoude vervullen, pn Bmdxjinvs ongetwijffèld ook 
piet «oude vergeten worden j doch het gan^Jp wtyrk bleef ia 
de geboorte fteken. Hoe vergenoegd hij nu ook \q HMelberg 
gedurende enigen tijd leefde, bewerkte egter zijne on verzag 
Jijko «ugt tot vorwd^ing, zopd^t *^ «nigf fjhijnbaiejgdca 



SALÖlfiNtJS. (MLANCISCÜS} ^ 

4tor terhebben i dat hem daar alles tot tsn tot wfèrdl. 

'^Verblind . door fchenerende voomitzigten , deedt hij Sig in 

ts6t , onder voorvtendzel van dringende ])oodeaak!ij)tbeld^ 

M3x^ Frankr^'k nbdigen, én zeide de zekere pl^ts tt Heiéth 

herg vaarwel , om aldaar een hoger doch onzekerder trtp Vin 

eer te beklimmen. . Zijn eerlte bedrijf in Rankrifk komende) 

was al wederom van godsdienst te venrlsfelen | en van fto^ 

testant wiêidt hi^ nu óp nieuw rooms^d^nd ; want hg- tNigreep 

wei; dat anderzints de weg tot fortuin wOOï hem 90fM geÜCM 

ten zijn. In dezen ti^d wérdt hét ontwelp geVormtj cm alle de 

üojmfé en Pmtfjrl^an(/è hoofden onder een hoed te brengen; 

men wierp de o^n op'KAssjmoER, om isulkstebewerkftelUgfnj 

ilan deze lite liever een anderen i' dan sdg zelven dezen last 

cip den hals gefchoven zag, prees Baldpiivus als den bekwaamt 

Hen hier tbc kstn; ook nam 'er de Koning van Kbmrt g9>WZ* 

gen in, en deed 3alduiMj5 bi) z\g komen 9 om i tol en%e ge^ 

maakte ontwerpen» ene reize door het Did$fi rijk te dótfni^ 

wa^ toe de Koning hem 100 gondel ktoonen fthoor^ voor^: 

idende hem tefiens van een onderrigtfchrif^» wkar naar h^ met 

goedvinden yanKAssANOBR^- den vrade der Kerke moest ü&;ï té 

Isewerken: Intosfen dat BALDumus ^ig tdt deze xevzis^ b^n^ï^' 

de 9 werdt op bevel van den Kardinaal v^ ü^^orf^^ey^^ K^ 

iTEL, Hertog van Gwf/ff, te Poijg/^* enexKerkvergadering be«^ 

legd, waar bij zö wtl Prottstantfe als Röomfe Godgeleerden tr^ 

genwoordig waren. BaijDuinus fchoon afwezend, todnda zfg. 

^ter i niet onverfchillig daar omtrent. *s M^s pc^pjigsir 

hadden blonder ten [Oo^erke, om de Gerefomamitn .gocit: 

voordeel uit die vergadering te dóen trekken 4 ihdien het hem;; 

al n»tmopgliïk geweest ware, hen onder elkander verdeeld: ttf^ 

make^; het grtukte hem ook die vergadering vrögtloos^ te dóen ; 

fcheiden* -.B9. zijne terugkomst uit Dmtslmid4^^hx9ig(s.\^ tween 

voorflagen van .vergeliiking met 'zig^ doch om diev^Lgeeiaf'> 

Vrugt te doen zijn , kwam U) niet eei>d«r^ dan loen de gogzog^ j 

vergadering reeds uit een Was gegiran; Want niets ging heft^ 

minder ter. harte > dan die: bedoelde vereniging; dóorcBep -mea i 

Aei zekerheid geipeld vindt/ d^t hei hei9 Qiei: aan: den wtt:, 



\ 



j[j4 BALDÜINÜS. (FÏlANCÖCyS) 

pntbi'oken heeft, om deü Kooing vati iVSwairr^hrfgfldsdieQSt 

.der Hervormden zo hatel^k af te fchüdercir, -als.dien der i^oofft- 

/m in een gunftig dagliche te- üellen. .Voorvdeze ,en aodece 

gedane dienden , verwagtté hij van de romfè VoHten , ja zelvs 

van bet O{»perhQ0fd- der Kerke; grote beloningen^ en verbeeld» 

de zig^ bet geluk xtods '«^teebaaid en gegrepen te hebbén. Daa 

óok; in deae ho^p Ywd(^ h^ aig bedrogen; want de Bisfcbo^ 

s^t VdletUe$ Jaw vii» -MoKTiuc, die beoi voor zyn vertiek 

uit DuMandf d^ belofte* vani een zeer 'voordel^ Profesforaae 

ie Falence gedaan hadt» waa de'eerfie dien bij ten enemalen 

van gedagtea veraniiesd vomk Na vele andere tegenfbibbé? 

lingen ondergaan te hebben , moest hij zig ten iaatfl^n gelukt 

kig reeenen, dat Karsu vas Bourbon, natuurl^é "zoon dé^ 

Konings, op enó fobere beaolding , aari z§n bcftirar werdt toe» 

vertrouwd* Ook geraakte BAlduikus in dezen tijd , in een zee> 

heyiggn ->twisC met Calvvk en S. Caispyi^, xvaar van zijn^ 

fchtifteatJ^jduidelijkfte bewijzen opleveren; ^an ook nietten 

genftaapdej deze moeilijkheid,. hegaf hij zïg met zijnen loerlmy 

in* xs<f2» naar Jtalia, ter Inwoning van de Kerkvergadering tet 

Jimej 't welk ^meia oók aJs het' voornaamfte oogmerk z^nei: 

reizB. bondt; doch hier. bip vondt hij wederóm.'ccn verkeerde * 

rekening, veroiKsaakt door den dood van den Koning van iVo»^ 

varre^ die in de maand november van dat zcivde jaar over< 

leed aan ene gevaarlijke \w)nde, die bij in debeïegering<van' 

jRfluaan bekome» hadt. Daav was dus niets anders voor Bal-. 

"ooimn, op;- dan langs den naasten weg fpoedig naar Parijs te> 

keren '«Iwaar bjg Uj zijne komst, züjne' meubelen en boeken . 

gants* niét' in dien ftaat vondt, als hij wel gewenst hadt In' 

de beroerten door den tónnenlafadfen krigg vero^'rzaakt, was al*- 

les deerlijk, verftrooid geraakt * en hij behoefde nièt^zeer fcherp- ' 

z&mtg te zijn, om te bemerken, dat- bij aldaar ^weinig vrien-: 

den hadt; ten minden niönand , die gediffgnde zijn afwezen , ' 

enige «rfit op zïjne gioecferen geflagen ' hadi, • ' : ' ' '^ 

Daar het hem in l^an^ityfe 'g^heei niet fiheén te wüien ge-^ 

li&ken, en de onzekerheid waar in' hij 'zig beVöfidt, Item da-^ 

gelijkaixAet nieuwe gcvMon dreigde, dagt'hij^jeit het'öbg tiar» 

ï . zijn 



»• /■«•»> A«» 



I?Aï,DüiNUS. (FRAWCI$CU8;)t 



Ü 



^ Wderknd té flaan, én ()4r ^ ri|g të k»r^ni ()9iA«l iifi* 
righeid.w^s, dat^ zo 4ra de Rfi|gprit;g d^ jlart^ dy ^^tj^^^ 
&» hadt gekozen 9 h^ daar uit g^bgmien wm Ov|ri^CK|iiM|^ 
het zijn] bj^r^.të vürhaleni hoé ffnwU^m ën b^tjigtig 41'. 
Spanjattrden tn^ dié genen handelden i dió zig gJM^I^S^lyn. 
verpligt bié.ldén; van godsdienst te veranderen. Ifet cii^^dl 
Staten <^9^ Land« deerligk; dageips pnfehuldige Og^mtffv^ MK 
het n)pardrctevq( tézién flibpen« en tl) ^ogien bieroio. n^ fl^H^ 
gver de; vërzftgtyiè v^n 's Kootpgs^ plakaten te bew(lirk|ifi r^^j^ODf 
Diterfle pogingen aanwendende qm pen middenweg, <^(^i(«^ 
télijke verdraagzaamheid^ tusfeo.fie Romfgncti Pm^5tm^er\ tti( 
te denken; Kassander» op wien mén het oog geriagBii.;h|4; 
om zulks té bevor<ieren, behaagde egtei; aan ^:P^SG(i/^.t^i 
l^ni zijn ruw en verwadnd karakter* Graav Waj[4J£|^ X<O0&« 
W7ic van Nas/mi i hcïinnQxóé zig ter dtT^t gele^nb^id^ f^s^l^ 
BALDuimJS, di^n hij te Straatsburg had horen ^raren^ |{| (e 
iJeideiderg beter* van nabij léren kennen j ook warfcn zijn* Ifff^ 
der Willem db I, en andere Groten, als de Aaitsbïsihep 
van Kamerijk en Maximiliaan van Bj^rgen, niét tegen l^^n^j 
want Balduohjs bezat, bebalveü . isjip^ geleerdheid- ^ al wp| 
in een volkomen Hoveling v^reischt Fordt; én dus dagteti zij 
^m in flaac>. dié gewigtige.zaak.jtoi eén gewerischt- pinde te 
kunnen, biiengeu; Ter bevordering dan van dat beilz9i49i oog* 
iperk, wf^rdt hü pntboden, bet zü om alléén qf wel met me* 
de werking, van I^assanper d&,-hand.aau -den ploeg te (laan; ^ 
niettegenft§apde het ppgemelde banvopcis tégens hem^ui^s- 
fprpkén,: weidt;hij.in 'tjaar ^j^^^ ^oot den ?rip$ Vf^QB^m: 
jeen andere -^foten , buitengeipgen gu-nftig ontvange»,jgp ïr^t 
gefcben^en jDverladen^. ook t verzekerden hem al^e d^ J^L^^, 
dat -zij .h^, het ambt van Hoc^gleraar te Douaiiof t^ f^cu^fii 

ïouden %(3|gfin* . . _ . ... /:., ... . ' ., 

.|iAL9s§|jySi.dien het nimiqér ^ ivop|:(Jdi> t^ttir^k, :yfirhlqf 
hemelsbreodte zijne daden. ; Qjj aanvaardde z^ncn trtjeid ^Cff 
hec zajia$naellen van het zo bloemde én alptll bQk^^dq Jiusek* 
jfhriftasindpnKonmgé Ook t)evpndt hij zig bij de <)nve4?:e: 
jjocgde Ed€le9,.tocn d.ie bezjg wzrpi\mt ^et jiJet mï^9i\k^ 

P4 " ^yg 



iA 



jiALDl/lNUS. (FRANClSöBS) 



Tttffe fitteé^irifi ^ welk daar na san de Hertogiooe MARen^^^ 
VAW Tèsma, wtrdt overgaven, op ie ftellen, en 't welk 
ép"édn 3 ipHl 1566 getekeiKl wierdt In het volgende jaar 
jMRraai iie i^ran Alva te Brurfel, cfn deedt kort daar op de 
Olttven'EdiiOifD en Hookv gevangen nemen.- Baijïuuids die- 
iHtiufèn wederom te Parijs g^eest, en op aandrang van' 
Grtav Willem Looswtk , ' ter verkrijging van het 'ambt te 
Btwd in allergl naar Brusfel gereisd was» maakte zjgne op-i 
Wagting t$ den Hertog. Het zal moogLgk vreemd voorko*. 
loen ; dat ^n man die toen een aanfaangeling vtfn Oranjb 
was, waar Tan Alva niet onbewust konde 2gn, door herh" 
gtmftig*c^tvtagen wierdt; doch deze verwondering zal ras 
verdwenen-, wanneer men zig herinnert ^ dat hij een regtfcba* 
pm-HoveHng was, en zig zijn gantfche karakter toorfleile 
als dat van iemand , die konilig de huik naar den wind wist' 
te hangen. Hoe het ook zij , het fch^nt egter door zijn vol- 
gend gedrag 9 dat hij den Hertog weinig betrouwde; want hj} 
verzogt hem om verlof, ajne vrouw en boeken van Parijs 
te mogen halen ; doch eens daar z'^nde , vergat hij naar den 
l^loeddorHigen landvoogd te rug te keren. Hij hieldt zig na 
te Parijs bezig, met het houden van voorlezingen over deParh 
éekfim, die met algemene toejuiching aangehoord werden; ja 
Gauchier de St. Marthe getuigd, in zijn lofrèdetien op ver- 
maarde Frmfe Regtsgeleerden , dat zig onder zijne hoorders / 
4^ voomaamfle Raadsheren en Krijgslieden bevonden. 

In I5(f8, wist hij de Regering van 'Bejmpn te overreden, 
om een Hogelchool in hare'flad te IHgcen, en zij beiicpeö 
hem tot Hoogleraar In de regten ; doch nauWeJ^ks hadt hij zig 
daar ter neder gezet, of hg wierdt gewaaf dat Keizer Maxi- 
aiiLiAAN DE II, aldaar geen Hoogleraar in de regten wilde 
dulden; zulks fchrikte hem af, om enige lesfen te^geven, en 
welke dringende aanzoeken men hem ook daar toe- deedt, vèr- 

r 

weigerde hij het volftandig , met te zeggen : „ het ftaat aan 
geen uitlegger der wétten vr§, de bevelen te overtreden 
van hem, die wetten geeft" Zijne bedoelingen hier dus 

90k verijdelt ziende, keetdp bij. zonder lang" beraad haar Parijs 
- te 



i> 



9> 



HALbülNÜS. (ÏIUNCISGÜ^) 57 

0t rüg y Mn urietdt eindelijk na zo vele emzwervingtn ^ dien 
ttröéligenlevehftand moede, en zagtte naar een bedendlge rust- 
plaatze; hier toe bood zig Öok wel dra de gelegenheid aan; 
want hij wierdt op aanbeveling vin den Kanfelier des 'Hertogs 
VAN Anjoü, in 1^59 door didn vorst, toü Hoogleraar in dcreg- 
ten. te j^hgets tangéiieldy en bovendien benevens PieterAy- 

HAtJLt, 9)t dtó HtfftQgs Raad bënoéndi 

Dan ook hier , bereikte hij zijn doelwit niet; want voor daé 
vïèr jaien verlopen waren, werdl hij in 1573 tot Hoogleraar 
in'dë'regten te Ptff/jfj bei-oepeh ; welken post hij gretig aan-» 
vaardde, en t^nswt)ofdig was bij de' luisterrijke pragt die* 
feij de 'plegtige Maliilg dier Fooye Gesömten ten toon gefpreid 
wierdt, ter gelegenheid; dtft zij den Hertog van Akjou kwa- 
jftèn' verwittigen, dat 1^ cq[)-den 16 meïj tot Koning van P»- 
Un was verkozen. Méü'^^rbtelde zig niet, dnt Baldutnüs 
flegts een bloot aSnfchouWêr'van deze plegtlgheid was, verre 
van daar, hij fpeélde 'er ène iJoofÖrol ,"W«fnt zijne redevoering 
ian een dier Gezanten, raet nameJcfH/SAitrus ZA^fosmr, daat 
bij groten lef mede behèaMè, ftiekt tot een bewijs vail hét te- 
gendeel. In- veifcheidene fêfprekken' mét deTooife Edellie- 
den^ cmderrigtehgiienj welke vcrbeteHhgffn voor de Hoge.' 
^t&oól i&Krakait nöoézadtip Vereischl wkfrden , zöw iaj'in bloei 
gorden*; en tot eèn der g^diiktte tniddelef) , pföe^ hijdaar toe ' 
aan éne- handleiding, hoedanig de beöe^ning der regtsgeleerd-^ 
held móest béftlerd ^«rbtdinj fthdnkende hen ten dien einde^^' 
enige -zijner redevoeringen » tólfen , die hij x& Bourges voor-" 
üeen jgehoudérï héd6 ^ 2>éi Po^^ Gezanten deden hun utteiile ^ 
Ijest, hém over te balenv^niet hun naar Krdkxiu te verüekken; 
oc* was'BALbüiNüs hfer' niet vreemd van, en zou.zig daar tod 
Hebben laten bewegen, ware de dctod niet tusfen beiden 
gekomen, die alle 'dé 'grote ontwerpen verijdelde^ welke h§' 
reeds tot die réize-gefmced badt. tlij wierdt: door een aan- 
houdende koorts iiaSïgetast, 'die hem fpoedig ten grave flqepte;;: 
ch hij dverleed"in-tegenswoordigheid"van.:aLJne" huisvrouw* 
eö dogtcr; benevens den. beroemden 'Jefuit Maxdonat, den-: 
tl ftoveitiber isHi o«^ nifm 5S J^«i iu het koUegie van^-. 

P 5 m 



r(u te Parij SI Papisws ♦ Mas^n c^oeg zofg ^t ^/il^ju^oj. fü^ 
het klooster d&r Matln^-ifm w'ysTÓi bsgraveö, ei^d^tdit zcm» 
derlingè grrffcHrift op de zark dtó hem brfektc,. wierdt ge* 
plaatst: Cujaèi? Balduhïus hic jac&^ ïioc téct^ uputa'^ (^vdef 
Mêrtuis yobiSf ^utisprudentiatn cêtr^kt ^ans foppr. FpAjïcis- 
cüs Balduinus y. C ebiit anno teiatis LUL ii J^Iovdmbrfs, * 
partu Firginis M.D.LJ^iL FAnxffS Massökus Baiéiini mt-^ 

Zie daai* lezer, de gewlgt^ille Isvénstrekken ^6en*s ni^^ 
die een zondeiliog^ en wispelturige rol op *s werelds toneel 
heefc gefpeelty en met dat al, een der g^lperdlle en fchrapderlla 
veinufcen van.^jnen tijd is gewdest JH^'was een m^n v^ 
een fchonë gedaante , ^erde^ ond$^ de .|;roten dan ondpr d^ 
middelbaren te teli^n; tdjne tiateleqde ogen; wlfren a^pKoQrt 
digers van het vuur dat.in .sjgo^n boeiem zwoegde; .zijnilem. 
ivas aangenaam^ en H^ffdp, ziiije.gegsvij^Jön kragtig, en door- 
zijne welfprekendheid?. -wist bij ecu iedev uitte lokken, ^ ve- 
len tot z^n geyoelen-.ovcx. te. halbij; ziinö werkzaamheid. ging. 
aHc verbeeldingLjCe boven,. en zyixe vlugheid in *t wakenen 
opftellen was ?o pngOTieen , dat het; niet te begrijpen is , hoeh^^ 
niet dien groten fpoed., égter ^iet alleen, «en vlocijendc. maar 
veelal een fierügteu.ftiJl fcho^ef. Voorts. wajèp zyVe.-aeden oi**- 
herispeüjk , hij was.eejijn den.flrikiilcn isin.eerüjkadvokaat, en. 
eon. deugdzaam jnensch^' dit.hebbeA zijne. bit^rftevjgandenaelvs' 
v^ hem moéjtCD getuigen^ Dat. hg «Ig niar dé lcvens\ï>;ïze: eu 
ftaatkunde welke aan .het Bof pJwits vindt,* volkomen, kqnde. 
fohlkken, hebben wij. hier bo\Kn.rje€d$ aa9ge»3erkt;,dQth ^n, 
grqotfte zwiik.bellond in zijre onnurtigA^ift .zo ^por d^ bïili^ 
ab bijzondere redctwistingen:, en dilï.in^ndeiheid. ;^ne w^f, 
fetaDde onftand vastigheid ten aanzieu yan den gpd^dk^st* j/at^ 
l«t: eerfte betreft ^ ssulk* vlei gömafekelö^: ^o h/^^ tó ii»e{ifch<>^- 
DCBJi doQi-diefl.zïxtenJge ijver in de Redfliigte'^, in. diea |ij4^- 
genoegzaam in gewoonte was. ontaard,. e» JW* 5Jet gpljpei.witj^ 
geflorvcn is; doch het .twede is winder :te yerfehone^ Oqk, 
hebben wij reeds gezien , dat het tijdelijk belang eep van ^, 
ilerkfte drijf\rerén was , welke zijne daden beftierde , en da£K)in, 



fiALDÜINÜS. CFRANCKCüS)' • 51 

-fceiben fommige5!il:(TO;deni]a^ vap EccmiLtüs gegeven, ten 
.^u^en 'Sophist, die om, voordeelshalyen onder Kokstantym 
•^n. ijvierig Christen, en onder Jüliaan de röekelooste Afgo* 
dendi^naar was , en na diens dood, T^pd^ een;.der.grootftcvDor- 
ftander$ van het; Christendom werdt. liin B^tpumvsverwisfelt 
fefci^ljik in een bevalliger gedaante, wmjne^ ^n hem als 
jGelfcyde befchou.wtj wanr dan vqrjtoont hy zig als een Man, 
^ jjiet behulp dqr,griekfe en la^ynfe taJ^n benevens de gronr 
4lge . kennis der oudhec^n , een der voojrtreAsIijkfte uitlegger» 
yan het Rmnfi Wietbgek was , en met deö. iclvden glans ia 
liet vwrklarcn d^ Biu-fiarlijke B^gten en JKetkelijke Gefchiedtf- 
W praalde, to eep ^oprd, zo hng..^er ?ügt voor ware ge- 
leerdheid zal zijtij zullen de fchrifteu/van. Baujuiküs als aU 
toosdurende gedenktekenen van zijn te regt verkregenen roem, 
m terbfedige aandcnkfcjg bligven. Men. vitidt ene optelling 
Wö: Zijne veelvuldige uitgegevene werken / ót^Qx anderen, in 
icfurispru^m S,omm £? Jttka^ cimprarfat. J. G. Hèinec-^ 
ciL, Tom. I. p» 2^6.. Ook bij PaQüot^ Hifi. litter. Tom.- 
HL p. 7I-99* — ^— 'Papir. Massonü5, Mhg, Part IL pu 
255-2.(53« Val. ' Akdr. ,' . -föW. Belg* p. 2?i. Fr. Sweebtu^ 
jitlioif 5€/^. p. 239, 24p. J. F. Fqpp^s, BfbiJBelg.p. 23i-^ 
1^84... CoNRiNGiüs, ai.Sac, XVL c IlLp^ i5S. rwi* nztrif, 

Kbaïjtzij. To3..;Ma<3ïrXjs, voc. Fr. Baldüinps, J^ftwx. Eofe 
BuoüNi, p.. 7oa-r7o9; MoRHor-, Foiyhijiy pri^. Tom. IL p-. 
571. Jo»MoiX«Rï, ÜWB^ilffwojtop. |>, 650. Crenh, uémuubvé 
PhUohi- Part. Vllfc p. 117, nS. Jo. Fabhicii, HiJi.Biblwt. 
Faxt. l. p. .175' Psra. BurATaiwi», ƒ«»>, oJ Ji/V/o^. jE^^ï^ 
Toni. IL p. 24.1. .0*?/. A'W. Büjïav. Tom. Lvol. IL p. 1057. 
Joh. Fru)- JüGtïRi , SSejtiage. jwr 3ttrtf!if5<«i S5loöraj)5tt/ 
Tom. IL'p. 4i5-?8- ScfevoL. Sammarthan: IL Ekglór. p.- 
io7-'io9. B. G. Strüvius, m TJiefaur. var, Efuüt. S. BMi^ 
theea antiqua. >4^ a705* p.'382-38ö. 525-532. C; SAxi/ jO* 
fzw». Jitórar. Pars. III. p- 239, 'Z^o.. JmüeSL p. 630. :D- "CtEi^ 
MENT, Biblvilu curlkife,^ Tom. IL p. ^m.. J<XSa WiLtM-W 
VlJitzK/Vffbsnd ^vjEMcn, L D. bL 143,-1-4^. , - • , . 

BAL- 



«5 fiALDÜINÜS. (PASÖÏAS.) BALEN. (fiENDRIK vak> 

« 

BALDUINÜS (PASCHASIÜS)/ békicedclè in iJJS dë 
waardigheid van Pf ior tè PalmpMn , een klooster gelegeri tufl- 
fcn Rijsfol en Douikf; én was een geleörd tóan, (f{2*ver ulfgd- 
ftrekte Xundfghodcn bezit, zeer ervaren vrki in de Itftijnfê; 
griekfe en hebreu wfe- talen , dé welfpVekendheid, oudheden > 
mathefis en«, , en geboren fcheen onl aan anderen deh fmaak tot 
wetenfchappen en godsvrugt in te boezeiiien. Hij muntte ib* 
zonde, held uit door djntf zagtaartfgheid , zgiï gédüId én ingé* 
togenhe d. Hg ichreef de Volgende werkjes : Epift: de Hebrttis 
Gmnarum nominibus ac vifibust De Porideribüs ff MenfuHs. Dé 
Caendarii refomatumè. ■ Monumenta ff Chrowtm Phantfpi^ 
nmfe ap. BüzeluWjm-, Galk-fil, p. 138. Fo«»ens, Èiblioih. Belg* 
p. 938. Paqüot^ Mmoin!f Htter. Tom. II. p. 391 ,- ^ps*. 

BALEN (HENDRIS Van), Kóhsöchilder, is volgentf het 
fctuigenis van Karel vai»" Mandbr, een leerling van ADAif 
VAN OoRT geweest. Wat zijne fchildferwijzè betreft , draagt 
zij 't gunftig pctuigcn's weg, dat zij z® teft rfan^ien van or- 
donnantie, tebefiing ats fchildertirfnf , deugdzaam^ goed is, 20' 
dat zljrc ftukken w6l in de reije vaii' de könftigfte. meesters ene 
plaats verdienen; en, In *t fcijzonder- rüóct meh 'er van getui-* 
geti, dat hij zijne. naökteït zo fchooni-zo^poèzel van omtrek, 
en 2to rond en ^ragtig heeft uitgevoétd, dat bi}na alle andem 
konst daar bij afvalt. ' Ónder véle vafi ^S^t^ gtöte fchilderwer*' 
ken, m'ünt inzonderheid uit, de jifh$elding dét zondige 'wereld, 
ten tijde van den BoetpreJikér Noach; het 4offiige Israil,. 
drinkende van 't water dat uit de fteemöts ontfpringt; -nog 
een ftwik daar Farao' in het rode meir verdrinkt Een kleia' 
jlukje van hem op koper gefchildert, verdtent ató een kónstfu* 
jxrtcl befchouwt te worden; bet beeld 't oitdeel van Paris af/ 
lijnde de drie Godinnen, inzonderhe!-' VfiJnjs die zig van ag. 
terea met hare poezelige billen -laat zien, zo rond, kragtig en 
uitvoerig gefchilderd, dat ze buiten het tafereel fchijnen uit 
te^fleken; de grond wa^r op 'zij ftaan, is met gras, krulde 
jes, en voorts het gehele landfchap, uitvoerig en konfUg dooir 
den Fiuweeim Breugjel gefchildert. 




BALEN. (MATHYS) . pt 

V 

On?e :pjsND»fK VAN B^LEjï, h^t een zooji nagelaten, Jg- 
«AWNES genj^amd, in i<$;i. te ^mwrpen ^boren, w^ar yai^ 
K. DE B;^, op bl. I20 z^: hij heeft de kom hij ^qn berugti 
^Wfir KfeNDiaK V4N Balejx geleert. >^adprhand . is Johanwes; 
D^ar Mie gjerefsd , beeft aldaar de konst voortgezet , ^n door 
«ijn ijvei: en i^aarftigheid , nog gedurende het leven van z^nem 
ff der groten roem verworven , waar op dit vers flaat: 

FrTHAcpRAs tijrjüi vmJLetfittos heeft gefchrcven i 
Als 't lighaam fterft, de ziel tot flegte of beter ftant 
Verhuist. , Wie. twijfelt aan dit oude leerftuk, want 
Pe geest van Hsnrik leeft in Ja», bij 's vadcis. leven» 

Jan lecRlc nog in 1662, en woonde toen te Aitwerperi ^ óodx 
zijn vader was op dien tijd reeds overleden. — K. v. MaiT'* 
DER, Leven der SchiÜerSy ^. D. IA, ij8é • A» Soi/BRAiciNp 
Schouwburg, I. 0. bl. 81. 



i» \ 



' BALEN (MATHYS) , herkomftig uit een voornaam geflagli 
«B Dordrecht y afftammende van Maria Balen, die benevens 
hare egtgenoot Matthias Aalbehts, in 1557 het weeshuis te 
Gorkum beeft geftigt, wcrdt op den 1 OiEfcobèr 1611 geboren, 
uit Jan Balen en Elisabeth Bokstaal 3iin eerde vrouw, 
welke uit een aanzienlijke familie van Gent herkomftig was, 
en den i (ebruarij 162a overleed. Mathys heeft drie vrou- 
wen gehadt , de cerfte Kristina van den Tak , huwde hij den 
lp junij 1632, deze ftierf den iS'oélober 1642, nalatende 
een zoon en twee dogtcrs; met de twede Martina Savart 
pad hij in den egt den 17 april 1644» en deze ftierf den 
30 oftober 1652^ X^^ hem een zoon en drie dogteri gpbaard 
te hebben ; de derde was Eusabeth van Rynberk , hier trpuw- 
dehij mede den ^i december 1653, en heeft bij haar geen 
kinderen verwekt. Onje Balen lei zig inzonderheid uit op 
de beoeffening van zijne moederfpraak, en maakte ^rsfen 
welke in dien tijd gesmaakt wierden ; dan zijne voornaamfte 
letteroeffening bcftond, om de oudheden en de gefchiedenis 
van zgn vaderftad niuwkcurig op te fpoiep, w?far toe hij 

gw» 



èi PALEN. (MATHYS) 

geeoen aanhoudenden ai-beid noch vlijt fpaai^e , ook wiêrdt 
hem zeer gunftig door de Regering • totgahg tot de ftads archi- 
ven verleend; dp vrugten die wij van 's Mans letterarbeld 
hebben, beftaan in de S^efcbjijbinge 'tet ;^röb ©o?brcrift/ bcr^ 
böttenDe fjaar fegin/ ophoni^t/ tccnemfnö en berbercir fïant 
«^/ 1 667 in 4to., en verfiert met 'vele fraaije platen. DiC 
werk benevens deszel vs maker , Is door de pen van de verflah- 
^ige Juöfer MiKGiRjrrwLiGonEwyK, met de volgende Utijnfg 
digtiegels vereert: 

Qui Patriam ferm meruit geflan CWtmam , 
Balew quid memh ? qui Patriam aedificat, 

pelicium Dordrechta tuum, laus trima Camomaè^ 
fs petium Famae non moriemis hahet. 

Het is ook waar, dat dezQ bpfcJirijving aHeruitmuntepdst.is, 
en dat de Schrijver, met voorbijgaan vin zaken, welke niet 
tot zgn onderwerp behoren, 'er alles in bevat, wat men in 
de befphrijving van ene ftad kan verlangen. Hoc veel nut hij 
daar mede gedaan , en te gelijk zijnen naam vereeuwigd heeft | 
is den Nèderlanderen ten overvlopde beliend , uit den inhoud 
van 't Boek zelve, dat onmisbaar, is vooj: iemand, dié de va-? 
derlandfe gefchiedenisfen beoefFent , doch bezwaarlijk en niet 
dan voor een hogen prijs is te bekomen. De ware tijd van 
zijn overlijden is mij niet gebleken, — Foi»pens, BibU 
Belg. p. 865. C. &AXI , Onom. litef. Pars V. p. 246. Paquotj, 
Metmnres litter» Tom. IV. p. 100-102. Pars, NaamrQl van 4» 
Ba$av. en Hall. Schrijvers, bl. 159--160. 

BALEN (MATHYS), Konstfchilder, een kleinzoon van 
den Dordfen Hifloriefchrijver, is te Dordrecht geboren den 24 
februarij Ï684; zijn vader die in 1746 overleed, hadtden ou- 
derdom van 100 jaren, min ruim twee maanden bereikt. 

Al vrc3cg toonde Mathts , dat zijne neiging tot de fchilder«» . 
konst overhelde, met^ij zijne ouders zo lang aan te houden, 
dat die hem eindelijk bij Arnoud Houbraken beftelden om te 
leren tekenen; doch na dat hij twee Jaren het fchrander on- 
derwijs van difcn begaafden KcHiftèUaar genoten badt, vanbef 

•fluit 



IIALÜ^. BALÖIGUEM* BALlNtó «5 

fvAt v)lraödérddn ^ cö hem l>y een Kruf^èiiiér té Rotterdam ïi 
^eh- winkel plaaCft^ti, öèt oogmerk cm hem indie nering of> 
•^é biengen; maar op :*lcerén'tijd metzijri meester over hé^ 
l:loven der duigen van een' prulmevaÊ, in woorden rakend0i 
kwam h{| bij ^ijiie oiidcrs weer fhuis.-InÊwsfen begon de ^u^t 
tot de konst op nfeuw in hem te herleven j des begaf hij zf^ 
andermaal naar Hqu^rakjen, en viel met geen minder diifl: 
als te voren aan de konstoeffening; daai* hij zo lang metdiea 
zelvden ijver in volhardde, tot hij zijne leerjaren door, ea 
de grondregels der konst magtig zijnde, zig ia (laat oii-deelde, 
pm voorts door eigen beoefFening zig te kunnen' redden; vol- 
gende in alles nauwkeurig de manier van ,;zijnen meester, ^n 
meest hiftorien en landfchappen van fiigcu' vinding, fchilde- 
rende. — rrr J. V. GpOL, N. SchouwL der Scliilders^ |1. Q, 

. BALEN (PIETER ICRJSTOFFEL va-j), heeft ingevolgfe 
berigt van J. B. Gramaye , ene Befch'ijvlng Wan 's Hertogau 
losch in het latijn uitgegeven; doel] Air. J. H. van Heurtj 
betuigd , naar die befchr^ving te vergeefs gezogt te hebben., 
fchoon OuDÊNfiovEN die in^zijnen drukvan 167a, hl. 25. aan- 
haalt. F. Sv/EEjiTii, Jt^jsn. Belg. p. 601. V. Heuun^ 

JBefchr.van V Hertogenb. I. D. Foorred^, bl. 26. 

BALENGHEM (ANTONY van) , Jefuit , wierdt te St. 
Omer geboren in 1571 , in de orden der'Jefaitcn in 1588 aan- 
genomen, daar nauwer door de vier beloften in 1608 -aafi 
verbonden, en ftierf te Rijsfel den 24 januarij 1030, in zijn 
softe jaar. Hij heeft zig ten 'enenmalen tot 'den predikdienst 
toegewijd , ?n veel roem , door zijne vlugheid en welfprekencf- 
heid, In die geestelijke renbaan verworven. Paquót, Èfji. 
lltter. Tom. VIII. p. 131-138, telt niet ftiinder dan 40 Werk- 
jes op, die hij over godvrugtige onderwerpen door den druk 

heeft gemeen gemaakt. F. Sweertii, Jth Belg, p. 35, 

Foppens, BibL Belg. p. 69. 

BALINÜS (JOHANNES;., Piiester/ geboren te JVezely 
en ook In die zelvde Had geftorven. Hij is geweest Kapellaan 

van 



•4 JJALJOWi 8ALLAERT. BALLING. 

vto Claudius ds Bjtky Baron van Baian^wi^ /en heefc g^fcfirtf^ 
ten: dg Bello Belgico, aufpiciis Duds Ambr. SpmuuB. .Shcc; 
tóop. m Svo. Ook nog ene menigtp andere werkjes , waar 
onder vele digtftukken , die men wil dac nog onder bewaring 
van aijne nqa^tbefta^ntfcn berust^fn. — Fotpws, JJiW» Mg^ 

P- 5Ö7- 

. BALJUW (NJ , Konstfchilder , een Attwerper van gehoor^ 
te , kwam in 't laatfte gedeelte van de voorgaande eeuw ter 
wereld, Z^n voornaamfte konstoeil«iing beftond , in he^ 
fchilderen van (lenen vafen , voor de Amverpfe bloemfchildcrs r 
welke vafen hi} op een vasten prijs (lelde , even als de bakkei's 
]]et brood. Men kan niet ontkennen , of zy zgn kondig go* 
fchilderd en wel gekleurd , doch vallen wat plat dat jammer 
Js, want de kindertjes, faters, nijmfen en andere (ieraden, 
daar hij die mede heeft opgefchikt , zijn fraai en (lout gete- 
kend en uitnemend wel behandelt. p' WEYEscmxXy Leven 
ikr Schilders 9 III. D. bl. 13a 

BALLAERT (MICHIEL) , Hoogleraar in de Godgeleerdr 
held, is te Brusfel geboren den is april 1^22. Ilij wijdde 
zi^ vroegtijdig aan den geestelijken (laat , en is Provintiaal 
geweest van de Karmeliten kloosters in Staats-Flaanderen &c. 
Hij (tieif den 2 februarij 1684; en heeft onder anderen ge., 
fchreven : Injiitmimum m^icarum , libr. IK Antv, 1^71. 
4to. Imroiii&iQMm in terram Cameli. Srux. i6S9' ëP^* r' v 
Foppens , Bibl. Belg. p. 8^. 

BALLING (PIETER), Priester, werdt op Sacramentsdag 
tto het jaar 1578, na het lezen der Misfe, in de St. Bavo of 
tt-ote Kerk te Haarlem f door een der moordzieke Soldaten die 
bezig wai-en'met plunderen, zodanig van agteren gekwetst, 
dat hij op den fchoot yan vrouwe Machteld van der Laan^ 
wier man een der nieuw aangeftelde Burgemeesteren was , ne- 
derzeeg, en kort na zijne bekomene wonden overleed. — r 
Ampsing, Bejchr. van Haarlem ^ bl. 463. Wag., Fad. Hifl^ 
VIL D. bl. 209. Oudheden van Kennenufl. bl. 27. 

BAI^ 



. UALNEAVIS, (PENRY) ^ «j 

BALNEAVIS, (HENRY) ; een Schot van geUöoiJe , Lt* 
Kollonel bjj 't r^iipent van Stoart,. een Krijgsman ruim 70 
jaren oud, was ip 1787 door de Staten van Bolland baken 
dienst gef^ld, om da( hij ronduit weigerde^ zig aan derzelver 
bevelen te gedragen, in zo verre hij waande, dat die tegqns 
zijnen eed den algemenen Staden gedaan, aanliepen. Hij be- 
ftondc ene daad» door de2£n als een betoon van kloekmoedig- 
heid aangezien, door anderen, zo %ij dagten met meerder regt, 
.voor verraad uitgekreten. Hij hadt Oudewater daar hij ia 
guarnifpen lag, verlaten en zig naar 's ffage begeven; der* 
^ waarts wederkerende , om in gevolge het befluit van den Raad 
van Stateij, het vorige beyelhebberfchap weder op zfg te nc^** 
men , werdt hij afgewezen , en moest inet zijn rijdtuig t9 rug 
keren. Men. d^oeg te Oudewater alle voorzorg om hem , die 
men vastheide dat voor hadt met bijfland van volk daar bin- 
nen te kpmen , 'er buiten té houden. Verftandhouding met de 
Soldaten binnen de ftad, ftelde hem in ftaat, om den tijd der 
verrasfing te beramen en dezelve te volvoeren, *s Morgen» 
tysfen vijf en zes uren naderde hij de poort, werdt door die 
^ijne zijde hielden gekend, die op een door heip gegeven te- 
ken , met geweld de wagt aanvielen en hem den ingang be- 
zorgden, de gereedftaande geweren afliaalden, en hem verge- 
zelden na het verblijf des Kollonels van Citters, daar thans 
bevel voerende. Men .brak de deur open , ,ha2^1d^ hem en 
den Kapitein May, op 't onzagtfte ten bedde uit, en zette 
deze beiden met nog twee Officieren, een Adjudant en eeii 
Kommandant der Vrijcorporisten in Iiegtenis. Intusfen ging 
^een gedeelte ziener manfchap de poort iluiten, een ander ge- 
deelte het gefcbut op de wal vernagelen, een derde maakte 
zig meester van het kruidmagazijn, om 'er patronen uit te 
halen , gelijk zij ook de vaandels en de batailjons-kas in handen 
kregen. Vervolgens een wagen geprest en zijn volk in orde 
.gefchaard hebbende, trok hij fer poorte uit met vliegende 
vaandels en flaande trommels*, met vier kompagnien van 
•i^TyA^T, het gehele derde batailjon vanGRENiEii, vijf Dra- 
ggonder? y^n Byland, en een man van Saxek-Gotha. Een 

II. Deel. E g«- 



/ 



g^^Vfi \^n hci batailjon van Hmu^brozx: uit Htusden naa[^ 
Hs^^ ti:ekkend0, vervoegdei zig hg d^zen. De drie Iumu- 
pasui^n yaïl STUAittin de ÏVierikkgr^cJums ^ ^nderrigt van het 
VOOtP^men van Bau^vk, xv^fetten den «itflag van den toe- 
l0g té Oudewater rf. De&en vernbmpn hebbendp , v^ojrlietcn 2ij 
crnctór aanvoering pens Korporaals, die van den bcv^IhebWö- 
den Qfider dofleutéls gevorderd, en, pp het dreigen van ge- 
beld ^ bekomen hadt, die^fbhans, waar behalvcn de OfHpc- 
^en (^n enige Sergeanten , fkgts 20 Soldaten bleven , alle vplg-^ 
^en ?]9 ^^ ^^g '^^^^ Qeldèrlimd door Balneavis ingeflageh. 

Itó bedrijf van Balneavis, haönen de Staten van fiWtarf op, 
^\è een verraderlijken aatnflag en overweldiging van het krijgs- 
V<jl!: ^ *t weÜc 2ij t^r verdediging van hun fouverein grondge- 
bied, aldaai" in bezetting hadden. Om dit hoogverraad Ie 
tbrafifbn, en hun fouverein gezag over het kr^svelk binnen 
ffoUand gelegerd , te handhaven , heloofden <z5 den genei^ , 
(Jtt ?At»EAVls op de Foorpome in V Hage zou leveren , of 
ij^UK toe gewtefe aanwijzing wist te doen , dat hij dadelijk op 
^$ f^ooffoof'te in begtenis geraakte, ene beloning van 2000, 
eQudf^ dukaten, piet volmagt aan alle en een iegelijk, wiet 
het Ook zou mogen wezen, dezen Baj^ea vis waar hij ode te 
bekomen mogt zijn, daadljjk te vatten, en naar V ^^i over 
te brengen ; gelastende de Officieren en peregtèn, om d^ 
verzogt,»de behulpzame hand te bieden, Aan de Soldaten, 
die pnder het geleide van Balneavis, waren medegegaan, 
deden zij bij ene openbare afkondiging, weten, dat zij de 
mislCidcin pn tot inkeer komenden, voor den eerften julij, 
volkomen kwigtfcholden^ van alle ftraffen , waar in zij door 
de gepleegde euveldaden mogten vervallen wezen ; terwijl zij 
allen , die deze kwijtfchelding van ftrafFe verfmaadden, als ver- 
raders en weglopers, met de doodftraffe dreigden. Balnea* 
VIS in de afkondigingen van de Staten van Holland een Fer- 
rader genoemd , werdt met zijn volk in de befcherming geno- 
men der Staten van Utreck^te Amersfoort vergaderd. ■ 
Torf. Bfi., XSXVm. Deel, bL 302-305. Zie ook Ferzt^^ 
'in^lin^ %'m ?l:i\mn ^ Refolutiifi en pfnier^ aamtijk^ Jlukken «72., 

^oor 



BALTEN. (PIETER) JIALTENSZ. (FRANS) 67 

W^ J. A* DS CHuaioT, IL Deel, U. 9, lo. XKÜ. Deel, 
W. 29. 45. 

BALTEN (PIETER), Konstfchilder , wierdt in 1579 t9 
ontwerpen in 't Schilders-gildê ds lid aangenomen ; hij was 
een zeer goed Landfchapfchilder, die de manier van Pxete» 
Breugil volgde, en ook fraai met* de pen tekende; ook hadt 
hij verfcheWene landen bpzogt, daar hij een menigte tekenin- 
gen naar het leven hadt vervaardigd. Hij fchiJderde op een 
vaardige wijze , 20 wel met water als olieverwen, en maakte 
zeer goede Beelden, fchildorende veelal Boerekermisfen en 
gelijkfoortige (lukken , die gretig gezc^ werden. PtsTER die ti 
^nfwerpén overleden is , was ook Digter cn Rhetorijker. ■ ■ ■ 
K. V. M ANDER, Leven dei- Sclnlders, L D. bL 305. 

]pALT£NSZ C^ANS), is geweest in 16^8 Boekdrukker te 
Dwdrechtj biijk^ns een door hem als autheur uitgegeyeo boekje 
in 8vo., onder dezen zonderlingen tijtel: ^marirane/ ofte 
^iegljel öcr <t&oösaï^cntf|cyt cn ^etbaariretjt/ ofte ficftijeecfi 
ban ben ï|eere met get rctj^tgeloobigg l@yf ban ^amada/ 
oft ngt %atoU ban €i^aim ban ^k^/ tofd^?cbai ta get 
Ukttst Caffittü han ben «tSban^elifi Sfogamte / in f 2^ boc^c? 
fleU/ bte met bergelbingge bergolben teojbt/ bolg^^ be iooQi' 
ben beji ]|eeren &c Uit de voorrede en het werk zelve, zou- 
de men niet zonder grond kunnen beüuiten^ dat de fchiijver 
Jiet gantsal in ene verbijstering van zinnen , uit zijne pen 
beeft doen vloeijen , doordien 'er geen zamenhang noch flot in 
het werkje van voren tot agteren is te vinden, en de woor- 
den onverfchiilig door eikanderen fchijnen geplaatst te zya. 

BALTHASAR GERARDS , geboren te FUlrfans in Smt/^ 
g<mdie, was de moordenaar van Williem den I, Prinlè vmz 
Oranje y welke gruwelijke fchendaad hij op den 10 julij 1584, 
éoot middel van een pistool tch uitvoer bragt, zijnde de Prins 
coen ter tqd te Ddft in het St. Aigten klooster^ \ welk tot een 
ii^rblijf voor hssi was vervaardigd. Baltbasar ^as , terftond n<i 
liet plegen vaai den mooni , agter uit door de ü^üigpn wegge- 
vlogt , tot aan de veste , alwaar h? menende ztg te water te 

Ji 2 bef 



ét ItALTHASAR GERAROS. 

ttogavent dofir tweo van 's Brin&n djonaran , tgeerbiald ca 
gevat tn^C Men bragt hem terftond in de Qmchergerk ; hiec 
djppr '% Gcr^ VJW P^//f . waar bg daar n^ Gpnagtigdqn kwa- 
öjca, u|t rfên fii«:« /^ en 't ^o/ wi Holland, ondervraagd 
2ijnd<5, tclcedt hij; „ dat hij Balthaiar G^rards genoemd 
»,• en tt? Villcfanf in 't graavfchap Bourgondie geboren was; dat 
,, bij 2X I^ng v^n wille ^vss gewpest, en gelegenheid badt ge- 
„ Vygk$ pm den Prins van kant te belpen. Dat hij eindelijk 
41 van Zfln voornemen kennis gegeven hadt aan, een. Jefuit te 
I, Trier f die hem hadt geraden, deswege, met den Prinfe 
o ^VS^ ?ARMA te fpreken; dat hij hier op, naar Doornik aan 
,» dezen ^efchrevqn hadt , dpch geen antwoord durven afwa^ 
„ ten, uit vreze dat hem 't overdragen der zegels van den 
„ Grave van Mansveld, in wiens dienst hij waarlijk geweest 
„ WM, kwalijk genomen zou worden. Dat hij hier op her- 
,, waarts was gekomen, on den moord hadt uitgevoerd, daarb^ 
„ de reis nog om doen zou, alfchoon hij zig ten dezen tigde, 
„ duizend mijlen van hier bevondt.*' Men vondt twee blazen 
bij hem , met behulp van welke hij over de graft dagt te 
zwemmen. Voorts toonde hij zig bedroefd , dat de Prins , dit 
hadt men hem wijs gemaakt, nog leefde. Doch vernemende 
dat hij gewond was , geliet hij zig blijde te zijn : waar uit men 
vermoeden mag, dat hij 't loot vergiftigd óf hoekswijze ge- 
vormd hadt. Daar na gepijnigd zijnde, verklaarde hij: „ in 
,, zijn opzet gefterkt te 'zijn, door Oery Minderbroeder te 
„ Doornik , die hem zijnen zegen gegeven , en door den Jefuft 
te Trier, die hem verzekerd hadt^ dat hij omkomende, on- 
„ der de 'Martelaars gefteid zoü worden/* Andermaal ge- 
pijnigd , bekende hg : „ zijn voornemen den Prinlè vaïï Par* 
„ MA geopenbaard ie liebben, dl^ hem gewezen hadt naar 
,, den Raad^eer Assokvilu, met wien hij afgpfproken was, 
, , dat hij zig om toegang bij den Prinfe te. krijgen, voor enen 
„ Faan^ois Guioh uitgeven zou. Voorts hadt de Raadsheer 
^, hem ernftig en bij herhaling vermaand , dat bij beaapt wor* 
„ defide, den Prins van Pabma niet melden onoest*' Den 
-volgenden 4^^% bleef bij ook bui(Qn pijne, hij de gemelde 

be- 



/ 

Wicentétils, daftr big voeg^dei „ dit hi} uit AsaomtkSA vej> 
^ ftaan hadt, dat Parbsa den toeleg prees ^ en hem *t lgoD| 
;, bij den Ban belocfd, verzorgen zou" &c. Voorts volharda 
(dj bij dé betuiging : ,, dat henl züjnö onderhënii]^ hièt r6ttW« 
), dé, die hij nög tér hand flian zou, al mt)est 2& düi2êm) le^ 
vens kosten. *t Pijnigen verklaarde hij te lijdeh> iM ;tljt}jl 
voorgaande zonden. Om 't ftuk aah ó^ti Prbfe bcgidü f 
hadt hij, als eén wiakker voor^fegtér dér Aomfi Kètki^ dei) 



> 
hemel Verdiend.** Nogthans ontviel hein, tusféö bcldéUj 



99 









dat hij *t ondernomen hadt, üit begeerte naar tijkdoifi* Cc* 
geësield zijnde , pa^te hij op zlg toé dé Woorden, door IhlL* 
Tus gefproken Van den Héère CnkisTuS, Ecce üoriiió ^ ^ kltf 
den mensch. Op den isden, werdt hij door de Gem^gdes 
uit den Hogen en Provintialen Rade , en door die van den 
Geregte en Schepenen van £fe0, gevonnist; „ om op ten 
fchavót voor 't ilkdshuiè géBrögt tb #ordc;i^ dèar bistó de 
regterhand, tusfen een toéfluitend hé^t Ijzer i gefthroeid) 
ji *t vleesch voorts , öp zes plaatzten , met gloeijcnde tamgön , . 
yy uit 2ijh\llghaam getiepèn zbu woi:dén, zijn iighaam sx>U 
men daar nk van onderen op levende vierendelen i 'C bert 
daar uit halen, en hem in 't aangezigt werpen; '( boofd 
^, van den romp gdiouwen^ zou agter 's Prlnfen buizing op 
93 eefiVflaak) op den fchooltoren gefield > de vier delen ziynfl 
,5 lighaams, aan de bolwerken van vier poorten der ibd ge^ 
^ hangen worden; Voorts zouden zijne goederen verbeuj:d 
^ zijn*'' 't Horen vari dit vonnis ontilelde hem dermate, dat 
by het uur vervloekte, waar in hij eerst te DqU, den pleit 
handel leerde, 't Yrt]k hem ter kennisfe der Groten inge- 
wikkeld, en uit zugt tot ftaatj tot zulk een ramp gcbragt badt; 
dan hij herflelde zig egter fpoedig. Des andeien daags den 
isden julij, werdt het vonnis uitgevoerd, 't welk bij me$ 
veel hardvogtlgheid doorlldndt Toen bem de band, mei 
een gloeijend wafelijzer, gekneld was, fcbuddc bij de ftomp 
nog, als ware het om een kruis te maken en bet volk te 
zegenen; en het was op de zelvde wijze ^ dat bij bet overigd 
jBljner ftraffii verdroeg, i— E. y, Metïreii, N^é^h OerU 

jÈ 3 fcl. 



1Ö BALTIN- BAMESBIER, BANÈLt. BANJAART. 

fol. 229. HoovT, NederL Gefch ftd. P03 en 904* WACJSir.s 
yai, IBft. VUL D. U. S32**S35» ^ neer andeieiu 

BALTIN (ADRIAANS» geboren in 1545, is Penfionarïi 
der ftad Brugge geweest Hij iHerf in 1623, in den ouder* 
dom van 78 jaren» en beeft in druk uitg^even: Orat. in fu- 
fi^eferau Albsrti Austrucj, Principis Belgarum, Ook vindt 
ik nog in de BefcJmjying van Mechelen, gedrukt te Srusfel in 
1770. L D« bL 3349 een grafTchrift in de franfe taal, ter eere 
vaa enen Josss Baltin, die Raad en gewoon Requestmeester 
is geweest van de Aartshertogen , geftorven is den 9 januari^ 
i62i en in de Kerk van St^ Jan te Metlielm begravenr ■ ' 
FoppzNS» BibL Belg. p. 9- 

BAMBODTS, zie LAAR (PIETKR var). 

BAMESBIER (HANS>, een Duit/er van geboorte, is gtf. 
weest een deftig Pourtraitfciiilder, een leerling van Lambër*^ 
LoMBAiDus, Hij woonde te AmfteMam^ en fllerf aldaar in 
't laatst der XVIde eeuw, in den bogen ouderdom van bijira 
100 jare&. ■ K. v. 1i1akd£R , Leven der Schilders , I. D. 

bl. 155. 

BANELT (JOHANNES) , een Luikenaar , en Geestel^k© 
van de orden der Kruisbroeders, leefde in de XVIdè o» 
XVIIde eeuw; hij heeft een boekje gefchreven tot dgtel voe^ 
rende: De translatione Reliquiarum eorporis S. Odillk Cólmm 
jtgrippina^ ad lacum clarum , Jive cmobium Huenfe totiiis ordinis 
frimrium. Col. 1621., 8vo. — — Fopphns, Bibl. Belg. p. 567. 

BANJAART (ALBERT) , afkcMnftig uit het t)ud adelijk 
Hallandfe geflagt van dien naam, 't welk thans geheel is uitge^ 
ftorvcn, was een der genen, die in het jaar 11 68, als on- 
dertekenaar van het verdrag , dat Graav Floris de III. van 
Holland genpoddrongen wierd^aan te gaan met ajnen overwin-» 
naar Filips Grave van Fhanderen, gemjpld wordt; gel^ hij 
ook voorkomt op het jaar 1203, toen Gtaav Dirk zig ge- 
dwongen zag, het oudfte gedeelte van Holland,, kb een leen. 

van 



, lANJAARti <t>lkK JANSSEN) f| 

^ Brdbhni, t» èrkenneh: ifoodlctögj»: ^SA vodT faÉÜ) tri 
bet zelvde jaar; de partij die 1^ üiec anaMn^ Mgitt <WU# 
Ada, haren götüaal den OrkuivVAlrLDOit, ^ tttotdlir ^H»^ 
hadc , en waar aan de verwoesting van n}a fchonti kfHtÜlt tul* 
fen Kastrikum en dé Bem^jk gblegêil, inoét 1»bnttli tlbi^ 
fchreven , tia dat hij neveiiè anderen ^ günts Kennmerkmd ip 
fep en roer hadt gebragt , tn het bëlég vboir den LèiftgiH thét 
gjeflagen; Velius in zijn Kron^k vim Héom t noemt oiiilSr Ütii* 
ige der vooi-naamfte geflagten in die ftad bekend^ ook cliè^ dit 
hij zegtj op het jaar 1419 reeds uitgeftorven te «gn i dün d^t 
moet ene misftelling van dien Gèfchiedfchrijver zijiii dt W 
de beide volgenden moeten niet tot dat gpflagt behoord h$\h 

ben. Goudhoeven, Krmjk, bl. 3S^S> ^P^^ WaMS»> 

Vod. Hift. n. D; bl. 259. 2<J5. 3CI4; 

BANJAART (DIRK JANSSEN), tó Èhm gcborüft, iJ 
feen man geweest, dié door 4ijn ondememenden aart, bevw 
het gemeen heeft uitgemunt , en zig tot een hoofij Vaft de 
' volkspartij durfde opwerpen j zonder het gfezag der R«gerlfï| 
enigzints té fchromen. Hier van gaf hg eeii doörflaand# blijk , 
in het jaar 1477 ; want als te dier ^d blhnéh Bforn öen gÉ» 
weldig oproer ontftond^ tér gelegenheid van hét löVöéren 
van enige nieuwe excijnfen die het volk wilde afgefchaft héb- 
ben, en waar t^n de Regering géene maatrcgeleii td Werk 
(telde om dié te beteugelen, zo drong Banj^RT verzelt Van 
énigen uit hét gemeen^ in het huis van dön Schout, brak den 
ftok waai- aan dé gevangenen gefloten waren io^t öö VoeriJ« 
die in verzekering naar 'het fladshuis* Daags dadr a«l) toen 
iJe Schout Velaer die grotelijks in den haat vin bët gWeeil 
ilondt, weder in de ftad kwam^ fnelde het grauw Jiadt jsijü 
huis , doorzogt het Van onderen tot boven , mm Vondt 
hem tot zijn geluk niet , doch toen ging bét aan 'S pluJMkh 
ren, vernielende én rovende Ü Wat 'ér In was} wdttr na Z$ 
)iaar meer andere huizen trokken $ waar van iinnmigén bvtcet^ 
de lot ondergingen. De verbittering vin velen zo wet groot 
ftls klein j tegen SchoUt Vje^aer én dié gcöen welke Wt ölin 

E 4 . fooer 



72 BANJAART. (DIRK JANSSEN) 

(hoer bdiootden » wai zo uicbuodig, dat ^ögiFrigm Tan d«. 
regerende Biugemflesters, in plaats vaa den nioedwil te (hir- 
ten, van bet ftadshuis riepen ; „ dat Baxgemecsteren alles wat 
,, door Banjaart en de zijnen was bedreven , ter hunner ver- 
,f antwoording namen.** Hec gpmeen dus den mimen teugdl 
gevierd, beboefc men zig niette verwonderen, dat met hollen 
voortvarende, alle palen van befcbeidenbeid overfclireedt. 
Daar waren van de Reenten die dezen moedwil reeds in den 
b^inne hadden willen Ihiicen, gevangen gezet, en fommigen 
hadden al zestien dagen in den kerker gezugt, dagelijks on- 
drvgligken boon en finaad ondergaande, met bedreiging zelvs 
dat men iiun van 't leven zoude beroven, indien zij niet be- 
werkten , dat Velakr vrjjwilligen affland van bet Schoutsambt 
deedt, en ajne commisfie aan hun in handen (telde. De viien» 
den van den Schout ziende, in welk dringend gevaar hij zig 
bevondt, bewogen hem ten laatllen door bidden en fmeken, 
om daar van afihind te doen ; waar na men ten Hove wist te 
bewerken, dat de aanüelling van den Schout, nuts voor die 
vergunning ene aanzienlijke fomme aan den Graav betalende , 
voortaan door de (lad zoude gefcliieden. Als nu Buigemeeste* 
ren raadpleegden , aan wien dit gewigtig ambt te zullen op* 
dragen, kwam 'er op aanfioking van Banjaart, een onbe- 
fuisde merligte ten ftadshuize in Burg^eesters kamer dringen , 
aeggende: „ raadpleegt gijliedcn wie gij Schout zult maken? 
f, wij waarfchouwen u , indien gijlieden 'er enen anderen aan- 
„ fteld als onzen kapitein Banjaart, zal de drommel de kaars 
„ dragen, en wij zullen u zo veel volk op *t lijf (luren, dat 
„ ^j 'er van gruwen zult.'' Deze bedreiging werkte uit, dat 
Banjaart liet Schoutsambt verkieeg; waai- na de rust ook 
genoegzaasn in de (lad wieidt herfteld, de gevangenen ont- 
(laakt, en aan de uitgewekenen vrijheid vergund om weder 
binnen te mogen komen. Doch Banjaa&t die ter bekoming 
van dit ambt, gewaagd hadt de (lad onder(te boven te keren, 
badt weinig genot van zijne euveidaad ,* want korte maanden 
na dat hij in den eed was genomen, maakte de dood een einde 
aan zijne door gewld verkrcgene befliering. ■ Veltvs 

K^mijk van Hmn, bl. 97- 102. 107. icp. I^AN- 



BANJAART SCEL 73. 

fANJAART SCEI, Tiras in 1447 Slotvopgd van MBdenbliki. 

!• dier tijd dat Mr. Gooswyn de Wildi» ^^ «anzienl^ mao 
in Flaanderen geboren , het ambt van Prefident van Hcilani 
vitoeffende. Tusfen deze beide menfchen , was zedert enigen 
tijd een onverzoenlijke haat ontdaan; veelligt alleen ter oIr<- 
zal^e van de oude partijfchap hier te lande , alzo de Prefident 
der Kabbsljauwfe, Banjaart der Hoekfe djde toegedaan was. 
De wrok ging zo verre, dat de Preüdent Baiïjaart opentlijk 
van manilag of moord befchuldigde ; waar tegen Bai^jaart 
hem niets fchuldig bleef ^ maar aan de Wilde de onnatuurlij- 
ke zonde van Sodome te last lei. Veel gerugts maakten deze 
verwijtingen door gants Holland. Hertog Filips van Bourgm- 
dien kreeg 'er ^el dra kennis van, en 't is te vennoeden dat 
hij den Prefident fchuldig hieldt; immers hij befloot hem van 
zijn ambt te ontzetten. Intusfen kwam Jan van Lannoy^ in 
junij des jaars 1448 over, bekleed met de waardigheid van 
Luitenant of Stedehouder des Hertog$. Op den 2c(!en deedc 
hij den afgezetten Prefident, en deszelvs befcbuldiger, den 
Slotvoogd van Medenblik , vatten , en in 's Hage enigen tijd 
op *t' Hof bewaren; H fchijnt egter dat men fedcrt goed vond t, 
de regtspleging over de Wilde niet in 's Hage te willen hou- 
den, om van de misdaad , die hem te last gelegd werdt, zo 
weinig gerugts te maken als mooglijk waie. De gevangenen 
werden beide naar Heusden gebragt, alwaar zij wel anderhalf 
jaar zaten. Eindelijk voerde men den Prefident naar *t flot te 
Losyefiein; hier werdt hij zonder nog fchuld bekend te heb- 
ben, ter dood veroirdeelt. Om den ellendfgen . Heer egter 
tot bekentenis te brengen, werdt 'er een .vuur ontfl:eken, 'm 
't voorhof van 't flot, en een i-ood kleed daar Jievens op de 
aarde gefpreid ; men beloofde hem 't zwaard, zo hij belydenia 
wilde doen; doch drejgde hem te verbranden, indien hij bij 
de ontkenning bleef volharden; waar op hij, uit overtuiging 
van fchuld , of uit vrees voor zwarer flraf , ide misdaad be- 
leedt , met wèlké mun hem bedgt hadt , en pp flaandp voet 
onthalst werdt. De Slotvoogd die.geoirdceld werdt flegts een' 
nianflag te bebVec begaan, werdt eerst op vrije vccten gefield; 

• E 5 ' - docï^ 



74. BANK- (LAUBLENS) BAKKERT. (ADtuAA^') 

doch kort daar ni, ti^-voniu^ vaft ckn 6 étemkn 144^^ <ea 
lande uitgebannen » én van alle zl^ waardigheden vervalleil 
^rklaart. ■ R. Sivot, ktnm Bmav. iib. X. pag. 150^ 

Dk Rmoa, Btfehrijving van *s Grayenfiage, II. D. bl. 05. aant^ 
f. en X* Wagen., ^odL J7|^. IV« D. bl. 22~a4« 

BANK (LAÜRENS), èebotch te Ifonk^ing in i'Hrft/fM, f^ 
^durende 15 jaren Hoogleraar in de- regten te Franeker ge^ 
weest. ' De achting die hij daar als Student verkerende reeds 
hadt verkregen i werkte uit» dat hij van zijne reizen door 
Frankrijk j Jtaliey Spanje ènz. te rug Isomende, tot het Hocg- 
leraarambt aldaar bevorderd wierdt. Hij ftierf dèn 13 oftober 
J662; was een geleerd man, en liceft ve!e werken door den 
druk wereldkundig gemaakt; als onritr anderen: RmU triumr 
f Uns. Fran. 1645. 12^. Z>e TijrannUa Papa in Rfges £f Prin- 
cipes Christianos diafcepjisi tb, 1649* 12^. Ommentat. de Priyi^ 
legiis MilitüiH^ Jurisco7ifultorüm ^ Studiöforumy Mercatorwrif Mu* 
Uertm 6Pc. Ib. 1649-16$!» in 4t(f, laxa S, CancéllaHce jlpos^ 
tolicce^ 'Notis ülujlrata, Ib. 1651 ; zynde een werk, waar in dé 
fnoodfte zonden die 'er kunnen uitgedagt worden j hèt zij 
door geestelijke of ^^'el door wereldlijke perfonen bedreven , 
door een zekere geldboete te betalen i kunnen verzoent won- 
den. Men heeft 'er verfcheidene drukken van, dié alle op- 
geteld en beoirdeeld worden., met bijvoeging van wetenswaar- 
dige zaken, bij Baylê in sdjn DiiHonaire, T. I. p. 437- ^^- ^ 
X730. — E. L. Vriemoet, Athen. F¥if. pag. 403-405- 

B ANKERT (ADRIAAN), göboréii té Plisjingen^ eerst Ka- 
pitein ter zee onder *t Kollegfe ter Admiraliteit in Zeelandi 
•^lerdt Schout-bij-nagt den 19 december 1664; Vice-Admiraa! 
den 7 julij 166S j en laatllelijk Lt. Admiraal den 20 augustuS 
J666. In 't jaar i6S9 bevondt hij zig op de vloot, die naaf 
Venemofken werdt gezonden ; hij zeilde met vijf oorlogfchepétt 
iiBzvJjindskroon om aldaar de brandwagt voor de haven te hou-^ 
den, en dat vaarwater voor. de Sy^eeden onbruikbaar te majven. 
Z^n fchip de Zeeridder genaamd voerende 28 ftukken gefchut j| 

dieèf 



\ 



I 



hANKERT. (ADRIMIf) .7} 

0eé£ iom de ktagt der iJsfi^Uen , tot ondCT 't eiland Wem 
«an den grond. De Sweeden met dit ongeval tragtende hou 
voordeel te doen , gingen 'er twee kloeke oorJogfchepen 
van 40 en 50 ftukken benevens drie inia^6 vaartuigen op 
los, ten einde hem te befpringen, lopende ten zuiden v&m 
Ween om, terwijl- nog vijf andere fcheerboten en floepen, van 
gefchut en volk wel voorzien, benoorden het gemelde eiland 
omzeilden; doch de wind hun tegenlopende, dreven zij allen 
naar Krimenburg. Den 14 maart kwamen zg weder , verzelt 
van etfen brander ; en terwijl hun volk uit de boten op Ween 
landde, zeilden de porlogfchepen heen en weder, fchotenzeer 
hevig op het fchip van Bankert; en bleven den gantfen nagt 
nabi] hem ten anker liggen. Den isden met den dag gingen 
de Syveeden weder onder zeil , en bragten hunnen brander tot 
aan het fchip van Bankerp,- deze maakte hier op gebruik van 
zijne ftukken die 't verst dragen loonden , en fchoot niet alleen 
den brander in den grond, maar vuurde ook zo hevig op de ove- 
rige iSwee^e fchepen , dat die hem kwartier bddbfden, zo hij 
zig wilde overgeven; doch Bankert zijn antwoord was, dar 
hij geeg kwartier begeerde , maar zig tot den laatften man 
zoude verweren, en toonde daar bij met het ophalen van* alle 
ziyne vla^n en wimpels , dat het hem regt ernst was. Intus- 
fen hadden de Smeden hun gefchut op 't eiland Ween geplant, 
om hem mede na de landzyde te befchieten ; dan ook hier 
werden zij door B ankert dapper begioet; want door zijn ge- 
fchut werdt Van een der zwaarfte fchepen de raa afgefchoten 
en de anderen zodanig geteisterd, dat zij den meed lieten 
zinken^, en genoodzaakt wierden om af te deinzen. Met zo^ 
danigen heldenmoed verweerde zig de zeevoogd Bawkert, 
fchoon aan den grond zittende, tegens twee oorlogfchepen 
vier andere vaartuigen en ^en' brander, benevens 400 Sol- 
daten, die op het eiland Ween gelegerd waren, om hem 'te 
overmannen. Alleen drie doden en tien gekwetften bekomen 
hebbende , kwan hij met groten roem te Koppenhagen ï^ rug^ 
alwaar hij op de vriemJelijkfte wijze door den Koning vaft 
Denemarken wierdt ontvangen., die^ nevens den Admiraal Or- 



yg BA^fKERT. (ADRiAAfir) 

1)AM en véle andere hoge Bevelhebbers , hem den wel verdieti* 
fien lof gaven , diea bij door £jn düpper gedrag mét zö veti 
regt hadt verkregen. 

Als Vice^Adniiraal, was Bankert in 't jaar 1666 tegenswoor- 
dig bi; den zwaren fcheepftrijd tcgéns de Engel/e vloot, onder 
bevel van den generaal Mohïc, in welk gevegt zijn fchfp zo 
nauw door dö vijanden geprangd werdt, dat hij het vermits 
het zonk, genoodzaakt wierdtte- verlaten, na het in brand 
göfloken , en zig benevens zgn volk in de boten geborgen té 
hebben. Op een ander fcfhip overgegaan zijnde, ontzette hij 
met zijn finaldecl drie Staatfe fchepen , welke groot gevaar lie- 
pen om door de Engelfen genomen te Worden. Schoon dié 
flag voor de Nedêrlandfe vloot in geenen dele voorfpoedig was, 
wierdc egter de vo:r2igtigheid in den aftogt ifi acht geno- 
men, grotelijks geprezen; en de Staten van Zw/awi, betoon* 
den cok hun genoegen in het gehouden beleid en de zonder-^ 
linge dapperheid van hunnen zeevoogd. Als Vice-Admiraal / 
kwam hij ook met vijf Zcewwje fdiepen in 16679 b§ 's laods 
ae.G^epralende vloot te CJiUtam ,• en fchoon de grqotfte zege 
recJs bevogten was,- zeilde h5 egter möt nog 14 fchepen dcf 
rivier verder op, om den vijand afbreuk te dcen. 

Dan meer gelegenheid om zijnen heldenmoed te tonen ^ 
kreeg Bankert in het jaar 1672, ui den oorlog door dezeil 
Staat tegeiis de Engelfen en Franfen gevoerd ; want in enen zee- 
flag tegers de famcnge voegde vloot vaii dié belde Mogenthe- 
den, geraakte hij in een hevig gevègt met het fmaldeel vari 
d0 witte vlag, meest uit I^ranfe fchepen beftaande, blijvendö 
hij bijna den gantfchcn dig in *t gevegr. Niet minder dapper 
betoonde hij zig in 't volgende Jaar, benevens den Lt. Admi- 
raal DE Ruiter,' tegens Prins Robbert en Spr'ag, hebbendb 
DE Ruiter met het roode, en onze Bankert met het hlam^ 
fmaldeel der Engelfe fchöpen , te kampen. Dfi Ruiter lag toen i 
met enige fchepen, in het midden der vijandelijke^ branders enf 
andere vaartuigen^ dan hij boorde door BAwkERt verzelt, dwars 
doet de Engelfen heen. Dé Ruiter • bekwam bij dit gevegt 
minder fchade dan Bankert, wiens voorfteng en groot mars* 

zeil 



BANKERT. (ADBJAAN) fX 

w\ wiérdt argefchoten ; ook geraakte ajn fmaldeel enig2fnc» 
üi wanorde, 't welk deRuttbr zo dra niet gewaar wierdt, pf 
hij ontzette hem> en.heritelde fpoedig de orde. In het twer 
de gevegt welk in dat zelvde jaai- voorviel , c^dervondi 
q'£str£Bs» die de 'mttc ylag onder zyn gebied badt, de moed 
en bQkw^aiDheid van onzen 'zeeheld; ciu in |iet derde viei 
Bankert andermaal aan op het finaldeel van p'Estrjees , di> 
men zegt dat heimelijk hevel vgn zijnen Koning hadt, om het 
geveg(; zo veel te veniiijden als in z^n vermogen was; doch 
deszelv§ Schout-bij-nagt Martel , vogt ais een leeuw ; zelva 
poogden dp Franfen het fcbip w^ar pp zig de Lt. Admiraal 
bevondt in l?i'and te fteken, dat hun Qgter mislukte, en zi) 
verfpildcn hunne branders vi ugteloqs ; laier op dreef Bakkbr-? 
ben om de oost, alwaar z9 in den wind bleven bangep, zon^ 
d^r weder af te koraea. Bij de hervatting van den flrgd, vcg- 
ten de beste Kapiteinen van Prins Robbert als ware belden ; 
doch Bankert, de Ruiter, van Nes en Tromp die hun 
gantech nipt in moed en dapperheid toegaven , drongen ^er zö 
geweldig op in, dat de vijanden genpeg te doen hadden, met 
het 'Admiraal fchip van Sprag, en meer andere zwaar befcha- 
digdé fchepen^ te befchermen en uit het gevegt tq flepen. 

In 1674, bevondt zig de Lti Admiraal weder op 's lands 
vloot, die last hadt om langs de kust van Flaanderen te lopen, 
naar en door de Hoofden en' agter de Cingels. De vloot van 
^laar te rag kerende, kwam te Tovhaij ten anker; alwaar de 
Admiraal de Ruiter 'er enige fchepen afzonderde , waar me- 
de hij voornemens was zijne onderneming betrekkelijk ^ms- 
fikay te gaan voortzetten. De overige fchepen Weven onder 
het beftier van Tromp, Bankert en van Nrs, welke door 
verftandbouding met den Ridder db Rohan, een landing op 
de Fravfe kust voornemens, waren te ondernemen ; doch dir 
ontwerp voor dat het uitgevoerd koste worden , ontdekt zijfi- 
de, verviel in duigen; 20 dat Giet aan dt' Staatfen alleen ge- 
lukte, een iboping op Belifle' en Nidrmoiaifir te doen, welke 
laatfte plaats zij ook veroverden, doch na verloop van wes* 
nige dagen, doordien dezelve niet te houden was, weder 

vei^ 



/ 

y 



tt . BANKERT. (JOHAN) 

verlieten; zij hadden aldaar 19 op het ilratid gejaagde fch&« 
pen, met enig gefchut veroverd, 17000 guldens brandfchat- 
(mg gevorderd, en tot zekerheid voor dp betaling yan dezt 
|bm, gijzelaars mede genomen. 

In i<57i begaf de Lt. Admiraal Bankkkt zfg ia huwelijk 
Hict vrouwe Constantia Caü, weduwe van den Heer Samuei. 
BiJsscHO»; bij de gewone feestviering, hadt hij de eer vier Af- 
gevaardigden uit •« Iand'5 Staten op zijn bruiloftsmaal te ver* 
gasten; hij leefde met deze zijne huisvrouwe in een vergenoeg- 
de egt tot in het jaar 1684 > t:oen hij te Middelburg overleed, 
lijnde aldaar in de St, Fieters of oude kerk begraven. 

Men ontmoet zijne Afbeelding op meer dan ene wijze in 
plaat gebragt; doch de beste daar van wordt gehouden, die 
door H/Berkmaj!95 is gefchilderd , en door C. Hagen in 't ko- 
per gefneden ; onder deze , leest men het volgende Bijfchrift : 

Het oor dronk lang den roqm van Bankerts heldena^t ; 
Nu ziet het oog den Held , tot Ncerlands heil gefchaepen , 

Die 't fnedig flaghfwaert op de Franfche ruggen fchaerdt. 
En noijt voor vijandt heeft gefwicht in *t blanke wap^n ; 

Zijn moedt ontnam den Zweed de land- en zeelaurier. 
De Deenfche Kroon erkent en eert hem als befch^rmer: 

In vreede blinckt fijn raedt; fijn deucht in oorlogsvier. 
Men druk hem niet in Print, maer houw fijn beeld uit marmer. 

Ook wordt de lof van zijne heldendaden vermeid, ter gelegen- 
heid van het flaan van verfcheidcne Oedenkpeoningen , waair 
van men de afbeelding en befchrijving vindt,, ^Hj Mr. G. vak 
Loon, Ned. mftwiepemingen^ III. D. bl. 119. 156. — p— » 
^MALLEGAKGE, Kfomjk von Zeelondy bl. 425. 772. Brandt, 
Leven van de Rciter. P. de Lange, Batavife Rowum, bl. ^Scx 
r. m tA Ru£, Hadluftig Zeeland, bl. 120. 273. 

BANKERT (JOHAN) , Zec-Kapitdn , waarfchijftligk een 
broeder van Adri^k en zoon van Joost,. fneuvddo op den 
13 junjj 166$ 9 in den voor' zo yele benoemde vaderlandfe 
Helden noóJlottlgen fdieepflrijd tegens de Engel/en y denzelv- 

den 



ÏANKERT. (JOOST vak TRAPPEN) ^9 

t^cn 4%, oi> i^^e ^ Lt Ad«ihtal Was^b^aar Osdam mot 
.?ijn fcWp In d^ lugt fpiMig, th bdalvttn bcm de Lt. Admi. 
jcaal SoiM^AAti i^uHE SXELmtGMiXRr , en neer anderen iibc 
leven lieten. — i- \V4g^:# T^^* ^?/?. XUt D, W. 147, : ' 

3ANKERT QOöST van mAPHEN), Kominandeur te^ 
zee, zag het eerfte Jevöislichtlte Vlisfingen,ea hadt dit mf t 
-vele andere zeehelden gemeen, dat de vereeineiging van zijnen 
naam meqr aan zyne dapperheid, d^n aan den; luister vanzijno 
geboorte moet to^efchreven worden. Zeer waarfchijnlijk was 
hij de vader van den hier boven befchi-evenen Lt, Admiraal 
Adriaaist Bankert; dan hoe bet ook mag zijn, (mxf^ Joost, 
is door zijne bekwaandieid en moed, trapsar^ze van een ge- 
ring .bootsgezel, tot het ambt. van Kommandeur over de kust 
.fan Zeeland opgeklommen* Hij wieirdt in X624. ux Kapitein 
^nder het Kollegie van genoemde provintie aangefteld; en 
toen in i6zS de versaarde Rieteïi Pietsrsz. Hein der Span- 
jaarden zijvcrvloot veranefiöterde , voerde Bankert als Vice- 
Admiraal , het fchip de Neptunus van 24 ftukken gefchut en 
bemand met 155 koppen. In die zelvcfc rang, verzekie hij de 
Generaal Hendrik Loncque in een togt naar de Westindiën y 
om ingevolge tet oogmerk der WesUnMfe Kocipagnie , een 
-aanflag op FemmAitktt ondernemen, die ook in 't jaar ^629, 
.yolkomin en naar genoegen gelukte. 

In 1637 bekleedde Bankert de ta«g van Kommanderr,' 
■en het was in dïe^ waardigheid, dat hij met vier Staatfe oorlog- 
fchepen in zee geiopei* zijnde, na een faevig gevegt tegen ze- 
even Duinkerker oorlogfchepen , 'er dr|e. van veriateestcrde, die 
hij zegevierende te Flisjingen binnen brjigt , t^lwjm hij onder 
,groot gejuig van het volk wierdt ontvangen. Geen minder 
aandeel hadt onze Joost het volgende jaar, in het gevegt te- 
gens de Duinktrkers y üdioon de Lt. Admiraal Marten Hah- 
PERTC. Tromp het oppcrbeviel x)ver de vloot voerde; en dik 
hï] geripkend wierdt geen mmder deel aan dt bevogtene ee^ 
duï (Uen JLdmiraal te hebben, bleek, doordien bij even als 
óczQ met een goeden keten ter waarde van aoco guldens 

werdt 



/ 



to BANKERT- OOOST vak TRAPPEN) 

werdt befdionken, behalvea nog een gSte van 800 galens fsr 
gjAd. Ook deelde BAXcotT ia den roem der overwinning, 
die Tromp in 1639 op de grote ^fêonfe vloot aan de Eng^fe 
kusten behaalde. 

Doos zulke en dusdanige bedrigven meer , zig een grottf 
Toem verworven hebbende, verkoos hem de WsstvruHfe Kom' 
pagnie i9 1645, tot Admiraal over een vloot, die zij voorne- 
mens was naar de iVestiruMtn te zenden , mee Inzigt om de vct^ 
vallene zaken in BmzU te herftellen. Hij ging daar mede in 
februarij 1646 onder zeil, doch deze togt viel noodlottig uit, 
eii h§ badt t^ns vele rampfpoeden te woriteten ; want reeds 
.leden twee van zijn' fchcpen fchiphrcuk bij Dttinsy en nauwe» 
lijks die haven uitgelopen ao^nde» dreef hem (lorm en tegen- 
wind te rug naar Engelmd^ alwaar de vloot door de pngeila- 
digheid der winden , genoodzaakt wierdt negen weken te ver- 
totv&i. Na het doorworftclen van een menigte andere nood*» 
lottige rampen, waar bij nog ten overmatekwam, dat 'er on- 
enigheid onder de hoofden en muiterij onder het f^heepsvolk 
ontftond ; zeilde de vloot eindelijk naar CHinda en kwam aldaar 
op de rede , maar vondt ^r alles in den akeligften toeftand. 
Gebrek aan Iceftpgt , deed de aldaar overgeblevene Nederlan- 
ders , ten uiterften verheugd zijn, over de aankomst van dio 
vloot , doch welke vreugde wel dra op ene bittere wijze werde 
gctempert, door de vermeerdering der onenigheden onder de 
fchepelingen. Bankekt na aldaar enigen tijd vertoefd en zo 
veel doenlijk de rust onder zijn volk herfteld te hebben , ver- 
trok van daar met den Overften Hindkrspn en een aanzienlij- 
ke vloot, naar Rio St. Francisco, en wierp aldaar het anker, 
met oogmerk om de Poriugeezen derwaarts te lokken; dan dit 
mislukte hem ook, en het enigfte' voordeel dat hij behaalde» 
was het eiland Tagaripa te vermeesteren', *t welk ftromen 
Woeda koste, en alwaar meer dan 2000 mcnfchen om het le- 
ven geraakten ; waarlijk een al te wrede opofFeiïng tot beko- 
ming van een klein hoekje lands , 't welk men buiten dat niet 
koste houden, maar fpoedig weer in handen der FortugeesM 

gci'aaktc. 

Pa^t 



BANKERT. Ü^OST vak TRAPPEN^ ff 

Dan het üsaigóe hem gebdddger ter zee» hij nam nu en dan 
een fchip of fchoot 'er een in den grond; ook tastte hg om* 
trent de Baai de todos hsfantosy elen uit Ponugal komende vloot 

w 

van zeven fchepen aan, waar' van hij een in den grond fchoot , 
een twede ontfnapte het, doch de vijf overigen die rijkelijk ge- 
laden waren , en over de Iwee millioenen waardig gefchat 
werden, tuierden prijs gemaakt; 400 Ponugeesm verdronken 
of fneuvelden in het gevegt, de 250 die pvergebleven waren, 
wielden gevangen gemaakt en naar Olinda gevoerd. Onder 
dezen bevonden zig de nieuwe Onderkoning, de Admiraal » 
Vice-A(kmraal, de Providoor en R^idoor van BraasH^ andere 
mindere Bevelhebbers en drie Geestelijken. Nog enigen tijd 
hier na wierdt hij met enige koopvaardijfchepen verflerkt, en 
veroverde onder de Ihiie, npg vier Portugeefe fchepen met 
fuiker gelden» waar bij hij 50, en de Ponugeezen 17^ maft 
verloren. 

Bankert was voornemens met vi^f fchepen naar huis te ko* 
ren, doch onder, wege werdt hij door ene ziekte aangetast en 
ene daar op volgende beroerte ov^rvalien , die hem na weini- 
ge dagen den geest, deedt g^ven. Zijn lighaam werd( geopend, 
gezouten, bewaard, en dus door zijne beide zonen .aMaar t0- 
gensf^oord^, diiettegenilaande men hét , wegais het toen» 
mend bederf, verfchetdenemalqu over boord wilde zetten, in 
Zeeland gebragt en begraven. 

Men heeft twee Afbeeldad? van hem la prent, waar van 
het ene door Ubeuans is gegcaveert:; op het ander dat zonder 
naam van PJa^t&^et ia, leest* men dit vierr^lig ver^e vaii 
p. J. Vos. * • .. 

Zie hier a%ebeeld naar 't leeven, 
ieelands zeemachts Commodoor, 
Sparyens vreefe, Duinkerks beeven,^ 
Die in *t ycchteij u ook gaat voor*. 

- « ■- 

' Veel verlooK.het vaderland aan. dezen, wakkeren ze^eman, 
jen: hij wierdt van velen nagÊtreurd, doordien van hem 4e 
roem uitging, dat bij een der beste zeehpofden was, die immer 
: IL Dkel. f in 






tt ]I4NKH£M. (JAN v^; . 

in di^iBst vin *$ lands Staden geweest waren. i Siaxx»^ 
(umcy^ i^on^k van Zedani, bL 772. Biabdt, I^ivii f«n db 
Ruma» Da JIaat» /oor/. wAm/ van ie Westmd. Kemp., bh 
167. ]f^« os X4 &UV, Ileldh. Z^lmdj b\. J27-i3o« 

BANKHEM OAN vkv), PrefidOtt van den Hog^ Raad» 
geboion ^ £.«9^ in het jaar 1540, uit aanzitnl^e ouders; 
vricsrdt van dq: j^ugd af aan , voorbefchikt tot de beoeiFèning 
Afir fraa^ wetcnfchappen. De eerde gronden leide b^ daar 
toe te ^echt, pnder beftier Tan Macrohedius; van daar be-^ 
gaf hij afg naar Leuven , alwaar toen de ftudie der regtsgeleerd- 
hcid ten hoogden toppunt geklommen wa); hier ftudeerde hi} 
met onophoud^ke vlijt , een g^ruimen ójd ; bezogC ver- 
volgens Angers, en werdt aldaar tot Meester bevorderd. In 
zijn vaderland te rug gekeerd, b^af h^ zig ^t de praktijk» en 
cefiende die met veel roem; waar in hij ook» door ondervin* 
ding en verftand| » l^ven de meeste 2x|ner tijdgenoten uitmuntr 
cc Wanpeer *er in 1582 een Hoge Raad pyer Holland ^ 
.Zeeland en Wes^neslancL^ waa^ van het Berigtfchrift reeds in 
1580 ym ontworpen y wierdt opgerigten in bediening trad; 
werdt yxs Bakkhem, om z^ne uitnemend^ yerdienilen en be- 
kwaamh^y pg aanbeveling van Prins Willem dbm I> tot lid 
daar van aangedetd, welken post hi^ egter nipt dan na flerk 
aanhouden op z\g nam ; ook onttrok hi^ zig daarom niet » teo^ 
dienfle van het •vaderend, lig in gewjgtige rcgts- en fiaacsza- 
ken te laten gebruiken. Su» was hij ^ benevens zijnen Raadsr 
iriend DijM^vji^Lsvwen fcheidiman tusfen den Magillraat van 
Jijden en den Dljkgraav en Heemradén van Rijtdand^ over hea 
regtsgebied ; vervolgens bevlij^gde hij :sig naderhand , den twist 
tusfen den zelvden Magifb-aat en den Sens^at der Akademle te 
doen eindigen^ ^aar in hij ^ gelukkig tot genoegen van beide 
partijen (laagde , dat hg kort daar na tot Curator van die Ho- 
gefchool verkoren wierdt, welke hij benevens Douza en Jo- 
HA» |)E Groot met zo vq^ nut en- «ver beierde, dat die 
hand jpyff hand in roem en bloei tp^am. JBijJuitnementheid 
wordt z^nq deftfgheid| billijkheid en kunde in 's lands wetfea 



BANKHEM. (J^N vam); 9^ 

Qft r«gtan geroemd. Het was oek tvktl cm z^te vexdieDfleo , 
dac hi) na het overlijden van Dnuc Nieuburg, tot Preiidont 
van den Hogen Raad werdt benoemd, in weU^e waaidjgheid 
hij den 29 november 1601 overleed* ■ ■ 1 Wag. Vod. IBfi. 
Vit D. bl. 451^ 

BANKHEM QAN vin), eerst Sdiepen en vervolgens Bail- 
juw van V Hage^ vraaifchijnlijk een afftammeliog van den bo« 
venflaanden, doch zeer verfchillend van aart en karakter, 
want daar gene een allerbraafist en deugdzaam man was , toon^ 
de deze een deugniet te zijn , voor de fnoodfle fchelmftukken 
bexekend ^ zo als wij door het verkort ver)iaal van ^x^ bedr^f 
zullen zioQ, Hl} bekleedde in 1672 het ambt vaii Scfaepea 
in 's Hoge ^ on w;is een der buterlle vijanden en ijverigfte ver- 
volgers van de gebroeders C. en ƒ. dz Wit; dit ging zo ver- 
re, dat bij «nigp Kapiteii^ van de/Todg/^ fchatterjg, bij eede 
hadt doen beloven,, om de tV'iTTEN niet i;i *t leven te laten; 
ook hitfte tii in perfoon de Burgers van het blauwe vendel » 
t£^ns die ongeiukkigp Oagtoffbrs aan. Qf dit mi daden wa*» 
xfn w^lke ene beloning verdienden, late ik aan het oIrdeeZ 
van mijne lezers gaarne over; maar zeker is het, dat ïuj in 
feptember v^n dit zelvde jagr,, door Prins Willem den III, tot 
Bailjuw van 's Gravenljagè Wierdt aangefleld; dan dat hij zig 
in deze bediening zo fchelihs van zijn pligt kweet, dat dm 
mate zijner euveldaden overlopende, hij op last xzxi*t Hof van 
Holland den 31 julij 1680 in hegtenis gezet en flrcngelljk ge* 
p^nigd werdt; waar na hij nog in het zelvde Jaar, wegens 
menigvuldige ^egane misdrijven en vuile handelingen veroiidceld 
firerdt, oïn pnthalsd te wordfio» I^ beriep zig van dit vonnis 
^ den Hogen Raad, en wist middel te vinden, om hangende' 
bet geding hier over, uit de gevangenis te ontfnappen, en bcr 
«evens zijn zoon een verblijf vtAa^eidim te zoeken, doch bjü 
werdt hier agterhaalt en betrapt, men bragt hem op nieuw 
i^aar '/ Hage^ op de gevangenpoort, alwaar hij na npg ver- 
frfaeidene jaren gezeten te hebben, fiierf, terwijl zijn geding 
vior (jen Hogen Raad nog onafgeda^n wa^, en hij daar door de 

F 2 wel- 



> 



^« 



14 BA^^tum. KANNmS. 



t I 



welverdiende ftraf, om door bculshanden op het fchavot (è 
fterven, ^ontging. 'Toen hg' te Amfteldam gevat was, werdc 
hij bofchuldigd met énen zekeren Samuel Bosch een aanflag 
gefmecd te hebben; cy dcó porfoon \yiXi Burgemeester Koen- 
iiAAD VA2J BÉuNiwoEN, dic mcn weet, dat een groot Antagch 
hist van Willem de» III. was. — De Riemer, Befchr. van 
•/ÖwvcnHf, 11. D.U 53, 54- Wio/, FW. Rifi. XIV. b. 
bl. itfi 169. iV. D.' bl. "204. Wag:, jB^/cAr." vm'JmJhéh 
dam, Vï. St. bl.' loi*. 

" BANNING (TRANS), 219, KOK (F, B,) 

BANNINO ÖAN BODECHER) , geboren te Loosireclt^ 
ceri dorp !n 'GooHaridi is gedurende een tijdvak van 23 jaren' 
ilbogfèraar in dè w^sbegeefte aan Leijdent Akadeihic geweest' 
Hij was eèn geleerd 'man', en paardè« bij dé beoefFenihg der 
wijsbegeerte die (Ier digtkonst' én andere fraaie 'wetenfchap- 
pen. Hq iHerf in 1642 ,' en' KeeFt^onder anderen in 't licht ge- 
geven: £if>»gri»wnièa Bfafil%aiMy}§ Foefmum libros , 'ma cum 
Dhfertdtime tpijlolica de TJdloföphia ^ ToHkis ftüdiis' corgm* 
gendis: Lugd. Bat. 16^7 - 12**. '— TopPEifè, BMoth. Belg. 

pt 546. 

. BAl^iyS ÜOHAKTNES A^BE^^TUS), yan Haarlem gCa 
Ooortig, is geweest Priester, en een uitmuntend Mufikant Hq 
bcqft gefchxêven en uitgegeven: Epiftolam ad Petrum Scri- 
TERiuM,' ^ 'iSfuftco fiudio y reOé injiituendo ^ ' infiaurando ; en 
jji 't nederduits ; U^e öantfc||c fm^wnf^infl Oer ^«Pj^ — ^ 
fo?VENS,'Biblioth. Belg. ^. 562^, 

BARBANCON (EONSTANTYN), geboren in 1565, 1» 
een (lorp'van den zelvden naani, «elegen een klein uur gaan»^ 
van Bhumont in 'Hênegmven. "'Na »et volvoeren van zijne eer- 
ftfc letteroefifeningen/ wiérdtTiq een Kloosterling van de drde^' 
der Kapucijnen, VterVoIgens tot den Priesterflénd 'verbevönV 
hij waS' uitmuntende 'in deugd,' en' onberispelijk van zeden; 
dbk ftierf bij mèï de geur van beilf^sid, den i6 novembej 
i(53i:' zonder ziek te zljh geweest ,W bebbenjJé nog: di^- 



. n 



». * « 



BARBEYJECAC. (JAN) S§ 

. ^Ivden dag de Vespeirs helpen zingei). j^e o|>teIliDg Vün zij- 
^e dweepzieke fchriften > vindt men b^ Paqvoti Hifi^ Ik^»^ 

Tom. VUL p. ii6, 117. MauEi, ScHptorês &fe. XFU. 

f. 331. eit^ Fabric. Mi3JS>. GzLfiZfius > «fe o^ntr. magmtuié 
Colmia, p. S23-5^7« 

.. BARBEYRAC GAN), Hoogleraar in de regten pd CMitt- 
fefiy is geboren t^Beziers in Frankrijk, den 15 m^^t idj 4, Zijd 
Vader was aldaar Gereformeerd PrediJ^anc, en wïerdt «nood* 
.drongen na de intrekking van het edikt van Nantes^ om der 
yervolgingswille, zijn vaderland te ruimen en elders een ver- 
blijf met zjjn huisgezin te zoeken. H^ verkoos hier toe, £«»- 
Jarme in 1686, en Jan begaf zig naar Berlyn, alwaar hij in 
^687 een aanvang maakte, pm in hetFranfe kqllegie, de fraayê 
jetteren te onderwijzen. Enigs redenen die men niet gemeld 
vindt > deden hem van de beoefPening der Godgeleerdheid af- 
eien, waar toe zijn vader hem badt voorbeTchikt, om ziüt 
4er regtsg^leerdheid toe te wijden, en wel inzonderheid tot het 
jiegt der Natuur en der Fhlkeren. In 1710 "«Yierdt hij tot Hopg*^ 
leraar in de regten en gefchiedenisfen te Laufanne beroepen ^ 
eij hij verbleef *cr zeven jaren in, dien post, in welk tijdvak 
bij driemalen dp waardigheid van Refbor bekleedde^ In 1713^ 
wierdt hij als lid van het Koninglijk GenootfcHap der weten- 
fchappen te Berlin, opgenomen; en in 171 7 aangefteld, tot 
Hoogleraar in de regtsgeleerdheid te Groningen, in weDcen post 
hij meteen onvoorbeeldelijken ij|ver en werkzaamheid, is ver- 
bleven tot op zijn dood toe, welke voorviel in het jaar 1744^ 
Men heeft van hem de vertalingen in het frans van twee 
uitmuntende werken van Sam, Püfjendokp, te weten over het 
Regt der Natuur en der ih)lkirefi; èn, over de pligten vfln den 
Mensch en ymi den Burger. Sij het ene zo wel als bij hét an- 
^r^) heeft hij uitmuntende aantekeningen gevoegd, en bij het 
^erfte nog ene voorreden, die 'er tot inleiding viui verftrekt<. 
De beste drukken van zijli Broït de la Nature &c. is van X712 
cn 1734 in 4to., en van les Devoks de VHomme &;Cé'Yan 1718 
èn 175$ in 4to. Nqg heeft hij in het fransch vertaald, iiifeê-» 

F 3 ge* 



Ss - BARBIEUX. (ANTHONY) 

« 

geven, de beide redevoeringen tan den Hoogleraar Noórt 
over het rig$ der Soüvereinm en de vrijheid van 't Geweten y van 
we& katfte, ook ene nederdintfe vei taling het Iicïit ziet; nog 
Vcriaieidene Leerredenen van deft beroemden Tillotson. Ene 
uitmuntende franfe verCiIing van II. Grdttcs over 't regt r(U% 
rnde m Oorloge met uitgeJezene aantekeningen, het eerst te 
Anjleldam in 1724, en naderhand te Leijden in 1759 herdrukt; 
voorts iri 1724, R. CosiBEHLiKD Traite pUkfophiquès des Loix 
naturelks y mede met fchone aantekeningen. Behalven ver»» 
fcheidene Akademife Redevoeringen, 20 te Geneve^ Laufanne^ 
AmfteUbm als te Grorwigen uitgegeven , heeft hij nog oirfpron- 
gelijk gefthreven en door den druk gemeen gemaakt : Traite 
fur la méride des Peres^ poiir repondre du Fere Ceiluer Religieus 
BenediSin; uit deze verhandeling v/aar van een klein gedeelde 
in het nédcrduits is vertaald, wordt men des Hoogleraars vlij- 
tige belezenheid in de fchriften der. kerkelijke Oudvaders ont- 
waar; to telkens welk een geringen prijs hij in het oirdeel 
van die Mannen (lelde. Traite du Jeu 6fc. 3 torn. Jmft, 1737. 
8vo. Hijioïfe des anciens Traitéz repaudus dam les Authturs grecs 
£f latins, ff autres Mmumens de Vantiquitéy depuis les tem les 
flus recidez, jusque d rEmpereur Charlemagne, in het eerftó 
deel van hec Supplement au Corps Diphmatiqtie de Dumont» 
^ft' 1739- in folio. Defence du droit de la Compagnie Hollmtm 
ddfe des hdes Orieiitales, contre les nouvelles pritêmions des habt- 
ans des Pais-Bas Autrichicns ^ in 4to. — —— Stolle ad Hei> 
MAKNI QmfpeQum, p. 540. C. Saxi, Onm, liter.. Pars VL 
p. 99, 100. wéwrf. p. 637. MoRERi, DiQionairey ed. de r740. 

Tom. IL STttte itïmml i744- -^^v. p. 781. 3öf$M« 
Jttr ©ef^icjtc It^ Jjcm Barbeyrac in JSe^tracgcti jur Jjifwric t?« 
ÖMtJdl/ il^fxnti. 1749. 8vo. 2*t IV. p. 244, 245- 

BARBIËÜX (ANTHONY) , Dominikaner Monnik , deedt 
ajne geloften in het klooster te Rijsfel, in welke ft ad hij den 
4 augustus 1624 werdt geboren, en hij ftierf 'er na een god- 
vrugtig leven tot zijn einde toe geleid te hebben den 6 januari] 
1678. Hylhcefc Vfcrfcheidene latijnfe werken nagelaten, dfe 

tot 




BARD. (PÈTÉÜS). BAftDÈS. (WlLLÉftÉ MÊkSi) è}^ 

hot fifgtiflg vaii ^jiië gelooifi^notèn kunhëii- vërfirékkéfit -«^ 
i^AQuoT; Mètih littefé Tom. VL p; loz, lodi 

JBAËÖ (PETÏlUS)) Vikaris ^nëml vad de öèilSa flet 
boénoblters, is in 1443 te Doornik geboren; fiudeerds iél>t^ 
Wn^ en was aldaar de contubérnaal van Adriaam vanüiricht^ 
naderhand PauS, onder de benaming van AniuAAif viSk VI* 
Hij ftierf als Vikaris genei'aal van dé Coénbbiters ^ ^SjixtS tdf« 
iens Prior Van het klooster van die orden te Parijs ^ In iiiii 
iia 32 jaréri geleéft tb hebben; Hij heeft cmder anderen g0^ 
fchreven: Collationum feu Coraionum fcOramÜ i K VoL Mfiligi 
nog : GalliccB Cxlestinorum cmgregationis Momfteriatidd 
nes, Firorum illujirium ehgia ^c Parif. 1719. In 4l0. 
•— — Foppens, Éibh Belg. p. 953; 

r 

BARDÊS cWlLLEM DIRCKSZOÖN;, §dKmt vaii iéü- 
jleldam , is eén man geweest van klöëk verfhnd en ttdoÉÉx^ü 
bmgangj doch enigzints ftamelende vaii tale* . H^ wtj Oud 
iSchépen te Amjieldam, toen hij in 154a; onaangeziéü Bij bly 
fommigén) van luthérije verdagt was^ tbt Schcait daË^jélAekl 
ÏK^rdtj op aanprijzing van Burgemeester HÉNüitiK DxibtisöOK, 
die gehouden werdt, de Regering der ftéd op st^neh duim ti 
draijen; Dan eer wij verder gaan met te béfchrigvtüi Op 
welk ééii harde wljzé deze man is behandeld géWOtdén^ sa] 
het vooraf nodig zijn te ibelden^ dat 't Schoutambt ckf inée»^ 
té Hollandfe ftédén, ten dezen tijde, ftondt aan dé bég^ingc. 
der Graven; doch *t was tejénfteldamintso9ion^ dé min- 
derjarigheid des tegen woordigén draven, Keizèt SareL üSif V# 
voor 20000 guldens verpand aan dé Wethoiidcsrfchaiij Ülidfl 
de lastbrief verleend wierdt op 's Graven naaof^ fiurgémètt* 
teren begaven, federt hét Schoutambt op fene jaarwelddè, en 
Heten de boeten, kleinigheden uitgezonderd ^ Verrekenen aan^ 
de-ftad. Agt jaren hadt Barbês het Schoutaiiibt. bekleed « toe 
genoegen der Regéringe , toen b^ , of dm té irtiftdöt af td han- 
gen van ajns gelijken, en zijn ambt op Vaster voéc tê bühou'^ 
den , of om andere redenen , ten Hove té wegé btH0 4 dat 
At Landvoogddi , vrouw Makia , de 2ocxx> guldena ^ döór de 

F 4 &zd 



U BARDES. (WIIXEM DiaCKSZOON) 

ftad op het Sehoutambt gefchoten, iflostc, en hem Schouff^ 
H^aakte van 's Keizers w^en. Van toen af, v^raijderde de 
gunst ^er Wethouderfchap te hemwaards, in afkeer en nijd. 
Men gaf, hem na, dat hij de geheimen der ftad, met name 
ha^ veinzen van armoede, om met geene leningen gekweld 
te zgn, ten Hové openbaarde. Niemand nogthans was meer 
op den Schout verbitterd, dan Hendrik Dirkszoon, d:è hem 
eerst bevorderd hadt, en wien zijn gezag nu meest tégens 
de borst was, om dat 'er zijn eigen meest door geknakt werdt^ 
Hiji' imeeddc dan, gelijk federt geregtelijk getuigd is, een ftuk 
zo hatelijk, dat 'er hier te lande, zelden weérgade van ge- 
zien is* ^ Floris Egbertzoon, Kettermeester en Onder-pès- 
toor der oude Keifce, öp zijne zijde gelokt hebbende, belegt 
men getuigenisfen tegens den Schout; behelzende, dat fiij 
en zijne huisvrouw herdoopt waren , ene vergadering' van 
Regiopers ten himnen huize gehouden , en anderen bijgewoond 
hadden. ' De menfchen die deze zaken verklaarden, waien 
Ft Haicans van Zwoly in de wandeling gele Fij genaamd, 
een armelijk wijf, zig generende met het befpieden ea be- 
klappen van^ilken, die verboden vergaderingen bijwoonden; 
Volkje Willems, vrouwmensch van gelijken ftempel. Kor- 
ïïELis Maatszoon Zwart, notaris, en Adriaan Janszoon, 
flijper» De Pastoor fchreef den inhoud van hun getuigenis 
over, aan Ruard Tapper, opper-Inquifiteur tG Leuven. Doch 
dit was alles zo flil niet te werk gegaan, of de Schout hadt 
*cr de lugt van gekregen , en zig terftond bij de Landvopg- 
desfe vervo^d , klagende , dat men hem met lasteringen zogt 
te bezwaren^ Ook verwierf hij , dat 'er Gemagtfgden naar 
Amfieldam gezegden werden , die de getuigen onderzogt heb- 
bende , flcrk vermoeden of genoegzaam blijk- kregen , van de 
valsheid der verklaringen. Sedert werdt de zaak den Hove 
van Holland bevolen, welk Gemagtigden fleldc, om dezelve 
Bader te onderzoeken ; en dus (londt het ^er mede , op 't einde 
des jaar» 1554. In 't volgende jaar, werden Volkje en Fy, 
in ftilte naar -s Hagé gevoerd, en q> de gevangenpoort ge- 
2et. Men ouderrraagdise hier , naar 't herdopen des Schouts ; 

't welk 



j}ARD£$. (WILLEST DIRCKS200N) $9 

*f welk 209 verklaarden gésien te hebben, Iheande op een-bank- 
je , voor de glazen van zeker fpeelhuis buiten de %d i welk: 
BARDBJt in huur gebruiktel Hier na kwamen 'er Gemagtigdea 
van 't Hof naar jlmfieldamy om de gelegenheid van dit fpeel- 
huis te onderzoeken; een van welken, op het 1)ankje treden- 
de, zijnen arm te kort bevondt om bij het glas te reiken; 
waar op hi^ tegen den Schout T^idty dat zijne zakm behouden 
nvoren ; zonder hem egter verdere opening t» geven, j 't Litp 
nog twee jaren aan> eer de andere. medepligilgen» onet name 
Hendrik. Dirkszooiy en de Pastoor > gqvat en naar *s Bdgs 
gebragt werden; de laatfte werdc aangegrepen, daar hij voor 
't outer. ftondt, en in zijn priesterlijk gewaad vervoerd. De 
getuigen na lang zitten j bekenden eindelijk fchuld ,- en dat zj| 
docM: den Burgemeester en den Pastoor , bewogen waren, om 
den Schout valfelijk te betig^en. Toen deed het geregt zijnen 
pligty de. Notaris werdt van zijn ambt ontzet; Adriaaw Jans- 
zoon gegeesfeld , en beide ten lande uitgebannen ; de Pastoor 
moest bekennen, dat hij op een roekeloze wijze en zonder, 
grond, ten nadele van den Schout, aan Ruard Tj^fper ge< 
fchreven hadt. Dan met Fy liep het zo gemakkelijk niet af;' 
haar wierdt de tong uit den hals getarnd, voorts geworgd^' ge- 
blakerd, en naar *t galgeveld gevoerd^ blijvende tot het jong- 
fie ogenblik flaande houden^ dat zij door Hendrik Dirkszoom 
en den Pastoor verleid was , met verzoek, dat mei> den Schout 
voor haar om vergiffenis wilde bidden; dit ftrafvonnis werdt 
op den 3 meij 1561 ten uitvoer gebragt, intusfen dat Volkje 
in de gevangenis was geftorven* De Burgemeester zig heb- 
bende .weten te hoeden voor fchrift van zijne hand, en de 
getuigen tegen hem, om derzel ver gebleken' meinedigheid 
wrakende, ontworftelde de jonglle ftraffe. Hij werdt onder 
borgtogt van 40000 ponden, geflaakt, en kwam na verloop 
van een jaar, wederom te Amfteldam; daar hij nog vier ja- 
ren toefde, eer men hem van den borgtogt ontfloeg, zijnde 
pndertusfen van andere misdrijven befchuldigd , die egter niet 
geregtelijk bewezen werden. . Daar na wanende enen vi'^en 
hals te hebben, vorderde h^ ^^ Schout aaijjregc, om her». 

F i èel. 



^ SARÖES. (WILLÈM) 

flelliiig van téü Z/b veel véniiogt fi^ eindelijk » dat h^ In d# 
iaren 1563 en 15641 nog wederom tot Burgemeester verkcM 
ten werdt; *t Schoutaittbc toen andermaal aan de ftad ver^ 
pand zijnde i werdt BAitnis v^ 't zeivé verlaten in 1566; 
federt werdt hij befcbuldigdj de hand gehad tè hebben, in de 
opfchudding van dac jaar , voor dën Raad der Berêemm gedag- 
vaard i (Iren^l^k gepijnigd én zutvdr gefchouwd; Daar ha dé 
Staatfe paitg tegen den Spargaard gekozen hebbende 9 werden 
2ljnë goederen meest onder Ahjhldam gelegen ^ welk lang 
Spaans blesf; verbeurd vdklaard. Alle ftnarten badt fa^ 
sianmoedtg doorgeworfleld, doch dit leed trof hém zo diép^ 
dat het hem eerst de gezondheid en naderhand het verfland 
krenkte; h^ bragt het overige zijner dagen te IMfi door, al- 
waar, hij in een deemiswaaidlgen toefland, in 1568 zijn leveil 
eindigde, ■ ■ ViöLir, Epist. feUB, p. 371. Wao.,- FacL 
Hïft. V. D. bl. 411-41 5- y^AQ.^ Btfthr. van. An^. IIL SU 
bl. 98-105. 143* 275' 

B ARDES (WILLEM) , Burgënieesier té Ain^ddm^ \h weU 
keflad bij ook het eeifle levenslicht zag, was een zoon van dea 
bovenibanden Schout, en zeer ijverig werkzaam voor de her^ 
vcrminge, nicttegenftaande de Ibengheid waar mede zijn vadert 
om het begunftigen en aankleven van die partij ^ vervolgd 
was. In 1578 behoorde hij onder de ballingen, die zig toen 
weder in Amjleldam bevonden , hebbende alvorens enigen tijd^ 
als Stedehouder van Sonoy in het Noordtrhvcatkf geweest; 
Twee dagen voor de grote omkering in Amjleldam^ voorg&i 
vallen op den 26 maij van gemelde jaar; fchrcef hij aan Soi 
HOT, dat hij zijn volk moest gereed houden, om op *x eerfle 
bevel van de Staten van Jlolland te kunnen optrekken; ook 
ontbood hij enen fchootvrijen helm dn rondas ^ tot zijn ge^ 
bruik; blijks genoeg, dat hij iets geweldigs in den zin hadt» 
De omwenteling naar wensch gelukt , én de Regeerders ^ die 
de inwoners dus lange gefolterd hadden, ter ftad uitgeleid 
zigndc, was Mr. Willem Barbes een van die genen, welke 
tot Burgemeester en Raad aangefleld wierden. In 1579 wierdt 

hij 



' ' . ÊAtlDES. (WIUEAI) ^ 

%^ als Gelastigde van de Staten van HdUmi tmar Weesp p^ 
zonden , om aldaar de rust te herftollen , die door enige 
RoomsgeziHden in 't ftorcn van den hervormden Godsdienst, 
met kennis of door aandrijven van enigen mt de Regeringe 
gebroken was; lüj zette zeven Jedön uit de Vroedfchap, en 
drie derzelven> nevens den Secretaris en een oude Pastoor, 
uit de ftad hebbende ioÊXi leiden, was de rust aldaar her- 
boren. 

In 't jaar i586i verzette hij zig mannelijk tegens de oogmer- 
ken van Leicester, die op raad van Jakob Reingoub, Heer 
van Kowvimbirge een* vreemdtjling, ftrafFen en vorderingen 
ten laste der Kooplieden 'wilde invoeren^ fchoon het den 
naam hadt, dat die fbafièn alleen zouden dienen tegen de 
Lorrendrayers , zijnde zodanige Upden , die tegen deplakaten, en 
onaangezien de horgtogten b§ hen gefteld , den vijand 
goederen toevoerden; ook niet min ijverde hij tegen het pprig* 
ten der kamer van geldmiddelen , waar van Reingoud vlamde 
om Thefaurier te worden. Hij toonde op ene vrijmoedige 
wijze, dat Leicester geen magt hadt, zodapige oprjgting tè 
doen, zonder voorkennis der algemene Staten. Deze zaak op 
nieuw voor den Raad gebragt zijnde, wierdt van elk 't ftrafFen 
der Lorrendraijers redelijk gekeurd, alleenlijk gaf Bardbs ia 
bedenking, of het zonder gevaar van oproer te doen warej; 
doch over 't opregten ener kamer van geldmiddelen, merkte 
hij twLJ hcrhalii^ aan, dat alle nieuwigheid ongemak baarde^ 
en dat hij 'er zo veel voordeels niet uit te halen zag, In 
*t voorbijgaan, liet hij iets merken van de klagten, die hem 
en zijne ambtgenoten uit Holland gedaan waren% over 't drin, 
gen van vreemdelingen in de Regeringe, waar over Leicester 
2eer vcrftoord weidt. Bardes verzogt dat men zijne'woorden, 
als fpruitende uit zugt tot voorftand van *s lands vrijheden, ten 
goede nemen wilde ; waar op de Graav hernam : dat de wogr-- 
den goed, maar dè werken gertjig waren. Maar met dit dribbe- 
len tegen 's Graven welbehagen, werdt niets gevorderd; dQ 
kamer werdt opga-egt , en R^ingoud Thefaurier gemaakt. 

Het ambt van Burgemeester en Raad heeft Bardos te Jtn- 



!« JaRENDS. (BAREND) BARENDZEN. (DIRK) 

Jleldam veï(clmdmtm9]en bekleed; en h^ ovtrleed. !n t jaat 
jóoi, nalatende esn zoon, insgelijks Wiulsm BARpjuf ge- 
naamd; aan wien de Staten vap Holland i in 1603, ene rente 
van 200 ponden 's jaars toeleiden, we^ns 3200 ponden, di^ 
jKyn* grootvader, bi) zijne laatde Schouts-rekening van de (lad 
fiog te vorderen hadc Wage»*» Fai. Hift. VIL p. 

bL 205. 209. 299. VJIL D. bl. 157. Il; 73. Wag.^ Befchr* 
lian Am/l. III. Sl bl. 470. 477-479. . 

BAftENÖS (BAREND), geboortig van kaneen ^ hadt zig 
In het jaar 1572 gevoegd bij de Geuze Vnjbttkers. Na dat hij 
benevens zijne makkers vele roverijen en plunderingen ter 
zee, zo op vrienden als vijanden hadt geplecgt; dagthij mM 
zilnen bekomen buit naar Embde^i te wijken , doch wierdt op 
zijne reize derwaarts door de Eiikhuizers agtcrhaald en geno- 
men, en tot loon zijner gepleegtle zeeroverijen, in die (larf 
ènthalsd. — Centen, JÏi/Ï. van Êiikh, bL 141. 

B AREND8 (WILLEM) , Itapiteiri ter zèe ; Wèrdt benfevc*n« 
Jan Eorneltsz., in het jaar Ispiö, onder beleid van den dap- 
peren zeeheld Jakob van Heemskerk , tei) derdenmalc uitgé* 
zonden, om 4oor het noorden enen doortogt na^r Tmarijè 
en (Mna te zoeken. Na Spitsbergen ontdekt te hebben , llierf 
hij op dien togt in 1606. Met gemelden HeeÏasksrx kwamëti 
twaalf zijner fcheepsgenoten te rug in het vadelrland , na dat 
zij onder het doorftaan van veelvuldige gevaren, dè uiterftö 
hoeken van het noorden, zonder den weg naar Cltina gevon- 
den te hebben, omgezeild hadden. — — H. Gröto, j4ma^ 
les Belgiea. 

BARENDZEN (DlRK) , Konstfdiilder , geboren te AmftêU 
'écrni in 1534, genoot van zijnen vader, dat een tamcliik goed 
Schilder was, doorgaans dove Barend geheten ,. van wien 
op het ftadshuis te Jmjieldam gezien wordt een tafereel , ver- 
t)eeldende de opfchuddingen , door de Wederdopers verwekt, 
^ie in 1535 nit ene onzinnige drift de ftad dagten te vermees- 
tejeh; in ivelk fiuk, naar dien. tijd niet kwaligk behandeld. 



BARENDZEN. (DIKK) aSi 

te \^oede van dien muiczugtigen hoop zoet vreemd on vqr« 
fchriMcelijk uitgebeeld is; bet eerile onderwijs in de konst. 

Toen Dirk den puderdpm van ii jaren hadt bereikt, ver^ 
trok hij naar Italië , hieldt zig te Fntetie op b^ d^n b^'oen),<« 
^n TiTUAir , die buitengemeen veel van hem hieldt , bem in, 
huis nam, als zijn kind behandelde , en vergunde ja zelvs^ 
beval , zijne te Vimetie komende^ landsteden , wel t^ ontbal^Q* 
Wij die met een edelaar tigen ziel en vlug verfiand, was bc« 
gaaft, verkeerde 't liefst met deftigo en vermog^de lieden, 
ot geleerden, doordien hij zelv' in de fraaije lettexen bedrcf 
yen , der latijnfe tale magtig ,' en zeer belezen was. In Italië^ 
hieldt hij gemeenzame verkering met den Heer van 5t. Alde- 
«OKDE, welke vriendfchap en goede verftandhouding federd 
in Nederland tusfen h^n altoos in wezen bleef; zulks' Alds^ 
coNDE nitnmer te ^mjieldam kwam, zonder Dirk te bez?e- 
keil, vqrmaak fcheppende in deszelvs bij wezen. Om kort iö 
gaan, Ëarends was een deftig en weigezien man; die ook* 
liefhebberij hadt voor de muzijk , en tot zijne uitfpanning op 
verfcheideQe fpèeltuigen zig oeStmde. Hij hieldt ook gemeen- 
zame verkering met den digekundige.n Lampsonius, en zij hieU 
den onderlinge brief^isfellng^ in de la^nfe taal. 

Na ejie afwezentheid. van o^tr^nt ^ven jaren.» keerde, 
Dirk door Fraikr^k naar Hollandxc rug, en trad te Jmfteldan^ 
ïfï huwelijk, met ene dpgtc^r uit een der trefFelijkfte huizen van 
die Had In den ouderdom van 2.8 jaren , portraiteerde hij zig 
welven en z^ne huisvrouw, zijnde zeer aardg en fraalj behan- 
deld. Ofïchoon hij zig meeste aan 't poctraijtfcbilderen. hieldt, 
waar \s\ hij zeer vaardig was, en een bevallige manier volgde , 
beeft hij nqgthans ook enige fraaijf puterftukken, <^n meer 
andere uitmuntende taferelen gefchilderd, waar in men kenne- 
lijk de voprtr^fFplijke manier van ïituan ontdekken kan, 
dien hij. opk gcportraiteerd heeft. Men vindt nog ten huidig 
gen djigp fchilderijen yan Barend? , inzonderheid op de Doe- 
len of Schuttershayen te Amjieldam^ die in grote achting bij 
de. Nefhebbers worden gehouden. 
: In bet fpreken van é,t Italiaamje ta^2^ ^ bebieldt; Babenis c^ 



ifP BARENDZOON. (HERMAN) BARKEY. (KiKLAASy 

Fèvitiaakfm tongval , en beminde de landbouw zonder dezelve 
jiogtfaans te beoefiènen. ^ne fchigtigheid voor de zee en hec 
water, (>ragt te wege, dat hij aan zgne begeerte om Haarlem 
of andere (led^n te bezoeken , fchrooinde te voldoen , door- 
dien zijne zwaai'lijvigheid hem belette, in een rijtuig derwaarts 
te reizen, In h^t Gasthuis werdt bem éen groot werk befteld, 
dat half afgedaan is bliyven fteken, doordien hem de dood 
overviel , bezig zijnde daar aan te fchilderen» In bet jaar 1592 ^ 
in den ouderdom van 58 jaren. Men heeft een afbeeldzel 
van hem in plaat. ■ de Piles , j^egé de la vie des Pehh 

tres, K. V. Maiïdek, Leven der Schilders. I. D. bl. 317-320, 

BARENDZOON (HERMAN), Krankbczoeker te jémjiel- 
dam, werdtin het jaar 161 o, door den Kerkenraad buiten ken« 
nis van Burgemeesteren , afgezet van zijn ambt, om ^t zq 
als getuigd wordt, in 't ftuk der Predestinatie verfchilde van 
«jne medebroeders. — . G. Brandt» Hift. der Reform. Il, 

D. bl. 1481 149* 

« 

BARKEY (NIKLAAS) , te Bremen gebeuren in 't jaar 170^2 
!s geweest S. S. Tk Doktor, Profesfor en Predikant in do 
Hoogduitfe Kerk bij de gereformeerde gemeente in V Hoge. 
Hij wierdt op den 9 junij te Amjléldam Proponent, op den 6[ 
november 1732 als Predikant te Kleverskerk op het eiland 
Walclieren in Z^Wtsru^ beroepen, alwaar bij na ruim ;o jarenlang 
het woord des Heren met allen ijver te hebben verkondigd « '^ 
op den 12 julij 1744 te Hulst in den <lieast werdt bevestigd «. 
dav hij vertoefde tot op den 4 februarij 1751, dat de ge- 
meente van JSddelbwg hem tot haren Leraar aanftelde , weL 
ke kudde hij drie jaren geleid hebbende, den 4 julii 1754/ 
in zijn vaderftad Bremerh tot Predik"ant en Hoogleraar in de 
godgeleertheid wieidt beroepen, daar hij zig egtcr eerst op 
het einde van genoemde jaar na toe begaf, en intusfen den 
20 december aan het Hogefchool te Crmingen de ecretrap 
van DóSor Tfieologia bekwam ; eindelijk wierdt deze geleerde 
man , tot Herder en Leraar in de Hoogduitfe Kerk In '/ Gra- 
yenhge beroepen , daar "5tervolgcns het Hocgleraaifchap- Wierdt 



BARLAEUS. (KASPER of GASPAR) pj 

bijgevoqgd. Hij ftterf den 28 juiiij 17BS, in den oiidei'd(»ti 
Van 79 jaren; zijnde vervolgens lipt lijk bij ScJievemngeji^ in 
de open lugt, pp het kerkhof Ter Navolgifig tegracvcn. Bar* 
KKY is een jgeleerd mpx geweest, en heeft zig niet weinig 
roems , in het gemenebest der letteren , gedurende het tijdvak 
van zijn langdurig en arbeidzaam leven verworven , door 29? 
ne uitgebreide kundigheden in de godgeleerdheid', kerkplijkq 
gefchiedenisfen , als andere takken van wetenfchappen ; waar 
van tot levendige bewijzen ftrekken , zijne veelvuldige uitger 
gevene werken» wordende inzonderheid onder dezen geroemd: 
de Bibligtheca Bnmsnjis en Hagana , Mufieum Haganwn en Sij^n* 

bplce thgancs, •■ — Hamberci^ri, Erudita Germania, p. 33, 

p. Saxi, 0/107». litejar. Pars VIL p. 102. Boekz» 1732. «. 
bl. 744. .1733. fl. 121. 1745- «• 234. 1751, a, 233. 1754.. 
p. Ï98. 1755* «• 0^^' ^765» b' 541' Konst- en Lmer-Bsdc. 
I, D. bl. 4. 

