(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Bouwstoffen voor een geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel: gedurende de halve eeuw ..."

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 






a (S^ oT>,(i 



I 

I 



< 



l^arbarti College l^ibrarg 




FROM THE 



SUBSCRIPTION FUND 



BEGUN IN 1858 





I 

f 






1 



I 



i 



BOUWSTOFFEIN VOOR EEIN GESCHIEÜEINIS 



VAN DEN 



NEDERLANDSCHEN BOEKHANDEL 



BOUWSTOFFEN 



VOOH EKN 



GESCHIEDENIS 



VAN DKN 



INEDERLANDSCHEN BOEKHANDEL, 



ÖEDURENDE DE HALVE EEUW 1830-1880. 



HOOR 



A. C. K R U S E M A N. 



UmiEnEVKN DOOR DK 



VKREENKiING TER BEVORDERING VAN DE BELANGEN DES BOEKHANDELS. 



TEN VÜORDEEI.É VAN HET „üNDERSTEUNINGSFONDS.'" 



EURSTE I)EE1.. 



AMSTERDAM. 
P. N.'vAN KAMPEN k ZOON 

ISSÜ. 



/ 



i 



^ ..:> <J , ;', 




EEN GOED BOEOKVEUKOOPEK. 

{Ee7) zrdepriyilje in den tranf tmn Constaidyn ]Iyy(fens.) 



lly is een j:uoed Soldaat in Kosters legervaenen, 

\\y weet sich nit den druck het glori-pad te baenen: 

Hy is een wyse Koek, die 't ontuig niglingh smyt, 

Die siiyvre spyse discht en watter goed gedydt; 

Hy is een Kindervrint, die noodelicke saeken, 

By 't printlick f/, 6, c, in 't kinderhoofd doet raecken: 

Hv is een Maekelaer in soete en soute tael: 

Ily is een Medicvn by Ivfs- of herte-kwael: 

Hy is een eerlick Spie, die op de tyden acht heeft; 

Een Visscher op 't gety* dat best syn boi'sse kracht geeft: 

Een nyvre honighbi; een eerlick Advocaet; 

Ken Meester sonder plack : een Wysgeer metter daet. — 

Syn huysdeur is de pooil voor schiyvers en poëten 

('t Zy op studeer-vertreck of regter-stoel geseten). 

Die 't heerlick pad ontshiyt tot glorirycken naeni: 

Syn veder is een pen in 't vlerckenpaer der faem, 

Die dichtren-roem trompett. Hy laet als troost der armen, 

En sonder baets-bejagh , hen 't letter-vuer verwannen 

Wanneer de koude loclit das Landmans handen bindt : 

Want d'echte Koslevs-soon is d'echte raenschen vrind. 

Was hy voor prins of held , voor godgeleerd' of dichter 
Met wel gerigte hand, een trefF'lick eerzuil -stichter: 
Voor hem rees, als de siel zyn broose kluis ontvloog, 
Een zuil in 't NeiVlandsch hert nit dankbiuiiheit omhoog. 

1839. V(EKOF.NS). 



Dit boek is vol fouten en gebreken. 

Ik kom daar liever zelf voor uit, dan een ander in 
tweestiijd te brengen tusschen vv^elwillendheid en waar- 
heidsliefde. Men kan het mij nu veilig nazeggen. Ook 
zeg ik met deze betuiging niets gemaakt-nederigs. Ik 
zal het aantoonen. 

Om een geschiedkundig overzicht op te stellen, dient 
men, zooals men dit vrij overdrachtelijk noemt, bronnen 
te hebben. Voor een handelsgeschiedenis zijn dat niet 
alleen wetten, vei ordeningen en stukken, die in versla- 
gen en nieuwsbladen te vinden zijn, maar liefst ook klei- 
nere bescheiden, meer het huishoudelijke, het dagelijk- 
sche leven betreffende. De bedroevende opruimings- en 
verdelgingswoede heeft voor don boekhandel die soort van 
bron bijna ten eenenmale denkbeeldig gemaakt. Niet ge- 
noeg is het te bejammeren , dat de papiermolen zoo wreed- 
aardig pleegt te vermalen wat voor een napluizer goud 
waard zou zijn. 

Maar op een groot gedeelte van het nog bestaande heeft 
ook de bescheidenheid een grendel gelegd. Verschil- 
lende gedrukte brieven zijn door mij aan al mijn vroe- 
gere beroepsgenooten gericht, met de bede om mede- 
deelingen uit hun eigen ervaring en uit de geschiedenis 
hunner uitgaven. Met onverbiddelijk stilzwijgen of met 



beleefde verschooning zijn die smeekschriften meestal be- 
antwoord. Ik doe niemand eenig verwijt. Ik billijk zelfs 
de redenen tot dien schroom. Maar ik betreur die ach- 
terhoudendheid voor mijn doel. 

Zoo bleef er niet anders over , dan , speurend en sprok- 
kelend , gebruik te maken van hetgeen er te vinden 
was. 

Wat ik vermocht, dat heb ik gegeven. Wie na mij 
komen kunnen vei beteren en aanvullen. In onzen werk- 
zamen tijd hebben de meeste boeken een kort leven. Zij 
worden geboren om welhaast aan andere en betere 
het bestaan te geven. Oprecht verklaar ik: hoe eer dit 
boek van de baan geschoven worde, mijnenthalve des 
te liever. 

Handelsgeschiedenis is een onderdeel van de kleine 

■ 

historie. De geschiedenis van den boekhandel is alwéér 
een klein gedeelte van dat onderdeel Maar kleinigheden 
hébben in het groote geheel niettemin haar beteekenis, 
zij het ook nog zoo luttel, „De geschiedenis'' , het 
zijn woorden van Jhr. Mr. J. de Bosch Keniper, „vindt 
haar hoogste gewicht niet in de uiterlijke lotgevallen der 
volken, in de krijgsbedrijven, in de staatkundige veran- 
deringen, in de jaren van voorspoed en volksellende, 
maar in het inwendige volksleven, in de staatkundige, 
maatschappelijke en godsdienstige gedachten , die uit het 
menschelijk bewustzijn opwellen en in het w^ei'kelijk leven 
zich openbaren.'' De drukpers is voor de uiting dier 
gedachten de natuurlijke weg, en de boekhandel, al is 
hij , vooral binnen onze beperkte grenzen , kleinhandel , 
18 van die pers de dienstknecht, soms de leider. Deze 



overtuiging heeft mij ingefluisterd, dat mijn arbeid liior 
of daar misschien niet gansch en al verwerpelijk zou 



mogen wezen. 



Ik heb mij tot eigen land bepaald. Voor uitstapjes op 
vreemden bodem , voor kijkjes naar buiten , voor verge- 
lijkingen van ons met anderen, lag de weg open. Ik 
heb die verleidelijke paden strikt vermeden; dat ruime 
en dankbare veld liet ik over aan anderen, om niet te 
veel hooi te rapen op eigen vork. 

Ook heb ik, behalve in aanteekeningen bij enkele 
titels, mij gewacht voor buitenpassen op het gebied van 
letterkundige geschiedenis , of geschiedenis van letterkun- 
digen. De handelaar in boeken heeft van zelf nog al eens 
gelegenheid, vertrouwelijk rond te zien in de werkplaat- 
sen van hun schrijvers, en daardoor soms vrij wat op te 
vangen dat een ander gaarne weten zou. Zulke openba- 
ringen achtte ik niet van mijn gading, gedachtig aan de 
les reeds zoo lang geleden gericht tot alle schoenmakers, 
dat zij wijs doen, zich te houden bij hun leesten. 

Dit boek bedoelt niets anders en niets meer, dan een 
boekverkoopersboek te zijn. Aan boekhandelaren van een 
jonger geslacht een oog te geven, zij het dan ook maar 
heel oppervlakkig , op de handelsbeweging van vroeger ; 
hun de boeken, de schrijvers en de vakgenooten te 
herinneren van deze halve eeuw, en hier en daar een 
opmerking te strooien, die aan later dag zou kunnen te 
pas komen, dat is de genotrijke poging geweest van een 
oude van dagen, die daarmee zijn eigen tijd in gedachte 
ten tweeden male — en met dankbaarheid voor zooveel 
goeds en liefs! — heeft doorleefd. 



Ik zou zoo gaarae mijn vrienden een present-exemplaar 
hebben aangeboden, bij wijs van kaartje ten afscheid. Be- 
ter nochtans docht me, de opbrengst van deze uitgaaf 
te wijden aan ons „Ondersteuningsfonds'' , dat wil zeggen 
aan de weduwen en weezen , die met ons aller bijdragen 
door de wereld moeten geholpen worden. 

Mijn dank aan mijn vrienden Mart. Nijhoff en de beide 
van Kampen' 8, die mij zoo menig verbetering aan de 
hand gaven. 

November 1886. A. C. K. 



INT ■TTTDING, 



BOEKEN EN BOEKHANÜEI.. 

In de Verspreide geschriften van Edm. de Amicis komt de vol- 
gende lofrede voor op een bibliotheek: 

,vEen huis zonder boeken is een ongezellig huis. Het heeft 
iets van een logement; het is als een stad zonder boekwinkel, 
een dorp zonder school, een brief zoo slordig geschreven dat 
men hem niet kan lezen. 

„Wat is daarentegen een bibliotheek aantrekkelijk! Hoe boeit 
ze het oog , en hoeveel kan iemand , ook al is hij geen geleerde 
maar slechts een lezer voor zijn plezier, er aan te gast gaan, 
indien hij maar een weinig gevoel en verbeeldingskracht heeft! . 

.,Daar staan de verleidelijkste vrachten van het vernuft in 
een kleine ruimte bijeen onder ieders bereik ; vruchten als van 
goddelijke gave, van overpeinzingen en studiën, die ernstige rim- 
pels zich deden groeven op edele voorhoofden; vruchten van de 
rijkste fantasiën uit de heele wereld, herleid tot den vorm van 
kleine bundels gedrukte bladen, gekluisterd tusschen planken, 
verdeeld naar landen, üilen, inhoud en rang, genommerd en ge- 
schaard als een leger soldaten. De eene afdeeling verplaatst u 
in vervlogen eeuwen; de andere voert u naar verre landen; deze 



X INLEIDING. 



sj)reekt tot uw gemoed; gene toovert een lach om uw lippen; 
een derde brengt u aan het peinzen ; een vierde doet u droomen ; 
een vijfde haalt u een traan uit de oogen. Er is keus naar 
hartelust. Een bibliotheek is een zedelijke apotheek. Er zijn 
planken voor sombere, voor weemoedige, voor moedelooze dagen , 
en voor dagen , waarop een hartstochtelijke ijver om zelf aan het 
werk te gaan zich van iemand meester maakt. 

„En de verscheidenheid van stof is evenredig aan het verschil 
van de uiterlijke gedaante. Er zijn reuzen-woordenboeken en 
groote werken met platen , die als het ware de balken en bin- 
ten van deze kleine wereld vormen. Er zijn dichte rijen stevige 
dcelen, verschoten van kleur, oude uitgaven van klassieken, 
zedig van uiterlijk, maar vol levensvoedsel , boeken, gelijk hun 
schrijvers, onsterfelijk door blijvende verdiensten. Er zijn, naar 
den vorm, boeken, de aristokratie van drukwerk en boekbinder ij , 
de eereplank der bibliotheek, bekleed met glimmend leder en 
verguld op snee; honderde kleuren van honderde sierlijke uitga- 
ven, die alle hun best doen om aandacht te trekken. Voorts 
wecY lange rijen eenvoudige , armelijke deeltjes , die het gepeupel 
der bibliotheek zouden genoemd kunnen worden , met onverschil- 
ligheid vermeld , met weinig ontzag bejegend. En nog lager staan 
de duodecimo's, een ongedurig volkje, dat van stad naar buiten 
trekt, medegiiat op den spoortrein en in het rijtuig, van den 
zak in de reistasch, van de reist asch op liet nachttafeltje, en 
dat zich tevreden stelt met de snipperuurtjes van onzen dag. 

„Onder heel die menigte hebbeu wij onze lievelingen, oude 
beproefde vrienden, kennissen van gisteren, leermeesters, wel- 
doeners." 

„Wat zijn boeken?" vraagt J°. de Vries in zijn verdienstelijk 
werkje, onder dezen titel in 1881 verschenen. „Wat zijn boe- 
ken? Op onaanzienlijke stalletjes staan zij bij gansche rijen, 



INLEIDING. XI 



liggen zij met hunne titels of platen opengeslagen, oude en 
nieuwe, vuile en zindelijke; maar allen veil voor de menigte, 
die er achteloos langs loopt, en met voornaamheid op de have- 
looze uitstalling neerziet of een bod doet , en , zoo het niet 
aangenomen wordt, het arme boek verachtelijk op den hoop 
werpt en zijns weegs gaat. Wat zijn boeken? Daar liggen zij, 
op een stapel, in een hoek, of ze vodden waren. Daar wor- 
den zij gewogen en bij 't gewicht verkocht, beneden de waarde 
van misdruk. Een tijd lang schitteren zij in gebeeldhouwde 
boekenkasten , achter zijde of glas , met al de mooie , veelkleurige 
ruggen naar voren , lachend met vergulde letters en banden en 
wekken bewondering; maar straks worden zij oud, en geen 
mensch, die de helft er voor geeft van wat zij gekost hebben. 

„Eu toch , om nog niet te spreken van die onsterfelijken onder 
de boeken, die de ijverzucht en de jaloezie der boekenliefhebbers 
opwekken en van het eene menschengeslacht op het ander over- 
gaande en al ouder wordend voortdurend toenemen in waarde; 
om verder niet te spreken van die onsterfelijken , die in de oude- 
mannenhuizen der openbare boekerijen verpleegd worden en zorg- 
vuhlig op den catalogus, het bevolkingsregister dezer instellin- 
gen , staan ingeschreven , hebben toch vele boeken . ook wanneer 
zij later op een hoop geworpen worden, een schoone of nuttige 
bestemming gehad. Voor een ieder, die den sleutel beznt der 
leeskunst , zijn zij geweest de schatkamers der wijsheid , de sta- 
pelplaatsen der wetenschap, de goede vrienden en mededeelzame 
middelaars tusschen de gedachten van het Heden en het Verleden 
en uwe eigene gedachten , de gezanten , die u hebben overgebracht 
wat in deze en gene hoofden en harten, die misschien al lang 
niet meer bestaan, is omgegaan. Zij zijn het gevoel van den 
dichter, gegrepen door de hand der kunst en aanschouwelijk ge- 
maakt voor u. Zij zijn het genie van den denker, zwart op 
wit, op bladzij aan bladzij vertolkt. Een maatschappij zonder 



XIT INLEIDING. 

boekeu laat zich voor ons evenmin denken als een maatschappij 
zonder scholen. En het boek is de school, de voor ieder toe- 
gankelijke school, waarin alle vakken door alle groote meesters 
en kleine onderraeesters op wetenschappelijke en populaire wijze 
onderwezen worden. Wat zijn boeken ? Dat alles , en niets min- 
der dan dat zijn boeken. In hun korte, vaak weinig geachte 
en vluchtige verschijning , komen én gaan zij als de meesters , 
die ze schrijven; maar in bun komen en gaan zijn zij het altijd 
onderhouden fakkellicht der menschheid.'* 

Dat zijn getuigenissen van twee mannen buiten den boekhandel. 
Ze zouden met veel andere te vermeerderen zijn. Maar wij zijn 
er voldoende mee gedekt, als wij op eenigen voorgrond willen 
brengen , dat de koopwaar van den boekhandel aandacht verdient. 

De vraag is , of zij , die dien handel drijven , er ook zoo over 
denken ? 

Het ligt voor de hand, dat hier een ja en een neen op te 
antwoorden valt. 

Tn den regel heeft de boekhandel drieërlei vertegenwoordigers: 
den verkooper van boeken in het algemeen (zoogenoemden debi- 
tant of assortiment^-handelaar) , den uitgever, en den antiquaar. 
Alle drie , indien zij hun vak met ernst opvatten , staan als han- 
delaars op gelijke lijn. Onder alle drie zijn mannen van verdienste, 
onder alle drie brekebeenen. Gelijk de koopwaar in formaat en 
gehalte verschilt, even onderscheiden zijn de verkoopers. Te 
verlangen , dat allen op hun eigen plaats even degelijk zouden 
zijn, is het onmogelijke wenschen. Er naar te streven, dat allen 
op hun weg vooruitgaan, is de plicht van ieder, die bij machte 
is, daaraan wat toe te brengen. Want de boekhandel is, om de 
waardigheid van zijn koopwaar, meer dan eenige andere een 
liandel van verantwoordelijkheid. 

In lang geleden dagen, toen er alleen door zoogenaamde ge- 



INLEIDING. XIII 

leerden gelezen werd, behoorde de boekverkooper veelal zelf tot 
den stand van de mannen der wetensclia)). Hij deelde lijsten uit 
van de handschriften en boeken, die hem ter kennis kwamen en 
was een gids voor de weinigen, die bij hem hun hulp zochten. 
Later, bij de uitbreiding der drukkunst, ging die handel tot de 
algemeene koopmanschap over. Naarmate het onderwijs alge- 
meener werd, groeide de behoefte aan boeken aan en werd het 
getal boekverkoopers al grooter en grooter. Thans, in onzen 
tijd , na wetenschap en beschaving haar licht laten schijnen over 
alle standen, over kleinen en grooten, staan allerwege de handen 
gereed om aan de geestelijke nooddruft van ieder en van allen 
door lektuur te voorzien. 

Boekverkooper-debitant, goed boekverkooper-debitant te zijn, is 
al meer en meer een taak van beteekenis geworden. Gelijk elke 
handel eischt zij in de eerste plaats warenkennis. Maar hd*4r 
warenkennis is van geen geringen omvang. Elke koopman, die, 
in welke richting ook, zaken drijft, dient verstand te hebben 
van zijn stoffen en wordt te hooger geschat naar gelang hij zich 
bekwaam betoont. Maar welk vak heeft ruimer gebied, dan het 
schier onbegrensde van de boekenwereld? Dag aan dag wordt 
het nieuwe aan het bestaande toegevoegd. Dag aan dag werpt 
de wetenschap haar vruchten af, bieden letterkunde en kunst 
liaar frissche bloemen, schieten er jonge loten uit den breedge- 
tiakten boom der kennis. Heel die weligheid met schiftend oog 
te bespieden, te ordenen, saam te voegen, plaats te geven in 
het geheugen en er de wegwijzer in te worden voor anderen, 
ieder naar zijn eigen begeerte, zeker, geleerdheid is er niet toe 
noodig, maar beschaving, oefening en smaak in niet geringe 
hoeveelheid. 

Wat er al toe vereischt wordt ? Taalkennis , letterkundige 
kennis , boekenkennis , handelskennis , menschenkennis. 

Al deze dingen waaien ons niet aan , maar behooren tot ecu 



XIV INLEIDING. 

gezette voorbereiding, waarop de praktijk van den dagelijkschen 
omgang voort kan bouwen. En zoo is de boekverkooper een 
man, die, indien hij zijn plaats begrijpt, veel moet weten, veel 
moet werken en op zijn plaats veel wel kan doen. 

Dit is niet de taak van een boekverkooper, van een goed 
boekverkooper, dat hij op aanvraag zijn commissie-artikelen af- 
levert gelijk de bakker een brood. De geestelijke maatschappij 
verlangt velerlei soort van brooden. De godgeleerde, de rechts- 
geleerde, de natuurkundige, de bouwkundige, de taal- en letter- 
kundige, de geschiedvorscher , de onderwijzer, de man van smaak, 
de beoefenaar van kunst, deze allen komen op hun tijd bij hun 
boekverkooper en eischen van hem, dat hij hen voorlichte om- 
trent al wat er in hun richting vroeger uitgekomen is, heden 
uitkomt en ter verschijning is aangekondigd; hier te land en 
in den vreemde. Aan titels hebben zij niet genoeg. Zij verlangen 
te weten, wat achter die titels verscholen ligt, wat het boek 
voornamelijk behandelt, of het de aandacht waard is, wat de 
kritiek er "van zegt, of er in zijn soort ook beter is. En naar 
mate de boekverkooper op al deze vragen bescheid weet te geven, 
zijn warenkennis toont, wordt hij een man van vertrouwen, een 
gezocht man , een gewaardeerd man , een man , die voordeelige 
zaken doet voor zich zelv' en die voor velen een gids is op den 
weg der kennis en op dien van het goede en schoone. 

Zoo zijn niet allen. Dat scheelt veel. En dat spreekt ook 
van zelf. 

Op de uitzonderingen na is en blijft de debiet- boekhandel in 
den regel kleinhandel. Hij behoort meestal tot den winkelhandel 
en is zelfs vaak bijhandel. De allengs vermeerderende uitbrei- 
ding van de bevolking, vooral in kleine steden en in dorpen, 
en de daarmee gepaard gaande behoefte aan lektuur, heeft ge- 
maakt dat er gaandeweg al meer personen kwamen - en in 
den laatsten tijd in niet gering aantal! — die boeken te kooj) 



INLEIDING. XV 

stelden, al ontbrak het hun ook bijna ten eenenmale aan verstand 
van hun koopwaar. Zij konden er zulk een zaakje wel bij waar- 
nemen. Boeken zijn een zindelijk artikel, dat niet veel plaats 
inneemt. De coramissiehandel brengt meê, dat er bijna geen ka- 
pitaal voor noodig ia. De proef is licht te nemen. Wat er aan 
verdiend wordt is meegenomen. 

Op zich zelf bezien is deze poging als verbetering van bestaans- 
middel volstrekt niet te laken. Integendeel. Ook voor den han- 
del in het algemeen brengt ze haar voordeel aan. Hoe meer 
vertakkingen die handel zich schept, des te meer zal hij bloeien. 
Maar tot welke zonderlinge vertegenwoordigers en grillige samen- 
koppelingen hij soms misbruikt, en met hoe weinig kennis hij 
dien ten gevolge gedreven wordt, is niet onvermakelijk aan te 
tooneu door enkele advertentiën , uit een menigte dergelijken uit 
het Nieuwsblad voor den Boekhandel opgeraapt. 

tn ISll vraagt „een wijnkooper in een kleine stad van Noord- 
Holland, om ook als boekhandelaar te worden opgenomen, aan- 
gezien hij zoo weinig te doen heeft, en hij daartoe door eenigen 
zijner stadgenooliCn en al wat tot de letterkunde betrekking heeft 
is uitgenoodigd.'' 

(1868) „ Boekverkooper te wacht aanvragen van 

zijne confraters voor zijne specialiteit in papieren heeren- en da- 
mesboorden, kragen, manchetten en chemisetten." 

(1873) „Door vertrek naar elders wordt op een der grootste 
dorpen in een welvarende streek, yraar geen concurrentie is, 
ter overname aangeboden een handel in boeken, papieren, ga- 
lanteriën, sigaren enz. Bij voorkeur is deze zaak geschikt 
voor een jongmensch van de P. G., die in den boekhandel 
ervaren is." 



XVI IXLETDTNG. 

(1873) „Uit de hand te koop, in een der welvarendste dorpen 
van Gelderland, een Boekhandelaarszaak, waarbij tevens de krui- 
den iers-aflaire wordt uitgeoefend. Ook ligt achter het huis een 
akker bouwland." 

Tn 1879 ontvingen eenige uitgevers de volgende circulaire: 
„Wel Edele Heer, gelieve mij per omgaande brief of briefkaart 
te willen berichten , hoeveel percent rabat of provisie gij geeft van 
uwe uitgaven, daar ik mijne kruideniers- ijzerwinkel enz. wil 
uitbreiden. Daarom liefst sj)oodig daarop bericht; en geven de 
andere uitgevers even zoo veel provisies? 
„In afwachting heb ik de eer te zijn.'* 



In 1874 vestigde zich in een onzer groote steden een huis 
onder den titel van Alliance intermediaire^ dat niets minder dan 
het sluiten van huwelijken tot speculatie maakte. Het richtte 
zich bepaaldelijk tot den boekhandel, om in dat vak agenten te 
vinden, die, tegen behoorlijk rabat, door het verspreiden van 
prospectussen en aanknoopen van onderhandelingen de firma zou- 
den willen helpen. 

Ook het volgende verdient aandacht. 

Een tweede-hands-handelaar , die de overige exx. gekocht had 
van een uitgaaf van Wolft* en Deken's Sara Burgerhart^ Sneek bij 
P. Joling & Co. 1836 , bracht die voor verminderden prijs te 
koop, met onderstaand strooibiljet (1866): 

„Door toevalligheid een werk outvangen hebbende, hetwelk bij 
liet Neérlands publiek sedert een aantal van jaren alomme bekent 
is, ja als meu de Schrijfster maar hoort noemen; zal het voor 
zeker welkom zijn. 

„Vier drukken zijn reeds van dit; werk uitverkocht, en de te- 
genwoordige Uitgevers hebbeii het beproefd om een geheele nieuwe 



tNLKIDÏNG. XVII 

oplaag daar te stellen , en hetwelk ook in de geheele wereld veel 
debiet heeft, en iii netheid de voorgaande drukken ver overtref- 
fen , dit belangrijk werk word in £ deelen uitgegeven voor de 
prijs van ƒ 8. Het is het werk van de alomme gezogte Zara 
Burgerhart^ door den Schrijfster van IVilleni Lfivnid; een werk van 
HoUandsche oorsprong, raen zal zeggen: waarom dan met zulk 
werk gedaan; het is door oneenighcid der Comj)agniescliap van 
den Uitgevers en door aankoop van mij, zoo bied ik UED. de 
2 delen compleet aan voor den zeer geringen prijs van ƒ 1 ." 

In 1867 vinden wij, uit een der hoofdsteden, de volgende be- 
kendmaking : 

„De ondergeteekende , zicli alhier gevestigd hebbende als Groef- 
hidder of Lijkbezorger , beveelt zich als zoodanig beleefdelijk aan in 
de Jittentie zijner geachte begunstigers, belovende bij mogelijke 
treurige omstandigheden eene allezins civiele en gepaste behandeling." 

Boekverkooper."" 

vStel tegenover deze zwakker broederen de vroegere en heden- 
daagsche algemeen met roem bekende firma'^s-debitanten in onze 
hoofdplaatsen , en besef de kloof die er ligt tusschen dezen en genen. 

Treed het magazijn van den beschaafden assortiments-handelaar 
binnen en verkwik allereerst uw oogen uan dien overvloed van keu- 
rig geschikte boeken en handen , naar rubriek en taal geordend. 
]joop de rijen langs en haal uw hart op aan dien veelzijdigen 
rijkdom van geestesgaven , waarvan reeds de titels u toespreken ; aan 
die over de gansche wereld beroemde namen , wner jongste* arbeid 
in die bedrukte bladen u in de hand wordt gelegd ; aan die weelde 
van uitvoering, waarmee allerlei vakken van kunstnijverheid het 
boek weten te t-ooien. Benijd den handelaar , die te midden van 
dien schat als tijdelijk eigenaar zich .beweegt. Zie hem gretig 
gluren tusschen de bladen, opdat hij voor zich zelv' een voor- 

II 



XVIII INLEIDING. 

smaak moge genieten van hetgeen ter nauwernood de pers verla- 
ten heeft en dat hij zoo straks zijn bezoekers als verrassende nieuw- 
heid zal voorleggen. Bespeur hoe zijn handelstact elk boek zijn 
plaats en zijn rang geeft in den ojnvang zijner bibliographische be- 
kwaamheid, en hoe hij zich voorbereidt om met dat geoefend over- 
zicht allen die zijn boekenkennis begeeren te raadplegen zoo aan- 
stonds te hulp te wezen. Zie hem omringd van de aanzienlijk- 
sten en beschaafdsten zijner woonplaats, opvangende wat ieder 
uit zijn eigen vak van studie of smaak hem mee te deelcn heeft 
en zich daarmee weer verrijkende ten eigen en anderer bate. Elke 
dag doet hem aanwinnen in kennis , ruimer worden van blik , 
scherper van oordeel, fijner van smaak, een man zijn op zijn 
post te midden der geestelijke en zedelijke bewegingen van zijn 
tijd, een man zich voedeiule met het edelste dat de maatschap- 
pelijke wereld oplevert en wederkeerig in die maatscha])])ij bevor- 
derend , wat haar beter en vruchtbaarder maakt. 

Wat van den boekhandelaar-debitant te zeggen valt, geldt in 
gelijke evenredigheid voor den boekhandelaar-uitgever. Ook liier 
niet alle koks, die lange messen dragen, üeen beroep, dat 
ernstiger is; geen, dat vaak lichtvaardiger wordt opgenomen, licht- 
vaardig allereerst in den degclijksten zin: lichtvaardig uit eigen 
wetenschappelijke voorliefde of uit persoonlijke hooghartigheid; 
lichtvaardig, om roem te zoeken in het uitgeven van hoogst ge- 
leerde, maar hoogst onverkoopbare kopijen. 

Al te geleerd-gezin de boekverkoopers zijn ten allen tijde slechte 
handelaren geweest. Er zou menig bedroevend voorbeeld zijn aan 
te halen van uitgevers, die, toegevende aan eigen neigin- 
gen of zich opofferende voor de heilige wete.nschap, hun stoffelijk 
belang met voeten traden en met een bankroet eindigden. Der 
wetenschap dienst te doen , is des uitgevers j)liclit ; zich haar ten 
believe uit te kieeden , is een maatschappelijke zonde. Wie of 



INLEIDING. XtX 

uit zwakheid, of uit ijdelheid, afgetrokken boeken ter j)erse legt 
met de bewustheid, dat zij geew genoegzaam debiet kunnen heb- 
ben , is meer te beschuldigen dan te beklagen. Toch is er g(*en 
vak, dat aan zulk een verieiding meer bloot staat dan de boek- 
handel. Een bescheiden bezwaar te durven uitspreken tegenover 
een geleerde hoogheid, tegenover een gc^vierd letterkundige, die u 
hun onprofijtelijke kopijen komen aanbrengen, is een daad van zelf- 
standigheid, waartoe velen den moed missen. Een wetenschap- 
pelijke onderneming op te geven, die, zooals ge droomt, mogelijk 
uw naam met wat loftuiting vermelden zal, maar die zeer zeker 
uw kapitaal schromelijk bedreigt , is soms een harde strijd , die 
niet onbedachtzflam aangegaan mag woorden. Te besefleu dat er, 
boven u, beter gegoeden of maatschappelijke lichamen zijn, 
di(^ meer dan gij zelf, zich geroej)en kunnen achten met hun 
stoffel ijke middelen het vers])reiden van den geestelijken arbeid 
van anderen te steunen of te bevorderen , is een wijsheid , die 
door den handelsman wel eens te veel veronachtzaamd wordt. 
Door velen , en doorgaans door de besten , wordt de voorzichtig- 
heid te weinig in het oog gehouden. Het toegeven aan de zelf- 
verheflende inbeelding, aan ihn dwazen, verlokkenden eigendunk, 
dat de boekverkooj)er een natuurlijk beschermer der letterkunde 
behoort te wezen en verplicht is daarvoor hem bezwarende gelde- 
lijke Jüiïern te brengen, is zoo vaak de oorzaak van later berouw. 
Handelsbeleid in de schaal te leggen tegenover persoonlijke waar- 
deering, is zoo menigmajil een verzuim, waarover de bekw-aamsten 
struikelen. Niemand zal van den machinen-fabrikant vergen , 
dat hij zich, meer dan met zijn eigenbelang strookt, toelegge op 
de verbetering der werktuigkunde , tot zijn eigen schade en ten 
voordeele van anderen ; niemand zal den korenkooper huldigen , die 
zijn granen met verlies verkoopt om het publiek van goedkooper 
brood te voorzien. Boekhandel is en blijft een vak van nijverheid 
eu handel, even als elk ander , waaraan in geenen deele verbonden 



X3t INLEIDING. 

is dat men zich opoflere ten gelieve van enkelen of van het 
algemeen. Wil eenig uitgever — en dat wordt om onderscheiden 
reden meer gedaan dan wel bekend is — een deel van zijn bezit- 
ting , hoe groot of minder groot ook , ten beste geven aan weten- 
scliap, letteren of aan persoonlijke hoogachting, dat moge hem 
als man tot eer strekken , maar gaat alles behalve zamen met zijn 
plicht als koopman. Wèl is het hem gezet, dat hij goede waar 
levere, degelijk en deugdelijk voedsel voor den geest en voor 
den smaak; dat hij toezie, ernstig toezie, of hij voede of ver- 
giftige; dat hij wikke en wege , of hij opbouwe of afbreke; dat 
hij geen dood of simpel werktuig zij in de hand van anderen. 
Maar bij al deze zedelijke plichten houde hij , voor zich zelven 
en zijn gezin , ook rekening met dezen anderen : dat hij besefle 
wat hij als handelaar te doen en te laten heeft. 

Tegenover deze in zeker opziclit waanwijze letterbesclierming 
staat een ander kwaad van veel grooter uitgebreidheid : de licht- 
vaardige fabriekmatigheid. Yoor jongelieden , die zich als boek- 
verkooper vestigen, is het uitgeven de droom van een gouden 
regen. Zonder ervaring of oordeel leggen zij t*er ])er8e wat hun 
aangeboden wordt of wat zij zelv' opgrijpen , meest een roman , 
een bundeltje verzen , een populair wetenschappelijk boek , een 
kinderverhaal , een scheurkalender , liefst van alles wat , om met 
te veel oj) één kaart te zetten. Hun debiet-zaak verwaarloozende , 
vermeien zij er zich in, hun naam op band of titel gedrukt <e 
zien en voelen zij zich gestreeld , het publiek te doen weten , dat 
zij uitgever zijn. Alle middelen, soms ook minder fatsoenlijke, 
worden te baat genomen om den vlieger te doen opgaan. Meestnl 
draagt het eind den last en merken uitgever en publiek, dat 
zij zich in elkander bedrogen hebben. 

Dergelijke gevallen komen hier te lande in het oneindige voor 
en be<lerven den naam en den stand van boekhandelaar-uitgever. 
Terwijl iu alle landen om ons heen de uitgevers — ook niet 



TNLETDTNG. XXt 



allen van even zwaar gewicht! — in den regel de hoofdsteden 
zich tot woonplaats kiezen , vindt men ze hier zoo , tot zelfs in 
de afgelegenste uithoeken verspreid , dat men haast geen boek- 
verkooper kan aantreffen , die niet nu en dan tevens uitgever is 
en de middelmatigheid, zoo niet het misdruk, in de hand werkt. 
De goeden niet te na gesproken, moet die beunhazerij het han- 
delsvak in het oog van het publiek niet doen rijzen. Men krijgt 
er den algemeenen indruk van, dat het uitgeven een zaak is van 
Jan en alleraan, een boekmakerij, een loutere toeleg op winst, 
waarbij auteur en publiek de lijdende partijen zijn en de uitgever 
van beiden misbruik maakt ten eigen bate. Geen wonder, dat 
het beroep daardoor in miskrediet komt en de goeden het met 
de kwaden moeten ontgelden. 

Dat was trouweiu» in vroeger dagen niet beter. 

De groots Pieter Burraan, die van 1714 tot 1741 een aantal 
werken uitgaf over klassieke letterkunde, liet zich volgenderwijs 
over de uitgevers uit: 

„Het ondragelijk geweld, ja, wat meer zegt, de heerschappij 
en de tirannj , welke de boekverkoopers zich aanmatigen op de 
geleerde wereld uit te oefenen , ken ik bij ondervinding , en weet 
hoe zij , ten koste van den arbeid en het zweet der schrijvers , 
zich dikwijls benijdenswaardige schatten verzamelen. Het is of 
eene staatswet dat volk hun regt had gegeven, en of alle ge- 
leerden, bij regterlijk vonnis, zoo tot eeuwige slavernij waren 
verwezen, dat het hun niet meer vrij stond van boekverkooper 
te veranderen, wanneer zij den hunnen, ik zeg niet als lastig 
en karig, maar als heerschzuchtig , ondankbaar en aanmatigend 
hebben leeren kennen. Hoe vele groote en geleerde mannen zou 
ik kunnen aanhalen, wier geschriften vol zijn van de jammer- 
klagten over de listen, de bedriegerijen, en de vuile winsten der 
boekverkoopers! Tot mijn ongeluk heb ik dikwijls menschen van 
dat slag aangetroffen , die , door hun vriendelijk , gul en eenvou- 



XX IT INLEIDING 



dig voorkomen, van mij, die alle veinzerij en kunst-enarij als de 
dood hate, alles wat zij wilden, gedaan kregen, en, omdat ik 
nooit hebzuchtig mijnen arbeid op jirijs stelde, met een klein 
honorarium het verschrikkelijk slooven , dat ik voor hen deed , 
beloonden. 

„Nooit gaf ik een werk ter ])erse, of het was gelieel voltooid; 
nooit liet ik den drukker een uur, laat staan een dag wacli- 
ten, terwijl ik mij hunne traagheid en uiistiïllen liet welgevallen. 
Niemand van den ganschen troej), althans niet dt*. uitgevers van 
mijnen OvidiuM, zullen het mij heeten liegen, dat ik altoos ge- 
duld ffeoefend en voor liuiine belant'cn ^ezorird heb; maar zelve 
zullen zij best weten, hoe zij mij o|)geh()uden en met lioe v(*l(? 
onaangenaamheden zij mij hebben gekweld. Wanneer gij jegens 
hen welwillend, schikkelijk , vlijtig en voortvarend zijt, dan lag- 
chen zij u luidkeels uit , worden bruta«il tegen uwe goedheid in , 
of bedanken u op zijn hoogst met allerlei latte komjdimenten. Ik 
zeg juist niet, dat er (mder het gansehe gild van boekverkoopers 
niet eén is , die den arbeid der geh^erden oj) den reikten j)rijs 
schat. Er zijn er, maar ze zijn zeer weinige in getal, en die 
weinigen hebben nog de lioogmoedige nieening, dat ih roem en 
de achting der geleerden er van afhangt, dat hunne werken in 
eenen wereldberoemden boekwinkel uitgegeven worden, en dat, 
daar deze beunhazen de gelieele wereld door handel drijven, men 
eerst door hun toedoen vermaardheid krijgen kan. En die be- 
roemdheid van hunnen winkel ])legen zij zoo onbeschaamd op te 
vijzelen, dat zij, om hunnen fat^soenlijken naam, het grootste ge- 
deelte van het honorarium korten'\ 

In welke booze bui prof. l^urman bovenstaande regels ge- 
schreven heeft, staat ons niet te beoordeelen. Ook kan het best 
wezen, dat hij er eenige aanleiding toe zal gehad hebben. Bo- 
vendien is het bekend , hoe lichtgeraakt de beroemde hoogleeraar 
zich vaak betoonde en hoe onbedacht hij zich dan over j)ersonen 



INLEIDING. XXIII 

eii zaken kon uitlaten. Maar in elk geval was het oordeel over 
zijn uitgevers hoogst onbillijk, als men in het oog houdt dat 
dezen de Gebr. Wetstein waren, die in 1727 zijn Ovidius uit- 
gaven en die een al te vermaarden naam hebben nagelaten, dan 
dat ze zulk een scherpe blaam kunnen geacht worden in de 
verte te hebben verdiend. 

Wij halen deze uits|)raak dan ook alleen maar aan , volstrekt 
niet om prof. Burman in zijn lot te beklagen, maar integen- 
deel om te doen uitkomen, hoe reeds anderhalve eeuw gele^len 
hier te lande het beroep van uitgever in verdenking stond van 
inhaligheid, zorgeloosheid en vijandigheid tegenover de auteurs, 
een verdenking, die nog heden ten dage d(M)r een groote menigte 
gedeeld wordt. Terwijl in andere landen bekwame en degelijke 
uitgevers de eer krijgen die hun toekomt en tot de erkende 
krachte.n der maatschappij gerekend worden , heeft zulk een waar- 
deering bij ons in den regel wel wat te wenschen overgelaten, 
lloe hoog de tirma Wetstein en haar opvolgers thans ook mogen 
staan aangeschreven , toch kon het niet missen , dat een beschul- 
diging als die van prof. Burman die firma toen ter tijd in 
het diepst van het gemoed moet hebben gegriefd , zonder dat zij 
bij machte was met cijfers en bewijzen daartegen op ttï komen. 
Zij kon moeielijk het publiek tot getuige roepen, lioeveel hono- 
rarium zij betaald had en in welke verhouding dit stond tot haar 
winst- en verliesrekening; zij kon evenmin eigen lof uitbazuinen 
over de nauwgezette zorgen, die zij aan al haar editiën gewoon 
was te wijden , en over haar streven om de werken der 
Nederlandsche geleerden bekend te maken over de geheele be- 
schaafde wereld Stil en geduldig had zij te dragen wat haar 
door eeji gevierd man zoo })ijnlijk werd aangewreven, alleen in 
geweten overtuigd van stipte plichts vervulling en aan de toe- 
komst overlatend haar wellicht recht te zullen doen. 

De ervaring van de Wetstein^s is die van velen geweest , die na 



XXIV INLEIDING. 

hen , al is het dan ook op kleiner schaal en met zooveel minder 
vermaardheid, het beroep vari uitgever hebbeu uitgeoefend. In 
dat opzicht is het oordeel der menigte uog altoos onrechtvaar- 
dig gebleven. Een uitgever wordt iu den regel door den 
auteur gewantrouwd. Hij is in diens oog een parasiet, die zich 
te goed doet .aan de levenssappen van anderen; hij is een inhalige, 
die een rechtmatig loon beknibbelt; hij is de schuldige, dat het 
hem toebetrouwde werk der schrijvers niet genoeg gelezen en 
gewaardeerd wordt. Laat ons toegeven, dat de aanleidingen 
tot zulk een beschouwing voor de hand liggen. Een auteur, 
die met veel zwoegens een wetenschappelijk of letterkundig 
werk in schrift heeft gebracht — weinigen weten onder welke 
zorgen en weeën soms ! — is van zelf met zijn arbeid in- 
genomen en geeft het ter perse in de volle overtuiging, dat wie 
weet hoe velen zijn boek koopen en loven zullen. Hij berekent 
zijn stoffelijk loon naarmate van zijn daaraan besteden tijd en 
van de daarin neergelegde waarde, en zijn eerste teleurstelling 
is, dat de man, die de middenweg is tusschen hem en het publiek , 
maar die naast de w^etenschappelijke of letterkundige waarde toch 
ook de handelswaarde te berekenen heeft, hem niet met handen 
vol geld te gemoet komt. H\j droomt , dat honderden zijn arbeid 
zullen koopen en beklaagt zich over zijn uitgever, indien aan 
deze verwachting niet beantwoord wordt. Zelfs al zijn zijn eischen 
nog zoo bescheiden, een zeer verschoonbare eigenliefde bouwt 
toch altoos kasteelen in de' lucht. 

Aan zulke droomen geeft vaak ook de uitgever zoo gereedelijk 
toe. Gevleid door het aanzoek van een hooggedragen naam ; 
verlokt door de betoogde waarde van een handschrift; meegesleept 
door de voorgespiegelde behoefte en het waarschijnlijk debiet, of, 
niet te vergeten, terugschrikkend voor een weigering, geeft menig 
boekhandelaar gehoor aan een hem voorgestelde uitgaaf en onder- 
vindt er later de treurige schade van , terwijl de schrijver in de 



TNLBTDING. XXV 

streelende meening staat, dat hij den man een aanzienlijk voor- 
deel bezorgd heeft. Menig uitgever van ondervinding zal kunnen 
getuigen , dat hij aan een al te groot gedeelte van de hem aan- 
geboden uitgaven geld verloren heeft; soms aanzienlijke sommen, 
waarvan den schrijvers natuurlijk nooit iets ter oore kwam. Vele 
jonge uitgevers zijn op die manier te gronde gegaan, en ande- 
ren, die meer of minder hun fortuin aan eigene kloek opgezette 
en ferm doorgezette plannen te danken hadden, moesten den 
schijn op zich geladen zien, alsof zij goede sier maakten t<ni 
koste van zooveel miskende of beiuideelde auteurs , die zich hadden 
te vergeuoegen met de kruimkens van hun tafel. 

Enistige uitgevers, die hun beroep liefhebben en hun verant- 
woordelijkheid beseflen — en de Wetstein's stonden hierin' wel 
mede bovenaan! — weten wat zij doen, als zij de uitgaaf van 
een degelijke kopij aanvaarden. Zij eeren haar onbekrompen, 
eerlijk , zooveel als in hun vermogen is. Zij behandelen haar met 
den noodigen eerbied als een hun t^ebetrouwd goed van waarde; 
zij wijden er hun beste zorgen aan , uit plicht tegenover den 
schrijver en tegenover hun eigenbelang beide ; zij geven er den 
vorm aan, die haar het voordeeligst zal doen uitkomen; zij zien 
nauwlettend toe op zuiverheid van taal en uitvoering: zij ge- 
troosten zich voor het innerlijk en uiterlijk vaak veel meer op- 
offering dan de schrijvers vermoeden; zij brengen het boek in 
de wereld daar, waar het behoort, en laten geen middel onbeproefd 
om het in zijn rechtmatige waarde te doen erkennen. Tn één 
woord, zij leven in het boek, omdat het een deel uitmaakt van 
hun plicht, hun eer, hun belang, hun bestaan. Zij zijn op hun 
bescheiden weg geen werktuigen , maar medewerkers , geen aan- 
matigende drijvers, maar voor zooveel het hun voegt ook leiders; 
geen inhaligen, maar dankverdieneuden. Een oordeel als dat 
van den hoogleeraar Burman gaat meer mank aan onwetendheid 
dan aan kwaadwilligheid. Een firma als die van de Wetstein's 



XXVI INLEIDING. 

heeft gceu verdediging van noode. Maar uitgevers van onze eigen 
dagen , over wie wel eens uit de hoogt<.' gesproken wordt , of in 
wue men alleen den zclfzuclitigen koopman ziet met voorbijgang 
van alle beter beginsel oixn hun beroep verbonden , worden maar 
al Ui weinig gekend in hun stille trouwiï bemoeiingen, die veel 
minder hunzelven dan hun auteurs ten bate strekken. 

Wat er voor een uitgever te do(ai valt? 

Allereerst. Is liij een man op zijn post, een helderdenkende, 
zelfstandige persooid ijkheid , dan heeft hij zelf de oogen om zich 
heen te slaan en de handen uit de mouwen te steken. Dan neemt 
hij zijn tijd en diens belioeften waar. Dan schept hij zelf zijn 
ondernemingen, gesteund door de beste krachtcMi die het hem zal 
mogen gelukken voor zijn jdannen te winnen. Dan is hij meer 
dan handelaar enkel: dan heeft hij aandeel in de bewegingen, 
moge het zijn in den vooruitgang, zijns tijds op het gebied van 
wt^tenschai), kunst en maatschappelijk belang; dan is hij een macht. 

In elk geval dient hij een bekwame hulp te zijn. Niet alle man- 
nen van wetenschap of letteren werken even nauwlettend. De onberis- 
pelijke schrijvers in de verste verte niet te na ges])roken, zijn er 
meer dan nieii vermoedt, die de vruchten van hun studie of 
verbeelding neerschrijven in een vorm die te wenscheu overlaat, of 
die zoo losweg onder den indruk van het oogenblik plegen te wer- 
ken, dat ze van eenige zorgeloosheid en slordigheid niet zijn vrij 
te jdeiten. Het zou voor de geschiedenis van onze vaderlandsche 
letterkunde niet van onbeteekenend belang zijn, na te gaan, oj) 
welke wijs , ja op welke gebrekkige wijs soms , beroemde schrijvers 
hun kopij aan den uitgever alleverden. Die leemten om de overige 
waarde voorbij te zien en langs b(;scheideu middelen te verbetc^ren 
of te doen verbeteren ; den schrijver ten dienst t-e staan zonder 
hem te kwetsen; zijn prikkelbaarheid te ontzien door bedachtzamen 
tact; zijn arbeid te vervolledigen door gepaste wenken; zijn 



INLETDIXG. XXYII 

geestesvrucht , om dat zoo eens te zeggen , een welgeschapen 
lichaam te geven en dit behoorlijk aan te kleeden; in ieder ge- 
val zooveel mogelijk te waken, dat zijn drukwerk niet ontsierd 
worde door die venijnig binnensluipende drukfouten, die den 
schrijver tot ergernis, den uitgever tot schande zijn: ziedaar 
plicliten , die aan het beroep van den uitgever worden opgelegd en 
die het tot iets meer en beter maken dan een werktuigelij k winst- 
bejag. Jacob Swart , de zeevaartkundige bij uitnemendlieid , gaf 
een groot deel zijner kennis en eer aan mannen, die veel handiger 
met het kompas dan met de ])en wisten om te gaan. Mess(*liert 
en Immerzeel, rechters op het gebied der kunst, hebben menig 
jong dichter den weg gewezen ; de Bohn's hebben vrij wat sclierpe 
cHJinmerkingen te verduren gehad om de NlVs en vrangleekens waar- 
mee zij hun druk])roeven opzoncUai; de Nijhoifs vulden menig 
liistorische studie aan met bijdragen uit eigen voorraad; en wie 
zal berekenen , hoeveel nren van inspanning en tobberij mannen 
als Fuhri, Suringar, Brinkman, Gebhard, om niet van nog 
levenden te spreken , besteed hebben aan het corrigeeren van kopij 
en |)roeven , opofleringen , die , ongekend en ongewaardeerd . alleen 
den auteurs ten goede kwamen. Daargelaten de verdiensten van 
die vak-uitgevers van rechtsgeleerde , theologische , genees-, natuur-, 
werktuig-, landbouwkundige werken, die met hun bibliographische 
kennis den schrijvers bij hun plannen van bewerking van betee- 
kenend nut waren. Deze en dergelijke mannen van het vak 
kunnen hun auteurs tier in de oogen zien. 

Dit alles wordt in geenen deele opgehaald , om het beroep van 
uitgever, of personen die het uitoefenen, op te vijzelen. Alleen 
om te doen uitkomen, dat er ernst aan verbonden is, en dat 
niet iedereen in den blinde en onbesuisd een patent als uitgever 
aanvaarde. 

Het valt niet te ontkennen : menig uitgever heeft wèlgevaren 



XXVTII TNLEIDINft. 



van liaudschriften , hem als het ware in den schoot, gewor- 
pen. Toen de Erven Bohn de Camera Ohscura van Hildebrand 
met een kleine som wel betaald achtten , daargelaten later 
nitgekcerd honorarium , kon niemand vooruitzien , dat deze 
kopij, met al haar herdrukken, hun duizcnde guldens zou afwer- 
pen. Toen Gebr. Kraaij de Gedichten van de Genestet ter perse 
legden, kon geen mensch bevroeden, dat de jonggestorven dich- 
ter weldra zoo gevierd zou worden, dat er schier geen fatsoenlijk 
gezin zou bestaan , waar zijn kompleete werken niet een plaats zou- 
den innemen. Toen Bilderdijk zijn bundels voor een karig loon 
afstond aan ieder dien hij maar vinden kon. zou noch hijzelf 
noch iemand anders hebben kunnen droomen, dat de uitgever van 
zijn volledige dichterlijke nalatenschap , veel jaren na 's dichters 
dood , daaraan een betrekkelijk aanzienlijk kapitaal verdienen zou. 
Dergelijke voorbeelden zouden ook op wetenschappelijk, gods- 
dienstig en onderwijs -gebied bij getallen te vinden zijn. Maar 
dat neemt niet weg, dat dit witte raven zijn en dat deze feiten 
maar al te veel misbruikt worden tot de bewering: „ziet, hoe 
uitgevers leven van andermans werk!" Zelden zal een schrijver, 
en dat behoeft ook niet, zijn gemoed bezwaard gevoelen, dat een 
uitgever hem te veel betaald heeft ; maar een uitgever van zijn kant 
doet billijk, en verstandig, wanneer hij bij boven verwachting 
gunstige gevolgen den schrijver in zijn winsten laat deelen. In 
waarheid, door fatsoenlijke uitgevers wordt dat gedaan. Trouwens, 
in ons kleine land zijn voor den boekhandel buitengewone winsten 
zóó schaars weggelegd, dat er van „benijdenswaardige schatten*, 
gelijk prof. Burman droomde , door ieder die het vak meer van 
nabij kent moeiel ijk anders dan met een weemoedigen glimlach 
te spreken valt. 

Maar schatten gelds behooren ook wel waarlijk niet tot de be- 
nijdenswaardigste bezittingen. Wie het leven ernstiger opvat eu 
zijn plichten kent tegenover zich zelven en tegenover de maat- 



INLBIDINO. XXIX 

schappij , waarin ieder onzer een verantwoordelijke plaats heeft , 
zoeke beter goed dan goud. Brood en een weldadige; arbeid zijn 
ook hier te vinden voor den uitgever, die zijn taak opvat met ge- 
weten; die maar niet grasduint in elke richting, onverschillig welke, 
alleen om des lieven blinkenden gelds wille, maar die zich erop 
toelegt, met kennis van toestanden, boeken en ])ersonen, zoov(;el 
mogelijk een uitgever te worden in een bepaalde richting van weten- 
schap of literatuur ; die zich een eigen baan kiest en , toegerust 
met de noodige bekwaamheid en handelsoverleg, kennis en kunst 
zoekt dienst te. doen, met plichtmatige behartiging van eigen be- 
lang te gelijk. Zoo opgevat is de boekhandelaar-uitgever (^n der 
schoonste berotipen in de maatschappelijke samenleving, tïen der 
schoonste, omdat hc^t welzijn van het algemeen aan de persoon- 
lijke welvaart verbonden wordt; omdat geestelijke en stoffelijke 
belangen ineengroeien, en omdat hij, die met geweten dat beroej) 
uitgeoefend heeft, aan het einde van zijn weg de bescheiden 
bevvaistheid mag koesteren, dat zijn leven en streven ook voor dat 
van anderen van eenige wmirde en beteekenis kan geweest zijn. 

Wij herinneren aan twee uitgevers-grafschriften : het eene (zeker 
denkbeeldige, maar meermalen gedrukt): 

Hier ligt een man, die eer hij stierf 
Wel duizend riem papier bedierf; 

en dat andere (ware), benijdenswaardige, op Benjamin Eranklin, 
den beroemden Ajnerikaan, boekdrukker-uitgever en den hervor- 
mer van zijn vaderland: 

The body of 

B. Franklin, Printer. 

Like the Cover of an old Book 

lts Contents torn out 

And stript of its Lettering and Guilding, 



XXX INLEIDING. 

Lies here, Pood for Worms. 
Bilt the Work shall not be lost; 
ïor it will (as he believ'd) appear oncc more, 
Til a new and more elegant Edition, 
Revised and corrected, 
By the Anthor. 

Schier nog meer graden dan in den debiet- handel en in den uit- 
gevers-handel zijn er in het antiquariaat. — ^ Het zijn antiquaren, 
zoo ge wilt , die gij daar , te midden van allerlei soort van uit- 
dragers , ziet zittcni onder het zeil van een boelhuis , vlassende op 
dat gedeelte van den cataloog, dat onder den inboedel de rubriek: 
„Bt>^ken, Prenten en Rariteiten^' aanwijst. Het zijn antiquaren, 
die ge op markt of aan den o])en weg ontmoet, achter wagen en 
boekenstal , hun bestoven en onoogelijke koopwaar uitventende 
aan ieder voorbijganger. Het zijn antiquaren , die zich bij u 
aanmelden om de voorkeur bij het opruimen van uw boekenkast, 
en die al die lioopjes verzamelen om er later een veiling van te 
houden. Maar het zijn ook antiquaren, die boekverkoo])ers , die 
in alle lauden de bibliotheken beheersehcn en t;ot wie de ge- 
leerde wereld meer dan tot iemand anders opziet om voor- 
lichting en raad. 

Schrijver dezes herinnert zich, in zijn jonge leerjaren een woord 
te hebben opgevangen van den ouden U. Groebe, een antiquaar 
van groote kennis, maar heel nederig van stand. „Vriendjelief", 
sprak hij hem toe, „vriendjelief, ruim heb ik het nooit gehad 
en zal ik het wel nimmer krijgen. Maar er loopt in heel Am- 
sterdam, buiten den burgemeester, niemand, die door geleerden 
en geletterden met zooveel onderscheiding gegroet wordt als ik. 
Want als bibliothecaris en antiquaar moeten zij voor een groot 
deel van mij leven , al leef ik ook nog zoo sobertjes van hen." 

Was dat een uitspraak omstreeks het jaar 1835, later tijden 



INLEIDING. XXXT 



vooral — ofschoon dat ook wel vroeger bij sommigen plaats had — 
gaven tot zulk een verzuchting minder reden. De oude boekhandel , 
door kundige hoofden en wakkere handen gedreven , gaf al meer 
en meer aanleiding tot eervolle onderscheiding, maar tot overvloe- 
dige middelen van bestaan evenzeer. 

Men begon gaandeweg in te zien, dat de handel in oude boeken 
en het houden van veilingen een vak was dat ernstige voorstudie 
vereischte, een vak dat voordeelen opleverde naar mate het weten- 
schappelijker beoefend werd. ïirma's als die van S. & J. Luchtmans te 
Leiden bovenal , van J. Altheer en Kemink & Zoon te Utreclit, W. 
van Boekeren te Groningen, D. Groebe en Jac. Radink te Am- 
sterdam, J. C. L. Jacob en W. P. van Stocknm t« 's Gravenhage , 
J. van Baaien k Zn. t^^ Rotterdam, Is. An. Nijhofï' te Arnhem, 
hadden reeds vroeger een bibliographischen naam gemaakt en 
gingen na 1830 voort haar roem op dat gebied te handhaven. 
Maar de man, die in onzen tijd in het auctie-wezen en in het 
antiquariaat een hervorming bracht, en niet alleen vakgenooten, 
maar het gansche letterkundig publiek tot warmte wekt-e voor den 
wet-enschappelijken handel in oudere boeken , was zonder twijfel 
Erederik Muller, die van zijn vestiging in 184-3 af tot aan zijn 
dood in 1881 toe zich den vurigen kam])ioen betoonde voor liet 
vak, dat hij met heel zijn hart liefhad. Niemand besefte inniger 
dan hij , dat de antiquarische boekhandel hem niet alleen een 
stoffelijke winst moest opleveren uitgetrokken in cijfers, heden 
zooveel en morgen misschien het dubbele ; maar tevens , hoe zijn 
eigen beschaving, zijn lievelingsstudiën, letteren en geschiedenis, er 
dagelijks evenzeer bij groeien zouden, als hij, beter dan door eenzij- 
dige historische handboeken, kennis makende met dien onafzienbaren 
schat van papieren getuigen , gaandeweg een overzicht zou krijgen , 
niet zoozeer hoe de eene staatkunde de andere had verschalkt, 
hoe vorsten en volken de zwaarden hadden gekruist, hoeveel 
schatten er verschoten en hoeveel menschenlevens er waren ver- 



XXXIl INLEIDING. 

nield op het bloedige veld dat meii het veld van eqr gelieft te 
noemen ; maar hoe het werk des vredes , de gang der beschaving, 
vrij wat nobeler gedc^nkteekenen had nagelaten , die evenzeer tot de 
historie behooren en er een veel hooger j)]aats waardig zijn. ()j) 
te sporen en na te gaan, hoe de menschelijke geest zich had uit- 
gesproken in de onderscheidene richtingen van wetenschaj) en 
kunst; de ontwikkeling en de vruchten te bespieden van het 
onderzoeken en het denken; nu eens getuige te zijn van den 
kalmen arbeid der studeerkamers in den tijd van gelukkige rust; 
dan weder zich verjJaatst te zien in de opgewonden oj)bnnsing 
van maatschap])elijke woelingen; de lijnen te volgen, waarin, langs 
de staatkunde heen of met haar verbonden , kunsten en weten- 
scha])pen zicli hadden afgeteekend; dag aan dag als het ware om 
te gaan met de denkers, de gehuTden, de vernuften van ver- 
schillenden natiën en eeuwen : in gedachte omringd te. zijn van de 
groote mannen op ieder gebied en uit elk tijdvak : in een woord 
boekenkeimis , bibliographie , te bezigen als de geologie van de 
maatschappelijke geschiedenis en van den menschel ijken vooruitgang: 
dat vooruitzicht lokte», den jongen anti(piaar zeker even verleidend 
aan als de hoop op stoffel ijken zegen. 

En die voorliefde kweekte hij niet alleen aan bij zich zelv', 
maar hij wist haar evenzeer over te planten bij anderen, bovenal bij 
zijn leerlingen. Ook had deze ernstige toeleg zijn velerlei streeleu(h» 
voldoening Naarmate Muller zich als bibliograaf naam maakte, 
werd hij ook de vraagbaak van binnen- en buitenlandsche geleer- 
den omtrent oudere en nieuwere boeken die zij noodig hadden. 
Het catjdogiseeren en verkooj)en van de kostbaarste bibliotheken 
werd bij voorkeur aan zijn zorg toevertrouwd , en de wijs waarop 
hij zich van die taak kweet vestigde zijn roem. Zijn eigen roem niet 
alleen. Wat Muller deed wekte naijver en navolging bij anderen. 
Het vroeger eenigszins miskende antiquariaat werd ook hier te 
lande weder de handelsrichtiug, waaraan de bekwaamste mannen van 



TNLEiniNa. XXXITT 



het vak zich bij voorkeur gingen toewijden, f Iet verkoopen van 
bibliotheken ging uit de handen van velen in die van een kleiner 
aantal meerbevoegden over. De verzamelingen, of liever de op- 
stapeling van oude boeken op zolders en in pakhuizen verplaatsten 
zich naar magazijnen gelijkvloers en toonden zich aan de gevels 
met een zekere fierheid, door de uitstalling van verweerde titel- 
bladen en verouderde bandeii. De antiquaren werden in zekeren 
zin zelve historieschrijvers en leverden door hun systematische 
boekenlijsten op ieder gebied van kennis en kunst belangrijke 
bijdragen tot de geschiedenis der letterkunde en der beschaving. 
De bibliographie werd een op zicli zelf staand vak , dat zich aan 
de wetenschap aansloot. Door haar overzicliten over het verledene , 
naar vaste lijnen en in bepaalde richting, baande zij het pad voor 
elke studie. Door het bijeengaren en beschrijven, zelfs van het 
kleinste en onaanzienlijkste, gaf zij liet wetensclmppelijk en maat- 
schappelijk leven en streven van vervlogen tijd met ])hotographische 
getrouwheid terug. Het antiquariaat rees met elk jaar in belang- 
rijkheid en aanzien. Naast de reeds genoemde oudere firma's , 
of haar opvolgers, vestigden zich die van Mart. Nijhofl', E. J. 
Brill , J. L. Beijers , T. de Bruijn, J. W. van Leeuwen, 
R. W. P. de Vries, A. Eeltjes, P. Gouda Quint, die 
zich voornamelijk op wetenschappelijke boekeuveilingen en op den 
ouden handel toelegden. Door het zamelen van boeken en 
geschriften betreflende een bepaald vak , of eenig onderdeel daar- 
van, en door de ruime verspreiding van magazijnlijsten kreeg de 
antiquarische handel veel breeder omvang dan ooit te voren. Hij 
stelde zich in verbinding met buitenlandsche firma's, bibliotheken 
en boekenverzamelaars , kocht, verkocht en ruilde over en weer, ei i 
opende daardoor allerlei wegen tot een zich steeds uitbreidend debiet. 
Van Frederik Muller, bij voorbeeld, is het bekend, hoe hij voorde 
keizerlijke bibliotheek te Petersburg alles bijeenbracht wat hier 
te lande betreflende Rusland gedrukt was; hoe hij alles opspoorde, 

III 



XXXIV INLEIDING. 

en duur verkocht, wat in betrekking stond tot onze oude rei/en, 
de vestiging van onze koloniën, onze geschriften, kaarten en 
platen over Amerika ; hoe hij aan het Britsch museum een uit- 
gebreide verzameling leverde van Hollandsche letterkunde, een 
merkwaardig geheel van jansenistische theologie en een aanzienlijk 
getal Nederlandsclie spotprenten over Engelands geschiedenis; hoe 
hij de bibliotheek van het observatorium te Pulkawa voorzag van 
oude Hollandsche astronomische en mathematische werken; hoe 
hij een zeldzame massa Hebreeuwsche en Joodsche boeken een 
plaats wist te bezorgen in de bibliotheek der groote synagoge te 
New York; hoe de boekerij der Surgeon-generaFs oifice te Wash- 
ington van hem ontving een bijna volledige verzameling van 
Nederlandsche medische literatuur; hoe hij aan een andere bibli- 
otheek in de Vereenigde staten een collectie leverde van ruim 
tien duizend theologische dissertatiën. Voeg daarbij zijn verza- 
meling van meer dan dertig duizend vlugschriften, die van zeven 
duizend portretten van Nederlanders, die van ruim twaalfduizend 
Nederlandsche historieprenten ; zijn magazijn-catalogen over Neder- 
landsche geschiedenis en plaatsbeschrijving, van Grieksche en La- 
tijnsche schrijvers, van wis- en natuurkundige wetenschappen , van 
algemeene en Europeesche geschiedenis, van allerlei vakken van 
letterkunde en kunst , enz. enz. , die hij verspreidde over heel 
Europa en Amerika naar alle bibliotheken, vakgenooten en ge- 
leerden: dan behoeft het geen verder betoog, hoe de uitbrei- 
ding van onze handelsbetrekkingen met het buitenland in den 
laatsten tijd veld won. Geen wonder dan ook , dat Muller's 
voorbeeld oude warmte aanblies en nieuwe opwekte. Üe be- 
roemde firma Luchtmans te Ticiden had in E. J. BriU een 
waardig opvolger gekregen , die de oude traditiën van zijn eer- 
waardig handelshuis ijverig handhaafde; Mart. Nijhofl te 's Gra- 
venhage, jonger spruit uit een gevierden wetenschappel ijken han- 
delsstam en MuUer's meestgeliefde kweekeling, volgde eervol het 



INLEIDING. XXXV 

spoor van zyn leermeester en baande zich nieuwe en eigene paden 
op het uitgestrekte wereldterrein; al de bovenvermelde firma's, meer 
of minder, breidden van lieverlee haar vertakkingen uit in binnen- 
en buitenland. De antiquarische handel , de eigenlijke , raeestbe- 
geerlijke, hart- en geest verkwik kende boekhandel, trad in betee- 
kenis en waardeering weer op den voorgrond. Als van ouds werd 
de boekverkooper weer de vraagbaak en vriend van den geleerde, 
die hem raadpleegde omtrent de bronnen die hij voor zijn studie 
noodig had; werd het mfigazijn van den antiquaar de plsiiits van 
ontmoeting voor mannen van wetenscha]) en letteren. Het begon 
op nieuw te blijken, hoe de boekverkooper het in zijn macht 
heeft iets te beteekenen, naar gelang hij door kunde en bekwajim- 
heid zich zelf weet te verheffen: hoe Inj een beroej) drijft, dat in 
de maatschappij wat waard is. 

Wij hopen ons niet aan al te groot<ï grootspraak te hebben 
bezondigd , als wij de waarde van het boekhandelsbedrijf in zijn 
drieledige splitsing wat hoog hebben opgenomen , wat zijn aard 
en invloed betreft. Wij takelen dadelijk M'at af, waar wij het 
beschouwen als' een vak van eigenlijken handel. Wat den omzet 
van geldswaarde aangaat, durven w^ij ons met andere vakken in 
de verte niet meten. Wij erkennen volmondig hoe boekverkoo- 
pers in ons kleine land , met onze zoo weinig gangbare taal , 
onder den handelsstand in het algemeen eeri eigenaardig, een 
hoogstbescheiden plekje innemen, een ])lekje in den achterhoek, 
een plekje haast zouden wij zeggen voor den verscho veling. De 
boekhandel is schier nog de eenige, die aan het gildewezen van 
van ouds herinnert, en die dit karakter moeielijk zou kunnen 
prijs geven. Worden wij er niet als van zelv' toe gedrongen? 
Zij, die andere vakken van koopmanschap drijven; die zich be- 
wegen op de beurs en in haar prijscouranten; die een onbeperkte 
ruimte tot hun terrein hebben; die kapitalen in omloop brengen 



XXXVI TNLKrnTNG. 



waar wij tegen opzien: zij halen de schouders op, wanneer boek- 
verkoopers over den handel meepraten. Wat hebben zij, anderen, 
tocli veel uitgestrekter terrein, geheel andere gezichtspunten, veel 
vrijer bewegingen en ruimer spel van winsten ! Wat gaan den boek- 
handel in den regel speculatiën aan op weder en wind, op staat- 
kundige berekeningen en kansen, op de rijzing en daling der 
groote geldmarkt? Hoe weinig heeft hij in te brengen, waar 
van algemeene haiidels-operatiën , van scheepvaart, makelaardij, 
wisselkoersen, en wat niet al, spraak is. En hoe vreemd ziet men 
daarentegen op, als de koopman in boeken een woord rept van 
kopijrecht of van zijn correspondentiewezen! Voor den debitant, 
hoe aanzienlijk ook, is hij ten minste geen antiquaar, beperkt 
zich zijn handelsgebied meestal tot de singels zijner woonstad, en 
voor den uitgever , in het vak nog zoogenoemd groothandelaar , 
heeft de kaart van Nederland onoverkomelijke grenzen. 

Maar bovendien: boekverkoopers , onder elkander, hebben een 
geheel onderscheiden huishouding. Zij leven onder een eigen 
landswet, bij uitzondering ten hunnen behoeve gemaakt. Hebben 
zi] onderlinge geschillen te verefl'enen door de rechterlijke macht, 
welke rechtbank, welk praktizijn, welk scheidsman weet den weg in 
hun zoo gansch eigenaardige eigendomsbegrip])en , in hun gewoonten, 
in hun boekhouderij ? Inderdaad, alle andere redenen tot inge- 
nomenheid en voorliefde daargelaten, oj) het gebied van den han- 
del is onze Hollandsche boekhandel in menig opzicht een stiefkind. 

Maar zoo, buiten den gewonen kring staande en hier en daar 
aan zich zelven overgelaten, hadden boekhandelaren het des te 
noodiger, zich zelve te redden en in eigen boezem te zoeken wat zij 
elders vergeefs zouden trachten te vinden. Sinds de vroegere lands- 
wet (gedurende langer dan zestig jaren onze regeerder!) in weer- 
wil van allerlei veranderde en verouderde toestanden voor hun veilig- 
heid al te veel leemten bleek te hebben , bracht het beginsel van 
eigen hulp, reeds dadelijk bij het in werking treden dier wet, 



INLEIDING. XXXVIT 



een bekend drietal eerwaardige voorgangers tot het plan, en van 
het plan tot de daad, om een bond van beroepsgenooten , een 
Vereeniging, in het leven te roepen, die een eigen onderlinge 
wet zon vaststellen, een eigen rechtbank zou vormen, een eigen 
toezicht zon honden op de bevordering der boekhandelaars-belangen, 
volgens hnn eigen beginselen van recht, goede trouw en welbe- 
grepen handelsvrijheid. Sinds hebben zij zich voo/ hun afzonde- 
ring schadeloos gesteld. Getrouw aan haar doel, heeft die Ver- 
eeniging een wakend oog op aller belangen gehouden. Waar ge- 
vaar van buiten dreigde, heeft zij getracht dit te keeren of t-e 
verminderen. Waar het noodig was, zijn voor- of nadc^el te be- 
toogen in betrekking tot eigen land en buitenland, heeft zij 
zich — en hoe menigmaal — vrijmoedig in naam van den ge- 
heelen boekhandel gewend tot onze hooge regeering. Waar ge- 
schillen rezen, heeft zij gepoogd die langs minnelijken weg bij 
te leggen, of, indien het zaken van ernstiger aard betrof, de 
voorlichting gezocht van een eigen rechtsgeleerde, die zich ten 
haren behoeve en door langdurige praktijk met haar belangen en 
met den loop der gebeurtenissen vertrouwd had gemaakt. En wat 
de huishoudelijke inrichting van den boekhandel aangaat , daarin 
heeft zij hervormingen tot stand gebracht, die in onze dagen 
niet genoeg te waardeeren zijn. De praktische werking en de 
zedelijke invloed dier Vereeniging hebben hun verdiensten in een 
reeks van feiten, die in zeer nauw verband staan met de belan- 
gen onzer geheele maatschappij. 

Onze boeken , onze handel , onze handelaars , onze handelsbond : 
zij hebben hun geschiedenis. 

[n Tl. van der Meulen's voortreflelijk handboek Boekhandel en 
BifdiograpJne ^ een boek^ dat ieder jong boekverkooper bezitten 
moet en wel driemaal mag overlezen, wordt een beknopt geschied- 
kundig overzicht gegeven van de wording en den vooruitgang 



XXXVTII INLEIDING. 



van den boekhandel vooral hier te lande. In zijn bestek alleen 
maar ruimte hebbende voor een breede schets, heeft de schrijver 
daarin niettemin overvloedige aanleiding gelegd om te doen zien , 
hoe belangrijk een onderzoek op uitgebreider schaal zou wezen. 
Tot uu toe leven wij daaromtrent alleen nog maar bij aanteeke- 
ningen of korte, verbrokkelde opstellen. Pirma's als die van 
Gom. Claesz., de Elzevier's, de Blaeu's, de Waesberghe's , de 
Wetstein's, Tirion, Rey, P. van der Aa, de Luchtmans\ de 
Enschedé's, Lnzac en zooveel anderen, hebben ontegensprekelijk 
haar niet gering aandeel gehad in den bloeitijd onzer 17e en I8e 
eeuwen. Wat zij en hun boeken daaraan toegebracht hebben, zou 
wel waard zijn wat nauwkeuriger te worden aangewezen. Boeken zijn 
blijvende spiegels van hun tijd; boekverkoopers zijn de personen 
die de geest des tijds te hulp roept om zich te uiten. — Niet voor- 
bijgezien mag daarbij worden , dat de boekhandel al meer en meer 
een plaats en een invloed heeft gekregen, naar gelang hij zich uii>- 
breidde en tet een aaneengesloten geheel, tot een afzonderlijk, zelf- 
standig handelsvak werd , dat , vroeger onder de gilden met andere 
vakken versmolten, in later dagen een eigenaardig samenstel en 
karakter aannam. Eerst in onze eeuw trad hij op die wijs op. 

Dat gebeurde vooral na de wording van ons koningschap en de 
herleving van Holland als zelfstandig volk. Waar van der Meulen's 
beknopt overzicht eindigt, met de vestiging en de eerste jaren 
onzer Vereeniging, opent zich een nieuw terrein, dat uitvoeriger 
beschouwing verdient, en dat wij ons tot taak gesteld hebben 
in onderscheiden richting na te gaan. 



1830 tot 1839. 



BOEKENLIJSTEN. 



Bij deze boekenlijsten worde iii het oog gehouden, dat zij 
volstrekt geen aanspraak maken op eenige de minste bibliogra- 
phische beteekenis. Evenmin op volledigheid. Ook kunnen zij 
wat indeeling van titels betreft stof tot aanmerking geven. 

Het doel was niet« anders en niets meer, dan als kenschets van 
den tijd een overzicht te geven van hetgeen er in verschillende vak- 
ken van wetenschap en letteren gedurende elk tienjarig tijdperk 
meest belangrijks uitkwam. 

Bij die keus moest een grens worden aangenomen en tal van 
kleinere geschiiften , hoe groot van verdienste wellicht, buiten 
vermelding blijven. Hier was meer met handelswaarde rekening 
te houden ; gewicht van inhoud lag buiten beoordeeling. Zoo 
vielen van zelf de goedkoope schoolboekjes buiten het perk ; een 
vak van literatuur, dat een afzonderlijke behandeling overwaard, 
maar hier slechts in het voorbijgaan aangeraakt is. Evenzoo het 
tooneel. En andere afdeelingen van letterkunde, die zich meest 
in boekjes van geringer omvang uiten. 

Tot eenige verschooning van al zijn bibliologi^che zonden — 
men neme dit klinkend bij voegelijknaam woord voor een heel 
eenvoudige zaak niet te hoog op! — heeft de opsteller met alle 
bescheidenheid te wijzen op de gebrekkige middelen, die hem 
ten dienst stonden. Hij heeft zich , vooral wat vroegeren tijd 

1* 



•i BOEK KNLT.1 STEN. 

aangaat , moeten behelpen met boekenlijsten , die , hoe verdienste- 
lijk ook voor hun dagen , niet veel meer dan algemeene opgaven 
waren, zonder stelselmatige indeeling. Waar hij met veel ge- 
duld titels moest bijeenzameleu en groepeeren, meent hij wel 
een klein weinig aanspraak te mogen maken op toegevendheid 
voor hetgeen hem ontsnapt of door hem misplaatst is. 

Eerst na het afwerken verscheen van der Meulen s Naamlijst 
van 1850 — 1882. Aan het vergelijken van dezen zoo verdien- 
stelijken cataloog dankt hij nog menige aanvulling, al heeft hij 
tegen den ontzettenden arbeid o])gezien, dien w^êr titel voor 
titel na te gaan. 

Van de voornaamste uitgaven worden de prijzen vermeld. 

Wordt men onder de verschillende opgaven soms door menig 
onvoornaam boek verrast, dan bedenke men, dat bij een verge- 
lijkend overzicht ook de hoeveelheid eenige aandacht verdient. 

Hier en daar zijn aanteekeningen van onderscheiden aard bij 
de titels gevoegd. Voor de geschiedenis hebben zulke mededee- 
lingen haar waarde. Oorspronkelijk was liet oogmerk geweest, 
daaraan veel grooter ruimte te wijden en zoodoende een bijdrage 
te leveren tot de boekenhistorie , die een eigenaardig belang lieeft. 
Maar de rampzalige scheurwoede Imd meestal prospectussen en 
circulaires, die zoo te pas hadden kunnen komen, vernietigd. En 
op medewerking van den boekhandel door eigen mededeelingen 
viel niet te roemen. In dit opzicht wordt dus maar brokwerk 
geleverd. Een stille hoop wordt gekoesterd, dat van lieverlee 
iedereen moge komen aandragen met het zijne en het nederlegge 
in de verzameling van ons Repertorium, Het gebrekkige, dat 
hier gegeven wordt, vinde daar — al zij het zijn beschamende — 
verbetering en aanvulling. 



