(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non- commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 

at http : //books . google . com/| 



Digitized by VjOOQIC 



M 



+ 



+ 



n 



r 



•*-< 



M 



+ 



4- 



+ 



M 



+ 



•<5 



+ 



n 



M 



+ 




+ 



f 



H 



+ 









'^. 




i 



^ 



+ 



+ 



M 






f 



+ 



+ 



+ 



k 



K 



M 



+ 



■^ 



+ 



K 






+ 



+ 



+ 



I 

II 



M 



n 



K 




+ 



+ 



M 



d»SS«r» 



•Dia 




Digitized by VjOOQIC 



Digitized by VjOOQIC 



BIOGEAPHISCI WOORDMBOEE 
XII. 



S°. Stnlc. 



Digitized by VjOOQIC 



.A(( 



Digitized by VjOOQIC 



A. J. VAN DER AA, 

BIOGEAPHISCH 

WOORDENBOEK 

DER 

NEDERLANDEN, 

BAVATTBVDB 

I«0TenBbeBohriJvingeix Tan zoodanige Personen, 
die wiétL op eenigerlei wijie in ons Vaderland hebben 
vermaard gemaakt, 

TOOBTQBIBT DOOR 

K. h B. tan Harderwijk» 

SU 
Onder medewerkixig Tan de Heeren: 

P. J. B. C. BOBID^ TAN DER JUk, Prof. P. O. TAK DRR ChUS, 

W. Erkbovv, Dr. J. J. de Hollaxdrr» 

8. F. Ki^TRBMA, P. A. Leupb, H. C. Ro(»gs, T. A. Komrik 

Jhr. J. W, TAM Stpestbtv en anderen. 



TWAALFDE DEEL. 

TWEEDE STUK. 



HAARLEM, 
J. J. VAN BBBJ>BBODB. 

1869. 



Digitized by VjOOQIC 



Digitized by VjOOQIC 



705 

METËBEN (Jacob van), ook de Meter en Demetrius 
genoemd, geboren te Breda, waa de eoon van Gornelis Tan 
Meteren. In zijne jeugd leerde hij letterzetten, en was be- 
gaafd met de kennb van verschillende talen en andere fraaie 
wetenschappen. Hij bekostigde de overzetting van den EngeU 
schen Bijbel, te Antwerpen gedrukt, waartoe hij de dienst 
▼an een geleerd student Miles Couerdal inriep. 

Uijj huwde Ortelia Ortels, dochter van Willem Or« 
iels van Augsburg, grootvader van den beroemden wereld 
beschrijver Abraham Ortelius. 

Zie Ltv, V. J. V. Meteren yóót de nitg. van Eman. van Mete- 
ren*8 Hisiorien van 1748, bl. 1, 2. 

M£T£R£N (ëmanujël yan), ook de Mattre, de Me- 
ter, Demetrius, zoon van den vorige, werd 9 Jung 1585 
te Antwerpen geboren. Zijne ouders van de protestantsche 
godsdienst, bestelde hem van jongs af te Antwerpen en ver- 
volgens te Doornik ter schole, in welke laatste plaatst hij in 
1547 was. Uij voleindigde zijn letteroefeningen te Duffel, van 
waar hij in 1549 naar Antwerpen terugkeerde om tegenwoor- 
dig te zijn bij de blijde inkomst van Philips II. Zgn Ya« 
der, die hem voor den koophandel bestemde, bragt hem in 
ket volgende jaar naar Londen, en bestelde hem bij den Hol- 
bodschen koopman Sebastiaan Danckaerts. 

Na den dood zijner ouders zich te Londen gevestigd heb* 
bende, begaf hij zich van tijd tot tijd om z^ne zaken naar 
Antwerpen, waar hij 2 Mei 1575, als verdacht van verstand- 
houding met den vijand, werd gevangen genomen. Na achtien 
dagen in een akeligen kerker, elk oogenblik de pijnbank of 
den dood tegemoet ziende, gezucht te hebben, wisten zijne vrienden 
ajn ontslag als Ëngelsch onderdaan te bewerken. H^' vertrok nu 
goedig in gezelschap van zijn neef Abraham Ortelius 
naar Londen, doorreisde geheel Engeland en Ierland en werd 
in 1583 hoofdman of consul der Nederlandsche kooplieden te 
Londen, welken post hij 30 jaren met den grootsten lof en ijver 
bekleedde, en stierf den 8 April 1612 (o. st.). Hij werd in 
de kerk van St. Dionysius begraven. Zijne weduwe en negen 
kinderen lieten een latijnsch grafschrift op zijn zerk plaatsen, 
dat men in z\jn leven , door Simon Ruitink, leest. Faquot 
vermeldt nog twee andere grafschriften, waarvan er een door 
Jacobus Colius, neef van Ortelius, vervaardigd werd. 
Jacobus Yiverius maakte een gedicht op zijn overlijden. 
Hij huwde twee maal, te Antwerpen in 1562 Maria van 
Loobroek, die 13 December 1563 overleed. Z^ was een 
protestantsche, vroeger op H Steen geplaatst, wijl zij b^ een 
preek te Hoboken geweest was, doch zij was door een gat in den 
muur ontsnapt; in 1564 Esther van den Corput, dochter 
vao Ni col aas van den Corput, secretaris van Breda, die 

45 



. ' ƒ 



Digitized by VjOOQIC 



106 

hem 18 kinderen sehonk, van welke 9, 8 zonen en 6 doch* 
tere hem o?erleef<ien. Z^n slecht gegraveerd portret vindt men 
vóór de uitgaven van eenige drukken zijner NederkoUscAe His' 
torie met de woorden: AeC, 76 tnena. 3 Oöüt 1612, apriUs 8. 
Zijn zbaprenk was: Quia conira hos. Hom. 8. 

Van Met eren was van nature een snuffelaar, een navor- 
soher» liefhebber en verzamelaar van curiosa van allerlei soort, 
iwn echelpen, munten, medaljes, boeken en blaau^ boekjes, 
voord veraamelde hijj wat betrekking had op de geschiedenis 
van zyn vaderland en zijn tijd, zoo kreeg hij allengskens een 
schat van bouwstof, waaruit hij een soort van jaarboeken wilde 
zamenstellen. De beroemde Ortelius., wekte hem op zijne 
krachten aan zulk een werk te beproeven. U\j liet zich ge- 
zeggen, en zond een copie van zijn handschrift aan een gra- 
veur in Duitschland , om t^en den tijd der uitgaaf een stel 
koperen platen gereed te maken, doch de graveur stierf en 
zijne erfgenamen lieten een Duitsche overzetting vervaardigen , 
die in 1596 te Neurenbei^, en met de naam van den auteur 
te Keulen in het Hoogduitsch en in het Latijn verscheen. De 
drukker Vennecool te Delft kreeg een exemplaar dezer ver- 
taling in handen, besloot ze weder in het Hollandsch over te zetten, 
waartoe hij 23 Aug. 1597, privilegie van de Staten verkreeg. 
Tan Meteren, intusschen uit Engeland in Holland geko- 
men, vernam met tegenzin het plan van Vennecool, stelde 
zich met hem in rapport en kwam met hem overeen niet de 
Teirtaling van het werk maar het oorspronkelijke zelve te druk- 
ken. Omstreeks nieuwjaar 1599 zag het werk te Delft in 4^. 
hét licht met den titel: Historie dêr Nederlandsche ende hoer- 
eer Nafmren oorlogen en Gesckiedemssen ^ waarin de gebeur- 
tenissen van den laatsten tijd, bepaaldel^k die van 1598, het 
best en uitvoerigst beschreven waren. Veel opzien maakte 
dit werk en het mishaagde den Staten Generaal ^ wijl hij van de 
laatste ambassade naar Engeland een breed en juist verslag 
'had gegeven, dat hij ontegenzeggelijk van dezen of genen 
moest hebben bekomen. De Staten ontboden den roekeloozen 
schrijver en vroegen hem door wien hij de instrumenten, 
remmers van de saecken een jaer herwaerts gepasseerd, had 
becomen?" Na eenige aarzeling noemde van Meteren z^ne 
begunstigers , en beleed w dat een van de heeren (Christiaan 
HuygensP) met hem considererende over sekere munimenten , 
hem die naerder onderriohtinge had gegeven." De Staten 
verboden het verder verbreiden en verkoopen van het werk en 
legden beskg op de exemplaren die bij den drukker voorhanden 
waren. Een half jaar later werd de verkoop toegestaan, doch 
zonder het octrooi, dat als verbeurd, van den titel was weg- 
gdaten. Op aanzoek der predikanten, wie het aanstoot had 
gegeven omdat er #verscheyde onware vertellingen tot nadeel 
van sommige kercken en kerckendienaars in voorkwamen/' 



Digitized by VjOOQIC 



107 

verliodtt ile Staten , bij resoltttie van ^ Nor. 1603 , den druk- 
kn Yennecooi bet boek, gelijk het lag, zonder bun voor- 
kennis mt te geven. Zonder op verlof en op een octrooi der 
SiiUen te waobten legde van Meteren zijn veel vefmeerderd 
tm veib^erd werk ter peise. Het verfioheen in de eerste belft 
fan '1609 (om de censnor der Stalen te ontgaan «erd de 
vaxe ilmkplaaU (Amsterdam?) verawegen. #0p Scbollandt 
boyten Damswyck by Heines van Leven" ^) 2 d. ioL 

Qok verspbe^n er ^n attonderlijke i4^. Mitg^ dpr. laa{tste 
boekeo, beginQepde met het aebttiende, in 16:11 [gedrjidit pp 
Sebotlandt bayten JDian^ivyek by Kermes van Loven (Dord- 
nekt?). 

Na de uitgaaf in 1^09 is er aap de eerste boeken weinig 
of niets meer veranderd; de latere dri\kken bevQttteii gedurig 
oienwe v^ voegen , n^a^ geven bet .li|gcbaaJ|Q van bet wei;k ,na- 
g^K»eg ofwsvandefd weer. 

YeHier ^verscheen iiet werk: Arnhem 1614 fol,, (waarin de 
zaken voerkooaen zoo ^ <de Staten «e «wilden besebouwd bisb- 
ben,) 'sQravenbage 1628 iol., Amst, 1608 lol., Ibid. ,1647 
fel, ibid. .165^ lol., H)id. 1663 fol.,Gorin.cbem 1748— 6.3, 
10 vol. 8^ , zpp fiéi ip te t^l als st\jl verbeterd. 

Ia bet f^Hï9eb:Haye I6I1B fol., Amé^ .1670 fol; in bet 
UoQgdmteoih Ambem 1604 lol. 2 voL, Amel. 1640 foL, 
hmi. (Frankf.) 1669 2 vol. iol 

Overal £i^t men d^t van Meter en goede bouwstoffen heeft 
cerzamel^. Kuip van v^le person.ep, Ueibebbers van bisto- 
Bén, en hiMorioecbrijvess in beide partjj^pjiad. Bepai^d.elyk be- 
mi^ Üj ;9ip|i op Piotutus Heuterus, Bo^r, de meipprien 
fiQ J ac qa«e d e Gi^ij.z e , gaveren genesaal van de ;vivresjeii 
van Mr. An dries Duyck, geweaen fiscaal van de OeneRh 
üteit. Voor geheel pnppii^gd^ wordt hij , niet gebonden, ten 
Jmste 4e iKelgiscbe lettei'k.Ufxdigen verwijten hem dat bij poed- 
wiUig de verdief\8t9hjke Roomschgezinden zwart o^aakt en hun 
sdundelyke dad^n .te Ifi^t l^t, wa^urajui zij on^cbijildig z^. 
Bocb dit oordeel is voorzeker zelve niet vrij van partijdigheid. 
Yan Keydt ,toch oori^eel^e, ,#dat bij om ^njige te blagen 
en anderen niet te yerbitt^ren , ov)eral o)ilder is met prijzen 
jk met laken/' ^^n >stijl is droqg ^ strpef , do^h nvinder 
Im^bpmü^ ()mi dje van Bp,r. 

Op den QUal^d.JIands.i^&nï>*. v. Y.ooi'S t, hl. 73 kosit v4H>r: 

Bdgica oft ,Ned&tlmU9che HU{9rie van emen fiftie m^t de 
Nedtrhmisehe ^eic&iedems^ , oorloghe ende vermderinge t» de 
reUgie ende des lanUregeerisighe etc. (voomam. van 1583 — 96) 
4^1 196 pp. #Ms. de la fin du XYll^ siècle. Comme 



1) Paqnot vermeldt nog te Delft 1604. 4^ Amst. 1608.4^. Dord- 
recht 1610. 4^ (hy Muller, Cat. v. boeken over IVederlandsche Gesckie- 
doM fli j/laatMbesckr^oing 1610.) 

46* 



Digitized by VjOOQIC 



708 

Ie titre et la preface (dont la feuille manqae) ont beaucoap de 
ressemblance avec ceux de la l^ edition de van Meteren 
(Delft 1599) et comme deux panegyriques de ce ms. sont les 
mêmes que dans cette edition, ce ms. est probablement une 
copie des notes que van Meteren avait rassembieés etc" op 
Cat. van F* Mussshenbroek bL 9 £. v. M. Eutoriën der 
Nederlanden^ Amst. 1663 met mss. aantt. van P. van Mue* 
achenbroek. 

Zie Simeon Ruytinck, Lw. v. E, van Metaren yoor eo achter 
de uitgaven van het werk; Sweertii, Ath. Belg. p. 60; Val. 
Andreas, BibL Belg. p. 202; Foppens, Bibl Belg. T. Lp. 260; 
Faquot, Menu T. U. p. 645 saiv.; Dewez, Eist. Oén. de la Belg, 
T. VU. p. XXVUI; Reydt, Voorred, z^ner Ned. Eist.; Eist. Boek- 
zaal Xlle st. bl. 3 volgg.; F ars. Bat. schrijv. bl. 262, 268; Beau- 
fort, Leo. V. Willem I, D. I. Voorr. bl. 55; D. U. bl. 75; van 
Wgh, Bijv. op de Vad. Eist. IX d bl. 3 n. (e) verg. bl. 24 n. (e) 
van Kampen, Bekn, Gesch. d. Lett. D. I. bL 232 — 234; S legen- 
beek, Gesch. d. Ned. LeU. bl. 90—92; de Wind, Bibl. <L Nedy 
GescUeds. D. I. bl. 257, 561; Balen, Beschr. v. Dordr. bl. 1018; 
F. 6. Witsen Geysbeek, Redeo. over E. van Meteren in Ree. v, 
d. Ree. XXII. 1829. D. II. bl. 1; J, J. Dodt van Flensburg, 
Iets over het Geschiedk. werk van E, v. M., ook met betrekking tot de 
Utrechts, zaken, in v. d. Monde Tijds. D. VIL bl. 417; D. VIII. 
bl. 262; Dr. B. Fruin, Over de verschillende idtgctoen van E. v, M. 
Eistorien, in N^hoff, Bijdr. tot de Vad. Gesch. en Oudheidk. N. R. 
D. IV. St. IL; Groen, Arch. T. L p. 37 sv.; Fr. Muller, Eisto- 
rieprenteny I, bl. 40; Tijdschr. voor Gesch. van Utrecht; Jansen en 
van Dalen, Bijdragen, D. IV« bl. 292; Schotel, Kerkel. Dordr. 
D. I. bl. 497; Dez. Gesch. Lett. en Oudheidk. Avondst. D. I. bl.407; 
Blommaert, Ned. schrijv. van Gend^ bl. 176; iVai;. D. IV. bl. 167; 
D. V. bl. 48; Bijbl 1855, bl. LXV; Luiscins, Hoogstraten, 
Kok, Nieuwenhuis, Woordenb. d. ZamenL; Kobns en de Bi- 
veconrt, Dict, Biogr. Biogr. Univ, 

METTING (Mr. Dirk) of METSING, te Winschoten ge- 
boren, leerling van J. D. van Lennep en N. W. Schroe- 
der, verdedigde in 1767 te Groningen e&a Diairibe de authen- 
tia quorumdam Octhübim* (Gron. 1757. 4^) Ook gaf hij in 
het Hcht: 

Verhandeling over den oorsprang en de Natunre der taaien 
in 't gemeen beechouwd. Groningen 1771. 8^ 

Zie £. Scbeidii, Ammado. ad Jo. Dan. h Lennep, librvm de 
AnaL Linguae Graecae, p. 257; Saxe, Onom. T. VII. p. 192; BibU 
Eag. CL V. p. 679; Cat. d. Maats., v. Ned. Letterk. D. I. bl. 104. 

METUORST (A. S.). Deze kanstenares bloeide van 1791— 
1820. Zij schilaerde vogelen. Een vogelnestje met jongen, in 
kleoren, als studiebladen geteekend, met het jaartal 1787 — 
1811, op de Tentoonstelling te Amsterdam 1820, zag men 
van haar een stil leven, zij woonde toen te Vreeland. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1103. 

MËTHORST (C). Deze kunstenares zond naar de Ten- 



Digitized by VjOOQIC 



709 

toonstelliiig te Amsterdam 1840, ee» Utmenhuis en eeti land- 
tdkapt die algemeene goedkeuring wegdroegen, zij woonde te 
Kaarsen, en overleed aldaar omstreeks 1850. 

Zie Kramm, t. a. p. 

METHORST (S. E.). Van deze kunstenares was op de 
Tentoonstelling te Amsterdam 1820, een bloemstuk met aapverw. 
Zjj woonde toen te Vreeland. 

Zie Kramm, t. a. p. 

METHÜRST OP MEDHÜRST (Johan), 20 Jan. 1712 te 
Bremen geboren, studeerde daar aan de school en het gym- 
nasium, werd in 1735 candidaat in de Godgeleerdheid, be- 
socht de Universiteit te Utrecht, werd hulpprediker van den 
knaken predikant Willemsen te Middelburg, in 1738 
predikant te Usendijke in Vlaanderen, in 1743 aan de Bem- 
bertus kerk in de voorstad te Bremen, verkreeg in 1769 eers* 
balve de waardigheid van theol. doctor te Harderwijk, en 
orerieed 14 JuHj 1779. Hij schreef: 

I>%99. de Oinere eacro aUariê exteriorisy sub Praeeid. Dav. 
MüUi haHia. Traj. ad BJken. 1736. 

ObserviUt, in kietor. passionis Chriati ut a Johanne est tra- 
ëta in Bibl. Brem. Nova a. I Fase. I Class. III Fase. 3. 

Observatt. in Fsalm. XXX : 16. Fase. 2. 

ObservalL in Epist. ad TUum Gap. II: ll~12. Class. II 
/«e. 2. 

Observati. miscellan., Ib. p. 498. Ib. Class. VI. Fase. 5. 

Observatt. in Fsalm. LXII : 16. Class. F. Fase. I. 

Cot^'ectura de verbis vaticinii Jacobi. Gen. 49 .- 10 in Bibl. 
Hoff. Cl. II. Fase. IL 

JHss. de vera ^MfiXfig in Scriptura siffnijicatione et testa- 
mentificatione ap. Hebraeos. Ib. Fase. III. 

Observatt.miscelloft. ad varia Script, loca. etc. Class. IV. Fase. 7. 

Observatio in Jes. XXIV: 21—23. Ib. Sasc. 2. 

Be aedibus in Oriente, observatio ad illustranda quaedam 
Smpi. loca. Ib. Class. V. Tasc. 2. 

Observatt. miscêUan. In SjfmboUs liter. Haganis Class. I. 

Biss. qua Psalmos XXXVI expUeatur^ et simul notatu quae- 
dam Mgna virtutum divinarum documentae lucidantur. Ib. Class. 
II. Fase. I. 

Pritfung der Gedanken^ toelche Nathan Lardner über die Be- 
maeneny derer in N. T. gedicht toirdy gedussert hoi. Hinter 
Lttrdners Buch vonden Besessenen. Obers von Cassel. Bremen 1760. 

Opstellen van hem in Bremischen Magazin. Tbl. I p. 680, 
Th, IL p. 38, 241, Th. III. p. 87 en 181, 189, 323, Th. 
IV. p. 805, Th. Vn. p. 27. 

Zie Corn. Buhl, Leichenpred. Bremen 1779 fol.; Adelung 
o. Rotermnnd, o. h. w.; Bouman, Gesch. d. Geld. Hooges, D. 
n. bl. 418, 419; Bodcz. 1772b. bL 269. 



Digitized by VjOOQIC 



■MO 

MEttHÜKST óf IffiDHUBfit (WaUtbk Hi»feY), in?rt in 
17^6 te Löndeh geboren en genoot zSjne eerste o^leidkig op 
de kathedrale school van St. Paul aldaér. Van zijne jeugd \s 
weinig bekend; met zijne verwanten naar Gloacester verhuisd, 
kwam hij daar onder de godsdienstige leiding van den predi- 
kant W. Bishop. In de lente van 1816 bood liij zich 
voor den zendingsarbeid den bestuurders van het Londensche 
zendelinggenootschap aan en werd hij, als zendings-boekdriilc- 
ker, in September van dat jaar, tot hiilp van den godvrnch- 
ti^en en geleerden Dr. Mi In e naar MaJaka gezonden, waar 
toen de Engelschen het middenpnnt wilden vormen hunner 
gróotsche en edele, geheel oostelijk Azië omvattende, zendings- 
werkzaamheden en waar Medhurst, over Madras reizende, 
in Junij 1817 aankwam. Terstond bereidde hij ssioh daar voor 
tot den gewigtigen werkkring, die de taak viin zijn geheel 
zoo werkzaam leven is geweest, dé Evangelieverbreiding ondeor 
de Chinezen en Maleijers. In de lente van 1819 bezocht hij 
eerst Poelo Pinang , waar hij zich met de uitdeelinfl^ van gods- 
dienstige schriften en de oprigting van scholen bezig hield en 
vestigde hij zich later, op het eind van 1820, aldaar te Ja- 
mestown* WeMra echter gevoelde zijn groote geest behoefte 
aan een meer centraal punt en aan uHgebreidcr arbeidsveld , 
waar zijn onvermoeide ijver in onderscheidene rigtingen kon 
werkxaam zijn, en in het begin van 1828 kwam hij naar Java, 
waar hij zich te Batavia vestigde en terstond op vier plaatsen 
zijne evangelieprediking in de Chinesche taal begon. Gedu* 
rende het grootste deel zijns löVens was hier dé hoofdzetel 
zijner werkzaamheid , die het eerst en bovenal de Chinezen , te 
Batavia en elders in Nederlandsch Oost-Indie gevestigd, om- 
vatte, maar waarbij hij ook door Ëngelsche en Maldsche 
godsdienstoefeningen voor anderen nuttig trachtte te zijn ^). 



1) Dr. F. P. Roorda vau Eysinga zegt daaromtrent in zijne 
Verschillende reizen en lotgevallen, 3^ d. 18S2: •Achter Wel te Vre- 
den, bij den viersprong (parapatan), staat eene Ëngelsëhe perk , waarin 
door dco aehthigwaardigen a^ndeling Med harst gepredikt wordt. 
Deze man verdient, dat hy meer en meer gekend en gewaardeerd 
worde. Doordrongen van den echten geest van het Christendom, 
werkt hij op het voetspoor van het Evangelie. Bij algemeene wereld- 
en menschenkennis kent hij verscheidene talen, die hij immer ten 
voordeele van verspreiding van waarheid en deugd aanwendt. Des 
morgens predikt h|j in het Engelsch, daarna in het Maleisch en des 
namiddags begeeft b\} zieli naar het Chinesche kamp, aln'aar hy in 
het Chineesch de grondbeginselen van het ETaugclie aan de hnisgc- 
zinnen mededeelt. In zynen huisseiyken kring is hy immer nuttig 
werkzaam. Zyne echtgenoot, die bet Maleisch, met Arabisch karak- 
ter, zeer goed leest, ondersteunt hem in zynen arbeid, én zyne zus- 
ter had, by mijn vertrek VM Batavia, reeds zulke groote vorderingen 
in de Chineesche taél gemaakt, dat zy er reeds met gemak in kott 
lezen, en het voornemen had om aan dé dochtei^ der Chlaózen ob- 



Digitized by VjOOQIC 



711 

ZooftftDg hij op Jam was, 8iond hij. op alle wijzeD andere aten- 
delingen ten dienste, spoorde hij door zijne togten gesehilcte 
«erkkringea voor den sendingsarbeid op, wist hij daarvoor de 
belangstelling en den ijver op te wekken, en was hij daarbij 
zelf steeds onvermoeid met raad en daad werkzaam. Terw^'1 
de zoo zeer door hem gewenschte zending op Bali mislukte, 
had die der Eijnsche zendelingen in Zuid-Borneo haar ontstaan 
vooral aan hem te danken. Met den predikant te Batavia, 
Dr. Lenting, nam hij een werkzaam aandeel in de revisie 
der zoogeooemde laag Maleisohe vertaling des Nieuwen Testa- 
ments. Sedert 1833 rigtte hij te Parapattan, bi] Batavia, een 
opvoedingsgesticht op voor wezen en verlaten kinderen van 
chriftenouders {Parapattan Orphau Myltm)^ waarmede hij in 
11S9 zijne Chinesche kweekschool verbond. Maar meer mis- 
schien nog dan door iets anders, was hij van zijne komst op 
Java af zeg^enrijk werkzaam door de drukpers, die hij mede- 
bfagt, waazaan hij zelf arbeidde, waarvoor hij inlanders opleid- 
de, en waardoor de eerste christelijke drukkerij op Java ont- 
stond, die gedurende eene reeks van jaren zoo r\jke en 
gSKgende vruchten gedragen heeft. Daar zagen eenige zijner 
lig^oe Chinesche godsdienstige schnflen , eenige hoogstgewigtige 
verken over Chineesch, Japaosch en Coréasch, voor Europea- 
MD bestemd, het licht; daar werden een aantal geschniten 
k de Javaansche taal, door den waardigen zendeling Bruck- 
ler vervaardigd, met Javaansch karakter, zeer vele Maleisohe 
geschriften met Arabische en Hoüandsche letters^ Lettinesche , 
Hollandsche, Engelsche en Fransche geschriften gedrukt, die, 
ia talrijke exemplaren over Java en de andere eilanden ver- 
apreid, aan talloos velen ten zegen zijn geworden. Behalve 
zijn eigen zendingsarbeid , zijne letterkundige werkzaamheden 
en het bestuur zijner altoos voor het Godsrijk werkzame pers^ 
ondernam hij ook van daar herhaalde chnstelijke onderzoe- 
kingstogten, in 1825 met de Engelsche afgevaardigden Ty er- 
man ea Bennet naar Oost-Java, weder in 1826 derwaarts, 
in 1827 — 28 naar het Maleische schiereiland en Bomeo, in 



derwijs te geven. De heer Medhurst verzamelt des avonds, zonder 
eenig opzien te baren , verscheidene Javanen , Bengalezen en anderen 
io zi|ne woning, doek een kort gebed, laat zingen, en verklaart een 
gedeelte vao het Nieuwe Testament op den eenvoodigste en voor do 
toehoorders allergescbikta w^jze, waarna weder gezongen en gedankt 
wordt. Ninuner woonde ik eene godsdienstoefening met zooveel aaa- 
doening bij, als in zync woning, die inderdaad een verbiyf des vrt- 
des was. H^ bezat veel kennis van ziekten en kwalen, en niet zel- 
den genas by kranken geheel kosteloos. Na vele inspanningen en 
proefiDemingen was het hem gelakt, met eene steendrnkkery te kan- 
nen werken, zoodat hij zich in de gelegenheid gestehl vond, mitttgo 
geschriften, op eene onkostbare wijze, ondei* de befVKilking ver- 
spreiden.^ 



Digitized by VjOOQIC 



712 

1829 met den zeodeüog Tomlin naar Oost* Java en Bali, 
terwijl hij in Junij 1835 zijn onderzoekingstogt langs de kas- 
ten van China begon en in April ^1836 van Batavia naar 
Europa kwam. In November 1828 keerde hij naar Batavia 
terug, maar de man, die zooveel had gedaan voor het gees- 
telijk heil der inlandsche bevolkingen , die om zijne godsvrucht 
en uitstekende, talenten door een verlicht bestuur hoog had 
moeten gewaardeerd worden, vond aldaar eene min gunstige 
stemming, dan onder het welwillend bestuur van den gouver- 
neur-generaal van der Ca peil en. Hij kreeg weldra de al 
dan niet gegronde overtuiging, dat het Nederlandsch-Indisch 
bestuur de verspreiding des Christendoms vijandig was en hij 
besloot zich liever in het heidensche China te vestigen. Door 
het tractaat van 1842 waren vijf Chinesche havens voor vreem- 
delingen geopend en in 1843 vertiok Medhurst naar Shan- 
ghai, waar hij al de laatste jaren e^'ns levens werkzaam bleef. 
Ook daar was zijn arbeid even ijverig en onvermoeid en open- 
baarde zich die even als vroeger zoowel in prediking, onder- 
wijs, vervaardiging, druk en verspreiding van geschriften tot 
bekeering der Chinezea, als in het toegankelijk maken der 
kennis van China , z|jne taal en letterkunde voor de Europeanen 
en ook hier vestigde hij de eerste christelgke drukkerij in die 
plaats en het noordelijk China. In Maart 1845 begon hij 
zijnen merkwaardigcn togt naar de zijde- en theedistricten van 
China, waarvan hij een belangrijk verhaal heeft uitgegeven. 
Op een zijner reizen in het binnenland werd hij, den 8 Maart 
1848, met twee andere zendelingen in de nabijheid der stad 
Tsing-pu door een woesten hoop zwaar gewond en ontkwam hij 
op wonderbare wijze het dood^evaar. In de langdurige onder- 
handelingen tusschen de verschillende protestantsche zendelin- 
gen, aangaande de beste wijze van overzetting van een aantal 
bijbelsche uitdrukkingen en vooral van den naam van het 
hoogste wezen in het Chineesch, nam hij een zeer werkzaam 
aandeel en lokte dit gewigting onderwerp verschillende afzon- 
lijke geschriften en artikelen van zijne hand in het tgdschrift 
aThe Chineêe RepoHiory*^ uit In December 1855 kwam het 
verontrustend berigt te Londen, dat zijne gezondheid zeer 
wankelend was geworden , en al mogten de bestuurders van het 
zendelioggenootschap , de waarde van dien getrouwen en hoog- 
begaafden arbeider diep gevoelende, hem uitnoodigen terstond 
tot zijne herstelling naar zijn vaderland te komen: het was 
reeds te laat Met zijn gezin vertrok hij den lO^'' September 
1856, met het schip AngloSaxon van Shanghai, maar hi^j 
kwam in geheel hopeloozen toestand den 22«'> Januar^ 1857 
te Londen aan en weldra, den 24«'> Januarij 11., ontsliep de 
ijverige dienaar des Ueeren. Den 30*° Januarij werd hij te 
Abney Park begraven. 
Wanneer wij korteliijk het oog slaan op een wel gering, 



Digitized by VjOOQIC 



718 

maar voor alleo meest dgtbaar deel xijner werksaamheid , ^jn' 
ktterkoodigen arbeid, daa moeten wij ons evenzeer verwonde- 
ren over het aantal, als over het gewigt ^jner geschriften. In 
de eerste plaats moet wel de herziening der Chinesohe yorta- 
ting des Bijbels genoemd worden, die h\j met de alge vaardig- 
den van de andere protestantscbe zendingen in China tot stand 
bragt, maar waarvan het voornaamste aandeel aan hem wordt 
toegeschreven. Van de groote menigte godsdienstige tractaten, 
in verschillende oostersche talen door hem vervaardigd of ge* 
dnikt, heeft hg zelf eene lijst gegeven, die echter slechts tot 
bet jaar 1885 is voortgezet (verg. Ckina. 2beêiand en voomii* 
ngtem van dal r^fk. Kott. 1859, 2* dL bL 298 en volg. 
Ckkeêe BepotUory ^ XVI. 878.). Van zijne hand kwamen, 
vooral in 1819, verschillende stukken in het Chinesche tijd- 
sebrift: Ckitiuê ManMy Magasiney en later in het £ngelscbe 
tijdschrift: Ike Ckmese Reponiory, dat van 1888 tot 1851, 
in 20 deelen, te Canton uitgegeven, eene zoo rijke bron is 
foor de kennis van Oost- Azië. Ook de vroegere jaargangen 
nn het Tijdêckrift voor Neder kmdsck'Indie teilen eenige op- 
stellen van zgne hand, als: #Over den naam van Jezus", 
2* jaarg* bL 474. Bat 1839; #Over een Favorlangsch woor- 
deoboek ", 2* jaarg. bl. 482 ') ; 'Chronologische geschiedenis 
UB Batavia door een Chinees. Uit het Chineesch vertaald '% 
> jaarg. bl. 1. Bat. 1840. #Over het Parapattan orphan 
iijlam'% 8« jaarg. bl. 466. 

Afeonderlgk zagen verder van hem het licht: 

Journal of a tour ihrough the êetüewienê on tke êosiem êide 
9/ Ike pemnsula qf Malacca in 1828. Printed ai Singapore. 

A% EngUeh and Japaneee^ and Japaneee and Englièh Vo* 
eabdary , compiled from native worke. Batav. 1880. 8^ 

DicHonarg of iike Hok-këht dialect of the Ckinese language , 
aecording io the reading and coUoquial idioms etc. Macao. 
1832—1889. 4«. 

Dranslation qf a comparaiive vocabularg of the Chinese ^ 
Corean and Japaneee languages. Batav. 1835. 8^ 

Ckina: itê state and prospects ^ tcith special r^erenoe io 
ike spread o f ike Gospel, Londen 1838. 8^, van welk werk 
de bovengenoemde, zeer onnaauwkeurige vertaling in het Hol- 
landsch, te Rotterdam, in 1839 in 2 deelen verscheen. 

Gilbertns Happart, Dietionary qf the Favorkmg (Haleet 
of tke Formosan language, written in 1650, translated bg W. 
H. Medhurst, Batavia 1840. 

Ckinese and JSngUsh Dietionary, containing all the loords 
m tke imperial dietionary , arranged aecording to the radicale. 
Batavia 1842 — 43. 2 deelen in 8^ en waarvan het vervolg: 

') Zie ook sgoe: 'Aanteekeningeo op eene reis naar Baliin 1829, 
Ti^ 9oor Ned, ItuSe 1858, ]« d. bL 19a— 221. 



Digitized by VjOOQIC 



714 

SnjilUk and Chmeêe IHaUonaty^ mode ia 2 deelen door hem 
te Shanp^ in 1847 — 48 werd uitgegeven: — zija hoofdwerk 
en nusschien een der Dutttgsten voor de kennis van China. 

Q&MMB DialoguBê^ quesiions attd/amiliar aenCences , rendered 
i$Uo Engiiêh la assUt beginnerê tu the language» Shanghae« 
1844, het eerste voortbrengsel zijner drukkerij aldaar. 

Ancient Ckuuu TkeShooking^ orthehUtoricalclaasic: being 
the mo9t oMdent eaUhewtie recard qf tke AnnaU of the Chinese 
empire: iUuatraied óy kUer commentatoren Shanghae. 1846. 8^ 

A JHêeertaiion on the Theology of the Chinese^ mthaview 
to the elueidation of the most appropriate ter» for expreaeing 
the Beitg, in the Chinese languAge. Shanghae. 1S47. 8*. 

An Inguirg into the proper mode of rendering the word God 
in translating the Saored Seriptnres into the Chinese language. 
Shanghae. 1848. 8^ 

On the érue meaning of the word Shin , as enhibUed in the 
Quotations under that word,, in the Chinese Imperial thesaurus , 
oaUed The Pei-wan-fun-foo. Shanghae. 1849. 8®., waarop hij 
mede aldaar in 1850 liet volgen: An Inquirg into the proper 
mode of translating Jtuaeh and Fneuma^ in the Chinese Ver- 
sion of the Soriptnres^ 

In 1849 begon hij een werk uit te geven ^ onder den ge- 
meeMebappel^ken titel: 

The Chinese MiseeUang^ designed to iUustrate the Govern- 
ment ^ Philosophg, EeUgion^ Arts, Manufactures^ Trade^ Man- 
ners , Customs , Hiêtorg and Statisties of China , waarvan ons 
8 stukken bekend z^n: N». 1. A Glance at the Inlerior of 
Chimt^ obtained dwing a Joumeg through the Silk and Green 
Tia bistriets. N^ 2. l%e Chinaman abroad: or , a desultory 
account of the Modagen Archipelago. Bg Ong-tae hoe, N**. 3. 
On the Silk mmmfaeture ^ and the cuitivation of the mulóerrg. 

Deze stukken z^n niet slechts belangrijk om den inhoud, 
maar ook merkwaardig door de verbinding der Ëuropesche en 
Chinesche drukkunst. Van N». 1 en 2 zagen nieuwe titel-uit- 
gaven, te Londen, in 1850 het licht en van N^ 2 verscheen 
eene Hotlandsche vertaling, maar zonder vermelding der bron, 
waaruit zij geput was, in het Tijdschrift voor NeerU Indie, 
14« jaarg. 2« deel, Zalt- Bommel. 1852. 

In Dr. Medhurst heeft de Protestantsche zending in Chi- 
na, Waarin hij naast Dr. K» Morriaou, Dr. W. Milnc en 
Dr. C. Guts laf f eene zoo waardige pUiats vervulde, den 
laatsten harer vier groole grondleggers verloren en van allen 
Was het hem vergund het laagst, 40 jaren! op dieu rooeijelij- 
ken akker te arbeiden. Van de genoemden was Dr. Gutz- 
laff het langst z^n tijdgenoot, deels zijn medearbeider, eo 
in beide uitstekende mannen was groote overeenkomst en toch 
weder niet minder groot verschil van aaaleg, gaven en vor- 
ming. Bezat Gutslafi meev het buitengewone, geniale, 



Digitized by VjOOQIC 



716 

«egslepende: in Medhnrst vertoonde sidi bovenfal da da* 
tmrii^e, kngé den ^i^eirorien weg voortgezette» mtur tot uit* 
stekeade hoogte gestegen ontwikkeling ^ trof in Gut 2 la f f het 
kraeluige, vurige' en toch onbekrompen geloof: in Med barst 
o^bawde ach meer de Vaste, gegronde, bepaalde overtui* 
giag; in den eersten het geloof meer in het gemoed, bij den 
laafeten meer op het verstand werksaain* fiesat hij boren 
Gotzlaff de gave van het kalme, nuchtere, doordringende 
oofded, bij miste missohien te zeer diens taet van meMshen 
te winnen en weUigt heeft zekere stroefheid en ernst schade 
toegebragt aan de vruchten sijner zoo trouwe en rastelooze 
evangelieprediking. Onder de zendelingen werd hiji voor den 
gitx>t8ten Sinoloog gehouden en zijne geleerdheid, zoowel als 
aJB opregte godsvrnoht en strejnge zedelijkheid deden hem al- 
Ier hoogachting verwerven. Groot waren zijne gaVen, maar 
vsC nog beter is, hij beeft zo trouw gebruikt in de dienst 
des Meeren, en al zijn ook in den laatsten tijd de stormen 
der verwoesting, krijg van binnen en krijg van buiten, over 
China losgebroken, al valt hét ons koiizigttgen vaak zwaar 
den weg des Heeren in de donkerheid des onweders te erken- 
nen: w^ hebben het goede vertrouwen; dat de ^verige geloof s- 
irbdd van Medhnrst en zoovele anderen van boven bekraoh*> 
tigd zal worden en eenmaal vruchten van vrede en z^^en zal 
eigen voor het Kijk van het Midden, 

Zie Al^ Konst' eh Lettérb. 28 Maart 1857 en Part. kerigu 

MëTIUS. De eerste die wij van dit geslacht aantreffen , is 
Mr. Adriaan Anthonieszoon, soms Mr. Arriaan 
Thanisz., en ook wel Mr. Adriaan Doedensz. ^) ge- 
Boethd. Hij' werd in of omtrent het jaiii' 1527 te Alkmaar 
gehoreD en was ten tijde van Al va lid der regering van zij- 
ne geboorte-stad. Op kst van deze werd hij den 81 Augustus 
1568 met andere regenten gebannen en zijne goederen ver- 
beurd verklaard. In 1573 vindt men hem wedei^ als president* 
schepen vermeld en deed hij als Ingenieur, gedurende het 
bekg der stad, voortreffelijke diensten. Na dit beleg stond 
hij veertig jaren lang als Burgemeester aan het hoof^ der za- 
ken. Om hem, door zijne wiskundige bekwaamheden, meer 
dienstbaar te maken tot 'slanda welzijn, stelde Willem I 
hem aan, als Ingenieur en Haad der Fortificatiën , met den 
titel van S&erktebouiomeeater der Vereenigde Nederlanden , ook 
trerd hij in 1618 door prins Ma u rits als oud Burgemeester , bij 
vernieuwing aan het hoofd van de acht oude regenten aange- 
steld. Hij vormde van tijd tot tijd de ontwerpen tot het aan- 
leggen van sterkten , met name : de Bourtange , de Bellingwolder 



M De van of fiunilie-naam Metins heeft h\j nimmer aangenomen 
noch geschreven. 



Digitized by VjOOQIC 



716 

scbans, de Schenkeoschans , alsmede van Enkhoizen» van 
Lingen, iran Hariiogen en andere plaatsen, gelijk ook aan hem 
de zorg voor de beveiliging der zeestranden en der forten te 
Huisduinen werd opgedragen. Van de door hem vervaardigde 
kaarten, geteekend met het jaartal 1597, zijn nog aanwezig. ^) 
Als wiskunstenaar komt aan Adriaan Anthoniuszoon de 
eer toe van de ontdekking der verhouding van de middell^'n 
tot den omtrek van den cirkel, als 113:356, welke vinding 
naderhand de beoefenaars der wiskunde om strijd met lof ver- 
meld hebben. Hy heeft bij zijne echtgenoote (Saida van 
B rederode) vier zonen verwekt met name: Dirk, Adri- 
aan, Anthonij en Jacob, en is in 1607 in zijne geboorte 
stad overleden. Adriaan Antonieszoon schijnt slechts 
een werkje geschreven te hebben, dat niet gedrukt is, name- 
lijk een boekje tegen de quadratuur van Simon van Bik 
of Duchêsne, ook wel Simon a Quereu genoemd, in het 
welk hij heeft aangetoond dat de rede van den omtrek tot de 
middellgn kleiner is dan S^^\ en grooter dan 3f'oV, tusschen 
welke de middehrede is 3//^ of f||. 

Zie Verslag van 1847 — 1848 op de algemeene vergadering van het 
Wiskundig genootschap te Amsterdam, bl. 181 en volgende; van 
S win den, Meetk, 2<i« druk, bl. 305 en 306. 

METIUS (Dibk) Adriaansz. De oudste zoon van den 
voorgaande, was even als zijn vader een zeer bekwaam wiskun- 
dige* Als zoodanig nam hij in 1599 deel aan een zeetogt 
onder de bevelen van den admiraal P. van der Does, om 
al de Spaanscho havens te blokkeren. Voor de Corunha en 
voor Lissabon, vond men de Spaansche zeemagt te wel be- 
waard, om haar aan te vallen; men zeilde naar de Kanarische 
eilanden, nam het kasteel op groot Kanarie en verspreidde 
hier, te Gomera en het eiland St. Thomas brand en verwoes- 
ting. Hij is op dit eiland, met vele andere, aan eene besmet- 
telijke ziekte gestorven. 

Zie verslag 1847 — 1848 als voren. 

METIUS (Adriaan Adbiaansz.), meer bekend onder den 
naam van Adriaan Metius, tweede zoon van den vorige, 
de eerste, die den naam van Metius voerde, werd den 9 
December 1570 te Alkmaar geboren, bezocht eerst de latijn- 
sche school z^'ner geboortestad en ontving er het onderwijs 
van den rector Ludolphus Potterus, van Groningen, uit- 
gever van het Etymologicum Belgicum en van den conrector 
Conradus Alutarius, later predikant te Tzum. Op ach- 
tienjarigen ouderdom werd hij naar de in 1585 o^^crigte 
hoogeschool te Franeker gezonden , om zijne groote belangstel- 
ling en grooten yver voor de wiskunde gaven zijne medestu* 



>) O. a. een van de Zype-polder. 



Digitized by VjOOQIC 



717 

denten spottenderw^'ze hem den bijnaam van He tin 8, welken 
bijnaam hi|j naderband bleef voeren en sedert beeft beroemd 
gemaakt. Na zicb drie jaren op de wia- en sterrekunde te 
hebben to^el^d, ging h^ naar Leyden om de lessen van 
Budolph Snellias en Ladolf van Geulen over de 
wiskunde en van Pauw over de ontleedkunde te hooren. Ook 
werd hij door z^nen vader naar Tyeho Brahé gezonden om 
zich te Oranienburg, op het eihind Hween in de Sont gelegen , 
in de praktische sterrekunde te bekwamen ; vervolgens (na 1697) 
bezocht bij nog de hoogescholen te Rostock en te Jena, waar 
h$ met goed gevolg openbare lessen gaf. Bij zijne terugkomst 
in het moederland werd hij door prins M au rits tot het op- 
meten en in kaart brengen van vestingen en andere belangrijke 
diensten gebruikt. Door invloed van graaf Willem Lode- 
wijk, stadhouder van Friesland, werd hij eerst (1598) bui* 
tengewoon en in 1600 gewoon hoogleeraar in de wiskunde te 
Franeker. H^' kreeg bij het aanvaarden van die betrekking 
uitdrukkelijk in last om de wiskunde in de landtaal te onder- 
wijzen en werd hem somt^'ds, voor het onderwas in de ster- 
rekunde eene — voor dien tijd — vrij aanzienlijke som 
to^estaan om sterrekundige instrumenten, onder zijn toezigt, 
te laten vervaardigen. Gedurende het bestand (1608—1620) 
beeg h4j aanzoek om te Leuven te komen, hetwelk hij van 
de hand wees. Zijne ervarenheid in de geneeskunde verschafte 
km 8 Nov. 1626 de titel van Med. Doctor. Hij overleed 
16 Sept. 1635. Zijn grafschrift leest men bij Yriemoet, 
Alk. Friê. p. 109, M. Winsemius hield den 23 Sept. op 
hem een lijkrede. H^ huwde 1. Jetske Andreae, 2. Ce- 
cilia Yertest. Van 1598 tot 1615 heeft hij een reeks 
Tan werken, zoo over de reken-, meet-, sterre- ais zeevaart- 
kunde, gedeeltelijk in het Latyn, gedeeltelijk in het Neder- 
dnitsch geschreven* Wij vinden de volgende vermeld: 

DoeMnae Spkaerieae Ubb. F. Franeq. 1598. 8^ niet Francof. 
1591. 8^ zoo als Foppens wil. 

Mirofumnaê wdversae InftUuHo UirUlIl^ quorum I Spkae- 
roe disciplinan ttadet: 11 laórieam Plamsphaerii et Iriffono» 
metriam Jaironomicam HL Hièiariam Aatronondeam ^ oêtranm 
iiium ae moium. Franeq. 1605. 8^ Mogelijk dezelftie uitgaaf. 

LtêtUuiumum Aêironomicaruni Libri 111. Quióus acoesnt 
Tradaiuê de Noviê Auiharia Insirumeniiê, ei modo^ quo stel' 
lartm Jixanm eUua motusque eoUe per eadem observaniur. 
Franeq. 1606, 1608. 8^ 

InetüuHonea Aeironomicae et OeograpMcae , Fondamentale ende 
grondeï^che ondertoyainge van de aterrekonat^ beackreven door 
D, Adrianum Metium, Alemarianum Matheaeoa Profeaaorem in 
de wdveraiteyt van Friealandt. Franek. 1614, met zyn fraai 
portret, vermoedelijk door Chrispijn van de Passé. 

AriihmeiicaetOeometriaPraetiGaJSrvsi'è^.l^ll 4^(multoauct.) 



Digitized by VjOOQIC 



,7,18 

ArMm$ticae lióri II el ISeomOme Uèn FI. Lagd. Bat 
I6&6., 1640. 4^ 

Oeamiriae Practicae F. Y. Fmoeq. 1620, 163^. ^ Geofife- 
iaticae pracUeae Pwr» 1 tt 11^ qme rei ci^ueviê meniuraUUs 
«Ï0I, jmojjrietaieê ei hoèUudimê üUerpreMtr,et49erQ9t. Frapeq. 
1635. 4^ — Oeomtiriae pmuMeae foare fnmia, imtinmi 
proAÜHuUa a^ronomica ^feametricè .detimUa Mi urUkmeii^è reeo- 
Uda. Fnuwq. 1625. 4^ 

De Qmmo ii0u uirimqfte OloU 1615. 4^ Dit boek h ,in 
hei lat. v^ctaald door Bernard^^cho.iajaua J. U. .D. for- 
voigeos èoogleeraar. Metiua ^ eene .tweede editie vaB (Jlen 
hol), tekat, gediteld: Furnkmenieele owiertoy^W vanjeeifrre* 
ioonei #ft beeckrüfmg der JLatrdt^ door Jkel geiiruik dfr Bemel^ 
^ie m Atarieóhe ^loben. Miiegadere onderreffüng vandekone^ 
der iee^maari; mei meuw .gepraaOeeerde msirwueMt^ enregelefu 
iFranek. 1614. 4^ veoneecdeKl door Ketius, io fDoeirinfi 
eeiaierieomm, verto^neoaopnieawiii het latijn. Fmoeq. 16S4* 4^ 

JPraasie MQva Geomeiriea per uetm eircm ei Begnlflê prap^r- 
4kÊudiê. Uit het latijn door F.Baerdt, met d(en titel : Moei- 
oomOgh Idniael qfie proportionakn tig in de plaUen paeeer^ 
Memede eierckiem^ouuxingkej. Franeker 1626. t4^. 

jrCuJue fito*(8ohreef Vjri^mo^t) in Dedieaüone, inventetmin 
OaUüaeo de GÉdlilameiiuimareiidpropfirii^malis^ d^eeiu quodtm 
iaèoraniemy Unmtfert/ndo ad Regulam, qmd toi eoêcidie póeirM- 
,ê$m et hUens fkeraly óono eêecuU^ quaei nova f (Ui larffiiime^ 
»fia indueiria paitfaoium^ dicU QmiiMr nero injhdic. Ariéhmet^ 
ei Oeomeiriae, an. J626, koe novum tnven^um invidin iem^o- 
4wn quoedtm per imperiiiem non insto preiio oeeiimMse^ ms 
Mogm ^èoareH areetium ,w$agnüudine lièelli meiïri voïuiue. Addi" 
4mm jqnoqm Traeiatwn de Ariê Navigandi jnuUa iniquiMe/aii 
-easeepüim /tdae ah invidie ei ignoranüne magiHrieJ^ 

Aêironomiae óreoiêf eimüe delnoida eonêiUutio ieic. 1606- 

ÜÊiendariumperpeÉutm etriicujie digUorum eomp»Ua$uhm* Boter. 
1627. 8^ 

JEeuvigke éani-caknder. Amat 1627. S^. 

JAber de irigoaomeiriaplanontm. Primem mobile ^ Mironomioè 
MhgrapMoè^eih^drographkheiqtUcahm. Am9t.£faiieq. L.631.4^ 

IHêttweOeograpUêokeonderui^Minghe. Fronek. 1614. 4^m.pl• 

(Mruik van hei MiroMiim, Olaèen. 1627. 4^ 

Siokfrekenmg en SêerÜen^èonwing {mideiBeovieiriapraoiiefi). 

Menenra geogr. ei neus globi ierr. Fran. 4^. 

Hei iweède iraciaai van de proprieéetfi , eggenedkappen^ eo* 
héie ende onieiugiinghe der J^kaerieeèe irumgulen , midiegadere 
een Jigunrlgeke aenwgêingkey koe door deselee alkaêironomiêeke 
ende geogr^tpfkiêeke gnaeeOen qfte vnaegkeiukkenêoheeriwn'den. 
Franek. 1627. 

Hei 'derde ifaoiaai <van H opmaken ende kei gkebniq^ des 
jantiienlieren MstnoinUnau. Franak. 16t27. 



Digitized by VjOOQIC 



719 

Oftspa v m mia AÊtnmomioa^ atUUo Ubro de tkeona et motu 
teüe. Amst. 1633. 4^ 

H^' en Gerlu J'rei.tft^ zoudea lOok de tschrijvera zijn 
der Ta&uim Ofg/füfküooe Fridaef voor het Cknmieum Fierü 
WwmemiL 

Mtmaude mriihmeüeae ei geomeiricae praóüoae. Amat. 1634. 

3e MmdüonUme. L. K 

Zie Sweertii, Ath, Belg, p. 100; Tal. Andr. SibL Selg, p. 
14; Foppens, BibL Belg. T. I. p. S&4; Yoseüis, de Sdent. 
MalkmuiX XVI. §44, p.70; B.XXVUI.§ 12, p. J.16; CXIXVI. 
$ 51, p. SOI; VrieiDoet, jfli. Fri$. p. M— Uit; 6. Krant^iiBS 
ad Conringium, 8mec XYU, C. II. p. JU)t— ld;.Saxe, XhrniL T. 
IV. p. 91; M. Winsemii, Orat, Ftamhr, in pbitwm celeb» 4t prüett 
eoTTy D, JL Metü, Doet. Med. et Math, prof. claris», Nic. Blan- 
cardi, Pemeg. pro festo Saeeulari Acad. Fnmeq. p. 23, i4; 'Kro^ 
mfdc van Alekmam-, bL 116, 116; S. ran Eikeleaber^, AÜemam- 
en x^ GasckMtniêsm, D. III. bl. 160; van S vinden, Mêtthmde 
Se druk, AmoBijzing dar witlamdigen, U. XXVII; Veriiag 1847 — 
184S iüs Toren; run Kampen, ,Bdcn. GescL d. LeiU en Wetens. 
D. L bl. 325, 326; Verslag v. h. Iriesch GenooU. 1862—1864, bl. 
58; Botermnnd en Adelnng, i. ▼.; Meijers Cono. Ltóic; 
Poggendorff, Handw. T. II. S. 139; CaU BibL Bunm. T. I. 
ToL n. p. 1440; Col BibL publ L^d. p. 177, 192; Ca$L Thgs. 
p. 41; CaU de Crane, p. 48; Hoogstraten, Kok, Nieuwen* 
^tis, Kobvs en de Biveconrt 

METTUS (Anthomy Aprjaan8z.), was de derde zoon. Van 
iat weet men alleen dat bij den naam van Metius als ia- 
Bulie-naain heeft aangenomen, het ambt van mathematicus djer 
itateo bekleedde en in 1580 den eersten ateen van de waag te 
Alkmaar heeft gelegd. Het tijdstip van z^jne geboorte en zijn 
overlijden «chj^nt niet bekend te zyn. 

Zie Verslag 2847—1840. 

METIUS (JAeoB Abbiaamsz), de vierde zoon, heeft den 
mom van Metiae ook aangenomen; men zegt van hem dat 
Uj een zeer zondefling man moet geweest s^n, die afkettig 
was van den omgang met mensehen, en van atie gezelschap, 
ODWÜlig cm zelfs het gewoon schoolonderw^s te «ntvmagen, 
die altijd scheen ab verzooken te zijn in overdeokingen en 
nasporingen. Men leest van htm dat^hij bij eenen bnurman, 
een brilienslijper, de kunst van glaas^jpen .leerde , alkrki soort 
van brand- en vergrootglazen , zelis brandspiegels van ijs ver- 
vaardigde, waarmede bij allerlei voorwetpeQ op een ongdoofl^k 
snelle w^ kon in brand steken. Hij moet een brandglas of 
glazen brandspiegel vervaardigd hebben, welke hij tegen den 
buitenkant der itadsvest te Alkmaar plaatste, zoodat hierdoor 
op den volgenden dag een boom, aan de overzijde van het 
water, in brand raakte. £Hc was begeerig van bem te weten 
hoe h^ zulke glazen Tervaanl^de; prins Maurite Teczooht 



Digitized by VjOOQIC 



730 

dringend om opening van de zaak; z^'n vader, sijne broeden 
en zijne zuster zelfs, smeekten hem er om, en in eene ziekte 
welke hem trof, gebruikte zeker predikant allen mogelijken 
aandrang om het geheim bekend te maken, doch hij bleef 
standvastig weigeren, zeggende: #als deze kunst bekend werd, 
niemand zijn leven meer zeker kon zijn/' Het tijdstip van 
zijn overladen vinden wij niet opgeteekend^ doch hij moet 
v66r het jaar 1631 gestorven zijn. 

Zie Vriemoet, t. a. p.; Jocher, Adelnng, Botermnnd; 
Fiscber, Gesck d, Pkytiek, T. 11. p. 151; van Kampen» t.a.p.; 
Beleg van Groningen, bl. 48, Kroniek van Alckmaer, bl. 116; S. 
van Bikelenberg, Alkmaar en zijn Geechiedenisêen, bl. 160; Ver- 
slag, 1847 — 1848, als voren. 

METIUS (Dirk), onder de schilders , die het Amsterdamsche 
poorterregt hadden gekocht, wordt door P. Scheltema op 
bl. 68 van diens werk over Rembrand van Bijn, met 
bijvoeging van den datum, 15 Februarij 1641, ook opgege- 
ven Dirck Metiua van Aïckmaer, In het burger weeshuis te 
Alkmaar hangen 2 regentenstukken, het eene gemerkt D. M. 
en het andere met den vollen naam D. Metius. 

Zie Nav. D. IV. bl. 68; D. V. bL 238. 

METMAN (Mr. Leonabd), werd te Waalwijk, in de pro- 
vincie Noord brabant , geboren, op den 2 Mei 1808, voltooide 
hij, na den veldtogt van 1831 te hebben bijgewoond en dien 
ten gevolge met het Metalen Kruis te zijn begiftigd, in het 
jaar 18S3 te Utrecht, als doctor in de regten, zijne academi- 
sche loopbaan en betrad in de residentie de pleitzaal, waarvan 
hij gedurende ongeveer 27 jaren een sieraad was. 

Door Z. M. den koning naar verdienste geschat, werd hij 
opvolgdijk tot lid van onderscheidene staats commissiën be- 
noemd, inzonderheid van die van 27 September 1852, tot het 
ontwerpen von wetboeken voor de Ned. W. I. bezittingen. Ook 
was hij gedurende driejaren, van 1850 — 58, lid van de tweede 
kamer der Staten-generaal. Behalve deze blijken van onder- 
scheiding werd hem eerst het ridderkruis van de Eikenkroon 
en later dat van den Nederlandschen Leeuw als onmiskenbaar 
bewijs van Z^ M*. bijzondere hulde geschonken. 

By koninkl^k besluit van den 28 Dec. 1859 tot Z. M. com- 
missaris voor de W. I. wetgeving benoemd , verliet bij den 20«^" 
Maart dezes jaars het vaderland en ver;rok uit Southampton 
den 2^>^ April daaraanvolgende naar Suriname, ten einde de 
Tereerende taak te volbrengen, die 'skonings vertrouwen hem 
had opgedngen. 

Op den 26«^*'> dierzelfde maand deed hij er zijn plegtigen 
intogt, en van dat tijdstip af besteedde hij zijne krachten en 
vermofl^ens aan de taak, waarmede hij was belast, met zooveel 
belangstelling en ijver; met zulk een talent, zelfstandigheid en 



Digitized by VjOOQIC 



721 

volharding, dat hij zich ieders bewondering en hoogachting 
verwierf, terwijl zijn minzaam karakter, zijne ongekunstelde 
wdwillendheid , zijn populaire omgang, elks hart voor hem 
opende en met liefde voor hem innam. 

Zoo mogt hij ruim vier maanden in welstand arbeiden en 
de gelegenheid aangrijpen, om met schrander doorzigt de 
koloniale zaken en belangen van nabij waar te nemen en in 
bet ware licht te aanschouwen, tot dat hij, bijna aan het 
einde van zijn moegelijk werk genaderd, ja, de voltooiing 
er van scbier voor oogen ziende, van eene reis naar de Ma- 
rowijne teruggekeerd, door eene ziekte werd aangetast, die 
aanvankelijk volstrekt geen gevaar deed vreezen, ja zelfs ge- 
weken scbeeu en eene volkomen herstelling beloofde, doch in 
den avond van den 4*«»» dezer, plotseling, zulk eene verwoes- 
tende wending nam, dat de lijder, op den avond van den 
volgenden dag, 5 October 1860, te Paramaribo in de ouder- 
dom van 52 jaren en 5 maanden den laatsten adem uitblies. 
Hij werd plegtig ter aarde besteld, bij welke gelegenheid 
C. van Schaick hulde bragt aan zijne verdiensten. 

ParL berigU 

METROPOLÜS. Bisschop van Tongeren omtrent het jaar 
197 of 217. Zijn sterfdag wordt 8 October te Trier gevierd. 

Zie van Gils, Cath. Meijer, ^ Memorieb, hl. 7 ; van Gils en Cop- 
peis, N, Beschr» v. h, Büd, van ^s Bosch, D. I. bl. 6; Lobetins, 
Gbria Leod, EccL p. 37. 

METS (Jan de), schepen der stad Oudenaarde. In de 
Meisager des smences et des arte de la Belgique T. IV p. 422 
vindt men een door hem 29 Oct. 1561 geteekende zeer merk- 
waardige acte nopens de geboorte van Margaretha van 
Parma. 

METSEB (G.), pastoor te Leefdael, gaf een rijmwerkje in 
het Hcht, getiteld: 

VerheffingeendevyUtortinghdesHertetot Godt op wncheyde 
Pioime» Vim Damd, met de Lat. psalmen op de kanty 1682. 

Zie Witsen Geysbeek, B, A. C, Woordenb, o. h. w. 

METSIUS of VAN METS (Laurbntiüs) , werd omtrent het 
jaar 1520 te Geertsbergen in Vlaanderen geboren. Hij was 
licentiaat in de regten en zeer welsprekend. Nadat hij te 
Ddnze in Vlaanderen pastoor geweest was, werd hij in 1557 
plebaan der kerk van de H. Gedule te Brussel. Hg ontving 
vervolgens in 1568 de waardigheid van kapittel-deken in de- 
zelfde kerk, en woonde in die hoedanigheid de provinciale 
kerkvergadering bij, w)slke, in 1565, te Kamerijk werd ge- 
houden. Hij was ook bisschoppelijke officiaal van het distrikt 
van Brussel, dat, tot het jaar 1568, aan het aartsbisdom van 
Kameiijk is onderhoorig gebleven, wanneer, op pauselijk 

46 



Digitized by VjOOQIC 



70^ 

gesag, aan den aartslnssohop van Kamer^'k de inlgving Tan 
difc dUtrikt in het aartsbisdom van Mechelen werd te kennen 
gegeven* Met ai as bkef nogtans hetselfde ambt van oflSciaal 
uitoefenen toen het voorgenoemde distrikt onder de kerk van 
Mechelen was gesteld, en werd den 24 September van het 
gemelde jaar daarin bevestigd. Den 13 Junij 1569 verkreeg 
hy de waardigheid van voorstander der voorregten, die aan 
de Universiteit van Leuven waren verleend. Ook beeft hij 
het personaatschap van Eebeoque of Eoosbeecke in het aarts- 
bisdom van Mechelen beseten. Om zijne nitstekende deugd 
en bekwaamheid werd hij, den 16 November 1569, door den 
koning van Spanje tot bisschop van 's Bosch benoemd. Hij 
werd, den 13 Maart 1570 door paus Pius V tot dien zetel 
verheven; en den 23 April daaraanvolgenden te Bnisscl in het 
koor der collegiale kerk van de H. Gednle, door den aarts- 
bisschop van Èameryk, Mazimilianns de Berges, ge- 
wijd, in het bijwezen van FranciscusBichardot, bisschop 
van Atrecht, en van Franciscus Sonnius, bisschop van 
Antwerpen. H\i magtigde den deken der kathedrale kerk van 
's Bosch om in zijne plaats van het bisdom bezit te nemen, 
welk bevel door dezen den 28 April werd ten uitvoer gebragt 
Nadat Metsius zelf den 4 Mei bezit der abdij vsin Tonger- 
loo had genomen, deed hij den 7 daaraanvolgenden zijne pleg- 
tige intrede in zi|jne bisschoppelijke stad. Toen h^* aan den 
geregelden gang van het bestaan zijns bisdoms orde gesteld 
had, vertrok hij weldra naar 'sUage, om daar, op verzoek 
van den aartsbisschop van Utrecht, Fredericus Schenck; 
over vier priesters, die de ketterij onverzettelijk aankleefden, 
uitspraak te doen, en hen van den geestelijken stand vervallen 
te verklaren (27 Mei 1570). Hij woonden vervolgens de pro- 
vinciale kerkvergaderingen in Junij en Julij te Mechelen bij; 
en in zijn bisdom wedergekeerd deed hij, den 9 Jan. 1571, 
aan de geestelijkheid der stad 's Bosch in zijne kathedrale kerk 
de daarin genomene bealoiten afkondigen. Metsius was 
intusschen van wegen de Staten des lands verzocht geworden 
om de nieuwe koningin van Spanje, die den 14 Augustus 
1570 te Nijmegen was aangekomen, te verwelkomen. Ver- 
volgens legde hii zich met groeten ijver toe op het welzijn 
van het aan hem toevertrouwde bisdom. Te dien einde gaf 
hij den 29 Maart 1570 een bevelschrift uit, waarbij hij z\jne 
onderhoorigen geestelijken gelastte tegen de maand Mei in zijne 
bisschoppeiïjke stad te komen , om aldaar eene kerkvergadering 
te houden. Deze nam een aanvang den 8 Mei en duurde drie 
dagen.^ Zij werd deels in het koor der kathedrale kerk, deels 
in de eetzaal der paters predikheeren gehouden. De bepalingen 
en de besluiten in deze deze kerkvergaidering vastgesteld, zijn 
daarna nitgegeven. Zij werden ten hoogste geroemd, en on- 
der de heilzcAmste geacht, welke in de kerken yan Nederland 



Digitized by VjOOQIC 



723 

xfjii fenomeo. Hij gaf ook in 1572 het MtmuaJe Faatortm 
ut, behelzende eeoige voonchriften betreffeBde de plegtigh»- 
den, die b|j het bedienen der U. Saeramenten moeten worden 
iD acht genomen, Metsius behartigde wijders, door het ijve- 
rig bezoeken van zijn bisdom , de saiverheid van zeden , regel , 
tocht en geloofsleer. Ten dien einde bragt hij in de klooa* 
ters en s^eestelijke genootschappen , die in het bisdom bestonden , 
vele heilzame verordeningen tot stand; zeer bekeud is het 
bezoek zijns bisdoms, dat hij, met dit doel, in Augustus en 
September 1572 ondernam. Hij bezocht toen Heugden met de 
Laogairaat en het land van Altena, Woudrichem met de bü* 
ügg^de plaatsen , alsmede de steden Goertmidenberg , Bommel , 
Eindhoven en de dorpen in den omtrek. Tot zijne bittere 
smart vernam hij kort daarna dat een gedeelte van zijn bisdom 
door de protestantsche krijamagt was overmeesterd, waar door 
ajoe goede pogingen werden veredeld on een groote afval van 
het ketterlijk geloof werd veroorzaakt Hij woonde in Mei 
1574 de provinciale kerkvergadering van Mechelen b^: doch 
de onlusten des lands veroorloofden hem niet in zijn bisdom 
een nieawe kerkvergadering te behagen, zelfs vond hij snch 
eoygen tijd daarna genoodzaakt zijne bisschoppelijke stad te 
verlaten, om, aU lid der staten van Brabant, niet in den we* 
dentand der landstalen aan den koning gewikkeld te worden, 
ëe den landvoogd , welken deze had aangesteld , om in zijnen 
ram de Nederlanden te besturen, niet wilden erkennen. Den 
S4 November 1577 verliet hy 's Bosch en verwijderde hy zich 
Bit zijn bisdom, dat hy door gevolmagtigde priesters liet be- 
storen. Nadat hij zich te Kalkar in bet land vau Kleef, te 
Kealen en te Trier eenigen tijd had opgehouden, begaf hij 
zich naar Diest, en vestigde hij zich eindelyk te Namen, over 
w^ bisdom hem paus Gregorius XIII, bij eene breve van 
den 6 Maart 1579 de zorg opdroeg. Bij dezelfde breve werd 
Metsius gemagtigd om ook in de plaatsen van andere bis- 
dommen , die van hunne bisschoppen zouden beroofd zijn , tot 
sadere voorzieningj het bisschoppelyk gezag uit te oefenen. 
Nadat hij den nieuwen herder des bisdoms van Namen, Fran- 
ciscus van Wallen-Capelle, had gewijd, verviel hij in 
eene ziekte, waaraan hij oen IS September 15S0 overleed. 
Men begroef hem in het koor der Cathedrale kerk te Namen 
onder een grooten zerk, die daar tot het jaar 1751, toen deze 
kertc vernieuwd werd, is gebleven. Zijn grafschrift luidde: 

REVÉBENDISSTMÜSf D. 

LAUKENTIÜ3 METSIUS 

EPISCOPOS BU8CODÜCBN8I» 

X FEOPBIA 8EIXB BXULANS 

HÏC PIE OBirr, 

MENSIS SEPTEMBRIS DIE XVIII 
AMNO HDLXX;^. 

46* 



Digitized by VjOOQIC 



724 

Behalye de reeds geDoemde werkoi, door Metsius indruk 
gegeven, heeft hij nog eene geschrevene verhandeling over den 
waren oorsprong der onlosteo in de Nederlanden tijdens de 
XVI« eeuw nagelaten. Zij voert tot titel: De vera origine 
et causa tumidtmm Belgicortm^ en kwam in bezit van van 
Hulthem. Zijn portret is bij v. Gestel, HUL Epitc. 

Zie Foppens, HisU Episc Sylü. C. TI. p. 91—94; Dez. BibL 
Belg. T. II. p. 810; Haycnsius, de Erect. Nov, Ep. L.I.C. XV. 
p. 72—88; van de Velde, Syn. T. HL p. 836—838; L'abbe 
Migné, Conciles, Art Pcofs-Bcu; Idtterae indtcL enz. primae Syn. 
Busc. , te vinden voor de Statuta jnimae Syn. in de Opusc. Steyaert , 
T. VI.; Val. Andreas, Bibl Belg. p. 622, FasL p. 70; ChronoL 
Episc. Belg. p. 110, lll;van6ils, Caih. Meijer. Memorieb, bl. 
84 volgg.; van Gils en Coppens, N. Beschr. r. *8 Bosch, D. L 
bl. 221, volgg.; Oudenhoven, Beschr. v. *s Hertogenb. bl. ; 

van Henrn, Beschr. v. *s Hertogenb. D. II. bl. 56; Hermans, 
Conspect. p. 7; Faquot, Méin. T. XII. p. 322—327; Gazet, 
Sist. EccL d. Pays-Bas, p. 121; Muller, Cat. v. partr, 

METSU (Gabeibl). Zie METZU (Gabbiel). 

METSYS (JoDOcus), een bouwmeester, die van 1468 — 1530 
te Leuven bloeide. Zijn standbeeld is onder de 18 nieuwe 
standbeelden opgenomen , die den gevel van het stadhuis aldaar 
zullen versieren en waarvan de modellen in 1847 geplaatst zijn. 

METSYS (QüiNTiN). Zie MATSYS (Qüintin). 

METZ (Daniel), een Fries, vervaardigde de volgende 
tooneelspelen in dicht: 

Theodora Marielaeresse , trap. op de Regel: Al vnen standt- 
vaatig blijjt in Chriato tot hoer endt; Fermnt Tgratmeny 
Doodt en ook de Helache óendt. Leeuw. 1694. 

Rampaalige ataet dea Menach^ ackouwap. op de Regel: Hoe 
daJb te vUedisn tracht de Doot, Elk jen Sy komt (in toeeld) een 
Menach, meeat onveraien. Gedr. voor den Auéh. 1697. 

CecUia^ blg-eyndichap. op de Regel ^ Een aoet gedicht en 
g^aang verquiken meenich geeat, Te meer ag achoeven èegd, op 
Oodea augv're leeat. Aid. 1697. 

Dimpna, trap. gedr. voor den Auth. 1699. 

Maria Magdalena en Marinina^ kamerap, Gedr, voor den 
Auih. 1708 m. pi. kL 8». 

Zie Witsen Geysbeek, B. A, C. Woordenb. o. h. w.; Cat. d. 
MaaU, V. Ned. LeUerk. D. I b. bl. 145. 

METUEBEITHEB (Joh.), was een bekwaam oi^elmakerte 
Leyden. Hijj vervaardigde o. a. in 1781 het fraaije orgel in 
de kerk te Leyderdorp, door Mr. Cornelis van Tol, raad 
en schepen te Leyden en zijne echtgenoote ten geschenke 
gegeven. 

Zie Botkz. d. Gel toereld, 1781b. bl. 118. 



Digitized by VjOOQIC 



7?6 

METT6EB (G. H.) In 1816 bekroonde het Haagsch Ge- 
nootschap zijne 

Verk. over het denkbeeld ^ heiioelk men zich van de uUstor- 
img dee H. Geeeiee op den eer aten Pinketerdag te vormen he^ 
m het daarop gegrondde bewijs voor de waarheid en goddel^k- 
ieid der EvangeUeieer , met den gouden eerepenning. 

Zie Kist en Koyaards, Archief (eerste serie), D. Y. bl. 246. 

METTECOREN (Hbnkicus), werd te St. Truyen geboren, 
Licentiaat in de beide regten te Leuven, en kanunnik b\j de 
kerk van St Dionysios aldaar. 

Hij schreef: 

De tribu» commèiiê 8, Avmae^ Matris Dei-par ae Firginis. 

Vita^ miraeula et encomium S, Annae. 

Tèiêerae XII verae Hcdesiae. 

CaihoUcae velaüo contra haereticos, 

Seopae haeretioonm ad Gerardum i Groeabeeck^ Epiec* 
leodieneem. 

Dese allen werden weleer in hands, te Tongerloo bewaard. 

Zie YaL Andreas, Btblr Belg. p. 864; Foppens, Bibl Belg. 
T. n. p. 60. 

METTËLI (V.), teekenaar en middelmatig graveur uitde2« 
Wft der 13« eeuw. Kramm vermeldt van hem het jt^or^f^ roii 
Jaa^ue Hinlopen , predikant te Utrecht del, et aculp. 1778 in fol. 
a Tan Frans van Mieris ^ de jonge en zijne huisvrouw. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1103. 

METSER (GuLiELMüs), leefde in de 2« helft der 17* eeuw. 
Hij werd te Oirschot geboren en R. C. pastoor te Leefdaal. 
Vorens van de Velde beoefende hij de vaderlandsche kerk- 
gesdiiedenis, en liet handschriften er over na. 

Zie Tan de Velde, Synoptis Monum,, p. 614, 615; Hermans, 
Qmspeetuê Onom. Uier. p. 19. 

METVORST (Mr. Thomas), kanunnik der collegiale kerk 
van St. Martinus te Middelburg, verscheen als gemagtigde en 
«Hmnissaris van die kerk op de synode van Utrecht, gehou- 
den in 1565, op last van den aartsbisschop Fredericus 
Schenck. Hij nam in die synode #de decreten der Trentsche 
synode, en ieder derzelve in H bijzonder aan." 

Zie BaU Sacra, T. I. p. 864, 371. 

METZLAR (Jacob Casper), werd 10 Junij 1751 te Hulst 
geboren, studeerde te Utrecht, vertrok in 1774 als predikant 
naar Batavia. Na zijne terugkomst in Nederland werd hij 
predikant te Beuzichem (1785), voorts te Klundert (1790), 
te Harlingen (1793), te Schiermonnikoog (1810) en te Aduard 
(1813^1820), vertrok als emeiitus naar Groningen, waar hij 
U Sept. 1824 stierf. 



Digitized by VjOOQIC 



726 

Mea heeft van hem: 

Bedestonden gehouden te Batavia ^ met aanteekeningat en b^* 
lagen. Utrecht U87. 2 stukken 8*. 

Bericht wegens een min bekend Indisch middel tegen de koorts 
en de koek^ in Ferh. van ket ZeeuwschGenoots. 1190, D. XIV. 
bl, 576. 

Bericht aangaande een Singalees^ die iets van hetgeene aan 
z^n hooft hadtf hetwelk de Foolsche vlecht geleek^ ia Verh. 
der HoU. Maats. 1787. bl. 459. 

Twee leerredenen , eene ter gedachtenisse van eenen vijf en 
twintig Jaarigen predikdienst , over Micha VI :^^ en eene ter 
bestra ffinge van Johannes Wilhelmus Meyer^ predikant te Winr 
swn en Baard, over Timoth. V : 20, waar agter gevoegd is 
eene Naamlijst der predikanten welke de gereformeerde gemeente 
te Harlingen sedert het begin der re/brmatie gedient hebben 180S, 

Zie Brans, Kerkel Heg. bl. 7, 162; NaamL der gebr. v. CLeeff; 
35sie Verslag der SandeL.v. A. Friesch Genoots. bl. 40; Levensschets 
'oan J^ C, M, tot en met zijne vijftigjurige heritmeringS'leerrede. Gron. 1824. 

METZLERUS (Johannes Gboegiüs), werd in 1680 als 
praeceptor der 5^ klasse aan de Illustre school te Dordrecht 
geplaatst, in 1685 conrector, en in 1694 rector aan de- 
zelve. Men hield hem voor een uitstekend letterkundige en 
goed lat. dichter. Zijne ervarenheid in de moderne talen was 
oorzaak dat de regering hem niet zelden belangrijke stukken 
liet overzetten. Hij werd in 1697, len gevolge van een ge- 
schil met curatoren, van zijn dienst ontslagen. Hij huwde de 
dochter vau Adriaan 't Hooft. 

Zie Schotel, IlL school, bl. 95, 105. 

METZU of METSU (JAcauEs), vader van den beroemden 
G abri el, een Vlaming, werd te Belle geboren, vestigde zich 
in het begin der 17* eeuw in Holland, waar hij de schilder- 
kunst beoefende. Hij woonde in 1620 te Leyden toen hij 
aldaar, als weduwenaar van Marijtje Jan & dr., huwde met 
Mach telt Dircxdr. van Schiedam. Vijf ^aren later, 10 
Nov. 1625, teekende hij op het raadhuis aldaar aan met Jao- 
quemijntje Garnyers, weduwe van Guillaume Fre- 
mont oi Fremault. 

Zie Eramm, t. a. p. bl. 1106. 

METZU of METSU (JAcaüEJUJNTJE), geboren Garnyers, 
derde vrouw van den vorige, weduwe van Guillaume Frc- 
mont of Fremault, die voor 1623 te Dordrecht overleed. 
Zij was stads vroedvrouw te Leyden en beoefende de schilder- 
kunst, blijkens haar portret, door Quinchardt, naar G. 
M e t z u. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1106; Nav. D. VII. bl. 259; Maller, 
Cat, V, portr. 



Digitized by VjOOQIC 



121 

METZU of MfiTSU (GaBEih.), soon nm de beide yoot^ 
gunde, werd in 1630, niet in 1615, te Leyden geboren. Waar- 
schijnlijk heeft hij djn rader tot leermeester gehad, en uit de 
registers van de sehilderagildeti blijkt , dat hij in 1648 lid van 
ket gild ie geworden. Na 1650 schijnt hg zich te Amsterdam 
geratigd te hebben, waar den 22 April 1658 z^'n huwelijk 
met Isabella Wolff van Enkhoizen in de Poiboeken werd 
iageschrereD. Hij was toen 28 jaren oud, zijne ouders waren 
overleden, en hij werd geadsisteerd door zijn oom , Jan Adri- 
aense Kayser, wonende op de Prinsen-gracht. Hij werd 
ook in dat jaar te Amsterdam van den steeu geopereerd. 

Als schilder verwierf h^' grooten roem. Zijn st^l is geheel 
oorspronkelijk. Doorgaans bepalen zich zijne ordonnanties tot 
weinige figuren, naar eisch van voorstelling, uit den hoogeren 
oi burgerlijken stand genomen. In zijne teekening wist h\j 
waarheid en edelheid te verlnnden^ z\jn koloriet is zedig en 
xilferachtig heider. Niemand was naauwkeuriger dan hij in 
bet kenbaar maken van de lichtstanden , die de afstanden in 
de natuur eigen zijn. Met de schroom valligste juistheid be- 
handelde hiy de verschillende stoffen van kleeding, huisraad en 
andere aanverwante voorwerpen, en stond in dit deel der kunst 
p^k met Gerard Terburg, dien hij in vele andere op- 
Bgten overtrof. Al wat zijn rijk talent voortbragt, was met 
«ig en stipt naar het dadelijk leven uitvoerig gesehild^; 
nar zijne figuurvormen hadden niet het gladde, hetgegotene, 
waarin het wondervermogen van Gerard Dou en Frans 
ran Mieris zich ten toon spreidt; hem kwam het verkieslij- 
ker voor om wel zijne voorwerpen te doorschilderen , maar te- 
fens het werktuig te doen zien, dat in zijne kunstryke hand 
hem ten dienste had gestaan. Zijn penseel is vast, breed , 
mollig, ja onnavolgeUjk. In zijn naakt, bijzonder in 
Qjne hajiden, naderde h^ de bevalligheid van teekening en 
teederheid van kleur van Anthonie van Dyck. Immer- 
zeel, aan wien wij deze lofspraak ontleenen, voegt er bij, dat 
Metzujhet model is voor alle schilders, die in zijn vak naar 
de volkomenheid streven. 

Twee zijner schoonste stukken berusten in de galerij te Dres- 
deo. Zij stellen voor: Uene oude vromo op een mager kuiken 
biedende , hetwelk een jonge koopman in vogelen haar vertoont , 
t» z^de een bejaard man^ z^n pijp rookende; en £en oude 
vogdkooper een jonge vrouw een haan te koop aanbiedende. 

Volgens Kramm is dit penseelwerk van het eerste wa- 
ter, zuiver en zilverachtig van kleur, fiksch en tevens uit- 
voerig behandeld. Het laatstgemelde stuk (de haanverkooper) 
werd in 1776 uit de collectie van Blondel de Gagny voor 
28,800 fr. aangekocht en zou thans het dubbele van dien prijs 
opbrengen. 

Behalve deze bezit die galerij nog vijf goede stukken van 



Digitized by VjOOQIC 



7S8 

i , o. a. Hên man mei een p\fp in den mond^ öi; een eekoor^ 
steen gezeten en achter hem eene vrouw ^ volgens Nagler, de 
portretten van hem en van zijne vrouw. 

Te Berlijn vindt men , behalve hei zieke woutoffe met een 
doctor hij zichy nog het volgende (volgens den catalogus), de 
HoUandsche familie Qelfang {Oeelvinck) in een d^fUg vertrek^ 
met ichüderijen enz, ffemeuèeleerd, zit aan de eene zijde van 
eene tajel^ de geheel in het zwart gekleede man^ die zich wendt 
naar een zeer rijh gekleed knaapje^ dat hem naar een op z\fne 
linkerhand zittenden papegaai w^fst. Tuêschen beiden een hond 
en een kat^ die aan het vechten zijn. Aan de andere zijde der 
tafel y zü de rijk, in zijden stof gekleede moeder ^ en reikt haar 
op de tafel gezeten dochtertje een gouden kinderbel aan , achter 
den stoel de kindermeid met het jongste kind op den arm; voor 
de tafel zit de oudste dochter^ en he^ iets in de hand ^ waar» 
naar de opspringende hond verlangt* 

Te Parijs in de Loavre zijn van hem niet minder dan 8 stukken , 
onder welke de Oroenmarkt te Amsterdam , door Chataigner 
gegraveerd en in de OdUerie du Musée Napolienne^ uitgegeven door 
Filhol in 1812, Vol. VHI. pi. n^ 576. Deze schüderij 
werd in den aanvang dezer eeuw, op verlangen van madame 
Geoffrin, voor 28000 fr. verkocht. Ook bevindt zich te 
Par^s van hem: £eK portret van den admiraal ^omp, met 
den hoed op hei hoofd^ en een rotting in de hand. 

In Engeknd berusten vele z^'ner werken o. a. in de kabi- 
netten van H. T. Hope en sir Kobert Peel; in de parti- 
culiere verzameling van koning George IV het portret van 
O. Metzu door hem zelven geschilderd ^ en een portret zijner 
vrouw met veel bijwerk, dienende tot weerga. Kramm ver- 
meldt nog andere portretten, ook dat zijner vrouw en moeder, 
door hem vervaardigd. 

Lord Mountstuart bezat van hem eene allegorische voor- 
stelling, Fertumona en Pomona (de portretten van de hertogin 
Mazarin en den graat Colbert), waarnaar J. Watson een 
plaat heeft vervaardigd, en F. X. de Burtin een vrouwen- 
portret in 1648 in klein leven geschilderd, #zoo overschoen 
en natuurlek dat het buiten het paneel schijnt te steken. 
Burtin beschrijft deze schilderij in zijn I^aité etc, Brux. 
1808. T. n. p. 247. 

Het Haagsch museum bezit van hem drie schilderijen, als: 
een Musicerend gezelschap y eene zinnebeeldige voorstelling van 
de geregtigheid en een Jager met een glas wijn in de hand. 
Zij zijn door Immerzeel beschreven in het Musée rogal d 
Amsterdam y chez Desguerrois et comp, 1833. Het rijks mu- 
seum te Amsterdam bezit van hem een binnenhuis ^ waar man 
eti vrouw aan eene gedekte tafel zitten en een oud man meteen 
bonten mut^'e op zijn lioofd, zittende in eene vergenoegde stem- 
ming y rustende met de regterhand^ waarin hij een tabakspijp 



Digitized by VjOOQIC 



729 

koutU <ip em vai m h de andere hand een Hnnen Uerkan hou- 
iende; een klein maar kearig stokje, op de verkoopiDg yan 
Gerrit Muller voor f 2.860 aangekocht. 

Een d^iig woimoertreh gold op de yerkooping van jonkheer 
Johan Goll Tan Franckenstein in 18S5 ongeveer 
12.000 ft. 

Ook heeft van hem een Kraamkamer bestaan, kter (1771) 
io de verzameling vanG. Braamcamp verkocht. Waarschijn* 
lijk schilderde hij dit stuk voor Jan Jaoobsen Hinlopen, 
schepen van Amsterdam. Jan Vos vervaardigde er een lofdicht 
op {Gedicht. D. I. bl. 386). Kramm gist, dat deze kraam- 
kamer en niet die van Don op zee verongelakt is. 

Teekeningen van Metzu komen zeldzaam voor. Op de ver- 
kooping van Eyl Sluyter gold eene met zwart kr^'t getee- 
kende Koekebaketer f 280.00. 

Het jaar van zijn overlijden is onbekend. Zeker is het jaar 
1658, toen hij de gemelde operatie onderging, niet zijn sterf- 
jaar. Volgens opgave van Balkema heeft hij tot 1669 ge- 
leefd. Een zijner schilderijen, in de galerij te Dresden voert 
het jaartal 1667. 

Zie behalve Honbraken; J. C. Wejerman; Immerzeel; 
tt.p. bl. 217—219; Kramm, t. a. p. bl. 1103—1107; Biogr. 
üm.; Kobas en de Rivecoort, Wbordenb. d, ZamenL; Mul- 
Ut, CktL V, portr, 

MEÜLEMANS (Adbiaan) werd 24 Aug. 1766 te Dord- 
redit geboren en in het burger weeshuis aldaar opgevoed. 
Regenten, in den jongeling een gonstigen aanleg voor de 
sekUderkunst bespeurende, bestelden hem als leerling bij den 
kaaisHchtdichter M. Versteeg, wiens stijl h^' poogde na te 
folgen, zonder zich evenwel tot de kunsthoogte van z^'nen 
beroemden meester te kunnen verheffen. Lange jaren schilderde 
hij te Dordrecht, en gaf hij onderwijs in de teekenkanst, tot 
dat hij zich te Leyden, waai een zijner zonen zich in de god- 
geleerdheid oefende, nederzette. Van daar vertrok hij naar 
Scheveningen , toen deze zoon aldaar het leeraarambt bekleedde. 
Zijne portretten in water verw, zijne huisselijke tafereeltjes b\j 
kaarslicht, en zijn teekeningen naar oude meesters berusten in 
verschillende kabinetten. In het museum Boy mans zag men 
van hem Een boeren binnenhidêy waarin drie beelden bij kaasre- 
Uckl, Hij heeft ook geëtst , o» a, een Jatronoom , in den trant 
van Rembrand t, bij kaarslicht lezende, en in Glaessens 
trant geëtst in fol. Hij huwde de zuster van zijn leermeester 
en overleed in 1884 ten huize van zijn zoon te Scheveningen. 

Hij was Hd der koninkl. schilder-akademie te Brussel. Zijn 
portret is door H. W. Gaspari geteekend. 

Zie van Eynden en v. d. Willigen, Cresch, d, Vad, Schilderk, 
D. bl. ; Kist en Tydeman, Fcestoiering van het vijftigjarig 
hutaasü van het gen, Pictura, bl. 79; Immer zeel, t. a. p. bl. 219; 



Digitized by VjOOQIC 



T80 

KrAmm^ I. a. p. liL 1107; Cbt. d. SehHéL m hu Musmm Boymmm^ 
Holler. CSie» v. portr. 

MEULEMËËSTBB (Pfiuipps Fbancots Dts) , gaf ometreeks 
1698 itt htt Hcht: 

Le petié larroH de FlandreSy detKé aux êiècles éPèpréèeid et 
è vêmr^ par un veritabïe aervitettr du Boy. 

Zie Bibl Sulth, N^ 27507. 

MËULBMEESTËR (Joseph Karkl ds), den 23 ApiiiI777 
te Brug;ge geboren» Hij werd, dnAf zijne oudeiv tot den min- 
gegoeden stand behoorden; nog jong in de Bogaarde-echool 
geplaatst, en verwierf zioh door zijn bijzondere vatbaarheid en 
vl^t, den vrijen toegang tot liet collegie der vaders Augttstij- 
nen tot bet voortzetten zijner stadiën. Z\)n vader bestelde hem 
bij een goudsmid, bij wien hij 6 jaren en vervolgens bij een 
ander, bij wien hij 3 jaren bleef. Na den dood van zijn va« 
der won hij den kost met het graveren van cachetten, land* 
kaarten, vignetten en dergelijken. Dit kunstwerk gaf reeds 
blijk van zijn keurige smaak en vaste hand. Ondersteund door 
Joseph de Busscher, de vader, boekdrukker te Brugge, 
begaf hy zich in October 1797 naar Par^s, waar hij vriende- 
lyk door Suvée, kunstschilder uit Brugge en andere kunst- 
schilders ontvangen en door hun invloed, geplaatst werd bij 
den beroemden Bervic. Onder hem oefende hij zich drie 
jaren in de graveerkunst. In 1806 vertrok h^ die reeds, o. a. 
door zyn Le prophete Simeon en meer andere gravuren , loffe- 
Igk was bekend geworden, naar Italië, om zioh, op kosten van 
het keizerl^k gouvernement, verder in de Fransche graveerschool 
te Bome te bekwamen. Na eenig verblijf in deze stad , vormde 
hij het reusachtig ontwerp om de fresco-schilderijen in de 52 
loges van Kaphael in het vatieaan af te teekenen, ten einde 
die vervolgens in het koper gebragt, in het licht te geven. 
Om dit oogmerk te bereiken, werden er niet alken vereisoht 
twaalf jaren arbeids, die op eene ladder of trapleer moest ver- 
rigt worden, maar had hij bovendien te kampen met zwarig- 
heden, die ten deeie niet te overwinnen waren dan door zich 
te onthouden van het bijna onontbeerlijke levensonderhoud. 
Om echter daaraan te voldoen , wisselde hij z^n geliefkoosde 
dagtaak af met graveren , zoo als het portret van Rubene voor 
de Galerie de Florence (1808) V Amour triompAant, naar le 
Dominiquin (1809), VHeureuee mère, het portret van MicJüel 
jingelo Buonarotti enz« Na een afwezigheid van twee en twintig 
jaren, keerde hij naar zijne geboorteplaats terug, als buit me- 
devoerende zijne onschatbare verzameling van teekeningen der 
loges van KaphaeL Koning Willem benoemde hem tot 
professor in de graveerkunst aan de koninklijke academie te 
Antwerpen, waar hij vele voortreffelykc kweekelingen , onder 
welken Corr, vormde. Toen begon hij zijne teekeningen te 



Digitized by VjOOQIC 



781 

giEversD, miaiop bijm alle sottvei^eiiien eh pereonen vaik am* 
aett in Eoropa intcekenden. In Ëngelaüd, werwtorts hg sich 
bad begeven om zijne teekeAingen ten toon te stellen, wer- 
den zij op / 72000 getaxeerd. Later bood Firmin Didot 
te Parijs hem f 140.000 Toor zijne portefei^e aan, doch hij 
kon niet besluiten ze ai te staan. In weerwil van aijn ijver ^ 
waren er in 1886 slechts 56 platen in kleuren en iS afleverin- 
gea, elk van 4 ^tuks der g^raveerde platen, in den handel. 
Den 8 Aug. van het gemdde jaar Verliet hij Férijs voor de 
laatste maal, na zijn portefeuille met de oorspronkelijke teeke^ 
niogen in bewaring gegeven te hebben aan den heer van 
Fraet, conservateur der koninkl^ke bibliotheek. Ilij kwam 
in België aan met de 9^« aflevering der loges in kleuren, en 
begaf zich vervolgens naar Uoüand en de Hijnprovincien om ze 
te leveren. Op deze reis werd hij krank en den 5 November 
1836 overleed hij te Antwerpen. Den 9 dier maand werd zijn 
stoffelijk overschot met veel staatsie ter aarde besteld. Felix 
Boogaerts, professor in de letterkunde aan het Athenaeum 
ea secretaris van de maatschappij der wetenschappen en kunsten , 
bidd bij deze gelegenheid een l^krede* J« B» Cuyper, 
beeldhouwer te Antwerpen, vervaardigde zijn borstbeeld. 

Zie BiograpUe historique et artistique de J, C. de Meulemeetter de 
hnges, ^ctveur en iailledouce, èditeur des Loges de Raphael d^Urbin, 
f» Edmond de Busscher. Gcutd, de Vimpremerie de de j3ttsscher/rhres 
S^.aoec portrait^ fac-similé etpkmches; Bioffr, Unh.; Immerseel, 
t.t. p. hL 221. 

HEULEN (GiLLXs yjlS deb), een Belgisch kunstschilder, 
lifl van het St. Lucasgiid te Brugge sedert 30 Oct. 1468. 

Zk ImmerEcel, t. a. p. hl. 221; Kramm, t. a< p. bL 1107. 

MEULEN (Antoine Francois van dee), werd in 1634» te 
Brossel geboren, ontving hei onderwijs van de bataille-schilder 
Pi eter Snayers, en werd spoedig een bedreven schilder in 
bet Tak van zijn meester. Lenig kunstwerk, bij Colbert 
bekend geworden zijnde, werd hij naar Parijs ontboden, voor 
rekening van de kroon gehuisvest in de Gobelins, en met een 
jaarwedde van 2000 livres aan den persoon des konings ver« 
bonden, terwijl zijue kunstwerken bovendien zouden betaald 
worden. Sedert volgde hij Lo de wijk XIV op zijne legertog* 
ten io de Nederlanden, teekende met de meeste uaauwkeurig- 
beid de kampementen, aanvallen, veldslagen, krijgsmarscheu , 
en de straten waar zich de koninklijke troepen onderscheiden 
baddeu enz. Na deze teekeningen vervaardigde b^ de schil- 
derijen der krijgstogten van Lo de wijk XIV, die in de vorste- 
lijke paleizen geplaatst werden. Hij overleed in 1690 en werd 
in de St. Hippolytenkerk te Parijs begraven. Van der Meu* 
len was een man van talent en bekleedt, door de juistheid 
zijner teekeoing, een eerstea rang onder de batuUe-sehilders. 



Digitized by VjOOQIC 



782 

Hagtenburg heeft verscheidene zijner stokken in het koper 
gebragt. Het Brusselsch museum beut Tan hem een meester- 
stuk, Toorstellende Lodew^k XIV voor Doornik. Het 16^«» 
17d« en 18*« deel der prentverzameling, bekend onder den 
naam van het Cabinet du Boiy bevatten een stel van 152 pla- 
ten, gegraveerd naar van der Meulen. Het museum Boy- 
man s bezit een Bergachtig landschap met eenige ruiter a^ die 
een transportwagen begeleiden (Gat. bL 25 N^ 158). Z^n por- 
tret is door P. van Schuppen gegraveerd naar N. de Lar- 
gillière in gr. plano. 

Zie Biogr* univ. i. v.; Nouv, Biogr. Nadon,; Descamps, Vie$ 
des Pemtres Flanands; Mariette, AbecedarU; Taillasson, Obê. 
sur quelques grands peintres ; Ch. Blanc, Eist. des Peintres , liv. 157; 
Villot, JVotice des Tableaux du Louvre {école Fran^aise); Hoabra- 
ken, Immerzeely Kramm. 

MEULEN (GoRNELis van deb), bekwaam portretschilder, 
leerling van Samuel van Hoogstraaten. H^' bloeide 
omstreeks 1680. 

Zie Hoobraken, Kramm, t. a. p. bl. 1107. 

MEULEN (Klaas VAN der), bekwaam glasscbilder , in 1642 
to Alkmaar geboren en in 1694 overleden. Ook zijne huis- 
vrouw Gatharina Oostfries beoefende tot in hoogen ouder- 
dom het glasschilderen. 

Zie Immerzeel, t a. p. bl. 222. 

MEULEN (Laueent van der), werd in 1645 teMechelen 
geboren, aldaar den 10 Nov. 1665 in het schilders en beeld- 
houwersgild ingeschreven, en ontving het onderwijs van den 
beeldhouwer Pieter van der Stock. Weldra verwierf hy 
zich veel naam door zijn talent om de doode natuur te beeld- 
houwen. Zijne kunstwerken worden zeer gezocht door de vreem- 
delingen , weshalve zij steeds zeldzamer werden in België. Vroeger 
bevond zich in de H. Sacramentskapel van de St. Bombouts 
kerk te Mechelen een gedicht op het H. Sacrament, dat met 
een fraaije door dezen kunstenaar gebeeldhouwde lijst om- 
geven was. Hij was ook belast om het hoofdaltaar der L. V. 
kerk in dezelfde stad, met beeldhouwwerk te versieren. De 
heer Pierits te Mechelen bezat (1843) een der schoonste 
voortbrengsels van dezen meester, namelijk een gebeeldhouwde 
Üjst, waarvan de snede zoo fijn is dat de bladeren en takken 
bij de minste togt zich bewegen en trillen. Deze lijst is afge- 
beeld en beschreven in Messager des Sgiences et dee arts en 
Belgique. 1836. p. 54. 

Hij overleed in zijn geboortestad 26 Oct. 1719 en werd in 
de St. Romboutskerk aldaar begraven. 

Zie Immerieel, t. a. p. bl. 222; Kramm» Xi a. p. bl. 1107. 



Digitized by VjOOQIC 



738 

MEULEN (PiBTER YAN bsr), broeder en waarschijnl^k ook 
leerliog van Anioine FraoQois van der Heulen. Hijj 
werd tot beeldhoawer opgeleid , doch liet dit vak varen en legde 
dch op de schilderkunst toe« H^' schilderden hatailles en jag- 
teo, stak in 1678 naar Engeland over, maakte daar veel op- 
gang en bragt o. a. de krijgsbedrijven van koning Willem 
op doek. 

Zijn portret is door N. de Largillière geschilderd en 
door Isaac Beckett in mezzo-tinto gegraveerd. Ook be- 
staat er een door A. Bannerman gegraveerd in 4*. 

Zie Immerzeel, t. a. p. bL 222; Kramm, t a. p. bL 1107. 

HEULEN (P. J. YAN der), 'de laatste van het in de kunst- 
wereld zeer bekende broederpaar Antoine Franco is en 
Pierre van der Heulen." Het blijkt* echtor niet dat hij 
xelf de kunst beoefend heeft. Hij overleed 5 Haart 1850 te 
Coblents in den ouderdom van 74 jaren. Het door hem na« 
gelaten schilderijen-kabinet bevat vele zeldzame stukken van 
oade meesters. 

Zie Eramm, t a. p. bL 1107. 

HEULEN (SisuwEBT yan dib), heeft zich als teekenaar 
Tan zee en havengezigten doen kennen. Zij zijn ten deele door 
A.van der Laan in koper gebragt en uitgegeven {Oroote 
Vlueri;. -^y Petrus Schenk y inde Warmoeèëtraêt ^ op 'ihoeüye 
m de FUeteeg in Fiseer & Atlas tot Amsterdam 12 pL in f*.) 

Hij handteerde echter, volgens Kramm, veel beter degra- 
reor- en etenaald dan de genoemde gravuren bewijzen. Deze 
bedt eenige dezer gravuren, en ook een boelge, getiteld: 

Verscheyden gezifften en jperspectiven , soo naar 't leven als 
naders, in 't coper gehragt door 8. v. d. M. Amst 1707. 

Ook vermeldt h^ : 

Een prent in fol. oblong, voorstellende Ben geveekt bij een 
moeras , in een bergachtig landschap , behoorende tet de geschie- 
denis der overwinningendoor Vendome en prins Eugenius 
op het sbgveld bij Adda behaald, 1705. 

Een reeks van 16 bladen y met verscheiden soorten van vogels 
m klein fol. 

Groote figuren in historischen geest; waren minder z^'nvak 
blijkens de titel voor A. Frudentius Lofzangen y tot Legden bg 
Jaeobus Meul. 1712. 

Zie Immerzeely t. a. p.; Eramm, t« a. p. 

HEULEN (Andbies yan dsb), waarschijnl^'k een Gente- 
naar, of volgens Snellaert van Oudenaarde, volgens Casteleyn , 
voor 1548 gestorven. Hij schreef een Keur van Historiën en 
vertaalde een latijnsch werk van paus Innocentius III in 
diditmaat, getiteld: 

Een guverUo boucxkin van der ketgrigheit der menschüikker 



Digitized by VjOOQIC 



7S4 

naUarmi werghueU uim latyne, ui VUiêmwhe éioAU^ deur 
,4ndriB9 tan ékr Meiden. Gkepreni ie Ghend^ tegen over Tetad- 
kmte by Jooê LamhreM, letterateker 1548. 

£en ander uitgaaf Toert tot titel: 

De ketwigheyi der memchéUcker natueren ende versm&dènieee 
des weereUê : JBerei gheeieli in laiyne, 6y Lotkarium Diacomm , 
ende nu owrgheaet in Flaemschen dichte, by Andriea van der 
Metden. Te Ohendt , by de JFedutae van Saloon , op de Hooch- 
poorte, in den Bybel, 1576. 2^ie öudUerii Manilii ki. 16*. 

Men weet dat Innoeentins III, ?oor h\j paus werd, den 
naam droeg van Lotharius* Hg was zoon van Trasimond 
van de graven van Segni. 

Zie Biogr. Urdv, art, IrmocenU III ; "Winems, Verk, D. L bl. 
245; Snellaert, Verh. over de Ned. dichik. in België, bl. 203, 
213; Mesaager des Sdenees hisU 1842, p. 53, 54; Cat. wan Domme, 
p. 216, No. «307. 

MEüLEN (Cathaeika van peb), een geestelijke dochter 
te Antwerpen, wordt als dichteres vermeld van 
Het eensaem Tortelduy/ken, 1703. 
Het Hemels Lusthof hen ^ 1705, en van 
Den aengennemen Easelier^ 1707. 
De stijl ia volstrekt prozaisoh» 

Zie Willems, Verk. over de Nederd. taetU en Lettert, D. U. bl. 
161; Witien Oeysbeek, B. A. C, Woordemb. o. h. w. 

MEÜLEN (Gebakdds van deb), theoL doet., werd in 1667 
te Leyden door curatoren gemagtigd tot het seven van onder- 
wijs in de godgeleerdheid en het presideren bij disputatien over 
onderwerpen, die wetenschap betreffende, van welke magtiging 
hij echter niet lang gebruik maakte. 

Zie Siegenbeek, Geech. d. Leids, Hoogea^ D, II,bL271; Soer* 
mans» Amd, Reg, bl. 95. 

HEULEN (Joost van jom), tooneeldichter uit het laatst 
der 17* eeaw. Men heeft van hem: 

De Verovering h der koningklyehe etadt Buda^ Ihooneel-wyê ^ 
af-giemaelt door eenen liefhebber der Rym-honet, Amst J. 
Tenhoorn 1687. kl. 8^ 

Zie Witsen Geysbeek, B, A, €, Woordenb. o. h. w.; Cai. d. 
Maats. V. Ned. LeHerk. D. I. bl. 1466. 

MEULEN (Daniël van beb), koopman te Leyden, onder 
voorgeven van ziekte z^ns broeders naar Antwerpen ontboden, 
verstond van versoheideiie grooten en vaa den aartshertog zei- 
ven, hoezeer men daar haakte naar den vrede, Hy weid 
daarop (1598) ter algemeene staatsvergadering gdioord , dteh^j 
zelfb verzekerde duit men gezind was de vereenigde staten hun- 
nen godsdienst vr^ te laten, zoo z^ slechts den «a r tshe r tiig en 
ée in&nte wiMen erkennen* 



Digitized by VjOOQIC 



7S5 

2k B^T, JM. Oort B. XXXV. bL 87; Wi^genMr, VQ4.m9U 
D. IX. bL 11; Groen van Frinsterer, .ircA. serie II. T. I. p. 424. 

HEULEN (Jam vak der), doctor in de regteD, aalmoeze- 
nier van de hertogin van Farma in 1567. 

Zie de Kempenare, VlacoMchA Kron^kf U. 37. 

MEULEN (van dbb), of DU MOULIN, broeder Tan den 
forige, werd in 1567» in plaats van de Oock, die M pro* 
coreurgeneraal werd benoemd , raadsheer commissaris te Oend. 
Hij overleed 24 Jon^j 1578, en werd 4 Jolij in de St. Bavo 
kerk begraven. Zijne dochter huwde met een Spanjaard. 

Zie de Kempenare, t. a. p. bl. 37, 100, 101, 167. 

MEULEN (JoHAKNES Andrsas tan dir), heer vanNierop 
en Portengen, zoon van den raadsheer Willem van der 
Menlen en van Constantia Duitz, wad 6 Dec. 1635 
te Utrecht geboren. Hij studeerde aldaar onder Johannes 
Voet in de regten, en werd, na tot doctor in de beide 9eg' 
ten te zijn gepromoveerd, dijkgraaf vm Vianen, e» madaheev 
in de gerechtskamer van dit distriet, vervo^ens raadsheer in 
ket hof van Brabant te 's Hage. Hij overleed aldaar in 1702 
es werd te Voorburg begraven. Hij huwde Catharina 
Wiertz, dochter van den raadsheer en voorzitter van het 
kof van Brabant. 

Hij gaf in het licht: 

StaMa et consuHudineê é&oee$sêOê Fitmmm et Jwteydm^ 
dê, tam in civiHèuê quam enminalidma eauêii ^ hgièus^ rabum" 
hu^ deciêtoniènê mwiita aó iUuêtraia^ ut et êonm a Jure com" 
mwt divortia paseim eetenêa. Trij. 1684. 4^ 

Biêiertatio juridica eirea Fideteommiêsum m teêtamenU ü- 
httnnmi D. CentUiê Johamdê WoïphanU ie Brederode eou' 
ientuMj in qna, tneertie jUrie reepetuU a Juridica /acultate 
Lei/denn , aikaque magni nomtde juriseonenUiè in ea guaesiiaiae 
iaiit, summarie in^ritur in ilUuê fideieommieei quaUtatem: 
iUvdque esee purum et perpetuum ^ nou eonditionak^ ei aeque 
fiUoB ac JiUos Teêtatarie eaneemerey in ueum Hluêtriiêimi ae 
regmmiiê comitis Idppiae dtfendere et ad eontruria piacide reê* 
fomkre couaiuê est. 

Forum coneoiêuüae eeu jms FoUj koe eat^ Shicta^ theokh 
giohjuriéRcue y in quo Jkafori ad norwnm Jurie poli revocaOur ^ 
ft examnatur per sileetaê quaeêtiones , eectmdum triajurieprae- 
apia digeêtae^ ei intres fortea ditdea». Traj. 1693. 4^ Pe- 
tros Babus geeft in z()n Soekzaal vm J^urofMi 1693 » bU 44 
▼olgg. een verslag van dat werk. 

Zie Barman, Tt€^ erwL p. S85-«2S7« 

MEULEN (Mr. Wulsh tan i>sb) of HUEI^N, broeder 
van den vorige, werd in 1658 te Utrecht gebortti. H^ was 



Digitized by VjOOQIC 



736 

heer van Ood-Broekhoizen » Fortengen , Nierop en deoanus van 
den kapittele van St Marie te Utrecht, ordinair raad in den 
Hove pro?, van Utrecht, d^'kgraaf van den Lekkendijk bene- 
den den Dam. Als regtsgeleerde verwierf h^' grooten roem. 
Barman noemt hem i^vir praeconio nostro major." Ade- 
lung, #Holi. regtsgeL der allerhand sonderbare Meinungen 
vertheidigte und sich unter andern mit menig philologischen 
Tractat bekant gemacht hat." 

Zijn wapen (gebogen molenwieken) vindt men onder zijn 
portret, voor de Coatumen. Hij overleed in 1719. Hij schreef : 
Diêsertaiio de ortu et interitu Imperii Eomani, qua exami- 
natur^ an ea^ qua olm /uerwU Eomani Imperii^ jam sint Ger» 
matdci Regtd^ propter tranêlationem Imperii Romard in QoarO' 
hm M. /acitm, Accedit Disêertatio de Sanctitate Summi Imperii 
CiviUê. üitraj. 1698. 12^ 

EdiHo Secunda a plurimie mendiê purgaia^ et Indice aucta, 
üitraj. 1738. 12^ 

Ook verscheen er een a&onderlijke uitgaaf der IHesertcUio 
de Sanctitate etc. Ultraj. 1738. 

Itt üt. 2>. dejuêtitia et Jure. Traj. 1723. 4^ 
Diêeertationea de die mundi et rerum omnium natalie complec- 
tenê hietoriam creatume juxta eeriem et ordinem a Moyse dei- 
criptam C. I. II. Genei, cum D^enaione Diaeertatume de ori- 
gine juria naturaUa oppoaita Simofda Hettr. Muaaei, Ultr. 
1713, 1788. 4\ 

Exercitationêa in titulum D. de Juatüia et jure , eó kiatoriam 
Fomponii de Origine Juria. Ultraj. 1724. 4^ 

Hugonia Grotii de Jure BeUi ac Pacia Liöri trea. Cum 
commentariia GueUelmi van der Muelen et Notia Jo. Tred. 
Oronovii. Ultraj. 1696, 1700, 1703, 3 vol. fol. 

Coatumen , Veitantien , Politien ende atijl van procederen der 
atady Juriadictie en vryheid van Utrecht. Met aanteek. en 
aanm. Utr. 1709, 1716. fol. 

Over ordonnantien en Inatructien op de at^l en manier van 
procederen voor den Hoven van Uytrecht. Uytrecht 1706 kL 4^ 
Ondergoek over het hoogate gebied. Utr. 1723. 
Aangename Boaelaar. 2 d. 8^ 

Zie Burmann, Traj, enM2.p.2S5, 305, 886, 448, 453; Saxe, 
Ofiom.T.V.p. 410; Sandbrink, de advocai Juribus, p. 131; Manes 
Grot, p. 768; Acta lApdana erud, 1739, p. 134; BibL Raisormée , T. 
XXn.p.203, 8YV.; Adelang enBotermund; Boekz.d. Gel Wer., 
1724b. bL 589; Cat. des Livres de Creoetma, No. 1299; Abcoude; 
Noumr. bL 244; Acmh. bL 138; Arrenberg, Naamr. bL 351, 
Kobns en de Riveeoort; Moller, CaL v. pirrtr. 

MEÜLEN (P. VAN dbb), schreef: 

De cruciaMua, quibua capitaHum criminum rei olim tam 
ante^ quam poat mortem afficiebantur. 2 part. Ultr. 1762. 
Zie CaL MuMêchenbr. p. 26. 



Digitized by VjOOQIC 



737 

HEULEN (RiJKHABB Jan van beb), oudste zoon van Mr. 
Petros van der Meulen en Ciara Henrica Traka- 
nee, werd 9 Dec 1768 te Ysselstein geboren, studeerde te 
Utrecht, werd predikant te Ysselstein (1792), Hoorn (1804), 
Haarlem (1805), Amsterdam (1818), waar hij overleed. Hïj 
huwde Jonkvr. Wilhelmina van Boetselaar, en gai 
drie Leerredenen over KlaagL III bij Leydens ramp 4*., over 
Ju, Y : 7 in het Zendelingsgenootschap en over Heï/r, III : 
4 op het derde eeuwfeest der Hervorming uitgesproken, in het 
licht 

Zie vervolg v. C roese's Kerk* Reg, der pred, te Amsterdam ^ hl* 
98, 99. 

MEULEN (P. H. VAN dkb) schreef: 

Berekening van den teerlinginhoud eetdger aardwerken , meeêt 
Uj de ariiUerie voorkomende. Delft 1828. gr. 8^ 

Bijdrage tot de kennis dei' artillerie voor de verschillende 
wapenen, Breda 1831. gr. 8^ !• stuk. 

Zie V. Cleef, Naaml 

MEULEN (PiETEB LüiTJES VAN deb), in 1720 te Donker- 
broek geboren, en sedert 1752 koopman te Leeuwarden , werd 
düir door idtstekende bekwaamheden en ondernemingsgeest eea 
gnx>t handelaar en industrieel. Op het Zuidvliet te Leeuwar- 
^ liet hij met zijn broeder een grooten oliemolen, geheel 
fti steen , opbouwen , welke tevens tot een run- en trasmolen 
ca plaatsLijperij werd ingerigt. Daar bij stichtte hij eene buurt 
Toor knechtswoningen , Pietersburen genoemd, waarbij hij kort 
duna een leerlooijerij , zout- en zeepziederij voegde, waardoor 
hij, die bovendien een meekrapstoof <lreef en verscheidene sche- 
pen op zee had, velen werk en brood verschafte. Hij is om- 
streeks 1800, wegens zijn ijver en edelmoedigheid zeer geëerd, 
orerieden. 

Zie W. Eekhof f, GtscMedk. Beackr. van Leeuwarden , D. IL 
U. 437. 

MEULEN (PiETEB Hebkanüs Luitjbs van deb), een zoon 
des broeders van boven genoemden , werd te Leeuwarden den 
10 April 1780 geboren en was voor den handel bestemd. Uit 
liefde voor de kunst begaf hij zich naar Amsterdam, waar hij 
ach op de teeken- en graveerkunst toelegde, en vooral in de 
gepointilleerde manier van Portman, eerlang voortreffelyke 
proeven leverde. Daarvan zijn als de voornaamste, ook in 
Mulier's Catalogtis van Portretten, bekend: Ds. A. Rut- 
gers, 1794; Prof. H. Cannegieter, 1804 en vier jaren 
later M. Couwenhoven, Prof. A. Beland en Boemer 
Visscher met zijne dochters Anna en Maria. Mr. Jac. 
Scheltema, in wiens werk ze geplaatst waren, voegde er 
b|j, dat het hem geen gering genoegen verschafte, den naam 
Tan dezen jongen Friesohen kunstenaar, die tot nog toe meest 

47 



Digitized by VjOOQIC 



788 

▼oor andeice meester^ werkte, hierdoor vwft bekend te maken. 
Van siJQ lateren arbeid kennea wij «alleen bet portret van 
Witsej^ Oeysbeek, die in het kui^atwerk van van 
Eynden en van der Willigen, eei^i zioQeprent op Frof. 
Kempera dood (1824) en een gezigt op de Amsterdlaoiadie 
beurs in aquatiot* Ook was hy ^n bekwaam teekecaar van 
bloemen, yooraï het portret yan Ko^n^er Visscher heeft 
bem tot den rang onzer beste graveurs verheven, dje Velgn 
naar de kroon stak. Omstreeks 1850 is bij, weUigt te Amster* 
dam, overleden. 

Zio ïmmerzee) 9p Krarom, aangevnld door oneeo medewarker 
W. Eekhoff. 

MEÜLENAER(Antoni) volgdein 1548 Viglius ven Aytta 
op als raadsheer in den grooten raad te Mechelen. Hij werd 
met anderen tegen 25 Mei 1565 ten hove beschreven om hunne 
gedachten te zeggen over het leeren van het vplk, de verbe- 
tering der zeden van de geestelijkheid en over het ketter 
straffen. In Oct. 1567 werd hij met Mr Jan P^cxtr;us, 
of liever d'Auxtruyes, en de opperpro voost van den hertog 
van Alva afó commissaris naar Middelburg gezonden om aan 
ie regering tien vraagpunten over te geven betreffende het ge- 
drag der regering gedurende de beroerten in 1566. 



MSULENAER (Pirtbs), volgens F. Bogaerts in 1670 
geboren, was bataille-schilder , doch onbekend bij Kramm. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1108. 

MEUIiENAEBE (Floeis van), dichter van de 

Nieuwe voldidUe Eeueeepraecke der êtede van Brugge 1687. 

Zie Witsen Geysbeek, B. Ju C Wwtrdenb* o. h. w. 

MEULENABË (Pieteb Paulus Zachaeias de), schepen 
van i?hielt, ging in 1590 met zijnen ambtgenooten Willem 
de Smet en jonkheer Willem de Rycamez, burgeoieester 
van Thielt, op last der commissarissen der rekening naar Brugge , 
en w^en bij hunne terugkomst door de vreemde huurlingen , 
die op buitjacht liepen, gevangen genomen, meer dan twee 
maanden vagebonden, en eindelijk tegen een aanzienlijk rant- 
soen losgelaten. 

Zie Serrnre, Vad. Mn». D. V. St L bl. 129. 

MEULENAERE (Oraaf F. A. ds), in 1794 gebosen, 
vertegenwoordiger van Thielt. Hg was gedeputeerde als 
procureur des konings in 1819 onder de UoUandsohe re* 
gering. In 1824 werd hij voor West Vlaanderen gekosen 
tot Ud van de tweede kamer der staten*generaal , waar bg 
een der vurigste redenaars was van de Belgische oppositie. 
Na 18S0 weni hij lid van het congres en stemde daar voor 



Digitized by VjOOQIC 



hd Imi^ ym Na^wa, vppr den fcertpg d» If pmoqf s, ^ 
difmi fOQT koning he^foHf H^ wa3 puni^tef vfin binivBpi-r 
IsndBebfi zaken in 183U Yervojgeps was hij dirieQiaal piyiister 
m MteclUndsche Taken in 1831, 34 en 41. Vai^ l^SQ t<4 
1848 viMi hij lid fm de k^mier. Toien ii^ ^^X i^^ ^e vens^mr 
giQg YUP ^nig 3tfbatsAmb(i met |^t lidmaatschap vhq ^qt pr}^* 
PMBt onveip^nigbaar werd veHd^ar^, w^rd )iij gouy/erneur Fan 
Vlaanderen, en hftklpedde die betrekking tot in J.84?f ïn 
I89O P89 hij ^ nieuw jsittipg in h^ pailen^nt, s^aarv^ h^ 
tot aan zijn dood lid is gebleven. Hij was een man van groote 
kande, die zeer yeel geleerdheid aan welwillendhPAd paarde* 
Zijn ter aarde bestelling had met groote plegtigheid td Érugge 
plaats. Na het overlijden van den graaf Feli^ de Merode 
was hij de eerste merkifraardij^e man van de clericale part^ die 
door den dood werd weggerukt. Hij oyerleed in 186. , van 
hem is een litho^aphiscn portret, in (ol^ naar J. Diems, 
door Baudnin. 

MEULENAEBfi (Abraham), een Vlaamsch dichter mt bat 
bigja der 17* eeuw. Men heeft van hem o. a. een lofvevsop 
de Geeitèl\jke Gedichten van W. van der Ëlst. Antw. 1628. 

Tm Wïteen G/eysheel}:^ B. 4. C TFaprdön^. o. ^. yr^ 

MEULENBEBOH (D.1. portretschilder te Brussel, die op 
fenchillende tentoonstellingen aldaar zijne schilderijen zond, 
en op die van 1836 een bronzen medaille behaalde, 

Zifi JL^pE^erzp^l, tr a. p. b\, 232^ 

MEULEKDIJK (Godbpridus), ie Eindhoven geboren, ba- 
chelier formeel in de godg«leevdheid , volgde den lSSept.1704 
Aagastinus Hendriks als president van het Bossche ool« 
kgie op. In 1725 legde hij deze bediening neer en werd, 
dmr verganaing der Universiteit, pastoor te Hamme hij Den- 
dermonde in het bisdom van Gend. 

Zie van Gils, Cath, J^eijer,, Memorieb. hl. 153; van Glls en 
Coppens, N, Beschr. van het Biadam van 'aBaseh, D. I: \A. 858. 

MEüLEWjELS (Piet»r) verjraiwrdisd^ een Wijspel üKnm 
MiiotUropos, iq 1Q9Q uitgegeven. 

Zb Wiiflen.Geysketk, J9. 4. C. Wiméimlfn o, h* w;. 

M£IJ]LEIOF? CFbedj^iik) ^^pbtte te Dordrecht met e^n 
lid van den oudraad, genaamd YiBgerho^d, jn 1^89 de 
eerste 8n^kerrflpo^d^|^|j , pnder den p^fim van Oaeeiop. Deze 
bloeide onder het bes^ur van Kpnlboff z6d, dat bieide er 
sich veel goeds van bj^loofden. Doch deze, de Augsbnrgsche 
a^Uim tppgsedaan eu t^ Qo^firecbt geen gelegenheid vindende 

47» 



Digitized by VjOOQIC 



740 

zijn godsdienst uit te oefenen, besloot elders te gaan wonen, 
waar hij vrijheid van godsdienst had. Dit besluit, geenszins 
aan zijn oollega behagende, zoo stelde deze hem de mogelijk- 
heid voor om die vrijheid te verkrijgen , zoo hij zich , vergezeld van 
z^'ne geloofsgenoot^n , hier wonende, per request aan den Baad 
wendde, en er om verzocht. De Raad stond hun verzoek toe 
en wees hun twee gebouwen aan , waaruit z^ eene keuze kon- 
den doen om die in een kerk te herscheppen. Zij kozen er een , 
dat niet zonder groote kosten ; tot een kerk werd ingerigt en 
den 5 Maart 1690 door P. Wesseling, predikant te Am- 
sterdam» ingewijd. 

Zie Schotel, Kerk, Dordr. D. L bl. 355, 856. 

MEULMAN Junior (Babent) werd in 1759 geboren, in 
1787 predikant te Obdam, in 1788 te Abbekerk, in 1789 te 
Venhuizen, in dat jaar nog te Klatwigk aan Zee, in 1792 te 
Bunschoten, in 1794 te Brouwershaven, in 1797 te Harden- 
berg, waar hij den 1 Mei 1798, oud 39 jaren, overleed. 

Als dichter maakte hij zich bekend door een bundel B^bél- 
Zede- en Mengeldichten, Amst. 1780, als godgeleerde, behalve 
door andere geschriften , door eene redevoering over eene hand- 
leiding ^ ter bevordering eener beet mogel^ke Bifbelverdeediging, 
in 1797 te Deventer uitgekomen. 

In dit werkjen zijn, volgens Ypey, # vervat eenige redevoe- 
ringen, dat is, in des schr^vers taal, redewisselingen, door 
hem gehouden met zijn neef, die een Deïst was, ter volkomen 
overtuiging van dezen. Indien het waar is, dat deze man, 
zoo ab de schrijver verklaart, in de daad overtuigd is gewor- 
den van zijne dwalingen, mag men het met regt daarvoor hou- 
den dat h^ een zeer onnozele Deist is geweest, wijl hij zich 
anders, door den schrijver, die zich, in het verdedigen van 
het Christendom een ware breekebeen betoont te zijn, zoo ge* 
makkelijk niet zou hebben laten overtuigen.'' Zijn overige 
schrift^ zijn: 

De godedienstbeêchouioer f in stichtel^'ke vertoogen. Leyden 
1792. gr. 8^. 

Ferhandeüng over de goddel^hheid der gewyde geêchiedenieeen 
en derzehe verbindend gezag. Bott. 1796. 

Oratio de theologo exegeiico-philosophico ad conditionen Chris- 
tianonm hodiemam constituendo. Zwolle 1797. 8\ 

Leerrede voor den landman. Zwolle 1797. 8^ 

Zie van der Aa, N. B, A, C, Waordaib, o. h. w.; Tpey, 
Geach. d. Christ. Kerk in de XVIIIe eeuw, D. ULbl.283; Brans*, 
Kerk. Reg, bL 57; Arrenberg, Naamr. bl. 351; van Cleef, 
Alph. Naamr. v. boek, bl. 400. 

MEULMAN (Mr. Jan), zoon van Hendrik Meulman 
en Elisabeth Domburg, werd den 14 Maart 1767 te 
Dalfsen bij Zwolle, waar zijn vader ontvanger was, geboren. 
Na het vroegt^dig overladen zijner ouders , werd hq door e^n 



Digitized by VjOOQIC 



741 

grooirader Fabius opgevoed. Te Zwolle ontving hij op de 
stads latijnsche school zijne voorbereiding voor de Utrechtsche 
akademie, waar h^' op twintigjarigen leeftijd tot doctor der 
beide regten bevorderd werd. Nog in het jaar zijner promotie 
1787 , werd h^ secretaris van het geregtshof en de hooge cri- 
minde vierschaar der stad en lande van Woerden, en begon 
alzoo die loopbaan, welke hem, bijna 60 jaren lang, in ver* 
schillende, vooral regterlijke betrekkingen, aan Woerden ver- 
bond. Den 20 April 1803 werd hij er baljuw, in welke be- 
trekkmg hij de r^' der kasteleinen of slotvoogden van Woerden 
gesloten heeft ^ gelijk hij dan ook de voorgenomen e slooping 
Tan Woerdens aloud kasteel heeft weten te verhoeden en integen- 
deel uitgewerkt, dat er een militaire strafgevangenis gevestigd is. 

Gedurende de Eransche overheerschiog was hij juge de paix 
(1811), en in L813, na voor eene eervolle betrekking in het 
Utiechtsche geregtshof bedankt te hebben , kantonregter , waarbij 
Uj echter, vroeger en later, benevens vele andere eervolle be- 
trekkingen, ook die van advokaat en notaris, van dijkgraaf, 
adjunct houtvester, lid der provinciale staten, en vooral van 
schoolopziener voegde, in welke laatstgenoemde betrekking, 
bijna 30 jaren lang door hem bekleed, voor vele onderw^'zers 
loowel als voor het onderwijs, veel goeds door hem is gesticht 
of bevorderd. Met ambtsbezigheden overladen , onttrok hij zich 
toè aan de beoefening der letteren niet. Behalve eenige stuk- 
ka van adgne hand, maar zonder z\jn naam, in het mengel- 
■eri van het een of ander tijdschrift geplaatst , getuigt daarvan 
2^ werk. getiteld: Woerden in Slagtmcumd 1813, welke be- 
büigrijke bijdragen tot de geschiedenis van ons vaderland (Amst. 
1814. 8^). Voorts is nog een krachtigen toespraak doorhem, 
als baljuw, tot den aanvoerder der beruchte Ztoarijea bende ^ 
welke door z^n beleid vernietigd werd, gehouden, in Chris- 
ten me ij er 's Oorkonden uU het mfstraffeUjk regt^ bewaard. 

H^ was in 1836 ridder geworden der orde van den Nederl. 
Leeuw. Den 31 Mei 1797 koos het provinciaal Utrechtsch ge- 
nootschap, en den 5 Mei 1831 de Maatschappij van NederL 
letterk. te Leyden hem tot lid. In 1787 huwde hij G.Ë. van 
Sorgen, van Utrecht, die hem in 1808 door den dood werd 
ontnomen, sedert bleef hij weduwenaar en kinderloos. Hij 
overleed den 22 Aug. 1857, in tachtigjarigen ouderdom, op 
zijne hofstede Batestein onder Harmeien bij Woerden. 

Zie Kvaui- en Letterb. 1847, D. IL bl. 304; Verslag van het Prov. 

ütr. Genoets, 1848; Verslag der Alg. Verg, d. Maats. v. NeêrL 

Letterk. 1848, bl. 27, 28; de Wind, BibL van JVeêrL Geschieds. 
bl 31; {Naaml) Astrea, 1856, bl. 440. 

MEULÜWE (Hendrik van), schilder te Antwerpen. Hij 
werd in 1513 als lid van de broederschap van St. Lucas aldaar 
ingeschreven. 

Zie Kramm, t. a. p. bL 1109. 



Digitized by VjOOQIC 



74S 

M£UKIKXHOYfiN( }, volgenë Napier «en Nederfand^ 
ééBildér, Van wien men historiestukken en landschappen in de 
abdij vKn 8t; Donaas, en in de jezuiten kerk te Brugge Tindt; 

Kramm Terttekit van hem: 

£eH ^zichê op de geweteh kerk van 6L Domus ^ dèn ouden 
buirg en hét atadhuU te Brugge ^ Toorkómendc op Cdt. det 
aehiïder. tan /. Roltièrê. Gent 1884, n^ 81. 

Zie Kramm, t. a; p. 

MEURANT (Emanüel) werd 22 Dec. 1622 te Arasterdam 
geboren, ontving onderwijs van Philip Wouwerman, en 
overleed te Leeuwarden in 1700. Volgens Houbraken was 
hij een schilder van uitvoerige Uollandsche dorp- en landgesig- 
ten, met name van bi)uwvallige boerenwoningen. 

2ie Honbraken, Leo, d. Schild. D. II. bl. 102; Wagenaar^ 
Amsterd. D. XL bl. 419. 

MEUBANT (ësaias), beoefende de latijnsohe poëzij en was 
een vriend van Heiblocq* Onder de f^ersue FamiiariuMi 
p. 242 van diens Farrago Latino-Belgioa komb een gedieht van 
hem voor. 

HEUBSK (JosEPH), volgehs Nagler sdiikler en etser ^ 
vülgens Brulliot bloeide hij in de XVII* eeuw. Ër is alleen 
oen prent van hem bekend, voorstellende; een bij een greoten 
bootn atóanden jongen^ die een linke keen vUegenden vogel n»- 
ètaari^ betaden kern een kut en een 9ogelneat, 
Zie Kramm, t a* p. 

MEURER (7r«dsrik Albxander), kapiteiii tér zee, nam 
deel aan de krijgsverrigtingen onder de kapiteinen-commandcars 
J«P«van Braam, Willenü Silvester en A. H. Staringh 
in Neêrlands tndié. Hij kwam op de Z^no; mei nog drie andere 
sehepen in het laatst van 1786 of begin van 1787 te Batavia aan. 
In Sept 1794 gelastte hem, die toen over de vooi' Bath lig' 
giende vereenigde scheepstnagt het bevel had, een op dé Kruis- 
schans op de Schelde ten atiker liggend vijandeHjk gaffehchip 
door óenige gewapende sloepen, ondersteund dbör de brik la 
Levrette « te doen wegnemen. De uitvoering tan dezen last werd 
door Meur er opgedragen nan den kapitein luitenant Gerrit 
Verdooren en aan den kapitein hiitenant van Dirckinék, 
die hem gelukkig volbragten. 

Zie J. C. de Joage, GescL v. A. Ncderl Zmo. D. Vla. bL 
243 , 495. 

MËURIËR (Gabrisl), omstreeks 1520 geboren teAvcsnes, 
een stadje in dat gedeehe van Henegouwen, hetwelk thans aan 
Frankrijk behoort, kwam omstreeks 1550 te Antwerpen en opende 
eene Fransche school, die in haren tijd zeer vermaard was, en hij 
zelf heeft zich bekend gemaakt door het uitgeven van een aan- 
tal boekjes voor de jeugd bestemd, die tot heden zeer gezocht 
zijn, deels om de aardige titels, zoo als U Perroquet migi^on 



Digitized by VjOOQIC 



74B 

deê peHiê e^faniè^ la Ouirlande des j^téèé fX^k ^ la, Woiitè deê 
amants tP Israëli lê BouquH de ld pMlosópkk mordtè^ enz., 
doch ook om den inhoad, waarin niéestAi, zoo voor de gedchie- 
denis thd opvoeding en onderwijs als voor de taabtudié, nog 
al wat te leeren is. Al die werkjes djn in liet Fransch , m&ar 
bij velen komt een Nederlandsche tekst bij. 

M e u r i e r was een moeijelijk , óptoopend en afgunstig mensch. 
2SjDe uitvallen tegen schrijvers van hetzelfde vak dat hi] be- 
ocd^nde, zoo ak de beroemde Kilianus, de Fries Mellen^a 
enz. strekken daarvan ten bew^ze. Maar iiï de kli^t t^;en 
hem door het Antwei^che schoolmeestersgild wei'den er zoo 
vde grieven, tegeil zijn gedrag even als tegen zijne eerüljk- 
heid opgesomd, en werd hij met zulke zwarte kleuren afge- 
sAikierd, dat men wel moet aannemen dat hij niet alt^'d tref- 
felijk handelde en dat het dikwijls lastig was om met den man 
om te gaan. Op de klagten , die de dekens van het gild tegen 
hem indiende , veroordeelde de superintendenten der school H eu* 
rier tot het betalen van eeb geldboete en lieten hem later 
van de lijst van het gild schrappen, doch hieruit volgde niet 
dil hem het sehoothouden verboden werd; ook werd het ver- 
idek zijoer medebroeders in het gild , dat hQ , naar een oud 
niddeieeuwsch gebruik , barvoets en blootshoofds met een bran- 
dende kaars in de hand, vergiffenis zou vragen , niet ingewilligd. 

Pi et er Ueyns, die als deken als een der voornaamste 
beKhuldigets tegen Mearier optrad, was vroeger zijn vriend, 
Uijkens z\jn gedicht vöór zijne Guirlande des Jeunes jUles {ré- 
vem ei de plusieurs beües senienees illustrie. Anvers 1580.) 

Bit gedicht van H e y n s beantwoordde Meuriéropde voor- 
iiatste bladzijden van gemeld boekjen met twee Fransche stulges 
»A Pierre Heyns^ amateur et digne professeur de I^angoisJ* 

In de klagt der dekens, wordt hem o. a. ten laste gelegd: 

'Oock sonder wete van de ouders , nyetteghenstaende datter 
veel rys-teeckenen waren , noch meerder ghethal te hebben doen 
munten ende slaen , ende die altesamen met synen naem ende 
bynaem doen mereken om rys te halen." Deze rys-teeckenen 
waren niet anders dan presentie penningen van het gild , die 
in sommige omstandigheden aan de leden uitgedeeld werden en 
vaarvoor zij dan een schotel rijstenbrij bekwamen. 

De bier aangehaalde woorden beteekenen niet dat Meurier 
in 1575 een nieniven penning voor h<;t schoolmeestersgild deed 
mijden, want deze bestond reeds sedert 1562, maar wel dat 
hij met den bestaanden stempel op nieuw een aantal van die 
rtukken had laten munten , iets waardoor hij onnoodige kosten 
veroorzaakte , en verder dat hij op alles zijnen naam en voornaam 
hid doen plaatsen. Hij overleed te Antwerpen in de laatste jaren 
der 17* eeuw. Zijn portret komt en médaillon voor, op den 
titel van: Ie grand dlotionaire firangois Jiamen ^ Hott., Isaac van 
Waesberghe, 1624, 4^ waaraan hij ook medegewerkt had. 



Digitized by VjOOQIC 



744 

Hij gaf m het licht: 

La Grammaire Frangoüe, Anvers 1557. 12', 

Dictionaire Flamand-FrangoU. Anvers 1562. 8*. 

Traite pour apprendre ^ parier Frangois et Angloia ; é»- 
semble de faire Lettres etc. Bouen 1563. 16^ 

La Grammaire Frangoise Flamande. 12®. 

Le Bouquet de Philosophie Morale, Anvers 1568. 12^ 

Ooloquioa famiUares muy convenientes de quantoa Jtdieron 
faeta agora^ para qual quiera qualidad de personas deseeosas de 
Laber Jiablar y escrióir Eapdhol y Fr onces. Amber. 1568. 12*. 

Cof^ugatianea ^ arte, y regulaa muy propriaa y neceaaariaa 
parcUoa que quieren depender Eapanol y Francea. Amberes 
1658. 12«. 

Formulaire de lettres moralea , fort propree paur Vusage des 
jeunea fUea èa eacolles. Anvers 157 a. 12^ 

Tkrèsor de aentences doréea , proveróes et dits communs , aeUn 
Vordre atp&abètique, Atec le Bouquet de philosophie morale , 
par demandea et responses. Lyon 1577. 16^ Kouen 1578 kl. 
12^ Paris 1582. 16^ It. Facities et mots subtüs d^aueuns 
exceUena esprils y et nobles seigneurs Frangois et Italiens; avec 
le Trésor de sentences et proveróes dorez de GaJb. Meurier. 
Lyon 1597. 8«. Cologne 1617. 8®. 

Livre cPor^ contenant la charge des ParentSy les Préceptea 
du bon Maistre, le devoir des Er^ana, et V office é^une botme 
Matrone; a chascun non moins nécessaire que tres uiile et 
salutaire. Anvers 1578. 12^ 

Het laatste stukje is getiteld: 

V office d'une bonne Matrone^ c^est a dire, Mère de familie 
régente ou préceptricey specialement des jeunes Jilles, dvecplu' 
aieurs lettres missives. 

Meurier maakte gebruik bij het zamenstellcn van dit werkje 
o. a. van de Educatio puerorum. Basileac 1544. 4^ van Franc 
Pbilelphe. Ook in bet Fransch met den titel van: 

Le Guidon des Farens en Vinstruclion de leurs enfanSy par 
FhilelpJie, traduit par Jea^ Lode, Paris 1513. 12®. 

La Guirlande dea jeunea Jilleay bastie et composée par G, 
Meurier et translatée en haut Allemand par Abram de Main, 
Cologne 1617. 12®. (Fr. en Hgd.) 

Zie La Croix de Maine, p. 113; Préface du Grand Dicliorunre et 
Trésor de Francois, Flameng ^ et Espagnol. Anvers 1639 4^.; Di- 
naux, in Archives du Nord de la France et du Midi de la Delgique 
Nouv, Serie 1844, T. II. p. 376; Bibl Belg. T. U. p. 376; Pa- 
quot, Mém. T. II. p. 8, 9; Serrarc, Vad, Mus. D. UI. bl. 392; 
van Orden, Bijdr. tot de Permingk. bl. 50 en pi. VIII. No. 7. 

MEUHIËR (Gabriel), zoon van den vorige, gaf in het 
licht: 

Conivgaison fiamenfrancoises de Gabriel de Meurier ^ cof^u- 
gatien in Nederduytsch ende Fransoys, Antw. 1618. 



Digitized by VjOOQIC 



745 

BéeeHiêmêiU jmr Ie meme eorrighê ei wêeUariee. Delft 
1641. 12«. 
Paqaot schrijft dit werkje aaa den vader toe. 

^ Bild. Belg. T. IL p. 389; Serrare» Vad. Mus. D. m. bl. 
390; Faqnot^ Mén. T. II. p. 9. 

MËUKLING (Jam), een der eerste, die de leer der Her- 
Tonnden te Amsterdam was toegedaan. Als schutter haalde 
hij, benevens eenige anderen , den predikant Jan Arendsz. 
met een schuit uit Waterland (1566). Ook was hij een dei 
onderteekenaars van het verdrag , waarbij den Hervormden veel 
vrijheid werd toegestaan. In 1578 werd hij tot weesmeester 
aangesteld. 

Zie Brandt, Ref. D. L bl. 385; Commelin, Beschnjv, 9. 
AmiUrd. bl. 986; Wagen aar, Besehrijv. v. Amsterd. D. IH. bL 
168, 199, 479. 

MEUBS. Eene heerlijkheid van het huis van Oranje-Nas- 
san. Van daar dat bij het afstaan van dat land in de 17* eeuw 
ach vele inwoners met der woon naar Nederland begaven, 
durvan hun naam ontleenden en stoffe gaven tot al de vol- 
gQuie talrijke artikelen. 

MEUES (Wal&ayen van), uit het geslacht der graven 
▼tn Meurs, en broeder van Theodorus, aartsbisschop 
vu Keulen, Hendrik, bisschop van Munster, en Fr ede- 
rik, graaf van Meurs (de beide eerste waren ook kardina- 
len), was domproost te Utrecht, toen hij, na den dood van 
bisschop Prederik IH van Blankenheim (9 Oct. 1423) 
beoe?ens Bndolph van Diephorst en Johan van Bu- 
ren, proost te Aken en van de Maria-kerk te Utrecht, naar 
den myter dong. Hij verkreeg hem echter toen niet. Na den 
dood van Suederus van Cuylenburg, in I4b9 te Bazel 
gestorven, verkozen hem eenige kanunniken van Utrecht, 
volgens sommigen te Arnhem, volgens anderen te Dordrecht, 
tot bisschop, welke keus door paus Felix V en het Concilie 
TUI Bazel bevestigd werd. 

Daar hij echter op geen wettige wijze en slechts door een 
deel ballingen, op geen behoorlijke plaats, en door een paus, 
die niet door allen voor wettig werd gehouden , verkozen was , 
wordt hij niet tot de bisschoppen gerekend, en terwijl zijn 
tegenstander Budolph van Diephorst, door paus Euge- 
nias IV als bisschop van Utrecht bevestigd te Utrecht zetelde, 
hield hij zijn verblijf te Arnhem en te Dordrecht, en oefende 
zijn geestelijk gebied over Gelderland, Holland en Zeeland uiU 
In de laatstgemelde stad woonde hij in H huis Kruissenburg aan 
de noordzijde van de Groote-kerk (waarin ook zijn voorganger 
Suederus gewoond had) en hield daar van 14S2 tot 1441 
zijn hof. Van hier deed hij Budolph en diens aanhang in 
den ban en wendde alle middelen aan om in het besit van het 



Digitized by VjOOQIC 



6t«dbm fte gènikei^. Biiïdél^ we)rd do zakk dóét èè& i^hli- 
naai de Cusa bemiddeld; van Meurs schoon tegen déik 
wil van 't volkt bisschop vaiü Müa^Uit^ eh itïi zijnen behoeve 
van het Stift van Utrecht eene zware schatting gevorderd, 
met bedreiging van den ban aan hca die ze wegerden op te 
brengen. De geestelijkheid kantte zich tegen deze schatting 
attn , dié , eehteir niet han Walraven, die kort daamii over- 
leed, maar aan zijn erfgename is betaald. 

Hfj overleed te Arnhem, »èeé Sohda^es vor sinte Michiel 
1456,^* óf £00 al5 een éndcr wil #daeghs nfa Ö. Francidcus/' 
ArnoldüS de Bever gcrné schrijft in zijn V^ron. Monos- 
iêfiensê iféö sturf bisschop Vf airave van Moirsc 6in biseup 
van Munster, dair al dese uuwille, und ongelucke, und veide 
t^n tipdtöt^t, und iVa des tydeh als hi geeores was to dnen 
biscoppe, do quam dessen Lande aite ongeluck, und Iii haddc 
nye willigen dach in dessen Lande." 

iïe A. Matthaéi, AtiaL T. V. p. 89, UI, 112, 123, 125, 
4^5, 4d9. 507. 518; Appèhdtx Ö. Peiri, ad Chronk. de J. Btka, 
p. 140; Bat, Sacra, T. 1. p. 500 seqq.; Balen, Bêschr, v. Dordr, 
bL 774; Barman, ütr. éTaarb. D. X. bi. 453, 455, 456, 472, D. 
II. bl. 53, 121, 127, 183, 220, 221,222,378; Wagenaar, 
Vad. Eist, D. III. bl 498; Kist cu Roy aards, Kerk, Archief, 
(üérste serie), D. IX. bi. 43, 71; C/tron, v. h. Eist, Gmoots. D. VI. 
bl. 151, Ï54; D. VIL bl. ^25; D. VIII. bl. 109. 

MEUKS (A. van). Men heeft: Sudcrman (J.) en van 
Mcurs (A. J.). Protest tegm de maniere van beroeping van 
J), van Heisé^ geruspendeert leeraar bij de Doopsgezinden van 
de Zon te Amsterdam y tot leeraar in (ie vereenigde Doopsgc' 
zinde gemeente te Rotterdam, Amst. 1718. 

M. van Oudenaarden, Aanmerkingen over het Protest 
van Suderman en van Meurs. Aid. 1718. 

A. van Alkmaar, Onderzoek en wederlegging tan het 
Protest. Aid. 1718. 

H. Öchyn en H. van Dam, De Kerkenraedt en gemeenU 
der Doopsgezinden te Amsterdam van de Zon verdedigt tegen 
A, van Alkmaar, Amstcld. 1719. 

Pro veritate et sine proprietaie enz. ter beantwoording van 
het doekje y genoenU De Kerkem^aeds en Gemeente der Doopsge- 
zinden te Amsterdam enz. Aid. 1719. 

MËUKS (CHaiSTOFFKL , graaf Van), en Sarwerden, stad- 
houder van Groningen namens den hertog van Gelder, na- 
tmirlijke zoon van Frederik, érfgraaf van Meurs, naar 
men zegt uit een origeoorloofden omgang met eene abdis van 
bet klooster van S. Cccilia te Keulen. Grootg«bragt in den 
oorlog, had hij zich in zijne jeugd, onder Karel van Ëg- 
niond, tegen het huis van Oostenrijk strijdende, geen geringe 
krijgtroem verworven, llij komt het ce^at in 1519 voor, toen 



Digitized by VjOOQIC 



747 

Vj M éhmi wfté VÉtif d^ btitiog Vati Qèïè^ff; Maafteti 
Van Bössem, é&é met üendrik de Gi^oeff, heer Vti6 
Efkéten , dé Gdderscbe krijgskneöfat^n bx FriMknd e» 6«ft- 
derland gebood, Tet^in^, eA hem tevens i^ staidhouder opHrolgde^ 
Hi; ble^ 2^ks %bi IMi, loeA Ja»par van Mérwiek^ Vol- 
gens Sltchtetih^i^st, idieer otn diensten aan den bevtog, 
ëan om djne deogden hiertoe gekozen , met breeden hnét én 
Aagt naaf Groningen trérd gezonden, ten einde de overbei4 
de Ommelanden en de justiüe te bedienen. Yan Meurs 
Ueef in Friesland en Overijssel, haalde ziéb* de opspraak van 
het bestand niet te hotideti , op den hak en maakte zieh be* 
rttoht door wreedheid jegeiis tij^ kapetlaatt en Ottovanf 
Laiigen , dien hij als verdacht vatthatidel met de Bourgondiër» 
liet ter dood brengen. In 1524 vertrok hij naar Gelderland; 
terd itt 1595 stadhouder van het oVerkwartier ; vereffende de 
geschillen tosschen Yenlo en Nijiïn.egen. 16 1588 den Gelder' 
seben vorst Ie Utreeht verteg«owoordigende, liet bij het Dom- 
kapttel bijeenroepen, stelde de vergadering het gevaar voor, 
waarin de stad en inzonderheid do geesteKjkheid verkeerde, soo 
de muitzieke soklaten langer onbetaald bleven , ea drong hen , 
toen zij, onder voorwendsel van onvermogen , weigerde de plun- 
derng af te koopen, de «^vde en noodelooze" kerkbeelden en 
(gooden en zilveren vaten naar het nmnthuis te brengien. In 
yselftle jaar werd h\j door die van Utrecht gevangen: ont- 
digen, sloothij, nevens Joost van S wieten en Jan van 
Yierssen, in 1536 binnen Grave den vrede tusschen den 
keizer en den hertog , en werd door den laatste , wien hij steeds 
getrouw bleef, in 1535 tot een der uitvoerders van zijn tedta- 
meot gesteld. Nadat Gelderland in de magt van keizer Kar el 
V was gekomen, bleef hij in diens gunst en werd zijn Raad. 
Den 6 Junij 1517 had hertog Kar el hem voor zijn leven het 
graafschap en de domeinen van Dalem, benevens de dijkschouw 
gegeven. Na zijn dood (hij stierf den 9 Oct. , volgens ande- 
ren in Dec. 1566 in hoogen ouderdom) nam het hof, nnmens 
den koning, bezit van de heerlijkheid en luekl de ambtüeden 
In bediening. Kort daarop ontving Joachim Hopperus 
TkkÉa Van den koning, en hij werd den 13 September 1567 
roet de heerlijkheid irThensen en Tienders" tot een erfelijk 
Qelderscfa leen verleid. Met zijn broeder^ Bern ar d, graaf 
van Meurs, was bij m 1501de laatste mannelijke nakomeling 
van het oude huis van Meurs uit echten bedde gesproten. 

Zie FoDtanus, GM Ge$ck. {Missim; Slichtenhorst, GeltL 
Geseh. bl. 354; van Spaen, Inl. tot de Gesch, van Geld. D. III. 
bL 822; J. A. Nyiioff, Bijdr. v. Vad, Geseh. en Oudheidk, D. VI. 
St. IV. bl. 269; Scheitema, Staatk. Ned. o. h. w.; Chron, v. h. 
Eist, Gen. D. IL bl. 378. 

UEUfiS (V]M0£NT graaf van^, en Sarwcrden, stadhouder 
Tan Gelderland, zoon van Freaerik, graai van Meurs. 



Digitized by VjOOQIC 



748 

Beeds vroeg was h\j een der hevigste tegenstanders van hertog 
Am o ld, die hem van zeer ve^e baldadige aanmatingen van 
regt en misbruik van magt beschuldigde* Gedurende de ge- 
vangenis van dezen hertog, had hij veel invloed op diens zoon , 
en toen deze door hertog Kar el van Bourgondië was gevangen 
genomen, werd hij door die van Nijmegen , namens hertog Adolf, 
tot stadhouder, hoofdman of ruwaard van Gelderland, gekozen. 
Toen Arnold z^'n gebied in handen van Karel van Bour- 
gondië had gesteld, koos h^* de zijde van Catharina, 
die zich voor des hertogen zoon , Karel, in het gebied vestigde. 
Hij toonde zich een bijzonder vriend van den laatstcn, wist de 
irouw der Geiderschen levendig te houden en liet zijn eigen 
zoon voor den jongen vorst in Frankrijk te pand. Hij stierf 
in 1499. 

Zie Slichtenhorst, Geld, Oeseh, bl. 2d5, 236, 239, 247, 263 
6DZ.J Scheltema, Staatk, NecL 

MëURS ( ), een landschapschilder, die in den aanvang der 
XVn« eeuw te Amsterdam bloeide en tijdens Michiel Carré 
daar gevestigd was. Mogt echter de M, Maerte Carré bo- 
duiden, dan gist Kramm, zou hg dezelfde met den graveur 
C. H. van Meurs kunnen zijn. 

Op een Cat, v. acküdetyeH 26 Sept. 1742 te Amsterdam 
verkocht komen voor u*. 67: 

Tu>ee lofidêckappen door van JHêura^ met beelden en beeeten^ 
M. Carré f 20. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1100. 

MËUBS (CoBMELis HuBERT van) , kunstgravcur , die om- 
streeks 1760 te Amsterdam bloeide. Hij behoorde tot de gra- 
veurs van den tweeden rang, en bragt meestal de schilderijen 
van van Mieris, Netscher, Dou, Slingcland en 
van der Werf in plaatdruk. Nagler beschrijft 19 stuks. 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEUBS (H. VAN), vertaler van een tooneelspel, getiteld: 
Henry ^uUre of Henrick de Vierde op de jagt^ n. h. Fr. 
van Coüe Bott. 1784, met portret van Hendrik IV, naar 
Mal) lier, door DuhameL Hetzelfde stuk met titelplaat 
van H. Meurs. 

Hij schreef onder de zinspreuk : gusHbue non eet dispnütndum. 
Zie Cat. d. Maats, v, Ned. Leiterk, D. Ib. bl. 146. 

MEUBS (Hendrik), schoolmeester en kunstig schoonschrij- 
ver te Amsterdam, geb. in 1603, en aldaar in 1G89 overle- 
den. Hij is tweemaal in folio afgebeeld, telkens met een vers 
van Vondel, eens naar P. C o d d e n , door P. P o n t i u s ; 
eens naar D. D. Santvoort, door Th. Matham. 

Zie Meerman, Verg, d. Gemeeneb, D. UI. bl. 272; Schotel, 
Avondst. bl. 79; over andere echooDachryvers : Col lot d^Escury, 
HolL roem, D. I. bl. 123, 254, 255; Le Francq van Berkhey 



Digitized by VjOOQIC 



149 

Nat Bul vtm SoiL ML 1S96; Cbt (J. Koning) b^ P.vanEengH^ 
AjobL 18S8, bL 119, volgg. 

MEUE8 (Jacob van), te Amsterdam in den aanvang der 
17* eenw, volgens Na gier ten onregte in 1640 geboren. In 
1648 was hij <r Boekhandelaar en Plaatsnijder op de Cingd te- 
genover de Appelmarkt in de stad Meurs." Hij was een goed 
graveor van portretten. Met heeft o. a. van hem het portret 
▼an Tycho Brahé en van B. Hogerbeets, 1648, naar 
Joh. van Ravesteyn, een uitstekende proeve z^'ner be- 
kwaamheid j yeel minder is dat van Andreas Bi vet, jdet. 
LXXVm, 1650, fol. Nagler noemt 7 portretten van djn 
graveerwerk. Ook in de Land en Beisbeêchryvingm tan Dap- 
per, Nieuhof en anderen komen door hem in het koper 
gesneden portretten voor, alsmede vele kaarten, portretten en 
iiteb van Schotanus Kronijk en Besehriiving van Frieeland^ 
1658 en 1664. 

Van Meurs hield eich ook bezig met vertalen, b. v.: 

Afbeeldmg van U oude Bomen «fij., mei 128 kopere plaien 
ent.y nm nieuw tdt het Italiaansch veriaaU f Jmei. b^j (en 
door) Jac. va» Meurs, 1661, 24K 

Godfried, Hisi. Chronyck. Amst. 1660, 2dn.foL, later 
vervolgd door de Vries 1702 2 dn. fol m. pL 

Ook beeft men van hem: 

Beackryvinge der Nederlanden; zoo uyt Lome Ouicciardyn en 
ttierfi vermaerde ackrifvers hortelyk voorgesteU, en met nieuwe 
Bponderheden y tzedert haren tgdt voorgevallen , doorgaena ver- 
ryekt, Sier benevens zijn éPaenmerctel^ctste steden met hare 
dftekemngen verciert 2 d. Amst. 1662, 24^, 

Zakatlas der vereenigde provinciën, 

SchaU'Platz des Krieges ». d. NiederL 

Biet, of the Dutch wars with France, Bngland, embeüished 
with plans etc 4 vol. 4^ 

VerzameUng van Beyzen (Montanus, Barlaeus, Nieu- 
hof f, Dapper) 12 vol. fol. 1669—1680. 

Se Immerzeel, t a. p.; Kramm, t a. p.; OaL d. Maats, v. 
Nederl Letterh. D. m. bl. 565; Jöcher; BibL FageL T.U.p.dSl. 

MEUBS (Jacob). In de XYII eeuw lid der Bederijkka- 
mer de JPalmöoomy onder de zinspreuk: in LiefcP JFerchende 
te Leyden. Hij leverde verzen in Flissings BedenS'Lust'Hof, 
Zijn spreuk was Lie/d boert deugt. 

Zie V. d. Aa, N, B. A, C. Woordenb. o. h. w. 

HEITBS (Jacobüs vak), zoon vanMartinns van Meurs 
en Anna Oatharina Geerlach, werd 10 Oct. 1689 te 
's Bosch geboren en aan de Illnstre school dier plaats onder- 
wezen, vertrok van daar naar Amsterdam, en bleef aldaar, on- 
der opzigt en in de woning van zijn neef, den predikant Joh. 
Kramer, twee jaren de Illustre school bezoeken. Van daar 



Digitized by VjOOQIC 



no 

ging h^ naar Le|fiden, beeocbi iwoe JaroB de fdMoraakn te 
Leydscbe professoren, en werd in 1702 doer de elassis van 
's Herto^^enbosdi tot pioojion^ aangeooipenf lo lie^lfdp jaar 
aanvaardde bij de dienH te Rq^malen en Empel, ^n vier ju^n 
later te Dranen en Niewwk^rk. Pqp ^3 feit. 17^4 wei4 b|j 
4e Dordreobi ibeivestigd en overleg den l? Febr. 17^7» i^ 
fiedelt 1751 fijn /emeritaat |be hebban verkr^^Or Ujj wff be- 
kend aU «en man in kerkelijke z^k^l^ zeer bedreven, jbekle^de 
aanzienlyke bedieningen in de syoodi^e vergaderingen van ^le 
provinciën, uitgenpnij^Q $'r»^slaad, eM wfw Curator 4^ I4U 
sehool te Dordrecbt, 

H^* bttVMle Walburg, van Walrftv^i», w«44W^ van 
Abraham vun Daverve^dt, predikant te Dri^ep, en liet 
een zoon n^ Abraham Jjeonardus, in 1746 voor de CJ. 
van 's Boseh tot proponent aai^jE^npmen en predikant te QiKJU 
en Nieuw-GasteJ. 

Zie Sckotel, Kerk. Dordr. D. II. bl. 3lt volgg. 

MÜUBS (Jacobüs van)^ een Amsterdamsch kunstenaar. Hij 
vervaardigde in 1788 en 1789 teekeningen voor de platen in 
Trencks LevenageschiedenU en voor andere boek* en gelegen- 
heids-prenten , later leverde bij schilderwerk van verschillenden 
aard op tentoonstellingen , zoo als een Hisiorieele ordomumHe , 
een FruUsiuk^ een Jagthond enz. Hij overleed te Amsterdam 
den 1 ]tfei 1824 in den ouderdom van ruim 65 jaren. 

Zie Immerseely t a. p. bl. 223. 

]|£EU^S (Kapitein VAi^) pntmpeten wij in ()en oorjog tegen 
de Engelschen, 1780 — 1781, Hij kommai^deenJe toen het 
advysjagt de Zeebaars van 80 stukken en behpofde tot hen 
die 14 Mei 1780, op bevel van den prins-stadhouder ^ onder 
^ vice*admiraal Hart^inpk. uitliepen om ziph bjj het smal- 
deel onder den kapitein van Kinsbergei^ te yeirvoe^ep. 

TSü J. Ct 4f Jonge» Q^ch, f. A. Ne4trl ^e^. D. Y. bL 556. 

MEURS (Mr. N. S. yah), uit een bekend Harderw^ksdi 
4|edadit, ichreef; 
. Dna. jur. de Jlsa. Harderoir. 1801. 4^ 

Zie Catf d. HaatM. vau ^V^d. IietteHb. P. H. bl. 459; /2^M^ der 
4cad, IHmrU en Ora$, betreffende de Gesch. d. Vaderl T^o. 140. 

. MEܻ9 (jQHiKHEs fAN), of MEUBSIUS, zoop van 
Jacob Oornelisz. van Mpurs, prediki^nt te l^posduipen , 
werd aldaar in 1579 geboren, Tpeq hn z^ jaren oud was, 
ving zijn vader aan hem de latijnscïie taid te leeren. Het vol- 
gende jaar zend hij kern naar 's Hage , vaar hij vier jaren 
bleef en dauma naar Leydeo, waar hij onder den reetor Ni oo* 
laas Stockias, solke voideringen maakte dat hn^ reeds op 
zijn twaalfde jaar latijasche redevoeringen opstelde. Bgzopdere 
lust en aanlef^ had h^ voor da griekache taaL Pertien jaren 
ood flMMkte h^ reeda Grieksehe venen , m^ ut fjjn aefftie94^ 



Digitized by VjOOQIC 



751 

jaar adifetf b^ »m cpnvw^tfiriui^ op ^n 4wi«^rmi QAfk- 
soheD achqjjrer, Lycopfefp^ paflieUilc. 3Ü rfe l^pftm^ 4er 
taal vD^e hij een gïondjg^ l?6d/:evenhci4 in d^ geae^sd^njs en 
oodb&im ider Grid^en en Latijnefi. N^ het ^n^^ei) ^^|^ 
illdie-jar^, yoriroawde /ob*nnpa vi^n Dldei?l?^i^r|ie?eH 
ham de opiroeding ?ijp§.r Mndqjrea to^, jGie^vendfi tie/) jarw 
bleef hij hoo onderwijzer en yeirgeBeMe \^^ü pp hi^e rmm, 
hetgeen hen k 4e ge)êg.euhpid stelde de voornaamste ^uuopjesehp 
haten, geleerden en bibliplth^^en \^ b^^P^lf^^n, Topn hij zi^h 
io 1608 te Orlieii^s \^^qnd , vfirjtrei^g hy f^t d^n p^og ya« 
doctor in de i^egtfu). Na zijne ^rug)^j][i8t jl^^noexncjep 1^ 
omtoren i;i IHQ tot hopglQ^fi^r \ï) d^ geschiecjenii en 
de Griekeche taal en het yolgend^ jaar de ^tateQ va^ Hoi- 
laod tot hunnen geachied^chrijver. Ne 4^o dppd van Bar* 
aereld» wer4eii 4» fien^nstr^tsche leeraren afg^^^t, efi 
8cbooB M^uraiu^i zich uii^mier met d^ ^dgei^rdheid beifnopid 
had, w»s het vpl^pi^pde da^ Jl^jj d^ Jkinderen van Qld^fi bar- 
se veld hfd pnderwezep om te tracbtep h^m v^ de «^df^mie 
te verwijderen. Daar zulk? ecb|t^r gi^en reden was pxn ben^ 
ailks te doen , ppogde n^n hem 4ppr pnhenapbe bejegeni^geif 
lot het verlaten van zy'^^PP^ ^ d\|ring|Si^, en psn v^rwj^th^ 
meer dan eenm^ ^ai }i|j te veel boegen achreef et\ 4§ honger 
school geen vrucht van ^ijne st^ien t|::9kf Meufaiu^ bM.(! 
vA eehter rtaancle» tp^dat zicb efin^ geadiikte gel^gepb^id 
QMbood jLfeyden te verlaten^ In 16^5 noodigde Ob^istia^Q 
Ff, koning van Pfsnen^arken , hem ui^ ^an de ^opr bw k^r 
ftóiie booge^bool \e Sproë h|et hopgIe|Br!^r;^i9bt |o ide geschil- 
dais en jstfuUkun^ie te bekleeden ^n l^npemde bep;i tejr^f^ tpt 
lijo ge8chied9chrijver. ^ij voldeed gereedelyk nap d^p uj(- 
noodiginp , yertrpk naar Denemarken len verwiprf dp achting 
van den koning en der voom^iamstp grootei^ aan het ix^. Yropr 
gere en latpfrp geleerden zyn eenstemmig in ^ijn lof, pn prijzpp 
om ?tryd zijne groptp geleefdb^Jd, ajleen Sc^Iig>f Oi di^ 
geen majedinger kpp vef dragen, hjel^ hem yoof een pe^apt^n 
ea verwaanden ^'eetniet. 

De pngegronflbeid d^zer beachuldiging f^prdt be^e^^ ^ppj 
een reeks vap gesph^üWn oyer ^e griekaohe regtsgelepr^h^jd 
en ottdbeidkpnde, ppg boden een pnacll^Atbar^ v^rzap^eling yap 
bouwstoffen, hoezeer men daarin niet 4^6 ??J>J9geprige gedg^* 
ponten moet zoeken, waardoor de latere school zich zoo roem- 
rijk onderscheidt; eene reeks zóó groot, dat J o ban nes Im- 
periali? *) bwserde dat hi^" alleen meer Griejpsche schrijypnf 
Wi gecppunentaneer4 pn overgezet , 4au al 4e pyer^pn 4 94r 
men in hcffidcocd jiMren^ Mftgirps, fppe l^lpupt en fele 



>) Muê. p. 204. 



Digitized by VjOOQIC 



752 

anderen hebben de getnigenissen van een reeks van schrijvers oit 
versehillende landen en tijden nopens de uitgebreide kennis soo 
der classische oudheid als der oude talen van Meursias aan* 
gehaald; alle roemden vooral zijne buitengewone vl^'t, naarstigheid 
en geleerdheid; zelfs Wyttenbach geeft hiervan getuige- 
nis. Als oordeelkundige moet hij echter voor Yossias en 
vooral voor Jonsius onderdoen '). In zijne jeugd schreef 
hij Latijnsche gedichten, die in 1602 afzonderlek verschenen 
en van welkeook Gruterus (T.ni.p. &A1 — 699) eenige heeft 
overgenomen. Wanneer wig op het oordeel van tijdgenooten afgaan 
dan z^n ze voortreffelijk, doch niet zoo gunstig is dat van lateren 
zoo als van Peerlkamp. Zijn Rerum BelgieaaruM Liber utius.h. 
B. 1612. 4*^; Rentm Belgiearum LU.IF.L.B. 1614. 4*, en zijn 
Inducianm hiatoria et efuadem belU fitda, dat hij er als een 
vijfde boek bijvoegde, gaven hem een plaats onder de vader- 
landsche geschiedschrijvers. Het eerste dezer geschriften baarde 
hem vele moeijelijkheden en berokkende hem magtige vijanden. 
Men beschuldigde hem van verregaande partijzucht. Hij zag 
zich gedrongen om dezen druk zooveel mogelijk te vernietigen, 
althans de afdrukken daarvan behooren sedert lang onder de 
zeldzame boeken. Doch hij begreep tevens den verkeerden in- 
druk, dien h^ gegeven had, te moeten matigen. Het was 
hierom, dat hij het boek geheel omwerkte, het een en ander 
uitliet, en er weder wat bijvoegde. Hieruit ontstond het werk, 
dat hij als een 5« boek, bij zijne geschiedenis der 6 jaren 
van Alva's bestuur voegde. Hij schijnt echter hiermede zijn 
doel niet bereikt te hebben, althans de haat verminderde niet, 
en toen hij deze uitgave van 1614 aan de algemeene staten 
wenschte op te dragen, wezen deze die eer beleefdelijk van de 
hand. Het verschil tusschen de !• en 2« uitgave, is zoowel 
aanmerkelijk als belangrijk, waarom de uitgever van alle de 
werken van Meursius beiden heeft doen herdrukken. Zijn 
Qitüielmu» A^riacM Hve de rebus ab eo geati» usgue ad exceS' 
sttm ReguêiemL L. B. 1621, ook Amst 1638, 4^ is een be- 
langrijk en goed geschreven werk. In het laatst van zijn leven 
leed hij veel aan de kwaal der geleerden, den steen, waaraan 
hij den 20 Sept. 1689, in den ouderdom van 60 jaren, over- 
leed. Zijne weduwe en zoon lieten op zijn grafsteen te Soroë 
dit grafschrift beitelen: 



1) Ut Jo. Menrsins priores omnes dOigentiae lande sn- 

peravit, ita mox plus aliqtianto jadicii attulit 6. Jo. Vossins, plas 
etiam Jo. Jonsins, omnes et migores et minores superatorns, si 
vita ei longior obtigisset^ Wyttenbachii Ojmsc. T. I. p. 661. 