« 

BARLAEÜS, (KASPER of GASPAR), is Profesfor in de 
Philofophie te Anfteldam geweest, en geboren te Anfwerpm 
den 12 februarij I5S4> in welke ftad z^n vader die den zelv- 
den naam voerde, Griffier was; doch zijn ambt v^liet, ei^ 
naar Holland toog, na dat den Hertog v^n Fakma, d\^ Had 
veroverd hadt. De jonge Kasper oefftnde zig in de Godg^ 
leerdheid te Leijden\ en werdt in 1608 tot Predikant beroepen 
in de Nieuwe Tgnge^ op 't eiland Orerjldkkééy welke dienst 
-hij tot in 't jaar i$i2 waarnam^ wanneer hi^ op aanbeveling 
VanP. Bertius, in deszelvs plaatze, totOnder«Regentin 't Star 
-ten-Collegic te Leijden werdt aangefteld , ^n van den predikt 
dienst affiondt. Op t einde des jaars i(5i7, werdt bi) door 
4c Bezorgers der Hbgefchool, verkoren tot Profesfor in ó» 
Logica of Redeneerkunda Middelerwiji waren de gefchilien 
der Remonftranten en Omtrarenionjiranten ontdaan. 'Basjlaeüs 
iiieldt de zijde der eerften, welke hij van 't jaar 161 5 af, 
met zijne penne ten dienst ftondt. Ook woonde hl) het Dord-^ 
Je Sijnode bij onder de aanfchouwers, za lang die vergadering 
met opeu deuren gehouden weidt; makende aantekeningen 

van 



pt BARLAEajS. (KASPER of GASPAR) 

van '( gene hij zag en hoorde , die federc in *t llcbc gsjgB^en 
2iyn. Hy htefp de gedaagde Remmflramm enen gerulmen tijd 
in het (lellen van enige fchrifben en brieven , die geurende 
het houden dsr Sijnode, ingefteld en afgevaardigd veerden. 
Doch in februaiij , keerde hij naar Leijden en tot de waarne* 
infng van zijn gewoon beroep te rug. De leer der Btmn' 
Jhanten veroirdeeld zijnde op de Sljnode, werdt ook het Ho- 
gefchool, fo als men het noemde gezuiverd, en Barlaeus 
cnder anderen verlaten van 't Onder-Regentfchap , omüent 
het midden van junij, en in de volgende maand ook van 
*t profesforaat in de logica. Dpch eer 't laatfte gebeurde^ 
hadt hij die voorheen Predikant geweest was, de JSte'van Stil- 
fiand getekend, en zig verbonden voortaan niet te piediken, 
fchoon hij ten zelvden tijde betuigde^ der Remonilrantfe za.« 
ken nog toegedaan te blijven; welke betuiging hij in juli} 
1621, nog herhaalde. Middelerwijl hadt hij ontzet van zijn 
beroep, zig op de geneeskunde toegelegd, en was te Caën ia 
NwmnSjey tot Doktor bevorderd. Hi} heeft nogthans deze 
wetenfchap .bijna niet geoeifönd, en zig te Leijdm daar hl| 
bleef wonen , bezig gehouden met het onderwijs, van jongelin- 
gen in de philofophie. en in andere wetenfchappen, tot dat hjj 
in 1631 , tiot Profesfor der philofc^hie en der welfprekend- 
heid, in het dporlugtig fehool te JmMdamj beroepen werdt; 
daar hij van gi'oot en klein geëerd en. bemind, zijn beroep 
met allen i^ver en vlijt waarnam; enige ti*ef!ell)ke Idlijnfe Ge- 
4igteaen andere 'werken in 't licht ^af, waar van en^en wor^ 
•döi beoirdeelt in hetfchone.aitikel, dat den geleerden Baylr, 
ons in. zijn DiOUmake Hiftorique (^ Critique 9 van Sarlaeus heefe 
nagelaten; Met dit werkzame leven bieldt hij aan, tot dat 
hij van ene zwai-e ziekte aangetast, die hem den geest ge- 
weldig benauwxle, en. alleenlijk nu.-endan enige, tuslènpozin- 
gen gunde, '$ daags na. dat hij voor zijne. Studenten nog gele- 
zen hadt, op den 14 januarij 1648 oyerleedt; zie G. JSrandt, 
'Toizijy III. D. bl. 144. Over de natuur. zijner ziekte, en, 
de omniddelijke oirzaak zijn's doods, ia verfcheidelijk vanget 
fpi-oken en geoirdeelt. D^n tameJyk zeker is het^ dat zijjne 

zielT- 



l i • ' • 



'BARLAEüS. (KASPEH of GASPAIl> ^ 

éléite ene* vern^ande zwaarmoedigheid is geweest^ sigaar 
Vao', hij reeds xn 't jaar 1623, koit na 'c ontdekken van /dea 
aanilag op het leven van Prins Maurits, aangetast geweest 
was, ter gelegenheid dat de zo vermaarde Schout Boirr^de 
onbefchofte floudieid hadt, te 'Ldjden hem 9 op ftraat gaanda, 
onverhoeds een ' papier /weHrlian ten dele uit de zak dak, 
Ie ontrukken; '*t welk bem/fbhoonr'erniets kwaads in (tondtt 
dermate ontflelde^-dat hi^ om te jninder verdagt te zijn> tot 
driemalen toe in de openbare . kerke ging; waar op fchrijft 
G. Brandt,, ene zware wroeging en drorfgeestigheid volgde, 
die 'egter ;doDr den ti)d, wederom verdween. Doch na ziju 
hero^ t^ Amjhtdam^ in 1632, trof hem nog gróter zwaar* 
moedigheid. Ë&j'zelv' fpreekt 'er in zekeren la^nfen brief, 
9an :zijnen neve Cunaëus, met deze woorden van; ,» Ik tU 
i, ledige, ben'g;eftort in ene droefgeestigheid, veel zwaar-^ 
,, der dan die. mij voor negen 'jaren getrofiên heeft Serst 
^ :heb.ik m§ door ilerk'ihideren, afgemat; daar op Is verllop- 
y> piiJg-gevölgd; vervolgens is mij 't gene te voren ligtfcheen, 
%^zwsL2ix . voorgekomen $ eindelijk heb ik, door ik weet niet 
fy welk Qne kléinmoédigheid, begonnen mij zei ven t'enemaal 
,} te.imistroiiwên,'eji 'te- gevoelen, dat ik onbekwaam ben 
9» om dez€^' last te -dragBH. £n ik ben mij zelv' nauwelijks , 
fi als mij het beerlijk lot van mïjn hutsgezin te binnen komt* 
^ Ik, die <ie .gelukkigfte was, ben de ellendigfte in mijno 
,> ogfn. .De redenen door welken gij mij opjbeurt, worden 
j^i.mg door brave lieden -dagelijks voorgehouden. Ach neef ! 
5;: ik ben de wxn nietdie gQ meent dat ik hen. Ik heb dezen 
M post, uit. een. ijdele en dwaze overtuigiog aanvaard. Maar 
„abYgevoel nu*,, dat .het. heel wat anders is in '( bijzonder, 
,t.heel wat anders i$ in -'t openbaar te onderwijzen; ik heb 
,7 die vrigmoedfgheid.Qiet, ala ik. in 't openbaar onderwijzen 
^^moBt, die.. mij wanneer ik iti 't bijzonder onderwees , plagt 
,/ eigen te zijn,. ^, ik ben zo vervuld van fchroom, dat ik 
j^zelir' geen bijzonder onderwijs geven 'dutf. Mijne gezond* 
tfibtii is4dk|aiikler, uit hoofde mijner droe%eestige ver- 
•}L Dbel. G ,> beel^ 






-m BARLAEUS. (K&SPER of O&S^AR) 

^ geldingen , en der genaesimdde!^ zelvep. M^ne flaap Ji 
^ «waar eii afgebroken ; de huishouding; de$ ilgfaaams , gebeejl 
„ ondSeldl j(di] fchiet geene hoop over, dan op de barmberw 
,». ti^fd èn Qiagt'des groten Scteppers» die nii| eertijdk vaii 
^ diei]geUjke kwaal, doch aUen^pkens, verlost heefc; want 
,, gjy wieec, dat deze ziekten van langen duur. zijn. Ik be« 
,, veel mij zelven en m^n huisgezin, w]aarde neef, aan uwe 
,» gebeden. 'Ik 1^ geen lust om meer te fcbijven» en èk!^ 
y, treurig en mg zeer lastig veiisaal » te vervolgen. Uit tniji» 
^, itijl^ uit mijne uitfchrabbingen , zult gg iigtel^ kndncaf 
,^ zien , hoe ik giefieid geweest bén » toen* ik dit op 't papiec 
,^ bragt. De vorige kragten van lighaam txt geest tx^ ge^ 
f» knakt. M^ne 'buisvroow die bi) mij ftondt.teuwigl ik dit 
fcfareeP, heeCb migne pen genoegzaam fiefllerd«. G<m> gev« 
dat ik beter en blinder fchrijven mage t Nu kan ik nieta % 
> Ciar&r. FlrorJ' Efist. e Mufi^ J. Brandt, p. 'i.i&: 

Doch uit dezen naren toeftand, is Barlaeus ook gered^ zd 
dat bij. in 't begbi des jaars 1635 , in (laat was^' om de open* 
bare redevoering van den mnjzen Koopman te doen; en, uit de 
brieven van den Drosfaart Hoorr, na dien tijd aa6 , en we- 
gens hem gefchxeven , fchijnt men te mogen ajBeiden , dat hi|. 
nu en dan 9 en bijzonderUjk omtrent den aanvang des }aars> 
X639, toevallen van onpaslèüjkbeid gèbadt; maar verder, tot^ 
diep üi *t]aar 16469 ene redelijke gezondbeid genoten bedft- 
'Ipist. 1^.^ Z. '^ozHOiUNn t Mufm.]. G. Mxeui, p; x66. Doch. 
toen fch^iit bij vsn zijne oude kwale;,' op nieuws aangetast te 
zijn, Men heefc vcrtek en gelooft, datlsj meende van glas, 
te wezen y en vreesde aan ftidcken g^otpi te zuMi^ii wbr<ien }. 
of van boter of firo, waarcm. hij zig ver van *t vuur hielde 
Sommige menen , dat bij in\ ene p^at gevallen oCgefprpngen,. 
-en zb verfmoord /is;*?och in de] lijkrede, door JoflAiniBS Aa* 
NOtDUs <!^okviNus óver hem uitgefproken , . leest nien , dat deii 
]^edenaar verhaalt was,. ï^ ene fchieliiké jBaawte, die im 
dien ^t^ velen trcif 9^ den overledenen de dood gedaan hadt». 
Hij is begraven in 'de Nieuwe Kerk nabi^ de. graOelder vai^, 

• ■■ • - «8* 



\ 



BARLAEUS. (KASPER of G4SPAR) 9f 

■ 

fijnen hurtvrfend P. C Hoorr, die hetn flogts wsiiHgB VM&a» 
den overleefd ^icefc ; waar op Joost vm yo^im* diC graf- 
fdirifc maaJ^ee. 

Hier fliümüirt Baarle neffens Iloorr, 

Geert zzrk bun glans noch vriendfdiap dooft, 

BiULAEus hee^ zig, inzonderheid doDr z^ne iatgnfe yeifen 
en redevoeringen beroemd gemaakt. Over zijne begaaftheid , 
in de digtlcon«t , velt Jac. Paiunpp. d'Orvxllz , in Oraüone in 
fiatalem Athcmei Amftelaedammfis ^^ p« 14, 15. het volgende 
oirdeel : A plunhu ca ttinport. ititer Principes latiaae Poifeos , 
habebatur : muM ftlam Pfimi^aium in divina hap arte dcf&rébont. 
Ook zijn 'er brieven van hem in 't lidit, die h§ de kenners 
geacht wordem . \V'einige maanden voor zijnen dood , heeft h^ 
een verhaal van de Ja-rgsbedrgven van Prinfe Johan Jyf auait^ 
van Na^ ifl J^azM, in 't licht gegeven,, ^en voorts door dea 
4cuk' gemeen gemaakt : Poemat^ pleraque prlma^ feporatim 
Jparfimque edita, An umm vtdumetf ctmtraSa^ mmirum Ileroicorumi 
Uhr. in. Eiegiarum Itbri JL iMgd. Bat. 1611. i%^.. Tritmpims 
Fmderati Belgii fuper dehilUais ad M»Jam UFbfbus (^c* Amft^ 
1632* /ci/o^ In Ducatum JJmburgicum additwn Foederatorum lm' 
perio. Amft. 1633. foU Tumuiw, Gv&tavi . Adoc^hi &c« 
Panegyricus Armando Carjünali BtiCHBuo. ö^c. Amfi. i6ss*. 
in ïi^i Disfsrtatïo. de bsno Pf\incip^i {fc foL 1^33. Me^ea 
Hospes y Jive : defcriptio püblica gratuUtims^ iftta Mariam de 
MEDtcö &c. Amfi* 1639' /<rf- Zijnde hier van ook ena ne- 
óerdujtfc. uitgave, in i6^% gp^ukt. Oratio panegyrjca de viSa. 
Hifpanmm ClasfKy -énft. f ah- Orü^ A Ente tfltionis, jfyift. fol, 
^piftdce vatia. Anift. 1667. i%^, Orationes varia y 1.643. 120. 
MetJiadus.flwikrfm ff fOjOfJin.. 120. Obfervatiiünes. m experfmeiaa 
MdgnetiSy é? w magnetiat Terra, gfc 1.651. laP. ^yne 
fchriften ten voordele der R^nonffaanten in 't Hebt gegeven, 
vindt men aangewezen 1 in de Bèbliotlieca fcriptorum Semon- 
firantivnp y\Autbore Ant. CATTEiniimo. Alle deze werken heb* 
ben Barlaeui ongemeen . veel achting verworven b^ de ge» 
kdrde wereld. Doch z^ne fcf^erpe twistfcliriften , ten behoe- 

G 2 ve 



^ SARLASU8. (LAMBE&TUSJ^ ' 

ve der Rtnmjirantm , 'faebben hem de <ihgiimt niet alleen ; : 
mdtr zei V8 den. bitterfien htac van vele Kèrïel^n op den hals i 
geladen; welker hevige wederl^ingen ook, zo laen wil^ ie^ . 
hebben to^bragt» toe 's mans droefge^t;[gheid. 

3ehalv6a xlf bier bijgevoegde aff)eeldi^g v^^n dep* |^ons tre- 
ken ViNKBLEs , ontmoet men hem nog in prent door L. Va- 
Tttü; door MAifiAif) naar Sandrakt; door Delphius, nair 
BaiLly; en door meer anderen. ^ KÓNion, BtbL vcttis'^ 

(f nm. MokHovn, Pólyhijhr, Tom. I. p. 153. 297, 298. 
977. 1664- J. A. CORvmi, Qrêt.fwiehr, Wittb, i» Dior 
rfó biögrapk T» G. Frettaó , Andle&a litter. p. 67 , 68. 
CRBwir, -//mmöJv. TUlolog, Part. XlU. p. 45-49. Jo. Fabri- 
cii> fl(/ïor. JKfr/. Part. Uï. p. 277. 305. Foppens, JBiW. Belg. 
p. 1^5, 'x66. C. Saxi, Ofumu liter, pars IV. p.' 251, 251.' 
AnaL 5J8. P. BaYle; DiBion. Tom. I. p. 454.* e^V. ^1730. 
DAviD Clement, BihUotheque cufieufè^ Tom. IL p^ 429, 430. 
O» Brandt> Bijt. det Jiefpm. II. D. bl. 243. 45Ï. 524. 952- 
HL D. bl. Ï71. 404. 444- Wagen., Vad. Wft. X. D. W. 
5S8. XL D. bl. 8p. Wag., Sefcht. van j^mft. XL Gt. bL 
297-303. A» pAKs, Naamrol der Sauv. en HolL Schr^versj 
W. 277: 305. 328. SoERMANs, 2Br*f/(f* Register y ht. 12$. 
j/koiefü. SStginers bl. 63. 12a. -^ 

• BARLAEÜS (LAMBERTUS), Boogteraar in de grickfe 
fkal te Leij^y een broeder van Kasper, geboren te Bomrnet 
in 259S) Vierdt n» zijne ktteroefieningen met allen lof té 
hebben volvoerd, en tnet ruimte tot den dienst toelaten 
te 2ijh, als Predikant van*t Gèzaritfchap met den Baron van 
Lai^geHaK) Holhn^en Anibasfa^ür naar J^ankr^k benoemd i;. 
vervolgens \xrerdt 'hij Conrêk^or der latijrife fcholén te AnfteU 
dasn, en eindelijk Hoogleraar In ^de griekfe tale te Leijdeni 
welke hèdlèning hij met een opentlijke redevoering : de Grce^ 
tarüm 'Utetarum prajiantia ^ utiHéateydènii o&ober i6^T 
aanvaardde» Voorts gaf hij' uit, 'Luciaiïi Ttmoimn^^Lügd. Bat, 
iösi* 8^0. en EssiörATheffgenUm^ Lugd. Bat. i6sS. 8vo. 
Bij tïiclï dca 16 junii ï6S^i ^^ d^n oüdéa^dom van «o ja«» 

' • ' ren. 



BARLABÜS. BARLAIMONT; BARLOTTE, lOf. 

{•en. " KoNtGn; BbL vet. (f nóv. Coxvinufs^ bt 0»if» 
funehr. Casf. Barlael GtfoT. iffifr/. Bünav. Tonu' L pog. xo(iQ« 
b: Saxi, Onm. lit'er. Pars IV: p. 374. Bi fiAtUK, A'Sio^ 
Tom. r. p, 456. i?^ <ili> 1730. 

BARLAËÜS (MELCHIOR), eep vüUe neef van Kamper 
én Lambertus^ t& Antwerpen in de XVIde eeuw geboren, wai$ 
een zoon van Labcbertus BABJ^AEUSy Bewaarder der ftads Ar- 
jchiyen tG Antwerpen^ Melchior was een geleerd mani en 
Leeft verfcheidene werkjes^ zo in di^t als profa ge&hieveii. 
•— CoRviNus in Orat.fun. C. Barlaei. Val. Aiïdr., Biil, 
^^/g-. Foppens j^ Biblioth. Belg. p. 886. Saxi^ Otmio. töirar^ 
Pars UI. p. 403. 

« 

BMLAlMOIsfT (GlLtlS va^, H^er viin Hietgii, uij dé 

tiostenrijkfe Nederlanden geboortig, is een groot Staatsman ert 
tèfièns moedig Krijgsman ge wéèst, in dienst dés Eönings vaü 
"Spanje, gedurende' den aanvang dèx Nederlandfe beroerten, tri 
welke hij dèn aanhang dés Prinfen Van Oranje tnènfg gqvo^ 
ligen nee^ Heeft toégébragL Hij hééft vele fbemrgkê krijgs'- 
tédrijvèn uitgevoerd, doèh wiérdt geftuit In dé loopbaan 
iljner overwinningen, bij hèt beleg van Mdstrick, door.dëil 
iiertog VAN Parma in het jaar 1579 ondernomen; Want biet 
trof hem eën kogel; die heni tot groot hartzeer van den yêld^ 
heer , in een ogenblik hét léven benam» ■■■ ■ ■■ » ■ SxaAX>A| 
NederL OorU 

BARLANJDUS, zie BAARLANll 

BARLOTTE CCLAUDE la); fs eèn wak)c0f KriJgBheM 
geweest, in dienst van deii Kardinaal Aartshertog Albertu$.» 
wién het iian moed noch beleid ontbrak; waar van hij da 
bhloctenbaarfle tóijkén gaf in 1596, toen dfe Aartshertog voor- 
nemens was Hulst te belegeren. La Barlott^ wels mét enig^ 
manfóhap afgezond^, oqi ware het moogUjki den Craav VA9 
Souf s , die door Prins Maurits met een magtige bezetting , 
daar binnen gelaten was, te vèi'rasfen. Onder bégunftiging 
van de duisterheid dés najgts^ gelukte fiec hem^ in ïA\ i^^ 

G 3 van 



^ 



102 BAlRES, (ANATOLlüS dz) 

van juUj, over de gragt te geraken, terw^l bet ^aatfe vdk 
zeer onag^aam de wagt hieldt. Door deze verrigting , maajc- 
te hij den aanvang van het beleg» voor den Aartshertog zeer 
voorfppedig, waar van het vervolg niet min voordelig was: 
Toen in 1598 de Admirant van Akiiacön zijnen optogt langs 
dfen RJttJn wilde ondernemen, werdc la Barlotte vooruit 
gezonden, hq noodzaakte alle de fchippers die hij aantref, 
hunne fchepen, tusfe.1 Ban en Keulen y bijeen te brengen , met 
dezelven voerde hij z'jn volk over den Rhijn , en maakte zig 
. meester van de beide wederajdfche oevers; na deze verrig* 
'ting, joeg hij, met behulp van twee veldftukjes, de Staatfe 
oiideggers^den droom af tot aan Rhijnherk toe, en volvoerde 
dus den last dfe hem bevolen was. Niet minder nadeel deedt 
hij in het volgende jaar, met den inval in de Btmmkrwaardy 
waar door hi) Prins Mau&its veel weris verfchafbe, om hem 
daar weder van daan te drijveti. Onder alle de voordelen 
welke de viyand behaalde, was wel het voornaamfte, dat zij 
MAu&rrs, zo voor Bommel als in de Tlelenvaard en elders af« 
matteden, en Mendoza gelegenheid Hreeg, tot het ftigten van. 
de St, Andries fchans; ook fchcelde het weinig, of bet zou 
san BAaLOTTE gelukt zijn, Wbudricltem te verrasfen; doch een 
weinig te lang toevende met zig te beraden , werdt hij in het 
lopen naar de poort, door een der burgers door den torenwag- 
ter gewekt, ontdekt, die fneller dan hij lopende, hem voor* 
l^wam, en de ftad in beweging bragt; la Baiulotte hadt meer 
dan 500 man bij zig, die gedeeltelijk als boeren gekleed, van 
korte roers en opflekers voorzien waren. Gedurende het be- 
leg voor de ïfabellorSclums big Omende^ werdt hij in het jaar 
x^oo doorfchoten, en door zijnen dood de Staat van een 
moedig en wakker beftrijder verlost. — -— H. de Groot, 
Jaarboeken, bl. 245. 369. Wag., Fad. Hifi. VUL D. bl. 
432. IX. D. bl. 2S« 48* 5X- 88. 

BARNEVELD, zie OLDENBARNEVELD. 

BARRES (ANATOLlüS de), geboren te SMis in het 
jaar 2524, wv de zoen van Pxatsr Barees, Heer van P^rr^, 

Raads- 



'« I • • • • - J 

J8ART, (JAN) to3 






Raadsheer in *c Parlement ymn JbóU, tot in 15301 Wanneer 
bij tot Prèfidént yan dat zelvdé Ger^hoF wiêrdt yirlcozen ; 
zijn moeder Was Gut^ b'ARBOiJ genaamdl , AürATÖtrol ^rdt 
liog zéér jong z^nde naar Leuven ^szohden ] üVmit hl^ dè 
inathefis; en waarfchijniijk-oök^ dè wijsbegeerte en rêgtsg^lëerd- 
beid tseoedfendè; zedert kwam bij sian hét Hof van KAiei 
bsN V. als Kaüierheerl Hij overleefde z^nen Kèizériliken 
sheester; maar men weet niet, waar hij vervolgens is gebto* 
Vén.^ ,Wij hbbbén Van AiTATOLiiusi i. JiirithmaütB praék^i 
Ub, ir. Loy. ij45i 4tói De Schrijver was. nog gsèn ip ja- 
ren oud , toen hij deze verhandeling in *t lieht gaf* . 2I CAhq* 
ius QuNTüs cèlo donatus, Lovanii^ i55!?« in iao. Oit is éne 
lijkrede over dien Vorst. — — Val. Andr. ; Èibl* Belgi p. 
i(5. j. Fl FoFi»ENS, BibL Belg. p. 4j>. Dunod i)E CH^ii 
GE 9 il/^. pöttf ^/Wr/r è rhijioire du Conté de Bourgogne^ f. 
%!$. PiQuoT, /^/. /^^<«r. Toni XU: p* 2Ö8, 26^* 

BART (JAN)i een Kaper tér zee, geboren ih 'tjaai: ït^<ty 
te Dtdfikeirken'^ van geringe ouders, heeft door zijnen moedj 
beleid én dapperheid , zijn naam verèuwigdi Zijn vader Was 
een visTér l die reeds niet een tabijk huisgezin beladen was 
toen Jan tér wèrèld kwam^ die vervolgens nog door eën broè- 
üer Ka. PER génaauid gevolgd wiérdté De behoeftige ftaat vari 
iden oiidén BARt ^ gedoogde niet; dat hij zijn' zonen iets an- 
ders liéc ieren dan visfën , ja zelvs werden zij in geen lezen 
ioch Ichrijven onderwezen. JAii van ene gèaarthcid zSgndè , 
dié tot veihêvenér bedHjvén dan de behandeling van het vis- 
-want gefchikt was, verliet het buis én de pldats zijneir ge- 
boorte >' ging naaf Holland y én verhuurde zig té Anfièldam 
voor feheepsjongé. Onder het beftier van déii vermaarden 
zéehüld M. DE Ruiter, klóm hij als jonge van trap tot trap 
i>p, en wierdt efen bekwaam zeeman. Met dën oorlog. Wel- 
ke LoDEWYK DE XlV, in 1672 dit Gemenebest Aandeed, was 
irien 'er op üié, ten einde zulke tweö magtig vérbcmdöne 
Vijanden als Frankrijk en Engeland ^ ter zèe het hoofU tÉ kuh^ 
rMti bieden i' naar mannen van kunde en èndèrvindïng om Ie 

6 4 aienj 



104 BART..ÜAN; 

vaen, en Bart was onder hejt getal der genen, aan ^^len mem 
•en aanzienlijke bediening «aobocx}. Pan. deze jongeling put 
21 jaren oud» hier te eerlijk zijnde om üegons zijn vaderland 
en koning te willen v^ten, week bij uit HoUand, keeide 
naar Didakerken te rug, en aanvaai-dde de kostwinning vanr 
velen zijner fbdgenoten, om namelijk ter kaap te varen; en 
in dit nieuwe beroep kweet Jan zig zo dapper» dat hij wel 
dra boven z^ne medemakkers uitmuntte ; zeldzaam keerde 
het kaperfchip waar op hij zig bevondt, zonder prijzen in de 
bayen; en zijn Kapitein moest volmondig belijden» dat hij 
zijn eeluk grotendeels aan Jan Bart hadt te danken » die zij* 
ne fcliepelingen door zijn voorbeeld» moed en een voorzigtig 
beleid» wist in te boezemen; ja zijn roem verbreidde zig zo 
^er, dat die fpoedig ter oren van Lodewyk den XIV, kwam. 
Met het ter kaap varen, oen ftiiivertje overgewonnen heb- 
tende» bevondt Bart zig in 1675 in ilaat» om voor eigene 
rekening een galjoot uit te rusten , 't welk hij met twee Huk- 
ken kanon en 36 koppen Wapende. Op zijn eerüen togt met 
dit vaartuig» ontmoette hij op de Holksndfe kust nabij Texel, 
een fregat van 18 ftnkken en met 60 koppen bemand; zondo: 
zig lang te .bedenken, klampte Bart het aan boord» verover- 
de het, en bragt het te Duinkerken op. Deze en meer an- 
dere gemaakte prijzen ftekien hem in (laat, om deel in ene 
kaaprederij te nemen » welke een fregacTchip van tien fhikkoQ 
uitgerust hebbende , het bevel daar van aan Bart toevertrouw- 
den ; hij was daar mede nauwe -ijks buitefn de haven van Duivkef'^ 
ken gekomen, of hg ontmoette csn Hollafids fregat» de Hoop ^^ 
liaamd» met 12 (lukken gemonteerd'; Bart tastte het aan, 
en overweldigde liet, na een vrij hevig gevegt dat enige urep 
, duurde. Vervolgens ondernam hij een kruistogt naar de 0(vf- 
zte.y alwaar hij op een aanzienlijke koopvaardij- vloot» be- 
fchermd door, twee firegatten, het een van 12 en het ander 
van 18 (lukken kanon» aanviel; het zwaarfte fregat encerdp 
hij terftond» veroverde het fpoedig, en joeg het twede op de 
vlugt, vernielde voorts een gedeelte der koopvaardij-vloot^ 
en overweldigde bet overfchot.. Deze JUatile togp vefwelao 

even 



BART. (JA»5 J05 

0^n v^l fchrik faQ-ziyoe v^anden, als :^' moed aan zigoe 
iq^eri^eren inboezeiodey die daar te boven door de beko« 
jq;i$n& winflen aange^nuird 9 het befluit.nannn vier of vijf fcbe- 
]>en tefiens uit te rusten; over het ene hier van, de Overwin- 
^g genaamd , voerde Bart het bevel , ciok waren de vier an- 
jderen aan zijn g^zag onderworpen. Met deze vloot op den 
«23 maart 1.676 ïn zee gefloken zijnde/ vermeesterde big. een 
fldlUmds fchip van- xq ftukken^ dat 50000 kronen waardig 
gefchat wlerdt , en zondt bet op naar Duinkerken. Zignen 
jLOdrs vervolgende, vielen enige dagön daar na onder zijn 
bereik agt koopvaardij-fchepen, ó&t van Londen kwamen, door 
diie oorlpgsfchepen verzeld, het ene zijnde een 2^uw van 
j8 , en de beide -anderen Oostenrijkps ^ een van 24 en het an- 
dere van 2& (lukken. Hij hadt die zo dra niet in het gezigt, 
of hij gaf aan een zijner fi^atten bevel , om de koopvaardij- 
fthepen aan te tasten ; dit was nauwelijks gefchiedt , of hij 
.viel, zonder zig lang te beraden, met zijn vier overige fche*' 
pen, op de drie oorlogsfdiepen aan, enterde den Zeeuwenaar, 
Jkak met eigen hand den Kapitein daar van dood, verwekte 
.hier door zodanigen fbhrik, dat het verbaasde fcheepsvolk om 
lijfsgehade bad en zig overgaf, waar na bij het Oostendife 
fchip van 28" flukken noodzaakte zijn behoud in de vlugt te 
zoeken, za als het andere ook reec^ gedaan hadt; en Jan 
Bart keerde als zegepralend overwinnaar met zijn gemaakte 
buit, beftaande uit het Zeewwfe oorlogsfchip en agt koopvaar- 
ders naar Duinkerken 9 daar hij juichende en met handgeklap 
>n de haven wierdt verwelkomt. . 

In meij 1677, ontmoette hij met zijn eskadertje/i6 fche* 
pen met kostbare koopmansgoederen geladen , uit Holland naar 
Engeland {levenende> en begeleid wordende door een oorlogs? 
fregat van 24 (lukken. Volgens zijne aangenomene gewoonte, 
tastte hij het fregat 't eerile aan , en geraakt^ daar mc^e in 
een hardnekkig gevegt; doch Bart gewoon te overwinnen, 
verdubbelde zijnen moed, vuurde dien van z^n volk aan, 
^en maakte zig na een bjj^'digen ftrljd die drie uren aanhieidt, 
moester van heitfi;ggaf . en drie der. J^oppvaaixi^-fcJ^iepen. In do 

G 5 maand 



ic6 teT. (J&È) 

inaand feptember van dat zêlvdë jaar^ geraakte Mj dëags f]Mt 
kn frejat van ^ ftukken , dat gefcbikt was ter Uvcüigtn^ 
van enige koopvaard^fdiepen ; ddk dit met z^nè ondèrheb^ 
beride fchepen; onderging het zelvdè lot; üii^zondèrd dat 
hij dezen hvdti in F^rankr^k opbragt JJbDKwitx jds XIV > op 
fene roëmrugtigc wijze van dit voorval hebbende horen fpics- 
ken, 2ondt ter verdere aanmoediging, aan xien gedagtèn zèt^ 
inan tzn gouden gedenkpenning i bëng^ndé aan «ön ke:èn vaii 
't zelvde metaall 

In m^arc 1678^ lUik h^ met eèn nieuw f^hip vait 14 fhik- 
ken , de Üolphljn gen^md, in zee. Weinige dagen hadt flegts 
ziin togc geduurd, óf het fchip SclneJam^ voerende 32 Huk- 
ken, dienende kis kustbewaatdér voor TetitV^ ma^tè jagt opj 
hem , n.e: oogmerk om hem aan tè tasten. Bart gaf tèrlloni 
b'j en, dat hij noch de meerderheid vah hèt gefchut; noèh 
die viii dè jnanfchap fchroonide; want nauwelijks waren zij 
öan elkanJereni of hij gaf bevel om te enteren; hij was over- 
al, dan voor; dan agter, gebood, vogt en bekwam vèrfchei- 
dene wonden i doch ondanks dezelve, vérlloeg hij al wat hemt 
voorkwam; viel op den Kapitein aan; doodde die, én maaktd 
2ig teen wel dra meester van het fchip. 

Nog in het zelvde jaar , trad Bart in dienst des ïtonings 
Tan Frankrijk i waar toe hij des te gemakkelijker béfloot, omi 
dat 'er na *t' fluiten van den vröde, weinig met kaapvaren te 
verdienen viel. Lödew^k de' XIV, iöaakte hem kapitein 
over een fchip van 14 ftukktfn ^ met bevel om Jagt op dé 
rovers van Salé te maken; Een van dezelve, voerende ré 
Hukken en 40 koppen , brigt hij te Tovlm op. Vaüban gaf 
zodanig gunfb'g getuigenis vad hem aan den Koning ; dat hij 
terftond door zijn Majcfteit werdC bevorderd; , 

• Na dat Spanje in 1686 den oorlog ièn Frankryk verklaart 
had, voerde Bart het bevel over een fregat, en kruiste daar 
mede in de Middelandfe zee; fpoedig vermeesterde hij aldaa^ 
een. Spaans fchip met 32Q foldaten , en bragt het te Brest op; 
Weinig ü)d daar na, bevond hij zlg bij de vloot, onder be- 
vel van den jQeer d'Abumokt, waaj^ med^ bij de Spaanfi 



piöoi voot Kddix naderde , oi in tjpt gev«gt dat daar mede 
voorviel, wonderen v^ dapperheid bedred^, en.fchoon ge- 
wond zijnde , nog twee Spaanfe fchepen veroverde. In 1CB9 
voerde hij het bevel over een fregat van 24 ftukken , en ver« 
trok daar mede in gezelfchap van den Ridder Forbin, die 
ten fregat van 16 ftukken onder zijn bevel hadt, naar Duin- 
Jurken y ter geleide vin énige koopvaardij-fchepen, die naar 
Brea moesten. Op dien togc overmeesterden zij een HóHandfen 
kaper, die zig zo lang verweerde en vogt, dat het fchip ge- 
noegzaam aan flarden gefchoten was. Op hunnen tweeden 
togt naar Havre de Grace, ter dekking vj(n 20 koopvaarders^ 
ontmoetten zij in *t midden van 't Kanaal , twee Engel/e oor- 
logsfchepen, jiie alle mooglijke zeilen hijzetteden, om hunne 
vloot te agterhalen. Forbin was van gevoelen om hakken 
op te fpclen, doch Bart betuigde gezworen te hebben, nim- 
mer voor enig vijand te zullen wijken ; en vermits hij het be- 
vel voerde, moest Forbin gehoorzamen. Drie der grootfié 
köopvaarders werden met matrozen van de andere fchepen 
genomen bemand, en kregen bevel om een van de Engel/en 
aan te tasten , en aan het zelve werk te verfchaffen , terwijl 
ij met het andere bezig zouden zijn. Bart hier op Forbin' 
bevel gegeven hebbende, om hem te onderfteunen ,' liep h^ 
met volle zeilen op zijnen vijand in ; doch de wind eensklaps 
ftillende, mislukte de^ voorgenomen aanflag; en zijn Ijoegfpriet 
raakte door den fchok in de hoofdtouwen van den Engelsyum 
vast; dQch Forbin dadelijk ter zijner hulp toefchietende, raak- 
te hij los, en zij bragten het 20 verxé, dat het volk op den 
Engelsman, dek en kampagne moest ruimen; toen het nu op 
het punt ftondt, dat zij hem meester zouden geworden zijn, 
kwam het ander oorlogsfchip ter hulpe van dezen toefchieten, 
doordien de koopvaardij-fchepen hunnen pligt verwaarloosden. 
Bart en Forbin vogten als leeuwen , tot zo lang hun meeste 
volk gefneuveld en zij beide gewond waren, verpligt wier- 
den zig over te geven; men voerde hen naar Plijmmah, al« 
waar zij in een nauwe gevai]genis wierden opgefloten. Hier 
Aelden zij ai bun vernuft te werk> om een middel tot ont^ 

ko^ 



iéi i^ART. (JAN)' 

koming te beramen, >*welk huii téa laatftcri ook dóor tóhülf 
van een klein vaartuig gelukte* In Frankrijk te.rug gekomeri, 
begaf zig Forbin ten Hove , daar hij aan den Koning vtrüég 
decdt van al het voorgevallene, èn een milde beloning vodr 
iijne dapperhdd verkreeg; doch hij was edelmoedig g^noèg^, 
6m aan igne* ïlajeftcit te betuigen , d^t Bart ruifn zo vèA 
Aanfpraak op de beloning hadt als h§ ; *t welk van die uitweN 
king wa^, dèt men dezen ook eèn gelijk gefch'enk toewees. 

* De Graèv de Tourville in 1690 door den Koning tot Vicé* 
Admiraal aangefteld zijnde, bekwam Bart onder zijn bevdl 
een fchip Van 40 ftukken fhet 140 man, bénevens last oih 
lig daar mede bij de vloot te Brest tè voegen.' Den 23 ju- 
iiij Hepen z^'in Zee, en kwtoen den 2^ onder de Êngelfe 
kust. Op den 4 julg befpfedde Jan Bart als een visfer ge- 
kleed, in een klèin vaartuig de vloot, óic uit 57 ooi'logsfchd- 
pen en 30 kleinere yaaituigen; 20 fregatten als kotters btf- 
flond , leggende boven den wind in ene ry gèfchaard , èn (legÉs 
^en halve kabfcUengtc' van elkander. De Hollanders haddeh 

.de voorhoede, de Êngelfen van dé rode vldg de middentogt, eii 
die van de blauwe vlag dé agterhoedé ; o^ dit berigt , iftaakte 
TouRviLLE zig bereid tot den Hag, en viel mcJt afle dapper- 
heid , de gecombineerde vloot ain ; doch de Hollanders die hdt 
grootfte aandeel in 't gevdgt hadden , leden veel meer nadeel 
dan de Engel/en^ die zig zo' veel mooglijk buiten het gevegt 
Rielden ; zes van hunne voornasimflé fchepen wieiden reddcf- 
loos gefchoten , én verfcheïden anderen op het' ftrand gejaagd, 
ïïa het gevegt, zeilden de twee verenigde vloten de Theenis 
op , ten einde zig van hare bekomene fchide te herflelleri. 
De Staten berigt van het geledene nadeel bekomen hebbende, 
wapenden terftond 14 grote fchepen , die naar Engeland zeil- 
den, en zig bij de vloot voegden. Terwijl Toürville me-- 
de zijne fchepen herfteldé, kruiste Bart in ló^ï mét tweb 
fchepen op de Hollafidfe kusten , én overviel aldaar dë haring- 
buizen , van welken 8 of 9 verbrand werden , na dat Forbin 
het oorlogsfchip dat tot derzelver dekking verftrekte', getid- 
»ieu hadt ; tclukkifg nog d^t 2:00 andere buizen zig in Erjgé- 

lani 



BART. OANy ïo^r 

land'mit&n te bergen. ' Op dien togt met dit Bedrijf niöt ver- r 
genoegd, ontmoette hij op de t© rüg rg fee naar DwAerken^.:: 
t^ee Ehgelfi fchepen,' die 450 Deenfe foldaten naar Engelani , 
voerden; ftö viel deze! verf qnverwagt a^n, én overmeesterdo ; 
ae, bijn? zo fpoèdig, als hij zé aangevallen hadt. Even gfrrj 
lukkig flaagde hij, in het afhaien van twee fdiepen yan.de-, 
£/ve, met buskruid, koper, lood, wapens, granen enz. gela»-; 
dipn; terwyi hij op dezelve was tvagtende». rantfoeneorde h?, "^ 
oni niet ledig te zijn, CDige* groenlandsyaaidcts. voor iooq' 
B'ónje kronen, met dit rantfoen .benevens de twee gemelde, 
fchepen, zeilde hij ongeftootd naar Brest. 

LoDEWYK DB XiV, ligt b^roedcndc , ^t IfeMawien Eni"; 
geland alle mooglijke magt zouden bijëea brengen-, om het na-*, 
deel dat zy het vorige Jaar gefedcn liad4so> t^ hcrfiellen; gaf ^ 
bevel aan Tovrviu^z^ pmzig^mede ten fpoedigften gereed tqr 
maken. Bart Kreeg oijder die vloot, het bevel over een fchip 
yan 66 ftukken en 400 maiï ; .doch in dat. jaar niets aanmer- ' 
kelijks ^usfen de yijandeljijkcj vlotÉjn vporv^il lende, .feiegaf hi} 
74g nRZTpuMerkejn, w^ike ftad in 1694'doQr cle-Bondgeoo*; 
ten,, geblokkeerd enr teyig gebomb^rdee^id W9.rdt; .. Bmt nieCr 
kunnende dulden dus .<ipgefl9ten te zetten i^ondern^in allesr 
om zig daar ^an t0 oottr^kken, op^nb^arde ^jn ontwerp ^att' 
den Minister der zec^k<{Q 9 de Heer de PontqHartrain , dier 
'er in den be^nne genoegen in nam, en al w.at 'er toe ver-, 
eist werdc bezorgde.; docrb naderhand van gedagten veran- 
derende, beval bij de uitvoering te llaken;'daö cp, nader berigt. 
en opening door Bart gegeven" , herhaalde, hij ijne vorige 
bevelen. Bart de uitrusting ingevolge zijn plan voltooid heb* 
bende, ging 's nagts onder zeil; en voer met de bg zig heb- 
bende vaartuigen midden door de Engelfi fchepen heen , gé-- 
vende aan wederzijdeQ, de laag. Met kragt van zeilen^ wou. 
hij de ruin^ zee, zonder dat zij nog eens de tiji hadden ge-^ 
faadt in bedenking te nemen , om hem aan te > tasten; met . 
het aanbreken van den dag, was hij reeds buiten bun gezigCt 
Tégen den avond ontdekte hg via: fchepen , die met hem 
een koers zeilden ; in *t eerst dagt bij dat ze tot de vloot 

be^ 



* 



11^ vAs^T, am- 

behoorden dfé Dtankerkm.hlpïi^aèerée; doch b§ nader önder« 
zoek bleken het dri& ri^kgfiladene leppen te zj}n , die uit Enr 
gAani nas^r JUalmd beliemd waren, en door een oorlogsfdiip 
g^ekt wierden ; den gantfchen nagt bieldt M} zig digt big hen, 
fn met het aanbreken van den dag, tastte h^ het oorlogsfchip 
aan, en overmeestenip bet zo wel als de drie «ndae Tche* 
pen. 

\ Na de gemelde en meer heldendaden vem'gt te hebbsn , « 
leerde bQ nevens den Ridder Forbin naar Duinkerken te rug, . 
alwaar zij bevel bekwamen, om aan *t Hof te komen, ten 
einde zig te verantwoorden , op de klagten door Iknemarken . 
^ens hen ingebragt. Zij trokken dan naar fC^fdllesi daar 
FoBBSV niet zo dra aan 't Hof was verfchenen , of de Koning 
vroeg hem naar Jam Bart , zeggende dien zeldzamen man te 
willen zien. Op bekomen bevel, bergaf Bart zig 's morgens 
ten Hove , en deedt zig aandienen om bij den Koning ing»* 
leid te worden ; doch te vroeg gekomen zijnde , vertoefde h9 
in een der vertrekken, haalde njn p^p uit dai zak, ketite. 
vuur en b^gon te roken. Alle die daar tl^enwoordig waren,. 
verwonderden zig over deze ftoutheid, en de wagc wilde hem, 
tioodzaken van daar te gaan, zeggende, dat het niet geoir- 
loofd was i in de vertrekken van den Koning te roken ; dan 
Bart bekreunde zfg hier weinig over, en antwoordde.: „ ik 
„ heb In den dienst van den Koning -mijnen meester deze 
„ gewoonte aangenomen , zij is mg onontbeci-lijk geworden; 
„ en ik geloof dat hij veel te regtvaafdig is , om ki^alijk te 
„ nemen dat ik daar aan voldoe;'* en ging (Jus. met roken 
voort. Dewijl hij zig nimmer aan •t Hof vertoond hadt , was, 
bij 'er ook tij niemand bekend, dan bij den Ridder Forbin, 
die zig egter wel wagtte te zeggen , dat hij hem daar ge- 
bragt hadt. De Koning wcrdt hier op aangediend , dat 'er 
een man was, ftout genoeg om in zijne vertrekken te ro- 
ken , en die weigerde heen te gaan. LooEWYk antwoordde 
daar op al lachgende: het zal zekerl^'k Jan Bart zijn, laat 
hem ma» hegam. Binnen komende , werdt hij van zijne U^ 

jéfteit vriendelijk ontvangen , die tegens hem zeide : ]a^ 

Bart, 



r 



IIART. GANJ |,| 

I^BTi ^^ »J tfW^f» OOI tt gewrlmjfd in mg^ Bof f ^ rtfjfem. Og 
^en naam van Jan. Bart, en 's Voröen vricndelgke bejegen 
Hing, ftonden alle de Hov^Iingeir ^Is opgetogen, in de b& 
fcbouwing van dien -zcldzamen raensch. De Kor.xng war nauw- 
Ujks vertvbkken^ of een ieder vraagde aan Baut, hoq hij bet 
tog gemaakt iiadit, om doot de b.ol^kade vkn Dtéjnkerken t^ 
komen ? hj plaatfte hen hief op alle in een rij , en dreef heo 
pit den weg, door ftoten met zgne ellebqgen en vuisten t 
ging midden door hen lieen, keerde weder , en zeide : zie datm 
hoe ik gedaan héb. Sommigen kwamen lachgende bij den Ko« 
ning, en verhaalden hem. wat *er voorgevallen was; zijn Majei-' 
fteit^ zig met l^o) wUleïtdie vennakeD, deedt hem bier op roe^ 

' « ' • • • 's' 

pen , en hem in verlegenheid zoekende te brengien , vroeg hi^ 

fe©n ï zeg fnij Hg eens Jan Bart! , hoe isgt gij d^or de Engelfe, ylpot 
geraakt? vOnze Jan b^a^itwoord^e de vraag des Konings mefe 
de taal van eeo/ zoeman , da(: is , in tuwe bewoordingen. D& 
Hoveling^ verwonderden zig daar over; doch de Koning 
zetde.: h^ Jpfeekt wél vab mbefchaafdf tnear verdedigd egter dap^ 
per mijne belang^ ; ^en vervolgens op zijne Hovelingen zien- 
de, voqgde hi} 'er bij 3 is 'er onder uHeden wei iemand y die doen 
km wa$ h^ dm,?, waarr. op zg ineC. ene -buiging, die neen te,- 
jennen gaf, móésten s^ntwoorden. De Kpoing befchonk hem- 
met ene i^rkcntenis vatn looo kroöen , te betalen uit deJKo* 
i)ingUjke fchatkamer; bj^den ontyafogst daar van > XpeeldeBikr 
geen minder belachgdi^ roL 

, Dan laten wi] hem #eder op zee vczellen, waar voor hu- 
geboren fcheen. Zonder alle zgne bedr^en aanëengefcha* 
itód te vermelden , vergenoegen wij om nog alleen te zeggen , 
dac agt Staatfe oorlogsfchepen in 169^* een graanvloot, uit 
^X)o^e naar F^mkrijk beftemd, veroverd hebbende, dezel- 
ve reeds op de hoogte v^ Texel gevoerd hadden, toen Éab,v 
die zes oorlogsfchepea b]^ zig hadt, hun . aantastte , drie van 
dfi gemelde ^igt fchepen bverweldlgfiej de vigf overigen op ^e- 
vlugt dieef» én de graanvloot behouden . biianen de haven van . 
Duinkerhen bragt. , Terftond ifa 2^r)e aaiftomst aldaar, deedt- 
bij. door zijnen zocsv, den Koning kennis geven van bet b?- , 

• * . * baal. 



tiS BART. 0AN5f 

haalde voordeel;' wa» op de boodfehap^ tot V8rgeldifig7 
een hc^er trap in den zeedienst bdcwam, en aan zijnen vader 
brieven van adeldom werden verleend. • • , 

Hij nu Ridder geworden, viel in 1696, op een Hoilan^e 
vloot aan, die met granen uit de Oostzee k^am; de fregatten 
die dezelve ter befcherming dienden, veroverde hlJ, en nant 
of vernielde een aanzienlijk getal koopvaardig-fchepen. In het? 
volgende jaar werdt hij door SoBiEtsKY, • Koning van Polen ^ 
tot Bevelhebber van een. eskader dat te Duinkerken lag , aan-r 
gefield. De ontwerpen , . die hij bij den ontRanen' oorlog in 
))et begin van' de volgende eeuw bemalnd hadt, Werden ^door- 
den dpod verijdeld; hig .overleed op den 'if aprH lyoa,- io 
4en ouderdcm vin 52 jaren. : ' 

Zie daar lezer, .de veitorte levenfchets van dit zonderling» 
mensch, groot, ja verbeven in zijn foon. Wij. zullen» dit 
artikel befluiten .» met enige karaktertrekk^ vair- hem 'op té 
geven. Hij wordt bcfchreven als rijzig en wel gemaakt. van 
geflalte, fors van leden, .hebbende een^ftout^en onvertzaagt 
Toorkomen; ja zgn gantfe maakzel fcheen gefchikt, om de 
moeijelijkheden aan het zedeven eigenaarttg verknogt , ter kunnest 
verduren. Alle a)ne trekken waren* r^dmatig^ hij hadt een* 
vriendelijk uitzigt en .aangenaam gelaat, ee:n.bk)zende klcux, 
grote levendige ogen en blond hair;. wa« matig, fprak wei- 
nig, bezat een gezond oi^deel, fcfaDoh iaw en onbefchaafd,. 
en was voor' den omgang met de wereld geheel niet bere^ 
Üehd; zijne geaartheid was die van een regifchapen zeeman, 
zijnde altoos werkzaam , ijverig-, en een Vijand van rust en. 
ledigheid. Hij onderfteunde zijne daden dpor een moed. en. 
dapperheid die den toets konden doorftaaJï , .en beftuurdedfe) • 
met een wel aangelegde voorzigtigheid.. .Des. noods durfde 
hij de grootfte gevaren trotferen; doch tintweek die. zorgvul- 
dig, als 'er geen roem noch voordeel* b^ te' halen was. De 
overwinning die hij in i 694 voor TexeP ^jehaaldo, 'was voor. 
Rai^rijk onbetaalbaar , want hg bevrijdde ddor. 't Tieriiemen ' 
van de graanvloot, dat rijk vanAongennobd , en maakte hieiT* 
do<^ üjnen roem onfterflfelijk. Dé naam van Jan Bart , ve^ ; 
s ._ ftrek' 



BARTELS. (ÖERARD) BARÜËTH. (JOHANNES) «3 

¥ ■ 

ftrekte tot een fchrikopden Oceaan. Hij was doorgaans ge- 
woon, van de vijanden daar hij tegen ftreedt, de eeifte laag 
, af te wagten , en niet te fchieten dan onder het bereik van 
een piftoolfchoot, en vervolgens terllond tot de entering ovct 
te gaan. Ik weet niet dat *er een ander pourtrait van hetii in 
druk uitgaat, dan het hier bij gevoegde van den Konftenaar 
R. ViNKELES. ■ ' i ' Levenshtfcljt\ van Jan Bart. Rott, i'^Siê 
Wagen., Fad. Hift. XVI. D. bl. 153. 255. 265. 317^ 

. BARTEL ENTES, zie ENTES, 

BARTELS (GERARD) ,^Van Antwerpen geboortig, Was 
een goed Schilder , die gelijk als een Okpheus. of Amphion, 
'de (lenen tot zig wist te lokken, doch zo ongelukkig voor 
hem , dat^hij ten laatllen door den val van een wigtigen fteén , 
dood ter aarde viel. ' Wïyerman, jL«^ der Schilders^ 

IL D, bh 9. 

BARTHOLQM^I (KORNELIS), geboren te Brugge, om^ 
trent het einde van de XVIde eiiw, is geweest regulier Ka- 
OTnnik van de orden der Augustinen in de Ahtdije van Eeck' 
bouty en teffens. Hoogleraar in de Godgeleerdheid. Hij flierf 
in 1652 in zijn klooster; en heeft veifcheidene verhandelin- 
gen gefchreven, zo over den oirfprong en oudlieid van deAbt- 
dije van Eeckhoitt, als andere gefchiedkundige onderwerpen, 
» Foppens, BibL Belg. p. 194. Pa^pot, Men^ litter. 

Tom. XI. p. 303 > 3Ö4i 

BARTOLET, ^it Flaanderen geboortig, is een voornaam 
Eonstfchilder geweest, in dienst van den Prins van Luiky en 
de leermeester van den beroemden G. de Lairesse, wiens 
penfeelbehandeling ook volkomen met die van Bartolet 
overeen kwam, bchalven dat hij wat ruwer in zijne behan- 
deling was, en de inëenfmelting der kleuren zo wel niet wist 
te treffen, — - Houbraken, Schouwh. IJL D. bl. 'io5. 

. B ARÜETH (JOHANNES) , Predikant tt Dordreck , is ge- 
IL Dejeu H bo-' 



tx^ ©ARWEIX. (PAKlIiL OCTAViü§> 

^en te Breda in het jaar 170$^ J^a z^nen klasfieken en 9kM 
demiren''loop ten einde g^fnelt te hebben^ wiérdt hij den lï 
|upiy[ 1732 Proponent;^ en ftondt n!^t lang ledig, maar wierdé 
dei) '2^ ^^ugustus van dat zelvde jaar tot Predikant té Hoog'» 
'^ofd, 1^ ^^^fbordliolland hexQG^n ; vervolgens den 9 november' 
1736 té CImhis onder de klaslis van: Sckielandy en ten laat« 
itenj op den 24 meij 1745 te Dordmch; alwaar h^ verbleven 
is, tot aan zijn dood toe, welke voorviel den 27 augustus 
^825^"^ in den ouderdom van bijna 73 jaren, pijnde alvorens 
in junij 1775 met behoud van eèr én bezölding. Emeritus ge- 
worden. De Eerwaarde Barüeth heeft vele gefchriften door 
den druk gemeen gemaakt, doch indien zij van. geen beter 
ftempci zijn , dan de Ififfcirie bmt |^ J^tab^beifdildp \»i 
P:inf€n ban ^anje/ door hen? in 1765 uitgegeven, het enig. 
fte van '5 mans boeken dat ik gelezen hebbe, dan hadt hij 
zonder benadeling van iemand, die alle wel in fchriftmógea 
laten berusten. ^— - Botte., 1732. fc 246: 377- i73ö. ^.' 
608. 612. I74S- «• ^09. 1777' «• 209. 1782. h. 366. 

BARWELL (DANIËL OCTAVIUS), mis een Engelsman, 
en fchipbreukeling ii} 177^^ van het Ooxriw^/; Kopipagnie-fchijp 
tVoestduin, waar van nog vele ongelukkigen, door het moe»* 
dige broederpaar Narrsbout, werden gei:^ en in het leven 
behouden. Zi}n lijk begroef men eerst te Westkapelle, doch 
op vei'zoek zijner familie, wierdt het opgegraven, naar Fïïj- 
Jtngen gebragt en daar bijgezet; nog oirdeelde men deze dode 
'^een genoeg eere aangedaan, weshalven hij ten twedenmale* 
opgegraven, en in de Grote óf 5^ Jacobs Kerk, zeer ftaatlijk 
ter aarde befteld werdt; waar bij men naderhand een gedenk- 
teken voegde, in een grafnaaldé van grauwen marraerfteeri 
beftaande , met dit opfchrift: Hic lapis Nomen tueacur Danielïs 
OcTAVii Barwell, Atgli; qui cum ex India reverjus y Patriam 
pterety huk illifus littori y naufragio periit y Julii 2^. A.D,i^^^ 
JEtau 23. Tamum HU nfftwa tribuerat, tantum Jiüdia adjecerané. 
Etfuit morum grOtia, e^ ammfuaykas. Ut in ilïo tm tantum 



BAUÜ^mVS, (GASPAR) BAS, (DIRK) iij 

f^lcijms dcUcias, fed^ quoddamjtbi decus tataGens htmunum, 
^ ereptum lugeat. Quic^uid Hoadnibus aut quarert aut haberc d/h 
tut , fluxum ö* fragile. Vlrtus fola femper v»vet, 

Den Opperheetmeestcr van; het fchip- Woestdutn , • vetdagt 
gehouden , dat hii het lïfii diens rijken Engdsmans , van vele 
edele gefleentens en andere kostbaarheden beroofd hadt, zette 
men hem op dio losfe vermoedens der naastbeftaanden , te 
Middelburg in hegtenis. Als niets tegen hem kon bewezen 
worden, ja ^n onfchuld in het volfte daglicht bleek, ontfloqg 
men hem eindelijk, en \'ei*wees partij in de kosten van het 
regtsgeding, mitsgaders in de vergoeding van alle fchadcn, 
renten en winstderving, reeds door den onfchuldig gezetten 
geleden , of. nog verder te Iqden. Zijn eisch Was niet minder 
dan pi 59 guldens; doch het werdt door tusfenkomst van goe< 
de vrienden en minlijke fchikking, op 7SS6 guldens gevon- 
den. — Fad. Hifi. XXVI. T). bl. 213, 214; Niewe Nsd. 
yqarb. 1780. bl. 705. 1092. 1782. bl. 367. 

BARZ-SUS (GASPAR) , een Goefenaar van geboorte , door- 
gaans Jasper de Nedeki^ander genaamd , heeft eerst in den 
porlog gediend onder Keizer Karbl de V; doch zulks moede, 
begaf hij zig tot het toen ontluikende Genootfchap der Jefuir 
ten , en was een onfcheidbaar^ medgezel van Franciscus Xave-* 
3.1US, den zogenaamden Apostel der Indiin; en men zegt, dat 
isi) zig op het eiland Ormus inzonderheid beroemd gemaakt 
beeft, door het bekeién der Heidenen tot het Christen ge- 
loof. Hij heeft gefchreven Epifiule Indica. £ov. 1.570, Sva; 
en !s geftorven te Goa den 18 oéfcober 1553. ' ■■ Petr. 

Maffiei, Hifi, Indic. Lib. XIV, XV. Toppens, BthL Belg^ 
p. 327. La Rue, Gelett. Zeeland. bL 234, 235, 

BAS (DIRK), in 161 1 Burgemeester te j^mfieldam, wierdt 
in dat zelvde jaar, benevens j[akob van Wassenaar, Heer 
van Obdajn^ en Romcopt Hoo^rbeets , Raadsheer in den Ho- 
gen Raad, tot Gezanten benoemd naar Denemarken, 'ten einde 
den vrede tusfen dat Rijk en Sweden te tragten te bewerken; 
doch 2ij kwamen eerlang van^^^n/iag-wterug, zouder de be- 

. H 2 doe- 



^i6 bASËUU^. GAKOB) BASELtUS. (NIKLAAS) 

.i 

daling hunner zending bereikt to hebben. — <■» WxGXStt 
ï%». ifj/ï. X. D. bL 4iB. 

BASEUUS (JAKOB), PredikaDt te Flisjmgm, geboren itt 
i$2l^\ is naar alle waarrchljnlijkheld uit: een Flaams gedag^ 
^kotnftig, doordien *er anderen van dien naam in Flaanderen 
jawóond hebben; hij vertrok in 1579 van nisfmgen^ om hier 
en 'daar de hervormde cemeentens te lligten en te leren ; 
VóQrts begaf hij zig naar Enkimzen en verder jiaar Leyden , 
^aar i^ij buiten vaste bediening was; van hier ging hij in 15 8(5 
als Predikant naar Foorfchaten, en in dat^elvdc jaar nog naar 
Bergeno^zom y alwaar hy in 1598 is overleden in den ouder- 
dom van 68 jaren.. Hij heeft de belegering van die vesting 
in 1588 voorgevallen, in het latijn befchreven, onder den 
tijtel Van J. Baseuus, de objidione Bergenepzomii , in 4to. Berg- 
opz» 1603 \ een boekje dat zeer zeldzaam is, en ik niet weet 
Immer gezien te hebben ; men vindt het vermeld in de Bihlia- 
thèca Dunconnianay in 4to. num. 1068. ' Godew. Vro- 

ITKHERT, ^Jj/in^/i ITerWjcwe/^, bl. 12--17. 

> • I T < . . ' . • 

*'--■'•■■<•"■■• • 

BASELIUS (JAKOB) , epn kteinzoon van den voorgaanden^ 
•geboren tQ Leijdent is Gereformeerd Predikant geweest op 
óet dorp Kerkwerven in Zeehmd ; : en een man van geleerd-^ 
fcéid, inzonderheid ervaren ' in d^ kerk-' en wereldlijke Ge;. 
fchiedenisfen. Men heeft van hem in druk: Sulpitius Betgu 
ais^fm BtftDTia Religiords hjlaurate^ compffa (g refomata^ 
in Bslgio 6? a Belgis^ a nato Christo ad annwn 1600, Lugd, 
JSat, ÏÖ57. *« li^^M ^^' ^®^^ naderhand is gevoegd bij M. Z. 

VAii BoxkoRN, 4ÖeerlanW mcrïitoaarbigffe <©cbeiirtem^en / 
libcrt ben iate 100® tot ïliei^cr Karei- den V. 2 Delen Jmfi. 
ifjS* 8vo. ■ ■■ ■ Foppens, Bibl Belgica. p- 501. A. Pars, 
mam. der Beatschrijvers ^ bl. 213, 214. 



j '. .1.» ■»»/ 



BASÉLIUS (NIKLAAS), Med. Doktor en Chirurgijn te 
Sa, tV^noxbergen in 'Baanderen, heeft uitgegeven : ■Z)(?jm/iit. C<h 
iféé qui appdrUit ïi, «iy«fiK fl««o"ï577- «>»« cum prognosticts 
nèvii öfinf célmüop^mi 1578. ^i^diji Antv. Henr: Henric'hw. 

• ' 90d$.n 



IhN-, 



feASEUÜS; <P1EÏER) MiaN03{ «ASlUS. ji? 

èodem anno 1578. in 4^0. ■ ' ■ FoppwSi S&Uél* S$lgi(a:. 
p. B99' 

BASÉLIÜS (PIETËR), 'eeji Domiiilkahér lütonnife^ gego- 
ten, te Gent in 1631 , gèftorven den 30 makrt j^SSp, 5n den 
buderdoiti vari 58 jaren; heeft gefcbjèvchi Glhriaftm illf^if'^ 
^rdirïis Cistercienjts Liliumj in idroquè ofbè'fuaveolenH yiitutt0^ ^ 
'JanEHtaks germine femper floridunt. Gandav. MjCHi AlAfiius ,' 

ï(57i. 4tb. DÉ JoNöHk, Belgium Dmihk. jp, tÖ9l 

pAQuoTi Mem, ïittef. Tóm, VL p* 53» 



■I 



BASILICyS MARCHETUS CJAKOBUS), heeft ge&hr^. 
ven : Dialogum, de Morini quod Theruamm vocM^ a^que Hf^d, 
expugnatione ^ de^ue prcslio apud Renfiactm ^ tmpore Carol; Y- 
C^afaris. Am. apud Bellerum. 155$. ivo. ■ 1 ■ '< ■ fqn^'ISih 
JBibL Belg, p. sou 

ÈASINÜS (THOMAS), Adi'tshisihopyan Cifarèa, wierdr? 
Boor Paus Sixtus de IV, benevens twee andere Prelaten bp- 
hoemd, bm in 't jaar i4?9, het Geding van den Êisfchop D^' 
iiD VAN BöüRGONDiEN, mét tlc ftad VtrccU èi) de GcestQUjk* 
heid te onderzoeken, en de twisten, óp goedkeuring van hc^ 
Pausfelijke Hof, ter neder tè leggefi ; daij hij vetfchpönd^ ^ig' 
van die commisfie, om dat te I7frffr7ift wonende, wegens een- 
zijdigheid vcrdagt konde gehouden Worden, B^sinus was een 
geboren Frcaiimdn^ eertyds grote gunftcling van Karel den^ 
Vil, Kohing vaii Frankrijk y doch naderhand dpof zijnen op-^ 
volger LoDEWYK van alle zijnJe eerambteti afgebet, en 2e! v^ 
gebannen , hadt de ftad VtrecM tot zijne woonplaa^ .gekofcp ," 
ifi welke lïad hij overleden is, in hét jaar 1491, Zie; breder 
Van hem. bij Öeda , w Davide Episcopo, p. 304, en de Aan*" 
tekening van Buchel, als mede Matth^us, Prof at, Toftf. ƒ/; 
Am^e&. vd. avi. — — ^ Ki BvRMAl», Utr. jaorh UJt Ü, M/ 

39(J. én aant, (i)» 

. . " . • * , .« 

■ BASIÜS (JOHANNES), geboi^n te Lsema/rht^ ,6^ van! 
zijne kindfe jaren af, doorftralende blijken van een geestig 
véinuft. Te Lmwardcn en Hoariemy Ipide bi) (ie iK^ige is^on^i 

il $ Aen' 



nS BASNAGE. (JAKOBUS) 

den tot de befchavcnde wctcnfcbappcn ; waar na hij Lenv'nt 
verk(X)r , .om zync ftudien verder voort te zetten , en van daar 
naar Frankrijk reisde, alwaar hi) het meesterfchap in de regten 
erlangde ; en dus met groten roem naar zijn vaderland keer* 
de, en zig in zijne geboorteflad enigen tijd met de praktijk 
geneerde; onderwijlen tot vermeerdering van zijnen roem, 
fchrij vendu : Paradoxarum DisputaUmum Juris civiliSy Eib. JK 
quibus dübkt Jurisconfultorum trac^icnes £f rëfponfa examinantur 
MC reconciliantur. BaJiL 1575. in folio.; waar benevens hij een 
aardg verhaal van de herfst vacantien, in latjjnfe versfen ge- 
fchreven heeft. Zigne ervarene kundigheid in de regten , heeft 
hem aan Leeuwarden onttrokken , en op de nodiging der Pelffe 
Overigheid , het ambt van Seaetaris van die Had doen aan- 
nemen. Ooit Is hij in dienst van Prins Willem, den I. ge- 
.weest, 'en wel in de hoedanigheid van Gcmagtigde over de 
zeezaken; want ik vindt aangetekend, dat deze hem in 1569 
bevel gaf, om op zijnen naam, nieuwe beftellingen ter zee 
uit te geven, trekkende de lastbrieven te voren verleend, 
allen wederom in. Ook, dat hij in 1570 bevel van den Prin? 
fe ontving, zorg te dragen, dat de fchepen die de bruid van 
Fiups naar Spanjen voerde, geen het minfle belet door.de 
Staatje fchepen wierdt aangedaan. ■■ F. Sweertö, Atheru^ 
^elg. p. 394* G. M. Konig , BibL vet. èf wv. Val. Andr. , 
Sibl. Belg, p. 455. SuFFR. Petri, de Scriptor. Frijiitj uit. ed, ' 
P' 430, 43 r. Paquot', Mem. Jitter. Tom, XII. p. 236-238. 
Wag., Fad. Hijh. VL D. bl. 312. 318. 

BASNAÖE (JAKOBUS;, oudfte zoon van Hendrik Ba*. 
jïAGE, Heer van Franqüenei^ Advokaat voor het Parlement 
van Rouaafiy werdt in die ftad geboren den 8 augustus 1653. 
Pe eerde gronden zijner ftudien leide Mj te Saumufy onder 
den vermaarden Tanaquillus Faber , die hem om zijn vlug 
begrip grotelijks achtte en lief hadt. Faber weet men, hadt. 
niet veel op met de Kerkel^ken, en ziende dat Basnage ge- 
negen was die orden te omhelzen, raadde hij zulks aan zij- 
j^en kwckeling ten fterkften af; doch des jocgelfngs negirg 

be- 



^Aèl^Gi;. (JAKOBÜSJ if^ 

. ■ . ■■..■'•:'. ]'■•'. 

behield da overhand boven des lloogleraars MkL Basitage 
voldoende in de talen onderwezen en kundig', begaf z% naar 
Ceneve^ en beoeflênde aldaar onder CnovBTdé W^sb^e&rte; 
onder MESxtiESATenFRANctscusTimiuETTm cfe gcx^eleerdfaeid^ 
welke katfb wetenfchap bij verder voortaettè onder ]jMx» 
tê Sedan. Jurieu was een man van aèn Vlug fen jgaod verfklid , 
^aar zeer driftig en gants en al nfèt toegèejiigk \ BU}nkMt 
hoorde wél vijftig zijne lesfên , doch ilrooioe beter lüèt èt ge»' 
aarcheid van Beaülieu, diè veel gematigder 'ym. Dit ftak 
Jurieu geweldig, en om zig hier over tè wretón > gaf hij heijd 
toen hij zig als Proponent aandiende ^ de zwa^rile proeftexten 
die hij uit kon denken ; niet te min voldeed BaHkaoe 20 wel , 
en behandelde die zo oirdeèlkundig/dat zijn inèesc^r niet kon 
nalaten om hem daar over te prijzen. In c jaar 1676 ^ wierdt 
iiij Predikant te Rouaan in plaats' vin lb Motm^e* dié als 
Hoogleraar naar Leijden beroepen was» . Basnags b^af eig aU ' 
daar ook in huwelijk met Susa^ïna du MouLiNi de dogter vad 
Cyrus du MouLm^ Predikant te Chatenadm^ en kleindogter 
van den alom bekenden Pieter du Moulin» tn 't jaar 1084 
werdt de Kerk tè QuiyelHj', welke door de Gereformeerden van 
Rouaan gebruikt wierdt, gefloten, onder vporwendzei, daC de 
Gemeente de bevelen des Konings overtreden hadt. BAsnagë 
yerzogt verlof, zig met zijn huisgezin naar Holland te mogen 
begeven, het welk hem niet zonder moeitö na lang aanhou- 
den, door een brevet eigenhandig van den Koning getekend > 
wèrdt toegedaan. In 1691 werdt hij te Üfltt«wfaw, op eén 
behoorlijk jaarlijks penfioén , tot Leraar in de Franfe Gièmeen* 
te aangefleld. Aldaar geraakte hg in twist , met den Predi- 
kant JuRizu, die zijn vrouws zustér getrouwd hadt; doch hij' 
wagtté zig wel, om daar iets viri door dèrt druk gemeen te 
maken ; houdende hij zig liever aan zijne letterbezigheden») . 
en in de gemeenzame verkering inet geleeirde Mannen. Üit 
maakte hem zijn verblijf tcRmerdam zo aangenaam ^ dat hij>* 
wat moeite zijn zwager hem ook vcroirzftakte^ egter niet kon 
befluiten , die ftad te verlaten , om de beroepihg die te tc'j-^ 
den op hem gevallen was , te. aanvaarden. - /^ 

H4 tti 



;rt«Lr BASNAGE. (JAKOBUS) 

In het volgende jaar , geraakte bij in kennis met den broeder 
van den Marqfiis x>£ Tobcy« die den naam voerde van de» 
Ridder Caoissr, welke als krijgsgevangen in den flag bij Hoch- 
ftedj over Rmerdam naar Engeland gevoerd* werdt. De be- 
leefcbeid , welke hij aan dien Heer en deszelvs gezelfcbap be- 
wezen hadt, bragt hem in kennb met den gezegden Marquis 
DE ToRcv, die enige jaren later als Frar^e Gezant in den 
Haag kwam, om voorüagen van vttét te doen. De achting 
die de Raadpenfionaris Heiksius , Basnage toedroeg, was 
cMTzaak, dat h^ in het jaar 17049 als Frans Predikant in 
die hofplaats- beroepen werdt. De grote reden die hem be- 
woog dat beroep aan te nemen, was, dat hij dagt aldaar be^ 
ter gelegenheid te zullen hebben, om de Franje vlugtelingpn 
van dienst te zijn. Heinsius fchatte hem niet alleen hoog als 
Predikant, maar gaf ook blijken, dat hij in flaatszaken veel 
vertrouwen in hem en zijne bekwaamheid flelde; hij zondt 
hem met den Franfm Ambasfadeur d*Uxell£s naar het G)n- 
gres te Utrecht, ter behandeling van zaken van het grootft& 
gewigt. Ook was zijne bekwaamheid buiten lands . bekend* 
De Kardinaal Boullion, als vlugteling in Holland zijnde, 
vertrouwde hem alle zijne belangcns. De Abt Willem du 
Bois, naderhand Kardinaal, in 1 716 als buitengewoon Ge- 
zant van Frankrijk in 's Hoge , hadt bevel van den Hertoge vau 
Orleaws , zig bij Basnace te vervoegen , en van zijnen raad 
gebruik te maken. De Abt gaf hem niet alleen van alles ken- 
nis, maar werkte ook gemeenfchappeljjk met hem, om de 
' alliantie tusfeniFVanifer»yjt en Engeland tot ftand te brengen. Ene 
menigte brieven , door den Abt aan hem gefcliieven , bewijst 
de verpligting, die Frankrijk erkende, hem dienaangaande ver- 
fchuldigd te zijn; de Regent liet het ook niet bij blote com- 
pUmenten berusten^ maar toonde zijne dankbaarheid met 'er 
daad, door hem niet alleen alle zijne goederen die hij in Frank- 
rijk hadt moeten agter laten 1 te . doen toekomen , maar bezorgr 
de hem daarenboven nog een vast jaargeld. 

Basnaoe bezat bij ene grote geleerdheid, een gezonden (lerk 
llghaiam; zijn gpheugpn was uitmuntend; weinig van ziekte 

we* 



BASNAGE. (JAKOBUS)' iix 

iv^teilde, tiof dezelve hem> daar mede bezogt \poidende, 
ao veel te flerker. In 1722 kwijnde bij aan ene maagziekte, 
daar na. werdc hij door geelzugt aangetast, zijnde toen in het 
71ÜC jaar zijn's buderdoms, en voornemens zij^e Kerkelijke Hi- 
jiwky in de franfe taal te doen herdrukken, waar van hét 
eerfte Deel met de negende eeuw begint Men hadt langen tijd 
by hem aangehouden, om dit werk met een vroeger tijdvak 
te doen beginnen; doch de arbeid die daar aan moest te koste 
gelegd worden, en zijne hoge jaren, veroirzaakten, dat dé 
Doktoren reeds voor enigen tijd hem het ftuderen hadden ver- 
boden. Op den 3^ december 1723, verklaarden zij, dat 'ei- 
gene herflelling zijner gezondheid te hopen was, en hij over- 
leed zeer christelijk op den 22 van dezelvde maand. Hij heeft 
maar ene dogter nagelaten, getrouwd aan den Heer de la 
Sarraz, geheimen Oorlogsraad van den Koning van Polen. 
• 's Mans geaartheid was ongeveinsd, gelijk uit zijne fchriften 
kcabaar is; hij eerbiedigde de waarheid tot in de geringde 
zaken, en hem was ene befchaaftheid eigen, die men zeldzaam 
bij geleerde lieden ontmoet; voorts was hij minzaam, voorko- 
mende, een volksvriend, gedienftig; hij kende geen groter 
vermaak, dan om iemand van nut te zijn, en zijn credit te ge- 
bi?uiken ten vowdele van ongelukkigen ; hij was een getrouw 
vriend, en van ene braafheid, die de llerkfte toets kosc door- 
Haan; en fchoon hij de dwalingen met veel levendigheid en 
vuur wederleide^ behandelde hij nogthans de perfonen zelve, 
met de bedaardfte ingetogenheid, ja veeltijds met achting. 
Bayle, die ..volmaakt de konst verftond, om iemand naai- de 
waarde zijn's arbeids te fchatten , noemde hem toen hij flegts 
19 jaren oud was^, em levende Bibliotheek. Het is, zegt hij, 
„ een Man, in de gedaante van enen jongeling, niet alleen 
„ wegens zijne grote geleerdheid, maar cokomzyne opregt-. 
„»heid en edelmoedigheid." Om van alle de gefchriften de- 
zes geleerden en arbpidzamen Mans een verllag te geven, zou 
ene letterkundige gefcbiedenis opzig zei ven vereis&n; dus 
zullen wij alleen verilag geven van die, welke tot onze vader- 
landüe gefchiedenisfen beQ:eXking hebben. Peze zigi : Jnmles, 

H 5 */ 



i2i ÉASNAGE. (JAKOBUS) 

'des Prmnces uniis depuis hs ttegotiütim pour la paix de Munfiéi 
avec la. Dêfcriptièn hifimpe de leur Gouvememera &c. Dit werk 
fchreef hij op last der Staten vkn Heiland ^ die heni tot hun- 
nen Hülorie-fchrxj ver hadden aangefleldj doch hij ondcinam 
dien arbeid niet, voor dat hij de vergunning hadt bekomen , 
om de Registers van Staat te kunnen raadplegen, én de be- 
lofte, Üat hij ónbèfpierd de waarheid zou mogen (chrijven* 
Hier op zette hig zig aan den arbeid , en het eerfte Deel kwam 
in. 171 7 in folio g^ukt in 't licht, dat gretig gekogc werdt, 
en meer goedkeuring dan berispers vohdt ; ten aanzien van de 
bsfchrijving der regeringswijze van de zeven provintien in die 
deel geplaatst , hadt hij in enige opzigten misgètast ; doch hij 
hadt dè edelmoedigheid zulks hem aangetoond zqnde ^ te er- 
kennen ; en zulks geredelijk te verbeteren , *t welk iri èen uii- 
yoerig berigt géfchiedde ; waar bij hij ene Fer handeling over de 
Batavieren voegde , die met vfugt kan gelezen worden , èn vele 
inerkwaardigc zaken bevat Dit ftuk werdt voor het fiyedc 
t>eel van zijn werk geplaatst ^ dat in 171 9 uitgegeven wierdt; 
en, welk Deel een verhaal bevat, van het gebeurde in 1646- 
164.8; een tijdvak waar in veelvuldige belangiljké én gèwig- 
tige gebeuftenisfèn zijn voorgevallen.. Öp *t jaar 164^, ont- 
moet men daar in de Mimjlerfe \redeJumdeling , waar bij Neer- 
hnds vrijlieid voor dien tijd is bevestigd geworden ; en seduren- 
de welke onderhandelingen , de Prinfen van Cowné en Frr- 
DRiK Hendrik van Oranje llierven. Over den laatften , 
drukt de Schl*ijver zig in deze bewoordingen uit ; dat 'er ds 
Staat niet veel bij verhor, doordien hij ziekelijk was; en fchrijft 
*s Prinfen ongemakken en dood toe, aan naijver, dien hij te» 
gens zijnen zoon, naderhand Wili^em de II,* zoude opgevat 
hebben. Het jaar 1649 was vermaard door den geweldigen dood 
van Karel DEN I , Koning van Engeland, zijnde trankrijk in 
dien tijdkring ook beroerd door inwendige onenigheden, dié 
als een verterend vuur, haren welftand verflonden; en het 
fcheen, of in dezöi^ 'tijd alles in onmin moeste leven, want 
dit Gemenebest hadt tefièns ook een groot verfchil te beflis- 
fcn met de* Keurvorst van Keulen^ over de vesting Rh^i^erkl- 



• l "% 



SjE. (ADAM DB IA) iïj 

Kict min bcrugt daagde het jaar 1650 op^ want hier viel 
onder anderen in voor de onbezonnen toeleg van Willem 
DEN IL op Amfteldam ; ene daad die bg Basnage wel uitv^* 
ïig, doch bij anderen gefchikter en meer met de waarheid 
overeenkomende geboekt is. Dan 's mans karakter raadple- 
gende, ben ik overtuigd dat hij door verkeerde berigten hiei- 
Omtrent gedoold heeft. Verder vindt men in 1651 de grote 
uationale vergadering in *s Hagè gehouden; in I653 en 1654 
den oorlog, en daar op gevolgde vrede met* Kromwel, ch 
vervolgens de komst van Karel den II, in 'j Hage; zijndö 
alles doormengd , met vele zaken die vreemde Hoven en Lan- 
den betrefFen. Onze taak zoude nu nog misfchien eisfen , dat 
wij de tijtels opgaven van de overige werken, die door óqti 
noesten arbeid .van den vlijtigen Basisage aan zijne mede- 
burgers zijn gefchonken , doch zo als wg aanmerkten , zyn 
die zo menigvuldig , dat zulks ons te ver van ons vooigé- 
nomen beftek zoude doen afdwalen ; wij verwijzen daarom^ 
onze 'lezers , die belang ftellen om hief van onderrigt te* 
^ijn , tot de Memoires pour fervk a l'HiJioire des Howsmi 
illustres par Nicjeron , en zulks te meer, dewijl men daaf 
tefFens ene korte beoirdeling van die ondeifcheidene wei- 
ken zal aantreffen. ^De Afbeelding van Basnage 2$ fierlijk 
in *t koper gebragt door van Gunst. ■ ■■ Joh. Alb. Fab&i- 
cius, Bibl. Gfcec, L. VL c. X. n. XXXV. p. 75S)-7&a Cütal, 
BïbL BuNAV. p. 1065; Sto'lle adHeumannumj p. 976 & 1022. 
C Saxi , Onomast. liter. Pars V. p. 300. & Jnd, 632. J. G. 
DE CHAUFEPié, DiStion. Tom. L p. 108 &c..Niceron, Memoi^ 
res des Hommes illuji. Tom. IV. p. 294-311. Tom. X. Part. L 

f. 147-151- 

BASSEE (ADAM de la) , Kanunnik van St. Pieter te iZ^V* 
fel , welke naar alle .waarfch^nlijkheid in de XlVde öf XVde 
eeuw heeft geleefd, was van het klein lledeke la Basféey in 
het Jrtoifche daar hij zijnen naam van voert, afkomftig. Men 
heeft van hem: Ludus Mee de Basfeyay Canonici InfulenjïSf fuper 
Jnti-Claüdianum Magistri Alom de Liftday rhfiJmücè compojitufl 
' Foppens, Bibl. Be'g. p. 4. Paquot, Mmüir. lltür: 

Tom. X. p. S9' 3iAS- 



»24 BASffiE. BASSELIERS. BASSEN. 

B ASSEE (BONAVENTURE db la) , Licentiaat in de Gp»fc 
geleerdheid en Kapucgner Monnik, is mede genoemd na zijne 
geboorteplaats het (tedeken la Basfcs, alwaar hij in *t begin 
van de XVlde cuw ter wereld kwam. Hij ftierf in het Kloos- 
ter te Boignks in Henegouwen^ den ii fepcember 1650, en 
heeft nagelaten: Theophilus ParochialiSy feu de quadrupUci debit9 
in propria Parochia perfolvendo ; Coficionis, Mlsfay Canfesjionis Pa* 
fcJialis , Pafchalisque cornmunionis. Per Bonav. Basseawum. 
Capucinum Prcedkaiorenu jfnt. 163 5. 120, Roma. 1638' 120J 
■^ Foppens, BibL Belg. p. 141. Pa<^ot /Mmoir. littet. 

Tom. I. p. 311. 

» *-' • ... ^ . 

BASSEE (ELOY de la), wierdt in 1585, ook al in meer- 
gemelde fteJeke geboren , hij heeft mede tot de orden, de* 
Kapucijnen behoord, leide een zeer ftlgtclijk leven, en is in 
den ouderdom van 85 jaren op den 25 november 1670 in zijn 
klooster te Rijs/el gefloiven. Die Geestelijke was zeer belé^ 
zen; wjj hebben van hem: Flores totius Tlieoïogice pra^ica^ 
turn Sacramentalis f turn Moralis. Duaci 1639. f^^- ^^' ^^ 
jintv. 1643. ƒ(?/. — — MiaiEi, Biblioth. Ecclef. p. 331. Val.* 
AiTOR., BibL Belg. p. 201. FpppzNS, JBzW. Belg. p. 258. Pa- 
QUOT, Memoir. Utter. Tom. X. p. 181, 182. 

BASSELIERS (BALTHASAR) , omtrent het jaat 1670 te' 
ontwerpen geboren , be^af zig tot de orden der Recollctten , 
en wierdt door zijnen Opperften tot den predikdiénst beftemd ,' 
die hij gedurende de tijdkring van 32 jaren uitoeffende, dai 
is tot aan zijnen dood toe, welke voorviel in 1638. Van' 
ïijne lettervriigc is door' den druk gemeen gemaakt : Concio- 
nes MoraleSf^ omni tempore p^(Bd{cabiks .' . . . Juper Êuangelmrt 
JoJiannis, de Lazaro quatriduano rediyivo. Antv. 1638. iri gr, 8voJ 
m Val. Andr. , BibL Belg. p. 103. Foppeks , BlbL Belg. 

p.i22. PA9U0T, Memoires litter.^ Tom. IX.' p/ 267, 2ö8. 

BASSEN (DIRK REINIER viuj?) , Burgemeester te Arnhem 
in het begin dezer eeuw, was moeders vader van den beroem- 
den Edelman, JaiT Derk van der Capellen, ta den PolL 
liet zijijen ambtgenoot Willem Adruait Bouwenscb, is bij 



iJASSQN. BASSaX. JJASTINGIÜS. BASTONIEïl, tzg 

gedurende de beroertcns in Gelderland in het jaar i fo'j , uit 
yfrnhemy aaft het hoofd van enige vrijwillige Burgers, met 
drie of 'vier ftukken gefcfaut, naar IFageningen gezonden, en 
heeft die ftad ingenomen; is daar na deswege gevonnist, en 
hècft tot hogen ouderdom te Tiel gewoond, en zi'g in de ge- 
ïecrde werelH bekend gemaakt, zo door ene uitgegevene Fer^ 
de'diging van zijn gedrag, als door ene verhandeling de Jure:- 
jurando vcterüm^ inprimis Romanorumj gedrukt te Utrecht 172$. 
in Svo. — Struvii, BibliotJu Jur. p. 212. Wac, FoalL 
Bfi, XVII. D. bi: 302. ' 

PASSON (ADRIAAN), Rcgtsgeleerde, een' neef van den 
Goud/m Pastoor Jan Frans? Basson ; is insgelijks te Gotéda ge- 
boren, en gaf in 1665 in 't licl^t; Cqnjilia, — — T. Walvis, 
Bejchr. van Qotéda, L D. bl. 314, 

* 3ASS0T (JAN) , Konstfchilder , woonde omtrent het Jaac 
1583 te Parijs j zijnde een der eerfle Meesters geweest, welkQ 
den Nederlandfen Schilder Abr. Bloemaart in die konst onder-^ 

#e2cn heeft/—- K^ y- MAjNnER, Leven der Schilders, II, 

*" ... 

p. bl. 194. 

BAS'^INGIU^ CJEREMIAS), Hoogleraar in de Godge- 
Jeerdheid \q ffeijden, is in 1554 te Jperen in Flaanderen gebo-. 
ren. Zijne ouders wegens de belijdenis van den Gereformeerden 
Ppdsdienst pit Gent verdreven zijnde, namen de wijk naar 
X^cijden, De jonge Bastingius fhideerde te Bremtn, Genti'e en 
J^eidelbergy ^n maakte grote vorderingfin de kennis der talen, 
bijzonder der griekfq en hebreuwfe. Hij wierdt tot de Her- 
vormde gemeente te Antwerpen ^Is Predikant beroepen; doch 
dfze ftad in 1585 door den Hertog van Parma verovert zijn- 
de , trojc onze Bastingius naar Dordrecht. Naderhand tot 
Hoogleraar in d^ Godgeleerdheid op de nipuwe Leijdfe Akade- 
|nie aangefteld :^jnde, overleed hij kort daar na, op den 26 
óftober 1598; nalatende een Cö?/iÉrJi/^M<i met verklaringen. 
Meürsius, Athence Batav, 

BASTONIER O^N), werdt geboren omtrent 't ja^ïr uSq 

'te 



^^ BATELDER. (JAKOBUS) 

ft BraineAe-Cmte in Henegommm; hij verkoor den Monniken 
ftand in de Abtdij van Su Manen tse Doornik, en wierdt vervol- 
gcns tot Priester gefchoren. Zijne kundigheid, welke het 
tijdvak in agt genomen waar in hij leefde, groot was, ge- 
voegd bij zijn onberispelijk levensgedrag , maakte dat hij tot 
Prior V2n het klooster te Gemblours wierdt aangeiteld. Dit ver- 
liet hij omtrent 't jaar 1590,^ reeds bejaard zijnde, om Kar^ 
ihuizer te worden in het klooster St. Mdré bij Doornik. Hier 
gaf hij zig ten enemalen aan het gebed, en andere oefifenin- 
gen van het befpiegelende leven over. Tot devijs voerde hij 
deze fpieuk: Nifi in Deo gaudium; en hij fchreef die in al zijn 
boeken en gefchriften , benevens deze betuiging : „ Ik zal 
^ niet geloven ^?n Karthuizer te zijn, ja zelvs geen G^ste- 
„ lijke, zo lang mij de minfte begeerte zal bijblijven om mijn 
„ geest eii hart, met iets anders werkzaam te. houden, dan 
„ met God mijnen Schepper, en m^n hoogde goed." Men 
hezk van Bastonier : Libellus de ceremoniis ac confuetudinibus 
Rsformatimis Burjleldenjïs. ■ Val. Andr., BibL Belg. p, 

455» 45Ö. Foppens, BibL Belg. p. $76. Pa(Juot, Memoires g^ 
Tom. XVII. p. 234, 23 J. , 



t 



BATELIER (JAKOBUS), is geweest Rempn(lrante Predi. 
kant in 's liage^ en wel in dien tijdkring, dat de kerkverfchil- 
len op het hevigfte aan 't woeden waren. Hij hadt zijne ftu- 
dicn volbragt in 't Walje KoUegie te Leijden^ en was in 16x7 
Predikant te Kralingen geworden. Na de onenigheid en fcheu- 
lin^ die te Amfieldam, na het afzetten van den franfen Predi- 
kant S. GouLART ontdaan was, heeft hij volgens Brandt, 
enigen tijd voor hen, di^ de Remonflranten waren toegedaan, 
gepredikt, .ten huize van zekeren Willem Sweersen. Hij 
werdt in 1619 Jn een latijns fchrift betigt, dat hij iiit zijnen 
dienst als Predikant zou gevlugt zijn , om de flraf te ontwij- 
ken wegens het vertalen van zeker frans boekje, doch hij 
heeft de valsheid van deze aantijging middagklaar betoogd. 
Ik vindt cgter, dat hij van zijhen dienst is ontzet; waar na 
hij zig nog enigen ^d te Leijden moet hebben opjgehouden, 

want 



BATJEN. BATENBüHa n^g 

isr^t van daar begaf hg z^ naar RJüjnslurg , om zig in dp 
ï^erkelijke veJgadcring aldaar, te doen horen over i Cor. JX 
VS. 4 en 14, met oogmerk, om, ware 't moqgUjk, de Rhijns.^ 
imrgerij ten aanzien vjyi het Leraars-ambt tot andere gedag- 
ten' te brengen, Jn 't vervolg, heeft hij enige jaren 'de Re- 
monftranten- in V Hage , als Leraar bediend. Ook heeift hy 
enige fchriften nagelaten, die gants en al niet mals zijn, te-' 
^n$ de leer der Gereformeerden. Ia hoe grote achting hg 
Jaij de zijnen geweest is , kan men opmaken j uit het bijfchiift 
door G. Brakdt- onder' zijn Afbeeld2;el gefield , van dezec| 

inhoud: ' ^ ^ • 
... f 

De grijfe wijsheid leeft en glinftert in dit licht. 

Het hooggeleerdt verftand fchiet ftraalen door 't gcHcht; 
Maar klaarder op 't papier. Aenfchouw dat^ daar zijn boeke» 
De fpreuk van Jacob en van Esau onderzpekèn. 

Hij leerdt wat Godt met recht verwierp , lïit gunst verkoor 
• ïlet misverftand verdwijnt, fijn helder lick breekt door. 

, BATEN (HENDRIK), geboortig van M^r/^e/^n, heeft om- 
trent het einde der Xlllde euwe geleefd. Hij was Doktor in 
de Godgeleeji-dheid en Kanfelier van het Hogefchool te Parlis; 
ook Kanunnik en Zanger van de Hoofdkerk te Luik ; hij heeft 
?ig enigen tijd te Fez aan de Barbarife kust opgehouden. Het 
fchijnt dat de mathematife wetenfchappen' qn wijsgei'ige onder- 
werpen, zijne voorname beoeffeningen uitmaakten. Hi] heeft 
gefchreven ; Speculim Divinorum {^ Naturtüium qtforumdzm (fc. 
en Liber introdidtmus adjudicia Astrok^ice a M. Henrica de Ma- 
iino in urbe Fez. ■ B. de Montfaucon, Bibl. Bibliothecar, 

F. S\V££RTn, AiJien. Belg. Vaj^ Ajstdé., Bïbl Belg. p. 542., 
543. Foppens, BibL Belg. p. 434. Paquot, Meimres litt. 
P. 4^, 43- 

BATENBURG (GYSBERT en DIDERIK van) , vindt 

Kien gemeld onder de tekeiiaars van het vermaarde Verband der 

, Edelen. In 1567 waren beide broeders , als Kapiteins in d*ienst 

va;n den Heer vak Bredkrodje; in welke waardigheid, zii ook 

enig volk naar Amjiddtm aanvoerden; zij kwamen aldadr daags 

na 



iOl BATENBURG. 

lia dat BkEDfiRaDE vertrekken was. Veel moeite fpilden zij; 
tloch te vergeefs, om binnen gelaten te worden; want zelvs de 
Onroomfen hadden bedoten , ben buiten te houden. Van daar 
voerden zij hun volk over 't Y, naar IVaterland; en te Hoorn 
komende^ namen de Batenburgen het befliiit hunne manfchap 
te verlaten, en naar Frierland over te fteken; doch zij werden 
tot hun ongeluk door den Schipper verraden, en aan Ernst 
MuLART Schout te Hasfeh en Kapitein van den Graav vajü 
Arem3erg, overgelevert Behalven de Batenburgen, werden 
veel andere aanzienlijke mannen , wel ten getale van loo ge- 
Vangen genomen , en te Harlingen opgebragt ; onder dezelven 
bevonden zig Sjoird Beyma, Willem Buma en Herman. 
Galama 9 die nevens hun de voornaamfle waren. Van deze 
gevangenen werden 'er 24. op de galeijen gebannen, en zeven 
te Harlir.gm opgehangen, waar ondpr ook drie Edelen waren- 
de overigen werden naar Vilvoorden en voorts naar Brusfel ge- 
zonden, om ten ofier van Alva*s wreedheid te verllrekken; 
die ook' op den i junij 1565, na een fchavot op de markt to 
IBrjsfel te hebben doen oprigten , .deze twee edele jongelin- 
gen, benevens vele andere mannen van verdienften, volgens 
ziine vlockvonnisfcn deed onthalfen, als Pieter de Andelot, 

Philips van Wingelen en Maximiltaan Kok; hunne ligha- 

• • • ■ 

men werden des nademiddags, ongekist, buiten Brusfel ^ voor 
de St. Lazarus Kapel , in ongewijde aarde gedoken. Ook anderen , 
namelijk Sjoerd Beyma , Herman Galama , Treslong , Broux- 
ELLES, Pelletier, Baudechau ch Ilpendam , ondergingen 
het zclvde lot. De hoofden van nog zeven anderen, werden op 
ftaken en hunne lighamen op raderen gezet! De regerende 
Heer WilLem van Batenburg , hadt als Leenman van Maxi- 
MiLiAAN DEN II, dönzelveu om voorfpraak gebeden, en de 
Keizer ook niet nagelaten, op alle wijze, vêrgifFenis voor het 
edel broederpaar van den Hertog te verzoeken; doch deze 
tijrap was doof voor alles, wat flegts naar menfchelijkheid 
3weemde ; waar door Heer Willem zo vei-ftoord op Alva 
werdt, dat hg de zijde van Prins Willem omhelsde. ■ 

Wagen., Fad. Hijl. VI. D. W- 211. 231. «77- 

BAT- 



BATTINGIÜS. BATTÜS. 

BATTINGIUS (RüDOLPH)r, een Fnes van geboorte, 
Medicus en Mathematicus, heeft gefchreven: MetJtodum Astrp* 
laUL Parif. 1557. ■■ Fopjpens, BïbU Belg. p. 1080. 

BATTUS (BARTEL), U omtrent 't jaarrsis' te Aalst 'm 
Flaanderen geboren, en wierdt in de Lutherfe Godsdienst opge- 
voed, waar van hij ook vervolgens belijdenis deedt ; doch 
zulks ter oren van enen Inquifitem- gekomen zijnde , liet deze 
hem in een nauwe gevangenis opfluiten ; negen maanden lang 
in deze kerker doorgebragt hebbende, wierdt hi} op voorfpraak 
van enige Regeringsleden der ftad Gent op viije voeten ge- 
field, en ging zig in -die plaats nederzetten; bij bragt'cr.om- 
jtrent tien jaren in rust door; maar verfchrikt door nieuwe 
bedreigingen die hpm in 1556 door den Inquifiteur gedaan 
werden , nam hi^ het befluit, om m^t zijn hulsgezin naar 
Duipland Ce wijken, en koos :^jn verblijf te Rostock^ alwaar 
hij den 24 januarij 1559 overleedt. Battüs was getrouwd 
jnet Martina Bissot, ene moeije van Hendrik Smetius, uit 
welk huwelijk bij negen kinderen verwekte. Hij heeft ge- 
fchreven: De Qeeonomia Christima^ lib, II, ex facris Ê? propha- 
nis Scriptoribus düigetiti cura £? labore colleSi, Bartholoaieq 
Batto, jilostenfi authore: prior, de qfficio 6? cura parentum erga 
liheros traUat: posterior, qnd cum ohedientia parentes a Uheris ho' 
norandi Jint, ostendii, Aniw 1558. 12^. — F. Sweertius, 
Atlten. Bslg. p. 154. Mercklini, Linden, renovat. p. 206. 748. 
Foppens, Bib^. Belg. p. 124, Pa^uot, Mem. litter. To^^* XH- 

BATTUS (JAKOBUS) , een ZeetiMf van geboorte , was de 
vader van Kornelis die hi'er volgt, en is in *t jaar 1500 ge- 
weest Secretaris van Bergenopzoom. Erasmus heeft vele brie- 
ven aan hem^ gefchreven , waar van 16 in druk zijn; de eer- 
fte van 1498, en de laatfle van 1500. Men kan hier uit af- 
nemen, in welke grote achting hij is geweest; en de geleerd- 
heid waar in hij uitgemunt heeft, zou uit zijne nagelatene 
fchriften blijken, waar van ik eg^er nergens ene lijst van vinr 

IL Deel. I .de 



jgpo BATHIS. (lAJlEL) (KORKEüS) (UVINüS) 

êé ]»peetektmd. — W. v. GooDHWrür, JSrvii^'i^, bL i8- 
}A, Z< V. Boxflpw, Kmifk vm ZeeUmd, LD. bL 457. P. 05 
ik V.vt, Gelen. Z^Oand, hl Z30^ 

aATTUS (KAREL), een KUerlamkr, die in de XVIde 
^\t geleeft heeft, en in 1 593-1 598 ftads Med. Doktor te 
J)»frfwAt geweest is. Hij heeft zeer vele boeken, inzonder- 
heid medicinale, uic het frsms en hoqgduits in 'c nederduics 
t(rUald, ehdoor den druk gemeen gemaakt; als onder anderen : 
do Cldrurgie Mm Amb. Fa&ó ; het Medic^iboek yan C Wuats- 
iltNo; de Manuale oferatitn xfon GmiXEM£Au enz. 1 . Pa- 
QuoT* Msmit. iitt»*»*Tom. XII» p. 442» 

BATTOS (KORNELIS), geboren te Vette in Zeeland, onu 
^CÓt het jaar '1470, een zpon van Jakobus, w^ een geleerd 
man en ftads Doktor in zijn vaderilad; hij heeft ook veel vut 
dige briefwisfeling met Erasi^s gehouden. In 1498 woonde 
hij op *t flot Zandenburg^ bij vrouwe Anka ^^^ Borsselen, 
we<Uiwe van wijlen Here Filips van Beve&en, pm haren zoon 
Jr, Adolf van Bourgonje, Heer van Beveren, in de weten- 
(chappen en konften te onderwijzen. Hij heeft verfcheidene 
boeken gefchreven; en onder anderen, is van hem in 1512 
ehe tVereldbefchijving gedrukt, waar in hij v?le zonderlinge, 
aingen verhaalt, betrekkelijk de Zeeuvfe eilanden ^ waar van 
Jak Reygersbrrgh in zijne Knmijk ook gebruik heeft gemaakt^ 
cnVflke ten t'jde* van Boxhorn, reeds zeer Cphaars te'beko-' 
men ^ras. ■ Val. Andr., BibL Belg. p. 41» Foppens, 

JJfW. Belg. p. 194- PaQuot, Mem. Htter. Tom. XU. p. 434. 
43.(5. J. Reyoersbergh, Km^k van Zeeland^ p. 343. Goud- 
^oiEVRN» Kronyk^ p. i3- Boxhorn, Kroiiijk van Zeeland^ L D. 
bL 457. VanRhyn, Oudh. enOeJiigten van Zeeland, bk 52. 
0£ tA RuE^, Geletf. Zeeland, bl. 141. 

BATTUS (LlVlNüS) , een zoon van Bartel Battus, 
lÈ geboren te Geniy in december 1645. Zo dra hij tot jaren 
van ónderfcheid was gekomen , plaatfte zijn vader hem in ge- 
noemde ftad onder opzfgt van den 20 beroemden Hoogteraat 
* . Jan 



BAUDART. (WILLEM) f JJ. 

1 

T'4N Ottho, idleden jongen Battus door «ijn ondemijs, vol- 
Jvomen kundig jnaakte in de griekfe en lat^nfe talen ; waar 
na hij mzv'Aümypm werft gezonden, daar Jan Stadium hem 
in de beginzclqn der mathcfis onderwees. Twee jaren later, 
volgde hij 2ijnen vader naar Rostock^ daar h^ ijverig zijne let- 
teroeffeningen voortzettede. Voorts begaf hij zig naar Witten- 
herg , om van Melaitchtxjn 2ijne onderwijzingen gebruik te 
maken, en wicrdt in 1559 j aan die Hogefchool tot Meester 
in de vrije konften bevorderd. Te Rostock te rng gekomen," gaf 
hij lesfen in de mathefis, die zodanig voldeden, dat de Re- 
gering hem ene Lcraarsplaats opdi-oeg, om die wetenfchap 
in 't openbaar te onderwazen ; hij vervulde die taak met vee! 
lof gedurende het ,tgdvak van zes jafen , namelijk tot in 1565*, 
wanneer oorlog en pest, hem noodzaakten Rostock te verlaten. 
Als toen reisde hij naar- Itcdim , en wierdt te Venetien gepro^' 
moveert tot Doktor in de medicijnen ; w'aar na hij tot Rostock 
te rug keerde, en aldaar tot Hoogleraar in die wetenfchap 
>rerdt bevorderd ; welke bediening hij gedurende 25 jai-en 
waarnam, teffens *er de praktijk bij uitoeffenetide , en hij ftierf 
in die zelvde ftad, in april 1591. . Battüs fs tweemalen ge- 
trouwd geweest, zijn eerfte vrouw was een meisje van aan- 
zien, Anna ^ VAN Pëgelt .genaamd, wier vader Koekraad 
VAN Pegelt, 60 jaren aanêéngefchsflcelt, eerfte Opziender 
is geweest der Hogefchool te Rostock ; hier teelde hij twee ' 
zoons bij ; vervolgens hertrouwde hij , met Magdalena 
ToNCKiERN, die hem geené kinderen baarde. Hij heeft ge- 
fchreven : Epiftola aliqtwi^ MecHca tra6tantes'j die gevoegd zim 
in de Mifcellmea van zijnen neef Hendrik Smetius, en gedrukt 
te Prankfortj bij JonaS Rhódiüs, 161 r. 8vo, — Melch. 
Ada&^, Füa Germ, Medic.y edit. 1706. p. 141. 177, 178, 
Eaquot, Mei9i!* Iktet. Tom. XII. p. 439-442. 

BAUDART (WILLEM), Predikant te Zutpheti., k gcbo- 
ren te Deinzc^ een kiciu ftedeke in Flaanderen, uit ouders dio 
om dat zij den Gereformeerden Godsdienst toegedaan waren , 
eerst hunne woonplaiats^ en naderhafad gants Nederland vcrpligt 

I2 wa* 



139 iSAtJCIUS. (DOMINIEUS) 

yf^en ^foxvftl te zfissan* Zij begaven zig eerst naar JRml^ 
en vervolgens naar Embdefu Hi«t gezQten zijnde, beijverdQ 
W4l-LE|bi zig met vlijt in het leren der latijnfc, hebre^uwfe 
^n grlekfis talen, waarin h^ ongemene vorderingen maakte» 
êoj zclvs bijna den trap van yolkom^ntfaeid bek^om; vervol- 
gens 'ftudccrde hij in de godgejeerdheid, en verdere weten- 
fchappen die daar toe betrekking hebben; wicrdt met lof Pro- 
ponent, en eerst tot Predikant te Sneek en van daar te Zutphm 
beroepen. Door het Nationale Sijnode Ce Dordrecht, in ï6i8 
fö Ï619 gehouden, wierdt BAüï>AB;rnj» benevens BocermaK 
eii BucERüS) de commisfie. opge^yagQn, om een nieuwe ver,- 
taling yaii hc;t Oude Testament te bezorgen ; met welken hij 
^n Bqgeuman, ziynde ^uc^rus inmiddels overleden, ruim,. zes 
jatW tpcgebragt hebben. Hij overleed in 1640, in den ou- 
derdom van 76 jaren te Zutphen, m de Gereformeerde g^- 
^eente aldaar gedurende 36 jaar als Predikant bediend te heb* 
ben. Hij daalde ten gr^ive met den lof yan Trjglaw) , doch 
lIiTÉKEQGAARD, heeft 20 gunftig ni^t oyer hem gedagt; én , 
jgen wonder ook, doordien hij altoos d^ partij yan den eerfteu 
Qg het (lerkfle is toegedaan geweest. Zijne werken nagaande, 
^at men moeten inftemmen, dat hij zijne gekozene fpreuk^ 
yior mihi quies^ da( is in den mheid vind ik m^ne rust, zeer 
xrel betragt beeft. Zie hier de lijst van het gene hij heeft 
uitgegeven": Gedenkwaardige Gefddedenisfen , 20 kerkelijke als we- 
reldlijke y van den jarè' 1603 m 16^4. U Delen in folio, uirnr 
liem 1624. Apophthegmata Christiana of Gedenkwaardige Spreti- 
ien^ Amjl* 1Ö57. in 4^»- Nasfaufe Oorlogen^ AmJK i6i6. ^te, 
Poléinographia Belgicay in 299 platen, verbeeldende de Spaanfe 
ipn Nederhndfe oorlogen , mc{t vier latipfe versjes opder ieder - 

prent in langwerpig 4^0- ^#- ^621. Foppens, BibL 

Beig^ p« 39Ï* J* LoMi^jERi, Dies Genial, Tom. II. Djsf. i. 
C. Saxi, Onom. liter. Pars IV. p. 31 ?• A. Pars, Naamrol 
der Bat.ay. en Hoti. ScInijverSf bl. JJöS» 2ö6, 

BAUDIOS (DOMINIKÜS), Hoogleraar in de Welfpre- 
ke;idheid en Rêgten te Leijdeny is geboren te RM^h-^n 8 

■ april 

\ ' . ■ 

A 



\ 



BAübiüs; (i5öMil«Küs) iai 

i^tiril- \s6ïl Zijn vader Hadt zig oiü de gewöldenarijéil vart 
Alva te onCwijkön , nsiar Jkm ihet 'er woon begBveti , daar hij 
in 1576 ovèrtöéd. Het. was ook in dezS ftad; dat DdMiKlKUS 
igne eerde letteix)cfrèningön vérrigtté , en in2obder!icid zig 
op *t griêks toelefde: Kort hier na gin^ bij naar Ijojdeni taa 
tlnd^ aldaar zijne fludièn té vervolgen, alwdar hq zig degta 
agt maanden ophield; van hierging hij met zijne motA^v èersC 
Aaar Gent; en vervolgens naar Geni)fej daaf hij in de theologie 
ihideerde y en zelvs Proponent wierdt; Hg kwaid te Cm üi 
IS 83 te rug, vervolgde 'er zijnt theólogife ftudièo onder LaW 
l|ËRT Danexu ; dan het ichi^nt dat hi§ tégen het beoefienen der 
Godgeleerdheid een afkeer kreeg; want hij ging toen voor.dd 
twedemaal n^ar Leijdtn, alwaar hi^ zig gedurende 15 maandttH 
vlijtig be^vÊrde in de regtkunde^ en in 1585 tot DoKtor In dl@ 
wctenfchap wierdt bevorderd; in dat zèlvde /aar, deedt b$ 
met dé Gezanten der Nedetlandfe Staten ,' een reis naar Enge" 
Umd; en geraakte aldaar in kennis 'mét vele lieden ^n aan- 
dien ; onder anderen ; mét den beroemden Filip Sjdney. ' Ia 
Ï587 werdt hij Advökaat voor 't Hof vAn Hb//artrf, doch geea 
finaak in 't pleiten vindende , gaf hij dit beroep W^i ieïi 
tak; en deedt een réis door Frmkrifk; daar hg zig io jaiea 
ophieldt; hij verwierf 'er zig goede vrienden; en volidt **«• 
aanzienlijke begunftigers; onder welk latatlle 'getal, AciotJUSS 
DE Harlai , eérfte Prefident van 't Parlement té Parij f te* • 
boorde, die hém in 1592 tot Advökaat voor dat Géregtsbof 
deèdt bevorderen; In 1602 deedt Baüdius, als Secretjaris vanf 
den Gezant wegens Koning Hendriic de IV , Chiu8T. BjüAlai , 
toon van den Prefident, weder èen reis naar Engeland^ en \w 
daar te rug komende, bepaalde hij zijne woonplè:ats teL^jdmj 
alwaar hij in me^ van dat zèlvde jaar. Hoogleraar in d0 w^l* 
fprekendheid wierdt. Na den doöd van Merula leraaV4e hij 
<K)k de Hiitorien, en békwain télTens verlof, om k:pUegÏ9 
over de regten te houden; en in ióit, wei'dt hij benevens 
Meursiüs ,' tot Hiftone-fchrijver van 's Lari'da Staten aange- 
beld ; bi> welke gelegenheid , hij de GefcKedmis vm Mt twaalf* 
jarig Bejlaiid hééft ultf^e^even: welk werk bijzonder wsfl éiï 



%2t BAÜDIUS. (DOMINIKÜS) 

in enen aangenamen vlocijenden ftijl is gcfchrevcn , ook fa 
liet nederduits vertaald , is gedrukt; te voren hadt hij reeds 
twee redevoeringen over dat onderwerp egter met verbloemde 
namen in 't licht gegeven; ook epn lofdigt ofi de komst vau 
Spinola in Holland; bet een en ander verwekt^ hem onaan- 
genaamheden , en het fcheelde maar weinig , of hjj 29u om het 
laatile gebannen zijn geworden. 

Baudius is tweemalen geb-ouwd geweest , Ik weet niet dat 
Ki andere kinderen heeft nagelaten, dan ene dogter, waar 
van zijn tweede vrouw na zijnen dood beviel; zijn huwelijken 
ajn niet van de gelukkigften geweest, waar over hij zig masr 
dan eens in zijne uitgegevene brieven beklaagt. Hij, was bui^ 
tengemeen aan de drift voor vrouwen en wijn overgegeven, 
eir hij koos doorgaans zodanige onderwerpen tot boeting van 
aijn eerstgemelde drift, die weinig tot ere van zijne kiesheid 
verftrekten, want de afkerigfte fletten en. klongcis, dienden 
hem veelmalen om zijn lust te voldoen. Het een en ander 
maakte ook , dat hij grotelijks wierdt veracht , ja fomtijds tot 
een fpeelbal van fpotternij verftrekte ; ook hebben zijne vrien- 
den zelve, hem opentlijk daar over gegispt en ten toon ge- 
field. Verders was hij een flordig huishouder , waar door hij 
veel fchulden maakte , 't welk ten gevolge hadt , dat hij on- 
der curatele geraakte, en naderhand zijne goederen ten bate 
van zijne fchuldëisfers wierden verkogt. Met zijn tweede 
vrouw dat een boos wijf moet geweest zijn , en hem deerlijk 
kwelde, wordende hier in zeer gedienllig door haren vader 
geholpen, betrouwde hij geld, waar door zijn fin antie- wezen 
in een gunftiger omllandigheid geraakte ; doch deze herftelde 
orde van zaken , overleefde hij niet lang , doordien hij negen 
maancten na het aangaan van zijn laatfte egt , met ijlende 
koortzen wAerdt bezogt, die hem op den 22 augustus 1613 in 
't graf fleepten. Daar is een Af beeldzel v^ hem in plaat ge» 
bragt> waar onder men deze woorden leest : 

Vane ptüwr, (Ere credis posfe reddi Baüdium: 
Baudilm referte nerno quiverit^ quatn Baudiüs. 

P£RS2VERANTI LAUREA 

I\'atus i5(5i. Dsnatüs 1613. Nii 



Nd nog iets van dé2es zonderlingen Mati$ wérken tn ka- 
rakter. BAuDius is onbetwistbaar de grootfto latijtift Digter 
van zijnen tijd geweest ; een lieflijke zoetvloeijendc tti}l i gf^- 
voegd bij aangename fchilderlngen , waar in , ooi figuiurlp te 
fpreken , dè diepzels en höogzels op hunnÉ éigcitóirtigé plaat- 
izen, zfeèr konftig gefpreid lagen, maakten zijne tèrfeij hé* 
koorlijk. öok hadt hij zig alle de bevalligheden vari dé griflt-' 
fe en latijnfe talen eigen gemaakt^ en wonder^ trëfibDdH 
de iinaak der ouden gevolgd , zondisr cgter op té Kcmdën { isfil- 
ven een origineel te blijven: In al 't genp Wg gefthreverf 
heeft, en wel voornamelijk uit zijne menigvuldigc^uitgëgevtJii 
brieven, ftraalt inzonderheid het verhevene; bcfiiaafdèi t> 
Ive en tedere door ; en 't gene men 't beest in hém beüroo-' 
derd, is, dat hij zig van de zo verrukkende figenfchap heeft 
ineester weten te maken; om te kunnen behagen èfl zl^ Wt; 
fmaak te doen lezen, terwijl hij -zèlvs niets bclajigrijks ,' pf 
daar enfge lering in bevat is , voortbrengt, Oni kort tB gaan J' 
hij was een der uitgelezenfte vemirften van den tijdkriilg Waar 
in hij leefde; eh hebben hem grove ondeugden aangeklfefJi' 
bezat hij in tegenoverflelling ook beminnelijke höedanigbèddn^ 
htj was gul vari aart, openhartig en rondbofftig ^ én van éüé 
onkreukbare trouwe voor zijne vrienden , vrolijk in gezelfthap^ 
en de aanw^zenden niet zelden door zijne geestige, zetten i' 
hartig doende lachgen: Men vindt ene optelling vati jBijnc 
Werken bij Pac^uot, JSfemoir. litur. Totri. VlIL p. 39S<^'4Q4« 
Ook, doch zo volledig niet in Foppeks, £iMioth. Belg. pag* 
247. — — F. SwEERTir^ ^tlien, Belg, p. 22 J; AfOKHOV.j 
ƒ. Pol'jk liter. c. XXIV. i ZC-Zg^ p- 303. L. VL' C. HL J; f 

p. 977. & L.' VIL c. III. J. 12. p. 1068: Toni. I; Tn. EbèÜ* 

TI, Eulogia Jurisconf. &c. n. LXXVL p. 79; 80; Cwacij; 
jfiiimadv. Fhilolog. Paft. V. c. II. p. 71. 97-101. 141. fofaft 
Èibl BuNAV. Tom. I. voL 2. p. 1067; Fïieberi, TWfwn» 
Part. IV: p. 1507, 1508. Saxi; Orumi: Hier. Pafs IV. p'. 39,' 
40. AruAe&a^ p: 569. BAlLLEt; Ji^mms. Toiri: IV. p. j/S»»- 
ïi. 1385. Dav. Clement, ÈMoth, cméfjfé; Tom. II, p. 495, 
4^5. P. Bayle^ DiQiofL ediu de 1730. Tom. IL p« 471-477» 

t4 A- 



' 



yi6 BAUDRY. 

A« Pabs^ NiMmrid van Batay. en HolL Schnjvirsy bl. 327 , ss-s. 
LtveHsbefchr, van voornam» Mimntn en Fjouwen. IV. D. bl. 

. BAUDRY 9 . Zanger van de Hoofdkerk te Terouttmu , wierdc 
geboren ts Kamerik^ omtrent bet jaar 1015. Hij werdc in de 
fcbool van die ftad opgevoed, en, het geestelijk kleed aangeco- 
gen hebbende, wierJt hij Kanunnik van de Hoofdkerk, nog 
bij het leven van Btsfcbop Gehard vasi Flórennes, of Ge- 
bard Iy.of wel op zijn langst omtrent 't jaar 1040. Hetfchijnt 
dat b^ zeer 'gemeenzaam met die doorlugtigp Prelaat heeft ver- 
keerd , en het is niet onwaarfch^nlijk , dat hij de fiuictien van 
Secretaris «d Kapellaan bl) hem waarnam. Zeker is het ten 
jninflen, dat liij Secretaris van ziin opvolger. S. Lietbert is 
geweest, die de Bisfcbopszetel van Kamerik in 108 1 beklom. 
Deze 'laatfle üondt hem In februarlj 1082 af, op de fteike 
aanzoeken van Hubert, Bisfchop van Terouarme, die hem 
gretig verlangde bij zig te hebben. Gekard de II, hem Bau- 
DR7 zendende» gaf van hem een allerlofFeiijkst getuigenis, en 
Herhief zeer hoog zijne geleerdheid en uitmuntende verdien* 
fien, waar van hij betuigde lange jaien getuige te zijn ge- 
weest Zedert werdt Bauory tot Zanger der Hoofdkerk van 
^ Terouame aangefteld ; dit wordt men ontwaar door enen brief , 
die Rbkaud, Aartsbisfchop van Rheims den 15 januaiij lops 
aan hem fchreef; ook is men van gedagten, dat hij niet lang 
na het ontvangen van dien brief geleefd heeft' Hij heeft het 
getuigenis van een geleerd man te zijn geweest, en dit gevoe- 
len was gegiond, niettegenllaande zijne kundigheid zig flegts 
tot weinige takken, bepaalde. 

Mdn heeft van hem in 't licht: i. Fita S. Gaugerici Epis- 
^opi Cameracenfis^ . . uitgegeven doof de. Bollandisten (JugusH 
Tom. IL pp. 676-690.J ex vetustisjimo manufcripto D. Prudhom- 
ME, Canonici Cameracenjis , usque ad librum tertium: inde ex aliis 
non inferioris. nota -codkibus Mjf, De Bollandisten hebben hier 
bijgevoegd pp. ($91-693. Appendix, ex ejusdem AuEloris Chronico 
C^TKCracenJi £ƒ Atrehatenji y in (^aiqtiis yitis hujus exemplaribus 

pos* 



BAüDRY. 137 

füsterius M^unSa. Die aanhnngzel wordt gefloten door een zeer 
verkort naamregister der Bisfchoppen van KameriL 2. Chnh 
mem Cameracenfe ö* Atr^hatmje^ Jive Hijloria utriusque Ecclefittj 
tribus libris ab hinc DC. feré armis confcripta a Bi;Ll>£Rico, iVb- 
wmmji (^ Tornacmji Episcopo; nunc prkmm in lucem editai 
(^ Notis illuftrataf per Georgium Colvenebium, Si TIteoL Doc^ 
terenij & in academia Duacena Regdum £<f aidinarhm Frofesfarenu 
Duaci, JoAN. BoGARDüs, lórs- »« 120. ■ " j^Qa. SS. Tom^ 
II. Aug. pag, 66B-693' Oallia Christé ^ III. pag. 27-32. 
Rivet, Hifi. litteraire de la France^ Tom. VIII. pag. 404--407. 
CiiLLiER» Hiftoire generale des Autheurs facrés ^ ecclefiastiquesi 
Tom. XXI. pag. 73-70. Paquot , Memoires pour ferm d 
l'Hifiwre liuer. des Fms-Bas. Tom. XVIII. pag. 305-312. 

BAÜDRY, Bisfchop van Noijoni is waarfcWjöeljgk in de 
fiad van dien naam geboren, uit een oud adelijk geflagt. Vad^ 
zijne tederfte jeugd af aan^ wierdt hij in de hoofdkerk van^ 
zijn vadei*ftad opgevoed, en bekwam *er opvolgelijk, de^ waar- 
digheden van Klerk» Kanunnik en Aartsdiaken. Bisfchop Rad-' 
lOUD DE II, in het begin van 1098 geftprven zijnde, werden' 
de Kerkelijken van dat Bisdom , waar onder ode dat van Door^ 
flik bevat was, niet alleen met huisfelijke ,- maar daar te boven 
met van buiten veroirzaakte kwellingen , lastig gevallen. Om 
hier een einde van te maken, begreep men den Aartsdiaken 
Baudrt, even zeer van de Geestelijken als Wereldlijken geacht 
en geliefd , in de plaats van den overledenen te moeten aan- 
ilellen, en men gaf hier van kennis aan den Metrapolitaan'i. 
welker waardigheid als toen bekleed wierdt, door MAiiAssé- 
j)E II, Aartsbisfchop van Rheirns. Deze Prelaat bepaalde de. 
eerde zondag na pinxteren, tot de ordening van den nieuw, 
verkorenen ; maar een toeval deed dezelve uitilellen tot op het 
begin van 't volgende jaar, want die van Dfiornik namen deze 
gelegenheid te baat, om een ontwerp ter uitvoer te brengen, 
waar mede zij langen tijd hadden zwanger gegaan , van zjg 
namentlijk een eigen Bisfchop te verfchafFen, 'er geène zederc 
Jiet begin van de zesde euwe gehadt hebbende, te weten ze-. 

I 5 ' . dcrt 



13» BAUDttr. 

iJert dat S. Meoaw», de Bbdonnwii vaa No^m m Doomig 
fci} malkander verenigd , badt beftierd. Oneindig veel moeite 
gaven zij aig, öm tot hun doelwit te geraken ; eft zulks wte 
ottzaak, dat MiNtssé nitflelde, 6m Baudrt in te wijden, eH 
hem eiodelik naar Bmen zondt; om 'fcr zijne zaak zelven te 
bepleiten. H9 gedroeg zig bier roet zo veel omzigtigheid ; 
dat Ml de onderneming van de Dööhüktts ten enenmalen ver- 
«delde,- en een bevelfchrift van ümuwos des II, tenig bragt 
wiar to deae a«i den Mitrapolitaan last gaf, öm hem zonder 
enig.uitflel te wijden; 'twelk^x* ten uitvoer wierdt géöragt, 
op zondag na Xfiphanh van 't jaar 1099. Dus werdt Baüdr^ 
tBffens fiisfchoi» van Domuk en van mjm, en nani beurte- 
linp de een of andere van die tjjtels aan. In 't midden Vati 
julfl iioo, was hij te St. Omet tegCnswoordig by een Sijnode 
ialwaar zig insgelijks de Aartsbisfchop van Rhim. met Lam- 
bert, Bisfchop van Terras, MmAssé vin Ka,«mk, en Ta» 
van Tmuam^ bevondt. Den 8 maart noi hieldt Baud*» 
zelven een Sijnode in zqn Bisdom, fo het jaar 1103, ftigtte 
hij m het Bisdom van Noij<mi de Priorie van Si.Amandy vtl- 
,»s hij onderwierp aan de Abtdije' van St. Mmm té Diormk, 
en waar van men een Klooster oprigtte, dat enigen t^d zècr 
beroemd was. In iro4 was hg tegenswoordig hij èen Con- 
cilie dat te Parijs wierdt gehouden, om Koning Fn.» Auèüj- 
Tus uit den ban te ontdaan. In 11Ö8, plaatfte hij r^ulierd 
Kanunniken te Hm , een Klooster ohdir agn Bisdom beho- 
rende , en begaf de Kerk van Femaruhuilli aai Dragon ; 
Prior van Lihons. Het gelukte aan deaen Prelaat ,• om een 
verregaande tweefpalt, welke 'er te A^m tusfen de Geeste- 
lykhetd, den Adel en de Burgerij plaats vondt, te bevredi- 
gen en hg liet van deze fchikking ene afte optellen; dien' 
bv door de belanghebbenden deedt tekenen , en vervolgen* 
door Komnglijk gezag bevestigen. Hij nam zo veel moeit*} 
met, om regt te doen verfchalFen aan dè Geestelijken van Sf; 
M»rtm te Doornik, die vreesfel^k over hóóp lagen met de 
Kanunnikai van Ni»re-Dame '; ook verweet hein Paus Paschal 
»s II j z^ne nalatigheid ten dien opzigte-, en volmagtiifde d» 

Ere- 



iAUDRY. .(PIETÈR) ,39 

# 

Sisfdhtoppei^lAMBEUT van Arras en Jan van Terofumne^ om dU 
gebrek te vervullen. Hg bragt ook veel toe , tot de vergroting 
en herftelllng van de katedrale of hoofdkerk ttThmuk 'm iiio. 
Maar eindelijk knorrig en te onvfeden over de inwoonders v^n 
deze Had, die met alle geweld een eigen Bisfchop wilden heb- 
ben , liet hij een algemeen interdikt of verbod om kerkdienst 
te doen, tegens hen afkondigen, en- zulks zonder -de vereiste 
formalia daar bij in acht genolhen te hebben. De Kanunniken 
getergd door dezen (lap, en daar bij nog aangevuurt door ha« 
len Deken Gonthier^ verkozen ten einde hunne onderneming 
te doen gelukken^ twe zendelingen uit hun midden, die zg 
naar Ramen zonden. Paschal dk II, keurde hét ontwerp van 
de Doomikers goed, en zond twee brieven, de eoe aan hel 
Kapittel van de -Geestelijkheid, zo regulieren als feculieren,- 
van het oudeJBisdom van Doornik, waar bij' hij hun gelaste, ont 
voor zig enen bijzonderen üisfchop te kiezen ; de andere aan 
"Raoül ljs Vjerd , Aartsbisfchop van Rlieims , waar bij hij be* 
tel kreeg, om die keuze te beftieren, en den verkorenen 
zondg: uitftel te wijden. Baüdry hadt het verdriet niet om 
die vermindering van zijn gezag, te beleven, want hij ilierf 
in 1113 , voor dat de afgezanten ivaren te rug gekeerd. Me» 
heeft van hem in 't licht: i. vi&r latijnfe Brieven, ingerigt 
aan Lambbrt van Güinbs, Bisfchop van Arrasy welke inge- 
lijfd zijn , tusfen die van dezen Prelaat , apud Balushjm , 
Miscellaneor. T. V. pag. 329, 33o- 343- 303- 2. Een me- 
nigte van Charters, ten voordele van de Kerken en Kloosters » 
waar van hij de weldoener was. ■ " ' Dachery, Spicilegi 
Tom. VIII. p. lUp-iyi- & XÜ. 450-465. Cellier, IA^^ 
Gener. des Authurs facrés £? eeclef. Tom. XXL pagl 3^0, 391^ 
Rivet, Hift. Uu. de la Frame, Tom. IX. p. 578-583.^ GaRia 
Chrisi., Tom. III. p. 248. &' IX. 998-1000. Paqüqt, ibfe- 
mir. litter. Tom. XVIII. p. 312-320. 

BAUDRY (PïeTER),'wierdt te Mfns 'm Henegtmm ge- 
boren, den. 5 augustus 1710. Zijnen klaslieken loop voleinde 
hij in het kollegie van ffmdmn in genpemdefiad, en dien der 

wijs- 



/ 



146 BAÜHÜIS. (BERNAUf)) 

trijsK^eértè aan hef Hogefchool te Leuven. EBer na zig tol 
de omhelzing van den gecstel^ken ftand bepaald hebbende ^ . 
ontving hij een Benediktijner monniksrok uit handen van dert 
Abt JosEPH He«vine, en dcedt de plegtfgc beloften daar toe 
Tereist, den 25 julij 1723. Zig verder in dè theologfe ge- 
Oefiènd hebbende, wierdt hij tot Priester gefchoren, den 20 
masüt Ï727. Zedert beklom hij de Icerftoel ds Profc?for in de 
theologie, en nam die verfcheidene jaren waar; vervolgens dié 
van Mr. der Noviciaten , en die van Treforier. Eindelijk werdt 
PiETÉR door Niklaas BroWet, welke door Keizer Karet, 
DEN VI, op den 3 februarij 174O) tot 'Abt Van dat kloostei* 
wierdt verheven, tot iijncn Prlof aangefteld; de laatstgenoem-^ 
de hadt reeds zedert drie jaren gewerkt, aan ene volledige ge- 
fchiedenis der Abtd^e van St, Guilain ; hij vervolgde dezen ar» 
l)eid terwql hij Prior was , en om niets te' verwaarlozen , vin 
•t gene tot 2ijn ontwerp dienstbaar kofete zijii, dóorfnuifeldö 
bij alle de archiven van dit huis, zelvs de oude rekeningen 
niet ui^zonderd, vocrts raadpleegde hij alle de Nederïandje 
Schrijvers die 'er rets van te boek hadden, 'en verfcheidene 
geleerde Mannen uitdezelvde provintien, die in' ftaat waren; 
om *er hem enig licht over bij te zetten , inzondeiheid de va* 
ders BollatuUsten.- Het werk fpoedde ten einde , toen de dood 
hem- op den i meij 1752, in hét 5ofte jaar Van zijn leven, 
bij verrasfing de pen uit de hand rukte. Deze Geestelijke 
was nauwkeurig gétegt in *t waarnemen der pligten aan zijn 
beroep vcrknogt, en hij vervulde met veel ijver en den bes* 
ten uitkomst, de verfchillende bedieningen, welke hein toe- 
vertrouwd wiei-den. Men heeft van hem; i. Enige latijnje 
en franfe losfe digtjlukjes. 2. Amialcs de Vancienne Ahhaye dè 
St. GhiJUnn-en-Celk , &tdre de St, Benoit , au diocéfe de Cambra^. 
Mf. in foU en 2 voh — -i- Paqüot, Memoires littsr. Tom: 
IX. p. 81-85. 