BOEKENLIJSTEN. 5 

Rechts- en Staatswetenschap. 

De uitgaven i op rechtsgeleerd eii staatkundig gebied zijn be- 
trekkelijk nog weinig in getal. Zij bestaan voor het meerendeel 
in verzamelwerken en handboeken ten belioeve van ambtenaren. 
Sinds het Koninklijk besluit van IS Juni 1829 betreftende de 
vrijlating voor den boekhandel van de uitgaaf der Xederlandsche 
wetboeken , zes maanden na de oflicieele verschijning , maakten , 
het spreekt van zelf, onderscheidene firma's van dat recht ge- 
bruik en overlaadden het publiek met wetboeken van allerlei vorm 
en prijs; een wedstrijd , die in 1838 door de invoering der nieuwe 
wetboeken op nieuw begon, vooral tusschen de firma's Beijerinck , 
Joh. Noman & Zu., Meijer Warnars, Elix & C° en van Kesteren. 

De belangrijkste handelsondernemingen even voor of in dit 
tijdperk waren: van Ham els veld, Nechrl. Pandecfen en Gewijs- 
den^ — Brouwer (later van v. Dorp en Dijckmeester) , Bijvoeg- 
sel tot het Sfaaishlad (2e druk 1813—55 69.60), — Lutten- 
berg, F^erz. van Wetten en Besluiten^ van 1813 af met de 5?//j^/(9- 
ment-en^ — Luttenberg, Placcaatboek 16.20, — Van Hasselt, 
Verzameling van Wetten 67.20, — Portuyn en van de Poll, 
Fransche en Vadert, wetten , te samen 29.05 , — Voorduin , Ge- 
schied. der Nederl. Wetgeving 72.85 (uitgegeven voor rekening 
van den schrijver) , — Van Houten , De Ned. Burg. Wetge- 
ving 28.50, — Vaillant, Handh, v. d, Amljteiiaar Burg. stand 
5.25 (2e druk 18i3), — De Wal, Wijsgeerlg liegt 4.80, — 
Wttewaal , Bijdragen ^taathmhoudkunde 5.80, — Thorbecke, 
Aanteek. op de Grondwet 3.90 (2e druk 1843)2 — de Pinto , 
Bnrg, Wetboek 7.— (3e druk 1849, 4e 1860, 5e 1879), — ; 



* Het jaar en de prijs der werken zijn bij den (wnvcnuj van de uitgaaf 
aangegeven. 

' Dit was het eei'ste stiiatkundige werk, waarmet'' Thorbecke, in 1839, 



6 BOEKENLIJSTEN. 

de behandeling van verschillende wetboeken door Asser, van 
Honten , van Hall, v. d. Honert, de Bosch Keraper, Lipman 
e. a.; — Dwars, Handb. voor Notarissen 4.50 (2e druk 1S41), — 
Loke, Handb, voor Not^risse^i 4.50 (2e druk 1854), - Mabé, 
Handb. voor Nof-arissen 4.50 (3e druk, met de Vries, 1S44, 
4e 184S). 

Ook vestigen zich als tijdschriften: den ïex en van Hall , Ned. 
Jaarboeken (lat«r herdoopt in Regtsgeleerde Bijdragen) met daaraan 
verbonden Regtsgeherd Bijblad (1839) i, — Hei Regt in Nederland 
(1837—1849) , — Het Weekblad v. L Regt (1839)2, __ fhemis. 



optrad. Mr. Olivier zegt er van in zijn Z/eW/iHL'Wm/cn: » Het boek werkte 
als een scliot, gelost in een slapend woud. Men vloog vei'schrikt uit den 
slaap op; men vroeg wat er te doen was? Waarom er geschoten was? 
En wie die vermetelde sclmlter was, die ons zoo ter ongelegener tijd in 
onze zoete rust kwam storen?" 

* De Sederliuulsche Jivn^bocJten dagteekenen eigenlijk van IStiG. Zij 
versohenen toen onder den titel Bijdraxjen lot Regtsi/eleerdheid en Wct- 
(fcvintj^ verzameld en uitgegeven door Mr. C. A. den Tex en Mr. J. 
van Hall. Met 1839 werden zij Nederlnudsehe Jaarboeken. Een nieuwe 
vemndering had in 1851 plaats, toen het tijdschrift Sicuive Bijdragen 
werd. 

De RediU-teurs wai-en : 

Van 18!2(>— 53 C. A. den Tex en J. van Ihill. 
» 1854 — 58 J. van Hall en H. J. Lintelo de (leer. 
» 1859 — 72 B. J. L. de Geer en Honeval Faure. 
» 1871^ — 74 B. J. L. de Geer en .). A. Fi'uin. 

» 1875 — B. J. L. de Geer, .1. A. P'ruin. A. F. L. Gregory en S. 
1. Hingst. 
Het Vjij de Bijdratjen belioorende Retjtsffeleerd Bijhlad verscheen van 
1839 at' onder denzelfden titel. 

* Het Weekblad van hel Ber/l werd in 18{^9 opgericht door de drie 
gebroeders Belinfante en hun vriend David Leon. Alle vier (twee dei* Be- 
linfantes waren de uitgevers) Iiadden zich, voor bijzaak, te 'sGi-aven- 
hage ner'i'gezet als verslaggc\ ers van vergaderingen, ojjenbare zittingen 
enz., ten V)ehoeve ^an couranten en tijdschriften. In die betrekking be- 



BOEKENLIJSTEN. 



Reghk. Tijihchrift^^ — Periodiek Woordenboek v. RetjiM ratte ^ 
Zegel en Ilypof heken (18£9 — (58), — Regtsk. Tijdschrift o, h. 
Nofarisamèt (IH'i'i — 41); terwijl Groen van Prinsterer zijn Neder- 
la?i(hche Gedachten^ zijn Beschouw ing e?i over Sfaatsregt (later 
vervolgd door zijn Adviezen in de 'Ze Kamer) , Kemper zijn 
Staatkundige Geschriften^ den Tex zijn Encyclopedia Jarisprude7i'- 
tiae^ Brocx en C. Stuart hxui Nederl Regfspraak {very. door AeGiy 
zelaar), en v. d. Honert zijn Arrest-en van dmi H. flao// aanvangen. ^ 
Voort*» verschijnen het Jaarboekje voor Ambtenaren der Directe 
Belastingeyi ^ begonnen in 1883, en het Jaarboekje mor de Regier- 
lij ke Magt^ begonnen in 188S. 



zochten zij ook gerecreld de zittinu^en der jrerechtishoven en bewerkten zij 
verslagen van belangrijke rechtsge<lingen. Dit bracht hen, bij de invoe- 
ring der nieuwe wetboeken, in 1839, op het denkbeeld een weekblad uit 
te geven, waarin die vei-schil lende vei-slagen konden worden o})genonien. 
Deze vier jongelieden, vei*slaggevers en uitgeveis van beroep, richtten het 
f^rekhlad van het Regt op, dat al aanstonds gi'ooten bijval vond. Toch 
meenden zij zich niet een be()aald rechtsgeleerde, als man van gezag, 
te moeten vensterken en wendden zij zich al spoedig tot Mr. A. dePinto, 
aan wien zij de hoofdredactie en het inede-eigenaai-scha}) van het blad 
opdroegen. Deze nam het dubbele aanbod luin en bleef aan het weekblad 
tot zijn dood toe verbonden. Het viertal oprichters bleef zijn trouwe 
medewerkei*s. Na het overlijden van Mr. de Pinto trad Mr. G. Bel infante 
in i878 in diens plaats. 

* Themis wei-d in 1839 opgericht onder leiding \an Min. D. H. Levys- 
sohn, A. de Pinto en N. Oliviei', waarcum zich later mmsloten Mrs. G. 
M. van der Linden, Jhr. J. de Witte van Citters en J. Kai)peyne van de 
Copj)ello. Deze redactie heeft later haar taak aiin jongere rechtsgeleenlen 
overgedragen. Thans zijn met de leiding van Themis belast de HH. Mrs. 
A. Heemskerk, J. Baron d'Aulnis de Bourouill, M. de Pinto, J. P. Moltzer 
en M. Th. Goudsmit. 

* Van laatstgenoemd werk verschenen tusschen 1839 — 57 ruim 80 
deelen bij Gebr. Diederichs; zij kostten 1308.80; de latere jaargangen , door 
d' Engel bronner, bij H. C. Smits, 14.40 j)er jaar. 



8 BOEKENLIJSTEN. 

Genees- en Heelkunde. 

Nu beide studievakkeu , die vroeger afzouderlijk beoefeud en in 
praktijk gebracht werden, al meer en meer samengesmolten zijn, 
kunnen hun titels veilig naast elkander genoemd worden. Om 
in het oog te doen vallen, hoeveel daarin aan liet buitenland 
ontleend is , worden eerst de oorspronkelijke en daarna de ver- 
taalde werken opgegeven. Omtrent deze laatst^n dient opgemerkt, 
dat zij doorgaans door bekw^ame wetenschappelijke mannen , onder 
vermelding van hun namen, bewerkt werden en daardoor niet 
zelden aanwonnen in degelijkheid en gezag. De namen dier 
overbrengers zijn kortheidshalve hier niet vermeld. 

Van omstreeks 1834 — 39 waren de voornaamste oorspronke- 
lijke werken : Sebastian , Physilogia gmeralis^ — van Onsenoort , 
Operafive Heelkmidi 20 — , Tilanus , Schets der Heelkunde^ — 
Plagge, Pathologie en Therapie 15. — , Jacobson , Leer der 
breuken , — van Epen , Le&r der verbanden , — de Vriese , 
Kennis der Geneesrriiddelleer 2(K50 , — de Vriese, Flanienhmde 
voor Apothekers en Artse7i , — Vosmaer , Apothekers Woordenboek 
14.80, — Plagge, De Pharr/iacopaea verklaard 4. — , van de 
Water, Leer der Gefieesmiddeleri 3e druk 5. — , Pruys van der 
Hoeven , De Arte medica 16 80, — Sebastian , Element a Phy- 
siologiae 3.60, — Mulder, Tabulae Fasorufn 3 20, — van 
Geuns, Moerasziekte/i 4. — , Sebastian, Natraurkunde van den 
mensch 3.60, — Buchner, Huidziekten 5.80, — Buchner , Ge- 
neeskundig Handboek 29.35. 

Vertaalde werken: Conradi , Pathologie en Therapie 15. — , 
Chelius, Leerboek der //<?e^^ww^ 2e druk 2 1 . — , Edwards, P/aaY-,»- 
beschrijvend-e en heelk. Ontleedkunde 5.50 , — Tittmann , Leerb. 
der Heelkwnde 4e druk, — Most, Woorde^iboek der Heel- en 
Verloskunde 33.40, — Richerand, Natuurkunde van den wensch 
3e druk 12.80, — Maygrier , Afbeeldingen nit de Verloshmd^ 



BOEKENLIJSTEN. 



13. £0 (iiaar de Duitsche uitgaf van voii Siebold), — Ott, 
Heelkundige VerbanMeer 14.— -, Lauth , Practische Ontleedkunde 
13.50, — Hufeland , Enchiridlon medicum 10.50, — Geiger , 
Artsenij bereiAkwide 15.40, — Naegele, Verloskunde voor Vroed- 
vrouwen 5.90, — Velpeau, Ov&r het trepatieren ^ - Walther, 
Stelsel der Heelhinds 4.80, — Bell, Het zenuwstehel 4.90, — 
Bell, De mensckelijhe hand 3. — , Jörg , Kinderziekfen 9.30, — 
Puchell, Het aderensfeUel ^ — Ricord , Geneeswijze der SyphiUs^ — 
Cooper, Voorlezingeti over Heelkunde 29 20, — Cloquet , Oni- 
leedkmidïge Atlas 7 60, — Fritze , Afbeeldingen van heelkundige 
kunstbede er kingen 5.80. 

In 1836 een aantal brochures voor en te^en Hahnemamfs 
homoöpathische geneesleer. 

Een aantal genees- en heelkundige verhandelingen verschenen van 
1833 afin de Werken van het Kon. Ned. histituut ^ die niet van den 
boekhandel uitgingen. Evenzoo in die van \i^i Zeeuwsch Genootschap. 

Van tijdschriften bestonden er, of werden opgericht : Prae/eW* 
Tijdschrift voor de Geneeskunde in al haren omvang , verzameld 
door MoU en van Eldik 7.20 (1820—56), — J esculaap. Tijd- 
schrift voor Genees- Heel- en Verloskunde (1835 — 36, vijf kwar- 
talen). In 1837 eindigde Hippocraies. Magazijn voor Genees- 
kunde. (Het besloeg 8 deelen) , — Tijdschrift voor Genees- Heel- 
Verlos- Schei- en Natuurkundige Wetenschappen , uitgegeven door 
het Genootschap Vis unita fortwr (1837 — 47), — Ned^rlandsch 
Lancet^ Tijdschrift voor Chirurgie ew Oogheelkunde. Red. van 
Onsenoort 7.65 (begonnen in 1838), — Boerhaave ^ Tijdschrift 
voor Genees- Heel- Verlos- en Art^sefiijmeng kunde ^ door v. d. Ka- 
steele, Holtrop e. a. 4.— (1838—49). 

Natuur- en Werktuigkunde. 

Scheikunde. 
Mulder, Natuur- en Scheikundig Archief 12.30, — Van der 



10 BOEKENLIJSTEN. 

Boon Mesch, Leerboek der Scheikunde 15.85, — Mulder, Schei- 
kundige Werktuig kmide 16.80, — Meijlink, Beginselen d&r Schei- 
kunde 2.75 , — Berzelius , Leerboek der Scheihmde (vertaald) 
59.50, — Rosé, Atialytische Scheikunde (vert.) 14.60, — Erd- 
maini, Overzigt der Scheikunde (vert.) H.50. 

Tijdschriften: Nieuwe Schei- , AHsetiijnieng- en Natuurkun- 
dige Biljliöthe<k , verz. door Meijlink 2.40 (1831 — 40), — AV 
tuur- en Scheikundig Archief ^ door G. J. Mulder en W. Wenc- 
kebach , overgegaan in Bulletin des scie?ices phf^siques et naturel- 
les^ par Miquel et Mulder (18:36). 

Ste rrekunde. 
Kaiser, De Komeet van Halley 2.40, — Herscliell, HandL 
tot de Sterrekunde (vert.) 4.20. — Sommer, Taf ereel van het Heelal 
(vert.), 28. — Sommer, Verkort tafereel v. h. Heelal [\^ri.) 4.80. 

Zeevaartkunde. 

Pilaar, Werkdadige Stmirmanskmist Ie druk 13.50, 2e druk 
1879 6.—. 

Wiskunde. 

Van Swinden , Grondbeg. der Meetkunst 2e druk 6.50 , — 
de Gelder, Beg. der Stelkunst 8e druk 6. — , Schroeder, Meetk. 
Bepalingen 2e druk. 

Natuurlijke Historie. 

Anslijn, Jfbeeldinif der Artsenij gewasse^i 95.40, — Kops, 
Flora Batava (begonnen in 1824), — Van Hall, Elem-mit-a bo- 
tanices 2.25, — Miquel, Vergiftige gewassen 2e druk 5.90, — 
Kunth, Handboek der Botanie (vertaald) 6. — , Miquel, Com- 
rnent. de Bidére cubeba 4.20, — Miquel, Commentarii phytogra- 
phici 22.- — , Flora, Jaarboekje voor Bhemenlief hebbers 0.90 
(1888—40). 

Anslijn , Afbeeldingen van Nederl. Bieren 64. — , Anslijn , Sys- 



BOEKENLIJSTEN. 11 

tem. Be^chrljviufi van dn drie rij kot der natuur 15. — , Sepp , 
Nederlrati'hcfie I/tsecten. (Verscliijiit voorüdur»3iid bij aHeveriiigen.) — 
Van der Hoeven, Handboek der Dierkutuie 15. — , Sepp, Suri- 
naantsche Vlinders 240. — , Schinz, Natuurt, Historie der Zoog- 
dieren 4j9.80, — Stuart en Knijper, DeMensch'la druk IS.— i, 
Üilkens, Volmaaktheden van den Schepper 22. — , Sandifort, Tabulae 
Cranorurn 25.50, — Schlegel, Physionomie des Serpens 20. — . 
T ij d s c h r i f t voor Natuurlijke Geschiedenis , Uitgeg. door 
van der Hoeven en de Vriese 9.90 (1834—47). 

Waterbouw- en Wer ktuigkunde. 

Kraijenhott', Hydrographische waarnemingen 6.50 , — Verdam, 
Gronden der Wer ktuigkunde 4-3. — , Bleekrode, Technologie 
n.7b y — Baud , Waterbouwkunde 39. — , Leeghwater , Het Haar' 
lemtnermeer-boek 13e druk 3.30, — Arends, Geschiedenis der 
Watervloeden 10. — , Blanken, Water bouwk. Kerken, 

Bouwkunde. 

Normand, De Vignola der Ambachtslieden (vert.) 2e druk 8. — , 
Hackewitz , Handb. der Bevestigingskunst (vert.) 5. — , Brade, 
Theor. en Prakt. Bouwkunde 30.80. 

Tijdschriften: Tijdschrijt ter bevordering van Nijverheid , 
Uitgeg. door de Ned. Maatsch. v. Nijverheid 6.50 (begonnen in 
1833)^, — Nederlanrl-sch Bouwkundig Magazijn 15. — (1835 — 56). 



* De ie druk, in 1808 uitgegeven, kostte 60. — Als een staaltje hoe 
dergelijke boeken in die dagen koopei*s konden vinden, dient dat Joh. 
Noman & Zn. tot aanmoediging van andere debi tan ten, in het A^t'^/ii'i^ft/f//^/ 
berichtten, dat A. H. Kante te 's Hertogenbosih 35 en H. Pans & Co. 
te Aai'landeineen 16 exx. van dezen 2en druk plaatsten. 

* Dit tijdschrift werd opgericht onder redactie van A. II. van der Boon 
Mesch en Verdam. Het behoort onder de eersten , die zich hier verdienstelijk 
maakten door de toepassing der wetenschaj) op het pi'aktische leven. Prof. 
v. d. Boon Me.sch bleef tot 1872 de hoofdredacteur, toen hij, wegens 
verzwakkende gezondheid, gedwongen was van zijn pleegkind afscheid te 



12 BOEKENLIJSTEN. 

Godsdienst en Wijsbegeerte. 

Van der Palm, Bijbel 4o. (18^5) 47.40, — v. cl, Talm, 
Bijbel V. (l Jeiigd 27.90 (2e druk 1855, 3e 1857) i, — 



nemen. Na hem werd de leiding opgenomen door Genei'aa! F. A. T. 
I)el})i*at. Aan de ontwikkeling en bevordering van onze vaderlandsche 
industiM'e en landbouw heeft het belangrijk medegewerkt 

* Van der Palm's Bijbelvertaling verscheen voor het eerst in 1817, in 
afleveringen. De uitgaaf geschiedde, blijkens het prosjiectus, geheel voor 
rekening van den vertaler, bij de boekhandelaars 1). du Mortier & Zoon, 
in groot 4°, en werd geschat op 200 vel druks, voor drie stuivers het vel. 
Een lijst van inteekenaren zou er vóór geplaatst worden. 

De aanzienlijke oplaag was binnen weinig jaren uitverkocht niet alleen, 
maar — wat wel tot de zeldzaamheden behoort — de exemplaren die los 
kwamen w'erden voor veel meer dan nieuw, zelfs vopr den dubbelen prijs , 
verkocht. Hot bezit van een Bijbel van van der Palm behoorde tot de 
voorrechten. Tot een herdruk der kwarto uitgaaf schijnt de vertaler geen 
moed gehad te hebben. In 1820 verscheen zijn uitgaafin 8°, voor/" 12. — , 
waarin evenwel de Aanteekenimjen voor het grootste deel waren wegge- 
laten. Met die onvolledigheid was het publiek niet tevreden, en zoo 
verschenen die Aanteekemnffoi in 1830 afzonderlijk, berekend op 120 
vel druks, voor 15. — Een uitgaaf van de Apocri/fe Boeken in 4°, later 
ook in 8"^, als supplement op den 4° Bijbel, kwam uit in 1829 voor 7.G5. Op 
aanzoek van Prof. van der Palm bewerkte (ter aanvulling zijner Bijbelver- 
taling) van Senden een Bijhtd-AÜciJS ^ die van 1840 — 44 het licht zag: 11.50. 

Yan der Palm's Bijhei voor de jeugd verscheen in 24 stukken, 25.50. 
Elk stuk had een afzonderlijken titel, en het geheel wilde de schrijver 
beschouwd zien als een verzameling van Bijbelsche tafereelen, te lezen 
door jong en oud. Deze Bijbel maakte zulk een opgimg, dat van 
de verschijning der Ie aflevering (in 1827) tot aan het kompleet zijn 
en zelfs tot aan 's schrijver-s dood in 184^) er steeds een of andere afleve- 
ring ten herdruk onder de pers was. Voordat de 23e en 24e (de laatste) 
afleveringen in 1834 het licht zagen, was het 1 — 6e deel al viermalen 
herdi'ukt. Ook een goedkoope uitgaaf (voor schoolgebruik 8.30) moest 
reeds in 1835 herdrukt worden. 

Van den Bijbel rH)or de jeu f fd verscheen in 1855 een uitgaaf met i>laten 



BOEKEN' LIJSTEN. 13 

Schmidt, Bijbel mor Kiitderen 7.50 (Tn 1S65 verscheen hiervan 
de 5e druk), — Bijbel^ Staten-vertaling (Thieme) 12. — , Preftt- 
bijbel (Gebr. üiederichs) met 1000 houtgravuren, 30. — , Staten- 
bijbel (Hoogkamer & C^.) IS. 40, — Bijbel voor HnMg€zin7ien 
(Erven Doorman) 24.50, — Iluubijbel (Bibliogr. Instituut), met 
platen 4«0. — i , TMther^che Prent bij bel ((iebr. Diederichs). 

Van der Palm, Aantreehenvugmi op den Bijfjel 18. 4-0, — Nie- 
meijer. Karakter kunde van den Bijbel 25. — , van Heusde, De 
Socratische School 12.f)0, — Heringa, Kerkelijke Ba^adgeoer 
17.70, — Muntinghe, Geschiedenis der Mevschheid volgens den 
Bijbel 36. — 2^ — Yan Ileijningen, Handboek der Bijbel sche 
geschiedenis (met 55 platen) 25. — , Weiss, Grofulbeghiselen 
der Zedekunde 6. — , Clarisse, Kncyclo'pedia theologica 8.10, — 
Keith, Verculling der ProfHiëii 6.60 3^ — Timmer, Theor. 
en Prakt, Menschkuvde 5.20, — T\9c\\t\\Aox{ ^ Nicodemns ^ — 
Pfenniger, Joodsche brieven 13. — , Huftell, Het Protestant- 
sche Leeraarsambt 11. — , Van Heusde, Brieven over het 
Hooger onderwijs 3.75, — De Greuve, Antwoord aa7i van 
Heusde 7. — , van der Willigen, Het wezffn des Christe7idoms 
8. — , TJsenbeek, Bijbelsch Handwoordenboek 7.80 , — De Greuve, 
Hei wezen der Wijsbegeerte ^ naar Schmidt 6. — , Bretschneider , 
Godgeleerdheid en Omwenteling 3. — , Stirm , Verdediging des 
Christendoms 5.90, — Uilkens, Paulus de Apostel 6.60, — 
Van Hengel , Comment, in Pauli Kpistohim ad Philippum 3.90 , — 



in 50 afleveringen, voor 55 ets. elk (bij G. B. v. Goor), en in 18.37 een 
volksuitfraaf, voor 9.60, bij denzelfden. 

* Rij dezen Bijbel werd een premieplaat beloofd: De Evangelist Johannes, 
naar Dominichino, gegmveeixl door F. Rahmann (Duitsch werk): waar- 
schijnlijk de eei-ste premieplaat, die hier te lande (in 181^)) w-enl toege- 
zegd ter aanmoediging van inteekenaren. 

■ 3e druk van een werk in ii deelen. De Ie druk verscheen in 1819. 

* De 3e drnk versclieen in 1805. In dezen 3en druk wordt gezegd, dat 



14 BOEKENLIJSTEN. 

van Heusde, Iniüa Philosophiae Plaf^ffiicae 7.50, — van Heiisde, 
CharacterUmi Philosophorum veierum 3.30, — O verdorp , Verhande- 
ling over de Profeliën 14.60, — ^yn^axAs^ Hedendaagsch Kerkregt 
7. — , van Hengel, GescJnedefiis der zedelijke en godsdievsfige bescha- 
vivg 19.20, — Elshoff, Geschiedeièisvan het O, en N. Verb.voorli. C, 
Hnlsgezinnefi 17.80, - Strauss, Het leven van Jezus ^ Ie deel i. 



er van Keith's Profetiën in het ooi-spronkelijke niet minder dan 40 druk- 
ken verschenen. 

* De vertahnjjc van Strau.ss, Das Lebeu Jeau ^ kritisch bcarbeitet^ bij 
prospectus aangekondigd en uitgegeven bij J. H. Bolt te Groningen in 
1839, gaf in den lx)ekhandel en in den heelen lande vrij wat beweging. 
Prof. Hofstede de Groot nam uit die verschijning aanleiding om het pu- 
bliek voor dit »schandelijk boek" te waanjchuwen en den boekhandel te 
dringen tot den verkoop ervan niet te willen medewerken. Dit verzoek 
werd geplaatst in het Nieuivshlad van Juni. De uitgever Bolt kwam 
daar heftig tegen op. Hij beschuldigde den Groninger hoogleeraar van 
bekrompen eenzijdigheid en den boekhandel van kleingeestige beschroomd- 
heid, door de vertaling tegen te houden van een boek, dat in Duitschland 
reeds drie drukken beleefde en welks inhoud in geen enkel opzicht on- 
zedelijk kon geacht worden, al druischte het ook tegen de leerstellige 
begrippen van de protastantsche kerk in. Hij beriep zich op het recht van 
vrijheid van denken en spreken (Grondwet art. 227), op het vroeger ge- 
slacht, dat hier te lande onverlet de wijsgeerige werken drukte die in 
het katholieke Frankrijk verboden werden, en ging te keer tegen de 
flauwhartigheid van een handel, die zich aan banden liet leggen door een 
[»rofe.ssoi"ale grootspraak. De toon van Bolt's schrijven was niet van 
scherpte en bitterheid vrij te jileiten en maakte dan ook dat zijn stuk 
niet in het Nieuivshlad w^erd opgenomen, maar als circulaire in de wereld 
kwam. Nu gingen een aantal stemmen tegen Bolt's verzet op. Theolo- 
ganten en leeken betuigden instemming met het protest van Prof. de 
Groot; boekverkoopers toonden hun verontwaardiging over de verre- 
gaande driastheid van Bolt: advertentiën en brochures verschenen om 
de eer van den Hollandschen boekhandel te handhaven en de goddelooze 
vertaling uit de winkels te verwijderen; één geest van dogmatische prik- 
kelbaarheid maakte zich van alle boekverkoopers meester, en de confrater- 
uitgever wei'd overladen met beschuldigingen van onverstand, ongeloof, 



BOEKENLIJSTEN. 15 

Kleinere geschriften van van Herwerden, Olshuizen, 
Karsten, Scott, Tholuck, Le Roy, Bakker, Royaards. 

Tijdschriften: Godgeleerde Bijdragen 6. — (1827 — 71), te 
samen 44 jaargangen i, — Boekzaal der geleerde wereld 3.60 (1838 — 



waanwijsheid, onbeschaamdheid, heiligschennis. De Yereeniging achtte 
zich zelfs geroepen zich dit feit aan te ti'ekken en haar leden tegen de 
vei*spreiding te waai'schu wen , met dringend verzoek: »niet alleen geene 
inteekenaren op Straiiss, Da^i Lehen /CcVM , aan te nemen , maar tevens alles 
aan te wenden, wat strekken kon, om de verspreiding van dit kwade 
zaad tegen te werken en zoo mogelijk te verhinderen. «Ons gevoelen als 
mensch waarborgt ons, dat UEd. ons gaanie het goede zult heljien l)e- 
vorderen en met ons waken, dat het heiligste en dierbiuu-ste niet aan de 
winzucht van onzen edelen handel worde opgeofferd: maar dtiardoor be- 
schermd en geëerbiedigd." 

Een en ander had ten gevolge, dat de uitgever geen exemplaar meer 
verkocht, vooral toen hij bekend maakte, dat hij, door deze tegenwerking, 
het bij de uitgaaf van het eei*ste deel moest laten. — In 184^3, toen deze 
kopij op een ongebonden auctie kwam, werd zij door het bestuur der 
Yereeniging opgekocht. In een circulaire aan den boekhandel, dato 15 
September, geeft het bestuur kennis: ))dat de voorhanden zijnde exem- 
plaren met het regt van kopij aan de Yereeniging zijn overgegaan, en 
dat dit boek van dit oogenblik af is te beschouwen als buiten den handel 
gesteld." 

Langen tijd werd de voorraad op een zolder bew-aard, totdat de alge- 
meene vergadering der Yereeniging van 1858 uitsprak, dat al de overige 
exemplaren zouden woixlen vernietigd. 

In 1864 verscheen een kompleete veilaling bij de firma R. C. Meijer 
te Am.stei'dam. 

* In het laatste deel van de Godgeleerde Bijdragen, 1871 , wordt het 
staken van dit tijdschrift aangekondigd: »omdat de redactie en uitgevers 
gedurende de laatste jaren de ondersteuning misten voor zulk een uit- 
gave onmisbaar." «Terwijl", leest men er vrij bits, »aan den eenen kant 
de hoofden der moderne partij aan niemand het woord verleenen dan aan 
die haar zijn toegedaan, verrijzen aan de andere zijde tal van periodieke 
werken, die even uitsluitend eene partij-leuze voeren." 



16 BOEKENLIJSTEN. 

63) 1, — Nederlaruhche stemmen en beschouioingen over Gotls- 
dienst, Siani- ^ Geschiedr en Letterkunde 6. — (1834 — ^O) *2, 
Katholieke Nederl. stemmen S.50 (1835 — 51), — Waarheid in 
liefde. Een Godgeleerd tijdschrift voor hescliaafde Christenen 3. — 
(1837 — 73) [Godsd. richting der Groninger school.] 

Stichtelijke leictuur. 

Van der Paiin, Salomo 2e druk 25. — 3^ Egeling, De weg der 
Zaligheid 8e druk 6.60 (Tn 1844 de 10e druk), — Corstius, 



' De ondeugende Braga gaf van da Boekzaal de volgende karakte- 
ristiek : 

«Een goede, doove Best van zeker tachtig lenten, 

Die preekbeurtbriefjes veilt en stooven zet in 't Nut; 

Die kopjes koiïïj lept met bmve proponenten, 
't Halfjarig nieuws herkaauwt, sterk snuift en hieesttijds dut." 

Desniettegenstaande was de Boekzaal een der meest gewilde maand- 
werken onder het protestantsche publiek. 

* Onder red. van I. da Costa, W. de Clercq, H. J. Koenen en A. M. 
C. van Hall. Zij vei*schenen van 1834 — 37 in 4o, van 1838 — 10 in 8o. 

■ Van der Palm begon in 1806 met zijn Jesaiajs, Van zijn Salomo 
verscheen in 1857 de 3e druk. Hij gaf zijn eerste drie bundels Leen'edéj;ie?i 
uit bij Allart, die later in handen kwamen vanBlussé & v. Braam. De vol- 
gende tien zestallen en elf tientallen verschenen bij Du Mortier & Zn. In 
1839 gaf de schrijver aan G. T. N. Suringar zijn wensch te kennen om 
al zijn leen^edenen, waarvan voor een groot deel het kopijrecht aan den 
auteur verbleven was, in een nieuwe uitgaaf te vereenigen. Suringar 
kocht daartoe de kopijen, waarvan het eigendom aan anderen toebehooi*de^ 
op en gaf anderhalf jaar later, in Januari 1841, nadat de schiijver in 
September van het vorige jaar 1840 overleden was, het prospectus uit 
van deze nieuwe uitgaaf, waarvan de gevierde, hoogbejaarde redenaar in 
de laatste dagen zijns levens zelf het plan nog had mogen opmaken. Deze 
uitgaaf bevat 200 leerredenen, te samen in 16 boekdeelen. Zij verechenen 
tusschen 1841 — 4^ en vonden een aanzienlijk debiet — niettegenstaande 
er van sommige bimdels vroeger reeds een 5e druk verschenen was — zoo 
zelfs, dat gedurende de uitgaaf van de drie eerste deelen een herdruk en 
van de overigen een grooter oplaag gevordeixl werd. 



BOEKEN LIJSTEN. 17 

Wanfltl meA God 4.50, — Abbott, Be Hoeküeeii. J. Christus 
8.'3() , — Verwei] , Ifoop en nifzigf op de eenwitjheid 8. — -^ Kaa- 
kebeeii, Lessen der Wijsheid 2e druk, — Mustoii, Herleve7i en 
herkennen t5e druk 3. — , v. Heijningeu, Tafereelen Gesch. Chr, 
Kerk^ — Clarisse , Ihmelijke Godsdienst oefening en 12.20, — 
Ehrenberg, Bijdragen Christ, geloof 3.90, — Mei, De lust der 
heiligen in Jehovah 18e druki, — Sinijtegelt, Verklaring der 
Ileidelbergsche Catechismus 2e druk 3.90, — Immens, Godvrnchtige 
Avondmaalsganger 11e druk 2.40, — Radijs, Bijbehch Huisboek 
15. — , Abbott, De meer gevorderde Christen 3.60, — v. Koetsveld, 
Het gebed der Godvruchtig en 5.30 , — Krummacher , Eliza 7.50, — 
Viuet, Redevoeringen over godsd, onderwerpen 3.60, — Reiiiliard, 
Christelijke Zedekunde 36. — , Victor l\.ü\\^r\ Nalatenschap \{\.H()^. 
(2e druk 1851-), — Verweij , Gedenkwaardig heden, van den Pro- 
feet E lias 3.60, — Verweij, De middag des levens 3. — . 

Leerredenen. Verschillende bundels van v. d. Palm 
(1811—1840), V. Hengel (1815—52), A. des Amorie v. d. 



* Mel's Werlien verschenen voor het eerst in 1729: De bazuinen der 
Eeutvigheid. — De geopende Genadetroon. — De lust der heiligen in 
Jehamh. — Godgeleerde keurstoffen. — Het ginavelijk Sodom gestraft. — 
Laatste woorden der stervenden. 

Smijtegelt's Wei^ken dagteekenen van 1728: KeurstofJ'en . — Heidelhery- 
sche Catechismus. — Maandelij ksche (latechisatiën. — Het gekrookte 
riet. — Des Chri stens eenige IrmM. 

V. (i. Groe, verschillende bundels 1752. — Duijtsch, Leidingen 1769, — 
Immens, Godüi*ucht\ge Avondmaalsganger 1764. — Van Lodensteyn, 
Leeiv^edenen ^ Beschouwingen enz. 1673 — 1748. — Van Niel, Donderslag 
der Goddeloozen 1767. 

Al deze en dergelijke lektuurkwam in het tijdvak van 1830 — 40 en later 
weer in den smaak. De uitgevers deden er goede zaken meê : sommige firma's 
legden zich er bepaald op toe. J. J. Malga te Nijkerk had er als het ware 
een fabriek van en drukte ze volkomen na, met duitscho letter en met 
de oude spelling en vormen. — Alleen Mel's Werken besloegen 16 deelen 
in 4° . te samen f 33.60. 

2 



IS BOEKENLIJSTEN. 

Hoeven (1<S£5 — 1853), v. Heijiiiiigeii, Statius Muller, Kaake- 
been, Moolenaar, S. Muller, Egeliiig, Sybraudi, Smijtegelt, D. 
F. Huet, van der Groe, Ternooy Apel, Decker Zimmerman, 
van Heijst, v. Bemmelen, Coquerel, van Seuden, Laan, Borger, 
Newton. Waarvan verschillende bundels 2e, 3e, 4e en 5e drukken 
beleefden, en die van Borger, van welke in 1848 zelfs de 6e 
druk verscheen. 

Kleinere werken van Schrant, Humphry Davy, Mei, Smij- 
tegelt, Brants, v. d. Flatt, Boelen, Radijs, Lossius, Reinhardt, 
Reineveld, Grandpierre, Ditmar , Biben, Hoekstra. 

Ook verschijnen de volgende t ij d s c h r i f t e n : 

Ve Gofhdienstvriend ^ Tijdschrift voor R. Catholieken 4.80 
j(l823 — 47), — Maandschrift voor ChriHenen uit den öeschaafden 
stand y Uitgeg. door de Ring vergadering van Amsterdam (1833 — 46) 
en vervolgd in liet Maa?idschrlft voor den beschaafden stand 6. — 
(1847 — 60), — Bijbelsch Dagboek^ Godsdienstige Ooerdenkln- 
g&ti^ Red. Rienstra 3.65 (begonnen in 1834), — I)e Olijfiuk^ 
Gofkdienst^-g tijdschrift 2.2b (1S36 — 39), — De Reformatie ^ Tijd- 
schrift dei Christ, Geref Kerk in Nederland 6.— (1836—40), — 
Magazijn voor Roomsch Katkolijken 5. — (1835 — 4^9), — Algew.. 
Christel, Zondagsboek 3. — (1886 — 1<1), — Bijbelsch Dagschrift 
2.40 (begonnen in 1837), — Aanleiding tot Godsdienstige Over- 
denkingen op iederen dag des jaars^ Red. van Spall, 4.80 
(1837 — 41), — Bijbeloefeningen op elke^i dag des jaars 3. — 
(1839 — 40), — Bijbelsch Magazijn voor alle standen^ ter bevor- 
dering van kennis dsr II: Schrift (1839 — 48) i. 

In 1S35 verschenen een aantal brochures over de afscheiding 
van de predikanten H. P. Schol te en H. de Cocq. — Onder- 



* Het Bijbelsch Magazijn war alle standen was een onderneming, die 
bij luiar vestiging in 1839 reeds dadelijk bijval vond en dezen in allen 
opzichte verdiende. Zij ging geheel uit van en wa,s opgezet dooi* den 



BOEKENLIJSTEN. 19 

staande lijst van titels getuigt van toenemenden zin voor sterk 
gekleurde richting: 

Satans list ontdekt eti Tiiumf klank in Sion, door Z. H. van 
der Feen. 

Em Kort Gedichtje , omtrent de Christenen , die rneeneJi te 
staan of nog dwalende zijn , of zich gedurig stooten aan stee7ie7i 
des aanstoots ^ of in eene draaikolk icegstrooni.en in de7i Oceaan der 
rampzalige Eeuwigheid^ door N. P. Henstra. 

De schijnliefde en de valsche verdraag zaamïteid onzer dageti 
ontdekt , en tevens een woord aan allen , die het Heil van Sion 
ter harte gaat ^ door H. E. Gelms. 

Lofdicht van een door God ged/iildig en lijdzaam gemaakt^n Lij- 
der ^ door hem zelven uitgeboezemd ^ nagezien, verbeterd en met een 
korte Voorrede^ benevens eene Toegift^ door 1). van der Werp. 

Boetbazuiny geblazen door Derk Jans, uitgeg. door H. de Cocq. 

Niemand anders dan de Chris tt^ , of Alleenspraak gehoiiden met 
mijne ziel. 

List des Satans , i?i drie bijzonder hedefi openbaar gem^iakt, 

Nakla7ik der Bazuin , ter Vergadering der Uitverkorene^i , door 
P. J. Baron v. Zuylen v. Nijeveld. 



uitgever G. Poilielje, die, ï)ten einde de lezing van den Bijbel-zelvcn aan 
te moedigen en te bevorderen" — gelijk het prospectus zegt — ))een stich- 
telijk en goedkoop Bijbelsch Huis- en Leerboek wenschte te geven, waarin 
de merkwaai*digste gebeurtenissen in boeijende tafereelen beschreven wer- 
den." De samenstelling daarvan stelde hij in handen van eenige beroemde 
vaderlandsche leeraren en koos de vermaardste schil derstvik ken uit ora 
daarnaar gravure^ te laten vervaardigen. Een degelijke, fraaie en kost- 
bare onderneming, die met geweten begonnen en voortdurend behartigd 
werd. Zij besloeg in 1848 6 deelen met 312 staaigravuren. In 1849 werd 
het Macf azijn vervolgd met Gcffchieden is der Christ. Kerk in tafereelen, 
en in 1859 met Geschiedenis der Christ. Kerk in . Nederland , die in 
1869 eindigde. Het geheele werk kostte 85.40. 

2* 



20 BOEKENLIJSTEN. 

Tiet brood der Kinderen , of Koor van echt Gereformeerde Leer- 
redmien^ tot troost der ware geloovigen en tot ont-dekihig en roe- 
ping der onheheerden^ verzameld uit de nagelaten geschriften van 
Gods getrouwe dienstknechten in vorigen tijd. 

Verdediging van ds ware Gereformeerde leer en van de ware 
G er e formeer d'en y hestred^i en ten toon gesteld door twee zooge- 
naamde Gereformeerde Leeraars (G. B Reddingius en L. Meijer 
Brouwer), of De schaapskooi van Christus aangetast door twee 
IFolven en verdedigd door H. de Cocq. 

Wederlegging van het goddelooze stiik ^ getiteld: Beschouwing 
van de belijdenis des Geloofs^ onlangs door een onbekende Nacht- 
uil uitgegeven, met oogmerk om den afschnwelijken Kal ver dienst 
des Vrijen Wils op te rigten. Door H. de Cocq , Gereformeerd 
Leeraar onder 't Kruis , om Christus wil. 

De sluwe en listige raadsl'Ogen van ds drie Achitofels onzer da- 
gen , Engels , Le Roy e7i Cramer van Baumgartcn , door Absaion 
den wed-erspannigen en ontaarden zoon van David^ vertcorpen tot 
Zijn eigen val en verderft ontdekt^ geopenbaard en ten toon 
gesteld y door H. de Cocq. — Daartoe behoort ook dit ge- 
schrift: 

De Evangelische gezangen^ getoetst ^ gewogen en te ligt be- 
vonden , door Jacobus Blok , Venver en Koopman te Delfzijl^ 
met eene Voorrede en uitgegeven door H. de Cocq. — In 
dat geschrift , door de Cocq eigenhandig getcekend en voor 
echt erkend, woorden de Evang. gezangen verklaard voor: „strij- 
dig met Gods Woord , een Gode onbehagend getier , een te zamen 
geflanste Alcoran, waarin de tot zaligheid noodige waarheid uit 
blindheid of trouweloosheid is verzwegen; een geheel van 192 
Sireensche minneliederen , gedicht om de Ilervorradon al zingende 
van hun zaligmakende leer af te trekken en oen valsche leugen- 
leer in te voeren.'*' 



I 



BOEK KN LUSTEN. 21 

Geschiedenis. 

A 1 fiT e m e ene (i e s c li i e d c u i s. 

Becker, Alg. Geschietlenis 55. K) (2e druk 1851), — Meiizel, Geach. 
V, miztmtijd^ — v. Kampen, Gesch. v. Griekeniand '38,50, — v. Kam- 
pen, Gesch. V. (l. \b jarigen vrede 14. —, v. Kampen, Ge-^ch. der 
LeUerku7uU 18.50, — Dornseiffen , //<^/^/M. Alg. Gesc/i. 21.7 i) ^ — 
Engelen, Alg. Geschied. 14.40 (:3e druk 1853), — Hess, Ge- 
sch. der Israeliefen 2e druk '*3(). — , Nösselt, Alg. Gesch. voor meis- 
jes 15.:30 , — - V. Limburg Brouwer, Ili^f. de la civULsaüon des Grecs 
22.50, — L. de TArdèche, Geschiedenis van NapoUou\h. — i, Lci- 
bensels , Geschied, v. Napoleoti 29.6*) , - Schlosser , Geschied. 1 8^ 
en \^e eeuw 61.»*30 , — Sporachill , Geschied, v. d. groot e?i ll^e- 
reldstrijdSO.60 ^ , — Leemans , Aegypil^che rtwiminenttn 124.60 , — 
Becker, Verkorte Alg. Gesch. 6.90, — - Stuart, Romeinsche Ge- 
schiedenis 2e druk :36. — , Feller, Geschiedk. Woordenboek 86. — . 

En kleinere werken van Eng. üerrits , Streso , Pol , Eijneveld , 
Broes, Domergue, Heeren, Janssen, Campe, v. Raumer, Clausewitz. 

Vaderlandsche Geschiedenis. 

Eng. Gerrits, Netrl. Heldendaden ter zee 19.20, — van Kam- 
pen, Nederland'Crs huilen Europa 17. — , Bilderdijk, Geschiedenis 
des Vaderlands 40.85 ^ , — v. Kampen , Gedenkboek v. Neerlafids 
tnoed en trouw 8.40 , — Gollot d'Escury , Hollands roeyn in Ku7i- 
sten en Wetenschappen 25.20 •*■, — Bosscha , Necrlands Heldendad4m 
ie land 26.20 (2e druk 1868), ~ Verkade, Muntboek 54. — , 



* Een der eei^ste met houtgravuren geïllu.streerde werken: 500 vignetten, 
naar teekeningen van Horate Vernet. 

■ Met platen en portretten in staal gniv ure, die liet werk zeer luxn- 
trekkelijk maakten. 

* Na schrijvers dood uitgegeven door Prof. Tvdenian. 

* Begonnen in '18'25. 



22 BOEKENLIJSTEN. 

Schelteraa, Geschi-ed- en- leti-erk. Mengelwerk ti6.70, — Groen 
V. Priiisterer, Archives de la Maiwn Orange- Nassau 68.80, — 
Hallo , Bijdragen tof- de Gesch. der Nederlanden , — de Jonge , 
Geschied. Nederl. Zeeioezen 51.20 (2e druk 1858), — Brandt, 
Leven van de Ruyter 11. — i, — Simons, Jan de Witt en zijn 
tijd 1 0. — , de Vries en de Jonge , Be N ederlandsche penninge^i 
12.50, — de Bosch Keraper, Staatkundige Partijen 3.80 2^ — 
Eng. Gerrits, Keur van gedenkw. t-afereelen ^ — Rob. v. d. Aa, 
Oude Ned. Burgten en Kasteel en 21.60, — v. Kampen, Levens 
vafi beroemds Nederland^s 7.80 , — Nijhofl', Gedenkwaardig lieden 
Geschiedenis van Gelderland 76. — , Lastdrager, N, Geschiedenis 
van Nederlafid 40.30, — de Stuers , Mémoires sur la guerre de 
Java 80. — . 

Kleinere werken van Upeij en Feith, v. d. Bergh,v. d. 
Aa, Hofi'man Peerlkamp, Siegenbeek, v. Kampen. 

Tijdschriften: Tijdschrift voor Geschiedenis , Oudheden en 
Statistiek van Vt/recht 7. — (1835 — 43), — I)e Vrije Fries ^ 
Mengelingen v. h. Fri^sch Gen. voor Geschied- Oudheid* efi Taal- 
kunde 2.40 (begonnen in 1839), — Nijhoft', Bijdr. Geschiede- 
nis en Oiulheidkund^. 3 

Kerkelijke Geschiedenis. 

Kist en Royaards, Archief \yoor Kerk, geschiedenis 37.70 ■*•, — 
Glasius , Kerkel. geschiedenis 12. — , v. Hengel, Gesch,der godsd. 
beschaving 19.20, — Milner, Gesch. van de Kerk van Christus 



* Geïllustreerd met gravures op steen, naar teekeningen van C. C. 
A. Last. 

* Eei-st naamloos uitgegeven. 

* Een vei'YoIg op de werken van Bondam en van Spaen ; de geleerde 
boekliandelaar was, toen hij dit werk in 1829 begon, Korrespondent van 
de 2e kl. v. h. Kon. Ned. ïn.stituut en Opzichter van liet Prov. Archief 
in Gelderland. 

* Begonnen in 1829. 



BOEKENLIJSTEN. 23 

32.50 (2e druk 1856) i , — Hagenbach , Wezen eii Gesch. der Her- 
vorming '^^^,1^ ^ — Merle (V Aubigné , Geèchiedmis der Herv'jTming 
23.75 (2e druk 1856), — Upey eu Derraout, Gesch. der Ned. 
Herv. Kerk 35.40, — Dodt van Flensburg, Archief voor Kerk- 
en IFerelffgesciiedenis {lH:iH — 49) 70. — , Schotel, KerkeL Bord- 
recht 8.50, — Ullmann, Johannis Wessel 4.40, — Royaards, 
Redend. Kerkregi 7. — , v. d. Tuuk, Weiten en Verord, Ned. 
Herv, kerk 21.25. 

Kleinere werken van v. Heijningen, v. Beinmelen, Hol- 
terman , Sonstral , Lublink Weddik , Schultz Jacobi , Blaupot 
ten Cate, M. Crie, Barginet. 

Aardrijkskunde. 

Land- en Volkenkunde. Reisbeschrijving. 

Arends en Westerhoff, Natuurk. Gesch. der N oordzeeknsten 10. — , 
Van Wijk, Aardrijksk, Woordenboek ^ m^t Supplement 63.85, — 
Caüabich, Leerb. der Aardrijkitkunde 13.9(^2 ^ — Volrath Hofi- 
man. De darde en hare bewoners!^. — , ^L\vamtTmsi{\\\ ^ De Aarde 
en hare bewoners^ met Vervolg 79.65, — v. Kampen, Cooleys 
Aardrijksk. Ontdekkingen 15. — , van Kampen , De Levant 10.05, — 
Rob V. d. Aa, De Rijn ^ met staalplaten, 28. — 3, Olivier, Ta- 

' In 4824 verscheen van dit werk de Ge ()ors[)ronkelijke Kngelsclje 
uitgaaf. 

* De uitgaaf van dit boek, door Jan J. F. Wiij» bewerkt, gafiianleiding 
tot een scheqjen pennestrijd tusschen een ongenoemd en beoordeelaar in 
de lirvdaschc Courant en den Hollandschen bewerker in een afzondei'lijke 
brochure. Zoetelijke scheldwoorden werden van weerskanten niet ge.spaard. 

* De Rijn, in nfheeldimjen en tafereelen, was het eerste pracht werk 
met Engelsche staal gravu ren , dat de uitgever G. J. A. Beijerinck, in 
1K^5, ondernam. vDe Grootvorst van Europa's stroomen", zegt hij in 
zijn prospectus, »die in duizenderlei kronkelingen daarhenen vloeit, ver- 
dient gekend te worden door ieder die rei.st en door ieder die thuis blijft." 
»Ten einde aan deze behoefte op eene te voren in Nederland nimmer 
ondernomene wijze te voldoen, heeft men gemeend, dat de graveerstift 



24? BOEKENLIJSTEN. 



fereelen uit O.-Iudië 11.65, — Mmjers Univermun^ met staal- 
platen, — van Kampen, Zwitserland en de Alpen ^ met staal- 



en de drukpers elkander de hand moesten bieden: (iat de eene aanschou- 
welijk diende voor te stellen, wat do andere tafereelmatig zoude trachten 
te beschrijven." Daartoe heeft de uitgever aangekocht een stel van 136 
platen, »door den beroemden Tombleson even naauwkeurig als pi^achtvol 
naar het leven geteekend en door oridei'scheidene der beroemdste Engel- 
sche Meesters in stiuil gegraveerd", en voor den bcschrijvenden tekst de 
hulp ingeroepen van iemand, »die de Rijnoever-s meermalen bezocht en 
zijne aimteekeningen zal aanvullen met hetgeen In- en Buitenlandsche 
Schrijvers hieromtrent vermelden." Zoo ongehoord goedkoop zal de prijs 
zijn, dat elke i)laat nog geen 20 cents zal kosten, waarbij dan nog twee 
deelen tekst o[) den koop worden toegegeven. 

Dergelijke opvijzeling in pros}>ectus en advertentie was, vooral bij dure 
werken, aan de orde van den dag en lokte inderdaad koopers. Wattrom- 
meislag en marktgeschi'eeuw was noodig om het trage publiek tot intee- 
kening over te halen en werd, zelfs door de degelijkste uitgevers, heel 
handig te baat genomen. Toen het priichtwerk de Rijn uitstekend ver- 
kocht was, zette Beijerinck in 1836 een dergelijk werk, Zwitserland en 
de Alpen van Sftroye, met tekst van Prof. N. G. van Kampen, op het 
touw, dat o. a. met deze vrij gezwollen woorden werd aangekondigd: 
wHier op het hoogste punt van Europa, vanwaju* deszelfs hoofdstroomen 
opwellen, om zich in alle rigtingen oo.st-, zuid-, west- en noordwaarts 
in de Zwarte, Adriatische, Middellandsche en Noordzee te storten, be- 
s}nedt men de natuur als 't ware in hare werkplaats: hier veiloonen zich 
naast ijszeën en ijsbergen, die boven de wolken i'eiken, bloeijende en 
lagchende dalen: eenige stappen brengen ons van het bloemtapijt naar het 
ijsveld , watervallen , stof beken , duizelingwekkende afgi'onden , hemelhooge 
rotsen, vergezichten die geheele gewesten omvatten — maar. ook lagchende 
heuvelen en bevallige meiren, gezoomd door vruchtbaie oevers." 

oMaar ook nog iets anders moet juist den Nederlander aan Zwitserland 
binden. Gelijk aan den uitloop, dus wonen aan den oorsprong desRhijns 
twee vrije volken, beide van Dnitschen oorsprong. Beide natiën zijn ver- 
broederd, en het moet den afstammeling van het Geuzenverbond, der 
verdedigei*s van Haarlem, Alkmaar en Leyden, hoogstbelangi'ijk zijn, de 
Tells-kapel en den Rüttli, de .slagvelden van Morgarten en Sem|>ach te 



BOEKENLIJSTEN. 25 

platen 44.80, — Des Amorie v. d. Hoeven, Bijhehche Jand- 
schappen^ met stiuilplaten 38.40, — van der Aa, Aanhijksk. 
Woorf1e7iboek der Nederlai/den 142.35 (18:50 — 51) i, — Sommer, 
Verscheid efiheden van ^aud&n j?// volken 11.40, — v. Kampen, 
Griekmiland en Europ, Turkije 4.40, — v. Kamj)en, Gezigtmi 
nit Holland en België^ met staalplaaten 13.10, — Roorda v. 

zien. En, hetgeen die belanj^stelling nog moet vermeerderen: Zwitserland 
is het Vaderland van dien tak der Kerkhervorming, waartoe de meerder- 
heid der bewoners van Oud- Nederland behoort, de Hervorming van Zwing- 
lius en Calvijn. Zurich en (renève zullen hem dus altijd belangrijke, 
eei'waardige herinneringen aanbieden." — Liefde voor natuur, vjvlerland en 
kerk moest alzoo van drie kanten werken om inteekenaren te bezorgen oj) 
een prachtwerk, dat als plaatwerk alle belangstelling waardig en een 
hoogst veixlienstelijke onderneming was op liet gebied der kunst. Beide 
uitgaven, ook wat typogi'aphischen arbeid betreft, keurig van bew-erking 
en den smaak vollen uitgever waardig, vonden, niettegenstaande haar 
kostbaarheid, een gunstig debiet en gaven daardoor aanleiding, dat 
Beijerinek er door tiangemoedigd w-erd ook andere Engelsche staalgra- 
vuren, van Bartlett, aan te koopen en achtereenvolgens Bijbelsche La mi- 
scha f )pen (met tek.st van des Amorie van der Hoeven), Gezigten uit 
Holland en België (met tekst van N. G. van Kampen), TJe Valleyen 
der Wnldenzen (met tekst van van Kampen en Sybrandi) en Gezigten 
uit Amerika (met tekst van Zweerts) uit te geven. Bij de uitgaaf van 
de Gida in 1836, moesten deze plaatwerken bij de redactie van de Va- 
derlnndsche Letteroefeningen, die in dat tijdschrift een boozen mededinger 
zag, het danig misgelden. (Zie aanteekening de Gids.) 

* In het prospectus meldt de uitgever J. Noorduijn, dat hij ))tot waar- 
borg van het belang der inteekenaai*s, zichzelven of zijne regtverkrijgenden 
op dit werk verplicht tot de betaling van twee honderd gulden, voor 
elk exemplaar, aan hem, die zal kunnen bewijzen, dat in den loop der cv/r.s^c 
vijf en twintig jaren ^ aanvang genomen op den i" Juli 1836, dit boek voor 
eenigen anderen prijs is verkocht, dan in deze voorwaarden is opgegeven, 
of tegen andere werken verruild, ofopboekverkoopingengebragt: waartoe 
personen en goederen worden verbonden als naar regten." Binnen 1() 
jaren (1836 — 51) kwam deze kloeke onderneming, waai-aan een vijftigüil 
vaderlandsche geleerden medewerkten, kompleet. 



26 BOEKENLIJSTEN. 

Eijsinga, Aardrijksbeschrijving van N.'Liriié' 24f.7b, — Albnmeens 
reizigers langs den Rijn ^ met staalplaten 16. — , v. Kampen, 
Europ. Rusland 4. — , v. Kampen, De Valleijen der WaUhnzen^ 
met staalplaten 28.80. 

Kleinere werken van Teenstra, v. Heusde, v. Senden , Dres- 
selhuis, Westerhoft, Acker Stratingh, Heldring, Zimmermann, Raffles. 

Reisbeschrijvingen van Engelen, Ver Huell, Stuart, Oost- 
kamp, Bosch , Potgieter , van Lennep-Coster , van Houten , Olivier, 
Dassen , Quien , van Baaien , Wap , Wichers en Gleuns , Knej)- 
pelhout , Arends , van Noothoorn , Boelen , lia Place , Stewart , 
Wilson, Talma, Lamartine, TroUope , Cook , Gutzlaft', VoUmer, 
Prins Puckler Muskau (de Afgestorvene), Ross, Rellstab, Basil 
Hall, Braver, Pringle, Meijen, Washington Irving, Pfeifter von 
Neneck , Ditzman , Neustiidt^r , Heiberg , Spencer , Ramond de 
la Sagra , Medhurst, von Seubert. 

T ij d s c h r i f t e n : De Aardhol , Magazijn voor LmuU en 
Folkenhmde (1887 — 55) i, — De Oosf^ling ^ Tijdschrift v. d. 



* l)e Aardbol. In 1841 zegt de uitgever J. H. Laaiman in een wHerigt", 
dat de vier verschenen jaargangen hem alleen aan houtgravuren een 
.som van ƒ12,000. — kostten. «Deze kunst", voegt hij er hij, «maakte 
zoodanige vorderingen, dat niet slechts voor verscheidene in later tijd 
uittegevene boekwerken van houtsneden kan gebruik gemaakt worden, 
maar dat ook door den eigenaiir van het Hcller-Magazin ^ te Leijjzig ver- 
.schijnende, eene partij afgietsels van platen uit de Aardbol is aangekocht, 
om er dat Magazijn mede te versieren; eene onderscheiding, die tot nog 
toe aan geen Hollandsch werk te beurt, viel." — Slaat men deze deelen tegen- 
woordig op , dan kan men daaruit nagaan , o|) welken lagen trap toenmaals de 
houtsnijkunst hier te lande stond en evenzeer de kunst om met hout- 
sneden te drukken. Maar ook wordt men uit dit bericht gewaar, dat 
men omstreeks 1840 reeds gewoon was van die hou tsneApl aten clichés of 
afgietsels te maken en die met liet buitenland te ruilen. 

De geheele uitgaaf van de Aardbol, 18 deelen, kostte den uitgever 
f 78,000.—. 



BOEKENLIJSTEN. 27 

hennis van O.-Indié, verz. door J. Olivier Jr. 10. — (1835 — 37), 
Tijdschrift van Neêrlands Indw (begonnen in 1838 te Batavia). 

Encyclopedische werken, Taalkunde, Onderwijs. 

Wat Woordenboeken , Taalkunde en Onderwijs betreft, noemen 
wij van 1830 — 39 alleen de volgende kapitale werken: 

Algemsen Woordenboek der Zamenleving 103.20(1831 — 1863)1, — 
(Miniatuur uitgaaf 107.50,) — Aan/iangsel op NieuwenhnW 
Woordenboek 46. S 5 (1834 — 44) 2, — Nederlandsch HandAs- 
fiijagazijn 28. — , Algem, Woordenboek der Zamenleving voor 
Vrouwen 32. — . 

Voorts verschenen de volgende tijdschriften: 

Taalkundig Magazijn, Red. de Jager 1.80 (1834 — 41), — 
Tijdschrift voor Onderwijzers 2. — (1832 — 43), — Nie^iwe bij- 
dragen tot bevordering van onderwijs en opvoeding 4.20 (1835 — 
75), — Tijdschrift voor aankoniende Onderwijzers 2.00 (1836 — 
50) , — De Oefenschool. Tijdschrift voor jeugdige Onderwijzers 
2. — (1839 — 68), — De Vrijmoedige. Tijdschrift voor ondenmjs 
en opvoeding 1.50 (1839 — 40). 



* De uitgaaf van dit werk wekte bij de talrijke inteekenaren groote 
teleurstelling. In het prospectus (1829) waï< hun beloofd, dat deze goed- 
koope encyclopedie in één deel van hoogstens 30 tot 40 af leveringen, voor 
60 cents elk, kompleet zou zijn en dus tusschen de f 18. — en f 24. — 
zou kosten. De uitgaaf duurde ih'HUj jaar en de inteekenaren betaalden 
over de f 100. — . 

' Nieuwenhuis' Wom^lenhot^k van Kunsten en Wetenschappen 8 dn. 
verscheen 1820 — 29 bij H. C. A.Thierae, voor 45.50, met een oplaag van 3*^) 
exx. Het was een navolging van het Conversations-Le.ricon bij Rrockhaus 
in 12 dn., waarvan in 1812 de Ie en in 1834 reeds de 8e druk vei'scheen 
met een oplaag van 22.000 exx. Van Brockhaus' (hnvermtion.S'Lexicon 
der neueren Zeii und Literahtv (een vervolg op het eerstgenoemde) dat 
ook in 1834 verscheen, werden 30.000 exx. gedrukt. 



2 8 BO EKEXLT.ISTEN . 

Algemeene Letterkande. ^ 

Hofiinanii Peerlkamp, Vita dociriua N efhrlandornm 10. — , 
Hoöïnanii Peeiikamp , Horatii Carmina 6.50, — Hoeufi't, Carmi- 
num Epulosh ^ — Nouvelle Blbliotkè'iue Econoynique Meilletirs 
ouvrages de la LiUérature frangaiae moderne 2, — Scheltema, 
Letierk. Mengelwerk^ — Ijulofs, Blaim Lesaeu over liedekunU 
en f raaf je letteren ^ — Lublink Weddiuk, Pandora^ - - v. Kam- 
pen , Ned. Prozasckrijvern , — Heldring , Winter-avondlectuur van 
Pacht er Gerhard^ — Geel, Gesprek op den Drachenfeh , — Pot- 
gieter, Ch. Lanib's Proeven van een Humorist^ (vert.) — Lim- 
burg Brouwer, Losse geschriften^ — Lnraerzeel, Gedachten van 
M. Claudins ^ (vert.) - Brieven van Bilderdijk ^ — Siegenbeek, 
Redevoeringen , — J*^. de Vries, Geschied, d. Nederl. Dichtkiutst 
2e druk, — Kneppelhout, V Kre crittque ^ .V Art et Ie Culte ^ — 
Geel, Sternês Sentimenteele reis^ (vert.) — Immerzeel, Gedach- 
ten van Jean Paul, — Lublink Weddik, Pachter Martij n, — 
Visscher, Hij dr. tot de oude Letterkunde van Nederland.^ — L. 
P. C. V. d. Bergh, Nederl. Volksromans^ — Geel, Onderzoek 
en Phantasle (2e druk 1841, ;3e 1871), — Beets , Proza 
en Poezy ^ — Kneppelhout, Prose et Vers, — Visscher, Fer- 
guut, jRidderroman , — Hildebrand (Beet-s) , Camera Obscura (2e 
druk 1840, 3e 1851, 4e 1854, 5e 1857, 6e 1S64, 7e 1870, 9e 
1874, geillustreerd 1875, 11e druk 1877)3,— Jonathan (Hase- 



* Voor den weteiischappelijki^n bibliogi-aaf behoort deze gemengde ru- 
briek wellicht onder de gruwelen. Wij zondigen. Miiar met bewustheid. 

* Oebi*. Diederichs. Nadruk. 

' Hildebrand's Cnwera Obacura zag in 1839 het licht bij de Krven 
Bohn. Het boek, toen slechts 200 gr. 8vo bladz. groot, maakte 
eenigen opgang, toen nog minder uit erkenning van de letterkundige 
wiuirde, dan wel om het frerucht dat ei* enkele welbekende Haarlem.sche 
familiim en ])ersonen, zooals men zeide, sprekend gelijkend in waren 



BOEKENLIJSTEN. 29 

broek), Waarheid en (hoornen (Ie druk l«SliO, 3e 1846, 4e 
1856, 5e 1872). i 

Dichtkunst. 

Tollens, Gedichtm^ 3e, 4e en 5e druk 3^ — Ilelmers, 
T)e Hollandscke natie, 7e druk (8e 1839, 9c 1849, 10e 



afgeteekend. De eerste druk had een ophuig van 1150 exx. ; in 4840 ver- 
scheen de tweede druk met een oplaag van lÜOO exx. : eerst in 1851 een 
derde en vermeerderde. Het getal der herdrukken tot den Hen in 1877 
bedroeg ongeveer 50.000 exemplaren. 

In 185.3 kwam een Belgi.sche nadruk uit te Gent in drie deeltjes, elk 
van 60 centimes, met een inleiding van Dr. Meremans, die daarbij te 
kennen gaf, dat deze overdruk niet ten doel had de Hollandsche uitgevers 
te benadeelen, maar dat deze uitgaaf alleen bestemd was voor de vele 
llollandsch-lezende Belgen, die de dure oorspronkelijke van ƒ3.60 niet 
betalen konden. 

In de Gkh van December 1881 komt een merkwaardig opstel voor be- 
treffende de geschiedenis van de Camara obscura, door Dr. Joh. Dvserinck. 

Op de fondsveiling van de Erven Bohn werd het kopijrecht, met 4000 
exx. van den" 7®° druk, verkocht voor ruim ƒ 12.000. — . 

' Deze 5e druk, 3300 exx., werd in fondsve^iling verkocht voor ƒ 2574. — . 

* In 1830 schrijft J. Immerzeel Jr. in een circulaire aan den boekhan- 
del, dat hem nog altijd exemplaren besteld worden van de groot 8vo 
uitgaaf van Tollens'. Gedichten 3e druk, die bijna uitverkocht was toen 
hij zijn klein 8vo editie ter perse legde. Niettegenstaande deze kleine, 
goedkooper uitgaaf, meent hij een 4en druk te moeten opleggen van de 
groot 8vo voor den ouden prijs van ƒ 12. — . De kl. 8vo uitgaaf had 
een oplaag vari 10.000 exemplaren. 

In 1842 maakte de firma van Dieren Sc C^. te Antwerpen het plan 
bekend voor een nadruk van de werken van Tollens. G. T. N. Surinsrar, 
die inmiddels eigenaar geworden was van Tollens' werken, verzette zich 
tegen dezen nadruk opgrond van de wet van 25 Januari 1817, en ver- 
minderde zijn bundels: Gedichten (5e druk), lioinancen, Balladen (3e 
druk), Nieuwe Gedichten (2e druk), Dichtbloemen bij de naburen (je- 
plukt^ en Verstrooide Gedichten^ alle in gr. 8vo, van /'33.Ü0 tot /' 10.50. 



30 BOEKENLIJSTEN. 

1871) 1, — Tollens, Liedjes van Claudhis , — Withviijs, Ge- 
dichteii^ — Verzameling van uitheemsche Vernuften 3 , — Beets , 
Jo%e. Een verhaal^ — Beets, Kuser. Een verhaal^ — Ten 
Kate, 24 Juguslus 3, — Cats' Werken 39. — , Beets, Guy de 
Vlaming^ — Beets, Gedichten (2e druk 1848, 3e 1855), — 
Mouliii , Shakespeare*8 Ha7nlet ^ Macbeth ^ — Beeloo, Gedichten^ — 
vati der Hoop Jr. , Gedichten^ — v. d. Hoop, Leideii ontzet^ — 
V. d. Hoop, Willem Tell^ — v. d. Hoop, Het slot van IJssel- 
monde ^ — Marqiiis de Thouars , Gedichten^ — H. H. Klijii , 
Herfstbloemen , — Spaiidaw , Vrouwelijk schoon , — Beets , Pa- 
risina mi andere Gedichteii naar Lord Byron^ — v. Lemiep, Liedermi 
voor de uitgetrokken Schutterijen, — v. Leimep , Saffo^ — v. 
Lennep , Haarlems Verlossing , — Tollens , Rmnancen , Balladen 
en Legend&n^ — Tollens, Aan Chassé ^ — Tollens, De Citadel 
van Antwerpen^ — Bilderdijk, Krekelzangen 2e druk, — Hase- 
broek, Foezy (2e druk 1852), — Staring, Gedichten (2e druk 
1837, 3c 18Ö2, 4e 1869), — v. d. Kasteele, Nagelaten gedich- 
ten ^ — Spandaw, Gedichten (4-6 druk 1858), — Ten Kate» 
Gedichten^ — Borger s Dichterlijke nalatenschap (3e druk 1837, 
4c 1852, 5e 1858, 6e 1868), — van Halmael, Mathihie en 
Struensee^ — Helvetius v. d. Bergh, De Nethen (2e druk 1840, 
3e 1858, 4e 1878), -- Ten Kate en S. J. v. d. Bergh, Od-en 
van Anacreon^ — v. Oosterwijk Bruijn, Be boertige Zatigster (6e 
druk 1875), — - v. d. Hoop, God-sd. Harpto k keling ^ — v. d. 
Hoop, De Renegaat^ — Eï^o- Gt^rrits, Schoonheden uit Ned. 
Dichters [\iQ druk 1855, 5e 1867), — v. d. Hooi) ^ Ha7i vanlJs- 
land^ — V. Alphen, Dichtio erken (2e druk 1856 , 3e 1871) , — 
Helv. V. d. Bergh, Uieronymus Jamaar ^ — B. ier Haar, Jo- 

^ De oplaag van de lloll. Natie lOen druk was 10.000 exx. a 45 et. 
* Waarin eerste vertaal- en dichtproeven van Potgieter en Beets. Zij 
werden geredigeerd door J. van Lennep. 
' Ten Kato's eerste dichtwerk (1835). 



BOEKENLIJSTEN. 31 

hannes en Theagenes (^e druk 1888, :3e lSi6, 4e 1856), — 
Engelen. KtisjtiJt^ — v. Leiuiep, Jacobas Weeklacht^ — Feith, 
Gedichten^ N. uitgaaf, — GdiW^c^^ Gedichten ^ — VVarnsinck, Lo- 
renso en Bianca^ — v. Halmael, Radboud II ^ — S. J. v. d. 
Bergh , Uitheemsche Bloemen , — Ten Kate , Rozen ^ , — Ten 
Kate, Bladeren en Bloemen, — v. d. Berghi . ten Kate en B. 
Janssonius, Wel en Wee, — Bosdijk, Dichterlijke Boogont- 
spanning , — v. Hall, Gedichten, 3e verzameling, — Tollens, 
Dichtbloemen bij de naburen geplukt, — Beets , Rijmbijbel, — 
van Zeggelen, Reiê van Pieter Spa naar Londen (2e druk 1840, 
5e 1851), — Burlage, Academische tafereelen, — Hofdijk 
Rosamunde. 

Romans en Verhalen. 

(Bij gebrek aan de noodige lijsten van vroeger geven wij 
hieronder alleen een uittreksel uit de opgaven van 1835 — 39.) 

Kist , De speer van Ithuriel , — van Lennep , De Pleegzoon 
2e druk, — Mevr. van Meerten en Rob. v. d. Aa, Nuttige 
tijdkorting , — Magazijn van romans en verhalen , — P. Moens 
en Warnsinck , Romans en verhalen , — Heldring , Romans en 
verhalen, — Krabbendam, Katharina Rembrandt , — A. Fokke 
Simons' werken. Nieuwe uitgaaf, — van den Hage, Het slot 
Loevesteyn (2e druk 1854, 3e 1867), — Mej. de Neufville, 
Kleine pligten , goedk. uitgaaf, — Dresselhuijs, Tafereelen uit het 
lijfstraffelijk reqt , — Schetsen en verhalen door den schrijver van 
Hermingardv, d. Eikenterpen (A. Drost), — Sieburgh, Trudesinda van 
Friesland, — Wolft' en Deken, Sara Burgerhart 4e druk, — 
van Lennep , De Roos van Dekama (2e druk 1844) , — de Thouars , 
Keur van verhalen , — Krabbendam , Tegen stroom kwaad roeijen, — 



* Bijschriften bij 6 staalplaten. 



32 BOEKENLIJSTEN. 

Krabbendam , Eleo^nora van hicliievehh , — Dresselhuijs , Emma 
en Bert ha , — Zeeman , Tiaba of de schootie tooiteeUpeelsfer , — 
Schut, AleUIa van Poelgeest^ — Bok, Frederik Linde ^- -Krab- 
bendam, De Vrijbuiter^ — Abbing, Geron^ de oude vanden 
berg ^ — • Abbing, Christine van Zweden^ — van der Hoop, Es- 
meralda naar V. Hugo , — Dresselhuijs , Alhrecki Beyling , — 
Staring, Kleine Verhalen^ — Toussaint en llob. van der Aa, 
Verhalen , — Krabbendam , T)e Non , — Dresselhuijs , LaaUfe 
tafereelen uit de lijfstraffelijke regtspleging , — van der Hoop • 
Ee7i Klaverblad^ — Dresselhuijs, Prins Robert van Arf-ois^ — 
Christemeijer , N. tooneelefi uit het strafregt , — van Ijennep , 
Ofize Voorouders^ — Toussaint, Be Graaf van Vevonshire ^ — 
van den Hage (J. F. Oltmans) , JDe Schaapherder (2e druk 1 S54, 
8e druk 1S67), — van Noothoorn, JValfoart, — van Buren 
Schele, De Angehaksische Bruid ^ — Elise (Mej. E. Hasebroek), 
Te laat (2e druk 1856), — Greb, Tooneeh^i uit het dagelijksch 
leven , — van Noothoorn , Aliboran , — Verhalen van Honig , 
Toussaint en anderen, — v. Noothoorn, De Tooverkol^ — de 
Vries, De bloem van Antwerpen (3e druk 1S76), — v. Noot- 
hoorn , Verhalen voor vrienden van vrolijkheid ^ — v. Noothoorn , 
Vrouwenspiegel ^ — Nederl. Magazijn van Romans en Ver/m- 
len , — Elise ^ door de schrijfster van Te laat (E. Hasebroek) , — 
Krabbendam , Jonker I\ans van Br ederode , — v. Rehburg , 
De Graaf en zijn Raad ^ — Bosdijk, Agnet^van Krviningen^ — 
üijsberti Hodenpijl , Willem van Bergen , — v. Nootlioorn , Her- 
viine^ — Mevr. v. Meerten, Mevr. Balcour ^ — Mevr. van 
Meerten, Elvira van Schwanenburgh ^ — v. Limburg Brouwer, 
Diophanes^ — Vlerk (B. Gewin), Lotgevallen van Joachim Pols- 
broekerwoud. 

Vertaalde romans van W. Scott, Rellstab (1812, die in 
1871 een 4en druk beleefde), Bulwer, Manzoni, A. Schoppe , 
Tromlitz , Miss Edgeworth , Spindler , Cooper , Morier , C. 



BOEKENLIJSTEN. 33 

Pichler , Mii^s Bray, Grosse, Trollope, Marryat, Miss Bury , 
Bechstein , Miss Sedgwick , Stolle , Paul de Koek , Blaze , Sagos- 
kin , Morier , James , Lassmau , Blessiiigtoii , van Ilecriiigcii , 
ValltH», Tngemaiin, Heller. 

Tijdschriften. 

Algemeen e Letterkunde. 
A Igeyn^eene Vnderl. Letter oe f eii in gen 11.20 (1761 — 1876)1,- 



* J. Hartog, die in de Gids van 1877 een merkwaard'ge studie geeft, 
het leven en streven van dit tijdschrift betreffende, begint zijn opstel 
mei deze advertentie : »De Vadeidandschc Lrttcroefeningen zijn in Jami- 
arij 1761 geboren en in 1876 overleden," in den gezegenden ouderdom 
van honderd en vijftien jaren." 

Deze oude van dagen was waarlijk wel de Methusalem onder onze pe- 
riodieken. Even als het leven van alle andere tijdelijke zaken, is ook het 
leven van dit tijdschrift veelszins beproefd geworden. Opgericht in de 
laatste helft der 18e eeuw, was het een eigenaardige verschijning in een 
tijd, waarin onze Republiek zich diets maakte niet weinig in de rij der 
staten te beteekenen , maar inwendig doodelijk krank was aan allerlei 
gisting op staatkundig, keikelijk en maatschappelijk gebied. Fransche 
invloed vooral was bezig onze zeden, onze beschaving, onze letterkunde 
voor een deel te verpesten. Daartegen op te komen was het doel der 
Vaderlandsche Letteroefeningen , die door zoogenoemde dissenters , vooi*al 
doopsgezinden, matir naamloos , werd opgericht. Cornelis en I^etnjs Loosjes, 
bijgestaan door J. Grashuis, Jan Wagenaar en anderen, hadden er voor- 
namelijk de hand in. 