«Nihil hoc viro in evolvendis omnibus omnium aetatom ScripCo- 

ribus fieri potnit diligentins, et in obsenrando et oonqnirendo 

qnioinid ad veterem Graeciam illostraodampertinet, stndiosias. Grae- 
vins.'» 



Digitized by VjOOQIC 



763 

SI8TB YIATOB, 
A8P1CE HIC 

JOHANNEH HEURSIUH 

NEO XAJOBA aUAEBE ELOGIA 

TBSTANTUB VIBI SGBIFTA 

aUOD MAJT3S HOC KOKINE 

NIHIL HABUERIT 

SOBAE. 

Ntdus DefuUus. 

1579. 1639. 

Uit dit grafschrift blijkt dat Vaterins Andreas en Han- 
kina zich bedrogen hebben door 1641 zijn sterfjaar te noemen. 

Hij huwde in 1612 Anna Catharina Bilderbeccia, 
die hem een zoon schonk (Jo hannes), die volgt. 

Hij is in de Jlma Acad, Z. B, , in zijne Aih. Baiav. en later 
door S. de Pas afgebeeld. Men vindt ook zijn afbeeldsel bij 
Pars en Boissard (T. IV. Tab. XXIII). 

Hij scbreef: 

Lycopkronis Cassandra cum versione Josephi Sedligeri et com- 
waUariis Mearsii. L. B. 1596, 1699. 8^ Joh. Potter 
Wt deze comment. opgenomen in zijn uitg. van Lycophron, 
Oiford 1697 fol. in CommetU. Jo, Tzetzae^ c. n, Canteri 
Mmrsii el suis. Oxon. 1702. f. 

Spicüeffüm ad TheocrUi Idylia. L. B. 1597. 8^ 

Notae öreviores in MacraHum, in de uitg. van dezen schrij* 
f€r ex castig. J, L Fouiani cum natis eiusdem, L. B. 1597, 
eo in eenige volgg. 

Exerdtatumes cri£icae, sive curae Flauiinae et Jnimadver- 
tiomm Miscellanearum Libri IF. L. B. 1599. 8^ 

Criticus Amobianus et Hypocrilicus MinuUanus. L. B. 
1598, 1599. 8^ 

Jf. Porci Caionis de re mstica Lieer. C. notis, L. B. 
1598. 8». Franek. 1620. 8«. 

De Gloria Liber. Gum Auctuario Pkilologico. L. B. 1602. 8^. 

Foëmata. L. B. 1602. 8^ 

Fanegyricus dictus Jacobo J, in Ausjnciis Begni. L. B. 
1603. 8^ 

De FtOÊere lAber singularis in quo Oraeci et Bomani ritus 
expUcantur. Item de puerperio syntagma. Hagae comit. 1602. 
8». Deels in T. XI , deels in T. VIII van den Thes. Antig. 
Graee. v. Gronovius. 

Meditationes Ckristianae in Fsalmwn CXFl et tres priores 
portee Fs. CXIX. Heidelb. 1604. 12®. Opgedragen aan J. 
V. Oldenbarneveld. 

Boma luxuriatUy sive de Luxu Bomanorum Liber singularis f 

48 



Digitized by VjOOQIC 



754 

cim ManHsaa sive oöservatiotdóus criUcU et notia in Aatramp' 
9%chi Oneiocriticon y aive de aommorim Judiciis, L. B. 1605. 
4^ It. auciior 1631. 4^ De Lu^u Bom. in den Thea. Jnt. 
Bom, V. Graevius. 

Georgiua CodinM de origtnilma ConaiantinopolUania Graeoè 
ctm veraione LcUvm Oeorffii Douaa et Meuraii notia, Aure- 
Uae AUobrog. 1607, 8^ It ex edit. P. Lambecii. Paris., 
1665, fol. 

Apüleii Apohgia cum caatigationibM Meuraii L. B. 1607, 
8^ It. Gum commentario Scipionia OentiUa s Hanonae, 1607, 8^. 

Anmadveraionea ad Phaedri Auguati Liöerti Faèulaa, L. B. 
1610, 8^, 1617, 8^ 

Gloaaaritm Graeco-Barbarum, L. B. 1610, 4^ auctiua, L.B. 
1614, 4®. (verm. met 1800 woorden). 

Conatantimia Porphyrogeneta de admmatrando Imperio Graecè 
et Latinè cum notia. L. B. 1610, 1617, 8«. 

Leonia Imperatoria Tactica, aive de Be mlUari Graecè et 
Latinè, cum notia. L. B. 1612, 4^ 

Benm Belgicarum Lieer Unua, in quo Indudartm Hiatoria 
et anni noni reUquae 1602, 4^ Volgens Vogt behoort deze 
uitg. tot de allerzeldzaamste boeken. 

Hesgchii Mileaii Opuacula de Originióua Conatantinopoiitatda 
et de Firia Doctrina claria, Graecè et Latinè, cim notie, 
L. B. 1613, in 8«. 

Ferdinottdua , aive LUtri IV de rebua per aewennium aub Fer^ 
dinando , Duce Albano , in Belgio geatia. Additvr quintus, aeor- 
aim ante excuaua^ in quo Induciarum Hiatorca et ^uadem beïU 
finia expUcatur. L. B. 1614, 4«. Ook m. d. titel: /. M. 
Berum Belgic, Libri Qnattwr, in quibua Ferd, Albani aexen^ 
nium belH Belgici principium etc. L. B. 1614, 4^ Ook bij 
zijne Hiat, Danio. etc. gevoegd. 

Beaaarioma Caardkidli» Bpiatola Graeoo-Latina , cum notia. 
L. B. 1618, 4«. 

Herodia Inacriptio Graeca totidem veraibua Latinia expreaaa, 
in 4^ 

Ariatoxeni Blementa Harmonica, NicomacJd BncMridion Har» 
monicea et Algpii laagoge Muaicae, Graecè. L. B. 1616 in 4^ 

Philoatrati Epiatolae aliquot Graecè, cum Diaaertatiane de 
Phüoatratia. L. B. 1616, 4^ 

PdUadii Hiatoria Lauaiaca , Graecè cum notia. L. B. 1 616 , 4^ 

Conataniini Manaaaia Atmalea Graecè et Latiné cum notie. 
L. B. 1616 in 4^ 

De popuUa Atticae Uber aingularia. L. B. 1616, 4^, ook 
in het IV D. v. d. Tkea. v. Gronovins. 

Atticarum Lectionum Libri FL L. B. 1617, 4^ Ook in 
D. V. V. d. üT^ea. v, Gronovius. 

Theophylacti Bulgariae Archiepiacopi Bpiaiolae, Graecè 
cum notia. L« B. 1616, 4^ 



Digitized by VjOOQIC 



755 

Ckaleidiu9 in Tmaeum PlatomSy Oraecè cum notie. L. B. 
1617. 

JSuseèii Po^ekromi et FaeUi exposUiones in Canticum 
Canlicorum, Graecè cum notie, L. B. 1617, 4^* 

Tkeodori Metochiéae üistoria Romana a Julio Caeêore 
ad Conatanüman M. Oroêcè et Latinè cum notis, L B. 

1618, 4». 

Constantini Porphyrogenetae Tactioa, Graecè et Latinè. 
L, B. 1618, 8«. 

Fariorum Divinum Lieer , sive Orationes Pairum numquam 
editae; videlicet Anastasii JnHochiae Episcojpi in laetum nun- 
Umm immaculatae Deipar ae aüatum; Andreae Hieroaoh/mitani 
Cretae Arckiepiseopi in mtam humanam et deftmctos; Methodii 
ie Uèero arbitrio; Timothei Preabyteri Coneianiinopolita$n de 
accedeniibue ad S. EccleHam, et de duabus Ckriati naturis; 
Hilarionis Monachi de pane Mystice Graecorutn et Latinorum, 
Graecè cum notU. L. B. 1619, 4^ 

Orckesira^ êive de saltationibus veterum L* B. 1618 in 4*. 
ook in Graevii Thee, T. VIII. 

Oraecia feriata, aive de festie. Oraecorum Libui VL L. B. 

1619, 4'. in Graevii Tkes. T. VII. 

Jntigoni Carystü paradoxa, eeu Hiêtoriarum mirabiÜum 
tollectanea Graecè et Latinè, cum notie. L. B. 1618, 4*. 

Fanathenea, êive de Minervae /esto gemino, L. B. 1619, 
4'. en in T. VII. v. d. Thee. v. Gronovius. 

Eleueima, eive de Cererie EïeuHnae sacro et festo. 1». B. 
1619, 4«. Als boven. 

AuckyluSy Sopkociee, Uuripides, eive de eorum Tragoediis 
Libri III. L. B. 1619 in 4^ Ook in Gronovii Thee. 
LX. 

PklegotUis li'alliani opuecula Graecè et Latinè cum notie. 
L. B. in 4. Ook in Gronovii Thee. T. VIII. 

JpoUoim Dyecoli , Jlexandrini, Hieioriae Commentitiae Liber , 
Graecè et Laiiné^ cum commentario et eyniagmaie de ^ue nomi' 
«M ecriptorihus. L. B. 1620, 4*. 

Porpkyrü Philoeophi opera, Graecè cum notie. L* B. 1630, 
door Jonsius geprezen. 

Procopius Gazaeue in Libros Regum et ParaHpomenon. 
Graecè et Latinè , cum notie, L. B. 1620 in 4^ 

GtnUelmuê Auriacue , aive de rebua toto Belgio tam ab eOy 
fuom ejua tempore geatia, ad exceaaum Ludovicü Requeaenaii, 
Ubr. X. L. B. 1620, 4^ Amst. 1638 met de overige histor. 
werken van Mearsius. 

Arehantea Athemenaea, aive de iia gui Athenia aummum il- 
hm Magiatratum obierunt. L. B. 1622, ook in Gronovii 
Tkea. T. IV. 

Fortuna Attica^ aive de Athenarum origine, incremento, 
magmiudinê^poteiUiaf gloria^ vario atatu^ decremenio et oocaau 

48» 



Digitized by VjOOQIC 



756 

lieer singularis, L. B. 1622, 4^, ook in Gronovii Tkes. 
T. V. 

Cecropia sive de Mhenarum arce et ejusdem onHquUcUióus, 
L. B. 1622. 4^, ook in Gronovii Thes, T. IV. 

Graecia hidibnnda^ sive de Ludis Oraecorum, ec D. Souteri Pala- 
medes. L. B. 1622, 1626, 8*., ook in Gronovii ^»^*.T.Vn. 

PisistratuSy sive de ejus liberorumque vita et tyranmde* 
L. B. 1623, e*,, ook in Gronovii Thes. T. V. 

AreopaguSy sive de senatu Areopagitico lieer singularis , 
L. B. 1624, 4^ 

Als boven. Er is een Ital. overzetting van, getiteld: Ris' 
tretto deW Areopago di Giov, Meursio tradotto ed abbreviaio 
da Francesco Comiani. In Fenetia 1628, 8*. 

Athenae Atticae^ sive de praecipuis Atheniensium antiquUa- 
Ubus Libri IIL L. B. 1624, 4^. ook in Gronovii Tkes. 
T. IV. 

Athenae Batavae , sive de urbe Leidensi et Academia , virisque 
claris gui utramque ingenio suo atque scriptis illustrarunt. L. B. 
1625, 4®. m. portr. 

In 1613 verscheen naamloos lüustris Academia Lugduno- 
Batava, en in 1614 Alma Academia Leidensis ^ die beide door 
Ni oer on aan Meur si us worden toegeschreven, doch ande* 
ren schrijven het laatste aan Joh. Orlers toe. 

Historiae Danicae Libri III ^ in quibus res commemorantur 
gestae a Christiano I ac Joanne ejus fiUo et nepote Chris- 
tiano II. Hafniae 1630 in 4®. Amst. 1638 met de overige 
histor. werken van M. 

Historiae Dameae^ sive de Regibus Danis, qui familiam 01- 
denburgicam praecessere , eorumque rebus gestis Libri X. Hafniae 
1630, 4^ Amst. 16'.^8 foL ook met dezen titel: Historia 
Damca pariter et Belgica, Operum Omnium tomus primus. De 
overige deelen zijn niet verschenen. 

Denarius Pgthagoricus y sive de Numerorum usque ad dena- 
rium qualitate ac nomimbus secundum Pgthagoricos. L.B. 1631 
n 4^, ook in Gronovii Thes. T. IV. 

Aelnothus de vita S. CanuH Regis Dnmae et Anonymus de 
Passione 8. Caroli^ Comitis Flandriae, cum notis. Hafniae 
1630, 1657, 4,\ 

Solon^ sive de ejus vita^ legibus, dictis atque scriptis Uber 
singularis. Hafniae 1632, 4*. ook in Gronovii Thes. T.V. 

Regnum Atticum , sive de Regibus Atheniensium eorumque re* 
bus gestis. Amst 1633, 4^ ook in Gronovii Thes. T. IV. 

2%eophrastus , sive de ilUs libris qui injuria temporis inter^ 
cidervnt liber singularis. Accedit Theophrastearum lectionum 
libellus. L. B. 1640, 12^, met een brief van Adolph Vor- 
stius over den dood van Meursius. Ook in Gronovii 
Thes. T. IV. 

Misceüanea Laconica, sive variarum antif[uitaium Loeomco' 



Digitized by VjOOQIC 



757 

fits» tióri IV jnrimuM edUi curd SamneUs Pufendorfii. Amst 
1660, 4*. Ook in Gronovii Thes. T. V. 

CeramicHU Geminufi , sive de Ceramici Atheniensium utriusque 
aUiquUeUiÓM Uber singularU. Ultraj. 1662, uitg. door J. G. 
Graevius, ook in Gronovii Thes, T. IV. 

Cretüy Cyprus, JRAodus, sive de Insülarum harum nobiUari 
uantm rebus eó aniiquitaüóus commerUarii poathumiy nunc pri' 
mum et^ü Amst. 1675 in 4^ uitg. door Graevius» 

Tkeseuê , sive de ejus vita rebusgue gestis Uber posthumus. 
AeeedutU ejusdem Meursii Pardlapomena de Pagis Aiticis^ et 
excerpia ex Jacobi Sponii Itenerario de iisdem pagis . Ultraj. 
1682 4'. uitg. door Graevius. Het 2* St. van dit deel is 
een sappiement op het boek de popuUs Mticis , ook in T. X 
tan den Thes. Gronov. 

Tkemis Aitica, sive de Legibus Attxcis Ubri duo. Ultraj. 
1685, ook in T. V van de Thes, Gronov. 

Be Hegno Laconico libri II, de Piraeo liber singularis, et 
M Heüadii ChrestomatUam animadversianes. Ultraj. 1687 in 
4*., ook in T. V Thes. Gronovii. 

Een klein, zeer luxurieus werkje verscheen met den titel: 
Akisiae Sigeae Toïetanae Satyra sotadica de arcanis Amoris 
ei Feneris. Aloysia hispanice scripsit: latimtate donavit J, 
Ueursiua , z. j. ot pi. , doch waarschijnlijk te Grenoble omstreeks 
1680 gedrukt. Dit werk is noch van een Spaansche dame, 
Doch door Meursius vertaald, het is het werk van O ho- 
rier, advokaat te Grenoble. Evenwel bleef men Meursius 
roor den schrijver houden en werd het met den titel J. Meur- 
sii elegantiae laiixi sermonis meermalen herdrukt Sommige 
schreven het aan Joh. Meursius den zoon toe , anderen hid- 
denJaa Westrene, advokaat te 's Hage voor den schrijver. 
Behalve in de Delic van Gruterus zijn er nog gedichten van 
Meursius verspreid, b. v. voor P. Bertii Tabularum Oeo- 
grapkic,, contract, libri F. Amst. 1602. 

Opera omnia quorum quaedam in hac editione primum appa* 
rent, Jo. Lamius recensuit et scholiis iUustravit. Florentiae, 
Regis Magn, Etruriae Ducis Tgpis 1741—1763 fol. X/Zvol. 

Brieven van en aan M. vindt men in A. Alciati Tracé, 
contra viéam Monast, cui accedit syüoge Epistel, ed, A. Mal* 
iiaeo» Hagae Comit , 1 740 , 4®. in Sgll, Epist , P. Burmanni, 
T. n. p. 35} Petri Cunaei Epp. CLXXV ad CLXXXII; 
Baudii Epp. T. 1. p. 82, 84; J. Wouweri, Epp. Cent. 
II. Cent. /., I, XV, XVI, XIIX, XIX, XXVIII, XXXVI, 
in, M. Gudii Epp. p. 281, 282; J. G. Graevii Epp. 
124, 151, 547; Vossii Oper. T. lil; Barlaei Epp. enz. 
Op de Acad. Bibl. te Leyden zijn de volgende mssc. van 
Meursius: 

Leo Imperatoris Tactica Graec. et Lat. Lugd. Bat. 1672. 
Cum charta pura , cui , interdum varia sunt inscripta. 



Digitized by VjOOQIC 



758 

Matth. Bêmeggeri notae ad J, MeurHi Glossarium Oraeceo- 
Barèarumy excerpta ex codice BióL Ouelpherbytanae, 
Supplementu Glossarii, Graeco-Barbaru J. M. 

Zie CaU BibL publ L. B. p. 182; J. Geel, CaL libr. mss. n®' 
246, 279; Brieven in hss. CaU mss, J, v. Voorst j p. 188; CaL mss» 
J. Koning, p. 85; J. Valer. Schrammii, DispuL de Vila et 
scriptis J, M. patris, Lips. 1716. 4°.; D. G. Molleri, DUs. de 
J. M. Altdorf, 1693. 4^; Noremb. 1732. 4«.; J. VorstiuB, EpisL 
de Obitu J. M. in Gronovii Thts, antiq, Graec. T. X. en vóór 
den Theophrastus yan M.; F. Sweertii, Ath, Belg, p. 448, s.; 
Val. Andreas, Bibl Belg, p. 450; Morhotf, Polyh. lAter. C. Vf , 
5 13, p. 928; C. IL § 2, p. 938; L. VH. C. I. § 18, p. 1013? 
T. I. L. I. Polyh, Philos. C. H. J 4 P- 15; L. II. P. II. C. XL. 
§ 4, p. 426; Foppens, Bibl. Belg, T. IL p. 689—628; Pope 
Blonnt, Cens, p. 953 — 955; T. Magiri, Epanym,; Jon- 
sius, de Script, Bist, phil. IIL 35, 1. I. 2, 6, 2 I. 17, 4. II. 2, 
7. n. 10, 3. n. 2, 3. IL 16, L IIL 9, 5. UI. 12, 5; Witten, 
Mem, Philos, et Phtlol, T. I. p. 478; Meursii, Atk. Bat, p. 192; 
Alma Acad. Leid, p. 227; Molleri, Itypomnem.j Homonymoscopia ^ 
p. 701, 702, 908—910; M. ld. Hanckius, de Script. Rer, Rom, 
C. 88, p. 286, 226; L. IL P. L C 88, p. 406— 412; J. G. Grae- 
yins, Proef, ad Meursii Cretam, Cyprum et Rhodum, Anist. 1675. 
40.; ld. Proef, et Epistolae, p. 124; ld. Cohors, Musar, p, 211, 
236, 318, 32ü; Imp, Mus, Bist, p. 204; Crenii Animadv. PhiloL 
P. m. p. 169; P. V. p. 25, 26; P. IX. p. 166; J. Rutgersii 
Var. Led. p. 25, 45, 58, 129, 131, 289, 291, 452, 496, 560; 
N. Heinsii Advers, p. 60, 72, 338, 375, 493; Euat. Swart, 
I. 2; AnaL C. 2; Vossius, de Scient. Math. C. 9, 20; Sect. 4; 
ld. de Idolol. L. L C 2; ld. de Vit. Serm, L. IL C. 2; Nic 
Pin e 11, Addit. ad Omilph, Parwin, de ludis drcens, L. IL C L; 
J.A. Fabricii, Bibl, Graec, Vol. XUL p. 626—633; ld. BibL 
Antiq. (Index); Jo. Fabricii, Hist. Bibl, P. IIL p. 252, 243; P. 
V. p. 258 — 261, 491; Conring, (fc Antiq, Acad. Supplem. 7; ld. 
de Gvit, prud, C. 14, p. 300, seq. 332; G. Krantzius ad Gou- 
ring, Sacc. XVI. C. V. p. 218; Henmanni, Resp. Utt. p. 34; 
Harlesii Introd. in Eist. Ling. Lat. p. 32, 143, 163, 242; Gei- 
nerus, ad Isagogen, T. I. p. 457; Weytingh, Bist, Liter. p. 2\ \ i 
Benghem, Bibliogr. Hist. p. 175; Alb. Barthol,, de Script, 
Donor, Pars, Index Batav, p. 166, 274, 275, 384; J. A. Bos, 
de comp. prud, civ, N°. 53; Groschusins, Proef ad novam Libr, 
rar, collect, p. 33; Freytag, Anal. Zitt. p. 598; Vogtii, Cat. libr. 
ror. p. 463; P. Cunaei, £';?p. p. 46, 109, 110, 134; Boxhornii 
Epp, p. 5; It. Casauboni Efp. ^. 390; (Eryc. Poteani Epp. 
Cent. /, Epp, 83; Syll EpUL Burmanm, T. IL p. 394, 428, 799; 
T. m. p. 258, T. IV. p. 38; Burmanni, 7raj. erud, p. 119, 
120; Freheri Theatr. p. 1535, ;i536; Saxe, Onotn, T. IV. p. 
84 — 86; Anal. p. 574; Borrichii, Dissert, Acod. de PoëtiSy p. 
170; Hoc u f ft, Pom, Lat. p. 119; Peerlkamp, de Poet. Lat, 
Neêrl, p. 306—308; H. Grotii, Poëm, ji, 70; Ileinsii, Po»il p. 
47 ; Alb. Eufrenii, Poem. p. 102—104; J. Bodecheri Ban- 
ninghii, Poem. p. 174; P. Scriverii, Poem. p. 79 ; Barlaeu., 
Poem, p. ; P. Burmannus, Proef, od Phaedrum^ p .16; Elog. 
Tib. Eemsterhusii ed,; 69, 59; Bergman, p. 5 , 217, 240; Scalig. 
p. 70; Nic. Kigalti, ^otoe in lib. 7, Phaedri Fob. IV; Wyt- 
tenbachii Opusc, T. L; Acta erud, 1684 p. 551, 552; 



Digitized by VjOOQIC 



759 

BibL Thfs. p, 41; Brandt, BkL de Btf. D. m. bh 922; BibL 
Bmmw. T. L VoL il p. 1441; CaL bibl publ IamcL Bat. (Index); 
BicL Umv,; Biogr, Univ,; Dict. Eist.; Nouv, Dict. Sist,; ^ouv. 
Biogr, genercUy; Niceron, Mém, P. XII. p. 181 suiv.; Coupé, 
Soirees Litt, T. III. p. 215; Michault, MèUmg, Eist.; Baillet, 
Jwgem. T. IL p. 55, 224; En/ans eélèbres, T. V. p. 68, 69; Pa- 
^not, Jfém. T. IL p. 592; Journal des Savans., 1748 p. 263; Brn- 
net» Mamel dn Wyraire, T. III. p. 481; Joch dr, Bauer, CW. 
Lex,; Jaeob ComeUsz* tfon Meurs, ütrechtsch momdk, predikant te 
Loosduinen, vader tfon J, Meursius^ in v. d. Monde, Ttjds. 2 S. 
D.IIL bl. 81; Astrea, 1855, bl. 389; Vonck, Inl voor de Bcschr. 
V. Doesburg, door A. Huygen, bl. LXIU; Bleiswijck, Bescht. 
V. Delft y bl. 811; Leo. v. beroemde mannen en vrouwen^ D, II; te 
Water, Verb. d. Edelen^ D. IV. bl. 382; de Wind, Bibl d. Ned. 
Gtsekitds. bL 816, 817, 568, 569; Beaufort, Lev. o. Willem I, 
D. L Voorr. bl. 7; J. C de Jonge, Nederi en Venetië^ bl. 881; 
Tan Kampen, Behu Geschied, d. Lett. en Wetens. D. L bl. 273, 
274, 275; D. Hl. bl. 71; Siegenbeek, Gesch. d. Leyds. Eooges. 
D. L M. 103, 118, 119, 133; D. IL bl. 92, 93; yan Voorflt, 
Verk. over de Letterk. verdiensL van E, de Groot ^ bl. 43 — 45; J, 
Barenth, Over den Catechism. D. I. bl. 20; S. ran Beanmont, 
Gedichten (nitg. Tideman, p. XXVI en p. 247; Collot d'Es- 
corj, HolL roemy D. IV (1) 23, 24, A. UI. bl. 364; Kist en 
Bojaar ds, Kerk.Arch. (2 serie) D. V. bl. 306; Mor er i Lniscius; 
Hoogstraten; Kok; Kieuwenhnisen, Woordenb. d. ZamenL; 
Kobus en de Birecourt; Mnller, CaU v. portretL; Cat. J.Ko- 
étgy D. I. bl. 211. 

MEUBS (JoHAKNïs van) of MEÜRSIUS, zoon van den 
forige , werd te Leyden geboren , volgde z^n vader naar Soroë , 
waar bij in den bloei van zijn leven stierf. 

H^ schreef: 

M^estaa Fmeüi. L. B. 1640 , 12^ 

Coüectamea de Tióiü veterum. Soroë 1641 , 8^ Ook in den 
Thet. van Gronovius T. VIIL 

ObêervoHonea PoliticO'Miêcellaneae, Hafniae 1641, 8^ 

Arboretum sacrum, sive de Arborum, Fruticum et Herbaruot 
etmêenMsHone y proprieiatey usu ao qualitate lióri IlL L. B. 
1642. Ook met de herbaruoi libri IV vanRapin. Sommigen 
idirijven dit werk ten onregte aan den ouden Meur sius. 
Zie ManiUêa j^ntiquariae stepeüectiliê p. 524. 

De Caroms liber singularis , 1653 in 4^ 

It. Accessity C. Ricciiy Diascosis de coronatione regia 
ijusque riluum rationióus. Hafniae 1671, 8®. 

Dissertafio Apologetica^ adversus Samuelem Afaresiumy pro 
Biêseriatione Marci Zuerii Boxhomii de Trapezitis. V a l e r i u 8 
Andreas haalt dit werk aan, zonder het jaar der uitgaat op 
te geven. 

Zie Foppens, Bibl Belg. T. II. p. 693; Königii, Bibl Vet. 
et Noo. voce; Freytag, Anal Litterar. p. 596; Val. Andreas, 
Bihl Belg. p. 538; Niceron, Mém. T. Xn. p. 198, 199; Saxe, 
Ononu T. IV. p. 466. 



Digitized by VjOOQIC 



760 

MEUBSINOE (Albxut) werd 22 Febr. 1812 te Meppel 
geboren, studeerde te Leyden in de godgeleerdheid « en l^e 
zich, onder de hoogleeraren Hamaker en Weijers, in- 
zonderheid op de Oostersche taal- en letterkunde toe. 

In 1839 verdedigde hij onder den ïtaXsie een J^cimen e LiU. 
OrierU. exk, Sojutii Utrum de lnterpreiibu9 Koraai ex Me. 
Cod, Biblioth. Leid., werd hierop honorU causa, doctor in de 
letteren en aè^utor interpretU legcUi fFameriatd en hield zich 
als zoodanig met het exploiteren van arabische codices bezig, 
In 1846 vertrok hij ab leeraar in de maleische taal naar 
Delft, waar hij 10 Maart 1850 stierf. 

Men heeft van hem: 

MaleiscA Leeeboek voor eereibeginnenden en meergevi}rderden. 
Leyd. 1842, 8®. 

Handboek voor het Mohammedaaneche Regt, in de Maleiache 
taal: naar oorspronkelijke Mal. en Arab. loerken van Moham- 
medaanscAe Jtegtsgeleerden beteer kt, Amst. 1844, 8^ 

Zie Schotel, de Bibliotheek der Hoogeschool te Leyden, bl. 48; 
Cat. Hbr, Bibl. pubL ütdv, Lugd, Batav, arms 1814 — 1847 iUato- 
rtm, p. 229, 324. 

MEUS (Haviken), te Leyden geboren, diende als kapitein 
gedurende het beleg dier stad. Hij sneuvelde in een uitval der 
burgers, waarbij zij de Boshuisscbe schans afliepen, overwon- 
nen en al wat er in was doodsmeten , 26 Julij 1574. 

Zie Bor, Oorspronck der NederL beroerte, B. VII. fbl. 42. 

MEUS (Lieven). Zie MEHUS (Lieven). 

MEUSE (Jean de) bloeide na van Eyck. Niets dan de 
naam van dezen kunstenaar is tot ons gekomen. 

Zie Spiendeur de Vart en Belgique, etc. p. 404; Kramm, t. a.p. 
bl. 1109. 

MEUSEKS (M.), leefde in het midden der XVU» eeuw, 
en maakte zich als dichter bekend door een liedje getiteld: 
Avontë-Veer-Kyckertje , te vinden in Amalerdamache Vreughde* 
stroom. 

Zie v. d. Aa, A'. B, A. C. Woordenb. o. h. w. 

MEUSEVOET (Vincent Regneri) of MUESEVOET, als 
predikant beroepen te Sevenhoven 1590, te Schagen 1598, 
waar hij in 1624 overleed. Zijn zoon Dan iel kwam in 1618 
als predikant te Marken , in 1620 te Oude Zijpe, en stierf 
aldaar 1654. 

Hij vertaalde verschillende, meest stichtelijke werken uit het 
Engelsch en Fransch, zoo als: 

fT. Ferkins, een exellent Tractaet van de conscientie. Haarl. 
159S. 



Digitized by VjOOQIC 



761 

W. Perkmêj Verirooêiingkê voor beroerde eonedenüeu van 
èoeiveerdiffke Sondaren. HaarL 1599. 

Tkeod, Beza, Predicaiien over de drie eerste capittelen des 
looien Liedls Salomctds .... Wt de Iransch. in NederL iale 
^Utr. overgkeset door F. üf. Dien. der G. W. iot Schaghen. 
Amst. 1600. 

Ben sermoon gepredicH tot Westndnêtery voor des Konings 
ende der Komnginne Majest., op hare croomngkey den 25 Ju* 
h/us 1608. Door den JSeno. Bisschop van Winchester. Ende 
nit de Engh. Tale overgheset door Vincentius Meusevoet, 
AmsL 1604. 

Een foaerachtigh ende vokomen verhael van de procedueren 
t^hen Gamet en anderen. Alcm. 1607. 

W, Perlans, JDe Sophisterie des Sathans^ beanttooort door 
oneen Heeren Jesum Christwn ens. Amst. 1610. 

W. FerkinSy Een Tractaet van de beroepinghe der menschen^ 
adtsg, de soorten ende f rechte ghebruyck der selver, Aid. 1610. 

W. PerkinSy De standt eens Christen mensches in desen Ie- 
ten. Met aemaysinghe hoe verre de ugtvercoreiïen den venoor' 
penen in de Christenhegt te boven gaet, Aid. 1612. 

Een geval der Consientie , verclarende de swaerste guestie die 
daer is, namelijck, hoe yemandt wee ten o/ kennen sol, of hy 
een kindt Gods is. Ferhandelt in meniere van een T samen 
tfrekinge .... Beschr. door Wilhelmus Perkinsius. Hier noch 
kor denselven by-ghev. een Ferhand* D. Bieronymi Zanchci, 
M» de eeekerheydt der zaUcheydt. Alles uyt het Eng, vertaelt. 
Amst 1613. 

Uytlegging van de tien geboden, 4^ Ook zette hij de go- 
schroten van koning Jacobus in het Nederd. over. 

Zio Soermans, Kerkreg,\A, 142; F aan w , Ven;, op VeerU.Naam, 
d. Predik, bl. 127 (J. Koning) Naaml. v. eenige zeldz. boek. en mss. 
U. 10; CcU. d. Maats. v. Ned. Leiterk, D. 11; Maller, CaL v. 
Godgel Werk, bl. 99, 100; Abconde, Naamr. bl. 39; PubL d. 
Aed. Banfi. D. I. bl. 141. 

MEUSIENBROECK, MAEUSIENBROUCK of MOESIEN- 
BROUCK (Adriaan van), zoon van Cornelis van Meu- 
sienbroeck, schepen te Dordrecht, was, volgens Balen , 
een treffelijk regtsgeleerde , liet vele advijsen, oudheidkundige 
aanteekeningen over Znidholland, genealogicn der Patrisischc fa- 
milien te Dordrecht in hands. na. Ook vervaardigde hij ge- 
dichten, van welken er een gevonde wordt voor J. van den 
Eyck, Corte Beschrijvinge , mitsgaders Hantvesten, Privi- 
legiën, Costumen ende Ordonantien van den Lande van Z. H. 
Dordr. 1628. Hij overleed in 16S0. 

Zie Balen, Beschrijv. v. Dordr. bl. 203; Val. Andreas, Eist. 
Belg. 

MEUDOKF (T. N.), teekenaar, die in de eerste helft der 



Digitized by VjOOQIC 



XYn« tm^ bWdd, bUjketMeétteteekttiüig, voorsCdlende jETo^ 
laudsche boeren Hj eene JBmitverk^^peter, 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1109. 

MEWABD (Mr. Robbekt). Zie MAC-WABD (Robbbbt). 

MEWEN (Abnoud Johan van) of MEEUWEN, te Dort 
geboren, afstammeling van een oud en aanneotijk geslacht, 
oorspronkeiijk Hynsborgh, sedert echter Catharine Op* 
genoy haren man Hendrik van Hynsborgh, in de 2« 
helft der XIV* eeaw, de heer^jkbeid Mewen aanbragt, voerde 
zijne nakomelingen den naam en het wapen dezer heerlijkheid. 

Johan was de zoon van Jakob van Mewen en van 
Margaretha Gel ijs, commissaris van de munt van Holland 
en ontvanger generaal van de Orafelijkheids tol to Geervliet 
en Dordrecht. Hij hawde 11 Jun^ 1577 Alida van Bete- 
ren, dochter van Cornelis van Beveren en Maria van 
der Valk. Hij overleed 24 Junij 1608. 

Zie Balen, Besehrijv, v, Dordr, bl. 1128. 

MEWEN (Mr. Pieteb van), zoon van den vorige, verde- 
digde in 1601 te Leyden Tkeses logicae de polestaiUtua et 
Meceüitaiibua etfüogUviorum (L. B. 1601 4«)^ werd licen- 
tiaat in de regten, ontvanger generaal van den tol te Geer- 
vliet en overleed 10 Aug. 1603 ongehuwd. 

2m Balen t. a* p. bL 1128. 

MEWEN (Johan van), zoon van Jacob van Mewen 
en Machteld van Scharlaken, was raad (16S7, 1638), 
schepen (1649, 1650, 1654, 1655), schatmeester van de 
klo veniers schutterij (1659) en Burgemeester van Dordrecht, 
(1657 , 1658) als ook ordinair gedeputeerde ter vei^adering 
van Holland en West-Friesland. Hij huwde Catharina van 
Beverwyk, dochter van Philips van Beverwyk en En- 
geltje van den Burch en overleed den 2 Febr. 1666. 

Zie Balen t. a. p. bl. 1119. 

MEWEN (Jacob van), broeder van den vorige. Zie 
MEEUWEN (Jacob van). 

MEWEN (Jacob van), zoon van Johan bovengemeld, 
schatmeester van de kloveniers schutterij (1673), schepen 
(1670, 1673, 1675, 1676) en burgemeester van het gerechte 
(1676) te Dordrecht, was meermalen ter verj(adering van den 
Staten van Holland en West Friesland gedeputeerd* 

Zie Balen t a. p. bl. 1129. 

MEUWEN (J.). Zie MEEUWEN (J. van). 

MEY (Adrianüs db) schreef: 

Le Handelingen der Apostelen , iu de Malaèaarse taaie over- 
geset in tjaat 1692, weUke oiiereetHnge door d' Berw, Jdrianus 



Digitized by VjOOQIC 



763 

éi Uey «6/., i» mf% liom FredikoiU m Eeetér tm 'i Malo' 
éaardeSemtnariumioiJaffimaptUttamy iênaeginen^ aldAtgedaene 
«erck in de» Jaere 1697 > op fdemói futeuwkeuriger dütiéf ü 
germieert^ aüeê door kulpé van Uoeê inUmtêe geletterde iolc' 
ken, onder de vooreorge en onder H opiickt eu hmlpe van Si- 
mon Caty bedienaer des H, JBuangelmne iot Coimto op iet 
egkmd CeyUm. 

2m Dr. F. de Jong, CaU Cod, OrimU BibL Acad. lUg. ScumL 
p. 283. 

MET (Geor6£D£), zoon van Jan de Mey en Eva Boa, 
werd ie Hotterdam geboren, reisde, na volbragte studiën, in 
1651 , in geselschap van Cats, Schaap en van de Perre^ 
naar Engeland, vervolgens door dit rijk en Frankrijk , en werd in 
1657 predikant te Leydschendam , waar hem den 16 October 
Nicolaas Martini, oud dienaar van die plaats, bevestigde. 
Den 17 Sept. werd hij te Steenwijk beroepen en den 29 Oct. 
door Ds. de David bevestigd. Den 8 Junij 1666 vertrok hij 
naar <3orcum, waar Ds. van Es hem den 9 bevestigde. In Juli i 
16? O was hij praeses van de synode te Gorcum en in Julij 
1677 van die te Delft. Den 19 Sept. 1680 werd hij door 
Ds. van Houten te Gouda bevestigd. In Julij 1680 depu- 
teerde hem de classis van Gouda tot de synode tot Gorinchem , 
in 1695 tot die 'te Woerden en in 1701 tot die te Gouda. 
Hij stierf in 1712. Den 16 Oct. 1667 huwde hij Aletha, 
dochter van den Rotterdamschen predikant Soesius, die 
den 15 December 1680 te Gouda overleed, Den 23 Febr. 
1688 hertrouwde hij met Maria Baalte van Amsterdam. 
De eerste schonk hem 7 kinderen. 

Hij schreef: 

Kort begrip der toomaamete geschillen tussen de ware Qere- 
Jormeerde^ en de huidendaagse Roomache kerke ^ vervat in ver- 
sheide vraagstukken ^ na de ordre der leere van onzen Chris te- 
lijken katechismas. Voor dezen tot oeffeninge van de gene y die 
in dezelve aireede eenen goeden voortgang gedaan hadden, èloo* 
teUjk ter neder gesteld ^ en nu op H verzoek en opscherpinge 
van eenige leergierige in de Gemeente van Gouda nader verklaard , 
e» schr\ftmatiglijk opgelost. Gouda 1698 , 8®. 

P. Ba bus geeft in zijn Boekzaal van JEuropa 1693b bL 
277 — 279, een uittreksel van dit boek. 

Bedenkingen over de hedendaagsche comedién, Gouda 1704. 

Abrahams dood en begrafenis. Gouda 1712. 

In handschrift liet hij na: Cort Reisjournaal door Engeland 
en Frankrijk van 4 Bec. 1651 tot 25 Maart 1654, waarvan 
een uittreksel, betreffende het bovengenoemde gezantschap; is 
medegedeeld door Dr. Schotel, in Geschied , Letter- en Oud- 
ieidk. Uitspanningen. Ulrecht 1840. 

Zie Brans, Kerk. Reg. hl 67; Abcoude, yaaml bl. 244. 



Digitized by VjOOQIC 



764 

MëT (Wulsm de) zoon ?an den vorige, werd den 4 Sept. 
1658 geboren, den 8 Ja«. 1685 gehuwd met Sibilla Wey- 
mans en den 25 Jul^' 1709 overleden. 

Van hem bestaat een Ms. Journaal van syne voyage door 
Frankrijk en Engeland. 

Zie Schotel t. a. p. bl. 114. 

MEY (JoHANNES de), zoon van Francoys de Mey, 
koopman in granen en Pirona de Cherf, werd den 2 Septem- 
ber 1617 te Middelburg geboren. Na de hoogeschool bezocht 
te hebben, deed hij een reis door Engeland en de zeven Pro- 
vinciën, en werd den 20 September 1639 voor de classis van 
Walcheren geëxamineerd , ^ tot proponent aangenomen en ruim 
een jaar later predikant te Ovesande en Driebergen op Zuid- 
Beveland , waar hij voor Samuel Regius, naar Brasilie 
vertrokken, de dienst waarnam. Den 20 Maart 16 tl verwis- 
selde hij deze standplaats met Baarland, doch in den aanvang 
van 1642 verdroeg hij zich met bewindhebbers der O. I. Com- 
pagnie, om in Neerlandsindie , gedurende vijf jaren het pre- 
dikambt te bedienen. Hij vertrok werkelijk met het schip 
Middelburg, doch toen het door storm in Plymouth was bin* 
nengeloopen, vernam hij aldaar dat een zijner ambtsbroeders 
hem bij de classis van Walcheren van onregtzinnigheid had 
beschuldigd. Hij besloot te Londen te blijven , ten einde zich 
hier t^en te verdedigen. De togt naar Indië had hierdoor 
geen voortgang, maar de Mey begaf zich naar Prankryk, 
liet zich te Valence tot doctor in de geneeskunde promoveren 
en keerde over Zwitserland en Duitschland naar het vaderland 
terug. Gedurende zijn verblijf te Saumur zond h^ een verkla- 
ring van zijne regtzinnigheid aan den predikant Lieven sz en, 
toen voorzitter der Deputati ad res Jndicas, waarin de clas- 
sis genoegen nam, mits hij echter, om alle achterden- 
ken te voorkomen, nog 18 in 't Latijn opgestelde arty kelen 
van geloof onderteekende , 't geen hij den 8 Januarij 1643 
deed. In Maart daaraanvolgende vertrok hij als predikant naar 
St. Eustatius in Amerika'), waar hij 17 maanden de dienst in 
't Fransch , Engelsch en Duitsch waarnam. In het vaderland weder- 
gekeerd wenl hij eerst (1645) te Soutelande, vervolgens te St. 
Laurens (1648) en eindelijk den 1 Augustus 1649 te Middelburg 
beroepen. De classis van Goes verlangde dat hij ook haar ten 
opzigte de verdenking van onregtzinnigheid genoegen zou geven. 
De classis van Walcheren toonde zijn ongehoudenheid hiertoe 
aan, maar h\j zelf vond goed de eerstgemelde classis op 48 
punten mondeling te antwoorden. Nu verklaarde ook deze hem 
regtzinnig, maar toch moest de Mey het dulden, dat som- 
mige zijner ambtgenooten hem van tijd tot tijd van heterodoxie 



'1) Hy had een deel der kolonie gekocht. 



Digitized by VjOOQIC 



765 

beschuldigden , vooral tgdeos het beroep en de bevestiging van 
Wilhelmus Momma te Middelburg. Veel had hij te 
lijden van den proponent Petrus Appeldoorn, Botterdam- 
mer, die hem in gedrukte schriften {cros credo ^ kodie nMl; 
Aderlaiingke van hei phUososphUch bloede) lastig viel; doch 
de Mey mogt het genoegen hebben dezen heeihoofdigen las- 
teraar door den arm des wereldlijken regters te regt gewezen 
te zien. Wij weten niet, waarin de Mey van onregtzinnig- 
heid werd verdacht. Uit zijn leven en geschriften leeren wij 
hem als een verdraagzaam en liberaal theologant kennen , die 
niet het gezag van anderen, maar eigene overtuiging volgde, 
en zonder eene bepaalde rigting aan te kleven, een zelfstandig 
edecticns was. Het schijnt dat zijne liberale denkwijze in het 
oog van sommigen te veel naar onregtzinnigheid smaakte. 
Te hooger stond hij in de schatting der milder denkenden en 
ook der Bemonstranten. Gerard Brandt vereerde zijne na- 
gedaehtenis met een lijkdicht, die met het volgende grafschrift 
eindigt: 

#Hier legt de Mey, de leitsman van de vromen, 
# Wiens gulde tong het onbescheit kon tomen, 
#De leeraar die meest op de liefde drong, 
#£n booze haat met taai geduld bedwong. 
'De nazaat moet nu naar zijn lessen hooren, 
#0f kerk en staat gaat door de twist verloren." 

Geen wonder dat, waar de remonstrantsche geschiedschrijver 
hem zoodanigen lof waardig keurde, de ultra orthodoxen hem 
van heterodoxie verdachten. 

Ondertosschen was de verdenking, waaronder hij lag, oor- 
Eaak dat zijn beroep te Amsterdam (1654) en te Botterdam 
(1655) geen voortgang had. Den 9 December 1652 vertrok 
bij naar Mechelen om de predikdienst bij de Gedeputeerden 
dtf Chambre mi-partie aldaar waar te nemen. Hij keerde in 
't begin van 1653 terug, doch werd in November van het- 
zelfde jaar door Th. Graswinckel, uit naam der Gedepu- 
teerden, verzocht andermaal derwaarts te komen, 't geen hij, 
w^ens het overlijden van twee Middelburgsche predikanten, 
toen moest afslaan. In 1654 werd hem door de Begering het 
ambt van Curator der Latijnsche school aangeboden; ofschoon 
bij het reeds vroeger had afgeslagen #omdat (schreef hy) ick 
van jaren en dienst den jongsten was onder de predicanten, 
en dus gheen verbelginghe te veroorzaecken." In het laatst 
van dit jaar werd hg door de synoden en dassen medegedepu- 
teerd naar Leyden, om over het verbeteren der drukfeilen in 
de eerste uitgaaf van den Bijbel , volgens de nieuwe overzetting 
te raadplegen , van waar hij wedergekeerd zgnde zoo mondeling 
als 'schriftelijk verskg deed aan de gecommitteerden en die der 
dassen van Zeeland en van Walcheren. 



Digitized by VjOOQIC 



166 

In het begin ?an 1657 werd hij door de olassen van Wal- 
cheren nevens andere godgeleerden verEocht om de schriften 
van Joannes Duraeus teovenien, in Ootober hem de com- 
missie opgedragen van H opzigi over de Oost-Indische kerk- 
zaken, en in 't laatst van November schonk hem de Magi- 
straat de betrekking van eatechista der Lat^jnsche schooL In 
Maart 1662, werd hij door de classis van Walcheren afgezon- 
den naar Sas van Gent, om te spreken met Gedeputeerden uit 
den Raad van State ter verdediging van het regt der classis 
en synodus van Zeeland als ook van den kerkeraad van Sas* 
omtrent de censure van zekeren predikant aldaar staande , tegen 
do handeling van bovengemelden Baad, en in Julij van dit- 
zelfde jaar stond l^j op de nominatie tot hoogleeraar in de 
godgeleerdheid te Utrecht. Toen Willem III in 1668 tot 
eerste edele van Zeeland werd benoemd , hield hg , ter begroe- 
ting van den Prins een oratio voiiva^ onder zijn werken opge* 
nomen , ook noodigde hem omtrent dien tijd Johan Boreel, 
gezant van de staat in Engeland, om bij hem de betrekking 
van hofprediker waar te nemen, aan welke uitnoodiging hij 
echter niet voldeed. In Februarij 1670 stelde hem de Magi- 
staat tot schoolarch , of opperdeken der schoolmeesters aan , in 
plaats van zijn overleden ambtgenoot Jaeobus Anslaer. 
In Junij 1671 was hij een der gedeputeerden uit naam der 4 
classes van Zeeland om de synodale schriften van 't synode te 
Dordrecht , die in den Haag op het Hof en de schriften van 
de overzetting des Bybelt, die te Leyden op het Stadhuis be- 
waard werden, te overzien. Op verzoek van eenige gaf de 
regering van Middelburg hem vrijheid onderwijs in de philoso- 
pbie te mogen geven, waarmede h\j den 19 Sept. 1672 in het 
Auditorium der Doorluchtige school een aanvang maakte. Ook 
begon hij in dat jaar, met toestemming der regering, in de 
Nieuwe kerk (avondpredikatiën waren er toen nog niet,) Zon- 
dagavond oefeningen te houden. 

In 1673 vertrok hij naar Vrouwenpdder om aan de uitge- 
trokktne krijgslieden het Evangelie te verkondigen. In Maart 
1676 werd, op verzoek van eenige leden der regering, door 
hem een oollegie over de Physiea Bsgü aangevangen, in 
hetzelfde jaar stelde de regering hem tot professor primarius 
Theologiaê et PhüosopUae aan , en den 8 Juny 1676 hield hij 
c^ue oratio inauguralis. Twee jaren later , den 8 April 1678 , over- 
leed hij. Den 7 Ootober 1648 was hij in het huwelijk getreden 
met Wilhelmina van ]>ryen^ dochter van D e n y s Anto- 
ninsz* van Dryen, equipagiemeester der geoctrooijeerde 
O. L Maatschappij te Middelburgs die hem 7 kinderen schonk , 
van welke 5 hem overleefden. 

Zijne afbeel^g is door Suyderhoef naar de schilderiüen 
van Konwenbnrg en Eversdyk in daat gebragt. Een 
menigte Latgnsche en Nedeidmtsohe lofdigten aja ter ü^tt 



Digitized by VjOOQIC 



w 

eer^ ver?aiurdigd, die men vódr zijne werken en bij U Bne, 
kan lezen. Sedert zijn twee en dertigste jaar begon hij jijne 
sdiriften, zoo in bet Duitsoh ids in het Latijn uit te gevep. 

Hiertoe behooren : 

Handboek der spreuken Salomone. Middelb. 1057» 12^ 
1681. foL 

Over de Eeóreëen, Aid. 1664. 4^ 

iqfdeê Meeren. Aid, 1665. 4^ 

QelmkzaUghód dee Memaken levene. 4^« 

Over de OuieoAimue. Utreeht. 1693. 4^ 

Korte aanmerkingen over de ligiende fökkd voor een dwaalende 
eoHidentie. Middelb. 1678. 4^ 

Nodige en nadere verhlaringe van de dwaalende conscientie. 
Middelb. 4?. 

Over bysondere jplaataen de^ N. Teatamenle. Middelb. 
1654. 4«. 

Eeede en Zeedetyke bedenkingen. Gouda. 1705. 4^ 

Euioia van de GehkzaUgkeid des Menechenlevene. Middelb, 
1674. 4*. 

Hoo/lvragen der GelukzdUgheit. 4^. 

Lqf dee Jleeren of HaUeli^ak , verbreydop het Natuur-tooneel 
mei het vervolg op het Genade-toneel, Middelb. 1666. 2 d,4^ 

Senparig en bondig oordeel der voornaamste Godgeleerden over 
de vereeniging met de Zutheranen. Middelb. 1689. 4^ 

Over eenige stellingen van de Hebreen ^ Luthersen en Calvi- 
nisten. 4P. 

Besehryving van de oarL en icerken der eonseieniie. Middelb. 
1652. 12«. 

Over de eigenschappen en werken Gods. Middelb, 1652, 4®. 

Oeffmng der Godzaligheid. 12^ 

Zij zijn alle b^eenverzameld en uitgegeven met den volgen- 
den titel: 

Alle de Nederduitsche wercken , beschreven door dien Godzali' 
gen en hooggeleerden heer , de heer Mr. Joannes de Mey ^ in 
syn leven opperleermeester der H. Godgeleerdheid en w^sbegeerte 
in de hoogeschool, ook geneesmeester ^ mitsgaders be^enaar des 
Goddelifken woords in de gemeynte van Jesus Christus totMid' 
delburg in Zeeland. Middelb. bij J. Meesters. 1681. fol 
Delft 1704 foL, 1741. fol. 

Bovendien heeft hij in het Latijn geschreven : 

Physiologia Sacra, sive expositio loeorvm 8. Scripturae, in 
gmbas agitur de rt^s naturalibus, waarvan de decde uitgave 
verscheen Mediob. 1661. 4*,; door Joh. Jac. Scheulzer 
in zijn Jobs heilige Natuurkennis xxiet lof vermeld, 

Findiciae Textus Hebraici contra Fossium de ZXX inter» 
preObus, Bot, 1662, 4^ 

Nog vertaalde bij gedeeltelijk in het Latijn è& Meiamorphê- 
«1 naturaUê van J. 6 aed a^r t en gaf die, zoo in het Nederd, 



Digitized by VjOOQIC 



768 

als Latijn, verrekt met aanmerkingen en eenige b^voegselen 
in bet licht. Ook schreef hij in 1666 een korte voorreden 
voor de Fraciyke der GodUaligheit van Lewes Bayljf. 

Hij liet vele theologische, phüosophisch en historische hand- 
schriften na. 

Zie Bayle, DkL hisU et crit, T. III. p. 1959; Foppens, BibL 
Belg. T. II. p. 694; Jöcher; Henn. Witte, Dior. Biogr, T. II. 
p. 116; IJndemas vemvaJt» p. 641; Godefr. Vockerodt, Disput, ds 
Foetura artifidosa Jacobi, Proef,; Rochefort, EiêL des Antiües de 
tAmérique, p. 57; Lijst der Middclb. pred. la Rn e, Gelett. Zeel 
bl. 57 volgg. ; Scheulzer, Jobs B. Natuurk. ; W. Sewel, Tweenu 
uittreksel v. Lentem. Grcum, Bloeim, en Zomerm,; J. Oadaan, Men- 
gelp. D. U. bl. 65; J. Antonides, Gedicht, hh 206; Q. Brandts, 
Poezy, bl. 404; Zion in rouwe en de tranen van het weenende Middelb. ; 
GlasiuB, GodgeL NcderL; Kobus en de Rivecourt; Maller, 
Cat. V. portr.; Abcoude; Arrenberg; F. Muller, CaUv.Godg. 
Boeken, bl. 94. 

MEY (Jan de), heer van Lekkerland, te Rotterdam gebo- 
ren, werd in 1694 raad, in 1695 (de eerste reize) schepen, 
in 1718, 1823, 1728, 1731 bargemeester en ontvanger der 
convoyen en licenten te Gouda. Hij huwde Johanna van 
der Dussen, jongste dochter van burgemeester Jacob van 
den Dussen, en stierf den 11 Jun^' 1731 in den ouderdom 
van 66 jaren en 6 maanden. Hij liet een zoon en vier doch- 
ters na, van welke de oudste huwde met Mr. Jacob Sluter, 
raad, schepen en ontvanger der grafelijkheids-tollen te Gouda* 

Zie LeoeMbes. van her, mannen , D. III. bl. 681, 682. 

MËT (PiBTEB sb) , burgemeester van Rotterdam , tijdens het 
Kostermans-oproer (1690) met vijf andere regenten door den 
stadhouder buiten tijds ontslagen. Toen echter de prins ge- 
storven was (1702), wendde de Mey zich tot de vroedschap om 
herstel, en kreeg het gedaan dat hij bij de eerste vacature jure 
suo in de vroedschap terugkeerde. Maar hij moest zich met 
een plaats onder de minderheid vergenoegen totdat de dood 
ook in de correspondentie voor hem ruimbaan gemaakt had , en 
toen moest hij nog van onderop beginnen en wachten tot de 
andere leden , die meest alle jonger in jaren waren dan hij , en 
hem in het bekleeden der burgemeestersposten waren voorgegaan. 

Zie Wagenaar, D. XVI. bl. 128; D. XVTI. bl. 135; Pruin, 
Nog iets over de correspondentie van regenten onder de republiek, 

MEY VAN STREEFKERK (Mr. Jean Gijsbbbto db), 
zoon van jonk^ Jan Gijsberto de Mey van Streefkerk 
en Nieuw Lekkerland, burgemeester van Leyden, kommandeur 
van de orde van den Ned. Leeuw (geb. te Leyden 1753 , over- 
leden 1844) en van Margaretha Maasdam, werd den 6 
April 1782 te Leyden geboren, legde zich aan de hoogeschool 
z^ner geboortestad op de regten toe, waarin hij den 24 Juny 



Digitized by VjOOQIC 



769 

1808 promoveerde. Kort daarna trad hg de staatkundige loop* 
baan in met de aanvaarding van den post van gezantscbapa^ 
secretaris te Par^s. Na dezen post ruim twee jaren vervuld 
te hebben, werd hij in Mei 1805 door den Baiadpensionaria 
Schimmelpenninck met de betrekking van kabinet«8eore« 
taris vereerd. Onder koning Lo de wijk en gedurende de inl^- 
ring in het Fransche keiserryk bleef hij, in onderscheidene 
betrekkingen in dienst. Koning Willem I benoemde hem 
1822 tot secretaris van staat, ook werd hij door dien vorst, 
bij de instelling der ridderorden eerst tot ridder der orde van 
d^ Nederlandscben Leeuw, later (1819) tot commandeur dier 
orde benoemd, en in 1826 tot den adelstand met den titel 
van Baron verheven. De aanhoudende inspanning en arbeid, 
die getrouwe vervulling zijner moeijel^ke arobtspligten van hem 
forderden, ondermijnde z\jne niet sterke gezondheid zoo zeer, 
dat hij zich in den jare 1855 genoodzaakt vond, zijn ontslag 
te vragen. H^ verkreeg het, en werd tot Grootkruis van den 
NederÜandschen Leeuw, minister van staat en lid van de eerste 
kamer der Staten-Generaal benoemd, welke laatste waardigheid 
echter niet door hem werd aangenomen, wgl h^ zioh door 
zijne zwakke gezondheid buiten staat achtte deze betreklung te 
v^vuUen. Hij overleed den 5 Jan. 1841 in den ouderdom 
van 68 jaren. 

Hij huwde 1. Fran^oise Catharina Beeldemaker; 
2. Elisabeth Wilhelmina Swellengrebel; 3. Clara 
Elisabeth Witsen Ëlias, doch liet geen zoons na. Hij 
was lid der Maats, van Ned. Letterk. te Leyden. 

Zie Galerie des Contemporaitiê , T. VH. p. 74; Handel, der jaarL 
vergad, d. Maat», v. Ned, Letterk. bL 25 volg.; Part, berigt, 

MEY (Mabetbn Pixtbu tak der), stadstimmerman te 
Alkmaar, werd in 1573, gedurende het beleg dezer stad door 
de Spanjaarden, met brieven naar Sonoy te Schagen gezon* 
den, om hem den nood der stad bekend te maken. Sonoy 
zond hem vervolgens naar den prins te Delft. De prins gi^ 
hem een brief aan de overigheid der stad om haar tot volhar* 
ding aan te manen. 

Hierop begaf hg zich weder naar Sonoy, die hem naar 
Alkmaar met 's prinsen en zijne brieven terugzond. Niet ver 
van deze stad werd hij ontdekt, waarop hij de brieven van 
zich wierp en ontkwam. Dit geval, in plaats van nadeel te 
doen, was oorzaak tot verlossing van de stad, want Don Fre- 
de rik zag uit de brieven dat men inderdaad het plan had de 
dijken te doorsteken, hetgeen hem zeer ontzette en tot den 
attogt bewoog. 

Zie Beaufort, Leo. v. WiUem J, D. IL bL 394, 396, 407. 

MEY (AuNOLOus te), eerst kapellaan aan de kerk van O. L. V. 
Hemelvaart te Leyden , die toen nog niet tot parochie verheven 

49 



Digitized by N^OOQ IC 



770 

onder den algetbeenen Daam van de Fransehe kerk bekend stond. 
Onder den Franschen priester van de Franciscaner orde, den 
pastoor Carolas Bertinus de Kam, werd Te Mey, na 
diens overlijden in 1832, tot pastoor aan genoemde kerk aan- 
gesteld. Zoowel hier als elders werden in der tijd der. k. huis- 
kerken, in welgeordende bedehuizen herschapen. Ook pastoor 
Te Mey was vervuld viin dat plan ten opzigte van zijne kerk^ 
door 2ijn oo^^ermoeid streven mogt hij bet genoegen smaken 
oene fraai je kerk in den renaissance-gothischen stijl te stich- 
ten, die in 18S9 werd ingewijd. Hij leefde voor het heil z^- 
ner gemeente, die aan hem innig verknocht was, en voor den 
luister zijner kel'k, waiurvoor hij alles veil had. Van hem 
kon geaegd worden wat van zijnen voorganger is gezegd: hij 
waB een goed en zachtzinnig man, van zijne jeugd af in 
deugden geoefetid. En dat hij niet alleen door zijne gemeente 
werd hooggeschat bleek nog op den 1 Februarij 1864 , toen 
den waardigen geestelijke zoo vele bewijzen van hartelijke 
deebiemiAg werden geschonken bij de herinnering aan het tijd- 
vak , dat hij 25 jaren in de geestelijke behoefte der r. k. ge- 
vangenen in het militaire detevitie^huis enz. voorzien had. Hij 
<oveiieed te Leefden sis pastoor van de parochie van O. L. V. 
Hemelvaart, 30 Julij 1865^ in den ouderdom van 64 jaren. 
Zio Leydache Courant van 3 Augushu 1865. 

MËY (...). Kramm z»% een portret, levensgroot als bus- 
te, in de manier van Ferdinand Bol, vrij goed van kleUr 
en behandeling^ beteekend Mey 1662. 

Zie Kramm, t. ai p. 

MEY (Jan Abt de) leefde in den aanvang der 18* eeuw. 
Kramm zag van dezen meester oen kloek ^eestoik, schilder- 
achtig van toon» 

Zie Kramm, t. a. p^ 

MEY (van dek). Op den Cat. van etsen en prenten van Mr. J. 
van Bunren, bailliuw van Noord wij kerhout, kromt (bl. 218) 
een ets v&n dezen meester voor , verbeeldende een slaande rui- 
tende Nepiunue met drietand en zeeêchvlp 1766. 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEY of MAY (Job Seabobne) denkel^'k een zoon van 
Willem of William. In zeedienst opgeklommen tot den 
rang van Schout b\{ nacht; werd hij Directeur der Marine aan 
'sLands werf te Kotterdam. Hij was een verdienstel^'k officier 
en een wetenschq)pemk man, aan wiens bewerking Botterdara 
het Kanaal van Voorne te danken heeft, zonder hetwelk de 
handel dier stad niet alleen nimmer zijne tegenwoordige uit- 
gebreidheid zoude verkregen hebben, maar thans niet zoude 
Inmaen bestaan; te meer verdienstelijk was zijne rustelooze 
bemodjing, om reden te dier tijd de daaretelling van dat ka- 



Digitized by VjOOQIC 



771 

Mai door invloedrijke personen binnen deze gemeente, niet 
zonder eigenbelang, werd tegengewerkt* Hij moet in ai om 
1827 te Kotterdam , naar men wil in meer dan eO-jarigen ou- 
derdom overleden zijn. 
ParL berigt, 

MËYE of MYË (Fbedbrik yün der) te Delft geboren, 
geneesheer der koninklijke bezetting te Breda, gaf in 162? in 
het licht: 

Frederiei van der Mye Deïphensiêy PraesidU Bredam^ Medici 
rifü, de marids ei êymptomaiièuê popularibuê Bredams tem" 
pore oósidiom* ei eorum immuiatiombuê pro atmi viciu^gue di' 
firsiüUe, deqtie mee^amentie , in eumma rertm inopia adUH^ 
üt^ iractaiue dm. Ejusdetn diêserCaÉiones dume medlco'phff' 
sieae, de cotUagio et oomu mmecereHe qwmdam in aquia drct^ 
Bredam reperio, (labore et oonstoMtia), JrUtoerpiae e» officina 
PkaUinitma MDCXXFIIiW^Opoff. 2^^ JSdilioióideMU2^, 
4P., 3^ JBdiHo Jenae 1782, 8^ 

Ikoee werhandeUngen van Fredarik fxm der Mege geneeekBer 
tkr KonmU^Èe besetitng te Breda, over de heereokende völk^ 
zieilen» ie Breda, ten tijde van hei beleg, derzeleer toevaUen 
en versekijneden en de veranderingen^ die dezelve onder g aam 
ieèben na gelange van de vereekeidatheid van iet jaaargetigde en 
kei voedsel, aJmnede owr de geneesmiddelen, (Me 6^; hei groot' 
tte gebreJt aan alles , daar tegen geóndht zijn. Na de nieuwste 
nUgaoe van I>. Gkristianus Ooéhfridns Qrtmer, benevens de 
Voorrede» en Aanteefceningen van denseks. Uit het Latijn ver- 
kêld. Breda, Willem ran Bergen, 1793, 165 bl., ?oor- 
werk 20 bl. 

METBUBXj (Baetholomeüs) werd omtrent 1623 te Maas- 
sluis geboren, oefende zich in het portret- en historieschilde- 
len, waarin hij zeer bekwaam werd. Hij reisde met zijn 
leerling Chris tof iel Pierson eenige jaren ia Dmtschland 
en schilderde onder weg verschiedea portretten van aanzienlijke 
personen, later hield hij zich aan Duitsche hoven op, en ves- 
tigde zich eindelijk te 'sHage, waar hij in 1708 of 1709 in 
hoogen oaderdom overleed. 

Hij was in 1665 lid van de converie-kamer aldaar, waar in 
1663 een Si. Patdus van zijn penseel bekend was. 

Zie Immerxeel en Kramm^ tap. 

MEKEN (JoHAMNES a) van Bergen op Zoom , begaf 2ich naar 
halie, waar hij roem verworf. 

Hij gaf in het licht: 

VirgiUi Mmronis Opera ex doeOssimorum viromm notatio- 
nibus iüustraia, Fenetiis^ Manutii igpis 1676 ^ Franeaflbl^f 
1617, 8*. 

49* 



Digitized by VjOOQIC 



773 

Zie Val. Andreas, BibL Belg, p. 5S6; Foppens, Bibl. Belg, 
T. L p. 70. 

MEIJER (Albertüs) of MEIERUS, ^af in het licht: 
Methodua jÉpodemica^ qua docetur qtad aingtdia in lociê^ 

praecipue in peregrinando ^ observare debeant studioii. Ros- 

tochii 1691, 8», 

ZieSweertii; Ath, Belg. p. lU; Val. Andreas, Bibl Belg, 
p. 88; Foppens, Bibl Belg T. I. p. 72. 

MEJJER (Antonius de), zoon van Hendrik de Meijer 
en neef van Jacob de Meijer (die volgen) werd omstreeks 
1527 te Vletteren geboren. Zoodra hij in staat was bet La- 
tyn te leeren , zond men hem naar zijn oom te Brugge. U^ 
sette zijne studiën voort te Parijs, en in zijn vaderland weer- 
gekeerd werd hij huisonderw^zer in het Grieksch te Leuven. 
Van daar begaf hij zich naar Tirlemout, waar hij omtrent 
1650 eene Latijnsche school opende. Drie jaren later vestigde 
hij zich, op aanzoek van den bisschop Maximiliaan de 
Berg es, te Kamer^k, waar hij gedurende 7 jaren hetzelfde 
onderwijs gaf. Na verloop van dezen tijd werd hij door die 
van Atrecht tot rector der Latijnsche school beroepen. Hij 
bestuurde haar 37 jaren, en stie^ den 27 Ootober 1597 aan 
de pest, die toen in die stad woedde. Zijn ligchaam werd op 
het kerkhof van SU Nicolaas begraven, waar Philip, een 
zijner zonen, op zijn grafeerk een grafschrift liet graveren , dat 
men o. a. bij Foppens en Paquot leest. Omstreeks 1649 
huwde Meijer metlsabelle Roos, van Kortrijk, die hem 
twee zoneo en twee dochters schonk. Na haar dood, huwde 
hij een andere vrouw die hem overleefde. Charles Cau- 
dron hield een lijkrede op hem. 

Meijer beoefende de Latijnsche poëzij. Perelkamp 
paste op hem de woorden van Cratinus bij Horatius (1 
Ep. 19.) toe: 

Nulla placere diu, nee carmina vivere poseunt, 
Qoae scribontor aquae potoribus. 

Men heeft van hem: 

Cameracum^ êeu uröis et popidi Cameracenns Uncomiim, 
Antv. 1650, 12*. 

lêocraliê Paraenesia ad Demonicum^ Lalinè versa; cum quinto 
IMro EpigramnuUutn Graecorim. Cameraci 1561 , 4^ 

UrauSf êeu vUa D. FedasH^ Epieeopi Atrébaienm ^ in 
Ubroê tree dioiio. Paris. 1680, 12^ 

Tkrenodia^ êeu illuêtrium aiquoi virorum Epieedia ei tumuii. 
Atreb. 1694, 4*. 

Caio Ckriêiianuêf êive Inêtiiutio paraneüea ad pieiaUm^ in 
Ubroê deeem digeêta, 

üomiteê Flandriae^ ex AtmaUbuê Jacobi Meyeri; verêu keroico. 



Digitized by VjOOQIC 



778 

SenieiUiaê B, Nili , EpUcopi et MartyrU , e Graeeii Laiinae 
faetae in versus, Beeds had Bilibald Pirckheymer van 
Neurenbeig er een Lat. overzetting van gegeven. 

OiuUuor komims noviêêima, 

Serenae ad amicos. 

Joannis Ausiriaci Victoria de Uitreis ad Naupaetum relata, 

Epitkalaada soera et profana. 

Excerpten uit (Jato Okrisiianuê en de Jnagramata ffuae noói 
Uoribuê diêdpuUe dicamth\\ Gruterus, 2>tf/. T. III. p. 559 — 
561. 

Hij liet in liands. na: 

JSpiffroMMatum Lieer. 

Jtmotatianeê in Ubros Heeiodi lépyei xdl fi/^pcu. 

Jnofframmata, celeMorióuê diicipulia dicata. 

De cmoe efusfue reUgioea adoratiane. 

MieoeUanea , Folumen. 

In 1561 gaif hij de Antudes FlandriaesdLn z\]ïien oom ihzo- 
bus Meijer in het licht. Tot zijne vrienden behoorden o. a. 
Andreas Hoius, die zijn leven in Lat. verzen (door Pa- 
qaot medegedeeld) heeft beschreven en Janus Dousa, aan 
wien een gedicht van hem voorkomt voor diens Sf/h. Li6, II 
Adopt. in Poen. L. B. 1578, get. Atrebati XIX Junii 1570. 

Zie Locrii, Chrcn. Be^^. p. 617 — 673, 679, 680; Miraei Scfipi, 
Saec, XVII ed. Fabricii. p. 266; Sanderi, Dibl Belg. 1118.T.I. 
p. 292; ld. de ClarU Antonisiiê , p. 200, 201;S weertiuf , AÜuBelg. 
p. 135, 136; Val. Andreas, BibL Belg. p. 69— 71 ; Faqnot, 
Mém. T. IIL p. 36, 37; Hoeafft, Pam. Lat. Belg. p,95; Feerl- 
kamp, de PoSL Lat. NeerL p. 177; Jöcher. 

MEIJER (Adrjanus Frans Baron), zoon van Jacobus 
Gijsbertus en van Adriana Korthout, werd 4 Sep- 
tember 1768 te Axel geboren, en overleed te Amsterdam in 
1845. 

Hoewel als kadet bij de artillerie in dienst getreden ging 
hij spoedig bij de infanterie over, werd in 1793 vaandrig, 2 
jaren daarna luitenant en nos; in dat zelfde jaar (1795) kapi- 
tein en adjudant majoor. Jn 1806 tot luitenant kolonel en 
in 1808 tot kolonel bevoitlcrd zijnde, ging hij, na de inlijving 
in Fransche dienst over, waarin hij in 1811 als kolonel aan 
het hoofd van het tweede regement étrangers geplaatst werd. Na 
Neerlands herstelling werd hij in Nederlandsche dienst geplaatst 
ais kolonel eerste adjuiant van den luitenant-generaal Tin dal, 
in 1815 tot generaal majoor bevorderd, werd hij Provin- 
ciaal kommandant van Namen, later van Overijssel; den 20 
December 1826 bevorderd tot luitenant-generaal in het 6* groot 
militair kommando, en in het begin van 18:51 chef van de 
derde divisie van het leger te velde. 

Den l'ó Februarij 1838 werd hij gepensioneerd. 

Hij heeft deelgenomen aan meest alle verrigtingen van het 



Digitized by VjOOQIC 



774 

Neddrlands I^r van 1793 — 1810. In Fransche dion^t was l^j 
geplaatst in Italië en in de jaren 1830 en volgende was bij 
bij het leger te velde. 

Hij heeft zich onderscheiden in den veldtogt in Noordhol- 
land in 1799, bij de afdeelingen van het fiataafsohe leger in 
Diritsofaland in 1801—1803, en in de jaren 1813 en l8Uin 
Italië b^' de tiffairea van Brixen , 6t. Gedro en de Mincio , en bij 
gelegenheid der belegering van het kasteel St. Ange te Bome 
waarin hij het bevel voerde. 

Hy was ridder der Hollandsche orde van de Unie, later 
van die der Keunie, der orde van het Legioen van £er, der 
Militaire Willemsorde 3* klasse, van den Nederlandtchen Leeuw 
en eindelyk den 31 December 1840 door koning Willem I 
bevorderd tot Kommandeur der orde van den Ned. Leeuw, 

Meijer gnat op drieërlei wijsen in steendruk uit, eens met 
latijnsch onderschrift, toen hij de Leydsche jagers onder 2yne 
bevelen had, 1831. 

Zie Bosscha, Neerl Heldend, te land, D. lil. bl. 119, 227, 
691; Muller, €at, v, portr. i. v. ; Part, berigt, 

MEIJER (A). 

Men heelt van hera: 

J. F. X. Würth ainé et A. Meijer. Plan de pluêieurs 
C0W8 de languea Grecque, Laline, UoUandaise, FrangaUe. 
Namur 182 , 8^ 

Zie CaU d. Maats, v. Ned. Letterk, D. 1, bl. 102. 

MEIJEK (A.) Luthersch predikant te 's Bosch, schreef: 
Hiatorièch beriyt der belegering en bevrijding van 's Herto* 

genóosck. 's Bosch 1813. 8^ 

Zie Hermans, Conspect, p. 7; van Cleef, NaamL bl. 392; 

Bedel Kycnhuis, Topogr, lijst van plaatshtschr, bl. 45. 

MEIJEK (A.), toonceldichtcr , bloeide in de tweede helft 
der £?• eeuw. 

Men heeft van hem: 

De Loogchenaar, 1658. 8^ 

Het Ghulde Vliet, Arast. 1668. 8^ 

De verU^de Koningabrugt, 1668. 4®. 

MEIJER (A. ü.) schreef: 

Onderzoek over hel (/ebj'uik van een openbaar spel; speciaal 
toegepast op het rijk der Nederlanden ^ gr. 8'. 1828. Amstcrd. 

MEIJER (A. H.). 

Op Oat, d. Maats. v. Ned, Letterk., D. IIT. bl. 129 komt 
voor : 

Eene verzameling van godsdienstige dicht- en zang stukken ^ uit 
het eerste gedeelte dezer eeutü, waaronder van P, Deketh, J> 
H. Meijer, A. Pierson en G, de WaL 

MEIJER (Bbrnabdus) in het midde der vorifpe eeuw te 



Digitized by VjOOQIC 



m 

Amrtegdtm g^bcifan» wi^ oeheepsbevraisht^r ^q lid yi^ het 
Henootachap : Biema wlnuuskter , in welks we rkeo iQer» gedicli- 
(en Faa hem vinctt, die weinig wafirde bebben. 

Hij overleed in 1826 in zijne geboortestad. 

Zie V. d. Aa, N, B, A. C. Woordenk 

MEIJER (Berkard), broeder van het gemeene Ieren, die 
zieh roomaroclijk met de schooiarbeid bezig hield. Hij over* 
leed in 1467. 

Zie Delprat, Broeders, txm Geert Oroete^ bl. 69, 

.MEIJER (B. J.) schreef: 

Bekoed- en geneesmiddelen tegen de cholera-morèus , de kmi^ 
ioeet en kanherklieren. Rott. 1831. 

Magneiiach-iomambuUHische geneeswijze der hier en elders 
heerschende ziekte ^ de zoogewumde griep, met een verslag nai^ 
tvee merhoaardige genezingen van graauwe staar, mitsgaders 
eenige bespiegelingen over het wezen en de werkingen van het 
dierlijk magnetismus. Amst, 1837. S®. 

Nieuwe bijdragen tot de merkwaardige waarnemingen van het 
£erlijk magnetismus. Amst. 1837. 8*. 1 pi. St. I. 

£en woord tot verdediging van het dierlijk magnetismu^ en 
somamóuHsmus tegen F, van der Breggen Cz, Rott. 1825, 8*^. 

Merkwaardige waarnemingen van behandeling en genezing door 
iet dierlijk magnetismus en somambuUsmus , verrijkt met een toe- 
g\ft, zijnde eene aanwyzing en onderrigting , om door zefcere 
magnetische bewerking pijnlijke ongesteldheden , vooral jicht of 
het rhumoHsmus te genezen. 

Zie Holtrop, t. a. p. bl. 220, 221. 

MEIJER (Ohristuan), een. bekeerde Jood van Hamburg, 
te Bremeit gedoopt, hield zich een groot deel van zijn leven 
ia de Nederlanden op. Hij schreef onder den titel van 

Liber praeceptorwn oculos iüusirantium ex Ps. XIX: 10 ^ 
eene vergelijking tusschen Mo zes en Christus* 

De Vera Immanuelis generatioae eac virgine etc. Hehr. et 
Lat. Amsterd. 1729. 4**. Vert in 't Nederd. {Waare geboovtf 
van den Immanuel uit etne ondertrouwde Maagd, uit het Bebr. 
door J. JPaetz. Amst. 1724. S\ 

Korte inhoud van twee tractaten des Joodschen Talmuds , nam. 
i» die van Brachut en Avoda Zara. Amst. 1731, 

Een seer merkwaardig en extraord. berigt ugt de o^de Jood* 
scie Rabbgnisehe schriften, aangaande, wanneer en op watiijd 
de Christus of — de Koning Messias moest geboren worden , 
*< welk de Joden — dqor den gouden kandelaar — Sxod. 
Jjr.-Sl bewijzen willen enz. Aid. 1730. 4^ 

Vytroeijing van den Messias. Utr. 1720. 8®. 

Van den Drieeenigen Godsdienst. Amst. 1726. 8^ 

Zie Joch er, Cai, d. Nat. Bihl. bl. 31; Cat. d. Maats. v. Ned. 
Lmedi. P. K. bl, 427; A]i>coude^ ^aajpl. bl. %ib. 



Digitized by VjOOQIC 



116 

MEIJER (CoBNxus), een HoUandsch waterboawkondige , 
werd omstreeks 1640 geboren. Hij werd door de pauselijke 
kamer naar Italië geroepen om den Tiber te zuiveren en 
bevaarbaar te maken. Eenige zijner voorslagen werden aan- 
genomen, doch de meeste en gewigUgste door de ijverzucht 
der Italianen niet ten uitvoer gebragt. Om zich te regtvaar- 
digen en te verhoeden dat anderen zich zijne uitvindingen 
niet toeëigenden , beschreef hij ze in een thans zeldzaam , met 
vele schoone platen versierd werk getiteld: 

VaHe di resHiuire a Roma la iralaseiata numigaiione del 
êuo Tevere. — Dell Ingegtiiero^ Com, Meijer^ Okutdese. In 
Boma 1685. fol. 

In het jaar 1659 had hij reeds te Rome hiervan een voor* 
looper gegeven en een Ital. geschrifl aan paus Innocentius 
XI opgedragen, met topogr. schetsen. 

Hij beproefde , even als meer andere HoUandsche waterbouw- 
kundigen, het droogleggen der ongezonde Pontynsche moerassen. 

Volgens Beckmann, Oesch. d. Erfind., I, 551, was hij 
medelid van d^Accademia fièicamatemUica romana , en schreef 
nog de navolgende werken, als: 

VarU di rendere i fiwni fumgaJtiU in vari modi etc. Ib. 
1696. 

Diversi segreti per conoecere la óojUa di metalU, e la viriu 
della calamatita etc. 4®. 

Varie oiservazioni de planete i loco aatelUii comete cke 
kanno de Siguire etc. 

Nuovi ritrovasnenti diviêi in duo parti. Ib. 1696. 

Sommigen houden hem voor den uitvinder der Scheepskamee* 
len , doch dit is niet waarschijnlijk , omdat men voor deze 
uitvinding eerder den Amstcrdamschen Meeuwen Mein- 
dertszoon Bakker, kan houden. Wanneer Meijer over- 
leden is, vinden wij niet opgeteekend, doch het moet in of na 
bet jaar 17üO zijn voorgevallen. 

Toen was hij nog onder paus Innocentius XII werkzaam 
gel^k zijn zoon Otto Meijer onder Clemens XI, die van 
1700 tot 1721 regeerde. 

Zie Collot d'Escury, Eoll. rom, D. VI, l. p. 419; D. VI. 2. 
p. 676 en v.; Naoorscher, 1856, bl. 64 en 214, ook 1854, bl. 164; 
Catal. J. Moerman, 1824, T. I. p. 246, n*. 552, 553; Poggen- 
d o r f f , Bcmdwörlerb, zur Geschichte der exacten Wisserucha/ten ; V o 1 c- 
kmann, Nackr, von liaKm, B. II. S. 152; BeckroanD, Getch. 
d, ErfiuL B. I. p. 551; Adelung u Botermnnd. 

MEIJER (CoBNBLis) boekdrukker te Gent, omtrent 1734 
gestorven, was even als Jakob Hye een der voornaam- 
ste herstellers en werkzaamste leden der Kethorijk kamer de 
Fonteine te Gent. Hij had tot spreuk aangenomen Jltijd 
bezig. 

Tijdens dat M. Lucas van Branteghem, heer van 



Digitized by VjOOQIC 



111 

BêjbrovLC enz., deken der Fonienisten was, deed deze kamer 
een nieniren adiouwburg en vergaderzaal bouwen. Deze zaal 
werd in 1717 ingewijd en het eerste tooneelstuk aldaar ver* 
toond was van Meijer. Het voert tot titel: 

Zegepraal van Carel den FI, keyser van 'l ChrUtenr^jk^ 
^fU liderlaêg van Achmet den III ^ tvrkachen suUan, door den 
(moerwinml^ken Aeld, prins Bugetduê van Savoyen^ opperveld- 
overeten der CkrUtenen, TooneeUwys opgesteld door die voor 
zinspreuk voert: AÜyd Bezigh. Obendt 1717. 8^ 3« dr. 
overs. en verb, Aid. 1738. 8^ 

Men heeft nog van bem: f 

Edelmoedige Uefde van Dom PedrOy infant van Portugaal^ 
ende Agneta van Gastro ^ keldadig !Rrsp, in het Fr. uitgegeo. 
door Houdart de la Motte ende nu in t Nederd, overgke* 
steldt op den zin: De dwang in Trouw, Baert naer berouw. 
Gbendt z. j. 

Den öheregnsden BUndetnan. Klsp. Aid. z. j. 

Den gkewüUgken Hoorendraegher , qfie sekole der jalousy. 
Klsp, n. k. Fr, vertaald. Aid. z. j. welligt een navolging van 
een stuk van Jonas Pi ui me r. 

De kegUge Genoveva ofte herstelde onnooselhegt , hly-eyndig 
trsp. in desen toetsten dmek vermeerdert. Aid. 1716. 

(Joan van der Zype en C. M.) Den rampsaUgen onder* 
gank van Tersidei, koning van Persien, verwekt door vraek en 
weder-vraek van Theverin en Amurath; droef eyndig trsp. ver- 
toond voor de eerste mael op het Gendsche schouwtoeneel ten 
jaere 1716 door de leerlingen van Jthetorica, onder de öestie 
mge van eenige liefhebbers uyt het hooft gilde der voorsegde 
Uadt. Aid. z. j. 

H Zegenpraelende geloof , afgebeelt in Thomas Morus, cance- 
tier van Engelant , onder de dwingelandij van Henricus de F III 
en AmuL Bolena; trsp, der 2 dr. versiert en verbeterd n. h. Fr. 
V. Beüay. Aid. z. j. 

De gestrfrfte Boosheydt door Carel de Stoute, hertog van 
Bourgognien, grove van Vlaenderen, Eoüondt, Zeelandt etc, 
reehtveerdig gepleegt aen synen gouverneur van Zeelandt; trsp, 
Aid. z. j. gr. 8* en kl. 8«. 

De verheerlyckte schoenlappers , qfte de gecroonde leerse ; klsp. 
Aid. 1718. kl, 1*. 

Zie Bloromaert, dé Nederd. schrijv.v. Gend, bl. SIS, 314, 315; 
Cat. d. MaaU. v. Ned. Letterk. D. I b. bl. 142, 229, 259; D. II. 
U. 427. 

MEIJERE (C. S. D.). 

Men vindt van bem een gedicbt Op den groote JFilliam III 
en op deszelfs wonderlijke I^anding den dl Jan. 1691. 'sGrav. 
in plano. 

Zke BibL V. Afed. Pan\fUtten. 



Digitized by VjOOQIC 



TW 

MEIJER (Dakibl) V. D. M. beoefande de Latijnsche poës^. 
Men vindt van hem achter de CcaUimaiio £v»A)fpf«$ #• Farê 
sêowida van A. M. Schurman, 5 Carmina, eeu f4)ffiv$fiüvt9^ 
beaiae VirginU A. M. Sohorman en Oarmina êaanu 

Zie Heringa, de AucUtorio, p. 125. 

MEIJER (Da vid), te Bremen geboren , als proponent in 1748 
te Ham en Fransum , waar hij 14 Jan. 1776, in den ouderdom 
van 59 jaren en 9 maanden, overleed, schreef: 

ObserveUio ad Ephea. FI: 10 seqq. fuo probatur Pauhm in 
hoc Epilogo non universum coetum JEpheêinum^ sed mimatroa el 
amCisHieê ^'usdem coetua Epkeaini allogui. In Sibl, Brem, Nova. 
T, VI. I. p. 98. 

Zio Boekz. d, GeU wereld, 1748a. bl. 503, b. 347; B/acfaerns, 
GedeM. van Stad en Landen bl. 181. 

MEIJER (F.), Catechiseermeester te Amsterdam, sclireef: 

Kort begrip der Chriêtêlijke BeUgie. 5« dr. Amst. 1763. S'. 

Geloof en gehoorzaamheid van Abraham beproeft in de offer- 
hande van êijn eenigen en geU^fden zoon lêoae, op oen van de 
bergen in het land Moria^ z^nde een verklaeing van de 19 eerste 
versen van Genesis XXII in vijftien verhandelingen. 

Gestalte van een geloooigejood, voor en na zipie bekeering. A msU 8 ^. 

Zie Arrenberg, Naamreg. bl, 351. 

MEIJER (FBAKCISCÜ3) of MEJJERUS, rector te Ysel- 
stein, in 1593 te Goes, waar hij 9lechts weinige weken dit 
ambt kan vervuld hebben, wijl Hubrecht van derVcnne 
ook in dit jaar het rectoraat bekleedde. In 1594 werd hij 
nnar Utrecht beroepen, niet als rector der Latijnsche school, 
maar als regent van zekere kweekschool aldaar opgerigt voor 
studenten in de Godgeleerdheid. 

Zie Rêitx, de Schola ffieron. p. 36; Vroiykhert, VUs$. Kerkk. 
bl. 355; Nehakmiia, 1849, bl. 85. 

MEIJER (Gkbhard), broeder vnn den predikant Herman* 
nus Meijer, was van 1681 prediknnt te Termunten , 1683 te 
Becrta, stierf 81 Maart 1718, oud 63 jareo. 

Hij schreef: 

De onderwerpen van den H, doop nader bepaald ofte een ern- 
stig antwoord op de groole vraag of aUe de jonge kinderen ^ dis 
tot 't ontvangen van den U. doop in de gerqfoiineerde kerk aan- 
geboden en aangenomen werden^ daartoe geregligd zijn? en ofse 
van de leeraars met een goed geweten kunnen worden gedoopt. 
Voortgebracht door den seer eerwaarden ^ wetgeleerden en God" 
pmcktigen heere Gerkard Meier y in sgn eerw, leven yverig 
leer aar van Jbzus Christus in de Beerta. En na eemge be- 
schaving met een voorreden en sommige annteekeningen volgens 
kerkenordeninge uitgegeven door Joh, Bern. Kelderman^ predi- 
kant te ütregt. Utr. 1719. 



Digitized by VjOOQIC 



779 

P^Haai dêê Heerm of em i^erhaniéUng van de pUgim ékr 
(mieren^ totuer U nemm in 4e opvoeding van kunne kindereu om 
8$ daardoor^ onder Gods goedheid uit den etdai dêr nnhre ioi 
im itaat dêr wuvre genade over te (rrengen. Gron. 1701. 

Weegeckdle van ket heiligdom, geeckikt om het Uckd en werk 
tan de genade Godts^ van ket dtoaaüieht der nednur en van den 
êeian of dereelver toer kingen in den memcke te ondereeieiden , 
mtgegeven met een voorrede door if* Corel van Byïer, pred. te 
Niemkerk, Ondkerk en Vraen. Oron. 1731. 

Zie BSbl Hag. 01. I. p. 899 , Cl. IV. p. 149. 

MEIJEE (G. A.], zoon van Albertus Loesinck Meijor, 
in 1761 als predikant te Hinta en Oosterhuisen overleden^ 
beoefende de poêzij, blijkens z\}ï\q Kinderlijke traaaen uitgestort 
OUT den dood van zijn vader, 

Zi9 Boekz. d. GéL wereld, 1761a. bl. 346, 347, 

MEIJER (GcRRiT Johan) soon van JanJacob Meijer, 
predikant te Batavia '), en vnn Christina Bastiana 
Sehreader, werd den 15 Aug. 17S1 te Kleef geboren en 
ontving het eerste onderwijs van den heer Buehel, een bij 
z^i ouders inwonend leeraar, in de Hoogdüitscbe , Franscbeen 
Si^sehe talen , alsmede in do gesobiedenis en aardrijkskunde , 
en van een prediker in het Augustijner klooster, Asmus, in de 
wiskunde, terwijl hij in de privaat school vnn den oud*roctor 
Schneider grieksoh en laiijn leerde. Later becocbt hij het 
Gymnasium, destijds bestuurd door den rector Maas en den 
conrector Wachter. Te midden dezer voorbereidende oefe* 
ningen kwam er eene droevige omkeering in zijn lot. Het zeer 
sanrienlijk vermogen ^jner moeder ging te loor; aijn vader 
zig zich eindelijk genoodzaakt naar Batavia, zijne vroegere 
woonplaats, terug te keeren en overleed er ook eenige jaren 
later. Zoo bleef dan zijne moeder met hare jongste kinde* 
ren te Kleef wonen, flaauwelijk orKlersteund door eenige nabe- 
staanden en vrienden. 

Meijers verdere opvoeding werd nu toevertrouwd aan A. H. 



*) Geboren te Colombo op Coylon, vostigde zich, na volbragte ^tur 
dien aan de Hoogescbool te Leyden, te Batavia, waar hy cenigen 
tfld do prcdikdienst vervulde, totdat hij in het huwelijlc trad met C. 
B. Schreuder, wed. van J. G. D. Hasselacr, haren neef , doch- 
ter van jonkhr. Jan Schrender, raad ordinaris ran Neérlands 
Indië en resident van de Oostknst, en van jonkvrouw £. A. Has* 
sela er. Met haar behuwde hij een aantienQk vennogen, bedankte 
voor de prcdikdienst te Batavia, keerde naar Holland, woonde eenl- 
gen tyd te LejdeTi, en vestigde zich daarna te KJeef. Zijn oudste 
zoon L. W. Meger, volgde zyn vader naar Batavia, klom vnn het 
eeno ambt tot het andere op; werd later onder den gouverneur-gene- 
raat Daendels tet secretaris b\) dezen benoemd en overleed aldaar 
in UtS. 



Digitized by VjOOQIC 



780 

Romp, genees- en heelmeester te Kleef , in wiens buis h^' ses 
jaren verkeerde, en die hem smaak voor de geneeskunde in- 
boezemde. Nog bleef hij op bet gymnasium, maar oefende 
zich tevens, onder de leiding van Homp, Rad em ach er en 
Arntz in de natuur-, kruid- en onfleed kunde , en ontving ook 
lessen in het praktische gedeelte. Qebrek aan ondersteuning, be- 
lette hem die studie aan cene hoogeschool voort te zetten, en 
hij zag zich verpligt eene plaats als afzonderlijk huisondcrwijzer te 
zoeken. Dit werd h\j in 1601 b^' Mr. C. van der Voordt 
Fieck te Nijmegen, en in ISOé bij den heer M.C. van der 
Ondermeulen te Amsterdam. Hier geraakte hij in kennis met 
Uier on. de Bosch en U. C. Cr as, en kwam als bemin- 
naar der wijsbegeerte van Kant in aanraking met P. van 
Hemert, Dr. J. R. Dei man en Mr. J. Kinker. £en rede- 
voering in Felix Meriliè door hem uitgesproken , bragt hem in 
kennis met Helmers, Klynen andere letterkundigen. Bij de 
oprigting der hoogeseholen en athenaea in België weixl hem, 
op aanbeveling van Cras, Bilderdyk en Kinker, en door 
bemiddeling van A. R. Falck, de leerstoel der Nederlaodsche 
taal- en letterkunde aan het athaenaeum te Brussel opgedragen , 
welke post hij den I Mei 1818 aanvaardde, en in 1822 volg- 
de hij A. ten Broeke Hoekstra aU gewoon hoogleeraar 
in het vak van Nederd. letterkunde, welsprekendheid en vader- 
landsche geschiedenis op , welken post hij met eene nederduitsche 
redevoering aanvaardde. Ëenigen tgd te voren was hij door do 
hoogeschool te Luik honoris causa tot Pliil. Theor. Mag. et 
Litt. Hum. Doctor benoemd. Hij stichtte te Leuven in 1824 
een Departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 
hetwelk hy , tot aan de omwenteling van 1830, altijd als voor- 
zitter heeft bestuurd , en dat , in het laatste jaar 132 leden 
telde, waaronder, Meijer medegerekend , slechts vier prote- 
stanten waren. In datzelfde jaar bragt hij een èpaar- en hulp- 
honk tot stand, en in 1825, b^j de oprigting van het CoÜe- 
gium pküoiophicum^ werd hij ook in dat gesticht belast met 
de voordragt der Nederlandsche Letterkunde en Vaderlandsche 
Geschiedenis, tot dat in het begin van 1828 L. 6. Visscher 
als buitengewoon leeraar, ter zijner hulpe, voor die taal be- 
noemd werd. 

Na de Belgische omwenteling, werd hij hoogleeraar in de 
Vaderlandsche Geschiedenis te Groningen, en overleed den 22 
November 1848 in den ouderdom van 67 jaren. Hij huwde 
in 1818 Cathariua Smit van Amsterdam, die hem drie 
dochters schonk. Meijer was lid der Kon. Maats, van 
Rhetorica te Gend (1820); lid der Maats, van NederL taai- 
en letterk. te Gend (1822); der Maats, van Nederl. letterk. 
te Leyden (1822), van het Provinc. Utr. Genoots. (1824), 
corresp. lid der 2^* kl. van het Kon. Ned. Inst. (1828), lid 
van het Genoots. Pro cxcolendo jure patrio te Groningen ; 



Digitized by VjOOQIC 



781 

boDonur lid der Maats. Felix Meriti» en van het Kon. Genoots. 
Concordia te Brussel. Hij gaf in het licht: 

Verkamlelmg over WiUiam Skaketpetire ^ in het 10 stuk van 
fan Hemeri's Lekluur voor de ontbijt en theetafèL 

BedevoertMff oaer Friedrich von Seiilier (180S.) 

FerkandeUnff over den Portug. dichter Luie de Camoene en 
êeezel/e keldendicit: Oe Lueiadae (1810.) 

BÓdevoering over de vorderingen der oardrijkekHnde y met een 
tlotvere van F. J. Helmere 1812. Dit slotvers komt ook voor 
in diens NageL Qed, bl. 105. 

Bedev. over Franceeeo Petrarca, ala Ital. dichter (18130 

Lofrede op Jan Frèderik Eelmera (1814.) 

Romekuche nachten^ bij het graf der Scipios. Uit hetltal. 
vert. met aanieekk. Amst. 1815. 2 d. 

Redev. over den Spaanschen geêchiedschryver D. Juan Ba»' 
Hela Mtmoz (1816.) 

Verh. over Mignel de Cervantee Saavedra (1817.) 

Bedeo. op den invloed der zeevaart op de Nederl, taal. 
(1818.) 

Eerêie Nederd^ leesboek, ten gebruike van het openbaar on- 
ierw^je in de ZuideL provinciën. Brussel 1819. Voor de 
vijfde maal herdrukt in 1838. 

Bedev. over de verpUgting der Noord» Nederlanden ^ die in 
België gevestigd zijn, om, door dnidel^'kheid en zuiverheid van 
taal een goed voorbeeld te geven. 

Les verbes irregulier s hoUandais^ tont simples quecomposés; 
nee une ezplication franqaise. Brux. 1819. Voor de derde 
maal gedr. in Junij 1830. 

Grammaire hoUandaise è Pinslruction publigue. Brux. 1820. 
Voor de v^fde maal op de pers in 1830. 

Vervolg op het eerste Nederd. leesboek van G. J. M. over- 
zien en met een voorr. vau G. Lauts. Brussel 1820; 8^ 

Ikeede Neder duitsch leesboek ^ ten gebruike van het openbaar 
onderwas in de Zuidelijke provinciën. Brussel 1821, voor de 
fiecde maal herdrukt in 1829. 

Bedev. over de beoefening der Nederl. taal, het beste middel 
tot bevordering der ware vaderlandsliefde (1822.) In de An- 
nalen der hoogesohool van Leuven. 

Het leven van Jbzus. Hen Nederlandsch handschrift uit de 
XIII eeuw. Met taaUc. aanteekk. voor het eerst uitgegeven. 
GioD. 1885. 

Nalezing op het leven van Jkzds; Verslag van den roman 
wm Wakwei^y en Fragmenten. Gron. 1838. 

Beide door H. Siegenbeek beoordeeld in Kunst- en Let* 
terbode 1836. 

Oude Nederl. spreuken en spreekwoorden {nameleyk ghemeene 
Du^tsehe spreekwoorden. Adagia o ft Proverbia ghenoemt, P. 
W. 1550 Campe^ en Les Proverbes anciens, Jlamings et fran- 



Digitized by VjOOQIC 



7S2 

goiê, pat M. Jfr* OoêtUhaU. Anvera 166^) mei taalk. aanU. 
vitgegeüen. Groxu |8S6. 

Nmtellm van £• L BUeker, itU het Deetuek veri* Gtx)D. 
1840. 

Veralag van twee <md9 werken in D. VI der Werken 8 kL 
V. k. Km. Ned. Init. 1889. 

Oollaüe van ttoe^ fragmenien van tteee verlorene kanéMnrif' 
ten van /. van Maeriant , kei eene van den NaAmre Bloeeten , 
het andere van den Btifmóifèel. 1887. In de N. Werk, v* d. 
Maaiê. v. Ned. Leiterk. D. V. 

De zeven Boeipeaimen en andere stukken, berijmd indeeerete 
helft der Xir eemo. Met aanteekk. wigegeven (1887) in N. 
werk, V. d. Maats, v. Ned. Leilerk. ie Legden. D. V. 

Duveke, trsp. door A, F. SamsoSs, uit het Deensek veri, en 
met eene historische inleiding voortien. Gron. 1840. 8^. 

Zie de Levensb. van G. J. M. door F. C. de Greave, achter de 
Handel d. Maats, v, Ned; Letierk, 1849; Oat.d.BibLv.Afed. Letterk. 
D. L bl. 144, 155, 176 b. 143, D. IL bL 204; D. HL bl. 66; 
Gedenkb, d, Gron. Hooges.; Bilderdijk, Rotsgabnen, D. L bl. 126 
Muller» CaU v. portr. 

MEIJER (O. DB), Bohreel: 

Het edel karakter en de kunstverdiensten van G. /• van den 
Berg. Boit. 1818. gr. 8^ 
Zie Naomi. v. v. Om/, bL 892. 

MEIJER Jr. (Hendrik), tijdgenoot en vriend van H el- 
me rs en Loots, naar wien hij zich vormde. In 1803 ver- 
scheen te Amsterdam zijn eersteling onder den titel: 

Poëtische eerstelingen, bestaande in Godsdienstige gedichten, 
leerzangen. Minnezangen en Mengeldichten, 8*. 

Lauwertak in de eiken krans van Z, K, H. Willem Prins 
van Oranje. Amst. 1835. 8^ 

Fadertandsch gevoel Hf de beschouwing der tentoonstelling van 
schilderijen van nog in leven zijnde meesters, Haarl. 1815. 8^ 

Gedichten. Aid. 8^ 

Hulde aan de nagedachtenis van A. Loosjes Pz. toegebragt 
enz. door het genootschop Oefemna in Wetenschappen te Haar- 
lem^ 14 Maart 1818 (door F. Hofman Peerikamp, C. 
de Koning, L. D. Z.A. van der Willigen enH. Mei- 
jer Jr. HaarL 1818. 8«. 

Nederlandsche geschiedenissen, 8 d. S* dr. Gron. 

H. Meijer was lid der Maats. v. Ned. Letterk. , en overleed 
te Kampen. Velijn gaf zijn portret in ^tu Studenten-almandk. 

Zie NaamL v. v. CUef, bl. 393; CaU d, Maais. v. Ned. Letterk. 
t>. I. bl. 284; D. n. bl. 228; Leyensberigt van H. A. Meijer aebter 
de Handel d. Maats. v. lied. LetUrk. 1854; Maller, Oat, v.porir. 

MEIJER fHEMDBiK A&nold) zoon van de vorige en van 
Johanna Molenaar, werd 4 April 1810 tt Amsterdam 
geboren, maar ontving zijne opvoeding te Haarlem, waar zij- 



Digitized by VjOOQIC 



783 

ne oaders zidi hadden gevest!^ « Uii béd een ietendige, 
vli^ge geest, yoI vnur ea kmoht, een Juiethdid, die wel eens 
drdgde tot rawheidi over te slaan > en die doh om hel ootdeel 
TSB anderen weinig bekommerde, eene snelhad van Opvatting 
en nitvoering, die op het eenmaal volbragte niet ligt tenig 
kwam en \k} welke het meestal gold: wat geschreven staat, 
dat staat geschreven 1 Dit waren eigenschappen, die hem toen 
reeds kenmerkten, en die in zijne latere werken zith evenzoo 
openbaarden. Hij dweepte met Ossian, en benevens Ossian 
was Byron zijn lievehngsdichtef. Het sarcastische en bijten- 
de, het verachten van de mensehen en de wereld en van beider 
oordeel — en waren In zijnen geeet elementen , waannede het 
een en het ander vemant was; en wie zijn dichtstukken , en 
vooral zijnen Boekanier^ leest, die zal dien invloed van deze 
vroege voorkeur niet miskennen. Met dezen dichterlijken smaak 
vereenigde zich bij Meijer, een groote lost voor mathemati- 
sche studiën, die hem bij zijne vroeger gekozene bestemming 
voor de Marine uitstekend te stade kwatUé Reeds bij z^'ne 
komst te Delft had hij m die takken groote vorderingen ge* 
mtakU In 1825 kwam hij als adelborst op dé destijds geves- 
tigde Akademie te Delft, en trad, na afgebopen studie, in 
1828, in werkelijke diensu ^ Hij bevond zich als kdtenant ter 
zee eerste klasse, sedert eenige tijd in Indie "); hij komman- 
deerde daar de brik dè Fadang^ en terwijl deze in timmering 
te Sourabaja lag, bezweek h^' den 8 April 1854 in het hos- 

dl man de dystenterie. Hij weid voor een der beste en 
igste odicieren ^r Nederlandsohe Marine gehouden. In 
het begin van 1840 verscheen zijn Boekanier^ waarin de in- 
vloed der nieuwere Engelsche poêzij niet te miskennen is. Se- 
dert gaf hy enkele karakteristieke verzen in jaarboekjes , onder 
Fmrwel mm Jteoa en Efi^iUmd m de alavenkandel. In 1848 
veneheen tm ffeenêêkirk, Waarin niet minder dan in den Boê- 
hmer de eehte dichter terog woidt gevonden. Hij huwde 
Sara Hermina Cambier en was lid der Maats, van Ned. 
Lettèrk. 

ZSs zyn letenébérigt door K. 8y braad i, achter de mmdd. d. 
Maats. fK Ned, Lettark. 1854; Hnberts, OhrtmoL Mand/, bL 140. 

UfiUEB {HsMRio) kapitein der burgerwacht te Aineteitlatn, 
sdireef : 

Koriê BeH^nt^jfmg van Momickendam ^ 1« dr» in den loop 
der !?• eeuw, «• dir. Mionnikend, mi, «•. 8« -dr. Hoorn 
1768. In imt verscheen nog een uilgsal met de titel: 

Korie bMÓkrijvimg door den ffO-Mdel Oeëimt^ èeer agf^n 

1} Hy kwam in Indië met het fregat Prins Mendrik dsr Mderkm- 
da in Jan. 1851. Men verhaalt dat bij zich toen onledig hiddmet 
den ondergang van het Boedhamsme en de Opkomst van den Islam 
op Java te bezingen. 



Digitized by VjOOQIC 



784 

H. Meijer^ in de voorige eeuno migegeiom^ waariMme^ buyim 
verscheiden merkwaardige gevallen ^ eene naoMwkeurige beeckrij* 
ving van de form der regeeringe^ ende ineonderheydl van de 
wijze van verkiesinge van óurgemeeaóeren» Tweede dmk^ zijnde 
agter hetzelve nu ook gevoegi , de privilegiën rakende de uagi* 
atraata bea tellingen va» hertog Aelbrecht^ in dato 22 Junij 
1404, en koning Philipa, in dato 26 Ju^j 1564. Monniken- 
dam. 1776. 8'. 

De eente zeldz. druk komt in ms. voor op Cat. van Alke^ 
made en van der Schelling (1849) bh 17. 

Zie Mr. Bodel Nyenhnis, Topogr, Hjit v. pkuUêbesckr. bl. 155; 
Cat. J. Korting, D, II. bL 204. 

MEIJER (Hermannus), schreef: 

Explicatie loei Joamda Cap* XIX: 11 , in Bibl. Hag. Cl. 
ir. fase. 2, p. 269. 

MEIJER (Heriunmus) dichter uit de eerste helft der 18* 
eeuw. Hy schreef o. a. een Lofdicht voor de Gedichten van 
R. Tan Leuven, Amst. 1735 en voor AUe de werken van 
A. de Kramer, Amst. 1736. 

Zie Heringa, L^tt van diehi. bU 65* 

MEUËR (Hebmanus), te Schermda geboren, predikant, 
eerst in 1785 te Lieroort in Oost*Friesland en daarna (1746) 
te Kessel aan de Maas in de Me^'erij van 's Bosch, waar hii 
den 15 Jan. 1757 in den ouderdom van 60 jaren, is over- 
leden. 

Hij schreef: 

Kort verhaal der Nederlandache geachiedenia en in het bijzon- 
der van de zeven vereenigde landschappen ^ 't zedert de eerate 
óevolkinge dezer landen tot aan het jaar 1741. De tweede drmk ^ 
verbetert en vermeerdert^ door Herm. Meijer^ oud predikant der 
staatache bezettinge te Lieroort, en thans beroepen te Keaael. 
Te Groningen bij L. GroenewoU^ 1747 (gr. 8*.) I en II dl. 
met een doorloopend bladgetal, te zamen 1044 bladz. behalve 
voorwerk en de bladwijzer. Hl dl. na des schrijvers dood 
uitgaven. Met eene Voorrede waarin de inhoudt van hetzelve 
int kort vermeld wordt en gedagtekend den 27*^*" van Soomer» 
maand 1761, door Wilh. Themmen, predikant te Arnhem, 
2* druk te Groningen 1769, behalve de breede voorreden en 
bkdwijzer 525 bladzijden , enkel over de jaren 1741 — 1748é 
Dit deel behelst zeer belangrijke staatstokken uit dat tijdvak, 
te meer belangrijk daar de NÓderlandsche jaarboeken eerst met 
1747 beginnen en verdient met Wagenaar's geschiedverhaal 
van die jaren vergeleken te worden. Het is eene echte maar 
weinig gekende bron voor de geschiedenis van dat belangrijk 
tijdsgewricht, waarvan ook v. Kampen in het 2^* deel zijner 



Digitized by VjOOQIC 



785 

Vfriarte getckiedeniê der Ned. een goed gebruik heeft gemaakt. 
OfechooD deze Ned. Gesch. , volgens den titel, met de eerste 
bevolking aanvangt, wordt echter alles tot aan de regering van 
kdzer Karelin 25 bladzijden afgehandeld. 

De eerste druk kwam in 1744 in 't licht, en Meijer had rede- 
nen om er zijnen naam niet voor te zetten. Hij begint met de 
regering van keizer Ka rel V en eindigt met den vrede van 
Utrecht 1718. 

De Titel van het derde deel luidt: 

Kort verhaal der Nederlandsche geschiedenis en in 't bifzon" 
der van de zeven vereenigde landschappen, sedert de eerste be- 
volking dezer landen tot den j ar e 1749 door Hermannus Me^er 
M leven predikant te Kessel, derde deel^ met eene voorrede van 
WUhelttus Themmen, predikant te Arnhem. %^ dr. Gron. 1769. 

T h e m m e n zegt in de voorr. , 'rdat zijn H)erw. dit derde deel 
nog even voor het sloopen van z^n aardschen tabernakel had 
afgewerkt en tot de drukpers bestemd." 

Meijer is heftig tegen de Franschen: ja volgens zijn uit- 
gever Themmen, al te sterk en te driftig^ de heer Meijer 
was OM vele redenen afkeerig van de Franschen, 

Nog heeft men van dezen Meijer: 

Korte inleidingen der kerkelijke geschiedenissen van de l^ 
tot aan de 18e eeuw, door H. M. V. D. M. Gron. 1755. 8^ 
(2 nitg. 1760, 2uet eene voorr. van W. Themmen.) 

Voorts schreef hij nog: 

De twist in Frtmkrijk over de constitutie Unigenitus. voor» 
heen en in deze dagen. De BuUe zelfs. Opkomst der Jesuiten 
m Janssenisten , en andere zadken daartoe betrekkelijk , en tot 
opheldering van dit krakkeel dienstig» Voorgesteld en beantwoord 
ioor vier ingevoerde sprekende persoonen. Gron. 1761. 8^ 

Ook bezorgde hij eene nieuwe uitgave van de Bgenkorf der 
Roomsehe kerk door Philips van Mamix van St, Aldegonde, 
Gron. 1761. 8^ 

Zie de Wind, BibL v. Geschiedt, St. V. (Naaml) bl. 16; Mm- 
mosgne, D. XIU. (N. verzamel D. UI) bL 177; H. de Jongh, 
NaamL v. pred. in Geldetl bl. 369. 

MEIJER (H£BMANNus)of MEIJEBUS, een Oost-Fries , bur- 
gemeester van Emden gaf in het licht: 

Jraetatus de pignoribus et Hgpothecis et creditorum prioilc' 
giis. Fïranoof. 1601. 4^ 

2ie Faqaot, Mém. T. I. p. 477. 

MEIJEE (Rerhan) behoorde tot de vier voorname Holl. 
kooplieden in Rusland, die keizer Peter, na het verlies van 
den slag van Nerva in 1701 uit den nood hielpen. 

De Russische keizerin Cathariiia I was doopgetuige van een 
kind van Meijer op den 4 Mei 1726 in de Uoliandsche kerk. 

Zie Scheltema, Bml en de Nederl D.IILbl.74i D.IV.bl.218. 

50 



Digitized by VjOOQIC 



786 

MEIJEB (JüSTüs) J. U. dr. te Nymegen geboren , leerling van 
Dion. GothofridusteHeidelbergen van Georg. Obrecht 
te Straatsburg, werd aldaar hoogleeraar. H^ overleed den 
7 Augustus 1622, in den ouderdom van 56 jaren. 

Hij gaf in bet licht: 

Endoxa JusHnianaea , sive disputoHonPê apologeticae pro ju- 
riê cimÏM diffniéaie et veritcUe tuenda» Argent. 1616. 4^ 

CoUegivm Argentoratense ^ a diversie auciorióus compiUUum. 
Argent. 1617. 4^ Cum addiücndbue Jo. Otth. Thaboris. 
Ibid. 1657. 

De Quaest. ewU ne Protestanies jure Caesareo haeretici et 
uUimo euppüdo affieiendi contra Scioppii sanguinariam claesicam. 
Ibid. 1624. 4*. 

De tranêocHone. 

Disê. ad L. deprecaéio ff. de lege Rhodia de jaciu depromta: 
quomodo Imperator sit mmdi dominue; 

Discureue de rei feudaUs vindicaüone ^ die Joh. Schel ter 
gevoegd heeft b^' zijne ^. de panagio et apanagio. Ibid. 
1619. 4*. 

De culpa in coniraciióus praeêtanda , die Frederik Scha- 
glas in 1696 met aanteekeningen heeft in het licht gegeven. 

Oommentariue in Pandectae. 8 T. 4^. 

Quaeetioneê Juris Mieceüaneae, 

Zie Foppens, Bibl Belg. T. 11. p. 788; Jöcher» Adelnng 
en Botermand. 

MEIJEB (...)> een Belgisch beeldhouwer in de XVIIe 
eeuw. Op den Cat. der Kimêtaterken ^ nagelaten door Jaques 
C lemen 8, kanunnik van St Bavo te Gend, komt van 
hem voor: 

Jbsus Chbist expoêé, fait en boie de 6ms par Ie ectUpteur 
Meijer^ ^tmê beüe exécuHon. 

Zie Kramm, t» a. p. bl. Uil. 

MEIJEB (• . •)• ^U gelegenheid van den opstand onder de 
inboorlingen van het eiland Honimoa, werd deze majoor ge- 
vaarlijk gewond , en stierf kort daarna op de buitenplaats Batoe 
Gadjah, waarheen hij van het schip de Admiraal Evertsen 
gebragt was. 

Zie Q. M. B. Ver Haell, 22«m door de Oost Indie, D. L 
bL 18. 

MEIJEB (H. C.) schreef: 

De dankbare Hendrik Berk, een verhaal voor jonge lieden, 
met platen, kl. 8^ 1827. Amsterdam. 

MEIJEB (Jacobus) een zeer verdienstelijk Godgeleerde en 
niet minder bekwaam geschied- en taalkundige, werd den 11 
November 1807 te Groningen geboren. Vroeg was het in 
hem zigtbaar, dat hem een heerl^ke aanleg en uitmuntende 



Digitized by VjOOQIC 



787 

.e;ee9tvermogens waren geschonken. Met het volste regt werd 
aan ook gevolg gegeven aan zijne begeerte om eene geleerde 
opvoeding te ontvangen. De latijnscbe scholen in zijne vader- 
stad bezocht hij met zoo veel vrucht, dat hij met den hoog- 
sten lof bevorderd werd tot het academisch onderwijs. Of- 
schoon hij het hooger onderwijs bijwoonde, bepaaldelijk met 
liet doel om zich te bekwamen voor het predikambt, verwaar- 
kx>sde hij daarom niet de voortgezette beoefening der letteren 
en ecfaoone kunsten. 

Een korten tijd verwisselde hij het academie- met het krijgs- 
mans-leven; want vurig en moedig van inborst, met hartelijke 
Kelde voor zijn vaderland vervuld, moest hij wel gelyk menig 
ander academieborger in 1830 gehoor geven aan 'skonings 
roepstem 'te wapen"! ten einde deel te nemen aan den strijd 
tegen Bdgie. — Dien tijd onder de Groninger flankeurs ge- 
sleten , rekende hij later geenszins verloren. Niet slechts schonk 
kij hem vele en aangename herinneringen, welke hij gaarne 
mededeelde bij gepaste gelegenheden; maar hij was er tevens 
rijker door geworden in menschenkennis en levenservaring. 

Van den veldtogt teruggekeerd, hervatte hij met lust en 
ijver zijne geliefkoosde letteroefeningen, zoodat hij weldra de 
academie kon verlaten als doctorandus in de theologie. 

In den aomer van 1833 aanvaardde hij de bediening te 
Beetgum (in Friesland). Met hoeveel ijver bij ook zijne ge- 
meente diende, liet hij toch niet zijn voornemen varen, om 
door bet verdedigen van eene dissertatie zich den titel te ver- 
werven van doctor in de Godgeleerdheid. Met het schrijven 
daarvan haastte h^ zich te meer om dit afgedaan te hebben 
foor hij het echtelijke leven begon, dewijl het voorbeeld van 
menig ander hem geleerd had, dat door de genoegens en zor- 
gen daaraan verbonden , de voorgenomene of begonnen disser- 
tatie voor immer werd ter zijde gelegd. — Hij leverde dan 
ook spoedig eene doorwrochte verhandeling, getiteld: 

Disp. TkeoL, qua inquirüur in mm, quam habtdt inHiiutum 
Mo^aïctan in Hebraeortm de rebus post fnorien JhUurie optni* 
(mesj d. i. over den incloed, dien de Mozaïsche ineteJUngen op 
de denkbeelden der Hebreen over de onsterfelijkheid hebben «ï- 
geoefend. Gron. 1835. 

Gelukkig gehuwd met mejuf vrouw Lammigje Holthuis, 
sleet hij te Beetgum aangename en genoegelijke dagen gedu- 
rende een twaalftal jaren , ofschoon hij eenigen tijd met eene 
keelziekte bezocht werd, die eene hinderpaal opleverde dat hij 
niet in eene der groote steden tot het leeraarsambt geroepen 
verd. In het voorjaar van 1845 verwisselde hij Beetgum met 
Wolvega, waar hij nog vijftien jaren met lust en ijver werk- 
zaam was; tot dat eene slepende ziekte z^'ne gezondheid onder- 
mijnde, die hem den 21 Mei 1860 den doodalaap deed inslui- 
meren. 

50* 



Digitized by VjOOQIC 



788 

Hij was een raan van ccn voortreffelijk geheup:en, scherpzinnig 
oordeel , geoefend verstand en vasten wil. Werkzaam van aard , 
nam hij zijn openbaar en bijzonder dienstwerk waar met ge- 
moedelijke trouw, en wist daarenboven tijd te vinden niet al- 
leen om zich veel bezig te houden met zijne kinderen , ten 
einde hunne opvoeding en ontwikkeling te bevorderen; maar 
tevens ook bij herhaling te werken voor de drukpers. Tijdens 
sdjn verblijf te Beetgum leverde hij onderscheidene opstellen, 
waaronder belangrijke recensien in het tijdschrift »de Gids" 
alsmede in het 4r Zondagsboek ," uitgegeven by Ypma te Frane- 
ker. Hij vertaalde uit het Hoogduitsch van Dr. A. Neander, 
MHet leven van Jesu» in deszelfs geickiedkundigen zamenhang 
en geachiedkundige ontwikkeling /' II deelen , te Groningen , by 
W. Zuidema, 1840 en 1841, alsmede van dienzelfden schrij- 
ver ir Geschiedenis der Christelijke kerk onder de leiding der 
Apostelen, ^^ II deelen, bij denzelfden uitgever, 1844 en 1843. 
Bij beide werken voegde de Vertaler enkele maar belangrijke 
aanmerkingen ^). Te Wolvega leverde hij onderscheidene stuk- 
ken in het «rChristelijk Zondagsblad onder de redactie van 
J. J. Swiers"; en schreef o. a. twee vraagboekjes die blij- 
kens de herhaalde nieuwe oplagen, veel opgang maakten. Het 
eerste was : /fKort begrip van het geen de Christen tot zaligheid 
te toeten noodig heeft^^ het tweede : ^Leiddraad bij het Gods- 
dienstig onderwijs van kinderen;'* beide bij H. ten Brink 
te Meppel. Bij dienzelfden boekverkooper gaf hij in 1857, 
zonder vermelding van zijn naam, nog in het licht: ^Het le- 
ven van drie beroemde engelsche Staatslieden, naar het engelsch 
van Thomas Babington Macauiay. 

Zijn stoffelijk overschot werd vijf dagen na zijn overlijden zeer 
plegtig ter aarde besteld; het ligt op de algemeene begraaf- 
plaats bij AVolvega begraven onder een gedenksteen waarop 
met weinige regels 's mans nagedachtenis is vermeld. Den 
daaropvolgenden eersten Pinkster Zondag (27 Mei) sprak 
D^ Kiers, predikant te Oldeholtpade, eene treffende lijk- 
rede op hem in de kerk te Wolvega, in welke hij den over- 
ledene in al zijne waarde en voortreffelijkheid schetste. 

Part berigt» 

MEIJER (Jaoob de) of MEIJEBUS werd den 27 Januarij 
1491 te Vletteren, een dorp twee mijlen van Belle (Baillenl) 
geboren. Hij zelf noemt zich wel eens BaUohmus^ volgens 
gewoonte van die dagen om liever genoemd te worden naar 
het dorp, waar men geboren was*). Na in zijn vaderhind de 



|) Zie Vaderlandsche Letteroefeningen, 184S, 1845 en 1846. 
^ Paquot, MéoL T. VII. p. 185; Foppens, BibL Belg. T. I. 
p. 528. 



Digitized by VjOOQIC 



789 

eerste gronden der letteren gelegd te hebben, begaf hij zich 
naar Para's om zich aldaar in de godgeleerdheid en wysbe* 
geerte te oefenen. In Vlaanderen terug gekeerd trad hij in 
den geestelijken stand; woonde eerst te Yperen, daarna te 
Brugge, waar hij eene school opende en jaren lang eene tal* 
r^'ke jongelingschap onderwees. H^ overleed den 5 Febr. 1552, 
io den ouderdom van 61 jaren. Zijn grafschrift in deSt.Do* 
naas kerk te Brugge , waar hij overleed en begraven ligt, leest 
noen bij Foppens en Paquot. 

Van zijne vroegste jeugd legde hij zich met buitengewonen 
ijver toe op de geschiedenis van Vlaanderen. Behalve de toen 
bekende gedrukte werken , wist hij zich , in weerwil der beperkt* 
beid zijner mid<ielen, een aantal bandschriften aan te schaffen; 
ook deed hij onderscheidene reizen om de rijkste bibliotheken 
te bezoeken en berigten in te winnen nopens de belangrij ksta 
gebeurtenissen. Minder gelukkig beoefende hij de lat^'nsche 
poëzij. Men heeft yan hem: 

FlaMdricarun Benm Ubri X. De origine Flandrarvm , tomua 
1. De Menapiiê tomua L De TomacenMus^ iomus L De 
Gamiaoetuiöuê , tomus L De DuacenHbua , tomua L De Cata' 
hgo Regum Frandae ac Comitatua Flandriae, tomua L De 
Geneaio ffia comitum Flandriae, tomua L De aitu ac moribua 
fUmdriae^ tomua 7. De nobtlitaie rebuaque aUia^ tomua L 
Cm Hymno de aanctiaaimo nomine Jeau, Chronica Flandriae. 
(Deze twee woorden zijn als het ware een titel voor het geheele 
werk) Brugis 1531 4^ Antwerp. 15Ï51 12°. Brugis 1845 4^ 
(Exemplair unique inprimé sur peau de velin). Aan het einde 
van dit werk leest men : linia primae Decadoa , waar uit blijkt 
dat de schrijver het wilde vervolgen. Dit werk wordt meer 
geacht dan zijne Annalea. Deze verschenen in 1538 te Neu- 
renberg bij Joh. Petreus in 4<*. met den titel: Chrofdcorum 
Flaudriae per Jac, Me^erum BaUiolanum^ opua mme reoena 
editum. Deze uitgave bevat de negen eerste boeken en loopt van het 
jaar 445 tot 1278, later vervolgde hij het werk tot den dood 
Tan Kar el den Stouten (1477). Hij beleefde echter 
die uitgave niet. Zijn neef Anthoni Meijerus deed 
baar in 1561 in het licht verschijnen onder den titel van 
Commentarii aive annalea Rerum Flandricarum Lióri XFlIauc- 
tore Jac. Meijero BalUolano , evenwel met uitlating van hetgeen 
hij achtte minder tot de geschiedenis te behooreu. Met regt 
wordt dit werk voor een der belangrijkste, die immer over de 
Vkamsche en Belgische geschiedenis geschreven zijn, gehou- 
den. Het is met de grootste naauwkeurigheid en zorg be* 
werkt, misslagen komen er zelden in voor, nog zeldzamer die 
van groot belang. Zijne goede trouw is buiten verdenking 
ziJD geloofwaardigheid wordt algemeen erkend; alleen verwij 
men hem eenigc partijdigheid tegen de Franschen en in 't bij- 
Z(mder tegen Lodewijk XI. 



Digitized by VjOOQIC 



790 

Klait noemt bem: scrlptorem accuratissimum qui pluriroa 
eK chürtia mon urnen tisque fide dignis baussit. 'M e ij e r u s" schreef 
De BasU, 'sans doute Ie plus exact de nos Cbrooiquers" de 
"Wiad , 'zij houden deze Annales voor een der schoonste gedenic- 
stukken, welke aan de Belgische geschiedenis zijn ontleend.'' 

Petrus Scriverius heeft er uittreksels van gegeven in 
zijn Hoüandiae Zelandiaeque comiium ac dominorum Friêiae 
Icon. et JSiêtoria. Ook vindt men vermeld : Compendium, Ckron, 
Flandriae per Jac. Meijerum, Norimb. 1538. 4**. en 

Anê. Me^jerua Comités Flandriae sei4 epióome rerum FUmdric. 
ex annalióus Jac. Me{jeri. Antv. 1635. kl. 8^. 

Amudes rer, FUmdric. Antv. 1&61. fol. aoec noteêMse, de Paquot 
en Notandae ad annales Flandriae Meijeri , in fol. beide mss. 
voorkomende op Cat, mss, liuUmann, 

Behalve deze werken verscheen van hem eene uitgave van 
het gedicht van Guilielmus Brito, over den oorlog dien 
Philips, koning van Frankrijk, tegen keizer Otto en de 
£ngelschen en Vlamingen in 1214 gevoerd heeft, getiteld: 

Beüum , quod Philippus Francorum Rex cum OUone Augusto , 
Anglis^ Flandrisque gessit^ annis ab hinc CCC^ ab aulAore 
anongmo coaeianeo versiöus conscripium; et a mendis repurgattm 
a Jacobo Meyero; qui sua aliquot Carmina adjunait. Antv. 
1534. 8«. Voorts: 

Hgmni aliquot Fcclesiastici ; meliores redditi; item Carmina 
pia Jac, Meijeri, Una cum annotaOonibus in duos hymnos 
trochaicos Aurelii Prudentii, de Miraculis^ et duorum Mar tg- 
rum; Lovan. 1637. 12«. 

De Hymnen zijn opgenomen onder de Preces Fccleaiasticae 
van George Cassander. 

Elegiae Jacobi Papae Hgprensis^ edid J, M, Bruges 1847. 
4"*. (Nouvelle publication). 

Meijer liet een dik deel met handss. over do geschiedenis 
na. Het bevatte o. a« 

JOiscriptio Miraculorum ad ReUquias S, S. Marceüani et Petri 
liomd Gaudavum ad Monasterium St, Bavonis tranalaios edi* 
torum. Vita S, Ansgarii Episcopi Hamburgensis, 

Men schrijft hem, schoon volgens Paquot, ten onregtetoe: 
Epistolarum liber* de viris iUuslribus, 

Zie Sweertii, Ath, Belg, p. 367, 368; Val. Andreas, Bibl 
Belg, p. 421, 422; Poppens. Bihl Belg. T. I. p. 528; Locrii, 
Chron, Belg, p. 557; Sanderi, FUmdria ül. uli. ediU T. II. p. 412, 
ni. p. 289; Saxe, Onom. T. III. p. 155; Anal, p. 606; Thomas 
Magiri, EponymoL; Kluit, Hist. Cnf. T. 1. P. II. p. 82; Hoeufft 
Pam. Lat. Belg. p. 95; dn Fresnoy, Methode pour étudier tHis- 
toire, T. III; Cat. de Eistoriens, (Paris 1735. 4°.) p. 324; Paquot, 
JUém. T. VIL p. 136; de Bast, Recueil des Ant. Fl. et GauL p. 
468 ; Lesbronssart, Projet dune nouvelle Eistoire du comtéde FUm- 
dre in de Nouv, Mém. de VAcad, de BruxeUes, T. I. p. 316; Dodt 
van Flensbnrg, in Meng. v, d. Ree, du Ree, 1832, bl. 507voJg.; 



Digitized by VjOOQIC 



791 

de Wind, Bibl d. Nedarl Gesehieds, bl. 137, 537; van Kam- 
pen, Bekn, Geach. d. Ned, LeU. D. I. bl. 88, 89; Lniscins, Mo- 
rerie. Hoogstraten, Kok, Nienwenhnis, Biogr. (Tnh,; 
Noito. Biogr, Gén&,; Jöcber; Messager des sciences et det arts de 
h Belgique, 1833, p. 431; Bibl SuÜh. m8.n^589. 591; CaLBibl 
DaceHir. p. 198. 

MEUER (Jan) bloeide in het midden der 18« eeuw en ar- 
beidde Toor het Amsterdamsche tooneel. H^* gaf onder de 
spreuk: omma oommdo doeüis aoletUia venU in het licht: 

Ibraüm en habeüa, trap. Amst. 1746. 

De gelukkige eekaakmg of driedubbele wederviMdmg ^ blsp. 
Aid. 1746. 

De bedrogen schookos^ of gelukkige Drie-komngadag ^ klep. 
Aid. 1746. 

De Nieuwmodiseke kemde of vrijheide marktdag. KludUig 
irtp. Aid. 1748. 

De Ameierdameke speelpop, blsp. Aid. 1748. 

De kereteldê trouw, en het eiland Fryendaal^ land- en zin- 
wespel. Aid. 1748. 8^ 

De triompheerende vrijheid en godsdienst, of de zegepraal 
der Batavieren, over de heucheUjke geboorte van zijne doorl. 
hoogh. den grove van Buren, prinse van Or. en Nas. etc. in 
^sGravenh. 8 Maart 1748; tooneeldicht. gr. 8^ 

Jrleguin Ambassadeur naar het onderaardsche rijk, {en, bij 
den koning van het onder-aardsche rijk) u. h. Mdleyts vertaalt 
(in drie slakken) o. d, zinspr. Nosce te ipsum 1748. 

Omvenoagte welkomst-begroeting e aan W. C. H. Friso uit 
naam der burgeren van Amsterdam. Amst. 

Ongewoone en onvergeeteUjke hoogtijds-vieringhe van Amstels 
burgers en imwoonderen enz. den 7 September 1748, lierzang. 
Amst. 1748. 

Zie Cat. d. Maats. v. Ned. Letterk. D. L bl. 143, 144; D. UI. 
U. 119, 120. 

MEIJER (J. C.) schrijrer van 

De verlooving, of hoe deedt oom in de comedie, blsp. n. h. 
Hgd. van Frikke. Amst. 1799. 

De tooverfiuit, zangspel, n. h. Hgd. van E. Sehikaneder. 
Aid. 1799. S\ 

'^ Zal laat worden, blsp. met zang. Amst. 1801. kL 8^ 

Het kunstenaars geluk, blsp. Amst. 1805. gr. 8^ en kL8®. 

Zie Ca<. d Maats. v. Ned. Letterh. D. I. bl. 144. 

MEIJER (J. C.) , schreef: 

Inleiding ter kemdsse der HoUandsche zeifstandige naamwoor- 
den enz. 8*. Amst. 

Alphabetisehe naamlijst van bijna 1200 HoUandsche werk- 
woorden. 8^ Amst. 

MEIJER (J. P.) schreef voor het tooneel: 
De onechte dockter. tnsp. 



Digitized by VjOOQIC 



792 

Het woud van Hermanstad of de gewaande echtgenoote , tntp. 
n, A, Fr, van M, Oraigniez. 

Het kind der liefdadigheid of de Nieuwe Aniigone , inep. n. 
h, Fr. van Canwunlle Saint Aubin^ in D. XIV van het Zede* 
lijk echouwtooneel der menseheUjke hartstochten en daaden^ of 
tooneeUtukken van vernuft en smaak (in proza) met nieuw geut' 
venieerde kunstplaten. Amst. 1796 — 1808. 

Zie Cbt d Maats. v. Ned. Letterk. D. I. bl. 406. 

MEIJER (J.) schreef: 

Twee pylaaren der waarheid in de Christelijke godsdienst. 
Amst. 1695. 8«. 

Zie Abcoude, Naamr. bl. 245. 

MEIJEE (JoHAN Eyerabd), geboren te Osnabrug in 1672, 
werd in 1697 Intersch predikant te Deventer, in 1701 te Leyden, 
in 1713 te Amsterdam, in 1743 emeritus en overleed in Sep- 
tember 1749 in den ouderdom van 77 jaren. Uij acbreef: 

Lijkredenen over H afsterven van D*. 1^. H. Empzycbof, 
A. Waaken, J. Velten en T. H. Haver. 

Zie Schultz Jacobi en D. Nieawenhuis, Bydr, O. V. bl. 
39; Domela Nienwenbuis, Geèch, d. Amst, Luth. gemeenie, bl. 
147, 148; Abcoude, Naaml. bl. 244, Aank. bl. 140. 

MEUEB (J.) schreef: 

Fan der ïFerfsehe redevoering , of redevoering tegen van der 
Werf. gr. 8*. 1816. Utrecht. 

MEIJER (J. J.) schreef: 

Waarneming van eene ver zweering in de linea alba^ door 
welke galsteenen ontlast werden, in Alg. F ad. Letter oef. 1802, 
D. Xll, St 2, bl. 560. 

Zie Holtrop, Bihl Med, Chir. p. 221. 

MEIJER (It£Lius Justus). Zyne Leerrede over Ps. 89 vs. 
4,5 de Koninklijke stoel van vorst Messias heerlijk gebouwt 
en eeuwig van duur , bij de inwijding van den predikstoel te 
Schiedam (1759) wordt vermeld bij Schultz Jacobi en 
Nieuwen huis, Bijdr. D. VIL bl. 72. 

MEIJER (FsAMcoïs de), een kunstschilder, die te Rome 
den 3 Januarij 1674, tijdens Abraham Genoels en ande- 
ren in de Bent waren , er in aangenomen werd , en den bent* 
naam van Uitstel verkreeg. Mogelijk was hij dezelfde met de 
batailleschilder de Meijer die te Rotterdam overleed. 

Zie Honbraken, Lcv. d. KunsUch. D. II. bl. 102; van Eyo- 
den en van der Willigen, Leven der Schild. D. II. bl. 102; 
Immerzeel, t. a. p. bl. 223. Eramm, t. a. p. bl. 1112. 

MEIJER (Ubndrik) werd in 173? te Amsterdam geboren, 
rigtte ie Haarlem een behangsel fabriek op en verkreeg aldaar 
de betrekking van medebestuurder van de Stads Teekenakade- 



Digitized by VjOOQIC 



798 

mie. Na eenige jaren die betrekking ver? uld te liebben , deed 
kij met zijn kunstbroeder W. Hendriks een reis naar En- 
geland. Bij zijne terugkomst in het vaderland, hield hij geen 
raste woonplaats. Hij teekende en schilderde somtijds land- 
schappen. Zijne teekeningen met sap- en dekyerwen en met 
O. L inkt zijn, ofschoon te kort schietende in effect en 
meesterlijke behandeling, echter rijk en geestig, zijne sto&adje 
illerliefiit van teekening en in overvloed aangebragt. Ook beoe- 
fende hij de etskonst. Heller noemt twee stuks van hem als: 

Een kmdtehap mei eigenaardige gebouwen 6ij een anweérsótd, 
1769 4^ en Aet kasteel te Wijk bij Duurstede, 1765 4^ Hij 
begaf zich in gevorderden leeftijd naar Londen, waar hij 
1793 overleed. 

Zie Immerseel, t a. p.; Kramm, t a. p. 

MEIJER (H. de). De heer Kramm zag van dezen mees- 
ter een landschap ^ goed van kleur en behandeling, in 1657 
geschilderd. Op een eaidl. komt van hem voor een stil water 
met verscheidene schepen en figuren voor de stad Dordrecht, 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEIJER (H. de), te Utrecht geboren, bloeide in de tweede 
helft der XVIII* eeuw, en beoefende het wapen- en stempel 
snijden en had grondige kennis in het afbeelden van medai^ es , 
die uitmuntend zijn geteekend. 

Tm Kramm, t. a. p. 

MEIJER (JoHANNEs DB), zoon van de vorige, beoefende 
hetzelfde vak als zgn vader , doch was minder bekwaam. H^ 
was, volgens Kramm, vlug en ijverig, doch moest ook aan het 
stempelsnijden ondergeschikte zaken om den broode verrigten. 
Hij overleed omstreeks 1820 te Utrecht, in den ouderdom van 
ongeveer 60 jaren. 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEIJER (Jan de). Op de kunstverkooping van Jacques 
Meijers te Rotterdam 1722 komen van dezen kunstliefhebber 
voor de volgende studiën, die h\j voor oefening vervaardigde. 

EUa» onder den boom met een engel ^ naar Guido Reni. 

De maagd Maria met het kind Jezvs, naar denzelfden. 

Een dito naar Gorreggio. 

En een modem stukje, voorstellende: 

Een mei^'e dat worst stopt. 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEIJER (Laubbntius) , geb. 2 Oct. 1717 te Wezel in het 
toenmalige Hertogdom Kleef, studeerde te Groningen (1747 — 
1752), werd in 1753 pred. te Jemgum, in 1759 te Uttum , in 
1763 te Twijzel en Kooten, in 1788 th.dr., hoogl in de godgel. 
en latijnsch academieprediker aan de academie te Franeker, waar 
hij 25 Aug. 1788 overleed. 



Digitized by VjOOQIC 



794 

Hij aehreef: 

IHêê. eaeg. i» Cap. XF^ Ep. ad Corinth. Praes. öerdeê. 
Gron. 1782. 

OraHo de a/oertettdo , quod réHgiomim divenUa» êffluere poê' 
ni damno. Franeq. 7788. 4^ 

Diêsertaéio PkUologieo-Tkeologica dê faeiè Siepkmd AufféUoa 
ad iüuêirandim looum Act VI: 15, in Bibl. Hag. CL V. 
p. 588 seqq. 

Verkamdding over de Ooddelifke eigefteeiappeH en de wegen 
op welke deeeUoe aan en van den menech verheerUjH worden. 
Gron. 4 d. 8«. 

Traetaat over Psalm CXXIF. 

Onderzoek of God zijne wetgevende magi enkel naar s^ne wijze 
willekeur uitoefent dan wel op zulk eene wijae dat de menscke- 
Ujke rede zelve de volmaaktheid der Qoddel. wetten beseffen kan y 
bekroond door ft Stolpiaansch legaat 1769. 

Voorts nog eene bekroonde verhandeling door het Stolpiaansch 
legaat 1772, Om uit de eigenschappen ^ die aan alle de dingen 
welke het geheel-all uitmaken, gemeen zijn, te betoogen^ dat 
dezelve dingen niet noodzakelijk bestaan enz. Ook vertaalde hij den 
Bijbel der Natuur van Scheuchzer en DonaU 

Zie Walch, NeuuU ReUg. Qeach, T. UI. S. 301; Reersheim, 
Oêt/r, reform. Pred. S. 100, 208; Botermnnd; Colnmba en 
Dreas, NaamL v, pred. onder de cL ü. Dokkum^ bl. 200; Arren- 
berg, Naamr. bl. 85. 

MËIJEBE (Leon de) van Antwerpen, Men heeft: 
Eesponse au poëme d'advis pour la paix Belgique^ composé 
par Leon de Meijere dAnvers, dedU au cardinal Jlbert d* Aus- 
trice, de Vimprim. d^ Armant Conincks 1598... è la S. des 
ProvinoeS'Belgiques Unies par Theophüe. Hors de Rome. 
Sans privilege du pape pour IX aus , sat^f demg quart. 
Zie Bibl V. Pamflet, n^ 409. 

MEIJËB (LisvB Willek), zoon van David Meijer, 
welke laatste in het jaar 1787 predikant te Colombo, op 
het eiland Ceylon, was, trad nog zeer jong zijnde in dienst 
van de voormalige O. I. Compagnie. 

Wij vinden hem in het jaar 1805 reeds met den aanzienlg- 
ken post van Visitateur Generaal der Indische negotie-boeken 
bekleed, en na de komst van den Gouverneur Generaal Daen- 
dels door dezen met nog hooger betrekking begiftigd, en 
met eene missive van het hoogste vertrouwen en van finan- 
tielen aard naar Nederland vereerd. 

Hoe weinig Meijer echter dat vertrouwen verdiende, heeft 
hij wei bewezen door zijn eerloos gedrag na de landing der 
Ëngelschen op Java in de maand Augustus van het jaar 1811, 
toen hem bij uitzondering op den algemeenen regel, tiithoofde 
van voorgewende ziekte en zwakheid, door den Gouverneur 
Generaal Janssens, even zoo als aan den eerbied waardigen 



Digitized by VjOOQIC 



796 

oud Gouverneur Geoeraal Siberg verlof was gegeven om in 
djne woning, digt bij Batavia gelegen, te verblijven; en bij 
al dadelijk, seboon nog als Secretaris Generaal aan den opper- 
landvoogd en zijne regering door eed en pligt gebonden, den 
rol van verrader speelde en door zijne kennis van zaken alle 
mogeüjke hulp aan den gelanden vijand bewees » die hem dan 
ook ter belooning van zijn verraad, terstond in zyn dienst 
stelde. 

Een zoo goed voorbeeld was voor zijn lafhartigen broeder, 
kapitein b^ een in bet versterkt kamp te Meester Comelis, 
gelegen infanterie bataülon , niet verloren , want ook deze maakte 
zich schuldig aan desertie nog voor de bestorming van dat kamp, 

Beeds in 1816 had beide, het lot voor verraders weggelegd 
getroffen, en waren zij bij de £ngelschen in groote verachting. 
B^ het vertrek van Java van den Engelschen Gouverneur 
Baifies in de maand Maart 1816, had Lieve Willem 
Meijer reeds poet en aanzien verloren. 

Part berigt. 

MEIJER (GiLLBs db), werd den 6 Jan. 1790 te Rotterdam 
geboren. Hij ontving zijne eerste opleiding in de teekenkunst 
onder Comelis Bakker en bij het teekengenootschap iïter- 
door tot hooger , ook in de bouw- , doorzigt- en ontleedkunde. 
Voorts vormde hy zich zoo in zijne geboorteplaats als later te 
Parijs en elders door eigen oefening. U^ legde zich in het 
algemeen op het historieële vak toe, doch hield zich ook met 
miniatuur-schilderen op ivoor bezig. In 1817, 1821 en 1828 
bezocht hij een groot deel van Frankrijk en Duitschland, en 
hield zich vooral te Parijs onledig met bet schilderen in minia- 
taar en in olieverw. Van 1817 tot 1830 was hij corrector bij 
het levend model- en pleisterteekenen in het bovengemeld ge- 
nootschap; in 18 SI een der eerste oprigters en voorzitter van 
Arti Sacrumy dat naderhand met Hierdoor tot hooger y is ver- 
eenigd. 

De Meijer deed zich ook gunstig kennen in het vak der 
letterkunde door verschillende redevoeringen, zoo als over de 
kmutverdienetett van w\jlen den ffUniatuuraokilder G, J. van den 
Berg; over de Waarde van den beeldenden kunetenaar en over 
iet Bekmgrifke der oprtgting van Sekilder en Teeken-akademien. 

Men heeft nog van zijne pen Lifkrede en Lijkzangen uitgeapr. in 
de Maaiach, Feracheidenheid en overeenstemming ^ te Rotterdam ter 
nagedacktema non Fieter Wittiga^ gevolgd door eenige zijner 
nagelatenen gedichten. Rott. 1823. 8^ 

Bedevoering der Maatachapp^ Veracheidenheid en Overeenatem* 
mêng^ ter gelegenheid van haar Ih-jarig beataan^ 1835 {Alge* 
meen veralag door G. de Meijer ^ redevoering door B. É. van 
Someren f en Feeatzang door A. van der Hoop Jr. (Rott.) 8\ 

Hij was lid van verdienste der beide gemelde vereenigde ge- 
nootschappen , der maatschappijen Diligentia te 'sHage, en 



Digitized by VjOOQIC 



796 

Verêcheidenkeid en Overeenstêmmmff te Botterdam. Hij huwde 
Maria van der Helm, die hem drie zonen schonk, van 
welke de beide jongsten, Gilles van Overbeek en Arend 
de kunst beoefenden. Tot zijne leerlingen behooren de kunst- 
schilders W. H. Schmidc, E. van Eysden, W. Bikkers 
en H. van der Helm. Ook zijn broeder Jacob, leerling 
van den Dortschen beestenschilder van Strij, beoefende te 
Botterdam de schilderkunst. 

Zie Immer ze el, t. a. p. bl. 228, 224. 

MEIJËB (JoHAN Hendbik Louis) werd in 1809 te Amsterdam 
geboren. Hi|j genoot het eerste onderrigt in de schilderkunst van 
Westenberg en zette zijne studie vervolgens onder J. W. Pi e- 
neman voort. Hij doorliep al de klassen aan de koninklijke 
akademie van Beeldende kunsten te Amsterdam, behaalde in 
twee klassen eenc medalle als ook de zilveren bij FeHx MerUU 
voor het schilderen naar het gekleed model. In 1827 vertrok 
hij naar Frankrijk en hield zich daar tot oefening in het land- 
schapschilderen op. In 1831 keerde hij naar Holland terug, 
en vestigde zich in 1835 te Deventer, waar hij tot 1839 bleef. 
Het was aldaar dat h^ zich het eerst met het vak van zec- 
schilderen bezig hield naar aanleiding der schipbreuk van Z. M. 
stoomschip op de Lucipara, met het gelukkig gevolg dat hij 
er zich geheel aan wijdde. Het lag in den aard der zaak dat 
de HoUandsche stranden en de havens langs de Noord* en Mid- 
delandsche zeeën , het terrein waren , waar h\]' stoffe vergaderde 
voor de uitstekende kunstgewrochten, die tentoonstellingen en 
kabinetten versierden. 

Na zijn huwelijk met Josette Maria van der Stok, 
dochter uit het eerste huwelijk van Mevr. Burgkley Glim- 
mer, te Maastricht (1841) zette hij zich to Parijs neder. 
Beeds in het volgende jaar zag men van hem op de ten- 
toonstelling aldaar VUaehera op de kuet van Normandie, en de 
Brand van het ichip de India. Voor de eerste schilderij ont- 
ving hij een gouden medaille, de laatste kocht het Museum te 
Puy de D6me aan. Ook behaalde bij in hetzelfde jaar de 
grooten zilveren medaille op de tentoonstelling te Angers, en 
in 1844 de gouden medaille 2* klasse voor zijne schilderij 
Napoleon onUcheepi ée Frejus, voor het museum te Versailles 
aangekocht, en de zilveren medaille te Boulogue sur Mer. In 
1845 behaalde hij op de tentoonstelling te Toulouse het Diplome 
d'Eioge en te Brussel voor zijne zee aan de Engehche kust ^ en 
Fiasckerspinken in volle zee, de gouden medaille. In 1855 
wees hem de jury der wereldtentoonstelling te Parijs de groote 
gouden medaille toe, in 1861 ontving hij van de Société des 
Arts te Lyon hare medaille als bewigs van erken tel^khcid voor 
den luister, die zijne schilderstukken de jongste tentoonstelling 
door het genootschap gehouden, had ontvangen. 

In 1858 was op de tentoonstelling in Arti et Amicitiae te 



Digitized by VjOOQIC 



797 

Amsterdam van zijn penseel eetdge vusehera bij opkomende zo» 
aau de Vlaamêche kusL 

Kramm geeft van z^'ne voornaamste schilderiljen , die een 
vaste bestemming bekwamen, de volgende op: 

£e Chien de ierre neuve^ door koning Lodewijk Philips 
aangekocht. 

ComóiU tPAlacrüy^ onder den 'admiraal Mackau, als boven. 

Schipbreukelingen door waJmsckvangerè gered ^ aangekocht door 
koning Willem II. 

EêGoder in de Middel, zee ^ onder hel kommando van Z. K. H. 
prins Hendrik, Als boven. 

Een stom op de Franeche kust, aangekocht door den Bus- 
tischen keizer Nicolaas. 

Ben siorm in kei kanaal op de laatste reis van prins Hen" 
tbriky geplaatst te Stokholm. 

Sckeveningen^ bij etormachHg weder, in bezit van prinses 
Marianne. 

Het uitzenden van een reddiugehoot en Een storm op het 
eiland Jersey ^ in bedt van kolonel Bohlen. 

De storm op zee door Jbzus tot bedaren gebragt^ in bezit 
van den heer A. Belmont, te NewYork. 

e^t op de kust te Biarritz^ in bezit van den koning 
fan Wartenberg. 

Op het paviyoen te Haarlem berust van hem de schipbreuk 
van Zifner Majesteits stoomschip Willem J, op de Ludpara. 

Was de roem groot die Meijer door zijn uitmuntende 
voortbrengsels verwierf, niet minder was de eer die hem te 
beurt mogt vallen. ld 1847 werd bij ridder van het Legioen 
van Eer en van den Nederlandsche Leeuw, in 1851 ridder der 
Zweedsche orde van de Poolster, in 1855 van de Leopolds- 
orde, in 1856 kommandeur van de orde van de Ëikekroon. 
Hij was ook lid der keizerlijke akadcmie te Petersburg, cor- 
responderend lid van het kon. Ned. Instituut en lid der kon. 
akaidemie van Beeldende kunsten te Amsterdam. 

S^ert 1848 vestigde hij zich te 'sHage, welke stad hij niet 
verliet dan in 't eind zijns levens en tijdelijk tot het doen van 
vele reizen in Frankrgk, Engeland en Parys, de Spaansche 
kust en een verblijf van eenige maanden in Busland. In Mei 
1865 begaf hij zich met der woon naar Utrecht, ontdeed 
sich van zijne studiën, schetsen, en al wat hij van kunst be- 
zat, en overleed er den 3 April 1866. 

2^ Ned. SpecL 1866 No, 16; Immerzeel^ t. a. p. bl. 
Kramm, t. a. p.; Aasih» 

MEI JEE (JoKAS Dakiel) werd den 15 September 1780 
uit ouders, tot het Israëlitische kerkgenootschap behoorende te 
Arnhem geboren. Beeds op zijn 16« jaar, en wel den 7 No- 
vember 1796, yeidedigde hij, zonder daartoe door eenige wet 



Digitized by VjOOQIC 



798 

te zijn gehoaden, onder het voorzitterschap ran zijn yoortref- 
felijken leermeester H. C. Gras aan het athenaeum te Am- 
sterdam een specimen sistena dubia de Thomae Payne doeirina 
in jure publico cmtcUum^ poeteroa ex majorum pacHe convenHê 
non obUgari* 

Kort daarop promoveerde hy tot meester in de regten, 
en werd hij (1797) voor het voormalig hof van HoUand geadmit- 
teerd: sedert legde hij zich met het gelakkigst gevolg 
op de uitoefening der regtspraktijk te Amsterdam toe. Van 
de 54 jaren die hij bereikte, wijdde hij er 38 aan de practi- 
kale werkzaamheden, ofschoon daarvan het kort tijdsverloop, 
gedurende hetwelk hij den post van regter ter instructie bij 
de Amsterdamsche regtbank heeft waargenomen, moet wor- 
den afgerekend. 

De werkkring van Meijer bepaalde zich niet bij de prak- 
tijk ] hij beoefende ijverig de regtswetenschap. Zijne schriften 
en vooral zijne InsHttUions Jitdiciaires bezorgde hem een Euro- 
peschen roem. 

Waarschijnlijk is hij ook de autheur van menig welgeschre- 
yen vertoog in de Koningl^ke Courant^ en voord in n^ 84, 
van den 8 Februarij, dat ten voordeele der Hollandscbe koop- 
lieden geschreten, koning L ode wijk vrijspreekt van de door 
zijn broeder hem aangetijgde misdaad, alsof h^ de sluikerij in 
Nederland begunstigde, en ten doel heeft, om den toen reeds 
geweerden sbig der inlijving bij Frankrijk, ware bet mogelijk, 
af te wenren. 

Door deze en gene geschriften bekend, wist Meijer zich 
de gunst van eenige voorname mannen te verwerven , door wier 
invloed h^ in 1811, bij de invoering van het Fransche wet- 
boek en de organisatie der toenmalige tribnnaux, tot den post 
Tan regter van instructie (een ambt tot dien tijd bij ons on- 
bekend) werd benoemd. Deze keuze was, vooral in dien tijd, 
niet ongepast , om reden , dat , hoe kundig en geroutineerd onze 
Nederlandsche regters en advokaten in het oude regt ook wa- 
ren, de invoering van het Fransche regt, en inzonderheid de 
Code de procedure, een veld voor hem deed openen, dat, zoo 
niet voor allen, de minste voor de meesten, nieuw en onbe- 
treden was. Van hier die toevloed van Fransche en Brabant- 
sche advokaten naar deze en gene steden van ons vaderland; 
ran daar die benoemingen van sommige vreemdelingen totkei- 
zerl^ke procureurs en substituten bij de regtbank. 

Hoe Meijer, vooral in den beginne, doh van dezen post 
gekweten heeft, en hoe hij in vele gevallen de regterhand van 
den toen maligen president Scholten was, en daardoor de 
regU)ank wel eens voor struikelingen bewaarde, was toen niet 
onbekend , en werd bevettigd door het vertrouwen , dat men 
vooral op z^n beleid en kunde stelde, toen hij, in die hag- 
ehel^ke oogenblikken , wanneer de legers van Napoleon 



Digitized by VjOOQIC 



799 

den Taderiandschen grond, en inzonderheid Amsterdam op den 
18 Nov. 1813 ontruimden, met nog eenige andere Yoorname 
regt^eleerden , tot lid van bet provisioneel of intermediair be- 
staur van Amsterdam gekozen werd. Het bleek toen vooral 
in die benarde en hf^cbeüjke oogenblikken , toen Naarden 
nog een' geroimen tijd onder de bezetting der Franschen bleef, 
dat Meijer ach ook hierin, als een regtschapen Nederlander 
betaamt, van zijn pligt gekweten heeft, dewijl hij kort daarop 
als lid der Oommissie tot bet vervaardigen onzer grondwet is 
benoemd. Hier and^en zijne staatkundige bedrijven , en wat 
de reden is geweest, waarom hij voor zijn post als regter van 
iostractie h^ft bedankt; waarom h^ nimmer aan het ontwer- 
pen van een nieuw wetboek deel heeft mogen hebben; of 
waarom eindelijk hem de post van griffier der Tweede Kamer 
der Staten-Generaal , waartoe hij aanzoek heeft gedaan, ont- 
gaan zij, kan hier niet onderzocht worden. Meijer had 
zijne vrienden, maar ook zijne vijanden; «^hij was te groot in 
bet oog van sommigen, en schitterde als eene ster, terwijl 
bon Hebt door hem werd verduisterd.'* Intusschen bleef hij , 
tot zijn vorige werkzaamheden teruggekeerd, de achting van 
alle verstandigen wegdragen. Hij muntte uit in vlugheid , werk- 
zaamheid en behartiging der hem toevertrouwde zaken. Hij 
maakte van de belangr^ke regtsvragen soms een punt van op- 
zettelijke beschouwing, die hij het publiek mededeelde. ZijlT 
gezag was in de regtskundige wereld zóó groot, dat bij reeds, 
b^ zijn leven, als een voornaam autoriteit werd aangehaald. 
Z^e werken werden als vraagbaken beschouwd. Hij b^)efonde 
vlijtig dat anderen als verouderd beschouwde en Üchtte door 
zijne uitgebreide kennis van het regt en de regtsgeschiedenis 
van alle volkeren, anderen voor. Hulpvaardig voor ingezeten 
en vreemdeling; voorstander van al wat goed en ^el is; 
de raadgever van allen, dié zulks behoefden, was elk welkom 
bij hem, zoodra hij in zijne studiën of andere belangen moest 
worden gebolpen. Hij was, om z^ne deehiemende geaardheid, 
en door zijn doorzigt in alle wensdielgke zaken voot weduwen 
of weezen meer dan eenig echtgenoot of vader z^*n konde» Hij 
lekende zich zelven mensch , en faieki zich verpligt tot het 
vervullen van diensten omtrent elk, wie mensch heet. Hij on- 
derscheidde de menschen, noch naar het hmd hmmer geboor- 
te, noch naar hunnen rang, noch naar hunne afkomst, noch 
naar hunne geloofsbelijdenis. Zijne betrekking maakte hem 
onafhankelijk; hij beoordeelde even vrijmoedig ab bij dmrfde 
afkeuren. In het gezeltig verkeer was hij de aangenaamste van 
allen , bij de behandeling der r^tszaken , het besogneren daar- 
van met anderen, wist hij door bet medededen van zooveel, 
dat onbekend of weinig behandeld was, de aandacht tot zich 
te trekken, en door gepaste scherts, het gesprek te veraange- 
namen. Hij was in allen opzigte de eerste waar hij zich bevond. 



Digitized by VjOOQIC 



800 

Hij was ridder van de orde van de Ned. Leeuw, lid van 
het Kon. Ned. Inst. , der Franscbe Akadcmie , bij de sectie der 
wetgeving, lid der Kon. Akademie van oudheid- en letterkunde 
te Londen, Turyn, Berlijn, Goethingen, Nimes, der Maatsch. 
V. Ned. Letterk. te Leyden, secretaris der commissie tot het 
daarstellen der grondwet, directeur der Oazetie Offitneüe (waar- 
toe koning Lodewyk hem benoemde). Den 15 November 
1834 kreeg hij de mededeeling z^'ner benoeming tot ridder 
van het Legioen van Eer, en daags daaraan overviel hem een 
zenuw-beroerte, die, na een hevig lijden, den 6 December een 
einde maakte aan zijn leven. Zijne werken kenmerken zich 
door bondigheid van onderzoek, scherpzinnigheid van geest, 
keurigheid en bevalhgheid van stijl. Eeeds in 1803 werd door 
de Berlijnsche akademie loffelijke melding gemaakt van z^ne 
beantwoording op de door haar uitgeschreven prijsvraag, die 
welligt bekroond zoude zijn geworden, zoo zij niet te laat 
ware ingekomen. 

Z^'n antwoord op die vraag {Vapprécaiionmorale cTune adum 
petU eüe erUrer en cansidéraêion ^ quand il ê^agü cPétabür tme 
loi pénale? et en cos éPaffirmatwê^ jusqu*a quel poinl peiUelle 
y emirer?) is in 1804 in het licht verschenen. Gelukkiger 
was hij te Nimes; waar zijn antwoord op de vraag: DéUmiiner 
Ie principe fondamentale de Pintérêl , les camee aecidenlelleê de 
ees variaHonê^ et see rapporta aoec la morale, bekroond werd. 
Dit antwoord fremarquabU par Ie etyle ainsi que par une logique 
eerrét^^ is in 1809 te Amsterdam gedrukt. 

Principei sur les quéstions \ transitaires. Amst et Paris. 
1818. 

Hy was een der voornaamste schrgvers der Brieven van 
eenige regtsgeleerden over de aanstaande wetgeving, Lejden. 

Over de noodzakelijkheid van een provisionelen hoogen raad 
in het rijk der Nederlanden, 's Hage 1817. gr. 8*. 

Esprit, origine et progrès des Institutions judiciaires des 
principaux pa^s de VBiarope. La Haye 1818 — 23. 6 v. 8^ 

Pleidooi in de zaak van Lodetoijk Buonaparte^ wegens het 
paviljoen te Haarlem. Amst. 1820. 8®. 

Le la codifieaUon en gèneral et de celle de VAngleterre en 
particulier, en une série de lettres adressées è Mr. C P. Cbo- 
per. 1830, 8«. 

l>e leerstellingen omtrent de regterlijke magt, in ISIT geuit, 
en uit zijne schriften in d. j. 1842 herinnerd. Amst 1842. 8*. 

Consultatien. Amst. 1842. 8^ 

Verhandelingen in geleerde Oenootsehappen enz. Amst 1844 
tot 1846. 2 d. 8^ De drie laatste door des schrijj vers broeder. 
Mr. A. D. Meijer, in het licht gegeven. 

Verhandeling over de benamingen der maanden in het Neder» 
duitschf in Ferh. d. tweede klasse van het Kon. Nederl. In- 
stituut. D. L 



Digitized by VjOOQIC 



801 

Menige bedenkingen over poorterijen en de vergunning dier reg- 
ien aan dmeterdam , bij gelegenlieiU van den iolbrief^ door graaf 
Floris aan die etad bij vernieuwing gegeven^ in d. j. 129i 
(Amst. 1821) 4*. ïn de Ferh. van de II kl. v. h. Kon. Ned. 
InsL D. II. 

Vertoog over kei onderzoek en de herziening der stedelijke en 
plaatêelijke voorregten en keuren door de regterl^ke magt inde 
I^ederlcmden , en bijzonder door den hoogen Raad. T. a. p. D. V, 

Verk, over de vraag: of de graven van Holland aan de Sta- 
ten verantwoording deden of lieten doen wegene het gebruik der 
Reden of onderetandsgelden door die staten toegestaan. T. a. p. 
D. VI. 

Aanmerkingen op den regel y volgens welke ieder mensch on* 
schuldig of deugdzaam wordt verklaard totdat daarvoor een te- 
ffettstrijdig bewijs voor handen zi;\ m de Mnemospie van H. 
W. Tydeman en N. G. van Kampen. 

lu de koninklijke akademie van kunsten en wetenschappen 
heeft de baron van Rei ff en berg, eene lijkrede op bem 
voorgedragen. 

Zie Een woord over wijlen Mr. J. D. Meyer^ in Alg. Kunst- en 
Letterb. 1834, D. II. bl. 887 — 889; P. Simons, Iets aangaande den 
pertoon en kei openbaar lenen van Mr, J. D. Meijer, dezelve in vergo 
lijkijig gdtragi mét eenige zijner beroemdste voorgangers , die Amstels 
pleitzaal in vroeger tijden hebben betreden, Aid. 1835, D. I. bl. 19 — 
S4, 35—41; F. Simons, Noüce sur la vie et les écrits de Mr. J. 
D. Meijer, La Haje 1835, 8.; Alg. Kunst- en Letterb. 1835. D. I. 
W. 258—264, 282—286; Brief over deze Notice Aid. bl. 338 volg.j 
Proces-verbaal van de\28 algem. verg. van het Kon. Ned.Inst. (1835;; 
Bandel. der Jaairl. vergad. d. Maats, v. Ned. Letterk, 1835; Galerie 
des Comtemporains ; Nienwenbuis, Eobas en de Rivecoart; 
Levensschets van den regtsgeleerde Mr. J. D. Meijer , in .Taarb. v. Isr» 
D. I. bl. 19, 2< afd. ; F. de Qreve, Oi-atio de Jona Daniele Meijero , 
Icto, de patria deque jurisprudentia et notnothetica praeclare merito 
ip AnnaL Aoad. p. 199; Muller, Cat. v. portr. 

MEIJER (LiviNUS of Li£V£N de) proost en hoogleeraar der 
theologie te Leuven , werd den 24 Feb. lt>55 te Gend gebo- 
ren. Hij was een goed Latijnsch en Nederduitsch dichter, 
behoorde tot de beste godgeleerden van zijn tijd en gaf 
verschillende theologische geschriften uit, die voornamelijk 
t^en de leer der Jansenisten gerigt zijn. Als latijnsch dich- 
ter bekleedt hij eene plaats nevens llosschius en Wallius* 
Meermalen zijn zijne Latijnsche gedichten {Poêaiatuüt Ubri 
duodecim, unus Lgricorum, tres de ir a, quatuor Elegiarum , tres 
deiustitntione principis, unus in lauden cardinalis Alzatii ^ Brux. 
1703, 1727) en zijn gedicht de Ira afzonderlijk uitgegeven. 
Hij zelf bragt dit laatste in het Vlaamsch over, onder den titel: 

De Gramschap , in dry boeken verdeelt , over ettehjke j oer en 
m Latgnsche dichten in H licht uitgegeven door F. Livinus de 
Mfij/er, pj-iester der Societeyt Jesu. Nu door den selven in 

51 



Digitized by VjOOQIC 



802 

Nederduiftsche rymen overgeseii. Leuven 1725. 8*. Amaterd. 
1728. 8^ Ghendt 1760. 8». 1778. 8^ De Gramschap, in 
di-ie boeken. Een Laiifnsck en Vlaamsch UerdicAl, door L. d. 
M. op nieuw uitgegeven metaanieekemngen^ door J. M. 8chra$U. 
Gend 1827. 8^ 

ji^Dg taal is krachtig, de verstrant vloeijend, en niet beroofd 
van beelden en treffende vergelijkingen." 

Na Meijer 8 dood verscheen bet gedicht in 't Latijn en in 
't Vlaamsch met opdragt aan C. v. Hu 11 e (zie dit art.) 

De lorenbrand in Meckelen, luimig gedicht, niet opgenomen 
in de verzameling , werd door W i 1 1 e m s met een Nedeid. verta- 
ling op nieuw uitgegeven in zyne Mengelingen, Antw. 1827 — 1830. 

Be Meijer overleed te Leuven 19 Maart 1780. Schrant 
geeft in het voorber. zijner uitgave van het leerdicht over de 
gramschap, de lijst van Meijers theologische geschriften. 

Onder den naam van Theodorus Elerthorius gaf 
hij uit: 

HiatoHa coniroveridarum de divinae gratiae auxiïüe , êub 
eummis PoniiftcibuB Sexto V ^ Clemente VIII, Paulo F aö 
objectionibua R, P, Hgacinihi Serrii vindicaiae, libri tree. 
Accedunt dissertaU, quaedan^ Uem responsio ad Fr, Henr. a 
SI, Ignatio el alia quaedan opuscula, Bruxeüiej typie AtUon. 
Claudinal. 1713. fol. 

Zio Hoenfft, Parru Lat. Belg. p. 197; Peerlkamp, de PoeU 
Lat, Neerf. p. 482; Heerkens, de Valet. Uteratorum , p. 130; 
Burmannus, ad Propert, III EL VI: 3 e< 4, EL VIII: 35; 
Hujdecoper, Proeoe van Taal en Dickik, D. I. bl. 390, 398; 
Blommaert, Ned. schrijv, v, Gend, b1.336; Serrure, Belg. Muê, 
D. lil. bl. 420; Adelung en Rotermand. 

MEYER (LüDOVicus of Lodewuk), in de tweede helft der 
XVII* eeuw, geneesheer te Amsterdam, maakte zich als taal- 
kundige en als cartesiaansch wijsgeer bekend. Zijn bekendste werk 
is zijn IFoordfmsckat ^ waarvan in 1777 te Amsterdam de elfUe 
druk , ten nutte der Nederlanderen , in woorden en spelling , door- 
gaans verbeterd en zeer merkelgk vermeerderd door Ernst Wiüen 
Cramerus, in 3 d. kl. 8^ en in 1805 te Dordrecht de twaalfde 
druk verscheen '). 