BAUHUIS (BERNARD), een Jefuit, Vah Amierpeh ge 

boortig, is een man geweest, van een zeer geregeld en voon' 

beeldig levensgedrag; De lage fcholen doorgelopen* zijndp', 

wierdt 



BAÜLDRL (PAULUS) ^t 

wïcrdthij bij de Jefuiten tot verder ondennjs geplaatst, en h^ 
gaf reeds büjken in die jeugdige loopkring , dat hij een fcherpr 
2innig vernuft en buitengemeen fijn oirdeel bezat; inzonderr 
beid bepaalde zig zijne werkzaamheid, in het beoeSènen der 
teleologie , waar door zijne ouders door zijn eigen aanzoelv , 
onderfteund door d^t der Jefuiten, bewogen wierden, om 
hem vport te laten ftuderen , daar hij treffelijk^ in flaagde , en 
eindelijk befloot, zig in gemelde orden der Sociëteit van }£$U9 
te begeven, waar in hij door die vaders met opene armea 
wierdt ontvangen, en ook wel dra door zijne geleerde eu 
ftigtelijke predikatien , de Sociëteit overtuigde, dat zij eea 
weerdig lid verkregen hadden. Hij was een gemeenzamen 
vriend van Franciscus Swejertius, Sqhriiver van de ^theruB 
Belgka; en niet alleen een groot kenner eq beminnaar der 
digtkonst, maax* zelys een uitnemend latijns dlgt^r; hebbende ' 
in druk uitgegeven; i. Epigramimta JekSta. Antv. aptid Pl/in- 
TiNUM, i(5i5» 1619 en lóao. in 12''. 2. Frothem PonJier 
nius^ mius libti verfus^ unius yerfus liber Ste.lamm nunnBro fiyfi 
formis MXXII variatus. Hij bverleedt den 17 november 1619, 
in zijne vaderflad in het profesflehuis der Jefuiten , tot groto 
droefheid van zijne orden en bekenden. Brrnard heeft een 
broeder gehadt , Gtsbert Bauhüis , die de profesfie der Kar- 
thulzers heeft omhelst, en het werkje van den Jefuic Lucas 
FiitEï.LUs, de perfeSiione Religiofa^ in bet ncderduits heeft ver- 
taald, te Antwerpen in i6q5 in 8vo. gedrukt. — — F, Sweer- 
r^iiy Athen, Belg. J. F. Foppens, BibL Beig. p^ 134., 135. 
{4* Mpreri, D'i^ioiu Hifi. ^c. Tom. Ih p. ^[24. ed, de i74o« 

BAULDRI (PAULUS) ^Iber^nlle, Hoogleraar in de Ker- 
keliike ggfchiedenis te UtrecU^ wierdt te Roman geboren in 
^639, van Eaulüs Baülpri en Anna Mazuró; zijn vader die 
zeer »iik was , bgzorgde hc^m ene deftige opvoeding ; hij door- 
liep zijn eerllen letterkundigen kring te Quevillij, een dorp 'na- 
bij Rouaan gelegen , .daar de. Ge;eforin^rden van die ftad, hun 
kerk en opvoedin^-kollegie hadden; v^n daar wierdt hij naar 
Samur ge;5onden, alwaqir hij h^t grieks en l^tijn ondcv Tan- 



f4# BAULDRL (Px*.ULüSi 

KEGur LB Fevre, daar hy bgzonder aan gehegt w'as, beoeC» 
fende; het hebreeuws onder Lqdswtk en Jakobus Catpellus» 
en de theqlogie onder Mosis Autraldus en Josua de la Pla- 
c$. J^ne ftudien onder deze geleerde Mannen voltrokken 
hebbende y.itak hij naar Engeland over, en woonde enige ja- 
xen te O^^ord, alwaar hij de menigvuldige handfchriften van 
de Akademie dooröiufielde, en 'er zijne aantekeningen uit ver« 
vaaidigde; hij gaf in dat rigk een bezoek aan den Marquls ds 
RüviGKY, AmbasCideur van het Franje Hof, die grote gene- 
genheid voor hem opvatte, zo wel als Hendrik Justel , Ko- 
ningUjke Bibliothekaris , en Jan Fell, Bisfchqp van Oxford:^ 
Ka twee reistogtjes door de binnenftreken van Engeland gedaan 
te hebben, keerde hij naar ziji^ vaderland te rug, gaf zig ten 
cnemalen aan de letteroeffeoingen over, en verzamelde ene 
kostbare en teffens uitgelezene bibliotheek. Hij hadt een Ara- 
bier uit Engeland medegenomen , dien bij een jaar lang onder- 
Meldt etf rijkelijk beloonde, ten einde hem in de taal van zijn 
land te onderwijzen. Ook onderhieldt hij een bijzondere 
vriendfchap met den beroemden Emmerik Bigot, en brieft 
wisfeling met. een groot aantal andere geleerde Mannen. Ia 
1682, begaf zig Bauldri in 't huwelijk met Macdalena Bas- 
WAGE, ene dogter van Hendrik Basnage de Frankenauy be- 
roemd Regtsgeleerde en Advokaat , vader van Hendrik en 
Jakobus Basnage. Intusfen gingen de zaken der Gereformeerd 
den , door de gruwelijke vervolgingen op bevel van Lodewyk 
DEN XIV , door de Jefuiten en dweepzieke Monniken aange- 
hitst, deerlijk den kreeftengang; zo dat Bauldri befloot, ten 
einde de vervolging te ontwijken , een veilige fchuilplaats in 
Engeland t^ zoeken,- dan de vrienden die hij in HoUand hz^t^ 
kwamen zulks voor , met te bewerken , dat de Regering van 
Utrecht^ hem den 4 meij 168 5 tot extraovdinarfs Profesfor in 
de Kerkeliike Gefchieilenisfen a^n hunne Hogefchool beriepen , 
»t welk hij inzonderheid hadt te danken , aan de medewerking 
tan EvERHARp VAN Weede , Heer van Dijkveld, Het inzigt van 
zijne beroepers, was juist niet, om hem den arbeid aan dien 
post verknogt,' te doen uitóeffenen, maar enkel om hem .een 



Bx\ULDRI. (PAULUS) 145 

^past middel te vcrfchaflfen , ten elate op ene veilige wijze 
met ziine goederen uit Frankrijk te kunnen geraken ; dan men 
trecg 'er aldaar de lugt van, en Harley, Aajtsbisfchop vaa 
Parijs, die hem kende, en vrugteloos getragt hadt hem zgti 
^loof te doun verzaken , en, in den fchoot van de roo^fe kerk 
over te brengen ; verkreeg van den Koning eea beygl , 't wêHc 
hem verbood *t rijk uit te gaan. De intrekking van bet iVSw-. 
tife Edikt^ op den 18 oétober van het zelvde jaar voorgeval- 
len, bewoog Baüldïii, als een knegt verkleed, in dienst vaa 
een* Kapitein, aan wien hij 500 guldens fchonk om zïjne vlugit 
te bevorderen , naar Holland te wijken ; dit gelukte haar 
wehsch, en zijne vrouw, met zijnen zoon en dogter nog jonge 
kinderen, volgden hem in die zelvde maand; ook bekwam hg 
zijne kostbaie bibiiotheek te rug, die door enen der Basma-: 
G£XT, benevens 2djn eigene, was medegenoni^. Te Utrèvh 
gpkomen, voerde h^ neggen jaren lang den tijtel van cxtraor- 
dinaris Profesïbr in de Kerkelijke Gefchiedenisfen , toen di6 
op den II maart 1695 , 1^ ^^^^ ^^^ prdinaris werdt verwis- 
feld. Vier jaren later , {lelden de Staten van Utreck alles . 
wat mooglijk was te werk, om hem door middel van het vre- 
^verbond te Rijswfjk geiloten, zijne aanzienlijke goederen te 
rug tQ doen bekomen, doch alle hunne pogingen daaromtrent , 
liepen vrugteloos aR Bauldri, na gedurende enigen tijd een 
kwijnend leven gefleten te hebben , ftiêrf den 16 februarij 
1 706 , in den ouderdom van ruim 66 jai"en. 

Deze geleerde Man, heeft door den diiik g^een gemaakt; 
|. Lucn Cjecjo^ Firmi^ Lactaictii, de inortibus Pcrfecutorum. 
Cum notis Steph. Baluzix , Tutelenjisy jui primus ex yeteri Codic^ 
Mf. biblictheca Colbertiius vtdgavU. Edit. fecunda. Accesjerim 
GiSB. CuFsai, Joh. Colüm*, TiioMife Spark, Nic. Toinar- 
Di, Jp. Gjeorg. GajEvn, Th. Gale, Eli* Boherelli, aliorutn. 
que animadyevfiones y tam haSenus editx, quam ineditce. R^cen- 
Juit^Ji&s auxity cum verfiénibus contnlit Paulus Bauldri. >^i* 
dita Henr. Dodwelli, EHsfen. de.Ripa Striga^ (^ Theodorici 
RuiNARTi Prctfatfo ad ABa Martyiim; cum Indicibus necesfariis* • 
Tr^. ai Rh^num, Fi. Halma, 1692. in IL i-ol. Bvo. Zijnde 

d« 



144 PAtJLDRI. (PAULUS) 

de aantekeningen welke 'er door den Authelir zijn bijgevoegd^ 
niet alleen door geleerd , maar kondigen tefiens een fijn oir*- 
deel, fcherp varnufc, en verbazende belezenheid aan. 2. Z>fjv 
fertath tpiftolms in dm Novi TestamenH hca, r. Timoth. EL 
VS. l6. flP JoAN. XIX , a yïro doQo 6f cekM ad AuStorm Bi- 
Uktbeca bujus msfay ut eam puhlici juris faceret. In de Biblio^ 
theca rmomn librorum van Neocorus of Kvstsr , 1697- pag. 
403-419. 3. Oratio 9 de aroiquo more eonvertendi Hareticos, 
mdttm disfinuli ei, qui nunc viget in Gallus. '4. Reflexums criti- 
qtmsfur Ie Chap. XXXllL vs. 3- du lim de Jon, de la verfim ^ 
ie Geaeve; geplaatst, in de Hijhire dss ouvrages des Scavans patr 
Basnagb de Baüval, jiou$9 1696. art. 6. Lettre fur Ie meme 
fi^et. IM Jtdllet i697- ort. 5. 5- Nouvdle dlegwique, ou Hp^ 
ftoire des demieres troubles arrivés au royaume d^Elofuence. Der- 
niere edition, augmeiitée 6P plus corréae que les frecedentes. Utr. 
170»- w iimo. Dit is dé zesde druk van een der geestigflü 
Icttervr Tgten van den Abt FüREmioE; de eerde druk daar van, 
kwam te Par^s uit in 1658. Bauldri heeft het met ene voor- 
Tede, en enige wonderlijk fdione aantekeningen vermeerderd. 
i5. Syntagma Kaiendariorum, cpmprehendens, oSto 6? viginH Tabur 
lis, totidem anmsPeriodi Juliam, in ufus Cl^^logürtm. Traj^ 
cd Rhen. 1706. in folio. Al het gene de verrchillende Alma- 
nachen bevat, is hier in tot tafels gebragt, door middel van 
dewelke men gemakkelijk kan vinden, op welk enen dag de 
gebeurtenisfen zijn voorgevallen, waarvan in de gefchiedenis 

^^^fo ^GrJEVIüs in Pr^fatione ad Tomum IV. Thefaur, jéit, Rom. 
o 'praf. 6f £pi^' ^'^'- ' ^^^^^^ allerlofFelijkst van onzen 
BaSdri, en noemt hem: Vifum domsjimm , ^ propter multa 
ingenii è ^^^^ Jtngularia omamema fibi carisjimim , qui cum eê 
Elije Boberelli óbjewadms in. ÜAKomvM pro futmna necesfitur 

dme, qua inter ipfis intercedebat y cmmmcarerat. ^ Adr. 

Relanbi, Oratio f unebris in obitum clar. P. Bauldri. Ultr. 1706. 
4^. Drakenborch, feries Proftsfir. quiTrajeSiu &c. n. 47- 
G. BüRMANNi. Traje&um erwiitum. p. iS-ic C. Saxi, Onom. 
liter. Pars V. p. 339, J4o. PaQuot, Mem. Imer, Tom^^lV. 
j^ I04-'iio.. 



\ 



ItAUSELE. BAUX. (GASP^ I49 

jBAySELS, een seer aanzicnlgk. Brtibands geflagt, vaar 
Vtai men vindt opgetekend : d^t Hs^rik van B ausele > Ridt: 
der^ in het jaar 1340 huwde m^t Ma^ia va» Duffus, dogtcr 
yfui Gerard, He^ van Rheti, «n viinMAïLiA van Berthoüt, 

* Dame yair B^laar, Hevetk en Oplittfre, en kleindogter vaa 
Jan, H^er v^n Serlaer, en van Maroaretiu van II£V£rl£; 
vit welk huwel^k zijn gefproten , 3 kinderen ; zünde de oud» 
Jfe zoon Gekard van Bausble, getrouwd in 1404 mQt Uz^ 
tpiGE VAN Weyr5, dpgtcr van Arndld, Ridder, H^er van 
Holede. D^ tweie zoon, Hendrik van Bausele, Is gehuwd 
^weest met Alida de Wiljie» dogter van Arnqld en van* 
A;.iDA VAN Bisdom > zijnde begraven in de Augustijner kerk 
^ Leuven, Gerard van Bausjo^e zoon van Gerard , trouw-* 
d^ miBt Eatharina SiiKciyi% , 'gezegd Üten-Limmnglm ^ eno 
^ogter van Hendrh^, welke drie kinderen hebben ^geteeld* 
Pp otêdfte B.ASE VAiï Bausele, huwde aan Dorothea vaüi 
Meerbergen. Pe fwedi RoMBout van Bausele, yerbondt 
zig in den egt met Margarstha de PAfs» gezegd Volkens, 

^ dogter van IJee^ Jan; dé derde ^ind^Iijk, Gemrp van Bai^ 
SELE, is Secretaris g$weQst v^n Leuven in 1449/ en werdc 
krijgsgevangen in den oorlog van Maximiliaan van Oosten- 
RVK en AJaria van Bouïigo?ïdien in 1468."^ Hij (lierf den ip 
november 1500, en is ggtrouwt geweest met Margaretha 
VAN der ^EcitEy die den 4 november 1509 ftierf, in den ou- 
tlerdom van 80 jaren y zijnde ene dogter van Michiel Sch^ 
pen te Brusjel , en van Maria of Katharina MenzeKzeele, 
Nog ten huldigen dage worden afllammelingen van dit geHagt, 
in Btahand en fiaofk/erw gevonden. ■ Abr. Fei^werpa^ 

Qenial Wapenbaeky L D. 178$. 

BAüX (GASPAR), in Frankfijk geboren /uit een aanzien- 
lijk gedagt , iludc^rde enigen tijd te Sedan , begaf zig; ver- 
volgens in d^n militairen dienst, en wierdt Luitenant onder 
de kavallerij van *$ Konings huistroepen. Door de vervol^, 
ging die dé Gereformeerden in Frankrijk moes^n ondergaan»^ 
verliet hij d^t ri^k > nam benevens een menigte andere ffh 

^. D BIL. K tooft^ 



\ 



!4<? §AyiN^ORT, (GAiSm DU) 

l^cfi^gQDOttn de w^k naar HoBand, en zQtce zig te /le^üpn nep 
dwj^'aldaar gcn^nheid voor de dogter van Profesfor Gail- 
'tAp opgevat liebbende, verzogc hl} die van haren vaider ten 
huwelijk, doch kro^ een wefgercnd antwoord van den oudcii 
inan» die betuigde zi^ne dogter, aan geen anderen dan aan 
Mn jheologant tp zulleji uIdiUwelijken ; zulks fchrlkte Baux 
3i(ct af, maar hg begaf ?Jg met ijver totdio (hidic, en dewijl 
hj reeds in Frankrijk goede letterkundige gronden gelegd 
Üa4t r beocffende hij de godgeleerdheid , met zulk een ge- 
tvcnstcn uitflag/dat hij binnen kortctn t^d^n^ een lofFelijk 
examen» tot Proponent wierdt aang^eld, en tot prijs vait 
iijni'naarftigbeid, SusAimA Gaillard tot zijne ^tgenote vcr- 
trceg, benevens het beroep van Predikant in de Walfe ge- 
^lieente te Leeuwarden, alwaar hg van 1681 frf tot op 1733, 
dn ''dus een ^dyak van ruim 50 Jaren, als een i^aardig 
Jïuangeliedienaar, zijne Lewwarder kudde heeft geleid en be- 
hitrd, zijnde bijzonder dpor zijne gemeente geacht en gc- 
ljef4 geweest Gaspar Paux was de grootvader, van den on^ 
.^jne geleerdheid zo beroemden Hoogleraar Lupov. Gasp. 
iricKENAER, en de moederlijke overgrootvader, vanden fchjij- 
ver dezer Biographie. Ruim een jaar voor zijn' dood hadt de 
. oude man l^et genoegen, zijn agterkleinzoon Gaspar Amelius 
i)E CiULwoT, mijnen oudften broeder, den Doop toe te dienen; 
pijnde deze jongeling gedurende het beleg van Bergenopzm^ 
in 1747, daar hij als Faandrik onder de kompagnie van zijnen 
vader diende, zodanig door een musketkogel getroffen, dat hij 
lizti^ Rotterdam ècvoc'^ zijnde, weinig üjds daar na aldaar 11^ 
den' ouderdom van' liog geen 17 jaicn overleed, en dus zijn Ie- 
y^n 'in het prilfte zijner jeugd, ten dienfte van het vaderland 

'BAVINCOÜRT (GASPAR Pe) , Ridder vm Jmijalem, 

• perst Abt van het Benediktijner klooster van Oudenburg nabij 

Bru^-w, de^dt afftand^Van deze waai-digheid in 1569; en 

wierdt 'kort "daar op wegens de Staten vm Flaanderefi, naar 

Spame^i tct Koning Filips ^de" H, in gezantfchap gezonden. 



til] fiieif den xi februari^ xsiSfin het 48ite jaar-Bqnes le« 
vens, en hetfc gefcfareven; i. Iter Jerofilymitamm^ >& «f^ 
Montem Sinai, % Df fid cognkme^ iibr» IL -^ De Anümnr 
tkoysHh h \ ]p F, FojPFBNs, Bihl Belg. p. 327. 

BAX (PAULUS en MARCELIS), is een bfoederpaar va^ 
Helden geweest , wiens gelijken men weinig onder alle de 
voorftanders dQv Nederlandfè vrijheid zal .aantreffen,' en nog 
minder die dezélven daar in voorbij geftreeft hebben. On- 
gemene dienften hebbeen zij. van 1576 tot 1610, adn d«a 
vaderlande* bewezen 5 cti hunne namen zullen altoos by bc- 
fchermers van ware vrigheid, in zegening blijvend — — Zi* 
een onjftandig verhaal van htihnè^ veelvuldige heldendaden, in 
J. Kok, y^rlandfch Woordenboek ,'V. D. bf. 232-245. Was. 
Fad. HiJl.'VlKT). hV. 128. IX. D.'bl.ipi; 

'. BAXIUS ,(NIKLAA5) , op dpn i november 1581. te Ao^ 
v^fpefit uit een aanzienlijk g^tflagt geboren, was de zoon van 
J^N Baxiüs Schepen vp genoemde ftad, en van Maru Mat- 
THYssE»..^ffij verkreeg de.klasfieke kundigheden in zijne ge* 
boorteplaatsi onder ppzigt van tGauo-piicüs Rivius, en het 
grieks werdt h^m door den JeTuit Ai^or£as Schott onderwe- 
^n. Zijn i($de jaar bereikt' hebbende, bpgaf hij zig in d© 
orden der Heremiten van St» ^uj^rp^n, en trok daar van hefi 
JVlonniki^kleed aan op den 9 julij .1598. Hij leraarde gedu« 
rende vpifcheidqne jaren als Reclor te Bn^fel en üéntwerpen^ 
was veryolgjens 19 Jaren Onderprior, van zyrie orden ^ .en ten 
laatden Vikajcis. in. zijne vaderilad,. Het is ook hier, dat hij na 
^0 laiagdurlge: ziekte, op den 22 ocbober 164O1 in. denou* 
derdom van 59 jaren pn biyna 6 maanden, het tijdelijke methee 
peuwige verwisfelde. Men vindt bij fommige Schrgvers ge- 
meld, dat hij door een Portugeefsn Jood, met vergif wierdt van 
kant geholpen» welk6 zou beleden hebben, dezq. misdaad uit 
haat tegens.den Christen -godsdienst te. hebben' gepleegd, 
doordien hij voorzag dat Baxius, die met *er tijd grotelijks 
zou bevorderen; ma;ar dit verbaal: komt alleronXraarfchijne- 
Ujkst .voor,, en wordt doar geen.rchijn van bewijs geftaafd. 
: KI Om 



r 



f^t ^$LE. (EIETBH) 

Onv^nóöehl Vits deze man in Ü^ne ftudien , een zM bdcwa^ 
iedftua«» wdrpreken4 prediker, vlug ter p^nrie, en ee« 
^r godgeleerde > daarbi) onberispelijk yan wandel, n^ 
Örlg, zedig; en van een alleraangenaamfle verkering. Zijn0 
^^^,n ftrddcen iqt getuigen van zijne, vl^tige naarftigheid,r 
tn tefi^sns bedrevenl^i(| in dfi griekfe en ladjnfe talen. Df 
VC^najmften W van ?ijn: i, Panfigyricus Gynmfti y^ugusthiiih 

ni 0e. ï6ll. 4^. ^.'Ptó>fW^^. 1614. IZflW. 3. CÓRNELI^ 

\^EMi,' mmca^ vtrpbifs £ƒ exmpUs iUuflrata. 1615. i^m, 
^Tlfefaurus ^egmaiofm, feu latifUB Phrafes ^. Aldo Manu- 
%l^yqkmue Qftin^ fhrafiolops eleSa fgg. futfi Indkihus latirm 
JSponymo, gallfco et' teut.(mico. i$i7t 1623 ^ 1642. i2ffw. 
ïi $f*fi^*^ iietorioB ; '^usdem Örationes dliqim , it I^gidm 
pkhetica^ I6ii' i^mo- 6/j^lificandi formula Qratoria, ^ 
figurii aliqtMft RhetorkiffexM. t. Cicerone concinma. 1619. 
ïawo.'*7. CflrfflM de devitto Palatino ante Pragam. 1620. 8. 
Pf'anmatica y Sjntaxis, et Profodia graca, e diyerjïs eondmuOê 
ffji;'-^ :• F. SwEERTn,^t//^. Mg. p. S7o» Val. Andr., 
ui; Sf/g. p. 677, Ö78. J. F. FOPPEIÈJ, Mi. Belg. p. 898. 
&£«, Srabantid, eSt. tl. p. 203, 204. Tombéus, Chr<h 
hif^ Jiugustin. 170. Elssii, Énóomiaft. Mgustin, p. 500, 501. 
JWoT, il«fm. /«««rorr. Tom. VI. pag. l^l'•^^Z. 

A •■••♦• '^ ■ • 

BAYLE (PIETER), was een man, welke door rijne zon- 
éerliiige 'geleerdheid; fijn èirdcel en fcherpzinnigheid van ver- 
aiufcj'bnder het jgetal van die wezens behoort, waar van •er 
in iedere eeuw maar een zeer gering getal te vóorfcÏMjn kom^ 
Öok^ fcefpeurde men in hem, van dor jeugd af, eèn door- 
^iiranderen geest,' een treffelijk 'vernuft, en ene ongemene 
ti^^ierigheid en oplettendheid op alles, waar in mén hem 
on&rwees. Hij is geboren te Carla, een ftedekè in het graav- 
ifcliap -Fb/x in Latigfiedok, den ï8 november 1647; 2ijn ^ader 
Jan ÖAYLE, van MmtflttJfl» afkomftig ; was aldaar Leraar van 
de Hervormde gemeente, 'en zijne móéder Jeanne Brüguiere, 
van een oud èh aanzienlijk geHagt In die gewestpn, bragt be- 
iiató IPiRm nog twee andere zooiis têr wereld, waar van 
♦-■t\-' ' ' ' ^'- ' ■'■■ ■■--■■■ df 



BAYLK (PIETER) ^^ 

^ oudfiè jAfcoB ^neh védet als Prtdikant Ü {be^vbegd, g^* 
iweest, én de jongftó Josbpb genaamd^ óok itt 4e theólqf^^ 
he^t geftadeerd, doch als Proponent vro^dig js geflomr^ 
>. . Docnxlien de üerefoftneerdM IA de linden daai 1^ otidot fle 
IRomsgezinden vermengd zign, dbotigaao^^ ge^^oonCfr bebbéfi^ 
ide kinderéü vxbqger d^ in andere landen, tot ledématcii fiSa 
tè nemen,! zö worde óök Batu toen I^ flbgts deii óudËtdobi 
yari IS jaren Badt bereikt , op dèn is decöniber i6öi ü^i 
lidmaat aangenomen, ^ii tot het Avondmaal tölgelatiin. B^ 
bleef tot in 't Jaar 1666 in isgn buders hufsj (ot walken ^i 
zijn vader niets verzuimde; o^ dé ongemene talenten W$^ 
jtnede zijn. isoon. begaafd wis; op te wekken én fuiQ tè kwÈ* 
ken. In dit_zelvdé jüat gifig blj nai^r Pwflaurmsy ilwaar icrin 
ïer t^d een Hogefchdol dèr Gei-eformeerdèn wtó; bier MK)ë& 
jTende hij verder de griekTe en fatgnfi; tilén» als in^e ^ Wijis^ 
begeerte. Van hier vertrok hi) den 2$ meij ii56S nkar So)'érd^p 
èen kléin ftedékén in het graavf^hap FolXy daar hij i^cn'htig 
verbirif hieldt, maar reeds in ièptémbêr naar-Qlr/a fè rug k^r 
^é, en voorts weder paar Pt^iaurensi alwaftr bij tot dbn .{9 
februaiij i6(5p verbleef, en io diè tsjdmêt kite MarftlghélU 
de g^chiedenisièn^ welfprck^dheid 6n oudheden bèoélföndd| 
ieflen? de wijsb^eërté niet verwaarlosa;nde| welkéri bëftudüi' 
jring in hdm dé nieuwsgierigheid opwekte, oih de geffcbrift^ 
der Roómgézinden ov^r dé gefchillen mét dé GerepfnHeerAn^ 
wat nader té ieren kennen , ten einde volgens dó grondbég{(i« 
^len dér Protestanten , eéh nauwkdurigief oiidérzoék Ie 'AoeH 
naar de waarheid van die godsdiénfttge begrippen, welke H^ 
jnét de melk hadt bigezQgen; en d4t hem de tegen wcrplngea^ 
tégen het léerfiuk van dé' Protestanten , dat tnen op aarde g^ 
22igtbarén en fprekenden regter , aan wien$ beduitén men z{g) 
ïn verfchillen over den godsdienst 9 badde té (inderwerpeo^ 
moest etkennén; zo waarlcbijnli^k Voörkwaüien 1 dat hij 2i| 
iselve daar op niét wetende te voldoen^ aan 't weifielen r^akti^ 
De Rcomfé Pastoor viüi fuglaunhi zulks vermerkendifi rtf# 
kende hét van zijnen pligt te .moeten voUö^en 't gene dooi 
het lezen van controverfé boeken begonnen isras; bij w&t ^|t 

K2 t9 



Ijai BAYLE. (flEtËÉLJ 

maanden hie^ na, vertrok h^ naar Sedan j om ware het moog-* 
lp een Hoogleraarsfioel in de wigsbegeerte, welke aldaar doof 
bet overlijden van den Hoogleraar PriHon ledig ftond> te 
tekomen ; Pieter Jürieu die aldaar Profe^for in de theologie 
was, tn Jakob Basmagx die even zgne godgeleerde ftudieri 
badt volvoert , Helden alfes' tt werk wat in huii vermogen 
was onï sign dpefwi t te begunil^n , dan hi^ ontmoette magtige 
tegenftre vers, die te berde bragten, dat hij een vreemdeüjig 
ajndé, niet boven dr te inboorlingen , wette na de zclvde 
plaats Honden, behoorde voorgetrokken te worden ; om dit 
gefcha té beflisfön , wierdt 'er ten laatRen met goedkeuring 
van de vier Sollicitanten beftottn, om bun afzonderlijk in ene 
daar toe beftemde plaats op te fluiten, teh einde binnen den 
ti)d van 24 uren, zonder enige voorbereiding, en zonder boe- 
ken of hulp van vrienden, ene verhandeling te vervaardigen 
ée jyd tot onderwerp hebbende; den 28 feptembet 1675 gin- 
gen de vier mededingers aan 't werk, en Batle verdedigde' dó 
agne opentlijk den 2 en 3 o61t>ber , *t welk hij zo uitftekend 
wel uitvoerde» dat h^ *er een ongpmenen lof mede behaalde, 
den pr^s won, en dus hem het Profesforaat wierdt opgedra- 
gen , In welke Bediening hij door het afleggen van den gewo» 
]^n eed den 4 november wetdt bevestigd, en den 11 daat aan 
volgende enen aanvang met z^ne openbare lesfen maakte. De 
beginzeleh vielen hem zwaar, want het ramenftellen zijner 
wijsgerige le$fen koste hem een onbefchrijvelijken arbeid eii 
moeite, en verdond daar bij veel van zijnen t^d; dan na ver- 
loop van twee of drie Jaren, wierdt zijn taak gemakkelijker, 
20 dat hij het genoegen kost (maken om nieuwe uitgekomene 
boeken te lezen, en zelve, aan 't opfleilen te gaan. De ge- 
leerde An(illon Piedikant te Mnz\ zondt hem in 1679 een 
boek van P. Sóiret, getijtelü: CógUdianef fationaks de Deo^ 
4é Amma et de Mahj en vefzogt hem aanmetkingen over dit 
wqrk te vervaardigen; Batle deedt zulks, en zondt die aan 
den Heet Aïr9inóN, die bezorgde dat as aan FoikET wcr-i 
den ter hand geÖeld', welke dfeselve met zijne tegenbeden- 
kingen , die volgens bet - zeggen van Bayüs e«n andere Ge- 
leer* 



iAfUE. (PJETER) i5i 

Jtoden Aiets met al afdeden» in den tweden druk vis dati 
Ij^vige boek te Amftildam in i68s uitgaven» heeft geplaatst j 
daar nog een twede teg^ft werping bggcvocgd is, ever de mftetf" 
lykheid det Ziele. Omtrent dezen tïjd, gebeurde een voorval 
met den Marfchalk van Luxemburg, dat vdel gerugt maakte; 
bij was qpentl^k, hij de Vierfchaar, aangelleid om de vergift!- 
gingen te onderzoeken, die toen ter tijd zo menigvuldig hl 
t^ankufk in zwang gingen , aangeklaagd ais fcbuidig aan gods- 
lastering, toverg en vergiftiging; hier op hadt h§ zig vrijwil- 
lig in g^angenis begeven, ten einde zijnd dadeil mogteh 
worden onderzogt; het gevolg was, dat h^ onfchuldig wierdt 
verklaart , en de ftiikken van het plei^ing vernietigd. Bay- 
1e die enige bijzonderheden vain deze vreemde procedure té 
Parys wa3 ontwaar ge#orden, in welke ftad big de najaan- 
vacandeh hadt doorgebragt, vermaakte zfg om ene redevoe- 
i^ing op te fiellen, ^aar fn die Marfchalk zijne zaak vooi^ 
de R^ers bepleitte, en zig verontfchuldigde van een verbond 
met d&ï Duivel aangeg^n te hebben ; de redenen die Bayliè 
den Marfchialk deed té berde brengen , om zodsmig buitenge^ 
meen verbond te regtveerdigen , beüionden, dat hij zulks ge^ 
daan hadt i. Om alle de vrouwen daar hij lust toe hadt^ op 
liem te doen verlieven. * 2. Om voUlandi^ gelukkig in deiï 
oorlog te zijn. 3. Alle zijne procesfen te winnen. 4. Duur- 
zaam *sKonings gunst te genieten. Deze vier punten maakten do 
verdeling van de redevoering uit, welke een vrg ilekelig hö^ 
kelfchrift, tegens den Marfchalk, en verfcheidene andere perio- 
nen be^^atte. Vervolgens maakte Bayle ónder een verbloem- 
den naam , ene berispende wederlegging van deze redevoering, 
die nog hekelzugtiger was dan de redevoering zelve. Hij zondf 
deze beide ftukkên aan den Heer Mmurou, met verzoek oni 
•er zijn ^jvoelen over te zeggen ; doch het is mij niet geble- 
ken, welk een antwoord hij hier op van dien Heer ontving. 

Enigen tijd hier na, fteldc h^ iets emftiger in 't werk; dé 
Jefuit Valqis van CWH, namentlijk, gaf onder den verfierdeii 
naam van Lorfi de la Ville, te' Para's een bofek in •t.licfar; 
gptijtclr: Smiment de jfefr. Descartes tattchm Vesfence et lés 

K 5 ' ^ pro- 



m IAylè. (pieteR) 

^rkprjetés du Corps, cpptjfét i la ÖoSrinè de VEgiife, ét cm^ormi 
aux èrreurs de CAuvm, ftir Ie ft^et 4e l' Eucharistie. De Schrij- 
vér vergenoegde 2ig niet alleen ; om het gezag Vain het Con- ^ 
tiïiè van Trente aan de Canefiamm tegen te werpen \ niasr hi| 
-weeribèefde hen ook door de redenerlDgy met zo vee[ in zijn 
vermogen was, de gronden waar op Clercelier, Rouault, 
èn MALLEJiRAKGHfi gebouwd hadden, öm te bewijzen, dat de 
tiitgeftréktheid het wezen aan de flofie verleend , te verzwak* ' 
ken, en ware 't mooglijk om ver te werpen» £avls 'las die 
werk, dat hij fiondig gefchreven vondt; hij was va:n oifdeel 
dat de Schrijver daar van onbetwistbaar bewezen badt, dat 
de grondbeginzelen van Cartesius regtftreeks flrijdig waren 
tnet het geloof der Roo)nfe Kerk ; en ovaeenkomillg inct de 
leerftellingen van Calvyn, 't welk in de grond; zegt Batle 
In enen brief aan den Heer Minutoli, niet bezwaarlijk .viel 
om te bewijzen; Dft bewoog Payle om ene veihafndeU'ng tè 
fchrijvén ^n zijne leerlingen toegewijd, waar in hij het grond- 
b^inzel Van Cartesjus verdedigd , en alle de uitzonderingen 
én listig uitgedagte draijingen; door welke de JeCuit Valou' 
dit grondbeginzel haidt zoeken te ontzenuwen ; ten enemalen 
kragCeloos maakt; inzonderheid bepaalde hij zfg, om onwe- 
derltaanbaar te bewijzen, dat de doardnnghaaiïteid dèt Jloffe on« 
mooglijk is; . 

In de maanden november en december van het Jaar ïdSOi; 
vcrfcheen een der grootfte Kometen , die immer gezien wa- 
re?i, en bijna bet gantfe weipldrond, was over dit^verCchijnzel 
xnet verwondering en l^irik bevangen. Pavle, zö als hij het 
óns zelvén betuigd in zyne H^aarfclioumng^ aan het hoofd van 
zijne Penfées diverfesfur la Comtte, zag zig onophoudelijk bloot- 
gefield aan de vragen van verfcheidene menfchei^ die dóór de 
verfchijning van deze' Komeet verbazend verfdirikt waien; 
pij ftelde hen jgerust zo Veel in zijn vermogen was , maar 
bij vorderde bedroefd weinig met zijne wijsgerige redenerin- 
gen; men gaf hem altoos tot antwoord; dat Qón deze grote 
verfchijnzelen vertoonde, ten einde aan de zondaren t^d te 
gunnen om door boete en bekering; d^ rampen dié hen over 
't hoofd hingen , af te weren. ' I«- 



J 



BA^LS.- (PIETEÏt) ijj 

fijtusfcn bevonden zig de Oerefommden van Frankrijk in ene 
. ikeligen tocftand; ten Hpve was hunne uitroeijing bcfloten, 
men beroofde hen van allé hunne voorregten, en men befloot 
eindelijk fannné Hogefcholen af te fchaffen. Daar was grond 
Van reden om ^e denken, dat die van Sedan gefpaait zoude* 
-^ord^; doordien dit Prinsdom tot in het jaar 1642 een fouve- 
icine Staat geweest ajnde, de Hertog van Bouillok dezelve 
aan LoDEWVK.DE» XIII; hadt afgeftaan, onder voorwaarde 
dat b^ 'er allé dingen in die tpeftand zou laten als hij ze 'er 
vondt. LpDE^VK DE XIV , bevestigde dit verdrag , én be- 
Iqofde op nieuw,. dat. de Gereformeerde godsdienst zou gehand- 
haaft worden, benevens alle ^e regten en privilegiën diezij' 
in bezit hadt. lUaar dit alles kost^de Akademie niet behou- 
den. Wat ftoren vele Vorftën en Groten zig aan hun gegeven' 
-woord , wanneer zulks niet langer met hunne inzigten of be- 
i'angens ftrookt? zij tragten door een fchoonfchijnen den gJimp* 
jde menigte te misleiden; zo deedt Loöewyk de XIV-, in dit 
geval ook, hij beweerde riamentlijk , dat hij gedwaalt hadt met 
deze vergunning te bekragtigeh , dat hij daar toé geen magt 
hadt gehadt, dewijl het bevorderen der zuivere godsdienst 
hier mede vermengd was; hoe 't ook zij , Sedan was de eerfte 
fiogefchoól, die op zijn bevel wierdt vernietigd; het befluit 
daar toe tekende hij deii 9 julij 1681 , en het zelve wierdt 
reeds den 14 daar aan volgende afgekondigd. Bayle zag zig 
dus genoodzaakt , Sedan te verlaten ; doch weinig tijd daar na 
Wierdt hij tot Profesfor in de wijsbegeerte en gefdiiedenisfea 
6p ene bezolding van 500 guldens te Rotterdam beroepen. 
Gelegenheid tot dit beroep gaf, dat toen Bayle nog te Sedan 
was, 'er zig mede een jongen heer, van Zoelen genaamd^ 
wit Rotterdam bevondt, die in het zelvde huis met-hem logeer- 
de; deze hadt, zo veei nut getrokken uit de dagelijkfe verk»- • 
ring' van onzen Profesfor, dat hij ene warme vriendfchap voo;r 
hem hadt opgevat, 't welk ten gevolge hadt^ dat op de dag 
zei ven dat het arrest wierdt afgekondigd,- waar bij de Hoge- 
fchool vernietigd werdt, hij een affchrift daarvan zondt aan^zij* 
nen naastbeftaanden , de Heer Paets Vrgcdfch?p v>^n Rptterdcmh 



een 



isS feAYLE. (i^ffittó) 

één begunfti^ fler wetenfdiappcai, en die zèFve één gÜ^ 
lecrd Man zijnde^ gaamé lieden van vërdiénften vooifiondt; 
De Heef va9 Zóblën fchrëef hem» dat BXtls buiten bedie- 
ning wds, tefföns na^f waarde zijne vèrdienftón vermeldende. 
Zeer ([yoodlg ontving h^ een gunftig antwoord: Hier öp fchreef 
BAtLB aan den Heer Paets; om hem dank té zeggen voor de 
gunilige gevoelens die hij voor hem hadt opgevat, ceffens ver- 
zoekende , dat h§ in z^ne goedwilligheid vóór hem mpgt werlt« 
zaam blijven. De Heer Pafh voegde bi) teel verfland éne 
warnie liefde voor dé wetenfchappen , en inzonderheid Voot 
het vak der wijsbegeerte ; zijne uitmuntende verdienden had- 
den hem een groot aanzien en gezag vetleénd, dat nög groter 
zou geweest zijh » indien de verdeeldheden die op da£ t^dftl^ 
het gemenebe^ flingerden ; géén plaats hadden gevonden; 
men beföhouwde hem als het hoofd dér part^ tegens het Ofdri" 
je-lmsy en hier uit ontftonfd ènigé zwarigheid ^oor hem onl 
weder in de Roering te geraken ; toen hj^ als buitengewoon 
Gezant uit Sparde té mg keerde. Nogthans zegepraalde hi} 
over zijne t^nftrévers, en het gehoor dat de Regering van 
Rotterdam aan zijne raadgevingen gaf, hadt ió veel invloed > 
dat htt genoegzaam allé hare béfluiten beflierde ; deze nu be^ 
werkte dat de Heer Bayle tot Profèsfor in de wijsbegeerte éh 
gefchiedenisfen tt Rotterdam wierdt beroepen» én dat tefibns ene 
leerdoel ^Is tidogleraar in de theologie , aali de Heer Jürïeü 
werdt vergund. Hij kwam den 30 oétobêr 1681 in die dad-, 
én wierdt 'ér zeer minzaam dóór de familie van den Heer va* 
"ZoeleK en van den Heer Paets ontvangen. Den 5 decembe^ 
deedt hij zgne intree*-redévoering , dié algemeen toegejulgd 
vèrdt ; en den 8ften gaf hij z^né eerde Fes van Wijsbegeerte', 
aan een groot aantal dudèrende jeugd. Ba^le Was nog niet 
fang te Rotterdam geweest', toen Mevrouw Pa^ts , de huis- 
vrouw van zijnen weldoener dieif , en een blijk gaf van dé 
achting die z^ heili toedroeg , niet a^ hem éen legaat vaii 
flooo guldens te fchenken. 

Maimbüro, gaf ter dezer tijd in 't licht, zijii Hijloire du 
Cüvinii^ j dit werk hadt zeer belangrijke doffen töt onddi^* 



BAYLE. (PIETERI ^f^ 



Ni — 



^im?; het k-jio^m'-cr qp aan, om ovjer.dc getst cu bet gecjr^g, 
4%X Gffr^f^mamdeii mFrmikriik^ yzn 6^ tijd af aan,, daj p". 
(laar van'46 fipmS^ i{er^ «afgt^ondprd hadden , ee|i yonnjs tq^ 
vellen ; Maimbvro hadt alle de listige draijingen s^ngr pf n 
j^e wQik gefield, oHi de verachting len haat der Rgj^nisgeiin^ 
den, op hj^n te laden. Batup, vcjrontw^iardigd over de kwade 
ü'ouyrcn het 20 heilloze en verderfFpUjk ihzigtyan dienSchry* 
ver,. |)c floot onji deszelV;^ gefchiedenis te iijederleggen ; hij deedÉ 
gulKs , in hpt werkje, tot tijtel voerende : Critijue Qénerale de. 
VHiftpifie d^ Calyini^nie dt Mr. MAijpouRO. Villefrai^he ^ clie^ 
Pi£|tR$ ;,B Blaiqiic. Dit werkje, dat met zeer veel geest, en. 
op een aangeaiamcj frant in een verlokkende ^\ is ^efcbre- 
VQn, drqcg ni^t allepn de goedkeuring der p^efgrm^erden weg,' 
]ii4ar z^lvs 4IQ der oifdeelkundigp en gematigde Root^^ezin- 
4m; doch zodanigen Invloed maakte het op den Jefuit niet^ 
integendeel werdt hij zo brutaal , dat hij een fchiift^Iijk bevel 
yan den Koning wi«t tp y^kr^gep> n^aar bij de Minister Rsx« 
KIE gelast wierdt, om hc;t door b^uls handen te doen vprbran- 
den, en Qp llraire des doods verboden werdt, het werk tê 
drukken of tq verkopen. Reinie , die het boek met veel ge^ 
noegen had^ gelezen , gn ]\Iaimburo niet best n^ogt luiten , ge- 
hoorzaamde egtpr zonder dralpi^, en liet al 't gene deze Jefuit 
maar verlangd^, in Jiet vonm% vloeijcn , waar in men gemak- 
kelijk de ftijlvanfi,en galligvergramden Schrijver ontdekt. Doch 
ilEiNxe die een pots aan Maimburg fchuldig was , liet meer 
ts'ZOQO exeinplaren y^p d^t vonpis drukken,' en het door 
gant^ Parijs he^n aanplakken ; dit wpkt^ zodanig de nieuws- 
gierigheid van het gemeen op, dat ieder een de Critiqut di 
l^r. p£ MAptfBpuEQ wilde hebben, ook war^n 'er wel haast 
yerfcheidenQ drukken van uitverkogt. De Hefr Jurimu, ze^ 
4ert kort tot f rc^esfor in de godgeleerdheid ^e Rdtterdam aan- 
ge^lgld, vervaardigde opk 9en antwoord aan Maimburg^ maar 
4at op lange na de achting niet verwierf, welke men aan dac 
van BAyjLE hadt gegeven ; want fchoon dit werlc wel was ge- 
fizhreven, en vollediger dan dat van Bati^s, de Schrijver ook 
AfAiMiBpiio krilgtïg en m^t bcmdïge redenen wederleide; ont- 
brak 



I5f lAYLE. (PIETEH) 

br4 %r egtex dat geestlgp soiK aan , het welbeen aaogenir» 
ihs en natuurlijke draai aan de fligl b^zet, dat uitlokkende» 
't welk de leeslust opwekt , die levendige en zinrijke invallen , 
dijf Wiel ingerigte wgze, om zonder bitterheid, de gebreken 
van ?ijnj;n t^genflrever ten ^ooö te ftellen , en zonder booa t» 
Tworden,' noch zig door drtft te laten vervoeren, gelocrfsver* 
fchilten wtet fe behandelen , 't welk tot kenfchetzende trek- 
ken van Baylk z^ne Crttique generah veiibekte. Het vcrfchil^ 
lende pirdecl dat 'er over de werkjes van Jürieü en Bayls 
geveld wlerdt^ ftak den ceïstgem<?!den en maakte hem knor- 
rig; hl} befchouwde den laatAenals z^nen medeikever , en kosC 
hem nimmer vergeven, alle de ftemmen vari goedkeuring weg- 
gedragen te hebben , zonder dat 'er enige lof voor "hem zei- 
ven overfchoot; ongelukkig wierp dit toeval in zijn hait, die 
zaden van haat en wangunst, welke vervolgens zulke wrai^ 
vriigten hebben voortgebragt. 

Op het einde van 't jaar 1682, hieWt men fterk bij Batle 
aan , om zig in 't huwelijk te begeven ; maar hoe verleiden- 
de en lieficlijk de Iqkftemme daar ook toe was , fcheen hij 'er 
geene roeping voor te hebben; de partij die men hem voor- 
flelde, was zeer voordelig; het was een jonge; fchone, be- 
vallige, zagte, lieve juffer, die meesteresfe van zig zei ven 
was , en daar bij het zoete ftuévertje van 1 5000 rijksdaaldei* 
bezat. Juffer du Mouun, kleindogter van den beroemden 
PiETER DU MouLiN, cp zuster van Jumeu's vrouw,, en die 
vervolgens zelve in den egt trad met den Heer- Basnagiï^ 
hadt deze huwelijksfuik gefpannen , en de baan in zo verrq. 
klaar gemaakt , dat 'er niets aan ontbrak dan de toeftemming 
van Bayle; maar deze fcheen geheel geen geneigtheid voor 
het huwelijk te hebben ; de zorgen en omfldg van een huis- 
gezin, fchenen hem toe, niet te ftrokeh met de levenswijze 
Tan een Letterdeffenaar, noch met die' van een Wijsgeer, 
welke al zijn geluk tot deiludie en daar uit voortvloeijende 
kun4igheden bepaalt; behalven dat met het noodzakelijke te 
vrcdcn , fchenen hem de rijkdommen toe , eerder ene last te 
zün', dan vergenoeging op te leteren; juffrouw dü Moulöh 



BAYLE. (PIETERJ TJf 

ft^ic allé haj-e pogingen te werk, om 'hem van die denkbeel- 
den af tp trekken,' 'en hem over te halen, om de gelegenbeirf 
^e ' zig al§* ygn zelven aanbood', niet' te laten ontglippen , 
ij&ch allfis gveh yrugteloos, en "zij nioesttet ten laatfen op- 
geven, ' 

In 1^84, gaf Bayle in 't licht; Receuil de quelqUi Piecés 
curieufes concermiit la PMlofophïe de Mr. DescArtes. De roen^ 
die (^tzQ geleerde Man hadt verworven door zijnen ^ef over 
de' Kometen, hadt de Staten van Friesland , die henj nipt au* 
ders dan doojr dit ftukje kenden, bewogen, om- hem tot Fro- 
fesfdr in de wijsbegeerte op de Hogefchool te Franeker te bc* 
roepen, met een jaarlijks inkomen van 900 guldens; na eni- 

ge dagen beraad, bedankte Bayle 'er zeer beleefdelijk voor. 

'. • " . . . ■ 

In het zelvde jaar maakte hij nog een aanvang met de uitgave 
yan zijne Nouvelles de la Repubficqiie des Lettres, Dit werk 
onderfchraagdq niet alleen, maar vermeerderde zelv? denrqen^ 
diö Bayi-e reeds verworven hadt. De HéerPAExs in 1685 
in Engeland zijnde , }n de tijd dat 'er het gefchit voor en tegen 
fle verdraagzaamheid zeer hevig wierdt bepleit, fchreef dQz^ 
'een latijnfe brief "aan Bayle ovqr d^t onder werjp; zij wierdt 
Jn 4to. gedrukt, voerende tot tijtel: Hadriani van Paets 
ad BjELHJi^, de nuperis Anglice motibtis Epïstola; in qua de di* 
yerforum a püblica Religion^ circa Divina fentientium disferitur^ 
Tolsrantia; Bayle vertaalde deze brief in *t fians, cok is die 
naderhand in 't hóllands gedrukt. 

De gruwzame vervolging dk ipen de Gereformeerden in Frdfih' 
fijk ^andeedt* tro^n Bayle allergevoeli^t, maar hij wierdt 
yan fraerte doordrongen , toen hij vernam dat men in oftobcr 
1685, hciJSiikt van Nantes hadt ingetrokken, en dat 'er gce- 
«e geweldenai'ijen van w^lk enen aart ook wayen, dife men 
Eig niet yeroir loofde, ten einde de Gereformeerden te noodza- 
. ken, hare geloofsbelijdenis £if te zweren, Intusf^jn bleven de 
Roomsgezinde Schrijvers niet 'm gebreke, om met ffijve kaken 
te ontkennen, dat 'er enig geweid • plaats vondt, mettegen- 
ftaande die ten aanfchóuwen van de gantfe werefd gepleegd 
wierden , en een wolke van getuigen zulke bevestigde. Bay^ 



^ BAYLE, (PIËTEIT) 

yg ffi over <lit onderwerp een klein boekje nit, getiteld : 
Ce fug c'at que Ja France teute CathoUque; en enigpn t§d daar 
Sf gaf hl| in *x licfaC: Cmmentaire Ph^lrfephifie fur ces parohs^ 
cp^iTRAiir LES d*£»t&£1l; fliaar bg plaatfte *pr ^n n^am niet 
big» deedc zelvs al wat io zqn vermqgen was, om bedekt t^ 
U^ven, pn be^ft nimmer erkend d^ bij 'pr d^ fcbi^er van 
was; de ijver en flerke ingefpannentbeid waar mede bij aaa 
deze verhandeling werkte, veroirzaakce bem de koorts , dio 
door ene ziekte gevolgd wierdt, welke bem noodzaakce de 
t^ltg^ve van de Nouvelles de la Republique des Lettres te ilaken. 
"^ herllelde egter eerlang, en deze berfielling veroirzaakte. 
een zodanige vreugde pin den Heer du Tot de Feerarz, 
Saadsheer in 't Parlement van Rouaan, dat hij de volgende in- 
fcriptie» a^s ingerigt om tot een duurzaam gedenkteken in fteen 
uitgebeiteld te worden, ter zijner eer opftelde. In do&isfimi 
Bj^ui fanitatem reftüutam Spteria. Qtue te mori vetat Ghria^ 
mgretare frohibet. Omnibus carus £ƒ vtüisy fcriptores critica f ace 
clucidasti, cenf&ria rufta emendasti. Quiefitor uniam movens magnum 
in nemen kuros tetemitati prmtuba manu dkastL Laboribus tuk 
dienos abJimiSt delicüs nestris nunquam abfumendus. in boe ve^ 
fendusj piod nen^nen fmnidasti* Dignus qui Feritqfis annee 
^ctiSnes^ qui labantem fuftentes cognatam Feritati libertcf^em. Nert 
ad UMUS utilitatem Regioms natus^ ita eydli^m to^erasy ftf videari^ 
^tasje; ita cunSos emmu^ cemnus reficisy uf: yix credaHs vüiH 
eibesfe. Tlxatrum erudttienis circumduSüe faSus es OrM, Sübfelr 
Jta, qu0 dü^erdo fatiga^t rum potes^ te filentem ferre^ te quiefcenr 
tem quiefcere t ne fpera. Vale» vnv, fcribe. Enaenia renovatie 
facundia fatfii^ Utergterun acchmatimbus celebrantttr. 

Omtient deze zelvdc ïfld, was Bayle bedagt om Rotterdam 
te verlaten; de dood van den Heer Paets, en vooral het op- 
lopend en gramftprig karakter van Jurieu, maakte hem de in- 
woning daar van ona^genaam ; hij verzogt aan den beroent 
4en Abbadie, die toen ter tijd te BerHjnwzs , om hem ene be- 
diening in die Had te bezorgen; di( zoude ook gelukt zijn, 
wave de Keurvorst van Brandenburg op dit pas niet geüorvertt 
dus wierdt BaVU genoodzaakt on^ te Rotterdam te blijven. J(9 

t<58| 



' 



BAYLE. ^DETEID t« 

96SS gaf hij bet vierde deeltje van ^ne CmmMflim fKhfapU^ 
ques in 't licht, waar in hij de grondbeginzelen die Juriko in 
tvree van zijne werken beweerd hadc, met veel oirdeel weder» 
Jegt. In het ze]vde jaar nog, maakte Batle een uitnemende 
voorrede vo<m: de DiStumaire van Füretiem , den fchrij ver geflor- 
ven zijnde , terwijl het werk op de pers was. Het benigte^W!? 
mix Re/higiez in *t begin van 1690 te voorfchijn gekomen zijn- 
de, geraalue Bayle daar door in een heftig en onaangenaam 
gefchil met Juriku , die hem niet alleen befchuldigde fchrg ver 
van dat boek te zijn , maar hem ook verweet tot ene gevaar^ 
lijke kabaal te behoren , die tegens den Staat hadt aangefpan* 
nen. Bayi^ wierdt niet zo dra van óie befghuldiging verwit- 
tigd, of hij vervoegde zig bij don Hoofdofficier van Rotterdam f 
met aanbod om in de gevangenis te gaan, mids zijn befchuldi* 
ger zulks insgel^ks deedt, en zfg de ftraf onderwierp die hij 
verdiende ^ indien hij Bayue onfiphuldig wierdt bevonden. Ook 
gaf hij kennis aan twee der yoornaamfte regenten van Rotter* 
dam , en aan twee of drie andere perfonen in den Haag , evem 
aanzienlijk door hynne verdienden als bedieningen , van de be« 
fchiildigingen die hem door Jukieu aangetijgd waren, en dat 
hij niets anders van den Staat verzogt, al$ het regtom niet on- 
verhoord yöroirdeeld te worden. Misfchien hadt Bayle wd 
gedaan, van het hier hij te laten. Jurieu hadt nimmer tegens 
hem in de vierfcha^r durven verfphijnen, hij hadt geen het 
minde gegrond bewijs tegens hem , men zou den fpot gedreven 
hebben met zijne vermetelheid, en hij was voor een lasteraar 
verklaard geworden. Maar opentlijk Bavle aangeklaagd heb» 
bende, als het hoofd ener kabale, die ene zamenzwering te< 
gens den Staat hadt aangegaan, dagt Bayle zig door de zelv-* 
de middelen te moeten r^tvaardigen. Dewijl het hier niet te 
doen was met zodanige twisten , die veeltijds onder Geleerdea 
ontdaan , over het een of ander punt van ftudie of wetenfchap, 
Hiaar de eer en zelvs het leven hier mede gemoeid waren , 
indien de daatsn^isdaad bewezen was gewordeq ; dagt dus 
Bayle zijnen aanklager niet te moeten fparen; maar hij ont' 
maskerde hem 20 dugtig, ódt ^ijn hoogmoed en verwaantheiJ 
JI, Deel. L niet- 



98| «AVLEi (PETER) 

•««fe(fi«4 <ir»6iT,'Wï» «i «O fellai ftoot; Kg nam töf# 
itofld «gil tocvlügt tot de regering van Rtmerdm^ aan trien 
fii) eefi d^f tonderlingfle fineekfchriften aanbood , dat mgn im- 
iTier gezien heeft , bewerende het regt te hebben , om te be- 
f^huMigen wien hij wilde, zonder dat de befchuldigden vrg- 
Èeid hadden V4n zig te verdedigen. De regering van Rotter^ 
dam vondt niet goed, om hem zodanig onregtvaardig verzoek 
fn te willigen ; dfin ?g vermaanden met aandrang , 2» wel Bax^ 
tü als JüRiEü , om zig hoe fpoediger hoe beter te verzoenen , 
en verboden hen iets den een tegen den and^n in 't licht te 
geven, vöor en al eer het door den heer Beyer, Penfionaris 
van de ftad zoude onderzogt,zijn. Niettegcirfhande dit vék- 
boei, ranède Jurieü op nieuw Bayle met zo veel geweld aan, • 
dat hij dezen tot een nieuwe verdedigmg tegens zijne verregaan- 
de lasteringen, noodzaakte. Bayle dagt nu, dat hij ?ig ook niet 
moest bepalen, om verdedigendcr wijze zijnen tqgenftrever te 
J^cer te gaan , maar dat hij op zijn beurt ook aanvaller moest 
worden; hij volvoerde zulks in 't ladjn, ten einde het ftuk 
ruimer mogt verfpreid worden; hetzelve voerde tot opfchrift: 
Jmm Calorim referata cmStis Religionibus , a celeberrmo admo- 
èim vifó Domino Petro Jurieü, Roterodmi verbi Divmi Pastore^ 
6P Theologie Prof es/ore. Pom patms esto , mdU elaudatur ho- 
n^sto. Jmftelodami excudehat Petrus Chaver. 1690,. Intusfm 
werkte hij ook met zo veel ijver en vlijt aan zijn tHaiotiairê 
niftorique, dat het drukken daar van een aanvang nam in fep* . 
tember 1693 ♦ niettegenftaande de afleidingen en moeijelijkhe- 
den die hem Jurieu geftadig berokkende ; aan wien het ook 
ten laatften gelukte, om aan Bayle zijn ambt als Prrfesfor 
te doen^erliezen , waar vaii hij op den 2 november 1693 
wierdt beroofd. „ Hjj droeg dit ongeval met de ftandvasti^eid 
,, van enen wijsgeer ," zegt de Heer de Bbauval in zijn Elo- 
'ge de Mr. Bavle, pag. XXX. „ en zelvs met al te git)te ma- 
„ te van onverfchilligheid; inzonderheid zonder enig verdriet 
[[ te doen bUjken , ten aanzien van zijn fortuin ; hij was ten 
„ enemalen onverfchiUig om goederen te verzamelen, door- 
dien hij W in de daad geene nodig hadt; zgne matigheid 



BAYLE- (PIETER) ig j 

;, en weltsnedenheid maakten » dat met weinig 2^ befaoeF- 
„ tens vervuld. waren, zo dat hij met geringe middelen aan 
9^ niete gebrek leed ; hij was met 'dat al in geen bchoeftigen 
,, toeftandy ve re van daar; ook deedt hij geen de minie 
,, moeite om zig èen andere bediening te verfcbafi^n; hij be- 
^ vondt zig in een vr^er toeftand, en tot een meerder genot 
jf van zig zelven , ontheVen van de vervelende bezigheid» om 
„ onderwijs te geven en lesfen op te ftellen. " Dit zijn de 
gevoelens die jii} zelve in enen brief aan den Heer Minü- 
TioLi betuigd, dat hem bezielden. Dan hoe weinig gevoel 
hij ook hadt over het verlies van zijne bediening, vergat hij 
cgter JuRiEu^niet; want hij gaf niet. alleen ene veiiian^el ing 
tËgjsns hem uit, ter gelegenheid van twee preken die deze 
onverdraagzame man ha('t gedaan, ten einde te betogen: (te 
kef geoifkoft is Gods v^4mdm te hauvu Bellaande deze verhan* 
deling van Bayljb in een vliegend blaadje, getijteld: Nouvelle 
Herefie dans la Morale touchant la haine du Frocliain^ prechés 
^ Mcmficuf JuRiEU dans PEglife Walhmnt de Rotterdam , les di- 
manches 24 de j armer ff 21 de fevrier 1694 9 denoncée a toutes 
fes Eglifes Refermées, ff nmmemer& aux Eglifss Franpifes re^ 
pedlies dans les differèns endroits de leurs üsperjion; maar hi) liet 
ook nog dat zelvde jaar drukken : Addkions a fes petifées diver- 
fis fur les Cométes, waar in liij ene brocJmre van Jürieu tegcns 
hem in 1690 uitgegeven, meesterlijk beantwoord» en tefièns 
reden geeft waarom zulks niet eerder is gefchiedt. De drie 
of vier dagen die hig bezig was met dit antwoord te ver- 
vaardigen, hinderden hem niet om al zi}n vlijt en zorgen aan 
2§n Weordenbotk dat men bezig was te drukken, te bededen. 
Weinig met zig zelven ingenomen," vreesde Bayle voor den 
goeden uitfl^g van dit werk, dan het algemeen voedde 'er eeii 
gunftiger gevoelen over, en verlangde 'er met ongeduld na. 
Hét eerfte deel kwam in augusti» 169$ te voorfchijn , en de 
beide andere delen, werden in eens uitgegeven in 1697. Een 
ieder weet , dat dit uitmumend werk met ongemene gretigheid 
wierdt ontvangen , irfaar het bragt op nieuw de gistende gal 
van JimzEU weder aan 't zieden, en veroirzaakte een nieuw 

L 2 €65 



tSi UXL3L J^PIETER) 

g«(bhil Cflsfeü fi^m^ en hem $ ook ontmoette MJ een ander wef^ 
n^ beaadigder tegenftrever vjb 2ijq DiSmmre^ namelijk JaH 
us CLÈitc, Hoogleraar op het kweekfchpol der Remonjhanten cq 
Anfteldtmu on wet inzonderheid, over het artikel Mankhéera;, 
bewetetide Bayle, dat deze Seóte grond hadc, om aan dq 
ChrifitCö Godgeleerden -zwarigheden te opperen , ten aanzicq 
vtin het zedeiyke en natuur l^ kwaad; ijb Cierc, om dit ge« 
<\'6elen' te wederieggen , §af een werkje uit, gedjteld : Parrha- 
jhm^ OU pmfées dwerfes jwr des motief es de CrHtque^ d'Hiftoire, 
dé MataU (^ de PoUUque. Batlb kwam* bier weer tegens op ; 
dit gefchil liep boog, en zij lieten zig aan weerskanten uit« 
ilrukkingcn ontvallen , die de v^dienften hunner geleerdheid 
rtiet wdnlg bezwalkte. Le Clerc beftempelde BatlE) mei 
de haatlijkO namen van Godversaker en Spinofist ; en Bayls be* 
fchuldigde le Clerc, dat hij, zo geen ^xmaani op zijn bes( 
genömèh een Ariaan was, daar bij een groot fnorker, die 19 
;flle zijne fchriften werk maakte, om dé Godlijke openbaring 
óp Iös£b fchroeveh teftellen. De gefchillen die Baylb n^t Bei^- 
KkM , Hoogleraar en Franfe Predikant te Ledden , en Jaqui^? 
L0*r, Predikant in "x Hage^ over foQimige uitdrukkingen iq 
' zijn woordenboek, betrekkelijk den Godsdienst voerde; wier^ 
den van weerskanten , op ene heusfer wijze behandeld. 

Dan hoe gretig de nijd ook gereed was , om met haar vei*» 
|;iftefld fpog de letterarbeid van d^en wijsgeer te bezwad- 
deren, wierdt egter dit woordenboek door alle Geleerden van 
fiiiaak erkend, voor het ntittigfte, leerzaamfle en tevens den 
leeslust uitlokkendften arbeid , waar mede het geme;iebest der 
letteitn in Jange verrijkt was; geen wonder ook, want men 
viiidt daar in ene uitgebreide verfcheidenheid van onderwer- 
pèö, met geleerdheid , gezond olrdeel , vlugheid van vernuft, 
en met dat aj op een aangenamen trant verhandeld; de door^ 
lügtigfte tn aanzienlijko perfonaadjen van allerleijen galsdienst 
eft''landaart, worden daar In treffende naar ^t leven afgefchiU 
derdj hunfi^ yoornaamfte bedrijven en lo^ vallei?, met t&n 
vrijd 'pin Voc>rgedragen 'en onpartijdig beoirde^ld; pm km 
te galui', hot is eert 'werk', dat te regt voor ^en n^agazijn vap 

6?f 



BAYJLE, (PIBTBR) i«s 

jgtleerdKèld KaD gehouden worden; Ondcmtrpen. P¥^ éf^ 
godsdienst > zeddkund'^; wigsbegeerte,. 'welfpr^lunMlbf ij i ge* 
fchiedenisfön, tijdrekenkunde; en vek andere wttm^fi^^]^f 
ivorden daftt in op zulk ene bondige tn tftfiens aangens^in^ ^jy- 
ëe vèrhlndeldy dat zdlks de Cel^erdfpn van den Q^m.Xh% 
doetverb^u^n, ün afln onderzoeklieveiidtn» middelen verfcl^cif^, 
ém in ^llé db opgenoemde takken i groj^dig onderrigt t^ bekQ- 
ihen. Ook bragt het \p wegé, dat vele Cel^erdfiR lyit vpr- 
Ibheidene gewesten yun Eunspay hem mét eere oyerIaa4den en 
^jne vriendfchaj) èansiogten; l;ietCenootrcba|> vmlMlin^ vf^r 
Eerde hem inzonderheid met bügkén van bboga^tinge^in ene^ 
brief, door Eduaro Ssmu, Secretairis vai) dat GenoQtG^apj lut 
deszelvs liaam aan httn gefchreven, waarin hij wprdt genp^pd.* 
kne levende en lovervlóeijendt brm^ en* ^ cnui^utbart gf^ f^ 
kenjlen én imenfcJuippen^ Was het dus wonder» dat^een W^'k 
Izó hoog geroemd, zo gretig gezogt; èn waar yao den Ï^Wi- 
Ver zo grotelijks werdt geëerd, höt vporwerj) irierdt van de 
^gunst van fommige dweepziéke ^veraars, ei^ f:dkeGfleer4An« 
die niet kunnen dulden, dat men y(tn hpn in gevoelens vft- 
fchille. ]Ëet kkn waar zign , en \k geloof zulks zelY* 2 dat 4^s 
Schrijvers gedagten over fommige gOdsdienlHge ondetwerpen« 
kan tegenfpraak onderhevig zgn; als mede; dat bq lo ^^&: 
bpzigten, bet p^hrhenismus of de twljfi^larije b^unftigd e^ in 
de hand werkt; dan laat óns 's niahs voortieiSelijke verdif li- 
ften daar tegen Over fldlen j en tefiens aan dé gulde fp;9i^ 
-^an Catö gedenken ; niemand leeft zmder gèbrekm, 

In 1700 kwam de Prinpösfe Sophu, Kèurvorftta weduwe yan 
ilanovety en de Keutvoritin vm Brandenburg haredogtcr, ze4ott 
Koninginne vaniVutj/in, in ^sHage; aan dez^ wa; BaTInIS doQj: 
üjne werken bekend, en zïj verlangden om hem in perfopn te 
teren kennen; om biet aan té voldoen, reisde BAtLA na^ir 
^ Hage^ en wièrdt door de beide vprftinncn met veel önd^r-r 
fcheiding ontvangen; bij Weidt een lang gefpyek met de Pjiln- 
tesfe SÖPHU, oifCT de verheyenfte delen der weteo&hi^pjtrf.; ., 
|er zei ver tijd onderhield de Heer Basv^oe ó& Eéurvoiftijivii^i 
ft^nderiturg , die hm met veel achting pver Sayx<S 4Kn ^' 



i66 BAYLE. (PlÈTER) 

ne werken fprak , die ^ betuigde altoos met tig te voereo. 
De eeHIe druk van Batle zi|n DiStknaire nicyerkogt zijn- 
de, was hij bezig om 'er een twede in gereedheid te brengen, 
met aanzienlijke vermeerderingen verrijkt; deze kwam te 
voorfchijn, in het begin van 1702. Reeds hij de uitgave van 
den ebrften, wierdc hij op nieuw zo als wij boven zeiden» 
door den beethoofdigen Juribu aangeualien ; htt is waar, 
Bayle hadt in zijn Diüionatfe , verfcheidene flellfngen en 
fchriften van dezen leraar vrij gevoelig aangerand ; zulks zet- 
te hem in vuur en vlam, en geenerlei middelen liet hij on- 
beproeft, om deze fchone lettervrugten van Bayuc, voor fcha* 
delijk en vergiftigend te doen doorgaan. Dit ging zo verre, ' 
dat hij tot bereiking van zijn joqgmerk » zig niet alleen met een 
penneftrijd vergenoegde, maar zijnen koker van dieper won- 
dende pijlen ontledigde, om ware 't mogelijk Bayi«£ tot in het 
innfgfle van zijnen boefem te trefièn. Hij hadt reeds daar van 
tegen hem afgefcboten, die hun doel bereikt hadden, met de- 
zen waardfgen man ^n ambt te doen verliezen; dus dagt hij 
dat de op nieuws gefcherpte , van geen minder uitwerking 
zouden zijn, doch zulks piislukte hem» en zij (tuitten zonder 
enige fchade te veroirzaken» af. Juaizu ging namelijk heen, en 
ftookte dén Walfen Eerkenraad van R&nerdam t^ns Bayle 
op; deze kerkelijke vierfchaar benoemde hier op gevolinag- 
dgden, ten einde het Corpus tkliSi te onderzoeken; zij vet- ^ 
vaardigden hier op. enige uittrekzels van het woordenboek, 
waar bij zij hunne aanmerkingen voegden; hier van verflag 
aan hare committtenten gedaan hebbende, wierdc alles wel 
dra in ftaat van wijzing gebragt, doch de vergadering aan de 
T^cpiatige fpreuk denkende: audi (f okeram pmm, begreep, 
dat men alvorens het vonnis te vellen , Bayue moest horen ; 
hij verfcheen dan op hun ontbod ; hem wierden de uitb-ekzels 
en daar op gemaakte aanmerkingen voorgehouden, en ge- 
vraagd , wat hij ter zijner verdediging hadt in te brengen ; 
Batls zijn antwoord was eenvoudig, en befliondt bier in; 
„ dat dewijl' hem onbekend was , over welke pupten men i 

„ voorgenoQien hadt hem te ondervragen, hi) zig voor dit pa 9 ' 

» zoa I 



99 

99 

99 
99 



iy zdü èoétén vèrgeno^;en , inet in 't ftlgenii^A te betuigen i 
^ dat hij zeer veel hadt .aan te voeren i om sig tegtoi d^ v%r« 
fchillendé béföhuldigingttn dié vasn beüi ^(sjgdé^ tttrejg^ 
vaardigen; dcxrh dat big, ten éindd óM Hah de vergadering 
een langdurig én vervelend onderzoek tè béfparén ^ ÖD Wi^ 
ken te geven > dat bevordering van vrede en ft^^ing^j» 
ware doelwit i^as> liever alles wBt aanfloot én ttrg^rnü 
hadt gegeven^ in enen nieuwen ciruk wildé veraodiri^i élk 
^ daty indien h^ énfgé dwalingen en ketterijen laogt hei^beii 
,, voorgedragen ) 't welk hij egter in geenèn dele ^oofiti 
,, h£| egter die nu opelitlljk ontkende 9 zo ftts hg reeds in Qp 
,y penbaren gefchrifte voor énige maanden gediiaa imitJ- 
boch dit antwoord kw^ de kerkelijke broeders te éffS&teA 
vodr ; en men ga^ hem daar (^ de tonmerkingen do&r dga 
Kerkénraad op zijn woordenboek vervaardigd > in g^Chr^i 
met last om daar op té antwoorden. Dezelve bétrofita In^ 
£ondérheid de vigf volgende artikelen: i. De fiilnbaUngeili^ 
uitdrukkingen en redeneringen , m Jlaat ort^ Msjchc ^firi ii 
'k'wetien, i. Hét artikel van David* S. Dat Wegens' d^ Mm 
mkliéèn. 4/ Het gezegde ten aanzien van dé P^fthérdsm oS 
Twyffeharsi $. £n eindelijk, de lof aan dé zulkin< gigiven^ 
dïe Gods hejiadn (f 'inorzienigheid ontkend hadieiu - BaItU im^"» 
Woordde voor de twedémaal ; j, <lkt hij in (laat Wds' vele bf^ 
^, wijzen ter zijner Verdediging aan tè voeren, maat dsd hi$ 
^, nogmaals betuigde, bereid te zijn, om al het gene iu^ljia 
y Wérk gevonden wierdt, dat énige danilooc kost«gev4m« *4^ 
uit te fchrappen." Hier yoegdc hij nog ten ovïrvloédir bij * 
^, dat naardien hij uit de aanmerkingen des Kerkenii^ddf ont* 
i, waar wierdt, waar in de bezwaren béftonden; dat hi^ daar 
^, door bet«r was in ftaat geAéld, om de bedoelde aHikéls tb 
„ verbeteren ; dat hét hem gemakkelijk toéfcheen , met weinj^g 
^, moeite alle de gebreken të verhelpen ; eensdeels m^ '>ba\r 
}> mige gefteldens te roi^en; anderendeirls, tnzt^s^X^a^^ 
,, wijzen te veranderen, of oo)c met oi^è verJclariikgeQ- ^ 
„ aanmerkingen 'er hier eiï daar bij 1» Vo(^n ^ voorts^ djtt Uj 
yi 't artikel Daho in ^en -zodaibige VP)^ wlIdé £ieteD> i» 

t 4 ;f> J«^ 



99 
99 



9f 
f9 



tCi BAYLE. rpJETER) 

^ tedere gemoederen *er zig niet aan zouden kunnen jss^rm ;. 
dat hii wat de Mankhém betrof, voldoende geloond hadt^ 
hoe ongerijmd hq hunne Hellingen hieldt , en dat hij zulka 
if in een twede druk nog nader wilde aandringen; dat hij zig 
,, als Gefchiedfchrijver in df noodzaak hadt . gevonden ^ om^ de 
1, tegenwerpiogen van de MamclUen in derzelver volle kragt 
^ te fchetzen , en dat hij in allen gevalle > ten dezen aanziene 
^ niets andera gedaan hadt, dan 't gene de regtzinn^e Go(^e: 
^/leerden dagelijks in weinige woorden doen, wanneer zij 
yy beweien: dat Goos heiligheid m goedheid^ omtrent' de zonden 
,^ en elknde der mefifclten een onbegr^peUjke verborgenheid is^ 
), 'welke ^yfij .gehouden zijn ootmoedig te aanbidden^ rerzekerd zijn- 
09 de 9 dat, dtwijl dezelve niet geopenbaard is^ wij verpligt zijn, 
,, de zwarigheden van onze zwakke reden g te doen zimjgen. Dat 
ti hij ten aanzien van an^iere ftukken, en in 't bijzonder bo- 
,, trekkel^k de aanwezigheid van de ititgeftrektheid en bewe- 
if ging der ligham.en ,. ineermaleQ betuigd hadt , dat fchoon 
^ hi^ ene tegenwerping niet konde oplos&n , zulks egcer hem 
„ tot geene reden verftre^te, om ene leer te verwerpen; dat 
^ hij aannam de tegenwerpingQn der MmfcZ/^m nader te over- 
„ wegen, en dat: zo Ifij enige^ ophsjing vondty of zo de leden 
„ van den, Kerkenraad '^^m enigen wilden aan de hand geven ^ 
sy h$ die in bet voordeiigfte licht zoude voordragen; dat h^ 
9 hfit.zelvde antwoord gaf, ten aanzien van de Piirrhonisten ; 
„ en enidelijk» dat wat den lof betrof aan de goede zeden •van 
„ enige Goi^erzakers gegieven , hij in een gefchrift op bewijzen 
99 gegrond zou betogen , dat hij zulks uit andere Schrijvers 
y, hadt overgenomen, ingevolge de wetten der gqfchiedenis- 
y, fen, die de zeden en bedrijven, zonder aanzien van gods- 
^ dienst, gdoof of gevoelens, regt doet, en niet vermag te 
„ verzwijgen ^ veel min te verdraijen; dat gevolgelijk, die gp- 
„ fteldens niemand behoorden te ergeren; en om maar regtuic 
„ te fpreken, dat zij aan den waren godsdienst geen nadeel 
p konden toebrengen." De gecommitteerden van den Eerken- 
raad, gaven] van dit alles verflag aan de vergadering, welke 
|oedv9nd,om vau Baylk %i eisfen, .dat kij zijn antwoord 

in 



BATLE. (tlETER) i(jp 

j^& gefchrift zoude flelleny zo als hy deedt In dit (hik b&» 
tuigde hij : „ niminer een voornemen gebadt ts hebben, iets 
„ voor zgn eigen gevoelen te willen uitgeven ^ dat enigzins 
3, tegens de geloofsbelijdenis der hervormde Kerk ^ in welke 
,, bij God dankte geboren te zijn, aanliep; dat indien *er 
5, enige (lellingen van dien aart in zijn werk mogten gevon- 
^, den worden, dat hij egter niet geloofde, dezelve buiten zijn 
^y weten daar ia moesten gedopen zijn, en dat hij ze vooir de 
^ zijne niet erkende; dat indien hij zig enige vr^beid hadt 
i, aangematigd, in zijne betoogtrant over de wijsbegeerte, mep 
„ zulks aan den aart van zijn werk moest toefchrijven , het 
,j welk in gefchiedemsfen en aanmerkingen fen piet in leerjiel- 
„ lir^en beltond; dat de zorg dien hij gedragen hadt, om zg- 
f, né wgsgerige redeneringen te doen (hekken tot bevestiging 
^y van de voor de Kerk zo gewigtlge voordragt, die wig de6 
fy Socimanen altoos tegenwerpen., namelijk: dflt men ztjn ver- 
^5, ftand moet gevangen geven ^ en geloven 't gene God ms geapm- 
^, haait heeft y Jchoori 't IkJw der wijsbegeerte^ niet aitoos daar wfr 
iy de overeenftemty hem met grond hadt doen hopen, dat zijne 
.„ Protestantfe lezers door ziyne aanmerking^ en redenerin- 
5, gen zouden geftigt zijn , in plaats van geërgerd ; en , dat 
^ „ het hem leed was , zo het anders mogt zijn uitvallen." 
Na dat de Kerkenraad deze fchriftelijke verklaring van Batf- 
L£ hadt ontvangen , (lelde zij ene acle op die wel overeen- 
komilig was met derzelver inhoud ; doch met zodanige verlda* 
ringen en bijvoegzeis aangevuld, als de leden van die verga- 
dering goedvonden] en hier mede naxtk de za^ een einde. 

véle aanmerkingen en bijzonderheden , die Bayle onder 
het famcnftellen van zijn woordenboek voor den geest kwa^ 
men , en niet gevoeglijk ene plaats in hetzelve konden bekle? 
den, vormde hij daar na een afzonderlijk werk van, onder 
de tijtel : Reponfe aux questims d'un Provincial, dat te Rot- 
terdam in 1704, 1706 en 1707 in 't licht kwam; het befloeg 
vi}ï delen in lao, waar van het^laatfte eerst na des Schrijvers 
dood is uitgekomen. Het eerde deel bevat ene kemige verza- 
meling van gejchiei- en leiterkttndige Mengelfchri/tfn; de yolgen- 

L 5 den 



ijo ÈAYLE; (PIETER) 

den beflaan meest uk brieven aan den Here Ëino» «Wy' di 
tirfprong van het goed m M^aad; aan B£rnard^ beti^kkeligk 
het bewijs voor Gods bejlaan en aam^ézènluid, afgeleid uit de al- 
gmeiie overeenjiemming de¥ verfchüknde volkeren; en, aan ua 
Clerc, over de voorttelende Natuur, en het gevoelen van OrU 
GiNES. In februarij 1704 , gaf Bayle een Vervolg op zya 
tverk óver de Komeieny en in jiil§ daar na nog een twcde 
deel^ In het eerfle onderzoekt hij de tegenwerpingen waar 
inede men djne ftellingen over de Kometen heeft zoeken te be- 
firijden; en h^ laatHe deel k ingerigt, öm nader bet reeda 
aangevoerde bewies in zijn eerüé deel betoc^d aan te dringen ; 
dat namelijk dé Heiden/e Afgoderij f nadeliger is dan de Öngo^ 
disterijk ' ^ 

In' weerwil der vervolgingen die dezfc uitmuntende letterrf 
beid te Rotterdam moest ondergaan , verloor hij egter in 't ge- 
Tingfte niet van die achting, welke hij bij lieden van den eer- 
ilen rang in aanzien en geleeidheid, hadt tot zig getiokken; 
integendeel) verfcheidene .grote Heren zogten hem aan, om op 
«eer voordelige voorwaarden bi) hen inip^roning te nemen. Dé 
Graav vak Huxttington in Engeland, bood hem een jaarlijkie 
liyfrente aan van 200 pond fterlings, mét alle de viTiheid en 
genot van vermaken die hij zou kunhen verlangen. De GraaV 
Van Albbmarle verlangde ook zeer gretig dat hij zijn intrek 
b^ hem in *s Hoge taogi nemen, t»n dien einde zondt hij den 
Baron van Walef naar Rotterdam , om 'er hem het voordel 
van te doen; deze vernieuwde zijne aanzoekingen in enen 
brief dien hij hem fchreef, waar in hij de fterkfte drangredenen 
aanvoerde , ten einde hem hier toe over te halen ; onder meer 
andere uitlokkende redenen , hem voorhoudende : „ dat hij 
Rmerdam genoeg 'door zijn verblijf vereerd hadt, en dat de 
hoofdplaats van Holland^ met alle derzelver voorregten, 
„ wettige aaofpraak hadt, om hem aldaar een verblijf te doen 
„ kiezen, boven dat van ene koopftad; voorts fchetfte'men » 
„ hem de eerbied en hoogachting, die hg daar onwederfi)reke^ 
„ Hjkiou genieten; r^kvooraiene bodcerijen en aangename wan- 
„ dclicfica waren op hem wantende, ten'dude aan zijne wijsbe-. 

>» geer- 



99 



BAYLË* (PIETER) 171 

^J geérte t6t voedzel te yerftrekken , en hem tefiens te vervto* 
i, lijken;' Mijlord AtBKMARUt fchreef hem vervolgens nog 
eigenhandlig , de fierküe drangredenen gebruikiendé om hem 
over te halen; doch alles was te vergeefs ; Batle antwo<»dde, 
dat indien men h«D zodanig aanbod enige jaren te voren ge- 
daan hadt, hij zig gelukkig zou geacht hebben, maar dat zi|n 
tegenswoordige toeOand, hem niet toeliet om ;sulks aan \c 
liemen. 

Batle wierdc in' meig 1706 van zware zinkingen op ie 
borst, hoest en bini^enkoorts aangetast, hier kwam ene ver- 
;magering bij > die dagelijks meer en meer toenam ; h^ wilde 
egter volihekt geene geneesmiddelen gebruikt; en was van 
begrip 9 doordien zijne moeder en énige anderen van zijne fa- 
milie aan ene geligkfoortfge kwaal overlede^ waren, dat 'er 
geen hoop voor hem overbleef, maar bij daar aan insgelijk» 
20U moeten fierven. In deze ziekelijke toelland was hij egt^f 
niet bedrijveloos, maar hij vervaardigde een werk waar aan 
hij den tijtel gaf, van Entretiens de Maxime & de Themstey 
ftrekkende tot verdediging van *t gene zijne vijanden tegc^ns 
zijne godsdienllige gevoelens aangevoerd hadden. Dit werk 
is kort na zijn overlijden in *t licht gekomen. Intusfen naoi 
de* ziekte van Bayle in augustus van dit zelvde jaar zeer 
aanmerkelijk toe, zonder dat hij was te bewegen, 091 enige 
geneesmiddelen te gebruiken. 5, £en kwijnend leven komt 
mij erger voor' dan den dood; en,. het is beter de natuur 
haren gang te laten gaan, dan haar door geneesmiddelen 
zoeken te dwarsbomen;'* zegt hijjn een van zijne brieven, 
daar hij verders bijvoegd : „ zij zal vaaidiger in hare verrig^ 
„ tingen zijn; geneesmiddelen zouden flegts dienen om dit 
„ zukkelen, enen korten tijd te verlengen; mijn enig middel 
^f is , zo weinig te fpreken als mooglijk, want het mini|e 
„ fpreken valt mij lastig; derhalven geef nog ontvang ik vap 
niemand bezoek ; mijne beste vrienden hebben zulks inge- 
willigd; zo het al mooglijk ^are, dat ik v^l] ip deze een- 
zaamheid ten enemalen van werken koste onthouden 9 is la^t 
niet ge^gd, dat mij zujiks beter zou bekojnen, dan de tij^- 

„ kor- 



7> 



9> 



;, kortiftg dïè ik inij nu irerfchaf, om cnigé zeef \%nlgc 
;, fchriften .die men goedgevonden heeft tegens mij uit te ge- 
i, ven, te wederleggen; het is hier toe, dat ik de kragtcn bé- 
^, flede die mij npg zijn bggeble\^n/* 

Intusfen verfpreidde zig de tgding Vdn den gevaarlijken toe* 
ftand waar in zig Bayle bevondt, onder de Geleerden in alle 
beerden vati Europa. La Ro(jt7ft » zijn boe/emvriend , ver- 
kreeg van den beroemden Facon, eerden Lyfai tz van LoDi- 
'WYK DEN XIV, een treffêfijk mddicinad voorfch^ift, waar van 
het bégfn dui luidde : ,, Men kan niet zonder finerte ontwa& 
„ worden , dat de onvèrfchilligheid voor het leven , deh 
5, roemrijken Bayle heeft bewogen , den voortgang ener Stekte 
i, te verwaarlozen , waar vAn de minfte beginzels gevaarlijk 
^, zijn." Hier op fchreef hij hem een uitftekend heilzame lö- 
vensr^el voor^ zonder het gebruik van enige geneesmiddelen.; 
ên befluit zijn voorfcbrifc met deze woorden ; „ Van hartett 
I, wenste ik, dat men al dezen bedwang koste befparen, eti 
„ dat het mogelijk waió, een hulpmiddel üit tè vinden, zo 
j, voortreflfelijk «Is def verdienftèn van den genen, voor wleïi 
„ het gevraagd wordt." Dan nauwelijks was dit voorfchrift 
Inet den post van Parijs haar Rotterdam afgevaardigd , of de 
mare verbreidde zig reeds , dat BayIe overleden wal^. Schoof 
deez' wijsgpèr zijnen dood laug voorzien hadt, zonder dadr 
fta te verlangen of te vrezen , overviel hem" egtèr dezelve enl- 
gprmaten onverwagt , want na den gantfen vorigen dag gewerkt 
te hebben, gaf hij 's avonds het affchrift van zijne Efitretiens 
de Maxime 6? Thentiste, fh*ekkende ter wederlegging van Ja- 
(juelot en j-e Clerc, aan den corrector van zijnen drukkör 
LeeAs; hier op 's anderendaags morgens korten^ tijd gefproken 
hebbende met de vrouw bij wien hij «huisveste j klaagde hij 
over koude, en vèrzogt haar een Weinig v^uur te breHgen; doch 
eer deze te rug kwam , was hij reeds overleden ; want het ge- 
zwel in de borst of long opengebroken zijnde, ilikte hij in 
het bloed en den etter , en wierdt geheel gekleed op zijn bod 
dood gevonden, op den 28 december 1706, hebbende bijden 
ouderdom bereikt van 5.9 jaren, i maand en 10 dagen. De 



BAYLE. (PIETER) fyj 

Beer Jakob Basnage, die hij tot uitvoerder van tS/iï laatllt 
^ii hadc aangefteld , nam tetftond alle zijne papieren in ver^ 
bekering, en liet hem met een aanzienlijken lloet in de walfe 
k^rk te Ronerdam begraven, aan welkers armen hij loo gul- 
dens hadt gelegateewL Verders befprak hij bij uiterfte wille , 
loooo guldens in geld aan den Heer Bruguiere zijnen neef van * 
's moeders zijde, benevens alle zijne Handfchriften, uitzon*' 
derd alleen de aitikels die hij voor het aanhangzel van zija 
woordenboek hadt fiimengeftéld, welke hij aan den Boekver- 
koper Leers legateerde. Allp zijne tli^ologife boeken en die 
tot de kerkelijke gefchiedenis behoordep , fchonk hij aan den 
Heer Jakpb Basnage, en de overigen aan den Heer Paets, 
Qntvanger van de Admiraliteit te Rotterdam, tot een blijk van 
qrkenteni^ , voor de weldaden dien hij v^n deze aanzienlijke 
femilie hadt genoten ; voorts gaf hij aan de jufFer Paets een 
gouden medailje^ die hem door den Graav van Dohna was 
gefchonken. Zijn testament gaf gelegenheid tot een proces» 
't welk voor 't Parlement van Tmloufi is bepleit. Zijne erf- 
genamen ab imestatOy zijnde zijne naaste bloedverwanten, ber 
weerden namelijk, dat ter zake van godsdienst vportvlugtig, 
en in een protestants land geftorven zijnde, hij niet^over zijnq 
goederen hadt kunnen befchikken, en diens volgens zijn testa- 
ment nul en van geener waarde was; men kan niet ontken- 
een , dat de a^nleggers , de edikten , verklaringen en gewijs* 
dens op hunne zijde hadden, die voor hen pleitten; dan het 
Hoge Geregtshof begreep egter, dat *«r uitzondering moest 
plaats vinden te.n aanzien van zulk een verdienftelijk groot 
inan, en 2ij bekragtigden zijne laatfte wil. 

Wij zullen dit artikel eindigen, met ene karakterfchets van 
dezen groten wijsgeer aan onze lezers, mede te delen, benevens 
ene opteHing der Handfchriften welke na zijnen dood zijn ge- 
vonden. Bavlb was tenger van geftalte , en van een onge- 
zond geftel, en zodapig onverfchillig voor een tang leven,, 
dat hij voor *t behoud daar van weinig zorg droeg; buiten^ 
gtineen nugter en matig , was jhij in het gebruik van fpijs en 
drank ; haakte na^r aanzien noch fchatte.n , (ii^nüst zig on- 

' 6«- 



/ • 



L. 



174 BAYLE. (PI^TEEy 

gMeen ml oaar de omftand^iedeii tt fchikken en zo&iig m 
behelpen. Vim aart goedhartig, zeer gezellig in het best vair,. 
^n levipQ, en'aangpQaam in de verkering, die, *t 2$ meq. 
boerte of emftig iprak, altoos leerzaam was; voorts was hq 
beleefd pn vriendelijk t^gens een ieder, tederhartig en gedie;^ 
ft|g ten iianzien van zgne vrienden, oi^geaieen liefdadig voor 
dep armen, en teder na z^ne vermogens zorgende voor hnis* 
gBzino^, édc hg wist dat in kommer zaten; ook was hi| zeer 
kuis en Ingetogen bg vrouwen; om kort tp gaan, Bavuc wan 
oobertspeiijk in zeden ^ en onopfprakeli^k in wandel. Eea 
groo^ ziel huisveste in zgn zwakke lighaam ; 2^n geest wa$ 
fchranoer en doordringend, h^ hadt een fijn gevoel, ene le- 
vendige verbeeldingskragt, vlug en vrugtbaar in voortbreng* 
2ielen van nieuwe gedagten; hij bezat een fhden geheugen, 
en wist zig lang voorledene zaken met derzelver geringde om* 
ftandig^ieden, te herinneren. In de gefchM- en letterkundq 
was hij hoven alle roem ervaren ; en dat hg een goed w^s«. 
geer was, inzonderheid wat de bovennatuurkunde betreft, zul* 
len zelvs zijne eigfte vijanden niet betwisten. In njn fchngveii 
was h^ vrij, en durfde zijne gedagten over allerlei onderwer- 
pen, zelvs den godsdienst, onbewimpeld voordragen; dan ia 
z'^n fpreken, was hij zo rondelijk niet, en bovenmate omzig- 
tig; want het is ene bekende zaak, dat verfcheidene vermaar- 
de mannen van onderfcheidene gewesten, uitgelokt door zijn 
vrijmoedig fchrijven, hem voor enen vrijgeest houdende, zig 
bg hem vervoegden, om nad^r onderrigtrngen, doch hij wees 
hen telkens van de hand, betuigende, dat hij zeer te onregt 
van vrijgeesterij verdagt werdt gehouden; daC zijn vrijmoedig 
fchrijven alleen wa(s ingerigt, ten einde de geopperde zwarig* 
heden dóór anderen, die in meerdere geleerdheid dan hij uitr 
blonken, mogten uit den weg geruimd worden; en teifens 
ook, om de noodzaaklijkheid van het erkennen en aannemen 
der Christelijke openbaringe, op het gpmoed te drukken en 
aan te dringen. Voorts wordt 'er van hem gefuigd , dat h^ 
iecr nieuwsgierig van aart was, en gtóme alles wist, zelvs 
tot het geringfte toe, wat 'ér ifi de wereld, inzonderheid ten 

aan* 



.BAYLE. (PIETEB) ' ii;j 

|anzicn v^n de geleertöicö omging; en dat een vreemdeling^ 
jSie hem iets wist te beri^en; , w^ens de ft^at der geTcerdbei'd 
aan liitlandfe Hogefcholen , biJ2X)nder well^om was , pn op de 
rriendelijkfle wijze werdt ontvangen. 2eer arbeidzaam 'en 
onvermoeid was big in 't ftudercn ; tot op d^ onderdom ▼«« 
40 jaren i heeft hij 14 uren.d^ags gewerkt; en Iii} fchreef oji 
zekeren dag aan den Heer des Malceaux, dat ht Ifèm niet 
Jfengde, 'zeden den ouderdm van 20 jaren, enigen ledigen tijd gem 
bad ts hebben. Zijn fchrijftrant was levendig, ftoiit, natuurlijk, 
vloeijende en tamelijk regelmatig, maar zijn ftprk geheugen ctt 
ongemene geleerdheid, deden^ hem niet zelden in lange en 
leerzame tusfenrederien uitweiden , welke hij egter als een 
vru^tbare bron , altoos weer tot de gevolgen wist te leiden , 
dien hij daar uit wilde doen voortvloeijen. 
. Dusdanig mensch is Bayle geweest lezer! flegts flauwe trek* 
ken van ons onkunftig penfeel, hebben hem gefchetst; maar 
om een regtfchapen denkbeeld van dezen wijsgeer te bekomen, 
löoet men zijne werken lezen ; daar ontmoet men een onuit- 
putbare fchat' van geleerdheid , wgsheid , vlug vernuft , en fijn 
©ivdeel , die zijn ware af beeldzel fchilderen. En dezen JetT 
oerheld, dezen waren menfchenvriend, moest om dat hij 
fteilingen leraarde, ifie tegels de dweperij en het bijgeloof 
iftgerigt waren, de gevoelens van kirrelige Geleerden weer- 
leide» die geen tcgenfpréken kosten verdragen, zig door fonv- 
mige menfchen aangevallen zien, die zig als zijne t^nfl:re# 
vers opwierpen , en waar vj^n de vijandigfie was , den onver- 
draagzametf P. Jürieü, een man 20 befaamt wegens zijne drch 
Sierijeh over de prophe{ien , en zijne verbijsterde misrekening 
ten aanzien van derzelver vervulling; deze zig noemende een 
gezant der vredevorst, van den liefderijken J«us, deze zeg 
ik, niet te vrede van door zijne onchristelijke kuiperijen te 
hebben bewerkt, dat aan Bayle zijn Hoogleraars-ambt en 'dus 
eièn voornaam gededte van zijne kostwinning wierdt benonicii, 
bem daar te boven nog voor een land verroer etr een atheïst 
2Sogt te doen doorgaan; dan onze itijsgser inogt te regt met 
Cato l tot zijnen ti'oost zeggen : 

Esu 



179 IBAYLE. (PIETER) 

Bsto (oum»férH, fuumjh dmmatus iniquei " 
Ifmo iUu gauda, pd Juik9 wiek mquo. 

Nu nog iets volgens belofite, betreUcelljk de handfchriftoQt 
«relke *er na Batle*^ dood, van hem zign gevonden; die wa-? 
|cn. I. Disfertationis fuper Firgilii (f Hotfieri Pomatis nupe» 
a quodam Galh cmpofite refutath: mchoata 9 decembris 167U 
Dit gefchrift is tegen P. lUpiif ingerigt. 2. Amico fuo carisfima 
ac plurimum colaido Jacobo Abbadib Epijlda, fuper quasttone^ 
m Deus posfit fapientsori peffeüiorive modofe gerere, quam defaQ^ 
Je gesjk? Dit is een brief van den B^eer Abbadie, over ds 
vraag ; of God een wijzer en volmaakter ontwerp van gedrag 
beeft kunnen volgen, dan hij gedaan heeft? 3. EcbHus Fetifmi^ 
vel Responjïo BiBUi ad Obfervationes Eetifonis fuper Epijida pra^, 
M&a. Antwoor4 op de waarnemingen van den HccrFETisoN, 
over den voorgemelden brief. 4. ColleSanea qumkmf adChrmo^ 
logianiy Geograpliiam (^ Hijioriam pertimntia. Verzameling over 
de t^rekenkunde , aardrijkskunde en de gefchiedenis. 5. L^cw 
tiones Hijiorica. Deze lesfen maken een ligh^am van gefchie^ 
denisfen uit, beginnende met de fchepping der wereld tot op 
de roomfe Keizere; de tijdrekenkundige gebreken der fchrij- 
vers worden 'er in aangewezen,. en de allerzwaarfte tijHlliph 
pen der gefchiedenis, erlangen *er opheldering door. 6. i>c* 
tkmes FhüofapMca. Deze wijsgerige lesfen zijn vei-mengd met 
verfcheidene geleerde aanmerkingen , en Spinosa werdt 'er op 
ene bondige wijze in wederlegd. 7. Curfus Fhilofophicus, Dit 
ftelzel van wijsbegeerte, is in vieren afgedeeld, de kgicay do 
zedeleer, de natuurkunde en de hovennatuurkunde. In d^ logka^ 
geeft Bayle de redenen op , welke *er aanwezig zijn , om ons 
aan vele zaken te doen twijlFelen en in het onzekere te hou- 
den, en ter zei ver tijd doet hij zien, dat 'er verfcheidene 
kundigheden bcftaan , die alle de eigenfchappen bezitten , wel- 
ke de wetenfchap vereist, zo als men gewoon is zig in de 
fchoolfe geleerdheid uit te drukken. 'In de fmuurhmde y doet 
hij onderzoek t^ de oirzaken der verfhijnzelen, en lost die óp. 
met ongemene klaarheid en muwkcurighcid. 8. j^egé dei 

vies 



. BAYLE. (PIETER) 177 

ViVj des Horbmes ülujires die Flutarque , fur la traduQkn d*A« 
3WY0T, avec des receuüs ou extraits de rHiJioire Rmaine, gid fer^ 
vent é lier les ues des illujires Romains. In dezen verkorten Plü- 
TARCHüs , die allerfchoonst is behandeld , vult Bayle de ledi- 
ge vakken aan,- door andere Gefchicdfchrijvers , zo dat het 
nu een gants volledig ligtiaam oplevert van de Romanfe ge- 
fchiedenis. p, Indice Hiftorique. Dit register beftaat uit ene 
vcr2ameling van alle het gene Bayle als zondeiling en we- 
tenswaardig, uit de door hem gelezene Gefchiedfchrijvers heeft 
opgetelxnd. Hij maakte *er reeds een aanvang mede in 1672. 
De onderwerpen zijn 'er in een alphabetife orde gerangfchikt; 
bij voorbeeld onder letter A, handelt hij van de Oudheid 
(Jsitiqidté) van Afkomst, waar over de Egijptenaren en andere 
volken zig beroemen; onder letter 5, befchrijft hij enige ge- 
denkwaardige Boiaüjes^ en den eerdienst aan éQ Beesten of Die- 
ren bewezen, ^nz. - Ook zijn 'er in dit deel, enige afgezon* 
derde verzamelingen, die betrekking hebben tot de tijdreken-. 
kunde en de g^fchiedenisfen, 10. Jugemens ou Journal de Lit' 
teratiire. Deze verzameling bevat oirdeelkundige aanmerkin- 
gen , over de boeken die hij gelezen heeft , of die men hem 
door brieven als anderzins heeft leren kennen. 11. Brieven 
over. het gefchil van Girac en van Costar, en enige andere 
brieven over vcrfcheiden^ onderwerpen. 12. Redevoering van 
den Marfcbalk van Luxemburg aan zijn Regtcrs , en een brief 
ter gelegenheid van die Redevoering. " 13. Brief over de ge- 
fchiedkundige TwijiFeling (FijrrkonismusJ. 14. Biief ten einde 
de Gereformeerden te regtvaardigen over het eerfte opvatten 
van wapenen. 15. Gefchied- en oirdeelkundige Brief over 
de byeenkomst te Paisjij. Deze drie Brieven waren voorbe- 
Hemd , om te dienen tot een vervolg op de Nguvelles Lettres 
fur l'llijloke du Calvinisme de Mr. Maimbourg. 16. Discours 
]üJlorique fur la vie de Gustave Adolphe, Roi de Suede^ Van 
dit werk zij:n flegts de beide Qcrfte Hoofdftukken voor handen , 
maar deze zijn zeer uitgebreid. Bavle heeft die ongqtTyijiFeld 
na het jaar 16S3 opgefield, want 'er wordt van het laatfle be- 
leg van JVeim door de Turken in j^cfpioken. Het eerjle Hoofd- 
II. Deel. M deel. 



«7| 'IA7LE. (PJETER) 

óeaU bevat de daden van Aocasms tot het Befiand met SoUii 
}fi":6iQ gefloten» enigen tijd voor dat hij iü Duitsland kwam» 
oin Keiler Ferdinand den II, te beoorlogen, I^et iwede han- 
delt oyw dcii oirfprong van het Oostejirijkfs JEtuiSj 'en der ver- 
(chill^ndd gèlfa^ldheden waar in bet zig hèelt bevonden. Mea 
geeft *et de karakterfchets op van de laatfte Keizers, en mea 
doet blijken dat FJumnjAND de U, zig alle zijne ongevallen op; 
den hils haalde» en de magt van het Oostenr^kfe Hids vtt" 
:iieldéi door het oor aan de raadgevingen der Spanjaarden to 
hebben geleend, en door de Protestanten op zulk ene wred© 
Wjj2e te hebben vervolgd. Dit Hoofdftuk bevat teffiïns , het 
gene *er in Duitsland en BcHimm tot op het jaar 1620, is ge- 
buurd/ Tammer is het dat Bayle dit wèrk niet voltooid heeft; 
inaar ao onvolkomen als het ook mag zijn, en fchoon 'er de 
fij'il van verwaarloosd is, wordt nien ^ter ontwaai-, dat bet 
Uit eón meesterlijke hand voortvloeit ^ men ontmoet 'er ge- 
noegzaam' op elke bladzijde oirdeelkuhdige en geestige aan- 
Werkingen , benevens levendige en ftoute trekken in , zo wel 
ien aanzien van 't gene betrdcking tot de zaken als perfonen 
Jiecft; ja men kan het met ruimte als een model, denHiflorie- 
fclirijy^rd aanprijzen. Alle deze Hukken zijn geplj^tst in hot 
IV*' Deel van zijne Oeurrts dsverfes m folio , in 1727 gedrukt. 
Van dp DiSitmaire Hiftoriq^e, zgn alleen in mimd vijf bij- 
ïondere drukken , in 't licht gekomen , als de eerft^ te Rot^- 
'dam\iii^697\ de tweede genoegzaam de helft vermeerderd, 
mede "ïe Rotterdam, in 3 Delen in folio, in 1703; de derde^ 
druk^, 'door Pbos?er Marchand bezorgd, en toet de Ardkels 
welke Batle bij zijn overlijden aan d^n Drukker Leers hadt 
gelegateerd , vermeerderd , kwam in 1 720 ook te Rotterdam in 
4 pdèn in folio te voorfchijnj voorts heeft men de poge- 
mens fraaij^ drukken van dit werk in 1730 en in 1740 doo^ 
een k;ompagnicfchap van Amjleldamfe en Leijdfe Boekverko- 
pers iiezorgd) mede in 4 Delen in folio 5 wordende deze twee 
(aatjten voor' de ^ beste dtukkën gehouden; nog heeft men een 
driik yan d^i V^erk V 17.34 te Parys of Trevoux yetvstsjidigi, 
voor een iMkndfi willen doen doorgaan. Qok is het te G<f- 



/^ 



BEATRIX. 



ïTl> 



me in 1715 nagedrukt, pn te Bazel in 1731. Insgelijks heeft 

men 'er een gedrukte vertaling van in het Hoogduits^ en ook 

in het Engels^ welke laatstgemdde aanzienlijk door Gclecr- 

4en van die natie is vermeerderd , en 't welk ook aanleiding 

heeft gegeven, tot den arbeid van den Heer Jaq. Georcs de 

CHAUPEpié, wiens Nouveau DiÜiomire Hiflorique ö* Criti^ 

pourfervir de fupplement oU de cminuation au DiQionaire JR/lmqüo 

If Critifi€ de Mr, Pierke Bayle, gcdecltelgk \s ütmengefteld, 

uit de verm^rdering den Engel/en druk tocgevoeg^i; en die, 

in I7SO, in 4 Delen irt folio te j4mjield(m gedrukt^ is uitge- 

Jtoinen, ■ ■ Morhovius I. Po/y/r. Liter. q. XVL j, 47. p» 

178. TcMQ» I. Jo. Fabwcii, Hiftor. Biblhpk Part. III. p. 174^ 

Jo. Franc. Bupdeüs , m' Hift. Ecclef. F, T. p. 66. Dan. Frid. 

PöNMAUiïi, Fküi IFitteb. lyi/^. 8vo. p. 101-115. J- Bruo 

tERi, Hift.- Cfk. PMl. Tom, IV. p. 574-<5o3. 6? in japend, f. 

Vol. VL p, 775-778. C. H. Heümanot, Via ai Hiji. liter^ 

p. 40(5. J, M. Gesnerus, ad I/agogen. J. 782. p. 87. C 

Saxi, Onomast. liter. Pars V. p. 318, 319. Niceron, Menu 

pour fetvir è l'Hift». des Honvmes illuftres. Tom. VI. p, 251- 

300. Fie de Mr, Bayle par des Maizeaux : ^ la téte des édi" 

tions de 1730 (^ 1740 du DiQlmaire. Nouveau Di&imaire (fc, 

par J. G. DE CHAUFEPié, Tom. I. let. B. pag. 131-156. Le^ 

yensbefclir. van enige voorname Mannen tfi Vrouwen ^ IV. D. bl» 

J..47. 

BAIJüS, zie BAJUS. ' 

BEATRIX , 't welk de Gelukkige betekend , is de naam w^jl- 
ke aan een klein wigt wierdt gegeven, 't welk op ene zonder- 
linge wijze door de Goddelijke Voorzienigheid bewaard wierdt, 
ten tijde van den geweldigen watervloed in 1421, die boven-^ 
al de ZuidMlandfe Waard trof, en een verbazende menigte 
van Parochien en Kerken ycrflond, te Dordrecht in zijn wieg 
en van ene k^c verzeld , nsf lange op de golven gedobberd te 
hebben , behouden i^wam aandri}ven. Daar wordt bij ver- 
haalt, dat aan de kat menfchelijker wijze de behoudenis vaa 
h$t kind moet worden toegefchreven > doordien dle> wanneer 

Ma de 



\è9 ÈEA^lMONt. BEAUAiÖKT, (DIRK van) 

^ wieg door het wnter, aan da ene] zijde door het flingereft 
overhóldö, de kat aan de andere zijde fprong, en daar door. 
dü'wieg in evenwigt wist te houden. *8 Meisjes doopnaam 
tinbekend zijnde , gaf men haar den naam van Beatrix. TotJ 
liiuvbaarheid gekomen zijnde, trad zij in den ^gt met enen 
Jakob Robrom, uit wiens flam en huwelijk vele aanzienlijke 
jjeflagten 250 omfheeks als buiteji Dordreclit, hunnen oirfprong; 
atieicfen, ais die van Roerom, van den Havert, van der 

iiüLKj VAN K APPEL, BOUFKENS., VAN HpUVELlNGEN:, PlETER 

Van Wynsaardeü, en meer anderen. Iets dergelijks is gebeurd 
té5f2eêl', in 1570; Schotan., Friesfe Hift. bL 757. Ter zei- 
ver tijd kwam, op de hanebalk van een omgefpoeld huis , aan-* 
tiiijven^ PiETBR DiRKsz., benevens zijne huisvrouw, zijnea 
i^öoh PiETER-DiRKsz. , cn twee dogters Beeltjech MATTB,.uit 
t^fiiken DiRKSz., mede vele familien in Dordrecht hunne afkomst 
lekenen. M. Balen, Befclir. van Pardr^chf^ bl.. 770.. 

ÈEAy.MONT, is de -naam, vaiji ^en aanzienlijk Hollands. 
^Ha^t, wa^r van zedert het jaar 1421, de afftammelingei\ 

• . ■ • 

Diet alleen, de aanzie^rilijkfle wa^ardigheden binnen de fta4 
Lórdre^hi^ maar ook veelvuldige ftaatsambten ten diende van 
hc; gemenebest hebben bekleed, en zig zo we} in de manne- 
Vj^vC pis vrouwejijke linie , met de cerfte en aanzienlijkfte fa- 
milien hebben vermaagfchapt. Men vindt hier van uitvoerigq 
geflagtlijsten bij — — M. Balen, JBefchrijving vm Dordrecht , 
d1. 929-937, en Abr. Ferwerda, Géneal. Wapenboek , 1785. 

BEAUMONT (DIRK van) , een afilammeling van het bo- 
Tcngömelde geflagt, was m het jaar 1481 Burgemeester t6 
Dorctrevhty en dei/o^y^faftie toegedaan, alwaar die partij thans 
trieéstér was; doch die ftad werdt door de Kabeljauw/en^ op. 
den 5 april van genoemde jaar, onder bevel van Here Jan 
VAN EcMOND verrast; hij hadt tot dien einde, enig gewapend 
Volk verftekert in het fchfp van Jan Matthyszoon , en nog 
ith ander; welken, boven met rijst geladen, bii klaren dag, 
tfe oitdó haven invoeren; *-t Vok fpoedig ontfcheept zijnde. 



?BEAüMONT, ^DIRK Vil') m 

overviel do Hoskfen onverhoeds, Db Bürgemecsjter GiLLtS 
Adriaanszoon, wierdt zodanig bedremmeld door ó^z^ tonv^r^ 
wagte overrompeling j dct hij een keuren pot in plaats vftn 
een ftormmuts op het hoofd gezet ftadt \ hij benev9n9 den Otl* 
derfchout, wierden vegtendeihand dood geflagen; vele Jtn^t 
ren, en onder dezen, de Sehouc WssTF^Lmo, ^n d9 9vr0- 
meester Dirk van BEAtJinoNT, gevangen genomen? pö pagr' 
*j Hage gevoerd. De verdreven' Dordfe Kabeljawifmi vonnfe 
ten Hove in hun voordeel bekomen hebbende , Icwamon ivjt* 
deron) binnen, en markten zig pieester Van *t bemind de|^ ^d, 
Hertog Maximiliaak^ hadt ^ig reeds ip d^ vasten | tin^ 
Breda begeven , ten einde op enige bewteging^n In Qelderl4n4 
een wakend oog te houden; doch hier het bpöjagtigen vai^ 
Dordrecht verftaan hebbende, begaf hij zig omtrent den 8 april 
iiaar Rotterdam; hier reisden de Dordfe Gemagtigden nagr tqp'^ 
en hielden hem voor; „ dat de flad laatdelijlc» alle^niji^ |nr 
>, genomen wasj om 's Hertogen vonnis t^r uftvoeringO te 
>, (lellen; dat men dezelve verder t^n zijnen dienfte bjiVfgrètt 
5> wilde, en dat inen hem flegts zijne foetemming tojdegj- 
;, maakte verandering ve zogt." Voorts boden s^ den H^ri 
toge de fleutels der ftad aan, en ftelden hem,,tunne gev^ijgcï 
i)en in handen; de Hertog, geheel op de Kabeijawwfe isij^9^ 
ftondt hun geredelijk 'c verzogte toe; en, omtrent drie WJ?-) 
ken later 9 kwam hij in die flad^ btrnicutDenbe altKlQi:/ d^ 
luidt de oude aantekening ^ ntaJtfpnre ^|m(e[t){ie tno9ent|l.ejtl/ 
btl pjobific en jontier piejubicie ban be ^;ibt(esien zf\ Üe^ii 
bcr (ïab/ bat <©erce8t en bic l®et. Van hier, trok hij m^r; 
Gouda en ScJmnhoven ^ alwaar hij insgelijks, de verandering 
door de Kabeljauw/en gemaakt, bekragtigde. Leijdm^ y^]^' 
nog belegerd gehouden werdt, lei eerlang, geen, ander© uit* 
komst ziende; het hoofd in den fchoót; de Överfte BhQnifr* 
HUIZEN, bedugt voor de magt van Maximiuaan, ruimdü pie.J, 
zijn onderhebbende volkj de ftad. De Hertog vertrok, cd 
den 17 april, te fchepe van Gouda naar Leijden^ to fieijderf 
dorp aan land geftapt^ werdt hij ontmoet door de yoornaöjpf^ 
lieijdfe burgers, in rouwgewaad, di§ heflj de fleijtel? ^f ft^j 



St2 BEAUMONT. (DIRK viör) 






taDboden y en op de knieën cm genade fineekten ; zij verwier 
▼en dezelve 9 op agttien mannen na, met welken de Hertog 
sugnen wü wilde doen ; ook werden *er kort daar na , zes te 
Ldjden geregt; en onder dezen. Dirk Potter van der Loo > 
die Hopman geweest was onder de Gelderfm. Maximiliaan,^ 
begaf zfg van hier naar den Hage, om het voi^nis van de 
Hoekfe gevangenen uit verfcheiden' fleden te doen opmaken. 
De goederen van Jan, Bm-ggraav van Montfêortf van Rryrr 
▼AN Broekhuizen , en van vürfcheiden* andere gewekenen , 
werden verbeurd verklaard , en zij voor altoos gebannen. De 
Heerlijkheid van Purmerende , bij koop aan den huize van 
Montfom gekomen zijnde, was ook onder deze verbeurdver- 
klaarde goederen. Maximiuaan fchonk dezelve, ten dezen 
tijde, aan zijnen neve, Balthazar, Here van Falkejiein, die 
ze 'm 1484 aan Jan, Here van Egnumd^ verkogt De mees- 
te HoeJtfe gevangenen werden zedert, op voorbede der Her-' 
toginne weduwe, Mabgareet van Jork, geflaakt, doch zij 
wierden ten lande uitgebannen. Dan Adriaan Janszoon 
Westfalino, Schout, en Dirk van Beaumont, Burgemees- 
ter van Dordrecht t daar men inzonderheid op gebeten was, 
kosten geene genade verwerven, zij waren de enigften die 
in den aanvang van augustus 1491 , in *s Hoge onthalsd wier- 
den. Uit het vonnis van Beaumont , welk nog voor handen 
is, en in zijn geheel wordt gevonden, bg Beverwyk, Be- 
fchrijvmg van IhrdrecUy bl. 320, kan men afnemen, wat hem 
te last gelegd wierdc Beaumont hadt ingevolge hier van, 
beleden: „ i* Dat hij in Januarij des jaars 1478, Burgemees^ 
„ ter zijnde , de G«nagtigden van onzen genadigen Here en 
„ Vrouwe van Oostenrijk " die toen waren Adolf van Ra- 
VEStraï, LoDEWYK VAN Grutthuizen, en Mr. Jan Karon- 
dolet, „ gedrongen hadt buitens tijds de Regering van 
„ Dordrecht te veranderen. 2. Dat hij , in februarij daar aan , 
„ mede bewilligd hadt in een befluit, om Gemagtigden naar 
„ "5 Hoge te zenden, en aldaar te bewerken, dat het Hof 
3, geene Mandamenten meer naar Dordrecht zendt , om de uft- 
I, gewekenen wederom te doen innemen ; maar dat men de 



» 



ftad 




v. . sA 



ÏT. (DIÏtK Vjin) m 



-r » 



99 
39 



Si fiad met hare zaken > liete begaan ; én dat bjj , ten éelv- 
9, den einde , ook hadt gèitemd , itx het afvaardigoi vin de|i 
9, Burgem^ster Gillis Adriaanszook> aan den Scadboud^lf 
^ Lalaing, ^iën men bélét hadt, inèt de uitgewekenen j 
,y wederom naar dé ftad te komen, 3. Dat hij, bttit|sn.)cen«~ 
yy nis van den EÊrtoge ^ een verbond tusfen enige Bmiri^ 
iy en andere fteden bewerkt; en met de oproer igè Qclde^i 
ff fièden ; vriendelijke briefwisfeling hadt helpen Hdlïden» 
,y 4. Dat hij , Schepen zijnde , twee mannen hadt helpen frer» 
oirdelcn, isin een' vrij fpreken; welke beide ViHjcisfeoi hel 
Hof hieldt onregtvakrdig te zijn: 5. Dat hij ; hévenj in^ 
deren, den Stadhouder hulp hadt geweigerd , om dé jtfaid 
Leijderiy doör Broekhuizen ingenomen , wederom tfi pe- 
magtig^n; ja dat hïj daar in insgelijks nevens anderen ».4dii 
i, LeijdenoJtpi vér lof gegeven hadt, oni Ujftogt tè Lhrdrf^ Vt 
Ij komen kopen , daar zulks door "t Hof verboden wad* 6* 
^y Dat hij. eindelijk hadt gedirdeëld , dat^mén de Vreemde fcüeg* 
i, ten des Hertogs , mét welken roén Leijden bedwingen tvil* 
j, dé , met geweld den lande uit moest zoeken té |ag$n » ituhr 
dexél vin Pnviligien; ten welken einde hij mede ^^B^i 
hadt, tot hét befcbrij ven 'ener algemene dagvaart der HqI^ 
landje fteden té D&rdrecU" Óm alle welke misdaden ; gg^ 
lijk men zé noemde, Beaïjmont door Stadhouder en &8(i^^ 
geoirdèeld wiérdt den dood verdiend te hebben, 

Onpartydigen zien pndertusfen , dat dé meeste puntèt}/ dUt 
io hoog genomen werden , befionden , in bet vèrdédlgfti) Èf) 
behartigen der oude gc^woontcn^.en voorrégtcö, gi'ocend^lfi 
onlangs door 't Gro^ PHvilegie van Maria bevestigd 5 Jjte^.to# 
behoorde gèwisfélijk het weren van Mmdmmtm van ^i JJof ^ 
die met dèr fteden voorrégtên ftredén; bet houden ^sitipag* 
vaarten én hét fluiten van Ferlmden, ponder dèn HèrfqjjJ fi 
kennen ; hoewel fomniigen , naderhand jn bet begiip iiyïl in- 
vallen, dat de vtjjbéid óm Dégvrnlen te houden ^ 1m^}^44 
was bij een handvest vao Hertpgè ]m vaIï BjEyERpfj fa /uö^ 
J418 verleend y vorderende $ dat ze fdd tegen dm Cfavs cf 
icszélvs ffeerlykheid moesten dragen, géUjk dèDagimrit <JÜ 

M^4 $%av* 



99 

99 

99 



Ib*4 BEAUMONT. (Mr. SIMON van) 

B£AUMO»Td:eef, fcheen te zullen doen; zIc C. v. Btatkerjï^ 
HOEK, QwBst, Juris Pübl. Libr. II. Cap. I. p. 191. Het von- 
nisfen tegen regt, indien hi^ yan al duidelijk blijk ware, be- 
hoorde enen Regter, die anders\ gewoon was naar zijn gewe- 
ten te oirdelen , nimmer toe ene misdaad gerekend te worden \ 
ook moeist het ondcrfteunen der Leijdenarèn ^ in zulke vey war- 
de tijden , in welken nu de ene , dan de andere partij boven 
dreef, zo zwaar niet gewcgen worden. De viienoelijke brfef- 
wisfeling met de Gelderfen, kon misdadig zijn; doch men weet 
niet regt, waar in ze beftaan, of boe veel fchuld 'er Beau- 
MONT toe gehadt hebbe. Wij befluiten dan', zegt de Heer 
Wagekaar, dat 'er weinig of geene reden is, om Jiem en 
den Schout Westfaling , anders dan als Martelaars van Stad 
aan te merken. De Hertog en het Hof hadden nu befloten , 
de Kabeljauw/m, die zwarer beden inwilligden, alleen in 't 
bewind te ftelleui waarom de Haekfen in 't onderfpit gebragt, 
gebannen , of van 't léven beroofd moesten worden. De toe- 
leg gelukte; de voornaamfte Hoe^^fen raakten het land uit; de 
anderen durfden zig reppen noch roeren ; ook deedt de Hertog 
alonmie een bevel afkondigen , waar bij de twistende gemeen- 
te tot rust en eendragt vermaand werdt. — — Mati-h. Ba- 
ixm, Befchrijv. van Dordrecht , bl. 793-790. Wagek., FiuL 
Hifi. IV. D. bl. 195-201. 

BEAUMONT (Mr. SIMON van) , tweJe zoon van Her- 
bert VAN Beaitmont en Kornelia van Slingeland , werdt td 
Dordrecht geboren in 1574; hij leide zig reeds in zijn jeugd toe 
op het beoefFenen der wetenfchappen , inzonderheid der regts^ 
geleerdheid, en bragt genoegzaam zijft gantfe leven door, in 
het waarnemen van (laatsambten. In 1606 of i<5o7 was hij 
Pcnfionaris . der ftad Middelburg; in 1625 wegens Zeeland Ge- 
committeerde in de vergadering van de Staten Generaal ; in 
2627 en i6a8 > als buitengewoon Gezant in Polen y Sweden en 
Denemarken; eindelijk bekleedde hij in 1634. het ambt van 
Penfionaris te Rotterdam ^ dat hij waargenomen heeft tot aan 
zgn* dood toe, wej^e voorviel (ten 20 Junij i654> op een 

fa- 



ÈÉAÜkÖNT. (Uy. SÏMON van) lij 

Gftiirdag, in den ouc^rdom van 80 jaren. Hjj is twe^malcrt 
getrouwd geweest; zijn cerfte vrouw was Aenaudtka van 
RosENBURG , bij wie hij zes kinderen verwekte , Ohder ande- 
ren KoRNELiA, welke aan Pieter van Roosbeek, Burgemees- 
ter van Middelburg en Raadsheer in *t Hof van Flaamlereni 
hi'wde; en Simon van Beaumont, lid van den Wesimdifm 
Raad in BraJUien^ en zedert Secretaris van de ftad Middelburgs 
Voor de twedemaal trad hij in egt, met Katharina Brandt; 
die hem geen kroost gaf. Hij heeft enige digtftukken uitgege- 
ven , onder den tijtel van : Hor<B fubcifiva. . — — Paquot i 
Memoir, litterair. Tom. IIT. p. 407. M. Balen, Bejchrijving 
yan Dordtecky hl 221. 934. Wagen., Fad. Hiji. XI. D^ 
bl. 65. 179. 

BEAÜMONT (Mr. SIMON van) , Secretaris der Staten 
van Holland, zoon van Herbert van Be aumont, Penfiona- 
ris der flad Dordrecht ^ handelde in hét jaar 1673 als Gezant 
•«^regens dit gemenebest aan 't Hof van Koppenhagen , ter- 
wijl ^iLLEM. VAN Haren, Grietman van het Mt, in die 
zelvde hoedanigheid naar Zweden werdt gezonden. Set oog- 
merk van deze bezendiiigen was , onl dé beide Noordfe Kronen 
te bewegen , tot het fluiten van een verbond , welk EngelarJ 
inzonderheid, tot vreedzame, gedagten brengen moest; doch 
Syveden was te diep met FraTikrijk ingewikkeld, om naar de 
voorflagen der Staten te luisteren, alleenlijk hadt men den 
tweden meij van dit jaar , in den Hage een verbond getioffin 
met dit Rijk, waar bij enige punten van koophandel geregeld 
werden; maar m&t Denemcrke^i , floten de Staten een verbond 
van onderlinge befcherming, welk op di^n 20 meij , te Koppen- 
hagen, geteke;id werdt. In 't jaar 1086., was hij als Secretaris 
van Staat , benevens Franco van deA Goes , en Adriaa:»' 
Baart, die Burgemeester van t)elft, deez' Penfionaris van 
Alkmaar, tot het berugte bezegelen der papieren van de flad 
Amfteldam, benevens die van derzelver Penfionaris Hop, ge- 
magtigd ; 't welk op aanklagte van den Stadhouder Willem 
jöEN IIÏ, welke beweerde dat door een * onderfchepten brief 

Jyl 5 van 



iió BEAüSAfeDUS. BjÈAtFVAIS. EEBBER. BEBlijS. 

van den Fratsen Gezant t>*AVAUX zoude gebleken i^ijn , dit 
Mi ongeoirloofde brlefwisfeling met dien Minister ó^erhiel- 
den; gefchifedde: BEi[UMÖi!rr Is getrouwd geweest, met Kor- 
. lïEUA VAN Strtew, dogtèr van 'Mr. Adriaan VAit Strten; 
Fenfionaris van Haarlem^ bij wie hij drie zoons en twee 

dogtcrs heeft verwekC M. Balek, Befuhr. van Dord- 

fackj h\: 935* Wagen:, Vod. Hifi. XIV. D. bl. 273. XV. 
D. bl: 185. 

BEAUSARDTJS (PETRUS), geboortig van Leuven; was 
Med. Doktor en Hooglèraat in de Mathefis in zijn vaderftad; 
een geleerd man, en niet orxrvaren In de griékfe letterkunde; 
hij ftierf te Leuven in augustus 1577. Daar is vin hem in druk : 
I. Aritlimctices Praxis, Lovan, Ï573. 8ro. 2. De Anmdo Aftrih 
tiffmko libér. Ibid, Svo, «— - J. F. Fóppeiïs , Bibl: Belg. pag. 

P53- 

BEAÜVAIS (REMIGIÜS), een KapuCyncr jvionnik, ge: 
booitig te Doornik omtient het jaar 1580, wa^ een zeer gé- 
acht Prediker , die zijne talenten veelvuldig heeft uitgeoefFent 
te MojiSj Doornik en elders; hij heeft een digtftuk in de franfe 
taal in 't licht gegeven, gctiitelt; La Magdcleine, Tourna^ 
161 7. in 12^.; welk digtftuk beichouwt kan worden, als eeri 
meescerftuk van den bedorven fmaak; welke 'er ten aanzien 
van de franfe d'gtkonst in 't begin vandeXVIIde eeuw, plaats 
vondt. — - Paquot, Memoir: litlfer. Tom'. XI. pag, 37o-37(f. 

BEBBER (IZAAK), gebofen te Dordrecht ddn 8 augustus 
3636, oeffende zig in de wetenfchappen te Utrecht y en wierdt 
üo jaren oud zijnde, tot Doktor in de medicijnen gepromo* 
veert. Hij beoefFendé dè praktijk in zijn geboorteftacl , tot 
aan zijnen dood toe, welke voorviel op den 3 feptembef i6<S8; 
Hij was een geleerd man, en heeft ui tg^e ven : Watt m ba^te 
flrontren brni De ï^eeltonfl '©o?br* bg Simon van m Linde ; 
1668. I2<'. ■ Paquot, Mem. litter. Tom. X; p. 49; M^ 

Balen, Befehr. van Dordreck, bl. 228. 