De titel van de eerste jaargangen was : Vaderlandsche Letterm'feningcn , 
behelzende oordeelkundige berigten t^an de werken der beste Schrijverfi ^ 
Naauwkeurige Gedatjten over verschillende Onderweggen ; benevens Vrij- 
moedige Aanmerkingen over Nederduitsche Werken en Schriften^ die 
dagelijks in ons Vaderland uitkomen^ met platen, bij A. van der Kroe. 
Met den aanvang van het derde jaar splitst zich elke maandolijksche af- 
levering in twee onderdeelen: Hoekbeoordeoüngen en Mcngelweik, on 



34 BOEKENLIJSTEN. 

wordon bij den naam van van der Kroe als uitgever die van IJntema 
en Tieboel genoemd. 

[Dt\ A. "W. Ledeboer in zijn werk: De Boekdrukkers^ Boekvcrkoopers 
en Uitgevers noemt: 

J. IJntema, werkz. 1788—1798. 

J. IJntema en Zoon, werkz. 1799, 1800. 

IJntema en Tieboel, werkz. 1730 — 1783. Vijf en zeventig jaren lang 
was deze firma, met A. van der Kroe en de erfgenamen van IJntema, 
van 1761 af de uitgevers van de Vadérlamlsche Letteroefeningen. 

J. W. IJntema, werkzaam in bovengenoemde firma van 1799—1840. 
Hij was de redacteur van genoemd Maandschrift.] 

Met 1768 werd de titel: Nievive Vaderlandsche Letteroefeningen. In 
1772 nemen zij den naam van Hedendaagsche Vaderlandsche Letter- 
oeferiingen aan; in 1780 weer Algemceyie ; in 1786 Nieitvjc Algemeene^ 
terwijl zij in 1791 eenvoudig op nieuw Algcmeene heeten. In 1811 wordt, 
bij Keizerlijk besluit, de voortzetting van het tijdschrift veroorloofd onder 
den naam van Tijdschrift voor Kunsten, en Wetenscha))pen van het 
Departement der Zuiderzee^ totdat het na de gebeurtenissen van 1813 
den ouden titel Vaderlandsche Letteroefotingen als met glorie herneemt 
en dien tot zijn einde handhaaft. De uitgevers waren toen G. S. Leene- 
man van der Kroe en J. W. IJntema, van welke beiden de laatstge- 
noemde tegelijk de redactie op zich had genomen. 

lïet kan niet ontkend worden, dat de Vaderlandsche Lettei^oefeningen^ 
gesteund als zij werden door de vrijzinnigste, bekwaamste en beroemdste 
mannen van wetenschap en letteren, vooral in het laatste gedeelte der 
vorige eeuw van gewichtige beteekenis zijn geweest. Haar uitspraken 
golden bij velen als oitikeltaal ; zij velden vonnis over de .schrijvers en 
beheerschten het debiet hunner werken. Nog meer gevreesd dan gevierd , 
hadden zij een groote macht in handen, een macht waarvan zij zich ten 
volle bewust waren en die eerst in overmoed, allengs in heerschzucht 
ontaardde. Zoo kon het wel niet uitblijven, dat zij zich al meer en meer 
vijanden maakten en dat vele vroegere medestanders naar een andere vaan 
overliepen, toen in 1806 zich de Recensent (jok der Recensenten en , tien 
jaar later, zich het Algemeen letterlievend Maandschrift vestigden. Van 
toen af verloren de Letteroefeningen gaandeweg teriein en gingen er 
van tijd tot tijd scherpe stemmen op tegen het tijdschiift en zijn redac- 
teur IJntema. Aan beiden werden de schimpnamen van letterdievend^ 
leutcrtievend ^ laMeroefenend gedui'ig toegeworpen, en die liefelijkheden 



BOEK FA' LIJSTEN. 35 

De Algemeeve Koiifit' en Letterbode 10.40 (1789 -1859)1,— 



werden er niet vleiender op, toen in 1836 r/c (iiV/.v met j?evelde lans en 
in 1843 Braga met allerlei schrootvuur op hen los gingen. Geen maand- 
werk of redacteur heeft ooit zooveel te verduwen en te verduren ge. 
liad al8 de Letteroefeningen en de uitgever- leider J. W. IJntema. Het 
liep van lieverlee van kwaad tot erger, en het was waarlijk een pleister 
op de vele wonden, toen Bakhuizen van den Brink, een der felste kam- 
j»ioenen van de friVAv, eindelijk edelmoedig genoeg was o})enlijk te ver- 
klai*en. »dat de bewondering die vroeger sommigen voor de Letteroefe- 
ningen overhadden^ even onverdiend was als later de verguizing, waar- 
van zij het voorweq) waren." Na den ojigang, dien de Oids als S ie uwe 
\'aderlandnche Ijitteroefeningen maakte, en de vei*schijning van zooveel 
andere maandwerken, gingen de oude Letteroefeningen ^ onder nieuwe 
redacteuren en nieuwe uitgevers, al meer en meer achteruit en stierven 
atin een kwijnend uitleven. Het reiht van kopij werd in 1874 verkocht 
voor /*i18. — . Zij hadden vroeger aan wetenschaj) en letteren onmiskenbare 
diensten gedaan en den rodarteur-uitgever IJntema iïimzienlijke winst 
afgeworpen. 

* De algemeene Konst- en Letterf}ode, vau 1780 tot 1853 bij de firma 
Loosjes te Haarlem uitgegeven, vei'scheen van 1854 af bij de Krven 
Loosjes te Haarlem en Mart. Nijhoff te 's Gravenliage. Hij onderging te 
gelijk een geheele wijziging en vernieuwing, die hij wel noodig had bij 
den jai*enlangen sleur, onder verschillende redactie behouden. Bakhuizen 
V, d. Brink, Campbell, de Witte van Citters, Netscher, Tideman, Snellen 
van Yollenhoven en van Westlireene stelden zich aan liet lioofd en zouden 
er nieuw l)loed en leven in brengen: hetgeen ook werkelijk gelieurde. 
Verschillende omstandigheden evenwel bracliten ertoe bij, dat deze 
redactie in 1859 aftrad en haar taak met 18(K) overdroeg aan L. J. K. 
Janssen. Met 1861 hield hij o\) te bestaan. De vorige redacteuren, ver- 
meerderd met eenige medewerkei-s aan het in 1857 overleden tijdschrift 
Gelderland , vereenigden zich toen. op verzoek van Mart. Nijhoff en 1). 
A. Tliieme, met de redactie van de Nederlnnd.sche Spect'ftor^ sinds 1856 
bij laatstgenoemde onder leiding van den ouden Heer Smits (Dr. M. P. 
Lindo) verschijnend, en versierd met teekeningen van J. M. Schmidt C'rans. 
Zoo ging. langs een omweg, de oude Letterl)ode op in de Sjtecttitor. 

Bf>vengenoemde redacteuren van de Konst- en Letterl/ode van 1854, 

3* 



86 BOEKENLIJSTEN. 

Be Recensent ook der RecenBenteti 10.80 (1806—64)1, — Alge- 
7/ieen leUerüeveiid Maandschrift 11.60 (1816 — 51) — Keur van 
aangename en nuttige mengeling en 3.60 (IS 18 — 57) 2, — De 
Fakkel^ Bijdragen tot de kermis van ket ware^ goede en schoone ^ 



later uitgebreid met Lindo, Cremer, Delprat, Busken Huet, Ising, Keiler, 
Lod. Mulder, Robidé v. d. Aa on Vosniaer, bijgestaan door den teeke- 
naar Schniidt Crans en door den uitgever Mart. Nijhoff, vormden van 1860 
af een kring van redactie over den Nederl. Spectator^ die, algemeen be- 
ekend onder den naarn vau den Spectator-club, een merkwaardige groep 
was van literatoren. Deze club heeft voor het minst evenveel aanspraak 
op erkenning als voorheen de Muiderkring. — Waarom \vordt de geschie- 
denis ervan niet geboekstaafd eer de oude leden dood zijn en de nieuwe 
er wellicht een roman van maken? 

* In 1812 en 13 verscheen dr Recensent, onder den titel: Tijdschrift van 
WetemicJuippcn van het Departement der Zuiderzee, In 1852 nam 
het den titel aan van de Recensent. Letterlievend Maandschrift. In 
1858 dien van De Nieuwe Recensent. Tijdschrift voor wetenschap 
en Si naak. 

* De Keur vtn aangename en nuttige Menffetingen bleef zijn leven 
lang bij denzelfden uitgever J. C. van Resteren, 1818 — 57. Het tijd.schrift 
wa.s bij zijn vestiging een welkome gast voor leesgezelschappen, al munt^ 
ten de romantische verhalen, die het gaf, niet door hooge vlucht uit. 
Ook ging het niet mee met de eischen des tijds. Het bleef van inhoud 
steeds middelmatig. F^en aanzienlijk debiet heeft het nuoit kunnen machtig 
worden. De uitgever was al tevredep omdat het zijn pers aan den gang^ 
hield en heLhtte zich aan dit maandwerk als een oud fondsartikel met 
heel zijn hart. Toen liet al meer en meer door betore concurrenten van 
de baan geschoven werd en in 1854 zijn ondergang nabij bleek, deed 
van Resteren een laatst beroep op de hulp zijner confraters en schreef 
daiU'bij deze weemoedige verzuchting: dZes en dertig jaar gaf ik mijn Keur 
van Mcitr/eliHC/en uit, en 't zou mij diep leed doen, als ik dien trouwen deel- 
genoot mijner boekverkoopers-jaren in den stroom van tijdschriften moest 
zien verloren gaiin! Omdat ik liet zoo lang mogelijk wil behouden, zal 
ik niet alleen erkentelijk voor uwe moeite zijn, maar voor de nieuw o\> 
te geven exx. een extra rabat verleeuen." 



BOEKENLIJSTEN. 37 

door Sprenger van Eijk 3.60 (1824 — 39), — Schuil en van der 
Hoop , Bijdragen tot boeketi^ en menschen kennis 7.30 (1832 — 38), — 
Letterkundig Magazijn van wetenschap^ kunst en f maak 8.60 
( 1 S33 — 35) , — Iris, Bloemlezing uit huitenlandscke tijdschriften 
9.60 (beg. in 1830) i,— Lublink Weddik, Pö?/r/öra( 1833— 40),— 



* Het tijdschrift Jris werd in 1830 begonnen door den uitgever G. 
Yervloet te 's Gi-avenhage. Het zon zijn een bloemlezing uit buitenlandsche 
tijdschriften en toonde zich van den aanvang af vrij gelukkig in zijn 
keus. Met niet weinig ophef in allerlei dagbladen aangekondigd, vond 
het reeds dadelijk een vrij gunstig debiet bij leesgezelschappen, vooral 
ook om de bij ouden van dagen nog welbekende bladen uit het Dagboek 
tvrn een Geneesheet^ die telken maand met verlangen werden te gemoet 
gezien. Gaandeweg werd de geheele oplaag uitverkocht, zoodat de boekver- 
kooper J. van der Beek, die in i838eigenaar van het kopijrecht dier deelen 
werd, besloot om de eerste acht jaargangen te herdrukken. Intusschen 
was in April van datzelfde jaar het recht van uitgaaf van het tijdschrift 
bij arbitrale uitspraak overgegaan op den heer Fievez, den redacteur en 
vertaler van Iris^ even als van het tijdschrift Philarete^ welke beide tijdschrif- 
ten, volgens onderhandsch contract, voor gemeenschappelijk belang van 
redacteur en uitgever, bij Vervloet het licht zagen. Wanbetaling van den 
kant des uitgevers bracht het eigendomsrecht in handen van den redac- 
teur, die voortaan de uitgaaf ojxlroeg aan H. Nijgh, gewezen leerling van 
Vervloet, thans pas gevestigd als boekverkooper te Rotterdam. De oor- 
spronkelijke uitgever wreekte zich op deze in'tspraak door onmiddellijk 
een ander tijdschrift, ook onder den titel Iris^ op touw te zetten, zoodat 
er in Mei twee verschillende afleveringen van Iris verschenen, beide met 
doorloopende pagineering en van gelijken uiterlijken vorm.' Deze daad gaf 
aanleiding tot een proces, waarbij Vervloet in het ongelijk gesteld en tot 
een geldboete veroordeeld werd, op grond dat hij — daargelaten de vraag, 
of het overnemen van een titel op zich zelf strafbaar was of niet — door 
.dit vervolgnommer de inteekenaren in de war gebracht had en dus den 
i'echtmatigen uitgever schade kon bei'okkend hebben. Maar behalve dit 
proces gaf dit geschil het leven aan een aantal dagbladartikelen , circu- 
laires, vlugschriften over en we^r, die het publiek een tijdlang in span- 
ning hielden, zoowel om de onthullingen als om den toon, waarin die 



« 



38 BOBK EN LUSTEN. 

Soetens, IVeienschappelijk Maandschrift 9. — (1883 — 88) i, — 
A[eijer'fe Universum (1834 — 39), — Nederlandsc/i Magazijii tot 
verspreiding van algemeene en nuttige kundigheden 5. — ^ (1834 — 58), 

4- 

geschreven waren. De firma Nijgh bleef in liaar volle rei-.ht de /rt.s 
uitgeven onder de oude redactie, maar de firma Yervloet concurreerde 
van haftï' zijde nu uiet een nieuw tijdschrift, dat zij den titel van ffe jRrf//'n- 
h(HHi gaf en dat mïuii* een jaar bleek te kunnen bestaan. 

Nijgh bleef 25 jaar lang de uitgever van Tria. Met haar 2()e jiiar, in 
1855, verkocht hij het tijdschrift aan .1. O. Andries.sen te Utrecht. 

* Soetens' Wetenschapitelijk Maand,schrift, in 183^3 opgericht, maiikte 
in het begin eenigen ojigang, vooral door de opvijzel ing, waarmee het 
aangekondigd werd. Het beloofde hier te lande de baan te zullen breken 
om dc' wetenschap binnen het l}ereik te bi-engen van iedei*een en zou 
daartoe bijdi-agen verzamelen uit elk gebied, meer bijzonder op dat van 
landbouw en nijverheid. Niettegenstiuinde dien ophef was de inhoud vrij 
oppervlakkig en bestond grootendeels uit kleine berichten, raadgevingen, 
recepten, mengelingen enz., op de weetgierigheid van het groote publiek 
aangelegd. Dat spreekt Ook uit de nadere omschrijving op den titel, die, 
na Landbouw en Nijverheid op den voorgi'ond gesteld te hebben, er bij- 
voegt: »mitsgadei*s een aantal nuttige wetenschajipen , die onmiddellijk 
dienstbaar zijn tot de behoefte 'en het genot van alle standen der maat- 
schappij" en er naief bijvoegt, dat »het wordt samengesteld door eene 
Sociëteit van MenschenvricndeH , onder leiding van C Soetens." 

* Met 1842 — 58 wordt daivrbij gratis gevoegd: Schat hamer t^oor alle 
fflanden. In 1846 gewoi'den Nieuw Sederlandsch Magazijn. 

Het Sedevlanditch nuujazijn ter iH'rttpreiding t^n algeineene en }iut- 
tige kundigheden ^ met 18.S4 begonnen bij Gebroeders Diederichs te Am- 
sterdam, was, gelijk het prospectus zegt, een navolging van het Engelsclie 
Penny-Magazine . dat, uitgaande van een Society for the difjusion of 
nseful hnowledge, sinds 1830 het licht zag. Het was een der eerste volk.stijd- 
schriften bij wekelijksche afleveringen, wmet uitmuntende houtsneéplaten, 
iian het Engelsclie en aan zijn evenbeelden Saturday^Magazine , Pfennig- 
Magazin^ Magasin fJttoresque en Muaêe des /amt//e,s", ontleend, vei*sien1.'* 

Het Engelsche Penny-Magazine maakte al kort na zijn versi-hijning 
zulk een o[)gang, dat het in 18313 reeds niet minder dan 160.00() inlee- 
kenaren had en zijn uitgever, naar men berekende, in dat jaar een winst 



BOEKENLIJSTEN. 39 

oplevenle van 15.000 pond steilinjr (180,(K10). Zulk oen onjreinoen voor- 
il«H?lige oncierneminj? wekte natuurlijk opzien, en in het vnliren<l jaar 
ISIW hadden letterlijk alle landen van P^uropa, van Rusland t(»t lU&lie, 
hun I*enning-inao:azijnen. 

De tri*ove winsten door deze niajrazijnen, die van lieverlee op allerlei 
w^ijs na^revolgd werden, behaald, hi*arlit een Duitsch uiljrever op de ge- 
dachte, om hetjreen voor volwassenen «redaan werti ook te beproeven voor 
rlejeu^d en een Pfcnnüf-Mtujdzut fïir AV/è^/fi* te ondei'nenien, dat, belialve 
verhalen en dirhtstukjes, mededeel ingen zou bevatten omtrent uitvin- 
dingen, kunsten, natunrwetensrhap, geschiedenis, in één woord denzelfden 
inhoud als die voor groote menschen, maar in meer kinderlijken v<<rni. 
Ook dit plan sUuigde naar wensch en wei'd spoedig overal nagevolgd, 
hier te lande in 18^^ door het UoUandsch Pctinintf-MdtjdziJH roor da 
Jnufd , met 200 steendrukplaten tusschen den tekst, bij S. de Yissei' te 
's Gravenhage. 

In het begin was de lektuur, en evenzoo de diuirbij behooi'encie hout- 
gravuren en steendrukplat<»n, in die magazijnen geleverd, al lieel hiag bij 
den grond. Miuir hun invloed wits van onberekenbare bett^ekenis. In 
gezinnen, wiuxr zelden of nooit boeken kwamen, hetzij omdat ze te duur 
waren ofte weinig aantrekkelijks hadden, ki-egen deze minkostbare plan- 
tenboeken toegang en werd wekelijks met verlangen naar elk nieuw blad 
uitgezien. Zoo groot was onder anderen liet debiet in Duitschland, dat 
er te Leipzig, het middenpunt van den boekhandel, tot niet gering op- 
zien van het publiek, daartoe be))aa}d ingerichte vnii'htwagens met^paar- 
den bespannen rondreden, om de wekelijksche nonnnei-s bij de corres- 
jMindenten af te laden. 

Voor het meer beschaafde en gegoede publiek vei-scheen ter zei fder tijd, 
iSiU, ook hier te lande vertaiild, een zeer gezocht prentenboek met staal- 
platen, onder den titel van Meijers Ufuver.sHifi^ dat zich vooral toelei 
om afbeeldingen en beschrijvingen te geven van de fniaiste natiuir- en 
stadsgezichten uit onderscheiden landen. Het had zijn ontstaan te danken 
aan den ondernemenden boekenfabrikant Joseph Meijer, die in 1827 zijn fa- 
briek had opgericht te Hildburghausen, onder den weidsch klinkenden naam 
van «Bibliogi-aphisclies Institut", en van daar uit gaandeweg allerlei gixjote 
maar slordige ondernemingen deed ui tg'aiin, die op bijval van het algemeen, 
en dus op een uitgebreid debiet aangelegd waren. Hij phuitste vertak- 
kingen van zijn liandel in alle landen van Europa, ook in New- York, 
en gebiTiikte zijn staalgravuren bij tekst in alle talen. Deze zelfde Meijeri 



40 BOEKENLIJSTEN. 

Het Leeskabinet. Mengelioerk tot gezellig omlerhoud 10.50 
(begonnen in 1834) i, — Be Frieiiddes Vaderlands ^ ^itgeg. door de 
Maatsch. van Weldadigheid 6. — (1835 — 42), — De Muzeii^ 
ondor red. van Bakhuizen v. d. Brink, Potgieter, Heije en 
Drost 2.80 (1834), — HoUandsch Penningmagazijn voor de jevgd 
4.80 (1835—52), — De Leidmnan der jeugd {l^^b—M) — , 
Philarete. Tijdschrift voor de jevgd 6.— (1836—43), — Ne- 
4lerlandsch' Museum. Geschied- en Letterkundige merkwaardigheden 
^3 — (1835 — 68)^, — Athenaeum. Tijdschrift voor wetenschap 



een koopman in folio, brutaal zonder voorbeeld en opgewassen tegen eiken 
i>torrn, die er van den kant der Duitsche uitgevers tegen hem losbrak, 
is, dmirgelaten zijn roofziek karakter, ontegensprekelijk van invloed ge- 
weest op de ontwikkeling van onzen tijd. Aan eigendoms-voorrechten 
stoorde bij zich niet, maar gaf, tot scliade van de bezitters, ten eigen 
l)ate in miniatuur formaat een reeks van duitsche klassieken in het licht, 
slecht nagedrukt, op gemeen papier, maar voorbeeldeloos goedkoop, die 
door zijn handelsagenten over heel de wereld een ongehoord debiet vonden 
en aan de Duitsche litemtuur, ook in Nederland (waarR. Reim te Am.stenlam 
zijn agent was) allerwege een gi'oote bekendheid gaven. Evenzoo zocht 
Lij oj) die wijs debiet voor zijn alles behalve degelijke vertaling van 
ShakciSjfeare in 52 deeltjes, zijn Bihliothek Deutschcr Kanzelheredsamkeit 
in 23 deeltjes, zijn Bihliotheca Clnssica^ zijn vei*schil lende Bijbel-xnign- 
ven, zijn G aller ie der ZeiUjenosacn en zijn bovengenoemd Universum^ 
dat in vijf talen, behalve de Hollandsche, een debiet had van 36.0(X) 
exemplaren. — Deze Duitscher wordt hiei- genoemd, omdat zijn geest in 
enkele Hollandsche uitgevers overging. 

' Met 1849 opent Frijlink's Leeskabinet een rubriek Boekheoovdeelingeju in 
navolging van zijn concurrent De Tijd. Evenzoo had het Lecsliahinet in 
"1847, gelijk De Tijd reeds vroeger deed, gelegenheid gegeven tot het 
plaatsen van a(ivertentiën , maar alleen betreffende kunst- en letterwerken, 
»en niet van likkepotjes, tandpoeders en kwakzalverijen, zooals De Tijd pleegt 
te doen" (zie later J. L. van der Vliet). — De uitgever schat de lezei*s van 
Jiet Lecskahinet in 1847 op 40.000. In 1870 gaat het over aan Ab. Frijlink. 

* Het Nederlandsch Mtfseiim werd in 1835 opgericht door den uitgever 
L. van der Vinne, te Amsterdam. Bleek het Nederlandsch Matjazijn 



BOEKENLIJSTEN. 41 

en kunst 12. — (1886 — 37), — Bnemaan(kHjk8ch Tijdschrift 
(1836 — 37)1, — J)e Gids. Nieuwe VadeThmdsche Letteroefeningen 
12. — (besr. in 1837) 2, — Europa. Verzameling van mt- en in- 



ra/l algeineene en nutticfc htnuiufhcden in een iiantal huisjrezinnen eiken 
zaterdag een welgevallige verschijning te wezen, als een tegenhanger daar- 
A'an zou het Xvderlandsch Museum elkien woensdag zijn pliuiU vragen 
en )» volgens oone goede en \erstandige keuze, al die stukken zoowel van 
vreemden als eigen bodem aanbieden, welke allezins geschikt moesten 
zijn, om den leeslust "te boeijen, de weetgieriglieid te bevredigen, den 
lachlust op te wekken, het geheugen met eenen voorraad van wetens- 
waardige zaken te verrijken en alzoo den lezer menig uurtje aangenaam 
en nuttig tevens te doen slijten." Het verscheen in 52 vellen, folio 
formaat, in twee kolommen (dus ruim 800). met 4 platen 'sjaars, voor 
f 3, — , en vond weldra door zijn aangenamen inhoud en goedkoopen 
prijs zulk een bijval, dat de eeiste jaargang zich reeds op een getal van 
4000 inteekenaren beroemen mocht. 

De Ie — r)en jaargang werden uitgegeven door den oorspronkelijken ont- 
werper: de Oe — ITen door C. L. Schleijer & Zn., de 18e — '21 en door N. 
de Zwaan, de 22e — 28en door H. A. M. Roelants, de 2Pe — Men door J. 
H. Laarman. In 1860 werd het samengesmolten met het Nederlandsch 
Ma (f azijn. 

* Opgericht door .f. W. Iloltrop. Dr. O. Simons, Mr. P. Simons en 
Dr. W. F. Schey. Dit tijdschrift kan wat degelijkheid van kritiek aan- 
giwit als de voorlooper van de Gids aangemerkt worden. Het had de 
kortheid van zijn bestaan te wijten aan een oneen igheid tusschen de 
redat^tie en de uitgevers wegens een ongun.stige beoordeeling van Collot 
d^Escurj's UolUnuh Roem^ bij dezelfde fn*ma vei'schenen. 

* Het j(mge Holland, vertegenwoordigd door Bakhuizen van deuHrink, 
E. .1. Potgieter en J. P. Heije, niet tevreden met den verouderden toon 
der bestaande tijdschriften, had in 1834 getracht door het oprichten van 
de Muzen een eigen orgaan machtig te worden. Die ])oging had te weinig 
ondersteuning mogen vinden. Na den proeftijd van slechts een enkel 
jaar was de uitgaaf gestaakt. Evenwel niet voor goed. 

In Augustus 1836 verscheen een prospectus, dat de letterkundige wereld 
in rep en roer bracht. Het wa.s geteekend door een ongenoemde «Redactie", 
maar werd al spoedig vermoed van de hand van Potgieter te zijn. En 



1)2 BOEKENLIJSTEN. 

het was waarlijk wel goeii wondei' dat het opspraak wekte. De toon er- 
van witó zoo uit de hoogte en de aanval op de hestiumde tijdschriften, 
vooral op de Vaderlandsche Letlerocfeintujen ^ zoo scherp, dat liet iedereen 
die zich niet vaderlandsche letterkunde henioeide in het harnas joeg. Dat 
|>rospectus is zeker nog te weinig te vinden, dan dat liet niet <le moeite 
wafu-d zou zijn het voornaamste eruit over te nemen. 

Het begint met erop te wijzen, hoe de iOe eeuw zicli van haar voor- 
gangster gunstig onderscheidt wat den uiterlijken vorm beti*eft van de 
letterkundige werken die er lieden ten dage uitkomen: in hoeveel pa>:- 
sender gewaad de werken van Hilderdijk en Stuart, van Lennep en l^u- 
blink Weddik verschijnen, dan waarin vr(»eger die van Justus van Kflen en 
de gebroedei*s van Haren te v<ioi*schijn ti-.iden. Ook is er aan versclieiden- 
heid van lektuur geen gebrek. Maar één ding ontbreekt: een eclit l:n- 
t'iHch tijdschrift, dat dt^n man van smaak op den weg helpt tot de keus 
van zijn lektimr. 

oln eene eeuw, welke een verdienstelijk schrijver die der liriliel! ge- 
noemd heeft, waarin zelfs het achterlijk iSpanje, op voorbeeld van Enge- 
land en Frankrijk, eene RcviMa verschijnen deed, heeft Nederland, ja, 
tijdschriften genoeg, luaar die men, wat vorm en inhoud InHreft, met 
meer regt voor kinderen der 18e, dan die der 10e mag aanzien. Wij 
zouden onzen geboortegrond niet voor het viulerland van het gezond ver- 
stiind houden, indien wij geloofden, dat het nuttige van goede dergelijke 
werken behoeft te wonlen betoogd. Onze v()()roudei*s beleefden een tijd, 
waarin Holland, ook in dit opzigt, bij vreemden niet achterlijk was, en 
schoon ortze tijdschriften, van het begin dezer eeuw af, op dezelfde laagte 
bleven staan, of zoo mogelijk nog verder rugwiuvrts gingen, ons publiek 
is, vooral tegenwoordig, niet langer blind voor de gebreken derzelve! De 
klagten over de hekromjH'nhcid van oordeel en de partijdit/hcid van strch- 
kiiKj ; over de traat/hcid en nalatifjheid ^ wiuirmode de in Nederland het 
licht ziende boekwerken worden beoordeehl , zijn algemeen. 

)^Kn geen wonder, want de zaak raakt de eere des Volks! Welk regt- 
geaard Nederlander schaamt zich niet, wanneer hij den vi-eemdeling, die 
hem natu* het me<»st gelezen, meest genuidpleegd, meest gezaghebbend 
maiindelijksch overzigt onzer letterkunde vnuigt, de Vaderlamischr Lef- 
tcrovfcninqcii moet in handen geven? Welke gedachte kan toch dit 
tijdschritl den vreemdeling wel inboezemen van den in Holland (fawj- 
haren stijl van beoordeel in ge n ^ van den smaak onzer land(jew)oten tHMjr 
het schüone en verhevene^ van den staat onzer drukkunst^ en de 



BOEKENLIJSTEN. 43 

wijze iHin uiUjevvu hier te lan(h\ in één wooi'd, van dat alles, wiuirvan 
een gued Maandwerk de proeve, het voorbeehi en de tolk behoort te 
wezen. Zijne aanmerkingen mogen zicli, uit beleefdheid, tot een glim- 
lach l)ej)alen, hij gevoelt geen' hist, meer schoonlieden te giuui zoeken 
met een' gids, die er zoo onbevallig uitziet en ons door geene oorspron- 
kelijkheid van geest met zijn stijf voorkomen verzoent. 

«Aan elk, wien de eer van onzen boekhandel ter harte gaat, clie be- 
lang stelt in de Nederlandscïie letterkunde, en den roem zijns vaderlands 
v<M)r meer dan een ijdel woord houdt, kan geene ]K)ging tot oprigting 
van een tijdschrift, dat in uiterlijken tooi noth in innerlijk gehalte bij 
die van vreemden zal achtei'staan , onverschillig wezen, en het is daarom 
dat wij, met vol vertrouwen op eene algemeene deelneming, onzen Land- 
genooten eene lijst aanbieden ter inteekening op het den eersten Januarij 
1837 bij den boekhandelaar (r. J. A. Keijerinck uit te geven en hieronder 
breedvoeriger aangekondigd tijdschrift: 

De Gids. 

N i e n w e V a d e r I a n d s c h e I^ e 1 1 e r o e f e n i n g e n. 

»l)e titel, voor hetzelve gekozen, t(^)nt genoegzatmi het doel aan dat 
de Redactie zich voorstelt. Sedei't de laaüite helft der vorige eeuw be- 
stond er in Nederland een Maandwerk, onder den zoo min fraaijen als 
juist gekozenen, doch thans het burgerregt verkregen hebbenden naam 
van Alffemeene Vaderlamhche Letteroefen hiyen. Wanneer dit Tijdschrift, 
gedurende deszelfs zeventigjarigen leeftijd, gelijken tred had gehouden met 
den voortgang van het algemeen in smaak en kennis, zoude hetzelve aan 
zijn ooi*spronkelijk doel blijven beantwoorden en nog verdienen ten leid- 
draad te strekken bij de l)oekenkeuze der in ons vaderland zoo talrijke 
leesgezelschappen. Doch — zelfs zijne ijverigste begunstigei's ontkennen 
het niet! — het verried sedeil jaren, meer en meer, op elke bladzijde de 
rimpels van den ouderdom en mlien nacht in de oo(jen\ welke, volgens 
onzen gi'ooten Dichter, Mlen dooilshinp voorbeduidV\ Het getuigde tot in 
zijne jongste beoordeel ingen van de wiuvrheid der uitspraak : 

De ondervinding 

Breekt verblinding 
Van vooroordeel, zegt men wel; 

Maar verblindheid 

Uit gezindheid 
Ziet ook in 't geheel niet hel. 



44 BOEKENLIJSTEN. 

«Vergeefs zocht de Letteroefenaar, bij vroegere wenken van dien aard, 
ter verdediging van zijn Tijdschrift, zijne toevlugt in de gelijkenis van 
eenen eeuwen verdurenden boomstam ; hij vergat dat eiken zeldzaamheden 
zijn in onze letterkundige wereld, en dat vooi-al zijn Tijdschrift geen ivgt 
had zich den naam van Koning van het nuntd aan te matigen, sedert 
hij verpligt was bijna alleen op vreemde en doorgaans slecht beploegde 
akkers zijnen schralen oogst in te zamelen. 

«Inderdaad, de Letteroefenaar vertoonde sinds lang geheel het kaïtikter 
van den knorrigen grijsaard, die onverzettelijk aan eenmaal aangenomene 
begrippen vasthoudt; het schoolboek, wmiruit hij leerde, het beste ter 
wereld schat, ongaarne op zestigjarigen ouderdom nieuwe zeden en ge- 
woonten huldigt, en zelfs zijne kleederen nog de smakelooze, ouderwet- 
sche snede laat behouden, welke men in de eeuw der staailpruiken en 
haarzakken fraai vond. Zoo enkele uitzonderingen een regel bevestigen, 
zoo gelde zijn gedurig plooijen naar de staatkundige begrippen van den 
dag, en zijn niet minder aanhoudend, maar laf hartig vleijen der Ilolland- 
sche eigenliefde, ter bekrachtiging der opgeworpen stelling! Als een af- 
geleefd man die zijne bestemming overleefde, en, omdat hij zich niet op 
gelijke hoogte met het hem omringende later geslacht bevindt, het niet 
zelden de vlagen zijner wrevelige luimen doet verduren, gispt hij wat hij 
niet begrijpt, en veroordeelt hij wat tegen zijne persoonlijke meening 
strijdt. Welke beroemde mannen die hem met hunne medewerking ver- 
eerden, heeft hij niet tegen zijn Tijdschrift in het harnas gejaagd? Welke 
uitgever kan geen aantal werken o})noemen, dat hij in de laatste jai'en 
verzuimde te beoordeelen? 

)>Niet als een jongelincf^ die, in overdrevenen maar verschoonbaren ijver, 
een nieuw tijdperk der Vaderlandsche Letterkunde van zijne vei*schijning 
wenscht te doen dagteekenen , maar als een mnti , welke overtuigd is dat hail 
en hoofd van ons publiek hoogere behoeften hebben, dan de (dikwerf 
onhandig) geplunderde buit uit Fmnsche vlugschriften vermag te stillen , 
en die, uit lust en liefde voor wetenschap en kunst, de velden der binnen- 
en buitenlandsche letterkunde dagelijks gadeslaat en het schoone huldigt 
waar hij het vindt, verlangt rie Gids in Nederland oj) te treden om on- 
afgebroken voor de eer onzer letterkunde te waken. Wars van alles w^t 
naar een })er.soonlijken aanval op den schrijver gelijkt (als geheel vreemd 
sam het denkbeeld van gezonde kritiek) zal alle pailijdigheid vreemd 
blijken aan zijne boekbeschouwing, en niets hem aangenamer zijn, dan 
door onze vaderlandsclie schrijvers in staat te woi'den gesteld de doiTe 



BOEKENLIJSTEN. 45 

en onvruchtbare kritiek der gebi'eken door de vruchtbai*e en hooge kritiek 
der schoonlieden te vervangen. Er schittert menige star aan onzen letter- 
kundigen hemel, welke hem waarborgt dat dit verlangen niet onder de 
vrome wenschen zal blijven behooren, hoe groot ook het aantal dwaal- 
lichten zijn moge, voor welker verleidelijke maar flikkerende glans hij 
zal moeten waarschuwen. Schadelijke grondbeginselen te bestrijden , jeugdige 
vernuften den regten weg te wijzen, groote talenten naar watirde te hul- 
digen, ziedaar zijn doel! De spiegel der waarheid, waarin hij alle voor- 
werpen wenscht terug te kaatsen, zal duidelijk toonen, wie in een werk 
de overhand hebben, de schoonheden of de gebreken: en dit alleen de 
middelen be])alen, welke hij bezigen moet. Waar de dwaasheid, hetzij 
in tijdschriften, hetzij in boekwerken, tot tweede natuur en dus onge- 
neeslijk mogt zijn geworden, behoudt hij zich de vnjheid voor, zijner 
luim bot te vieren: daar hij kwaadaardigheid even vreemd acht te zijn 
aan haar wezen, als verguizing aan haar doel. 

Tb De Gids wil noch in het stiiatkundige, noch in het godsdienstige, 
noch in het letterkundige als partij s^anger optreden: hij begrijpt geene 
vrijheid zonder eerbied voor ieders verdedigbare meening, geen streven 
naar waarheid wanneer hij eene banier, van de zijne verschillende, den 
weg naar haren tempel zoude willen versperren. Vnichteloos zal men bij 
hem die vinnige uitvallen verwachten tegen anders denkenden, anders 
gevoelenden, of anders geloovenden, waaraan zijn voorganger, in de laatste 
jaren, eene betreurenswaardige vermaardheid verschuldigd was, en hon- 
derdwerf liever wierp hij de veder van zich, dan in de chroyiique scan- 
daleuze onzer dagen een middel tot vermeerdering van zijn debiet te 
zoeken. Verre van zijne bladen te wijden aan de twistschriften en blaauw- 
boekjes onzes tijds, zal hij zich gewoonlijk met eene korte inhoudsopgave 
der belangrijkste derzelve vei'genoegen , doch zich daarentegen meteenen 
voor uitgeveren wenschelijken spoed ijverig bezig houden met eene juiste 
beoordeeling van verdienstelijke vaderlandsche werken, tot welke weten- 
schap of kun-st ook behoorende. 

»Uit zijnen aard in doel en strekking Nederlandsch , zal het mengel- 
werk van dit Tijdschrift zich door verscheidenheid en belangrijkheid voor- 
deelig onderscheiden. Schetsen op het gebied der Nederlandsche Geschie- 
denis verzameld, zullen met kleine verhalen (notwUen) uithet dagelijksch 
leven worden afgewisseld, terwijl de medewerking van goede dichters de 
rubriek Poezy eene bijzondere belangstelling waaidig zal maken. Geene 
bekrompene vaderlandsliefde zal echter den Gids weerhouden, bij wijlen 



46 BOEKENLIJSTEN. 

ook een:ge der schoonheden, welke vreemde grond mogt aanbieden, mede 
te deelen. overtuigd dat in het gemeenebest. der letteren geen volkshaat 
denkbaar is. Anatomische of Chimrgische beschrijvingen van misgeboorten , 
of voorwerpen welke niet naiikt en geopend voor iedei-s oogen behooi'en 
te worden ten toon gesteld, zullen er zoo min in worden opgenomen, 
als vei-sjes, eer Fransz Baltes of Jan de Rijmer, dan de Muzen, aim welke 
een Tollens of Staring offei'en, waardig. 

))Heuschheid zal het kenmerk der Redactie zijn jegens allen, die haar 
met de inzending van eenige bijdrage vooi* de boekbeschouwing of het 
mengelwerk mogten willen vei*eeren. Bij het verzoek haar alle stukken 
van dien iiard, onder het adres van den heer G. J. A. Beijerinck te Am- 
sterdam franco te doen geworden, voegt zij echter de voorwaarde dat, 
zoowel beooi-deelingen als antikritiek, bescheiden moeten gesteld zijn, en 
het mengelwerk dien beschaiifden kring waardig wezen, waanoor het 
Tijdsclirift bestemd is. Het adres der inzenders er bij te ontvangen zal 
liaar bijzonder aangenaam zijn: ten einde de niet opgenomen stukken 
terug te bezoi'gen of over noodig geoordeelde wijzigingen eenen briefwissel 
aan te knooj)en, daar geene ojjenlijke tentoonstelling van welwillend ium- 
gebodene, maar minder gelukkig uitgevallen bijdragen den omslag van 
het Tijdschrift ontsieren zal: de letterkunde behoeft kïuik noch palei! — " 

De Redactie. 

Deze laatste regelen doelden op de gewoonte van de redactie van de 
Vfuierlandsdie Letteroefenin(fe7i om op den achterkant van de omslagen 
der maandelijksche alleveringen correspondentie te voeren over de ontvangen 
bijdi-agen, een correspondentie, die somwijlen viij .scheq» of bijtend luimig 
was en, gericht aan vooriet tei's. nu en dan den naam der inzendei's maar 
al te duidelijk deed vermoeden. 

Achter dit pros})ectus van de redactie volgen de ViH)ric(tar(U'^fi van in- 
UrbenuKj , waarbij de uitgever zich verbindt tot het leveren, bij het 
Mengelwerk, van aclittien platen in houtsnede, steendiiik, koper- of staal- 
gravuie, en mededeelt dat zijn bekwame stadgenoot, de heer CA. Spin, 
verklaard heeft, zich te zullen beijveren om aan dit Tijdschrift tetoonen 
wat zijne drukpers in staat is te leveren. De overblijvende achtei^mgina i.*s 
gevuld met een gewone boekaankondiging, aldus: ))Door den uitgever dezes 
zijn uitgegeven en alom te bekomen, de navolgende Pi-achtwerken : 

Bijhehche Lamisehappen ^ naar afbeeldingen, met bijgevoegde tafei'eelen 
door Ab. des Amorie van der Hoeven. 



BOEKENLIJSTEN. 47 

Zwitsei^hnd en de Alyten xHtn SaiH)yc}i , naar afbeeld! nj^cn, beschreven 
door N. G. van Kami)en. 

Gezigten in Holland en België, naar afbeeldingen, door N. G. van 
Kampen. 

De Rijn, in afbeeldingen en tafereelen geschetst." 

Deze prachtwerken hadden een groot aandeel in den ])enncstrijd , die 
over en wet*r stond gevoerd te worden. In den loop van het jaar 18i%> 
toch bad een ongenoemd criticus deze uitgaven van Beijerinck , die niet 
ter recensie waren ingezonden, in de Vaderlnnditche Letteroefeningen op 
vrij vinnige en voor den uitgever kwetsende wijs gehekeld. Hij had ge- 
zegd het te betreuren , dat platen, door Ëngelsche kunstenaars gegraveerd, 
ook hier te lande werden ingevoerd om te dienen tot speculatiën van een 
boekverkoO|)er, die daarmee niets anders dan eigen voordeel op het oog 
had en die met geld en goede woorden de hulp van twee Nederlandsche 
geleerden van naam had gekocht, ten einde met een alles behalve onbe- 
rispelijken tekst zijn onderneming te doen gelukken. En toen uu eenigen 
tijd daarna het prospectus van de Gids verscheen, werd aan Beijerinck 
ten laste gelegd, dat hij, over deze kritiek gebelgd, een concuirent voor 
de Letteroefeningen in het leven had geroepen. In het Novomber-nommer 
van dit tijdschrift werd het pas verschenen prospectus van de Gids door 
denzelfden criticus van de j)rachtwerken onder handen genomen op een 
manier, die alle teekenen droeg hoezeer de redactie en de uitgever van 
de Letteroefeningen over dezen mededinger in toorn ontstoken waren. 
)>Daartoe door den diep beleedigden Heer IJntenia aangezocht," ver- 
klaart de schrijver pgeen oogenblik geaarzeld te hebben om voor de aan- 
geschonnen waarheid op te treden, te waarschuwen tegen den boozen 
geest, die onze Letterkunde en onzen Boekhandel dreigt te overheeren, 
en de gesmede zamenzwering tegen het oudste letterkundige tijdschrift 
onzes Vaderlands in al hare naaktheid, laagheid en afzigtigheid ten toon 
te stellen. Hij doet dit te eerder, omdat hij door zijn bcrigt over de 
Prachtwerken van den boekverkooper Beijerinck de eerste, hoewel on- 
schuldige oorzaak is van al den laster en smaad, die in het genoemde 
praspectus over de Vaderlandsche Letteroefeningen en derzelver Redacteui* 
worden uitgestort. Het is toch maar al te blijkbaar, dat de geheele on- 
derneming, die met zooveel ophefs als eene lang ontbeerde weldaad voor 
kunst en wetenschap onder ons w'ordt aangekondigd, enkel de wanschapen 
vrucht is van beleedigde eigenliefde, lagen wraaklust en teleurgestelde, 



4!8 BOEKENLIJSTEN. 

althans bedreigde, winzucht. De gemelde boekverkooper, bij wien alle 
deze onedele beginselen, door het gebeurde omtrent die Prachtwerken , 
in eene liooge mate zijn opgewekt, heeft zich voor de ontdekking der 
gevaarlijke waarheid voldoening willen verschaffen, en, terwijl hij zichzelv' 
onbekwaam gevoelt om de pen te voeren, heeft hij, naar 't schijnt, eenige 
Schrijvers weten te vereenigen, die hem de behulpzame hand willen bie- 
den, om zoowel zijnen wraaklust te koelen, als zijne en hunne beurs te 
vullen. En dit kon hem in deze dagen, helaas! niet raoeijelijk vallen. 
Ook in het vak van Geleerdheid en Boekhandel is onze leeftijd veelzins 
het tegenbeeld van de vorige eeuw. Voorheen waren boekverkoopers het- 
gene zij naar den aard der zaak behooren te wezen, medehelpers, hand- 
langers der Geleenlen , middelpersonen tusschen de Auteurs en het Publiek, 
en onze Wetsteins, Luchtmansen, Meijei's en anderen hielden zich met 
dezen bescheiden titel tevreden: thans heeft het omgekeerde plaats; onze 
Geleerden zijn handlangers der boekverkoopers geworden. Gelijk zij bij 
overgeschotene en verbleekte prentjes van Almanakken voor eeii stuk 
gelds vertellingjes laten maken, zoo besteden zij andere ondernemingen 
aan dezen of genen vaderlandschen Schrijver uit; eene aanbesteding, die 
zich daardoor alleen van de gewone onderscheidt, dat zij het stuk werk 
niet altijd aan den mi nstinsch rij venden gunnen, maar zich wel eens eene 
geldelijke opoffering getroosten, als zij veelvermogende aanbevelingen aan 
dezelve verbinden kunnen. — Het geheele prospectus van het nieuwe tijd- 
schrift draagt, even als de gansche onderneming, welke het aankondigt, 
het schandmerk van oneer lijkheid, wraaklitst, aanmatigwg ^ misleiding 
en hebzucht y 

De toornende schrijver gaat nu elk van deze on dci-sch rapte beginselen 
na en stapelt zijn beschuldigingen niet alleen op het hoofd van den mis- 
dadigen boek ver kooper, maar evenzeer op dat van diens handlangers en 
medeplichtigen. Hij beweert, ))dat het overnemen van den bijtitel iVtcHU'e 
Vnderlandtichc Leüeroefeningen een daad van ongeregtigheid en diefstal 
is, onbeschaamd en lijnregt in tegenspraak met het Goddelijk gebod. 
)>(iij zult niet stelen; gij zult niet begeeren iets, dat uwesnaa.sten is." Hij 
noemt ))de boosaardige uitvallen van dcopstcllcrs van het prospectus lagen 
wraaldusf tegenover den heer IJntema en zijne medewerkers, op wier 
hoofden smaad en lai>ter worden uitgestort, eenig en alleen uit gekrenkte 
eerzucht van middelmatige penvoerders, die nu als Recensenten optreden, 
en uit teleurgestelde of bedreigde en weder ontvlamde winzucht van den 
boekverkooper." Hij heet het »gecn gerijige aannmlig'uig ^ dat jonge 



BOEKENLIJSTEN. 49 

mannen, wïe het niet aan zekei-e bekwaamheid, maar des te meer aan 
gnoidigheid en scherpzinnigheid ontbreekt, met hoogklinkende woorden en 
gelukkig onthoudene dichtregelen van anderen, de geusurpeerde magt 
van een letterkundig Napoleontje opgeblazen nabootsen door hun vonnis: 
Les Vnde^^latidsche Letteroefeningen du Libraire IJntema otit cessé 
d\^j^istcrr Hij scheldt het ^misieiditirf , dat onkunde van een boekver- 
koo|)er en laffe vleitaal van diens medehelpers het publiek willen diets 
maken, dat dit tijdschrift nu eens het voorbeeld en de tolk zal wezen van 
den stiuit onzer drukkunst en de wijze van uitgeven hier te lande, alsof 
een luchtig Fransch rokje, en daarbij wat platen, de deugdelijkheid van 
den inhoud zouden kunneu vervangen." Hij toont eindelijk aan, ))dat 
hehzuchf overal door do scheuren en gaten van het schriele manteltje van 
beschaafdheid en edelmoedigheid , waarmede de stellers van het prospectus 
zich omhangen hebl)pn, uitkijken, en dat de onnoozele uitgever, wiens 
kennis niet verder dan zijn winkel reikt, nog geld wil maken tot zelfs 
door in zijn maandschrift op te nemen achertentiën !" 

Op al deze gronden meent de schrijver ))de lezers van de Vad. Letter- 
oefenifif/ea en het geheele publiek te moeten inlichten omtrent het cowjd/o^, 
dat in den winkel van meergemelden boekverkooper tegen dit tijdschrift 
is gesmeed. Hij bejammert het, dat hij zooveel woorden heeft moeten 
liesteden jum de wederlegging Aan zoo groote oppervlakkigheid, winderig- 
heid en l>(K>saardigheid. Maar hij, oen man van gevorderde jaren, die 
tijden beleefd heeft, waarin onze vaderlandsche boekverkoopers hunne 
niuiuwe l>etrekking tot den staat der Letteren, en hunne edele roeping 
om tot derzelver bloei mede te werken erkenden, zoodat zij zii^h op iets 
meer toelegden, dan op de kunst om ])oeken te laten drukken en op 
allerlei wijzen aan den man te helpen: tijden, wiuirin schrijvers van eenige 
bekwaamheid zich scliaamden, liunne j)en te verkoopen om onedele be- 
doelingen te bevorderen, en dezelve alleen ))est eedden in de dienst van 
waarheid, regt vaardigheid en liefde: hij kon en mogt niet zwijgen, al 
ware het om slechts iet*? bij te dragen om ck^i boozen geest tegen te 
werken, die Letterkunde en Tioekhandel ondt^r ons lioe langer hoe meer 
dregt te besmetten, en een' beteren dag over dezelve te doen opgaan 
En die wensch zal reeds aanvankelijk vervuld worden, wanneer het ge- 
lukken mogt, een' ieder voor een Tijdschrift te waarschuwen , dat, nogmaals, 
het schand merk van o)i eerlijkheid, wraaklust^ aanmat Kjiug ^mideidinq ew 
hebzucht op het voorhoofd draagt en de boekerij van elk fatsoenlijk man 
tot schande verstrekken zal.'' 

4 



50 BOEKENLIJSTEN. 

De aanstaande geboorte van de Gids werd alzoo niet niet juljelkreten 
begroet. Met December 1836 trad hij de wereld in, en wel voorafgegaan 
door een voorbericht, dat op gematigden toon opkwam tegen deze ver- 
dachtmaking van redacteuren en uitgever en dat zich beriep op zijn vol- 
gende daden. wWaarlijk," zoo spreekt de Rediu'tie ten slotte: loWaiir- 
lijk, wanneer de gunstige Genius onzer Letterkunde onzen Gids dwingt 
voor betere Tijdschriften het veld te ruimen, wenschen wij niet, dat er 
zooveel gedruisch om onzen dood zij. Wij wenschen den Letteroefenaars, 
dat zij, door onzen aanval uit den doodslaap gewekt, spoedig als waar- 
dige kampvechters voor Wetenschap en Smaak mogen verschijnen op dat 
veld, hetwelk ruim genoeg is voor hen en voor ons!" 

De oude Letteroefeningen bleken tegen dezen jongen mededinger niet 
opgewassen. Zij delfden al meer en meer het onderspit en gaven ein- 
delijk afgetobd in 1874 den strijd moedeloos op. Van de Gids werd 
waarheid wat Btrtga schertsenderwijs profeteerde: 

Een pas ex-ganzengiit, die 's nachts de bellen plondert. 

De glazen inslaat en de ploerten wakker port. 
Des daags zijn vrienden likt, de ontzette groenen dondert, 
Latijn als water spreekt, het meest zich zelf bewondert, 

Maar mettertijd professor wordt. 

Van de Gids waren lU'htei'eenvolgens redacteuren : 

E. J. Potgieter 1837—1865 

Mr. C. P. E. Robidé van der Aa 1837—1837 

Dr. R. C. Bakhuizen van den Brink 1838—1844 

Mr. W. J. C. van Hasselt 1838—1845 

Dr. J. van (leuns 1838—1849 

Dr. H. Pol 1840—1845 

.1. F. Oltmans 1841—1845 

Mr. C. J. Fortuijn 1841—1843 

Dr. B. ter Haar 1843—1845 

Dr. P. J. Veth 1844—1876 

Mr. G. de Clercq 1846—1849 

Dr. G. E. Voorhelm Schneevoogt 1846 — 1871 

Mr. S. Vissering 1847—1849 en 1865—1876 

Dr. II. e. Millies 1848—1850 

Dr. Henrv Riehm 1849—1852 



BOKKENLTJSTEN. 51 

lancUche lettervruchten 10. — (beg. in 18:38), — Be Oogst. Verza- 
meling van redevoeringen en mengelingen 4. — (1838 — 39), — 
Nederland. Galerij van romans en verhalen 8.— (beg. iu 1839) , 
Dé Regenboog. Keurbloetneii van uitheeriMchen oorsprong 9.60 
(1839), — Be Volksbode, Ttjlsc/irift tot nut van 't algemeen ^ 
door Rob. van der Aa en Heldring, later van Schaick en Don- 
kersloot 2.60 (1839—53), — Bj band der zamenleving 5.— 
(1839—43). 

Dr. F. A. W. Miquel 1849 1851 

Mr. J. Heemskerk Bz 1850 — 1853 

H. .1. Schimmel 1851—1867 

Dr. J. van Gilse 1852—1859 

Joh. C. Zimmerman 1852—1876 

P. N. Muller 1854—1880 

Mr. P. A. S. van Limburg Brouwer 1854 — 1865 

Mr. H. P. (i. Quack 1863— 

Mr. J. T. Buys . . : 1863— 

Dr. C. A. Engelbregt 1863—1864 

Cd. Busken Huet 1863—1865 

Dr. R. J. Fruin 1865—1875 

Mr. J. A. Sillem 1871— 

Charles Boissevain ; 1872 — 

Mr. W. H. de Beiiutbrt 1876— 

Mr. J. N. van Hali 1880—' 

C. Honigh 1881— 

J. H. Hooijer 1881— 

• 

Het eei*s'te nommer van de Gids werd geopend met een ongeteekende 
bijdrage van E. J. Potgieter, getiteld Oudejaarsavond en Nieuwjaars- 
morgen. Kort daarop, in de 3e aflevering, maakte d^ Gids zijn lezers be- 
kend met Charles Dickens, door de vertaling van Reisonhnoeiinqen der 
Pickuncki9ten\ eene schets door Boz. Met platen van Seymour. 

De platen, die de Gids m zijn eerste jaargangen gat', waren steen- 
drukken van H. J. Backer, houtgi'avuren van A Ci-Jinendoncq , koper- 
prenten van J. \V. Kaisei'. Zij vei^chenen alleen in de jaargangen van 

1837 — 41. Sinds kwam de Gids uit zonder platen. 

4* 



52 BOEKENLIJSTEN. 



Almanakken «n Jaarboekjes. ^ 

NederL Mnznt- Almanak 8,50 (1818—47); in 1848 Tergeet mij 



* Hierbij worden niet opgegeven <ie menigte Jaar- en Atira^HH'kjea, 
die elk jaar toeniinien: ook niet de Knutimr- en Hnis-Afjeiidas^^e Erven 
Stichters^ Enlihitizrr en Tlwinpsons-Almnnalilunt. 

Dat de Almanakken almede tot de oiuKste literatuur hier te lande >)e- 
h(>oren, blijkt uit de McmorinnNHH'ken van 't Jfof ihih lIoUandAvM — 68, 
waar gemeld wordt, dat het Hof den 13en November 1505 gunstig be- 
schikte op een request van Shnon Jans te Delft, »(die zeedeil XX jaaren 
herwerts de almanaoken van Mr. Pieter Foreest ende andere doctoeren 
gemaect, gef)rint ende vercoft hatlde) om te mogen printen oft drucken 
die pronosticatie ende almanack van den ieutcommenden jaer 156(). ge- 
maect ende gecalendeert opten meridiaen der stede van AIcmaer bv docti»r 
Laurens van Oirschot, derselver stede doctor ende medecyn ende gevisi- 
teeil by den lieer Martino Dimcanus Kempensis, |)astoor inde Onder 
Kercken der stede van Delft." 

De Steenwijhn' Ahnanak, een dubbeltjes-almanak, heeft (wellicht) hier 
te lande het langste bestaan gehad. Hij dagteckent van het jaar 1664 
en verschijnt ouder gewoonte elk jaar op Sint Nicohiasdag des morgens 
ten zeven uur: hij is. wat ofmierkenswiiardig is, nog altijd het eigendcun 

ê 

van de familie Sjwinjaard, de oorspronkelijke uitgevei's. 

Van den van ouds venuaarden Krve Stichter's Almanak is de heer 
KorndórlTer, Adj. Bibl. dei- Kon. Milit. Akademie te Breda, in het l>ezit 
van een exemplaar van 1075. waarvan de titel aldus luidt, ï>Sirropju*r 
Scknjf Alttianach. Na den nieuwen en ouden styl, op het jaer onzes 
Heeren 1075. Vei-sien met al de Jaer- Paerde- Beeste- en Leermarckten , 
Vacantien, Sonnelafel, Wateigetyden . Kclipsen, Veei-schepen en Poortklók 
etc. Byeengestelt door Johannis .Iacol)sz. Stighter. V.u liet Op- enOnder- 
gaeii van de Maen, door Dij'ck Uemljrantsz. van Nierop t' Amsterdam. 
OediMJckt by Johannis Stichter, in de C'alverstniet, by de Kapel, in den 
Bergh ('alvarien, 1075" (C^S bladz. met houtsneden). 

In 1800 verscheen di» Erve Stichter's Enkliuizer Almanak, waartoe de 
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen het mengelwerk leverde. Deze 
Maatschap])ij had reeds onder haar allereerste plannen het bijeenbrengen 
en uitgeven van een Volksalmanak oj)genomen; maar toen de uitvoering 
daanan door allerlei reiactie-bezwaren en ook door de staatkundige tijtls- 



BüEKENLTJSTKN. 53 

oinstiinfiijrhe«leii van jiiar tot jiuir vertrangti wenl, nam zij in 180() «leii 
Erve Stithter's Enkhuizev te haat om te zoi^ren dat (ie ^^roote menijjjte 
koi»j>ers gezond mengelwerk te lezen zon krijgen. 

Blijkens een twist in 1859 tusschen de firma K. de Bont te Rotterdam 
en P. C. L, van Stiulen Cz. te Amstei'dam, kwam bij Iwiden sinds jaren 
een Enkhuizev Alinaimk nit geheel op dezelfde wijs ingericht. Dit schijnt 
eei-st met onderiinge overeenkomst te liehben plmits gehad, ook wat ge- 
lijke prijsbei-ekening betreft, totdat de een den ander betrapte op eigen 
jachtveld en er ruzie kwam. Uit wet'^rzijdsch geschrijf blijkt, dat het 
debiet van deze Almanakken, reeds dadelijk na de uitgaaf, ieder jaar, 
ook grootendeels gezocht wei"d door liet in groote steden uitventen in 
bakken of op kruiwagens. 

Tot de oudste Almanakken hier te lande behoorde almede : 
-dAlhmtiach der Doekverkooperfi ^ Drukkvrs en Bimlcra^ waarin al *t voor- 
naamste derzelve en hunne Handel en kunst betrelTende o|) een geheel 
nieuwen trant en in een gepa-ste order, koitelijk, en met eene eigeniuir- 
dige klaiU'heid ten gemeene beste verhandeld word. Voorzien met een 
authentique lijst van alle Privilegiën, vergund bij HEd. (Iroot Mog. Heeren 
Staten van Holland en West-Friesland, enz. In 's Gravenhagè , bij H. 
Scheurleer, F.Zoon. A^ 1761, in l^""." — Deze Almanak bevat zeven 
rubrieken, als: 

I. Veitoog over den oorsprong, aanwas en voortgang der Drukkerij, 

en Geleerdheid zoo hier als elders. 
n. Schets, nopens de (Jeleerden der Nederland eren. 
ni. Bijzonderheden van sommige (ieleenlen tot nut en vermaak der Lezeren. 
IV. Lijst der Boeken en Werken, waarop bij Hunne Hoog Mogendenvan 
Holland en West-Friesland octroyen zijn verleend , beginnende met 
den jare 1745 en eindigende met den jare 1760. 
V. Algeraeene aanmerkingen en bedenkingen onder correctie voorgesteld 
'over 't geene den Boekhandelaren, Drukkers, Bindei's, enz. elk in 
hun metier of noodig of nuttig is te weten en waar te nemen. 
VI. Concept van een Gildenbrief voor de Boekverkoopers, Drukkers en 
Bindei*s in 't algemeen (bevattende niet minder dan XXVI iVilikelen.) 
VII. Naamlijst der nieuw uitgekomene Boeken, die zoo hier te lande als 
elders in 't jaar 1700 gedrukt zijn, met derzelver prijzen. 
De Uitgever van dit eigenaardige jaai'boekje hiat den tekst voorafgaan 
door een geschied- en letteikundigen Kalender, waarin aiin de eene zijde 



64 BOEKENLIJSTEN. 

fiiet^Muzen- Almanak; iii 1866 vereenigd met Aurora ^toi 1878 i, — 

een Aanwijzer der liomeinsche feestdagen^ en aan de andere een AVmwï-, 
(jeboorte- en ster f wijzer mm Geleerden vooi'konit, waarcinder de Neder- 
landers de voornaamste ])laats beslaan. 

Deze zelfde Almanak, met kleine wijziging, kwam ook uit onder den 
titel : 

Ahnanacfi der Geleerden^ behelzende hun naamwijzer, geljoorte- en 
sterfdagen, de kunsten en wetenschaj)j)en , waarin zij uitgemunt hebben, 
enz. 's Gmvenliage bij II. Scheurleer, F.Zoon, i761, in 12°. Uitgezonderd 
de rubiieken 4, 5 en 6, die hier zijn uitgelaten, beantwoordt de inhoud 
geheel aan dien van eei-stgemelde. 

Voor zoo ver bekend is, heeft dit Jaarboekje het maar één jaar uit- 
gehouden. 

De Middelhurijsehc Naamwijzer^ of Jaarftoekje voor de stad Middelburtj^ 
is een der oudste phiatselijke almanakken. Hij verscheen eei'st in 1716. 
werd door de drukkende tijdsomstandigheden in 1810 gestaakt, in 1817 
evenwel weer opgevat en geregeld voortgezet en door de firma Altorffer, 
in wier bezit hij sinds 1801 is, gedurig verbeterd, zoodat hij langzamer- 
hand tot een provincialen Almanak is uitgedijd. 

* De Xederland.sche Muzen-Almanak^ in 1818 door den smaak vollen let- 
terkundigen uitgever J. Inimerzeel Jr., te Rotterdam, begonnen, wasvoor 
dien tijd een ware verschijning. Gedurende de zorgvolle jaren, die vooraf 
wai*en gegaan, was onze letterkunde wel niet ondergegaan, maar zij was 
ernstig onderdrukt geworden en vond bij het publiek, voor zoover ze zich 
vertoonde, bitter weinig belangstelling. Kvenzoo was het met de kunst 
gegaan. Maar nauwelijks had het koningrijk Holland op nieuw een plaats 
onder de onafhankelijke staten ingenomen, of ook de liefde voor onze taal 
bloeide weer op: voor onze dichtei-s en schrijvei*s opende zich een nieuwe 
toekomst. Om aan die toekomst mede te werken, vatte Immei*zeel het 
verdienstelijke plan op tot het uitgeven van een jiuirboekje, bestemd om 
aan het Nederlandsche volk te toonen dat er in ons midden nog letter- 
kundigen en k\mstenaai"s bestonden en vot)r hun arbeid belangstelling te 
wekken. De Muzen-Almanak zou zich alleen bewegen op didïterlijk ge- 
bied, daartoe bijdragen verzamelen van de beste dichters en opgeluisterd 
worden door inlaten in koper gegraveerd, met toevoeging van een muzi- 
kale compositie. 

Merkwaardig is het prosjiectus voor de inteekening op den 2en jaargang, 



BOEKENLIJSTEN. 55 

voor 1820, waarin de uitgever tevens een' terugblik weqit op het wel- 
slagen zijner onderneming. 

>»Toen de ondergeteekende in het voorst van voorleden jaar eene intee- 
kening opende op eenen Xederlfuiflschefi Muzen- Almanak voor dit jaar, 
gixDndde zich zijne hoop op eenen gunstigen uitslag niet alleen daarop, 
dat meest allen onze Dichters zich, op zijne uitnoodiging, bereid getoond 
hadden hem de behulpzame hand te bieden, en de beroemdste Kunst- 
gi-aveerders en een onzer beste Componisten geheel hun kunstvermogen 
zouden aanwenden, om door keurig Plaatwerk en Muziek den Dichterlijken 
inhoud aangenaam af te wisselen, maar ook op den smaak en de bekende 
geneigdheid zijner Landgenooten voor inlandsche voortbrengselen, vooral 
als het aankomt op eenen wedstrijd tusschen deze en die van andere 
vol ken. 

»De uitslag overtrof de verwachting: het getal van inteekenaren was zeer 
aimmerkelijk. 

nOeprikkeld door dit blijk van welwillende deelneming en vereerend ver- 
trouwen, heeft de Uitgever dan ook, 'dankbaar voor de verdienstelijke 
hulp van zoovele talenten, dankbaar voor de schitterendste inteekening, 
alles bijgedi'agen wat voor geld en moeite toen venverfbaar was. Behalve 
drie platen naar schildei^^tukken van Carlo Cignani, Phil. van Dijk en 
Jan Steen uit de Vorstelijke Kunstgallerij in 's Gravenhtige, en drie andere, 
vervaardigd naar den inhoud van (ledichten der Heeren Mr. \Vm. Bilderdijk, 
H. Tollens Cz. en A. des Amorie van der Hoeven, behalve de Titelplaat, 
het Muziekblad en den geplaatdrukten Omslag, voegde de ondergeteekende 
nog bovendien aan het Jaarboekje toe het allergelukkigst getroffen Af- 
beeldsel van Neérlands 1)eminden Dichter Mr. R. Feith. 

«Het werkje ver.scheen, — en van allen kant ontving de Uitgever be- 
tuigingen van tevredenheid over hetzelve: en honderden, die zich tot in- 
teekenen ongenegen getoond hadden, bezoi-gden zich nu daarvan eenen 
afdruk: zoo dat de geheele oj)lage, die zeeraanzienelijk ^^•as,opditoogen- 
l)lik nagenoeg ten einde geloopen is. 

öDoorzulk eene slaging ten sterksten aangemoedigd, heeft de U'itgever 
zich sedert een' geruinien tijd reeds l)ezig gehouden met het voorbereiden 
voor den jare 1820 van alles, wat hem bij voortduring waardig maken 
iiioog den lof, aan zijne onderneming toegezwaaid, zoo in particuhere 
brieven en mondelinge betuigingen, als ojienlijk in de Letteroefeningen^ 
den Reeensent ook der lieceïtsejiten ^ het Letterkundig Magazijn, de 
Kuphonia, enz. Zelfs durft hij het Letterlievend publiek verzekeren, dat 



56 BOEKENLIJSTEN. 

de Typographische uitvoering en het Plaatwerk in den Muzen^Almanak 
voor 1820, die van den vorigen vetere overtreflFen zullen. Ook zal het 
bestek der platen grooter en het formaat van het werkje een weinig 
smaller genomen worden. 

))En wat den Letterkundigen inhoud betreft, mag de ondergeteekende de 
voldoening hebben, nu reeds te kunnen aankondigen, dat die zeker niet 
van minder waarde en verdienste wezen zal, dan die vap den eensten 
jaargang. Bereids zijn bij hem daarvoor uitmuntende Dichtstukken ont- 
vangen van den Heer Mr. W. Bilderdijk en diens kunstrijke Gade, Vrouwe 
Katharina Wilhelmina Bilderdijk, de Ileeren Mr. R. Feith,Loots, Tollens, 
Spandaw enz. : terwijl hij met zekerheid rekent op nog vei'scheiiien andere 
uitmuntende bijdragen, ook van verdienstelijke Dichters, zoo wel uit de 
Zuidelijke, als Nooixielijke Departementen, van welke voor den Muzen- 
Almanak van 1819 of niets ingekomen, of het gezondene te Iaat was 
ontvangen geworden: (onder de laatstbedoelde stukken behoort eene fraaije 
Romance van Professoi' Lulofs, die nu zal woixien geplaatst;) terwijl de 
ondergeteekende, nog bovendien, bij dezen allen zijne Landgenooten , die 
de Dichtkunst beoefenen, en dus ook hen, die hij niet in het bijzonder 
daiirtoe mag verzocht hebben, vriendelijk uitnoodigt, hem met eenige 
bijdiugen te vereeren: kunnende men verzekerd zijn, dat regt zal gedaan 
worden aan al wat schoon en verdienstelijk is. 

«Omtrent de Platen, (Weden NerleHatuLschen Muzen- Ahna}iak\ooriSQO 
versieren zullen, kan de ondergeteekende almede het genoegen hebben 
daarvan op te geven: 

))Dat rie drie eerste worden vervaardigd naar meesterstukken uit 's Rijks 
Museum te Amsterdam, en in den Catalogus van hetzelve aldus vermeld 
en beschreven zijn: 

a) Voor eene herl.)erg staalt eene vrouw, welke de waardin schijnt te 
zijn: bij haar ziet men een' heer te piuird, welke bezig is met drin- 
ken, door Karel du Jardin. (N". ItK)) 
h) Men ziet eene vrouw, welke bezig is mèt eene kaars in eene lan- 
taarn te pliiatsen: bij haar staat een jongen, die eene kool aanblaast, 
door Godfried Schalken. (N^ 260) 
c) In een deftig binnenvertrek ziet men eene bevallige jonkvrouw, ge- 
kleed in wit satijn, staande voor eene tafel, waaraan is zittende 
een heer en nog eene vrouw, schijnende met den ander in ernstig 
gesprek te zijn. Dit stuk is in allen opzigten een der voortreffelijkste 
van Gerard Terbm-g. (N^ 209) 



BOEKENLIJSTEN. 57 

Almanak voor kei Schoone en Goede 1.80 (1822 — 60) i, — 
Almanak voor Blij geestige/t — .60 (1826 — 38), — Almanak 



»Drie andere platen zullen vervaardigd worden naar aanleiding van Dicht- 
stukken, in den Muzen-Abnanah voorkomende. 

))Een geheel nieuwe Titelplaat is onderhanden hij onzen uitmuntenden 
Kuastgraveur J. C. Bendorp. 

«Het portret van den Prins onzer Dichteren, den Heere Mr. W. Kilderdijk, 
boven alle verbeelding gelukkig getroffen door den Heer H. VV. Gaspari 
en reeds ver gevorderd bij den uitstekenden Plaatsnijder P. Velijn, zal 
over den Titel geplaatst worden. 

«Voor een Vaderlandsch lied: Aan de Konltujin^ vervaardigd door den 
Heer Mr. H. A. Spandaw, wonit, onder deszelfs oog , Muziek gecomponeerd 
d<x)r den Heer J. M. de Boer, te Hai-lingen. 

))Dit alles dus bereids ontvangen en onder handen zijnde, kan de letter- 
druk onverwijld worden aangevangen. Ten einde echter de o])lage te 
regelen, heeft de uitgever wederom den weg van bestellingen geopend 
door middel van In teekenlij sten, naar alle de voornaamste Boekhandelaren 
gezonden.'' 

De MuzenAlmanak was te verkrijgen: 

In karton met een fi^aaijen geplaatdrukten omslag. . • f 3.50 

» rood of groen maroquin ») 5.50 

» » » » » in koker » 7. — 

9 satijn » 6. — 

» D in koker • » 7.50 

Op Immerzeel's fondsve'.ling, in 1835, werd het recht tot voortzetting 
van den Muzen- Almanak ^ met de rest der voiige jaargangen, opge- 
houden voor /* 10.000. — . Later werd een en ander het eigendom van 
J. H. Laaj*man. 

* De Almanak ooor het Schoone en Goecl^!^ in 1822 bij G. J. A. Beije- 
rinck begonnen, was be^iaald voor dameslektuur bestemd. In de circulaire, 
die jaarlijks uitging van den redacteur Robidé van der Aa aan de letter- 
kundige medewerkers, wordt steeds de volgende aanhef gevonden : «Aan- 
genaam zoude het mij als Redacteur zijn, zoo UWEd. wederom den Al- 
manak voor het Schoone en Goede ^ voor 18..., met eene bijdrage wildet 
vcreeren. Ik laat de keuze des onderwerps natuurlijk aan UWEd. over, 
doch verzoek UWEd. daarbij indachtig te willen zijn, dat dit Jaarboekje 



58 BOEKENLIJSTEN. 

lot bevordering van kennis en goeden smaak — .40 (1827 — 39) , 
Gfjnifiger Studenie^i- Almanak 1.50 (begonnen in 18£9), 



bijzonder voor liet Vrouwelijk Geslacht bestemd is." Evenwel was Rob. 
van der Aa niet van den beginne af de redacteur: hij werd dit eei'st in 
1832. De vorige jaargangen waren bestuurd door den Renionsti*antschen pre- 
dikant N. Swart, die meest alle prozastukjes schreef in den eei*sten jaargang 
van 1822, geholpen met dichtstukjes van Maronier , Si)andaw , Warnsinck, 
Lulofs, Des Am. v. d. Hoeven, Loots en Tollens. Toen de almanak 25 jaar 
bestaan had, in 1844, en dien ten gevolge prijkte met een blauw en zilver 
omslag, mocht de redactie terugzien oj) een gelukkig verleden en naar 
waarheid getuigen, dat de Almanak xH)or het schoo^ie en goede \\ïVi\Y\i[2a^;^ 
naast haar drie jaren ouderen broeder den Muzen-Almanak waardig ge- 
handhaafd had en niet minder dan deze in de blijvende gunst van het 
publiek had gedeeld. Voor de zorgen aan de steeds smaakvoller gravuren 
besteed, en aan het geheele uiterlijk, brengt hij welverdiende hulde aan 
den uitgever Beijerinck een hulde die hij met deze woorden sluit: »Het 
onderhavige Jaarboekje is de eerste aanleiding geweest tot eene kenni.s- 
making, die, later door innige vriendschap geheiligd , op ons beider leven.*?- 
pad zoo menige bloem heeft geplant, in wier geur wij ons nog dagelijks 
verlustigen, en die gij gewis met mij hoopt, dat ons nog lang moge in 
staat stellen, met vereende krachten, aan de bevordering van het sclioone 
e:i goede te blijven arbeiden." 

Wegens ziekelijkheid van Rob. van der Aa ging de redactie , met 1849. aan 
Mej. A. L. G. Toussaint over, en tegelijk de verdere uitgaaf aan A. Jager. 

Toen de almanak in 1822 voor het eerst verscheen, pronkte hij met 
een kartonnen bandje, dat, hoe eenvoudig ook, voor die dagen een sier- 
lijke weelde was. Beijerinck was aan dat ooi'spronkelijk kleed gehecht 
en behield het, al werden ook andere bundels naar den loop des tijds 
gaandeweg kostbaarder uitgedost. Eerst in 1853 versclteen de almanak 
in een verguld bandje. 

In 1860 was zijn einde gekomen. 

De Almanak voor het Schoouc en Goede en de Muzen-Almanak heb- 
ben onmiskenbaar veel bijgedragen om niet alleen onze letterkunde, maar 
evenzeer onze schilder- en graveerkunst in eer te brengen bij het zooge- 
noemde groote publiek van onzen piis herboi'en sUxat: de verdienstelijke 
uitgevers Immerzeel en Beijerinck hebben daar niet weinig toe bijgebracht. 



BOEKENLIJSTEN. 59 

Leydsche Student'&n' Almanak 1.50 (begonnen in 1830), — Am-- 
Herdamnche Studenten' Almanak 1.50 (begonnen in 1832), — 
— Utrechtsche Studenten- Almanak 1.80 (begonnen in 1833), — 
Nederland^che Volks- Ahnanak — .75 (1832 — 61), — Almanak 
voor de jeugd —.90 (1834-72), — Almanak voor Holland- 
sche Blijgeentigen — .60 (begonnen in 1836) i , — Gelder sche Volks- 
Almanak — .75 (begonnen in 1835)3, — OverijsêeUche Almanak voor 



* De Almanak tnjor JïolUtnditche BUjt^-e^ttigen is in 1831 begonnen 
door den uitgever Breist van Keinf>en te BrusKel. Hij vond al dadelijk 
zooveel bijval, dat de oplaag uitverkocht raakte. Toen hij in 1834 over- 
cfing aan Le Sage ten Broek te Alkmaar, moesten de jaargangen 18ÏM 
en 32 herdrukt worden. 

De Almanak voor Hollandschc lUijyeetttujpn was een navolging van den 
Almanak \x)or Blijyeestigen ^ in 1826 opgezet door J. Sacré te Brussel. 
Als een staaltje, hoe in de zuidelijke provinciën de Hollandsche geest in 
die dagen nog wakker was, strekke liet motto (uit Spandaw), waarmee 
Sacré's almanak op den titel pronkte: 

Neen! Neerland stiuit zijn taal niet af! 

Wat bralt hij, die, vei*wijfd en laf, 
Nog in het Franscli gareel blijft stappen; 

Wat bralt hij op den naam van Vrij? 
W'ie vreemden slaafs poogt na te klap{>en. 

Is rijp vooi' vreemde Slavernij ! 

Brest van Kempen, die als uitgever ook te Brussel woonde, maar 
in 1831 naar Amsterdam verhuisde, begon zijn concurreerenden Al- 
manak jxtor Hollanduche Blijgeestifjen nog tijdens zijn vestiging in 
België. 