>) In de Bibl. der Maats, van Ned. Letterk. is een derde deel met 
ross. aanteekeningen van J. J. Sc buitens. Zie Cat, D. I. bl. 92. 
De tweede druk heeft tot titel: Nederlandsche Woordenschat, waarin 
meest alle de basterdt-woorden uyt P. C. Hoofdt^ H, de Ghroot, C. 
liuyghenM^ I. v. Vondel, en and.: en Konst-woorden uyt A, C, Kok, 
S, Steoin, de kamer in lie/d* bloeiende enz,, 3 druk, verbetert en ve«l 
verm, Amst. 1654. kl. 8^. Ook deze is in de gemelde Bibliotheek 
{Cat, D. I. bl. 141) en de 8« van L, Meijers Woordenschat, verdeelt in 
I. Bastaerdtinoorden t 11, Kunsiwoorden , III, Verouderde woorden^ 
Achtste dr, Alsm, veel vermeerdert en verbetert, Amst. 1720. kl. 8®. 
en de 12« druk met de beoordecling uit de Vad, Letteroef, 1805, bl. 
723--726. 



Digitized by VjOOQIC 



803 

Nij beoefende ook de dichtkunsi blijkens zijn gedicht De Graat' 
êckap in III (toeken y in Nederd. rymen^ Mengelpoëzy ^ z\jnde 
een t>êrumeUng van Üinnedichten^ van Lqf- en Eerdichten^ en 
tan Lyk' en Gkrqfdiokien , deels gedrukt , deels in folio , deels 
w quario tifnde^ zyn in U laatstgentelde formaat opgeplakt ^ 
soms nog met des schryvers verbeteringen op den rcmd: meest 
aUe te Amsterdam gedicht van de j men 1651 — 1671, in bezit 
der Maais. o. Ned. Letterk, ') 

Hij vervaardigde ook nog de volgende tooneelspelen : 

Gknlde Flies, trsp, met konst en vliegto, Amsterd. 1667, 
1684. 

Ferloojde Koninksórvydt ^ trsp, Aid. 1668 (beide op den 
Amsterdamschen schouwburg vertoond). 

De Looghenaer, blsp. Aid. 1658, 4«. 1667. kl. SK £• dr. 
overz. en verb. *). 

In 1666 verscheen er een werk onder den titel: 

Phüosophia sacrae scripturae interpres, Exercitalio par adoxa^ 
M qua veram philosophiam infalUóilem s, literas interpretandi 
normam esse demonstratw, Eleutheropoli (Amst.) hetwelk ten 
volgende jare vertaald uitkwam met den titel: De Wijsbegeerte 
ie uiüegster der H. schrift. 1712. 8*. 

Sommigen hielden dit nameloos oitgegeven boek over het werk 
van Spinoza, anderen oordeelen dat de Utrechtsche genees- 
heer, Lambertus Velthuizen er de maker van was. Doch 
deze pleitte zich op krach tigen toon vrij van deze beschuldiging, 
in de voorrede van zijn boek , de usurpatione in rebus theologicis^ 
ia 1668 uitgekomen In dit geschrift durft M e ij e r ronduit bewee- 
ren, dat de goddel^kheid en het gezag der 11. Schrift alleon 
ut kracht der Cartesiaansohe wijsbegeerte hare zekerheid kreeg, 
en dat dierhalve alle, geene uitgezonderd, waarheden van het 
Evangelie, en dos ook de verborgenheden , aan het gezond 
verstand en aan de menschelijke reden niet alleen getoetst, 
maar daarvan zelfs afhankelijk gemaakt moesten worden. Over 
dit geschrift is magtig veel te doen geweest. 

Heydanus en Coccejus beoordeelden het op hoog ge- 
zag, en zochten, gerugsteund door 'slands overheid den voort- 
vretenden kanker van des schrijvers dwaalleer tegen te gaan. 
Z^' shiagden hierin ook ten deele: dan zekere Louis Wolzo- 
gen, predikant in de Eransche gemeente te Utrecht, die, zoo 
het heeten zoude, tegen het genoemde werk geschreven had, 
maar het in tusschen met den schrijver in vele opzigten eens was, 
brouwde nieuwe bekommernissen , en verwekte weder veel be- 
roering in de kerk, 't geen rle staten van Holland op nieuw 
aanspoorde om tegen de Cartesiaansche Ttijsbegeerte besluiten te 



J) Cat. D. I. bl. 242. 

^) In navolging van sommigon hebben w\j deze drama^s vcrkcorde- 
lijk aan een ander toegeschreven. Zie blada. 774. 

51* 



Digitized by VjOOQIC 



S04 

nemen. Daar het genoemde boek van Meijer reeds zeldzaam 
meer voorkwam, gaf Semler het op nieuw uit met aanteeke- 
ningen van zijn leerling Leichtner, waarin men, naar som- 
raiger oordeel, de grootste onkunde in de wijsbegeerte, vele 
ondeugende godsdienstbegrippen en een opgewarmd Spinozisne 
aantreft. 

Van Meijers hand was in 1663 insgelijks, zonder zijn naam 
op den titel te vermelden, in bet licht verschenen de Jure 
ecclesiaaticorum Uber singularis^ dat men aanvankelyk mede 
aan Spinoza toeschreef. 

Zio Ypey, Geschied der system. Godgel, D. II. hl. 87, 88; Ge- 
schied, der Christel, kerk in de 18 eeuw, D. II. hl. 9; Ypey en 
Der ra on t. Geschied, der Herv, kerk, D. II. bl. 572 en de aant.; 
Herins;a, Over het gebr, en ndsbr, der krituk, bl. 4, 5; Barman, 
Ttaj. erud. p. 389; Heamann, de Script, Anonym, et Pseudon, P. 
II. C. II. § lU; Crenii, Animadv. Philol, et Histor, P. VUL p. 
153, scqq. ; Glasius, Godgel, Nederi; Serrare, VcuL Mus, D. IJL 
bl. 105; Cat. d. Maats, v, Ned. Letterk, D. II. hl. ; Arren- 
berg, Naamreg. bl. 352; Kobns en de Rivecourt. 

MEYER (Maecüs de), beeldhouwer te Antwerpen, in 1482 
lid van het St. Lucas gild aldaar. 

Zie Bulletin du comité Fiamand en France, 1864, n^ 6p. 230, 231. 

MEIJER (Philip de), zoon van Antonius de Meijer 
en tsabello Koos, werd in 1565 te Atrecht geboren , legde 
zich op de letteren toe, en werd in 1597 de opvolger van zijn 
vader als rector der Latijnsche school zijner geboortestad. Hij 
bleef in deze betrekking tot zijn dood, in 1637, toen bij den 
ouderdom van 71 jaren bereikt had. Hij huwde en liet een 
zoon na (die volgt). De Meijer beoefende de Latijnsche 
dichtkunst, waarvan hij de volgende proeven heeft nagelaten: 

Fjpicedium Jlexandri Famesii, Parmae et Placentiae duds. 
Atreb. 1594. 4^ 

Mahomeli Jrabis, Pseudoprophetae ^ viia versibus expressa, 
una cum omnibus Turcarum Imperatoribus , compendioso carmine 
déscripta, Accedit Jlexandri Farnesii Epicedium, auctore Philippo 
Meyero y Atrebatis Reyiaci, Atreb. 1594. 

Oihomanni Turcarum Imperatores. Encomia mrorum aliquot^ 
bellica laude illustrium. 

Uit dit laatste werk haalt Ferreus Locrius, Ckron. Belg, 
p. 694—695 en uit Ferreus, Paquot, Mém. T. VI. p. 
149 — 150 eenige regels aan, die geen grooten dunk van zijn 
dichterlijk talent geven. 

Hij liet de volgende handss. na: 

Poëmatum libri sex. 

EpigrammcUum Uber. 

Eucomium Calixlii. 

Panegyricus ad Alberlun Auslriae Arehiducem ^ deexpugnato 
per eum Caleéo anno 1596. 



Digitized by VjOOQIC 



805 

MeautrabiUs AtreóoHum Victoria^ Gallis ex por ld Baldimon- 
tid el Meaulana noctu magnd cum êtrage projligatis ^ XXf^IIf 
MarHi 1597, carmine ab A, M. aliague opera poëtica, 

AUe in één deel in folio. 

Misceüaneonm lióer. 

Epimciutn de Atrebalo ab Ilenrico IV , GaMorum rege pe- 
UarHis {pglo ehnHcis machinia) fruetra tentato, 

JSlegianm libri ocóo, de casibue iÜMtrium virorum, 

Falemu lYagoedia (waarschijnlijk over den dood van Hen- 
drik III, koning van Frankrijk). 

PhaSlon, Tragoedia. 

Philip de Meijer vervolgde de Annales Flandriae van 
njn oudoom van den dood van Karel den Stouten in 
1477 tot 1617, in tien boeken, weleer berustende in de abdij 
van St. Vaast teAtrecht, Locrius heeft er voor zij n 6%r(?»iy«« 
Belgique en Jan Buzelin voor zijne Déscripiion en zijne 
dmudes de la Flandre Frangoiae gebruik van gemaakt. 

Zie Locrii, Chron. Belg. p. 694, 695j Sweertias, Atk, Belg. 
p. 644; Sanderi, Bibl Belg. ms. T. I. p. 292; Val. Andreas, 
B&L Belg. p. 775—776; Gazet, Bibl. Sacrée du P. B. p. 161; 
Paqaot, 1. e.; Hoenlft, Pam. LaU Belg. p. 94—95; Peerl- 
kamp, de Poet, Lat, NeerL p. 299. 

MëIJ£R (Antoni de), zoon van den vorige, beoefende de 
letterkunde, blijkens zijn 
Reiponsio pro Musicd^ coram Natura ju^ce ^ ms. in 4^ 

Zie Paqaot, Mém, T. I. p. 37. 

MEIJER (Pibter), in 1718 te Amsterdam geboren, waar 
kij zich later als boekverkooper vestigde. Hij was een vei*8tan- 
dig en braaf man, die de kunvt verstond om jongelieden, die 
lost en smaak voor de letteren hadden, aan te sporen en op 
de baan des roems te geleiden. Zijn huis was de Amsterdam- 
sche beurs der Nederlandsche letterkunde. Eiken voormiddag 
kon men aldaar hare voornaamste beoefenaars en voorstanders, 
op een bepaalden tijd bijeen zien. Schier alle Iraaije dicht- 
stukken werden bij hem in het licht gegeven. Hij zelf beoefende de 
poezij ; ofschoon zijne dichtstukken in geen dichtbundel verzameld 
zijn, vindt men echter hier en daar menig dichtstuk van hem. 
I^j had een werkzaam deel aan de fraaije vertaling der wer* 
ken vao Oellert en aan de Psalmberijming der Remonstranten 
onder de zinspreuk: Laiie Deo^ ealua populo. Ook was hij 
medeoprigter der maatschappij tot redding van drenkelingen. 
Hij overleed te Amsterdam den 18 Mei 1781. Na zijn dood 
gaf zijn vriend Lublink 's mans schoone navolging van 
Young's Poëtische uitbreiding van Job 88 — 41 vs. 6 in het 
licht. 

Zie Nieawenhnis, Kobus en de Rivecourt. 



Digitized by VjOOQIC 



806 

MEIJER (RuDOLPHUs) werd in 1639 als propoDent te Her- 
baijum beroepen en door Vessilus Acronius, predikant te 
Harlingen bevestigd. Hij was in 1646 en 1658 lid der synode 
te Dokkum, in 1649 correspondent naar Zuid- Holland, in 1661 
lid der synode te Leeuwarden, in 1663 correspondent naar 
Noord Holland. Hy overleed in 1673. Hij f^sit de Heidel- 
hergaeheu Caiechismuê in rijm gesteU^ voorafgegaan door 
een groot gedicht: Tot de Christelijke lezers. A. Buma 
gaf daarvan een verbeterden druk te Leeuwarden in 1716, 
klein 8^ 

Zie Oreydanus, iVoom/. der predikanten m de claeeis van IVa- 
nekeTf bl. 57. 

MEIJER (Rbmetius) , zoon van Bemetins Meijer, ambt* 
man te Oldersum, en Judith Commelyn, ontving zijne 
eerste letterkundige opleiding te Eroden onder den rector Ta- 
bing, studeerde later te Groningen en Utrecht, werd in 1693 
predUcant te klein Borssuro, onder Eraden, en twee jaren later 
te Oldersum. Hij overleed den 28 Nov. 174), in den ouder- 
dom van 51 jaren. Hij beoefende, gelijk zijn voorganger, de 
poezij , en gaf in het licht : 

De Heidelbergeche Catechiamue in rijm gesteld» Leeuw. 
1716. 8*. 

Zie Boekzaal der Gel Wereld^ 1745 b. bl. 753; 1746a. bl. 356; 
Abcoude, Naamreg. bl. 245. 

MEIJER (Ubbo H.), werd dr. te Groningen, ijverig be- 
oefenaar van de wis-, natuur- en geneeskundige wetenschappen, 
overleden te Groningen den 15 Dec. 1855, in den ouderdom 
van 38 jaren. 

Hij schreef: 

De Grondslagen der geneeskunsi, criüeeh beechouwd. 

Hei beginsel der geneeskunst in wezen en toepassing, 

Zid Nederl Weekblad voor Geneesk, D. V. bl. 5S2. 

MEIJËRE (JoHAN de). Als ingenieur is hij werkzaam ge- 
weest bij de belegering van Namen (1695), waarschijnlijk als 
extra-ordinair ingenieur, in welke betrekking hij dan ook on- 
der Goehoorn v6<5r 1695 diende. Den 17 Jan. 1696 
werd hij ingenieur (ordinair) of fortificatie-meester, enbeeedigd 
den 10 Febr. 1696. 

In 1701 was hij te N^'megeu geplaatst bij den aanleg der 
werken door Goehoorn, en in 1711 vindt men hem nog 
vermeld op de staten van oorlog. Hij komt in die betrekkin- 
gen ook voor in van Sypesteyn, het leven van Goehoorny 
1860, bl. 121, 138. 

Part, herigt. 



Digitized by VjOOQIC 



807 

MEUËHINGU (Albebt), in 1642 te Amsterdam geboren, 
verd door zijn vader, een man van middelmatige talenten, die 
kamerschatten, waarin bij handel dreef , schilderde, onderwezen. 
Naaawelijks had hij eenige vorderingen gemaakt, of hij ver- 
trok naar Parijs, waar hij eenigen tijd voor de kost werkte. 
Van daar vertrok hij naar Home, waar hij zich vele ontberin- 
gen getroostte, om de werken der groote mannen te kunnen 
bestaderen; verder bezocht hij met zijn vriend Glauber de 
verschillende steden van Italië, zich altijd oefenende naar de 
verschillende manieren in de natuur. Na eene tienjarige uit- 
landigheid keerde hij naar zijne geboortestad terug, vervaar- 
digde plafond-, zaal-, deur- en schoorsteenstukken. Ook be- 
schilderde hij met Glanber de eetzaal van Maria, koningin 
van Engeland te Soestdijk. 

Hij legde zich ook toe op het etsen. De 26 landschapjes, 
geestig en slïhilderachtig geëtst , die van hem bestaan , golden 
op de verkooping van den Grave von Fries/ 26.00. Hij 
overleed 17 Jul^ 1714. 

Zie Hoabraken, Leo, d. Schild. D. IIL bl. 210; Immerzeel, 
t. a. p. bl. 224; Wagenaar, Anuterd. D. XI. bl. 425. 

MëIJëRS (Mattuias), omstreeks het midden der 16* eeuw 
in de Loiksche Kempen geboren , trad te Maastricht in de orde 
der Dominikanen en bekleedde er omstreeks 1599 en 1605 de 
betrekking van prior. Ëenige jaren te voren, reisde hij naar 
Hasselt, waar hij vernomen had dat de hervorming was inge- 
slopen, en veld won, vermomd in de kleeding van een boer, 
wijl de wegen onveilig waren, en men het vooral op E. O. 
priesters had gemunt. Zijne vermomming baatte niet, hij werd 
beroofd en naar Breda gevoerd, waar men hem mishandelde, 
in den kerker wierp en op rantsoen stelde. Zijn klooster te 
Maastricht, in 1567 en 1578 door de Calvinisten geplunderd 
en verwoest, was buiten staat het te betalen. Toen verkocht 
zijne moeder haren inboedel om die som te voldoen en haar 
zoon te verlossen. Na zijne bevrijding werd hij, op zijn ver- 
zoek, om zijne moeder, die zich om zynentwil van alles beroofd 
had , te kunnen ondersteunen pastoor te Meeuwen in de Kempen. 
Na haar dood keerde hij naar zijn klooster terug, waar hij om- 
streeks 1641 in hoogen ouderdom overleed. 

Hij schreef: 

De Nomimóua Dei. 8^. 

Zie de Jonghe, Belg. Domiiu p. 276, 277; Quctlf en Bc- 
eard, T. VI. p. 624; Paquot, Menu T. II. p. 239. 

MEIJËKS (NicQLAAs), te Maaseyk geboren, eerst kapellaan 
te Westerlo» Poppel en Haren in het bisdom van 'sHertogen- 



Digitized by VjOOQIC 



808 

bo9cb , vervolgens pastoor te Zoerle , in het bisdom van Ant- 
werpen, en eindelijk president van het Norbertijner ooilegie, 
in 1628 door Adrianas Stalpaerts, abt van Tongerlo, 
te Eoroe gesticht , en procurator generaal der orde. Hij over- 
leed 15 Sept. 1778 in boogen ouderdom. 

Zie van Glls, Kath, Meijer, Memorieb, bl. 144. 

MEIJEN (H.). Krarom vermeldt alleen van dezen mees- 
ter eene schilderij , voorstellende : In eene weide ziet pten eene 
vrouw met eenig vee, op den Catal, van F. J. Mensert te 
Amsterdam in 1824 rcorkomende. 

Zie Kramm, t. a, p. bl. 1113. 

MEYL (Frakciscüs Antokie Ebnst) werd den 31 Augus- 
tus 1793 te Amsterdam geboren. Den 9 April 1802 en der- 
halve op zeer jeugdigen leeftijd trad hij als kadet bij de marine 
in dienst. In dat zelfde jaar vertrok hij aan boord van 's lands 
fregat van oorlog Phoenix naar Oost-Indië, maakte in 1803 
op 's lands schip Kortenaer een kruistogt naar Isle de France 
en de Kaap de Goede Hoop, en terug naar Java; in 1804 
een kruistogt op 's lands brik Beschermer, en in 1805 op 
's lands oorlogschip Schrikverwekker , waarmede hij den 1 8 Mei 
1806 het ongeluk had schipbreuk te lijden. Te Batavia te- 
ruggekeerd en den 27 Junij 1806 overgegaan ab kadet bij het 
korps rijdende artillerie op het eiland Java, werd hij op het 
daartoe door hem gedaan verzoek, eervol uit het korps zee- 
officicre» ontslagen, waarbij hem tevens de rang van luitenant 
ter zee 2* klasse werd toegekend. Den 7 September 1808 
werd hij benoemd tot tweeden luitenant bij het koips rijdende 
artillerie, en bij de vereeniging van Holland met Frankr^k, 
in September van dat jaar, in Fransche dienst ingelijfd. Bij 
gelegenheid van de landing der Engelschen en het daarop ge- 
volgd in bezit nemen van het eiland Java op den 26 Aug. 
1811 krijgsgevangen gemaakt, werd hem daarna de aanbieding 
gedaan om in Engelsche dienst over te gaan , doch hij sloeg 
dit van de hand, zoodat hij als krijgsgevangene naar Benga- 
len en vervolgens naar Madras en Engeland gevoerd werd. Bij 
de gelukkige omwenteling van zaken in December 1813, die 
ook hem een vaderland terugschonk, werd hij uit de krijgsge- 
vangenschap ontslagen, en haastte hij zich naar Nederland 
terug te keeren, alwaar hij den 22 Januarij 1814, in zijnen 
toenmaligen rang van !• luitenant bij het korps rijdende artil- 
lerie geplaatst werd. Den 8 December 1815 benoemd tot 2® 
kapitein bij dat korps, werd hij den 17 Febr. 1818 bevorderd 
tot 1« kapitein bij het 1" bataillon veld-artillerie. In dien rang 
is door hem, bij gelegenheid van den opstand in België » en 



Digitized by VjOOQIC 



• 809 

de daarop gevolgde krijgaverrigtingeo , het bevel gevoerd over 
de batterij veld-artillerie n*. 6, welke batterij in 1830 een 
werkzaam aandeel in de gevechten van Antwerpen bij Wael* 
kern, Doffel, Lier enz. heeft genomen, ten gevolge waarvan 
hij bij b^luit van 16 Nov. 1830, n*. 59, benoemd werd tot 
Bidder der Militaire Willems-orde 4* kl. In het volgende jaar 
maakte hij , als commandant van genoemde batterij , die bij de 
toenmalige 1* divisie van het leger te velde was ingedeeld , 
den tiendaagschen veldtogt mede. Den 21 Februarij 1833 be- 
Doemd tot majoor bij het corps rijdende artillerie, werd hij 
den 3 Januarij ]839 luitenant-kol., en in 1840 kommandant 
over dat korps. Den 22 Maart 1841 werd hem het kommando 
opgedragen over het 3* regiment artillerie, en den 8 Oct. 
1842 werd hij tot kolonel verheven. In 1843 en van 1845 af 
tot 1850 zag hij zich met de functien van provincialen kom* 
mandant van Zeeland belast; en den 17 Maart 1853 werd hij 
benoemd tot generaal-majoor en directeur van 's rijks gietery 
van bronzen geschut. In 1846 en 1849 werd hij begiftigd 
met de ridderorde van den Nederl. Leeuw, en met de versier- 
leleo van commandeur der orde van de Eikenkroon. Den 21 
Oti. 1856 werd hij op zijne aanvraag gepensioneerd, hebbende 
by alstoen 12 veldtogten en 54 J effective dienstjaren gehad. 
Hij overleed den 19 December 1859 te 's Uage. 

Zie HandeUblad van 29 Dec. 1859. 

MEYLAN (Gebmain Felix). Geb. in 1785 in Nederland. Deze 
mtstekend bekwame Indische ambtenaar, reeds in 1806 adjunct 
gewoon klerk bij den hoogen raad van justitie te Batavia, was in 
1819 inspecteur van finansien en bragt in 1822, tezamen met 
M'. H. J. van de Graaff naar de Molukken gezonden, een 
merkwaardig verslag uit over den toestand aldaar , grondslag der 
hervormingen in 1824 door den gouverneur-generaal van der 
Capellen tot stand gebragt. Daarna was hij directeur der lan- 
delijke inkomsten op Java, en van 1826 — 1830 opperhoofd 
van den Nederlandscben handel in Japan. Hij schreef een 
GeicMedhmdig overzigt van dien handel^ dat in 1833 geplaatst 
werd in het veertiende deel der Verhandelingen van het Bata* 
viaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Hij over- 
leed te Batavia 12 Junij 1831, oud 46 jaren. Hij huwde 
eerst Christina AVilhelmina van Teylingen en in 
1823 Jacoba Minor Coomans. 

Zie Kobus en de Riyecotirt; Part. herigt 

MEYLENEB (P.) bloeide in het midden der 17» eeuw, 
Kramm kent alleen van dezen roeester Hen landschap met 
beelden, geschilderd op de binnenzijde van een groot blad of 
deksel van een klavecimbel , geheel in den trant van B r e u g h e 1 



Digitized by VjOOQIC 



810 

en den oudon Teniers (1646). Het berust bij M'. W. M. 
J. van Dielen te Utrecht. 

Zie Kramm, t. a. p. 

MEYLINK (BfiBNABDUs) werd den 2 Maart 1796, en 
alzoo in een tijd dat de Fharmacie nog sluimerde, nog geene 
plaats in den rij der wetenschappen had verkregen , te Haarlem 
geboren. Hij genoot zijne eerste opleiding bij den heer Drost, 
apotheker in zijne geboorteplaats. Deventer tot zijn woonplaats 
kiezende, voldeed bij aan de bestaande geneeskundige weiten 
en besluiten, en onderwierp zich met goed gevolg aan bet 
provinciaal examen, zoodat bij in April 1819 te Zwolle 
tot apotheker werd benoemd. Kort daarop vestigde hij zich 
te Deventer, om van daar uit de vruchten van zijn rusteloos 
werkzaam leven over het geheele land te verspreiden. Hg zocht 
door vermeerdering van kennis onder de Pharmaceuten de lieCde 
voor het vak op te wekken en de Fharmacie tot eene zelfstan- 
dige wetenschap te verheffen. Zijne verdiensten werden op prijs 
gesteld door de academie van Leuven, die hem den 15 Julij 
1830 honoris causa tot Philosophiae Naturalis doctor benoemde. 
Het Apotheken Verein in Noordelijk Duitschland, het natuur- 
en scheikundig genootschap te Gronbgen, dat ter bevordering 
van genees-, heel-,verlos- en scheikunde, onder de zinspreuk : i^ Yis 
unita fortior" te Hoorn, benoemde hem tot honorair , het genees- 
kundig genootschap te Leuven #Experientia et ratione," het genoot* 
schap ter bevordering der natuurkundige wetenschappen te Luik , 
en dat ter bevordering van genees- en natuurkundige weten- 
schappen te Brussel tot correspondent, het Bataafsch genoot- 
schap der proefondervindelijke wijsbegeerte te Botterdam tot 
gewoon lid. Ook was hij lid der Nederlandsche maatschappij 
tot bevordering der Fharmacie. Hij overleed 1 April 1862. 

Hij gaf in het licht: 

Schei' t Artsenymeng- en Natuurkundige Mlioiheek^ bijeen* 
verzameld door G. M. Dec. 1824—1834. 18 d. 

Nieuwe Schei- ^ Artienymeng- en Natuurkundige bibliotheek^ 
bijeenverzameld door G. M. Dev. 1835—1840. 8 d. 

Woordenboek der droogerijen^ 1842 — 1856. Zynde het ver- 
volg van het door Beets aangevangen werk. 

Dadelijk aan te tcendene hulpmiddelen b\f vergiftiging van 
verschillmden aard» Uittreksel uit twee verhandelingen^ uitge^ 
sproken in het Natuur* en Scheikundig genootschap , gedrukt op 
verzoek van de leden. Dev. 1829. 

Lessen over de scheikunde van Orjila. Dev. 1829. 

Magazijn van voorschriften, behelzende de nieuwste onidek» 
kingen van verschillende kunsten en wetenschappen. Dev. 1830. 8®. 

De beschouwing der natuur , eene troostten bij aUe , ook by 
onze tegenwoordige staatkundige rampen. Sene voorlenng^ 
den 20«*«^ December 1830, in eene vrouwenvergadering der 



Digitized by VjOOQIC 



811 

maaUcJkappif : lot Nut van '/ Algemeen uUgesproAen, Dev. 
1833. gr. S\ 

Handleiding voor Apothekers leerUngen. Haarl. 1832. 

Handboek ter herkenning van de echtheid en zuiverheid der 
M de Fharmacopoea Belgica voorkomende geneesmiddelen^ Haarl. 
1832. 

Allereerste beginselen der scheikunde, eene handleiding voor 
aBen, die eene oppervlakkige kennis dezer toetensohap wenschen 
te verkrijgen. 2 st. Dev. 1836—1838. gr. 12*. 

Iels over het dierlifk magnetismns, ook in verband met het 
zieleleven, Dev. 1837. 

Proeve eener verbetering van het Apothekers toezen. Dev. 
1839.- 

Handleiding tot het vergulden en verzilveren. Dev. 1843. 

De analgtische scheikufide. Der. 1844. 

Vermindering der bestaande apotheken. Dev. 1852. 

Grondbeginselen van natuur- en scheikunde voor de jeugd* 
Dev. 1860. 

Korte bereidings-opgave van eenige nieuwe scheikundige prae* 
peraten ^acidum caindeum , oamphoricum, roccellicum, valeriani* 
eum em.) in Nieuwe Schei- Artsenij en Natuur k. Bibl, 1835. 
Dev. D. I. bl. 225. 

JsufgdaUney zeer geschikt ter oogenblikkelijke daarsteUing 
ven het addum Frussioum. T. a. p. 1838. D. IIL Junij. 
bL 119. 

Over het balsemen van lijken. T. a. p. 1836. D. II. Dec. 
bl. 118. 

VoordeeUge bereiding van het benzoë zuur. T. a. p. 1835 
D. I. Oct. bl. 263. 
■ Bereiding van het Weener bijtmiddel. T. a. p. 1836. D. I 
Dec bl. 116. 

Over de bereiding van de copaïva balsempillen. T. a. p. 
1888. D. m. Juny. bl. 112. 

Iets over het oplosbaar vermogen van de vlugge oUe derelas- 
Hke gom. T. a. p. 1835. D. I. Dec, bl. 218. 

Indigo^ als geneesmiddel aangewezen. T. a. p. 1836. D. II 
bl. 117. 

Gelijktijdige bereiding van koolstofzure potasch en wijnsteen 
nmr. T. a. p. 1835. D. I. Oct. bl. 266. 

Nog iets over de in den handel voorkomende opium-soorten. 
T. a. p. 1838. D. III. Juny. bl. 102. 

Scheikundige werking van verschillende reagentien op de thans 
algemeen bekende echte kina-soorten. T. a. p. 1836. D. II. 
Sq)t. bl. 40. 

Nog iets betrekkelijk de bereiding van den Bob Juniperi. 
T. a. p. 1885. D. I. Julij. bl. 115. 

Iets over de bereiding van den Sgrupus altheae. T. a« p. 
1835. D. I. Oct. bl. 176. 



Digitized by VjOOQIC 



812 

Iets over de Feraérine. T. a. p. 1835. D. I. Oct. bl. 152. 

leós over Jiet yzeroxyde'hifdraat ^ ede beproefd redmiddel bif 
vergiftiging met rottekruid. T. a. p. 1839. D. III. Maart, 
bl. 186. 

Een merkwaardig verach^neely waargenomen bij EngeUch 
zwavelzuur, T. a. p. 1836. D. I. April. bl. 49. 

leta betrekkelijk het merkwaardig verschijnsel , waargenomen 
bij Engelsch zwavelzuur ^ door J, B. van Mons, T. a. p. 1835. 
D. I. Julij. bl. 103. 

Naauwkeurige opgave eener bereiding van het acidum pecticwn 
in Schei'y Artsenijmeng- en Natuurk. Bibl. 1826. D. II. n'. 5 
bL 267. 

Iets aangaande de bereiding van eenige nog weinig bekende 
plantaardige ligchament zoo als atropine, bruciney parigline^ 
emetine, jalappine, T. a. p. 1827. D. IIL n^ 3. bl. 135. 

Bereiding van het Bromium, T. a. p. 1828. D. V. n*. 5. 
bl. 244. 

Iets over de broodvergiftiging, T, a. p. 1829. D. VII. n'. 5. 
bJ. 260. 

Iets aangaande de bereiding der Cafeïne. T. a. p. 1826. 
D. m. n*. 2. bl. 69. 

Bereiding van het extractum taraxici, T. a. p. 1826. D. U, 
n«. 6. bl. 268. 

Nalezing van de in de Pharmacopoca Belgica opgegeven» be- 
reidingswijze der geneesmiddelen, T. a. p. 1831. D. XII. D. 
XVIII. passim. 

Iets over het poeder van Arabische gom, T. a. p. 1830. D. 
X. xï\ 11. bl. 245. 

Iets betrekkelijk de opgave van den heer Graham over den 
invloed der lucht op de kristallisalie der zouten. T. a. p. 1824. 
D. VIII. n*. 3. bl. 231. 

Iets over de kristalUsatie der zwavelzure soda, bij eene ver* 
minderde drukking van den dampkring, T. a. p. 1830. D. IX. 
n°. 4. bl. 181. 

Mamnte, derzelver bereiding, en beschouwing van dezeloe aU 
middel ter vervalsching van de sulphas chinici. T. a. p. 1821. 
D. ra. o*». 6. bl. 302. 

Onderzoek over de aanwezigheid van morphine in tel, extract 
van ifdandsche slaapbollen, T. a. p. 1827. D. III. n^. 6. 
bl. 306. 

Over een nieuw soort van olie. T. a. p. 1832. D. XIII. n^. 2. 
bl 85. 

Iets over het oleum silicis maris. T. a. p. 1827. D. IV. 
n^. 5. Junij, bl. 102. 

Nog iets betrekkelijk de parigline. T. a. p. 1827. D. IV. 
n\ 3, bl. 144. 

Nog iets over de verbranding van den Fhosphor, T. a. p. 
~ " " 7. bl. 15. 



Digitized by VjOOQIC 



813 

Men bij vïeeêch en groenten waargenomen vreemd verechiineel 
{roodtoarding), T. a. p. 1831. D. XII. n°. 9. bl. 144. 

leiê over de ealicine. T. a. p. 183J. D. XI. n«. 2. bl. 77. 
l^^ 3. bl. 127. 11°. 4. bl. 179. 

leis over de êiilsitof'eerête-oxgde. T. a. p. 1833. D. XVI. 
o*». 7. bl. 17. 

Bereiding van de Stdphoê Chimd. T. a. p. 1827. D. IV. 
D*^. 2. bl. 74. 

lees over de werking van het Sulpkuretum êtibii hydrogena* 
iMm, op de muriaa prot-oxydi hfdrargyri, T. a. p. 1830. D. X. 
D°. 11. bl. 243. 

Gemakkelijke bereiding der sgrupue papaverie albi. T. a. p. 

1827. D. III. D*. 6. bl. 311. 

letê over de tinctura benzoatis ammoniae composita, T. a. p. 

1828. D. V. n*. 3. bl. 153. 

Iets over de uitdamping door middel van een dierlijke blaas. 
T. a. p. 1829. D. VII. n°. 6. bl. 303. 

Eene zeer voordeelige bereiding van volkomen zuivere Tüijnsteen- 
Ziere potaseh en spiesglas. T. a. p. 1827. D. III. n°. 3.bl. 132. 

Over de zoete stof uit den zoetkoutioortel, T. a. p. 1828. 
D. V. n*. 1. bl. 25. 

Nog iets betreffende de zoutzure berookingen , in Alg. Konst- 
en Letterb, 1827. D. I. bl. 132. 

Iets over de behandeling van door de cholera aangetaste lij- 
ders. T. a. p. 1831. D. II. bl. 172. 

Iets betrekkelijk de cholera. T. a. p. 1842. D. I. bl. 346. 

Bekendmaking van een middel tegen het misbruik van sterken 
drank. T. a. p. 1831. D. II. bl. 397. 

Iets met betrekking tot de beplanting der kerkhoven. T. a. p. 
1830. D. I. bl. 308. 

Over het nadeel van Stearine- kaarsen. T. a. p. 1839. D. II. 
bl. 445. 

Iets over d^ voortbrenging van kunstkoude ter bevriezing ^ in 
Tijdschrift voor genees-^ heel-, verlos- en scheik, wetens. 1828. 
D. n. St. 3. bl. 53. 

Zie Holtrop, Bibl med. chir. bl. 221, 224; Berigtenv. d. Nederl 
Maats, ter bevordering der Pharmacie, Mei 1 862. Nieuwe Volgreeks nP. 12. 

MEYLINK (Antonius Alexius JosEPHDs), zoon van Chris* 
toffel Joannes Josephus Meylink en Jacoba Ma- 
ria O ar o li na Cavallini, werd den 4 Oct. 1796 te Am- 
sterdam geboren. Hij ontving zijn aanvankelyke opleiding in 
het latijn van pastoor van Stockum te Zoetermeer , en werd 
verder te Borcb, nabij Munster, waar eenige Fransche geeste- 
l^ken een instituut hadden opgeiigt, in de levende talen, let- 
terkunde, geschiedenis enz. onderwezen. In 1816 verliet h^' 
deze inrigting, legde zich drie jaren, waar blijkt niet, op de 
pbilosopbie toe, en keerde 17 Mei 1820 in het ouderlijk huis 



Digitized by VjOOQIC 



814 

terug met het voornemen, om te Parija zijn studiën in de 
hoogere taalkunde te gaan bekroonen , door het bestuderen van 
het Sanskriet, waarvoor in die hoofdstad een leerstoel was op- 
gerigt. Maar de politieke gebeurtenissen bragten daarin die 
wijziging, dat hij voorloopig in Nederland bleef, en zich den 

7 October te Luik onder de kweekelingen van het theologische 
seminarie deed inschrijven. Van daar begaf hij zich naar Pa- 
rijs, waar hij in 1825 en later collegie hield bij de professoren 
Andrieux in de letterkunde , V i 1 1 e m a i n in de welsprekend- 
heid, Daunois in de geschiedenis, Gail, Thuriot, Bois- 

8 on ad o in het grieksch, Naudet in de latijnsche literatuur, 
en Chezy in de Sanskritische taal- en letterkunde. Tegelijk 
bestudeerde hij de chemie onder Thenard en Laugier, 
de sterrekunde onder Arago, de physica onder Gay Lus- 
sac, de botanie onder Desfontaines. Den 15 Julij 1826 
werd hij Bachelier, 17 April 1827 Licenciè, en den 6 No- 
vember daaraanvolgenden docteur ès lettres de 1'Université de 
Erance, op den 2 en 3 November zijn these de 'Jitérature sur 
la poësie Grecque in zijne Diss, Phüoa, de cotmexione PMloêO' 
pkicm inter ei liUeraê verdedigd te hebben. Den 29 Mei 

1828 liet hij, die zich op de regtsgeleerdheid wenschte toe te 
leggen , zich te Leyden als student inschrijven , eo den 27 Mei 

1829 zijne Leydsche inschrijving te Gend overschrijven, en 
volgde aldaar geregeld de pandecten, het civiel-, crimineel- en 
publiek regt, zoomede het code de procedure, de historia po- 
litica, de medicina forensis en statistiek, terwijl hij zich tevens 
onder Schrant op de Hollandsche literatuur toelegde. Na de om- 
wenteling begaf hij zich naar Leyden , en verdedigde den 13 April 
1832 eene historisch juridische dissertatie de OodieU Francici 
cofifecHone et cum patrid noatra communicalume #een werk van 
grondige studie, waarin over de Fransche wetten, die tegelijk 
met den code Napoleon hier te lande zijn ingevoerd, veel 
wordt opgemerkt dat thans nog behartiging verdient" 

Den 7 Mei deed Mcylink zijn eed als advokaat bij het 
hoog geregtshof, had zich al spoedig over een goede praktijk 
te verheugen en bewees als lid van den Baad en van de Com- 
missie van toevoorzigt op het lager onderwijs gewigtige dien- 
sten. Niet minder maakte hij zich als lid der Provinciale Staten 
en van de Tweede kamer der Staten-Generaal , waartoe hem het 
kiesdistrict Eindhoven in 1854 riep, verdienstelijk. Hij overleed te 
'sHage 11 Dec. 1863 en werd in het familiegraf te Voorburg 
bijgezet. In het laatst van Oct van dit jaar overleed zyne 
echtgenoot, Anna Maria Theresia de Kuyper, hem 4 
kinderen nalatende. 

M e y 1 i n k was ridder- commandeur der ordo van St. Gregorius , 
en lid der Maats. v. Nederl. letterk. te Leyden van het Hist, 
Genootschap te Utrecht. Zijne bibliotheek werd 25 April tot 
4 Mei 1864 te 's Hage bij Martinus Nyhoff verkocht. 



Digitized by VjOOQIC 



815 

Hij gaf in het licht : 

Over den invloed der geseMedkunde op de taalkunde in het 
algemeen, en de noodzakelijkheid van de kennia van de vader- 
landeehe geéchiedenis ter beo^ening van de vaderlandsche taal 
i» het bijzonder, in 1829 met goud bekroond door de Kon. 
Maats, van VaderL tael- en letterk. te Brugge. 

Geschiedenis van het hoogheemraadschap van Delfland, 's Hage 
]8é7. 4 aflev. niet vervolgd. 

Fleümemoriën f uitgesproken voor het provinciaal geregtshof 
van ZuidhoUand, en voor den hoogen raad der Nederlanden over 
iet Hendregt; waarin de geheele bestaande jurisprudentie over 
dat onderwerp wordt aangewezen. Vermeerderd met historische 
aanteekeningen en bedenkingen tegen de verhandeling van Mr, P, 
tan der Schelling en met opgaaf der wettelijke bepalingen : ter- 
wijl, behalve de ter dezer zake ingediende stukken en gewezen 
arresten, meest alle vonnissen en arresten voor het tiendregt als 
belagen zijn opgenomen; en tevens het belangrijk rapport der 
commissie ten jore 1795 benoemd tot onderzoek der wettigheid 
(^onwettigheid der tienden, 's Hage 1850. 

Verhaal eener onteigening ten algemeenen nutte , weUce den 28 
lebr, 1851 is voltrokken, waaruit gewiglige wenken, vooral bij 
gelegenheid der vaststelling eener nieuwe toet ontstaan enz, 
's Hage 1851. 

Officiële geschiedenis der wet van 1806 over het schoolwezen en het 
lager onderwijs en van de reglementaire bepalingen over dit onder* 
werp, opgemaakt door de authentieke bescheidm. 's Hage 
1857. 2 dn. 

Over een charter van graaf Floris V, van 14 Mei 1278; 
mededeeUng van G, H. M. Delprat nader toegelicht, en over 
charters van graaf Floris V van den jare 1281/ met fac- 
similés van zegels en watermerk, 's Hage 1861. 

Hij hield zich ook bezig met de nasporingen over het Jus 
patronatus, zoo als dit in een gedeelte van het aartsbisdom 
van Utrecht , en wel bepaaldelijk in Holland plaats had , vooral 
ook wat dit regt betreft, door het kapittel van St. Marie, ten 
Hove in den Haag, op Amsterdam geoefend. 

Zie zijn levensschets door Mr. H. A. A. van Berckel, in Han- 
deL d. Maats, v, Ntd. Letterk. ie Leyden, van 1866; Chron, v. h. 
Bist, GenooU. D. II, bl. 293, D. IH. bl. 17, 18. 

MEYN (Mej. S. A. C), bloemschilderes. In 1820 was van 
baar penseel op de Amsterdamsche expositie een bloemstuk. 

Zie Eramm, t. a. p. bl. U. 1118. 

METNAERTSZ. (Symon), Baad van State en Burgemeester 
van Hoorn, werd in 1594 met anderen naar Denemarken ge- 
zonden om do oude verbintenissen met Christiaan IV te 
hernieuwen , en , blijkens een brief van G. Buytcnwech aan 



Digitized by VjOOQIC 



816 

J. Lipsius, om een huwelij ksverbintcnis tusschen Maurits 
en 's konings zaster tot' stand :'te brengen. 

Zie Bor. Ned, Oorl B. XXXI. bl. 38 (826); Wagenaar, Vod, 
Eist. D. Vin. bl. 401; Barman, Syü, EpisU T.I.p.681; Scho- 
tel, Avondst, bl. 13. 

MEYNARD, ook MEYNARD MAN, uit een deftig maar 
geen adelijk geslacht te Wormer geboren , werd eerst kapellaan 
te Graft, vervolgens pastoor te Ëgmond, later zond hem de 
abt, Hendrik Wittenhorst, naar Breda, als biechtvader 
van Oedzer van Cralingen, die kindsch was geworden. 
In 1509 werd hij tot 86* abt van Egmond benoemd. Vol- 
gens de Chroniek dier abdij , heeft hij hare gebouwen 
verbeterd en vermeerderd, de kerk versierd, een toren op de 
abdij laten plaatsen , vooral zich een bevorderaar der kunsten 
en wetenschappen betoond door het laten schilderen en aankoo- 
pen van verschillende kunststukken en boeken voor de biblio- 
theek. In 1315 verschenen te Leuven de Quaesiiones quodli" 
beticae van Adriaan Florisz. van Utrecht, later Paus 
Adriaan, met een opdragt van Martinus Dorpius, aan 
zijn patroon, Meynardus, abt van Egmond, waarin diens 
treffelijke hoedanigheden breed worden uitgemeten. #Dflt er 
maar meer geestlyke heeren waren (zoo besluit van Dorp 
dit elogium), die eveneens, in plaats van honden en reigers 
te houden , de verkondigers des Heiligen Evangeliums onder- 
steunden I Maar wee over die ongelukkigen , die , in plaats van 
zich als geestelijken te gedragen, te paard gezeten, keizerlijke 
optogten vertoonen, wien het beter zou stnan langs de aarde 
te kruipen , dan paarden te zadelen , om naar de hel t« rijden 
tenzij zij vreezen er te voet of te laat in te komen." 

Van Dorp noodigde £ ras mus uit één zijner werken aan 
den prelaat op te dragen. 

Bockenberg schrijft nopens hem : *dcse was mede een 
liefhebber van consten ende van geleertheyt, als mede der 
geleerden , deselve na syn vermogen vorderende , houdende 
groote kennis met Erasmus van Kotterdam, heer Mae r ten 
van Dorp, van Naeltwyck theologant te Leuven ende 
andere." 

Er bestaan lofdichten op dezen abt, die in 1526 overleed. 

Zie Chron. Egmund,, p. 140, 141; Egmondsche Jaarboeken , p. 216; 
van Wyn, Huiszitt. leven ^ D. I. bl. 8, volgg. ; Dodtvan Flens- 
burg, CollecU in LetterL Maandsch. 1847, Mengelw, bl. 116, 117; 
Romer, Geschiedk, overzigt der klooster» en abdijen, D. I. bl. 271. 

MEYNAllD of MEINARDUS (Frans), een Fries, werd in 
1570. waarschijnlijk te Teridserd in West- Stellingwerf geboren , 
Nog jong zijnde, vertrok hij naar Frankrijk en zette zich te 
Poitiers neder, alwaar hij tot hoogleeraar in de rcgten be- 
noemd werd. Hij bekleedde deze betrekking tot aan zijn dood. 



Digitized by VjOOQIC 



r 



817 



welke den l Maart 1623 plaats had. Lodewijk de XIII 
bezorgde hem een jaarlij ksch peDsioen van 1001 livres. 

Hy gaf in het licht : 

RegiadiuMdeêeslaium, guaenlum.praecauium. Poitiers. 1610. S\ 

De Juribus Epiacoporum, Ibid. 1614. 8". 

Oraüonei legüioiae. Poitiers 1612. 8^ 

Overigens is men hem nog verschuldigd een groot aantal 
aaoteekeningen die gevoegd zijn achter het leven van den hei- 
ligen Radegonde, welk werk in 1621 door C h. Fidoux 
is in het licht gegeven. 

Zie Drenx dn Radier, Hist, IdtU dePoitw; du Ruau, TabL 
d. Reg.p. 222; Biogr. Génèr, par Dr, Boef er , T. XXXI V. p. 9 1 1 ; 
en DicHcmaire Biographique , Üniversel et pittoresque , T. lU. p. 859. 

MEYNERT HERMANS, geboortig van Balk, houtzager 
ran zijn ambacht, had zich omstreeks 1542 met anderen tot 
de secte der Doopsgezinden begeven » en door Gilles van 
Aken laten doopen. Dien tengevolge werd hij te Amsterdam 
gevat en den 6 Aug. 1552 veroordeeld om levendig verbrand 
te worden, met verbeurdverklaring zijner goederen. 
Zie van Bracht, Martelaars Spiegel, D. II. bl. 143. 

MEYNëRT toe Frabnker, \icaris der St. Martens kerk 
te Franeker, omstreeks het jaar 1500. Van hem is een vin* 
aif; gedicht , voerende tot titel : Ghehieien Oroningher passie , 
meegedeeld in het Archief voor VaderL en inzonderheid Frie» 
éche Geschiedenis van Visser en Amersfoordt. Leeuw, 
1824. 1* si. bl. 111, aant. 85. 

Zie Suffr. Petrus, de Script. Fris. p. 128; v. d. Aa, B. A. C. 
Woardênb. 

MEYNERTS (Pibter), waarschijnlijk een Friesch schilder, ge- 
hand met Aeltje Heymans, dochtervan Matthys Hey- 
mans en Qeertruyd van Cuyck, overleden in Oct. 1652. 

Zie Stamboek vcm den Frieschen Adel door de Haan Hettema en 
vanHahaaal. Leeuw. 1846, D. II. bl. 27; Kramm, t. a.p. bl. 1113. 

MEYNIER SAINT-FAL (Louis August), teekenaar en 
schilder, in 1762 te Brussel geboren, werd te Parijs voor de 
kmist opgeleid en was er in 1840 nog werkzaam. Een aantal 
teekeningen van vignetten voor boekwerken, spotprenten enz. 
zijn van hem bekend. 

Zie Kramm, t. a. p. bl. 1118. 

MEYNICHüS (J. W.), stads geneesheer te Gouda, gaf in 
de Boekz. d. Gel. fFereld, 1767 b. bl. 187—193 een Kort 
herige van eene doodelijke toatervrees. 

MEYSENHEIM (W. C), huisvrouw van Lochraan van 
Königsfeld te Amsterdam, dichteres in het begin dezer 
eeuw. Men heeft van haar een krachtig dichtstuk bij de 
inirede van Z, K. H. fFillem Frederik^ Souver. Forst der 

52 



Digitized by VjOOQIC 



{il8 

Vereenigde Nederlanden in de DichterUjke gedenkrol van Nedet' 
landêch verlossing en heraleüing in November 1813. 

Ziy van der Aa, N. B, A. C. Woordenb. 

MEYSSENS (CoRNELis), zoon van Joannes Me y es en s, 
waarschijnlijk, volgens Kram ra, in 1640, doch, blijkens het 
volgend werk, veel vroeger te Antwerpen geboren. 

Hij was plaatsnijder. Onder de 178 portretten, die in het 
I^airum Pontijicum^ Imperatorum ^ Regum ^ Ducumy etc, ko- 
men eenige door hem gegraveerde portretten voor. Zij zijn, 
naar de teekenlngen van zijn vader, goed gesneden. 

Ook vervaardigde hij Effigiea des Forestiers et Ccmtes de 
Flandres sur les dessins de Jean Meyssens^ peintre^ gratées 
par Corn, Megssens , son fils^ Van 1663. Anvers ^ Mar ten 
van den Enden , pet. in f^. Nog gaat er van hem uit een stel 
portretten der keizers uit het buis van Oostenrijk , getiteld : 
Effigies Imperatorum domus Austriacae , delineatae per Joannem 
Meyasens , et aeri insculptae , per Jllium suum , Comelium MegS' 
sens ; Les Effigies des Souver ains^ Princeset Contes de HoUande ^ 
4® bladen; Les Effigies des Souverains , Princes et Ducs de Brabant. 
ICramm vermeldt nog de portretten van Karallly koningvan 
Engeland (1660) vóór de Historie van I^eupold^ van Octavius, 
hertog van Arenberg, Cardinaal Antonio Barberini^ Cardinaal 
Binaldo principe Estense , Johan de Wilt , JJavid graaf van 
Weissenwolfy Czaar Alexander Michaëlowitz en videren. 

Zie de Bie, Gulden Cabinet; Houbraken; Eramm, t. a. p. 

MEYSSIENS (Joannes), vader van den vorige, den 16 
Mei 1612 te Brussel geboren, werd in de kunst onderwezen 
door Anthonie van Opstal, en later door Nicolaas 
van der Horst. In 1661 hield hij zich bezig met 3en 
handel in gravuren, zoowel van oude als nieuwe meesters, 
waarin hij om zijne grondige kennis zeer vermaard was. In 
het vorige artikel hebben wij eenige werken vermeld, die hij 
in het licht gaf, waarbij men voegen kan: 

Images de divers Hommes d* esprit sublime, gut par leur urt 
et science devront vivre étemeüement et desguels la louange e( 
renommé faict étonner Ie Monde ^ a Anvers, mis en lumiere ^ 
par Jean Meyssens ^ peintre et vendeur de Part, au Oamer' 
straet, Pan. MDCXLIX in kl. f»., portretten in 4,\ Er gaat 
van hem een fraai portret uit in P. Het stelt hem als een 
jong man voor, maar zoo als hij in de Bie, Gulden Cabinet 
voorkomt, is hij veel ouder. 

Hij zou in 1666 te Antwerpen overleden zgn. 

Zie Kramm, t. n. p. 

MEYSTËB (Evebabd), een Roomschgezind edelman, heer 



Digitized by VjOOQIC 



819 

nn Zeevenbei^gh^), om ea na de helft der XVII eeuw ta 
Utrecht woonachtig. Hij was zeer rijk en had op zyne bui- 
tcnlandoobe reizen ml kepnia opgedaan. H\j moet vai^ eenen 
bjjzonderen levendigen en wilden aard zijn K^weest, en lust. iri 
allerlei liefhebberij eo en ondorneniingen hebben gehad. H^ 
had oiet alleen door letter^verk maar ook door andere zaken» 
met name door het aanleggen van eene buitenplaats bij Amerar 
foort, Nimmerdor geheeten, met eenen doolhof, fonteinen, 
beeldverk en wat dies mee; zij , veel naam verworven. Het 
kan niet missen of op de beurs van dezen rijken en wetwil-: 
lenden begunstiger vloeiden «Uerlei soort van gasten toe; kuR- 
«tentars, verzenmakers enz. die hem het hoold nog wavmef 
maakten en tot allerlei stappen aanzetteden. Een dar meest 
geruchtmakende was voorzeker die van het inhalen van ^%x\ 
groeten kei te Amersfoort, wanrvan van Loon en Schel- 
tema een uitvoerig verhaal geven. Deze kei, die buHen 
Amersfoort lag, werd op zijn kosten» roet veel plegtigheid, \\\ 
de stad gebaald en op de Varkenmarkt ten toon gesteld* De 
kei heelt men later op het midden van de markt laten makken 
zoodat de punt alleen nog zigtbaar is^). Deze inhaling (1661) 
werd spoedig het voorwerp van eene groote n^enigte spot-., 
schimp- en hekeldichten, schandschriilen en blaauwboeHjes. 
Jonker Meyster liet zich niet afschrikken door de spotternij 
maar bleef den schimp trotseren. Toen hij in 166$ een 
huis te Utrecht liet bouwen, hing hij een krakeling aan de 
3el«eltrekker (me^ bad bij den optogt krakelingen uitgestrppid) 
en h^' zette een stuk van eenen kei boven de achterdeur^ Pe 
hargerij van Utrecht beantwoordde zulks door zijn buis ^de 
Kilketing" t^ noemep, alsmede door aan de straat aao de 
veslzijde, die anders de Buurtstraat heette, A^n naam van d$i 
Ksiitraat (e gev^Q , onder welken deze nog bekend is. Hij ipaakte 
ook het project qm van Utrecht eene koopstad te Qiaken, dat. 
ten tijde van den actiehandel (1720) weder is c^pg^wvmd, 
vaarbij e^e yi^irt van Utrecht naaf de Bem zou gef^f^ven 
vprdw v<ap ?ulj^ eene grootte, dat de^ dricpiastsohepen vH 
Texel dadelijk naar Utrecht zouden kuni^en steyen^n» Na het 
binnenrak^e^ der Ffpanschen in Utrecht (1672) werd hij met 
andere Boomschgezinden 'm de regering geroepen ai^ ^eldealle 
moeite ii^ bet \«erk aD> zoo mogelijk kwaad yoor te l^omen. 
$JQe moeder heette A* M. de Bri^yn van buitenweg, 



') Het geslacht van Meyster was \n de Zyi eeuw ia daa Haag^, 
Utrecht en Alkmaar gevestigd, en verwant aan de fi^nuliën van 
Teylipgen, van Schagen, Oem, ^uy?, van Donselaer, 
Tan 1f)a8hor8t, en anderen. 

') Bij van Loon vindt men vier penningen op deze gebeurtenis. 
Ook bestaat er een afbeelding van den geheelen optogt met hot on- 
4iecichrift: Ha! tmrêch! voort! 

52» 



Digitized by 



Google 



820 

zuster van den rijken stichter van het hofje van Nieuwkoop 
te 'sHage {Nav. D. VI bl. 230). Hij was gehuwd met 
Schaap van den Dam, een zeer rijke en aanzienlijke 
vrouw. Zijn portret, dat vrij zeldzaam is, werd door J. Ve- 
nee ooi geschilderd en gegraveerd door C. van Dalen, 
in 1°. Het is beschreven in Nav. D. VIII. bl. 236. Dat hy 
tot den adelstand behoorde, blijkt o. a. uit een vers van 
£. van Hoorn, med. dr. voor de uitgave van de Staetkun* 
dige Aelouwheyt van Jonker E, M, 2« dr. 1656. Zijn wapen 
komt voor in de Vermeerdering der wapenkaart van de sleden 
en oudadel^ke geslachten van Holland en fTeat Friesland^ doch 
zonder het hartschild, terwijl in de kaarten der Edelen en 
andere kaarten van het Sticht van Utrecht, alle het hartschild 
▼ertoonen. 
Hij schreef: 

De Krtdêleer ter zalighegdt, met de spreuk: Nil virtute 
prittêy 165 1 kl. 8*. Met z^'n afbeelding en spreuk. 

Hemelaeh Landspel of Goden-kout der Amersfoordsehe Land- 
douwen^ bevatt, den bugtensten opstal van 't Nieuwe Stadhugs. 
Eerste deel. Zorg E, M, en Nimmerdor. Der Amsterdamsche 
Burger- Heeren f En^ die van Amersfoort ter eeren» Amst. 
Gedr. voor de lieth. 1055. kl. 8*. 

Brooge Buckens , in de schuur van Amore fortis gedroogd 
enz, door Firtute proba Magistrum, Justi fructus non periL 
Tot Otfecht^ recht uit in in 't brand olg-steegjen , schugns over 
Bugmmond gietloogen, bij de fFind-buyl van Tongerloo enz. 
1676. 

Het eerste deel der Goden Landspel om Amersfoort; van 
*t Nieuw Stad'hugs binnen Amsterdam; gespeelt en verLaldaer^ 
a, 1655; weleer door Jonker E, Af. gergwU; met ugtleggingk 
verlicht en venciert door D. r. fF. 2 dr, Amst. Gedr. voor 
de Liefh. van de Bouwkunst. Z. j. m. pi. 4*. 
Nimmerdor. ütr. 1661—1667. Afi. 

Met groenen inkt op groen papier gedrukt, bevat niets 
anders dan een paar honderd vierregelige koupleiten, die elk 
met dezen regel beginnen: 

U Is Nimmerdor rondom , van boven of ter zyden. 
Keg-klueht van Jock en Ernst. Utr. 1661. 
Doohom-berg ontdooid of Dool in bergh, ütr. 1669. 
Kort'bondige gebeeden, bestaande iu onverdoolde hartstoghien 
voor den verdoolden zondaars ugtgestort, om uyt den wegh van 
doolingen te raecken : Dat God aan haar , aan mij ^ en wie het 
zg ^ vergun. Beschreven en bergmt door. • • . Utr. 1669. Met 
portr. en Lat. vers van R. Keuchenius. 12^ 

Gekroonde Megsterlgke wercken^ bestaende in Aerdsche en 
Hemelsche gedachten^ bescreven en berijmt: Idl. De gekroonde 
berijmde polu^. Utr. 1668, 1669, met doorloopende versregels 
en boven elke blz. een parelkroon en daaronder een spreuk» 



Digitized by VjOOQIC 



821 

o. a. op bL 19: Feeper ^ kap en kalck^ deckt menigh schalck. 
Achter dit werk is gedrakt : Cruyaleer of d' herboorene Thomas 
II Kempis , leerende d^ eenvoudige herten den waeren weg ter za^ 
Ugheyt. Utr. 1661. nu pL 

Stichtefycke Meyeter ^ dat U, korte politij cke schilderij met 
«tgeleezen leerelyke lessen. 

Magister MoraUs etc. 

be niewoe platte grondkaart van Utrecht op zijn schoonst en 
sterkst, Ev. Meifster inv, B. de Rag delin, Jnt. Winterfee. 
Asm 1670. fol. 

Zie Witsen Geysbeek, B, A, C. Woordeith. D. IV. bL 418; 
J. Scheliema, Geschied- en Letterk. Mengeho. D. V. St. II en St. 
ni; T&n Loon, Ned. Historiep, D. II. bL 491; H. Fol, Nimmer- 
dor in den Nederl. Volkealm. 1844, bL 64; Astrea, 1854, bl. 399; 
Cat, d. MaaU. v. Ned. Letterk, D. I. bl. 144; D. lU. bl. 77, 352; 
Git J. Koning, D. IL bL 322; Bibl. v. Parnfl. D. IL bL 221; 
Mnller, Cat. v. portr,; Kobns en de Riye-conrt; CataL der 
Tooneelsp. o. W, Bemkes, n°. 104; Naooncher, D. VIJL bL 103, 
286, 299. 

MEYSTERUS (Jacobus), leefde in het midden der XVI* 
eeaw, was rector der toen bloeijendc latijnsche school te Haar- 
lem , en leermeester van den beroemden Hadrianus Junius. 

Zie Vita H. Jutdi voor z\jne Epistokte, Dordr. 1652; Abbing, 
Gtsck. d, Groote kerk van Hoorn, bl. 24. 

MEYVOGEL (Jacob Coenraadsz.). Zie MAYVOGEL 
(Jacob Coenbaadsz.) 

MEYVOGEL of MEYWYCK (Mattheus). Bij Sandrart 
komt voor een zekere Mattheus Mayvogel van Zeeland, 
als een bekwaam schilder, die zijn loopbaan voortreffelijk opende, 
doch zich te Kome in liefdesge vallen zóó verslingerde, dat hij 
aldaar in jeugdigen leeftiid overleed. Dewijl hij den 1 Mei 
1628, in de Koomschc bent kwam, verkreeg hij den naam 
van Mayvogel, doch Kramm merkt teregt op dat dit zijn 
ogen naam moet geweest zijn. Deze vermeldt van hem Hen 
vrouw met eene koers voor f 23 ; een stuk , verbeeldende Seneoa 
voor / 15; een dito, verbeeldende Maria MagdaUna, in den 
aanvang der 18* eeuw verkocht. 

Zie Sandrart, Teutsche Academie, u. s. w. Th. I. S. 313; 
Kramm, t. a. p. 

MEZ of MES (Gherabdus), muzijkmeester en componist te 
Antwerpen. Hij gaf in het licht: 

Het 8•'^ ^'^\ lO*' en 11*** Musyckboeck of Souterüedekens , 
iV». F, Fl, F II en F lil. Tenor. Ghecomponeert by Gheror- 
dus Mes; gedrukt by Thielman Susato, te Antwerpen, Men 
vindse oyck te coop by Claes Dierix soen Pet, apothekker , 
woenende in de Kerckstraet tot Alcmaer. 4'. 

Zie (J. Koning) Naomi v. eerdge zeldz. boeken en mss. bl. 78» 
Col J. Ie Long, n^. 146. 



Digitized by VjOOQIC 



822 

MËZ (Zaoharïas DB), bisschop van TrhWbs [ih parL) in 
1661 in den ouderdom van 62 jarerl gestorven. £r bestaan 
velschillende portretten van heni , die vermeld worden bij Mal- 
ler, Cal, van por Ir. bl. 172. 

MIBA.1SË, agent wegens den staat te Duinkerken, werd 
meermalen tot 'slands geheime diensten met nut gebruikt. Toen 
hij in i6«5l, wegens den staat te Caïais woonde» schreef . bij 
eon gewigtigen brief, ^ie vermeld wordt bij van Wijn, Nol. 
de ÏTagenaar, D. XI. bl. 63. 

MICAÜLT (GEftHAftDüi Emaüs De); werd den 27 Febr. 
1798 te Dordrecht geboren, en was dè Ikatste manrielfjke af- 
stanameling fedner oiide Nederlahdsche familie , wiens Voorouders , 
anno l(]l99, onder den hertog van Bouillon als kruisridders deh 
naam van Ëmaus aannamen, en wier wapen, bestaande in 
eenén rooaen toorn met op den helnu een roodeo steenbok 
in 1361 door Philips van Bourgondië, eh door keizei" Ka- 
rel V in 1536 te Gent gecomfirmeerd en onder Marl at 
Tfaeresia in het archief te Wee^ien opgenomen werd, ter 
wijl de naam van Micault slechts eerst door zijn vader 
is aangenomen, zijnde die zijner moeder een mede van een 
uitgestorven geslacht. 

Zijn vader, Pieter Êmaus do Micaultj woonde ie 
Dordrecht, was gehuwd met Maria Charlotta , van der 
Leth, en aldaar regter in het tribunaal. Reeds in zijne 
vroegste jeugd was blijkbaar onze Gerhardus een geboren 
schilder. Wat bij dacht en handelde, was immer daarop be- 
trekkelijk, doch eene verkeerde opleiding en lotsbestemming 
was oorzaak, dat de bij hem aangeboren kunst gestadig werd 
onderdtukt en nimmer (door vele omstandigheden in zijn 
leven tegengewerkt) behoorlijk is kunnen ontwikkeld worden. 
Slechts weinige jaren heeft hij onderwijs genoten van Jan 
van Lexmond, een der minste discipelen van Jacob 
van Strij. Toen hij in 1816 geplaatst werd bij de adminis- 
tratie dër belastingen te 's Graven hage, werd hij, door bet 
zien van zoo vele voortbrengselen der oude school, moede- 
loos, doch gelukkig eene aanbeveling bekomen hebbende aan 
deri gepensioneerden majoor Bagelaar en den ritmeester P. 
J a n 8 o n , namen deze den jongen mensch , bij wien zij zooveel 
aanleg bespeurden, onder hunne bescherming en leiding. Het 
is dan ook aan deze twee kunstbroeders te wijten , dat hij als 
het ware voor het vak is bewaard gebleven , en , niettegenstaande 
eene niet gelukkige levensloop, in zijne ledige uren vele tee- 
keningen en etsen heefl vervaardigd, die gewoonlijk bestonden 
in kleine militaire bewegingen en gevechten , en ook landschap- 
pen, rijk in denkbeelden, en als het ware onuitputtelijk in 
ordonpantiën. De^ze vervaardigde hij voor zijne vnenden met 
dezelfde gemaklij kheicï als Jan Luiken, wiens manier hem 



Digitized by VjOOQIC 



828 

dgèn #as geworden, daar hij in zijne jeugd bij gemis 
van voorbeelden zich steeds van de platen van dezen meester 
ab modellen bedienden. 

Als ontvanger dèr belastingen te C uien borg was hij bezitter 
van eene niet onaanzienlijke verzameling uitgezochte schilderijen , 
waarin uitmuntten schilderijen van Uobbema, van der 
Helst, Weeninks, Beeldemaker, enz. enz., en een 
beroemd kabinet van Molusken. Onder zijne voorwerpen van 
kunst was het onnavolgbaar crucifix, gestoken door Albert 
Dnrer, dat als het meest beroemde kunststuk van dezen 
meester kan beschouwd worden , en waarvan men eene beschrij- 
ving bij Kar el van Mander vinden kan. 

Part, berigt, 

MICAULT (NiKOLAAs) of MICHAÜLT, raadsheer in den 
geheimen raad, is den 16 Aug, 1589 te Brussel, zijne geboor- 
teplaats, gestorven, en was bevriend met Petrus Naniiius, 
Deze droeg hem zijne Veclamatio Quodlibelicade Aetermtatemvndü 
Lovanii 1549 (1550) en noemde hem vir inaiynUer erndUus ac 
vere humanus. 

Zie Paquot, Mhn. T. IIL |>. 123. 

MICCEKUS (Ubnric Johan), bloeide in den aanvang der 
XVII* eeuw. Kramm bezit van dezen kunstenaar een groote 
lange prent, voorstellende een gezigt pp de stad Emden^ van 
rie rivier de Ëems te zien, roet veel schepen, bij èn in de 
haven, op den voorgrond met beeldjes gestoffeerd, waarvan er 
eenige ie zamen een groot papier vasthouden , waarop de platte 
grond der stad Emden is afgebeeld. Zij is goed en met veel 
zorg bewerkt en uitgegeven door Johannes Petreiüs, bi- 
bliopola Ëmbdensis. 

Zie Kramm, t a. p. Bibl, ./. Schouten ^ mss.p. 50; BibLv. Voorst, 
WW. p. 86, 91; Bibl, H, W* Tydeman mss. p. 35. 

MICUAEL (Jacobus), door Bloccius Michiel of Mi- 
chaelis, ook Jacobus de predikant genoemd, verkondigde 
reeds in 1564 het Evangelie te Obermorpter in Kleefsland, 
en was in 1568 lid der kerkvergadering te Wezel, nam ver- 
volgens de dienst waar te 's Hertogenbosch , en werd , toen hij 
io 1573 zich te Dordrecht had neergezet, aldaar tot derden 
predikant beroepen. In het midden van 1574 werd hij aan 
Gorcum ter leen gegeven. Ten gevolge van oneenigheid met 
den kerkeraad keerde hij, toen 's Hertogenbosch in 1577 tot 
de Staatsche zijde was overgegaan , derwaarts terug , doch moest 
die stad, toen zij in 1579 aan Parma overging weder verlaten. 

Zie Tan de Wall, Priuil. v. Dordr. bl. 1497; 'sGravesande, 
Tweehonderdj. gedachtenis win het eerste synod, bl. 222; Kist en 
Royaards, Kerk. Archief, D. I. bl. 457; 2 Serie. D. L bl. 41 ; 
Van Someren, Beschr. v. Gorkom , bl. 17; Schotel, Kerk, Dordr, 
D. I. bl. 99, volgg.; Groen van Prlnsterer, Archives, T. V. 
p. SSd— 226. 



Digitized by VjOOQIC 



SU 

MICHAEL (Fbanciscus) , ?an Hijssel» een Domlnikaan , 
biechtvader en hofprediker van Philips I» aartshertog van 
Oostenrijk, overleed in 1502, na kort te voren tot bisschop 
van Galicië benoemd te zijn. Hij gaf eenige redevoering over 
de zeven weëen der H. Maagd , en eene broederschap die haar 
ter eere gesticht was, alsook over de broederschap van den 
H. Hozenhof in het licht. 

Zie du Pin, BibL Eccles, T. XII.; Adelung u. Rotermtincl* 

MICHAEL (JoHAN George), werd 27 Febr. 1800 te Vel- 
zen geboren, nam deel nan de veldtogten tegen de IDngelschen 
en Kussen in N. Holland , was by het beleg van Naarden , 
en diende onder koning Willem I als majoor bij de artillerie. 
Hij huwde Regina Elisabetb Muller, en overleed te 
Amsterdam 6 Junij 1858. 

Part, berigU 

MICHaELï van LUCCA (Doctor), en Leonard Bo- 
talli, heelmeesters van den hertog van Alen<;on, behan- 
delde prins Willem I na den aanslag van Jean Jauregui 
op zijn leven. Naast Ood was hij aan hunne zorg het leven 
verpligt. 

Zie van Meteren, ^'ed, HisU D. bl. ; Hooft, Ned, Jlist, 
Bnsbequii, Epp. 2; Beaufort, Leo, v Willeml, D.nLbl.525. 

MICHAELIS (Heinrich), te Soest in Westphalen geboren , 
was eerst te Aken , vervolgens te Utrecht en Amsterdam pre- 
dikant bij de Hoogd. gemeente, waar hij den 27 Aag. 1727 
in den ouderdom van 59 jaren overleed. 

Zie Auserlesene Theol, Bibl. T. 38 , p. 138; Adelung o. Bo- 
termnnd. 

MICHAELIS (Gerrit Jan), in 1775 te Amsterdam, 
waar zijn vader beeldhouwer was, geboren, ontving zijne op- 
leiding van G. A. Bitter en Jurriaan Andriessen. De 
laatste gaf hem drie jaren onderrigt in het theoretische en 
praktische der kunst, waarna hij de natuur, vooral bg het 
schilderen van landschappen , tot leidsvrouw nam. Men vindt 
zoo in binnen- als buitenlandsche kabinetten vele voor- 
treffelijke proeven van zijnen arbeid en alleen in het mu- 
seum op het Paviljoen te Haarlem 5 schilderijen, als 3 land- 
schappen ^ 1 herUtgezigt met een tcaterplas, en 1 Gelder ach 
landschap , voorstellende het doorbreken der zon , na een hevige 
regenbui. Ook Teyler's stichting, waarvan hij conservator 
was, bezit proeven van zijn talent. Zijn teekeningen zijn 
zeer gedocht, en hij etste eenige landschappen. Hij was cor- 
respondent der 4** kl. van het Koninklijk Nederlandsch Insti- 
tuut en van de Koninklijke Akademie van Beeldende kunsten 
te Amsterdam en overleed te Haarlem den 31 October 



Digitized by VjOOQIC 



825 

18S7, in den ouderdom vait 82 jaren. Zijn portret is naar 
de teekening yan W. Gaspari, door Ë. J. Marcus ge* 
graveerd. 
Zie Immerzeel, Kramm, en Muller, Cat. v. partr, 

MICHAËLIÜS (JoHANNEs) of MICHIELSZ. (Jan), ook 
Johannes Michaëlius Keratinus, naar zijn geboorte- 
plaats Hoorn, leerling van Beeckman, en praeceptor van 
de derde klasse aan de Illustre school te Dordrecht, leefde in 
de eerste helft der XVII" eeuw, en was een toen niet onver- 
waard wijsgeer, Grieksch, Latijnsch en Nederdaitsch dichter. 
Zijn boezemvriend en kunstbroeder Johan van Someren, 
griffier der Chambre-mie-partie , en pensionaris te Nijmegen, 
noemt hem ergens »magnus philoaophus*^ Op dien titel zou 
hem zijn Libeüuê de Oculo , seu de natura vuua , zijn Dialogus 
de aetemUaie (Dordrechti U. Ëssaeus 1645. 12^) eneenige 
wijsgeerige en mathematische verhandelingen, die nimmer het 
licht zagen, regt hebben gegeven. Yan zijne Grieksche Muse 
bezitten wij slechts een Tétraêiichon tot proeve onder de 
Foëmaiat achter het genoemd Libellus; van zijne Latynsche 
zijn er meerdere voorhanden, als Carmina Sacra , Elogia^ een 
getiteld: Virgo Dordracena^ een ander de Continibus 70 pagie 
DordredUum eircumjacerUibuê inundatione horrióiU aubmereis. 
Yan zijne Nederduitsche gedichten bezitten wij alleen een treur- 
spel, getiteld: Juliue Caesar ofte Kaisermoordere ^ Dordrecht 
H. van Ësch 1645. 12^) 't welk den dichter van Som e- 
ren zóó geviel dat hy er een EpitymHon op vervaardigde. 
Hij dichtte ook in den trant van Huygens en Hooft, 
blijkens zijn gedicht »%n den trant ahoaer deze^ benevens Tes* 
selsciade en Anna Roemer FisscAers, /. van Brosterhuysen , 
O. R. Doublet en anderen geschreven hebben. 

Hy vervaardigde eenige latijnsche dichtregelen onder de 
beeldtenis van Johannes van Beverwij ck. 

Onder zijne eigene beeldtenis, door Josua Offermans, 
staan twee regels van Brey, onder eene andere deze van van 
Someren: 

ir Wat oyt het prachtigh Grieckenlandt 
#En Rome vol van wijsheyt vant, 
#Dat schuylt hier in dit deftigh hoofl, 
# Wiens naem geen sterflickheyt en dooft.*' 

Dezelfde dichter vervaardigde een Epilgmbion in obitum lec- 
tissimae foemnae Jacobae Michaëüs F. Kal. 1644. 
Michaëlius stierf 3 Aug. 1646. 

Zie Hoeufft, Pam, Lat Be/g. p. 174; van Someren, Uysp, 
der Vem. pastim. ; Schotel, Gesch, LetU en Oudheidk, AvondsU bl. 
99; j5^. tot de Getdu v. d. Geest, en Wereldl. kleed, D. I. bl. 57; 
IlL school, bl. 82—84, S25. 



Digitized by VjOOQIC 



826 

MICHAËLIUS (Joi^AS), neef fan dèrt vorige, in 1577 , waar- 
scbijhHjk te Hoorn, geboren, liet zich den 9 Sept. 1600 tot 
acaderaie burger te Leyden inschrijven, werd in 1612 predikant 
te Nieuwbokswoude , in 1614 te Hem. Tien jaren later (1624) 
vertrok hij op de vloot van Piet Heyn naar St. Sai vator in 
Brazilië, Wafir hij tot vast predikant werd aangesteld. Toen 
wij dit versterkte punt in het volgend jaar weder ontruimen 
moesten, vertrok met de Nederlanders ook de Hervormde 
leeraar, en wij vinden hem in J625, of den aanvang van 
1626, werkzaam in Guinea op bet fort (St. ëeorge del Mina). 
In 1627 keerde hij naar het vaderland terug, en Vertrok in 
Jan. 1628 met zijne vrouw en drie kinderen naar Noord- 
Amerika, en werd de eerste predikant der Ned. Herv. gemeente 
op Manhattans of Nieu w- Amsterdam , het latere New-York. 
Van daar schreef hij den 11 Aug. 1628 een belangrij keu brief 
aan A. Smoutius, pi;edikant te Amsterdam, door M.^ Bo- 
del Nijéhhuis n^ededeeld in het Arclnef van de hoogl. 
Kist en Mo 11, D. I. bl. <i65 volgg. liet schijnt dat hij 
omtrent 1633 naar het vaderland is weergekeerd , of als pre- 
dikant naar Virginie is verhuisd. In lti37 en 1638 komt hij 
weder in Nederland voor, en werd door de classis van Amster- 
daiti weder aanbevoleii aan HH. Bewindhebbers der West- 
Indische compagnie. 

Zie J. Hoornbeek, Sorg en Raad aang. de EvangeUe- prediking 
in Oost' en West-lndio ^ 'sGravenh. 1732 (Achter W. Hogerwaarts 
Afscheidsreden tot de gemeente op Batavia^ bl. 53, 55; M. Veeris, 
keg. V. N, Holl, bl. 818; v. d. Aa, Aardrtjksk. Woordenb. D. VIII.) 
bl. 92; vooral Bodel N^jenhnis, t. a, p. 

MICHAU (Theobald), in 1676 te Doornik gel>oren , schil- 
derde landschappen en groteske voorstellingen in óeu trant van 
T c n i e r 8 de Jonge. Hij hield zich Iftng te Brussel op , 
vestigde zich vervolgens te Antwerpeh , waar hij in 1755 
overleed. 

Zie Immerzeel. 

MICHAËUS (Jan), van wien nr\j anders niets weten dan 
dat hij «'geleert in verschcide taelen'' was en fden 25 Maert 
1567 het laatste sermoen gepreekt heeft in den Geuzentempel 
te Gend." 

Zie Gcndsche Geschied. D. I. bl. 74; te Water, Ref, u. Gtnd^ 
bl. 15. 

MICHëLL (Louis), te 's Hage geboren , ontving onderwijs 
van Nicolaas Wieling en Hermanus V irelst, in wiens 
manier hij fraai bloemen en vruchten schilderde, doch vertrok 
van daar naar elders. Zijn bloeitijd was omtrent 1675. 

Zie Kramm, t. a. p. 



Digitized by VjOOQIC 



sti 

MICHELL (Ja.n Pbtbesbn), werd io 1760 te Amsterdam 
geboren, terioor op achtjarigen leèitijd zijn v^dei*, die aldaar 
de geneeskunst uitoefende, bezocht de Latijnscbe stilioöl en bet 
Athenaeuro , werd student in de medicijnen te Leyden , en ver- 
dedigde er e6né dissertatie De Sifnchondrotomia pubis commén' 
laarius , later door li u d w i g , hoogleeraar te Lei()zig ih 't Hoogd. 
oTcrgezet (1784) daarna ook gevoegd bij èerie lofrede op tdn 
Doeveren iu de Oedenkschriften van de Kon. Maatsch. def" 
geneeskunde te Parijs. In 1781 verkreeg hijj de doctorale 
waardigheid, na het verdedigen eener vérhandelitig DëmirMH 
qwJae caput itUer eê portee generaliofd dicatae , inleYcedit èpm* 
patkia^ in 1787 met anderen opgenomen in het Svttogé selec- 
tórum ofmscülorwk de mirdbiU eympathki van J. C. Traug. 
Schlegel te Leibzig. Na zijne promotie vestigde hij zich 
te Amsterdam, en behaalde in 1782 den eereprijs bij het ge- 
neeskundig genootschap de servandiê civibua op eene verhande- 
ling over den koortehaai en deazelfé vermenging met andere ge* 
nèêmiddelen , en gaf nog in hetzelfde jaar in 't Mengelwerk 
der Algem, Vadert. Letteroef. een stuk over de Bpidemisbeë 
koorts, die voornamelijk in Junij te Amsterdam ttadgehèerscht. 
Met scherpzinnigheid voerde hij geschil met den hoogleeraar 
Ypey over den aard der uitwasemingen van bedorven wa- 
ter. In 1783 schonk hem het Prov. Utr. GenootSch. den göi- 
den eerepenning voor eene verhandeling over de oorzaken der 
vermeerdering der zenuwziekte in ons land^ ifi 't Lat. eh Nèd. 
uitgegeven en in de werken van gemeld Oenoots. opgenomen ; een 
jaar later het Zeeuwsch Genoots. van Kunsten en Wetenschapped 
eenen voor eene verhandeling over de oorzaken^ den aardende 
genezing der sdnkingaartige koortsen. In 1785 behaalde bijen 
J. K. Deiman een prijs bij de Kon. Maats, van Geneesk. te 
Parijs over het gebruik der koortsbast in de aflatende koortsen. 
Fn het volgende jaar verwierf hij den gouden eereprijs voor 
de beantwoording der vraag: over de kenteekenen der eigenlijk 
gezegde zeuutoziekten ^ der zeU>er oorzaken en geneeswijze , die ech- 
ter niet is uitgegeven. 

Nog schreef hij een verhandeling over de borstwaterzucht en 
over den invloed der ademhaling op het dierUjk leven ^ en vele 
anderen, die door hem z^n uitgesproken in Doctrina et Jmi* 
citia en in Concordia et Amicitia. De Joor hem voorgedra- 
gene stukjes, zoo in Felix Meritis als elders, b. v. M\jne 
luchtreis. Kruidje i-oer m\j niet, De mode in de geneeskunde: 
Onze vragen van den dag, Amst. 1794, getuigen inzonderheid 
van zijn luim. Hij was lid van verschillende Genootschappen , 
en genoot algemeene achting. Hij overleed 4 Nov. 179B. 
Zijn vriend G. Schutte sprak den 17 December daaraanvol- 
gende in Felix Meritis eene sierlijke lijkrede op hem uit. Hg 
«as in 178S gehuwd met Johanna Jacoba Kips^ dieheto 
één zoon schonk (die f olgt); 



Digitized by VjOOQIC 



828 

Hij schreef: 

Natuurkundige verhandeling over den invloed der ademhaUng 
op het dierlijk leven ^ iii N. jilgem, Magaz. 1794. D. II. St. I. 
bl. 385. 

Geneeak, verhandeling over de oorzaken, onderscheiding enge- 
neezing der febree catharrales of zinkingkoortsen enz» 2« dr. 
Amst. 1806, in Ferh. v. h. Zeeuwech Genoots. 1786. D. XL 
bl. 89. 

Disa, Phga, med, de cauais, indole et therapia morborum 
Ttervoaorwn, gut in Belgica obaervantur in Ferhand, v, Teylers 
Genoota, 1785. D. III. St. St. I. bl. 191. De Holl. vertaling 
Ibid. bl. 427. 

Verhandeling over de onderateuningamiddelen van den koorts* 
baat, in Ferhand, r. h. Genoota. Servandia CivU/us, 1783. bl. 167. 

Natuur- en Geneeskundige verhandeliug over de oorzaken, den 
aart en de genezing der zenuw-ziekte, toelke men in de vereen, 
Nederlanden waarneemt. Utr. 1793. 8*. 

Aanmerkingen over de zinkingkoorta welke voornamelijk inde 
maand Junij dea jaara 1782 ^ Amaterdam geheeracht heeft ^ 
in Algem. Fad. Letleroef. 1782. D. IV. St. II. bl. 389. 

Drie brieven aan A, Ypey , bevattende een onderzoek over de 
vermeende achadelijkheid der dampen van rottend water. Aid. 
1782. D. IV. St. IT. bl. 524; 1783. D. V. St. II. bl. 232. 334. 

leta ter nagedachtenis van P. Nieuwland. Amst. 1795. gr. 8*. 

Zie Navors. 1865, bl. 1G6; Holtrop, BibL med. chir.; Kobas 
en de Rivecourt; Arrenberg, Naomi. bl. 353; van Cleef, 
Alph. Aaami bl. 402. 

MICHELL (JoHANNEs), zoon van den vorige, werd in 1785 
te Amsterdam geboren, ontving onderwijs aan de Latijnscbe 
school en het Athenaeum aldaar, doch was naauwelijks aan de 
Leydsche hoogeschool tot geneesheer bevorderd , of hij over- 
leed in 1811. Hij had veel aanleg voor de Nederlandsche 
poez|j , inzonderheid voor de behandeling van romances. Vooral 
wordt zijn romance de Floek, opgenomen in de dichtvruchten 
van den vriendenkring Kunst door vriendschap volmaakter, D. 
V. bl. 101, en in Witsen Geysbeek's onder aangehaald 
werk, zeer geprezen. 

Zie Witsen Geysbeek, B. A. C. Woordenb. D. IV. bl. 419— 
431; Kobus en de Bivecourt, Navortcher, 1865, bl. 166. 

MICHELL (Matthew), en niet Robert Mitchell, zoo 
als Wagenaar schrijft, Britsch bevelhebber te Duins, ver- 
scheen met 5 Engelsche schepen van oorlog, die door koning 
George terstond nadat de tijding van den inval der Fran- 
schen in Staats-Vlaanderen te Londen gekomen was, met ette- 
lijke transpo rt vaartuigen , inhebbende 3 bataillons troepen , naar 
Vliasingen gezonden was, met last, om mede te werken op de 
bescherming der zoo zeer bedreigde provincie van Zeeland , ea 



Digitized by VjOOQIC 



899 

onder belofte dat deze nog door meerdere schepen en hulp* 
benden souden gevolgd worden (April 1747.) 

Zie Wagenaar, VacL HisU D. XX. bl. 69; J. C. de Jonge. 
Netrl Zcew, D. V. bl. 156, 157. 

mCHELLE DE FRANCE, dochter van koning Ka rel 
VI en eerste gemalin van Philips van Bourgondie. Zij 
hairde in 1409, en overleed kinderloos den 8 van Hooimaand 
1432 op haar 28* jaar. Men vindt haar afgebeeld en hare 
kleeding beschreven bij van Wijn, Nalez. op fTagenaar, 
D. IV. bl. 97. 

Zie La Marche, Mémoir, p. 64. 

MICHELIUS (JoHANN£S) , uit Antwerpen , in de tweede helft 
der I6c eeuw, groot voorstander en lofredenaar van Paracel- 
sus. Hij verhief dezen in een door hem uitgegeven Apologie • 
boven alle artsen der oudheid. 

Zie Smett, Miaceü, Lib. XII. p. 721, seqq.; Adelung n. Bo- 
termnnd. 

MICHELIUS (Jos£Ph), gaf een Scrifdum cinnabarinum en 
Apologia Ckemica^ Midddb. 1597, in het licht Ook schreef 
hij een werk de PseudoimporüHa tegen Bernh. Georg 
Renotus. 

Zie Jöcher, Adelung. 

MIGHGOBIUS (JoHANNEs), te Deyenter geboren, werd 
I September 1670 predikant te Koeverden, in plaats yan 
F. T. ran Staveren. Hij was op de classis te Sleen den 
1 Sept. 1672 niet tegenwoordig, omdat hem, ofschoon ziek, 
l^j bet overgaau van Koeverden van den bisschop gelast was 
binnen 24 uren te vertrekken, omdat hij #de militie alteseer 
oyt de Bybel gesterkt had.'' 

Hij overleed 1 Nov. 1698. H^' hield eenel^kredeopCar. 
Babenhaupt, die h^ in 't licht gaf met eene beschrijving 
van diens leven en bedrijven, met den titel: 

De ware trooatgrond der geloovige zielen. Amst. 1675. 

Zie Bomein, de Serv, pred, v, Drenthe, bl. 265; Gron, VoJkeabiu 
1837. bl. 148 Tig. 

MICHIELS (Andrbas Victpor), zoon van Josephus Ml- 
chiels en Anna Elisabeth Oilis, werd %0 April 1797 
te Maastricht , waar z^n vader procureur-generaal bij het hooge 
geregtshof van Idmbarg was, geboren. 

Na in 1814 als tweede luitenant den veldslag bij Wa- 
terloo bijgewoond, en aan den veldtogt in Frankrijk te heb- 
ben deelgenomen, kwam l^j in Jul^j 1817 te Batavia aan. 



Digitized by VjOOQIC 



880 

Qaniddeiyk «(ichUo bem cU «trijd in de residenUe Ckerib^a. 
Den 29 Augustus 1318 w^rd hij bevorderd tot k»fMtein» Den 
geheelen vijijarigen oorlog op Java van 1825 — 1830 woonde 
hij bij als kolonne-komiDandant. Twee wonden werden hem 
in 1827 door den vijand toegebragt, maar ook twee onder- 
Qch^jdipgs^ekenen vielen hem in 1828 te beurt, wimthij^erd 
benoem^ tot ridder der Militaire Willemsorde van de ^« qn 3^ 
)c|as|^^ Bovendien was hij eei^ jaaf vroeger reeds bevqifderd 
to^ n^^joor. Ook Sumatra w^^ het tooneel van zynen moed. 
Ii^ 1831 en 1882 n^m hij, als civiel ^n militair gouverneur, 
westkust van Sumatra, deel aan de bemagtigijig van Na- 
ras en Katiagan, in 1832 voerde hij eene expeditie aan tegen 
Djambi, bij Palembang, welke echter, ten gevolge v^n zijn 
beleid, tot geene dadelijke vijandelijkheden leidde. In dat 
zelfde jaar werd hij in Mei bevorderd tot ridder der orde van 
den Nederlandschen Leeuw. Buitengewone diensten bewees hij 
bij den aanval op Bondjol en de daarop gevolgde ovenvin ning. 
Tot belooning werd hij den 3 Octobei* 1837 bevorderd tot 
l^fxlonel. Oncj^pc zijne bevelen werden io 1838 de Xllf Kqtta's 
veroverd, en in 1840 Baros, Tapoes en Singkel ven^ee^- 
terd, werd in 1841 de opstand van Batipoe gedempt , en werd 
in 1844 en 1845 een algemeene aanval op onze Oostelijke 
grenzen afgeweerd en Soengei Pago bezet. Eervolle onderschei* 
dingen violen hem voor at deze militaire feiten te beurt. In 
1841 werd hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst 
van den koning en tot kommandear der AJ^il^taire Willemsorde , 
In 1843 werd hem de rang van generaal- majoor toegekend; 
\r^ Febri^r^ 1849 ^erd |iem voptJpqpig het ^cpo^maodement 
Tap b^t Indische leger opgedragen , in afwi^chting vi^t^ d^ n door 
den dotor den koping benoemden komp^apdant. Iq die hoe- 
danigheid v^^trok hij naar Bali, en s[\euye|de da^i* als opper- 
faevelhebhec der de^de Baliacbe expeditie eï\ kommiss^ri^ van 
(iet gouvernement voor de Baliscbe aar^elegenhec^n bij de 
verovering van Kasoemba (^3 Mei). Zijn lijk werd nai^r 
B^vi^ gevoerd ei^ aldaar Ip^rai'en. Ei^. zijn tivee monumen- 
ten vopr l^em ges^ichf, een op zyn graf te Batavia, ei^ 6é^ 
te Padang. Zijn pp^^et in q^everw is a^n de Ko^n. A^i^d. t^ 
Breda. 

Men heeft van hem: 

Nèêrlands êottvereinUeit over de echoanete en rijkste gpüesUn 
van Sumatra. Amst. 1846. 

Zie Biogr, Alkum van, van Sigp^^n, Con^eiA <fa OrpQt, enz. (waar 
f^Q poif^ét, iq foL naar I^pf f meister., gelithogr. door £. Spa^- 
nier, yoorkomt;) MiliU Spef^, 1850 2. S. U. W. 185. 425, 1852, 
N**. 11; Kobus èn de Kiveconrt. Part,b^, 

MICHIELS (WjB«ANT), ^ptpnde in 161Q en 1$U te Beet- 
gum, eep 'En^^h dorp. 

Pei M«Ma. V. Npd. Letteifk. te Ley^m hfieit van bj9m in han^s. : 



Digitized by VjOOQIC 



aai 

StiMehfJte Hymen, koe koer de jonge moêffden mei -afuge- 
name zeé^ckeyt enz. zuUett houden em. 

Sekri/tvirlicke rymen, leerende hoe een OhrUten menechehem 
kegen des ê^rieghlyken weereltê vervoerwgen in toaren gelove, 
hope, end^ liefde mei óe^mmerniase zyner taXtcheyt zalf waper 
tm ende dragfn, gelogm uytte 4 uyterate met grooten arbeyt 
rhelorycd^lyi^k gecofnponeeri door den^ nfrmaerden ende ponsfyf^ 
NederlatUeehen poêfit Je(nn Bapti^te, Eof^toaeri, hi V QW.^ e^' 
tatet ende in deezen ordre geatelt deur Wibrandt Michiels 
fan Beetfrum. A^ 16L6. 

Mengelmoeê ofte Alderhandê rymckena enz. 

Zie Cat. d. BtbL v. Letferk. 1846, bl. 108; Mr. J. Dirk 8, FrU, 
jdke VoOcsabn. lè42, bl. 11 ; Ber. van het SisL Genoots, D. I. bl. 47. 

MICHIËLSZQN of MICHIËLZEN (Miobisl), 9rera omatKeeks 
in het midden der 1 7^ eeuw te Middelburg, soo V r o 1 ij k h e r t wil, 
te Vlissingen, gebocen, legde zich in zijn jeugd op dé godgeleerd- 
heid en Oostersche talen toe, en werd den 15 Jan. 1661 tot 
doctor in de godgeleei^heid bevorderd , na het verdedigen eener 
diisertatie de purgatorio. Hierna legde hij' zich (mogefijk 
te Utrecht) toe pp de rc^tsgelt^heid en werd rs^s^d in de 
vroedschap en pendionaris van Vlissingen. In 167^ wi^rd hij 
met v\if a^flf^e s^atsledeq in bui^ngewoof) gezantschap naar 
ËQgelapd gezoD^ea opi na den geslote^ vrede met Karef II 
over een verdnig vjfio^ zeevaart te handelen. Vervolgens h^fi 
hij ala p^aionari^ van Vlissingqi zittipg in de Slaaffyergi^l^ 
ring van Zeeland. Hier hield hij in aardig r^'m, gedurende 
9 jaren (1676 — 1684), i^nteekeningeiji van hetgeen er i^ die 
Teigadering voorviel, waafuit blykt da^ de heeren Staten van 
Zeeland in dien tijd, in lang gee^ Staten w^rep zoq al^ zijj 
behoorden te zijn, en Michielszon daarentegen blijken gaf 
van een waar vriend des vaderlands, een vijand van laajB(hedén , 
kuiperijen en ontvreemdingen te zijn geweest; en tevens dijt 
hij roet de rondheid van een Zeeuw, voor waarheid en rejgt 
docfde spreken. Zoo, ook wordt bet (af ^e^i^ der Btaten in 
dese zelfde Burtesque Noluleft,, bij gelegenheid der g^c^Qle;» 
in de t^lasais vaa Zeelan^, wegens het beroepen van eenqp 
lecn^ar ^ Middelburg in, 1676 voorgevallen , vinnig djOor hem ^^ 
toon gesteld. £r bestaan vele exemplaren dezer notulen inafschri^ : 
sommige keurig geschreven en door de teekeningen van voorname 
meesters geiilustreerd. Scheltema heeft er slechts eenige frag- 
menten van gegeven, en na hem Witsen Geysbeftk. ^en 
jaar voor ziijn dood dcoeg de UtnechtseheQ hoogleeraar. Jo- 
hannes Leusden hem zijn Manudie, Hebraicum et Ghalr 
daicum op. Lensden pH^st hom «als een man die pver 
zijn taalkundig werk kon oordeelen en die zelve een Academisch 
(^punt over de bewaring ^n voortzettuskg dec Hebfleeuwsohe 
taal verde<Ugd had." 



Digitized by VjOOQIC 



838 

D^e ecbte repabKkein, 'die den Sylla van zijnen tijd niet 
ontzag," overleed in 1684. 

Zie Schel tema, Staatk, Nederl D. II. bl. 115, Gtichied en Lel- 
ierk, Mengebo, D. II. bl. 110, Tolgg.; Wagenaar, Vad, Hist, D. 
XIV. bl. 858; Collot d'Escury, HolL roem, D. A. IV (2) bl. 
bl. 616, 617; Witsen Geyebeek, B. A, C. Woorcfen6. D. IV. 
bl. 431 volg.; Vroigkhert, Vliss. Kerkherv. Voorr. hl.xiT; Nicu- 
wenhnis, Woordrmb. Aanh.; Kobas en de Rivcconrt. 

MICHIELSZOON (Adbiaan), komt voor als eubstitaut- 
grietman van Barradeel op den landdag van 17 Jan« 1550. 
Hij was in 1556 en 1558 burgemeester van Harlingen. 

Zie van Smioia, N. Naomi d, Grietm. bl. 208, 204. 

MICHIELSZOON (Marten), van de Rijp, de allereerste 
harponier, varende op Groenland, welke in de openbare zee 
een walvisch schoot en doodde (1639 of 1640). 

Zie Dorregeest in Korte Historie achter de Rijper zeepostil; J. 
Honing, Hi$t. Oudh. en Letterk. $tudicn, D. II. bl. 14, 15. 

MICHIELSZOON (Jan) of DE MICHAEL, in 1582 predikant 
te Grootebroek, en aldaar in 1595 gestorven. Men ontmoet 
hem het eerst in 1572 als predikant van hopman Cabbel« 
jau, toen hij met Colterman en Jan Robert, luitenant 
van dien hopman, door die van Haarlem naar Sonoy om hulp 
werd gezonden. Sedert gebruikte hem Sonoy meermalen tot 
'slands dienst en zond hem naar de prins van Oranje, de 
koningin van Engeland en L e y c e s t e r. Hij stond bij Sonoy 
in hooge gunst en hield geheime briefwisseling met hem, toen 
Maurits Medemblik belegerde. 

Zie Bor, Ned, Oorl B. VL bl. 288; VH. bl. 17; IX. bl. 144; 
XXIV. bl. 26, 44; Wagenaar, Vad, Hist. D. VUL bl. 274; 
Amst. D. m. bl. 869. 

MICHU (Bbnoit), geboortig uit Vlaanderen, vestigde zich 
te Parijs, waar hij de kunst van glasschilderen beoefende. Zijn 
zoon, aldaar geboren, heeft vele voorname werken, o. a. om 
de kapel te Versailles te versieren, met roem ten uitvoer ge- 
bragt. 

Zie Eramm, t. a. p. 

MICKEB of MICKEN (Jan) leefde in de laatste helft der 
XVIP eeuw, en was, volgens Immerzeel, een naauwelijka 
middelmatig schilder. Kramm daarentegen beoordeelt hem 
niet zoo ongunstig, en beroept zicb op zijn schilderij, voor- 
stellende dê Torenbouw van Baéel^ met legio van beeldjes, vol 
efibkt, met een kunstige lichtspeling, alsof zij uit de school 
Tan Éembrandt afkomstig ware, en fiks geschilderd, ea 



Digitized by VjOOQIC 



693 

vooral op een Oezigó a vol ePoiêeau op JtMierdam , na de be- 
muring, omstreeks 1480, een meesterstak van konst. Hij 
schijnt vader van H. J. Miccerus (zie boven) te zijn geweest. 

Zie Immer zeel en Kramm, t. a. p.; Cat, d. Maats, v, NeerL 
LetteHc D. L bl. 12 (mss.)* 

MICLOT (Jan), kanunnik van St. Pieter te R^ssel, Jeefde 
in het midden der XV eeuw. Hij vervaardigde, op bevel van 
Philips de Goede, eene 

Traduciion Frangaise des Acte» de 8L Adrien, in ms. in 
iol. Volgens Paquot berustte het ms« in de Bibliotheekvan 
den prins van C o n d é. 

Achter hetzelve had men ook: 

VHUtoire de la translation des ReUques de ce Saint d Gram- 
wmi en Flandre^ écrit en 1458, onbekend gebleven aan de 
Bollandisten. 

Zie JbumoZ de Verdun, Sept. 1751, p. 194; Paqoot, Mém.T,J. 
p. 370. 

MICRONrUS (Mabtinus), de Cleyne» beroemd geneesheer, 
te Gend geboren , bloeide in het midden der 16* eeuw. 

Hij schreef: 

In plerosque Anaiomicos Oaleni libros, In Ubros de Placi- 
tk HippoeraHs, Platonis argnmenta cum Latims Oaleni Operibus, 
Basil 1549. 

Zie VaL Andreas, BibU Belg, p. 653; Foppens, BibL Belg. 
T. IL p. 817. 

MICEONIUS (Martbn) of de Kleine, in het begin 
der 16* eeuw te Gend geboren, werd reeds vroeg met de 
gezuiverde leer bekend, en zocht een schuilplaats in Engeland, 
waar de jeugdige koning Eduard VI hem onder zijne be- 
ichermiog nam, en benevens den superintendent a Lasco, 
en de predikanten Delenus, Biverius en Gallus tot 
ieeraar der eerste gemeente, die hij de Augustijnen kerk te 
Londen had afgestaan, werd aangesteld. Hij arbeidde met 
ijver aan hare stichting en de bevordering harer behingen tot- 
dat Maria op den troon kwam, en de vervolging der Protes- 
tanten een aanvang nam. Hij behoorde tot hen, die den 17 
September 1553 met 2 schepen uit Gravesend zeilden. Dat, 
vaarop hij zich met a Lasco en Uitenhoven bevond, 
landde na zware stormen in Denemarken, maar noch hier, 
noch in eeoig oord , waar de Lutheranen den boventoon hadden , 
vouden de vluchtelingen een schuilplaats. Eindelijk werd hun 
ereeo in Oost Friesland geopend , en Micronius in 1554 tot 
predikant te Norden beroepen. Hier bragt hij veel toe tot 
uitbreiding van het Evangelie, hield de eerste leerrede bij 
de hervormde gemeente te Frankfort aan de Main , en mankte 
zich inzonderheid verdienstelijk bij zijne gemeente, tuen deze 

53 



Digitized by VjOOQIC 



884 

door een zware peatziekte bezocht werd. Hij overleed den 12 
September 1559. 

Welk een man hij was, blijkt uit de volgende getuigenis 
yan zijn landgenoot Utenhoven, die hem van nabij gekend 
heeft: 

«Wat vader Micronius aangaat," dus schrijft hij in de 
yoorr. van zijn JVaarachtig Eiat, Ferh, bl 17, #in dien man 
is zulk een opregtheid, zulk een ijver tot vrede en eenigheid, 
zulk eene heilzame gezonde leer, zulk een godzalig rein ver- 
stand om op alles te antwoorden en een uitstekend oordeel om 
de schriften te onderzoeken en te verklaren, wat ook onze 
tegenpartijders hier verdichten en zeggen , dat ik voor mij 
wenscbe, dat Christus kerk vele zulke mannen mogt heb- 
ben. Dat nu dit mijn oordeel en getuigenis over hem op gee- 
nerlei wijs vabch is, kan ieder een, gelijk de leeuw uit zijn 
klaauwen gekend wordt, verstaan en ligt vernemen uit de 
samenspraken, die hg over eenige strijdende punten gehouden 
heeft en hier van ons geboekt zijn, al waren er geen onnoeme- 
Igke getuigenissen dergenen voorhanden, die hem zeor welge* 
kend en gehoord hebben." 
Bg schreef: 

Een foaerachiiyhe kUtorie van Hoête^ {jghenaenU Jooris) van 
der Kateleyne ie Ohendty om het vry openlUck etraffen der qf- 
godiscker leere gheOrandt, z. pi. of j. 

Een claér bewy» van het recht ghebruyck dee Nagtmaale 
Cheisti, ende toot men van de Miêie houden zal. Ghedrukt 
6imten Londen bg ColUnuê Folkwinner, Anno 1554. 

Uit de voorrede blijkt dat h\j dit werkje in Londen den 
8 Apnl 1652 geschreven heeft en door den druk heeft gemeen 
gemaakt. Uet is herdrukt in 1561. 

Be oïeyne (Jatechiêmus , hinder - of óerichtleere der IhtUecker 
ghemeente te Londen, Ohemaeckt door Harten Micron. Londeo 
1551. Ëmbden 1559. 

OhrUtüeke ordonantien der NederlmUêchen ghemeynte CmaTi , 
die van den ChristeUchen prinoe Oo Edewart den VI in ket 

Jaar 1550 ie Londen ingheetelt wae toaertoe ghedaen %$ 

U Priuilegium dee voornoemden Co. Ed. den FI ter opóauwingke 
der voemoemde Nederlandtecher ende andere antlandiecher gke* 
megnten. Qedr. buiten Londen bg C. Folkwinner 1554, 8^. 
1560*-1564— 1565. 

Jntiehrietiêche leere, ende omoarachtige valeehe verhael van 
de handel qfte gespreek anno 53 minder geial, iusêche hem ende 
m^ van die Jlderhegl, Afenêchwerdinghe ons Heeren Jesd Chbiste 
voor vele getuggen gheschiet. Met noch een hertgrondelgckeêcherpe 
Sendibrirfoft Fermaninge aan hemeeluen enz, z. pi. of j. (C. 1570) 
In 1 dl. kl. 8^ Beide geschriften zijn anoniem uitgegeven en 
bij denzelfden gedrukt. 

Ein kort Vnderricht, voor den een^foldigen Christen* de desM. 



Digitized by VjOOQIC 



Marl. MjferaniMë emde Vincent J^irüium, Denars der Qewk» 
Ckr. S%o Nerdên. Gedrukt na kei Originnl van 1554 den 8 
BecfBióf (in 't laatst der ]?« eeuw of later) kl. 8^ 

Ee» vfaerachlig verJ^^ der t^ zamenaprekitij/e tuaechen Jfenno 
Siami e» Mar^inue Miïfron po^ d^r MeneoJ^perdjifigf Jt^jf 
CaiUfTï. Meê een$r kl^9fir vfrf^laringe op dereelv^ fiw? (if^ 
ériH twiêUgen artikeim in den naeeCen Mladt angketeekeiu. Se* 
éneki te Mwtden èy GelUum, üiemalUm, Anno i5i6 den It 
Juniff^ (Dit gesprek is te Wisinar gehouden in 1&58), Anno 
15«4. kl, 8*. 

ApoUigie qf vprantwQordi^fi^ Marten J4icron9 op 29 t^er- 
ié$§4m artikelen ^ d^ MeniiQ Simons Ugen ket disputatie bf^e- 
iiM w druk heeft uitgegeven. Anno 1558. 

Apologeticum ecriptum Martini Micronii , qui Ecdeaiae Orieu' 
iaUê Frisiaey a Joachhno fFJestpkaié, aUiegue ei eimiUóuê^ 
falêo traductoêy tnodeête tuefur ac purgat. Reaponeum item ad 
pumdam ejuadem Ifeatpkali epietolatn, de iia reóua aeriptam^ 
qnae poat AngUearum Eecleaiarum dieaipationem Hamburgi^ 
aüiaque vieinia locia anno 1654 aocideruni. Inaeruntur kienon 
mMa de Ooenae Deminicae nagotiOy gnoe legiaae piun leotorem 
kmd fmaguam poeniteéii. Anno 155T. 

Fan de u>eerdigkegdt , nutkegdt ende noodigkegdt der öhriate' 
l§ker vergaderingen, Berai in den Laiyne geacreven door Mar- 
ten Micron ende nu ioê atiehtinge der eemmldiger in nederdn^t- 
atke irouwelgck overgezet, Gredrukt amra 1561. 

DH wertcje, na Mierons xioed uitgekotnen , beeft iiij iriei 
mogen Toltooijeti, 't geen door z^ goede vriend Ni oo laat 
Carineus, is geschied. 

Kirtken-ordmmg ^ wie die «nier dom ChriatUehen Konüg aua 
BngeloMdt Edward dem VI in der etadt Londen , in der Nie* 
derlendioken Oemeine OfiBisri , duroh JCon. Majeat. mandat ge* 
orétei und gekaUen Uforden, mit der Kirckendieuer wtd Elteèten 
hewUUgm^, durch Hemn Jokan van Laoeo^ Freiherren m Fo" 
ien, 6ujterintendenten derteiHgen Kir eken in Engeiiand en intei- 
nia^ Sprack weitieuftigerbeaohrieben^ aier durok iiurten Mi- 
eromum in eine Kurtze Summe ver/aaaet , undjetzund9erdeutoket. 
Oeinkt in der OkurJktreÜichm Stait HeideUerg dw^ Jokan- 
am Mager 1565. De voorrede is van Microiiia< geschre- 
«» i| Ij^M- 

AHe «ijad «cbriftep «j^a boog^jt zeJ^mm. 

Zit X ütjejihoTii, Simplex et fideHa narrafif de yttt^ta m de' 
UKU deeeidatm Btlgarvm eUufmmgue peregrmorum in AnglioL ecc(e^, 
ef peHenmum de eueceptie poetea iUiue nomine itineribue , ^a^pie ejU pi 
iiüt evenenmt. Bas. 1960; Bert ram, HitU Joh. h Leuco, P. II. p. 
MS, d06; ÈëeeeU. Qrtm. T. III. p. «8; Uoyer, Apel. JSêtd. p. 
7S, 78; II. Schoock, de ban. EccUe. et Canon. UUrq^. ^. 4i6S; 
Voetii PoUu EccUe. T. I. P. I. L. II. TracL L C. L p. 940; 

68» 



Digitized by VjOOQIC 



886 

Venemac, Eist. Eccles, T. VIL p. 263; Gerdesii, /lort^p. 250, 
251; H. R. T. V. Alphen, III. p. 128, 144, 2«l; ProL Oec. Cal. 
PaL sign. O. Col. 6; U. Ëmmins, Rer, Fris. üist p. 948, 950; 
Hareken roth, iVoom^bl. 230, 237; Meiners, Oost/riesL KerkeL 
Geschied, D. I. bl. 321 verr.; D. II. bl. 381 yerv.; £nis, Kort ber. 
bl. 167, 168; Le Long, Eist. Verh, bl. 41—47, 55; Freyland, 
Kerk. Gesch. III. bl. 159; Ypey en Dermont, Gesck. d, Ned. 
Eerv. Kerk, D. I. bl. 155, 434, 525 en aant.; Reershemius, 
Ostfriesl Pre<üger denkmahl, S. 223 ff., 804 ff; Koecher, Cat. 
Mist. d. Oer. kerk, bl. 184, 185, 186, 228; Menainga, Ooer de 
Idtttrg. schriften^ bl. 25; Kist en Royaards, Kerk. Archief, 2d« 
serie, D. IL hL 43, 156; D. IV. bl. 282, 294; Glasius, GodgeL 
Nederl; van Mieris, Ned. Vorst. D. III; Cat. d. MaaU. v. Ned. 
Letterk. D. I. bl. 186; Cat. v. Fred. Muller, bl. 94; Gat. J. v. 
Voorst, T. L p. 133, 134, 188, 144, 150, 251; Cat. Eeringa^ 
p. 49. 

MIDDAG UTËN (Cheistoffbl) , een Friesch zeeman, ge- 
l)oren in het midden der 17* eeuwte Sezbierum , begon als ge- 
meen matroos op Groenland te varen , en klom op tot den rang 
van schout-bij -naoht. Het is onbekend wanneer hg in 'slands 
dienst overging, doch in 1696 komt hij voor als kapitein van 
een der Friesche schepen, in 1705 wenl hij schout bij -nacht » 
welke betrekking hij in I72I nog bekleedde. Hij is meerma- 
len afgebeeld. Hij gaf in bet licht: 

Mkis va» 13 Zeekaarlen, Harlingen 1717. F. Schotsman. 

Zee- Atlas ^ bevattende 20 zee* en kustkaarten van Europa, 
groot atlas formaat , fraai gekleurd, met portret van den ma- 
ker, bevindt zich in de boekerij van het Friesch genootschap 
van Geschied^ Oudheid- en Taalkunde. Daarbij behoort een 
Berigtschrift. Amst. 1708. 4°, 

Nieuw bericht der scheepsbouw. Harl. 1712, 17U, 1717 
(3« dr. verand. en verbeterd) 1721 (4« dr. door M. geheel 
omgewerkt). Een exemplaar er van met eigenhandige verbe- 
teringen van den schrijver, werd te Harlingen op de auctie 
Fontein n^ 186 verkocht. 

Noodige nerbeteeringe voor de zeevaart. Harl. 1721. 4^. 

Groot verbeterd Straatszeeboek y met de kaarten van Klaas dê 
Vries. Amst 1719. fol. 

Le nieuwe Lootsmans wegtoijter. Amst. bij de Wed. Loots 
«n J. Smyters. 

Zie J. C. de Jonge, Gesch. v. Ned» Zeew. D. IVa. bl. 489, 
b. bl. 297; Cat van een kist. Atlas, verzameld door J. J. v. Voorst, 
bL 35, n^ 765; Abcoude, iVoomr. bl. 240 ; Arrenberg, Naamr. 
bL 291; Nao. D. IX. bl. 835; D. X. bL83, 311; Maller, Cat.v. 
parir.; Kobns en de Riyecoart; Versl. v. A. Frieseh Gen. IS62 — 
1863, bl. 59. 

MIDDACHTEN (Jan van), een Oeldersch edelman en een 
der bevelhebbers der Hoornsche ballingen , onder welken deze in 
1482 Hoorn overrompelden. 



Digitized by VjOOQIC 



887 

Zie Velios, Ckr, v. ffoom, bl. 381; Wdgenaar, Vad. Sist, 
U. 211. 

KIDDËLBUK6 (Babtholomaeus a), in 1485 te ter Veere 
geboren, oefende eerst gedurende dertig jaren den koophandel 
mt, begaf zich vervolgens naar Leuven , studeerde in de wgsbegeer- 
te, waarin hij alle zijne medeleerlingen overtrof. Hij trad in de 
orde der Siinnebroeders van St. Franciscus, en was dikwijls van de- 
zelve op verschillende plaatsen , ook te Middelburg , Gardiaan en 
Vicaris. Gedurende meer dan veertig jaren was hij een ijverig 
prediker, schoon aan beide zijde zijns ligchaams gebroken. 
Georgias van Eg mond stelde hem tot wijbisschop aan en 
hy overleed te Utrecht den 11 April 1564 in den ouderdom 
van 80 of 86 jaren , en ^erd in het pand van het Minnebroers- 
klooster aldaar begraven. Adriaan van den Burg, vervaar- 
digde hem ter eere een Latijnsch grafschrift , door U. van Rg n 
io Nederduitsch rim overgebregt. Een ander liet, Petras 
Trad en i as op zijn grafzerk snijdeu. Hij liet na: 

Ovnewnei de Tempore et Sanctie in 3 deelen. Florens 
ran der Ha er, kanunnik te Rijssel, bezat in 1684 zijne 
iaoddchriften, hemdoor Victor Schorel, pastoor te Utrecht, 
vermaakt 

Zie Aroold. Raissxiig, Auctor, ad Molani Naiuleê 88, Belgii XI 
J/n*, p. 57,58; Sweertii, Ath. Batp, 156;BoxhorD, Chr,v, ZetL 
D. I. bl. 463; Ermerins, Veere, III. bl. 182; Val. Andreas, 
BU, Belg, p. 108; Hut. v. H ütr. bitdom, bl. 184; La Bae, Qel. 
Zed, bl. 142, 143; Foppens, Bibl, Belg. T II. p. 128; Faquot, 
Méiu T. I. p. 65, 66; Glasiiis, GodgeL Ned. Kobos en de Ri- 
Tccoürt 

MIDDELBURG (Jaoob Antonisz.), werd omstreeks de helft 
der XVe eeuw te Middelburg geboren, omhelsde den kerkelij- 
ken stand, werd er doctor, hoogleeraar in \ kanoniek regt, 
kanunnik, zanger van St. Gedula te Brussel, en generaal- 
ricaris van den bisschop van Kamerigk , Henrik de Berg es* 

Uij gaf in het licht : 

Eügane libeüuê , ae nunc primun impresêue , de praeceüeiUid 
potêiiatis Imperatortae ; in quo plurima lectu vehemenier turn 
utüia, turn amo&na, ex variie Authoribua , de ortu^ gradibue 
H discrimine difffdtatum civilium et eccleeioêticarum: conecrip- 
tns a viro undecumque doctisHmo Jacoho Middelburgenei ^ Jurie 
PotUificii Pro/essore , Henrici de Bergie Episcopi Cameracenaia 
ticario generali. Hantwerpiae, ex officind optimi Chalcographi 
Tkeodorici, cognomine Mertens, Anno Domini M,D,IL Ca- 
kndii apriUóuê. S\ Romae. 1503. 4^ 

E ras mus prees dit boek zeer in een brief aan den schrij- 
ver en roomt zijn vernuft in dien hoogen ouderdom, z^n on- 
vermoeide vlijt bij 't genot van overvloed van tgdelijke goe- 
deren enz. 



Digitized by VjOOQIC 



888 

Tüt D. Erasmi, EpUt. lib. XI. £p. tB; Sweertii, AA. Bdg. 
p. 354; Val. Andreas, BibL Belg, p. 400; Foppens, BibL Bdg, 
T. II. p. 70; Oudh. en Geitigt v. Zeel, bl. 44; La Rae, Gei ZeeL 
bl. 8; Paquot, Mém. T. Ia. p. 116; Glatins, GodgeL Nedéri. 

MIDDëLBUKG (Levihus VAt^, opvolger van Diderik 
vait Herxen, prior van het Fraterbuis te Zwolle (14171. 
Ten gevolde van kerkelijke twisten, zoo noodlottig voor de 
broederstichting, werd hij met den overste, Diderik van 
Herxen, uit Zwolle gedreven. Talrijke leerlingen volgden 
deü meester. Dan met het herstel van den kerkvredo (1432) 
herrees spoedig het letterkundig leven. Hij beoefende deKe- 
derddtsche poezij, waarvan nog een proeve voorhanden is, 
medegedeeld door Hoffman van Fallersleben, iti NiederL 
geiëtl. Liêdêt de9 XF Jahrh, (Hannover 1854) bl. 159. 

Zte Del prat in A\g» Konst- en Letterb. 1854, n^59, 9n Broeders. 
V. O. OroéUy bl. 90. 

MIDDELBURG (Nicolaas van), of MIDDELBÜRGÜS 
(NicoLAUs), geneesheer te Middelburg, van wien G. Norc- 
magus deze getuigenis aflegt: 

#M. Nicolaum Middelburg urn medicorum sua aetate 
Phoenicem , sitentio non praeteribo , cujus raram et doctrinam et 
fidem cum praedicai non una regio, turn sumptuoissima mag- 
nificaque Domus Hantwerpiae quasi monumentam exstnicta 
teHatur.'' 

Zie Ger. KoTiomagi, EpUt, tn Opuec. ff, BarUmdi, p. 268; 
La Rae, Gel. Zeel. bl. 305. 

MIDDELGEEST (Mr. Simon van), bekend door de wel- 
sprekende redevoering voor den bove van Holland gehouden ter 
verdediging van Mr. Pieter de Groot, welke 's mans vrij- 
apraak ten gevolge had. Deze pleitrede is door Scheltama 
ia bet Jiohi gegeven. Witsen Geysbeek gewaagt ook van 
z^e verdienste als dichter^ die blijkt uit eenige verstrooide 
gedichten, o. a. uit twee die in den Bioemkrmu vam wr^ok. 
OMdkém. Amst. 1659, voorkomen. 

Op Caê. van Mr. J. Fabius (Utr. I867)p. 16 komt voor: 
S, «. DupUcq uii^Êêprokm voor deu Hove vem Hoüamdy im de 
stmi 9«u éem keer P, de Orooi iegen Mr. Joh. Buiêok^ MUo* 
§mdere eenige Bijlagen in het vonmiê. Me. 254 pp, féi, 

Zte Scheltema, Gea^^d, en Leiterh. Mm^elw, a IL fit III. 
bl. 1; Bloemkram van Gedu^tm, bL 228, 228; Witsen Geya- 
beek, B. A. C. Woordenb, D. IL bl. 480; D. IV. bL 436; Wea- 
tenbaan. Bedeu, over P, de Groot, in Mag. van Prof, v. Kampen, 
D. III. bl. 69 volgg. ; Cornets de Groot, Levemitchets van Pieter 
de Groot, bl. 40; Collot d'Escnrj, HoU. roem, D. IIIA. bl. 199; 
D. IV(2) bl. 418, 419; S An&h rink, de odvocaL jurilmê ae doe- 
trina, p. 90, 99; Kobns «n de Rireeourk 

MIDDËLUOYËN (MioHAkL van), ia 1362 U Dordredit 
gtboren, tan 1592 tot 1634 predikant te Voarscb«4en, in 
1688 te Leiden overleden, ^maakte zich een gesegendt oage* 



Digitized by VjOOQIC 



830 

dachteniaee in Godts kerke door zijn getrouwen voorstand dor 
suifere leer tegen de Bemonstranten (die daarom roet ▼eraoh- 
tiog van bem spreken) , en bediende voor een tijd de kruiskerk 
dtr Gereformeerden te Botterdam , uit welke stad men de recht- 
aonige leeraars had weggejaagd. Hij liet zeven zonen na , die alle 
predikant werden. Zijn portret is vervaardig door J. y.d. Velde. 
Zie te Water, Leiwisb, hl. 5 ; Boehii d. G9I. WerM, 17^2, bL746, 
747 ;iVa9. 0. IL bl. \54 iSoer rn^ns , Kerk. Reg. ; hlnlltr^Catv. portr. 

MIDDëLHOVËN (Danibl tan), zoon van den vorige, 
voorover-oud grootvader van den boogleeraar te Water, in 
1612 te Voorschoten geboren, sedert 1636 predikant bij de 
Nederl. ambassade, eerst te Venetië, daarna te Parijs, vervol* 
gene in 1638 predikant te Tholen en eindelijk te Bergen op- 
Zoom, waar hij 28 Mei 1670 overleed. Hij huwde Johanna 
Li CD 8, die hem drie zonen en drie dochters naliet Volgens 
Ie Bae schreef hij: 

Nêêgm predicatien over de hekeering uit Joh en de Fêolmen. 
Bolsward 1651. 12^ 

XFI redenen over Job I. 1660. 12*. 

Over Joó II, III, ir, r, Fi«iri7.3d.Rott.l661.l2*. 

Me^&UUien over eenige texten der Heilige SekrifL Bolsw. 
1651. 12*. 

Qoedê gedagten. 

Tooneel van Gods voorzorgen, 12^. 

Over de gee eerste capitlelen van H boek Jobs; Goede ge* 
dachten en Meditatien. 

Zie La Boe, GeL Zeel bl. 271; Paquot, Mén. T. L p. 745; 
de Jong, Venetië; Nao, D. II. bl. 154; Boehz.d.GeL Wer. 1762b. 
U. 746; Moarik, NaamL o. GodgeL schrijv.; Leoember. v, J* W. 
te Water, h\, 5. 

MIDDËLHOVËN (Miohabl), zoon van den vorige, werd 
in April 1645 te Tholen geboren , was eerst predikant te Wouw , 
vervolgens van 1677 tot 1704 te Zaamslag. Hij overleed te 
Axel den 1 Julij 1706. Hij was tweemaal gehuwd, 1 met 
Adriana Jacoba van Wielandt, 2 met Sara d'Harp 
Uit dit laatste huwel^k werd Jona geboren, van 1705 — 1757 
predikant te Axel. 

Hij schreef: 

Korte redenen over 't Sevende Capittel Jobs , met eene Medi- 
tatie op de tribulatie dezes tifdts. 1678. l2^ 

Meditatien over Jacob. F: 11. Rott. 1670. 8*. 

Tooneel van Gods voorzienigheid. 

Bronader den woorden, oorspronkelijkheden, ter bevattinge 
ier HeiUge Schrift. Rott. 1607. 8°. 

Van zijn zoo Jona heeft men eene Dissert. Iheol. de fUnda- 
mento Jpostol. et Prophet. ad Ephes. XI : 10. L. B. 1701. 

Zie la Bae, Gel Zeel bl. 271; Paquot, Mim. T. L p. 145; 
Bodb. d GfH. Wereld 1763b. bl. 147, 148; Mourik, NaamL v. 
GedgiL êckifo. 



Digitized by VjOOQIC 



840 

MIDDELKOOP (DiONYSius), zoon van Hoela nd en van 
Corneiia deJon^, wonende te 's Grevelduin Capelie ; stu- 
deerde te Utrecht, werd 6 Aug. 1837 predikant te Oude- en 
Nieuwe Wetering, in 1840 te Monster en in 1844 te Almelo 
Hg was geb. 10 Nov. 1812, en stierf 8 Sept. 1845 te Ze- 
venbergen. 

Van hem bestaat een verdienstelijk gedicht, getiteld: 

Simêon, in 4 tafereelen, te Utrecht uitgegeven^ in de Boék- 
zaal van Maart 1841 een achrijven aan J. Ronge, en voorts 
eenige Bijdragen in andere Tijdschriften en Almanakken. 

ParU herigU 

MIDDELKOOP (Jacobus Aj.bertus van), opperkoopman 
in dienst der O. L compagnie in 1798, en secretaris van po- 
litie te Samarang in 1806 eu terstond daarop tot 1807 resi- 
dent te Pekalongan. In 1809 werd hij benoemd tot prefect 
van Java's oosthoek en in dat zelfde jaar door den gouverneur 
generaal Daendels belast met het invoeren eener nieuwe 
orde van zaken te C hen bon , werd hij tevens benoemd tot rid- 
der der orde van de Unie. In 1811 was hij landdrost te Sa- 
marang, en in 1816 lid en secretaris der adviserende commissie 
van kommissarissen generaal. Vervolgens werd h^ met N. E n- 
gel hard benoemd tot commissaris voor de overname der 
Molukken en tevens tot gouverneur aldaar. Intusschen huwde 
hij 19 Nov. 1816 te Batavia met C. G. Beiion, weduwe 
Wieze, die te Soerabaja den 6 Dec. 1821 overleed. Hij 
stierf ook in Indië, 15 Sept. 1822, in den ouderdom van 58 
jaren, op het eiland Timor te Koepang. 

Part, berigU 

MIDDELLANT (Pibter), van Gouda, kweekeling van de 
Buy ter, nam deel aan de meeste zeeslagen van den tweeden 
en al de gevechten van den derden Britschen en eersten Fran- 
schen oorlog. In 1665 werd hij tot kapitein bevorderd. Hij 
voerde in 1673 de KomeeMar^ een schip van 68 stukken, 
waarop Tromp, na het verlaten van den Gouden Leeuw ^ 
overging. Met dit schip streed Tromp hardnekkig tegen den 
Britschen admiraal Spragg ter verovering van den Boyal 
Prince, Nadat hij in 1675 met een smaldeel achterom 
Engeland was gezonden ten einde Fransche oorlogschepen of 
kapers, die gezegd worden zich in die streken op te houden, 
te vermeesteren of vernielen, vereenigde hij zich met de vloot 
van de Ruyter. Eenige dagen voor den noodlottigen slag 
in de baai van Palcrmo, 1676, was hij, toen schout-bij nacht, 
onpasselijk, in het begin er van sprong hij, bij het in brand 
raken van zijn schip, in zee, en verdronk. Zijn dood was 
een wezenlijk verlies voor het vaderland. Hy onderscheidde 
zich steeds als een kloek zeeman en dapper soldaat, gelijk h^ 
getoond had in de twee jongste gevechten, door 's lands vloot 



Digitized by VjOOQIC 



841 

in de Hiddelandsohe zee geleverd. Het overhaast verlaten van 
zijn schip bij deze gelegenheid , waardoor zijn dood veroorzaakt 
werd, schijnt uit dien hoofde aan den uitersten nood, of lie- 
ver, aan zijne ziekte toegeschreven te moeten worden. 

Zie Hoü, Merc, 1676; Brandt, Lw. v. d^Ruyim-y bl. 704; Wa- 
vis, Beichrip. d. 8tad Gouda, D. II. bl. 48; de Lange van 
Wyngaerde, Cfesehied. Beschrijv. der stad van den Gouda, D. II. 
U. 108; J. C. de Jonge, NoèrL heldend, ter zee, D. III a. bl. 300 
\k\A. 124, 209, SlO. 

MIDDELLANT (Mr. H. van), gal in het licht: 
P. Fromanêy Tractaat de Foro competetUi of daageïijkêche 
onderhoorige vierêckaar, verklaerende van welke zactken ket Hof 
e»de de Hooge Raad ter eerster Instantie kenidsee nemen, ende 
vat ie pÜgt U van den rechter , advocaat ende procureur. 5* dr. 
Leyden 1736. 4'. 

Zie Oü, d. Maats. o. NederL Letterk. D. IL bl. 103; Abconde, 
Naaaw. bl. 246. * 

MIDDENDORP (Jacob van) of MIDDENDORPIUS, 
werd omstreeks 1537 niet te Oldenzeel, maar te Ootmarssum 
geboren, en ontving z\jne opleiding te Zwolle hij de broeders 
ran bet gemeene leven , onder Jan Telgius, Jan Lingius 
of van Lingen en Boethius Epo of Bote Ytes. Van 
daar begaf hij zich naar Keulen , waar hij de academische gra- 
den van doctor in de regten (1582) in de philosophie en van 
licentiaat in de theologie verwierf. In 1580 volgde hij God- 
fried Gropper als deken van O. L. Vrouw ad graduo op 
De beroeringen die er ten gevolge van den afval van G eb- 
bard Truchses te Keulen plaats hadden, deden hem beslui- 
ten deze stad te verlaten ; eerst begaf hg zich naar Westphalen 
en ferrolgens bezocht hij verschillende hoogescholen , aan welke 
hij opentlijk leeraarde. Te Keulen weergekeerd, verkreeg hij 
eene prebende bij de hoofdkerk en Ferdinand van Be ij e- 
ren benoemde hem tot vicekanselier der hoogeschool , waaraan 
bij tweemaal de waardigheid van rector bekleedde. Hij genoot 
algemeene hoogachting, stond in naauwe betrekking tot vele 
geleerden van zijn tijd en overleed den 13 Jan. 1611 in den 
ouderdom van 78 jaren. 
Hij schreef: 

De celeórioridus umverei ordinie academiie lióri duo» Colon. 
IÓ67— 1572. 12«. 
Aeademiarum eelebrvm umverêi terrarum orbie lUri trez^ 

mme reeene per ipsum avthorem quarti libri aecesêione locuple- 

tati. Ibid. 1524. 12^ 

Aeademiarum celebrium Univerei Terrarum oröia libri octo 

Iccupletati. Colon. 1602. l2^ 
De offidiê sckolastieie , Hóri duo: prior de magietrorum, 

alter de auditorum offieUê» Colon. 1570. 12®. 



Digitized by VjOOQIC 



848 

Ariêiêmi Siêéoria tfm'saê pmr LXX Interprêiêê SóripttÊTÊê 
SaeroB^ em mis. eocHcUmê OraecU et LaimU reiHitUa^ ei oom- 
mmlario ülutiraU. Colon. 1578. 12^ 

Imperat&nm , Begnm ei Prmoipiim , olarieêimorumque nironm 
Qttaeêtiones Theolo^ficae ^ Juridicae ei PoUiione, eum pulckerri» 
mis Beepaneionióue : eeledoe^ et ex mse. Codicil ememiaiae, 
aigue commentariie eie ülustraiae^ ui non wuuh ad bemejucm^ 
ir, prudeMier, öeaiegue nondum^ êed ad ^apisêendam ei feUcUer 
adminieirandam Rempuólieam , ommóuê koud medioriier êi$U pro- 
fkiurae. Colon, 1«0S. |2®. 

Hisioria Monoêtica^ guae reUgiqsae ei eoÜiariae vitae origi- 
nem, progresHoneê ^ incremerUa et naturam ex scrip turd êoord^ 
ex Pont\ficio ei Caesareo fure^ ex antiquUaimis kUtorüs^ ex 
veierum Fairum, atque Jurieeonsuliorum ecriplU demoHstrai, 
Colon. 1603. U\ 

Zie Sweertii Ath, B^. p. 368. 869; Val. Andreas* BibL 
Belg, p. 422, 423; Foppens, BibL Belg. T. I. p. 529, 530; Tar 
quot, Mém, T. T. III. p. 27—29; Saze, Onom, T. III. p. 480; 
Uartsbeim, BibL Colin, yoe. p. 150; Lindebom, HisL Epict. 
Daoentr, p. 882; Kerk, cudh, v, h. bisdom van Deventer, D. II. bi. 
864 verr.; Del prat, de Broedersehap van G. Groote^ bl. 81 rerv.; 
Glasias, GodgeL Nederl; Kobas en de Biveconrt, Nauv, 
Biogr, Grénér. 

MIDDENDOBP (Jeremias), kanstschilder, van wiens pen- 
seel in de kerspel-kerk van Kemmelle in Vlaanderen, twee 
uitmuntende scbilderijen voerkomen. Zij stellen voor Christus 
geboorte en Christus aan het kruis. 

Zip Sander«0, Verkeert, Fiiiam/. D. III. bl. 85 : Kramm, ta.p. 

MIDDERIGH (H.), afgaraardiicde ter Nationale vergadering 
in 1795. Zyn portret, door R. Vinkeles naar N. Dries, 
bestaat 

Zie Bogge, Oeseh. d, Staatereg,. bl. 91; Koenen, Geêch,d,Jod, 
bl. 806; Maller, CaL v. portr. 

MIDLUM (Harmbn Stbes tan), zoon van Sybe Pieters 
van Midlnm en Antje Harmens, den 4 October 1739 
te Koudum geboren, was aldaar scboolmeester , werd in 
1788 grietman van Hemelumer Oldepbaert, in 1795 afgezet, 
in 1804 lid van bet gemeentebestuur zijner voormalige grie- 
teng en overleed omstreeks 1810. Hij buwde Sijke Tjerks, 
die hem 3 kinderen schonk. Zijn oudste zoon Sybe, een 
tndlang de functien van secretaris bij het grietenij bestuur van 
Hemelumer Oldepbaert waargenomen hebbende, liet zich, uit- 
hoofde zijner buitengewone lengte , later te Amsterdam voor geld 
zien en is aldaar overleden. 

Zie van S min ia, N, NaamUjet v, Grieinu bl. 812, 818. 

MIEDEN {Vu Adriaah y^ oer), vrijbeer van Opmeer, 
van 1728 — 1758 rafidaheer en van dien tijd af tot zijn dood. 



Digitized by VjOOQIC 



848 

pverident van deo liOTe vm Holhuid, Zeeland en Vfieslaiid. 
Hij «as een iiitstekeiid regtsgeleerde. Vree de maakt in sijn 
Uooge Baad melding ?an het vermaaid geding van den raadsheer 
Mr. A. van derMieden. i^Batde HoogeKaadnleteSjneregten 
aHeen, fieen, die der meesoAiheid mei vaar wist te verdedigen daer- 
▼an getuige dit geding. Met kiem van redenen, met de taal, 
soewel fan het gesond verstand, als met bet gesageener gron- 
dige geleerdheid , soiireef de Baad die onr ergankelijke Memo^ 
riem en OoMêra-MfmoHim^ doer Voord a 'onwederleghaar*' en 
#eeQ meesterstuk van rechts en redeneerkunde" genoemd. 

Hij was ook een groot voorstander van kunsten en weten* 
scharoen, en een Triend van den dichter Johan Maqricius, 
die hem o*a. hij zijne benoeming tot president en van zyq 9000 • 
Mr. A rie van der M ieden, by ^ens honoemiog tot lid van den 
Baad van Stelen (l Jan. 1954) en tot bui^pemeestervui Alkmaar 
(24 Deo. 1756) geluk wenscbte. Ook Adriaan van der 
M ieden beoefende de poë^ij en schreef o. a. ^n Dankzêgginff 
oen Jkaerê Ktminklyke hoogheid Metrouwe deprinc^i van Ora^ff- 
Naseam^ bij de verkiezing van zijn zoon tot burgemeester , een 
Nieuwjaers en Danekwensch aan den Here Fieier ArUhon^ de 
Hmjféert, en andeee dkhtstnkkea in een der diehtbundels van 
zijn vriend Maurieiue bewaard. Hij overleed te 'sHage 
13 Kov. 1764. 

De overledene minister van Maanen bezat van hem de vol* 
gende faandss.: 

Betrmufia rakenée den Bjaag^ wé de ReeolwtUn wm HoUand 
1558—1724 en andere stukken y betreffende den Baag. ie 
pf>.kiL 

CMecUmÊtk^ meerendeele ket Hef van Holland beéraffend». 8 
svare porteL £d1. 

Jkdft in 1755. VereameUng van aüe eiukken, betrefende 
kei voorgevallene inseoien de eohevenen van Del/t en het Hof 
9ém Holimd, de seharemg van Mr, W. van AaemMfly hoqfi' 
offiaier^ ene, 1 vel foL 

Oadex euriaUe ZeUmdo-Uoüandue of Hoüande Hof^Mlen^ 
boeky vêrvaU» al hetgeen aanmerkelijk noorkoaU in de Memo* 
rÜÊien van den Hove van Hoüand 1462--*-1740. foL 60 pp. 

Al de proteê m ren in sake van J. C. van der Miede»^ den 
Prac^Öen* A. van WtUte en den Raadeheer A. v. d. M. 
174S— 45. 1 voL (gedr.) 

Prooeiitukken^ in eake de wed. Win^ contra /. Peetere, 

1785. Volledige vereameHag der gedrukte etuMten over dit 

preoee^ voerte dl de aamteek. van den Raadeheer A. e. d. AT. 

betrekkelijk deze zaak, waarbij belangrijke Memorien ene. 8 

porieL kl. 

Legaat van de Minojoea^ Preeident van het Hof, aan den 
Pree. J. /• van Meenen, èeeé. in deez. oo H eeO e van Mmmeerip- 
ien. Al de êi e d d tên ever deze zaak niigegeven. Memorie van 



Digitized by VjOOQIC 



844 

den Hoes om U prêevemeren ^ dai de secreten va» de juêtUie 
niei komen te egareren, AUeê gedeelt, opgesteld en verzameld 
door A. o. d* M. 1 vol. foL 

OeaehiUen van Zeeland met het Hof van Holland over de 
jurisdictie. Ferz. geschr. en gedr, stukken ógeengeór. door A. 
9. d. M, 2 portef. foL 

CriminaUa notabiUora^ eoüegit A, v. d. M. Uitgebreide 
verzameling processtukken van de f aren 1728 — 30, met getuigen' 
verhooren, Hierb^ al de stukken betreff. het proces over het 
divulgeren van de secreten van staat 1728 — 1780. portef. foK 

Zie Berigt van den Hogen Raad ever "'t verlenen vcm Mandem. van 
Appel in de zaak van Mr, A. v. d, M, ; Memorie van "t Hof; Contra- 
Memorie van den Hogen Raad (1744); Voorda, VerhandeL over het 
verstand van de ordonnantie van koning PhiHps 1 St. bl. 56, 58, 139, 
ens.; Vreede, Hoogen Raad, II. bl. 28; Ned. Jaarb, D. I. bl. 
430; 111. bl. 148, VI. bl. 61, 62; D. VUL bl. 59; D. X. bL 120; 
D. XI. bl. 360; D. XIII. bl. 795; D. XVllI. bl. ; J. Mauri- 
cins, Verv. d. Dicht. uiUp. bl. 314; Besluit d, Dichtl uiUp. bl.658 
159 volgg.; Cat. d'une colL remarq. de mss,, d'autographes etc Dec. 
1862 h la Baye, passim. 

MIËL of M1ELË ook MEEL (Jan), alias Bieke of Bike, 
dat 18 het Bijtje, een bentnaam, waartoe zijn naam Mei of 
Miei aanleiding gaf, werd, volgens Immerzeel, in 1599 te 
Brussel geboren, doch Kramm meent echter, in navolging 
van al zijne hiografisten, dat zulks te Antwerpen geschiedde. 
Weijerman noemt zijn geboortejaar geheel tenonregte 1648. 
Zijn eerste leermeester was Gerard Segers, dien hy echter 
verliet om zich naar Bome te begeven, waar hij in 1648 tot 
lid der akademie werd aangenomen. H^ bestudeerde en co- 
pieerde te Bome inzonderheid de werken van Coreggio en 
Caracci, werd in de school van Andreas Sacchi toege- 
laten, en legde zoo veel genie aan den dag dat zijn meester 
zijn hulp inriep bij het vervaardigen van een groot stuk , waar- 
aan h\j bezig was. Hij sloeg het aanbod van Jacobl van 
de hand, en gaf de voorkeur aan den stijl van Bamboccio. 
Hij schilderde meest jagtpartij en , carnavals, landloopers, bede- 
laars, landelijke tafereelen en gezelschappen, ook historiele 
voorstellingen in fresco en in olie, die, schoon niet door ver- 
hevenheid van teekening en bevalligheid van hoofden uitmun- 
tende, echter beter zijn dan men van een schilder van zulke 
lage onderwerpen, als hij gewoonlijk voorstelde, kon verwach- 
ten. Zijn uitnemendste voortbrengsels vindt men in het kei- 
zerlijk kabinet te Weenen en te Turin, in een grootezaal, de 
jagtzaal genoemd. 

Kramm vermeldt de volgende door hem geëtste platen: 
De belegering van Maastricht door Alexander van Parma^ 
1579, het innemen van Bonn^ door den prins van Chimay, 
1588, voorkomende in het lat. werk de Bello Belgico van 



Digitized by VjOOQIC 



846 

Strada, Romae 1640, doch niet in de Ned. overzetting van 
Willem van Aelst, 1645. fol. 

Verder vindt men nog, volgens Kramm, de volgende eisen 
van hem: 

Ben herder mei een doedelzak. 

Een oude, die op het hoofd van een mei^e ongedierte toekt. 

Een ItaUaoMehe boer, die een doom uit zijn voet haait. 

De hemelvaart van Maria. 

De titel van La Foverta Conttnta, 

Gammede» door Jupitera adelaar ontvoerd. 

De êchapenmelker, 

Eene Heilige familie. 

Een Bomeinsch krijgsman , die het woord tot den honing rigt. 

Ka rel Emmanuel, hertog van Savoye, riep hem aan 
zijn hof, stelde hem tot £ijn eerste schilder aan, schonk hem 
de St. Maiuritins orde en een diam<inten kruis van groote waarde. 

Zijn, door hem zelven in 1646 geschilderd portret, wordt 
in de Oalerij ie Florence, b^ de $21 portretten der beroemdste 
kunstenaars van Europa gevonden. Het is door C. Gregory 
en F. Koetz gegraveerd, en door F. van Bartsch gelitho- 
grapheerd. Hij overleed in 1664 te Turin. 

Zie Kramm en Immerseel. 

MEERBËCANUS (Fb^nciscus) , gardiaan der Minnebroe- 
ders te Dordrecht, maakte zich berucht door zijne predikatien 
tegen de onroomschen. Hij werd door Entes, nadat die stad 
in 1672 tot de prins was overgegaan, in hechtenis genomen, 
doch vijftien maanden later wederom ontslagen. In zijn ge- 
vangenis disputeerde hij met Joh an nes Lippias over de 
mis en andere godgeleerde onderwerpen. 

Zi» Beverwyck, Beschr. v. Dordr. bl. 552; Balen, Beschr.v. 
Dardr. bl. 814; Schotel, Kerk. Dordr. D. I. bl. 58, 78. 

MIERDMAN (Steven) , boekdrukker in de eerst helft der 16« 
eenw , moest van 164;i — 1 545 vele vervolgingen in Brabant door- 
staan wegens het uitgeven van Bijbels. Hij nam de wijk naar Enge- 
land , doch toen de koningin M a ri a de Boomsche godsdienst begon 
te herstellen , verloor hij de bescherming onder Ëduard YI ge- 
noten, en vlngtte met eenige anderen naarËmbden, waar hem 
in 1554 het burgerregt werd geschonken. Bij hem en Jan 
Oheillyart werd in 1558 te Embden gedrukt eene nieuwe 
uitgave van Luthers Uoogd. Bijbel, vervaardigd volgens de 
Maagdenburgsche of Meyburgsche uitgave door Joh. Bu gen- 
hagen, in 1554 bezorgd, grootendeels een herdruk van de 
huiiste door den hervormer zelven herziene uitgaaf te Witten- 
berg, 1545. Opmerkelijk is het, dat Mie rd man het 8* en 
4* boek van Exodus en het 3* boek der Makkabeen, niet in 
de Maagdenburgsche opgenomen, uit de Zurichsche uitgave 
overgeseet en hier heeft ingevoegd. Deze bgbel kan beschouwd 



Digitized by VjOOQIC 



946 

worden alt de standaard van den vermaArdeD BMketishiJbel . 
in 1560 gedrukt door Nicoiaaa Biestkens van Oieat, 
ie Eabden. 

Zie S. Maller, Jaarb, voor de Doopêgez, 1887 bl. 57; Sehnlls 
Jacobi en Nienwenhaif , Bifir, iM dê fêsck, d, JSinmg. Ijuth, 
Imk in NédÊtl St. II. bl. 57. 

MIERE VELD, MïEREVELT of MIEttEVELDT (Jan 
Michielszbn) , konstig zilversmit en plaatsnijder te Delft, 
waar hij den % Februarij 1528 werd geboren , en 8 Nor. 1592 
is gestorven. Hg was, volgens soinmigen Mennoniet , en vader 
van Michiel en Jan. 

Zie van Man der, SchUderb. bl. ; Kramm, bl. 1929; Im- 
mer seel, t a. p. bl. 224. 

MIEKEVELD, MïEREVELT of MIEREVELDT (Jav), 
iweade sooo vm Michiel Janssen, had veel aa»kg om een 
goed schikler te wordeo. vervaardigde fraa^ portretten, doch 
werd kraakflinnig. Hij overleed in 1689. 

Zie Kramm, t a. p. 

MIEREVELD, MïEREVELT of MIEREVELDT (Mjcuwt). 
broeder van den vorige. Van Mander noemt hem Michiel 
Janssen. Hij werd i Mei 1667 aan het Marktvefd te Delft 
geboren, en had Willem Willemsz. en zekeren Angas- 
tijn tot leermeesters. Na diene dood genoot hij èetonderwije 
van den verdienstelijkea A. van Montfoori te Utrecht, die 
hem na twee jaiar ook door den dood ontviel Hij had echter 
uftmtmtend van diens onderw^'s partij getrokken , eo in ajoe 
wijae van werken was koloriet en aodersias in den tmufc van a^nea 
leermeester kenbaar. Eerst legde hij ztch opbiatoriëleordooaantiao 
toe 4 doch , daar hij zoo bijz«ndei in het schilderen van poHrsUen 
slaagde, kreeg hij met iezt weHczaaaitiekl de èandea z66 vol« 4at 
li\j zich genoodzaakt zi^ zich alleen tot dit vak te bepakn« ter- 
wijl hiy sleobts nu en dan een keuken met hare gereedschappen 
als tot uitspanning naar bet leven, schilderde. Zijn roem als 
portretschilder bloef niet binnen de grenzen van zijn vaderland 
maar verspreidde zich door gebeel Europa. 

Oroot is de menigte door hem vervaardigde portretten. H o u- 
braken berekent het getal op 5000 « Pescamps op 10000(?). 
frins Hendrik^ broeder van Ka rel I, koning van Enge- 
land, gaf zich zeer veel nK>eite om Miereveld naar Engft« 
land te lokken, doch te jrergeefa. Vfile Engelschen^ di$ zich 
ia Uoilaod ophielden, lieten zich door hem afbeelden, zoo als 
Hendrik, graaf van Southampton, de ridder Ralph Win- 
woad, Bobert Rioh« graaf van Warwick, levensgroot, 
graaf Robert Lindsey^ door R. van Voerst, in 1631 
in koper gebragt, 

B^na alle beroemde aiannea die in zijn tyd in Nederland 



Digitized by VjOOQIC 



847 

bloetdeD» heeft hijf afgebeeld, zoo alt print Maurita, Fre* 
derik Hendrik, Willem I, Lodewijk van Nas- 
san, P. C. Uoofi. Ook de 6root en Oldenbameveld 
Tan wdke laatsten de meesten door aijn schoonieon, Wil* 
lem Jaoobsz. Delf f en anderen sijn in 't koper gebragl^ 
Kr a nam vermeldt 4 van zijne historieele onderwerpen, het 
wrëeH mm Paria^ Feims en Cupido^ Juno^ Pmlku^ door W. 
SwaiËenborg in 1609 kL f. gegraveerd en verzen er onder 
van P. Scriverius. Nagler vermeldt twee etsea van bem: 
JmdUk wui ket hoofd «mi» Hoiofemus 6d de SamariUumaehe 
vrouw mH Jegun in geêprek è^' de tdaterpué. Tot s^ne leef- 
tingen behoorden Pieter Gueeritt Montf ort, Nicolaas 
Gornelius, Pieter Dirok en Kiuyt. Zijn wapen was: 
sdiikl ooupé , 1 ) zilver met drie pais van keel ; op het laatste 
zilveren veld drie zwarte sterren, 2) good veld met een mo- 
kngzer Tan azuor, rondom drie «arrcobeelden vanaznnr, twee 
en één geplaatst. Hij is meermalen afgebeeld, en overleed te 
Ddft in 1641. Joaohim Oudaaa vervaardigde een graf- 
sohriit op hem* 

Zit Hoabraken, Jacob Campo Weyerman, Immerzeel 
Kraflim, Descampf , Pelkington, fiorillo, Oeschichte der 
MaUrey in Gr^ëbrittatmie , 8. 830; Ned. kutmthl lOFebf. 1844; Cel- 
lot d'fiscarj, MtUL ramn; P. C Hooft, Btiêven; Bleiowyek, 
Bêaekr. w. Dt^ii bl. S50; Dodt, Archüf^ D. V; Wo^rd^té. d 
ZameaL; Hoogstraten; Kok; Kobns en de Rtveconrt; 
Maller, Cat. v, portr. Kurui- en Letterb, 1847 Ko. 5, (verg. met 
Kramm, bl. IISI); Ondaan, GeL bloemkrans van ged, bl. 68. 

MIEKEVELU, MIEREVELT of MIEREVELDT (Pibtir), 
zoon van den vorige, werd 5 Oct. 1596 te Delft geboren. Ook beoe^ 
fende hij de schilderkunst. Bleiswyck, en na hem Kramm» 
beschrijven een zijner schilderijen , op de Anatomie^kamer te Ddft 
aanwezig. Hij bereikte slechts den ouderdom van 27 jaren , 
en overleed, niet gelijk Houbraken, en na hem Bryan 
willen in 16S2, noch, volgens Nagler, in 1641, doch 11 
Jan. 1623 te Delft. Kramm bedt en beschrijft zijn getee- 
kend portret in 4*. 

Zie Bleiswjck, Besekr. v. Delft^ hl. 857; Houbraken 
Kramm. 

MIEBINCK (Hsnbeik), op den Cat. van mss. vanJ. ran 
Voorst, bl. T7, komt voor: 

FoUtieke correspondentie over de juren 1111^—15. Verga- 
méUng van ometr. 700 Brieven , ieder van Z of é bh. geedhre- 
ven door Hendrik Mierinck te Ameterdam aan den heer van 
Hoek(?) op eene hutplaéUe te Loenen. In 8 vol. velin 4*. 



MFEG (JoHANiiEs Fscdebik), afstammeling van een 
zieol^k geslacht in de Faltz. Z^n vader, Johan Lodew^k, 



Digitized by VjOOQIC 



848 

die verschillende sttatsambten had bekleed, was als uitgewekene 
te Straatsburg gevestigd, toen zijn zoon aldaar den 12 Aug. 
1643 geboren werd. Uij ontving zijn eerste opleiding te Hei- 
delberg, studeerde ook aldaar in de godgeleerdheid, en legde 
zich onder Hottinger op de Oostersche taal en letterkunde 
toe, bezocht de hoogescholen te Marburg en Bazel (1659) 
waar hij Buztorf hoorde. In 1662 te Ueidelberg terugge- 
keerd, deed hij een reis naar Frankrijk en Engeland. In En- 
geland hoorde hij Castellio, Pococke, Pearson, Gud- 
worth, Santeroff, Lightfoot en anderen, en toenhijin 
1663 op het punt stond te Oxford in de wijsbegeerte te pro* 
moveren zonden hem de Heidelbergsche hoogleeraren het doc- 
toraal diploma in dat vak over. Uit Engeland ging hij naar 
Holland, bezocht de Leydsche hoogeschool, en in 1664 die 
van Groningen, waar Alting en Maresius hem hunne 
vriendschap schonken. In 1667 was hij te Bazel, waar hy tot 
theol. doctor werd bevorderd, en den 8 Julij van dit jaar aan- 
vaardde hij het hoogleeraarsambt in de Oostersche talen met 
eane Oraiio de docta ignorcmUa. Tijdens de strooptogten der 
Franschen in den Paltz, geraakte Mi eg in 1689 in 's vijands 
handen, bragt negen maanden in een harde gevangenis door, 
en werd, na het betalen van een aanzienlijk losgeld, door een 
onbekende geschonken, vr^'gelaten. Te Heidelberg terugge- 
keerd , werd hem door de staten van Groningen en Ommelanden 
een leerstoel in de godgeleerdheid aangeboden. Hij aanvaardde 
dien den 15 Junij 1691 met een OraHo inau^, de spiritu ecclenae 
chriêtianae harmonico (1691), doch naauwelij ks had bij zijne lessen 
geopend, toen zijn gezin en eindelijk ook hij, door een epide- 
mische koorts werd aangetast. Hij overleed 30 Augustus, en 
zijn stoffelijk overschot werd in het familiegraf der Camera- 
riussen bggezet. Uij liet bij zyne vrouw Catharina Mo- 
desta Strasburger, 4 zoons en 2 dochters na. 

Hij schreef: 

De diebue fesHs ei calendario Bomano, on over Maimo- 
nides verhandeling el JurametUo, 

Zie J. BrauDius, Orca. funebris in doctiss. S.F. Miegii, Gron. 
1611; Muntinghe, Acta secuL; Gedenkb. d, Qnm. hoogiack, bL 
51, 52. 

MIERIS (DiBK Bastiaansz. van), zoon van' Ba sti aan 

Janszoon van Mieris en Ceoilia , kleinzoon 

van Jan Bastiaansz., bij Orlers wederdooper genaamd, 
die nog in 1568 leefde. Dirk behoorde tot de Remonstranten 
en komt als zoodanig voor bij Brandt. Hij werd in 1619 
met nog vier andere Leydsche burgers, wegens het stuk der 
ooUecte ten behoeve der Remonstranten in hechtenis genomen. 
Hij huwde Dievertje Jansdr. van Meerderberch. 



Digitized by VjOOQIC 



849 

Sobinkel geeft in z^n Oeêekiêd» en Leiterk, Bijdragm sijn 
geelachllijst op. 

Zie Brandt, HUL d. Reform. D. IV. bl. 176— 18K 

MIERIS (Jan Bastiaansz. tan), geboren te 'sHage, zil- 
▼enmid en diamantstij per te Amsterdam. Hij behoorde tot de 
aanzienlijkste mannen van zijn tijd, en was bevriend met W i 1- 
lem van Ueemskerck, vader van den schranderen Leyd- 
scben burgemeester Joost van Ueemskerck. Hij bad 
bij zijn huisvrouw Christina Andriesdr. met welke hij 
den 6 Junij 16U8 te Leyden huwde, 23 in wettigen echt ge* 
teelde kinderen, onder welken Frans. De genoemde Wil- 
lem van Ueemskerck bezocht dikwerf den ouden van 
Mieris, dien hij steeds aanspoorde #zijnen zoon Frans in 
het voortreffelijkste der schilderkunst te laten onderwgzen.'^ 

Zie Schinkel, Creich, en Luterk. Bifdr,; Brandt, JRef, D. IIL 
bL 803; TVav. D. IV. bl. 63, 342; van Mieris, Betehr. d. stad 
Lofden, D. II. Votrb.i Kramm, t. a. p. 

MIERIS (Frans van), de oude, broeder van den vorige, 
werd niet, gelijk Nagler opgeeft, te Delft, maar 16 April 
1635 te Leyden geboren. Hij ontving het onderwijs van den 
glassehilder en teekenaar Abraham Torenvliet en vervol- 
gens van Gerard Dou, die hemden #prins zijner leerlingen" 
noemde. Men telt Frans van Mieris onder de bekwaamste 
en behagelijkste schilders der Hollandsche school. # Niemand," 
schrijft Immerzeel, ^^bereikte in de kunst meer dan hij den 
beogen graad van uitvoerigheid , eigen aan het penseel van Dou. 
Zijn talent wedijverde met dat van Gaspar Netscher, in 
bet natuurlijk schilderen van fluweel, sat^n en bont. Hij was 
een goed teekenaar; zijne ordonnanties waren geestig, en had- 
den in luimige beteek enis dik w^ Is overeenkomst met die van 
zgnen vriend Jan Steen." 

Zijne schilderwijze was mollig; z^n koloriet levendig en 
krachtig, zonder bont te zijn. Te vergeefs zocht de aartsher- 
tog van Oostenrijk hem naar Weenen te lokken met belofte 
van een rijke belooning voor al wat hij vervaardigde, en een 
vaste jaarwedde van 1000 rijksdaalders. Vele aanzienlijken be- 
zochten hem in zijn atelier. De groothertog van Toscanen 
kocht van hem een schilderstuk voor /* 2500 en voor een klein 
stokje, waaritt slechts 2 figuren voorkwamen, betaalde de 
aartshertog van Oostenrijk /'lOOO. Het portret van den admi- 
raal Cornelis Tromp, gold in 1852 op de verkooping van 
den baron de Yarenges 1175 fr., een jaar te voren een 
zijner stukken op de verkooping van van Saceghem, 
te Brussel 27,000 fr. Ëtienne Leroy betaalde 19,500 fr. 
voor eene jonge dame aan haar toilet ^ op de verkooping van 
Th. Patureau te Parijs. Het Amsterdamsche Museum be- 
zit van hem eene in hei êoHjn gekleede dame^ die voor eene 

54 



Digitized by VjOOQIC 



856 

mt f»9d flfiweel bedekte iqfifl een hri^ zit te eehrifwn^ waar- 
naar een bediende schijnt te wachten. Id 1771 geld bei op 
Braamcaipps v^rkopping f 8,610.000, 

Hij heeft ook geëist, doch alleen is vfiD hem bekeqd ^n 
Bologneeech hondje \ üggende te slapen óy een houten schot y 
kort en geestig in de manier van Hembrandt. Zijne schil- 
derijen zijn in de voornaamste kabinetten van Europa, en de 
eerste meesters vervaaid^gden er gravuren naar. Kramm 
vermeldt van hem een Nachtstuk ^ in helzehe ziet men het 
Groene Zootje^ en op hetzelve hangen aan de wip de ^epiartelde 
gebroeders Jan en Comelis de ff^itt^ en een man staande voor 
heé Groene Zootje y die de twee martelaars met groote verwon- 
dering beschouwt y met een toorts in de hand^ die de twee beel- 
den zeer sterk verligt, uitvoerig behandeld op dpek, in het 
laatst der 18« eeuw voor ƒ 10 verkocht. Van dit treurig ta- 
fereel gaAt een pren^'e iii, seer fiks en luehtig geëtst dat 
beogst zeldeaam Voorkomt en door prentkenners voor het werk 
van Boeland Rogman, doch door Kramm voor dat vati 
vftn ^i^ris zei ven gehouden. 

Men ?indt dit plaatje ook in de Gedenkwaardige stukken we* 
gen^ den moordt des heeren Corvelis en fohan de ff%it , die- 
nende tot opheldering van V treurig spel^ genaanU de Uaegeohe 
brgedermoqrdt of doüe blijdschap. 

Krfiinm handelt uitvoerig over z\jn portret Een door 
hem ^Iven geschilderd, werd in Dec, 1654 te Par\js voor 
250Q fr, verkocht. Ook in het koninklijk kabinet te 'sHage 
berust zijne afbeelding en dat z\jner vrouw op een stuk, fraai 
geschilderd, door Pigeot gegraveerd, en vootrkomende m l^a 
Mneée Frangais. Hij behoorde tqt de Kemonstraqtsobe belij- 
denis, en liet bij zijne buievrouw Kniertje van der Kok 
(geb. 1630, overl. Nov. 1700) 6 kindereu, onder welke twee 
zoons. Jan en Willem, (die volgen). Zijn sierlda^ w«yi 1% 
Maart 16^1. 

Zie Pesoaiapa, Ft« (fet peintre^ ffoUend, T. II. p. dOlTT*306; 
49 ?ile8, ^hréqé de la vie des peintres, p. 44(— 449; Charles 
BUnc, Sist. des peintresy Uv. 93—100; Ecols fifolhndy N®. Ï6: 
Laivesse, Grand Uore des peintres-^Smith, CaUrais, of the most emin. 
dutch yJUmish , and/rench paittters ; D e zal! ie r «TA r go n v ill e , Abrégé 
dé la vie des plus fameux peintres. Paris 1762, 4 vol. 4*.; Pelking- 
ton, iHet, of pointers; Schinkel, Geschied en letterk Ujdr, bl. 88 
en GsêkuM.; Honbraken; J. C. We$erBian;i:mBierseel, 
Kramm; /Vav. a IV. bl. 862; Kobus en de Biveoonrt; Mal- 
ler, CtU. V, portr, 

MIEBIS (Jan van), zoon vao den vorige, werd den X7 
Jun^ 1660 te Leyden geboren en oefende zich onder de va- 
derlijke leiding in de schilderkunst, doch minder neiging aan 
deu dag legende om de scbilderwiijs van dazen na te volgen, 
dan wel zyn v^ro^pgen \a beproeven in een breederea tr^nten 
in kloeke beelden, werd bij ter leernhole g^^pn^^ van Ge- 



Digitized by VjOOQIC 



661 

rard de Lairesse. SleohU kort genoot b^ diens onderw^ 
OA keerde weder tot dat zijns vadera. Na diens dood begaf by 
zicb op reis, doch om te studeren, deels tot berstel sijner 
wankelende gezondheid. Eerst vertrok bij naar Duitscbland , ver- 
volgens, op uitnoodiging van de groothertog, naar Florence, 
en van daar naar Bome, waar bij den 27 Maart 1690 over- 
leed. Op de verkooping van de la Gourt van der Voort 
komen acht staks schilderijen van bem voor, als: 

Eenê dame, die een vogeUje te eten geeft ^ / 175. 

2en man aan eene tajel zittende, waarop een glaa wijn, 
doèèelêteenen, kaarten enz. f 155. 

Sen êcküder, in zijne kamer een pijp rookende enz. f 100. 

Een officier, staande in een tuin met een glas wijn in de 
knd./l2\. 

Mene courtisine, rijk gekleed bij eene tafel, waarop een ge^ 
dekte bokaal enz. f 140. 

Chustus wtet de Samaritaanacke vrouw aan de fontein enz. 
Met bet jaarmerk 1690. / 60. 

Een bakker, die warm brood aan het venster gebragt heeft, 
itaande te praten met eene dienstmaagd, f 60. 

Het eemge portret van en door hem zelven , hebbende op zijn 
ioo/d een Jluweelen muts en in z\jne hand een half opgerold 
hlaauw papier. /* 50. 

Op CkU. van Mr. J. v. d. Marck komt voor (Amsterd. 
1773. N». 428. 

Jan van Mieris. Dit z^n portret is door dezen kunste» 
naar zehen in den jare 1689 te Venetië geschilderd op koper, 
sijnde zeer fraai en uitvoerig behandeld. 

Hij beoefende ook de dichtkunst blykens zijn ms. Herder^ 
spel Jmintas, en eenige andere. 

Tta Nagler; Honbraken; Weijerman; Immerzeel; 
Kramm; Schinkel, t. a. p., b]. 89, waar den brief van hem 
Toorkomt, gedagt. nit Venetië, 14 Jan. 1689; CaX, J. Schouten mss. 
U. U9. 

MIERIS (WiLLBM van), broeder van dea vorige, werd den 
3 Jonij 1662 geboren, bad z^ii vader tot leermeester en volgde 
bem na in bet kunstvak dat bij met zoo veel glans beoefende. 
Hij schilderde echter meer tafereelen uit het burgerlijk leven, 
xoo als winkels, kraampjes, kruiwagens roet vruchten, wild, 
kruideniers waren, alle echter met de uiterste naauwkeurig- 
beid naar bet leven. Ofschoon hij al deze voorstellingen 
tot een hoogen graad van uitvoerigheid wist te brengen , zoo 
stond bij echter, volgens Immerzeei, in edelheid van tee- 
kening, kunst van schildering en zamenstelling , in schoonheid 
van koloriet en licht en bruin , en in effekt verre achter zijn 
vader, en gaf de natuur, zoo als hy die aanschouwde, op bet 
doek terug, zonder toevoeging van bet ideale schoon dat de 
man van genie, met al wat h\j schept, weet te verbinden. 

64* 



Digitized by VjOOQIC 



852 

Kramm echter deelt dit gevoelen niet, acht het oordeel 
van Immerzeel te gestreng, en beroept zich o. a. op een 
kapitaal stuk dat door Willem voor den heer Meinersha- 
gen is geschilderd, waarop die afgezant, nevens zijn ge- 
malin , in de gedaante van Reinout en Armida is geportretteerd. 
Er werden echter aanzienlijke prijzen voor zijn werk besteed. 
Men betaalde voor zijne kabinetstukjes tot ƒ 1000 en meer. 

Een ryk gemeubelde kamer ^ loaarin eene dame ^ in wUea^n 
gekleed^ haar toilet maakt ^ gold op de verkooping van Jonkh. 
Johan Goll f 2100. 

Het Uaagsch museum bezit van hem een Kruidemerêwinkel ^ 
het Amsterdamsche een Uoenderkooper en een Biddende Eermüet, 
Kramm vermeldt nog van hem: 

Diana in het bady weleer in bezit van Schamp d'Aver* 
schoot te Gend, en in 1840 verkocht, eene schilder^, waar- 
aan in Meêsager de Oand 1842 p. 167 groote lof wordt gegeven. 
Zijn maeccnas, de la Court bezat van hem 6 zijner ka- 
pitaalste en beste werken die voor aanzienlijke sommen werden 
verkocht. 

£ene familie enz, /" 850. 

Boeren binnenhuis, waarin een Savogaar zijne rarekiek ver- 
toont enz. f 1200. 

Jnromeda door Ferêeue verlost, /* 220. 
Een Binnenhuis , waarin een man aan eene tafel zit , met een 
flesch in de hand, f 215. 

Een winkel, waarin eene vrouw aan een jongetje noten ver» 
koopt, f 250. 

Een onderwerp uit de Tartuffe van Molière, 
Hy schilderde ook nu en dan geschiedkundige onderwerpen 
en was een verdienstelijk beeldhouwer. Zijne geboetseerde 
beeldjes en vazen met verheven beeldwerk werden gezocht en 
bewonderd. 