BEBIUS (PHILIPPÜS), een Jefuit, geboren in Brdband in 

heit 



BECAlïUS. ÖOHANNES G0R0PIÜS> ié? 

htt jaar 1569, heeft het meeste van z^oen leertijd te Keulen 
doorgebragt , en ftierf aldaar den 116 februarij 1637 f ^'n den ou- 
.derdom van 6B jaren. Dat Bebius een geleerd man is ge^ 
weest, en een liefhebber der digtkunde; getuigen zijne uitge- 
gévene werken dié menigvuldig zijn, en waar van wij flegts 
de drie volgenden als de voornaamflen, zullen opgeven, r. 
Forta C(bW et Jcala Jacobs five tesfera faltstis^ pnedeainationis ac 
mrHs,felkiSf adtus Firg. Deipara ^ i6i6> 2. Commentarium 
in III partes CarmtSum JeletHonm lutinmm^ ex dlyérfis Schlias- 
9is concinnatum ; Typis Herm. Mtlii. in 4I0. 3. Commentarium 
in Lyrica Horatii expurgatdj ex veteribus f^ recentioribus fcho- 
Hustis. ïbid. in folioL > ■■ J. f. Foppèks, BibL Belg. p. I022i 

BECAÏÏUS (JOHANNES GOROPIUS;, wïerdt uit brave 
ouders geboren' te Hilvarenbeék , een fraaij vlek in Brabands 
Kempeny den 23 junij 1518. Na zijn klasfieken loop voleindigd 
te hebben, ftudeerde hij te Leuven in de wijsbegeerte en iiiC' 
dicijnen met zéér veel ijver, onder Reinier Gemma, teffens 
ook van dezes Hoogleraars mathematife lésfeh, gebruik ma- 
kende ; vervolgens reiscic hij door ItaHen, Spanjen en Frank- 
rijk; en bragt het zo verre, dat hij tot Geneesheer van Ko- 
ningiii Leonora, huisvrouw van Franciscus den I, en van 
Maria, Koninginne van Hongarijen^ beide zusters van Karel 
BEN V ,. wieidt benoemd. In Spanje nam hij dezen 'post waar, 
dien hij zowel riaar genoegen uitoefFende, dat ene dier vorftin- 
nen hem bij haar uiterften wil een jaarlijkfe lijfrente bef|H:ak. 
In de Nederlanden te rug gekeerd , zette hij zig met 'er woon 
te Antwerpen neder , daar hij veel praktijk kreeg , en in vriend- 
fchap geraakte met Benediktus Arias Montanüs, die Filips 
DE II, zo fierk voor hem innam, dat die hem de bediening 
van lijfartz aanbood met een aanzienlijke jaarwedde, en hem . 
bij voorraad met een deftig gefchenk begunftigde; doeh Be* 
CANus verdriet in het hofleven krijgende, en vervolgens een 
tegenzin in de praktijk der medicijnen , die hij langen tijd te ' 
Antwerpen hadt uiCgcoefFend , nam het befiuit die te laten va- . 
ren, ten einde zig met de gantfe borst op het bcoeffeDcn 

der 



i^i BECANUS. (JOIIANNES G'OllOnvS) 

der fraije letteren en der oudheid toe te leggen; ook zoii 
men oppervlakkig z^gen , dat bij hier naar wens zou in ge- 
daagd zijn, want hij bezat ene b^zondere doordringende vat* 
baarheid, en verftond de latijnfe, grickfe en hebreeuwfe ta^ 
len zeer grondig, daar bï] was hij ongemeen ervaren in de 
qnde en nieuwe teutonife of duitje fpraak ; maai* het was een 
hoofdig man , zeer vcrflaafd aan zijn eigen zondei h'nge begi'ipf- 
j)en , en in wiens geest een zek^f verwarrend enthufiasmus 
plaats vondt, welk hem vreemde doolpaden dcedt bewande- 
len ; onder meer andere ongerijmdheden beweerde hij , dat 
Adam de cimbrifc of dniitfe taal heeft gefproken ; en fchoon 
Fraxctsc. Sweertius, hem een uitllekend en bijna héniels ver-^ 
ftand toefchrijft ; heefc Gek. Jou. \'ossiüs het be:er getroffen , 
wanneer hij van hem' getuigd, dat hij wél naarftig, geleerd 
en doorlezen was, maareen gemeen begrip, meteen micldel- 
matig oirdeel bezat; In d^n avondHond van zijn leven , zette 
hl) z.g te Luik neer, daar hij met den Atmverpfen Ijisfchop Le- 
VTKus ToRRENTius die réeds gemeenzaam in die flad met hem 
hadt omgej^aan, veelvuld-'ge famenfprekingen hicldt, en hem 
in licnnis bragt met den Prins Gerhard van Groesheek; de 
Gracv van Medina hem naar Mastricht ontboden hebbende , 
wierdt'hij aldaar krank, en ftierf aan die ziekte den 2&junij 
1572, in den ouderdom van 54 jaren. Zijnde 'er ene misreke- 
ning vin een jaar in zijn graffchrift, en van twee jaren bij 
Valerius Andreas. Zijn lighaam wicrdt ter ruste geplaatst 
bij de Recolletten van d'iQ flad, alwaar men hÊit volgende 
graffchrifc ontmoet , op een marmctren tombe gebeiteld ; 

D. O. M. joANNi GoROPio Becano divinar, atque hu- 
mamr. rerum hmarumque artiiim peritisf, Catharina de 
CORDES vxor èf filiola ducs co:ijugi ac pareiiti dulcisfwo 
cum lacrymis pofuere, Frocuraittib. Levino Torrentio ö^ 
Gaspare Purchio, quihus ille res fiias moriens commenda- 
vit. Vixit ann. LUL Obiit JF. Kal. ' JuL Jnjio 
MD.LKXIL 

KiTHARiNA Dfi§ CoRBESy aSjnc huftRvrouwe, was de dogter 



BECANÜS- GOHAKNES GOROPIÜS) 183 

^an Jakobus des Gordes, en van Isabella de BEsmnr, wien^ 
oigeödijke naam Bernouille wb&; zij was rijk, en was te vch 
ïen gehuwd geweest, met Jeronimus Helman , van wien zij 
kinderen hadt; aap Bêcamus verfchafce zij twee dogters, Isa-, 
iELLA en Katryn, welke laatfte ^huwd is geweest, ajinA»-; 

ÏHOJJïY VAK ZURC^* 

Zijn Afbeeldzel dat vrij wel gefneden is, vindt men aai| 
*t tegin van zijne Opera posthuma , in zijn regterhand houd hij 
een hemelkring, terwijl de flinker op een doodshoofd rust, 
liggende op een pedeftal. In den rand ieest men ; H. J. W^ 
1580. De werken van Becanus zijn: h Crigines Antverpior^ 
Tus^ Jiye Cimmeriorum Beccefelena novem Ubros cowplexa. Atvatl' 
cüy li Gigamomacbia , 2. Neloscopium. 3. Crgnia^ 4, IndqfcJtyti- 
My 5. SaxoTiicay 6. Gotodaaiicck. 7. Amazonica^ 8. Venetica^ et 
Hyperboreay 9. Typographits Le£tcri S, Habeshicy candid^ LcÜor ^ 
Qmtium orlginesy longe alker, qnam a quoquam haQ^ius JcrlptA 
Jura, explkatas, et infinitos errorss ex Hijlorice fcriptoritus y turn 
v.sliu:tis y tuin recehtioribus fublaios : totan^ denique Hijloriam ef 
Po^m ad Mofesn , et Orpheum revocataiiu Vale et fniere. Antv» 
Qp, CiiRisTOPH, Pmntiwüw, 1569- f ol. pp. 1058. — II. Ope- 
rfk ]om. GoROPii Becanj, kdlenus in lucem nm edita: nempey 
JHermathem, Hieroglyphka, Fertumiius, GalUcay Fruncicay His- 
panica. Ahtv, ap. Ciirist. Plantin. ^580. /o/, pp. 237. 270. 114. 
159. 107 & 118, zonder ene voorreden te rekenen van Lmvi- 
MUS Tqrrentius aan Arias Montanus , gedagtekend Luik den 
X ji>iij 1578. ToRRBNTius zegt, d^t Becanus heeft zoeken 
te betogen door enemiiemven drai, dat de oude wijsbegeerte, 
V^elke door Ljnüs, Orpheus en Thamyras in Tliracien wierdt. 
geleraart, voor d<it die tot de Phrijgiers en de Grieken over«? 
ging, van Noach en zijne kinderen, inzonderheid van Japiiet 
ïrfkomilig is, die dezelye aan de verf^hill^nd^ volkeren mede»^ 
gedeeld hebben ; en dat deze wijsbegeerte nauwkeurig de zelv- 
de is, welke in de.gewijdde Boeken wordt gevor.den. Hij 
voegt 'er bijj dat het zeer waarfchijnlijk is, dat Noach de 
dmhife of brdbandje taal fprak, en dat zijne nakomelingen ^ 
*er geene andere ;^ im^onierheid tot de plegtl^eden van den 

gods^ 



^^ BECANÜS. (MARTINUS) 

godsdienst, bezigden, in de vcjrfchillende landftrckcn daar zg 
ycrfprjeid wierden. — — F. Swiert., Anml. Belg. pag. 431 , 
432^ Vaï.. AjïDit., BihU Belg. p. 508, 509. Konig., Biblioth. 
vet. et n^va, C. Saxi, Ortom. liter. Pars III. p. 391. PAquor, 
Mmoir. litter. Tom. III. p. 27-3(5. Carjpentier , Hiji. da 
Qmibra^'f Tom. II. p. 427. Richaro Simon, Biblio$h. CMfie^ 
Tom.' II. p» 35-59- 

BECANÜS (MARTINüS), een beroemd Jefuft, geboren 
te Hilyareribeek^ omtrent het ja^ 1561. Hij beoeffende de 
t^ljsbegeerte te Keulen y en wierdtden4 maart is 83, met do 
t^a^rdigheid van Meester in de vrije konflen bekleed; het 
zelvde jaar begaf hij ?ig in het genootfchap der Jefuiten , daar 
bij zedert In bevestigd wierdt , dpor de aanneming der vier ge- 
loften. Vier jaren als Reélor het Jefuiten fchool beftierd heb- 
bende, onderwees hij de wijsbegeerte in het kollegie der drie 
Kronen te Keulen ^ van 1590 tot 1593; vervolgens wierdt hij 
Doktof in de theologie, en beocfFende die wetenfchap gedu- 
rende het tijdvak van 22 jaren-, eerst te Wirtzbtirg, vervolgens 
te Mentz , en laatftelijk te JFenen in Oostenrijk , alwaar hij om- 
trent het jaai- i5i3 wierdt beroepen door Keizer Matthias, 
Perdinand de If , koos hem vervolgens tot zijnen Biegtvader, 
en gedurende drie jaren lang, nam Becanus dat beroep waar 
tot genoegen van het gantfe Hof, alwaar men met verwonde;- 
xïng zig , dat die Jefuit zig tegens de gewoonte van die van zij- 
ne orden, met geenerlei ftaatszaken bemoeide, maar zig enkel 
met ftuderen en het waarnemen van zijne pligten bezig hieldt; 
met zijne klimmende jaren , begaf hij zig tot ene ftrenge le- 
venswijze , nam al het huishoudelijke in eigen perfoon waar , 
maakte zijn bed op enz. Na enige dagen hevige fmerten va» 
kolijkpijn verduurt te hebben , ftierf hij in het kollegie van 
Wenen, den 24 januarij 1624, in. zijn ósfte jaar. Met reden 
hebben hem de Roomsgezinden aangemerkt, als een der voor- 
naamfle verdedigers van hunne geloofsbeliidenis , want hij was 
buitengemeen ijverig in het wederleggen der Protestanten. 
Voorts bezat hij een gelukkig geheugen, was begaaft met 
veel gezond oirdoel ; bij fprak en fchreef met ene o^mene 

vaar 



5ECANUS. (PIETER; BECANüS. (SIWnSRT) i^t 

taarctfgheid; zijnq zccfen waren Qcnvondig en g^qrcgcld, z^n 
vootkotnen {nn^merfdc, en zijn omgang vriendelijk en be- 
fchaafd in zijne uitdrukkingen. Deze hoedanigheden yerwier- 
Ten hem de achting van velen, zelvs die van fommige Pro^ 
tesunten. Hij heeft zper vele latijnfe fchriften over de theo- 
logie haftdelende, waar onder een aantal tot de wederleggen* 
de Godgeleerdheid behoren , in wdruk-^ uitgegeven ; xjr^ar van 

pen de optelling vindt bij Paquqt. Fr. Sweekth, j^if* 

naks Belgkay pag. 52(5-528. J. F. Foppens, Bibh Beig. pag» 
849-851. Paqüpt, Memoir. Ikier, Tom. VIU, p. 343-369. 

BECANUS (PIETER) , is geweest Kanunnik te Aken; hy 
was een geleerd man, inzonderheid in *t vak der gefchiede- 
nisfen. Men heeft van hem in druk ; Aquisgranum , five Hls- 
toHcam tiarratimetn de Civitatis Aquisgranenjis ofigine et progres^ 
JUy de rebus Divi Caroli Magni praclare gestis, de ritu Coro^ 
'nandi Reges Roman, etc. Aquisgrojü, apud_ IIenr. Hültikgium, 
162:^. 4ro. Edit. fee. Col. 1642. --— .J. F. Foppens, BibL 
Belg. pag. 953' 

BECANüS (SIWERT), h omtrent *t jaar 1270, waar- 
fchiinlijk te Beekbergen een dorp in Gslderlandy geboren. Den 
behoorlijken ouderdom bereikt hebbende , wicrdt Mj Kapnelüer 
Monnik in het grote klooster te Keulen ^ en vervolgens tot 
Priester geordent ; ook verkreeg hij de waardigheid van Dok- 
tor in de theologie; in 1312 was hij lid van het algemeen 
Concilie te Vienne in Frankrijk; ook vindt men hem als Pro- 
ferfqr in de Godgeleerdheid genoemd. In. 1324, was hij Pro* 
yintiaal van yeder-Duitdand ; en, in 1327 en 1330, vaö 
Hoog- en Sfèder-Duitsland beide. Deze Monnik ftierf in zijn 
^loöster t0 Keul^ in 1333» ^n wierdt aldaar in het koor van 
de kerk voqr het grpot autaar begraven. Siwert Becanus is 
\n zijn* t^d gehouden voor een fcherpzinnig Wijsgeer, een 
jfchrander Pjediker, ervaren inde kerkelijke g^fchiedenis, en 
ftn geleerd Th^ologaht; ook w^ zijn roem niet minder ten 
aanzien van deugdzame hoedanigheden, en volgens fommigeii 
ftierf hg in een reuk van heiligheid.. Hij heeft verfcheidene 

wêr» 



f^z BECANÜS. BEqARDüS. BECIUS, 

^rken, meest zijne orden betreffende, gefchrev^n* 
Tritiieüius, de Scriptorib. Ecclef, n. 557, edit. Fabrkianct^ pag, 
J35> 13Ö. idem 9 ds laudibus Ord. Carmel. pag. 38, 39. Git- 
l£mvsy de adm. magnitudine CoUmia, pag. 48. F. SwEEnnr, 
Atlm. Belg. p. 673. Val. Andr., Bihl Belg. p. 808, J. F. 
fovvE^Sy Bihl. Belg. p. 1094. Paqüqt, 4f<?fw.. litterair. Tom, 
;iiViL pag. 433-45öf 

BECANUS (WILLEM), geboren te Iperen in Fiaanderen, 
is een geleerd Jefuit geweest, daar bij een uitmuntend Digter 
en Redenaar, die zo wel in ondigt als rijm meteen welbefne^ 
cfen pen heeft gefchreven ; 't welk blijkt uit zijne in druk ge- 
gevenc wcrkpn, welke zijn: i. Introitum Triumpliakm ferenisf, 
FerdinaNdi Jujlriaci^ S. R- E* Card, in Flaruirice Metropolirn 
Gandamm , amo M.D.CXXXIF. Amv, 1636. fol. apud Joh, 
Meursium. 2, Idyllia £ƒ Elegias, qtix extant cum Po^matibüS 
T. HosscHii. — — Foppens, BibL Belg. pag. 391. 

BECARDüS (JOHANNES) , is geboren te Ftmte in Fiaan^ 
deren y in het laatst der XVIde eeuwe; wierdt Monnik in het 
klooster der Premonjiratenfer orden van die ftad, en naderiiand 
Kanunnik, vervolgens Profesfor in de God^jeleerdheid, en na- 
derhand Pastoor en Deken. Zijoc uitgegevcne boeken , ftrek- 
ken ten bewijze, dat hij werkzaam was; zij lopen meest over 
theologlfe gefchilpunten, en over de regten van zijne orden, 
— F. SwEERTii, ^nnai B^lgic. pag. 389. Pa(^uot, Menu 
fitter, p3g. 1 89-1 93*. 

BECIUS (JOHANNES), geboren te Mddelburg, omti-ent 
't jaar 1622, alwaar hij naderhand Leraar en Profesfor is ge- 
weest , en verders Predikant onder 't kruis , of van den zogd- 
naamden Olijfberg ^ hadt zig in 1664 eerst in een bijzondere 
famcnfpraak met iemand , en naderhand voor afgezondenen 
van den Kerkenraad , verklaard ten aanzien van de leerftuk* 
ken der Drie^enheid en GoddelijkJieid van Christus met de S(h 
dnianm overcfen te ftèmmen , en betrekkelijk de vijf bekende 
pointen, daar even ais de Remmfiranten over te gevoelen; 
hier door haalde hij zig veel onaacgenaamlicden en verdiietige 

ont^ 



BECIUS- gOHAMNES) . 193 

«Dtmoetingen op den hals, welk& van dat gevolg waxen, dat 

jia men gedurende een tijdvak van vier jaren vi'ugteloos geti-agt 
faadt, hem van zijne dwahngen te overtuigen; hij bij zijn op- 
gevatte gevoelens verbleef, en goedvond naar Holland te ver- 
trekken, na alvorens zijne kerkelijke attestatie, zo al niet aan- 
gaande zijne leerilelllngen , ten minHen betrekkelijk jojne z&- 
den en gedrag, welke ook onbefprolxn waren yerzogt te heb« 
ben; doch hem telkens zulks geweigerd zijnde, wierdthij hier 
over zo khorrig en te on vi eden, dat bij zig grotei^ks beledigd 
., achtende, ene Apologia tnodesta in druk uitgaf, die egter wel 
, verre van ene gm^ftige uitwerking voor hem te hebben, niet 
anders te wege bragt, dan dat de regering van Muidilburg den 
!i julij 167S, voor het ftadshuis liet afkondigen: „ Dat het 
ff.Boeksien vgn J. Becius, verklaard wer46 voor een, godslasterlijk^ 
„ verdoemeUjk , iielverder/elijk y fondamefitlijk dwalend f clmft^ en 
,f op zware penen verboden enigzins liet zelve te divitlgeren^ en be* 
„ last dat de genen die het Iiadden^ moesten aan de ji. Magiftraaz 
„ overbrengen ;''\r]SL hem alvorens eën bevel te huis gezonden 
te hebban, om de (lad en provintie te ruimen; hier gehoor- 
zaamde hij terflond aan, begaf zig^ eerst naar Dordrecht y voorts 
caar Rottetldam, en ttn laatften r\KdX Amjleldam^ daar hij naar 
alle waarfchijnlijkheid zig tot zijren dood toe heeft onthouden, 
cn in een hooggevord^rden ouderdom is geftorven. Voorts 
wierdt op den 11 augustus van het gemelde jaar 167 8, in de 
Middelburger Kerkenraad befloten, om agtervolgens de refolu- 
tie van het Collegiwn Qudificatum y des morgens daai' aan, zijn- 
de zondag, in alle de kerken bij openbare aflezing aan^de ge* 
meente, zijne fchadelijke gevoelens bekend te maken ^. haar te 
waarfchuwen voor zijne verkeerde lere en mondelinge en fchrif- 
te^ijke gemeenfchap enz, Qok fchreven tegens zijne Apologie 
David Laccher, Petrus Appeldoorm, en wel inzonderheid 
JïiKLAAs VAN Hoorn, toen Emeritus PreSikant van St^ Aag- 
tekerke ; waar tegen Becius weder in *t licht gaf: ^aber V^ 
Piocbmse (^c, doch *t welk door de regering van Middelburg 
zo gramflorig wierdt opgenomen, d^t dit papiere kind op 
haar bevel, door bouls handen wierdt verbrand. Veel heeft 
jUL Deel. N B£* 




' l^ maL (DAvm) 

ticm gëfcfoevcii tot ^tft-dedigitg vaii aSne aangènomènê §P 
Voel0n5Ï doch uit geenQ zijner fchriften kan men. die beter Ie- 
ttn kennen., dan uit het volgende , waar door hij zig ook 'C 
meest ^ceft fcerugt gemaakt, doch 't gene zeldzaam is te be- 
kome}! : hJHtuiio Clmstiana of «ftjl^cclpi ©nttttteg^/ toact iti 
fcatt üxx bontóg scÖ^ibcft toojt ban becl boo^name l|obfit(ïaIif^ 
itcn/ fret tfotóg getoctcn ter faööïidjt/ tot onöqricötina bah 
ttto tofcubc Cfn^^tcncn: op bc toijfe bmi een famenfppieft/ m^ 
fcöett'^ccn ^i^cipd ai fijnen JÜSeeltec/ eamfl B«b?ucftt booj 

bctt 5lUt6c«r* 1678. 8vo. — — Paqüot, Mm, litier. Tom» 
XI. paè' 3^5-370- P. DE LA RuE, Geletterd Zeeland y bl. 4-7, 

BÊCK (DxWID), Konstfchilder, is geboren te Delft den 
21 <t meli 1621, wierdt na zijn vaders broeders genoemd, daC 
een braaf Pigter in die tijd was en te Ar'réem gewoond heefc 
ön overleden is. Hij heeft onder meer anderen, ook den bc^ 
roemden Adr. van Dyk, tot leermeester gehadt. Zijn uit- 
muntend penfeel, vriendelijk voorkomen en befehaafde z^en, 
l?rau;tcn hem bij de aanzienlijkfte Groten van Europa in ach- 
ting; inzonderheid geraakte hij 'm gunst .bij den zo rampfpoer 
tJiRén vorst Karel t>% I, Koning van Engeland, wiens zoon. 
KarjeL De II, 'de Hertogen van York en Glociiester, als 
Ook Prins Robbert , hij in hunne jeugd in de tekenkohst 
heeft onderwezen. Vejrvolgpns geraakte hij in dienst van den, 
Koning van Trankrijk^ ook van DeAemarkeriy en eindelijk vaa 
Koningin Christina van Sweden, die hem inzonderheid bpven 
knderen lijden mogt, verfcheidene gefchenkcn gaf, en hem tot 
haren eerften Kamierfieer aanftelde. Terwijl hij in dienst van 
deze 20* beroemde vorftin was, bezogt hij ttalien, Spanjeit^ 
franWylfe, Engeland y Denemarken ^ benevens . alle de hoven van 
jMsland^ ten einde om alle Potentaten én doorlugtige perfo- 
'neii voor haar uit tö fchilderen, die zij dan Tiare beeldtcnis 
üitzifgt om bekend te wUlèn wezen, door onzen Bick g3- 
■ fchildei^d, deedt aanbieden; wakr op Joost van Vondel, niet 
oftaaftig dit Jsesregelig vers heeft 'gedigt: 

De 



BECKï (DAVID) t^^ 

• DiB liéfae tot de Bonst luikt op met groter hope 
Van eer en prijs, nu Becks de Vorflen van Europej 
Uit last der Koningin , door zijne konst herteelt. 
En hun Christyn vereert, in haar onfterflijk beeft. 
' Zoo wordt GüSTAVüs bloed van Hof tot Hof geboren. 
Wie klaagt dan aan decs verf en wisfel wordt verloren* 

Dit bedrijf van Chri^tina leide aan onzen Béck geenc wind- 
eijers, maar gaf hem veel voordeel; want zijne vrienden ftrek- 
ken ten getuige, dat hij door deze gelegenheid negen gouden 
ketenen en medailjen van Koningen en Vorften ten gefchenke 
bekwam. Öij was zegt men , zo ongemeen vaarifg in het 
fchilderen, dat de Koning van Engeland op zekere tijd tot hem 
zeide: „ Ëeck, ik geloof dat gij te paard zittende' zoud kunnen 
„ fchilderen.^' In den jaie 1653 te Romen zijnde, wierdt hem- 
door de Bentvpgels aldaar, veel eer bewezflen, en 2ij gaven 
hem de bentnaam van Culde Scepter y ftaande onder zijn diplo- 
ma meer dan <5o namen getekend , die ook op het fmulmaal , 
ten kosten van den nieuwen Bentvogel, zijnen lof in verfen 
verkondigden, ' \ , 

De verbindtenfs waar in hij met Christina ftondt, eindelijk 
moede wordende en naar vrijheid hakende, nam hij voor in 
de tijd dat zif een fpèeheis naar Frankrijk zoude doen , om 
enlgien tijd te Parijs te vertoeven, zijne Hollandfe vrienden te 
gaan ppzoeken. Hij verzogt haar hier toe om verlof, dat zg 
hem bezwaarlijk in\iïfHligde, do<M*dien zij het vermoeden hadt 
opgevat, dat hij zogt heen te gaan om nimmer weder të ke- 
ren; gelijk ook gebeurt is, want hij overleed in 's Hage op 
den 20 december 1(556, niet zonder vermoeden van door 
vergif van kant geholpen te zijn. 

Men v€frhaalt van dezen Schilder , dat hij in Dmtsïand rel^ 
j:ende, door een onvoorziene ziekte werdt aangevallen, en 
daar door in zulk een verregaande flauwte verviel , dat hij zig 
ten enemalen gevoelloos bevondt, geen het minfte teken van 
leven gaf, en men hem volftrekt voor dood hiefdt; naar ge* 
woonte, werdt hij hier op uitgekleed, en uitgcftrekt op zijn 

N 2 ledi- 




tfS. PEK. (GEEI^'pMjyp Uro^öRIKS van) 

ledikant gelegd; jsit^nd^ zijn beide knegts in hec zelvde Vflt^J 
trek j| die be?ig waren , om met efyi bottel wijn de droepiei^ 
ta lenigjen, die Beck's dood bij hun ha^dt verwekt. Onder- 
hot fjun^omien en drinken, zegt een van deze knapen, den- 
kelijk lugtig en kortswijlig van aart, dat wij 't onzen Heet ook 
^en j toq|Dr§gtf n ^ hij h^cft het in zijn leven 90 gaarne gelust, 
en met een Haat hij op, en duwt David den roemer met 
t^ijn^n d? lippen; naar all^ wa,arfchijnlijkheid, werkte, ^e 
teyHs, yzn het geestrijk vpgt zodanig op zijne zenuwen , dat hij, 
njln of meer bekwam, den mond opende, en een weinig van 
^U w5|n influrpte ;. de. knegt zpnder vervaard te worden , zeidei 
hi^ op, tpgens zijnen makker .^ eij kijk Jan, ons Heei* lust nog 
tfijn na zgn dppd, ^n met een z^tte hij hem het glas ander^ 
)5^al aao den mond, T^aar uit hij[ een frisfe teug nam, vai^ 
c^t pg^nblik af aan herftelde., en n^ogjarei^ na dienti]d geleefd 
hjerft» — — Befchrijw der Jiad. Delft, in folio, 1729, bl. 783 
784» J. HoüBRAKO, Schomlj. der Schilders. I|. D. bji, 83-87. 

BpK (GEERTRUYD HENDRIKS van), ene weduwe, 
tronende te Utreckop *t zand, oud 72 jaren, zekei*lijk zo b.^ 
hare huren als bij anderen, onder dp dwaze verdcnkuig van 
tpyevö l^'gg^"^^» befloQt naar Ond^water te reizen, ten eindq;.- 
^Ig aldaar pp d^ ftads wage te doen wegen , en aldus door een 
verkregen ge^uigfchrift, zig van dq blaam haar aangewreven 
te It^nnen :5iüveren. Zij de^dt zulks, wierdt vdgens gewoon 
<l^d$ gftbyuik, in baar heqibd, enkel met een falij of fluijer 
tiïdQHt, gewogen, en ingevolge (rertifipiat van Schepenen dier. 
Jilad, ixi dato 20 Qiaart 171I) bevonden, dat hav gewigte .met 
dg tiatuiulijke proportie van haar lighaam wel was pvereenko- 
mende, en zij gevolgelijk geene toveres was. Wij brengen 
dij: geval niet alleen bij , om te doen zien , in hoe verre het 
galqof aan fpoken en hekfen, nog in den aanyang van zulk 
f en yerh'gte eeuwe als deze, onder het gemeen plaats vondt, 
maar teifens ook om onze verwondering te kennen te geven, 
hqe *t mcjpglijk is , 4at de regering van ene Nederland/e ftad , 
. aan het hiigelcpf zodanig yoedzel beeft kunnen y^rfch^ffen. 

met 



BEEK. QÖHAliNES Va») 7Jp^ 

'liiet het gèméén in 'den nv^aan të höudën , 'da< üoor middel vasl 
!de waag, koste befüst worden, of ieiriand aan zuUt eïn ber^ 
fenfchimmige misdaad fchuldig Wlïre (&n ni6L Nft tet jflir 
^72^ weten wij niet dat deze vreemde proef weder Is te W9fk 
'geddd , 'als toen is dié nóg ul^éoefifeiid aan ISXjja Abx^sK 
Van den Dool, èn N££ltje t[ÈERSBÉ&Gidr, man en nonw^ 
^troonagtig op dén Z)ofl/' onder Meerkerk* ■ ■■ O; Ui tAB 

Kinschot, Béfchryv. vim Oudewdier, bl 160^ liu 

BEEiC CJÖllANNËS van) , méesfal l>bkéiid bnft» déli mA 
Van Beka^ was een Edelman, gefproten uit het geflagt dCt 
Stoütenbürgen, welke uit Amersfoort afkomHig wèreüi B&KA 
is Kanunnik "geweest te Ütreck, en heeft zo als btSkhti^ ia, 
gefchrëveii : Cbrmicon Episcoporum tJltrmeQAiflim h OmSiuh 
tlollanduej ad Jóanne^ ab ArkIel, Episcoputn, ép GvtListMuiA 
ïlollahdüè Comitenu Bezt zijn ai beid was èoor hem D^édi'4* 
gèn , aan Bisfchop Jan Van Arkel en aén WilLeM, GravevaH 
Holland; hebbende hij met de vervaardiging daat vah^ zi(; 
gedurende den tijd van zeven jaren beziggehouden, ingevol- 
ge zijn eigen getuigenis^ in gemelde opdragt, aangevoerde . 
Deze kronijkj is door B; Fürmerius, met het vervolg vaa 
SuFFR; Petri en zijne bijgevoegde aantekeningen | te Franeker 
in 161 2 in *t licht gegeven; doch naderhand door Arn. Buchjs» 
MUS, in Corpore Hiftorice LfltregeEiirue veel verbeterd, in 1645 
kk folio, door den druk gemeen gemaakt. Ene nederduitb 
vertaling van dit werk , op vele plaatzen vei'meerderd en veri» 
volgd, kwam door de bezorging van enen ongenoemden in 
1701, in 't licht, ên is ingelijfd in dé Amktta vetefii Mvii 
van dén Hoogleraar Ant. Matthjéus , Toni. V. van dön drul 
ih 8vo. en in Töm. III. van d\en in 4to. 

Voortö wordt de lof van onzen van Beeic t^erihéld; In hÉt 
wérk van Phiup^us üe Ijsyots, de fdrtp Principatéis, Cajü LX) 
daar hij fchrijft : Quid laudis, \pi(e memoria, jtüs hon^'Ci^bÜi 
tlollanduB füpertsfety nifi felix canoïntm Si» Addherti in Ègniini^ 
éi & maridjiica vita pro impóte tlloruffi faSd^ ff deinde brM 
rompenrfw Joannes pe Beka, Prasbiter yigiHü UHemasJh? H* 

N3 ö 



99 

ft 
99 



198 BEEK. (KOIUSELIS van) BEEK. (PIETER va») 

is wzzi, dat dit getuigenis veel verdonkprd wordt, door het 
geneGKHB- G^mwhaukr, in Prafa^iom ad Gemqma/rumrerim 
iUuJiratimmy ,ten zijnen aanziene zegt: „ dat hij namentlijk 
als een onervaren timmerman , die z^n handwerk niet ver- 
ftaat, de bouwftoffen die hij van elders gehaald heeft, niet 
naar behoren weet te plaatzen ; " dan dit vernederend ge- 
tuigenis vervalt len dele , wanneer men in aanmerking neemt , 
dat Petr.. ScRiYMius in zgne Kronijk der Hallmdje Gropen^ 
hem grotendeels gevolgd heeft. Bbka's kronijk loopt tol 
aan het jaar 13935 en niet 20 als Vossius zegt, tot 1246; 
ook niet, zo als Goudhoeven fchrijft, tot 1245; want aj ein- 
digd möt den ddod van Floris va» Wbveunkhoven , en die 
weet men dat in 1393 overleden is. ■ Vossius, de Hift. 

IM. c. LIX. p. 446. Henr. Wharto». ad Guil. Cave. Vol. 
II. p. XU Fabrich, Bihl IM. Med. Tom. IV. p. I53, I54- 
J. F. FOPFKNS, Bibl. Belg. pag. 576. G. BuRtóANUi, Trajec- 
tm eruditum , p- 21-23. C. Saxi, Onomast. litterar. Pars II. 

F. 366, 3^7. 

BEEK (KORNELIS van) , leefde in de XVde eeuw , en b 
geweest Kanunnik en Prior , van het. Klooster dtvifio Jpostolo- 
rum genaamd , te UtrecJn;. Hij heeft den roem nagelaten , ee» 
man geweest te zijn van een gezond oirdeel, fchrander ver- 
nuft en diepe geleerdheid. Zijne nagelatene werken zijn: 
I. Chrmieon Jui Mmasteril 2. Oratiapm corara PropHetarios. 
3. TraSatum de vijtmionibus MwiasUriofwn. — • J. F- Fo»* 
PENS, BibL Belg. pag. 194- 

BEEK (PIETER VAN) > is ftigter geweest in 1 724 van een 
Hofje- te Amfteldam^ in de ScMjemakers-gang in de Angeliers- 
ffraat ,-beftaande uit tien woningen. De bewoonfters genie- 
ten, behalven vrije woning, ieder 31 manden turf, in 't Jaar, 
en vijf guldens om vlees te kopen. De beftiering van dit Hof- 
je ftaat aan twee Regenten , uit de maagfchap van den llig- 
ter , die zig in 't begeven der plaatzen , aan geene b^zondere 
gezindheid bepalen. •— - Wag^, Befchrijv. vm Arnfl- VHI, 

St bl. $13, 014-^ . 

• BEEK 






'BEEK. (RÖBBEK'i' VA^) JJEÉKJÏ. QOH. -VAi^ ÖEftJ ïf^ 



BEEK (ROBBERT vaiS) , is gelireitst Kbmnglijkc Raid ]a 
*dè provintie van Or^sfii^ en heeft gefchreven : FaOcimUfi 
hmi pro tnviüif Phiuppo, I^g$ ^ngli^i Francicé; lièépoiisi 
Jrchüiêce Jujiricf 6f<r. SwóUw per Jo, RpREMOïiDAMuii , 1^5^, ti 

jfio. — J. Fi Fó¥pens ^ BiWi Stf^, pag. 1074, 

BEEKE CJÖli VAN DERJi iJiugemcéster van flWioè^, 
werdt benevens Biso Hekman Scheele en Bernaro BiQltiircic^ 
uié de Edelen van Zallmd en Twerice , in bet jaar löSSi ^Bdu' 
tende den tweefpalt dip 'er toen teir tijd ; tusfen de SCaatslfdeu 
van Ovtfny;i/ê/ plaats vondt,\ wegens de verkiezing van ^m 
brosfaard in Twente ; dDot de regering van peyeré^ éü d0 
Edelen die hét möt h^r hielden i op enen geloofsbrief, Üie öp 
'name der Staten getekend was ; naar V Hagé ge2ónd0n j t)t4 
iter vergadering vAn Holland ^ te klagen ; over de ongeregelde 
verkiezing van enen Stadhouder in den perfoon van d^n jongen 
trins Van Oranjpe, aan wlèn WiLlea* Frederik van NAjJiiüJ 
Stadhouder van Friesland^ als Luitenant was toegevoegd < wel- 
ke verkiezing onlangs tegen de privilegiën én tègén 9ih bC^^ 
fluit dier Staten van den 19 feptember 165^9 onderijpijjei} 
was; welk beiluit bepaalde, dat éulks niet dan iliet eenpirig- 
Ëeid van ftemmen mogt geTchieden* Voorts verzogtèn z|j dejT 
Staten 'bijftand 9 t^ns de verdrukking voor welke zij iiès^^ 
'den. De Staten van Holland heh gehoord hebbende, itrgrëg. 
'de Edelen; Dtfrdrechi en Haarlem van begrip, dat m(9n iiir\ 
toehoorde bij te fiaan , indien de andere paiüj hen wilde tiopijt 
^aken; tot het erkennen van den Stadhouder,' hier voi^4fi^ 
isig nog zeven dndere fteden bi). Npgthans, böfloot ds iét^ 
gadertng alleenlijk de bevelen te vernieuwen , die zij te yQX&i 
aan 't krijgsvolk, ter harér bètalinge ftaande, badt latédl $(- 
gaan,* van zig'namèntlijk niet te fteken in den twist, die fo^ 
fen de Staten van Over^sfel ontftaan was j en der ene DÓch 
der andere partije de band te bieden; lp tneij, kwam *^f eüj^ 
bezending van de andere partij, diè Z^g iK>K dé S(atè^ v^n 
Överijsfel noemden; aan de Staten vah tJolUnnd. De g§tP%ig: 
den waren Adbiaan Jurrjaan van HAAi^^ii£> lot dto Okk^ 



%0O BEËKË. (JOIT. VAN DER) 

■ I 

hove^ RuDOLF VAN LAJ7GBN, Burgemcestor van Kampen , tu. 
Henrik Wolfsen, Burgemeester van Z'wdle, Zij vertoorden 
den Staten breed voeriglijk; „ dat de Edelen en de drie (leden ^ 
^ Deventer j Kampen tn* Zwolle, de opperfte magt van Overijsfel 
„ uitmaakten ; dat 'er tegenwoordig 69 Edelen waréfi , die zit*. 
^ ting hadden ten landdage, alwaar alles, uitgenomen zaken 
y, van belastinge, met meerde] hcid van Hemmen beflcten werdt; 
„ dat deze meerdci hcid werdc uitgemaakt, door een' Edelman 
„ gevoegJ bij de drie (leden ; of door 24 Ede'en , gevoegd 
„ bij twee (leden; of door 47 Edelen, gevoegd bij ene en- 
„ kele f.ai; dat 'er tegenwoordig maar 17* of 18 Edelen, ne- 
„ vens de (lad Deveftter waren,. die zig kanteden, tegen het 
„ Drosfaardfchap van den Here van Haarsoi.te ; dat hier uit 
„ de fcheuring van den landdag en velerlei opfphuddingen en 
„ verwarringen gevolgd waren, om welken weg te nemen, 
„ en de enigheid te herftellen, zij geenen beteren raad gewe- 
^ ten hadden, dan den Prins van Oranje, tot Stadhouder, 
„ en Willem Fredrik, vorst van Nasfau, tot deszelvs Lui- 
„ tenant te verkiezen. Dat de laatstgemelde Prins hun den 
„ weg tot bemiddeling aangeraden hadt, om de gefchillen bij 
,f te leggen ; doch dat die van Deventer zig hier tegen , en te- 
,, gen de aandelling van enen Stadhouder hadden gek;)nt. 
,, Dat zij dit alles , den Staten van Holland wel hadden willen 
^, vertonen, tot hunne eigene verdediging , en nu, ten beflui- 
„ te vcrzogten , dat hunne Ed. Gr. Mog. hun het regt wilden 
„ doen, van te verklaren, dat zij, en niet de dad Deventer ^ 
„ en de weinige Edelen, die zig bij dezelve gevoegd hadden, 
s lands opperfte magt vertoonden, ter tijd toe, dat de ver* 
deelde leden allen wedei-om verenigd zouden zijn; en dat 
„ zij hen wilden helpen herftellen in het regtsgebied over 
„ Twente , welk die van Deventer zig aargemaffgd hadden , be- 
„ vel gevende, dat men daar niet Haarsolte, maar Bever- 
„ VOORDE, als Drosfaard erkennen zou»" Zij voegden 'er 
bij : „ dat dit zou kunnen gefchieden , door ter Generaliteit 
f, te bewerken, het intrekken van den last, aan 't krijgsvolk 
'^ van den Stfaat gegoven , om noch de ene noch de andere 

„ par- 



39 



BEEKEi CJOH. VAN £Eft) int 



\ 



^ paröj te helpen/* De Staten 't vertoog van dïc Van Zmlle^ 
welken zig middeterwijl, ook bij de Staten van Z^^'a^iver*. 
voegd hadden, overwogen hebbende, verftonden daar na, dat 
men den twist in der minne moest zoeken bij ti leggen ; wan*. 
Beer de zaken eerst herfteld waren in den (laat, waar in zij 
gpweest waren , voor fiet ontftaaii der fcheuringe ; oirdeelden 
zg, dat, ten minllen in 't ftuk der aanftellinge'van enen Stad^ 
houder, geene overfteraming vallen kon. Men gaf van ditbe* 
fluit kennis ter Gene aliieit, doch de algemene Staten oirdeel- 
den in feptember, dat men, zorder zulk ene herftelling te 
vorderen, geaiagtigden afzenden kon, om de gefchillen te bc- 
middelen; maar de afgevaardigden van Holland^ wel bevroe- 
dende, dat zulke gemagtigden, uit en door de algemene Sta- 
ten gekoren wordende, niet zouden kunnen naliten, de ver- 
kiezing des Stadhouders te bev-estigen , kanteden zig h er te- 
gen; ook verklaarden die van Deveiüery dat zij zulk ene be- 
zending niet zouden ontvangen, noch in onder'.andel.ng tre* 
den, met iemand, die van wCgen de algemene Siaten afge- 
zonden werdt. De tweedragt bleef tierhal ve, vooitduren; ter- 
wijl men het ondertusfen onder de hand zo ven e wist te bien- 
gen, dat de algemene Staten , in den aanvang des jaars 1655, 
die van Overijsfel bewogen, gemagtigden naar 's Hagé te zen- 
den, met welken zij of hunne afgevaardigden zouden 'kunnen 
handelen. Beide die van Zwolle en van Deventer kwamen teen 
overeen , om , tot beflisfing der gefchillen , te benoemen Prins 
Willem van Nassau en den Raadpenfionaris öe WitTj dio 
eerlang eens werden : „ dat de voorgewende verkiezing van 
„ enen Stadhouder, zo wel ten opzigte van den prinfe vai* 
„ Oranje, als ten opzigte van den vo.st van Nassau, zou 
,j gehouden worden voor vernietigd; dat Haar^olte ook af* 
^ fland zou doen van het Drostambt van Twer^te, waar toe men 
„ hem hieldt te zijn aangefleld, en dat dit ambt, bq voor- 
p, raad , zou gelaten worden aan den Here van Bevervoor* 
„ DE," die 't na 't overlijden van den jongften Drosfaard^ 
reeds als Ferwalter bekleed hadt. De vorst van Nassau hadt 
ce voren reeds verklaard , dat hij om vredes wille , afilan^ü 

N J WU- 



èo2 feEËKE. (JOli. VAN der) 

\vilde doen Van de ain hfcm opgedragcné waardigheicj; De 
tseide partijen aangenomen hebbende; vërflag te doen van de« 
2e ultfpraak, vonden die leden van welke zl} geniagtigd wa« 
J-en^ inet pïmé dte v2n Zwolle , ongezind; om zig aan dezelve 
te onderwerpen. De fcheuring fléepte middelerwiji , velerlei 
nadelige gevolgen met zig; JBasféJt zelv' werdt; door die vaa 
Zwolle in mcij of jung des volgenden jaars 1657 belegerd; en 
fchreef aan An^eUbmj om bijftand. ^Jboch toen het vuur van 
twedragt oji 't vinnigst aan *t branden was ; werden het beide 
^de partijen moede. * 2ij kwamen eindelijk overeen ^ oilh dè 
gèfchillén volftrekte 'ijk , te verblyvtn aan de uUrpraak der 
^tditn van Holloaid^ die Kornelis de Graaf; Heer van Zuidr' 
polsbroek, en den llaadpenfionciris de Witt, benoemden, om^ 
uit hunnen naam, de zaak af te doen; dezen arbeidden *er 
ènigé dagen met zo veel vlijt «aan , dat zij eerlang, op den 
Bften augustus, ene wljdlugtige uitfpraak deden j die niét al- 
leen de beflisfing der gefchillen inhieldt, maar zcivs gehele 
fchikkingen op het beleid der regcringe , in de vergaderingd 
der Staten van 't gewest, en irt de mindere kollëgien en amb- 
ten. De voornaamlle punten kwamen hièV op uit : „ dat dè 
i, aanllelling van Rütger van HAARfÖLTE tot Drost van Twen- 
^ te, zöu gerekend worden, als niet gefchied; ook de aan- \ 
i, Helling van den Prinfè Willem van Nassau, tot Luitenant 
,i Stadhouder ; dat het gefchil over de verkiezing va^ den Prin- 
i, fe VAN Oranje, zou gelaten worden in zljiiè waarde en on- 
j, waarde, én aan faet oirdeel der genen, die in de rc^eringe 
,-, zouden zijn, wanneer zgne Hoogheid bekwame jaren be- 
j, reikt zou hebben , om dé waardig'iéid van Stadhouder té 
„ bekleden. t)at die van Devenier vrijheid zouden hebben, 
„ om de tegenwoordig openftaande ambten, binnen den tijd 
„ van agt dagen, te verdelen in twee gelijke delen, en dat de 
„ andere partij de keuze hebben zou vai? een dezer delen ^ 
^ ten einde aan de ambten, in het zelve gebragt, te bege- 
„ ven voor de vereniging der twee partijen; doch iridien z3j 
^, hier toe niet kooverftaan, zouden allé dé ambten; vijf 
^ jaren lang, onb^evcn blyven, en hét Drostótóibt vmTwev^ 

^ ^9 



97 
99 



BEEKMAN. (IZAAK) iój 

„ té, iniddelerwijl bediend worden, door den Heer van Be- 
p VERVOORD& Dat Ha^At en Steenw^ky vportaan op zaken 
5, van vrede en oof log i verandering van Undregten , verkie- 
zing van Stadhouderëh en opftellinge van nieuwe lasten , 
ten Landdage befchreven zouden worden, en bejpenrtód- 
plegen. Dat 'èr een algemene vëfgifFcnis van al 't voorge- 
vallene zou afgekondigd word/sn, waar van egter de ma- 
„ kei's van fchimpfchriften gouden uitgefloten zgn/* De gc^ 
magtigden van beide partijen onderwierpen zig aan deze uit- 
fpraak, omhelsden clkanderen vriendelijk, ten teken van vol- 
komen' verzoening, bedankten de Graaf en Dt Wrrr, en 
werden door de Gecommitteerde Raden , uit name der Sta- 
ten van Holland, op de D.oele ter maaltyd onthaald; waar 
na de rust in Overijsfel, eindelijk voor enen tijd herfteld 
werdt. — ÏHURLoés, Papers. Vol. lU. p^ 115. Vol. IV. 
p. t5o, <Si. 460. 470. 4po. 514. 516. Vol. VI. p. 333. 330. 
459. Wi^QüEFORT, Hiffoire des 'Provinces unies ^ Livr. IX. 
J. 495. Livr. X. p. 547 , 548. De Witt , Brieven, l. D. 
bl. 258. III. D. bl. 33. 47. 178- 397' 404. 408. 412T-415. 
De Witt, Refolutien van Conjideratie. bl. 241. L. van Air- 
ZEMA, Zaken vanStaat enOorlog. IV. D. bl. 168-178. 180-195. 
Wag.,^ Fiid. Hifi. Xn. D. bl. 406-412-^ 

BEEKMAN (IZAAK), geboren omtrent het jaar 15 70, na 
alle waarfchijnlijkheid in den omtiek van DordrecM, leide zig 
gverig toe op het beoeffenen der mathematife wetpnfchappen, 
zo dat hij daar in grotelijks uitgpmunt heeft, in zo verre dat 
de reizende vreemdelingen hem onder het getal van die ver- 
maarde mannen rekenden , bij wien zij een bezoek moesten 
afleggen; maar doordien deze wetenfchap zeldzaam een ruim 
feeftaan aan derzelver beoefFenaars verfchaft,- nam hij de Ree- 
torsplaats der latijnfe fcholen aali , die hem door de regering 
rsLTi DordrecJa op den 2 junij 1627 wierdt aangeboden, waar 
bij naderhand gevoegd wierut, de waardigheid van Hoogleraar 
in dcredeneerkunde. Dezen post nam hij met alle vlijt waar, 
gijne boofdlief hebberig , de mathei^atiic weteufcbappei^tefièns 

vkt 



2é4 BÈEKlViAN. (ÏZAAK) 

liiet verwaarlozende, tat op ^n dood toe, treike voönié 
deu 20 me^ 1637. lüj is gehuwd geweest, en beeft ene do^ 
ter nagplatcn ; getrouwd met de Heer A- van deé PiRiuii 
Burgcmcfcstcr te Flisjingen. *rwee zijner broeders , mede lief- 
liebbers der wetenfchappén , zijn Rehoren te Rotterdam cft 
Vüfingen geweest 

Beekman was cdn der Wamifté vrienden van CartesiüS, 
inet wien hij door een zonderling toeval in kennis geraakte. 
Cartesiüs namelijk was in Hotlanófen krijgsdienst, en zig te 
Breda in guarnifoen bevindende, zag hij op zekeren morgeri 
iTandelende, dat de voorbijgangers hunne aandagt vestigdeft 
op een mat- ematisch voorftql , 't welk in het nédcrduits op 
den hoek van ene flrait aangcj^lakt waS, hij deze taal niet 
Vérftaande, verzogt aan Beekman een der omftandörs, dien 
hij egtcr niét kende , om het hem in 't latijn of frans te wil- 
len uitleggen ; deze ven\'onderd over dié vraag , beloofde deiï 
jongen krijgsman aan zijn verzoek té zullen voldoen, ondet 
voorwaarde, dat hij hem de oplosfing van hêtvraagftuk zou» 
de brengen; Cartesius beloofde zulks, en hieldt wooid; ter 
zei ver tijd redeneerde hjj met zo vod giond en juist oirdeel 
over vdrfcheidené wetenfchappén, dat de gcoeffénde Mathe- 
maticus 'er over verllcld ilond , en belyden moest , dat 'ét 
officier hem zaken leerde die hij niet wist; van dit ogen- 
Wik af aan floten zij ook ené wéerkerige vrièndthap, die 17 
jaren heeft Hand gehouden, naméntlijk tot op den dood van 
Beekman ; ook onderhielden zjj ene onafgöbrokené briefwisfe- 
lihg. Het was op a:anhoiiden van dezen vriend, dat Carte- 
siüs refeds in 1618 zHJn Compendium Miijicce vervaardigde, dat 
eèrst 30 jaren daar na is in 't licht gekomen. Bïkkman wlldé 
•er zig in de afwezigheid van den fcÜrijvér de eer van toe- 
eigenen ; doch in 't vervolg beleed hij dat het 't werk van 
dien beroemden wijsgeer was , maar tefFens grf hij vóór , 'er 
't beftier over gehadt té hebben ; hoe 't ook mag zjjft , dft 
voorval veroirzaakte in den beginne enige verkoeling in hunne 
vriendfchap, doch die vuurde wel dra weder aan, en teeft: 

gelijk gezegd is, tot het einde' van BEEKMiair's levéh ftaad 

ge- 



BEEKMAJf. (MARTINyS) BE;ELDEMAKER» «^^ 

{^ud^, See?* geleerde man ^ hqeft in^ druk nagelaten; . 
MafhenuOicpyFh^canim Medüationm Cerouri^, Trajeüi ad Rh€^ 
nffra, i64f. «» 4to. ^ Baillet, Fte (fc Descarte^, endU^ 

y^rs mdfoiti> du Tom. I. & Tom. IL pag. 547, Pa^vQ?'» Mct^ 
notres litter, Tpm. XY-II- P: 401-403. M- Bajun, BefchTf, 
vf^n Dordrecht, bl. 674. 6'J7. . . ,, .^ 

BEEKMAN (MARTINUS) , Drosfaard en Dijkgraav van' 
de Baronnie van Jasperen, heefM'n het jaar 1745, oader onze 
Vadérlandfe Historiefchrijvcrs, ene plaats verworven^ door hefc' 
in 't licht gpven, van zgne t2$efcf|2iibni9 ban be ^töö en VBgp 
wnnije ban 3ï#peren; waar in befchreven wordt dcrzel ver' 
oudheid, gebouwen i hoge en' lage regering enz. De Dros- 
faard heeft zijne befchriiving in XXII hoofdftukken afgedeeld,' 
behelzende alfes wat tot- ene volledige plaats-befchrijving ver- 
eist wordt; het is te Utrecht in gameiden jare ip 8vo* ge* 
drukt, en met enige- fraije konstprentwi verficrt^ 

; PKELQEMAIPLR (FRANS), Konstfchildcr, een zoon vaa . 
Jqhax9jnb$, wiqrdt geboren in V Gravmbage in het jaar 16Ö9,, 
erx hpxdp de beginzel^n der fchildei'kqnst hij zijnen vader,. 
jp^ar tot rijpprp jarpn .gekomen zijnde, kwapi zijn lust niet' 
overeen, met zijn vaders konstverkiczing^, in het fchildereiv 
^an jagtqn , djeren en anderp voorwerpen m^r van dien aart, 
jjiaar zijnp neiging helde pyer to; verhevener ondpr werpen; 
Qm dan aan ?ijne geneigtheid tp voldoen, werdt hij befteld bjij 
<3en beroemden Historiefchllder Willem Doedyws , bij wien 
ijij het oeifónpn van z^n* konst met vlijt voortzette; ter tij4 
toe, dat hij zig bekwam oirdeelde pn belust werdt om Rm^ 
dat vermaard l'^^/Zzu/it^m der f^hilderkonst, te gaan bezoeken; 
hier enigen tijd geweest ^pijnde, geraakte hij w^l dra in ken-f 
pis m^t de Bentbroqder? , di^ hem oni agijn ngrs en grijnzend 
humeur, den toenaam vm ^ap gaven; Beeldemakei^ wierdt 
Jiier hooggaande Ipiorrig over en fpeelde dfin be^t, dan de 03 
zijne kosten fmullende broeders beduiden hem ras met gevoet 
lige reden, dat fp&oon hij. d'aktant was, hij niets te zeggeri 
(jadt en yooral ^oet ipopst zijn; bet manneke niet ^nders kun^ 

nen* 



iOê BEELDEMAEEIL (JOHANK^) 

nënde» bedaarde, én moest zig den bentnaam rail A^ laÊCQ 
i^elg^\'allen ; verders bragt men den OTerigen tgd van de bij' 
eenkomst, die t^mel^k werdt uitgerekt, in flempen, drinkea 
1^ gullff vrolijkheid door. Dit voorval ^er kropte hem ge- 
weldig, en hïr bleef ook niet lang daar na te Romen y maar 
kwam fpoedig naar Holland te n^, en zette zig met 'er woon 
cp zijn^ geboorteplaats neder, daar h$ in den beginne veel 
te doen badt, met het fchildeien van zolder-, deur- en fchoor- 
fleenfh|kken ; inzonderheid in de tusfentijd , dat Mattbeu^ 
TxRWXSTEN naar Romen was, doordien men daar op dat pas 
weinig keur hadt, vermits de oude Meesters meest dood wa- 
ren j maar pen Tehwesten van zijne drfq'arige r^ize te rug 
was gi^omen, hadt hi) weinig meer te doen, alzo deze hem 
verreweg in bekwaamheid overtrof. F&ans was pok lid der 
Haagje broederfdiap , maar hij gedroeg 2^g zo nors en grilh'g 
ten aanzien van zijne medebroeders, dat men ras b^eepj, 
dat hij te r^ in Romen met den bentnaam van ^ap gedoopt 
was, In 1717 ging hg buiten Rotterdam wonen ter plaatzef 
daar zijne vrouw geboren was , en üierf aldaar in een hogen 
ouderdom. — — J. C. Weterman, Leven der Schilders, IV. 
ï). bl. 61. J. V. GooL, Nieuwe Schouwburg &c. L D. bL 
289-292. * 

BEELDEMAKER (JOHANNÊS), Konstfchilder, d* vader 
van Frans; is in het jaar 1630 in 's Hage gebaren. Dezes kon- 
ftenaars voorname liefhebberij befliond , in het fchilderen van 
harten- en zwijne-jagten , en al wat tot deze vorftelijke tijd- 
korting behoort, ook hazen, konijnen, honden; en mede 
de vereiste mcnfelijke beelden, als heren, vrouwen, jagers, 
jongens en boeren ; en doorgaans ftofïèerde hij de voorgronden 
van zijn (hikken , niet klisfen , planten , distels , inliyidre krui- 
den, en meer andere dingep van dien aart. Ook fchilderde 
hij fomtijds wel é^ flapend boerinnetje, verzelt van melk- 
kocijen, fchapen, lammeren, huppelende bokken en geiten, 
die bij haar oritwaken de melkemmers door de jagers honden 
uitgefliirpt Vondt. Daar is nog een (luk van hem voor han- 
den, dat zeer fchoon en welgcfchildcrd is, verbeeldende een 

fla- 



1EEL8. (LEONARD) BEELS. (MART. ADRIAAJQ iof 

iripèndc Nijmf , opgcwagt bij cbn veldiloet van huppelende 
bokken 'eï^ geiten ; het is gejaartekend 1652. Ja» Beeldemx- 
xfeR hidt in ?ijn tijd veel leerlingen én ook vele kinderen; 
'hij moet in epn zeer hogen ouderdom geftorven zijn , want hg 
•leefde nog in lyip. ' J, p. Weyerman, Z^vctx derScJ^ 
'dersy IV, D- hl. 407, 408. J. v. GobL, Nieuy^e ScJm'whurg^ 
I. D. bl, 63, 64- 

BEELS (LEONARD), Predikant tt Jmfteldam , ingeboren 
-den 13 feptember 1674, wierdjt in 1708 beroepen te Breide 
' leuy alwaar hij het Euangelie tot in 1722 heeft verkondigd^ 
wanneer naar Amjieldaih is verplaatst, daar hij op dpn 5 no- 
vember i75(J in -den ouderdom <^an 82 jaren en omtrent tw«| 
maanden is overleden. Zijn Eerwaarde heeft zeer vele zijner 
lettervrugten' door den druk geiiieen gemaakt; w^ar van dfc 
voornaamlleii zijn: i. ^oct-/ ?S5ct^- en (Crao^t|Bofp:n/ 1747. 
Slmfl. in 4t0. 2. 2Jij6fïoeffhiingeiï. 1744- 2Cm(ï.4t6. 3. *^JWicns 
frijrert «fcerflcn. 1 748. SHnifl 4to» 4- iSoöom^ fonöe m fh-affé» 
3730. ?lmji 'Sbo. — — Boékz.f i73r. a. bl. 490. 1756. h 
bl. 654. AficouDE, Naamregister, druk van 1772. bl. 37, 38i 

,Bïm ®d. (Bntcpd/ UI. 2^ f. (554- en XI. 2I(). f. 708. 

BEELS (MARTEN ADRIAAN), een zoon van Leonard, 
Was Burgemeester te Amfteldam in 1787; een tijdvak, waa^ 
in de gemoederen in ons gemenebest zodanig aan 't geiten 
waren én in denkbeelden- verfchilden , dat men aan de enQ 
aijde het toe;i plaats vindend beftier voor goedkemende , van 
geené verandering noch vbbetering der in zwang gaande mis? 
bruiken en gebreken, die voorzeker vèlc waren, wilde ho- 
ren, en zig met hand en tand daar tegen kantte; terwijl de 
andere p^rt^ di^ d^r vrijheid namelijk > geene middelen t^ 
moeijelijk vpndpnj, die huo tegen waien t^ overwinnen, en 
het zo nodig herüel in 's lands en ftedelijk beftier met kragt 
dóór te zetten , en waA 't mooglijk uit te werken. Burgemces-t 
ter Beeu behoorde tot de eerstgenoemde partij , ch geen won- 
der d^n ook, dat hij zig den haat van dat gedéèifis des \Qolks opi 
den hals hadt geladen, die voor de vrijheid ijverden , en herftel 
van hjire bezwaren voixierden. De eerfle uitwerkingen van 

de- 



f óS BEELS. (MAKTEN ADRIAAN) \ 

.dezen haat en afkeer tegens hem, ondervond t hl}» toen hg b^; 
nevens agt zijner MeJeraden, den ar april 1787, op aandrang 
der Burgerij als lid van de Vroedfghap wierdt afgezet; hot 
twede w^s noodlottigQr, want op den 24 meij van dat zelvdo 
jaar , fleurde ene hollende bende meest uit het flimfte gefpujs 
beftaande, naar z^n huis, en plunderde hetzelve deerlijk uit. 
De Burgemeescer door het vocteuvei aan huis en kamer g<^ 
bonden, hadt nauwelijks tijd, om het naderend geweld verne- 
mende , zig op enen ftoel door zijne knegts naar het agterhuia» 
^n voorts in den ftal te laten dragen. Een zijner zonen en dog- 
ters , bezig met enige papieren van aangelegenheid te bergen , 
•werden daar in door het aanvangen der plundering^ gefloord ; 
zij weken , en een der dogteiQn bragt, in een hoekje van dea 
tuin vcrfcholen , een akeligen nagt doov. By het opdagen der 
gewapende Euigerije , verdween de fch^ndzieke bende, om 
haren moedwil aan nog twee andpre huizen te gaan koelen, 
Pe aanleidende oirzaak, tQt deze en meer ge'ijkfoortige fchen-^ 
daden was zegt men, het ter tekening leggen v^n een request, 
behelzende hoofJzaaklijk een verzoek: „ om de heiftelling 
van den Stadhouder in al/e waardigheden en voo.regtenj 
de afzetting der onlangs nieuw aangefteldc Raden en Kollo^ 
nellen; de herftelling der afgezetten; de handhaving van d^ 
„ Burgers, ir.- en opgezetenen bij derzelver voorregten; het 
„ weren der inbreuken jomtrent dit alles gefchied ; de beteu* 
„ geling van de losbandigheid der drukpersfe ; de venJetiging 
„ van alle vrijcorpfen en genootfchappen van wapenhandel; 
„ voorziening tegen het oproepen der fchutterijen , buitea 
,5, kennis en overleg der wethouderen; en eindelijk, het ber 
„ ictten van geld verzamelingen , ter betaling van vreemde ea 
„ ongeregelde troepea." Ook verzekert men , dat deze eer- 
loze feiten nimmer zouden gebeurd zijn, indien de toenma-r 
lige Hoofdofficier, de aanvangclijke ftorenisfen tegengegaaij 
en geweerd hadt. Hoe I|et 'er ook mede gelegen mag geweest 
zijn , verre was 't zelve van voorfpraak of verdediging te viri'^ 
den, ware Patriotten beklaagden zfg over dit bedrijf, waar 
door men poogde ene zaak, die oneindig betere midde^n ter 

VCIi 



39 
99 



BEELS. (MARTEN ADRIAAN) êop 

tftrdediging hadt, en te werk (telde, met onbehoorlijk en aL 
toos laakbaar geweld te bevorderen. Later kwam een com- 
misfie uit den Burgerkiijgsraad, den Burgemeester ten zijnen 
huize aankondfgen: „ dat aangezien zij zig verzekerd hielden 
,, dat de Burgemeesterlijke waardigheid, in de toenmaals plaats 
„ vindende tijdsomftandigheden, niet zonder het uit^rfte gC' 
,, vaar kpn ^ord^n gelaten in de handen van de zodanigen, 
„ die , (Joor bet volhouden van een door de Burgerij zo zeer 
„ jifgekeufd fijstema, alle aanfpraak op het vertrouwen der 
„ Burgerij verloren hadden , en het tefïens ^eer ' te dugten 
,, was, dat wanneer hij benevens Mr. Gerrit Willem Db- 
.„ DEL, niet van de Burgemeesierlijke waardigheid wierdo 
„ ontzet, uit dit hun aanblijven in óic qualiteit [de uiterfte 
„ wanorde en confufie z lide moeten geboren vrorden , inzon- 
„ derheid dan, wanneer zijlieden, ten enigen tijd, het zij 
„ door ene meerderheid van flemmen in Burgemeesters ka^- 
„ mer, het zy door het bekomen van het prefidium aldaar, 
„ in de gelegenheid mepten gefteld worden , om met meerder 
fucces hunne verkeerde fentimenten door te diijven, en te- 
gen den wil der Burgerij ver<lere démarches te ondernemen, 
terwijl daaruit ook niet anders dan de akeligfle gevolgen, 
zo voor hun zelven , als voor de Burgerij te verwagten zou- 
den zijn. Ingevolge hier van, zo verklaarde de commisfie, 
„ zo vopr eig , als in naam van hunne committenten en qua- 
„ lificanten', te infteien, dat de twee voornoemde Heren, ató 
„ hebbende het vertrouwen der brave Burgerij verloren , zig 
i, van nu voortaan zouden hebben te befchouwen , als ontfla- 
„ gen van hunne posten als Burgemeesters der ftad j^JleU 
,-, dam &c." Men wil dat Bebls de tot hem Afgevaardigden 
zou te gemoet gevoerd hebben , dat hij de Heren geen floelen' 
kon aanbieden , om dat de plundering hem bijna geene hadt 
overgelaten. Toen de zaken door de invafie der Pruisjtfi, 
krijgsbeaden , een anderen keer hadden genomen , wierdt 
Beels a}s Burgemeester herlleld en aanvaarde op nieuw dezea 
luisterrijken post; doch waar op hij niet lang daar na is ov^r^ 
fcJen. — - Fad. Hiji. XLI. D. bl. 93. 117. 130-134. 235. 
U. Deel. O BEER 



9i 
39 



f zo BEER. (AART m) (BOUDEWYM) QAN) ÖOOST) 

BXE^ (AAUT m), EmsOMldeT, een Awwerpenaar van 
geboord, ;^ende ve^ vopr Qlas&failders, en faadc een kloe- 
j^e manier yan fchildcrwi; hg wicrdt in 1529 in 't Schildcrs- 
gilde yan zijne geboQiceftad aangenomen. i £. v. Mait* 
PSAi ^^vm der Schilders ^ L D. bl. 42. 

' BEER (BOUDEWYN dje) , geboren te C/!«, omhelsde 
^en geestelijken flaat, en wicrdt Pastoor der Hoofdkerk van 
die ftad. In 1651 , was hij Kanunnik van het zelvde Kapittel; 
en ook Bicgtvader yan verfcheidene Nonnen-kloosters. H^ 
llierf te. Geia den 22 jaouaijj 1633 , na in 't licht te hebbeq 
gegeven: ^i^m ^. Segel ban ten ^. l^ater AuGusmms, ffi» 
t^tbm hoo2 te j^onnehen^ $c* in 120. Sntbi. 1651. ■ 
J. P, Foppens, Bibl. Belg, p. ii6- Paquot, Mem. lifter. Torn» 
yill. p. SS, 36» 

BEER ÜAN de), is geboren ^ Diesti omtrent het; jaar 
J360; n^ zgnc letteroeffcningen volvoerd te hebben, wierdt 
hij Meester der vrije konften , en Reébor van St. Seryads te 
Masiricki vervolgens beklede hij dien zelvden post m het 
kollegle yan St. Saipin te Diest. Jan de Beer, hadt. zo vee.i 
pvcrgegaard, om gepiakkelijk te kunnen leven, toen hij eensr 
klaps het hefliiic nam, de wereld te verzaken, en te Cêrfenr^ 
donk het monnikskleed a^n te treken , in welk klooster hij de 
bediening yan Onderprior waaröam, tot aan ajn dood toe» 
welke voorviel den 23 julij 14^2* Hij heeft gefchreven : Bre^ 
vis fumma circa Rhetortam ; beginnende met deze woorden : 
Rhetorica asfecutura DialeSHcte est. ■ Sanperi, Chorogr. Sa(r(^ 

BraimticBy uit. edit. Tom. I. P- ^97. II. 114* Val. Andr.j, 
Bibl. Belg* pag. \'^6. ]. F. Foppjsn§, Bihl Belg. pag. 577. Pi^, 
QüOT, Mem. liner. Tom. XVI. p. 338 , 339- 

BEER QOOST de) , was een Konstfchildcr , die In de 
XVIde eeuw te Utrecht woonde, en die fchoon geen overvlie^ 
ger in dé konst zijnde, egter vele leerlingen hadt; hij zelvQ 
was een discipel van Frans F'loris. ■ K» v. Minder j> 

Lcvsn der Schilders i IL D. bl. 193. 



n 



. BEERENDRECIIT. BEERING§. BEERWOUD. BEGA. ftit 

. BEERENDRECHT (JAN van), was in 't jaai- 1508 Schout 
te Ledden 9 een braaf man, want toen de bloedJorftige Alva 
den toeleg hadt gefmeed, om de Or.roomfen, 's nagts-voor 
asfen-woensdag , aan vele oorden tevens, te varasfen, waar , 
toe verfcheidene gemagtigden waren afgezonden, waarfchouw- 
de hij een menigte ^iex ongfelukkigep tegens deze lagen , waat 
door veten 't gevaar ontkwamen. ■ Wagen., Fad. Hifi. 

VI. D. bl. ^6$. 

BEERINÖS (GREGORIUS), Kohstfchilder, is geboren te 
Mechelen; hadt in zijn jeugd Italien bezogt, en fchilderde zeer 
aartig en bevallig , in watervferf , ruïnen en antieke gebou- 
wen. Gedurende zijn verblijf te Rome, zijn geld hebbende 
doorgebragt; fchilderde hij, om fpoedig weder aan ander te 
geraken, pp een ftuk doek', den Zondvloed, waar 'in niets dan- 
een regenagtige lugt, veel water en de dobberende Ark zonder 
bijvoeging van enige beelden gezien werden. Gevraagd zijn- ' 
de , wat diQ verbeelding beduiden wilde ? antwoordde hij ^ 
den Zondvloed; en op de twede vraag, waar dan de menfchen' 
waren? hervattede hy: zij zijn alle verdronken of in de Arkj 
en als ^t' water afgelopen «x, zal men ze zien. Van dat tafereel 
begeerde ieder een kopij te hebben, en vermits die vaardig 
van de hand vlogen, geraakte Bjksrings zijn buidel welhaast 
Weder vol geld. Hij overleed te MecMen in 1570. - ' j 
K. V. M ANDER, Leven der Schilders, I. D. bl. i5r. 

BEER WOUD, voerde in 1584 als Overfte het bevel in 
Bergempzom ; het was een fchurk , want hij "fmeedde den ver- 
radelijken aanflag, om deze, vesting waar van aan hem de ver-, 
dediging was toevertrouwd, in handen van den Spaanfen be- 
velhebber Parma te leveren; doch zijn heilloos voornemen, 
tijdig ontdekt zgndp,/vlugtte hij- op de aannadcring van den 
Grave van Hohenlo tot den viiand, en ontweek d^ar door 
zijne welverdiende ftraf. — ^ Wagen. , Fad, Hifi, VIII. D^ 
bl. 21. 

BEGA (KORNELIS), een Konstfchilder, geboren te Haar* 
km f was de eerfte en beste leerling die Óstads in de konst 

O 2 oft 



IX% BE6YN. (ABRAHAM) 

Opgekweekt heeft; zijne moeder was Maria Korniuszb, doj-J 
ter' \*an den YCrmaarden Kornelis Eorneliszb van Haarlem', 
die fraaij tekende en fchildèrde, en zijn vader cQn houten 
.beèldfnijdcr, Pieter Janze Begyn genaaüid, Kqrnelis werdt 
een groot riieester in *x fchilderen van boqre-gezelfchapjes, 
maar tcflfens een losfe knaap, zo dat zijn vader he;nniet lan- 
get'vQor zijn kind wilde erkennen, waarom hij. ook niet meer 
den naam van Begyn wilde voeren, maar veranderde dion in 
Ï^ga, 1^) i^ niet getrouwd geweekt, ipa^ was finoorlijk ver- 
lirfd op een jonge juffer, di^ "door de pestziekte wierdt aange- 
tast, en die bij niet in baar kommerlij^en toe(lan4 willende 
vprlaten, nagt en dag oppaste; waar door hij. ook zelve va» 
di^ vernielende kwaal wierdt aangetast, welke hem kort n;^^ 
zijn meisje, op den 27 augustus 1664. ^n *t graf ileepte. Zijn 
p^nfeelkonst , gefchat onder de beste foort vjm dien aart, 
gronkt in de geachtfte kabinetten van Nederland. Qok heeft 
luj een geëtst werkje vap zijne hand uitgegeven, uir'i^'plaat- 
Jcs beftaande, d^t overheerlijk is. — — J[. C. Weyerman, 
Leven der Schilders, II. P. bl. 92, 93- K. v. Mander, Leyeii 
ier Schilders 9 IL D, bl. 160. A. Houbraken, Schmwivrg ^q! 
Xf D* bl. 349' 

BEGYN (ABRAHAM), Konstfchilder , is geboren in 1650, 
heeft veel jaren in Holland en wel den meesten tijd in V Hage 
gewoond. Hij is een groot meester in de konst geweest;- de 
voorwerpen van zijn penfeel waren landfchappen , water- en 
lahdgezigten,*geftofïfeert met beelden, bomen 'en beesten. H^ 
vèrftondt de döorzigt- en bouwkunde in den grond , zo dat hij 
uitnemend bekwaam was om grote werken te vervaardigen;* 
20 als men in *s Hage ook nog veifcheidene kamers vindt,' 
die heerlijk van hem zijn gefchilderd en van een ongelooflijk 
rijke ordonnantie. In 1690 werdt hij aan het lïof des Keur- 
vorsts VRTi Brandenburg naderhand Koning vznPriiisfeny als Hof- 
fchilder beroepen. Hier vondt Begyn een ruim en open veld", 
ftm aan zijne konstvermogens den vriien teugel te yiei-en; want 
dfe vc^rst zondt hem door zijn 'gainCe heerfcivii^ije , om alle 

hoofd' 



ÈEILING. (ALBERT) ft^ 

)}t)ofd(tdden); oxüllggende kasclén eii landgezlgten^ af te te^ 
keoen ; na^r deze teköningen fchildcrdé hij dan gróte ftuktan , 
welke in uitgefh-cktc zalen geplaatst wierden j én tot groot ge-» 
hoegen van den vorst uitvieleni . 

Abraham was een man van èen Voorb^ieldig goed gedraai 
fen is fenige jaien yoor <Jen vorst pveirleden; zijn dood W3^ 
'zeer pnverwagt ei? fehieiijkj want Abiuh. Teii westen en ün- 
dere Kon^lenaars .in de zadl komende daar hy be^ig was m9t 
fchilderen, nodigden hem tot ene wandelipg uit, het genp Wij 
pp een beleefde wijze affloeg» doordien hij nog iet^ jte 4^^ 
hadty daar nóg 'ruim een uur werk aan was , .belovende cfgU^ 
dat ieo dra fculks af zoude z^n, hij bij hen zoude kómen, Dodi 
in plaats vau dit, deédt hem de dood den weg naar de eeuwig- 
heid bewandelenj want van de flelllng tredende, én de irep «f 
haar beneden willende gaan, gevoelt hij zig niet wél, houdt 
feig aaii de Jeuuing vast- en fterft met het pajet ih d© hacd 
op dat zelvde ogenblik ^ hebbende in dt andere hand eöJfe 
geld , . dftt .hij iöniand naar wion hg wagtte i wilde geven i 
deez' boven komende, vondt hem. tot zign grote ontzetting In 
die geftalte, en naaakte ?ijn doo4 ^an 't Hof terftond rugi» 
baar. Op de«e wgze is die grote Meester uit den tijd tjreggé* 
rukt, nalatende ene dogtèr bij 'zi^ne weduwe, nevens deü 
goeden naam v4n een. deugdzaam man ^ geweest te zijn i did 
zijn vorst wel en met rpehi bediend heeft. ■ ■■ ' J, v, GoóXij 
Nieuwe Schouwburg y I. D. bl. loo-io^, 

BEIERLINCk, zie BEYERLÖÏCÈ 

. . BÉILINQ (ALBERT), èen man die ilg zo in z§n l^viri^ 
als met zijnen ^ood , ten tijde van vrouwe Jakoba VAi* Biltót 
iEN, beroemd gemaakt, en den naam van den fJollarulfe^ Rö* 
cuLüs heeft verworven. Wanneer de zaken v5n vofftin Ja- 
XóBA reeds zd vérrè ^^éti Veilopeh, dat Hetfog Jiji VAif 
Braband tot öraav van Holland en Zeeland gehuldigd wai^i 
poogde zij fommjgê fteden weder magtig te worden., Vthm 
van Kyfhóbk werdt ten 4ien einde met énig volk nitsf 
Schoonhoven i^zon^n, ten éinJe djc ïlad te bexn9gtJgè;i# tó 

Ó 3 wel» 



514 BEINTEMA tAN PEIMA. (JÖH. IGNAT. WORP) 

welk ook door verftandbouding met enige Bu^rs daar bifW 
ncn, welhaast ten uitvoer wierdt gebragt^ Maar bet Hot, 
waar ia zig Willem van den Coulster en Albert BEaiNG; 
bevonden, bood zes weken lang, dapperen tegenftand, tot 
dat zij door hongersnood gedwongen , met de bezetting uit 
50 man bellaande , onder beding van levensbehoud Beiltkg 
alleen uitgezonderd, zig overgaven ; hij móést ter goedkeuring 
van vrouwe Jakoba gevangen blijven. Albeet verzogt ont- 
flag voor een maand , ten einde zijne vrienden te. bezoeken ; 
Ktvhoek vergunde het hem, onder vo<M:waarde van na ven* 
loop van dien tijd , te zullen te rug komen ; tot ieders verwon- 
dering, hieldt die dappere man zijn woord; hij ftelde zig in 
's vigands handen', fchoon hij te vixtn wist, het met den dood 
te moeten bekopen , 20 als ook gebeurde. Kyfhoek liet henv 
den zelvden nagt van zijne terugkomst, op de molenweif in 
de aarde begraven; het gefchiedde in den donker, doordieiz 
AUERT, wegens zijn gedrag door een ieder bemind worden- 
de, men het vonnis niet in *t openbaar en bij dag durfde ten 
uitvo^ brengen. M. Vossius, Jaarboeken y bl. 644. laat zig 
over deze wrede daad dus horen : „ Hadt Kvfhoek de geheu- 
„ genis van dit fnode ihik ten zelven dage meit een konnen 
^ braven, dan zoude zijn deugd bij de nakomelingen niet 
„ bezwalkt zijn ; maar , nu hij zijne getiouwheid aan Jakoba 
„ betoond, en zgne overwinninge met die vuile daad befmet 
„ heeft, zal Beiling eeuwig met eere leven, en hij daareiv 
„ tegen in vervloekingc bij de nakomelingen zijn." Deze 

fchandclijVe daad viel voor in jf^24. Goudhoeven, 

Ibmjk, fol. 449- Veldenaar, Kreft^jky bl. 124, Wagen^, 
Fad. Hifi. UI. D. bl. 4^3 , 4<^4- 

BEIMA, zie BEYMA. 

BEINTEMA van PEIMA O^HANNES IGNATIÜS 

WORP), Doktor in de medicijnen, gaf een boek uit, met 

den tqtel van ^gemeen j^ulpmibMl / gehed beilaande uit den 

lof en de aanprijzing van het tabaksroken. m , . . Sim. db 

Vries, M^rg van alküü Boeken y bh 48 enz.' 

BEIS. 






( BEISSELAAR. (MARTlküS Vii} \if 

éÉÖSÈLAAil (MARTlNüS vé()\ igÉboltn it thèr, tó 
tiet jaar 1667; was de zoon van éen grooi Graai^EOpcr in éfi 
üstd , en zijne moeder vf^ ënë }uffix)uw ElrMitsDTm MAkTÜiüS * 
kwam Iaat aan dé fludié^ doordien héiS zyne oudere tbt tiet 
beroep vin Notairis gfcfchikt; en tói dien einde öp iodifaig 
tomptoir befléld hadden ; doch de jongeling hieir geen ^lü ij 
hebbende, ën öiéerdeii geneigd tot vicrheVcner letteroefifehlii* 
gèn, wiierdt naar dè akademfe gpzonóen ; dkar hij zovljgtf^ sljil 
tgd waarnam i 'dat hg binnen korte jaren Proponent wlördtj 
ën voorts daar aan tot t^redikant te Üveriènde en tiiiiWigimi 
onder de klasds van Zuidbeygiand wierdt beroepen; en Van 
daar op den 5 december 1696. naar 'i Herenb^oek^ (móét dé 
^ivde kiasfis wierdt verj^Jlaatst; vöoirts dên 3 juljy té ÖódzèU* 
hurg, op het eiland IFakheren; en Van daar den 28 april i?öjj. 
te Flisfingen; daar hij verbleven is tot aan zijnen dood to«f> 
welke voorviel op den 5 feptember i 722 ^ in den dudérdoni 
van 55 jaren; 

'Beisselaar Is getrcmwd geWeest, mét ene jufflrouw Ötüd* 
VEN, Van Go« afkomftig, doch diè van der jeugd af aan, iii 
^tsHagé waw opgevoed en woondi?; hièï heeft h§ twee kindereil 
bij verwekt; fenë dogter, die, getrouwd is geweest met Burgè-» 
meester Matthts Fvlütst ; én een zoon , die te Vlisfingéti^ d^ 
waardigheid Van Sthepen heeft bekleed, én die idr vrdilwé 
}iam Sus^AsïtïA Wulphèrt, uit welk buWel^ een zbon ei) (wei 
dögtérs geiproten zijn. 

Van de Beisselaass sijn *èt nog^ te Goes ifa wezen« i^^ , 
vindt öiqp op het ja» 1692, enen Lükas vaw Beis^eLaür^ 
als toeziend Rentemeéster te Goex, en enen iliXK^vm^ ^as( 
BeisselaIr; Butgerofflcier ter zelvde ftède^ die in genotoi» 
dè jaar; dat de vrijheidminnende regering en kurgeri^ taö 
deze ftad cm hét voorftaan van hare rcgtèn , ten emdd óni 
aan de onbegrensde héerszugt van Willem dei» III , i^d« 
2et te verfcha^n, zo dëerligk moesten ligden ; benevenJ WM" 
ren in hegtenis -ürierdt genomen en nauw bewaard, eiSlii^ 
derhand big vonnis is gebannen. — -— » Soikai» 17^2,^}» hl 4^^ 

O 4 4JcH 



^> 



si^ BEKE. (RüDOLF vu» okr) BJEKKER. (BALlTÖ.) 

GoD£W» VrolikherTi Hii/I -Si?rttefBe/,ibL 2^9^221. WAé.; 
Fa/, i^ï/ï. XVI. D. bl. 204. aj(J- . ' 

BEK, zie BECE. 

BEKA, zie BEEK (JOHANNES van). 

BËKE (RüDOLF VAN DER) , geboren tt BreiA^ Was in zljö 
leven Deken van *t kapittel te Tongeren y en een zeer voor- 
naam Digter en Hiftoriefchrijv^er. Hij heeft het grootfte tijd- 
rak Van zijn leven te Romn doorgebragt, dlwaar hij ook in 
2403 zijn ' arbeldzamen levensloop eindigde. Verfcheidcne 
van zijne werken zijn lang na zijnen dood door den druk ge- 
meen gemaakt; als onder anderen: i. t>e Canonum oHfervafitia, 
in Svo. Vd. isÖS". Cf Paris. Tm. Ft Bibl. Pattum. 2. Hijfa- 
ria Episcopontm Leodienjium,, ab anno 1327. usque ad annuirt 
1360, in Tomo tertio Rerutn Leodienfium d Joanne Chapeavil- 
LIC editarum. 3. Martyrologium , \erjibus complexum. 4. Calen- 
darium Ecclejiasticwn y Lovan. — Val. Andr., Bibl. Selg. 
J. E. VAN Goor , Befchr. vari Breda. pag. 303 , 304. 

BEKEER (BALTHASAR), Predikant te Jmfieldam, eeü 
der vermaardAe Theologanten » daar bij een mati van zeer 
grote geleerdheid , die niet alleen in zijn vaderland, maar ook 
in geheel fttropd zig beroemd heeft gemaakt, door zijn uitmunv 
tend doeh. zonderling werk , gptijxield : ^e Ü&etolHtDe IDamld / 
waar in hij het bijgeloof, zeer kragtdadig, ten aanzien van fpo- 
ken en tovert het masker afligt, en den Duivel als *t ware aaa 
ketenen kluisfierd. Hij wierdt gebown te Metfelawier in Fnej- 
/ani, den 20 maart 1634» en niet te Warf huizen 'm Groninger- 
land 9 zo als fommigen, in navolging van J. G. CaAUFEPié, 
Nouveau DiStionaire, verkeèrdelgk (tellen, doch waar van zjj> 
zekeriijk de .aantekening A. Tom. L litt. B.'p(ig. 193, met een 
al te vlugtig oog. hebben voorb^ gezien. 

BALTBASARi genoot zijn eerfte onderwijs, van zijnen vad» 
HfiNDRiK Bekrer, die op zijne gelioorteplaats Predikant wasy 
en 10 jUfiü 'beieikt J^ebbendey begaf xig den jongeling naar 

de 



«ÊÖdLR. (ÖALTHASAR) tri 

is akademie t^Ctmngm^ oefiende zig aldaar met veel lyvéi 
in de Tvijsb^eerte ;. gefchiedenis en de geleerde talen , ter 
vastere grondlegging Yoor ajnc ftudie in de godgeleerdheid* 
in de hebreeuwfe taal hadt hi} in 't bijzonder tot leei meester 
den beroemden JakobAlting, met wien hij ene warme vrfend- 
iehap aanging, die tot aan de dood van den Hoogleraar ileed^ 
heeft voortgeduurt en nimmer is verkoel t, wordende ook ileeds 
levendig gehouden door eine onafgebrokene briefwisfeling; j? 
Sikker zijne grote achting voor deez' leermeester^ ftrekte zig 
zo ver uit, dat hij na zijnen dood alle deszelvs werken ver- 
zamelde , en die door ene voorrede van hem voorzien , te 
Amfieldam in V Delen in folio in 't licht gaf. Van Groningen 
vertrekkende, bezogt hij de hogefchool te Franeker, alwaar 
hij gedurende het tijdvak van vier en een halfjaar, het on- 
derwijs in de godgeleerdheid, door de aldaar toen Aanwezig 
zijnde beroemde Profesforen in dat vak, genoot. Dert lo apiil 
1655, werdt hij in de klasfis van Franeker geëxamineerd zijn- 
de, na een allerloflijkst onderzoek tot Proponent aangcnonicn ,• 
en kort daar na tot Reftor der latijnfe fcholen van. die ftad 
aangefteid; van welke post, die gants en al niet na zijp fmaak 
wa»i volgens zijn eigen zeggen, de goede God hem wazeuede, 
door het beroep op hem uitgebrs^t te Oosterlittens ^ alwaar hij 
den 13 april 1657 Predikant werdt. Hier was het dat hij zij- 
ne letteroefïcningen met de grootfte ijver voortzette, tiagten- 
de niet alleen zijne verkregen kundigheden te befcbaven en 
uit te breiden , maar die ocdc, behalven 'door andere middelen , 
te vermeerderen , door ene geleerde briefwisfeling met de he- 
ren CoccEjüS, Alting en meer voorname mannien. Dan ene 
zaak die in deze tijd zijn naam inzonderheid beroemd maakte^' 
was, dat hij de (legte gewoonte verbeterde, die 'er genoeg*» 
zaam alg^een ten platten lande in Friesland plaatsi vondt-» 
dat, namentlijk, de Predikanten op de dorpen^ des zondags 
maar eens predikten, en geheel geen huisonderwijs of cate- 
chifatien aan kinderen en meer gevorderden in de waarheid ; 
verleenden. Dit vondt Böcker onbehoorlijk, hij fpiak 'er zdvs 
inec zijne gemeenzaaoiKte vrienden over , - als van ene taak y die 

O 5 hij 



Itl «ËfeKER. (BALTHASAftjl 

hij begreep dat herii opgelegd 'M i ^ tisa minfleü in. ^jné 
gemeente te verbeteren; h^ deedt zulks, pmiikte des zondags 
tweemalen ^ en rigtede ook een openbare catcchifattó aan ; tot 
leiddraad van welk onderwies, hij, en.ziilks was zijn eerflo . 
lettervrugt, een korte Catechismus opfteidc en liet drukken, 
onder èsiXi naam van «^ertjmbe ïHinöcriar. Y)^z^ zo prijzens- 

. ttraardige handelwijs van Bekker, wlerdt egter niet algemeen 
door zijne ambtgenoten goedgekeurd; ja hij haalde zig dè 
vijandfchap vaii fommigcn dezer broederen op den halzé, wien 
de zorg voor het welzijn van d6 aah hun toebetrouwde ge* 
meentens niet zo zeer , als wel ene gemakkelijke levehswijzb 
ter harte ging ; doch BEitKBR flodrde zig hier iö *t geheel 
niet aan , maar voer voort,* 't gene hij pligt ftoëmde,^ iiiec 
ijver te betragten. Mét dit al , groeide 's mans achting hier 
dó(};r hl} velen ^ ook verwierf hij. in 1665, de waardigheid vati 
Doktor in de Godgeleerdheid te Franeker , en bok nog daC 
zelvde jaar,' wierdt liij als Predikant in dit fiad beroepen , en 
op den II januarij 1Ö66, in den dienst bevestigd. Terwijl 
Bekker hiéi* het leraarambt bekleedde, gaf hij aati enige flü« 
denten onderwijs aan zijn huis , dan zulks droeg gèenzins de 

-goedkeuring van dd Hoogléraien wég^ te meer, doordien de 
iludeaten betuigden, dat zij zig uitnemend wel hï} zijn onder-* 
wijs bevonden; zi^ verzettedén zig *er bister tegen , en lieten 
hem zulks vdrbieden; doch Bekher beb'eunde zig des luttel; 
hij begreep als Doïkof TbeologiiB; het regt vai| ondéiwijs te 
hebben. Dan dé Hooglerai'en' lieten 't 'er niet bij beruèten i 

'zij bragteti hunne klagt«i voor Curatoren, welke bij 's lands 
Staten uitwerkten , dat aan Bekker ITg zekere geldboete 
wierdt verboden, met dit onderwijs voort te gaan; hg moest 
gehoorzamen, doch het gevolg was , daf véle zo in- als uitiand- 
fe ftudcnten de akademle verlieten , 't welk fommige Profes* 
foren nog knorriger op Bekker mjaakte; 

In de tijd dat Bekker nog als fludcnt In de godgeleerd*" 
heid te Franeker verkeerde, hadt hij reeds fraaak opgevat voor 
de Oart^aanfe 'wipbegeerte , welke in dat tijdvak in haait op- 
gang, doch tevens, gelijk doorgaans bet lot vun nieuwe leer- 



99 
99 
99 



(fOiKRËR. (BALTHA^AR) éiy 

fÜ^BBt 15, bj| velen in grotd hait flandt; hier van ian onder 
«sdelen ten bew^ fbekken , 2eker Gnmmen in i6<58 , door 
de klasfis van Lsewwardm ^ op de Friese Sgnode gebragt, fae- 
lielzende onder anderen middelen» om de ücfaaddijke nieuwig- 
heden der pbilofophie van Cartesius te keer te gaan : ^ dat 
^» men van 's lands Overheid moest verzoeken een bevel , dar 
geen Profesibry Dokter of Magister, wie hl) 2oude mogen 
wezen, 't zij in de akademie of daar buiten, in 't geheel 
of ten dele , met woord of pen , zou mogen voorllellen ^ de 
y, flnlaJopUe van Cartesius , ten zij ze gerept wiexdt om ze te 
^ wederle^en.'' Met zodanigen konstgieq> tragie men de 
voortgang van ene leefwijze te (luiten , die fchoon de meesten 
welke 'er zo vinnig op gebeten waren, niet eens kenden, 
maar om dat niet in hunne kraam te pas kwam , gaarne ver- 
oirdeeld 2agen; ook was het enkel te doen, om Bekker een 
gevoeligen neep te geven, wiens nieuwigheden, 20 slIs zjj 
het noemden , en die waarlijk ingerigt waren , om beier ea 
redelijker Christenen te vormen , gants en al niet met hunne 
ingebeelde gevoelens van regtzinnigheid fbookte ; onze brave 
man begreq> zulks .ook, en dat men 't met dit Gravmnen, in- 
zonderheid op hem geladen hadt ; hij oirdeelde het deswegens 
raadzaam, een nauwkeurig berigt, betrekkelijk deze wijsbe^ 
geert», in 't ladjn op te ftellen, om daar door fommigen, 
welke hem onverhoord, zonder de fchriften van Cartbsios 
immer gelezen te hebben, en dus zonder de gevoelens van 
partij tCv kennen , veroirdccid hadden , nauwkeuriger kennis 
van -zaken te geven; dit ber/gt, noemde hij : AdnAmkio candidê 
f^ fincera de Pldlofophia Cartejiam;. hij zondt het aan de S4no« 
de, in meij des gemelden jaars 166% , te Leeuwarden vergaxterd 
In het zelve onderzogt hij , welke gemeenfchap 'er plaats 
vindt , tusfen de wijsbegeerte en godgeleerdheid ; en hij toomt 
aan , dat de Cartefiaanfe wijsbegeerte , in geenen dele ftrijdt met 
enige geroofepunten ; dat de vrijheid om philolbphife ftellingen 
te opperen , door geene kearkelijke wetten behoord belemmerd 
te worden , teffens aan de hand gevende , door welke middc^ 
len philojCbphife gefchillea by de £erk behoien beflist te wö»- 

dCTl. 



•ai» BEKKER. (BALTHASAS) 

den; Zulk een ópedbai^ èn h^tig Veidedigfcfafift ; haa!(Ü 
Bekeer eeo algemeen misnoegen op den hals , dodi door txsÈ» 
fenkomsc van acdeten , wierdt de zaak tdt zijn geno^h bil* 
gelegd. In bet zeLvde jaar 1668 , hadt Bekicer een twedé 
Catechismus j in vragen ea antwoorden, welke hij 45cfnttttn 
tö.-cob noemde, in 't licht gegeven; waar op een derde vaa 
^ iets meerder uitgebreidheid , voor volwasfenen , onder döi 
tijtel van: ©asJtc c^pifee/ volgde. Bekker ftoiidt nu bij ieder 
Toor een openbaar Carufiaan te boek, en eer ^ijne ISta^t^ 
^Pïfec/ welke hij in 1670 ter drukpcrsfe gaf, tot op een der- 
de gedeelte was afgedrukt, liep reeds hét gerugt j dat zij velö 
Cartejiaanfe en andeie ketterijen behelsde. Tot gerustftelling 
gaf Bekker , de afgedrukte bladen van dit werk, te lezen, aan 
drie Hoogleraren te Franeker^ en aan verfchiiden anderen ,- 
op de hogq en doorluètige fcholcn der fiaburige gewesten ; fi- 
le < welken, met c'jge weinige uitzonderingen; daar over hun 
volkomen genoegen betuigden. 

Dit werk afgedrukt en in 't licht gegeven zijnde, wierdt 
met grote graagte gelezen, intusfen dat het gerugr, dat het 
veifcheidene ketterijen behelsde, wigd en zijd werdt verfpreid j 
ja twe Hoogleraars kwamen 'er opftntlijk voor urt, dat hét in 
vcrfcheidene opzigten met Sócinianerij befmet was*; welke be* 
fchiildiging zij ook , daar over aangefproken , Vol hielden*^ 
Bekker daagde hen, op raad-vaiï fommigen, voor het Hof 
Provintiaal van Friesland ^ doch een deizdven, met name Jo- 
iiANNEs Wusbena, wist bij den Prefident der Gedeputeerd© 
Staten van dat gewest te topwerken,' dat aan den gedaagden 
quaï)fuis wierdt verboden, niet vopr het Hof te verfcbijnen , 
cn Bekker wijders op ene boete van 25 gouden Friesfe rijders 
gelast, hen niet verder te moeijen. De Gedeputeerde Staten 
cisten vervolgend het advijs der drie bovengemelde Hooglera- 
ren , wier ogen middelerwijl , ene ongemene verlichting moe^ 
ten bekomen hebben ; want daar zij voorheen het werk ge;- 
noegzaam hadden goedgekeurd , vonden zïy nu daar in niec 
minder dan 36 óf 37 punten, vol van fnodeketterije; waar- 
•m zig van begrip waren ; dat het niet behoorde vêrfpréid te 



39 



«EKKER. (BALTHASAR) ^t 

irorcfefi. Dit advijs wcfdt dpor de Ststtcii aan de Frisse. K^h 
ji» gezonden, met, bevel: „ om 't zelve nevens het boek te 
onderzoeken, en haar oirdeelaan de volgend^ Sijnqdc inc-r 
de te delen.'' Dit bevel grfaan Bjekkj^r moed, Qp Y^?vuU 
dp hem met hoop, doch diq verdween eenskjaps, F^r^reef 
een maand daar na , Qn wel vier maanden voor dat de Sijnode 
vergaderde; 'er cnê Wkarfchouwing der ped^puteprde Stat^ 
yan Frpcsland yerfcheen ^ waar bij het dpikken ^ii v^rkopea 
det ©a^tc i&ptfee/ op ene boete van ^5 rijders, verboden,^ 
en dus het boek pog piet onderzogt zijnde, verQir4eeld wierdt. 
Bekker vervaardigde bier pp een veidedigfchrift, on^en d^n 
tijtel van : £toln^ ?i;ntlOOO|& / het welk hij agn dp Klasfpniqnd 
25ondt, rqet verzoek, d4^bij de overige bezwaren, zo 'er eni- 
ge waren, voor haajr c#vi>pr de Sijnodc mpgt yei antwoorden j 
biedende tevens aan, zo '^r bij enen. twcden druk der Ida^C^ 
^èi^ l iets te ypr^nderen viel , hij ixg d^ai: na fcbikken zou- 
de; dea? aanbieding gaf aan velen geen gêjing genoegen ; doch 
vanneer hij een antwoord op zeker berigc dei: Ftaneker Hoog- 
leraren ter drukpersfe hadt gegeven > wierdt het verder druk* 
J^en daai' van^ door hoger hand vcthoden. Kort daar pa boodt. 
h^ aan , tJBgen zijne befchuldigers voor de Sijnode gehooid te 
worden; djt wierdt toegeftaan; maar in de plaatze van vol- 
doenende reden van bezwaarnisfen , vernam bij hier alleen,, 
dat ïpcn zijn bock , fcboon een geleerd gefchrjft noemende > 
'er nogthans verfcjieiden yreemde Èitdrukkingeny ^fihriftmatlga 

, Jfeümgen m gevaariijh gcvselens ^ in Qptdekt badt, Bekker gaf 
'ïijöe hoogfle verwondqring over dezp uJtfpraak te kennen ; te , 
meer, daar het, ingevolge de eigen bekentenis van den voor- 

I zitter van het Sijnode bleek, dat deze vergadering llegts de, 
êdv^fm^ en geenzins de QmmtUng&i derKia$fen, ha^t nage* 
zien, en daai* uit dit befluit opgemaakt; ook lyerdt het her-r 
drukken der l^a^te ^pijjt van nieuws, op enei boete van 5q 
'rijdfijs, verboden. Dit fchcen nog niet voldoende, maar d^. 
J0asfis. van Fr,anekerSiX)gtid,zi te boven. een /ehrifteligkebe-. 
Ipfte van hem af te persfen ,' om geene. der dingen , welke zij 
:^s aanftotelijk in z^a.boek hadt aapgemerkt, bij monde of; 



/ 



Btx BEKEER. (BALTHASAR) • 

gefchrilte, openl^ of heimelijk te leren; dodi vandit vitan» 
beriep Bccker zig op de volgende Synode, welke in jun^ de» 
jass l67^J fc FranAer zou verderen; bier wierdt t^ daar 
van yrig gefprc^Len , en de Klasfis gelast, het gdbeken vonni» 
in haar |x)dc te roferen. Met dit al, namen de kivetlingen» 
BiKXEit <n*er zijn boek de 99fU 9v^ aancedaan, in t gp« 
becl nog geen einde. Hoe zeer hij ook fommige uitdmkkin-' 
gen, over wcïke men 't meest gevallen was, vcrfchikte; met 
behoudenis ^er zijner oude gevoelens; hoe zeer hij de onbe- 
fiaanbaarheid en tegendri^ig^id der advlifen van fommigB 
Xlasfen aantoonde, *t was vergeefs; men wist geftadig nieuwe 
zwarigheden aan te veeren , en hem dus onophoudelijk werk 
te verfchaffén, Intusfen was het zeer vreemd, dat,terwql 
BsKKsa's boek in Friesland genoegzaam ene algemene afkeu- 
ring onderging , nogthans verfcheidene beroemde en om hunno 
regtzinnighefd zeer vermaarde Godgeleerden het hocgUgk pre- 
zen , en betuigden , daar in niets, dat met reden kon gewraakt 
wórden, te hebben kunnen vinden; onder dezen munteden 
inzonderheid uit, de Heren Franc* Bukman, Cmusr. Pdu- 
zoNiüS en Jako3 Altinc; élc als uit enen mond betuigdai, 
dat zij het boek van Bekeer , ^egmtit ^g^e genaamd , voor 
geleerd, r^tzinnig, en met de formulieren van enigheid over- 
eenkomende, vonden. 

Onder zo veel gewoel en verdrietelijkheden , was het geen 
wonder , dat Bekker hijgend verlangde ene provintie te verla* 
ten , daar men zijne braafïte pogingen en beste inzigten vergalde; 
hier toe kreeg hij in 167$ gelegenheid, wanneer hem het be- 
roep in het vermakelijke dorp Loenen ,in Holland aan de' Fègt 
gelegen, wcrdt opgedragen. Men begrijpt dat hij niet aarzel- 
de om het aan te nemen; en hier was het dat de aangename 
rust dien hij genoot, hem gelegenheid verfchafte, zig op we- 
zenlijker en nutter oefFeningen , dan het zwaardrukkend werk 
om gefchilftukkcn fttnen te ftellew, onledig te houden. Dan 
hiJ verbleef egter niet lang op deze ftandplaats , maar wiei'dt 
in 't volgende jaar naar H^esp beroepen, nam in 1677, üd 
Predikant den legerdienst waar , ea vertrok twee jaien later , 

n^ 



3EKKER. (BALTHASAR) «^ 

(«tneigk- in- 1(579 naar uémjieldam, alwaar hi} den 4 decembey 
iMivestigd werdt. . 

: Opiiet einde cfes ja^js 1680, vertoonde zig bijna «door ^ 
jjcel Eufofay pen Kmeet , welker ftaart fomtijds omtreBt 
70 graden i?^floeg. ^j wierdt hier te lande gezii^^ tot in 
fcbruarij des töolgendea jaars, en in *t algemeen gehouden 
als een vpdrbqdc van velerleije rampen en onheilen. Bekker 
fen geilag^ vijand en waakzame bellrijder^ van aUe voorbe# 
duidaels, |iam ^eze gplpgenheid te berde, on? w^re 't doqn? 
lijk ,: de bijgelovige menigte van dezen waan tp ontheffen. In 
Ï683. gaf hij zijn werk over de Kometen in 't licht, getijteld: 

i@iit»cr$oe& ban te fattfeorins ter ftömeten/ 6rJ gelegeiiSeiö 
ten te öene/ Wc in teiawn 1680/ 1681 en X6B2/ gcfcöcncn 

j^&feny in 4to. i 'm welk geifchrifc hij inzQirferheid bedoeldd 
om te bewijzea,.d^t dpze ve;fchijnzels voor geene voorboden 
van goed of kwaac{ moesten gehouden worden, jnaar onder 
d€^ hemelfe lighwcfi gerangfchikt, en gelijk ^de andere flèr? 
war, welke op gezette tijden verdwijnen en te rug keien 
aan vaste en beftendige wetten, door den Scheppei* van hec 
Gants-al zelv<5n gefield, zijn ondergefchikt. Voorts betoogd 
deez' kundige Lei-aat, dat het met de flijl der H. Bladen 
ftrijdt , dat men de verfchijningea van fteiren ten kwaden 
duide; verder, dat alle voorzeggingen buiten Gods woord uit* 
Hrukkelijk zijn verboden, en wel inzonde;^-heid , die welko 
xüt den loop des hemels. en der fierien worden afgeleid ^ op 
^e en meer aangevoerde gronden,- bewezen hebbende, dat 
het gevoelen van de voorbeduiding der Kometen vals k , be- 
toogd hij , dat dus die genen welke dat gevoelen voo^a^ 
eegeins het Opperwezen zondigen. Tot dus verre alleen van 
de, doling gefprofeen hebbende 'dien h^ verfoeit, ten einde dif 
te wederleggen y poogt • hij verder als een Christen leraar tf 
betogen , dat de mens daar de& te groter i^fchi'ik van behoort 
te hebben, als hij bemerkt, da; d^ze fchadclijke. doling uit zijn 
tis^n onachtzaamheid «atrcDt Gods allerheerlijklle werken 
worcfpruit: „ Het is bij ons welervaré Hólknds volk," (dit 
zijn de eigene woorden van Bskkjch,) „. ni^ groots het zc^ 



a> 



wa- 



BEKEER. (BA]LTHASAR) 

I 

,, water eiken etmaal te zien twemaal ebben en vlocgenf- 
„ maar duuit een van beiden wat langer, zonder dat men do 
,, oirz^jüi ^ipt, dan is 't wat wonders. Vraagt iemand na 
„ d'pirza^ van e^n werk, dat de natuur gewoonlijk doet^ 
ff hij krijgf ligtelij'k een fchamper befcheidt ; gelijk een boer bij 
^ Leijden gaf: waagt gij, zeide hy tot een Geleerden, hos 
„ dat komt? dat weet ik v^eL Hoe komt 't dan? Dat is altijd 
j, 20, fprak dQ goede man. Zie daar 't geheim, *t was akijdi 
„ zo, en daai'om geen wonder, noch waardig om te onder- 
„ zoeken, Maar verneemt men vi« of vogel die men hxox te 
„ land^ niet gewoon is, nien.wil weten, niet zo ?ecr waar 
5, dat van daan komt, maar wat het beduid: Iti Hjaar IS77» 
„ zegt Hooft > d&s nagts voor den mva/ïff-Amfteldara, quamen tt 
i, terHeijde, een zeedorp in Zuidholland, 13 of 11^ JValvisfchen 
I, zo digt^ onder 't land gezwommen , dat 'er. een aanfirand klemde i 
j, ^anderen, om hem te verlosfen, bliezen kragt van water terfnuitk 
,j uitj en twee der voorharigjlen bekoften hunne trouwhartigheii 
5, met gelijk ongeluk. De grootjie was lang luttel min dan ,50, 
j, hoog hij de 14,^ breed 10 voeten ruim. Fan dezelffte zwnt 
„ ongedierte was den 2 van Hooijmaandy in de Schelde tot Sastin^, 
y, ge,, een aangekomen, lang 58, dik in de rondte 43, breed van 
^, Jiaart over de 12 voeten. Deze zeldzaamkeden, als beduidzeh 
,j van genakende ontjiekenisfen , Jionden den volke droeflijk voor. 
„ Maar uit wat reden? Hadden onze Hollanders nooit meer 
„ dan 13, of 14 walvisfchen om de Noord veinomen? ja, maar • 
„ zo digt onder ons land niet. Dit was de zeldzaamheid , en 
„ die alleen flond den volke droeflijk voor. De natuurlijke fchrikr 
„ achtigheid des menfchen helpt hier niet weinig toe, en 
^ *t v/an- en waan-geloof moeten bijzonderlijk in dezen ver- 
^, dacht zijn. D'onwetenheid , fchrik, en vreze zijn de^n- 
„ vaste gronden, daar het bijgeloof op rust, zijnde dit een 
j, gebrek, ftrijdig met de godsdienftigheid , door overmaat,'* 
Met dit werk 9 en nog een ander, niet lang daar na in 't licht 
{lekomen , zijnde ene' I^Mariii0 ober öe boo^egajingen ban 
Daniël, verwierf hij veel roems, bij alle hoogfchatters vaa 
gpzond verfland en wpzenUijke geleerdheid. 

Dia 



BEKKER. (BALTHASAR) tti 

é 

Dan het gene den naam van Bekeer wel het mtcst be- 
foemd gemaakt, ja vereeuwigd heeft; is zijn werk; tot tijtel 
voerende : "^ ^ctobcr&e S^acreiö / ^tjnDe m\ gronUg antKr^ 
^el^ ban 't gemene gcboelen/ aangaande be <lkt^tm/ berjelbci: 
aart/ bermogen/ betoinö en bebjpf/ al^ otA j^etgeen be JlSen^ 
fdm boo| bei^elber bragt of gtmeenfciiap boen« Dit boek, 
dat eerct te Franeker in 8vo. in 't light kwam , en vervolgens 
verfcheidene malen tt Amfieldtm^ en laatftelijk te Deventer in 
1737 ïn 4to, ie gedrukt, veroirzaakte reeds vroegtijdig grote 
ppfchudding; doordien de Schrijver daarin tragtte te bewijzen, 
dat geen goede of kwade Engelen iets op 's menfchen lighaam 
of geest vermogen, daar verders uit aiBeldende, dat alles wat 
van een verbond met den Duivel, toverij, bezetenheid, voor- 
gefpens, fpookgeesten of wat verder onder die klasfe kan ge- 
rangfchikt worden, verhaald of gefchreven iSy als loutere beu- 
celtaal moest gehouden worden.. Ja dit boek baai'de zo veel 
te meer opziens, doordien het zonder kerkelijke goedkeuring 
in 't licht verfcheen, waar toe Békker als Theohgiae DqQot oir- ' 
'deelde geregtigd te zijn; het mangelde ook niet bij derzelver 
verfchijning , aan klagten tegens den Schrijver, die. van jille 
kanten kwamen opdagen , zo in kerkenraden , klasfen als 
fijnoden; een gantfe drom van tegenfqhrijvers zo met ^Is zon* 
der naam , waar van de ene heviger dan de andere, tegent 
het boek en deszclvs maker uitvoeren ; en fommigen hem als 
een ongelovigen, ja ongodist uitfcholden, voorfpelden den Dok* 
tor , dat Jiij een hevigen kampftrijd zou moeten doorworftelen. 
De voomaamfle Schrijvers die met naam tegens hem opkwa* 
men, waren de Hoogleraars Melchior Lbydekker ^n vaUT 
DER Waayen, benevens de Predikanten Veiuitn, Groens^ 

WEGEN, VAN DER HoOGT, HaMER, fiRiNK eU J. LeVDEKKER; 

alle welken hij, zo wel ernftig als fchertzende, naar m^tC' 
hij dagt dat hun gefchrijf verdiende, beantwoord heeft, 

De eerfle aanleiding die Bekker tot de behandeling van dit 
onderwerp hadt bepaald, was ene leerrede, die' hij op zijq 
eerfte ftandplaats te Oosterlinens deedt, over Dakiel II. v^. ii, 
daar de Toveraars genooddrongen zijn te belijden , dat zy gee- 

U. Deel. P , i^ 



itS (EKKER. (BALmASAIC) 



oei bdnraamheid badden, om 's Eonings dro(»n te terklaren: 
dö ^oor^en zlyti: JTont «1^ /db^ <fo (2fi Komngh hegeert, is te 
fiMp^i fidt daar in is fuemanty £e dezelve voor den Koningh te 
'Jtehne^ hm^ gwn, dan de Goden , wekker moninge hij 't vleesch 
f2i^ m */. ïlij onderzogt daar in het vermogeji, welk den 
i)iuy^l doorgaans wordt toegefchrcven, en deedt, ten zelven 
ftind^, nog ene leerreden over Exod. VIIÏ. vj-, i8. Hij ver- 
hancfpld hier in de vraag, welke tpg de reden zijn mogt, 
vaarom de Toveraars aldaar vermeld , zp wel geene. /«ijzm als 
Wfchen en flatigen konden voortbrengen? Nog tweemalen na^ 
46rhan4 predikte, hij over gelijkfoortlgc onderwerpen, als eens 
pver de Te^eresje van Endor of Saüu Waarzegfter, i Samuel 
XXVIÖ» w. 7-2$ , en c^ns over Jobs Duivel. Jn de beide 
laatfi^ predikatien, die hij i^ Anfteldam deedt drukken, be- 
weerde hij inzonderheid, dat de zogenaamde Toverijen en •S^** 
ken. eer voor bedrog van menfchen , dan voor werkingen 
Y^n den Duivel moesten gehouden worden, tevens ^e kennen^ 
gevende, voornemen^ te zijn, iets wegens de Toverijen en 
Spoken {n *t licht te geven. Intusfen dat hij bezig was, met 
%*gön^ hij -pp den predikftoel hadt geleraart, in g^fchrift tei 
ftell^i^ tn te befchaven , kwam uit Engeland een verhaal we- 
gen^ ^ep zeer zonderlinge toverij. Bekker bop^stlde zig ter- 
fio^d 901 dit boek meit enige aanmerkingen in 't nederduits 
tiit te g?ven; beloyejDide tevens, zijn werl?: ovpr de Toverven 
eerlatig te doen drukken; en, uit dit een en ander, wierdt 
tef\ laatften zijn zonderling boek, d^ Betoverde Jf^ereld^idnaamd, 

geboren. 

' In dit zo berugte werk, ipreekt hij van de werkingen der 
gce5tcjn*pp de lighamen, zodanig, dat hij in dezelve genoeg- 
Kaam. Öie yolkpmene onmooglijkheid fchijnt te ftellpn , en vei> 
d^. ^lö zodanige plaatzen , in welke van Engelen zo goede 
ah Icwade , wordt gefproken , en waar u;? men derzelver be- 

"■..••-1 ' • •!. • : 

(taan eïï werking gewoon is t^ betogon» geheel anders ver- 
klieft; hierom is hij ook verdagt gehouden, het gevoelen è^tr 
^9Mvi,t^0^^ a|n t9 kleven, die aan het beftaan yan Geesten 
Xff^ EngclOjiV S^löof flocgen; bij heeft zig nogthans van deze 
^-- blaam 



9> 



«S 
f» 



BEKKER. (BALTHASAR) «sy 

blaam gezsiverJ» en getoond, dat hij het aatD^ezen van Óees* 
ten en Engelen buiten God, erkende. Tot beter vcrftand, 
oirdelen wij niet ondienflig, *s mans gevoelen hier omtrent 
voor te dragen, zcdanig hij het zelve betoogd heeft in ene 
^f)pftxlght fati^fMit/ aan de Elasfis van Amfieldam ingele- 
verd : „ Hij erkende daar in namelijk , i. dat 'er Geesten zijn 
van God gefchapen, denkende wezens, geheel wat anders 
in hunne natuur en werking, dan dè lighamen en hunne 
i, werkingen kunnen zijn. 2. Dat deze Geesten zijn , of men- 
fchelijke , dat is ons menfchen door de fchepping gegeven , 
en voortgebragt tot een ligbaam, om met het zelve verenigd 
zijnde, te werken. 3. Of ook and^e, die tot geen lighaam 
„ zijn gefchapen , om in vereniging daar van , gelijk de mcnr. 
'9, fchelijke ziel te werken. 4. De Geesten die tot geene ver^^ 
I, eniging met bijzondere lighamen gefchapen zijn, worden In 
i, de H. Schrift, Engelen genaamd, die dangefchtft worden, 
„ in goede en kwade; het hoofd der goede Engelen, is Mi* 
„ cHAëL, gelijk hij, die genoemd wordt Dtm^el en Satan, het 
„ hoofd is van de kwade. 5. Dat de goede Engelen, in de 
,, volmaaktheid hunner fcheppingp volhardende , Gods Engelen 
5, genaamd worden ; en dat hij dezelve gebruikt naar zijn be- 
>, lieven in het uitwerken zijner oirdelen, tot dienst ^n^ 
„ uitverkorenen en tot ftraffe der godlozen ; maar dat de Inxse 
Engelen t van God afgevallen, en daarom, naar hun hooB, 
des Duivels Engelen genoemd, in de helfche verdoemenis 
„ verftoten, en vijanden van de gelovigen zijn.'* ,Ook bekend 
Bekker te geloven , „ dat 'er een Duivel is , nogthans niet 
^ meer dan een , doch die vele Engelen heefu" . Dus kwam 
het op de werkingen van den Duivel omtrent de menfchen 
9an, die hij duidelijk ontkende*; doordien hij beweerd, dat de 
Duivel met ketens in de helle geboeid en. hem alle magt be^ 
nomen itf. Doch doordien dit ronduit flaande te houden, te 
veel zou aanlopen tegens Gops woord en tegen de formulie- 
ren van enigheid, welke hij ondertekend hadt, die de verlei- 
ding van den eerden meii^ch töt de zonde, aan den Duivel 
toefchrijven , erkent Bekker hierom, dat de Duivel wel de 

P 2 "oir* 



9» 



|s^ ' JEKKER. (BALTHASAR) 

pir^rong van het kwaad is, maar op wqlk en? wijze, bepaald 
bij uflïgöns; bewerende tevens /dat de Duivel hier om vcx- 
(loamd én in de helle verftoten is, en noch door zig zei ven, 
öOcb döot aijnq Engelen werkt. Het veihaal van '^ menfchea 
ftïOti vcrleidinge, erkent hij wel ene befchrijving van het 
Uteark.dei Duivels te zijn; doch hij gelooft niet dat die gefchic- 
^enii alzo gebeurd is, gelijk ;sij verhaald wordt, maar verr 
klaagt dezelve in enen Icenfp^eukigen zin. Op de zelvde w^z* 
handelt hij meü de verzoeking van Christus in de woestijne, 
ywlke tóg opvat als ene inbeeliing des Zaligmakers , die zig 
^H Duivel, in eenzaamheid zijnde, dus fprekende vexbeel4- 
^^, fn alzo béftreedt, De werkingen des Duivels, zijn bg 
btiXn Werkingen van de menfchen zelve, doqh aan den D.uivp.1 
^o^fchreven, als die in den esrften mensch de bqze hegeer- 
iijkheid die uit de zonde over alle menfchen gekomen' is , ont- 
steken heeft. Eveneens verklaart h$ alle plaateen , i^ weike v^ 
hut uitdrijven van boze geesten wordt gefproken, van zeker^ 
Jtrankhedcn, en beweert, dat de H. Schrift, in opzi^ van d^ 
ivetiipgen der Geesten, zo goede als kwade, fpreekt naar h^c 
gevoelen der Heidenen ^ door de Joden overgenomen, die allp 
^crktjigen , van welke zij geene rede kooden geven , aan zc^ 
kettti Geest toefchreven. Voorts handelt Be«k;i:r van de bij[- 
tjsondere gemeenfchap met den Duivel , tot een uitgedrukt ver- 
hppdi C[n na zulks aan.de gejonde reden getoetst te hebben, 
g^at hij met dit onderzoek voorl, ten aanzien van dat geng.^ 
*t 1v0lk de H. Schrift daar van aan de hand geeft, en dan b$* 
yindt hij al mede niets dat naar een verbond met den Duivel 
gelijkt, maar wel in tegendeel, dat het gevoelen van zulk een 
ycrbond der menfchen met den Duivel , door kragt van wel- 
ken aUo. toverijen zouden gefqhicden, niet ftrookt met de Ie- 
re , poch met de beftieringe van Gqds verbond , aio voor ais 
pnder de wet; en allerminst onder *t euangelie. Dus verre 
dan naar gijn Inzigt bewezen hebbendei, dat het gemeen ge» 
voelen van 'do toverij, qn 't gene daar aan verbonden is, ge- 
hppl en al is buiten, en, wat meer is^ tegen de.n Biybel, be- 
ifchouwt hï Wder , w^t dan dat gene zij , dat ons c}e S^riS 

- ■ m 



\ 



tÈtWL (BALTHASaR) »S 

TUn ziiJSe menfchen zegt, en wat zij van hun docai getuigd t 
tëa dien einde brengt hij de perfonen die 'zulks bètteft «ereC 
té vooribhijn; om te doen vatten » v^t Van 2ulké lietlen t^ 
vervvagten wiacs , wat oogmerk zij hadden, tèn welken einde ^^ 
^Ij grcten en kleinen zijn gevraagd en te werk gefield} da^t 
ïiSL ziet hij hun hunne handelingen ttï konden af , en vtxtfxmi 
daar bij de redenen; diè *t volk, en zonderling .d< Koningen i* 
2tlv in Israël; bewogen, oïn s^ig aan döze inenfchen te vtflfd* 
pen. Dit leidt hem nü als vtn zelve ojoi na te gjian j Wat 
nu eigentlijk naat de Schrift Van al dut volk te houcten zij, e^ 
iü^ toont aan, dit hm doen van geen vermogen was; d&C ^ 
niet wisten *t gene ^j voorzeiden óf èls een b^zondeiie gd)9i* 
menis openbaarden; dat ze waarlijk niets met tH dddeU ^di 
^ gene iïj tig önderwónden , maar alleenlijk zülken pniteleA 
Jfchijn wiaen te iriakeh, en dat daar In hunne getóste konM 
beflohd. Doch nademaal de Bijbel op ettelijk^ plaatsen »4 
fchijnt te fpreken, dat ze in de be^sweringen der Tovefaa^s 

11. 

fcelve gefen kleine kragt ftclt, zo onderzoekt Bz^jan^^VM 9U 
gentlijk da5r mede te kennen wordt gegeven 5 en befluit,,.dat 
de H. Schrift niet zegt; 't geiie zg daar fthgnt te t^gëfiVii Hiff 
pp verklapt Mj , w^ar in dan eigentlijk dit kwaèd befta^it j 9n 
hoe 't bijkomt, dat die menfchen met hunne konilenarljen ) .en 
wel met name die vaii Israël; die hen agtèr na Hepen 1* fel den 
Bigbel 20 flegt te boek ftkan; en fzedert bg 't eerfte Owri^ 
tendom nbg zo gehaat en geiltaft z^n ;. midsgaders welke 4d 
reden was, van die wetten; waal: b^ dezelye pndèr '( Oindg 
en Nieuwe Testament verboden zgn. Tot 'hier toe nog ïïmv 
gefproken hebbende van dd genen, die gemeenfchap «OttdeJï 
hebben met den Duivel, gaat h^ eerder, over, qm van da 
«ulken te fpreken , die men acht dat den Duivel meost ts^n 
hebben , en , naar den geest met hem in zw»en ilrijd > of UU 
den lijve Zw&arlijk gekweld, dst is, bezeten zijn, Ni Jjölkl 
kortelijk verhandeld te hebben; gaat hij voort, met. 480 i% 
^ï)zen ; wat hier ons oirdeel over behoord te zijn , en hoed*» 
trig een Christen zig daar omtient behoort te gedri^en^ £ » 
doordien bem door fommigen ssljner tegenibfiyers «^n vtorg9« 

r 3 #<«. 



^' 



fl3d BEKKER. (BALTHASAR) 

Worpen, de zogenaamde formuleren; poogt hij te betogen, op 
boe zwakke gronden de voomaamfte Leraars bouwen, van 
welker meiningen bij Gtsb. Voetiüs is te vinden ; en dat de 
Schmt, niet grondig onderzogt, alleenlijk op den klank der 
woorden, naar gewoonte, en op blote aanwijzinge, tot bewijs 
wordt bijgjBbragt, Daar tegen wijst hij aan, hoe de formulie- 
ren, naar inhoud cki verhandelde Schjriftuurplaatzen moeten 
verftaan werden , in alles wat dezelve van aanvegtinge of ver- 
Icidinge des Duivels, geestelijken Ihijdt, toverij, waarzeggin- 
gpn , en beLczingen vermelden ; en dat derzelver welgevoegde 
ftijl dat ook medebrengt Dat meer is , h^ betoogd nog ver- 
der, dat deze gemene doling, omtrent de voorzeide werken 
des Duivels en zijn volk, met onze formulieren ftrijdig is, en 
dat.geene andere, dan die in zijn gevoelen flaan, bekwaam 
zijn d'ondertekening , die alle Leraars der Gereformeerde Ker« 
ken voor 't aanvaarden hunner diei^flen doen, in dezen dele 
goed te maken; teffens toont hij aan, dat 'er de godzaligheid 
des levens merkelijk door gebroken , Gods eere grotelijks ver- 
kort, 't geloof en de liefde zeer gekrenkt, het Christendom 
voor d'ongelovige ten toon gefteld, en ons gebed ontheiligd 
en belemmerd wordt. Hier nu over maakt hij het befluit op, 
wat ons van die dingen te geloven en te betragten ftaat; voor- 
eerst van fpoken in 't gemeen, en dan bijzonderlijk van voor- 
Ipooken vtx>rfpelling; hoe verre die mooglijk'is of niet, en 
aan wölke oirzaak toe te fchrijven. Volgens zijn betoog, is 
2e aldaar natuurlijk , maai* niet van den Duivel ,- 't zelve geeft 
hij ook te verftaan van de zogenaamde hexenfpokén , en wiche- 
'lingen; insgelijks ook van bezetenheid, die van den menfche» 
door verbond des Duivels zij gewrogt, en voorts, hoedanig 
een toverij in de wereld is , of niet; vervolgens leert hij, hoe 
wij ,ons in dit alles naar behoren moeten gedragen , met veel 
eerbieds en godvrugtigheids tot God, met liefde en befchei- 
denheid tot onzen naasten, en voor ons zelv tot oeffening 
van godzaligheid. Het veAandelde zou ons reden geven te 
denken, dat de zaak hier mede voldongen ware; maar de 
ondervindingC;^ de beste leermeester der dingen, op een me- 
nig- 



nigte vckn-beelden deunende, fcbi^nt hier ih den \v^ té jiyn|. 
doordien men zig daar op beroept, en óat met zülk eeU ktdgti 
dat de oren doof fhkn voor de redenen^ tot hier tOë bijgfP 
bragt. Öm dan dié ondervinding &n gronde toe té tondéirac^l^ 
kèn ; en op dat niemand zi^gge; dat hij met zijne nieuwe liti 
wil tegenfpréken de gantfe wereld ^ vol kfoarbUjteU|ki pif^ 
ven zulker \^rkingen des Duivels; ills hig ontkent i 'dS{ ^ 
zijn; ondérfchéidt hig die in een ondervindingen dre hij jj^ü ll^ 
gene noemt , en die vin ^ndttc wordt voorgegeven i Ügi^ 
gaat voor al; iha^ ten 'einde niét mi$ ft tastéti, tobnt h^ 
eei'st, hoé een mensch op eigen ondervinding mag betroUwiiljl 
en dan hoé verre hij. aderen daar in mag geloven: toi dh^ 
dërrigting, geeft hij dan vooreerst te kannen., dat wéinige tal] 
ons bekwaam zijn, om behoorlijk oirdeel van die dingëü b§ 
te maken; 9f ook wél, dat ons dé- gelegenheid ontbre&tj bl^ 
alles, wat. tot volle kennis vereist wórdt, te verhemen* Het 
eerde fielt hij in 't vooroirdéèl , daair wij mede in^nQ&cli 
zijn , als ook dé vreze en fclirik, dié ons op zulk éne ontinoë^ 
ting overvalt; -als mede, in gebrek van kennis ;- wstt dé kri^^ 
ten der natuur vermogen; hét zij dm iets té wérken ^ het 2^ 
tm iets alleénligk te doen fchijnén, dat zo niet Is; bet s^ Ödk| 
óm 't bedrog te merken van dé menfchen , én de krègt éét 
konsü en oelfëningén^ dié ons zulke dingen, Welké zi^ AiaAT 
natuurlijk doen, voor toverij doen aanzien én gelóven J h^i " 
Vim geeft hij verfcheidene proeven op ; en dan belangend^ 49 
gelegentieid ; die dikmaals ontbreekt,* om agter 't géheiiö dtóf 
Natuur te komeh. Dit afgehaqdeld, brengt hij té betifg d^ / 
voorbeelden van fpokérg, van bezetenen én betoverden/ Hé 
hém zclv bejegend zijn ; hij oirdeelt daar uit van dén ripé^ 
gaaij, in de Gedenkfchriften van den Ridder TmPLB vérifiéld^ 
die men geloofde dat betoverd was; en vergelijkt d4t vöoVVal 
met een andere ondervinding,» hem zelv bekend, Vati dié 
betovertheid des lighaams gaat hg over tot de ziel, en toèld 
zijn eigen ondervinding aan meer dah een perfoón , én Op 
verfcheidene plaatzen, in *t b^zondëx i^Frmker ; voorts' bjtóiigt 
hij vele voorbeelden bij van fpokerijen eü bèS^ï^tenbede/Jy dié 

^ P4 tii 



"N 



«3J» BEKKER. (BALTHASAR) 

Aa nauwkeurig onderzoek, bevonden wierden van alle vTau^ 
heid ontbloot te zijn , en ra men die met alle zorgvuldigheid ont- 
leed hadt, niet anders dan de fchim overlieten. Verder reist 
de Schrijver met zijn boek de wereld rond, en Urengt allerleij 
voorbeelden bij^ die meest beroemd. en ook de kragtigfle gere- 
kend zijn« om 't gemeen gevoelen te bewijzen. Eerst vau 
Jpokerji en toverij y die voor gewoon te boek ftaat; gelijk de 
wtte 'wijven^, van welke men in ons land ipreekt, de yinxtt 
yroww van Rozenburg^ en mei^x dingen van dien zelvden aart. 
Voorts, handelt hi^ van de zulken, die men zegt, fchoot- en 
fteekvrij te zijn; bewijzende dat alles vals is> wat daar van 
verteld wordt. Vervolgens begeeft hij zig tot 't onderzoek 
van vele byzondere vertellingen} en in de eerfte plaats, van 
zulke die men geen zekjsren naam kan geven,, of *t fpokerij^ 
rf wichelarij of toverij , of bezetenheid voor *t merendeel te 
noemen jdj, om dat in een verhaal verfcheidene foorten te za- 
aien komen; vervolgens wordt van wichelarij of toverij^ ieder 
in 't,bijzonder gehandelt; van alle deze ofiderfcheidene onder- 
werpen jcen menigte verhalen bijbrengende, van gpbei^tenis* 
ièn die .'t meeste gerugt in 't vak van fpokerijen^ betoveringen 
*enz. gemaakt hebben, en teflèns daar van de tastbaarse vals- 
heid aantonende. Voorts betuigd Bekker , dat indien h$ 
meer voorbeelden, die tot bewijs van des Duivels werke» 
worden aangevoerd, wilde ondei zoeken, hij nimmer een cin» 
de zou vinden ; en dat hij derhalven de verhandelde vol- 
doende befchouwt, alzo die boven anderen bekend, onlange 
geleden, en nabi^, of een van beiden zijnde, gewisfer on* 
derzogt, en op de plaats, en bij de levende bevraagd, tot 
des te klaarder overtuiginge des lezers moeten dienen. Vaiv 
't werk eindelijk fcheidende, fluit hij met een t'zamenftel van 
al 't bewijs tot een , dat in alle de vier boeken van zijn 
werk ergen$ t'zijner plaatze is aangewezen; 't welk zo veel 
uitbrengt, als dat 'er geen reden is in de Natuur, noch be- 
wijs in de H. Schrift, noch blijk uit de bevinding, om aan 
de bo^e geesten toe te fchrijven de werkingen ; die doorgaans 

gelooft worden voort te komen van den Duivel, of van zalko 

Ricn- 



\ 



BMKER.' (BALTHASAR) «sf 

inenfchen , die met hem in bondgenootfchap zouden ftaam. Uit 
dit alles toont ooze Doktor dan ten flotte, boe kwalijk tjj 
doen, die in plaats van de bijgelovigheid uit te-tugtigen,- de- 
zelve voeden ; een fchuld die veel meer Kerkelijken en School- 
geleerden, dan Overheden en Regters betreft, gevolgelijk dan 
ook verpligt, om op'genezinge van 't ingekankerd kwaad be*' 
dagt te zijn. Doch vermits dit langzamelijk te hopen is, wil 
IDoktor Bekkbr zijnen lezer , en hem zelven te nutte maken 
^e'lesfe van den groten Kruisgezant Paulus; verwerp (Tongod- 
Mjke en oudwijffcJie fabelen , ü zelven oeffenende m godzaUghéidi 
X Tm. IV^ VS. 7. Én dit, betuigd de Schrijver, het gehelo 
m^erk door in acht genomen te hebben. 