' De Geldersche Volks- Almanak^ in 1835 l)ij C. A. Thieme begonnen, 
is een van de oudste en tevens voornaamste jaarboekjes hier te lande en 
heeft zijn meeste broeders ov€»rleefd. Hij begon zijn loopbaan onder de 
krachtige leiding van O. O. Heldring, predikant te Hemmen, meer nog 
als letter-, geschied- en oudheidkundige bekend. Heldiing had met zijn 
almanak ten doel, een jaarboekje te bezorgen voor aanzienlijken en 



60 BOEKENLIJSTEN. 

geringen, in 't l)ijzonder voor den eiliten ('iclderschnum, en wel vooral 
als wintemvondlektuur voor het lie«Io Geldei'sclie volk. Hij, de gevierde 
humorist, de \vell)ekende geestige wandeliuir op de Yeluwe en in de 
Betuwe, had zijn oogmerk lief met al de warmte van zijn menscli- 
lievend hart en was zoo gelukkig met den inhoud van zijn eersten 
jaargiing, dat het boekje weldra uitverkocht was en driemiuil lierdrukt 
moest worden. Het had zijn toekomst gevestigd en kreeg weldra vo(»r 
het vervolg steun van well)ekende pennen, als die van Staring van den 
\Vildenlx)rgh , Dr. Janssen, van Dam van Isselt, Mr. Sloet van de Beele 
en L. P. C. van den Bergh. Maar van allen bleet' de redacteur zelf de 
ijverigste medewerker en l)ewaarde hij voor zijn almanak zijn beste studiën. 
Onder den schuil muim van Meister Miuirten Boonhnan schreef hij o. a. 
een i*eeks van geestige stukjes in den Betuws<"hen tongval, een vorm 
later zoo gelukkig nagevolgd door onzen .1. J. CreuMïr. 

In 1847 moest Heldring zijn redactie neerleggen, niet omdat hij minder 
hefde voor, of minder voldgening van zijn arbeid had, maar omdat zijn 
levenstaak hem al meer en meer geleid had op den weg der philantropie, 
een arbeidsveld waarv(M)r hij alle andere werkzaamheid meende te moeten 
oiwfferen. Nadat G. van Eldik Thieme de uitgaaf en ook de redactie 
overgenomen en twee jaren gedi'even had, kwam de Geldersche Volhft' 
abnnnnh in handen van Is. An. Nijhoff, die het jatirboekje tot nieuwen 
luister zou opvoeren. Nijhoff, als geleerde en als uitgever het sieraad en 
de roem van onzen boekhandel, wijdde vijftien jaren lang zijn beste 
kmchten toe aiin zijn geliefden VolkH-ahmwak ^ dm\rin bijgestaan door zijn 
zoon Paul, zijn schoonzoon Lindo en door anderen, die het zich als een 
eer mochten rekenen voor een bijdnige uitgenoodigd te worden. In i8tK^, 
toen ons vaderland Is. An. N ij hof!' en spoedig daarop ook zijn zoon Paul ver- 
liezen moest, ging het jaarboekje in eigendom over aan D. A. Thieme, die 
de toekomstige leiding ervan opdroeg aan Genvrd Keiler. Naar aanleiding 
van den tijd en volgens de richting van uitgever en redacteur, kreeg 
van toen af de Gchlersche Volks-ahnaHak een meer letter- dan geschied- 
en oudheidkundig karakter. Ook naar het uiterlijke schaarde hij zich 
onder de zoogenoemde prachtboekjes. D. A. Thieme, die in zijn vruiht- 
baar leven voor zoovéél andei*s te zoi'gen had en die begreep dat de 
GeldevHche Volkfi-ahnanak in Gelderland en bovenal bij de firma Nijhoff 
te huis behoorde, stond in 1868 de uitgaaf aan Nijhoffs opvolger Gouda 
Quint af. Deze, de overlevering van zijn firma getrouw, stelde het lx)ek je 
weer onder een echt Gcldersclie redactie, van de heeren Quack en 



BOEKENLIJSTEN. 61 

Oudheid en Letteren 1.50 (1836 — 59), — Friesche Volks-alma- 
nak — .75 (18'36 — 61), — ZeeuwscAe Folhs-almavak — .75 
{\'^'^l—^^\—Zuid-UollandscheVolkS'ahn,anak\.— {\'^'^l--6% 
Groninger Volksalmanak — .75 (1S37 — 63), — DrentJische Volks- 
almanak — .75 (1S;57 — 52), — Ufrechtsche Volksalmanak — .90 
(18:37—68), — Miniatuur- Alma vak —.90 (1887—51), — Al- 
manak tot gezellig onderhoud — .30 (1837 — 63), — Tesselsckade 
4.50 (1838 — 40), — Juventa. Almanak voor jonge lieden 2.20 
(1S39 — 42), — E rato. Min iatny^r- Almanak voor hei schoone ge- 
slacht 1.75 (1838—75). 

Van gemeugden inhoud en aard. 

Opregte V Gravenhaagsche Stads- Almanak [Residentie-alma- 
vak) (beg. in 1823) i , — Naam- en Ranglijst der Officieren van hei 
Kon. Ned. Leger — .90 (beg in 18 32), — Ahnanak ten dienste van 
Zeelieden 2.40 (beg. in 1837), — Almanak voor Dienstboden — .50 
(1839—44). 

Wolff, en tnu'htte het zijn vroejxer jjaschied- en oudheidkundig karak- 
ter terug te «reven. In dien peest blijft het een sieraad onzer jaarboekjes 
en een ki-achtijr middel tot handhaving en oi)bouw van onze nationale 
volkswaarde. 

* De Of)n'(ffr 's (rrnimhafK/schc Stath-ahnavali voor 1S23 dagteekent 
eigenlijk van vi'oeger, en heeft later een groote uitbreiding gekregen 
onder den titel van Rijka- cm Residoitic-aJmffnah, waaronder hij thans 
algemeen bekend en beroemd is. Zijn oorsprong ligt in den Almamw de 
lo Iiepvhli(pt(' frarf(;((itie pour Van XIII, een der eerste uitgaven van de 
Oebr. Belinfante, in 1804. In i80() kreeg hij den naam van Alnmnac 
linprnol-Boynl /'ratifais. In 1807 verscheen bij dezelfde firma de Hol' 
landschc Almanah of BeJnmjrijk Zrtkhovkjc ; in 1823 de Opretjle 'sGrn- 
i^'nhaaf/schc Sinds-almatiak^ die, allengs gewijzigd, vei'beterd en uitge- 
breid, de titels aannam van \s Gravmhnftt/.schc Stftdfi-Ahnanak . Stads- 
('il Residoitit'-Ahnnnak ^ Nrderhnidschr Rr.sidentic- en 's Gravenhaagsche 
Sf nds- Ahnanak ^ Nederlandsche Resident ie- Ahnanak, totdat hij wenl, wat 
hij tot heden l)leef, de Rijks- en Reside)d ie- Almanak voor Nederland 
en zijne Koloniën. 



BOEKEN-OVERZIOHT. 



Ofschoon de vorige boekenlijsten, in vakken afgedeeld, reeds 
eenig overzicht kunnen gegeven hebben van de belangrijkste ver- 
schijningen op elk gebied, meenen wij het niet overbodig, door 
het in herinnering brengen van namen en van feiten, de karak- 
terschets der tijdvakken met eenige korte beschouwingen aan te 
vullen. Met allen nadruk evenwel wijzen wij er hier ter plaatse 
nogmaals op, dat deze overzichten zich niet vermeten iets te 
maken te hebben met de vraag of eenige wetenschap, als weten- 
schap, in beoefening vóór- of achteruit is gegaan , maar dat wij 
de boeken bovenal te bezien hebben voor zoo ver zij den handel, 
den boekhandel, raken. Meerdere of mindere waardeering ligt 
volkomen buiten bedoeling. 



Eechts- en staatswetenschappen zijn voor den boekhandel steeds 
een rijke bron geweest. Zij waren dit vooral in de eerste helft 
van de halve eeuw die wij behandelen , na de nieuwe wetsbe- 
deeling en de verleende vrijheid tot het uitgeven van wetboeken 
en andere officieele staatsstukken dadelijk na hun verschijning, i 



* Deze vergunning werd gegeven bij Koninklijk BesluitvanS Juli 1822: 
>>Den Raad van State gehoord, 
Hebben besloten en besluiten: 



BOEKEN-OVERZICHT. 63 

Onze rechtsgeleerden beijverden zich in de geschiedenis en toepassing 
onzer wetgeving, zoowel ten behoeve van praktizijns als van gemeente- 
besturen en ambtenaren. Kapitale onde^emingen waren daarvan 
het gevolg, des te hooger te waardeeren omdat zij oorspronkelijk 
waren en minder dan eenig ander vak van wetenschap of letter- 
kunde aan het buitenland, door omwerking en vertaling, ont- 
leend werden. Om deze reden zijn dan ook de op dit gebied 



Artikel 1. Hot zal aan elk en ee:i iegelijk vrijstaan om alle zoodanige 
staatsstukken als op eene officiële wijze van Goiivernementswege ter 
kennisse van het publiek zijn gebi*agt, in dagbladen, nieuwspapieren en 
andere periodieke geschriften, mitsgaders in werken, de geschied- en 
staatkunde van het Rijk betrefFende , over te nemen , alsmede om dezelve 
gezamenlijk of afzonderlijk te drukken en uit te geven , ten zij het regt tot 
den gezamenlijken of afzonderlijken druk, en tot de uitsluitende uitgaven 
van zoodanige stukken, uitdrukkelijk door Ons, ten behoeve der lands- 
drukkerij mogt zijn gereseneerd , of ten vjj daailoe door Ons speciale 
vergunningen of octroijen mogten zijn verleend, en zulks zonder preju- 
dicie van vorige wettig verkregene octroijen of concessiën. 

2. De bij de wet van den 25sten Januarij 1817 {Stcuxtsblad n°. 5), 
tegen het nadrukken van oorspronkelijke stukken, bedreigde sti*afbepa- 
lingen, zullen mitsdien alleen kunnen en moeten worden toegepast op 
diegenen, welke zich het nadrukken mogten veroorloven van zoodanige 
stukken, waarop Wij het regt tot den gezamenlijken of afzonderlijken 
druk en de uitsluitende uitgave ten behoeve der landsdrukkerij mogten 
hebben gereserveerd, of waanoor Wij dat regt bij speciale vergunningen 
of octroijen , aan particulieren zullen hebben afgestaan. 

3. Alle zoodanige ten behoeve der landsdrukkerij gedane reserves en 
alle door Ons ten behoeve van particulieren verleende speciale vergun- 
ningen of octroijen, zullen in het Staatsblad worden vermeld. 

Onze Ministei^ van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat , en van Justitie, 
zijn belast met de executie van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad ge- 
plaatst zal worden. 

Gegeven op het Loo, den 2den Julij des jaars 1822, het negende van 
Onze regering." 

WILLE M. 



64 BOEKEN-O VERZICHT. 

verschenen boeken in onze lijsten wat uitgebreider genoemd, dan 
dit bij andere groepen het geval is. Ons land mag, bij verge- 
lijking, inderdaad trotsch wezen op de degelijke beoefening der 
reclits- en staatswetenschap, en onze uitgevers kunnen het even- 
eens zijn op de kloeke ondernemingen die zij aandurfden. Wij 
wijzen daaronder slechts op de werken van Hamelsveld, Lut- 
tenberg, van Hasselt, Voorduin, van Houten, Brouwer, Brocx, 
Fortuijn, allen tusschen f 20. — en f 120. — . De herdrukken 
van vele werken geven het beste blijk dat de boekhandel er wel 
bij voer: Vaillant, Thorbecke, Dwars, Loke, allen met 2e, Mabé 
4e, de Pinto 5e drukken. 

Bestond onze rechts- en staatswetenschap om zoo te zeggen 
uit zich zelve , onze genees- en lieelkunde ging voor een .groot 
gedeelte i% rade met wat er te dien oj)zichte in het buitenland 
uitknam. Het is meermalen aan onze literatuur ten laste gelegd, 
dat zij wat te veel leeft van vertalingen. Het feit is niet te ont- 
kennen. Wellicht meer dan eenig ander land leent Holland in 
ieder vak van wetenschap en letterkunde zijn boeken van den 
vreemde. Maar daarbij eenzijdig voorbij te zien, hoe ook onze 
eigen bodem zijn vruchten leverde, zou een zonde van ontrouw zijn 
jegens onze landgenooten , een misdaad van nationale minachting, 
waartegen niet ernstig genoeg kan worden opgekomen. Met voor- 
daclit hebben wij onze boekenlijsten meest zoo ingericht, dat de oor- 
spronkelijke werken van de vertalingen afgescheiden zijn, opdat 
daaruit blijken zou in welke verhouding de eenen tot de anderen 
staan. Menigeen zal daaruit met zelfvoldoening zien, hoe rijk 
ons kleine land is aan mannen die een roem waren voor hun 
vak van wetenscliap, en hoe de werken, die vooral door den 
praktischen blik der uitgevers aan Engeland , Trankrijk en 
Diiitschland ontleend werden, de ernstige studie van de weten- 
schaj;])elijke vakken niet weinig bevordelijk was. In grootere 
rijken wordt betrekkelijk veel miiider vertaald dan bij ons. 



BOEKEN-OVERZICHT. 65 

Miiar een gunstig gevolg daarvan vcor ons is , dat het veld onzer be- 
schouwing te ruimer en onze zelfstandigheid des te steviger wordt. 
Heeft de boekhandel, wie zal het ontkennen, zijn leven te dan- 
ken aan de wetenschap en de letterkunde, men vergete niet dat 
deze evenzeer verplichting hebben aan den boekhandel, die, ja, 
zijn oog bespiedend over onze grenzen heen richt uit zucht naar 
eigen voordeel, maar daardoor te gelijk zijdelings medewerkt aan 
grondiger vakstudie en algemeener wetenschappelijke waardeering. 

Bij vergelijking van ons overzicht van rechts- en staatsweten- 
schap met verdere boekenlijsten, zal het in het oog vallen, 
dat de opgaven betrettende de eerste zoo ruim , die omtrent 
de andere vakken beperkter zijn. Ter verdediging daarvan 
achten wij ons verplicht te herhalen, dat het niet in het 
doel ligt een bibliographische lijst te leveren, maar door het op 
den voorgrond brengen van de meest belangrijke titels en handels- 
ondernemingen een blik te ^e\en op den historischen loop van de 
bijzondere boekensocvrten en de daarmede verbonden beweging in 
den boekhandel. Uit den aard der zaak geeft de rechts- en staats- 
wetenschap aanleiding tot veel lijviger en duurder boeken, dan 
andere studievakken. Genees- en heelkunde, natuur- en werk- 
tuigkunde, geschiedenis, theologie, taalkunde, enz. enz. geven 
haar voortbrengselen in den regel in veel beknopter vorm , maar 
in veel grooter aantal. Onze keus, wat dit laatste aangaat, 
heeft zich moeten beperken tot de voornaamste uitgaven, waar- 
door de verhouding van hoeveelheid buiten aanmerking bleef. 
Onze latere statistieke opgaaf zal in dat opzicht bevredigender zijn. 

„Er is voorzeker", getuigde Ur, Galama in 1886, „in de ge- 
schiedenis der geneeskunde geen tijdvak aan te wijzen, hetwelk 
een zoo groot aantal beroemde heelkundigen heeft opgeleverd 
als dat hetwelk wij beleven. Geen leeftijd heeft zoo vele belang- 
rijke heelkundige werken zien verschijnen als de onze, waardoor 
dan ook de heelkunde in de laatste jaren met reuzenschreden 

5 



66 BOEKEN-OVERZICHT. 

vooruit gesneld is en hare tweelingzuster, de eigenlijke genees- 
kunde, zeer verre achter zich lieeft gelaten. Er schijnt, als het 
ware, onder de voornaamste heelkundigen een edele wedstrijd 
plaats te hebben, waarin ieder op het zeerste streeft eiken ande- 
ren den zegepalm te betwisten." 

Is deze uitspraak volkomen waar, als wij, daarvan ten blijk, 
op de kostbare werken wijzen van Tittman, Chelius, Most, 
Richerand, Cooper, Maygrier, Ofct, Lauth e. a. , met evenveel 
voldoening leggen wij onze HoUandsche boeken van van Onsen- 
oort , Sandifort en Tilanus daarnaast , terw^ijl wij , als wij het 
vak der geneeskunde overzien en den arbeid roemen van buiten- 
landers als Conradi, Hufeland, Geiger, Jörg, onze oorspronke- 
lijke werken van Plagge, de Vriese, Vosmaer, van de Water, 
Pruijs van der Hoeven, Buchner, Schroeder van der Kolk, ge- 
rustclijk daar tegenover kunnen plaatsen. 

Even als met de genees- en heelkunde ging het in dit tijdvak, 
en iets vroeger, met de natuurwetenschappen. Het getal der 
uitgaven daarin was, bij vergelijking met later jaren, zeer be- 
perkt. Maar die weinige uitgaven waren in den regel veel uitgebrei- 
der en kostbaarder. Wij beroepen ons op de prachtwerken bij de 
firma Sepp uitgegeven, werken in afleveringen uitgekomen, maar 
soms den prijs van honderd guldens te boven gaande. Uit dat 
beroemde fonds halen wij slechts enkele titels aan, om te doen uit- 
komen hoe de natuurwetenschappen hier te lande beoefend wer- 
den vóór zij onder de groote menigte meer op den voorgrond 
traden, en hoe de boekliandel in die dagen ondernemingen aan- 
durfde, wajiraan in onzen tijd niet te denken valt. Zoo vinden 
wij onder de 150 titels, waaruit de fondslijst van J. C. Sepp 
& Zoon in 1850 nog bestond, de volgende kapitale werken, 
in het laatst der vorige en het begin van deze eeuw bij hen in 
het licht verschenen: Edwards en Catesby, ü iilaftds chf. Vogelen^ 
door Houttuijn, met 473 platen, 284. — , Houttuijn, UU- 



BOBKEN-OVEEZTCHT. 6 7 

lanfJsche Houten^ met 101 platen, 60. — , Icoues Pfa7iéa- 
rum Medicinalium^ met 600 platen, — Kron, ZeUhaamheden 
der Natuur^ met 288 platen, 216. — , Kops, Flora Batava. 
Dl. 1— VI, met 480 platen, 240.— , Idem, Dl. VII— X, 
178.50, — Idem, N. reeks I— TV, 210.30, — Nozeman en 
Sepp, Nederland^che Fcgelen^ met 250 platen, 525. — , Sepp, 
AfbeeUling en besciouwhig van Ned, Kapellen^ met 300 platen, 
309.60, — Stoll Cicaden en Wantsen^ met 72 platen, 
80. — , Stoll Sprinkhatieu. Krekels^ enz., met 72 platen, 
65. — , Trew, Zeldzame planieu^ met 100 platen, 90. — , 
Cramer, Uitlandsche Kapellen^ 272. — , Surinaamsche Vlinders^ 
150. — ; behalve zoo veel anderen, die waarlijk wel bewijzen, 
dat wetenschap en boekhandel niet alleen in onzen tijd kraclit 
en moed hadden tot uitgeven. 

Enkele overblijfsels daarvan vinden wij nog in den eersten tijd 
dien wij behandelen. Kops, Flora Batava^ in 1824 begonnen, 
wordt steeds , door opvolgende schrijvers , voortgezet. Anslijn geeft 
zijn kostbare Artsenij gewassen \ Miquel, de Vriese en van Hall 
honden voorts onze botanische eer op, terwijl van Laar met zijn 
werk over tuinsieraden bescheiden in de achterhoede staat. — De 
scheikunde heeft haar waardige vertegenwoordigers in Mulder, 
van der Boon Mesch en Meijlink, waarbij de vertalingen van 
Erdmann,Rose en Berzelius zich aristocratisch aansluiten. — Kaiser 
en Herschell geven teekenen van friscli leven op astronomisch 
gebied. — De dierkunde heeft haar waardige voorstanders in van 
der Hoeven, Schlegel , W. Vrolik, Anslijn en Sandifort. Van 
Stuart en Knijper, Be Mensck^ dat vroeger 60. — kostte, 
vindt een goedkoope herdruk voldoenden aftrek, en Uilkens' 
Volmaaktheden^ die in het laatste jaar klompleet komen, blijven 
evenveel belangstelling wekken als de vertaling van Sommer's 
Heelal. — Brade en Normand voltooien hun bouwkundige wer- 
ken, en Verdam, Baud, Kraijenhoff, Bleekrode, P. W. Conrad 

5* 



68 BOEKEX-OVERZICIIT. 

en G. Simons toonen zich meesters in waterbouw- en werktuig- 
kunde, terwijl Leeghwaters Haarlemmermeer-hoek een 18en diiik 
behoeft. — Jacob Swart en Pilaar zijn gewilde gidsen voor de 
zeevaart. 

Hetzelfde verschijnsel als bij de natuurwetenschappen, maar 
in veel breeder afmeting, doet zich bij de vakken van algemeene, 
vaderlandsche en kerkelijke geschiedenis voor. Het publiek van 
vijftig jaar geleden zag er niet tegen op, een duur boek te 
koopen. De boekverkoopers vonden hun debiet evenmin in de 
veelheid van boeken als in het groote getal hunner klanten. Maar 
als er wat uitkwam dat degelijk was, dan wisten zij de lief- 
hebbers te vinden, hetzij onder hen die er een bibliotheek op 
nahielden, hetzij onder die familiën welke uit een onbekrompen 
beurs naast andere zaken van weelde ook een goed boek ge- 
woon waren zich aan te schafl'en ,^ls een nuttig en een blijvend 
iets." Vooral geschiedenis is bij ons ten allen tijde een gewild vak van 
literatuur geweest, in den beginne meer gelezen dan beoefend, 
meer op goed geloof aangenomen dan nagespeurd. Vandaar dat 
groots werken lang de standaardwerken bleven en een burger- 
reclit handhaafden , dat niet spoedig door nieuwigheden verdron- 
gen werd. Uitgevers zagen dus niet tegen ferme ondernemingeji 
O]) , wel wetende dat hun uitgaven blijvende fondsartikelen waren. 
Tusschen 1S30 — 89 zouden er wel 30 editiën te noemen zijn. 
die meer dan 20. — , soms veel meer, golden, terwijl daaren- 
tegen kleine historische geschriften betrekkelijk weinig voorkwamen. 
Veelal bestonden zij in vertalingen wat algemeene en kerkelijke ge- 
schiedenis betreft; zooals de bekende werken van Becker, Men- 
zel, N('):jselt, Schlosser, Sporschill, Milner, Hagenbach, Merle 
d' Aubigné , Hess ; al zieu wij daarom niet voorbij de oorspronke- 
lijke van van Kampen, v. Ijimburg Brouwer, Engelen, Löbensels, 
Kist, BK)y aards, IJpey en Uermout, van Hengel. — Vaderlandsche 
geschiedenis behoorde natuurlijk bij uitsluiting bij landgenooten 



BOEKEN-OVERZICHT. 69 

te huis. Onder dezen hebben wij te wijzen op namen als 
Bilderdijk, de Jonge, Nijhofi', van Kampen, Bosscha, Groen 
van Prinsterer, Scheltema, CoUot d'Escury, Verkade, Last- 
drager, Engelberts Gerrits, van der Aa, om alleen te spreken 
van de grootere uitgaven die van onze boekhandelaren uit- 
gingen. Ten blijk, hoe een gunstig debiet doorgaans deze on- 
dernemingen kroonde, verdient opmerking, dat Stuart's Romein- 
9che Geschiedenh en Hess' (reschiedenis (hr Ismëlieten , beiden 
boeken van «^6. — , een tweeden druk noodig hadden. De werken 
van van Kampen konden in den regjel staat maken op een 500 
tal koopers. Becker, Schlosser, Sporschill, Bosscha hadden 
nog grooter debiet. 

Het publiek , dat in die dagen boeken kocht , werd bij voorkeur in 
den gegoeden middenstand gevonden. Het bepaalde zich in den 
regel tot enkele liefhebbers, bij ieder boekverkooper bekend, en 
werd aangevuld door de leesgezelschappen , in ons huiselijk Neder- 
land zulk een eigenaardig verschijnsel. Een uitgever, die met 
smaak en voorzichtigheid te werk ging, en aan dezulken ontbrak 
het niet, kon dien ten gevolge op een eenigermate vast debiet 
rekenen, wel overtuigd dat hij geen grove winst behalen zou, 
maar even zeker, dat hij zich niet aan aanzienlijke schade zou 
blootstellen. Het eigenlijk ondernemen , het speculeeren , het opzetten 
en uitvoeren van eigen plannen met het oog op de teekenen der 
tijden , zou zich wel niet lang laten wachten , maar was tot nu toe 
meer uitzondering dan gewoonte. Tot deze rustige , zich zelv' beloo- 
nende uitgaven behoorden in voorname plaats ook nog de reisbe- 
schrijvingen , in groot 8° deelen, versierd met een paar koper- 
gravuren en omplakt met het bescheiden roodspikkel, welke, met haar 
zusiers de romans , geboren werden vooral om tot dagelijksch voed- 
sel der leesgezelschappen te strekken. Reisbeschrijvingen waren 
in de dagen toen stoomboot noch spoortrein den kalmen burger 
tot heen en weer vliegen verlokte en het hoekje van eigen haard 



7 O BOEKEN-OVEBZICHT. 

de gemakkelijke plaats was, van waar uit men in verbeelding de 
gevaarlijke of langzame tochten van onderzoekers meemaakte, 
de geliefkoosde lektuur in het huisgezin. En het moet gezegd 
worden, dat zij doorgaans zeer onderhoudend geschreven waren. 
Wat landgenooten betreft roemen wij daarin op Engelen , Potgieter , 
Knep})elhout , Ver Huell, van Lennep Coster; wat buitenlanders 
aangaat , op Puckler Muskau , Kellstab , lia Place , TroUope , Was- 
hington Irving, Basil Hall. Van 1830 — 40 zouden wij nog wel een 
honderd deelen reisverhalen kunnen aanwijzen. — Enkele groote 
aardrijkskundige werken verdienen daarbij vermelding, zooals 
van W^ijk*s Aardrk. Woordenboek 63.85, Zimmermanns Be 
Aarde 79.65, v. d Aa, Atirdrk. Woordenboek der Nederlauden 
142.25, en de aardrijkskundige werken van van Kampen, 
benevens Boorda van Eijsinga's Aardrijksbeêchrijving van Ned. 
Indië. — Het laatste gedeelte van dit tijdperk kenmerkt zich 
door de verschijning van een nieuw soort van boeken, beschrij- 
vingen van schoone landschappen naar aanleiding van keurige 
Engelsche staalgravuren , waarin vooral de smaakvolle en onder- 
nemende uitgever Beijerinck voorging. 

Van de meestgezochte atlassen en kaarten noemen wij die 
van Jaeger en die door onderwijzers-genootschappen uitgegeven, 
alsmede die bij de Wed. Hulst van Keulen verschenen. 

Dat ook een burger publiek er niet tegen opzag van tijd tot 
tijd kostbare boeken te koopen, vooral wanneer die bij inteeke- 
ning en in afleveringen werden uitgegeven, wordt bewezen door 
den bijval, dien sommige encyclo])edische werken vonden, zoo- 
als het Woordenboek der zamenleviiig en het Handehmag azijn bij 
Gebr. Diederichs en het Aanhangsel op Nimiwenhuii Woorden- 
boek bij H. C. A. Thieme. 

Met de godgeleerdheid en aanverwante vakken stond het even- 
eens als met andere boeken: de werken daarover uitgegeven 
waren lang zoo overvloedig niet als later , maar zij waren in den 



BOEKEX-OVEKZICUT. 7 1 

regel uitgebreider en duurder; zij hadden een langer bestaan, 
daardoor ook een zeker burgerrecht , en werden niet zoo spoedig 
door mededingers verdrongen. Een boek van 36. — zooals Mun- 
tiiighe , Gesckiedenië der metiscAAeid nol(/eus den Bijbel kreeg een 
derden druk; Niemeijer's KaraHerkunffe kostte 25. — ; van 
Heijningen's Bijhelsche Geschiedenis 25. — , v. Hengei's Gesch. 
der beschaving 19.29 , — Heringa's Kerkelijke Raadgever 17.70 — . 
En zoo meer. Aan kritische en polemische theologie zou eerst 
later veel meer gedaan worden. Clarisse , de Greuve , van der Palm, 
van der Willigen, van Hengel, Overdorp, Herwerden, Le Roy, 
Boyaards waren onze theologen , naast Tischendorf , Pfenniger , 
Huffell, Bretschneider , Stirm, UUmann, Tholuck, Keith, wier 
werken in onze taal overgebracht werden. — Van Heusde's Soera- 
tische School maakte , onder de weinige wijsgeerige werken , 
grooten opgang. 

Tn elk gegoed protestantsch huisgezin lag , en werd ook 
gelezen, een oudere of nieuwere druk van Keur's Staten- 
bijbel^ of van van der Palm's nieuwe bijbelvertaling, welker be- 
zit, met de Aanteekeningefi 65.80, op hoogen prijs werd ge- 
stald, evenals v. d. Palm's Bijbel voor de je^igd 27.90, die 
een algemeen gelezen huisboek was en gedurende 1850 — 59 
tweemaal herdrukt moest worden. Aan de behoefte van bijbel- 
lektuur werd voorts voldaan door Prentbijbels bij Gebr. Diede- 
richs. Erven Doorman en het Bibliographisch Instituut, die 
allen een groot debiet hadden. 

Van oudsher is er wellicht gtew volk geweest , dat in de huis- 
kamer meer gehecht was aan stichtelijke lektuur dan onze pro- 
te^tantsche landgenooten. Het lezen van een bijbelhoofdstuk aan 
den morgen van eiken dag was in elk gezin een gewoonte , die 
wel wat losser werd dan vroeger, maar toch bij de meesten nog 
in strenge eer werd gehouden. Vader en moeder, indien zij 
iets lazen, grepen uit de portefeuilles der leesgezelschappen bij 



72 BOEKEN-OVERZTCIIT. 

voorkeur naar eeiiig stichtelijk boek, of een reisbeschrijving, 
en lieten de lichtere lektuur van romans en tijdschriften aan het 
jeugdiger geslacht over. Boeken te koopen was bij het groote alge- 
meen nog altoos wel uitzondering , maar een godsdienstig huisboek 
mocht toch nergens ontbreken. Daarvoor diende of een bundel 
preeken van een geliefden dominé , of meer algemeen bekende 
boeken, zooals de werken van Egeling, Corstius, Verweij, Kaa- 
kebeen , Clarisse , bovenal die van van der Palm niet te vergeten , eu 
iets later die van des Amorie van der Hoeven. De overlevering 
wil, dat Prof. v. d. Palm eiken zondag als hij gepreekt had 
na kerktijd bij de firma du Mortier aanliep, waar een bankbil- 
jet van 100. — klaar lag, dat hij inwisselde tegen de uitge- 
sproken leerrede, welke voor de pers bewaard werd totdat er 
weer een- tiental volledig was. — In 1 839 werd door G. Portielje het 
BijbeUch Magazijn opgericht, dat, uitlokkend door zijn fraaie 
gravuren en door de verscheidenheid zijner medewerkers, in een 
losser vorm dan den preekstijl, bestemd was om in honderde 
gezinnen zijn plaats te vinden, en daarin te gereeder ingang kreeg 
door zijn verschijning in maandelijksche afleveringen. 

Onder een aanwassend gedeelte van het protestantsche publiek , 
vooral op het platte land en bij de burgerklassen, was zich een 
overhelling gaan vestigen naar de oude onvervalschte Dordtsche 
kerkleer, een overhelling die zich al meer en meer uitsprak in 
het herdrukken en sterk vers])reiden van de oude werken van 
van Lodensteijn, Hellenbroek , Smijtegelt, Mei e. a. , en die, 
vermits de aanhangers dier richting van de algemeene kerk wer- 
den buitengesloten, op een afscheiding uitliep, die zelfs, onder 
Ds. Scholte, naar Amerika de wijk nam en daar de vrijheid 
van geweten zocht, welke haar hier betwist werd. Het spreekt 
van zelf, dat juist door dezen dwang de partij in belangstelling 
toenam, haar geschriften bij duizenden onder alle klassen te meer 
versj)reid werden en telkens nieuwe uitgaven beleefden. Hoe meer 



BOEKEN-OVERZICHT. 73 

trouwens deze richting veld won , des te sterker openbaarde zich ook 
de behoefte aan de andere zijde. De protestantsch-kerkelijke strijd 
over leerstukken kwam langzamerhand uit de studeerkamers naar 
buiten. Opmerkelijk is, wat, vofgens Potgieter, Bakhuizen van 
den Brink , toenmaals student in de theologie , in 1 8:5 1 daarom- 
trent als voorgevoelende in een brief schreef: „Ook dit vak 
(theologie) zal zeker eens ten onzent zijne revolutie zien aanbre- 
ken, naar rato niet minder dan de stormen welke de staatkun- 
dige wereld beroeren, en het is daarom voor ons, theologanten , 
zaak ons met staatkunde wat minder, ons met ons vak watmetr 
te bemoeien." 

De godsdienstige lektuur en de kerkelijke twistschriften namen 
dien ten gevolge in den boekhandel al meer en meer een groote plaats 
in. Vele dezer geschriften liadden in den laatsten tijd een losser 
stijlvorm aangenomen dan waaraan men vroeger gewoon was. In 
den regel was de boekentaal nog een geheel andere dan de gespro- 
kene geweest. Het voor de pers bestemde had iets schoolsch , iets 
deftigs, iets gemaakts, dat dikwijls de duidelijkheid, altoos de 
natuurlijkheid in den weg stond. De tijd zou aanbreken, dat 
ons proza zich j)looien zou tot minder gekunstelde vormen en 
dat onze letterkunde aan nieuwe krachten nieuwen rijkdom ont- 
kenen zou. Geel, Potgieter, Kneppelhout, Beets, Hasebroek, 
het jonge Holland trad op, en wel, opmerkenswaardig genoeg, 
in een humoristischen geest , aan onze natie overigens zoo vreemd, 
en beloofde een frissche toekomst van leven en beweging. Even- 
zeer was dit het geval met onze dichtkunst. Van 1830 — 39 
duurde de glorietijd van een oudere school nog voort. Tollens 
was in zijn volle kracht en gaf bundels en losse gedichten, die 
bij duizenden en tienduizenden verkocht werden. De beide Klijn's, 
Spandaw , Borger , Staring , van Halmael , van der Hoop , Ooster- 
wijk Bruijn, de oude garde van den Muze/i-almafiai onder Immer- 
zeel's leiding, waren nog altoos de gevierde zangers. De Belgische 



N 



7 4 BOEKEN-ÜVERZICHT. 

omwenteling deed Helmers in herdruk herleven en gaf de vader- 
landsche lier in handen van van Tjennep, Withuijs, de Thouars 
en zooveel anderen, wier nationale ontboezemingen naar alle 
zijden zich wegen baanden. Maar te gelijk en daarnaast stond 
gaandeweg een jonger geslacht op, dat een machtige st^ra zou 
krijgen voor volgende jaren: Beets met zijn José en Kuser en 
zijn Byroniaansche liederen -, Hasebroek en ter Haar met hun 
gevoelige, gemoedelijke zangen, ten Kate, van den Bergh, Ben- 
nink Janssonius, Calisch met hun warme lyrische verzen, Hel- 
vetius V. d. Bergh en Burlage met hun geestige blijspelen, van 
Zeggelen met zijn luimige verhalen en liedekens. 

Voegen wij daarbij den roman , de geliefkoosde lektuur van 
den huiselijken haard. Het w^as nog de welaangename tijd, dat 
slechts eenige weinige uitgevers zich op deze literatuur toeleg- 
den en, indien zij goede w^aar leverden, zeker konden zijn van 
een winstgevend debiet aan leesgezelschappen en partikulieren. 
Want bij het nog schaars bestaan van eerstgenoemden , schroom- 
den deftige huisvaders niet, van tijd tot tijd voor hun gezin 
zich ook een goeden roman aan t€ schaffen. De werken van Jacob 
van Lennep , de Pleegzoon , d^ Roos van Bekama , Ferdi- 
nand Huijck , boeken uit het leven van eigen geschiedenis en 
karakter gegrepen, al kostten die zware groot 8** deelen betrek- 
kelijk een handvol geld, behoorden te huis in de familie-biblio- 
theek van menig welgegoed burger. Voor het overige was de 
toevloed niet zoo groot, of de leeskringen hadden er voorts ge- 
noegzame plaats voor. De oorspronkelijke roman was in <aanzien. 
Wolft' en Deken's Sara Burgerhart kreeg een 4en druk; de 
Kleine pligteti (van Mej. de Neufville), van Lennep's werken, 
van den Hage's, J)rost's, Heldring's, Christemeijer's ver- 
halen hadden aanzienlijke oplagen of herdrukken noodig. De 
romans van Dresselhuis, Krabbendam, Rob. v. d. Aa, van Bu- 
ren Schele, Bosdijk, waren gewilde onderhoudende boeken. De 



BOE KEN-OVERZICHT. 7 5 

eerste werken vaii de schrijfsters Mej. Toussaiut en Hasebroek 
(18;38) werden met ingenomenheid begroet. 

Maar al deze voortbrenselen van eigen bodem waren niet voldoende 
om den gretigeu HoUandschen lezer te bevredigen. Om in de belioefte 
van huiselijke uitspannings-lektuur te voorzien heeft steeds het 
buitenland zijn hulp moeten leenen. Bij geen enkele onzer na- 
buren — en dit heeft grooten invloed gehad op de ontwikkeling 
van onzen nationalen smaak en onze antinationale neigingen — 
bij geen enkele onzer naburen is het lezen , het lezen in het ge- 
zin, het lezen door middel van leesgezelschappen, zóó algemeen 
als het was en is bij ons. Een natuurlijk gevolg daarvan was , 
dat wij uit den vreemde hebben overgebracht wat wij te 
kort kwamen en op die wijs meer dan eenige andere natie ver- 
trouwd zijn geworden met de literatuur van het buitenland. De 
keus nu van die aanvulling, het rondzien naar goede lektuur 
ter vertaling, het bespieden van den gang dier letterkunde bui- 
ten onze grenzen, en, bij het doen van een greep, zoowel de 
degelijkheid van gehalte als het persoonlijk voordeel te wikken 
en te wegen, is voor een groot deel de taak, de plicht, de ver- 
antwoordelijkheid geweest van onze uitgevers. Hun invloed in dit 
opzicht is buiten kijf; zij hebben evenveel eer van de leiding tot 
een goeden smaak bij het publiek, als dat zij de schuld dragen 
van dé lichtzinnige prikkeling van hartstochten en verbeelding, 
indien zij geldelijk profijt hooger laten gelden dan het besef van 
hun zedelijken en maat3chap])elijken plicht. — In het tijdvak dat 
wij bezig zijn t.e bespreken, vóór 1840, heeft ons land waarlijk 
over zijn uitgevers niet te klagen. Integendeel , firma's als G. J . 
A. Beijerinck, de Erven Bohn, de Erven Loosjes, VV. van Boe- 
keren, G. T. N. Suringar, hadden goede oogen en goede conscien- 
tiën. W Scott, Bulwer, Cooper, Marryat, Morier, James, Miss Edge- 
worth , Miss Bury , Miss Sedgwick , Miss Bray , . Miss Trollope , 
Lady Blessington — het verdient opmerking dat Engeland zoo- 



7 6 BÜEKEN-OVEKZTCilT. 

veel schrijvende vrouwen heeft voortgebracht , — Spindler , Trom- 
litz , Grosse , Bechstein , Stolle , Carol. Pichler , Rellstab (wieas 
1812 vier drukken beleefde), Manzoni , Sagoskiii, Ingemann 
(de laat^ten een Italiaan , een Rus en een Deen), zijn beroemde 
namen, die hier te lande door bovengenoemde uitgevers bekend 
zijn geworden. Voor een deel lag het aan het kleiner getal onzer uit- 
gevers en evenzeer aan hun meer degelijke opleiding, maar een 
feit is het, en wel een zeer hoog te waardeeren feit, dat bij de 
keus van vertalingen in die dagen in den regel , veel meer dan 
later , te rade werd gegaan met oordeel van smaak en geweten , 
en dat slechts nu en dan , uit een achterhoek , een roman van 
Paul de Koek te voorschijn kwam , die door solide debitanten 
met weerzin achteraf werd gehouden. Jjiever dan in een prikke- 
lenden inhoud zochten zij een lokaas in een aantrekkelijken 
titel, en gebruikten daartoe meestal een dubbeltal , gelijk bij voor- 
beeld : Kiujenia , of de zegepraal over de liefde , — Tsidora , of d>e 
hut ifi het bosch^ — De Battdiet te Rome^ of de standvastige ge- 
liefden , — A.dolf tm Amalia , of Erkenniitg van een misstap , — 
De Hermitage van St. Jacod, of Foor God, d^n Koning en het 
Vaderland enz. 

Tot de kleinere speculatiën , die het eerst voor de hand lagen en 
die door winstgrage uitgevers gretig werden aangegrepen , begonnen 
te beliooren allerlei goedkoope boekjes , die zich opwierpen om ken- 
nis te verspreiden omtrent menigte van wetenschappelijke en huis- 
houdelijke belangen , en dat wel onder de titels van Handleidingen , 
Gidsen^ Raadgevers^ en zoo al meer. In den regel waren ze 
meer aangelegd op den kooplust van het publiek dan op dege- 
lijke waarde en waren te gemakkelijker te drukken , daar men ze 
slechts uit Duitschland of Engeland te ontbieden en te vertalen had. 
Beide landen gaven in die soort van fabriekwerk een schadelijk voor- 
beeld. Het groote debiet toch van zulke geschriften gaf aanleiding 
tot velerlei misbruik en zwendelarij. Een zekere Dr. Schöpffer, 



BÜBKEN-OVERZICHT. 77 

in Duitschland , schreef voor allerlei kleine firma's al wat raen 
maar verkoos. Hij fabriekte zulke volksboekjes bij de vleet , on- 
der niet minder dan drie en dertig schuilnamen ; vooral geneeskun- 
dige raadgevingen tegen slapeloosheid , hemorrhoïden , geslachts- 
ziekten enz. enz.; en zijne vrouw deed hetzelfde, onder vijf aan- 
genomen namen , met huishoudelijke handboekjes van onderschei- 
den aard. Zoo iets gebeurde ook hier meermalen , al was het niet 
op zoo brutale schaal. 

Voor het overige was Nederland wellicht zelden zoo overvloedig 
in staatkundige- en volks-vlugschriften , als in dit tijdvak. De 
omstandigheden gaven er alle reden toe. Nimmer had ons vader- 
land koortsachtiger opgewondenheid beleefd dan in 18;^) bij de 
uitbarsting van de Belgische revolutie en haar gevolgen. Het 
kalme Hollandsche gestel was door een drift aangegre])en, waar- 
voor men het ten eenenmale onvatbaar zou hebben geacht. De 
gansche natie, van groot tot klein, verkeerde in een soort van 
gejaagdheid, van hartstochtelij ken gloed, in overspanning, dag 
aan dag. De Belgische opstand en de Hollandsche algemeene wape- 
ning in 1S30; de tiendaagsche veldtocht^ 3 — 13 Augustus 1831 ; 
de scheidsrechterlijke tusschentreding der groote mogendheden met 
haar befaamde 24 artikelen; de heldendood van van Speyk op de 
Schelde ; de belegering der citadel van Antwerpen ; de geldnood 
van den staat en zijn leening van 1 38 .millioen ; de benarde toe- 
stand van binnen en van buiten , die al dringender en dringender 
werd en aanleiding gaf tot een algemeenen bededag in December 
1832, dat alles greep het volk aan tot in het binnenste van het 
gemoed. Bovenal was daarvan het eerste jaar, het jaar 1830, ge- 
tuige. Wie tot 's lands verdediging tegen de trouwelooze muiters 
geen weerbare armen kon aanbrengen , stortte met onbegrensde 
mildheid zijn vrijwillige giften in de schatkist van den staat. 
Wie geen geld had bracht zijn goed, zelfs zijn liefste, zijn meest 
begeerde. De hoogleeraar N. G. van Kampen gaf zijn gouden 



7 8 BOEKEN-O VERZICHT. 

eerepenningeu , die hij voor bekroonde verhandelingen verworven 
had. Zóó velen. 

Ook de boekhandel bracht daarbij zijn vaderlandslievende oflers. 
Maar niet in geld of goed alleen. Moge hier vermeld worden de aan- 
doenlijk-grootsche houding van den boekhandelaar-dichter Marten 
Westerman, zooals die door de Bosch Keniper in zijn Geschie- 
denis vermeld wordt: ^Toen op 's Konings roepstem „Te wapen !'* 
Westermans drie zonen wedijverden, wie van hen zou uit- 
trekken, daar de vader in zijn boekhandel de hulp van al zijn 
volwassen zoons niet kon missen , maakte hij aan de onzekerheid 
een einde, door te zeggen: „ik of gij driën!" En al zijne zonen 
trokken te velde. Een van hen sneuvelde voor Leuven. Toen door 
eene groote onvoorzigtigheid iemand, die niet wist dat een van 
's mans zonen bij het 2e bataillon Jagers diende , hem een brief 
uit het leger lezen liet , waarin de dood van den jongen Wes- 
terman gemeld werd , stond de vader roerloos. Geen enkele traan 
welde uit zijn oog. Hij sprak slechts de woorden : „Ik had het mij 
van al de drie moeten voorstellen." Mjiar weinige dagen later waren 
zijne haren vergrijsd*^. — Het verhaal van zulk een Spartaansch 
zelfbedwang moge pijn doen in dagen van weelderige rust en zou 
zelfs aan het gevoel van een vader doen twijfelen; maar wie van den 
hoogen moed en de nationale opgewondenheid dier dagen heuge- 
nis draagt, en bovenal wie den braven, den gemoedelij ken Wes- 
terman perifoonlijk heeft mogen kennen, zal eerst kunnen be- 
seften wat vlijmende zielesmart in die woorden verkropt werden. 
Men leze : Het geweer van mt/jn zoon in zijn lateren dicht- 
bundel, en ^^Wesiermans beteekenis als letter hmdig e en kunste- 
jicuir, waarmee A. J de Ruil het 17e deel van de Tijd opent — en 
men zal den edelen vader even diep beklagen als innig eerbiedigen. 

Waar dergelijke feiten plaats hadden , behoeft het geen verdere 
opheldering, hoe het kwam dat de boekhandel in die dagen zoo 
overvloedig was in geschriften van den dag. Het sneeuwde over 



BOEKEN-OVERZICHT. 79 

het land van allerlei gedrukte bladen. De staatkunde had elk 
oogenblik tot den algemeenen geest iets te zeggen; en die geest 
was onvermoeid in het hooren. G. K. van Hogendorp gaf van 
October 1830 tot Januari 1S31 niet minder dan 18 brochures 
in het licht; Mr. S. P. Jjipman 7, en in verhouding Donker 
Curtius, de Man, Pockema, van Breugel, Groen van Prinsterer, 

• 

Thorbecke en zooveel anderen, genaamden en naamverzwijgenden. 
Schier talloos waren de nationale ontboezemingen van dichters 
als van Lennep, Tollens, Loots, Klijn, Boxman, van der Hoop, 
de ïhouars, Withuijs, van den Bergh — wie telt ze. De 
koningskroon en het Nederlandsche wapenschild werden als 
bedolven onder de papieren blijken van aanhankelijkheid en volks- 
liefde. 

Andere tijdsomstandigheden lokten eveneens een grooter of 
kleiner aantal van vlugschriften uit. Daartoe behoorden bovenal 
de ïransche omwenteling in 18;30; de voorstellen tot herziening 
der grondwet, van het burgerlijk wetboek, van het wetboek 
van koophandel en van de rechterlijke organisatie, in 18*30 en 
1831 ; het optreden van den Gouverneur-generaal van den Bosch 
en zijn hervormings-plannen ten opzichte van Ned.-Indie, in 
1831; de verschijning der cholera in Europa, 1831; de vervolging 
der afgescheidenen van de gereformeerde kerk (de Cocq en Scholte) 
1835, en de eindelijke erkenning dier gemeente vier jaar later; 
het 2e eeuwfeest der Utrechtsche hoogeschool, 1836; de stormen 
en dijkbreuken in December 1836; de dood van de koningin, 
gemalin van Willem I, 1837; de 25 jarige regeering des konings, 
1838; de voorstellen omtrent de veranderingen in het tarief van 
uit- , in- en doorvoer ; het geneeskundig staatstoezicht en de finan- 
ciëele rijksplannen, 1838; het voorstel tot den aanleg van een 
spoorweg van Amsterdam naar Arnhem, tot het droogmaken van 
het Haarlemmermeer en tot verbetering van het muntwezen, 1838; 
de aandrang tot het eindelijk aannemen der gewijzigde 24 artikelen 



80 BÜEKEN-OVEKZICUT. 

van het Belgisch traktaat, 1839; het huwelijk van den erfprins 
(Willem IlI), 1839; de opening van den spoorweg tusschen Am- 
sterdam en Haarlem, 1839; de voorst/ellen ter grondwets-herzie- 
ningj 1839; en in dat zelfde jaar de kwaadwillige opruiing tegen 
de regeering van koning Willem I, ten gevolge van de benarde 
staat sfinanciën en het 'huwelijk met de gravin d'Oultremont. 

Deze vlugschriften-literatuur, even onderscheiden in vorm als 
in onderwerpen en schrijftrant, nam in den boekhandel een niet 
geringe plaats in, vooral in den tijd, toen de dagbladen zich nog alleen 
tot kleinere berichten bepaalden. Wellicht is , betrekkelijk , daarin 
geen land overvloediger dan Nederland. Het papieren schroot is 
t€n allen tijde hier, ten goede en t^n kwade, met volle laag over 
de hoofden en in de harten van het publiek losgebrand. 

Aan kinderboekjes was tot heden toe, vooral wat den uiter- 
lijken vorm betreft, niet veel zorg besteed. Zij waren een on- 
derdeel van den boekhandel en verschenen doorgaans bij uitge- 
vers van den derden of vierden rang. Na 1830 komt hierin een 
merkwaardige verbetering. Ue uitmuntende verhalen van den 
üuitschen kanunnik C. Schmidt, De hoppehloesmn* ^ Bekers- 
avond ^ De kanarie^ liet verloren kind. Rosa van Ta^inettburg ^ 
De paascheijere7i , De jonge kluizenaar , Ferna^ido , De hetoooerde 
eijeren , Eustachius en zooveel anderen , werden door het jonge 
volkje verslonden en moesten herlïaaldelijk herdrukt worden. De 
uitgevers ten Brink & de Vries en G. J, A. Beijerinck zorgden 
daarbij voor een sierlijk uiterlijk en legden zich met buitenge- 
wone zorg op dezen tak van handel toe. W^eldra werden zij op 
dien weg gevolgd door H. Frijlink , G. Tortielje, de Erven Bohn, 
W. van Boekeren, Schalekamp en andere eerste tirma's, die als 
het ware een ouderlingen wedstrijd aangingen om den kinderen 
degelijke lektuur en hoogst bevallige boekjes in lianden te geven , 
hetzij vertaald uit den vreemde , hetzij bewerkt door oorspronke- 









BOEKEX-O VERZICHT. 81 

lijke vaderlaiulsche schrijvers. Zoo verschenen achtereenvolgens een 
aantal kinderboekjes van Nieritz , v. Muller , Blanchard, Bouilly, 
Campe , Schoppe , maar ook van welbekende HoUandsche schrijvers 
en schrijfsters , als Robidé van der Aa , Arrenberg , Best , Engelb. 
Gerrits , Dusseau, Lastdrager, Biben , van Spall, Goeverneur, 
Petronella Moens , Mevr. Boeseken Peltenbiirg , Mevr. v. Meer- 
ten Schilperoort en anderen. Ook de prentenboekjes voor jeugdiger 
kleinen begonnen een geheele hervorming te ondergaan. Vooral de 
firma^s Beijeriuck en Frijlink legden zich erop toe , om aan- 
trekkelijkt figuren en groepen te kiezen tot plaatjes voor kin- 
derboekjes en daarbij een tekst te voegen , die kinderlijk-bevat- 
telijk was en sj)oedig van buiten geleerd kon worden. Zoo kre- 
gen die boekskens een zeker burgerrecht in de woonkamers en 
loonden hun uitvinders meestal met een overvloedig debiet. 

De tijdschriften Pkilarete en de Le'uUman der jeugd vonden een 

ernstigen mededinger in het Hollandüch Penning-magazijn voor de 

Jeugd ^ dat van 1835 — 52 zich in algemeene gunst verheugen moclit. 

Een andere handelstak, maar van nog meer gcMacht, was die 
in school- en catechisatieboekjes, i In de kwijnende jaren onder en 
even na de Fransche overheersching, t»oen er zoo bitter weinig te ver- 
dienen viel, was de handel in schoolgoed, naast dien in bijbels, ge- 
zangboeken enz. , een van de schrale bronnen , die nog iets ople- 
verden. Dergelijke artikelen waren bijna de eenige behoeft-en, 
waaraan, bij hoeveel bezuiniging op weelde ook, voldaan moest 
worden. Bovenal was de hervorming van onderwijs en school- 



* Een overzicht van (ie schoolboekjes, die in den loop dezer halve 
eeuw vei'schenen zijn, wij herhalen het, is de stof voor een hoogst be- 
langrijke stildie, die aan een beter bevoegde wordt overgelaten. Daarvoor 
biedt een rijke bron aan o. a. de bibliotheek van het Nederhnidsch On- 
derwijzers-genootschap, thans geplaatst in de Universiteits-bibliotheek 
te Amsterdam. 

6 



8 2 BOEKEN-OVERZf CllT. 

wezen voor deu boekhamlel vaii groot jj^ewicht. Terwijl, zelfs 
in het laatst der vorige eeuw nog, het lager onderwijs op zulk 
een laag peil stond, dat de leerboeken op de scholen zich veelal 
bepaalden tot den Ileidelbergschen catechismus, eenige verhalen 
aan den bijbel ontlecntl en dergelijke schriftuurlijke lectuur , 
werd allengs de behoefte gevoeld aan eenvoudiger leermiddelen, 
en was het vooral naar aanleiding der bemoeiingen van de Maatschap- 
pij tot Nut van 't Algemeen , dat er een aantal betere schoolboek- 
jes in het licht werden gegeven , gelijk die van Martinet , Per- 
poncher. Hier. van Alphen, Wester, S^ildens, Nieuwold, Schneither, 
Aeneae, van Bolhuis, Buijs., Ilulshoff', Verwey, Adriani, v. d. Berg 
en zooveel anderen. Naarmate die hervorming, vooral na de 
verordening van 1806, zich naar alle riclitingen over hetgeheele 
land uitstrekte, werd die handel al meer en meer van beteeke- 
nis. Geen wonder, dat de handen zich repten om hiermede een 
sobere bete broods machtig te worden. Geen wonder ook , dat- 
op het schrale veld van oogst w-el eens daden werden gepleegd 
en praktijken plaats grepen, die niet zouden gedaan zijn, indien 
de algemeene akker vruchtbaarder geweest ware, maar die niet- 
temin in strijd waren met eerlijkheid en goede broederlijke trouw; 
dat er in een w^oord op dit gebied , hetgeen anders bijna nooit 
gebeurde, binnen eigen kleinen kring wel eens nadruk ge- 
pleegd werd. Van hoeveel gewicht het was schoolboeken als een 
der belangrijkste fondsartikelen legen dezen roof te beschermen , 
ook in de tijdvakken die wij te overzien hebben , noemen wij 
alleen de volgende titels, aan de boekenlijst van 18:35 ont- 
leend: de werkjes van Wester: Leeslesjes 27e druk; 1<?, te en 
'6e Spelboekje 22e druk : 4^ Spelboekje 2;3e druk ; M&figeUioffen 
15e druk; A^ B^ C boekje 17e druk; Gezavgeii 19e druk; 
Kleine Jan 9e druk ; v. Heijningen Bosch , Kleine kindervHend 
29c druk; Anslijn , Leesboek l;3e druk; Anslijn , N. Spel- en 
Leesboekje 14e druk; Muijt, Spel- en Leesboekje 6e druk; v. d. 



BOEKEN-OVERZICHT. 83 

Berg, Bijbehche Uiëiorieüragen tSe druk; Aiisli ju , De brave 
Hendrik 13e druk; Ausliju , Raadgeomg lOe druk; Ausliju, De 
brave Maria 11e druk; v. Heijuiugeu Bosch, Moetier Anna 
i3e druk. 

lu 18:31 bood W. Brave Senr. het schoolboekje vau van 
Heijuiugeu Bosch , Vader Jacob , bij circulaire deu boekhaudel 
te koop aau eu lueldde daarbij , dat hij , sinds deu len druk 
iu 1807 , dat werkje 22maal herdrukt had , te sameu teu ge- 
tale vau 1S5.500 exemplareu ; elke oplaag kostte/* 780. — eu 
leverde eeu zuivere wiust op vau ƒ 1020. — . luderdaad geeu ver- 
werpelijke kopij , hoe kleiu ook. Hij vroeg voor het kopijrecht 
dau ook de roude, eu voor dieu tijd aanzienlijke som vau/' 5000. — . 

Aau de bescherming vau dergelijke kapitale fondsartikelen 
hadden wij , spoedig na het herstel van ons koninkrijk , de oprich- 
ting te danken vau de „Vereeniging ter bevordering van de be- 
langen des boekhandels", die zoo veel tot de latere regeling van 
den handel heeft bijgedragen. 



6- 



HANDELS-TOESTAND. 



De beide volgende afdeeliugen , Handelstoeatand eii Geschil' 
len. De Fereeniging ^ zouden eigenlijk bijeen behooren. Zij 
bevatten gelijksoortige , soms • dezelfde onderwerpen. Zij zijn 
alleen gesplitst, om alles wat onmiddellijk van de Yereeniging 
uitging eenigszins afzonderlijk te houden. Desniettemin was de 
Vereeniging vaak ook gemoeid in zaken onder den eersten titel 
behandeld. 

Wie een volledige geschiedenis van de Vereeniging ter hand 
zou willen nemen, vindt daartoe nog overvloedig stof in haar 
archief. 



INHOUD. 

Ontwikkeling ra?i lueuw levert. — Langzaamlieul 
van hawleUverkeer , — Verouderde gewoonten. 



Na de vestiging van ons koninkrijk in 1815 begint voor den 
Nederlandschen boekhandel, even als voor ons geheele volks- 
leven, een nieuw tijdvak. 

Dat België een deel van dat koninkrijk zou uitmaken , toen 



HANDELS-TOESTAND. 85 

op het Weeuer congres de mogendheden een nieuwe kaart van 
Europa ontwierpen, mocht uit een staatkundig oogpunt goed ge- 
zien zijn, voor onzen boekliandel was die toevoeging van weinig 
beteekenis. De Belgische broederen waren door taal, door gods- 
dienst, door geheel andere zeden en behoeften zoo van ons onder- 
scheiden , dat zij , wat letterkunde en boekhandel betreft; , bijna 
niets met ons gemeen hadden. De HoUandsche boekhandel zou 
zich , op een enkele uitzondering na , binnen den kring onzer 
noordelijke provinciën blijven bewegen. 

Ook was het er ver van af, dat reeds dadelijk bij het herstel 
ouzer onafhankelijkheid een vak als de boekhandel een levendig, 
bloeiend bedrijf kon worden. Daartoe had ons volk , stofl'elijk en 
geestelijk, veel te veel geleden. De Fransche overheersching had 
het nationaal kapitaal vrij wat besnoeid ; alle uitgaven van weelde 
dienden , althans vooreerst , zooveel mogelijk te worden inge- 
krompen , ten einde door zuinigheid en spaarzaamheid de geleden 
verliezen te boven te komen. En dat die bezuiniging allereerst 
op het koopen van boeken toegepast werd, lag voor de hand. 
Maar ook de geest getuigde nog weinig. De tijd, die pas achter 
ons lag , was veel te onrustig , veel te drukkend , in sommige op- 
zichten ook veel te hartstochtelijk geweest , dan dat de studeerkamer 
zoo op eens de stille kweekplaats kon worden van wetenschaj) en 
letterkunde. Alles had tijd en kalmte noodig om op zijn verhaal 
te komen, en jaren zouden er nog moeten verloopen eer schrij- 
vers boeken schreven en uitgevers moed hadden tot het oi)zetten 
van kloeke ondernemingen. 

Hiermee mag niet gezegd zijn, dat de boekhandel tusschen 
1815 en 1830 zoo goed als dood was. Volstrekt niet. Enkele 
firma's waren tegen den stroom blijven oproeien en hadden be- 
wijzen geleverd van voorbeeldige krachtsinsj)anning. J. Allart te 
Amsterdam en later zijn weduwe te Delft, J. Immerzeel te ^sG ra - 
venhage , Eran^ois Bolm te Haarlem , D. du Mortier te Jjeiden , 



86 HANDELS-TOESTAND. 

Joh. Altheer te Utrecht, C. G. Sulpke, de Wed. Warnars & Zn., 
J. den Hengst te Amsterdam, Blussé & van Braam te Dord- 
recht, Joh. Oomkeus te Groningen, J. F. Thieme te Zutfene. a. 
hadden, tegen wind en weer in, de eer van den handel opgehou- 
den en zelfs ondernemingen tot stand weten te brengen als later 
tijd zou kunnen benijden. Mannen van verschillende wetenschap 
en letteren hadden luin naam hoog blijven houden, en bovenal 
had onze vaderlandsche dichtkunst in de troebele dagen een bloei- 
tijd doorleefd. Maar in dezen tijd van weder oplevende liefde tot 
het beoefenen van studie en kunst was het er trouwens ver van 
af, dat het groote publiek op eenmaal in deze herboren neiging 
deelde. Auteurs en uitgevers hadden wel degelijk een strijd te 
strijden om hun boeken verkocht te krijgen. Enkele bevoorrechten 
uitgezonderd, was het debiet van verreweg de meeste boeken 
uiterst gering en moesten er allerlei hulpmiddelen gebezigd wor- 
den om het zoo ver te brengen , dat de kosten van een uitgaaf zoo 
niet eenige winst afwier])en, dan althans gedekt werden. Een 
natuurlijk gevolg van deze mindere erkenning door de groote 
menigte was, dat de mannen van de pers zich in groepen aaneen- 
sloten en door onderlinge verheerlijking elkander trachtten te ver- 
goeden wat zij in het publiek te kort kwamen. Genootschapj>en 
en vereenigingen waren aan de orde van den dag, en de bloeme- 
kens van lof en hulde lagen daar voor de leden voor het grijpen. 
Eens anders werk opschroeven en opvijzelen was de gereede weg 
om op eigen beurt opgeschroefd en opgevijzeld te worden. De 
kritiek , die zich eerst volkomen onafhankelijk deed gelden met 
de verschijning van de Gids^ was niet altoos van eenzijdigheid en 
partijdigheid vrij te pleiten. Het ging nog aan, om van de goede vrien- 
den gunstige beoordeelingen te krijgen in tijdschriften zooals de Let- 
teroefeningen en de Recensent, Meestal ook werden die niet eens 
afgewacht, maar verschenen de boeken, wetenschappelijke zoowel 
als letterkundige, ingeleid door een voorbericht van een aanprij- 



HANDEI^-TOESTAXD. 87 

zend vriend, die, veelal vrij breedsprakig en langwijlig, betoogde 
welk meesterstuk er in de volgende bladen te vinden was. De 
uitgevers van hun kant moedigden dergelijke praktijken in hun 
voordeel niet weinig aan. Zij namen zelfs een toen nog nieuw 
middel te baat, om door voor uitgezonden prospectussen de aan- 
staande verschijning van het een of ander belangrijk drukwerk 
met den noodigen ophef aan te kondigen. In alle soorten van 
netten moesten de koopers gevangen worden , al bleek ook het 
uitgestrooide lokaas spoedig den lichtgeloovige te hebben beet 
gehad. De uitdrukking, het „voorzien in een dringende behoefte" 
werd in die dagen uitgevonden en tot gemeenwoord gemaakt. 
Zinnen als : „Iets tot aanprijzing dezes werks te willen zeggen , 
zoude niet alleen overtollig, maar zelfs beleedigend zijn voor 
schrijver en lezer", kregen burgerrecht. „Hoe vele uitmuntende 
geschriften (in dit of dat vak) in dezen vruchtbaren tijd het licht 
hebben mogen zien, geen gewis komt in voortreffelijkheid nabij 

aan " was een regel , dien de zetter voor elk voorbericht 

klaar had. In het door een vriend , J. van Spaan , bezorgde pro- 
spectus van een bundel verzen eens dichters, wien een bekroning 
ten deel gevallen was bij het Haagsche genootschap „Kunstliefde 
spaart geen vlijt", vinden wij deze bescheiden aanprijzing : 

Ziet hier een waar Poëet, een Schepper in de Kunst, 
Een Eenling zijner eeuw , een toonbeeld van (lods gunst , 
Een noesten arbeidsman, uit slijk en stof verheven. 
Ten Dichtorakel aan het Haagsche Koor gegeven. 
Bewonder in Van Dijk een Zanger, even groot 
Als Abtwouds nachtegaal, de nooit volroemde Poot! 
Zoo kon Vernuft en Kunst , door onbeperkt vermogen , 
De laagste menschen tot den Godenstand verhoogen! 

Waaraan de dichter-zelf de nederigheid had een couplet toe te 
voegen , aldus beginnende : 



88 • HANDELS-TOESTAND. 

Dus proTikt mijn aangezigt in Neêrlands Dichtrenrij , 
Wijl ik naar 't oordeel van de Haagsche Maatschappij 
Den grooten Dichter Poot in dichtkunst evenaarde. 

Zulke dingen gebeurden nog in 1830. 

Nog een ander staaltje, dat tevens den tijd teekeut. G. J. A. 
Beijerinck , een onzer deftigste en degel ijkste uitgevers , gaf een 
roman uit, getiteld Vader Klemevs , uit het Engelsch vertaald. 
Hij baande dat boek den weg, mede door een prospectus, hetwelk 
den inhoud teruggaf van een beoordeeling in de Godgeleerde Bij- 
dragen , aanvangende met de woorden : „Een Roman , zoo het 
schijnt op eene ware geschiedenis gegrond. — En die zal men 
in de Godgeleerde Bijdragen gaan aankondigen en beoordeelen ! ? 
O tijden! O zeden! Dat kan er immers niet door. Romannen- 
lectuur in verband met de Godgeleerdheid ! IJdele Romannen- 
lectuur en Heilige Godgeleerdheid! Welk een contrast! — 
Doch , bedaard , mijn Vriend ! Wees niet bevooroordeeld en hoor. 
Romjins en Romannen-lectuur kunnen geene onbepaalde aanbe- 
veling vinden in Godgeleerde Bijdragen — maar er is onderscheid 
tusschen Romans en Romannen-lectuur. En lees eerst wat wij van 
en over deze dingen zeggen zullen. Bedriegen wij ons niet, dan 
zegt gij, zoo gij hooren wilt, aan het einde: „Ik ben blijde, 
dat men mij op dit boek opmerkzaam heeft gemaakt. Dat wil 
ik koopen en lezen en bekend maken en aanprijzen, waar ik 
maar kan !'^ 

Waar de prospectussen uit die dagen zoo spreken , is niets 
meer noodig tot bewijs , dat de snorkerij om des debiets wille q^&gw 
uitvinding van den laat«ten tijd is. 

Langzamerhand opende zich voor den boekhandel een blijder 
verschiet. De geschokte staat kwam tot verademing; algemeene 
handel én nijverheid begonnen zich vrijer te ontwikkelen ; er werd 
weder geld verdiend; de welvaart nam toe. Het oude huiselijke 



HANDELS-TOESTAND. * 89 

leven hernam zijn recliten ; de eigen haard , niet langer verstoord 
door staatkundige partijschap en angstige zorg, herkreeg zijn 
rustige gezelligheid met al de daarmee verbondene behoeften. 
De zucht naar ontMnkkeling en lektuur deed zich in ons goed 
Holland gelden als van ouds , en als tot een nieuw leven ont- 
waakten wetenschap en letteren. 

Met 1830 begint voor ons land een geheel nieuw tijdvak van 
nationaal bestaan. De Belgische omwenteling had den vaderland- 
schen geest wakker geroepen. De rustige Nederlandsche burger 
had gevoeld hoe warm zijn bloed gisten kon. De afscheiding van de 
Belgen sloot de Hollanders te nauwer aaneen: een geestdrift van 
broederschap, van vaderlandsliefde, van een ontwaakte veerkracht 
was vaardig geworden over ons geheele volk. De tiendaagsche 
veldtocht, door de bloem van onze jongelingschap meegemaakt, 
moge geen land veroverd hebben , hij deed veel beter : hij riep 
het jong Holland tot een beweging, tot een warmte, tot een 
frisch en fier leven, dat zich op het terrein des vredes veel wel- 
dadiger toonen zou dan o]) een oorlogsveld. 

Daar kwam buitenlandsche invloed bij. Zin voor letteren en 
kunst had zich ook bij onze naburen als op eenmaal in volle op- 
gewektheid geopenbaard. Engeland was gaan dwepen met zijn 
vergeten Shakespeare, zijn Byron, Walter Scott. Frankrijk was 
opgewonden door de taal van Victor Hugo, Lamartine, Barbier, 
Bexanger. Ieder volk had zijn karakter, zijn eigenaardigheid door 
zijn schrijvers en dichters opgerakeld gezien, en uit de vadsig- 
heid , die een langdurige o verheer sching over geheel Europa had 
nagelaten, verhieven zich plotseling alle nationaliteiten, als in 
herboren zelfbewustheid en kracht. 

Hier te lande , waar men van ouds gewoon was meer dan elders 
aan vreemde talen een zeker burgerrecht toe te kennen, werd naar 
al die stemmen geluisterd en bleef haar invloed niet achterwege. 
De behoefte om zich zelf te zijn en zich uit te spreken vermengde 



90 HANDELS-TOESTAND. 

zich met de sympathiën voor het buitenland, en zoo ontwikkelde 
zich hier, om voor het oogenblik alleen van de letteren te 
spreken, een gedeeltelijk nagevolgde, maar overigens volkomen 
vaderlandsche romantiek in de werken van van Lennep, Drost, 
Oltmans, Mej. ïoussaint, en een hier en daar ontleende, maar te 
gelijk frissche dichtvorm in de bundels van Beets , Hasebroek , ten 
Kate, van den Bergh, Hofdijk. Een gansche menigte jonge talen- 
ten, werkende naar eigen richting en trant, sloot zich hierbij aan. 
Sinds 18^30 was een nieuwe lente aangebroken. Overvloedig en in 
rijke schakeering toonde zij haar bloesems. En met haar ging ook 
de boekhandel een nieuwen tijd van vruclitbaren arbeid te gemoet. 
Zijn hervorming zou evenwel eerst langzaam plaats hebben. Hij 
was nog te veel aan oude vormen gebonden , om dat nieuwe leven 
op eenmaal te kunnen aannemen. 

Tot in het midden van deze eeuw , vóór de invoering der 
spoorwegen, had de boekhandel al heel weinig, en dan nog wel 
zeer gebrekkige gemeenschapsmiddelen. Boekenlijsten om het 
uitgegevene bij het publiek bekend te maken , waren er bijna 
niet. Advertentiën in de bestaande couranten waren te duur, 
en het uitzenden van commissiegoed werd eer tegengewerkt dan 
uitgelokt. Meestal eenmaal per maand kregen de kleinere boek- 
verkoopers in de steden, en meest allen in de provincie-steden, 
een pak van hun hoofdcorrespondent te Amsterdam , die alles 
voor hen in ontvangst nam, verzond, weer terug ontving, in 
een woord de noodzakelijke middenpersoon was , door wiens tus- 
schenkomst alle handel heen en weer gebeuren moest. Omdat er 
zoo weinig uitkwam en de vrachten zoo opliepen , zag men op 
tegen de kosten van vervoer, werd de langzame maar goedkoop- 
ste weg van beurtschip of pakschuit verkozen boven de diligence, 
en werden bestellingen verzameld dagen, soms weken lang, tot- 
dat er een pakje van bijeen was, niet om per post, maar om 



HAXDELS-TOESTAND. 91 

bij gelegenheid, of bij het zoogenaamde maandgoed, verzonden 
te worden. Zoo kon het soms in de buitensteden twee volle 
maanden duren eer een particulier ontving wat hij bij zijn boek- 
verkooper besteld had. En men onderwierp zich daaraan met 
lijdzaamheid , omdat dit nu eenmaal niet anders kon en de con- 
currentie onder de boekverkoopers te weinig was dan dat men 
bij een ander kon wachten wat de een niet gewoon was te doen. 
Als een paar voorbeelden van den tragen en gebrekkigen gang 
van zaken, deelen wij meê, dat nog in 1836 de boekverkooper 
Schouten te Oudewater verzoekt, hem toch voortaan volstrekt geen 
catalogen, fondslijsten, circulaires of wat het ook zij, langs een 
anderen weg te zenden dan dien van zijn hoofdcorrespondent te 
Amsterdam , en dus ook niet , wat nog al eens gebeurde , franco 
per post , jjaangezien er ter zijner stede geen Distributie of Postkan- 
toor bestaat en hij alle brieven en drukwerk , ofschoon door den 
afzender gefrankeerd , met zware extra kosten , dus tot zijn groot 
nadeel, per loopenden bode van het postkantoor te Gouda moet 
ontvangen." — Tn hetzelfde jajir dringt een der grootste firma's, 
die van Joh. Noman & Zn. te Zalt-Bommel, er op aan, dat men 
haar geen pakjes per diligence, maar alleen „per beurtscliipper" 
toezende. — In 1830 bericht de firma Gustaaf Lenssen te Maas- 
tricht in het Nieuwsblad aan haar begunstigers in Oud-Neder- 
land , dat zij thans , door de opening en de geregelde vaart 
op de Zuid-Willemsvaart , in staat gesteld is , om de haar 
gevraagde goederen „in den tijd van drie dagen'' te 'sHertogen- 
bosch te bezorgen." 

Het publiek , hoe gaarne het ook vlugger bediend ware , schikte 
zich in dezen slakkengang; men mocht er soms over klagen, maar men 
had geen moed tot afdoende maatregelen. Want, vreemd genoeg, 
het vak van boekverkooper werd vroeger hier te lande altijd meer als 
een soort van maatschappelijke betrekking, dan als een vak van 
handel beschouwd. Men koos zijn boekverkooper, even als men 



92 HANDELS-TOESTAND. 

zijn dokter, zijn notaris of zijn apotheker koos. Die keus ge- 
schiedde als het ware voor het leven, en er moest al heel wat 
gebeuren eer men van dien sleurgang afging. De eenmaal zoo 
aangestelde had daardoor een zeker soort van recht verkregen en 
durfde dat handhaven tegenover zijn begunstiger en tegenover 
zijn beroepsgenooten. Mijnheer A. zou voor geen geld van boek- 
verkooper veranderen , al roemde mijnheer B. er op , dat hij bij 
den zijnen zooveel beter bediend werd ; en de boekverkooper C. 
riep hemel en aarde tot getuigen , als zijn stadgenoot , de jonge 
confrater D. , de schandelijke onderkruiper ij gepleegd had van bij 
mijnheer A. of B. een boek op bezien te sturen. — Boeken te 
verkoopen buiten de wallen van eij?en woonplaats werd met een 
daad van roof gelijk gesteld ; ja zoo broederlijk gemoedelijk was 
de eene confrater ten overstaan van den ander, zelfs in een ver 
verwijderde plaats , of liever zoo bang voor opspraak , dat 
hij ook vervolgwerken iian dezen ter levering opdroeg voor een 
vroeger stadgenoot die daarheen metterwoon verhuisd was. Het 
publiek, dat buiten den boekhandel stond, moest zelfs met deze 
edelmoedige confraterlijke verhouding gemoeid worden, en in 
menig prospectus , aan het publiek gericht , verklaart de uitge- 
ver , om zijne firma eer aan t^ doen , in ziJTie voorwaarden van 
inteekening, „dat hij op die plaatsen, waar soliede boekhandelaren 
gevestigd zijn , zelf geene exemplaren aan particulieren zal afleveren.*' 
Met dergelijke banden was de debiethandel niet altoos een 
voordcelige broodwinning. Vooral niet bij de zuinige winst, die 
door de uitgevers werd afgestaan en die nog verminderd werd 
door de liooge vrachten van vervoer. Meer dan 20°/o werd nooit 
verleend ; veeleer werd daar nog oj) beknibbeld , vooral bij tijd- 
schriften, liet Nederland^ch Magazijn werd bij zijn vestiging 
in 1834 berekend per kwartaal op ƒ1.25 verk. ƒ1.50, met een 
premie-ex. op de 12, terwijl elke drie maanden over het ver- 
sclmldigde beschikt werd en de proefatleveringen , om meê te 



HANDELS-TOESTAND. 93 

werken, tegen 10 cents berekend werden. Het Fenning-inagazijn 
voor de jewfd^ in hetzelfde jaar, gaf maar een premie op de 25. 
De Aardbol^ in 1S36, werd vrijgeviger en bood '^^l^y ^^j^by 
S7/-Q, ^^^/looi "i6t een prijs van ƒ4.25, verk. ƒ5. — en mei 
halfjaarlijksche betaling. Gaandeweg werd de uitgever met premiën 
iets ruimer , maar gaf die dan niet in geld , maar in boeken uit zijn 
fonds, een toenadering, die wel gevolgd werd, maar niettemin bij 
menigeen ergenüs wekte als een inkruipsel ten laste der uitgevers. 
G. Portielje was in 1837 een van de eersten, die een premie 
op de zeven exx. afstond bij de uitgaaf van het Leoen nan 
Luther door Lublink Weddik , in afleveringen , en maakte dan 
ook nog al eenigen ophef van die mildheid, door met groote 
cijfers er op te wijzen, hoe men nu op 7 exx. van een boek 
van ƒ 7. — de voorbeeldelooze winst van f 14.72 behalen kon. 
De uitgever W. van Ifeekeren achtte die premie te hoog en 
trachtte die bij zijn uitgaaf van Rellstab, Hei jaar 1812, 2e 
druk 1838, te herleiden tot 7 a 6^ en gaf dan tot verdere aan- 
moediging een ouden roman van W. Scott ten beste. Zoo werd 
door verschillende uitgevers ook aan dien debitant, die op het 
een of ander werk bij inteekeniug het grootste aantal koopers 
aanbracht , een keus van oude fondsarti kelen tegen een (vroegere) 
waarde van ƒ20. — of ƒ 25. — tot lokaas aangeboden. -- De- 
bitanten werden in die dagen waarlijk nog niet verwend. 