Mr. J. Meerman bezat er verscheidene van zijne hand, 
die op den Cat, zijner Bibl, voorkomen en voor goede prijzen 
verkocht werden. Andere voorwerpen vermeldt Kramm. 

Hij huwde op 22-jarige leeftijd (24 April 1684) jonkvrouw 
Agneta Ghapman. Hij vierde 24 April 1709 op zijn bui- 
tengoed Bakkershagen , nabij Wassenaar, zijn zilveren- en later 
zijn gouden bruiloft. In zijn ouderdom werd hij blind en over- 
leed 26 Januarij 1747 in den ouderdom van 85 jaren. Smith 
beschrijft 160 stuks zijner schilderijen. Zyne vrouw had hem 
3 dochters en I zoon geschonken. 

Zio Descamps, Vie des peintres, T. III. p. 79; Schmidt, Bibl. 
rais. T. I en IX; Nouv. Biogr. gen.; Messager de Gand, 1842, p. 
147; Frans van Mieris, Besdir.v. Leyden, Voorr. bl. vi; Schin- 
kel, t. a. p. bl. 90, 91; yan Gils, Leeo. (L kunstsch. enz. D. I. bl. 
199; Collot d'Escury, HolL roem, D I. bl. 116, A.(l).bl.242, 
243; Honbraken; WeyermaD; Immerzeel; Nagler; Fil- 



Digitized by VjOOQIC 



858 

kington; Nieawenhnis; Kobns en de Bivecoart; Mul- 
ler, Cat. V, portr.; BibL Meerm,, T. IV.; CaU Mr» J, van Buuren 
(U08), bl. 218; Cat. J. v, d, Marck (1773) N*. 429. 

MIËKIS (Frans van), de Jonge, zoon van den vorige, 
werd den 24 December 1689 te Leyden geboren, en van z^n 
prille jeugd af door zijn vader voor de kunst opgeleid. Ook 
h^ bragt het in dat vak tot een aanzienlijke hoogter en schil- 
derde uitvoerig binnenhuizen met moderne beeldjes, winkels, 
groentekrnmen en dergelijke. Zijn penseel was delicaat, zijne 
teekeniog zuiver en zyn koloriet goed. Gelijk zijn vader, 
schilderde hij ook nu en dan geschiedkundige voorstellingen , 
gelijk ook portretten. Op de verkooping van Qildemeester, 
gold een door hem geschilderd binnmverirek ^ toaarin eenschu- 
rend vrouwlj'e met overvloed van huiaraad f 400. 

Van Mieris beoefende tevens de vaderlandsche geschiede- 
nis en penningkunde, en heeft beide door zijn Charferboek en 
Nederlandsche vorsten groote dienst bewezen. Hij stond met de 
voornaamste geleerden van zijn tijd in vriendschappelijke betrek- 
kingen, hield een letterkundige briefwisseling met K e eland, C. 
Verweys, G. van Loon, van Alphen, Cannegieter, 
Alkemade, van der Schelling. Hij nam in den twist tus- 
schen dezen en van Loon, over de uitgave der Mijmkronijk 
van Klaas Kolyn^ de handschoen voor den laatsten op. #Gij 
scheld'', schreef hij o. a. aan van der Schelling, «Fvan 
Loon voor een valschaard, maar wat heeft hij u gedaan P Is 
dit voor zijne beleefdheid en vriendschap , die hij u altijd heeft 
bewezen ?" 

Hij overleed ongehuwd te Leyden^) 19 Mei 1763, en lega- 
teerde aan de teekenacadeuiie zijner geboortestad /SOOO^). 
Hij gaf in het licht: 

Beschrijving der Bisschopl, munten en zegelen van Utrecht y 
m U bijsonder. Leiden 1726 m. pL, fol. en 8^ 

Aanteekeningen van Fr. v. M, op zijne Beschrijving der 

Biêêchoppel. munten en zegelen in H bijzonder y met 2 mftntaf" 

beeldd. 'sGravenh. ter drukk. van A. D. Schinkel, 183S, 8^ 

Kerkelijke Historie en Outheden der Zeven vereenigde Pro» 

vmden in zes deelen. Uit het Latijn van H. v. H. door 



1} Hy woonde op de Breedestraat tegenover 't Gastbnis. 

2) Reeds voor de 18« eenw bestond er te Leyden een teeken-akademie* 
In 1702 verkregen de toenmalige directeuren Carel de Moor en 
Willem ran Mieris eene toelage van/ 754-2 ter betaling van 
't naakt model , welke som sedert jaariyks , tot in 1 795 is betaald. Frans 
▼ an Mieris en Hieronymns van der Mey volgden in 1736 de 
Torig^ directeuren op. In 1761 werd de laarstgemelde door Abra- 
ham Delfos vervangen. In 1799 werd deze oude teeken akademie 
door een nieuwe {^rz aemula naturae) vervangen, welke den 28 Junij 
1792 dcx>r den hoogl. S. F. J. Ban werd geopend. Zie Konst- en 
letterb. 1799. N*. 192. 



Digitized by VjOOQIC 



854 

H. t). K. (uitgeg.) door Frans van Mieris. Leyd. 1726, 
3 Band. fol. 

Histori der Nederlandscke Forsten y uit de Huize van Beije- 
ren , Bourgonje en Ooatenrijk , sedert de regeering van Albert , 
Graaf van Holland; tot den dood van Keiz, Karet de V ^ met 
alleen uit de geloof. scArijveren en óewifsst, samengesteld maar 
ook met JUstoriepenningen gesterkt en opgehelderd, 's Qravenh. 
1732 — 1735, 3 dn. m. pi. fol. Het origineel is in bezit van 
Dr. O. Munnicks van Cieeft te Utrecht. 

Chronyk van Holland van den Klerk uit de laage Landen 
bg der Zee enz, met eenige aanteekeningen zoo van F, Scriverius 
als van dm uitgever (F. v. M.) Leyd. 1740, 4®. 

Ferh. over de leenroerigheid van het Graafschap van Bolland ^ 
mitsg, eenige aanmerk» op 't werk vnn Mr, G, v. Loon» Leyd. 
1768, 8^ 

Jntwerpsch Chronijkje. Leyd. 1748, 4°. 
Groot Charter boek der Graven van Holland^ van Zeeland y 
en Heeren van Friesland y beginn. met de eerste en oudste en 
eindig, met Jacoba van Beijeren. Leyd. 1753, 4 dn. fol. 
Hiertoe behoort; 

Chronologisch Register op het vervolg van het Groot Char- 
ierboek van van Mieris aanwezig op het Rijks- Ar chiet te '« Hage^ 
uitgeg, door het Prov, ütrechtsch Genootschap van Kunsten en 
Wetens. Utrecht 1859, 8*^. (De bewerker is A. E link 
Sterk Jr.). 

Handvesten en Privilegiën van Leyden. 1759, foU 
Ferhandeling over het saamenstellen en beoefenen der Histo- 
riën^ inzonderheid der geschiedenissen van Holland ^ door Zo- 
graphos, Leyd. 1757 in 8«- Arast. 1790, 8*. 

{Zographos is een verdichte naam voor Fr. v. Mieris. 
Deze verhandeling is met eenige verandering, in stijl, taal en 
spelling, en met eenige aanteekeningen op nieuw uitgegeven 
door P. G. Witsen Geysbeek. Amst. 1826, verg. Bibl. 
JFiUems., I. 88). 

F. V. M. en D. V. Alphen, Beschrijving van Leyden m» 
pi. Leyd. 1762, 63, 84, 3 dn. fol. 

Laatstgenoemde vatte na den dpod van y. M. (22 Oct. 1763) 
in het midden des 2* deels de afgebroken taak op. 

Er bestaan vele brieven van hem en hands. De Maats. v. 
Ned. Letter k. bezit ervan van Loon aan hem , ook zijn er door 
Schinkel in het licht gegeven. Deze bezat ook een belang- 
rijke collectie mss. van F. v. Mieris, die openbaar zijn ver- 
kocht ('sHage 1864). 

Zie Sax e, Onom. T. VI. p. 403, 404, 726; Descamps, Viedéê 
peintre HolL T. III. p. 79; De ad dé, EncycL des gen$. du monde ^ 
lir. 1 00 ; C h. B I a n e, HisU des peintres , Ecol HolL Ft 86 p. 23 24 , 
Nouv, biogr. ürdv.; Nov. Act. erud, 1766 Martii P. II. p. 149 — 152, 
Schinkel, Gesch. en Lett, Bijdr. bl. 47 v.; v. d. Willigen en r. 



Digitized by VjOOQIC 



855 

deti£iiden;Immei:zeel; Kramm jÖiegenbeek, Geseh, d, liiééU 
ktUrh. U. 284, 308; van Kampen, Qesch. d, htns^. en wetens, D. 
n. bl. 211 , 359, D. UI. bl. 140; de Wind, Bibt.v.IVed, Geschiede.; 
Cat. d. Maats. v. IVed, Leiterk. D. 11. bl. 33, 49, 44, 120, 145; O. 
III. bl. 28, 179, 235, 236, 323; Bodel Nyenhui», Topogr. Be- 
sehr. N^. 1004, 2453; Abcoude, NaamL; Arrenberg, JVaamr,; 
BibL Schouten ms. p, 49; BihL WtUciha, t. 1. p. ^8; Bibt. ScHifikèl, 
\t, 17, 18^ 21, 26»28, 48; (ht* J. Koniüg , T. II. p. UU; Kbbtië 
•il de fil^ee«iirl, Woitrdeub. d, ZafimL\ Muller^ C<M; 9. po^tti 
t. d. Cbys^ Tijd», voor Munt- en Penmngh,^ D. V. bl. 430 volgf; 

MIEfeLO (GoÖÈi^Riötii VAN) werd te MiëHo gebofèd, ëü 
BKÊLt 2i}rte gbbborié{)lkHté gi^Hoeihd. Hij nto de bi^de dèir pré^ 
dilheèréh, welker överèté of ptiot hij lëter wefd, tè ^9 Bosch 
«hh. ÏAiét bekleedde fat] hetzelfde ambt te tJtredht. In de 
godgeleerdheid jzeér éF^areri z^nde, bekwaiü hij deb graad viili 
doetor óf hoogléenUir ïh deze Wetenschap, en id 1559 Werd 
bij doi zijhe altdtekende hoedariighéderi tot provinciaal dét' prè- 
dikheferén orde ^ttkóiéh. Nadat de éérste méschop vah Haar- 
lem, Nicolaus NièüUnt, in 15(^9 zijne bisschói^petijkë 
bediening had tiedergelegd , WeKd Godefridtié tot élgefneen 
fikaris déé bisddms Bèhoëffid , en door den koning véh Bpknjé 
Toor den dpè^staanden s^étel élAxi deH p&ué Voorgedragen, f'iüs V 
verhief hem töt biftöbhob vftn Haarlem den II l>eéernbèr 157Ö, 
en bij werd den 11 JPebruarij Ihlï te Antwerpen gew^d. 
Gel^k te voren, j$af hij ih zijn bisschoppelijk ambt biy kei) ecHèr 
zóidwmè geleerdëèid en wijsheid, en le^^e hij eene (trode 
saehtbkdSAKji^befd en onVèt'mi:(6idén ^vóf* aan den dag. Dén 1 
Octobér litl hield hij dé tweede kerkvergadering van ztjh 
bisdom, en kondigde hij het atgemeene concilie van Trente 
af. Uij zorgde voor de regeltucht zijner kerk en by zonder 
voor het onderrigt en de opvoeding der jeugd. Onder de bepalin- 
gen zijner kerkvergadering < die éérst in 1578 het Heht zagen, 
had hi^ vastgesteld dat er in do maand Aagmtus ^ai» het 
vdgend jaar 1572 een nieuwe kerkvergadering soU gehoaéeii 
worderi^ waataan eohtér wegerts de tondsberoerten en woeliof^ 
der nieawgezinden niet kon worden voldaan. Na de bevredi- 
gitt(( of ]^6ifl(:étié yM Gend, t^erd dé blsbëhop in Uil ge- 
ndödictokt, ieri ^évölgé Vafi eéti v^eirdiag inet dé id^éteitëb 
va<i Haarlem dangëgék», de kerk der H. Mftdgd Maria kt^ 
dé Hëffórniden over te gévèri. Hij hield dédert, tot óm 29 
Mei idlf9, tijrte biséèhöppélijke stad iri vrede, ddch toen Öb 
diétt diig (H. Sacraméhtsdag) Haarlem door dë protestantéèhè 
krljptna^ #tó irtgetioriieti , ontstond ër éen zware Vëffdh 
glAg tégétf dé Catholijken. Naauwelijké t^as de stad iHgenÓ- 
tten of füért Viel de Cathedrdle kerk, op het oogenblik dat 
dtttr ét kerkelijke getijdeh wërdëri gezongen, aart. Van 
Mieflö, die evëd të voren zijn leerrede tot het volk had 
Voleindigd , Werd hij de bloedige tooneelen welke er plaats hdd- 
dètt , gered , in eeü onderaarsch vertrek gesloten , doch behield 



Digitized by VjOOQIC 



856 

.voor een gering losgeld het leven. Daar hij genoodzaakt was 
te vluchten , nam hij eerst de wijk naar Bonn , en daarna naar 
den bisschop van Munster, welken hij tot 1587 in hoedanig- 
heid van wijbisschop heeft bijgestaan; wanneer hij met het 
geestelijk bestuur van het bisdom van Deventer werd belast, 
welke stad in genoemd jaar tot de gehoorzaamheid van den 
koning van Spanje was wedergekeerd. Kort daarna, den 28 
Julij 1587, overleed hij aldaar en werd in de Cathedrale kerk 
van den H. Lebuinus op een eenvoudige wijze begraven. Bij 
zijn testament den 28 Sept. 1581, tijdens zijn verblijf te Bonn 
gemaakt, liet hij zijne geheele nalatenschap aan onderschei- 
dene gestichten en aan de armen. Onder andere beschikkin- 
gen werden zijne twee kelken en zijne verzameling van boeken 
aan het klooster der predikheeren te 's Bosch toegewezen. Be- 
halve de uitgave der besluiten , welke h\j in de door hem 
gehouden kerkvergadering had vastgesteld, bezorgde hij in 1566 
een verbeterden druK van het Kahndarium perpetuum êecundum 
inHilutiwi ordiniê Praedieatorun van Didacus Ximenes. 

Ook heeft hij eenige leerredenen en verdedigingen van het 
Xatholijke geloof tegen de lagen der Hervormden nagelaten, 
die echter niet gedrukt zijn. Men vindt zijne afbeeldiog in 
de Lat. beschrijving van het bisdom van Haarlem. 

Zie Foppens, Bibl Belg. T. I. p. 878; HUU Epuc. Ultraj, et 
8inffr. T. II. p. 25; van Gils, Kath. Meijer, AJemorieb. bl. 420 r.; 
van Gils en Coppens, A'. Benchr. v, h. Bisd, v, U Bertogenb. 
D. lil. bl. 885 v.; Boxhorn, Theatr. Holl p. 146; Scriverins, 
EarUm, p. 70; Wagenaar, Vad, Bist. D. VI. bl. 435; BauSacr, 
D. IV. bl. 38, V.; Beaufort. Leo. v. Willem 1, D. III. bl. 9; 
Hermans, Cansp. p. ; Ooer. Ahn. 1843, bL 189; Kobna 
en de Btvecoart; Maller, Cat. o. P<^rtr. 

IfIËBLOO (Akt. van). Van dezen heefl men: 
Oeutililia noóUü. potimtièsimague. Ex veCuêê, momtmeniiê 
enUa. SwoUae. O. Ty demon «. a. Vier groote bladen met J44 
wapens der provintie Overijssel, houtsnede met tekst , 4*. 

MIEROP of MÏEROP (Cornelis van Cüyck van), zoon 
Tan Joachim van Myerop en van Maria Schouten, 
heer van Hoogwoude, Eertswoude, Nieuwevecn , Calslagen, 
Culstaart, Uyterbuurt, Sgrevelsrecht en Alblasserdam, was ont- 
vanger-generaal van Holland, en hoogheemraad van Delfland. 
Hen verhaald dat toen de prins van Oranje in 1574 te Rot- 
terdam in hevige krankheid was gestort, ja volgens het gerucht 
door de pest was aangetast. Van Mierop eenige brieven 
uit het toen belegerden Leyden ontvangen hebbende, naar 
Rotterdam vertrok om hem die roede te deelen. Aan zijne 
woning gekomen, vond hij niemand, die hem eenig bescheid 
kon geven, zoodat hij zelf binnen trad en tot in de slaapka- 
mer ging, waar hij den prins te bedde vond leggen, zonder 



Digitized by VjOOQIC 



857 

eenig mensch bij zich te hebben. Hij sprak den prins aan 
en ?roeg hoe het met hem ging, waarop deze met een zwakke 
stem zeide dat hij zeer krank was en zijn volk van zich had 
laten gaan. Niet te min sprak de prins met hem, en hoo- 
rende dat Leyden nog niet in 'svijands handen was, dankte 
bij God en werd door die tijding zoo gesterkt en verblyd dat 
hij van dien tijd ai in krachten begon toe te nemen en wel- 
haast herstelde. 

Mierop huwde 18 October 1561 Ëlisabeth van Al- 
kemade, dochter van Dirk van Alkemade, heer van 
Leeuwesteyn. Zij overleed in 1604, hij in 1608. Aan de 
kerk van Worcnm vereerde hij een glas met zijn wapen en vier 
kwartieren. Uij liet verscheidene kinderen na, zijn zoon Joa- 
chim volgde hem als ontvanger-generaal van Holland op. Het 
was op diens bruiloft met Anna Bannings dat het spel van 
Hooft gespeeld werd , uitgegeven door Prof. J. van Vloten, 
Hoofts, Brieven, D. I. bl. S89. 

Zie van Leenwen, BaU ilL bl. 1017; Langaet, Part. II. Ep. 
19; Hooft, ISfed. tiut. B. IX.bl.dd2; Beantort, Lev.v, WilUmJ. 
D. 11. bl. 503—505; Wagenaar, Fad. HUu D. VI. bl. 486. (Over 
het geslacht). Chr. v. A. Hiêi. Gen. D. IV. bl. 167; Batkens; 
Loiscins; Hoogstraten; Kok, Nao. D. VI. bl. 179, 180, 
240, 379, 315; D. VU, bl. 104, 178. 

Ml EROP (CoKNBLis KuiK vaN). Zie KUIK yan MIERLO 

(CORNELIS). 

MIEROP (Frans vau Cdyck van) werd omtrent 1640 te 
Brugge geboren , beoefende eerst de schilderkunst tot zijn uitspan* 
ning, doch wijdde er zich later geheel aan. Hij vestigde zich te 
Gent en maakte door zijn kunst veel opgang. Het vleesch- 
houwers-gild koos hem tot beschermheer, bij welke gelegen* 
heid bij een groot stuk schilderde met de afbeeldsels der 
hoofdlieden van het gild. Hij schilderde visschen en andere 
gedierten, doch werd daarin door Snijders van Antwerpen 
overtroffen. Hy beoefende ook de etskunst, doch zijne pren* 
ten komen zeldzaam voor. Hij overleed in 1678. 

Zie Immerzeel; Kramm. 

MIEROP (Qebard yan) was bevelhebber van het blokhnis 
te Tpesloot, in 1507 door de Amsterdammers opgeworpen om 
de Oeiderschen den dooitogt te beletten. Tegen het einde 
van Zomermaand van dat jaar wisten deze echter, zonder door 
de oorlogschepen , die het dekten , ontdekt te worden er zich in te 
dringen. Mierop ontdekkende dat er een 30-tal Gelderschen in 
't blokhnis waren, stak het hoofd naar buiten en riep Bourgondie! 
Bourgondie! waarop het geschut van de schepen gelo«t werd en 
de Gelderschen naar Amsterdam weken, waar zij door Reinier 
Mostert gevangen genomen en een jaar lang op St. Olofs- 
poot gevangen gezet werden. 



Digitized by VjOOQIC 



SM 

Zi« Gnill. Hermaniii, BibU Gtbr. p. 941, S42; Wa^enaAr 
Tod. Eiêi. D. IV. bL 856, 367. 

MIEROP (Mr. Vincent van), by genaamd ^den grooten 
Vincent," zoon van Cornelis van Mierop en N. van 
Ëoschuysen, Bidder, heer van de Ketel, Spalant, Cabaa, 
Öpiriniboek , Bortdmonde en Huy ven , amWlitsneer van Ketel , 
in 1469 geboren en door Ka rel V tot de hoogste eerepos- 
ten geroepen. In 1516 werd hii rekenmeester, in 1518 eer- 
ste rekenmeester van Holland, daarna tbesaurier-getieraal over 
al de Nederlanden, ook werd hem het ambt van meester der 
requesten van Holland toevertrouwd. Groot was zijn invloed 
aan 't bof van Kar el V en 'slandszaken, ook was hij een 
der rijkste ingezetenen der Nederlanden. Wij vinden hem 
ook vermeld als afgevaardigde tot de overneming van het we- 
reldlijk gebied van Utrecht en als bewaarder der charters. 
In eene Notariële akte van 4 Febr. 1647 wordt omschreven 
een Oudó Begiater van Landen en Benien^ in 1539 door 
hem geschreven. Zijn naamteekening was zonderling, name- 
lijk JLACt , waaruit men Vingt Cent moet lezen en daar ach- 
ter Cornelis nnet vele krullen. Hij huwde Maria Rayscb, 
Vrouw van Caban, overleed 28 Junij 15 50 4 in den evderdoin 
van 81 jaren, en werd in de kerk der Adgustijnen te Bruéè^ 
begraven. Zijne kinderen werden opgenoemd door f aa Leeu- 
wen. Bat. M. bl. 1017, 1018. 

Zie Nav, D. Hl. bl. 98; Kobas en de Rivecourt; Hojraek 
vltn Papendrécht, Aml. Betg, T. I. p. 29, 167; Scheltema, 
.SUadb. Ntd, 

MIERLO (ComNiLis yAii)i heer van Ketel m SpalAné, 
zooB van dé vorige , waé dodtor in de beide regteli 4 komt ki 
1584 voor èls Deken vari de Collegiale kerk van Oude Mun- 
ster te Utrecht en de Hofkapel te 's Uage , en werd iu dat 
jaar door keizer Kar el V om zijne geleenlheid én bekwaam- 
heid tot zijn extraoréitiair raad in deri Hove van Hollaml 
benoemd, in 155Ö pHor, aardsdiaken en kartdnnik vart 8t. 
Salvator te Utrecht, blijkens een geschild(»rd glas ,. in . hetzelfde 
jaar aan de Gondsche kerk gegeven, waarop zijn beeldtenis 
levensgroot in geestelijk gewaad afgeschilderd ótaat. Ui} over- 
leed in 1572 en werd begraven iii de Domkerk onder een 
zark, overdekt met koper, Waarin zijn afbeeldsel en wapen 
zijn uitgesneden. 

Zie Drakenborch, Acmh, op dt keth. cudk. v. NederL bL 40, 
126; de Riemer» Be$chr. v. UÓrftotnh. O. I. bl. 297, 298; D. II. 
bl. 741; Oudk, en GesHchi, o. ZfL D. r. bl. 189; Nav, D. VL 
bl. ^45. 

MIETTE (Joban) bewaarder der gevangenissen te Rtjsêel in 
1479. Zyn borstbeeld vindt men op do tegens^d» van een 



Digitized by VjOOQIC 



penninf^, op irdks TOorziJde afgebeeld is Jan van Groot- 
huse sloifoogd fan Rijsseh 

Zie van Mieris, Ned, Vorsten, D. L bl. 167. 

MIOAULT (Jban) werd in 1645 geboren. Reeds in 1668 
toen bij 18 jaren oud was, trad hij in het haweiijk mét 
Elisabeth Fo urestier, volgde later zijn vader Jean 
Mi ga uit als schoolmeester en voorlezer der Protestaatsche 
kerk te Mougon op > en bekleedde ook het ambt van Notarié tot 
na 1680, toen de storm der vervolging opstak en de prote- 
stanten van alle bedieningen werden uitgesloten. Van den %% 
Augustus 1681 tot het begin van 1682, was hij en sijn tal- 
rijk gezin blootgesteld aan pijnlijke vervolgingen die hem 
soms van alles beroofd en behoeftig deden omzwerven. Van 
den 31 Januarij 1682 vestigde hij zich te Mauzë, waar hij 
ib achoolmeester werkzaam was en den 28 Febr. 1683 zijn 
vrouw verloor. Na de herroeping van het edict van Nantes, 
moest bij wederom de vlucht nemen, overal vervolgd, naan- 
welijks wetende, waar zijne kinderen te bergen. Eindelijk 
deed hij zulks in een onderaarsch hol (1 Febr. 1686), waar- 
Da hij naar Roebelle zocht te vertrekken, ten einde daar 
aan twee zijner zonen den overtogt naar Engeland te bezor- 
gen. Aldaar werd hij erkend, ondervraagd en in den kerker 
geworpen, (o een oogenblik van verbijstering toekende hij, 
zonder verder onderzoek, eene acte van afzweering van bet 
protestantisme. Treffend was zijn diep berouw over den geda^ 
oen stap. Uit Roebelle week hij uit naar den Briel , van daar 
naar Kotterdam, Amsterdam, Leeuwarden. Eindelijk begaf hjï 
zich naar Amsterdam, waar hij zich in 1688 met zijne kinderen 
neerzette. Hij bleef daar tot den 22 Mei 1696, toen h$ 
naar Emden vertrok, waar de Franscbe kerk hem tot voorle* 
zer en onderwijzer had beroepen. Hij overleed in 1707. 

Den 2 Mei 1691 ging hij met Elisabeth Coouadd, 
wed. van Pierre Chaigneau, dochter van Fran^oié 
Cocnaud van Nantille bij RooheUe en Ester Moz^, 
een tweede huwelijk aan. In dit huwe^jk werden hem, be« 
halve de 14 kinderen nit het vorige geboren, nog twee kin- 
deren geschonken. 

Hij stelde zijne voornaamste lotgevallen op schrift en pi 
er elk zijner kinderen een afschrift van. Twee vari die al- 
schriften zijn bekend, een bij een zijner descendenten te Metal- 
Fi^s in Londen gevonden en uitgegeven met de titel; 

Journal de Jean MigauU ou malAeurê d'nne famUe Protee- 
toKie du Poitou d f époque de la revoeaHon de VédU dé Nam- 
ia. Paris 1825. Uit bet Fr. in het Ned. vertaald door 
P.H.Babler, Amst. bij W. Messobert, 1836, hetandere, 
in bezit van den heer W.H. Ho nel, is door Prof. Bogaerds 
gebmikt voor tijue verhandeling Jean MigoMldk Eem Bijdrage 



Digitized by VjOOQIC 



860 

tot de Geaehiedems der Geloofavertolgingen in Frankr^k^ te 
vinden in Archief van KerkeL Geschied, , inzonderheid in Ne- 
derland, D. VI en D. VIII. Verg. P. J. Wenz, JJer Glau- 
benekrqftn oder Denkwurdig keilen auê defi Leben der eralen 
Glauóene- Helden der Protest. Kirche S* 189 £P. est. Haag, la 
France Protest. 



MIGGRODE of MIGGRODIUS (Johannes) werd den 6 
Mei 15S1 uit een aanzienlijk geslacht te Aalst in Vlaanderen 
geboren, en was in 1564 (welligt reeds een paar jaar vroeger) 
kanunnik en pastoor der parochiale kerk te Veere. Hier waren 
reeds toen velen met de hervorning ingenomen. Dit of wei- 
ligt eigen aandrift bewoog den pastoor over het punt van gods- 
dienst na te denken, met dit gevolg dat bij allcngskens tot 
de leer der hervormden begon over te hellen. Ofschoon hij 
de priesterlijke waardigheid bleef bekleeden , waren zijne leer- 
redenen in den protestansche geest, hij haalde velen tot 
zijne gevoelens over, doch wist door zijnen invloed den over- 
dreven ijver van sommige hervormden te matigen, zoodat 
te Veere het werk der herforming een zachteren gang dan 
elders nam. 

Toen in 1566 de zaak der hervorming een ongunstigen keer 
nam, week hij naar Engeland, waar het vonnis van Al va 
(1568) hem welhaast volgde. Bragt hij zoo wereldsche goe- 
deren (Mi gg rode was zeer bemiddeld) aan de gewetensvrij- 
heid ten ofier, hij bleef ook in den vreemde een trouwe 
zielszorger voor de met hem om bet geloof uit het vaderland 
gewekenen. Weldra stond hij bij de vlugtelingen in hoog aan- 
zien en werd de stichter en eerste predikant der NederL Her- 
vormde gemeente te Colchester. Onzeker is het of hij ook te 
Norwioh in die betrekking werkzaam is geweest, doch zeker 
is bet dat zijne prediking algemeen bijval verwierf en dat hij 
de verwarde begrippen en woeste denkbeelden der Watergeuzen , 
die zich onder zijn gehoor begaven, ophelderde on een voor- 
zichtigen en christclijken heldenmoed inblies. Na het innemen 
van den Briel keerde Miggrode naar Veere terug, trad daar 
als hervormd leeraar op, bevorderde er rust en orde, en be- 
zielde zoo krachtig de gemoederen voor de goede zaak, dat 
men zich tot elk offer bereid toonde. Zijne werkzaamheden 
bepnalden zich niet tot Veere; maar strekten zich tot geheel Zee- 
land uit , zoodat bij te regt den naam van den Zeeuwschen her- 
vormer droeg. Het regelen der kerkelijke belangen op Wal- 
cheren, in het leger en de vloot werden hem opgedragen, 
waartoe hij een opstel vervaardigde over de verbindende onder- 
schrijviuffe voor de dinaren in IValchereny onder de ^V artike- 
len en onder de 23 vraagstukken in de kerkoerg, {van Dordr. 
Junij 1574) beraamd en beantwoordt 't welk de eerste grond- 



Digitized by VjOOQIC 



861 

tlag legde tot de Zeeowsche kerkordeniog. In 1574 rigtte 
hij de classis yan V^alcheren op, en nam steeds ^'verig deel 
aan bare werkzaamheden. Niet slechts was hij , zoo lang zijne 
krachten zulks gedoogde lid van allen synode, maar van 
sommige ook voorzitter, meestat scriba. 

Op de synode van 1581 werd hem, nevens Michiei Pan- 
ne el, het ontwerpen van een forma van examen voor kandi- 
daten tot den U. dienst opgedragen, en op die van 1591, op 
welke de Zeeuwsche kerkordening werd ontworpen en daarge- 
steld , nam h^j het scribaat waar. Zoo hoog schatte men zijne 
bekwaamheden dat men hem aan het hoofd plaatste der predi- 
kanten, aan welke werd opgedragen mede te werken tot het 
zamenstellen eener geschiedenis der reformatie van ons vader- 
land. In 1578 arbeidde hij met Gerobulus bij de regering 
van Goes om de Groote kerk aldaar aan de hervormden te 
doen inruimen, en in 1579 om Zuid-Beveland van leeraren te 
voorzien. Waarschijnlijk is hij de opsteller van het Ontwerp 
omtrent de kutpelijken en het ondertrouwen, om aau de Éd. 
Moy. //. H. Staten vertoond te worden (1597), en van de 
Ware Irooêtgronden der gelovige zielen, 8*. 

Uij was de vraagbaak der gemeente , van den kerkeraad en der 
regering, bezat de gaven van zich kort, krachtig en sierlijk 
uit te drukken en paarde veel bijbelkennis aan geleerdheid. 
Hij bereikte den ouderdom van 96 jaren en overleed 6 Mei 
1627. 

Bij gelegenheid van het tweede eeuwgetijde der hervorming, 
werd hem als eerste en voornaamste kerkhervormer in Zeeland , 
in de kerk te Veere een gedenkteeken opgerigt (1772), bij 
welke gelegenheid Josua van Iperen eene redevoering uit- 
sprak. Den 1 Jul^' 1827 sprak J. Reinier eene redevoering 
uit over de Perdiensten van Johannee Miggrode omtrent de ker- 
vorming in Zeeland en bijzonder in de stad Veere — of twee 
honderdjarige gedachteniê-rede ter eere van dezen man. 

Zie Smallegange, Chr, v. Zeel. bl. 489; Maseus, Sentent 
van Aha, bl. 104, 105; £. r. Rheid. Nederl Oeseh, bl. 13; üy- 
tenbogaert, Kerk. Hisi., O. III. bl. 129; Ermerins, Beschrijv, 
V. Vere, 2 St. bl. 128, 143; Beschrijv. der Heeren van Vere uil den 
Huize van Bourqondie bl. 104, Byi. V. bl. 156, 157; Vroiyk- 
bert, Vtisê, Kerkh, bl. 21, 22; Te Water, Kort verh, d. Re/, v. 
Zee/and, bl. 10 — 93, 168; ^sGrayesande, Twee h, j, gedagtemê 
der Middelb, vrtjh, bl. 431; J. v. Iperen, Redeu. ter eere van J, v, 
Miggrode; Ypey en üermout, Geêch. d, Herv, Kerk, D. I. bl. 
231 , D. II. bl. 82 en de aant., J. Boemer, t. a. p.; Ab Utrecht 
Dresselbnis, Berv. Geau te Goes, bl. vi, vu; Glasius, GodgéL 
NederLi Kobas en de Rlvecoart; Groen v. Priosteren, 
Archives, T. V. p. 223 suiv.; BibL Brem, 01 VI, Fase, IH.p. 518; 
Boekzaal, Mey 1731 bl. 604, (de daar voorkomende Lyst der Pred. 
te Veere is in 1753 afzonderlek gedinkt te Vlissingen); Maller, 
CaL V, portr. 



Digitized by N^OOQ IC 



8«S 

MEQ3B0DE (Jaiobo» tam), sooa van dea Toriffo, werd 
in U73 te Veere geboren, en achtereen volgena predlikant te 
Seherpeaisse (1596), Oapinge, Arnemuiden en sedert 1635 te 
Middelburg. Hier w«0 bij ook Curator der Latijnscbe school 
en overleed in 1645. Hij was niet onervaren in de dicht- 
kunst, blijkens den Nederduttaohen Beficon van 1610, waar 
hy wden konstrycken Migrodius" wordt genoemd. Na zijn 
dood verscheen van bem: 

Bloemhof der gmètélijcke j^Ujokenie^e m/^t grooie neeraüg- 
keijfdt vforgaieri en bfieengebragt. Dordr. 1646. 

Zie de la Bne, G^kit. Zeel. bl. 250, 251; J. W. te Waler, 
Rtf, o. Zeel. bl. 207, 310; Glasias, Qodgel, NederL; Kobos en 
4e BivecQurt; van der Aa, N, Jt, B. C, fVoordenb,; Kist en 
Boyaerds, j4rehie/ (eerste serie) D. V. bl. 118, D. IX. bL 499; 
Boekzaal, Mei 1781 bl. 904. 

MI60EN (Abraham), boekdrukker en schoolmeester in de 
Franscbe taal te Botterdam , gaf in bet licht : 

JR. Bouchardf Den vrede der Siele, oft den middel, om se- 
kerlijc te veten of tey God toebehooren enz.; overgheeet door 
Abr. Migoen, Boterd, Jan van fTaeaberghe, 1602. 

Gereduceerde tafelen van Intree t, Bott. 1624. 4*. 

flen wonderbare echriftuerlijcke openbaringhe , ende verdarin- 
ge, van 't eynde der WereÜt. Énde duydehfcke aemogsingAe 
van 't laatete jaer derzelven .... door F. F, Ooergkeeet uyt het 
Franeoie, door M, Botterd. voor A. M. Schoolmeester, 1613. 

Zie Nao. D. IX. bl. 300, D. X. bl. 114, 1864, bl. 828; Mal- 
ler, Naaml. v. Qodgel, Boet.; Maller, Catk. v. Fan^fi. D. I. 
bl. 109. 

MIGNON of MINGON (Abraham), in 1689 te Frankfort 
geboren , ontving van zijn zevende jaar af onderwijs van den 
bloemscbilder en kunstkooper Jacob Murel. Toen hij 20 
jaren bereikt had nam Murel hem met zich naar Holland, en 
haalde Jan David de Heem over om zich verder met het 
onderwijs van den jongeling te belaston. Met het gelukkigst 
gevolg legde hij zich onder leiding van dezen , op het schilde- 
ren van bloemen , vruchten , dieren , insecten , scbaalvisschen 
en meer andere voorwerpen van stillevens toe. In dit vak 
verwierf hij groote verdiensten, zijn penseel was natuurlijk, 
aangenaam en malsch. Zijne onderwerpen waren rijk en gees- 
tig. Hij werd echter door Jan vanHnysum overtrofien. 
Kramm zag van hem eene nis waarin een zilveren schotel met 
water tf geplaatst, waar boven trossen druiven hangen waar» 
aan vogels twisten. 

Een e^'ner beste schilderijen werd op de verkooping vao 
De la Court van der Voort te Leyden (1766) voor 



Digitized by VjOOQIC 



»68 

ƒ 1500 vevkocbt Zy stelde vqqt em paé pol bkm^t op i^ 
pmni 909 ^ 179^1 v^oarzaakt door $êue JuU, ^ fpu mHi9m' 
val, voorin eiu mnii üf, ont/êr ^n pooi luteft, en verickrUf 
nqat ^ öloemvaas fftimei. Weyerroan (lev. d^ SohiV. P, 
II. bl. S93) noemt deze schilderij, ^tn kanstjuwe^l , da( ion 
trots der lente, eo «Is in een twisestrijd met de nutaur, s^jat 
geacbildarf." 

Op de verkoopiqg ?ftn Maller gold een fruif^M van bem 
f 930, eq op die van 6. van der Pot, een atuk met vn^fk- 
Um^ 0» ireeftt enz* f 190» Het rijks mqaeum te Amsterdam 
Wit v^n hem eep èioem- en een fruUstHk, het Ha^gsohe eeo 
blcemtuk. Hij pverleed in 1679 en liet twee do«hter9 oa. 

2ie Immerieel, Kramm. 

MIKCKëR (Jan), bloeide in de eerste helft der \1^ eeuw, 
en beoefende, doch niet gelukkig, de schilderkunst. Hij 
schilderde landschappen met gebouwen, ook zinnebeeldige met 
vele kleine figuurtjes, schoon alle ijzerachtig en zwaarmpedig 
fan klem. Hij zou de leermeester zijn geweest van J. B. 
Weeninx. Gunstiger oordeelt Kramm over hpm. 

Zie Kramm en Immerzeel. 

MIKBONiyS. Zie MICRONIUS. 

MIL, MILL of MILLIUS(DAyn)), werd den 18 Apnll698 
te Koningsbergen geboren, was 1717 hulpprediker bg de 
Hoogdmtscbe kerk te Leyden , en werd reeds voor zijn 26ste 
jaar benoemd tot hoogleeraar in de Oostersche talen te 
Utrecht, welke post hij den 21 Maart 1718 aanvaardde met 
het boaden eener oratie de Mohamedamsmo , e vetenbua Ebraeo- 
mm êcripti» magna ex parte eompoeito; welke hij uitgaf te 
l^trecht in hetzelfde jaar, en later aanvulde met eene verhan- 
deling de Mohamêdamismo ante Makomedem, opgenomen in 
zijne Selectae DüêertoHonee (Utrecht 1724, 17 34) die overigens 
meestal onderwerpen behandelen van Bijbelsche oudheidkunde, 
en later met andere verhandelingen en redevoeringen vermeer- 
derd te Leyden in 1743 herdrukt zijn *). Den 8 Nov. 1727 



^) Dt terra Canaan. 

De Nilo et Eupkrate, terrae sanctae termnU. 

De Gmmutatione ve^um utriuaque sexus prohünta. 

De God et Mem. Jts. LXV : 11. 

De Jdolo ^HK Jee. LXVI; 17. 

De Baalzebub et Miphlezet, 

De vitulo aureo, Exod, XXXII. 

De êtauds et lapidibus adololatricU m Leoiu XXVI. 

Dt aüari mêdiatare. 

De condbus altaris exterioris, 

Dê dmnandi genenlm$' 

De OrientaUum Magie, 

De Cauesiê oéi Judabeos inter et S<mm(t(mi. 



Digitized by VjOOQIC 



864 

hield hij , daar zijn professoraat met dat in de fi^ewijde oadheden 
vermeerderd was eene oratio de variis virorum doctomm in anüguUa* 
Mus sacris el orienialióuê errorióus ^ waarschijnlijk ook afzonder- 
lek in het licht gegeyen , maar ook nog opgenomen in Schlager, 
DUaerL rariores de anliq, ss. (Helmstad 1742). Met de waar- 
digheid van hoogleeraar der Godgeleerdheid bekleed , sprak hij 
den 10 Oct. 1729 ^ falie ikeologiae exegelicae^ welke oratie 
nog in hetzelfde jaar te Utrecht is uitgegeven. Hij schijnt 
echter met het onderwijs in de oostersche talen belast te zijn 
gebleven. Na hem ten minste wordt van geen hoogleeraar 
melding gemaakt voor Kau, die in 1719 zich als medehelper 
van Mil tot lector werd aangesteld, doch reeds in het vol- 
gend jaar buitengewoon en in 1752 gewoon professor werd. 
Mil wees een beroep naar de hoogeschool te Leyden af, en 
overleed te Utrecht den 22 Mei 1756. 

Op een der boven vertrek ken van de anatomie te Utrecht 
was vroeger geplaatst een tempel Sa lomons, door hem ten 
dienste der studenten in de gewijde oudheden, van hout ge- 
maakt en door zijn weduwe aan de stad geschonken , die haar 
daarvoor 200 dukaten vereerde. Het gevaarte was omtrent 
12.59 ellen en ongeveer 8 ellen breed. Het binnenste voor- 
hof was ruim 1.56 el, en het tempelgebouw zelf ruim 2.15 el 
hoog. Tn alle was de ware evenredigheid in acht genomen. 
Men kon binnen den voorhof tot voor het tempelgebouw gaan , 
en de sieraden en gereedschappen van nabij bezigtigen. Later 
zijn de vele overblijselen van dit werkstuk overgebragt naar 
het locaal der bibliotheek. Zij zijn voor geen herstelling meer 
vatbaar en hebben voor de bijbelsche antieolijke geen waarde. 
Hij is gelijk ook de tabernakel van Mos es met hetzelfde 
doel, door Prof. Bel an dus vervaardigd, beschreven. 

Yaii Mil bestaan verschillende afbeeldingen. 

Hy gaf in het licht: 

Diiaerl. SeUctaê variae aaer. Uteranm et aniiquitatiê oriêtUalis 
capita illuêtrantes. Ultng. 1726. L. B. 1746. 4*. 

Fetus Teêtameutum ex versione LXX interpretum , eeeundum 
exemplar Faiicanum Jtomae editum^ denuo recognilum. Prae^ 
fatione una cum variis Lecliotnbuê e praestantiesimuê Mse. 
Codicióuê Bióliotkecae Leidensis deêcriptiê^ praemiêit Da», 
MÜUuê. Amst. 1722, 2 T. 8». 

Catalecta raóöifdca mi usum eckolarum privatanm edUa. Traj. 
ad Rhen. 1721 8*. 



MiêeeUanea OrimiaHa. 

Oratio de MuhamêdismOf e veterum Sebraeorum êcriptu magna ex 
petrte componto. 

Oratio de variis virorum doctorum in Afdtquitatibu» êaerig et Oriett' 
taiUmêf erroribuê. 

Oratio de fabuta OrientaSmL 



Digitized by VjOOQIC 



865 

Tk. Boêioni, ecclesiae AtHceneU apud Scotoê pastorUf trae* 
taius stiffmoiofficuê hebraeo-^ èMicua, quo aocetUuum kebraeonm 
doHfina tradUur^ variuêqne eorwn in explananda Sacra Scrip* 
hora U9US orienditur^ eum pra/tf. D, M. Aixist. 1738. 

Diiserü. seïectae variae litterarum et anêiquUcUum orienL Capita 
exponetUes et illuatrantes cum éecundie noviegue disertatiowUma ^ 
orationióua et miêoeUaeneie orientaUbuê auctae L. B. L734. 

Mueeüanea sacra, Jesaiae cap* IV ^ Ps. CXXI et CXXII, 
aUaque argumcntay tatn theologica quam exegetica, enucleatia 
ei exponctUia. Inter illa eminent duae dissertaÜones ^ qua* 
nm altera demanstratur obUgaiio hominis Christiani ad sacram 
coenoMy allera complectitur errores mroramdoctorwnindeüneando 
taèemacalo Mosis fig, oen. iüustrata et omata, Amst. 1758, 
1754, 4>: 

Disp. exeg, disserlationem de Nilo et Euphrate^ terminis 
terrae sanctae vindicans et illustrans. Ultraj. 1746 (tegen 
I ken te Bremen). 

Disp. exeg, de Nilo , terrae simctae termino , priorem defen* 
denSf eum refktatione nuperrmarum objectionium. Antwoord op 
hetgeen Ik en in SymóoL liter. Brem. T. III. p. 11, p« 388 
had geantwoord. 

Praef. voor S, Rau, Diatr, de Epulo funeM gentióus dando 
ad Jes. ZX^.-6— 8. Traj. ad Rhen. 1747, 8«. 

Disp. Phüol, 1 et II de sacerdote castrensi veterum HebraC' 
conm. jéuct. Hier. van Alphen, 1719. 

In Talmud Baóylonicum. Proef. Tr^j. ad Rhen. 1626, 4°, 

Eedevoering over de geleerde Oodvrugt. Leyd. 1748, 4°. 

Verklaring over den XXVII Psalm. ütr. 1739. 4^ 

De vare wysheit op kaaren tydt sprekende , of Leerredenen 
tot opbouwing en bevestiging in het allerheiligste Geloofd een* 
tnaal den Heiligen overgeleverd, ütr. 1747, 4°. 

De groote werken en aanbiddelijken wegen des Heeren^ vol- 
gens den CIV en CV Psalm ^ ontleend en verklaard^ verrijkt 
met praktikale, natuurkundige en andere aanmerkingen, Amst. 
1752, 4'. 

Heilige Mmgelstoffen of verklaringen over het LIV Hoofd- 
stuk van Jesaia, den CXXI en OXXII Psalm, benevens an- 
dere Godgeleerde en schriftmatige stoffen. Amst. 1755» (verh. 
door Bernard Keppel). 4**. 

De CVI Psalm ontleed en verklaard, met doorwrogte aantee- 
kefdn^en en aanmerkingen verrijkt, met eene voorrede van Alb. 
Vogel over Psalm 1X11:2-^$. Amst. 1758. 

Zie Saxe, Onom. T. VI. p. 301, Anal p. 696; G. Stelle, 
ad ffenmatmum, p. 518, 553, Series Pro/ess. ; Gerdes, Scrin antxq. 
T. I. p. II. p. 841, DrakénborghianaJjXlXi J. O. Strodtman, 
Hooa erud. Europa, T. VI. p. p. 555—568, T. IX. p. 246, 247; 
Tan Lennep, lU, AmsL Athen. Mem. p. 256, Nov. Act. Erud, 
1748, Aug. p. 440—450, 1759, Junii T. I. o. 298—806; Herin- 

55 



Digitized by VjOOQIC 



866 

ga, dtf AucUtorio, p. 145—163, Miscell Duih. T. li. p. 395; Bibl 
Brem. Cl. 1. p. 68, Cl. II. p. 776, CL 111. p. 160, Cl, IV. p. 1068; 
Botermnnd; Gollen, Neuês Oelehrt, Europa, T. VII; JVow* 
Bibl génér.i Kist en Boyaards, Kerk. Arch. D. IX. bl. 499; 
Bonman, Geld, Hooges, D. II. bL 119; Sepp, J, SUemtra en tyn 
tijd, D. I. bl. 17, 41, D. II. bl. 113 vlgg. 132, 165, 157; Nav. 
D. Vn. 127, 281, 282, 368; van Kampen, Bekn, GescL; Bjb- 
renstahl, Reiz. D. V. bl. 465; Le Long, Jubelf. Boekz. 1756; 
Boeksx. d. Gei Wer, 1756, D. I. bl. 559, 646; Kobusen de Bive- 
court; Mnller, Cat. v. portr.; CaL de Groe, p. 42, 52, 54; 
Arrenberg, Naamr. v, bock,^ bl. 354. 

MILAN VISCONTI (Daniel de), zoon van Jan de Mi* 
lan Visconti, kanunnik van O. L. V. (protestant) te Utrecht 
en baron van het U. B. rijk, bij patent van keiser Leopoid 
van 11 Oct, 1696, en van Aiexandrina Kriex, werd 
8 Jul^' 1653 te Utrecht geboren, den 28 April 1671 
kanunnik, en huwde 26 Sept. 1682 Mathilda Jacoba 
Servais, bij wie hij ten minste één zoon verwekte. Men 
benoemde hem den 1 Oct. 1686 tot lid van den provincialen 
raad van Utrecht, welke betrekking hij nog in 1708 bekleed- 
de, blijkens de volgende brieven door hem aan Jacob Wil* 
lem Imhoff geschreven: 

DanielU de Mediolano vice-comiHs .,.* de gerUia suae orlu 
et acuto , Epiatolae* duae .... taótdia genealogicia , 910c non de^ 
acnptione inaignium famiUanm, guae cogmUione cum auA con- 
jtmciae aunt, atipatae p. p. 14. Achter de viginli Genealogiae 
tÜÊiatrium in Italid familiarum van Imhoff. Amst. 1710 fol. 

In den eersten brief toont hij aan dat hij van Jan Vis- 
conti afstamt en dat Imhoff zich bedrogen heeft , zeggende 
dat die heer kinderloos was gestorven. In den tweeden zendt 
hij hem zijn Genealogie. 

Antonius Matthaeus noemt hem, #vir judidi, ingenii 
et doctrinae pracellentis, senator, camerarius et judex Trajec- 
tinus." 

Zie de Epp,; A. Matthaeus, de Rebus UUraj,, pp. 902; Fiu- 
quot. Mem. T. III. p. 10. 

MTLAENEN (Matthias Horatiüs yam), of, zoo als hij 
in de Genealogie voorkomt Mattheus de Mediolano Vi- 
cecomes, afstammeling van dezelfde familie, zoon van Ho* 
ratius de Milan Visconti (de Mediolano Viceco- 
mes) en van Maria Portenghen, werd 22 April 1682 te 
Utrecht geboren. Na zich op de regtsgeleerdheid te hebben 
toegelegd werd hy advocaat bij het Parlement van Mechelen , 
en in 1697 advocaat fiskaal bij het geestelijk hof aldaar, waar 
hij den 26 Junij 1702 overleed, bij zijne huisvrouw Adri* 
ana Maria Longueval, dochter van JacobLongueval, 
en Gatharina van Wyck (geb. 18 Julij 1646) een zoon 
nalatende (die volgt). 

Hij schreef: 



Digitized by VjOOQIC 



867 

Lt iractoÉum de re fimdiarid a renato Seaevold Petri (%• 
fere^ EkquenHum jurieperitUeimo ^ aniequam e vvmdeeoedetel^ 
Magm JUgii SemUüe comêiliario denomnaio , ei pridie mortiê 
dedartUOf ineq>litH^ d OuüieUno Cuypers^ oastearum patrauo^ 
freire non mimte experieniid quam sanguine germtmo , mtatuu 
et eonsnmmaUm. Ode roor Cuypers boyengemeld traotaaL 

Motif de Droit pour les Pèrea , FrovinoskUt Oardien^ ei 
Qmoeué dee F, F. Mineure d MoMnes euppU^^, cofUre l'il- 
kutriaeine Archéoéque, Frévoei, Doyen. ei eeu» du (Mapiire 
de VEgliee meiropoUtaine de e. JipmóatU, Heaciribenie. in fol, 

Le different envoyé d la Judicature de ceite cour (du Par- 
lement de Malines) et y indéda entre les okanoinee. 

Ckanoines-RéguÜers de Vordre du Val des Escoliers^ et du 
Ckistre de N, D. de Uonswyck en cette viüe ^ cTune paart ^ et 
le seigneur lUustrissime Archevèque de MaUnes (Alpbonse de 
Berge?) fautre. 24**. 

Zie Epp. eet; Faqaot, Mém. T. III. p. 10. 

MILAENEN (HoEATiüs NicoLijLS van) of MILAN VIS- 
CONTI (de) in de Genealogie de Mediolano Vicecomes, zoon 
?an den vorige, werd 15 Jonij 1668 te Mechelen geboren, 
stodeerde in de phllosophie te Leuven, behaalde er de eerste 
plaatsen, legde zich vervolgens op de regtsgeleerdheid toe, 
werd advocaat bQ den Orooten Eaad der Nederlanden, in 
L702 syndicns of raadpensionaris zijner geboorteplaats, na 
twee jaren adjunct van zijn voorganger Willem Cuypers 
geweest te zijn. Den 29 Nov. 1706 ontving hij zijn ontslag 
en overleed den 12 Jan. 1709. Zijn afbeelding k door Jan 
van Orley vervaardigd. Hij was als regtsgeleerde bekend 
en gaf in het licht. 

Dismssion Metorique, juridique ei poUtique sur flmmsunté 
riek des SgUeeSy et auires lieuxpieux; mtr V usage dee Exccm' 
mumeaiums, leur origine, et leurs farces, et sur U préiexte, 
que M, Vdrchévéqve de Malines s^est dormé pour excommumer 
le Frocureur général du Roy aeec des Méfiexions sur Vófdon- 
nanoe du Qrand-conseU du 8 Aoüt 1700. 8^ 

IneirueOon pour le Fensionaire Moraoe de Milan^ ootUre 
rSeoutète et Magistrat de la mlle de Malines, in 4^. 

Memoire sur plmsieurs pointe , qui concement les droits ie la 
viUe de Milenes. 

Hem wordt toegeschreven Lettre a Monsieur de ** sur 
PExcommunication du Frocureur général du Boy. MaUnes in 
12*, tegen een geschrift van Govaerts. 

?ie Epp, eet.; Paqtiot, 1. c. 

MILANBEU (JoHAinrEs), beer van Fouderoijen, secretads 
van prins Maurits, den Sunenes van Al eilander, gelijk 
Grotius hen noemt, bevriend met de meeste geleerden 
van 2^n tijd en zelf een geleerde ^eruditionisamans, ipseerudi- 

65* 



Digitized by VjOOQIC 



868 

tissimus" schreef Heinsius, die een fraai gedicht vervaar- 
digde bij gelegenheid dat hij, ofschoon oud, nog eene zeer 
schoone en jeugdige vrouw trouwde, welk gedicht hy Scaliger 
in zijn laatste ziekte voorlas. Baudins beschuldigt hem van 
zuinigheid of gierigheid. Hij schijnt Lipsius ook ten dien 
aanzien reden tot klagen gegeven te hebben. Uij prijst hem 
echter in zijne brieven. 

Zie Delprat, Lettres inèdites de J, Lipse, p. 12; D. Heinsii, 
Poem. p. 8; andii, Epp, p. 896. 

MILATZ. (F. A.) werd in 1763 te Haarlem geboren, ont- 
ving van Paul van Liender eenige onderwijs in de tee- 
kenkunst, waarin hij een zekeren graad van bekwaamheid 
verkreeg, blijkens eenige landschappen met O. I. inkt en wa- 
terverw. Twee zijner fraaije teekeningen, door L. Port- 
man gegraveerd, te vinden in het werk, getiteld: Oeachied» 
kundig Gedenkstuk van het voorgevallene óinnen Haarlem in 
1799, door J. Looajês , Haarlem 1808, en in A. Loosjes, 
Hoüandsche Arcadia 2 D. en Bijvoegsel Haarl. 1804, 1805, 
komen v\jf bevallige gezigten van Haarlem voor en nog vier 
platen en een titelvignet door Milatz geteekend. 

Z\jn etswerken zijn in den smaak van Antonie Wat er lo o 
en zeer geacht. Kramm vermeldt een dertigtal. Hy over- 
leed plotseling den 17 Nov. 1808. Zijn kunstvriend en stad- 
genoot, Herman us van Brussel, vervaardigde zijn af- 
beeldsel naar het lijk, liggende in de geopende kist en bragt 
hem in prentteekening in koper. 

Zie van Eynden en van der Willigen, Immerseel en 
Kramm. 

MECiBOüRNB (Luke), Theol. Dr. en van April 1700 tot 
Jnnij 1701 predikant bij de Ëngelsche gemeente te Botterdam. 
In het laatst gemelde jaar werd hij, volgens Steven, #rector 
of St. Etelburgh and lectuier of St. Leonard's Shoreditch , 
London." 

Hig gaf in het licht: 

Tke Cdteckime of the Church of England, explained ^ 
short questions and answers^ for the use of the EngUsk 
Church in Botterdam. Eott 1700. 8^ 

Zie Steven, SUt of the ScoUUh Church in the IfUherlandsj p. 
826, 332. 

MILDER (JusTus), den 14 April 1681 aangesteld tot ordi- 
nair ingenieur. 

Fort, berigt 

MILDER (JoHANNES VAN) , door Immerzeel en Kramm 
vermeld. Het is onzeker of hij in Vlaanderen of in Duitsch- 
land het levenslicht zag. Zeker is het dat bij in 1619 te 
Antwerpen in het beeidhouwersgild werd opgenomen, en van 
1683 tot zijn dood de waardigheid van deken bij dit gild be- 



Digitized by VjOOQIC 



869 

kkedde. Hij wa8 beeldhoawer van den Aartshertog Albert, 
Tan hem z\jn 

Twee êUmdbeeïdm in den grooien buik der St. Gedule te Brussel. 

Het marmeren groote kerkportaal, versierd met drie stand- 
beelden, voorsteileiide : den Zaligmaker, twee Engelen, en 
ket graiteeken der familie de Moys met drie standbeelden, 
de H. Maagd ^ SLJan en 8L Caókarina, in de hoofdkerk te 
Antwerpen. 

Een marmeren HanéUteeïd der H, Maagd aan het altaar van 
St. Hoch, in de St. George kerk aldaar. 

Het marmeren hoofdaltaar in de kerk der addij van St 
Michiel, (1622) vijf standbeelden (J. C. onder het zinnebeeld 
van den goeden herden, Petrus, Paulus en twee enge- 
len) in het koor aldaar. Zijne beeld tenis is door A. van 
Dyck geschilderd en door L.'Vorsterman gegraveerd. Hij 
overleed te Antwerpen 21 September 1638. 

Zie Immerseel en Kramm. 

MÜjDERT (Abraham vak), tooneeldichter uit de eerste 
helft der 17* eeuw. Men heeft van hem: 
Virginia trsp. Amst. 1618, 4^ 
HardUa irêp. Aid. 1632, 4*. 
Boertighe CluM: van Sr. Oroen-Oeel. Aid. 1643. 

Se Witsen Geysbeek, B. Ju C. Woordenb., D. IV. U. 486; 
Col d, Maati. v. Ned. Letterk., D. IIL bl. 168. 

MILDERT (JoHANNES yan). Zie MILDER (JoHANNfis van). 

MILEMAN (Framoiscüs) , in 1609 van Brugge geboren, 
R. C. priester, trad in 1636, 27 jaren oud, in de orde der 
Jesniten, leefde gedurende 27 jaren als missionaris van Neder- 
land te Groningen en overle<^ 17 Jan. 1667. Hij schreef 
onder den naam van Franciscus van der Brugghe tegen 
de Mennonieten. Foppens geeft in zijn BióL Belg. T. Lp. 
300 de titels der door hem geschrevene werken op. 

Zie Joch er. 

MILHEUSER of MILHEUSSER (JuLius) bloeide in het 
midden der 17* eeuw als kunstgraveur te Luik. Men heeft van 
hem o. a. een zeer groote Topographieehe voorstelling der stad 
Ltigk, een Platten grond der stad Schoonhoven en relief, beide 
in het Tooneel der steden van ^skonings Nederlanden enz. bij 
Joan Blauw. Amst. 1650, Atlas form. 

Zie Kramm. 

MILIUS ( ). Op Cat. Goü van Frankenstein. Amst. 
1833, komt eene teekening van dezen overigens onbekenden 
meester voor, voorstellende een oud man, teekende naar een 
pleisterhoofd 

Zie Kramm. 



Digitized by VjOOQIC 



870 

MILIUS (JofiANKEs). Zie MTL (J^ van beb). 
MILIUS (Abrahanus). Zie MTL (Abraham tAK dêe). 

MILIUS (P. J. Meesters) schreef: 

Waarneming eener zewmoaMige onièteking-koarta ^ óettevenê 
eetUge aigemeene aanmerkingen over de genezingen der zenuw- 
koortsen, Middelb. 1818. 6\ 

Waarneming eener algemeens verstijving (tetanos) in UoÜ en 
Eldiky Prakt. Tijde. v. d. Geneesk. lS2'è, aupplem. Band I, 
St. 3, bl. 193. 
Zie Holtrop, Bibl Ifed. Chir, p. 226. 

MILLENIUS (Hermannus) behoorde tot de onderteekenaars 
der acta van het synode te Wezel, 1668, dat h^' zelf echter 
niet by woonde. 

Zie 'sGrayesande) 200'jarige gedacht., bh 220j Kist en Boy- 
aards, Archief (2e serie) D. V. bl. 257. 

MILLESiyS (Wicher), in Friesland geboren ♦ was tot 1565 
te ï^orden in Öost-iFriesland , als predikant in dienst. In 
1560, 1566 en 15)9 heelt hij te Helpen en Groningen het 
dienstwerk waargenomen. De Embders hebben hem èen en 
andermaal te verffeefsoh als predikant begeerd. In l5S4 over- 
leed hy als predikant te flinte. Hij was een wakker en ge- 
leefd tnan. 

Zie Meiners, O.-Friul kerkgesch., D. I. bl. 460, D. II. bl. Ï90; 
Bruchi^ras, Gack. rf. kerMerv, in d» prmnóiè ütotdtigèh, bl. 
220, 226. 

MILLIES (Henricus ChrIstianosV Art. iib. Mag. Pb. Dr. , 
werd in 1808 predikant bij de Lutheraehe gemiecnte te Kni- 
IbvkMrgi in 1808 te Purmerend. Hij kwam ttls hoogleeraar 
te Harderwijk in aanmerking en had als geleerde en onder- 
wijzer grooten roem% 

Hij schreef: 

IH88. Philos. de auperstitione. Hal. Sax. I80i , 8**. 

Diaê. de usu librorum F. T. Apocryph. et N. T. interpreta- 
tiónè^ juètïs finihua regendo. Hal. Sax. 1802, 8®. 

2ie Schaltx Jacobi ea Niea wenhuis, Bijdr. St. ILbl. 174; 
Bonman, Gach, d. Geld. Eooges., D. II. bl. 543, 644. 

MILLIES (Jacobus) werd den 9 JuHj 1767 te DcTenter, 
waar zijn vader predikant b'jj de Luthersche gemeente was, 
geboren , ontving na diens dood onderwijs op de teekenschool 
te Amsterdam en behaalde er in 1785 den eersten prijs. Ook 
•wijdde hij zich onder R. Vink ie les en C. Brouwer aan 
de graveericunst en was zoo voor hem als voor Ploos van 
Amstel, Pierre Lyonet en anderen te Amsterdam en 
'sHage werkzaam. In 1797 graveerde hij te Parijs, Ataar- 
heen familieomstandigheden hem drongen te gmm , mei A. 



Digitized by VjOOQIC 



871 

Hulk Jacobss* en P. Grpenia de platea voor een aao* 
tal werkei^y Twee jaar later (het midden van 1799) reisde hij 
tot herstel zijner gezondheid naar Spanje, en was daar werk- 
saam vcx)r den Hollandscben gezant. £en jaar later keerde h|j 
naar Parijs terug, waar hij z^n graveerwerk, het mini^uür 
schilderen en boetseren in was voortzette, en gelijk hij reeds 
TToeger gedaan had, onderwys in bet Uoogduitsch, Engelsch» 
Italiaaasoh en Spaansch gaf. In 1804 keerde hij naar z\]q 
▼aderland terug , en ' was achtereenvolgens te 's Hage in ver- 
schillende betrekkingen werkzaam, zoo als aan het Groot-Ze- 
gel, het Departement van Finantiën, conservator van het kunst- 
kabinet aan 's rijks bibliotheek (1808), in welke betrekking 
hij zel& wel persoonlek graveerde en de kunstschatten dier ver- 
zameling, zooveel mogel^k, aan de plunderzucht der Franschea 
Commissarissen trachtte te ontrekken. Hij overleed te 's Hage 
19 Nov. 1813. 

Een zijner eerste werken was een klein protret van Dr. M. 
Lather op den titel van het Luthersch gezangboek (Amsterd. 
en Arnhem 1789), sedert werkte hij veel, doch wilde onder 
geen zijner werken z^n naam plaatsen, en week slechts 
door toeval daarvan een paar malen af. Kramoi schrijft pL 
81 — 40 en 51 — 63 van het door W. de Haan uitgegeven 
werk van E. Lyonet Eeefkerches sur V Anatomie et les MUa' 
wtorpkoses de diferentes espèces d*lnseotea, Paris 1832 é\ 
aan hen toe, gelijk ook de platen voorkomende in T. S pee- 
Ie reld, Brieven over het eiland Walcheren^ 's Hage 1808, 8^^ 
de Vignetten v66t Tc^fereelen en Mengelingen voor het verstand 
en kart^ mi het Dagboek van een rampspoedigen ^ Leyd. 181Q 
en vóór de Qesohiedenis eener allerzeldzaamste vrowoenaoraak^ 
Leyd. 1810; de platen met zegels voorkomende in D. I. der 
Geschiedenis der Heeren en Beschrijving der stad van der Ooude^ 
Amat. 1813. Behalve eenige portretten zijn van hem verschil- 
lende proeven van gravure au burin bekend, door Kramm 
vermeld. Hij huwde Anne Bornet: die hem o. a. twee 
zonen schonk J. A« L. Millies, geneesheer te Hengelo en 
H. C. Millies, hoogleeraar te Utrecht. 

Se Kramm. 

MTTiL (David). Zie MIL (David). 

MILL (S. M.), weduwe van Hars camp, leefde in de 2« 
helft der 17* eeuw, en maakte zich als dichteres, o. a. door 
een tajhdicht op om P. Boddaert, bekend. 

Zie yan der Aa, N^ A. B* C, Woordenb, 

MHiLlUS (David). Zie MIL (David). 

MUtO, een monnik van St. Amand, in het kerspel van 
Doornik, bloeide van 840 — 871, zijn ster^aar. In zijn jeugd 
schreef hij hei vita St.Amandi^ Traj, ^Ejdscopi ^ defmstiA.C. 



Digitized by VjOOQIC 



872 

684 versidua hêxametr%9 ad Haimomtm Monaekum FedasHmm, 
Ubria IV ^ uitgegeven door Henschenius in Acta Stmci. 
T. I. Febr. p. 873—888, ettm noiiê in Mabiilon 8ec. 3 
Ada SancL Bened. p. 719 seq. 

Ook schreef hij: 

8ermo de Translatione corporiê S. Amandi^ ejusquê ordinaHone 
et dedieatume tempU in Actie Sanctor, T. I. Febr. p. 889 — 
891 de elevtUione eorporis S. Amandi p. 891 — 89S en in Ope- 
ra PhUippi Havaengi. Paris, et Duaci 1621. fol. 

Sermo de 8, Principio , firatre B. Remigii RemeneU , Episeopo 
A®. 506 defuncto Sueeeimenai. editum a Surio 27 Septem- 
6riê. Libri II de laude pudicitiae et eohrietaHê , in hands, op 
de bibliotheken van Cambridge en Leyden. De Prologue is 
uitgegeven door Magnus Crucius in Dies. Epietol. p. 
42 seq. 

Conflietus veris et hyemU^ uitg. door Oudinus, T. II. 
p. 826—828. 

De 8t. Oruee, Carmen Hexametrum duplex, in modum 
sphaerae ingenissime eompoeÜum, Ms. 

Carmina de laude parcitatie. Ms. 

De arte metrica lióer. Ms. 

Epiêtolae ad dieversoe. 

Zijn bloedverwant en leerling Hucbaldus, die ook zijn 
carmen de laude parcitatie uitgaf en aan Karel den Kalen 
opdroeg, heeft zijn epitaphium vervaardigd, dat men vindt in 
Acta Sanct. T. III. Junii 16, p. 16. 

Zie Fabricius, Bihl Med, et Inf, Lat. T. V. p. »4l , 242; 
Val. Andreas, BibL Belg, p. 676; Edtnund Martene, Amcdt 
T. I. p. 46; Miraens, ad Sigd>erium^ p. 105; Joch er. 

MIL8T (NicoLAAS van), pastoor van het Bagijnhof te Bre- 
da, een vrij vloeijend volksdichter in den smaak van Cats 
en Poirters. De drie volgende werkjes zijn door hem in 
proza geschreven, maar met versjes doorweven: 

Jezua ghekruyet, en gkeetorven voor het Welvaren van den 
Menschy ofte het vermaeck der Ziele, óestaende in v\jf Medi- 
tatien op de vyff glorieuee wonderen van den Qecruyeten Jeêue. 
Antw. 1698, 12. 

Chriêtelycke Beweegh-Bedenen tot eene saUge vreese, om af 
te loeiren alle eorgeloosheidt der Siele, Den derden druck ver* 
meerdert tot een volkomen werxken. 

H^f wordt een eaUgh man geeeydt, die steeds in vrees syn 
leven leydt. Breda 1703, 12*. 

Bet houte sleutelken tot openinge van het Menschen-Hart , 
gepast op eenige woorden van d^ Evangeliën die SondaghSy na 
's Heyligh dags door het geheel jaar en op eenige bijzondere 
feesten, oock al de dagen van den vasten in de kercken worden 
voorgelesen. Daer komen noch by eenige leskens voor den Advent. 
Antw. 1706, 12^ Van Milst overieed omtrent 1705. 



Digitized by VjOOQIC 



875J 

Zie Hermans, Mengeho. D. I.; ▼. d. Aa, N» B. A, C, Woin- 
dtnb. o. h.; CéL van het N. Brab. GmooU,, bl. 69. 

MINCKELEBS (Joham Petsb), in 1748 te Maastricht ge- 
boren, hoogleeraar in de Natuur- en Scheikunde te Maas- 
tricht, lid Tan de eerste klasse van het Kon. Ned. Inst., van 
de Akademie van Wetenschappen en Fraaije letteren te Brussel 
en van de Provinciale Commissie van Geneeskundig toeverzigt 
hl de Prorincie Limburg. 

H^ was een man van uitgebreide kundigheden, die tot de 
oprigting van een physisch kabinet en scheikundig laborato- 
rium te Maastricht medewerkte. Hij gaf slechts één werk uit, 
dat in 1784 volgens Poggendorff te Leuven verscheen, be- 
staande uit eene verhandeling, waarin hij, naar men beweert, 
de eerste was, die de ontvlambare eigenschap van het gas uit 
steenkolen te trekken aantoonde. Het was getiteld: Mem, sur 
Fair infiammabie tiré des d^eranles substances^ Louvain 
1784. Hij overleed te Maastricht 4 Julij 1824 in den ou> 
derdom van 76 jaren. 

Zie KonsU en Letterb, 1824, D. II. bL 36. 

MINDEREN (Haam) gaf : 

Raadgeving voor sekere lever Hekte^ mitegadera consilium 
meéUcum in pesi en andere heete eiekiens. Amst. 1699* 

Zie Abcoude, Naamr,, Aanh. bl. 141. 

MINDËRHOUT (Hbndrik van], niet te Amsterdam, maar 
in 1638 te Rotterdam geboren, liet zich in 1664 te Brugge 
in het St Lucas gild inschrijven en vertoefde er tot 28 Febr. 
1672, en overleed aldaar den 22 Julij 1696 en werd in de Domi- 
nicaner kerk , voor het altaar begraven. Hij heeft zich naam ge- 
maakt in het schilderen van stille en woelende waters, rijk 
gestoffeerd, doch waarin de figuren niet aan het overige be- 
antwoorden. Hij was ook een liefhebber der rhetorica en 
werd te Antwerpen als zoodanig in 1670 in het gild ontvangen. 

Hij huwde 3 Febr. 1664 te Brugge Marguerite van 
den Broecke, en tenj tweede malen te Antwerpen Anna 
Yictoire Claus, die hem 5 kinderen schonk. 

Zie Immerseel, Kramm. 

MINELLIUS (JouANNEs) werd omstreeks 1625 te Rotter- 
dam geboren, bezocht aldaar de Erasmiaansche school, waar 
hij in 1650 aan geplaatst werd. Hij hield zich ook onledig met 
de uitgave van verschillende classieke schrijvers, die hij met uit- 
voerige aanteekeningen tot schoolgebruik verr^'kte. Petrus 
Barman had teregt weinig met deze aanteekeningen op, en 
stelde ze op een l\jn met die van Farnabius, doch anderen 
gaven er groeten lof aan. In het laatst*der 17* en begin der 
18* eeuw waren de editien van Minellius algemeen op de 
vaderkindsche scholen in gebruik, doch in de laatste vijftig 
jaren zijn z^ er als pon^ asinorum van geweerd. 



Digitized by VjOOQIC 



874 

De Jasuit Joavarci, Carpzoviut, Cellarias, Junc* 
kerus namen bem bij bet scbrijVen bonner aanteekeningen 
op Terentius, Horatiu9y Ovidius, Marteali9 enan- 
dere classici tot model. Hij overleed omtrent 1683« 

Uitgaven van Minellius: 

O. BaMmHuê Orupuê^ primuê in HisUfrid, seu BeUum Cati- 
linarium ei Juffuréhinum, cum commentarm J. M* Botjorod. 
1653, in 16\ Hagae, Amst. 1666 in 16®, Roterod. 1695 in 
16®, l^Vancofurti 1706 in 12®, Lipsiae 1706 in 10®, Amstelod. 
1720 in 12®. {JduUimam IFassü editioMm diUgenier ceaUgaia). 

Falerius Maximus ^ AtmotcUionibu* iüuêtralus a J. M. Bo* 
terod. 1621 in 16®. in 1671 16®, 1681 in 16®, Hafniae 
1703 in 12®. 

Faierii Maximi jDicüfnm faclorwnquê vtemoraóilitm libri 
novem, JnnotaUonibu9 iüuatraii^ operi J. M. Parisüs 1726 
kL 12®. 

//, Afmaeta Floru$; cum Notie selectiêêimis J. M. Ad- 
didit Lucium Ampelium etc. Boterod. 1664 in 16®, 1670 in 
16®. Met den titel L, Atmaei FlorirerumEonumarumlUtri^ua- 
tuor , Atmoiaiionibua in usum etudioeae JuvetUutie , instar com- 
menêariit iUuêtraii^ auciore «7. M, Qtdbus accedunt Excerp- 
tiones Chronologicae , ad Flori historias accommodaiae. Additus 
denique L. Ampelim ex UbliothecA Salmani^ ibid. 1680 in 16®, 
Amst. 1683 in 16®, Koterod. 1896 in 16®, Hafniae 1700 
in 12®, Lipsiae 1764 in 12®. 

Püblii Terenéü Ceomoediae se»; quibue acoeduni Nótae wuurgi* 
ntdês J. M. Boterod. 1665 in 16®, 1670inl6®, 1703 in 16®, 
Lipsiae 1713 in 16®. Ook gaf bij een Ned. overzetting van 
Terentitts (Botterd. 1663, 12®). 

Audomari Talaei Rhêtorioa; cum Annoéationióui J, Af* Bo* 
terod. 1666 in 12®. 

FHbm FirgUa Maroms Opera; cum AffnoüUionióus /. M» 
Boterod. 1666 in 16®; Botomagi 1705 kl. 12®, Lipsiae 1708, 
1712 in 12®. Ad edUionem P. Haasvicii oasHgaia, cum An* 
nêtaUonibua J, M. Amst 1750, 12®. 

Quinti Horatii Flaeei Poëmata^ cum commeniariia «/• M. 
Praemiêso AkU Manuêii de Metria HortUiania Traeiaiu el ad- 
juncio indice rerum ei verborum copioHsrimo {4fi uiig. locupleiie- 
nmo), Boterod. 1668 in 12®, Londini 1676 kl. 12®. 

Gum Notie marginaUbue J, If., commeniario D. Frederid 
Mappoliif ei êupplemenio L, JoacUmi Feüeri. Lipsiae 1678, 
2 voL in 8®, Boterod. 1700 in 16®, Lipsiae 1704 in 12®, 
Lugd. Bat. 1744 in 12®. 

Piü)Ui Ovidii Naêonis Triatium libri quinque; cum Notis 
perpeiuie J, M, Adfuttcto Indice copioaiaaimo rerum et verbo- 
rum, cum in textu, turn in notie ^ tMemorabHium. Boteiod. 
1684 in 16®, Francof, 1701, 12®, Lipsiae 1724, 12^ Lei- 
dei 1736 in 8°. 



Digitized by VjOOQIC 



876 

FmUU OffidU MBtamorpköê9(k$ Ubri XF, eum Jmoiaü&m* 
dus poêthumU J. M. Rotefod. 1686. 16®, Pfancof. 1701 in 12®. 

Cum Aimoiaiianibus posthumia /. M, Quas itiagna eis partê 
nqtpimt aiquè emendaoié Feirw Eabus. Amst. 1729, met 
de gedichten van M&rgareta Bipen BremenHê en 
David van Hoogstraten. 

FnbUi Ovidii Natonis Opera: cum uoH& perpêtuis J. Af. 
im TriUitm liöros^ tt 4iiuêdem AnnotaiumUma poaéhumU in 
Melamorpkosedn WfroSf quaa magna ex par te aupplevit aique 
ewumdavü Petrus Üabua. Roterod. 1697 kL 12°, 2 vol, 
1710 in 12', Londini 1731 in 12®. 

Jf. T. Okeronia JËpiatolarum Hóri XFI ad /amüiarea. 
Ml vnlgo vocantür; cum Jtmotatumtbua «7. M. Roterod. 1702, 
12*», Lipsiae 1732 in 12®. 

Paauot vonli de volgende edities cum notia J. Jf., docb 
waarscnijnl^k zijn ze slechts ad modum /» M, 

Fub. Ovidii Naaonia Heroïdum Epiatolae. Francof. 1702. 
12®, Lipsiae 1719. 12®. 

C. Suetordua Tranquillua, Lipsiae 1706. 12^ 

O. Plmü aeoimdi Episioloe. Lipsiae 1712. 12®. 

Q. Ourtiua Rt^ de rebua geaéia Alexandri Jd, lapaiae 
1714. 120. 

OlaMdiatma. Lipsiae 1715. 12^ 

P. Ovidii Naaonia Hlêgiaram de Ponio Hóri quaiuor. Lip« 
Me 1719. 12®. 

Phaedri Fabularum Hóri quinqae. Lipsiae 1724. 12®. 

Ad modum MinelUi: ComeUua .Nepoa de exeüentibua viria: 
Notia perpetuia ex Longolio, Lambino, Sckotto, Boedero, 
BueJknero^ Boaio, Cellario, alOague, admodwnJ.M.iUuatratua, 
A^cta aunt Fragmenta Schottiana et Index aelectiaaimua. Amst. 
1705 in 16®. 

M. T. Ciceronia libri trea de offidia: addito Catone LaeUo, 
Paradoxia et Somfdo Sciponia; juxta reoenaionem Graevianam 
emendatie et cum Notia perpetuia inatar commentarii ad modum 
J. M. illuatrata. Amst. 1701 in 16^ 

Sulpitii Severi Hiatoria aacra; ubi textua^ coUatione in- 
aiUuta cum antiquiaaimia editionibus Pkilologicè, ad Linguae 
Latime accuratiorem cognitiomm, et Antiquiïatem Historiam 
que aacram apectantibua , atqui ad modum J. M, aubatratia^ 
iBuatratur. AiQecta eat Fita Sulpitii, cum judicio de Scriptie 
ei atyco illiua, nee non Index rerum et verborum. Lipsiae 
1711. 8*. 

Minellins lieft aanteeltentngen na op Justin us en Ju- 
venaiis, die Arnold Leers in 1685 in het licht beloofde 
te geven. 

Zie Saxe, Onam, T, V. p. 7j J. Fabricii, Hist, Bibl, P. V. 
p. 8«S; C. H. Heumauni, Via ad ERsU, Uber CVI, § XXIV, 
XXV, p. 355—866; P. Burman, Prcw/. ad Justin^ 1721; P^ 



Digitized byCjOOglC 



876 

quöt, Mm. T. XVn, p. 244—263; Moreri, WoordmA. der 
ZamenL; Kobns en de Riyecoart; Jöcher; Botermnnd, 
Biogr. Ürdv.^ Nouv» Biogr, géhér, 

MINNE (Jan), kapiteiu van het schip den FriMê te paarde 
behooreode tot de vloot, die op de terugreis van Gottenburg, 
den 11 Nov. 1683, door een hevigen storm overvallen werd. 
Hij kwam in dien storm met zyn schip om. 

Zie J. C. de Jonge, Getch, v. h. NeerL Zeew. , D.I.bL402, 408. 

MINNE (Jeam Baptista), werd in 1734 te Wacken ge- 
boren, en leerde het historie schilderen te Parijs, waarvan in 
de kerk te Wacken nog proeven voorhanden zijn , zoo als eenê 
heilige familie^ het kind Jezus liefkoost eeneduif, Petruê door 
den Engel uit de gevangenis verlost. Hij overleed in 1817 te 
Wacken. De vader van Jonkhr. Eu gêne van Maldeghem 
sprak bij zijne ter aardebcstelling een rouwklagt in verzen uit. 
éij dezen laatsten berusten nog eenige portretten en schetsen 
van zijn hand. 

Zie Kramm. 

MINNE (Arnoldus) verdedigde als student in de Godge- 
leerdheid te Leyden met Abraham du Pon, den 16 en 20 
Nov. 1715, te Leyden, onder Taco Uajo van den Ho- 
nert, een dissert. de argwnento^ seopo, oeoasione et metkodo 
Hpistolae Pauli ad Romanos, Hij werd in 1719 als proponent 
te Zoeterwoude beroepen, vertrok in 1726 naar Deventer en 
overleed aldaar in 1729. 

Zie Vrolykhert, VUaa, Kerkherh,^ hl. 238; Brans, KerhReg. 
bl. 68. 

MINNEBODË (Reonald) uit Dordrecht, toonde zich ge- 
negen om Gerard B ronk horst, kanunnik van St. Salvator 
te Utrecht, door het voorschieten van reiskosten in staat te 
stellen tot het ondernemen van den verren togt naar Rome, 
ten einde op de nieuwe inrigting te Windesheim des pausen 
goedkeuring erlangen. Hij leeifde in het begin der 14* eeuw. 

Zie Chron, Wtndeik» p. 168; Delprat, BroederL en G. Groete, 
bl. 218. 

MINNEBROER (Fbans), bloeide omtrent 1540 te Meche- 
len. Hij was een bekwaam schilder in olieverw. In de L. V. 
kerk aldaar zag men van hem een vlugt naar EggptSy met 
uitmuntend geschilderde beelden en boomen, in de kerk van 
O. L. V. te Hanswyk , buiten Mechelen , een tafereel met voor- 
stellingen uit het leven van Maria, o. a. het bezoek bij Eli- 
sabeth enz. 

MINNECOVIÜS (MATTfflAS), te Maastricht geboren, 
bloeide onder de regering van Maximiliaan. Hij behoorde 
tot de orde der Kruisdragers (crusiferi) en vervaardigde een 
uittreksel der: 



Digitized by VjOOQIC 



877 

Munea Boêikii et Tkeologia NaturaUa Seöeidi Bispam. 
Zie Sweertii, Ath. Belg. p. 560. 

KINNEN (Lbyinas yan deb) gaf in het licht: 
Den eerfychen Plucktogel^ verder t mei veeïderïeye Flnymketu 
turn Mumeliedekenê j Herder e-eangen, Drinck-Uedeketu en veel 
oMder vermakehfcke e» boertige duchten ^ uyt gebroegt door 
Jonkheer van der Minnen. Antw. 1669. Den 8 druck op een 
nieu» oversten en veel plaateen verbetert. tJntwerpen , By de 
weduwe Andriee Faulue Colpgn, 2iK 
Zie Witsen Geysbeek» B. A, C. Woordenb., D. V. bl. 486. 

MINNEMA. Een Friesch adellijk geslacht te Harioh in 
Gaasteriand en te Leeuwarden gevestigd, op welke beide plaat- 
sen het kasteelen had. Veel lof verwierf de raadsheer Frans 
Minne ma, die tevens Olderman van Leeuwarden en Griet- 
man van twee distrikten was. 

Zie de Genealogie van dit geslacht in het JStambodt van dm FrU- 
êéhen adeL 

BilNNES (Luitghe), Grietman van Stellingwerf Oosteinde , 
1540. 
2Ue van Sminia, N. Naomi. v. Grietm.f bl. 890. 

MINNEGHEM (Gibarb yam), raad in den Hove Provin- 
ciaal van Holland, Zeeland en Friesland, werd met zyne ambt* 
genooten Goenraad de Leu van Wilhem en Pieter 
Alexander baron van Bachelaar in 1787 door Willem 
V naar Zeeland gecommitteerd om beschikkingen omtrent de 
regering te maken. Hij was bekend als een onmatige ijveraar 
voor de stadhouderlijke partij. De beide andere heeren waren 
gematigder. 

Zie verr. op Wagenaar, D. XVII. bL 188, 189. 

MINTAKNUS (Aktoniüs Sbbastianüs). Valerius An- 
dreas, Foppens en van Heussen noemen hem een 
Utrechtenaar, w^l hij den bijnaam Trajectinus aan nam, doch 
dezen ontleende hij niet aan Utrecht maar aan Trigetto een 
kleine stad in het koningryk Napels, op de puinhoopen van 
het oude Mintumes, waaraan hij ook den naam ontleende* 
Hij was bisschop van Ugento in het land van Otrante, ver- 
volgens van Crotona en lid van het Concilie van Trente. Men 
hield hem voor een der geleerdste mannen van zijn tijd en 
hij gaf belangr^ke werken in het licht. Hij overleed 15 Jnlij 
1565. 

Zie Val. Andreas, Bibl. Belg. p. 76; van Henssen, Bat, 
Scarif T. n. p. 138; Barman, Traj. erud. p. 229; Nicodem. 
Addit. ad Toppii BibL NeopoL p. 28; Crescimbeni, lêtoria deUa 
volgar Foëpa Kb. II. p. 156; Ugbelli, ItaL êaera, T. IX. 111 en 
887; Bapin, Averttsa. tut lés B^fUx. touchant la Foêtique ; Paqnoty 
Mem. T. H. p. 156, 157. 



Digitized by VjOOQIC 



»78 

MIEAEUS (AüBBETüs) of MIBE (Aubbbt lb), sood van 
Willem Ie Mire en Jeanne Speeckaert, werd den 10 
November 1573 te Bru&sel geboren, studeerde te Douai, on- 
der Georgius Colvenerius, en te Leuven, waar hij een 
der uitstekendste leerlingen van Justus Lipsius was. Na- 
derhand omhelsde hij den kerkelijken staat, en werd in IM)8 
kanunnik van de Cathedrale kerk te Antwerpen, daarna secre- 
taris van zijn oom, den bisscbop, bibliothecaris van het ka- 
pittel, Protonotarius Apostolicus enz. In 1610 zond zijn oom 
hem naar Holland om zich aldaar te verzetten tegen eenige be- 
lemmeringen, welke de Roomtchgezinden in aommige plaatsen 
van het bisdom van de zyde der Staten in hunne godsdienst 
ondervonden, en die men str^dig achtte mot de bepalingen 
van het bestand. In het volgenden jaar ging hij naar Douai 
om voor eenige beurzen , die zijn oom er gesticht bad , te zorgen. 
Bij deze gelegenheid werd hij Licentiaat in de Godgeleerdheid. 

Kort daarop benoemde hem de aartshertog Aibertus tot 
zijn eersten aalmoezenier en bibliothecaris, en in 1624 werd 
hij deken der O. L. V. kerk te Antwerpen en viscarb-generaal 
van den bisschop. Hij overleed te Antwerpen den 29 Octo- 
ber 1640, in het 67*^ jaar zijns ouderdoms, en werd in de 
Cathedrale kerk, waar zijn grafschrift gelezen wordt, begraven. 

Miraeus stond in betrekking met de uitstekendste geleer- 
den der Gatbolijke Nederlanden, zoo ab Andreas Sohot- 
tns, Eosweydus, Bucherius (Boucher), Cornelis 
en Hendrik Lanceiotus (Lancelotz), Cbristopho- 
rus Butkens, Benedietus Haeftenus, de Bubbeo- 
ten. Franc Sweertius, Nicolaas Rochox, Gasp. 
Gevartius en anderen, die hem hielpen b\j het zamenstelleii 
zijner werken. 

Deze werken z^'n zeer talryk en hebben meest die betrek- 
king tot kerkelijke oudheden, voornamelijk van ons vaderland. 
Vele, bijzonder die, welke over de geestelijke of monniken 
orden handelen, zijn zeer oppervbkkig. Welverdienden roem 
verwierf hii echter door het verzamelen en uitgeven van een 
groote menigte openbare stukken uit vroegere eeuwen. 

Hij ^af in het licht: 

JElog%a iUuslriwn Belgii scriplorum qui vel JEedeHam Dei 
propugnarwU, vel DiscipUnas iÜMtrarunt. Cenluria Decadu 
bus dutincta. Antv. 1602. 12^ It. auctius edita,ibid. 1609. 4*. 

HiÜ volgde Paulus Jovius, na. 

Traetatuê de Beguinarum origine. Antv. 1602, oo'k gedeel- 
telük te vinden in zijn Chrotdcon QUterciense p. 167 — 208. 
'H^ gaf dit stukje in het licht, toen zijne zuster Catharina 
Ie Mire, te 9russel bag^jn werd. 

EUndkuê Uutoricorum Belgii nondum t^pis editorum. Antv. 
1606, 12^ Brux. 1622. 12*. Ook in de BibUoikeca M$. 
Belgii van Antonius Sanderus, T. I. p. 20. * 



Digitized by VjOOQIC 



879 

Vila JuêH Idpm, Sapieniiae et LUerarum AntUiUia. Aub. 

Miraeua ex scriptia üHua poHêaimuwi coneUmabai, Antv. 

1609. 12^ Ook ia de 8^ uitg. der Elogia, en in de Fama 
poeiknma /• Lipm. 

Origines CoenoHorw» Benêdietimrum in Belgio: quUms 
miHqnae Beügiome ortus progreaaueque deducitur. Antr. 
1606. 12*. 

Elogia lüuatrivm OenHa Spimlae. Antv. 1607. 4^ Goion. 
1611. 4*. 

Benm toio orbe geatarum Ckromea a Ohriato nato ad noatra 
9êque tempora, Auctarióua Euaebio Caeaarienai Epiaeopo^ B. 
Hiertmymo Preaèytero , Sigeberto Gemblacenai Monacko , AnaeU 
mo Gmblncenai Abbate, Auberio Miraeo Bmxeü. aUiaque om- 
ma ad antiquoa eodicea maa. parim comparata, partim 
mme prvmim in iuoem edita operd ac atwUo ejuadem A. ilf . 
Antv. 1608, gr. 4'. Vooraf: TaaU Petami de Epocha amuh 
mm Incamaüoma Chriati, de Indietiambua , et varüa ab an- 
nu Ckriati aupputandi modia, vroeger gedrakt Paris. 1604, 4^ 

De SS. Virginibua CohmenMua JHagmiaitio. Antv. 1608. 
gr. 4«. 

Origineê Cartuaianonm Monaateriorum per orbem mdoereum. 
ld. 1609. 12*. 

Originea Ordinwn Egueatrinm, aive MiUtariim, Lióri dno. 
Antv. 1609. 4^ Colon. 1608 , 12^ In het Fr. OrigtHe des 
ekevaUera, et ordrea MiHtairea. Anvers 1609. 12®. 

NotiHa Epiaeopaitmm orbia univerai; item Codex Frof^in^ 
ciaüa tettia e CanoeÜarid Romand excerptua. Paris. 1610. fol. 
Ook met den titel: Notitia Patriarehattntm et Arckt-Epiaco- 
patman Orbia Okriatiani; item Codex ProvinciaHa Epiacopa- 
iamm vetua et namta. Antv. 1611. 12®* Yerm. met 2 boeken 
met den titdi: Notitia Epiaeopatmtm orbia Chriatiani; in qua 
Ckriatianae Religioma ampUiudo elneet, Libri F. Antv. 
1613. 8®. 

Bermn Brabantiearum Ubri XIX ^ auotore Petro Dioaeo 
Lovamenai; atudio Aub. Miraei, Omonioi Antverpienaia ^ pri* 
mam mme editi et iUuatrati. Antv. 1610. 4®. 

Biatoire de V Origine et Inatitution de divera ordrea et con- 
gregatienê ReUgieuaea^ gui gardent la Règle et Profeaaion de 
S. Atiguatm, Avee Porigine dea ordrea de S. Benotat et de 8. 
Frangoia^ en bref. Anvers 1611. 12*. 

Fiia et Èhrtyrium S. Alberti, CardinaHa, et Epiaeopi 
Zeodienaia, authore Aegidio Leodienaiy Aureae VaUia Monaeho ^ 
ordinia Oiétereienaia , e Dueatu Luceóurgenai. Antv. 1612. foL 

Oratio in Exequiia Rmdolphi II Imperatoria, habita Anb' 
verpiae. Antv. 1612. 4®. 

Ordinia Praemonatratenaia Chronieon. In quo Caenobiorum 
ieüua inatituti per orbem Chriatiamm originea , Viri item aane^ 
tiütêe ecripüague iüuatree JdeUter reoenaetUur. €oton. Agripp. 



Digitized by VjOOQIC 



880 

1618, 12^ — Hier achter Fita venerabiliB Hajftotda^ RegU 
Armetdae, poètea ordinM PraeaumêiraUnaU etmamei^ ex diver- 
siê Audorilma coUecUt. — Fiia venerabiUê Hrotnatae Teplem- 
giê ei CkoHesêovieMtê Manoêleriortm in Bohemia flmdaloriêf 
a ReUgioio Teplensi, ÜUu» aequaU^ eonêoripla. Ex vüa Mar» 
tyrvm Oorcomiensium . • • . Auctore G. Eatto ».» , de duobua 
flrairibw Praeoumslr. Ordime^ Adriano Hüvaribeoano ei 
Jacoho Lacopio — Dissertaüo de Aniverpieneiê Eeclesiae ori- 
g%M et progré99u, — Auciarium (Ckroniei Fraem,) ex Ro- 
beréo AUiaeiodorensu — Ex Prompiuario AnHquUatwn êoera- 
rum IHcMsinae IHoeoens a Nicolao Camuzaeo, TrecU o». 
1610, edito. — Elenekuê Coenobiorum ordinis FraemtmttnUeH- 
iis in Belffio, aeu Oemania It^eriore. 

Chronicon CiêtercieneU Ordima a 8. lioóerlo Abbate MoUe- 
menêi primum tnchoaii^ poiiea a S. Bemardo Abbate Clwre* 
vallensi mrifioe aucii^ ac propagaU. Colon. 1614. 12^. 

Originea BenedicUnM^ eive iüuêlrium Coenobiorum Ord. S. 
Benedictie mgronm MonacAorum, per ItaHam, Hiêpa$naM^ 
OalUam^ Öermamam^ Foloniam, Belgium^ Britatmiam, aUasque 
Frovincias^ Exordia ac Frogreeeua, Colon. 1614. 12^. 

Canonicomm Begularium Ordinie S. Auguetmi origines ac 
progreêsue per Italiam, Biepaniam^ Oalliatn, Oerwumiam, 
Belgium, aliaeguê orbii Ckriaüani Frovindas. Colon. Agrip* 
1614. 12^ 

Epigrammata de Firia sastctimonid illustribuê ex Ordine Frae* 
monêtratenei, juxta ea^ quae e variie Auctoribue coüecta eunt 
per R. D. Aub. Miraetm. — Edidit Joannea Baptiaéa WiU 
Aniverpienaia. Lo?an. 1616. 4^. 

De Coüegiia CdnonieoruM (volgens Niceron verkeerdelijk 
RegtUarium 8. Auguatitn) per OermamiaM, Betgium^ OalHam^ 
Hiapaniam, ItaUam^ aUaaque ordima C^kriatiani JProtfintiaa, 
Luier Singularia. Colon. Agrip. 1616. 12^. 

Ordinia Carmelitani ab EUd Fropketd primum inckoati, ab 
Alberto Fairiarokd Hieroao^mitano Fitae regulA temperaU^ 
a M, Thereaia virgine Biaptmd ad primaevam diacipU$iam revo* 
eaü, origo atque incrementa. Ant?. 1610. 12^. Ook in De 
ortu et progreaau , ae tfiria illuatribua ordinia .... de Monte 
Carmelo Tractaiua Joanma Trithemii .... Auberti Miraei • . •• 
et Joamna de CortAagend . . . • AocedU oatalogua iUuatrium 
aeriptorum ejuadem ordinia. Colon. 1643. 12^. 

Originea Firgimtm Ordinia B, Mariae Firginia Am tuntiata e. 
Ant?. 1618. 4^ 

De atatu reUgiania Ckriatianae per Europam , Aaiam , Af- 
mcam et orbem novum Libri quatuor. Colon. Agrip. 1636. 
12^. Lugd. 1620. 12®. HelmsUdii 1671. 12®. 

OriginiKm Monaaticarum LibrilF^ in quibua Ordinum omnium 
ReUgioaorum initia ac progreaaua breviter deaerióuntur *— Qm- 
bua, eodem Autore, ékctamm Origimim Auctarinm, aeu Lióer 



Digitized by VjOOQIC 



881 

^nins et öraUo in laudem 8. Ihomae Jquinatia acceêêerunt. 
Colon. Agrip. 1620. 12^ 

Laudaiio S. Ihomae JgumcUis, ejusque doctrinae^ dicta 
BruxelUs in Aede sacré P. P. Dominicanorum , Idibua Mar» 
iUy Anno 1619. ook achter het vorige. 

QeograpUa Ucciesiaêiiea , ordine AlpkabeUeo dii^eata. Lugd. 
1620. 4^. 

Commeniarius de Bello Bohemico^ Ferdinandi IL Imp^ an- 
epicOê feUeiéer gesto. Brux. 1621. 4°. Colon. 1622. 12^ 

Sereniêsimi AlberU Belguruniy Prindpia Ehgium el Funus^ 
Brux. 1622. 8^ 

De Windesimenai y Laleranensi, Aroasietiei et Congregalio- 
nibuê aJüa Canonicorum RegidaHuoiy ord, S, Augmtini, Ao 
eesêil dta et trandtUio corporis F, Joannia Eusbroquii, ord. 
^'uêdem, in Firidi Falie, prope BruxelUm, An 1622, die 
8 N(n. facta. Brax. 1622. 12^ 

Boêti Belgici et Burgundici, eire Historiae Rertm Belgi- 
carum juxta dies in quibua evenerunt, Brux. 1622. 12^. 

IsabeUa sancta, Eliêobetha Joannia Bapt, mater, Fliaabetha 
Andr. Begia Uung.fiUa, laaèella regina Portugalliae ^ laaóella 
8. Lud. Oalliae Begia aoror. Brux. 1622. 8*. 

Be vita Alberti Pii, aapientia, prudenlia Belgartm Princi- 
fia Conmentariua .... Aceedunl aeoraim Laurentii Beyerlinck 
et aUorum de eodem principe JSlogia. Antv. 1622. 4^ 
1634. fol. 

Elogia et Teatimonia Fariorum de F, Joanne Ruabroquio, 
Priore monaaterii Firidi Fallia, {Quod eat Canonicorum Be- 
gularinmy ord, P. Auguatim, in Silvd Sorddy prope BruxeUain) 
die 2 lieoembria, anno Chriati 1381 aetat, is aanctiaaime de 
fimcto. Brax. 1622. kl. 8^ 

Berum Belgiearum Annalea , in quibua Chriatianae Beligio' 

ma, et variorum apud Belgaa Principatvtm originea ex velua» 

tia taèuUa Principaluumque Diplomatibua hauatae expUcantur. 

Item Anacephdlaeoaia de Auatraaiae Begno. Brux. 1624. 8^. 

Naderhand door den schrijver zeer vermeerderd en op nieuw 

uitgegeven met den titel: Berum Belgiearum Ckronicon aó 

Juüi Oaeaaria in Oaüiam adventu uaque ad vulgarem Chriati 

iotnum M.DC.XXXFI in quo Belgarum rea Eccleaiaaticae et 

Foüiicae, per mille aepiingentoa f er e annoa cum exterorum 

Hiatoria compoaüae, ad exaxtam temporia ratiotiem revocantur, 

refectiaque fabulia, ex fide claaaicorum cujuaque aaeculi acrip- 

ióram ac vetemm Diplomatum, aolidè adatruuntur et varie 

iüuetrantoir. Antv. 1636. fol. Dit laatste staat bij velen ia 

achtiDg. Het is echter niet meer dan een dorre kronijk, die 

op goede bouwstoffen berust, doch overigens weinig boven de 

middeleeuwsche kronijken vooruit heeft. Het ergste is dat er 

noch zamenhang noch evenredigheid in te ontdekken is. Hij 

0tapt van het eene onderwerp op een geheel ander» en is na 

56 



Digitized by VjOOQIC 



882 

eens verwonderlijk kort omtrent belangrijke punten onzer ge- 
schiedenis , dan weder uitvoerig , zelfs omtrent buiten landsche 
voorvallen. 

Codex Donationum piarum. In quo TeatametUa^ Codiciüiy 
Liiterae Fundaiionum, DoncUionum, Immuftüaium ^ Pritileguy- 
rum, et alia piae LiberaUtalU monumetUa a FotUificióus, 
Imperatoribus , Itegibua, Ducibua ac ComUibus, in favorem 
Eccleaiarum, praeaertim Belgicarum, edila conlinenlur, Brux. 
1624. 4^ 

Stemmata Principum Belgii ex DiplomcUióut ac TabuUa pu- 
blicis, pottssimum concinnata. Brux. 1626. 12^. 

IHplomatum Belgicorum libri duo, in qtdbuê Literae Ftmdo' 
tionum piarum, Testamenla, Codicilli, Conéractus antenupHa' 
les, Foedcra FrtTicipnm, et alia cum sactae, ttm poUticae anti- 
guitatiè monumenta, ad Oermamam inferiorem, vicinasque Pro* 
vincias spectantia, continentur. Brux. 1627, 4**. 

Donationum Belgicorum Libri II in quibus Fcoleaiarum et 
Principatuum Belgii origines, incrementa, mutationes, et aUa 
cum Sacrae turn PoUticae antiquitatiê monumenta, ex ipsis 
Tabnlarim publicarum fontibuê kaueta , prosponuntttr , Notisqve 
illustrantur, Antv. 1629. 4®. 

Noiilia Ecdeaiarwn Belgii in qua, Tabulis Dinationum 
piarum longA annorum eerie digeatiê, soera et politica Germa- 
niae inferiorie, vicinarumque Provvndarum Hietoria^ explosie 
faöulis, recensetur et illustratur. Antv, 1630. 4*. 

Deze vier hoogst belangrijke verzamelingen zijn naderhand 
door Foppens op nieuw uitgegeven, in 2 folio deelen, en 
vermeerderd met nog 2 anderen , welke eene gelijksoortige ver- 
zameling behelzen. (A, Miraei^ Opera diplomatica et Histo» 
rica, Ed, «/. F. Foppens, 2 vol. foL LovanU 1723 et Diplo- 
natum Belg. nova coüectio seu supplementum ad Opera Diplo- 
nitica Miraei: Cura et studio /. F. Foppens, T. UI. et IV. 
Brux. 1734. fol.) 

GalUae Belgicae sub Imperatorióus Eomams et Fiarum in 
ea MiÜtarium Typus. Antv. 1630. foL 

De congregatiombus clericorum in communi vpvenüum* üi 
Theatinorum, Societatis Jesu, Bamaöitarum, Somasehae, Ora- 
torii, Doctrinae Christianae, et aUorum IMer Singularis. 
Colon. 1632. 12^ 

Ser, Isabellae Clarae Eugeniae Hispaniarum lufantis. Lau- 
datio funebris. Antv. 1684. 4°. 

Codex JRegularum et Constitionum ClericalUtm, in quo forma 
Institulionis Canonicorum et Santimonialium canonice vivenüum; 
Jjeges item soriptae Fratrum Vitae Communis, Theatinorum, 
Paulinorum, seu Bamabitarum , Societatis Jesu, Clericorum 
Somasoae seu S. Majoli Papiensis, Boni Jesu, Oratorii, 
Oblatorum S. Ambrosü, Ministrantium Infirmis, Clericorum 
Minorum , B» Mariae , Scholarum piarum , Doctrinae CJkristia» 



Digitized by VjOOQIC 



8S3 

Mtf, ei oluiartm EeliffUMarum familiartm in eongrepaéione vi- 
tenüuDi rediasUur, Notüque illualraniur. Antv. 1630. fol. 

BibUoiheea Ecdeaiaalica ^ sive Nemendatores aeptem, veieres^ 
S, Eieronymuay Presbyter et Doctor Ecclesiae ^ Gennadius 
JdasdUensia f S. lld^oiuus 2'oletanusy Sigibertus O^nblacen- 
«>, S, Isidoruê Hispalensis ^ Honorius AugusioduneTtsis ^ Hen* 
ricus Gandavends , Aub* Miraci . . • • Aucéariis ac Scholüa iüuS' 
trimt. Antv. 1639. fol. 

Bióliotkeca Ecdesiastica ^ sive de scriptoribus Ecclesiaaticia ^ 
qui ab anno CAristi 1494, quo Joannes Ttritkemius desinit , ad 
usque tempora nostra JloruerurU. Pars olten-a Aub, Miraei, 
decani Auto. Optis postkumum. Aubertus van den Eede , Ca* 
wndcHS, dgiüifer et sckolasiious Anlverpiensis publtcabat, ld* 
1640. lol. 

Deze beide deelen sijn opgenomen in de BibUoiheea EcclC' 
aiastica — curanie /. Alb, Fabricio. Hamburgi 1718. foL 
Hij was ook van plan het leven van Godfried van Bouil- 
lon in het licht te geven. 

Foppens heeft de verschillende werken van Miraeus 
over de Staats- 'en Kerkgeschiedenis vereenigd en uitgegeven, 
met den titel : M i r a e i Opera diplomatica et historica, Brux. 
1723—1748, 4 vol. in fol. De Koninklijke Academie van 
België beeft in hare Bulletins opgenomen , doch ook als Appendix 
afzonderlijk het licht doen zien Mevue critiqzie des Opera diplo* 
maOca de Miraeus sur les livres reposant aux arohioes depaf' 
tementales d UUe, par M, A, Ie Olay, Bruz. 1856. 8^ 

Miraeus heeft verschillende werken in rass. nagelaten, die 
het eigendom werden van den boekdrukker E. Friex te 
Brussel, en ter perse zouden gegaan zijn, indien zij niet met 
djn huis verbrand waren bij het bombardement dezer stad 
door de Franschen ia 1695. L^on de Burbure heelt 
Lettres inédites i^Aubert Le Mire uitgegeven in Messager des 
sdeims Ustorigues de Belgiqne^ ann^e 1859 p. 318 et 438. 
Men vindt een Lettre d^Anbert Le Mire aux BoUandistes in 
BibUopihle Beige, T. IL p. 158. Ook heeft de Baron de 
Keiffenberg in hetzelfde werk T. II. p. 153 en T. III. p. 233 
gegeven den Catalogue des Oeuvres d'Aubert Lemire , 57 in getal. 

Zijn portret is door A. van Dyck geschilderd en door 
P. Pontius gegraveerd. In BuUetin de VAcad, royale des 
seiences, lettres et des beaux arts de Belgiqne 1860, p. 40 
leest mens dat #M. C. B., xrvicaire au Minime$ a Bruzelles," 
een prijs betaalde voor zijn oMémoire sur la vie et les ouvra- 
ges d'Aubert le Mire." 

Zie Sweertii, Ath, Belg. p. 146, 147; Val. Andreas, BibL 
Belg. p. 89 — ^92 ; M i r a e 1 , BibL Ecclés. (Elogiam) ; Foppens, Bibl. 
B«^. T. I. p. 107, lllj T. Magiri, Eponym, p. 695, 396; J. 
Del-Rio, Orat, in funere J. Miraei, Antv. 1611, 8°.; L. Beyer- 
linck, Parentalia in /mere J, Miraci, Antv. 1C12, 8°.; Joannes 

5G* 



Digitized by VjOOQIC 



884 

a Sancto Laarentio, OrtU, Funeb. in Obhtm J. Miraed, Quoret 
Episc, Antv. Daaci 1611, 4°.; Pope B loont, (7«iw., p. 977 seqq.; 
Erycii Pnteani, CenU 11. EpisL^B; Graevii Cohors. Mua,, p. 
206, 214; Gottl. Krantzins, ad Qmringium Saec XVII, c V. 
p. 218 (27); Cat. Bibl Bunav., T. I. vol. 11. p. 137—156; Sart, 
Onow.t T. IV. p. 238; Anal p. 576; Frehori, ThecOr., Part. IV. 
p. 1538, 1534, c. icone; Conring, Cetuwr, diplom,^ c. VIL p. 
117; ld. de cmiiquiu Acad, supplem., 32; J. G. Vossias, de Sdani 
Malhem,, C. LXVIII. § 29, p. 407; Morhoyius, PolyhUtor. 
T. I. C. XVUI. § 39, p. 205; Tom. I. et Pohfh. Praet, , L. IV. 
§ 13, p. 518, Tem. II; Crénii Animad, PhiL T. X. p. 252 , 
253; Pars, Index Bat., p. 401, 402; Joh. Fabricii, J?t«t. Bibl^ 
Part. III. p. 449, 450; J. A. Fabriciaa, Bibl Antiq,^.bl, 113, 
144, 167; Paquot, Mém. T. I. p. 137 suiy.; Niceron, Mém. T. 
VII. p. 277, 287; Measager des secencea hUtariq. de Beigique, 1849, 
p. 318; Goetard, Rapport^ p. 324; Baillet, Jugem, T. II. pw 
28, 29; Aouü. Dict. kisL : Biagr, Univ., Nouo. Biogr. génér»; Com- 
pte rendu des Séances de la Conmu royale d'HisU T. X. n. 2. p. 277; 
De Wind, Bibl. v. Geschiede., bl. 367, volgg.; van Kampen, 
Gesch. d. Ned. LetL en Wetens,, D. I.*bl. 222; Moreri, Luiscias, 
Hoogstraten, Kok, Nienwenhuis, Kobas en de Rive- 
coart, Jöcher, Rotermund. 

MIRAEUS (JoHANNEs) of MIRE (Jean le), neef ?aQ den 
vorige, werd den 6 Jan. 1560 te Brussel geboren, studeerde 
te Leuven in de wijsbegeerte, vervolgens te Douaj, waar hij 
ook de rhetorica en de Griekscbe taal onderwees, en na in 
1588 licentiaat in de godgeleerdheid te zijn geworden, naar 
Brussel terugkeerde, waar hij pastoor der parochie van St Ja* 
cob, gezegd van Coadenbergb, werd. Kort daarop werd hij 
kanunnik van St. Oudule en den 30 Mei 1604 tot bisschop 
van Antwerpen gewijd. Hij overleed 12 Jan. 1611, in den 
ouderdom van 51 jaren. Jo hannes Del-rio, deken te 
Antwerpen, Jan de St. Laurent, hoogleeraar te Doaat, 
en Laurens Beyerlinck hielden lijkredenen op hem, die 
uitgegeven zijn. Zijn marmeren grafsteen vindt men in de 
O. L. V. kerk te Antwerpen, Zijn zinspreuk was: Futura 
prospice. 

Men heeft van hem: 

Decreta Synodi Diocoeaanae Jntverpienm , mense Miuo awti 
1610 celebrataey praesidente in ea Rmo in Chriato Patre et 
'Domino Joanne Miraeo Episcopo Antverpiensi ^ Antv. 1610, 8°. 
ook in de Concilien van P. Labbé, en in Decreta et sta- 
tuta tam in Synodie ProvincioIiOus ArchiepiscopatuB MechU- 
nensiê , quam in Synodia Episcopatue Antcerpieneiê per lU^^ 
ac B^ DD. Archiepiacopoe nee non Epiacopoa eorumdem »«• 
preaaa. Antv. 1680, 8*. 

Zij worden ook gevonden achter de Concilien in Duitsch- 
land, uitgegeven door P. Hartzheim, Jesuit, doctor van 
Keulen, gestorven in 't begin van 1763. Vooraan vindt men 
de toespraak van Miraeus aan zijne geestelijkheid. 



Digitized by VjOOQIC 



8S5 

B. Ifariae FirffinU in coUe ActUo apud Sichem BraóatUiae 
opfidam Beneficia ac Miracula Jldeliier deecripta , ms. in 4^. 

Dit werk heeft den grondslag gelegd tot bet werk van 
O. L. V. van Scherpenheuvei door Justus Lipsius. 

Zie VaL Andreas, Bibl Belg. p. 505; Foppens, Bibl. Belg. 
p. 538: Castillion, Soera Chron, Belgii, p. 505; Sweertii 
Aih. Belg., p. 449 — 451; Raiffius, Belg. Christ., p. 19—23; 
P«qiiot, M^. p. 38, 34. 

MIRANDOLLE van GHERT (H.), Med. Dr. te Breda en 
'sHage, schreef: 

Diairibe medica de Dysenleria, quae spardnt graèsata fuU, 
Bredae 1780. Rott. 1780. 

Zie Le R07, Bibl Med., T. III. p. 1325. 

^IRIOA (Andrbas), to Lemmer geboren, zette zich, na 
zijne stadiën op een reis door Italië en Frankrijk ?olbragt te 
hebben, als med. dr. te Leeuwarden neer, waar hij ook de 
htijnsche, grieksche en hebreeuwsche taal beoefende. Hij was 
even ervaren in de godgeleerdheid ab in de geneeskunde. Hij 
stierf 6 Dec. 1585, na voor zijn dood zijn handschriften ver- 
brand te hebben. 

Zie Adam., Vxtae Medic. p. 277; Suffrid. Petras de Scriptor 
Fritiae, p. 296; Jöcher; Botermnnd. 

MIBICENYS (Peter). Zie MAR^nNI (Peter). 

MIRICINUS (Peter). Zie MARTINI (Peter). 

MIRKINIÜS of MARKINIUS (Conradüs), sedert 1600 
predikant te Cappelle aan den IJssel, vervolgens te Emmerik, 
was in 1629 predikant in het leger van F re de rik Hen- 
drik, en hield de eerste predikatie te 's Hertogenbosch na 
het beleg in de St. Jans kerk, waarna hij tot zijn dood het 
leeraarsambt in die vesting bekleedde. 

Hij vertaalde: 

Vergaderinghe ghehouden in de kercke van Geneve door . . . 
DD. Joamnem Calvinum. In welcke de materie van de eeuwige 
verÜesingka 60de ierkeUjc ende klaerlijc van hem is voorgeetelt. 
In H Frans Ao. 1582 totghegh. ende door Conradum Mirü^ 
niwn, kerekend. te Cappelle op 't IJssel overgheset. Rott. 
Fel. van Sambix. 

Valerii Maximi, des aller vermaersten ende tcelsprekenden 
Hiêiori'Schrijvers , negen boecJcen van ghedenkweerdighe , loflicke 
woorden, daden ende geschiedenissen der Romegnen ende uyt' 
ïanUckê volcken, overgeset uit de Latynsche inde Nederduyt" 
èéke Tale. Rotterd. 1614, kl. 8°. 

Zie Bor, Ned. oorl D. V. bl. 859; Gesehiedk. Aant. omtrend Fr, 
Hend, bl. 134; Soermans, Kerk. Iteg.,h\. 85; Navorscher , D. 
Vin. bl. 257, D. IX. bl. 63; Muller, Bibl. v. Pamfi. et Trakta- 
ten f^. 1038. 



Digitized by VjOOQIC 



886 

MIROU (Aktoin e) bloeide, volgens Immerzeel, omtrent 
1640 als landsehapschilder in Vlaanderen. De weinige stuk* 
ken, die van hem bekend z^'n , zijn met figuren uit den bij* 
bel en de geschiedenis gestofteerd, goed geieekend en los be- 
handeld. 

Zie lm Dl er ze el. 

MIRLAER (Fb. Hebm.), schoonschrijver uit de tweede 
helft der 17« eeuw. 

Men heeft van hem: 

£<templaer èoek, inhoudende allerhande Geechriflen. Antw. 
1686, 4°. 

MIS ( ), Abcoude vermeldt van hem: 

De Jniichriat vermonelt door den hamer van QodU woord ^ 8*. 

Zie Abcoude, Aant, en vervolg, bl. 140. 

MISKËNNINCK (Dorotheus) gaf vermoedelgk in 1682 
in het licht: 

Het Roomêch-Catholyck Mondl'Hopperhen ^ vervattende de 
ver schillen des Geloofs en kenteeekens der H. Kerck, enz» met 
een Rymvers der H, Misse, 

Als dichter verdient hij geen melding. 

Zie van der Aa, N, B, A, C, Woordenb, 

MISSY (Jean Eoussbt de). Zie ROUSSET de MISSY (Jean). 

MISTEUS (Roland), volgens Rotermund een Neder- 
landsch geschicNJschrijver. 

Men heeft van hem: 

Historia Belyica, s. Commentarius renm sub tribus guber 
naeribus, comité Mantfeldio ^ etc. JccedmU Ambr. Spinulae 
historiae, describente Josepho Gamarino. Colon. 16 II, 4*. 
1640, 4*. 

Zie Rotermund. 

MIST (Mr. Jan Uytenhaoe de) wordt door sommigen ge- 
houden voor den schrijver van : 

De Sladhouderlycke Regeeringe in HoUandt ende West-Fries^ 
lant. Dat is Een kort ende bondigh verhael van de Gedenek' 
waerdigtste daden ende toereken der Hoüansche Stadhouders; 
aenoangh nemende met het Stadthouderschap van Prins Wtüe» 
den /, ende eyndigende met de doodt van Prins Willem de IL 
Midsgaders Een korte verhandelinge van de nootsackeUcheyi 
ofte den ondienst van des Stadlhouders hooge ampten ende bê' 
dieningen in denselven Lande ^ ende dat in dese i\jden, t'Am- 
sterd. By Joan Cyprianus van der Gracht, 1662. 

Volgens A. D. Schenkel, op wiens Catalogus het ras. 
van dit werk voorkomt, {Cat. te Hage 1864, p. 22), is de 



Digitized by VjOOQIC 



887 

Mist er do schrijver van, doch Pi eter Paulus {yerh. der 
Vnievm üêreoki , D. I. bl. 78) en D. Groebe {Iets over P. 
êela (Joure en zijne echrtfUn in Kunei- en Letterö. 1844, n^ 
S9, bL 178) schrijven het aan F. de la Court toe. 

Vertoog van de Algemeene vrylieid der Staten van Holland 
ende fVest-Frieêland, onder ende gedurende de bedieninge onzer 
Groeven^ opgesteld door N. N, bemkmer der gemeene vrifAeit. 
Addo 1684 in 4^ p. S2. 

i)e vaHe grande Frif- en Oeregtigkeden va» de Regeering 
va» Hoüant e» FTest'Frieelant^ mitsgadere van alle de leden 
va» de zeke^ door een liefhebber der Fr y heit ^ bevestigt met 
anit^ycque Doeumente» daar toe behorende. Anno 1684 ia 
4*. p- 48. 

Dat eene populare ofte volke regeering voor de getneenen 
Ingeieete» van Hoüandt eeer schadelick, Ene Monarchale ofte 
Eenhoofdige dooddich ende daar en tegen Eene Ariatokratieche 
Regering^ Bestaande ugt vele aaneienUjke Hollandse Edelen^ 
ende Burgere» daartoe gehore» , seer heglzaem is^ ofte yder van 
He» re^^eetioe soude toese» schadelieh , doodelick ende Heylzaem. 
Prav, cap. 14. M}jn Leven enz. Amst. 1684. 

MIST (Mr. Jacob Abraham Uytenhagb de) , werd den 20 
April 1749 te Zalt-Bommel geboren. Zijn oom van moeders* 
tijde A. Vestrinck, burgemeester ?an Kampen, nam hem 
tot zoon aan en vertrouwde hem toe aan het geleide en on- 
derwijs vmn den geleerden rector J. D. van Hoven. 

Vervolgens studeerde hij te Leyden, en verkreeg in 1766, 
na de verdediging eener Dissertatie de imperü alienatione het 
meesterschap in de regten. In Kampen teruggekeerd, werd 
hij een der drie secretarissen van die stad, mengde zich later 
in de politieke twisten, waarin hij de anti-stadhouderlijke partij 
was toegedaan, werd in 1796 lid der nationale vergadering, 
en beho<Hrde in 1798 tot bet getal van hen, die van hunne 
posten verdreven en in gevankelijke bewaring gesteld werden. 
Na zijn ontslag leefde hij een geruimen tijd als ambteloos 
borger, eerst in de Beverwijk, daarna te An^sterdam, waar 
hij in 1800 zijne woonplaats vestigde. In tijden van meer- 
dere kalmte en gematigdheid weigerde hij echter niet het va- 
derland op nieuw met zijne bekwaamheden ten dienste te staan. 
Hij aanvaardde dan den hem opgedragen post van Lid van het 
Committé tot de Aziatische Zaken , en verwierf zich in die be- 
trekking zoo veel eer en vertrouwen, dat hij in 1802 door het 
toenmalig staatsbewind met den belangrijken en rooeijelykcn 
poet vereerd werd om als Commissaris Generaal nnar de Kaap 
de goede Hoop te vertrekken, ten einde die volkplanting van 
de Engelschen over te nemen, en alles aldaar ten nutte zoo 
der Kolonie als van het Moederland te regelen. In 1805 
keerde hij naar het vaderland terug en toen een jaar later het 



Digitized by VjOOQIC 



888 

koninkr^k van Holland ingesteld en Lodewijk op zijn troon 
geplaatst werd, was hij mede onder de mannen, die de nieu* 
we koning van alle kanten om zich verzamelde^ ten einde 
omtrent 's lands belangen te worden vooi^gelicht. Van onder- 
scheiden aard, maar alle van het hoogste gewigt en het 
eerste aanzien, waren de waardigheden met welke hij achter- 
eenvolgens door dien vorst bekleed werd. De laatste was die 
van President van het Hof van Kekeningen, welken post hij, 
doch op eene verminderde schaal, gedurende den treurigen tijd 
onzer inlijving in het Fransche keizerrijk behouden heeft. Na 
de herstelling onzer onafhankelijkheid werd hij door Willem I 
tot lid van den Baad van Koophandel en Koloniën, daarna 
tot Staatsraad in buitengewonen dienst benoemd , en als zooda- 
nig in vele gewigtige commissien gebruikt, tot hij eindelijk 
tot lid van de Eerste Kamer werd aangesteld, welke waardig- 
heid hij tot den dag van zijn overlijden bekleedde. 

6eduren('e zijn gantsche leven betoonde hij zich een vurig 
voorstander van kunsten en wetenschappen , had een meer dan 
gewone kunde in onderscheidene vakken tot het staatsbestuur 
en de staatshuishouding, bijzonder met betrekking tot ons va- 
derland behoorende, en eene grondige kennis van het Bomein- 
sche en hedendaagsche regt , welks beoefening hij , ook te 
midden zijner staatkundige werkzaamheden , bleef voortzetten. 
Driemaal was hij gehuwd, en had het ongeluk ook zijne derde 
echtgenoote, die een halfjaar voor hem uit het leven schelde» 
ten grave te brengen. Dezelfde ramp trof hem ten aanzien 
van 6 der 10 kinderen uit zijn eerste huwelijk gesproten. 

De Mist was ridder van den Nederlandschen leeuw, vele 
jaren Directeur der HoUandsche Maatschappij der Wetenschap- 
pen en lid der Maatschappij van NederL Letterkunde. 

Zie Galerie der Coniemp,, T. VU. p. 102; Rogge, Gesch. d, 
Staatsreg., bl. 91, 102; van Kampen, Geschied, dar NederL buiten 
Europa, D. III. bl. 418 — 437; Kist en Bojaards, Hist, Archief^ 
D. Vm. bl. 279 (2« serie); Kunst- en Letterbode, 1825; Siegen- 
beek. Hand. d, Jaarl Vergadering der Maats, van Ned. Letterh, 
1824, bl. 8 vcJlfe.; Gedenkboek van de Maats, van Nederl, Letterk,, 
bl. 39; Register der Acad. Dissertatien en Oratien, 322; Kromjk van 
het Sist, Genoots,, D. Vil. bl. 457, 459; Bilderdyk, Gesch. de» 
Vaderl^ D. III. bl. 308; Kobus en Bivecourt; Maller, Cat. 
v, Porlr, 

MIST (Jan Hendrik de), geboren te Nijmegen, werd in 
1737 als proponent te Gameren beroepen, in 1742 te Driel, 
hij overleed 1 Januarij 1795, in den ouderdom van bijna 84 
jaren. 

Hij schreef: 

Korte schele der Goddelijke waarheden voor Eenvouditjen ^ 
achtste dr. Zalt-BomraeL 



Digitized by VjOOQIC 



889 

JHlgebreide aeheis^ ter nadere verklaring der kor Ie schele 
«PU. Als boven. 

Zie H. de Jongh, Nacanreg, der Predikanten van Gelderland, bl. 
369; NaanU. van Nederd. boeken, D. IV. bl. 129. 

MITTENBETTTER (Johannes), beroemd orgelmaker ver- 
vaardigde (1774) — 1777) het orgel in de groote kerk te Hoorn , 
en in 1780 dat in de kerk te Berlikum. 

Zie Abbing, GetcMed. der Groote kerk te Hoorn, bL 112To]gg.^ 
Boeiae. 1780, bl. 276, 277. 

HITSEN (Cabel Otto), zoon van George Freedrik 
Mitsen, predikant b^ de Luthersche gemeente te Kuilen- 
burg, werd aldaar geboren, rolbragt zijne studiën te Jena, 
werd als proponent te Amsterdam aangenomen, en na een 
beroep naar 's Hertogenbosoh te hebben afgewezen, door de 
Staten des Kwartiers van Nymegen in 1724 tot adjunct van 
njn Yader benoemd. In ,1731 ging hij naar de gemeente te 
Botterdam over, werd jin 1745 emeritus, en overleed den 20 
April 1747 , op een leeftijd van 47 jaren en nagenoeg 4 
maanden. 

Hij gaf in het licht : 

£ene Hoogd. overzetting van P* «7. Spener, eenvoudige ver» 
Haring der ChrieteUfke leere na de order van de kleine Cate* 
ckiêmus van Lutherua, in vragen en antwoorden en met 8ckr\/^' 
tuurptaateen bevestigt, 1754, 8^ 

Laaiête Leerrede {over Ps, 121 vs, 8) in de Oude Kerk 
van de Ev. Luth, Gent., d*ontv, Jugsó, Gel, toegedaan, Bot- 
terd. 1736, 4*. 

Het laatste Hwfs des Heeren boven Heerste verheerlijkt en 
met vrede begaaft, naar de bootschap van Haggai 2 vs, 10 
ter inufifding em, Botterd, 4**. 

Zie Scholtz, Jacobi en Nienwenbnis, Bijdr, tot de Gesch. 
d. Eomg, Luth, Kerk in Nederland, St. I. bl. 61 , II. bl. 159Yolgg., 
VII. bl. 78; Kobas en Rivecoart; Qlasins, GodgeL NederL 

MIVENIUS (Daniel) te Goes geboren, studeerde te Hei- 
delberg onder Herman Witkind, en maakte zich als wis- 
kunstenaar bekend. 

Hij schreef: 

Apologia pro Philippo Lansbergio adversus Christmannum , 
Frof, Logices Heidelbergens. Middelb. 1605, 8^ 

Epistolae guaedam Medicae cum Misceüaneis Henr, Smetii, 
Francof. ap. J. Bhodium, 161L, 8\ 

Volgens Joch er was hij een Engelsch geneesheer die 
dch meerendeels in de Nederlanden ophield en eerst te Ylis- 
singen, later te Goes practisecrde. Ook meldt hij dat zijn 
Epistola de Jos, MichaeHo , in Smetii MiscelL te vinden is. 



Digitized by VjOOQIC 



890 



Zie Val. Andreas, BibL Belg., p. 17S; Foppens, BibLBeig., 
T. II. p. 70; J. A. van Linden, de Scrip. Med., p. 129; La 
Bue, óel. Zeel, bL 250, 251; Jöcher, Rotermund. 



M06ACUIUS (Vesalius). Het geslacht Mobach is uit 
Kleef afkomstig, waar de sjootvader van Vesalius Raads- 
heer is geweest, diens zoon Petrus Mobach werd in 1636 
predikant te Opijnen en Heesselt, in 1638 te Dieren en Span- 
keren, waar hij in 1650 overleed; b^ was gehuwd met Mar- 
gareta Kingelbach, dochter van Jan Ringelbach, 
koopman te Zutphcn , uit welk huwelijk geboren zijn 2 doch- 
ters en 4 sonen: Wilhelmiie, later predikant te Doesburg; 
Johannes Fredericus, wnalsch predikant te Arnhem, kl- 
ier daar conrector; Petrus die in militaire dienst is gegaan 
en Vesalius (die zijne broeders en zusters overleefde) te 
Dieren geboren 1 September 1640. Hij beeocht de lat^*osche 
school te Doesburg, daarna de hoogesohool te Deventer, later 
die te Utrecht, waar hg in de letteren en godgeleerdheid 
studeerde, in 1660 werd hij rector te ,Wageningen , in 1664 
conrector te Arnhem, twee jaren later daar rector, spoedig 
daarna werd hij benoemd in plaats van Jan Erasmus tot 
conrector te Alkmaar, met de toezegging, dat hij den rector 
Reinerus Neuhusius later zoude opvolgen, wiens plaats 
hij bijna 14 jaren vervuld heeft, tot dat hij 19 November 
1692 door Burgemeesters en Raad van Groningen tot rector 
daar benoemd werd; hij vertrok derwaarts in bet begin van 
1693, overleed er 13 October 1694 en werd er met veel 
plegtigheid begraven. — Hij was in 1663 gehuwd met Wil- 
helmina Frederica Hachijn, dochter van Wilhelm 
Hachijn, achtervolgens predikant te Calcar, Kleef en laatst 
hofprediker van den Keurvorst te Brandenburg, uit welk huwe- 
lijk 5 zonen en 1 dochter verwekt zijn , waarvan bij zijn 
overlijden nog de volgende 4 zonen in leven waren: Wilhel- 
mus als predikant te Wormerveer, overleden 13 November 
1707; Petrus Florentinus, eerst rector te Wageningen, 
doch bij het overlijden van zijnen vader reeds praeceptor te 
Groningen; Johannes Adrianus die volgt en Jacobus 
toen op de latgnsche school en in 1698 als student te Gro- 
ningen ingeschreven. Hij schreef: 

Dissertationes de triumpho Romano ^ Alemariae 1681 , 8^. 

Leges et jura triumphi Eomani, in 8^. 

In verzen: Lucretia, Arion en Buda en Jaeolw Komn^, 
maar verrader van Engeland^ (volgens den Navorscher). 

Een latijnsch vers van meer dan 200 regels, op het huwe- 
lijk van Mr. Jacobus Zeeman I. U. Dr. en snbstit. secre- 
taris van de admiraliteit van W.-Friesland en Jonkvr. Cor- 
nelia Sonck, den 12 Februarij 1679 voltrokken, gedrukt 
te Alkmaar by P. de Wees, in folio. 



Digitized by VjOOQIC 



89L 

Een romall getiteld: MVan gelifhe bewegingen als gij ^" berdr. 
te Zwolle bij Tijl, 186., kL 8^ 

Zie bet akadem. programma by syn overiyden nitgegeven; de 
Naoartcher, D. XIV. bl. 144, 174, 204; Faauw en Veris; 
KerkeL aiphab.^ bL 138; de bandelingen van Burgemeesters en Haad 
te Groningen; Boehz. der Gel Wer,, 1749, 6. bl. 115; H. de 
Jongh, pred, van GelderL^ bl. 369; Rotermund. 

MOBAGH ( JoHAilNBS Adhiakus) te Alkmaar geboren , was 
een soon ?an Y e s a 1 i u s bovengenoemd ; bij genoot bet voor- 
bereidend onderwas onder de kiding yan zijnen rader te Alk- 
maar, en werd db student te Groningen ingedcbreven 16 Janij 
1693; hij Tordedigde onder den boogleeraar Brannias meer« 
malen eenige tbeses, onder anderen #de Testitu Sacerdotam ,'' 
werd 10 Joiij 170S predikant te Delfinjl, waar hij overleed 6 
Jon^' 1742, in den ouderdom van 68 jaren» Hij hawde als 
proponent te Groningen in ApHl 1697 met Geertruida 
fiorgesins, dochter van Joachim Borgesius in leven 
boogkeraar in de wiskunde en welsprekendheid aldaar; verwekte 
bij haar S zonen, Yesalius reeds geboren 21 Mei 1697» 
als jongeling overleden; Joachim die vdgt» en Willem 
Frederik, die laatst predikant te Stevenswaard is geweest. 

Hij gal in bet licht: 

Oidê eiaande kond &f predioaÜe over de Zeewormen, 8^ 

Greningerlands hooge ioaiervloed, 4*. Gron. 1717, 8*. 

NeerUmdèch lang getoenschte vrede, 4^ 

OoTÈoak en plaagen van Nederland wegene de eterftè van het 
rundvee. Gron» 1716, 4^ 

Zie Brncheras, Gedenkb. van Stad en Lande^ bl. 59; Boekz, 
der Gel Wer.^ 1742, 6, bl. 115; de kerkeiyke tronwb. te Gronin- 
gen; het kinderboek van de classis Apptngadam; Mourik, Naamrol 
der Godgel schrijoers; Abcoude, Naamreg, bl. 247, Derde Aanh. 
hL 104. 

MOBACH (Joaouih), zoon van J o ban nes Adrianns 
bovengenoemd, geboren in de Ommelanden 19 Julij 1699, 
werd in 1717 als student te Groningen ingeschreven en propo* 
nent bij de classis van Appingadam 2 October 1724. Hij 
werd i^edikant te Diever in Drenthe 2 December 1725, te 
Nijkerk in Triesland 1737, te 's Hertogenbosch in 1741, 
emeritus in 1777, en oveHeed te 's Hertogenbosch 7 Decem* 
ber 1790. Hij huwde in April 1727 Josina Yegilin van 
Claerbergen, dochter van Frederik Yegilin van 
Claerbergen en Jayke Cornelisdochter van Bos- 
man; zij overleed kinderloos 7 April 1744. 

Hij schreef: 

Zêatige Aanmerkingen^ en tegen bedenkingen over het zedig 
onderzoek wie nioogen en moeten ten Avonênaal gaan door M. 



Digitized by VjOOQIC 



892 

Stoor ie y britfsgemjs opgesteld^ mei kei vervolg of itoeede Mtf. 
Leeuw. 1740, 4®. 

De tuyvre leer der Hervormde Kerke nopens de pereonen die 
zouden en moeien ien Avondmaal gaan verdedigi^ opgeheldert 
iegen M. Stoarie^ 8^ 

De siaat van een uiiverkorenen , zoo voor als bijzonder onder 
en na zifne bekeering, Leyd. 1740, 2 dl. 4^ 

Afscheid' en inireerede. 'sHertogenb. 1741, 4^ 

Bijzondere deugden en pligien van een Ckrieien of Ohriete- 
lijke Zedekunde. Leeuw. 1741, 4^ 

Over Jeeaia LFL 'sHage 1741, 4*. 

AfêcheidS' en iniree-redene , uiigesproken ioi de gemeeniens 
van Nykerk en U Heriogenbosch ^ verrijki mei eenige noien en 
aasmerkingen. 's Hertogenb. 1742, 4^ 

Liikpredikaiie over den Professor O. van Midlwn. 'sHer- 
togenb. 1743, 4^ 

De lang gewensohie en vasi aanstaande Bekeering van het 
volk der Jooden, nevens de wijzen van dien, verklaart uyi Je* 
remia XXXI , verrijkt mei Aanmerkingen en Nooien. Uytr. 
1746, 4«. 

Gelukwensching aan alle imooonders in 't gemeen en allerley 
staats en ^slands persoonen in 't bysonder^ wegens de blijde 
Aanstelling van Zifne Doorl. Hooglieid^ den Heere W. K. H. F, 
tot stadhouder van de Unie , nevens opwekking tot eed en pUgt , 
uyigesprooken in eene leerrede over Hechter. VI ^ vs. 12 m 13 
en 14. '«Uertogenb. 1747. 

Salomons Zalving ten Koning over Israël^ op de aanstelling 
van Zijne Doorl. Hoogheit W. K. H. -F,, tot Stadhouder^ 
Kapitein en Admiraal (Generaal van de Vil Proviniien der 
Vereenigde Nederlanden, toegepast. 'sHertogenb. 1747. 

De bazuine aan den mond ofte Geestelijk alarmgeblaas ^ in 
tyden van drukkende en dreigende noden, om een ieder bij tijde 
voor H nakend verderf, trouwhartig te waarschouwen , tot Boete 
en Bekeering op te wekken enz. in verschede Boei-Predicaiien , 
tevens eenige schetsen om Bedestonden te houden, mei een bij» 
gevoegd Gebed, om b\j die gelegentheid te doen, ioi aanleiding 
voor de jonge Nazireers, Amst. 1747, 4*. 

Post Nubila Phoebus. Het Ucht uit de duisternis voorige- 
bragt, vertoond in verscheiden Leerredenen, slaande op den toe- 
sitmd van ons land, als bijzonder op den lang gewensehten 
vrede, daarop gevolgd en gevierd den 27 October^ uit Kon. 
VIII : 56—58. Dord. 1747, 4«. 

Nederlandsch lang uitgestelde hoop , eindlijk vervuld door de 
blijde geboorte van den Érfprins, Willem den V , in III Leerre- 
denen, uit Psalm XLV : 11 en 2 Cor. 1 ; 10 en Psalm LXXX : 5. 
Dordr. 1748, 4«. 

De Stadhouderlijke Regering noodig voor Land en Kerk, 
even daarom bevestigd en erfiijk vereenigd door de Ueeren Sta* 



Digitized by VjOOQIC 



893 

ien vm de Propintien der Vereenigde Nederlanden^ in hei 
Hoogtorsielijk Huis van Z^n Loorl. Hoogheit W. K. H. F. 
Prinse van Oranje en Nassau , vertoond in twee Leerredenen. 
Dordr. 1748, 4«. 

Boet'predicatie. Amst. 1750, 4^ 

Boet'predioatie uit Nehemia IX vs. l , 2 en ^ op den Be- 
dendag den 24 Maart 175 L uitgesprooken ^ ter oorzaake van de 
ewaare overstrooming der waaters , waarin voorkovU een beknopt 
verhaal van de laatste Inundatie , ter zelver tyd voorgevallen , 
nevens het Oebedt^ bij die gelegentheid uitgestort, Amst. 
1761, 4«. 

Lifkreden op Prins WiUem IV. Amst, 1751, 4«, 

Zeedige Bedenkingen nopens H werkje van den Eerw. Heer 
Ant. van Os , over 1 Cor. 1 vs. 30 , vervat in een Brief aan 
een trouw leeraar in Gods kerk. Amst. 1753, 4^ 

Der Staaten Verbodsdag pkgtig gevierd ^18 Febr. 1756 
uyt Nakum 1 o#. 5 , 6^7, waarin gehandelt wordt van de 
onUachUJke water beroering en de zoo gedugte Jardbeeving van 
den Eerste November 1755 te lAsbon en elders^ nevens de gene 
die jugst op die seke Biddag^ ook in ons land voorviel: met 
een onder soek waar uyt desehe ontstaan^ als mede hoe verre 
si; voorboden van den ondergang der waereld zijn^ gelijk ook 
in Openbaringe XFIII wel een voorzegging is van de verwoes» 
ting van Lisbon ^ dan liever een andere stad, als ook bedenking 
over de groote Comeet. Amst. 1756, 4^ 

Historisch verhaal en Register der voornaamste Aardbevingen^ 
sedert de schepping der waereld enz. 

Keur der verhevenste Oesigten vertoond aan Jesqfas, Eze- 
ehielj Daniel en Johannes, welke breedvoerig ontvouwd en wtet 
elkander ver geleeken worden. Amst. 1758, 4^ 

Zie Boekz. 1761 6., bl. 380—896. 

Plegtige Redevoering ter gedagtenis vernieuwing van de ver- 
overing der verwiaarde Hoqfstad 's Hertogenbosch , den 17 Sep' 
tember 1629, onder het wijs en dapper beleid van Frederik 
Hendrik, Prinse van Oranje , gedaan den 11 8ept. 1758 uit 
Psalm XXXI : 22. 's Hertogeb. 1758, 4«. 

Lijkrede op haar Koninglijke Hoogheit Anna enz,^ uit Pre* 
diker VI : 10. '*Hertogeb. J759. 

Plechtige Redenvoering gedaan op den Algemeenen Dank-^ 
Vast- en Bededag, gehouden den 2 Maart 1767, toegepast op 
de Algemeene vreede, en de eerste zitting van Zijne Hoogheid 
Wiliem V als Er/stadhouder enz» in de Staats* en Raadsver» 
ffoderinge enz. , uit Psalm LXXII .'1,2,3. 's Hertogeb. 
1763, 4^ 

Plegtige dankpredikalie op den zo blyde en aUerheuchelijkste 
Geboorte van Zijne Doorl. Hoogheid Willem Frederik, Prinse 



Digitized by VjOOQIC 



894 



van Orof^'e, geboren 24 Juff. 1772, uU Ps. LXXIl : 15. 
Amst. 1773. 

Zie Boekz, 1773 a., bl. 90. 

Gedenktekenen opgericht Ier herdenking van hel tweemaal 
honderdjaarig Tijdgeioricht en Jubelfeeet^ zoo van de He forma- 
tie in 't gemeen, aU het dies aangaande voorgevallene in den 
jare 1578 enz,, in eene Leerrede uit Exod. XIX : é — 5 ver» 
toond. Amst. 1778. 

Zie Boekz. 1778 o,, bl. 635. 

Kort verhaal van eenige zeldeame en welenswaardige bijzon' 
derheden voorgevallen bij de itmemmg van 's Hertogenboich, 
's Bosch 1779. 4*^. 

Zie Boekz. 1778 6., bl. 587. 

Beschrijving der St. Jans Kerk te 's Bosch, 's Bosch 1789, 12*. 

Mo b ach beoelende ook, doch niet seer gelukkig, de Ne- 
derduitsche poëzij, blijkens zijn heilwensch op de vrede, in 
1*784 tussclien Engeland en de Hollandsche republiek gesloten, 
beoordeeld in de Polié, Krwjer , D. IV. bl. 60 , en een graf- 
schrift op E, C. Fiêoh, echtgenoot ?an zijn ambtgenoot Prof. 
Abdias Velingius. 

Zie oyer z\jne AvondmaalB twist met M. Swartte: Ypeij en 
Dermout, Geschied, der Nederl. Hêro. kerk, D. IIL bl. 613; 
Lorgion, de Herv. kerk van FrietL, bl. 252; Ypey, Gesch. van 
de Krist, kerk in de 18e eeuw, D. VII. bl. 402, ook komt hij voor 
in de Kanselontluistering in Nederl. Herv. kerk, bl. 114 — 125; T. A. 
Romein, de Herv. pred. van Drenthe, bl. 169; Stamboek van jFV. 
Adel, D. I. bl. 393; Abconde, JVaamreg. , bl. ; Abcoude 
en Arrenberg, bl. ; (Jat. der BibL van het N. Brah, Genoats. 
en Supplem. CaU, n^ 1136, 1785, 1788, 2268, 2875, 4989; ran 
der Aa, N. B. A. C. Woordenb.; Heringa, Naaml, bl. 65; 
Kobns en de Biviconrt. 

MOBACHIUS aUAET (Daniel) begon in 1724 de ge- 
neeskundige praktijk te 's Hertogenbosch uit te oefenen , en 
werd den 17 Julij 1730 hoogleeraar in de geneeskunde. Zijne 
openingsrede de medicina a mundo condito ad nostra usque 
tempora is in druk verschenen. In 1741 vertaalde hij in eene 
plegtige redevoering de Historia morbi élapso anno inter Hél» 
mondanos Plebefos epidemice grassaii^ benevolo Nobüissimorwn 
et Potentissimorum foederaii Belgii Ordinum decreto sub ejus 
praesidio , per egregium Medicum Grotenacker feUciter curaii. 
Mobachius bekleedde de aanzienlijkste betrekkingen, bezat 
eene uitgebreide praktijk en de algemeene achting z^'ner me* 
deburgers. Hij overleed omtrent het jaar 1754. 

Zie Dr. C. B. Hermans, Geschieienia der HL en Latifnsche adu>ol 



Digitized by VjOOQIC 



895 

te 'êHertogenboêch, bl. 27; Commerciam Liierarium, Nourenb» 1732, 
p. 6ö; Boekz. der Gel. Wereld, 1741 b. , bl. 90. 

MOBACHIUS aUAET, (Wilhelmus) zoon van den vorige , 
sedert 1759 predikant Wa veren v een , in 1762 te 's Hertogen- 
bosch, werd den 4 Sept. 1765 hoogleeraar in de wijsbegeerte, 
in 1769 predikant te Haarlem, waar hij 27 Januarij 1792 
overleed. 
Zie Hermans, t a. p. , bL 32. 

MOCK (Laubens), secretaris van Middelburg. Deze werd 
door den Magistraat gevoegd bij den, den 22 Aug. 1570 door 
den bisschop de Castro, beDoemden kannunik Thomas Me- 
ncvorstius #om van alle personen, poorters en ingezetenen 
van Middelburg en Amemuiden te ontvangen en te visiteren 
alle boeken, en die zij bevinden zouden dat gecorrigeerd zou* 
den moeten wezen onder zich te behouden." 

£en dergelijk onderzoek werd in Jan. daaraan volgenden ook 
in de scholen gedaan. 

Toen het Spaansche krijgsvolk in 1572, wegens wanbeta- 
ling, oproerig dreigde te worden, opende men te Middelburg 
eene leening voor den koning van Spanje ter hunner betaling. 
Mock was een der eerste, die zich tot deelname aan die 
leening bereid betoonde. 

Zie '^sGravezande, SKst. aaneenschakeling , bl. 135, 284. 

MOCKEMA (PoPKE tan) ook POPKA tot MOKRA ge- 
noemd, zoon van Botte van Mockema, die ook reeds op 
bet huis Mockema te Morra woonde. Popke is kinderloos 
overleden. Hij was in 14 L . Grietman van Oostdongeradeel. 

Zie van Sm in ia, N. NaamL van Grietmannen, bl. 76, 77. 

MOCKEMA (Gebbrand) leefde in het laatst der XV« en 
in den aanvang der XYI* eeuw, en was een der voornaamste 
edelen onder de Vetkoopers. Ook hij onderwierp zich na de 
vestiging van de Saksische heerschappij , doch werd , op be* 
schuidiging dat hij met den Stadhouder van den Graaf van 
Oost-Friesland tot omkeering van den toenmaligen stand van 
zaken zou zaamgespannen hebben, gevangen genomen, wrede- 
iijk gepijnigd, en bekende schuld, doch betuigde later zijn 
onschuld, waar zich dan ook Janke Douwema en anderen 
van overtuigd hielden. 

De Stadhouder durfde, zonder zich met het gezag van den 
Keizer tegen opspraak te wapenen, het vonnis des doods niet 
ten uitvoer te brengen. Toen hij dit bekomen had, werd 
Mockema den 16 November 1512 onthalsd. 

Zie Gabbema, bl. 271; Scheltema, Staatk. Nederl; Gron, 
Voïkaalmanak^ 1844; Eekhoff, Getchied, v. Friesland, bl. 135; van 
Sminia, levensschets van hem en zijn broeder Tjaard Moeke- 



Digitized by VjOOQIC 



896 

ma, die insgelijks een grooten rol in de staatkundige beweging yan 
dien t^d speelde; in Leeuwaarder Courant y 1884, n^. 14. 

MODA (JoHAN). Toen Winschoten in 1593 door Ver- 
dugo werd beschoten, lag Moda, sergeant van kapitein Jo«- 
han van den Corput, in de kerk, en verdedigde zich 
anderhalven dag met 30 man zoo dapper, dat Yerdugo 
hem prees en op vrije voeten stelde. 

Zie Bor, Vero, d. Nederl om-logen. B. XXX. fol. 34. Dt ver- 
overing van Winschoten f door de Spanjaarden, in 1598. een berijmd 
verhaal in Gr on, VoOcsalm, 1840, bL 89 velgg. 

MODA (Gbrhabdüs) was bevriend met Frans Hemster- 
huis, en toen deze in 1661 zich te Groningen bevond, 
schreef Moda, die er toen S. S. Theol. et ling. Oriënt, 
student was, een Uebreeuwsche , Grieksche en Latijnsche 
spreuk in diens album. In 1666 werd hij predikant te 
Burgwerd en Hichtum, in 1675 te Bolsward, waar hij in 
1673 overieed. 

Zie Naaml. der Predd, van Bolsward, bl. 82, de Crane, de /a- 
milie Hemsterhuis, bL 15, 108. 

MODDERMAN (Mr. Tonco) den 11 Januarij 1745 te 
Groningen geboren, was een man van schranderen geest en 
scherp vernuft, die zijne meeste gedichten niet schreef maar 
in zijn geheugen, dat bijzonder sterk was, bewaarde, zoodat 
het zijn stadgenoot Spandaw niet dan met groote moeite 
gelukte om met hulp van zijnen zoon, A. Modderman, 
eenige daarvan, voor de vergetelheid te bewaren en onder den 
titel van Nagelaten gedichten in 1817 uit te geven. Hij over- 
leed te Groningen 28 April 1802. 

Zie van der Aa, N, B. A. C. Woordenb. 

MODDERMAN (J. J.) zoon van den vorige, werd den 
4 van Herfstmaand 1786 te Groningen geboren. Al vroeg 
openbaarde zich in hem een groote zucht tot wijsgeerige we- 
tenschappen, vooral tot de wiskunde. Op de hoogeschool ia 
zijne geboortestad genoot h^ het onderwijs van den hoogL 
de la F ai 11 e, en gaf een blijk zijner vorderingen in het 
Specimen Matkematicum de Sectionióue Conicie in ipso Cono 
conaideratiê y den 8 Jun^j 1808, onder voorzitting van dezen 
hoogleeraar verdedigd. Sedert September 1808 wijdde hij zich 
onder leiding van den hoogleeraar van Beeck Calkoen 
aan de Utrechtsche hoogeschool der verhevene Wis- en Sterre- 
kunde. Hij overieed in Herfstmaand 1809 aan eene rhea- 
matike ziekte van weinige dagen. 

Nog heeft men: 

Th. van Stcinderen, B, ff. Lulofs, B. ff. Steringa Kvy^ 
en J. /. Modderman^ Brieven geechreven op eene wandeUng 



Digitized by VjOOQIC 



897 

door een gedeelie van DuUêckland en Holland tn den gomer van 
1809. Gron. 1809 , 2 dn. met pi. 8^ 

Zie brief van ran Beeck Calkoen, th Kortst' en Letterb, 1809, 
D. II. bl. S92, 293; van Swinderen en B. H. Lnlofs, ter 
(jftdadOems van J, J, Modderman, 1809. 

MODDEKMAN (Mr. Jan Rimees) geboren te Groningen, 
stndeerde aldaar in 1794, werd Sous-Prefect van het Oldampt 
en Westerwolde. Toen deze betrekking verviel, wijdde hij zich 
aan de advocature en vertrok later naar de Oost, waar hij 
overleed. Hij was een bekwaam regtsgeleerde en schreef: 

letê over de door de stad Groningen op nieuw over het 
Oldampt y fFestertooldingerland enz. gepretendeerde Superioriteit. 
Gron. 1816, gr. 8*. 

Bekeêt en inlichtende memorie van landóowoere, ter erlanging 
van tifdeUjk verbod van, en voortdurend bezwaar op den invoer 
va» granen en peulvruchten. Gron. 1824, 8^ 

Zie van Cleef, Alphab, JVaaml» 

MODEBATUS (Petbus Massemus) te Gent geboren, direk* 
tenr van het mozijkkoor van keizer Ferdinand I. 

Schreef: 

JDedaraüonee purae et breves , IX ExpoHtionUma et totidem 
Precationióuê comprehensae i item AngUeae ealutationis Medi- 
toHonea. Antv. 1559, 12^ 

Zie Foppens» Bibl Belg., T. II. p. 991. 

MODEBSOHN (volgens van Heussen en van Rhyn 
MOEDEBSOHN)(JüSTüs), in 1637 to Munster in Westphalen 
geboren, studeerde te Leuven in de philosophie en theologie, 
werd in 1665 pastoor te Amsterdam, waar hij eene kerk of 
kapel stichtte, boven welke hij eene rjjke bibliotheek plaat- 
ste. Behalve op de godgeleerdheid, legde hij zich op bijna 
alle wetenschappen, vooral op de wiskunde en muzijk toe, ook 
zoa hij bijna alle talen verstaan hebben. Hij voerde den titel 
van protonotarius apostolicus, was lid van het kapittel van 
Haarlem, bachelier en meester in de kunsten, en overleed te 
Amsterdam den 8 Jan. 1693, in den ouderdom van 55 jaren. 
Bfen vond onder z^'ne papieren schetsen van verschillende wer- 
ken; alleen zijn uitgegeven: 

Concioneê quadragesimales , seu commentariua litterdlis et mO' 
raUs in eeptem Psalmos Poeniteniiales, Amst et Antv. 1697 , 8*. 

Hij is naar J. de Bray door J. Klopper in fol. afgebeeld , 
zittende bij een' groote boekenkast, met muts op, in toga, een 
boek in de linkerhand, met 12 regelig Lat. vers, in fol. 

Zie Bat. Soera, D. IV. bl. 192; Paqnot, Mém. T. II. p. 820; 
Eobus en de Bivecoart; Muller, Cat. v, portr. 

MODED, MODET. MODETÜS (Hekmannes), of Her- 
man Strijker, die uchlaterook Hendrik van Benthem 

57 



Dig^zedby Google 



&98 

noemde, werd, het juiste jaar schgnt niet bekend, te ZwoUe, 
uit zeer geringe ouders geboren, omhelsde den geestel^ken 
stand , nam het monnikskleed aan (men noemde hem later een 
#nitgdoopen religieus ,'') doch geraakte vroeg met de leer der 
hervormden bekend, en predikte die reeds, nadat hij door de 
keizerlijke plakaten uit Zwolle was verjaagd in 1545, zonder 
levensgevaar, waaraan hij telkens was blootgesteld , te vreezen, 
abm in de Nederlanden , bediende eenigen tijd de heimelijke 
gemeente te Breda (1560) en Oudenaarde, en was de eerste, 
die in Nederland, op denl4Junij 1566, het waagde in de nab^- 
heid dier stad in het openbaar te prediken. In de volgende 
maand deed hij zulks voor een onaMenbare schaar nab\j Gend. 
Van daar begaf hij zich naar Antwerpen, waar m de gemoe- 
deren opruide en #den oppersten duitschen predikant van t' Laer," 
#docter Botter" en 'de valsche predikant Herman nu s" ge* 
noemd werd. Hij beloofden den 15 Augustus (1566) te Amster- 
dam in de Nieuwstad te prediken, doch liet zulks, op verzoek 
van den prins van Oranje na , en ging op dien dag zulks buiten 
doen. Hij zou aldaar den 20 Augustus van dat jaar, de oor- 
zaak der beeldstormerij zijn geweest, doch hij veidedigde 
zich tegen deze beschuldiging in zijne Jpologie ofte heant- 
wooré^ghe teghena de Calumnien ende vaiêche besekuldingken 
gesiroeyet tot laateringhe des H. EvangeUeê ende Zijnen perewm , 
door de vianden der Ckrütehfcker religie , z. p. 1567, kl. 8*. 

Uit deze Apologie blijkt daarentegen dat hij inderdaad heeft 
getoond z^nen invloed tegen de beeldstormerij te doen gelden. 

Uit Antwerpen vertrok hy naar Gend, waar hg het predik- 
ambt tot in Ootober waarnam, toen hij in een vergadering der 
Gereformeerden te Antwerpen verscheen, waarin een smeek- 
schrift aan koning Philips U werd opgesteld, om vrijheid 
van godsdienst met aanbod van 80 tonnen schats daarvoor te 
zullen betalen. Dit alles gaf aanleiding dat de aandacht van 
het Spaansche bewind zich op hem, even als op Dathenus» 
vestigde, en dat de landvoogdes eene belangrijke som uitloofde 
om hem in hechtenis te doen nemen. Tot de beschuldigingca 
tegen hem ingebragt behoorden dat hij in het einde van 1566 of 
den aanvang van 1567 de burgers van Maastricht tot den beelden* 
storm en het plunderen van kerken en kloosters zou hebben 
aangestookt, en dat ook op zijn aanraden , die van Maeseyk ea 
Hasselt, het voorbeeld van de Maastrichtenaars zouden gevolgd 
hebben, indien de bisschop van Luik, zulks niet had weten 
te verhinderen, ten gevolgen waarvan Moded in het gewaad 
van een Franciskaner monnik ontvlood. Toen de regering van 
Antwerpen het prediken aldaar wilde beletten , was hij niet zoo 
gemakkeiyk tot onderwerping aan dat besluit te bewegen als 
zijn ambtgenoot Taf f in. Wij kunnen Moded niet van stap 
tot stap in dezen fel bewogen tijd volgen, noch de bescholdi- 
digingen vermelden, die tegen hem door de spaansobgesinden 



Digitized by VjOOQIC 



899 

sJD} ngebragii H^ aell ^ er aanleiding tee door zyn én- 
stoiiBilg eo benoeiaiek kandcter , waarvan op e!k& blaéEijdft! dsr 
gesduedeub vmi diea t^& sporen vrordt gevonden. iM HeeU 
eebter lÉut' gem kundige ma»nen ontbmken die den handsobotiil 
voop bem opnamen, onden wdk« Willent te Water, pre- 
dikant te Axel de eerste plaats verdient. 2^n' invloed- moet 
wer groot gevveeat sdjn, a\jnen wehtprekendh^ niet minder ^ 
ook worH Ua» z^'ne; geteeniHieid goede getaigenitoeni gegeven r 
eo bij behooide tot bien aan wien G^nido de Bres in 15öé^ 
de beoordeding zijn«r G^elooMeli^rais toevertrouwde; 

Nadat de knévoogdea het banvonnis tegen bem gevdd bad,^ 
lieeit bij bet land verhten , en ia bi) naar Engeland geweken' 
en bekleedde mogelijk bet predikambt te Norwicb, waar aieb» 
toen een aannenlijk getal Nederjktadsche vlucbteüogen bevönv 
den^ Zeker wa» bi| dén 8 November 1568 op de synode^ tei 
Wezd, en onderteekende bar& aeta. Waar bij toescben» 15 tö 
en fb7^ omswierf, ia ooseker, doch in dit jaar wend bij' tbè 
eeiaten predikant te Zierikaee benoepe». Lofwaardig ww^ Mev 
zqn arbeid) ter veetiging van de hervormde kerk*. Niet alleen 
Zieriksee, maar geheel Schouwen bad ten de^e ve^ aan' boÉü 
te danken, en in 15T^ werd in die stad, onder zijne leiding ^ 
een ooetna gehouden ter bevordering. en r^^lingder keikeiijkéf 
belangeav Te bejammeren dat hij. in twist kwam met den 
admiraal de Rij k over de goederen der abdij te Middelburgr^)«^ 
Volgens sommigen soa hij den kansel te baat hebben geno" 
men om tegen ' den moedigen watergeus te spreken , maar sekev 
dat Oranje uit bel geschil deser beide mannen grooter onheil 
doebtendct, Made«l een anderea werkkring aanweer eu' bem 
tot zijn^= hofprediker benomnde« Ook in deze betrekking vér- 
bediende Mo4ed zi|n hoog en bitter karakter niet; ja m 
öeeaea dienst en zelfs onder de oogen Zijner Doorluohtighett, 
vist bij: zich zoo qua^jk te matigen dat de princer, vronw^ 
Gharlotte van Bourbon, hem in plaats van Modet, 
immodet noemde»'' Hoe lang h^ de betrekking van bofi)re* 
diker vervnldè i^ onzeker; doch in 1578 kwam Hij wederom 
te Qend, predikte daar den 5 October in de Predikbeeren 
kerk, en liet zieh aoa verre vervoeren, dal b^, op- bet voor- 
beeld Ba tbenu» het volk ophitste, om allen 'rrdi^dns wede 
te verwerpen ," ett tegen den prins van Oranje, die dezen vrede 
tot behoud van stiaat en kerk, sseer aanbeval, op den predik- 
stoel hevig uitvoer. Hijj durfde echter de komst van den prins 
te Gendnieft afwachten, malur verliet met Datbenus in stil* 
tfr de stad» 



1) «Daar (te Zierikzee) hfi dèr Geestig ken grootheit, en zQne wydt- 
gspende heerscfasngt openbf!arde, door *t verzoek aen den Ammiraal 
of Sokeeps-Hopman de Byk van toezeg te hebben, van H bewindt 
overde^bdv tot Midd^borg: tegens dat het omgezet wierde."^ Hooft. 

67» 



Digitized by VjOOQIG 



900 

In 1580 werd Moded te Utrecht aangesteld. Reeds had 
h^ daar sedert Paschen gepredikt , maar was eerst den 1 7 October 
als leeraar aangenomen. Wat de regering, bij wien Duif* 
huis nog in hooge achting stond en de consistorialen zich 
lieten gelden, bewoog om den onrustigen en onverdraagzamen 
man te benoemen , en van waar hij tot haar overkwam , heeft de 
geschiedenis nog niet opgelost; doch hij, die zooveel gezien 
en gedaan, de vlammen der brandstapels aanschouwd, aan 
de overwinnende watergeuzen de hand gereikt had, die zich 
zelf als een' der grondzuilen van den jeugdigen staat en als 
geroepen ter handhaving van de zuiverheid eener leer, waar- 
voor hij zooveel had opgeofferd, aanmerkte, meende zich te 
Utrecht juist op zijn plaats te bevinden, dé^r was strijd en 
botsing, d^ vond zijn woelige geest voldoening. Dadelijk 
mengde hij zich dan ook in de -zaak met de gemeente van 
St. Jacob, en de dood van Duifhuis scheen hem het ge- 
schikte t^'dstip om zich aan de Utrechtsche consistorialen en 
dus aan de Nederduitsche kerk aan te sluiten. Den 4 Aug. 
1681 met zijn ambtgenoot Wernerus Helmichius ten 
stadhuize ontboden, trad hij met twee predikanten van St. 
Jacobs kerke over de tusschen hen heerschende verschillen, 
in gesprek. Bit liep vruchteloos af, en nu verzocht hy in 
1583 aan de Synode van Noordholland #dat dezelve wilde 
supplieeren voor de gemeente van Utrecht aan de geünieerde 
provinciën, dat haer £. wilde verklaeringe doen op het der* 
tiende artykel van de Unie van Utrecht." Dit verzoek kon 
de Synode in dien vorm wei niet inwilligen , maar zij besloot daar- 
toe onder de hand te werken, met dit gevolg, dat nog ter 
zelfden jare van wegen de Algemeene Staten werd voorgedra- 
gen en naderhand met eenparige stemmen vastgesteld geen 
andere dan de Evangelische Gereformeerde religie binnen de 
geünieerde provinciën, de openbare leering of exercitie toe 
te laten. 

Toen Leycester aan H bewind kwam, werd Moded eea 
zijner ijverigste aanhangers, en zijn invloed zoo groot, 
dat hij zich in de keuze der wethouderschap en in de gewig- 
tigste aangelegenheden liet gelden. Men bezigde hem tot 
bdangrijke zendingen, en toen Leycester naar Engdand 
was gekeerd, vertrok hij derwaarts met geloofs- en lastbrie- 
ven, die ook door zijne ambtgenooten Sopingius, Helmi- 
chius en Uitenbogaerd, doch daartoe door hem gedwon- 
gen , geteekend waren , naar Engeland , om bescherming van de 
bedreigde hervormde kerk enz. en het terugzenden van den 
landvoogd te verzoeken. Kort hierop (Junij 1587) ondervond 
hij de noodlottige gevolgen zijner staatkundige bemoei jingen. 
De graaf van Nieuwenaar, stadhouder van Utrecht, op 
hem wegens z\jn verzet tegen de Algemeene Staten verstoord, 
welligt vermocKlende dat hij er op uit was hem het stadhoa- 



Digitized by VjOOQIC 



901 

derschap te doen verliezen, besloot hem gevangen te nemen. 
Doch na ontstond te Utrecht een oproer dat voor het ergste 
deed vreezen, maar door den Keulschen oud-KeurvorstTruch- 
ses en den Engelschen bevelhebber Nor rits werd gestild. De 
Utrechsche regering oordeelde echter aan den stadhouder eenige 
voldoening te moeten geven en M o d e t , schoon de consistorie 
er zich tegen verzette , eenige weken in zijn openbaar dienst- 
werk te moeten schorssen. Intusschen verzoende Modet zich 
met Nieuwen aar en steeg zoo hoog in diens gunst als 
diens haat bitter geweest was, en toen de Leycestersche par- 
tij het onderspit moest delven , schaarde hij zich aan de zijde , 
tqgen over welke hij tot na toe had gestaan, doch dit belette 
niet dat hij in November 1588 uit de dienst der Utrechtsche 
gemeente werd ontslagen. Te Emden, werwaarts hij zich naar 
zijn ontslag had begeven, wendde hy, door tusschenkomst 
VBO dem kerkeraad aldaar , pogingen aan om zich met den Utrecht* 
8chen kerkeraad te verzoenen. Deze bewerkte dan ook dat 
men, :na een breede onderhandeling, van Utrecht een formu- 
lier vikJi verzoening overzond, dat den 16 Aug. 1591 door 
Mode t en den kerkeraad van Ëmden werd aangenomen en 
bij Meiners en Glasius bewaard is. 

Later genoot h^' een jaargeld van de Staten van Holland 
en werd hij tot geheime dieneten in Duitschland, te Keulen, 
Mmuter en elders gebruikt Uit de opdragt van zijn geschrift 
tegen de Wederdoopers blijkt dat h^ zich in 1603 te Middel- 
burg ophield en uit een uitdrukking van Saravia ten jare 
1612 dat hij toen nog leefde. Zyn karakter is breedvoerig 
door Te Water, in zijne Geschiedenis der Beformatie van 
Gend, Glasius in zijn Godgeleerd Nederland, en vooral door 
Mevrouw Bosboom — Toussaint, in haren Leycesterschen 
roman, meesterlijk geschetst. 