Het kon niet raisfen., of de Kerkenraad vaö Amjleldami 
moest van een boek 't welk zo veel gerögt 'maakte , en zo 
veelvuldige klagten en opfchuddingen verwekte, kennis ne- 
men. Dit begon op den 31 meij 1 691 met ene commisfie , 
om de wetten , aangaande het vifiteren der boeken na te zien ; 
Tervolgens kwam de zaak zelve te berde; een ieder wierdt 
vermaant het boek te lezen; men benoemde gelastigden om 
uittrekzels te maken, alsmede om metBEKiotR, diezig daar 
toe aanbood in onderhandeling te treden ; het herdrukken zij- 
ner boeken wierdt middelerwijl verboden. Inmiddels deedt 
Bekker een reisje door Frieslandy Groningen en Overijsfel. Te 
jt4mjieldam XG rug gekomen zijnde, vondt hij zijn bock algemeen 
yeifoeid, en orde gefield om met hem te handelen over de 
vereiste voldoening wegens de ergernis, door hem aan de 
Kerk gpgeven; 't welk Bekker zig liet welgevallen. Men 
tradt dan met hem in onderhandeling; doch hij bleef volftan- 
dig weigeren, enige andere voldoening te geven, dan in al- 
gemene bewoordingen behoudens namelijk zijn gevoelen, en 
alleen met betuiging van leedwezen , dat de Kerk uit zijn 
boek zulk een ergernis hadt genomen , daar hij met het fchrlj- 
ven van 't zelve een rein en zuiver oogmerk heeft gchadt, tö 
weten, om God alleen de cere te geven, en de overblijfzels 
Tan deze ongelovigheid des Pausdoms, uit veler harten weg t» 
nemen. Deze betuiging voldeed egter gants en al den Kerken- 
* ' P 5 raad 



«34 iËKKER. (BALTHASAfri 

laad niet , maat zij eiste éne uitdhikkelijke herrocpiiif i^ndr 
gevoelens, waar toe hij evenwel niet kondé befluiten: Dus 
kwam de zaak voor de Klasfis; dezelve oirdeelde, dat het 
i)oek behoorde gevifiteerd te worden , 't welk Bekker ontken- 
de, zig ten dien einde beroepende op zijne waardigheid van 
Dotaeer In de Godgeleerdheid. Vermits hij de zaak met deze 
vergadering niet eens konde worden, beriep Èrkker zig op 
een hoger regtbank, i^e Sijnode, niet om dezelve dis Regter 
te erkennen, maa: gelijk fommigen verhalen, om tijd te win- 
ren , fen het overige nog niet gedrukte gedeelte van zijn werk 
de Btftoverde WckIu , in 't licht te geven, gelgk gefchieddë. Do 
Sijnode trok de zaak tot zig; doch vernomen iicbbendc, wat 
*er in den Kerkenraad en Klasfis van Amjieldam waè Voorgeval' 
len , en hoe deze de zaak naar behoren hadt behandeld , wiyst 
zij , na Ëekker gehoorcï te hebben , de zaak aan de Amftel- 
damje Klasfis te rug; betuigende niet voldaan te zijn over des . 
Doktors antwoorden, prijzende de erflftige handelingen dés 
Kerkenraadsi en tevens last gevende aan de Klasfis van JitHr 
fieldam en de Deputaten van de Sijnode,- om vérder over dé 
zaak te handelen. Na dat de yérkenraad de zaak weder in 
'handen hadt genomen , wierden 'ér ettelijke artikelen ontwor- 
pen , om Bkkkeii voor te houden , hij beantwoordde die fchrif- 
telijk , doch niet op tnc wijze dat hij genoegen gaf. BskKEiè 
bragt hier op de *2k voor Biu-gemeesteren ; én doordien hg 
den Kerkenraad géené 'i^oldoening gaf, vondt deze andermaal 
goed , zig aan de Klasfis te vervoegen. Na veel over en we- 
der fprekens en fchrijvens , na het houden vtn verfcheidcn fa- 
menkomften, ook met de regering der Had, ondeifchreef Bek- 
KER ten laatften enige artikelen van voldoening ; hij verklaar- 
de in dezelve , te geloven : „ dat 'ér goede en kwade geesteii 
;;ijn; dat de Duivel, de begeerlijkheid in des menfcheri 
harten ontftoken hebbende, den mensch verleidt, doch ook 
daarom in de helle geworpen is, en hem nu voortaan gee* 
„ ne werkingen omtrent de menfchcn kunnen toegefchreven 
„ worden ; dat hij dit niet hieldt voor een ter zaligheid nood- 
^, zaaklijk leerftuk, maar het enkel aanmerkte als een prohkir^ 



>1 



BEKKÈ&i (BALTHASAÜ) 4|5 

• 

fi of voordel dat te onderzoeken was; 't welk hij verzeg dat 
^, in hem geduld mogt worden ; dat *t hem leed deedt, dat Ivj 
$9 zig in geene onderfcheidener bewoordingen hadt uitgedrukt 
^y ten aandien van de leer der Hervormde Kerk, even als of 
j^ deze niét zuiver ware van de gevoelens der Mankhéen, en 
,, dat het g^ne in *t algemeen gezegd was, alleen op de bij* 
9i griovigtf leden der Kerke nloest worden toegepast; dèt hij 
f, zig aan de formulieren van enigheid hieldt, en beloofde, 
„ zijne gevoelens niet verder te zullen verfpreiden." Na de- 
ze verklaring, wierdt de zaaik bij de Elasfls in ojnvrage ge* 
bragty én nam de vei^dering genoegen ii\. dezelve; voorts 
fchorste aj Bekker, óm de gegevene ergernis, voor den tijd 
van twee maanden in zijnen dienst. De cenfure Wierdc van 
hem aangenomen, en van dezelve kennis gegeven aan fiurge- 
meesteren van Amfteldtm^ die zig dit lieten welgevallen, ^nf 
bevel gaven, dat dt artikelen van JattsfaElie gedrukt wierden. 

Dus dagt'.fflen dezen oorlog geëindigd, en den weg tot alte' 
verdere onderhandelingen over de zaak van Bekker te hel> 
ben afgefneden. Doch veue van daar , men rekende buiten 
den waard; want zo dra wierdt hét bejQuit van de Elasüs niet 
rugtbaar., rf de opfchuddingen vermeerderden ; 'er kwamen 
brieven van den Kerkenraad van Rotterdam y en remonfiran* 
tien van de leden der Gemeente aan den Jmjleldamfen Kerken- 
raad, klagende over het afdoen dezer zaak met zo weinig ver- 
genoegen, en over de geringheid der cenfure ^\n evenredigheid 
van de grootte der misdaad. Alle Klasfen en Sijnoden van 
geheel Nederland y raakten in xt^ en roer. Elks ogen waren 
nu gevestigd og de naastvolgende Sijnode, welke in Nowd» 
holland moest gehouden worden , èn men verlangde met on- 
geduld, naar 't gene men daar in zoude befluiten. De Klas- 
fis van Hoorn fchreef een gravamen over deze zaak uit; de 
Kerkenraad van Anfteldom bragt een confiftoriaal ad vijs in de 
Elasfls, dat Bekker, voor dat de Sijnode was gehouden, van 
zijne cenjtare niet mogt ontflagen worden. Eindelijk vergader- 
43e de Noordhollandfe Sijnode in 't begin van augustus 16^2, 
binnen Akmaar. Hier wierden hem de ingekomece grieven 

voor^ 



igS '^ èÈKKER. (BAtTtïASAlf j 

VoofgehoYiaèn; De Sijnodê fiam inzo'ndérhèid kwalijk, Öal 
Beki^er,. voorgevende voor de m&gt van God alleen te plen 
ten , de Kerk befchuldigde , dat zij die ontkende. Ook dat hij 
bet Profetisch ambt van Christus benadeelde, indien hij ftet- 
dé, dat het gemeen gevoelen van de werkingen des Duivel* 
ten tijde van Jrsus verkering op aar.'e; reeds bekend was g©^ 
tvèest, zender dat Christus zulk een wingevoelen * hadt te- 
gengefproken. De Doktor bekende voor de Sijnode, dat jEk 
stfs zelcerlijk dat gevoelen zou hebben moeten tegenfpreken ,♦ 
ingeval Ie het ten zijnen tijde onder de Joden was bekend ge- 
weest ; doch hij ontkende, dat zulks met *er daad plaats hadt. 
Men hieldt hem dan zijne eigene Woorden voor ,* ' in welke 
bij zegt ; • „ dat dit wangevoelen reeds ondet de Jödèn was ; 
„ en dat de zulkön , die bij Jesus ovei- bezetenheid klaagden ; 
4; niet naar waarheid fpraken , maar naar dat wang^oeIen,wellc 
„ de Joden, na dat zij meer verkering met de Heidénfe Wijs*- 
geren gehadt hadden , zedert de Bdbijlonife gevangenis ,' had- 
den overgenomen." Bekker zogc zig hier over te verde* 
digen , doch het Sijnode nam geen genoegen in ^jn antwoord; 
Na lang over en weder handelen, kwam men tot een befluit/ 
dat ieder Predikant in Noordlwlldnd zijne ged^gtcn over Bkk- 
ker's boek , fchriftel^k zoude inleveren , en hij zelv' ^lle$ 
waaromtrent de Klasfis zoude overeenkomen, zöü wegnemen i 
veranderen , herroepen , ja zelvs wederleggen. Doch BbkkeK 
vondt hier in géén genoegen , maar leverde een Rtménjlrmtit 
In, waar in hij weigerde het Sijnode voor zijnen regter te er- 
kennen , onder anderen vooi* reden gevende, dat hij reeds 
een cetTpure hebbende uitgeftaan, mèt ge6ne twede kon be- 
zwaard worden , v/aar van dè Sijnode het tegendeel beweerde* 
Na dan enigen tijd mfet BëkiCer gehandeld te hebben , om te 
vernemen, of hij nadere voldoening zoude Willen geven, eh 
hij, bij 't gene te Anifteldam gefchied was, bleef volharden', 
wierden de advijfen ingenomen. Dezelve kwamen hier op uit, 
dat Bekker geene' genoegzame voldoening hadt gögeven , en , 
zo hij hier omtrent weigeragtig bleef, in de Kerk niet lan»- 
ger tonde geduld worden , en daarom van zijnen dienst wierdt 

af 



3> 



BEKKER. (BALTIIASAR) ftg; 

isfgea^t Ban Bakker onverzettelijk op zijn fluk ftaanda blljr 
srendci wierdt na hem nogmaals te vergeefs vermaand tp helf- 
ten , van zijne gevoelens af te ftappen en meerder voldocr 
joing te geven, met eenparigheid van ftemmen, hetvolgendp 
befluit genomen. „ De Christelijke Sijnode alle zagtmoedig- 
^, beid en befcheidenheid gebruikt hebbende, om Dr. Baw- 
„ THAfiAR Bekkjeb, tot ene genoegzame rjBtraftatie te induc^ 
5, xcn, en zijn £erw. blijvende weigeren de Sijnpde voor z^- 
^9 nen competenten regter, te erkennen , en de ai til^elen va;ji 
^yfotisfaÜiCy bij de Christelijke Sijnodus opgeftqld; heet't op dp 
„ ingebragie advijfenvan de Klasfen, met eenparigheid van 
^y fiesnmen, denzelven Br* Besker verklaart, intolerabel al^ 
,, lerw in de Geieformeerde kerk , en vervolgens hem vaij 
,, zijnen prpdikdienst geremoveerd , gelijk ?e denzelven rp- 
,^ moveerd mids dezen , en zal aan de £erw« Klasfis en de^ 
„ Berw. Kerkenraad van Amjleldam, ene cppije van deze re- 
), fohitie en conclufie toegezonden worden, om haar zelven 
,ƒ daar naar te reguleren/' Zodanigen vonnis gpveld zijnde, 
. wUde men Bakker daar van kennis geven ; doch hij hadt Ji^ 
maar reeds verlaten, agtorlatende een fchrifcelijk protest, waar ' 
in hij. verklaarde 9 niet «te kunnen berusten ii) ene Seripentici 
€(mdemnatoria a non Judice,, een vonnis van veroirdplinge ge- 
veld door iemand , welke, hij voor geenen regter erkende. Het 
vonnis door de Sijnode geftreken , wierdt kort daar n^^ , doojr 
de wethouderfchap van Amjieldam beki-agtigd , egter vpndt zij . 
tevens goed , om Bekker 5?ijnp gewone jaarwfdd§ tot aan z^- 
Hèn (lood te laten behouden. 

Dit vonnis bekend geiyorden zijnde, regende het eerlang 
boekjes en gtfchrifccin, waar van fommigen war^n ingerigt, 
om hqt gedrag v^n de Noordhallandfe Sijnode en andere Kerk^-^ 
lijke handelmgen omtrent Bekker gehouden, hemelhoog te 
prijzen ; terwijl ande.ren , het ten hoogftcn verfoeiden en als r»!H 
ï(5gtvaardig uitkretqn. Vfï^ zullen flegts van een der laatfa 
foort melding melken, om deszelvs zonderlingen inhoud; het 
is getijceld: 5?en triumpl^crenöen ©lüiiel/ fpoftcnö$ omtrciit 
Dttfberd j^a^na^fM^,' ^ ongenoeindeScIirijv^r, vangt dus aan : 

.; . „ De 



»Sf BEIKER. (BALTHASAR) 

„ De Duivel is zeer gelukkig-en in veiligheid, zegt Memxiu 
yf Rius, doordien de Grote Raad der Theologanten zig met 
„ zo veel ijver voor bem In de bresfe fteld. Maar hij koste 
^ niet begrijpen, hce dat menfchen, wier beroep vordert 
,, om den Duivel afbreuk te doen, en hare kudden de mtdde^ 
^ Icn aan de 'hand te geven-, tén einde hein te weerftrevcn, 
„ zijne belanjg;ens met zo veel ijver kunnen omhelzen, ea 
„ voof heni en zijn rijk de wapenen aangorden. Zij hoor* 
j, den bet evenwel, en zagen het; de ene zeide, BEioot 
^ heeft geen eerbied genoeg voor de Duivel: de andere, h^ 
„ fpot met den Duivel : een derde, hq fpreekt op een al te 
„ lugtigen trant van Satan, hij moest hem met meeider b^ 
I, fchaaftheid behandelen, dewijl het een fchepzel vanGpD is: 
,, nog anderen zeiden , de Duivel is noodzaaklijk , hij komt m^ 
1, onze kr^am te pas, wij kunnen hem niet misfen; het volk 
„ zou on^ niet geloven, en onze leerdienjt zoü te gronde 
„ gaan, indien de Duivel niet 'm *t fpel kwam en ons vaarwel 
„ zeide : wie zou de moeiiTe willen nemen om Gpo te vrezen « 
„ indien het niet was uit oirzaak van den Duivel? De men- 
„ fcben zouden nimmer naar den hemel willen gaan , indien 
„ de Duivel hen *er niet naar toe joeg." Uit dit enkeWe ftaalt- 
>e kan men afleiden , op welk een* trant fommigen <}er apolo- 
gisten van Bekker, hem verdedigen. Ook wierdt 'er in dien 
tijd een allerkwaadaartigfte fpotpenning gemunt;, verbeeldende 
oen Duivel in een Predikants gewaad met mantel en bef uit- 
gedost , zittende op een ezel , en houdende een banier of 
vaandel in zijn hand, om aan te duiden, dat h^ een zegepraal 
was door den Duivel bevogten. 

De Kerkenraad van Amfteldam was nog niet ten vollen ver- 
genoegd, met de afzetting van Doktor Bekker bewerkt te 
hebben , hc^ geluste haar een ftap verder te gaan , met hem 
de kerkel^ke gemeenfchap te ontzeggen , en hem van 't avond- 
maal te weren. Deez* brave man, hij mag dan zo ketter^ 
over den Satan en zijne Engelen gedagt he^b^b^n als men wlU 
bdtreunde zig daar luttel over , en vervoegde zig bij de Wal- 
fe Gemeente, daar men geen zwarig^id maakte, om hem 



BEKKER. CBALTHASAI^) ^jg 

^n de tafel des Heren als medebroeder en ^isjpnopt te out- 
vangen. Dus van de vervolging deï Geestelijkheid bevrijd^ 
Jlcet hij het overige zijner da^n in rust tcAmJleldam^ en over- 
leed aldaar ^an de pleuris op den ii julij 169.8, in den ou-r 
derdom van bijna 64 jaren Zijn ftoifeiijk overblijfzel wierdt 
naar Friesland gevoerd, en te Jclfum^ een dorp nabij Leeuwaf- 
den gelegen , 'in zijn vrouws familiegraf, begraven, pie vai^ 
^ mans godvrug(;lg leq in de daad christelijlc affteryen , als 00]^ 
Tijn gantfe gedrag, op zijn ziek- en fterfbed, daar Inruim dr ij? 
maanden met vel^ fmerten worflelde ^ onderrigt w\l zijn , raad- 
plege het verhaal daar van door zijnen zoon, pnder den tijt^} 
van : ^tetfbeötie ban ^om, Bekk^r in *t lipht ge^ven ; een ver- 
haal dat door leder, die enig gevoel van ware godsvrugt heeft „ 
•niet zonder innerlijke zielsaandoening kan gelezen worden; 
toorts volhardde hij tot aa^i zijn dood toe^, bij zijne gevoe* 
lens ten aanzien van den Ekiivel en de werkingqn der Geesten» 
jnet betuiging, dat hij voor *t overige de aangenpmene leer- 
ftellingen der Hervormd^ )lifix% vasthjk geloofde. 

Bekker 19 getrouwd geweest , met Frouk Fullektu^, dog- 
^r van Bei^nardvs FuLLEifi^s^ in leven Profesfor te Franeker^ 
^erst In de hebreeuwfe taal, naderhand in de matheus, en Hs- 
BELiA HpncMA AB HiNKENBURG, ult Gpn adelijk gedagt, wien^ 
zuster Alethsa , de moeder was van den wijdberoemden g&- 
^eraal en veldbouwkundigen Meiiko van Coehoorn. Bij de^ 
ze vrouw heeft hij een zoon verwekt, met name Joiiaknes 
Hendr^c Bekeer, die- in 1737 als Predikant te Jelfum i$ 
overleden; benevens twee^ogters, waar van de Jongde Ajht 
ka Maria Bekker, is getrouwd gpweest met Ds. Jeee^ia» 
{Iendrik Bruining , Predikant te Beetgunu 

Ten aanzien van de geftalte zijn's lighaams en houding, waf 
Bekker geenzins gundig door de natuur begaaft; zijne tronio 
inzonderheid >va$ allerongelukkigst,- een langp neus die ga^ 
iioegzaam op zijn yocxu^lfi^kende kin ruste, met ingevallcr.a 
konen, vormden een gants onbevallige tronie; 't welk i^ 
]^Iox?jNrATE zijn pourtrait ziend^, vooi d^n fianfen druk van zijii 



1 



S4^ «EKKER. (BALTHASAR) 

SSetoberte Wtnlt^/ niet onlartig op der^Iver lelijkheid S^! 
ibelende , deedc zeggen t 

Pw, par toi de Satan la puisjance est hrifée^ 
Mats tu n'as cependant pas encore asfez fait f 
Pour nous oter du Diable entierement Vidée^ > 

. Bekker Jiipprime ton portrait. 

Doch 20 min gunftig hem de naüur, tfen aanzien van zijne ^ 
Ughaamsgeftalte en tronie geweest was , zo veel te meer bezat 
bij van hare gaven , ten opzigte van zijne zielsvennogcns eti 
verftandige hoedanigheden. Onzijdigen getuigen, dat de naam 
van fchrander, geleerd, weetgierig en arbeidzaam, hem nie^ 
kan onthoudeo worden; hij bezat een vrijen geest, en wild© 
zig aan niemands gcdagten flaafs verbinden , maar onderzogê 
alles ingevolge de geftrengfte regelen der reden, of 't gen« 
hem zulks toefcheen ; voorts was hij vurig en vlug van ver- 
nuft, en wanneer hij eenmaal een gevoelen hadt omhelst, was 
bij *er niet gemakkelijk af te brengen, ja fomtijds betrouwde 
bij te veel op zijn eigen oirdeel ; hij hadt met \feel andere 
grote mannen die diep denken gemeen, dat hij fthranderder 
•was, om t wijfiel ingen en zwarigheden te opperen, dan die op 
te losfen; ongemeen moedig in gevaren te eijn toonde hij bij 
meer dan ene gelegenheid , als onder anderen ook , toen ajïi 
borstbeen aangeftoketi zijnde, riien hem ene grote opening in 
fle borst moest maken , en een (luk vlees 'er uitfnijden ; deze 
pijnlijke bewerking , ftondt Bekker met ene wonderbare ftand- 
vastigheid door. Ook was hij zeer goedhartig en vriendelijk , 
en wist zig dcor zijne dienstvaardigheid , bij zijne ambtgenoten 
aangenaam en bemind te maken; van welken enigen ook alles 
bebben ^angewcnd wat in hun vermogen was, om hem, wa- 
re 't mogelijk te behouden. Hij hadt geen uitwendige gaven 
voor den kanfel; en fchoon hij kundig was in de matheus, 
de beste van alle de logica's, waren zijne leerredenen niet 
regelmatig, maar egtcr zodanig ingerigi, dat die voor ieder 
verftaanbaar waren; ook was hijj door ajn ongemene vlugheid, 

bij 



•• 



BEKKER. (BAX-THASAR5 «4X 

lii^kaQs altoos In ftaat tot het waarnemen van eei>pr^ikbeiirt 
Van aart boertig en fchertzend zijnde , (lak zulks fomtijds ook 
jn zijne predikatien gelijk in :5ijne fchriften, door. Dus ver* 
koos hij wel ^ns texten » die op zekere voorvallen floegen ^ 
welke bjij in 't pog hadt; zie 'er hier een paar voorbeelden 
van; een zijner ambtgenoten osfen hebbende te bezorgen, en 
onzen Bekker verzogt hebbende om voor hem te piediken, 
nam hij tot text de woorden: i Eorint. IX. vs, 9. Zorg$ 
0ok God voor de Osfen? Toen hij van H^eesp naar ^mjleldarn 
verroepen was, en de drie afgevaardigden, ter zijner losma- 
kinge , zig in de eerstgenoemde ftad bevonden , predikte hij 
over de woorden: Hand. X. v^. 19. Ziet drie Mannen zoeken 
u* Zeer vaardig tèfFens was hij in zijne antwoorden , en^ door 
rijfie grote geoefFendheld in den bijbel , bekwaam , om bij al- 
lerlcge gglegendheden een gepasten fchriftuurtext bij te brcn- 
-gen; ten voorbeqlde hier van ilipkke, dat een zijner ambtge- 
jioten van ^n lage afkomst, hem een grieks vers, door zijnen 
zoon die nog zeer jong was , vervaardigd , en tegen hem irgc* 
rigt, in handen deedt floppen; hij las het vers, eiste pen en 
inkt, en fchreef terftond 'er onder; 21e Job, XXX. w. i., al- 
waar men deze woorden leest : Maar nu lagchen over mij min' 
dere dan ik van dagen , welker vader ik verfmaad zou hebben , om 
hij de honden mijner kudden te fiellen* 

Bekker , is zes of zevenmalen op ve^ fchillende wijzen , in 
plaat afgebeeld ; onder dat , 't welk aan *t hoofd der laatflo 
di'uk van zijne SSetoberDeS^amlb is geplaatst, en door P. vau 
CüNST gB&^en , Je^st men de volgend^ digQr^els ; . 

Dit 's Bekker, hier vopr 't oog natuurlijk afgemaalt; 
Die 't fnode bijgeloof, het Christendom bekropen. 
En diep verpest , beftond ten gronde toe te (lopen ; 

De Duivel, dwaas gevreest, ?ian ketens heeft bepaalt. 
Schoon ünaad geworpen op zijn godgewijde veder. 
Hij gaf aan God zijn 6er, te ftöut gefchonden weder, 

TANDEM BORA CAUSA TRIUMPHAT. 

. Ter eeuwiger gedagtenis van dien diepdenkcnden Thcolo*' 
II. Deel. Q gant. 



t44 JEKKER. (BALTHASAU) 

gant, iSjn >? vijf penningen gemunt, cfie alle op de vóojr^fl- 
de '8 man^ becUtenis vertonen, en waar van de eerjte, vierda 
^n vijf(^ toe randfchrift hebben ; Baltbasar Bekker. S. S. T. D. 
e*r V* D. M. Amst., terwijl het randfchrifc van den tweden en 
derJm Y§n d^zen inbo id is : B. Bekker. S. T. D. V- D. M. 
AM?t, NATys I^lEtSJLAV. Fris. MDCXXXIV. Op de tegenzij^ 
ran dca aprji^t l^^st n^en onder ene doorbick€i-de zonne, 
dit yicttegelig gedigt: 

Nu werd het wangeloof bïftreén ^ ^ 

pe Duivel met de voet geneen. 
Van die op 't pad der waai beid gaan, 
]gn Bekker in zijn gi'ond verdaan. 

MDCXClI. 

De twedci waar op *s mans beeldten|s met de flinkere 
^ang naar buiten is gekeerd , daar die op de vier anderen met 
de regterzijde voorkomt; heeft op de tegenzijde, die geënt 
verbeelding heeft, dit zesregelig gedigt: 

pit is dien fchri(tdoorleerde Bekker, 

Dien heil en tpverij ontdekker ;, 

Die hoe getrapt, getergd, noch ftil 

Zig onderwerpt zijn*s Heren wil. 
JEen tnan gezond in leer en lever. : 

Hoe meer verdiukt , hoe meer verheven. 

MDCXCII. 

De tegenajde van den derden, heeft in 't verfchiet, het 
Amjleldamfe Raadhuis en de Nieuwe Kerk , verzeld van deze 
fpreuk : Procül e$to erofani ; Ftr van hier de onlteiligen. 
Voorwaarts ftaat de beftrafFende waarheid, tusfen een rond- 
gekroa^elde flang, door twee zegetkkken doorregen, en enea 
vuurfpuwenden leeuw, en die allen 'weder nevens deze ge- 
wijde fpreuk: Matth. VI. vx. 13. ubera nos a malo; Ver- 
los mi van den bozen. Te weten van het te. groot opgevatte 
denkbeeld der toegefchieven magt des Duivels, waarom mea 
tot God met deze fpreuk verzugt , » die ^ den voet Jde$ 

pen* 



BEKKER. (BALTHASAR) afl 

penuings gelezen wordt: serva deus ecclesiam; Cod bewaar 
de Kerk. 

Op de tegenzijde van den vierden y bevegt deez' Godgeleer* 
de, tot geene kleine fpijt van de nevensgèzeten nijd, in de 
gedjlante van Herkules , den twehoofdigen helhond Cerbebus , 
wiens ene hoofd met een zotskap, en wiens ander met een 
kriiinmutsje of kallotje gedekt is , en welk laatfte omtrent de- 
zen tijd veeltijds door zeer eerwaardige en geestelijke mannen 
gedragen wierdt. Op den voet des pennings flaat : opus 
viRTüTis vERiTATisquE TRiuMPHAT ; Het werk van de deugd en 
waarheid zegepraalt. 

Eindelijk ziet men in 't vcifchiet der tegenzijde van den 
vijfden, enigen van 't gemeen zig tcgens twee verfchijnende 
Duivelen verbazen; terwijl de waarheid, welke in de llin- 
kerhand twee fleutelen houdt , met haar legtcr rust op een 
verzegeld boek, 't gene op enen autaar, behangen met het 
^mfteliamfe wapenfchild, ligt. Het randfchrift ontleend uit 
HoRAT. Carm, Lïb, IIL Od, i. vs. i. luidt aldus: odi pro- 
PANUM VULGUS ET ARCEO; Ik haojt Let ongeletterde volk en weer 
het van mij af. < Morhof., Polyli. Philof. Tom. II. p. 

455. C. A. Heumanni, Fia ad Hifi. lltcrar. p. 185. Jac 
Bruckeri, Hijior. Crit. Philof oph. Tom. V. p. 7x2-721. Tom. 
VI. p. 926, 927, MosiiEMii, Injïitta. Hifi, Ecclef Scec. XVII. 
Sea. 2. part. II. c. 2. g. XXXV. Freytag, Analeüa literaria ^ 
pag. 79. E. L. Vriei^ioet, Athen. Frif. pag. 256. C Saxi, 
Onomast.' literar. Pars. V. pag. 173, 174. AnaleBa^ pag. 612, 
jMufeum Mazzuchellianum. Tom. IL pag. 175. Tab. CXLIV. 
Miifeum Hinderfiei?iianum, p. 279. n. 966, 967. Menagiana, 
edition de Amfi. 1716, Tom. III. p. 486. J. G. de Chaufe- 
pié, Nouveau Di6lionaire ; Tom. I. lettre B. pag. 192. &c. Da- 
viD Clemei^t , Biblioth\ curieufe , Tom. III. pag. 43-49. 

SSc^ttdg ittï @efc6lc6tc ter 3nto(cratij/ chci U^ctiJ tn^mnmni 
fcfitfjaU M tlmaili^tn Xf^^iogiJ unb rcfcrmirtcti ^xetigcrd in 
^mfittHm/ Balthas. Bekkers, mci^t avi$. fi(f(t(6at ttrfattbor 
UOn J-. M. SwACER, itifiig^ 1780. 8W# Europife Merkurius^ 



>44 6EK8EA. (iTÖtUl^ES HENDRIK) 

II, 6c 1^98. bl. löi. F. Rab», Boeks. L D. \A. 34. $ti 

JU. p« \>}* 335- G£R. VAN Loon , NederL Hiftoriepeaningen , 
IV* D* bil a25-2^7. Levensbefchr. van Nsd&rU Manjfien en Vtoih 

iriw, III. D. bl. 285-307. 

f. - ^ • 

^gKKER (JOHANNES HENDRIK) , een zoon van Bal-« 
•KlA^R} Wiördt geuren den 25 junij 1676, tq Loenen; zijnö 
iilOeder was Prouk Fullenius, ene dogter van den Frmekef 

Hoogleraar Bernardus Fullenius den vader. De jonge BekkeA 
i> •* p • -* * • ■ ' t • • 

ïia de triviale fcholen tp Amfleldam doorlopen te zijn , en eni- 
gen tijd te Harderwijk doorgelDragt te hebben, ging verder zij- 
ne- ftudlen te Franeker voltrekken, onder de Profesforen van 
HER Wayen» Vïtringa en RoëL, daar hij ook geëxamineerd 
iijnde, en w^I inzonderheid over de gevoelens van zijnen va; 
der* nopens de werkingen der geesten, en daaromtrent vol- 
doende "antwoorden hebbende gegeven, in i7ói.tot Kandi- 
daat wierdt verklaard. In" 1703' weidt hij tot PjeJixkant beroe- 
pen te U^jkel in Fne^laiid, en in ^705 tQ j^clfum nabij Leeu" 
mrden , daar 2ijne moeder thaqs weduwe , op haar voorouder- 
lijk flot Hinnma-State wgonde* Hier begaf hij zig in -het jaar 
17X0 in den egt, met Svtske Baukes Unia, dogter van Bau- 
KE Eaükes Ukia , Bijzitter of Mederegter van Leeuwarder adeeU 
yit'dit btiwelijk is ^ne dogter geboren, Anna Marja, ge- 
trouwd'aan Johannes Hee^sma, Predikant op 't Wiijel ^n Ko; 
len^ wftlke bij haat heeft gewonnen een zooil , genaamd Bal- 
THASAR 'Bekker a Heersma. 'Aan het huis van deze zijnd 
kinderen', ftiprf Johannes, n^ een langwijiige zukkeling, op 
den 3 juny 1737 » in den oudièrdom van 61 jaren, op weinige 
dagen na." Kimaier' is Bekker van enige wangevoelens ver- 
dagt' geweest; ten i^inflen befchuldigd ; doch konde niet wel 
verdr'agen, dat iemand, zijnen vader in den zelvden rang 
ftelde, met PoNTiAAN van Hattem, Fredr. Leenhof, oF 
ÉEJfED, SyiNbzA, even als of hij een Jtheïst was geweest, 
cn.men God" niét konde vrezen, en in hem geloven, zonder 
öoi? den 'Duivel te vrezen, en Bien bozen geest zulk een al- 
fcemane hp^^^^ toete fchrijven, -—«»*«., ï737. *• 

IS. 23<^ -«sa* *^ - 



r 



feEL.^CJÓHANNES de) JJBLL; (tHEÖD. v^ü m) 'Ut 

èÈL CJDHANNES öfc) ; fecfdft in hét \>e^n vin de XlVdd 
ceuwi dewijl hij Raadsheer vaft Jöhan VAiïAVBN^üÉè t#8S^ ÖeU 
timeden tantiién naam; Graav van Her^gbujven^ Öfé lÖ i^t>^ 
ftieif , iia dat Graavfchap vijf Jaitn bfeftterd te bébbèil;^ Jd» 
HANNES DE Bel, was Piiestet en Kdnurtnik tan Sr, tMé^ 
iCerk te huik. Hij heeft een KrOnijk gefthreveHj WW^ lil 
ve^e merkwaardfgheden gevonden wbrden i betrtftfetijft i}| 
borlogen dié in zijnen tijd vöorvte^en , en W^ar vkiï «flö ÜHt9* 
riefchrijver Froissart betuigd, veel gebniik tö JSfcijeH fefr 
baakt in het famenftellen van zijne gefchiedfenis; *-ia*«. V^t# 
:Andr.; 5ifc^. Buig. p. 457- 3"- F. Fo>pen5, Bfbh Rtg, ^. X7?J 
Paquöt, Afewöin UtmaiYe, Tom* VÏII; pag* apj^ 4514* 

BELL (THEODORUS van der), gefeoren in 't jaar tJtOi 
wlerdc ra voibragte letteroefFeningen en akademife ftu4ilini 
op den 5januarij 1744. te iZoiogTie als Predikani: beroepen | ah 
waar na 8 Jaren verblijf, hy naar Rhijnshurg wierdtyerpladtSt^ 
daar hij tot zijn dood toe is verbleven, die voot viel pp A$ii 
30 maart 1794, in den ouderdom van 73 jaren kn iuil8 6 
maanden, tot grote droefheid van zijne drie dpgters èn tW4 
zonen , beide óok Predikanten , (^e oudde , Jomvi^t^ Guzet 
VAN DER Bell, te Venhuizen y de andere^ AirrHOzn^ jon* f/tM 
PER Bell, te Schermerhom; 

Bell heeft den lof weggedragen, dat hij met ijver èn étui 
voorbeeldige getrouwheid , in 't werk zijn's Heren , h0t rullM 
tijdvak van meer dan 50 jaren , onophoudelijk is pétig 0f 
weest, waar door hij ook de achting van allen die bew tóö* 
den , heeft ver\^orven« Dat hij ook van een arbeidzamcn MH 
was, blijkt onder anderen, door het in 't liqht ^Qgèydtl W$tk 
van hem ,, getijteld ; "^^ l^mn inonDertoeg in |^^ btl^^n 
ban get l^old ban J^eberlanb/ ban tiet begin i^x jRtfoiWf^i / 
m aan bet fluiten ban ben Mmfltrfm brcbc / benebittft b^ 
berbolQ na get fluiten ban ben m^unflerfcn brcbe tot ton Mbw 
fen brebe/ in 1748. 3tegb. enamp, 1771. in4tcr. ym^m. jj^a,, 

fm I773« hl; 39. 



a4tf BELLAMY. (JAKOB) ~ . 

' BELLAMY (JAKOB), geboren te Fiisjingen den 12 ta- 
vember 1757 , was, van der jeugd aan, begaafd mee een zeei 
fijn gevoel voor het fchone, en vooral -maakten de fchoon- 
heden der Natuur, enen diepen indruk op hem; hier bij paar- 
de zig, ene levendige, alle ruimtens vervullende, al het voor- 
Icdene tegenwoordig fleller.de veibeeldiijg. Niets trof deze 
meer, dan de lezing der gefchijdeniifen van de oude Helden 
en hunne kloeke daden; n^ dtze flelde hij zig in hunne 
plaats, en fpeeldq, menigmaal met al te veel viers de rol, 
van dezen of genen beroemden kriggsman. Zig aan het hoofd 
ener bende zijner makkers te (lellen , met hun tegen anderen 
op te trekken , of hen in ftoute ondernemingen voor. te gaan> 
maakte zïjrt grootst genoegen uit. 

Men zag in Bellamy, de waarheid des gezegde, van den 
Heer Feitu, in zijne Brieven over verfcheidene onderwerpen ^ IL 
D. b!. 3 enz. ; „ De eerde kenmerken der Genie, ontdekken 
zig in de tederfte jeugd, aan de levendigheid en llerkte der 
driften , 'en de hoogfte ftoutheid der ondernemingen ;" en 
bijna alles wat die beroemde konstrigter verder , over de Ge- 
Jiien fchüjft, is zo verwonderlijk toepasfelijk op onzen Digter, 
dat elk die dezen gekend heeft, daar in deszelvs afbeelding 

ziet. 

Die zugt voor oorlogsbedrijven , gepaard met ene , voor zij- 
ne jaren, meer dan gewone lighaamsfterkte en gqfpierdheid , 
maakte hem, onder zijne medcgezellen, zo gedugt, als de' 
edelmoedigheid, welke hij in zijn doen liet blijken, en de 
hulp die hij den zwakkeren boodt , hem bemind maakten. Een 
jonge, van zodanig ene ziels- en lighaamsgefteldheid , fcheen 
door de natuur zelve tot een krijgsman gevormd, en het op- 
volgen van deze ziine oirfprongelijke beftemming, zou hem 
geenzins belet hebben, een Digter te worden, het flagveld 
of de oorlogskiel zou zijn zangberg geweest zijn. Jïij verlang- 
de ook naar niets meer, dan naar dien ftaat: voor het Vaderland 
te vegten, was het toppunt zijner wenfchen. De bede zijner 
moeder, dewijl hij vroeg na zijn derde jaar', vaderloos was> 
en ene leenede over het vijfde gebod, hieldt hem, en wie re- 
kent 



ff 

ff 



BELLAMT; (JAKOB) I4; 



tóènt dit' niet tot éér vaii z^n hart? daar tan tt tiig; tèlr 
ha dat hl) reeds éénmaal; daar toe het vtui befluit hfldt ge« 
nomen; Dewijl bet hem ook niet mogt gitibeiieh iei) Fyii* 
jfchilder te worden; wiiar toe zijn aangébbiren tinaak vbor 
alle fchone konften , hem gèn^enheid hadt ingsboezèmd ; koöt 
hij, ineer door andeien j dan door zig zelven geleid; ben iie* 
roep; voor bet welk bij allerminst was berekend^ iü UBciÜ 
bakken. 

Zijne dienstbaarheid 6n arbeid kón den dhvërzadélllik^in liu» 
in we^tlu^t, die hem e.gen was niet vbrdo^ènjf iibct} VAII 
zijn digtvërmqgen ^ ontdekte zig niets, voor Jat ti^dftip; NJt 
gene juisc Het gefchiktile was, om het digtvuur van ëhën dap* 
peren krijgzugtigen jonden t'ontvbnken> namelijk ih bet jaaj: 

1772 ; wanneer mén het twede eeuwfeest der vrijheid; binriëtj 

> ... . . - 

Vlisfingen vierde; toén den lof der dappere Z^^uip^; yah èllet 
lippen horende rollen; toen getuige z^nde^ der eer wèlktf 
inen hunne nageJagtenis aandeedt^ toen zelve, bi} de inkomut 
van den Erfïladhoader ; met de jeugd zijner geboorteflad; vüQt 
ënigë da^én in het gewaad etiés krijgsmans gedo^ ISijnddi 
öntfprong zijn digt-ader. Zijn vers^ ter* dlei* gel^enheid ga^ 
maakt; én onder betoog van andeten gekomen, ont^tngi^iet 
weinig lof,' die löf vuurde hem aan, om het bij diêrt éérftëliug 
JiiÊt te laten. Hj digtte voort » tot digten befteoddif hij allé 
dé ogenblikken, welke hém van zijne toenmalige bezigheden 
bverfchotén, ja zelv wel andere, het geen voor hem'; löeer» 
malen onaangename gevolgen , van de zijde zijnes mêedtera 
hadt; 

Dan hem ontbraken > , een leidsman , goede voorbeelden , ^a 
kennis onzer taal; de Digters die hem in handen vielen 9 Wji« 
ren veelal flègte modellen. Hij ging egter zijnen gang „ op 
j, hun fpoor,'* fchrijft hij zelve, „ begon ik ook huwélijkfi' 
,; en verjaardigten te maken, in plaats van wezer lijke gedag- 
„ tjen, fchaarde ik alle Goden en Godinnen, Nijmphén en 
;, Nagaden , in rijmende gelederen , ik vergat nJet Pöejbüs » 
„ als hoofd van dit cwps^ heerl^kSt tè doen uitkomen/' Elk 
intusfen bewondeide hem, bij begon. opzjeó te vetwélkKcD; 

Q 4 ^"^^^ 



14l BËLLAMV. QAKOB) 

dair hij trager voorgangen in het jinbagt, waar toe hij werdé 
opgeleid, dan in de digtkunde maakte, en de mtmuntende 
Digter erin flégt Bakker zou geworden zijn , deedt dit bij fom- 
löigen die hem kenden , de gedagtén opkomen , om hem tot 
de ftudie te brengen^ en de toenmalige Flisfingfe Reiftor, gaf 
kern enig afzonderlijk onderwijs in de latijnfe taal. 

BELLAÏfY verliet den baka-og en de dienstbaarheid, en met 
die verheffing, veihief zig ook zijne zipl. Hij, die reeds het 
ongerijmde hadt gevoeld, dier Goden- volle verjen^ naar den 
ouden (maak, maar zlg van die kluisters niet gpheel ontflaan^ 
de inblazingen der natuur niet volkomen volgen durfde, ver- 
brak gene, en liet zig door deze onbedwongen leiden. Betere 
lefhiur, de omgang met lieden uit befchaafd^r kring, bragten 
niet weinig, ter verfijning van zijnen fmaak toe. Zijn goed 
gerugt werdt meer en meer verbreid , door enrge zijner voort- 
brengzels in de Vaderlan:^fe Letteroeffeningm^ en in de Poëtijche 
Mffngelftoffen van "het Haags Konstgemotjchap geplaatst; dit Ge- 
nootfchap nam hem, gelijk daar na meer andere, van dien 
aart, tot medelid aan, doch op deze eer flclde hij in het 
vervolg, weinig prijs; de aanmerkingen, welke men in de- 
zelve, op de digtftukken maakte, kwamen hem over het ge- 
heel , te niets betekenend voor ; hij gevoelde te zeer zijne 
waarde, om de zijne, aan de droge kritiekes van menigmaal 
koele rijmers bloot te (lellen ; al lacbgende noemde hij de 
digtkundige Genootfchappen , RijmkoUegies. 

Zijn toenemen intusfen in de latijnfe taal, was min aanmer- 
kelijk, dan het zoude geweest zijn, indien hij in vroeger Ja- 
ren , daar aan begonnen , met weiniger viers bezield en min- 
der aan het zelvdenken en opftdlen gewoon geweest ware. 
Hij bragt het egter daar in zo ver, dat men hem voor het 
akademisch onderrigt, bekwaam keurde. En dewijl het hem 
, aan middelen ontbrak, vereenden zig enige Heren faam, om 
jaarlijks tot zijne ftudien, iet toe te brengen , waar bij in het 
vervolg, nog meer uit andere bronnen kwam; en hij ver- 
trok naar de Utrech'fe Hogefchool om zig tot den predik- 
dienst vq(x te bereiden; niet, om dat -men oirdeelde dat de- 
ze 



ÉELLAMY. (JAKÓB) 14$ 

Mb kring best voor hem gefdiikt ifrare, maat om dat in ons 
gemenebest, alwaar men- niet, gelijk in koningrijken , jaargel- 
den geeft aan fraije Vernuften, die hun de vrijheid laten, om 
naar hunnen fmaak te werken, dit bijna het enige middel is, 
ööi zulken als Bellamy te verheffen , en ten eerlijken beftaan 
te brengen, hoewel egter hier door, menig Genie veronge* 
lukt, en der Kerke weinig voordeels wordt aangebragt. 

Op het Hogefchool onderfcheide men hem ras, zijn goed 
gerugt was hem vooruit gelopen ; daar geraakte hij in gpzei- 
fchap , daar kreeg hij kennis aan boeken , waar door zijn ver^ 
(land verlicht en zijn fqiaak nog meer gezuiverd werdc Dö 
tijd, In welken hij zlg op dat toneel vertoonde, was ook hg 
uitftek gefchikt, voor ene Mufey als die van Bellamy; oor- 
log van buiten, aangording der wapenen van binnen, konden 
niet anders, dan het digtvuur en» krijgszugtfgen Digters^ 
lleeds meer doen ontvlammen. Dra ook zag men dit in zijne 
Vaderland/e Gezangen , welke hij onder den naam van Zelan* 
DUS, eerst bijiflukjes uitgaf. Deze zijn het, welke den grond- 
flag tot zijnen onvergangelijken roem gelegd hebben; men 
ontving die, als met een foort van enthufiasme, waar van de 
tijdsomftandigheid niet alleen, maar vooral hare innerlgke 
waardij , de oirzaak was. Steeds fpreekt daar in de held , of 
de vriend des vaderlands , en dat niet ene gekunftelde opge- 
fmükte taal, maar de fchone, edele taal der natuur, de taal 
des mannelijken gevoels; geene flikkeringen van vals vernuffc, 
maar het ware, heerst in dezelve; zij ftrelen door hunne har-, 
monie, het gehoor; doen de ziel des lezers aan, en boeze- 
men naar mate der onderwerpen, grootheid, fchrik, eerbied, 
of weemoed in ; de blodaardt gevoelt voor het ogenblik dati 
hij ze leest, moed in zijnen boezem ontbranden. Voor BeIm 
lAMY, hadt Nederland, maar weinig gedigten van dien. aart, 
en hij liet zijne navolgers ver agter zfg. Alle de vrienden 
der digtkunde en des vaderlands , juichten hem tce. De reg6- 
ring van Flisjingen toonde, dat zij zijne verdienHen wist te 
fchatten, en verwakkerde den ijver van haren Burger, door 
hem voor de toewijing dier bijeen verzamelde gezangen , aan 



ijo BÈLLAMV. (JAKOB) 

Flisfmgm, te begiftigen, met een aanzienlijk boek-gefchenk^ 
op ene wijze ^ die en haar, en hem,- eer aandeedt Dit ge- 
fcber.k berustte in het jaar 1792, en denkelijk nög,^ bjjj me* 
jaffrotiw Frai^cina Baane te Vlisfvigcn^ aan welken de Dig- 
ter, onder den naam van Filus, het grootfte gedeelte ajner 
jeugdige gezangen gewijd hadt. 

De liefde zig van zijn jeugdig hart meester gemaakt heb^ 
bende, hadt niet flegts tn^n verzagtenden invloed, op zijn 
fors karakter , maai* v.rmde mede onzon Krijgszanger, tot een 
uitmuntend Minnezanger. De Gezangen mijner jeugd i door 
hem in zijnen akademie-tijd uitgegeven^ ftickken hiel: van ten 
be.vijze. In deze bezingt hij de liefde; niet die liefde i welke 
het gebaat der eerbaarheid van fchaamte doét gloeijenj deze 
veifoeijde 2vn edel hart, maar die kuisfe liefde, welke vart 
hemelfe afkomst zijnde, door de Engelen zelv met welgeval- 
len aan'fchouwd wordt, dié de ziel verheft, en het hait de 
ïuivei flé genoegens finaken doet. Hij volgde ook daar in dé 
natuur en zijn mannelijk gevoel; hij zong het geen hij onder- 
vondt, aan den fchoot ener kuisfe minnares, voor welke zijne 
liefde te fterker was, naai* mate zij enen geruimen tijd,^ ge- 
weldiger werdt gedwaisboomJ. Deze Zangen zijn nogthans 
min algemeen bekend, en hebben hciu, zo veel. lofs niet 
verworven ,■ als hij door dezelve wel hadt verdier.d; De 
fmaak onzer Natie, fchljnt over het geheel, dien weg niet 
been te' willen; men he;;t aan het woord, van Min en M'n- 
nezang maar al te onbepaald, het denkbeeld van onkuis* 
heid, dit deedt zijne vrienden vrezen, dat Bellamy, hoé 
onfchuldig, zig desniettegenflaande, door deze uitgaaf zou be-" 
nadelen. 

Men vindt van hem meer dan een ftukje, zo in digt als in 
ondigt, in de Proeven van het verft a?id, denftiiaak en het hart y' 
welke hij, in vereniging met enige Konstvrienden uitgaf, on- 
der welke, de vertelling. Roosje betijteld, bijzonder ui^ 
fteekt. Zeide de zo evengenoemd waardige fchrijver Feith,-. 
dat hij geene enkelde Ronianze bij ons wist,- die aan de vereis- 
ten van dit foort vandigtflukken voldeed, is het niet te vef- 



JSÈLLAMY. (jAKd») Ssi 

fiicedetif dait luj na dé lezing van dit fluKje zulks z^g^h zöu; 
is toch, volgens Moncïup, ene Romanze „ het naïve verhaal 
^ van ene aandoenlijke daad,*' wie kan dan ontkencen, dit 
Roosje waarlijk ene Jioinanze zij ? 

Bij zijne digtftukken moet men niet vergeten zijne Cezangeri 
te tellen , het zijn alle ftukkeh van enen fomberen en err.fti- 
gen trant; ften^m en zien fterveny zijn de geduiig daar in heer- 
fende denkbeelden. In het daar voor geplaatst Fragtnent, 
im enen Brief y aan zijnen vriend Kleyn, geeft hij enig verflag,- 
van de ontw&keling zijner Genie, en op den tijtel vindt men 
z'^ne vrij wel gelijkende Afbeelding. Deze bundel , het laat» 
fte gefchenk, aan zijne vrienden en de nakomclingfchap, fchijnÊ 
faamgefteld, onder dat tot nog toe onverklaarde voorgevoel 
des doods, het^geen men, in zo veel levenden^ kort voor 
hun llerven bemerkt, en waar van Bellamy zo vele blijken 
gaf. In het eerfte dier Gezangen , verzoekt hij reeds aan zijne 
vrienden, dat. wanneer de dooJ zijne ogen zJftl geloken, en zi| 
hem begraven zullen hebben, zij dezelve zullen lezen: 

„ En als gij mijn lieve viienden, 
„ Dan uw weg weer rustig wandelt, 

„ Wilt mij dan niet gants vergetend 
,, Leest, om 'aan uw vriend te denken, 

„Somtijds eens in deze zangen. 

Konstrigters menen, dat zij minder goedkeuring, bij do 
meesten, dan zjjne Vaderlandfe Gezangen wegdragen zullen, 
om dat zijne Genie het kragtigfte werkte , in het grote en 
heldhaftige. Het blijft nogthans zeker, dat men in dezejve, 
veifcheidene in der daad, zo in vinding, als in uitvoering, 
zeer fchone (lukken ontmoet, en dat zij alle het merk dragen, 
van zijn uitnemend digtvermogen. Hij was Digter in den nar 
druk des woords; zijn digten beftond niet, in, met enige ver- 
andering van woorden, gedurig wederom dezelve beelden te 
herhalen, welke zo velen voor hem, reeds duizönde malen, 
hadden gebruikt en misbruikt, hij fchiep nieuwe. Dit Wjykt 
trefibnd, uit de^ overeenkomst, tusfen zijne gedagten, en die 

van 




fiji BËLLAMV. 

Véft ahdérë fchef^pëndé vernuften , zonder dat hij odft tëd 
hunner voortbrengzels , hadt onder 't oog gekr^n ; verbaast 
ftdnd hij toen men heni cehmaal de overeenkomst toonde, tus- 
fen een lied van Anacreon, en een ander,* 't geen hij voor- 
U§, én door hem was é^digt, wanneer hij nauwliiks den naarai 
van Anacreon kende, dit is hem naderhand meermaal, om* 
trént andere grote Digtérs, vooral omtrent Gleim gebeurd. 
Zijne digtftuycen hebben alle ene rollende vloeibaarheid, en 
dragen de blijken der gemakkelijkhdd , waar mede hij die op- 
ftelde. De harmdnie welke hij aan zijne rijmloze verfen wist 
te geven, heeft niet weinig toegebragt, om den fmaak, daar 
voor, algemener te maken. Door zijrf voorbeeld, lost hij; 
met enige weinige anderen onzer beste Digtersy dè beden- 
king op : of niet , met het rijm , ook de welklank in onze 
|)oëzij, verloren ga? Bij enen halven Dlgter mag dit zo zijn ^ 
Cn wat fchade? dan na menig vers van ^eixamy gelezen te 
hebben, zal men, indien men 'ér opzettelijk acht op flaat, 
niet eens gemerkt hebben, dat het rijmloos ware, duidelijk 
bewijs, voor de harmonie zlyner ftukken, en voor de niet 
volftrekte onontbeerlijkheid des rijnis, tot den welklank. 

Bewust, dat met de beoeffening, de befchouwing moet ge- 
paard gaan , en dat onze Digters het -verder zouden gèbragt 
hebben, hadden zij deze niet te veel verzuimd, lei hij, zo 
dra hem daar toe de gelegenheid verfchaft werdt , zig met ernst 
Op de theorie der digtkunde toe,' en maaktö in dezelve geen 
geringe vorderingen. Zijn Brief aan Mr. vAn Alphen, be- 
nevens een en ander ftukje van den PoStifchen Spe&ator , die hij 
beide, zonder zijnen naam in het liclit gaf, leveren daar van 
de bewijzen uit. Hadt het hem mogen gebeuren rn dit vak 
verder voort tö werken, hij zou door zijne gegronde kritiekcs, 
de Nederhndfe JÓigtkwide niet weinig voordeels aangebragt, 
tn jonge Digters veel geleerd hebben ; hoewel het to vrezen 
is, dat hrj zig daar door tevens, het misnoegen van velen zij- 
ner medebroeders, en van het geheel heirleger der Rijmers j 
welker fnerpende geesfel hij was , zou op ótn hals gehaald 
feebbón, vooral door den toön, op welken hij reGenfeerde; 

Edet' 



33ELLAMY. (JAKOB) é^j 

Eidmpedigheid en menfchenliefde, blonken in alie zijnp 
fccdrijven uit; fiaar hij teedt, wanneej: hij anderen zag lijden, 
uras hij*) hoe fpaarzaam zelve bedeeld, altoos l^erei(i, pm.aa? 
deren in het geen hij bezat, te deen delen; alleen in diq 
ogenblikken, in welke h^ ondervondt, hop magteloos zpndef 
hetzelve , het medelijden was , kreeg het geld in zijn oog 
cntgc waarde, in elk ander geval, was hij '0r misfchien al t^ 
onveifchillig omtrent. Van niets hadt hij meer afkeers, dan 
yan vleijen en kruipen, een afkeer die zo vef ging, dat zij, 
door fommige aanzienelijken onder zijne weldoeners , die zijn 
kax^kter niet genoeg kenden , en meenden dat hij , om het 
geen zij ten zijnen voordele toebr^igten, met lofr'en dankdig* 
ten in de hand, voor hun behoorde te buigen , als trotsheid eit 
ondankbaarheid ,' aangemerkt werdt. Zijne openhartigheid, 
2Jjne getrouwheid, zijne grootheid van ziel, die hem in Haat 
ftelde, om niemand te verachten, noch te beledigei^, om dat 
Jij van hem, of in godsdienftige pf in (laatkundige begrippea 
yerfchilde, won hem ene algemene hoogachting, bij alle bra- 
ven. Hij beminde iaijn vaderland vurig, hij haatte deszelvs 
vijand, wie en .onder welke partij die ook was^ Hy hadt elk 
lief, die het vaderland lief hadf, en liet tevens elk zijne bij- 
zondere gedagten geheel vrij; onder lieden, van hem verfchil- 
lende denkwijzeïi, hadt hij , in de hplgaande tijden door hem 
beleefd, zijne vertrouwde vrienden, hij vv-as niet klein genoeg, 
om partijdig te kunnen zijn. Schoon ene flerke neiging tot 
het fombere en ernflige hebbende, hadt hij ene bijzonderp, 
tem alleen eig&i luim, die, in fommige zijner flukken, 
en vooral in zijne gemeenzame gefprekken en bripven, zig 
vertoonde ; een luim , die zijn gezelfchap allerbehaaglijkst 
maakte, en de rimpels der droefgeestigheid, van het gefron- 
xeldfle gelaat wijken deedt. 

r_ Zijl! fchertzen, m^t zekerp door min kundigen uit onver- 
fiand, geliefkoosde godsdifeüflige meningen, gaf aan menfcheii 
van bekrompen doorzigt, cin aan de nijd, die beflendige ge- 
zellin van grote verdienften, gelegenheid, om niet gunftig 
^tfent zijne godidfcnftige ^g^voelpns te denken; met gion4. 
• ' wordt 



J54 BELLAMY. QAKOB) 

worde nogthans verzekerd , dat h? , door de lezing van ge- 
gronde fchriftrn ten voordele der openbaring, volkomen c^^ 
vertuigd was , van de waarheid van onzen fchonen Gods« 
dienst, en genezen van» die twjjflfelingen , welke bg hem 
waicn opgekomen, door zekere fl^t beredeneerde, fchoon 
welgemeende godvrt.gtige boeken en gefprekkcn, die hg in 
igne jonkbsid veelvuldigmalen hoorde en las. Of hij cgter 
^s Leraar , groten opgang zou gemaalit hebben , mag men • 
twijffelen. Uit zijne in druk gegevene leerredenen blijkt het; 
dat hij ver afweek van die wijs van voordragt, welke in de voor-p 
been publieke Kerk, tot heden toe, nog allermeest ()ehaagt , en 
hij hadt te veel vastheid van geest, om zfg blindelings naarden 
Éeerfenden finaak te rigten. En, daar men in ons land, door 
enen Leraar niet wil gefchreven hebben , 'c geen men aan 
elk andeien niet kwalijk duidt, is het te viezen, dat dewijl 
het hem onmoogUjk was, zijn Genie aan zijn fortuin op te 
offeren, hij ene aanzienlijke plaats onder de digterlijke mar- 
telaars zou beflagen hebben. 

Dan van dit alles, zou de tijd alleen' de zekerheid of onze- 
kerheid hebben kunnen leren , doch dit is , gelijk alle dq 
grote vooruitzigten , die men zig van hem met reden vorm- 
de, Veriideld' dewijl de levende, de werkzame, de zig tot 
een waarlijk groot Genie vormende, en zijHe aanvangelijke 
grootheid reeds gevoelende Bellamy, op den ii maart 1786, 
aan de gevolgen ener verzuimde verkoudheid overleedt, tot 
groot verlies der vaderlandfc digtkunde; tot grievende finert 
voor zijne vrienden; en in het biizonder voor zijne moeder, 
die haar enig kind, en zijner minnares, die enen minnaar 
zonder wederga , in hem verloor. 

Het fpreken viel hem in zijne ziekte, te zwaar, dan dat 
men iet van zijne laatfte redenen zou kunnen melden. Som- 
migen zijner vrienden namen de bezorging zijns Ujks op zig;. 
meer dan één Burger dong naar de eer, om het in «ijn graf 
geplaatst te zien; en het werdt, einder het algemeen beklag 
der hem hoogfchattende Burgerij, in de St. Niklaas Kerk, door 
enige zijner, meest Z^^zw/e medeftudenten , bijgezet: Z»# 

landy 



BELLE. PELJLEGHJERE- BELLEGAMBE. 055 

4and, heeft in Beli^amv, enen Digter vportgebragt, wiens- 
naam hec vrij naast dien van deszelvs twes grpotfteh , Cats erj 
Antonides, mag pla^tzen. Flisftngen, het geen wel pp iene 
beroemde -Digter es, namelijk de door hare vlugge geest en 
fcheip vernuft zo l^e^oemde Eliza^eth Bekkeu, maar op geen 
groot Digter roemen mpgt, heeft die eer door heii> verkre- 
gen. En Nederland ^al alt(0s op hem bogen en zijn vroeg 
verlies betreuren. - ' G. Kuipers, Levenn'erh, van Jakos 
'Bellamy, voor zijne twee nagel. Leerredenen, Nieuwe Ned,JaarK 
1734. bl. 1524 en Ï938. Vod. Hijh XXXII. D. bl. 373. 

BELLE (JAN van), een man uit den burgerftaat te Haar^ 
lem, omtrent het midden van de XVIIIde eeuw geloefJ hebbcn- 
jie, v/as een groot kender en voorftandcr der neaerduftfc .taai- 
en digtlumd^. Men heeft van hem in druk : <(^alubé Pfafc 
mca met mujp. ï?aarr. 1733. 4ta. ïlojtc !13c3lnij;rr ttvpfcl-/ 
^pjaaft- en '^ig^himbt. ifaatL 1748 *4to. ^inrijftc ^yiiah^ 
torsen ff. 5(lmf!. 1756- 8^0. — — Aukgude en Arrenüerc, 
Naamreg, druk van 1773. bl. 39. 

EELLECHERE (JAKOB), een Flacnzfe Waal, werdt door 
XiEicESTER in het Jaar 1586, icgens de privilegiën van óon 
lande, tot Prefident van den Hove Prov;ntiaal van Utr:cl& 
aangcfleld. — ^ Wac, Vad, Hift. VIII. .D. bl. 168. 

BELLEGAMBE (FRANCOIS), wieidt geboren te Domi, 
in het jaar 1628 , ^n volbragt zijn gehelen letterkundigen loop, 
bij de Jefuiten van die ftad; 16 jaren oud zijnde, werdt hij 
lid van dat- genootfchap ; vervolgens gewijd, wierdt hem de 
befliering van ene der Congregatien der H. Maagd toevertrouwd , 
en het blijkt, dat hij die bediening 15 jaren, zo te R'j^fsl ak 
ie Dousd heeft waargenomen; hij ftierf in de eerstgenoemde 
Had, den 12 junij 1700, in het yiüo jaar zijh's ouderdoms. 
VerfcheiJen boeken heeft hij gefchrev^n , die door den druk 
zijn gemeen gemaakt, waar van de mecsten van weinig waar- 
de zijn, als enkel aanhalingen uit Oudvaders letterlijk over- 
^fchreven, bevattende. Het enige daar men nog enige waar- 
ét in fielt > is: Enchiridion Thédog, praOtcutn, tripartïttm, de 



/ 

* 



%a6 BELLEGARDE. (GABRIEL dü PARC de) 

jMhiUso Eeclejiaspico, Infidis. 1699» in izmo. ■■ ■ ■ Pa^udt ' 
Mefnoir. liuer. Tom. KUL p. 213, 214. 
. BELLEGARDE (GABRJEL du PARC de;), is geboren uit 
cqn adelijk geflagt, in Languedok, op het flot Bellegarde, den 
18 oftober 171 7. Zijne beoefièningen der wetenfchappen, in 
het ouderlijk huis, ondereen afzonderlijken leermeester, be- 
gonnen hebbende, vervolgie hij die naderhand in een kost- 
fchool van geleerdq Geestelijken, welke geen minder zorg 
dioegen , om zijn hart tot de deugd , als zijn verftand voor de 
wetenfchappen , te vormen. Van daar ging hij naar Toidotife^ 
om gan het Hogefchool van die ftad, lesfen in het kerkelijk 
regt te nem^n, en verkreeg aldaar den graad van Licentia^ 
in de regten. Thans begaf hij zig'naai- Parijs, alwaar hij z^n 
vast verblijf nam , met oogmerk om zig geheel en al aan de 
becefFening van de godgeleerdheid en de kerkelijke wetenfchap- , 
pen, over te geven. Hier gelukte het hem, in nauwe kennis 
te geraken, met de kundigfte Godgeleerden diöi-ilad, inzon- 
derheid met den vermaarden Bqursier, leraar der SorbonnCf 
gelijk mede met den Abt d'Eltemare ; welke laatfle hem bor 
venal dierbaar wicrdt, en die hij fteeds als meester en vader 
befchouwdej zijnde dermate aan hem gehcgt, dat, toen deze 
naar Holland ging, om aldaar het overfchot zijner dagen door 
te brengen, Beluegarde zig mede derwaarts begaf , en dezöi 
aijnen vriend bijbleef, tot op iijnen.dood, die in het jaar 1770 
op Rijnmjk, een landhuis in de nabuurfchap van i^wjjt, in de 
provintie Utrecht^ yooxvltU 

Twee jaar later , begaf zig Bellegarde met 'er woon naar 
de ftad Utrecht in gezelfchap van enige vrienden, die zig 
nevens hem , met gelijken arbeid'' bezig hielden. Het was 
daar, dat hij de laatfle hand leide, aan de PotieUm generak 
des Oeuvres d'Aktoine Arnauld, Do&eur de Sorbomie , die teLaw- 
famie, bij intekening, zedert 1772 tot 1782, gedrukt wierden, 
en in 49 Delen in 4to. het licht zagen, daar onder begrepen 
de VL Delen over la perpetuité de la Ftd, benevens L Deel, 
bevattende het leven vaw Arnauld, en het register op het werk, 
' welke (tukken afzonderlijk zijn uitgegeven; hebbende tevens 

de 



BELLEGARDE. (GABIOEL du PARC w) tyt 

M in'tgcver, ^ezp grote vetzsmtling verrijkt, met gefdiied- 
kundige vocrred^nen , welke vervuld zijn met de nauwkeurig- 
fyi'en belaiigrijkfte pafporingen. Deze arbeid, die hem ge- 
duf endeden tijd v?n 20 jaien, bezig hipldt, verhinderde heia 
orgter geenzins, ojn in den jare 1765, te Utrecht ene and^e 
aanzienlijke verzameling uit te geven, onderden t^^el van: 
SupplemMum a4 vqrias colle&iones Operum Zegeri Bernardi vah 
EsFEN, in gr. folio, makende een 5de deel uit dcx werken 
van dezen groten Kanonisc. In dit ftuk vindt men een om- 
ftandig levensverhaal v^n den autheur , met ophelderingen 01^ 
trent zijne fcjiriften. Het zelve is ogk afeonderlijk in groot 
fvo. gedrukt. 

In den zeivden tusfentijd, gaf ook Bjelwgardb ene korto 
gefchiedenis van de Rooms Katholijke Kerk te Utrech in.'tlicht, 
onder den tijtel .van ; JliJ oire abregée de VEgliJe MetropUkaine 
d'Üsrech$f fliekkendc zedert haar opkomst tot aan de kerkver- 
gadering van Utrecht in 1763, beflaande een deel in klein 
Z\o. De belangrijke voorreden voor zijn Rcceüil des temoigna- 
gèSy rendus è VEgliJe dVtrecht; waar in de oirfprong en vcort^ 
gangd^sr fcheuringe, tusfen de KatboUjken dier Kerk ont(^an, 
aangewezen en opgehelderd worden, is insgelijks uit zijne pca 
gevloeid Nog heeft men van Bei^legarde, buiten verfchei- 
den andere fchriften v?in minder aanbelang: Memoires Hiftorim 
ques fur Vafaire de la Bulle Unigenitus dans les Fais-Bas , be- 
vattende een aanêepgefchakeld verbaal , van de gebeurtenisfen 
in de Nederlanden , ter gelegenheid van die Bulle veroirzaakt, 
zedert 1713 tot 1730, 4.delen ^^ \imo., :a^ué^ dit beteerde 
werk dat door bem gemeen gemaft is. 

Men bcfpeurd in alle zijne fchriften, dat hij, fchoon de 
leerftellingen der Ropmsgezinde kerk pnverand«:lijk toege- 
daan blijvende, en geenzins aarzelende, om het hoofd dier 
kerker in den perfoon v;p den Paus te erkennen^ nogthans 
verre af ware van ?lles te onderfchrijven , w»t de overige 
Roomsgezinden , ten juinzi^n van 's Pausfep onfeilbaarheid 
én volftrekte oppermagt over alle de kerkep, voorwenden. 
Het was hierom, dat bijA hoe* zeer zijne geboorte, ^e braaf- 

Q. Debl» R beid 



ltS$ INELLBOARD^r (OABKIEL du PARC dx) 

lieid ^ de dienften, welken hl) aan die kerk bewees, hdft 
hovet\ zo veel anderen regt tot het bekleden van kerkelijko 
uraafdfghcden gaven , de deur daar toe (leeds voor zig gefloten 
'vonde/ aangezien men tot dezelve niet konde geraken, zon- 
cfor»z'g aan de Roomfe Bullen tegen Jansenius en Quesnel te 
«nderWerpen. Ondertusfen vondt hij zig omüent 25 jaren ge- 
beden, tot Kanui^nik benoemd, bij de hoofd- en primaat-kerk 
van LijoHy alwaar zig een broeder van hem bevond t, en waar 
Tan de Kanunniken , dip bewijzen van hun oud adeldom moe- 
ten geven, het teken van *t k^uis dragen, en den tijtel van 
•Graven , plegen te voeren. Dan , daar de arbeid waar aan 
Jilj zig hadde overgegeven, zijn vast verblijf aldaar niet go* 
bengde, yerzogt hij wel dra zijn on^flag, én verwierf van 't 
Icapittf 1 den tijtel van Qud-Graav. Hij is geftorven te Utrecht', 
èen X3 december 1789, in den ouderdom van ruim 72 jaren. 
Op de z^k, die zijne Hoffelijke pvcrblgfzelen bedekt, ftaat 
tCC yplggnde graflchrift gebeiteld : 

HIC JACBT 

ISbhMs D. GABRIEL nu PARC de BELLEGARDE, 

Dicecejts Narhonenfis in Gallia Clericus, * 
Nee nm infigtdi Ecckjue Lugdunmfis 
Antiquus Canonkus ö* Coms : 
Virpietati 'ac veritati db achlescentia deditus z 
Seriptis diverjtsy ac magnd potisfinam - 

Arnaldï opertm cotteBtione *' 

De Ecclejia bene meritus: 

Eccleftce BaM(^^ cté^fi ^^Hp^ ^^*«^ 
' Mofncipaveraty • 

* Cuigue plwivos ^vRquaque Amcos 
' Conciliaverat y 
fJee nön ê? aliU longe lateque Ecclejiis^ 
Mukiplki Epijlolarum cmmerciOy 
Mukd Lïbrmm comimunicatumt 
Et'cwitirmif tffidis uttlisfmus: 
Cnmium ien^que f mie tfeSnV miecrum - 

* Jmicus fidelis & fmiduSy #• . 



BELLEMANS. (DANIEL) ff j% 

Ipfe^ in poMCorum numero , quibus Idsce tetnforihuf ' 
Carafides ö^ verkas pdiorfuh, unus è prac^s: 
Qui, dum Jusceptis in Ecclejia commodtm. 

lyibor^us 

^rdens atque iTïdefecfus irxumbft 9 

Viribus tandem exhaustis, 
Obiit in D&mmo ükrajeSti, in domo diüa 
Clarcnburg, 
DteXIlIDecembrifMDCCLXXXIX, 
Annos natus LXXII ac pene duos menfei^ 

Direfteuren 'van het ütrecUs Provintiaal Genootfchap van 
konften en wetenfchappcn , dezen waariigen Man in derzcivcr 
vergadering van 4 msij 1789, tot lid des Genootfchaps ver- 
horen hel^bende, wilde hij dit lidmaatfchap niet èsBnemen, 
4an in'höiedsinigiieid van contribuerend lid. — — — jüg.Kons^ 
m Lftter^Bsde, IV. D, hl 50, 51» 

BELLEMANS (DANIEL) , is in 164.1 te Antwerpen gebo- 
ten, In den ouderdom van 18 jaren, k^ram hg bij de regu- 
liere Kanunniken van Grimbergen van de Premonjlratcnfer or* 
den, en zijn proeftijd doorgeftaan hebbende, leide hij 'er de 
gewijdde belofte van af in 1661. Vier jaren later, wierdt hij 
tpt Priester geordent, en vervolgens van ene parochie voor- 
dien in de 'heerlijkheid van Horsfeny tusfèn IVaal en Maas; 
maar hij behield dien post hiet larig, doordien hij den 21 fe- 
briMir]^ 1671 in den ottderdom* van 32 Jaren gCfton^en is:' Bel- 
LEMAKS heeft twee verzamelingen v^n digtftukken^of lied^ens 
na^elat^n,' onder deze zonderlinge tijtels: x. ||e( Ctjd^^riiaf 
ban Jesos/ fj^eelenöe je^olr m\6pt %ittK!kmf tfg ttt scem 
5[ubtl(f ban |et ^. ^acrmttetit ban MksM tot ^pn^d^, 
^Miguhi te "S&m^i in 1670 en 1679 ia itSma 2. i^eii ütfféf 
Igdicn ^arai^$^-l^pgel / tot Opdt om j^oogf^ bliegj^be / bt* 
l^elfcntKe betfciiciibe gljee^tclufie SCiebeften^ ban trt <9oMe(t|iie 
Süefèe enOe get berlani^ ban bet i|cmel|ftg 0aterIanti/ 
lll^ecDnii^nectt teo; iieii <Eeite» ^tttt Daitiel Bbllbmaïis, 
get)2U&t te ^ju^fel J 1683 in i6mo. Deze liedekexis wer- 

R 2 deo 



^ ^ELLËRUS. BELLI6H£M. 

(lm 90 gretig gekogt, dat 'er ia 1686, reeds een ufde druk 
van werdt uitgegeven. Ook kan men v^n deze digtftukjes 
getuigen, da^ all^ niet alleen zeer ftigtelijk zijn, maar ook do 
meesten door hun gevoelige en met tederheid vervulde uit- 
drukkingen , de zinnen ftrelen en het hart aandoen , ja 
dafc fommigen acivs ene zoetvloeijentheid van uitdrukkingen 
f II verhfvenö gedagten bevatten, fchoon niet alle met dit 
tfterk zyn gefteiopelt, en enigen in een vrij gemeenzatóen 
ftljl zijn gefchrevén; zo als bij voorbeeld het liedeken, dat 
(los aanvangt : 

%li tme^ter 9fan ücn fiKmoimnoji 
jaan Iwijcft urn 93^.^d ijuam / 
SCoflecrtic &ij bij ïjerreman/ em. 

Aan het hoofd van dk werkje, i$ ene loffpraak op de4 
fchrSver en zijne liedekens geplaats/:, door den vermaarde» 

digter in dat foort van po&ij, Adruaw Djfe PoiaTjaEs. ,i 

P^QüOT, Memoires litter. Tom. IX. p. 65-65. 

BÊLLERUS (JOANNES), van\4ntw£f/)en getioprtig, wa|r 
een geleerd Man en Boekdrukker in genoemde ftad, H$ 
^eÊc het Onmasiicum van Cqjjk. Gje^iteru^ , uit hef wej-k vagi 
ftóB. St£PHAWs getrokken ^ op nieuw door hem vf rmeerderd| 
in 1553 uitgegeven. Qok heeft h^ een groot aantal wooidea 
gevoegd) hij het DiÜioTiarium LatinorHispcaüqum AKXOi^n N^ 
ziRis^EN^is. H^ is den 13 j.uUj 1595 > in zijn gfiboorteftad 
pverleden. .— ^ J. f. Foppejw, Bibl. Befg, pag, 577, 578. 

BËLLIGHEM (FERSEVALD van}, een blindgeborene^ 
geboortig van Brugge, maakte vrij wat opgang lii 't beoefie- 
toen der letterkunde. Hij woonde in 1530 te Partjs, en be- 
moeide zig met lesfen aan de jeugd te geven. Hij hadt tot 
gijn Êirifpreuk aangenomen ; Dóminüs Ulünurua cacosi en heeft 
tiitg€gev6ft! QtdnSHliani pro Caco contra novercam declamatioj 

tUniJcholUs ff notisK Belligemii. J. F. Foppens, Bibk 

Sejg^ p. 94?. MiKjEi, ÊlogiaBelgka, p. 143. Prösper Mar- 
cHAüb, Bi&im. tóm.L ^.'428. Paqüot, ikfeii. i^^« Tonu 

IV. p; a54j ^53- 

BEL. 



fiELLOCASSÏUS (STEVEN), 6 getócn « J3i^ ia JRiöfei 
Jérèriy nabij het dorp JB^//^, waar van bjj oc* «Ii^d tmra 
biseft ontleend. Hij leidè zig inzonderheid op dplati^ digt« 
kunde toe, daat hij ook vrij wfel In flaagdè; ajn b^jroep tva» 
Secretaris van het Kapittel van St. Dtmatus te Bfu^g^i welteÖ 
post h^ tot aiin zijnen dood toe heeft waargenomen > wtU^eom-t 
tent het midden der XVIde eeuw Is voorgevallen* Kort voor 
jajjn dood maakte hij op zig zei ven/ hét volgende gmfTchrift; 

Hoc jaceo in tunmlo : prius at quam munere vff§ 
Exuor^ in imif hoc promere carmen erat; 

Hut venij hic vixi, peregrime fainda vita 
Nunc aSta en, redeo vita uU perpes eté^ 

Cygneo Jic more mei fum fmeris i^e 
Cantator. Longuntj qui iegi^ ista, vake 

t)bk hadt bij een foort v2ft testalncf&t gemüakt^ in iét^ H^ 
%rbordiDgen ; 

Qelo animamj do corpus humOy do genera wmd0$ 
Ut eapiat partem quilibet inde fiéttnu 

éïLLocAssiüS heeft in drrik uitgegeven J Sylvula CornAnmi 
É? SanQologion FlandAce. Brugis |$44. 8vo. Item^ tcgcfpia- 
flem FïandricB ad Carólum V. IrHp. , 't weft geplaatst is m jÖï? 
*<?niw Gertmmtahm Jhfiptoiis van Fkeijeiiüs, Tom. UJ. pag, 
164-173, en in een gelijkfoortige verzameling vstnSTRPvjt's, 
Tom. JU. p. ip(5-204. — - F. SvrsEscr, y j^tJien. Betg. p. 6^, 
Val. Awdr., Blbl. Belg. p. 817. J. F. Foppens, Bibl. Bég, 
pi 1107. PAquoT, ijem. mer. tpm. I. p. SSJ-a^.?, 

* BEMMEt (ABRAHAM i^m) , bekleed ene plaats mÜO. 
dfe klasfe der Gêfchiedfchry veïs van ons land , door zyne iijt- 
gave van ené SSÊfc&irjbinQ öer i&tab 3CnTcr^fbo?t/ ^ flM[||t/ 
in 8bo. ötrccöt 1760. inet frdijè platen voorzien* pö vaCi 
BlskifEt niet tot de Ihidien was opgevoed , en in ;?ijj)c MigcJ 
Klerk ter Secretarijé van ,/^rsfom is gèw.e^t , leiPrt PÖS ^ 
voorreden aan het lipo/d yan ^jn bpek jjeplagt»^ 

R3 ii%H' 



iüSi BElNfMEL, BEMPDE. BEMPDEI^. 

BEMMEL (GABJBLIEL van)^ wn J^uit te Uirm, wfcjke' 
in 1612 in die orden wcrdt ingeliyt; is geweest Secretaris te. 
Brusfelj en een man, die door zijne geleerdheid heeft. uitge- 
munt. Hij heeft gcfchrqven : Trkmplm SS, Ionatii dc Lojot* 
ff Franc. Xa verii , Societat^, Jefu , in Divos relaüorum. BruxeJ. 
J628. 8vfc ■ - ' J. F. FcppEKS^ A'W. -fitf/o-, p. 325. 

BEMMEL (WILLEM va»), een Konstfchilder , js gebo-. 
ren te Utreck, en wordt gehouden voor een der beste disci- 
pels van Zactléven. Toen hij zo ver in de kotst gevorderd 
was , van op eigen wieken te kunnen drijven , trok hij naar 
Romen y om door de beoeffening van keurige modellen gehol- 
pen, de konst verder voort te zetten, tefFens ook om zign* 
neiging te voldoen, welke overheUe, om haliaanfe gez»gtenof 
iandfchappen te verbeelden. Ten eindj dan dezen lust te boe- 
ten, tekende Klj met ijver en grote vlijt te TivoH^ en bragt de 
aftekeningen daar na op paneel, zo geestig en natuurlijk, da& 
hij groten roem daar door te Rtnnen verwierf. Van daar trok 
hij naar Vuitshndy daar zijne meeste werken gevonden wor-^ 
den 9 inzonderheid te Neurenberg. PIij heeft al zins in zijne 
ftakken, de wijking , lichten fchaduw, ongemeen konftig 
weten in acht te nemen ; en met dat al wordt 'er getwist , of 
wel zijn vernuft en zinri'ke geest, of zijn penfeel 't meest ver- 
diend geroemd te worden. -— A. Houbiuke», Schouwburg^ 
JL D. bl. 343. 

BEMPDE CJORDAAN of GERARD van den), is onv 
trent 't jaar 1634 te Doornik geboren; wierdt, na zijne eerft© 
letteroefFeningen volvoert te hebben, Monnik in ^het Domi* 
Juncr klooster te Brugge m 1652. Na 16 jaren hier doorg»- 
bragt te hebben, ftierf hij den 11 maart 167 1. Hij heeft ia. 
't licht g^ven , een digtftuk over 't lijden van den Zaligma- 
ker, getigteld: ^cn tiixKbisfym f^;i)tiacf|. Xeuben 1670. in 
120. ■ Paquot, Mem. litter. Tom. IX. p. 375. Mowr 
Bt, jDjêMq». ed»^ 1740. Tom. IL p. 2G0. . 

BÉMPDEN (GILLIS van den). Heer van Kastncunt, vet- 

u:aagi 



BEK ElMKtèi: ÜENDIXIUS; #<99 

Ibasigrchapt niet de aatijBlenlijkite geflagtèn , is io wiel ftis eijri 
vader £&idius van dei» Bei^pdéH^ Burgemeester té AmftèMltté 
geweest. lö i7^ó werdt hij KommiBfaris van Itldné ztWft^ 
én In 1723 tot Kaad te de Vrpedfchai$ i^ètkoren; In bét jaét 
daar aan volgende tot Schepen , ën eindelijk ifi 1 736 beklom 
iiij den éeretrap van Burgemeester; welke hoog aanztenUjtól 
Vaardigheid iig insgelijks in 1741 «n i747 heeft bekfe&lj M 
welk laatftc jaar WilleJi de IV , na dat hij tot StadÜSudèl 
t^ Holkmd was aangéfleld ; bij zijne komst te JniJtMMi 
iöot bed én Burgemeester Corver , verzeld van den ttvAo^ 
HÉtis Staal; begroet werdt. Men getuigd van *AÜf téli 
BÈMi»DENi dat hij een kundig Regent was; doch dootdtól fc^ 
het mét éê knti-ifec&ouderiaan(e partij hield, heeft Ji$ vclé 
öttaangenaimhedeti van de loen fflisncegde gemeente móéten 

ondergaan; Hij ftierf den iö |anuatjj 1748. ^ tSTi^efiJf*, 

Fad; Hift: XX. D; bl. 0$. 

BEN ELBERTSZ (YSBRAND) ; was öen éct 36 5adcÖ 
In de Vroedfchap der lUd Jmjkldam, waar toe h§ ia .159 J 
verkoren was , zijnde hij het jaar te voren tot Schcpega vaft dte 
ftad aangéfleld: . Het achtbaar ambt van Raad bekltóJd^' hij 
tot in het her ugte jaar van ièi8, wordende toen ticiit iüéeit 
^nderen , op den -3 november door Prins Maujritj , dootdien 
het hem niet geviel de géweldadige maatregelen vain dien 
votst goed te keuren > van eed en dienst ontflagen; — — 
Wag., Fdd, Hift. X. D. bl. atSö, VTaq., Befchrijv. m Jtnfts 
IV. St. bl. 304. 

BENDIXIUS (DÖMINlKüS)i wierdt uit ewl^ke ouder# 
leboren te Snèek in 1523. Hij verloor zijn vader m zijn te- 
dèrfte jeugd, en volvoerde zyne letteroefFenïngen aan de piiSXé 
2§ner geboorte; onder opzigt van Jan Rqpius 0QnJ>mm(Ufr; 
én vervolgens onder GeHson of Gerarö va» hmj^'^kst^ 
welke naderhand zijn ftho(»ivader werdt, deze hadc te itdttil 
de latijnfe en gfiekfe talen,* in de ftad waar van hij den naani" 
droeg, onderwezen. Den oudctdóm van 13 jaren bereikt heb- 
fcèndei wierdt tmvrxw$ ihèt zijnen Jnakier |qach; Hcmmdi 

11 4 naar 



n64 BENDIXIUS. (DOMINIKUS) 

naar JEbirlmi gezonden , benevens enige andere fdMiii«n vm 
Sne^ » om 'er zïjoe leueroeSêningen te vervdgen onder den 
gpleerden Kormeus Schonaus, als toen Redor der fcholea 
Iran die ftad. Na hier vier jaren onderwijs genoten te hebben „ 
^ghy naar Leuven ^ om in de regten te ftuderen; doch nauv«. 
Üyks hadt hin een jaar op die Hogefchool geweest» of ene zi^- 
te van zijn fcboonvader , noodzaakte hem naar zgn vaderland to 
nig te keren. Hij wierdt bfer op te Leeuwarden aangefield tot 
Fieceptor van de latijnfe fcholen; dan hij verliet die fhid op 
laad of bevel van zynen fcboonvader, en vertrok naar Zwolle, 
«Is Conreélor van de fcholen aldaar, onder Jan ds Nuts^ 
die te voren Reftor te Sneek en ook te Leeuwarden geweest 
was. Enigen tijd daar na, kwam hij te Leuven te rug, op 
fltrk aanfiaan van Hopperus ; doch daar gekomen ziende , ver*- 
ftond h9 , dat deze naar Frankrijk was vertrokken ; zig dus 
▼eritoken ziende van de hulpmiddelen, die hij zig van dezen 
triend beloofde, leerde hij naar Leeuwarden te rug. Na hier 
Ttricheidene wisfelvallfgheden van hst wankel bare 'fortuin on- 
dergaan te hebben» bedoot hij zig tot den geestelijken (laat 
te begeven, en tot Priester geordend zijnde, wierdt hy op- 
^gelijk Vikaris, en naderhand Pastoor van vcrfcheideDe dor- 
pen in Friesland; de uitmuntende predikgaven die hij bezat» 
bezorgden hem een beroep te Sneek ^ en vervolgens te Leeu^ 
warden. Cunerus Petri, eerfte Bisfchop van die ftad, getrof- 
fen door ajne bekwaamheid, maakte hem in 1570 Aartsdia- 
ken van de kathedrale keik. ten einde dezen post met zo 
veel te meerder luister te bekleden, ging hij naar Leuven^ 
om aldaar met de waardigheid van Licentiaat in het kerküjk 
legt bekleed te worden. Te Leeuwarden wedergekeerd, hadt 
hij het verdriet te vernemen , dat de Gereformeerden de over- 
hand badden gekregen , en hij door die genen werdt geban- 
nen, tegens wien hij met zo veel ijver in zijne predil^atien 
als anderzins hadt ui^evaren , en hen als ketters vervolgd. Hij 
moest dus wijken, en begaf zig naar Keulen ^ vervolgens naar 
Ratingen een klein ftadje in het hertogdom van Bergeu , waar 
vaa hij Pastoor werdt. Na drie jaren verblijf aan deze pinats, 

ver- 



BENINGA. (EGGERIH) t« 

"iertrok b^ ^^^ Dusjildorp, alwaar hij van een KanunnikaaC 
vcrdt voorzien, doch van welke waardigheid hij weinig genot 
hadt, doordien liij den 14 januarq ^586 in den ouderdom van 
62 jaren , overreedt. Schoon Bbndixius lange jaren onderwijs 
in de fralje letteren hadt gegeven 1 was hij egter 'onberchaaM 
in zijne uitdrukkingen ; *t welk deels moet toegefchreven wor^ 
den aan zijne vexkJi^isIStoid ^^Q ^^ wijsbegeerte van dien tljd^ 
en deels aan de leerwijze van Ratmomd Lullius^ die hij 
iyverig volgde. Noch de vriendelijke vermaningen van DeMi- 
smcus BroersmA) Secretaris van Sneek^ en van den Gefchied* 
fehrijver Supfridüs Pbtri, noch de raadgevingen van Doktor 
Steven Sylvius die Pastoor van St» Steven te Groningen was , 
die hem voor een Ltdlist en Barbaar uitmaakte, waren toerei- 
kende, om hem van dit tweledig gebrek te verbeteren. Bene- 
sixius heeft de volgende werken nagelaten , waar aan getwijf* 
feld wordt of gedrukt zijn: i. SeimoTies de vitanda peccati oeea-* 
Jione. 2. Disfert. de Humilitate. 3. De Ira, de Invidia, de Conti" 
nentiaj contra luxum 6? crapulam. 4. De pura Castitate Ê?r. 
— — SüFFRiiK Petrt, de Scriptor, Frif. edit. 2. pag. 4x7-421. 
J. F. Foppend, BibL Èelg, pag. 247, 248. Paquot, Mem^ir. 
iitter. Tom. V. pag. 279-282. 

BENINGA (EGGERIK), is gefproten uit een adcljjk Ham- 
huis in Oostfriesland y 't welk reeds ingevolge het getuigenis 
van Ubbo ËiyiMius, in de XlVde eeuw bloeide; en, waar van 
tnen Luvardus Bbninga als den eeiflen bekenden Aamvader 
kan aanmerken. Luvardus hadt e^n zoon Gerold ÈENmGA ge* 
aaamd, die in *t jaar 1378 leefde, en voor dat 'er nog Graven 
in Oostfriesland waren , het gebied als Heer voerde, over do 
vier vlekken Grimarftmy ÏVirdim, Jindelt en Kompen of üTawi- 
pin. Deze Gerold liet twee kinderen na, een zoon en ene 
dogter; de zoon AjfOLD genaamd, (lierf kinderjoos, doch de 
dogter Heba of Hebrio, die als erfdogter de vaderlijke goede* 
ren in bezit kreeg > huwde aan Imelo Allema van Oosterlmi- 
awi, zoon van Folkmar Allena» «n Adda dogter van Imelo 
Kenesau, die in *t Jaar 1372 flferf^ en een zoon was van 

^v 5 Ka- 









t66 



BENINGA. (EGGERIK) 






y •« r 

» 'V ■ ' •« 






Keto den jongen, die in *t jaat 1370 overleed; hebben* d» 
2e Kcjfo een broeder Okko , en twee zusters Elbüro ctt 
t)ODO genaamd ,* welke laatfté in 't jaar i\ii^ tfouwde aém 
Ed2aw) SiRCSENAj fpruitende uit dit huwelijk voort Enno> 
Hoveling van Grieézijl, vader van Ulrich, die in 1454 toc 
eerden Graav van CostftieHand wierdt vèikoren, en io 1464: 
öpentlijk daar voor erkend. Gémel Je l^mlmtm Al'.ena trouw* 
de dan Heba of Hebrig Benïnga, erftlogter van Grintarfumj 
en plantte dit adelijk geflagt verder voort ,> door in den naani 
én 't (lamhiiis der Benuïoa*s 2ljne nazaten te doen overgaan,^ 
verwekkende uit deze Heba twee zonen , Folkma^ eh Ajoio 
Beninga,- welke laaistgencenkie Hoveling was te GHmmfimi 
èn Pi post te Hinte, zijnde geftorven in 1483, èn hebbende 
tot huisvróuwe' gehadt Wyma van Nöorddobp, ingevolge dit 
giaffchrïft, te Grimarfüm rondom hare-beeldtènis öp enen ^afu* 
wen fleen gebeiteld : 

Anno dom. MÖ.CCCCLXXXIII 
Obiit Aild Benig. Petr. I. Hrr; 
Capital, in Grim., anno LXXIII 
Obiit HtMA uxor. Eques. r. i. r\ 

' dat is 

Sfn 't im itfi Üttm mCCCCLXXXUÏ 

5fsS obcricten Aild Beninga/ J&joo^t in 5^intC/ 

IJobcIins te «©^imarfiniL ^n 't jaat LXXIII 

9f.^ otJctköcii b£^elb^ öHii?'^|outoe Hyma/ viijStcnöe in b?c&^ 



Deze Atold of Aild Beninga, Verwekte twee zóhen bij 
^ ^ w'^^/*^ 2ijna huisvrouwe Hyma , Folkmar namelijk en Gerold, 
s/lJ\^ ^^ FoLEMAR teelde ook enen Gerold, en de^é weder twee zo- , 

cïSy^^^öén Eggerik en Foljcmar. Gerold dé jongde zoon van ge^ 
«'^^tJ^^^;) melden Ajold, verwekte vier kinderen, enedogter Hyma re- 
^XrJKïS^^'^^*™^' ^^^^^ aan Ulrich van Doornum, Heer van Oldw-^ 
^^T^-lIX^"^ trouwde, onder welkers opzigt in 't jaar 1526, het ge- 
^^i /^-^éi^,:Sv^^ over döh godsdienst te OW^r/«»j wieidt gehouden , tusfen 
"^i^f^f^'AroRTANus , eerften Geieformeei'den Predikant te Emb^en, eh 

" z/'^j. >► A , ^ ^ "cn 



^^^-^Z ^'#^»V-0, 






* «-^*i 






i?^^ 



^9^^^^1^t>H^ M€ >fc*^ A^Zt^^^^^^^t^ .-^♦^Ot^<^ ifc^cii^gW^U^^ 



1 

I 

\ I 

I 



IENINGA. (EGGERIK) S67 

flen Koomsgöcinden Doktor Laurejntius; voorts drfè zonen, 
4hN£LUGER , Homerus, en Egoerig genaamd. Homerus was 
Abt van 't Teainger klooster, en ftierf in 1557 den 8 februa-i 
lij. Dit Tedingtr klooster was bij Nmermoer in Oastfrlesland 
in 't jaar 1283 gebouwd door den Abt Theda ter eeie van St.- 
BsNRDiKTUs» en brande af in 1398. Ëggjsrik Beni^ga, de 
jongde broeder van üomerus, was Proost te IVmur enz,, ea 
fchreef ene üronp ban ^^^tfric^anti/ welke door den Hoog* 
leraar A»T. Matthjèüs in het VIII. Deel van zijrie Vtteris evi 
Anale^a In 8vo., is uitgegeven, doch niet volledig en ten 
tnetnalen verminkt , nadeihand na een der beste affchriftén t& 
Efnbdm berustende, in 1723 aldaar herdrukt, en met aanteke- 
ningen en bijgevoegde andere oude (lukken vermeerdeixi, is 
uitgegeven door den Harlinger Predikant Eilardüs F. Har- 
X2KROTH in 4to.; makende ook een geheel deel uit van den 
tweden druk in 4to. der Analeüa van Matthjeus. Deze adelij^ 
ke kronijkfchrijver is overleden in 1562, als uit dit volgend» 
^affchrift blijkt, te zien in *t koor van de kerk te Grimarfim. 
agter deszelvs beeldtenis, op een groten blauwen Heen uit- 
gpbouwen.' 

31no bnt t,s62. tm 19 ®ct fbrf 
4Er!ntbefie mi ^bbare EccERtcK 
Bbninga 'te <^|iniatfum/ ^o^rum/ 
Sfttfum/ ïBibÖel^toeer*. Hobet^ 
Unjitt. ^^otDefl to l@enet. ftns^ 
oliKrs^/ int 72. daarna bc tthoxt/ 

• 

imbe Dogetfame Gbla ban fSo^rnm 
SJntnev^ tiSeninsa. to ^zixa. Sïojf. %txf. 
DDiUt ndebtoe/ fine {;ucp*fTUtDe. 
atnno 1574 t^^n 4 ifeb^ ore^ olöerf. im 85* 

Eggerik Bekinga heeft bij zijn huisvrouw Gela, verwekt 
twee zoons, Gerald of Garrald en Snellinger, welke Iaat* 
fte in zijn vaders plaatze in 1 562 Proost te IVentr eh Hakftm 
wierdt, deze is in 1580 overleden. De laatde van dit oud 
en beroemd- adeiijk flamhi:is, was enen Folkmar BENmG.^/ 
..v - ,. : • Heer 



• - ♦• • 









Hber té Grifndifm, Üoo^nm en jirfhli bi) is Hoftigter gcWerf 
van het furftclijke OosifHesfe Hofgerigt, èn dén 23 feptembei* 
J717 oveiledem Het is opmerkelijk, dat toen dit HöfgerigC 
Jn OostfHeskmd ih 1590 wcrdt o{>gerigt, Efectkix Bêntnga toe 
eerften Hofrigter daar ran wierdt aangeftèld , èn mét dén naanr 
Tan Landraad vereert, zo als blijkt uit Ket Oadfnesldnds Reces^ 
m Jccoordboék, bl. 20 én iió; als ook in dfc Hofgerigts Orde^ 
ning Tit II. ftaat vermeld; zijnde vervolgens ook veikorefl 
onder de Revifores der nedérgeregtèn en landregten , zodanig 
jnen aangetekend vindt in 't Oösterhüizer Accwrd^ 5- 15; welk 
accoord in 't jaar 16I1 dèn 21 meij te Oosterkutëm is gefloten,- 
tusfen Graav Ehno den III , en dfe Standen irih OostfHeslandi 
ten overftaan van ene commisfie uit dé Staten Generaal der 
Verenigde Nederlanden , en mede door Schottö Beninga 'en 
Hekdkik Van Dif?enbach ondertekend. ■ Ub. EtóMiï,* 
rerum Frific, Hiji, G. OutnoFF, fVatèrvloedén, 2de druk, W. 
489, 495- G. OüTHOF, Lijkpligt op Folkmar Benincjï in dé 
aantek. 171 7. E. F. Harkenróth in dé voohede van BewinGA 
'Krmijk. Waoen., Vad. Hift, X. D. bL 52, 53. Matth. VON 
Wicht, OflfïitftfcJ SanMt/ nc&fl titm 3)cic6-tttiö 39^r«6t/ fiU 
6. 517- 5Ö2, SÖ3* %95i 59Ö. 602. t578. 685. 700, 

BENINGA (SICKÖ), oiifpronkelijfc uit fcét zelvdè geflagc 
als de voorgaandenv was van Humjlerland in het tVesterk'waniet 
afkomftig, en bloeide op het -einde van de XVdc eeuw. In 
het jaar 1504 was hij Hoofdman te Groningen, en zedéit Bouw- 
meester en Raadsheer van die ftad. Schoon in dé befchaafde 
letteren niet zeer kundig, heeft hij cén getrouw véi-haal der 
gebeurtenisfen gegeven, die in èn omtrent Grwiin^m, inzon- 
derheid van de Sasfenfe tijden af, tot aan 1*527*, z^n voorgeval- 
len, waar in fommige politijke aanmei'kingéti nopens den ftaat, 
door deta autheur, uit zügt voor zijn vaderland, gevjogten 
ziyn. De geleei-de en pi^dheidkundige Brouerius van Nipbk ^ 
beeft deze Utomjh ban Bc:kikoa , in zijn ^nak^a Medii avi y 
in gr. 8vo. 1725 , in 't licht gegeven. — — M» Paks, yoQnf 
rol der Bat. en HollarJfe Schrijvers, bl. Si» 

-i . — ^ — -— — - — • • . ^ 

£-c«-'^^M^(A« C4-t»'*€.MA.'m^té^ »-**^/ tyyt'mf^AA. , C^-^-^ A. P-r* •••%- yA- *»^ ; i^oY , 

* ^"^T**^ y^ *^' -^Ai^'-^-rf»»^^*^»^ ^ï^e*^ )CA Ji.-C^'it, ^tp-^^ 99X^4^*^ i 




/ 



BENNK^G cf BENNINK. (DIRK SiMONSZO aöl 

BENNING of JIENNINK (DIRK SIMONSZ.), was in 
het jaajr J393 Scboiii: tt Jmjleldami in 140^ hadt; hij, bene- 
Vènfe den toenmaligjen Schout J^n Nqttarp en Amel J43x^- 
toont RY2ER,,de ^abeljamvfe partij toegedaan, deel in den op^ 
ïland bij de aanvaarding jder regering door Hertog Wille^ 

- . - , * . . • 

verwekt; eii waar bij de; Priester Willem Bruinszoon, h^t 
'leveii liet. Om deze misdaad van oproer werden de drie gq. 
'ineide perfbnen onverhoeds gejigt, ter ftad nitgevocrd, voort? 
onthaislJ, ^n {n dien flaat hunne vrienden t'huis gezonden. 
• Over d^ze perfpn^n is wel enig vsrfchil ^ en inzonderheid 
'over den laatstgenoemden , die bij- den ongenoemden oudqa 
Schrijver in het vonnis TH^onpRicus Symonis de Heemskerke 
of DiitK Symonszoon van Hf,emskerk, genoemd werdt; doch 
Dapper en Commelyn noemen hem uidrukkelijk , Dirk Sy- 
^NSZOON Beïnikk* De Burger Wagenaar beeft hier op aan- 
^gemerkt, dat de onbekende Schr^ver hem den toenaam vaa 
Heemskerk, en niet^dien van Bennino gcefc, en hij dus Dirt: 
SymomszooK vap 4^fieldam^ fchijnt verward te hebben mee 
DiRiC Symokszoon van Haarlem^ die ook omtrent dezen tijd 
gedood -werdt, en weliigr Heemskerk bijgenaamd geweest fe. 
« « ■ « DojlSELAAR, Befekr^. van Amfiëdam, bl. 137. Dap- 
per, BefcJmjv. van Amfi. bl. 100. Commelyn, Befchrijy. van 
M\ji* bl. 898. Wagen., Eefchrijv. van A^nfl, II. St bl. ipp, 

BENNINQ (HILLEBRAND>, komt Qns yoor op het jaar 
1577, en wel op dien tijd, toen Aifijieldam door Sonoy h^* 
zet was. Hij moet topn', Jiet zij den post van Burgemeester 
of wei dien van Gelieimfchrijver in die ftad bekleed hebben , 
dewijl hij een brief a^n Sonoy ^ondt, begeiende dat zjjnq 
knegten kig van alle vijandelijkheden onthielden, doordien de 
pndei handeling, wegens de fatisfaflle met den Prins, op eer^ 
goeden voet flond." De overfte Sonoy deedt goede beloften ; 
en om over den fchrijftrant van, dezen krijgsman te kunnen 
oirdelen > laten wi] Upx een letterlijk affchrift van zijnen bri^ 
volgen* 



J7« BENNIN6. (HlLLEBRANl^ 

INS0NP£R$ GOUBB FIIUNDT. 

r. Z*. 5ny /i^eft yr/; wirt blytfchap firjlan dtf dyfaekefii r^ 
iyn gouden hp Jlariy dar ych byt got Jynnm fegen fordts to té 
mllen geffm, fan dat yck myn follkh fal ivyUen liaUmfan ymans 
te hejchadige kant F. L. fych nyt allen fetfekeren van emen husman 
dan van alle dj onder Jla$ wonen of dy wtter flat follen wyllenkih 
men , al wollenfe geit vp lm hoft dragen, ende es och eyn orfaek daf 
van dat ych fellffs met dy knechten bin gekomen ven fuolcxs ende 
dergelicke vor te komen, hier met yvyl ych V, L. dm Jteer befeüen^ 
ferwachende Iryer ewe kompfle bynne Itet Kathufer klojier. Den 
lejlen December Anm 77, 

V. L. gotèdefrunt 

DlEDRICH SONOT. 

Ondertiisfen hielde het benauwen der (lad aan ; de regering 
befloot den 8 januarij , nader aan Sokot te fchrgven , mcf 
verzoek dat big haar kennis gave, uit wiens Ja$t haar de2ê 
vijandelijkheden, tegen de Gentfk bevrediging, en tegen deb 
wil zijner Pporlugtighcid, werden aangedaan 1 óp dat zij V9p* 
ten mogten , waar naar zij zig te voegen badden, Sonot ant» 
wpordde ; , dat bij uit last der Staten van Holland^ voor j^m- 
„ flcldam gekomen was , niet om iets vjjandeüjks t^en de ftad 
,, te ondernemen ; maar om te beletten dat door de vijanden 
„ van 't gemene land, iets, ten nadele van het zelve ^ op de 
„ ftad werdt aangevangen." En naardien men ook geklaagd 
hadt , dat den boden der ftad de w^ naar de afgevaardigden 
te D Ift werdt afgefneden , voegde hij 'er bij ; „ dat men de- 
i, zelve vrijelijk naar zijn leger zenden mogt, daar hun géén 

doortogt geweigerd zou worden.-* Men nam hier van de 

proef ttn volgenden dage, eri bevondt dat Sonoy zijn woorcj 

hieldt. Ondertusfen werdt 'er, nu en 'dan gefchoten, van bin- 

iien en van. buiten, zondei' dat men rcgt wist, wie 'er 't eersC 

mede aangevangen hadt , waar door ter wederzijde, enigen 

gedood en gekwetst werden. Ook fcholden die van binnen 

en die van biü.^en dik wils, vinnig op èlkandeien; 't welk de' 

onderlinge verbitteiing déedt toenemen. —— P. Bor; Ned'^ 

Oorh 



BENNING.XfAEOB) BENNING JANSZOON. (JAN) a^i 

'Oör//XII. B. bl. 3. (921) pnz. Wagbw., Befchrtjv. yan jfmji. 
HL St- H. 439 > 440. 

\ BANNING (JAEOB), wcrdt in 1578 ^ t|8 Amfleldam met 
^e vcrardering der Regeling,, tot Schepen en R^d aangebeld. 
Toen in 1581, geraadpleegd wcrdt over de op.liagt der Hogp 
Overigheid aan Prinfe Vfiu^zii den I, was Bükning een der 
genen, dit z^g 't vinnigst daar tegen verzette; gelijk bljkt 
pit het beiluit van du VroCwifchap, behelzende, dat dezelve, 
pp den 1 feptembcr, befloten hadt, jAicoa jAKszpoir Bennijng , 
Jakos van Kampen, Jan Laurewszoon en Jako3 Franszoon, 
Raden, die wxigerden, zijne Doorl. HoogheiJ, als Hoge Ove- 
ïigheid te zweren , op een boete van loooo dübhelde Legdfs 
Stenen^ tegen den volgenden maandag te dagvaarden , en hes 
te verbieden, ondertusfen uit de ilad te gaan. Doch het i$ 
bekend, dat deze zaak, docr de belenunerin^ die dezelve ia 
Zeeland en Uirecht ontmoette, nist alleen in An^jleldm mee 
fiaüwer ijver bcgost doorgezet te worden, maar geheel: be- 
koelde, en eindelijk met 's Prinfen dood te niet liep; waar 
èx30t dan ook het vonnis der ftcentK^ete, van zelv' verviel, 
■ I. > WiXiEN.j Bejchrijv. vm jimfieldamy III. St. bl. 4.78, 
IV. St. bL 33. ^ 

'^BENNING JANSZOON (JAN), was in 149(5 Schout te 
yimjielcjafn , en getrouwd aan een rijke boeren dogter van Dle-^ 
w^, met name Imme; deze zom volgens fommigen, de ftigtfier 
geweest zijn van het Klarisfen Klaoner binnen die flad. In 
het jaar 1504, bragt Schout Jan te wege, dat de^ Gelderfen y 
die in een fcheépflrijd door de Hollanders gevangen genomen 
iKaren, en daai- men *t erg mede voor hadt, genoegzaam al- 
len, na 't afleggen van den gewoonlijken ééd, waar bij zij 
zig verbonden, om het ontvangen leed op niemand der Iloh 
ïmderen te zullen wreken, op vrije voe'en gefield werden; 
fommigen betaalden enig losge'd; als onder anderen een Pries- 
ter , die zig onder de Gek^rfen hadt beyonden , verpandde om 
zig TX^ te kopen» de autaarkelk voot. so.goudguldepso ■■ 

Wag.» B^hr. vm^ Amfi. L St». U. 107^ il; S(. bl. 411. 
•t.. BEN- 



gji PENNING. PENNIUS. BENOKT. 

BENNING (JOHANNES), gebcien te ^éKfj/bdvt, den € 
februari 159-;. ^ werdt te Leuvm tot Doktor in de beid^ 
l^cen verbeven, en leraarde aldaar en^ jaren; naderhand 
werdc b^ üd van den Hogen Raad te MrAdbs» en vervol- 
gens in 1611 , Pieddent re Luxemburg. H§ is een man ge* 
weest van een ongemeen fchrander vernuft, en was begaaft 
met pin ftalen gpheugen ; ook zou hij het verre gebragt hebben , 
ware hij niet nog maar 38 jaren oud zijnde uit drt leven 
gerokt, den 30 januarij 1632. Hij heeft gefchreven: Hift^ 
fiam Laxemjurge^fe 1^ ê diplamatibus ac documentis antèquk ffe^ 
,, J. f. Po^£Ns, BiöL Beig. pag. 578, 

BENNING (STANS) , leefde in *t jaar 1566 te Amjiefiam^ 
ti> ftond bekend voor een ijverig Gereformeerde ; \vj was hetf 
die beneve;s REnnfia Kant en nog twee anderen, op ócn 
X januarij 1567, zeker verzoek fchrift aan Burgemeesteren van 
genoemde ftad overleverde, met bede, da: het Prins Wixxem 
ter band gefield mogt w<»^den ; werdende in hetzelve b&> 
geerd : ,, dat de Gereformeerden vrijheid van geweten en godsr 
«, dienstoeffening mogten blijven behouden , tot op nader bo- 
^, vel, bij den Koning en de algemene. Staten te beramen." 
Doch na dat hier over twee dagen geraadple^ was met da 
Vroedfdiap, weidt dit verzoek, aflgeflftg^* — Wao-, fio- 
^br. %m Jmft. IIL S(. \A. 209.. 

BENNIUS CJOHANNES), leefde in de XVHde eeuw, en 
was Doktor in de godgeleerdheid, en een vermaard Leraar 
onder de Roomsgezindqn ; hji be^ft het eerst de gemeente van 
Wasfenaar als Pastoor bediend , en naderhand die van Noorc^ 
viik. Hij overleed te Delft in 1665; den roem met zfg in \ 
graf dragende, dat hij een braaf man w^, gezellig en vrien- 
delijk in zijnQ verkering, lj Quélieden von RJnjvhni^ 
bl, 394- Ö02, 

BENOIST (ELIAS) , Predikant in de Walfe gemeente m 
Delft 9 wierdt van Gereformeerde ouders geboren te Parijs. f. 
den 20 januarij 1640. Zijn vader Faan^xsBsnqista waa 

Kai« 



BENOIST. (EU AS) «75 

Xaisteletn van bet hotel la Trimouille in genoemde ftad, en 
aajne moeder was Maria Calderone genaamd. Men was 
bepaalt, om hem tot 'den koophandel of het beoefibnen der 
notariële praktijk op te tj-ekken ; doch zyne grote lust tot de 
letteroefFeningen ontwaar geworden zijnde, liet men hem zij- 
De geneigtheid opvolgen. Na in zyn vaderlijk huis de eerfte 
beginzelen der latijnfe taal geleerd te hebben,, wierdt hij ne. 
gen jaren oud zijnde, in het koHegie van Haremirt geplaatst, 
daar hij boven andere jongelingen uitmuntte. Zijn jonder- 
wijzer in de digtkunde , pogingen gedaan hebbende , om hem 
'tot de rpomfe belijdenis over te halen, werdt zijne moeder 
zulks gewaar, waar op zij hem naar een ander kolieaie zondt,^ 
om in de rhetoHka en philofophie het nodig onderwijs te genie- 
ten; doch deze laatfle wetenfchap in 't geheel niet van zijnen 
finaak zijnde, verwisfelde hij Wel dra de beoeffening van A^ 
misTOTELEs, voor de kaatsbaan, de biljard, de romans en do 
komedie; zijne ouders lieten hem toen het grieks Ieren, dat 
beter flaagde; vervolgens lieten zij hem bnder opzigt vaneen 
Preceptor, door énige provinciën van Frankrijk reizen; en 
hij bepaalde zijn verblijf énigen tijd ttMontaübaiiy om zig ver- 
der in de wijsbegeerte te oeffenen* Inmiddels'ftierven beide 
zijn vader en moeder, genoegzaam op den zelvden tijd; en 
hij zonder agt te geven op de bekrompenheid zijner eifpor- 
tie , gaf zig ten enemalen aan de wellust en vermaken over , 
en bevondt zig wel dra daar door' in enen behoeftigen toeftand. 
Na geduiende twee of drie jaren meest van geleend geld be- 
ftaan te hebben , wierdt hij Preceptor , *t welk hem gelegen- 
heid g$f , om in de theologie te ftuaeren; waar in hij zodanige 
vorderingen maakte , dat na proeven van zijne bekwaamheid 
tot prediken gegeven te hebben, hi) tot den heiligen dienst 
wierdt toegelaten, die hij omtrent negen maanden lang op 
twee , dorpen in Beausfe uitceffende; vervolgens 20 jaren te 
Alen f on f daar hij een meisje trouwde, bevriend aan de voor- 
xiaamfle Heden van die ftad, doch van zulk een verfoeijelgk 
karakter , dat zij hem gedurende het lange tijdvak van 47 ja- 
ren , tot ene^ helleveeg heeft verftrekt ; Hg fpreekt 'er dus 
H. Djlel. S ' zclv' 



H74 B^NOIST. (EUAS) 

relv' nn • Vxorm daxit . . . vitiis mmdhus^ fut eofyugi p«fA» 
f^m9ftti gravU esfe posjura ^ implicita; a\wa, proctec y jurgiofa , irh 
imjïéns ff varia ; indtfesja coniat^endi libidine per arms qua- 
dragirta Jeptm mifmm cwy'ugem mnihus diris ag^eat. Bebal- 
ven deze vreesfel^ke Imisp^aag', hadt hij nog andere verdrie- 
telijkhcdcn te verduren , die hem door de Roomsgezinden , en 
- i^t\ in&nderheid door de I^ertógihne m Guise, ene volle nigte 
van LODEWYK den XTV, aangedaan werden. Dé kerk van 
A^er^m door de inti;ekking van het Edikt van Nantes, gefloten 
lijnde ;'fcheepte zig Bekoist te Dieppe in, om naar Holland 
over lè *ftèken, en kwam in 's Hoge, alwaar hij in tegeni- 
wobrdigheid van de ft-incesfe van Oiiakje predikte, en zeer 
veei genoegen gaf , doch egter niet in zijn hoop flaagdc, om 
Kapcllaah^tij die voiilinne te worden ; dan hij wierdt egter gp* 
?ioIpen,' want die van Delft benepen hem tot derden Pre- 
dikant in de'Walfe gemeente van die flad, 'alwaar hij tot 
zijnen' dood toe verbleven is. In het jaar 1695, nam hg de 
f artiij 'vaö Jürieu, in de gpfchjllen, welke deze twistzieke 
EMirdamfe Leraar, voor de Sijnode tegens Elias Saurin en 
in'dere Predikanten hadt uitftaan. Hij zelve kreeg ook rufie 
ihet IzAAK Jaquelot, Jan jle Clerc, en Taco Hayo van 
hzm HONERT, toen ter tijd Predikant te Amfleldam, Na 51 Ja- 
ren liet predikambt, als een waardig ten getrouw Euangelie- 
diensar utrgeoeffend te hebben, verkreeg hij van de Delffe re- 
geifng den tijtel van Emeritus. Jn den 'avondftond vari zijn le- 
ven verzwakte zijn gezigt zodanig, dat hij verpligt wierdt hef:' 
crfè oóé te fluiten, om met het andere te kunnen zien. Zijn 
laatóe levensuur genaakte den 15 november 1728, en .hij 
flierf 'in ^^ijn Spflé jaar. Bij zijnp Xantippe hadt hij drie kin- 
derert verwekt, een zoon, die 17 jaren oud zijnde, fleif, en 
tTeé dogterS, t\raar van de jongfte nog in 1750 leefde, en ta 
DdjiwoorAe; de oudfte was getrouwd met Karel /^ncillon, 
I^redik'ant te"£(?r/i/n,' doch dit huwelijk was- niet gelukkig, zo 
dat'BEÜfoistin ir 703 genoodzaakt wierdt, ene reize naar B^r- 
lijn té óAHei'nëmén, bui zijne dcgter te halen , welke in /W- 
l^jii tiencvens twree Wnderen, die zij bij baar map hadt bc* 



PENOIST. (ELIAS) 27) 

Tcomen , fticrf. Benoist is een geleerd man geweest , die veel 
linaak en gezond oirdeel bezat, daarbij buitengemeen werk- 
zaam was ; de gave was hem eigen om zig zo wel op den 
leerdoel als in de gemeenzame verkering, met een ongemene 
ki'agt en minzaamheid uit te kunnen drukken, liejSelIjke fpieek* 
wijzen en welbekookte, aaneengefchakelde redeneiirgen rol- 
den als 't ware van zijne tong; daar by hadt hij een zeer 
vluggen en gemakkelijken fchrijfftijl. De gefchrevene papieren 
welke men na zijnen dood heeft gevonden , (bekken tot waar- 
^)orge, dat hij vrij dagt, de waarheid langs allerleijc wegen 
zogt , doch dat hij zig fomtijds in een kronkelend doolhof van 
^onderlinge en vreemde gevoelens begaf. 

Veel , ja zeer \'eel , heeft deze geleerde man gcfchreven , 
waar onder verfchcidene twistfchriften. Wij zullen ons ver- 
genoegen met het voornaamfte zijner werken aan onze lezers 
te doen kennen, en dit isi r. Hifimre de l'Edit de Nantes^ 
contenant les chfes les plus remarquahks ^ qui f e font posfée^ eii 
France avant_,l^ ^P^^^ ƒ» publicationy è Voccafion de la diyerfité 
des Rsligions y (^ prindpalemetii les contraventions 9 U^xecietknsy 
chicanes 9 artifices^ viofences, {jf autres injuJlkeSf que les Refor- 
més ontfouffert jusques d VEdit de revocation en ottobre 1685, ^ 
vee ce qui a fuivi ce nouvel Edit j'usques a prcfem, Imprimi a 
Delft 1695- en F» Vol. in gr, 4t». 2. Ene vertaling van bo* . 
venftaande werk in het nederduits , onder den tijtel van : Hj^iflo^ 

rie bcc <{^ercfi3?Werbe üierhcn ban ftmhtijh/ berbattcnbe get 
begin en b^n boo^tgang btx Itcfom^tib bcQonncn met (;ct iom: 
1^527 / m {^^onbcrlijfe bc l^ijoric fcbcct &pt berlenen ban 't <e^ 
bilit ban JÉ^mtc^/ opfieixfit in ben iare 1599/ boo; )^onmg 
Hendrik de IV , en booj ;{ine najaten op j^unne itom^'t tot be 
itroon / t^tooren. Jüföib^s^^^^i^ een nautofieucia berbaal ban. 
alle b? berb^bingen/ troubiloojf ^en / getoelbenarijen en bei^^ 
bolBingen / bii^Iften be <©ecefb?mf crbcn / fo boo^ al^ na 't bcc^^ 
nietioen ban 't jjemelbc <^bïbt/ bcoj ïioniufl Lodewyk de XIV 
geleben fyebben. Mtt bijboeging ban aUe be Bebeufetaiaarbigfie 
<^biiiten/ ^Z^eelat:atien/ en anbere aiittjentpe (hthben baar toe 
befiorenbe» SUfe^t op ene üaxt en cnjijbige toü^e uit be beroemt «^ 

S 2 (ie 



/ 



^tf BENOyX. (LEONARD) BENSCOOP. (ABJENT vah) 



(öntcngsflcR) 



Jn lIDdèn in folio, teAmJieldam in 1696 bij 'Jan tenHoómt, 
2cci fr'aVgedriikt en met kohstplaten verfiert • J. G. de 

CHAüFF-Pié, Notiv. DiStionairiy Tom. I. lett B. pag. 228-242. 
PAquoi*, Mefk. litter. Tom, XIV. pag. 217-248. 



* ' N 



^ENQYT (LEONARD), gebijnaamd de ^aal , was een 
der onder tekenaien van 't vcr&aarde Verbond der Edelen n ent 
tevens een ijverig voorftander van de hervorming in den gods- 
dienst» ' }n de fententien van Alva Wordt hij ook befchuldigd, 
g$Id voor den Heer van Brederode ontvangen te hebben. 
De geleerde te Water vertrouwd , zonder egter zulks te dur- 
ven verzekeren , dat deze Benoyt tot het adelijke geflagt van 
dica nwn behoord, heeft, en berigt ons, dat hij den 2junii 
15^8^ f ^ Brusfel op last van Alva is onthoofd. — — . Tjt 
Wateb, Ferbond der Edelen, II. .Stuk, bl. ipo. Marcus, Sen- 
t^fUi^i, bl. 162. 



. • » 



BENSCOOP (ARENT van), was een der Edelen, die 
tcgans Gfaav Floris den V famehfpanden , en bij 't gevangen- 
nèlneh van 'dien vorst, na dat Wolfert van Borsselen 's Gra- 
ven paard bij den toom gevat hadt, hém étn "fperwer uft de 
hand rukte. Na den beganèn moord, bevondt zich deze Béns- 
cóop, 'benevens Kostyn van Boternisse , AlÊwtn enWiLLM 
tan'Tbylingen,' Willem van Saanden en anderen, 'op hét 
Üot' Kronenburg, toen het zelve door Guy van Henegouwen 
l:etnagtigd werdt ; deze, na Gekard van Velzen, van Saan- 
DEN 'en nog enige anderen, aan het volk'tot ftilling van dèr- 
2^1 ver woede overgegeven 'te hebben , 'dee'dt Benjscoop, 
TeyIingen, en nog twee' anderen, op het flot Kervenheim in 
jcie^fsiand votven. In 1304, bevondt Arent 'vAh Benscoo? 
jjï^/ niét' anderen onder den aanhang van Jan van Renesse; 
inèt' dezen", 'als ook met Jan van der Leede, nam hij, na dé 
nederlaag der Flamingen voor Zierikzee, de vhigt uit Utrecht^ 
en begaf zig 'naai de 2>Jfe, tegen over Beuzigheml voornemens 
zijhclè met een fchoüw den 'ftroom' oW te varen.' De meeste 
Edelen 'wier floten hier gelegen waren, hadden mede de zijde 

, ,^ ^ ^ - — -• • • • * 

van 



.W..L w ..*•-* • ■ - '*- - --■*■ 



I • « 



BENSIÜS. (JOHANNES) MnY. (JOU. Vi& üer) ^jy 

ir^ RjENËssÈ gèkozeö, uitgenpimen Jan van BBuztckm; Hèèr 
yan Kuilmburg,^ en öog.«en , wiens naam niet genoemd Wdt. 
Deze .beiden j die op de zijde. dei- Ueneg&wwers. w^förfj* Vèli 
gemelde vlugt kennis gekregen .hébbende , bragten énig vóik 
in de wapenéüi eii troffen de viugtenden , tegen ovtt^K/uiim* 
hirg, aan. Op dp lö augustus, des gemelden jaatti; tWrdc 
Renesse nevens de .zijnen geülageh^ en, ingevolge hét Vür- 
ha^I Vftn WiLu;M Procurator, Jn een fchóiiw gejaagd; dfe 
pmHaaöde, fïcn in % water deedt finorèn* B^alven !ftEifÉtói 
fneuvelden hier Arent vAj» Benscóop; jAii^én PfiiötiiM VAn 

bïER.LEEDE, HüIBERT VAN EvERDINGEN, HeNDRIK Cn BeS* 

teoLiji VAN. Schalkwek, Heer Arent van BüLrtóiï.ërf vele* 
anderen, welker getal, op méér daiï lod begroot wórdt» 'i 
WiLL. PjioeuRAT. , ad.amum J3Ó4. p- $36. MêVerus, idinHufn 
1304, Zijkder: de ,CüLEtoORcfH, *0r^. Culemb/p^ 5J3. Wi- 
öEN., ^flwIL JÖi[/ï. HL D. bi. 78. ^o. i7p, iBó. 

, feENSIÜS (JÖHANNËS), 'gebbren tl Bmsfei leefde in 4' 
XVIde eeuw, en leraarde de fraije letteren te Straatsburg, t^j 
onderhield een gemeenzame vrièndfchap met Joh. Stürmiüs, 
'ch heeft uitgegeven: i. thcfaurwn êlocutimis Omoria gracQ- 
fatinum. SaJiL I58Ï. f oh a. Loröx communes comparanda Reruun 
(j^ Exemplorum copice accommodatos. Ar gent. ïs8i. 8vo. 3. Ero* 
iemata in Ubros Cicér. de Qfficiis, Jimcitia Is^ SenèQute. li. l^ig 
Ö* 1601. i2o. 

, BENT (JOHANNES v^iff ïdêr)., Könstfehildèr, Js gebbreh 
te Amfteldam, omtrent het jgar 1(550, Hij was een leerling 
van Adriaan van den Velde en WouwerIian, naaf wiefi 
zijn penfeeh erk wel meèc zweemde, zo 'm Verkiezing ab 
behandeling^ van fchilderen'. Hij bleef ongetrouwd, én wootf* 
dp bij vreemde menfchen in; daar hij een vrije kamer hadc. 
Op zekere tijd hadt hij omtrent 4000 guldens op zijh kamet- 
liggen, wel gefloten In ene kist; dez» aaliziénlijké fom Wercft 
hem ontvreemd,' terwijl' hij enige dagen van huis waö; dft 
verlies trof hem geweldig , en zo veel te meer , doordien h? 
liiêmand met dien diefïlal dorst befchuldigen 5 on offchdojji \% 

S 3' éeiï 



i78 BENTHEM. (EJINST WILlEM Qraav Van) 

ten Tvvarfch^nl^k vermoeden op zjjoen hulswaard hadt, man- 
gelde het hem egter aan bewijs; »> dat hij in de droevige 
noodzaak was geduld te nemen , en zïjn leed te verkroppen ; 
de goudvink was hem ontvlogen , en *t was niet Vvaarfcbijnlijk 
dat die tot haar kolj te rug zou keren. Eort hier aan wietdt 
bij mistroostig, verviel in ene teringziekte, en, na enigen tijd 
gekwgnd te hebben, ftierf hij in 't jaar i6po. — i— A. Hou- 
BRAK&N, Schouwburg y UI. D. W. 288, 289. J. C Weyer- 
MAN, Leven der Scldlders, III. D. bh 133, 134.. Wagbn., 
Befchrijv. van j^mfieldamj XL St. bl. 428. 