In weerwil van de nieuwere handelsbegrippen , die door de 
^nsche maatschappij al meer en meer begonnen door te dringen, 
begrippen van vrijheid en onafhankelijkheid, veel te lang door 
de Fransche overheersching en door den sleur der gewoonte in 
toom gehouden, was en bleef de boekhandel zeker wel de aller- 
traagste om in eenige hervorming mcê te doen. Hij bleef nog 
altoos een zekei* gild, welks leden een soort van broederschap 
uitmaakten, dat zijn overleveringen en „usances" liad, dat leefde 



94 HANDELS-TOESTAXD. 

onder deels oiibeschrevene maar desiiiettemiii algemeen aangenomen 
wetten, en dat zich als van zelf bo^g onder het gezag van de 
onderlinge beoordeeling. De oprichting van de Vereeniging had 
in dat oj)zicht in den beginne eer kwaad dan goed gedaan. Zij 
oefende niet alleen een vaderlijk gezag, maar evenzeer een vader- 
lijke tucht uit; zij schroomde niet, aan haar leden en ook aan hen 
die peen leden waren, nu en dan een vrij scherpe berisping on 
terechtwijzing toe te dienen en met haar straf te dreigen , indien 
men, naar haar oordeel, „op dezen schadelijken en schandelijken'" 
weg durfde voortgaan. En zoo bleef ieder jong boekverkooper 
binnen de perken doDr de ouderen gesteld, zonder den moed te 
hebben daar eenigszins buiten te gaan. Hij was een deel van het 
groote geheel, daarvan afhankelijk en steeds onder.de vrees iets 
te zullen doen hetgeen aan den algemeenen boekhandel , of aan 
de vierschaar van de Vereeniging zou kunnen mishagen. In 
zeker opzicht gaf dit aan onzen handel een zekere eenheid van 
orde en gewoonte, die verschillende kwade praktijken in bedwang 
hield , maar aan de andere zijde belemmerde het in groote maat 
de vrijheid en het meegaan met den tijd. Men ging met dit 
onderling tosziclit zelfs zoo ver, dat er nog in 1837 ernstig 
spraak van was om uit den boekhandel zes firma's, drie uit Am- 
sterdam en drie uit de buitensteden , te benoemen met de op- 
dracht, om te beslissen of een jongmensch, die zich wilde vestigen, 
onder de algemeene correspondentie zou opgenomen worden of niet 
en , bij vergunning , gedurende de eerste jaren een zeker soort van 
voogdij over hem te oefenen , totdat hij door het stipt nakomen van 
zijn plichten getoond had op eigen beeneu te kunnen voortgaan. 
Onder die plichten behoorde in voorname plaats het nooit ver- 
koopen van eenig boek onder den vastgestelden prijs. Het mocht 
jaren lang in den winkel hebben gestaan, verlegen en oud ge- 
worden zijn , zoolang het onopengesneden en ongelezen was bleef 
het nieuw. Oude boeken, dat wil zeggen gelezen of verouderde 



HANDELS-TOESTAND 9 5 

boeken , mochten bij uitzondering verkocht worden door anti(iuaren 
eu auctionarissen , die op hun eigen gebied gehandhaafd moesten 
worden; maar een gewoon boekverkoojKir , die zich aan der- 
gelijk wanbedrijf bezondigde, kon er op rekenen eerlang zijn 
naam gebrandmerkt te vinden in het Nieuwsblatl. Slechts enkele 
Ürma's waren van dezen regel uitgesloten : zij namelijk , die gewoon 
waren op fondsveilingeii restanten te koopen en deze weer bij aan- 
bieding te plaatsen. Deze waren de eerste vertegenwoordigers, 
maar altoos onder boekverkoopers , van den later zoo bloeien- 
den tweede-hands-handel. Onder deze behoorden, reeds in 1836, 
C. J. Koster, aan de Haringpakkerij , en Gebr. Koster, aan de 
Leliegracht, te Amsterdam, met A. van Alphen te Delft en J. 
H. van der Beek te 's (Travenhage. 

Evenzoo lagen de uitgevers onder strengen dwang. Aan het 
verkoopen van fondsen , vóór de eigenaar failliet of dood was , 
werd niet gedacht. De boeken moesten met hun uitgevers als 
het ware vergroeien en kwamen nooit vrij , tenzij hij die ze 
ter perse gelegd had door een niet te keeren ongeval hun ontvallen 
was. Dan eerst kwamen zij ter markt en konden, ten uitverkoop 
of ten herdruk, in andere handen overgaan. Onder deze wet van 
gewoonte gebukt, kregen de grootere uitgevers natuurlijk zolders 
vol boeken , waar zij geen weg meê wisten en die met elk jaar 
in waarde verminderden. En zoo kwam , Xex gedeeltelijke op- 
ruiming althans , het aanbieden van „stellen" in de mode , dat 
eerst hevig gegispt , maar van lieverlee toegelaten werd , omdat 
het aan beide kanten, voor uitgever en debitant, voordeel beloofde. 
Die stellen bestonden uit de samenvoeging van een tien- of 
vijftiental gelijksoortige of uiteenloopende werken , die voor de 
helft of een derde van den partikulieren prijs den boekhandel, 
maar bij- uitsluiting den boekhandel, werden aangeboden tegen 
betaling op drie maanden. Zulke boeken werden nochtans van 
een kennelijk teeken , een stempeltje of figuurtje , op Atw titel of 



9 6 HANDELS-TOESTAND, 

Op het achterblad voorzien, opdat ieder handelsbroeder zich zou 
kunnen vergewissen, dat de verkooper gerechtigd was, die voor 
iets minder dan den gewonen prijs van de hand te zetten en geen 
misdrijf pleegde; ook, opdat ze den uitgever niet tegen den ge- 
wonen boekverkoopersprijs zouden kunnen worden teruggezonden. 
Deze aanbiedingen , vooral van reisbeschrijvingen en romans , 
legden den grond tot de groote uitbreiding van leesbibliotheken, 
maar gaven te gelijk aanleiding tot scherpe klachten , in geval soms 
deze of gene zich verstout had een partikulier leesgezelschap 
in de rechten der prijsvermindering te laten deelen. 

Een ander middel tot debiet was het in zwang gekomen premie- 
stelsel , dat voor uitgevers het roekeloos in commissie-zenden 
eenigermate verminderde en den ijverigen debitant wat meer winst 
gaf. Voor de uitgaaf begon men een aanbieding voor rekening 
te doen , met extra rabat en een halve premie op de 4 , een 
heele op de 6 , en zoo bij opklimming met grooter getallen 
exemplaren. Het 7 h 6 , als iets nieuws en voordeeligs , lag op 
ieders lippen en gaf den boekverkooper Pluim de Jager het vol- 
gende liedje in de pen , dat bij eiken Vereenigings-maaltijd met 
de noodige warmte opgedreund werd : 

Wat men zoekt op markt of straten , 

Wat men ons te koopen biedt; 
Wat men kort of lang mag praten. 

Zes h zeven krijgt men niet. 
Bij den handelaar in bieren, 

Bij den koopman in den wijn , 
In etiecten of papieren 

Zes zal nimmer zeven zijn. 

Neen, slechts wij zien nooit op eentje, 
Wij slechts zijn zoo mild en goed: 



HANDELS-TOESTAND. 9 7 

Even als een kuisch Heleentje 

Somtijds met haar kusjes doet. 
fiOop maar als een jagthond zoeken , 

Preek vrij als Demosthenes, 
Slechts bij kandelaars in hoekev 

Krijgt men zeven tegeii zeê. 

Ook dit gebruik trouwens kreeg zijn keerzij. Bij kleinigheden 
kon zulk een gratis-exemplaar er licht op ovt^rschieten , maar bij 
kostbaarder werken ging dat bezwaarlijk, en zulks gaf vrij wat ge- 
kibbel, aangezien sommige debitanten het gingen beschouwen als 
een handelsrecht , ja zelfs bij de afrekening het op de verkochte 
commissie-exemplaren toepasten. 

Daartegenover begon een dwangmiddel van de zijde der uitge- 
vers kwaad bloed te zetten bij de debitanten. Langzamerhand 
won het uitgeven bij veertiendaagsche of maandelij ksche afleve- 
ringen veld , en behalve dat dit den verkoopers veel meer last 
en arbeid kostte dan een afzet bij deelen, drong het hen tot 
tusschentijdsche betalingen , die letterlijk voorschotten werden, i 



* Dat het uitgeven bij inteekening op voordeel iger voorwaarde — een 
maatregel van speculatie, die aan velen ergernis gaf en die al meer 
en meer toenam — niet een nieuwe uitvinding was, maar al van veel 
vroeger dagteekent, blijkt uit het volgende uittreksel uit het ))Voorberigt 
van de 2e uitgaaf van het Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oud- 
heden''^ door van Nidek en Ie Long, in 1792, uitgegeven bij J. A. Ciujen- 
schot, te Amsterdam: 

»Het misbruik, hetwelk sedert eenige jaren in het drukken hy inteke- 
ning heeft plaats gehad, moe.st zeer natuurlyk het publiek voorinnemen 
tegens eene diergelyke wyze van uitgeven, en dus eene algemeene af- 
keerigheid ten gevolge hebben, zo dra men onzen Landgenoten een be- 
richt van intekening aanbood. Deze opmerking was den Uitgever niet 
vergeten, toen hy tot het voornemen besloot, om dit werk (hetwelk als 

7 



98 HANDELS-TOESTAND. 

Op die manier dreven de uitgevers zaken met het geld der debi- 
tanten. Onophoudelijke bittere klachten waren hiervan het ge- 
volg. Ieder boekverkooper , wilde hij zijn debiet niet zien ver- 
loopen , was genoodzaakt te werken met boeken bij inteekening, 
die vaak ook de meest verkoopbare boeken waren , maar werd 



een onafscheidelyk gedeelte der Vaderlandsche Geschiedenis van den ge- 
schiedkundigen Wagenaar moet beschouwd worden,! vermeerderd en ver- 
beterd het licht te doen zien. Dit deed hem in twyffel staan of hv het- 
zelve ter intekening zoude aanbieden, dan wel besluiten om hetzelve ten 
zynen koste alleen uittegeven : wel overtuigd , dat een werk van dien aai't 
de aangewende moeite en arbeid zou belonen. Eenipren zyner vnenden 
nogthans, op welkers kunde en welmenendheid hy veilig kan vertrouwen , 
rieden hem tot het eei^st ontwerp, waai*aan hy zich dan ook gereedelyk 
onderwierp. 

Hoe gunstig nu de uitslag dezer onderneming ook moge geweest, en 
hoe vele redenen de uitgever heeft om vergenoegd te zyn, daar hy een 
m\nmerkelyk aantal Heren Intekenaren, waaronder zeer velen van uit- 
numtende geleerdheid en smaak, tei-stond heeft zien toetreden, om be- 
zitters te worden van een zo nuttig als aangenaam werk: hy heeft zich 
nogthans niet volkomen misleid gevonden in zyne voorondeiNtelling, en 
diuft zich op zeer goede gronden vleijen, dat byaldien het misbiniik 
der intekening niet billyk het algemeen vertrouwen ten eenemaal 
had uitgedelgd, het geüil der Intekenaren nog merkelyk' groter geweest 
zvn zou. 

Om echter die genen, welken om bovengemelde redenen tot dus veire 
liebben uitgesteld om op dit werk in te tekenen, niet geheel te verste- 
ken van de genoegens om hetzelve tot eene matige piTs te kunnen niag- 
tig worden: heeft de uitgever besloten, om de intekening open te laten 
tot de uitgave van het twede deel, als wanneer dezelve zal gesloten en 
dus niet langer kunnen ingetekend worden. Te meer is de uitgever daartoe 
te rade gewonien, om diuinioor aan alle ware beminnaren van Oudheid 
en Vadertandsvhe gescliiedenis den tyd en de gelegenheid te geven van 
te kunnen ix)iileelen , zo wel omtrent, de verbetering van den styl en de 
schikking van dit werk zelf, als wegens de uitvoering van letterdruk en 
koperen platen. 



HANDELS-TOESTAND. 99 

daardoor tevens gebonden aan tusschentijdsche wissels, die, bij 
niet-betaling , hem bedreigden met een publieke verdachtmaking. 
Voor al het kwaad , dat in den boekhandel bestond of dien 
bedreigde, werd hulp gezocht bij de „Vereeniging ter bevordering 
van de belangen des boekhandels". 



De uitgever veitn)uwt voor het overige, dat deze edelnioedijre luinbie- 
ding, van de inteheniiKj nog eenigen tyd te verlengen, geen zweem van 
ongenoegen zal kunnen baren by de reeds getekend hebbende Heren In- 
tekenaren, doordien men naauwkeurig zorge zal dragen, dat de eerste 
Intekenaren van de eei*ste plaatdrukken zullen voorzien worden." 



GESCHILLEN, - DE VEREENIGING. 



INHOUD. 

Koninklijk Besluit van 24 Januari 1814. — Kwi. Besluit 
van 24 Januari 1815. — Wet van 28 September 1816. — Wet 
van 25 Januari 1817. — Nadruk van schoolboekjes. — Vesti- 
ging van de Vereeniging, — Eerste werkzaamheden en processen. — 
Benoeming van een rechtsgeleerd raadsman, — Adres aan de Re- 
geering om een befsre wet. — Bijlegging van onderlinge geschil- 
len. •— Strijd tegen de postkantoren. — Commissie van onderzoek 
naar nadrukken y vooral in de zuidelijke provinciëfi. — Oprich- 
ting van boekverkoopers-gezelschappen. — Reglemetti der Vereeni- 
ging. — Nieuwsblad' voor dmi boekhandel. — Uitoefening van 
tucht door de Vereeniging. — Nadruk van schoolboekjes en pro- 
cessen daarover. — Titel- en. vormnavolging van een tijdschrift. 



Aan het hoofd dezer afdceliiig beliooren iii de eerste plaats 
de wetten en besluiten, die van rijkswege den boekhandel be- 
heerschten. 



GESCHILLEN. DE VEREENTGING. 101 

BESLUIT VAN DEN 24 Janüarïj 1814, N°. 1 
(Staatsblad N°. 17), houdende bepalingen 

OMTRENT den BOEKHANDEL EN DEN EIGENDOM 
VAN LETTERKUNDIGE WERKEN. 

WIJ WILLEM, enz. 

Overwegende dat. de Wetten en Reglementen aangaande deBoek- 
drukkerij en den Boekhandel , door het. Fransch Bestuur in deze 
Gewesten ingevoerd, niet alleen in den Boekhandel eene zeer na- 
deelige stremming veroorzaakt-en , maar ook eene strekking hadden 
om de vrijheid der drukpers volkomen te onderdrukken , den voort- 
gang van de verlichting te beletten , en alles te onderwerpen aan 
eene willekeurige censuur, te eeuemale strijdig met de liberale denk- 
wijze waarop elk regtgeaard Nederlander den hoogsten prijs stelt, 
en die steeds het Gouvernement dezer lianden heeft gekenschetst; 

Wijders in aanmerking nemende, dat, vóór de inlijving dezer 
Landen in Frankrijk, wetten in werking waren, waarvan het doel- 
einde was aan eiken Schrijver en Drukker zijn wettig regt van 
eigendom te verzekeren, en dat de herstelling dezer Wetten (bij- 
zonderlijk vervat in de Publicatie van den 3 Julij 1803) in den 
ge€st der tegenwoordige orde van zaken , allezins noodzakelijk moet 
geacht worden; 

Gehoord de voordraagt van onzen Commissaris-Generaal voor de 
Binnenlandsche Zaken ; 

Hebben besloten en besluiten : 

Art. 1. De Fransche Wetten en Reglementen, betrekkelijk de 
Boekdrukkerij en den Boekhandel, daaronder begrepen die, welke 
de Nieuwspapiereu betrefien, zijn, van dato dezes, geheel en al 
afcreschaft i. 



* 1. Keizerlijk decreet, houdende een reglement op den boekhandel en 
de dnikkerij, van 5 Februarij 1810; 2. Idem van 3 Augustus 1810, 
betrekkelijk de dagbladen der departementen {Buil. des Lois n^. 335); 



102 GESCHILLEN. DE VEREBNIGING. 

2. Dien ten gevolge worden de Inspecteurs van de Boekdruk- 
kerij en den Boekhandel honorabel van hunne post-en ontslagen. 

;3. Insgelijks wordt de uit voorschrevene Fransche Wetten en 
B/Cglementen protiuërende belasting, ten behoeve van het fonds der 
Generale Directie van den Boekhandel, met dato dezer, afgeschaft; 
w^ordende onze Commissaris-Generaal voor de Binnenlandsche Zaken 
met de zorg der daaruit voortspruitende liquidatie gechargeerd. 

4. Een ieder is verantwoordelijk voor het geen hij schrijft, drukt 
of uitgeeft; indien de Schrijver niet bekend is, of aangewezen kan 
worden , is de Drukker alleen aansprakelijk. 

5. Elk stuk dat, zonder naam van den Schrijver of Drukker, 
en zonder aanwijzing van den tijd en de plaats der uitgave, in 
het licht komt, zal als een Libel beschouwd, en de Uitgever of 
Verspreider daarvan als Paskwil-schrijver vervolgd knnnen worden. 

6. Elk die een oorspronkelijk Werk, hetzij in eens, het zij bij 
Deelen of Stukken , uitgeeft , waarvan hij het regt van kopij , als 
Opsteller of anderzins , wettig bezit , verkrijgt hierdoor , voor zich 
zelven en zijne erven , het uitsluitend regt, om hetzelve werk uit 
te geven, mits in alles voldoende aan de bepalingen, in de na- 
volgende artikelen vermeld. 

7. Uit dien hoofde wordt uitdrukkelijk verboden op eenigerlei 
wijze zoodanig oorspronkelijk Werk , of na te drukken en te ver- 
koopen, of buiten de Vereenigde Nederlanden nagedrukt zijnde, 
in te voeren , te verspreiden , of te verkoopen , op strafte , zoo van 
confiscatie van alle binnen deze Landen nog voorhanden zijnde on- 
gedebiteerde exemplaren van den nadruk, t^n voordeele van den 
eigenaar van den oorspronkelijken druk , als van betaling aan den- 
zelven eigenaar van de waarde van drie honderd exemplaren van 
den echten druk, te berekenen naar den verkoopprijs. 



en 3. van 9 April 1811 , waarbij de uitvoering in de vereenigde deptute- 
menten bevolen woi-dt van de bedoelde decreten van 5 Febr. 1810 en 
van 3 Ang. 1810 (Didl. des Imis n^ 362). 



GESCHILLEN. — DE VEREENIGING. lÜ3 

8. Op dezelfde straften, als bij het bovengemeld art. 7 zijn b?- 
l^aald, wordt insgelijks verboden het verspreiden of verkoopenvau 
eenigerlei vertaling, verkorting of uitbreiding van eenig, in de 
Vereenigde Nederlanden, uitgekomen oorspronkelijk Werk, ten zij 
met schriftelijke toestemming van den eigenaar van hetzelve. Hier- 
van echter zijn uitgezonderd de uittreksels , beoordeelingen , oj)- 
gaven , enz. , die in Tijdschriften aan het publiek worden mede- 
gedeeld. 

9. Wordt almede , op strafte als in art. 7 vastgesteld , verboden 
eenisrerlei nadruk van de Nederduitsche vertaliner eens buiten deze 
Landen uitgekomen Werks, of het debiteren eener andere Neder- 
duitsche vertaling van hetzelfde Werk , binnen de drie eerste jaren 
na de uitgaaf der eerste vertaling. 

10. Van het regt van eigendom zijn uitgezonderd Grieksche en 
Romeinsche klassieke Schrijvers, wat den tekst aangaat; voorts ook 
Bijbels, Psalm-, Kerk- en Schoolboeken, waarvan niemand het 
kopijregt bezit, mitsgaders alle gewone Tijdwijzers en Almanakken; 
blijvende echter verboden het nadrukken van al datgeen, hetwelk 
eenig Uitgever van eenen Almanak , tot vermeerdering van des- 
zelfs nuttigheid , gemak of sieraad , mogt hebben bijgevoegd. 

11. Een ieder, die voornemens is van eenig Buitenlandsch Werk 
eene overzetting, in welke taal ook , aan het publiek mede te deelen, 
en er zich den eigendom van te verzekeren , zal gehouden zijn : 

a. Een exemplaar van het oorspronkelijk Werk aan het Gemeente- 
Bestuur zijner woonplaats te vertoonen, op welks Titelblad alsdan 
van wege hetzelve Gemeente-Bestuur, zonder invordering van kos- 
ten , zullen moeten geschreven worden : 

tfVeriooiid den ( ) door N. N., ter vertalivg in de 

N. N. t^aL^ aan liet Gemeente-Beslunr van N. N. 

Tn kennis van mij, 

N. N.'' 



104 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

b. Zijn voornemen tot de uitgave eener zoodanige vertaling, 
alsmede dat en wan7ieer het oorspronkelijk Werk door hem aan 
het Gemeente-Bestuur zijner woonplaats, vertoond is, driemaal in 
de Courant zijner woonplaats, of, bij ontstentenis van dien, in de 
Courant der naastbijgelegen plaats te annonceren; 

(?. Binnen den tijd van zes maanden , na de voorschreven ver- 
tooning van het oorspronkelijk Werk, aan het Gemeente-Bestuur 
zijner woonplaats te vertoonen zes afgedrukte geheele vellen der 
geannonceerde vertaling, en daarvan alsdan, insgelijks in de bij 
b gemelde Courant advertentie te doen. 

12. Van alle gedrukte Werken, hoe genaamd ook , zullen , vóór 
derzelver uitgave , drie exemplaren (welke , voor zoo verre dezelve 
meer dan honderd bladzijden bevatten, ingebonden zullen moe- 
ten zijn), aan het Departement van Binnenland sche Zaken ge- 
zonden worden; zullende over derzelver emplooi nader worden 
gedisponeerd; en zijn onder deze bepalingen ook. alle Nieuwspa- 
pieren en periodieke Werken, Kaarten en Plaatwerken begrepen. 

13. Van oorspronkelijke Werken, alsmede van vertalingen, 
vóór den datum van dit Besluit uitgekomen, wordt het bij art. 
6, 7,8, 9 en 10 bepaald regt van eigendom aan een' iegelijk 
toegekend, die bewijzen kan, hetzelve te bezitten; moetende hij, 
bij eene nieuwe uitgave , zich houden aan het gestatueerde bij 
art. 11 en 12. 

14. Wekelijks zal eene lijst van de bij het Departement van 
Binnenlandsche Zaken ingekomen Werken, in de Staats-Courani 
worden bekend gemaakt. 

15. Het tegenwoordig Besluit zal worden geïnsereerd in het 
Staatsblad. 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 105 

BESLUIT VAN DEN 24 Januarij 1815, N°. 12, 
(Staatsblad N° 6), met voorschriften tot 
verzekering van het regt van eigendom 
aan hun, die van buitenlandsche werken 
eene vertaling willen uitgeven. 

WIJ WILLEM, enz. 

In aaiimerkiiig nemende dat de bepalingen bij art. II b van 
het Besluit omtrent den Boekhandel, van 24 Januari) 1814, 
n° 1 (zie Staatsblad A° 1814, n° 17) vastgesteld, strekkende 
om voortekomen, dat de vertaling van een en hetzelfde Werk 
niet, uit onwetenheid, door twee of meer onderscheidene Boek- 
verkoopers of Boekdrukkers worde ondernomen , bewerkstelligd of 
uitgegeven, bij ondervinding gebleken zijn, niet in alle gevallen 
genoegzaam aan het oogmerk te beantwoorden , vermits de plaat- 
selijke Couranten niet overal gelezen worden of verkrijgbaar zijn; 

Overwogen het verzoek door onderscheidene Boekverkoopers en 
Boekdrukkers , te dezen opzigte aan Ons gedaan ; 

En gezien de voordragt van Onzen Secretaris van Staat voor 
de Binnenlandsche Zaken, van den 19den dezer, n° 14; 

Hebben goedgevonden en verstaan, om, bij ampliatie van art, 
11b van Ons Besluit van den 24 Januarij 1814, n° 1, te be- 
palen dat een ieder, die voornemens is van eenig buitenlandsch 
Werk eene- overzetting , in welke taal ook, aan het publiek mede 
te deelen , en er zich den eigendom van te verzekeren , gehou- 
den zal zijn, om, behalve de verpligting, om van dit zijn voor- 
nemen, en van den tijd wanneer het oorspronkelijk Werk door hem 
aan het Gemeente-Bestuur zijner woonplaats is vertoond , driemaal 
behoorlijke aankondiging in de Courant zijner woonplaats, of, bij 
ontstentenis van dezelve, in de Courant der na^st bij gelegene plaats , 
te doen, ook zoodanige bekendmaking, ten zijnen koste , driemaal 
in de N ederlavcUche Staats-Cmirant te doen plaatsen. 



106 GESCHILLEN. DE VEREEXIGING. 

WET VAN DEN 285TEN September 1816, tot 

VASTSTELLING VAN STRAFFEN, VOOR HEN DIE 
VREEMDE MOOENDHEDEN BELEEDIGEN. 

WIJ WILLEM enz. 

Alzoo Wij in overweging hebben genomen, dat, uit krachte 
van art. 227 der Grondwet, elk aan de maatschappij of aan 
bijzondere personen , voor zoo verre dezer regteu beleedigd zijn , 
verantwoording schuldig is van het geen hij schrijft, drukt, uit- 
geeft of verspreidt ; dat zij , welke vreemde Mogendlieden be- 
leedigen , zich voornamelijk aan de maatschappij , tot welke zij 
behooren, verantwoordelijk stellen; 

Dat in de nog bestaande Wetgeving geene genoegzame voor- 
zieningen aangetroffen worden tegen het misbruik , dat te dezen 
van de vrijheid der Drukpers kan worden gemaakt; 

Willende in eene matetrie welke de omstandigheden dubbel 
belangrijk maken, geene onzekerheid of twijfeling overlaten om- 
trent Onze bedoelingen en de verpligtingen van al de genen die 
dit Koningrijk bewonen ; 

Zoo is het , dat Wij , den Raad van State gehoord , en met 
gemeen overleg der Sta ten-Generaal , hebben goedgevonden en 
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 

Artikel. 1. De genen, die in hunne geschriften, vreemde 
Souvereinen of Vorsten in hun personeel karakter hoonen of 
beleedigen, de wettigheid van hun Gcslaclit en Regering tegen- 
spreken of in twijfel trekken, of hunne daden met hoonende of 
beleedigende woorden berispen , zullen voor de eerste reize wor- 
den bestraft met eene geldboete van vijf honderd guldens , of bij- 
aldien zij niet in staat zijn dezelve te voldoen , met eene gevan- 
genis van zes maanden. — Het herhaald misdrijf zal bestraft 
worden met eene gevangenis van één tot drie jaren. 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. ' 107 

2. Dezelfde straften zullen toepasselijk zijn op de Drukkers, 
Uitgevers , Uitventers en Boekverkoopers , die de vennelde ge- 
schriften zullen hebben gedrukt of in het licht gegeven , of doen 
drukken, of doen in het licht geven, voor zoo verre dezelve 
den Schrijver niet zullen kunnen aanwijzen, met zoodanig ge volg , 
dat de laastgemelden niet alleen in handen der Justitie geraken, 
maar van het gepleegd misdrijf in regten kunnen worden over- 
tuigd , en alzoo bestraft. 

Zullende de straf, tegen de Drukkers, Uitgevers en Boek- 
verkoopers te appliceren, gepaard gaan met intrekking van hun 
patent, en met verbod, bij de eerste overtreding, om gedurende 
den tijd van drie jaren, en bij herhaalde overtreding, geduren- 
de den tijd van zes jaren , eenig werk te mogen drukken of uit- 
geven, en in beide gevallen, met verbeurdverklaring der exem- 
plaren van het verboden werk of geschrift. 

3. Het zal noch aan de Schrijvers of Redacteurs , noch aan 
de Drukkers , Uitgevers of Boekverkoopers tot eenige verschoo- 
ning of verzachting kunnen verstrekken , dat de stukken of ar- 
tikelen, waarover zij in regten mogteu betrokken worden, door 
hen uit andere gedrukte Werken of vreemde Nieuwspapieren 
zijn overgenomen, getrokken of vertaald. 

4. Alle officiële klagten en reclamatiën van vreemde Gouver- 
nementen, uit hoofde van geschriften bij art. 1 vermeld, zullen 

door Onzen Minister van Buitenlandsche Zaken directelijk wor- 

« 

den gebragt ter kennisse van Onzen Minister van Justitie, ten 
einde de bij dezelve betrokkkene Schrijver, Redacteur, Uitgever, 
Uitventer, Drukker, of Boekverkooper, zoo daartoe termen zijn, 
door den Prokureur-Generaal of den Officier van het publiek 
Ministerie, onder welken hij ressorteert, in regten vervolgd worden. 



108 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

WET VAN DEK 25 Janu.vrij 1817 (Staatsblad 
n°. 5), de regtex bepalende die in de 
Nederlanden, ten opzigte van het druk- 
ken EN UITGEVEN VAN LETTER- EN KUNST- 
WERKEN, KUNNEN W^ORDEN UITGEOEFEND. 

« 

WIJ WILLEM , enz. 

Alzoo Wij in overweging hebben genomen , dat op eenen een- 
parigen voet behooren te worden bepaald de regten, die in dit 
Eijk, ten opzigte van het drukken en uitgeven van Letter- eii 
Kunstwerken, kunnen worden uitgeoefend; 

Zoo is het , dat Wij , den Raad van State gehoord , en met ge- 
meen overleg der Staten-Generaal , hebben goedgevonden en ver- 
staan , gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze : 

Art. 1. Het regt van kopij of van kopiëren door den druk is, 
voor oorspronkelijke Letter- en Kunstwerken , het uitsluitend regt 
van die genen, welke daarvan Autheurs zijn, en hunne regt verkrij- 
gende, om hunne oorspronkelijke Letter- en Kunstwerken, geheel 
of gedeeltelijk , verkort of verkleind, zonder onderscheid van vorm 
of inkleeding, in eene of meer talen, met of zonder hulp der 
Graveerkunst , of eenige andere tusschenkomende Kunst , door den 
druk gemeen te maken , te verkoopen en te doen verkoopen. 

2. Het kopijregt van vertalingen van een buiten dit Koningrijk 
in het licht gekomen oorspronkelijk Letterwerk is het uitsluitend 
regt van Vertalers en regtverkrij genden, om hunne vertalingen van 
genoemd Letterwerk door den druk gemeen te maken , te verkoo- 
pen en te doen verkoopen. 

3. Het in de voorgaande artikelen omschreven kopijregt, zal 
niet langer voortduren, dan twintig jaren na den dood van den 
Autheur of Vertaler. 

4. Alle inbreuk op het voorsz. kopijregt, het zij bij eene eerste 



ÖESCIIILLEN. T)E VEREENIGTNG. 109 

uitgave van eenig nog niet gedrukt Boek- of Kunstwerk , het zij bij 
herdruk van het geen reeds in druk was , zal als nadnik aangemerkt, 
en als zoodanig gestraft worden, met confiscatie van alle binnen 
dit Rijk voorhanden zijnde ongedebiteerde exemplaren van den na- 
druk, ten voordeele van den eigenaar van den oorspronkelijken 
druk , alsmede met betaling, aan denzelfden eigenaar ^ van de waarde 
van 2000 exemplaren van het nagedrukte Boek- of Kunstwerk , te 
berekenen naar den boekverkoopers-prijs van den wettigen druk, 
en zulks behalve de betaling eener boete , niet te boven gaande de 
som van duizend guldens , en niet minder dan honderd^ ten behoeve 
van de algemeene armen van de woonplaats des nadrukkers; en 
zal de nadrukker bovendien , in geval van herhaald misdrijf , en 
naar gelang der omstandigheden, onbekwaam kunnen worden ver- 
klaard, om in het vervolg het beroep van Boek- of Kunstdrukker 
of vetkooper te kunnen uitoefenen; alles onverminderd de bepa- 
lingen en strafl'en , welke tegen vervalsching bij de algemeene 
Wetten zijn of mogten worden gestatueerd. 

Op dezelfde wijze, als hierboven is bepaald, zal worden gestraft 
het invoeren, verspreiden of verkoopen van buiten het Koningrijk 
nagedrukte oorspronkelijke Letter- en Kunstwerken, of vertalingen, 
waarvan men hier te lande het kopij regt bezit. 

5. Onder de bepalingen der voorgaande artikelen is niet begre- 
pen, het geheel of gedeeltelijk in druk uitgeven van de Grieksche, 
Bomeinsche auctores classici ^ immers voor zoo veel den tekst 
derzelve aangaat; voorts Bijbels, Testamenten, Catechismussen, 
Psalm- , Kerk- en Schoolboeken ; mitsgaders alle gewone Tijdwijzers 
en Almanakken; zonder dat nogthans door deze uitzondering eenige 
verandering wordt gemaakt in privilegiën of octrooijen , welke om- 
trent de in dit artikel gemelde voorwerpen reeds mogten bestaan , 
en waarvan de termijn als nog niet is verstreken. 

Overigens blijft het vrij en onverlet om in Tijdschriften , door mid- 
del van uittreksels en beoordeelingen , den aard en de waarde van in 



110 GESCHILLEN. DE VEBEENIGING. 

druk uitkomend Letter- en Kunstwerk aan het publiek te doen kennen. 

6. Om het in art. 1 en 2 omschrevene kopijregt te kunnen 
eischen, moet alle, na de afkondiging dezer Wet in de Neder- 
landen in druk uitkomend Letter- en Kunstwerk bij iedere soort 
van uitgaaf, en zoo wel bij eene eerste druk als bij herdruk van 
hetzelve , aan de navolgende vereischten voldoen , te weten : 

a. Dat het Werk gedrukt zij op eene Nederlandsche Drukkerij ; 

6. Dat het Werk eenen Nederlandschen Uitgever hebbe , en diens 
naam, of alleen, of vereenigd met dien eens buitenlandschen 
Mede-uitgevers, op den titel, of, bij gebrek van titel, waar dit 
het voegzaamst is , gedrukt zij , met aanwijzing zijner woonplaats 
en van den tijd der uitgave; 

c. Dat van elk Werk, vóór of gelijktijdig met de uitgave, 
door den Uitgever drie exemplaren , waarvan een door hem op 
den titel , of, bij gebrek van titel , op de voorzijde eigenhandig 
.get^ekend, met bijvoeging der dagt^ekening , en van eene schrif- 
telijke verklaring van eenen Nederlandschen Drukker , met eigen- 
handige naam , plaats en dagteekening , dat het Werk bij hem 
gedrukt is, zullen overgegeven worden tegen re^u aan het Ge- 
meente-Bestuur zijner woonplaats, het^velk dadelijk een en ander 
aan het Departement van Binnenlandsche Zaken zal verzenden. 

7. Aan de bepalingen van deze Wet zijn ook onderhevig alle 
na derzelver afkondiging in het licht komende nieuwe uitgaven, 
of herdrukken van Letter- en Kunstwerken die reeds vóór dezelve 
waren uitgegeven. 

8. Alle actiën, die uit deze Wet mogten voortvloeijen, behooren 
tot de kennis van den gewonen Regter. 



In 1881 telde de Vereeniging 105 leden. 

Al lisft de creschiedenis van het ontstaan en de eerste werk- 



GESCHILLEN. DE VEEEENIGINO. 111 

zaamheden der Vereenigi ng buiten oiis bestek , en al zon liet 
overwaard zijn, waartoe bibliotheek en archief de noodige bron- 
nen bezitten , een breedvoerig overzicht te hebben over 
haar geheele arbeidsveld, zoo vinde toch een enkel woord 
betreffende haar eerste jaren hier zijn plaats , als tot inleiding 
van lietgeen later omtrent haar streven zal moeten worden 
medegedeeld. 

Gedurende onzen Franschen tijd verkeerde alle handel , maar 
bovenal onze boekhandel, in hoogst moeielijke omstandigheden. 
De censuur, het verbod van uitvoer, de knevelarijen der ambte- 
naren, de telken dag aangroeiende belemmeringen, niet te ver- 
geten de algemeene geldzorgen, dat alles maakte, dat vooral de 
boekverkoopers een harden strijd voor hun bestaan te strijden 
hadden. Een natuurlijk gevolg daarvan was , dat men om zijn 
dagelijksch brood te hebben soms de toevlucht had genomen tot mid- 
delen, die in andere tijden minder oorbaar zouden gevonden 
zijn. Een dezer middelen was het nadrukken van schoolboekjes, 
dat zedelijk zeker niet geoorloofd was , maar waarop de wetten 
in sommige streken van ons land geen vat hadden. Sinds 1810 
toch had keizer Napoleon ^ijn broeder den koning van Holland 
te verstaan gegeven, dat de linker Rijn-oever de grensscheiding 
was tusschen Holland en Frankrijk , en dat dus HoUaudsch-Bra- 
band , geheel Zeeland , en voorts dat gedeelte van Gelderland aan 
den linkeroever van de Waal gelegen, tot het Fransche rijk be- 
hoorden. Deze gansche streek werd alzoo buiten de HoUandsche 
wetten gesteld. IJiettemin was zij , het spreekt van zelf , HoUandsch 
gebleven van taal en gewoonten en had zij zich alleen door dwang 
gebogen onder het Fransche juk. Ook de scholen waren voor een groot 
deel op den bestaanden voet blijven bestaan ; en aangezien het ont- 
bieden van schöolgoed uit Holland kosten en moeiten meebracht , 
en anderdeels ook om partij te trekken van de vrijlating 
der wet , hadden enkele uitgevers niet geschroomd , de meest ge- 



112 GESCHILLEN. DE VEREENIGrKG. 

bruikte fondswerkjes van hun Hollandsche handelsbroeders na te 
drukken en ten eigen profijt te verspreiden, zeer tot grief en 
schade van de rechtmatige eigenaars, i 

J)e nadruk van schoolffoed was alzoo cfedreven straffeloos en in 
het openbaar , en natuurlijk al meer en meer , naar gelang hij 
on vervolgbaar was gebleken en door debitanten werd aangemoe- 
digd. Als een enkel staaltje uit vele zij hier aangehaald de volgen- 
de circulaire van een benadeelden uitgever aan den boekhandel: 

„Geinformeerd , dat ü. Noman & Zoon, in den Bosch, hij 
eene gedrukte circulaire van het begin dezer maand aan ouder- 
scheide boekhandelaren berigten , dat onder anderen ook eerst- 
daags bij hun afgedrukt zullen zijn Levensschetsen van Nederl. 
Mannen en Vrouwen; daarmede zeker bedoelende: Levensschetsen 
van Vnderlan(Uche Mannen en Vrouwen , uitgegeven door de Maat- 
schappij tot Nut van 't Algemeen, hij mij voor de vierde maal 
herdrukt, en waarvan ik alleen het recht van copy bezitte, en 
wel aanbiedende de 52 il 50 los voor /2.18, eningen. /*3.18 ; — 
verder, dat zij, die 416 ^ 400 neemen, nog £1/2 pCt. met con- 
tante betaaling korten zullen, strekt deeze, om u te berigten, 
dat bij mij voordaan de boven genoepide Levensschetsen zullen te 
bekomen zijn : de 52 li 50 los voor /'2.14, ^n ingen. ƒ '3.40 ; — 
en dat er op de 416 i\ 400 30/o zal kunnen gekort worden op 
Jaarrekening. Ik twijfel niet, of Gij zult, om diverse redenen, 
wanneer Gij van dit artikel noodig hebt, mijn aanbod boven dat 
van Noman & Zoon praefereren en blijf naa minzaame groete 

Uw Medeburger 
Haarlem. A. Loosjes Pz." 



* De onderlinge nadruk was een zonde, dagteekenende al van ouds. In 
het jaar 1710 sloten een aantal boekverkoopei-s daartegen i*eeds een 
» Willige overeenkomst", waanan wij de statuten hiemchter als bijlage 
meenden te moeten opnemen. 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 113 

Het feit was des te grievender, daar A. Loosjes Pz., met Dr. 
Mart. ^Xieuwenhuijzen , ook schrijver van die Levewischetsen was. 

Waar dergelijke nadruk zoo onverholen en jaren lang plaats 
greep, is het wel geen wonder dat de uitgevers er steen en been 
over klaagden. 

Nauwelijks was dan ook de oude orde van zaken hersteld en 
ons land weer een onverdeeld geheel, of drie der voornaamste uit- 
gevers, D. du Mortier, Adriaan Loosjes Pz. en Joh. vanderHeij, 
hadden hun mede-boekverkoopers opgeroepen , ten einde zich te 
vereenigen tegen het plegen en verspreiden van nadruk. Op den 
Uden Augustus 1815 waren 19 beroepsgenooten samen gekomen 
in het logement de Zwaan te Amsterdam en hadden de vol- 
gende ,3-cte van verbintenis" ge teekend : i 

„De ondergeteekenden , Boekhandelaren in de Nederlanden, 
eenen geruimen tijd met de diepste verontwaardiging zijnde ont- 
waar geworden, dat, niettegenstaande de vastgestelde Landswet- 
ten t-egen het nadrukken en verkoopen derzelve , sommigen zich 
echter niet ontzien , om , zoo bedekt als openlijk , werken , van 
welke het kopy aan anderen toebehoort, op eene schandelijke 
wijze na te drukken , te verkoopen en te laten verkoopen , tot 
geen gering nadeel en schade dergenen die tot dezelver uitgaaf 
alleen geregtigd zijn. En vermeenende, dat het niet tegengaan 



' Onder de oprichtei"s behoorden, behalve de drie bovengenoemde ont- 
wei-]jers: D. du Saar en A. en J. Honkoo|) te Leiden, W. van Vliet en 
W. Brave te Amsterdam, J. L. Augustini en ¥\\ Bohn te Haarlem, W. 
Wouters, R. J. Schierbeek, .ï. Groenewoud, W. Zuideraa en J. Oonikens 
te Gi-oningen, .1. W. Brouwer te Leeuwarden, P. Nijhofï' te Arnhem, 
J. IL de Lange te Deventer, J. (1. van Terveen te Utrecht, IL C. A. 
Thieme te Zutfeh: waarbij zich weldra aansloten Gebr. van Cleef, A. J. van 
Weelden te 's Gravenhage, P. den Hengst Sc Zoon, Wed. G. Warnai-s 
& Zoon, van der Breggen &: Co. te Amsterdam, en L. Herdingh & Zoon 
te Leiden. 

8 



114 GESCHILLEN. DE VEBEENIGING. 

en doen ophouden van deze zoo allezins schadelijke , als voor den 
Boekhandel in het bijzonder zoo onteerende daad, voornamelijk 
is toe te schrijven , zoowel aan de moeijelijkhcid van het aan- 
leggen, als aan de kostbaarheid in het voortzetten der procedu-. 
ren tegen dezelve, zoo hebben wij ondergeteekenden , tot ophef- 
fing van den , zoo door deze als andere verkeerde handelingen diep 
vervallen staat van den Boekhandel in ons midden zich vereenigd , 
om zulks met gemeene kracht tegen te gaan, verder te verhin- 
deren , en voor het vervolg voor te komen , en wel op de vol- 
gende voorwaarden : 

1°. Zij zullen voor gemeene Rekening van hun , ondergetee- 
kenden, op alle mogelijke wijzen, zich trjichten te informeren, 
welke werken er nagedruki zijn of worden , die het eigendom 
zijn van een of meer der ondergeteekenden en de in regten noo- 
dige bescheiden hiertoe , zich aanschaften. 

2,"*. Ofschoon ieder der ondergeteekenden , verpligt en gehou- 
den is het zijne toe te brengen , dat door hen gezamentlijk liier- 
aan voldaan worde, zoo magtigen zij onderling, desniettegen- 
staande uit hun midden, de Boekhandelaars A. Loosjes te Haar- 
lem, D. DU MoRTiEtt te Leiden en J. van der Hetj te Am- 
sterdam , om namens deze Associatie , alle preperatoren en recher- 
ches te doen , welke ten deze zouden kunnen worden noodig ge- 
oordeeld, terwijl aan die drie tevens wordt gedemandeerd om te 
zorgen , dat deze Associatie uit verschillende personen bestaande, 
met dezelfde fermiteit, als een enkel individu te deze werkzaam 
zij. 

ir. Eenige en genoezaara volledige bewijzen volgens de wet- 
ten gevorderd, ingevolge Art. 1 in handen bekomen hebbende, 
dat een of ander werk , van een of meer der «aidjergeteekenden , 
is nagedrukt, zal men voor gemeene rekening, in regten ver- 
volgen en de procedures, hiertoe noodig, gehouden zijn vol te 
houden , ten einde toe , en zal men daarenboven alles aanwenden , 



GESCHILLEN. DE VEUEENIGING. 115 

dat mogelijk , is , om te zorgen , dat zulks zoo kort en spoedig 
mogelijk getermineerd worde." 

Op die bijeenkomst waren de drie, van wie de oproeping uit- 
gegaan was, gemachtigd om van stonde aan in aller naam han- 
delend op te treden 

Deze lieten dit ook niet lang wachten. Binnen weinig tijds 
hadden zij beslag gelegd op ruim een 40 tal nadrukken, de 
oorspronkelijke bezitters in hun rechten hersteld en den geheelen 
boekhandel aangemaand om dergelijke kwade praktijken voor het 
vervolg met alle kracht te keer te gaan. 

Zij zouden evenwel verder gaan. Het lag voor de hand , dat er zich 
een aantal geschillen konden voordoen, voortspruitend uit de pas 
uitgevaardigde wet van 1817, in verband tot vroegere bepalingen. 
Oudtijds namelijk vroeg men om eenig werk uitsluitend te mo- 
gen drukken, uitgeven en verspreiden, oktrooi of privilegie. Zulk 
oktrooi waarborgde het kopijrecht gedurende den tijd waarvoor 
het was verleend, dat wil zeggen hoogstens voor 20 jaar. De wet 
had dus voor ieder een middel aan de hand gegeven om zich een 
kopijrecht te verzekeren. Maar daaruit volgde te gelijk , dat hij 
die van dat middel geen gebruik gemaakt, geen oktrooi aange- 
vraagd had , ook geen kopijrecht bezat , maar een boek of ge- 
schrift had , dat vrij was en vrij kon worden nagedrukt. De geest 
van vrijheid, gelijkheid en broederschap, ons uit Frankrijk over- 
gewaaid , had , bij die verheerlijkte gelijkheid van allen, het woord 
privilegie wat al te stuitend gevonden en onbestaanbaar met het mode- 
begrip maatschappelijk verdrag. En op dezen letterlijk zoo uitge- 
drukten grond had het Staatsbewind der Bataafsche Republiek dan 
ook op 8 Juni 1803 een Publicatie gegeven, waarbij deoktrooien 
afgeschaft werden , „omdat iederéén , zonder eenige bijzondere 
wet, te zijnen behoeve aanspraak heeft op de bevestiging van 
zijnen regtmatigen eigendom". Tn de plaats dus van „oktrooien 
en privilegiën"' was daardoor vastgesteld een „zoogenaamd regt 

8* 



116 GESCHILLEN. DE VEBEENTGING. 

van copie of bezif* , „welk regt van uitgave een eigendom is, 
waarop niemand dan de regthebber wettige aanspraak heeft, en 
in de uitoefening van welk regt niemand hem mag benadeelen". 
Van tijdsbepaling werd hier niet gesproken. Voorts was daarbij 
bepaald, „dat ten aanzien van werken, vóór het emaneren van 
deze wet binnen de Bataafsche Republiek reeds uitgekomen, het 
regt van eigendom of praeferentie, op denzelfden voet als bij deze 
wet bepaald is, wordt toegekend aan een ieder, die hetzelve be- 
wijzen kan te bezitten' \ Het behoeft geen betoog, hoe die vol- 
komen M'ettige bew'jzen van een aantal vroegere boeken en boekjes 
in het ongereede waren en, al waren ze bewaard, hoe die verschil- 
lende wetten aanleiding stonden t« geven tot allerlei gehaspel. 

Toen nu in het begin van 1817 de nieuwe wet op den boek- 
handel verscheen en het ^^e artikel daarvan bepaalde : „dat het 
kopy-regt, dat in de twee eerste artikelen omschreven was , niet 
langer zal voortduren, dan twintig jaren na den dood van den 
Autheur of Vertaler" , hadden de drie gecommitteerden daarin , in 
verband tot de vroegere wetten, met reden een gevaar gezien voor den 
waarborg van eenmaal verkregen rechten. Ten einde daaromtrent 
zoo niet zeker, dan tx)ch door een bevoegd oordeel ingelicht te zijn, 
hadden zij zich , in naam hunner „Committenten", tot vijf van 
de beroemdste rechtsgeleerden , J. van der Linden , M. C. van 
Hall, N. Sinderam , S. AE. Verburg en F. A. van Hall , gewend met 
verzoek om een gemeenscli appelijk advies betreflende de vraag: 
„Of het voorz. 8e Artikel ook toepasselijk is op zoodanige Letter- 
en Kunstwerken waarvan het kopy-regt, vóór de invoering van 
c^e wet van 25 Januari j 1817 geboren of verkregen is; en of 
mitsdien de eigenaars van hetzelve kopy-regt door de invoering 
van dexe wet, dat regt hebben verloren, of in het vervolg zul- 
len verliezen, wanneer de Autheurs van de bij de Avet bedoelde 
Letter- en Kunstwerken of bereids voor meer dan t^rintig jaren 
overleden zijn, of vervolgens komen te overlijden r" 



GESCHILLEN. DE VEBEEXIGING. 117 

Op deze vraag was door de vijf bovengenoemde mannen van 
gezag met het volgend opstel geantwoord : 

„De Ondergeteek enden , Juris Utriusque Doctores en Advokaten 
voor het Hooge üeregtshof in 's Ilage geadmitteerd , en binnen 
de stad Amsterdam praktiserende , gezien hebbende de voren- 
staande Casus-positie en de vragen daaruit voorgesteld , zijn (onder 
verbetering) van gevoelen : 

Dat het aangewezen artikel van de voorsz. wet nimmer toe- 
passelijk kan zijn of gemaakt worden op zoodanige letter- of 
kunstwerken, waarvan het kopij-regt bereids vóór de invoering 
van dezelve wet , krachtens vroegere verordeningen of anderzins , 
wettig verkregen is; en dat mitsdien de eigenaars van zoodanig 
kopij-regt, dat regt niet hebbeu verloren of zullen verliezen in 
het geval, dat de autheurs dier werken bereids vóór meer dan 
twintig jaren mogten overleden zijn , of in het vervolg komen te 
overlijden ; maar dat integendeel die eigenaars al de regten blijven 
behouden , welke de vroegere wetten aan hen hebben toegekend ; 
indien zij zich bij het wederuitgeven of herdrukken van de voorsz. 
werken gedragen naar de bepalingen, welke daaromtrent bij de 
wet zijn voorgeschreven. 

De ondergeteekenden vermeenen , alvorens zij overgaan tot het 
betoogen van dit hun gevoelen , te moeten opmerken : 

Dat er vóór de maand December 1796 geene geschrevene wetten, 
rakende den boekhandel , hier te lande hebben bestaan , en dat 
derhalve tot op dien tijd alle geschillen, daartoe betrekkelijk , 
hebben moeten worden beoordeeld en beslist naar de grondregelen 
van het regt omtrent eigendom , en naar costumiere gebruiken. 

Die grondregelen van het regt brengen , gelijk een ieder be- 
kend is , mede , dat geen eigefidom door enkel tijdsverloop kan 
verloren worden , ten zij men het bezit van zijn eigen dommelijk 
goed verlaten heeft , en hetzelve is gekomen in een derde hand , 



118 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

en alzoo de eigendom bij dien derden bezitter door verjaring ver- 
kregen is ; terwijl , buiten dit geval , geen eigenaar in het bezit 
van zijnen eigendom blijvende, van dien eigendom kan worden 
ontzet. 

Hieruit volgt, dat alle kopy-regt^ v(>ór de Publicaii-e van 8 
Dec&nther 1796 wettig verkregen, is gebleven het wettig eigen- 
dom van deszelfs bezitters. 

Wat nu die Publicatie zelve (de eerste wet omtrent den boek- 
handel hier te lande) betreft, dezelve handhaaft dit regt van 
eigendom voor de boekverkoopers , hunne erven of regtverkrijgeu- 
den , aU zijnde (dus luidt art, 2 van dezelve Publicatie) het ge- 
melde regt een eigendom^ waarop nieman/l ^ buiten zijne toeHem- 
miug y aanspraak heeft ^ e7i waarin niemand hem mag benadeelen. 

Bij ecne latere wet, en w^el die van den 3 Jumj 1803, wordt 
insgelijks dit regt van eigendom , met bijna gelijke bewoordingen , 
gehandhaafd, luidende het tweede artikel van dezelve wet als 
volgt : als zijnde het gemelde regt van uitgave een eigendom , 
waarop nie?nand, buiten deszelfs toestetnmijtg ^ wettige aanspraak 
heeft ^ en in tle uitoefening van welk regt niema^id' hem mug 
benadeelen. 

In beide deze wetten worden geene bepalingen gevonden , door 
welke het kopij-regt , of de eigendom van letter- en kunstwerken , 
binnen zekeren kring van jaren wordt beperkt; waaruit dan ook 
voortvloeit , dat alle kopij-regt , gedurende het bestaan van deze 
wetten verkregen, even als dat, hetwelk vóór de Publicatie van 
8 December 1796 verkregen was, de onveranderlijke eigendom 
van deszelfs bezitter blijft , en door het enkel tijdsverloop van 
jaren niet verloren wordt. 

Met den 1 Maart 1811 de Pransche wetten hier te lande in- 
gevoerd zijnde, is, bij besluit van den 9 April 1811, het decreet 
van den 5 Pebruarij 1810 , in zich bevattende het reglement op 
de boekdrukkerij en den boekhandel, in de Departementen van 



GESCHILLEN. DE VEEEENIGING. 119 

het voormalige Holland ingevoerd : bij het ;39e artikel van het- 
zelve decreet wordt gezegd : Le droit de propriété est garaniï a 
r auteur et a sa veuve ^ pendant leur vie ^ n les conventions ma- 
trirnaniales de celle-ci lui en dofi/tetit le droit ^ et a leurs enfans 
pefulafit vmgt ans ; waaruit bij wettig gevolg schijnt te moeten 
worden afgeleid, dat het kopij-regt, onder het Fransche bestuur 
verkregen, niet zoo gaaf en onbeperkt, maar met die bepaling 
verkregen is, dat het door een tijdsverloop van twintig jaren na 
des autheurs dood ophoudt. 

Bij besluit des Konings, destijds Souvereine Vorst der Ver- 
eenigde Nederlanden, van den 24 Januarij 1814, is deze bepa- 
ling wederom opgeheven; immers, nadat in de motiven van het- 
zelve besluit de verzekering van het regt van eigendom aan eiken 
schrijver en drukker, als een der oogmerken van de Publicatie 
van '6 Junij 1803, opgegeven en in den geest der toenmalige 
orde van zaken noodzakelijk is geoordeeld, wordt vervolgens in 
art. 6 van hetzelve besluit vastgesteld : elk , die een oorspronkelijk 
werk^ het zij in eens ^ het zij bij deelen of stukk&n^ uitgeeft ^ 
waarvan hij het regt van kopy als opsteller ^ of ander zins ^ wettig 
bezit ^ verkrijgt hierdoor voor zich zelven en zijne erven het uit- 
sluitend regt om hetzelve werk uit te geven enz. , waaruit het 
wettig gevolg schijnt te moeten worden getrokken , dat het kopij- 
regt, sedert het bekend maken van dit besluit tot op het in 
werking komen van de wet van 25 Januarij 1817, verkregen, 
het eigendom van deszelfs bezitter blijft, en door geen enkel 
tijdsverloop van jaren verloren w-ordt. 

Wat nu ons reeds opgegeven gevoelen omtrent de vraag, bij 
de Casus-positie voorgesteld , en betrekkelijk de laatstgemelde wet 
betreft, hetzelve rust op de volgende gronden: 

Vooreerst blijkt het uit de woorden van het derde artikel der 
wet, dat bij hetzelve alleen gesproken wordt van het kopij-regt, 
dat in de twee voorafgaande artikelen omschreven was : nu is het 



120 GESCIilLLEX. DE VEBEENIGING. 

buiteii eenige bedenking, dat het regt door autheurs of eigenaars 
van letter- en kunstwerken, bevorens verkregen, deszelfs kracht 
ontleent, niet uit de wet van 25 Januari] 1817, maar uit de 
vroegere daaromtrent bestaan hebbende verordeningen, en alzoo 
daaruit moet worden beoordeeld; en dat alzoo dat kopij-regt, het- 
welk bij deze w^et voor het vervolg vastgesteld en gewijzigd is, 
en op hetwelk alzoo de uitdrukkingen en bepalingen, bij art. 3 
van de nieuwe wet voorkomende, toepasselijk zijn, iets geheel 
anders is, dan dat, waaruit de eigenaars van vroegere in het licht 
verschenen w^erken hunne regten ontleenen. 

Ten tweede is het een algemeene in het regt aangenomen grond- 
regel, dat de wetten slechts voor het toekomende beschikken en 
ten opzigte van het verledene niet achteruit Averken: in het 
Roomsche regt , hetwelk als ratio scripóa in de beschaafde wereld 
nog geldig is, en onder anderen in de L. 7. Cod, de legibus ^ 
was reeds gezegd : leges futuris cerium est dare furmam negotiis , 
non ad facta praeterita revocari; en' de nu nog in dit Eijk be- 
staande wetgeving, heeft dit beginsel uitdrukkelijk aangenomen 
in het tweede artikel van het Burgerlijk Wetboek, 

Terwijl eindelijk alle regtsgeleerden , die het zoogenaamde tran- 
sitoire regt behandeld hebben , eenparig leeren , dat bij geen nieu- 
were wetten regten, die eenmaal wettig verkregen zijn, kunnen 
worden weggenomen of verkort. 

Nu is het buiten eenige bedenking . dat het kopy-regt van let- 
ter- en kunstwerken, hetwelk vóór het vaststellen der wet van 
25 Januarij 1817 bestond en verkregen was, op grond van vroe- 
gere dienaangaande bestaande wetten, was een wettig en onbe- 
twistbaar eigendom van deszelfs bezitters, zoo als zulks onder 
anderen blijken kan uit het besluit van Zijne Majesteit, als Sou- 
verein Vorst der Nederlanden, op den 24 Januarij 1814 geno- 
men, als hetwelk in art. 6 met zoo vele woorden heeft vastge- 
steld: ^dat elk die een oorspronkelijk werk uitgeeft, w'aarvan hij 



OESCIIILLEX. DE VEEEENTGIXG. 121 

het re^ als opsteller of anderzins wettig bezit , hierdoor voor zich 
en zijne erven het uitsluitend regt verkrijgt , ora hetzelve werk 
uit te geven enz." 

Dit verkregen regt, dit jus in re, die eigendom, kan door 
geene latere wetten worden verhinderd, veel minder wegge- 
nomen. 

Het is zoo, dat bij art, 7 van de wet van den 25 Januarij 
1817 gezegd wordt, //dat aan de bepalingen van die wet ook on- 
derhevig zouden zijn alle na derzelver afkondiging in het licht 
komende nieuwe uitgaven of herdrukken van letter- en kunst;- 
werken." Maar het is ontegenzeggelijk, dat de wetgever door 
deze verordening niet anders heeft kunnen of willen verstaan , dan 
dat ieder, die in het vervolg eene nieuwe uitgave of herdruk in 
het licht zoude brengen, zich bij zoodanige uitgave of herdruk 
aan de formulaire bepalingen der wet, daartoe betrekking heb- 
bende, zoude moeten houden en daaraan onderworpen zijn. 

Dat dit en geen ander de geest des wetgevers kan geweest 
zijn , blijkt: 

Vooreerst : uit de woorden van dat artikel zelve , waarin alleen 
over de uitgave en herdruk als zoodanig, en niet over het regt 
daartoe, dat is over het kopy-regt^ gehandeld wordt. 

Ten tweede : uit den stelregel , die bij alle regtsgeleerden om- 
trent de uitlegging der wetten is aangenomen, dat namelijk de 
wet uit de wet zelve moet worden beoordeeld en ontvouwd ; en 
wanneer men dezen grondregel vergelijkt met het laatstgenoemd 
besluit van den 24 Januarij 1814, hetwelk niet is afgeschaft, 
vindt men in het 13e artikel van hetzelve, bijna in dezelfde be- 
woordingen, dezelfde bepaling als in het 7e artikel van de wet 
van 25 Januarij 1817, terwijl daar althans over des wetgevers 
oogmerk aangaande vroeger uitgegeven letter- en kunstwerken, 
geene bedenking konde zijn , naardien dat oogmerk in het be- 
sluit zelve uitdrukkelijk wordt aan den dag gelegd , en destijds 



122 GESCHILLEN. DE VEKEENIGING. 

volstrekt noodzakelijk was, uit hoofde van de daarbij tevens in- 
gevoerde verandering in de Fransche wetgeving dezen aangaande, 
hetwelk echter bij de wet van 25 Jannarij 1817 (daar het voorn, 
besluit van 24 Januarij 1814 alle deze regten bepaald had) vol- 
strekt nutteloos zoude geweest zijn. 

Ten derde: al vloeide de door ons bij deze aangenomene uit- 
legging van het 7e artikel der wet van 25 Januarij 1817 niet 
uit de woorden van hetzelve voort, en ook al waren deze w^oor- 
den van eene meer onzekere beteekenis , dan nog zoude deze 
uitlegging, boven alle anderen, de voorkeur verdienen, omdat 
daarbij aan de wet zelve , tegen haren aard en strijdig met het 
beginsel van regtvaardigheid , niet wordt gegeven eene terug- 
werkende kracht, ten gevolge waarvan eenmaal wettig verkregen 
regten en bezittingen zouden worden verkort of weggenomen. 

Men kan toch wel veronderstellen, dat de Wetgever bij de 
wet van 25 Januarij 1817 regels heeft willen vaststellen, met 
betrekking tot zoodanige formaliteiieu ^ als hij wilde dat bij het 
uitgeven of herdrukken van vroegere in het licht verschenen 
letter- en kunstwerken , na de invoering dier wet , zouden wor- 
den in het oog gehouden, maar geenszins, dat hij daarbij tevens 
een eenmaal wettig verkregen kopy-ttgi zoude hebbeu willen ver- 
korten of opheflen : indien dit deszelfs oogmerk ware geweest 
(hetwelk wij om de aangevoerde redenen onmogelijk achten), zoude 
hij zulks hebben behooren te doen door eene uitdrukkelijke en 
duidelijke verordening, hoedanige echter in de wet van 25 Januarij 
1817 niet aanwezig is. 

Eindelijk is het gevoelen van de ondergeteekenden allezins 
overeenkomstig met die beginselen van billijkheid en regtvaar- 
digheid , w^elke de w^etgever bij het vaststellen , en de regtsge- 
leerde bij het uitleggen eener wet nimmer behoort uit het oog 
te verliezen. 

Immers, elk, die na de wet van 25 Januarij 1817 een hopy- 



GESCKILLBN. DE VERBENIGING. 12S 

regt , het zij als autheur , het zij als kooper vau hetzelve , verkrijgt , 
weet , of ten minste hij kan weten , dat , na verloop van twintig 
Jaren na des autheurs overlijden, dat regt zal ophouden te be- 
staan: dit nu moge een ongunstigen invloed op den eigendom of 
waarde van letter- en kunstwerken hebben, de wet bestaat en is 
ieder bekend; zij moge drukken, maar zij drukt al de daarbij 
belanghebbenden gelijkelijk, en is mitsdien, uit dit laatste oog- 
punt beschouwd, regtvaardig. 

Maar indien men het derde artikel der wet van 5J5 Januarij 
1817 ook zoude willen doen terugwerken op vooraf verkregen 
kopi j-regten , zoude men aan den wetgever zelfs een onregtvaar- 
dig oogmerk tevens moeten toekennen; want hoe zouden in dat 
geval zich diegenen bedrogen vinden, die, vóór de invoering der 
wet zich veilig verlatende op vroegere verordeningen — verorde- 
ningen, die onbepaald en voor altijd het kopij-regt als weiver- 
kregen eigendom verzekerden — eenig kopij-regt van letter- of 
kunstwerken, wier autheurs vóór meer dan twintig jaren zijn 
overleden, of van die autheurs vroeger, of naderhand van der- 
zelver erfgenamen of regt verkregen hebbende, hadden gekocht; 
hoe , zeggen wij , zouden dezulken zich bedrogen vinden , wan- 
neer zij zich nu, zonder eenige schuld van hunne zijde, door 
eene willekeurige wetsbepaling, dat welverkregen regt zagen ont- 
nemen, en hunnen wettigen eigendom door eéne pennestreek als 
het ware vernietigen? 

Aldus [êoLvo meliori) geadviseerd binnen Amsterdam , den 81 
Maart 1817." 

Met dit advies versterkt, had de Vereeniging meer kracht tot 
handelen gekregen. 

In het jaar 1818 waren reeds twee van haar ontwerpers , Adr. Loos- 
jes en du Mortier gestorven, en als hun opvolgers P. van Cleef en P. 
C, van Marie opgetreden. Al meer en meer overtuigd van het noodza- 



124 GESCHILLEN. — DE VEREENIGING. 

kelijke, dat een kern van vakgenooteu zich moest aaneensluiten om 
tegen elke bestaande of mogelijke aanranding zich te wapenen en in 
den verwaarloosden handel eenige orde te brengen , hadden in dat- 
zelfde jaar deze drie zich tot den algemeenen boekhandel gericht 
m(t een brief, waarin zij, wijzende op het reeds gedane, het 
wenschelijke betoogden dat de bond niet alleen voortdurend in 
stand bleef maar zich mocht uitbreiden. Zij riep daartoe allen, 
„die in Julij e. k. in Amsterdam zouden komen om de veiling 
van ongebonden boeken van de HH. den Hengst en Warnars bij 
te wonen, tot eene comparitie op, waarin zij hunne Committenten 
verslag zouden geven van hunne verrigtingen." 

Dat verslag liep over keé eerste jaar 1817, zoodat de oprichters 
zelven dat jaar als het jaar van de stichting der Vereeniging aangeven. 

Behalve de mededeeling van eenige hangende processen over 
eigendomsrechten, die voor gemeenschappelijke rekening reeds ge- 
voerd werden , en van de onderhandsche schikking van andere 
dertrelijke geschillen , berichtte dit verslag tevens , dat Gecommit- 
teerden den boekverkooper J. Tiel, '^met belofte van een goed jaar- 
lijksch douceur uit onze kas te betalen" hadden opgedragen een spe- 
citique lijst op te maken der geadverteerde boeken ter vertaling, „en 
dat zij bezig waren onder hun onmiddellijk toezigt een naamlijst te 
doen zamenstellen van alle boeken sinds den jare 1800 uitgegeven, ter 
vervanging van de zeer onvolledige en foutive van den boekhan- 
delaar N. Cornel te Rotterdam." In December van dat jaar werd 
bij circulaire kennis gegeven , dat de heer R. Arrenberg het reclit 
van eigendom op zijn Naamlijst van Boeken aan de Yereeniging 
had afgestaan en dat dajirmede op diens voetspoor zou worden 
voortgegaan. Later werd ook de Maavchlijksche Boekenlijst van 
A. B. Saakes overgenomen. — De Vereeniging was dus ten alge- 
meenen nutte allengs verder gegaan. De jeugdige bond , die reeds 
dadelijk zooveel ijver ontwikkelde , was dat jaar in ledental ver- 
dubbeld en had het tot 48 . een jaar later tot 72 gebracht. 



GESCHILLEN. DB VEBEENIGING. 125 

Was nu door de vereeuigde krachten van zoo velen de nadruk van 
schoolboekjes in onze provinciën zoo goed als geweerd , in de zuide- 
lijke gaf die toch nog altoos handen vol werk , al stonden deze ook 
onder dezelfde wetten. Vooral Liraburg stoorde zich weinig aan 
kopijrechten. Onze beste schoolboekjes werden daar, eenigszins 
verkapt, nagedrukt, kerkelijk goedgekeurd en onverhinderd ver- 
kocht. Een dier nadrukkers, ïiteux, te Maeseyck , schroomde 
zelfs niet voor ziJ7i nadruk te schrijven , dat hij de nadrukkers 
vervolgen zou. Dd Vereeniging had op die wijs voortdurend 
I^rocessen te voeren en groote moeite en kosten, aangezien de be- 
wijzen van eigendom maar al te vaak bleken alles behalve in orde 
te wezen. Om in die kosten te voorzien , was de jaarlijksche con- 
tributie van fb. — • niet altoos voldoende en moest het tekortkomende 
door hoofdelijken omslag worden bijgepast; een belasting heftig 
bestreden van de zijde der debitanten, die met de verdediging 
van eigendomsrechten eigenlijk rechtstreeks niets te maken hadden. 
Tot stijving van de kas was alzoo besloten, dat ieder lid van 
het bij hem in het licht verschijnende een exemplaar aan de Ver- 
eeniging zou afstaan, welke boeken dan op den dag der vergade- 
ring onder de tegenwoordig zijnde leden zouden worden ver- 
kocht. Ook was in 1821 bepaald: „dat zich het doel der Ver- 
eeniging voortaan niet alleen zoude blijven bepalen om het 
nadrukken van boeken tegen te gaan en te beletten, maar zich 
verder zou uitstrekken , om ook alle voorkomende zaken in den boek- 
handel te behandelen, en zoo veel mogelijk algemeener werkzaam 
te zijn."" Dien ten gevolge was er een reglement noodig gewor- 
den, waarvan een ontwerp, door Gecommitteerden opgemaakt en 
uit 15 artikelen, meest van huishoudelijken aard, bestaande, in 
de bijeenkomst van Juli 18^1 werd vastgesteld. 

Bij de gedurig voorkojnende geschillen van meer of minder 
ernstigen aard en bij de vele leemten in de wet van 181 7, ook in 
verband met vroegere decreten, hadden Gecommii teerden gemeend 



126 GESCHILLEN. 1)E VEKEENIGING. 

zich, in moeiel ijke gevallen te moeten laten voorlichten. Zij hadden 
daartoe als vasten rechtsgeleerden raadsman den advocaat M. C. 
van Hall gekozen, en een der eerste maatregelen, met hulp van 
dezen genomen, was een adres geweest, gericht aan den koning, 
waarin op de gebreken in de wet van LSI? gewezen was, en 
bovenal op eene weglatinsr in art. 5, waar spraak was van de 
uitzonderingen betreffende nadruk. Tot die uitzonderingen wer- 
den daar gezegd te behooren : „bijbels , testamenten , catechis- 
mussen, psalm-, kerk- en schoolboeken i," terwijl in vroegere 
wetten, van 1803 en 1814, daarachter uitdrukkelijk vermeld 
werd : ^^waarvan niemand het kopy-regt bezit^ Aangezien deze 
weglating de deur openzette voor tal van misbruiken , achtte de 
Yereeniging het allernoodzakelijkst dat daarin voorzien mocht 
worden. Tevens was in dit adres aangedrongen op de handhaving 
van de „Voorschriften tot verzekering van het regt van eigendom 
aan hen , die van buitenlandsche werken eene vertaling willen 
uitgeven," voorschriften bij de wetten van 1814 en 1815 bepaald, 
maar niet opgenomen in die van 1817. Voorts hadden Gecom- 
mitteerden aan de Hooge regeering een protest gericht i^^ew de 
zegelbelasting , gelijk deze bestond , op alle advertentiën , ook 
zelfs op die voorkomende op de omslagen van tijdschriften; 
een protest dat met een gunstig besluit; en een ander tegen 
het nadeel door directeuren van de posterij door de levering 



* Deze formule was, om welke reden valt moeielijk te ^cissen, over- 
genomen uit veel oudere wetten, toen veireweg de meeste kerk- en 
schoolboeken op Hoog gezag ingevoerd en door jirivilegiën beschermd 
werden. Het gebruik dier boeken bepaalde zich toen slechts tot die en- 
kelen, die door de Staats- of Kerk -overheid goedgekeurd en ingevoei-d 
waren. Er werd door pailicu lieren niet aan gedacht, zich met het uitgeven 
van bijbels of schoolboeken, die tot de zorg van Staat en Kerk behoorden, 
te bemoeien. 



GESCHILLEN. DE VEREEXIGIXG. 12? 

van periodieke en andere werken den boekhandel berokkend, dat 
niet met een toegevende beslissing bekroond was. 

Dit laatste was den boekhandel steeds tot een groote grief. Sinds 
jaren was de verhouding tusschen directeuren van postkantoren 
en de boekverkoopers op zeer gespannen voet. Om de zeer karige 
traktementen van de ambtenaren bij de posterij , vooral op het 
platteland, eenigszins behoorlijker aan te vullen, had de regeering 
niet alleen toegelaten , dat eerst couranten , later tijdschriften en 
nog later boeken door die ambtenaren aan particulieren mochten 
geleverd worden , maar tevens , dat het ontbieden en de verzen- 
ding daarvan vrachtvrij mocht geschieden. Toen deze vrijdom 
alleen couranten betrof, was dat nadeel bij de weinige courant,en 
die er nog bestonden zoo groot niet; maar toen hij zich allengs 
ook uitstrekte tot artikelen van meer beteekenis en de postdirec- 
teuren op kleine plaatsen kleine boekverkoopers werden , die geen 
porten te betalen hadden en de bestellingen langs den postweg 
veel spoediger konden uitvoeren dan eenig ander , werden zij ge- 
vaarlijke mededingers en deden den boekhandel groote afbreuk. 
Reeds in 1822 hadden de Groningsche boekverkoopers de vol- 
gende vraag aan de leden der ])as opgerichte Vereeniging onder- 
woq)en • „Daar van tijd tot tijd de beambten van de postkantoren 
zich meer en meer toeleggen, om leveranciers der periodieke ge- 
schriften te worden, waartoe zij, door alles vrachtvrij te krijgen, 
beter dan een boekverkooper in de gelegenheid zijn ; — en zich 
ook reeds bemoeijen met de lijsten van InteekeniTigen op uit te 
komen werken te houden, alles tot groot nadeel van de boek- 
handelaars in de afgelegene provinciën : zoo wordt gevraagd , of 
er geene middelen aangewezen konden worden , om dat misbruik 
tegen te gaan; een misbruik, dat wij volstrekt bescliouwen 
als lijnregt inlooi)ende tegen het doel der Vereeniging, hetwelk 
geenszins postbeambten (die buitendien hun bestaan hebben) , 
maar de belangen der boekhandelaars wil bevorderlijk zijn.^' 



128 GESCHILLEN. DE VEKEENIGING. 

Het spreekt wel van zelf, dat deze klacht in die dagen van 
wordende, maar nog alles behalve goed geordende hervorming, 
een kreet in de Incht moest wezen. Herhaalde malen was zij, 
bijna van jaar tot jaar, bij de regeering ingebracht, maar noch- 
tans bij voortdm-ing onverhoord gebleven. Zelfs was het kwaad verer- 
gerd. Van hun kant toch namen de postbeambten hierop weerwraak 
tegen den boekhandel met allerlei kleine plagerijen. Vooral uitge- 
vers, die hun het gewone rabat weigerden, waren daar de slachtoffers 
van. Proeven tusschen schrijvers en drukkers, bijvoorbeeld, wer- 
den met arendsoogen bespied of er ook eenig woord in voorkwam, 
dat niet als correctie kon aangemerkt en alzoo beboet kon worden , 
en de waarschuwingen in het Nieuwsblad waren eindeloos , „dat men 
toch voorzigtig met proeven moest zijn , daar men aan het post- 
kantoor zoozeer van ijver voor de belangen van het vaderland 
blaakte, dat men alle kruisbanden nazag en ze om het geringste 
schrift, als verbodene correspondentie bevattende, taxeerde.'* In 
later tijdvak werd deze oorlog hoe langer hoe heviger. 