Hij gaf in het licht: 

Een corte tafel ende gantach grondich Berichi van het 
EegUghe Nachtmael. Ghedrueht (te Antwerpen?) 1579, kl. 8^ 

GromHck berichi van de yerste beginselen der Wederdoopers 
secten, ende wat veelderley verscheyden tachen een yder met 
ijfne aert ende dry ver daeruyt gesproten syn, item van hoer 
visioenen enz. Middelb. 1603, kl. 8^ 

Zie Foppens, Bihl Belg,, T. II. p. 962, 963; EpisL praeaU 
w>., p. 362; J. v. d. Sande, Belgic, Eist. Epitome p. 6; Nic 
Bargnndias, Bist, Belg., Lib. III. p. 157, seq., 159, 160, 
216, 315, 316, 317, 318, 322, 324; Fl. van den Haer, de 
hiU TumuU, Belg., L. II. p. 237, 304; Ern. Eremundi Origo 
€t HisL Tumult. Belg., p. 162; J. F. Ie Petit, Chr<m.y T. U. p. 
124; Hopperas, Recueil des troubles des Pays-Bas, p. 97, B. III. 
bL 95, 96; Hooft, NederL Eist., B. VI. bl.235, 236, B. XXTV. 
bL UOO— 1107: B. XXV. bl. 212, 241; Bor, Ned. OorL, B. VI. 
bl. 236, B. XXI. bl. 81, B. XXH. bl. 92; Wagenaar, Vad. 
GescJu, D. VIU. bl. 176, 190, 216, 220; Antwerpsche Ckron., bl. 



Digitized by VjOOQIC 



902 

80, 81, 87, 88, 135, 91, 93, 96, 97, 117, 120, 121, 122, 185; 
Gendsche Geschied., D. L bl. 6, 7. 8, 9, 10, 16, 39, 44, 47, 49, 
74, 82, 83, D. II. bl. 63, 72, 88; Strada, de BeUo Beigico^ 
Lrb. V. p. 208, 253—257, Lib. VI. p. 302; Tegemo.y Staat van 
ZeeUmt, D. IV. bl. 804, 305; Schotanus, Gesch, v, FriesL, bl. 
732; van Goor, Beschrijv. v. Breda y bl. 76; Dodt ran Flens- 
buxc Arckuf, D. lU. U. fi55, 266; Bild«r4yk, Gtmii. des 
Vaderl^ p. VIL \li. 142; Sdb, van de FormuL bl 90, 91; W«- 
Eembeiek, van den Staet d, Eeligie, bl. 145—148, 150, 154, 155, 
lie, 157; Le Long, Eist, Verhaal, bl. 126; Brtkudt, Kort, verk. 
d, He/.f W. 149, 304, 587, 718, 755, 756; Eist. d. Re/,, D. L 
W. 347 Tenr., 691, 692; Uyttenbogaert, Kerkel. Eist., D. HL 
1>1. A21, ^M, 252, 265—268; Kerkel Pledeaatb, , D. L bL 314; 
Hunnivs, Statisch Viaamkren, U. 186 enE. 211, 214; Meiners, 
Oo^-Yniuchté Kerk. Gesch,, D. |L b|U 291; 'fGraresanda, 
Syn, V. Wesel; Te Water, Re/, v. ZeeL, W. 216; Kigt en 
Jloy aards. Kerk, Archief (eerste Serie) D. V. bl. 457, D. IX. bL 
363, (tweede Serie) D. IL bl. 50, VL bl. 273, VIL bl. 226, 278; 
Glasins, Godgel. NederL; Hoogstraten, Kok, Eobns en de 
Riveconrt; (xtt. der MaaU. v, Ned, Letterk., D. IL bL 8; Mnl- 
l(9r, Cat. eenfr Zeldz, Verzam* v. Gadget boeken^ bl. 94. 

M0ÏH!U8 (Framoisoi») werd oiet , g^jk Melobior Adami 
schrijfl, te St. Omer, maar te Oadenburg onder Brugge m 
16/é6 gehozen, legde zich te Douay ooder Andreas Hoius 
op het Oriekseh en Latijn, onder Joaones Venduiliius 
enBoetiasËpo op de regtageleerdheid toe, vervolgde deee 
«tudie te Leuven, en verd ia 1578 doctor in de regten. De 
onlusten bewogen hem sijn vaderland te verlaten en naar 
DmUcUand te gaan, waar hij het grootste gedeelte van zijn 
leyen doorbragt. In 1687 bevond hij zich te Boon , toen dese 
stad bij verrassing werd ingenomen. Hij werd gevaarlijk 
gekwetst en Fan al zyn faezittiBgen beroofd. In zijn vader* 
land weergekeerd, werd bij kanunnik te Aire en Artois, in 
stierfin 1597 of 1599. Zijn schriften zijn: 

PoëwuUa Varia. Wurtzburg 1568, 8^ 

NovofUiquae UotiottH tribuUte in epiétoiat eerUum, etc 
Francfert 1584, in 8^, herdmkt in Tom. V van den The^ 
êOMTttê eriéious van J. Grnter. Men vindt er excerpten van 
in Draekenborch's nitgave van Bilins Italieus. 

Oeloalicka ad iinguloa cleri Momani Jiguras ; adiiio UMIo 
Hugulari de ardinis eocleaiastici origine, progresau, veatitu^ 
Francfort. 1685, in **»• 

PandeUae Triumphales, êive Pompanm ^ feséomm ao êo- 
lemnium apparaéuum^ Convivionm, Spectaculorum , gnoe m 
inaugurtUumióus , napiOs elfitneriiua imperatorum , regum , prin" 
eipuumgue celeórata sunt, torn duo, Francfort. 1586 in fol. 
Deze beschrijving met houtsneden van Jos. Amman is zeld- 
zaam en slechts gedeeltelijk opgenomen in Tom. XL ?an dea 
Tke$. JfUig. Grt^c. van Gronovius. 

Noéoê iive Ooüêoéanem in aorpm, ui voomU^ i«m, èoe eU 



Digitized by VjOOQIC 



908 

m Pmdeciuê ae Gedioim luaünetmeum. Francfort. 1686 ia 
fol. , laatste aitg. met noten van Denis Godefroy, van 
Simon van Leeuwen en anderen. Geneve 1756, 2 vol. 
in fd. 

Benm crimndUwH Praxis^ et tractatuê ea de re noóiUanm 
Jnre eoftêultarwn smul ooüegati Fancf. 1687 in foL 

Modi as heeft met aanteekeningen uitgegeven op AeUtmue 
en Modesiuê (Col. 1680, 8*.), Quinius CurUuè (ibid. 1581, 
8*.), JusHnuê (Francf. 1687. 8^), TUua Uviua (ibid. 1607, 
fol.)i VegeHue, Fronütme (Lugd. 1585 in 4^, Lugd. Bat 
1607, 4^), Caasiodoma^ Jordanua Raoetmaüuê ^ EnnodUte 
TidneHsiê, voorts: Auctaritm Zonarae, Nicetaé Acominatij 
Nieephori Oregorae enz. Ook gaf hij in het licht Bam. Brie* 
sonU Lexicion Juria^ Notae perpetuae in Pandedaa et Codi- 
een enz. 

Foppens schrift hem nog een onuitgegeven werk toe, 
dat men in de Bibliotheek van St. Omer bewaarde, maar er 
niet meer in te vinden is. Petrus Faber beschuldigt hem 
van plagiaat. 

Z^n beeldtenis vindt men b^ Boissard en Foppens. 

2^6 Meleh. Adami, Vitae Pkil, p. 425; Sweertii, Aih. 
B^lg., p. 247; Val. Andreas, BibL Belg,, p. 284; Fop- 
poBS, Bibl Btlg,, T. L p. dOO, 301; Fabricii, HUu BibL, 
P. m. p. 817; Crenii, Ammado, FhitoL, P. V. p, 149; 
Draeckenborchins, Proef, ad Livium, T. VII. p. ixT, XLVi; 
Saxe, Onom. T. III. p. 531; Boissard, Iconeê var. iüastr.^ 
Tom IV. Nnin. 2; Caial BibL Bunav, T. I. Vol. II. p. 1445, 
Hoenfft, Pont. Lat. Bek., p. 70; Peerlkamp. de Poet. NeerL 
p. 175, 176; Rjckii, Poêin. p. 92; Baillet, Jugem^ T. II. p. 
186, n®. 419; J. Britz, Code de tanden Droiot helgi^ue; Nouv. 
biogr. génér; Joch er. 

MOELAERT (Jacob) werd in 1649 te Dordrecht geboren, 
begaf zich in eenigzins gevorderden leeftijd tot de schilder- 
kunst en werd daarin onderwezen door Ni colaas Maas. 
Familiebelangen verpligtten hem naar Amsterdam te vertrekken 
en ach aldaar te belasten met het beheer van beroepsbezig* 
beden. In zijn tusschenuren bleef hij echter de kunst beoefe* 
nen en keerde later naar Dordrecht terug, waar hij zich zoo 
met het schilderen van portretten en geschiedkundige onder- 
werpen als met verzamelen van uitgelezen papierenkunst bezig 
hield tot dat hij, volgens Nagler in 1727 overleed. 

Zie, behalren Houbraken, van Eynden en van der Wil- 
ligen, Immerzeel, Eramm; Muller, Cat. v. Porir.; Eo- 
bns en de Biyecourt. 

MOELDER (HiERONYMüs) , Antwerpsch dichter van 
Den lijdenden Chrialua^ ofte Paaete van ona Heere Jeau 
CMriati. Antw. 1666. 



Digitized by VjOOQIC 



904 

Zie Willems, Verh. wer de Nederd. Tod- en Letterk,, D. IL 
bl. 134, Witsen Geysbeek, B.A.C. Woordenb., D. IV. bl.437. 

MOËLEN ( VAN der) door Nagler en Kramm ver- 
meldt als onbekend Hollandsch schilder, die te Rome werk- 
zaam was. 

MOELEN (Jacob Pietersz. van der) of VERMEULEN , 
door Schijn, D. II. bl. 672 ^'ner Geschiedenis der Metmo- 
nieten als schrijver vermeld. 

Men heeft van hem: 

Christelycke onderrichHnghe oft een clare ondenoifsin^ke ^ 
met grondighe BeUjdenisse der voomeemste Poincten der heyl- 
samer Leere enz. Oedr. tot Alcmaer ^ by Jacob de Meester 
wonende in de Lange Siraety in de Druck^e^ 1609. 

Coüatio S, Scripture, Dat is , Ferghelifckinge der H. Sckrif- 
turen in verschegden geloofs-saken , daer Schrift met Schfiflure 
verclaert ende vergheleken wort. Tot Dordrecht, Ohedr.bg Jan 
Camn^ 1602. Met Jppendix, 

Defensie y wt de heylighe godlycke Schriftuere^ die dat strij- 
dende ^ menschel^cke vernuft ^ opinie, ende schadelijeke dwalinghe 
wech neemt. Tot Alcmaer, by Jacob de Meester , 1599. 

Vertoogh oen ds Successoors des Jesuyts. D, Francisd Cos- 
teri die met z^fne (maar niet de rechte) Toetsteen heeft willen 
toetsen ende wederlegghen de Successie Jpostoüca, Anno 1600 
ghedruckt te Alcmaer b\f Jaeob de Meester enz, 1604. 

Zie Muller, NaamL v. Godgel boeken, bl. 94, 95. 

M0ELIN6EN (Gtsbertus van) leefde in het midden der 
18* eeuw en beoefende de graveerkunst , blijkens een wa- 
pen met tenanten van Bruno van der Does, voorko- 
mende op de groote kaart van het Hoogheemraadschap van 
Zuid Hoüand. 2^jn hoofdbedrij f was echter stempelsnijder , en 
als stempelsnijder der Geldersche munt werd hij 15 Augustus 
1769 beëedigd. 

Door hem zijn de volgende Medaljes vervaardigd: 

Op het bezoek van Princes Anna met de belde vorsteUjhe 
Spruiten b^j hunne Grootmoeder Princes Maria Louiza in Fries- 
land, op het Oranjewoud, 1754. 

Op het eeuwfeest der Stichting van het Ger^ormeerd Diaco- 
nie' Weeshuis te Amsterdam. 

Op de Inhuldiging van Prins Willem V als algemeen Erf- 
stadhouder. 

Op het overlijden van den Haagschen predikant Willem Muil- 
man 7 Febr. 1769. 

Zijn arbeid onderscheidde zich door eenig kunsttalent. 

Zie Astreca 1854, bl. 215; Vervolg op. van Loon, n®. 384, 343, 
391; Kramm; Navorschfr 1863, bl. 146. 

MOEMOER ( de) ingenieur, werd gekwetst in het beleg 
vau Menen 1706. 



Digitized by VjOOQIC 



905 

Zia Bosscha, üeirl Hüd. U land, D. II. bL 895. 

MOËNS (Anna Masia)» geboren 31 Augustus 1777 te 
Hoorn, gestorven 10 Maart 1832 te Ede. Zój had in de 
oaderiyke woning als kind welvaart en vreugde gekend, maar 
ondervond dat het aardsch geluk, vol wisselvcdligheen geen 
heil kan geven* De storm der omwentelingen verwoestte de 
welvaart des huizes, maar deed in de dochter de sohooiiste 
vmchten van zelfverloochening en geloof tot rypheid komen. 
De Voorzienigheid bragt haar langs dien weg tot de vervul- 
ling van den zoetsten droom harer vroege kindsheid, zich te 
mogen wijden aan de opvoeding van de jeugd. Op twintig* 
jarige leeftijd zag z^ zich reeds met zilver bekroond, door de 
Maatschappij Tot Nut van H Algemeen, voor eene verhande- 
ling over het godsdienstig en zedel^k bestaan van Jezus, ge- 
Igk zij later voor haar zedekundig schoolboek het goud ontving. 
Nadat zij 14 jaren lang aan een klein getal van kweekelingen 
hare krachten had gewijd, zag zij zich in 1817 een grooter 
werkkring ontbloten. Het buitengoed Kernheim te Ede was van 
toen aan de plaats waar zij als eene moeder woonde en werkte 
aan de vorming van kinderen, die haar met buitengewone 
liefde aankleefden en hare gedachtenis wilden in eere houden, 
ook door het plaatsen van een gedenkteeken op haar graf. Zij 
was bloedverwant en vriendin van hare naamgenoot Petro* 
nella Moens. 

Behalve eenige stukjes in de Kleine DichterUjke Handschrif- 
ten^ gaf zij in het licht: 

DiekUrUfie heepiegelingen over Oods voorsietngheid ^ den 
dood^ hei graf^ de opstanding en andere ZedeUjhe onderwerpen. 
Amst. 1795, gr. 8^ 

Iets ter Oedaehtems van J. O. Lavaier. Gron. 1804, gr. 8^ 

Tafereden van eene Christelijke opvoeding. Amst. 1822, kl. 
8 • m. pi. 

Dichterlifie proeve over de Vriendschap en het wederzien 
oneer vrienden in de eeuwigheid^ beide rijmeloos, waarbij ten 
slotte gevoegd is eene Cantate: Het tdteigt der Vriendschap. 
Amst. 1802. 

Zie Petr, Moens door Wamsinck en Zimmerman, bl. 107; van der 
Aa, N. B. A. C. Woordenb.; Kunst- en Letterb. 1832, D. I. bl. 
179, 1834, D. I. bl. 34; Bennink Janssonins, Geschied, van 
hei Kerkgez. der Herv, Gem. in Nederig D. I. bl. 386, 287. 

MOËNS (Fr.)i ^n kunstschilder van Middelburg, trok met 
Abraham Genoels naar Rome, werd aldaar den 3 Jan. 
1674 in de Bend aangenomen, en verkreeg den bijnaam tran 
J}e Vlucht. 

Zie Kramm. 

MOENS (HsNDEiK Bkbmdot), overleed te Groningen 18 
Dec 1858 , als gepens. Luit. Kolonel , Militair Kommandant 



Digitized by VjOOQIC 



901 

der Prov. GhPtmiftgea, «q werd op het kiMrkhof Zuilen bij 
Breda in heè fanuliegraf bygeaet. 
Zie N. Itoé. Cow. 27 Oec l$58. 

MOENS (J.), Med. dr«, scbrijver eener JHseerL de AscUe^ 
seu de Hydrope aJbdominaU. Leyd. 1813, 4^ 
Z\» GaL G. EL a Roy, T. UI. p. 1173. 

MOENS (JosiAS), middelmatig dichter uit het midden der 
18« eeuw. Hij plaatste zijne poëzij voor de werken zijner 
tijdgenooten , b. v. voor A. Andriessen, DichtL Vüêpan- 
ningm, Midd. 1756. 

HOENS (Pexeonella) , dochter van Petrus Moene en 
van Maria Lycklama a Nyholt, sag den 16Not. 1762 
te Cubaart in Friesland, waar haar vader toen predikant was, 
htt levenslicht. Op haar vierde jaar (haar vader was toen 
predikant te Aarden burg), werd zg door een kwaadaardige 
soort van kinderpokkea en tegelijk niet minder gevaarl^ke 
scharlakenkoorts aangetast, waar uit dj haar geheele leven 
blind bleeL 

In weerwil hare blindheid legde zij zich op de beoefening 
van verscheidene kunsten en wetenschappen toe, in welke alle 
ze uitmunte, doch vooral op de Vaderlandsche poëzy. In 
1785 behaalde zij een gouden medaille bij het Amsterdamsche 
genootschap van taal- en letterkunde voor het gedicht de ware 
ChrUteny in 1786 een groote gouden medaille van de Porta- 
gescbe synagoge te Amusterdam ter dankbetuiging van een 
dichtstnk, getiteld: EHker^ in vier eaugen^ in 1788 een zil- 
veren schenkblad tot een geschenk van den Magistraat van 
Aardenborg, wegens een dichtstuk, getitelt: ^erekroon voor 
AmrdenUmrg^ en sedert werd z^ nog negenmaal, het kiatst 
te Antwerpen in 1840, wegens het dichtstuk Antwerpen, 
verheerliikt door de groote mannen , bekroond , en tot eerelid 
van verschillende dichtkundige genootschappen benoemd. In 
weerwil harer blindheid wist de begaafde vrouw de bekoor^ 
lykheden der natuur op een uitmuntende wijze te schetsen. 
Talloos zijn de gedichten door haar deels afzonderlijk, deels 
in tijdschriften vooral in de JEuphonia^ jaarboekjes en elders 
geplaatst. Niet minder verdienstelijk madcte zij zich door het 
schryven van een menigte nuttige werkjes voor de jeugd, alle 
bestemd om haar tot deugd en godsvrucht on te leiden en 
liefde voor het vaderland in te boezemen. Die liefde koesterde 
zij zelve in hooge mate, waarvan vooral hare Tafereelen uU de 
Nederlandêche Oeeehiedeniê ten bewijze strekten. Zij hield brief* 
wisseling met vele uitstekende mannen en vrouwen van haar 
tijd, stond in hooge achting bij het publiek als dichteres, 
schrijfster, bevorderaarster van al wat goed en edel was en 
ohriatin. Zij overleed te Utrecht tosschen den a en 4 Jan. 



Digitized by VjOOQIC 



ISMf naar lm» «nc^dkieaii plcgtig g/moA werd dtor de 
Maatschappij: Tot Nat vaa 't A^emeen. 

J. Pecker ZiiEner«ia& 9^^nk b^ die gele|^lieid aene 
Qedachteais rede ak, die met de Merimerit^^ 4umgmnde 
Peir. Moeuêf door W". H. JFartmnck in 1848 met haiur por* 
tot li im bet Üekt geg^em. 

Zij schreef: 

(en A. van Overstraten). JSêiAert in m»r Sodken. 
Haarl. 1786, gr. 8^ 

Berekrcma voor ActrdeiAur§ en Bergm op Zoom. Amst. 
1788, 4». 

Buth^ in vier boeken éeriftêd. 'sHage en Amst. 1700, 4^ 

DioMe. en Fr&emecie Men§ehoerken» UaarL 1790» gr* 8*. 

Be Gebroedere de fFUten^ in vijf rangen. Utr. 1791,gr.8*. 

Johan van OldenbamevM. Zaltbimmd 179&, gr. 8^ 

tf. de Orooij in eenen zangen mei portr. Zutphen 1790, 
gr. 8«. 

(en B. Bosch), de meume OoneiÜMtie van Frankrijk^ teoee 
ékdUetukken. Amst. 179t, gr. 8^ 

Liederen voor kei Vaderland. Dordr. 179S« gr, 8^ 

De geeaUedeme der menèêkkeid^ in vijf eangen. Amat. 1793, 
gr. 8*. 

Belanfflooge Uefide en eeaare vriendeokap geeckMt, in Meven. 
Amst. 1793, gr. 8«. 

MngeUn^en. Amst, 1794, gr* ^^. 

Nuttige UUspanmngen. Haarl. 1795, gr. 8^ 

Onderwife in de godedienet voor de jeugd. Amst» 1795 , 8^ 

Fruekten der eenzaamheid. Amst. 1798, gr. 8^ 

Miine vrüe d e nk m iie e over bekngr^ke ondmoetpen, mei pkU. 
'sHage 1798, gr. S\ 

BeepiegeÜÊtgien over Europa in de XVIIU eeme^ in tner 
zangen. Haarl. 1802, gr. 8*. 

Leééerkran^ voor Ueve en hrcne kinderen , tneé pk Haarl. 
kL 8*. Haarl. 1806. 4«. dr. Haarl. 1898. 

De kkinê Snee Bronkkorsi, met een pi. Haarl. 1809, 1825 
gr. es kl« 8*. 

Hietorie van den Meer WiUem Erfetee^ in érieven m. pL^ 
8 D. ZaUhommel 1809, gr. 8^ 

De twaalf maandm dee jaare in óeepiegelingen ^ vier stukken^ 
m. pL HaarL 1810, gr, 8«. 

Carolina van Eldenèerg, of de beproefde kuwelijke-troueo , 8 
D. m.pL Amst 1819, gn 8^ 

Karel van Bozenkurg^ qf de zegepraal der deugdzame Uefde. 
Dordr. 1814, 2 D, gr. 8«. 

De Kleine Willem ^ of kei kuiegezin van den Heer Lausiack, 
2« dr. mei pi. Amst 1816, gr. 8^ 

Mengelwerk bestaande in èespiegeUngent diektetukkeuj verka* 
lem en brieven. Dontr. 1816, gr. 8^ 



Digitized by VjOOQIC 



908 

Aan de vrol^ke bloeêemJtnopjea der MenaoheUjhe Maataehappif 
met gehl. plaafy'eê. Amst 1816, 16^ 

Aardefiurg , of de onbekende VolkplanHng in Zuid- Amerika. 

Ortvertoelkelïjk bloemkranêje voor de lieve jeugd ^ m. pi, Amst. 
1817, 16». 

Bloempjes der vreugde voor de Heve kindechheid m. pi, 
Haarl. 1817, 16». 

Mengelpoëdj. Amst. 1819, gr. 8^ 

Herfeibloempjee voor de lieve jeugd, m.pL Amst 1819, 16^ 

De jonge Sophia , m, pL Amst. 1819, 8®. 

Winterloveren y ». pi. Amst. 1820, 16*. 

Frederik Bemêtein. Amst. 1822, 2 D. m. pi., gr. 8*. 

Tafereelen uil de Nederl. geeehiedenie , dichterlek geechetst 
voor de jeugd. Haarl. 1823, kl. 8^, m. pi. ibid. 1829. 

Dicktkundige Proeve. Amst. gr. 8*. 

(en W. H. Warnsinck Bsz.) ^emenêcken begin, midden en 
einde, m. pi. Amst. 1824, kl. 8^ 

Mevrouw Felêman en hare FoedsterUngen; een geechenk voor 
kinderen, m. pi. Devent. 1825, kl. 12». 

Nieuw Nederlandech AB boek m. pi. Amst. 1825, kl. 8*. 

Herman en Susanna, of Tafereel van een gelukkig burger- 
huisgezin. Amst. gr. 8*. 

Klein geschenk aan de Nederl. jeugd. Amst. 1825 m. pi., 
kl. 8». 

Dagboek voor mijne mannelijke landgenooten. Amst 1881, 
8*., 2 dn. 

Gedichtjes en gesprekken voor kinderen. Amst 1826, m« 
pi., gr. 8». 

(en W. H. Warnsinok Bsz.), Waarheid en verdichting. 
Amst 1828, gr. 8*. 

De dankbare Friezen aan geheel Nederland; dichtstuk. Haarl. 
1828, 8». 

Letter'Looveren , gestrooid voor mijne jonge Landgenooten. 
Zwolle 1829 m. pi, kl. 8^ 

Legaat aan mijne Frouwelijke Landgenooten. Amst 1 880 , 8*. 

Uitboezeming aan m^n geliefd Faderland en de Noord-Ne- 
derlanders. HaarL 1885, gr. 8^ 

Mevrouw LUiênstal en hare kinderen , of geschenk aan mijn» 
jeugdige vriendinnen, m. p, Amst. 1831, kl. 8*. 

Fijf verhalen , ten geschenke aan mijne Uergrage Landgenoo* 
ten, in uren van Uitspanning, Haarl. 1831 , gr. 8*. 

Èene week in de lente op het land. Haarl. 1833, gr. 8^ 

Oelegenheids gedichtjes voor de lieve Faderl. jeugd. Leyd. 
1883, kl. 8». 

Willem en Ada of het ongenoegzame van den natuurUjhe gods- 
dienst. Een geschenk voor mijne jonge landgenooten. Leyd. 1833. 

Gebeden voor kinderen. Amst. 1834, kl. 8^ 

Gedichten , op vriendelijke uitnoodiging vervaardigd door .... 



Digitized by VjOOQIC 



909 

en geeongeti lij gelegenheid der pïegHge tiering van het ^O-jarig 
beetaan dea departement Koevorden, öehoorende tot de Maate, 
Tot Nut van H Algemeen^ op den ^ April 1883. Koeirorden 
1838, gr. 8«. 

Bij de terugkomst van de vaderl, helden Chaaeé en Koopman 
met alle de dappere verdedigers van het burgslot ly Antwer» 
pen f uit Frankrijk y op den Faderl. bodem. Utr. 1838, 
gr. 8*. 

Oediehijes voor de vroMjke ontluikende Jeugd. Haal. 1884, 
m. pi. 

Zeetal brieven over^ vooral in dezen ttfd, belangrif ke gods» 
dienstige onderwerpen. Ainst. 1834, gr. 8^ 

Een zestal godsdienstige overdenkingen , ter bemoediging mij* 
ner Ujdende natuurgenooten, Koevorden 1839, gr. 8^ 

Tweede zestal godsd. overdenkingen ter bemoediging mijner 
Ujdende natuurgenooten. Aid. 1839, gr. 8^ 

Kleine Vertellingen voor kinderen. Deventer 1836, IB^m.pl. 

De jonge Sophia, 2* dr. Amst. 1887, kl. 8^ m. pi. 

Vreugdezang hij het tweede eeuwfeest van Utrechts Hooge- 
sehooL Utr. 1887, gr. 8». 

Zeetal verhalen voor het ontluikend geslacht , door deszelfs 
vriendin. Amst. 1887, kl 8^, 2« dr. Amst. 1841. 

Oeechenk voor lieve kleinen , in den morgenstond des levens» 
Koevorden 1888, kl 8^ 

Klein geschenk voor zoete en gehoorzame kinderen y door hunne 
UeflL vriendin. Koevorden 1888, kl. 8^. m. pi. 

Kleine verhalen voor lieve vaderl. kinderen. Devent. 1888, 
16^. m. pi. 

Oeiegenheids Gedichtjes voor de Nederl. jeugd. Nieuwe uitg. 
Amst. 1839, kl. 8^ 

Aniwerp. verheerlijkt door de groote mannen die het heeft 
vaortgebragt. Utr. 1840, gr. 8*. 

Nieuw geschenk aan de lieve jeugd ^ van hare heilbegerende 
vriendin. Dev. 1840, 16^. m. pL 

Iets voor de lieve kleinen^ die eerst beginnen te lezen. Koe* 
vorden 1840, kl. 8*. 

De goede grootmoeder met hare kleinkinderen. Koevordem, 
kl. 8^ m. pi. 

Toonen der Christel, weemoede b^j het onvoorzien overlijden 
van Utrechts hoogleeraar Jodicus Heringa Ez.^ den 18 Jan. 
1840. Utr. 1840. 

Semge gedichte voor kinderen ^ als een klein geschenk. 
Amst. 1841 , kl. 8^ 

Verhalen en Gedichtjes voor de lieve jeugd. Koevorden , kL 
8*. m. pi. 

HolL Fr. Duits, en Eng. verhalen door Benry Broche^ 
Tm H. Greb^ Harisouy Langbein, Fetr. Moens en anderen* 
Amst. 1842, gr. 8^ 



Digitized by VjOOQIC 



Zié KtMêt^ m £Mm^ tsas, O. I. bL 6%%^ 1^848, U L bk 17; 
yam der Aa,, i^^ C. Vf^oordmlK; Gollot d'EsouFy, ffotl roem, 
D. bl. ; van Kampen» Bekn. Gesch. d. Nederl LeU., D. 
in. bl. 293; NaamL van hoeken; Navorecher, D. VL bl. 258, D. 
IX. bl. 94; Kobns en de Bivecourt, Maller, CaU v, Pottr. 

MOENS of MOYUS (Sikon>, beroemd ab vervaardiger van 
Clavecimbels, werd in 1532 lid der corpocatie van St Lucas 
te Antwerpen. 

Zie BeêkÊtdiee tar fer Ja eêm u ^ de chmn^ et des hMere' ifJmveti in 
Bulletins de la Comm, de VAcad, royale en Beige, 1863. 

MOSNS^ (Reinoud), buitengewoon Kon. Raad, teen 
Delft en Rotterdam in 157^ aan de zijde def Staten witren 
overg^san, verliet bet Hof van HeU&nd , meest uit^ 9ttaan« 
sebe leden bestaande, '9Uiige en week naar UtMclrt^, braahra 
Moens en. de Griffier Barthold Ernst. 

Zie Wagenaar, Vod, Eist., D. H. bl. 381. 

MOENS (Hbmdbik, Grave van), heer van Kronenborg, 
vrij-grondbeer van Vrijenes , Ambacbtsbeer van Ravensbei^p en 
Sluipwijk, Loenen enz. H|j was de zoon vaaBernardjn 
Mo^ns, vrijbeer van Kliackerlant , Grijfoort en van Ma^ia 
Magdalen« van Ornia, vrijvuouw vaa Vri^nesse , Sluip* 
wijk, Ravensberg, oud* en nieuw Gravecoop, Nieuwenboeck 
enz. Bij opene brieven van den 1 October 1724 verleendo 
keisor Kar el VI den titel van baron aan bem ea zijn broeder 
Gerbrand, ea den 16 Deo. 1-734 dien van graaft Qijwoon» 
de toen te Amsterdam, en z^n geslacht had sedert meer dan 
twee eeuwen de R. C. godsdienst beleden en was ten alle tij* 
den dat van Ka rel ^verig toegedaan* Uij^ huwde Lucie 
Emerentia van Barmania, weduwe van H.J.baron van 
Seb.W'atzrenberg, die in 1740 in denouderdom van 40 jaren 
overleed. Van beide bestaan uitstekende^ portretten door ea 
naar E ad lic b vervaardigd» 

Zie Bntkens, Trophées de Brabant, suppli 1?. I. p. 446— 454 , p. 
456--46lh Listes den. tkree de. IfMi Cheoal de.; NobL de 
Pajfs-Bas; Ferwerda, 14t Generatie; Tegen». SuuU der Ver. JV<s- 
derL, D. VI. bL 318^,. 319, D. VUL bl. 55; Bachiene, Kerk. 
Geogr., D. II. bl. 142; Wagenaar, Beschrijv. v, Amst., D. VlU. 
bl. 619; Navors., D. Vni. bl. 325, D. IX. bl. 58, 120, SU, 378. 

MOER (J. H.. W. MüYS VAN dee) schreef: 

Waarneming eener genezene venerUche beenvenoeehing {osièo- 
ioreosiê venerea) in Alyem. Vod. Letteroef. 1819, D. XXIX. 
St 2 bl; 263; 308. 

Waarnemingen betreffende de hydrope votivue , of caUdu* in 
hare onderscheidene soorten. T. a. p. 1822, D. XXTir. St. 2 
bL 212, 266, 267. 

Zie üoltrop, BibL Med. dar. p. 229. 

MOER (J. J. TAN ds) schreef: 



Digitized by VjOOQIC 



911 

Saté verd0Urék ffênêeêmfse^ urn mdrqpüm èeproefi^ m AU 
gem. Vod. LeUerof. 1817, D. XXYII,. Sfc. % bL 146. 

leU <mer em exmthema pseudO'Varic^êum , ^' een' en ander 
genacdneerden waargenomen* T. a. p. 1^18, B; XXYIII» St 
i bL 359. 

Zi« Holirop L •», p. 229. 

MOÜBBEBK ( ). Abcoude venneldt ym hem: 

Zieleioffien en andere gedigien. 

Zie Abcoude, Naamrtg^^ hl. 247« 

MOEKBËËK (Adbiaan Abbahamz. yan), godgeleerde, 
taal- en letterkundige, was in de tweede helit der 18« eeuw 
predikant b|j de doopsgezinde gemeente te Dordrecht. 

Hg gaf in het licht: de 

Hoogd, Spraakmeesier van Prof. /. C. Qotteched^ uit het 
NederduUêck van S. Zeydeïaar , en voorts met zeer veel (njvoe^ 
sele vermeerderd. Dordrecht 1787, 2^ dr. 

M. Kramer^ Nteuw Woordenboek der Neé^Umdeche en Hoogd. 
Taal^ over gezien i gezuiverd en vermeerderd door A. A. M. 
Löprig 1768, 2 dn. 8* dr., 4» dr. Ibid. 1787, 4*. 

M. Kramer^ NiederdetUsche oder SoUdndiede QranmaÜk^ 
nebU einer alpkaóetiècheu ForeteUnng, meiet aüen Hoüandi- 
eehen Grund-und Stamwörter y von A. A. von Moeröeek , ver» 
wtehrei wid verbeeaert. Leipzig 1774, 8^ 

Neue Foühmmene HoUdndiache Sprachïehre. Leipz. 1791 , 
kL 8*. Neue Auft. 1804. 

Ook zette hij uit het Hoog^uitsch over:. 

Uitvoerige verhandeling over voomaame stukken uit de vroe» 
gere en laaiiere Historie der Ketteren^ door Joh, Laur. van 
Mosheim^ volgens den tweeden druk. XJtr. 1776, 2 dti. 

De wederleggende Godgeleerdheid naar de voorleezingen van 
J. L. Mosheim. Utr. 1771, 2 dn. 

Woord^oek des JU. T. ter opheldering der Christel, leer ^ 
door W. A. Feüer. 

Zie Boterxnnnd; Schotel, Kerk. J}ordr., D. ILU. 375, a76; 
Arrenberg, IVaamr. bl. 857; Cat. d. Bibt van Nederk Letterk.; 
D. I. bl. 115, 128, D. IIL bl. 65; Vod. Letteroef. ^ 1787, D. I. 
bL 180. 

MOSRBSEOK (Jam Andbixs), op Gat. mss. van J.Meer* 
man, (lS24)komt p. 171 het volgende handschrift (^^ 1026) 
van hem voov: 

Aemoyainge door watt middel den gansehen oidergmg va» den 
Kxmng van Spaengien ofts sfne aJdergrootete sehaede can qfte 
aal te wege connen toerden gebracht; opgedragen^ Bmmericky 
1 Mei 1625, aan de Staten Generael en^ Prins Frederik Hen» 
drik der Nederkmdem; met FIT tusschengevoegde gegraveerde 
en gekdeurdé kaarten f fiv b« vergald op snee. Verkocht, Cat. 
IL W. Tydeman, li86J, p. 26, n». 800 i f 4.— 

Uitgegeven heelt hij: 



Digitized by VjOOQIC 



912 

BedmeHf toaerom de Wêêt^IndUcke Ckmpagme diênê te track- 
te» het Landt van Braeïlien den Gomnck van Spangien te ant- 
machtigen j en dat ten eersten, Weesende een ghedeelte der 
propositie gedaen door Jan Andries Moerheeck oen . . . Man- 
riiio Frittce van Oranje , etc. . . . in 's Gravenh. den 4 , 5 ende 
6 Jpril Anno 1623. Amsft. 1624. Met voorrede van Moer- 
beeck, gedagt. 6 Sept. 1624. De 14« — 21« reden zyn oTer- 
genomen door Baudaert, B. XVI. bl. 78 — 80. 

Zie Maller, CSot v. Fat^fi., D. I. bl. 261. 

MOERBEECK (Jan van) of JEHAN nz MOEBECaUE. 
eigenlijk genaamd: Jehan de Saint Om er, heer van 
Moerbeeck, eene heerlijkheid in Vlaanderen nabjj Cassel. 
Hij sproot uit een der aanzienlijkste geslachten van Fransch 
Vlaanderen voort, dat vele dappere edellieden had opgeleverd. 
Moerbeeck was niet ontaard van zijne voorouderen: zoodra 
de gewesten besloten hadden, na den dood van Bequesens, 
zich tegen het Spaansch geweld te verzetten, bood Moer- 
beeck zijn dienst aan, en nam het bevel over een bende 
ruiters, van wegen de Algemeene Staten op zich. Burggraaf 
van de Fransche Vlaamsche stad Aire zijnde, werd hem het 
bevel van die vesting opgedragen, van welken post hij zich 
tot genoegen der Algemeene Staten kweet In 1679 teekende 
hy de Unie van BrusseL Met de overige edelen van Artois 
keerde h^ tot de gehoorzaamheid des konings terug. 

Zie J. 0. de Jonge, XMt van Brussel, bl. 87. 

MOEBBEKA (Pjbtbüs a), Med. dr. en Lat dichter te 
Antwerpen, bloeide onder de regering van Kar el V. 

Men heeft van hem: 

Prognostica futuri saeculi^ aUquando igne peritnri. 

Eahortatio contra Skrcas et Epigrammata varia. Antv. 
1646; 8*^. 

Zie Val. Andreas, BibL Belg,, p. 749; Foppens, BiblBelg, 
T. n. p. 904. 

MOEBINGH (P. H. G.), Med. dr., zoon van Mr. Adri- 
aan Moeringh in 1718 vroedschap te Gouda, in 1720 
wegens die stad tot bewindhebber der O. I. Compagnie, 
1 Jan. 1729 tot burgemeester aangesteld, 14 October J729 
te Leyden overleden, door den Goudschen rector A. H. 
Westerhof met een Lat grafschrift vereerd, studeerde in 
de medic^nen en vestigde zich te Gouda. 

Men heeft van hem: 

Historiae medicinales. Otm Ta66. Amst 1789 , 8^. 

/. A. Kulmi Pr. Diss. do JExostosi steatomatode elaoiaUae^ 
ejusque feUd sectione. Besp. P, H. O. Moeringh. Oedani 
1782, 4«. 



Digitized by VjOOQIC 



913 

Zie Levetub, van her. en gel Mannen ^ D. I. bl. 246; Republ der 
GeUerden, Noo. en Dec. 1729. C. H. k Roy, CSkt BibL Medio. 
T. IV. p. 1769, 1828. 

MOëKINOH (Dr. Cobkslis Gbeabd), zoon van Mr. 
Adriaan Moeringh, werd in 1730 in zijns vaders plaats, 
raad in de vroedschap te Gouda, bekleedde er verscheidene 
jaren het baillia- en schoutsambt, was er in 175 L, 1752, 
1755, 1756 burgemeester en overleed 7 April 1758. Hij was 
de eerste die in 1747 het verzoekschrift, waarbij 't verkoopen 
van ambten ten behoeve van H gemeen e land begeerd werd , 
onderteekende , en kwam door z^'n menschelijkheid , beschei- 
denheid en bondigheid in 1748 in deze stad oproer voor. 

Deze Moeringh heeft zich ook als dichter van de volgende 
tooneelspelen bekend gemaakt: 

Alexander en Ariemüia, TreurbUjeindspel, Utr. 1734, 8\ 

Artaxerxea, Treurspel Utr. 1738, 8*. 

Bedrooge geldgierge kappelaera^ Bl^fêpeL Utr. 1738, 8**. 

Belachelijke Hedeneerder, Kluchtspel. Utr. 1740, 8^ 

Dood van Seneha, Trewèpel, Amst. 1743, 8*. 

Gehoornde Filosooph, door slagen bevredigt, Utr. 1738. 

Öeschaakte Bruid, Blijspel. 

Derde Megdag, of verhuislijdy Kluchéspel, 

Zij zijn ook in een bundel verzameld, getiteld: 

TooneeUtukken door een kunatbeminnaar , o. d. Zinsp»: Non 
semper areum tendU Apoüo. Utr. 1738, kl. 8*. 

Zie Nederl Jaarb., D. II. bl. 1185, D. VI. bl. 60, D. IX. bl. 
66, D. X. bl. 131, D. XII. bl. 406; Wagenaar, Vad. Hist. . D. 
XX. bl. 133. 304; Bor, Nederl D. IL bl. 218, 219; de Crane, 
/fltw. Bemsterhuis, bl. 21; Paquot, 3f^. T. III. p. 578; Witsen 
Geysbeek; B. A. C, Woardenb.^, Reg. der Nederl Comedieapel 
dichtereny bl. 81; Cat. der Maats. v. Ned, Letterk., D. I. 6. bl. 146. 

MOEBKERK (Bastiaan), in 1750 te Gorcum geboren, 
was lid van het Departementaal bestuur van Holland, later 
burgemeester van zijn geboorteplaats. 

Hij beoefende de Nederd. poëzij, en gaf in het licht: 

Aan de gewapende burgerif ^^^ ^^ Haag, Lierzang b\f 
gelegenheid der gesloten Aüianiie tusschen de Republiek der 
Nmierlanden en die van Frankrijk. 'sHage 1795 , 8®. 

Hij behaalde in 1787 een gouden eereprijs bij het patriot- 
tisch genootschap te Alkmaar voor het beantwoorden eener 
pri^vraag. 

Zie van der Aa, N. B. A, O. Woordenb.; Astrea, 1854, bl. 165. 

MOERKERKEN (Willbm van), herkomstig uit een oud 
adelijk Vlaamsch geslacht, doorgaans geheeten Graaf van 
Moerkerken, was de zoon van Lodewijk en van Catha- 
rina van Egmond, natuurlijke dochter van den Graaf van 
Buren. Zijne eene zuster huwde met Wessel van den 
Boetselaer, de andere met Herman van Bronkhorst, 

58 



Digitized by VjOOQIC 



m 

wiena drie zonen onder de verbonden Edelen waren. Hij zel- 
behoorde tot dit getal. Door zijn huwelijk werd hij zijn ge- 
slacht tot oneer, om die reden verbood zijn vader, bij uiter- 
sten wille dat hem de heerlijkheid Barendrecht zou toekomen. 

Zie te Water, Verb. d. Edelen, D. m. bh 138, 139, D. IV. 
hl. 329, 330 (over het geslacht); Ie Carpentier, P. III. p. 908— 
911; van Leenwen, Bat. ilL^ bl. 1008, 1009; Hoogstraten, 
o, h. w. Moerkerken; l'Ëspinoj, p. 93, 105, 118, 121, 122, 
740; NoUl des P.-B,, T. II. p. 386; Supplém. au NobiL, p. 4; 
Jiecueil Général dee FamilUs origin. des P.-B,, p. 223; Quartiers 
GénéaL, T. I. p. 25. 

MOEBMANNUS (Johannes), wiskunstenaar, sterrekundige 
en rector der school aan de O. L. V, kerk te Antwerpen, 
overleed 21 Oct. 1621, in den ouderdom van 66 jaren. 

H^' schreef in Lat. verzen: 

JRudimerUa Iwguae IcUinae in foL 

Apologia crecdwanm aeu fabulae verHbuê expresêoe. Antv. 
ap. Chr. Plantin., fol. 

Zie Sweertii Aih. Belg. p. 301'; Val. Andreas, Bibl Belg. 
p. 539; Foppens, BibL Belg. T. H. p. 70; Jöcher; Roter- 
mnnd. 

MOEBMAN (Mr. Jak) (van deb Kiele), leefde omstreeks 

1560—1621 en gaf in het licht: 
De cïeyn Werdt, Bethorijckelych uytgeaieU, tJinêtelredam ^ 
Dirck Pieieraz. 1668, met door C. J. Visscher gegrav. 

titel, en vol koperen pL, 4^ 

Zie van der Aa, JV. B. A. C. Woordenb.; CaU der Maats. r. 
yederl Letterk.^ D. I. bl. 221, 232; Cat. J. Koning, D. IL 
bL 328. 

MOEBSBEBQEN (Adolph van der Wael, Heer van). 
ffle WAAL (Adolpu van deb). 

MOEBSBEBQEN (Baethglomeus yan der Warl Heer 
van). Zie WAAL (Barthglomevs van der). 

MOEBTELE (Grrolf yam der) bloeide in 1460 te Oeok 
Hij was leerling van Daniel de Bicke, en schilderde vele 
tafereelen en altaarstukken voor kerken , dikwerf geeamentUjk 
met Lieven van den Bossche, leerling van Jan van 
Coudenberghe. Immerzeel vermeldt van hem: 

Het kuUête oordeel. 

De Hemelvaart der H, Maagd. 

De Marteldood der H Baróara. 

De Dood van den H. Machariue. 

Zie Immeraeel. 

MOESBEBGH, dichter uit het midden der 18* eeuw, van 
wien vanderAa vermeldt een gedicht ^ getiteld: de FrgMeid 



Digitized by VjOOQIC 



tj» Godsdienst Ook leverde tiij in 17S1 eene bijdrage tot dé 
DieAikmuRge Cipressen bladen. 

MOEBMAN (E. C.) gaf io 1826 te Uireoht in hei Uobi& 
BersieÜnffen ib gr. ^*. 

MOËSËIj (Van des), grenadier, onderscheidde zich iü déh 
slag te Straatsund (IdOS), toen het corps Van S chili volko- 
men werd ten onder gebragt. Ofschoon hij Vijf wonden had' 
bekomèh , wilde hij niet teriijggiaan voor dat dit gevebht gehèd 
een einde had génoinen* 

Zie Botschap Nurl heldend. U Land, D. HL bl. 272. 

MOëSIBNBBOSCM. ate MEUSiËNBBOfiCK. 

MÓfBT (J. H.)» organist aan dé kerk rfér ti. thèrésia téC 
's Rage, conpónist ^aiiteuf d^dn grand nombre de mórce'aüX 
de musidoe sacrée et d'une messe de Bequietn aveé fanfared,*^ 
Hij stierf JS Api-il 1858 in den ouderdom van 3S jareó. 

Zie Gr ego ir, Biogr^dês artistea MtuiderUf, p. l^fi. 

MOG€^£ (Jaoob), eén Zeeuw nit èe tweede^ hdft der I7«^ 
eeaw, wkkiiMtMaar e»' lattdnMter 'slandsvanden'Vfye, schfW: 

Inlmfdingh» ékr l^tmt^mj^s én k$t BBseM^lMn va» Oen, 
hoe wsen op aiieriey voorfféffeven vloek, dat vtm de son^ kan 
beeotenén tooti^y eén Somèkfffeet èesckrijven sal. Middelbi 
b^ Z^ Ram>a^, l^e, en^ bij Wv Oderee, 1675, föL 

Nog^ heeft h1^ uitgegtsven : 

Pl^ippè LMte^g^, Besó^eit^' der etaeke Sófmewysefè 
enz. nMtoeh^ oversien eitde mt noüdi^ hijnoefiftg veihryóH. 
Middelb. 1666 en r675, fól. 

Zie Ha Btié, GéM. ZeéL, bl.' 3^4; ^fótnltiaèrt, Iftdkrd. 
etkr^verê e, (Md, bl. iS€. 

MOGGÈ 0O6Oe)', uit aanzienlïjten geslachte té ^érikzée. 
Was aldaiaf in 16'46, 1649, 1652 en 1656 burgemeester. lïg 
schreef, behalve tjatijnsche en S^iransche gédichtieb op uitg^è* 
ven boekwerken, een stichtelijk dichtwérkje, getiteld: 

JPraesepe Domini nostri Jesu OJirisH decakiiUum, H'&gaé 
Comit. leB'S,. 4^, na anh dbo'd' in het licht gégévën'. Hij 
hield' briefwisseling mét den HoógU Bbxhorn, en overleed 
in 163 6; 

2ie Smalleganee, Ökr, v. Éeel, D. I.bl.5Ó7. 526; l!ia Btfe>. 
Gelett. Zeel, bl. 185; Böxhörnii ÉpisL pi 78, 9S, llö, ïèö; 
Paqnot, Mén. T. II. p. 77; Kobüd eö de Ëtvecotfrt.' 

MOGOE (Mn Piewse)', zoon van fiubertus Mag^a. 
heer van Kenesse, burgemeester en raad van ^erikzee^ werd 
aldaar in 1694 geboren, studiBerde, zoo in zijne geboorteplaats 
als te Leyden, werd meester in de regten, in 1730 schepen 
CQ raad in de vroedschap verkozen, in 11 2l raad zijner ge- 

68» 



Digitized by VjOOQIC 



916 

boortestad, ver?olgen3 door de Staten van Zeeland tot opper- 
dijkgraaf van den lande van Schouwen, in plaats van burge- 
meester Nico laas Anthoni Cau, aangesteld. In 1728 
werd hij voor de eerste maal tot burgemeester verkoren, later 
bekleedde hij dit ambt nog tweemaal, tot dat hij den 20 No- 
vember 1737 door de Staten van Zeeland in de generaliteit 
werd gedeputeerd, welke waardigheid hij tot in November 1741 
bekleedde, toen hy door dezelfde Staten aangesteld werd tot 
ordinaris gedeputeerde in de vergadering der Staten Generaal. 
H^' werd tot verscheidene gewigtige handelingen gebruikt, on- 
der anderen ook in 1753 tot het sluiten van het commercie 
tractaat met den koning der beide Siciliën. 

Toen hy in April 1747 met den Botterdammer beartman 
te Zierikzee kwam, wilde hem het graauw ten lijve, rukte 
hem den hoed van 't hoofd en stak er een oranje-lint op. 
Men ontnam hem den degen, en voerde hem met een wagen 
naar het Heeren-logement , waar hij langer dan een maand 
werd bewaard. Toen de prins 2 Junij te Zierikzee kwam, 
stelde men hem terstond op vrije voeten, zonder dat iemand 
eenige beschuldigingen tegen hem dorst in te brengen. H^ 
was gehuwd, en liet bij z^'n overlijden geen kinderen doch 
groote schatten na. H|j legateerde aan den staat tot het stich- 
ten eener akademie in zijn geboortestad, een som van ^420.000 
en zoo de staten daartoe geen octrooi mogten verleenen tot 
het stichten van een arm-kinderhuis. Hij overleed 6 Nov. 
1756. Zijn portret verscheen in den Zeeuwsch Volkaalm. , 1844. 

Zie Wagenaar, Vad. Hut., D. XX. bL 75, 100; NecL Jaarb., 
1756, bl. J136, 1198; Scheltema, Staatk. NederL; N. GtL Eu- 
rmaa, D. XIII. bl. 188; te Water, Levensb., bl. 374; Zeeuwêche 
Volksabn., 1846, bl. 70; Muller, Cat. v. Portr. 

MOHR (JoHAKNBS Ghbistiaan), tijdgenoot en vriend van 
Schutte, Voet, Lussing en anderen, was lid der meeste 
dichtgenootschappen van zijn tijd, en behaalde de gouden 
medaille bij het Haagsche voor zijn gedicht de voordeelen va» 
den Christelijke godsdienst voor de burgerlijke maatsekappij. 
Z^ne gedichten zijn meestal in de bundels der dichtgenoot* 
schappen en voor de werken zijner kunstvrienden geplaatst. Veel 
gerucht maakte zijn ontzaggelijke doek nuttige beschouwing enz. , 
bij den brand van den Amsterdamschen schouwburg, den 12 
Mei 1772, waarin hij dien brand als een godsstrai voordroeg. 
Hij betreurde den dood van zijn leermeester en vriend B. 
Schutte in een lijkdicht, gelijk ook dien van Voet. Het 
laatste dichtstuk voert tot titel: 

Dichtgedagten bij het graf van den Prins der Oodgewijde 
Nederlandsohe Dichleren , Joannes Ensebius Voet , in de ouder- 
dom van 78 jaaren in 's Gravenhage overleeden op den 28 van 
Herfstmaand 1778. Amst. 8^ 

Ook gaf h^* afzonderlijk in het licht : 



Digitized by VjOOQIC 



917 

Overdenkingen hy gelegenheit van hei sterven van den Hoogl. 
Gm /. Nahvya en deazelfs Eglgenoot. Amst. 1782, 8^ 

Hij seif overleed in 1787. Zijn dood werd betreurd door 
verschillende dichteren, wier rouw verzen gezamentlijk zijn in 
het licht gegeven. 

Zie Witsen Geysbeek, B. A, C. Woordenb., D, IV. bl. 488; 
Ter gedachtenis van J, C, Mohr ; Schotel, Kerk. Dordr,^ D. II. 
U. 491; Schutte, L^kd.y bl. 126; Arrenberg, Naamw., bl. 
358; Kobns en de Bivecoart 

MOUB (JoHAN Maurits), geen Nederlander van geboorte, 
was sedert 1739 predikant bij de Portugeesche gemeente te 
Batavia. Van 1745 tot 1753 bekleedde hij aldaar de betrek- 
king van rector bij het Godgeleerd Seminarium. Hij was ook 
een vlijtig beoefenaar van de sterrekunde, zoo als kan bikken 
uit zijne waarnemingen , die opgenomen zijn in de werken der 
Hollandsche Maatschappij en in de Philosophical Transactions. 
Zijne geschriften zijn getiteld: 

Waameminge over den êokynbaren loop van Vrniue over de 
ZonneaeAijf den 6 Junij 1761 te Batavia. Verh. HolL Maat- 
schappg 1763, D. VII. bl. 380 en volg. 

Waarneming van Fenus hy haaren tdtgang van de Zonne» 
KMjf, den 4 Junij 1769 te Batavia. Ibid. D. XII. bl. 152. 

Waarneming van Mercurius by zynen uitgang van de Zonne* 
teüif, den \{^ November 1769 te Batavia. Ibid.bl. 131 en volg. 
Deze twee laatste waarnemingen heeft men ook onder den titel : 

Traneitua Veneris et Merourii in eorum exitu e dièoo SoUa 
4 /torn et 10 Nov. 1769 obaervatua (Phil. Tr. 1771). 

Breviario da doutrina da verdade Batavia. H. Mulder, 1750. 

Be Bijbel, O. en N. in het MaleisoA door J. M. Mohr en 
H. P. van de JFerth, Batavia 1758, 6 dn. 8®. 

Mohr is in October 1775 te Batavia overleden, en aldaar 
den 28 van die maand ter aarde besteld. 

Zie Leupe, in B^. voor Land- en Voücenk. IV. I. D. VII.bLl61. 
T^dMchrifi voor Neêrïands IruHe, D. IV, 1844, Poggendorff, 
ffandwörterbuch zur Geschichte der exacten Wissenscha/ïen; Tydeman, 
Cat. D. I. bl. 1 76 ; CaU d. Maats, van Ned. Utterk, , D. II. bl. 436 , 437. 

MOHB (Frans Daniel), werd den 13 Julij 1774 te Keu- 
len, waar zijn vader geneesheer was, geboren, bezocht te 
Duisburg o. a. de gehoorzalen der beroemde geneesheeren 
Günther en Carstanjer, begaf zich in den ouderdom van 
19 jaren naar Holland, en werd kort na zijn aankomst bij het 
leger der Staten in de militaire geneeskundige dienst opgeno- 
men met den rang van Chirurgijn-Majoor. Hij trad zijn nieu- 
wen werkkring het eerst in bij het korps ligte troepen , onder 
bevel van den LuiU-Kolonel Mathieu (1794). In 1795 werd 
hij overgeplaatst bij het bataiüon Jagers, en verbleef daarbij 
tot den 25 October 1800. 



Digitized by VjOOQIC 



9^3 

Gedurende deze jaren nam hij achter volgena deel aan 4eo veld- 
togt in fielgiê (1794), in Duitsphland (1795), en a»n de expe- 
ditie b^' Tei^el (in 1797). Niettegenstaande de daarb\j door- 
festane vejcmoeijenissen en hoogst menigvuldige diensten» vond 
(ohr echter nog vrije uren, om zijne medische stadjLëp ver- 
der voort te zetten, en begaf zich naar Leyden, waar hij, 
des 5 Mei 1798, den graad ipan med. dpctor verwierL 

Na het bewonen van 4en veldtogt in Noord-Hpltapd U799) 
werd Mohr, den 25 October 1800, bij h^t regement oaksta* 
Gotha geplaatst, en w\j vinden hem daarmee in 1805 in Ooa- 
teoiijk, waar hij ma nUe bewegingen en afiairee van dat korpe 
een werkeaftm deel nam. In J806 bij heit 18 Bat. Lhiie-m- 
fanterie geplaatst, woonde hij daarmede de beetorming bij van 
Straalsood* Te dier gelegenheid vond Mohr, in eene der 
straten, het UjV liggen van den by de hardnekkige verdedi- 
ging dezer atad geiuieuvelden Prutssischen Majoor Schill, 
wiens «aani in de krijgsgesohiedenis van dien tijd een zeer 
belangrijke plaats bekleedt. Getroffen door het heldhaftig nttr 
einde van dezen dapperen soldaat, en door de hoogst karakte- 
riliefce uitdrukking van ^soMtns gelaat, amputeerde Mohr hei 
hoofd van den romp, en zond dit aan Prof. Brngmans. 

G«nuinen tijd vei^oefde Mohr te Straatsund, was daar be- 
last met de zorg voor de gekweste Denen, en verwierf zieli 
hierdoor de wanaste goedkeuring der GouvemementsComrois- 
sie, die hem dan ook, bij vertrek uit de stad, plegtig werd 
betuigd. 

In 1809 en 1810 ontmoeten wij Mohr in Zeeland en in 
1811 als Chirurgija^M^joor bij het hospitaal te Leeuwarden. 
Hier was h^ weder in een zeer uitgsèreiden werkkring ge- 
plaatst, toen hij onverwaehts bevel kreeg om, met een rege- 
ment Poolschen ianders naar Spanje te vertrekken. Mohr ge* 
voelde «ch echter te Leeuwarden zoo gelukkig , dat hij , die 
reeds zoo vele gevaarlijke en vermoeijende togten had medo 
^ai^t, niet kon besluiten «ao dien roep gevolg te geven. 
Hij vroeg derhalve, doch zonder gevolg, zijn eervol ontslag 
uit de dienst , het Gouvernement toch begreep zulk een verdien- 
stelijk lid van het leger niet te mogen verliezen. Het ontslag 
w,^d Mohr geweigerd en hem tevens vergunning verleend zijn 
standpliu^t? te Leeuwarden te behouden. In 18U voorloopig 
aan het hospitaal te Breda geplaatst, verwisselde hij dit spoe- 
4jg j^e\ dftt van Maastricht. Tijdelijk schijnt bij echter ook 
dit gerniTpen verlaten te hebben, en bij den vfldalag van Wa- 
terlop tegenwoordig te z\jn geweeit. Daar toch verleende hij 
zjjxie mfidiscbe zorg aan honderden gekwetste Pruissen» De 
toekenning van het algeneene eereteeken, vergezeld van een 
vj^yende i|an9chrjjving uit Berlijn, beloonde Mohr voor z^nn 
b^grijke diensten. Dit eoreteeken in de beroemde dagen 
van 1818, 1814 en 1815 voor uitstekm^de dedoQ geschonken» 



Digitized by VjOOQIC 



919 

werd 20 jaren later door den koning van Pruissen Terwisseld 
met de ridderorde ?an den rooden adelaar 4fl klasse. 

Bg de reorganisatie van de militaire geneeskundige dienst 
in 1817, werd Mohr eerste olficier van gezondheid 2« klasse, 
of liever, als reeds vroeger dien rang bekleed hebbende, 
daarin bevestigd. Hij keerde weder naar Maastricht terug, 
waar bij sedert, tot aan zijne pensionnering in 1845, en 
voorts tot zijn dood den 17 Januarij 1856 gebleven is. In 
MSI werd hem het ridderkruis van de Nederlandsche Leeuw 
geschonken, van 1841 dagteekent zijn benoeming tot eerste 
officier van gezondheid der eerste klasse, en toen het 50* 
dienstjaar den grijzen veteraan op ruim 7 O-jarigen leeftijd een 
welverdiende rust aanbragt, was het Kommandear kruis der 
orde van de Eikenkroon , nog de laatste onderscheiding , welke 
hij ontvangen mogt. 

Zie Artrea, 1856, hL 470, 471. 

MOHK (Mr. J. C. van der Meer), lid der Tweede 
Kamer van de Staten Generaal, 

gaf in 't licht: 

Bedenkingen over het grondwetHge^ nuttige en nood$akeUjhe 
der jwrij in Nederland. 'sHage 1823, gr. 8^ 

Zie Naomi, v. v, Cleef, 

MOHYÜS (Brioiüs) of MOHY (Hendrik), werd in het 
laatst der XVl* eeuw geboren , legde zich op de geneeskunde 
toe, die hij van omtrent 1620 tot in het midden dier eeuw 
met grooten lof uitoefende. 

Hij schreef: 

Pulvis sympatheticuê ^ quo vidnera sanantur absgue Mediea» 
menti ad partetn affect am appUcatione et auperetitione ^ Gale- 
nicorum, AristoteUcorttmgue cribro ventilatue 1634, 4*. z. n. 
V. pi. Ook in het Theatrum Sympatheticim. Norimb. 1660, 
12», 1663, 4*. 

TerOanae crisis ^ qud Dominorum Petri Barhae^ Proto-Mc' 
dik»', Praxis curandae Tertianae et Vopisci Fortunati Plempiiy 
Professoris Lovaniensis primarii, Jnimadversio discutitur ac 
ïegitima demum Tertianae curatio exponitnr. Lovan. 1642, 4®. 

Zie Merkini, Lindemus rencv, p. 262, 273, Paqnot, Méau^ 
T. I. p. 510. 

MOHYÜS (Rbmaolius) of MOHY (Rbmaclb), werd om- 
trent 1555 te Bondechampe in het land van Luik , aan de 
grenzen van Luxemburg geboren. Na zich op de fraajje let- 
teren te hebben toegelegd, omhelsde hij den kerkelijken staat, 
en werd omstreeks 1604 pastoor te Judoigne, waar hij waar- 
ecb^nlijk ook het Latijn onderwees, en den 21 Julij 1621, 
in den ouderdom van 76 jaren overleed. 



Digitized by VjOOQIC 



920 

Hij gaf in het lioht: 

Epiatolanm suoêoriaru» ïibeüuê^ in 12*. 

Venomaoir cPoTy contenant les prièrea et plenre de MeaHve 
Bemacle Mohy , etc. Liège 1608, 12^ 

U9US êcholarUy in quo nomendaiura vocaóulomm quorun' 
dam^ Dialogi ei EpUtolae aliquot ptterüea. Leodii 1609, 4*. 

Le Cabinet HUiorial^ cmtetuuU plueieura exemplea de verin 
et de vioe, de prodiges etc, Liège 1610, 4*. 

Lee grands Jamaie du Paradis et de VEnfer^ de Messire 
Rem. Moky; avec autres JdmouUions pieuses, Liège 1630, 16*. 

Zie Val. Andreas, Bibl Belg. p. 792; Sweertii, Ath, Belg, 
p. 656; Foppens, Bibl Belg, T. II. p. 60; Faqnot, Mém, 
T. L p. 510. 

MOINE (Steph. le). Zie MOYNE (Steph. le) 

MOIKON (. .. VAN DER). Kramm meldt dat van hem 
een bergachtig landschap ^ waarin een legerkamp in vredest^d 
is voorgesteld , en eetie kermis met een hansworst op zijn thea- 
ter , beide , onder de voortbrengselen der Vlaamsche school , 
in de Kunstgalerij te Dresden. 

Zie Kramm. 

MOL (Chbistia4n) , gezant van den Keurvorst van Bran- 
deburg te 'sHage in 1648, 

gaf in het licht: 

Propositie gedaen door C, M, Gezant .... van Brandtmötirg 
etc. Ter vergad, van de H, H, Staten Oeneraal op den \f> 
Bec. 1649. Arost. 1649. 

Zie Aitsema, Saken van êiaai en oorlog, D. III. bl. 269, 280; 
Muller, Cat, v, Pamfl,, D. IL W. 14. 

MOL (Mr. GoDBFRiDUs), koster der St. Jacobskerk te 
'sHage, in de tweede helft der 18« eeuw. Op Cat, de la 
BibUothèq. (/« Jlf., A. D. Schinkel (La Haye 1864) komt 
bl. 25 en 26 voor de beide handss.: 

Register der wapens gehangen in de Oroote of St. Jacobs- 
kerk, in ^sHage, sedert 1759 tot 1788, gedurende het Kos- 
ter schap van Mr, Oode/ridus Mol, in 4^. met korte aan teek. 
van 6. M. 

Copij van het Geslagtregister van Pieter de Vlaming van 
Oudshoorn en Jafje de Waal; geëxtraheerd ugt de aanteeke- 
ningen van JVigbold Muilman, pred, te 'sHage, A'. 1737, 
(gecop. 1773 in 4«.). 

MOL (Anthonij de), gesproten uit een oud aanzien- 
lijk geslacht dat reeds in 'l beging der XI V« eeuw in 
Brabant in groot aanzien was, waar het, gelijk ook in Vlaan- 
deren en elders vele heerlijkheden had. Hij was edelman van 
den prins van Oranje, stadhouder van leenen van Brabant, en 
een der verbondene edelen (1566). Het kan niet worden 



Digitized by VjOOQIC 



921 

bewezen dat hij , gelijk mea de Landvoogdesse aandiende , eijn 
pogingen zou aangewend hebben om 't volk tot den beelden- 
storm te Brosael aan te zetten. In het oenen ander vond Al va 
echter grond genoeg om hem te bannen als medeschuldig aan 
de misdaad van gekwetste majesteit. Te Water is niet zeker 
of hij de zoon was van Franco is de Mol, Major van Leu- 
ren, gehuwd met Anna van Buenst, die verscheidene 
kinderen naliet, of dat hij getrouwd is geweest met Joanua 
de Ligny, dochter van Jan, Heer van Hamme en Phi- 
lippote van der Noot, welke laatste, zuster van Philip- 
pote van Ligne, gehuwd met Gerard, Heer van Oyen- 
brugge, in 1578 is overleden. 

Zie Te Water, Verb. der EdeL, D. Hl. bl. 139 volgg.; Hop- 
penis; Recudl des troubUs, p. 98, van Meter e o, Ned,Geb., B. 
ni. bl. 49; Wagenaar, Vad, Eist D. VL bl. 181; over het ge- 
slacht: Geneatogies de guelques families des P. -Beu ; p. 122 — 127 en de 
by te Water aangeh. BchrQyers. 

MOL (Jeronimus db), heer van Watermale, uit hetzelfde 
geslacht. Toen zich in 1579 de Boomsche geestelijkheid te 
Brugge tegen het afkondigen van de Unie van Utrecht ver- 
zette, en vereenigd met de oude wethouders, notabelen of aan- 
zienleken genoemd, het volk opstookte zich met Artois en 
Hen^ouwen te vereenigen en 's konings gunst te herwinnen , 
dwoDg zij de wethouderschap tot het aanstellen van eenen 
kolonel naar den zin der gemeente. Jeronimus de Mol, 
met deze waardigheid bekleed, bediende zich terstond van z^n 
magt, ontsloeg de toenmalige regenten en stelde Koomschen 
in hun plaats. Des anderen daags (den 3 van Hooimaand), 
gingen zijne aanhangers, naar 't Karmeliten klooster, waar de 
onroomsche Walen toen predikten , en stelden alles in roer. De 
bezetting, schoon door de Mol reeds afgedankt kwam in het 
geweer. De roomschgezinde burger^ volgde dit voorbeeld , nam 
den burgt in en hield de Wethouders op het stadhuis ge- 
vangen, terwijl de bezetting zich op verscheidene plaatsen ver- 
schanste. Ondertusschen riep men van beide zijde hulp van 
buiten in , en op verzoek der Staatschen , die den meesten spoed 
hadden gemaakt, kwamen acht vendels schutters van Bal- 
fours regement, te Turnhout leggende, en honderd vijftig 
paarden des anderen daags vroeg voor de stad. De ezelpoort, 
door een vendel knechten bezet, werd hun terstond geopend, 
waarop zij binnenrukten en de burgerwacht van de markt 
joegen. Mol vlood door een gat van den wal, en tot aan 
den hals door 't water, doch werd achterhaald en vast- 
gezet. De Waalsühe predikant. Jan Haring, voerde, 
uit weerwraak over den moedwil aan zijn huis gepleegd, daar 
men onder anderen, zijne vrouw met stoeten en slaan zeer 
mishandeld had, met een rondas om den hals, een deel Fran- 
schen naar Mo I's huis, dat leeg geplunderd werd. Vele gees- 



Digitized by VjOOQIC 



n$ 

ieiyken ?lodeD ter sUd uit, welker kerken gesloten bieren, 
hoewel men de Boomschgezinden niet verbood hon godsdienst 
in stilte uit te oefenen. 

2ie Bor, Ned. earL, D. XLII. bl. 120; Wagenaar, Vad. 
BiÉt, D. VI. bl. 293 Tolgg. 

MOL (Jan de), beer van Oetingen, uit hetzelfde geslacht, 
was ten Hjde van Kar el V kamerheer van het hof van Brus- 
sel. In 1561 — 1569 bekleedde h\j de aanzienl^'ke waardigheid 
van Luitenant der Leenen in Brabant, bij welke hij den ko- 
ning zelven vertegenwoordigde. In 1576 was hij een der afge- 
vaardigden die, door de algemeene Staten naar Gend gezonden 
werden , en aldaar uit hunne naam. den Gentschen vrede on- 
derieekende* Ia 1577 ondertekende hij de Unie van Brussel 
en in 1579 was h^ Amman van die stad. 

Zie Butkens, Troph. de Brab,, T. II. p. 428, SuppUm. L p. 
233; de Tassis by Honyck yan Fapendrecht in de AnaL 
T. ly. p. 233; van Meteren, fol. 111. J. C. de Jonge, de 
Unie wm Brusêel, bl. 45. 

MOL (P. F.), waarschijnlijk uit dit zelfde geslacht, welligt 
de vader van Anthon^j de Mol, of dezelfde met Pi e ter 
de Mol. Hij teekende de Unie van Brussel in 1577. 

Zie J. C. de Jonge, t. a. p. bl. 49. 

MOL (PiETSR dk), waarsch^niyk uit hetzelfde geslacht, 
hield ten tgde der Nederlandsohe beroerte de zijde der Her- 
vormdeo en der vrijheid in Friesland, en was aldaar zeer werk- 
zaam voor de belangen der algemeene Staten. 

Zie J. C ar cl 118, de rebus CL a. Robles in Frisia gestis ^ Lib. 
n. p. 107; Te Water; t. a. p. bl. 140; J. C. de Jonge, ta.p. 
U. 49. 

MOL (Jacob D£), Antwerpsch rederijker, bloeide in het 
midden der XVI* eeuw. In J. B. Houwaerts', Den handel 
der amouveusheyt^ vindt men, volgens Snellaert, stukken 
van hem getiteld: Aeneca ende Dido, Ook worden nog van 
hem vermeld: Fenue en Jupiter, Jonatich her te en Fawia van 
eere. Koning bezat van hem een hands, getiteld: Fan Eneas 
en Dido , iwee amoreuse spelen ghemaect ende geapeeldt f Ant- 
werpen ^ anno 1551 (in de kamer der Voolieren). Achteraan 
leest men: laat wrueten de moL ComposuU A, D, 1552, ende 
iê f Antwerpen ghespeeldt in Mayo 't zelfde jaar. 

Zie Snellaert, iVei. Diehïk. in Bel^, bl. 169: Berichten van 
het Eist. Gezels, U Utrecht, D. I. bl. 48; Catal van Hemkes, K^5. 
bl. l; Koning, CaL (bss.) bl. 28. 

MOL (Jacob ds), dichter uit het midden der 17* eeuw. 
Behalve een tooneelstuk getiteld: 

Bedrogen Uchtmiê^ op de regel: Een enoepende kat^ JToré 
een9 getxU, AmsL 1671, heeft men van hem: 



Digitized by VjOOQIC 



9^ 

BmuwIü^s J)o0lkof, qf DioJmèe tr4mw'0uci$, In *< jaar 
]$78 in 8°., en eenige verspreide gedichten, b, v. een (jfraf' 
9eir\ft op Dr. vm Beverwyck in Bloemkram van perscieiiie 
S^iMen. hmi. 1659, bl. 286. 

de» de opmerher van den iegenwoordiffen ti^dt^ voor den 
HoU. Mereariue 1661. 

De Haats. v. Nederl. Letterkunde bezit van hem in luind- 
schrift: Gebooriedickt op de verjaringe van de eerb. en duedidr. 
ymge doekCer Juf, Anna Franch, anno 1661, d. 9 Febr.^ mt 
21 iaren , fol. 

Se Wit6«n Geysbeek, S. A. C. Woardêab.y D. IV. bl. 433; 
van der Aa, N. B. A, C. Woordenb.; BibL d. Maats, van N^ 
Letterk,y D. 16. bl. 146, D. IIL bl. 2. 

MOL (JoHAN>'Bs DB), zooB ?Rn Petrus de Mol (predi* 
kuit te Midlum, Jisp en Middelburg), als proponent beroepen 
te 's Gravenpolder (1749), vervolgens predikant te Nicuw- 
Loosdrecht (1752), waar hij overleed, vervaardigde reeds als 
student een gedicht voor J. van den Honeris, Oruiio de 
sapienüa eé arie oratoria Eedee. 1746. Voorts heeft men van 
hm een FeeeUang op de geboorte van den er/jpHne van Oranje , 
graaf van Buren, 8^, en in Boekzaal der QeL wereld, 1766 « 
bL »04 — 308 een »eer uitvoerig gedicht, getiteld: LoosdreMs 
Lijk'klackt over 't afsterven van Margarêtia Helena Groef- 
landt vrouwe van Mynden en de beide Zooêdreciten , weduwe 
van Mr» Jacob Halewyn. 

Zie B'o^cz. der Gel. Wereld, 17496, bl. 120, 736, 1752&, bl* 
531, 175Sa, bl. 464; 84ste Verslag der Hand, v. h. Friesch Genoots. 
1862» 1863. bl. U; Cat. J. Koning, D. II. bl. 325. 

MOL (Jan be), pastoor en deken der kamer van Kheto- 
riea te Tbielt in 1632, werd in dit jaar, op stads kosten , naar 
Brussel gezonden om de verwijdering van tien kompagniën 
Spanjaarden, die hier in bewaring lagen, te verzoeken. 

Zie Serrnre, Vad, Mus. D. V. bl. 343. 

MOL (JoHANNEs VAN), dichter uit het midden der XVII* 
eeuw. Men yindt een vers van hem v<5<5r SI ach ten hor sts 
Geld, OescMed. Zijn zinspreuk was: Dur en MoL 

Zia van der Aa» t. a* p* 

MOL (J. van). Mogelijk dezelfde als de voorgaande. Men 
heeft van hem een Fransch en HoUandsch gedicht , getiteld : 

Aux Ngmphes éPHoüande eur Ie JVeêpae et Naüance de 
leurs AUesêee d^Orange. Utrecht. 1650. 

Zie Muller, Bibl v. Pa^fL, D. II. bL 37. 

MOL (Jeroen vajï dee), dichter uit de eerste helft der 
18« eeuw. Zijn Lijkzang en grafschrift op Lucas Scher- 
mer (1711) wordt vermeld door van der Aa in N.B. J.C. 
Woordenh. 



Digitized by VjOOQIC 



924 

MOL (Jaoob Buysns tan), te Mol in de Kempen gebo- 
ren, was Dominikaan te Antwerpen, en B. C. priester. Meer- 
malen vervulde h^ de betrekking van lector in de godgeleerd- 
heid, prefekt van de broederschap van de rosenkrans en die 
van prediker in zijn klooster. Hij stierf er den 12 Junij 1604. 

U^ schreef: 

Gheeatelyke oeffeninghe om eetdgheydé met Godi te crygken. 
Antw. en 's Bosch. 

Den coateltfcken sckadt der Broederschap van //. HooseH- 
Kranaken van de aldereenoeerdichete Moeder Oodie in de Pre' 
diC'heeren oorden ingeaUU. Antw. 1600, 1%^., 1605, 8*., 
1614, 8^ 

Hij liet in handss. na: 

De levens der uitstekende mannen die tot de orde der Do- 
minikanen hebben behoord in Engeland , Schotland , Saxe en 
de Nederlanden. 

VUa B. Zegheri. 

Be Beformatione Beligioêorum^ Traciatue a Joanne Nyder ^ 
ord. Broed, , compoêiiue , a mendis vero a Jac, Bugenê pur- 
gatua; additie locorum Scripturae ac S. S. Batrum indicatum* 
(me iüuetratue. 

Zie De Jonghe, Belg, Bomime^ p. 224, 225; Echard. T. II. 
p. 386; Paqaot, Mém, T. UI. p. 408. 

MOL (Jan Baptist). Deze kunstenaar bloeide ten t^'de 
van Bembrandt, werkte in diens manier en zou ook geëtst 
hebben. 

Zie Immers eel. 

MOL (WouT£BUs), werd den 21 Maart 1786 te Haarlem 
geboren, door zijn stadgenoot H. van Brussel in de tee- 
ken- en beginselen der schilderkunst onderwezen en genoot te 
gel^k onderrigt aan het Haarlemsche teekengenootschap. In 
1806 verliet hij zijn vaderland en vertrok met brieven van 
aanbeveling aan den beroemden bloemschilder G. van Spaen- 
donck, naar Parijs, waar hij, daar hij zijne keus op het 
historiele vak gevestigd had, onder de leerlingen van David 
werd opgenomen. Later behoorde hij tot de jonge kunstoefe- 
naren, die door koning Lo de wijk als kweekelingen naar 
Parijs en Bome werden gezonden. Mol bleef echter te Parijs, 
en vond, na het eindigen van zijn pensioen, een toereikend 
middel van bestaan in zijn penseel. Na de herstelling keerde 
h\j naar zijn geboorte plaats terug, en bestudeerde vooral in 
het Museum van het naburige Amsterdam het uitmuntend 
koloriet der oude Nederlandsche meesters. Zijne Heilige fa- 
milie naar Rafaely en het Sterven van den Thebaanechen veld- 
heer Epaminondae ^ door hem op de tentoonstellingen van 1812 
en 1813 gezonden, toonde dat hij talent bezat in het keurig 
copiëren van oude meesterstukken. Op die van 1818 zond hij 



Digitized by VjOOQIC 



925 

een oorspronkelijk en zeer indrukwekkend tafereel , voorstellende 
het Sterfbed van Frinê Willem L Het werd door de prinses 
dooaihère van Oranje voor f 1800 gekocht, en door deze 
aan de koningin op baar jaarfeest geschonken. In 1820 expo- 
seerde hij Jacoba van Beijeren^ die I^ank van Boreelen bezoekt y 
welk schilder^' echter in geene deele zijn eerste werk evenaarde. 
Tot zjjne beste voortbrengsels behoort ook een slapende jonge" 
Unff op Teylers Museum. Op latere tentoonstellingen trof raen 
Dog Terscheidene andere historische en moderne schilderijen 
fan dezen meester aan, ook vervaardigde h^' portretten. 

Doch keeren wij tot zijn meesterstuk, het Ster/bed van prima 
Witim I terug. Van der Willigen schreef in zijn Jat^ 
hangsel: ir Met deze schilder^ opende Mol zijne loopbaan. H^' 
had dit stuk, of welligt de uitvoerige schets uit Parijs, waar 
hij Toor z^ne studie lang vertoefd had, medegebragt. Elk 
was ferbaasd over dit zoo gelukkig tafereel, en ik zelf toog 
fan daar naar Hnarlem, om den man zelven te zien en te 
begroeten. Doch spoedig verspreidde zich het gerucht dat hij 
dit stak niet alleen vervaardigd had. De proef op de som 
was dus, het vervolg van zijn penseelwerk te zien, en in 1820 
zag men zijn Jacoba van Beijeren, dat in geenen deele z^'n 
eerste werk kon evenaren. Reeds van dien tijd af had hij 
met de publieke opinie te kampen , en vele Haarlemsche vrien- 
den spanden alles in, om hem op te beuren door hem werk 
te bestellen enz., doch hij heeft zich nimmermeer op de ge- 
wenscbte hoogte kunnen verheffen. Yan lieferlede nam zijn 
kwijnende staat toe; werd hij tot last zigner familie, ja raakte 
zelf in hulpbehoevenden toestand , zoodat l^j , door vereenigde 
bijdragen van kunstliefhebbers en beoefenaars, omstreeks 1846 
te Haarlem in het R. C. Weeshuis besteed en op het einde 
fan 1850 overleden is. 

Zie van Eynden en van der Willigen; Immerseel; 
Kramm. Z^n portret by van den Eynden. 

MOL (Hbnbi be), een der bekwaamste bouwkundigen van 
zijn tijd , die mede den bouw der St. Gedule te Brussel heeft 
daargesteld. Hij voerde den naam van Oooman, was van 
U48 — 1461 raad der gemeente, en in 1468 burgemeester 
te Brussel. 

Zie Le Comte de la Berde, les Ducm de Bourgogne^ T. II. 
B. IL Introd. p. zLn; Kramm. 

MOL (RoBKBTUs de), kunstgraveur, waarschijnlijk verwant 
aan Fieter van Mol, in J650 te Parijs overleden. Kramm 
fermeldt twaalf bladen van verschillende groote naar P. de 
Cortone, waarbij de triomph van Alexmder den Oroote op 
DarinSy met de latijnsche opdragt aan Urbano Sachetto, 
etc. plaat in de breedte, geëtst door Rob. de Mol. Deze 
plaat wordt ook vermeld, in den Gatalogue éPEHampee et de 
Desêms de Jeu M. Fierre Woutera^ ekmoine de St. Qomer è 



Digitized by VjOOQIC 



J. Pb, van der Keilen te ITtrecbt. 

Zie Krarnm* 

MOL (Sellb lb), mögeHjk dé Vftdér tan Henri de 
Mol (bier boven), koittt tusseben 1387—97 als boti#m*e3- 
ter roor in de oude grafet^lce rekenkamer der Hei^gen tan 
Bourgondie. 

Zie Lq Comte de la Borde 1. c, T. I. p. il p. 10; Kramnu 

MOL (PïBtBE van), den 17 November 1599 in de O. L. 
V. kerk ie Antwerpen gedoopt, was van lea^*— 16?25 mees- 
ter van bet St. Lncas gild een verdienstelijk kunstscbüdèr, 
van wien vei^cbMlende kerken in België vele voortreffelijke stuk- 
ken voorkomen. Het museum te Antwerpen beeft van zijne 
band eene Aanbidding dèr Wijten , de galerij der Lonvre een 
Boodè Okristus mei de heilige Froutoen^ Johamaè en Xosepfl 
tan ArithmtUhea. 

Hij scbüderde ook portretten, o. a. dat van Damd Ihtiers, 
dèn Oude, voorkomende in De Bie^s Guldl^ CaÓinei, gegra- 
veerd' door P. V. Léysebetten, en dat^ van Akna van Ooê* 
tenrijk^ gesneden door P. de lode, in bet Theattum FonH' 
JUfUM Ihperatonm eic, Antv. 1652, 4*. 

Zie Immerseel; Kiaslto. 

MOLANÜS (JoHANNEs) ót VERMEULEN, zooti van 
Hendrik Vermeulen van Scboonboven, werd te Bijssel, 
waarbeen zicb zijne ouden op dat pas bevonden, in 1553 ge- 
- boren. Daar déze echter te Leuven woonden , zoo scbreef bij 
aebter zijn naam Lovanieneiê. Hij legde zicb aldaar op de 
pbilosopbie en tbeologie toe, verwierf in I57I den i^^ van 
magister in bet biatste vak, vervolgens werd bij pauselijk: en 
koninklijk censor, boogleeraar in de godgeléerdbehf en kanun- 
nik van St Pfeter. Hij bragt^ den tijd, die bem* vait zijne 
ambtsbezigheden restte, door met bet beoefenen dtx kerkel^ke 
ondbeden. Heerhjk is bet getingenis dat Baronius, Prasfüê. 
ad Mat^ij^oL Bon* Cap. IX. vian zi|ne verdiensten ten^ dien' 
aanzien beeft afgelegd. Vooral maakte bij groote naam door 
z^ne uitgaaf vmi. bet Mêaréyrologita^rtLnlJ snardt Hij oveiieed 
den 18 September 1585, werd in de 8t. Pieters kerk begnf- 
ren* Op zijn- tombe leest men njn grafsobrift datr in versbliil- 
lende werken it opgenomen. 

H^ scbreef: 

Jmtdee Urine Levmiij et oéeidionie iÜke Metoria. Lov. 
1672, 4fi. 

ïïiuank Mariyrolognm^ AnHOtaüanidwaueéum. Levanit ISI^ 
ei 1577, 8^, tyjfie Bien JTeümi^ mè adkaerei Tracii dè 
Mariffroiogiie. 



Digitized by VjOOQIC 



1^0? 

JMieuütê êi (^ronkon Satèctórim Belffic.^ ctm Oalénddrh 
Belgieo. 

Cakndarwn Eeclesiastioum Aid». PUmê. 1574, 12^. 

De Ctmomdê Hóri tree. Lovan. 1587, 4*. 

Nattddê Saneêorun B»l^; a morU ediH Pêtri LowoH curé, 
ê Molam êeediê cum Chraniêi Stmeéortm Belgii recapiéuhtiime, 
Ibïd. 1595. IhiocL 1616, 8*«, met een Supplement van Ar^ 
nold de Baisae. Ibid. 1626. 

Diariutn de medieia êonotU. Ibid. 1596, 8^ 

Otm Praêf. Benr. Cuyckn de Mohm tfUa. 

MiHHü aacra Ducum ac Prinoipwn BraèanHae cum NoHè 
Petri LouwHy iypia Plant. 1692, &•. 

Be kUiaria Saeraftm itnoffimm et pieturarum ^ pro t>ero 
emram mu eonira abueus. Lió. IF. Lot. 1570, 1594, 8^ 

Driemaal werd dit belangrgk werk in den loop der XVI* 
eeaw te Antwerpen herdrukt, en in 1771 gaf Paq<uat er te 
Luik een nieawe uitgaaf tan in 4P. met vele aanteekeninged[ 
^1 snpplementen. Vooral verdient bet gedeelte de aandacht, 
dat handelt over de dwalingen van kunstenaars in het voor- 
stellen van heilige zaken. Het gaf den abt Mery aAnieiding 
tot het schrijven der Theologie de peuUres, Sculpteura et Des* 
ewateura. Emil& Nève schreef: Dee trapaux de J. MoUume 
ewr riconographie Chrètietme, Louv. 1850. 

De Canofdcis libri IIL — De fide haeretide eervandd^ 
HM IlIL — De fide rebeUUue aervandd, lió. L — De fide 
ei iuramettto^ quae a iyranno exigwUur. Colon. 1585, 8*. 

De pUê TeatameHtia et quaoumque piae voUmtatia diêpoai- 
tüme. Colon. 1584, S\ 

Oratumea de Jgnie Dei. 

De decimia daadia ei de deeimie reoipiendia. Colon. 1587 , 8®. 

Iheologiae practieae compendium. Ibid. 1585, 1590, 8^ 

BibUotheea TJkeologica. Colon. 1618, 4^ F. I. 

Deel II is niet gedrukt. 

Hij arbeidde ode aan een uitgaaf der werken van P toep e- 
ra^ (Antv. 1574), en van Augustinus (Antv. 1577). Men 
schrijft hem ook, doch ten onregte, een hisioriscbgedioht^ii^'' 
verpua L. B. 1615, door Joh. Mol anus te Bremen (niet 
te Breda , zoo als de steller sjb^xï het artikel Molanua in NoutK 
Biogr. génér. wil) vervaardigd toe. 

Zie Val. Androas, Farü Acad. Lttvan, en BibL Belg, p^ 539 
seqq.; Foppens, BibL Belg, T. 11. p. 70; H. Cnyckii, Éïogium 
Toor het Diar. Med.; C. Loos, lUustir. Otrm. Sóript. OatóL ; Mi- 
rAei, Eleg, Belg.; Sweertil, Aih. Belg.; Sftnderas, SeripU 
JF'lmuiHae; A. Teissier, Elog«$ dês hamme$ iü. T. IL p. 49 snivbf 
Niceron, Mém. P. XXVII; Biogr. üfd».; Dict, ümv.; J^ouOé 
Biogr. génèr.; Jöcher; Rotermnnd; Erebus en de Rivecourt. 

H<HiANUS (JOHANNS») werd in Vlaanderen^ geboren ^ 
atadeerde te Leuven, was tien jaren rector te- Dieetbiemy 



Digitized by VjOOQIC 



928 

maakte zich door een Epigram verdacht en werd te Gend 
als ketter aangeklaagd. Hij ontvlood in 1558 naar Bre- 
men, werd door eenige jonge Vlaamsche edellieden en door 
den Magistraat met geld ondersteund, en in hetzelfde jaar leeraar 
bij het Paedagogium. In 1559 verliet hij ten gevolge der 
Ubiquistische twisten zijn standplaats, trok naar Duisburg, doch 
in 1560 wederom te Bremen tot rector van het paedagogium 
beroepen, keerde hij derwaarts terug en overleed er in 1585. 

Hij was een aanhanger van Alb. Hardenberg. Zijn 
Contessio en brieven aan Hardenberg, Albert Lang, 
Daniel van Buren, Joh. Wier en anderen vindt men in 
Phii. Casseis Bremenda p. 556—563, 564, 616. Een 
lat^'nsch gedicht van hem op het wapen van Bremen, komt 
voor in Chr. Nic. Rollers, Geach. der Stadt Bremen^ Th. 
II. p. 74. 

Zie Gerh. Meier, OraU I de schold Brem,, natalibus^ progressiu 
et inaremento, p. 43 seqq.; Dan. Gerdesii, Bist, Motuum, p. 54, 
FhiL Casseis, Brem. T. IL P. III. p. 554 seqq.; Jöcher en 
Rotermund. 

MOLART of MOULART (Mattheüs), abt der abdij van 
SU Gislain, gelegen tusschen Bergen in Henegouwen en Va- 
lenciennes, eene der oudste en aanzienlijkste abdijen van ge- 
heel Nederland, reeds in het midden der X* eeuw gesticht. 
Hij was een man in staatszaken ervaren, en van wiens be- 
kwaamheden de algemeene Staten een nuttig gebruik maakte. 
Als hun afgevaardigde naar Gend gezonden, onderteekende 
hij, in hun naam, den Gendschen vrede; hij onderhandelde 
van hunnentwege met Don Jan; als een der voornaamste 
Geestelijke, teekende hij in 1577 de Unie van Brussel, en hij 
was een dergenen, die Don Jan tot het verleenen van het 
Eeuwig Edict overhaalden. 

Met de overige geestelijken keerde deze Abt, in dien tus- 
schentijd tot Bisschop van Atrecht verheven, tot de gehoor- 
zaamheid [des konings terug. B^ Bor komt h^ voor als een 
der onderteekenaren van het verdrag tusschen Par ma en 
Artois in het jaar 1579. 

Zie Aot, der Algemeene Staten 1576 — 1578; Bor, Ned, oorly D. 
II. bl. lOl; J. C. de Jonge, Unie van Brussel, bl. 98. 

MOLANUS (LüGAs), predikant te Woubrugge, doch door 
de Depjtaten Synodi niet werkelijk beroepen, zonder con- 
sent der kerk in den dienst ingedrongen, en meermalen voor 
de üynode te Leyden (1619) gedat^ en niet verschenen, 
werd door deze van zijn dienst ontzet. Hij was de gevoelens 
der Remonstranten toegedaan. 

Zie Brandt, Bist. der Ref. , D.iy.bl.37; Kist enRojaards, 
Kerk. ArcMef (eerste serie) D. Vil. bl. 65; Tideman, dé Rem. 
J^roêderschap , bl. 387. 



Digitized by VjOOQIC 



929 

MOLD ( Jqhannjbs van) , in Vlaanderen geboren • ging vroeg 
naar Spanje, en werd te Sevilla, leerling van Ignacio Iri- 
arte. U^ schilderde landschappen in den trant van zijn 
meester en overleed er in 1706. 

Zie Eramm. 

HOLDE (Febdinamd de), dichter uit de tweede helft der 
17* eeuw. 

Men heeft van hem: 

jy Edelmoedige Barder , of geluckige ongevallen , blijsp. gesp. 
op ^AfMterd. Sehowób. Amst. 1663, kl. 8^ 

Zie WItsen Geysbeek, B. A. C. Woordêtib., D. IV. bl. 445; 
CaL d Maats, v. Ned. LetterJc.y D. 1 6. bl. 147. 

MOLE (Willem tan) van Brogge, deelde in het vertrou- 
wen van keizer Kar el V, die hem dikwerf als secretaris ge- 
bruikte. Hij volgde hem naar St. Just, en Kar el luisterde 
vaak met genoegen naar de gesprekken tusschen hem en zijn 
geneesheer Dr. Matthys over historische en krijgskundige 
onderwerpen. 

Zie Vehse, Gtsch. des Osir. So/s md Adels.y Th. II. S. 11, 14. 

MOLEMANS (W.). Op Cat. der handss. van J. van 
Voorst, bl. 88, komen voor: 

Dgckèoeck des Landes FoUenhove, 1731 in 4°. 58 pag. 

Dyckregister van de groote Schouwe van Follenkave^ 1724 
in 4^. 78 pag. 

ReaoUUien ü. 1661, 1730 — 84, daarbij behooren 4 st. fol., 
gekopieerd door W. Molemans, voor Is. de la Plan que, 
buigemeester van VoUenhove. 

MOLEN (Regnebus van deb) was eerst rector der latijn- 
sche school op de Jouwer, werd in 1692 predikant te Hoorn- 
sterzwaag, Jubbega, Schurega, Oude- en Nyehome, in 1703, 
1705, 1711 was h^* veldprediker en is in 1727 gestorven. Hij 
had een eenigen zoon Bernhardus Lemstra van der 
Molen, candidaat tot de H. dienst in 1720, rector der 
bitijnsche school te Workum en aldaar overleden. De vader 
heeft een werk over de Openbaringen uitgegeven. 

Zie Jac Engelsma, Volgh d, predik, onder de Cl, o. Zeoenw, 
bL 145, 146; Abcoude, NaamL v. boeken, Aanh, bl. 142. 

MOLEN (S. VAN dee) schreef: 
FerkL 9. k. gebr, d. écknyfechaeU Amst 1704. 
Zie Cat. BibL J. G, de Crane, bl. 49. 

MOLENAAR (Cornelis), in de wandeling Scheele Neel 
genoemd , leefde in de laatste helft der XVI* eeuw , ging , even 
als de kleermakers op het platte land van Holland, op dag- 
hnur uit schilderen en werkte naar zeker tarief, voor een groot 
fraai landschap dat hij in een dag afpenseelde ontving hij een 

69 



Digitized by VjOOQIC 



980 

daalder en voor een grondje of verschiet zeven stuivers. Voor 
Aegidius Coignet en andere meesters bedienden zich dikwerf 
van zijn hulp. Volgens Immer zeel was hij een uitstekend 
landschapscbilder , warm koloriet, toon en penseelsbehandeling, 
bijzonder de boomslag waren prijselijk en hij slaagde bijzonder 
in de stofiaadje. H^' arbeide zonder meetstok en met vrije 
hand, en is te Antwerpen overleden. 

Zie van Mander; Houbraken; Jacob Campo Weyer- 
man; Immerzeel; Kramm. 

MOLENAAB (Ninolaas) schilderde landschappen , gehuch- 
ten en stadswallen, meestal b^' wintertyd en besneeuwd voor- 
gesteld, en van beeldjes en paarden wemelende ijsbanen. Vele 
dezer voorstellingen z^'n fraai van schildering en schier koudma- 
kend van natuurlijke voorstelling. 

Zie van Eynden en van der Willigen; ImmerzeeL 

MOLENAAB (Jan) was zeer bedreven in het voorstellen 
van boerengezelscbappen bij trouwpartijen, gezelschi^ spelen, 
drinkgelagen en daarvan voorkomende gevechten. Er is veel 
waarheid in zijne karakterschildering ; z\)n ordonnantien zijn 
rijk en gevarieerd een meestal zeer uitvoerig. 

Zie van Eynden en van der Willigen; ImmerzeeL 

MOLENAAB (Jam Miekse) schilderde nog veel voortref- 
felijker dan zijn voorganger: zijne voortlnrengselen z^n nog 
^ner, kunstiger van behandeling, beter van koloriet en har- 
monieuser van toon. Sommige zijner boerengezelscha{^)en heb- 
ben een zweem van A. van Ostade. In 1827 werd te 
Amsterdam op de verkooping van Muller era Boeren^ndlop 
van hem voor ƒ 670 verkocht. Niet altijd hielden de beide 
laatste Molenaars de kieschheid in het oog. Kramm meldt 
^dat een der drie Molenaars te Haarlem werd geboren en 
huwde met de schilderes Jndith Leister, en inI647 te Am- 
sterdam woonde. Bartsch beschrijft van Molenaar slechts 
een geëtste prent, namel^k de kroeg y die door de HoUandsche 
liefhebbers aan Jan Steen wordt toegeschreven. Nagler 
maakt melding van de hoekebaheter en hare kinderen. Ook 
gaat er een boekje uit met den volgenden titel : Benige boeren ^ 
uUgegeven door Jusiue DoHckaertêy •/. Molenaerino. C.DanC' 
Jkerte fee. smalle prenten in 4^. 
Zie de vorige aangeh. schrijvers. 

MOLENAAB (Jak Jamsz. de) of MULLENAEB, schipper 
op het schip Mauritius op den togt van Cornelis Hout- 
man van Alkmaar in 1595 naar Oost-Indien. Hij overleed 
zeer schiel^'k den 25 Dec. 1596 voor 't eiland Luboo. Men 
hield Houtman verdagt hem vergiftigd te hebben, en zette 
hem in de boeijen , doch hij werd den SO vriigesproken , schoon 
velen hem nogtans voor schuldig hebben gehouden. 



Digitized by VjOOQIC 



981 

Zie Talentyn, O. en iV. O. /., D. L U. 172, 174; Eerst* 
tddjpvaert der HoU, node naer O, I. waeritme verhaeU wordt al loat 
hoer eomderÜnge onder wegen bejegend ü^ ah ook de conditien, reHgien, 
zeden eade kuyahoudingse der volkeren em. in Begin en Voortg. der O. J. C, 
D. L; 2*. Voyage iol. L; Oost- en West-lnd, voyagien, bl 369, 370, 
371; Ber, et urbis Amstel Eist. auct. Joh. Isaac, PontanOj p. 
187; Moll. Verhand, over eenige Zeetogt. der Ntderl 1849; iVed 
jBosoi (kïuiu en Haarl. 1784) D. I.bl. 117—344* Beanet en van 
Wijk, Ontddckings Reizen, D. III. ; Leoens. der Nederl Mannen en Vr. , 
D. YUL bL 889-^20; Ckr. v, A. EisL Genoots. D. Vin. bl. 189^320. 

MOI^NAAB (SiHON), zoon van Gerrit SemonBe 
Moleaaar tn van Femmetje Bosch, werd 15 Oct. 1682 
geb. te Amsterdam, studeerde te Leyden, werd predikant te 
TicDkoven 1712, Lant^neer 1715, bedankte in 1724 voor 
Dirksland, nam in 1727 bet beroep te Vlaardingen aan en 
overleed ddaar fS9 Sept. 1788. Hij huwde in 1712 Marga- 
retha van Znylen, die hem 8 kinderen schonk. 

Hij schreef: 

Bedêüjke tn onvertmkie melk, getrokken uit den Oaieckismus^ 
Amst. 1735, 1764, 8*. 

KortbegHp, Amst. 1725, 1782, 8^ 

Jjee/TeoeneH» 

BijbélfMerg. ofte Kort Regrip der toaare Godgdeertkeid over 
dm Eeydelbergschen CatechUmue^ bij vjogen van vragen en mU' 
worden, 2 D. 8^, Amst. 1728, 1725, 1742, 1743, 1751, 
5» d. 1752, 1764. 

Nuttige MengeUtoffen , uyt de eckriften zoo deê Ouden alê 
des Nieuwen Teatameide enz. Amst. 1716, S"", 1729, 8^, 
Leeuw. 1750, S^» dr. 8^ 

Zie van Alpben, Prol dec Catkedi. Pdlat, § XLI plag. f. 3; 
Ko&cher, Eist. v. d, EeideJb. Catech. bl. 820, 343; van Alpen, 
Gtsch. V. d. Eeideib. Catech,; Schotel, Gesch, v. d, Eeidelb. 
O^edL; Springer van Sjk, Geseh* en Merk», der stad 
Vkutr^Sngen, U, 222; Brans, Kerk. Eeg. bl. 37; Aboonde, 
Naamr.; Arrenberg, Naamr. bl. 358; Manrik, Naomi, der 
GodgeL Scknjv.; Boekz. d. Gel Wer., 1716 &, bl. 107, 1724 a, bL 
723, 1727a, bl. 364, 498, 617, 1738 6, bl. 634, 1764, 1 bl. 217. 

MOLENAAB ( ), luitenant ter zee. Toen in 1787 door 
de te Woerden en te Amsterdam gevestigde Commissie twee 
gewapende vaartuigen werden uitgerust, die post vatten op de 
Zuiderzee werd aan Molenaar het bevel over het eene , en den 
kapitein ter zeeLaurens Hendrik van Pelt, datoverhet 
andere, en tevens het gebied over ai de op de Zuiderzee 
kruisende Amsterdamsohe gewapende vaartuigen opgedragen. 
Toen hy uit de dienst der Admiraliteit tot dien van de Com- 
iiissie van het Defensie-wezen was overgegaan, werd hij ter 
verantwoording opontboden, doch zonder gevolg. 

MOLENAAR (Isaak) werd den 8 van Herfstmaand 1776, 
te Crefeld in Kle^sland , waar zijn vader het keraarsambt bijj 

59» 



Digitized by VjOOQIC 



9S2 

de Doopsgezinde gemeente bekleedde, geboren; besocht de 
latijnsche scholen z\jner vaderstad, en werd student bij de 
kweekschool der Doopsgezinden te Amsterdam, waar hij den 
lateren hoogleeraar Matth\js Siegenbeek nog als student 
vond, met hem kennis maakte en met hem Pop e 's Ssêay on 
man las« Na een vijftal jaren te Amsterdam te hebben door- 
gebragt, keerde liij naar de moederlijke woning (z\jn vader 
was vroeg gestorven) terug en zette vervolgens zijne studiën te 
Jena voort. Hier genoot hij het minzaam huisselijk verkeer 
van den hoogleeraar Griesbach, en den omgang van 
Schillen Van Jena keerde hij naar Amsterdam terug, voK 
tooide er zyne stuidien, en was naauwelgks in 1804 tot 
proponent bevorderd, of werd predikant te Zutphen, twee jaren 
later te Groningen, in 1808 te Zaandam, en in 1814 te 
Leyden, waar z^n voormalige vriend Siegenbeek hem als 
ambtgenoot begroette. Hier bleef hij tot 1818, toen hy te 
Crefeld werd beroepen, waar hi\j 19 April 1835 overleed. De 
hoogleeraren Sack, Siegenbeek en Swart Ibebben zgne 
verdiensten uitvoerig vermeld. De laatste in een afzondarlijke 
redevoering, den 2 Maart 181^7 te Amsterdam in Feïix MerUU 
uitgesproken , de beide eerste voor de door hen , na zijn dood uitge- 
geven bundels zijner leerredenen. Hij huwde Judith Allier. 

Men heeft van hem: 

Leerredenen van Isaac Molenaar: laaUt predikatU bij de 
Doopsgezinde gemeente te Crefeld^ uitgegeven door de Hoog' 
leeraren van der Palm, Siegenbeek en MuUer. Amst. 1836. 

Predtgten von Izade Molenaar ete. Meurs 1836. 

Zie Si egenbeek,J3rte/* aan iS.3fuU8rT<5<5r de />0rr0(f.; N.Swart, 
Qoer I. M. in Vad, Letttroef. (Mengelw.) 1887 bL 881 volgg. 

MOLENAAR (Dirk), zoon van Anne Molenaar en 
Johanna van Wageningen, werd 28 Januar^ 1786 te 
Amersfoort geboren, en ontving zijne eerste opleiding te 
Utrecht, waar zich zijne ouders sedert 1 Juny gevestigd had- 
den. Na er twee jaren onderwijs in de oude talen genoten te 
hebben , werd z^ne verdere opleiding aan H. J. van Laar, rector 
te Gouda, toevertrouwd, en keerde h^* in 1804 naar Utrecht 
terug, waar hij als student werd ingeschreven, en de gehoor- 
zalen zoo van anderen als inzonderheid van den hoogleeraren 
Boyaerds, van Oordt en Huisman bezocht. Den 9 
Aug. 1809 legde hij voor de classis van Utrecht zijn eerste, 
en naar gebruik dier dagen , dus 13 Sept. van dat zelfde jaar voor 
die van Amersfoort zijn tweede proponents examen at Oen I Oo* 
tober daaraan volgenden werd hij aan De Vuursche , door A. Kok, 
predikant te Utrecht tot de bediening des Evangelium ingeleid. 
Hier bragt hij 5 jaren door, en vertrok , na ook aanzoeken en 
beroepen om elders werkzaam te zijn ontvangen te hebben in 
Nov. 1814 naar Nieuw-Loosdrecht. Van daar in 1817 naar 



Digitized by VjOOQIC 



988 

Doetbohem, in 1821 naar Middelburg en in 1822 naar 'sHage, 
waar hij, die sich reeds in 1819 door zijne door het Haag- 
8che Genootschap tot verdediging van de Christ. godsdienst be- 
kroonde verhandeling over de ingetnng der Heilige Schrift had 
bekend gemaakt, als schrijver optrad door een drietal Gatechi- 
satienboek jes , die later door eene Bandleiding voor m^ne leer' 
Ungen en voor ChrisUlifke hmegezinnen werd gevolgd. In 1827 
fcrscbeen £ijn bekend jédree aan aüe mijne Hervormde gelooU- 
genooien, waarin hij, en niet gelijk sommigen meenen de sepa- 
ratisten eerst in 1885, het eerst de dubbelzinnigheid in het 
formulier van onderteekening der belijdenis schriften onzer 
hervormde kerk, in 1816 door de Synode gemaakt, aan het 
licht bragt ^). Hij zelf schetst in zijn Aandenken de onaange* 
name gevolgen van dit schrijven, en de pogingen der vrijzin- 
nige partij om hem in een ongunstig daglicht te stellen. H^' 
wist echter den laster zijner vijanden niet beter te logenstraf- 
fen dan door de uitgaaf van een bundel zijner leerredenen, 
die welhaast door meer anderen gevolgd werd. Hierop ver- 
scheen zijn PrakHkale Bijbelbeschouwing voor Christen-huisge- 
zinnen tot eene dagelijksche handleiding geschikt. Hij ving 
den I Jan. 1838 met dezen arbeid aan, gaf om de veertien 
dagen een blad, en voleindigde het in 18 jaren. 

Veel nuts stichte hij zoo door dit als door zijne overige 
werken , zoo als het Zaligmakend geloof; De kern der geloofs- 
leer; Over de Oemeenechap met Chriatus en zoo ging hij voort 
door woord en pen nut te stichten tot zijn laten levensavond. 
In 1834 vierde hij zijn 25-jarige evangelie-dienst in de Nieuwe 
kerk te 'sHage, sprekende over 2 Cor. IV: 13, en in 1847 
zijn 2 5 jarige dienst als predikant te 's Hage in de Groote 
kerk aldaar met eene leerrede over 2 Cor. IT. : 14 — 17. In 
Oct. 1847 werd hij voor de eerste maal door eene beroerte 
aangetast, doch hij herstelde en mogt den 22 Maart 1857 
wederom voor de gemeente optreden en den 3 October 1859 
zijn 50-jarige Evangeliedienst vieren met eene leerrede over 
1 Cor. XV: 10. Een jaar hierna werd hij voor de tweede 
maal door een beroerte getroffen, waarop hij z^n emeritaat 
nam en den 9 Oct. 1865 overleed. Molenaar is tweemaal 
gehuwd 1. 14 Mei 1812 met Johanna Verschuur, den 
31 Aug. 1819 overleden; 2. 21 Sept. 1826 met Elisabeth 
Jacoba Erissmann, wed. L. de Vijver. De koning be- 
noemde hem tot Commandeur van den Nederl. Leeuw. Zijn 
portret vindt men voor zijn Aandenken. 'sGravenhage 1863. 
Werken van D. Molenaar: 

VerhandeUng over de Ingeving der IL Schriften ^ (met zilver 
bekroond bij het Haagsch Genootschap), 's Hage 1819. 
Adreê aan alle mijne Hervormde Oeloofsgenooten ^ Aid. 1827. 



1) Zie 'smans Aandmkeny bl. 81, 



Digitized by VjOOQIC 



984 

ZeerredêHêH over vereckiUêndê ondenoerpm^ 6 dn., AUL 
1829—45. 

Handleiding voor n^jne leerlingen en ChriêtenkuUgetiimen ^ 
Alb. 2 dn., 1829. 1830. 

Noodige Aanwyzing van BijbelpUuUaen voor de kemUa der 
gewijde geschiedenis ^ vraagboekje. 

Godsdienstleer t hoofdzakelijk uU de Bijóelgeschiedems onê- 
leend, ibid. 

Schets der Christelijke Godsdienstleer voor de Catechisaiien^ 
ibid. 

De roede Gods over Nederland in de thans heerschende en 
verwoestende ziekte , 4 leerred., 1832. 

Praktikale Bijbelbeschouwing, 13 dn., Aid. 1833—45. 
De Formulieren van Eenheid bij de Hervormde Kerk in Ne- 
derland gebruikelijk, zuiver Bijbelleer ^ Aid. 1837. 

J)e Formulieren van Doop en Avondmaal in derzeVoer Evan* 
geUsche waarde en kracht beschouwd, Aid. 1838. 
Noodzakelijke zelfsverdediging , 1841. 
De genadeleiding Gods in de bekeering van zondaren, 2 dn., 
Aid. 1848, 1844. 

Nieuwe Leerredenen over verschillende onderwerpen, 3 dn., 
Aid. 1845—52. 

Het zaligmakend geloof in eenige overdenkingen voorgesteld, 
1846. 

De Evangelische gezangen in de Gereformeerde Kerk gebrui- 
kelijk; vóór en tegen onpartijdig en gemoedelijk beoordeeld, 1847. 
Gedachtenis tot een dankbaar aandenken aan en voor de ge- 
meente de Fuursche, Nieuw Loosdrecht, Doetinchem, Middel- 
burg en ^sGravenhage, 6 leerred., AJd. 1847. 

De Rijkdom des Bijbels ^eknoptelijk voorgesteld en aangewe- 
zen, (uitgegeven, door de Vereeniging ter bevordering van 
Christelijke LectuurV 

De Kerk des Heer en overeenkomstig het woord van God, 
3 dn., 1650—54. 

De kern der Christelijke leer, 1850. 
Noodig onderrigt voor de Hervormde Gemeente van 's Gra- 
venhage en geheel de Ned. Herv. Kerk naar aanleiding van 
het Woord van Prof, Ho/stede de Groot over de Groninger 
Godgeleerden, 1851. 

De Heidelbergsche Catechismus in Leerredenen, 2 dn., 
1852, 1853. 

Huis- en Handboek voor Christenen. Stichielijke morgen- 
overdenkingen voor iederen dag des jaars. Met een voorwoord 
van D. Molenaar, 1853. In dit werk, door ondersoheidene 
predikanten zamengesteld , komt de maand Februarij voor van 
de hand van D. Molenaar. Zoo ook in 
Dito dito Avondoverdenkingen, Aid. 1854. 
Feest- en Idjdensstoffen in Leerredenen, 3 dn., 1853, 1854. 



Digitized by VjOOQIC 



93^ 

Leerredenen naar aanleiding der behoefte van onsen veeUewo- 
genen tijd op Kerkelijk gebied y Aid. 1854. 

In deo jaargang van de Vereeniging , Christelijke Stemmen, 
1854 9 komt voor : Openbrief van Ds» D, Molenaar aan 

Leerredenen over den strijd des geloof s bij al de bedreigingen 
onzer Belijdenis, Aid. 1856. 

Beknopte opgaaf van de verschillende gevoelens der onder- 
scheidene Kerkgenootschappen onder de ChristenbeUjders in ons 
Vaderland, Aid. 1856. 

De waarheid, Bijbelsoh Geschrift ter bevordering van ken- 
nis en Godzaligheid, 2 dn., Aid. 1858, 1860. 

Laatste Leerredenen, 2 dn., Aid. 1858, 1860. 

Dankbare hulde aan Gods genade gebragt bij gelegenheid der 
bO-jarige Evangeliebediening, 2 October 1859. 

De eenige toeg des heils , overdenkingen over Joh, XIP , 
Mare. VIII en Matth. XVIIL Aid. 1860. 

De Zaligsprekingen van onzen Heer, overdenkingen over 
Maith. V. Aid. 1860. 

Leerredenen, vroeger uitgesproken, Aid. 1861. 

Het ipoord Gods is niet gebonden. 12 Toespraken (Leerre* 
denen), Aid. 1862. 

Aandenken. De allereerste en allerlaatste leerrede van den 
Weleerw. Zeer Gel. Heer D. Molenaar , benevens een afscheids' 
woord aan de gemeente van 's Gravenhage. 'sGray. 1868, 
met portret. 

Na 's mans dood is een gedeelte van zijn werk, tijdens 
sijne verlamming met de linkerhand geschreven , uitgegeven in : 

Gedachten van een bijna tachtigjarigen grijsaard over sterven 
en sterfbedden naar den Bijbel, Aid. 1866. 

Behalve deze bundels komen er nog rerschillende min of 

meer beknopte verhandelingen van Molenaar voor in de 

Zaadzaa^er (over de Samaritaansche vrouw), de Vereeniging, 

Christelijke Stemmen en andere godsdienstige periodieke werken. 

Zie Molenaar, Aandenken; Part, herigU 

MOLENHOFP ( ) bloeide in 't midden der 17* eeuw. 
Men kent van hem alleen een kluchtspel, getiteld: 

De Krollende Ritzaart , met de Gulden Legenden van Jan 
van Tongeren, (w. d. Spr.): Suegt over al den besten zin, 
Gelgck de By, niet ais de Spin. Amst. 1659, kl. 8^. 

Zte Witsen Geysbeek, B. A. C. Woordenb., D. IV. bL 444; 
Cat. d. Maats. v. Ntd. Letterk., D. 16. bl. 146. 

MOLENTIEL (Johannes) kwam in 1750 als proponent 
te Goedereede en Stellendaro, vertrok in 1753 naar Som- 
melsdijk, waar hij in 1755 in verschil kwam met Wilhel- 
mus a Brak el van der Kluit, die aldaar voorheen predikant 
was geweest, maar toen oud van dagen aldaar een eervolle 
rust genoot. Molentiel, een man van zeer oppervlakkige 



Digitized by VjOOQIC 



936 

Theologische kundigheden was gewoon in zijn leerredenen te 
dr^ren: #dat de geloovigen ten aanzien van de r^vaardiging 
niet alleen, maar ook ten aanzien der heiliging in Christus 
volmaakt waren; dat zij volmaakte onderhouders der wet van 
God waren, dewijl Christus voor hun de wet volmaaktelijk 
had onderhouden." Deze leer, die een lijdelijk christendom 
bevorderde, ergerde Kluit zóó, dat hij zich verpligt gevoelde 
er kennis van te geven aan de deputaten der klassis van Schou- 
wen en Ouiveland, doch de klassis verklaarde hem, na zgo 
kerkeraad gehoord te hebben, regtzinnig, en ontzegoe van 
der Kluit en de klagende ledematen allen verdere eisch. 

Zie NeerL Jaarh. 1757, bl. 128, 162; Ypey en Dermont, 
Gesch, d, JVetL Herv. Kerk, D. III. bl. 605 , 605 en AanUek, (830 
en volgg.); Brans, Kerk, Reg, bl. 137; KraHngiana ï, bl. 35. 

MOLE WATER (Bastjülan), zoon van Adriaan Mole- 
water en Johanna Cornelia van Alphen, werd den 
16 Augustus 1813 te Kotterdam geboren, genoot eerst het 
onderwijs van den heer van Beer, vervolgens dat van den 
ouden heer de Kaadt, op wiens advies h^ op I3-jarigen 
leeftijd naar het instituut van den heer P. de Baadt te 
Noordhey werd overgeplaatst. Voor zijn leeftijd buitengewoon 
ontwikkeld en zich door wetenschappelijken zin en fijnen kunst- 
smaak onderscheidende, kwam hij in 1830 te Leyden, en 
beoefende aldaar, behalve zijn hoofdvak, met groote voor- 
liefde de Natuurwetenschappen , Fhilosophie , Oude- en Nieuwe 
litteratuur en vakken van kunst, werd op den I Julij 1840 
bevorderd tot doctor in de geneeskunde, en zijn proefschrift 
de Typho aödominaU aive feóre typhoidea^ gaf de doorslaanste 
bewijzen zijner grondige studie en veelomvattenden blik. Na 
zijne promotie vestigde zich Mole water in zijn geboortestad. 
Al spoedig opende zich aldaar voor hem eene ruime baan van 
praktische werkzaamheid, terwijl van zijne talenten in menigen 
kring partij getrokken werd, zoo o. a. in de Maatschappij tot 
bevordering der Nijverheid, waarvan hij een tijd lang secretaris 
was, en in de Academie van Beeldende Kunsten en Technische 
\Vetenschappen , waarvan hij een geruimen tijd mede-bestuur- 
der was, en in de UoUandsche Maatschappij *van Fraaije Kunsten 
en Wetenschappen, waar hij verscheidene voordi*agten hield, 
uitmuntende door zaakrijkheid en geestige bewerking. Verder 
behoorde hij onder de eerste hoofdbestuurders der Maatschappij 
ter bevordering der Geneeskunst en onder de oprigters van 
het Wetenschappelijk Instituut, te liotterdam in 1850 tot 
stand gebragt , doch dat door gebrek aan belangstelling , in 1836 
ten gronde ging. In dit jaar werd hij benoemd tot lid der 
Provinciale Geneeskundige Commissie, residerende te Dord- 
recht. Toen Was hij reeds sedert eeuigen jaren geneesheer 
en inwonend Directeur van het door hem opgerigte Kotterdam- 
sche Ziekenhuis. In 1856 werd hij er dirigerend geneesheer 



Digitized by VjOOQIC 



987 

van, en sedert 1851 was hij Lector van de Klinische school. 
Ook stond h\j sedert 1353 aan het hoofd der inrigting voor 
doo&tommen onderwijs te Rotterdam. Hij was ridder van de 
NederL Leeuw, lid van het Provinciaal Utrechtsch genootschap, 
van het Bataafsch Genootschap te Kotterdam, en Eerelid van 
het Geneeskundig Genootschap: Diêce Dooendta Jdhnc te 
Bott^am. Uij overleed den 9 December 1864, bij zijn 
echtgenoot J. G. L. Kose vier kinderen nalatende (een vijlde 
was in jeugdige leeftijd overleden), sijn verdienste z^n door 
Dr. F. J. J. Schmidt, in Nederlanchch Tijdéckrtfl voor 
Geneeskunde t tweede reeks y eerste jaarg., Amst. 1865, bl. 
65 volgg. in het licht gestelt. 

MOLHEM (GiLUs van), waarschijnlijk een monnik uit de 
abdij van Afflighem, niet verre van Molhem, mogelijk zijne 
geboorteplaats. 

Hij zette de 96 eerste strophen van een gedicht van den 
lUnclus (Beclus, kluizenaar) de Moliens uit het fransch over. 
Zekere H ei n ric vertaalde het vervolg er van, en van zynen ar- 
beid kwamen 25 strophen tot ons. De overzetting dagteekent waar- 
achijni\jk uit de XII* of de eerste jaren der XIII* eeuw , en is 
diensvolgens van veel vroeger tijdvak dan waarin Maerlant 
bloeide. Mone deelden in den Ameiger de 6 eerste strophen 
van Gillis van Molhem, en de eerste van Heinvlo 
mede. Willem nam in zijn Museum nog eene der drie 
eerste strophen op en wederlegde te regt Mone, die voor 
Molhem, in het hands, bij verkorting MolhS geschreven, 
aan het dor]) Mol in de Brabantsche Kempen , wilde doen den- 
ken. Dr. Snellaert heeft ook de eerste strophen in z^ne 
bekroonde verhandeling als proeve gegeven. Serrure liet 
den geheelen Bindus naar den Uuithemschen codex in zijn 
Vaderl. Museum afdrukken, voorafgegaan door een uitvoerige 
verhandeling over dit dichtstuk. 

Zie Willems, Belg, Nuseum, D. I. bl. 344; de Middelaer, D. 
L bl. 77 — 81; Modo, Ameiger Jtkr Kunde des teuUchen Vorzeit 
Junjïer Jahrgang, 1836, bl. 209—211; Alt-NiederL voücê. Ut. S 252 
Sanderus, Bibl. Belg. ms. T. IL p. 143; Snellaert, KorU 
seheU, bl. 129; Serrure, Fod. Mus. D. UI. bl. 225 volgg., D. 
V. bl. 267, 268. 

MOLHUYSEN (P. C). Zie hier achter. 

MOLIN (Pbtrüs Dü). Zie MOULIN (Petrus du). 

MOLINAEÜS (Petrus). Zie MOULIN (Petrus du). 

MOLIN AEUS of van der MEULEN (Johannes) werd om- 
streeks 1525 te Gend geboren , oefende zich te Leuven in de wijs- 
begeerte en fraaije letteren , legde zich vervolgens op de regtsge* 
leerdheid toe, werd licentiaat in de regten en was waarschijnÜjk 
reeds priester toen hij Petrus Xim en es als hoogleeraar in 
het kanonnieke r^ opvolgde (1557). Ook werd hij vroeger 



Digitized by VjOOQIC 



988 

of later, in plaats vaxi Cornelius Janaenius, deken van 
St. Jaoob tezellde stede. In 1558 werd l^j rector der booge- 
school, en in 1559, te gelyk met Johannes Bamus 
en Petrus van der Aa, doctor in de regten. Marga* 
retha van Par ma benoemde hem tot haren aalmoesenier 
en Pbilips II, in plaats van Martinus Bithovius, 
tot deken van St. Fieter te Leuven. Ook werd h^ ka- 
nunnik van St. Fieter te Cassei in Vlaanderen, en eindelijk 
pastoor te Eyne in het kersspel van Gent. Niet te vreden 
met al deze titels, zocht hij ook het dekenscbap der hoofdkerk 
te Gent te erlangen. 

Hij verzette zich tegen de instelling van nieuwe bisdommen 
en de vereeniging van zekere abdijen met deze, en begaf zich 
met Johannes Latomus in 1573 voor deze zaak naar 
Bome, doch zonder gevolg. Naauwel^jks te Leuven weêrge* 
keerd, werd hijj (1574) voor het concilie der bisschoppen te 
Mechelen geroepen om rekenschap te geven van zijn hun beleedi- 
gend schrijven uit Bome aan de monniken van Afflighenm. Hij 
trok zich dit zoo aan dat h^* krankzinnig werd en in het 
Cellebroedersklooster te Leuven werd opgesloten , waar hij stierf 
29 September 1575, in den ouderdom van omstreeks 50 ja- 
ren. Volgens Val. Andreas was hy ervaren in het latijn 
en grieksch en legde hij op twintigjarige leeftijd de zedekunde 
van Aristoteles uit. 

Men heeft van hem. 

Decreium B. JvattU^ e Praeporito Fam QuifUim {Bellova- 
cortm Ecclenae) CamotenHa EpUcopi; êepten ac decent TomU^ 
Hve partibuê corutana, omniim, quoiquot extant hujuê argu- 
menii^ voluminum amplisHmumy ui non immerüo, Theèaurua 
toHuê JEcdesiasHcae disciplinae appellariposaió. Opus , cum labo- 
rofUi et afflictae Ecclesiae plurimum serviene^ turn omnibuê sa- 
crarum ac Poniifiearum rerum êtudiosis comprimU neoeesarium^ 
scriptum quidem concinnaiumve anie annos amplius quadringen- 
toê^ êed aniehac mmquam editum; nunc vero demum divulgatum 
ourd ac éóudio /. M, GqndenHê. Lovanii 1561, foL 

Volgens Sweertins. hield Molinaeus een redevoering 
voor Gregorius XIII en de kardinalen, doch meldt niet 
of ze gedrukt is. 

Franciscus Molinaeus, raadsheer in de provincialen 
raad van Vlaanderen, was zijn broeder. 

Zie Sweertii Ath. Belg,, p.455; VaLAndreas, BtbLBelg., 
p. 542; Fatti pp. 43, 61, 156, 195; Foppens, BibL Belg., T. 
n. p. 696; Faqnot, Mém. T. IH. p. 546, 547. 

MOLINAEUS (Johannes) de jonge, dichter van Hoüandê 
dank' en bedeoffer aan den Alm. op den dank- vaai- en bededag 
gehouden 5 van JuUj 1673. Alkmaar 1673 in plano en Ter 
uittaari van Maria Koningin van Engeland. 

Zie Muller, Ou. v. Pamfl. D. IlL hL 61 en 83. 



Digitized by VjOOQIC 



989 

HOUNAEUS (JoHANNEs)^ werd in 1667 propon^ bij de 
Kemonatrantsche broederschap, en, na eerst de dienst te Ba- 
ren waargenomen te hebben, nog in hetzelfde jaar predikant 
te Zegwaart en Zoetermeer, van daar vertrok hij naar Alk- 
maar, welke plaats hij in 1683 met Rotterdam verwisselde, 
waar l^j 15 November 1702 overleed. 

Hij gaf in het licht: 

Merg des N, Verbonde voorgeateU m verschelde predikaties, 
over bijzondere echr^/ïuurplaateen des Nieuwen TeetamenU , waar 
hijgeooegt is een Predikatie over de doodt van D. Oerard 
Brandt de Jonge ^ uiSgesjproken voor de Memonêiranisch$ Ge- 
meenie tot Rotterdam. Amst 1703, 4^ 

Heilige Keurstoffen^ op nieuw uitgegeven, met den titel: 

AanUekemingen over het UeiUg Evangelitm van Lucas door 
Ckristiaan Hartzoeker ^ over de \% eerste capUtelen en over de 
8 laatste door J. M. Amst. 1687, 4^ 

Het geestelifk Wapenhuis of onderwijzing in de Ckristel^ke 
Godsdienst, Botterd. 8^ 2«. dr. de helft vermeerdert in 2 
stukken. Bott. 1694, 8^ 

Leer e der JFaarheidt, naar de Godzaligheid, of onderwijs 
in den Christelijken Godsdienst bij Vragen en Antwoorden ge- 
steU. Kott. 1696, 8^ 

Be recht gereformeerde Christen , heztraffende alle en allerlei 
pauselijke eer en heersohzucht , tyramie en consicientiedwang , 
als mede de Liefdeloose en beklaachelijke tweedragt die in 
H Christendom in swang gaen; En aanwijzende het rechte mid- 
del om de gesplitste deelen van het Gereformeerd Christendom 
weder b^ een te brengen. Nevens een Aanhangsel, vervattende 
eemge gewigtige redenen, die een opregt Christen moeten bewe^ 
gen om de Roomsche Kerk te verlaten, nevens eenige vragen 
de Roomsche priesteren in deze landen voorgesteU. 's Gravenh. 
1669, 8*. 

Be betoverde werelt van Balthasar Bekker, handelende van 
den aart en 't vermogen , van 't bewind en bedrijf der goede 
en quade Engelen, onderrigt en wederlegt in twee Predicatien 
over CoU. ÏI : 8 en Hebr. 1 : 14, de eerste van H gebruik 
der phUosophie, de tweede van den aart en bedrijf der goede 
Engelen, en laasteiijk in een verhandeling van de booze Gees* 
ten, qf van den Duivel en zijne Engelen. Bott. 1692, 4^ 

Faraenesis aan P. Rabus. Bott. 1692, 4^ 

Predikatie over Ps» CXXIF toegepast op het streng en be» 
naauwt beleg en wonderbaar ontzet der stadt Legden. Bott. 
1694, 4*. 

Biddagspredikatien over 2 Hm. II : l, 2, 8. Bott. 4^ 

Lijkpredikatie over den heer O. Pesser , predikant bij de 
Remonstrantsohe gemeente te Rotterdam, over Genes. V .• 24. 
Bott 1694, 4^ 

Sleutel des Hemels ofte Christelijk gebedeboek behelzende ge* 



Digitized by VjOOQIC 



940 

bedm voor allerlei êoarien van Okriiteaên m allerlei voorvallen 
en gelegenikeden^ vermeerderi mei een tiekenirooei. Mei koperen 
plaien gedruki ie EoiteréUm (meermalen) in liP ^ 8*. Arnst 
1727. 

Be ware wifekeidt die van boven ie, veriooni in drie Pre- 
dikaOen over Jac. lil : 13, 14, mei een voorreden^ waar in 
de groote onóeeckeidenAeii van de Heer JuirieUf en kei grooi 
ongeluk den Heer Epiecopine en alle voorsiandere der vreed- 
êame toaarkeii en ware wijikeii 6^ kern aangedaan geleei 
wert. Bott 1691, 12*. 

Foorbruilofi dee Lams , of de pUgi dee H, AvondmaaU ne- 
ven» de noodzakelijke voorbereiding eic. Bott. 1689 , 12^. 

Zie Cattenbarch, BibL Rem,^ p. 108 seqq.; J. Tideman, 
Rm. broedere, bl. 58, 177, 142, 368; Tpey, Ge$chied. d. Or. 
Ktrh in de I8e eeuw, D. IX. bl. 886; Olasins, GodgeL NederL 
o. h. w.; Kobns en de RiTecoart; Arrenberg, Naomi, bl. 
358; 

MOLINABIS, MOULIN of van der MËULEN (Joanvss), 
in het midden der XY* eeuw te Doornik geboren, studeerde 
waarsch^nlijk in Frankryk in de letteren, en kwam in kennis 
met Germain de Genay, kanunnik aan de Cathedrale te 
Bourges, later bisschop van Oahors en Orleans, en diens neef 
Jean de Genay, president b^ het parlement te Parijs, en 
kanselier van Frankrijk, die Kar el VIII in 1494 en 1495 
naar Italië volgde. Mogelijk was Molinaris in zyn gevolg. 
Men vindt ten minste van dezen : 

Compendiana liaHae deêcripOo^ ad Joannem Ganayeneem^ 
Vranciae cancellarium, in ms. 

Ook liet Lij na: 

Trium Mard TulUi Oioeronie Ubrorum de legibuê Synopsi» . . . 
Praemiiiiiur ^uedem ad Germanum de Ganaio Epialola, in ms. 

Zie CaUl, du Msê. de la BibUotheq, du Boi de France, T. IV. p. 
7 et 261; Mareri, verbo GawNf; Faquot, Mém. T. II. p. 403. 

MOLINËT (Jean), omtrent in bet midden der XV< eeuw 
nabij Boulogne sur mer in Frankrijk geboren, b^af sich in 
dienst van Margaretha van Oostenrijk, dochter van 
Maximiliaan I en van Maria van Bourgogne, die 
hem tot boekbewaarder en historieschrijver of indicarius be- 
noemde. Later werd hij kanunnik der L. V. Kerk te Valen- 
oiennes. U^ verwierf onder zijn üjdgenooten grooten roem als 
Fransch dichter, ofschoon sommigen hem een zonderlingen 
stijl en het najagen van gezochte spreekwazen verwaten. Hij 
bragt ook het bekende oude Fransche rgmwerk den Roman de 
la Roee in Fransch pro2a over. Hij overleed te Valendennes 
in 1507, en werd begraven in de hofkapel aldaar, naast zijn 
leermeester Georges Ghastelles. Hij schreef ook eene 
geschiedenis van zijn tyd, eerst sedert 1828 uitgegeven door 



Digitized by VjOOQIC 



941 

B ach on te Parys in rijne CoUêctum deê Ckroniguês naHona- 
les Frangaiêêi. Zij voert den titel yan C^omque de Jean 
MoHnet depm» 1476 jueqn'en 1566 en beslaat ten minste 5 
boekdeelen der gemelde CoUeciion> De abt de Nelis, die het 
plan had dese Chron^k uit te geven, merkte op dat zij reeds 
daarom belangryk is, w^l zij over hetzelfde t^dvak handelt als 
de Mémoires de Phiiippe de Cannnes die eenigzins part^dig 
over Lodewyk XI en dos welligt niet alt^d even billi\jk ten 
aanzien onzer vorsten is. 

Zie Val. Andreas, BibL Belg- p. 541; Foppens, BibL Bdg. 
T. Ui p. 667; de Nel is, Prodrom. p. 77 seqq; Rei ff en berg op 
Van der Vynchi^ Ned Ber. D. lY. bl. 530 yoI^.; de Wind. BibL 
V. Geeckiêde,^ bl. 110, 111; Ckromque Meirique de ChasUUeau et de 
MoUnei, Bmz. 1886, p. 9—41, zynde een complete notitie van 
Beiffenberg over Molinet. 

MOLKENBOE R (Johannbs Hsbmannxjs), te Amsterdam 
5 Hei 1773 uit deftige burgerouders geboren, verloor reeds 
vroeg zyne ouders, dooh vond in zyn tweeden vader 6 er ar d 
van der Loo een trouwen helper en verstandigen raadgever. 
Yan de natuur begaafd met een helder verstand, welwikkend 
oordeel en vooral met een fijn gevoel voor het schoone en 
edele, deed de meerdere ontwikkeling van het laatste in hem 
dien zoi verre smaak geboren worden, waardoor hij vooral in 
het gebied der beeldende kunsten onder de meest bevoegde 
beoordeelaars mogt gerangschikt worden. Op een der voor- 
treffelijke leerscholen van ons vaderland geplaatst, ontving zijne 
▼erstandel^ke beschaving aldaar eene leiding, waar door zucht 
naar kennis, ten aanzien der meeste wetenschappelijke onder- 
werpen , zoo bij hem gevestigd werd , dat hij naderhand , zoo 
▼er zijn staat en beroep zulks gedoogde, tot de verdere beoe- 
fening daarvan menig uur van zijn bezetten tijd afzonderde, 
en inderdaad op eene welgevestigde algemeene kennis roem 
mogt dragen. 

Spoedig echter ontvlamde zijne geestdrift voor de kunsten 
en wel voornamelijk voor de teeken- en schilderkunst. Die 
geestdrift vond ook niet weinig aanmoediging in het voorbeeld 
en in de opleiding van zijnen aangehuwden vader, die hem 
niet alleen aanmoedigden, zijn oordeel en gevoel een juiste 
rigting gaf, maar vooral in zijn belangrijk kabinet van schil- 
derijen hem de beste vaderlandsche , en uitheemsche talenten 
deed kennen en hnnne verdiensten opmerken en bewonderen. 

Hij zelf bragt een belangr^ke collectie schilderijen en tee- 
keningen bQeen, werd in plaats van Versteegh medebe- 
stuurder van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. 
Ook was hij lid der vierde klasse van het Kon. Ned. Insti- 
tuut. Hij overleed den den 2 April 1824. Zijne uitmuntende 
en aUezins belangrijke verzameling van gekleurde en onge- 
kleurde teekeningen der meest beroemde meesters van de oud- 



Digitized by VjOOQIC 



948 

HollimidBche school, alsmede vbq eenige fria^e prenten, werden 
2 April 1885 in het Hmib met de Hoofden te Amsterdam 
▼erko<^té 

Zie van Eynden en van der Willigen; Kramm, t. a. p. 
bl. 1138, 1139; Vtrslag van de v§/de opwb» vergad. in de vierde 
Khuee v&n het Km. Ned. Inètit., bl. 50—52; KtMt- en Letterbodsy 
1894, d. I. bL 216, 1825, d. II. bl. 315, 317, 320. 

MOLKENBOEB (Johann£s Hxndbiküs) werd in 1816 
te Leyden geboren, genoot grondig elementair onderwijs en 
studeerde verbolgens aan de hoogescbool a^'ner geboortestad 
in de medicijnen. Als student vatte hij een bijzondere liefde 
op voor de botanie, en hield zich, ook nadat fa^ zich te 
Leyden als med. doctor gevestigd had, hier mede bezig. Hy 
vormde met dr. F. Dozy het plan eene beschmving uit te 
geven der minst bekende mossen , die op Java , Bomeo , Su- 
matra, Amboina en Japan aangetroffen worden. Het eerste 
stuk van dezen arbeid zag in 1840 het licht onder den titel 
van : Musci frondon inediH Archepelagi Indici. Door dit werk 
verwierf hij een Europeesche vermaardheid als muscUoog. Toen 
hij later met zijn medearbeider van plan veranderde, en hun 
arbeid zich over alle mossen, welke in den Indischen Archipd 
voorkomen, zou uitstrekken, werd de voortzetting van eerst- 
genoemd werk overbodig. In 1851 zag een gedeelte van him- 
nen veelomvattenden arbeid het licht onder den titel van: 
Bryologia Joüanica s. descripHo muscorum frondoiorum Aréhè- 
peloffi Indicie iconibuê iüustrata» De verdere voortzetting van 
dezen arbeid was voor anderen weggelegd. Hij overleed IT 
September 1854, in den ouderdom van 88 jaren. 

Zie Nieuwenhnia (oitg. SythoTf , o. h. w.). 

HOLL (J.). Door de Bast en Nagler een hollandsdi 
historie* en portret-schilder genoemd, doch volgess Kramm 
dezelfde met J. Woutherus Mol. 

Zie Kramm. 

MOLL (Anka), echtgenoote van 6 er rit Mol 1, moeder 
van den beroemden hoogleeraar van dien naam, beoefende de 
Nederdttitsdie poëz^. Men vindt een gedicht van haar bij de 
iifsieüinff der XJfyreehiécke Academie in 1815 in Amu Acad. 
JOm. IrajecL T. I. p. 79— 8L 

SOe van der Aa, A. B. A» Wowdnh,; Visscher, OraU de 
Oer. Moü, p. 9« 

MOLL (ANTHONiOy zoon van Everardus Moll, werd 
8 MaaH 17S6 te Maassluis, waar zijn vader toen predikant 
was, geboren. Later verhuisde hij naar Nijmegen, en werd 
f1797) daar op de latijnsche school voor het aoulemisch on- 
derwijs voorbereid. Li 1806 werd hij te Leyden tot med. dr. 
gepromoveerd en vestigde hq zioh als zoodanig te NijjmegeD. 



Digitized by VjOOQIC 



9i8 

Id weerwil oijner groote kunde en de erT«ring, door hem al 
spoedig in de betrekking Tan ^jdelijk geneesheer bij het groot 
militair kospitaal en yan stade doetor opgetameld, vond hij 
dasr slechts wein% {Nrakti|jk, #ten dede misschien wel, omdat 
hij gdieel vreemd was aan alles wat in de verte riedvts 
naar kanstenarijen of kwaksalvcnrij eweemt." In 1827 besloot 
liij naar Ainfaem te verhuizen , waar op è^ oogenblik behoefte 
was aui geneesknnd^e hulp. Ook daar werd hij stadsgenees* 
beer en zag noh al spoedig met het vertrouwen van velen 
vereerd, zoodat hij eene uitgebreide praktijk verkre^. In de 
laatste jaren van zijn leven nam zijne gezondheid zeer af en 
hij bezweek den 16 Jnnij 1843. 

Jaren lang stond hij aan het hoofd der geneeskundige Oom* 
missie van Gdderland en was ook in die betrekking met ijver 
eo troQw werkzaam. Van zijnen wetenschappelijken arbeid 
bood hij het publiek menige vrucht aan. Zijiie Dissertatie 
handelde over de Tkeoria &ic éücéa indéoHords (1806). In 
1815 gaf hij te Amsterdam in het licht: Proew eener tkeorie 
van de werking der Contagio aeuia op het menscheH/jk Ugckaam^ 
m de hehandeUng 'der daandt voorivloeijeiide stekten , 8*. , in 
1819 Het Zeebad of overzigt over den oorsprong en de nMig- 
Jteid der haden^ gr. 8^., door z^nen vriend Gh. Swartendijk 
Stierling met een aanhangsel over de Zeebad-inrigting te 
Scheveningen. Van 1821 — 1828 verscheen te Amst^am in 
3 deden z^n Hcmd6oek tot de leer der teekenen tan gesondkeid 
m ziekte, waarvan in 1826 een 2^ druk met Aakhangèel 
verscheen. 

Voorts verschenen: 

Brieisen ooer het Seheveninger Zeeèad^ ten nutte wan Hjdere^ 
Mf-Ujder9 en met-Ufders. Met afbeélékngen. Amst 1824 , 8*. 

Leerboek der geregte^jke geneeekuuée. Amst. 1826, S dn» 
gr. S\ 

Beknopte óesckrijting van den Adatiieehen öraakloop, Amst% 
1882, gr. 8^. 

Een aantal stuKken van zijne hand vindt men in het Praih 
iüeh t^ckrift voor de geneeskunde in ai haren omvang van 
1821 — 1848, terwijl hij nog in dit laatstgemelde jaar een 
üijdeehrifl voor de BtatUsgeneeekunde uitgaf, waarvan twee 
stukken in het licht verschenen, zijne verdienste werden door 
verschülende binnen en buitenlandsche geleerde genootschap* 
pen erkend. 

Zie Kuitgt' en Letterb. 1843, D. H. bl. 1; Hóltrop, Bibl Med. 
«( Chh, p. 291, 832; van Cleéf, AlpL naamL; Brans, Nadtnreg. 

MOLL (Gebabd), zoon van Gerard Moil en van Anna 
?. Diersen, wera den 18 Januarij 1785 te Amsterdam ge- 
boren. Zijn vader was een deftig koopman, zijne moeder eene 
Eeer begaafde vrouw, beoefenares der poëz^*. Voor den koop- 
handel bestemd, werd h^, zoodra hij genoegzaaiïn etvaren 



Digitized by VjOOQIC 



944 

was in de Fransche , Duitsche en Engelsche talen , in een 
voornaam handelshoie zijner geboortestad geplaatst om zich 
aldaar voor £i|jn toekomende betrekking in de Maatschappij voor 
te breiden^ doch hij had geen neiging, voorden koopmanstand, 
en b^on zich op de oude talen en wiskunde toe te leggen. 

Intnsschen had de zorgvuldige vader de zucht tot wiskunde 
bij zyn zoon opgemerkt, en gaf hem den heer Keyser tot 
leermeester. Spoedig waren de beginselen der Meet- en Stel- 
kunde doorloopen en werden nu op de Sterrekunde toegepast. 
Beeds in 1801 hield de zestienjarige knaap zich, onder de 
leiding van zijne leermeester, met sterrekundige waarnemingen 
onledig, hij besteedde aan deze oefeningen al den tijd, die 
hem van zijne gewone bezigheden overbleef. Nog meer werd 
zyne lust tot de sterrekunde aangewakkerd, toen h^ zich in 
het vooijaar van 1804, wegens handelszaken in Londen bevin- 
dende, aldaar in kennis kwam met den beroemden kunstenaar 
Troughton, en in diens werkplaats de volkomenheid leerde 
bewonderen tot welke de vervaardiging der sterrekundige werk- 
tuigen gebragt was. Hij voorzag zich hier van een tiendnims 
sextant, waarschijnlijk het eerste werktuig dat hem in eigendom 
heeft toebehoord. 

Intusschen was, met den klimmenden nood der tijden, de 
vrees voor de Fransche conscriptie op den Franschen voet 
meer en meer toegenomen. Men hoopte echter dat deze maat- 
regel niet tot de studerende jeugd zoude uitgestrekt worden. 
Het was deze omstandigheid die de vader van Mo 11 bewoog 
zijn zoon als student aan het Athenaeum te Amsterdam te 
doen inschrijven, doch geenzins met bedoeling dat Mo 11 den 
geleerden stand zon kiezen; het bezoeken der oollegiën was in 
den beginne bi^'werk, handel en kantoor bleven de hoofdbe- 
stemming. Spoedig echter bleek het dat Mo 11 zich niet ten 
halven op de studie kon toeleggen. Zijn verlangen om zich 
geheel aan de wetenschappen over te geven, werd steeds leven- 
diger, h^ waagde het eindelijk dat aan zyn leermeester van 
S winden te openbaren, door wiens bemiddeling hij eindelijk 
van zi(jn vader verlof ontving om den handelsstand vaarwel te 
zeggen. 

Sedert bezocht hij niet alleen de coUegiên van van S win- 
den, maar ook die van Gras en van Lennep. De wis- en 
natuurkunde bleef zi^*n hoofddoel, maar was geenszins zijne 
e^ige studie, en terw^l hij onder van Swiuden, snelle 
vorderingen maakte in den geheelen omvang der natuur-weten- 
schappen , verrijkte hij tevens zijnen geest met een schat van 
letterkundige kennis. 

Onder de belangrijke personen, die MoU toen ten tijde 
leerde kennen, behoorde de Utrechtsche hoogleeraar van 
Beeck Calkoen, van wien hij de vereerende uitnoodiging 
ontving om benevens Keyser mede te werken aan eene naauw- 



Digitized by VjOOQIC 



945 

keurige bepaling ran het Meridiaan- verschil tusschen Amster^ 
dam en Utrecht, door middel van vuurseinen op den toren te 
Loenen afgestoken. Deze gemeenschappelijke arbeid werd in 
November 1806 met gunstig gevolg volbragU 

Na eenige jaren op het Mhenaeum doorgebragt te hebben , 
gedurende welken tijd hij in Jun\j 1809 te Leyden tot kan* 
didaat in de faculteit der wijsbegeerte bevorderd werd, besloot 
Mo 11 zijne studiën te Par^s te voltooijen, waar h^ , vooral 
voor de beoefening der praktische sterrekunde, ruimere hulp- 
middelen vinden zou. Hij vertrok in Jnnij 1810 derwaarts en 
bezocht er de lessen der beroemde wis-, natuur- en sterrekan- 
digen, die toen te Parijs waren, vooral die van den grooton 
sterrekundige Delambre, wions -genegenheid hij spoedig ge- 
wonnen had. Hij zette te Parijs zijne oefeningen onafgebro- 
ken voort, tot dat in Februarij 1812, de gevaarvolle toestand 
zijns vaders, die kort daarop stierf, hem naar Holland te- 
rug riep. 

Intusschen was, door het overlijden vanvanBeeckCal* 
koen #de leerstoel in wis- en natuurkunde te Utrecht open- 
gevallen , welke hoogeschool echter door de Franschen willekeur 
van haren ouden luister beroofd en tot eene école êeoorukdre ver- 
laagd was , zoodat er vrees bestond , dat die leerstoel niet weder 
zou vervuld worden. Mo 11 bezat echter in van Swinden 
en Delambre werkzame vrienden, wier aanbeveling voldoende 
was om hem nog in 1812 eerst tot Directeur van het obser- 
vatorium, en weinige maanden later tot hoogleeraar in de wis* 
en sterrekunde te doen benoemen. Bij de herstelling der 
Hoogeschool, in 1815, nam hij, in plaats van den emeritus 
hoogleeraar Rossyn, de lessen in de natuurkunde op zich. 
Van nu af aan begon voor Moll een nieuwe loopbaan. Een 
zijner eerste zorgen wijdde hij aan de verbetering van het 
observatorium, zoodat het weldra een ander aanzien verkreeg 
en geschikt werd tot het doen van waarnemingen , die aan den 
tegenwoordigen toestand der wetenschap beantwoordden. Vooral 
in de eerste jaren van zijn hoogleeraarsambt , hield Moll zich 
bij voortduring met praktische sterrekunde onledig; later werd 
hij, door zijne veelvuldige bezigheden , verhinderd daarmede 
geregeld voorttegaan. Van zijne waarnemingen zyn slechts die 
van de Komeet in 1818 en van den overgang van Mercurius 
over de Zon , den 5 Mei 1832, in het licht verschenen. Bui- 
tendien deelde hij aan de astronomische Sociëteit te Londen 
een uitvoerig verslag mede van de in Holland gedane waarne- 
mingen der Zon-eklips van 7 September 1820, op welken t^d 
Moll zelf zich in Engeland bevonden had. 

BQ het nederleggen van het rectoraat der hoogeschool in 
1819, schetste Moll, in eene latijnsche redevoering, den weg, 
welken de Sterrekundige, ter volmaking zijner wetenschap te 
volgen heeft, en drong mot kracht op eene naauwkeurige en 

60 



Digitized by VjOOQIC 



ooTMmioeide waaraening des hemels aan. Van zijne be- 
kendheid met het werktuigeiijke gedeelte dier wetenschap kan 
ten bewijze strekken zijne Ferhcmdeüng ooer de Spiegel-Telet- 
copen, in de werken des Instituate geplaatst. Niet minder 
ijverig legde Moll zich toe op het ander ?ak zijner studie, 
de Naiauikande; zijne lessen over deze wetensohap waren van 
den beginne af aan , hoogst belangryk. 

Na den dood van den hoogleeraar Ekama in 1826, ont- 
ving Moll, wiens roem toen algemeen gevestigd was, van 
Curatoren der Hoogeschool te Leyden het vereerend aanzoek 
om den opengevallenen leerstoel te vervallen, doch hg besloot 
Utrecht niet te verlaten. De stedelijke regering, beseffende 
hoe naanw de welvaart der stad^ met den bloei der Hoogeschool 
te zamea hing, besloot aan Moll een blijk harer erkentelijk- 
heid te geven. Moll verlangde niets voor zich zelven, maar 
verkhiarde* dat al wat men voor de wetenschap doen wilde, 
hem aangenaam zou zijn; weshalve door den Stedelgken raad 
met eenparigheid van stemmen een som van f 10.000 tot aan- 
koop van instramenteo ter zgner beschikking gesteld werd. 

Ons heiUk gedoogt niet al de Verhandelingen door Moll 
over natnarkuttdige onderwerpen in het licht gegeven te door- 
loepen. Eene korte opgave zal voldoende zijn om de ver- 
diensten te doen kennen , welke hij zich omtrent de wetenschap 
heeft verworven. 

De ontdekking van Oerstedt, in 1815 gedaan, wegens de 
werking des Galvanischen gekiddraads op de magneetiiaald , 
bad een nienw veld van onderzoekingen voor de nataorkandi- 
gen geopend, hetwelk zij allen als om strijd betraden. Ook 
Moll bleef niet achter. Weldra deelde h^, in het Journal 
de Fifiiquê de uitkomsten mede, door hrai verkregen, bg 
herhalmg eo uitbreiding dier proeven, zoo wel met eenen 
enkehroiidigen toestel als met dein zamengesteklen trogapparaat 
volgens WoUastoa, en wees hg het verschil in werkiagaan, 
dit tnssdien die twee soorten van toestellen, zoo in scheikun- 
dige als in magnetisdie werkbg bestaat. Het waa hij deze 
gdfegenheid dat bet potasainm het eerst in ons land, door 
middel van het Galvaninnus uit deszelfs oxyde werd a%eschei- 
den. Een nog grooter trogapparaat, door van den Bos te 
XJ^edit vervaardigd, en uit vier honderd paren platen bestaan- 
de, diende Moll, om de verschillende werkingen van bet 
Oalvanismus nader toe te lichten. 

Gedurende een reeks van jaren , hield hij zich met de voort- 
zetting dezer proeven bezig en gaf hij bgy herhaling de uit- 
komsten zijner bevindingen in het licht; waarbij de wetenschap 
steeds met nieuwe en belangrijke daadzaken verrgkt werd. 
Geene echter wekte de behmgstelling der Natuurkundigen in 
hoogere mate op dan zgne proeven over de intensiteit der 
magnedeohe kracht, welke men^ door den galvanischen stroom. 



Digitized by VjOOQIC 



9*1 

8iia hei ijzer kan medodeelen. De Engelsche geleerde Stur- 
geon bad in 1826 eenige proeven bekend gemaakt, t)g welke 
eea hoef van week \jzer, met eenen draad van rood koper 
spiraaisgewijze omwonden, sterk magneüsch werd, soodra de 
mteindeQ van den draad in aanraking gebragt werden miet de 
polen Tan eenen enkelvoudigen Galvanischen toestel. In eea^ 
poef welke Moll in Engeland bijwoonde, droeg die ?oor- 
bijigaande magneet 9 ponden. Moll besloot deze proeven op 
eea grootere sohaal te herhalen. Hij gebruikte een zinkpbiat 
Tan 11 vierkante voeten werkende oppervlakte, geplaatst in een 
smallen roodkoperen bak. Het hoefijzer was omringd met een 
koperen spiraal van 83 windingen en woog 5 pouden. Zoodra 
de Galvanische verbinding daargesteld was , droeg het hoefijzer 
SO ponden , welk gewigt tot 70 ponden vermeerderd kon wpr- 
deo. Hiermede nog niet tevreden, deed Moll nu uit week 
ijzer een tweeden hoef vervaardigen, welks gewigt 29 ponden 
bedroeg. Met denzelfden electromotorischen toestel verbonden, 
droeg hij nu niet minder dan 295 ponden. Maar, even sne) 
als de magneet-kracht in het weeke ijzer werd opgewekt, werd 
deze ock vernietigd, en werden de polen des magneets omge- 
keerd, zoodra de pooldraden, in omgekeerde orde, met de 
idteinden des spiraals verbonden werden. 

Deze proeven doden aan de Natuurkundigen het verbazende 
vermogen kennen, tot welke de electromagnetische kracht kan 
worden opgevoerd, en toonden de ongeschiktheid aan, om die 
kracht in het groot tot beweging te doen dienen. Zij zijn yopir 
de toepassing niet onvruchtbaar gebleven. Reeds aanvankelijk 
zijn door Stratingh, Jacobi en anderen, toestellen uitge- 
dacht geworden, bij welke het Magnetismus van eene voorbij- 
gtanden Magiaeet als beweegknusht dient. 

Onder de belangr^'ke bijdragen, met welke Moll de Natuur- 
kunde verrijkte, behoorden ook vooral de proeven door hem 
gemeenschappelijk in 1823 met Tan Beek over de sn/elheid 
van het Geluid genomen. In het vorige jaar had eene Com- 
missie, door het Bureau dei Longüudes te Parijs benoemd » 
ea uit Arago, Gay Lussac, Humboldt enz. bestaande, 
eene reeks van proeven omtrent dit onderwerp in het werk 
gesteld. Het vershig er van in het licht versohenen , had ech- 
ter niet beantwoord aan de verwachting, welke de vereenigde 
werkzaamheid dier geleerden had opgewekt. Overtuigd, dajt 
eene grootere naauwkeuiigheid te bereiken was, vereenigde 
zich Moll met van Beek om die proeven in ons land te 
herhaleD. Door de hooge regering met de noodige hulpmid- 
delen voorden, kozen z^', als uiteinden der standiijn, die het 
geluid moest doorloopen , den Kooltjesberg big Naarden en de 
hoogte, genaamd de Zeven Boomen, bij Amersfpgrt. De af- 
stand dier twee punten is meer dan 17.000 Ned. ellen. Na 
afloop van al de voorbereidende werkzaamheden ; werden zes 

60* 



Digitized by VjOOQIC 



948 

nachten aan de eigealyke waarnemingen gewijd, die niet alieen 
door baar getal, maar vooral door grootere naauwkeurigheid , 
die der Fransche geleerden verre overtreffen , en door onpartij- 
dige buitenlanders als zoodanig erkend werden, zoodat de 
daaruit afgeleide bepaling der snelheid van het geluid thans 
nog algemeen aangenomen wordt 

Indien deze waarnemingen het bewijs opleveren dat het aan 
Mo 11, ter bereiking van een wetenschapjpelijk doel, niet aan 
geduld en ijver ontbrak, zoo vinden wij Mervan de bevesti- 
ging in zijne proeven omtrent den warmt^raad , bij welken het 
water zijne grootste digtheid heeft, en vooral in zyne verge- 
lijking van de kilogramme met het HoUandsche en Engelsche, 
Trooisch en andere gewigten. Slechts zij, die zich met naauw- 
keurige wegingen hebben bezig gehouden, kunnen de moeite 
en tijdsopoffering waarderen aan dezen laatsten arbeid be* 
steed. 

Intusschen bepaalde zich Mol! niet tot de zuivere weten- 
schap, maar strekte de kring zijner studiën en nasporingen 
verder uit tot al wat betrekking had tot fabrijken en trafij- 
ken, tot werktuig- en bouwkunde, tot zeevaartkunde en water* 
staat. Hij bezat in al deze vakken uitgestrekte kundigheden 
en sloeg met belangstelling hare vorderingen gade. Het is 
aan deze strekking van zijn geest, dat men vooral zyne bij- 
zondere liefde voor Engeland moet toeschr^'ven. De gestadige 
ontwikkeling en voortgang van nijverheid en kunstvlijt, de 
uitvindingsgeest der Engelschen, hunne geschiktheid voor me- 
chanische kunsten, de praktische deugddijkheid hunner maat- 
schappelijke inrigtingen , leverden een schouwspel op dat hq 
met welgevallen gadesloeg. De Engelsche geleerden schatte hij 
hoog; hunne algemeene kennis en hunne harmonische ver- 
bmding van theorie met practische toepassing, kwamen met 
zijnen aanleg meer overeen dan de dikwijls bloot theoretische 
en meer onzijdige ontwikkeling der Franschen. Toen in 1831 
de Engelschman Babbage, in een openbaar gemaakt geschrift , 
trachtte aan te toonen dat de wetenschappen in Engeland in 
verval en mmachting waren, nam Mo 11 de pen op om dezen 
in z^n eigen taal te bestrijden. In zijn eigenaardigen en Ini- 
migen stijl, maar tevens met kracht van redenen toonde hij 
aan, dat de Engelschen voor geen andere natie behoorden onder 
te doen, en dat bepaaldelijk de zoo hoog geroemde bescher- 
ming door Napoleon aan de Fransche geleerden verleend, 
meestal gekocht was geworden door de sla^sche onderwerping 
aan den wil van dezen. Wederkeeng werd Moll door die 
Engelsche geleerden hooggeschat H^ genoot de vriendschap 
van eenen Young, Herschel, Wollaston, Kaler, 
Brewster, en onderhield met hen eene gestadige briefwisse* 
ling. Bij de algemeene j aarlij ksche vergaderingen dier ge- 
leerden, was hij steeds welkom, en de bijzondere eer hem te 



Digitized by VjOOQIC 



949 

Edioborgh en te Dablio ten deel gevallen, strekt ten bewijsen 
yan de hooge achting welke men hem in Engeland toedroeg. 
Ondertosschen bleef Moll met hart en ziel Nederlander: de 
roem van z^n vaderland ging hem boven alles ter harte. 

Zijn verhandeling over de Froêgere Zeetogten der Neder- 
kmderêy schijnt voornamelijk geschreven te zijn met het doel 
om de groote daden der voorouders meer algemeen te doen 
kennen, en hunne verdiensten omtrent aardrijkskunde en zee- 
vaart in het ware daglicht te plaatsen. Hij ontveinst niet 
dat Holland niet meer op denzelfden trap van grootheid staat 
als weleer, en dat traagheid en stilstand bij velen was doorge- 
drongen. Deze te bestrijden achtte hij pligt Overtuigd dat 
gebrek aan natuurkundige kennis en onbekendheid met de 
vorderingen in andere landen, de voornamen oorzaken des 
kwaads waren, stelde hij bij voortduring zijne pogingen in 
het werk om b^ zijne landgenooten meerdere kennis te ver* 
spreiden en hun de vorderingen elders gemaakt, voor oogen 
ie stellen. Zoo gaf hij eene beschrijving van zijnen overzee- 
schen togt en de duikerklok te Plymouth, berigten omtrent 
stoombooten, het gebruik van brandvrije gebouwen, de ver- 
warming van stookkasten door stoom of warm water , de invoe- 
ring van Artesiaansche bronnen. Ook bepleitte hij de nuttigheid 
der bliksemafleiders tot afwending der noodlottige gevolgen, 
welke het inslaan des bliksems in openbare gebouwen en kerk* 
torens kan met zich voeren. 

Onder alle vakken van toegepaste natuurkuode waren er 
echter geene, die voor Moll eene grootere aantrekkelijkheid 
had , dan het zeewezen en de waterstaat. Reeds vroeg had het 
hooge belang dezer vakken voor ons land zijne studiën der- 
waarts gerigt, en hij vond in zijne betrekking als lid des 
Koninklijken Nederlandsohen Instituuts meermalen gelegenheid , 
om , door grondige rapporten over onderwerpen daartoe betrek- 
kelijk van zijne bedrevenheid er in te doen blijken. Geen 
«onder derhalve dat, toen in 1821 door Willem J eene 
Commissie werd bijéén geroepen tot onderzoek der beste rivier- 
afleidingen, ook Moll hiertoe benoemd werd. Gedurende de 
vier jaren, welke de Commissie met den haar opgedragen ar- 
beid doorbragt, wijddo hij zijnen vrijen tijd bijna uitsluitend 
aao de daartoe vereischte nasporingen, en het was ook aan 
hem dat de Commissie bij het eindigen der beraadslagingen, 
het stellen van het rapport aan Z. M. opdroeg. Dit rapport 
dat io 1827 in druk verscheen, is een model van helderheid 
en oordeel. In 1826 als lid der Commissie tot het verbeteren 
der zeekaarten en het examineren der zeeofiicieren benoemd, 
was Moll in deze steeds ijverig werkzaam om de belangen 
▼an bet zeewezen te bevorderen. Hij drong vooral aan op 
grondig onderwigs bij onze aankomende zeeUeden, ten einde 
sij met vreemden zouden kunnen wedijveren. Toen in 1885 



Digitized by VjOOQIC 



9&0 

onze regering besloten had om deel te bemen aan eena reeks 
?an waarnemingen, strekkende om de voortgang der getijen 
langs de kusten der Noordzee met naautrkearigheid te bepalen , 
wist zij het bestuur dezer werkzaamheid aan niemand beter toe 
te vertrouwen dan aan Mo 11. Harp verwachting werd niet te 
leur gesteld. In korten t^d had Moll de kusten bezocdit, en 
een algemeen plan van waarnemingen ontworpen , wdke , onder 
E^ne leiding door de daartoe benoemde seeofficieren in bet 
werk gesteld werden, en iti Engeland den wel verdienden lof 
van naauwkeurigheid en doelmatige inrigting verwierven^ 

Bij zoo veel verdiensten omtrent de wetenschap en het vader- 
land, kon de eer niet achterblijven. Reeds in 1821 zag hij 
zich met de ridderorde van den Nederlandsohen leeuw versierd. 
Bijna alle iolandsche en vele vreemde geleerde genootschappen 
be^ verden zich om hem onder het getal hunner leden op te 
nemen. De universiteiten van Ëdinburgh en Dublin reikten 
hem honoris causa het diploma in de beide regten uit, terwijl 
de stedelijke raad der eerstgemelde stad, bij zijn verblijf aldaar 
in 1885 hem plegtig met het burgerregt vereerde. Den 11 
December 1837 vierde Moll het 25-jarige feest der aanvaar- 
ding zgner betrekking als hoogleeraar, en den 17 Jan. 1888 
bezweek hij ten huize van zijn vriend Mr. F. A. van Hall 
te Amsterdam aan een hevige zinkingkoorts; z^n stoffel^k over- 
schot werd te Amerongen nevens het lijk van zijn moeder 
bijgezet. Z^ne afbeelding gaat op onderscheidene wijzen uit 
Hij gaf in het licht: 

Waameamgen van de Komeet van 1819, in Kttnêt' en Let- 
terh. 1819, D. U. bl. 69. 

Rapport op de heBchouwing van de inetrooming der Opper- 
Bijn- en Maaetoateren door de Nederlandsohe rivieren tot in 
zee , door den Inepedeur Generaal Blanken , opgenomen in zgne 
Verhandeling over dit onderwerp. Uitgegeven door de eerste 
klasse vap het Koninkl. Ned. Instit., 1819. 

Sur Pimiiation de la propontion d*une mesure invariable prise 
dans la nature, in Journal de pkgsigue, T. 89. p. 888. 

Oratio de vitandi in astronomiae studio Jingendi temeri" 
taie, et coeU observatione quam diligentissime instituenda, 
dieta puóUee die XXFlIl m, Martii a 1819, pntm Jeade- 
miae regundae munus solemniter deponeret^ in Annal. Jcad* 
Rh. Traj. 1818—1819. 

On the solar EeUpse wMck took place in September 7. 1820. 
Commtmieated in a Letter to /. F. W. Rer schel Esq.^ ff om 
Prof. MoU of Utrecht. 

Swr une expérience d*éleotrioit^, in Journal de physigue, T. 
XC. p. 896. 

Beschrijving van eenen nieuwen Scaphander, verbeterd door 
A. Schierboom te Amsterdam , in Natuurk. Ferh. v. d. Bolk 
Jliaais. der Wetens, te Haarlem, D. X. bl. 163. 



Digitized by VjOOQIC 



951 

JMim^ewmiê kopgU iet èuromêterê in Jan, l$20 » in JEmm^ 
m LeUerb. 1826, D. I. bL 47. 

Lage iarm^enéand den 2 Maari 1820. AR 1820, O. 
I. bL 190. 

Beobachkmg des nkeeerordeniUck hoken nad tiefen Bar^me- 
terêkmdea im J, 1821. Nackrichten aua den Niederlande^ in 
GilèerU Jmmiên der Fifeik, R XUL S. 406. 

Berigt omgeumde de duikelaarekiok en eenen tagi mei den- 
zehen gedaan, in Kunai- en Letterb. 1821, D. IL bl. 269. 

Sur deê easpérienoee élêeéramagnéUpteaj ia Janm» de Fkge.y 
T. XCIL p. 295. 

8nr leê nauveUee expmeneee Üeoéromagnéiiqme^ AU. p. 
309, 311. 

Au redadeur du Journal de Pk, sur Vimeention des Umetiee 
d'approeke. Aid. T. XCni. p. 150. 

(her den lagen barmnetersêéand van 2a Deo. 1821 , ia Kunst' 
en Letterb. 1822, D. I. bL 30. 

Over een zeer gevoeUgen Gdhanischen toestel: vervaardigd 
door den heer J. van den Boe^ en eemge Galvameche proeven 
met deneeken. bL 292. 

Iets over stoombooten ^ en een berigt aangaande die^ welke 
aan den Moerdijk sal worden aangelegd. Aid. 1822, O. II. 
bL 53. 

Ferdere berigten aangaande de stoomèooten en derneiver ge» 
óruik. Aid. bL 211. 