BENTHEM (ERNST WILLEM Graav van), verliet het 
Protestants geloof, en nam in 't jaar 1668 den Roomfen gods- 
dienst aan. Zijne gemalin , den Hervormden godsdienst aan- 
klevende , zondt toen zijne en Wsue kinderen , vijf in getal , naar 
'/ Hoge, onder de befchenning der Staten. De Gravin volgde 
die eerlang zelve, en fticrf in die Hofplaats, den 29 maart 
1679* Zij hadt de algemene Staten en den Prins van Oranje 
tot voogden over hare vier zonen aangefteld, en werdt in de* 
kloosterkerk, in 't graf der Prinfcn van Bohème ^ bijgezet. De 
Graav haar gemaal, trouwde, in junij daar na, met ene we- 
duwe VAN Saxen , geboren Landgravinno van Hessjen ; waar 
na hij zijne kinderen die zig nog hiei;, te lande onthielden, 
onterfde. De Staten, zulks ongaarne vernemende, zonden in 
2655, den oudften zoon, met ernftige brieven van voorfchrij- 
ving, afj naar BentJtem, op dat hij zig met zijnen vader ver- 
zoenen, en verandering in den gemaakcen uiterften wil te WB- 
ge brengen mogt. Doch de Graav Ijleef onverzettelijk , en de 
zoon keerde onverrigter zalie te* rug in den Hage. Hij en 
zijne drie broeders, vervoegden zig in 't volgende jaar, aan 
de ryksvergadering te Regensburg ^ met een wijdluftig vertoog, 
waar in zij hun goed regt op het Graavfchap verdedigden, 
en aanwezen, dat zij alleenlijk uit haat van godsdienst, oj^t^ 
erfd geworden waren ; doch met dit al , vondt het vertoog 
weinig ingang. Zo men aan het zeggen van d*Avaüx geloof 
mag ilaan^ zo zou de Fryis van Oranje, voor zig zelven, 

het. 



-^ 



r 



kENTlNK. »79 

fièt ODg bp "bét Graavfchap Berakm ^èhstdt hebben ] en dat hl] 
blerom hadt te wege gebragt, dkz de Siten zig de zaak der 
Jonge Graven haalden ingetrokken. ■ , Negociat/du Cmtjt 
x>*AvAux, Tom. V. pag. 23Q.. L. v. Aitzbma, Zaken van Stl 
fn O&rl. yi. D. bl. . 593-595, 603. 892 > 893- 90i> 902^ 
' Wagen. • Fad. Hiji. XV. D. bï. 39- 295» 

, BENTINK, of gelijk anderen fchrijven, BEimHCKi oiok 
pESHNGf is. een oud en vermaard geflagt, in 'c hertogdom 
Gelder en het landfchap Overijsfet, en waar van ztg pok een 
tak heeft gevestigd in de provintie van HoUand, In 4e XlVdó 
eeuw was dit gedagt reeds in groot aanzien; wantlnen leesC 
bij PoNTANus, Hift. Geit. dat reeds op het jaar X3d8> Goos- 

* j£N en JoHAN Bentink, beide tegenswoordig waren bij het 
fluiten der huwelijks-voorwaarden van Hertog Eduard VA2t 
Gelre^ Op het jaar 1377 wordt gemeld van Gjirrit B^r- 
tiNK, lid van de Gelderfe Ridderfchap, en in 1392 van Johait 
BzNTiNE, geërfde tot Olsti Zij waren reeds toen ter tijd^ 
als mede in 't vervolg, en nog tegenwoordig, beleend met 
aanzienlijke goederen èn heerlijkheden;, onde^r gnderen^.met 
die vsLü Berrinkhuizen, jilkr, Ane^ *t Looy iVesterhtf^ Werite' 
reny Diepenheim^ Sciwohtieten ^ JVittenJiein ^ ten Vfilde^ de Tienden 
ïn Engeland 'y enz. Onder dit g^flagt hebben van vroeg af 
Mannen uitgemunt, dié onder de eerde voorflanders der edele 
vrijheid ëen aanzienlijke plaats verdienen; Mannen, die de 
voortrefFelljkfle ambten, en waardigheden, zo in ibiatS' als 
fladsregering , met luister bekleed, en niet minder in kr^gs- 
ledieningen hebben uitgemunt; ja! het mangelt aan geen Man- 
jicn uit dit gefkgt, die hun leven voor het vaderland hebben 
opgeofferd; tot ene nog vers in geheugen getuige, verftiekt 
hier van, de dapperen Schout-bij-nagt Wolter Jan Gerkit 
BENTunf, die op denr5 augustus 1781 , in den voor de Neder^ 

" landers zo roemrijken zeeflag op Doggershank , nz. de Ëngelfsii 
veelvuldige afbreuk mét zijn fchip de Batavier toegebragt te 
hebben , zijne geplukte laurieren in cijpresfen moest verwis- 
selen, 4oor ene dodelijke wonde, wcikó bém in hec best van 

5 4 zjjn 



t8p BENTINK. (ADOLF) , (ALARD) (ALEXANDER) 

T^n le^en deeJ fneven, en zi}n vaderland van eenen dapperei» 
Held beroofde. Onze taak eist, dat wij van enige der Man-»^ 
nen uit dit geflagt, ene befchrijving aan onze lezers medede- 
len , wij zullen dit op ene alpliabetife wijze doen , en cndcr 
anderen gebruik maken v^n de geflagttafelen , te vinden in het 
Cmealogiseh U^apenboek van Abr. Ferwerda , I. Deel , dfvk van 
1785; het gebrekkige hiervan, zal ik verbeteren en aanvullen 
uit berigten door ene kundige hand tot dit familie behorende , 
op een verpligtende wijze aan mij medegedeeld. Het genö 
men ten dezen aanziene in de DiStionaire van Moreri, ed. de 
1740 9 en in het TVoordenboek van Hoogstraten vermeld vindt, 
is gants niet nauwkeurig, 

BENTINK (ADOLF) m L00, zoon van Jan of Iohakt 
Bbntink en Janne, dogter van den Heer van Jppeltrn; is 
geweest Erfjagermeester van de Felmve, werdt in 1543 be- 
leend met Berrinkhuizen y IVesterhof, de Tienden in Engeland ^ 
voorts in 1547, met de Heerlijkheid "t Loo. Hij is gehuwd 
geweest met Margareta van Varick, en overleed zonder 
kinderen na te laten in 1548 ^ en wierdt begraven tQ A^eU 
doom. 

BENTINK (ALARD;, Raad en Hofmeester der Koning- 
ince Margriet, weduwe van den Hertog vzn Savnjen^ Gou- 
vernante der Nederlanden ; was een medeondertekenaar van 
haar testament in 1530. Hij is getrouwd geweest met Johaiï- 
KA EsTOR, dogter van Hendrik van Bongaarden en Anna 

VAN DER SpONT. 

BENTINK (ALEXANDER), twede zoon van Hendrik 
en van Margreta Huls, werdt in 1501 bij overdragt van 
Gysbert Aller , Heer van de Heerlijkheid Jller op de Felu^ 
'H'e. In 1509 droeg Alexander zijn kasteel Schoonderhoek op, 
aan Karel Hertog van Gelder, en na dode van zijnen neef 
Adolf Bentink , hier boven vermeld , werdt hij be eend met 
jB^nkhuizen. H.j teelde bij Janna van Zuilen, vijf zonen 
en twee dogters. i. Karel, waar van in *t vervolg. 2> A- 
DpLr, jong geüorven. 3, Willem, vol^t. 4. Hendrik» 

door 



ÏENTlKK; (ALEXANDER) &8t - 

ieöx huwelijk verenigd, met ene dpgter uit den huize van 
kvkmhurg, waar van hij Drost wer.t; hij ftcrf zonder kinden 
ren. 5. Willev van Zuilen Bentink, volgt. 6. Mar- 
GRETA, gehuwd met Kornjelk Lahey^ 7. Eusebu, gehuwd 
met Kornelis.van Weese* 

BENTINK (ALEXANDÊfe) , werdt in 1555 rieer van 
Aller ^ in 1564 van Eerrinkhuizen , voor is Raad van 't Hof vin 
Gelderland en Burgemeester van Arnhem. Het was deze, die 
nevens Gillïs Piek en Joachim Lierie, als gémagtigdén van 
dè provintie Gelderland y de Unie van tJtrecU aannamen èn on- 
dertekenden ; zie PiETER Paulus , Hift. der Unie. I. D. bl. 
flj. P.' BoR, XIII. Boek, fol. 90. Deze Alexander Ben-. 
TiNK, komt ook voor, als ondertekenaar van htt Ren-erjaal der 
nadere Unie; zie v; D. Spiegel, Butidel nii onuitgegevefie Jliik- 
keriy bl. 295. Alexander huwde met Alida van Bukhorstj 
bij wie hij vijf kinderen verwekte, i. Karel, waar van wij 
in 't vervolg zullen fpi eken. 2. Willem, ongehuwd overie*. 
den, den 20 december 1640. 3. Janne, in julij 1610 ge- 
trouwd met Jakob Schimmelpenning, Heer van Engelenburg 
tn Kelly geftorven in 1652. 4- Kristxna, trouwde in 1615, 
met Willem vaj? Haersolte 0ot Trst^ ftierf in 1658. 5. A- 
JUEXAKDRINA, aan ene befmettelijke zi^te ongehuwd overle- 
den. 

BENTINK (ALEXANDER), wierdt na den dood van zij- 
nen vader Karel, in 1646, Heer van Aller en Berrinklmizeriy 
vervolgens Burgemeester en Hoogfchout \2,nArr.hemy 'm welke 
hoedanigheid, hij het voorHel in 1675 aan de regering van 
die ftad deedt: „ om dea Prinfe van Oranje, en deszelvs 
„ mannelijke nakomelingen , uit erkeBtenis zijner uitftekendc 
,, dienden, de hoge regering des Furllendoms Gelre en des 
„ Graavfchaps Zutphen aan te Ijieden , onder den tijtel van 
„ Hertoge van Gelder en Grave van Zutfen;'* en fchoon dit 
voordel, door een eenparig befluit op den 29 janiiarij des ge- 
noemden jaars , door de Staten van Gelderland, wierdt goedge- 
keurd en in ene refolutie veranderd, kwJun hier egter gelijk 

S 5 men 






482 B2NTINX. (ANDRIËS) CBH^ENT HENDRIK) 

men weet gpen vérvolg op, doordien zijne Hoo^hèif, dcff 
20 februarij in de Scaative gadcring i&Am:,€n gehouden, daar 
voor beJa.kte, met be:..igiig van zijre hartelijke dee neming 
voor hét blij< van achting en vertiouwem Wag.j Fad. Hifi. 
XiV. D. bl. 3-^5-358, alwaar men een omilandig verhaal aan- 
treft, vai tge.'x verder over deze zaak is voorgevaifen; en 
de waarfch^niij.ie leJcn^n, waarom de Prins 'er voor bedank- 
te. Allxandje h.wde mee AjfWA FEJutz vau rim Aa ea 
ve; wekie by ha*(r vericheldene kinieie:: l zijne huis vroLWs 
ftieif dé.) I janij 1078, en hij volgde haar onitreat driejaiea 
lacer, op de.i 19 juni} 1681. 

BENTINK (ANDRIE^ , de twede zoon van Willk^ 
Bentink en N. N. d2 Crosf van ErkeLeks , heeft nagelateo 
t. vee kinderen, x. Elizassth, die Prioiesfé van het klooster 
MarisrJbwml bij Xvjte.i, \s geweest; 2. Willem Bentink, 
Drost van Einden^ die bij zijne eeifle vro-jw N. N. vaj» DiE' 
PENSROEK ^ ene dogter verwekte, genaamd Biwdelief, die de 
vrouw was van Rutgsr van Haersolte, tot IVestervelct en 
tVblfsJiagén; zij over'eeJ zonder kinderen, den 4 fcbf. 1659. 
Uirbe: twede huwelijk met N. N. Grawert, kwam ene dog- 
ter, HadeiAna genaamd, die in '^1651 trouwde, met den Rit- 
meester SiMON VAN Haersolte, tot Btedenlmst en Zwaluwen- 
Jmrg. 

BENTINK (BERENT HENDRIK) , zoon van Eusebius 
BopxRARD en Anna Acnes Bentink, is geboren dtn 2 fep- 
tcmSer 1703, en W2s Hq^t van Schwmlieten en Dleptnlteim^ 
Dingwaarder van de Hoge Bank van Juflitie, en Ltl Stad- 
houder der Lenen van Over ijs/el , Ridder van den Duit/en Or- 
den, Kommandear van Dieren ^ en Coadjutor der Balie binnen 
Utreclft, overleed in 1772. Hij trouwde den 12 december 
1732 met BoNNE Elizabeth JuiuiaNa du Tertjie, welke 
den I julij 1796 is overleden, en enige dogter was van Am- 
BROSiüs DU Tbetre DE EcossE ,. die om de vervolging in Frank- 
rijk ontftaan , door ^ de herroeping van 't Edikt van Names in 
ÏÖ85, 2iet zijne twes broeders dz wijk herwahrts genomen,* 



BENTINK, (BEREÜT HENDRIK) aSj 

én z\g in dicni t van den Staat begeven hadden , waar in zij 
zig als mannen van eer en moeJ gedroegen. A&t!]Rosiüs die 
Kollonel van een regiment infanterie, en generaal Kwartier- 
meester van de kavallerie in onzen dienst was, liuwde met 
Elizabeth van Haersolte tot fFolfsJiavSy uit wcüt huweirk 
gefproten is de egtgenote van Berent Hendrik, cKe bij haar 
zeven zonen en drie dogters verwekte, i i>üRcnARb Wil- 
lem Bentinck, geboren den i8 feptembsr 1733, geftorven 
den 22 februarij 1734. 2. Ambrosia Eltsabeth Bertink, 
geboren den 27 februarij 1735 , getrouwd in januarij 1707 
nan Lambert Schotto Rengers, Heer van Farmfum, Siddc- 
buren en onderhorige dorpen. Hij ftieif den 13 maart 1779, 
èn zij den 29 feptember daar aan vol^ieude. 3. A:>,na Agkes 
Bentiwk, geboren den 19 februanj 1737, Ka::or.ecre va:] het 
Stift Zwartewater, 4. Vclkier Rudolp}i Bentink, Heer van 
ScJioonhcten tn Trst, geboren den 19 jisA} 1738 ,gchiiwJ in 
1776, aan J. W. vak Haersolte, die den 6 L:cceinber 1752 
ter wereld kwam. Hij is gzwtzzt toe op de rcvohitie van 
1795, Generaal- Majoor van de infanterie en Kwartiermeester 
generaal. 5. Willem Hendrik Bejsttink , Luitenant ter zee, 
geboren den 31 julij 1740, geftorv^n in 1757. 6. Dirk Ben- 
TiNK, Heer van Diepenhditiy geboren den 8 oclober 1741- 
Hij is geweest Landdrost van Zalland, tot op genoemde re- 
volutie; en huwde den 28 november 1780, Elisabeth Sloet 
TOT Warmelo, die den i februarij 1761 geboren is, enden 
28 feptember 1790 overleden, na vi;/ kinderen ter wereld té 
hebben gebragt; als a. Berent Hendrik Wolter Jan, gebo- 
ren ésn I feptember 17S1. b. Arend Willem, geboren den 
24 februarij 1783. c. Bonne Elisabeth, geboren den 8 oc- 
tobcr 1785. d, RüDOLPH Floris Karsl, geboren 8 odober 
1785. É?. Anna Maria, geboren maar: 1787. 7. Maria 
Wlllemina Bentink, geboren 21 februarij 1744. 8. Wol- 
TEvi Jan Gerrit Bentink , geboren 30 julij 1 745 , Schout- 
bij-n^gt, bij Hollanden Westfriesland ^ ftierf den 24 augustus 
178I5 hier van nader. 9. Karel Bejttink , geboren den 
14 november 1751, is tot op de revolutie van 1795 toe, ge- 
weest 



484 BENTINK. (BERENT) 

tvccót Generaal-Majoor van de infanterie; lö. Berent HE»i 
DRiK Bentink, Heer van Bukïwrst^ Zalk tn Fèkatefiy geboren 
in het jaai' 1753; trouwde in 1775 niet Karouna Medio- 
BURois VAW BoRSSELE. Hij IS géwcest tot op genoemde re- 
volutie, KoIIonél van dé kavallerie; en hiéldt in 1787 suaf- 
jjifoen te Deventer ; toen de jongst voorgaande revolutie in^fepM 
itember 1787 voorviel; bij welke gelegenheid bij het genoe- 
gen hadt, 't leven van A. H. Cramer, Secretaris van dié 
ftad, op ene edelmoedige wijze te befehermen, welke dé 
dolle gemeente aan hare woedende raiernie wilde opofferen. 
Zie Verzameling van Pkikaaten, Refolutien en andere authentijki 
Stukken enz. , betrekking Jtéhbende tot de ge^vigtige gebeurtenisfeh 
in 1787 ent. voorge\^allen ^ door mij verzameld en gedrukt^ 
IX. D. bl. 217. Hij heeft een zoon bjj zijn huisvrpuwe vei*- 
wekt, Hendrik Koning Bentink, geboren 24 april 1787- 

BENTINK (BERENT) , de derde zoon vaU Hendrik BeN"- 
TiNK, was Heer van Diepenheim en Proost te Deyehter. Hij 
inaakte benevens zijnen mede-edele Rabo Herman Scheele , 
" en Joh. van der Beeke,- Burgemeester vaA Deventer, het 
drietal Gecommitteerden uit, welke in de yerdeeltheden die 
in 't jaar 1655 de provintie v^n'Overijrfel zö deerlijk teisterden, 
wegens de met hun houdendie partij , op eeiien geloofsbrief; 
die uit name der Staten van dat gewest getekend was,. naar 
•j Hage werden gezonden , om ter vergaderinge van Hoüand 
te klagen, over de ongeregelde wijze van enen Stadhouder te 
verkiezen/ die onlangs, 20 fprakenze, ondernomen was te- 
gen de privilegiën en tegen een befluit der Staten van den 
19 feptemfeer 1653» waar bij vastgefteld was, dat zulks niet 
dan met eenparige (lemmen zou mogen gefchieden. De ver- 
dci-e voortgangen van dezen tweèfpalt, eri hoedanig die verre- 
gaande twist tot genoegen van beide partijen., inzonderheid 
door het fchrander beleid vah den Raadpenfionaris Joh. db 
WiTT, véreffjend wierd, vindt men geboekt bij Wagenaar 
in zijne Vaderland/e Hijbnie, XII. D. bl. 404-412. BEiirier 
Bentïnk, was den 21 december van het jaar 1038 gehuwd 

mcr 



H 



BENTINK. (EUSEBIüS) (EVERT) (FILIP) 28^ 

jnct Anna van BloemeNdaal, llieif den 29 julij 1668, ra 
bq haar verwekt te hebben, de zeven volgende kinderen. 
I. Willem, waar van hier beneden. 2. Eusebius Borchard , 
insgelijks. 3. Eleonora Sophia, getrouwd met Robbert vaüc 
Ittersum, tot Nyenhuis, Landdrost van Zalland, 4. Jan Wil^ 
LEM , Graav van Pmlatid-, zie beneden. 5. Isabella , ge- 
trouwd met Alexander Schimmelpenntng van der Oyen^ 
tot Englenhurg. 6. Adriana", gpboren in 1656, getrouwd met 
ÏDiderik: Borre van Amjerongen, H^er van Zmdenburg, on 
ïioogfchout \^n Utrecht, 7. Anna. 

BENTINK (EUSEBipS) , de oudfte zoon. van Willem 
Bentink en N. N. de Croe? van Erkelens, was Heer van 
ten Velde en IFerkercn, werdt in ^577 beleend inet Esfchcrwei^ 
de^ trouwde in 1570 met Johanna van Ittersum, onvqrwök- 
te bij haar vier kind Ji en, nameljk; i. Willem, d.io pi, ge- 
huwd , voor Waclïtendonk fneuvelde. 2. Hendrik, hie,r n^ 
vermeld, 3. Johanna, eerst de vrouw van Floris van Bck- 
ïïORST, en daar na van Gqossen.van der Lauwik , Drost van \ 
Srevoort, in 1597 beleend met het kasteel ten Velde. 4. So- 

fHTA. 

BENTINK (EUSEBIÜS BORCHARD) , een zcon v;in 
Bernard Beniink en Anna van Bloemendaal, was Heer 
tot $cJiomhete7i , Hoogfchout in Mastricht enz, , trouwde met 
Élizabeth van Brakel, en verwekte bij haar twee zoons, 
als'r' Eusebius Karel Borchard Bentink , Kollonel en Land- 
rentmeester van Twente ^ iiie in 1706 fneuvelde. 2. Willem, 
hier van boneden. 

BENTINK (EVERT), Heer yan dcn'.Berkelenkmp ^ een 
zoon van Hendrik Bentink en Ermgaart van Anxtel , over- ^ 
IccJ in 1659, hebbende in huwelijk verwekt bij zijne vrouw 
J^^ENNE VAN DER Mark , twcc zoons Herman Hendrik en Ge- 
rard Adolf Bentink; en bij zijn twede huisvrouw nog een 
zoon, JoHAN genaamd, 

BENTINK (FILÏP) , een zoon van Karel Bentink , is 
Oouverncur geweest van Stralen in het oppersedecltc van Gel^ - 

der- 



tS6 BENTINK. (GESLARD ADOLF) (GDDEWYN en JAN) 

derUrid, Hij iwas ee,n der gemagtigden van de zijde d^r Aarts» 
hertogen, die in 1600 naar Bergenopzoom werdt gezonden, om 
over den vreJe te handelen ; docli welke f^menkomst vrugte-- 
loos afliep. Fi^ip is getrou^rd geweest, met Alverade van 
F^ODORP , vrouwe van Bieck, weduwe des Vrijheeis van 
Bronkhorst en Batenburg; bij wie hij heeft verwekt enen zoon, 
Jan genaimt, die Drost is geweest van Buren; en diie dpg** 
tcrsl —-Wagen., Fad. Hift, IX. D. bl. 90. 

BENTINK (GERARD ADOLF) , zoon van Evert en &n;. 
XfE VAN DER Mark , wierdt door overdragt van zijnen broeder. 
Herman IlENoniK, Heer van Berkeletikamp ; hij trouwde den 
7 odljbcr T647, met Lucretia Camans, die hem vijf kinde- 
ren baarde, i. \\''illem. 2. Elizabeth, geti*ouwd met Ar- 
NOLD Broschimade, Raad des Konings van Spanje, zij over- 
leei in 166e. 3. Floris. 4. Theodora Kornelia, Nonnc. 
te Frede. 5. Akna. 

BENTINK (GODEWYN en JAN), zijn de oudften van 
^ilt geflagt, wiens namen in de gedenkfchrifcen voorkomen, en 
wel in 't jaar 1368, bij gelegenheid van de bezegeh'ng der 
huwelljks-voorwaarden van Hertog Eduard van Gelder met 
vrouwe Katrina van Beyeren, oudfte dogter van Albert. 
v-AN BEYErvEN. GoDEv/YN overleed zonder kinderen , doch 
Jan het cén zoon na, Hendrik genaamd. Sligtenhorst , in 
zijne Gelderfe GcJclned(r.:Ujer.y bl. 146, (lelt dezen als behoord. 
hebbende tot het kwartier van AmlKtn, 

BENTINK (HENDRIK) , de zoon van Jan, werdt in het. 
faar 1400 beleend met de. Heerlijkheid uirendshergen, nu Ber? 
rinkhuizen ; doch in de ondertekening des verdrags of verbonds- 
bricfs der Gelderfe lieden, Nijmegen ^ Thiel , Bommel, de Graaft 
MaasUmniel en Geiit , gefloten in 141 8, wordt hij genoemd. 
Heer van Spddorp. Hij liet vier kinderen na^ i. Joiian* 
2. Hendrik. 3. Helmich; en 4. Hille, 

BENTINK (HENDRIK) , een zoon yan den vorken Hen- 
Ijrik, is getrouwd geweest me^MARORETA Huls, werdt in 

1455^ 



PENTINK. (HENDRIK) 48- 

^ 

.jf'455 Heer van Berrinkhuizen, en liet na de volgende kinde» 
Ten. I. Jan, die volgt. 2. N. N., Ge3stelijke in *x klooster 
&. Jgneta, te -^y^ew. 3. Alexander, den eerften van die ^ 
naam. 4. I^endrik, die volgt. 5. Albsrt,. getrouwd -met* 
N. N. dogter van dén Heer van Voorst. ' ' 

BENTINK CHEU^DRIK), de derde zoon van Hendrik 
Bentïnk en Margreta Huls, bijgenaamd de Beste", tiouwde 
Gerberich' Lertnk , die na het overlijden van haren broeder 
Andries Lerink, Erfvrouwe van het huis te Velde aan den 
Bcrkel werdt,' welk "huis naderhand heeft behoord aan den 
Heer Johan Adolf Sigismund van Dorth; uit welk huwe- 
lijk verwekt werden, de zes volgende kinderen, i. Willem, 
2. Anna, gehuwd met Arent Berk. 3. Jan. 4. Hendriit, 
ongehuwd geflorven. 5. Steven. 6. Geertruid, getrouwd, 
met Hendrik Vaak. 

BENTINK (HENDRIK), Heer van Werkeren, Biepenlmm 
trï^choenheten , zoon van Eüsebius Bentïnk en Johanna vait 
iTTERSUM; wierdt in i<5o2 Drost van Tsfelmuiden , en in 1611 
Landdrost van Zdland; hij overleed den i feptember 1639 i 
l^iU wde zijne nigte Elsabó van Ittersum, en verwekte bii 
haar de volgende kinderen ; i. Sophia, ongehuwd in *s Hage 
overleden. 2. Wulph. 3. Eüsebius Borchard, Heer tot 
Sch'omheieri f Ritmeester Sergeant-Majoor , huwde met Anna 
KoENDERS, doch Het gecne kinderen (na. 4. Anna, getrouwd 
met RuDOLF van Echten, Heer tot Eck^, Landdrost van 
Drente, ]:et geene kinderen na. ^ 5. Bernard. 6. Acms, 
getrouwd met Smelger Alberda, Hoveling tot Grimmvfum in^ 
ds Groninger Ommelanden. 7. Willem,. Kapitein. 8. Hen- 
drik , "Kapitein , ongehuwd in 1646 overleden. 9. Joiian, 
in mey 1651 overleden. 

BENTINK (HENDRIK), Heer tot Werkeren, een zcon 
van W.üLPH en Anna. van Haersolte, was Drost. van ZaU 
ïand^ 'lïom'njisraris decifeur we.^ens de F^enigde. Nederlanden, 
f^^ïf tG Mastrick ; hpwde met M, Sfam^w^s, vrouwe van -^- 
ml en Dorgel, en verwekte hij haar de volgende tien kiode- - 

ren. 



tf t BENTINK. (HENDRIK) 

ren. i. Aicka EtSÈMé Beatrix , Kanonesfe van jÊmmum^ 
ovei leden in 171 5. 2. Mecüteld HELEifA Beatrix» £ano- 
nesfe van 'c ac'eüjk Stift Gennep. 3. Wolf, Ritmeester, over- 
leed zonder kinderen. 4. Kristoffbl, Lt KoUonei en Ritr 
meester onder de Gaarde » overleed fn 1706 zcmder kinderea» 

5. H£>i>RiK Willem, Lt. Kollonei. 6. Hekdrina Woltb- 
SA, Kanonesfe te Weerzelc. 7. Bernard, Heer van Arkr ea 
Wixenjlein, Lu Kollonei, getrouwd met Sophia Agiies ter 
Brugge, dogter van Wktenjieiiu 8* Kristiwa Seika, ftierf 
in 1707, ongehuwd. 9. Gerard Diderik, Kapitein, ftierf 
In 1716 in Scimlandf ongehuwd. 10. Wiluelmina Juditb 
Agkes, getrouwd met Willem Bentink, Heer van Sciworh 
heten. ' 

BENTINK (HENDRIK) , Kollonei te paard en Drost vaa 
Twente, verwekte bij zijne huisvrouw M goaleva van Itter- 
5UM, dl ie dogters. i. Anna Agnes^ getrouwd met WiLX-Eif 
Bentink tot Scboimheten. 2. Mechtelt Anwa , getrouwd mei 
Lamjeat Joost Hambroick , , tot Arendshorst. 3. }ohann4 
IsABELLA, geüouwd mcc Jak Zzgzr van Welvelde, tot Di^ 
^enbroek, 

BENTINK (HENDR'K), zoon van Johan of Jan Ben- 
ïiNK, was Heer tot Leuwenberg en Landdrost van de Veluwe^ 
overleden in 1600; hadt met zijn eerde vrouw Eh;zabeth 
TAN Scherpekzeel , cne dogter, Sophia genaamd, die kort 
na hare moeder ftierf; zijne twede vrouw was Ermgaart van 
Anxtel, waar bij hij gewon: i. Maarten, Heer tot c^en 
Leuwefiherg. st. Kristina, huisvrouw van Kristiaan Barre- 
velt, Kapitein. 3. Clementia, getrouwd met Hans Schare, 
Kapitein en Gouverneur \zn Rhijnberg. 4. Maria, geüouwd 
met Herman van Vilsterén, in Laarwolde, Uit zijn derde 
huwelijk, met Sophia van Moerbeke, won hij: 5. Odilla. 

6. EvERT, Heor van den Berkekrikamp. 7. Anna Geertruid. 

8. Margreta, getrouwd met Filip va>ï Hoorn, Kapitein 

9. Alida, jong geftorven. xo. Johaw, waar van hier bene* 

den. 

BEN- 



BENTINK. (HENDRIK) (HENDRIK ADOLPH) a^9 
r :BENTINK(HENDRIH)i vm öfi derde zDon.van Albxai»- 

JBSR ÖBIïTlNK.an jEANIfB VABt ZüU-EN; J.: W. Tt W^ER 611 

,aQd0ren, noemen hem Drosfaart vsm Wondrichtm en Kailemr 
twrgf en .menendat zyn httwelijksvermaagfchapping met den 
huize ym cKuifemburg 9 hemr naderhand gelegenheid heeft vert* 
fchafc, om zig ürTS66^ ,bij het bondgenootfchap der Edelen 
te voegqp. Ook bekleedde hij het ambt van Dijkgraav des 
lands van ^Item^ waar van hij in 1571 afftand deedt; worr 
dende daar in op last van Alva, door Pieter vanCloqt- 
WYK opgevolgd. — — — Marcus , Sententien van den Hertog van 
'Alva, bl. 433. 484. J. VP". T£ Water, Hift. van 't Verhond, 
der Edelen y II. Stuk, hï. 191. 

\ BENTINK (HENPRIK) , zoon van Jan Willem Bek- 
TiNK, wierdt na dode van zijnen vader, door Kpning Geoi^- 
jc\z DEN I, in *t jaaf 1716, tot Grave van Portland verheven, 
en voorts tot Gouverneur van Jai^mika aangefteld. Hij huwde 
met Elizabeth Noel , oudfte dogger en mede-erfgename van 
•Wriotesi^y Baptist, Grave van Gainsborough , waar bij hij 
twee zonen verwekte, i. Willem, Marquis van TlcJafeld, 
en 2. GfoRiQS, dus genaamd naar den Koning. 

BENTINK (HENDRIK ADOLPH), tot Beverfoerde , Drost 
van Tsfelmuiden^ Hoofdfchout van Mastricht^ Raad en Rente- 
meester generaal der Beden van Braband^ geboren den 12 de- 
cember 1678; hadt ten vrovkre. Machteld Anna va^ Wel- 
VELDJs, bij wie hij twaalf kinderen heeft verwekt Hij ftierf 
den 3 januarij 1734. Een zijner zonen Adolph Karel Ben- 
rïNKy'Heet' v^n Beverföerde en Nijpnhuis y geboren in 1721 is 
geweest Generaal-Majoor van de infanterie; dczq huwde 'm 
i762- aan, Agatha van Slinqeland, welke den i februari] 
J775 ftierf, en hij volgde haar in 'tgraf den 17 juny 1784, 
nalatende een zoon, Adolph Karel Bentink, Hoer van Be- 
iKfföerde «n Nijenhuis^ geboren den 20 iugustus 1764; is ge- 
trouvtnl den $6 april 1789 met Marie Fran^isb van Aers-^ 
IEN, geboren den 22 feptember 1767. Jos'ina Mechtelp 
Anna, ene der dogters van Hendrik Adolph, \s geboren óen 
r U. Deel. T . i.K 



%S^ BEiniKK* (HENDRIK EftEDERIK) (JAN) 

t4 juö3 17^^. J^JiJ huwcte den 16 Jonij ;75i , niet Albrecbt: 
MtiCtAA) VAN AE«ss£]«<B£^[£|L£ir9 t^ v^Q FoiiM^ JU. Gai 
«raail v«^n ^ i,n&nterie; geÖorven den 23 v^aidxt 1790, ni^ 
tts kindere te; werei4 te hebben gebragt; waar yan ena 
degter Mechtku), Maroaretha vak A£RSS£|r j^ geboren den 
^ januarij 1766, op den 20 ian\iar^ 3(795 i# gduawé met 
^ot^ Floris van Hemert, toen ter tijd Burg^eester te 
Ofm^j bebbende een zoon ip leven;» gebojcen den 10 no- 
ttfnber 17951 Rjcinder Willsm. 

BENTINK (HENDRIK FREDERK), een zoon van Jo* 
KAN Bentink, ^os Hcer van Qmswaart en Barkham; h^ 
ti'ouwde in 1651 > met Elizabeth Katrina Rasehoorn, die 
In 2652 overleed; waar na bij, in het volgende jaar, her- 
trouwde met Laurentia Hoen , oij wien hi| drie dogters en 
tnen zoon verwekte, i. Anna Christophora. *2. Petronel- 
X.A% 3» ElUabeth, 4, Ermgard. 

BENTINK (JAN), Johans zoo^, werdt in 14(^5 beleend 
^nct Bprrinkhuizen ; hij verwekte bij zijne vrouw N. N. afkonx- 
fiig ui^ hec Brabands geilagt van Bsrtheii^ twee zonen, Hen- 

J)RXJt en AjLBERT. 

BENTINK OAN of JOHAN), werdt in 1503 Heer van 
JSerrinkhmzen > en tevens beleend met de Tienden in Enge» 
land; hij wa5 Stalmèester en een groot gunfteling v^n Karel, 
Hertog van Gelder, die hem de Heerlijkheid *t Loo vereerde 
en ook beleende met het ambt van Erfjagprmeester van de 
Velwuve , uit aanmerking zijner grootmoeder , die afkomftig 
.was uit het huis van Heukelom , door welk geflagt dit ambt 
jaren lang bediend was;. Hij hadt tot vrouwe Jaiïnji , dogtei 
van den Heer van Jppelterny een der eerlle familien op de 
Veluwe» Hij verwekte bij haar vier zonen en vier dogters t 
1. Hendrik, overleed in 1530. 2. Margaretha, was Prip- 
resfe van het kloosttr te Zaaphen. 3. Fenne, Nonne in het 
klooster te Tzendoom. 4. Adoli?, hier voor.* 5. Jai*, Proost 
van Arnhem en Deken van Deventer. 6. Anna, gehuwd met 



BENTINK. (JAN WILLEM) ft^f 

ZÈGtk VAlr AliiiHfeM; wferdt m ISA^» na den dood van A« 
DOLF BsNTUfx^ Jageimeester van de Felwwe, doch welke be« 
dienlng hij nog in dat «elvde jaar afftond, aan Fiup van La« 
tAmo, Qrave van Uo^gjkaterh 7. Aliba , getrouwd met 
FiLiF VAN Vauk; en, na den dood van gameiden Adolf, be* 
leend in 1548 met '$ Lm en Wmtrhf. 8* Karel, die in 
1535 ongejiuwd gdtorven is, 

BENTINK (JAN WILLEM), een zoon van Errward 
BsNTunc en Anna vak Bloemendaai.» plaatfte men al vroeg 
als Pagie b^ Willem den III» Prinfe van Ormge; en werdt 
kort daar na door denzelven tot Kamerjonker bevorderd. In 
J675 won hij door een bedrijf, dat 20 wel zijnen moed, als 
njne liefde en trouwe voor den Prins op *t levendigfte aan* 
kondigde» de hoogte achting, welke die vorst immer aan 
iemand zijner gmiflelingen betoond heeft, en geen wonder 
ook, want Biwtink als toen 'zijn Kamerheer en Drost van 
idngm zijnde, verliet hem niet gedurende den tijd dat hij aan 
de kinderziekte krank lag, fchoon hij zelve de pokjes nog 
Biet had gehadt. H^ was nagt en* dag bij deszelvs bedde, 
bein alles wat hij begeerde met eigen iiand toedienende, en 
l^t met zulk een onvermoeitheid en veronagtzamlng van zig 
zei ven, dat de Prins naderhand verklaarde: „ niet te we« 
„ ten, of BEJNTüfX geflapen hadt of niet; maar wel, dat hij 
„ in zestien etmaleü» niet hadt groepen, ^spnder door dezen 
,, trouwen dienaar, vaardiglijk , beantwoord te worden." 
Doch de Prins was nauwl^ks herfield , of Bentink flortte in 
de zelvde ziekte, en genas^ met veel groter gevaar, fclioon 
fpoediig geno^, om zqne Hoogheid, nlettegenftaande zijne 
vriendelijke vermaningen óm te huis te blijven, naar 't leger 
te verzeilen^ Dit, en meer andere blijken van opregte aan* 
kleving en toegenegenheid, veroirzaakten dat de Prins zo 
grote achting voor Bentikk kreeg, dat hij hem, na dat hij d6 
fieeriijkheden vati J>nmmdtn en Ahorn verkregen hadc, in 
1677, Schoon bmlten Holland ^bottn<, zelvs voor den Here 
Yan P^/ckoM^ dien men igaarne de voorkeuze gegeven hadt» 

T 2 in 



\ 



l9* JBÉNTmK. GAN WILLEM) 

In de orden der Rldderfchap befchrijven deedt. Ook hfeldt 
hij hem als zijnen geheimften vertrouweling en eerften Minis* 
tér; waar vari men de blijken ontwaar wordt, in zijne zeiï* 
ding door dien vorst naar Engelani in 1677 en 1685; ïn de 
onaerhandelingen die hem toevertrouwd werden in 1688, zo 
Aiet de Heren van Amfteldam^ den Keurvorst van Brandenburg i, 
de Hortogen van Lunenhirg^ Zelle en Wunenïmgi als met den 
I.anJ^-ave van Hesjeriy wegens het groot ontwerp van den 
oVertogt naar' Enlg-ÉfïflfiJ, waarin hij' allcrgeliikkigst Haagde, 
Niet minder ijverig toonde hij zig in zyne handelingen met dd 
Ergeïfen , zelvs na dat Prins Willem aldaar gélan4 was. 
Oranje Koning geworden zijnde, werdt Bentink tot Pair yaa 
't rijk verklaart, en met dè tijtels van Graav van Portland, 
Vicómte van Woodjlok, in het Graavfchap van Oxford, en Ba* 
rori van Cirencenster befchonken ; zijnde hij reeds het jaar tq 
voren , tot eerften Edelman van 's Konings kle^r- en bedkamer 
ber|oemdi In 1690 werdt Bentink door Koning Willem, 
nisiï ïtoliand afgevaardigd, om als lid der Rldderfchap, zitting; 
in de vergadering der Staten van Holland te nemen ; ten dieii 
einde kwam hij den 18 januarij in *s Hage, en twee dagéi^ 
later 'verfcheen hij in der Staten vergadering. ,Ten zelvdea 
tijde, leverden de Afgevaardigden van JmJieUam een befluit 
hunner Vroedfchap, op den i2den genomen, ter vergader ingê 
over,' waar in verklaard werdt: „ dat, Burgemeesteren deq 
5, aciitbaren Raad hebbende aangediend, dat de Heer Ben-t 
5, TiNK, Graav van Portland, alle uren, uit Engeland, yerwsigt; 
„ werdt, en, naar alle waaifchijnlijkheid , zitting nemen 
,; zou, in hunner Ed. Gr. Mog. vergadering; men hadt goed- 
„ gevonden naar te zien, wat hier omtrent, in vroeger tijd 
„ voorgevallen wa^è, en hier op bevonden hgdt, dat de Sta« 
,i ten, in 't jaar 1586, befioten. hadden, dat niemand ki 
5, hunne vergadering verfchijnen zou, die in eed of dienst was, 
,y van iemand anderis, dan van wien hij ter dagvaart was af- 
5, gezonden. Dat Holland, den Heer Hendrik vanpe Kapelle 
l] TOE Ryssel, in den jare ifssi gezogt hadt te doen we- 
„ ren; zelvs uit de vergadering d^ algemene StU^U, pm dat 

„ hij 



9» 
19 



• • f - 

9f 



BENTINK; (JAN WILLEM^ ^i*^ 

g fi^'geltóudöD vretét ycbt éeti béfehreven Hd dél- ItMdeiftbiip 
;, van^ Kleve. Dat die' vari Hólkmd nog tó 4eh jaté födj, 
^^ pogingen hadden g^dkan, om de al^mene ^taliAi - té doen 
;, bèüuitcn,' dat niemand ; in yreemdén ffed of diéhstféijtde; 
^ zou toegelaten- wórden, in derzelver'vergadèringf d«tt hier- 
i'i om, de Graav'VAjw PóRTLAito^ils lijnde in dièmiétiepi ^ 
;, ener üithdemfe Jdogendhéid , en hebbepde''t'jr€gt-vtó ia- 

» 

,, . boorlingücbap en zitting in.'C I^arieinel^t in Ehgéland ver« 

kregen, onbevoegd nas, cm 2ritcing. te nemetf tö^vei-^de* 

ring van Holland" Doch de Ridderfchap en éndesé ledm 

toonden zig ten, hoogfïen te verwonderen , ovet.dea» v^jrkU- 

ring .der, ftad jéffieldèm. Zij . merkten aan :. „ djir. de -GfaW 

VAN P<>6!rLAND. zijne Mafefteit van-Orm-Btkamie^ v&zM 

hadt, in enen togt,- diQ mét kennis* èn volkomen* tö^fem-. 

.ming va3i dön ^taat, ondernonien 'neè^^^ en wJta£/'>^ de 

goede üitflag geoirdeéld werdt tö^inodten flreötcn,' -tot be- 

,-, vciliging >^an den Staa^ , den godsdienst eri de ƒ vrijheid. 

;, Dat z§ hierom verwagt haddéh, dat de gencfemde Gifaav 

,V van :^lk een' tógt té rug- kerende; met all6 beleefdbieid ea 

;, dazikbaarheid, zóu. zlja ontvan^n>gewoid6il4n dör&atca 

,\ vergadéringe; doch dat: zij daarentegen ,, met de uitdrjte be« 

iy vreemding.haddeai véfrnoméni. dat menjiem uit de vergade- 

9\ ring wèrën wilde, oni dat hij dcor zijne tMajéfteittoc de 

Gravelijke waardigheid? bevorderd wasv Dat-van öóds/'-oih 

der den adel 6n krijgslieden dezer landen , zeer. gebitülkélük 

geweest was, zigiiil vréemden:liijgsdieïïst te begfevèh:;:maV 

:,', nimmei- was. verftaan, dat de waatdigbfidën vïn Hertöge; 

•y, Grave,. Ridder, of enigb.andetcn,\welke!i'.ziy, döQrü-4Se- 

./, Ixjke daden mog^én verkregen hebben / hen onbevoegd 

inaakte,' om.de voorregten ce bezïtlten, welke zij: voor hun 

vertrek' uit' dèzö laiiden , bezetö^ hadden*. Dat ^ülks^^ j)^ 't 

t^nwDQtdig geval, tê minder laboorde {daats te hi^en»' 

oih dat de togt naar Engelandy\voot feenen vree^d£n ,' maar 

voor enen togt der Staten : zelvjsh (te h'oüderi Ware;* i^ ^é • 

zijne Majefteit van Groot-Bfitan^e., ais Kapfein- et^ Admiraal 

^' der verenigde gewesten, 0ji als . Stamouder V^' H(Mani; 



*9> 

'9i 

99 



99 
99 

' W 

«. 

/ 

« 

99 



Ja' 



SM KNTINK. QAH WILLEM) 



ff 

ff 

ff 

M 

ff 

ff 

ff 

9f 

ff 

7f 

M 

M 

>» 

5> 
9» 
ff 
>f 



#9 



99 

99 

9f 

ff 

91 

99 

99 

99 

99 

99 

91 



ene tfer iidiiirt»Bier betitUdig faadttoc4Geea Scant; iLo^ 
nende pok «ilke waadi^iedeo» als de Graav van Pori- 
LAjro vciw o iw Bu hidc, zeer ftid&ai^ om het oiu)erIiDg 
goed fcrfiaod» tusfao aadere Mogendbeden en dezen Stsat, 
aan te. kweken. Wijders, was de reCbkide ftr Staten vao 
HoUmi van den jare 1536 niet in gebniik gefaragt, fes c^- 
z^ van htm, die gewoonligk ter dagvaart verfchenen; 
zgnde« onder dezehKn, di'kwils züdcen geweest, die in eed 
en dienst van andeien wam , of aan anderen , zelvs aao 
uitfaeemiên^. holde en manfchs^ gedaan hadden ; waarqvi 
men moest oirdden, dat deze reibtiitie .zsg op t^eo, zetr 
veel verfilmende van'de teg^nwoordigen; of, gelijlc men oi 
't jaar J658 , fcbeen begrepen te hebben , alleen gopast 
moest worden op Staatsdienaars, niet op afgezondenen ter 
dagvaart 9 in weiken 2tn alleen, zi) nog in gebruik wv; 
behalve dat zij ook niet toepasfejljk was op de Edelen » die 
uit eigen hoofde ter dagvaart kwamen; daar de refolude al- 
leen ifsak van zulken , die door iémaid ter dagvaart waren 
gezonden. Kog moest men onderfcheid maken , tusfen uit- 
heemliniy die in vreemden dienst zijnde , ter vergaderinge 
zoudm willen verfdüjnen; en zulken, die retds gewocyi 
aldaar te lunnea , z^ in eed en dienst van anderen bega- 
VCB1« De verdere reic^tien welke die van jémfieUam aan- 
haalden 9 befiofFcn de vergadering der algemene Staten, 
tusfen weiken en die der Staten van HoilaruLf groot onder- 
fcheid was. ' 't VoorbeeÜ van de Heer HzKtftaK Kafbllc 
TOB, E7S0SL kwam te minder te pas, om dat die Heer, nqg 
lang tOL dat HAkmdigGzogi hadt hem te weren , ter algemene 
Staats^rgadering vetichenen was« Ook hadt men de Heren 
VAW DeESEK, VAi? TwncKBLO en van Prhostiwg£N, we- 
gens Overysfel , ter algemene Scaatsvergader^nge en in de 
Admiraliteit to^datcn, fchoon de eerile onder de Stenden 
van Kiidtn, de twede onder die van Bmhm, en de laatfle 
onder die van Mmfitr behoorde. De Heren van Kkeitin* 
OEN en VAN Palstbrkamp waren in Zutfenen Gelderland bc- 
fchreven geweest; fchoon 4e egrüe ook onder. de Stenden 






% 



» 



,, Heer vak Salk^ boewèl twiatig iftrea cAd«r dé filÉndw 
van Mimjier. be^^hriv^n^ ^Bdè geWieeii.) \r^ Wk^d dftt 
Rfdctetfcbi^ V^ Qw:t#< gewojrdeti. fii JFHMmJ ta to 
„ 6^ta(f éa Z^d^; ^erdem Vórfcheiife Her^j^ SieoQ&tSlfet dl 
^^ Stendéu vah O^rüshM, hé^x^^n\ tot tfe r^rifi^ tot^ 
>3^ gélateir. in l&i/amf ^Iv'^, Ik>|Kte het elk; ^vöigèl^. ödè 
^ dip van de regeiiog^^ vrij', I^nen Van ver&béideii^ Kl(>^ 
y^ gendteden te bezitten; i^i^ desèangaitodè eed èi kuidé tè 
doem Ook zOi^ wen beylodèni dat verfeheldMi? Eièteii Ü« 
hier, deel aan vre^iiidè regeriogen gd^d hstideüi; I^ ^' 
'm genwoordige lËer vam Oedam was$ vérfcheiden* jaren ig^ 
^ teteen, onder de Stèndeo vw j&nÊi^i befcHtêvén ëd i^r* 
'^ fchenen.' Mm zag dan geene reden; waarom den Gj^avtr 
», VAN fos^tiASB zitting en ftem. ter 4^vaart gewtigerd tol. 
V, worden, en VérzQgt Jtnfieldam^ zig hier in te voBgi»imet 
l^ de andere ledea" Doch dit Vi^rzoék hadt 2Q wéinig ingai)g«. 
dat de AfgiQ^veardigden de^r iftad, ziende, dat Pom^Aim me(^ 
'der daad zitting nam Ier vérga($Bxing$ iig gellist Verklaarden j^, 
1(^19 dtar tcge» ojp 't .ernftig$t.js ^iMi^ifrè^ gfèUSk Éig deden^. 
ia.de ;$antekem2)g^; die hier van gemaakt wlirdtj ineiicteQ Ü}: 
Be^e ^Ulintg aan: ,; d^ influii^nde ene vólilrektë Vènihderipg. 
l^ der regerin>;e^ en ene omkering véx^ derzelVexrgitindflageh^. 
^^ waj^cnatienJL^eeneoverlleinminggdedenkoh wordfen; Ook. 
Il hielen zy voor nietig en van onwaarde alles; wit in *l bijt. 
,i ^n van den Grave va« BoKm^AtfD, ia de vergadering, dér 
^ Staten, gehandeld en beiloéh Z9\i worden; esti oia bi^ dé 
^; nakotnielingfchap, den haam pie( te hebben; datz^; in dé 
^, toelating des Qraays bewilligd h^den, ;zeiden ilii uitdruk* 
^, kelijke^ lasti te hebben, om uH de veifad^ring te ver0?9k« 
^ ken, zót Hng de Graav van Po^iiAK0 icidyé Mi hi$wo# 
», nen, latend daar alleenlijk den PenlknsuKis def Üadi^Ontt 
^; horeu^ e;u te zien.** De £de)eo en alle de anée^ib. Sedeni^ 
behielden zig het ri^t, om^t^isn.^ïHt^ ifiomt tn deseÉiqteke». 
jiVTg; zulk e^ protest en aantek^^ning te dóen ^ ai$ i^ ioüdffh 
te iade.Wi)rdeQ« £n j; terliohd hiéi pp; Verlieten é& A%evaai** 

T 4 dig' 



i95 BËNTINfc (JAN WILIJEM/ 

digden van Amfteldam de vergadering; hunnen PeoGoniris Mri 
KoRJNELis Boks van Wav£R£m alleen Iii dezelve latende bU}-( 
ven. De Koning van Engelmdy midl»wijl kennis bekome» 
hebbende van de «warigheid , welke die van Amfteldm'mzjik!- 
ten , beide om den Graav van Portland ter dagvaart toe te 
laten, en om de nominatie van^ Schepenen over te zende» 
naar Engeland, toonde 'er zig niet weinig verftoord over. Hi> 
hadt den Grave van Portland last g^even om *t verfchil 
over de nominatie te vereffenen , door 't voorflaan van zek©» 
ren middel weg, waar van hij niet gezind was af te gaan. Doch 
dit nam zijn misnoegen niet weg op die van Amfteldam, 't welk 
ten duidelijkften blijkt uit een brief met 's Konings efgen hand 
aan Portland , op den 20 januarij 1690 uit Kenfington gcfchre- 
ven, waar in zijne Majefteit, onder anderen van deze woor- 
den gebruik maakt: „ Tot hier toe gcfchreven hebbende, ko- 
^ men de brieven uit Holland aan. De kwelling , dfe de He- 
a, ren van jénfteldam u willen aandoen ontflaat alleen uit het 
„ kwaad hart , welk zij mij toedragen , en valt mij ten hoog- 
„ flcn verdrietig. Ik hoop, dat gij ze te boven zult komen, 
„ en dat de andere lieden u de hand zallen bieden. Zo de 
,j zaak van de verkiezing der Schepenen afgedaan- wordt, vol- 
,9 gens den iniddclweg, dien ik u bekend gemaakt heb, en 
die de enigfle is, welke ik gedogen wil, begeer ik, dat g^. 
'er in begrepen zult :ujn; op geenen* anderen voet,' wil ik 
mij verdragen.** Ook werdt federt, tt gelijk over de zaak. 
des Graven van Portland, en over die der verkiezinge van 
Schepenen, gehandeld; welke beide na veelvuldige debatten , 
ïi fchikking gevonden werden. Kort hier na keerde Bentink 
naar EngeUmd te rug; en fchoon deze Heer een even^ dapper 
Ki'ijgsman- als ervaren Staatsman was, werdt hij door het be* 
Jang dat' Koning William in zijne raadgevingen. Helde , meest 
in de laatstgenoemde hoedanigheid gebruikt. De Engelfe ge-» 
fchiedfthrijver Bürnkt weidt breed uit in den lof, dien Port-- 
LAND, door zijne getrouwheid* aan zijnen vorst, verworveïi 
heeft, gaande dezelve zo verre, dat de Koning die nauwe- 
lijks wist te vergelden. Die zelvde fGhrigver geeft ook niét 

duis- 



99 
99 



¥ 



BENt'lNK'. (JAN WILLEM) " 2$t 

éiüstcr te kehnein , dat Bentink de mari was , die , door' ené 
hem ianbevolene briefwisfeling met den Marfchalk de Bout' 
FLERS, ótn grond tot den Rijswijkfen \rede gelegd hadt; en, na 
't lluiten van dien vrede, werdt hij ais Ajnbasfadeiir- ïiaar 
't Hof van Frankrijk gezonden, alwaar hij met al dien luister 
en pragt verfcheen, -^zzx mede zig immer een Afgezant ver* 
toond hadt; belopende de kosten daar van, in den tijd van 
vijf maanden Sooooo Hollandfe guldens; doch voor deze fommc 
werdt de achting voor Koning Jacobus, aan het Frmfe Hof, 
genoegzaam geheel vernietigd, en die voor Koning. Wiluam 
bij velen gevestigd» Bentink hadt in 't jaar 1 700 , grotelijks 
zijn aandeel in 't lluiten van *t. Traktaat van partagey wegens 
de Spaan/e Monarchie; waar uit de Nijd in /t volgende jaar , 
enige gronden van befchuldiging meende. te kunnen trekken, 
doch de verheven Staatsman wist de opregtheid zijner han- 
(lelingen zo duidelijk aan den ,dag te leggen, dat dezelve 
fpoedig verftomde. 

Koning William in 1702 overleden zijnde, verliet Bm- 
TiNK kort daar op het Hof, en begaf zig naar zijn landgoed 
Buljirode in Burkshire, alwaar hij is óvérfédeh. Bektink is 
twemalen gehuwd geweest; zijn eerite vrouw was- Anna," 
dogter van den Ridder Eduard Villers, zuster van Êduard, 
Grave van Jerjij, StaatjufFei- van Koninginne Maria, en voo^ 
de twedemaal tradt hij in egt met Sara Maria Temple-; bij 
welke twee vrouwen hij de 14 volgende kinderen verwekte. 
I. Maria, getrouwd met Algeroon, Lord-Capel yan Hud- 
ham, Burggiaav vslü Malden, Lt. Genevaal van de^ Engélji 
ixoepes. Haar twedc man was de Graav' van Darig. 2. ANx^ 
NA Margreta, getrouwd met Arent van Wassenaar, Heer 
vaji Duivenvoorden, 3. Hekdrik, Hertog van Portland. 4. Fran- 
sina WiLLEitiNA, gehuwd met Willem Biron, Lord Bafpn- 
van Rochdale, 5. Eleonora, ongehuwd overleden. 6. Isa-, 
bella, getrouwd met Éverlyn Pierpont, Hertog en Graav 
van Kinjlon. 7 en 8. Twee zonen, Willem genaamd, bei-'^ 
de jong in Holland geftorven. 9. Elizabeth. io. Haörïa- 
KA. ir. Willem, waar van hfer beneden. 12, Henrietta; 

T 5 ' 13. 



hé i^ÉNTINK. (JOHAN) 






de.e Edej.„, als leden van den landda,. d^t;;;,^^: 
«.ff« gehouden weidt, ene overeenkomst, gem^! Ir 
Hertog AK.otD v^ Gblob, en dé Edelen efsS^l t^ 
Voordele van den l«,de. Doch 1„ den Zoenbrief S^ekS 
«mg d^ gefchillen tusfen de« Hertog van We^l^^t 
Graav Akko» vindt men dezen Joh.^, „,et d« ^^ 
h„ ; .b den vierden in rang der onderteken JT^ 
hadt tot vrouw N. N. dogter uit den huize van^,^.?» 
verwekte daar by twee kinderen, r ür, , „ "**"i «« 
Heer was van een kasteel, genUi^^^.VSS: 2 
iegen tusfen ZWer en 2«/«, 't welk bij eü SHL^ 
.Is zonder kinderen zijnde, opdroeg a«. DxLt Sx^hT^ 

BMTINK QOmN), tfifeènaamd & A^,, t^j, • 
van Hb«,k«, trouwde in ,533 «« H«»h«. ;J^t^! 
^ij was Renteméest^ van de Felu^e, en heeft in 1593 S 
i^«*H.«*«r^ gebouwd. Hi ftierf m xeoo. nalatend, de S 
TolgMe k.nderen.- 1. Hk«p«k , hier voor befchTevfn. 

tot Q/«tfA„r4,- daar na met N. N. VAW auTïVEu,. 3 Wil 
WM. getrouwd met HmroinKi va» AwctEL. 4. Gbrbewch- 
ietrpwd met Ja» va» Schw^ïzekl, Regter te Z)««w* 
«Jasr ng met Ejwst M^m; en is in 1596 geftorveni 

JBENTINK aOHAN) , iÊn zoon van Hekokz. én Z^ 
OA.KT va» A»xt.l; had ter vrouwe Marokbta va» v!>o^ 

4^?''hiri:i:Sr::r----.-^^ 

B5NTIN« (KAREL), I^ndreatn^dr van é>F^^. 

Hak- 



o 



j 

/ 



JBakitoi»!), 2gn0 huisvtouWi telde hy d« Volgende drie zc^ 
^n en ene do£ter« i. Alixanpsrp 2. Fil*»» Gouvemeiy 
van &rafe»,.bicr vooié 3. Adolf, gdiuwd in Itafimi en al- 
iJaar overleden. 4. KiUSTUTA i ongehuwd overjedfn. 

BENTINK (KAREL)i oudfte zoon van AlEXANBEè eft 
AuDA VAN BuÉHOBSTi l7as Ila^d m *t Hof van Gelderland^ 
Burgemeester te Amhsniy en werdt in 1(507, Heer van ^1*- 
en BemréhuiSÊmi hij trouwde in i^eilS» m^ Sophèa Van der 
'Lauwik, en won daar hij. x. AjlbxanpeRj die zijnen vader 
opvolgde. 2. Willem,, Faandrik in dienst van de Rcpublijk, 
die ongehuwd ftierf. 3» Janne Sophia. 4. 2Utrina« 5« 

BENTINK (KAilEL), een zoon van Willeem Bektink 
«n Lamme Schimmelpennink; was Heer tot Berefikanf^ en 
liuwde met Avtonetta vaIT DeeleN, b§ welke hij verwekt 
^- I. Steven, die tot vrouw hadt Juöith van Steenber- 
gen, welke hem baarde N. N., Here tot den Berenkamp^ 
^huwd aan de freule van Deèlen, en N. N. Heer tot dor 
^d, gehuwd met de freule Schimmelpenning. 2, Lam9£rt. 
'S- Willem, Kfeet tot der -^4», in i6sz ongehuwd oveiledew. 
4. Geertruid, gehuwd piet Floris van Brakel; Drost vaj 
Leede. 5, Jannü, getrouwd met Qj^julabj) van Galen, Bur» 
gemeester te Hcatem* 

BENTINK (LAM'BERT) 1 zoofi van Willem Bentinx en 
SopHiA N., is geweest Rentemeester van de kloostergoederen 
, Van Momtkïndzen , buiten Arnhem; deze verwekte big zijiiè 
vrouwe Geertruid van Hakvort, óit de Heerlijkheid B^kt 
'geërft hadt. i. WiLLfeM, Heer van den Bieler, 2. Barensp, 
■die te Utrecht fiuderende, door een Fools Edelman doorfloken 
werdt. 3, Janne. , . 

BENTINK (LEONARD) , de defde zoon van Willem 
Bentink en N. N. de Croef van Erkelens, is geweest Gou- 
verneur van Atfen; en heeft bij zijn derde vrouw Ursula 
VAN Elderen verwekt, i. Anna, getrouwd met N. N. Fop- 

PIXG, 



3cx> BÈNTINK. (MAARTEN) (STEVE2/) {WIULEli^ 

pnró. Kapitein- i. Makgareta, getroüiird mst Jöojt^Ste»* 
KE. 3. Geertrüid, getrouwd met Ast Jago, en disurna met 
N. N. DE Vera. 4- Willem, hier van beneden. 5. Johaw, 
Kapitein. 6. Ursvla; deze beide laatllen ongehuwd- over- 
leden. 

BENTINK (MAARTEN), wiens vader is geweest He»- 
DRiK Bektiwk , en moeder ëlizabeth van Scberpenzeel; w«b 
Eollonel in dienst van den Koning van Spary'en; hij trouwde 
«an Fetromella, vrijvrouwe van Batenburg en Bronkjmst^ by 
wie hij drie kinderen verwekte, t. Fildp Hendrik, Haven- 
jneestcr van den Furst vin Nieulntrg. %. I&rmak, Kapitein 
in dienst van den Spaan/en Koning. 3. Anna Chablott^ 
ongehuwd geftorven. 

BENTINK (STEVEN),' de vierde zoon van Hendrik Bhü-' 
Tii*K en van Gerberich Lertnk, was Burgemeester te ZtaferU 
Hij huwde met Anna Schimmelpenntng, en verwekte bij haar 
zes kinderen, i. Andriês, ongehuwd aan de pest overledeo. 
2. Gerberich, Geestelijke in 'c Spiraal te Zut/wi. 3. Jutte,* 
in i62S ongehuwd geftorven. 4. Qendrik, mede ongehuwd 
op den 6 odlober 1624 geftorven. 5. Willem, insgelijks- on- 
gehuwd aan de^ pest overleden. 6. Jutte.' 

' ÉENTINK (WIIlEM) , de derde zoon van Alexani)Èr 
Bentink en Janne van Zuilen , is tweemalen getrouwd g€f- 
•weest; zijn eerfte vrouw was Lamme ScHiMMELPEimiNG , bif 
wie hij drie kinderen verwekte ; en* bij de twede Sophia N. 
lïOg drie anderen, i. Judith,. eerst juiFer in 't Spiraal te" 
Ztafen- welke vervolgens trouwde met G, Centeter, die in 
jóoi als IJ^Itmeester in den flag van Flamferen fneuvelde; 
waar na zij hertrouwde met Thomas van der Capelle,* 2. Ajir- 
j)RïEs, die zonder kinderen in 158.4 overleed. 3. Karei,, 
Jïccr tot de Berenkamp^ waar van hier boven. J3ij de twede 
vrouwe, 4. Lambert, waar van hier boveii. 5. Alexa'nder 
óf Sander, in 1614 ongehuwd overleden. 6« Jan^^a, in dat 
zclvde jaar als jonge dogter geftorven, 

BENV 



BENllNK. (WILLEM vak ZUILEN) 30* 

«ENTINK (WILLEM van ZUILEN),. bqgenaamd de Lan* 
ge^ de vijfde zoon van Alexakder Bentink en Janke vai? 
Zuilen ; was Rigter van *t Qldebroek op de Felu^ye. Hij heeft 
twee vrouwen gehadt ; bij de eerde Judith van Zuilen va» 
Nyvelt, verwekte hij drie kinderen, en bij de tweede, nog 
drie anderen, i. Jakob, die ter vrouwe hadt N. N. dogtec 
vap N. N. VAN HoLTWYK, bij BoekJwlt, waai* bij. bij ene dog- 
ter verwekte , Anna genaamd , die erfvrouwe wa^ van Holt^ 
indijk, en ten man hadt Geurt van Rheenen- 2. Arnold, 
jong overleden. 3. Judith, gehuwd met N. N. van Ruiten- 
berg , te Utrifck. 4. Judith, ongehuwd overleden. 5. Jo- 
HANNA, getrouwd m^t N. N, van Pallano, en ^^akel in «Ija 
jeugd overleden, 

BENTINK (WILLEM) , een zoon van Hendrik Bentink 
en Margareta Huls, verwekte bij zijne huisvrouwe, N.N» 
DE Croef VAN Èrkelens, vijf kindden, i. Eusebius. 2. An- 
pries. 3, Leonard. 4. Hendrik, die ongehuwd ftierf. 5. 
Geertrüid, gehuwd met Pieter Mulert. 

BENTINK (WILLE]^), een zoon van Wulp Bentink 
eo Anna van Haarsolje; is Lt. KoUonel geweest, en ge- 
bouwd a^n Margareta van Laar , tot Hcherloo , vrouwe van 
fMngeyeldslop, bij wie hij twee kinderen verwekte, i. Wolf, 
getrouwd met Acnes Florentina Hadewicii van Welveldb 
^n DiepeübrQ^K 2, Anna, gehuwd met N. ter Brucgjs, Kol- 
lonQl, 

BENTINK (WILLEM), zoon van Andries Bentink, i§ 
Dro$t geweest van Emden. Hij i$ tweemalen getrouwd ge- 
weest; bij zijn eerfte vrouw N.N. van Diepenbroek, teelde 
hij ene dogter, genaamd Bindelief, die de vrouw was v^n 
Kutger van Haarsoltè, tot Wenerveld en Wolfshagm; zij 
overleed zondey kinderen na te laten , den 4 februarij i6$9» 
Willem huwde voor de twedcmaal met Js\ N, Grawert, diQ 
hem ene dogter gaf, Hadri&na genaamd, welke in i6si 
trouwde met SmoN van Haarsojlte, tot Bredenhora en Zwor 

luwmhurg. Ritmeester, 

BEN- 



iot BENTINK. (WILLEM) 

BENTINK (WILLEM) , zoon van Leonard Bektiitk en 
UwuLA VAN Eldërew, was Kapitein; en trouwde eerst met 
fLASLA Stekke, cn na aflijvigheid van deze, in 1597 meC 
Theodora van Büirse , tot Horstwijk , bij Gro^ Uit het eer-i 
fte bed kwam voort Willem ; en Anna , in i6fp met de halve 
£Jcheder tiende beleend ; getrouwd eerst met Georgb van d^ 
Feltz, Kapitein, en daar na met Reinold Huinga, Kapi- 
tein , dien zij baarde Margareta , die t^n man hadt Albert 
▼AN PER Hel, Burgcmeojter te Campen^ 

BENTINK (WILLEM) , een zooji van Jan Willem Besh 
tiNK en Sara Maria TcBdTLE, was Heer van RJwm en Perh^ 
irech , en befchreven in de orden van de Ridderfchap in Hol->. 
kmdy is ^^ Staatsman geweest, die buitengemeen was ver*! 
kleefd aan Willem den IV. Hij was de eerfle, welke aan 
dien voorst 'm het jaar 1 747 , door een renbode kennis gaf, van 
deszelvs aanftelliög tot Stadhouder, Kapitein- en Admiraal- 
Generaal over Holland; aanmerkelijk was in het antwoord van 
zijn Hoogheid aan Bentink , dat hij verklaarde : ,, zig zei ven 
„ eerst over zijne bevordering te zullen geluk wenfen, als 
„ dezelve bleeke te ftyskken ter eere Van God, en tot wel- 
„ zijn van het lieve vaderland»" Ook 't gene hier jjij ge» 
voegd werdt : „ dat het grootfte vermaak, welke de Prins, fe^ 
5, dert de eerfte tijdingen dezer omwentelinge gevoeld hadt , 
„ ontRaan was uit het berigt, dat alles zonder ongeluk was 
afgelopen; zullende hij den Hemel bidden, dat een werk, 
zo openbaarlijk door deszelvs zegel bekragtlgd , in 't vervolg 
ook, door ge^e de minde bloedftorting bezoedeld zou 
worden.'* Ter gelegenheid van 's Prinfen inleiding in den. 
Raad van State, deedt Bentink ene aanfpraak, die zeer op- 
merkelgk geoirdeeld werdt, Hij verkhiarde te hopen : „ dat 
^ de herftelling der oude wijze van Regeringc , ook de coik 
,9 dragt in den Staat zou herftellen ; dat de raadplegingen , 
„ dJitirdoor b§ tijds, tot rijpheid gebragt, en met den ver- 
„ «fetdn §)oed uitgevoerd zouden worden , en dat de ftraiFea 
„ en beloningen, daar door, wijsfelijk. zouden worden uïtge-. 

„ deeld. 



5> 



BENTINK, (WILLEIÜ) fc^l 

■^y diseld. Popr deze midMpiy ^n onder 'Cbeftief der R-in* 
„ feingrAKORJkNjE, was," viprvolgdc h§, „ de Staat prezen 
,, to( 4ien top van geluk, van waar men dien, onlangs , hadt 
i, zien f ederftorten , tot zo verre , dat dezelve een (pat voc* 
i; de vijanden, en een onnutte Ias( voor de vrienden geworr 
,, den was. Hij betuigde, wijders, niet te twijflèlen, c( ó& 
y Ptin$ zdlli df voeiilappen zijnet voorvaderen navolgen, e^ 
,, medewerken, om den Staat, die reeds ten dele ov^rom» 
„ peid was , te bevrijden voor het juk van enein hcerszugtigen 
5, en trouwlozen nabuur , die met de goede trouw en met d$ 
„ plegtifst bezworen verdragen , openlijk den fpot dieef. H9 
,, hield t zig ook verzekerd, dat de algemene geneigtheid der 
„ ingezetenen tot den Prinfe, die door geen' tijd noch kon* 
,, (lenarij hadt konnen uitgewist worden , bij de uitkomst blij* 
,, ken zou, regtmatig t^ zijn ge^weest; waareen, hij ten be^ 
,, fluite, verzogt, dat de Raad den Prins dé eer beweze. 
„ welke ïpen aan zijnen rang en wa^digheden vprfch\ildigd 
,, was.'* De Franfen hielden zig gebelgd over deze aanfpraak, 
waar door hun Hof, ten onregte, zo zij waanden, gehoond 
werdt. Ook hebben fommigen hunner fchrijver^n ^angeto? 
kend, dat Beittink, wegens de o.nvoeglijkheid van enigen 
zijner uitdrukkingen, vermaand door zijne vrienden, geant- 
woord zou hebben: „ dat hij 'geoirdeeld hadt, bij zulk ene» 
U plegtige gelegenheid, dus te moeten fpreken, om 't volk 
jp te overtuigen , dat hij geen aanhangeling van Frankrijk ware.'* 
lilen hoon, dfe vele brave Regenten in dien tijd werdt aan- 
gewreven. Nog dit zelvde jaar werdt 'Bentühk als buitenge- 
woon Gezant naar Engeland gezonden, alwaar hij ene over- 
eenkomst flopt, betrekkelijk de verrigtingen van den aanmaan- 
den veldtogt. Ook was hij in 1 748 een der Afgevaardigden , 
wcgi9ns dit Gemenebest, to^ den vredehandel van jpim. Den 
ap augustus van dit zelvde jaar, kwam BêntiiOC te AmfieU 
éam^ om, uit naam van zi^ne Hoogheid, der R^ringe en 
Burgerij af te viiigen, of 2ij hare belaiigen gbed vonden t^ 
ftellen in handen van den Prinfe ; doch' een der fiurgemeesto- 
Kn kwam hem aandienen, d«t men 't befluit der Regeringe 

hier 



504 «ENTINK. (WOLF) 

bier omareot reeds h»it bekend gemaakt aan dea PrinfisL Vau 
wcgfi de Gemeeiite, kwam enen HEanuK vas Gimhig, eea 

Patrooumaker van Haorkm met hem fpreken; waar na, ui( 
^nen naam, der vergaderinge in de Jüoveniers Doele a^e^ 
yraagd werdt: >, of zij niet begeerde , dat ^neHoog^id 'm 
^ de flad kwame? of aij hare belangen niet aan den Frinlê 
p verbh>en wilde; gelijk de Wethooderfchap aan haren kanc 
^ gedaan hadt? en of zij zig, midlerwijl, niet ilU en vreed* 
,V zaatn wilde gediagen?" Alle welke vragen met ja beant- 
woord werdeQ ; waar op Bentink na verflag van dit ant^ 
woord bekoinen te hebben , naar 'sHage te rug keerfle. Verr 
dere bedrijven van dezen Staatsman vindt men niet opget&! 
kond; en, hij overleed den 22 december lysp- — Wag. 
ydd. Hifi, XX. D. bl. 94. 97, 98. 174. 179. 284. Memir 
fcs pouir rilifi. (h VEyrg^e, Tom. III, part 2. p. 47. 

BENTINK (WOLF) , oudilc zoon van Hendrik Bejs'tink 
en Elizabetii van Iitersum, wierdt in 16122 Heer van JVer^ 
-keren i in 1638 Landdrost van Tsjelmuiden ^ en in 1638 Land- 
A , 'drost van Follenhoye, dervende nog in dit zelvde jaar. Den 

* ^ii£rif^#^' g novemï)er 1623 trouwde hij met Tekla Beringa, die zon- 
der kinderen overleed; waar na hij hertrouwde met Anna 
VAN Haarsoltb, bij wie hij verwekte, i. Hendrik, hier 
voor. 2. Et.izabeth, getrouwd met Uudolf van Hoevel, 
Heer van Nijenlmis en Hevelhm, Lt. Kollqnel. 3. Willem, 
Lt. Kollonel, hier voor. 

BENTINK (WOLF) tot Langevelsk^ geboren in 1680, 
trouwde aan A^nes Florbntina Hedwich van Welvbldk- 
Hij ftierf den 16 april lyió, en zij den 16 april 1732, m 
zcvcn kindei'cn bij ipalkanderen te hebben verwekt ; waar van 
Je oudfle dogtcr Aleyda Christina Flqrentina Bentink, 
i^cborcn in feptember ;7i6, op den 25 junij 1750 is gehuwd 
iiict Rbinder Wxx-lem van Hemert, Burgemeester leCampen^ 
jgcboren den 9 meij 1711 en geftorven den 11 feptember 1779, 
nalatende enen zoon Wolf Floris van Hemert, en twee 
,dogters. Mevrouw verwisfckle het ftcifelijke met het eeu- 
.wise den 3 junij 1794. BEN^- 



(BENTINK. CüATOLTKR JAN GBRRIT) jof 

^^ JBENTJNK (WOLTER- JAN- (JERRTT) , extraordijiair 
Schoat-bij-ni^t VQOv^het^Koliegi^tS'JmJleldam; was de derde 
soqn van B^itET^x H^drik Jtefn^K! en vroKwe Bonnx Eli^ 
8ABBTH JüRsiAWA Dü TeiItre, wicrdt geboreö in 't jaar 1745, 

. en vroegtijdig door kundige Meesters onderwezen m zodani- 
ge beuzelen der wetenfehappèi!, die een jqngeling van aim* 
2ien pasfen » en hem vervolg^f». in >hec beroep dat hij ging 

. aanvaarden te ftade kososn liomen. N^uwel^Ks den ouderdom 
van 13 jaren bereikt hebbende, begaf hij zig in 's lands zee* 
dienst, en deedtin 1758 zijn eerilen togt'sifs kadet of adelborst, 
imder het bevel van Kapitein, Coetsi, met..wien hij vervol- 

.gens nog . yerfcheidene t<^n gedaan, en zig zo voorbeeldig 
godrjagen heeft, dat hij om zijne vriendelijke mmzaamheid, 
«iet alleen van groot en klein b^ind en geacht, maar ook 
na enigen tijd Luitenant te. zijn. geweest, om zijne bekwaam- 
faeid en kundigheid in de zeevaart, tot den rang van Eap& 
lein wierdt bcyorderd. In deze hoedanigheid werdt hem hci^ 
\>evQ\ over 's lands fchip van oorlog de Batavier toevertrouwd; 
waar mede hij beq!Qy:ens andere zeehelden , onder het bevel 

.van den.Schcöit-by-nagt Jak Armold Zoittman, ter vervui- 
ling van den wensch van alle regt^geaarde iVT^^er/antferx, ter red« 
ding. van de gefchondene e(?r der Natie, en ter beteugeling 
van onzen zo trotzen vijand, als ongetrouwen Bondgenoot, 
op den 9 JuUj 1781, in zee liep; te famen fierk zijnde vijf 

^fchepen van oorlog, twee fregatten» en nog een kleinder ge» 

\ wapend vtanaig. Men bleef tot het einde van gemelde 
maand in see kruisfen, om en bij den HêUandfen wal, met 
oogmerk om zig met de uit Zeekni en de Mus komende 
fchepen to verenigen, doch van welke vereniging, gelijk men 
weet, door de fingdtiere direétte ter dier tijd plaats vindende 9 
niets kwam; waarom ook het gemelde eskader naar 't Fik te 
rug keerde , werpende voor het ^t van de h^ven , de Holh' 
pooft genaamd,, op dèn i augustus het anker. Op dien zelv- 
den morgen t verenigden z^ aldaar me( hun nog een fchip 
.van oorlog, vier fregatten, en drie kleine gewapende vtartei* 
gen. De vloot was dus m alles 16 zeilen flerk, die beneventf 
U. Debl, V 70 



8Qff JENTINK. (WPLTER JAN PERKIT) 

7Q kgopvaardi^vaardérs» w&sé zg onder fatmn^i berchenhing 
ticmen j op den selvdtm clag uit het ip& zeilden. Men was 
flegti vier dag^ jn zee gei^reest, en op de hoogte van Dog' 
' . gersbimk zeilende» toen met bet aanhieken v^n den Yolgemien 
dagi een gfott' Kyigelfc vloot, verzeld van ve^cbcidene ow- 
logfcbepen^ v^ar over de Admiraal Parksr bet bevel voer- 
de, pntdekt wierdt. De moedige ZoxfrWLïit deedt ten zes uren 
fetn voof de oorlogfchepen om zfg in Hagoi'de te fcbaren » ea 
VPOf de kqppvaiardlgvaardets om 1^ waards af te deinzen , mee 
t^ige fregatten tot derzelver de^ng. Mét opgeheesfe vlag- 
geq V*6^^ ^^^ ^^^ iMrandend ongeduld, 'den vijand af, die 
met agt zwar? fchepen, vol zelfvertrouwen van ene zekere 
pver^nnlDg, en bet behalen van enen rijken Vuit, voor dent 
wind af| ftfl^Ujk aankwam, meer dan xoo koopvdarders , on* 
^er de befcherming van enige fregatten loefwaards gelaten 
hebbende; yoor dezelve was PARKsk, uit hoofde van het aan« 
it] def HMandfe fregatten, zeer bedugt, en blijde dat hij den 
if ind yan d^ HoUandfe vloot hadt. Dan niet voornemend zi^n- 
^e I pm deze voor de Natie 20 roemrqken zecflag te befchrij- 
ven, als in 20 verre onze brave Bentiwik cd zijn fchip dt 
Bataykr^ daar deel in hebben gehadt; bqpalen wij ons, met te 
mcWen , datZouxvAN omtrent agt ur^n met zyn onderh^bben- 
^e fiphcpcn dp ih-lydvlag pphees, en niet dan voor de Engeh 
fin op d^n afftand van een halven fnaphaanfchoot genaderd 
'waren , yan een der beide kanten gevuurd werdt, Schpon de 
mpe4 der Engdfsny bebalyen dpor het voordeel van den wjnd, 

• ^toa onderfchraagcf wprden door de zwaarte isunner fch^pen 
^ van hun gefchut, en die belde redenen, omgekeeid, koth 
den (trekken om dien der H^llandetm te doen zinken, was niet^ 
•t geen naar vertzaagdheid. geleek' hij hun ter ontddcken, Db 
Bevelhebbers en verdere Officieren haakten om hun moed 
aan de Engelfin t^ tonen en te koelen; het volk blaakte van 
•t zelvde ijvervuur, der mindere magt en het gemis van het 

• voordeel des winds, ztg niet bekreunende, warea zi} alleen 
'licdagt op het vernielen yan den vijand, en het behalen van ee» 

• en voordeel yöor het vaderland. Moed yaldg de plaats v^ 



BENTINSlcCWPLTER JAN GERRÏT) ^b} 

latndere magt Vm vedefzljcieQ .werdt aUerlievig^t eo woe» 
4d0nd gevogteii, €& <mzo zenhQlden toonden op dezen dag, niet 
ontaart te wezen van hunne roemriyice voorvaderen» en aan 
é» overwinning, door hun» bevogten, moet *$ lands redding 
Uit de klauw der overheerfcbinge worden toegefcbreven. Onze 
•dappere BEirranc was teeda in het begin van den flag door 
^n zwaren kogel , doodl^k aan denfchoüder gewond. Hij droeg 
'het fcheepsbevel met manmoedige bedaardheid over , aan dea 
tweden Kapitein' J. L. Bosch, die in 't naar boven komen b^- 
kans jheefde. . Hi) zette, door den gewonden Ileld, bemoe* 
liigd met de woorden : dat hij .eerder alks moest wagen en ver- 
foan^ dan ^dekizenl het^evegt op den Batavier tegen de Bien^ 
faifant zo dapper voort, dat het Engels fchip, na omtrent an* 
4erhalf uur llaa^ geweest te zip, afdeinsde tot op den.affUnd 
van een zesponder fchot,-. blijvende op dien aflUnd geftadig 
iroren« Een vier-en^zevesitlger kwam de Batavier ,Amn:s op 
•Idjde» en gaf hem driemalen de volle laag, waar door de kniis^ 
fieng benevens de vlag van het agterfchip nederftortis., en -de 
iverfipbaniing bij iiet grote wand in bi'and vloog; 'deze geblusC 
zijnde, liet fCapitein Bosch terilond een Geus opheisièn. Ge« 
.melde, vier-en-zeventiger den ^at^ivi> verlatende, tastte Faksba» 
^al dien tijd tegen Zoutman geOagen hebbende 9 nu met nog 
twee andere fchepen het fchip van Bentink, met een onuit* 
fpf ekelijke woede aan , doch deze beantwoordde dit fchrfkkelijk 
vuur, en deedt Kapitein Bosch zijne nog bruikbare (lukken 
met dubbel fcherp laden.' Het- ijslijk vuur van vier fchepen, 
'die een hagelbui vm gloeiende kogels braakten, vernielde al 
b^t fiaand en lopend wand, en de zeilen hingen aan flecteren , 
raa bij raa viel neder, de roerpen brak, en bet deerlijk ge- 
havend fchip , was een wrak gelijk en op generlei wijze te be- 
fturen« Mitölerwi^l fcl?enen vijf Engelfe fchepen lust te krij* 
gen om den onbeweeglijk liggenden Batavier ^ dfe reeds zo veel 
geleden hadt, aan te tasten en te nemen, en hielden 'er voor 
den wind af na cdö» Da moedige Kapitein Bosch , *5 vl}andd 
bewegingen bemerkende, liet terftond het fein v^n onvermo* 
CPn om tP kmmên volgen neder ^ en de vlag weder ophalen; 

V 2 dft 



«!•# 



3rt pENTSbfK. (ZEKO AREND) ' 

ilic <Ie^dt dP v^andéo' wederom bl^ den wind opteken* HifiR 
op r^^ktc dé Batavier om en weder bB 4e vloot , daarnet 
y^l optying óm naar de eerfte haven dfe beste te' zeilen. 

Önae gekwetfte Heid ki'eeg , zo dra dé vloot op de rede 
fznTexel'wzi gpkomeh, den Chirur^jn-van de Adniiraliteic 
VAtf HüssüM um boord, dié de wond ailergevaarlykst oirdeel- 
de ; hicff op werdt Ben^ink naar Amjièl^ ' gevoerd , en ten 
hijiz^f van den Fiskaal ]\ Boreel gebragt ; alwaar de bekwaam* 
ile Artzen en dé kundigfté Heelmeesfers , alles tq werk flcl- 
den wat de' konist vermag, om ware *t dof'nlgk den io zeef 
geliefden Bentink té behouden. Maar noch' hunne ' konst^ 
noch alle onafgebrokenc zorgen en oppasfingeri die hij nz^ 
\t hui) van z^nen hartvriend genoo^, poch alle de vporbid4mr 
gen, hadden kragts genoeg hem te redden, en deze jeugdig» 
Heid overleed tuden dea' 23 ch 24ftén, nog geen 36 jai^ 
bereikt hebbende, ^nwetdl in de Nieuwe 'Kerk, met eno 
«eer ïanzicriUjké lijkflatie begraven; een gedenkpenning, iv^ 
it Admiraliteit liet vervaardigen tf| z^nér eere, en e^n ppg<^ 
hangen gedenkteken in het koor dier I^erkè,' hebben zijneii 
haam' der vergetelnisfe ontrukt. £eh onzer Ne<hiandfi £)ig. 
tersi heeft de volgende regels istn sljne gedagtenfs toegewijdt. 

"jyilt m een grafïleen voor den braven Bent^ïb^ bouwen « 
ï'ondeer hem met den voet op dond'rende kartouwen , 
Behang hem rondsom m^t lauwrieren : een troph4e 
. . Vertoon hoe En^lmis magt geblixemd Tyqrdt uit zee : 
Dat Neerlatids roem , zo 't fcheep , geheel en al begraven* 
lyerdt wederom herftejd dgor dien doorlugten Braven, * ' 
' Die tot zijn eüwige eer ei) Parkers euw*ge fchand, /' ' 
\ ' 'J)o JBritten overwon, en ftierf voor 't vaderland. * ' 

Zie ook N. Nederl, Jaarbqeïen^ 1781. b. 1520. 1739.. ?^ 
H\li. XXVIL D. bl. 311. 320. 

BENTINK (ZENO AREND), Heer yan BMms^^ Zdk 
en Fecaferiy was de tweede zoon van Wolf Bentink tot Lan- 
gevelsk en Agnes Fto^sifruvA Hedvuch vAVf WEhyuJ^^ » is 



( 



fiËNtl^bÖLlÖ. (GÜlbö) ' iöè 

'^eékt GéderaatJViafoo^ van dè ihfantéiiè; 6n SMin^eat * 
van Mast^h^ Hy ^Hüwdé mét EuiLiA AkNÖuJiNA tis Wa$-^ 
«ËNiUR, Doïiair iéfe '^av Hambroick, én ftièrf diii ig imjtÊ. 
1778: zg vólgdd hèm ifi 't graf dèn 18 julig ï79ö: 

, BENTIVOGLK) (GÜIDO), fchoan geen Nedèrlühder; vér-^ 
Üiènt egter ils Gèfchièdföhrgver èrie J)laats in dit Wért^ ié-bc;- 
Uedèn. Hig is gérpfoten üic ëèn zéér aanzienlijk ItaKiMs ge-' 
dage vznBülhgné afkömfttg; zijn vader was Kdiü^BLis BiSïiïx-' 
VoGLiö ; Marquïs vaii Gualtieri , Ridder van dè orden viin 5j^.' 
fScUel!, dié tweemalen dèn post van Luitenant of Plfetsihótidér 
in Italkn w^ns Hendrik den II, Koning van Frdhkrgk bé* 
kleedde, én naderhand over het legér van Alfoksüs als G&i^ 
r<al het bevel vóerdè; zijne inoédèr, dé t\^cdé vróüw vtó 

KORNELIS,' W^ IsABJELlE of EliZABE^Q ÊéNDADEl'; dfS djogtéf 

i^an Niklaas BenöAdei, èen Edelman van FerréÈre: Güico 
^ierdt in déze ft^d omtrent 't jaif 1S79 geboren; én waï dé 
dërdé 'zoon van zijne moeder. Na énfèe béginzéleïi van lét- 
ièfoefieningém', zdndt'men hétn naar Padua, alwa^ hij fnellè^ 
vorderingen in de fjraijé letteren maiaktc.' Hg bevondt tig in 
is 97 in dié ftad, tóen Hertog Alfonsüs de IÏ, dén ïf? óAb- 
ber van dat jaaY, iliérf. Caesar d'Est, neef van dieti Hertog,* 
beweerde, dat hèm hét rëgt van of)voIgfng behoorde , (lelde 
t\§ in bezit van Ferrare én harddd zig tégéns dè banbfixdrts' 
van CLEAlEiTs DEN VÖI; doch" zig van hét groötitó aahtaT zij^" 
fler bondgefnóteft verlaten vindende , én inzonderheid van Ko- 
ttfng Hendrik dèïTIV, gar hy zyh hèrtogdortii aatf dqn Paui 
6Ver.' Alvorens déze bevrediging geTchiéddé, b'adt dè Mar- 
q|üis HipPotYTUs Bej^ivociiÖ, broeder van GuidÓ,' zi^ aan 
het ho<5fd dér kf «gsmagt van Caesar èéplaatst ;• *t welk den' 
Kardinaal AtnoBRANDiNi, neef van den Paiis, dfé het bévél' 
óVer 't kerkelijk léger voerde; in hevigéh todrn tegéhi -heflï 
decdt óntftékén. Be jbngè Gtiiéó bégif üg vah Padua nizt 
Kme, mét in^fgt óm déb tooM van dén KaVdfnaal té dbén bé^ 
dareh ; zulks gelukte hein ; én hijj' bifagt zdVs véél tóé tbt dcii, 
vr^dé, w^at over W met óèn Éardihaal BANZ)iï)i''lïandéld<f^ 

V 3 • ai 



310 BENTIVOCLIO. (GUIDO) 

en die reeds lo jaouai^.zspS gefloten wierdt. Na zulk em 
gelukkigen uitflag, wierdt hig zeer minzaam óoos den Opper- 
priester ontvangen , die zig met zeer vcd pipgti^d op den 
B meij van dat zei vde jaar naar Fsrrare bcgpv^n hebbende , hem 
de bediening van geheimen Kamerraad opdro^ , en tefiens ver- 
lof gaf, om zijne letteroeffeningpn tePadua te gaan voleinden. 
Bomvocuo zig. vervolgens met 'er woon naar Rome bqgeven 
hebbende, trok tot zigite achting van alle brave lieden. Pao- 
jjos B%V, die in 1605 den Heiligpn zetel beklom, plaatfte 
hem terftond onder het get^l tier JReferendarisfen ; en enigen 
tijd daar na, fchonk hem óic Paus. den tijtel van Aartsbisfchop 
van Bhodusy en zond hem in de hoedanigheid van zijnen Nim- 
iius naar de Nederlanden, aan het Hof van Brusjd , belast mee 
een groot aantal belangrijke zaken, waar van hij zig tot 'ge* 
noegpn van beide de Hoven kweet , en tefiens den eerbied en 
liefde van alle die met hem verkeerden tot zig trok. Zedert 
dng hij naar Frankrijk in de zei vde hoedanigheid, en deede 
'er zig niet minder door klein en groot hoo^cbten en bemin- 
nen, H^ bevondt zig nog in dat rijk , toen Paülus de V, 
Jiem tot Kardinaal Priester in 1021 benoemde; dit was de 
tiende en laatfte verkiezing, welke genoemde Paus kort voor 
zgnen dood deed , die den 28 januarij van dat jaar voorvieU 
Zo dra Bentivoglio naar Rme was vertrokken , vertrouwde 
hem LODEWYK de XIII, de belangens van Frankrijk bij dca 
H. Stoel. Die vorst begunftigde hem in 162.2 met het Bis^ 
dom van Riez in ProvetKc, en met de Abtdije van &. VaM 
in Pikardijen. Bewtivocuo nam van de luatstgemelde bedie- 
ning bij procuratie bezit den 26 februarij 1623; en ftondt 'er 
in 1627 van af, ^cn voordele van zijnen neef Jan Bentivo-. 
jOLio. De veelvuldige bezigheden die hem te Rme werkzaam 
hielden, hem niet toelatende om te Riez zijne woonplaats 
te vestigen, vertrouwde bij het beftier van dat Bisdom aan 
LoDEWYKDucHAmB, Bisfchop van Seriez, en hij ontdeed/er zig 
van in 1626 , met toeftemming van ürbanus den VUI en van 
LoDEWYK DEN XIIL. Die Paus den 29 julij 1644 gcflorvea 
aijnde, ging Bentxvoolio, benevens de andere |CardinaIen ,• 

den 



éENTIVbÖtlÖ; <GÖli)9) |tt 

den 27 augastxts in h k<^kiavè, M hem ^ ^^Tget ti« 
kiezen; mair élf nagtttft doorgèbragt hebbeiidi IBbhdM een 
oog 'té kunnen fluiten^ veroirsittakt ddor ctt briÜdMtdi hitte 
die 'ér 'plaafó Voiidt, Mrf hj^ 'ér dcm ^ ^bibÜ^ liift 0^ 
volgende^ in den buderdoni vöh iS$ jatén^ in bfi ëbttt Ë^ 
dat men gegronde rèdénëii vün hoop hd4c$ dat zljniè ^dMish 
ten heni tot de oppérfie kérkélpè waardigheid ioum tS^mH 
Verhevéii; Ëijii li^^haam wièrdt 2midei: gedënkcekSfi h8lK ^# 
fchrift, in (ie kerk van SI. iliMM <^ Üsm CèvaOi t^viij» 
BsN^iVüGLto bez^t een atlerzagtl^tlgsc hn befchüaf^ kÜ'IÉv 
iisi; was mactg^ kuift» edelmoedig eii eén #ar)tl vriéiid; i^Miê 
doordriiigend van geest ^ gepaard b^ eén fcherp rtmuH ftt 
goed bfrdeel; vbég hier hïj buitengemene wérk2JldMb|fl4 êlf 
VódriVarêridhéid; en dan zal hét hfemand virwöndÜrWj dit 
hij grotelijks bekwaam wéè in het behandelen van ftasMa^SlJi' 
k^ bezat den geest van bêfliéribg zo gbed ^Is fl^fiiandj IM hl^ 
hééft doör zijii gedrag; 't welk altoos geregeld id ftigtli^J^ 
^s , bewezen , dat die geest géénzin$ onbegaanbaar & nét 
éne mahneUiké godsvrugfc ' . 

Deze geleerde man hééft vérfchéidenë wérken io Üi *i W 
iyn als Italiaans uitgegeven^ die allé met het ftempel i^^ git 
iSLond oirdéel gemerkt zijn. Dé moesten daar vab z^h to ia 
t frdns , engelè als nédferauitii vertaald. Inzonderheid üjiinfcd 
daar onder uit; siijné f^tlQdlboehen Iban be J^bcclmitf^ ppü 
buttietl/ gfedrukt in 8vo. té Rmerdarhy JÖ48 i VolgéhJ dé W^ 
taling van R; CAkpfiNHER; en zgnc i^barIanb^J@tfiDtJJr}/ 
Vertaald door H. GLAèEMAKER, gédriikl te Jmfieidm iéüi 
16 4tö: De Hiftoriefchryver Hooft ; noemt hém : ;; dcïj mt^ 
i, ftékehden Kardinaal; wiens^ pen de géluèkigfte., in a^eji 
i, zin, onder allé dé uitheemfchen ; dié ooit onze ^ zaken Uiü 
j, hiftorifchèn tonele brsigtéri,- zig fee^vaardigt hééft, MiSit 
j, eJëlèn arbeid aan eén onVérgahkéiijk werk Ui bcfledéS; dat 
j, den nëderlandfén naam iti 't vöorhcfefi ^oêrt; •* Tsi$i iÜ 
al , wordt hij door foinmigen vari partijdigheid WtbuUt^i 
•t welk Hiën tragf te bewijzen , dó()t Ai fetinagting> d(# taj 
*dor fnni WitLBM dejï I- betowt,- gjftoegd b§ dl Hm- 

¥ 4 . m-i 



%!% KEMnVDGLIO. (GUIDGQ 

tiag» Wiar mede hg de Onma^ bdiandett. Wel is xn»i 
dec meo Biet kao zqggen, dat hg on^dig it; docb men dient 
In aatunetking te nemoD» dat h^ zulks in den ftrikflen zin 
Xiiet konde zyy; ledenen van Staat noodzaakten hem hier toe , 
als ^ode een dienaar van JRmens Kerk; doch dat h^ in alle 
gevallen z^ne paitiidigbeid zonde hebben doen uitfchiiteren, 
is ene volürekte onwaarheid ; men behoeft fkgts zijne wer. 
taai m doorbladeren, om fpoedig ontwaar te worden, dat hiï 
den Nèderlanderm hunnen verdienden lof niet or.tboud. J» 
maar h^ is par^dig t^gen den Prins en den Godsdienst van 
deo Staat: hec is zo, wij bekennen het; maar hoe zou hiï 
«och den ban des Epnings tegens Oaanjb, voor onwettig heb- 
ben kunnen verklaren , indien hij zig uit hoofde van zijcen 
godsdienst, karakter en gezantfchap, niet als een ketter wil« 
de doen voorkomen? Ten aanzien van derge'igke zalen^ 
boude men dan vooral in 't oog, wie Bexttivoglio was, en 
vergelijke voorts zgne fchriften met die van F. Strada en 
anderen , want dan eerst zal zijn luister in 't heldeifle licht 
fchijnen , en zijne bekwaamheid 't best gekend worden. Ten 
aanzien van de magt der Stadhouders en 't geta] der Magi- 
firaatBperibnen in de fleden, dwaalt hij gioteliiks, doch zulks 
^n van die gebreken, welke aan mangel van Iccale kundig- 
heid en^gte onderrigttng moeten to^efchieven worden, 
en geenzins onder de klosfe van parti^digbeid kunnen gerang<* 
fchikt worden. Daar is een buitengemeen fraaije druk van 
zijne Brieven in 't licht, te Lmden 1727, in 2 delen in 120. 
uitgegeven j ook houdt Minsus hem voor den Schrijver van • 
de Commentarii renm Ecclefiastkarum a Clementis VUL Pm* 
Mficaiu ad tempora Urbani VIU. — — KoNion , BihU vet. (f 
nov. Jo, Fabricti, Hijh A'WiotA. ParL III. p. 441. Gcllia 
ChrUt. L Col. 412. (^ X. Cd. 1240. Catal. Bibl Bunav, 
Tom. I. Vol. II.' p. 1077. C. Saxi, Onom, literare Pars VL 
pJ 358. MiiLBi, Scriptcres fceculi XVII ^ uit. edk. p. 313. 
M. Chazot de Nantiony,' Geneal. hijiorique des RoiSy Empe- 
reurs 6fc. Paris 1736. m Ato. Tom. IL p. 604. Journal des 
üav. jmmr i-^^Q.jedit. de Hollande. p. 133. Paquot, Mem. 

Ut" 



•BENTZMA. BERCHEMr %^ 

^$er; Tom. XIII. p. 79-88. A. Fab$, Namrol der Ba. §}% 
ïïoü. Schrijyersy bl 94. . Hoorr, Ned. Hifi, XXII. .Bock. 

• 

. BENTZMA (PIETER BOETIUS) , was van een adelijk 
geflagt, en wierdt geboren te Staveren in Friesland. De t"d 
yraai in hig leefde in aanmerking genomen^ maakte hij goede 
vorderingen in de letteroeifeningéx) ; Uj wierdt Pastoor te 
Boxunif een dorp een uur ten zuidwesten van Leeuwarden ge- 
legen, en hij verkreeg veel gezag. Hg was een vriend ge- 
weest van Pieter Aukema, maar zig tot de partij der ScÏHe- 
ringers begeven hebbende, raakte hij met hem in onmin, én 
Ihishandelde hem ha zijnen dood m zijne fchriften/ Süffridus 
Petri geeft niet duidelijk te kènnén , waai in die fchriften be- 
Honden, welke in zijnen tijd aanwezig waren; al leen. melde 
hij, dat zij de bferoertens in Friesland ten onder wéipe hadden; 
én dat de Schrijver cm geen andere reden de pen hadt opge- 
vat, dan om aan de nakomelingfchap een getrouw .tafereel det 
rampfpoeden ^an zijöen tijd na te laten. Hij leefde omtrénc 
't jaar 1490. — — Suffr. Petri, Dec. IX. n. 2. p. 107-113* 
Paquot, Mem. liuerak. , Tom, IV. p. 29Ö. 

BÈRCHEM (LAMBERTÜS vaw), een Godvrezend éli 
geleerd man, is geweest Gijmnafiarch en Reélor der triviale 
fcholen in 's Hertogeribosch. Hij heeft 'in *t licht gegeven: 
I. Leges Sichola Syhaducenjis ^ fypiV Türnhouti, 1603. in Svo. 
a, EficJHridion PrcedicatUrmm. Ibid. in ïómo. i J»- F. Fof^ 
PENS, Bibl. Belg. p. 795. 

BERCHEM (NIKLAAS vaw), Konstfchilder, geboren in 
1624, was de zoon van Gieter Kjlaasze van Haarlem^ die 
ook oen Schilder was , en in het begin niet dan visfen fchil- 

derde, doch naderhand kleine (lukjes, daar doorgaans een tar 

• ... • . . . 

feitje in kwam, met allerhande foort van fuikerbanket, in 
een zilveren fchaai of porceleinen fchotcL Behalven zijii 
vader , dat een gemeen konftenaar was , heeft onze Berches^ 
verfcheiden brave meesters tot zijn onderwijzers in cje konsl 
jBehadt; als Jan vaIt Goyen, Klaas Mojaart, PiETei Fran- 

V s ' • U 



|t4 BÈRCliEM. (i<7IKLAAS Var) 

%£ Grebber, Ja» Wils^ en ten laitiiéil üjiién néfef Giövi 
B-MT-isT Weeninx ; walke alle tig Vereerd gehouden hefcben / 
dat ze zulk een helder licht in de konst hebben öntftokén : 
gefijk hij op zijne beiirt heeft kunnen roemen i Öp eén gfoot 
aantal van' leerlingen die door zjjjii onderwijs tot grote mees- 
ters opgekweekt zijn. Hij wierdt inzonderheid , ten aanzieii 
van ziyne leerwijze geroemd , als mede dat hij dé gaVé bezat ^ 
om de jeugd bijzonder tot ijver en naarflighéld aan te fpöfen,- 
waar toö hij in *t gemeen fpreuken en vaarsjés aan de hand 
]}adt^ als onder anderen dit: 

Nimmer moet g* u zelf, Gezellen! 

Schoon in *t leeren moeite fteektj 

En g'er veeltijds 't hoofd mcê breekt; 
*Twijl een ander leegloopt; kwellen j 

Of het ijv'reii laten (laan ; 
t)enk f ik zal meer loon ontvangen 
Voor mijn moeite, th roem erlangen ^ 

Wanneer de andere beed'len gaan; 

t)aar fccncvens was hij minzaam ^ beleefd ^ cri van èën 00^ 
tefprokéö wandel; ja een man van uitftekendc n^arfligheid j 
en met dit al kon zijn lieve wijfje ^ de dogter van den konffci- 
gen Landfchapfchilder Jan Wils, wanneer hij in groteh ijvef 
aan zijn. werk flil zat te arbeiden» en zij geen geritzel Vail 
hem hoorde f fomtijds wél mét dé fiok Van een raagbol vail 
onder tegen de zoldering aan bonfen, om hem,- zo hij voor 
2ijn ezel in flaap gevallen mogt zijn , te wekken , ja zij hieldt 
iem doorgaans zodanig kort Van géldj dat hij fomtijds fraaije 
frénten te koop ziéndé, daar hij zin in hadt^ als zijn vrouw 
2!g in geen goeden luim bevondt, én zig huiverig toonde^ om 
't hem te fchieten , het geld van zijne leerlingeh daar töe" 
leende; en wanneer hij een fchiïderij vérkogt, daar zij de 
neus niet over hadt, dan zo veel van de fonï aflcnecp, om dé 
gemaakte fchuld buiten haar wéten te betalen, en dus alle 
onlusten voor te komen. Ook was hij zodanig op konftigé 
tekeningen van Italiacmfe en andere meestets veïflingerd, dat 

bij 



iËRCHÈM. (NIKLAAS va») 315 

|dj geen tust npchduur hadt^ de2;eive te koop wétende > too^ 
en al eer hij 'er bezitter van was; en niet minder liefhebberij 
hadt hij voor fraijc prentkonst , ja dorst voor een print van 
HiFAëL Urbino, verbeeldende den BMehemferr kindermoori 
met den Sparrèboom, 60 guldens bededen. Dit maakte ook 
dat van zijn nagelaten papierkonst, welke kort na zijn over- 
lijden te Jmjleldam Verkogt werdt, een aanzienlijke fom gelds 
gekomen is. 

Zo als wi^ gezeid hebbö'n, was van Bërchem, blj^ndet 
haarftig, daar bij vaardig in 't fehilderen, en al 't geen h^ 
maakte was meestentijds verkogt , eer hij 't afgedaan hadt. ' 
JusTUS Van Hüisum, die in 1665 bij* hefin- de konst leerde, 
getuigd, dat hij in dien tijd een lange wijl voor eéii Heer 
fchilderderdie hem tien guldens daags gaf, en dat hij van 
's morgens , vroeg tot vier urnen na den middag, gemeenlijk 
voor den ezel zat, 'en 't zelve met zo veel genoegen en lust 
deedt, dat hij 'er fomwijl een deuntje onder zong. Ook ge- 
tuigen die hem hebben zien werken, dat hij fchilderde of hij 
•er mede fpeelde, V geen ook aan de dartele penfeeltoetfen 
overal in zijne 'werken te befpöuren \s. Daarenboven ftrekt 
het tot' verwondering, dat daar hij zijn werk heeft gemajakt^ 
om bijna alles te fehilderen, egter elk ding op zig zelve zo 
goed in zijn foort is, dat het t'famengevoegt zijnde, een ui(5- 
muntend geheel uitmaakt, en bezwaarlijk valt te beoirdelen , 
tot welk deel van 't zelve zijn penfeel bekwaamst was. Dah 
bovena,! verdient verwondering, boe dat een Konflenaar die 
zo vele ftukken gefchiJderd heeft, zo menigvuldige verande- 
ringen van fchikkingen en voorwerpen, zo dat gene naar elk* 
anderen gelijken, heeft weten te bedenken. De Burgemeester 
VAN DER Hulk te Dordrecky Het hem een. groot ftuk fchildcf- 
len, verbeeldende een bergagtig landfchap, metosfen, kocf- 
jen, fchapen, beelden enz.; en te gelijk beftelce hy 'er een 
aan Jan Both, belovende aan elk 800 guldens, en een ge- 
fchenk daar te boven voor die zig best gekweten hadt; waii- 
iieer zij nu die ftukken gedaan zijnde « dezelve nevens maf* 
kandercn vertoonden, z^Ide hij; eUt vm u heeft zijn vltft gf^' 

toofidf 



''M 

it6 feRCHEAf. (WILLEM van) ÈERCHÈM en RANST; 

toondy én gaf aati fcriden .crte verering i Waarlijk het tegci 
middel om den ijver iti dé Konftetiaars èan te vuren; 

Niklaas van Berchém, 'ilieif dön iff fcbruafij Ï683; «Jöi 
Wierdt den 23 in de Westör Kerk te HaatUm begraven. ■ ~ 
A* HouBRAKEN, Scfióuwhurg (^c. IL D. bl. io5)-iï4. 

' BERCHEM (WILLEM van) , een Geldersman van ge^ 
booi te , is cèrst geweest Pastoor te Niel , vervolgens Kantin-^ 
nik van de St. 6'tevens Kerk te Nijmegen ; hij flierf in *t jaar 
3466 , en heeft gefchreven: i. Compendium Cltronicarum Gelrice: 
i ■Siverjis, ut prafatur, CJimücis in Umgum pmraStis. Men 
vindt in deze Kronijk veel van 't geen andere landen betreft,- 
inzonderheid ge beurten isfen in Flaanderen, Holland en elderi 
voorgevallen; het begint met de woorden; Creator omnium 
Deus f?r. Dit handfchrift Wordt te Amverpen bewaard, en 
een verkort uittrekzel daar van , is te zien in de Martini Kerk 
te Liuven, 2. Hijloria captivitatis Adolpui Gelrice Ducis , *twelk 
bewaai-d wordt onder de aichiven van dit Hertogdom, te 
Nijmegen, ingevolge get ligenis van Val. Andr. — — J. F. 
Foppens, Bibl Belg. pag. 39 1. J. D. van Leeuwen, thans 
lid der Eerde Kamer, in Prof, adChronicon TideiijBy p. 22; 

BERCHEM en RANST,- zijn de namen van een oud ade-/ 
Rjk geflagt, gefproten uit een jonger zoon dèr Heien van 
Mtchelen. Deze was Aip^our Barthout, Heer van Berchetn 
en Ranst r zoon van Wouter öen II, Heer van MechelstL 
Zijn oudfte broeder, en opvolger van dien vader, waS Wou^ 
TER DJE III. Arnoüt Barthout leefde in 't jaar 121 2. Zijn 
ene zoon. Wouter van Berchem, gezegd Rai^st, heeft dóór 
Wouter zijnen oudften zoon, den fliln voortgeplant; dezö 
trouwde Elisa van dek Aa, en won bij haar Cókstantina 
VAN Berchem, die in 1538 overleden is. üit hem is voort- 
gekomen Jakob van Ranst, die ten vrouwe hadt Johanna 
VAN Ladrgem, waar bij hij teelde Willem van Ranst. De- 
.26 edelmoedig van aart en te heet van hoofd , om zig befchei- 
dcn te gedragen, i|i de tegenswoordigheid van hen, die zig-, 
Haet flepcnde procesfen, en handelingen, gejond op dö uit- 
voer" 



8ERCHT. ' BERCKELAAR. BERESTEYN. Hf 

^rderiog van ^s Eonings piekjaren , meester v» ^jn vaders goe* 
4eren maakten» en bovendien een afkeer hebbende van do 
èiandelwiizen , die met d^ Onroon^fm gehouden werden , begaf 
4?ig in 't jaar 1587 , uit de overheerde naar de vrye Nsderlandga^ 
y^'j^x in» en bigzonderlijk in Zeeland, uit hem en zijne ge- 
znah'nne: Katrina Colve , vele aanzienlijke nazaten voottgor 
tompn zijn. Onder deze heefc ]an zoon van Jakob van Ber? 
CH£M, gehuwd aan Rachel de Potterb, nagelaten Jan vast 
DercheM) Ridder, (jecommitceerden in de Éekenkamer vaQ 
2^elandj wegens den eerilen Edelqn, en begraven in de Franfo 
Kerk te MUdelbut^. Jakob van Berchem^ zoon van Pietes, 
was Hofmeester yan Prinfe MAuraTs; hij trouwde In 1621 mee 
Bli^abeth van Schouwen. ' Bij Small^gange vindt 
jmen het gehele geflagtxegiste; van Beecheis; zie z^ne Knmifk 
fan Zeeland f fol. 719, 720- 

. BERCOT (JQANNES van), geboTQn te Diesp, is Kanurif 
nik yan de St, Siüpitixis Kerk aldaar geweest, daar na Geesten 
lijke ond^r de jiugustififr orden , in .de groene valei nabi) 
"Érusfel; ^j was voorbeeldig lp leer en wandel en een welfprc- 
Jtend redenaar. Ook h^eft hij gefchreven , doch i^ ongedrukt 
I gebleven ; (^opmentarios in Éyangelium Lticee , &? in fjalmas 
l 'Davidicos. -— — J. F. FpppEji^, BihL Belg. p. 578. 

' BERCKELAAR (JOANNES;), uit V Hertogeribosch van ge^ 
booite, heeft gefchreven en in *t licht gegeven; i. InJlruBio^ 
'nem hrevem de Èatione fanÈtcB Reformationis generalis l è fcripturi» 
'éolle^m. Colqn. 1580. 8y<?. 2. DiQiomrium öermanico-Latinum, 
cüm diverjts Orationum formulis. Antv, 1556. ■ J. F. Fop» 

MNS, Jiii>l. Belg. p. 578. ^* 

3ERESTEYN (PAUWELS van)> is gefproten uit tien 
?.^er aanzienlijk géflagt, waar vap heden pog afftammeljn* 
g^n , inzQnderheid in de vrouwelijke linie gevonden wor^ 
den, zo te Delfi als elders in Hdland. JEfij wierdt geboren 
in genocnyle ftad den 8 meij 1548, alwsiar hij ook zijne eer* 
fte letteroeiSêninget) volvoerd^. |n den ouderdoi|i Vdn 26 ja« 

ren. 



Sit . BlULESTEVN. (PAUWEW VAVf) 

leq, huwde hi| dsnrzS januari) 1574, met Volkera NnCöLiT; 
dogtsr yan Niklaas AnaiAAVszooN en Maixa Diirrr, bq ^mU 
los hij zes zonen en zes dogreren geteeld heeft. OiKter die 
lom^n Qysbbrt, Korkelis en Arent, bijzonder in aamnfer- 
king; want de eerstgemelde , welke Maria Paivs tot vrou^ 
geh^C heeft-, won bij dezelve eersc ene dpgter, die met Mr. 
Abkau Oyen6 getrouwd, de ouders waren van Maria Oykks^ 
Tiouw v^n KoRKELïs DE JoNCE , Heer van Ellemeet^ Ontvan- 
ger generaal van de Unie; en voorts nog eeii zoon Gysbert 
TAN Bemüëstexv, wiens dogter Marta Magdalbna, trouwde 
loec Adriaan van Assendblft, en moeder is gefeest van ' 

ACNIETy KORNELU» MarIA, en GerARD van AsSBNDELFTt 

Des twedens, te weten Kornelis van Beresteyns dogter ^^ A- 
oata vak Beresteyn hadt tot egtgenooc Theodoor Vali,ensis, 
Raad en Burgemeester te Delfiy midsgaders Cuiator van de 
Ak'ademie te Leijderif en won bij denzelvcn^jAKos, Korne- 
lis, en KoRviKA Vallensis; wier eerfle Raadsheer is geweest 
in. 't Hof van Brdbandy vervolgens in dat van Hollw^d in V Ha- 
ge; de twede Raad en Schepen te Delft, en de laatfle met 
Gerarp van Borssele geü'OuWd geweest fs, Eindelijk de 
derde, zijnde Arent van Beresteyn, 'die tot vroviwe hadc 
Maria van der Graap , won^bg dezelve negen kinderen^ 
wier oudftè ene dogter en Sai<a genaamd ,- trouwde met Mr. 
Abram Hoogexhoek, en teelde ene dogter Margreta Hoo- 
oenhoek, vrouw van den Delfifen Burgemeester Huyg 's Gkit 
TEZANDEs midsgaders Abram Hoogenhoek, en Maria Hoe* 
OENHOEK, vrouw van Jlr. Antony Weveri^g, Raad, en na- 
derhand Burgemeester te Delft i en eindelijk Anna Hoooen- 
HOEK, vrouw van Mr. Frank van Bleyswyk, Raad en Sche- 
pen, vervolgens Ontvanger der gemene Landsmiddelen , cSï 
meermaals Burgemeester derzeive flad. Pauwels van Berb- 
5TEYN zelv, was in t jaar 1596 geworden Veertigraad der 
ftad Delft; bekleedde vier jar^n daar na het Schepensambt; 
de zeven volgende jaren het Burgemeeste:fchap; was de twee 
daar na komende jaren . Weesmeester ; in 't jaar 161 5, The* 
faurier der ftad; woonde in 1625 als lid der Regering vail 

De\/l 






'^ 



ÏERIS. (Graven y^Kr pE») -^ig 

é 

'ffe^ de begraafienis Tffti Prins Maukits bij , en ftterf ehidó* 
rlijk den 23 npy0rriber*Taa dat zelvde jafir, in den qaderdott^ 
Vin 77 jafen, Da dat tój het geluk en vemiaak hz.dt genoten 
.van-, den 21 april ^ yoorgaandon jaars, zijne goudc brut 
lofc houdende, alle zijne twaalf kinderen, dat vrij zeldzaaift 
is, fcn 36 kindskihderen aan zijne tafel te hebben, welke ieder 
cietden'volgendjjn befchreven gedenkpenning wierden befchoa* 
ken , en waar van de rand en q>rchriften |n -t latijn hour 
dende , wg hiev |n 't nederduits plaatfen. 

Op óp voorzijde ftaat 's mans borstbeeld nevens dat zijner 
^malinnei wplke den 27 fepten^ber X634» V^ ^^ ouderdoni 
van 79 jareni» 8 maanden en 4 dagen is overleden. H^ 
xandfdirift luidt ^Idus: Fauwels van 'Bërestevk, oud 7$ /o- 
rw. VoLCKÊRA NiKQLAÏ, oüd 69 joriti. Binnen een (lange- 
ibnd leest menop.de tegenzijde boven twee kraaijen, die tn 
haar nest zitten, dit opfchrifti De zotg van 't huis. De lang* 
kyende eemkagt^ X624» Deze kvaaijen zijn bij de Quden even* 
^ns alhier, niet alleen voor het zinnebeeld van de huwelijks* 
eendr^, zo als op enige overgebleven^ Romeinfe %rd&^neu 
kan gezien worden, maar ook voor dat van enen* langen en 
yoorfpoedigen leefc^d gehouden. Voorts leest men in ócn 
^rand het vervolg van het eerfte r^indfchrift: Vijftigjarige Egt» 
^enofen zijnde t fiébben dit ter gedagtenis aan Imrme Nakomelinge 
^ergelaten. — Joan. Pierii VALEtiiANi , Hierogl. lib'. XX. 
JoACH. OuDAAK, RomfcJie Megcfub, bh 386. Gee. van Look ^ 
iJederL HiJioHepem. IL D» bl. i6i-ï(53. 

BERG {Graven van den), cck ^^an V Herenberg gjfinóttad, 
:fS^n hiqinen drfprong verfchuldigd aan bet aloude en vei^ 
iqaarde ged^ der Wassenaaeen : vermits Johannes dk 
TWEEDE VAN Waisinaar, ïldbï wi Ttfkmm^ van der Lék en 
JBredt^j bij zijne gemalinne Margreta van der Lin«, in de, 
XlVde eei^w , teelde OtiQ^ den flamvader der Keren of Gra* 
ven VAN DEN Berq. . Deze prro , ontving mee Sovhia , er& 
dogter van Frbdrik, 4ui Heer van 'i*HmrAerg^ de Hcerl^kr 
fieid vm dm Jïrrg^, in*'t graav^Aatp Ziutfen^ niet verre van 

de 



3^^ BER^i (Orayen va« dei*) 

iö ftad Effunurik gelogsn. In 1428 overreden s^nde, liet hij 
liet graavfchap na aan ziinen enigen zoon* WnxESc, die, om 
de veeihiBid z^ner goederen , den toenaam van di It^ke be* 
kwam* Zijne genjalin was Lokke, dpgter van . Evaiiwyir, 
^raav van Beralieim. Na zijn overlijden, in 1464, volgde 
hem z§n zppn Oswald» die, in 1468, of, gel^k anderen 
willen, in 1473, door Keizer Fredwk dek III, tot Ryka- 
i;ra»v verheven werdt In het jaar 1455 was hij in den egt 
getreden roet ëlizabeth^ dogter des Graven van Meurs; h^ 
ftierf in iSQóf en werd gevolgd door zijnen zoon Willem, 
die door den enen de II, en door den anderen de III > g* 
aoemd wordt, Deze Wii^lem, dien wij den IL noemen, was 
in 1503, getrouwd met Anna, ene dogter van Here Jan vak 
.Boxs4ce£b; welke Anna dezen haren man ten huwelijk aan- 
bragt de Heerlijkheden Bokstneer^ Haps, .levenswaard en Spal- 
èeek; waar van hij egter niet lang bezitter was; want hij over- 
Jeed in 1511, nalatende Oswald den IJ, die in 1546 over- 
leed, en drie zonen, benevens ene dogter, naliet. WilleiI 
de III, zijnde de oudile isoon, vokdc zijnen vader op; h| 
hadt tor vrouwe Maria van Nassau, dogter van Willem, 
Crave v^n Ndffiu, Viaiidm^ Dietz, Dillenburgy zuster vsiïi 
Prinfe Willem den I. Hij teetóe bij haar agt zonen, en 
iBven zo vele dogters , en werdt opgevolgd van Herman , deö 
/oudften zoon ; deze overleed in den dienst des Konings van 
§lpanjey in. i6iz, en liet na ene dogter, Maria Elizabstr 
genaamd, over welk^ de twee broeders van Herman, Fr»- 
DRiK en Hendrik, de voogdij aannamen. Tot huwbare jaren 
gpHpmen zijnde, trouwde zij gi^t haren neef Albert, zoon 
y^n Fredrik, dien. zij BergeiMp-zom ten huwelijk aanbragfc 
*t Is bekend dat Hendrik lang de Sp(m\fe z^de aankleefde, es 
den Nederlanden groot ïjadeel toebragt. Het leger der Spart* 
jfiarden gebiedend^ ,. liam hij het Stadbouderfchap van Gelderland 
op zig; doch, iii bet jaar 1632, de Spaan/e trotsheid niet^an- 
ger. kunnende dulden, verklaarde hS' zig .voor' de Staten, e» 
gaf daar van, in enen operien brief, . aap: de .Gouvernante dei? 
Nede¥knden kennis. Zijne, tsqrfte y|ouw/wa^ Maröareiba vaU 



SERG. (Gravm vah mv) 3«i 

WiTTH£¥; in lêBo hertrouwde h^ met HicitoinriA4 KAm* 
VA, dogt^r van Ghoro Filedrik, Grave van Spaar ^ waai bij 
hij vijf dogi.ers verwekte. Hg ftieif in 't jaar 1638, nalaten- 
de^ behalven gemelde dogcers,.nog ^n onegten zoon, He&« 
VAN genaamd y die, door den Koning vRnSpaje, genaturali- 
feerd en met vele voorregten befchonken werdt, Oswalü^ 
inede een broeder van HjsjwoRtc, werd Iji den flag bij jilm^ 
rongen 9 in 1586, doorfchoten. Fredrik, die vóór Hendrik f 
Crouverneur van G^'^ian^ geweest was, was mede in dienst 
4es Konings, werd Ridder van *t Qulde FUes, en overleed ia 
I618, nalatende bij FRA^XISRA Ravanel, dogter van £usta< 
cHiys VAK Ratignx, een zoon, als mede ene dogter, g^ 
Haamd ëleokora Katrina Ferbo^ia* Deze trouwde in i6'34) 
Ihet Fkrqrik Maurittvs de la Tour d'Auvergnr, Hertog van 
fioulllony en il;erf den 14 junij 1(557. ZijQ zoon ALBERTwa» 
de eerde» die tot den Gravenfland verheven werdt; hebbendo 
ip den jare 1^53 , een memorie op den Rijksdag te Regensburg 
ingeleverd, waar in aangetoond werdt , dat het graavfchap 
ferg^ voor. meer dan 4x50 jaren, voor ene afzonderlijke Plecr? 
fchappij erkend was; waar op dan ook aan zijn verzoek volf 
daan werdt. In een twede huwelijk verwekte hij een' zoon, 
OfiWALO genaamd , die zijnen broeder Albert opvolgde. De- 
ze in 17 10, zender kinderen komende te overlijden, hadt tol 
erfgenaam verklaard Frai^ciscus Willem, Graav van Haher> 
;iolre, een kleinzoon ssijner zuster Maru Klara» die gehuwd 
geweest was.ioi^t Maximiuaan, Drgav van Hohenzolre. Frax« 
ciscus Willem, geboren in 1705, verwekte, bij zijnegema* 
lin Maria Katrina, d<^r van Grave Johau Kristoffel 
Xr^jchzes Ikzell , in *t jaar, 1724 , een zoon , die Johas 
JSaptist Josepk Oswalo Frakciscus genaamd werdt. Dez« 
volgde zijn vader, na zijn 'dood^ in 17375 en, volgens den 
laatden wU deszelven , moest de Bisfchop van Roemonde ia 
der tijd hem ten voogd verflrekken. Deze voogdijfchkp werdt, 
n den dood van des Graven moeder , door deszelvs groot- 
moeder, JoHAUNA ViCTORZA VAN MoNTFOORT, Douarieie vau 
Hohenzolre 9 den Bisfchop betwist. Het proces, daar over 
IL Deel. X onü^ 



^%z BERG. (Graav HENDRIK van vtuf) 

pntftaan, fe, naar men zegt, aan den fpijker blijven hangeiJ 
j^5 ^iis een ^Igpmene fchcts van dit geflagt g^ven te hebben ; 
^^uilen w'iè nog van enige b^zondere Mannen die het beroemd 

gemaakt hebben, verflag doen. 

^. ... =. . w... ... • . - 

BERG (Graav HENDRIK van pen), ^en der zonen vaf 

WaLEM,. hadt ?ig, gelijk zijn vader, in dienst des Koni^gsr 

van Spof^e begeven. In het jaar 1607. werdt Erkelens, dooi: 

Prins Fkederik Hendrik, bij verrasfing ingenomen, cix bij 

dip gelegenheid, deze Graav Hekdrik zijn neefs gevangene, 

2yn broeder fRBDRiic, die mede in dienst van Spaime was,. 

pam, ter wrake hier over, een aanllag op Axrdaihwrg voor;. 

doch bet verraad tijdig ontdekt zijnde , liep zijn ^nilag tct 

niet, en de verraders ontvingen hunne verdiende ftraffe. Na 

d?.t bij uit ijne gevangenis ontflagen was , fcheen het gelid^ 

Lf m Hieer jgunftig te zijn. Om van alle zijne verrigtingen tM% 

te gewagen, zeggen wij alleenlijk, dat hij in 't Jaar 1Ö21 , naar: 

het huis te Reide ingenomen -te hebben , het beleg voor Gidik, 

floeg, 'X welk hij. bij verdrag innam, zo als hij ook, in 't vol* 

gende jaar, de fchans PapemiOs bemagtigde. In 't jaai'1624, 

zig van de flrenge vorst bedienende, deeidtbig een irjval 
'■.,-..- • . . 

^n de J^eluwe, Het vlugten der dorpelingen, die-niet onder 
brandfchatting zaten , werdt algemeen ; doch de ftrenge koude 
bragt den vyand ook veel nadeels toe.. Den 21 febtüarij v«> 
anderde het weder fpoedig : dus hij zig genoodzaakt vond , hais. 
over hoofd de Fdmve te yerlaten, 't welk men toen den Sj^aan» 
Jen Fasten-avond noemde, bij 'welken naam nog 'heden een dc^ 
Hiftprieprcnten van dien tijd- bekend is. Om den voorttpgt 
yan Graav Hendrik; naar Holland te beletten, had Prins Maiv 

RITS zig -in perfoon naar Utreck begeven, en orde gefield tot 

' • . ^ . . . ■ ' 

het openbijten der rivieren , tot aan den zeekant toe.' Dé 
Vijand vertoonde zig wel voor Arnhem^ doch ondernam. geenc( 
belegering. Van me^r yoofrdeel voor hem was zijn aanllag 
op derStafen Icgqr, in ï625> tüsfen Emmerik en Rees: doch 
ZO dra hetzelve op de been wasi' vond hij zig gedwongen, na 
enig voordeel behaalt te hebben, te. rug te keren. 