Golden deze werkzaamheden de belanfiren van den boekhandel 
in het algemeen, aan schikken en plooien van onderlinge geschil- 
len en persoonlijke grieven had het bestuur der Vereeniging steeds 
handen vol werk. De jaarlijksche verslagen uit den eersten tijd , 
waarbij tevens alle gevoerde briefwisseling gedrukt overgelegd wordt, 
zijn waarlijk nog geen toonbeelden van broederschap tusschen alle 
beroepsgenooten. Nu en dan komen er kritieken en aantijgin- 
gen in voor, die alles behalve malsch zijn en waarin heel weinig 
spraak is van goedwillige toenadering van weerskanten. In 
zulke gevallen was de tusschenkomst van een der drie Gecom- 
mitteerden of van de Correspondeerende Leden, die van 1825 
af bestonden , meestal van goeden invloed om partijen tot 
elkander te brengen en te verzoenen. Dat goede woorden goede 
plaatsen vinden, w^erd ook toen bewezen, zeer tot bevordering 
van een beteren geest. Als staaltje daarvan diene o. a. het volgend 



GESCHILLEN. — DE VBBEENIGING. 129 

episteltje , geschreven door een hardnekkigen prnttelaar , die zijn 
vermeend recht op haren en snaren gezet had, maar door een bestuurs- 
lid volkomen tot bedaren gebracht bleek: ^Mijnheer en Vriend! 
Betrekkelijk de bewuste kwestie tusschen mij en de Heeren L. 
Herdingh & Zoon, gelieve UEd. (zulks is thans mijn vriendelijk 
verzoek, dewijl ik de Heer J. van der Ileij heden bij mij op 
een pijp gehad heb) met Hun Ed. nergens verder over te willen spre- 
ken. — De kosten der Brief zijn voor mijne Rekening. — Overigens 
blijve na vriendelijke groete UWEd. Dw. Dienaar en vriend." 

Op die wijs van een pijpenpraatje werden door de drie hoofd- 
mannen een aantal haken en oogen huiselijk in orde gebraclit. 
Tien jaren lang hadden zij bij wijze van voogden een ongekrenkt 
vertrouwen en lieten zij zich die betrekking van harte gaarne 
welgevallen. Eerst in 1827 werd er aan gedacht of tijdelijke 
aftreding niet wenschelijk zou zijn en besloot men er toe, 
jaarlijks één van het driemanschap door een ander te doen 
vervangen, waardoor J. den Hengst dat jaar in de plaats van 
P. C. van Marie kwam. Op den ijver van het bestuur was dit 
besluit van tijdelijke afwisseling van niet den minsten invloed. 

Terugziende op al wat er in den gang van zaken reeds ver- 
beterd was , ging het moedig voort met het uitzien naar nieuwe 
maatregelen tot algemeen voordeel. Waren de voornaamste na- 
drukkers van schoolgoed binnen onze noordelijke provinciën tot 
rede gebracht, hier en daar, vooral in de zuidelijke, werd nog 
maar al te veel op dat gebied gestroopt, en het was alzoo op 
emstigen aandrang van het bestuur , dat er , ten einde allerlei 
kwade praktijken te keer te gaan, in de vergadering van 1829 
uit het midden der leden een commissie benoemd werd, om het 
bestuur daarin te helpen. Vijf leden: Brest van Kempen, J. C. 
van Kesteren, J. Oomkens, C. A. Thieme en M. Westerman, 
uit onderscheiden deelen des lands, en daaronder eerstgenoemde 
uit Brussel, kregen in last, „op ie sporen en na te vorschen 

9 



130 GESCHILLEN. DE VEBEEXIGING. 

alle raoeijelijklieden of verkeerdheclen , welke in den boekhandel 
bestaan, en de middelen te beramen tot verbetering derzelve." 
Met alle warmte werd die taak aanvaard, en de circulaire, die 
daartoe van het vijftal uitging, eindigt met het verzoek om meedee- 
lingen van allerlei aard in deze woorden: „De benoemde com- 
missie acht het overtollig UEd. de bestaande misbruiken , zoo 
verderfelijk voor onzen handel verder op te noemen. Zij neemt 
echter de vrijheid UEd. te doen o])merken, dat het tegenwoordig 
tijdstip alle waakzaamheid vordert, willen wij niet allen ons 
eigendom ten prooi laten aan de ondernemingen van eene lage 
winzucht, waartegen ons de bestaande wetten op den boekhandel 
niet kunnen beschermen; daar. bij hetgeen wij reeds gezien en 
ondervonden hebben, het nog te vreezen staat, dat zoodanige 
winstbejagers het niet bij de reeds aangewende pogingen zullen 
laten, maar ons langs allerlei wegen overstroomen met nadruk- 
ken, waardoor de vruchten, welke zoo menig onzer in een reeks 
van jaren door aanhoudende werkzaamheid vergaderde, verstikt 
zullen worden." — Trouwens het bestuur riep deze commissie niet 
alléén in het leven om het bij zijn pogen ter zijde te staan. Het wees 
er op , hoe noodzakelijk het was , dat er van alle kanten oogen in 
het zeil werden gehouden, en hoe goed het zou wezen, dat zich 
in alle groote plaatsen mochten vormen //stedelijke boekverkoopers- 
sociëteiten of departementale vergaderingen," van waar uit men 
acht zou geven op alle knoeierijen in eigen kring en te gelijk, 
onder vriendschappelijk verkeer , zou kunnen bespreken , wat der 
algemeene zaak dienstig zou kunnen zijn. Amsterdam gaf dadelijk 
gehoor aan dien wenk door de oj)richting van zijn boekverkoopers- 
coUege; een voorbeeld, dat in 1838 door Rotterdam en in 1834 
door Groningen gevolgd werd. 

Zoo was, in het kort, de werking der Vereeniging geweest 
tot op den tijd, dat wij haar verrichtingen meer in bijzonder- 



GESCHILLEN. — DE VEREENIGIXG. 131 

hedeii zullen nagaan. In de dertien jaren van haar bestaan had 
zij de grondslagen gelegd van een hervorming, die niet hoog 
genoeg kan gewaardeerd worden. Zij had een band gc.knoopt van 
onderlinge samenwerking, een geest gewekt van broederschap, 
een gezindheid voor goede trouw en orde, ren besef van rech- 
ten en plichten. Dat beteekende reeds heel wat. Uit een klein 
begin was dat alles zoo als van zelf aangegroeid. Met ieder jaar 
was de kring en de kracht iets grooter geworden; bij elke bij- 
eenkomst had de wederzijdsche omgang aangewonnen in gezellig- 
heid, maar ook in degelijkheid. Gaandeweg waren de leden gaan 
begrijpen, dat zij het werk niet moesten overlaten aan het wak- 
ker besturend driemanschap alleen, maar dat zij hWen tot arbeid 
geroepen waren, waar die arbeid zou kunnen dienstig wezen aan 
het gemeenschappelijk belang. De tijd brak aan, dat van alle 
kanten bouwstoflen zouden worden aangedragen en handen zich 
zouden reppen, om op de gelegde fondementen een stichting te 
doen verrijzen, die het middelpunt zou worden van het Neder- 
landsche boekhandelsverkeer. 

Schijnbaar werd die gang van zaken plotseling afgebroken. De 
Belgische omwenteling kwam op eenmaal allen rustigen handel 
verstoren. Alle plannen van kalm onderzoek en bezadigde werk- 
zaamheid lagen voor een tijdlang in duigen. De commissie , 
zoo pas ingesteld , om in noord en zuid naar gebreken en her- 
stellingsmiddelen uit te zien , vond haar terrein vaneengescheurd 
en haar medewerkers door den oorlog verstrooid. Op de Ver- 
eenigings vergadering van 1830 moest de voorzitter berichten, 
dat de taak dier commissie vooreerst diende geschorst te worden, 
'/omdat onze vaderlandsche zonen ten strijd waren getogen tegen 
de aanmatigingen van een trouweloos , oproerig en zedeloos volk, 
maar dat onmiddellijk na de beslissing der openbare gebeurtenis- 
sen de regte tijd zou zijn aangebroken om des te sterker op een 
nieuwe wet ter regeling onzer belangen aan te dringen.*' 

9* 



132 GESCHILLEN. DE VEUEENIGING. 

Waren door een en ander de hoofden van zoo menigeen in de 
war, niet toch die van de trouwe bestuursleden der Vereeniging. 
Gesteund door hun rechtskundigen raadsman maakten zij , in 
afwachting van de dingen die komen zouden, zich den tijd ten 
nutte om alvast met eigen hand een nieuwe concept-wet op den 
boekhandel samen te stellen , zoo mogelijk ter vervanging van 
de zoo gebrekkige van 1817. En toen na verloop van een drie- 
tal jaren de gemoederen wat tot kalmte waren teruggekomen en 
naar hun oordeel de tijd daartoe rijp was, werd dat ontwerp dan 
ook werkelijk, en wel persoonlijk, in 1834 door hen aan Z. M. * 
den koning overhandigd, nochtans zonder eenig ander gevolg 
dan een minzame ontvangst. 

Intusschen deden zij te gelijk al het mogelijke om den kring 
van den bond in alle streken des lands uit te breiden. Zoolang 
er nog geen nieuwe landswet bestond, konden toch alle boek- 
verkoopers , die nog geen leden waren , de erkenning weigeren 
van kopij- en vertalingsrechten en was het voorloopig wenschelijk, 
dat er zoo velen, als daartoe slechts overgehaald konden worden, 
tot het lidmaatschap van het onderling verdrag toetraden. Tot 
dat doel werd in 1834 een nieuw reglement onder alle boekver- 
koopers verspreid. 

In dit reglement, als het ware de nieuwe grondwet van de 
Y ereeniging , dat trouwens in hoofdzaak gelijk was aan dat van 
1821, maar ietwat uitgebreider in bepalingen van huishoude- 
lijken aard, wordt bij wijze van inleiding het beginsel van de 
Vereeniging volgender wijs nader omschreven : 

'/Zooals door den naam van deze instelling reeds wordt aange- 
duid , is het hoofddoel der Vereeniging : de bevordering van de 
belangen des boekhandels in ons vaderland. 

„Ter bereiking van dit groote doel, en opdat hetzelve ieder 
lid bestendig voor oogen zij , verbinden al de leden zich , door 
oekrachtiging met hunne handteekening van de navolgende arti- 



GESCHILLEN. — DE VEUEENTGING. 133 

kelen, om met volhardenden ijver mede te werken aan de ver- 
heffing des Nederlandschen Boekhandels tot die mate van bloei 
en luister, welke dezelve eenmaal bereikte, en alzoo ook daartoe, 
om de jeugdige kweekelingen van dien handel dit diep in te 
prenten en hen daarin voor te gaan. 

„Daartoe inzonderheid werken al de leden, zoowel als de na 
te benoemen Bestuurs- en Corresponderende leden , ieder in zijnen 
kring en in vereeniging met elkander mede , dat elk lid zijnen 
wettig verkregen eigendom en kopijregt behoude, en alzoo, om 
het nadrukken vcm boeken^ als de grootste inbreuk op dat regt, 
tegen te gaan, en voorts zoowel de belangen van den handel in 
het algemeen , als de regten van eiken individu in het bijzonder, 
te bevorderen en te handhaven, alles te weren, wat tot oneer of 
verlaging van den Boekhandel zoude kunnen verstrekken, elkan- 
der te waarschuwen, waar binnen of buiten den kring hunner 
Vereeniging kwade trouw gepleegd wordt, en zoodoende goede 
trouw en harmonie met wederkeerige belangstelling aan te kweeken. 

„Daartoe ook strekken de jaarlijks te houden, en hier na te 
melden Algeraeene Vergaderingen; ten einde, ingevolge op 
dezelve door de Leden te doene Voorstellen, met gemeenschap- 
pelijk overleg, den Boekhandel in Nederland in deszelfs aiouden 
luister te herstellen.'' 

Met dit ideaal voor oogen trad de Vereeniging een nieuw 
tijdperk in. Haar bestuur was intusschen tot vijf leden uitgebreid. 

Als een der grootste behoeften werd alras de wensch geuit, 
dat de boekhandel een eigen blad of orgaan mocht bezitten, een 
blad, waarin alle boekhandelsbelangen als het ware vertrouwelijk 
zouden kunnen besproken worden en dat een aantal circulaires of 
advertentiën in de gewone bladen overbodig zou maken. Het 
Nederlandsch Letterkundig Nieuwsblad^ sinds Januari 1834 bij 
S. de Visser te 's Gravenhage uitgegeven, kwam die wenschen 
onverwijld te gemoet. Genoemde uitgever toch, die zijn pas op- 



134 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

gericht weekblad ^tot het mededeelen van berigten eu aankon- 

■ 

digingen, die van een letterkundigen aard waren, of den handel 
in boeken, prentwerken enz. betrofl'en," voor het groote publiek 
bestemd had, maar voor die onderneming voorloopig niet veel 
bijval vond, maakte zich den uitgesproken wenk op den Veree- 
nigingsdag van datzelfde jaar ten nutte en kondigde in September 
aan, dat hij voortaan zijn blad geheel en al ten dienste van den 
boekhandel zou doen strekken. Hij verzocht daartoe ieders mede- 
werking door het inzenden van berichten, advertentiën enz., die 
voor de geabonneerden gratis zouden geplaatst worden, natuurlijk 
behalve het verplichte zegelgeld van 35 cents. Hij zelf zou zijn 
blad voor ieder boekhandelaar belangrijk trachten te maken door 
maandelijksche Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche 
boekenlijsten ,• van overgegane kopijen , verkoopingen , aangeboden 
vertalingen, en niet te vergeten een rubriek voor mengelingen, 
waarin voor allerlei mededeelingen den boekhandel betreffende 
mimte zou zijn. Van dit goedkoope gemeenschapsmiddel werd 
al dadelijk genoeg gebruik gemaakt om aan het blad het bestaan 
te verzekeren. Van den l'^^ October 1834 af kreeg het den ge wij- 
zigden titel van Nieuws 6 lad iwor den boekhandel ^ en wel zoo bij 
uitsluiting, dat de uitgever, //toen hem op toevallige wijze ken- 
baar was geworden, dat er enkele 2)articulieren waren, die gaarne 
dit blad zouden willen bezitten" , het noodig oordeelde in Au- 
gustus 1835 aan het hoofd met groote letters af te kondigen, 
'/dat dit blad eenig en alleen voor boek verkoopers was , alle drang 
om hetzelve buiten dit vak te bezitten onbeschaamdheid was en 
kortaf geweigerd moest worden. "' //Ik hoop niet'' , zoo eindigt de uit- 
gever zijn verbod, „dat er onder al de confraters iemand zoo 
dwaas zal wezen , die tot het verderven van eigen handel de hand 
zal leenen; — doch werd er ooit iemand gevonden, die zulks 
deed , door dit blad , aan wien ook , te verkoopen , zoo zal de 
ondergeteekende het van zijn' pligt rekenen, het nut van den 



GESCHILLEN. DE VEKEEXIGTNG. 135 

Boekhandel bove^i zijn eigen voord'eel te achten, en aan den zoo- 
danigen dit Nieuwsblad niet meer te zendend 

Ofschoon wij later een enkele maal op den gang van dit 
A'isuw,s6lad terug zullen moeten komen , is in de Bijdragen tot 
d^. geschiedenis van den hoehhaiidel ^ deel II, door Mr. Sautijn 
Kluit daaraan en aan de overige bladen zulk een breed opstel 
gewijd, dat wij meenen daarheen te mogen verwijzen voor alle 
bij zonderheden dienaangaande . 

Toonde zich de Vereeniging aldus vol van jeugdigen ijver, als 
een teeken nochtans van den geest dier nog vrijwel bekrompen 
dagen , en te gelijk als staaltjes hoe zij soms wel wat heel 
ver ging in de uitoefening van haar herderlijk gezag, worden 
hier de volgende betrekkelijke kleinigheden meegedeeld. 

In 1838 gaf de tirma F. A. Julicher, te Lingen, den HoUandschen 
boekhandel per circulaire kennis, dat zij ter perse had een En- 
cyclopaedisch Woord^enboek ^ voor welke uitgaaf zij de medewer- 
king der boekverkoopers op de gewone voorwaarden inriep. Een 
dergelijk geval had zich omstreeks dien zelfden tijd voorgedaan 
met een uitgever te Emden, die een HoUandsche Zeevaartkunde^ 
en met nog een anderen te Dusseldorf , die een boekje over de 
Brandewijnpest in het licht gaf. De \'ereeniging nam hieruit 
aanleiding om een vrij heftig adres aan al de boekverkoopers te 
richten , met aandrang zich schriftelijk te verklaren , dat zij 
geen enkel exemplaar van deze schandelijke inkruipsels zouden 
verkoopen. De gelofte, door den stempel der Vereeniging als het 
ware gezegeld, daartoe ter onderteekening rondgezonden , was van 
dezen inhoud : 

//Als Nederlandsch Boekhandelaar verklaar ik bij deze plegtig , 
op geenerlei wijze te zullen verkoopen, noch het debiet helpen 
bevorderen, van Nederduitsche boeken, welke buiten dit Rijk 
zijn gedrukt of uitgegeven. 

Gedaan te den 1888." 



136 GESCHILLEN. DE VEREBNIGING. 

De bezadigde, heldere Willem Messchert kon deze daad niet 
goedkeuren. Hij voelde zich in gemoede gedrongen om in een 
zeer waardig geschreven brief daartegen op te komen en de vraag 
te doen , of een dergelijke samenspanning wel strookte met de eer 
van den Hollandschen handel. Waarop grondde zich die vijandige 
tegenwerking? vroeg hij. Deugden de boeken niet, hetzij om 
inhoud of taal, dan veroordeelden zij zich zelve. Waren zij goed- 
kooper dan onze HoUandsche boeken , dan was dat een reden voor 
ons , om de onzen niet te duur te maken. Het was te voorzien , 
dat de vlieger van buiten 's lands verschijnende boeken in onze 
taal niet zou opgaan om de hooge rechten van invoer , die zij hier 
te betalen hadden. Maar bilden vreemde uitgevers zich daaraan 
wagen , dan hadden zulke boeken dezelfde aanspraken om verkocht 
te worden, als Fransche, Duitsche en Engelsche werken, dieliier 
ter markt kwamen. In vroeger dagen zochten de Fransche auteurs 
het gewetensvrije Holland aan tet het uitgeven hunner werken en 
was dit voor ons, even als de uitgaaf van de oude klassieken, een 
belangrijke bron van voordeel geweest. Wat zouden wij er van 
zeggen , indien een buitenlandsch geleerde van naam zijn werk in 
Holland gedrukt begeerde en de buitenlandsche boekhandel uit na- 
ijver den invoer van zulk een boek verbood ? Vrijheid van eerlijken 
handel behoorde te huis in ons vrije vaderland. — Tn een uit- 
voerig opstel, dat eigenlijk de kwestie zelv' al heel weinig aanroerde, 
gaf hierop Joh. Muller een repliek, waarin hij de daad van het 
bestuur der Vereeniging volkomen goedkeurde, uit vrees, dat' het 
slagen van bovengenoemde ondernemingen aanleiding zou kunnen 
geven tot het invoeren van nadrukken en het begunstigen (men 
houde de hartstochtelijke vrees dier dagen in het oog) „van dat 
vloekverbond van roovers", die ons van alle kanten bedreigden. 
Dit betoog , dat , het spreekt wel van zelf als gevloeid uit de 
pen van Joh. Muller , even waardig van toon was als het stuk 
van Willem Messchert , eraf aan het bestuur der Vereeniging reden 



GESCHILLEN. DE VEKEBNTGIXG. 187 

oin tegen laatstgenoemde een open brief te richten van acht 
folio bladzijden groot, waarin de ongelukkige Messchert, /'dien 
men overigens betuigde om zijn letterkundige bekwaamheden en 
gezond oordeel hoog te achten*' , zóó aan de kaak werd gezet wegens 
zijn allergevaarlijkste vrije handelsbegrippen , dat een ieder tegen 
zulke hoogst nadeelige beginselen ernstig gewaarschuwd diende te 
worden. Die buitenlanders hadden ons reeds zoovéél kwaad gedaan ! 
Zij hadden de verderfelijke iijcUchriften inde mode gebracht, een van 
de oorzaken, dat onze bibliotheken zeldzamer werden, zéér ten 
bederve van onzen handel. Wij deden hen daarin zelfs na, en 
aten nu de zure vruchten van dezen edelen naijver. Hun boe- 
ken konden door goedkooper drukloon en grooter debiet veel lager 
in prijs zijn dan de onze. Waar moest het heen met onze uitge- 
vers , met onze papierkoopers en drukkers , als wij hen ook in die 
goedkoopheid wilden volgen ? Neen, ten voordeele van onze eigen 
industrie moesten wij ons verbinden , geen buitenlandsche grondstof 
te gebruiken, veel minder boeken in vreemde talen verkoopen, 
veel hooger invoerrechten zien te krijgen. "Past« men een vrij- 
heid van handel , zooals Messchert die bedoelde , ook op den boek- 
handel toe ; kwamen al de raderen van een vrije concurrentie zóó 
in beweging, zullen dan, vragen wij, alle andere menschelijke 
hartstogten daarbij zachtelijk insluimeren? Dat zij verre: de con- 
currentie, door inkomende noch uitgaande regten beteugeld, zou 
onvermoeid voortgaan en zich door niets laten weerhouden ; eerlang 
zoude het eigendomsregt meer heilig noch geëerbiedigd zijn , en 
de schoonste handel der wereld in eene ware letterroofverkeeren." 
„De Heer Messchert had het zich zelv' te wijten, dat zijn naam 
in dit stuk zoo dikwijls ongunstig moest voorkomen." — Toen deze 
zaak echter ,. ter bedaarder overweging , in handen van een commissie 
gesteld was , waarin ook Messchert en Muller zitting hadden , 
werd het volgend jaar een rapport uitgebracht veel meer in Mes- 
schert's geest. 



138 GESCHILLEN. — DE VEEEENIGING. 

Een dergelijke vermaning viel aan de Erven Doorman ten deel , 
die voor de uitgaaf van een bijbel de ondersteuning van predi- 
kanten hadden ingeroepen. .//Het bewijs dezer daadzaak heeft de 
verontwaardiging der vergadering dermate opgewekt, dat aldaar 
met eenparige steramen is besloten, om wanneer UEd. met der- 
gelijke handelingen liet voortgaan, het Bestuur zich verpligt acht, 
dezelve in den Handel algemeen hekend te maken , hetwelk nood- 
zakelijk zaer nadeelige gevolgen op het debiet Uwer fondsartikeleu 
zal uitoefenen!" luidde de waarschuwinsf. 

Bijna gelijktijdig had de firma Lastdrager k Zn. een kerk- 
historisch w^erk ter pers , waarvan zij , vrij natuurlijk , prospec- 
tussen verspreid had onder de predikanten, vooral op het platte- 
land, waar toen nog zoo weinig boekverkoopers waren, met ver- 
zoek dit plan te ^7illen mededeelen en zoo mogelijk aanbevelen. 
Onder den indruk van hetgeen de firma Doorman overkomen 
was, haastten zij zich vreesachtig de volgende advertentie in het 
Nieuwsblad te plaatsen, ten gelieve van debitanten, die wellicht 
zelv' geen voet tot het zamelen van inteekenaren verzet hadden: 

Aan Heeren Boekhandelaren. 
„De Ondergeteekendcn vernomen hebbende, dat HH. Boekhan- 
delaren het hun ten kwade duiden , dat zij de berigten en in- 
teekenlijsten wegens de Kerkelijke Geschiedenis^ door den Wel 
Eerw. Heer B. Glasius te schrijven , ook aan HH, Predikanten 
hebben gezimd^n , menen Hun de redenen , die hun Ondergetee- 
kendcn daartoe hebben doen besluiten . te moeten mededeelen. 
Zij zijn: 

1°. Dat dit werk, zal dit doel bereikt worden, (iQW^ algemeene 
verspreiding behoeft , ook op de dorpen en onder den minge- 
goedden burgerstand; met welke beiden de Boekhandelaren 
geene of weinig relatiën hebben, maar tot welke beiden 
HH. Predikanten kunnen geacht worden in naauwe be- 
trekking te staan. 



GBSCBTLLEN. DB VEREENIGING. 139 

'Z^. Dat de Ondergeteekendeu , volgens hunne ervaring, geene 
redenen hadden, om op medewerking der HH. Boekhande- 
laren zich alleen te verlaten. 

'/Gaarne alles willende doen om wèl te zijn met HH. Boek- 
handelaren, verklaren zij die inteekeninglijsten niet aan HH. 
Predikanten te hebben gezonden, ten einde den Collega's hunne 
billijke voordeelen te onthouden , en , ten bewijze daarvan , ver- 
zoeken zij dat HH. Boekhandelaren de inteekeningen , die HH. 
Predikanten, met welke zij in betrekking zijn, reeds mogten 
hebben verkregen, overnemen; zullende zij de voordeelen, daaraan 
verknocht, aan hunne Confrères laten gelden, en evenwel HH. 
Predikanten hunne present-exemplaren doen toekomen, gelijk zij in 
elke plaats, waar Boekhandelaren wonen, doen zullen met de reeds 
bij hun ontvangene inschrijvingen, door HH. Predikanten bezorgd. 

//De Ondergeteekendeu vertrouwen , dat door deze mededeeling 
alle aanmerkingen zullen zijn opgeheven , en zij zich voortaan 
niet meer gedrongen zullen zien tot bijmiddeling , om het gelukken 
hunner pogingen te verzekeren : te meer , daar zij niets opregter 
wenschen dan steeds de goedkeuring, aan eene redelijke en ronde 
handelwijze toekomende, te verdienen."" 

Amstehdam, Mei 1835. Lastdrager & Zoon. 

Behalve deze en soortgelijke minder kiesche en vrees aanjagende 
bemoeiingen, ging de Vereeniging trouwens voort, van haar hoogst 
prijzenswaardige werkzaamheid overvloedige blijken te geven. Dat 
betoonde zij vooral in het voortzetten van haar rechtsgedingen. 

Een belangrijke rechtszaak , door haar bestuur ingesteld , 
hield o. a. in het jaar 18fi7 den boekhandel bezig; belangrijk 
niet om de geldelijke waarde, want het betrof maar- een school- 
boekje van 30 cents, maar om het beginsel. De firma P. Joling 
& Co., te Sneek, had uitgegeven een werkje Rekenkundige Voor- 
stellen uU JSatuur- en Aardrijksbeschrijviug van Lucas Oling, 



140 GESCHILLEN. DE VEKEEXIGIXjG. 

waarvan de oorspronkelijke uitgaaf reeds in 1803 had plaats gehad; 
een leerboekje, dat, wat namen van maten en gewichten en weten- 
schappelijke beschouwing aangaat, geheel verouderd en daarom door 
de firma Joling, waarvan deeene firmantzelf onderwijzer was, over- 
eenkomstig de behoeften des tij ds herdrukt en in den handel ge- 
bracht was. Na de uitgaaf werd deze firma aangeklaagd van na- 
drnk door de firma Suringar te Leeuwarden, die indertijd van 
het verouderde boekje het eigendomsrecht voor zijn fonds had 
aangekocht. De beschuldigde nadrukkers verdedigden zich 1** 
door de bewering van ter goeder trouw gehandeld te hebben, en 
2° met het beroep op art. 3 yan de wet van 1817, waarin het 
kopijrecht tot op 20 jaar na den dood des auteurs bepaald werd, 
terwijl Lucas Oling reeds in 1806 overleden was. De aanklager 
van zijn kant grondde zijn klacht op de volgende beweegredenen: 
1^ dat de Vereeniging tot beginsel had , iederen nadruk tegen te 
gaan; 2° dat het werkje van Oling onder de wet van 1803 was uit- 
gegeven , en 3° dat de wet van 1817 geen terugwerkende kracht had. 

De Vereeniging meende deze netelige zaak te moeten overnemen 
om haar in beginsel uitgemaakt te zien. Nochtans achtte zij het in 
dit bijzonder geval voorzichtig, daaromtrent, voor zij een proces 
begon, het advies in te roepen van twee rechtskundigen, de 
HH. Mr. S. P. Lipman en W. C. B. Wintgens, die, de bij- 
zaken daarlatend, beide op bijna dezelfde gronden betoogden: 
dat de wet van 1803, die een altoosdurend kopijrecht aannam, 
niet door die van 1814 kon worden te niet gedaan. 

De rechtbank te Sneek, voor welke de zaak het eerst diende, 
verklaarde den eischer in zijn recht, o. a. ^/overwegende', dat zijn 
recht, op een wettigen titel steunende, is een onvervreemdbaar 
recht, uitdrukkelijk vastgesteld bij de wet van 1803, welke wet 
opzettelijk wordt vermeld en aangehaald in het besluit van 1814 
en waaraan door geene latere wetten is gederogeerd ; 2° dat een 
ongestoord bezit van ruim 33 jaren van het kopijrecht door den 



GESCHILLEX. DE VEREENIGING. 141 

tegenwoordigen en vroegere eigenaren , waarvan de wettige eigen- 
dom volledig bewezen is, den verweerderen het recht ontzegt om , 
op grond van art. 3 der wet van 1817, thans de wettige bezit- 
ters in hun bezitrecht te verstoren, terwijl daarenboven die zelfde 
wet bij art. 5 de vroegere recliten en voorrechten uitdrukkelijk 
handhaaft; o° dat het werk van Lncas Oling, in het jaar 1803 
uitgegeven zijnde, het kopijrecht ook naar de wet van dat jaar 
behoort te worden beoordeeld en daaraan een voortdurend bezit 
wordt gewaarborgd ; 4° dat , daargelaten het argument der ver- 
weerders dat dit werk een schoolboek zoude zijn, het genoegzaam 
is tot wederlegging van deze sustenu , dat bij art. 1 der wet 
van 1803 wordt bepaald, dat alleen die schoolboeken mogen 
worden nagedrukt, waarvan het kopijrecht niet de eigendom is 
van een ander, en 5° eindelijk, dat de wet van 1817 geen 
retroactieve kracht kon hebben , zoodat dien ten gevolge het een- 
maal wettig verkregen eigendomsrecht nimmer naar eene latere 
wet kon worden beoordeeld. Verklaart voor geconfisqueerd, ten 
behoeve van den eischer, alle binnen dit Rijk voorhanden zijnde 
exemplaren, met condemnatie der gedaagden om aan den eischer 
te betalen de somma van ƒ600. — als het bedrag van 2000 exem- 
plaren, en een geldboete van ƒ 200. — , voor de helft ten behoeve 
van de armen van Sneek, en voor de andere helft ten behoeve 
van die van Workum, en in de kosten." 

Van dit vonnis kwamen de beschuldigden in appel bij de recht- 
bank te Leeuwarden, die evenwel, op gelijke gronden, het appel 
vernietigde en de uitspraak van Sneek bevestigde. 

Een dergelijke kwestie kwam in 1839 voor betreftende een 
boekje BijbeUche Hi8torievrage7i , door van den Berg , uitgegeven 
eerst door P. Nijhoft', later (46e druk) door Is. An. Xijhofl* en 
nagedrukt door de wed Daene. Op dezelfde gronden werd de 
nadrukster veroordeeld, eerst door de arroudissements-rechtbank 
te Rotterdam, in appel door het provinciaal gerechtsliof van 



142 GESCHTLLEX. DE VEBEENIGINO. 

Holland, en in hoogste instantie door den Hoogen Raad i. 

Evenzeer om het beginsel , en niet om er geldelijk voordeel voor 
den eigenaar ineo te beoogen , had een jaar of wat vroeo^er de 
Vereeniging zich genoopt gevoeld tot het aangaan van een proces . ook 
een zaak van kopijrecht betreffende, maar van een anderen aard. — 
G. Vervloet had in^en zijner tijdschriften overgenomen, zonder voor- 
kennis van uitgever of auteur, een gedicht van Tollens, getiteld 
Algemeene Bededag y 2 December 18 3 2, uitgegeven door de firma 
M. Wijt en Zoon. De Rotterdamsche rechtbank had het over- 
nemen van dit vers voor nadruk verklaard en den nadrukker ver- 
wezen tot een boete van f 400. — De firma Wijt was natuurlijk 
edelmoedig genoeg geweest om dadelijk na de uitspraak van dit 
vonnis van deze schadevergoeding afstand te doen. 

Eindelijk kwam in 1839 een rechtszaak voor van geheel bij- 
zonderen aard , maar van welker beslissing voor de toekomst veel 
afhing. — H. J. Fievez en G. Vervloet hadden te samen, de 
eerste als redacteur, de tweede als uitgever, in 18Ö6 een tijd- 
schrift opgericht onder den titel van Iris , Bloemlezhig uit buiten- 
landsche tijdschriften, Tn Mei 1838 was deze associatie verklaard 
te zijn ontbonden en was de geheele eigendom van het tijdschrift 
overgegaan op Fievez , die den boekhandelaar H. Nijgh tot ver- 
deren uitgever genomen had. Maar nu verscheen op V* Juni de 
zesde aflevering van den loopenden jaargang, met doorloopende 
pagineering, zoowel bij Vervloet als bij Nijgh, natuurlijk met 
verschillenden inhoud , maar onder denzelfden titel : Iris , Bloem- 
lezirig uit huitenlandsche tijdschrifte7i ^ 9ö jaargang No. 6. De 
vraag was: in hoe ver was dit oorbaar of strafbaar? Mr. F. C. 
Donker Curtius, optredende voor den eischer H. Nijgh, be- 
weerde de strafbaarheid, op grond van het overgegane eigendoms- 



* Den geheelen loop van deze processen vindt men in Het letterkundig 
Eigensdomsregt in Nederland^ uitgegeven bij Gebr. Belinfante, 1865. 



GESCHILLEN. DE VEREENTGING. 143 

recht, waartoe ook de titel behoorde, die vooral bij tijd- en 
maandschriften van groote beteekenis was. Mr. M. J. van Gigh , 
pleitende voor den gedaagde Vervloet , betoogde , dat eischer 
niet kou beweren, dat hij alleen in geheel Nederland bevoegd 
zou zijn om bloemen te lezen uit bnit^nlandsche tijdschriften, en 
dat er voor een bloote compilatie van vertaalde stukken geen 
kopijrecht bestond. De inhoud van beide werken had niets 
met elkander gemeen. En wat den titel betreft , er was geen wet , 
die verbood om een boek- of maandwerk onder denzelfden naam 
uit te geven als een reeds bestaand boek- of maandwerk, en de 
eischer kon zich daarover evenmin beklagen, als bijv. de erfge- 
namen van Wagenaar, indien deze nog het kopijrecht van zijn 
werk bezaten , aan Bilderdijk het recht hadden kunnen betwisten om 
op zijn beurt een Vaderlanfhche Geschiedenis uit te geven. — De 
rechtbank, //overwegende dat het tijdschrift Iris ^ wat de over 
zijnde exemplaren aangaat, aan eischer bij contract was overge- 
gaan ; dat gedaagde wel met de uitgaaf van dit tijdschrift was 
voortgegaan, maar dat er geen inbreuk gemaakt was op eischers 
recht van eigendom ; dat ten opzichte van letterwerken de inhoud 
het wezenlijke en eigenaardige daarvan uitmaakt , en de titel , 
het formaat, de druk, de pagineering, evenmin als alle uitwendige 
versierselen , welke daaraan mochten zijn toegebracht , kunnen ge- 
acht worden tot de innerlijke waarde iets toe te brengen — ontzeide 
den eischer zijn gedanen eisch en condemneerde hem in de kosten. 
Bij de rechtbank te Rotterdam appelleerde de uitgever Nijgh 
tegen deze uitspraak. En met goed gevolg. Zij deed het vonnis 
te niet en veroordeelde Vervloet. Overwegende, /^dat hier, zoo- 
al g^tn nadruk , dan toch in elk geval inbreuk gepleegd was op 
eens anders recht en eigendom , met het kennelijk en opzettelijk 
doel om zich tot dadelijk nadeel van een ander, winst of voor- 
deel te verschaflen; dat het recht der uitgaaf, na ontbinding 
der associatie aan den een, en niet meer aan den ander toebe- 



144 GESCHILLEN. DE VEKEENIGING. 

hoorde; dat de inteekenaren op de Iriê in de war gebracht en 
verdeeld zouden worden en de waarde der uitgaaf daardoor werd 
verkort" : condemneerde den gedaagde in boete en kosten, i 

De Vereeniging bewees met het aanvaarden van al deze kwestiën 
aan den algemeenen handel inderdaad belangrijke weldaden. Zij liet 
beginselen uitmaken, waarin door de wetten niet voorzien was. 
Zij stelde regelen, waar die tót nog toe ontbraken. Het spreekt 
evenwel van zelf, dat deze processen, zelfs ook dan wanneer zij ten 
voordeele van den eischer uitgemaakt werden, vrij wat kosten na 
zich sleepten en op den duur de kas moesten uitputten. Reeds 
vroeger had men daarin trachten te voorzien door een hoofdelij- 
ken omslag. Maar de leden-debitanten , die voor zich zelve daar 
weinig of niets meê te maken hadden, kwamen met reden daar- 
tegen op, en dieu ten gevolge werd in 1837 besloten, dat al- 
leen dan door de Vereeniging een rechtsgeding zou worden aan- 
vaard, wanneer het een der hoofdbeginselen van den boekhandel 
gold, maar dat zij alle overige geschillen, zou laten uitmaken 
door arbiters, die uitspraak zouden doen als in het hoogste 
ressort. 

De volgende jaren zouden leeren, dat deze broederlijke tus- 
schenkotnst, hoe gemoedelijk ook bedoeld, niet voldoende was 
om in handelsgeschillen de rechtbank altoos te vermijden. 



* Ook dit geding is te vinden in Het letterkutvdig Eigendomtft'egt. 



w 



1840 tot 1849. 



BOEKENLIJSTEN. 



Rechts- en Staatswetenschap. 

Nu het drukken van wetten en besluiten, door een arrest 
van den H. Raad van 8 Sept. 1840, algemeen vrij geworden was, 
begon de firma Joh. Noman & Zoon een kloeke en welgeslaagde 
onderneming door herdruk in kompressen vorm van de Staats^ 
bladen van 1813 — 40 (later voortgezet door van Goor en de Jong 
1841—50, 1851—60, 1861—70, samen 60.50). Een derge- 
lijke onderneming deed P. J. van Dijk acht jaar later, in den 
herdruk van de Handelingen der Statm- Generaal. Voorts verschenen 
van V. d. Honert: Formulierboek 15. — , Handb. v. Burg. Regtsvor- 
dering 16. — , Geschiedenis der JFetgeving 10.30, — Tarief van Jusütie- 
kosten en Wetgeving op het Notarisambt , — Voorduijn , Geschied, der 
Wetgeving 8.90 , — Groen v. Prins terer , Bijdragen tot de herziening 
der Grondwet 5.80 , — (Ipzoomer, Aanteekeningm betr, de Grondmeet 
(2e druk 1858, 3e 1878), — Engels, Geschiedenis der Grondwets- 
herziening , — van Assen , Be taal der Grondwet , — Handelingen der 
Staten- Generaal over de herziening der Grondwet 21.10, en een menigte 
kleinere geschriften over dit onderwerp. Uitgaven van verschil- 
lende Wetboekefi: Oudeman, Ned. Wetboeken 11.60 (3e druk 1857, 
4e 1871), — Vernée, Ned. Wetboeken (3e druk 1852, 4e 1858, 

* Herdrukken en reeds genoemde tijdschriften en jaarboekjes worden 
niet op nieuw vermeld. 

10* 



148 BOEKENLIJSTEN. 

5e 1867, 6e 1876), — Oudeman, JFetb, van Burg. Regtwordering 
14.70 (2e druk 1847, 3e 1862, 4e 1875), — Diephuis, Het 
Ned, Burg, Regt. 58.— (2e druk 1856, 3e 1868), ~ Veniède , 
EandL Ned. Wetgeving 19.65, — v. d. Poll, Verz, van JFetten 
6.60, — Asser, Burg. Wetboek 6.60 (2 drukken), — Asser e. a.. 
Wetboek van Koophandel 6. — (2e druk 1863), — van Assen, Burg. 
Wetboek 6.30, — de Pinto , Wetb. v. Strafvordering 7.50, — en 
RegterL Organisatie 3.50, — en verder van v. d. Honert, de AYal, 
Sch ulier e. a. , en een uitgaaf van de Wetboeken door van Hasselt 
18.10, — Martini, Ned. Wetgeving met bijlagen 22.90, — Vogel- 
sang, Handb. voor PlaatseL Besturen 11.60, — G. de Vries Az., 
Wetgevende magt der Plaatsel. Besturen (2 drukken), — van der 
Kemp, Regt van Kantongeregten 5.90 (2e druk 1855, 3e 1870), — 
Nienhuis, Ned. Burg. Regt ^ — de VVitt Hamer, Handb, Kanton^ 
regier 6.80, — van Voorthui jsen , Directe Belastingen^ — Pliester, 
Be Notarieele Wetenschap 5.90 (2e druk 1864), — van Uije 
Pietersen, Handleid. v. h. Notarisambt 13.50 (2e druk 1857, 3e 
1874), — Abbink, Het Zee- en Assurantieregt 23.25 (2e druk 
1846, 3e 1863), — v. Hasselt, Wetgeving Scheepvaart^ — v. d. 
Brugghen , De Eedsleer , — Engels , Gesch. der Bela^üingen , — Gogel , 
Memoriën e7i Correspondentiè'n , — Sandelin , Répertoire et Economie 
politiqne 56. — , Drucker , Staatscrediet ^ — ten Zeldam Ganswijk , 
Bijdr. Staatsbestuur^ — Ciriaci, Regt van Patent^ — Ciriaci, Person. 
Belasting (2e druk 1861), — J. D. Meijer, Consultatieh ^ — de 
Gelder, Handels-overeenkomsten (2e druk 1855), — Potter, Patent- 
boek, — Gerlach , Handb. Dijk- en Polderbestuur , — Hemkes, 
Handb. v. Schoolopzieners, — Nassau, Lager Onderwijs, — de Jonge 
Evertsen , Delits de la Presse , — de Jonge Evertsen , De delictis 
contra Rem Publicam , — Bake , Cicero , De Legibus , — Holtius , 
Historiae Juris Rom. Lineameuta, — Lipman, Constitutioneel Archief, — 
V. Hall, Staat k. Opmer/cingen, — Visseringen Portielje, Tarief sher- 
vormijig in Engeland , — Say , Volkshuishoudkunde , — Droz , Staat- 



BOEKENLIJSTEN. 149 

huishoudkunde , — Lutteriberg , Onderzoek omtrent het Armwezen {"Z 
drukken) , — Groen van Prinsterer , Ongeloof e^i Revolutie (2e clnik 
1868), — Donker Curtius, StacUk. Brieven^ — Roorda, Javaan- 
9che JVetten^ — De Neder l. Indische Wetboeken (bij Noinau). 

Ook vestigden zich de volgende tijdschriften: Oudeman en 
Diephuis, Opmerkingen en Mededeelingen (1845 — 68), — Sloet tot 
Oldhuis , Tijdschrift voar Staathuishoudkunde en Statistiek 5.50 
(1841—73), — De Tijdgenoot 10.— (1842—45), — Themis' Tem- 
pel of Keur van Eegtszaktfi 6. — (1844), — Jiegi en Wet ^ 
Tijdschrift voor het Notaris-ambt 7. — (beg. in 1846), — Gemeente- 
Weekblad voor Burgert. Administratie 6. — (beg. in 1849), — De 
Regtzaaly Ferzam, van Arresten 4. — (1849 — 60), — Scb ulier, 
Politieke Bijdragen 12. — (1847 — 48), — Tijdschrift voor Registratie 
4.80 (1847—65), — Het Regt in Nederl. Indié\ Red. Mr. A. 
Prins (beg. in 1849). — En het Staat- en Staathuishaudkundig 
Jaarboekje 2. — (beg. in 1849), — Gille Heringa, Jaarboekje voor 
de Fosterijen 1.25 (1849—72). 

Genees- en Heelkunde. 

Oorspronkelijk: Tilanus, Schets der Heelkunde 2e druk 2.40, — 
Vrolik, Dubbele misgeboorten 6.50, — De Jonge, Practische Ge- 
neeskunde 8.30, — Vrolik, Ziektekundige Ontleedkunde 11.60, — 
Broers, Observationes Anatomico pathologicae 8. — , Magazijn der 
Ontleedkunde 42.50, — Ermerins, Hippocratis Liber de morbis 
acutis 5.50, — Duparc, Kunst om getieesmiddelen voor te schrijven 
3.60 , — Verhandelingen van het Genootschap voor Genees- en Heel- 
kunde. 22.60, — Beets, Woordenboek van droogerijen 17.50, — 
Holtrop, Bibliotheek voor Genees- en Heelhoide 8.10, — Gobee, 
Pathologische Studim 4.80 , — Hess, Handb. der Oogheelkunde 5.90 , — 
Mensert , Oogheelkunde (onderdeden in kleinere boekjes) , — .Vro- 
lik, De vrucht van den mensch 75. — , Krieger en Polano, Ciinisclie 



150 BOEKENLIJSTEN. 

Heelkunde 13.20, — Bosch, Dijsenter ia tropica 9.50, — Allebé, 
De ontwikkeling van het kind (3e dr. 1865, 4e 1879), — Dassen, 
Krac7ite7i der Geneesmiddelen 8.50, — Arntzenius, Gebreken der 
ürethra 7. — , Pruijs van der Hoeven, Historia Medicanientorum 
4.50, — Moleschott, Physiologie der Voedingsmiddelen 7.80. 

En kleinere werken van van der Deen, Mulder, Guyot, 
Pruijs van der Hoeven, Schroeder v. d. Kolk, Duparc, Verweij, 
van den Broek, Ramaer, Ali Cohen, Groshans, de Vriesè, 
Luijten, Krieger, van Hasselt, de Man, Schoor. 

Vertaald: Bock, Ontleedkunde v. d, mensch 10.80, — Bock, 
Ontleedk, Zakboek 3. — , EUis, Het wezen der krankzinnigheid ^,o^^ — 
Busch, Handb. der Verloskunde 25. — , Duflos, Scheikundige genees- 
middflen o. — , Huf eland, Enchiridion m^dicum 3e druk 10.80, — 
Busch, Be Vrouw 30. — , Fuchs, Ziekelijke veranderingen der huid 
65. — , Plath, Leerb, der Verloskunde 3.60, — Conradi, Algem, 
Ziektekunde 3.90, — Most, Woordenboek der Geneesmidd^lleer 9.60^ — 
Canstatt, Ziekten van den Ouderdom 8.25, — Canstatt, Btjz. Ziek- 
ten- en Genezingsleer 47.50 (2e druk 1857), — Isensee, Geschiede- 
ms der Geneeskunde 6.50 , — Naegele, Leerb. der Verloskunde 
8.90, — Sobernheim, Leer der geneesmiddelen 13.60, — Chelius, 
Leerb. der Heelkunde 3e druk 21. — , Mandl, Ontleedkunde 6 — , 
Chelius , Oogheelkunde 9.50 , — Bourgery en Jacob , Ontleedkunde 
40. — , KarapfmuUer . Materia chirurg ica 7.20, — Chailly, Ver- 
loskunde 6.75, — Bressier, Kinderziekten 6. — , Budge , Alg. Pa- 
thologie 9.40, — Wittstein, Artsen ijbereidk. Pra^paraten 7.25, — 
Siebert en Simon, Alg, Diagnostiek 4.20, — Dieflenbach, Operative 
Heelkunde 16.80, — Stromeijer, Handb. der Heelkunde 10.70, — 
Pereira, Materia medica 15. — , Marshal Hall, Het Zenuwstelsel 
4.10, — Ennemoser, Het Magnetismus 7.20, — Homberg, Ze- 
nuwziekten 5.60 , — Schoenlein , Klinische lessen 5. J O , — B;okitansky, 
Ziektek. Ontleedkunde 17.25, — Meissner, Ziekten der Kinderen 
8.10, — Zehetmayer, Hartziekten 4.50, — Frank, Oorheelkunde 



BOEKENLIJSTEN. 151 

7.30, — Oesterleu, Ge^ieesmiddclleer 12.30, — Heiile, Alg. Ont- 
leedkunde 13.80. — Heiile , Ratimeele Pathologie 4.75, — Vogt, 
Natuurkunde van den mensch 4. — , Ruete, Leerb. der Ophthalniolo- 
gie 10.90, — Valentin, Natuurkunde van den niensch 16.80, — 
Valentin, HandL Phgnologie 5.50, — Tulk en Humfry, Vergel. 
Anatomie 4.80, — Wunderlich , Pathologie en Therapie 50.40, — 
Emmert, Leerb. Heelkunde 31.60, — Coley, Kinderziekten 4.20, — 
Bock, Ziektek. Ontleedkunde 7.50, — Bergmaun , Medicina Foren- 
»is 6.60, — Schurmayer, Handb. Geneeak. Politie S.dO^ — Siebold, 
Handb. geregtel. geneeak. (2e druk 1854). 

En kleinere werken van Leupold, Bock, Troschel , Frank , 
Forget, Scharlau, Jones, Franck, Gonzee, Weatherhead, Po- 
lansky , Duflos en Hirsch , Negrier , Guthrie , Zimmennann , Roser , 
Schlemm, Henoch, Berard, Weiss, Bennett, Frankel, Lisz- 
mann, Thomson, Lessing, Dietl, Paget, Carpenter, Muhlhauer, 
Pereira , J jutzau , Bitter , Remak , Berndt , Marshal Hall , Ben- 
nett , Iwersen , Martin , e. a. 

Een aantal brochures over de Cholera. 

Voorts verschenen de volgende tijdschriften: Archief voor 
Geneeskunde^ uitgegeven door Heije , 6.90 (1841 — 44), — Bijdra- 
gen tot Geneeskundige Staatsregeling^ 3 dln. 10.60 (1842 — 43), — 
MolFs Tijdschrift voor Geneeakunde ^ voortgezet door \N'ehlburg 
5.55 (1843), — Kliniek. Tijdschrift voor wetenschappelijke Genees- 
kunde^ uitgeg. door Gobee 4. — (1844 — 49), — Journal inédici- 
nal de la Neirlande 8. — (1844) , — Nie^iw Archief voor bin- 
nen- en buitenlandache Geneeakunde , door van Deen 4.80 (1845 — 
51), — Het Repertorium. Tijdschrift voor de Geneeskunde^ door 
Rienderhoft' en Hekmeijer 6.50 (1847 — 56), — Nederlandsch 
Tijdschrift voor Ferloskunde , Ziekten der Fronteen en der Kinderen , 
door Broers en van Goudoever 6. — (1847 — 63), — Natuur- en 
Geneeskundig Tijdschrift van Netrlands Indië (beg. in 1844), — 
Magazijn voor Vee artsen ijkunde ^ door Numan en Wellenbergh, 



152 BOEKENLIJSTEN. 

nieuwe serie 4.20 (1849 — 50). — En het Geneeskundig Jaarboekje 
1.40 (1842 — 54), — }i^i Nieuw Statistisch Geneeskundig Jaarboekje ^ 
door Ali Cohen 2.90 (1847 — 54), en de Almanak voor Studenten 
aan Geneeskundige Scholen 2. — (1849 — 52), vervolgd door Almanak 
voor Studenten aan Klinische Scholen (beg. in 1853). 

Natuur- en Wiskundige wetenschappen. 

Natuurkunde. 

Ontijd, Grondkrachten der natuur 2.40, — Natuur k, leerhande- 
lingen der Maatschappij van Wetenschappen (begonnen in 1799), — 
Dumeril, Grondbeginselen der Natuur k. Wetenschappen (vert.) 12. — , 
Snell, Phil. beschouwing der Natuurwetenschap (vert.) 1.50, — van 
den Berg, Grotidbeginselen der Natuurkunde 4.20, — von Humboldt, 
Kosmos {vert,) 26.80 (2e druk 1864), — Pouillet-MuUer , Handb, v. 
Physica en Meteorologie (vert.) 5. — , von Poppe, Natuurkunde (vert.) 
2.50, — Harting, Het Microscoop 15.75, — Uilkens, Volmaakt- 
hedmi van den Schepper 2e druk (door Kaiser , Beima , van der 
Hoeven , van Hall , Matthes , wier werken op hun rubriek gebracht 
zijn) 37.50 1, — Mason, Schepping door tusschenkomst (vert.) 
2.25, — Sporen van de natuurlijke geschiedenis der schepping (vert.) 
5. — , Buijs Ballot, Physiologie van het onbewerktuigde 2.70. 

Tijdschriften: Bulletin des Sciences physigues et naturelles en 
Hollande^ Red. par Miqiiel , Mulder et Wenckebach 6. — (1838 — 
39), — Natuurkunde, Tijdschrift voor Physica^ Chemie, Pharmacie , 
Natuurt, Historie enz., uitgeg. door het Gen. tot nut en genoegen 
(1844—59). 



* Uilkens, evenals vroeger Marti net, predikant, had de natuur uit 
een wetenschappelijk en godsdienstig oogpunt beschreven. Twintig jaar 
na 's schrijvers dood meende de uitgever Suringar het plan van diens 
werk te moeten overnemen, diens naam als een hulde daaraan toevoe- 
gende, maai* OA'erigens elke afdeeling ter nieuwe bewerking opdragende 
aan een vakgeleerde van erkende verdienste. 



BOEKENLIJSTEN. 1 5 S 

Scheikunde. 

Lehmann, Zakboek der Scheikunde (vert.) 3.60, — Mulder, Schei- 
kundige anderzoekiïigen 31.75, — Millard, Scheikunde ten algemeen en 
nutte (vert.) 2.20, — Duflos en Hirsch, Landbouwk, Scheikunde 
(vert.) 1.75, — Mulder, Phyaiologische Scheikunde 17.50, — Pre- 
senius, Qualitative Scheikunde (vert.) 2.50, — Duflos en Hirsch, 
HuPihoitdk. Scheikunde (vert.) 1.90 , — Liebig, Betoerktuigde Scheikunde 
(vert.) 3.80, — Kuchler, Scheikunde en faóriekicezen (vert.) 6.60 , — 
Wöhler, Betoer kt. Scheikunde (vert.) 1.25, — Liebig, Brieven over 
Scheikunde (vert.) 3.60 (2e dr. 1860), — Johnston, Lanc^ouwschei- 
kunde (vert.) 2.40, — Wöhler, Ofibeioerkt. Scheikunde (vert.) 1.50 
(2e druk 1872), — Mulder, Populaire Scheikundige lessen 1.60, — 
Girardin, Scheikunde voor den beschaafden stand (vert.) 7. — (2e dr. 
1850, 3e 1868), — Geregtelfjke Scheikundige miderzoekingen., — Yre- 
senius, Quantit. Scheikundige ontledingen (vert.) 5.20, — Knapp, 
Scheik. Technologie (vert.) l.oO, — Stfickhard, Scheikunde {wevt.) 
4.50 (2e druk 1860), — Pösselt, Analytische Scheikunde (vert.) 
2.70, — Millard, Grondbeg. der Scheikunde (vert.) 1.50, — Mar- 
chand, Beteer ktuigde Scheikunde (vert.) 2.80. 

Kleinere geschriften van Buijs Ballot, Elsner, Kopp. 

Tijdschriften, Chemisch Fharmaceutisch Archief , uitgeg. door 
de Vrij, Eickma en v. d. Vliet, 6. — (1840 — 41), — Tijdschrift voor 
Schei- en Artsenijbereidkunde ^ door Haaxinan 6. — (1844 — 45)» 
voortgezet onder den titel van Tijdschrift voor Wetenschappelijke 
Pharinacie 4.50, (1849 — 67) en Nieuto Tijdschrift enz. 4. — (beg. 
in 1868). 

S ter r e k un de. 

Kaiser, Micrometer metingen 2.20, — Miss Taylor, Maantafels 
(vert.) 3.60, — Beima, Df annulo Saturni 5.25, — Baudet, 
Systèrae Planetaire 12.50 , — Janse , Co7istrnctie van Zonnetoijzera 



154 BOEKENLIJSTEN. 

i 
i 

2.25, — Kaiser, Sterrehindig jaarboek (beg. in 1846) — Kaiser, i 

De Sterrenhemel 12.— (2e dr. 1850, 3e dr. -1860), —Kaiser, 

j 

Beschrijving v. d. Sterrenhemel (Uilkens) 7.50. 

Kleinere werkjes van Uitendijk , Herschell. 

Zeevaartkund e. 

Van Cleeft', Catechismus der Zeevaartkunde 2e druk 1.40, — Roest, 
Het Marine-stoomtoerktuig 8.70, — v. d. Spek Obreen , Zamen- 
stelling van Zeilschepen 8.50 , — Lecomte , Practikale Zeevaart- 
Xr?/wfi?^ 43.50, — Huijgens, Kennis van het Scheeps-stoomtoerktuig 16. — , 
Thom, Be aard der Stormen 6.30. 

Tijdschrift toegeicijd aan het Zeewezen^ 2e reeks. Red. Pilaar 
en Obreen 5.50 (1833—51). 

Wiskunde. 

Scli roder , Meetkundige bepaling en , Verzameling van nieuwe wiskun- 
dige voorstellen van het Genootschap Onvermoeide arbeid^ — Stamkart, 
Verticale snelheden ^ — Speijer, Tafels van Logarithmen 2. — . 

Kleinere geschriften van Croll , Eitelwein , Stamkart. 

Tijdschriften: Bijdragen ter beoefening der zuivere Wiskunde 
(1829—34), — Magazijn voor Rekenkunde 1.10, (1829—35), — 
Magazijn voor Stel- en Meetkunst 2. — , (1832 — 35), — Bijdragen 
tot de beoefening der ge^oone Cijferkunst (1833 — 40), — Tijdschrift 
voor de Wis- en Natuurkunde^ Red. van der Weijde 2.60 (1841 — 
43), — Nieuic Tijdschrift voor Itekeii-^ Stel- en Meetkunst 2. — 
(1847—50). 

N a t u u r 1 ij k e Historie. 

Schlegel, De Diergaarde van Natura Artis Magistra 2.251. — 
Vrolik , Recherches sur Ie Chimpansee 24.75, — Ver Huell, Handl. 



* De oprichting der dierentuinen in de hoofdsteden van Europa bracht 
er niet weinig toe bij, dat de dier- en plantkunde algeraeener dan vroe- 
ger in beoefening kwam. 



BOEKENLIJSTEN . 155 

fooor terzamelaara van Vlindtra 1.25, — V. d. Hoeven, Natuur L 
geschiedenis van den Neg&rstam 8.45 , — Snellen van VoUeuhoven , 
Handl. schadelijke Insecten 1.40 , — Schlegel , Les oiseaux (tEurope 
4. — , De Diergaarde te Parijs 14.40, — Bamaer, Dierlijke ver- 
mogens 2. — , Snellen v. Vollenhoven , Bijdragen tot de Fauna van 
Nederland (beg. in 184P). 

Molkenboer en Kerbert, Flora Leydensis 5. — , Miqnel, Mono- 
graphia Cycadeorum 4. — , de Vriese, Plantae novae Indiae Bat, 
3.60, — van Hall, Handboek der Kruidkunde 2.90, — Miquel, 
Sgstejfia Piperaceorum 9.90. 

Kleinere geschriften van Bminsma, von Schubert, van 
Hoven, Fresenius. 

Tijdschriften: Nederl. Kruidkundig Archief^ uitgeg. door de 
Vriese, Dozy en Molkenboer (beg. in 1846), — De vriend van 
den Landman^ verzameld door Enklaar (1837 — 73) en toen ver- 
eenigd met den Boeren-goudmijn ; De Boer en-raadg ever (1839 — 42) , — 
Maandschrift voor Tuinbouw 3. — (1846 — 52), — Landbouio- Courant 
8. — (heg. in 1847), — Magazijn voor Landbouw en Kruidkunde 
6.50 (1848—76). 

Uilkens, Faderl. Landhuishoudkunde 3.30, — Uilkens, Handb. 
Ned. Tuinbouw 3. — , Korte, Leven van Thaer (vert.) 2. — , Lobe, 
De Landman (vert.) 2.85, — De Geldersche Bouwhof ^ — Richard- 
sou Porter, De landbouw tusschen de Keerkringen ^.S^ ^ — van Laar, 
Magazijn van Tuinsieraden 43.20 (2e druk 1831, met 192 platen), — . 

Tijdschrift van Alg. Kunsten en Wetetischappen ^ inzonderheid 
voor Land- en Tuinbouw^ Red. Uilkens en Teenstra 3. — (beg. in 
1848), — En Landhuishoudkundige Almanak 0.25 (184^4.-70), — 
Ahnanak voor Landbouwers en Veehoeders Q. '6^ (h^gonn^Vi\\\ 1847), — 
Almanak voor den Landman , door Staring 0.30 (beg. in 1848) l. 



* In 1873 zegt de uitgever dat van dezen almanak 14.300 exx. geplaatst 
worden: in 1875 16.000 exx. 



156 BOEKENLIJSTEN . 

Geologie. 

Van Hall, Geologie 3. — , Leouhard, Geologie (vert.) 30.75, — 
Beima , Beschrijmng v, d. Aardbol (Uilkens). 

Kleinere werkjes van Leonhard , Staring. 

Waterbouw- en Werktuigkunde. 

Storm Buijsing , Waterbouwkunde 32. — , De Geus , JFaterweeg- 
kunde 2.60, — van Hall, Kennis der Locomotiven 16. — , Bast, 
Schets der Technologie 4.60, — Mohr , Werktuigkunde v. d. Apotheker 
(vert.) 5. — , Conrad, Verspreide Bijdragen 2.50, — Van Diggelen, 
Droogmaking der Zuiderzee 5.10 , — Jaarboekje voor Kunsten en Weten- 
schappen ^ door Bleekrode, 5.40 (1847 — 50). 

Kleinere geschriften van Venema. 

Verhandelingen c. h. Kon, Instituut voor Ingenieurs (beg. in 1848). 

Bouwkunde. 

Penn, Handb. d, schoone Bouwkunst 13. — , Brade, Bouwkundig 
Handboek 2e druk 25. — , Storm van 's Gravesande , Handboek der 
Bouwkunst 16. — (3e druk 1863), — Tetar van Elven, De vijf 
Bouworden 4.80, — Servaas de Jong, Gothische Bouwkunst 6. — . 

Tijdschriften: Tijdschrift van het Gen, ter bev, van Nijverheid 
te Onderdendam (184*1 — 42), — Bouwkundige Bijdragen^ ^^ door 
de Maatsch. ter bev. der Bouwkunst (beg. in 1842), — Bouw- 
kundig Magazijn (1843 — 56), — Tijdschrift voor Handel en Nijver- 
heid 12. — (1844 — 47), — Algemeene Nijverheidscourant ^ Weekblad 
(1848 N° 1—26). 

Godsdienst en Wijsbegeerte. 

statenbijbel bij Hoogkamer, 18.30, — Mulder, Bijbel voor de 
Israëlitische jeugd 11.90, — Radijs, Bijbel voor de jeugd 8.75, — 



BOEKENLIJSTEN. 157 

Mevr. V. Meerten , Kinderbijbel 3.20 , — Frentbijbel^ (Noorduijn 
en Noman) 7.80 i. 

Neander, Het kven van Jezus 7.20, — da Costa, P'oor lezingen 
tegen Strausê 8. — , de Greuve, Critiscke verdediging tegen Slrauss 
11.80, — Kist, Het Proteatantach Kerkgezang 2. — , v. Senden, 
Verdediging van Bijbel en Openbaring 12.10, — van Balen Blan- 
ken, Be Jood onder de keidenen en in zijn vaderland 8.40, — 
Hagenbach, Het wezen der Hervorming 34.70, — van Willes, 
BijbeUche uitlegkunde 12. — , EUendorf, Zedeleer en Staatkunde der 
Jezuieten 3.60, — Folmer, Aanteekeningen op de Evangeliën 4.50, — 
Pareau , Hermeneutica Codicis Sacri 4.80 , — Pareau , Initia Insti- 
tutionia Ckriatianae moralia 4. — , van Heusde, Initia Philosgphiae 
Platonicae 7.50, — Boy aards, Geach. Chriatendom in de middel- 
eeuwen 3.60, — Colenbrander, De vier Evangeliën 3.60, — 
Nösselt, Het leven van Jezus 12. — , Polak, De vijf boeken Mozea 
10. — , Buchmann, Symboliek 6. — , da Costa, Foorlezingen O. 
Testament 7.95, — Bretsclmeider , Godadietiatige Geloofsleer 5.90, — 
Blaupot ten Cate, Oorsprong der Doopsgezinden 5.75, — Heringa, 
Opera exegetica 5.50, — Hiifl'ell, De waarheid is uit God 3. — , 
Scholten, De leer der Herv. Kerk 7.50, (4e drnk 1870), — 
Ab Utrecht Dresselhnis, Bijbelsche uitlegkunde 8. — , Ullmann, 
De Hervormt s voor de Hervorming 4.80, — Hemsterhnis , Oeu- 
vres philosophiques 7.50, — van Oosterzee, Handel, der Aposte- 
len 4.75, — Hofstede de Groot, De opvoeding van den mensck 
9.50, — van Dissel, Flavius Josephus 4. — , van Oosterzee, Het 
leven van Jezi4s 22. — , (Ie druk 1846, 2e 1863), — Mensinga , 



» In 1845 besloot het Nederlandsch Bijbelgenootschap te doen drukken 
20000 exx. van het Nieuwe Testament en 6000 exx. van den geheelen 
Bijbel overeenkomstig de Staten-oveizetting, maar volgens de toen ge- 
bruikelijke taal en spelling, en die voor een geringen prijs te doen uit- 
geven bij Blussé & Comp te Dordrecht. 



158 BOEKENLIJSTEN . 

De ver eer ing van Maria 8.40 , — Vinke , Lidri Symbolici 4.90 , — 
Opzoomer, De leer van Gody — Scholten, Opzoofner^s Godgeleerd- 
heid^ — da Costa , Paulua 8.75, — Opzoomer, De gevoeUUer van Oos- 
ter zee 5. — , Ahrens, Grondbeginselen v Menach- en Zielkunde 5.60, — 
Vinke, Het N, Testament 20.80, — Niermeijer, Echtheid van Fau- 
lus"* Brief B^ezers 3.90, — Schenkel, Christendom en Ongeloof 
3.90, — Statius Muller, Heriyimr, Gesch, Kerk 4.90, — 
Koorders, Het leerstelsel der Herv. Kerk 11.60, — Fockens, De H. 
Schrift d. O. Ferbonds 4. — , da Costa, Het Evangelie van Lucas 
4.75, — Thiersch, Het oordeel van het ongeloof 4.75, — Stirni, 
Verdediging des Christendoms 5.90, — MoU, Veth, Domela Nieu- 
wenhuis e. a. Bijbelsch fFoordenboek 26.50. 

Kleinere werken van Strauss, Jordan, Capadose, Laan, 
V. d. Hoeven en Tmmink, Hazelhofl', v. d. Willigen, Aebli, 
Dieper, Max Geibel, Tholuck, Bonman, Wijs, Gieseler, Ten- 
kinck, Le Roy, Young, Coquerel, Sartorius, Hohlenberg, Bauer, 
v. Oordt, Gallé, Liernur, Kurtz, Teenstra, Stuff ken, Carp. 
Alting, Wallman, Boerman, Koster, EUendorf, Umbreit, Doedes, 
Jeiitink, Schleyermacher , Baur, Hettinger, Thoden v. Velzen, 
V. Heijningen, Fockens, Huftell, Lisco, Ab Utreclit üresselhuis. 
Polak, Schmid, Ewald, Scholten, Witkop, Lentz, Ullmann, Hof- 
stede de Groot, Parcau, Opzoomer, Krause, v. Koetsveld, Foc- 
kens, Domela Nieuwenhuis , Schultens, Herbst, v. Dogteren, 
Ebrard, Comte, Timmer, v. Hengel, Burger, Albrecht, Maurice, 
V. Bemmelen, Erdmann, Groen v. Prinsterer, Coquerel , des Amorie 
V. d. Hoeven, Loman, de Wette, ZuUig, Fleming, Rutgers v. 
d. Loeft', Francken, Roorda, Goguel, Meijboom , J. v. Vloten, 
Harting, Schefier. 

In 1841 een aantal brochures tegen het concordaat. 

In 1845 een aantal, wel 50, over Ronge en den heiligen 
rok van Trier, en een aantal tegen de jezuieten en tegen de 
roomsche kerk , die alles behalve van verdraagzaamheid getui- 



I BOEKENLIJSTEN. 159 



gen , en meerendeels door kleinere boekverkoopers uitgegeven i. 

Tijdschriften: Be Evangelische Kerkbode 4. — (1840 — 51) — 
Be Katholieke Kerkhervanning ^ uitgeg. door Muller, Czerski , Ronge 
e. a. 3.95 (1845 — 47), — Jaarboeken voor Wetenschappelijke The- 
ologie 8. — (1845 — 56), — Godadieyiatig Weekblad en Kerkelijke 
Courant 5.50 (1847 — 51), — kerkelijke Courant ^ Weekblad voor 
de Nederl. Herv. Kerk ^ Red. H. M. C. van Oosterzee en Kits van 
Heijningen 6.50 (beg. in 1847), — Repertorium voor buitenlandsche 
Theologie 8. — (1848 — 52), — De Fakkel^ Protestantsch Folkablad 
5.— (1848—64). 

En het Handboekje voor de Zaken der R. Kath. Ëeredienat 1.25 
(beg. in 1847), — Jaarboekje voor de Doopsgezinde Gemeenten 1.90 
(1840—50). 

Stichtelijke ielctuur. 

Baxter, De eeumge rust der heiligen 3.90, — Zwingli, Het hui- 
selijk leven 3.90, — Uhden , Leven van Wllherforce 3.25, — Lu- 
blink Weddik , Bloemlezing uit Luther 6.35 , — Böckel , Het leven 



* Gelijk, bij voorbeeld, de drie bij J. C. J. Raabé uitgegeven brochures: 
Het Jezuitenboekje (waarschijnlijk door Johannes Ronge), 0.60. 

Motto: Gelijk lammeren zijn wij binnengeslopen, gelijk 
wolven regeren wij, gelijk honden zal men ons 
verdrijven, maar gelijk arenden zullen wij ons 
weder verjongen. 

De Jezuit, Franciscus Borgia. 
De Jezuitenpest. De Jezuiten en het Jeziiitiamus sedert 1814, 0.30. 
Roomsche Mysteriën^ beschreven door een ooggetuige, L. v. B. Duitsch- 
Katholiek, naar het Hoogduitsch door G. van H. Rongiaan, 

Motto: Et les abbés règnent toujoui*s!? 
en menigte van dergelijk gehalte, die toen niets goeds uitrichtten, veel 
kwaad stichtten en alleen winstbejag ten doel hadden. 



160 BOEKENLIJSTEN . 

vaji Jezus 6.60, — Tjaatsman, Beelckngalerij van geloovigm 3. — , 
Beets, Het leven van van der Palm^. — , Strauss, Kerkklokatoonen Ze 
druk 4.751, — Fockens, Salomo'' s Spreuken 6. — , RoyaardLs, Evan- 
gelieicoorden 3. — , Steiger, De verloren zoon 8. — , Carpentier Al- 
ting, Hendrik en Maria 3 60, — Heldring, De Bijbel en de 
meyisch 6. — , Strauss, Heions Bedevaart 2e druk 7.20, — Huflell, 
Eén ding is noodig 5.80, — Corstius, Eubiosis 5. — , Tholuck, De 
weg des heils 6. — , Zschokke, Mijn leven ^ denken en werken 5. — '^ , 
Swiers, Het hdl in Christus 3.90, — Roussel, Huiselijke god9- 
dienstoe/ening 4.40 , — van Koetsveld , De Vriend der kr anken 
3.75 (3e druk 1854), — James, Geschenk van een ChriMelijk 
Vader 4.40 3, — James, Het Huisgezin 3.60, — Bretschneider , 
Godsdienstige geloofsleer 5.90, — Bretschneider, Licht en l-even 
5.50 , — Hasebroek , Thomas a Kempis Navolging van J. C, 3. — , 
van Spall, De mensch in de wereld 3. — , EUis , Pligt en roeping der 



' Door dezen 2en druk , uitgegeven door den toen zoo gevierden Jonathan 
(J. P. Hasebroek), kwamen de werken van Friedrich Strauss weder in den 
smaak. JJe Kerkklokstoonen beleefde een 5en druk in 1858, Helon's Bede- 
vaart een 3en druk in 4860, De doop in de Jordaan een 3endruk in 1863. 

3 Zschokke's werken (1844 — 57) maakten een verbazenden opgang. Mijn 
leven ^ denken en werken (1844) kreeg in 1860 een 4en druk, Mijn om- 
zien in de wereld (1848) in 1856 een 5en druk, Christelijk Hidëboek 
(1849) in 1855 een 2en druk, Uio Huisboek (1849) een 4en di'uk, een 
volksuitgaaf in 1854, die in 1861 haar 15e duizendtal aankondigde, Uren 
aan de Godsdienst gewijd (1819 — 25) een 6en druk in 1871 , Stichtelijke 
Uren (1854) een 7en druk in 1862, Ziet opwaarts een 4en druk in 1865 
(zijnde een bloemlezing uit de Uren., door Reinhold verzameld). — Tien 
jaar later was Zschokke weer zoo uit de mode, dat de kopijrechten in 
1874 voor een appel en een ei verkocht werden. 

* James' werken: Bestuur en aanmoediging (1841), Geschenk v. e, 
Christ. Vader (1844), Hei Hulsgezin (1844), De weg des Geloofs (1853), 
De Christ. Belijder (1855), Vrouwelijke Godsvrucht (1855) hadden een 
groot debiet. Sommige werden herdrukt. 



BOEKENLIJSTEN. 161 

Frouto 3. — (;^e — 5en druk), — van Koetsveld, Be Oudejaarsavond 
3.— (6e druk 1874), — De Gfisparin, Het Huwelijk 7.90, - 
Claus Harms, De Evangeliedienaar 3. — , Mijiister, Christelijk ge- 
loof en /^tf»"8.80, — Goud schaal, Christelijke Mengelingen 3.30, — 
Zschokke, Mijn omzien in de wereld 3.50, — Ëwald, Christelijk 
Zondagsboek 3.50 1, — llasebroek, De God des hemels en de her gen 
6. — (3c druk 1856), — Muntendam, De lijdende Heer 3. — , 
Zschokke, Christelijk Huisboek 4.90, — Zschokke, Uw Huisboek 
5.10, — Zschokke, Uren aan de Godsdietist gewijd 3e druk 25. — , 
Ikets, Stichtelijke Ure^i 19.20 (1848—51) 2e druk 1854, 3e 
JS72)2, Nieuwe reeks 12.60 (1858—60). 

Leerredenen van MoU, Sonstral, v. Heijningen, Heringa, 
V. d. Groe , Radijs , Spijker , van der Palm , v. Oosterzee 3, Moo- 
lenaar , Huet {Sei-tnons) , W. A. v. Kampen , Clarisse , Molhuizen , 
Vinke, van Senden, v. Staveren, Temooij Apel, v. Bemmelen, 
Mensinga, v. Bossum, Huurling, Tromp, v. Doom, Beets, v. 
Hengel, Paniel, Domela Nieuwenhuis, Krummacher, Boskes, 
Ditmar, Corstius, Nijhoft', Storm, v. Balen Blanken, Ewald, 
Swiers, Begeman, van Rhijn, Toewater, Dermout, Laatsman, 
Hallo, van Leeuwen, Hasebroek, des Amorie van der Hoeven, 
des Amorie v. d. Hoeven Jr. (4e druk 1858), Gezelle Meerburg, 
Muller, Entz, v. d. Willigen. 

Kleinere werken van Capadose, . Radijs, Daub, v. d. 
Groe, Beneken, Polman, Prins, P. Mastenbroek , Sikkel , Lublink 



* Ewald's werken waren zeer gezocht: Zouiaffshoek werd herdnikt in 
1847, Christelijke Opwekking (1846) kreeg een 3en druk in 1855, Men- 
schenbestemming (1846) 2en druk in 1854, Gelijkenissen (1845) 3en druk. 

* In 1872 werd het kopijrecht van de kompl. Sticht. Uren ^ mei AIO exx. 
van dezen Ben druk, verkocht voor f 3762. — . 

* De eerste bundel Leerredenen vei'scheen in 1846. Sinds volgden zij 
elkander op in vei*schillende bundels, met steeds klimmend debiet. Van 
1871 — 76 werden zij gezamenlijk herdrukt in 12 deelen 10.80. 