Brandvrije gebouwen. Aid. bl. 811. 

Bedenkingen over ket werktuig ter verbeteringen der vaart in 
kanalen ene. Aid. bL 372. 

On some eleetromagnetical experimfnts made by Mr. van Beek^ 
vem Rees, and Moü, in £dim6, Pküos. Joum. T. IX. p. 167. 
Een uittreksel staat in de Bibliatk. üniverselle, T. XX.p. 123. 

Bedevoering over Jan Hendrik van Swinden, uitgesproken in 
de vierde openbare Vergadering der eerste klasse van ket Kon* 
Instituut y 26 Aug. 1823, in Verslag der vierde Openb. Ver- 
gadering der eerste klasse. Ook aisonderlijk uitgegeven, Amst. 
1824, 8°. 

Iets over den onlangs overledenen Sterrekundige Delambre^ 
Id Magazijn van JVetensekappen , Kunsten en Letteren ^ verza- 
meld door N. 6. van Kampen, D. II. bL 29. 

Benige berigten (omtrent Stoombooten enz.), in Kunst- en 
Letterb. 1823. D. L bl. 334. 

De Treeradmolen in de gevangenis van Coldbatkjield te Ijm- 
den, met eene afbeeld. Aid. D. L bL 291. 

Het keilend sckeeprad door een stoommackine gedreven. Aid. 
D. n. bL 98. 

Proefneming aangaande de snelkeid van ket geluid door G. 
Moü en A. van Beek, in Verk. d. eerste klasse van ket Kon. 
Nederl. Instit. D. VIL bL 281; Pkü. Transact. 1823; Bibl. 



Digitized by VjOOQIC 



958 

UmMTê. T. XXX. p. 470, Foggendorif, Jmt. de Pkys. 
T. V. p. 3SJ, 469. 

Beriffl omtrent de werken te PlymouiA met de dtUkelaarêklok 
uitgevoerd, Id Kwut- en Letteró, 1823, D. IL bi. 329. 

Berigt aangaemde </. F. Keyzer , in Kunst- en Letteró, 1824, 
D. I. bl. 354. 

Berigt aangaande den onderaardseken weg , welke in het bed 
van den TAeems tal gegraven worden , met afbeelding. Aid. D. 
II. bl. 2Ï6. 

Over de elecêrieehe proef van den ridder de NobiU. Aid. 
1824, bl. 364. 

Verha$ideUng over de verwarming der stookkaseen door êtoom , 
door W. Burleifj tdt het EngeUch vertaald, met bijvoegselen, 
in Naimrk. Ferh. van de ffoll. Maats, der JTetensch. te 
Haarlem, D. XIII. bl. 201. 

Verhandeling over eenige vroegere zeetogten der Nederlan- 
ders. Amst. 1825, 8^ 

Bleibtreu, Beschrijving des sterrenhemels, vertaald door ji, de 
Wit , met eene voorrede en aanteeken. van G. MoU. Amst. 1 825. 

Over de uitgaven van de handschriften van Huyghens, ia 
Kunst' en Letteró. 1825 , D. I. bl. 358. 

Voorrede voor de Bijdragen tot de Natuurkundige Weten- 
schappen (1826). 

Over eene verbeterde bereiding der oUe voor horologiemakers. 
Aid. D. I. bl. 1. 

Verschuur , Beschrijving der gewigten , met aanmerkingen van 
O. MolL Aid. D. I. bl. 7. 

Over eene vermoedelijke nieuwe ontdekking in den Oceaan, 
Aid. D. I. bl. 84. 

Account cf the discoverg of an inhabited island in the 
Pacijie bg cap. Elq., in Edimib. Joum. o/ Science, T. IV. 
p. 278. 

Over het stoomschip the Entreprise, uit Engeland naar 
Indie gestevend, in Bijdr. D. 1. bl. 176. 

Nog iets over het Nederlandsch eiland. Aid. 

Proeven over de snelheid des geluide. Aid. bl. 191. 

Over twee nieuw uitgevondene Kompassen. Aid. bl. 197. 

Over hei Jmsterdamsche peil en de geschiedenis van hetzelve. 
Aid. bl. 370. 

Becensie van Lobalto^s, Jaarboekje over 1826. Aid. bl. 109. 

Recensie over de Jongs werken , getiteld de Amstel enz. voor 
groote schepen bevaarbaar gemaakt. Aid. bl. 133, 203. 

Bijdragen tot de Geschiedenis der wiskundige wetenschappen 
in Nederland,, in van Kampen, Geschied, d. Nederl. Lette' 
ren, D. IIL bl. 112, 116, J96, 261—263, 289—312. 

Pierre Simon de la Place, in Bijdr. D. II. bl. 281. 

Becensie van Maijer^s Handleiding tot het teekenen van land- 
kaarten. Aid. bl. 2%. 



Digitized by VjOOQIC 



968 

Ba^pfOTi am Zünê Mt{f. wêgebragi door de OommUiie tot 
onderzoek der óeste rioierafleidingen (1827). 

FerkandeUng over de dpiegeUeleècopen ^ in N. Verk. wm het 
Koiu Itut. eerête klaese, D. L bl. 29. 

Over de warmiegraad, waarby hei water g^ grootete digt- 
ieid heeft. Aid. bl. 341. 

Beidge eleetro^magnetieche proeven^ in Bijdr. D. U. bL 872. 

Niettwe berekening van de proeven over de enelheid van het 
geUnd. Aid. bl. 875. 

On captain Parrg'ê and Lientenant Foeterde e^perimenie on 
the veloeitg of sound hg Dr. Q. Moü Prof. Communieated bg 
Captam Henrg Katere F. P. R. & Id de PkUo». IRranaaot., 

1828, p. 97. 

Naaekrift over de beèehrijving van den toeetel van Hageman 
(m met etoom te kuipen^ in Bifdr^ D. IIL bl. 4. 

Beceneie van Conrad^ Leven van Brummgê. Aid. bl. 1. 

Waarneming van een lichtend luchtverêehifneel, in Kunet- en 
Letterb. 1828, D. II. bl. 888. Aatr. Nachr. Th. VIL S.49. 

Berechnamg der SehaUoerauehe von Forater nnd Parry ^ in 
Poggendorff, Am. Th. XIV. S. 871. 

fFaameming der Komeet van Encke in 1825 door South te 
Kenaington, in Kunat- en Lettérb. 1828, D. II. bl. 884. 

Over de anelheid van paarden , en in ^t bif zonder over die 
onzer harddravera, in Bif dr. D. III. bl. 8. 

Antwoord van O. Moü, Lid der gewezene Oommiaaie tot on- 
derzoek der beate rivierajieidingen aan Mr. /. O. van Nea^ 
Hoogheemraad van den Lek-diik bovendama , wegene eene Memo- 
rie van het Coüegie van den Lek-dijk bovendama^ over het rap- 
port door de Cowmiaaie tot onderzoek enz. uitgebragt. Amst. 

1829, 4^ 

De dood van Dr. Wiüiam Egde fFoüaaton, in Bijdr, D. 

IV. bl. 174. 

Over het verwarmen van atookkaaaen met heet water. Vitgeg. 
door de eerste klaaae van het Inatituut. Amst. 1829 , 8^. m. pi. 

Electro Magnetiache proeven, üitgeg. door de eerate klaaae 
van het Inatituut. Amst. 1880, 8^ Ook in de Bibl. Univera. 
T. XXXXV. p. 19. Bdimb. Joum. of Science N*. 6. T. Hl. 
p. 289. Journal of the Eoyal Inatitution 1881 , p. 879. Een 
mttreksel is gegeven in Qaetelet, Oorreapond. Mathématiq. 
et Phyaique T. VI. p. 827, en overgenomen in de Ann. de 
Chimie et de Phgaigue , T. I. p. 821. 

Over diepe putten of kunstbronnen , door de Franschen Arte- 
siaanache genaamd, in Bijdr. D. V. bl. 269. 

Iets over de zoogenaamde Romeinsche cement , in Bifdr. D. 

V. bl. 400. 

Benig berigt aangaande de Fergadering der Duitsche Natuur* 
kundigen en Artsen, gehouden te Hamburg, in Kunst- en 
Leiterb. 1880, D. II. bL 878. 



Digitized by VjOOQIC 



9S4 

BfUf 999r dB fmrkiezhst vm eenm mêm M n FoordU» vm 
the Royd Society te Zonden. AM. 1880, D. 11. bL S7L 

(her de venearmin^ «o» êtookkaeêen met temm wtder^ in 
Bijdr. D. V. bl. 121. 

Serdgê berigten oter kmge wmterê itê deze hmdên , in Bi^. 
D. V. bl. 128. 

Gei^ieikmidiff ondereoek naar de eerste wiMndere der Verre* 
Je^fkere^ mt de aantt. van den Hoogl. van Swinden samen- 
gesteld , in N. Ferk. der eerste klasse ^ D. lU. bL 103. Joum» 
oftke Royal InstUnium, Febr. 1831, p. 819. 

On tke aUedged decUne of sdenee in JBnyltmdèy a Foreigner, 
Lond. 1881, 8^ 

Over de kiloyramsne, en vergelijking van detehe wtet het 
Holkmdsck en JSngelsck, T^oiseJk en méére gewigten, in Bndr. 
D. VI. bl. 119. 

Nog iets over de Artesiaansche bronnen, Aid. bl. 8S4. 

Eleetro-magnetiseke proeven, in Bijdr. D. YI. bL 349. 
PoKgendorff, Th. XXIV. S. «89. 

CÜr verwarming met heet water ^ in B^fdr. D. II. bL 554. 

Brief aan de redacteur van den Letterbode , beheUende waar* 
nemingen van het Noorderlicht van 7 Jan. 1831, in Kmsf- 
en Lettere. 1831, D. I. bL 44. 

Beobachtsmgen des Nordlichts von 7 Jam. 1881, in Pog- 
gendorff, Jnn. Th. XXII. S. 482. 

Brief aan de Redactie van den Letterbode, over de twee 
Sehumackers te Hamburg, en over de onbrandbaarheid der Hg» 
chamen met eens oplossing van aHmin bestreken, in Kmnst- en 
Letterb. 1881, D. I. 341. 

Biectro^magnetische proeven, in Bijdr. D. VU. bL 241; 
Poggendorff. Ann. Th. XXIV. S. 488. 

Mercurius in sole visus, of overgang van Mercurias over 
de Zon, den 5 Mei 1832 ^ Ulrecht waargenomen, in N. Ferh. 
d. eerste klasse, D. IV. bl. 71. Ook afzonderlijk. Amat. 1833 , 4^ 
Astron. Nackr. v. Schumacker , Th. X. S. 205. Letterb. 
1833, D. I. bL 432. 

Iets over eene uitdrukking voorkomende in de Foorrede van 
Prof H. ïF. Tydeman , geplaatst voor het eerste deel der Oe- 
schiedenis des Faderlands, door Mr. W. Büderdyk, in Kunst- 
en Letterb. 1883, D. I. bL 195. Het antwoord van Tyde* 
man. Aid. bL 244. 

Brief, behelzende proeven met zeer kleine galvanische toe- 
steüen. Aid. 1833, D. I. bl. 275. 

Iets betreffende wijlen den Hoogleeraar Jean Henri Parean. 
Aid. D. II. bl. 61. 

Britf over de verkeerde overzetting van het woord cheoretten 
in de Duitsche Journalen. Aid. 1884, D. I. bL 297. 

Quadratuur van den Cirkel. Aid. 1835, D. I. bl. 104. 

Winterkoude. Aid. bl. 176. 



Digitized by VjOOQIC 



9S5 

Brief OMT êê h&offte ^m dm bom éê UCrebki. Aid. taSl5 , 
D. I. M. a54. 

BéceH»ié i^m Rêdem Éeiee (ondef de leUer M.). Aldi bl. 117. 

Dtd^a a Gtfi Méüy quum J. €. O. Suerman et Ai Frolik^ 
Jcademiae Rkmo-Trt^êctinae aUetiê êeeulariimê coneekyandiê 
more ftuqorum MtUh. Ma§. Phti. Nai, Döetóreê remnciaretf 
in jhm, Jcad. Memhirqf. 1896. 

Over de ptttóorin^ op de heide iuaeehen Woudenberg en ZeiH , 
in KunH' en LeUerb. 1836, D. I. bL 82. (Het antwoord van 
Breda. Aid. bl. 274). 

letê over den Catalogua dtr ZuideUfke Sterren ^ opgetnaaki 
door Frederick de Houtman. Aid. D. I. bh 2. 

Over waarnemingen der getijen lange de kusten wm Neder^ 
ïand, in N. Ferk. der eerste klasse, D. Vil. bl. 1. 

Ot?êr de voorgewende ontdekkingen van 8ir John Herschel in 
de maan, in Kunst^ en Letterb. L8S6, D. L bl. 211. 

Brief over den Floreniifnsohen sprong. Aid. D. I. bl. 224. 

Bi/dragen over afleiders en het onweder. Aid. N^. 21, 22, 96, 50. 

Brief over den toestand der Jstronomie in Frankrijk. Aid. 
D. II. bl. 130. 

Over het PaUudim. Aid. bt. 118. 

Over de luchtreis van Oreen van Londen naar Weilburg. 
AW. D. n. bl. 871. 

Over het bestdan van een wérk van Seèastiaan Oabot in Ar^^ 
chief van Mulder, D. V. bl. 214. 

Barometerstand gedurende den 'storm van 29 Nov. 1836, in 
Kunsi' en Letterb. 1837 , D. I. bl. 13. 

Over afleiders en onweder. Aid. bl. 82. 

Zie Bericht aangaande hét hoen en de wetmechappeUjlce verdiensten 
van ünflen den hoogleeraar Gerrit MoU, door B. mm Rees, in Kunst* 
en Letterb, 1887, D. bl. 21, 1819, D. II. bl. 59, 1888, D. II. bl. 
83—91, 98—107; Dez., Levensberigt van G.Moll, in Utr.Stud.Alm, 
1839, bl. 104; L. G. Visscher, Oratio de Gerardo Moll, dictapu- 
blico die XXVI m. Martii a 1 838 , cum Acadendae regundae munus 
solemd ritu ponereL Traj, ad Rhen, 1838, en in Axm. Acad. 1837 — 
1838, p. 97; Holtrop, BibL Med. et Chir.s de Verilagen van het 
Kon. Ned. Instit.; van H Prov. Utr, Genoots.; der Maatsch, v. Ned» 
Letterk. 1838; Heringa, de Auditorio, p. 18, 158, 163, 209; 
Muller, CatoL v. portr. 

MOLL (Petbüs) of TALPA (Petbus) een Friesch genees- 
heer to Sneek, Leeuwarden en elders, t^dgenoot van Suffri- 
dna Petrus, een geleerd man en Latijnsch dichter, 6chrij«- 
ver van: 

Empiricus s. indoeius Medicus et BxiUum Empiricorum brevi 
Elegia Satyriea. 

Zie Snffrid-Petriis, dé Script, Frisias Dec. XV. \ ; Vriemoel, 
Aih. Fris. p. 399. 

MOLL (PEtftts), KOon van Jobannes MoU, schepen te 
Sneek en van Bottje Pieters, werd 26 Nov. 1596 aldaar 



Digitized by VjOOQIC 



956 

geboren, bezocht in 1617 de Hoogeechool te Franeker en legde 
zich vooral onder Timaeus Faber op de regtegeleerdheid toe. 
Terwijl hij te Franeker studeerde» overleed Frederik Stel- 
lingwerfi J. U. D., rector der Latijnsche school te Sneek. 
Moil werd waardig gekeard zJljn opvolger te zyn en bekleed- 
de dien poet, terwijl hij zich op de regten bleet todeggeo, 
en ontving den 8 Oct. 1625 het meesterschap in deze. 
Reeds had hij den ouderdom van 51 jaren bereikt, toen 
hij, in plaats van Chris tianus Schotanus, die den 
leerstoel in de godgeleerdheid had verkregen, tot hoogleeraar 
in de Grieksche taal werd benoemd. 

Tweemaal (1648, 1665) bekleedde hij de rectorale waardig- 
heid en overleed den 29 Oct. 1669. Zijn lijkrede werd door 
Michiel Busschius, hoogleeraar in de geschiedenis en 
welsprekendheid, gehouden. Hij huwde Ulrica Uannema, 
die hem eene dochter schonk, Ge 11 ia Mo 11, gehuwd 1. met 
Joachim Frencelius, hoogleeraar in de medicijnen, en 
2. met Joannes Verhel, advocaat, bibliothecaris, later in 
1657 voorzitter van het Friesch kr^gsgeregt. 

Hij schreef: 

Longi PMtordUum de Baphfnde et CkloS Lièri IV cum ewê 
Fernons et Notie. Franeq. 1660, 4^ 

Hem was de overzetting van Jungermann, schoon door 
Vossius {ffietor, Or, L. IV. p. 111) vermeld, onbekend. 
Jo. Georg. Graevius schreef aan Nio. Heinsius #in 
notis nihil novi deprehendi, versio Jungermannianae (Hanoviae 
1605) multum cedit." 

Zie Vriemoet, Ath. Frii. p, 898 seqq.; de Wal, de Clar. Fri- 
Me Jureams., p. 44, 108; SylL Burm, T. IV. p. 23; Bader, 
Carm. Jwen., Jöcher; Jac. Engelsma, Volgl^et der PredikanUn 
imder de cl van Zevemoauden^ bl. 111. 

MOLL (Petbus), zoon van Henricus Moil, predikant 
te Womroels en (1626) te Langweer en Ter Oeie, broeder 
van den vorige, in 1681 overleden; studeerde te Franeker in 
de regten en werd in 1685 , na het verdedigen zyner Dise. de 
Sponêolióue et NuptiU docter in de beide regten. 

Zie Vriemoet, Ath, Fris,, p. 398; Engelsma, VolgÜjat enz, 
bl. 111. 

MÖLLER of MULLER (Johannes). H^ was wel geen 
Nederlander, als zijnde in het buitenland, te Frankfort aan 
den Main, in den jare 1641 geboren; doch door langdu- 
righeid van verblijf in ons vaderland als 't ware inlander 
geworden. Hij schijnt geruimen tyd elders (misschien te Hei- 
delberg) in de godgeleerdheid zich geoefend te hebben, toen 
hij ter voltooijing zijner studiën onder J. Coocejus en diens 
ambtgenooten , op z^n 24* jaar te Leyden zich liet inschrij- 
ven in Sept. 1665. Na geheel volbragten studiën en nadat 



Digitizetj by VjOOQIC 



957 

bij daar ter plaatse eenigen tijd de dienst als proponent in de 
aldaar gevestigde Hoogduitsche kerk (vooral voor de Hoogd. 
studenten die tijdelijk met hunne Doitsche gouverneurs of 
ephori hier vertoefden) waargenomen had» werd hij er 
in 1672 als werkelijk hoogd. predikant beroepen. IJve- 
rig als hij was voor het kleine hem toevertrouwde kuddeken , 
wüde h^ niet alleen hen, maar ook z\jn eigen vaderland in 
de kennis der H. Schriften beter doen indringen. Daartoe 
diende hem de destijds in gebruik zijnde ars wmemotdea^ die 
hij van eenen zijner leermeesters, Prof. J. L. Eabricius 
van Heidelberg uit diens Syséema kUtoHco^chnmoïogicuin had 
overgenomen en op bijbelsch terrein wilde overbrengen. De 
Leydsche hoogleeraar in de regten, Böokelman, was aan 
Holler op juridisch terrein in zijne avê magna Fandeetanm 
voorgegaan, die omstreeks dien t^d met 6 bladen vol figuren 
door Bomein de Hooghe verrijkt en fraai gegraveerd 
te Leyden uitgegeven was. Ds. Holler hieraan kennis ge- 
kregen hebbende, gaf in 1681 b^ Eelix Lopes ter zelfder 
plaatsen uit, ü}Vk Erkldnmgs SMüsêel der Bibhaohm Figuren^ 
ïiber die 4 £w., Gesck. der App., und Offenbaknmg Jotmnia ^ 
waardoor hjj vooral de hoofdstukken, waarin elke geschiedkun- 
dige zaak te vinden was, in 't geheugen wilde inprenten. 
Daartoe moesten dienen 8 platen met 28 afdeelingen vol figu- 
ren oirer elk der hoofdstukken van Hattheus, 2 dergelijke 
over Marcus, 3 over Lucas, 8 over Johannes, 8 over 
de Handelingen, 8 over het Openbaringsboek. Hij voegde 
hieraan nog eenige hoogd. #rijmen" toe, op ieder der door 
hem a^ebeelde hoofdstukken, aldaar in 't zelfde jaar gedrukt. 
De platen eenmaal gegraveerd zijnde, en het nut openbaar 
wordende, was niets gemakkel^'ker dan dit ook op nederduit- 
schen grond over te plaatsen. In den jare 1682 '} verscheen 
dus, zc^er bij denzelfden uitgever, zijn Sleutel der Bijb. figu- 
ren met dezelfde platen in 't nederduitsch. Haar, o ramp, 
het naauwlettend oog der nederduitsche theologen vond onder 
de kleine figuren sommige die b^ de gelijksoortigheid der jood- 
sche en roomsche kerkgebruiken , naar de laatstgenoemde sche- 
nen heen te wijzen, 't Z^ zulks door den graveur B. de 
Hooghe, die zoo naauw, H z^' in het zedel^ke, 't zy in 
't roomsch geloof niet zag, buiten des schrijvers weten was 
ingeslopen, of dat ook Holler de kritische bezorgdheid der 
heerschende kerk niet deelde, h^' en zijn boek werden althans 
gansch onverwacht het voorwerp eener aanklagt, die zich in 
den nederd. herv. kerkeraad, waarvan hij bl^kt lid te zijn 
geweest, in het najaar van 1688, lucht gaf. De acten 



') Hiemit hlj|jkt ten duidelijkste de dwaling in de Naandytt van 
Abcoude (1741, I* 248), overgenomen in die van Arrenberg 
(U. 896), die van eene nitgave van 1662 gewaagt 



Digitized by VjOOQIC 



958 

aldaar geven van tpen af tot in Julij 1606 een zeer nitvoeiig 
en vdlj merkwaar<}ig verslag van 4fi2e ;saak, die ter dezer 
plaatse niet behoort, doch waarvan 't genoeg zij te melden, 
dat de betrokkene erkende, gaarne ter verm^ding van ergernis- 
sen, een ontwerp yan verdeedigjing te zullen inleveren. Dit 
gesdhiedde. Doieb niet naar genoegen, 't was geene volledige 
terugneaning, en zpo kw4iB dan de zaak in 1684 tot de 
prorino. Synode te Woerden, in 1675 tot die te Boren, en 
in 1086 tot die js Bceda. Te dezer pbuijtae valt eindelijk het 
besluit dat Ds. Möller den geheelen druk tot zijn kosten en 
schade zal intrekjcen en ophalen: gelijk hij in 1684 reeds ver- 
klaard had 'de platen" te hebben vernietigd. Hier door zyn 
denkelijk de afgedrukte platen bedoeld; niet de koperen pbu- 
ten. Althans 4it is zeker, dat, na 30 jaren een tijd van 
verkoeling aanbrak (zie 171^). Ja zelfs in 1685 kwamen de 
plasiyes over heit boek der Openbaringen met den daarbij beboo- 
renden tekst te lieyden aif^nderlijk met 's mans naam, nemine 
oontTMiioente , uijt. £n« toen de graveur E. de Hooghe in 
1708 en Ds^ Möller in Augusjtus 1710 gestorven waren; 
vond een later geslacht geene zwarigheid in de verspreiding, 
gdUjk de aanvrage om H werk , ook door de gedwongen stui- 
ting daarvan aangewakkerd, i^ meer zich openbaafrde. De 
tijtel dier vernieuwde uitgave, Leyden, J. A. Langerak, 
171.8, 8®. gewaagt tiwuwens uitdrukkelijk van een ernstig ver- 
zoek raq velen, waarop bet eiodcilijk in 'jt licht gegeven werd 
mat koperen platen van B.. de Hoog (sic). Deze naam stond 
op de vroegere uitgave niet en wordt ook in de kerkenraads- 
aoten door Möller, ofschoon hij zelf zich vrijmoedig noemt, 
zorgvulidig verlegen; wat des te gemakkelijker was, wiyl B. 
de Hooghe zeer veel zonder zijn waarmerk graveerde en dit 
ook op deze blaadjes gemi3t werd ; 't zelfde is H geval met 
die van boveugemelde (xr.9 nnigna Famkotarim, — * Doch deze 
veciaenvde uijlgaaf strekt ten overtnigenden bewijze dat Möl- 
ler in 1688 ttiei de kcuwm platen vernietigd had. 

Zoo verqe een deel zyner werkzaanJu^en. W\j kieren terug 
tot omstreeks den jare 1700. Möller was tpen npg geene 
60 jaren» En bet schijnt dat zijne kleine duitsche gemeente , 
uit enkele duitsche ge^nnnen en de hoogd. studenten bestaande, 
hem geene genoegzame bezigheid gaf. Althans hij wierp s^ch, daar 
zyn vroeger plan van werka^mb^id d,en bodem was ingesla- 
gen, op het stereotyneren. En gelijk men in den vroegaten 
t^'d ider 4rukku9st acaoplboeken «net «vastataanden t^kat, in 
Jbionten vormen, gedrukt had, zoo begreep t^ij dat de iooden 
Jatters even zoo op vaste platen te solderen warqu. Zie daar de 
stereotypie. Zijne belangstelling in de H. Schrift deed hem zulks 
op het boek der boeken toq)assen. — Hij nu had een zoon, 
mede Johannes ^gepoemd, hier te Leyden in 1687 geboren, 
in Febr. 1703 als student in de letteren iï^$i<^eiv/9n| isn b^ 



Digitized by VjOOQIC 



969 

hem «p het Bapeabiurg inwonende; e^ ioen d«ze ia jden jave 
1707 zijne drakkersleerjaren bij eenen li^deohen drukker vol- 
bragt had , werd de ^0-jarig« jong;eling na ook ak vrijioeosWr- 
drukker in het boekverkoopers en b^kdrukkers gild opgeno- 
men. In vereeniging met dezen zoon en gesteund door gelde- 
lijke halp van oQnen der werkzaamste boekhandelaars (Sr. 
Jordaen Luchtmans, n. 1651 f 1708} goot hij of liet h^ 
onder zijn toezigt gieten alle de platen voor eenen folio- en 
eenen quarto Bijbel, deels toor kerkèl^k deels voor huisseHjk 
g^roik *), De zoon zetia » zeker na dat zijn vader tu^BoheD 16 
en 23 Augustus 1710 overleden was, dit winstgevend «bedrijt 
voort tot dat ook dezen na weinige jaren stierf, tusschen 1718 
en 1720 ook de weduwe Mo 11 er overleed, en de zoon van 
Jordaen Luchtmans, Samuel Lucbtmans geheten, 
den geheelen toestel overnam. Deze en z^'ne zonen S. en J. 
Luchtmans, drukten hiermede gedurende geheel die eeuw 
door, tot dat door langdurig gebruik de looden platen vooral 
in de nootletter, haar dienst weigerden. De laatste druk van 
den quarto b^bel was van 1785. Zeer enkele dier looden 
platen s^n nog berustende bij Mr. Bodel Nyenhuis, erf- 
genaam en laatste Md der boekhandelsfamitie Luehtmans. 

Zijne gescbrüten zyn in den loop van dit artikel alle 
gcmwjftti. 

Uit de mss. acten van den nederd. kerkeraad te Lejden, gekopi- 
eerd door de zorg van Ds. van Iterson. — Uit de insciiptieboeken 
der Ijegrdiche Akademie bugen. — Uit de Gildeboeken van het 
boekyedtoopers en boekdmkkersgllde aldaar; — en uit particiiliere 
berigten. 

MÖLLEB (A. W. P.) predikant te Duisbuig, behaalde 
viermaM het eermetaal btj het OmooUekc^ 4er vertMi^inff vtm 
dm ChristeUikm gocküenaL 

Over ie oorgaken , keimerkeH m gevolgen wm het ongeloof 
der Jodeuy omtrmd den ZaUgmeiker ^ de handdtoijten vim Hem 
en Zifne Apoêtélen omireni de ongehvigen, en het ifoorbeeld 
duarvim door ons te onileenen (1795). 

Anaahrieie of heoordeeUng van het' werk,- fereuch die JFmt- 
dergeechiohte 9 des N. Teat. tme nainrUeèe ürsaehen 2u erkl&ren 
t>m «7. a F. Eek, uU het Latijn vertaald (1797). 

Betoog der kraeht van het hew^e voer de Waarheid en 
GoddeUfkheid der Bvangelieleer , uit de wonderwerken van Jezue 
en de Jposteïen; uit het Hgd. vert. (1801). 

Betoog en verdediging van de kraché en hei bewijs wwr 4en 
QoddeUjken ooreprong en het verbindend gezag van het Bvan* 
geUe; onikend wit den voortrefd^ken aard van deszelfê Zede- 

1) In October 1702 was die gieterjy reeds aan den gang, waarin 
men ook de karakters voor C. Sc haaf 's Lex. Syriacum m N. T. 
goot, wier proeven Ds. Möller corrigeerde. 



Digitized by VjOOQIC 



960 

leer em harem geeegenden woloed op de verèeierittg turn ket getal 
van meneehen en volken (180S). 

Zie Eist en Boy aar ds, Archief voor KerheL Qtichied,^ D. V. 
bl. S62, 268, 294; NaamL van van CUe/, bl. 629, 630. 

HOLLER (Willem) maakte zich als 12-jarige knaap reeds 
als dichter bekend door zijn JAjkdicht op den dood van fFillém 
IV in de DicAik, Cypreêêenblad. 

Zie van der Aa, N. B. A. C. Woordttiu 

MOLLERUS, MOLLER (Hbmdbicus). Zie ZUTPHfiN 

(HSMDEIK yam). 

MOLLERUS (Cheistophobüs), rector te Leerdam , beoefende 
de Latynsche poëzij, blijkens zijn gedicht: 

In lUuetr. ac Seren. Frincipie ac Dom, üramae tUriusque 
denaü öbitum • • • Füii nati ex tdero matris feUcem ingresewn, 
In phino (1650). 

Zie Maller, CaL v. Patufl,, D. II. bl. 87. 

MOLLERUS (Cheistophoeus) , zoon van Johannes Mol- 
lerus, predikant te Hien, Waardenburg en Zalt-Bommel, 
waar hij overleed , werd in de eerstgemelde plaats in 1661 geboren. 
Zijne voorouders waren uit de Paltz gevlugt, en hadden zich 
hier te lande gevestigd. Hij was de oudste van verscheidene 
kinderen. Zyn broeder Johannes was predikant te Baten- 
burg (1678) en 's Hertogenbosch (1679) waar hij in 169. 
overleed. Hij bezocht waarschijnlijk de triviale scholen te 
Zalt-Bommel, studeerde te Leyden onder Spanheim en 
Trigland, werd predikant bij de Oereformeerde-Nederduit- 
ache gemeente (1685) te Norwich in Engeland, in 1691 pre- 
dikant te Maastricht, werd al vroeg door jigtkwalen aangetast, 
verkreeg in 1729 zijn emeritaat en overleed, na een 18- jarige 
stoel- en bedlegering den 26 Jan. 1747, in 't 86*^ jaar zijns 
ouderdoms en 62*^ zijner bediening. Volgens zijn levenbe- 
schrijver was hij een man van groote geleerdheid , doch heeft niets 
in het licht gegeven. Curatoren van het Gymnasium te Maastnoht 
benoemden hem in plaats van Barthelemy, tot Professor in 
de philosophie, in welke bediening hij in 1736 door Paal 
Barbin, oudste predikant bij de Waalsche gemeente werd 
opgevolgd. Zijne echtgenoot schonk hem een zoon, die als 
officier en ingenieur het hmd met ijjver diende, en in 1708 
bij het beleg van Rijssel sneuvelde. 

Zie Keppel, Naomi, van Predik.^ bl. 107; de Jongh, NaamL 
van Predüc in Gelderland, U. 870; Bodczaal der GeL Wed. 17286, 
bL 1729, 1747a, bl. 101, 828, Naoarstkar 1866, bl. 820. 

MOLLERUS (Mr. Hbndbik) zoon van Adriaan, agent 
en solÜdteur te 'sHage, was in 1754 oudste raadsheer en 
werd den 28 Oct. 1768 als president van den Hoogen Raad 
geinstalleerd. 



Digitized by N^OOQ IC 



961 

Zie Groot pkuxaatb., D. VUL fbl. 45, D. IX. fbl. 5; Vreede, 
Boogen Raad, bl. 56; Boekzaal der GeL Wer. 1747 a, bl. 824. 

MOLLERUS (Jan Hendiik Baron), zoon van den vorige, 
in 1750 te 's Hage geboren, werd in 1784 tot Secretaris 
van den Raad van State benoemd , en bleef tot aan de omwen- 
leKng van 1795 werkzaam in dien post. 2^ groot was de 
lof, dien hij zich in de waarneming daarvan had verworven, 
dat de toenmalige bestuurders van den Staat hem deselfde 
waardigheid bij het committé aanboden, 't welk den vroegeren 
Raad van State vervangen bad; doch zijne gehechtheid aan 
het Stadhouderlijk huis was te sterk dan dat hij dit aanbod 
zou aanvaard hebben. Hij bleef derhalve buiten openbare be* 
diening tot het jaar 1802, toen de schikkingen, bij den vrede 
van Amiens getroffen en de gematigde beginselen , door de 
toenmalige regering gevolgd, hem veroorloofden op nieuw zijne 
dienst aan het vaderland te wijden. Nu bekleedde hij, ach- 
tereenvolgens den post van Secretaris van het Provinciaal 
bestuur van Holland en van Lid van den Aziatischen Raad. Ko- 
ning Lodewijk benoemde hem tot Staatsraad, daarna tot 
minister van Binnenlandsche Zaken en laatstelijk van Ëere- 
dienst. Ook onder de Fransche overheersching bleef h^' werk- 
zaam, eerst als Lid van het Wetgevend Ligchaam voor het 
Departement der Monden van de Maas, later als Directeur- 
Generaal van Bruggen en Wegen, in welken post, hem geheel 
vreemd , hij zich weldra de noodige kundigheden verwierf en 
aan zijn vaderland gewigtige diensten bewees. Willem I 
toonde Mo 11 e rus verdiensten op prijs te stellen door hem, 
onder den titel van Commissaris- Generaal , bet departement van 
oorlog op te dragen. Hij verkreeg echter nog binnen het 
jaar, op zijn herhaald verzoek, van deze waardigheid een eer- 
vol ontslag, werd tegelijk tot Staatsraad benoemd, en was, in 
die hoedanigheid, ook lid der commissie, belast met het ver- 
vaardigen van een ontwerp van Staatsregeling voor het Koning- 
rijk der Nederlanden. Na de aftreding van G. K. van Ho- 
gendorp, als vice* president van den Staatsraad, in 1816, 
werd hij roet die belangrijke waardigheid bekleed en bleef haar 
tot z^n overlijden met grooten lof en zeldzame kracht van 
geheugen in zoo hoog geklommen ouderdom, waarnemen. Hij 
overleed 22 Junij 1834. Hij was o. a. kommandeur en later 
grootkruis der orde van den Nederl. Leeuw en Lid van de 
Maats, der Ned. Letterk. Zijn gelaat zag, in steendruk, bij 
Houtman te Utrecht, het licht. 

Zie Galérie Eitt, der Contemporains, T. VIL p. tlSsaiv.; Nouv. 
Biogr, génér.; Siegenbeek in SandeL d, jootL Vergad, der 
MaatecL v. Ned, Letterk, 1885; Cour de L, Napoleon p. 394; 
U Graoenhaageche Staaieabnanak 1884; Ypej en Dermoiit, Geeck, 
d. Ned, Eerv. Kerk, D. IV. Axmt. 69, (324), 372, 376; C. W. 
Pape, Leoen en Werken van J, D, Janssen, "s Bosch 1855; Kobus 
en de Bivecoart. 

61 



Digitized by VjOOQIC 



»&2 

MOLLBKUS (Martinus) ia 1691 als proponent te Zallik in 
dienst giikom^n, in 1693 te Wageningen, waar hij den IS 
Jalij 1785 overleed oud 60 jaren. 

Hij schreef: 

Freede en Trooster der Ziele^ Amst. 1727. 

Handboei^, Amst. 12^ 

Zie de Jongh, NaamL van Predik, in Geldêrkmd, bl. 370; 
Boekzaal der Gel Wer. 1735 6, bl. 90, 286. 

MOLL£BUS (JoHANNEs) schreef: 

BybeUche figuren van de tier JSvanffeUséen, Handelmffen der 
AposUlm en de Openbaringen van Joha$me8. Leyd. 1662, 17S8. 

Zie Abcoude. Naamr. bl. 248, Aant, bl. 142. De Jongh, 
NaamL van predik, in OelderL , bl. 370 

MOLLERÜS (Martinus), in 1648 als proponent te Waer- 
denburg ca. beroepen, in 1678 te Zalt-Bommel waar hij in 
1689 overleed, schreef: 

Heglsame betragtingh^ 1672. 

Aandagtige meditaüën, 12^. 

Zielen balsem over Ps. 91. 

Over H lyden van J. C. Dordr. 1667. 

Zie Abcoade, Naamr, bl. 248, AanU bl. 142; Cat,v, der Groe, 
bl. 256. 

MOLLERUS (U.) schreef: 

Over de Psalmen, fol. 

Zie Abcoude, Aant, bl. 242. 

MOLLERUS (Fredericüs Henricüs), doctor in de regten 
en corrector bij den boekhandelaar Janssonius te Amster- 
dam, was in zijn tijd als geleerde beroemd en hield briefwis- 
seling met den geleerden Reinerus Neuhusius, rector te 
Alkmaar (1662). 

Zie R. Neuhusii, Epp, p. 169. 

MOLLERUS (Anna Coenelia), vrij vrouw van Dalem en 
Vuren, zuster van baron Johannes Henricüs bovengemeld, 
huwde Mr. Abraham Perrenot, later Mr. Johan Baron 
Meerman, heer van Dalem en Vuren. Zij verdient onder 
onze vaderlandsche dichteressen , die eenigen aanleg hadden , ge- 
noemd te worden. Zij gaf van 1810 — 1816 vier bundels vrij- 
vloe^ende Gedichten , en in 1819 een dichtstuk in vier zangen 
Catharin en Othara in het licht: ook maakte zij Fransche 
verzen en leverde vertalingen uit de Noordsche talen. 2^j over- 
leed te 'sHage den 10 Aug. 1821 in den ouderdom van 7 2 jaren. 

Zie Kunst' en LeUerb. 1821, D. II. bl. 90; van der Aa, 
N. B. A. C. Woordenb, 

MOLLINGER (Franoiscus Rudolphus), zoon van Frans 
Rudolph en van Maria Emerence Clasens, werd den 
11 Oct 1791 te Bergen op Zoom geboren. Hij trad den 19 
Oct. 1804 als kadet bij het 13« bataillon infanterie van linie, 



Digitized by VjOOQIC 



MS ' 

datrnt 6* en naderhand 7^ regiment in&nterie in dienat , Wffüd 
4 AprU 1807 overgeplaatst als sergeant bfj het 6« regiment 
ioianterie, IS Sept. 1809 benoemd tot tweeden hiitenant bjj 
het %• regiment inlanterie, ging bij de vereeniging mm 
Holland met Fcaskr^k ofer in Pnaaeohen dienst mi wtxi M 
Bofi, ISIO geioeorporeerd bij het 125 regimeat inlamtcxrie, 
den 12 Jul^ 18U benoemd tot eerste luitenant, 2 Sop^. ISi^l 
tot kapitein. Uit Eraneolieii dienst ontslagen .keerde ij^ ondfir 
de orders gesteki vam den maJQor Tex Hor s^t der axtiUocie 
keerde met een bataillon, zamCngesteld uit HollandecSy.dia zich in 
de s^esdng Maa^enbmrg bevonden , naar het f aderlawl terug 
(Mei 1814), werd kort dvtfna <26 Jnnij) kapitein bij het ^f 
batAiUon infanterie Nationfüe militie, en klom vervolgen» <^ 
tot majoor (1819), werd gedetapheerd Üi denkr^jgamadte v^d^ 
(I8a0 — 1839), luitenant kolonel <1840), kommandant vah dis 
eefste aldeeüng ioiaotede <L841), koloael en plaatselijk kofo* 
mandant te Maaatrieht (1848), gepensioneerd in 1M8, .weama 
bij zich ie Kampen vestigde en er den 2b Jan^ 1866 over^ 
leed. AlolJinger ondersoheidde aioh in 1807, 1808 eni8Ó]9 
bij 4e belegering van Colberg en overigens in Noord^Duits^h- 
land en Pruissen, nam in 1812, 1813, 1814 en 181^ aan da 
vddtogten in Busbod , Pruissen en Frankjrijk ded, en ^erd 
den 16 Junijj 1816 te Qufttfle-Brae >doQr oen geweerkogel door 
de regterhand gewond. Jn 1830 was hij in de vesting Ant- 
werpen en van 183J — 18^ lid van den jkrijgaraad te velde. 
De Koning benoomdie hem »t9t fidder der Miiitaii» VViUems* 
orde, van de Orde van de Nederl. Leeuw en KommaiM^^ur 
van deo Ëik^roon. Ook ontving h^' het .eereteeken voor 
1S13^ — 1815, de 8t. Helena medaille en het onderaoheidings- 
teeken voor iengduqgen Nederlandsdien dienst Hij Jhuwde 
6. A. Bevius. Belangrijk genoeg aehtte wij den volgendcp 
bnef van ,S0 Aug. 18^4 door den gener^-m^opr )le>iini.pg 
aan Mollinger geschrevjen om hier in te vlechten. 

# Waarde vriend Mollingerl 

Beantwoordende uwen brief van den 12* 4^1* • ^6t> ^^ het 
g^o^ep u de v.er^kering te geven , dat ik h^t mij nog 
perfect herrinner gij in de jaren 1807, 1808 en 180^ ged^^nd 
hebt (alhoewel nog zeer jong zijnde) als sergeant bij 'de gre- 
nadiers van het 2« B«» van het 6* regim^ Hollaihdsohe Infanterie , 
terwijl ik in dienzelfden tijd de eer had bij dat zelfde korps te 
(Kenen ds t* luitenant. 

Dat dit regim^ in opgenoemde jaren de veldtogt in Doitsoh- 
laod mede makende, een gedeelte uitmaakte der UoUandsehe 
diviue, onder de orders van de lait«*genevaal Gratiën. 

Dat het 8* regiment in de maand Mey 1809 van de divisie 
gedetaeheeod was, en vereeoigd met een Westphaaisch kurassier- 
regiment , te zamen aangevoerd door den Westphaalschen gene* 

61» 



Digitized by VjOOQIC 



' 964 

raal-majoor Daimignnc, een gedeelte van het korps van 
den beruchteti voii Schiii vervolgende, voor de kleine ves- 
ting Dömitz aan de Ëlbe gelegen, aankwam, waar genoemd 
onderdeel van het Schillsche korps, zich genesteld had, 
hebbende de rivier tusschen den vijand en ons. 

Dat ai de schepen welke zich op de rivier bevonden door 
den vijand voor de plaats waren vast gelegd, en wij geen 
ander middel hadden van over te komen dan eene kleine door 
ons mede gevoerde roeiboot, welke nauwelijks zeven man 
konde voeren. 

Dai de kolonel van kei Begimenl Mort o de Vlele vrijwil^ 
Ugers vroeg om mei dU brooze vaarluig over de rivier Ie 
roeijetiy en Ie Iracklen een ackip dat onder kei geêckul 
van de veHing toae vaal gelegd over ie kalen. Dal ik ü 
mei zes officieren en grenadierê , waar onder begrepen de 
kapitein 8c kar p^ welke deze expediHe kommandeerde, die eekttil 
zag beklimmen^ en deze gewaagde ja roekelooze expediHe mei 
ongekoord geluk, kei was kelderdag, zag len uitvoer brengen, 
en een grool eekip overkalen, waarin uwe grenadierkom- 
pagrne en de voUigeure van kei eersle bataillon geemóar- 
keerl z\fn. 

Op dit gezigt verliet de vijaiud de plaats, in allerijl vlug- 
tende, zoodat ons slechts eenige traineurs in handen vielenen 
de stad en vestingwerken door ons bezet werden. 

In die zelfde tijd werd het hoofdkorps in Straalzund aan- 
gevallen, waarbij Schiii sneuvelde, waarmede deeze expedi- 
tie geëindigd is. 

bedaar, vriend, eenige ophelderingen die gij van mij ge- 
vraagd hebt, betrekkelijk het voorgevallene voor de vesting 
Dömitz, en ik geloof, zoo gij uw geheugen raad pleegt, het 
met de waarheid zal overeen koomen." 

Zie Bosscha, Ntderl Heldend, ulomd, D. III. bl. 462; Dagblad 
van 'aHage 28 Jumj 1866; Part, berigt, 

MOLLERUS ( ), een priester te 's Uertogenbosch , bloeide 
omtrent 1584, schreef: Annalea Civilaliê Buscoduceneie , door 
van Heurn gebruikt. 

Zie van Henrn, Hist der Meyery van *i H. Bosch, D. L bl. 
Y, VI; Hermans, ConspecL 

MOLLO (Fran^gis), koopman te Amsterdam en resident 
van Polen , schrander en bekwaam tot bedekte handeling , werd 
in 1696 door L ode wijk XIV gebruikt tot het banen van 
den weg tot vrede. 

Zie Lamberti, Memoir. T. I. p. 11; Wagenaar, Vad, HitL 
D. XI. bl. 531 , XVn. bl. 340. 

MOLLYNS (Jan) boekdrukker te Antwerpen in de 2* helft 
der XV P eeuw, gaf onder den naam S. Eranck in bet 
licht een werk getiteld: 



Digitized by VjOOQIC 



965 

Dai u die afaoemste en de genecdogie der Hertogen van Bra* 
UaUy van Sabnue Brabon tot Key (ser) Carolue V. Tbantw. 
Jan Moliyns 1565. 

Zie QaU J, Schouten, bl. 4. 

MOLYN (C.) zoa volgens Nagler een teekenaar zija ge- 
weest, die in de eerste helft der 17® eeuw bloeide. Nolpe 
graveerde naar hem een openbare optogt^ soo als de Amster- 
damsche burgers die in 1688 hielden. 

Zie Kramm. 

MOLYN (Pibtbr) de Oude, te Haarlem geboren, leefde 
in de eerste helft der I7« eenw. Hij schilderde landschappen 
in de manier van Jan van Goyen, doch minder verdienste- 
lijk. Zeer gezocht zijn zijne etsen die, door de goede verdee- 
ling van licht en bruin, fraai van effect zijn, Z^ staan even 
goed aangeteekend als die van Jan van de Velde, die veel 
naar Molyn gegraveerd, heeft onder anderen den uittogt der 
Haarlemmer schutters, in 1622 om de stad Hasselt te bezetten 
uitgetroeken ; 2 bladen, folio. Kramm beschr^ft zgne etsen, 
kmdackappen met figuren voorstellende. 

Zie Immerzeel; K[ramm. 

MOLYN (PiBTEB) de Jonge, ookCavaliere Tempesta 
en Pietro Mullers, zoon van den voorgaande, werd om- 
trent 1637 te Haarlem geboren. Hij volgde eerst de manier 
fan Prans'Snydersen schilderde jagten van onderscheidene 
dieren, levensgroot, breed en krachtig. Later veranderde hij 
van stijl en begaf hij zich tot de voorstellingen van Zeestor* 
men, die h^ in al hare verschrikkelijkheid wist na te bootsen. 
Van hier de naam «^Peter Tempesta" hem gegeven. Na 
Eome, werwaarts hij zich, na Holland en Vlaanderen doorreisd 
te hebben, begaf, ging hij van de Protestantsohe tot de 
Koomsche godsdienst over. Hij geraakte in kennis en gonst 
bij den adel en inzonderheid bij den graaf Bracciano, 
werd rijk, ontving den riddertitel en een gouden halskeeten. 
Na een tweejarig verblijf te Rome, trok bij at naar Genua, 
vferd er op vereerende wgze ontvangen en kreeg zoo veel werk 
als hij verlangde. In de hoop van eene Genueesche juffer, 
op welke h^ verliefd was, te huwen, liet hij zijne huisvrouw 
door een gehuurden boos^igt ombrengen. Hij werd gevangen en 
ter galge verwezen , doch op voorspraak van de adel , het vonnis 
verzacht en hij tot levenslange gevangenschap verwezen. Het 
bombardement van Genua door Lo de wijk XIV gaf aanlei- 
ding dat alle gevangenen geslaakt werden. Na een dertienja- 
rige gevangenis ontsnapte hij naar Placentia, nam den naam 
van Pietro Mullers of de Mulieribus aan en overleed 
in 1661. 

Men wil dat de door hem in den kerker vervaardigde schil- 
derijen schooner van stijl, ordonnantie en koloriet zijn dan 



Digitized by VjOOQIC 



966 

lijtfe vroef^ré kuntt Zijne «ebflderijen wsreii iif lulie teer 
gewnaircleerct. Qraaf Aljirarotti boat een ImpitM 8fe»k, voor- 
stellende Noachs ark met cene ontelbare menigte tm dieren, 
alle, zoo wel als de figuren, vol uitdrukkis^ ert otereoheon 
van teekening. 
Zie Immerzeel. 

MOLYN (Petrus Miriu»), werd 9 JuHj 1819 ie KoUcrdam 
geboren, ontving aldaar rat» J. H. vanGrootvelt zijne 
eerste opleiding in de kunst, werd vervolgens leerling vau den 
Antwerpscben genrescbtlder F. de Braekeleer^ wiens kunst- 
v^ bij met goed gevolg bcoeiende. In 1842 bekroonde de 
Mnatsobappi] FeÜx Meritut zijn Goochelaar in een boeren her- 
heri^ met goud. Hij vervaardigde fraaue etsen , van welke 
Kramm er eene» eene oude vrouu>, óij de ia fel sUtende be- 
scbriift. Hij overfeed 28 April 1849. 

In lE^O werd te Antwerpen, in tegenwoordigheid van een 
aantal aijoer kunstvriendcu c\en gedenktceken ter eere van den 
vroeg gestonren verdienstelijken scbilder onthuldigd. 

Zie Immerzeel; Kramm; XfO Précmum 29 Avril 1849; üait 
deltblad 4 Mei 1850. 

MOUIUËREN (DouwB Feddrirs van). Zie FËDDRIKS 
(Douwb). 

MOM (Jacob), ampUmin vati Slaas en Waal, dieaangenef- 
mew bad om Tiet aan dé Anrrtshertogen over te leveren erv zijAe 
meéepligtfgèn , Adrianft' tan tyntbonts, seboat des 
OveF^ftmpt8 vati dien lande Kuik, Elbeft van Bot bergen. 
Jan- rari Mekeren en Öerrit van déf Pol, werd, op 
hi^t van pHns Mnurits, met ndvftjs en voorweten van eenige 
fedén ^van ét dtaten Gen., en wat betreH; J. Mom, met 
medewerking van de Regering van Utrecbt (waarvoor men baar 
akie ran ion praejudicie verleende, Bes, Si. Gen. Jak. 1621) 
gevMi^C^ genomen en naar den Haag gevoerd. Hier van 
weh(dk>or van Lyoktama, als president , op den 25 «hm. aan 
d« Staten Gen. tnededeeliftg gedaan. Tot ét voorlcfopige exa- 
ittitfatie der gevangenen weitien benoemd van Gocb, de 
Vöocbt, Muys en Sc ha ff er. Op den 5 Febr. daaraan- 
volgende ontvingen de Staten Gen. eene missive van den kan- 
selier en raden van het Hof van Gelderland, dd^* 2S Jan. 
met verssoek dat men de gevangenen ftlsnog zonde overzenden. 
Atfn dft vereoek werd echter niet voldaan en bet antwoord 
hijéde, »^tX men hen verBocht, het gepas9eerde ten besite te 
wille ver9taan ende afnemen als geschiet ten dieti^ van 
ttanét.*' Men besloot vervolgens bij de reeds benoemfde regters 
bij te voegen 2 uit het kwartier van Nijmegen , 1 uit Zeeland , 
2 uit Utrecht, 1 uit Vriesland, 1 uit Overijssel en 1 uit 
Brabant. GMderland verzette zich nog lang, en weigenteti de 
regten te hiten overkomen , zoodat de 8Uten Gen^. eindel^k 



Digitized by VjOOQIC 



w 

bealoieD dot aten zonder heb zoude Ydort gaan^ Na een 
spoedige inslniotie der zaak weiden Mom, v. Eynihoats 
eo Y. Botbergen, den 16 April 1621 schuldig verklaard 
aan het crime» laeaae Mt^aiaiis , en dien ten gevolge ter dood 
veroordeeld, welk vonnis op den volgenden dag voltrokken 
werd. Van Mekeren en van de Pol kre^n van prins 
Maurits pardon, met toezegging dat hunne namen in de sen- 
tentien der veroordeelden niet genoemd zouden worden. 

Zie SenientU over Jaeob Mem, geweiene Amptnum m Maoê en Waaly 
JmtL 1621; Baadartias , Menu, B. XHII. bL 55 v.; Wage- 
naar, VacL Gesch. D. X. U. 109; yan Wi}n, Aanmerk, op Wet- 
genaar^ D. X. bl. 109 enyolg.; Vollenhoyen,Bro«(ier« Geoangenia, 
bl. 145, 149; Muller, Bibl v. Pan^., D. I. bl. 283. De drie 
ter dood yeroordeelde gaan alle in plaat uit (door de Fasse). 

MOM (Jonk') vrijwilliger bij het roemrijk bestormen van 
het bastion Overijssel, een der zeven bastions van Koevorden 
ia 1672 door Rabenbanpt, waarbij hij met anderen gekwetst werd. 

Zie Bosscha, NeerL heidend. te land, D. II. bl. 129. 

MOMALI A (Wezbunus ds) uit Henegouwen , monnik , later 
gedurende 21 jaren abt in de Benedictijner abdij van St. Lau- 
rentius te Luik, overleed in 1149. 

Hij schreef: 

De eonaentu EuangeUatcunm y Liber ms. 

Mabillon schrijft hem toe: 

EpiaMa W^ AhbaJtiè ad Floren»em Abbatem , de OoiUineiUia 
Conjugaiarw» aute oommimioHem. 

Zie Mabillon, AnaUet. T. I. p. SS9; Foppens, Bibl Belg. T. 
U. p. U6K 

MOMMA (WiLLBK) werd 29 September o. s. 1642 te 
Hamburg geboren. Zijn vader die denzelfden naam voerde 
had zich om den oorlog, uit bet hertogdom Gulik als 
bandelaar derwaarts begeven. Zijne moeder Anna Boisot 
was aan de beroemde Kar el en Lodewijk Boisot ver- 
mai^i^SGhapt. Het eerste onderrigt ontring hij te Bremen, en 
dertien jaren oud ontving hij van den beroemden Ëdzasd 
ie Hamburg onderwijs in het Hebreeuwsch. Drie jaren later 
xonden hem zijne ouders naar Leyden, waar hij zich onder 
H/veManus, Coccej us en Hoornbeeck op do godgeleerd- 
beid toelegde, vooral hechtte hij zich aan Cocoejus, dien 
bij als een vader lief had , en onder wien hij 1662 opentlijk 
een dissertatie de oeeonomia temporum verdedit^de. Den 8 Junij 
1666 werd hij peremptorisch geëxamineerd en tot leeraar der 
hervormde gemeente te Lubeck, beroepen, deed hij aldaar 
den 26 Augustus zijn intrede, zeven jaar arbeidde hij 
daar met vrucht, tot dat de Calvinisten en ook hij, door 
de Luthersohen gedwongen werden de stad te verlaten. In 
1674 werd hij tot hoogleeraar in de godgeleerdheid en kort 
daarop tevens tot predikant te Hamm beroepen , waar hij den 



Digitized by VjOOQIC 



968 

18 Deoember syn intreerede hield, i» j0iu OkrUêo damko êi 
aêrvaiare. Twee jaren later ontving hg een beroep naar Mid- 
delburg. In Zeeland hadden toen de Voetianen den boventoon 
en prins Willem III scheen dese meer gunst dan de Cocoe- 
janen toe te dragen. Bij de bestaande vacaturen, in Maart 
1676 , had deze de classe van Walcheren schriftelijk vermaand 
om bij het beroep zorg te dragen tegen de nieuwigheden , eene 
uitdrukking, die ongetwijfeld op de Coccejanen zag. Het ooi- 
legtum qualificatum bragt intusschen het beroep uit op Mom- 
ma, een bekenden Coccejaan. De klasse weigerde wel hare 
goedkeuring en beklaagde zich dat men zoo weinig acht op 
de aanbeveling van den Stadhouder had geslagen, doch fle 
regering van Middelburg, was het met het collegium qualifica- 
tum eens. Vergeefs schreef de prins aan de Wethouderschap, 
vergeefs aan M o m m a die zaak voor het oogenblik te laten 
rusten. De klasse van Walcheren hield, ten gevolge der deel- 
neming van den burgerkrijgsraad iu het beroep, hare vergade- 
ringen binnen Middelburg niet veilig, en Mom ma kwam 
aldaar over om zoowel het professoraat in de godgeleerdheid 
als het predikambt te bekleeden. 

In dezen stand van zaken verbood de Stadhouder den over- 
gekomen leeraar te bevestigen. Men wilde zich echter niet 
onderwerpen, en in weerwil der dreigende gevolgen had 
de bevestiging van Momma den 19 Julij 1676 plaats. 

De prins hierover misnoegd, beval de handhaving der kerk- 
orde aan de klassis: deze echter kon wel besluiten nemen, 
doch hare besluiten, daar de magistraat Momma voor de 
gevolgen had gewaarborgd , niet ten uitvoer leggen en moest 
zich vergenoegen met den buiten kerken orde bevestigden 
leeraar niet als predikant te erkennen. Deze verwarring duurde 
voort tot dat Willem III zich in November na het einde 
van den veldtogt persoonlijk naar Middelburg begaf. Onmid- 
delijk besloten nu de Staten van Zeeland Momma af te zet- 
ten en den prins to magtigen hen, die de voorname oorzaken 
van het beroep en van de onbehoorlijken inbreuk op het regt 
der hooge overigheid , en van den persoon en waardigheid des 
Stadhouders geweest waren, met afzetting ot schorsing in 
hunnen dienst te straften. 

Momma verliet nu Zeeland en begaf zich naar Delft bij 
zijn vriend Willem Anslaar, den schoonzoon van Cocce- 
jes, waar hij zich geheel aan zijn geleerde studiën wijdde, 
zoo men wil van een jaarwedde van den Stadhouder leefde 
en den 9 September 1677 overleed. 

Beeds vroeg had Momma de gevolgen zijner gehechtheid 
aan het Coccejanisme ondervonden. Mare si us toch nam 
reeds de pen tegen zijn Diês, de Oeconomia Umporum op- 
wierp een hevigen pcnnestrijd tusschen de Groninger en 
Leydschen hoogleeraar volgde. Momma werd er echter 



Digitized by VjOOQIC 



969 

niet door afgetohriki, tien jaren later te Hamm een grooter 
dogmatisch werk De varia coniUionê êtc, . zamen te stellen , 
door Abraham van Poot in het Nederd. overgebragt. 
Van zijn uitlegknnde en predikwijze heeft hij ook proeven 
nagelaten. 

Hij schreef: 

Oeoanomia temporum divma demomlrata^ praende Coccejo^ 
propoêUa. L. B. 1662, 4«. 

Dê varia eondiHonê et êlaiu eccleeiae Dei aub tripUci oeco- 
nouna pairiarckarum , ac^ Teelamenti veteris et demgue novi 
Ubn tres. Amst. 1673, 8»., 1674, 8»., 1683, 4»., Basi 
1718, 4^, door Abraham van Poot in het Holiandsch 
vertaiüd mot den titel: Drie boeken van de verscheiden 
gelegenheid en staat der kerke Gods, onder de drieerlei huis- 
houding der patriarchen en des Ouden en des Nieuwen Testa- 
ments. Amst. 1675, 1681, 1896, 2 dn. 

Orat. ausp, de Jem Christo, 1674, 4^ 

Orat. ausp, de apparitionibus Jeau Ohristi, Mediob. 1 676 , 4®, 

De kennis der waerheid naar de Ootsaligheil, Middelb 
1979, 4*.. Amst. 1697, 4*. 

Meditationes posthwnae in Epistolas ad Romanos , ad Galatas, 
Hagae-Comit. 1688. 

Meditationes in Cateckesin Heidelbergensem. L. B. 1684, 8®, 

Bedenkingen 'over den Ileidelb. Catechismus. Amst. 8*. 
Leid. 1685. 

Bedeeling der tijden, 1682, 8^ 

Praelectiones theologieae de adventu Schiloh ad Genes. 49: 10, 
et de varüs theologiae capitibus. Amst. 1683, 8^ 

Schriftmatige bedenkingen. Middelb. 1678 , 4^ 

Gods uy toornende Liefde, 1698, 8^ 

Predieatien, Middelb. 1679, 4"". 

Brieven aan Joh. Coccejus in diens werken. 

Zie Vitae Theol. coUecti, a .To, Geo. Jochio, Jenae 1707 , p. 279 soqq.; 
Molleri, Cimbr, T. I. p. 437; Acta erud.. Ups, m, .Tub, 1706, 
p. 288; Caroli, mmorab, EccUs. secuL XVII, T. IV. p. 180 sq.; 
Saxe, Onom. Uu T. V. p. 184; Königii, Bibl Vet. et IVoo.; 
Yoc Crenii, Ammado. Philoe. F. IX. p. 128: Catal BibL Bunav. 
T. I. Vol. II. p. 1449; van Alphen, Prolog, Oecon, Cateches. 
PalaU xju. plag. f. 3; Koecher, HisU v. d, Heidelb, Catech. bl. 
320; Wagenaar, Vod. Bist. D. XIV. bl. 446 volgg.; Korthegrip 
t^ eenigt voorvallen in U beroep van D, G. Momnta. Middelb. 1676, 
4**.; Historisch Relaas van het Classis van Walcheren over het beroep 
van Momma, Vliss. 1677, 4®.; Regtsinnigs leer, leven en oprecht be- 
drijf van J, van der Waeijen aan de gemeente van Middelburg voor^ 
gestdt en gepUegt bijzonder nopens de beroepinge van Wilh. Momma. 
Am8t. 1678; Ypey, Systh GodgeL, D. II. bl. 78, 184 verv. ; 
Ypey en Dermoat, Gesch, d* Herv. Kerk, D. II. bl. 501 verv. 
en de aanteek.; Glasius, Godgel. NederL; Kist en Royaards, 
Arddef (2« serie) D. I. bl. 272, D. VIII. bl. 51; Vrije Fries; 
Abcoude, Naamreg, bl. 148, Aanh* 142, derde Aanh, bl. 104; 



Digitized by VjOOQIC 



9ÏÖ 

Arrenberg, Nacmil bl. 388< Kok; Niewenhnig; Kobni en 
de Bivecoart^ Jöoher; Rotermand; Maarik, JVuamr,; F. 
Maller, (Jat. van Godgtl Botic, bl. 95. 

MOMMAART (Jan) gaf in het Ucht: 

Het BrabanUch Nagtegaal^e. Bruss. 1654, 1698, 8^ 

Z\jn zinspreuk was: Naer H duyêter hoop ick H Ucht. 

Zie van der Aa> B. A. C, Woordenb,; Abcoude, NcuutLt 
Aanh, bl. 142. 

MOMMER (Abgyd.) uit Limburg, werd 4 Dec. 1550 Juf. 
Utr. D.''. te Marburg, in 1557 aldaar raad en hoogleeraar in 
de regten, in 1558 kamergerigtsassestor , keerde nnar zijn 
vaderland terug en overleed er in 1570. 

Mt^n vindt vün hem een Epiêtola de raüone legendi diseen 
dique jura, in A. Ma tt ha ei Notae et JtmotoHones in Libr. 
IF Just. Imp. Justin. Herbom 1600, 8^ 

Zie Rotermnnd. 

MOMMERS (JoHANKEs Mauritius) den 8 April 1654 te 
Meurs geboren, werd 1680 predikant te Gulpen, 1682 te 
Hemmen, waar hij 26 Aug. 1737 in het 83*^ jaar zijns 
ouderdoms overleed. Hij is bekend door z\}ne aangewende 
pogingen om de rust en eeodragt in de kerk te bevorderen. 
In 1729 verscheen zijn Lutker gereformeert ; met een aanprijs, 
brief van T.H. van den Honert. Leyd. 1729, 4*. 

Hier tegen schreef Joh. Ludw. Schlosser, Lutherus Lu- 
theranus Luthero reformaio Jo. Maur. Mamtners oppositus^ 
qua argumentum de domini nostri J. C. coena. Hamb. 1737, 
8^, (verm.) 1739, gr. 8®. 

In 1738 verscheen zijn EuMus of goede raad om de ver- 
schillende broederen, de zogenaamde Foetianen en (Jocc^anen 
tnet malkanderen tts bevredigen^ en de noch durende geschillen 
tusschen dezelve, op eene bekwame loyze uit de schoJe en kerk 
vaH Christus wech te nemen, aan alle opregte litf hebiers van 
waarheid eti vrede ter onderzoekinge en beproevinge voorgesteld. 
Rott. 1738 , 4». 

Hij overleed een jaar voor deze uitgaaf plaats vond , maar 
zijrt Jobanne8<^woord was niet tu vergeefs gesproken. 

Zie S epp, Stinstra en zijn tijd, D. II. bl. 1 79 volgg. ; Rote r mand ; 
Ypey, Geschied, der Chr. kerk in de 18 eeuw , D. IV. bl. 107 verv. 
bl. 266 verv.; Ypej en Dermont, Gesch. der Herv. Kerk^ D. 
III. bl. 195 verv. 270 verv. en de aaot.; Glasins, Getck. der 
thrist. Kerk in de Nederl, na de Berv. , D.II. bl. 172 verv.; Dei. 
GodyeL Nederl, de Jongh, Alphah. Naomi. bl. 371. 

MOMPER (JoDOCUs of Joüocus de), waarschijnlijk een 
Bruggenaar, ontving zijn opleiding in de kunst van A dr iaën 
Braem, en w*erd in 1512 als zoodanig in het Register der 
Schildersbroedersehap aldaar ingeschreven. Hij vertrok van 



Digitized by VjOOQIC 



971 

éttftf itaaf Antwerpen, #Aax' hff in 1680 ate ttéesfor in bet 
Gildebot^k van St. Lucas staat opgeteekend. 

2ie IC ra mm. 

MOStPER (JODOCUS de), zoon van Èartholomeus, klein- 
zoon van den vorige, werd volgens de een te Antwerpen, vol- 
gens anderen te Brugge of Amsterdam geboren. Ook verschilt 
men ten aanzien van zijn geboorten- en sterfjaar. Volgens 
fCramm was Brugge zijn geboorteplaats en kan zijn geboorte- 
jaar op 1559 worden gesteld. Hij vestigde zich te Antwerpen 
en werd een der beste landschapschilders van zijn tijd. Hij 
had een goed penseel en bragt door een gelukkige navolging 
der natuur, veel ruimte in zijne voorsteHingen. De meeste 
zijner zomer en winterstukken werden met rijkheid van beeld- 
jes gestofleerd door den fluweelen Breughel, somtijds 
ook door Francs en geretoucheerd door D. Tcniers. 
Zijne vlugheid van werken gaf aan eenige zijner schilderijen 
den schijn van met te weinig zorg en overleg behandeld te 
zgn , doch zij voldeden op een weinig afstands nogthans den ken- 
ners. Vele andere zijner landschappen zijn bijzonder uitvoerig 
en werden daarom algemeen gezocht. 

Hij huwde 4 December 1590 met Elisabeth Gobyn. 
Zij overleed in 1622 of 1623, hij in 1684 of 1635. Zyn 
portret is door A n t h o n ij van D y c k geëtst. 6 a 1 1 e , van 
Panderen en J. Visscher graveerden naar z^ne landschap- 
pen. Hij zelf behandelde de etsnaald. 

Zie Iramerzeel; Kramm: Oct. De le'PierVe, Galerie d'ar' 
HêteM Brugeois; Catal. du Muêéé ctAmers ^ 18&7. 

MOMPER (Bartholomeüs de), zoon van den vorige, 
betochft Italië, en verkreeg te Kome den bentnuam Eer- 
vrucht. Hij vestigde zich te Antwerpen, waar hij in 1682 
meester werd. Hij verliet die stad om den oorlog* In het 
Museum te Antwerpen berust een zijner schilderijen, een rots* 
aehtig landêtikap, met figuren door Franco is Francken, 
waarin een hagehelijk voorval uit het leven van den Aartsher- 
tog Maxi mi liaan van Oostenrijk is afgebeeld. Zijn portret 
is door van D y c k gegraveerd (aqua forti in fol.). Ook heeft 
men portretten van hem door S. Frisius en Lucas Vor- 
sterman de Onde gegraveerd. 

Zie Kramm. 

MONACHUS (Fbanciscus) , Minnebroeder te Mechelen, 
schrijver van 

Epiêtola de orhis siiu ac descriplume; qm de ditione 
Presbyteri Joanrtis vulgo dicH, deque Paradui siêu dissêfit. 
Antverp. 1565. 

Ook gaf hij eèn 2hétila Regiömm SepietikionaUum ^ Antv, 
apnd Syhestnm d Pariêiiê in het licht. 



Digitized by VjOOQIC 



978 

Zie Val. Andreas, BibL Belg. p. S84; Foppens, BibL B^Ig. 
T. I. p. 302. 

MONAEUS (JoHAKNES CoNRADüs), Werd te Creaenach, 
waar zijn vader rector aan het gymnasium was, geboren. Uier 
ontving hij zijn eerste opvoeding, en bekwaamde zich verder 
te Neuhaus. Met de verwoesting van den Paltz verliep ook 
de school dezer plaats. Hij begaf zich naar Marburg, waar 
hg de lessen van Rudolph Coclenius, Ceorge Crnci- 
ger, Herman Yulteus, Ant Matthaeus en anderen 
bijwoonde. Voor h^t voleindigen zijner studiën was hg ge- 
dwongen naar Bremen te wijken. Hij vond in Matthaeus 
Martinius een maecenas en vriend, door wiens bemiddeling 
hij in staat werd gesteld een groote reis door verschillende 
landen te ondernemen. Hij deed die als Mentor van den jeug- 
dige Rudolf Willem von Innhausen und Kniphau- 
sen van Lutzborg, later curator der Groningsche akademie 
en afgevaardigde ter Staten*6eneraal. Zij doorreisden Frank- 
rijk, Zwitserland, Italië, Engeland; inmiddels had Landgraaf 
Fr ede rik van Hessen zich ook bij hen aangesloten. Kort 
na zijn terugkeer in 1642 werd hij hoogleeraar in de regten 
te Kinteln en den 7 Februarij van het volgend jaar doctor 
in de regten. Den II April 1643 zag hg zich in de plaats 
van Lange tot hoogleeraar in de regten te Groningen be- 
noemd. Men roogt hem niet lang behouden. Hg overleed 
reeds 12 Junij 164S. Met zijne weduwe Anna Catharina 
Wipperman liet hij twee dochters na, een derde zag eerst 
het levenslicht na zgn dood. De op hem door prof. Stein- 
bergen gehouden lijkrede is niet gedrukt. 

Zie Efigiêê et Vitaep. 198 — 203; Progr. Inaug, van 1645; Progr, 
fuMb.; Muntinghe, Acta Sec, p. ; Gedenkb, o. Gron, bl. 32, 
33 ; Muller, Cat. v, portr, 

MONASTËKIO (Thbodorus a), te Munster in Westphalen 
geboren , trad uit de orde der Augustijnen in die der Fran- 
ciscanen, doorreisde geheel l^elgie als concionator apostolicus 
en nwakte zich als prediker beroemd. Toen in 1489 de pest 
te Brussel woedde , bleef hij , schoon zich aan het verplegen 
der besmetten wijdende, verschoond. Hij overleed 11 Dec 
1515 als gardiaan van zgn klooster te Leuven. Zijn leven is 
door Arn. Haissius (Duaci, 16S0, 4^.) beschreven. 

Hij gaf in het licht: 

Kersten SpiegkêL 

Zie MartyroL Frandic. IV^ non. Febr,; Foppens, BibL Belg.T, 
n. p. 1118. 

MONAXYLUS (Arnoldus) van 's Hertogenbosch. Zie PE- 
RAXYLUS (Antonius Ablbniüs). 

MOMBAS (Jean Barton dr). Zie MONTBAS (Jsak 
Barton de). 



Digitized by VjOOQIC 



978 

MONOEAU (Jbam Baptiste du), Graaf van Bergerdal, 
was de zoon van Pierre Dumonceau en vau Catherine 
van der Meiren. Hij werd te Brussel den 7 November 
1760 geboren. Na eerst tot bouwkundige te zijn opgeleid, 
betoonde hij echter later meer neiging voor den militairen 
stand, en trad in 1787 als vrijwilliger in dienst b^ eene der 
kompagnien dragonders, welke door de Staten van Brabant 
waren oj^erigt. Kort daarna bij de ontwapening dezer troepen 
door de Oostenr^ksche regering, nam hij de wijk naar de Ver- 
eenigde Nederlanden. Hij keerde echter in het volgende jaar weder 
naar België terug, alwaar toen onderscheidene korpsen werden 
opgerigt om de wapenen tegen Oostenrijk te voeren, en zoo 
werd Dumonceau dan ook reeds in 1790 als kapitein ge- 
plaatst aan het hoofd der kompagnie vrijwilligers, die, door 
hunne gele uniform, kanarievogels genaamd en later wel be* 
kend zijn geworden. Door z^ne dapperheid verwierf bij nog 
datzelfde jaar den rang van majoor, doch de voordeelen welke 
de Oostenrijkers daarop behaalden noodzaakten vele Belgen , 
en daaronder ook Dumonceau, de wijk te nemen naar 
Frankrijk ; en toen in 1792 den oorlog tusschen Frankrijk en 
Oostenrijk uitbrak, kreeg hij als luitenant kolonel het bevel 
over het eerste bataillon ligte Belgische troepen, welke in 
Frankrijk waren bijeen gebragt Dumonceau streed in de 
daarop volgende jaren onder de bevelen van de generaals 
Beurnon viile en Dumouriez. Wegens zijne dapperheid 
te Jemmapes betoond werd hij tot kolonel en den 16 October 
1798 tot generaal majoor bevorderd. 

In 1794 onder Pichegru nam h^ deel aan alle bewegin- 
gen van het Fransche leger in België, zette in 1796 den voet 
op Nederiandsch grondgebied, en werd spoedig daarop belast 
met het bevel over de troepen te 's Gravenhage. Het is in 
die betrekking dat hij de gelegenheid had zich bij de Bataven 
geacht en bemind te maken. Het blijk daarvan ontving h^' 
door het aanbod hetwelk hem werd gedaan, om als generaal 
in dienst der Bataa&che Bepubliek over te gaan. Hij nam 
dit aanbod aan, en, met toestemming van het Fransche be- 
wind, werd hy den 11 Junij 1795 als luitenant generaal bij 
het Bataafsche leger geplaatst. 

Het is hier de pl^ts niet om in alle bijzonderheden na te 
gaan, welke groote diensten door Dumonceau aan ons va- 
derland in die dagen z^n bewezen , zoowel bij de zamenstelling 
als de vorming van het leger, dat gedurende zoovele jaren 
daarna meestal onder zijne bevelen heeft deelgenomen aan de 
kr^gsverrigtingen van het Fransche leger. In de eerste jaren 
na 1795 voerde Dumonceau het bevel over de tweede divisie 
van het Bataafsche leger, waarvan in Groningen het hoofd- 
kwartier was. Uit die plaats rukte hij naar Noordholland, 
toen de landing der Engelschen en Bussen in 1799 aldaar 



Digitized by VjOOQIC 



974 

plaiip had , en by ijo indeeliDg .?au (iet leger werd s^ne difjaie 
in bet cantram geplaatst. Bij den aanval op den i O Septem- 
ber liet bij een attaque doen op den ringdijk tosseben Ëenigep- 
burg en Krabbendam , en veroverde den poj^t in laatst|;enoeaide 
plaats. Jn den slag bij Bergen defi 16 September was Du- 
in on ceau ni(Bt tegenwoordig, maar hij b^tt ni^ te min veel 
bijgedragen tot de gelukkige uitkomst van 4ieo dag. ^ij wei4 
daarbij zwaar in de borst gewond, en was genoodzaakt het 
slfigveld ie verlaten. Jtlij werd naar Amstecdam overgebragt, 
en reeds den 7 Qptobcr nam bij weder bet beval «ijn^ divisie 
op sieh. Ben 10 van dien maand viel hij de Sngelschen te 
Dijkshprn aan, welk dorp vermeesterd werd. I)en iS Oetober 
echter eene overeeokomsl; gesbten zijnde niet den Hertog vfta 
York, ten gevolge waarvan Noordholland door den vijand 
ontruimd werd, rertrok de tweede divisie kort daarna weder 
naar Groningen terog. 

In het jaar 1800 nam Dumonceau als bevelhebber der 
Bataven onder den generaal Augereau deel aan den veldtogt 
aan den Mein , welke roet den vrede , te Luneviile in f ebniarij 
1800 getekend» .eindigde, en waarin hy den meesten lof iii- 
Qogste over het gedrftg en de verrigtingen van s\JQe tro^n, 

In 1803, nadat de generaal Da en dele de dienst verliet, 
werd Dumonceau ai^gesteld tot opperbevelhebber van bet 
Bati^atsche leger, en in die betrekking vooral heeft h|j geer 
groote diensten bewezen. Het leger werd naar zijne voorstel- 
en geheel nieuw zamengesteld. )n 1805 was hij ,aaa b«t hoofd 
▼an de leger afdeeling, welke eerst aap den Helder ingescheept 
zynde, met den meesten spoed weder on^sobeepi en n^ar 
Puitschland oprukte, waarna zij veJe belangr^ke dienaten tot 
dekking der Fransohe troepen en tot bewaken van belangrijke 
p^M^n bewees. In Maart 180^6 kwam Dumonceau met 
s^ijne afdeeling in het vaderland terug. De verandering die 
d^rop in de regering plaats had, was voor Dumonceau 
ook van gropl^ beteekenis. Koning Lodewijk schatte hem 
hoog e^ heeft hem tot de boog9te rangen verheven en de 
meeste bü^jken zijner gei^gepheid gegeven. 

Jn h^IMe jaar dat Lodewijk tot koning was uitgeroe- 
pen, moest een HoUandsch leger op nienw naiU" Duitechlaad 
oprukken. Koning Lodewijk aanvaardde het bevel, doch 
heeft d^t niet Img gevoerd, en na zijn vertrek werd Dumon- 
ceau »m het hoofd diMirvan geplaatst Aan hem werd het 
bewaken der kusten aan de Elbe eu Wezer opgedragen, en 
bij was later toegevoegd. aan Bernfidotte en in QJdenburg 
en Oost-Frieshnd geplaatst. In 18Q8 kwam bij in HoUand terug. 

Dm 21 December 1806 reeds tpt Ma»rseba(k van HoUaivl 
benoemd, werd hem het voeren van dien titel toen eerst ver- 
gund. Wegens z^ne betrekking by het groote l^er onder de 
bevelen vim eenen Eraasoben Maarschalk» had kooiag Lode* 



Digitized by VjOOQIC 



975 

vr^k het voereo vim den door hem iBgestdden tUel niet eert 
der voegz^m gisacht. Dumonceau was reeds vroeger door 
keker Napoleon benoemd tot ridder van het Legioen van 
Ëer» en koning Lodewijk verhief hem tot Staatsraad in 
buitengewone dienst en tot Grootkruis der orde van de Unie. 
Bij bneven van den 30 Maart 1806 werd h\j als Hollander 
genatoraliseerd , voerde verder het opperbevel in de militaire 
arrondissementen van Amstelland en Maasland, en werd daar^ 
enboven tot komnmndAnt en chef van het gouveraement van 
Amsterdam benoemd. In het door koning Lodewijk inge* 
stelde Groot Comité der artillerie en genie bekleedde ook D u- 
monceau de betrekking van voorzitter. 

By de landing der Engelsohen in Zeeland , in het jaar 1800 , 
werd wederom bet opperbevel over de HoUandsdie troepen aan 
Dumonceau opgedragen, en hij heeft als zoodanig zeer 
groote diensten bewezen, zoowel aan het leger als aan den 
koning persoonlijk, wiens stelling tegen over zijnen broeder en 
de Fransche maarschalken toen reeds zoo modjelijk, ja zells 
vernederend voor hem was. Het laatste bewijs van Lode- 
vijks genegenheid ontving Dumonceau den d April 1810, 
toen bij in den adelstand van het koningr^k Holland werd 
opgenomen, met dep titel van graal van Bergecdal. 

Bij de inlijving van ons bnd in het Fransche keizerrijk 
werd aan generaal Dumonceau eene belangrijke taak opge- 
dragen , betrekkelijk het inlijven van het Hollandsche leger in 
dat van het Keizerrijk, en den 15 Augustus iSll werd hij 
benoemd tot bevelhebber in de 25* en kort daiM^Oft in de 3* 
militaire divisie; de katstvermelde eene der belangrijkste kom- 
mandementen in Frankrijk. In het jaar 1812 werd hij geroe- 
pen deel te nemen aan de verrigtingen van het groote leger, 
en geplaatst aan het hoofd eener divisie, waarmede bij ]^et 
voordeel tegen de Bussen aan de Boheemsche grenzen streed , 
doch na den slag bij Leipzig krijgsgevangen gemaakt werd. 
Na den omkeer van zaken, welke q)oedig daarop volgde, word 
hij ontslagen en bleef hij in Fransche dienst. Koning {^ o de- 
wijk XVni vereerde hem wederom met het kommando in de 
2* militaire divisie, en benoemde hem tot groot-officier van 
het Legioen van Eer en tot ridder der orde y^q den Heili- 
gen Lodewijk. Gedurende de regering vap koning Lode^ 
wijk over ons land, was hij nog ver^^rd geworden met het 
grootkruis der ^Efadensche Orde van Getrouwheid- Eerst den 
80 September 1815 bekwam hij een eervol ontslag en keenie 
naar zijn vaderland terug. 

De Generaal Dumonceau is echter bij het Nederlandsche 
leger niet weder geplaatst geworden, en koning Willem I 
legde hem het pensioen van luitepant*genen^al toe. Ia de 
Tweede Kamer der Stieten- Generaal nam hij echter nog zitting 
in het jaar 1820» toen de Staten van Ziud-Br«bant hem tot 



Digitized by VjOOQIC 



976 

lid dier Kamer verkozen -, doch in die betrekking bleef hij 
slechts kort werkzaam, want op den 29 December 1821 over- 
leed hij op zijn buitengoed te Forêt bij Brossel, alwaar zijn 
stoffelijk overschot plegtig ter aarde is besteld. Zijn portret in 
steendruk , is geplaatst v66r z^n leven , hier onder aangehaald. 

Dumonceau was twee malen gehuwd; eerst met Maria 
Apolonia Col in et, waarby hij verwekte één zoon Jean 
FranQois, thans gepensioneerd luitenant-generaal der kaval- 
lerie in Nederlandscbe dienst en chef van het militair huis des 
konings; en daarna met Agnes Wiihelmina Cremers, 
die hem vier zonen en drie dochters schonk, 

Dumonceau, en dit leert ons de geschiedenis van zijn 
leven, is geweest een bevelhebber, wiens militaire en burger- 
deugden steeds naar waarde z^n geechat door allen die hem 
gekend hebben, die door de groote en voortreffelijke diensten 
welke hij aan het Bataafsche, daarna UoUandsche leger, be- 
wezen heeft eene eervolle plaats toekomt onder die mannen, 
waaraan de herinnering bij ons leger niet mag verloren gaan. 

De eernaam, welken hij heeft verworven bij het Fransche 
leger #Général sans tache" strekt tot bewijs hoezeer hij ook 
in dat leger in hooge mate is geëerd en geacht geweest. 

Zie de Bavay, Le Gétéral Dumonceau ; Lodewyk Bonaparte, 
GeMchUdk. GedenkêdL, D. I. bl. 208, 213, D. II. b). dSl, 512; 
Vonk, de Landing der Engelscken en Ru$$en enx.» D. I. bl. 15, 155; 
178, 182; J. W. van Sypesteyn, het leven en karakter vanJ,B. 
DumoneeaUf oud Maartchalk van BolL; Bosscha, Neerl. heid. te 
landt D- lU* bl. 163, 182—195, 198—206, 227, 237—249, 254, 
292, 309, 419; Biog. Univ. T. VI. p. 315—317. 

MONCEAUX (Jban dü) in 1569 te Hannut geboren, 
studeerde te Leuven, behaalde in 1586 den eersten prijs, 
trad drie jaren later in de orde der Jesuiten en overleed 28 
Oct, 1651 te Namen in den ouderdom van 82 jaren. 

Hij schreef: 

La vie de SL Jdèle, tier ge ^ extraicie d*ttn ancien me, Laün 
d'Orp.le.Grand. Liege 1614, 12**. 

Antidole du Pêche, ou TraiU de la Péniience, Linge, 
1624, 16*. 

Zie Sweertii, Ath. Belg., p. 454; Val. Andreas, BibL Belg. 
p. 542; Foppens, BibL Belg. T. II. p. 697; Aeta S. S. 30 Junii 
T. VI. p. 588; Paqaot, Mém. T. II. p. 135. 

MONCHY (de) wordt als kunstschilder door Kramm ver- 
meld. Op een kunstverkooping in April 1846 te Leeuwarden 
gehouden komt van hem voor: 

Een jongeling die bezig ie met jonge muèechen uit een pet 
ie halen. 

Zie Kramm. 

MONCHT (Salomon de), doctor en professor der genees- 
kunde te Rotterdam, een der werkzaamste bestuurders van het 
Bat. Genootschap der proefondervindelijke W^sbegeerte, in 1760 



Digitized by VjOOQIC 



977 

door de HoU. Maatschappij der WeteDSchappen met goud be- 
kroond en mede in het Éngelsch vertaald, over de oorzaken 
der gewone ziekten van ons êcheepsvolk, hetwelk naar de fF.-L 
vaart enz. Waaromtrent men iets opmerkelijks leest in Boekz. 
1764 a, bl. 447. Hij kwam als hoogleeraar in de geneeskunde 
te Harderwijk in aanmerking. Zijn oudste dochter Bachel 
Alida Wilheimina huwde Mr, Simeon Pieter van 
Swinden. 

Zie Si e gen beek. Aanspraak bij de Leidsche Maats, 1855, bl. 
24; Bonman, Gesch, d. GtkL Eooges,^ D. II. bl. 260; Kobns 
en de Riveconrt. 

MONCY (Jan), schoolmeester te Tiel, gaf in 1664 te 
Gouda bij Fr. Uoola in kl. 8^ en herdrukt m 1735 te Am- 
sterdam bij de Erve van de Wed. G. de Groot, in het 
Hebt: 

Boersche Theologia^ in forma van een Dialoge^ van een Paap 
en Schaap-herder y en zijn meester den Pachter met zijn huys- 
vrouwe^ zijnde met hun vieren in U Disputeren geraakt, Seer 
schoon en lief ijk om te lesen voor alle Liefhebbers der JTaar' 
hegd, — Hier is nog bijgevoegt een Schaapherders liedeken. 
De voorreden iugerigt Aan al de Schaapherders van Artoys^ 
Mijn Ueve Broeders en Mede-Gesellen, Zijn zinspreuk was: 
Loet ons God loven* 

Zie Cat. der Maats. Ned, Letterk. D. I. bl. 330 , D. II. bl. 557. 

MONDE (NicoLAAS van deb) boekhandelaar te Utrecht, 
werd 27 Januarij 1799 te Utrecht geboren, en overleed aldaar 
den 3 December 1847. 

Hij was een ijverig beoefenaar der geschiedenis van zijn ge- 
boortestad en uitgever en redacteur van het Tijdschrift voor 
Geschiedenis y Oudheden ^ {merkwaardige bijzonderheden) en Sta- 
tisiiek van {de Provincie en Stad) Utrecht, Met afbeeldingen, 
Utrecht 1835—1843, 9 dn., vervolgd onder den titel van 
Utrecht voorheen en thans; met afb. Utr. 1844—1846. 3 
8^ dn. 

Voorts gaf hij in bet licht: 

Utrecht en derz, fraaije omstreken; bekn, overzigt dier stad 
en provincie , met kaart, en pil, , Ftansch en Nederd, Utrecht 
z. j. (1841) kl. 8^ 

Geschied» en oudheidk, beschrijving vim de pleinen , straten^ 
stegen^ waterleidingen^ wedden , putten en pompen der stad 
Utrecht, met plans en afb, Utr. 1844—1846, 3 dn. 

«/. ScheUema, Iets over het huis Brandaa (op de Oude 
gracht) waarin paus Adriaan FI in d, j, 1459 geboren is. 
Met een woord van den uitgever N. van der Monde. Utr. 
Maart 1835, 8^ 

Van der Monde was lid der Maats, van Nederlandsche 
Letterkunde. 

62 



Digitized by VjOOQIC 



978 

Zie Bodel Nyenhnis, Topogr. k^st, N®. 2S98, 2299, 2301, 
2385, 2447; CaU d. MatsU, van Ned. Letterk. , D. II. bL 144, 146, 
D. m. bl. 362. 

MONDE (W. VAN D£b), med. d^ te Leiden, in den aanvang 
dezer eeuw, schreef: 

Berigó van een zeldzaam gevolg waarbij de beenderen van eene 
vrucht toelke drie jaren verborgen zijn geweeit^ door den aars 
onilaeÉ zijn. In Hec. ook der Eec. 1816, D. IX. n^ 9, 
bL 408. 

Zie Holtrop 1. c p. 232. 

MONDELAEBS (Valrius) , te Herenthals geboren , bestuur- 
de eerst, ongeordend of wereldlijk priester zijnde, de parochie 
van Olem bij Brugge in Vlaanderen, afó pastoor. Na z^'ne 
professie in de abdij van Tongerlo, deed hij driemaal, gelijk z^n 
voorzaat , de reis naar Bome , eerst in 1660 om in het CoUegie ais 
lector onderwijs in de godgeleerdheid te geven, H geen hij in 
1663 in de abdij kwam doen. In 1665 werd hij wederom 
president te Bome, en nam t^eUjk de bediening waar van 
professor. In 1671 was hij op nieuw leeraar te Tongerio en 
m 1678 president en professor in het Collegie te Bome. 

In 168^ in Nederland weergekeerd, stierf h^ 6 Aug. 1699 
in de abdij. Mondelaers was om z^ne geleerdheid en 
godsvrucht, ook bij de kardinalen te Bome zeer bemind. 

Zie van Gils, Kathol^k Meijer Memorieboek, bl. 143. 

MONDBAGON(CHBisTOFF£LYiJi), een Spanjaard, geboren 
1504 , was zoo om z^ne dapperheid als edelaaniigen inborst in de 
geschiedenis onzes vaderlands bekend. Yan z\jn beleid gaf big een 
proeve in H ontzet van de stad Goes in Zeeland , in 1572 door de 
Nassauschen belegerd. Hij, die toen den rang van kolonel 
bekleedde, ontving van Al va last de stad te ontzetten, ging 
den 20 Oct. te Bergen op Zoom met zijn regement Walen, 
waarb^ zich nog eenige Spanjaards en Duitschers vo^en, 
zoodat hij in alles 8000 man onder zich had, scheep. Zich 
gelatende als of hij H op de Nassausche vloot had gemunt, 
wendde hij de stevens zeewaarts, doch deed welhaast het mee* 
rendeel van zijn volk te water gaan, om, hoewel er twee mij* 
len verdronken land en drie killen moesten doorwaad worden, 
te voet naar het eiland Zuid-Beveland te trekken. Zeker 
Brabander, Dirk Bloemaert, had hem dezen weg gewezen; 
elk zijner soldaten had hij een zakje met buskruid en tweebak 
aan den hals gehangen* Mond rag on volgde zijn gids en 
stapte aan het hoofd der zijnen tot de knieën, soms tot de 
lendenen in ^t water, en bragt het, in ruim vier uren, aan 
de overzijde met verlies van slechts negen man, die in den 
stroom verdronken. De belegeraars hiervan verwittigd, dreven 
er den spot mede en gunden daarenboven de Spanjaarden den 



Digitized by VjOOQIC 



9?9 

ganschtn nacht om zich te droogen en te ververschen. Met 
het aanbreken van den dag trok Mondragon op de stad 
aan. De beierden deden hierop een scherpen uitval aan de 
andere zijde, en gaven hem dos gelegenheid, om door 
de stad te trekken, waarna b^ de belegeraars op 't lijf viel 
en van voor Goes verdreef. Omtrent zeven honderd Nassair- 
schen sneuvelden. De overigen betgden zich in de vlbot, 
die hier omtrent op «troom ten anker lag. l^>t loon van dit 
en menig ander kteek bedrijf, bekwam Mondragon fnhet 
vofgend jaar 1573 de waardigheid van sttadhouder mh Zee* 
hmd. In d*ze hoedanigheid voerde h^ het bevel binnen Mid- 
delburg, 't wdk dt)or prins Willem I «eer naaaw werd 
insloten. Na drie weken besloot Mondragon met dezen in 
onderbantfcling te treden , en de stad over te geven mids men 
hem en z)Jn« soldaten met pakkaadje, wapens en irliegende 
vaandels liet nttti^kken, en de burgers die zulks mogten be* 
geren , onbeschadigd op vreemden bodem aan land zetten^ 
De pfins weigerde eutks en daar hij de belegerden op geen 
andere voorwaarden dan van genade of ongenade wilde ont* 
vangen, zond Mondragon tot antwoord, eerder ^ dan in 
(kzt Toorwaarden te bemsten , de stad aan twintig plaatsen te 
zollen in brand steken en vervolgens zieh in een uitval al 
vechtende in stukken te laten hakken. Tben leende de prins 
het oor aan eene nadere onderhandeling, bij welke werd be^ 
dongen, dat Mondragon en de zi^en met geweer en pak* 
kaadje het eiland Walcheren zouden ruimen , mits de vesëngweHcen 
en oorlogschepen enbesehadigd latende; op zijn Woord van eer 
zon Mj binnen twee maanden tot den prins weerkoeren of 
Mamix van St. Aldegonde^ Jacob Simanae. de 
Bijk en eenige anderen op vrije voeten stellen. Op den 
21 Febr. verliet Mondragon de stad en Werd te Ter Nesse 
aan land gezet. Ten aanzien der even gemelde gevsmgenen, 
hield hij zijn wöord, en sprak, daar 't pas gaf, mnnnentaal, 
om hun ontslag te bevorderen. 

In de nraand Jtmij l&TS ontmoeten wi) Mondragon in 
een aanslag op de Klundert, de Fynafard en den Buigenhü, 
drie polders aan bet HoUand^he diep tiij Dordroeht. Van 
eenigè Bpaanachgednde ingezetenen de ^legefyheid van dito«»rd 
vernomen hebbende, bragt hij dimzend schatters van irijn 
Waftlaeh regiment met t^'ee vaandekn Spanjamden ^ deehi te 
scheep, deels te voet en half naakt bij Ibag water op het 
eiland, waarvan hij zich meester maakte, daar de Staatsehe 
schepen de wijk namen. In het vcdgend jafir (1576) werd hij 
meester van Zierikzee. De stad had zich bij vardcag ovo^- 
geven. Zij moest tot afko<^ing der plundering en voor hst 
behomd baror voovregten tweemaal honderd duizend gulden ba- 
boven* De bezetting zou wel mei geweer en pakkaadje^ doch 
stille trom, ddote loAten en opgewonden vnondets uittikken. 

62* 



Digitized by VjOOQIC 



980 

De boogbalJQw Gaspar van Yosbergen, die nitdnikkelijk 
van 't verdrag was iiitgesloten, werd nagespoord, gevat en 
voor Mondragon gebragt. Deze Vosbergen bad zicb, ge* 
durende dit beleg, met eenige andere stedelingen, in 'tSpaan- 
sche leger , dat er voorlag , vervoegd , met last , zoo als zij voorga- 
▼en , de stad bij verdrag over te geven , niet evenwel zonder er 
eenige oorlogscbepen in te begrijpen, met welker bevelhebbers 
zij vooraf moesten spreken, weshalven zy vrijgeieide derwaarts 
verzochten, doch z^ hadden het tegendeel bewerkt, de scheeps- 
oversten aanwijzing gedaan welke d^ken, ter beveiligbg der 
stad moesten doorgestoken worden en seinen tot wederzijdsche 
correspondentie beraamd. Geen wonder dat Yosbergen na 
H overgaan van Zierikzee het ergste vreesde, doch Mondra- 
gon schonk hem edebnoedig vergiffenis. Kort daarna had 
Mondragon veel moeite met het Spaansche kr^gsvolk dat wel 
twee en twintig maanden soldij ten achteren was en met drei* 
gende woorden betaling eischte. Meer dan eens bragt hij hen 
met klem van woorden en een achtbaar gelaat tot bedaren, 
doch op den duur kon h^ hen daardoor niet in bedwang hou- 
den. Men omsingelde zijn herberg en dreigde hem met den 
dood. Moedig b^af hij zich in het midden der muitelingen, 
ontblootte zijne borst en bood aan kogels en spietsen er op te 
ontvangen om alzoo met z^*n bloed eene soldij te betalen, die 
hij noch betalen kon, noch hij — maar wel de koning — 
schuldig was. Dit was genoeg om hen met schaamte te doen 
rertrekken. 

In 1579 bevond zich Mondragon voor Maastricht en 
bevorderde de bemagtiging dier stad. Minder gelukkig slaagde 
h^ vijf jaren later in z^n aanslag op Lillo. Na een beleg 
van ruim drie weken geen kans ziende om iets van belang te 
▼erngten, brak hij met zijne knechten op, alleen eenige hui- 
zen bezet latende. Deze teleurstelling belette hem niet van 
tijd tot tgd een kans te wagen. In 1591 heroverde l^j de 
sterkten rondom Hulst; vier jaren later noodzaakte hij Mau- 
rits het beleg van Grol op te breken, ging vervolgens Phi- 
lips van Nassau met z^'n gansche ruit^* te keer, bragt 
ze in wanorde en joeg ze op de vlugt. Deze was zijn laatste 
veldtogt. Hij had nu de ouderdom van 92 jaren bereikt en 
overleeid 8 Jan. 1596 op het kasteel van Antwerpen, van 
welke stad hij burgvoogd was. Ojp zijn leksteen ks men in 
gluden letters zi|jn gra&chrift. Hij huwde Guilielme de 
Chastelet. 

Zie Bejd, IVed,G€tch,B.l.h\.9; Hoynck vanPapendrecht, 
AnaL T. L P. II. p. 454, 833, T. II. P. II. p. 161, 162, 182, 
185, 116, 203, 204, 217, 219, 272, 283, 290, 263, 300, 306, 
321, 334, 335, 441, 475, 558; Epp. Vigln ab Aytta XLVUL p. 
16; Beaufort» Leven van Willem /, D. IL bL 292, 391, 440, 
608; Bor, Ned. met., B. Vm. bL 88 (597), B. IX. bl. 73, 137, 



Digitized by VjOOQIC 



981 

145 (667, 673) 147 (681), 308 (897), B. XIX. bL IS (466), B. 
XXVnL U. 84, 85, 86 (572, 578, 574), B. XXXII. bU 28 (43) 
6DZ.,* 104 (129), 103 (131), 112 (140), B. XXXIU. bl. 5 (107); 
Hooft, NwL Si$U B. VIU. bl. 315, B. IX. bl. 830, 397, 
451; Walsingham, LeUr. CLIV. p. 286, CLXXXVIU. p. 280; 
Wagenaar, Vad. Sist D. Vl. bl. 892, 449, 461, 462, 
464, D. Vn. bl. 62, 99, 102, 185, D. VIII. bl. 16, 358, 424, 
425; yan WQn op Wagenaar, Nav. D. VI. bl. 328; Bos- 
scha, I^eerL heidend. ie land, D. I. bl. 144, 184, 187. 231, 820, 
324; ^sGraresande, Tweede entwged, d, Middelb. VHjh. bl. 101, 
134, 203, 255, 810, 333, 345, 351, 372, 876, 399, 405, 407, 
408, 400, 418, 419, 618, 529; J. van de Velde, Tweehonderj. 
JMfeett, bl. 73; Collot d'Ëscury, HolL roem, A. IL 121, 
122. A. IV. (2), 592, 593; J. C de Jonge, Geeck. v, Neerl. 
Zeew,, D. I. bl. 176; Kist en Boyaards, Ardde/, D. V. bl. 288 
(2<ie serie); Groen yan Prinsterer, Arddves (Ind.); Bentiyo- 
glio; Strada; Ab. Isselt; Cerisier; Bilderdjk; Lais- 
cius; Hoogstraten; Kok; Kobns en de Biyeconrt. 

MONDTBOMMEL (De) gaf: 

Ben middel tegen de Jfurmen , in N. Vad% BibL van We^ 
teiu. in 1803, D. VIL St 2, bl. 859. 

Zie Holtrop Lep. 282. 

MONE (JoBAN). In de kerk te Haile is het fraaije altaar, 
een pronkstuk van beeldhouw- en snijwerk uit de XVI* eeuw, 
in 1583 door hem vervaardigd. 

Zie yan Hasselt, Spiendeur de ^curt en Beigique, p. 261; 
Kramm. 

MONENIUS (Arnold). Zie MOONËN (Aknold). 

MONETA (C. J. DB) gaf: 

Ben beproefd middel tegen de dollen hondebeet , in N. Vod. 
Bibl. voH Wetens,, 1801, D. V. St. 2, bL 859. 

MONTORT (PiBTBR Gbrritz.) te Delft geboren, was een 
leerline van Miereveld en beoefende de schilderkunst tot 
uitspanning. 

Zie ImmerseeL 

MONTFOOBT (Jan yan) woonde in de 17* eeuw te Brus- 
sel, was een bekwaam stempelsnijder , en heeft ook proeven 
zijner bekwaamheid nagelaten, zoo ab een penning met de 
beeldtenis van Karei Alexander van Croy, een op het 
8t. Piet er s klooster te Gend, andere met de borstbeelden 
van koning Philips III van Spanje, en van koning Phi- 
lips IV en zijn gemalin Elisabeth van Bourbon en van 
de Aartshertogin de Infante Izabelle. De uitvoering zgner 
penningen is zeer keurig en heeft veel overeenkomst met den 
trant van Koenraad Blok, zoo dat men vooronderstelt dat 
deze zijn leermeester zou geweest z^'n. 

2m ImmerseeL 



Digitized by VjOOQIC 



982 

MONI (Lauis os) io 1698 te Breda geboren^ ontving het 
eersU ondcfwijs >h dó kun«t vi^n van Keesel en Bisei^ ver- 
volgens vwn Philip van D ij k te 'a Ha^e. Oeseii V4)lgde hij 
op 2ijn oersto reis naar Hasselt, vervolgens oeft:nde hij ach in 
het leekenen en schilderen naar het leven en het copieren van 
Oerard Don. Door het bestuderen van dexèn meester ver- 
kreeg hij bekwaamheid in het schilderen van huiselijke of zoo- 
gonaamde moderne stukjes. Ook schilderde hy eenige portretten. 
Ji^n zijner verdienabelijksta scliilder^an een Komenijsunnkel y 
werd bij BrHameamp voor /WO, en Inj Mr, Johan van 
der Marck twee kmékmë voor ƒ 625 verkocht. In het mu- 
aeum teWeencn vindt men eert Icabinetstukje van zyn penseel, 
voorstellende eene j!0nge keukenmeid die aan een open venèter 
bezig i$ met oeeten open Ie maken. Hij woonde vele jaren te 
Leyden eo overlcjod aldaar in 1771. Zija portret vioot men 
bij van GiooJ« Kramm be^it <lne gefteekvnde portretten van 
dezen meester. 

Zie van Bjnien ea van dor WiUigen; Iiamerseel; 
Kramm; Kobus en de Riveoourt. 

MONIKS of MOiVrX (J.) werd in 1606 te 's Hage gebo- 
ren, schilderde in den trant van Gerarts, doch zijne scln'l- 
derijcn ko;nen zeldzaam voor, daar hij veel buitenslands 
arbeidde, en 13 jaren in dienst van den paus met teekenen en 
schilderen doorbragt. Kramm vermeldt van hem : 

Een kmm met vêrsckiÜetOk worten van hh^im. 

Een vogel. 

Volgent Kramm ie de leekening, voorstellecidc df^ oper6&j/'- 
aele van een tempel ^ waarbij andere gebouwen op een besloten 
plein met geboomte^ die op eijn naam, doorgaat van Pieter 
Mooninx. Hij overleed te Leyden omstreeks 1686. 

Zie Immerzee^l; Kramm. 

MONIN (GliiLis du), werd in 1565 te Beanraing in het Luxem- 
burgsche geboren. Omstreeks 1592 werd hij kanunnik in de 
Cathedraal te Namen, en in 1603 liet hij voor sioli eetven 
een gedenkteeken er in oprigtcn. In hetaelfde jaar verliet hij 
zijn kanttnnikaat, trad in de orde der Jesuiten, en werd 
rector der collegies te Namen en Luik. Hij overleed te Kijs- 
sel» waar hij prefêt spirituel was, den 37 Sept. 1624, in don 
ouderdom van 59 jaren. 

H\j schreef: 

Sacrarmm Leodiense, 1618 in plano. 

Sacrarüm peranHqui Comitatue Namurcensiê; in quo An- 

tistitesy Sancti, Sanctaeqm iéUus provinciae^ Canonicorum et 

Canonicarum collegia ^ uti et sexm tUri$uque Coembia^ aUa- 

que avitae in eanctos et veras priscaeque m Deum reUgioms 

nostronm monumenta compendioae receneentur, Leod. 16 19» 12^. 



Digitized by VjOOQIC 



988 

H^ hielp Arnold. de Baisse voor zijn Auctarum ad 
Naiaies S. S. 

Zie Foppens, BibL Belg. T. Lp. 31; De Baisse, Proef, ad 
Auctor, MoUmi; Faqnot, M^k, T. L p. 622. 

MONIEB (Bbmeus db) werd in 1590 de eerste predikant 
's Heerejansland. Volgens te Water was hij een man van 
zeldzamen geest Hij week af van de drie hoofdpunten van 
't formulier des doops, predikte zonder tekst voor te lezen, 
hield een duistere predikatie over Amos Y : 2 , 3 , 4 , gaf den 
zegen v66r 't Psalmgezang enz., 't geen ten gevolge had 
dat hij in onaangenaamheden met zyn kerkeraad kwam. Jtm 
overleed in 1605 en werd opgevolgd door zijn zoon Jonas 
de Monier. 

Zie te Water; Hef. van ZeeL^ bL 254, 256. 

MONNAVILLE of MONAVILLE (Frans), portret- en his- 
torieschilder , werd te Brussel , volgens anderen te Antwerpen , ge- 
boren, begai zich naar Bome, werd aldaar lid van het St. 
Lucas gild, en was o. a. voor prins Livio Odescalchi 
werkzaam. Zijn Bentnaam was #de Jeught" Hij bloeide in 
de tweede helft der 17* eeuw. Men heeft van hem teekenin- 
gen met de pen met wit gehoogd. 

Zie Kramm. 

MONNEL (Anthonius) schreef: 

Soïemnelm Bequiem over de versierde Wivaert der onsterfe* 
liicke IVansstdiStanHatie die M, Lamö, de lUieke , Pred, der 
Siadl Bergen op Zoom heeft loillen houden , gheeonghen door 
AiUomum Monnel , coster aan St, Michiele tot Antwerpen in eynen 
tif'dt, Antfo in de Plantynêche dntckerie, 1631. 

Tegenschrift van: 

fFÏoaert ende begramnghe van de Paepeche l^aneeubstanHa' 
tie^ miteg, oock van hare Misse ^ in 't aensien van Heer Ma- 
theus de Beyc, Pastoer tot Halteren, Fertoont ende beschreven 
door Lambertus de BOcke Bed, des H. Bv, te Bergen op Zoom^ 
Bott. 1630. 

Zie Muller, Cat. v, Pamfi. D. V. bl. 309, 813. 

MONNIEB (PiEBBE lb), omstreeks 1552 te Févdle, 
tusschen Doornik, Orchies, Bouai en Bijssel geboren, werd 
burger in de laatstgemelde plaats, en oefende er lang de be- 
trekking van Notaris uit Toen hij 56 jaren oud was, deed 
hij een reis naar Italië. Hij vertrok 10 Maart 1609 van 
Bijssel, reisde door Champagne, Bourgogne, Savoye, Pied- 
mont en het Milanesche, bleet zes maanden te Bome en Na- 
pels. Te Bome hoopte hij een bankier uit Bijssel te vinden, 
die hem het noodige geld zou geven om naar Jerusalem te 



Digitized by VjOOQIC 



984 

gaan, doch de dood van den bankier deed hem van dit plan 
afzien. Hij verliet Rome den 10 Maart 1610, bezocht 
Loretto, vervolgens Padua, Verona en Trente en kwam 
den 13 Junij te Rijseel terufi;, waar hij zijn notaris-arobt niet 
meer bekleedde, maar schoolmeester werd. Hij leefde nog in 
1614 toen hij het volgende werk uitgaf: 

Mémoires et ohservatioM remarquables (fépüaphes, torn* 
bêouXf coloases, ohèlisques , kisloires, arcs iriompkaux, arm- 
sons, dictiérs, ei inscriptions, lant atUiques, gue modemes , 
venes et annotéeg en plusieurs villes et endroits^ tont du 
Hoyaume de France, Ducké et Comté de Bourgogne^ Saooge^ 
Piedmont, que d* Italië et d* JUemagne . , , , Avec fine briefve 
descriptiondes licMx (T aspect et inspection oculair e ^ sansyavoir 
esté aydé de quelque lecture cosmographique ^ ug éPaulre: qui 
peut servir de guide et grande addresse d tous vogageurs èsdUs 
quartiers. Lille 1612, 12^ Uil eene elegie door Martin 
Trc2el, mnd. dr., ter zijner eere gemaakt, en achter dit 
werkje gevoegd, blijkt dat Monnier nog verscheiden andere 
werken in poezij heeft geschreven , en een poeta non vulgaris moet 
zijn geweest. 

Zie Faquot, Mém, T. I. p. 296; Foppens, Dibi Belg. 
T. U. p. 993. 

MONNIKHOFF (J.) was heelmeester te Amsterdam en 
behaalde in 1760 de eereprijs b\j het legaat van J. Stolp 
voor zijn verhandeling: 

liet noodzakelijk beslaan van een Opperwezen betoogt uit het 
werkeUjk bestaan van iet. 

Hij gaf in het licht: 

Jferktuigkundige Samenstelling ter ontdekking van de bijzon' 
dere plaatsen , oorzaaken , kenteekenen , toevallen en genezingen 
der sckeurssels of breuken. Amst. 1750 , S\ m. pi. ibid. 1792 , 8°. 

Hij was een vriend en navolger van W, Deurhof f, wiens 
leven hij onder anderen beschreef. Op Gat. der kandss, van 
/. van yoorst bl. 39 komen voor: 

Ifülem Deurhoff, Het voorbeeld van verdraagzaamheid onder 
de Oodl^jke bezoekinge, vertoond in de ügtlegging en Verkla- 
klaring van het boek Jobs^ bewerkt in 1708 — 1715. Met 
voorreden betreffende Dcnrïioffs Leien en Schriften, Ma-reden 
betreffende het beletten der uitgave van het werk en Jiegisters 
door J. M, (Amst 17*19). In fol. c. 6000 pag. 

rerklaaringe over U XFIb Hoofddeel des Evang. van Joon- 
nes: of 't Hoogepriesterlijk Gebed, Met voorreden van J, M, 
(Amst. 1745) in fol. 536 p. 

Op Gat. der handss. van Mr. H. W. Tgdeman, bl. 57 
komt voor: 

Monnikhoffy Beschrijving t. h. Leeven van IFiüem DeurhoJ, 
Gedenksckr, van zaaken na desz, overladen tot aan het einde 



Digitized by VjOOQIC 



985 

van 1744 weegens zijne schriften voorgev.^ inzond, de Vitleg' 
ging en Verklaaring v. h. Boek Jobs, Vit egte beechijden op' 
maaJU (1777) (33) en 501 pp., 4*. 

Momnkhof. Beschriftnng v. h. leeven van Willem Deurkoff^ 
mUg. Gedenkêchr. o. eaaken toeegena zijne Sckrifien voorgev. 
(1777) 512 pp. met portr,, 4*- 

£ie Kist en Boyaards» Archief, (eerste serie) O. V. bl. 151; 
Cat, Bibl C. H. €t Roy, T. IV. p. 1483, 1585; CaU BibldeGroe, 
p. 196; Arrenberg, I'iraamr, bL 859; Boekz. 1761a, bl. 24; 
JCuHst^ en LetUrb. 1852, D. II. bl. 369; Kobns en de Rivecoart. 

MONS (Jan Baptiste van) werd den 11 November 176B 
te Brussel geboren. Te Campine leerde bij bet weinige latijn 
dat men toen in België onderwees, en z|ch daarna bij eenen 
apotheker op de beoefening der Fharmacie toelegc^ende , heeft 
h^' zichzelven gebed gevormd. Zijne later uitgegevene werken 
toonen roet welk een gunstig gevolg hij de natuur- en schei- 
kundige wetenschappen beoefend heefl, en uit zijne briefwisse- 
ling roet zoo veel geleerden in onderscheidene landen blijkt het 
duidelijk dat hij met schier alle Ëuropesche talen genoegzaam 
l)ekend was, om ze niet alleen te lezen, maar er zich ook 
verstaanbaar in uit te drukken. Het eerste werk door van 
Mons uitgegeven: Essai sur les principes de la Chimie anéi- 
phlogistique , zag in 1785 het licht. Hij schreef het nog als 
apothekers bediende, want het was in 1787 dat hg, na een 
met roem afgelegd examen den rang van apotheker verwierf. 

Het is bekend , hoe in dien tijd de omwentelingsgeest in 
België heerschte. Hij bleef met zijn levendige geaardheid 
niet vreemd aan de revolutionaire bewegingen, maar wijdde er 
zich met zulk een geestdrift aantoe dat hij weldra, van maje- 
steitschennis beschuldigd, in hechtenis werd genomen, en het 
was alleen aan zijnen jeugdigen leeftijd te danken dat hij het 
gevaar eener veroordeeling ontkwam. Maar ook bragten 
hem deze zelfde bewegingen roet de Fransche geleerden in 
aanraking en werden zijne wetenschappelijke verdiensten door 
deze zoo gewaardeerd, dat toen Boberstot in Januarij 
1795 als Fransch afgezant te Brussel aankwam, deze zich 
dadelijk tot hem vervoegde om zijnen raad aangaande eenige 
onderwerpen van algemeen nut in te winnen en hem eenige 
dagen later belastte met een wetenschappelijk onderzoek der 
Belgische mijnen, ten einde er den aard en den rijkdom 
van op te sporen. 

Toen Boberstot later het onderwijs in België hooger 
wilde opvoeren, noodigde hij van Mons uit, hem een lijst 
toe te zenden van zoodanige personen , die zich , volgens zijn 
oonleel, met een gelukkig gevolg op de beoefening der weten- 
schap toelegden , en hij , bieraan volgaarne beantwoordende , 
heeft door de uitkomst doen zien dat deze zaak hem zeer 
goed was toevertrouwd. 



Digitized by VjOOQIC 



986 

Id heizelfde jaar werd te Brossel de SociéU de médecme et 
pharmaoie opgerigt, onder de zinspreuk: Aegrotanübui , en 
?an Mons behoorde tot de vier leden der Commissie met de 
samenstelling der wetten belast, terwijl hij tevens tot Secreta- 
ris van het Genootschap werd benoemd en de vele Verhande- 
lingen , door hem in zijne vergaderingen voorgedragen , waarvan 
er sommige in het R^sueü des Mémoires gedrukt werden , kun- 
nen doen zien, welk een werkzaam en nuttig lid hij bij het* 
zelve geweest is. Verder werd hij in 1796 benoemd tot lid 
van het InsUUit te Parijs, en in 1797 tot hoogleeraar in de 
Schei- en Proefondervindelijke Natuurkunde aan de Centrale 
school van het Departement de la Dyle^ terwijl hij terzelfder 
tijd de niet minder vleijende uitnoodiging ontving van de voor* 
naamste Fransche scheikundigen om deel te nemen aan de 
Kedactie van de Jnnales de Chemie, destijds geredigeerd wor- 
dende door Fourcroy, Pelletier, Guyton, Vauque- 
lin en Prieur. In dezen voor de gemeenschap tusschen 
Duitschland, Frankrijk en Engeland zoo moeijelijken tijd bragt 
hij de werken der Fransche scheikundigen naar Duitschland en 
Engeland, terwijl hg tevens de Fransd^en met de proeven en 
ontdekkingen der vreemden bekend maakte. Een geruimen 
tgd leverde hij in de Atmcdee de Chemie vertalingen uit onder- 
scheidene buitenlandsche Tijdschriften, zoo als die van Crel, 
Brugnatelli, onzen landgenoot Kastelein en anderen* 
Zijn ijver, wel verre van te verflaauwen, groeide dagelgks 
aan , en toen zijn voorstel om de Atmalee de Chemie maande- 
lijks met een bgvoegsel te vergrooten niet kon aangenomen 
worden, besloot hij om zelf een wetenschappelijk Tijdschrift 
te Brussel uit te geven, waarvan dan ook het eerste nommer 
onder der titel van Journal de Chemie et de Phyeique in Oct. 
van 1801 in het licht verschenen is, een tijdschrift, dat al 
het belangrijke bevatte, wat destijds door de beroemdste ge- 
leerden uit onderscheidene landen werd medegedeeld, en dat, 
schoon zign uitgave door omstandigheden geheel onafhankelgk 
van den redacteur, reeds na twee jaren gestaakt werd, een 
schat van geleerdheid bevat, die het doet bejammeren dat het 
schier geheel aan de vergetelheid is prijs gegeven, daar som- 
mige opmerkingen in hetzelve den schok tot verdere proefbe- 
mingen konden hebben opgeleverd. 

Reeds sedert lang had van Mons zich ook op de beoefe* 
ning der geneeskunde toegelegd, en om zich meer uitsluitend 
aan zijne geliefkoosde studiën te kunnen wgden, zag hij van 
de uitoefening der artsenijmengkunde af, en gat hij zich in 
1807 bij de Pargsche faculteit als geneesheer aan; bgna te- 
gelijkertijd werd hem door de Universiteit van Helmstad het 
diploma van doctor in de geneeskunde aangeboden. 

Beeds van zgn jeugd af had van Mons zich met een bg- 
zonderen ijver op de cultuur der vruchten toegelegd, en wel 



Digitized by VjOOQIC 



met een eoo gunatig gevolg» dat wy hoogstbelangrijke ont- 
dekkingen in dezen aan hem verscbuldigd zijn, zoo zelfe 
dat I4j reeds in 1795 voor z\jne gewigtige mededeelingen eene 
openUijke dankbetuiging ontving , en hem , van wege de Sodéié 
d'agricullure van het Departement de la Seine de gouden 
medaille werd toegekend voor den ijver en goede gevolg waar- 
mede hij zich op de vermenigvuldiging der variëteiten van 
vruchtboomen haa toegelegd. Dergelijke eervolle onderschei- 
ding roogt hy ook van andere landen meermalen wegdragen; 
terwijl bovendien sommige zijner werken de eer der overzetting 
in onderscheiden talen mogten ten deel vallen en hij zelf, in 
het belang der wetenschap, ook vele werken van anderen ver- 
taald en meestal met zijne op- en aanmerkingen voorzien heeft. 
Toen, na de omwenteling van 1815, koning Willem ï de 
Koninklijke Academie van Wetenschappen en Fraaije Letteren 
te Brussel, door den inval der Franschen vernietigd, weder 
herstelde, was van Mons een der eerstbenoemden , en geen 
wonder, want zijne wetenschappelijke betrekking tot de voor- 
naamste geleerden van Europa, het groote deel, dat hij ge- 
nomen had in het geheel nieuw scheikundig gezigtspunt en de 
ijver, met welken nij de Voltaische theorie verspreidde en ver- 
dedigde , hadden hem eenen zoo grooten naam doen verwerven , 
dat toen Pfaff zijne nieuwe electrische proeven aan de geleerde 
wereld vertoonde, van Mons hem verzocht om over Brussel 
te reizen , ten einde ze ook voor hem te herhalen ; ook vooral 
aan hem deelde van Marum en Paets van Troostwijk 
hunne ontdekkingen mede. 

Na de wederoprigting der Koninklijke Academie, volgde 
weldra de organisatie der Universiteiten en nu ook was weder 
van Mons een der eerst benoemde professoren, daar hem 
het hoogleeraarambt in de schei- en landhuishoukunde te Leu- 
ven werd opgedragen. Deze benoeming had echter voor hem 
zijne moeijeljjke zijde, daar zij hem verpligtte, om zijne boom- 
kweekerijen , waaraan hij zoo vele jaren onvermoeid gearbeid 
had, en die thans uit 80000 hoornen, meestal door hem uit 
zaad gekweekte pereboomen bestond , aan de zorg van anderen 
over te laten; en ook had hij waarschijnlijk hiertoe nimmer 
besloten, zoo niet b\jna terzelfder tijd twee hem zeer dieptref- 
fende sterfgevallen hem zijn verblijf te Brussel allertreurigst ge- 
maakt hadden , de dood zijner echtgenoote en van zijn jongsten 
zoon. Eerst was hij gehuwd geweest met jufvr. Coekelberg, 
die hij echter spoedig met eene eenige dochter uit dit huwe- 
lijk gesproten , door den dood moest verliezen , en zich in 
1795 met jufvr. D lellen op nieuw in het huwelijk begeven 
hebbende, stierf ook deze in 1815, even nadat hij de jongste 
sijner vier zonen uit dit laatste huwelijk verwekt, had zien 
ten grave dalen. 

Mogten nu deze verliezen hem zyn vertrek naar Leuven 



Digitized by VjOOQIC 



988 

dragelijk gemaakt hebben, zgne nieuwe betrekking aldaar gaf 
hem ook een voldoende afleiding om zich niet geheel, zoo als 
anders welligt het geval zou zijn geweest, aan zgn verdriet 
over te geven, terwijl ook de nabgheid van Leuven en Brus- 
sel hem veroorloofde, om zijne bc^heden met de zorg voor 
zijne geliefkoosde boomen , ten minste gedeeltelijk , te vereeni- 
gen. Maar in 1817 ondervond hij andermaal een geweldigen 
schok , daar hij genoodzaakt werd den grond zijner boomkwee* 
kerij ter verfraaiing der stad, bet bouwen van huizen en het 
aanleggen van straten af te staan. Wel nam hij zich nu voor, 
haar geheel naar Leuven over te brengen, doch, toen men 
hem gelastte, dat alles binnen twee maanden moest zijn opge- 
ruimd of dat het anders verbrand zou worden, was de tijd, 
die bovendien in de winter intiel, hiertoe veel te kort, te 
meer, daar onze geleerde slechts een gedeelte van den Zatur- 
dag met den Zondag ter zijner beschikking had om zich naar 
Brussel te begeven. Deze tijd liet hem dus niets anders toe 
dan om de kostbaarste boomen aan te teekenen en beschik- 
king te maken aangaande de overige; naauwelijks kon hij ^^ 
gedeelte redden van hetgeen hij b^at, en nog bestond dit ^\ 
hoofdzakelijk uit entloten; het overige werd verkocht of weg- 
gegeven. 

Van Mons huurde nu te Leuven een stuk grond van de 
stedelijke regering, bragt hierin de overbl^Tselen zijner kwee- 
kery over en zettede op nieuw zijne zaaijingen en kweekingen 
met allen ijver voort; maar juist toen h^ bij den toenemende 
bloei dezer nieuwe inrigting het vroeger geledene verlies begon 
te vergeten, werden op eenmaal al zijne vooruitzigten voor de 
toekomst vernietigd, en aan het weinige levensgeluk dat hem 
nog overig was, een doodelijke slag toegebragt. Het was na- 
melijk bij de oproerige beweging van 1831 dat zijne toenma- 
lige kweekerij door de ingenieurs als de geschlkste plaats werd 
uitgekozen tot het aanleggen eener militaire broodbakkerij, en 
onverwijld werd een groot gedeelte der boomen w^rgehakt en 
de vruchten der overige aan den moedwil der voorbijgangers prijs 
gegeven. Intusschen verloor van Mons ook hierbij nog niet 
allen moed: hij huurde twee andere stukken gronds, om zyn 
jeugdig plantsoen van de 1^^, 8*^ en 9^* achtereenvolgende 
voortteelingen te herenten. Maar nog had de vervolging geen 
einde: in 1833 werd op nieuw de boomkweekerij van van 
Mons als de eeuige geschikte plaats tot aanlegging van eone 
gasfabrijk opgegeven , en ... . thans was haar einde daar. 

Ondertusschen zette van Mons zijne wetenschappelijke stu- 
diën onafgebroken voort. Keeds in hetzelfde jaar, toen zijne 
eerste boomkweekerij gesloopt werd, ondernam hij met de 
heeren Bory de St. Vincent en Drapiez de ixxJaotie der 
AtmaUê générales des seienoes physiques , in welke door hem 
een menigte stukken geplaatst zijn vooral ook over de cultuur 



Digitized by VjOOQIC 



989 

der Trachten, met by voeging van de afbeelding der nieuwe 
variëteiten, welke hij bad verkregen. Toen hij in 1828, door 
eene ernstige wonde aan het been het bed moest houden, 
maakte hij van deze rust gebruik tot de zamenstelling en uit- 
gave van eenen catalogus van vruchten, in welken ongeveer 
8000 variëteiten voorkomen, en gaf hij tevens het hoofdbe- 
ginsel zijner theorie, met vele zijner handelwijzen van cultuur 
en zijne wijze van verzending in het licht. 

Na de ophelfing der hoogeschool te Leuven ontving van 
M o n s zijne aanstelling als hoogleeraar te Gend , waarvoor hij 
echter bedankte. Bij verkreeg zyn emeritaat en pensioen en 
werd kort daarna tot ridder van den Ned. Leeuw benoemd. 
Li 1837 verloor van Mons den tweeden zyner zonen, en 
de smart hem hierdoor veroorzaakt, deed hem zyne overige 
dagen in afzondering doorbrengen, doch hi|j verwaarloosde zij- 
ne studiën niet en tot het laatst van z\jn leven hield hij er 
zich onafgebroken mede bezig. Een maand voor zijn dood 
keerde hij naar Brussel terug, doch een onweerstaanbare zucht 
dreef hem weder naar Leuven, waar hij 8 Sept. 1842, in 
zqn studeervertrek door den dood werd overvallen. 

H^ had een werkzaam deel aan de zamenstelling der Fhar» 
wucopoea Bdgioa en werd later lid der Belgische Commissie 
ter zamenstelüng eener Fhamuusopée nationale. In 1821 ver- 
scheen zijn Maieriei medicopkarmaoeuticae eompendiimf in 
1821 — 1822 de tweede uitgaaf van zijne Pharmaeopée manuelle^ 
in 1800 in het licht verschenen met den titel van Fharmacopée 
uiueüe, tkéorique et pracHque. Deze Pharwacopie mamtelle^ 
vond diadelijk een zoo groeten bijval dat de eerste oplage van 
10000 exemplaren na weinige maanden werd uitverkocht, en 
zg in de Hoogduitsche taal tot driemaal werd herdrukt. Ook 
van de laatste uitgave van dit werk , de Pharmaeopée nmvereeüe 
waren in 1842 geen exemplaren meer in den handel te ver- 
krijgen. In 1817 leverde van Mons eene Eransche vertaling 
der Pharmacopoea medici praeiici imivenaUe etc. van Swe- 
diaur, en verrijkte haar met eene menigte aanteekeningen 
en bijvo^sels. 

Wat zijne beoefening der Natuurkunde betreft, zoo hield hij 
zich in het bijzonder met de leer der electriciteit bezig. 

Als voorstander van het gevoelen van Franklin zoo ver- 
dedigde h^* het in zijne Prindpes d'üeotricité ou confirmaüon 
de la theorie électrique de FrankUn 1802, ten aanzien van 
welk geschrift Liebig getuigde, dat hij er niet alleen de 
theorie van Franklin in verdedigde, maar ook het gevoelen 
van hen, die de aanwezigheid van twee elektrieke vloeistoffen 
aannamen, met krachtige wapenen bestreed. Ook over het 
onweder en de uitwerkselen, die het bij menschen en dieren 
kan voortbrengen, vinden wij van hem eene verhandeling in 
de Actee de la Soeiéié de médieine de Bruxelleê^ terw\jl zqne 



Digitized by VjOOQIC 



990 

Mémoire êur les trouiÏÏarJê de différenteê fuUwreè vele optner- 
kingwaardige zaleen bevat. Vroeger maakten wij reeds meldiDg 
van de Armales génércdea d^s scienceê phyaiques door van 
Mons met Bory de St. Vincent en Drapiez in het 
licht gegeven. 

Vooral als scheikundige had van Mons grooten roem. 
Weldra was hij in den geest van Lavoisier doorgedrongen 
en nam niet slechts een werkzaam deel &an de verspreiding van 
het stelsel van dezen grooten man, maar trad ook opentlijk 
als zijn verdediger en wederlegger van de gevoelens der tegen- 
standers op, zoo als, onder anderen blijken kan uit zijne: 
Ohèervationa nouveües sur la préiendue propriété du gaz azote 
d'entreletdr la comlmsHon, Hij was de eerste die in djne aan- 
teekeningen op de fhüosophiê Chimique Van Fourcroy, in 
1784, de identiteit van het licht en de warmtestof heeft op- 
gegeven, een gevoelen, later ook op de etectrieke en magne- 
tische stof door hem toegepast. Hierbij droeg hij eene nieuwe 
zienswijze voor aangaande den invloed , welken het licht op de 
planten uitoefent. Veel heeft hij ook geschreven over de 
voortbrenging van warmte, over den eigenlijken aard der 
warmtestof en over haren invloed op de eigenschap der lig- 
chamen; voor dien tijd geheel nieuwe, en belangrijke gezigfs- 
punten treffen wij aan in zijne Theorie de la Combuaiion 1802, 
vooral in zijn Lettre a Bucholz sur la formation des mééaux 
en général et en particulier de ceux dé Daoy , ou esaai de ré- 
formation générale de la theorie chimique 1810, tÊn aanzien 
van welke hij een brief van BerZelius ontving die door 
Meylink in zgne verhandeling over van Mons is op- 
genomen. 

Van zgn jeugd af legde van Mons zich op de boomkwee- 
kerij toe, en reeds op zijn 22*'^ jaar ontwierp hij de gronden 
eener hoogst merkwaardige theorie, medegedeeld in VHortiaU- 
teur Beige, T. II. p. 203, en waarvan Poiteau getuigt dat 
zij een der geleerdste en meest nuttige ontdekkingen is , welke 
het genie in de laatste helft der 18* eeuw heeft aan het licht 
gebragt. Later leverde van Mons nog menige belangrijke 
verhandeling in de Sociéié de Médicinè te Brussd. In de 
Annalea de phyaique générale heeft hij eene beschrijving van 
de voornaamste variëteiten zijner vruchten medededeeld, in 1823 
vervaardigde hij zijnen Catalogus, en in 1885 schreef hij het 
zoo beTangrijk werk: Arbree fndtiers et leur óulture. 

Behalve de genoemde werken heeft tncn Van hem: 

Sur les troiê noudeaux corpi chimiqueè , les metalloJlêLores , 
Piodine et Vhuüe détomumie de Bulong. 

Principes élémentaires de chmie philosopkiques , atfêe des 
appUcations générales de la doctrine des proportions déténtd' 
nées 1818. 

AMgé de Ckimiê^ d Pusage des legons 1881—1885. 



Digitized by VjOOQIC 



991 

Esacd sur les principes de la theorie aniiphloffistique 1795. 

Conspectus mixtumum Ckemicarum^ 1827. 

Préface el addUions aux éléments de pAüosöpMe cAimque 
de DÓDy 1813—1816. 

Fails et vues délachés en rapport aoec Ie différend sur eer- 
tams points de theorie chimique^ dont la discussion rient d^étre 
entamée dans V Academie des sciences de France. 

Vele stukken in het Journal de CHmie et de Physique en 
m de Mémoires de ? Academie de BruxeHes, o. a.: 

Mémoires sur la reduction des alcaUs en metal^ T. III. 
1823. 

Mimoire sur quelques erreurs concemant la nature du chlorey 
et sur plusieurs nouvelles propriétés de Vadde muriatigue^ T. 
ni. 1823. 

Mémoire sur nne particularité dans ïa matahre dont se font 
les combinaisons par Ie pyrophore^ T. YL 1835. 

Memoire sur Veffaeité des métaux compactes et poHs dans la 
construction des pyrosphores , T. X. 1835. 

Acidum Azoto-Caróonicum, in Schei-, Artsenymeng, en Na- 
tmtrk. Bibliotheek, door B. Meylink, 1830, D. IX. N*. 6 
bl 291. 

Nieuwe bereiding van het Acidum Chromicum. Aid. 1828, 
D. V. N*. 3 bl. 139. 

Over het Acidum Crotonicum. Aid. 1861, D. UI. N^ 3 
bl. 128. 

Bereiding van het Acidum hydriödicum* Aid. 1828, D. V. 
N». 3 bl. 135. 

Bereiding van het vloeibare Acidum hgdroeyanicum, Aid. 
1828, D. V. N«. 2 bl. 138. 

Iets betrekkel^k het Acidum lacHcum. Aid. 1835, D. XVT. 
N«. 7 bl. 13. 

Acidum melMcum. Aid. 1834, D. XVH. N^ 4 bl. 200. 

Over de theorie van den Aether. Aid. 1829, D. VIIl. N^ 
8 bl 121. 

Iets over de Aether^s. Medegedeeld door B. Meylink. Aid. 
1820, D. Vn. N». 6 bl. 256. 

Iets over deAether^s. Nieuwe enz. 1838, D. lU. Janij bl. 82. 

Nog iets over de Aethervorming. Aid. 1835 , D. L October 
bL 126. 

Beügens voor Alcalien en zuren in Schei* en Artsenijmeng. 
Aid. 1831, D. XI. N«. 1 bl. 21. 

Iets over de verbinding, welke de beide ólaauwstqfzuren : ad' 
dtm cganicum en acidum ftUminicum met water aangaan ^ in 
Nieuwe Schei- Artsen^werk en Natuurk. Bibliotheek 1839, D. 
in. Haart bl. 181. 

Over den staat der organische alcalien in de Kina soorten. 
Aid. 1827, D. IV. N«. 2 bl. 71. 

Nieuwe alcaloide in de overblijvende loog na de aifstallisatie 



Digitized by VjOOQIC 



992 

der Quinine. Medegedeeld door B. Me y link. Aid. 1829, 
D. Vin. N*. 2 bl. 67. 

Over het gebruik van den Alcohol^ als een preeervatief bij 
overgehaalde wateren. Aid. 1827 , D. IV. N». 2 bl. 67. 

IFerhing van den Jlcohol op azijnztmr lood. Aid. 183S, 
D. Xin. N*. 10 bl. 204. 

Ontdekking van eenen nieuwen Alcohol en eenen nieuwen aether , 
in N. Schei' enz. 1836, D* I. Junij bl. 304. 

Alcohol bij de gesting van brood-deeg verkregen^ in Schei" 
enz. 1827 , D. DL N». 5 bl. 260. 

Over de onderlinge werking van Alcoholdamp en Zwaveldamp 
op elkander. Aid. 1830, D. X. N^ 10 bl. 190. 

Over de bereiding der aUheïne. Aid. 1827, D. III. N^ 5 
bl. 241. 

Ontdekking van valschen atuin, N. Schei' enz. 1836, D. L 
Jan^ bl. 308. 

Jlttinaarde-metaal in Scheik. enz. 1827, D. IV. N^ 3 
bl 130. 

Bereiding en eigenschappen van het Aluminuan. Aid. 1828, 
D. V. N*. 1 bl 5. 

Iets over de zoogenaamde amiden. Aid. 1833, D. XVI. N^ 
7 bl. 51. 

Bif zondere werking van de zoutzure ammonia op de azijn- 
zure soda. Aid. 1838, D. IX. N*. 1 bl. 5. 

Iets betrekkeUjk het appelzuur. Aid. 1834, D. VIL N^ 6 
bl. 304. 

Over het agua phagadenica. Aid. 1827, D. IV. N^ 3 
bl. 231. 

Eenige scheikundige bijdragen nopens argglla, hgdrargyrum, 
lapis infemaUs^ manos ammoniae et murias hydrargyri. Aid. 
1831, D. Xn. N*. 8 bl. 69. 

JBen merkwaardig verschijnsel betrekkeUjk het arsenik'zuur. 
Aid. 1838, D. XV. N*. 3 bl. 148. 

Bereiding van een zeer sterke azijn. Aid. 1826, D. II. 
N*. 4 bL 233. 

Iets over den in ^S uren bereiden azijn. Aid. 1832, D. 
Xm. N». 4 bL 1. 

Over de werking van de zoutstof bij eene door zwaveligzuHr 
belette azijngesting. Medegedeeld door B. Meylink. Aid. 
1829 , D. Vin. N*. 2 bL 64. 

Over Dobbereiner^s azijnlamp. Aid. 1827, N^ 3 bL 262. 

Bereiding van het azijnzuur-ammoniak. -Aid. 1827, D. III. 
N*. 5. bL 262. 

Zeer geschikt middel om het onzijdig az^'nzuur lood van het 
onder-azijnzuur lood te herkennen. Aid. 1827, D. IIL N*. 5 
bL 238. 

Azijnzuur lood voor een zesde met zuur verzadigd. Aid. 1828 , 
D. V. ju: 1 bL 11. 



Digitized by VjOOQIC 



998 

Over het azijnzuur lood en lood-oxyde. Medegedeeld door 
B. Meylink. Aid. 1829, D. VUL N». 2 bl. 75. 

Bereiding van den baUammm opodeïdoch, Aid. 1827, D. III. 
N*. 3 bl. 244. 

Bereiding van eenen doorfickijnenden balaamum opodeïdoch , 
velke b^na ongekleurd is, en door ouderdom niet troebel wordt. 
Aid. 1828, D. V. N». 1 bl. 1. 

lete betrekkelijk het benzoëzuur. Aid. 1834, D. XVII. N^ 
6 bl. 305. N. Scheik, enz. 1835, D. I. October bl. 122. 

Bereiding van een salpeter-zuur bismuth, hetwelk een aan- 
zienlijk praecipitaat levert. Aid. 1832, D. XIII. N«. 5 bl. 243. 

Bi-sulphuretum ferri en bi-sulphuretum stanni, Aid. 1834, 
D. XVII. N*. 5 bl. 255. 

Bt-sur-sulphas sodae. Aid. 18S2, D. XIII. N^. 5 hl. 246. 

Over de bleeking van het was door de zoutstof. Aid. 1827, 
D. m. N*. 5 bl. 255. 

Over de voorttcelinq der bloedzuigers. Aid. 1827, D. IV. 
N«. 2 bl. 70. 

Middel om gezogen hebbende bloedzuigers van derzelver bloed 
te ontlasten en ten gebruik weder geschikt te maken. Aid. 1328 , 
D. V. N». 1 bl. 21. 

Over den borax als een huid blank moleend middel. Aid. 
1827, D. IIÏ. N«. 5 bl. 252. 

Variëteit van den borax. Aid. 1828, D- V. N«. 1 bl. 19. 

Iets over het borax-zuur. Aid. 1834, D. XVIL N*. 3 
bl. 142. 

Over de werking van den brandewijn op den azijn. Medege- 
deeld door B. Meylink. 1829, D. VIII. N^ 2 bl. 61. 

Over het bromium, zonder aether. Aid. 1827, D. IV. N®. 2 
bl 64. 

Middel om al het bromium uit de zout loog te verkrijgen. 
Aid. 1826, D. III. N*. 2 bl. 59. 

Over de vooronderstelde gelijktijdige verbinding van het bro* 
mium met het indo-chlorium. Aid. 1826, D. III. N*. 2 bl. 64. 
Iets over de ontleding van met bromium bezwangerden aether 
door kalk o/ bitteraarde. Aid. 1828, D. V. N». 5 bl. 242. 

Over de bijtendmaking der potnsch. Aid. 1826 , D. III. N*. 
1 bl. 466. 

Over de aanwezigheid van olie in den bast en den wortel 
van den calamus aromaticus. Aid. 1827 , D. III. N^ 5 bl. 259. 
Over, door deszelfs vlugheid zeer merkwaardig chlomretum 
manganesium. Aid. 1827, D. IV. N^ 5 bl. 241. 

Bereiding van cinnaber langs den natten weg. Aid. 1833, 
D. XVI. N». 7 bl. 16. 

Beschrijving van eenen colorimeter en ïioe men denzelcen ge' 
hntiken moet.* AM. 1828. D. V. N». 3 bl. 149. 

Bereiding en uitwerkselen van de conine, Aid. 1828, I). V. 
N». 3 bl 144. 

63 



Digitized by VjOOQIC 



»94 

Ontdekking van een nieuw alcaloide (cijnapin), Atd. 1827, 
D. IV. N^ 3 bl. 135. 

Over de Vyodine. Aid. 1828, D. V. N*. I bl. 16. 

Nieuw voorschrift ter bereiding van het detUoxydumhariu 
Aid. 1827, D. IV. N». 5 bl. 246. 

VoordeeUye bereiding van het donderzilcer. Aid. 1827, D. 
IV. N». 2 bl. 62. 

Over de dracine. Aid. 1828, D. V. N*. l bl. 16. 

£en blaauw gekleurd vocht ^ zich ontlastende nit de wonden ^ 
veroorzaakt door empL cantharid, Aid. 1832, D. XIIÏ. N*. 1 
bl. 4. 

Over de gallas chinici. Aid. 1828, D. V. N*. I W. H. 

Nieuw voorschrift ter bereiding van het galnotenzuur, Aid, 
1827, D. IV. N^ 5 bl. 251. 

Gas'carbmico'sulphuratum. Aid. 1827 , D. ÏV. N*. 3 bl. 129. 

Aanmerkingen over de verschijnselen van het gatvamsmus of 
de dierlijke electricileit ^ in Nieuwe ScheiL Biól,, 180t), D. 
III. bl. 31, 

Over de werking van goud op zilver^ in Ferh. d. Maats. v. 
H Nut van 't Alg., 1838, 0. XVI. N*. 10 bl. 205. 

Goud-zouten, in Scheik. enz., 1830. D. IX. N*. 6 bl. 393. 

Zuivering van den honing. Aid. 1827 , D. lY. N*. 3 bl. 129. 

Iets over de vorming van den hout'aztfn. Aid. 1630, D. X. 
N^ 11 bl. 241. 

Over het hydraat van carbonato*snb''carbonas ammamae. Aid. 
1834, D. XVII. N«- 1 bl. 2. 

Bereiding van de hydriödas potassae. Aid. 1828, O. V, 
N«. 1 bl. 2. 

Bereiding van hydrogenium sulpharatum, hetwelk niet tot 
het minste vrij waterstof bevat. Aid. 1827, D. UI. N'. 6 
bl. 299. 

Over het hypo-sulphis zinci. Medegedeeld door B. Mey- 
link. Aid. 1829. D. V. N«. 1 bl. 8. 

Middel om de blaauwe kleurstof te bepalen , welke de in den 
handel voorkomende indigo bezit. Aid. 1827, D. IV. N*. 5 
bl. 243. 

Over de werking van het iödium op het aeidum Jlno-soleoieum, 
Aid. 1828, D. V. N». 3 bl. 183. 

löduretum arserdci. Aid. 1828, D. V. N*. 3 bl. 137. 

löduretum hydrargyri natiwm, in Amerika gevonden, AW. 
1828, D. V. N«. 1 bl 11. 

Over het geel iöduretum potassii te ontkleuren, Aid. 1827, 
D. IV. N«. 3 bl. 130. 

Iets over de bereiding van het poeder van James, Aid. 1832, 
D. XIII. N*. 1 bl. 5. 

Scheikundige waarnemingen bevattende: een scheikundig onder- 
zoek van jenever; over de werking van zuurstof op indigo; 
bereiding van oUemakend gas; de werking van kool op eene 



Digitized by VjOOQIC 



995 

oploêsing van potaaeh en oHjmuur; over kermes minerale en 
hvikzair. Aid. 1832, D. XUI. N». 4 bl. 181. 

Over de werinng van den over-pkoephoreuren kalk op rood 
koper. Aid. 1835 , D. XV. N«. 3 bl. 147. 

Waameomg omtrent de verbinding van overmmrden zoutzuren 
kalk, met phosphorzure ammoniak. Aid. 1836, B. U. N^ 4 
bl. 231. 

Over de bereiding van den zoutstofhoudenden kalk en zoui* 
atofioudende soda. Aid. 1827, D. III. N^ 5. bl. 271. 

Iets over het zwavelzuur-kalk-kgdraat , in AT. Scheik. enz.^ 
1837 , D. II. Maart bl. 123. 

Over de kamferoUe, in Sckeik. enz., 1881, D. XI. N^ 5. 

Eenige sckeikundige bijdragen over kamfer-olie , over de 
verandering van zuri$igzure aether en mieren- aether , over twee 
nieuwe pyropkori enz. Aid. 1833 , D. XY. N^ 5 bl. 249. 

Over de aanwezigheid der kelpêto/ in levende dieren. Aid. 

1827, D. m. N^ 6 bL 254. 

Over eene nieuwe verbinding der kelpeiof. Aid. 1826, D. 
n, N*. 6 bl. 319. 
Over eenen nieuwen verzuringsgraad van de keïpetof. Aid. 

1828, D. V. N«. 3 W. 130. 

Iets met betrekking der ontleding van het keJpséo/houdend 
potaschHnetacd , door zwavelzuuT'koper oxyde. Aid. 1828, D. 
V. N«. 5 bl. 248. 

Over een ontkleurd kelpstof-iinctuur. Aid. 1831. D. XI. 
N*. 1 bl. 20. 

IHs over de bereiding der kermes minerale. Aid. 1884, 
D. xvn, N*. 3. 

Over de kermes-minerale. Aid. 1880, D. IV. W^. 4 bl. 
167; 1881, D. XI. N«. 8 bl. 119, N^ 5 W. 245; 1832, 
D. Xm. N*. 5. bL 241; 1834, D. XVU. N». 4 bl. 197; 
N. Scheik. enz., 1838, D. IIL Junij bl. 80. 

Nog iets over de bereiding van hei koolstojoxyde. Aki. 1888, 
D. XV. N^ 4 bl. 198. . 

Over de vloeibaarmaking van het koolstofzuurgas. Aki. 1834, 
D. XVm. N». 7 bl. 8. 

leis over het zwavelzuur koper. Aid. 1884, D. XVIL N*. 
8 bl. 145. 

Eenige belangrifke waarnemingen betrekkelijk den invloed der 
koude op versóhillende bereidingen. Aid. 1830, D. IX. N<>. 2 
bl. 93. 

leis over den aard der in zeer ouden wifn gevondene kristal* 
lm. Aid. 1830, D. X. N». 7 bl. 4. 

Middel om de in water moeijelifk oplosbaar zijnde Ugehamen 
ie kristalliseren. Aid. 1827, D. III. N«. 5 bl. 261. 

Me over de kunst-kamfer. Aid. 1830, D. IX. N^ 2 bl. 100. 

Over de werking ven het kwik op het arsenik'metaal. Aid. 
1881 , D. Xn. N». 9 bl. 123. 

63* 



Digitized by N^OOQ IC 



996 

Over dê bevriezing van het kwik. Aid. 1827, D. IV. N^ 3 
bl. 128. 

leU over het zoutzuurkwik ^ in Scheik, enz.^ 1835, D. L 
October bl. 124. 

Bereiding van het zwavelzuur kwikoxyde^ in Seheik, enz,^ 
1832, D. Xni. N«. 5 bl. 244. 

Vorming van de kwik salpeter en ktmferaêther , in N, Seheik. 
enz., 1837, D. IL Maart bl. 122. 

Bereiding van het lactucarium^ in Seheik. enz., 1828, D. V. 
N«. 3 bl. 145. 

Bereiding van een laudanum liquidum zonder noacotine. Aid. 
1827, D. IV. N\ 5 bl. 250. 

£en nieuw scheikundig zamengesteld ligchaam. Aid. 1826, 
D. II. N». 6 bl. 322. 

Iets over den aard der georganiseerde Ugchamen. Aid. 1830, 
D. X. N*. 10 bl. 183. 

Iets aangaande de hggrometische werking van eenige platU' 
aardige Ugchamen en van de dierlijke blaas. Aid. 1831, D. 
XI. N«. 5 bl. 239. 

. Over de nederploffing van het lood door zwavelzuur en zwa» 
velzure zouten , en de oplosbaarheid van het zwavelzure lood bij 
eenige Ugchamen. Aid. 1828, D. V. N*. 1 bl. 15. 

Over de werking, welke het water bij de bereiding der lood- 
pleister uitorfent. Aid. 1823, D. U. N*. 4 bl. 231. 

Over de luchtèteen, in N. Seheik. enz.\ 1835, D. I. Octo- 
ber bl. 123. 

Bereiding van het manganesas potassae, in Seheik. enz»^ 

1835, D. XVI. N». 7 bl. 15. 

Bereiding van het meconas argenti, 'm N. Seheik. enz.^ 

1836, D. I. Junij bl. 309. 

Iets over het mecomiumzuur , in Seheik. enz. 1834, D. 
XVII. N*. 3 bl. 146. 

OemakkeUjke bereiding van het meooniumzuur , en middel 
om een zeer kleine hoeveelheid heulsap te ontdekken. AJd. 1827 , 
D. IV. N». 6 bl. 269. 

Iets betrekkelijk het mercurius praecipitatus albus. Aid. 1830, 
D. IX, N». 6 bl, 287. 

Ontdekking van drie nieuwe metalen in de platina van hei 
UraUgebergte. Aid. 1827, D. IV. N». 8 bl. 135. 

Iets over eenige mierenzure zouten. Aid. 1830, D. IX. 
N». 7 bl. 9. 

Iets aangaande de bereiding van den murias hydrarggro^am' 
moniacale. Aid. 1844, D. XVII. N*. 3 bl. 144. 

Over eene nieuwe verbinding der naphiaUne. Aid. 1828, D. 
IL N*. 6 bl. 321. 

Zeer geschikt kenteeken om de narcotine van de morphine te 
onderscheiden. Aid. 1828, D. V. N^ bl. 20. 

üenige eigenaardige bijzonderheden , betrekkelijk verschillende 



Digitized by VjOOQIC 



997 

ioorUn van nevel ^ uU het Fr. door B. Meylink. Zuiphen 
1830, 8*. 

Over de geüjkHjdige bereiding van de nitraa strychnine en 
de mtras órucine, in ScAeik. em., 1828, D. V. N*. 1 bl. 12. 

Over het oleum êinapi. Aid. 1833, D. VI. N». 10 bl.201. 

letê betrekkelijk de verbranding van het oliemakend gas, 
Aid. 1130, D. X. N*. 8. bl. 63. 

Over de opperhuid {epiderme) van den berkenboom^ en over 
het gebruik dat van dezelve kan gemaakt worden. Aid. 1828, 
D. V. N*. 1 bl. 21. 

Bereiding van een volkomen zuiver oxydum nnci. Aid. 1827 , 
D. UI. N«. 5 bl. 246. 

Bijzondere kristallisatie van de platina. Aid. 1834, D. IX. 
N*. 6 bl. 298. 

lete betreffende de phosphor. Aid. 1831 , D. IX. N*. 1 bl. 6. 

lete over de herstelling van den phosphor uit den dubbel 
over-phosphorzuren kalk (bi-sw'phosphate de chaux), Aid. 1830, 
B. X. N». 7 bl 1. 

Iets over het brandig phosphorzunr. Aid. 1830, D. X. N^ 
10 bl. 185. 

Middel om planten , welke , doordien ei; te lang uit den grond 
zifn geweest verflensd zijn, weder flrisch te maken* Aid. 1828, 
D. V. N«. 1 bl. 25. 

Ontploffende platina. Aid. 1830, D. IV. N^ 6 bl. 295. 

Nog iets over het gebruik dat Dobbereiner van het platina 
maakt. Aid. 1827, D. III. N^ 3 bl. 126. 

Over het smeedbaar maken van platina. Medegedeeld door 
B. Meylink. Aid. 1829, Ü. VII. N«. 5 bl. 253. 

Platina-spons. Aid. 1827, D. III. N». 3 bl. 127. 

Over een bijzondere soort van zwavelzure potasch. Aid. 
1828, D. V. N». I hl. 9. 

Verbeterd voorschrift ter bereiding van het potasch metaal. 
Aid. 1827, I). m. N». 5 bl. 259. 

Purper van Cassius. Aid. 1833, D. XVI. N^ 7. 

Iets over den pyrophorus. Medegedeeld door B. Meylink. 
.\ld. 1829, D. VIL N». 6 bl. 199. 

Een nieuw pyrophoor ^ zonder vuur bereid. Aid. 1830, D. 
IX. N». 6 bl. 292. 

Middel om ie bepalen hoeveel guinine verschillende kinasoor' 
ten bevatten en gemakkelijke wijze om kinazure guinine en cin- 
chimne zouten te verkiijgen. Aid. 1827, ü. IV. N^ 2 bl. 73. 

Iets over de kleursverandering van den rabarber, door ver- 
menging met kreeftsoogen, Aid. 1830, D. X N''. 7 bl. 13. 

Verhandeling over het rhus radicans. Naar het Fransch, in 
Nieuwe VaderL Bibliotheek van JVetenschap, Kunst en Smaak. 
1802, D. VI. St. 2 bl. 70, 106. 

Roiiekruiddamp werkt niet doodelijk, in N. Scheik. enz., 
1835, D. I. October bl. 125. 



Digitized by VjOOQIC 



998 

Over den waren aard der rottekruid krietaUm , iii Sckeik. 
em., 1826, D. IL W. 6 bl. 817. 

Verandering van de salidne in een nieuwe soort van benzoë' 
radikaal, in N. Sckeik, enz., 1888, D. III. Jimij bl. 78. 

Bereiding der salicine uit salix alba, in Scheik. em.^ 
1834, D. XVII. N». 8 bL 147. 

Nieuwe voorschrift ter bereiding van den salpeterig-aetker, 
Aid. 1827, D. III. N». 5 bl. 266. 

Jfederkeerige werking van het êalpet&rig zuur en het ammo- 
niak. Aid. 1827, D. IV. N«. 3 bl. 126. 

Een zeer gevoelig herkenmiddel voor het ealpeterzmar. Aid. 
1827, D. V. N». 2 bl. 68. 

Iets over het ealpeterzuur y in N. Soheik, enz.^ 1885, D. I. 
April bl. 33, Julij bl. 105. 

Ophierkelifk versekijnael bij de overhaUng eens mengsels van 
salpeterzure potasehy over bruins teen-oxy de en zwavelzuur, in 
Scheik. enz., 1834. D. XVIII. N». 9 bl. 122. 

JFederkeerige werking van de salpeterzure potasch en hel 
zoutzuur ammoniak. Aid. 1827, D. IV. N^. 3 bl. 123. 

Bewaring van zure sappen. Aid. 1827, D. IV. N*. 2 
bl. 63. 

Herstelling van het selenigzuur in selenium, door metalen. 
Aid. 1827 , D. IV. N». 5 bl. 248. 

Nienwe graad van verzuring van het selenium, Aid. 1827, 
Aid. 1827, D. IV. N*. 8 bl. 138. 

Iets aangaande de bereiding van selenium-stikstof. Aid. 1834, 
D. XVn. N«. 6 bl. 308. 

Bereiding van siroop uit aardappelenmeel. Aid. 1834, D. 
XVn. N«. 3 bl. 148. 

Eene nieuwe stof in de inlandsche slaapbollen. Aid. 1827, 
D. IV. N«. 2. bl. 69. 

Over de kristalvormige stof uit den smeerwortel {symphglum 
offidnale). Aid. 1828, D. V, N*. 1 bl. 18. 

Over de bereiding van de onzijdige koolstofzuur soda. Aid. 
1830, D. X. N». 10 bl. 187. 

Voordeelige bereiding van den spiesglans koning , in iV. Scheik. 
enz., 1835, D. I. October bl. 125. 

Bijzonder verschijnsel bij de bereiding van den spiritus nitri 
dulcis. Aid. 1833, D. XVI. N». 7 bl. 14. 

Bereiding van zuivere stikstof. Aid. 1827 , D. IIj. N*. 5 
bl. 243. 

Over eenige stikstofverbindingen. Aid. 1834, D. XVII, 
N«. 1 bl. 4. 

Eene nieuw ontdekte organische stof in den bast des wortels 
•"»« den appel- en peerboom, in N. Scheik. enz., 1835, D. I. 
j bl. 106, October bl. 121. 

liddel ter heldermaking der stropen. Aid. 1827, D. IV. 
2 bl. 71. 



Digitized by VjOOQIC 



999 

letz over kei guó-carbouoê anwumiae. Aid. 1888, D. XV. 
N». 4. bl. 197. 

hu over hei zuioer bijtend etiólimaai, Aid. 1831, D. IX. 
N». 1 bJ. 19. 

Ferandering van suiker zuur in toi^steenzuur ^ in N* ScAeik. 
1837, 1). II. Maart bl. 121. 

Middel om ziek van de zuiverheid der sulphas chimni te 
verzekeren. Aid. 1828, D. V. N®. 3. bl. 144. 

leie over het sulphuretum ammoniae hydroyenatum. Mede- 
gedeeld door B. Meylink. Aid. 1829, D. VIll. N° 2. bl. 66. 
letê over het gekriatalUseerd euper-tartraa aethereum , in AT. 
Scheik. enz., 1836, D. II. 8ept. b). 38. 

SffTupue florum pereicorum^ in Scheik. enz.^ 1827, D. IV. 
N^ 2 bl. 67. 

Bereiding van eympua papaveria alèi e succo dikUo. Aid. 
1827, D. IV. N°. 2 bl. 61 , N°. 3. bl. 121. 

Over de bereiding van de chridale. Aid. 1827, ü. IIL N° 
3 bl. 231. 

Iels over het turbithum minerale. Aid. 1831 , D. XI. N^. 2 
bl. 74. 

Valeriaan aether, in N. Scheik. enz. 1838, D. III. Junij 
bl. 84. 

Over het gasvormig vloeispath-chroniumzuur , in N. Scheik. 
1826, D. II, N^ 4 bl. 127. 

Over de werking van de toarmle op het zink-ovgdet in N. 
Scheik. 1835 , D. I. April bl. 35. 

Iets over het in verdunde lucht bevrozen water y in Scheik. 
1882, D. XIII. N^ 5. bl. 245. 

Over Dobbereiners zuiver waterstof. Aid. 1827, D. III. 
N°. 3 bl. 125. 

Onderzoek der zoete wijn-olie. Aid. 1826, D. II. N^ 6 
bl. 320. 

Raffinering van den willeen-room in Italië. Aid. 1827, 
D. III. N^ 5 bl. 253. 

Jets over het wijnsUenzuur. Aid. 1834, D. XVIII. N°. 8 
bl. 61. 

D^earsteüing van het wijnsteenzure spiesglas. Aid. 1830, 
D. X. N°. 10 bl. 181. 

Nog iets over den vasten staal van het ijs in hel luchtlC' 
dige. Aid. 1833, D. XV. N°. 3 bK 140. * 

Mene nieuwe verbinding van het ijzer mei goud. Medegedeeld 
door B. Meylink. Aid. 1829, D. Vil. N°. 5 bl. 255. 

Scheikundige waarnemingen wegens de verbranding van ijzer, 
Aid. 1832, D. XIII. N°. 2 bl. 71. 

Over de vorming van een bijzonder ijzer zoul. Aid. 1826, 
D. n. N*'. 6 bl. 318. 

Eenvoudige wijze om zetsels te droogen, Aid. 1834, D. 
XVII. N°. 4 bl. 199. 



Digitized by VjOOQIC 



1000 

Over de werking der zink op het acidum su^kurieum abêO' 
lutum. Aid. 1830, D. X. N^. 8 bl. 61. 

Over de werking van het zout, bij de zoogenaamde imouiing 
van verschillende ligchamen. Aid. 1831, D. XI. N°. 1 bl. 17. 
Over een bijzondere soort van zout'oether ^ in N. Scheik, 
1836, T). II. September bl. 86. 

Nieuwe bereidingswijze der zout- aether , in Scheik. enz.., 1833, 
D. XV. N°. 4 bl. 198. 

Over eenige verbindingen van de zoutstof. Aid. 1827, D. 
iri. N^ 3 bl. 119. 

Over de ontleding der onzijdige koolsto/zure zouten door 
gezwaveld water 8 tof gas. Medegedeeld door B. Mey link. Aid. 
1829, D. VII. N^. 5 bl. 258. 

Over de werking der zoutstof op den vloeispaaizuren kalk. 
Medegedeeld door B. Mey link. Aid. 1829, D. VII N^ 2 
bl. 76. 

Over den invloed van de zoutstof op den alcohol. Medege- 
deeld door B. Meylink. Aid. 1829, l). III. N». 2 bl. 76. 
Bereiding van den zoutstof aether^ en eenige opmerkingen 
over de aethers in het algemeen. Aid, 1827, D. IV. N°. 1 
bl. 25. 

Over het zoutstof -hy dr aat. Medegedeeld door B. Meylink, 
Aid. 1829, D. VII. N^ 1 bl. 2, N°. 2 bl. 74. 

Iets betrekkelijk het zoutzuur. Aid. 1830 , D, IX. N^. l bl. 7. 
Bijzondere uitwerkselen ^ welke de minerale zuren ^ onder 
zekere omslandigJieden ^ bij het koper veroorzaken. AJd. 1828, 
ü. V. N^ 3 bl, 143. 

Iets over de vette zuren. Aid. 1834, D. XVII. N^. 4 
bl. 201. 

leU betrekkelijk de zurig-aether. Aid. 1834, D. XVH. N^ 
6 bl. 301. 

Over de oplossing der onder-zoutstofhoudende zwavel in onzij' 
dig zoutsto [houdend en overzoutstofhoudend arsenik, Aid. 1831 , 
D. XI, N°. 1 bl. 15. 

Over het gestold zwaveHgzuur. Medegedeeld door B. Mey- 
link. Aid. 1829, 1). Vn. N°. 1 bl. 1. 

Werking van het zwaveUgzuur-gas op het halfwatervr^ zwa- 
velzuur, in N. Scheik. enz. 1837, D. II. Maart bl. 122. 

Over de werking van het zwavelzuur op den alcohol, in 
Scheik. enz., 1827, D. III. N^ 4 bl. 197. 

Over de verandering die plaats hebben door de werking van 
het zwavelzuur op den alcohol. Aid. 1828, D. V. IT. 3 
bl. 141. 

Over de werking van het zwavelzuur , op een mengsel van 
arsenikoxgde en zoutzure soda. Aid. 1831, D. XII N°. 9 
bl. 121. 

fFatervrij onzijdig zwavelzuur ammoniak. Aid. 1827 , D. III. 
N°. 3. bl. 127. 



Digitized by VjOOQIC 



lOOl 

Zijn zoon Louis Augustus Ferdinand was generaal 
10 Belgische dienst, xijn broeder Theodore een beroemd 
regtsgeieerde. 

Zie B. MeyliDk, Leotnab, van wijlen dm HoogL J. B. Mons, 
door B. MeyUng in Kunst- en Letterb. 1846, D. II. bl. 196, 202, 
D. II. 218; Holtrop, BibL Méd. ac Chir, 232, seqq.; Liebig, 
Eist. philosophique der firogrès de la physique, T. IV. p. 178 ; L. A. J. 
Qn et e Iet, IVotice historique sur S. B. v. M. Bnix. 1843 12®; 
J. S. Stas, Nodce historique sur S. B. v. M. Brnx. 1843 8^ 
Amaaire de VAcad. Royal de Brnx. 1843 p. 177 A. Forteau, 
NoUce nécroL et huistorisq. sur Mr. t. M. Armales de la Société (f 
BorticuU, de Paris T. XXI, p. 282; Le lAvre dor de Vordre de 
Leopold, T. IL p. 356, l'HoriticuUeur Beige T. II. p. 201; Nouo. 
Diss. Génér, 

MONS (Thomas) scbreef: 

Quodlibet magutri Tkomae MorUis medici et aetrologi de 
ngnificationiims coninnctionuM superiorum planeCaritm que erunt 
anno MCCCCC et XXIIII in Februario. Per etmdem ex di- 
vereis auctoritatibus collectum ac responsum in cUma Univer' 
sUaie Louanienei in scolis artium. 

Achteraan : 

Impre^eum eet hoc opuscuium Antverpie in aureo mieeaU per 
Adrianum Bergum Anno Domini 1522 die decima Octobria^ 4^. 

MONSENUS of MENSENUS (Johannbs) werd omtrent 
den aanvang der 16* eeuw te Amsterdam geboren, legde zich 
op de letteren , vervolgens waarschijnlijk te Keulen op de god- 
geleerdheid toe. Hier werd h^ licentiaat in de theologie en 
bragt er het grootste gedeelte van z^n leven door. Zijne 
schriften doen hem als een ijverig voorstander der Hoomsche 
kerkleer kennen. Volgens J ö c h e r was hij hoogleeraar te Douai. 

Hij schreef: 

De loco ab hoc vitd purgatorium oratio Colotuae habita» 
Colon. 1540, 12«. 

Obscurorum aUquot sacrae scripiurae locorum^ per alias ejue- 
dem Divinae scripturae eententiaa clariores luculenta interpre' 
iatio. Colon. 1540, 12^ 

Finitiva scriptie e Canonicie Decisio^ ab Apostolorum vcfdre 
consuetudine , populo sub pemie tantum specimne eacram synta» 
xim eene trUmendam. Colon. 1546, 4^ 

Zie Sweertii, Aih. Belg., bl. 453; Val. Andreas, BibL Belg. 
p, 542; Foppens, BibL Belg,, T. II. p. 907; Pontanus Libr. 
II. C. 28 p.261; Paqnot, Mém. T. I. p. 659; Wagenaar, Anut, 
D. XI. bl. 202; Glasins, GodgeL NederL; Jöcher. 

MONSËSZ. (Dibk), dapper matroos. Toen schipper Koene 
in 1691 , op de kust van Portugal door drie Algerijnsche roo- 



Digitized by VjOOQIC 



1002 

vers werd overvalJen, verdedigde hij zich tot dat hij er 't le- 
ven bij inschoot. Nu nam Dirk Monsesz. , na ook de 
oppertiromerman gedood en de opperstuurman zwaar gekwetst 
waren , *t bevel op zich. Immer gereed om eer in de lucht 
te springen dan zich over te geven, had hij H geluk den 
vijand te doen wijken, na een gevecht van eeri geheelen dag, 
in 't welk de Ate^y^^^n JOÜ m^n verloren. 