Tocu 



BEftD?:X^rö4ii 1IEND5JK vA|f mif) yxi 

•. ïocn Prins Frédrik Hendrik, in het jaar 1629, 't beleg 
♦oor 'x Hertogenbosch geflagen badt, .begaf Graavr Hendrik vaxj 
DEN Bero zig, in de laa^nd nieij, .aan* het hoofd van het 
%pumfe leger, op weg, met oogmerk. om de. Had te; ontzetten; 
ilaande hij zig te Tumliout neder. ; ZiJneL magt heftoaid uiC 
30,000 Knegten, en zeventig. Kornetten gaarden, Kortdaax 
31a legerde hij zig te Sprang; doch hoe meer de Graav nader-. 
de, hoe meer de -Prins- op -zijne hoede was* Vrugtloos deed 
VAX DEN Berg vcrfcheidene aanvallen op het Staatfe leger ^ 
. rn zag dus alle zijnQ pogingen verijdeld^ . Den Bosch mpcst 
zig eindelijk aan den Prinfe overgeven^ Xüelukkiger fla^gd^ 
de Graav in zijnen togt over den Tsfel, en deed daar opeen 
tweden inval in deFehwe^ bemsigtigdc jfmer.foort y en andere 
ftcrkten; doch hetjunemsn v^ IFeJel deed hem de t^eluwi 
wederom verlaten. 

Graav Hendrik va» dbn Berg, in het jaar 1534 > ^^^ ^o« 
ning van Spaitfe e^tt yesitigjafigen dienst; bewezen hebbende» 
begon, uit misnoe^dh^d over het gezag, .dat dtn Spanjaarden 
in de Nederlanden gegeyen werdt , een afkeer, van dien dienst* 
4e krijgen, en werdt te rade van partij, te veranderen. Djor 
den Graav van WARFUsé hadt hij reeds in het voorjaar, in 
het geheim» met. den. Prins van Oranje doen handelen. Na 
tetoveigaan van Vènlo qn Roermonden begaf hij zig naar Luik^ 
yan w^ar hij, van dit j^ijn voornemen en beiluit, bij bijzon- 
dcre en openbare brieften, aan de Infj^nte en aan het gcmeeö 
kennis gaf; nodigende.; a^., het krijgsvolk, . dat onder heiii, of 
onderde .Spaan/e Veldoverften gediend had., tot voprftand van 
den 'Roomfen godsdienst, ,zig bij hem te voegen,, om de Spaih- 
jaarden te verjagen; dan '«r vielen hem minder toe dan iüj ge- 
dagt Kadt De algemene Staten beHqten ook, op 's Prinfen 
raad, op zijnen naam enig volk te werven. Te Bmsfel be- 
greep men, dat de I^uveriaarSy door hem te ontvangen, de 
onzijdighe'd gefchonden, j^adden; doch de Graav erkendq open- 
lijk, dat ZIJ v^ ffljo ,Y00rj;ie9ien geen, kei;inia gehadt hadden. 
Hij werdt te Brt^fel voor een landverrader en muiter ver-' 
klaard, «n fn^ b^Ionlig' beloofd aan elk,, die hem in handen 

X 2' ^ wirt 



»^ 



frist fg krxigcn. In het volgende jaar werd hq , benevens' het 
vo}^ dj^ hij yerzameM hadt, bij vponaad, io eed en diciisl 
vaq {ip Fèrcn^de Gewesten aangenomen. Op deze 'wijze was 
het, dat fic zoon wederkeerde tot hun, die door den vadei 
verlaten waren. ■ Wagen. , Fad. Hifi. IX. D. bl. 2aö. 

^. p. bL 42a. 445* 486. XI. D. bl. 36. P3-9S. 97. 160. 

BERG {Graav WILLEM Vi v dbw) , wis de oudftc zpon 
ytn OswALD DEN II } en dco^ huwelijk vermaagfchapt aan 
Prinfe Willem dem I. win Orame; door welke geboorte en 
huwelijksvermaagfehapping liij onder de ecrflen van den lande 
geteld werdt; welke eer hij egter, door zijne onflandvastige 
tjediijven, niet weinig ontluisterd heeft. In den aanvang der 
beroerten had men reden te vermoeden , dat hij een even ^ 
tvouw voorftandcr der vaderlandfe vrijheid zou geweest zijnj 
4ls zijn behuwd broeder; want hij verzette zig niet alleen 
^gen Granvsllx, maar on^helsde ook de leer der Hervmtt- 
den, fchoon het niet zeker is dat hij hunne belijdenis onder? 
tckend heeft , hóewei velen dit uitdrukkelijk melden. liij 
was één van de 400 Edelen, die het Verhond Qj^deiteken^ 
den, en keurde de vcrxigting der Bojidgejioten, ten aanziea 
van het overgeven van 't fineekfdirift, goed. Hij vervo^? 
fle zig, den volgenden dag, met hun ten Hove/pm hulp» 
middelen ter beielking van hun doelwit, te beramen. De 
Penfionaris WeseM3Eek vermeld *: ,f Den vierden april heb- 
benfe hare zaken gereed gemaakt, maar fijn nog niet tea 
Hove gegaan, alfo zij feideri nojg te veiwacbten.de Gra- 
yen VAN DEN Berg ende Cüilembukö, die noch qiet gekor 
men waren; den vijfden ten Hove gegaan zijnde, kwamei^ 
ci:ii zesden weder , in de order als daags te voren , de lesto 
zijnde met dje genen, die boven genoemd fijn, de Gravea 
yi^if DEN Berg en ^uxlembubg, die mfddelertijd gekomea 
|, ivaren en goet;gevonden hadden liet gene gedaan was.-^ 
1)^ ^eze gedagte bleef hij volharden, töt op de vergader 
i'ing ^er Edelen te 5jp. Truien { eö döedt , gelijk meer anr 
ierpn, zijn' flot //fci- of E^Mfl vcrfterken, eu in ilaat vau 

te- 



>> 



*9 



BERG: iCmv WlLÜM rsK bikJ iij 

^ - ■ • • • 

\ifcgénwèer ftcllem Dan hoé marineBjk hg zig in 't eetst fchéén 
te gedragen, toonde h§ cgter; wel haast zijne lafhartigheid ? 
Vant hij was eèh der eerften,^ dié zogt; zó dhi 'er fcheii- 
i-ing onder de Edelen ontftond j en *er zig ènc vrees voor de 
Landvoogdcslfe $ .opdeedt •, met dbn Koning te vei-zoénen? 
biddende > zei vè ViGLiusf met de vlcijendfte woorden ^ z5§n 
Voorfpraak te trillen z^n, met belofte van een getrouw dienaar 
)Ies Koning té , zullen zijn tn blieven; Hier door geraakte 
zijn'e achting bij de Edelen in 't voetzand; B'4 Atvjt, wiénë 
Vooxnaaiiifte öc^merk was ,- êtn Adel uit te roeijen , Vond hij 
^eén heulj voor dat hij vernederd was; want de troiiwlo2fe 
Hertog^ in plaats van aan zijhe beloften gehoor te ge\eri, 
tieed hem openligk indagen; bij niet verfchijhing; bannen, en 
2§ne goederen verbeurd Verklaren. Zig dus doof z^ne ori- 
tondvastigheid in enen wan höpenden ftaat gebragt ziende, 
keerde hij zig weder tot OitANji; die, hem den Jast tot het 
werven van kr^svolk aanbeb-ouwde, ja. zdvs ene^heimft 
briefwisfeüpg met hem waagde. Men moet tot ziehen lof zeg- 
gen ^ dat hig vin dien tijd af tot In 1572; den lande vele 
dienften deedt, dool* het. innemen van vele fteden en fterkten, 
in ÖeldeHand, Friéskmd; Ovmjsfei en 't Stigt. Dan te ras wordt 
«en ontwaar; dat zijne óhfténdvastigheid weder den meester 
over hém fpeelde; verlatende hg; op etenmaal^ nietti^nftaacU 
de zgri aanbod om den vijand het hoofd te bieden, alle de 'm- 
gehomene fteden en fterktèn; fen itiet vrouw en kindeteaj* 
«n met alle zijne roerende goederfeh, de vlugt nemende, naar 
Westpliaïetu Men kan ligtlgk vermoeden , dat .de vijand *er zig 
20 fpbedig peesüer van maakte , dat die van Friesland da&r door 
in den grdótften angst geraakten, en die vart Zu^en en Naar- 
4/sn duizend redenen hadden ^ om Wraak over van trEW Bcw? 
te roepeii. In den aanvang fchreef men z^n gedrag toe aan 
lafhartigheid en kwaad befeid ^ wair door hij zor zoer fh deri 
haat van 't gemeen vervifel,- dat Oran|&, die geert" kaft* za^,* 
de NoordMlanders tot de aaïmcmfng' van SoNot te dóeft bé' 
willigen^ htm,' geveinsdeljjk , den GrJlav ^fjff Sèn BjeAö/ és 
feouvernéuf/ voorfloeg; doch zg vcrklürdfin hi& op) nog 



i26 SERG. (Crêav WILLEM van d£»> 

liever den weerbadllgen SonoY , dan deü lafhartigen VAüt mjSÊ 
BiRG te willen aannemen ; waar mede Okaivjb zign oogmerk 
bereikte. Engeland werd hem ontzegd; in NeieHand achtte hij 
2ig niet veihg; dus vondt bij, in 'c jaar 1577^ zig genood- 
zaakt, den geveinsden te fpelen* Door twee Afgezanten gaf 
bij den algemene Staten kennis van enige geheime pogingen 
d^ vijanden; doende tevens zijnen dienst, lijf en goed, ten 
beste van het vaderland « aanbieden. Weinig bad bet gefaalt» 
of h§ zou het vertrouwen der Staten weder gewonnen beb« 
beuy en,, benevens de Graven van Hohenlo, tot 's Prinfen 
Luitenant aangeiteld zijn; doch een kwade pas, dien de Gei- 
der/en deden, gaf hem gelegenheid^ zijn verraderlijk karakter, 
ten nadele der Nederlanden^ in vollen dag te ftellen^ Graav 
'Jan van Nassau , over wiens aanftelling tot Stadhouder van 
Celderland'ïèi zig zeer gebelgd toonde, ontfloeg zig in 't jaar 
1581 » ter x)irzake van den handel met A^70U, van dien post; 
waar op de Graav van. den Berq in deszelvs plaats werd 
gekozen. Te meer verwonderde men zig daar over, om dat 
die van Jmhem verklaard hadden , Graav Willem LodewItk 
zijnen vader te zullen doen opvolgen. Men kan niet ontken- 
nen, dat Oranje hem, op zijn verzoek, brieven van voor- 
ichrijving verleend hadt; doch hadden de Staten van Gelder-- 
land die brieven wel ingezien , zij zouden begrepen hebben-, 
dat Oranje die verkiezing eerder berispte, dan goedkeurde 
5, M^n fewager (fchröef 'de Prins) biddende om aanbevcelin. 
ge tot het Stadhouderfchap, heeft mij verklaart zijne grot» 
lust en begeerte, tot den dienst der gerechtige zaak des va- 
derlands. Ik mogte wcnfchen dat hij die wat eerder bewe- 
zen hadde. Doch beter fpade, dan nimmer." Hoe wetnig 
aandrang dit fchriyven ook in zig bevatte, werden 'er, egtex, 
eigen belangs halven, gevonden, die. zijne verkiezing door- 
drongen. 'Met den avond kwam hij binnen Arnhem ^ en aan- 
vaardde zijn ambtr ïjet leed niet lang, öf zijn verraderlpè 
handel met Parma werd^ door- Barneveld en Aldegonde, 
ontdekt, en hij, op.^s Prinfen last, gevangen gezet, doch 
*Zonder ftrafFe ondergaan te bebben, weder losgelaten; das 
V men 



99 

99 



v-^i« -'> /^•'»^> ,# ft. XX,- » ^ik ,^^^^, »\rv V 



UERG- (JAN of JOHAN ta& m) hj 



hu ^ig verwonderen ioioet, iioe fajD den 'dooHlgiBgten vom 
beeft kunnen misleiden ; cf meh moet dèH Ftin$ Vén te ^d»i 
loegevénoheid omtrent héni verdagt hótidén; ^ Graiv vJbï 6iii 
B£Rö fchioomde niet; de airerplfegtigfte belirfte te doéii} céft 
Staat 'getrouw te zullen zijn; nbgthans 'deed hij kbri datf hS 
blijken dat bij een* verrader een eed van weinig befang isi 
fcij verklaarde ilg openlijk vóór de partij dés Konings; in wiénè 
'aiehst hij eu zijnö drie zonen zfg begaven; èn daar iti tóK 
volhardden J uitgenomen Graav HENDibK, die zig weder feit 
idisr Staten zijde be^f. Het hier ter nedei-geftelde zal VoldbeS 
bm Graav Willem ils ieen 'trouwloozen Bondgenoot; lafhar- 
tig Krijgsbeveihebbèr ; onwaardig Stadhouder, èn voor &ii 
Man , die van Wïihm den I , io veel als hét licht van 
!3é duisternis verfchildei ie doen kennen: ;^ Wa^en.; 

Vod. Hijl. yi. D. bl. 368; 3&9. 402. VIL D: bl: 564; 565: 
i- W. TE Watiïr, Ferbondfchrift der Edeïeii; II. D. blr 1^5: 
ilüibüs, SenterSiéfi van AjLvA, bl. 170". 

m • 

\ 

BERG (JAN of JÓHAN van öen); waS eèn deir GevoF 

feiagtigden, die in 't jaar 1709 en vervolgens, doof dé K<5^ 

iinginne van Engeland en de Staten der Verenigde Nède^tM- 

ken waren iaangélleld om dé Spaanfc NedertahdeHi iü zo vïtïi 

ise huil in handen gevallen waren, fchoon op haani v^n Kb* 

iiing Karël te doen bèftierèn; zij vergaderden te Brwjfeï; é3 

vertoonden gézamentlijk de bppeïftè niagt dier landen; |a ^ij 

blaakten fotntijds zèlvs verandering in dé Regeling, hèrflèllèh- 

ide bndèr anderen, in 't begin desjaars 1705^,^ den' geheimen 

ilaad; die te voren afgefchaft was. Öofc was *er In bélobef 

iies jaars 1711 een nieuw reglement gemaakt op de Regering; 

getekend dóot dèii ferave van Örrert cn-onz^n JShaN tJ^AS 

b^ Berg als GeVolmagtigden, *t welk door den Raad \raij 

Staten dei^ Spaanfe Nederlanden, aangénoinen was; »i vSfrS 

ijet met hunnen godsdienst en der landen voorregteii övèf^ 

fcenkwam: t^AN den Berg nain dëzên post vah Gèvo&'agtig^ 

9e watar tot op het fluiten van *t Eartierl trakiSia ih i?!^ 

iö *t jaar 1717 wètdt bij Burgemeester ,j£ Leijd&n; B IB 

X* ^725, 



328 BERG. (}A^ vas dexO BERG. (Ï2AAK rAjn tut) 

172J, Dgkgiaav van Rh^and. In 1748 bekleedde hi§ no^ 
de Bui-gemeesCeiliJke waardigheid, en doordien h^ tot de anti- 
ftadbouderiaanfe partij behoorde , wierdt zijn hais door *t grau\<^ 
aangevallen y en roet moeite door' de fchutter^ befcheimdj 
hij zelve van 'c lladshuis komende, wierdt door *t kanailje on- 
beiufelijk bejegend en bedreigd; en onderging eerlang het lot 
met zo vele andere brave Regenten ^ van door den Stadhou-^ 
der van zijnen post verlaten te worden, fchoon hij reeds Cd 
voren>onrflaghadt verzogt vin zijne bediening. — ^ — Wag., 
Fad. Hiji. XVIL D- bl. 436. XVIU. D. W. 74. XX. D- 
bL 302- N 

BERG (JAN VAN den) , Konstfchilder , geboren te Jtk^ 
mtoTi was van der jeugd af aan tot de konst geneigd, en 
werdt bij Hekdr. Goltzius, om daar in op vaste g,ronden on- 
derwezen te worden ^ belteld ; maar Goltzius zijn vader een 
fchoolmeester zijnde, die met 'er woon naar Brabmd vertrok^ 
ken was, moest Jan als onderkoning, met de plak het rijk 
der lerende jeugd een tijd larg helpfen beflieren, en het pen- 
feel voor de pen verwisfe'en ; egter nam hij in zijn tusfentijd 
de penfeeloefiening naarflig waar, te meer doordien hij gele* 
genhcid vondt, om bij P. P. Rubbens te verkeren, die den 
ijver tot de konst hoe langs boe meer in hem aanvuurde. Jah 
wist zig- ook zodanig in de gunst van dezen roemrijken Kon» 
ftenaar te dringen, dat hem die tot Rentemeester en opzigter 
over zijne landgoederen ftelde, uit welken hoofde hg zig 
meest te Tperen moest onthouden, daar bij ook" overleden ifli 
- A. HouBRAKdEN, SchouwbuTg , U. D. bl. 15. 

BERG (IZAAK van den) , heeft geleetó in het laatfïe goi 
deelte der XVIIde efeaw. Het blijkt dat hij in de llegte^ ' 
beeft geftudeerd en tot Meester in die wetenfchap is bevor» 
derd; ook dat h% enige jaren als Kapitein zijn vaderland, dö 
^ederlandfe Republijky heeft gediend j doch met een toeval aan- 
de voeten bezogt zijnde , geraakte hij buiten (laat om langer 
dbnst te kunnen doen ; en gaf zig in zo verre weder aan dei 
beoeffening der regtsgeleerdheid over, dat hij een groot asnt^l 

Con* 



ÊÈRG. (MATHYS van dew) ^i^ 

Coiifultatfcn en Advijfcii van voorname Nederland/e Règtsgc?: ' 
leerden bijeeti verzamelde, en dié in 1691 door den drak, ' 
onder den tijtel van Nederlands Ak'jsbeeli gemeen maakte , \n 
4 delen in 4:0., daar hij nog een vijfde bijvoegde, order den 
fiaam vah Kort Êegrip, Dit wérk 't welk oin cJcszelvs nut ön- 
gemeen getrokken wierdt, was egter om zo te fpreken "bezaaid 
tnet drukfeilen , die genoegzaam hetzelve op élke bladzijde 
ontcierdcn. In 1782, gaf de fchrijvcr de2jes, een tweden druk 
daar van in 't licht, dié geheel verbeterd, van de veelvuldige 
drukvéiïen gezuiverd, en met notabele Advijfen is vermeer- 
derd ; en waar bij nog daar te boven , agter ieder der 4 deleji 
een uitvoerig register is jgeplaaitst , tefiens tot Km Begrip vari 
dit werk verftrekkéndc. Opdragt geplaatst voot^ het L Deel. 

BERG (MATHYS van den), Konstfchilder , een zoon 
van Jan, is in het jaar 161 5 te MecMen geboren; in 't eerst 
leerde hij de konst bij zijnen vader, die gelegenJieid vondt om 
hem het onderwijs van Rübbens te bezorgen, waar van hy 
geen der geringde leerlingen werdt. Mathys hadt een vaste 
hand van tekenen, en was onophoudelijk bezg^ zelv tot in 
2ijn ouderdom , met naar *t leven en de beste fchilderiien , die 
hem voorkwamen, te tekenen. Doeh zijn verniJt door 't ge- • 
ftadig naarvolgen van aneren, als 't ware ftorop geworden^ 
verftrekrc tot een beletzel , om iets van eigen vindi? g te ver* 
vaardigen ; immere men vindt wel van hem een overvloed van 
konftige namaakzels , maar zelden een (luk van eigen ordinan* 
tie. Veelmalen tekende hij het afbeeldzel van zynen vader^ 
in allerhande Hand en kleJing, waar van fommige tekeningen 
iOnder de konstminnenden berusten. Hij wierdt den i augus^ 
tus 1646 bloeder van het St. Lükas-güde te Alkmaar ^ en over- 
leed al Jaar in 1687* Hou£RAX£N> Sthwvhurg^ IL D« 

bl. 15. 

BERG (THEÖDOOR KORNELÏS van den), 15 geweest 
Reftor der latijnre fcholen te Utrecht ^ en heeft door zijne go^ 
ieerdheid, tot eer van , zijne vaderftad verftrekt; men beeft 
vsan hem in druk : Profcpopejam a^iSH Jjf comipti Belgik Trt^^ 

X 5 ty- 



f $4 BERGEN- (ÓERARDUS vaw) (LbÜLWYK van) 

xnaar zijn gcaellige aart maakte dit hij veeltij* géldèli' 
loos was, en het fpreekwoord volkomen op hem pafste^ zö 
gtwdnnen zö verteerd i want als hij gèld ontvangen hadt vöot 
een ftiikje fchilderij, kost hij met een opgeruimd harte,- het- 
zelve op ene reis niet zijns makkers verteren; zijnde dart 
doorgaans zijn zéggen : men moét; niet zorgen mr den motgttti 
Dit maakte ook , dat toen hij ftierf 'er zo veel niet over was 
om hem behoorlijk ter aards té beftellen , waaróm zijne goede 
trienden in alle herbergen daar hij gewoon wai te verkeien ^ 
daar toe opzamelingen, van penningen deden. — — A. Hou^ 
BRAKEN, Schoüyvburg y lU. D. bh 91, 92.- J. G. Weyerman^ 
I^ven der Schilders y III; D. bl. 258- 

BERGEN (GERARDUS v.^n), Ïs geweest itads mcdicijnê 

• . * » . • 

Doktor te Ant-werpen; hij ftierf den is-feptember 1583, cii 
heeft gefchreven: i. Camment. de Ilerha Panacèa. 2. De Pré- 
fervatione ÊP Curatione morbi articulariSy (f Calculi^ typis Plak- 
^'iNï,' 1563. 2fo. 3. De Péstis praférviéionei Ibid, 1565- 8vö'; 
Éf apud Bellerum, 1587. Jömo. 4. De cmfidtatimibus Medp- 
eorum: (^ methdicce Fjbfium eurationis, commentariolum. Ibid.: 
2586. ivD. ■ ■ J. F. Foppens, BibL Belg. p. 345. 

BERGEN (LODEWYK van), <iras lii hét Jaar is^g, dooi 
Prins Willem den I, aargefteld tot Onder- Admiraal deir 
vloot.' Meer andere Mannen van dézen naam ontmoet meh 
in de Vaderlandfe Gefchiedenisfen ; onder anderen , t^vee gebro©- 
iers, Jan en Kornelis van Bergen, die zig in het jaar 1488 
In dienst van Maxtmiliaan, Roomsch Kohing, bevonden, ett 
door wien zij, tegen Filtp van Klee^, ter béwaringe vaA 
Mechelen, waar in zijn zoon Filtps ztg bevond, afgevaardigd 
berden. Zij volvoerden niet alleen den last,- maar namen 
öok Pïlvoorden in^ en verftérkten hét tegen die van Bruffe!\ 
dat in de mact Vaii den Klevenêar was. Doch al hun bedrilf 
liras niet in ftaat om MaximiltaaiT vit zijne mofeiieiijkhedei!! 
te redden, . In heft jaar 1491 vindt m6A KoAnélis gemeld onw 
^r die genen, welke dé ftad Sluis aarf dé landzijde bezette^ 
icu i en in het land van Kadaant een (lerk bolwerk o;^rigtt&ni 

daé 



P5RGH. CFRANCK van den) j^i 

^at jBgter njct toereikende was, on} de njagt van den Kkvenaap 

tfi fnuiken. In het jaar 1500 bevond Heer Jan van. BEKCEif 

t\g tegenwoordig bij den doop v^n Kar£L^ naderhand Keizer, 

pn bekend lals de Vijfde van dien naam. Heer Jan van Be^jl- 

0£N bekleedde toen de waaidigheid van Afgezant des Hofs van 

firaba'nfL Onder alle de gefchenken, die de vorst ontving ^^ 

was geen van de minflen het Gouden Zwaard ^ 'dat hem dqos 

flezen Heer van I^erge^ vereerd werd. Bij de- huldiging vaif 

Margreta, laatst weduwe van den Hertog van Savoije^ al* 

Landvoogdesfe , in 't jaar IS07, bevond hij zig onder de E« 

jdelen te Dordrecht: zo ais ook een van deze broeders, in het 

?olgendc jaar , tot een der medeultvoerderen van den laatdea 

wil det Landvoogdesfe aangefteld werdt, die, niar alle waar- 

fchijnlijkheid. Heer Jan zat geweest zijn, vermits hij, bene-, 

irens anderen, als Raad en Kameiling der Voogdesfe, naar 

Engeland werdt afgevaardigd , om de dogter des Konings "yan 

dat Rijk , voor haren neef Karzl , len huwelijk te verzoeken. 

Jn 1513 was hij een van die, weike het verbond tusfen ï^axi- 

IMLIAAN en den Hertog van Gelder ^ uit naam van den eerst- 

geroelden, pödertekenden. in 1525 werdt hij genoemd JUdder 

yan^tGulde Vlies ^ waar toe Kornülis mede, in 1501, vcrha- 

Tcn was, bij de ondertekening van 't verdrag, gefloten tusicn 

de Konu:ginne moeder van Fraftkrijk en de Landvoogdesfe der 

Nederlanden 9 dat te Breda tot (land gebrast was. W.aar uif: 

jnen z'et dat hij tot de gewigtigfte zaken van het land g<^ 

bruikt is geworden. — Har^us, Jrtnales Brabant. ^ Tom. 

^. fol. 520. De Excellente Kronijk ypn Flacnderen, fol. 295. 
JklEERBs^ac, Kronijk f fol. 3. Groot Flakaatbpek , IV. D. fol. i^. 

EERGH (FRANCK van den) , geboortig van Delft , is 
-*eerst Raadsheer geweest in het Hof van Holland^ en nader- 
hand in den groten Raad te Mecheleni in welke (lad hij ii; 
1559 ïs oveiieden. Hij was een zoon van Klaas Frankensz. 
▼AN DEN Beroh, dic üi dei) jare 1511 en enige volgenden. 
Schepen te Delft is geweest Franck wordt onder de klasfo 
der geleerde Heden gerangfc^lkt. i ... . i » Bcfchf. der Jiad Delft ^ 
in folio, bl. C69.» BERr 



834 BERGItE. BEliailE?^; ' 

BERGfHE (ELIGIÜS van den), naar den tiji waar in hsj 
leefde, voor een geleerd man gehouden, i^ geweest Kanun- 
nik prebendaat op 't Hof in den Hage. Hg lleWe zig bg afte 
van den 23 junij i557> boige voor Heer Johan BLEECKERTi 
ook Kanunnik prebendaat in de ciomestike Kapelle vaji de Cö; 
Majt. Grave van Holland. — J. de RieMii^, Befchr.van 
*s Crayenhage y I, D. bl. 260. - ^ 

. BERGHEN (ANTONY van), is gewees^ Abt van S't. Bei\ 
tinus,^ Men leest in de Kei k van die Abtdije dit giaffchrift ^^^ 
het welk hem genpcgzaam zal doen kennen ; Hic jacet hmit 
memoria Rever, in Christ. Fat er. y Dominus Antoniüs de Bergis, 
primo Montis S. Maria in Burgundia , deinde S. Trudonis Leidierif 
fisy 6? tandem Imjus S. Bertifiiy Monajieriorum Abbas y 'qui ohiiit' 
amw iS^lf 22 jatiuariiy poflquam Jniic Mdi prcefuit annis 38 «l 
menfibus 5, diebus 26, cetatis Jiice aimg j6p liij heeft gefchr©- 
ycn: Hijioriam Ordirüs Equitum Aurei VdleriSy öuPiiiLirro Bo- 
NO., Ducce Burgundice fifc. amio 1429 , itiflituti^ ■ .. . . . J. R 
Foppend, 5ï&/. -Be/g. p. 70. 

'- BERGHEN (MAXIMILIAAN van), uit een doorlugtig 
geflagt gefproten, is eerst geweest Deken van-S^ Gumtnanis^ 
vervolgens Kanunnik te Mecheleiiy Briisfel enz:, voorts Aar ts.- 
bisfchop van KamcrijL liet volgend grafichfifc in de Hoofd-, 
kerk te Kamerijk geplaatst, zal hém voldoende aan onze lor 
zers bekend maken: D. O. M S. Maximujano a Bergis^ 
primo Archiepiscopo ^ Duci Cameracenji y Cmniti Cameralejii, Sacri 
Itf^erii Principi, q'iii anno M.D.LXF. Synodo Previticiali habita^ 
Concilii Tridéntini Decreta primus in Belgia "promulgavit^ deinde^ 
a Comitiis Imperfi udugujlce J^Jidelkorum revcrfus , aheram Synodum. 
T)ioccefanam habuit^ Fideni Catholicam cdverfiis nnfrentes hcerefes non 
minus feliciter quam Jirtnuè tutatus ejl ^ feditiofor'um hominum mo» 
tibus , fumma prudentia in limine compresjis. Tandem cum ex cele- 
bri comitatu. Amuje Aujlriacce Philippi II <, futurce ^eorjugis in Hi" 
fpaniam. proficiscentis , ipfe B er gis ad Zpmam fecesfisfetj apoplexie 
correptus IF. Kalendas feptembris Anno MJ).LXXX. Archiepisca" 
patusfüi XXy^ Jubito occubuit, relattt huc drfunSii cfirpore^ Lu* 



IBERGHEN. BERGHEYCK. " ^3^ 

1(S)yictis DE BarlaimoKt tjiis: fticcesfor R C. Tu- aninut , 6 kc- 
tor, bene precare. — — J. F. Foppet^s, BibL Belg, p. 88 r. .' 

BERGHEN (JPAULPS van), is X^ Nijmegen gpboren^ wa^ 
Pylester van de orden der Jefuiten, én is I^gc j^ren Zeudöj. 
iing in Holland geweest, het laatst te Leeuwtmien in Friesland^ 
alwaar hij is gpftorven. Men heeft van hem : tBeöerlcggcnbe; 
ïtatec&i^ttm?/ öeb|uftt te Bomnonbe in i6^6. — : J. F. 

FoppEX^s, BibL Belg. p. 935^. 

BERGHEYCK (ARNOLD van), bij enigen bekend onde? 
den naam van het griekfc koppelwoord Orydrïusy het welk berg: 
en eijck betekend; heeft zgn naam ontleend, van het kleine 
gehugt Bergkeijcky in Braband, vier uren ten . zuidwesten van 
EindJwyen gelegen, alwaar hij op 't einde van de XVde of iu 
het begin van de XVIde eeuw ter wereld kwam. Hem be- 
2ielde van der jeugd af aan een fterke drift voor het beoefFe- 
j3fin der fraaijc letteren; en nog maar een kind zijnde, lei h]| 
«ig met ijver toe op de gri^kfe taal, waar in hij het onderwijs 
genoot van Jakob Marin, Reftor in *s Hertogenbosch , en vej- 
yolgens van R.utge4 Re$cius , Profesfor in het kollegie van dó 
drie Talen aan het Hogefchool te Leuven. Zig in die taal zo 
wel ab in de latijnfe bekwaam gemaakt hebbende, ftudeeide. 
ihij in de Philofophie , en maakte 'er naar de eeuw waar in hij 
leefde , goede vorderingen in ; vervolgens wierdt hij een tame- 
lijk ervaren Theplogant, ingevolge het getuigenis van zljneii 
yriend Do^inikus Sylvius, die omtrent het' jaai- 1 514 en ver- 
volgens , gemeenzaam net hem verkeerde. Beröïieyck woon- 
de enigen tijd te Gem. bij een Abt van St, Pieter of van Mout' 
)i!ondiH\ waarfchijnlijk om hem voor Schrijver óf Secretaris te 
dienen. Hij verliet dit huis in 1530, en opende te '^///i^iwi^fi 
ene fchool tot onderwijs in de fraaije letteren, waar in hij cefi 
groot' aantal aanzienlijke jongelingen tot leerlingen bekwam* 
Zijne' onophoudelijke werkzaamheid, matte 'zijn lighaam zoda- 
nig af dat zijn leeftijd 'er dópr verkort wierdt, en hig in 1533 

fh clen bloei yan ajne jaren ten gravè daalde, Wij hebben van 

' -* 't , 

"hem : Stmtna linguct Gra'cce , ittilisjïma Gramm'aticm Gracam au- 



J^kanMbusi per Arwoldüm Orydriüm. Parif. Christiaït. Wr» 
(CHJELVS, 1538. 4^0. , De uitgave van dit werkje wi^idt bezorgfl 
lioor DoMUïiKL's SxL viL'fi, d\z aan deszelvs hoofd ene waar- 
fchouwing heeft geplaatst, gedagtekend uit het koilegi^ van 
Beauvais te Farijs den 4 mejij 1601 , waar in hij beloofd meer 
werken van Orvdsius in 't licht te zullen geven, welke y z;-gt 
bij, tm bewijze zullen ftrekken vm zijne diepe geleerdheid en bijna 
Cêddelijk verftanJ.* Orydriüs w^Jthet zijne toe, aan Gjerard 
CuLSBBOYCK , Abt van Mont-Blondhi , door enen brief, gedag- 
tekend: è ludo mstro AngianQ^ 1531; waar in hij vaa enigQ 
Geleerden van Gent fpreekt, die hij noemt: eruditisjimos vp- 
ros .... • JoANNEM Gaut£rlm, Ijjdoviclm Misdachum, 
è? Blaserilm, triftiarics Senatores ; JoANNtM Cortium, prinK^ 
rium Advocatum ; AuDcMARtfM Edingum » Senatus doStisfimum 
Scribam; Glilielmum Valum; GeraröüM Rymium, Juvenem 
latinéy gracé^ (^ litbraicé dücHs/ifhism, beiipvens nog een groot 
tantal andeien. Ajin het flot van dezen Bripf , zijn drie griek- 
fc gufichriften gepUaut , voor Niklaas Uitenhoveïj, het 
eerde is van Desid. Erasmus, het tucde van Orydrius, het 
derde van JLivirfus Akmonius; hi'pi is nog bi;gevoegd, de la- 
tijnfe vertaling van Jan Co^'sard. ■ . - F, Sweertii, AJt^ 
Belg. p. 144. Val. Ai^dr,, Bibl. Belg. p» 85. Fa^^uot, Aïenu- 
Kuer. Tom. Vil. p. 131, 

BJERINGHEN (RUDOLF vaj?) , ontleende zijn naam van 
Jiet kleine fladje Beringen in Lmkerlarut^ alwaar hij in 'i iaats; 
der XlVde eeuw geboren wierdt. N^ zijne eerde lecteroeffe^ 
nlngen volvoerd te hebben, leide? hij zig tc^ op de wijsbe- 
geerte , en wierdt Meester in dg vrije konden ; vervolgens op 
de Theologie en bet kei keiijk regt. JDü do^aorale waardigheid 
in die laatde wetüjifchap bekomen hebbende , verhreeg hij de 
pastorie van Eips^ een dojp andeihalf uur ten oosten van 
Leuven gelpgen. In 1428 vertrouwd j hem de Regering vaa 
die ftad, eea leerdoel in het kerkelijk tegt, aan de Ho- 
gcfchool ruim een jaar te voren aldaar opgerigt , op eno 
jaarwedde van 50 muntftukken> Plecken genaamd > di(» beoi bij 

tie- 






\ 



BERK. BERK/ (DIRK) S37 

,tl(ir^d^etls jai|:en moesten betaald werden ; heft eerfie tern^iiyii 
verfcbeen den 8 ièptemher , en het laatfte op St. Jan van hee 
volgpn^ jaar^ wa^r na het fchÉst , dat Rpdolf naar zijne Pas- 
Corie is te rug gekeerd. Den 8 januarij 1441 , maakte de 
zelvde Regering een nieuw accoord met hem, waar bij zij aan* 
rién om Jicm in 't vervolg löo guldens jaarlijks te geven. Paus 
EüGENius DE IV. in 1443 fommige prebenden van St. Pieter te 
Lewen bepaald hebbende, om enige leerdoelen in de Theolo* 
gie en het Kerkelijk-regt te onderhouden , verkreeg onze Dok- 
tor 'er ene van, en verbond zig, om jaarlijks die wetenfchap 
te doorlopen , zijne lesfen op zon- en feestdagen venigtende, 
of wel op zodanige tijden, dat 'er geen andere lesfen gegeven 
wierden. Beringhem nam dezen taak waar tot op zijn dood, 
welke te Leuven voor\^el den 4 oélober 1459. Men heeft van 
hem, I. Confésjitnale y fuper cap. Omnis utriusque, extra de 
Pienit. 6f Remsf, 2. De celehratioae Misfarüm. 3. De Baptis* 
tno (f efus effeSu. 4. De ISmftro Baptismi. 5. 'Reportata ad 
Clementinas, Deze verhandelingen worden fn gefchrlfte be- - 
waard bij de reguliere Kanunnikken van St. Mar$ijn, te Leu* 

•ven. Val. Andr., B«W. Belg, p. 785. J. F. Foppens, 

Bibl. Belg. p. f051. Pa^uót, 'Memdr. litterair. Toto. XI. p» 

BERK, is de naam van een oud aanzienlijk geflogt, oir« 
fpronkelijk uit JGeefsland, dat zig te Dordrecht heeft gevestigd, 
en waar van "wij aangetekend vinden: dat Jan Berk is ge- 
trouwd geweest*, met Aoneta van Düsseldorp, wonende 
belde tot Emmerik f en lietëh na twee zoons, Hendrik en 
MATinrs Berk. Hendrik trouwde met Lucretia van Jeukk- , 
REN , dogter van Dirk van Jeukeren en van Geesjen Fep- 
DERS, beide van Wezel; zij verwekten vier kinderen: Woo* 
TER, Dirk, Anna en Arend Berk. — M. Balen, Be^ 
fchrifving van Dordrecht, bL 939. 

o 

. . BERK: (DIRK) , dQ tweede zoon van Hendrik Beiik en Lt^ 

eRETiAVAi^ Jeukeren, heeft ter vrouwe gehadt, Iïrkenraao 

VAN Bi^kenrpde, dogter van Jan vaxi B£iuuenrod£« oiffpron^ 

XI. Deel. Y te* 



33i BERK. (DKK) . BBRt CGERRIT) 

I 

kclijk van Haarlem en van ElaEB^TU Bisscflö?s, yan iïöflf^r- 
idw, bij ^'qn hij zcvcn kinder^teelcte; Jupn^p, Lvcj^ErtiA^ 

M. Balkn» Z^rk/. 



.r^ ' ƒ!. 



pERK (DlRK>r piidflq. zppn van J^ham B^^b: ^n J^hanna 
VAW Di£M£N r is geveest Seoietaris yan de Wecbkameüc in 
1635, wierdt priffier. d^r Munt& in 1636, Raad in 1638, in 
1643 Schepen, en in i6s3 Buriieroeestor van fs Hqren wegea 
ie Dordrecht' Hij trouwd^ den 6 no\ember T635, ^let Jóhan* 
UïA Pï. RpovBiRE, dogter van Pompejus de Rqqvere, Schout 
van Dordrecht, en yan Margareta Muys van Holy, waar bij 
hij dej volg^.nde agt kinderen verwekte: i. Eeadqgter gebo^Qa 
den 4 december 1(536, ftie f kort na de gebQoiLq. 2. Mar- 
OARETA Berk, geboren den 16 januaiij 1630; o\t?i ledtin d^n 
6 meij daar op \olgende. 3. Tohanna Berk, geboren den 10 
april 1639; uouwde in 1658 mcc Mr. Enge;i,bert Kettler, 
Raad yan Geqkg. KRis-i^-jAXti^iü^orst vslu Oostfrieskhd^ welk^ 
den II meij 1676 overleed, na tien kindeien bij h^ar verwelkt 
te hebben. 4. Pompeju? ftcRK. 5. Johan Berk , ..vroegtijdig 
geftoivcn. <5. JoHAJT Berk, éXt, volgt. 7. Margareta Beric, 
geboren den 7 meij l6^6\ trouwde in feprember 1677 met 
PiETER LiENS, Balljuw cn Pijkgiaav yan Oudr en Nieuvf. Vos- 
maar^ dit bij haar een zoon met namc^ Apriaan verwekte;^ 
6. Dirk Berk, jong overleden. — M^ Balen, ut fupra, 
bl. 942. 

BERK (GERRIT) , c'cjde zoon van Dri^ic Berk en Erken- 
RAAD VAN Berkenrode, is, Secrp.taris geweest; v^P de Admiia- 
liteit te Rouerdatn; hiy huwde, met Lidia yAN Diemen, dk)g- 
ter y^n P^trr vjq? Dimmen en van Marpa^xa yAN B^y-_ 
MOKT, bij wie hij negen kinderen verwekte: i. Margareta 
BERr<, ge;rouwd met Pieter B^seuers, te Middelburg. 2. 
X^iRK Berk, in T640 Raad in de Vroedfchap te Dordrecht 
<mgehuwd overleden. 3. Embrrntia ?erk. 4. ^meRenti^ 
BerKm 5. jAKp3 Berk. 6. Josawna Berk. 7/ LuoRJrri^ 
BfiRK > getrouwd geween roet Mr. Waltserus van Dtó PpoR* 



BERK. (HüYBERT) BERK. (JOHAN) .ggj 

m, welke drie kinderen bij haar verwekts. f 8. Jakob Bb&Ki 
^. Bwc£NRA4P JBfiRu;. — «— . I^jl. Balen» la^fapray bl. 944. , 

BERK (HÜYBERT), de twede zoon van JVIatthys Bewc 
^n Wii^HELMiNA. Tak, trouwde x&'Middelbtsrg 'm Zeeland^ aan 
Jakomïna Schoonenboom, cd verwekte bij haar agt kiude- 
jen; jAKOMiifA, Wilhelma, Maria, Anna, Jakqb, Hut- 
3ERT, Matthys en Johan Berk. —— M. Balen, utfupra^ 

fel. 950» 

BERK (JOHAN) , d© tuwd© zoon van Dirk Berk en van 
lERKBNiaAAD YAN Berke^boob; wlei'dt in 1Ö07 Aibftituit Se- 
ia-etaris, in i6i3'Cj>iffier der Munte in H^Uand^ en in 1622 
Schepen en effedtiéf Sectciai *'v^n de Weeskamer, in 1633 
Thefaurier, en in 1650 Buriiemeester der ftad Dotdreck. Den 
^5 meij idó7 , trouwde h j met JöHAimA van Diemen, dogter 
Tan Jan van^ DiEMEN^n van Margarbta van Bbaumont, bij 
wien bij agt kinderen Verwekte: it Mr. Dirk Berk, a. Ja- 
KOB Berk. 3 Emerentia Berk, welke den 29 feptember 
Ï638* huwde met' Kristiaan Snellen, Heer van Werkendcmu 

4. Maroareta Berk, trouwde den 12 oélobér 1640 met Jo* 
HAN tiALLiNCQ, :die eerst Raad, v^volgens Schepen, en In 
1664 en i6($8 geweest is Burgemeester der ftad Lhrdrecht. 

5. LucRETiA Berk, jong overleden, 6. Lydia Berk, insge- 
lijks. 7. Nog ene Lücretia , mede zeer jong geftorven^ 8* Ert 
Xenraad Berk, den 27 februarij 1646 getrouwd met Mr, Jck 
ïUN Repelaa^' ■ M. Balen, u$fupra^ bl. 941. 

BERK (JOHAN),. aoon ^an Dirk Perk en Johanna djb 
RoovBXE^ geboren dep'2jB augustus i<543> is geweest Contra- 
irolleur van 4^ convo^en en licem^en te» Hpem; x$ tweemaloi 
gerouwd geweest; voor ft eerst» op dmn 15 meij 1668^ met 
zijne nigte Johanna Siiellbn , dogter van Jan Snellen en 
Embremtia Berk,, bij wie hjj |we© dogte^s heeft verwekt, 
Johanna. en Emerbntu Bj^iki #jne ^wüde i^r^uwe was Mar- 
caheta Masier , b$ WieQ tig gseoe jündmn beeft verwekt; 

Y < ■ BERK 



34» gKRKr (JÖHAN) 

BERK (JOHAN), eerde zoon van MATtHTs Berk en v^ 
^IL^ELMIN^^ Tak, is te Dordrecht geboren in 1635. HiJ biaM 
kleqide in jijne X^aderftad yan de jarqp ^591 af ;ot in 162» 
|ngef]oten, de aanzienelijke waardigheden van Secretaris, 
'Scliepen, Penhonaris enz. In 1607 Penfionaris zijnde , werft 
hij benevens Jakob van Malperen , beklejdende de plaats van 
den eerfte Edele in Zeeland^ als b|uicent.ewoone Gezanten naar 
Engeland, gc^ondfen; zij deden aan Koning Jakob, d.^ van' 
dqp Staat der V&tenigde Gewesten nader berigt verlangde , bre- 
4^ Ppeiïing beWe van de magt en inkomftpn, die tjians (w- 
\Xtr\% tien iniI|loenen in 'f jaar beliepen, en yan dp la?ten van 
.<}eq Sca(|t; yei tonende tevens, hoq ypei 'er naar 't oi.deel 
yaii yfiLLm Pm I, Prinfe vm Oranje, ^n van den Raad van 
St^tep , te kcrt fthoot , wn den pprlf^ piet hoop van ci>en 
goeden uitflag, te konnqq yopn^etten. De Koning gaf hiui 
ipet algemepe bewoprdingen tp ypiila^n, dap hij de zaak zij* 
ner Pondgenoten ter harte zo^ nem^p ; dan ga^rnp zou hij ger 
zien hebben , dat zij geen verdrag begerende te (linten na^ 
zijnen zjn, nog enigen rjjd in oorlog g^bl^vgn. wakren. Rij 
bevjpgdde lig^elijk, dat hier yan zijP eigpn v^iligh^id en de 
belipudepis yan lerlofufj giotendeels afhing, 99 lang. hij zig 
nipt nader verbonden hadt met Spanje; do^h |Uj begreep'' Re- 
yens, dat het den Staten meest pntbrak aan g^ld, welk U9 
|mn tot nog toe, nimn^er v^rft^ekt hadt, pn pok tegenwoordig 
|iie^ wist te bekomen; hij zag derhalyen wel, dat bet hep 
kwalijk voegen njoest , te raden tqf den porlog. Nader|iaj\d 
bekleedde de Dordfe Penfionaris nog andere gezantfchappen , 
öls naar Denemarken, Engeland en de rcpublijk van Venetiin* 
Hij is tweemalen getrouwd geweest, hel eertt met Erkenraad 
van Berkenrode, weduwe van zijnen neef Dirk Berk; de 
twede yas Maria Buysen, dogter van Dr. Kornelis Buvs- 
6EN, Schepen te Breda en lijfmedicus van Prinfé Maurits 
van Ormje\ en Maria Manekops; Bij de eertte vrouw heeft 
hij vier l^inderen vemekt, als: *i. Uatthys Berk. a. Do- 
^othea Bei«, getrouwd met'JosEF Köeimans. 3. HuYaERT 
BerkV Ridder van ». Markus tn Eapljoin te Venetië, nader- 

;■ ■ •^^\'" ' ' ■ ■ ' \^md 



BERK: (JOHAN)- BERK; (MATTHlTS) sa 

snd Schepen tr DördrAht; lè den 26 meij i<$4$^ bngèhütv^J 
bverledeht 4. Agntiït Bekx; is getrouwd geweest met Pto£K 
VINDER BüRd; Schepen en Secretarie te MMèlbutg b Z»* 
iawrf: Hij ftierf den ïf augustus 1627^ oud zijnde 62 jareii 
en ruim 3 niaandeh ; zijnde in de plaats zijilér geboorte it( heè 
ferniilfegraf van Bkrk begraven: Onder Eigne afbeelding, uit 
wit Italiaans marmer gehouwen ,' leest men- dit ondcrfchrifti- 
j^uod h fui ^ fiifk ^uod eris: £h op eetl zwarte LHna^fch'e toet- 
tenen tafel-, in vergulden letteren: Htcjitia eftf Vlr gtnéh 
noMtif^ fedanirho 'Hfmeque nbbiiièr; JOAimss BëkKIUS^ 3^. C: 
In Utbe hnc ndtfali Am. XXHL PMus a ConJUns; Syru^s ö* 
ü ^cfèHs. pufnpe Mini& faec oUit Prcepèhaiyim Foédêfatd 
JBelgka Ofdihum tA' ad RégeS Ughüs; Üi ad fe^emsfit/pié Mag- 
m BritaimuB Regem JAcobüm: A quo virtiOis ergo j Efueir öw- 
katus creams eji. Jtque itertm ifgatus ad CtiRisriERNüii^ IV; 
Vsma Regem, Postea aiaem in Hdlandia Curie Senator dejignor 
MS. Et 4d ^éenüjimam Vemonm RiMpW. thgdtiSS prtfp'é per 
ïfain{uenHinmi Unde Patria fuïfrum timote diu d^derata-, f^P^^ 
füe posttdcfta redeündi Uccepta potende ^iitj^g:An.M.DC.1![XFI f: 
Redüx, JÜCimda Liberonm aéfet^^umque gratidationè \ /tmkoqui 
€iviïèn hpplaufu; exrceptu}i (Heu brtve gkuditm) die xvilï^'ui* 
Üérh Menjis ïngenti fuoru^ s^ dvium moertfre terras relifult. An» 
hès fiatia LXII: Menfes IIÏ. Dies XV. ^ — ^ M. Balend J5tf- 
jbMjv. -skn Dordrecht^ bl. 134, ij 5. 945, WageN., Vod; Hift: 
IX. D; bl; 274, 275. 

BERè (PHAn), zoon van MATTHfts Berk éii ALiDAi»^ 
KoovERE, is opvolgel^k Sdhêpén, Seèretaris èn fénfibriSfis 
gedurende de jaren 1^50 tot 165 5 ingetfotèh, vili de ÏMé 
Üordrectm geweest; hij irouwde met Lucretia Ruiscfl; SBm 

verwekte 6ij ïiaar gèèhe kindêrfeii; -^^.^i-i i/L. BkLBti^ ü 

i ' ' i-i * - ' > I 

Jupra, bl. 949. ' 

BERK (MATTHYS) i ortdftd zodft van Riddej Jöhlan Be»! 
èh Erkenraaï) VAit Breixerode , is ook Ridder geweest èii 
'^tïjhea van Godfthalk'Oird, voorts Sthef^A ; daar na' Sècrc- 
tari« en eindelijk hi t6s4; Wnfióüaris der üÜ DérdtécÜi.iïJ^ 



!♦» 



BERK (POMPEJÜS) 



trouwde met AltDa de Roovere , dogter van PompeJd$ fit 

RoovBiiE, Schout van Dordrecht en Margaaeta Muts VasI 

Holt, bij wlcn hij negen kinderen heeft verwekt: i. Erken* 

lAAD Berk, vroeg overleden. 2. Maroareta Berk, ge* 

trouwd met Mr. Johan vaw jxrk Burcb^ Heer van Memands^ 

vriend , Burgemeester te DorUreck. 3. Mr, |ohan Beric^ 

4. Erkenraad Berk, jong overleden. 5. ËRKsifRAAD, jong 

overleden. 6. A.v»a Berk, jong overleden* 7. Areki^ 

Berk, jong overleden. 8* Poupejus Brrk^ q. ÈtKENnAAi^ 

Berk, trouwde voor de eeritemaal met Mr. Adriaan Skoxjk 

in 1667, Veertig der ftad EhrdrecH^ vöorti Welgeboten of 

Mansman van den Hove en Hoge Vierfchaar van Ziddholland; 

en voor de twedemaal , met Hugo van Arkel , Burgemeestet 

en Bailjuw yan Schoonlmvcn* .— M- Balen y ta fupra^ 

bl. 948- 



BERK (POMPEJtTS), jongde zoon van MATtntè Bemt 
en Alioa de Roovere, is opvolgelijk Agt, Schepen, Veer- 
tig en Burgemeester der (lad Dordrecht geweest; voorts Dijk* 
graav van Mijns-Heren Land van MQerkerken 9 Goidfchalkeird cm. ^ 
Hoogheem|;aad van de jÉblasferwaardy Gecommitteerde in de 
Admialicelt te Rotteidam^ en meermalen ter vergaderinge van 
de Staten van Holland. In de verfchillen tusfen de Roering 
der ftad Dordrxk en Prins Willem de III, hieldt PoMPEjitf 
de zijde van den Stadhouder. Dit verfchil hadt zijne oirfprong 
over het maken van ene nominatie van Agten; om bier van 
enig b^ip te geven, achten wij niet ondienflig onze lezen 
te berigten: dat voor de revolutie van het jaar 1795:^ de 
Vrocdlcliap of Oudraad te Dordrecht uit 40 perfonen beftond, 
bg welken nog agt wierden gevoegd, die door den Stadhouder^ 
uit een driedubbel getal, welke door de Gildens plegen be- 
noemd te worden, verkoren werden, of om op zig zei ven, 
pf liever nevens de 40 Raden, de Gemeente te verbeelden; 
voorflagen te doen ter verbetering der ftad , en te flemmen in 
de verkiezing van Burgemeeste en. Zij droegen den naam van 
Goede JLidden van Agten, en bragten famên twaalf üemmen 

uit- 



§ERK. (PÖMPEJÜS) §43 

trff, öitt <iat 2l\ in budè tijJèö tlït twai'f pöiÖB'éii, plag&n té 
■beftaaiii Dè Gilden dié 31 in' gb^il waren; hadden iü 'oftoA 
bér des jdalrs i6è4; «J^ gearconlijké \iominatfe Van 24. pèrf<> 
^én g^dain; die ^obt 't Geiègt dén Piinfe tüfegèzönden was; 

^W 'er dfe '>^gtifi uit te vei-j?iezen; dan iijne Hoogheid; Üoot 
|>ÓMPKjüS Berk én Samueü ÈVERWVN ; Öud-Burgemeestei?! ; 
bij gelbhriftë verwittigd zijnde van de ongei-ègèldheden'; 'éié 
jbunibes olidfeel&'} !n 't.(}o6n dèrnomiilatie hegzan was, da^d^ 
^ins', als Stadhouder het iregt te hebben ,- oni tot onderzoek 
fenë kömmisfie uit het Hof van Üolland ndar Dordrecht ter een* 
^deii ;• dan dé Regel ing Van dé jlad het vol houdende ; moesten 
èij ïot tweéiiialèfi toe ónvéirigtér izake tftfo 's Hoge te hig ke- 
ien: Doch Prfna WiLLEiï io gemakkéli k iïjhh heerszugtige 
ïns^igtèn niét raténdé varetf, wist-na ingenomen ad vijs van het 
Hof, waar vÜi dé meeste leden Van zijnè hancf vlogeü'; het 
feodanig . te beleggen l dat nüetcegenftaandè dè zaak vbof dó 
iStatèri was gebragt, 'er ten dèrdenmalen ène Comtntófie vaii 
Örié Raadsheren en 's Hqfs GriiBef haar Dordrèela werdt ge* 
ftöndén? en tegen s de wille en het ^nbegèn'def RégeTii:ig 
aan , höt vcxSrgenomén onderzoek de !en , èn het zddanig bie- 
feidén ,^ dit de Stadhouder vólfcomen zijnÉSn zin kreeg. Indien 
faen het beloop dei* voorafgegane zaken , welke dot^f 'sland^"' 
fee 'chiedfchrij vers van die tijd ihéiegéJeeld worden; met aan- 
Öagc gadéflaat; M meti zonder vermetel té zijn; hatuurlijlC 
fcóêten beüuitën; likt de voorgewende ongeregeldheden; eiï 
feet doen dei- nbriiinacié tot de verkiezing der Goede Luiden wwi 

, yigten te t>o)rd!rech; enkel een ppgeworpen balleqe^ was; óm 
fcet bepaalde ontwerp van Willem den Hl ; ten eindé z\% 
Wfommige fiLegéntén; die eed en ph*gt bctragtende, Uki 
in aller iljnii maatregelen wilden treden, uit den wég te rul- 
tnén ; want kort geleden'? hadt hij op ene willél^eurige Wpe 
iégén ie Jen dé Heitf niét aangenaam waren, uit de Vroedt 
fchap te^ ÜirecJi ontzet , cn afhangslirgen van hem daar Voor 
in de'' plaats aangétteld; en zo als Hij te Ëêrdreck gehandétó 
hadt; deedt hij omtrent gelijktijdig oöt tji Leijden; verkiêVé# 
éé net perfonèn tot Schepenen ; bditen de tiöiói&ïóèo S^n*; 

Y 4 mS^ 






344 BBRK. (NIKLAAS Va») ' 

r 

migen verhalen, dat de Raadprafionaris Fagel, geeo genoe^ 
gen Tcheptc in 't gene zijne Hoogheid te Dordrecht onderno^ 
éomi hadt» ta dat de Prins hier toe voornameligk aangezet ge- 
weest was , door den Here van Halewyn, die op eigen be- 
vatdemg bedagt. Burgemeester Arekt Muts vak Holt, op 
wien zijne Hoogheid misnoegd was, om dat hij in gemoede, 
fierk voor *t Beftand geijverd hadt, zogt te doen ontzetten 
Tan de Regeringe; en die voor zig zei ven op 't Raadpenliona- 
xisfchap zon gevlamd hebben; 'ook vo^ men bier bijy dat 
Muts Haat gemaakt hadt, dat hig door Willem vastgehouden^ 
en naar Loeveftein gevoerd geweerden zou zijn , en dat hij zig 
des getrpost zou hebben , indien 't gebeurd ware ; doch of 
snen dit niet dorst wagen , is onzeker; doch vast gaat het e^ 
Cer, dat Muts, <er voldoening van wraak, het volgende jaar 
uit de Regering wierdt gezet. 

Wij keren na dezen uitllap te rug, tot Posifejus Beric, om 
te berjgten, dat hij is getrouwd geweest met zijne nigte. Mar- 
caHeta de Roovere, dogter van Pieter de Roovere, Heüe 
van Hardinxvelt, Bailjuw van ZuidlMandy.cti van Sophia de 
BtvBRSN, b^ wien hij tien kinderen heeft verwekt* ' 
NegBciat, du CofKte t^Kwkvx^ Tom. IV. p- ^15. 117. 121. 123. 
fl48> 307. Tom. V. p, 232. WAGEisr., Vod. Hifi. XV. D. W. 
^59-279. M. Balen 9 Befchr^ngvm Dordrecht ^ bl. 950^ 

BERK (NIKLAAS van) , lid der Regering van de (fad W- 
#erk, was in 1608 een der Gemagtigden, om in *sHage met 
Spinola en de vier andere Spaanfe Gezanten, over het fluiten 
van ene vrede of befland te handelen; in 161 1 werdt hij uit 
ket lid der Gekorenen ontflagen ^ en zedert buiten bewind ge- 
houden, tot in 1618, wanneer Prins Maurits hem nai 't af- 
danken der Waardgelders de Utrechtfe Roering veranderende, 
bem in Rijzenberg tot Burgemeester aanftelde. In 't jaar 1619 
wierdt van Berk onder de befchuldigers geteld, die tegens Ol- 
DENBARNEVELT eu Uitbnbogaard getuigden; dan deze laatfte 
beeft hem op de voldoenendde wijze wederlegd , en middag- 
Uaar getoond, dat Bjerk :bz zei ven heeft tegengbfproken. In 

de^ 



BBBLKEL- (ÉNGELBERT FftANCOlS va*?) 345 

ée Historie der RegtspleglDg van OLDEütBARKEVELt i leest 
men, dat deze Berk tUendig is <ymleden\ en dat zijn afflei^ 
ten, kort voor de uitdag;ing van Uitextbogaaio) i voor Chris- 
tus regterjioel, dus jammerlijk zou gevolgd zijn. ■■ Leven 
ym UrrfiNBOGAAEOy bl. 253. Beamdt, Hijiorie der Regtsple^ 
ging (fc. bL 3*2- Wagek., Fade Hifi. IX. D. bl. 321. X* 
D. bL 234é 349' 35a« / 

BERKELof BERCKEL (ÉNGELBERT FRANCÓIS tAtf% 
broöder van Pietkr Johan van Berckbl, Raad en Burgemees- 
ter "VKTiRmerdaimy en eerfle Gezant van de Bataaffe republijkblj 
de verenigde Stalen van Noordr Amerika y is geboren te Amfteldtm 
denSoétober I72i5, uit een aanzienlijk i/o/Z/mirgenagt. Hijhadt 
tot vader Engel^ert van Berckei:, die geweest is Burgemees«- 
ler. en Hoofdofficier van Amfiels grote koopftad, en Bewind- 
hebber der Oostindijfthe kompagnie aldaar; zijne moeder ene 
aframmeling van de aloude familie der Hogendorpen , dro^ 
de voornamen van Theodora Petronella. Van Berckel 
oefiènde zig in de grondbeginzelen der letterkunde en talen 
ian de lat^nfe fcholen van z^ vaderihd, en maakte daar in 
ft)oedlg zodanige vorderingen, dat hij nog zeer jong naar het 
Hogefchool van Utrecht trok, om 2^g aldaar verder in het be* 
oefFenen der fraaije letteren en wetenfchappen te bekwamen. 
Ook ftudeerde hij met zo veel ijver en no^te vlijt in de 
regtsgeleerdheid, dat hij met een uitrekenden roemi op den 
15 augustus 1748 tot Doktor in beide deregten wWdt gepro- 
moveerde Hier op verkoos hij 's Hoge tjot zijn woonplaats, 
ten einde aldaar voor de Hoven van Juflitie de praktijk uit te 
oeffenen. Het duurde ook niet lang, of van Berckel maakte 
als Advokaat veel opgang, beijverende zig ongemeen om zij6e 
Cliënten wel te dien^ ^ en daar bij ene proefhoudende eer- 
Jijkheid in agt nemende. De fnipperuren, die hem van zijne 
praktijk overfchoten , beiteedde hi} met de uiterfl& nauwgezet» 
heid om zig vordeir niet alleen in de regtsgeleerdheid, maar 
ook in de (laatkunde te bekwamen, in welke beide vakken, 
men getuigd vindt, dat hij zeer ervaren was sn uitgemunt 

y 5 heefc. 



I 



I 






S45 ÈERKEL. CENGELBERT FRANCÖlS viüj 

.hééft, bok wierdt zijn haam hféi^ door bieraémd; zó dat èè 
Regeerders vslt) j^m/leldam hem in augustus 1762, tot haren 
Penfïónaris aariteldén ,^ in weken imirwigtigén pósti diêhfrt 
2dhdèr onaangenaamheden en hindei'pisfeh voor Hem is ^' 
weest; doch daar hij zig altoos met mannenmoed heeft döorgé- 
votfteid, hij is vëi bleven tot in 't laatst van feptembef 1787; 
als wanneer hij kort na de voorgevallene revolutie; daar vöoï 
fceeft bedankt. 

Een ieder dié geen vreemdeling fn 's fends gefchiedenisfert 
is, weet; dat wanneer tn 1778 de Noord-Ammkaar^e étcdeti 
boor Frankrijk voor een or^hangëlqk Gemenebest waren tef- 
klaarcl , én een verdrag met het zelve hadden gefloten ; dczé 
iieuwé Republikeinen ook zogteh, ónze Gewesten, óöói ï^'d 
verbond van vriéndichap en koophandel aan zig te veiplig- 
ten; William Lee , werdc tot di^n einde als hun Gezant her- 
waarts gezonden; om daaromtrent voorilagen té doen, welke 
flaar van opening decdt aan den j^mfteldamfen koopman }\ji 
De NeufvillEj welke hier yan kennis gaf aan Burgèmeèstei-eii 
vai*die ftad; Dezen begrepen; aan de ene zijde, dat hét öri* 
mooglijk was; dewijl dé Noord- Jmerikanen i door Engeland i 
Dietiegènftaande de toenmalige onderhandelingen tot ene ver- 
zoening; voor geen onafhangel^jk volk erkenc} waren; ënTg 
toorftel ter vergadering van de Staten van Holiand; toi bet 
aanvangen van eigenlijke onderhandelingert: óver dit ftuk te 
doen; doch zij hielden zg van de önderé zijde; niét miii ó- 
vertuigd, dat het; uit overweging d&r dagelijks toenemende 
Daijvér, ten èanzféh van den handel en zeevaart deaer lan- 
den,* hun onvermijdelijke pitgt waö, van dé openingen doo^ 
den Atnetikadnfen Kommisfaris gegeven; zodanig een gebruöt 
te maken; als de geftddheid van* zaken gèhengdé en in hun 
vermogen ftondt. Ovfereenkomftig hier intde ; gelastten Bur* 
gemeesters- hunnen oudften Penfidnaris-; onzen van BercIcel; 
om aan Lee te verklaren: ;, dat bijaldien dé aangevangëne 
f, ondei-habdelingen uisfen Engeland tn Nbord-Anetikèi geen 
„ uitfloitende bedingen 'ten wadelé van de^ Kepublijk zoudetf 
„ hebben , Bur^emeesoers als dan van liunné zijde, zo dri dé 



ÈÈflKÈt. (ÈNÖÈLBÈRT FftAf^C<)iS va») 347 

ji anafhangelijkheid van Nbord-Jmeriktt, doet Engtland crkeöci 
I, zpu asijn ^ alles zouden aanwenden , wat in hun vermogen 
\y, wtó^ öm het cïommertie-tracbaat ^ zo als het zelve dan önt* 
I, worpen eü goedgekeurd zoude zijn, bij de vtrderc Ëohdge- 
ji noïen tot vastheid te helpen bre gen." Ook was door vaw . 
Berckel met kennis van 'Burgemeesteren ,^ Jan de NEUFvitLE 
tó werk gefteld, om de handelingen met WilLiam Lee voort 
te zetten, en met denzelven een ontwerp van een commercie* 
Craélaat fiwncin te (lellen ; het welk zo dra de erkentenis van 
de onafhargel^kheid der jémerikaanfe Staten door Engeland, daar 
tou mogen zijn; tot een voorwerp van ovei weging der Staten 
van Holland i door de ftégC^ing van Amjieldam zou kunnen 
woeden voorgefleld. Dan ene zeer onvoorziene' gebeurtenis, 
^deed dit geheim ten tweden jare aan den dag komen.* Henry 
Laurehs namelijk ,. gewezope Voorzittó* van het Amerikaamfé' 
Congres i M\t Amerika herwaards overfleken e» wierdt door een 
Engels fregaft genomen,- en fchoon h^ een doos met papiéie^ 
over boord faadt gew<£>rpen, wiördt dezelve door de Engel/en 
opgevist, doordien bij mangel van geen genoegzaam lood daar 
aan gehangen te hebben, de doos te ligt was om te kunnen 
zinken', en het was in deze doos dat men onder meer andeie 
papieren, ook de onderhandelingen van Jan t>£ NEUFViLut 
net WixxiAM Lee vondt. 

« Bijster vdel geti^ maakte deze zaak in Éngelaiid, en bet 
mangelde aan de zigde vaA deszelvs Staatsbedier, aan geen 
Isware klagten en bittere verwijten tegens de Ferenigde Gewes- 
ten en derzelver Befluurders ; men wilde daar aan de gedaante 
der misda^ van gek)\retile Majc^lleit' des Konings van Enge^ 
land geven, en als ene fameiifpanning met de wederfpannelin* 
gen der Bntjè krone doen voorkomen. Hadt Amjieldam van ' 
den aanvang der onlusten af aan, zig minst naar de inzigten 
van Engeland willen fchikken, de Regeerders dier ftad kon 
flien nu brandmerken als aan ene hoofdmisdaad fchuldig, en 
de (trafoef&ning eniger leden , onder bedreiging van enen oor- 
log vorderen. Vak Ferckel hoewel hij klaarbJijke ijk , flegts 
als Minifitei^ de bevelea zijner pxincijpalen badt volvoerd, 

wieidt 



i^ê fiERKEL (Èr^GËLBERT FRAi^CÖiS VA») 

Wstdt fetèr |«rfonéel het ^motWtipi t6geö 't wélk da téf* 
gramde Stadhouder en het Bngelfe Mlnifterle»' huntien vyiléü 
zwaJder uitfpuWden. Yorkjs dè Engel/e Gezant ; leverde 
op den to november 17809 een vertoog ih ter vergadering 
van Hun Hoog Aiogenden ^ waar In ene opilapeh'ng van al 
tvat nijd en tomeloze kwaadaartfgheid Kaxi verzinnen,- wa^ 
Ce vindcfn. Ook wierdt onder anderen , van w^gen den En* 
gelfen Koning niet minder geëist: ,, dan dat de Pqgüonarit . 
4, VAN B£RCK£L en deszelvs medépligtigen, openbaar zouden 
,4 geflraft worden , als verlloorders van de algemene rusü en 
„ fcheufers van het regt der volken." Men vondt 'er zelvj 
bier. te linden zo fel op den Penfionaris en diè verder dó 
hand in deze zaak gehad hadden , gebeten , dat zij beweerden : 
,, niets beters te kunhen uitdenken ,. dan éie genen , welke 
i, deel hadJen hi hdt beramen vafn dit ftrafwaardig ontwefp,' 
„ naar Engeland over te zenden , op datt de Koning nasrr weN 
i» gevallen , met die fchuldigen mogt haftdelen." Dié fnboê- 
zemingen , zülkè , en foottgeipe verregaande gèzegdèns , wa* 
ten voorlopers van *t gene Yorke verder in de gemelde mer- 
Biorie a^ Hun Hoog Mogenden inbragt ; wfltnt naar gewooiï- 
te 's Konings vriendfchap jegens deize Geweiten," tot walgenis 
toe opgevijzeld, en dén naïuiu'lqkèn vijand van beiden, gelijk 
hij Frankrijk noemde, op 't hatelijkst aigefthlldérd hebbende, 
vaart hij op dezen hefttgeh en dreigenden toon, dus voort f 
„ Heed^ een geruimen djd geleden, hadt z^ne Majefleit oft- 
j, telbare aanduidingen gehadt, van de waarlijke oogmerken 
„ ener tomeloze Cabale. Maar dè papieren van den Heer 
„ Laurens , zogenaaihd Voorzitter van het voorgewend Con- 
99 gres, bebbe'n dé ontdekking gedaan vaneen contplo^f waar 
ƒ, van geen voorbeeld te vinden is in de jaaibóeken* van de 
Republijk.^ Het blijkt uit dei^e f)apieren ,• dat dé Heifen 
van Jmfteldam reeds in de maand augustusf dés ja'ars lyyS*, 
ene heimlijke vei-ftandhouding hebben aangevangen met de 
Jmerikacinfe Weerfpannelingefi^ dat 'ér lastbrieven en vol'mag- 
^, ten door hun zijn afgegeven ,• betrekkelijk tot het fluiten 
^ van een veïboad van onverbrekelijke Vrierdfchap met die 






^ERKEL. (ENGELBERT? ïllANCOiS vam) ^41 

^ Wecrf^nigen , fchooQ onderdanon v^n een Souveireini 

,, mee wiea de Republijk, door de dierbaard^ verbmte'fHsfea 

,y op ^c nauwst vei1x)nden is. Dat de aanleggers van dit ctm^ 

f i' piot 't niet iochenen, maai*- integendeel erkennen, en heC 

^ fchodn' vrugteioos tragten te regtvaanligen. Het is in dez^ 

„ omftandiglQeid , dat zijife' Majedeit, zig verlatende op de 

j» billijklieid van hc|n Hoog Mogenden , ene uitdrukkel^ke bSp 

> keuring vordert vajQ een gedrag zo onregelmatig, en niet 

^^ minder, flrljdig met biiiine geheiligdfte verbin tenisfen, daa 

^, met de grondwetten van de-Eepublijk» Op gelijke wijze eisC 

p, zipe Majefteit ene fpoedige .voldoening, geêvenredigd aaa 

„ de. belediging,, n^itsgaders dat dePennonarisvANBiuicRBL, en 

„ diens MédepligUgefiy openbaar worden gejirafi, als^ verftoorders 

yi van de algemene rust en fihenders van het regtder v(dken. Zijne 

j, Maj^eit houdt zig verzekerd, dat 't antwoord van hun Hoog 

„.Mogenden fpoedfg, en, In alle opzigren , voldoende zal 

„ ?ijn. Maaiv, zo het tegendee} mogt gebeuren, zo hun Hoog 

„ Mogcnden. weigelden te voldoen aan een zo regtmatig verr 

p zoek, of *e zelve met ftilzwijgen tragten te leur te ftellen^ 

^ *t geen als een weigerfng zal aangezien worden. In dat ge- 

,, val, kan de Koning niet anders .doen dan de Republijk aan- 

I, zien ^Is goedkeurende de. aanflagen , die ?ij weigert af te 

j, keuren, en té ftrafïen. Door dusdanig een gedrag zal de 

„ Koning alg gedrongen vinden tot het nemen van die maat- 

., regelen, -welkende handhaving van feijne waardigheid, ea 

^, der wezenlijke belangen zijn's volks, van hem vorderen.? 

Mét zulk een hoon en aantijginge bezwaard , ileet vA3i 

Berckel den volgenden winter, zijner ohfchuld zig ten 'vollen 

bewust, oirdeelde hij het geleden ongelijk niet langer te moer 

ten vérkroppen. Op den 4 meij 1781, vervoegde' hij zig met 

een uitvoerig vertoog, de kenmerken van zijne kunde en braa^ 

heid dragende , bij de Staten van Holland^ verzoekende om vrij 

gefproken te worden van dien laster: „ Wel hadt hij, die. 

I, reeds omtrent negentiea jaren , als Penüonaris van AmfteU' 

^ damy de vergadering van Hun £d. Groot Mogenden bijge?^ 

^ woond badt,. opgemefkt, dat.de leden der Hisge Hc^ringQ 

» den 



/ 



8SP PRKEL. (BNGELBEllT Ï^ANCOIS VAiö 



f> 



den l)uiten(poiigsn fiap des Engtlfm Ridders, iqQt fiil^w^, 
if g^n en veiagcing, badden be^t woord, en was hy ook g^. 
$f negen gelwefBst die zaak op de zelyde wüze ce behandelen: 
„ maar jsig van alle jwfonen , in Yorks vertoog voorkomen* 
fy de, all^n i^et naiqe genoemd en berchreven vindende als» 
,^ boven alle fchuldig , en het hoOfd van een goinplot, be* 
» grtsep hij, n^ ^jpqn ^ade,:j;Q: verregaan4 ^ne fcwetzing 
i, van zijne eer niet te kunnen. gedogen, en v^pligtte zynn 
9f zig voor 'c geineen to (ie nakomelingfcfaap , hij wolke hij be* 
f, ledigd was geworden, van. zodanig een. laster, boeeerhoeii 
„ beter, te moeten zuiverep; ene handhaving van ziijneii 
^ naam te noodza^klijker geworden , dewij( men na de uitga- 
,y ve van. dat fchendend vertoog, niet bad( nagelaten, allerlei 
„ nadel'ge gerugten , ten zijnen opzigteiüt te ihroyen, en 
„ zei VS. ii^de pieu'cspapieren te verTpreiden. Reeds voor 
,, lang zou hij zig ten dien einde bij Hunne £d. Groot Mog, 
„ vervoegd hebbbeni, dan hij hadt den iii^ag hunner raad- 
it P^^pgcn willen afwagten; in welkea .tusfratLjcl Yokeb op 
9, nieuw .ce fbafoefienmg , onder zeer 6;erke en gants onge- 
,V hoorde bedreigingen voideide ■' Voorts betuigd den Pen* 
fionaris: ,> dat hij na pne bedaarde Qverw^ing, heC tot be-? 
^ reiking van zign oogmerk faet best hadt g^oirdeeld, .zig bj$ 
„ liunne Ed. Groot Mog. te vervoegen , om aao (ife ^ zijdo^ 
jj, op de overtuigendfte wijze te doenzien^ dat hg zig geeur 
ji, zins. aan het (bengile onderzoek van zijne 4adeu ^n gedrag 
yy poogde te onttrekken , indien tegen silie ver wagting , dooir 
jp deze. of gene befchefden^ v^n wagens ^en Engel/m Staats-; 
„ raad irgeleverd. Hun Ed. Groot Mog. ip 't begrip mogte!^ 
„ gevallep wezen, dat 'er zelvs: mas^r enig^ fcbyawas voor 
n:^^ gegrondheid; djsr bcfchujjöginjg .door den.Rid^'ryoRiaB 
y^, tegen. hem afgegeven; of aan d» andere. Zfde^ bij ontitente* 
^ tenisfe van jdusdanige bezwarende, befchèiden, van Hun £d. 
Groot Mc^., zodanig ene verklaring van. zijne onf(;iiul(i 
verwerven, ais hem^egen.aie vermoedens kosi dekken. I^e 
,y meer hadt W tot b;^ doen ifan Aeien ibtp.^oteh,. di^wip 
o hij ^ verzekerd hifildt» dac4e beende bl^ilijkiifiid van Hui} 

« Ed, 



>» 



/ 



JERKEL. (ENGELBERT FRANCOïS vah) 351 

^, Bi Qroot Mog, geönzins kön ^oelaten, dcniid^ ordrA 
JL, niet te AfWiBn^ om éen Min tter yan een der a^n2r^nUjkfte 
'„ fteden van Holland l?ehooriyk te regt t« doen ftcllen, 'oml ' 
^/ ten voóibeèlde van ^ndeien; géftiaft te worden, indien h^ 
•,, daden -gepleegd of -vermoedens gewekt hadt, vèn zig'zo vèf- 
\,l ré tfi b.;.. ten gegaan te hebben als hem wierdt ten laste ge-, 
>> legd; 9/ wely in tegendeel, dat Hunne Ed. Gr. Mog. an- 
„ <}éizm« geen zwarigheid zouden maken, hem ène vergaring. 
;, van (mfchdd %t verlenen , welké hg , In^ den bijzondereh za* 
,, tnenloop yan pmftandigheclèn, waar in de^e zaak zig'bé-^ 
"i, v^iidt , met des t^" meer regt fcheeh te mogen vorderen , om 
•„ dat zijne befchuldigeis büitén' het bereik yan de ordinaris 
•,, Juftitie ilezèr landen geHèld zijnde, hij ^in de onmoogUjkheid 
„ was, om,; door dat möidel, ene behoorlijke voldoening, 
^, wegens t^ie beleJiging te kunnen verwerven.'* Het was dan 
5)p dévse gronden , dat hij ten flottj verzogt : ,, dat in 't tïerfte 
5, 'geval, de befcheiden ten fpoedigften mogten overgezonden 
,, wordcih aaft den Hoofdofficier der ftad Amfteldamy pm het 
p regt yaii ae Hoge Qveplieid desaangaande t^en hem te kun- 
„ ren Waarnemen , en aan hem aldjus de gelegenheid te ver» 
*,, fchfiiflfen, piii zijn gefchonde eer, voorst oog d«si- gan'tiè we- 
^, röld, 'door middel 'van de ordinaris Jüflitie te kunnen ver- 
„ dedfgen; ^ 4n het tegengeftelde geval, wanneer Hun Ed. 
^, Gr. Mog. geene befcheiden ten zijnen nadele ter hand ge- 
„ ftcfld waren, noch lerhatrd gefteid hadden kunnen werden, 
,, hem Öaar "nn vetpamg :te vei leren ; ten einde daar mede 
,,' alle lasterende gefprelcï^en , en inylegtingen in de nieuws^ 
^ papicflfeh, kr^adig te kunnen tegengaan.'*. 

Het liep aan tot in bet laatstdes jaars 1782 , «er aan dez« 
verdrietige 'iaak een :eind« werdt gemaakt. Amfteldmfe Koop- 
Meflen tiöicke;i z'g dezelve., ten fangen laatfte aan; In april 
des genoemd^ jaars, ene zamenkomst belegd hebbende, na- 
Hicn zij in dezelve in overweging, om aan de Rcgerinc hunner 
ftad een vcrzq^fchrift aan,* tei b eden , dat de Heer vak Bi»o- 
«XL , in wien de Beii^ van H4^muk groot^ koopibd zulk ^n 
ifvel ge^nl vertroowea Aeide) In' de ^eiblBMtelibgen met 

den 



35» BJ»ï;EL, (ENGELBERT FRANCOIS va») 

dan Hm Adahs mogt gobruikc worden;, ds mede, dat h) 

^n dl§n ^inde , geligk voorheen » de StaatBvergaderingen van 

fIolldn4 ZQu bljwomen; en dat, indien 'et zig onverhoopt zwa^ 

:rigbeden hi^r tegen mogten opdoen , de Regering der ftad df 

volkppiene r^gtvaafdiging van den Penfionaris wilde bewer- 

)cen. Dip oogmerk , zo vol blijkg van hartlijke genegenheid 

^r Koppliedpn voor dien braven StaaÉgman, welken aj za 

gaarne in de waarneming van zijn po^t herlteld zagen , bleef 

pnuitgevperd> doordien men b^eep, ene zaak van dien aart 

aan h^t wijs beftuur der Regeringe te moeten overlaten, en 

^t het berft^l yén ^en Penfionaris, zonder de allenninftc tus- 

fenkonj^t der Purgerije, veel luisterrijker zou wezen. lntu§- 

len verwektq bet Jang verwijl dat van Berckel, in ^t voIIq 

bekleding van zijn Penfionarisfchap tradt , met in 's Hage ter 

dagvaart te verfi:hij.nen, niet weinig gemors; men dagt, dat 

^mji^ldam hier aarzelende , in den eerst betoonden ijyer ver^ 

flapte ; j^ de drift /loeg oyer om te zeggen : „ wordt va^ 

„ Berckü- t'huis gehouden, dan moet h^ fchuldig zijn, en 19 

„ hij fchuldig, hpe yeel te meer dan dic,Regeerders , op wier 

„ \iitdrukkelijken last hij. alles veyrigtte?" doch dit morrend 

misnoegen zweeg, en de wens der Kooplieden wicrdt ver^ 

vuld, toen de Regering van Amftüdam in november 1782 h^ 

floot, dien Penfionaris de Statenvergagiering wèd^om als bun- 

jien.G^lastigden te doen bijwonen. 

Zedort dien tijd heeft van Bjbrckki», fteeds getrouw tam 

z^ne loffelijke Staatsbeginzelen , geen gering aandeel gehadt 

in de pogingen , die van tijd tot tijd wierden te werk gefteld , 

om bet Stadhouderlijk gezag binnen de vereiste palen te rug 

te brengen 9 ep andere wedcrregtelijkheden , die hij voor Staat 

pn vaderland fchadeljgk oirdeelde., te beteugelen; Zetwas dus 

ook g^n wonder, dat men in 1787, na de revolutie, door het 

inroepen der Pndsfjclje heierbenden te wege gebragt, zijnen 

naam gemeld vindt op de . lijst der Staatsmannen , welke onder 

den naam van fafisfaOie aan den * onbegrensden ftaatszugt en 

^e^e wraaklust vm de Ptónces, huisvrouwe, van den gewe- 

25§n Stadhfstów. 1 moesten.-, werden : opgeofierd» Met .dit «1 » 

hee^ 



BERKEL, (ENCELDERT mANCXJiS van) JSÏ ' j 

jbeeft hij nog tijdig vriiwilllg ^ftand van ^n post als P^nficH 
l^ris gedaan. Men vindt 'or, die van oirdèet waren, 4st 
4unbtsontzetting niet liet ejpig kwaad zoude z$n , ym\k^ mea 
voor hadt liem te- doen ondergaan , maar dat zqIvs zijne per« 
foonlijk^ vdligheid met enig gevaar gedreigd wierdt. Zeker^ 
is; het immers 9 dat van Berckel vele ^nmaningen, doch 
allen naamloos ontving, dat hij wel zpu doen, om de ftad - 
pQ het ];md te ruimen. Met dit al befloot hij te blijven , en 
hadt zeder(. nioeds. gCJJoeg, om zijn gehouden gedrag, in ftada 
^n ftaatszaken^ openlijk te verdedigen, in een gefi^hrift tot 
^tel voerende: Mi0^^ bm Sf&T. E. F. vaè Berckel, OUtI 
^nftonarr.é Der f!ab. ^mffcrbam / aan ben l^mt JlStr» NN. 
{)3Ubcnb^antto^o;D op eemse gebjaagbe dttdbatien/ raatenbt 
ten. tnfioub bec jH^cmorten ban ben l|eere Mt. Joachim 

Rendorp. i|aarlem I793* bi 8ho. Deze Anfteldamfe fiurt 
gemeestei;, met gantSt andere beginzels. bezield dan onze ^ea« 
Conaj^lSy h^dt hem in zijne bekende Memmien, op ene on« 
beufe wijze z^r hevig aangetast, en ongegrond van verfiphei*» 
^ene wa.ndaden befchuldjgd. Mannelijk en.op ene allezintdf 
qyertujgende wijze wederlegd hij in deze Misfive alle de jiem 
i^Dgetijgdp bezwaren, en deze ls}.cwp brpchure, kun^Qn wij 
vp&t ruimte teir lezing aanprijzen. 

Van BERCKEi is twpmalen getrouwd geweest; a^ne eerfto 
ifrouwe was Gertruda Roskam., weduwe Muvser, deze 
Juiwde hi> den is m^pij 1759, en zij overleed- in junij 1782; 
in m.eij 1783 tiad hij ten tw^emale voor het echtalcaar, met 
Jakoba Elizabeth Verbeek, weduwe Wbveringh* Bij gec* 
ne van deze beidp vrouwen, heeft hij enig nakroc^t ver- 
wekt; en hg overleed aan ene waterzugt, die verzeld ging 
9,U gewoonlijk met een verval van >kx;agten, den 30 maar(^ 
1796,. in den ouderdom, van 69. jaren en ruim 5 maanden. 

Van Bf^RCKEL was gezet van postuur, en van een middel- 
msfi^c langte, zijn wezen was* vriendelijk en tekende giil- 
b^\d.; ook was hij. een warm vrijend, en van een vrolijke , 

gezellige verkeruig. Ene burgerlijke vrijheid op gronden vaa 
orde gevestigd 4 beijverde bS hartelijk^ ep ca^t vpIJcsrqsBriQg. ^ 

IL Deek " i bi} 



't 54 I^HKKESIRODE. 

b^j rcpttjfcntaöe, was het dpel dat deze brave vadcrlandc? 
Ij|e9t>gde. Ong^.een ijverig was h§ ook ter ónderfteuning: 
^an al het geen den koophandel en zeevaart tot begunftiging 
ycrfti-ektQ. In een woord, yan Berckel was een eerlijk en 
kundig Staatsman, die den post waar in hij geft^ld was, altoos 
met luister heeft bekleed , bet Heil des Volks voor ene dier- 
bare grondwet hieldt, en de vuige kwaadaartigheid waar me- 
de bij fom wijlen is aangevallen, met mannelijke dapperheid 
jieejFc *te keer gc^an en overwonnen. Medeged. Beiigz 

r^r Fad.' Hift. XXVL D. bL 42!. &c, Nktm Nederh 

yaqrb, 1780. bl. 212. 422. Ferzameling ran Staatsft. bij Chai,« 

MOT, IL Drbl. 6. 

i.... . , ... . . . 

BERKENRODE, 15 de naam vameen aloud adelijk geHagt, . 
eigentlijk . te Hjaarlem. te huis borende i waar van Jai?. vah 
H-^Ai^LEM de eerde was ; doch deze zo wel als zijne nakome- 
lipgen hebben den naam van Haarlem verlaten , om die vztt 
BEfKENROpE aan te nemen, naar het land of (luk lands, hm^ 
gefphonken, volgens inhoud dés Leenbriefe van Gi aav. Fto- 
F!S In het jaar 1284 verleend, en te vinden in het Charterr 
b0€k yan Mieris. Wie de ftieter van het hu/s of kasteel daar. 
pp^ ilaande, gewekt zij , kan 'met geepc zékerheid bepaaldj 
.worden, maar wel dat 'èr voor de Reformarie. in die Heer- 
lijkheid ene kapöl -ftondt, aan St. Agatha gewijdt, di^ ètipx. 
een eigen Pastoor bediend wierdt In 1573, wierdt het gant- 
fe gebouw ten enemalen door de Spanjaarden vernield; doch 
daar na veel erootfer en heerlper weder opgebouwd , pron-» 
kende met enen Icaliaanfen gevel j dan dit onderging de riood^ 
lottige ramp yan 's nagts tusfchèn den 4ep 5 meij 1747 tei^ 
cremalen door de vlammen verteerd en 'in een puinhoop ver- 
anderd te worden. De Heer Lestevenon , vad^r van dei^ 
tegenswoordigen bezitter, deedt hetzelve binnen kórtpn tfid, 
nog pragtiger dan het voorgaande herbouwen. Dan keren wü 
töt Tan VAN Haai(lem te rug , deze overleed 'in i3Q5, pala- 
tendci A^<NoLD VAN Berkenrode , wiens yerdere geflagtJijst 
men bö pQUDiipEVEN'cn van Leeuwen k^n nazien, bij wiea 



BERKHEIDEN. (GERRIT) 655 

€rB>k iiangetekend !^aat, dat in 'tjaai' 1559 Eü^vbKiK van Ber* 
XEVRQBE met die Heerlijkheid verlijd wordt:, «k mede dat hij 
ter vrouwQ hadt Maria van Persyn. Oader meer andere 
' beroemde Mannen van dit geflagt, wier namen in de vader- 
landfe gefchiedenisfen genoemd' worden, munt uit Gerrit. 
^Is^ zijnde het deze, die in 1572, mét Haks Kolteri^ian en 
piBTER Kies, oirzaak was, dat Haarlem aan 4e Tilde der Sta? 
ten overging, en Alva tot vijand verklaarde. : Goedel a van 
Berkenrqde , ene. der dogters van Hendrik en Maria Perstn , 
huwde in 161 8, met haren neef Floris van Audemade,. aan 
wicn zij, onder andere goederen, ook Berkenroqe ten huwe- 
lijk- br^igt . Hun zoon Hendrik van Alkemade,' verkogt in 
14S49 dez^f'Heei'lijkheid, aan Benjamin Poülla, Ridder, Ba- 
^ronet' en Schepen der ftad Amjieldam; welke m I6^i doqy de 
'Staten van^/fe/towrf daar mede verlijd zijnde, dezelve bij[,,zijtt 
-^din 17U overliet aan zgne vrouwe Ew2uuï.tö..Thie^ens, 
liie m dat" de leenveriieffiï>g# gefohied was,, ia 171^, v\ een 
twedü^huwelijk/trad, met }kj^ Trip^ Burgemeester en Raad 
«dor ftad Amjleldam, aan '6Viien:^ij hg haar.overlijdo|i, ponder 
blinderen na te laten, in i'72$^ hare goederen en deni tijtel 
van» {ieei^ va?i JS^rkermde, gediuende des;zfilv5 :leven ten erve 
n^lipt, ^n na aijn overlijden» »an Mattqbus Xestevenon, 
haren agterifxeef» die. in : 1746^ Schepen yan uff^jleldamyé^ax 
na Houtvester van Brèdèrode^ ^ ,in: iX5€t;Ambas(adeur, van 
óezp Repwblijk aan 't.Hdf vAn;:aï6*rp;.werdjt;,; ssijnde on- 
taUgs overleden, csn de H^j'lijkh^id ^örfc^iroefe op Eijnen 
zoon pvergqg^a. ' '-■ S. Aj^rzim^'Befck'^ ya^ jffMrlem, bL 
7. 16. 27. WAO.* m^.H^^Vl E>. bl..3i57,.4ÏJ*. XX. D- 



M' • 



.«,' 



. ïi.ERKHEIDïN (öERRrr), Konstfchirder,, is. geboren tp 
Jflaarlm^ in het jaar i6»9^ Zijne: lotgevaUen zijn zodanig 
ycabondep met die Van z\jt3Qj^ broeder :Jop, dat. wij 'er hiö: 
|]iiet& and«rs van zull^ zeggfm,.da|) dat.hii s^lg bijzonderliy^ 
i»paaU& tdt .het fchildjgn^ van.aiingen:aipe gessjgte^^ van ^u^ 
ssny g^^^bQUv(0 i9.is: opl^id^iirge^igtQa v;ui ép 

, Z 2 Hip* 



45^. BEREHSIDENL QOR) 

Eereh en Kèizersgragt, w^lerz^ met bomen beplant, ^ 
n^ allerband& Uéioe beeldjes ópgefiert, welk hg/ alles naar 
't teven aftèkCBcle i en daar na kdnilig én liityoerig op tafi&- 
releli bragt' Gerrit kwam ongelukkig aaii z§n einde, wanC 
den ouderdom van 70 jaren bërefkt hebbende , liep h^ in den 
avohdftohd. van -t gézetfcbap komende, in dé Brouwer^?^^ 

én' verdronk op den 10 aügusciis 1698. — ^ A. Hoobr., 

'^houwb. Ui. iX bl. 197- ^ i 

' BERKHEIDEN (JOB) , Konstfchilder , mede van Haarlem^ 
geboortig , 'was de oudftö broeder van Gerrit , en werdt^ 
cèn opgefchoteh johgè zijnde, door ajnen vader (^ 't boek- 
bïhden Éefteld., doch hij. kreeg daar ras tegenzin in, en 
wiÜe een Schilder worden; de ouders waren hem hier in te 
ivÜIe, en zogten een braaf meester Voor hem op, bü wiea 
fiij de giondbeglözelen Van die edele konst leerde, Job bp* 
l^vèfde 4ig mét; zö veel lust 'en vlijt, dat hij. binnen korte 
jaren al eèh fraa?. (hikje koste fchilderen ; *t welk zijn broeder. 
Gerrit zodanig ' bekoorde , dat hij ins«:;plijks de handen aan 
dié kbnstploeg begost te flaan, en de ene om 't zeerst tegenis 
den andèfen 'ijverde ,' doch elk in een bijzonder vak, daar. 
aJj^n gcneigthefd 't meest toe overhelde. 
" Job op eigen wieken/ denkende <te kunnen dt^ven , verUct. 
ajn metóterV" zetter ztg aan -ótn rhijnkant. nedqr, en maakte, 
üg bij de dcM-petlfigBn tflsfen'I/f/i»i en Utrecht bekend, daar. 
tij. vele < van Voor een geringe prijs uitfchilderde, zig daar 
éoor naar "t'lfeVéftoe(F(rtide,'en van 't mo<tel nog geld- toe. 
Udong. .>Hier*: mede gedaan werk ..krijgende, begaf hij- zig. 
weder tot het fchilderen van moderne beeldjes, gezelfchappen, 
boertjes en dergelijken , tot dat de lust hem bekroop, om te^ 
^anreïzên; hy' fioeg zijn' broeden- Gbrrjt zulks voor, die. 
Vanftibnds gereed>wa§ , -en' zij befloten- een togt naar DuHschr 
imd.tjt doen/ Te 'iC^i^<^ onthielden -zij zig enigen tijd, opi. 
enige kleiilé i<cdegeBom«n ftukjes voor geld te verwisfclen, 
•IJ Welk' htiii •gèiuktè ; blö: 'door' gei-aakten * zij : onder andewn 
tó kennis mdt; éen ''gïïestelijk füsjé , dio-:kort ^ gplcden banai. 



'*•■»♦. 



«£lÜtH5lb£R (JÖ)^ 357 

\ 

broeder dit Priester was dóór dè dbod h'kdc vertóen^ 2I3 ^^ 
hier innerlijk bedroeft ó^t\ in fldég aah on^ Schilder jl 
voor, of z^ n%t in flèat zouden zijn Haat dèat '^n aTbèeldz#l 
Van tè vèrvaalrdigèn, op dë befchrljvihg dÊ tij 'èr vin iipifdè 
geven ; vieeiüd klonk hün dit voordel In Hè ólien ; Job keek 
öp Gerrit; en deitó wèdèr op Job'; èfniftlijk zèidè dé 
laatfle; na 2fg ènfgeh Üjd bedagt tè hèbbeU'; 'dat hij ittillu 
aannath; zij toj^n aan *t wérk; eö volvoerden het toC'gfpóc- 
gèh vaA dè Beggn; dfè zij mede affchildèidèn, ên rüifi.d<Jof 
hliar betaald. wierden. Vin Keulen hCktén zlp n$lr He0eU 
lerg\ 'alwaar 'toen tèr 'tijd dè Keurvorst vïh d.é PöiRi zönè 
Koffiotiding hièldt.' Doordien dib Vorst dïtgclgk^ met èèrt 
gi-ote itóet tèr jagt uitreed; natnèn de beide broeders dié ge« 
legenheid^aar; oin twee fchildérftuKkén tè vèi-vaüdigèn J 
tvaar óp dè beèldtènis vin dèn Keurvorst, TööiAigè vö&namé 
Hoveliiïgèn, alis iihedè dèn Öjf^jèr-Jagèrmeëstel''", ,vrlj aartrg èö 
gelijkende afgebeeld waren'; ddn geen harts genbcfe .hèbbÈndd 
öm die zelvèh dèn Vorst aan tè bieden; bèdagtèn zij dé VóSd 
om diè Op malkandèren tè binden; èn in ènè gallérlg töJe;- 
tèn, dleii hij altfoos doorkwafn wannéér hij ter jagt ^Ing; zij had- 
üèn 'èr iemand bij gepfaaitst; dié last.hadt, om wannéér 'èr 
gevraagd mogt worden; wie hetzelve daar ticèrgèzèt badt, tS 
Antwoorden, dat hét Malers ivarén; en in zodanigèn hÈrbèrg 
te huis lagen; wia'r op zij. !ieèn gingen, Dè V<;>rst hièjj 
voorbij komende, viel 'er flraks zijn oog op; deed de rol 
iosmaken, en bekeek dè fchilderftukken mét vêrwbhdeiihg ï ' 
ïè meer; doordien hJ9 % zijii èigèh aTbeeldifel SÜ diè^.van 
Vèrfchèidènè zijbèr Hovelingen in pAtdèktè: Hij liet. ^fliaks 
de Malers roepen, prees grotelijks Küh Uon'sCi betaalde iQ- 
kèlgk én bêfchönk huii daar tè boven met eèn* ^^aèb pèii- 
tiing: Strlks wèrdt ook aati èlk yan,hun èèn paard gebrjtgtj 
bm dé jagt tè vetzèllèn ; hoe wéinig lust zg /èr oöjt toè Bad* 
ièn; dofsten zij hét piet weigeren j dan hèt bragt heit in d§ 
gröbtftè ang^t," dqotdiei^ zg het pkardrijdeh ongewoon ; ^it 4{ 
ëeri middel befchouiydètt ötö iSen balk' té brèkèn: .Op dè 
iairden geholpen tgndè? zag^ 1^ telklfll jj| llkSSdï^r om*, 

2 I • wif 



,jj EERKHEIDEN. (JOB) 

vie 't eerst ztndruiter zou worden ; zg kwamen 'er iK^hant 
heelhuids af, doch dro^n wel zorg om in 't ta*omend« 
geen deelgenoten weer van dit adelqk vermaak te zgn. 

Na een geruimen tijd hun konst aan dit hof gqoeffond te 
hebben, kregen zij eindelijk een tegenzin in het hooffe le- 
ven • en Jo3 zeide op zekeren morgen tot GeRrit : „ Broer 
mt hebben wij 'er ook aan , altijd onder vreemde ogen te 
** zün ? als wij in floUani waren bij ons oud gezelfchap , 
" hadden wij fomwijlen ej:n vermakelijk praatje over de korist, 
' onder een fmakelijk pijpje.» Gerwt beried zig niet lang. 
iaar gaf ras zqne toeflemming ; en zq fpoedden zig eerlang 
naar himne geboorteftad, daar xg met ene zuster huis hiel- 
aen- en van waar zij, wanneer enige fchilderftukjes in ge- 
reedheid hadden, naar Amfteldam trokken om die te verko- 
pen en een vrolijken avond met de konstoefiènaars door t«. 
brengen. Op een van deze partijen gebeurde het, dat iemand 
van 't gezclfcbap ftofte op ajne doorlugtige afkomst en de 
beroemde bedrijven van zijne voorvaderen. Job, dat een 
koddigp ziel was, gaf hem niet toe, maar verzon een gantfo 
legende van dappere daden door zijne voorvaders verrigt , en 
tekende eindelijk uit, dat hij van koninglijkén bló«jf aftlam- 
de doch voegde n *« bij , het is van Jak Beukelszoom vaw 
Lb^en, die zig te Mmfttf liet kronen; hier op ondlond een 
hartig gelag, en M. Consaut maakte dit tweeregeUg versje r 

Te Mmfier was eertijds een Koning. JaH van LeYde», 

Een voorzaat van 't geflagt der geestige Bbrkheiden. 

Gekrit was bezadigder en ook meer ingetogen van aart; 
dikwili vermaande hij zijnen broeder, om zo los en ruw niet 
heen te praten; teffens betuigende, dat het hem verveelde, 
wanneer zij te famen in gpzelfchap waiten , «e moeten ho- 
ren, dat hij alleen uit potzigheid, de menfen een partij leu- 
tónl voor waalheid zogt op de mouw te fpelden. Wanneer 
het dan gebeurde, dat hij met zqn broeder naar 't gezelfchap 
ging , maakte hij alvorens beding met hem , zeggende : „ hoor 

Job , al» §ij al te grof liegt , zal ik de hand op mijri borst 



/ 






BERKHbur. (AdriaAn TEDmO vi&) Js3 

5 I«ggö'i'» ^^^ '^^ ^P» ^^^ ^.\ ccn^t^kcn 'ijn; 'dat hel lioog 
' ,j genoeg is, hpu daft op." .Voor 't ovetige hééft taeii i&ld- 
zaam twee broeders gezien; 'die zó véél tan 'nJalkahdel' hkl- 
den, dat dé fecn wilde; \vis den anderen iaogênaam: Jbi 
ilierf den 23 november 1693'. — --■ A. HöüBRAKlsDr^ Sthóuffh 
iw-g: m. D. bl. 18P-198. 



>^ 4ji^. m. • ■•» r'-v- «■«-•"w"** '* 



BERKHOUT CADRTLAAN TEDING van); Sfkoiüftig VÜ 
£en oud en aanzienlijk geflagt in Holland ^ is Raadsheer in dei! 
JHóve van Hó/ZanüJ, geweest; en wierdt door Huii Hoog'Mog; 
benevens KristÓffei: Biesman; Burgemsestet iéai Nijmegen 
%n Adólf öe Waal; Heet va» Aiöersbergén'; iii 1615 naar 
Lemmr'den in toiiimisfiè gezonden ; öiri dé ontftanfc gcrcoiilèn 
bvér hét kiezeii der Regering in óIq ftad, tusfen de Burgcaijl 
fen dé Regei-ing ontftain, ware *t mooglijk té béflegtén èn 
te bevfëdigen: Het ging in die (lad« zó hevig tcgens niaikan- 
'iderén; dSt toéii dé tijd der jaarlijkfe verandering van déRe- 
^ri!*g daalr was ; de Gemagtigden der Burger^ *elr tegen fird- 
testeér<üén'> die vervolgens in hegtenis genomen; co nletgê- 
fladkt werden ; voor dat zij dè nifeu\^ aangéftelde AlaghilraA 
yoór wettig erkend hadden ; dat égtei* niet zonder gtoot riïor* 
iren toeging. Dé Staten oji den Landdag in febfoiri) t^ergi- 
tierd", riamën 'ér kennis van, eiï magtigden dén Stadhötidc^; 
tié Gedeputeerde Statéii èn hét Öóf , óm dén «twist dóór gé- 
Voéglijke wegen , te ftillén: Men trad !n onderhandeling inef 
öe Wethouders^ doch kotl 't niét eénö wbirden.^ Graay Wi£- 
tEÜ LóDEWYK en dé twee Koilégiéri ^ondfeh derhalven gera- 
den; zig van 'de magt huh verleend; gebruik te öïakéif, ea 
tolden vast: „ dat dé tegenwoordige Wethöudéi*s fn 't bcwfncf 
i, zouden blijven, tot den i jahuar^ èaVstköinèndè, wa3f)nëéf 
;; dé Stadhouder; dè Gedeputeerde Staten èn, het Hof;- vöof 
;; deze reizë; een nieuwe Mdgiftfaat én Vrocdlfchap béftéllèi 
L zbudén; wajar fia de wet }aarlijksi-2bu vferaJldèrd ^oitfeïr; 
;, in dezer voege : dit namelijk éSë diéiiéndè WethöUdeii ^ op* 
„ dén hifeüwjaai^sdag ; eerst 12 èerfon&i hbeméti idlidfef éit 
5f bcf^oMide lére; zo kis dezelve nuV öfienÜgÊ hi dS ï&ke , 

È 4 ,7 ge. 



i6o BERKHOUT. (ADRIAAN TEDIKÖ vjoi) 

,f geleefd werdt, ro^yrfaan, en vaste goederen in de Had b^ 
ff zittende : dat zi| , daarenboven , npg vier peHbooi noemen 
^, zoiiden; doch niet uit de Vroedfchap, of uit de 20 H^p» 
P, luiden en Faandriks der Schutta:]^; dat de VrcedibbappeD 

f, en Burger-Officiers bq dezen vi^, elk nog vier perfonen 
,f zouden veegen; urelke 12 nog 6 anderen tot zig kiezen, 

g, en daar na hun getal, bij lotïnge, tot op de he'fc, dat is, 
f >9 9 verminderen zouden; welke 9 EleSeurs of Eiezers der 

„ nieuwe Wethoyderen. zouden zign, en de plaats van enen 
^, Burgemeester en twee Schepenen , die jaarlijks zouden af- 
„ gaan, uit de eers^enoemde 12 perfonen vervullen." De 
tegenswoordfge Regering voorziende, dat men haar uit h^t 
bewind Hellen zou, viel klagtig aan de algemene Suten; 
die hier op bewogen, meent men, door den Baadpenfionaris 
OLDUfBAWEVELD, enen ernftigen brief naar Leetmarden lieten 
afgaan , waar in het gezag des Stadhouders en der twee Kolle- 
gien, naar fommlger oirdeel veel 'te laag gefteld werdt; ook 
wierdt toen de bovengemelde Commisfie naar Leeuwarden ge» 
Bonden, waar van alle de drie leden den remonftranten toe- 
gedaan zijnde , de veranderinge der t^enswoordige Regering 
«ogtente voorkomen. Doch tegens het einde des jaars, ont- 
ftondt 'er zulk een geweldigen oploop, dat men voor een 
bloedbad begon te vrezen ^ in^arom Berkhout en zijne mede 
Gecommitteerden, 't bevorderen van hun oogmerk moest^i 
opgeven. De Stadhouder, \)enevens de beide Kollegien, ver- 
*lnderden de Magiftraat beiievens de Vfoedfchap , ftellende 
' drie Burgemeesteren aan, die voor 't jaar. 161 o in 't bewind 
waren geweest, nevens enen der tegenwoordigen; waar na 
zig alles begon te fchikken tot i-ust. 

Het is bekend, dat den Raadsheer Berkhout in 1618^ be- 
fievens nog iemand) bij den Heer Oldenbarneveld, daagp 
voor de gevangenneming van dien edelen grijsaart kwam, 
om hem te waarfchouwen , wat 'er in til was, en dat.hy 
zittende op zijn koelvat, met zijn ftokje in de hand^ zelde, 
•s zijn boze mtifen^ daar bijvoegende, onder 't ligten van zy- 
(pen hoed, m^tie Héren, ik hedonk u voor de waarjcliouymg; 

nofi- 



iiSELKMAN. (HENDRIK) BERKUM. (HENDRIK vak) m 

Aogduins vondt hij niet rtad^aam te wijken. Dat Bea&hdüt 
een groot vriend vai^ Oldbnsarneveld moet geweest zijn, 
blijkt uit de vreze, die hij hadt, wegens een zijnei* gefchrif* 
Iten, door hem uit Friesland aan den Advokaat gezonden: een 
gefchrift, dat volgens het 'fcigen zéggen van BERKHbuTi 'è 
zeer naar Vr^hei(J fmaakte. In de Miftorie dei- Regtsplegm^ 
Vindt iilén, dat hét ftrhrift, 't welk zijne bekommering véroii-- 
zaakté, hem door Albert Bruinink, zijnde een vah .dié, 
■Welke de papieren van 's Laiids Advokaat verzekerd haddfcn, 
weder ter hand was gefield geworden. — v. d. SAkoE» 
Ned. Gef. V; Boek, bh 69. Wagen., Fad-. Hift: X. D^ 
bl. 88-92. ^ 

ËERKMAf^ (ÖENDRIK) , Konstfchilder, was uit de 
Kimden geboortig; hij was een Schilder van fchermutzelin- 
gen en kleine battailjes, maar hadt moeite om daar mede dooi- 
de wereld te ger^en, waarom hem Jordaans, waar van hg 
een tijdgenoot was, en dus in de XVlde ëéuw heeft gelefefc, 
ried , zig tot het groot fchilderen te begeven ; hij deedt zulki 
en 't gelukte; zig ten dien einde in Zeeland tieerzettendè^ 
daar hij ook gellorven is. ■ A. Houbr., Sclmmh. L D. 
bl. 158. 

BERKUM (HENDRIK van)j is geweest Pastoor van de 
Roomsgezinde Gemeente te Schoonhoven , en is na z^nen dood 
van hem door den druk gemeen gemaakt; föcfcö^ijbing Örr 
f!aD ^^cïjoonboben / <5ouDa 1762. in 4^0. met platen ver- 
rijkti Dit werk bevat een nauwkeurig verhaal van genoem- 
de ftad, derzelver grond , wateriiromen , bevolking, oudheid, 
handvesten , keuren , yoorregten > handel , hooft-neringen , . 
ambagten, brand, oorlogsge vallen ,. watersnoden, aanzienlijke 
vergaderingen, fterkte, gelegentheid, geestelijke en wereld- 
lijke, gebouwen , geleerde mannen^ oude en nieuwe regerlngs- 
form , verwisfeling 'm kerkelijke en wereldlijke zaken en zeld- 
zaamheden^ Nog heeft men van dezen zelvden Schrijver: 
iSautDfotirise befej^bing baii be Üdaterbloeben en ®i|6b^u<' 
hm/ beroirsna&t boo; Den ütj^öii/ Jpaa.^/ Il^aal ni %th. 



. •. > • • s » • . » • « 



3(52 BERLAIMONTv (FILIP) BERLIKOM. (BOLTDÈWYN) 

^ou!)a i7S7« i^ö. — — AbkoüdÈ en ARkMTsÉRGj Naanai- 
gistdr, druk van 1773; bh 42: 

BEklAIMÖNT (FILIP), geboren té Hïdj 'm isisyi wierdt 
iog mair 14 jaien oud zijnde, in de orden dêr Jefiiiten aaii- 
jgenomen. Hij is een geleerd man geweest, en buitengemeen 
Dekwaam öm de jeugd tot deugd op te /leiden, en in veel- 
vuidige Ic'térocfFeningen te onderwijzen. Hij heeft uitgege- 
ven: Paradifum Pueforufny in quo primava fionestatis; t'otmsqjé 
pumisa rèüe informata exempla continenttêr ^ ctrto ordirk difiributa: 
Duaci, typjx Joan. Boöardi, 1618. :' ' ■ J. F. Foppens; 
Bibi. Belg: p. 1023. 

, .BÈRLIKÓM (ANDREAS van) , fchijnt geleeft te hebben 
Jn 't midden dér voorgaande eeuwe; hij is mij niet verder 
béképd, dan door ene natuurkundige verhandelirg, welke tot 
tijtel heeft: Andrïlk vaiÏ Berliköm, Elemeii^ohém libH A77;>- 
de rèrim naturalium giravkate , pofuLre, impulfu, moiu^ loco: (^ 
mtwm (f acüonüm caujls^ roHmibus ac modis: R\)itervd. lési* 
4^0. I Paquót, Atow. Hner. p, 111 ^ 112; 

BERLIKOM! (BÓÜDEWYN) , geboortig uit 's Hertogen^ 
tfosclij of misfchien van het dorp Berlikmn; 't welk anderhalf 
im oostwaards van die flad is gelegen. Van zijne jeugd af 
aan, wiérdt hij tot de beoeffening dér fraijè letteren vöor- 
befcbikt, én hij maakte ongemene vorderingen in de latijfl- 
fe taal én digtkundé; daar bij waè het zulk èen kundig 
Regtsgeleérde , dat enkel zijne bekwaamheid henf tot den 
post van eerftcn GrifEcr van het kof van Bfaband in 's Hagé 
deedt bevorderen, op welke plaats hij dfcn 20 meij 1605 
is overleden. Men heeft van hém : Hierojiichm ; Jive 
idrminumi ex libris facris, (^ ecclejiasticis ^ meiaphrafi Poè^td 
toncinnatortm , Hbri IX. ; Balöuino Bkrlikomio Sylvaducenfi 
miBore. Lugdbi 1598. in 8vo. met ene opdragt aan dè alge- 
mene Staten , gedagtekend V Hage. Nog hééft men één lo^ . 
ftukje van hem , in dé Delicia Poëiarüm Selgar: Tom, I. p; 
555. — F; SwEERT. jUth. Belg, p; 115. Val: Akdr. ,• 

Bibi: 



t I 



'X 



ÈËRLO of BERLOO. BËliNART* CJACOBU5) 3^3^ 

Mibii Mg. pr ^h j. F. FoHPEtó, AïU -fiW^i p. Il5; Bl^ 
jCENS, Iroph. du Srab. Supp. T. II. p. 384- Béoükhus. itrf 
Sanmzar. p. 110. Pa<^üot, Mem. litter. Tom. IV. p. iiii 

BERLO of ÊERLOO, was een der ondertekenaren Van 
*t Verbond der Edelen; De geleerde te Water, is van oiv- 
dcel, dat hij afkomftig zou geweest xijn', uit het edel Br<;- 
Icmds geflagt van dien naam, *t welk aWaar in dé XllfSc 
eeuwe^ in groot aanzien was, en. ook gebleven is;^ Dat zijn 
Ed* ift di» gedagte te meer vcrfterkt, is'de verbindtènLs tan 
dat geflagt met diè van Merodé, Montayé tr\z. Jammer b 
het intusfen, dat al de vlijt, door die onvermoeide nafpoor- 
ëer aangewend, tcW: nog toe vrugtelöos geweest is,- om om 
dezen ^ 20 wal als Bermel en Bernan, of Beun au, en meer 
anderen j nader te doen ketmeïi- De koueK, NedetL Het. 
bl. 340. gewaagd ook van dit,geÖagt. Het zou, naar 'tfc^rij- 
ten van foiömigen, afdalen uit de Graven van Loo. Wat 
hier van zij l döszelvs oudheid en hoog aanzien is onbetwist- 
baar. Zie LE Carpentier, liift» Geneal. des P/as-BaSi Parti 
III. pas. 269.- 390. 584. 6Ö2. 791. en vooral 8ó3. ' ChriS- 
tiN/Eüs, Jur. Her, Part. I. pag. 165. 290. De Baron van 
Beelo is, in 't jaar 1668 tot den Graveiijkén ftam verheven. 
INiMliaire dei Fats-Bas ^ Tom. II. pag. 448, ïn deze eeuwc, 
is Berlo vermaagfchapt geweest aan *t huis van Wassenaar, 
volgens deszelven Hamlijst. Niet onwaarfchijn lijk ts de Graav 
TAN BerLó, die in 't jaar' 1690 in de flag van Fieurij tegens 
6q Franfen, fneuvelde, een afRamineling van óxt geflagt 
— . Wag., Vod. Hi/lé XVI. D, bl. 105. J. W. te Wi- 
TER, Hijl* van 't Fethond Edeléfi. II. D. bl. 209. - • 

BERNARD (JACOBU S) , Hoogleraar en Predikant in de 
Walfe Gemeente te Leijdefiy is geboren dèn i feptember i<5s8 
te Nïons in Dauphiné. Zijn vader was Salomon Bernaro, 
Gereformeerd Predikant, en zijne moeder Magdalena Gala* 
TIN van een ^aanzienlijke familie te Genere. Hij leide de gron- 
den zijner ftudie in een ftadje van die zelvdeprovintie, daar 
ene- kleine Hogefchool was; hier oeflfende hij 2ig inzonder- 

heid 



S4 BERNARD. (JACOBUS) 

héid in de philbfophie èn wiskunde ; waar na hij zig ïisl& 
Ueneve begaf, daar hij met zijnen vriend en bloedverwant 

" JLE Clerc, onder den verriiaai'den CHoufeT In cfe philófophiej 
en onder Filip Mestr£zatj FrAnc. Türiuïttin en LoDfi^Yit 
Tronchiw, inzonderheid in de theologie öeffendé, lerendi 

. tefFens het hebreeuws hij Michiei; Tüjüiettin een neef vatv 
Franciscus. In 1679; zijnde het aofte zijri's oudere ^msi 
wierdt hij Predikant in 't Dauphifieefe , daar hij eerst op het 
dorp Fènterol en vervolgens op dat van Vinfobre predikte; doch 
hij wlerdt verpligt in 1683 het rijk te talmen, begevende ztg 
naar Gensye^ vervolgens naar Laujame'y en voorts naar Bol* 
iandy alwaar hem zijn bloedvriend le Clerc bij een' man^vaii 
aanzien aanbeval ^ die hem te Gouda een jaargeld bezorgde» 
Ter laatstgcmelde plaatze in 't huwelp getreden zijnde, bè- 
gaf hij zig ter woon naar 's Hage; alwaar hij zig .onledig 
hicldt, raet het onderwazen van jongelingen in de philofuphiö 
èn matematifche wetenfchappen ^ predikende ook nu en dan al- 
daar , als mede te Gouda , tot dat hij in 1 705 in de hofplaat^ 
van Holland, als Predikant in de Walfe Gemeente beroeperi 
werdt. De lesfèn die bij aan de jeugd voortging te geven i 
waren zo ^el Ingerigt, dat ze hem niet alleen veel roem 
én achting verwierven, maar ook gelegenheid gaven , dac 
toen Profesfor de Volder het emeritusfchap werdt vergund ; 
Bernard dien post als Leftor gedurende zes jaren vbor henï . 
waarnam, ten einde van welken tijd de Hoogleraar overleden 
zijnde, hij in zjjne plaats w^dt aangeileld. Hij las ongemeen 
veel, doch niet anders dan goede boeken^ en in een aaneen» 
gefchakelde orde, wetende ook met veel vrugt gebruik vari 
het gelezene te maken. Men wil dat Bernard niet tot de 
Éerfte klasfe van diè verhevene wiskonftènaars behoorde , welke 
door een diepzinnig onderzoek, öndekkingen dóen dié hun 
Écroemd maken; maaï met dit al; #ist hy de gtóndbeginzelöü 
^an die wétenfchap en verdere voórtgiang daaï iii , ép ene ±6 
iette en doidelijke manier te onderwijzen eü tè verKlarèrf, 
dat hét al een grote botterik moest zijn die hem niet koste 

Irevatten. Inzonderheid wzren zijne iesfen crvér de natuut^ 

ktmtr 






« 

\ 



ÏE^ARB. (JACOBtJS^ stjtf 

tundfi te gelijk nauwkeurig, en tefiens door TroorbeéMen ogf, 
fieklaa^t, ongemeen bekwaam ön de aandagt gaandie te hpuden^ 
en ab *t ware den gf sst in te dringen. In zijn wijsgerige. 
Icetwijze, volgde ha^ grotendeels het fistema van Gartesius., 
4c(Ch na dat hij in zijne laatfte Jaren de werken van NewtobT 
inet ingefpannen aandagt beoefiènd hadt, begost hij aan fomr 
inige Cartefiaanfe ftellingcn te. twyfièlen , en volgde in. vele. 
9pzig'ten de leerftcUingen van den laatstgenoemden Wijsgeer> 
OntwijfFelbaar zoude deze geleerde man fneller voortgangen , 
in de wetenfchappen die lüj leraarde gemaakt hebben , ware 
het niet dat bü door zijne giote bezigheden daar in te rug ge? 
houden was gewprden; want bf halven de. zorgen, die ene 
talrijke jeugd welke* zijne lesfen kwam horen , van hem vori- 
derde ^ en het waarnemen van zijn leraarsambt, dat hi) met 
alle zorgvuldigheid en ijver deedt , ijbhreef hij het vervolg vaa 
de Nouyeües d^ la Reptihliqu0.4.e^ Lettre, een werk waar mer 

• . '* ' * 

de de vermaarde BAYtE zo veel roems verwoi*ven heeft: 
-yoeg hier nog bij , dat hij nog uren van zijnen werkzame» tijd 
aÊzonderdc, 'om aan veifchelde jonge. Franfe Godgeleerden, 
lesfen te geven, 'dienftig om hen in de chwstelijke weilfpeekcnt- 
held te oefFenen , en voor den keritoel bekwaam te maken ; 
'Wftar van ook verfcheidene zijne moeite volkomen beantwoord 
hebben, en de geheugenisfe van Bernard aan vele Kerken 
dezer landen heeft dierbaar gemaakt. Denkelijk hadt BiaxARD 
iiQg nuttiger. v;oor de jeugd geweest, indien men hem de pro-p 
fesfie in de theologie hadt opgedragen, want het is onbc? 
twistbaar, 'dat in die wetenfcbajp agne bekwaamheid inzonder* 
ieid uitmuntte ; de nauwkexirigheid om zijne denkbeelden in 
behoorlijke orde te fchikken, die hem zo eigenaartig was, en 
die 'riögopgeklaart wierdt dopj^, zijne oeflèningen in de•mee^ 
kunddy gevoegd bi§ ene diepe kundigbeid:'in de oo^tcafe talen» 
i^aakte hem' ongemeen bekwaam om. in den zwaren tin deir 
gewijde fchri£ten door te dringen, en daar van.de nauwkeu- 
ïigfle denkbe^Wen mede te delen ^ tot getuige bier. van, \e> 
ftrekicen fommige. treken uit ü^^m. leerredenen , in welke hijs. 
meer. op leerzaamheid en duideffik: betoog doeMe, 'd^n om 

toe- 



pERNARD. QACOEUa) 

foejuichmgen van welfprekenöieid te eriangen ; h^ Aelde Mét' 
zyne pogingen te werk om de verhevenfte waarheden , zelvs^ 
voor de eefnvoudigde klasfe van menfchen bevatbaar te ma- 
ken, en zulks door zn«e duidel^ke leertrant en eenvciudigheic! 
van ftijl , ^nder dat even^ de bekwaamde toehoorders reden 
hadden, omzigde tijd die zij in zijn gehoor doorbragten te be- 
klagen; het is wel waar, dat hij dezelve niet verrqkte , door fijn 
uftgeplozene en vergezogte redeneringen , of door een beval* 
lige zwier van uitdrukkingen; maar tefFens is fiet ook waar,^ 
dat hij zijne toehoorderen nimmer ledig wegzond » maar dat men 
a1tx)os uit zijne predikatien haar huis keerde met ftigting, en 
verligte denkbeelden over de ftoffe dien "hij hadt verliandeld; 
ja zo;ider grootfpraal: kan men zeggen, dat Bern>^rd eet;L der 
beste modellen is geweest,* voor die genen, welke vei;Iangea 
ware christen redenaars te woif3en; ook was zijne gewoonte,^ 
om de leerredenen dien hij uitfprak, in haar geheel te firhri^. 
ven en van buiten te leren. Denkelijk badt de Akademie m 
Kerk langer genot en dienst van dez^ waardigen man genor 
ten , ware het niet dat ene al te onmatigen arbeid zijne le- 
vensgeesten uitgeput, e» naar alle waarfchijnli|kheid zijne, 
dagen verkort hadden; door zijn geftadig fpreken en rede- 
neren, wierdt zijn long aangefloken, en deze borstkwaal ver- 
ergerde zodanig in maart I7i8> dat hij den 27 aprii daaraan- 
volgende, in den ouderdom van 60 jaren, zijn nuttig leven 
eindigde, nalatende: ene weduwe met een zoon pa tw^^ 
dogters. 

• De voornaamfie 'werken die hij gcfchreven heeft zijn; 
I. Epiftola de Toleriantia^ ad clarisf. virvm T, A. R. P,;T. O. L. 
j4,, fcripta ad P. J. O; J.L.A, Gouda idgp. ^ ia*» 2- ï>«'- 
té de la Repenmce tardive, Amft.'iyiz. m 12"*- .3. LkTExeU 
lence de- la RsHgion (fe., a vo/. Amft. iYi4.> i^, 8.w, Voorti. 
nog behal^en de N&uvelles de la Repuhlique des Lettres^ waar 
van hier boven is gefproken;, heeft Bbbjstarp^ het vervolg ge^ 
fchreven; van de ^Mothe^ univerfalU, van. id^ af:> tot het 
einde tx)e. Ook heeft l^ gewerkt aan hst Supplment' du Di&iai 
naire AL. MOMW, ijtdcl^we 17x6 uitgegeven, welken, 

groot- 



]pERNARD. ÜOHANNES STEPHANUS) 3(y? ' 

grootfle gedeelte uit zijne pen is voortgekomen ; nog heefc hij 
het Receuil des traiBez de Paix^ de. Trève, 'de Neutralité, de fus- 
'penftms d^armes^ j^liance^ Ö* ^autres AStes publiez^ i^c, faltf,- 
entre les Empereurs y Rois^ Republiques, Princes, ö* autt^ Puis-_ 
fances de VEurope^ Êf des autres parties du monde y depuis Van det 
J^ C S.2^. jusqu'a prefent; Ie tout redigé par ordre clironologiqiie ^ 
^accmpagné de notes. La Haye 1700. 4 yoL in folio; in ord«> 
gebragt, en met een Voorreden verrykt, Aan de Hijloire db^ 
regée de rEurope heeft hij mede gearbeid, en vervolgens aaijj 
de Lettres Hiftoriques y waar van hij de eeifte }area gefchreveii 
heeft. — — Catd. BibL Bünav., Tpm. I. vol. IL d. 10/9. (1 
Saxi, Ommast, Uterar. Pars V. p. 374. Niceron, Mem- Tom. 
I. p. 130-138. PAquoT, Mem. Ikter. Tom. VL p. 351-358. 
Journal litteraire 4e l'ann, 1718. Tom. X. pr. partie. Boekzaal, 
1718. a. bl. (532. 

I 

BERNARB (JOHANNES STEPHANUS), geho;en t4 
Serlijn in het jaar r7l8, is medicijne Doktor geweest. Hi! 
beeft het grootlle deel van ?ijn leven in de Nederlanden doot*-. 
jebragt , én lang gewQond te Jmjheldam , 'te Harderwijk eö 
laatst te Arnhem y alwaar hij in het jaar 1792,' in goeden ou^. 
dejdom, geftorven is. Hij heeft zig in de geleerde -w^ereld' 
bekend gemaakt, dopr vcIq uitgaven van Grickf^ Schrijverii 

pver de Genees- en Heelkunde, ^Is Demetrius Pjepaoomenus, 

....•- ■■■ . ■ . ., , ■ .■ , 

de Podagra; Anonymi, In^rgduStio anatomick; Hypatus, departi- 
hus Corpofis; Pseixus de Lapidum virtutibtis; Palladïüs, de Fe' 
hribus; Synesius, de FebribuSy en Theop^anes Nonnus, Epii- 
tome de Curatione morborum, welk laatftc werk in 1794 en 1795 
in twee delen in 8vo. te Gotha is uitgekomen , en akngekon-» 
digd in dt Algemene Faderlandf. Letteroeff. 1795. No. XI. bl. 
494, én tn de Stfgcmdttc ïittcrottttiï Scyung ;795« No. 131 en 
iNo. 1.6a,* augu^. bl. 457. Hij heeft zig pok door anderen oir-* 
deelkundigen arbeid bij de liefhebbers der Qriekfe letterkunde 
verdiend gemaakt, als door de volledige uitgaaf van Thomas 
Magi$ter gedrukt te Le^'den i7SJ in gr. 8vo.;* door enfjge ve* 
celjjkingen van Griekfe handfchjrifcen Van d*Orville pver E** 



3(J£ BERKARD, (VVILLEM) ?ERNARDS. CWJLMAR). 

WomAVKSy en Gaubnvs, io de O^fefvat. MUc^an. noy(s. Tom. 
K. IV ppp-ioip. en p. 1020-1056; en, eindelijk door zijne 
aanmerkingen op Griekfe Schrijvers^ in de j4£ta. Ikjsraria Socicr 
U^ Bheno-TfrajeQina y Tom. I. p. 199-212. ■ Zie ook, 

l^ETSTEiN, ad Matth. pip. XVII. vs. 2. Pierson, Frafat. ad 
Moerid. Auic. p. 5-7. C Saxi, OnomasU Ikerar, P. VII. p. 
öi. /f. Sl^ucö (S^l? ^mpaf XI. 2^. 6U 6sor-(J67v 

BERNARD (WILLEM) , fe onder de Roomsgezinde j&r** 
hmders. die in de XVIde eeuwe leefden , een beroemd Godge^ 
IfSerde geweesü. lü] heeft gefchreven : De Sacranm Lkerarum 
tommumone 6? fenfu. De rkibus Catholica EccUfiet. De Septdtu-. 
fis. Parif. 1547' 8Wf . J. F. Foppens, BiN Belg. p. 392. 