11 



162 BOEKENLIJSTEN. 

Weddik, Domela Nieuwenhuis , James, Clark, Schrant, v. Koets- 
veld, Scheltema, Ewald, Ditmar, Engels, Bretschneider , Lavatcr, 
Swalue, Reinhardt, v. d. Velde, Nork, Heiiiichen, Heldring, 
Eockens, Laan, v. d. Trappen, Frenkel, Eelicê, Looman, 
Boerman, Bruinier, Mevr. v. Meerten, Busch Keizer, v. Balen 
Blanken , Monod , Bruinses , Roelants , y. Hei jningen , Kohlbrugge , 
Zschokke, Pike, Stockhardt, de Liefde, Reiche, Gom te, Cla- 
risse, Berghege, de Wal, de Gasparin, Koethe, v. Senden, Ie 
Roy, V. Spall, Herbert, Rutgers v. d. Loeft', Arndt, Amshofl', 
Visser , Josset , de Chatelain , Penning , Boeseken , Mason , The- 
remin , Knapp , Witkop , Rocher , Zwaagberg , Charlotte Elisabeth. 
Voorts verschenen de volgende t ij d s c h r i f t e n : 
Godsd. tractaatjes v, jonge lieden (1841 — 5J3) , — De Protestant. Tijd- 
schrift voor Bijbelkennis en Godsvrucht 2.30 (1841 — 55) , — De. Kathjo- 
lieh. Godsdienstig Maandschrift (beg. in 1842), — De Frotestantschu 
Zendingen onder de Heidenen 0.60 (1842), — Theophania. Bijdra- 
gen tot bevordering van wetenschap en deugd 2. — (1842 — 46), — 
De Gids der jeugd. Godsdienstig wetenschappelijk tijdschrift 1.80 
(1842 — 46), — Bijbelsch Dagschrift. Godsdietistige overdenkingen. 
4.80 (1842 — 56), — Bijbelsch Magazijn voor de jeugd (begonnen in 
1842), — C. Schmid , Christelijk Tijdschrift voor de jeugd (beg. 
in 1842), — De Handhaver der Hervormde Godsdienst 2.60 (181*3 — 
46) , — Het Mannakruikje. Verzameling van geestelijke lectuur voor 
Christenen 2.60 (1843 — 53), — Bijdragen ter bevorderifig van Chris- 
telijk leveti^ door Amshoft' en Muurling 0.80 (1844- -67), — 
Paarlen des Bijbels ter bevordering van Bijbelkennis en Godsvrucht bij 
de jeugd 3. — (1845), — Christelijk Album. JFoorden van stichting 
in onze huiskamer '6. — (1846 — 69) 1, — De Vereeniging. Christelijke 



* Het Christelijk Album dankte zijn ontstaan aan den algemeen heer- 
sclienden smaak voor stichtelijke lektmn*, waaraiin vooral te gemoet ge- 
komen werd dooi' de uitgaaf van ])reeken en godsd ienstifi^e boeken. De 



BOEKENLIJSTEN. 163 

Siemmen. Red. Heldring 6. — (1846 — 68), — Maria en Martha. 
Lectuur voor Chriêten Vrouwen en Moedera 8.60 (1846 — 56), inet 
het Bijblad Moeders schoot 1.50 (1846 — 69), — Leerredenen uitge- 
geven ter Bevordering van Evangelische kennis 1.20 (1846 — 69), — 
Preken^ uitgegeven om Evangelisch licht te verspreiden 1.20 (1846 — 
62), — Christelijk Zondagsblad. Red. Swiers 2.60 (1846—55), — 
Berigten aangaanile de uitbreiding van Gods Koninkrijk 1.20 (beg. 
in 1847), — De Godsdienstvriend 1.80 (184S— 58), — Evan- 
geliespiegel. Maandschrift ter aankweeking van den godsdienst des 
harten 1.80 (1848 — 70) 1, — De Kinderkerk. Verzameling van kin- 



uitgever meende, dat een verscheidenheid van kleinere stukjes, en wel 
in eenigszins losser stijl, bij maandelijksche afleveringen verschijnende, 
het publiek welkom zou zijn. Dat bleek. Vooral ook door middel van 
colportage, een nog zeer weinig gebruikten maatregel iri die dagen, klom 
het debiet in het tweede jaar tot ruim 5000 exemplaren. Maar wat op- 
merkenswaardig en een staaltje is, hoe zonderling soms ondernemingen 
in de wereld komen, is dit, dat het Christelijk Album de twee eerste 
jaren gedreven en geschreven werd, met medewerking van den uitgever, 
door jongelui aan het Haarlemsch gymnasium en door jonge literatoren, 
vrienden van den uitgever, die in het schrijven van dergelijke gemoede- 
lijke tafereeltjes behagen vonden. Als proef kon dit een tijdlang goed 
gaan ; maar zoodra dat geheim mocht uitlekken , zou het gezag verloren zijn. 
Met het derde jaar zocht het Album alzoo een bekend predikant als re- 
dacteur en de medewerking van een aantal collega's. — Een groote aan- 
trekkelijkheid van het Christelijk Album waren ook zijn met zorg ge- 
kozen staalgravuren , die door de inteekenaren als plaat op groot papier 
aan den wand gehangen, of als vignet tegenover den titel geplaatst 
konden worden. 

Deze uitgaaf kostte van 1846—57 /•58.899.— ). In fondsveiling 1857 
bracht het kopijrecht, met ruim 6000 afzonderlijke deelen , een som van 
f 7000. — op. Door concun-entie was het debiet toen al aanmerkelijk gedaald. 

* 1857 Red. Meijboom, 1867 Maronier, in 1871 vereenigd met het 
Godsdienstig Album, De Evan geliespiegel telde in 1857 ruim 1100 in- 
teekenaren. 

11* 



1 



164 BOEKENLIJSTEN. 

dtrpreken 1.20 (1848 — 57), — Algemeen Christelijk Zondagsblad 
1.25 (1848), — De Weergalm 8.-- (1848—54), — Bro^derlijkf 
Woorden^ door Knap 1.30 (1849 — 50), — EvaHgeliebodc. ^ door 
Doedes 1. — (1849 — 54), — Leerredenen voor Eoangelische Chris- 
ten(?n^ doon' Luthersche Predikanten 1.20 (1849 — 56), — Folksmaga- 
zijn voor burgei' en boer Red. de Liefde 4. — (1849 — 60), — ITft 
Zmidagsblad (1849), — Christelijk Museum 6.— (1849 — 56). 

En de jaarboekjes: 

Volksalmanak voor Roomsch- Katholieken 0.30 (1840 — 46), — Chris- 
tophilus. Christelijk Jaarboekje 8.60 (1841 — 47), — Woorden uil 
den Bijbel voor eiken dag des jaar s 0.20 (beg. in 1842), — Eukl^ria. 
Christelijk Volksboekje 0.90 (1844), — Christelijke Volksalmanak 
0.60 (1844—76), — Christelijk Jaarboekje 0.75 (1844), — Volks- 
almanak voor tijd en eeuwigheid. Red. Heldring 0.60 (1848 — 51), — 
Bijbelsche Almanak^ iii^eg. door het Tractaat-Genootschap 0.10. 

Omstreeks 1848 trad de zoogenoemde moderne richting meer 
ojienlijk op en gaf aanleiding tot menigte van wetenschappelijke 
strijdschriften en stichtelijke lektuur in dien geest. 

Geschiedenis. 

Algemeene en buitenlandsche Geschiedenis. 

Riedel, Alg. Geschiedenis 19. — , Jost, Alg. Gesch. des TsraèUtischen 
Volks 17.20, — V. Rotteck, Wereldgeschiedenis 10. — , Hennes, Ge- 
schied, der laatste 2b jaren 9. — , Clavel , Gesch, der Vrijmetselarij 
9. — , Kugler, Gesch. v. Frederik den Groote (met 360 illustratiën) 
22. — , V. Limburg Brouwer, Cesar en zijn tijdgenooten 14.50, — 
Eijlert, Willem. III Koning van Pruissen 16.35, — Dozy . Historia 
Abbadidorum 8. — , Sporschill , Gesch. v. d. ^^j ar ig en oorlog 6.50, — 
Birch, Leven van Lodewijk Philips 13.40, — Alison, Gesch. v. h. 
Spaansche Schiereiland 7. — , Welter , Wereldgeschiedenis 7.30, — 



BOEKENLIJSTEN. 165 

Geschiedenis der oorlog m in Europa sedert 1792 17.20, — Hermes, 
Gesch. van Europa ua 1830 6. — , Hagen, Gesck. v, i. jong sten tijd 
12.50 1, — Lamartiuc, Gesch, Fransche Omwenteling 6.50, — 
Carlyle, De Fransche Omtoenteling 10.80 (2e druk 1870), — Polak, 
Jlg, Gesch. der fTereld 50.80, — Eug. Gerrits, Biographisch Iland- 
woordenhotk 10.20 '^, — voii Raumer, Be Ferem, Staten^ van N. 
Amerika 6. — , de Stuers, De Nederlanders in Sumatra 10.80. 

Kleinere werken van Burck, d'Auzon de Boisminait , 
TeenstRi, Rijneveld, Janssen, Pol, Engelbrecht, Clausewitz, van 
VoUenlioven , Depping, de Snperville, Guizot, Becker, v. Asch 
V. Wijck, V. d. Heijden, Eox, Eyre, Regnault, van Hengel, 
Hoflmann, Veegens, Riedel, Sprenger v. Eijk, Saint Hilaire, 
J. D. Meijer, van Heusde, van Dijk, Walraven, Juijnboll, 
Weeda, Grosse, Montliolon, Appers, Graau de la Barre, Klosz, 
Capefigue, Scheltema, Lauts, Schotel, Witkamp, K. Waclisman, 
Christiau, de Beer, Nolan. 

In 1848 een aantal brochures en verzen over de Fransche 
revolutie. 

Vaderlandsche Geschiedenis. 

Arend, Alg. Geschiedenis des Vaderlands 3, — v. d. Eijnde en 
v. d. Willigen, Geschied, der Ned. Schilderkunst 22.75, — Groen v. 
Prinsterer, Geschiedenis des Vaderlands 12.10 (2e druk 1852, 4e 1875), 



* Voor Nederland vrij bewerkt door Prof. Bosscha. 

'In het prospectus van dit werk, dat een degelijke bewerking belooft 
te zijn, klaagt de uitgever, M. H. Binger, over het fabriekmatige van 
zcx)veel ondernemingen (1845) en ^dat het publiek met Magazijnen , Mu- 
seums, Woordenboeken, Tijdschriften en Maandwerken van allerlei aard 
als overstroomd wordt." 

' Plan van den uitgever J. F. Schleijer. Dl. III 2 tot III 5 door O. van 
Rees en W. G. Brill; iV door J. van Vloten. Met de Ie afl. van het V 
deel , bij den dood van van Vloten , gestaakt. 



166 BOEKENLIJSTEN. 

De Nederlanden door Nede^rlandera geschetst 10. — 1, De Nederlanden. 
Karakterscïietsen 20. — 2^ Immerzeel, Levens der Ned, Kunstschilders 
1 8. — 3 ^ Jj. p. C. V. d. Bergh , Gedenkschr. Ned. Geschiedenis 9.80, — 
V. d. Vijver, Geschiedk, beschrijving v, Amsterdam 18. — *, v. d. 
Kemp , Maurits van Nassau 13.40 , — Het leven van Willem 1 9A. — ^ , 
Bosdijk (J. V. d. Capelle) , Beleg en verdediging van Haarlem 1 1.20 ö, — 
Hermans, Bijdragen en Geschiedk, Mengelwerk N.-Brabant 20. — , 
Rob V. d. Aa, Oud Nederland 21.60, — liouman, Geschied. Gel- 
der sche Hoogeschool 8.90, — v. Lennep, Voorn, geschiedenissen van 



* Met houtgravuren door Ilollandsche kunstenaat*s geteekend en ge- 
graveerd. 

* Met gravuren van II. Brown, naar teekeningen van Ilollandsche 
kunstenaai's. 

* Imrnerzeel, De levens en iverken dey* HoUandschc en Vlaamsche 
Kunstschilders^ Beeldhouwers enz. was een onderneming, die, bh'jkcns 
het prospectus, met groote voorliefde door den letterkundigen en kunst- 
lievenden dichter-uitgever op het touw gezet werd. Het plan onderscheidt 
zich ook hierdoor, dat het alleen het kunstenaarsleven en niet het i»pri- 
vative" leven der schilders geven wil en tus.schen de 200 tot 300 jïor- 
tretten bevatten zal, niet in staal of koper gegraveerd, dat hot werk 
veel te duur zou maken, maar in hout. ))Te goeder uur", zegt Immer- 
zeel in zijn prospectus, »werd mijn oogmerk gelukkig in de liand ge- 
werkt door de thans tot eene verbazende hoogte gevoerde kunst om op 
hout te graveren, zóó los, geestig en schoon, dat hare voortbrengselen 
met de fraaiste etsstukken wedijveren kunnen. Daar in Holland deze 
kunst intusschen nog niet zoo ver gevorderd is, dat hare producten reeds 
eenen zweem gekregen hebben van wat wij in de geïllustreerde Fransche 
edities van Don Quichoite , Molière^ Gilhlas en van andere werken be- 
wonderen, heb ik het raadzaam gevonden de vervaardiging der benoo- 
digde portretten , aan de voornaamste houtgraveurs te Parijs oj» te dragen." 

* Met houtgravuren door HoUandsche kunstenaars geteekend en gegraveerd. 

* Met 130 platen en portretten, get. door H. F. C. ten Kate en op 
staal geëtst door J. P. Lange, meest in den tekst gedrukt. (Uitg. K, 
Fuhri, die ook voor den schrijver gehouden wordt). 

* In roman tischen vorm. 



BOEKENLIJSTEN. 167 

Noord-Nederland 11.50 1, — Acker Stratiiigh , Aloude Staat des 
Faderlands 15. — , Schimmelpeiminck , Rutger Jan Schinwulpenyiinck 
7.40, — Ilofmaun Peerlkamp, De vita et inoribuê Schimmelpen- 
nitick ^ — Ver Huell, Leven van Ver Huell 9.40, — v. d. 
Maaten, Geschied, der Nederlanden 10.80, — de Stuers, Vestiging 
der Nederlanders op Sumatra^ 10.80, — Houig, Geschied, der 
Zaan landen 12. — , v. d. Aa, Biograph. Woordenboek Ned. Dichters 
13. — , Oor vin Wiersbitzky, De ^^jarige oorlog der Nederlanders 
(vert.) 43.50 2. 

Kleinere werken van Clemens, Hermans, Fockema, Scho- 
tel, V. Kampen, Veegens, Verster, v. Halmael, des Amorie v. 
d. Hoeven, v. Groningen, Fockema, v. Hall, Abbing, Eng. 
Gerrits , van Til , Verweij , Jjeemans , Magnin , Koenen , Bei- 
jer, de Wal, Bnddingh, Sloet tot Oldliuis, Lichtenberg, Zee- 
man, Janssen, Berg v. D. Muilkerk, Portielje, Tydeman, Groen 
V. Prinsterer, Vreede, MoU, de Superville, v. Asch van Wijck, 
Swalue, Scheltema, Tadema, Visscher, v. Limburg ïirouwer, 
Cramer , Noordziek , v. d. Ende , Oltmans , Ludeking , Dirks , 
Bcijerman, Engelen, Meijlink, Bodel Nijenhuis, v. d. Schaaff, 
Smith , Bosdijk , Diest Lorgion , de Stuers , Djtósen , v. Swieten. 

T ij d s c 11 r i f t e n : Polgmnia^ of Bhemefi op het veld der Geschied- 
en Aardrfjkskimde geplukt 6. — (1812), — Historisch tijdschrift^ 
uitgeg. door L. G. Visscher (beg. 1811), — Tijdschrift voor 
Munt- en Petining kunde , door v. d. Chijs, 4. — (1833 — 45). 

Kerkelijke Geschiedenis. 
Sack reuter , Gesch. d. Christ. Godsdienst en Kerk (vert.) 7.25, — 



* (Ie druk 1846, Ce 1879.) liet kopijrecht van den 5en dr. werd, met 
enkele exx., in 1876 verkocht voor /* 4052.55. 

' Vertaald naar het onuitgegeven Iloogduitsche handschrift, en met 
oorspronkelijke platen en portretten, vervaardigd door llollandsche mees- 
ters (Uitgiuif van M. II. Binger 1844). 



168 BOEKENLIJSTEN. 

Glasius , Geschied, der Kerk f ia de Hervorming 11.25, — Genthe , 
Leven van Lutlter (vei't.) 12. — , Neander , GescU. der Ckrisó, Kerk 
(vert.) 9. — , Moll, Gesck. der eerste Christenen 9. — , ter Haar, 
Gesch, der Kerkhervorming 6. — 1, Ranke, De Pausen (vert.) 13. — ^ 
Baird, Kerkel. geschied, N. Amerika (vert.) 6.50, — Neander, 
Gesch, Christelijk leven (vert.) 6.30 — Sporscliill, Gesch. der Kruis- 
togteti (vert.) 6.50, — Coquerel , I)e Kerken der JFoestijn (vert.) 
9. — , Glavel, Gesch. der Godsdiensten (vert.) 12. — 2^ Henry , 
Het leven van Calvijn (vert.) 7.20, — Neander, Gesch. der Chris- 
tel. Godsdienst en Kerk (vert.) 40.80, — Kist, Nederl. Bededagen 
11. — , Dowling, Geschied, der Roomsche Kerk 6.60, — Hagen- 
bach, De Christ. Kerk in de zes eerste eeuwen 8.70, — Delprat, 
De Broederschap van Geert Groote 3. — , Kurtz, Kerkgeschiedenis S.bO 
(2e druk 1873). 

Kleinere werken van Royaards, Busch, Witkop, Glasius, 
Blaupot ten Cate, Söltl, v. d. Meer v. Kufleler, üiest Lorgioii , 
Halbertsma, Kist, Bretsclineider , Tryxel, Neudecker, Sprenger 
V. Eijk, Julius, Hoffraann, Weil, v. Heijningen, Ullmann, 
Marheineke, IJzenbeek, da Costa, Ab Utrecht Dresselhuijs , 
Bruinses, Bungener, Gruneisen. 

Archief voor Kerkelijke Geschiedenis^ door Kist en Royaards 
(1829 — 4<0), vervolgd als Nederlandsch Archief v. Kerkel. Geschiede- 
nis (1841 — 49), voortgezet in Nieuw Archief {IH^2 — 54) en in 
Kerkhistorisch Archief^ door Kist en Moll (1855 — 66). 



* Van 1844 — 49 verschenen van dit werk vier drukken, en in i853 
een 5e, goedkoope editie. 

* De fraaie staalplaten waren van dit werk het lokaas, even als van 
do Geschiedenis der Vrijmetselarij van dcnzelfden schrijver. In het pro- 
spectus wordt dit werk met onbe tam el ijken ojihef, als van zeldzame de- 
gelijkheid aangeprezen en de bestaande werken, zooals dat van Picart, 
voor wsmakelooze compilatiën, die even zoovele dwalingen als i*egels be- 
vatten", uitgemaakt. 



BOEKENLIJSTEN. 169 

Aardrijkskunde. 

Land- en Volkenkunde. Reiabeschrij ving. 

Van Senden, Bijhd-Atlas 15.80 (2e druk 1866), — v. Kam- 
pen, De Aarde 3e druk 8.40, — Da vis, China en de öhineezeih 
11. — , Zweerts , Gezigten in Amerika^ met staalplaten van Barllett 
48. — , Zacharia en v. d. Smissen, Ilandb. der Aardrijkskunde 3.80, — 
Paynes Universum^ met staalplaten 1843 — 50 48. — , Uandwoor- 
dettö. der A/{/. Aardrijkskunde 5.75, — Buddingh , NatunrL Aard- 
rijkëheschrijving 6.90, — Buddingh, Statistiek voor Handel en Nij- 
verheid 21.45, — Beijer, Leerb. der Aardrijksbeschrijving 11.20, — 
Warren, Engelsch Tndiè'6.6b^ — Waterman, Bijbelsche Aardrijks- 
kunde 3.80, — Muller, Bijdragen over Sumatra 3.10, — v. Vliet, 
Bijdragen kennis der O. Ind. Bezittingen 10. — , Teenstra, Beschr. 
Ned. O. Ind, Bezittingert 6.80, — Laut«, Japan 3 45, — Lauts , 
Bali en de Balineezen 3.50, — Java^ Land- eft Zeetogten 15. — , 
Kohl, De Britsche eilanden 7. — , Kramers, Geogr, Statist. Hand- 
boek 16. — , Knijpers, Panorama der bew. Aarde 12. — , v. d. Aa, 
Neerl. O. Ind, Bezittingen 20.75, — Olivier, Tafereel van O, 
Indië 6.85 1. 

Kleinere werken van Mendel, Leemans, Beniett, Hel- 
dring en G raadt Jonkers, Selberg, v. Meerten, Littrow, van 
Geuns, Kussendrager , Houwen, de Sturler, Ab Utreclit Dressel- 
huis, Boers, Krecke, Bergsma, Binzer, Bodel Nijenhuis en 
Eekhofl*, Nassau, Korthals, van Straten Ponthoz, Kommers, v. 



^ Voor jongelieden. Op verzoek van den uitgever Beijerinck, in 1840, 
bewerkte de schrijver zijn in 4836 uitgegeven grooter werk in een losser 
vorm ten behoeve van het jeugdig geslaclit, ))opdat dit", zegt het pro- 
spectus, pal spoedig bekend mogt worden met het schoone, bloeijende 
land, dat ons thans meer dan ooit dierbaar moet zijn, m\ het, in den 
verwarden fmancieelen toestand van ons dierbaar Vaderland, onzeéónige 
sleun en hoop is." 



170 BOEKENLIJSTEN. 

d. Aa, Posthumus, Merle d'Aubignd, Bisschop Greveliuk, Veth, 
Bassler, v. d. Burg, Prescott, Sinneth, v. d. Smissen, Kau en 
Dikhuizen. 

Reisbeschrijvingen van Demidoff, 's Graven weert, de 
Sturler, Ackersdijck, Ruschenberger, Hood, Christ, Meijen,Knep- 
pelhout, Weede, Ereth, Boelhouwer, v. Baaien, Rausse, Ver- 
Huell, van Senden, v. Lennep Coster, La Mérie, Koekkoek, 
Ritter, Dickens, Davids, Gurney, Yonng, Visino, Beucker 
Andreae , Kohl , Protesk , v. Staveren , Busch , Derschau , Mau- 
villon, Rellstab, Grant, v. d. Hoeven, Polak, des Amorie v. d. 
Hoeven, Dijkema , Ritter, Kennedy, Engelen, Selberg, Kapjjel, 
V. Gheel Gildemeester, Adrian, üethmar, v. Herwerden, Brooke, 
Bryant, v. Hoevell, Scherer, Ziegler, Mofter, Mac Farlaue, 
Dijkma. 

Voorts de tijdschriften: De Globe. Keur van Reisverhalen 
7.20 (beg. in 1841), — Bijdragefi tot de kennis der NederL en 
vreemde Koloniën^ bijzonder tot de vrijlating der slaven 4. — (18-1«4 — 
47), — Tijdschrift voor Ned. Tndiè\ uitgeg. door v. Hoëvell, voort- 
gezet door Bleeker 13. — (beg. in 1838) l, — De Indische Bij. 



^ Dit tijdschrift, vroeger te Batiivia uitgegeven, werd in 1849 naar 
Nederland overgebracht bij de firma v. B. Hoitsema te Groningen, later 
sinds 1870 bij Joh. Nonian & Zn. te Z. Bommel. 

Enkele bijzonderheden, getrokken uit de biogi'afie van Dr. P. Bleeker, 
{Jaarboek der Kon. Academie van Wetenschappeti 1877) vinden hier 
een plaats. Zij zijn een eigenaardige bijdi'age tot de geschiedenis van de 
wetenschappelijke pers in Ned.-Indië. Dr. Bleeker zegt daar van zichzelv': 

»Een der punten op wetenschappelijk gebied waarover ik mij al kort 
na mijne aankomst in Indië verbaasde (1842), was het volstrekt ontbre- 
ken aldaar van eenig tijdschrift voor de geneeskundige en natuurkundige 
wetenschappen, en ik besloot te trachten een zoodanig tijdschrift in het 
leven te roepen. Ik was zoo gelukkig in mijne poging te slagen en reeds 
in 1844 te doen verschijnen den eersten jaargang van het Natuur- en 



BOEKENLIJSTEN . 171 

Geneeskunduj Archief van NedmHandsch Indic. Zooals mijne nederige 
positie toen meêbiticht, stond op den titel de toenmalige chef van den 
geneeskundigen dienst, P. J. Godefroy, als hoofd en mijn persoon als 
laatste lid der redactie. Het bleef echter slechts in stand tot het jaar 
1847, toen ik wegens verplaatsing naar Samai-ang mij niet meer met de 
redactie kon belasten, en anderen niet te bewegen waren de redactie op 
zich te nemen. 

»Met de oprichting van dit tijdschrift was blijkbaar een nuttig werk 
verricht. De bijdragen bleven niet achterwege, en de lust tot onderzoek 
en tot het openbaar maken van de uitkomsten er van, wei'd bij genees- 
en natuurkundigen er niet weinig door opgewekt. Toen de uitgave weitl 
gestaakt hadden vier lijvige boekdcelen het licht gezien." — 

Met van Hoëvell's vertrek uit Indië (1848) hield ook het Tijdschrift 
voor Nederlandsch'Indic op te Batavia te vei'schijnen , om op Nederland- 
schen bodem te herleven. Het Bataviaasch Genootschap deed niets meer 
van zich liooren. Eensklaps scheen alle wetenschappelijke werkzaamheid 
in Indië uitgedoofd. — Ook bestond er geene gelegenheid meer eenige 
wetenschappelijke bijdrage door de periodieke pere publiek te maken. De 
eenige jKirticuliere drukkerij in Indië was die van het Bataviaasch Ge- 
nootschap , en na de raoeielijkheden tijdens van Hoëvell met die drukkerij 
ondervonden, wilde niemand zich blootstellen aan mogelijk verdere bot- 
singen met de regeering, door het beheer der drukkerij op zicli te ne- 
men. Van Hoëvell had gepoogd der pers eenige meerdere vrijheid te 
verschaffen , en werd door het Gouvernement daarom gewantrouwd en 
gedwongen te repati'ieeren. 

De regeering, die met leede oogen de te niet gegane tijdschriften had 
zien werken, meende nu zelve den stoot te moeten geven tot de op- 
richting van een nieuw wetenschappelijk tijdschrift. Het Indisch Archief 
van J. A. Buddingh had aan dien prikkel zijn ontstaan te danken, doch 
bleek weinig levensvatbaar te zijn. Het kon zijn twee eerste kinderjaren 
niet overleven. 

Het kortstondig bestaan van de Indische wetenschappelijke tijdschrif- 
ten was vooral daaraan toe te schrijven geweest, dat zij werden uitge- 
geven door bijzondere personen. Hun bestaan was afhankelijk gebleken 
van het in den regel zeer tijdelijk verblijf der redacteurs op Batavia. En 
daar de personen, die geschiktlieid en lust hadden eenige redactie op zich 
te nemen, zeer gering in getal waren, stond elk tijdschrift uit den aard 
der zaak op losse schroeven. Bovendien kon van alleen staande personen 



172 BOEKENLIJSTEN. 

niet verwacht woixien de aanstoot tot samenwerking der krachten op 
een bepaald doel. De aard der Indisch-Eiiropeesche maatschappij bracht 
met zich, dat niemand te Hatavia van eene uitsluitend wetenschappelijke 
betrekking leefde. Wie er zich nog aan de wetenschap wijdde, was in 
de eei"sto plaats ambtenaar of officier of koopman , en kon slechts be- 
schikken over den tijd door dienst , bureel of kantoor vrijgelaten. 

Tot verzekei'ing van een beteren en vasteren gang op het gebied 
der weienschap moest dus een andere weg worden ingeslagen. Die 
weg werd als van zelf aangewezen door de geschiedenis van het Bata- 
viaasch Genootschap. Die instelling, in 1778 gesticht, had reeds een meer 
dan zeventigjarig bestaan achter zich. Het had de moeielijke tijden van 
1780 en 1810 doorleefd, jaren lang een kwijnend bestaan gerekt en nu 
en dan zelfs jaren achtereen niets voortgebracht. Maar het was blijven 
bestaan, en zijne werken, hoe ongeregeld en traag soms elkander opvol- 
gende, vormden eene doorloopende onafgebroken reeks van toen reeds een 
twee en twintigtal deelen. — Het had de eei*st een halve eeuw later 
opgerichte tijdschriften allen overleefd — omdat het was een genoot- 
schap, niet volstrekt afhankelijk van een enkel individu of van enkele 
personen. 

Maar de ondervinding had geleerd, dat het Bataviaasch Genootschap 
niet bij machte Wïis het geheel der wetenschap te omvatten, zonder na- 
deel voor enkele takken. De tijden waren veranderd en verdeel ing van ar- 
beid was gebleken noodig te zijn. In het begin van de tweede helft der 
eeuw waren toereikende ki'achten in Indië aanwezig, om van de oprich- 
ting van zusterinstellingen naast het Bataviaasch Genootschap goede 
uitkomsten te mogen verwachten. De vier jaren bloei van het Natuur- 
en geneeskundig Archief hadden bewezen, dat althans eene instelling 
uitsluitend aan de natuurwetenschappen gewijd, alleszins kans op levens- 
vatbaarheid zou aanbieden. Mannen als F. Junghuhn, J. K. Hasskai*l, 
C. M. Schwaner, H. Zollinger, P. A. Baron MelVill van Carnbee, H. D. A. 
Smits en nog enkele anderen, die toen in Indië bloeiden, stonden daar 
als zoovele waaiborgen dat het aan stof tot den opbouw en het in stand 
blijven van een genootschap . voor de natuurwetenschappen niet zoude 
ontbreken. 

Deze overwegingen waren de aanleiding tot de oprichting van de 
Koninklijke Natuurkundige Yereeniging in Nederlandsch-Indië , waartoe 
in Juli 4850 werd besloten. Dat zij vruchtbaar werkte getuigen de 22 
deelen van haar Tijdschrift en de 8 deelen Verhandelingen, die zij in het 



BOEKENLIJSTEN. 173 

eerste tienjarig tijdvak van haar bestaan , tevens het laaMe van Dr. 
Bleeker's verblijf in Indit^ (die haar president was), het licht deed zien. 

Het glansrijk slagen der Natuurkundige Vereeniging reeds dadelijk 
na haar optreden had eene algeroeene opwekking op wetenschappelijk ge- 
bied ten gevolge. 

Het Bataviaasch Genootschap meende bij de jeugdige zuster niet te 
mogen achterblijven. Reeds in 1849 had Bleek er voorgesteld eene reor- 
ganisatie van het Genootschap, waarbij het gesplitst zou worden in af- 
deelingen aan bijzondere groepen van wetenschappen gewijd, maar dit 
plan was toen als niet uitvoerbaar verworpen. Van dit oordeel was men 
reeds eenigermate teruggekomen na de vestiging der Natuurkundige 
Vereeniging en nadat de plannen gerijpt waren en tot uitwerking kwa- 
men tot oprichting van afzonderlijke Tijdschriften aan de Geneeskundige 
én Rechtswetenschappen gewijd. Maar voor het Genootschap zelve was 
de tijd toen voorbij, om het geh^Ȏl der wetenschap te blijven omvatten. 
Het Genootschap achtte het toen zijn taak, zich meer uitsluitend te be- 
wegen op het gebied der Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch- 
Indië en verwante takken der wetenschap. Het Indisch Archief was 
na een tweejarig bestaan zijn voorgangers gevolgd, en het Genootschap 
besloot, zélf een Tijdschrift op te richten gewijd aan de Indische Ethno- 
logie en Linguistiek. Ruim een vierde eeuw na de oprichting bloeit dit 
tijdschrift nog onverzwakt en werpt nog steeds ruimschoots vruchten 
af (1876). 

Het voorbeeld door de beoefenaar der natuui*wetenschappen gegeven, 
werd door de Geneeskundigen gevolgd. 

In 1852 kwam tot stand de Vereeniging ter bevordering der genees- 
kundige Wetenschappen in Nederlandsch-Indië. Ook deze besloot tot hot 
uitgeven van een Tijdschrift, dat sedert onafgebroken is blijven besüian 
en thans reeds een aantal deel en telt. 

De Natuurkundige Vereeniging besloot in 1853 het initiatief te nemen 
om der nijverheid in Indië een hoogere vlucht te geven, door het in 't 
leven roepen van eene Tentoonstelling van nijverheid en landbouw te Ba- 
tavia, waarvan weder het gevolg was de oprichting eener Maatschappij 
van Nijverheid. Den 2**«" December 1853 kwam die Maatschappij tot 
stand, en kort daarna vei-scheen ook de eerste aflevering van haar Tijd- 
schrift, onder redactie van D'. P. BI eek er. Maatscha|)pij en Tijdschrift 
zijn thans nog in leven en bloei, maar in een cenigszins anderen vorm. 
De Maatschappij is gesplitst in afdeelingen, die later zelfstandige iririth- 



174> BOEKENLIJSTEN. 

Tijdschrift voor de kennis der Nederl, Folkplantin/^en y door Blume 
en Veegens 8. — (18 4^2 — 44), — Bijdragen tot de TaaU^ Land- m 
Volkmhinde van Nederl. Indiè\ uitgeg. door het Kon. Instituut voor 
Taal-, Land- en Volkenkunde (beg. in 1843), — Le Moniteur 
dea Indes (1845—47). 

Encyclopedische werken, Taalkunde, Onderwijs. 

Wat deze betreft, ook voor 1840 — 49 hebben wij alleen mee 
te deelen de volgende weinige titels: 

Woordenhoeh in vier talen (Fuhri) 24.50 (door Calisch) 1, — J. van 
Wijk Rz., ^Iff. Woordenboek voor jonge lieden 25. — , Sprenger v. 
Eijk, FaderL Spreekwoorden 7.90, — do Jager, Ferscheidefikeden 
Taalkunde 3.40, — Meijer, Taalk, Verhandelingen ^ — Brill , IIol- 
landsche Spraakleer 6.60, — Alb. Thijm , Ned, Spelling ^ — Chan- 



tingcn zijn geworden en eenigszins gewijzigde namen hebben aange- 
nomen. 

Van Hoëvell, benoemd tot lid van den Raad van State, meende de 
redactie van het Tijdschrift voor Nednüandsch Indië te moeten neer- 
leggen. Dat tijdschrift had toen reeds meer dan het viei-de eener eeuw 
hestaan. In Indië had het den stoot gegeven tot een verhoogd gees- 
telijk en wetenschappelijk leven. In Nederland overgeplant was het 
krachtig opgetreden voor de belangen van Nederlandsch Indië en had niet 
minder krachtig bijgedragen tot de wijziging van koloniale staatkunde 
in een vrijgevigen zin. De liberale partij wensrhte het tijdschrift in stand 
te houden, en haar hoofden, vooral van Hoëvcll en Thorbecke, haalden 
Dr. Blceker over, na van Hoëvell de redactie op zich te nemen. Deze 
nam die taak gedurende vier jaren op zich en gaf haar toen in handen 
van prof. P. J. Veth, die haar later overgaf aan den heer van Soest. 

* Een oorspronkelijk plan van den uitgever, waarvoor hij een geheel 
nieuwe non-pareil letter deed gieten. Er moesten 90CK) lettei's op éè.no. 
bladzij staan, zevenmaal zooveel als op een gewoon gr. 8°, terwijl elk 
vel van 46 pag. slechts tegen 14 ct<?. berekend werd. 



r 



BOEKENLIJSTEN. 175 

guion, Be Ned. Taal in Z. Afrika^ — Kramers, Kumttooordentolk 
9. — (3e druk 1863), — Jonckbloet, Ge»ch. d, Middeln. Dicht- 
kunst^ — Jonckbloet, Middebifd. I^ische. Versbauw 2. — . 
Voorts verschenen de volgende tijdschriften: 
De Unie ^ uitgeg. door de Onderwijzers-vereeiiiging in Zuid- 
Holland 1.40 (1842), — Wetenschappelijk Tijdschrift voor de studie 
der Faedagogie 2.60 (1843), —2>Ar Schoolhode 4.80 (1843—47),— 
De Leerschool. Tijdschrift voor Ktoeekelingen 2. — (1 844 — 48) , — 
Nederlandsch Tijdschrift voor onderwijs en opvoeding 2. — (1844 — 
66) , — De Wekker. Weekblad voor liet onderwijs en de opvoeding 
4. — (beg. in 1844), — Magazijn voor Nederl. Taalkunde 2.50 
(1S47 — 53), — De Volksschool. Tijdschrift voor jeugdige onderwijzers 
2.30 (1847 — 56), — Archief voor Nederl. Taalkunde^ verz. door de 
Jager (1847—56). 

En het Jaarboekje voor Uooger-^ Middelbaar- en Lager Ofid&noijs ^ 
door Buddingh 1.80 (1843—46). 

Algemeene oude en nieuwe Letterkunde. 

Dion. Chrgsostomi Olynip.^ ed. Geel 5. — , v. Limburg Brouwer, 
Grieksche Mythologie 1 .80 , — Tydemaii , Oost. West. en Noordsche 
Mythologie 2.20 , — HuUeinon, Duridi Samii quae supe^rsunt 2.80 , — 
Iliilleman, Symbolae litterariae 6.60, — Hof manu Peerlkamp, 
Firgilii Aeneis 10. — , Ekker , Tlutarchus 1.80, — Bake , Sco- 
lica Hypomnemata 6.40, — Hofmanii Peerlkamp, Iloratii Epistolae 
3. — , Mahne, Supplem, ad Epistolas Rhunkenii 1.20, — Miscellanea 
philologica 2.50, — Spakier en Heemskerk, Oude Letterkunde^ — 
D. J. V. Lennep , Hesiodi Theogonia , — Tregder , Gesch. der Gr. 
en Hom. Letterkunde. 

Juynboll , Letterk. bijdragen , — TiUlofs , Zam&nspraken van Eras- 
mus y — Klikspaan (Kneppelhout) , Studententypen (Ie druk 1841, 
3e 1872, 4e 1876), — Kneppelhout, Tn dm vreemde ., — v. Kam- 



176 BOEKENLIJSTEN. 

pen. Verhandelingen,, — Geel, Het Proza ^ — v. Kampen, Jihm- 
lezing Iloogd. Letter hmde ^ — v. L. Brouwer, Een Ezel en eenig 8j)eel- 
goedy — M. de Vries, IloofCa Warenar ^ -^ M. de Vries, I)er 
Leken SpiegJiel 1, — Lulofs, Handb, Ned. Letterkunde^ — de8 
Amorie v. d. Hoeven , Redevoeringen , — Schrant , Redevoeringen , — 
Halbertsma, Letterk. Naoogst^ — Jean Paul, Beelden m ge- 
dachten^ — Veestens, Bloemlezing Nederl. Prozaschrijvers^ — v. d. 
Palm, Ferhandelingen ^ — M. C. V. Hall, Gemengde Schriften^ — 
Lulofs, De declamatie^ — Klikspaan, Studentenleven (Ie druk 
1844, 3e 1873, 4e 1876), — Duizend en. een nacht. Arabische 
Vertellingen,, met 2000 houtgravuren, (bij C. v. d. Post Jr. 181^7) 
23.20 2, — Duizend en. een Nacht,, in het Javaansch vertaald door 
Roorda 21. — . 

Dichtkunst. 

Da Costa, 25 jaren ^ — Meijer, De Boekanier (2e druk 1847, 
3e 1861, 4e 1873), — ten Kate, Bgrons Gjouwer,, — Jacob 
V. Dam, N, Gedichten,, — Beets, Ada van Holland, — Beets, 
Proza en Poëzy , — ten Kate , Ahasverus , — Potgieter , Liedekens 
van Bontekoe,, — Tollens, Verstrooide Gedichten. — Hofdijk, Eg- 
niond,, — Hirschig, Oude liefde^ naar Tibullus ,, — v. d. Hoop, 
Columhus^ — Engelen, Zedel. Vertoogen van Horatius,, — v. Zeg- 
gelen , De Valkenvangst , — V. d. Bergh , Eric XIV,, — ten 
Kate, Zangen des tijds ,, — v. Someren, De St. ElisaèethsnacAt ,, — 



' In 1843 vestigt zich de Vereeniging ter bevordering van Oud-Nederl. 
letterkunde, w^iarvan de uitgaaf van Dei* Leken Spieghel de eei*ste 
vrucht was. Later volgden : van Maerlant, Dboec van den Haute (door 
Tideman), Roman van Karel den Groote (door Jonckbloet) , Der Mi mum 
Loep (door Leendertz), Romati van Walewein (door Jonckbloet), van 
Maerlant, Leiden van St. Franciscus (door Tideman). 

' Herdruk van de vroeger bij Gebr. Diedei'ichs verschenen uitgaaf. 



BOEKENLIJSTEN. 177 

V. Halmael, De Schitringers en Vetkoopers^ — Helv. v. d. Bergh, 
De Nichten^ — ten Kate, Maria Magdalena^ — Groen v. Prin- 
sterer , Faderl, Zangen , — v. Lennep , De Bouwkunst , — Span- 
daw , De invloed des gevoels , — Hofdijk , De Bniidsdans , — da 
Costa, Bilderdijlcs Ondergang der eerste toareld^ — Pruimers, Rijmen 
2e druk, — Schipper, Engelin^ vergeet mij niet. — Foi'tiscJie 
Bibl. Duitsche Dichters : Schiller s en Goethes Werke ' , — Bloe- 
men uit den lusthof der Fad. Foëzij (2e druk 1 853 , 3e 1 862 , 5e 1 869 , 
6e 1877), — van Lennep, De slag hij Coevorden^ — v. Zeggelen, 
Een avondpartij , — v. d. Bergh , Bijrons Zeeroover ^ — Leesberg , 
Herdersdichten^ — Loosjes, Dramatische Dichtwerken ^ — v. Goe- 
them , Miltons Verloren Paradijs y — Greb , N. Gedichten^ — Lentz, 
Christelijke Gedichten ^ — V. Zeggelen, De Ridder en de Dame ^ — 
Tollens, De Ovencintering ^ geïllustreerd 2 , — v. d. Kasteele, 
Dichtwerken, — Raven, Dichtlooveren ^ — B. Janssonius, Lentehla- 
den, — Schipper, De Lieretnan^ — Alberdingk Tliijni , Drie Ge- 
dichten ^ — M. de Vries, Cats* Dichtwerken 28. — (1843 — 54), — 
Helv. V. d. Bergh, Ilieronymus Jamaar ^ — Sifflc, N. Gedichten^ — 
V. d. Bergh, Edmunds Mandoline ^ — Lesturgeon, Verstrooilingen y — 
ter Haar, Huibert en Klaartje^ geillustreord (3e druk 1858), — 
Hei je , Kinderliederen op muziek, — Arend, Fingal^ naar Ossian^ — 
Engelen , Staatshervormeti. ^ — da Costa , Al/on&us I 2e druk , — 
Wijsman, Lenteloover , — v. Zeggelen, Lach en Ijtiim (3e druk 
1851), — V. Lennep, Ruwaardes Geertruiday — • ten Kale, Le- . 
genden en Mengelpoëzy ^ — Alb. Thijm, De Klok van Delft ^ — da 
Costa, Feestliederen 2e druk, — Alb. Thijm, Legenden en Fhan- 
tasiëh^ — V. d. Broek, De Schipbreuk ^ — Hei je , Sprookjes uit de 



' Nadnik (Schultze & Voermans). 

' Niet geïllustreerd 5e dnik 1851, 11e 1879. Dit pedicht versclieen 
het eerst inde werken der Iloll. Maatsch. van fraaije Kunsten en Weten- 
scha|»j>en, als bekroond prijsgedicht, in 1819. 



178 BOEKENLIJSTEN. 

oiide doosy — vaii Leniiep, Nedcrl. Legend^^n (3e druk 1865), — 
Bijbehche Frouwen , Dicht,^rlfjk AUmm (2e druk 1853, 3e 1869), 
met sfcaalgravuren \ — Schimmel, Twee. Tudors^ — da Costa, 
Poëzfj 2e druk, — da Costa, WaclUer^ Wat is er van deti netcht^ 
— da Costa, Zangen^ — Meijer, Heemskerk (2e druk 1860, 3e 
1873) , — Tollens, Een Bedelhrief , — ten Kate , Parijs^ — Beeloo, 
Gods oordeel en y — da Costa, 164«8 m 1S48, — Spandaw, Vooruit- 
gang , - - Beeloo . 1572, 1672, 1772, — ten Kate, IJet Juni-opro^r^ — 
V. d. Bergh. Ken Dichthundd voor mijn Vaderland^ — liirscllig, Verha- 
len in foëzg ^ - - Boxman, Blik op Europa^ —- Mcsschert, De Gondm 
Bruiloft, geillustreerd (niet geill. 3e druk 1855, 4e 1876), — 
Schimmel, Gondehald, — Tollens, Laatste Gedichten, — ten 
Kate, De Uurgerdamscli^ Visschers, — Hofdijk, Een Knnstenaars- 
idylle , — Alb. Thijm, Palet en Harp ^ — Hofdijk, De Jonker van 
Br ederode ^ — Schimmel, Joan Wouters, — Schimmel, Giovanni 
di Prodda , — Mtisschert, Nagelaten Gedichten, — ter Haar, De 
St. Panlusrots (drie drukken spoedig na elkaar). 

Romans en Verhalen. 

Clemens , Srhetseti en Verhalen , — Clemens , Herinneringen en 
Ontmoetingen , — De Vries , De Atheist , — Honig , Cathurina 
Hermans, — Bosdijk, De Waardin, — Sloos, de. Procureur, — 
Nepveu , Bertha Coppier , — Bosdijk, Het jaxir der dwaashnd, — 
van Buren Schele , De liinaldo van het Noorden , — van Lennep , 



* BijheJsche Vrouwen (1847). Een gelukkige onderneming in een tij«! 
toen het pnhlick nog hart had voor gemoedsleven en poëzij. Door deze 
bijsdiriften bij platen zijn meestor-stukken ont*<tJïan (1'eets' Eva, da 
Cost4i's ]f(i(ffir^ ter Haar's Ha^ma), die onze letterkunde niet zouhebl»en, 
indien de fnuiie gr'avures de dichtei*s daai'toe niet hadden opgewekt. 

Ongeveer t2(KM) exx. werden van de/.e kostbare hnndels verkocht. 

l>e uitgiuif met platen kostte fioiuH.K). 



n 



BOEKENLIJSTEN. 179 

Ferdinand Huijck y — De MindcHrroeders ^ — Mej. Ilasebroek , Ttcee 
Vrouwen , — de Wilde , De Vragener Kapel , — Appcltern , De 
Grot van Toêio^ — Steenbergen v. Goor, De m^fuch en dt uiudaady — 
van Loon, Tooneeien uit het Strafregt^ — Mej. Toussaiiit, Het Huis 
Lauemesse (2e druk 1S42, 3e 1843, 7e 1878), — Vriesaard, 
Schetsen uit de lUgtzaal , — Storck , Het Beleg van Steenwijk , — 
Clemens, Een nieuw hoek^ — Waning Bolt, Homant. Tafereeleji^ — 
van 'Rehberg, Auguêt ^ — de Vries, Achttien eeuwen ^ — van 
Spall , De familie EJbenstein , — Mispelblom , Lnik in 1830, — 
Storck, De Nederlanders bij Chattam^ — van Linde, Broeder haat 
en fVraahzucht^ — Bosdijk, Ignatius^ — Berge ijk van Hulst, 
JioM. Verhalen y — Mej. Ilasebroek, De Bfdevaartgangers ^ — Chris- 
temeijer, Mengeloogst^ — Ribe, Doreslaar ^ — Beekman, Het slot 
Karelslustj — van Buren Schele, De wilde jager ^ —van Heijden, 
De Intriganten , — De Kaleidoskoop van Jonas , — van Tjoon , Nieuwe 
tooneeien uit het Strafregt y — Bange, Tafereelen Dorpspredikant ^ — 
Toussaint, Eene Kroon v, Karel den Stoute (2e druk 1865), -— 
van Linde , Rochus Meeuwiszoon , — Vriesaard , Tooneeien Jiegtzaal en 
Kerker^ — Mevr. Ern. van Beijeren, Karolina Bergfeld^ — Molton, 
Gedeukschriften van een liegtsgeleerde , — Immerzeel , Balthasar Kno- 
pius 2e druk, — van Buren Schele, Adolf van Geldtr, — Gijs- 
berti Hodenpijl, Willem van Bergen ^ — van Rehburg, Imagina, - 
Honig, liom, Tafereelen uit de Zaanlanden^ — Krabbendam, ScJia- 
duwtrekkeuy — de Vries, Het Testam-ent ^ — van Ijoon, Schetsen 
uit het menscheL leven ^ — Krabbendam, Olivier van Noort^ — de 
Vries, De vinger Gods^ — Pieter Jacobs, De Minnezanger ^ — van 
Koetsveld , De Pastorie van Mastland ' , - - Ern. v. Beijeren , De 
Armfmnden^ — De Sniidsdochter van Naarden ^ — de Wilde, Het 



' Vijf dnikken spoedig achtereen, 6e dnik 1863, 7e druk i87/i-. De 
diie eerste drukken waren in groot 8°, elk met een ophuig vau 600 exx., 
de drie volgende elk van 1500 exx., de 7e vim 2000 exx. 

12* 



180 BOEKENLIJSTEN . 

Pestkerkh)/ , — van liiiide, De verloofde van den WtUergeus ^ — 
Toussaint, Verspreide Fer halen ^ — Waldhouwer, D^» ttoee Faandriga^ — 
de Vries, Edmond^ — van Linde, De Pleegdochter^ — van 
Loon, N, Sc/ieésen^ — Ida Nosêeti , — de Vries, De Eed^ — 
Sloos, De Bastaardbroeders y — van Rehberg, Mijn reiszak^ — 
De Stins Foorst^ — van d. Eikenhorst, Ferborgenheden van Atnsttr- 
dam^ — van Buren Schele, Nederland in 1672, — Krabben- 
dam, Claes Conipaen^ — Ï^Ü^» ^^ slapende in den Haarl. Hout^ — 
V. Rijswijk, De familie Lecroix, — Physiohgie van den Haagy — 
Amsterdam in 1566, of Geloof efi Berouw, — Toussaint, Ximenès, 
Alha , Orsini , — Machteld van fFoerden , — de Vries , Gastaaf of 
het Brandmerk, — Een Drenthsch Assessor op reis, — Boude wijn, 
Joftge Juffrouwen (2e druk 1875), — de Vries, Een Man eti 
eene Frouw, — Boude wijn , Bloemlezing, — Erii. van Beijeren , 
Eerzucht en Frouwenwaarde , — de Vrij , Hendrik van Bronh 
horst , — Anton , Lectuur voor Rijken en Armen , — Brederode , 
De Noormannen op Walcheren, — D(jk, Sophia van Berthout, — 
Kerning, De Fr ij metselaar , — Toussaint, Leicester in Neder- 
land, — Donkersloot, Kantonyiementsleven , — van Buren Schele, 
De Bastaarddochter', — De Jezuitenprooi , — Ern. v. Beijeren, Eefi 
IIoll. Frouw in Jiusland, — - de Quack, Marie de TOr- 
meau, — de Vries, De Barbier van Pier chili ^ — Het jagtslot 
Hohenstein,— Henriette Marie L., Coquetterie , — Haselhofl', 
De vernietigde vloek, — De Proponent, — Storck, De Westfriezen 
in 1573, — de Vries, De 12<? en 13e eeuwen , — Ern. van 
Beijeren, Leve^isstormen , — O fis Dorp, Schetsen, — Pater Gozewein en 
de twee huisgezinnen^ — Blikken in de wereld, — Twee Frienden, — 
Kneppelhout , Ferhalen , — Koster , Adolf van Meliskerken , — 
Bosdijk, Blof.men eti Fruchten, — Honig, Nicolaa^ Jiuichaver^ — 
Toussaint, Negen Ferhale?ij — de Vries, Ferhalen, — Schetsen uit 
de Koster ie te Klein huizen , — van de Velde, De bruid van den 
doode^ — Donkersloot, Droomen der toekomst, — van Steenwijk, 



BOEKENLIJSTEN. 181 

I)t* Vagebond^ — De Rruijil , Lotgeval lm een er kleine familie^ — 
van Bredcrode , Het hal snier aad van deti Prins , — van de Ca- 
pelle , Het Beleg van Oudewater , — Honig, Meyndert v. d. Tkijnen^ — 
van de Werken, De Erfenis^ — v. d. Veen, Pauls verblijf op 
den Spenoerhörst ^ — de Vries, Helena^ — van Buren Schele, 
De Keizei-sdochter ^ — Toussaint, Diana j — van Schaick, Geerty — 
Jongeheer en. Typen ^ — van Koetsveld, Godsd. en Zedel. Novelleti {^e 
druk 185S, 4e 1875), — Boudewijn, Beeldeti en Schaduwen ^ — 
van Schaick , Jacoè , — De Bruijn , Een Voogd en twee Pupil- 
len^ — de Vries, Samuel de Booze^ — Carp. Alting, Garlak^ — 
Strijd en rust^ — ^\i^9 ^^ Kapelaan ^ — Verhalen van Sikken, 
Kneppelhout en Boudewijn , — Dijk , De Burgtvrouw van Collen- 
doorn , — Beekman , Een huisgezin , — van Spall , Een huiselijk 
tafereel y — De onechte Dochter^ — v. Limb. Brouwer, Het Leesge- 
zelschap te Diepenbeek (3e druk 1854, 5e 1879), — Toussaint, 
Mejonkvr, de Mauleon, — Jones, De zoon van den Bankier, — 
Bosdijk, Hoe men ^t verst komt, — Storck , Lotgevallen van een 
Officier, — Het Geweten en het menschdijk hart, — Thineus (T 
van Duinen), Ons Dorp (»3e druk 1861), — Doctor Ilovers in ni 
buiten praktijk, — van de AVerken, De Maleijer, — Ilock, 
Mina en Betsg (2e druk 1853), — Bruiiises, Uit het leven, — 
van Schaick, Tafereelen uit het Drentsóhe dorpsleven (2e druk 1858) , — 
Suz. Marie B., Twee gevangenen, — Honig, De wraak cener huis- 
Iwudster, — Togten op mijn stoel , — van de Capelle , Schout 
Toppejis, — Bosdijk, Achter de schermen, — De Kiezer sclub van 
Ngvenheim-, — Mijn kamer ^ door een student, ' — Toussaint, Het 
Huis Honselaarsdijk , — Paul Jonas, — Lief en Leed, door Jo- 
haunis, — Krabbendam, Het Huis te Jjeegh. — Ernst en Luim, 
Tooneel^i uit het landleven, — Roses Reisverhaal, door een Neefje 
van Klikspaan, — Graaf Orlofs Reizen, door een Neefje van 
Klikspaan, — Chonia (Kinderraan), Wat er van Diepenbeek werd 
(2e druk 1858). 



182 BOBKENLIJSTEN. 

Vertaalde romans van Dickens ^ , Tromlitz , 1 jecomte , 
Spindlor, Goldsmitli, Dnmas, James, Taylor, Grattan, Bray, 
Ingemann, Stollc, Biernitzky, Haiiö', llazlitt, Hook, Mar- 
ryat, Andcrsen, Ikilwer, VilHers, Cooper, Belani, Werg, ïr. 
Bremer, Hall, Jean Panl, Hrot, Birch Pfeiffer, Masson, Sparre, 
Bechstein, Tjaurentz, Hess, Blessiiigton, d'Arlincourt, Bernhardt, 
Lau, Leigli Hunt, EUis, Trollope, Haller, Sue 2, Sinclair, 
Stemberg, Wangenheim, Varese, Miss Mitfort, Howard, Cru- 
senstülpe, Thornton, Ainsworth, Monldy, Réfues, Norden, v. 
Schubert, Froliberg, Bird, Almquist, Bungener, W. Scott, 
ïlygare Carlèn, Oettinger, Henriette Ilanke, Sjriesz, Ilerbert, 
Vidocq, Zschokke, Smith, Lnbojatsky, Schoppe, Somraer, 
Keijnolds, de Geer, Itutchinson, Hanke, Cantu, Edgcworth, 
Lever , Hahn-Halm , Wliitehead , Fnllerton , St. Hilaire , Herlos- 



* Gebroodefs Diederichs gaven in 1840 uit de Olivicr Twist van Char- 
les Dickens, zijn eersten roman. 

Spoedig daarop, in lietzelfde jajir, gaf II. Frijlink een prosjwctus in 
liet liclit van de Klok van Meester Humphvey ^ in klein fol. formaat, in 
twee kolommen en met houtgravuren van Bal. Deze uitgaaf schijnt ge- 
wijzigd te zijn wat voi'm betreft; alUians geduiende 1840 — 42 kwam dit 
werk uit in groot 8"* en in afleveringen, tot drie dcclcn, met steendrnk- 
platen. 

Omstreeks dcnzelfden tijd (1840) verscheen bij denzelfden uitgever LoN 
(jcüüUcn en otümoeünrfcn van iScunud Pickwick. Dickens' werk was toen 
reeds in Kngeland zoo beroemd, dat van dit boek, volgens Frijlink, in 
het ooi'spronkelijke al over de 200.0(K) exx. waren verkoclit. 

2 [)e Verbovfienheden van Parijs 17. — . Van De Wandelende joi*d 
vei-schenen twee vertalingen, beide van 19.00. — Een nieuwe, geillusti'eei-de, 
uitgaaf verscheen in 1871. — Van Martyn de Vondelintj vei'schenen drie 
vertalingen, een van 10.30, een van 14.80 en een van 10.50, en een 
Fi*ansche nadruk bij (lebr. Diederidis. — Van De Zeven Hoofdzonden 
versclienen drie vertalingen, een van 10.70, een van 14.50 (de 3e werd 
gestaakt) en een Fransche nadruk bij Gebr. Diederichs. 



BOEKENLIJSTEN. 183 

sohu, Willkomra, Wildeuliahu , Heller, Therbet, Smidt, Bron- 
te, Miss Grcy, Doriiau, Schucking, Rau, VVctterberg, Schir- 
ges, Otto, Ware, d'lsraeli, Warren, Rossini, Reybaud, Born- 
hauser, Sealsfield , Salzinann, Kohier, Saint (lenois, Slierwood , 
d'Azeglio, Mülilbaeh , Williams, Keil, (jlerstacker, Scherr, de 
Feval, Melville, Carleton, von Bulow, Webb, Carew, van Ilorn, 
Ritsclie, von Sclmbert, Gore, Fullerton, v. Sternberg, Macken- 
zie, Donglas Jerrold , Ilackliinder, Braun, Sprang, Marsh, 
Burj, Karr, Thackcray, Stranss, Scribe, Anerbach, Lanrenz, 
Jewry, Miieke, J. Sandean, Gondrecourt, Acton Bell, Berthet, 
Martin, Landelle, v. Hom, Palmblad. 

Plaat- en Kunstwerken. 

Album, van IIolL m Belg. KitmtscHldera ( Weimar te 's Hage 18Ü, — 
De Hollandsche Schildmchool (G. W. Mieling I S47) , in 184«S 
voortgezet onder den tit(J van HoUandsch Schilder- ni LHtt^rkimduj 
Album, Lilhographiën van de voorn. HoU. schilders, met bijdragen 
van de vooni. Holl. schrijvers en dichters, 1848 en 1849, — 
E. J. V. d. Berg, Proportieleer^ — Gecostumeerde StudeiUen-optocïi' 
tm te Leiden en te Utrecht, — Alex. Ver-Huell: Zijn er zoo? (N. 
nitg. 1876), Zoo zijn er ^ Op het /)*, De Viach en de Mensch, 

Tijdschriften. 

Al ge meen e Letterkunde. 

De KuuHtkronijk 10. — (beg. in 1840) 1, — Museum of Verza- 
meling van uitgezochte Verhalen 2.75 (1841 — 44), — - IL't Luttituut. 



* De Kunsthronijk is van luiar eerste optreden af tot voor weinifj^o 
jaren een der belangrijkste tijdschriften in ons land geweest. Zij was dit 
om haar oorsprong, hmir lictiting, haar goedslagen. 

In Maart 1840 vestigde zich te 's Gnivenhage, onder den naam van 




184 BOEKENLIJSTEN. 

Maat<;chappij van Schoone Kunsten, een hoogst aanzienlijke vennootschap 
tt)t het drijven van boekhandel, waarop wij later terugkomen. 

Een van haar eerste uitgaven (Mei 1840) was de KunMronijk , een 
werk ioeqewijd aan de schoone kunsten^ bestaande uit 12 vel dniks in 
4°, met geïllustreerden tekst, en 24 litogi*aphiën of gravuren, op chineesch 
papiei'. De prijs van den jaargang was 10. — , waarvoor de inteekenaar 
tevens kreeg een lot in een verloting van kunstwerken , bestaande uit een 
schilderij ter waarde van 1000. — , en voorts uit schilderstukken van min- 
der kostbaarheid, aquarellen, teekeningen, geïllustreerde werken, boeken, 
gmvuren en lithographiën, zonder nieten. Deze uitgaaf ging buiten den 
gewonen boekhandel om, maar werd verspreid door agenten in elke stad, 
een maatregel, die in het begin de boek ver koopers, en in hun naam 
de Vereeniging, in liet harnas joeg en niet weinig geschrijf en gewrijt 
uitlokte. Niettegenstaande deze tegenkanting verkreeg de Kutislkronijk ^ 
vooral ook om haar loterij, reeds spoedig een getal van 1200 inteeke- 
naren, welhaast nog aanzienlijk vermeei*derd, toen de directie besloot om 
ook de boekverkoopers, tegen het gebruikelijk rabat, tot medewerking uit 
te noodigen. — Een groot deel van dezen bijval had de Kunaikronijk dan 
ook met recht te danken aan haar echt nationaal doel. ))Zij wilde", zoo 
als haar program meldde, ))in eene Volksgalerij de beeld tenissen der gn)oto 
mannen van Nederland vereenigen; zij wilde de kunstschatten der groote 
steden zoowel als die, welke in verzamelingen van voorname liefhebbers 
worden aangetroffen, aan het algemeen doen kennen." Haar eerste jaar- 
gang, onder redactie van Florent van Ghent, bevatte een aantal hout- 
sneden van kem'igen arbeid. In den 2en jaargang, onder redactie van 
II. S. J. van Weerden, werd ook meei* zorg besteed aan den tekst, vooral 
door de medewerking van J. A. AlberdingkThijm, die toen onder de initiaal 
M zijn kimstkritische loopbaan begon. 

Deze adellijke associatie, wat wel te verwachten was geweest, duui'de 
nochtans niet lang. Zij gaf tevens allerlei kostbare boeken uit, ver- 
loor heel wat geld, kreeg in eigen boezem tweedracht en twist, en 
werd reeds in April 1843 ontbonden, met het in veiling brengen harer 
fondsartikelen en drukkerij. C. G. Withuijs, secretaris der commissie 
van deelhebbers, weM tot üquidateur der onverkochte fondsartikelen en 
tegelijk tot directeur van de Kunatkronijk en van de houtsneeschool 
(waaraan aanvankelijk 50 jongelieden verbonden waren) aangesteld, te 
beginnen met 15 Januari 1844. Maar ook deze vreugd was kort. In 
Maart daanian volgende bedankte Withuijs reeds en nam Mr. T. H. C. 



BOEKENLIJSTEN. 185 

Drieling het roer in handen, stellende de Kutistkronijk onder de redactie 
van J. J. L. ten Kate en de houtgraveerschool onder leiding van P. (i. 
Mensinga. Deze laatstgenoemde vond evenmin rozen op zijn pad, be- 
dankte ook, en in December 1844 adverteerde Mr. Drieling, dat de Joo- 
pende 4e jaargang van de Knnstkronijk ^ 1843—44, geliquideerd zou wor- 
den door de firma J. van Daehne & CJo. te 's Gravenhage , terwijl K. 
Fuhri voortaan eigenaar geworden was van de Kunatkronijk en van de hout- 
sneeschool, met al haar vervaaixligde gravuren ten getale van 3000. 

Van nu af was het beleid in betere handen. Fuhri aanvaardde zijn 
taak niet alleen als helderziend en geestdriftig koopman, maar tevens 
met het geweten van den degelijken uitgever. Hij verklaarde openlijk 
in een circulaire aan den boekhandel, dat het hem niet van het hart 
kon, een schoone inrichting als die van de houtsneeschool thans, nu zij 
juist haar bloei te gemoet ging, te zien verbrokkelen; dat hij ook in de 
uitgaaf van de Kunstkrmnjk^ met haar verloting, een gewichtig middel 
zjig om kunst en boekhandel te bevorderen, zoowel ter vermeerdering 
van kennis en smaak, als tot het in wandeling brengen van vaderland- 
sche schilderijen, het vervaardigen van lithographiën en het verkoopen 
van een groot getal boeken als prijzen in de loterij. Ten einde ernstig 
op zijn doel af te gaan zou hij geen kosten ontzien; hij nam de scliool 
over met haar nog overgebleven 20 leerlingen onder de. bekwame maar 
dure leiding van prof Brown en H. F. C. ten Kate; hij had zijn broeder 
E. Fuhri overgehaald, diens drukkerij van Utrecht naar den Haag over 
te planten, en verbond zich ten behoeve van de Kunstkronijk telken 
jare voor 200 hout-illusti-aties, 24 keurige lithographiën bij Mieling, en 
ten behoeve der lotenj voor minstens 24 schilderijen, aan te koopen op de 
tentoonstellingen te Amsterdam , 's Gi*avenhage en Rotterdam , en voorts uit- 
muntende gravuren, steendrukplaten , kostbare boeken en muziekuitgaven; 
alles vooraf ten toon te stellen in een gebouw te *s Hage, en te doen ver- 
loten ten overstaan van een notaris. 

Daartegenover beval hij zijn inrichting aan tot het leveren van aller- 
lei soort van houtgravuren, voor wetenschap en kunst, voor typogi-aphi- 
sche vei-siering, culs de lampe, vignetten, bovenal platen voor tijdschrif- 
ten en illustraties, ter vervanging van zooveel gebrekkigs, dat ons zoo 
ver bij het buitenland deed achterstaan. 

Het laatste plan mocht niet gelukken. Het publiek had nog bitter 
weinig oordeel over slechtere of betere houtgravuren en bleef zich verge- 
noegen met het werk, waaraan het tot heden toe gewoon was. Do dure 



186 BOEKEN LIJSTEN. 

lioutgraveei-si'hool ki'eeg geen werk en kon alzoo niet lang blijven bestaan. 
Fiihri'.s nobel doel, om hier te lande dezen aiouden tak van kunstnijver- 
heid te doen herleven, leed schipbreuk, en na een korte maar kostbare 
poging moest hij zijn sdiool opheffen, terwijl hij vóór zijn eigen geïllus- 
treerde werken, en andere uitgevent met hem, voortaan de noodige hout- 
gravuren liet vervaardigen op het bloeiend etablissement van Vermorcken 
te Brussel. 

Beter ging het met de Kiuiatkronijk, Fuhri begi^eep als koopman, 
dat een tijdschrift, geheel gevuld met kunstberichten en kritiek, geen 
groot publiek kon vinden, en zonder nu die richting te verlaten, maakte 
hij toch den inhoud gaandeweg smakelijker door letterkundige bijdragen, 
novellen en dichtstukken van onze voornaamste letterkundigen, met illiistni- 
ties opgeluisterd. Ook zijn verloting maakte hij aantrekkelijker door er 
meer afwisseling van voorwerpen in te brengen, altoos evenwel met dien 
verstande dat er geen prijs werd aangekocht, die niet in zicli zelf een 
artistieke waarde had. Om mededinging af te sluiten kocht hij in 
1846 het Uoilandsch ScfnUhr- en Letterkundig Album, dat in gelijken 
geest door Mieling werd uitgegeven. Met 4850 werd dit bij de Kunst- 
kronyk ingesu)olten en deze onder redactie gesteld van J. van I^ennep, 
S. J. van den Bergh en E. M. Calisch. Om te doen uitkomen, dat zijn 
uitgaaf niet bloot een speculatie wa<{, maar wel degelijk de algemeene 
kunstontwikkeling mede op het oog had, sdireef Fuhri in dat jaar een 
prijsvitiag uit voor een drama en een blijspel , in proza of poëzij. De 
beoordeeling werd opgedragen aan II. Tollens Cz., Mr. J. van \s Graven- 
weert en Mr. .1. van Leimep. De beide best gekeurden" zouden elk ont- 
vangen een premie van f 200. — en geïllustreerd worden opgenomen in 
de KunMroni/k , terwijl de opvoering op het Nederl. tooneel gewaar- 
borgd weixl. Janmier, dat er niets andei's dan middelmatigheden inkwa- 
men en een bekroning dus achterwege moest blijven. 

In 1851 maakte Fuliri gebruik van de eei-ste wereldtentoonstelling te 
Londen, om daar, ten behoeve zijner loterij, een aantal voorwerpen aan 
te koopen, bij uitsluiting uit de llollandsche afdeeling, waardoor de va- 
dcrlandsche industrie erkend, en de kunstwaarde der prijzen verzekenl 
weni ; altijd schilderijen en teekeningen als prijzen op den voorgrond hou- 
dende. Hetzelfde gebeurde op de wereldtentoonstelling te Parijs, vier 
jaar later. Fuhri toonde, ook ten bate zijner Kunstkronyk^ een ontzag- 
lijke werkkracht, en al stapelde hij zijn ondernemingen de een op de 
ander, niemand zal hem kunnen bescliuldigen , dat hij niet aan allen zon- 



J 



BOEKENLIJSTEN. 187 

der onderscheid haar eischen gaf. Met een stortvloed van keurig geil liis- 
treei-de prospectussen, advertontiën , biljetten; met on vermoei l)are pogin- 
gen door reizen, tentoonstellingen, allermeest door onberispelijke zorg 
voor tekst en platen, bracht hij zijn KMnstkronyk tot aanzienlijke hoogte, 
hield hij eigen belang op het oog, maar bevorderde hij tegelijk in niet 
geringe maat de belangen van kunst en kunstenaars, en verloste liij 
menig broeder-uitgever, ten behoeve zijner loten, van een aantal mooie 
boeken, die onverkocht op den zolder lagen. 

Door ongelukkige omstandigheden genoopt moest hij in 1855 zijn 
Kunstkronyk van de hand doen en werd de uitgaaf van 1850 af door 
A. W. SijthofT voortgezet. 

Deze, een waardig leerling van zijn voorbeeldigen patroon, drukte diens 
voetstappen, ook bij de voorfjsetting van dit tijdschrift. Sijtholl' bleef den 
inhoud van tekst en platen met evenveel ijver en zorg Ijehandelen. Aan 
de verloting wijdde hij zijn handelsgeest nog meer. Den geest van den 
tijd volgende, koos hij minder schilderijen tot prijzen, maar prikkelde de 
begeerlijkheid van het groote publiek door blinkende stukken zilver en 
smaakvolle meubelen, die hij in alle grootere steden deed tentoonstellen, 
en colporteerde daardoor te gelijk zijn Kunstkronyk. Ook vond hij gaan- 
deweg gelegenheid om door de loterij een menigte van zijn eigen en 
andere fondsartikel en op te ruimen. Op die wijs handhaafde het tijd- 
schrift zijn ouden roem , en verheugt zich , dank zij ook den lokvink , 
de loterij, nog in een bloeiend leven. 

Maar alles behalve alléén trok de loterij de aandacht van het groote 
publiek. Ook de inhoud van de Kunstkronyk behield voortdurend haar 
waarde. SijthofT besteedde daaraan zijn beste zorgen. Van 4857 — 1874, 
onder redactie van T. van Westrheene, C. Vosmaer, G. Keiler en Dr. J. ten 
Brink, hield zij zich roemvol staande, terwijl de medewerking en het toe- 
zicht over de platen door den bekenden kunstkeurigen schilder Simon van 
den Berg niet weinig toebracht aan haar verdienste als plaatwerk. 
Daaronder behooren wel in de eei'ste plaats de 32 etsen van William 
Unger, welke artist door het kloek initiatief van SijthofT zich had laten 
bewegen om naar Nederland te komen en daar die heerlijke etsen te 
vervaardigen, die zoowel in de Kunstkronyk als in afzonderlijke uitgaven, 
bij SijthofT en Bufia vei'schenen, de meestei-stukken van onze schilder- 
school onder meer algemeen bereik brachten. Sedert 1875 zijn het grooten- 
decls de platen, die waarde aan de Kunstkronyk geven; de tekst wordt 
voornamelijk door vertalingen van buitenlandsche novellen ingenomen. 



188 BOEKENLIJSTEN. 

VerBlagm en mededeelingm ^ uitgeg. door de vier klassen van het 
Kon. Ned. Instituut 4.85 (18M— 4fi), — Le Musée litUrairt 
3.50 (IS41 — 44), — Holland. Oorspronkelijk Tijdschrift 3. — 
(1842), — De Honigbij^ of Bloemlezing op het gebied van fFeten- 
schap ^ Kunst en Smaak 8.90 (1842 — 61) \ — Polgmnia 6. — 
(1842—43), — Nederlandsch Letterblad 3.— (18*2—41), — Ka- 
binet van verscheidenheden 7.80 (1843), — Erina, Nederlandsch 
Magazijn voor Vrouwen 6. — (1813 — 51), — Braga. Dichterlijke 



* De Honigbij. Bloemlezing op het gebied van weteuschap^ kunst en 
smaak, opgericht in 1842 door Joh. Noman Sr. Zoon, was een maand- 
werk van gemengden inhoud, even als zoo menig ander, zonder zich ie 
onderscheiden door iets bijzonders; een onderneming, die haar opgang 
zocht in leesgezelschappen en in gezinnen, die er een huisbibliotheekje 
op nahielden. De lijst van inteekening had aan haar hoofd een prosjiec- 
tus, dat natuurlijk breed opgaf van al het boeiende en onmisbare, dat 
in dit nieuwe tijdschrift gegeven zou worden, tegen den buitengewoon 
goedkoopen prijs van 3.90, 8 a 12 platen daaronder begrepen; maar het 
trok de aandacht vooral door een met blauwen inkt gedrukten beval ligen 
bloemnind , waarboven een korf, die een aantal bijen liet zwerven rondom 
het volgende bekende motto, dat te gelijk een protest beteekende tegen 
den veldwinnenden smaak van tijdschriften die zich voor een groot ge- 
deelte met kritiek gingen bemoeien: 

't Naarstig honigbijtje vloog 
IJvrig heen en weAr, en zoog 
't Geurig sap uit alle bloemen. 
»Bijtje", sprak een herderin, 
»Schoon ik uwe vlijt bemin; 
»Kan ik uw gedrag niet roemen: 
«Menig bloempje, schoon van schijn, 
))Is vol doodclijk venijn!" — 
»Ach", sprak zij, »mijn herderin, 
))A1 't venijn laat ik er in! 



BOEKENLIJSTEN. 189 

mengelingen 2.40 (1843 — 44) 1, — De Huiwriend^ verzameld 



* Bragn, Een tijdschrift heel in rijm ^ 10 December 1842 verschenen 
bij de firma Paddenburg (K. D. de Haas) te Utrecht, maakte in zijn tijd 
heel wat opschudding. liet had zijn ontstaan te danken aan letterkun- 
dige veete en vijandschap tusschen de dichters van het jonge Holland, 
die aan de Leidsche Akademie, en van twee andere groepen die te 
Utrecht en te Groningen studeerden. Beets, Ha.sebrüek e. a. , met hun 
navolgei*s, bi-achten een sentimenteele romantiek in de mode en wonnen 
zich daarmee een naam, terwijl de andere partij een meer natuurlijke en 
kla.s.sieke richting aanhing, maar weinig gehoor vond. Uit die jaloersch- 
heid werd de geestige Braga geboren. In het striktste geheim, een ge- 
heim dat eei-st ten volle in 1883 ontsluierd werd, vereenigden zich twee 
jonge literatoren, A. Winkler Prins, pas als doopsgezind predikant be- 
roepen te Tjalberd in Friesland, en J. J. L. ten Kate, theol. student te 
Utrecht, tot het samenstellen van een hekel-tijdschrift, waarvan aan de 
firma Paddenburg de uitgaaf opgedragen werd, op voorwaarde dat de 
uitgever Vj en de redactie Vs van de winst zouden genieten. Het ver- 
scheen in folio formaat in nommers van vier bladzijden, om de veertien 
dagen , en zou per jaar 2.40 kosten. Ombarmhartig zwaaide het de geesel- 
roA over de sentimenteele poëten en hun poëzij, en dat wel in vormen 
zoo scherp en zoo meesterlijk, dat het in de letterkundige wereld groote 
opspraak wekte, en men angstig vischte, wie toch wel de vermomde 
schrijvei*s mochten zijn. Later bleken (zie de vooiTede van de nieuwe 
uitgaaf in 1883), dat dit voor het grootste gedeelte waren ten Kate en 
Winkler Prins, geholpen door Leendertz, Dronrijp Uges, Kretzer, en 
eenige weinige anderen. Zoo als het meer gaat: redacteuren en uitgever 
hadden zich van deze frissche, aan den weg timmerende e<iitie gouden 
vruchten beloofd, niet berekenende, dat deze hekelverzen alleen binnen 
een kleinen kring opzien zouden baren en dat het groote publiek zich al 
heel weinig met dezen strijd bemoeien zou. De uitgever schrijft met 
teleurstelling, dat er bij de verschijning van n° 4 nog geen 60 inteeke- 
naren waren, maar dat het debiet na vijf maanden tot 160 exx. geklom- 
men was. Bij het eind van den 1*° jaargang bedroeg de winst 126.40, 
waan^an de uitgever kreeg 42.13, en de rest moest verdeeld worden tus- 
schen de beide redacteuren. De onderneming was dus alles behalve een 
goudmijntje gebleken. 

Deze minder gunstige uitslag en de drukker studie, die vooral ten 



190 BOEKENLIJSTEN. 

door Goevernenr 3. — (beg. in 1843), — De Itefert^ni 7. — 
(1843 — 44) 1, — De Flaneur. Letterkundige en algemeen*! Kunstbe- 



Kate te gemoet ging, veroorzaakten, dat de twee oorspronkelijke stich- 
ters zich van de redactie tenigtix)kken en de 2* jaargang onder de ge- 
heime leiding gebi'acht werd van den toennialigen doopsgezinden doct^H 
randus te Utrecht (later professor) J. G. de Hoop Scheffer en den vroeg- 
gestor'ven S*"* Luitenant der Genie Hendrik Kretzer. Winkler Prins, 
Leendertz, Kerbeil, werkten van tijd tot tijd nog mede, maar de Braija 
werd kalmer, gewoner, verloor van lieverlee haar schei-pen kritisihen 
aard en venlween met haar tweeden jaargang. In 1854 verscheen 
bij Post Uiterweer een bloemlezing onder den titel van Bragiuun en in 
i88i^ een herdruk van den geheelen Braga in klein 8° bij A. ter Gunne, 
met o[)enbaring van de geheele geschiedenis en van al de namen der 
geestvolle sithrijvei's. 