Zie Nederl Helderd, ter zee, D. II. bl. 737— 73^; van Wyn op 
Wagenaar, ü. XVI. bl. 62; J. C. de Jonge, NeerL Zeaoez,, 
D. IV o. bl. 292. 

MONSTEK (FftEDEBiK Unico, Baron tan), Luitenant-gene- 
raal in Nedcrlandschen dienst , onderscheidde zich in de Post^ 
oorlog in Vlaanderen. Hij maakte zich onder anderen van 
Orchies meester. 

Zie Bosscha, NederL ffetdend. te iand, D. III. bl. 55, 62. 

MONSTER (Gehard van), een Hollandsch Edolman , trok 
in 1168 met graaf Flor is III t^en de West Friezen te 
velde, doch, met eenige anderen, tegen 's graven zin, vooruit 
gereisd zijnde, vielen zij in Schagen en brandden het plat. 
De Friezen middellerw^I op hunne loer liggende, sneden hun 
den pas naar het gros des legers af, waardoor een fel ge- 
vecht ontstond , in hetwelk onder anderen Gerard van Mon- 
ster sneuvelde. Dit had plaats den 22 Januarij des gezeg- 
den jaars. 

Zie Wagenaar, Vaderl, HisU^ D. III. bl. 261 en 262. 

MONSTRELEÏ (Enguerrand de), in de XV« eeuw te 
Kamerijk, dat toen tot Nederland behoorde, uit e^n adelijk 
geslacht geboren, vervolgde de chronijk van Froisart Öe 
titel van zijn werk is: 

Chronique d^ Enguerrand de MonatreïeL GentUhomme^ jadiê 
demeurant a Cambray en Cambresis, Contenani les crueües guer^ 
res civiles enlre les maisons éPOrleane et de Bourgogne^ Vocca* 
pation de Paris et Normandie par les Anglois. VexpuUion 
d^iceux et autres choees tuemoralfles advenues de eon temps en 
ce royaume et pays élrangers» Histoire de bel exemple et de 
grand fruit aux Frangois, Commencant Van 1400 on Jinit celle 
de Froissart et finissant en Van 1407 peu ouire Ie Gommen- 
cement de celle de Meaeire Phüippe de Comine (titel der uitga- 
ven 1603). Dit werk is eerst uitgegeven te Parijs by Visard 
zonder jaartal; daarna in 1512, 1518, 1572 door Denis 
Sauvage, 1595 en 1603, altyd te Parijs in drie deelen in 
folio, laatstelijk in de Coüection des Ckronigues par J. A. 
Buchon, Paris 1824 et suiv., in welke verzameling Mon- 
strelet even als Froissart 14 deelen beslaat. Ook maakt 



Digitized by VjOOQIC 



loos 

hij een deel ait van het Pwdheon Liéter. Paris 1842. Ofseboon 
blijkens den Utel dit rervolg tot 1467 loopt, \9 echter thans 
bet gevoelen aangenomen dat Monstrelet zelf het slechts tot 
1444 gebragt beeft, en dat bet overige er door eenen andere 
misschien Jacques deClercqis bijgevoegd. Volgens de 
Wind beeft Monstrelet sicb vele moeiten gegeven om 
de gebeurtenissen uaauwkeurig te onderzoeken en was daarorer 
in gestadige briefwisseling met de aanzienlijken van z^nen tijd. 
Hij beeft zijne geschiedenis met vele echte staatsstukken en 
brieven van vorsten verrijkt. De meeste schrijvers prijzen 
zijne waarheidsliefde en goede trouw, doch allen komen over 
een dat h^ eenizins partijdig is over bet huis van Bourgondie. 
Zijn stijl is eenvoudig, maar niet vrij yan langdradigheid. 
Volgens Carpentier overleed bij in 1458 te Kamerijk. 

Zie Bihl Umo,; BibL Biogr.; Bibl. génér.,- Bayle, Diet. Eist, et 
Crit,; Brunet, Manuel du UbrairCy T. II. p. 507; Dacior, Móm. 
de tAcad. dêe Inacript, T. XLUI. p. 560; Carpentier, Hüt, de 
Ccunbray^ T. II. p. 805; Dewez, Nou9. Mém, de t^AcwL de Brux, , 
T. II. p. 5; Val. Andreas, BibL Belg. p. 405; Foppens, Bibl. 
Belg., T. I. p. 264: Jöcher; Adelung, de Wind, BU>L der 
GeichiecL, bl. 70, 518. M. Dmnossan. Précis BiaU sur M. et 
sur ses Chrotdq, Paris 1808; Quiterat, Précis de la PuceUe, T. 
IV. p. 360; AoMv. Biogr, Oenér,; Fabricii BibL Lat. Med,^ T. 
II. p. 304; Offerhusii, Compend. IX, VIII 7 (0); Saxe, Onem. 
T- IL p. 465. 

MONT (PAULUS de) of PaüLus MONTIUS, werd in 1588 
te Douai geboren, ontving het eerste onderwijs in de letteren 
te Kamerijk, onder het opzigt van Christianus Masaeus, 
vervolgens studeerde hij te Leuven en te Parijs, waar Fran- 
ciscus Maugré zijn medeleerling was. Hij werd kanunnik 
en penitentiarius in de cathedrale te Atrecht. Te Douai weer- 
gekeerd, verkreeg hij de post van secretaris dezer stad en ver- 
vulde haar meer dan 40 jaren. Hij overleed den 29 October 
1603 in den ouderdom van 72 jaren. 

Hij gaf in bet Hebt; 

Commenicdres sur Vortdson bominicaley tirez de dioera 
auteurs. Douai. 

La Ouerre ChréHenne, Douai. 

VOrcUoire dee Beügieux et VExerdce des Fertueux; com' 
posé par Don Antonio de Guévarey Religieux de Vordare de S. 
FrangoiSy Evesque de Mindoquido , Prédtcaieur , Chroniqueur ^ 
ei conseüler de FEmpereur Charles cinquiestne: traduict (TEs- 
paiffHol en Frangois par Paul du Mout Douaysien, Douay, 
1576 8^, 1699 12^ 

La ffraud guide des pécheurs pour les acheminer d vertu, 
eomposêe en longue OastMme par Ie B. S. F. Ijogs de Ora- 
nade^ de ford^e de 8. Dommique; en lofuelle est traite fort 



Digitized by VjOOQIC 



1004 

anplemeni des beauiex et grimde» rieAeases de la verlu, el 
ememble du chemin quHl faut euivre pour Vobtenir. Tradtdcle 
dPEapagnol eUs. Douay 1677, 8° Paris 1B7 . l2^ ttevue et 
oorrigée de nouveau. Ibid. 1585» 8^., Lyon 1585, 12^., 
Douay 1594, 12^ 

JJamUomie du Corpe FoUUque comparé au corp» kumain 
pour cognoUtre la source et origine des maladies d*iceluy, que 
nous caufent pour Ie jour d^huy taut de trouble parmy la 
Christienté. Avec Ie vrai et unicque remede pour Ie remettre 
en santé. Livret vragment politique, et eavant tfüutruction 
pour tous Estatz. Le tout traduitê du Latin par etc. Douay 
1581, 12°. 

De la eimplicité de la vie Chrestienne^ compoeé en Latin 
par R, P. F, Hieromme Satanarola^ de Vordre des F. F. 
PrescheurSy et traduict en Frangois par etc. Douay 1586 
(ou environ) in 12°. 

Lunettes Spirituelles pour conduire les femmes religieuses 
au chemin de Perfeclion; traduites du Latin par JJéngs le 
Chartreux par etc. Douai 1587, 12°. 

La verité de la log soubz. le Iriompke de la Croix de Je- 
suS'Christ; livre très^excelleni pour servir de bouclier etd^espée 
cL chascun è Vencontre des kérétiques^ infidèles , et atkéis- 
tes de nostre temps; composé en Latin par reverend père F, 
Hieromme Sacanarola de Vordre des frères précAeurs, pküoso* 
phe ckréstien de rare érudition: depuis traduict en Frangois 
par etc. Douay 1588, 8°. 

La scienee de salut. Traduitê de Denis l? Chartreux. Dooai 
1591 in 12°. 

Le bref Chemin A la vertu^ traduit du méme. Ibid. 1591, 
12». 

La Semaine Chrestienne^ traduitê du Latin de Thierri de 
Herxen. Douai 1582, 12^ 

De l'Imitation de JesusChrist; composé en Latin par F, 
Thomas de Kempis — nauvellement traduit sur Vautograpke 
Latin y escrit de la propre main de V Auteur ^ trouvé au monos- 
tére de S. Martin d Louvain par etc. Donay 1601, 1607 
petit in 12^ 

Le Thrésor sacré . . . de . . . Mare Marville. Douai 1604, 8\ 

Opuscules de S, Dorothée traduit en Franc, par etc. 

Opuscules de Louis de Grénade , trad. en £rang. . . . 

Les confessions de St. Augustin, traduites en Franc. Douay 
1686, 8^ 

Zie Sweertii, Ath. Belg. p. 593; Val. Andreas, BibL Belg. 
p. 717, 828; Basolini, Galio-Flandria, p. 183; Gazei, BibL 
sacréet p. 160: Paqnot, Mém. T. IlI. p. 568 suir. 

MONT (Hans of Jan), vermaard beeldhouwer, te Gent go- 
boren, leerling van Jan de Boiogoe. Op aauschrijving 



Digitized by VjOOQIC 



1005 

van keizer Maximi liaan zond deze Mont en Bartho- 
lomeasSpranger, die te Rome de schilderkunst beoeienden , 
naar Weenen. Beide verlieten Bome in 1575. Hier werd 
hem den last opgedragen modellen van was en potaarde te maken. 
Ook vervaardigde hij voor een groot nieuw gebouw eenige 
beelden in pleister, ter hoogte van omtrent 8 voet. Na den 
dood Tan Maximiliaan in 1576, werd den betaalmeester 
te Eome aangeschreven, vooral zorg te dragen dat de 
schilder en beeldhouwer , die men van Boroe had doen komen , 
niet vertrokken, voor de komst van den nieuwen keizer te 
Weenen, dat men hen wel onthaalde en maandelijks stipt op 
de betaling pastte. Zes maanden later had de blijde inkomst 
te Weenen plaats, en Spranger en Mont maakten, op 
last der stedelijke regering, een groote praalboog, met veel 
levensgroote beelden. Toen Kudolf, die de kunst niet zeer 
was toegedaan, met zijn hof naar Praag ging, vergezelde hem 
Mont, die echter kort daarna zonder verlof van daar vertrok. De 
laatste berigten die men van hem heeft waren dat hij bij den 
Turk en Turksch geworden was. Hij was een vriend van v a n 
Man der, die hem zeer prees. 

Zie van Mander, Immerseel, Kramm. 

MONT (Gillis de of du) , te Antwerpen geboren , zette in 
het midden der XVII* eeuw zyne studiën te Bome voort. Hij 
was daar in 1674 en had den bentnaam van #Brybergh." 

Zie Honbraken, Leo. d. Schilders, D. H. bl. lOl, D. III. 
bL 850. 

MONTAONA (Binaldo de), door den abt Lanzi een 
Hollander genoemd, leefde in Italië. Vele zijner kunststukken 
zijn voor het werk van Terapesta aangezien en ei* voor ver- 
kocht Montagna had echter meer ruimte in de luchten 
en was somberder in de wijze der werking van het water. De 
algemeene Zondvloed, in 1668 te Bergamo in de St. Maria 
Maggi ore kerk geplaatst, wordt voor zijn werk gehouden. 
Kramm oordeelt dat hij dezelfde is met Binaldo della 
Montagno, van wien Malvasie getuigde, dat hij bij 
Guido om zijne zeestukken, zeer in achting was. 

Zie Kramm. 

MONTAGNE (C). Van dezen vind ik vermeld: 
Sermoen op den H. Bomfaeiu9^ 1691. 

MONTAGNE (M). ZiePLATTENBEBG(MATTHEU9 van). 

MONTANUS (Paülüs), van den BEBCHE, van den 
BEBGHë, werd den 14 Ang. 1530 uit een deftig geslacht 
te Utrecht geboren, studeerde te Leuveu en Angers in de 
regtsgeleerdheid , en verkreeg in de laatstgemelde plaats , 9 Julij 
1550, het meesterschap in de regten. 



Digitized by VjOOQIC 



1006 

Te Utrecht wedergekeerd bekleedde hij aldaar de post Tan 
advocaat bij den profiiMiaien raad, en het bissehoppelijk hof. 
Kort daarop werd hij assessor van dea ofiieÏBal van het bisdom. 
Philips II benoemde hem in 1561 tot lid van den raad, 
welk ambt hij bekleedde tot in 1&80, toen de staten bet 
juk afschudden. Montanns verzette er xich tegen, werd 
den 1 SepiL van dit jaar van zijn post verUten en leelde sedert 
in afkondering en gaf adviesen aan hen^ die ze van hem 
begeerden. U^ orerieed den laatsten September 1587 in den 
aaderdom Tan 57 jarem Een zijner zonen Dan iel, werd 
heer van Luoeabarg , dat hem aankwam door zijne vrouw 
Henriette Bóll. 

Hij gitf in het liehte 

Traetaiuê tlê Jure !Mdarum ei Ouraüomm; in quo wtwersa 
Tutelaruvt maieria, et Haéuia chittUia UUrüieeéiMae^ cum 
ampUoHomóttê, ImUaüonUms ^ quaestiomèuifue ime oognaUe^ 
novè^ et pkmè^ tam theoreüeè^ quam pradioè^ ikdaranlur et 
emelewUur. Lugd. Bat 1595, ioL Franoof. 1607 , 8*. Hagae 
Comit 1656, 8^, 1657, 4^ (Uitgegeven door zijn zeom 
Balthasar Montanus). 

Zie Sweertii, Aih. Belg., p. S96; Val Adreas, BibL Belg., 
p. 717; Freheri Theatr., Vir. ill. P. II. Sect. IV. p. 805; 
Graevii, Orat. in L. Atad. Traj. IVautL; Bat & T. IL p. 142; 
Rodenburg; Dêdic Jur. Conpig.; StruTÜ, BihL Jur. D. VI., 
D. LXTX; Paqaol, M4m. T. II. p. 602; Burman, Traj. erutL, 
p. 229 « 230. 

MONTANUS (Abnoldüs) van BERGEN of van drn 
BERG, omstreeks 1625 te Amsterdam seboren, werd aan de 
Leydsche hoogeschool op het Staten Couegie eerst tot theolo- 
gant gevormd, later was hij daar beoefenaar der wijsbegeerte, 
en genoot er het onderw^'s van J. Trigland, C. L'Ëm- 
pereur. Joh. Coccejas, J. Golius, M. Z. Boxhorn, 
A. Heereboort en A. Stuartus. Hij werd in 1653 pre- 
dikant te Schellingwouw, in December 1667 predikant en 
rector der latijnschè school te Schoonhoven, waar hQ in 168S 
overleed. Hij was een aanhanger van het Nederlandsche vor- 
stenhuis, getuige eenige z^ner schriften. Zijne rectorale werk- 
zaamheden bragten hem tot hét herzien van Martinez 
Diciionariw» en het uitgeven van Caesar en Er as mi Clol- 
loquia met aanteekeniogen. In zyne geschiedkundige boften 
in de moedertaal uitgegeten bedgde h\j een korten ja «troeven 
stijl , waarin h^ , geUjk meer nederduitsche schrijvers van dien 
tijd, den ridder Hooft tracbte na te volgen. Hij bragt bij 
een betrekkelijk koit en bedrijvig leven ^eer vele gesebriften 
aan liet licht. 

Hc^ blijkt uit zijn gedieht ter eere van Hermes Geloste, 
toen deze zijn Daemofdnm meridianum ^ n de AnÜêkriêt uit- 
gaf, dat hij ook een liefheM>er der poëeij was. 



Digitized by VjOOQIC 



1007 

Hij gaf iii het Jicht: 

JuHuê Caesar, cwn seL varior^ commentarüa. L. B, 1651, 
6'., meermalen herdnikt. 

V Leven en Bedrijf wm Frederik Hendrik. Arast 1653 m. pi. 

7 Vermeerderde leven en bedrijf van Frederik Hendrik^ 
Prince mm Ora/^'en, 8^* dr. Amst H59. 

EigentHjk de 2^* dr. van 1652 met een nieuwen gedruk- 
ten titel. 

De wonderen van H Oosten, ^fêe leeekrifv. van Oud» eu 
Nieuw Oosé'IndiSn, 3^' dr. RotU 1650, 4"*., 1654, 12'. 

Leven en tedrijf van dèn doorh zeekeldt Jokannes van Galen , 
Admirael der Hoüandeche vloot in de Middel, zee, 2^* dr» 
Anst. 1654, 4^ 

De beroerde Oaeaan, of twee faarige Zeedadên tusaoken de 
vereenigde Nederlanders én Enffelseke (1652, 1653) Mot 14 
uitslaande koperen platen van Jodocus Hondins. Amst. 
1655, kl. 8*., 2«. dr. Amrt. 12*. z. j., 8*. dr. Araat. 1656, 
8^, Schoonh. 1662. 

JnriacO'Nassovia domus ; sive vitae iUustrimn vironm in 
ilMs familüs ac speccatim OmHehd Z> Manricii^ Frederici 
Henriciy Qmkelm II j Onüiebni III, Prindpum Auriaeorum. 
Schoonh. 1622, Amst. 1668, 16^ 2^ Midden onder 't be- 
wind tan Jan de Witt versebenen. Monianus is slechts 
de uitgever der verschillende hierin voorkomende Orationes ter 
eere van Willem I, II, III, Maurits en Frederik 
Hendrik. 

U Leven en bedrijf der Prinsen vak Orasife WUkem deeerste^ 
Maurits, Frederik Hendrik, Willem de tweede, WUlem de 
derde. Aengehecht met de daden der Nass&uwscke stam, van 
1682 tot dese tijd. Amst. 1664 m. pi. 

Besekrigtinge der eerste imwoonders van Amsieüandt, — Met 
een Historisch verhaal van *t leven en dappere krifgsdaden 
der oude en doarhtekte Heeren van Asmstel, bekehende de 
Doodt van Graaf Floris van HolUmdt^ door Gerrit van Vel- 
zen, met de ooreaken deszelfs, en het gevolge van dien. Benefit 
fens dé Besckr^vingen van de tegenwoordige geiegmMeydt vam 
AmsteUandt door T, van Domselaer. Amst. 1664, 24^ 

Jos, 8ealigeri aoOstia Gaiïiae. edé A. Montano* Aiatt. 
1670, 8'. 

Ih nieuwe en onbekende wereU of èesehfipmg van Amsrica 
en H ZuidlamL Atest. 1671 m. ffl. M. 

Dit meesterstuk vèn boekdrukkunst aan Joan Maurits vali 
Nassau opgedragen, bevat eene naauwkeurige beschrijving detr 
inwoners van het land en de geschiedenis van dat gedeeke der 
wereld. Breedvoerig zijn er de oorlogen der HoDanders m Bra* 
silie tot 1686 in behandeld. Hij volgt vooral het werk van 
De Laet. Na bet vertrek van Maurits is hij zeer verward 
en gebrekkig in chronologische orde. Het werk in ptaohtig 



Digitized by VjOOQIC 



1008 

geillustreerd en bevat een der beste portretten van Jonn 
Maurits. 

Dapper heeft met zijn eigen naam in 1673 te Am- 
sterdam dit werk in bet Hoogduitsch uitgegeven onder de 
titel van: 

UnbekaruUe Neue WeU etc. Het is letterlek vertaald, selfs 
de platen en de kaart, zijn kopiën. 

Het toonderlick Evangelie van Nicodemue, Rott. 1671. 

Kerkcl^ke Hietorie van Nederland. Amst. 1676. Het han- 
delt over de Vorstianen , Arminianen , Wederdoopers enz. ; maar 
bevat niets, waardoor het op dien algemeenen titel aanspraak 
mag maken. 

Leven en hedrijf van Willem Benrik, Frince van Oragnien 
etc. etc. Met pi. Amst. 1677, 24*. Abcoude en Jöcber 
vermelden Leven, bedrij f en ocrtoged. va» Willem III. Amst. 
1703, 2 dn. m. pi. 

Aanvang en voortgang der Arminianen door A» Montanu»^ 
Byesenius en Hoornbeek. Schoonh. 1662, 12*. 

Ook met dezen tittjl: 

MontanuSt Sociniaanscke Arminianen, Rysseniuê, vuile leer e 
der Nietewe ^Remonstranten , en Hoornbek, oorsprong der Armi 
niaanscöe Nieuwigheden. 

Belijdenis'predieatien over limotheus III: IS. Amsterdam 
1652, 12*. 

Geestelijke verlaatingen, 129. 

Berigt van den Sabbath. ütr. 1663, 12*. 

Ferraederscke moorden des pausdoms tot voortzetting van een 
afgodische godsdienst , gegrondvest op 't Heidendom. Schoonh. 
1666, m. pi. Amst. 1697, 2« dr. 

Een heftig geschrift tegen de B. C. Zeer onstichtelijke 
plaatjes geven het tot stichting geschreven opstel een dubbel- 
zinnig sieraad. 

MeUgionis Christianae cateeiesis in ecdesiis et sehoUs Oer- 
maniae superioris et inferioris usitata , cum analgsi ad margi- 
nem subjectisque scripturae locis adomata: ex iüustrium ordi- 
num HoUanó&ae et fTest-Frisiae decreto in usu» scholarum 
gusdem provi$Uiae. JEditio novissima. ünuiseufusque Dom- 
uicae analytico compendio ad odleem locupletata ex Festii Hom- 
mii Tabulis. Amst. 1664, 8*. 

Korte Catechisatie &ver den Heidelbergschen Caiechismne. 
Amst. 1659, in 12**. Men heeft een Hoogd. overzetting onder 
den tytd: Kinder-lehre über den Heidelb. Catechismus. Zerbst 
1707, 8*. 

Flucht uit Babel. 

Over de mirakelen in het Fausdom. 

Forbesius contractus. Amst 1683, 8*". 

Diatriba de esu camium et guadragesima Fontijicorum. 

Notae in D. Erasmi Colloquia f amiUaria. 



Digitized by VjOOQIC 



1009 

Na zijn dood versobeen: 

Dieüonarium teiragloUon novum studio et labore M. Mar* 
tenez. Ed. stovisê. aueia, aiUhore A. Moniano, Amst, 1698, 8^ 

Oedenkwaardige Oezanéachappm der Ooeé-Indieeke Compagnie 
aan den keizer van Japan. Amst. 1669 m. pi. fol. 

Zeldzaam zijn de volgende geschriften van den Jesuit Cor- 
nelias Hazert tegen eenige zigner werken. 

Bedelicke HandeUnghe van F. C. H, met den autkeur van 
den Roomseken Uylspiegel {Jacobus Lydius)^ ende met Amol- 
dus Montanus, voorstander ende patroon van JFiUem Steer- 
Ungh^ over het ootmoedieh versoecky dat sg onlanox hebben 
ghedaen , om pays ende vrede te houden. 

SotS'Öaproen, met ver schegden bellen behanghen ende ghe* 
sehonchen voor een Nieuv-jaer oen Arent Montanus ^ Gheuschen 
looorden-dienaar tot Schoonhoven, U Antwerpen 1669. 

Sot ugt de Mauw, dat is Arent Montanus, Geushen predi- 
cant binnen Schoonhoven, wederom op de been met zijn Japan* 
sehe Ghezantschappen , onUmckdc ghedruckt t Amsterdam hg Jacob 
Meurs, t Antwerpen 1670. 

Borger-Koutje geh, tusschen twee geref, persoone van Schoon* 
hoven, waervan den een H ütr. woonachtich is, reysende van 
Utr, na de Vaeri, waer in verhaeld wort het grouwelyck ghe* 
voelen van eenighe dwaelgeesten onder de Remonstranten tot Schoon- 
hoven, ende hoe gheleerdéhgck de selve bejegent syn van Am. 
Montanus, tSamengesteld door den hooch. gel. L. D. J. P. Gedr. 
in de wijse werelt 1662. (Schotschrift op Mont.pred. te Schoonh.) 

Zie Fabricii, Bü)L Lat. ediu Upa., T. L p. 266; Schotel, 
Kerk. JDordr.y D. I. bl. 110, UI; van Alphen, in Prol Oecon. 
Catech. PalaU 941 pïag. f. 3; J. F. Reinmanni, Ckit. Bibl TheoL 
p. 421; Joch er, GeUhr. Lexic; Commelin, Beackrijv, van Am- 
sterd., bl. 866; Pars, Naamrol, bl. 106, 147, 148, 802, 424, 
645; van Wgn, Nalez. op Wagenaar, D. II.bl. 142; Bentheim, 
Bolland Kirch' und Sckulmstaat; Soermans, KerhBeg,, bl. 69; 
Veeris, Kerk. Reg. bl. 140; van Berkel, Beschrifv. v. Schoonh. 
bl. 170; Koecher, Sist. d. Eeidetb. Catech., bl. 320, 343; van 
Kampen, GescL der Lett. en Wetens., D. I. bl. 395; van der 
Aa, N. B. A. C. Woordere.; de Wind, Bibl. v. Geschiedschrijv. ; 
Maurik, JVaamr. v. Godgel Schrijvers; Glatins, Godg, IVederl; 
Netscher, de Hollanders in Brasil, bl. zvn; Arrenberg, Naam. 
reg,; Abconde, Naamr.; Bibl d. Maats. v. Ned, Letterk. D. I. 
bl. 111, D. n. bl. 15, 31, 78, D. Hl. bL 232, 233, 248, 249, 
878, 609; Bibl d. Rem. te Amsterd., bL 92, 93; Bibl de Groe, bl. 
256, 260; CaL J. Koning, D. II. bl. 194, 203, 233, 239, 240, 
255, 863; Baur, Bibl L. B,. Supplem. 3, p. 177; Le Long, 
Boeia,, D. I. p. 347, 486; van Someren, Uitsp. der verm^ft., 
bl. 227; zieookilTé^; va n Kampen, (?escA.<I.iieft. enz. D.L bl. 395. 

MONTANUS (Abnoldus), zoon van den vorige, kwam in 
1702 als proponent te Lekkerkerk, waar hij in 1743 overleed. 
Niet zijn vader, gelijk Glasias wil, maar hij is de schr^- 
yer van: 

64 



Digitized by VjOOQIC 



1010 

A^afi geeatelijkê overtowmnghe na kmffm züf9bn§d^ aênge- 
tootU in eeni^ Redevoermgm over den LKXIII Fêalm* Bott. 
1717. 

önlden keeien van de voomaemiie deugden der Ckrisienen. 

Euihanaaia , ofte wel eterten , toaer in van den dood in U 
gemeen en van alles wai tot het wel en eaUg sterven bekoort» 
Amst. 1744, 2 do. 8^. (met W. Eenhoorn). 

Zie Brans, Kerk, i2e^. bl. 77; Glasins, GodgeL Nederl ; Boekz» 
d. GeL werM, 17186, bl. 89. 

MONTANUS (Aenold) was omstreeks 1532 Oeoonomos 
in de abd^' van Ëgmond, yriend van de geleerden AUard 
van Amsterdam, uitgever der werk^ van den grooten 
Agricola. Dese zond hem o. a. 1 Jan. 1532 een brief 
uit Keulen ten geleide van een encomium hospüaiUaiis Abrake» 

Zie Alg. Letterl Maand. Aimigelw,^ 1847, bL 116. 

MONTANUS (David) of van BERGEN, predikant te Shiis , 
schreef: 

JSen Bondelke Myrrhe van den lydende en tttrijdende Chris- 
tus. Bott. 1664, 8*. 

Gezangen over *t groot Intrest van een Christen. Amst 
1682, 8«. 

Geestelijke overwinning^ S\ 

Goude appelen in zilveren schalen ^ S; 

Het dagelifjksch leven van een welgesteld Christen» Amst. 
1682, 8». 

Gezangen der H. Schrift^ 8'. 

Gulde keten der Christelijke deugden. Bott. 1714, 8*. 

Thomas d Kempis^ Na-volgüige van J. C. op dwftsche rijm- 
maet uytgebregdt, 1* Boeck. Middelb. 1665. 

Beihlehems Stal-Hcht, voor, in , en na Kersnacht verschenen 
enz. Middelb. z. j. 

And. Rivet, Goede Ouderdom, uitgebeeld in een Latijnsehen 
brief aen de Heer JFUhelm Bivet syn broeder. Met sgn loet- 
ste uren, den 2^ druck. Oversien en verbetert, beide uit het 
trans. Overgezet door D. M. Pred. tot Slugs. Utrecht J. 
van Waesberge, 1657, kL 8^ 

Th. Brooks, Gouden Appelen voor jonghman» ende jonghe 
dochters en oock eene kroone der heerlgkhegt voor oude mannen 
ende vrouwen. Vyt het Eng. door D. Montanus. Uytrecht 
Joh. Bibbius, 1663, kl. 8^ 

Zie Abcoude, Naam. bL 249, Aanh. bL 143; Maller, GifdgtL 
Werk. bL 52, 103; CaL J. iVuwwenAuM, bL 129; CaL d. Maats, 
van Ned. Letterk. D. I, bl. 143. 

MONTANUS (Balthazas) gaf uit Tract. nov. de inre Tm- 
tel. et Ourat. L. B. 1599, foL van Paulus Montanua. 
Zie StruYÜ» Bibl Jur. select., p. 213. 



Digitized by VjOOQIC 



1011 

MONTANUS (Davii)), (mogelijk dezelfde als den boren- 
gemelde D. M.) schreef: 

Het dagelijksch leevm van een toelgeeteU ohristeK. Amst. 
1745, waar achter TheoL Keeten van Lofzangen. Hage 1756. 

Zie Cat. J. de KrwiJf, bl. 14. 

MONTANUS (ErsBBiüs) schreef: 

Een daer bevnje dat een Christen het Ampt der Overheydt 
mach bedienen ende dat de wrake ende straffe des quaedts nu 
niet anders noch scherper verboden en is dan int Oude TeHa^ 
meni: oock wat het Ampt ende Officie eender overheyt sy , ende 
medebrengt. Midtsgaders, Antwoort op dese Fraghe : of de 
Christehfcke onder -Overheden hare hoogher-Overheydt eenichsins 
moghen teghenstaeny wanneer sy met gheweU den rechten Oods* 
dienst wil verhinderen en de Menschen tot nieuwe Artijchelen 
dwinghen. Amsterd. 1616, 4*. 

MONTANUS (Fbans). Hij noemt zich onder een brief 
aan Petrus Rabus uit Middelburg, 1694, Fransoys van 
Bergen, gezegd Montanus. Hij geraakte met dezen Ea- 
bus in hevigen pennestrijd, ten gevolge van zijn ^geprojec- 
teerde psalmberijming" Kabas noemt hem «^den Sloischen 
versopen ligtmis," /^den slegtberuchten schrijver van zijne 
eigene Ügtmisserijen." 

Men heeft van hem: 

Gemengelde Famas^hof. Amst 1693. 

Oorlogh der Philosophen. 

Vredezang over Naamen en de Breedasche Klio, 1697, 4®. 

Lofrede op Rabus. Middelb. 1699. 

Zie Rabus, Boekz. v. Europa, 1698 6, bL 378, 553, 554, 556; 
A beende, NaamL bl. 269, Aanh. bl. 143. 

MONTANUS (Geeakdüs). Jesuit, teMeenen, in Ylaande* 
ren geboren , onderwees de wijsbegeerte te Madrid en in Vlaan- 
deren en overleed te Villagaraia 19 Sept. 1632 in den ouder- 
dom van 44 jaren. Hij schreef: 

Compendium Bhetariee» sine dispendio , ex Aristotele , Cicerone , 
Qfdnc^iano, 

Oetaphrasis Poëtica in Cantica CasiHcorum Salamonis. 

Epigrammatum in Martyres S. L Centuria. 

Elegiae IL De victoria , guam üladislaus Foloniae Fri$iceps 
anno 1620 retulit, in Abrah. Bzovius, Annal. Eccl. ad an, 
1472. 

Zie Val. Andreas, Bihl Belg. p. 381; Foppens, BïbL Belg. 
T. I. p. 358. 

MONTANUS (GuiLiELMüs), van Ath in Henegouwen, een 
Jesuit die verschillende ascetische werkjes in de Fransche taal 
heeft geschreven. 

Zie Val. Andreas, Bibh Belg, p. 330, 331; Foppens, Bibl 
Belg. T. I. p. 417. 

64* 



Digitized by VjOOQIC 



lOlS 

MONTANUS (J. S.) schreef: 

DU8. de lethalUale vulnerum, HardoDov. 1750, 4^ 

Zie BibL O. S. h Roy, T, IV. p. 1942. 

MONTANUS (Hermanus) werd als proponent in 1609 te 
Loenen beroepen, wegens zijne remonstrantsche gevoelens van 
zijnen dienst in 1619 ontzet, teekende de belofte van stil- 
stand, die hij echter in 1620 weder herriep. In Jul^' 1622 
te Haarlem predikende was hij in groot gevaar gevangen ge- 
nomen te worden. 

Men heeft van hem een werkje Over de Nuttigheid van 
• den Kinderdoop , noyl voor deeen zoo overvloedelj/ck ende klaer- 
Ifok beweeen. Amst. 1647, 1648 (2« dr.) 8^. 

Zie Brandt, SisU d. Ref. D. IV. hl. 883, 768; Tideman, 
dê Rem. Broeders, , bl. 224, 281; Veeris en Faanw, Alphab. 
Reg. bl. 189; SchQn, Gesch. d. Merm,, D. I. bL 101; Muller, 
GódgeL Werk, bl. 95. 

MONTANUS (Jacobüs) gaf in het licht: 
Odae Spiritualee s. U et a. 1540. 

MONTANUS (JoHANNBs). Jacobus Mehrning uit 
Holstein , «beoefenaar der Heilige Godgeleerdheid " zette de 
Boopshietorie van Johannes Montanus uit het Neder- 
duitsch in de Hoogduitsche taal over en liet dit werk te Dort- 
mond in 1647 en 1648 drukken. 

Zie Schyn, Gesch. d. Mem. D. III. bl. 375. 

MONTANUS (Mattheus) kunstschilder, bloeide in het 
midden der 1 7* eeuw. Immerzeel noch K r a m m vermelden 
hem; maar Hendrik Bruno vervaardigde een gedicht. Ad 
piclorem celeèérrimum Ü. Matth. Montanum, voorkomende in 
B. Neuhusii, T&alia Alecmariana^ p. 305. 

MONTANUS (FfiTRUs) of van den BëRQH, in het mid- 
den der 15* eeuw te 'sHeerenberg geboren, een der geleerdste 
discipelen van Hegius, was eerst onderw^zer te Nijm^en, 
Alkmaar, Zwolle, eindelijk in het Fraterhuis te Amersfoort, 
werd 1500 rector. Zijne denkwijze was zeer verlicht, en dat 
zijn onderwijs in dien geest geweest zij , wordt vermoedelijk 
uit de daadzaak dat de broeders van het paedagogicum te Amers- 
foort in 1529 bij den bisschop van Utrecht onder zware ver- 
denking van ketterij lagen. In de maand Mei werden zi[j zelfs 
uit het convent verdreven. Montanus gaf eenige werkjes 
over de presodie in het licht en beoefende zelf de latgnsdie 
poëzij, blijkens zijn Satyrae dePoëiiSy de dUcrimine interdivi- 
num PoëtoM et vereificatorem etc. Swoleis 1506, Argentorati 
1529, 8^ Verhoeven noemt ze de elegauHssimae. Hij was door 
naauwe vriendschap aan E rasm us verbonden en overleed in 1507. 

Zie Sweertii, Ath. Belg. p. 628; Val. Andreas, BibL Beig. 
p. 788; Foppens, Bibl Belg. T. I. p. 993; Faqnot, MéoL T. 



Digitized by VjOOQIC 



1018 

IIL p. 281; Ver hoeren, Rer. Amerêf, Scrip, p. 46 , 59; Saxe, 
Oncm. T. VII. p. 388; Gerardi Noviomagi, Liber deviris ilkutr, 
inf,'Germamae; van Bemmel, Besduyv. v. Amersf,; Del prat. 
Geert Groote, bL 86» 87; Glasius, Godgel. Nederi; Kobas en 
de Rirecourt. 

MONTANUS (Fetkus) van Delft, predikant in den Nieu< 
wen Hoorn, als taalkundige bekend door zijn Bericht van een 
metoe konsif genaenU de Spraeckkonat ^ otUdekt en beschreven 
door P. M. , 1635, 4P.\ een algemeene spraakleer, ter toepas- 
sing op 't Nederduitsch. 

Zie Morhof, Poh/h. T. I. p. 781; Pars, Naamr. bl. 353; Sie- 
genbeek. Beien. Geaeh. d. N. Taie, bl. 226; van Kampen, 
Gesch. der Ned. LeU., D. I. bl. 218. 

MONTANUS (Petkus), Latijnsch schoolmeester te Amster- 
dam. Hij was zijn zwager Jodocus Hondius beholpeaam 
in H uitgeven van verschillende boeken en in 't overzetten, 
zoo als van het Sledeóoeck van Boxhorn. Ook vertaalde h^' : 

Beechrijvinghe van düe de Nederlanden^ andersiins ghenoenU 
Niemo^Duytêlandt door M. Löwys Gnicciardyn, ^edelman van 
FhreHoen — overgheiet in de Nederd. Spraecke door Come- 
Hum KiUanum — na wederom met verscheiden Historiën ende 
aenmerckingen vermeerdert en versiert door P. I£. Amst. 1612, 
1617, fol. 

«7. J. Pontanus , beschryvinghe der seer logt beroemden ooep- 
stadt Amsterdam^ uit het Latijn vertaalt door P. M. Amst. 
1614, 4». 

Zie Cat. d. Maats.' v. Ned. Letterk. D. I. bl. 126, D. Hl. bl.834; 
Pars, Naamr. bl. 50. 

MONTANUS (Mr. S. D.). Muller vermeldt: 

Sckr\ftuurlijcke Disputatie aengaende het loesen en de Godt- 
heyt Jesu Christi. Tuss. Mr. S. D. M. en P. J. Friesch, 
1650. In hs. naar de Dantzigsche uitgaaf. Dantzig 1650, 12^. 

Dit werkje bestaat eigen tlijk in briefwisselingen over dit ge- 
wigtigtig stuk tusschen 1625—1627. 

Zie Schijn, Geech. d. Mermon. bl. 629, 530; Mnller, Cat. v. 
Godgel Werk. bl. 115. 

MONTANUS (Pbtbos) werd als proponent in de heimelijke 
gemeente te Keulen beroepen, in 1658 predikant te Schel- 
Hngwonde, in 1654 te Utrecht, aldaar emeritus in November 
1679 en stierf er 26 December 1679 in den ouderdom van 
raim 48 jaren. H^' gaf in het licht: 

Opwekkinge om te yveren voor het huys des Heeren. Utrecht 
1670, 4®. 

Zie Paanw en Veeris, Kerk. Alphab. bl. 140: Abcoudef 
Naaml bl. 249; 'sGravesande, Syn. v. Wesel, bl. 199. 

MONTANUS (RoBEBT) of van den BËBGÜE in het eind 
der 16* eeuw te Dixmuiden geboren, werd aan een buiten- 



Digitized by VjOOQIC 



1014 

landsohe hoogesohool doctor in de geneeskunde , zette zich in 
zijne geboortepiaats neer, en gaf in 't iiciit: 

Diaetemaj aive êoluöris victüê ratio. Lovan. 1687, 12*. 

Zie Val. Andreas, Bibl Belg, p. 796; Foppens, BibU Belg. 
T. IL p. 1071; Paquot, M^n. T. II. p. 30. 

MONTANUS (Thomas) of van den BERGHE, zoon van 
den vorigen, werd waarschigniyk omstreeks 1615 te Dixmuiden 
geboren, legde zich op het voetspoor van z\jn vader, op de 
geneesknnde toe, zette zich als geneesheer te St. Winolu- 
berge neer, en had aldaar in 1645 de directie over het Ko- 
ningl^k hospitaal, in 1666 werd hij gewoon geneesheer dezer 
stad en van het vrije van Brugge. 

Hij gaf in het licht: 

QuaHtoê Loimodea, sive PestU Brugana amu 1666, Hip- 
pocraücO'Hermetice diacuasa per Thomam MonioMm etc. Opus 
pro hoc praesenti peête cmm 1669 cavendd et curandd utüiêêp' 
mum. Brugis Fiardror. Hij overleed in 1685. 

Zie Faquot, Mém, T. II. p. 30; J. J. de Meyer, Notiee 8ur 
T. M, Jbndateur et primer pretident de la société de medicine, diie 
de Saint'Luc de Bruges. Bruges 1841, 18 parts. Dieoourê prmomcèe 
h tinauguradan du monument de T. MonUmum a Dizmude, Ie 24 
Juillet 1845. Brug, a. c, (1845) 8°. 

MONTBAS (Jban of Johan Bakton de) of (naar de uit- 
spraak) MOMBAS, Fransman van geboorte, leefde, omstreeks 
bet midden der 17* eeuw te 'sHage op een groeten voet, en 
werd dikwerf door den jonge Willem III bezocht. Hij werd 
kort voor het uitbreken van den oorlog in bezending naar het 
Fransche hof, en toen deze uitgebroken was (1672) ab com- 
missaris-generaal der ruiterij met drie regimenten ruiter^ en 
twee regementen voetvolk, ter bescherming der Betuwe (door 
een schipbrug met het leger van den Prins van Oranje dat 
langs den Ussel gelegerd was, vereenigd) gezonden. Het is 
bekend dat hij bij gel^enheid van den vermaarden doortogt 
der Franschen door den Bijn aan het Tolhuis bij Lobith zijne 
stelling aan den Kijn verliet en op Nijmegen terug trok. Hij 
werd daarop gevangen genomen , en eenigen tijd in 't leger te 
Bodegraven bewaard, doch ontvlugtte en nam de w^'k naar 
Utrecht, Onderiusschen werd hij door den krijgsraad ter dood ver- 
oordeeld en in beeldtenis opgehangen. Oorspronkelijk werd hij , 
over gepleegd verzuim in 't niet genoegzaam verdedigen der Be- 
tuwe en 't verlaten van zijn post #inhabiel " verklaardden lande 
meer te kunnen dienen en veroordeeld tot een gevangenis vaa 
15 jaren, op zoodanige plaats als het den prins zou goedvinden , 
doch zijn vonnis werd door zijn vlugt naar 'slands vijande ver- 
zwaard. Hij verdedigde zich in zijne Mémoires met den uit- 
drukkelijken last, dien hij van een der Gedeputeerden te 
velde ontvangen had. Deze Gedeputeerde was Hieronymus 
vaB Beverninck, 't geen dien staatsman in een schot- 



Digitized by VjOOQIC 



1015 

sekiiü viD die dagen door den Geeti van Jan de Wiit 
wordt venreten. Montbas zon ook de schold gelegd hebben op 
den I Prins ?an Oranje, die, met voordagt om hem te bederven, 
hem aleehts een klein getal manschappen had gegeven , als be- 
hoorende tot de zoogenaamde Louvensteinsohe factie, doch zulks 
is moeijemk te rijmen met de gonst, waarin hij bij de prins 
20U hebben gestaan. Behalve zijne verdediging bood hij 
aan, zich, indien men hem lijiszekerheid verzekerde, voor 
onpartijdige regters te willen verantwoorden. Ook daagde hij 
de leden van den krijgsraad , van Zuilenstein , en de graven van 
Styrom en Flodorp, die in zijne teregtstelling voortd de han> 
den hadden gehad, tot een tweegevecht uit, doch men liet 
zijn oitdaging beantwoorden door den scherpregter van het 
l^er, en zond dit antwoord aan den Fransohe generaal, her- 
tog van Loxemborg. Z\jn gedrag is verschillend beoordeeld. 
Wg geloven met Knoop dat hij geen opzettelijk verraad heeft 
gepleegd, maar dat bij, in zijn bloode vrees van het alaohtof- 
ier eener intrigue zyner vijanden te worden ^ zich aan een 
daad heeft schuldig gemaakt, die alt^d als een lafhartigheid 
veroordeeld moet worden. Hij trad na zijn veroordeeling in 
Franschea dienst, nam deel aan den togt der Franschen naar 
Woerden en smeedde (1678) een aanslag op Sas van Gent, 

Hij was gehuwd met Gornelia de dochter van Hugo de 
Groot. 

Zie Valeken ier. Verward. Europa, D. I. bl. 455, 459; Bifl 
B. I. K^ 42, bl. 101; Sylvins, Vervolg op Jitmna; Ont- 
roerd HederLt Franêé, E^rmUe^ Keulse en Uvmaterte enz, oorlogen; 
Montaniis, Leoen van WiUem Hendrik, bl. 251; Wagenaar, 
Vod. Bist. D. Xm. bl. 478, D. XIV. bl. 31, 63; 64, 126, 261; 
van Wyn, op Wagenaar, D. XTV. bl. 52; Leven van Wagenaar ^ 
bl. 47; Bosacha, Neerl Heldend, te land, D. H. bl. 57 vlgg.; 
Leottt van Mr. P. dé Groot f bl. 66; Depping, Mtmü, krijg.KblwL 
44; Jonkhr. van Sypesteyn en de Bordes, De verdediging van 
Nederland in 1672, 1673, eerste gedeeUe, Bijl V. bl. 116 vlgg.; 
Knoop, Nederland in 1672 en 1673, bl. 193; v. Sypesteyn, 
Ned. Helden, Vorsten en Staatsnuumen , D. II. bl. 382; Iets over 
JoJum Barton de Montbas; Schotel, Iets over Beoervinck en B. van 
der Dassen, bl. 29; Dez. , Brieven van M.v. Reigersbergh; Samson, 
Migt. de GtdllIIT. II. p. 186, 187, 188, 190, 447; Gonrville, 
Mém. T. n. p. 1, 11; de Gniohe, Mémoires; Bilderdyk, Ge- 
schied, des VaderL D. X. bl. 221 , 319; Verscheyde Consideratien over 
den tegenw. toestand des Lieve Vaderlant, en een Kort Verhaal van 
sommige Ghedenckwaerdige saecken. Gedruckt voor de liefhebber van 
Zijn Hoogheydt 1672; Muller, Bibl van Pamfl., III. 17, 37, 51; 
Hoogstraten; Kok; Kobns en de Rivecourt. Mémoires de 
MonAas. 

MONTE (Aegidius de) te Perweis geboren, trad in de 
orde der Minnebroeders, werd gardiaan of overste van hun 
klooster te Leuven , vervolgens provinciaal over Nederland. In 
1570 werd hij door Philips II m plaats van Jobannes 



Digitized by VjOOQIC 



1016 

Mahusius tot bisschop vanDefenter benoemd. Driemaal be- 
zocht hij zijn bisdom en den 26 Mei 1576 overleed hij te Zwolle. 
Zijn lijk werd naar Deventer gevoerd en in de Cathedrale kerk 
begraven, H^' was een welsprekend prediker en een man van 
een regtzinnig karakter, en werd zeer geroemd om zijn mild- 
dadigheid. 

Zie H. y. He ossen en H. van Byn, BaL êocra, T. VI. p. 
440 volgg.; J.Bevios, Daventria t//.p. 465, 486, Dumbar,£«riL 
en Wereldl. Deventer, bl. 331; OverijsseUche Almanak^ 1843, bl. 189. 

MONTE (Fbancisgus db), broeder van de vorige , kanannik 
en licentiaat, door zijn broeder in 1572 tot aartsdiaken be- 
noemd. Hij was ook zijn gemagtigde om het bisdom in 
bezit te nemen» en domheer van Deventer. 
Zie Bath. sacra T>. VI. bL 444. 

MONTE DE BURET (Pibtbb de) of MONTANUS BU- 
BETIUS (Petbüs), derde zoon van Pi eter de Monte de 
Buret en Catharina Nein, werd voor het eind der I5« 
eeuw te Perweis geboren , studeerde te Leuven , werd er licen- 
tiaat in de Godgeleerdheid, volgde in 1539 Christophel 
van Harebeeck als regent van het coUegie de Valk op, 
werd in 1542 rector der hoogeschool, doch trad kort 
daarop in de orde van St. Franciscus, en onderwees ten 
minste tot 1555 de theologie in hetzelfde klooster, waar in hij 
zijn gelofte had afgelegd: vervolgens werd l^j gardiaan te 
Leuven en op andere plaatsen, en was tot in 1578 te Ant- 
werpen. Hij weigerde den voorgeschreven eed te doen, den 
aartshertog Matthias te gehoorzamen, hem met goederen en 
leven te verdedigen en don Jan van Oostenr^k als vijand 
te beschouwen. H^' werd hierop met 14 monniken die even 
min als hij tot het afleggen van dien eed konden besluiten, 
naar Mechelen en van daar naar Leuven vervoerd en onder 
weg door de Calvinisten van alles beroofd. Hij overleed kort 
daarna 20 April 1579 te Leuven aan de pest. 

Hij was de jongere broeder van Aegidius de Monte» 
bisschop van Deventer. 

Hij schreef: 

Domimicae FasêionU êecundum quaiuor Euangelutai delttei' 
da erudilague narratio^ ex veterua orthodoxarum commenta* 
riU aiudiose desumpta atgue concitmata, Antv. 1555, 1565, 12^. 
MuUo exacHuê quam antea aJb ipêo authore reeognUa, Antv. 
1571, 12^ 

Eluddationea in Sepiem Psalmos FoenUentiales, Antv. 
1669, 16^ 

H^ stelde ook een verhaal op van het geweld hem en zijne 
broeders in 1578 te Antwerpen aangedaan, waarvan de hoofd- 
zakelijke inhoud is te vinden in : Oommenlarius rerum in Bel- 
gio gestaruM a Fetro Henriquez Comité Fontano. Colon. 1611 , 
4°., van den Jesuit Del-Blo. 



Digitized by VjOOQIC 



1017 

• 

Zie Val. Andreas, Bibl Belg. p. 748, 749; Fatü, p. 42, 
204; Foppens, Bibl. Belg. T. II. p. 1180; Vemiilaei, jicad, 
LoooH, 2« det. p. 132; Sanderi, Chron. soera. Brab. alL ed. T» 
m. p. 147; Wadding, p. 286; Faqaot, Mém. T. I. p. 526. 

MONTE (Jan Baptistb del) ritmeester in Spaansche dienst , 
▼ermaard door zijne dapperheid. Wij ontmoeten hem het eerst 
bij het beleg van Haarlem 1573, toen hij Batenburg, 
door den Prins afgezonden om Haarlem te ontzetten mede 
▼ersloeg. Door een kunstgreep, waanran hem de eer toe- 
komt , besHstte hij , op de Mookerheide de overwinning ten 
voordeele der Spanjaarden (1574), Toen Par ma zich 2 April 
1579 voor Antwerpen vertoonde en de stad met een beleg 
dreigde, overal de doortogt zijner benden, onder Octavio 
Gorsagon en del Moute, 3000 Staatschen, die te Bur- 
gerhout geschanst lagen, en dreef ze van daar tot onder de 
Testen der stad, daar een vinnig gevecht voorviel, in 't ge- 
zigt van den aartshertog en de prins die op de wallen stonden 
om de vereischte bevelen te geven. 

Zit Strade, de beUo Belg. Dec II Ubr. i, p. 30; Bor, Nedtrl 
Bist. B. Xm. bL 92 (36); van Meteren, Aed. Geb. D. IV. bl. 
78; Wagenaar, Vod. Eist. D. VI. bl. 428, VH. bl. 272; Bos- 
scha, NeerL heldend. U land, D. I. bl. 187, 188. 

MONTÉ (B.), dichter uit de tweede helft der i8« eeuw. 
Hen vindt o. a. een gedicht van hem v6<5r de overzetting van 
J. D. Michaëlis, Inleiding in de Goddelijke Schriften. 
'sHage 1778. 

MONTECUCGOLI (Ernst), uit een aanzienlijk Italiaansch 
geslacht te Modena geboren, trad in Oostenrijkschen dienst en 
klom tot den rang van generaal veldtuigmeester op. In 1629 , 
toen de twijfelachtige betrekking van onzijdigheid tusschen de 
Staten en den Duitschen keizer tot openbare vijandelijkheid 
van dien laatste was overgegaan, sloot Montecuccoli met 
een legermagt van 14000 voetknechten en 8000 ruiters, zich 
aan het leger onder van den Berg bij de IJssel, om met 
deze vereenigde magt in het hart der Bepubliek door te drin* 
gen , en haar , zoo mogelijk , den doodsteek te geven. H^' 
viel in de Veluwe en bemagtigde Amersfoort. Naar Duitsch- 
land weergekeerd nam hij deel aan den oorlog tegen Zweden, 
werd voor Brisoh gewond, viel in handen der vijanden en 
stierf eenige dagen daarna. Onze geschiedschrijvers verwarren 
hem met zijn neef Baimond MontecucolL 

Zie Ludolph, Schaubuhne; Nouv. Biogr. Gén.; Wagenaar, 
Vad. HisU D. XIII. bl. 97; v. Bemmel, Besckrijv. v. Amersf. 
D. n. bL 944; Bosscha, Neerl heldend. U land, D. I. bl. 464, 
457, D. n. bL 151, 153; Boaman, Gesch. d. Geld. Hooges. D. 
I. bl. 64. 

HONTENS (Oobsfbot), burgemeester van Breda, bekend 



Digitized by VjOOQIC 



1018 

door zijn dappere verdediging ?an die vette tegen Par ma in 
1581. Hij werd van het pardon van den koning van Spanje 
uitgesloten. Hij was tresorier van prins M au rits, z^'n aoch- 
ter Geertruit huwde in Oct. 1606 Mr. Johannes Fan- 
huysen, advocaat te Antwerpen. Hy gaat in steendruk uit. 
In 1581 werd zyn zoon Uenrieus student te Leyden. 

Zie Beaufort, Leven van WitUml^ D. III. bl. 452;' van Goor, 
Besrkrijv. v. Breda, bl. 140; Navinrscker, D. IL bl. 56, D. IIL bl. 
48, 1864, Bijblod, bl. 76, 98. 

MONTER (JoHAN Jacob) te Assen, vriend en tijdgenoot 
van Ludolf Smids en dichter gelijk h^. Hij bezong o, a. 
zijn Gallerye. Qron. 1686, 4^ 

MONDBICOURT { ). Een uit het geshicht van dien 
naam vindt men onder de verbondene Edelen , by te Water, 
Ferb. d. Edekn P, III. bl. 241. 
Zie Itecueil Gértér. de fixndüe» org, des P.'B, p. 256 et suw. 

MONTFALCON (Baron de) was een der eersten, die be- 
stellingen ter zee had van den prins van Oranje. Wie vao 
beide, Kar el o( Oeorge de Watergeus was, is niet zeker. 
Z^ waren Bourgondiërs, e^ van Groningen houdt ?e voor 
dezelfde met: /^les deux Barons de Flsêsy, Bourgoigniers ,^^ die 
op een lijst van hen , die de sectarissen in 1566 te Antwerpen 
begunstigden, voorkome. Op een lyst van verbondene edelen, 
ontmoet men ook de namen van trOeorge de Montfalcon 
en Charlea de Monifalcon, Baron de Flassieu" (dat met 
Flfisay^ bij het slechte schr^'ven der namen, genoeg overeen- 
komt, om ze voor dezelfde te houden met die van de lijst te 
Antwerpen). 

Zit te Water, Verbond der Edelen, D. IIL bl. 141, 142, D. 
XV. 138; Groen van Frinsterer, Arckive», T. II. p. 852 M 
suiv.; van Groningen, Wcüergemm^ bL 280, 468. 

MONTFOIRDE (Heer Willbh tan) een buiger van Utrecht, 
koos in de geschillen tuaechen David van Bourgondie en 
G^sbert van Brederode de zijde des eerstgenoemde en 
werd diensvolgens in 1456 voor zijn leven lang ter stad uit 
gebannen; terwijl daarbij tevens bepaald werd, dat hem nooit 
zou worden toegestaan, met eenen nieuwen bisschop weder in 
te komen. 

Zie Bnrman, Utrechts. Jaarb. D. II. bl. 314. 

MONTFOORT (Sweeb, Burggraaf yan) , dapper krijgsman, 
die in 1301 met I(endrik, Burggraaf van Leyden, Dirk 
van Wassenaar, Simon van Benthem, Floris van 
Prunen, Jacob van der Woude en andere edelen, Wil- 
lem bisschop van Utrecht versloegen. 

:Se Goudhoeven, Chromik U. 356; Soibmt ven ^«dL m fkef* 



Digitized by VjOOQIC 



1019 

jdU cudk. D. V. bl. 219* Over het seslaohts Goudhoeyen, ygn 
Leeawen, Kok, Naooneher, D. II. en D. m. 

MÓNTFOORT (Johan Burggraaf vak), Domproost van 
Utrecht. 

Zie Chr. ». k. Eist. Genoots. D. II- bl. 71, 72, 78, 76, 77, 83, 
85, 90, 91, 97, UI, 118, 114, 189, 141, 146, 209, 220, 228, 
268, 287, 289, 292, 884, 836, 874, D. III, W. 106, 198, D. 
IV. bl. 143, 152, 261, D. V. bl. 102, 213. 214, 870, 271, D. 
VU. bl. 14, 76, 356, 858, 392, D. VIII. bl. 210, 213, 215, 
225, 229, 232, 389, 899, 419, 428, D. IX. bl. 883, 392, 394, 
397 , 898. 

MÓNTFOORT (Jan Burggraaf van) een Hoeksch edelman, 
aloeg met Walraven heer van Breder ode in 1417 het 
bel^ voor IJssebtein, in handen der Kabeljauwen, en maak- 
te zich meester van die stad. 

Zie Ckron. v. Eoü. de XXVIU dioUie Cap. 3; Snoi, Ber. Bal. 
p. 185; van Mieris. Ntdtrl Vursi,, D. I. bl. 18. 

MONTFOOBT (Jan Burggraaf van) en zijn oom Z wed er 
van Montfoort, beide Hoeksche edellieden, beklommen 
en overweldigden, tusschen den 26 en 27 December 1488, 
het sterke slot van Woerden, de sleutel des iands, dat door 
den slootvoogd Arent bastaard van Willem van Eg- 
mond, heer van IJsselstein, achteloos werd bewaard. Zulks 
baarde groote ontsteltenis in Holland, wijl zij de bijgelegen 
landen, tuinen, dorpen plunderden en brandschatten. 

Zie Gotidhoeveu, Chrcnijh bl. 541; van Mieris, Nederi 
VortU D. I. bl. 218. 

MONTFOORT (Willem van), Drost van Hattum, kwam 
in 1580, met voorschrijven van Par ma inhetleger van Ren- 
nenberg, en maakte hem bekend dat hij zich, nevens zijn 
vader Led e wijk bad verbonden om het slot te Hattum den 
koning te leveren» Renneberg zond hierop 40 man van 
't slot te Blyenbeek naar Hattum, daar zij, door Lodewijk 
bij nacht op 't slot gelaten werden, en vijftien staatsche 
krijgsknechten, die, dronken gemaakt, lagen te ronken, om- 
bragten* Toen vielen z^ in de stad en verzekerden zich van 
de hoplieden , maar de burgers , bespeurende door welk een 
handvol volks zij overvallen waren en uit Zwol eenige hulp 
ontvangen hadden dreven ze wederom naar 't slot, t welk 
met hulp van vijf vendels, uit yijf der naaste steden, belegerd 
en beschoten werd. Na de overgave van 't slot werden de 
drost en zijjn vader naar Arnhem gebragt en aldaar als verra- 
ders onthoofd en gevierendeeld. 

Zie Bor, Nederi Sist. B. XV. hl. 229; W»g«na»r, Vaderl 
mst. D. VIL bL 861. 

MONTFOOBT (Jaoobus), waanchijnlijk een kleinzoon van 
Jacob van Montfoort, den 17 Maart 1654 te Leydon 



Digitized by VjOOQIC 



1090 

overleden. Uit een door fiodecherus Banningine aan 
bem gewijde Elegie bl^'kt dat hij een regtsgeleerde was. 

Zie Bodecherii Banningii, Poëmatie, p. 32, 33. 

MONTFOORT van BLOCKLANT (Anthonie tan) uit 
een aanzienlek geslacht, doch niet verwant aan dat der burg- 
graven van Montfoort, gesproten, werd in 1532 te Delft 
geboren, oefende zich aldaar bij zgn oom Hendrik As- 
suerusz in de schilderkunst, vervolgens werd hij leerling 
van den beroemden Frans Floris, en een der grootste 
historie schilders van zijne eeuw. Hij onderscheidde zich door 
keurigheid van teekening, mannelijke uitvoering en een maisch 
penseel, meer bijzonder kennelijk in de behandeling der Ma- 
ria hoofden en andere vrouwebeelden op zijne altaarstukken. 
Ook muntte hiy uit zoo in natuurlijke voorstellingen van gemoeds- 
bewegingen en in gelaatstrekken als in houding, ook in het 
wel treffen van portretten; maar zijn smaak voor groote en 
verheven composities en de overvloed der hem bestelde wer- 
ken waren oorzaak dat hij slechts weinige afbeeldsels ver- 
vaardigde. 

Toen hij 19 jaren oud was sloot bij eene echtverbintenia 
met eene dochter van goeden huize en zette zich te Delft ne- 
der, waar hijj zich bestendig bezig hield met het schilderen 
van groote werken voor kerken en altaren. In 1572 voldeed 
hij aan een lang gekoesterden wensch en bezocht hij Italië, 
waar hij de schoonheden der herlevende kunst beschouwde. 
De invloed dezer beschouwing bleek in zijn altaarstukken, die 
hij te Utrecht, waar hij zich, na zijn aankomst vestigde, 
schilderde. Onder deze munt vooral z\jn Hemelvaart van Maria^ 
een kapitaal altaarstuk, met twee voorstellingen uit haar leven 
beschilderde deuren (triptichon) , en door van Mander en 
Kramm beschreven. Deze schilder^ werd in 1820 voor 
ƒ6100, en in 1846 aan den hertog van Nassau verkocht 
en naar dat hertogdom vervoerd. P. C. La Fargue ver- 
vaardigde in 1739 naar dit meesterstuk eene fiksche gra- 
vure, in drie groote folio-plano-platen, waaronder op de mid- 
denprent staat: P. C. La Fargue delweaoit et aëre inddit , 
jussu et impensiê /• «7. van Rheenen Hoffiensiê « taóulae plus 
êeeuli dimidio posseêêorü. An^. 1739. 

Te Berlijn vindt men van zyn penseel Maria en Josepk, 
nevens hen acht jonge en oude herders, die het pas geboren 
kind aanbidden, onder een gewelf met een nitzigt op een 
landschap. Zijne Tioaalf Siöyllen, kunstig in hare karêkters 
geordonnareerd en onder edele vormen voorgesteld, zijn door 
Philippus Gallé in koper gebragt 

Tot zijn afbeeldingen behoort dat van Jaeob Mê^s van Hobf , 
door Samuel van Hoogstraten gegraveerd, en te vindoi 
by Balen, BeêcMyv. v. Dordr. D. L bL 124. 



Digitized by VjOOQIC 



1021 

Hij overieed in 1688, drie kinderen ml een tweede huweügk 
nalatende. Michel Miereveld was een 2djner leerlingen. 
Zijn portret ?indt men in de reeks van sehildersportretten , 8« 
mtg. van Hendrik Hondius met verzen van Lampso* 
nins, waar naar dat, H welk bij van Mander voorkomt is 
vervaardigd. 

Zie van Mander; Immerzeel; Eramm. 

MONTFOOBT (Pibtbe Gebkitsz.) te Delft geboren, was 
17 jaren oud toen hij leerling werd van Michiel Janszen 
Miereveld. H^ bleef zulks slechts een half jaar. Van 
Mander meldt van dezen schilder, dat hy «^in 1604 omtrent 
25 jaren oud, een geest bezat die tot verwondering strekte, 
dat h\j zeer naauwlettend in de kunst was en uitnemend wel 
schilderde, schoon hij die kunst enkel uit liefhebberij en niet 
om gewin uitoefende." 

Zie van Mander; Kramm. 

MONTFOBT (Jeah de),- voornaam stempelsnijder en me- 
taalgietcr uit de XVI* en XVII* eeuw. In de St. Gedule te 
Brussel ziet men een door hem in 1610 gegoten Koper oer- 
guUen leeuw j op het praalgraf der Hertogen van Brabant, 
Jan II en Anthonie van Bourgondie. 

Bij van Loon vindt men een door hem in 1623 vervaardig- 
den huwelij kspenning met de üïbeeióiDg ^an Karel Alexander van 
Oroy ^ en een ander van 1629 met de beeld tenis van Joachim 
Aarseene^ abt van St. Fieter te Gent, eerste stichter der kerk 
dier abd\j, ten tijde van Kar el de Kale, die op de keer* 
zijde wordt gezien. 

Zie Metsager dea Sctenees eic, 1858. p. 411; van Loon, IVed. 
Sist, Perm., D. II. bl. 154; Kramm. 

MONTFOBT (Fbtbus a) , licentiaat in de regten , te Haar- 
lem geboren, beoefende de latijnsche poëzij. Z^'n Ccarmmgra* 
iutatorium quo grcUuUUua fuit novum praesukUum Leodiceneem, 
Comelium a Bergu verscheen in 1589 te Leyden. 

Zie Val. Andreas, Bibl Belg, p. 749; Foppens, Bibl Belg, 
T. I. p. 994. 

MONTI , later jufvr. NIEBI , eerste danseres aan het Am- 
sterdamsch tooneel, in de tweede helft der 18* eeuw. Zij 
werd in 1764 ten halve lijve met een groeten bloemruiker in 
de hand, onder een boog, en met een Holi. vers van G. D. 
afgebeeld. 

Zie Muller, Cal. v. Portr. bl 127. 

MONTIGNY (Emanürl de). Zie LALAING (Emanuel de) 

MQNTIGNY (Flobis de). Zie MONTMOBENCY (Flo- 

SI8 de) 



Digitized by VjOOQIC 



1022 

MONTIGNT (Gecoob db), beer van Noydles, oit de aao- 
zienlyke geslachten die den naam van Montigny droegen » 
wiens liefile tot het Taderland, in weerwil van alle smaad- 
heid, hem van meer dan eene zijde aangedaan, niet werd 
oitgebloscbt. Na dat hij zich aan de zijde der verbondene 
edelen geschaard, en hun smeekschrift onderteekend had, o«« 
derhield hij briefwisseling met den prins van Oranje, poogde, 
schoon het hem niet mogt gelukken, Bergen in Henegouwen 
te helpen ontzetten, en bevond zich bij het ontzet van 
Leyden. Noch het vonnis van Al va tegen hem geveld, noeh 
het verbod om in Engeland te komen, maakte verandering in 
zijne denkwQze. Het is zoo, men vindt onder de krijgsbevel- 
hebbers, die onder don Xan van Oostenrijk dienden, een 
Noyelles vermeld, 't geen zou doen vermoeden dat deze 
bondgenoot, zich, gelijk zoo vele anderen, in 1576 bij de 
Spanjaarden gevoegd heeft; doch het bl^'kt dat die heer van 
Noyelles niet de bondgenoot geweest is, maar Jan van 
Noyelles, heer van Bossignol, die zich in dienst van don 
Jan begaf, door Parma tot bevelhebber van Mechelen werd 
aangesteld en een der afgevaardigde was van den koning om 
met die van Artois en Henegouwen het verdrag te sluiten en 
ze op nieuw aan 't Spaansche gebied te onderwerpen. 

Zie Recueil de GéHédL de FcamlUê arig, dm P.^B», p. S56 sniv.; 
Batkens, Troph. de Brabant, T. I. p. 183; Carpentier, 3i*L 
de CanAra^, F. UL p. 84, 805—807, 888; Ao&tt des Patfs-BoM^ 
T. I. p. 165; Sidte du SuppUm. au Aobil des P.-B., T. V. p. 237, 
261; Christinaeus, Jur, Her. F. I. p. 190 — 192; van Mete- 
ren, Ned. HisU B. ni. bl. 59; Hooft, Ned. Hist. B. IV. bl. 
263. B. IX. bl. 391, B. X. bl. 443, B. XL bl. 454, 458; De 
Tassis, Comment, de turn., Lib. IV. p. 283, L. V. p. 395, 409; 
Ie Petit, Qwoniq,, Livr. XH. p. 388, Gendsche Geschied. D. I. bl. 
248, 249; te Water, Verb, d. Edelen, D. III. bl. 143—144, D. 
IV. bL 428; Groen van Frinsterer, Arehives, T. IL p. 61, 
p. 129 sniv., 162. 

MONTIGNY (Jan db), heer van Villers, een der eerste 
teekenaars van het Verbond der Edelen , woonde hnnne voor- 
naamste vergaderingen, zoo als te Breda en Dendermonde bij, 
sloot, in hunnen naam, het verdrag met de hertogin van 
Farma, en werd sedert tot de uitvoering van gewigtige za- 
ken gebruikt. De graaf van Hoorne werd het toteengroote 
misdaad aangetijgd, dat hij, schoon bewust dat Villers vmo 
de nieuwe religie was» hem nochtans naar Doornik had ge- 
zonden tot demping der onlusten in die stad gerezen, de 
onroomschen te helpen en de bevelen der Hertogin tegen te 
gaan. De procureur generaal gaf daaromtrent vele bijzonder- 
heden op, die door Hoorne niet alle werden to^estemd. 
Het blijkt echter uit 's Graven antwoord op dit punt der be- 
schuldigingen, dat hg zich van Villers in zaken van Maag 



Digitized by VjOOQIC 



L088 

te IkxMnik bediend bad, zoo wel als de Verbondeoe Edelen, 
die hem, kort te voren, naar de graven van Eg mond en 
Mansfeld aleonden ooa voor de veiligheid en godsdienstoe* 
feningen der hervormde te Yalenchiennes te waken. 

Een vToegt^dige dood verhinderde hem meer diensten aan 
vaderland en godsdienst te bewijsen. In de slag b\j Daalhem, 
25 April 1568, viel hij in 'svijands handen, werd naar Brua- 
sel gevo^, en in die stad, op een vonnis van den raad vao 
berc^rt^ 2 Jnnij opentlijk onthabt Yan Met eren en 
Hooft geven een breedvoerig verslag van de omstandighe- 
den, die zijn dood vergezelden. 

Zie Brandt, JStet der Re/. D. I. M. 478; Kist en Roy aards, 
Xêrk. ArtUofD. lY. bl. 164, ran der Haar, i>é tiuf. fum. Sd^. , 
p. 304, 313; Harraeos, Amu Brab.y p. 27; Bor, Ned, (?e«., 
B. IV. bL 137, B- in. U. 99, B. lY. bl. 147; Viglius ab 
Aytta, Epitt. ad ffpppenm, p. 474, 475; van Met eren, Ned, 
Gtsdu, B. III. bl. 52; Hooft, Ned. Sist, B. V. bl. 180; P.Hen- 
terns, Rer» Belg. Lib. XVI. p. 438; ran Isselt, Histor. std 
temp., p. 143; Ie Fetit, Chr. Livr. p. 200; Ajitlio. Ckr. U. 164; 
Strada, de beUo Belgicoy Bentivoglio, Ned. €Mk Wagenaar, 
Vad. EReL D. VL bl. 270; Scbeltema, SUkxtk. Nederl Bilder- 
d^k; Arend; te Water, Verb. d. Edelen, D. HL bl. 145—148, 
D. IV. bl. 423; Groen van Frinsterer, ArcMves, T. II. p. 38, 
58, 62, 327, 240; Kobns en de Bivicourt. 

MONTIGNY diet. de Siry (Louys ds) heer van M^- 
ooort. spruit uit een der jongere takken van het huis Mon- 
tigny. Hij was Prevót van Maubeuge, en werd door de 
algemeene Staten benoemd tot bevelhebber van Charlemont, 
eene kleine doeh sterke vesting in Namen , door keizer K a- 
rei gestidit* Op welk een wijee Méricourt door don Jan 
overgehaald werd om de aan hem vertrouwde stad over te ge- 
ven, blijkt niet, doch het is zeker dat hij ae in de maand 
Aug. 1577 ontruimde* Deze daad werd hem evenwel niet ten 
kwade geduid, damr de algemeene Staten veriilaarden, dat dit 
gedaan was Mn» mamfaüse imimlioHy en dat zij hem dus tot 
bet bijwonen hunner vergadering opriepen. Hij onderteekeoda 
in 1577 de Unie van Brussel. 

Zie Christinaens, Jurisp. Her. T. I.p. 191; J.C. de Jonge, 
de Ufde van Bruuel, bl. 109, 110; Groen van Prinsterer, 
Arehwes, T. VI. p. 118. 469. 

MONTJOYË (Adruan ds) , zoon van Adriaan de Mont- 
joye, ridder, heer van Dorent, kastelein van 6ent, ont- 
sloeg zich, na zijns vaders dood (1570), zoodra zulks eenig- 
zins mogelijk was , van de voogdij over hem , ging tot 
het hooische leven over, voegde zich in 1566 bij de 
bondgenooten en onderteekende het smeekschrift. Om die re* 
den werd h^ gedagvaard om zich te zuiveren , verscheen , ont- 
ving vergiffenis en deed vervolgens een rijk huwelijk te Oend« 



Digitized by VjOOQIC 



1084 

Meerdere levensbijzonderhedeD yan dezen oDstandvastigen 
bondgenoot zijn niet bekend. 

Zie de Carpentier, Sist, de Cambray , P. III. p. 104, 289, 
807, 808; Viglins ab Aytta, EpiMt. CCXUI ad Eoppenm, p. 
775, 776; te Water, Verb. d, Edden, D. IIL bl. 149—151. 

MONTMOBENCY (Philips van). Zie HOORN (Graaf van). 

MONTMOBENCT (Flosis van), baron van Montigny, 
zoon van Joseph van Montigny, heer vaa Nivellea 
en van Anna van Egmond, broeder van Phil%)8 van 
Montmorency, graaf van Hoome, werd in 1528 gebo- 
ren. Kort nadat Philips II het bewind had aanvaard, 
werd hij tot stadhouder over Doornik en het Doomiksche ge- 
steld, en in 1561 door de landvoogdes naar Spanje gezonden 
om den koning van den toestand des lands te onderrigten en 
geld te vragen, en kwam in het volgende jaar in 't vaderland 
terug, met moed van hoop en ^'dele geloften. Ofschoon geen 
stellig deel nemende aan 't verbond der Edelen, werkte hij 
toch in den geest der bondgenooten door de inquisitie en de 
plakaten tegen te staan. Ook was hij vijand van Granvelle 
en men wil dat hij hem zwart zou gemaakt en verspreid heb- 
hen dat de koning zich de Nederlandsche zaken weinig aan* 
trok. In 1566 hield men hem voor den geschiksten man om 
met J. van Glimes, markgraaf van Bergen, den koning 
tot gematigder denkwijze te bewegen. Hij nam tegen zijn 
zin de reis aan, kwam na hmg draden in Spanje, werd min- 
zaam ontvangen, doch met allerlei schoone beloften gepaaid 
en om den tuin geleid. Merkende dat zijn taal geen ingang 
vond, verzocht hij meermalen, schoon vruchteloos, naar Ne- 
derland te mogen wederkeeren. Naauwelijks was het berigt 
dat de graven van Egmond en Hoorn gevangen waren te 
Madrid gekomen , of ook M o n t i g n y werd gevangen genomen en 
op het kasteel Segovia gezet. Onder voorwendsel dat hij wil- 
de ontsnappen vervoerde men hem naar 't kasteel van Salamanca. 
Hier wenien zijne gewone dienaren verwijderd en hem aange- 
kondigd dat hij zich ter dood had te bereiden, doch hem niet 
medegedeeld welken dood hij te wachten had , ook werd het hem 
niet toegestaan zijn katste wil te beschrijven, wijl zijne goe« 
deren waren verbeurd verklaard : alleen mogt hij den staat zijner 
schulden opgeven. In den nacht van 15 Oct 1570 trad een 
beul , monnik en notaris zijnen kerker binnen , en na gebiecht 
te hebben sloeg de beul een touw om zijn hals en verworgde 
hem. Hierop stak men het lijk, om de sporen der verwor- 
ging te bedekken , in een monniksp^ en liet men de volgenden 
dag getuigen komen, die den Ylaamschen edelman erkenden 
en zyne identiteit bevestigden. Hem, die het vonnis had vol- 
trokken en .den notaris, die er bij tegenwoordig was geweest, 
werden op dood straf verboden het geheim te openbaren, ter- 
wijl de koning het gerucht liet verspreiden dat hij uit ver* 



Digitized by VjOOQIC 



1026 

driet, w^l zijne plannen tot ontvlugten niet gelukten, was 
gestorven. Men hield Montigny voor een wijs en bekwaam 
raan , doch weiflelende in zijne godsdienstige beginselen. Z^n 
lot en dood heeft den dichter Klyn aanleiding gegeven tot 
het schrijven van zijn treurspel Monêigni. 

Montigny was ridder van het gulden vlies, zijn afbeel- 
ding bestaat. 

Zie Gysias, Ned, Ber,; £. Eremundas, Orig, et Sistar, 
Bc^c. TumÜ,; Hopperns, Ree des troubles, Livr. I. Ch. I. 
p, 19, Livr. U. Ch. VII. p. 58, 62, 6S, Livr. Hl. Ch. II. p. 76, 
Ch. in. p. 77, 78; Viglii Vita, N. LXXVIII p. 87; Bur- 
gnndii. Sist, L. I. p. "53; Bor, Ned, Eist, B. II. M. 44(62), 
45 (62), 77 (109), B. IV. bl. 120 (170); Hooft, Ned. HisU, B. 
ni. bl. 80; van Meteren, Ned, HisU, B. II. bl. 38, B. III. bl. 
53; Strada, de bello Belg., Dec. I. Lib. V. p. 262; Proces van 
Egmond, bl. 648; Cerisier, Tafereel der Algem. Geschied., D. III. 
bl. 168; Wagenaar, Vad. Eist., D. VI. bl. 42, 72, 121, 181, 
155, 157, 161, 195, 196, 246; van Wijn, Bijv. en Nal op D, 
VI. voai Wagenaar, bl. 35, 266, 266, 267; van Mieris, Neder- 
landsehe Vorsten; te Water, Verbond der Edelen, D. L bl. 
14, 117; Beaufort, Leven van Willem I, D. I., D. IL; 
BilderdQk, Geschiedenis des Vaderlands, D. VL bl. 28 v., 56, 
81, 235, 240; van der Vynckc, Nederl. ber. ; Schel- 
tema. Staatkundig Nederland; Schotel, Floris 1 en II van Fol- 
iant; van Vloten, De dood van Montigny ^ volgens de oorspronkelijke 
in Spanje gevonden papieren, in Vad. Lett, 1852, D. II. bl. 357; 
Dez., Montigny* s leven en dood in Spanje y Amsterd. 1853; L. B. Ga- 
chard, La mort ds Floris de Monimorency exécuté dans Ie Chateau 
de Simancas in Buil Ac. R. Br. XIX. 3. p. 105; Over den dood 
van Montigny in Eist. Gen. Kron., 3 Jg., bl. 59; Groen van 
Prinsterer, Arckives, T. L p. 17, 35, 116, 189, 137, 173, 
179, 279, 416, 426, 443, T. IL p. 359; Kunst- en Letterb. 1861, 
N^. 18; Hoogstraten; Kok; Nieawenhnis; Kobns en 
de Rivecourt. 

MONTMORENCY(Nicolaasde), heer van Vcrdegies, zoon 
van FranQois de Montmorency, heer van Wastines en 
Beuvry en van He Ie na Yillain. Hij was in z^'n jeugd 
in bediening aan het hof .van Philippus II en in 1583 
benoemde deze hem, in plaats van zijn oom Mazimiliaan 
Yillain, tot hoofd der finantiën bij A.lbertus en Isabella, 
die hem ook lid van den staatsraad maakten. Na het overlijd 
den van zijn neef Philip van Stavele, heer van Glayon, 
en van z^n broeder Floris van Stavele, graaf van Her- 
lees en gouverneur van Cassel, werd hij heer van Haverkerke, 
Estaires en Suyd-Berquin , die 8 Aug. 1611 tot graafschappen 
werden verheven. Meermalen werd hij wegens zijne uitstekende 
kennis der regtsgeleerdheid in verschillende commissien gebruikt 
en overleed den 16 Mei 1617 te Gend. Hij huwde I. Anne 
de Croy, van Bermeraing en Famele, dochter van Ja- 
cob de Croy, heer van Saimpy , van Tou-sur-Marne en Sluis , 
2. de zuster van Philip de Croy, graaf van Solre. 

65 



Digitized by VjOOQIC 



1026 

Hij scbreef: 

Manudie Principiê, Daaci 1597, 12^. 

Floê Oampi, in guo exercicia et mediéaüoneê quotidioMoe. 
Lovanii 1604, 12^ 

ExercUes quoiidien» et meditations en Fhonneur de glorieux 
8. Joèeph, Bapoux de la Mère de Dieu. 1609. 

VAmauT de Marie ^ diviêé en trois porties^ faict et cotn- 
p99é d Vhonneur de Dieu el de la vierge Marie ete, Brax. 
1614. 12°. 

Manna ahsconditum , sen epiritudlis dulcedinie pars prima (en 
vervolgens pare secunda) piarum medilationum , seleetiesimarun 
precationuM, aliaque ad ree divinae cantemplandaa aocommodata 
compleetens. Lov. 2 vol. 12°. Colon. 1616, 12°. 

Diumale pietatia in qwUuor partee repartitum. Antf. 1616 , 
12°. 2 voL 

Solemne convivium bipariitum: de praedpuie eoUmnitaiUnu 
D. N. Jeeu Christin B, Mariaeet eanctorum. Antv. 1617, 12°« 

Le Chapelet SpiritueL Brux. 

La Fontaine éPAmour* 

Zie Dn Chesne, Hiet, Gènéral de la Maison de Montmüreney, 
PariB 1624, p. 340, 841; Généat des Maisons de Gmnes, d'Ardres. 
Ibid. 1631, fol. p. 482, 435; Sweertii, Atk. Bat,, p. 579; O. 
Colvenerii, Kalatdarium 8. K Martae, T. I. p. 207; Val. An- 
dreas, BibL Belg., p. 698; Sanderi, f'landr, UL, T. UI. p. 99; 
Paquot, Mém. T. I. p. 262. 

MONTMORENCY (Fbans de), neef van den vorige , oudste 
zoon van Louis de Montmorency , beer van Beavry en 
van Jeanne de S. Omer, werd omstreeks 1578 te Aire ia 
Artois geboren. Hij trad in den geesteKjken staat, werd ter- 
stond protonotarius apostolicas, voorts prevoost der cottegiale 
kerk van S. Fieter van Cassel, vervolgens kanacinik en groot 
deken éet kathedrale van Luik. Toen hij veertig jaren oud 
was, trad hij in de orde der Jesuiten, en overleed 5 Fe- 
bruanj 1S40. 

Hij schreef : 

Poëtica Sacrorum Canücarum expoeitio. Daaci 1629 < 4>^. 
Antv. 1629, 4°. Yievinae 16S0 4°. en 12°. It. Omaoceeeume 
XF Peahnormn lyriöie medie expreeêortm. Antv. 1688, 12°. 

Paraphraeis poëtica Pealmi XL F in immaturo fmterePomêe^ 
pie RoHëani, Duad 1637, 4°. 

Parta de Batavis ad Antuerpiam metaria Bpieediön* Antv. 
1686, 4°. 

Pietae Fictrix, Pealmis Vil Qricii expreesa^ addUd hum* 
braHuncula de artificio Poëiico Davidicorum hymnorum. Antv. 
1639, 12°. 

Zie Paqtiot, Mém, T. I. p. 263. 

MONTHORENCT (B.) , portretschilder in het midden der 
18* eeuw. Hij schilderde o. a. het portret van Mr. Jokam 



Digitized by VjOOQIC 



1027 

Pieiér Recxêioot, Raadpenêionaria van Zeeland (1742). J. Pot- 
hoTen vervaardigde er een teekeniog naar, waarnaar J. H on- 
brak en de gravure heeft gemaakt voor de bijprenten van 
"Wagcnaar's FaeL ffiat. 

Zie KramnL 

MONULPHUS, uit een der adelijkste hoiien van Neder- 
Auttrasie gesproten, werd omstreeks 570 bisschop van Tonge* 
ren. Bijna dertisc jaren bestuurde hij de kerk. Hij stdde 
asijnen Insschoppelijken stoel in de door hem gestichte k«rk 
van St. Servatius te Maastricht, en rigtte er eene nieuw ka* 
fnttel op. Hij besteedde zijne erfelijke goederen tot godvruch- 
tige werken, zoo Ket hij aan z^ne kerk zijn landgoed ai 
sterkte Dinant, later een stad aan de Maas boven Namen, 
welke tot het einde der verledene eeuw aan het bisdom van 
Jjmk is gebleven. Hij wilde ook èe verwoeste stad Tongeren 
weder opbouwen, doch het einde zi|jner levensdagen voedende 
naderen , zag hij van die onderneming af. De meeste schrijvers 
sijn van meening dat hij omtrent het jaar 609 is overleden. Hij 
werd in zijn hoofdkerk aan de voeten van den H. Servatius 
begraven* Zijne overblijfsels werden in 1187 in de St. Ser- 
▼aas-kerk in een marmeren graftombe diep onder de aarde 
geplaatst en zijn in 1623 weder ontdekt geworden. Zijne ge- 
dachtenis wordt den 16 Julij gevierd* 

2ie van Gils, KaiL Meyer. Memoriéb,, bl. 10; van Gils en 
Poppens, N. Beêckrijv. vtm het Bisdom v, *8 Bosch. D. I. bl. 14; 
Zevens der Voorn. Ha/L, D. III. bL 87 volgg.; Acta S. S. Belg., 
T. II. p. 187—208. 

MONTPBNSIER. Zie BOURBON (Charlottb db). 

MOOCK (S. J. M. yan), kostschoolhouder te Delit, 

schreef: 

Verzameling van opêtellen ier verbeimiug van de daarin voor- 
komende SpeU en Ta&ifouien voor Kinderen. Zutphen 1811, 
kl. 8°. 

Jkètnee pour oeux fui commeneeni è éradmre dn Frmfoiê ei 
MeUanAM. Zvtphen 1812. 

Aanleiding tot het zameneteUen en ontbinden van volzinnen , 
gemeetiUik bekend onder den naam van construeren en a$udg' 
eeren. Zutphen 1811. 

(MranologiseAe tafd van de merkwaardigête gebeurtenissen 
mi de Nederlandsche geschiedenis. Delft 1817, plano. 

Nouveau Diotionnaire Frangais^HoUandais et HoUandats- 
Frangais. Zutphen 1825, 2 vol. 

Zie NaamL van van CUef; Cat. d. BibL v. d. Maats. v. Ned. 
LeUerk., D. I. bl. 

MOOK (Mr. Joan), Schout van Enkhuizen. In 1650 ont- 
stond tnssehen hem en de Wethouders der stad geschil, wijl 

65» 



Digitized by VjOOQIC 



1028 

hij eenige lieden , die verklaard hadden dat hij , schoon ge- 
huwd, met een andere ongehuwde vrouw onbetamelijke gemeen- 
schap hield, had doen vatten, en te weeg had gebngt dat 
zij , bij schepenen-vonnis werden gebannen. Zij beriepen zich 
op 't Hof, en de regering oordeelde, dat hij zich zelve voor 
't Hof had te zuiveren en zich middelerwijl te onthouden van 
't waarnemen van zijn ambt, zelfs besloot de meerderheid hem 
van zijn ambt te ontzetten, en aan de Grafelijkheids rekenka- 
mer Frederik Siewertszoon Lakeman in zijn plaats 
voor te stellen. De staten zochten beide partijen te bevredigen , 
zonden gemagtigden naar Ënkhuizen, doch vruchteloos. On- 
dertusschen brak er te Ënkhuizen een hevig oproer los, de 
schout M o o k nam er deel aan , werd te 's Hage , waar hij 
zich' bevond, geiigt en op de gevangenpoort geleid, doch we- 
derom ontslagen. Sedert deed de Wethouderschap van Ënk- 
huizen veel moeite om hem te bewegen van 't schoutambt 
afstand te doen en zich buiten de stad te onthouden. Einde- 
lijk besloot hij daartoe, nadat door bemiddeling van Govert 
van Slingelandt was vastgesteld dat de stad hem ƒ 8000 
zou betalen. Hij eischte daarna nog iets van de stad 't geen 
zij ecliter oordeelde buiteu de oveiüenkomst te zijn. Onder- 
tusschen had hij zich, zoo 't schijnt, naar Overijssel begeven, 
waar ook oneenigheden uitbarstten. Die van Kampen en Has- 
sel zochten hem in 1357 in Holland te doen bevorderen tot 
rentmeester der fieijerlanden , doch de Graaflijkheids rekenka- 
mer maakte zwarigheid hem met dit ambt te vooriden. 

Zie Holi Merc, 1653, bl. 53; Thurloe's Papers Vol. I. p. 294, 
295, 300, 301, 307, 315, 316; Wagenaar, VadL HUU, D. XIL 
bl. 286 YOlgg.; Maller, Cat, v. Pamft,, D. I. bl. 361. 

MOOLEN (S. VAN dbe), 
schreef: 

De nieuwe ecUpemjzer. Amsterd. in plano. 
Planetarium of Planeetwyzer. Ais boven. 
Over het maken en gebruik der pleinscAaal. Amst. 1699, 4\ 
Astronotfda qf Hemelloopkunde. Amst. 1702. 
Meetkututig afbeeldsel van eens verduistering der zotme. 
Amst. 1766, 4^. 

Zie Arrenberg, Naamr, bl. 360. 

MOONEN (Arnold) werd den 12 Augustus 1664 te Zwolle 
geboren, in 1688 op vier en twintigjarigen leeftijd predikant 
te Hardenberg, vertrok -van daar in 1689 naar Deventer waar 
hij den 17 December 1711 overleed. 

Hy maakte zich als Bijbeluitlegger en Kerkelijk redenaar 
in de Cocceaansche rigting beroemd, en deed door leer en 
voorbeeld veel tot verbetering van de kanselwelsprekendheid. 
Niet minder was h^' als dichter en taalkundige bekend. Hij 



Digitized by VjOOQIC 



1099 

behoorde in zijn tijd onder de dichters van den eersten rang, 
en was de vriend van Brandt, VoUenhove, Francius, 
Broekhuizen, Hoogstraten, Poot, Botgans en 
andere, die alle zijn dichtvermogen hemelhoog verhieven; 
aelfs Vondel, die voor z^ne dood nog eenige verzen 
van hem onder het oog kreeg, prees die zeer, en getuigde 
van zekeren Herderszang 'dat die rustig was en staen mogt 
tegens d'onden." Ook Bidloo prees zijne Herderszangen, 
die hij bij hem zag, hoog, ja verhief hem boven de eerste 
Italiaansche dichters in dit genre, en oordeelde: 

B dat Dante noch Guarien 

Petrarche oi Casa ons zulk Pastorel doen zien." 

Latere beoordeelaars stemmen hier mede niet in, doch er- 
kennen dat z\j onderscheiding verdienen. Van Kampen heeft 
Moonen's Herderszangen zeer oordeelkundig gekarakteriseerd. 
^In al zijne schilderingen ," schrift hij , 'ziet men Nederland* 
8che landschappen, die echter, ongelukkiglijk, voor het Her- 
dersdicht veel minder geschikt zijn dan de bekoorlijke, afge* 
iróselde bergen van Griekenland , Sicilië , Italië of Zwitserknd , 
terwijl de zeden onzer boeren of veehoeders ook vofótreks niets 
idiaab hebben. Vele der Herderszangen van Moonen zyn 
zinnebeeldig, en verheerlijken B^belstofen of vrienden des 
dichters. De herhaalde toespelingen op oorlogs en andere 
staatkundige voorvallen hinderen het zuiver dichterlijk genot 
dezer veldzangen." 

Wellekens, Schermer, de Haes en andere latere 
dichters hebben Moonen in dit dichtvak overtroffen. Zijn 
overige gedichten zijn van onderscheiden waarde en gehalte , naar- 
mate van de onderwerpen die hij behandelt; somwijlen weet 
hij zelfs den toon van Antonides te treffen. Met Moonen 
bq^nt , volgens Witsen Geysbeek, het verval onser vader- 
landsche poëzij. Blijkbaar heeft hij zijn beide tijdgen ooten , 
Brandt en Antonides, willen navolgen, doch zijn dicht- 
vermogen schoot daartoe werkelijk te kort. Na zijn dood gaf 
Poot de poëtische nalatenschap van Moonen met een voor- 
rede, waarin h^ hoog van 's mans talenten opgeeft, in het 
licht. 

Peerlkamp heeft een ongunstig oordeel over zijn Latijn- 
sche poëzg geveld, en beschuldigt hem van geen genoegzame 
kennis der taal en prosodie te hebben gehaQ. 

Ypey roemt hem daarentegen zeer als beoefenaar der Ne- 
derduitsche taal. Nu eens noemt hij hem een zeer voortreffe- 
lijk kenner en beoefenaar er van , dan eens zegt hij van zijn 
in 1706 in het licht gegeven Nederduiéêche SpraakkunsL #Me- 
nigvuldige malen is dit voortreffelijk werk herdrukt, als zijnde, 
meer dan drie vierde deelen der 18* eeuw tot handboek ge- 
bleven voor alle taaiminnaren, die regelmatigl\jk wenschte te 
8chri|jven. Zeker altoos werd die arbeid niet verbeterd door 



Digitized by VjOOQIC 



1090 

Willem Sewel, die ten jare 1708 eene J^edêrébdUekê 
Spraakkunst uitgaf, maar daarin toonde op yerre na niet dat 
wij sgeerig hoofd te hebben als zijn naaste voorganger Moo nen.'^ 
Verschillende dichters, o. a. K. t. Ar kei maakte lijkdichtai 
op hem. H^ huwde Katharyna Aleida Osieins. Hij 
gaat ook in zwarte kunst uit, naar O. Kelder, doorJ. Boo> 
nen gegraveerd, en daarna in de Oyerijas. Alman. voor 1854. 

M o o D e n gaf in het licht : 

Paitluê ie Jthenen, of XF Prêdikatim over Hand. XFII. 
1634, Deventer 1692, 8^, Delft 1720, 8*. 

Zie Rabus, Boekz. v, Europa, 1693, D. I. bl, 176 volgg. 

Stepkanua de Diaken , of zijn leven , bedryf, dood en hegra- 
fenia^ beechreve» van Lukae in het zesde ^ zevende en begin van 
het achtste hoofdstuk van de Werken der Apostelen^ en in 
openbare kerkredenen verklaard , door enz. Deventer 1696, 8**, 

1699, 2 dn. 8«. 

Zie Baba 8 t. a. p., 1696, D. I. bl. 235, 4U. 

De lijdende Christus , of Historie van het lijden en sterven 
des Verlossers, uit de overeenstemming der vier Evangelisten 
ontvouwd en toegepast in een een en dertig doonorogte predika- 
tien. Delft 1718, 2« dr., 4*., ook in het Hgd. overgezet. 

Zie Boekz. 1764 a. bl. 216. 

Abrahams roeping uit ür der Chaldeen ene. (in Predikaat 
sien). 'sHage 1715, 8»., Delft 1717, 8». 

Paulus onder de Heidenen. 'sHage 1715, 4^ 

Paulus onder de Uegdenen. Delft 1715 , 8^, door £ man uel 
Meyer, predikant te Winterfingen in hetUgd. overgebragt. 

Lijl^edikaiie over koning Willem HL 

Daeids Trapzangen of de liederen Hamaaloth, Delit 

1700, S\ 

Naamketen der predikanten enz. Dev. 1709, 1789. 

A* Moonen, B. G. Noordbeek en J. Hoogewal, Naemketender 
Predikanten, die, van de Herv. oen tot 1709 toe, in de ge- 
meenten en onder de vier dassen van het Overijss, Synode 
behooren het Euang. bedient hebben. Dev. 1807, 8^. 

Evangelie-Dienst. Delft 4*. 

Nederduytsche Spraekkunst ten dienste van in^ en uHheem- 
schen uii verscheidene sohrijvere» en aentekemngen opgemaakt en 
uitgegeven. Amst. 1.706, 12*, 1719 2«. dr. Op de Bibl. der 
Maats. V. Ned. Letterk. te Legden it «en exemplaar van dezen 
druk met pajner doorschoten en geschrevene aanteekeningen 
van W. O. Reitz in 1725. Amst. 1740, (6*. dr.) 12«. »). 
Hier toe behooren: 

De SpeUing van A. Moonen in eenen Brief verdedigt^ bene- 
vens een Naschrift van eenige behulpselen der 'Nederd. taele 



1) Volgens A hoonde verscheen de y^Mt drok te Amst. 17S0. 



Digitized by VjOOQIC 



loai 

door $mm Mimaar dier Spraake, '« Oraevenk, , /. van EUink- 
kmtiu, 1708. 

W» Sëweis, Aanmerkingen op het boekje genaamd: De 
SpeWng van A. M. in eenen Brief verd. em. Amst. 1708 » de 
acbryver van dit tweede etplcje onderteekent ^ich oncier aan 
zigneo briel P. H. P. 

Korte Chrtmjhe der Had DevetUer tot den ;'. J648, 2« verl?. 
en verm. dru)c. Deventer 1714, kl. 8^ 

Foëzy. Leydep 1700, 4,®- 

Vervolg der Poëzij. Leyden 1720, 4*. 

Orat, TanegyricQ, de Face BrUtaamca , habUa Hmob Comit. 
in ceïeberrimorian eruditorum hominum conse^su XII kalend* 
April 1674, Hagae Comit. 1674. 

A. M. Zwoüani^ Ferói divini mimetri dum viveret Dqjoen- 
irieme Poëmafa latina. Gron. 1716, 12° 

In bezit der Maats, van Ned. Letterk. te Leyden: 

/o. Lindebom, Hietoria, Hv^ notitia Epiecopatus Doven- 
irieneis Co Ion. Agripp. 1673. Met wit papier doorschoten en 
jnet vede aanteekeningen of van Lindebom zeiven of van 
Moonen. 

Hoüandeche Rymkrongk van M. Stoke 'e Gravenh. 1620, 
verrif kt door ket bijeckrijven van zeer vele verbeterde lezingen 
e» enkele toelicAtingen van de kond van A. M., en sommige 
dergelijke van die van Ann, Ypey , volgens het exempL van den 
laatstgen, Haydecoper heeft deze Aaoteeken. van Moo- 
nen bij zijne uitgave niet gebruikt 

Zie Ypey, Gesch. der Chr, Kerk in de 18e eeuw , D. Vm. 
b1. 402, 572, 681; Glasius, Godgel. NederL; Hoeufft, Parm, 
Lat. Belg. p. 204; Fe er 1 kamp, de poet. Lat, Neerl; J. 
BroDckhosii, Poëm, p. 35: F. Francii, Poém. p. 70; Hoog- 
stratini, Poëm. p. SOI, Bidloo, Panpocüc, Bat, p. 117 volgg.; 
Siegenbeek, Geach. der IVed, LeUerh., bl. 183, 184, 220, 320; 
Ypej, GescJu d, Ned, Tale, bl. 507, 536, 537; van Kampen, 
Geseh. d, NederL LetU en Weter»,, D. I. bl. 363, 387, n. 191, 
205; G. Brandt, Leven van Vondel, bl 82; de Vries, Gesch. d, 
Ned. Dickik., D. I. bl. 262; Voorr. van Foot voor bet Vervolgh 
der Poëzy vaxt M.; Witseo Geysbeek, B. A. C. Woordenb., D. 
XV. bl. 444 volgg.; Snellaert, ScheU eener Gesch. der Ned. Let- 
terk., bl. 167, 172; Huberts, Chron. Hand. tot de beoefening der 
Geschied, van Neder l Letterk., bl. 172; Overijss. Abn., 1854, bl. 
102, 1855, bl. 224; Hinlopen, Gesch, der Bv/beloverzetting ^ - 
bl. 1; Fara, Naanirol, W- 136, 187, 414, 418, 419; Collot 
d'Escnry, Èoüands roem in Kunsten en Wetenschappen; Eist en 
Royaerds, Kerk. Arch., 2e Sar., D. VIII. bl. 186; F. C. Mol» 
huysen. Iets over A, Moonen in Overijss. Abn. 1854, bl. 102; Vier 
Brieven van A. ü., ibid. 1855, bl. 344; J. van Harderw^k, 
Iets over A. M., iMzonder als Latijnseh dichter , in Vad. Lett., 1820, 
D. II. bl. 546; Rabus, Boekz. van Europa, 1693 a, bl. 179; 
1694, 1696 o, M. 235, 415, 17006, bl. 372; Boekz. der Gel 
WerM, 1720a, 393, 395; Abcoude, Naamr.; Arrenberg, 
Naamr.; CaL der Maats, van Ned Le^rh, te L^den, D. I* 



Digitized by VjOOQIC 



1082 

bl. 93 (hs.), 92, 127, D.II.bl.500, 558, 0. ni.bl.226, 863, 865; 
Cat, Musachenbroekt bl. IIO; Cat. Schouten ms. , bl. 47; Hoog- 
straten; Kist; Nieuwenbnis; Kobus en de BiTecourt; 
Naooracher^ D. VUI. bl. 858, IX. bl. 90, 182, D. X. bl. 285. 

MOONËN (N.), pastoor bij de B. C gemeente te Soerabai ja. 
De Javasühe Oostpoêt wijdde eenige regelen aan de nagedach- 
tenis van dezen waardigen herder, die te Samarang in 1856 
overleed. Hij was een der geestelijken, die, na het bekend 
geval met den bisschop in partibus Grooif, in 1846, over 
den landweg naar Java gezonden werd , voor het geestelijk op- 
zigt te Soerabaija. Ongeveer negen jaren achtereen was hij in 
zijn ambt ijverig werkzaam, niet alleen te Soerabaija, maar 
in den geheelen Oosthoek van Java en op Madura. Zijne 
assche heeft geene rustplaats mogen erlangen binnen den kring 
zijner gemeente, voor wier zielenheil hij getroaw arbeidde. 

In een volgend nummer w^dde een protestant de volgende 
dichtregelen aan zijne nagedachtenis. 

He wat hongerig, gij hebt nm gevoedj 
naakt en gij hebt mij gekleed, Èeêrft het 
Koningrijk, 

Het was genoeg een mensch te wezen, 
£n weigring had men niet te vreezen 
Van hem, die, waar de armoe schreide, 
Door ruime gift het hart verblijdde. 
Geen armen liet hij ledig gaan. 
Maar bood hem spijs en kleeding aan. 
Die vrome helper, mild in 't geven. 
Ging over tot een beter leven. 
De Hemel telt een Engel meer. 
God geve een anderen Moonen weer! 

Pasoeroean, 22 Mei 1856. 

Zie Indiér 9 Augustus 1856. 

MOONINX (CoBNbLis), kunstschilder in 1606 te 'sHage 
geboren. Zijn naam komt voor in het Qildeboek der Haagêche 
confrèrie van Pietura^ in 1656 aldaar opgerigt. Hij was 
daarbij tegenwoordig. Hij overleed in 1686 of 1687 na zijne 
terugkomst van Rome. 

Zie Houbraken; Immerzeel; Kramm. 

MOONINX (Pdbtbr), broeder van den vorige, was met 
dezen in 1656 medeoprigter der Haagsche Ce^f¥Me van Pie^ 
ture, Hy wordt als landschap- en gebouwenschilder van den 
Paus opgegeven, en heeft waarschijnlijk met zijne broeder te 
Rome gewoond, waar hij, na bet vertrek van dezen naar 
's Hage weüigt in dienst van den Paus bleef en aldaar stierf. 
Z^n schilderwerk komt zeldzaam voor. Kramm vermeldt eene 



Digitized by VjOOQIC 



10S8 

teekening van hem , voorkomende op de Caialogua van O. Buy 9 , 
Amst. 1838 bl. 16 : een boer met een danaenden hond^ en gist 
dat de averèlijfêelen van een tempel enz. in dien Catalogus op 
S. Moncks vermeld, ook van sijne hand is. 
Zie Kramm. 

MOONS (J. Jacobüs), kanunnik der Premonstratenser orde 
uit de abdq van St. Michiel te Antwerpen en pastoor te Bons- 
beek, bloeide in de eerste helft der 17* eeuw en schreef on- 
derscheidene zedelijke rijmwerken , behelzende fabelen en zinne- 
beelden met Latijnsche en Nederduitsche zedespreuken, 's Mans 
rijmtrant is eenvoudig en niet ongeestig. Hij leefde nog in 
1689. Willems vermeldt van hem: 

Het eedeUik vermaek tooneel. 

De eedeUjke Lustioarande. 

Den aedelijken vreugden berg. 

Vreugde perk, 

Vermaek'êpiegeL 

Vermaek veld en Vermaek trooêt^ 7 dn. in 8^ m. plat. 
Antw. bij P. J. Parijs, z. ja. 

Zie Willems, VerhaiuL over de Ned, Tod en Letterk, D. IL 
bl. 178; Aniw, Alm., 1820, bl. 75; Witsen Geysbeek, B.A. C. 
Woordenb,, D. IV. bl. 451; Snellaert, Schets eener Geschied, d. 
Nederl Letterk. , bl. 160. 

MOONS (WoüTBB) of MONSIUS, pastoor te St. NikoUas 
en Kanunnik der Cathedrale te IJperen, was Latijnsch dichter. 
Men vindt van hem in Joan. Sluperii, Jlerselensia Flan' 
dri Poèmata. Antv. 1575, p. 56—59, een Rymnue de coelo' 
rum gaudiisy Ave Maria en Ave Marie Stella. 

Zie Paqnot, Mém. T. V. p. 320. 

MOONS (Johan), Advocaat en Fiscaal, deed 14Sept. 1653 
den eed als lid van den Hoogen Baad. Groenewegen legt 
deze getuigenis van hem at: 'Joannem Moons, HoUandiae, 
Zelandiae et West-Prisiae fisci Advocatum et Procuratorem Ge- 
nendem, cigus exactum judicium solidamque theoriae et pra- 
eneos scientiam magni facio, aÜosque fori nostri coryphaeos in 
dubüs saepe in consilium adhibui." 

De HoUandsche consultatien zijn met zgne adviezen ver- 
vuld. Men heeft er reeds van den jare 16 14. Over den fis- 
caal Moons en zijne beweringen aangaande Margaretha 
Moons is lezenswaardig: Mr. H. W. Tydeman, Ophddr. 
en Bijvoegs. op Bilderdijk's Gesch. d. Yaderl. D. YI. bU 
277 volgg. Hij overleed 6 Maait 1669. 

Zie Groenewegen, Voorr. v. zyn Tractaat de legibus ab roga* 
tis; V reed e, Hoogen Baad, bl. 45. 

MOONS (Magdalsna., volgens anderen MAReABETHA) van 
▼aders zijde uit eene deftige HoUandsche familie, en van moe* 



Digitized by VjOOQIC 



1084 

ders zijde pt eem «del^'k Bn^baotsoh g89Uoht. Haar vader 
was Piet9r Mo^o?, ten tijde vao Karal V ontvaoger-ge- 
nera^il van 's keizers beden over Holland en tevens keizerj^k 
raadsheer. Haar oudstie broeder bekleedde onder Philippus II 
het ambt van Baadsheer in den Hove van H^ll^d nevens 
meer andere waardigheden, en was een man van groot gezag 
en achting. Zij woonde nevens haar goeder en nog een broe- 
der en zuster te 'sHage, gedurende het beleg van Leyden 
1574, alwaar de Spaansche bevelhebber don Francisco de 
Valdez haar ten huwelijk verzocht. Hare familie maakte 
veel zwarigheden om dit verzoek toe te staan , wegens de om- 
standigheden des tijds , dooh de jonkvrouw , omtrent dertig jaren 
ondy liet zich eindelijk door het aanhouden van Valdez bewe- 
gen in zijn huwelijks aanzoek te stemmen, doch de voltrekking 
van het huwelijk werd uitgesteld om de belemmeringen door 
het beleg van Leyden veroorzaakt, dat Valdez bezig hield. 
Toen deze bevelhebber zich langer dan h\j gedacht had, door 
de dapperheid der Leydenaars opgehouden zag , nam hij voor de 
stad door een algcmeenen storm te dwingen. Daags te voren 
verzocht hij zijne bruid, hare familie en andere aanzienlijke 
lieden ter maakijd. Getroffen door hare ongewone treurigheid , 
vroeg ^ij haar er de reden van. Zii hernam dat zijn voorne- 
men om Leyden , waarin ze vele vnenden had , te bestormen 
daarvan de oorsaak was, dat zij een afschuw liad van bloed- 
ertorting en gewdd , en dat h^ , indien hij haar waarl^k be- 
minde, moest afden van 't bestormen eener stad, die hem 
toch weinige dagen later van zelve moest in handen valleii, 
en eindelijk dat hij nimmer hare hand zou verwerven, indien 
hij de stad niet verschoonde. Hij üet zich door haren aan- 
drang en tranen bewegen en «ag van ^'n jr^meoien af. Dit 
verhaal, dat zij namelijk Leyden zou gered hebben, door de 
meeste geschiedschry vers bevestigd , werd door den hoogleeraar 
Ty de paan voor een legende gebonden, en strijdende tegen 
alle gronden van uit- en inwendige kritiek. 

Valdez be^af zich na het opbreken van het beleg, eerst 
naar Utrecht en vervolgens naar Brabant, en hield van daar 
met brieven aan, dat zijne bruid, daar hij niet naar Holland 
kon wederkeeren^ mogt gpbragt worden ten huize van hare 
gehuwde zuster te Antwerpen, waar baar huwel^k plegtig vol- 
trokken werd. 

Na het overlijden van de Valdez, in 1580 of 1581, 
heeft zij zich wederom naar Holland bleven, en is, na eeni- 
gen tiyd weduwe geweest te zijn, weder gehuwd met Jonkheer 
Willem de Bye, eertijds edelman van Willem I. Ten 
iweeden mai» weduwe gewooden, is z^ weder in het huwelijk 
getreden met Jonkheer Juriaan van Lennip, een aan- 
{^enl^ K\e^(seh edahnin met wjen zij op (^ huis 4e Werve, 
Irn^ aMÜ)4itorv#n , ^ gfiogm 4e Vop^Murg bij 's^age, eenige 



Digitized by VjOOQIC 



1086 

jaren heeft gewoond, en daarna met liaar gemiAl te Utrtoht 
baar Terblijf genomen hebbende is 2ij aldaar in hooge& oneer- 
dom overleden zonder kinderen na te laten. 

Men vindt hare en Yaidez afbeeldingen in het Ti6wnpel: 
Het Beleg der stad Leyden, 1774, 4*, van L. W. van Mer- 
ken, gegraveerd naar de platen, die voorheen door Gorn€- 
lis Visscher naar oorsponkelijke schilderijen gesneden en 
in het jaar 1649 door Petras 8criverias met zijne 
B^schriften uitgegeven z^n. 

Bontius, gewaagt in zijn Ireur- öUj-end 9pêl ^ deer leven- 
dig afbeeldende de belegering en ontzetüng der êtad Legde , van 
^Amelia, een edele Juffrouto, boel van Faldes {Baldeuêy' Bil- 
derdijk noemt haar Margaretha. 

Zie Strada^ de bêUo Belgieo ; Batkens^ Trophées de J^a- 
bant, T. III. p. 456; Bijvoegsel achter de Korte Btschrijmnq van 
de Belegering van Leyden, door Frgtiers , Haarlem 1739; Johan- 
nes Alderkerk, de Wbnderdaden des Allerhoogsten y gebleken in het 
Beleg en Ontzet van Leyden, 3e dr. 1734, U. 183—191, L. 'W. van 
Merken, Voorb. voor Het beleg van Ledden; W. Oreevcn, Bedeo. 
over Magdalena Moens in Mnemos,, D. XYI. (VI). bl. 339; Derde 
Mnemosgney D. I. bl. 258; Orlers, Beschrijv. van Legden, bl. 504; 
Roemer, Het vijfde hahe eeuw/eest enz,, bl. 27; Bilderdyk^ 
Gesck. d, VaderL, D. VI. bl. 176, 178, 271—280; D.X.bl.896v; 
Arend; Quatuor personae, quibus Leyda debent et HoUandia tmn* 
tium reductorum feUdorum iemporum (F. de Valdesf!), M. Moons, 
J. Don sa, L.Boisot). Quibus adjunetae sunt effigies cdeberrimi Am- 
toriegrapU P. Seriverii, ae ingemosi admodum sculptoria et pictoris 
H* Gokm, nee non et expertisshd guowkon medici ParaceUiy omnes 
airi incisae, Juctore et directore P, Soutmanno, ffarïemensi, pictore 
quandam regio. Op Cat, C. van AUcemade en P, van de SchelHng, bl. 
10 komt voor ms. EuweUjk van F* Baldus enJnffi*. Catharina Moons , 
verhaal van het ontzet van Leydm* 

MOONS (Loüis Adribn Fban^is) werd 11 Mei 1769 te 
Antwerpen geboren, legde onder A. B. de Gluertenmont 
de gronden der teeken- en schilderkanst , behaalde in 1792 de 
gouden medaille naar het levend model aan de Academie van 
Antwerpen, en werd later daaraan als hoogleeraar verbonden. 
Tnsschen 1798 en 1817 hield h^j zich te Dresden, Parijs en 
Petersbarg op. In zijn vaderland teruggekeerd, werd bij ach- 
tereenvoigenden lid der Academiën van beeldende Knnaten te 
Amsterdam , Antwerpen en van de Commissie tot aanmoediging 
der Schoone Kunsten. Benige tijd daarna vertrok hij naar 
Italië, keerde over Zwitserland en Duitsohland naar ts^ 
vaderstad terug en vestigde zich daar voor goed. Sedert 1819 
zond hij kapitde schilderijen naar de Amsterdansche, Braf* 
selsche, Gentsche en andere expositiën. 

Tot deze behooren : 

De aanbidding der herdern. 

Be Smmauegangere (Antw. 1898). 



Digitized by VjOOQIC 



1086 

De E. Maagd mei het kkid Jezus op dm êckooi. 

De dieJUer Eichylue bezig zijnde verzen te maken (Mechelen 
1822). 

Alexander en zijn geneesheer PkiUppue. 

Izaak Jacoh zegenende (Gent 1823). 

Job en zijne vrienden, 

Hagar en Ismaël in de «oeatijn (Brossel 1824). 

Een Engel den herders de geboorte Zaligmakers verkondigende. 

De ongeloovigheid van Thomas (Antw. 1825). 

Jacob met het bebloede kleed van Joseph (Amst 1826). 

Rust der H. Familie in Egypten (Antw. 1828). 

Saulus op den weg naar Damascns (Gent. 1829). 

Noach en zijn famxUe in de ark, op het oogenóUk dat de 
duif den olijftak brengt. 

De Engel die den Zaligmaker gedurende zijn zielenUjden in 
den tuin der olijven versterkte. 

Moons overleed 2 Oct 18 45 te Antwerpen. Zijn portret 
vindt men in de CoUection de Portraits des Artistes etc. van 
J. J. Eeckhoat, in foi. 

Zie Antwerpsche Précurseur van 2 Oct. 1845; Immer seel en 
Kramm. 

MOOR (Babtholomeds de) werd den 11 Febr. 1649 te 
Kapelle in Zuid-Holland uit een zeer geachte familie geboren. 
Daar was zijn vader Bernardinus de Moor, Doctor der 
Wijsbegeerte, destijds predikant, later te Benschop en Kuilen- 
burg, laatst te Gouda, waar h^ in 1680 stierf. Zgne moe- 
der Adriana van Yollenhoven was van Utrechtsche 
afkomst. Na de latijnsche scholen te Kuilenburg en Gouda « 
later de akademiën van Utrecht , Harderwijk en Leyden bezocht 
te hebben, waar hij zich niet uitsluitend op de geneeskunde 
maar op allerlei vakken van geleerdheid toelegde , verdedigde hij , 
pas 1 7 jaren oud , onder de Utrechtsche hoogleeraren Leusden 
en van Mansveld eenige theologische stellingen over de 
schepping der wereld en het Nieuwe Ferbond, en na voor zijn 
twintigste jaar tot doctor der geneeskunst bevorderd te zgn, 
zette hij zich als arts te Gouda, later te Amsterdam neer. In 
dien tijd gaf hg twee geleerde boeken in het licht, die, bg 
alle wisselingen der studie voor de geschiedenis der geneeskunst 
belangrijk zullen blijven, het een over het herstel der genees- 
kunst het ander over de ziekte der hersenen. Amst. 1704, 4^.). 
Hierdoor verkreeg hij zulk een grooten naam van geleerdheid 
dat hij 1 Mei 1706 tot hoogleeraar in de geneeskunde te 
Groningen werd aangesteld #nadat hij vooraf over deze en 
gene onderstelling in de wetenschap eene redekaveling ge- 
houden had.'' Hij aanvaardde den 81 Mei 1713 zgn post 
met eene redevoering de amoenitatibus medicis, en legde in 
April 1716 het rectoraat neder met eene rede de pisdmn et 



Digitized by VjOOQIC 



1087 

avum creaiione. Beeds in de eerste dagen van zijn profes- 
soraat was hem eershalve de graad van doctor der wijsbegeerte 
verleend. In 17 SI raakte hij in onmin met de verzorgers der 
hoogeschool, die h^ zelfs bij de Staten aanklaagde^, meenende 
dat zij hem grootelijks verongelijkt hadden door trage betaling 
der voor den Hortus besteden gelden, door onthoudene ver- 
hooging van inkomen en door onderscheidene, niet vervulde 
beloften. Hij werd door de Staten in het ongel^ke gesteld. 
Tegen het einde ?an zijn leven verliep zijne schooL Hij over- 
leed den 23 Junij 1724, ruim 75 jaren oud. 

Hij gaf in het licht , behalve de genoemde verhandelingen : 

Cogüatiomm de inêiauralione Medicinae , ad éamtatu tute- 
lam , morboa projlangandoê nee non vücan prorogandam LUnri IlL 
Amst. 1693, 8^ 

Veris oeconomiae animaliê ^ een potiue hnmanae^ prindpiis 
imdxae Faikologiae cerebri delinecUio pracHca, in qud morbo- 
mm eoperoêortm per notae characierisiicaa disHnciorum, nee 
non apasmorum accuroHor diatribtUio traditur. Amst. 1704, 4*. 

Fraeloquiam^ quum in theatro anaiom. novo Acad, quae eat 
'Harderoüici earpua virile cuUeüo amU.au^'iceret. Ibid. 1715 , 4^ 

Diaa. priv, de partu numeroao Lanadunenai reap. D. de 
Faitz. Ibid. 1716. 

InatiitUi Med. compendium. Amst. 1720. 

De genuino aenau quarti praecepU Decalogi in Biöl. Brem. 
a. VIL p. 381.-422. 

Zie Bonman, Gescfu d. Oeld. ffoogea., D, n. hl. 68 volgg.; 
Gedenkboek van Gron, ; Bihl h Roy , T. I. p. 173, 261. 468, T. 
m. p. 1130; Bibl Emtinck. T. II. p. 180; Babns. Bodcz, v. Eu- 
ropa^ 1695, II. bl. 420; Sewel, Tweemaand. Uittreksel, 1704, 
D. I. bL 422; Boekzaal, 1706a, 561; Kobns en de Biveconrt; 
Glasins, QodgeL Nederl. 

MOOB (Baatholgmsüsde), zoon van den vorige, werd te 
Harderwijk geboren, was predikant te Maaslandssluis , vertrok 
in 1712 naar Gouda, en is aldaar in 1743 gestorven. Hij was 
een geleerd man , wien het hoogleeraarsambt in de Godgeleerd- 
heid werd aangeboden, 't geen hij echter afsloeg. 

ZieVriemoet, Athen, Friiiaec, p.\ 580; Glasins, Godgel Ne- 
derl; S oer mans. Kerk. Reg., bl. 42, 67. 

MOOB (Berüabdinüs de), zoon van den vorige, werd den 
28 Januarij 1709 te Maaslandssluis geboren. Hij ontving 
zijne academische opleiding te Leyden en te Utrecht. Aan 
de eerstgenoemde leverde h\j een proeve zijner studiën in eene 
Diaputatio de piatitia vendicativa Deo eaaeniiaU, L. B. 1730, 
en verkreeg ddaar later in 1736 het doctoraat in de Godge- 
leerdheid na het verdedigen eener Diaptdatio ad Ad. 
lil : 9. 



Digitized by VjOOQIC 



1088 

In 1732 werd hij predikant te Ingen, twee jaren later Ie 
Broek in Waterland, yan hier vertrok hij in 1738 naar Oost- 
Zaandam. De intree- en afscheidsredenen , door hem op deze 
verschillende plaatsen uitgesproken en later met anderen toi 
éénen bondel vereenigd , zagen alle het licht. Groot was toen- 
maals de verwachting die men van hem koesterde, te Harder- 
wijle kwam hij als hoogleeraar in de Godgeleerdheid, in plaats 
van Ens in aanmerking. In 1743 ontving hij een beroep 
naar Enkhnizen, in het volgende jaar als hoogleeraar naar Fra- 
neker; doch voor hij er zijn inwijdingsrede uitsprak , werd hij (8 
April 1745) in die betrekking te Leyden beroepen. Hij aan- 
vaarde den 21 Jun^ 1745 zijn ambt aldaar met eene OraHo 
de imperfecta eecleêiae müUanHs feUeUate, In het volgende 
jaar nam h^* ook een halve predikdienst op zich, in welke 
laatste betrekking hij in 1752 den vooniittersstoei op de Zuid- 
Hollandsche Synode bekleedde. In 1757 hield hij bij het 
aftreden als rector magneficus een OnUio de eo , quod nmiMm 
est in êcierUia theologica^ op zeventigjarigen ouderdom ver- 
kreeg hij een eervol emaritaat, en bragt de laatste maanden 
van zijn leven te Gouda door, waar h^* den 18 Julij 1780 
ontsliep. Hij vermaakte aan de Leydsche hoogeschool f 40 OO 
ten einde uit de inkomsten daarvan eenige Lithausche stadenten 
in de Godgeleerdheid te ondersteunen. Hij is in manneHjken 
leeftijd door P.Tanjé en in zijn ouderdom door P. de Mare 
in plaat gebragt. 

Èy gaf in het licht: 

Inwydings redevoering over den onvoimaakten Oelukstaat der 
Urijdende kerk op aarde, Leyden 1745. 

Afecheide^ede in de Gorcumêcke Synode. Gorcnm 17S7 , 4^. 

Diiputationee de jnstiiia vinékaüva Deo eeeenüali. Leidae 
1730. 

OraHonea duae. Leidae 1745—1757, 4^ 

CommentariuB perpetuus in Johannis MarcUi Compenditm the* 
oloffiae Ckrietianae Didactico-ülenctictm Pare Prima, Oom» 
plecteus Cap. 1—17. L. B. 1761, 4*. (Zie Boekz. 1701 ó, 
bL 585). Pars II. L, B. 1763, 4^ (Zie Boekz. 1765 a, 
bl. 589—554). Pare IIL L. B. 1765. Zie [Boekz. 1765 «, 
bl 12—30). 

Epimetrum Suppl, OommetU, perpet. in J. MarekH Oompend. 
theol. Ckriêt. L. B. 1778, 4«. 

Intree* en Jfeckeids-redenen (van welke eenige Amst.1744, 
4^ Franek. 1744, 4°., afzonderl^'k in het licht waren gege- 
ven) en van des Heeren oordeelen en zegemngen over het land 
kre steden. Leyd, 1752, 4®. 

enis van zi/inen dienst in verschegde gemeentene 6e- 
z. Leyd. 1752, 4». 

liéefr. Wier 2 Cor. XII: 2 %; vtm Paulus opgetrok- 
^m derden Hemel, en van den Satan met vugsten ge* 



Digitized by VjOOQIC 



10S9 

#%Mi ekz. meê een Foorberigi van Jaeoê Grommoegetié Leyd. 
1763, 4^ 

Kort begrip en de zekere wuHgheid der ApoaioHeóke Leere 
wm Petrus , voorgesteld i» het I Hoofdsituk van t^n II Zend' 
Mef. Léyd. 17B6, 4°* 

Leerredenen. Leydeii, 4^ 

Leydens tmteet geitierd óp den jaarUjksohe Dankdag in 't jaar 
1746 en herdrukt ter gelegenheid van den tmee kondersten ter» 
jaardag dier geöenrtenis, Leyd. 1774, 4^ 

Aanmerkingen op de orde des Heus door D. Kleman. Leyd» 
1773. 

Oude en nieuwe dingen of Leerredenen uit het O. en N^ Tes- 
tament. Leyd. 1779. 

B. Hulsitts , Een Christelijk gebed tot Ood AUnaelUig voor 
het vaderland in de kerke in deze oarhgstifden , ter gelegenhegd 
van weekel^kschê Sedé-uuren met een aanprijsmg van den heer 
B. d. M. Leyd. 1747, 4^ 

Zie Vriemoet, Aih. Fris., p. 850; Bonman, Gtld, ffooges., 
bl. 68, 149; te Water, Narratio, p. S21, 222; Siegenbeek, 
Gesck. der Leydsche Soogescho^l, D. I. lH, 817, D. K. bl. 156 , 200, 
201; GUsins, Godgel. Nederl; Sclotel, Geeeh. der Leide. BibL; 
Muller, CaL vem Porfr.; Kobns en de Rivecenrt. 

MOOB (Jan de)« een Yliasinger, werd met Jacob de 
Swyger, Oilein GielesB. Leert en Jaeob Lange* 
straate, door de borgei^ dier stad tot ki^teiii verkoseo, 
toen deee zich verklaarde tegen den koning van Spanje. 
In dit zelfde jaar (1572) werd b\j aangesteld tot vice-admiraal 
der Ylissingers, onder admiraal Bwoat Pieterss. Worst, 
met wien bij in 1673 de vloot, ^e onder San oio d'Avila 
MiddelbarglracMe te ontzetten, groot nadeel toebragt « b^ welke 
getegenbéid bij ook met dea vioe-admir&al der vijanden omtrent 
Boraekti in een sobeepsgevecbt raakte. Eindelijk stierf b^ op 
Ivét bed van eet, want toen bij ten twéedcnmale tiaet Boude* 
wijn Ewoutsz., na den dood van Worst, admiraal gewor- 
den, legea San oio d'Avila tea sti^dci zoa gaan, werd 
bem , zoo als yj miet anderö kapiteiiitii in de bfuit des admi- 
raals den krijgsraad bijwoohde, door een kogel ait bet sobip 
van Saneio d'Avila gekomen^ de bersenpaü of de belft van 
bet boofd weggesdioten , zoodat bij nog spr^seode dood 
neer viel. 

Zie van Meteren, Nedé HiiL foL 71, 589; Leeoen en Daaden 
der Doorl. Zeehelden, bl. 219, 220, 223; G. Brandt, Leoen van 
de Ruyter, bl. 5; de la Hae, Heldhaftig Zeeland, bL 194; 
J. C. de Jonge, Neerl Zeewez., D. V. bï. 188, 1?7, 878; Kro- 
nSk V. fi SiiL Gen. U Utretht, D. tX. bl. 479 eti volgg. met 3 
Gmeal-TebeHtn daar achter. 



Digitized by VjOOQIC 



1040 

MOOR (Joos Dl), zoon van de vorige, werd te Vlissiiigea 
geboren, was eerst kapitein ter zee en klom tot den rang van 
vice* admiraal op. Toen de Lissabonsche vloot, in 1572, naar 
de Nederlanden kwam, was ze even als die van den hertog 
Medina Coeli, onbewust van de omwenteling te Vlissingen. 
Toen ze voor die stad was , werd haar van daar met een schot , 
naar oude gewoonte, een sein gedaan, waarop haar admiraal 
Willem Antonisz. van Antwerpen, met drie schepen 
de Honte opliep. Joos de Moor, toen nog kapitein, zond 
zijn boot met een deel volks naar een dezer schepen, een Uol- 
landsch schip met specerijen geladen , om de manschappen naar 
Viissingen te brengen, doch die het meenende te ontzeilea 
naar Rammekens, was de Moor genoodzaakt met zijn klein 
oorlogscheepje het aan boord te klampen met dit gevolg dat 
hij het nam. De Lissabonsche vloot, dus geankerd, viel geheel 
door die welgelukte list in handen der Vlissingers. Men be- 
grootte hare waarde op omtrent 6 tonnen gouds en ruim twee- 
maal zoo veel aan suiker , specerijen , paarlen en gesteenten. 
Die van Viissingen kozen de beste schepen om hen in den oor- 
log te dienen. 

De Moor joeg in den strijd tusschen den Zeeuwschen ad- 
miraal Worst met Sancio d'Avila, admiraal van Phi- 
lips II, een Spaansch schip, 't land van beloften geheeten, 
tegen een aarden bolwerk , daaromtrent opgerigt , aan , en klampte 
het aan boord. Ondertusschen vielen die van Viissingen dit 
bolwerk te lande aan, waardoor 'skonings volk genoodzaakt 
zijnde het te verlaten, en het door de Moor werd pr^js ge- 
maakt. Als kapitein woonde hij ook den slag van Louis 
Boisot tegen Olimes bij Eoemerswaal bij, en den togt 
door hem tot het ontzet van Leyden ondernomen. 

Als vioe-admiraal werd hij in 1588, toen de onoverwinne- 
lijke vloot op Engeknd en Nederland afkwam, onder Justi- 
nus van Nassau, toen admiraal van Zeeland, met 35 wei- 
bemande schepen in zee gezonden, met bevel om te beletten 
dat de hertog van Parma uit de Vlaamsche havens kwam, 
't geen hij ook deed. 

Frederik Spinola, overste der galeyen te Sluis, nam 
in 1608 voor, de Zeeuwsche schepen voor Sluis liggende te 
veroveren, dies roeide hij, den 26 Mei, 's morgens voor het 
aanbreken van den dag, met aeht galeijen uit hetSluische gat, 
naar de plaats, waar de Nederlanosche schepen, onder bevel 
van den vice-admiraal de Moor, op hun gewone wacht lagen. 
Toen de Zeeuwsche schepen met hunne twee galeijen Spi- 
nola met zijne galeijen en fregatten zagen uitkomen, gingen 
zij onder zeil en laveerden tegen wind oostwaards aan. De 
Spaanschen hadden, behalven het bootsvolk, een groot getal, 
volgens sommigen 1500 muskettiers op, die op het aankomen 
zich dapper lieten hooren en een hagel van kogelen op de 



Digitized by VjOOQIC 



104.1 

Zeeuwen schoten, en daar zij den oostenwind en de rijzende 
zoD tot han voordeel hadden, voeren z^ dwars door de Zee- 
landers noordwaarts heen, en kwamen aizoo over den Fran- 
dchen polder in de Uzelingen. Hier schikten zij zich, 's mor- 
gens ten vijf uren, in smaldeelen, ieder van vier, en vielen 
in goede oide onder luid geschreeuw op de Zeeuwsche schepen 
aan. Twee galeijen klampten de Moor aan boord, vier 
andere kapiteins, Legier Pietersz. en de zoogenaamde 
üollandsche zwarte galei werden van de overige Spaansche 
galeijen besprongen. Na eenigen tijd elkander beschoten te 
hebben, vielen twee dezer galeijen, die aan Legiers boord 
lagen, ook de Zeeuwsche galei aan. Een der laatste twee de 
Uollandsche galei verlatende, kwam die, welke aan boord van 
den Zeeuwschen vice-admiraal lagen, te hulp. Toen dit ge- 
vecht tusschen acht vijandelijke galeijen en vier fregatten te- 
gen twee Hollandsche schepen en twee galeijen een geruunen 
tijd had geduurd, roeiden Spin o la 's galeijen, beducht dat 
de Zeeuwen ontzet zouden krijgen , ziende dat ze groote schade 
hadden geleden en dat ze geen zege konden bevechten, geheel 
in verwarring naar 't Sluische gat terug. Onder hunne doo- 
den was don Frederik Spinola. Thysius schreef: #dat 
l^j, ijverende naar de overwinning, in 't midden van den 
strijd , op een Nederlandsoh schip overspringende , na verschei- 
den wonden ontvangen en ook eenen arm verloren te hebben, 
zijne lafhartige ziel tevens met zgn bloed uitblies." Acht 
honderd (anderen zeggen duizend, weer anderen drie honderd) 
mnskettiers, krijgsvolk, schippers en slaven bleven van de 
vijanden dood en zeer velen werden gekwetst. 

Aan de zijde der Zeeuwen sneuvelden er 36 en werden er 
omtrent 60 gekwetst, dewijl hunne vaartuigen beter voor mus- 
ketschdten beveiligd waren. Onder de dooden van naam 
vond men kapitein Jacob Michielsz. met zijn luitenant 
van de zwarte galei, en onder de gekwetsten den vice-admi- 
raiJ de Moor 'met drie wonden " en Fleming voegt er bij: 
«gevaarlijk gekwetst," en kapitein Legier Pietersz. doch 
beide herstelden van hunne wonden. 

Men dankte God voor deze overwinning , zingende den 34*^ 
Psalm, en in Zeeland werden ter gedachtenis zilveren en kope- 
ren legpenningen geslagen, op wier voorz^de men onder 
het Zeeuwsch wapenschild, de schepen der vereenigde gewes- 
ten, die tegen de galeijen gevochten en de overwinning be- 
haald hadden ziet, met dit randschrift: 

Cedunt iriremeê nomina 1603. 

Op de regterzijde vindt men de galeijen van Spinola in 
slagorde, onder 't wapen van Middelburg, en binnen den zoom 
deze woorden: 

Ficta peremto Spinola 36 Maji. 

In 1573 was de Moor ook korten tijd baljuw van Middel- 

66 



Digitized by VjOOQIC 



1043 

baig , doeh hij legde dit ambt vrijwillig neder onder beding dat 
h^ f £00 'ajaars z\jii leren lang van don lande zou hebben. 

Zie Leeoen en daadm der doorl. Zeehelden, bl. 144, 220; £. van 
Materen, Nederl. HUt,, bl. 104, 105, 289, 500; G. Brandt, 
Zeo0n OM de Muiter, bl. 5; Hooft, Nederl. HieU, bL 261, d47; 
A. Thjsias, Büir. Navalu, p, 67, 161; Lwen en Bedr^ van 
Prins Maurüs, bL 281; F. Fleming, Beechrijving en beleg van 
Oostende, bl. 382—884; van Loon, Nederl Historiep,^ D. II. bl. 
5; de la Bne, ffeldk. Zeel, bl. 194—198; Balen, BeschHjü. v. 
Dordr.y D. U. bl. 8Ö7; H. Grotii, Hist. Llb. IX. p. 576; Na»- 
sausche Lauioerk,, foL 160; Wagenaar, Vad. HisL, D. DL U. 
91, 92; Ceriflier, GescL der Ned., D. IV. 2 St. bt 500^ 501; 
Scheltema, Onoverwinlyke vloot; Schotel, ds zwarte galeije 
van Dordrecht in Schuil en van der Hoop, Bijdr, tot Boeten en 
Mensche kennis, D. IV. St. IV. bl. 382 volgg. ; Bilderdijk; Ceri- 
sier; J. C. de Jonge, Geschied, v, het Nederl Zeew., D. I. bl. 
177, 196, 299, 833, 878; Kobns en de Rivecoart; Mnller, 
Ooi. V, portr.; Kron^ van het Hist. Genoots., D. IX. bl. 188. 

MOOB (Antonib) werd te Utrecht geboren , ontving onder- 
wijs in de schilderkunst van S c h o r e 1 , bezocht Italië , bootste 
de natuur op uitstekende wijze na, en schilderde in een kloeke 
en krachtige manier. Hij vervaardigde een menigte portretten 
aan de hoven van Spanje en Portugal, die duur betaald wer- 
den, zoodat hij zeer rijk werd. Ofschoon hij zich vooral op 
het portret toelegde, schilderde hij ook van tijd tot tijd his- 
toriestukken. Ër was er een in het kabinet van de prins van 
Condé, voorstellende de opHanding des Heeren, tusschen de 
beide Apostelen Petrus en Paulus; een stok van groote 
kracht en waarheid was. Hij overleed te Antwerpen in de 
ouderdom van 56 jaren. Zijn portret beslaat op een penningplant. 

Zie van Mander, Levens der Schilders; Descamp3, Vie des 
péntres Eollandoisy T. I. p. 58, 59; de Piles, Mrhje de la vU 
des peintres, p. 372, 373; Leven der schilders ^ bl. 341; W. Bnrges, 
EMsüen dee trésors de Part h Manchester en ee eièole, Mm 1S67; 
Oatahg^ du Musèe du Louvre; Bi^gr. Umv, Nom, Biogr, génér. 

MOOB (JosiAS Dl), zoon ran den ?ica-admiraal Joob, «t 
zgn tweede huwelijk, kapitein ter zee, die in 16MeeA Diaokttr- 
ker veroverde. Nog worden vermeld de scheepsbeveltiebbers G o- 
vert Pieterse, Syroon Cornelise. en Evert de Moor. 

Zie de Jonge, Neerl Zeeu>,, D. I. bl. 376. 

MOOB (Kabxl de) werd den 28 Februari! 1656 te Ley- 
den geboren. Zijn vader, volgens Immerzeel een koopman, 
volgens Kramm een schrijnwerker'), had aanvankelijk het 



1) Zyn grootvader was Karel de Moor, gehuwd met Aana 
Vineron. Deze liet twee kinderen na: 1 Oerard de Moor, 
gehuwd doch zonder kinderen overleden. 2 Maria de Moor, ge- 
huwd met Anneke Bobbaerts, die drie kinderen naliet: I Ma- 
ria de Moor, gehuwd met Jeremias ie Fèbre; 2 Jan Bap- 
tist de Moor, gehuwd» laat na een kind; 8 Karel de Moor, 



Digitized by VjOOQIC 



1048 

^m hem een geleefde opvoeding te doen geven, doek de 
beelkte nfiSglng van sijjo «oon voor de sckildiBrkontt ontdek- 
kende, bestelde hij hem bij Gernrd Don. Later nnm hij 
Abrah»m v^n deo Tempel tpt leermeester » en toen deee 
hem joor den dood ontvallen s«as genoot hijj j)og eenig onder- 
wijs van Frans van Mieris <en Godfried Schnlk'en. 
Onder de leiding deser mannen mmitte bij welhaast uit nis 
schilder van protretten, gescbiedlcnndige onderwerpen en mo- 
derne binnenboizen* Het werk vloeide hem toe en zijn roem 
verspreidde zich welhaast buiten 'slands. De keizer van 
Daitschland verhief hem tot ridder van het Koomscbe rijk^ 
tot belooning vpor de beeldtenissen van prins Ettgeniui en dm 
kBftog vm Uarlboron^h te paard, met veel b^'werk, volgens 
het verlangen van den kei^rlijken ambassadeur met diens, door 
hem vervaaod^d portret, naar het keizerlijk hof opgezonden* 

De Groothertog van Toscanen schonk hem een gouden 
medaille met zijn portret er op« vppr zijn eigen afbeeldsel, 
dat hij in 1702 hem had toegezonden om in zijn giderjj van 
portretten bewaard te worden. Vroeger vervaardigde hij voor 
den Magistraat der stad Leyden een kapitaal stuk, voorstel* 
lende de regtsoefewing van Bruius over z^ne^beide miedddige 
zonen ^ een tafereel, aldaar voor den schoorsteen tn de Sche- 
pens kamer geplaatst, dat zich door rijkdom van ordonnantie 
en juistheid van teekening onderscheidt en, volgens Immer- 
zeel, met de beste kunstwerken van G. de Lairesse wed- 
Qvert^ Groot is het aantal portrette dat hij vervaardigde, 
onder welke de Portretten ten voete uit en kalf Ispenigrootte 
vm den Magistraat van 's Oravenhage, in 1719 voltooid en 
gephiatst in Burgemeesters kamer. Het Museum te Amster* 
dam bejsit van hem bet fortrei van 4^ sekOder en dieMer 
Joost van Geel, van Salomon van Tü en andereo/. Kx^mm 
noemt ook eenige zijner etsen op, zoo als de portretten van 
J. van Goyeny O. Dou^ Buste van een jongman en van eene 
vnmw. Nngler vermeUt er eenige. Op de verkooping van 
dw ^r«af von Fries waren 14 stuks» doch Kramm betwij- 
ftlt of ze allen van hem zijn. Z\jn portret door hem zekre 
geschilderd was op de verkooping van J. van der Marck te 
Itfyden* Naar dit portret is dat van Honbraken gegrar 
y^e^» dat in het werk van van Gooi voorkomt. 

Hjj overleed in 17 $8 te Warmond op zijn fauitmiplaats. 
TweeoMal was bij gehuwd: 1 met Hildegonde de Wael, 
2 met Johanna Louisa Molenschot. Uit het eecste 
huwelijk had hij zes kinderen: Anna Magdalena, Karel 



geboren te Lejrden in 1624^ hnwde Margaretha de Ridder, 
dochter van Jacqnes de Bidder, schipper op Zeeland, en van 
Anna Sasier of Casier, van zijne 10 kinderen overleden er 7 
jong. ÜH dit hnwelQk sproot Ka rel de Moor. 

66» 



Digitized by VjOOQIC 



1044. 

Joseph, Maria Magdalena, Magdalena Hillegon- 
da» Sara, Magdalena, en uit zyn tweede huwelijk Anna 
de Moor, gehuwd met Jan ran Soest. 

Zie J. C. Weyerman; Honbraken; Immerseel; Eramm; 
Charles Blanc, Sist» despeUOres de fioole EoU.; Filkington, 
HiMtory of Picture; Descamps, La vie deê pemtres SoUatuL, T. 
III. p. 7 — 10; Nouv. Biogr. génèr.; DicL ümv,; Navorecher, 

MOOB (Karsl Izaak D£), zoon van den vorige, was een 
goed portret schilder, blijkens het portret van den hoogleeraar 
Albinuê^ door de gravure van üoubraken bekend. Ook 
heeft hij geëtst. Zijn etsen onderscheiden zich zeer van die 
van zijn vader. In het prentkabinet des graren von Stern- 
berg-Manderscheid komen twee bladen voor, waarschijn- 
lijk door hem vervaardigd, als een ^««^, half figuur, van een 
meiye met ontbloote borat ^ houdende in de linkerband een 
geldstuk, en een kwakzalver. Volgens Nagler hield hij zich 
langen tijd te Parijs op, en met de kunst bezig. De ets 
die hij vermeldt is echter niet bewezen van hem te zijn. Z^'n 
portret komt voor in de kunstverzameling van J. van der 
Marck te Leyden, onder N^ 431 van de Catalogus, 

Zie Nagler, Monogram, u. «. u;., Mnnchen 1858; van Gooi, 
Lev. d. Schilders, D. U. bl. 434; Eramm. 

MOOB (J.) 
gaf in het licht: 

Koning Wiüiama zielzuchtingen omtrent het H, Avondmaal, 
'sHage 1704, 8«. 

Zie Abcoude, Naomi,, Aanh. bL 260. 

MOOR ( ), kolonel in Staten-dienst , sneuvelde in het ge- 
vecht bij Steenkerke in 1692. 

Zie Bosscha» NeerL Meldend, U land, D. II. bL 248. 

MOOB (djc), luitenant in Staten-dienst , onderscheidde 
zich in het beleg van B\J8sel in 1793. Toen de prins van 
Oranje, daags na het openen der loopgraven, de Franschen uit 
een post, dien m in het dorp Hiouw had laten dr^'ven, en 
een versterkte kapel buiten de Magdelena-poort had veroverd, 
liet hij deze door den luitenant de Moor met 100 man van 
de Hollandsche garde bezetten, doch Bou fiers, voor wien 
deze kapel van groot gewigt was, viel ze met zoo groote he- 
vigheid aan, dat de helft der manschappen en Moor zelve 
het leven verloor. 

Zie Bosscha, NeerL Meldend, te land, D. II. bl. 429, 430. 

MOOB (Hendaik), van hem zijn alleen de volgende too- 
neelspelen bekend: 

Hel- en Hemelvaart van TAeodore en Oomtaney^ 1680. 



Digitized by VjOOQIC 



1045 

OkmaêokU Geek, 1630. 
Ofympia, 1685. 

Zie Witsen Goysbeek, B, A. C. Woordenb,, D. IV. bl. 453. 

MOOR (Thomas Danibl). Van deze bezitten wij een be- 
rijmde topographie, in 1777 te Gouda in het licht verschenen 
onder den titel van SckoonAovetucke Arkadia, in 8\ 

Zie Witsen Gejsbeek, B, A. C. Woordmb., D. IV. bl 453. 

M0OR6EECKEN ( ). Volgens Bosscha, een Chirur- 
gen uit 'sHage, die met zijn ambtgenoot Al exand er Gourt- 
mans, gedurende het beleg van Oostende door Albertus 
(1601), zeer vermaard is geworden, r Medicijnen en Chirurgij- 
nen leerden daar meer in eene week dan elders in een jaar.'' 

Zie Bosscha, NeerL Heldend, te land, D. I. bl. 880. 

MOOEEELSEN (Philip). Zie MOREELSEN (Phiup). 

MOORJAANSHOOFD (G.). dichter uit de tweede helft der 
18« eeuw. Van hem bestaat: 

Historische Aandachi op Jezus getrouwe Bloedgetuigen voh 
Abel afy tot '« Wa/erelds einde ^ kortelijk nagevolgt, Leyden 
1771. 

Zie van der Aa, B. A, C Woordenb. 

MOORE (T.) schreef: 

Onderzoek over des Zaligmakers zielangst in den Hof. Rott. 
1759. 
Zie Arrenberg, Naamr. bl. 861. 

MOORE (J.) schreef: 

Beschouwing der Maatschappij en Zeden in Frankrijk» Zwit' 
serland en Buitsehland. Amsterdam 1760, 7 dr. 8^ 

Zie Arrenberg, Naamr, bl. 861. 

MOORMAN (Mr. Johan) werd in 1691 te Hulst geboren , 
studeerde te Leyden onder Noodt, werd in 1717 Jur. utr. dr., 
in 1719 schepen, in 1726 burgemeester te Hulst, waar hij 
in 1748 stierf. 

Na zijn dood gaf de Zeeu^'sche dichter Boddaert z^ne 
Gedichten (Middelb. 1745) in 8^ in het licht. Vrolijkhert 
noemt hem een beroemd regtsgeleerde en dichter. Alsregtsge- 
leerden schreef hij eene FerhamdeUng over de Misdaden en der- 
zelver straffen; vervolgd door Mr. /. J. van Hasselt. Dordr. 
1770, 2*.' dr. 

Zie VroHjkhcrt, VUss. Kerkhemel, bl. 242, 248; Witsen 
Geysbeek, B. A. C. Woordenb,, D. IV. U. 454; Collot d'Es- 
cnry, Hoü, roem, D. V. bl. 288; Botkz. der Gel Wereld, 1746, 
bl. 272 Tolgg.; CaU d. Bibl v. Nederl Letterk, ie Leyden, D. UI. 
bl. 85; Arrenberg, Naamr, bl. 361. 

MOORS (JouANNBs), was van 1608—1615 pastoor te Bok- 



Digitized by VjOOQIC 



lioven, in 1615 te Berlicum, in li21 abi vm Bcnie. Hij 
was een man vol ijver , bezorgde voor sijne reügieuseD » die uit 
de verbrande abdij verdreven waron , een bekwame woning in 
het Fraterhuis (nu Oanzenpoort genoemd) op het Uinthamer- 
einde te 's Bosch, welke wüning Moors tot een volkomen 
klooster opbouwde, maar bij de herovering der stad in 1629 
werd hij ook met de zijnen daaruit verjaagd. H^ teekende 
met dêtt bissohop, d«a koordeken J. Hermait», en met 
den magistraat de capitulaire-artikelen der stad voor de bur- 
gerij. In die onrustige tijden had Moors b^ den bisschop 
Ophovius het innigst vertrouwen» en bewees kern gewig- 
tige diensten, huk) en raad» in voorvallende moeijelijknedeo. 
Alvorens Ophovius de stad veriiet, stelde hij Moors» den 
5 October 1629, tot algemeen vikaris in al de zaken, die de 
priesters zijner abdij in dit bfsdom aangingen. Hij vertoef- 
de doorgaans onder Heeswijk, zijne geboortepkats en over- 
leed in 1641. 

Zie van Gils, Catk. Meyer. Memorkb,^ U. 342; van Gtls en 
Coppent, N. Bi9domvan *8 Htrtogenboech^ D» IV. bl. 912. 

MOORTAL of MOOKTEL (Jak). Zie MORTEL (Jak). 

MOORTELË (Ghbbbolf vanden), een kunstschilder, die 
in de XV* eeuw in Vlaanderen bloeide. Hij vervaardigde o. a. 
in 1461 met Lieven van den Bossche, éen dtasorslak 
VOCHT kerkmeesters van 94. Chrt9toffel iii de parochie kerk 
van Everghem. 

Zie Messager der Sciences etc. 1869, p. IM; Kf»aim. 

MOOY (CoRNBLis de). Kramm vermekH van dezen kwi- 
stemuur een Kabbèknd wiUer om een kaqfd, gêHofeerd met 
zeUende oorlog- en (mdere schepen. 

Zit Kramm. 

MOOYER (PiBTER Jansz.) of MOYER, doopsgezind leei«ar 
was bij de vredefaandeliftg tussehen de Vlamingers te Dordrecht 
21 April 1632« en met Abraham Dirkss., Tobiat 
Govertsz. van den Wyngaard en Dirk Dirkazooa in 
1625 en 1627 opsteUet van 0ï^f4aX^, of SeknfhmreUfke 
Aanuiiiing over wtU lAeden de Vreede Godê Haaé^ ook koe 
deeehen ioi Vreede en JEenigkeid verpUgt en verbonden z^n 
ent* Hierin komt voor de ook door h«m geteekende Odoqfêbe' 
It^denisse der Flaamêche Mennomeiené Foor de eerste reis ge* 
(brukt Amst 1629 fy Jacoö Jertst. (Jolom. 

Zie Sebyn, Geêch, d. Meim,, IIL 169, 170. 

MOOYMAN (C), Rotterdamsch dichter uit de 2« helft der 
18* eeuw, vereerde o. a. de nagedachtenis van P. Hofstede 
met een lijk vers. 

Zie van der Aa, B, A, C. Wwrdenb, 



Digitized by VjOOQIC 



1047 

MOQUET (J.). Volgens Arrenberg gaf hi^ tene Bescirif* 
mng van Barbarijen, 's Uage 1733 iii het licht. 
Zie Naamr. bL 562. 

MOB ( Johan) , tresorier van W i 1 1 e m I , prins van Oranje 
te Keulen. 

2^ Gvoen van Prinsterer, Artèiotêy T. III. p. 280^ 9%\ ^ 
T. V. p» 61. 

MOBAAZ (J. A. D£), med. doet., studeerde te Harder- 
wijk, en 

schreef: 

Diêê, de Hemiia et praeeertim de femorali ineareeraêa citra 
Kelotomiam reposUa. Uarderov. 1770, 4^ 

Verhandeling over eene zonderlinge geneeskundige toaamenmg , 
betreffende eenen gesloten aars ^' een kind, Middelb. 1817. 

Raad aan den landman over de inenting der kinderpokjes. 
Amst. 1791 (3^* dr.). 

Geneeskundig onderzoek, of de inenting der koepokken hoven 
de gewone inenting der kinderpokjes te verkiezen zij , en /. 8. 
Vaume, nieutoe bemizen van de gevaren der koepok-inënêing. 
Uit het Fransch vertaald door C. Broer, Amst. 1801, 8^, en 
in N'. Ferh. d. HoU. Maats., 1817, D. II. 

Over de cicuta ter geneezing van den kanker in N. Perhand. 
9. d, Hoü. Maats., 1779, bl. 287. 

Antwoord op de vraag: wat is de reden, dat de kinderpok^ 
jes [variolae) op blondere tijden en plaatsen , êwnt^jds onver- 
wacht zich openbaren en zeer geweldig woeden; terwijl anderen. 
Zélfs in de nabuurschap , daarvan op denielfden t^ geheel be- 
vrijd zifn. 

Zie Holtrop, Bibl med, et chir,, p. 243; BibL a JSoy, T. IV. 
p. 1821, 1998. 

MOBAËUS (Petbus), Waalsch predikant te Delft, in 1600 
in den ouderdom van 45 jaren overleden, had tot zinspreuk: 
Fetra mea Christus, Hij is door W. J. Del f f in 't koper 
gebragt. 

Zie Maller, Cat, v. Portr. 

M0RA8IÈKË (JoHAKNBS Costard de la), werd omstreeks 
1668 in Frankrijk geboren, en nam, toen Lodewijk XIV 
hei ediet yan Nantes had herroepen (1685), de w^k naar Hol- 
land. Hij bezocht als student de hoogescholen te Franeker 
en te Leyden, maar oefende zich vooral te Dordrecht onder 
Salomo n van Til. In 1698 werd hy, als fffoponent, te 
Wassenaar, vier jaren later (1702) te Dordrecht beroepen, in 
1709 sloeg b^ een beroep naar Utrecht af, doch nam dat van 
Amsterdam in 1715 aan. Hij was een zeer gódvmohtig en 
geleerd man, aan wien de Nederlandsdie kerk groote verplig* 



Digitized by VjOOQIC 



1048 

ting heeft, en overleed den l'ó October 1758, in den onder- 
dom van 90 jaren. Zgn adjunct Gherardus Schierhoat, 
Theodorus van Schelluyue en Winoldus Budde 
hielden lijkredenen op hem. 

Zie Negenentwintig EerékranMent door de Ned. Herv. Gemeente te 
Amsterdam, voor hunne leeraars gevlochten; Eerehransen, ten spijt der 
Lasteraren en humte verfoeijel^ schen-tytels ; SoermaDt, jKiri;. Reg., 
bl. 283; Brans, Kerkelijk Naamr. ; M. Veeris, Verm. Kerkelijk 
Alphabeth van ZmdHoUand; WagCDaar, Amsterd., D. VII. bl. 
423; Abrahams doody volgens Gen, XXIV: S^ in eene UJkreden toege- 
past op het zalig a/sterven van den WeUedelen Welgeboren, zeer ge- 
leerde en Godvruchtige Heer J, C de la M, enz.; Ypey en Dor- 
mont, Gesch. d. Ned, Herv. Kerk, D. IV. bl. 8; Schotel, Kerk. 
Dordr., D. II. bl. 277—274. 

MOEASIÈBE (Theodorus Mabtinus D£ la), zoon van 
den vorige, was predikant te Molenaarsgraaf (1738), Nieuw- 
poort (1734) en Oudewater (1741) waar hij in 1768 ontsliep. 
In de geschiedenis ran Nederland staat een trek zijner ver- 
draagzaamheid opgeteekend. 

Zie De beroerten van de Vereen. Nederl, D. III. bl. 195 (waar 
hy met z|jn vader wordt verward) ; Brans, Kerk. Naamr. , bl. 23 , 
69, 70; Kinschot, Besehrijv. van Oudewater, bl. 49, Schotel, 
Kerk. Dordr. , D. II. bl. 274. 

MOBAND (Philibertos) , med. dr. te Amsterdam, gaf in 
het licht: 

Lexicon Anaitmieum ofte onileedkundig wmderboehje , vervcU" 
iende in een Alphabetiêche order een kortbondige beseJkr^vin^ 
van de onderscheidene naamen van alle de deelen van 'i Men- 
êckelijk lighaam, nevens verscheide voomaame en korie in de 
ontleedkunde gebruikelijke spreekwijze, in H Uckt gegeven. Amst. 
1762, 1770, van welk werk men een verslag yindt in Boek- 
zaal 1662 d. bl. 755. 

Verhandeling over het kol^k van Piston. Amst. 1762, be- 
oordeeld in Boekzaal 1762 ó, bl. 759. 

Zie Arrenberg, Naamr,, bl. 862. 

MOBAQUIN (P. H. J.), kapitein in dienst van den lande, 
onderscheidde zich in het beleg van Breda door de Fransohen 
21 Febr. 1793, overviel buiten de Boschpoort eene voorpost 
van een ofiider met tien man. nam de hellt daarvan krijgs- 
gevangen, doch trok, op het naderen van meerdere vijanden 
met overhaasting terug. 

Zie Bosscha, Neerl. heldend, ter land, O. III. bl. 19. 

MOBBEKA (Petrus), geneesheer en dichter te Antwer- 
pen, gaf in het licht: 

Prognostica fuèuri saecuU^ aüguando ignè periiuri. 



Digitized by VjOOQIC 



1049 

Swerdêaüo eonira Tureas ei Epigrammata varia, Antv. 
1646, 8*. 

Zie Val. Andreas, BiblBelg,, p. 749; FoppeDS, BibL Beig.^ 
T. II. p. 401. 

MORCK ( ). Van dezen schilder, wiens leeftijd onbekend 
is, komt alleen voor, eenige vruchten met een sperwer en duif. 
Zie Kramm. 

MOBDAOH (Gbobqb), den 8 Maart 1801 te Hackenstadt 
bij Maagdenborg geboren, werd door Vogler en Schrader 
in de toonkunst onderwezen, legde zich op het bespelen der 
flnit, klarinet, violon, violoncel, bas en piano toe, en ont- 
ving te Wolfenbuttel lessen van den uitstekenden Eerfeldt. 

In 1821 nam hy dienst in een hollandsch regiment en werd 
in 1827 directeur van het muziekcorps van het 10 regiment. 
Uij was bij het beleg van het kasteel van Antwerpen, en werd 
na de inneming er van naar St. Oroer vervoerd, waar h^' 27 
maanden bleef. In 1833 werd hij op nieuw bij z\jn regiment 
dat te Utrecht lag, aangesteld, en bestuurder van het 
muziek der St. Maartens kerk. In 1848 vestigde hij zich te 
Eindhoven als directeur der Harmonie, doch bleef er slechts 
kort, wijl hij benoemd werd tot leeraar aan de muziekschool 
te Deventer. In 1853 vestigde hij zich, na het vertrek van 
J. Boers te N^megen en werd er directeur der Maatsohappy 
Caecilia. 

In 1824 huwde hij te Altona. . .Baud. Zijn zoon Oeorge 
Hendrik Mordach, den 18 Mei 1886 te Deventer gebo- 
ren, is te Nijmegen organist en zijne dochter Wil hel mina 
geeft er onderwijs in de muziek. 

Zie Gregoir, Biogr, des aut. mm. Neerl, p. 182. 

MOBE (P. dr) graveur, die met Bobert Muys ver- 
scheiden prenten sneed voor het Museum anatomicum van Prof. 
Sandifort. L, B. 1798, 2 voL fol. 

MOBEAU (Boüdbwijn), omstreeks 1570 in Henegouwen 
geboren , nam het kleed der Cistercienser orde aan , studeerde 
te Douai en werd er achelier, later doctor in de godgeleerd- 
heid, secretaris van den abt van Citeaux, en in 1618 abt 
van Bosieres in Franche-(^mté. NicolaasBoucherai, abt 
van Citeaux, zond hem als procureur-generaal der orde naar 
Bome. Hij kwam er in het eind van December 1621 en over- 
leed er tegen paschen van 't volgende jaar. 

Men heeft van hem: 

Begula 8. BenedicH, ad XXX plus minus ium Veierum^ turn 
mss. codicum oensuram fidemque revocaia; cum aüis ejusdem 
Scmcii OpusouUs, viid et kistorid, Duaci 1318, I2«. Colon. 
1620, 12». 

Hisioria Oistereiênsis. 



Digitized by VjOOQIC 



ÏWO 

Zie Vak Andreaff* BiöL Belg., p. \0\, Sweertii, Atk, Beig,y 
p. 152; Foppens, Bibi Belg,y T. I. p. 119; Le Waitte, BuL 
Cantberinaey T. II. p. 550, 55S ; Brassear, lU. Hcmnoniae sidera y 
p. 44; Paquot, Mém, T. IL p. 59^. 

MORËAÜ (Pierbb), geboren te Paray-ie*Monial . ging uit 
zucht naar avonturen naar Holland, leerde er de taal des lands 
en trad in 1644 als secretaris in dienst van den nieuw be- 
noemden gouverneur van Brasilie. Na een verblijf van vier 
jareA in Amerika, kiracn hij in Europa terug, reisde vervol- 
gens door Turkten, waar hij in groote gevare» kwam. H^ 
overleed omstreeks 1660 te Paray. 

Hij schreef: 

BiêCoire des dermers troubleè du Brédl enire lês Hoütmdaiê 
el le9 Poriuf0iêy depuis iQé4i jusqu^m 1648, uitgegeven in de 
Rêlati&në viritableê et eurieuseê de VUle de Madmgaiear ei de 
Bréêil. Paris 1651, 4^ Ook in het HolL overgezet Amst. 
1652, 4^ Ook vervaardigde hij een Fransche overzetting 
van de 

HelaUon du vayage de Roulox Bath, mterprUey et mUmmê- 
êodeur ordtnaire de lü Compagnie dêe Indes d*ooeidetUy om 
pa^e des Tapuies dans la terf e-ferme dn Bresü, 

Zie Haag, La France protest, 

MOBDOSINIUS of MURDISINIUS (Johannbs), een Schot , 
werd in 1600 te Leyden lector in de natuurkunde, in 160)) 
boogieeraar in de redeneerkuode en is ais zoodanig in 1615 door 
Jaehaens opgevolgd. 

Zie Soermans, Acad, Heg.y bl. 61; Siegenbeek, Gesck, d. 
Letfd. Hoogea.y D. I. bl. 70, D. 11. U. 83, 266; Naoorechery D. 
IV. U. 319. 

MOKËELS (Jaoob). Zie MOREL (Ja€ob). 

MOBËELS (Maubus), te Mecheien geboren, trad aldaar 
in 1570 in het schildersgild. Hij muntte uit in het schilde- 
ren van groote ordonnanties. Bubens had veel achting voor 
het talent van dezen meester , van wien o. a. bekend Is een 
altaarstuk voor de St. Katharina-kerk , in zijne geboorteplaats , 
voorstellende de aanbidding der koningen y uitvoering van schil- 
dering en gloe^jend van koloriet. Men heeft dit stuk schoon- 
gemaakt en bedorven, 
e Immerzeel. 

[OREELSE (Paulus), zoon van Marten Moreelse, 
157 1 te Utrecht geboren, werd in de schilderlninst 
M. Miereveidt onderwezen, vervolgens bezocht hij 
e en oefende zich te Bome in het se&ilderen van historie- 
ken, doch legde zich Uter alleen op het portretschilderen, 
in hij uitmuntte, toe. Te Utrecht weergekeerd bid k^ 



Digitized by VjOOQIC 



1001 

folop werk als schilder eo ook ais bouwkunstenaar. Hij had 
o. a. het bestuur over de bouwing yan de Gatharyne poort en 
mea schreit hem ook het eerste denkbeeld een er uitbreiding 
van Utrecht, later door zijn zoon opgevat en uitgewerkt, toe. 
Als raad en kameraar of bestuurder van openbare werken, be« 
wees hij aan Utrecht gewigtige diensten, en bevond zich in 
1634 onder de afgevaardigden om de middelen voor te berei- 
den tot vestiging der illustre school. 

Te Amsterdam zijn nog verscheidene stukken van dezen 
meester aanwezig, o. a. in het rijks museum de portretten 
van Maria van Utrecht^ weduwe van Jan van Oldenbar- 
n e veld en de beeldtenis eener bevallige schoone, voorgesteld 
als eene herdmn met een bloemkrans om het hoofd , in 1817 op 
de verkooping van pastoor O c k e te Leyden gekocht voor/ 2150. 
Het Haagsche museum bezit van zijn penseel de portretten 
van Catharina Christina van Nassau en dat eener 
prinses van Hanau. In het museum Bovmans berustten 
zes stuks portretten, waaronder Johan van Outenóameveld ^ twee 
herderinnen ^ de H. Maagd met het kind Jezus en Jozef en 
Maria met het kind Jezus, De kunstgaler^ te Dresden heeft 
van hem een levensgroot portret , borststuk van eene jeugdige 
VrowD , in het zwart gekleed met foitte muts en halskraag , in 
de regterhand eene zwarte vederbos houdende. Noch Bartsch 
noch Basan vermeldde Moreel se als graveur. Hu bert no- 
teert vijf prenten naar hem gegraveerd, doch in den Caéalogue 
raisonné a^estampes de feu Ür, Wi nek Ier, par Michel 
Huber et J. 6. Stimmel vindt men nog andere naar z^n 
kunstwerk gesneden prenten aangehaald. Van het meesterstuk 
afkomstig van den pastoor Ook e te Leyden vervaardigde J.A. 
Dawaille een fraaije lithographie. Immerzeel vermeldt 
twee door Moreelse zelve gegraveerde phiten, Lucretia, een 
dolk in haar hart wringende en een Jmor tussehen twee dan» 
sende jonge meisjes. 

Se baron van Heeckeren van Brandsenburg te 
Utrecbt bezit zijn levensgroot door hem zei ven geschilderd 
portret, waarnaar de gravure der 8* uitgave van van Man- 
der is genomen. Muller en Kramm vermelden nog ande- 
ren portretten van dezen meester. 

Hij huwde Antonia van Wyntershoven, die hem kin- 
deren schonk, en overleed 8 Dec 1638 te Utrecht, waar 
hij toen raad en schepen was. 