é 

iBERNARDS (WILMAR), wierdt pptrQnt 't jaar, 15.10 ge- 
boren te. Etcke^ een dorp in Flaanderen tot de Kastellenie van 
'Kasfel behorende. Hjjj qeffende zJg te Leuven, in de Philofo*. 
phie^. en verkreeg in 1520, bij de algemene prpmotie de der- 
de graad, Iera4rde vervolgens die wetenfchap ii\ het kollegf^ 
i^er Lelie. \d,n gemelde flad; en maakte intusfen gebruik y^. 
z^ne 4edige uren , om zig in de. i-qgtsgeleertheid te. oeffenen. 
Dpn 10 november 1538 wierdthij tot buitengewoon JJoogle* 
laar in liet kerkelijk regt aai^gefjeld,, en hij bekwam tefïèns 
Èec kanopikaat aan die leerdoel gdiegt. Den 31 augustus vai^ 
't volgende jaaj- , verkreeg hij de doktorale waardigheid ia 
beide de^egten.. Dominikus, CasqajlkTj die de eerfte leer- 
ftpel in .het kerkelijk regt tp Leuven vervulde, dpn 9;iuT\ii 
1.548 geftoi ven zijnde., wierdt Bernakds ip derzelver plaatze. 
^pgelleld. Twee jaren latpr, tfok hij op. bevel van Keizer- 
Kare;. den- V, l?encvens JIuard Tapper en *enige andere 
Godgeleerden van de Leuvenfe Hogefchool , naar het Concilie, 
yan Trente. In. 1557 in 4e Nederlanden te rug gekeerd zijnde,^ 
\jrierdt hem.ene RaadsheersplaatsjB den Hogen Raad te Meche^, 
J^ opgedragen^, doch hij bedankte vQor die aanzienlijke, waar-, 
digheifj, ^T\ verbleef als Profesfor te Leuyen tof op zijn dpod^^ 
wpjke voorviel den 23 januarig 157^, in het 6pfte jaar; vaa, 
Quderdpsi. Bg uiterften, wille , befprak bij 60 dukaten, 

jaar- 



i^EIlNART. (JOHANNES) 369 

jaailljks, om twen jongelingen aan Leuvens Hogcfchool, in 
^c regtcn te doen ftiideren. 

WiLMAR Bernards was een van de drie (jodgeleerden , die 
benevens Martinus' Ritiiove, Bisfchop van Iperen^ Antoni 
ÏIavet, Bisfchop van Namen en Gerard van Hamericourt, 
Bisfchop van 5t. Omer; daar nog bijgevoegd waren, Jakob 
*Meertens en Hippolitl's Persyn, Prefidenten der Geregts- 
hoven van Flaanderen ' tr\ Utrecht y in 1565 te Brusfel ten hove 
wierden ontboden, en daar, op last van den Koning, ondet 
«nderen hun gevoelen wcrdt gevorderd over het KetterJIraffen ; 
't welk hier op uit kwam : „ dat de dienst Gods en de wel- 
yy (land des vaderlands geene verandering gedoogden, ten 
„ ware, veelligt, omtrent onbejaarden en berouwhebbcnden , 
,j die ;nen naar 't kerkelrk regt wat zagter handelen kon. '^ 
SwEERTius zegt, dat hj ere verhandeling heeft gefchrcven, 
'de Pccnis Canonicisy benè'^ens rog enige anderen, die niet in 
't licht zijn gegeven. — — — J. F. Foppens, BMotli, Bel^. 
p. 1160., daar 'm het graffchrift verkeerdelijk gefield wordt, 
'dat Bernards den 10 februarij zoude overleden zijn. Pa- 
qvOT, Memoir. litterair. Toni. XV. p. 281-285. Wagln., 
Vod. Hifi. VI. D. bl. 109, iio. ' 

BERN ART (JOHANNES), geboren te M^.chelen 'm 't jaai? 
1567, was een regtsgelccrde , gefchied- en letterkundige. Hij 
heeft te Mechelen voor den Hogen Raad als Advokaat geprak- 
tlfcerd; trouwde in januarij 1594 te Brusfel^ met Katrina 
Breügel, dogter van Willem Breugel, in die flad Raadsheer 
in den Raad vzriÈr&handy bij wie hij twee kinderen verwek-. 
te, die hem zo wel als zijne huisvrouw hebben overleefd; 
hij (lierf inden bloei, van zijne dagen, nog nauwelijks 34 jaren 
bereikt hebbende, ótn 17 januarij i(5oi.. Zijn vriend Ni- 
klaas Oudartius, Kanunnik en Officiaal van Mechelen ^ heeft 
hem met het volgende graffchrift vereerd : 

Hac tegitur pqrva magnus Bskkartius urna, 
Clara nifi toto fama quod orhe volai ,v 
, Quam famam fmÜi doSisfima fcripta merenltur : 
IJ^Deêl» Aa Siv& 



S70 BERNIERS van den EÜSSCHE. (LUBBERT) 

Sive ea ad Hiflorianty Jive ea ad u^onidas, 
Seu magis ad^ Sophlce fint exornanda vireta. 
Ahl'Jpes cum tanta quanta fepidta viro. 
Bernart heeft in 't licht gegeven i i. Be utUitate Ugendk 
iïiftariay lihr. IL Aitw 1589 6? 1593- in 8vö. 2. Cmmefita' 
fiolwn de. Lirani oppi.i ch Hollaiidis occupati liberatione. MechL 
i:'9(5. iii 8^'o. 3. Scha.ia in Statu Papixii Opéra, adveteres 
^ojices recenfita. j4ntv\ typis Plantini , 1594. Svo, 1607, 
2vo.\ 4, Commentariim in Silva; ejusdem Poetce; typts iisdein, 
1599. 8^0. 5. Commentarium ö* Notas in BoëTHiuM de Cón- 
Colitione Philofo^hice. Ibid. 1607. 8vd. 6. Vitam Êf Martyrium 
*Marl« STUARTiE Res^ince Scotict. Antv* 1588.- 8 vo. 7. Oratio' 
{!f?7j infwiere Joankis Haüchini , //. Meehli/Jenjis Archiepiscopt ^ 
haNtam. Lovan, 1589. 8vo. f J. F. Fo^rE^^s, BibL Bels;. 

p. 578. Paquot, Mem.'litter. Tom. XV. p. 107-1 j 2. Saxi, 
P/;?vn. /i>£^r. P. IV. p. 25. 

'pERNiERS VAN pEN BUSSCHE (LUBBERT), geboren 
te Zyvolle, omtrent het einde van de XlVde ecuwe, was da 
zoon van Bernier Ja^ïssen, Schepen van die flad. Zijne 
geiftc le-rceroeffeningen aldaaf yoleindigt hebbende, trok hi^ 
J3aar BoJjsmen, om te Praag zijne Itudi'en te vervorderen , daar 
hij binnen kort den trap van Baccalaureus verkreeg. Tot Zwol 
gruq gekeerd zijnde, wiérdt hij getroffen, door de ftigrejijkcs 
levenswils, welke 'er door de Klerken van 't Gemene leven. ' 
ggr.^genoocfchap door Gerard de Groot ingefleld , wierdt ge^ 
Jfid, en hii nam het befluit om. zig bij hen te voegen; ten 
^.ien einde veiü'ok hij in flilte naar Deventer, en begaf zig 
pnder de bqR'eiing van den godyrugtigen Florens Radewyi^s. 
7ijn va 'er zulks. gewaar geworden zijnde, zond bode op bode 
pm- hem te rug te doen komen , pn yan befluit te verander 
ren; doch alle l»kir.gen waien vrugteloos, want Luleert 
bleef- yplftandic: in zijn befluit volharden. Zijn vader kort 
hier/ op krank eeworden zijnde, aan welke ziekte hij ook 
(lierf; ging Lubbert, hem bezoelien» en verzoende zig zo 
hartgrpiuifg met hem, dat de dervende man, I":em f:lle de 
gqp'^iersj^ ter {land ftelde, die hij na zijnen dood moeste ^rv^; 

■ hij 



/ 



BERNSAü. (HENDRIK WILLEM) 371 

'% gaf die aan zijiï njeester Florkks, ten einde die tot bc- 
" hoef van het genöotfchap te befleden ; en deze maakte 'er ge- 
t^-uik van tot ftigting van het huis , dat tot de eerfte woning 
veiftiekte, welke de genoemde Klerl-en als hun eigendom be- 
woonde:^ «n welk gebo.iw \n 1391 voltooid wierdt. Het 
aelvde jaar wierdt Berniers tot Priester gefchoren, welke 
Waardigheid hij fle^rts ze|ven jare|n overleefde, flervende den 
26 j.ljj 1398, in den bloei van zijn leven, weggerukt door 
er,e befmettelijke ziekte, welke in dc/en tijd niet alleen Ovtf' 
ijsj'd , maar vele andere landfchappen ' tot ene verwoestende 
p^a^^ verftrelste. Thomas a Kempts, kwam Lubsert gedu- 
je'^'e zijne zie". te bezoeken , en verftrekte hem tot geen ge- 
i''/r:en troost. Hij werdt begraven op het St. .Lebuinus kerk* 
h' f. Men heelt van dezen god vrugtigen man: i. Epijiola 
ml*Dcm\ium Florefitium^ weinig dagen voor zijnen dood ge- 
fchrev«n, 2. ColleSta qucedam ex devotis exercitiis Domini Luber- 
TI. Deze ftukken worden gevonden in de werken van Tho- 
mas a Kempis; edït. Coln. 1660. Tom. ^I. p. 103, 104.. & 

108-112. J. F. Foppens, BibL Belg, p. 822. Paquot, 

Mem. litter. Tom. X. p. 315,' 3 15. Thom. a Kempis, vita 

P. LUBBERTI BeRNERI, uU ttlOX, p. 94-IO8. DüMBAR , ^mL 

T. I p. Ai'/m- 

BERNSAU (HENDRIK WILLEM),- IIoog1ej;,aar in do 
Godt^eleerLheid- te Franeker, wieidc geboren te Lffinepé 'm 
Bergsland, in het jaar- 171 7. Zijn vader ^endrik genaamd , 
is aldaar Predikant geweest van 1687 3^ ^^^ i73ij in welk 
jaar hij is overleden. Hendrik Willem, heefc zijne akade- 
mife oeffeningen volvoert aan de Hogefcholen van Duisburg 
^n Marpurg; in 1^7 wierdt hij aangenomen als Kandidaat, 
^n bezogt vervolgens de meeste Duitfe Akademien* In 1745 
kwam bij van Lèijden naar Franeker afzakken, daar hem de 
Winde fortuin* was wagtende, want hij wierdt, dat vrij onbe^ 
grijpelijk is , op wiens aanbeveling ons < nbekend ^ van Kan- 
didaat tot TheokgicB Profesfor aan deze Hoge: chool aangeHeld; 
wordende vervolgens hem op den 13 april ingevolge het ge- 
txuik; zonder enig voorafgaand examen de waaidigheid van 

Aa s ^Dok- 



%• 



^n BERNULF of J3ERN0LD/ 

JDoktor in de Theologie opgedragen; en in mey 1749, dee<!' 
hij xlfrt inwijdings redevoering, de rationc Certi in Tlteologia 
/otiüituendi. . • - - 

' Men kan niet zeggen, dat Bernsaü in de ware betelveni> 
vm het wof)rd, een geleerd Mm is geweest; zeker is het' 
e^er , dat hij het Sijstema en de Loei communes van de Theologie 
^Vevftond; daar bij een ftalcn geheugen hadt; ook wist hij zij.- 
re'colle^ricn te veraangenamen, door het verhaal van aïler* 
^ie zonderlinge gebeur ten is len en fprookjes, waar van fomm^- 
^e*^; hoc ongelooflijk ook voorkomende, egter waar pioeten 
(:é\vec';t zijn, doordien de Profesfor om zijne toehoorders geen 
r'v.'ijficling over te Jaten, die veeltijds met een helklinkend 
beve-tigend woordje bekragtigde. "Hij flierf na ene ziekte van 
ëi:i:ïe weken den 16 april 1763. Geere van zijne nageble- 
ver.e Koüegaas in da Theologie, IIerm. Venema, Petr. Con- 
pAT^i" of iEcin. GiLUssFK, ichijrcn lust gehadt te hebben, om 
ere ioffpraak over hem te doen; doordien op verzoek van de 
v'jdinve, de lijkoratie is gefchiedt door den Hoogleraar in dp' 
franfe t^al jAConus Garctn. - 

'Onze Ekpnsau heeft de volgende werken in 't licht gege- 
ven: 1. TJicelogice Dog?natkee wethodo fcietitifca pertraEtatac ^ 
Pars I. vol. I. de Deo ejusque attribjais; amPraefat, Christ.' 
IVoLFit. Haloe, 1745. 4fo. FoL 2. IL de 5. S. Trinitaie' (f De^ 
erens divinis, Lugd. Bat, 1747. Dit werk is door den Hoog* 
Tevaar in 1755 en 1756, door enige hoofdftukken de Creatione 
(f Angelis^- bij wege van akademife dispuiten vervolgd. 3.' 
Thejês feleUoe de vera Henneneuticae ratione. Fran, i75i..4fo. 4/ 
Cojnpendivm Thologia Dogmaticce , methodó fcientifica pertra&atae.' 
Pran. 17^*5. At o, 5. Onomdsticon facrvm, 2. Tm. Fran. (f 
Lew. 1762. 4.to. Hier in vindt men fommige artikels, die het 
x^ailvk vi'eemd moét voorkomen, in het" werk van er^ft 

» ■ ■ \ 

Piofssfor in de Godgeleertheid te ontmoeten. Zie ook' 

K.' L. Vriemoüt", AJien. Frif, pag. 85P. ^oekz-y 1763. «/ 

hl; 6516. ' - ' -' '• ■ - • > • •; ■**• 

^•BERNULF of EERNOLD, wierdj: in 't jaar 1027, open© 

?:eeV*2ofidérIiPgè' Wijze, de opvolger Van A^ilbold^ en dpj;' 

•/. . ■ . . . . . ... 



1 



BÉRNULF ofBÉRNOLD. s;3 



lic twintigfte der Utreckfe Bisfchoppcn. Zo dra gemelde Adkl' 
BOLD overleden was, ontflond 'er, onder 'de Kapittclhertin , 
een hevige twist , over de verkiezing van enen . opvolger. 

Staande die onenigheden, bevond Keizer Koenraad de lil, 

. - -'.*■'■.*■ » . * 

zig nu te Nijmefren, dan re Aken^ en ook wel te Keulen y en 

',. . . ■ • ,«.• »•.-', j, 1» 

oirdeelde, o:n den twist te be/lisfen , raadzaamst, zig, met 
... ...-.•« . • » «1, ^ 

zijne zwani^erc gein.'iinnc Giskla, naar Utrecht te begeven. 
JDan, wat . ebc^irt 'er? De Keizer in het dorn Oosterbeek , 
.op de Velwwe^ zi>nde ge^c^men, overviel der Keizerin de ba- 
yensnooJ. Sommigen verhalen, dat zij op i\Q,xï weg verlo.Ue 
van haren zoon, naderhand Keizer Hemdrik den JII, en dat 
zij be.ever.s haar kind in het huis van den 'Pastoor Btp^ülf 
,'gebra2.t werdt. Anderen willen , dat zij in het huis diens mans', 
na dat de Keizer zig reeds te Utrecht bevond , van haren zoon 
zow vCiiust zijn. Hoe het ook mag z'ijn, dit is ten njiiiUeij 
zeker , dat geineMe Pastoor aan den Keizer de tijding hier v.iij 
tragt, kort na ddt door de twistende Kanunnikken, voor dit 

ieer, aan den Keizer de volle raagt was gegeven, om ieniiino 

'..... ■»...- • • . , • 

die hem goeddagt, tot de Bisfchoplljke v.'aardigheid te ver- 

> . . • . ••..,■•• . . • • ■■ • -^ 

heffen. De Keizer, uitermate vrolijk over de tijding, hc:;. 
door IJernlxf gebragt, befchonk dtn armen Priester met de 
Sisfchoppelijke waardigheid. Gelukkig bij dat alles, dit htj 
een man was, die 'er toe gefchikt fcheen te zijn; zlindc niei 
ontbloot van gelcertheid, bezittende daar bij een 'gezond oir^ 
deel, en die zig om te regeren, taineLj : wel wist re gedr^ 
ien. Bkrnülf maakte fpoedig vrede met Graav Dirk df-^' 
III. van Holland y tegen wien Adrlbold, gedurende zijn be- 
rtuur, c'eoorioogd hadt. Graav Dirk overleden zijnde, vcj't 
zogt hri den Keizer, de Kerk van St. Maarten aan derzclvui 

recht te willen helpen, en den Jlollander dd-dr aan doon we- 

••:„... .•..■■•• ■ r . , ..-..« 

dergeven *t huis te Merivede, Bodegraven en Zwammarüoniy ZQ, 

i^ . . . » .,.•." •■ ■ ■ . • V * •.- ' >■ ■ ' '■ ' • ■' -'.1.' *■' 

als hii voor.<»af , aan het Stigt te ziin ot]tnoincn. Hij voc;:gc 
«..•'■. . • • ■ ' ..•-.'.•■ • ■ ■' . - 1* . , 

daar bii : „ warneer zulke Ichelmlhikken en kerkroverijcn , 
„ 'm den aanvarg niet geltijit, geftraft en ^',cwrpHen worden, 
,* zal naderhand ieder zo veel van de kerk.lijk^ goedero«> '^^^ 
55 tiekken Cn fia zig flepen, a4s tem maar moojlii^ rs- >H-£ 

Aa 3 . >, ^^■'•^ 



37^ BERNULF of BERNOLD- 

land eerst zo klein , heeft zig door dergelijke roverijcTi grtm 
' gemaakt,'' enz. Ojy dit verzoek befloot de Keizer, in 't 
jaar 1047, zlg naar UtrecJit te begeven, van daar in Holland 
te rukken, alles te verwoesten, en het huis te Merwedcy met 
den Menyejlroomj te bemagtigen, en in handen van den B:s- 
fchop te (lellen. Dan dit bezit duurde niet lang; want na 
dat de Keizer vertrokken was, deed Graav Dirk de IV, den 
Bisfchop zijne gramfcbap gevoelen , heroverde n?et alleen zijn 
wettig regt op het huis te Merwedsy maar lieg zelvs, met bran- 
den en verwoesten , het gantfe Stigt af. De Graav wel voor- 
ziende , dat de Keizer dit niet ongewroken zou laten , óted 
alle moeite om hem alomme vijanden te verwekken , die hem- 
we.k veifchafcen, en waar mede hlj zig^ vereende. Dit egtcr, 
verhinderde niet, dat de Keizer, in 't jaar 1047, te rug. 
kwam en enige vaste plaatfen in Holland veroverde, wa^' 
onder , die door L. Schafnaburgensis , genoemd woi den , Flater^ 
enge of Fla':r dingen en RIrjnburg; wordende, door den aan* 
naderer.den winter, verhinderd, meer overwinningen te. ma- 
ken. KoENRAAD DE II, gelijk ook Zijn zoon Hendrik de 
III , cicden , van tijd tot tijd , grote giften aan dezen Bisfchop. 
» Hendrik fchonk aan hem, cf liever aan St. Maarten,- niet 
alleenlijk een aaïi^ienlijk deel van 't land van Drenth, maar 
daarenboven vde goe^e/en in Friesland^ tusfeiï de Lauwer en 
de Eems , en geheel Groningen ; waar door fommi-en hebben 
willen veifi^aan, als of de ftad Groningen, met alle hare xeg- 
ten en eigendommen, daar door zoude zijn weggeichonken 
aan de • Keik van Utrecht. Dan , Ujbo Emmius onderrigt om 
bier van be:er, a's hij zegt, dat daar door alleenlijk verdaan 
moet worden , een landgoed , dat Keizer Hendrik om of nabij, 
Groningen bezat, benevensv andeie 'heerlijkhede^. Ook zijn 
'er , die, ten aanzien van Drenth, hier door geheel Drenth en 
Twenth , met tollen,, munten en den aankleve van dien ver- 
ftaan. De giftbrief willen zij dat getekend zou zijn te Utrecht^ 
in 't i?ar 104.0. Zes jaren later, kreeg hij tot een gefchenk^ 
de ftad Deventer : ook jimelamlen , (waar door Jmelande , gele- 
gen aan den Tsjd , niet verra van Deventer, moet verft aan 
* wor. 



BEllONicIüS-. (PETRUS JOHANNiBes) 375 

worden 3 welke giftè aan de UtrecJitfe Keik, door onderen; 
bp het jaar 900 ge'lelJ worde Onze oude Kronijk ftelt dié 
Van D:v2iiter en Ameland op 1046, en die \h\ ÜreiitB b^ 
1047; fc'-oon de Schrijver daar van tè voren g^/ejd had; 'dat 
Bisfchop Rat^oud; over;e.!en in 't jaar 917, van Keizer Lcfc 
i)£WYK en Koning Karcl va-i Frankrijk y de bevestiging vad 
ï>:^verter en Tlrel verworven had; Dan; mén dient h'èi b'^ 
aan te merken, dat Deventer^ l-enevcns andere (ïeJen en ïani 
'den, meermalen in ou -e tijden vervreemd, en van den èneS 
bp den anderen overgCt^uan iijn; 'en XjXl eens na weinige, daft 
weder 'na véle jaren; ddor de Keizers, dia het ligt viel té g& 
ven, aan de Bisfchop pen gerchcnkeft werden; 20 dat het zew 
inooglijk is ; dat bok in 1046 dergblijlie gifte geda:ïn is; 

Bernlxf, als Bisfchop , heeft binnen Utrecht zijnen r-i^ixi 
Veree-jwigd, door het (liggen der twee Kollegialè Kerken; all 
'die van Su Peter ^ en van S:., Jan Baptist; en cok binnen JDi- 
'h^ent'er\ door de St, Lehuinus Kerk', dï^ar hij de Kahunnikkèn' j , 
tiit St, Salvatbrs MonJUr te Utrecht) m plaatile; Hij overleed; 
iia een beftuul: van 27 jaren, in 1054; hebbende^ gfediirén- 
'de dien tijd; de re-'ering van zeveft ^oomje Pauferi beleef J; 
Na zijne begravenfs, dfe gefchiedde in ce gemelde St, Fieiéfi 
Kerk, wei'dt hij opgevolgd door Willem van GeldeL — -* 
A. Maith.; ad Anónym, de Rebus Ultriy, p. 189. Beka,^ /f? 
BÈRNüLPiio, p. 39. Voss[ös, Jaarboeken. Óüde Holl. Kronijk; 
iGóuDfTÓEVEN". Wtnsemius. Véldenaar: Bat. Soera y h D^ 
bl. 6so"6sT- Wagen., Fad. Hift. II. D; bl. 154-15(5. 

ÖERÖNICIüS (PJETRüS JOHANNIDKS), Van fommigeü 

gegist dat hij uit Sti.ats-Faandei'en (f BrabaiU, Z( n 'e hbikomftig 
zijn; heeft Z'jn voornamen levens ijd, Jje in 't midden êii 
XVIIde éeuwe was , in Zef*W/ gefieten.' Hij was een man dif 
2ig zo door zijne uitmuntende geleerthèid en bijzondeie vaaiF» 
digneid in dë digtkonst; als, door zijpe flcrdigé levenswijs; èü 
bng.^.fchikt zedelijk karakter ; buitengen een vëfma-ucf heeft ge- 
blaakt: De franfe ; engeljè en italzadnfe talen fprak ]jg mVester- 
ti^k\ de Icèijfije 'f er Hond hij ló volkomëiï;- 'dat dc^ Sëroêrnde 



375 feERONICIUS. (PETRUS JOHANNIDËS) 

GronoViu? fdiroomde^ daar in met hem te fpreken. In db 
grkhfs taal inzonderheid, was zijn wedergade niet te vinden, 
die fprak hij beter dan een Griek van geboorte ; ook hadt hij een 
bijzdndisre liefhebberij voor deze taal. Op zekeien tijd met 
Profcsfor Gymnich, die den roem hadt 'er zeer ervaren in te 
2ijn, in deze taal redenerende, nam op 't laatst zijne gev^one 
onbefchoftheid de overhand; en hij maakte een einde van h.in- 
ne famenfpraak, met deze woorden; „ htt verveelt mij la/jgejr 
„ in 't grieks met u te praten; Want waaragtig, mijne leer- 
fy Jingen , die maar een jaar lang grieks bij mij geleerd heb- 
^, ben, zouden het beter fpreken dan gg.*' Horatius, Vir* 
GiLius, Jüve:^alis, een groot gedeelte van Cicero, de beide 
Pliniussen, Homerus, Aristopiiakes , en inecr andeie klas- 
iieke Schrijvers , kende hij van buiten ; en wat meer is, 
voerde hij over bijna alle andere oude zo griékje als latijnfe 
Schrijvers net befchaafde redeneringen, én w^st naar ve/eisch 
van zaken 'er op ene wijze over te oirdelen.en te fpreken, 
die geen minder juistheid van verftand , fijnheid van ge-, oei , 
als ftalcn geheugen kenfchetllen ; en dit alles deedt hij , over 
welke Hukken en brokken 'er uit men maar mogte goedvin- 
den, zonder daar over van te voren gelezen of gedagt,'of 
zig tot foprtgelijke ^efprekkeh v^oorbereid te hebben; ja hij bc- 
zat ene onbegrijpelijke kundighefd, en wbt de zuivere fchrif- 
ten van de onzuivere, de egten en de onegten, met de nauw- 
keurigfte fpits vinnigheid , en met de fcherpfte woorden vittferij, 
als 't nodig ware te ondcrfcheiden ; Iiij kende niet (legts 't ori- 
derfcheid van goede en kwade fpreekwijzen , . maai- wist zelvs 
óok de verfchillende eeuwen en Schrijvers , waar in , en waar 
van dezelve gebruikt wierden, aan té wijzen. 
' Zijne vaardigheid om op ftaande voet, alles wat hem voor- 
gezegd wierdc, in latijnfe oï grickje verfen over ie brengen, 
■gaat genoegzaam alle geloof te boven ; hier van heeft hij meer- 
malen blijkeA gegeven; bnr*er flegts een (laai vai!i bij te bren- 
gen , zullen v.'ij aan onze lezers mededelen , 't geval daar toe 
betrekkelijk, 't welk door Borremans ,wordt verhaalt,- én 
hier in bii^Uaat: dat namel-jk de' zo [geachte Poöet AKTöJvmKS', 



^ 



JBÉRONiaÜS. (PETRUS JOHANNIDE^j iy} 

I 

\ 

€ie in den jare i(584 ovpriëden is, in 1674 in Zeeland zmde; 
in gezclfchap geraakLe van .enen jongen heer, die wónderen 
Iran Beronicius verhaalde. Antónides, en andere vreemde- 
lingen, die zig in dat gezelfchap bevonden ,, beving hier op dé 
iust om dit zonderlinge mensch te zien , en Bero»iciüs wierdt 
ontboden. De knaap verfcliijnt, en vertoonde aan het gezel- 
fchap^ een klein, zwait, dik, rond mannetje, die een kleed 
op zijn Jijf hadt, dat ter nauwernood het koperkleurige vel vaii 
zgnen huid bedekte; doch toen men hem met aandagt bekeek; 
vertoonde zig in zijn gelaat ene ftatige ernsthaftighoid ; zijne 
ogen tintelden/ als helderfchijnende fterren , en men v/ierdt in 
He beweging van zijne armen en benen , ene wonderlijke eii 
ileeds aanhoudende fnelheid ontwaar. Enigen van het gezel- 
fchap fpraken Hem aan, tefFens hem vragende, of het waar- 
heid was, 't gene zijn leerling ten danzièn van zijne zori- 
derlinge bekwaamheden getuigde? „ Waarheid!** gaf hij teri 
antwoord , ,i ja zekerlijk is dat waaiheid , w^t deze van m^ 
i, gezegt heeft;" en wanneer een van allen daar op aanvoer- 
de, dat zij moeite hadden zulks te geloven; wierdt de J^naap 
gramftorig, en voer tegen allen uit, zeggendei ,; om' datgi)- 
i, lieden weetnieten en domkoppen zljt , denkt gij dat een jAi- 
i, der ook zo dom én onkundig moet zijn." Zijne gewonö 
ónbefcheidenheid en korfelheid , werdt ditmaal nog fterker aaii- 
gQvuurd, doordien hij, gelijk meermalen gebomdq," den beket 
wat te veel geligt hadt; dit maakte ook, dat hij verregaande 
aan 't fnoèven ging, en de wonderbaarlijke vlugheid van zij- 
i3en geest in de (lerkfte iJéwoordingen voordroeg, én aandrong; 
dat hij voor de vuist alle foorteil van vaarfen kondc maken; 
Doch het gezelfchap aan wien hij die fnorkerijën voordroeg, 
was van begiip een razenden Roeland bij zig te hebben , en 
deed hem dit min of meer gevoelen; 't \velk ten gevolge hadt; 
dat hij vloekende en tierende ten huize uitliep, en op' dicri 
tijd gceijie. proeve van zijne vlugge bekwaamheid gaf. 

Den volgenden dag, was het zdvde gezelfchap te M^/tóftwr^ 
t^reder b^ malkander. Men fprak onder anderen over tafel / 
tan den iongfteit zceflag, waarin -de HaUanders en Zeww'efi zet 

Aa 5 dap: 



•» ~ n 



\ 

378 BERONICiUS. (FETRUS JOHANNIDES) 

Öapper te-ens de Engelfen gevogten hadden; én m wcllrëii 
bloeligen fag de Kapitein de Haaze, een Zeetiw, gefneuveld 
• wa5, op wien Aktonidjss voor de vuist dit fiaijé grafichrift 
jnaakte : 

De Haas, een fiere Leeuw in 't Britfche zee-gevegt^ 
Scoiiüt pal in 't midden der gepreste Waterhonden; 
Tot hem een kogel heeft voor uit naar God gezonden ï 

Om wraak té vordren van 't gefchonden waterregt. 
Sta VreemJeh'ng, en zeg, tot glorie van de Zee\iwen; 
Dat hier de Haazen zelfs verandeien in Leeuwen. 

Dit v.^.ars was nauwelijks afgefchreven , óf Berontctis komè 
iijét zijnen leerling de \zm-zx influiven ; .\ erontfchuldi^clé zig 
öVvT het ^ne 'ei* daags te voren was voorgevallen, en ver- 
zog" dat men hem zulks te bé te \^ilde houden, tefTens zig 
aanhie-:!ende om aan het ^'ezelfchap ene proef van zijnen vlug- 
gen digtgeeit te geven. Zulks wieidt gietig airgenomen; 
waarop Antönidcs hem zijp vaars Met zien , en 'er zijn oirdeet 
bver vioeg. Beronictus 1?s én herlas het, prees het zeer, 
en zcide hier op: „ Wat belet mij, dat ik het niet terflond 
ii in latijnfe vaarfen overbiengé ? " men bekeek hem hfcr op 
^ct verwondering, prikkelde zijne eerzugt aan, en liet ecri 
ongeduldig verlangeti blijken om deze vrugt van zijnen geest 
te aanfchouwen. Hier op begonnen 's mans ogen te tintelen ; 
iijné aderen als 't ware door digtvum* ontflekén te zwellen ^ 
en zijn gehele lighaam beefde; Alvorens hij aan 't w::rk ging^ 
verzogt Iiij vrijheid om den naaili vanden 2ec-Kap:tein de Haa- 
ze of de Haas, wcar in de knoop van het gehele puntdigt 
bevat was, door enige omfchrijving te mogen verklaren, door- 
dien de aartigheid buiten dat in het latijn niét was uit te druk- 
ken; zo als men gereed flond om dit met een bewilligend ant- 
woord te vergunnen, riep hij luidkeels: „ Daai* heb ik *t al 
„ gevonden ; ik zal hem Dafypus noemen , want dat woord 
i, betekend met nadruk , üen Dier dat tuige poten heeft; eii 
5, wordt bij de Grieken voor een Haas gebruikt. Kom aarf 
5, lees mij twee ffgels tevens voor, ik zal ix die in 't latgti 

>^ ge- 



tERÖNICIÜS. CPETRÜS JOIIANNIDÉS) 37^ 

ji reven/' BuiZERO, die een van het gezelfchap én ook écn 
toeet was, begrst hier op te lezen, en Bkronicius bragt zon- 
der zig la; ge ce bedenken, deze defcige vaarfen te vooiTch^n,- 

Egregia DasItüS refèrens virtute Lemein, 
In bello y adverfus Britonas^ fuper (Bquora gestö^ 
Jmpandüs pelago jletlt , aggredierite molosfum 
^gmine^ qnem tandem glans ferrca mijit ad ostra ^ 
Vindt^a cupidum violato jure profundi. 
Advendy quisquis ades^ Zelanda encomia gentis 
Ifta refer; lepores demta quod pelle leonem 
Asjmnartt^ nostro qiiotqiéot veffantur in orbe, 

2o dra de Digter déze weergaloze prreve, van zi're vh^^ 
htld en geleertheU gegeven hadt, viijghij aa»^ te la.h en dst 
hij fchudvié, en flak de hand om hoog, o:n 'a!.s 't waie zij^.ö 
zegepraal aan te duiden, en te roemen, dat lij c'e aa..wez' n- 
de gasten, verre boven hunne verwagtii^g vofJam .-adtw Htt 
is ook waar, elk was van verwondering op;'etogen, elk lódn* 
de z"jne bekwaamheid; en Bzronictls was hic zo- ai.bjndig 
vrolijk en in zijn fchik over, dat hem de hst bevirg, om het 
zelvde dat hij in 't latijn gedaan hadt, nu cok eens in 't gr^eks 
te beproeven. Hij krouwt hier cp twee uf diiemalen zijn 
kcp, intusren met zijn vui ige ogen op de giond flaien 'e, en: 
zegt wel dra onafgebroken het zelvde puntdigt in griel: fe vaar- 
fen op; roepende zo dra hij ten einde was; daar helje het nu 
êok in "t grieh. Elk ftond niet minder dan de ceifle reis van 
verwondering opgetogen , en men wier.'t niet moede om zijr,3 
welverdiende loffpiaak uit te drukken. BiïRON'crus bei;ost 
toen Aveer te lachgeii en te fchertzen, vrolijk roemen e, dat 
hij hen zo aariig beJro.^en hadt, en zo veel meer wist,- als zij /^ 
zig vobecLiden. Jammer is het maar, dat wij het griekfe 
xncetcn misfen , en zulks om geen andere re.!en dan om dat 
hij het al te xhielijk begon cp te /eggen, eer iemand gei eed 
koste zl'.n cm het na te fchrijven. Het is intusfei zeker, dat 
JoHAN Fketrik Gymiich, va ir van wi) boven fpraken , toen 
ter tijd Fiüfebibr iu het giieks te Doesburg, die aldaar leg-.n- 

woor* 



^8ö BERONICIÜS. (PETRUS JOHANNIDES) 

» • . • ■ . . , . , .- . / "^ 

woordig was , én het uitfpreken van het vaars met def uiterdc 

bewondering en aandagt aanhoorde, van oirdeel was, het 
grfèks nóg veel fiaijer dan het latijn te zijn'. Na deze genó^ 
mene proeven, wierdt ökrÓnicius nog op vCifcheidenQ andere 
wijzen getoetst, doch hij gaf by aanhoudendheid, zuliie fpie^ 
kende blijken van zijne geleerdlieid en vaardigheid,, dat hi^ 
fteeds jQieuwe verwondering verwekte. .In het.icven van hem 
idüor den 'geleerden A. Boraemaks in hèt latijn befchrcven^ 
zal men meerftalen van zijn vernuft,, en vlugge vaardigheid iji 
de digtkonst ontmoeten ; als pnder. anderen ook , hoe hij de Hol- 
landfe couranten voor de vuist in latijnfe verfen overbragt enzl 
, Vraagt men, waar dit zonderling mensch, wiens gelijken 
üoé nimmer gevonden is , het eerll:e levenslicht aanfchouwde » 
of wie zijne ouders geweest zijn ? zulks is en blijft een raad- 
iel, wat 'er fommigèn ook van mogen gisfeai ^^t noch ni&- 
inand mét grond heeft kunnen óplosfen. Hem zelvén gevraag4 
wordende, waais zijn vaderland was? antwoordde hij: waar 
*i mij welgaat'. Dit weet men , dat hij jaren lang in Engelandl 
Frankrijk en de Nederlanden heeft rondgezworven i als een 
fchooijer die even als Bias, alles wat hij bezat, met zig rond 
voerde. Men zeidè hem dikwils,^ dat zijne kundigheid ènè 
Hoogleraars plaats waardig was , waarop hij doorgaans anc- 
woordde : dat hem zodantg afgezonderd en in het Jlof wroetend Ie- 
yen niet behaaglijk voorkyvam, . Het af beeldzel van Beronicius , 
in een letterfchilderij nagebleven, vertoond hem als een klein, 
loctzwart, rond en dik mannetje, oud en flbrdig gekleed; 
■wanneer mén zijn bedrijf of handtering gadeflaat, zal men 
inoeten geloven , dat dié fchildeiij egt is; want dikwils won 
fcy dé kost, ais hij daar gebrek aan h'adt,'' doordfèn hij buiten 
dat niets de«dt, met fcHoorfteén vegen, fchai'en en mesfën to 
flijpcn, én meer dusdanige vèrri^tingen van dén zei vdén' aart.' 
'Èovén allé andere tijdkortingen en bezigheden , washèmdeaan- 
génaamfté, voor gochelaar of jafn pottagie te fpelën,' en hét ge- 
mene volkje te bedotten; dan was hij in zijn ware element;^ 
Üah leefde hij mét genoegen , en was vrolijk , al hadt bij 
geen dïïic iii dëil zak, of kleed aan 't lijf;* want over fcost en 

tTcC 



5ER0TIUS. (JAN) 33^ 

^lederen was Ipij, nimmer bekommerd; „ De natwr," was» 
zijn zeggen , „ 13 ras voldaan , en het is giijt onverfchillig, of 
„ ik als een Graav dan als een Bedelaar gpkleed ga." Hti 
maakte weinig werk van boeköeffeningen , en dragen lang ag; 
ter een kond^e h^ in de gemeende kroegen , onder het l]e;;tfte 
foort van volk , met den neus in *t glas zitten , en zijnen drink- 
Inst bot vieren; waarfchijnlijk ook, dat de dronkenfchap zijnen 
dopd verhaast heeft, want hij werdt even buiten Middelburg , 
in een mödderllóot dood gevonden; h welk de Digter Bui- 
ZERo aanleiding gaf, om dit volgende graffchrift op hem te 
Èiaken; 

Hier Ii§t een wonderlijke geest, 

Die leefde en flierf 'gelijk een beest. 

H^ was een wonderlijke fater: 

Hy leefde in wijn , en fllerf in .water. , , 

pe naam van Eeroni^iüs is vereeuwigd door zijne Ceorgar- 
êJmtnmachia enz* of ^cercii- CU CJbcr[)ciÖ^-»lrijb / en enige an.r 
d,ere Gedigten. De .25qcrcn-(!n;bt/ een werk dnt hij uit de 
vuist heeft gcdigt, en door enen anderen is opgcfclircven , be^ 
vat een verhaal, van den aanval der Boeren op Middelburg , de 
hoofdflad van Zeeland ^ in het jaar 1672, w'aar van men he(; 
verhaal vindt bij Valeenter Verward Europa , en \Va(}en. Vad. 
JTift, XIV. D. bl. 218 en 219. P. Rabus gaf daar van een 
vrije vertaling iiit, in lópr. In 1711 werdt daar vaii een an- 
dere doch zeer gqbrekkige vertaling iiitgegeven te Vlisjlngcn\ 
èen derde te Leijdeti in 1728; de éei'ïlé wordt voor de beste 
gehouden.' In i7()<5 kwam , uit hoofde "van de zeldzaamheid 
der vertaling van Rabus, een nieuwe <Joor J/B. tcGoes en 
MHdüU'sg-) in p^. gvo. ten voorfcWjn, verfiert met platen van 
c.^^\ konstrijkéh S. Fokke , zo als die van' Rabus mét plaatjes 
van I.uiKRK voorzien is. - — — Anton. Borrem., Far, Lt^ion» 
c^v). V^ p. 59-(56. KoNicn, Bihl. vet. £? nova, C. Saxi, O- 
vomast. liter. Pars V. 'p. 173.' Voorreden van P. RAiius. Leven 

rnn'enige voorn. Mannen en Vrouwen ^ L D. bl. 310-320, 

^ " ■ - , - . . '• • 

BERQTIUS, (JAN) , een Schrijver van de XVIdc ecuwe; 



y- 



it% BERSACQUES. EER^ELIUS. 

geboren te Falenciimes, heeft uit hzt fjans in *t*Iat!in een 
werk ve-taald, dat tot tijtel heeft: Comnentarium feu potius 
Dhriun Expcdltiords Twücea , a Carolo V. Imperatore femper 
jiuguito, a no M.D.XXXF, f'jscepta, Joanne Etro.jq. Lov, 
1547. kiein 12^. ■ ■ ■ J. F. Foppens, BibL Belg. p. 579, 
Paqlüt, Mem, litt^r. Tom. IIL p. 406. 

BERSACQUES (DIOISYS de), wierdt te Arras, waatr 
fc^jjnlij!: cmtient het jaar 15 10, geboren. Hij was de oudftc 
2or«n van Ja kodde Br.r.SACQUEs en van zyn eerfle vrouw, zijn- 
de deze J'KOB het zevende kind van Filips de Bersacques, 
Ilcer van irelle, en van Jacoja jde Vülly, vrouwe van Mon-. 
crovs, DïONYs vül\oerJe zijce letteroefFeningen te Leuven^ 
v-'ie.itt t L:cc ,tiaat in t'e reg^en bevorderd, en p'aktifeerJe 
al- .AdroK.-at vo r de Goregt>ho\ en. Hij ü'ouwde en ve;wek- 
te '^e'. zoon I.'^pfv/y:: fei^aamd, welke den geestelijken (laat 
cmbelst heb' e .!e, Ka'.rir.ik van de IlcofJnejk te Sr. Omer 

• 

werdt; 00% v/as cjz'J D'^ktor in beide de reg'en ; wieidt den 

2 j:ni:aiiJM57/jf t't Deken vai^zyn Kapiteel verkoren, ctx 

f' 

ftieif den 27 decciTiber 159". Diokys de Bersacques heeft 
gefch.eve'^' : D^ or'rhie, J'^rla ^ rsbus gesfis Comuwn ylrtejic^^ 
- Paquot, Mem, litter. Tom. XII. p. 255-257. 

EERSELiUS (PASQUIER), was de zoon van een Koinr 
jnisfaris der ilad Lui , en wierdt in 1480 geboien ee Bierjet^ 
een doip t «.-ce ure. daar van afgelegen. Na zijne letteioeffe- 
ningen n.ec o; gemeen veel lof volbragt re hebben, wierdt hij ^ 
den 2 jurij 1501, ^enediclijner Monnik te St. Laureiit ^mtdo 
nabij Ltéik ge egen , en bragt het overige van zijn leven in 
dat kloo.'^ter do.^r, zig inzoBderheid mee lezen en /ludeien be- 
zig houdef.de, tot welk einde hij een viij talrijke boekerij wist 
te ve'zamelen, -die hij altoos in zijn celle gewaarde. Oolc 
beüefFende hij de fcbjlleikonst, en in 1523 de kape'le van 
St. Denijs die bouwvallig was, en daar hij gewoon was de 
Misfe tedoen, hebbende doen herftellen, fieide hij die op 
met fchildeiijen van zijn eigen maakzel. In 1535, wierJti hij 
door de waterzugc aangecast," die een einde van zijn leven 



V 



BERTHA. (LODEWYK) BERTHOLF. (HILARIÜS) 383 

maakte, den ouderdom van bijna 55 jaaren bereikt hebben- 
de. Berselius is een geleerd man geweest, ook niet onkun- 
dig in de hebiceuwfe en griekfe talen, daar bij was hij eei; 
liefhebber der digtkonst, en hadt vrij wat vorderingen in de 
fraije letteren gemaakt. Men heeft van hem ; EpisUte dux aS 
Erasmum. Die Brieven zijn de 188 en 132 brieven van dep. 
niéuwen dnik zijlier uitgegevene werken. ^Ook heeft men van hem 
vijf ftuks zesregelige yaarfen, waar van ieder hec onderwerp 
bevac der hoofdftukken vaneen werk, getijteld: Jngeli de Cutrï^ 
bus SabiniSy Poetce laureatiy de excidio Clvitatis Leodien!:s libri 
VI; ex fchedis clari^mi viri Domini Baronis de Crassier, uit* 
gegeven door Mart^ne en Durand in hunne Amplisfima Collec- 
tioy Parif. Franc. Mootalajstt, 1729. infol.y Tom. IV. CoL 

1379-1500. Val. Andr. , BibL Belg, p. 229, 2^0. 

MARTéNE £f Durand, uM fupf. Paqüot^ Mem. litter, Tom* 
X. p. 67-70. 

BERTHA (LODEWYK), wicrdt in 1620 te Brugge ge- 
boren, toog het Dpminikaner Monnikenkleed aan, en deedc 
zijne geloften dtn 19 oftober 1644. Vervolgens bekleedde 
bij trapswijze de bedieningen van Onder-Prior, Zanj^er, Fro« 
pureur en Sijndicus van zijn klooscer. Hij was algemene Pre<» 
diker toen hij op den 12 aagustus 1697 ftièrf, 'm den ouderdon^ 
van 77jaren. EcHARnzegt, dat zijne nagel ater.e werken, 
tot bewijzen van zij^ e geleertheid en godsvrugt verftrekl^en; 
Onder anderen heeft hij gefchieven: 1, Origo plagarum ChriS' 
timwn orhem devastJiitzum , ah uno ex familia Prcedicaiorum Opui'. 
coUeÜum, Brugis 1658. 12?. 2. Medicus Christianus detcgens. 
fanguine's laciymis deplorandam ferrei hvjus facuH ccBcüatem, pre* 
Jeitiium Éf mminerahim plagarum originem; prcejcrihens remedia 
tam ex S,.fcriptura quam ex SS. Patribus defumpta y ad onmem 
Chrisiiance ReipuWca Jiatum fanandwn Êfa ■ "y ■ Paquot, Mè^ 
inolr. litter. Tom. VI. p. 361 , 362. 

BERTHOLF (HILARIÜS), is geboien 'te Gent, omtrent 
■t einde der X^de eeuw, én bevatte in een allermismaaktst en, 
lelijk lighaam / een 'treffend fchoön veift^nd. ' Hy bèüefïende' 

* vroeg* 



584; BERTHOLF. (HILARIUS) 

yroegtijdlg d? geleerde talen en fraije wetenfchappcn ; was nog 
jong zijfide reeds een uitmuntend Digter, en verdiencjp daar 
door de achting van Erasa^js. Bertholf, dien gelcerdjea man, 
niet kennende, yerftond op zekeren dag dat liy zig te G«tf 
bevond ; hy wagtte hem bij den uitgang van een kerk opj eri 
Ixxxl hem epn digtftuk van zijn maakzel aan. Erasmus wierdt 
door de fraiheid d^ar van , zodanig getroffen , dat tiij tegens 
'KfiKEL UrTENnovEN dic hcm verzelde, aan 't oor fluisterde i 
hoe is '$ moqglijk dat: zulke Jchone yaarfen.. Let vooitlretigzel van 
ten zodanig lelijk gey'ormd mer.sch kunnen zijn ? het befluit viel , 
dat men den" Digter aan tafel moest zien; Berthole was een to 
groot liefhebber van de fmul om dit te weigeren , hij verfcheea 
derhalven op de ecrfte nodiging, en Erasmus kost zig niet 
bedwingen om dcszelvs neus met verbazing te begluren; 
het is ook waar , dat de Natuur 'er geene ftofFe toe hadt ge- 
fpaard, en dat de konst, ik verfla die welke door Bacchüs 
:ian zijne kwekelingen wordt onderwezen, 'er 't zi}ne hadt 
bijgevoegd., met die in derzelver gantfc ui^eftrekdieid, met 
purperverwigc karbonkels te voorzien. . Erasmus hem dan 
op zy" gemak bekeken hebbende, zeide: „ toe Bertholf, 
gij moet ons een puntdigt maken , 't welk met de woorden 
begint: N^as Bertulphi-;'' deze. die. gekfcheren verflond, 
en dadelijk de dampen van het druivenfap- in zig voelde wer-_ 
ken , voldeedt hem op 't oogenblik , en bewaarhdde bet gene 
'^r van een beroemd Digter gezegd is :. 

. Smur. ejly cum dicit Uokatiös,: Oltel 

Onze Bibliothcekfchrijvers houden plotzelijk bij deze plaat», 
op^ en berigten ons niets verders van het leven van Ber-. 
^HOLF." Men vindt egter, dat hij zedcrt dien tijdin Frankrijk. 
gereisd heeft, het Hof aldaar in 't voorjaar van i526*bezogt, 
èn'dathij ruim. vier jaren daar na, namdijk den 30 novem- 
ber 15S0 zig te Lijtns bevond, alwaar, hij zeer gemeenzaam 
met Ra^elais vp'keerde, w:clke onlangs in dic^flad was ge:, 
komen. Deze vriendfchapsverbindt^ni^ W9s. ongemeen wpl 
tefortccrd, en kwam" ten 'aanzien van den aart der belang-. 
'^-- — -'^ ■ "" heliH 

/ 



PPRTJN. (OMER DE St.) ^ BERTlUS. (ABRAHAM) 38S 

Iiebbenden vi*^ wel. bij malks^n^eren, want beide hadden veel 
vcrftand, de een zo wel als de andere Jiadt een vrolijk hu- 
pieur» en d<; loftuitingen die Rabelais aan d^ godheid van het 
^ruivenfap in zijn Pantqgruel heeft gegeven, bewijzen ten 
overvloede, dat df^n geestigen ligtmis, gants geen vijand van 
^ vies is geweest. Sanderus zegt , dat BEj^raoLr enige vro- 
lijke digtftukjes te Keulen heeft yitgcgevep (ludkros ^f facetos 
verfus)y en Valer. Andreas , yoégt 'er bij, dat die in ïS3^ 
gedrtikt wierden. Nog verzekeren beide die Schrijvers, dat 
Bertholf verfcheidene geleerde brieven aan Eras^ujs heeft 
gefchreven , en dat hij inzonderheid door de brieven van den 
Rotterdammer Geleerde aan hem, is bekend geworden. — -• 
Frano. Rabelais , epift. ad Bern Salksnacum , inter elar. 
Firor. èfifi. loo., editas ab Joh. Brant. j4mjl, 1702. in 8vö» 
p. 280, D* ËRASMi, oper>» Tom. III. uit. edit. p. i. col. 937. 
Sanderus, ip Gaudavenfib.y p* 57, 58. J. F. Foepeks, BibU 
9^ig* P' 38ok Paquot, Memrir. litter. Tom. IX. p. 102-104. 

?ERTIN (OMER de St.>, wierdt omtrent ^t jaar^itf44 
^e Oostende geboren , en gaf zig in de orden der ongefchoeido 
J^armeliten i toen hij 20 jaren oud was. Drie jaren later 9 
wierdt hij tot Priester geordent, naderhand droeg men hem 
4e bediening van Onder-prior op, en hi) ftierf te jéntwerpen 
den 28 februarij 16.899 ^n het 45(le jaar zijnes ouderdoms. 
Hij hééft door den druk gemaakt: i. Thefaurus aureus dtvin»- 
gum Monitionum & Maria M^gdalena de Pazzis. jintv. 1687. 

i2mo. 2. <I^en inbDenöiglien €^\itm/ iianbclentie ban bein« 
taienDigfie obemntomfTe/ Die tsz C^itmm met Sfefu CA;i^to 
moeten öcïAoi. a 3^clcn. antto. 1(585. — ^— Paquot, M^- 

moir. littei\ Tom. X. p. 3Ö8. 

.... ...» ^ 



BERTIUS C^BRAKtAM), geboren te Leijden,. den 15 
mjSLdft 1610 j was de oudfte zoon van den berocinden Petrus 
yERTXvs. Hij is geweest e^n Geestelijke: van de orden der 
opgefcbpeide Karmeliten, ^n gedurende 30 jaien Misfionaris 
van die orden te Leyden. H^ was een braaf mersch en ftierf 
. II. Deel. Bb zat 



^ ya^^^cn in 1683^ Onder ^dejeij heeft hij uitgegeven» 
Iv Q^;¥a Ofiviris, Christu, \to., Parijiis. 16,47.. '^^ Virtutes Re^ 
f^.^ ^ im^rmKiecen^ Frincipem^ opusRegi Gdlict infcriptum, 
4?«.. Parif'. 1647% 3r. Mbdt^ convertendi Hctretiiqos* ^vo, Farif, 
1,6 %0k 4'. Eiicp^catiq, Symboli Jpostolmtm ^ Oratiqjus I)ominica (^ 
fjié^onis ufn^eliciB., Rothm^, ^6si* in iimo,, 5. Fhres (^ar< 
$lgliti QaUki ^ fm wta plurium Qarmelitürunk difcalceatorum, 
jpjfefa?^ iiluflrvm.. 4fo. j^rOv,. 1670., 6. Clara^ 4emonftratio jirti-. 
^uLor^gr^ Rtli^iqms Cathólka^^ contra wnnes luis fxculi feStas, Svo. 
.^j^> lón-. en nog. enig)^ ^ndjeron^ . - ^ J. F. foppENs^ 
MU Bcl^'. P-- 9^91 , 992-. 

PERTiyS. (JAN) ^ de joBgft© zpon vaa Petrus Bertto»^ 
fe g^r^n te Leijden^ den 6 maart 1615;. Hij is, de Stigtêr 
gjewtest van de Franfe Misfie der ongefchjoeide Karmeliten iij 
*«* ^g^% ^ nsid^rhand Prior van het J^armelitfn-Klooster pp 
^ €il?!ivi M^Pe, alwaar bij is goftorven den 27 oftoberi^^z^ 
?jyp.cfe Qcri man geweest ^ van een bijzondere godvrugt en gcr 
lejevtheid. Hij heeft gefchreven : TroQaf;., de^ SS- Ei^harinut^ 
^<;%(mB^'- in quo, ^ SS., Scripturis demonjlmt! fealem Corpms: 
Ci^isti prefenttam^ nomen (f Ji^^ificatum TranfubftafOiationis: 
Vihdixc^ ^ ^fiddi^nk Ecclefiae ad proMbenduum iMïcis ufum, Qili-. 
0s i 9C 'pri>bat in Misja offern verum ac proprium Sacrifyium. ba, 
4/1 eo, Bibliot^heca Si;tiptory>m Camtelitarum excakeaiorwm y ?. Mj^i^*. 
TïAMs è 3*. JoïiANNE^ ^ditik J^f^homagi^ amo i,7y>. .. g 

T, F^ FP^ffiNSj Bibl. Belg^ p, 148.. NicerojV, Mem. Tom, 
XXX, p, 9.1, * 

5ERTIUS (PAULUS of WENCESLAUS) , de tweede 
ÏJOQR vau Petrus 5ertiü5, wierdt geboren te L^ijden den ig^ 
jul^j ï6i2. Hij begaf zig onder de ongefchoeide Karinelit^n j^ 
fn deed openbare profesde van die ordpn, den i juUj 1625^. 
Ixi 1(542 j volgde hij fater P. Brunq de St. YY-es naa? ^fieppo^ 
en leerde Jiet ^rahisch y^n ^en P^ter Celestyn de 5-. LipuviN, 
C^n ferof jQr YitP. dep Y^rmaardon Gomus \ met dezen vertrol^ 
Wj in jttt^ö PHar Ö€n l>crg Uhanon, ïilwa^r de Afarwétw, hui^ 
Tï«t; KlWlKr vm 5^t &iz^s g^yen, M?.?? pau^iij^s was hij 



V 



BERTIÜS. (PETRUS) fSfij 

daar gekomen , of hij wierdt ' m augustus door de rodeloop 
Üfngetast, 't \velk bsm noodzaakte zig naar Tripoli te doen 
voeren, alwaar hij den ro feptember 1643» overleed, ^t 
jaren oud zijnde. ^ Nicmqn, Mm. Tom. XXXI. p. gu 

BERTIUS (PETRUS), wierdt den 14 november 1565, 
te Beuren of Beveren, een dorp in Flaanderen, op de grenzen 
van de bisdommen van Tperen en Brugge gelegen, geboren, 
alwaar zijn vader woonde, die de Roomfe. Godsdienst hadt 
^ "Verzaakt , om de Protestantfc te omhelzen. Nauwlijks drie 
maanden oud zijnde, verzelde hij zijne ouders naar Engeland y 
doordien dezen, ten einq^ de vervolging te ontgaan, ver- 
pligt wierdep uit Nederland te wijken. Toen hij zeven 
jaren oud was, 'wierdt hij in een der voordeden van Lom/cn 
ter fchool befteld, bij Kristiaan Ryck, die hem de grond- 
beginzelen der griekfe, latijnfe en franfe talén leerde; terwijl 
PiETERNKLLA Lansbero , ccu zccr geleerd meisje , hem in 
het fchüjven en de muzijk onderwees. Twaalf jaren bereikt 
hebbende , liet-zijn vader , die intusfen Predikant te Rotterdam 
was geworden i hem in Holland komen y en zondt hem naar de 
nieuw opgerigte Hogefchool te Leijden; hier genoot hij het 
onderwijs in de hebreeuwfe taal 'van KLerman Rennecker, 
in de fraijo letteren van Justüs Lipsius en Bonaventura Vul^ ' 
cANiüs, en in de theologie van Willem Feuqui^re, Lam* 
BERTüs Daweau eu anderen. Zijne letteroeffcningen hielden 
hem bezig tot in *t jaar 1582, toen hij een aanvang maakte 
fchoon nog maar 17 jaren oud, om zelve aan anderen onder- 
was te geven. Hij deedt zulks eerst te jéitwerpeny gedurende 
drie maanden , vervolgens te Oostende agt mtanden , te Midr 
ielburg een gants )aar, en te Gaes vijfjaren. Na verloop van 
dezen tijd vernomen hebbende, c^at 'er een Onderregents- 
plaats jn het fchool te Leijden open ftondt, vroeg hij *^r om, 
en verkreeg die, hij maakte vlijtig gebruik vin hst verblijf 
in deze ftad , om- zijne ftudien voort te zetten , en befteedde 
de ledige tijd , die hem van 't waarnemen zijner fchool , over- 
bleef, om de koll^^ien der Profesforcn by te wonen. 

Bb a T\^c 



381 . ÏERTIUS. (PETRUS) 

S^tfe ~ — .... ..A.« 

w I • • 

Twee /aren later , vergezelde hij Justüs Lipsiüs naar. DuüH 
hnd^ met vpornemen, om aan j£RomMu$ Zanchius, AntokZ 
Chaitdteü en ajvtre geleerde Protestanten^, dfe zig. roem y«Ri:-: 
fTQrven ha Jdcn een bezoe]^ te geven ; doch te Frani^prt. ko^ 
iTiende, vernam hi)dat beide overleden waren; dit deedt Ijren^ 
belkiuen, qin zig ^e Ueidelherg op te houden , zo ter oirzike 
van de bcj oeipde Bibliotheek , die 'er toen ter t^4 aanwezig 
was,, als om nut te trekken uit de verkering met de gele^rd^. 
Manjjen , welke zig in die ftad bevonden. lÉj maakte hie^f. 
cgtpr ^cn lang verblijf, want ondervindende, dat het klimaat, 
niet gunftig voor z^n lighaamsgellel was, vertrok hi> naai; 
Straatfburgj alwaar hij enigen tijd, zig bezig hieldt, om aan jon- 
gelin^n in 't bijzonder onderwijs te gevien , na daar tce vrij- 
held, van den Akademifen Senaat verkregen te hebben; et) het 
is 'zeer waarfchqnlijk , dat hij in deze fi;ad zijne redeyoerii?^ 
c?c^.t, en ook liet drukken: <0bcr be SeDigt)dMn Ï^Ct najaf. 
rjetl \)BJii tücn SIpeni. pratio de Modejlia in appetsnda Gloria. 

Vervolgens wierdit hij door Curatoren van het Lcijd^e Hoge- 
school beroepen , tot de Regentsplaats in het nieuw aangelegde 

^ .11' !»,■' •.•»|. ^ 

Ef)llcgie aldaar; hij nam het aan, doch deedt 'alvorens en© 
reis, niettegenftaande het in d&i winter was, door BoJipnen^ 
SilefSriy Boleii en Rusland, ^ijne. nieuwsgieiigheid voldaan 
lijnde, nam hij bezit van zijne waardigheid t^ I^eijdènj di^ 
hij met rora en algemene goedkeuring w«iarnam^, Voorti 
wicidt hem bet opzigt over de Akademife Bibliotheek toe- 
^'ertrouwd; hij bragt dezelve het eerfte in orde, en fch.iktci 
die in onder fcheidene klasfen; en, in i5pj deedt hij de. cata- 
logus daar van drukken , met ene voorafgaande brief of verr 
handelirp;, over de orde en het riuttige gebruik dat men van 
ene Bibliotheek kan maken; onder den tijtel van: NomencLtor 
Bibiiotjieca j4fademia Ltigduno Batava cum Epijlcla de ordine ejtu, 
at que vju. Liégd, Bat, 1595. 

Intiisfcn huwde hij met Anna Marta KücmLiN, dortervan 
Jan. Kuciilin, Opperregcnt; van het Staten Kollegie te I^ey^ 
der.;, en deze m 1606 zijnde komen te iflerven , wierdt Ber- 
xnjs in dcszclvs plaatze aangeöeld., vrelke post hij egter. me| 

gro.^ 



> * r^N 



«ERTIDS. (TETRUS) . h^ 



">. »>. v- 



g^ótfe weerzin 'aanvaardde; dé moeiten 'én Verdriêtèlijkhédéft 
Vóóyzièndfe, wfelké dé üïtuéffèning daar van; hètó zbüdé vér- 
ófrzakén; wantTiiJ was dé gevoelens van ^A'rminiuS töégè^ 
daan , en zag zfg daar doólr "aan 'de iaat der GóMARistEN blöbi> 
'gefVeld: Öit Blesk 't eeht door dé lljkVedèn M hg^dèii 'ii 
óifbóber ïóog óVeV A'Rktous deed't. 'GomArus viel nfetó èan*, 
^ ïiij 'aiitwóórddè 'doót eèii SÜppeï Wh tjöMARüs; terrfOlfe^ 

'fCetjÖ, t6id .2yn tégénflrevèr bëaMwöókidè ait^rchfflfc; 
'doc6 BÉRtiüè "bleéf fiéin 'ifet fch'uldig, maar gaf i^fe <©öjer, 
•Ji^tórió Wn GoMARui jifn 'oïitójöefey in t licht Ddn *zignè 
•gevdéléns bragV'hg fózóndéiïiérd aan déii da^, 9ock cên werS; 
Wr <ié ©DtffeRtilgSeó tó Heffiöeit/ 't welk iras gtïï^md) 
'ilymenkus 'defertbr ,'Jïve de ^ahèèêrum ferfeverdnéia (f 'dpojlajf^'y 
'Xihn duo\ Ligd.'Bdt. iöiö. in '4^0. te 2^rfl>i^/o>t herdrukt in 
lt5'r^ , én té 'Leijdén iii 1615 ; waar bij hij het ybtecndé veeg- 
ée: 'Mcedwit Hyperdspisiës eui D. LuDOvicuM Cröciüm, Tirti;- 
%^ttw ISremefifein] f^ TJwfes i^ pérfevérèmti'a Sm&orümex ^pijiiila 
UrUItbrèos. BERTitó^bhdèi zoekt hier In Thg^volgè dé lee'rtian: 
^der Meétkündigèn; tfé tWéé ' Volgende v(k)rrténèn". ï\ I4}i 
^fièri ^osfit üt Junüs^ cltfértk JuJlitiMnt 4^ 'ïjèt^ WdC0R)"ft ^i|^ 

]fet ecri iSeg^aia^^^^^ aTtl^tfD 1^ titjcfii ban tne ee^baaltH^^ 
tetetie lflcö*öarïilè«ït / tt» teare 3feöïbaar6ifi&eifi io^tóci^ fë'i 




jfchllleïi aah de 'Algèmèhé Stoten heeft gèfcfirévèn'; zégt in 
(6hë diaar vah; waar ta Hij ArmiJjius gulhartig met den malfcn 
Aakni van Gódsvijdnd betitelt", dat hét ënkèl opfch'rift van IÖer- 
iius z8n bbék , 'dé (chrijvér daai* taih wêèrd^ maakte joq^tdé 
-firaffh dts vuurs tê bndérjjaan: Dit vonnis is vrij géwelcöj.;: 
fiiERtlds vérVölgdé mét dit al; öih z^^nè 'gévcèTcns aan den dag 
b lè^gêh; bndér khde'rén iii ènén brief aan dé Staten va/i 
tJkicU\ oiifaaiiü dëï ,&èèni4m^h^vi« ARtó^ius; welke ie- 
tonaérf wbi-dt 'aa^ hét hijöfd Inè-^ V^ vèn 'de^ geieéïdp • 
JJdt^, jétSgtélti /imtci coltc^^per t^m fm FISï^&S ]\i- 



jj9o BERTIÜS. (PETRüS> 

Kio, de PfJ^destinatione. ^ Hij zegt op ene- plaats - yan dezta 
blief; „ dat de Doktoren, welke zig niet gefcbaanid bebbeny 
„ om te fchrijven, dat God de menfchen zodanig geTchapen. 
^ heeft, dat zij kostsn zondigen, maar ook op dat zij zoudqn 
„ zondigen, doordien hij door geen ander ^midde^ tot zijn 
„ doeleinde konde geraken, aan Keizer Tiberiüs geleken, 
„ die wanóeer bij ene maagd wilde doen om hals brengen, 
„ 't welk tegens l^et gebruik der Romeinen ^ftreedt, hij haap 
„ alvorens door den beiü liet onteren;'* en hij b^ialt b^ 
deze gelegenheid aan , Piscator adverfus Schaï'mann. Deze 
wierdt hier knorrig over, en doopte deze aanhaling met den. 
naam van laster , en Bertius begreep verpligt te zijn , om zig 
te verdedigen, *t welk hij deedt, met 't uitgeven van 't vol- 
gende werk: A^ologeticus ad Fratres Belgasyin quo Calumnic^ 
crbnen ipfi a Joanko Piscatore, TJieoiogo Herbornenjiy imtne* 
rito.impaSuni diluüur. Lugd. Bat, 1614., in 4to, Bertius han* 
dele in de voorreden, over de wi}ze van twisten, over dö. 
pligten, waar aan die genen welke twisten, zijn verbonden , 
als mede over het ware middel, om regtmatig theologife ge- 
fchillen te beoirdelen. . .De beroemde Grotii^s, dagt vrij gun- 
(lig over dit werk, fchoon hij 'qr nogthans dingen in vondt^ 
die. beter waren gezwegen ,. .gf tei?, Hijndcn ^thans niet -tijdig 
waren: Omnia qm adverfus fi'^OKTOK^m disputasti , vehemn^er 
mli proboH Cp^f(;ripfi) ; Jed irOürim esfejimdamy qtéce mïhi.vi' 
deaiitur ifttuta y .certe imtmpestiva. -Bertius voegde bij dit werk^ 
ene verhandeliDg over de geichiedpiii^. van Pelagius; d^r 
Grotius gants niet over Jn zijn' fchik was; bij fchrijft ten diea 
aanziene. aan ^üiTENuoQAARX.Vi, welke kwaadaartige gevolg- 
„ trekkingen zal men niet maken, over de wijze, waar op 
„ ^en Schrijver, Pelagius zoekt te verdedigen^, en hoe vele 
„ vernieuwde onlusten zal zulks. niet te wege kunnen bren- 
^ gen : *' hij laakt Bertius , de jjust yan kerk en flaat opge- 
'offert te hebhen, aan .de 'begeerte om zijne verdraagzaam- 
heid en geleei^id in' \ openbaar te doen bijjken ; en hij kat^ 
zigntet genoeg verwondeien, dat Bertius zo fpoedig het ver- 
driet; badt vergeten, dii? de enkele tijtel vjui ;:JLJ9 ^k over 

' ^ , . de 



fe ^oY'iaribtqpib bet ^èêtoblgcrt / ïièm 'badt 'Vèr^ïrzfa&té ^ 
^mstrte aut he-.iignitutisi, aut eruditionis ostemafio 'tafki ^is 'èM 
w» debets üt proptcfea £ƒ nobis ipfis eripiamus facüUii^^^ jUvaliM 
'alibs^ S i^atr.ain at-^iij lEukfiam onerèms ^(fi^rMüü •tl^ficiA'- 
katibuf. Mirar Plmm optimum non niemnisfe^ %üafh 'inalê ^ 
^cesferit fola -mper Libri iiifcripm qiiam amabaè fine riifüH, ï^-- 
'•ze gevv-êlens doen Grötius eer aan-, enmèn ziet *er üft^ ^jï 
^ERTius vrij onvooizigtig was. Piscator bèamvsrèorddc h^ 
/iix Ï615*. 

In dit zèlvde ja^ wièrdt hij genoodzaakt 'zijriê bèdfetófi^ 
%ls Qppër-Regent van het Staten Kollegie te bedankèhj -döör* 
«dien men wil-, dat hem ónder de haild werdt tè keïBtófl 'gègi* 
Ven , dat meïi hem andêrzints 'da^rr Van zoud^ 'ontzéttj&tii t)Öl 
ieiè 'evènvv^l "gecIèéltJijk iiiev vóor 'Ithadeloos tè ïlell^^ 
•mnaikte mén hÈiTi Profcsfor in de philofdpliie. In Ï6i0 wil?fcft 
fcj genoodzaakt voor het Sijnode van_Zuid-Iïollandtè\etfiMy 
-Tien-, dat ttLeijden vergadert was; Festus Hömmiüs fchooil ^ijfl 
^anbëhuwd bixièder was hier Voorzitter , 'tn hem 'lïlöt 4ijf Wl 
^iel :t;gen. Men éischCe "hier vaa héiA weJerróêpifig Van ^ 
hie hier voor gemelde fchriften , om dat bij daar ï& 'sag zfrlf 
^waar tegen de leer der Gereformierdèn ^ou vergi^öp;^ bebböft^ 
toet belofte dat 'hja nk die herroeping zig mët de Kêr^ kón veï* 
«oeöèn. ^k vele tégènftribbéringèn was zijn antwoord*: ^^ ik 
^, ben iioch Ariaan, noch Sociniaan-^ 'laoch Mahomedfiafi, ina^ 
ify ^en Christen. Wat den ftaat dèr. Kerken dè/èr L&iöd6iï %kft- 
^, 'gaat> daar in kan 't kaf dè overhand "krijgen) en ïk WÜ 
y^ :gèèn kaf voor koorn aannemen."^ Da» pp wtiik hèiïl Vööï>» 
gehouden > dat hij zijne, ^dane belofi^è^ 'van de jeugd .'i^^m 
'defmnuli^ren te ondet^^^vijzeriy niet nagekomen hadf; Maï'öpïil 
. antwoordde*: v, dat hij als Règènt dè watten van \ Thaólö^ 
-,> gisch Kollegie naar gèmoedc haJt gehandhaafd ^ dat ^ ta 
v> 't zelve niet veel dartele dagen gehad hadt^ 'dat hij ltü3èöBN 
i> de, vastte en bad> -üls andèreh «ig vermaakten, tn 4ft 
>, 'hem, gédiu^nde zijn leveïi> biète vróüjkers :g^'bèujr^ Wa8> 
V, ^Is de ontflagüig Van 1 Regètrtfch^^* 'Op dè vïè^g, ^^Jf 
IhJ ^ Cmfe^tè èfi 'tatecUsmüs '^bïèvtn WS'^ 4^ '^ *jj? A 



99 



99 

I 



99 



^39é BERTIÜS. (PETRUS) 

jeugd iets anders hadt onderregt ? was zijn antwoord : ,i dat 
„ «nige dingen in deConfesfie niet io kijlar waren uitgedrukt^ 
,, dat hij in die dingen iets voor zig zêlven hadt vastgefteld ^ 
„ doch jnet vrijheid voor de jeugd, om aöders te gevoelen. ** 
Op de vraag , welke die dingen würen ? antwoordde hij , , j zulk* 
nu niet te weten , maar verzogt vrijheid zijne papieren to 
halen ; ** verklarende vervolgens , „ bij zijne ftellingefi * 
^ wegens de mooglijkheid van den afval der Heiligen, té 
volharden , wijl de gehele oudheid daar mede o^erêeii 
kwam. Dat hij öok de vijf Artikeleii der Remonftranteni 
^, aannam , maar óic misfchien anders zou verklaren > en dat 
mooglijk geen twee Remondranten die eveneens zoudeA 
uitleggen.'-* Verder klaagde hij , „ dat in het uitgeven van 
zijne Diatribey waar in bevonden was, dat hi) verder ge- 
5, gaan was dan de Remeiiftranten, ter kwader trouw gehan^- 
„ deld was; doch erkende egter het gevoelen der Regtvaardig- 
5, makingy zo als het daar was uitgedrukt.*' Op de vraagt 
of hij zijne feilen zou willm verbeteren , en de Sijnode voldoenifig 
geven? was zijn antwoord, „ dat men hem eterst moest onder, 
regten; want hem onbewust was, zig ergens in verlopen 
te hebben. " Waar op hem door de Sijnode hei H. Jwmd* 
maal ontzegt werdt; en befloten dai de Kèrkenraad ^n Leijdeii 
isoude werkzaam zijn om hem beter te onderregten^ en zo hij dié 
qnderregting niet aannam , dat als dan de kerklijke Cenfure i^der 
Uj trappen aan hem zoude geoeffent worden ^ tot 'de excommunica^ 
tie toe, welke zoude werden üitgejield, tot de naaste particuliere 
Sijnode y enz, Bertiüs vraagde hier op, of de Sijnode voor- 
nemens was , alle de genen , die de vijf Artikelen der Remm-- 
Jlranten toellemden en omhelsden , van het Avondmaal te 
weren? Dan hem werdt geantwoord, dat zijn vonnis be- 
rustte op zijne gevoelens, boven de vyf Artikelen gaande; 
waar op hij uitborst: „ Nu mag Ik zeggen, den dag b^ 
leefd te hebben , dat iemand van de tafel des Heren wordt 
afgebannen, om een gevoelen, dat van de gehele oude 
,, Kerk voor goed gekend is. Ik kan niet begrijpen ^ dat de 
jj, magt der fleutslen zig zo ver uitftrekt* '* 



99 
9> 



99 



«/ 



feÈkTIUS. (PETRUS) §93 

ÈERTitó heeft ztg beklaagt^ dat dè Sijnode niét tó vrëdèii 
toet hem zijn Profesforaat te benemen, daar te Boven nog 
het middel hadt weten te vinden , heiri tb beletten oin johgp 
lieden bij hem in dt kost te hébben, ten einde heii in de 
geleerde talen i de gefchiedenis, de philofophie en de begint 
aelen der welfprekentheid te onderwijzen; 'Hij tragtté zig 
toen in de gunst der Gomarisien dan te bevelen, met vlijtig 
hunne kerkelijke bijfeenkömften bij te wóneii. In 'niaart 1620,- 
verzogt hjj dool- één zeer ernflié föieekfchrift ^ aan de Staten 
van Holland^ om een jaarlijkfe ohderftand voor zijn talrijk 
huisgezin i maar. hétóelvé werdt afgewezen; zè dat hg ilg i& 
de allèrdrukkendfle ömftandigheden bevindende, genoodzaakt 
Ivierdt elders heul te zoeken. Hij bcfloot naar Frankrijk të 
gaan ^ in de hoot> dat hij Saai* onderfknd zoude - vindbn ; té 
meer , doordien de Koning hem zedert twee jaren inèt dé be- 
diening van zijnen Ceographus hadt vereerd; Hij ivas zseer 
kundig in de geögra])hie, waai"' vilri h^ blijken hééft gegeven ; 
door verfcheidene werken in dat vak, dié zeldzaam ifc bekói* 
men en gietig gezogt worden, i. Omtmentariorim Rerim Ger^ 
nanicdrum, HM tres; quorum i; Getmamam Fhtétém: 2. Ger^ 
fnardam posteriorem d ChtoLo Magno ad nostra teniporë, cuni 
Frindpüni Genedlogiis: 6f 3« pracipuas Germaiwi'Urhés com^ 
ple&itur. Cum Tab. Geographi arts mcijis. Amfiii6i6, iti ^iöi 
bblongOy en in 163^ in I2mb. 2. Tlieatrum Geographi Vkêrisi 
Tom; t. in qiio Glaüdïi PTöLÓMiEi Alexandrini Geogrdphia^ 
tibri oQïfi Grace (j^ Latine: Grkca ad Cbdices Palatims cèlliaaj 
flttÖa £f efnefidata fünt : Latina ififiniUs locis correStai 'Óperd 
P. BbrtIi. Jinifl, 1619. in folio, Tonius II. in quo Itinerariuni 
Antonini Impératoris terrejlre (^ maritimum; Fro\'incianm Ro' 
manarüm libellus; Cwitates Provinciaruni GalUcarim ; hineraritini 
U BürdigUla Uitrbfoiynum usque ; Tabvia Pevtmg^iima'^ ttnvr^^ 
nötis Marci VeLs&ri ad Talula ejits partem ; Pdrergi Orteli-- 
uni, Tabula aliqüit* Ederde P. B£ftTia ji^nfti 1619* in fblio: 
De geleerde Fabricius merkt aan, dat de Kaarten van die. 
Toneü zjCci fraaij 2^h. 3; NotiHa Chorographica Efifcopaiuwn 
CéHHópt .parifisi 1Ö25; in foli», 4. Breyianum Orbis Tenarum^, 

Bb 5 , L!i^^ 



Lipjia. i^(5i. in ïimih tn agter dó CiLuVKRn ïfstro^uÜw ^' 
siniverfam C€ographim. Jw Inferium Caroli Magvd Jf Fkiné 
Regimes. Paril\ «» /o/w. Dit is een Kaart, die ook in vtóren 
ts gcdeelt, en in den Atlas van HoNbn;s....éi^. 1654. gé- 
|3laatst* 6. Fdria Ofhis wiiverfi (f ejUT partiüm > 2aW<sp XX: 
Ceographke ^ ex araiqms Ge9graphis^ Hiftorkk tmfe&aè per 
^ETRtiyl BERTiuikij in ^t(h obhngih Bij dez« gecgraphife wer» 
ken kaïl m^fx nog Voesgenj fchoon «nigzints Van enen vèrfcliib- 
iendén aartj dat gêne, het welk bij ter géïeg^yiheid van deii 
pijk vervaardigde, die de . Kardinaal Richelïeü hadt.doed 
ïnakén om <te haven van üochdi^ ie fluiten J z^nde getijtelt^ 
De Aggeribus fif PMihtis haQenus ad fnarê extruSis digesfUfii 
ftdvum. Porijiis^' 1629- m Zvc. en cok geplaatst In het tWeQÓ^ 
ï)eel van de NêSms Thefaurus -Aitiquitiaum Rmanarf^m v4l^ 

$ALt£KGRÉ. 

. Te Parijs gnomen, lijnde > Verzogt hij orti de betalüig Vaü 
een jaar traftennent 'als Geógraphus, dat men hem fchuldig Wa^t 
• doch hg on.tmQ'etto daarofjiti^nt zwarighe^eji» Den ii jv;n$ 
hieldt BERTijüS.ene bijeenkomst^ mét de Predika'ïiten v^n C&ï* 
tenton^, eii ve/zogt oö;i hèt Avipndnuial bij Hiih te mogèft ^- 
^)ruikqn> doth 29 weigerden _h^m zulks» Deze .weigering 
t^e&it tiejnvgeyötóig tón ; enige leeraars van de Sorbmie maak». 
(en. g!(^brHi]^5'^fi>2|jn barteieëd» en de behoeftigheid waar ïxté* 
<^.^;ha(}t.te :^i'Ael€n; zij^ overreedde^ hem te^.katfl^èn^ 
omj^^D-{Ux>ni|i$n Oodisdienst te omhelzen, en hij deédt opeüt»- 
bare ^/:weFing.4ii handen yan JEJj^oïtrK i^e GondVi K^dineai 
ife Ruz^ Bisfcbop Van Par^s^ De Heer Brandt veth^èk^ 
^t hiö. <^P d^ zelvde dag van zijpe afó^ering c^ bèzïóek gtt 
tian d^n Hollandfeii Amba^fadeur L^gs^rAk^ ^^n wieh hij mèt 
t^n ^eér treurig gelooft M^mk g^f,^ van zijne GrOdsdienst-vefaö- 
dering. r-HJgg^ voor, hier «sedert lling ïeeds het befluit loïl 
te h^>ben genomen, .niet a.lleén om de onenigheden f n gè* 
V^ldige twisten die 'er msjfen.de ^^ó?i/?rfl»ï«n .en 'C^iN^^ 
plaats vonden, maar wel iijsond^rbeid om;det 4et.Söt)0de vaft 
ieijtkni hem van de lafel, des Ho-en tódl uligeaoten.» ea 
bem zelvs met de eKOmirnuiiicatie en ^n^dihg ^l/s lèdeir^t 






: ÈERTIüS. (PETRUS) 455 ' 

llcr Kerke bedreigd.^ De Ambasfadeur^ benevens de beroem* 

de ^eTi?R i>u MouLiN, fielden al wat in hjn vermogen was 

te werk , oni Bertius van gedagten te dóen veranderen^ maat 

te ver'^eefs* » Hij beklaagde zig bitter over de haridèlmjzi dié ' 

men ten z^nen aanziene Itadt gehouden. Wanheer. hij van 2ij- 

ne Godsdienst-verandering fprak./zeidé hij, dat het geene 

verwonde rens waardige zaak was; dat hij enkel tot de fchoot 

. van de oude Katholijke Kerk' was.'te rug gekeerd', tot welke 

de- Kerkvaders hadden behoord, . flij klaagde over zijne arm' 

moede , . die hem . buiten Haat ^ftcjde om aan zijrt iufsgezïn 

het nodig onderhoud te verfchafFen. Eindelijk beleed hij , 

ene plegtige belofte aan de Leraars van ds Sorbonne te heb* 

5, ben gedaan \ in de hoop van ene bediening te hkomep enz. " 

Deze bijzonderheden worden gevonderj, in ene. brief, die dè 

Heer Langer ak naar Holland zondt. ijERTiys zelv' 'fchreef 

*er ook ene aan Gecomniitteerde E^adeti voi} ^HolU^nd, vraax 

in hij, na gezegd te hebben, dat. hij tot de ^IJLoomfe' belijdenis 

%vas overgegaan , 'er bijvoegt: „ Ik verwagt hier, enige bediör 

., ning, docff middel van welk ik mijne dagen gerust zal kun* 
.. ^ .- ••'-ld"''/ 

^, nen flijten, en mijn hufsgezin doen beftaan, zyiide ik van 

„ mijn beroep tn Holland beroofd geworden ^ en ameerdi^ gere-» 
„ kend om enige h^igheid ^vaar te nemen.'*' Men ziet door 
dit alles, dat verdriet en nooddruft, de grote drijfveren z^n 
geweest, die hem bewogen hQbben, .2;odanig te handelen; 
*t welk nog m^er wordt ^.beVestJgd, dóór 't gêne Robbert 
EüSTACHius aan enen zjjner vriendep fchrijft, hier in b'éftaan* ' 
de: „ dat Bertius 'hem op den.' i julij' is komen bezoeken; ' 
„ dat hij hem' .vérbpend ontroerd "voorkwam ; 'dat 'hij ïlamel- 
„ de, bleek was', van angst zweette, dat hij zugtte en .tranen 
, ftortte; en dat al. wat hij ,Qprak uitkwam,, om zig oyer do 
flegte behandeling;, te\ beklagen, die de ÓomAristen "hem 
hadden ,aangedaan : dat hij door enige weiqige wóorclen die 
hem omfnapVen^ moet oirdelen, cat hij niet' of ten miri- 
„.ften zeer weinig van gevoelen is veranderd ,* en'^^at'hij om 
5, ^een andere reden is. Rooms geworden^ 'djjri ""om. ^n een 
;,, beftaan te geraken , daar hij ?edert langen tijd , op zulk 

" . „ êén 



99 






39tf BERTIUS. (PETRUS) 

j, èsh mirèrabelè wijze om bedelde. " Hkjitahat mijer iurhOtS^ 
ütüml jam pailebd^ jath fttdabat, jam iituhabd tn ifïceïfu; jkA 
jüspirdbQt, jam lachjmdbatur y heque quitqüam quód oppónerèt hèi- 
bebd praeter injurias ijlorum Cmaristariim y ^""dus 'tam ai:ertó', 
tm tam fcelératé èxagitatus fiaStenus fuisfei. MiU tarnen ftt^clo 
tAy fermhibüs quibusdam illius imixa\ eurn ifi fenteiitüs aut rdfnl \ 
kut parum cerié haStenüs mutdsfe ; nee alio fine in paites (lias 
iranjivisje , qucm li Jlipendiïm fuum ex eerané fègió obtifturet; 
'qüod fció 'qudm miferé anted per t(k 'dierum hebdmadös ftuftrUk 
mendicavérii. Diéht iiog aangemerkt i Üat BatlLjët'Iii iljnê 
J'ugemens dés Scavaris , Tom. VI. Part. i; p. 85. geheel deii 
fcal iriisnisiat , niet te zéggen , „ diat Bertiü^ ieeJs in HüUand 
^ van 'Godsdienst is vèriïndërt."^ 

kort na dat BÈRtiui het Róomfe geloof hadt oinhc^st; wierdt 
bij tot Prófesibr in de welfprei.entheid in het KoIIegié vkii 
Bmcotirt benóem^d , alwaar hij bij het aanvaarden i^an üjhé 
bediening, op den 2 oftober ere redevoering dèèdt m^cr de 
bcwééggtonden die hem töt de Roomfe belijdenis hadt doeii 
'öv ërgaan. Dczé redevoering die gedrukt is , Voëtt töt tijtel i 
Oratio y cur réliüa Leyda Parifios commigrarity Jif ïlaereji repu^ 
iiata Romanè-CatJiolicam fideni dmplexus fit. 

Zijne buisvTOUwe en 6 kinde/én, die hij Hij haai- hadt ver- 
wekt, én nög alfe zceir jong, waren in Holhnd gebleven: 
*2ij bcflöot; ëgtcr met hkar gezin naar Fdrijs tegkah, en Ber- 
ifiüs liet haar volkomen vrijheid om iri hare geitwfebeigdènisfè 
'té volharden; dan zij volgde ieeds net jaar daar aa[n; In i6it 
*2ijri voorbeeld, én gelijk men gèniakkelljk kan begrijpen;- 
werden de kinderen in dié zelvdé ftrobm weggerukt; Toeii 
.inéii in Holland zijne geloofsbelijdenis vérftond, (tbreven dé 
Üevïgfié Cmtra-Rèmonjhanten zulks als ene misdaad Jian de 
'jirmmanén töé; waar ïiit men ziet, tot welké flappen de 
gpest van partijfchap, én énen verkeerden Ijver vodr den gods^ 
dienst in ftaat is. de' ménsch te geleiden , en aan hem^ niet ai* 
'ïéeri de lesfeh van f en zagtmoédigén én verdfaag^amfen JÉscs 
dé ïnlielicr vdh den Christef ijken GodsdiénkT tén énen- alen 
uit'het oog te doeri vèrliezéri,^ üiaaf téUs dé gcméenfié (lel- 



3> 



9ERTIOS, (?ET^ÜS) aa^ 

icgels ^501 tiilljkheid mit voeten fe tre^n. De Zehun ond^, 
de Gomarisnen , zeiden yan de Jrminianen : „ dat het p^u$don^ 
„ in hun hart v^rfcholen lag; dat hunne leer ingerigt was om 
' die in te voeren; dat Bértius het eerde voorbeeld hadc 
j, gegeven, en dat Episcopius, Uitenbogaard , Grevikkho- 

iivs en de anderen , wel fpoedig zijn voorbeeld zouden vol-r 

gen." Nikï-Aas Visschkr, een Boekverkoper te AvafteU 
(iam, die vericbeidene malen aldaar Etiaken en Onderling was 
geweest, fchaamde zig niet om een fpotprint over deze ge* 
beuitenis in -t licht te geven, die tot fchande van het inensch- 
dopi. verftrekt, en welke thans door de liefhebbers yan pr^nt- 
Konst, als ene zeldzaamheid wordt bewaard, 

PfijiTiöS werd; zedert tojt Hiftoriefchrijver van d^n Koning 
aangefteld, en in 1625 werdlt hij met ene Iqerftoel voorzien 
f^Is Kpninglijke Profesfor e^^traordinaris in de mathefis- H^ 
ftierf.den 13 oöiober 1629, in het 64fte jaar ^jnes ouderdom», 
ejx wier.df in de Kerk der ongefchoeide Karmeliten begraven ; 
5jijne vrouw overleefde hem tot in 1647. 

Niem^nd^ kan ontkennen , of Bertiüs is» een zeer geleerd en 
^i^jrerkz^^m m^nsch geweest, doch die, om het in 't beste licht 
t^ pl«iatzenï niet grondig fchijplt overtuigd te zijn geweest, 
yan de. leer, waar in hij is ppgev.oed, en die hij als Regent 
y^n b.e.t Staten Kpllegie te Leijden met zo veej yvQr heeft ver- 
de^digcj. {Jij liet yiej zoons na, van drie welke, zig in cje or«r 
d^n der ongefchoeide Rarmeliten begaven,' hebben wij boyen 
gefproken. pe yierde., pok Ja» gpnaan?|d, di^ Bcnediktijj;iej|r 
j^onnik was, heeft men nog een latijns fmeekfchrift ^van voor 
handen, door den ouden Bértiüs gefteld, om voor hem de 
Priorij van St. Denijs te Varemies te bekomen: Fro Toanne 
Beïltio ejus filiOy Religiofo ordinis S. BenediSi^ in. caufa Frioratus 
S. Dionyjii de Varennis ad Farlamentum Parijienfe Jura {«? Sup^ 
plkatio, in ^to. Uit al het aangevoerde fchijnt het te blijken, 
dat Bertius ten enemalen aan den Proteftantfen Godsdienst 
hadt vaarwel gezegd; en dat i^zonderheid eigenbelang, dlc, 
hein dezelve, hadt doen verlaten, h^m npopte, cm zijne kin- 
deren met alle zorgvuldigheid in het Romfe geloof op te voer. 
^ ' den. 



t9i JJERTIüS, (PETRUS) 

den, doordien zij zplvs 30 vqrre gingen van zig tot Misflonjif 
risf^ te do^n gebiruiken. 



«pp 



^iJ non morfoiM peSora ^o^U^ 



Auri Jacfa fames^ , 

Behalven, de reeds door ons in den loop van dit Artlkpl, 
bijgebragte werken van dezen geleerden Man, zijn 'er nog 
^DigQ anderen, die mqn alle opgeteld vindt, in dQ Memoires 
-pmrfefvira VHiftoire des Hommes ülüfi'res ,' par Niceron, Tom, 
:StXXU p. 93-100, ■ Fabricii, Bidh Grceca^ Tom, IIL 
f* 414. Vossius, 4s Scientiis Matlmnia. p, 260. i^ feq^ Fr, 
SwEERTii, Athn^ Belg. p. 602. Jon. Fabricii, Hijl, Bibh 
Part, III p. 399. & P^rt. V. p. 28. CreniIj, Ammadv. FUloU 
Part, V. p. 250-255, GoTTL. Krantzius ad Omringium, p, 
218. P, BüRBiANNus, major y ad Syllog. Epist, Tom. Lp. 578, 
die op ene zonderlinge wijze van hem fpreekt, P. Freheri, 
^ Theatrum. Part. IV. p, 1524. met zijn Afbeeldzel, J. F, Fop^ 
PENS, BibL' Belg, p. 953-955. bij wien men insgelijks zijne 
Afbeelding aantreft. Epiftolce Ecckfiasticce 6f Theologica:. Amfi^ 
J684, in folio.' p. 88. 385, 387. 630. . C. Saxi, Omn. liter„ 
Pars IV. p. 49. 6f Anal. p. $69- J. G. de CpiAUFEPié, 
Nouv. DiOiomrey Tom. I. lett. B. p. 265-267. Pav. Clet 
ïyiENT, BibL curieufe, Tom. III. p, 239, 240. Paquot, 
Memoir. litterair. Tom. XIV. p. 1-23. Orlers , Befchr. van 
Leijden. G. Brandt, Hijl. der Reformatie y I, IL en IV. Deol» 
Baüdart, K^r\^ en WereldL GeJcUed. I. D,, bL 58. 



REGIS* 



R E o IS t E R 

■•VAN I)E. 

P ER S O NE 

WAAR VAN IN DIT DEElt 
eigHANDEi^D WORDT. 



N 



fj- - 



W" 



i^^^" 



■?^f 



^aapx (Joachim) , i?^o»w 
ffiester t§ UtrecJit. . ^^ 

Jaan (|^ö d^), KofistfcMJr 
der* ^ . . I. 

. der., ' . * N 5* 



Bladz, é Md.èz^ 

Baart (Pieter) j" Doktor in de 



^Paanst ^ dojud' adelijk Ge" 
Jhgt. • " . - 7. 

jpaarland « hef^md adelijk 
GeJ^gt, , , 5, 

Jaarland (Adriaan van), 
Hi^ogleraar pi de Wel/pre'- 
kertdheidi^ t •, 9h 

^aarland (Hubert van), 
Gefieesmeester te Namen, g, 

Baar land (Michiel van), 
Ii:egi(Sgeleerde, . p. 

:paarland (Simoi^ yan) , 
iMeroeffénaar* ^ . ïo# 

liaarlq (Kaspar y^n), zi^ 
Barleus. 

Baarsdorp (Kovnelis van), 
Gefiees-. en Kamerheer van 
Keizer K^rel d^ V. lo. 

]paarsdorp (Maiinus) , Room- 
Fastoflr te Bkzeüngm. i^. 



Baart (Arnold), Raadsheer- 
m 't Hof van Meche\en. lo, 



Geneeskunde te Leeuwar- 
den. . . . lo^ 

Babuer CTheodoor) , Konst- 
Schilder., . . ' ijr 

Baccarelli, zie Bakkereel. 

Baccius (Martinus) , Aarts- 
prkster te Iperen, . 11^ 

Bacherius (Andr^as Eli- 
<gius), Hoogleraar ifi de 
Kegtefi te Bourges. 12^ 

Bacherius (Jodocius), Ka* 
nunnik te Brusfel, j2. 

Bacherius- (Johannes, Aii- 
^ /giistinus), Prior van een 
Ziugiistiner Klooster. * 12, 

Bacherius (Petrus), Hoog- 
ieraar in de Qodgeleerdïieid 
te LeuveH. . . 13, 

Bacherius (Wolfert) , Klerk 
van den Raadpenjionaris 
Joh. deWitt. . 13^ 

Bagh (Jacobus)j Med. Dok- - 
tor. '. ' , 14, 

Bachiene (Johan Hendrik), 
Predikam te Utr^ck. 14, 

pa^hiejie (Phih'p Jan) , 
flooglefaar in de Godge- 
kerdheid en Predikant te 
IJtrecht* . ' . 16. 

B^ 



490 n E O I q T E; H, 

Pachïene (Willem Albert) , Bailleu , verbonden Edele. ^0^ 

teMastmU. , 16, trouwde ^ denlpeftog 

Pacx (Ramboiit) , Kan^'nnik van Rennenberg. . 29, 

drak Kerk te Antwerpen. 18. fJnlder. . 28 

Pmr v«« to Ci.<t«7m> ,^, -^ ^^ Godgeleerdheid 

Klooster te Brugge. 19, u Leuven. f . 2^ 

;pacu]etc). (Michiel de) , b^j^s (Michiel) , Hoogle- 

Hopgleraar in de Godge- ,^ ,-„ ^ Godgeleerdimd 

leerdhetd t^ K^len, ig. r, L«^w?w. f .. 30C 

T. !•" V i j \ * ^ ^^^^ (Laurens) ^ ^woffwi 

Bae<u5 (Jo^ocus), fifn 5-^- nederlands Di^ter. : %u 

leerd Boekdrukker. 21. ^ , - ** ^ 

^ ■ « 1 , , * Bakcnesfe , vooiwMf» G^- 

Baec5. van Baerlandt (A- " ji^g^ ^^ Kennemerland. 33. 

ómzT)), Deken vanSt.Pte- -o .^: - rr j 7r^ ir 

ter te Oirfchot. , 22. Bakhu^^^^^^ 

Baecks. , zie Baacx. « , u • ' rr *j ifN 'zr 

^ • ',/ , ^ .^ BakhuKen f Ludolf) , JTomt- 

Ba(5rle (Jan van) , In^utft- r.huder. . . 37. 

' teur Generaal. . 23. _, . , ^Aj • % o r 

•^ Bakker (Adriaan), Scima 

^&ep Qoh^mcs) , Predikivit te Haarlem. . . 39, 

te Scherpenzeel, lx .^jn- t,,, <*,.' ^ ^ 

flflrj 6? c. . . 24. Bakker (Adriaan,) ,, iTonrt- 

Baeisdorp, zie Baarsdorp. fihlder. . . 40. 

• Baerfins (Hendrik) , ms- Bakker (J^kob) , Konst- 

konfvenaar en Boekdrukker fcUlder. . . 40,, 

te Leuven. •. . 24.- gakker (Jan d^),, Pmster 

Jagelaar (Joan), aanzien-. te merden. . . 41, 

lijk Bufger te Am/iel- _ 

(Ln. • . 24, Bakker (KprnelisAdriaacs. 



« \. <.. /T^u ^«\ o^ j zoon) , Petifionaris te 

^'^T 3ï""f V?^ z^»*2''- • ' 43. 

Med. Doktor te Middel- * • 

hurgi . • 24. Bakker (Mceuwis Alein- 

Ballieul (^gidiiis of Gillis ^ert^zoon) , Uitvinder, der 

de) ;. Kanunnik van $i. '. ^ameelen om Schepen te 

Pieter te Leuven. . 25. "^^"- • • ^ 4»-. 

Bail.lieur (Lpdewijk Jofeph Bakkercel (Guniam en Gil- 
de) , 3^^«^.. .. 25,. lis) , Konstfchilders. 42. 

Baick 



R S o l § T E K. 4^ï 

. '^ * - ' ^ 

, ^ Bladz. Bladz* 

!5alck..(Pö^iimkus)\ JHbog- Ballaert (Michiel^v-Höö^-- 

l^aar in de Regts^eUerd- leraar in de Godgeleerd- 

Md te Franeker. • 43. heid. . . 6^^ 

Baick (Eypihard), Hoogle- Balling (Picter), Priester 

^raar^ in de Regtsgelesrd- te Haarlem. * Ó4« 

heid tè Harderwijk. 44. Balneavis (Henry) , Lt* 

Jalbian Qosfé) , Med. Dok- Kollmet bij 't reghma 

'tor te Gouda. . 4$* '^on Stuait. • • ^%* 

Balbian . I^Kornelis) , Med. Balten (Pietcr) ^ Konst- 

Doktor. . • 4öt fchilder. . • 67« 

Balderik, Bisfchop van C7^/^ Baltensz. (Frans), Fof^- 

recA^ . . 47» drukker te Dordrecht, 6f. 

Baldeus (Philippus), Pre- . Balthafar Gerards., Moor- 

diknta ^.Ce^tmé . 47*- denaar van Pr/wi Willem 

Balduinus , Sisfchop yan ..4en>I. • . 67- 

ütrecU. '. . ' . 4^ Baltin (Adriaan) , P^/ï/jonfl- 

Baldïiinus de II, ^Btsfch&p' ri^ di^ ftad Brugge. 70* 

van ütrebJtt. ' . 4S« Bamboots , zie Laar (Pi©- 

Baldüinus (Benediktus) , ' 'ter van) 

' een geleerde Schoenmaker. 48.. Bameester (Hans), Kmst- 

Baldüinus (Franciscus) , fcJnlder. . . . 70% 

Hoop-leraat i» </« Goefetf- •* , ^ , ^ /-. ^ 

fcffifeKi . .48. ?«?^i' Gohannes) , .C.e^«- 

Baldumus .(Pafchafius) , Kruisbroeders, . 70*. 

Prfop van het Klooster 

Falemphin. . • .60. Baïijaart (Albert), Tegen^ 

Balen (Hendrik Van), firever van de Gravin Adz. 10,. 

KonstfcMlder. . ööi Banjaart (Dirk Jansfen) , 

Balen (Mathijs) , Cefchied' Scheut van Hoorn. . 71; 

Z^^''^'^^- ,:. : ^ • ^^- Baflk (Laurehs) , Hoogte^ 

Balen (Mathijs) ^ Aöwjt- ^^ ,•>, ^ Godgeleerdheid 

Jchüder^ . . . ^2. ^ Franeker.. . 74*' 

Balen (Pieter Kristoffel « 1 .^aj • > r* 

vaD),W.«i^#-^-«r, «53. ^''"i^'^^ f^*'.T] '^^\. 

....';... X Admiraal van Zeeland. 74. 

Balingh^m (Antoaij van), .. , t . 

, ye>>. . . . <3[3. Bankert (Job^), i^|>iV««j 

Baünus(Joha|yies),ft/«i- ; ^«" «e*?- • • '8. 

ter te WezeL . 63. Bankert» (Joost van T rap- 

Baljuw (NO, KmstfcMU- - .pen), Kémmandeur ter 

der. . ,-. ' «4- "*^'- r " • . 7^* 

U.DXZU Cc Bank- 






%<èt 



* E Q I a T E Rft 



mnkhfm(j9n ^ran), Prt^ Barlaeufi (Kasper of Gas- 
fidem van (kn Hogenraad . — . 

in Hoilmck s 8a* 

^ankhem CJan v^n) , Baljuw 

W-.^ag. ^ 83- B^i^eus (Ui^hertus) , 

BanniPg (Frans), zi^ Kok. ^''-' — - ----- '^ •- ' 

jgaipniiig (J^n Bodecher)» 
HqQgljsraar in de Wijsbe- 
geerte te Leijden^ 84: 

BannittS (Johannes Alber- 
tus) , Priester en Mujikant 

<fer Kapucijnen^ , * g^, 

Barbcljrac (JaH), /Töö^/e- 
ra(ir in de Règtün te Grch 
nhgtru , , 8$, Barrcs (Anatolius de)» 

Barbi iux (Anthonij) , Dmi- 
nikanep Mmnik^ , 8$, 



par), Hoogteraar in de 
' Wijsbegeerte ts Amfiel- 
dm, . , 95; 

Hoogleraar in de Gri^kfi 
. tadt te Leijden^ . loo* 

fearlaeus (MelcMor), een 
geteerd Mau • lorV 

Barlaimont (Gillis van), 
Krijgsbevelhebber '\ loi^ 



Ier Krijgsheld^ , lor^ 

Barneveld, zie Old^nbar- 
neveld. 



Bard (Petrus) ,. Vikatis ge-. 
veraal yan de ordeUs der 



Kamerheer van Keizer Ka- 

rel den V, . loz: 
Bart (Jan), Kaper ter zee. 103» 
fiart^J Ente*, zie Entes. 



Coenobiters. , 37; jB^tels (Gerard), J^«w^ . 

Bardea (Willem DirJcs- fcmder. . ,, jj^, 

xbon), Schmt van Jm- Bartholom»! (Kornelis) , 

ftetdam^ • • 87. ' Kanunnik van de orders der 

Bardes (Willem), ^wr^e-- Augmtijnen. . 113; 

tngest^f te jimjteldam. . 90, Bartolet, ^o«jï/(>M^ct«. 113. 

terends (Barend), Geuze Barueth^ (Johannes), Tre-^ 

Vrijbuiter, , • pa, . 4?/*^^ ft? Dordrecht. 113. 



Barends. (Willem), üTö/iï' 
. ftfftj ter %ee\ • , . ^2 

Earendzen (Dirk) , Ktmt- 
Jehilder, , ' , pa: 

Barendzoon (Her nan) , 
Krankbezeeker ie Amfiei^ 



Barwell (Daniël (tóavius), 
. ScJttpbreukeling^ ^ 1x4* 

Barzajus (Gaspar) , Be^ 
'..' keerder der Heidenen. 115. 

Bas (Dirk), Burgemeester 
V ' ie uimfteldüm. - .115. 

t>T"V^,. • " • '^^' BafeHus(Jakob),/Ve^«*««^ 
Barkexj (Niklaas), Pro/ef/ir . ie Flisftngen/ - . u6. 



en th^dikmt vm de hoog- 
• Mtjk Gemeente m 'sHage. 94. 



Bafenus (Jakob), pridikint 
te Kerkuferven. • . ji<^# 



( «1^ 



Ha- 



& fi o 1 S T 12 IL 



+03 



BafeHus (imJaas) > Med^ 
Doktot m Chirurgijn tê 
St* U^mxlergen* iiê% 

Bafeliüs (Pieter)> Dmini^ 
kaner Monnik* » ïij» 

JBafiliCus Marchetus (J.> , 
kobus) j G^hiidfcMj^ 

Bafifius fThomasV .^^r^j-- 
bi^chop van Ciefarea^ 117» 

JBafius (Johannés), Secreta- 
ris van Delft. . if g* 

JBasnagé (Jakobus) ^ Pr^<^'. 
*ant in de walfe Gemeeme 
te Rot;terdam^ , ' xi.^ 

Basfée (Adam de Ia) ^ Xb- 
fïttwnrt van St, Pïeier te 
RijsfeU > > 1-23» 

Basfée (Bofiaventuïe de k) , 
Kapucijner Mennik% 124^ 

BaSfeliers (Bakhafar) , Pre^ 
diker behorende m de orden 

ikr Recólletteth 1 » I24> 

II 

Basfen (Dirk Rcinkr van) , 
burgemeester te Amkem.^ 1 2 4* 

Basfen (Adriaan), lU^i- 
. -geleerde te Gouda^ laj*^ 

Batelrer (Jakobus) , ft^- 
f?w»/?rfltój Predikant in 
*^ Hage^ % > . i^Ök 

Baten (Hendrik^, 'Kartim^ 
nik en Zanger van dB 
Hoofdkerk te Luih zfit?. 

Batenburg (Gijsbert th 
Diderik) , edel Broèderpa&r^ 
iop bevel van Alvt mt^ 
horfd* » « 12S. 

Battingiu* (Rüdolphus) > 
Mei Döhof ^ tvi^ 
koi0ena9t% • « ld{K 



Bams (Bèi-tèl) > Aor <fe At* 

Bdttus (Jakobus) i^&cmfl^V 
ran Ee^gempzoofth ttj^ 

Battus (Karel^fi S'^flrif M«fc 
Doktor fe Dordrecht^ ^IJO» 

Battus (LiViïius)-, Itoögïe* 
raar in de Genee^konst^ tiO^ 

Baudart (Wiüiein), IVe* 
'kant te Ziit^hen* \ \'%X\ 

BaudïuS (DöminikUs) > 
^ Ho'oglefMr 'in tfe ï¥tifpfe>^ 
itndheid en i^vgten te 
Leijdèn* » % ti^% 

BaudriJ , Z^ng-éf m t/e 
'Hoofdk&k te Térmame, ï3& 



Baii^i-ij > 
Noijon, 



Bisfolit^ ^n 



3*^ 



137^ 



Baudiij (Pietèr), ïtoo'gii^ 
raar in de GodgéeetdheM. 13§* 

Bauhuis (Bernard) ^fèfutt. 1 40* 

-Bauldri ^Paulus.)> tloog)e* . 
raar in ie Xerk'ei^ke Ge^ 
Jchiedèaus te VtrecliU 14^* 

Baufete, een zeer ^rmeh^ 
lij\ Brabarids O^agt. Ï4S> 

Bcaux (Gaspar) -i Prèdtkoiilt 
in de walfe Gemeente tt 
^■iJéuwardefh s. 14S> 

Bax (iPfluluS €ti MaföÊÏ!s])> 
^e^ Broederpaar Vrijheid^ y 
minnende Nedtrlm^e H^ 
defh % -fc » . Ï4?» 

Baxius (Wikktó), $^tJmis 
te i/4ntwefperh •» ^4?* 

Baijïd rPietel-) , tóiö^^^ 

^1 ficmtdimt >. t^ 



40* 



REG/ISTEÏL 



Bladz. 

Beatrix, zeer zonderling door. 
'de Goddelijke Foorzienig- 
heid bewaard. • 179. 

fieaumont, aanziehlijk Hol- ^ 
lands Gejlagt. . i8o. 

fieauinont(Dirk vaa) , Bur- 
gemeester te Dordrecht. iSo. 

Beaumont (Simon van), 
Penfiomris der ftad Rot- 
. terdam, . . 184* 

Beatimont (Simon) , Secre^ 
taris der Staten van HoU 
land, V * • ^^5* 

BeaufanHis (Petnis), Mei* 
Doktor en Hoogleraar in de 
Mathejis te Leuven. l86« 

Bcauvais (Remigius) , een 
Kapucijner Moftnik en zeer 
geagt Prediker. . i8<J- 

Bebber (Izaak) , Doktor 
in de Medicijnen pe Dord- 
recJit. . • • x%6. 

>Becanus (Johannes Goro- 
pius) , Med. Doktor te 

Antwerpen. . .187. 

Becanus (Martünis) , be- 
roemd Jejuity Biegtvader 
van Keizer Matthias. 190* 

Becanus (Pieter), Kanun^ 

nik te Aken, . ipi* 

Becaiii|s (Siwert), Koi-me* 

liter Monnik, . igt* 

Becanus CWillem) , uitmun» 
tend Digter en Redenaar, 1 92. 

Becardus (Johannes) , ^00^- 
leraar in de' Godgeleerdr 
heid. . • , • 192* 

Becius (Johannes), Predi- 

' kanit oneer 't kruis en 

Hoogleraar te Middel- 



Bladr* 

Beek (David), Kmnfchil* 
der. . . . i94« 

Beek (Gccrtruijd Hendriks 
van), ene gewaande To- 
veres te Utrecht. . 196. 

Beek (Johannes van) , Ka- 
nunnik te Utrecht. 197. 

Beek (Kornelis), Kanunnik 
en JfVtor te Utrecht. igS* 

Beek (Pietcr van) , Stigter 
van een Hofje te Amjiel- 
dam* • • • X98« 

Beeke (Johan van der), 
Burgemeester te Deventer, 1 99. 

Bed^man (Izaak) , Rehor 
der latijnfe fcholen en voor- 
naam Mathematicus te 
Dordrecht, • . 203» 

Beekman (Martinus) , Dros- 
faard m Dijkgraav van 
Asperen. • . 205» 

Beeldemaker (Frans), /i^m/^ 
fclnlder. • . 205% 

Beeldemaker (Johannes) , 
Kofistfchilder* . 206, 

Beels (Leonard) , Predikant 
te Amjieldmn. . 207. 

Beels (Marten Adriaan), 
Burgemeester te Amftel- 
dam, • ... 207. 

Beer (Aart de), Konst- 
fchilder. • • 210^ 

Beer (BoudeiJï^ijn de), Pas- 
toor dei- Hoofdkerk te Gent. 21a. 

Beer (Jan de), Rektor van 
St. Servaas teMastrick. 210. 

Befer ^ CJoost de) , Konst- 
fcJnlder. . . '210. 

Beerendreéht (Jan van), 
' Schout te jUijde.i. 211* 

Bce- 



^ 



R Ê © 1 s 'ï a: lu 



^m 



Konstjjfchildek , •. öiïT'» 
feeerwoud > êóVBlhbhét ^ 

Bega (Körnelis5> ^Xomt- 

IBegljft (Abr^iham), :Xbftif- 

ïeirïinck , 'sf& Beijferliöêfe. 

'Beiling (Albert)^ &«fejfó- 

Beintema van Peima 'Qo 
hannes Ignatius Worp)> 
Med. Dofitor. % ai 4, 

BeisfeUst '(Martinüs) -, 
'Predikaiit'te 'Flisjingen. 21$. 

• 6ekö (ftiidolf van 'der)> 

feekkèt •'(Baltl4lifar>, 4?fJ?fiS. 
^a7«( te Jimjièldmn. 216* 

ftekk^r 'Cïoharin^s 'Hén- ^ 
drik), JPredikarÜ: ^ïs^el- 

jfum* -* ^ 24^' 

ftél v(JöhS;ines dè)., "Pries^ 
iter en ^Kaï^umtk yan &.. 
Ji,ambeHs Kerk te ^Luïk. '045% 

Èell (ïheodöiüs Van tler)>, 

■Predikatie ■ttRJnjmbürg. i45, 

$Cllamg '(Jakdb.)-, Stude^ 
4n de tlteelogie. >. 24^. 

iaelle (Jan van)>, 'mi Man 
mt 'dm 'burgerjtiind 4e 
tlaarlenh ♦• -. ^5$' 

Hg^lleohcre Oakob) , ^Prefi- . 
'dent van hétMof iBmin- 
iiad 47afe Ütreéh, -ftSS^ 

Wiegambe '(Frari^oïs) ^ 

""" > -. 255. 



£)a^ 
^ïlegarcte.'^GaMII èalW<: 

BcÜematös^baöïcl)^ ?rfe^ 

tffr en yPartfchiaan 4h ^ 
Wéfliikhtid'vm'RTrsfetL IJg^ 

Belleritó ^(Johaiitid) , i^en 
.geleerd Man 'en Boekdmh' 
ker u jint'v^&rpen. :%Z^ 

^Ilighem '(Pertevald V8m% 
een ^blindgeborene ^jetter- 
'oejfenaar% s '^ ügöw 

ïellöcasfitó '(Steve'n)> -S^ ' 
'cretaris ''van 'het /Kapittel 
•Sf. DoTinauste Brugge. '2Sï> 

Semmel (Abrahath van), 
'Klerk 'ter Secréto/r^t 'Van 
-Afimsfoort. h %. ^6l%' 

Setnöiél f(WiIIaöi Xain)-> 
-'Kcns^childer^ s d$2N 

$empde (JordaancïGerard 
van dcn)^ ^Deminikanéf 
^émnik ''te Brugge* 4t6^ 

ïéli Eibertó. ^(Ysbritwa) ^ , 

Vroed/c hap der.ftüd ^Jhth ^ 

jfteldanh. •* ^ -^Ö)» 

dBenedixiiTS (Domfniktïs) ^ 
^Aartsdiaken 4i Z,eeuwarf 
'den* H *% ftS^ 

^Bfeniriga '(Eggerik), Sm^ 
ling VanGrima^tm^e. 2^^ 

Seninga (Skrko) , Bouwmieé^ 
'ter 'en Raadsheer "te Gre- 
fangen. % *. ^tS% 

Éennfng 'óf 'Bennirik (t)i± 
vSitnonsia,)., Schm teJt^w^ 
Jjieldanh «• ^ ^t^» 

4cnning ^^(HiÖfebran^);^ 
Burgemeester -^e ^jhaftei- 

eni(aad^<Si^[ifMm^ ^n^ 



40^ 



REGISTER, 



Bladz. 

Bennii^ Janszoon (Jan), 
Schout te Amfieldam, 271. 

Benniog (Johannes), Lid 
van dm Hogen Raad te 
Mechelen, . • 272. 

Bcnning (Stans), Burger 
te Amfteldaim. . 272. 

Bcnnius (Johannes) , Rêoms- ^ 
Fêstoor te Noordivijk. 272* 

Bcnoit (Elias), Predikant 
in de 'walje Cemeente te 
Delft. . . 272» 

Bcnoijt (Leonard) , Onder- 
tekerMar van het Verhond 
der Edelen* . 276. 

Benscoop (Ajrentvan), een 
der famengefpannen Edelen 
tegens Craay Floïis den 
V. . . . 276. 

Benfius (Johannes) , Leraar 
in de fraije letteren te 
Straatsburg. • 277. 

Bent (Johannes van der), 
Kmttjcfnider. . 277» 

Bcnftyëtó (Ernst Willem 

Gfw;yö«). . 278» 

Bentink^ oud en vermaard 
GeJIagt. ' i •" 279- 

Bcntink (Adolf), Heer van 
Berrinklmizen (fc. 280. 

Bentink (Alard) , Raad en 
Hofmeester van Koninginne 
Margriet. • • 280. 

• Eentfnk (Alexander) , Heer 
van jüler t§c* • ^'Scx 

Bentink (Alexander) , Kaai 
in 't Hof van Gelderland 
en Burgemeester van Arh' 
henk - • • 281* 

Bentink (Alexander) , Bur* 
gemeest^r en Hoogfchouf 
van Anihem* . 281* 



BIad& 

Bcntink (Andries). 282.' 

Bentink (Bfercnt Hendrik) , 
Dingwaarder van de Hoge* 
bank vênl Jujlitie f enLt., 
Stadhouder der Lenen van 
Over^sjel. • . 282. 

Bcntink (Bercnt) , Heer van 
Diepmhdm en Proost te 
Deverjter. ^. . 284* 

Bentink (Eufebius), He&t 
ya» ten- Velde en ^Verke- 
ren. ' . , 285». 

Bentink (Eufebius Bor- 
chard), Heer van Schconr 
lieten , Hoogfcketa in Mas* 
^tricht Êfr. • 285. 

Bentink (Evert), Heer van 
Berkelenkamp. . 285» 

Bcndnk (Filip) , Gouverneur 
van Stralen. . 285- 

Bentink (Gerard Adolf), 
Heer van Berkelenkamp. 2S6*' 

Bentink (Godewijn en Jan) , 
de bekende ouii/ien van dit 
Gejlagt. . . 286* 

Bentink (Hendrik), bijge- 
naamd de Beste. 287. 

Bentink (Hendrik), Land- 
drost van Zalland. 287. 

Bentink (Hendrik), Land- 
drost van Zalland. 287* 

Bentink (Hendrik) , KolJo- 
nel te paard ^ en Drost van 
Twente^ • . 281* 

Bentink (Hendrik), Heer 
tot Lèu%yenherg en Land- 
drost van de Veliewe. aéS.'. 

Bcntink (Hendrik), Dros^ 
faart van Woudrichem en 
Kuikfiburg* ^ . , 28^' 

Beïi* 



REGISTER. 



407 



Bladz. 

Itentink (Hendrik) , Grove 
van Portland m Gmvemeur 
yan Janrnka. . 289* 

Bentink (Hendrik Adolph) , 
Drost vm Tsfelmuiden , 
HorfdfihoutvanMastricbt, 
Raad en Rentemeester ge- 
neraal der Beden in Bror 
land. . a89- 

J8entink (Hendrik Frede- 
rik) , Heer van Genswaart 
en Barlehaim' • 290- 

Bentink (Jan), Heer van 
Berrinkhuizen. . 290. 

Bentink (Jan of Johan), 

, Stalmeester en Gmjieling 
van Karei , Hertog, van 
Gelder. . . 290* 

Bentink (Jan Willem) , 
Heer van Drummelen en 
Rhoon, Graav van. Port' 
land f^c. . • 291. 

JÖentink (Johan) , gebij- 
* ndamd de Onbejcheidene. 298. 

Bentink (Johan) , gebij- 
' naamd de Beste. 298. 

Bentink (Karel) , Ldndren^ 
temeester van de Velwwe. 289- 

Bentink (Karel), Heer tot 
Berenkamp. . 299* 

Bentink (Lambert) , Rente- 
meester van de kloostergoe^ 
• deren van Monnikhuizen, 299, 

Bentink (Leonard^ , Gou- 
verneur van jilfen, 2S)9- 

Bentink (Maarten), Kollo- 
nel in dienst van den Ko- 
ning van Spanjeiu 3CX3,. 

Bentink (StevenJ, Bui^e- 
meester te Zutfen. Jco. 

Bentink (Willem). 300. 



Bladr.' • 

Bentink (Willem). joi- 

Bentink (Willem van Zul- 
len) , Rigter van 't Olde- 
broek op de Veluwe. 301» 

Bentink (Willem) , Lt. 
Kólknd. . 301» 

Bentink (Willem), Drost 
van Einden. . 301* 

Bentink (Willem), Kapi- 
teln.' • . 302* 

Bentink (Willem), J7<?«r 
van Rhroon enPendrecht^ ^ 
hefchreven in de orden van 
de Ridderfchap in Hol- 
land. • « 302« 

Bentink (Wolf)» Heer van 
Werkereny Lmddrosf-mn 
Vollenhove. . 30^ 

Bentink (Wolf), tot Lange- 
velsk. • • 304» 

Bentink (Wol ter Jan Ger- 
rit) , extraordinair Schout* 
bij-nagt voor het Kóllegie 
te ^mjleldam. . 305/ 

Bentink (Zeno Arend) , 
Generaal-Majoorvan de Én' 
fanteriey en Konmarukur 
van Mastricht. . , 30^* 

Bentivoglio (Guido), Ge- * 

fchiedfihrijver. . 309U 

Bcntzma (Pieter Boetius), 
Rooms-Pastoor te Boxutn, 213^ 

Berchem (Lambertus van) , 
Gijmnafidrch en Rehor der 
latijnfe fcJiokn in 's Her- 
togenbosch. • 313, 

Jterchem (Niklaas van), 
/j^onstfcMlder. * 3I3# 

' Berchem (Willem van) , 
Kanunnik ^yan de St. Ste^ 
vens Kerk te Nijmegen. 316. 

\ Cc 4 Ber- 



4^» 



R E Ö I S T E *, 



' filack. 

Berchem en KütaXyttn ifui 
adeHjk GeflagU 31(5, 

Berdit (Joannes van) , Ka>^ 
nuninik van St. Sulpüius 
Kerk te Diest. . 317»^ 

Berckelaar (Joannes), eefk 
.geleerd Man in V Hem- 
genbösc}k » 317. 

Berefteijn (Pauwel« van) , 
Burgemeester te Delft, 317. 

fierg (Graven .rtn den)^ 
€f *s Herenberg^ 319^ 

I3erg (Hendrik van den) > 

eerst Bevelhebber in diefist 
. y«w Spalken , en naderïiand 
in die der Nederlandetu 312-. 

Berg (Willem van den), 
Bevelhebber in dienst van 
'de 'Nederlanden» . 324* 

Berg {Jan_ of Jolian van 
den) ^Burgemeester te LeiJ' 
den. ^ V 327. 

Berg .(Jan van den) , 

. KonstfcJiüdeT, - , 328. 

Berg (Izaak van den) ^ 

Regtsgeleerde. >. 328* 

Ber^ (Matrhijs van dcn)^ 
Kmstfchllder. * 329, 

Berg (Theodooi- KomeTis 
van den)^ Rektor der Ick- 
iijnje fiholen te Ün-echt. 329. 

Berge (Rutg^r ten^, Stfident 
te Groningen. , 330. 

Bergen (Adriaan Jahsz. 
van) , zie Adriaan Jansz. 

Bergen (Dirk van), Konst- 
Jchüder, . . 331, 

Bergen (Geraïdus van) , 
'Stads Med. Doktor te Ara- 
ivsrpefk . ^ 332. 



Ber^ (Lödewigk Vsin)^ 
Onder-Admiraal isr iVe- 
. derlandft vloot.. •. jjj; 

Bergh (Franck van den). 
Raadsheer in "t Hof van 
Holland en naderhand té 
Mee helen. • 333^ 

Berghen (Anthonij van), 
''Abt "vmFSt, Baninus.' 534»^ 

Berghen (Maximiliaan 
van) > Kanu/mikte MechC'^ 
len. . . 334; 

Berghen (Paülus), Jefiiit 
Zendeling te Leeuwarders 335^ 

Eerghei^ck (Arnold van)> 
Leraar in de f t^ij e letteren 
te Anguien. . 33JV 

Beringhen (Rüdölf van)^ 
Hoogleraar in het KerMijk 
regt te Letiven, 33$^ 

Berk, mtd aanzienlijk Ge- 
'J^^g^- ^ * * 337% 

Berk (Dirk). , 337, 

Berk (Dirk), BurgefiieHter 

te Dordrecht. . 33'è, 

Berk (Ger r i t) , Secretaris van 
de .Admiraliteit te Rotter- 
dam. ^ > 338^ 

Berk (Hiiijbert)^ ^ 53^ 

Berk (Johan) , Burgetfièester. 
té Dordrech. ■. 33^ 

Berk (Johan) , CoittraroUettr 
van de convoijen en Meen- 
ten te Hoorn. -. 33^ 

Berk (Johan) , Secretaris m 
'Penjtonaris te Dordreclt. 340* 

Berk (Johan) , S.'cfetaris m 
Pet^fiomris te Dordrecht. 345% 

fieïk (Matthijs), Penjiona^ 
èis $e Doréeek. 34X1. 

Besdt 









E ]E G I S r E R 



4^ 



Bladz. 

Berk (Pompeios^i • Burge- 
meester te Dordreck. 342* 

Berk (Niklaas van) , Lid 
der Regering vanUtrecU. 344» 

Befkel of Berckel (Engel- 
bert Fran^ois van) , 
PerhJiomnsteAmfteldaim. 345» 

Berkennxie, dtmd adeli§k 
Gejloffi. . . 545. 

Berkheiden (Gerrit) , Konst- 
JcMlder. ' , " • 355- 

Berkheiden (Job) , Konst- 
Jchilder. . - 35^- 

Berkhout (Adrlaan Teding 
yd.ny, Èaadsheer in het^ 
Hof van Holland, 359. 

Berkman^(Hendrflï:) , Kamt" 
Jchilder. > , . 361. 

Berkuin (Hendrik van), 
Rooms-'Pastoor te "'Schoon- 
hoven. . , , 361. 

Berlikom (Andrëas van). 362. 

Berlikpm (Boudewijn) , 
eerjia Griffier van het Ftnf 
'^H Braband in 'sH{^e, ^62* 

Bcrlo of Bierloo , Onderte- 
kenaar yan ^t V&rhond der 

Edelen, . , 3^3. 

Bernard (Jacobus), Hoog- ^ 
ie^aar in de Wijsbegeerte 
£n Predikant in de wal/e 
Gemeente te Leijden, 353. 

Bernaid (Johannes Stepha- v 
nus) , Med. Dokter. 3^7, 

Bernard (Willem) , beroemd 
Cadgekerdi. . 363, 



Blad^ 

Bernards (Wilmar) , Hoog- 
ieraar in liet Kerkelijk 
*egt te Leuven. ^^ 

Bernart (Johannes) , Mvo^ 
kaat voor den Hogen Raad 
te Mechelen, . ^G^ 

Berniers van den Busfche 
(Lubbert), Klerk van ''t 
. Gemene leven, , , 3^ 

Bernfau (Hendrik Willem), 
Hoogleraar in de God/e^ 
leerdheid te Franeker, 371^ 

Berniiifi JBisfdjop van üi-' ^ 

^ ^''^^* • . ^373." 

-Berónkius - (Peérüs " joW 
nides), geleerde Schoor^ 
fieenveger. . . ^^^^ 

Berotius (Jan), Schrijver 
van de XFIde eeuwe^ • 381* 

Bcrfacques (Dfonijs' de)\ - 
Advokoflit^ ^ , ^öjj 

' Bertha (Lodet^jfc) , Domi- 
nikaner Monnik, ^j^ 

ficrdiolf (Hilarius) , uit- 
muntend Digter. 3^, 

Bertin (Omer de St), Kar- '" 
meliet, . . 33^^ 

Bcrtius (Abraham) , Karme- 
liet. , . - 33y^, 

Bertius (Jan) , 'PHor van een 
Karmelieten Klooster. 38/5, 

Bertius (Paulus of Wences- 
hus) y Karmeliet, 386. 

Bertius (Petrus), Opper- 
regefït van liet Staten kol- 
legiete Leijdeih . 33 71