Zie TanMaader (S« nitg«; JacobCampoWeyerMaiij Hou* 
breken; Immarseel; Krammi Muller, Cot. v. Portr,; Kok; 
Hoogstraten; Eobtis en de Riveeovrt; J. tan DQk, Bé- 
sekrtfv, V, hH SiadkidM van Jmtterd^t bl. 189» 140; Fokke, Bê- 
êt k r ij m n g van hit Stadhmê te Jmetetdaln; Wagenaaf^ AmeUrdam; 
Deacamps^ Vwifo^ê fitter, f jt.\\t \ Vie des pemStet Heiky 'I.l^ p, 
168; CaUraiêoméeUi.^ T.m.p.600| Naue, Blogr. génér. ,- Dict, Urne, 



Digitized by VjOOQIC 



1058 

MOEEELSE (Henbious), zoon van den vorige, werd den 
17 December 1615 te Utrecht geboren, bezocht daar de La- 
tijnsche school, en studeerde vervolgens onder Joannes 
Isaacus Pontanus en Antonius Matthacus te Har- 
derwijk. Toen de laatste te Utrecht was beroepen om aan de 
nieuw gestichte hoogeschool het burgerlijk regt te onderwijzen , 
volgde Moreelse z^ nen leermeester derwaarts. Later hoorde hij 
te Leyden Salmasius, UeinsiusenVinnius, vervolgens 
reisde hij door Frankrijk, bezocht de hoogescholen te Parijs, 
Oenève en Bourges, en werd aan de laatste door den beroem- 
den Edmund Merillius tot doctor in de regten gepromo* 
veerd. In zijn vaderstad teruggekeerd, hield hij eene lof- 
rede op den magistraat voor de stichting der hoogeschool, 
waarvoor hij met een prachtig boekwerk met de wapens der 
stad werd vereerd. Hij werd vervolgens (164S) tot buitenge- 
woon lid der schepensbank benoemd , en in het volgende jaar 
tot hoogleeraar in de regten, welk ambt h^' aanvaardde met 
eene Oratio de jurisprudentiae Romanos uau hodierno. Tien ja- 
ren bekleedde hij dit ambt met lof en werd inmiddels door de 
stadsregering voor hare belangen gebruikt Bij den feilen twist 
tnsschen de eerste leden der Staatsvergadering en de stad 
in 1645 en 1646 werd h^ naar den Haag gezonden en in 
1652 tot lid van het hof benoemd, doch bleef hoogleeraar 
tot dat zijn opvolger gereed was zijne collegien te openen, 
hetgeen in 1654 geschiedde. Vervolgens werd hij lid van de 
Chambre-mi'partie en geraakte eerlang meer in de staatkundige 
werkking, waarin hij door hei wel waarnemen van z\jne amb- 
ten, als lid der Generaliteits kamer, Burgemeester en Baads- 
heer, veel lof verwierf. 

Burgemeester zijnde, legde hij zich bijzonder toe om de 
stad te verfraaijen. Zijn smaak voor het schoone, een erfenis 
van zijn vader , bleek uit een boek , dat hij over de verfraai jing 
van Utrecht schreef. Men had reeds handen aan het werk 
gesUgen, doch het ongeluk der tijden en de Engelsche oorlog 
in 1665 deed het voornemen verijdelen. Hij overleed als raads- 
heer den 26 Mei 1666. Burman deelt zijn grafschrift me- 
de, de hoogleeraar Graevius hield eene lijkrede op hem. 

Behalve bet bovengemelde in het HoUandsoh geschreven 
werken zijne Oralio inau^uraliê gaf hij nog eene DUsertaUo 
de Legatii en eene andere de Manuductione êiudiosi Juriê , voor» 
komende in V o s s ii Biaaertaiionea , Traj. 1658 , in het licht. Zijn 
portret is in steendruk door N. van derMonde uitgegeven , 8^. 

Zie Burmanni. Traj. erudd., p. 231 aeqq.; van de Water, 
Utrechts Placaetb., D. II. bl. 1054, D. II. bl. 186; SylL EpUu 
Bumianus^ T. IV. p. 44; Rodenburg, Proef, de Jur. Ccnjwg. ; 
Matthacus, de Auctionibus , Proef.; Jjipenii, BibL PkiL, p. 1431^ 
Graevü, Orat., p. 171 ; Scheltema, Staaik. Awfer/.; v. Hoog- 
straten, Pr, eener geêckiêdeme der Ckambre-m-partié , p. 111; Ko- 
bus en de Bivecoiirt; Kramm. 



Digitized by VjOOQIC 



1058 

H0REEL8E (Pibtxr). Op OaiaL FenioUt va» Soehn, 
Amst. 1847 komt onder N^. 188 en 398 van hem voor Em 
<nd deftig heer en eene dame m rifke kleedmg^ en twee def- 
tige personen , met potlood geteekend. Kramm gist dat men 
in plaats van Pi eter, Paulus moet lezen. 

Zie Kramm. 

MOREELSE (Willem), nit hetzelfde geslacht, was ook 
kmistenaar te Utrecht en den 12 Augustos 1667 reeds overle- 
den. Hij huwde Geertruida van Melanen. 

Zie Kramm. 

MOREL (J. Vabbson), in 1803 te Amsterdam geboren, 
werd eerst door J. Andriessen, en na diens overlijden door 
J. U. Pieneman in de konst onderwezen. Vijfjaren was 
hij zijn leerling en nam tevens de lessen aan de Academie 
waar. Aanvankelijk legde hij zich op het figuur- en portret- 
schilderen toe, later hield hij zich meer bezig met het schil- 
deren van vruchten en wild. In 1830 werd hij tot onderwij- 
zer aan de Stads teekenschool benoemd en overleed in 1854. 
Op het paviljoen te Haarlem vindt men van z^n penseel eene 
schilderij voorstellende eene doode faizani. 

Zie Imm.erseel; Kramm. 

MOREL (Jacob) of MAEREL. Volgens Nagler was hij 
een Utrechtsch schilder, leerling van G. F leg el te Frank- 
fort, waar hij met de weduwe van Merian den Oude, huw- 
de, en volgens Sandrart, in 1683, in den ouderdom van 
59 jaren overleed. Huigen daarentegen stelt z^*n geboorte- 
jaar in 1611, z^n sterfjaar in 1685. 

Kramm toonde uit authentieke stukken aan dat hij 
niet Moreels of Marrel, gelijk sommigen beweerden, 
heette, maar Morel; dat hij te Frankfort geboren was, te 
Utrecht z^ne studiën verder voltrok en huwde met Catha- 
rina Elect 

Morel etste in meda^ons een gr ooien vïiegenden adelaar; 
hei afbeeldêel van keizer Leopold mei de geven Keurvorsien; 
een gezigi op den Bömerèerg, er onder geplaatst, is door A. 
6rau gegraveerd. Hij schreef: 

JieiêMichlein für die ankommende Jugend zu lehren^ inson- 
derheU für Mahler u. e. w. A?. 1661. 

Zie Kramm. 

MOREL (MiauiBL), kunstschilder te R^'ssel, komt voor op 
de rekeningen van de hertogen van Bonrgondie 1424 — 1525. 
Zie Kramm. 

MOREL (Nicolaal), in 1664 te Antwerpen geboren, was 
leerUog van Verendael, schilderde, gel^k z\jn meester, 



Digitized by VjOOQIC 



1M4 

bieem- en froitatakken ea montte uit in bet afindeo fM Tasen 
met baereliefen en andere onbezielden voorwerpen, waanaode 
kij zolk een naam maakte éêi bij naar bet Hof ven Bnaaad 
werd Inroepen, waar hij gebmiki werd om de paleiien te ver- 
sieren en van de veornaamote besteWngen ontiving. H^ zou 
in 1732 te Brussel overleden zijn. 

Zie Immerseel; Er»min. 

MOREL (Jak Evbet), in 1777 te AmsUrdam geborca, 
leerde het bloera- en fruiteebüderen bij Jaoob Linihorat, 
oefende zich verder onder D. van der Aa t^ '8^agp en 
studeerde te Amsterdam nog naar de schilderijen, in de ver- 
zameling van den r^'tuigscihilder D. van Dijl, ^j wien bij 
werkzaam was. 

Onder zijne werken vindt men keurige teekeningen naar J. 
van Huysum. Hij overleed te Amsterdam in 1808. B. 
Vinkel Jz. , hield oQ t^n graf een lijkrede. 

Zie Imqier^eel; Kobus en de Bireconrt. 

MOBELLS (Pa^l). Ti» MO&EELS (Pavl). 

MOEETÜS (BALTHASAR)of MOEKENTOKP, zoo« van Jo» 
hannes Moretus en van Maria Plantïnns, dns van dea 
schoonzoon van Christoffel Plantyn, werd 98 Jidij l574te 
Antwerpen geboren. Hy was een man van veel vernuft , oordeel 
en geleerdheid en geen ongelukkig dichter , wiens gedi0hten echter 
hier en daar verspreid zijn. Hij was leerling en vriend van L ip- 
sius en wijdde hem zijn Fatna postuma memoriae J, Lipni^ 
Bfilgartm ocelU. H^ voegde bij het Theatnm orbiê van 
Abraham Ortelius, kaarten en geographische en historische 
aanteekeningen {Abrahami Orteïii Parergon TheaMarHê, doe 
vet. Oeographi ac TM, commeniariiê Oeograptida et HiêtorScu) 
1624, fol Bij overleed 8 Julij 1641. 

Zie Val. Aadreas. BüLBélg,^ p.109; Foppens, BiH^Bdg., 
T. n. p. 307; Moreri; Hoeufft, Pam.^ p. 108. 

MOREI^IB {JoHANKBs), .Lat^Dach dichter, wiene poësij 
iBen o. a. aantreft in !fyfto mm t dr ^ emèiemaiê ewpoiUo m B. Jt. 
O. ff. jr. A. {JÊLMmbuê CoUêgii SooieéaÜê Jêm Antwerpmeiê) 
op nieuw uitgegeven. Antv. 1627. 

Zie Hoeufft, Pam., p. 109. 

MOBETUS (Theodobus) van Antwerpen , bloedverwant van 
den vorige, geb. in 1602, een Jesuit, hoogleeraar in de matbe- 
fis aan ds hoogeaohoel te Praag» gaf onder aodereoiabetUeht: 

Pr^poêiti^neê Matkematioae de eeleri et ittrdo Mgitirëe ei 
armonm. Pragae 1685, 4^ 

H^ overleed te Breslau in 1667. 

Zie Yal. Andreas, Bibl BeXg., p» 829; Foppens, Bü>L 
Bdg., p. 1115 seq. 



Digitized by VjOOQIC 



1056 

M0&ËT8 (SAiineN), üaaidrnMi U llkidellMirg, tdbeti- 
tuut en plaatsbekleeder van den predikant Ohelein in EÏjne 
predikatien (1566), door Al va gebanoeu. 

Zie Sealmiiem om Aka, bl. 64, (19; U Water « .S^. t;. Zeel,, hl 
89; 'tGraTOsande, TWeAoncferci^'. hettaan der Middelk. vrijfkeid, 
bl. 47 , 55. 

M0B6AN (Carbl) ridder, tre&n w^ het aUereerst in 1600 
als kapitein eener compagnie aan in den slag bij Nieavpoort 
In Angustos 1602 werd h\j voor Grave gewond, en lange ja- 
ren diende hij aan het hoofd van een Engelsch regiment, 
eerst weder onzen Staat, daarna in den dertig jarigen oorlog 
den koning ?an Denemarkon m wei met den rang v»n Luite- 
uant^neraal der infanterie en artillerie. Hij kwam in li629 
met een regiment in Nederlandseben dienat terug en werd in 
1632 te Maastricht zwaar gewond^ later werd hij gouverneur 
van Bei;gen op Zoom. Het is onzeker ol hij dezeUde is met 
den kolonel Morgan, wiens plaats (hij was kolonel va» een 
r^ment) na z^n overlijden in 1642 door John Oromwell 
vervuld is. 

Hij huwde Blisabeth van Marnix, dochter van Mar- 
nix van St. Aidegonde (in 1608 overleden), iot wier na* 
gedachtenis hij een graftombe oprigtte in de Bt« Uippolytus of 
Groote kerk te Delft. Hij voerde tot wapen tfor au grifftm de êoble, 

ZieBor; v. Meetereo; Wagenaar, Fod JSü«t. , O. Zt bl. 164; 
Verzamelde berigten onUrent de hijgabevelhebherê 6y ^iewopoorf, Utr. 
1886, bl. 84; Verzameling van Gedenkstukken door P, Tmareteny O. 
L bl. 14; J, Fanr«, ^et. cbregée <de ia wille fU Bergen -op Zoom; 
Aittema* Zedcen vm Staat en Oorlog, O. I. bl. 64«; Naoertoher, 
D. IV. bl. 8—10; W. Steven, Eietorjf of the Scottiek dbrcA in 
Hotterdam, p. 872. 

MORGAN (Tfloius), bevelhebber der Ëngelsche vrijwilli- 
gers ia 1S72. H^' vei^edigde io 1586 Kijnberk, en in 1586 
Bergen op Zoom tegen Parma^ Hy was van 1586 tot 1596 
gOQV€rMeor van Bergen op Zoom, wanneer hij dck>r Paulus 
Bax werd vervangen. Volgens de lijat de gouverneurs van 
Bergen op Zoom b^' Faure, zon h^ in 1587 Pb. Sidiiey 
aaja «pgevolgd. In 1&89 hmwde ii^ Anna, de doehter van 
den èairon van Merode, na haar te Dorchrecht geaofaaakt te 
iiebben. Z^* fanwde later met Jastinns van Naasan. 

Zie Bor, JSederL OorL, B. XX V. bL 840 , 880 ; 'sQraveaande, 
Tweede eeuwgeda chten ie der Middelt, orijhiid, bl. 197; Wagenaar, 
Vod, Riet,, D. Vm. M. 184, 290; Berigten ooer de KriJga>eveOiebb. 
hü 'Memofooft, M. If; Wieftsbitikj, De iaektigjarige Oorlog, 
D. I. bl. 609; Kaoorechery D. IV. bl. 9—11. 

MORGAN (Walteb) sneuvelde in 1572 in een j;ev^oht 
onder Hieronymns Tseeraerts tegen de Spai^aarden bij 
Zonteiande. 



Digitized by VjOOQIC 



1056 

Zie '86 r avesan de, Tweede «evwgedaehUms , bl. 250: Naowcher, 
D. IV. bl. 9. 

MOBGAN (Robbbbt), kapitein ten dienste dezer lande, 
hawde Blisabeth van Valkenborg, weduwe de Veer. 

Zie Schotel, Kerk, Dordr., D. II. bl. 107; Naoorêcker, D. IV. 
bl. 9. 

MORGENSTER (J.) schreef: 

iFerhdadige Meeikotut, m. pi., 'sHage 1757, ttoeêdê en ver- 
meerderde druk. 

Zie Arrenberg, Naamr., bl. 362. 

MORIACQ (de), kolond bij het voetvolk dat den 28 Mei 
1662 in den Munsterschen oorlog sich van de Dijlerschans , 
aan de Eems meester maakte. 

Zie DeEngeUchen en Muneterschcn oorlogh tegen de vrije en Vêreemgt- 
de Nederlanden, Amst. 1670; Bosscha, NeerL Heldend, te (sim/, 
D. IL bl. 19. 

MORIAN (Anna), dichteres, omstreeks 1650 te Zwol ge- 
boren, vriendin van den predikant A. Moonen, die haar 
dichtvermogen zeer roemde en een klinkdicht op de eerstelin- 
gen harer Muse, en haar dood in een leidenzang betrearde. 

Men heeft van haar: 

De Dichlkunst van Joffrou Anna Marton, op het verzoek 
van goede vrienden bijeen gezamelt en ten geneeren der eerete 
uitgegeven. Amst. 1698, 8*. 

Zie Witsen Gejsbeek, B. A. C, Woardenb., D. IV. U. 454; 
Moonen, Poézijy bl. 146, 629; CaL der MaaU, v. Ned, Letterk.y 
D. UI. bl. 80, 84. 

MORINGUS, MORNICK of MORINCK (Gbbaedüs) , werd 
in het laatst der 15* eeuw te Bommel geboren. Hij bekwam 
in 1518, onder 154 mededingers de eerste plaats aan de hoo- 
geschool te Leuven, zich op de godgeleerdheid toeleggende, 
verkreeg hij den graad van licentiaat en daarna leeraarde hij 
deze wetenschap eerst in de abdij van St. Geertruid te 
Leuven, en later in die van St. Truien, in het land yan 
Luik. Hij is ook kanunnik en pastoor in laatsitgenoeiiide 
stad geweest, in welke hij in 1556 overleed. Moringus 
heeft verscheidene werken, zoo over de godgeleerdheid als ge- 
schiedenis nagelaten. 

Foppens geeft de volgende op: 

Oratio panegyrica de paupertate ecclesioêtica. Lovan. 1528. 
Oratio in laudem temperantiae et vituperium iniempermtiae. 
1580. 
nmentariue in Eccleeiastem. Antv. 1588. 
ia 8. Auguatini. Antv. 1588. 
ta S. Trudonie^ Lióerii ete. Lovan. 1540. 



Digitized by VjOOQIC 



1057 

Füa Hadriam VI. Lovan. 1586. 

Men schrijft hem nog drie handschriften toe: 

Viiae S. ArUonü et Gubertii, 

Praeoepta viiae honeHoê. 

Chromean Trttdonense, 

ZieSweertii, Alh, Belg,, p. 215; Val.Andreas, Bibl Belg., 
p.873; Foppens, Bibl, Belg,^ T. I. p. 168; CataL primor, Lowm, 
S2. Mecb. 1824; Beschrijv, v. Bommel, bl. 87; van Gils, Cath, 
M^er, Memoribf bl. 252; van Gils en Coppens, Bisdom van 
"êÉoêek, D. UL bl. 16. 

HOBILLON (Maximiliaan) , prevoost van Aire, vertrouw* 
de van Granvelle, die briefwisseling met hem hield. 
Zie Groen van Prinsterer, Archives Ie serie (Index). 

MOEIN (Etibnne) of MORINUS (Stephanüs), behoorde 
tot die leeraars, welke onder L ode wijk XIV hun vaderland 
moesten verlaten. Hij werd in 1624 te Caen geboren en 
aldaar predikant en hoogleeraar in de Oostersche talen. In 
1685 week hij naar Holland, vertoefde eenigen tijd te Leyden 
tot hem in 1686, op aanbeveling van den Waalschen predikant 
Louis Wol zog en, het hoogleeraar ambt in de Oostersche 
talen te Amsterdam wierd aangeboden, welke betrekking hij 
aanvaarde met eene Oralio de uHlütUe linguarum orientalium^ 
die later het licht sag. In 1688 beriep hem de Waalsche 
gemeente aldaar tot haren leeraar, en den 17 Augustus van dat 
jaar werd hij als zoodanig bevestigd. In Julij 1699 ontving hij 
zijn eervol emeritaat. Hij overleed den 7 Mei 1700. Morin 
was een uitstekend oosterling, waarvan de volgende werken 
blijken dragen. 

üxplanationeê éocrae et phüologicae in aUquot Feieris et 
Novi Teetamenii loca , L. B. 1698 , 2^. , waaraan zijn zoo even 
gemelde oratie is toegevoegd. 

ExercUaiioneB de lingud primaevd , ejusque appendicióuê , in 
quibuê muUa 8. Scriptnrae loca , divereae in lingttU mutationee^ 
muUipUcet nummonm IsraeUtarum et Samaritanorum species^ 
atqne varia veterum coneuetndines exponuntur. Ultraj. 1694, 4^. 

Zie Saxe, Orum, T. V. p. 278; Francii, Orat. in oUtwn Mo- 
rini in Orat, Frandi^ n^, 83; Lennepii, Memor, Ath, AmsteLy p. 
154 sq.; Koenen, Geschied, der fransche vluchtel, bl. 400; Gl a- 
sins. Godgel. NederL; Kobns en de Biveconrt; Coromelin, 
Beschrifv, van Amsterd,, bl. 648; Wagen aar, Beschryv. van Am^ 
sterd., D. Yll- bl. 278; Babus, Boekz, van Europa, 1694a, bl. 
465 volgg., 1699^, bl. 529 volgg. 

MORIN (PiBBRE Augustb), in 1746 in Normandie gebo- 
ren y was de zoon van een talentvol muzikant , die zich in dienst 
van den hertog van Orleans bevond, en die zijnen zoon van 
Qjne prilste jeugd af in de grondbeginselen z^ner kunst, waar- 
voor hij ook hem besterode, onderwees. De jonge Morin 
leerde eerst de piano en daarna het fluitspel, aan welk laatste 

67 



Digitized by VjOOQIC 



1058 

hij de voorkeur bleef geven. Hij begaf zich op zeer jeugdi- 
gen leeftijd met een rondreizenden Franschen tooneeitroep naar 
de Nederlanden; spoedig werd hy als 1* fluitist bij het fran- 
sche tooneel aangenomen, eene betrekking die bij gedurende 
meer dan 25 jaren onafgebroken heeft waargenomen, Morin 
was eigentlij k gezegd geen solo speler maar hifj was een goed muzi- 
kant en een zedig en beschaafd man. Hij stierf den 5 Jnnij 1819. 
Zie Gregoir, Biographie des ArtUtes Music, Neerhndais. 

MORIN (Pierre Auodste), zoon van den voorgaanden» 
werd te Amsterdam in 1795 geboren. Van den ouderdom 
Tan 6 jaren ontving hij van z^nen vader lessen op de viool , 
en M. K. Merlen was verzocht de musicale opvoeding van 
den jongen Morin op zich te nemen. Deze gaf zich met 
nieuwen ijver aan de beoefening van zijn instrument orer, 
speelde twee jaar later op een openbaar concert en oogste een 
daverend applaudissement in. Hij verkreeg weldra eene plaat- 
sing als violist aan het orkest van bet Fransche tooneel , 
daarna aan het HoUandsche en eindelijk aan het Duitsche. 
Zijn tellens hooger gewaardeerd talent, verschafte hem spoedig 
de medewerking in het orkest van Felix Meritis, van de Zon- 
dags concerten en van de Ëruditio Musica, waarin hij geda« 
rende eene reeks van jaren werkzaam was. Morin had z^e 
theoretische kennis van Navoigille ontvangen, wiens lessen 
in de welluidendheid hij zioh zoowel wist ten nutte te maken, 
dat hij reeds vroeg aanspraak maken kon , om onder de goede 
componisten geplaatst te worden. Hij was begaafd met een 
gemakkelijke scheppingskracht en met eenen kunstkeurigen 
smaak. Onder zijne werken halen wij bij voorkeur aan : Quel- 
gues étudêê de violon ; deux baüeU pour Ie ikéatre eubndié par 
la ville; UH pot-pourri pour la Zauberfidte^ en eindelijk la 
partUion du mélodrame PyffMolüm, Deze werken munten vooral 
uit door een overvloed van schitterende figuren en krachtige 
grepen, eene gelukkige en afwisselende verdeeling der instro- 
menten , alles het kenmerk dragende van eene diepe kennb 
der kracht van ieder instrument Hij bezat eene uitgestrekte, 
atgemeene muziek- kennis. Zijn vioolspel onderscheidde zich 
door eene opmerkenswaarde vlugge behandeling, krachtige 
streken , eenen zuiveren zilverachtigen en diepen toon , door 
netheid en vastheid in de dubbele nooten , alle ho«Hianigheden 
die door eene onberispel^ke manier (methode) nog verhoogd 
werden. Morin stierf te Amsterdam in 1S26. Hij had eeo 
goeden inborst, was gedienstig, vrolijk en zedig. 
Zie Gregoir, als voren. 

MOBIS (B.), volgens Immerzeel een niet onverdien- 
stemk figuurschUder uit de school van Godfried Schal- 
eken. Door zijnen vroegen dood zijn zijne werken hoogst 
zeldzaam, en heeft zijn talent zich niet volkomen kunnen ont- 



Digitized by VjOOQIC 



1059 

wikkelen. Kramm dedt ons mede slechts ééü z^ner schiU 
dergen te kennen, voorstellende: 'een oud mannetje met een 
ofl in de hand/' hetwelk behoorde tot de rerzameling van Se- 
ger Tieren s, advocaat voor 't hof van Justitie, en te 
's Hage in Julij 1743 (n^. 166 ?an den Catologus) verkocht is. 

Zie Kramm. 

MOBITZ (Anna), geb. Beyermann, echtgenoote van 
Louis Morits, was , blijkens den catalogus der Amsterdamsche 
tentoonstelling van 1813, 1814, 1816 en 1818, eene ver- 
dienstel^ke bloem- en vruchten schilderes. 

De maatschapp^ Felix Meritis vereerde haar , in 1817, pleg* 
tig eene eereprijs voor harer fruit en bloemstukken. 

Zie Kramm. 

MOBITZ (Louis), geboren te 's Hage den 29 October 
1778, was een verdienstelijk portret- en historie-schilder. Of- 
8clM>on hij eerst eene literarische opvoeding genoot en later 
▼oor den krijgsdienst werd opgeleid, toch was in de loopbaan 
der kunst zijn uitslag uitnemend. Zijn uitgebreid en onge- 
meen talent ontwikkelde zich verbazend snel, onder de leiding 
van Dirk van der Aa (Haagsch kunstschilder) en door zijne 
vl^tige studie der natuur en gezette navolging van goede mo« 
dellen. Niet alleen echter in de schilderkunst muntte hij uit; 
zijn talent en zijne kennis waren veelzijdig, hij was een goed 
werktuigkundige en heeft als zoodanig in bet toezigt over de 
tooneelwerktuigen en sieraden, den Amsterdamschen sohouw* 
buig belangrijke diensten bewezen; boetseerde en vervaardigde 
beeld- en snijwerk uit hout, steen en ivoor. Hij muntte vooral 
uit in bet schilderen van paaiden , en bragt ze soms in natuurlijke 
grootte op het doek. Men vindt van hem vele portretten en 
portretstukken te Amsterdam en te Leyden, stallen met paar- 
den , in verschillende kabinetten. Zijne Gevangenneming van Oleo- 
patra door Proculuê, werd door Felix Meritis met een prijs 
bekroond, en het pendant van die schilderij, de dood van 
Mareuê Anioniua behoort even als De ovenoinning bij Nieuw- 
poort in 1600 tot zijne verdienstelijkste kapitale historiestuk- 
ken. Een zijner stukken: De berouwkebóende Petruê^ werd in 
1820 door Forse 11 in koper gegraveerd. Een portreé van 
hem^ door hemzelve geteekend, vindt men indLtn Catalogue der 
Fortreiten van F. M u 1 1 e r vermeld. Volgens N a g 1 e r bevind 
een zijner marmeren beelden zich te Muncben. Zijn dood van 
Marcue Jnionius en een Kozakken nachtleger in het Paviljoen 
te Haarlem zijn uitstekende stukken, die door krachtige be- 
bandeling van 't penseel en goede ordonnantie uitmunten. 

Hij was lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut, 
bonorair lid van de Koninklijke Academie der Schoone Kun* 
sten te Brussel en lid van de Koninklijke Sociëteit van Schoone 
Kunsten en Letterkunde te Gent. Hii overleed den 22 No- 
vember 1850 te Amsterdam, in den ouoerdom van 77 jares. 

67* 



Digitized by VjOOQIC 



1060 

Een E^ner vrienden J. L. Kesieloot, professor by de 
medische faculteit te Gent, schreef zgne biographie: eene korte 
levensbeschrijving vind men ook in de Konst- en Letierbode 
van 1861, n^. 1. bl. 2. 

Zie verder Imraerzeel en Kramm. 

MOBKS (Babtuojl Joh.), luitenant in dienst van den lan- 
de, werd bij Bergen krijgsgevangen genomen. 

Zie Bosscha, Neerl heUend. te land, D. IIL Bgl. 5. 

MOBLOT, ritmeester in Staten dienst, was bij de verras- 
sing van Wezel in 1629. 

Zie Bosscha, NeerL heldend, te land, 

MOKO (Antonis) werd omstreeks 1512 te Utrecht gebo- 
ren, en spoedig een der beste leerlingen van Johan Schoorl» 
een der grootste portret schilders zijner eeuw. In vroegen 
leeityd begaf hij zich tot de voortzetting zijner studie naar 
Bome, om de werken der groote mannen aldaar, tot volmaking: 
zijner kunst, zich eigen te maken. In z^n' vaderland weerge- 
keerd werd bij hof schilder van den kardinaal Granvelle en 
daarna van Kar el V, door wien hij in 1542^ naar Portugal 
werd gezonden , om het portret van prinses Catharina, doch- 
ter van den koning van Portugal, de bruid van Philips II, 
en andere afbeeldingen van het vorstelijk geslacht te vervaar- 
digen , (voor vier portretten , van koning Johannes, zijne ge- 
malin Catharina, zijne jongste zuster en dochter, donna 
Maria, ontving hij 2400 dukaten en daarenboven heerlijke 
geschenken). Hier werd hij deftig oothsald, met een goadcD 
keten van duizend gulden , ringen , medailles enz. beschonken , 
terwijl hij tevens tot den ridderstand verheven werd. 

Vele edelen maakte van zijne aanwezigheid gebruik zich te doen 
afbeelden. Sommigen betaalden hem 100 dukaten voor één portret 
en gaven hem gouden ketenen. Na een reeks van jaren onafge- 
broken aan het hof werkzaam te zijn geweest, werd hij in 1554 
naar Engeland gezonden om het portret van koningin Maria 
te vervaardigen, waarvoor hem een gouden keten van honderd 
pond sterling en nog honderd pond als jaarwedde geschonken 
werd. Na het sluiten van den vrede tusschen Spanje en Frank- 
rgk, vertrok Mor o met den koning van Spanje, en ging in 
dienst van Philips zei ven over, die hem zoo veel bewijzen 
zijner gunst schonk, dat de jalouzij der hovelingen er door 
werd opgewekt; zelfs lichtte men de inquisitie in, dat door de 
meer dan gewone gemeenzaamheid van den koning met Moro» 
#deze laatste, te goed bekend met de Nederlandscbe zaken, er 
hem kundig van zou maken." Eens zelfs ging bet zóó ver, 
dat toen Moro aan het schilderen was, de koning hem op 
den schouder klopte. Deze lei hem uit boert den maatstok op 
de schouders en wel in het bijzijn van drie grandes. Dit 



Digitized by VjOOQIC 



1061 

stout bestaan zou voor hem de jammermkste gevolgen bebben 
gebad , indien een der edelen hem niet gewaarschuwd had. On- 
der een versierd voorwendsel en belofte van weder te komen , 
keerde hij naar Utrecht terug. Moro vertrok niet wéér naar 
Spanje terug, ofschoon Philip hem verscheidene malen door 
brieven liet ontbieden en hij zich zoo veel mogelijk een tijd 
lang wist te verschooneo, #tot dat de hertog van Alba, in 
de Nederlanden zijnde, die brieven ophield en Moro te Brus* 
sel in zijne dienst gebruikte ook tot naar het leven afmalen 
zijner bijzitten oi speelmeisjes.'' 

Behalve een menigte portretten vervaardigde hij ook vele 
historische stukken , die van hooge waarde en zeer zeldzaam zijn 
en alleen de vorstelijke gnllerijen versieren. Kramm beschrijft 
eene schilderij van hem, in 1817 iu bezit vanden graaf van Br a- 
beek op Soder bij Uildesheim. Dodt vermeldt zijne Jflts- 
mUigB deê Eeere van den cruyce hy Maria Magdalena en De 
óeffroeleniise van den Engel aan Maria, door Johan van 
Be nesse, deken van St. Jan te Utrecht in 1618 aan het 
kapittel van St. Jan vermaakt. Moro schilderde het portret 
wn zijn leermeester Jan Schoorl (1558) en wederkeorig 
deze dat van zijn leerling. Dit laatste was in het kabinet van 
van der Marck te Leyden. Het koninklijke kabinet te Ber- 
lijn bezit van hem drie schilderijen, o. a. een, voorstelende 
niet, gelijk op den Catalogus vermeldt wordt , dat van Schorl, 
naar dat van Mr. ComeHs Arendsz, van den Duasen^ Secreia* 
rie van den Dusaen, In het koninklijk museum te Madrid 
zijn 13 portretten van zijn penseel, niet vermeld bij Bath* 
geber, die 21 stukken van hem opsomt. In het paleis te 
Hamptoncourt in Engeland bevinden zich de door hem vervaar- 
digde afbeeldingen van Maria deKatkoï^ke, Karel T en van den 
hertog van Jla, In de verzameling van Kar el I was het 
portret van PkiUpê 11^ Maria, en van de grootoudere van den 
hertog van JSavage, Het laatste z^ner werken was eene be- 
snijdenis van Christus voor de L. V. kerk te Antwerpen, 
doch hij heeft dit sierlijk stuk niet mogen voltooijen, daar hij 
in 1681 overleed. 

Moro was een statig, eerlijk en welsprekend man. Hij 
beeldde zich zelve af, en dit stuk versiert de portretten-galierij 
van Europesche schilders te Florence. Kramm vermeldt nog 
andere portretten, van welke een bij zijne verhandeling over 
desen schilder, in den Utrechésehen FolAsalmanak 1848. Er is ook 
een zilveren medaille te zijner eere geslagen met hetomschrift: 
Anionio Mor Trai Fictor , op de keerzijde een staande vrouw , 
verbeeldende de schilderkunst, rondom haar ziju eenige beel- 
den , vaten en andere werktuigen tot de kunst dienende , geschetst. 

Koning Philips overlaadde de kinderen van Moro met heer- 
lijke geschenken en bedieningen. De iiertog van Al va maak- 
te den man zijner dochter tot ontvanger van Westvlaanderen. 



Digitized by VjOOQIC 



1063 

Zie Tan Mander, Honbraken« Immerxeel» Kramm, 
ook in Vtr. Voüaahn, 1848; Fiorillo; Besehryving van Dtljt 
(1729) bl. 26; Tan Mieris, Sutorie van de NederL Vorsten, I). 
IIL bl. 848. 

MOHO (Philips), of MOR, ook MOHUS van Dasliorst, zooq 
TanMoro van Dashorst, door Philips II tot kanunnik fan 
Ondmunster t« Utrecht benoemd. In 1559 verzocht hij ver- 
lof en ondersteuning om zijne studiën voort te zetten. Hem 
Tverd zulks toegestaan, mits hij niet naar Italië giog. Hij was 
echter in 1579 in het gevolg van Sebastiaan, koning van 
Fortogal, bij Tanger in Africa. Hijj beoefende, behalve de 
schilder-, ook de latijnsche dichtkunst 

Onder anderen schreef hij: 

Trimphuê pecumae , Hve Ode annaUs , guam feriiê Mttrtinia' 
nis modulabantur pueri. Traj. 1577, 4*, 

Nahoth^ Tragi-comoedia soera. Traj. 1570 — 1580. 

Lipsius vermeldt nog van hem een comoedia, Fmea geti- 
teld, waarschijnlijk dezelfde met Naboth, 

Zijn Carimen ad Janum Dousam , vindt men in DeUc. Poë* 
iar. Ital. T. III. p. 674. 

Voorst zijn er verschillende gedichten van en aan hem in 
verschillende dichtbundels te vinden; o* a. in Janus Douaa 
Ubr. V. Epigramm^ p. 129; libr. Hendecaêyü^ p. 192, 193, 
164, 200, 202, en in Lib. 11 Epodon Carm. 111 en Eput. 
JF, 4 en 8. In de Epiitolae van Gabbema vindt men een 
brief van H. Junius aan hem. 

Zie Val. Andreas, ^ti^^ Belg,,, p. 786; Foppens, BftS/. 
Beig,^ T. II. p. 1089; Barman, Traj. erundy p. 284, 835; 
Hoenfft, Pam. Lat Belg.; Peerlkamp, de PoêtU IS'eerl; 
van Mander, Lev. d. ScMId., p. 230; Graerii, OraL in Acad. 
Traj. natalem; H. Jnnii, Epist, p. 689 saq. ; van Henssen en 
van B\jn, Beeckr^v. v. h. ütr. Biedamy D. I. bl. 561; Kramm. 

MOROCOURT (Jan db), verkeerdelp Johannes Ma- 
rocurtios genoemd, was een Carthuiser, te Doornik gebo- 
ren , en lang prior van een Carthuiser klooster by Valenchien* 
nes, en overleed er den 12 October 1546. Hg beoefende 
de Latijnsche poëzij. 

Hen heeft van hem: 

Fratriê JoamtU de Morocourt, Nervi, Tkrenodia aicereus 
ZuikeraHOê, 1584, 4^ 

Jo» MoroeurHi Bnmomadoe U6n ytuUtêor, in qud divi Bru- 
nottiêf CarikMiioMntm Palriarékae ^ vUa»^ jtuda narraiumem 
Beü P. Domim FroMciêei a Paieo (prior van bet groot Car- 
theoser klooster, gest. 17 Sept 1521) carmine nam coniewipio 
pêrsequUnr: in qud qnoque mhü foMoeum out vammreperiêê^ 
eed Ckriêtiano pedore earmen dignUsimum. Antv. Fetr. Cri- 
nitus 1540, gr. 4^ 

Hugomados libri quatuor. Antv.Petr. Crinitu8l540» 4\ 
(bevat het leven van St« Hu go, bisschop van Grenoble). 



Digitized by VjOOQIC 



1063 

De Naimtak Doui$d, 

De reóui geèHs S. LimrmUiu 

lait Fetreii, BibUoÜu (hrtus., p. 206; Sweertias, AULBaL, 
p. 454; d'Oaltreman, JBUt^ de VaUncienms, p. 310; Valerius 
Andreas, BibL Beiff., d. 542; Faquot, Mèm., T, I. p. 646; 
Fearlkamp, de PoétU Lat.NeerLf p. 55; Foppens» BibL Beig. 
T. n. p. 698. 

HOBRE (Pibt£r) werd 21 van Herfsmaand 1780 te Zwol 
geboren, 6 Oct 1798 soldaat bij bet tweede bataiiloa der 
▼ijfde hal?e brigade Holl. infanterie, woonde de veldtogten in 
1800 en 1801 in Duitschland bij, en behoorde in bet kamp te 
Zeist onder bet leger van den Franschen Maarschalk M a r m o n t , 
later onder de garde van koning Lodew^k, onder wien hij 
in 1806 den veidtogt in Fruisen roede deed, Van de garde 
verplaatst bij de linie, bevorderd tot adjudantonderofficier, 
woonde hij in 1809 den veidtogt in Zeeland bij. In 1810 
verliet hij, na het eindigen zijner dienstverbindtenis , den 
krijgsmansstand, doch in 1813 kwam hij, in zijn vorigen rang , 
bij de gewapende burgermagt te Leyden, om de burgera met 
de behandeling der wapenen bekend te maken. Den 29 Aug. 
1813 werd hij luitenantadjudant, vervolgens eerste luitenant, 
was bQ de ontruiming van Breda tegenwoordig, woonde het 
beleg van Naarden bij, en in 1815 den veldslag bij Water- 
loo, bij welke gelegenheid bij met do militaire Willemsorde vereerd 
werd. Inmiddels was hij tot eersten luitenant*adjudant bevorderd , 
en in 1829 werd hij als kapitein bij de 10* afdeeling infan- 
terie ingedeeld. In 1880 nam hij deel aan den veidtogt in 
België, werd hij bij het kasteel van Antwerpen op het glacis 
van de lonet St. Laarent door een kogel getroffen en overleed 
den 12 van Wintermaand 1833. 

Zijn portret en biografie vindt men in Bijdragen tot Boekt» 
en Menêchenkemns y verzameld door Schuil en van der 
Hoop, D. II. St. IV. 

MOBRHE of MOBRUËUS of DESCHAMPS (Gbrardus), 
geboren te Kampen, tijdgenoot van Petrus Bamus aan 
de universiteit, schijnt, na zijne promotie, tot magister artium, 
nog een tijd lang gebleven te zijn als docent te Parijs. Als 
zoo veel andere geleerden , uit het Noorden en Oosten opge- 
daagd, heeft ook Morrhe zioh in zijne oude academiestad 
gevestigd, en als typographus krachtig medegewerkt om de 
in ïnmknljk achterlijke taalstudie, vooral die van hetgrieksch, 
op ie beuren. BHjkeQt het jaartal zijner werken, was hij 
daar in \ EeUde jaar met den beroemden S t u r m , die eerst 
in compagnie met Beaiua te Leuven grieksch had gedrukt» 
Op de mst der gevierde namen van buitenlanders, als Joh. 
Badias, Chr. Wechelus, figureert ook die van Morr^ 
beu 8 in de Jaarboeken der Fransche typographie, en behoor- 
de hiïj als degel^k geleerde en uitgever tot de Orelli's en 



Digitized by VjOOQIC 



1064 

Krüger'8 zijner eeow. In djn lange iiJ8t van drakwerken, 
chronologisch en naauwkeurig beschreven, geeft M alt t ai re 
een reeks van geschriften in 1530 en 1631 door onzen Kam- 
per geleerde bewerkt en gedrukt Het op den duur met de 
theologen der Sorbonne niet kunnende vinden, begaf hij zich 
naar zijn geboortestad, waar hij in 1587 in de gezworaie 
gemeente, en van 1588 tot 1548 in den raad zat. Hij was 
nog in 1556 in leven. 

De bibliotheek van het archief te Kampen bezit een Lexi» 
eon OraecO'LcUinum van Oerardus Morrheu» Oampends, Pari* 
siiê apnd Coüegium Sorbatme a 1530. 

Onder de brieven aan E ras mus {Ep. p. 1751) vinden wQ 
er één van Morrhe, gedagteekend , ex tieo Soróomco 80 
lÜartii a 1532. 

Zie verder Ma.ittaire, AtmdUê Typhograph., Hagae Com. 17SS; 
NederL Speet, 1863, n**. 89. 

MORRIS (Thomas), notaris te Vlissingen , vertaalde uit het 
Engelsch : 

John Andrews, Hemelsei Spieghel toegeeggent allen 
uytverkoren Kinderen Godts , inhoudende voertreffelycke Leeringen 
êoo van de H. Oudlvaders even als vermaerste PAilosopJken en 
de geleerdêle mannen der werelt. Middelb. 1645 , 8*. 

John Hayward's, HeyUgdom der benoude Ziele. Mid- 
delb. 1783, 8». 

Zie La Rne, Gel. ZeeL, bl. 126; Faqaot, Mém, T. XI. p. 5. 

MORSCH (PiETEB CoRNBLisz. vandbr), bijgenaamd Pibbo. 
In het laatst der 16* en begin der 17* eeuw Kameraar bg de 
Leydsche rederijkers, werd in 1570 stadsbode en ziende dat 
hij zou worden afgezet, bedankte hij in September 1620. Hij 
was ook lid der Kamer der fFiUe Accolegen aldaar. Op het 
stadhuis te Leyden wordt een boekje met zgne gedichten en 
zijn portret bewaard. 

Zie van der Aa, N.B.A, C. Woordenb.; Schotel, Ge$ek. der 
Rederijken, D. II. bl. 267. 

MORT (Jakob lb), zoon van een apotheker te Haarlem, 
werd den 13 October 1650, in die stad geboren. Acht ja- 
ren oud bezocht hij het gymnasium te Leyden, dat toen 7 
klassen had. Tot zijne leermeesters aldaar behoorden Ba* 
chius en Rampius, die na eenigen tijd conrector en hoog« 
leeraar in de poëzij geweest te zijn, in 1664 Corneliaa 
Sohrevelius als rector opvolgde. In het volgend jaar werd 
hij student aan de hoogeschool , en genoot vooral het q)enbaar en 
afeonderlijk onderrigt in de philoeophie van de Eaet ea 
Stuart. Zich naar den wensch van zijn vader schikkende, 
studeerde hij vervolgmis onder Cocoejns, Heidanus ea 
Hoornbeek in de godgeleerdheid, doch drie jaren kter ver» 
liet hij de hoogeschool en begaf hij zich naar Amsterdam, 



Digitized by VjOOQIC 



1065 

waar hij asioh onder een Duiischer, doch bekwaam chemist, 
op de chemie toelegde, met plan, gelijk zijn vader, apotheker 
of wel geneesheer te worden. Na den dood van dezen vertrok hij 
wederom naar Lejden , waar hij zich op de genees* doch vooral 
op de kroidkunde en chemie toelegde. Van tijd tot tijd be- 
zocht hij ook het laboratorium van Karel Lucas de Maets, 
en hulp hem bij het verrigten zigoer operaties, doch in 1673 
raakte hij in onmin met dezen boogleeraar en stichtte zelf een 
laboratorium, dat door de studenten druk bezocht werd. Dne 
jaren later opende hij een winkel van artsenijen, (boutiqne de 
pharmacie) en werd door een menigte zieken , die hem wenschten 
te raadplegen, bezocht. Ook begon hg in hetzelfde jaar (1675) 
bijzonder onderwijs in de chemie, pharmacie en theoretische 
en praktische geneeskunde te geven. Dit verdroot de genees- 
heeren, die hem, die geen doctorale graad had, het prakti- 
seren en onderwijzen trachtten te beletten, met het gevolg 
dat hij in een boete verviel, doch zes dagen later (1676) , ver- 
kreeg hij den graad van med. doctor te Utrecht. In Leyden 
weergekeerd, wijdde hij zich op nieuw aan de praktijk en aan 
zijne geliefde studiën, verkreeg den 28 December 1694 mag- 
tiging tot het houden van openbare lessen over de scheikunde 
en werd in 1702 tot gewoon hoogleeraar in dit vak benoemd. 
Hij aanvaardde deze betrekking met eene redevoering De aow 
eordantia operum naltirae, chymiae et medicina^, en overleed 
den 1 April 1718. 

Uij schreef: 

Compendium ckemicum (omstreeks 1680 gedrukt). 

Chnstophori Love Morley CoUectanea chymica Leydensia^ 
id est^ MaeUiana^ Marggroüiana , Lemorliana : triim chymiae 
Professorum Leydetuium, Opus , quingeniie et ampUus proces* 
sibus adomatum, ordine alphaóetico. L. B. 1684, 4^ 

Ckemia Afedico-pkysica, ratiofdóus et experimentis instructa ^ 
èrevi et faciU vid processus Spagyricos rite et artificiosè ad 
fiiem perducendi normam exhihens, üui annexa est MetaUurgia 
coniraeta^ suecinetam MetaUorum cognitionem demonstrans. 
L. B. 1664, 4*. fig. 1699, 4«. In 't Ned. vert. door Ja- 
cob Romain; Amst. 1696, 12^ 

MetaUurgia contracta, rationibus et experimentis instructa. 
L, B. 1696, 4*. en achter ckemia Medico-pkysica. 

Pharmacia Medico-Physica ^ rationióus et experimentis tn- 
siruda^ aeeuratiore methodo adomata, nee non oèservaiumüns 
medids Hluêtraêa. L. B. 1684, 12^ Ook met den titel: 
Pharmacia raHonUms et experimentis auetioribus instructa^ me* 
ihodo OalemcO'Chymied adomata» Seneca JSpistold 33. Ugo 
ntar vid veteris sed si propiorem planioremque invenero^ kano 
mtmiam, Qui ante nos noverunt ista , non Domini nostri , sed 
Dnceê smU. Ibid. 1688, 12^ Opgedragen aan Gespard 
oan Els, heer van Swanenborg. 



Digitized by VjOOQIC 



1066 

Ckjfmia 9 réUwnUuê ei experimaUiê auêciorüuê , iiaque demtm- 
iiroHna êuperHructa ^ in qua malevolonm eaUamuaê mod^U 
smul düuwUur. L. 6. 1688, 12^ Opgedn^en mq Mr. 
Dirk van Hogeodorp, heer van Steenbergen, mdtkeer 
van den Prins van Oranje, en aan Willem van Hogen* 
dorp, Scbepen van BoUerdam, Bailluw van PrinsUnd. 

Idea Jotionia eorporum, wtoium uUestinum^ praeaertim fer- 
mmttUiofiM delineana. L. B. 1693, 12*. 

Chjfmiae werae nobüUas el utUUaè in Piyeieé Corpmeukn ^ 
TMeorid Medicd^ ^que mcUeria et êignis, ad maforem per- 
feUumem deducendu. 

FuttdamêtUo nova^aniiqua Iheoriae Medieae ad Natwae operat 
revocaia, euperstrueia fluido oarporuM exereUio, CJkywdae wh 
biUorU AxperienM euffuUd. L. B. 1700, 12*. 

Oraiio de ameordaniiae operam twturoê oiymiae ei medi' 
dnae. L. B. 1702, 4"^. 

Facies ei pulchritvdo Ckymiae ab affictu sMaeuUs purijlca' 
ia^ ad veras fuUurae ei snae ariis leges esomaia. L. B. 
1712, 12*. 

Een Lat brief aan Hendrik Snellen, aan het hoofd 
van diens Tkeoriae Meekaniea FhtfsicO'Medica DeUneaHo. L. B. 
1705, 12*. Z^'ne afbeelding is onder de a&gies bij P. van 
der Aa. 

Zie Mercklini, Lindemut renavaius, p, 487; |G. Mattbiae, 
SynopM HUL Medic., p. 77S; Paquot, Mh^^ T. VX. p. 136— 
145; Te Water, NarratiOj p. 199; Siegenbeek, óetck, der 
Leyd. Hooget,, D. U. bL 164, 165, 874; Sotrmans, Aead.Reg., 
bl. 98; Collot d'Escnrj, HolL roem; Poggendorff, Hctid' 
worterb. zur Gesch. der exacL Wiêêenschajt ; Jöcher; Roter^ 
mnnd; Abcoude, ^aamr,; Kobns en de Bivecourt; Mul- 
Ier, Cat. van Portr, 

MOHTAIONE (Guraed, een der nederlandsche vlugtelin- 
gen, ouderling te Èmden; onderhield briefwisseling met Jan 
Utenhoven (1557, 1558). 

Zie Gerdesii, HisL renov, Enanq, , T. III. p. 869; Doeum, p. 
137—143; Harkenroth, Oottvr. Oorspr., D. I. bl. 466; Bra- 
cherus, Gesch, v. d, Opk, d, Kerkhervorm, in de Frov» Grcm,f 
bL 185. 

MOKTAGNE (Hans Didxbik ds). Zie ORLEANS (Ca- 

THAKINA YAN). 

MOBTEL (Jan), in 1656 te Leyden geboren, montten mt 
in het schilderen van bloemen en vrachten , doch hij was niet 
oorspronkelijk, en hield zich n^enoeg alleen bezig met het 
copiêren der kunstwerken van de Heem en Mi gn on. H^' 
overleed in 1719 in z^ne geboortestad. 

Zie Immerseel. 

MOBTEL (P.). Ook deze (indien h^' niet dezelfde is met 



Digitized by VjOOQIC 



1067 

Jan bovengemeld) schilderde Trachten en bloemen. Op eene 
yerkooping te Amsterdam 1826, komt ?an hem roor, ver» 
ickiüende truöhten^ die op een steenen tafel leggen. 

Zie Kramm. 

MOBTELE (Hekdrix Masbtsz. yan de), schepen van 
Middelburg werd, ua den overgang van Zierikzee aan de 
Watergeuzen, door 't Spaansche bewind tot verschillende be< 
langrijke commissien gebruikt. 

Zie 's Gravesande, Twetdê eeuwg. d. Midddb. vrijheid, hl. 
259, 261. 

MOKTELEQÜE (Febdinand Henki) werd in 1775 te 
Doornik geboren, vormde zich waarschijnlijk zelf tot kunste- 
naar. Hij vond de kunst uit, om op Lava van Auvergne on 
Yolvic te schilderen en wendde deze uitvinding ook op glas, 
porcelein enz. aan. Op die wijze schilderde hij voor den Her- 
tog van Berry het inwendige eener kerk op glas, en voor Ka- 
rel X, insgelijks op glas, een EvangeUat en een zeeHuk, 

Zie Kramm. 

MOBTERA (Saul), Babbi te Amsterdam, schrijver eener 
Verhandeling Over de toaarkeid der MozoMche Wet en over de 
Wonderdadige Foorsienigbeid Oods jegens gijn Folk, Deze 
Verhandeling is gericht tegen Protestanten en tegen Boomschen 
dk afzonderlijk, daarin wordt staande gehouden, dat gene 
zoowel als deze bij de volmaakte wet van God voegden, wes- 
halven geen hunner verdiende te worden gehoord, en alleen 
Mozes en de Profeten moesten in eere worden gehouden. 

Zie Da Roizi. Dizzionario Storico Art Morteraj Koenen, 
Geaeh. d. Jod., bL 386. 

MOBTIEB (HiEROMTMüs du), zoon van Bruno du Mor- 
tier en Agnes de la Lacherie, werd omstreeks 1520 te 
B^jssel geboren , legde zich op de regtsgeleerdheid toe, kreeg een 
weerzin in deze stadie en wijdde zich aan de fraaije letteren. 
Hij huwde in 1547 N. de la Capelle, geboren te Brugge, 
in 1562 gestorven; 2 eene jufvrouw uit Bijssel uit het ge- 
slacht van Lannoy. Hij overleed omstreeks 1580, in den 
ouderdom van 60 jaren aan de pest. 

Zijn devies was: More omnia eolvit^ foedera^ amicUiae et 
eofmubiaUa jura. Na zijn dood verschenen zijne Poëmata pos» 
iktma in 8® (Atceb. 1620). Bij zijn leven verscheen: 

De victorie per eomitevi Egmmdtamm^ ópiid On$oeUngam obtenia. 

2Se Val. Aodreas, BiblBêlg,^ p. 389; Foppens, BiblBelg.^ 
T. JU p. 483; Paqnot, Mèau^ T. I. p. 114; Hoeufft, Pmtb 
LaU Belg,, p. 35, 86. 

MOBTIEB (BuuoLDüs dü) van Donay, gaf te Parijs in 
hei licht: 

Oratio de qtierimoniie profeesitnde liter ariae ad Aug. Tkuanum» 
Zie Foppens, BilA, Btig.^ T. IL p. 1089. 



Digitized by VjOOQIC 



1068 

MORTIER (Fbtbus) was grooi-kaartenhandelaar te Amsier- 
dam in den aanvang der 18* eeuw. Zijn portret wordt bij 
Muller vermeld. 

Zie CaL van portr,, p. 178. 

MORTIER (G.) beoefende te Amsterdam de teekenknnst in 
den aanvang der 18* eeuw. Men heeft o. a. van hem: 

De Haven en Strooi van GióroUor {mei krijgeverrigtingen 
van 1704), geteekent en in H lieht gebrogi door «/. CoveiM ex 
C. Mortier. Amst. z. j. (na 1704) folio. 

Zie Cai, o. Ntd, Letterk., D. lU. bl. 528. 

MORTON (G.), gezant van het Prinsdom Oranje aan Wil- 
lem I, hield brief VS isseling met Graaf Jan van Nassau* 
Zie Groen van Frinsterer, Arduvet, T, V. p. 57» w. 

MORUS ( Albxander), van Schotschen afkomst , werd 25 Sept. 
1616 te Castres in Languedoc geboren. Twintig jaren oud, 
begaf bij zich naar Genève, om in de theologie te studeren. 
Hier ontwikkelde hij reeds vroeg ongemeene kennis, zoodat 
hem het onderwijs in de grieksche taal werd opgedragen. Drie 
jaren daarna werd hij er tot hoogleeraar in de godgeleerd* 
beid en predikant bij die gemeente benoemd. Zijne buitenge* 
wone welsprekendheid wekte aan de eene zijde den naijver 
van sommigen op, doch aan de andere zijde berokkende 
hem zijn gedrag omtrent de andere sekse en zijne ligtzinnige 
godsdienstige denkwijze vele verwijtingen. Dit belette niet dat 
hij veler achting genoot en men te Genève in twee partijen, 
een voor en een tegen den hoogleeraar , werd verdeeld. Onder- 
tusschen vond hij een beschermer in den beroemden Clau- 
dius Salmasius, die, vermoedt men, om den Leydschen 
hoogleeraar Spanheim, met wien Mo rus reeds te Genève 
in onmin was geraakt, te kwellen, al zijne pogingen inspande 
om den laatsgemelden een leerstoel in de theologie te Harder- 
wijk te doen erlangen. Die voorspraak zou tot het beoogde 
doel hebben geleid , doch de ongunstige geruchten , die omtrent 
Mo rus in omloop gingen, werkten het tegen, Spanheim 
zelf riep den invloed van Joannes Smetius bij de Gel- 
dersche Curatoren ter tegenwerking in , en noemde hem : 
#ingenium ferox, turbulentum, et nova curans, quod vix Ge- 
nevensi disciplina arctissima in officio contineri potest." Schoon 
het beroep te Harderwijk niet slaagde, gelukte het hem zich 
te Middelburg tot predikant bij de Waalsche gemeente en tot 
hoogleeraar in de godgeleerdheid te doen beroepen. Hij kwam 
met de uitstekendste getuigschriften van regtzionigheid en aan- 
vaardde in. 1648 z^n ambt. Groot was de lof, dien hij als prediker 
;t inoogsten, en dat hij, in weerwil der tegenwerking, die 
ondervond, in veler achting mogt deelen, bleek reeds bij 
3 komst in Holland, toen hem een professoraat in de ge- 



Digitized by VjOOQIC 



1069 

schiedenis aan het Athenaeom te Amsterdam werd aangeboden* 
Zijn verbintenis met Middelburg moest bem van dien aanbie- 
ding doen afslaan, doch drie jaren later aanvaardde bij bet 
hem op nieuw aangeboden professoraat te Amsterdam , ofschoon 
hij sioh vroeger ongunstig over de regering dier stad bad 
uitgelaten. Ook hier was zijn gedrag verre van onberispelijk» 
en zijne handelwijs zonderling. Meer en meer werd hig als 
onregtzinnig bekend, zelfs zóó, dat, toen het gerucht liep, 
dat bij in 1653 tot hoorgleeraar in de godgeleerdheid te Ley- 
den in aanmerking kwam, de klassis van Dordrecht een ver- 
toog tegen zoodanige benoeming bij de Staten van Holland 
inleverde. £e eerste onaangenaamheid, die hem te Amster- 
dam trof, was de aanval dien b^ van Mi 1 ton moest verdu- 
ren. Die vermaarde Ëngelsche dichter, welke de partij van bet 
Parlement tegen Kar el I was toegedaan, meende dat Morus 
de maker was van een geschrift, in 1652 te 'sUage in het 
licht verscheoen en getiteld : Clamor regii èatiguiim ad coelum 
adtersuê paricidaa Auglicanoê, waarin Morus zeer werd 
beledigd, die het echter alleen aan de pers had gegeven, 
daar Petrus Molinacus, den zoon (du Moulin) er de 
autheur van was. De beledigde Brit tastte Morus met een 
in gal gedoopte pen aan, en zóó zwart was de teekening, die 
h^ van hem ontwierp, en de tegen hem ingebragte beschul- 
digingen waren zoo zwaar, dat Curatoren van het Amsterdamsch 
Athenaenm het zich tot pligt rekenden hunne aandacht er op 
te vestigen. Morus verkreeg van hen gunstige getuigschrif- 
ten, en met deze en die, welke hij in vroeger tijd bekomen 
had gewapend, gaf bij in 1656 te Amsterdam zijn bekend ge- 
schrift Alexandri Mort fidea puólica in het licht. 

Tegen het eind van 1654 verkreeg hij voor vier maanden 
verlof naar Frankrijk te reizen, doch bij bleef een jaar op 
reis en bezocht Italië. Met moeite was hij in staat deze ei- 
gendunkelijke verwaarlozing van zijn ambt te verontschuldigen, 
en onbegrijpelijk zou het zijn, dat hij, in weerwil daarvan 
de gunst der Curatoren — die zelfs zijn jaargeld, toen hij 
voor het beroep naar Charen ton bedankte, ondervond, zoo bet 
niet zeker was, dat hij, na zijn terugkomst, zijn professoraat 
met den meesten ijver had waargenomen. Zulks was echter 
van geen langen duur. In October 1657 schreef hij uit Mid- 
delburg aan de Amsterdamscbe regering, dat bij zich, inge- 
volge een geheimen last, hem door den Franschen gezant du 
Thou opgedragen, naar zjjn vaderland, begaf. Zeker is bet, 
dat hij zich door eene redevoering, bij bet vertrek van de- 
zen Ambassadeur uitgesproken, en door andere diensten in 
diens gunst had gedrongen. Daniel Heinsius, die deze 
redevoering gehoord had, schreef aan Gronovius: «^Mo- 
ru8 dlee^entem (Thuanum) oratione panegyrica prosecutus 
est, in qua adulationis multnm, nee parum sanc eloquentiae.'' 



Digitized by VjOOQIC 



1070 

De meeste aanleiding tot <fit plotaeliDg vertrek lag in bet 
scherper onderzoek naar zijne zeden en godsdienstige denkwijze, 
door het Waalsche Consistorie en de Synode ingesteld. Be- 
vreesd voor den uitslag , zocht hij eerst een geheime lastgeving van 
d a T h o u , en had hij het nitzigt te Parijs als predikant geplaatst 
te worden. In weerwil van den tegenstand van velen en ook 
van Synodale vergaderingen , mogt hij die betrekking eriangen. 
Ook hier verloochende zich zijn onrostig en zonderling karak* 
ter niet. Het berokkende hem veel verdriet, zelfs werd hij 
in zijn bediening geseborst, doch er weder in hersteld. Hij 
overleed den 28 September 1670 ten hoize van de hertogin 
van Bohan. Zijn krankbed zon dat van eenen vromen, zijn 
sterfbed christelijk zijn geweest. 

Bayle, die 's mans verdiensten op prijs stelde, legde deze 
getuigenis van hem af: 

#Mr. Morus a beauconp d'énidition et d'éspril: pen de 
religion et de jugement. H est malpropre, anbitienx, inqoiet, 
changeant, hardi, presomptuenz et irresolu. Il scait Ie La- 
tin, Ie Grec, 1'Hebrea, 1'Arabe et ne scait par vivre.'' 

'Fnere (schreef d'Orville) in hoe viro mnltae et elegantes 
literae, vena poëtae non proletarii, facundia admirabilis." 

Hij is nimmer gehuwd geweest Hij schreef: 

De necessarU Dei graHé et libero arbiério Diep. IV êu6 
praesidio A. Moru Genev. 1644, 4*. 

OraHo de pace. Genev. 1647 et 1654, 4** Vert in 't 
Fr. Genèv. 1647, 4». 

Caivinue , Orai. MH, et apoL Oenevae kaö. in qua Hngo Gro* 
tittê refeüitur. Gen. 1648, 4*. 

Oratio de gratia et Ubero arbitrio contra Dum* Patavüm, 
Hediob. 1652 (nieuwe uitgaaf van N*. 1 met vermeerde- 
ringen). 4^ 

Oratio de duobuê Oenevae mraculie Sole et Scuto. Hedbb. 
1652, 4». 

Cauea Dei, eeu de Scriptura S. exereitationee Oeneventes, 
Hediob. 1633, 4*. 

^dea pubL contra cahaimiae Joh, MUtom eeurae. Hagae 
Comit. 1664, 12». 

Supplementum, ibid. 1655, 12^ 

Notae ad quaedam loca Novi foederie. Paris. 1658 , 8^ Lon- 
dini 1661, 8*. Ook in CHÏ. eacr. AngL T. X. der eerste 
uitg. en in Observatt, select, in varia loca N, T. Hamb. 1712, 
door Fabricios uitgegeven 8*., en met het Myrotiecitm 
evangelicum van Cameron. Saumuri 1677, 4*. 

Euaebii Episc, Caeaar, Cironicon eum aUis eptn eontimutUh 
ribus^ Graec, Zat. ctmqne notisJoe, ScaUgeri. Amsterd. 1658, 
foL 

Ad Ee. LIII de perpesêiombus et gloria Èhêeiae ttêtoêéiê 
deatribae. Middelb. 1653, 4^ Amst. 1668, 4*. 



Digitized by VjOOQIC 



1071 

FiclorU graüoê êt Uèeri arèiirii eic. Midiob. 1652, 
Sermonê iur la naisaanee de Jean BapHsie. Gen. 1658, 

1682, 8». 

Sf^eria Uêub Ckriaü mueenHSf gedicht in 't Fr. overgezet 

door Pérachon. Paris 1665, 1609, 12^ Ook gedrukt met 
Epicmia êuper Femtorum de Tureiê vioioria. Paria. 1668, 

4». 1673, 4^ 

FoëmtUa. Paris. 1669, 4^ 

jixiomaia tJkeologioa^ ook in Myrotkeoio ewmgelico, 

Fragmem des aermons de Marua aoee eea dermèrea keurea. 

La Haye 1685, 12^ 

Dendera Diaoaura. Amst. 1680, 12^ 

Sermma et Fragmene de aermm. G^en. 1686, 4^ 

Sepé Serwuma aur dUera iextea. Amst 1688, 8^: 

Sermona aur Ie Vlïl Ckapiére aux Rowudna. Amst 1691. 

Sermona ckaiaia aur divera iextea. Gkn. 1694 , 8^ 

Sermona aur Ie cateckiamê. Gen. 1695, 2 vol 8*. 

Semum pruumeé è la Haye aur la mart du prinoe d^Orauge 

ém 1650, in het Enig. vert. door Daniël ia Fite. Lond« 

1694, 4^ 
Lettre d Meatrezat. 
Hiatoire de Oenkoe. Ms. 
Cauaa Dei^ id eat de acriptura aaera exereitaOanea. Mediob. 

1658, 4*. 

Fidea pubUca contra Cl. Sahnaaium. 

Zie Tan Lennep, Memar, Amst. Ath.. p. 51, 1S2, 147, 150, 
166; Cocceji Anecdota, T. II. £p. 176, 805; Svhge Bwrm., T. 
III. p. 389; Vita Clerici, róór de Quauiiones Satrae D. CUnd. 
Anst. 1685; Miereclius» SyvAagma Bist. Eccl, p. 771; Panegy- 
rique étAlex, Morus, Amst. 1693; Eist. de VEdit de Nantea, T. III. 
p. 315, 458, 454; Sorbierc, Lettre» LXIV. p. 442; Tana- 
qoil Ie Fèvre, Lettres, Lir. II. p. 157; Cottiby, Réplique h 
mr. Daillé, p. 17; Nauv, de la Répubi. des Lettres, Mars, 1685, p. 
583 )6dit 2e); Daillé, EepHque om P. Adam, P, II. p. 127; Co- 
lomiés, BibHoth. ehais. p. 19; Mil$on, De/ensio pro se, p. 23, 
25, 182; Ludov. Molinaeas, Paraen. ad aedificat., p. 438; 
Menagiana, p. 158; Suite du Msnagicma, p. 82; Se nebier, Hist. 
Utter. de Gen'eve; Haag, La France protest, T.VIII. p. 543, 549; 
Symmons, Li/e of MilUm; Oeuvres mèlees de Mr. Cheoreau, p. 40, 
50, 48, 49, 409; Bajle, Dict., T. III. p. 20, 22 soir.; Biogr. 
Urn,; Notw. Biogr, ginir : Siegenbeek, Qeseh. der L^dsehe 
ffooges., D. I. bl. 172 venr.; Bonman, Geld. Hooges, D. II. bl. 
134 renr.; Kist en Rojaards, Archief, D. IV. bl. 211, D. X. 
bl. 316; Wagenaar, Amsterdam, D. XI. bl. 318; Comp. Gelehr. 
Lex.y S.1397; Jocher; Botermund; Moreri; Hoogstijaten; 
Kok; Kienwenhuis; Kobus en de Bivecourt; Glasins, 
Godgel. Nederl. ! Mnller, Cat. v. portr.; Francii Poim,; Broeck* 
hnsii Poëm,; Hoogstratani Poim. 

MORÜS (Philippds). Zie MOBO (Phiijppüs). 



Digitized by VjOOQIC 



1072 

MOSA-TRAJECTO (Barth i). Zie MASTRICHT. 

MOSANAS (GfiBABD), of YAM D£B MAESEN, in 't mid- 
den der 16* eeuw te Roermonde geboren, trad te Keulen of 
elders in Duitschland, in de orde der Dominikaoen , Ter?ol- 
gens ging hij naar Frankrijk leefde sedert 1599 meer dan 15 
jaren in zijn klooster te Lyon. Hij gaf uit: 

BibUotheca HomiUanm et Sermonun jpriscorum Scdeêiae 
Pairum: in qud^ EucMgeliorum ^ quae tam in officio temport 
accommodato, quam in omMus Sanetorum feêtU toto tmno i» 
Missd leffutUur, prout in Misêali, decreio sacrO'SancH Concilü 
Trideniini reiCituio, habenlur: plurimaeque eorumdem Patrum 
de iisdem concionei cotUineniwr ; üt guatuor portee digeHa. 
Lattrentii Cumdii, Itali, primum operd coUecta, et post efuê 
oöitum a F. Gerardo MosanOy Dominieano Oermano^ ad finem 
usque perducta, Lugd. Officina Junctarum 1588, 4 vol. fol. 

Zie VaL Andreas, Bibl Belg,; Foppens, Bibl Belg., T. IL 
p. 602; Faqoot; Mém, T. II. p. 466. 

MOS ANDER ( Jacobus) ofMaesman, Carthniser monnik te 
Keulen. Hij voleindigde na den dood van Laar. Sarina 
deel VII der ntae Sanetorum. Ook bezorgde hij een ver- 
meerderde en verbeterde editie van het Martyrologium Ado/tde. 
Colon. 1581, fol. Volgens Theod. Petreius, overleed hij 
15S9 in Moravie. 

Zie Val. Andreas, BiblBelg., p.423; Foppens, BiblBelg., 
T. L p. 636. 

MOSCOSO (Jan Lopes), Spanjaard, ontmoet men ia het 
beleg van Middelburg 1573. Toen er velerlei goederen, als 
zoat, brasiliehout , aluin, wol en andere koopmanschappen uit 
Spaansche schepen aldaar gelost werden, beval de gouverneur 
dat deze alle zonden worden aangegeven in de herberg de Goude 
Leeuw in den Langendelft aan Moscoso, om door hem te 
worden opgeteekend enz. 

Zie ^sGravesande, 200'jarige ged, der MiddeB. vrijheid, bl. 
351, 352. 

MOSCHUS (Francois), MOUSQÜET of MOUSKE, in 
het midden der 16* eeuw te Nivelles geboren, werd in het 
latijn en grieksch onderwezen, omhelsde den geestely ken stand, 
en legde zich op de regtsgeleerdheid toe, werd licentiaat, ver* 
volgens doctor in de beide regten. Daarna werd hij kanue- 
nik bij de Cathedrale van Alrecht, en in 1590 was hij offi- 
ciaal van dit Kerspel. Kort daarna of ten laatste in 1596, 
werd hij pastoor van Armen tières, In 1600 was hij nog in 
deze bediening en kanunnik van het kapittel Seclin. In 1613 
leefde hij niet meer. Moschusi was welsprekend en Ter* 
vaardigde gemakkelijk latijnsche verzen. 

Men heeft van hem: 

Jacold de Vibriaeo ....•• libri duo , quorum prior orienia" 



Digitized by VjOOQIC 



1073 

Uê^ iive Hieroêofymiianoi : aller oeddenlaliê HUtoriae n(h 
mine inaeribilur, Omma mme primum elndio et opera Frano. 
Moschi e tenebria et ailu in lucem edita. Duaci 1597, 12^. 

OoenoHarekia OigmaeenêU^ eive AnHetitum Monasterii Oig» 
maeeneiê calaloguê, oum Elogiie. Duaci 1598, 8^. ?erm. door 
Arnold de Baisse. Ibid. 1636, 8^ 

Bealorum ArmUphi Fillariensie , et Simonie Miseneis, Oie* 
tertieneiê Ordinis Jêcetarum, nondum guidem in Apotheoein ab 
Ecdeeid relalonm, mird tomen sanclitate auo tempore eele» 
briuM , Fitae , e eilu et tenebria erutae , ac emendalae , et Jam 
primum in gratiam pietalie studioêorum in lucem editae a 
Franc. Moacho. Abreb. 1600, 8^ 

Apologia pro Sanctorum ReUquOe, 

Eden^ eive Faradiene B. Mariae Firgime, 

Het is twijfelachtig of de beide laatste bet licht zagen. 

Zie Tal. Andreas, Bibl Belg., p. 284, 285; Loerii, Chroni" 
coH Belg., p. 683, 684; Sweertii, Ath. Beig.^ p. 248; Faquot, 
Mém., T. I. p. 522. 

MOSER (Gaspard), te Maastricht geboren, op de zevende 
plaats te Leuven gepromoveerd, licentiaat in de godgeleerd- 
heid, professor in het seminarie te Antwerpen, werd in 1791 
president van het Bossche Collegie , kanunnik in de hoofdkerk 
en hoogleeraar in de faculteit der theologie. In 1794, werd 
hij, na alle gewoone proeven en blijken van geleerdheid, 
door gemelde faculteit bevorderd tot den rang van hoog« 
leeraar. In 1797, bij de vernietiging der Universteit, uit 
Leaven veijaagd, werd hij hoogleeraar in de godgeleerdheid in 
het seminarie van het bisdom te 's Bosch. Hij overleed in 1820. 

Zie GodtdieMtvriend, 1821 , D. VI; Van Gils, Meijer. Memorie^ 
boek, bl. 254, Hermans, Corup., p. 27. 

MOSCH (ToBlAS), van 1643 — 1671 predikant bij de Lu- 
thersche gemeente te Woerden , was een bekwaam en geleerd man. 
Na zijn overlijden verscheen: Lyek-trane/i gestort over het 
overdyden van den wel-hooch- geleerden eertoaerdigen en vroomen 
Heer Tobiae Moêch, in eyn leven bedienaer de» Qoddelycken 
tooorts van de onver anderlycke Augeborgee oonfeeaie tot Woer- 
den y na dien hy aldaer de Gemeente Gods woordt heeft trou- 
vtelyck voorgedragen den tydt van 28 jaren, godsalich in den 
Heere gerust op den 20 Januari 1671, door D. Westveen. 
Woerden 1671. Uit dit gedicht blijkt, hoezeer men reden 
had zijn verlies te betreuren. Zijn zoon was Michael 
Mosch, geb. te Woerden 2 Nov. 1644, in 1667 te Ënkhui* 
zen en in 1672 te Woerden beroepen. Hij huwde Maria van 
H o g e r s c h y n. Zij , en eenige andere familie-leden vereerden de 
Lnth. kerk te Woerden met een nieuwen predikstoel, üij overl. 1 689. 

Zie SchnltE Jacobi en Domela Nieowenhnis, Bijdr. tot 
de Qesch. d. Evang. Luth. Kerk, St. III. bl. ISO volgg. 

63 



Digitized by VjOOQIC 



1074 

MOSSCHEK (JAcauES bb), volgens Carel van Man- 
de r een DeJfsch kunstsebilder , irwel geschikt tot, en ervaren 
in alle deelen der kunst." 

Zijn portret komt in de uitgave van diens Letena der schii- 
ders voor. 



Zie Eramm; Mnller, Cai, van portr. 



MOSSEL (Jakob), werd te Enkboizeu geboren , kwam in 1720, 
in nog jeugdigen leeftijd , met het schip de Haringtuyn in O. I., 
werd in 1724 provisioneel assistent later assistent, in 1730 boek- 
houder, in 1732 tweede kommies, in 1736 kommies, in 1738 
eerste kommies, in 1740 gouverneur van Corimandel, in 1744 
buitengewoon-, in 1746 gewoon raad van Indie, vervolgens 
directeur generaal, den 1 Nov. 1750 gouverneur-generaal ad 
interim (na den dood van lm h off). Uij werd den 24 van 
Zomermaand 1752 als gouverneur-generaal geïnstalleerd, den 
25 van Grasmaand 1754 door Hun Hoog Mog. tot gene- 
raal over de infanterie aangesteld , en overleed den 1 5 van 
Bloeimaand 1761 te l^tavia. 

Onder zijn bestuur stegen de actiën der O. I. 0. van 500 
tot 600. Hij beteugelde de oostersche pracht en weelde; 
spaarde zijn eigene schatten niet om landbouw, nijverheid en 
industrie aan te moedigen, ten gevolge waarvan de suikermo- 
lens (zoo noemt men daar de fabrieken wanneer men van suiker- 
plantaadjes spreekt) aanmerkelijk vermeerderden. Hij verleven- 
digde ook den handel op China , en deed diens bloei en 
welvaart toenemen. Hij liet da hazen , patrijzen en de mosch 
navr Java overbrengen. Zijn portret bestaat o. a. bij Da 
Bois, HisL des Gouv, gener., bij wien men ook een uitvoe- 
rige levensschets van dien gouverneur generaal vindt. 

TXt Lev. V, her, mannen en vrtmwen, D. YlU; Martinet, Vereen, 
Nederl; Vervolg opWagenaar,D. VII. bL 135; Onmiddeiyk 
vervolg op Wagenaar, D. XXII. bl. 17, 356; Poti van den 
Nederrijn, D. IV. bl. 346; Nieuwenhnis; Kobns en de Bive» 
court; Muller, CaU van portr, 

MOSSEL (W.), schreef: 

legetmatuurlijke vergrooting dea levers ^ Hj de runderen, in 
1828 in Fee-Jrtaenijkundig Magazijn door A. Nttman 1830, 
D. TI. St. II. bl. 636. 

MededeeUng omtrent de jaarlijks in Friesland heerackende 
varkenS'ziekie , zoo als dezelve ^ in de zomers van 1827 ai 
1828, in de Grietenijen Oost- en W est-Bongeradnl ^ heeft 
plaats gehad, t. a. p. bl. 419. 

Beschrijving van een verloskundig werktuig voor het vee ^ en 
deszelfs gebruik^ t. a. p. bl. 635. 

Zie Holtrop, Bibl med, et chtr., p. 244. 



Digitized by VjOOQIC 



1075 

MOSSEL (Kaat). Zie MULDEBS (Catuarina). 

MOSSELMAN (Cornelis Jansen), zeekapilein, behoorde 
tot het collegie ter Adm. van Zeeland , diende vele jaren op 
's lande vloot, onder anderen in 1689 bij de expeditie naar 
Torbay. Hij bragt Willem III naar Engeland over en ver- 
kreeg daarvoor eene gooden medaille; bevond zich in 1690 
weder in Staatschen dienst en streed dapperlij k in den zeeslag 
t^en de Franschen in dat jaar. Zijn schip was geheel redde- 
loos geschoten, en nogtans hield hij niet op zijn volk aan te 
moedigen, met den brandenden lont betuigende liever den 
brand in het schip te steken dan het over te geven aan den 
▼\jand. Dit was van zulk eene uitwerking, dat bij eenige vij- 
andel^'ke schepen, waaronder dat van den admiraal, in den 
grond schoot. Bij zijne komst op de rivier van Londen ge- 
noot hij de eer dat de koning en de koningin zijn wrak 
kwamen zien en persoonlijk hem dankbetuigden voor zijne be- 
toonde dapperheid, die hij nog in eene reeks van gevechten 
ten toon gespreid heeft. Zijne eenige dochter Jacobina was 
gehuwd met Marinus Jasp^er Warkier te Veere. 

Zie Boekzaal der Gei Wereld 1746a, bl. 584—592; de Jonge, 
NeerL Zeew,, D. IV a. bl. 522. 

MOSSELMANS (Jan Willem Nikolaas) , studeerde te Ley- 
den en was candidaat in de regten, toen hij den 3 October 
1863, iD den ouderdom van 27 jaren, overleed. 

In 1838 viel hem de eer te beurt sijne verhandeling over 
den toestand van Frankrijk in het jaar 1678, beschreven in 
den trant vao het derde hoofdstuk van Macaulay's Hüiory 
of England^ met den gouden eereprijs bekroond te zien. In 
1862 gaf hij eene vertaling van de Ouüivers Traveile^ 
door Jonathan Swift (Haarlem bij A. C. Kruseman), 
een werk dat om de humoristisohe wendingen , in de Engel- 
8ch(; letterkunde, naast Stern e steeds eene plaats zal blijven 
bekleeden. De biographie van Swift, vó6r gemeld werk 
▼an de hand des vertalers geplaatst, getuigt van zijne kennis 
der geschiedenis van Engeland, in het bijzonder der staats- 
partijen, Whigs en Torys. 

Zie H. £. Moltzer, achter het slot van Mossel raan*8 verslag 
der Memoira of thé Reign of George the seeond, in Gids, Nov. 1868. 

MOSTAEBT (Guiluaumb of Willem), zoon van Joseph 
Uostaert, een diamantslijper te Antwerpen en Barbara 
▼ an Trier. Onbekend schijnt het, wanneer hij Antwerpen 
irerlaten heeft: mogelijk dat hij, die, terstond door Al va 
uitgebannen , tot de ijverige protestanten behoorde en dus 
welligt iets vroeger uit Antwerpen naar het noorden is gewe- 
ken. Althans in de merkwaardige lijst der protestanten , die in 
Haart 1567 in laatstgemelde stad van ketterij verdacht wer- 

68* 



Digitized by VjOOQIC 



1075 

den, komt zijn naam niet meer voor. In 1568 werd hij 
met verscheiden Alkmaarsche burgers , waaronder G a i 1 1 i a u m e 
van Trier, door Alva uit deze landen gebannen. Waar- 
schijnlijk keerde hij in 1572 te Alkmaar terug, waar hij in 
157B huwde met Marijtje Han na Paling. Beeds in het 
vorige jaar was hij door Sonoy tot gouverneur van Alkmaar 
(luitenant der stede Alkmaar) aangesteld, en den 16 Julij 
1573 (toen hij bruidegom was) werd Alkmaar door des prin- 
sen troepen bezet , en bij die gelegenheid door hen , die tegen 
het bezetten waren, in 't been geschoten, zoodat hij altijd 
daarvan mank ging. 

In 1575 werd hij door Sonoy geplaatst in den zooge- 
noemden mad van beroerte, in Noord- Holland, waarin hij zich 
echter minder wreed dan de overige raden schijnt gedragen te 
hebben. Dat Mostaert in 't bijzonder vriendschap met 
Joost Huegesloot, schout van Hoorn, gehouden heeft » 
blijkt uit z^'n testament, dat hij, in December 1576 ten huize 
van dien schout passeerde. Volgens Wagenaar, verliet 
Mostaert die regtbank, vermits bij tot ontvanger der gees- 
telijke goederen in 't Noorderkwartier werd aangesteld; deze 
gevolgtrekking rust waarschijnlijk op het gezag van Hooft; 
doch uit de praemissen van de commissie door Ley oes- 
ter aan Mostaert gegeven, schijnt het dat toen eerst de 
administratie der geestelijke goederen onder één rentmeester 
is gebragt geworden, en er te voren verscheiden rentmeesters 
van dezelve geweesr zijn. Misschien was Mostaert een van 
die laatste geweest; doch dan is het opmerkelijk, dat hij in 
1586 op hetzelfde tractement, dat hg voorheen genoten had, 
is aangesteld geworden. 

In 1586 werd hij notaris, en twee jaren later ^nd Sonoy» 
wiens vriend en vertrouweling hij was, hem naar Engeland, 
om bijstand te vragen tegen het leger des prinsen Maurits, 
die hem, die den eed aan Leycester getrouw bleek, in 
Medemblik belegerd had. Zijn sterfjaar is onbekend, doch 
bekend dat hij een zoon heeft nagelaten en ééne dochter, door 
hem Barbara genoemd, naar zijne eigene moeder. Zij 
huwde Jacob Goren, raadsheer in den hoogen raad van 
Holland en West-Friesland en schrijver van OóservoHones et 
Consilia, 16b3. 

Het portret van Willem Mostaert en zijn huisvrouw, 
berustten omstreeks 1820 bij den raadsheer J. Schonck te 
's Graven hage. 

Zie Marcos, Sententien van Aha^ bl. 118; Eikel enberg en 
Boomkamp, Deachiyv, v. Alkmaar, bl. 179, 210; Hooft, iVe- 
derl Historiën, bl. 422j Wagenaar, Vod, Eist,^ D. VU. bl. 
59. D. VIII. bl, 275, Mr. Bodel Nyenhuis, in Zuid- enNoord- 
Holl Volks- Alm. voor 1845, bl. 166 volgg.; Schotel, Kerhd. 
Dordr., D. I. bl. 112. 



Digitized by VjOOQIC 



1077 

MOSTAERD, MOSTERD of SINAPtUS (Christianüs) , 
ook Christianus Sinapiua, en ivCorstiaen de predi- 
kant" genoemd, waarschijnlijk te Venlo geboren, komt voor 
onder de eerste predikanten te 's Uertogenbosch , waar bij, 
met Hermanus Moded en George Sylvanns diende. 
Vervolgens ontmoeten wij bem, na Jacobus Michaol en 
Petrus Bloocius, als leeraar te Obermormpter. Van daar 
begaf bij sicb naar Wesel, waar hij, in Nov. 1568, de kerk- 
vergadering bijwoonde eu hare handelingen onderteekende. 
Van Wesel vertrok hij naar Venlo, waar hij in 1672 den 
dienst waarnam. In 1573 kwam hij te Dordrecht. Eene 
maand na zijne aankomst was hij scriba der classis van Zuid- 
HoUand, die toen (20 en 21 April 1573) hare eerste verga- 
dering hield te Bommel, en den 27 October van dat zelfde 
jaar, der vergadering te Gorcum gehouden. In 1574 diende 
hij eenige maanden te Geertruidenbcrg. Den 8 Maart 1575 
was hij voorzitter der classicale vergadering te Dordrecht, en 
in 1576 begaf h^' zich naar Wesel om zijne vrouw en kinde- 
ren , die hij , v6<5r hij naar Venlo vertrok , veiligheidshalve 
had achtergelaten, af te halen. Bij deze gelegenheid verzocht 
hem de kerkeraad, om naar een vroom en godvruchtig predi- 
kant om te zien, w\ji de gemeente een derden predikant be- 
hoefde. Den 21 April 1577, reisde Christianus naar 
Gouda om de vergadering der classis bij te wonen, en in 
Maart 1378 naar Oudewater, waar hij te gelijk met L au ren- 
tius Copicanus beroepen was. Volgens Kinschot zou 
hij slechts weinige maanden te Oudewater in dienst zijn ge- 
weest, maar, volgens van Bemmel, tot het jaar 1587, toen 
hij naar Medemblik werd beroepen. In 158tf vertrok hij van 
daar naar Amersfoort, en in 1590, bij leening, naar Leeu- 
warden, wimr men hem in 1591 beriep, doch werwaarts hij 
niet vertrok, wijl de regering te Ameisfoort hem weigerde te 
ontslaan. Hij overleed in den nazomer van 1595. Te Wa- 
ter noemt hem een #welbeproefd en godvruchtig man/' Her- 
mannus Moded enPetrus Dathenus waren zijne vrienden. 
Zijne vrouw heette Geert Jacobs. 

Zie Ypey en Oer mout, GeschiecL der Ned. Herv. Kerk, D. II. 
bl. 24; Brandt, Bist. der Re/,, D. I. bl. 529; Beverwyck, 
Beschripj, v, Dordrecht, bl. 352; Balen, Beachryo. v. JJordrecht, 
bL 667; L van Nnyssenberg, Beschrijv, v. Geertruidenberg , bl. 
188; Kinschot, Btechrijo, v, Oudewater, bl. 44; van Bemmel, 
Beschrijv, v. Atners/., D. I. bl. 155; Kist en Roy aards, Kerk, 
Archief, D. V. bl 459; Nederi Archief, 1). II. bl. 17; van Rhee- 
nen en Voet, Naomi bl. 59; Laurman, NaamL (L Cl, r. 
J^eeuw,, bl. 6: SoermaDS, Kerk, Reg,; Schotel, Kerk. Dordr., 
D. I. bl. lil Tolgg., D. II. bl. 756^ A. Rntgers. NaamL der 
Predik,, achter zijn Tweede eeuwgeiijde van Amersfoin'is hervorming; 
Te Water, Tweede Eeuwg, geloo/sb.; Eus, over de fbrmuL, bL 
289, 290; Veeris, Verm, Kerkelijk Aljfhab.; do Jong, Naamlijst 



Digitized by VjOOQIC 



1078 

V. GeUUrls Bot, Ned, Oorl, B. XXIL foLSS; M. Schookiu», 
de Canoru UUraj., p. 451 ; Bepertarium tonnstariale Lordracenum ^ M«. 

MOSTAERT. MOSTERD of SINAPIÜS (Mr. Daniel), 
doctor in de wijsbegeerte, werd ia 1619 onderregent van het 
Staten CoUegie, en in 1635 tevens buitengewooD hoogleeraar 
in de zedekunde te Leyden. Hijj overleed 22 Oct. 16S8. 
Boxhorn hield op hem een lijkrede , die, onder anderen , ïni 
wijze van aittreksei, te vinden is vödr D. Sinapii, DiuerU. 
Mkieae, L. B. 1645, 12\ 

Zie Siegenbeek, Geaeh* der Ltydi, Eoogts,, D. I. bl. 118, 
149, D. IL bl. 120, 121, 287; Schotel, Kerk, Dordr., D. L bL 
121; Kist en Hoyaards, Eist, Archie^f Ser. I, D. VIL bl. 126, 
Sec II, D, IV. bl. 176. 

MOSTAERT of MOSTERT (Reinier), bnrger te Ameter- 
dam, maakte zich door zijne dapperheid beroemd in den oor- 
log met de Geiderschen. 

Zie Wagenaar, Beêchryv, v, Amsterdam, D. II. bl. 545, 447. 

MOSTAERT, MOSTAERT, MOSTERD (Daniel), secrcta- 
ris van Amsterdam, in de eerste helft der 17* eeaw, vriend 
van Vondel, die hem zijn fraai dichtstuk De Boömsche Lier 
heeft toegewijd. Niet minder bevriend was bij met R e a e J , B a r- 
laens en anderen zijner beroemde tijdgenooten , vooral met 
Hooft, wiens geschiedkundige werken hij met Baak nazag. 
Meermalen ontmoeten wij hem in den vriendenkring op het 
slot te Muiden. 

Hij was ook zeer ervaren in het latijn en Vondel be- 
hulpzaam bij het overzetten der Classici. Hij was een lief- 
hebber en beoefenaar der Nederduitsclie poëzij, en gaf in 1640 
een treurspel, Marianne getiteld, in het licht. 

Ook verscheen er van hem een werkje getiteld; Nederdu^i- 
zche Secretaris o ft Zendbriefschriper , Amst 1635, 24^. Met 
het tytelboexken y Amst. 1649; term, Amst. 1656 ro. portr. 24*. 
In de door van Vloten uitgegeven brieven van Hooft, 
kcmen twee brieven van dezen aan hem voor, en meermalen 
wordt in de brieven van en aan den drost loffelijke melding 
van hem gemaakt. Uit een brief van Vondel aan Hooft, 
d. 26 Julij 1646, bl^kt dat hij toen gestorven en in de Nieuwe- 
kerk te Amsterdam begraven was. Er bestaat nog van hem 
in hands.: 

Handvesten der stad Jmaterdam, waar agter eei^ Jlpkaóeik 
op de oudste previlegieboeJcen ter secretarie berustende. 

Zie Witzen Geysbeek, B. A. C, Woordmb,, D. IV. U. 454; 
Vondel's Werken, (uitg. van v. Lennep) (Reg.); Bloemkrane van 
verscheid, gedichten, bL 105; G. Brandt, Leoen van Vondel, D. I. 
bl. 821; Hooft, Brieven, (uitg. van Vloten), D. II. bl. 337, 
378, D. III. bl. 542, 610, D. IV. bl. 205 volgg.; Koning, 8ht 
van Muiden, bl. 76; Koning, CataL; Kobus en de RivecoarU 



Digitized by VjOOQIC 



1079 

MOSTAHT (Fbans), te Hubt, in Vlaanderen, geboren, 
wiens rader uit Holland afkomstig en kladschilder was , woonde 
te Antwerpen. Hy schilderde landschappen en kwam in 1555 
in hei schildersgild. Hij overleed echter vroegtijdig. 

Men vindt van zijn penseel voortbrengselen in de kunsiga- 
lery te VVeenen. 

Zie Immerieel en Kramm. 

MOSTART (GiLLKs), tweelingbroeder van den eersten, op 
wien hij zoo geleek, dat zy niet te onderscheiden waren. Ook 
hij werd in 1555 te Antwerpen lid van het gild. 

Hij vervaardigde vele kunstige werken van historiëlen aard, 
ook wel eens potsige voorstellingen, daar hij geestig en van 
een kortswgligen aard was. Onder anderen schilderde hij eens 
een hel, waarin hij zich zei ven voorgesteld had, met een 
Eijner bekenden op het tiktakbord spelende. 

Hij had geen vermogen, en b^' het naderen van zijneinde, 
zeide hy, dat hij zijne kinderen de geheele wereld met al ha- 
ren overvloed naliet, en zij dns maar handen uit den mouw 
hadden te steken. Hij overleed den 28 Dec. 1598 in hoogen 
ouderdom. Kramm stelt de geboorte van beide broeders tus- 
schen 1520 en l52o. Hij schijnt een zoon te hebben gehad, 
ook Gilles geheeten, in 1612 als meesters zoon in het gild 
te Antwerpen ingeschreven. In het Museum te Antwerpen is 
een stuk van hem, voorstellende acht portretten, waarvan er 
zeven in het zwart, met geplooide halskragen en het achtste 
in mbgewaad. Kramm beschrijft een door hem geschilderd 
triptikon. H. Hondius, P. de Jode, Jan en Kaphael 
Sadeler en H. Wierix hebben naar hem gegraveerd. Z^'n 
portret, door Hondius naar S. Frisius, is met een Lat. 
gedicht van Lampsonius versierd. Naar dit is het portret, 
in de 8* uitgave van van Mander, vervaardigd. 

Zie Tan Mander, Immerzeel en Kramm. 

MOSTART (Jan) of SINAPIUS, werd in 1474, en niet, 
gelijk sommigen beweerden, in 1499 te Haarlem, uit een aan- 
zienlijk geslacht geboren. Daar oefende hij zich onder Jacob 
van Haarlem, en verder naar de natuur in de teeken* en 
schilderkunst, werd een bekwaam portretschilder, edelman en 
hofsehilder van de landvoogdes Margaretha. Daar hij zeer 
gelukkig in het treffen van gelijkenissen was, verkreeg hij 
overvbedig werk, inzonderheid van den hoogen adel. Doch 
zijn geest wist een hoogere vlucht te nemen, en hij gaf meer- 
malen proeven van ongemeene verdiensten in het bewerken van 
onderwerpen uit de H. S. , die meest alle voor altaren bestemd 
waren. 

Ten tijde van Carel van Mander berustten bij zijn klein* 
zoon Ni co laas Suiker, schout van Haarlem, menig belang- 



Digitized by VjOOQIC 



1080 

rijk stuk van sijn penseel, zoo als het Banket der Ooien: em 
WeH'Iniiich landêckap wiet naakte figuren; de portretten wm 
Jacoba van Beijeren en Frank van Rinêche^ en sijn eigen le- 
vensgroot portret (doch zie Kramm). Op het koninklijk 
Museum te Berlijn berusten twee fraa\je stukken van zyn pen* 
seel , Maria voor een tapijten behangêel gezeten , houdende het 
kind op haren echoot ^ en Bene met op de vlugt tuiar Egypte* 
In den grooten brand te Haarlem, zijn vele zijner werken ver- 
loren gegaan, daar z^n huis met al wat er van hem was over- 
gebleven, door de vlammen werd verteerd, 

Hy overleed te Haarlem omstreeks 1555. Maarte d 
Heemskerk getuigde van hem dat bij alle oude meesters, 
die bij gekend bad, verre overtrof. 

Zie van Mander, Immerzeel, Kramm en aangeb. schryrers. 

MOSTART (MiCHBL). A 1 e x. P i n c b a r t zag, bij Dr. S t e- 
ven 8 te Antwerpen, een lief klein gebeeldhouwd statuetje van 
ivoor, voorstellende de H. Maagd, afkomstig uit een gods- 
dienstig vrouwengesticht, waarvan het wapen op het voetstuk, 
mede van ivoor, is afgebeeld. In het binnenste der kroon, 
die zij op het hoofd draagt, leest men den naam van dcQ 
kunstenaar Michel Mostart, en het jaartal 1671. 

Zie Meêsager du Sdeneeê, 1858, p. 99; Kramm. 

MOSYN, MOZYN of MAZYN (Michael), omstreeks 
1630 te Amsterdam geboren , werd een bekwaam graveur, wiens 
werken zeer geacht zijn, doch weinig voorkomen. 

Hij gaf in het licht: 

Het Driekoningen feeet ^ naar J. v. d. Velde; in fol. 

St. Fiacre, Belijder, in 4*. P. Mariette exc. 

8t, Thomas de Filleneuvey aalmoeaen uitreikende ^ in 4^. 
idem, idem. 

Eene slapende Fenua^ naar J. A. (?) Back er, in fol. obl. 

Fenue op de wateren , door de Liefde vergezeld ^ naar den 
selfden in lol. idem. 

Ariadne zit verlaten op een rota, op het eiland Naxoa; naar 
J. de Back er, in fol. idem. 

Een groep Saters of Bacchanten; naar C. Holsteyn, gr. 
in fol. idem. 

Een Sater-familie in een boeeh , naar denzelf den , gr. in foU 

Twee Nymphen, aan den kant eener rivier gezeten ^ wanrim 
zij zich willen baden; naar GuiL Poeienburg, kl. S^.obL 

Zes stuks kindergroepen, naar O. van Eechoat, in 8^. 

De vier hoofdstoffen, door groepen hinderen voorgesteld, 
naar C. Holsteyn; gr. in fol. 4 stuks. 

De vergoding van den vice-admiraal Marlen Harpertsz, !Rromp; 
daaronder een zeeslag, die aan ILNooms, gez^d Zeeman» 
wordt toegekend > gr. in fol. 



Digitized by VjOOQIC 



1081 

PorlrH van •/. Catê y naar Moohiox, in foL 

/. Caiê , door Qeniussen gedragen , naar A.van derVenne, 
in ovaal. Tkelplaat vddr Cats* Werken ^ bij Schipper, 
1654, in fol. 

Jan van Galen, rice-admiraal , in ovaal, naar H. van AI- 
dewereld, in fol. 

Dê$êifde; kniestnk, met historisch bijwerk, naar J. Li- 
vens, in fol. 

M, A. de Ruffter; naar H. van Aldewereld, in fol. 

Dezelfde; naar G. van E eek hout, gr. in fol. 

Dezelfde; naar Kembrandt, in fol. 

ComeUê Tromp y vice-admiraal , naar C. van Eeckhout, 
in foL 

Jacob van Waeeenaary vice-admiraal, in fol. 

Jan en ComeUe de Witt; naar H. van Alde wereld, 
in fol. 

Zie Immerzeel en Kramm. 

MOT£ (Jban ds la) , dorainikaan , overste van het klooster 
te Valenciennes , leefde in den aanvang der vorige eeuw. 

Men heeft van hem: 

Becueil de» iudulffenoeSy prwüège», el alaltUs de laco^frèrie 
de Nolre-Dame au Saincl JHoaaire, Mons 1609. 12^ 

Zie Paqnot, Mém, T. II. p. 670. 

MOTMAN (G. W.), drossaard der vrijheid llozendaal, en 
rentmeester van de domeinen van Willem V te Breda, ijverig 
Oranjeman, die in 17S7 te Breda plegtig des Prinsen verjaardag 
vierde, en de patriotten tegenwerkte. Hij werd beschuldigd 
van een som van / 100,000 genoten te hebben voor het be- 
loven van protectie aan de geëmigreerden uit de Oostenrijksche 
Nederlanden (1792). Van de Spiegel noemt hem 'den 
befaamden Motman,'' en voegt er b^: ^bekend is het, dat 
deze door zijne frequente apparitie ten deezen tijde in Bra- 
bant , de aandagt van allen , en zelfs van het ministerie tot 
sich getrokken heeft ^ zelfs werden, toen ter tijde, de wissels 
op hem geëndosseerd , onder voorwendsel, dat het penningen 
waren uit de administratie der domeinen van zijn hoogheid, 
proflueerende.'^ 

Zie VensameHng van ttuJcken in de zaaken van X. P, van de Spiegel , 
bL 87; R. L. Bonwens, aan zijne committenten, bl. 328; Vervolg 
9p Wageaaar, D. XIX. bL 867, 858; D. XXIII. bl. 268, volg. 

HOTMAN (Gbrrit Willem Casihieb vak) , administrateur 
van 's compagnies provisie-magazijnen te Batavia 1803 — 1807, 
vervolgens onder het bestuur van Daendels, prefect of re- 
sident der Jakatrasche bovenlanden, en gedurende de eerste 
jaren na de wederovername onzer Indische bezittingen ^ in 1816, 
resident van de Preanger regeptscbappen , overleden te Boiten- 



Digitized by VjOOQIC 



1082 

zorg den 25 Mei 1821» oud 49 jaren. Zijne weduwe was 
B. J. Bangeman. 

ParU berigt, 

MOTTE (Valkntimdbpardibu, genaamd heer db la) , graaf 
van Ekelsbeke , in Vlaanderen , een Franschmao ?an gel>ooite. Ie 
1553, nog zeer jong zijnde, begaf bij zich reais met ajn 
vader in het leger. Van sergeant opgeklommen tot den rang 
van kapitein , ging hij in Nederlandsohe dienst over. Hij stond 
in Nederland in groot aanzien en werd den 1 Sept. 1577 tot 
generaal van de artillerie benoemd. In die betrekking was bij 
bij het leger dat voor Gemblours geslagen werd, week daarop 
naar Vlaanderen, en ging, om welke redenen dan ook, over 
naar de Spanjaarden. Hij gaf in 1579 Grevelingen, waarvan 
hij gouverneur was, aan de Spanjaarden over, en trachtte in 
1585 Oostende te verrassen, doch werd met groot verlies en 
zelf zwaar gewond, terug geslagen. In 1587 werd hij voor 
Sluis zeer zwaar gekwetst, en in de belegering van Douslens, 
in het jaar 1595 , werd h^' door een mosketkogel in het hoofd 
zoodanig gekwetst, dat hij spoedig daarna overleed. 

Hoewel bij door zijne dapperheid en schranderheid van ge- 
ringen stand tot de hoogste waardigheden was opgeklommen, 
zelfs tot den grafelijken stand verheven werd, wordt h^ ge- 
zegd in een e groote mate trotsch en wreed te zijn geweest. Ab 
zeer ijverig Boomschgezind , beging hij vreeselijke wreedheden 
op de Gereformeerden. Hij liet eene dochter na, die onge* 
huwd overleden is. Hij teekende de Unie van Brussel in 1577. 

Zie Vorat., Meld,, Slaatsm,, D. IL bl. 85; de Jonge, Unie van 
Brussel, bl. 77—79. 

MOTTE FOUaUÉ (Baron Hbinbich August db la), zooo 
van een Franschen refugë uit een oude familie in Normandië, 
die, ten gevolge van de herroeping van het edict van Nantes, 
Frankrijk had verlaten, werd in 1698 te 's Hage geboren. Hij 
was bij Frederik de Groote, toen hij als kroonprins te 
Bheinsberg resideerde, en lid van den ^geheimen Bitterbund," 
door Frederik gesticht, waarin 12 der vertrouwdste vrienden 
waren opgenomen. Fouqué droeg den bondsnaam van Ie 
Chaate, Hij bleef tot zijn dood toe een der geliefdste vrien- 
den van den koning, onderscheidde zich in den 7-jarigeQ oor^ 
log, vooral te Landshut. 

Zie Dr. B. Vehse, (hêeh. d, Pr^tus. So/êvmd Adelt. u.d.Prmm» 
Diphmatie* T. lU. S. 202. 

MOUBACH (Abbaham), vertaalde: 

Naauwkeurige beéchr^ting der OodidienaiplegiigkedenvanoUe 
volkeren (van B. Picart.) Amst 1727. 6 d. m. pL 

Jean Labadie, Zegepraal van éen Qodatkenei, m. 
Amst 1726. 



Digitized by VjOOQIC 



1083 

C. G. Zorgdrager^ Bloeifende opkomai der Aloude en He* 
dadaageche Groenkmdaehe viaseherij — Met bijvoeging van 
de fFalviêckvangst f in Aaare hoedanigheid^ behandelingen , 
U êcheepsleven en gedrag, beaehouwê. 's Hage. 1727. 4^« m. 
pL 2« dr. 

Verhandeling over de kanary -vogels, Amst. 1717. 8^ 

Zie Abcoade, Naamli Arrenberg, Naamr. U. 364; Naoart, 
D. VI. bl. 296; Botermnnd. 

MOUBLET (J.). gaf in het licht: 

Verhandeling over de afseléing der Dye in hei gewrigt. 
1760. 8*. 
Zie Arrenberg, Naamr. bl. 364. 

MOUCUE ( ), een schilder te Amsterdam. Kramm 
▼ermelüt van hem een teekening, voorstellende: Sen schilder 
mei paiei op een ezel gezeien , die hem , als de waarheid , naar 
den tempel der verbeelding voert; achter hem een sehrijvery 
door figuren umgeven, onder aan staat Le IHomphe du vengeur 
^Homère. 

Zie Kramm. 

MOUCllERON (Pierbe), zoon van Jean de Mouohe- 
ron, vrij heer van Boulac, Mouoheron, Corbn en Limiere, 
gei^;en in het voormalig goavemement van Iele de France , en 
van Margaretha de Cononos, werd in 1508 geboren in 
Normandië, vestigde zich te Middelburg, en huwde aldaar in 
1534 met Isabeau deGerbier, dochter van Antoine 
de Oerbier, mede geboren te Middelburg in 1518. Zij 
schijnen zich uit Middelburg naar Antwerpen verplaatst te heb- 
ben, en stierven beide aldaar, hij vdór 1567, zij in 1568, 
achttien kinderen nalatende, waaronder: 

MOUCHERON (Balthasar de), ook genaamd Bernard 
de Moucheron, voornaam koopman in het laatst der 16* 
eeuw te Middelburg en Veere gevestigd, die zich in 1594 met 
Jan Jansz. Carel en Dirk van Os vereenigde, om een 
noordelijken weg naar de O. I. te zoeken. Gezamentlijk droe- 
gen zij de kosten der reis van Willem Baren tsz. 

Zijn wapen vindt men afgebeeld op eene afbeelding yan 
Amiabon in de Eerste reyse van Joris Spilbergen^ voorkomende 
in Begin en Voorigangh v. d» O. J. Compagnie , B. I. bl. 12» 
Yan hem stammen o. a. af de hertogen van Dorset, Qraven 
Tan Middlesex enz. 

Zie Eist en Royaards, Arck, voor kerkeh gescJu D. IV. bl. 164; 
Inleid, tot de O. L Voyagien; Kort verhaal der reize van Willem Ba- 
rentsz^ getogen tdt het journaal van Oerrit de Keer; Valcntyn, O. 
en N. O, Ind; Dodt van Flensbnrg, in Verhandel en berigt, 
van het zeewexen; Scheltema, Peter de Groote in Zaandam; 



Digitized by VjOOQIC 



1084 

J. Bouman, Gesch. v, d* Beemttert Kramm; Nanorteher, D. IV. 
bl. 159, 844, D. VIL bl. 81; ^sGraTesande, Tweek, jarige ged. 
der Sywde van Wesel, bl. 71; J. C. de Jonge, Opkonut v, LNed. 
gezag in O.I. D. I. bl. 109—120, l43, 220, ▼▼. 

MOUCHËRON (PiEBBB de), broeder van den vorige, be- 
hoorde tot het gezautscbap naar Engeland, on bad vier vrou- 
wen, bij de derde, Cathar ina Segiilom , Ballhasar, 
geb. ie Arnemuiden 1587, trouwde 3 April 1619 te Amster- 
dam Cornelia van Broekhove of van Broekhoven, 
die hem 6 kinderen schonk, onder welke 

MOUCHËHON (Fbbuerik de), in 1683 niet te Edam (eoo 
als Immerzeel wil) waar te Emden, waarheen zijn vader, 
om de religie gevlucht was, geboren. Te Amsterdam werd 
hij voor de kunst door Jan Asselyn opgekweekt, en tot 
een uitmuntend landschapschilder gevormd. 

Toen hij den ouderdom van 22 jaren had bereikt, begaf 
hij zich, tot voorbereiding zijner studiën, naar Parijs, waar 
hij zich vooral bezig hield met het afteekenen vao boomen, 
planten , gebouwen , gedenkteekenen , fonteinen en soms geheele 
landstreken , waarvan hij partij trok in zijne keurige landscba}q)eo, 
die door Theodorus Uelmbreker, Adriaan van de 
Velde en Jan Lingelbach zijn gestoffeerd. Immerzeel 
schrijft: 'Zijn kunstwerk is lieffelijk van koloriet, zijn voor- 
gronden zijn helder, zijne verschieten nevelachtig; zyn boom- 
loof is teeder en los behandeld; zijn penseel is vrij en aange- 
naam , soms echter is zijn kleur wel wat te geel oï te groen.'' 

Het Haagsche Museum bezit twee landschappen van zijii 
penseel, het een door Lingelbach, hei ander met jagers, 
door A. V. d, Velde gestoffeerd. 

Op de verkooping van Go 11 werd voor een Landêchap met 
figuren van den laatsten /'i400 op die van Muller, een door 
den eersten gestoffeerd, / 2«620. — betaald. Er is slechts een 
door hem geëtst prentje bekend, voorstellende een Boomtyk 
landschap^ een allereerste druk gold bij den Grave von Fries, 
f 57, — en een nieuw opgewerkte druk / 30. — . 

Na eene langdurige afwezigheid vertrok Moucheron naar 
Antwerpen, van waar hij zich naar Amsterdam begaf, en in 
1686 overleed. Hij huwde in 1659 Maria Joudreville, 
die hem elf kinderen schonk. 

Zie Immerzeel en Kramm. 

MOUCHEKON (Izaak de), zoon vao den vorige, werd in 
1670 te Amsterdam geboren, en door zijn vader voor de 
kunst opgekweekt. Den ouderdom van 26 jaren bereikt heb* 
bende, vertrok hij naar Italië, en het was bijzonder teltome» 
en hare omstreken, dat hij de schilderachtigste voorwerpen 
voor zijn teekenpen vond. Te Amsterdam teruggekeerd, bo- 
schilderde h\j de zalen der aanzienlijken in het ronde met 
Italiaansche landschappen, dio door hemzelveUi Jacob de 



Digitized by VjOOQIC 



1085 

Wit of Verkolje werden gestoffeerd. Hg schilderde ook 
kabinetstakjes met dergelijke onderwerpen. Op de verkooping 
Tan de Haas gold er een, yentoffeerd met een drift beeêten^ 
f 270. — en op die van C rem er, een ItaUaansch landêchap^ 
/* 400. — . Volgens Immerzeel was hij vindingrijk in 't or- 
donneren, en verkreeg bij dientengevolge te Rome den bent- 
naam van Ordotmanüe. Zijn kleur en penseelsbehandeling zijn 
prijsselijk, en hij was bijzonder ervaren in de regels der bouw- 
en voortzigtkunde. Zijne teekeningen zijn fraai en worden 
duur betaald. Zoo gold op de verkooping van £yl Sluyter 
2 Oetigten te 2iome, met inkt, /181. — . Ook etste hij eenige 
Areadièche landschappen. 

Kramm vermeldt: 

Versekeydê êckoone en vertnaakelyke gezigten tan Heemstede , 
geiegen in de provincie tan ütredkt^ door J. M. Amst bij de 
wed. Visscher. 

Eenige landschappen naar G, Poussin, 10 st. fol. 

Zaalslukken, in ket kuis van den keer D. B. Mesguita enz. 
(een stel van vier stukken.) 

Tmngeiigien met figuren en geöouwen. fol. 

Idem in fol. oblong. 

öesigt te Amsterdam met de opgerigte ühtminaiien (nj den 
mUvangst der MoseoviHscke gezanten in 1698. 

Een landsekap mét een groote slak in iet midden (zeldzaam.) 

Zijn portret gaat uit in zwarte kunst, in 4^ Naar dit por- 
tret is dat bij van Gooi, Descamps en Immerzeel 
voorkomt. £r kwam een geschilderd portret van hem voorbij 
J. van der Marck te Leyden, door J. M. Quinchard 
geschilderd. Hij huwde te Amsterdam in 1713 Anna van 
Bocknm. Hij overleed aldaar 20 Julij 1744. 

Zie Immerzeel, Kramm, van Gooi, Leü, d. Schild, D. I. bl. 
d6S enz.; Wa genaar, Atmterd, D. XL bl. 486; Kobtis en de 
Riyecourt, Kok, Muller, Cat. v. portr, 

MOUCHERON (Hxnbicus de) , vriend van Bodecherus 
Baoningius, studeerde te Leyden, en verdedigde onder 
Jacobus Maestertius een Disputaiio de natura feudomm. 
Hij leefde in de eerste helft der 17* eeuw. Banningius 
w^dde hem twee latijnsche zangen. 

Zie zyne Poëm, L. B. 1637, p. 86, 140. 

MOULIN (PiEKBS Dü), of Molinaeus, zoon van Joa- 
chim du Moulin en Fran^oise Gabet, weduwe du 
Pies sis, werd den 18 October 1568 op het kasteel van Buhy 
geboren. In den Bartholomeus- nacht werd hij, die toen slechts 
4 jaren bereikt had, en zijne broeders, door een oude dienst- 
maagd van zijn vader gered. Na te Sedan en Parijs gestu- 
deeid te hebben, begaf hy zich naar Engeland, waar hij vier 
jaren de lessen der hoogleeraren te Cambridge bijwoonde. 



Digitized by VjOOQIC 



1086 

Van d^r begaf hij uoh naar Leyden om Franciscua Ja- 
niu8 ie hooren. Op reis leed hij schipbreuk, ea verloor hij 
al zijne boeken , 't geen hem aanleiding gaf tot het vervaardi- 
gen van een gedicht, VoHva tabeüa getiteld, waarmede hij 
den grondslag van z^n toekomenden roem legde. Vier en 
twintig jaren oud, werd h^ hoogleeraar in de wijsbegeerte te 
Leyden , en opende djne lessen over het Organon van Ariito- 
teüê^ die door Grotius werden bijgewoond. Sneven jaren later 
in 1599, werd hij tot predikant te Gharenton beroepen, doch 
volgde kort daarna de prinses Catherine, als hofprédiker, 
naar Lorraine. Na haar overlijden Tatte m sijne betrekkin|( 
te Gharenton weer op en vervulde ze 21 jaren, schoon hij 
daar menige vervolging moest doorstaan, en zijn huis twee- 
maal werd geplunderd, en sloeg het beroep als boogleeraar te 
Saumnr en (tweemaal) Leyden af. Monlin nam, gelijk de 
meeste predikanten, geen deel aan de staatkundige twisten onder 
Hendrik lY en Lodew^k XIII. Slechts éénmaal werd hij 
(1605) naar eene staatkundige bijeenkomst te Gh&telleraalt a%e- 
Taardigd , doch speelde er geen belangrijken roL Hij liet ook niei 
van zich spreken op de nationale synode van Gap, en het was eerst 
op die van Privat, in 1613, dat hy invloed op de verdfening 
van godsdienstige geschillen begon uit te oefenen. Met de 
predikanten Ljou is, LaFayette en te Frauchein belastom 
de redenen vö<Sr en tegen de doopsbediening bg of zonder de 
predikatie te bedienen, stelde hij een uitvoerig rapport op, 
door Aymon, met de Aeie» du Synode , d Vabrogation de 
Variiele du Synode naüonal de Samt-Mcment^ is uitgegeveo. 

Niemand verlangde meer naar eene vereeniging der yerschil- 
lende protesiantsche kerken dan koning Jacobus, die in 1615 
du Monlin uitnoodigde naar Engeland over te komen. Hij 
werd er met veel eer ontvangen, men schonk hem eene pre- 
bende van 2000 livree, en de universiteit van Gambridge gal 
hem den titel van doctor. De vrucht dezer reis van drie maan- 
den was een plan van vereeniging, dat Blond el in zijne 
Aetee autJkentiques heeft opgenomen. #0n y remarque (schreef 
Haag) une modération si eloignée du oaractère de Moulin, 
qu'on doit necessairement y reconnaitre l'influence du roi 
Jacques. 

De kerken van Frankrgk wenschten du Moulin in 1618 
naar de Synode te Dordrecht te zenden , doch Lodewijk XIII 
verbood hem er zich heen te begeven. Hij vergeno^^e zich 
een memorie in te zenden, waarin hg verklaarde Arminius 
en zijne leerlingen te verachten. Geen wonder dat de Goma- 
risten hem een leeretoel te Leyden aanboden. Dn Moulin 
poogde van zijn tijde de Dordtsche Ganons in de kerken van 
Frankrijk in te voeren , en hij liet ze in de daad door de nationale 
synode van Alais, van welke hij voorzitter was, doch niet zon- 
der hevigen tegenstand, bevestigen. Kort na zijn terugkomst 



Digitized by VjOOQIC 



1087 

oit EDgeland werd hem te Parijs berigt dat Backingham 
een brief , door hem aan den koning van Engeland ge8efare?en , 
waarin hi|j hem schreef dat de protestantsobe kerken het oog 
op hem gevestigd hielden, aan L o de wijk XIII had terhacd 
gesteld. Hij vlood naar Sedan, waar h\j door den hertog 
van Bouillon en de akademie met open armen werd ontvangen 
en terstond tot hoogleeraar in de godgeleerdheid werd benoemd. 

Toen Lodewijk XIII in 1623 z^ne toestemming niet wilde 
geven dat hij naar Parijs mogt wederkeeren, de^ hij een 
tweede reis naar Engeland , op verzoek van koning J a co b u s , die 
hem wilde gebruiken om den kardinaal duPerrin te antwoorden 
en hem een verblijf en een jaarwedde schonk. Ook werd hij 
tot leeraar bij de Fransche gemeente te Londen benoemd. Na den 
dood van Jaoobn s (1625) keerde hij naar Sedan temg, waarbij 
op nienw den koning veriocht naar Parijs te mogen komen. 
Zijn verzoek , door de synode nationaal van Chartres ondersteund , 
werd hem toegestaan. Bij het uitbarsten van den oorlog in 
1628 verwijderde hij zich , hetzij op bevel van het €K>uvemement 
hetzij uit eigen beweging. Uit een brief, voorkomende in de 
Mémoirei de la Farce ^ blykt| dat hij in de maand November van 
dat jaar te 's Hage was. Later keerde hij naar Sedan terug, waar 
hij 11 Maart 1658, in den ouderdom vao 90 jaren stierf. 

In hetzelfde jaar gaf een anoniem schrijver in het licht: 

Leê demièree htmte» de M. du Motditiy eneemble Ie recueU 
de plusieuri vers /aUê d sa mémoire. Charenton 1658. 4*. 

Span h ei m noemde hem: ^AeuHêiimuê et emdüiêamuê 
tkeologuêJ' John Bates prijst hem ook zeer 'm»r««i (zegt hij) 
tnffeun aeumen : eeverum nonmmquam ird out impaienüd oèku^ 
iatuM. Hij was een onvermoeid kampvechter, niet slechts 
tegen de Boomsch-Catholijke, zoo als Cayet, Coëffeteau, 
Cotton, J. Journé, Gondier, du Perrin, la Mil- 
letière en anderen; maar ook tegen zijn geloofsgenooten , 
zoo als Tilenus, Amyraut, Testard, Grotius en 
anderen. 

Hij gaf in het licht: 

Elemenia Logioeê. L. B. 1596. 8*. 

Dit boekeke heeft 18 uitgaven gehad en is in het Fransch 
overgezet. Paris 1624, in 12*. Sedan 1628. in 8*. Gen. 
1631. in 8*., en in 't Engelsch. Lond., 1624. in 8^ 

be relatie. L. B. 1597. 4«. 

De indote et virtute. L. B. 1597. 4^ 

Narre de la conférence verbale et par icrü tenue entre M. M. 
du MouUn et Cayet ^ par ArchibauU Adaire^ geniükomme 
èeoeêoiê 1602. 8*. Gen. 1633. 8^ 

Nouvelle» bfiquee pour Ie èaetiment de Baèel^ ^eet-è 
erreurê nouveUemeni forgez pour eêtablir la grandeur de Vé- 
teeque de Rome. La Kooh. 1664. 8^ Sedan. 1624. Gen. 
1637. 8». 



Digitized by VjOOQIC 



1088 

Accroisaement de» eaux de Büoè pour èleindre Ie feu dm 
purgaioire ei noier les scUisfaclions huaumes et lee mdulgefteeê 
papale». La Roch. 1604. 8^ 1608. 8^ Gen. 1614, 1628, 

1631. s: 

Défeuae de la f&y eaihoUque conienue au Uwe du roy Jac» 
gues I conlre Ie réponee de Coëffetau. La Rocb. 1604. 8^ 
Paris. 1612. 8^ Nouo. èdU. revue et augm. Gen. 1624, 16SI 
%\ in 't Eng. vert. Lond. 1610 in fol. in 't Lat. Lond. 
1614. 8«. 

Tractatuê de peregrUuUioMua , aUaribue et êoerifiem Chriê' 
ttofwrum cum Oregorii Nyêeetd epietold du eunUbuê leroeo' 
lyma, kUinè versa et notis illustrata. Paris 1606. 8*. HanoF. 
1607. 8^ Jenae. 1719. 4^ 

Irente-deux demandes proposées par Ie P. Cotton avee les 
sqïmHohs; item soixante guatre dewumdes proposées eu eontre* 
échange. La Boch. 1607. 8^ Lond. 1614 en 1615. 4*. Gen. 
1625, 1659. 8«. 

Apologie pour la sainete Cèue du Seigneur contre la présenoe 
corporeüe et la trasisuóstantiatiou ; item eontre les messes, soms 
oommuuieans et la communiau sous une seule espéee. La Rocb. 
1607, 1609. 8^ Gen. 1608, 1610, 1660, SK in het Hgd. 
vert Franct. 1644, in 't Eng. Lond. 1612. 4^ 

Les eaux de Siloë pour éteindre Ie feu du purgaioire et 
noter les tradttioHS, les ümbes^ les satisfaetüms kumaiues et 
les indulgenees papales, eontre les raisons tPun cordeUer portu» 
gaia defendues par trois écrits intitulés^ Ie l*^ Ie Torreut de 
feu, Ie 2^^ la Foumaise ardente, et Ie ^ Ie Feu d'HiUe. La 
Rocb. 1608, 1610, 8^; Vert in 't Eng. Ozon. 1642. 8*. 
Antwoord op de aanvallen tegen P Aceroisement enz. 

Féritaóle narre de la oonférenee entre les sieurs Du MouUn 
et Oontiery seconde par M^ la baronne de SaUgnac 1609. 8*. 
Gen. P. Aubert, 1635. 8^ Gen. 1660. 8*. 

Response awo lettres du sieur Oontier. 1609. 12^ Gen. 
1685. S\ 

Theophüe ou traite de Vamour divin. La Rocb. 1609. 12*. 
1610. 12^, met bet folgende. Gen. 1624. 1652, 8^. 

Heraclite, ou de la tanité et wdsère de la vie huwudne. 

Volgens Aymon S« edit 1610. 12^ meermalen te Genere 
herdrukt, in 't Hoogd. vert door de prinses van Anbalt in 
1617, door Jacobi in 1621, en door Besoldus. Straatsb. 
1627. 12^ in bet Eng. door Darcy, Lond. 1624 8*. en 
door l'Estrange, Lond. 1652. 8*. 

Anatomie du Uvre du sieur CoëfetaUy intitulé: Refutatiom 
des famsHiez, contenues en la Z édition de V Apologie de la 
Cène. Sedan. 1610. 8^ Gen. Aubert 1610. 12^ 1625, 
1633. S\ 

Lettres i Af. M. de Péglise romaine 1611. 4*. Vert in 
't Eng. Lond. 1623. 12^ 



Digitized by VjOOQIC 



1589 

Dê PaecampUnmeHi thê propAiHêê oi êêi moiUré qm les 
propkéHeê d» Saint Ptüd, de VJpoeafypge ét de Ihmel ieth 
ekofU lee eombcUê de VEglUe êont aecompUeê. La Roch. 1642. 4*. 
Gen. 1612. ^. Sedan 1624. 8^ Gen. 1684. 8^, in H£fig. 
Oxott. ie42i 8«, 

JeÜonr dt grécee du P. Gonüer au R. F. Vuent piHir 
ttvair eiUrefri» sa defenêe oontre Ie eieur Du Moulbt eH ré'' 
pondu d 999 dém(mde9 touóAatU VanH^mté. 1^12. 8^ 

Chpie de lé lettre éerite etmtre TUenue, mm mMetrée de 
Franee. Paris 1613. S\ 

De monarckia temporali poniifids Romofd IHter, ^impèta» 
tarie^ regum et priweipum /ura adv. uentpateree jmpae de* 
J^mhat^têr. Lotid. 1614. 8^ (G«n.) 1544. 8^. Frant^f. 
1716. 8». 

Défmee de Ik oofifi^sien dee égUees reformées de Fra$uieptór 
lee quatre mnietree de GAarenton, Motéignyy Lurand^^ Du 
Moidin et Meetfe»ai^ oonfife tee aeoueatioHe du sieut Amoux 
Jéeuite. Cbar. 1617. 8^ Gen. 1626. 8^. Oxon. 1520; 4fi. 
nket een 

Serm<m em Bom. /.* 15 , pféché è Qteennoich' pmr Bu Mou* 
Un en préeenoe du roi Jacquee, 

Be la Jéêste próvidence de JDieUt traite éuquel eet exatkiné 
uu écrit du steur Amoux par lequel il prélekd prouter qut 
(kdmi^ faU Bieu auteur du pécké. La Boèh. 15(7. 8«. her- 
drukt met Ie' Sainet réveU epirituel en La Copie d^une ktti^ 
è un eien ami eH Hoüandè. Q&st, 1684. 8^ Gen. 15S2, P. 
Au bert, 8*. Oen. 1609. 8». 

De la toute^uissanee de Diew et de sa volomté ,- traiéé amqüel 
est exposé eoement la loute^-puissdhee de Dieit^ et sb volon^ 
doivent rétjler notre /by aU point du saint Sacrement. La 
Koch. 1617. 9«. 

Fuites et evasione dusieur Amoux Jéeuite. Cbarent» 1 618. 8®. 

Féritaèle narre de la dimférenoe teuue entte les sieurs" duf 
Moulin et de Baoonis. La Roch. 16 L5. 8^ Gen. F. Aubert. 
1587. 8^. 

Bouclier de lafoy^ ou défense de la con fession de foy défségUsëe 
réfitmèées'du rbymtime de Franee oonire lee ohjeotiohs dueienr Ar* 
ndux Jéeuite: Cbar. 1618. 8^ Sedan' 1622. 8^. Gen. 1555, 
1575, 8^ Paris 1846. 8«. in 't Hgd. Kleef 1620. Baèel 152^. 

De la vocaiéonf des pasteiérs. Sedani 1618. 8^, MHit;. edit.^ 
rev. et corr. Scdkn 1618; 12^ Geni 1581, 157'2. 8^ in 
't Hgd. Frimökf: 1619. 

Anatome afininititmemi, seu enuèUatio controvereiarutn^* quae 
in Belgio agitut ^ super doottinade protidenHa^ de' pritedeeti- 
naüem^ de mérte Ókristir, de natura et gratia et de ooétfèr- 
siünei L. B. 1519. 4^ in 't Enff?. Lond. 1620. 4^ 

Conseil ftdèh et ealutmre sur lee matiagee entre personues de 
contraire réUgion, Charent. 1619. 12^ 

69 



Digitized by VjOOQIC 



1090 

Des tradiliofM et de la perfeciion et auffiêonee de VBeriture 
8ainte. Sedan 1(521. 12^ 1631. 8^ In 't Eng. Lond. 
Iö82. 8«. 

Suite du Juge dea controverse». Sedan 1680. 8*. 

Theses Theologicae de nattard £celesiae. Sedan 1624. 4*. 

Lettre escrite d un de sou troupeau^ sur la ecdamité présenie, 

1621. 8*. Gen. 1687. 12^, achter Nouveües briques etc, 
Prière et meditalion de Vame fideUe sur Vafflictwn présenie 

de VEgüse ensemble les prières de matin et de soir. Sedan 

1622. J2o. 

Mogelijk hetzelfde werk mei 

Sainêes prières plus divines traites, Geo. 1624. 24^. 

Du eombat Chrestien ou des affliclions è MM, de PSgHêe 
reformés de Paris, Sedan 1622. 12*., 4* edit. revue etaugm. 
Gen. 1682. 8^, revue el augm, aueyilly, 1671. 18*., io 
\ Eng. Lond. 1686. 2 vol. 8*. 

De ecclesiae visiUUs digtdtate. Sedan 1622. 4^. 

De notis verae ecclesiae. Sedan 1622. 4^ 

Theses theologicae depeccato mortali et veniali. Sedan 1622. 4*. 

De oóidientid et potestate^ nee non de voto oóedientiae mo- 
nasticae. Sedan 1628. 4°. 

Ode dedié d la mémoire de feu mü, Ie duc de BouüUm, 
Sedan 1628. 4^ 

Béponse d quatre demandes faites par un gestHhomme du 
PoUou. Sedan 1628. 8^ Gen. 1624, 1688. 8^ 

Sermon sur Daniel /X.- 1— 9. Sedan 1628. 16^ 

JSlementa philosophicae moraUs, In 't Fr. door Moalin 
£elven vert. Sedan 1621. 12^ Rouen 1629. 12^ Geo. 1627. 12^ 
Gen. 1627. 8^ Paris 1684. 12*. 

Sermons sur quelques textes de Péorilure sainte. Gen. 1626 , 
1686. 8*. 

De cognitione Dei traelatus, L. B. 1625. 24^ 1629. 16*. 
Vert. in 't Fr. Charent. 1625. 16*. Ook door Simon Gou- 
lart, 1687. 12^ In H Hgd. door Jacobi. Leipz. 1694. 

FamiUère instruction pour consoler les malades. Gen. 1628. 8*. 
1686. 8*. 

Nouveauté la papisme opposée è Panüquilé du vray Chriê^ 
Oamsme. Sedan 1627. foi. Gen. 1627. 2 vol. 4^, 1688. 4^ 
Vert in 't Hgd. door Stutzing, Wesel 1682, en in'tEng. 
Lond. 1662. fol. De uitg. van 1688 is de beste. 

Vanü-barbare ou du langage ébrange et ineognue tont èê 
prières des particuliers qu*au service public. Sedan 1629. 8*. 
Gen. 1629. 8^ Vert. in 't Eng. Lond. 1680. 8*. 

Oratio de laudibus theologiae. Sedan 1622. 12*. 

Tkesium theologicarum de peccato^ originaU pars tertid^ 
in gun disseritur quo paetó peccalum originale transeai 
ad posttros , nee non de poend originaUs peceati etc. Sedan 
1629. 4*. 



Digitized by VjOOQIC 



1091 

SnodaHo ffTtmnimarum guoêsHamm de providenüA Dei , etaiu 
imtocefUiae , peoealo origindU , libero arèürio , praedeêiimUüme 
el peraevertUione eleciorum, L. B. 1632. 8*. 

LeUre a M. de Bahao. Gen. 1683. 12^ 1637. 8*. met 
den brief van Balzac. 

Bépotue è la leéêre de M. de Balsac. 1633. 8^ Oen. 1637. 8^ 

leouoeuiekuê, eeu de magwUma et eartm ouliu. Sedan 
1635. 8«. 

Leiire è M. de la MiUeiière. Sedan 1635. l2^ met de 
brieven van Kivet en de la Milletière. 

Jugement sur Ie livre du steur de la Milleiière, 1636. 12^. 

Anatomie de la Messe ou est montré^ par V EscrUure-SaUUe 
et par les tesmoignages de Vancienne Eglise^ que la Messe est 
contraire d la Farole de Dieu. Gen. 1636 2 vol. 8^ Gen. 
1638. 8«. Leyde, Elzevir, 1638 12«. Vert. in 't Lat. door 
Loais du Moulin. L. B. 1637. 8^ 

Hgperaepittes seu defensor veritatis ado. ealummas et op' 
proMa ingesta in veram reUgionem a Sglvesiro Petrdsanctd 
jesuUd. Gen. 1636. 8^ 

Oppositians de la parole de Dieu, avec la docMne de P EgUse 
roBunne. Gen. 1637. 8^ 

Coüeciion of some romish tenets contrary to tke word of 
Qod. Lond. 1640. 4^, door Watt aangehaald. 

8econde lettre d M. de la Milletière. Sedan 1638. 8"^. 

Lettres au Synode d^Alenqon^ en 1637, touckant les livres 
d^ Amarant et Testard, ou examen de leur doctrine. Amst. 1 638. 12^. 

Deuxième par Re de V Anatomie de la Messe ^ contenant la 
messe en frang. et en latin^ avec un commentaire, ou sont dé- 
crites les diverses espèces de Messes, avec les mg ster es et céré- 
monies et origine de chague pièce de la Messe. Sedan 1639. 
l2^ Vert. in H Eng. Lond. 1644. 2°. De beide deelen ver- 
eenigd 5« edit. Charent. 1647. 8^ Gen. 1655. 8^ 

Fates seu de praecognitione futurorum et de bonie malisque 
prophetis, lib. IF. L. B. 1640. 8^ 2^ edit. augm.d*unliore. 
Gorinch. 1672. 8^ 

Jnetijlcation contre les impostures de Léonard Ie Maire, 
dit Limbourg. Charent. 1640. 8''. Gen. 1659. 8^ 

Strigel adversus (H. Grotii) cotnmentationem ad loca quae* 
dam. N. T. de anêicAristo. Amst. 1640. S\ 

Dit boek, door Barbier verkeerdelijk aan den soon van 
du Moulin toegeachreven , verscheen onder den pseudoniem 
van Hippolytes Frouton Caracotta. 

£e Capucin , traite auquel est descrile V origine des Capucins 
et lettrs voeux, régies et diseipÜnes examinées. Sedan 1641.8*^. 
Gen. 1641. 8^ In 't Hgd. vert. Bazel 1642. Deze satyre, 
door beulshanden verbrand, is zeer zeldzaam. 
^ Réponse au livre du Cardinal Du Perron ^ intiiulé: Replique 
è la réponse de Jacques l^ rog de Bretagne. Gen. 1641. 8°. 

69* 



Digitized by VjOOQIC 



10991 

IMa termom^ fytilê em prémêM- des pènoA Gaptuim^ mr 
Mm. XII: l H MuM. XV UI: rs~l7. Cbarmit. h^^l. 8^ 
Gen. 1641. 8°. 

MédUaiiim pottr sê préparer a ki êainêê Oène, Cbarent. 
1643. ii^. Item ediL augm. Charent. Hod. 8^. 

Dim déeadBs dè sermous. Gm. 164r5 — 16S4« 10 yoL 8^ 
BUwterUa Logieaê^ Pk^Hoortm et Etkiconm. Amst 1645. 
8^ In 't Fr. vert. Gen. 1660. 8«. 

JMmrciêaemeni^ deê omtroverus êalmuHêmieê ou é^mêe 
de la doctrine dee égliêeê reformées, Leyd. 1648. 8°. Qea* 
1649. 8^. 

JfuHcUim P, MoUmiei de Moeie Amraldi Ubro ado, Sptmiei' 
mimm , seu pro Dei misoericordia et eapietUia et juêtUia apolo* 
giae^ Ub. IlI. Kot 1649. 8^ 

£a tm et laréUffkmdedeux6o9U Papeêf Leon I et Oréginre T ^ 
oi^ est montré que la doctrine et réUgion de cee ponUfee kaU 
cMbree eet oatUraire^ i la réligion romaifte de c& temps. Sedan 
1060. 8^ Gun* 1669. 8^ 

De poenitentid et daoibue Uber. Sediin 1662. 8''. 
Sênum sur Mom. F III: 15* Sedan 1661. 8^ 
Exhortation faxte d ses enfans pen de temps aioawt sa mort, 
Ckirent. 1651. 8"^. in 't Hgd. Zurioh 1663. 12^. 
Sermons sur divers textes. Gen. 1661. 8°. 
Méditatum sur la grande maladie qu^ü eutlee mmèeeU^^^ 
16^6. Sedan 1662. 8^ 

BépoHse d Samuel Langle (de 1'Angle), ou est conienue la 
doetrine de M. JmyrauU (zonder jaar of plaats). 
Nog worden hem toegeschreven: 

Meditationes in Ps. CXXIII ado. J, Perronium^ epise, 
Elntromeneem (rolgens Meursius geschreyen gedarende s^n 
yerblijf te Leyden). 

Dudogues rusHques pour ceux qui sowt dans des pays éloiffnéé 
de la prédioaHon de la parole de Dieu. Charent. 1627. 8**. 
Botterd. 1711. 8^ 

Lettres de réconciliation è M. Am^raut. 
Examen du Uvre du R. P. L, Joseph de MorUde , eapnem* 
lestament d*une mère a son JUs d naitre. 
Lettre A M, Drelit§eourt sur Vimposture dèoauoerte du pré- 
iendu ministre FUleneuve. 

Distiques de Caton en vers latins , grees et franc. , smots dee 
qnatrains de Piórao, en prose grecque par du Moulin, Ie tont 
woec des trad. vüerVmeaxres ^ par Boulard Paris on IL 8**. 

Ayroon schrijft hem het Journal du Capudns toe, doch 
dit is van Clouet. Ancillon noemt hem den aebrijveryan 
rjnticotton, doch men is het vrij eens, dat C^sar de 
Plaix, eieur de 1'Ormoye, advocaat van het parlement to 
Parijs, er de autbeur van is. 

Jöober yergist zioh door da Moulin de yerbaodeinig de 



Digitized by VjOOQIC 



fêê juiUficm^ toe te tohrigfen , waanran s^n soon de «uihear 
is. Uaa|[^ twijfelt of liij ook wel de schryver zou sgn 
Tan PApffeüaUm ^AnglHerre «n der verhandeliiigBii de uUvaiis 
iempmrUus etmtru BaUarmimiM ^ea Du vray amour^ ^onmim U 
en mimone et ckarité. llaa>g ««rmeldt nog andere g^a&brüteii 
fan hem op de artikels Bouju , Bourffuiffnon^ Oappel,^ Brdnoouri^ 

SricTeD ran M. berustea in het Britsche Mineam (oea. 
fiurney, Vol. 369—371). In BuUetin de la êo&ééê êu Froi. 
Frtmg, komt voor: 

Lettre inédUe de P.M.è JndréBkfeé(U%\)eide BaUacêsie. 

In het Nederd. werden vertaald: 

Nieuwigheid dee Ptmedom. utrecht I65B. % d. 4^ 

Vreedê der Me. Amst. 1728—1740. 

Tim etigleüjfoe jsrêdieéUien. Amst. 1657. 6^ 

Owrdenkngeu en Gebeeden. Aiast. 17i^. 8^ 

Schat des gehofi. Deift 1670. ^^ 

Téetsêieen der ^swoarden eenecieniie, Amst. 8^ 

B^^tend soul op den Siekbeféhoom der Jeeuiietu Dordr. 1650* 8*« 

Omkno^zinge vem H Bacramené dn B, AvondmaaU. Amb. 
160», 8*. 

Fan de ijdelheid des mensohei^km leceus. Leyd. 1710. 8\ 

Verscheidene aandagiige Godzalige traclaten. Amst. 1622. 12^» 

legen de makende taal, 1 2''. 

Afgrond van Gods Barmhartigheid. Ulr. 1607, i2^ 

Fan de ChristeHffce strijd en tan de kermisse Gods, 's Gra- 
venh. 1667. l2^ 

Merg des Nieuwen Ferbonds, 4^. 

Seekere weg lot saUgheid. 4". 

Ontleeding der misse. Amst. 1659. 8*^. 

Fan de vrije wiüe. 8*. 

Balsem Giieads. 8^. 

Overdenkingen of gebeeden op elhen dag van de week. Amst. 
16*94. !«•. 

Baad voor een engeUjk huwelijk. 12^. 

Keri begrip der reeden-konst. 12^ 

Wmre wijsheid die van doven isy over Jaeoóus lil.- 13 
en 14. !&•. 

l^oost der zieke zielen, of weg des Hemels. Amst. 1670. 12^ 

Drie sermoenen o/ vredicalien gedaan in tegenwoordigheid der 
vaderen Oapucijnen. Hoorn 1650. 12^ 

Geestèlijhe Leydman. Vl"". 
• De schat der Uefde Gods. 1644. 12^ 

NoodzakeUfkheid des gebedts. 12^. 

Den Capueyn, zijnde een traetaet , inH welcke den oirspronek 
va» de Capucynen , ende haerlieder beloften , regels en disciplines 
beschreven e» geëxamineerd worden. Roti. A**. 1654. 

lUentü des Hemels. U\ 

Nienwejamre geeohenk. 12"*. 



Digitized by VjOOQIC 



1094 

Goddelyke Aariêpraak in 7 klaaffitds M troost der tieke 
si&len op dm weg des IJemeU» Amst. 1682. 12^ m. kap. pL 

VerhofideUng van de vreede der ziele ^ ende vergenoeging deê 
geeetêë; mi tsg aders overdenkingen en gebeden op eiken dag van 
de toeeken, Neffens eens voorbereiding tot het H. Jvondmaalt 
in H Nederd. overgezet door H. DuUaert. Amst. I68U. De 
laatste druk verbet, Amst. 1700. 8^ iteen overkostel^k gerigt 
voor vrome zielen,*' 

De Uict, de la Noblesse, en Toustain-Frontebosc , schrijver 
eene genealogie van de familie Toustain, door de vrouwen 
aan die der Moulins verbonden, meldt, dat P. d. M.in 1599 
huwde met Marie de Colignon, en dat h^, als weduwnaar , 
in 1623 hertrouwde met Sara de Geslay, dochter van 
Louis de Geslay en Martha de Bussy. Zijn tweede 
Trouw schonk hem een zoon. Dan iel, die zich in Bretagne 
vestigde, zich de heerlijkheid van Brossay, bij Vannes aan- 
schafte, en gedurende vele jaren gouverneur van het kasteel 
Josselin was. In 1672 huwde hij Ësther Uzille, dochter 
van Jan, heer van Kervelher, die hem verscheidene kinderen 
schonk, o. a. Pierre Dan iel en Etienne. Hij ging, by 
de herroeping van het edict van Naates, tot de K. K, kerk 
over. 

Uit zijn eerste huwelijk zijn drie kinderen bekend , Pierre, 
Louis en Cyrus. 

Cyrus werd te Parijs geboren, studeerde te Leyden, en 
werd in 1637 predikant te Chateaudun. Uij gaf een paar wer- 
ken in het licht. Zijne dochter Susan na huwde Basnage. 
Pierre werd in 1660 geboren, studeerde te Sedan en te 
Leyden, vertrok van daar naar Engeland, waar hij zijne stu- 
diën voortzette, werd gouverneur van Richard Boyle en 
diens broeder, keerde naar Holland terug, promoveerde er tot 
doctor in de godgeleerdheid , keerde wederom naar Engeland , 
en vestigde zich, schoon kort, in het graafschap Cork , in Ier- 
land. Vervolgens werd hij predikant te Oxford, werd door de 
universiteiten van Oxford en Cambridge tot doctor benoemd. 
In 1660 benoemde hem Kar el II tot holkapellaan en preben- 
darius van Canterbury, waar bij 20 Oct. 1684 overleed. 

Haag geeft een lijst zijner schriften. 

Zie Vitae select, atiquot virorum , ^i doctrine , dignitate aui pietate 
incïaruerunt, p. 697 — 716; Alma Acad, Leid,; Menrsii, Ath. Bat. 
p. 175; ///. Acad, Leyd, iamea, p. 44; Pope Bloant, Cmt. p. 
958, 959; Anti'MoHnaeus ; Morhofios, \Polifk, Uu, VL -C. 
IV. § 17; p. 545, 546; Crenii, Animado. PkitoL P. L p. 70, 
71; P. II. p. 55; P. VIII. p. 130 seq. P. XIII. p. 115; J. Fa- 
bricii, HUt. Bibl. F. III. p. 394, 395; Freheri, Theatr. P. I. 
Sect. III. p. 401, 402; Gottl. Kra'nzius, ad Conrinqium Saec. 
XVII. C. I. p. 191 ; Cat, Bibl, Bunao, T. I. V. IL p. 1448; B.G. 
StroTÜ, Bibl. Hbr. rar. Theeall, ap. 239, 288; Imaginet Bifiêêord. 
P. VI, T. XVIII; Saxe, Onom, T. IV. p. 179; AttaLp,iSi; Bibl, 



Digitized by VjOOQIC 



1096 

Brmm. Cl. V. p. 337, 338; Redt dê$ demierei hêures ds P. d. M, 
Sedan 1658. 8^ Gen. 1666. 12^; Legende dorée de P, d, M. eonte- 
nant fkUtoire de sa vie et de ses écrits^ Paris 1641. 8**. (one diatribe 
tres Wrnlente dont Tantcar est resté inconnn); Haag, La France 
Protest, w. ; Anci]lon, Mèlang. Biogr. Urdv. Nouv. biogr, génér, 
Le Protest, N°. 4, 5, 7, 10; Bibl. rats. T. XIIL p.372; Catdela 
BibL Wal. h Leide, le sapplem. p. 36, 2e supplem. p. 49; P,d,M, 
oder Molinaei Vaters und Sohnes^ auserlesene zur Andachi tmd Er^ 
bauung dienltche geistreiche Schijten, samtUch aus denen originalen ins 
Teutsche groeten theits zwn ersten mahU, theits aber auffs neue mit 
möglickster Accuratesse ubersetzt, auch mit nöthigen Anmerkungen, aus- 
/ührHchen Register , und glaubroürdiger Lebensbeschreibung derer beyder 
Herren du Moulin versehen von M, Joh. DanielJacobi, Leipz. 1721.4^. 
Banr, Handufb,; Jöcher; Rotermnnd; Brandt, HisU <L Ref. 
D. II. (Reg.); Siegenbeek, Gesch. d, Lofds. Eooges. D. L bl. 
91, 114, 115; D. II. bl. 78, 79; Schotel, jP/om / 0n 2/ van 
PcUlanty bl. 141; Glasias, GodgeL Ned.; Rabos, Boekz. v, Europa 
1694, bl. 171; 1700, bl. 545; Cat. v. Godgel. boeken van F. Mal- 
ler, bl. 96; Abcoude, Naomi. v. boek.; Aanh. 8^ Aanh. Arren- 
berg, Naamr, bl. 364, 365; Cat. de Crane, p. 30, 35; Cat. J. 
van Voorst, T. I. p. 142, 148, 203; Niceron, T. XXXIII; 
Moreri; Kok; Hoogstraten; Woordenb. der ZamenL; Kien- 
wenhois; Kobos en de Riveconrt; Moller, Cat. v. portr.,- 
A. M. k Schurman, Opuscula, p. 277; Moller, Bibl v. Pan^fl, 
D. I. bl. 166, 167, 171, 172, 176. 

MOULIN (Maeia du), dochter van P. da Moulin, de 
oude, gehuwd met Simon de fiohé, was zeer ervaren in 
de wijsbegeerte en hebreeuwsche taal, en hield met A.M. van 
Sohurman briefwisseling. Zij werd door de prinses van Oranje 
tot directrice aangesteld van een pensionaat van #demoiselles 
refogiées sans fortune." 

Zie Jöcher; Rotermnnd; Haag; A. M.k Schorman, Opus- 
euia, p. 309; Schotel, A, M. h Schurman; Niceron, Mém, 
T. XXXIU. p. 97. 

MOÜLTN (Wolfgang dü), werd in 1728 uit Hessen-Cassel 
als predikant bij de Waalsche gemeente te Leyden beroepen , 
en overleed den 4 Maart 1745. 

Haag schreef: #W. d. M., de Hessen -Cassel, pasteur des 
ëglises Wallonnes de Delft et de Leyde." 

Hij schreef: 

La Religian revelée, ou Recueil de Paaêages de l^Ecriture 
Sainie^ eur les vériléê ei les devoirsdu Chriatiameme ^ èVueage 
dee CaléoAtmènes. Leide 1742. l2^ 2 Part. 

Hij was gereed de laatste hand te leggen aan eene Hietoire 
dee projeie qui oni éié formée , pour reunir lee Calvimeiea avec 
ïee LtUkeriene , toen h^* stierf. 

Zie Haag, La France Protest.; BibUothèque Raisonnée , T. XXXI. 
p. 150, sniv. ; Lijst vcm predikanten fe Leyden, achter de Orde der 
Feest' en Lijdensteksten (Leid. 1857) bl. 142; Cat. de ia Bibl. Wall 
h Leiden p. 85: Jöcher. 



Digitized by VjOOQIC 



MOULIN (PiETflE wj)y bediende tm den^niaf fan Arling- 
ton, deelde Willem III, uit Londen, in 1674, het hof- en staats- 
nieuws mede. De Staten van Holland verstonden dat hem / 1600 
uit de secrete oorreapondentie- penningen behoorden te icarden 
Ijoegelegd, sommigen noemen hejfi secretaris van Willem UI. 
In 1676 werd hij gouverneur van Suriname. Uij overleed eea 
jaar daarna. 

Zie Wagenaar, Vad, Eist. D. XIY. bl. 343, 848; Koenen, 
Géich. (L Joden, bl. 287, 288. 

MOUUN (Andhbas nu), was notaris en schreef: 

De UclUmis cfwud morijê mal kindje , kisp. AmsC. 1 667. kl. 8^. 

Folyxena^ trsp. in hs. op de Bibl. v. Letterk. te Leyden. 

Volgens Witsen Geysfoeek, ook een herderapel op musyk. 

Zie Witsen Geysbeek, A. B, C. Woordenb. D. IV. bl. 456; 
Cat. d, MaaU. o. Ned, Letterk, te Leyden, D. I. b. bl. 147; D. II. 
bl. 479. 

MOULIN (du), leermeester van Willem I, die veel inj 
hem vermogtj werd in 1562 door hem naar Bome gezonden 
om het invoeren van nieuwe bisdommen te beletten. Deprjns en 
^e markgraaf van Bergen op Zoom > gaven hem brieven mede 
aan de voornaamste staatsdienaren van het pauselijk bof , voor- 
zagen hem van een goede som geld, en het uilzigt op een 
goede belooning, zoo zijne zending gelukte. Doch de gouver- 
nante, hiervan kennis gekregen hebbende, deed in allen spoe4 
den Spaan schen gezant te Rome waarschuwen , ten gevolge 
waarvan zijne zending mislukte. 

Volgens anderen, zonden de Staten van Brabant hem naar 
Bome, en later naar Parijs om met de r<^g<4eerden te raad- 
plegen over hetgeen hun te doen stond. 

Zie Beaufort, Le», v. Willem I, D. I. U. 266, 267: van Gro- 
ningen, Kort Verh. van de invoering der Bisdommen in NederL , U. 28. 

MOULIN (C. D. du), geboren in den jare 1728, werd, 
na verschillende opklimroingen , luitenant-generaal der intao- 
terie, in 1744 directeur-generaal der fortificatien en chef van 
het geoiewezen in de Vereenigde Nederlanden. Hij overleed 
te Dordrecht den 21 Maart 1793. 

Zijn gesteendrukt portret, naar M* J. de Man, door J. Z. 
Mazel, bestaat in iolio. 

Zie Bosscha, Ned, Held, te land, D. 11, b). 881; Tan Hall, 
Lev, en karakter van den L, Adm. van Kingtbergen; NederL Jaarb. 
1793, D. L bl. 594. 

MOULIN (FiRDiMAND Jacobus du) , zoon van den vorige , 
geboren te 'sHage den 13 October 1776, werd iutt.*geii. in 
Frpissiscben dienst, en generaal der infanterie, en overleed te 
liuxemburg 16 Junij 1845. 

Zie Herinnering aan Ferdinand Jaeobuê Du MeuKn^ honinklifk Pmn»- 
sisch generaal der infanterie, *b Bosch 184S. ZQne blografie vindi 



Digitized by VjOOQIC 



1017 

man <N)k 4n 4t fiee. m)kéerliêcmê, ^60 ^ U.4ftt*--48e, ctoorA.J.P. 
Storm de Grave. 

MOULIN (ëybrt), lakenhandelaar en ijveiig naspoorder der 
oude geschiedenis te Kampen ; hiervan getuige zijne üUtorucfke 
Kamper kronyk^ eerst achter den Kamper Almanak^ later af- 
zonderlijk (Kampen 1889 12*".) gedrukt. Hij was vader van 
een zoon en vier dochters. 

Zie Kangt' m Lêtivb. 1856, N^ »9. 

MOULIN (Joriaak), zoon van den vorige, werd in 1798 
te Kampen geboren, bragt door eigen oefeiiiRg het, in de ken- 
nis van vreemde en eigene taal en letterkunde, tot ean ttofk- 
fvaafdige hoogtcu Zoowel de beide beschadfóe t,»l9JDider4>udheid 
en de hoofdwerken harer schoone letteren waren hem bekend 
en éoot ijverige studie eigen geworden, als ook genoegzaam 
alle, zoo Noord- ale Zuid<Ëtiropeescfae talen en haar eoboomfte 
geadiriiten door hem beoefend en gelezen waren. Onder al de 
schrijvers van alle die tftlen was er echter geen , die een ijye* 
riger lezer en grooter bewonderaar in hem vond , dan de groote 
dichter, van wien hij ook zelf meerdere stukken, ip getrouwe 
en gelukkige vertolking, op Nederlandschen bodem heeft over- 
gebragt. Ook zelf beoefende Moulin de poëzij met gelukkig 
gevolg, getuige, behalve zijne reeds vermelde vertalingen vaip 
Shake spe are, zijne beide geestige hekeldichten , étRotagtd' 
mende Rekelzang en Opgerakelde Natonkeling , waarin hij de 
overdreven staats- en kerkbegrippen van Bilderdijk, te go- 
lijk met de in het oog loopende zwakheden zijner dicht- en 
schemp-manier treffend deed uitkomen. Ook in verschillende 
onzer jaarboekjes en maandschriften vindt men verdienstelijke 
dicht- en prozastukken van hem, zoo als in de Muzen- ^ Over- 
y 8 selscke-FolkS' almanak enz. in het Jthenaeumy Tijdschrtft 
voor wijsbegeerte y Ree, o. d. Ree. (1831 N^. 2 en 3 over de 
voortgang der zedelijke beêohaving des menechdoms) in de iVa- 
vorscker, onder de letteren J. M. Twintig jaren was m de 
redacteur van de Kamper Courant H^ overleed te Kampen 
24 Junij 1856. 

H^ gaf in het licht: 

Spirüuê Lenis {J. M.) Rotegalmende Rekelzang of Minne- 
klagt, uUgeboesemd door eenen Ridder van den Domper. Kam- 
pen 1837, eerst geplaatst in het Mengehoerk van de Arnhem' 
eche Courant. 

Mijn leeftijd^ eene opgerakelde navonkeling. Aid. 1829. 

Op de mtgeêrokken eokutterif. Kampen 1881. 8** 

Macèeth^ ireurêpel van W, ShMkeêpeare uit keé Bng. in de 
veremaai v. k. oorsp. vert. en opgeik. Kampen 1886. 8^ 1^ 
dr. 1845. 8^ S« dr. Haarlem 1858. 8^ 

Otkello, de Moor van Fenetiên, u. k. Sng. vah fT. Bhake- 
epeare. 3« dr. Haarlem 1867. ^. 



Digitized by VjOOQIC 



1098 

TroBce eener mê^riêehe vertaUmg tm W. Skakêipêoreê êoo* 
neeUpel, de Storm, Kampen 1836. 8^. 

De Storm , Romeo en Julia , n. k. Eng, van M^. Skakeepeare , 
2* dr. Haarlem 1858. 8^ 

(Mei de laaUte aitga?en der Macbeth en Othello uitgegeven 
onder toesigt van Dr. J. van Vloten.) 

Remonatranten te Kampen, eene geachiedk, eckete. Kampen 
1853. 8". {Alg. Konst- en Lettere. 1854. n'*. 43.) 

Voorts een stukje over Skakeepeare tegen A, van der Hoop^ 
een eerste deeltje BibUografiaeke aanteekemngen ^ beide bij van 
Huist te Kampen, en een Inleiding en Jankangsel of de 
fertaling van Hamlet y door Roonta van Eysinga. 

Zie N, Amtterd, Courant 28 JunQ 1856: LeoensêckêU, door Or. J. 
van Vloten, in Konst- en Letterb, 1856, N^ 28; Nao&rscher, D. 
VI. bl. 860; D. VII. bl. 92; D. VIII. bl. 270; CaL rf. MaatêcL v. 
Ntd, Lettêrk. D. Ib. bl. 188; D. II. bl. 7; O. UI. bL 106, 168, 865. 

MOULLART (Matthijs), geboren te St. Martin bij Aire in 
Artois, trad in de orde der Benedictijnen, studeerde te Leu- 
ven in de godgeleerdheid, werd licentiaat, keerde naar z^'n 
klooster terug, van hetwelk hij eerst prior, later abt werd 
(1565). Toen h\j in 1577 met Queriu Douillet, abt van 
Liesses, als gezant der Waalsche provinciën in Spanje was, 
benoemde hem Philips II tot bisschop van Arras (1575). 
Hij wilde die betrekking echter niet aanvaarden , tenzij hij 
ontslagen werd van een aanzienlijke jaarwedde die de UaUto 
bisschop Frans Richardot aan den kardinaal Granvelle 
moest betalen. Zulks werd hem toegestaan , en hij in 
1677 gewijd. Hij overleed II Julij 1600, in den ouderdom 
van 80 jaren, te Brussel, waarheen hij zich begeven had om 
eene vergadering der Staten bü te wonen. Zijn lijk werd naar 
Arras overgebragt en onder een prachtige tombe begraven. 

Hij gaf in het licht: 

Statuta Sgnodi Dioêcesanae celebratae Atrebati, praeeideKle 
in ed Beverendiseimo in Ckristo palre ac /). 2>. Mattkaeo Moul- 
lartio, anno 1584. Atrebati 1585. 4^ 

Breviarium ad uêum Atrebateneie Hcclesiae , juêau reverendie - 
eimi in Ckristo Patrie etc, emendatum Regtad Atrebatum. 

Zie Loerii, Chrm, p. 691; RaesBÜ, Btig, CAns/. p. 822— 384 ; 
Val. Andreas, Bibl Belg. i. v.; Foppens, BibL Belg, T. II. 
p. 868; GalUa CkrisU T. III. p. 98, 126, 849, 850; Paqnot. 
Mem. T. I. p. 210, 211. 

MOULINGUEM (J. B.), in Uö4]^te Haarlem geboren, 
was als violonist aan het orohest der (Jomedie Italienne te Pa- 
rijs verbonden, kreeg in 1809 een pensioen voor zijn lange 
en goede diensten, en overleed in 18 12. 

Men heeft van hem: 

Ngmpkea de Diane, repréaenté i Paria„ 



Digitized by VjOOQIC 



1099 

Six QmUuarê^ Par. cbes Louis. 
Symphome i gr. orcA, Paris, ohes Beyer. 

2ie Gregoir, Biogr, des ArU Mug. Nearl p. 134. 

MOULINGHEM (Lodbwijk), broeder van den vorige, in 
1753 te Haariem geboren, was eerst als violonist verbonden 
aan de muziek van den prins Karel van Lorraine, te 
Brussel, werd orchestmeester aan verschillende theatres in 
Frankrijk, en vestigde zich in 1786 te Parijs. 

Men heeft van hem, in de provinciën ten tooneele gevoerd: 

Lei amant» rivaux, 

Le mart Sylpke, 

Lêê dmx cotUrats, 

Lê vifillard amoureux» 

Les ruses de Vamowr. 

Le manege malkeureux, 

AUe in ms. H^ overleed in het eind der 18* eeuw. 

Zie Qregoir, 1. c. p. 184. 

MOUMALë (Wazelin van) stamde af van een aanzien- 
lijke familie te Henegouwen , en werd waarschijnlijk in het dorp 
Moumale, twee mijlen van Luik, geboren, trad in de orde van 
Benedictus, werd prior van St. Jacob, voorts in 1128 abt van 
St. Laurentius, beide in Luik. Hij overleed den 30 October 
1149. 

Hij schreef o. a. : 

Reacriptum ad Reimbaldum , Leodiensem , Praepoaitum 8, Jo* 
kamne in Theaawrue Anecdotarum van Mart ene enDuras, 
T. I. p. 340. In dit zelfde werk vindt men (p. 349, 850) 
twee brieven van Beimbauld aan Wazelen. 

Epiaiola ad Florienaem Abbatem , de conlineniia comjugatorum 
ante comnumionem ^ in de Analecta van Mabillon; T« L p. 
339, der eerste uitg. en p. 471, 472 der tweede uitg. 

Een verhandeling de eonaenau EuangeUatarum^ in ms. teSt. 
Laurentius te Luik, waar men nog eenige andere werken van 
Wazelin bewaart. 

Zie Voyagt Uttir, de 2 Bened, T. II. p. 188; GaWa Ckriat, T. 
III. p. 990; Paqnot, Mém. T. I. p. 81. 

MOUNIER (J. J.), 

Oaf in bet licht : 

Bewijs^ dat de Phüoaopken^ Vriie-Metaelaren en UlMminaten 
geene oarzaaken waren van de Franaehe omwenteling ; behelzende 
niet alleen veele onbekende en wetenawaardige bijzonderheden be- 
trekkeJ^k de Franaehe omwenteling^ maar dient inzonderheid ter 
wederlegging van Barruel, Bobyon en anderen, gey. n. h. Fr. 
Fraoeker 1802. 



Digitized by VjOOQIC 



MOUNIBR (Pierre), afkdmttig eit «en aaasienlijfc Frmch 
geslacht, waarvan aija grootvader, bij 4e herroeping van het 
edict van Nantes, de stad Eochelle verliet en zich met zyn 
gezin vestigde te Amsterdam. Zij n vader , Pierre Mounler, 
was aldaar handelaar^ en bij zeit v;er4 aldaar den 9 Aog. 1774 
geboren^ studeerde aan het Athenaeum te Amsterdam, werd 
20 April 1796 proponent bij de Waalsche synode te Utrecht, 
den 6 Aug. 1797 predikant te Nijmegen^ den 23 Dec 1798 
te Utrecht, den 3 N«v. 1799 te Delft, en dan 20Nov, 180S 
als predikant te Rotterdam bevestigd. H\j werd den 1 Jaly 
1842 emeritus, en begaf zich ter woon naar Nijmegen, waar 
hij overleed. 

Hij gaf in het licht: 

Kort begrip van de BijbeUche Gesciiedetdê eu wa die' der 
Ckriêielijke kerk. Uit het Fr. Bott. 1823. 

Slémens deè Doctrines et des Précepie» de la JUUgion Ckré- 
tietme, pour Vimtruction de la jeuneê$^ HoAi. 18;^6. 6^ 

Toespraak aan zifne Oeloofsgenooten^ Leeraren ^ opzieners en 
Uden der Ned. Herv. Kerk. Kott. 1643. 8*. 

Zie Harder vijk, NaamL en Lwemhijz^ der pred, U Sottard, bl. 
141» 142; Steven, Biitory of the ScoU. Church ai Rotterdmm, p. 
246, 247. 

MOURAND ( ), paruiken maker te 'sHago, berucht door 
zijne deelneming in de volksbeweging van 1786. Hij was het 
die de teugels der paarden voor de koets, waarin Geraerts 
en de Gyselaer zich bevonden , greep , om de laatste te doen 
keeren , en alzoo het rijden door de stadhouderspoort te beletten. 
Hierop werd hg gevat, en door gecommiitcerdc Raden ter 
dood verwezen , doch op voorspraak der genoemde heeren werd 
z\jn vonnis verzacht en hij tot een eeuwigdurende gevangenis 
verwezen, waarop hij naar het tuchthuis te Gouda werd ver- 
voerd. Bij de omwenteling van 1787 werd hij, ten gevolge 
der amnestie, den 27 September van dat jaar verleend, ont* 
iHagen. 

Zie N. NederL Jaarb. 1786 bl. 185—199; Verv. op Waqemiar , 
D. XII. bl. 7—19 (met een plaat); Oedenks. van Mr, 6, L. Vitringa, 
D. I. M. Id7; A. Loosjes vervaardigde een Treursp. waarin dit 
oproer werd voorgesteld. Haarl. 1786. 

MOURCOURT (JoHANNBS de), te Amsterdam geboren, in 
1619 predikant bij de Ned. Herv. kerk onder het Kruis, en 
ziekentrooster te Keulen. Van daar werd hij in 1623 naar 
Waverveen, in 1626 naar Weesp, in 1630 in de Gasthubkerk 
te Amsterdam beroepen, waar hij 16 Aug. 1667 emeritus werd, 
en in 1674 overleed. Men vindt een brief van hem bij Kist 
en Royaards, Jrck. voor Kerk. Gesch. D. X. bl. 389, 390. 

Zie 'sOravesande, Twték. jarige gedaehL der wgn. U We9el^ 



Digitized by VjOOQIC 



IdDl 

Alpkab, bL 142; Rotermond. 

MOURIK. (Beknardus), boekverkooper te Amsterdam , gaf» 
met ssijn collega, Gerrit Noordbeek, in het licht: 

NaamUjat der godgeleerde schrijvers, welke over hei Nieutoe 
Testament , ofu bijzondere boeken, epistelen en versen , uit de- 
zelve in het Nederduitsch geschraven hebben , zo Gereformeerden , 
Lutherschen als Remonstranten en Mewioniten, zijnde eenhand- 
leiding voor proponenten, predikanten, studenten en alle liefheb* 
bers der Godgeleerdheid. Amst* 1738. 12*. (twee drukken) 
4* dr. z. j. in 4^ s66t den vijfde dr. , 2 d. 4^ 2. j\ staat N oo rd- 
beeks naam niet meer. Amst. 1763. 4^. 

Naamrol der Rechtsgeleerde en Historische schrijvers, welke 
over Rechtzaaken en voorvallen^ in Holland, in *t Nederduitsch 
geschreven hebben enz. Amst. z. j. (met priv. vaa 1740) 2 d. 
4^ 1751. 4^ 

Naamrol der Medicinaals en Okirurgitde , Chemiscke en Na* 
tuurkmdige schrijvers^ welke over alle Medicinale vootnoaüemêis 
Dootoonn^ Apotheekers^ Chirurgijns en Natuurkunde^ opg^j- 
sleld door K M. Amst. 1752. 4^ 

Als tooneeldichtef is hij bekend door: 

De slagt'tsjd of de verkeerde hugfshausters , blsp*. Amsterd« 
Voor den Aut. z j. (1752). 

De wintersehe vermaakkelijkheden ; em de kunstige êehüaiê&' 
rijderSy klsp> Amst. bij Bern* Mourik, z. j. (1752). 

Het Fvermaak op het ijs, in de Arresleeden , klsp. Aid. z. j* 

Het Buiten Amstelè vermaak op het ijs, klsp. Aid. z. j. 
(1752). 

Alle zeldzaam en onbeduidend. 

De Heidelbergsehe Oatechismus, door meenigvuldige sohrif- 
tuur plaatsen bevestigt, waarvan een groot getal woordelijk sij(n 
uitgedrukt, alsmede de overeenstemming der tien geboden ugi 
Exodus XX en Deutemomium F, en van het Qebed des Hee^ 
ren uyt Mattheus VI en Lucas XI, geschikt om bij da Qere^ 
formeerde Psalmen te kunnen binden, z. j. 

Zie Witsen Geysbeek, B, A. C. WoarderA. D. rv. bl. 455, 
456; Cat d, Bibl v, Ned. Letterh. D. I b. bl. 147; D. U. bl. 245 
tot 255; Abcoode, Naaxnl, jianh, bl. 144; 3 dé Aomh, bL 8. 

MOURIK (Bbinieb van), burgemeester van ZereobergeD^» 
en lid van het dichtgenootschap Prodesse Canendo. 

Hij gaf in het licht: 

Oorsprong van Zutd- Holland, met de veranderingen door 
stormwinden en hooge watervheden aan het land en de rivieren 
veroorzaakt. Rott. 1775. 8^ 

Beschrijving der gedaante van peUpaten^ en boe en waar de* 
zehoen behooren geplaatst, mitsgaders h