* Z)f Refv.rnü. Frederik Muller ha<i zich nauwelijks, in 1843, als an- 
tiquaar te Amsterdam gevestigd , of hij gaf ook al aanstonds als uitgever 
blijk van de degelijke wijs, waarop hij zijn handel begeerde te drijven. 
Met dat doel richtte hij een tijdschrift op onder bovengenoemd en titel. 
Eenvoudig en zonder ophef wijst hij in zijn prospectus erop, dat de 
stichting van dit tijdschrift was om de vaderlandsche beoefenaren en voor- 
standers der wetenschappen geregeld bekend te maken met het nieuwste 
hetgeen er, zoowel binnen- als vooral buitenslands, in de geU»erdc wei*eld zou 
voorvallen, en op de gewichtigste dier verschijnselen meer l)epna1d de aan- 
dacht te vestigen. Met dit oogmerk wei'den in De Referent in deeei*ste 
plaiits aankondigingen en vei-slagen of overzichten van nieuw vei'schenen 
wetenschappelijke werken gegeven, en berichten no})ens ontdekkingen, 
reizen, geleerde genootschappen, personen, prijsvragen enz. enz. medege- 
deeld. Hij een en ander zou inzonderheid sjwed en volledigheid in het oog 
gehouden worden. Vooii;s werd in De Referent , onder de rubriek Aan- 
vragen en Mededeelingen, aan de vadei'landsi^he geleerden de gelegenheid 
opengesteld om kosteloos hun onderzoekingen, opmerkingen wegens 
betwiste j)unten enz. mede te deelen, of aanvraag te doen naar zeldzame 
boekwerken enz. Een tijdschrift in dezen geest moest inzonderheid wel- 
kom zijn aiin diegenen onzer geleerden, die, op kleine plaatsen gevestigd, 
buiten ifichtstreeksche iianraking waren met 's rijks hoofd- of academiesteden 



BOEKENLIJSTEN. 191 

schoutcingm^ Verhalen en Typen 3.-— (1843), — Payne^s Univtrsum 
6.— (1843—50) l. - Geïllustreerde Courant 5.90 (1844 alleen 
n° 1 — 26), — Leliën. Lectuur looor jonge lieden 6. — (1844), — 
Historisch en romantisch Album 4. — ■ (1844 — 57), — Be Tijdspiegel 
7.20 (befif. in 1 844) 2, — //«w/^o^A: der zanienleving 5.40 (1845),— 



en alzoo aan dergelijke hulpmiddelen behoefte hadden, wilden zij den 
gang van hun vak van studie geregeld gadeslaan en volgen. 

Be Refn^eut^ groot 4° in twee kolommen gedrukt, zou driemaal 's maiinds 
uitkomen in nommers van 8 bladzijden, elke jaargang voorzien van de 
noodige registers, tegen den ))rijs van hoogstens 10. — . 

Hetzij dat die prijs te hoog was of het belangstellend publiek te klein, 
De Referent mocht maar twee jaren bestaan, tot schade, maar tot eer 
van zijn uitgever. 

* Ter aanmoediging van het debiet beloofde de uitgever bij het 3e deel 
een premieplaat, staalgravure door den graveur A. H. Payne, voorstel- 
lende Dden aanval eens leeuws op een jager te paard", van 48 hij (K) 
Ned. duim , »een kunstsiei-aad ter versiering van elke kamer." Reeds 
dadelijk bij de uitgaaf had de uitgever het premiestelsel (maar alleen 
voor boekverkoopers) toegepast. Wie hem 5 exx. bestelde, kreeg voor 
11. — boeken uit zijn fonds; 10 exx. voor 25. — ; 20 exx. voor 51. — . 

* De Tijdspiegel^ uitgegeven bij K. Fuhri , in 1844, ging uit onder de 
leiding van B. T. Lublink Weddik en K. N. Meppen, die evenwel hun 
namen als redacteuren op den titel verzwegen. II ij werd aangekondigd 
als Een nieuw papieren kind van den Ouden Saftirnits en stelde zich 
t<*n doel om («verwaand genoeg", zei het prospectus, «maar toch waarlijk 
zonder aanmatiging") op humoristischen toon, door ernst en scherts, de 
verschijnselen op staats-, kerkelijk en letterkundig gebied te weri'spiegelen. 
Al namen de redacteuren gaarne bijdi^agen van anderen oj), zooals bijv. 
in het eerste deel Boudewijn's gevoelige schets de W in heidochter ^ toch 
waren de beide eerste jaargangen bijna geheel van hun hand. De Tijd- 
spiegel was het orgaan van een gematigd libei'alisme, en had als zoo- 
danig een bepaald kamkter, dat hem van andere tijdschriften daardoor 
onderscheidde. In vorm toekende hij zich af door gemoedelijke satire, 
waarvan in die jaren de beide redacteuren, met lleldnng, Boudewijn 
(J. L. van der Vliet), o. a. de verdienstelijke vertegenwoordigers waren. 



192 BOEKENLIJSTEN. 

De Tijd, Merkwaardighederi. der Letterkunde en Geschiedenis van den 
dag. Red. Bouclewijn 10.50 (1845—64) \ — De Echo der bidten- 
landsche schrijvers 13. — (1846 — 48) , — Leesmuseum voor Jioomsch 
Katholieken 8. — (1846 — 58), — De Vlinder, Keur van historische 
en romantische verhalen 4.60 (1847 — 48), — De Criticus. Tijd- 
schrift voor satire y ironie en humor 4.50 (1847 — 48), — Be 
Maandroos, Museum voor de jeugd 3. — (1847), — De Dorpsbiblio- 
theek, Lectuur voor Jioofden en harten 4. — (1848 — 56), — Flwa. 
Tijdschrift voor Dames 6. — (1848—56), — Onze Tijd 6.— 
(1848—76) 2, — Uollandsch Schilder- en Letterkundig Album. Red. 



De Tijdspiegel vond, om zijn nchting en toon, reeds aanstonds bijval en 
werd gretig in leesgezelschappen opgenomen. Ook besteedde de uitgever 
er alle mogelijke zorgen aan. In 1853 ging het eigendom van de Tijd- 
spiegel over aan D. A. Thieme, en met 1857 kwam de redactie in andere 
handen. Thieme hield tot zijn dood toe zijn lievelings-tijdschrift in eer. 
Gelijk het tot op den huidigen dag in eer gehouden blijft. 

' Zie later J. L. van der Vliet. 

* Onze Tijd. Merkwaardige gebeurtenissen onzer dit{fen. Zamenge- 
steld door eene Vereen iging van letterkundigen (bij Gebr. Diederichs). 
Dit tijdschrift, een navolging van Unzere Zeit^ begon in 1848. De aan- 
loop van het prospectus levert een blijk, dat sommige maatschappelijke 
verschijnselen over alle tijden al vnj wel hetzelfde zijn. Althans wat in 
1848 gezegd werd, kon evenzeer vroeger en later gezegd worden; het 
kon althans in onze dagen hetzelfde luiden: 

o Welke tijd is de onze?" zoo vangt het prospectus aan. 

»Een tijd van spanning en van strijd, een tijd van vooruitgang, van 
gedurige worsteling met al wat bestaat. Op het gebied van wetenschap, 
godsdienst en kerk de eisch tot vrijer beweging tegenover oude leerstel- 
sels en eigenmagtige leidslieden. In de staatkunde het ontwaken der 
ondei*scheidene nationaliteiten tegenover het bestaande statenstelsel. In 
het innerlijke leven der volken, bovenmenschelijke pogingen om de deel- 
neming aan wetgeving en regtsoefening in wezentl ijkheid te verkrijgen, 
tegenover een waanwijze bureaucratie en een onbuigbare, verblinde auto- 
cratie, welke hare inagt naar het getal bajonetten telde, dat ter harer 



BOEKENLIJSTEN. 193 

van Leiinep e. a. 13.60 (1848 — 49), --- De Telegraaf. Letter- 
kundig Weekblad. Red. Beima en Ouderaans (1848), — Minerva. 
Letterkundig Weekblad (1848), — Geïllustreerd JFeehiieuws (1848 
n** 1—13), •-- Het Zondagsblad (1849—62) 1, — Gruno. Algemeen 
weietiêckaj)pelijk Tijdschrift 7. — (1849), — Nederland. Proza en 
Poëzg van NederlandscJie Auteurs 8. — (beg. iii 1849)2, — Ver- 
geet mij niet. Romantisch Tijdschrift 8. — (1849 — 51), — Egeria. 
Maandschrift voor jonge lledm 3. — (184<9 — 50). 



beschikking stond. In de maatschappij zelv' : de diepe klove tusschen 
arm en rijk; van over- voortbrenging der nijverheid en weelde tegenover 
de bitterste armoede; de denkbeelden van persoonlijke vrijheid en gelijk- 
heid tegenover de almagt des kapitaals en de vooiregten der erfelijke 
aristocratie." 

Volgt een betoog over het gewicht der Fransche omwenteling, waarvan 
de gevolgen niet te berekenen zijn, en die het tijdschrift Onze Tijd 
gaandeweg in allerlei richting bepalen wil. Aan dit beginsel getrouw, 
was Onze Tijd een der degelijkste tijdschriften. 

* Zie later J. L. van der Vliet. 

* Nederland, in 1849 uitgekomen bij W. H. van Heijningen, ging met 
4854 over aan de uitgevers J. C. Loman Jr. te Amsterdam en N. de Zwaan 
te Utrecht; met 1856 aan Loman alleen. De eerste redactie was onge- 
noemd. Later waren i-edacteuren : 

1854—55 H. J. Schimmel. 

1856 N. Donker, J. A. Molster, H. J. Schimmel. 

4fiflA__AQ 1 ^* 1^0^^®^ 1 H- J' Schimmel. 

1864 verandert de titel in Nederland, Verzamvlimj van oorspronke- 
lijke bijdragen van Nederl. Letlerkitndiffcn. 

1864—66 N. Donker, A. G. C. van Duijl, H. J. Schimmel. 
1867—70 T. van Westrheene Wz. 

1871 D. F. Tersteeg. 

1872 J. W. Straatman. 
1873— J. ten Brink. 

Sinds 1868 schafte de uitgever de platen af en breidde den tekst uit. 

13 



194 BOEKENLIJSTEN. 

Tijdschriften. 

Van gemengden inhoud en aard. 

Be Milita'u^e Spectator 6.50 (beg. in 1882) \ — Be Nietme Spec- 
tator. Krijgs- en geschiedhundlg Tijdschrift voor het Ned, Leger 7.75 
(beg. in 1846), — Le Militaire 6.— (1844—55), — - NederL 
Muzikaal Tijdschrift 1.50 (1839 — 58), — Cecilia. Muzikaal Tijd- 
schrift 6. — (beg. in 1844), — Be Volksvriend. Maandblad^ uitgeg. 
door de Vereeniging tot afschaffing van sterken drank 1.20 (beg. in 
1846), — Sissa. Maandschrift voor het Schaakspel 3.- - (1847 — 74), — 
Wespen 3. — (1845 — 48), — Teekenkundig Magazijn 3. — (1S46 - 
51), — Modejournaal der nieuwste Borduur- en Tapisseriepatronen 
2.50 (181<3 — 51), — Album van Brei-y Haak- en Knooppatronen 
2.50 (1846 — 51), — Aglaja. Maandboekje voor BanuiS-handtcerktn 
3. — (1848—64) 2, — Be Bon ton. Barnes Modes 4.50 (1835—50), - 
Be Elegant. Ileeren Modes 4.50 (1841 — 44). 



* In 1881, bij den 50*" jaargang, beroemen de uitgevei^s Broese & 
Comp. er zich met recht op, dat him Militaire Spectator gedui'ende de 
halve eeuw van zijn bestaan aan niet minder dan zes concurreerende tijd- 
schriften eervol het hoofd geboden en die allen overleefd heeft. 

* Aglaja, Maandboekje voor Dames-handwerken, was een voordeelige 
onderneming. Zooals alle tijden hun geesten hebben, 'meer of minder van 
gewicht, zoo lag het vrouwelijk publiek van omstreeks 1850 onder den 
drang van allerlei modezucht. Haken, knoopen, breien, borduren van 
allerlei petits riens — Duitschland en Engeland hadden den toon gege- 
ven — waren aan de orde van den dag. Al de daaromtrent in den vreemde 
vei*schijnende handboekjes en patronen werden dienstbaai* gemaakt Jian 
de maandelijksche afleveringen van Aglaja, die het tot een debiet bracht 
van 5500 exemplaren en een Fransche en Duitsche vertaling of navolging 
vond. Het tijdschriftje bestond van 1848 — 64: toen werd het samenge- 
smolten met het grootere modejournaal De Gvacie\use. 

(Deze uitgaaf kostte van 1848 — 57 /* 78.952, — ). Bij fondsveiling bracht 
het kopijrecht met de overige exx. een som van f 10.400, — op. 



BOEKENLIJSTEN. 195 

Almanakken en Jaarboekjes. 

Algemeen e Letterkunde. 

Aurora 4.90 (1840 — 78)1, — Noord-Brahantsche Volksalmanak 
(y.SO (1840—48), — Zaanlandsck Jaardoekje 0.75 (1811—56), — 
Moffius eti Satyr 0.80 (1842), — Min iatuur - Almanak voor 



' Aurora, Het plan van dit jaarboekje ging, in navolging van derge- 
lijke almanakken in Engeland en Duitschland vei*schijnende, uit van K. 
Fuhri te'sGravenhage: het vei*schepn voor het eei'st in 1840, onder re- 
dactie van Mr. J. I. D. Nepveu, die in 1847 den dichter S. J. van den 
Bergh als mede-redacteur aannam. In 1840 ging de uitgaaf over aan 
A. C. Kniseman te Haarlem, onder dezelfde redactie tot 1854, toen Mr. 
Nepveu zich terugtrok en de leiding aan van den Bergh alleen over- 
liet. 

De samenstelling van zulk een jaarboekje eischte een onafgebroken 
zorg: van den redacteur voor het bijeenbrengen, soms bijcendrijven, van 
goede bijdi*agen : van den uitgever voor het kiezen en doen bewerken van 
platen en band. Wat den eersten aangaat, spreekt het van zelf, dat het 
aantal aangeboden, maar onbruikbare bijdragen al grooter en grooter 
word, en dat tegelijk de schrijvers van naam telken jaar al moeielijkcr 
te bewegen waren om een of ander stuk als bestelwerk en meestal koste- 
loos aan de redactie in bruikleen af te staan. 

Immerzeel beleefde met zijn Muzen-nlmannk een heel anderen tijd. 
Ieder dichter van naam gaf daarin het beste wat hij had, en dichters 
van nog niet veel naam hunkerden naar de onderscheiding om hun bij- 
dnige opgenomen te zien. Dat was als het ware hun ridderslag. Die 
w'edstrijd van eer hield in later dagen allengs op. De auteurs vielen óf 
voor een schier niet te ontkomen bedel pailij , of lieten zich, waar zij 
gelijk in hadden, grof betalen: Zoo stond de redacteur voor heete vuren, 
indien hij zijn almanak boven het peil van het middelmatige houden 
wou. 

Wat de gravuren betreft, die voor de verantwoording van den uitge- 
ver kwamen, was vaak aan zorg en teleurstelling geen einde , daar , in tegen- 
stelling met vroeger tijd, toen schilders en graveurs hun beroep als een 
kunst vak opnamen , de graveurs veelal dezen arbeid ten behoeve van vluchtige 
jaarboekjes meer plachten te doen als oppervlakkige bijzaak. — Do brave 

13* 



196 BOEKENLIJSTEN. 

Kinderen 0.50 (1842 — 58), — Ferffeet mij niet 3.90 (1844^- 
47), — De Vlinder 0.80 (1844—46), — Ned. Israêliêlscke 
Muzen- Almanak 1.50 (1844), — Zuid- eti Noord- Ilollandsche 
Volksalmanak 0.80 (1844 — 45), — Almanak voor Zeeuwsche Blfj- 
geestigen 0.60 (1845), — Almanak voor Vaderl. Geschiede- 
nis en Letterkund-e 0.50 (1846), — De Bije-Koer, Frysk 
Jierboekje 0.30 (beg. in 1846), — Dames-Almanak 0.50 (1847 — 
66), — DemocrieL Anecdoten- Almanak 60 (1848), — 
Nehalennia, Jaarhoekje voor Zeeuwsche Geschiedenis en Letteren , door 
H. M. C. V. Oosterzee, 1.90(1849—50), — Dorcas 2 M {IS^9— 
53), — Holland. Almanak^ ^^^E^g- door Mr. J. van Lennep, 
3.90 (1848 — 65) ^ — Wamasarie. Letterkundig Jaarboekje voor 
Ned. Indië (1849—57). 



S. J. van den Bergh, de ijverigste en nauwgezetste redacteur die er ooit 
geweest is, gaf aan zijn lievelingskind zijn tijd en zijn hart. — In 1865 
ging Aurora in handen van den uitgever J. H. Laarman te Amsterdam 
over. (Deze uitgaaf kostte van 1850—05 ƒ 60.072.— ). 

* Holland. Almanak uitgegeven door Mr. J. van Lennep. 

De uitgever P. Kraaij Jr. maakte in een circulaire, gedagteekend De- 
cember 1847, den boekhandel bekend, dat hij met 1848 zou uitgeven 
een nieuwen almanak onder bovenstaanden titel. Dit jaarboekje ^^'as 
bestemd het midden te houden tusschen de pracht-almanakken en de pro- 
vinciale almanakken , of liever zou beider bestanddeelen in zich vei'eeni- 
gen. Hij was daar te meer toe geleid, nu de pracht-almanakken , door de 
ineensmelting van den Muzen- Almanak met den Vergeet-mij-nict , met 
één verminderd waren, en nu tot nog toe, bij het bestaan van zooveel 
provinciale almanakken, de provinciën Noord- en Zuidholland den haren 
nog bleven missen. Alzoo zou Holhnd een letterkundig pracht-jaarboekje 
worden, maar te gelijk gewijd zijn aan provinciale geschiedenis en 
oudheidkunde. Dit karakter droeg dan ook reeds dadelijk de eerste jaar- 
gang. Mr. J. van Lennep zeide in zijn voorbericht: »Ik wil volstrekt 
niet bewceren, dat er behoefte bestond, 't zij aan een Provincialen, 't 
zij aan een nieuwen Pmcht-almanak. Doch nadat het eens den Heer 
Kraaij goed gedacht had, een nieuw Jaarboekjen uit te geven en my de 






BOEKENLIJSTEN. 197 

Van gemeiigdeu inhoud en aard. 

Jtiardoekje uityeg. door de Fereefiiging voor liet Paardenraa 1.25 
(1845 — 56), — Jaarboekje der Boog schutterijen 70 (184*8), — 
Mars. Jaarboekje voor /iet Ned. Leger 0.80 (1849 — 50), — lluü' 
koudelijke Almanak 0.60 (1849 — 51), — Ned. Jaarboekje der Pos- 
terijen 1.25 (1849—57). 



redactie daarvan op te dragen, achtte ik het wenschlijk, dat zoodanig 
Jaarboekjen eenigzins van den gewonen sleur afweek, en niet slechts aan 
zijn bestemming als werkjen van smaak , maar ook als Provinciale Alma- 
nak zoo veel mogelijk voldeed. Of my zulks, in het eerstgenoemde op- 
zicht, gelukt is, daarover mogen mijne lezeressen oordeel en: — en wat 
het tweede betreft, zoo vergenoeg ik my, met te vermelden, dat het 
werkjen is geschreven door Hollandsche schrijvers, en op Hollandsch (geen 
machinaal) papier is gedrukt: dat de beliandelde onderwerpen, zoo in 
proza als in poëzy, alle betrekking hebben tot Holland en Hollanders: 
dat de teekeningen in Holland gemaakt, de plaatjens in Holland gesneden 
of gelitogi'afieerd , de muzyk in Holland geschreven en de band in Hol- 
land vervaardigd is, alles door ingezetenen, die opcenten aan de Provin- 
cie betalen: — in één woord, dat ik in dezen zoo Provinciaal geweest 
ben, als de felste voorstander van tien gerechtshoven zou kunnen ver- 
langen. — Men zal my, hoop ik, niet ten kwade duiden, dat ik my, 
zoo op de keerzijde van den kalender, als in de kronijk (die ik beide 
onmisbaar achtte) eenige onschuldige boeil veroorloofd heb. De tijden 
zijn droevig, en de geest heeft wel eens wat opbeuring noodig. Vindt 
soms iemand mijn scherts mislukt of misplaatst, hy verschone my en 
bedenke, dat men niet geestig wezen kan wanneer men wil." 

Die ondeugendheden in kalender en kronijk , zoowel wat tekst als illus- 
tratie van kleine houtgravuren betreft, waren in de twee eerste jaar- 
gangen van groote aantrekkingskracht. — In 1851 verloor de Holland ten 
eenenmale zijn provinciaal karakter en werd een prachtjaarboekje aan de 
anderen gelijk. De luimige gedichten van den Schoolmeester^ in 1851 
begonnen met een Proeve eener Natuurlijke Historie voor de Jeugd ^ 
bleven elk jaar de aandacht trekken. 

Met 1867 nam de Holland den titel van Castalia suin. In het voor- 
beiicht van dezen jafirgang schrijft Mr. J. van Lennep, dat hij de redac- 



1 9 S BOEKENLIJSTEN . 

tie aan andere handen (A. J. de Buil) overgegeven heeft, niet omdat er 
eenige mindere overeenstemming tusschen de vennooten (redactie en 
uitgever) bestaiit, maar enkel, omdat de taak van bijdragen uit eigen 
fabriek en het heen en weer schrijven over het werk van anderen, hem 
na de verloopen 18 jaren te lastig wordt. »Van ongenoegen tusschen mijn 
vriend P. Kraaij Jr. , met wien ik de onderneming op touw had gezet , 
was geen sprake; integendeel heeft, sedert den dag, waarop wy onze 
kompagnieschap hebben aangegaan, niet alleen de beste verstandliouding 
tusschen ons geheerscht, maar is de heuscho en voorkomende wijze , 
waarop hy mijn taak steeds verlicht heeft, de voornaamste reden ge- 
weest, dat ik aan die taak gedurende achttien jai^en mijn zorg ben blij- 
ven wijden, en geene dan genoeglijke en dankbare herinneringen neem 
ik van onzen gemeenschappelijken arbeid mede. — Er is een tijd, dat 
men zich los moet maken van banden, die beginnen te knellen, en 't is 
betei', dat de lieden vragen: » waarom nu reeds?" dan dat zy zeggen: 
«vroeger ware beter geweest." 

In 1875 werd de uitgaaf gestaakt. De tijd van jaarboekjes was voor- 
bij : pi-achtwerken van allerlei aard vervingen de plaats der veroudei-de 
almanakken. 

Tusschen Holland en Aurora bestond jarenlang een vriendschapj)elijke 
maar scheipe naijver. Met angstige spanning werd elk najaar uitgezien, 
wie van beide de beste en bevalligste gravuren, den fraaisten band zou 
geven. De twee uitgeveis deden van weerskanten al het mogelijke om 
elkaar daarin de loef af te steken. Hun belang en hun eergevoel dreven 
hen tot hun uitei-ste best. Aan hun vriendschap heeft dit nooit eenig 
kwaad gedaan; en hun werk werd er te beter door. 



BOEKEN-OVERZICHT. 



De herdrukken van een aantal kapitale werken op het gebied 
van staats- en reclitswetenschap zijn het voldoende bewijs, hoe 
ook in dit tijdvak de boekhandel aan dit vak van studie veel te 
danken had: die van Asser, de Vries, Pliester, de Gelder, v. d. 
Kemp, Luttenberg, Groen van Prinsterer beleefden 2e, Diej)- 
huis, Opzoomer, van Uije Pietersen, Abbink 8e, Oudeman 4e 
drukken. Ook de kostbare nieuwere ondernemingen doen zien, 
dat onze uitgevers vol moed de auteurs ter zijde stonden en van 
hun kant den uoodigen ijver ontwikkelden. Daaronder mag ge- 
wezen worden op de uitgaven van v. d. Honert, Diephuis, Ver- 
nède , van Hasselt , Martini , Oudeman , Abbink , de uitgaven 
der Staatsbladen en der onderscheiden tijdschriften. 

In alle takken van administratief beheer was bewegingen leven. 
De verklaring en toepassing der wetboeken, de regeling van ons 
staatsbestuur en de ontwikkeling van politieke belangstelling 
gaven aan pen en pers overvloedigen arbeid, waarvan de boek- 
handel zijn niet geringe voordeden genoot. Opmerkelijk is het 
getal tijdschriften, die zich in dit tijdvak vestigden, al was er 
menigeen onder, dat na eenige jaren levens door andere ver- 
drongen werd of zich door te gering debiet niet langer staande 
kon houden. Niettemin kon het tijdvak van 1840 — 49 inder- 
daad niet klagen over lauwheid op het gebied van rechts- en 
staatkunde. 

Evenmin op dat van genees- en heelkunde. Wat de genees- 



200 BOEKBN-OVEBZTCHT. 

kunde betreft, vinden wij haar voornaamste schriftelijke beoefe- 
naars in Broers, de Jonge, Ermerins , Dupare, Gobee, Bosch, 
Allebé, Djvssen, Arntzenius, Pruijs van der Hoeven, Moleschott, 
Beets, en in de buitenlanders wier werk vertaald werd, EUis, 
Duflos. Busch, Fuchs, Conradi, Canstatt, Tsensee, Sobernheim, 
Budge , Bresslcr , Wittstein , Pereira , Ennemoser , Romberg , 
Schönlein , Meissner , Zehetmayer , Oest^rlen , Wunderlicli, Coley. 
Voor de lieelkunde noemen wij bij voorkeur onze landgenooten 
Tilanus, Vrolik, Krieger, Polano, Hess, Mensert, en de vreem- 
den: Bock, Busch, Plath, Nacgele, Chelius, Mundi, Bourgery en 
Jacob, Kampfmuller, Chailly, Dieflenbach, Stromeijer, Marslihal 
Hall, Rokitansky,Erank, Henle, Ruete, Valentin, Falk, Humfry, 
Emmert. Voegen M^ij daarbij het aantal kleinere geschriften over 
verscheiden onderdeelen en die menigte verhandelingen en bij- 
dragen, die onze schrijvers zoo ruim gelegenheid hadden te 
plaatsen in de werken van genootschappen of in tijdschriften, 
dan belioeft het geen betoog hoe deze wetenscliap bloeide. De 
uitgevers zagen niet op tegen zelfs zeer kostbare editiën met 
platen, in de overtuiging dat zij bij jongere doctoren, studenten 
aan de akademiën en leerlingen aan de klinische scholen, voor 
welke laat^ten voornamelijk de vertalingen bestemd waren, een 
beloonend debiet zouden vinden. 

Met 1840 kan gezegd worden een nieuw tijdvak voor de na- 
tuurwetenschappen aangebroken te zijn. Tn iedere richting ver- 
toonde zich ontwikkeling. Dezelfde geest , die aan Humboldt's 
Kosmoa over heel de wereld zooveel bijval schonk, bracht de pen- 
nen van allerlei onderzoekers, elders en hier, in beweging en 
maakte zich vaardig om voortaan op te treden als de macht, die 
een hervorming zou brengen over de maatschappij der toekomst. 
Het was alsof aller oogen opengingen voor de schatten en won- 
deren der natuur, alsof er een algemeen vermoeden wakker werd, 
hoe haar geheimen en krachten eerst nu zich stonden te open- 



r 



BOBKBN-üVERZICUT. 201 

baren. De zucht naar kennis greep overal om zich heen. De 
nieuwe uitgaaf van Uilkens' uitmuntend werk, maar nu door 
vakgeleerden in zijn onderdeden bewerkt, vestigde hier te lande 
den blik op sterrenliemel , lucht en dampkring, dieren-, planten- 
en delfstoflenrijk. Harting baande met zijn Microskoop den weg 
tot het schier onzichtbare ; de Sporen van de natuurlijke gescJdedeniè 
der sdiepping en Tjconhard's Geologie gaven aan vervlogen eeuwen 
haar natuurleven terug. — De scheikunde, hier te lande met Mul- 
der , en door vertalingen met Fresenius , Liebig, Wöhler, Stöckhardt, 
Girardin en Johnston aan haar hoofd, vroeg om haar recht niet 
alleen, maar strooide haar weldaden door haar toepassing op al- 
lerlei takken van fabriekwezen , nijverheid en landbouw. — Kaiser's 
Sterrenlieuiel vond zooveel bewonderaars, dat het lijvige en dure 
boek later tweemaal herdrukt moest worden. — Wiskunde werd 
een gevierde wetenschap, en bcmwkunde, vooral de waterbouw- 
kunde, kreeg nieuw leven door de werken van Storm Buijsing 
en Brade. — Niet minder kreeg de zecvaartkunde haar deel, door 
de werken van Jacob Swart, Obreen, Pilaar, van Cleefl', Huij- 
gens en Lecomte. 

Opmerkelijk is het hoe de geschiedenis gaandeweg een keer 
neemt. Waren het vroeger doorgaans uitgebreide standaardboe- 
ken die gezocht werden, van lieverlede begint de bijzondere ge- 
schiedenis beoefend te worden in die van afzonderlijke tijdvakken, 
volken, personen, zooals, om maar enkelen te noemen: llermes, 
De laatste 25 jaren ^ Eijlert, Willem III van Pruiasen^ Alison, 
Het Spaansche Schiereiland enz. Geldt dit voor de algemeeue, 
het toont zich evenzeer in de kerkelijke en vaderlandsche his- 
torie. Als voorbeelden halen wij aan Coquerel, De Kerken der 
Woestijn; ter Haar, Gesch. der Kerkhervorming^ Menry, Het leven 
van Calvyni v. d. Vijver, Gesch. van Amsterdam^ Het leven, van 
R, J, Schimmelpenninck, In deze jaren ook beginnen de provinciale 
en gemeente-archieven al meer en meer behoorlijk geregeld, be- 



202 BOEKEN-OVEBZTCIIT. 

kend gemaakt en gebruikt te worden, o. a. dat van Friesland door 
lockema, Verweij , Dirks, Eekhofl'; van Groningen doo;* Diest 
Lorgion, Smitli, Feith; voor Gelderland door Nijliofl'; voor de 
Zaanlanden door Honig; voor Noord-Brabant door Hermans; iu 
later jaren van alle kanten, tot groot nut voor de geschiedkun- 
dige wetenschap, overal nagevolgd. Soms gebeurden dergelijke 
uitgaven, hetgeen zeer prijselijk was, onder geldelijken steun 
van wege provincie, gemeente, of een of ander genootschap, ge- 
lijk o. a. Leeuwarden deed ten opzichte van Eekhofl^'s geschied- 
kundige beschrijving dier stad (bij welker tekst de gemeente 
Leeuwarden op haar kosten gratis toegaf elf kaarten en platen) 
en Haarlem , eerst met de Bruijn Kops' Stukken der Grafelijke tijdan 
en daarna met A. J. Enschede's liet Archief der stad Haarlem. 

Nog een ander verschijnsel doet zich voor. Wat in het laatste 
gedeelte van het vorige tijdperk met enkele werken gebeurd was, 
toonde zich in dit al meer en meer : de opluistering door platen 
in staal- en steengravuren of houtsneden. Van buiten af, door 
de werken van Sporschill, De groote Wereldstrijd en l)e 30 jarige 
oorlog^ was dit hier ingevoerd en zeer aantrekkelijk bevonden. 
Die van Kugler , Frederik de Groote , en Clavel , Vrijmetselarij en 
Gesc/tiedettis der Godsdiensten volgden , en weldra bracht hun ver- 
koop onder het anders niet koopende publiek , dat bovendien door 
de goedkoopc verschijning bij afleveringen verlokt werd , zulk een 
nieuwe beweging in den handel, dat verscheidene ondernemingen 
met het oog daarop werden oj) touw gezet. Daaraan danken wij 
o. a., wat ons land betreft, de Geschiedenis des Vaderlands begon- 
nen door Arend, voortgezet door van Rees, Brill en van Vloten, 
een werk dat, lielaas, door den dood van den laatsten met ITl-i 
gestaakt werd; het Leven van JVilleni /, v. d. Aa , Oud Neder- 
land^ en de Nederlandsche Karakterschetsen door de Maatschappij van 
sclioone kunsten uitgegeven. De voorliefde voor geschiedenis ont- 
waakte bij schrijvers en lezers en toonde zich in een aantal vrij 



BOEKEN-OVERZICllT. 203 

lijvige boeken, die wij in herinnering roepen door eigen namen 
als van Limburg Brouwer, Dozy, Bosscha, Scheltema, Schotel, 
V. d. Willigen, Immerzeel, Groen van Prinsterer, L. P. C. v. d. 
Bergh , van Lennep, Acker Stratingh , de Stuers, van der Maa- 
ien, Eng. Gerrits, Moll, Kist, Royaards, ter Haar, Glasius, 
Riedel; eii die van vreemden als Rotteck, Lamartine, Carlyle, 
Sackreuter, Genthe, Neander, Ilagenbach , üawling , Baird. -De 
Fransche revolutie van 1848 bracht in het laatst van dit tijdperk 
een menigte kleinere geschriften in de wereld, maar zou voor de 
toekomst van grooter gevolgen zijn. 

Reisbeschrijvingen verschijnen nog altoos in overvloedige hoe- 
veelheid. Des Amorie v. d. Hoeven, van 's Gravenweert , de 
Sturler, Ackersdijk , Kneppelhout, van Senden, Ver-Huell, En- 
gelen , van Herwerden , v. Ijennep Coster , Ritter , Davis , Hood , 
Ruschenberger , Brooke, Bryant geven aantrekkelijke verhalen 
omtrent door hen bezochte streken in den vreemde. Opmerking 
verdient mede, dat in het Nieimsblad san 25 Juni 184-0 de volgende 
advertentie voorkomt: ,>Als een gevolg van de uitvinding der 
Daguerreotype^ inzonderheid voor de talrijke reizigers, die jaar- 
lijks Parijs bezoeken, is dezer dagen bij Elix & Co. te Amster- 
dam een prentwerk verschenen onder den titel Parijs en deszelfs 
oiiiHreek^ bevattende afbeeldingen naar afdrukken der Daguerreo- 
tt/pe^ met eene trouw en naauwkeurigheid gegeven als te voren 
onmogelijk was daar te stellen." Wie zou toen hebben kunnen 
vooruitzien de onschatbare gevolgen, die deze uitvinding met 
hatir verbeteringen, ook voor den boekliandel, hebben zou! 

De kennis van Ned. Indië breidt zich uit door aardrijkskundige en 
maatschappelijke beschrijvingen van Mulder, van Vliet, Teenstra, 
Lauts, van der Aa, de Stuers , Olivier , Poster. — Nieuwe staal- 
gravuren, uit Engeland aangevoerd, roepen nieuwe pracht werken 
over landen en steden te voorschijn, en Payne's üuivermni ver- 
spreidt zich bij honderde exemplaren. 



204 BüEKEN-ÜVBllZICUT. 

De voornaamste atlassen en kaarten waren die van v. d. Aa 
en Glimmerveen, en van de Bruijn en J. Swart. 

Op godgeleerd en kerkelijk gebied ontstaat een machtige be- 
weging. Het werk van Strauss , Da8 Lehen Jesu^ waarover wij iu 
onze lijsten uitvoeriger spraken, brengt de pennen van biuneu- 
en buitenlandsche geleerden in vollen gang. De zoo geroemde 
Groninger school, reeds op het eind van het vorige tijdvak ge- 
leid door de hoogleeraren Hofstede de Groot, van Oordt en 
Muurling, vindt meer en meer aanhang. Partijen splitsen zich in 
onderscheiden richting en krijgen haar heftige woordvoerders. 
Schol ten, Opzoomcr, Hofstede de Groot, Pareau, Vinke, da 
Costa, Groen van Prinsterer, Doedes, Koorders, van Seuden, 
treden op, naast vroeger genoemden als de Greuve, Heringa, 
Royaards, van Hengel, v. d. Willigen, Bonman, van Heusde. 
Vertalingen verschijnen van Folmer , Buchman , Bretschneider , 
Ullmann, Neander, Hagenbach, Thiersch, Stirm, Tholuck, Gie- 
seler, Bauer, de Wette, Umbreit, Schleijermacher , Krause. 
HagenbacVs Hervorming is een boek van 3é.70, Vinke's N. Te*- 
tamefit 20.80 , MoU, Veth en Dom. Nicuwenhuis' Bijhehch ff^oar- 
denboek 26.50 ; Oosterzee's Leven van Jezus 22. — zou een 2eu 
druk beleven in 1863, en Scholten's Leer der Jlerv. Kerk een ^ew 
in 1870. Boeken van gewicht en omvang, niet te vergeten de 
preek bundels, verdringen zich; de boekhandel heeft met deze en 
zoo veel kleinere gescliriften een gouden tijd. Voeg daarbij de 
beweging in de katholieke kerk, door den afval van den priester 
lionge e. a. ; door het sluiten van een concordaat, en door den 
strijd tegen de Jezuiten — een strijd, die, helaas, aan vroeger 
ergernissen van onzaligen geloofsijver herinneren moest! 

Het is der aandacht waard, dat onder al dezen leerstellingen 
en kerkdijken strijd de eigenlijke stichtelijke literatuur eenigermate 
naar achteren geschoven werd. Bij het eind van dit tijdvak werden 
de uitgaven van gemoedelijk-vrome strekking betrekkelijk minder 



BOEKBN-0 VEKZICHT. 205 

in getal dan vroeger. Wel hadden zij in den handel nog altoos een 
eereplaata en vonden zij een ruim debiet, gelijk onder meer over- 
tuigend blijkt uit de buitengewone oplagen van Zschokke's verschil- 
lende werken en den bijval aan enkele volkstijdschriften, gelijk het 
Christelijk Album , te beurt gevallen ; maar alles begon naar een meer 
of minder bepaalde kleur te zoeken , die , het kon niet anders , altoos 
een zeker polemisch karakter droeg. Daarenboven begon reeds, 
na 184S, de zoogenoemde moderne richting, eerst als eensluiker, 
later meer met een ridderlijk open vizier, zich hier en daar in 
het openbaar te vertoonen. Tenzij de titels een gestempelden 
naam te lezen gaven, wantrouwde men het nieuw-uitkomende. 
De partijen sloten zich vaster aaneen en alzoo wijder van elkan- 
der af, en de rustige burger, die van dit kerkelijk geharrewar 
zoo weinig mogelijk weten wou, maar voedsel zocht voor het ge- 
moedelijk leven, vreesde terecht, door deze stichtelijke lektuur 
het paard van Troje binnen de muren van zijn huis te zullen 
inhalen. Aan de eene zijde maakte de vrees voor een al te 
letterlijk geloof, aan de andere zijde de voorzichtigheid ten 
overstaan van al te ruw afbrekend ongeloof, de groote me- 
nigte afkeerig om zich aan den invloed van het eene of van 
het andere bloot te geven. Het meest lezende publiek was 
te vinden aan den kant der behoudsgezinden, die in Oos- 
terzee , Beets , Hasebroek en een aantal, meestal Engelsche, geest- 
verwanten nieuwe gevierde woordvoerders kregen. Daar kwam 
bij , dat de stichtelijke lektuur een anderen uiterlijken vorm be- 
gon aan te nemen. Duurder boeken werden niet meer zoo ver- 
kocht als vroeger. Het ontvangen van maandelijksche afleveringen 
bleek meer en meer in den smaak te vallen, en wat vroegere schrijve^rs 
behandeld hadden in een deel van grooter of kleiner omvang, 
vond thans een nieuwen weg in het tijd schrift, dat nog bovendien 
het voordeel van afwisseling en verscheidenheid had door den 
aaneengesloten band zijner medewerkers. De aanzienlijke uit- 



206 BOEKBN-OVERZTCHT. 

breiding van het getal godsdienstige tijdschriften en jaarboekjes 
in dit tijdperk is een opmerkelijk feit, dat althans voor een groot 
gedeelte uitging van de uitgevers-zelveri , die, den smaak van het 
publiek waarnemende, van hun kant heel wat bijbrachten om 
daaraan overvloedig te voldoen. Tijdschriften van allerlei kleur 
en tint, voor allerlei soort van lezers, ontwikkelden en eenvou- 
digen, voor mannen en vrouwen, voor volwassenen en kinderen, 
verdrongen elka&r in steeds klimmende maat. 

In 1844 vestigde zich de „Vereeniging tot bevordering van 
(Christelijke lectuur,*' die de firma H. Höveker te Amsterdam als 
haar uitgever aannam. Het doel dier Vereeniging was in haar titel 
uitgesproken. Loffelijk in beginsel , was zij voor den boekhandel 
nochtans een nadeel berokkenend concurrent^ vermits zij, door 
haar inkomsten gesteund, boeken veel goedkooper verkrijgbaar 
stelde dan eenig uitgever vermocht te doen. Zij had dit trouwens 
gemeen met menig andere philanthropische vereeniging. In haar 
zevende verslag, 1852, vermeldt zij, dat zij in haar eerste jaar 
8000 boeken verkocht, en dat dit getal gedurende het zevende 
jaar, 1852, reeds tot 13200, of tot 50000 in het geheel was ge- 
stegen. Wel een bewijs, dat gekleurde stichtelijke lektuur hier 
tx3 lande gezocht is , en tevens dat goedkoopheid een groot middel 
is ter versjïreiding. 

Werpen wij een vluchtigen blik naar het breede veld der let- 
terkunde, dan vallen ons allereerst in het oog de roemrijke namen, 
die onzen aiouden bloeitijd van de beoefeiiing der klassieke lette- 
ren in eerbiedige herinnering houden. De deftige oude talen 
staan op het punt haar onbetwist gezag aan akademiën en onder 
de geleerden betwist te zien. Nog hebben zij haar priesters in 
Iloffmann Peerlkamp, Bake, Mahne, 1). J. van Lennep, lloeufft. 
Welhaast zal het altaar schier verlaten staan. Maar terwijl het 
Orieksch en Latijn in beoefening dreigen achteruit te gaan , 
treedt de studie onzer eigene taal al meer op den voorgrond. Een 



BOEKEN-OVERZTCHT. 207 

kring van jeugdige akatlemieburgers vestigt de Vereeniging ter 
bevordering van oud-Nederlandsclie Letterkunde. Matthijs de Vries, 
Jonckbloet, Tideman , T-icendertz , de Hoop Scliefler, zijn de baanbre- 
kers die, behalve door eigen werk , naast dat van de Jager , ook door 
hun voorbeeld de liefde voor het ïloUandsch zullen doen herleven. — 
Ook de nieuwere vaderlaudsche letterkunde gaat met vaste schre- 
den en man aan man haar glorietijd te gemoet. Van de oudere 
garde: Lulofs, v. Limburg- Brouwer, Schrant, Lublink Weddik, 
Heldring, des Am. v. d. Hoeven, Halbertsma, van Kampen, 
Geel ; van de jongere kampioenen : Beets , Hase broek, Kneppelhout , 
en vroeger genoemden. De bron der poëzij welt weliger dan ooit. Ons 
volk wordt door een zekere drift naar verzen aangegrepen. Zijn gemoe- 
delijke stemming, die zich uit in de overhelling tot eenvoudig-vrome 
lektuur; de opgewonden vaderlandslievende geest na den oorlog 
met België; de behoefte aan huiselijke gezelligheid, die tot een 
algemeene deugd geworden is; de romantiek, die ons van buiten 
af al meer en meer aanwaait, en, niet te vergeten de klimmende 
waardeering van onze eigen HoUandsche taal , geeft open ooren 
voor de zangen onzer als uit den grond oprijzende dichttaal. 
Wat getal van poëtische werken aangaat, heeft ons land nooit 
zulk een overvloed gekend. Onze uitgevers, die vroeger alles 
behalve voordeelige rekening maakten met bundels van Bilderdijk, 
klijn, Loots, Staring en zooveel andere hoofdmannen dier dagen, 
betwisten elkander het voorrecht om verzen ter pers te leggen 
van Tollens , da Costa , Beets , ten Katc . van Tjennep , ter Haar, 
Heije, Meijer, van Zeggelen. Tollens strooit zijn bundels in dui- 
zende huisgezinnen; da Costa treedt als de gevierde meester op 
nieuw op met zijn Vijf en twintig jaren en zijn schitterende politieke 
zangen; Beets met zijn Cruy^ zijn Ada^ zijn bundels Gedichten \\.q\\ 
Kate met zijn Jhcutverus en zijn gloeiende tijdverzen; van Tjennep 
met zijn vaderlaudsche legcniden; ter Haar met zijn Joannes en 
TJifogene^i^ ziju M. Paul uft rots \ Heije met zijn A7w6^^;*//W^;v?w ; Meijer 



208 BOEKEN-OVERZICHT. 

met zijn Boekanier en zijn Heemskerk^ en van Zeggelen met zijn 
komische verhalen, zijn Falkenvangst , zijn Avondpartij ^ zijn Ridder 
en de Dame — allen geliefde voortbrengselen , die twee- of meer- 
malen werden gedrukt. Voeg daarbij Potgieter, Hofdijk, van der 
Hoop Jrsz. , Engelen, van den Bergh, Helvetius van den Bergh, 
Pniimers, Schippers, Greb, v. d. Kasteele, R. Janssonius, Les- 
turgeon , Alb. Thijm , Schimmel , van den Broek , Beeloo , Box- 
man en menig ander en de verschijning van een dichterlijk 
])laatwerk als de BijbeUche Vrouwen^ een boek van /* 20. — , dat 
een debiet had van ongeveer 2000 exemplaren : dan zijn dit blij- 
ken genoeg van buitengewone dichterlijke vruchtbaarheid, een 
vruchtbaarheid , die aan overdaad grensde en die door Braga zoo 
jammerlijk aan de kaak gesteld en gegeeseld werd. 

Ook was deze overvloed den boekhandel niet altoos ten ze^ii. 
Het ligt voor de hand, dat, bij die dichterlijke aanstekelijkheid, 
de dicht<*rs naar uitgevers zochten, maar dat laatstgenoemden niet 
steeds een publiek vonden, dat behagen schepte om zulke eerste 
voortbrengselen te koopen. Auteurs, bovenal jonge poëten, op- 
geschroefd door vrienden en hoorders, lat^n zich licht verleiden 
om hun (laat het iets meer zijn dan) uilen voor valken aan te zien en 
meenen recht te hebben op een deel van de zoo vaak denkbeeldige 
winsten, die zij droomen in de beurs van hun uitgever. Helaas, 
dat deze zoo onbegrensd dikwijls het slachtoffer is van zijn toe- 
gefelijkheid, hulpvaardigheid, ook van de vrees om neen te zeggen, 
en niettemin bij schrijver en publiek geacht wordt zich voordeden 
toe te eigenen die eerder een ander dan hem toekomen. Jeugdige 
auteurs over het algemeen , in welk vak ook , meenen in den 
regel een daad van zelfverloochening te doen , wanneer zij hun eer- 
ste kopij den uitgever gratis afstaan en zijn er hemels})reed ver van 
af te willen gelooven, dat deze hun soms veel grooter dienst bewijst 
dan zij hem doen. Indien daar voor den uitgever geen andere 
buitenkansen tegenover stonden , door bekwaamheid , geduld of, 



BOEKEN-OVERZTCHT. 209 

omstaTidigheden hem in den schoot geworpen, zou deze soort van 
handelsman wel dwaas doen door ooit iemand anders dan ge- 
zochten, winstvasten auteurs te wille te zijn. 

Minder onzeker of gewaagd is het roman-terrein. Het werd 
dit vooral na 1 840 , toeii , t€n gevolge van de vele leesgezel- 
schappen, (Ie boekverkoopers deze gelegenheid tot goedkoop on- 
derling lezen uitbreidden door het o])richten van leesbibliotheken, 
gaandeweg in allerlei plaatsen al meer en meer toenemende i. 



* Leesbibliotheken zijn er bij ons sinds lang geweest, maar bij uitzon- 
dering in de hoofdsteden. L. D. P(etit) haalt in het Nicuwshliul 1869 
aan een CMalogue des livres qui se troyiH'nt duns Ie Bihliolhèque puhlique^ 
recupillis par H. Schem'leer Fz. , dans tnw Salie publiquc sur Ie Buylen- 
hof ('s Gravenhage) a Vusage des Curieux et de cexix qui aimenl la 
Lecture. Hij geeft van die bibliotheek de volgende beschrijving. 

»Deze Leesbibliotheek was op een geheel nieuw plan ingericht, waar- 
van de voorrede van den Catalogus uitvoerige rekenscha[) geeft. De Ca- 
tatogu.<«, die in 1759 verscheen en reeds 3008 titels telde, werd in hetzelfde 
jaar door drie supplementen gevolgd, zoodat op het einde van dat jaar 
de bibliotheek 5110 boeken bevatte. Dat de eigenaar er steeds op be- 
dacht was om zijne collectie uit te breiden, om daardoor aan de eischen 
van het publiek te voldoen, blijkt voldoende uit zijn voorrede, waarin 
hij onder anderen aan »de liefhebbei's der wetenschappen en voorstanders 
van nuttige ondernemingen" zegt: »De vermeei'dering der intekemvars, 
en te gelijk de recommandatie van zommige Heeren, heeft mij zodanig 
aangemoedigd, dat ik alles bijgebragt hebbe wat mogelijk voor mij wa.s, 
om UEd. met een nieuwe vermeerdering van Doeken behoorende tot de 
Leesbibliotheek te verrassen. Om een yder genoegen te geeven, hebbe 
ik zorge gedragen om in alle Faculteiten en Taaien, zo wel Oude 
als Nieuwe uitgekoomen Roeken te plaatsen. Twijflele niet of UEd. zult 
mij met Uwe intekening niet alleen, maar teiïens met Uwe Recomman- 
datie blijve begimstigen, ten eijnde dat deze mijne nuttige onderneeming 
blijve floreeren in weerwil van zommige, die het succes in deze door 
kwaade inductie te geven zoeken te stremmen." 

pDe bibliotheek was voor het publiek toegankelijk op alle weikdagen 
van des morgens 9 tot 1^ uur en van des namiddags van 3 tot 7 uur. 



210 BOEKEN-OVERZTCHT. 

Het stond een ieder vrij uit de bibliotheek het boek te kiezen dat bij 
noodig had; hij kon liet mede naiir huis nemen tegen afgifte van een 
door hem onderteekend refu. Om het den lezers gemakkelijk te maken, 
mocht men de mede naar huis genomen boeken voor een onbe^malden tijd 
houden. Werd echter een boek verlangd dat reeds uitgeleend was, dan 
kreeg hij, die het geleend en nog niet terugbezorgd had, eene waar- 
schuwing; na ontvangst daarvan mocht hij het door hem geleende boek 
als het een werk in folio was niet langer dan 3 weken behouden; was 
het in A"" dan slechts 14 dagen, en als het een boek in 8° of 12° was, 
dan moest hij het binnen 8 dagen terug bezorgen. Meer dan één lx)ek 
kon men niet te gelijk leenen , en als het verlangde werk uit meer dan 
één deel bestond, kreeg men eerst het eerste deel, daarna als dit temp 
bezorgd werd het tweede, enz. zoodat meerdere personen te gelijkertijd 
hetzelfde werk konden lezen. Daar het dikwijls gebeurde dat er een boek 
verlangd werd dat reeds uitgeleend was, werden de «liefhebbers" ver- 
zocht verscheidene boeken te gelijk ter leen te vragen, uit welke opgave 
de bibliothecaris eene keus deed en het voorlianden boek afl e veixie, zoodat 
hij bijna altoos zeker was aan het verlangen der heeren liefhebbcfs te 
voldoen. 

»De abonnementsprijs bedroeg voor een geheel jaar f 12. — . 

» » half » » 7. — . 
» eene maand » 1,50. 

t>Zij, die zich niet wilden abonneeren, maar nu en dan eens een boek 
leenden , betaiilden voor een boek in folio 12 stuivers per dei^l. 

» » » )) 4° 6 » » D 

» » in 8° of iT 3 » » » 

)) Wilde men in de bibliotheek alleen iets nazien of lezen en was men 
niet geabonneerd , dan moest men 51 stuivers entreegeld betalen en nit>rbt 
dan blijven gedurende den tijd dat de bibliotheek geopend was. Verlangde 
men een boek mede naar huis te nemen, dan moest men de volle waai*dp 
daanan in klinkende munt bij den bibliothecaris dcponeeren. 

))In den catalogus werd bij ieder boek de waarde opgegeven, zoodat 
men, als een boek verloren of beschadigd werd, dadelijk kon nazien hoe- 
veel men voor schadevergoeding te betalen had. 

»))De meeste Journaalen, Boeksiiale, Jaarboeke en Nieuwigheden die 
daagelyks uytkoome, zijn Regulierlyk in deeze Bibliotheek te vinden, 
en worden gelyk alle nieuw uytkoomende Boeke tot de minste pryse aan 
een ieder die dezelve begeere te boude verkogt."*' 



BOEKEN-OVERZTCHT. 211 

Behoefte aan lektuur en lektuur- verschaffing gingen hier merk- 
waardig te zamen. Onze eigene letterkunde wierp vrnchten af 
zoo frisch en zoo ruim, als men niet zou hebben durven voor- 
s]}ellen. Jacob van Lennep was in zijn volle kracht, Mcj. Tous- 
saint gaf uit haar rijke pen telken jare een nieuwen bundel 
of groot tafereel; haar geesteszuster Betsy Hasebroek volgde hiiar 
in baar minder historische, maar gemoedelijke eigenaardigheid, 
na; Clemens maakte o])gang met zijn geestige verhalen; Honig 
met zijn vaderlandsclie schetsen ; Boudewijn (J. L. van der Vliet) 
met zijn humoristische causeriën; van Koetsveld trad op met zijn 
Pastorie van Mastland^ v. Limburg Brouwer met het Lee^gezehcliap 
van Diepenbeek^ van Schaick met zijn Dorpsve^^halen ^ Henriette 
Marie L(angelaan) met haar Coquetterie ^ dat te gelijk een der 
eerste proeven van Puhri was om te breken met het groot 8° 
formaat en voor den roman een handiger en goedkooper vorm te 
kiezen. En naast dezen sloten zich aan de vruchtbare pennen 
van Bosdijk , van Buren Schele , Donkersloot , Storck , benevens 
een aantal, die, zooals J. de Vries (onder verschillende schuil- 
namen als: A. van Loon, Asmodée, A. W. van Brederode, Reid- 
Irving, V. d. Eikenhorst enz.) het leveren van boeken ten behoeve 
van leesbibliotheken tot een loutere broodwinning verlmigden. 
Onze literatuur leverde gedurende dit tijdvak het tot heden toe 
ongehoorde aantal op van ongeveer 200 oorspronkelijke romantische 
werken in groot 8^, boven de vele verhalen en bundeltjes van 
minder handelswaarde. 

In gelijke evenredigheid namen trouwens de vertalingen toe. liet 
uitgeven van wetenschappelijke en zuiver letterkundige werken 
eischte in elk geval eenige kennis en veel tact; dat van romans 
was gesneden brood. Door middel van het vertalingsrecht de hand 
te leggen op een boek uit den vreemde; verzekerd te zijn van 
een uitsluitend bezit zonder gevaar van mededinging; dat boek 
te doen vertalen zoo goed of zoo slecht als men zelf verlangde ; 

14* 



212 BOEK ËN-0 VERZTOHT. 

het te doen drukken zoo voordeelig mogelijk; het op te sieren 
met een sprekend vignet of met platen, bij wijze van uithang- 
bord, en het in den handel te brengen als artikel van consumptie 
voor leesbibliotheken , was waarlijk geen heksenwerk. Wie nooit 
wat aan uitgeven gedaan had of er de plichten van begreep, kon 
dergelijke schadelooze speculatie veilig wagen. 

En naar mate de uitgevers daarvan te knst en te keur te vin- 
den waren , naar dezelfde verhouding verrezen ook de schrijvers , 
die of oorspronkelijke waar fabriekten, of hun pennen vleugelen 
gaven voor het opkrassen van allerlei vertalingen. Het Nieuws- 
blad wemelde van advertentiën , waarin werk werd aangeboden 
tegen goedkoop loon of prijscouranten werden gegeven van ver- 
taalarbeid. Namen te noemen dient nergens toe, al kan de na- 
pluizer die desverkiezende in het Nietmsblad gemakkelijk vinden. 
Maar wij hebben een ganschen voorraad aanbiedingen vóór ons 
van een inhoud als de volgende: 

„(N. N.) bezittende een grondige Nederlandsche taalkennis en 
een goeden stijl, biedt zich aan om uit het Fransch, Engelsch 
en Hoogduitsch sierlijke en naar den geest bewerkte vertalingen 
te leveren voor f 2.50 uit eerstgemelde , voor f 3.50 uit laatst- 
genoemde talen. ^' 

„^N. N.) Schrijver van ITH beleg en de verdediging vanHaarlrm, 
meldt bij deze aan HH. Uitgevers, dat hij wel genegen zou zijn 
tot de vervaardiging van een geschiedkundigen Roman in den- 
zelfden geest als bovengenoemd Werk; hetzij eenig gedenkwaardig 
punt door HunEd. zelf wierd opgegeven , hetzij die keuze aan hera 
Schrijver, overgelaten werd. Hij heeft nog een manuscript lig^^en, 
dat hij , onder een gefingeerden naam , voor f 4.50 ))er vel wil 
afstaan." 

„Verhuisd naar.... 

„(N. N.) Schrijver van Le IVegen der Voorzienigheid; God is 



BOEKEN* OYEBZTCHT. 213 

//tV^V/tf, Geene rozm zonder doornen enz. enz. Dienende (leze tot 
algeiueenc kennis aan 11 H. Uitgevers, die met hem in beirekking 
staan of in relalie zouden wenschen te komen, waartoe hij zich 
welwillend aanbeveelt."' 

Waarop de volgende weck een concurrent adverteert: 

Niet verhuisd! 

„(N. N.) Schrijver der Schoone Bagijn van Amersfoort; der Kie- 
zer scluh van Kijvetiheim; der Schetsen van den geest der Eeuw ; vertaler 
van Belani's Zicerver ; van Strauss , De waarheid in het leven ; van 
Sue's Bnivelheuvel ; van Het fregat Gorgone; van Mendoza^ de Ko- 
ning der Bedelaars; van De twee Tudors enz. enz. , vestigt langs 
dezen weg op nieuw de aandacht van HH. Uitgevers op zijne 
vroegere aMinemelijke voorwaarden , is niet ongenegen de bewer- 
king van een of ander Tijdschrift, of Dagblad op zich te nemen." 

Het natuurlijk gevolg van een en ander was , dat naast de 
firma's van geweten zich plaatsten kleinere firma's met kleiner of 
in het geheel geen geweten, en dat voortaan het getal vertaalde 
romans dat van oorspronkelijke ver overtrefl'en zou. In dit tijd- 
vak bedroeg het den arbeid van niet minder dan 150 buiten- 
laiidsche, hier ingevoerde auteurs, wier vertaalde boeken zeer 
zeker oj) het driedubbele kunnen geschat worden. Aan een sta- 
tistisch napluizer zij het verbleven, onze getallen na te cijferen 
en er een paar bij of af te doen Maar wanneer wij optellen , 
vaagweg, onze eigen romans van eenigen naam tot een getal 
van bijkans 200 , en daarnaast meenen te mogen stellen , dat 
de 150 genoemde vreemde namen vrij zeker dooreengeslagen in 
deze zelfde tien jaren elk drie romantische wérken aan onze 
lezers hebben geleverd , dan hebben wij onze becijfering zeer 
zeker niet overdreven. Voegen wij hier nog bij, dat van deze 
150 dé Engelsche en de Duitsche letterkunde, elk met p. m. 
60 , ongeveer gelijk stonden en dat de overige 30 aan andere 
talen toebehoorden. 



214f BOEKEN-OVERZTCHT. 

Aan deze vertalingen had onze handel zoowel als onze letter- 
kunde niettemin soms groote verplichting. Allereerst wel aan den 
eenigen Dickens , wiens werken , in den beginne niet met zoo 
buitengewonen ophef ontvangen , in later tijd bij duizende exem- 
plaren ook over ons land verspreid werden. Voorts, om alleen de 
voornaamsteu te noemen, aan Thackeray, Bulwer, Marryat, 
d' Israëli, Warren, James, TroUope, Ainsworth, Donglas Jer- 
rold, Cooper, Miss Edgewood, Miss Bury, Miss Bray. V:in 
de Duitschers waren de meestgezochten : Spindler, Tromlitz, 
Zschokke, Qerstacker, Hacklander , Auerbach. — Aanteekening ver- 
dient, hoe op eenmaal de Noordsche literatuur in de mode kwam 
en haar voortrefielijkheid toonde in de ürerken van Fredrika Bre- 
mer, Em. Flygare Carlèn, Ingemann, Andersen, Sparre, de 
Geer, Almquist, Palmblad. Al deze schrijvers, eii met hen zoo 
veel anderen, verkwikten ons familieleven en brachten den handel 
aanzienlijke voordeelen aan. — Winsten niet minder, maar zede- 
lijken invloed hoogst bedenkelijk, de beide Franschen, die in 
deze jaren alles in rep en roer brachten: Eugène Sue en Alex. 
Dumas. Noemen wij daarvan eerst Sue, MysQres de Parü. 

De verschijning van dit boek is voor de letterkunde van de geheele 
wereld van groote , en zeker niet van weldadige, beteekenis geweest. 
Overal bracht het een geweldige, koortsachtige opschudding te 
weeg. De uitgevers uit alle landen betwistten elkaar de vertalin- 
gen. Men zou zeker het cijfer van eenige millioenen krijgen, 
indien men de exemplaren kon wet<en, die er in de verschillende 
talen van dit boek gedrukt zijn. Daargelaten de ziekelijke over- 
prikkeling, die het veroorzaakte, bracht het ongehoord debiet 
mee , dat het aanleiding gaf tot die gansche reeks van sensatie- 
boeken , die in dezen tijd de publieke zedelijkheid vergiftigden. 
Na de ontsluierde geheimen van Parijs volgden , het spreekt van 
zelf, die van Londen, van Weenen, van Berlijn, van welke 
groote stad niet? de een al sterker gekleurd dan de andere, en 



BOEKEN-OVERZICllT. 215 

door het publiek allen gretig verslonden. Op kleiner schaal slo- 
ten zich de Phijsiologim daarbij aan, een soort van schotschriften, 
die de schandalen der hoofdsteden tot in de binnenkamers toe 
begluurden en aan het licht brachten. Bij sommigen daaraan 
waa het talent , waarmee ze geschreven waren, niet te ontkennen ; 
maar daardoor trokken zij aandacht te meer en gaven de geboorte 
aau dat tal van gelijken huize, die allengs meer tot allerlei laster, 
naaktheid , vieschheid en walgelijkheid ontaardden. 

Ook Nederland heeft daarvan den ongelukkigen invloed onder- 
vonden, daargelaten dat de handel er zijn voordeelen van getrok- 
ken heeft. 

De Myaüreê de Paria vonden in 1844 hier te lande een navol- 
ging in de uitgaaf van De Ferborgmkedm van Aniséerdani , door L. 
van den Eikenhorst, schuilnaam van J. de Vries, uitgegeven bij 
S. H. Spree. Genoemde de Vries, die, onbegrijpelijk handig en 
brutaal, jaren lang bij wijze van fabriekarbeid een menigte scherp- 
gekleurde romans in de wereld zond, kondigde deze Verborgen- 
lieden in een prospectus aan met een ernst een betere zaak waar- 
dig. „Onder de talrijke voortbrengselen der Franschc letterkunde 
in de laatste jaren'' , zegt hij , „verdient ongetwijfeld Lea 
My stères de Paris de eereplaats. Zelden, of liever nimmer, is er 
een werk geschreven , dat door de geheele beschaafde wereld met 
meer geestdrift ontvangen is dan dit. Ook hier wekte de lezing 
van dit voortreflelijk werk de diepste bewondering en de grootste 
geestdrift voor den menschkundigen Schrijver, die met zulk een 
onnavolgbaar talent de uitgestrekte wereldstad, tot in derzelver 
geheimste schuilhoeken voor aller oogen wist bloot te leggen. — 
Met ingespannen oplettendheid over het gelezene nadenkende, 
ontstond bij ons (L. van den Eikenhorst) de vraag, of niet ook in 
onze vaderstad zich veel bevond, wat den opmerkzamen waarne- 
mer rijke stof voor een belangrijk werk aanbood ; wij beantwoord- 
den ons deze vraag toestemmend en vonden ons van dag tot dag 



216 BOEKEN-OVERZiaUT. 

meer aangespoord eii met lust bezield tot het aanwenden onzer 
geringe krachten, om den sluijer op te hefi'en, die in de hoofd- 
stad van ons vaderland, het magtige Amsterdam, nog zooveel 
bedekt. — Zwaar is de op ons genomen tiuik, wij ontveinzen het 
ons niet, en niet zonder huivering zetten wij ons er toe neder, 
om de Verborgmheden van Amsterdam te schrijven, Ma:ir wij laten 
daarom den moed niet zinken ; wij gevoelen lust tot onzen arbeid eu 
stellen ons tot i)ligt een werk te leveren, waarin wij waar zulks 
noodig is geene krachtige tinten zullen sparen om onze schilde- 
rijen leven bij te zetten." 

Het spreekt van zelf, dat dit boek, 3 dln, prijs 14.40, even 
als zoo vele andere van dergelijk allooi, buitengewonen aftrek 
vond en zelfs een tweeden druk beleefde in 1866. Ook van de 
Verborgeiiheden van Parijs kwam 25 jaar na zijn eerste verschij- 
ning, in 1868 een nieuwe uitgaaf en in 1872 een 8e, ten be- 
hoeve van het nieuwe geslacht, dat, gelijk het prospectus opgaf, 
„zijn nachtrust opoflerde om aan dit meesterstuk zijn weetgierig- 
heid te bevredigen." De oude smaak (en handelsspeculatie) werd 
alzoo toen op nieuw opgerakeld ; het schandalen-genot kwam ander- 
maal in de mode, en weldra had ons juibliek zich ook toen weer 
te vergasten op navolgingen als EuropeescJie Hofschandalen^ Het Tes- 
tamtut van St. Helena^ De Geheimen van het Hof der Tuill^ën onder 
het Ttceede Keizerrijk^ De Verhorgenheden van het Hof van Constanti- 
nopel^ Isabella of de Geheimen van het Hof van Madrid^ Panchaud, 
Amsterdam bij dag en bij nacM^ Verborgenheden der galante wereld^ 
en dergelijke vodden meer. 

Naast de romans van Eugène Sue veroverden die van Alexan- 
der Dumas zich een wereldplaats. Allereerst als feuilleton ver- 
sclienen in voorname Parijsche dagbladen , werden zij oogenblikke- 
lijk na hun kompleet-komen , of reeds bij wijze van aflevering 
gedurende hun verschijning, in nadruk en vertaling naar alle 
deelen der aarde verspreid, llun debiet was even fabelachtig 



BOEKEN-ÜVERZICHT. 217 

als de spoed , waarmee de talentvolle schrijver den een door den 
ander als hel ware deed verdri-igen. Een spotprent, overgeno- 
men in Boudewijn's de Tijd ^ stelt /len auteur voor met tien pen- 
nen , aan eiken vinger een , en nog twee aan de voeten. Dumas 
zelf, in een proces, hem aangedaan door de journalen La Presse 
en Le Constitutimid , verklaarde voor den rechter , dat in een tijds- 
verloop van vier of vijf jaren door hem aan verscliillende dag- 
bladen de kopij geleverd was van de bekende romans Monte- 
Chriato , Vlfigt atiê après , Le Chevalier de Maison rouge , La guerre 
deè femtnes ^ Le siècle de Louis XIF ^ en eenige kleinere geschrif- 
ten, benevens het begin van de romans La Dame de Montsoreau, 
Le Baiard de Mauléon en Les Mémoires eCuu Médecin; dat hij da- 
gelijks in zijn dienst had drie paarden en drie knechtij, alleen 
tot het overbrengen van kopij en proeven, en dat hij nu, door 
overspanning, wel eenige rust noodig had. 

Al deze boeken, vooral uit de Fransche literatuur, brachten 
bij den boekhandel scliatten gelds in omloop. Ook bij ons. Want 
al stonden zij in eigenaardig talent op zich zelv** , hun geest van 
dramatische prikkeling, ook die van minder kiesche ontsluiering, 
gaf aan schrijvers en uitgevers maar al te veel verleiding om den 
gebleken smaak van het publiek tegemoet te komen en winst 
te zoeken in de hartstochtelijke opgewondenheid der menigte, 
ware het ook ten haren bederve. Firma's als bijv. die van H. 
Thompson te Amsterdam, S. H. Spree, ook aldaar, aasden op 
dit gebied door het uitgeven van allerlei oorspronkelijke en slor- 
dig vertaalde, onhebbelijk gedrukte boeken, het een na het ander 
klokspijs voor leesbibliotheken, met uitlokkende titels, gelijk 
Ferborgeiiheden der Rel. Door den Duivel enz. — P. J. W. de Vos , 
platenkleurder te Amsterdam, werd door het uitgeven van een 
Waarachtige Physiologie van Amsterdam en de meest bek&ndmi van Am- 
stels ingezetetiefi zoo voor dat vak ingenomen, dat hij een soort 
van fabriek opzette van rijp en groen, prullen van allerlei slag, 



2 I 8 BOEKBN-OVCBZICIIT. 

eestal romans, die met de uoodige bombarie iii de courautuii 
igevijzeld eu den liefhebberen iti de geestelijke maag gestopt 
snieii. Toen bij, na eeu jaar of wat, met dat misdrnk zich 
Iv' overdrukt had en in verdruk waa geraakt, ging hij lot ziju 
enteuk leurder ij terug en spoedig daarop failliet. 
Wij hebben bij dene Fransche schrijvers iels langer stil ge- 
aan, om een voorbeeld te geven van den invloed van enkele 
mans , en doen daardoor niets te kort aan de hier te lande 
jrschenen vertalingen van andere rninsclie auteurs als Alph. 
arr, Itungcner, d'Arlincourt e. a. , wier werken met de besten 
in andere lauden gelijk stonden. 

Wij herinneren hier — en dit dient nu eens voor al herhaald — 
it de vakken, die ivij overzagen, niet alleen met een zeer vliich- 
g oog moesten worden beschouwd, maar evenzeer dat die vak- 
an slechts een gedeelte uitmaken van het ruime veld van den 
lekhandel. Boeken ten dienste van het maat-schappelijk leven en 
m het huishouden, over aangelegenheden van tijd en dag, over 
ijzondere bedrijven en belangen: dat overgroot aantal boeken 
I geschriften van mindere prijswaarde, maar daarom niet van 
ïringer beteekenis voor wetenschap en letterkunde; bijna het 
iiische gebied van bet lager onderwijs, dat zulk een groot* 
aarde op onne handelsmarkl vertegenwoordigt: dat alles hebben 
ij ter zijde moeten laten om niet al te uitvoerig te worden , en 
1 de h()op dat ons gebrekkig , zéi'r gebrekkig werk door anderen 
LOgc worden verbeterd en aniige.vuld. Zoo beseHen wij bovenal 
iize tekortkoming in betrekking tot het schoolwezen, en willen 
B eersten zijn om te- bekennen, dat de lijsten van woordenboe- 
eu, taalkunde en onderwijs, gevolgd door een opgaaf van tijd- 
ïhriftcu betreflende het onderwijs , slechts een schraal beeld geven 
an de ontwikkeling op dat terrein , evenzeer als van de kapitalen 
io er in den handel door werden omgi^zet. 



BOEREN-OVERZICHT. 219 

Hetzelfde geldt van de kunst. Ook hier gaan wij veelal de plaat- 
en kunstwerken met stille waardeering voorbij , alleen onder de op- 
merking, dat de stecndrukkunst voortreflelijk beoefend werd op 
de inrichtingen van Mieling, Desguerrois, Backer en Trap. 

Dezelfde schrijfsters en schrijvers van boeken voor de jeugd 
van het vorige tiental jaren blijven ook gedurende dit tijdperk 
een rijke bron voor de uitgevers. Mevr. van Meerten Schilper- 
oort, hetzij op zich zelve, hetzij te zamen met haar vriend Ro- 
bidé van der Aa, helpt den uitgever Beijerinck voortdurend aan 
kcurigen kinderlijken tekst bij keurige kinderlijke plaatjes. Amalia 
Schoppe, Mevr. Boëseken Peltenburg, Arrenberg, Dusseau, Noot- 
hoorn , van Sandwijk , van Spall , zijn de auteurs der kinderwereld. 
Steeds zien er nieuwe verhalen van C. Schmid het licht en worden 
de anderen herdrukt. Een groot^n mededinger heeft deze Duitsche 
voortreffelijke verteller gevonden in zijn landgenoot Gustav Nieritz , 
wiens Tooverf uitje ^ Het Fisêchersnieiaje ^ Eert uw Vader ^ Het Mijn- 
toer ker^zoontj e ^ Fedor en Louue^ De Vmideling^ l)e arme Speelman^ 
De Kanarievogel , Het kind een/t Konings e. a. met bijna even veel 
graagte ontvangen worden *. Eveneens beginnen de verhalen 
van Ilofimann, zijn Arm eti rijk ^ De booze geest ^ Vertrouw op God 
e. a. op prijs te worden gesteld. De firma's Beijerinck, Erijlink, 
de Erven Bohn en Tjoosjes, betwisten elkaAr de vertalingen van 
vreemden bodem en te gelijk de eer van smaakvolle uitgaven. 
Vooral de beide eerstgenoemden wedijveren in zorg voor netheid 
en sierlijkheid. Ook krijgt de kinderwereld meer verscheiden- 



' Gustav Nieritz was een voorbeeld van zeldzame bescheidenheid. Zijn 
eerete kinderboekjes, ook zijn Volkskaleuder ^ gaf hij uit toen hij onder- 
meester was op een armenschool te Dresden. Hij bracht het nooit verder 
dan hoofdondei-wijzer op een I3ezirk-Schule, met een traktement van 5()() 
Thaler. Op zijn 87e jaar (1872) gaf hij zijn eenvoudig levensbericht uit, 
en zegt daarin, dat hij met zijn pensioen van 200 Thaler best tevieden is. 



220 BOEK EN-O VERZICHT. 

heid van lektuur. Voor de jeugdige kiemen wordt gezorgd 
door lieve prentgeschenkjes , uitgegeven door van Goor, ter Gunne, 
van Nooten, van Boekeren, v. d. Sigtenhorst en het lithogra- 
phisch etablissement van Trap; daaronder niet te vergeten de 
overbrenging van de in alle talen vertolkte Duitsche Strutoelpeters. 
Voor de meer ontwikkelden verschijnen de verhalen uit de vader- 
landsche geschiedenis door Lastdrager, de reisverhalen van Mar- 
ryat, van der Aa, van Sandwijk. De uitgever Euhri wendt de 
gravuren van zijn houtsneeschool aan tot aardige prentenboeken , 
zijn Groot Ned'rlandsch Prenttmboek^ zijn Omnibus, waarbij de ver- 
makelijke tekst geleverd wordt door van Zeggelen en Ising, en 
die een overgroot debiet hebben. Eindelijk, in 1849, treedt 
een nieuw auteur der toekomst op in Andriessen met zijn Tony 
en Armand, 

De gebeurtenissen van den dag roepen natuurlijk ^veêr eenaan- 
tal vlugschriften van de pers. De voornaamste aanleidingen 
daartoe waren de herhaalde wenschen en voorstellen, die gedu- 
rende dit heele tijdvak de grondwetsherziening in 1848 voorafgingen. 
Voorts, in 1840, de opkomst der Christelijk-historische richting, 
naast die der Groninger school en het zich openbaren van het 
R. K. kerkgezag; de ontevredenheid met 's lands beheer en de 
troonsafstand van Willem I; in 1S41 de komst van Willem II 
aan de regeering , de ünancieele moeielijkheden van het rijk , de 
opniiende geschriften van Andringa de Kempenaer, Meeter e. a. , 
de onteigening ten behoeve der spoorwegen; in 1842 de bezwa- 
ren tegen het hooger, middelbaar en lager onderwijs, de toetre- 
ding van Luxemburg tot het Tolverbond, het financieel traktaat 
met België; in 1843 de geldnood van den staat, de dood van 
Willem I; in 1841? de vrijwillige leening door minister van Hall 
(met zijn gevolg van spotschriften : de geïllustreerde ITet van be- 
Jioud, het Tliédtrt des Variétés, de Wespm , Phf/siologie van het Kou. 



BOEK EN-OV ERZTCHT. 2 2 1 

der Nederlanden^ het Politiek beestenspel enz.); in 184*5 de katho- 
lieke bewegingen (de rok van Trier, de miraculeuze medailles), 
Ronge, Czerny en andere anti-katholieken; in 1846 de invoering 
der staatsexamens , de handhaving der formulieren in de prot^- 
stantsche kerk, de uitzetting van bisschop de Graaft' uit Java, 
de koloniale stelsels, de opkomst van de beoefening der staat- 
huishoudkunde, de nieuwe kiesstelsels, de oud-bissclioppelijke 
klerezie, de landverhuizing; in 1847 de expeditie naar Bali , 
wetsherzieningen ; in 1848 de Fransche omwenteling, de nieuwe 
grondwet, en de gevolgen daarvan ook in 1849. 




HANDELS-TOESTAND. 



INHOUD. 



Canongettc ij- Comp. — B, Nayler ^ Co. — Bihliographisck 
Instituut, — MdaUchajypij van Sckoone Kunsten, — Begin van den 
tweede-Ti ands-handd. — Ongebonden auctiën. — TTet op het zegel. ■ — 
Tarief van in-^ uit- en doorvoer. — Verantwoordelijkheid van druk- 
kers , uitgevers en verspreiders vati straf bar e geschriften. — Nieuws- 
blad en Jaarboekje voor den boekJiandel. — Boekenlijsten. — Biblio- 
theek. — Prijsvraa^f over liet verval van den boekhandel. — Ant- 
woorden van J. H, Gebhard^ K. Fuhri , en Vluchtige gedachten van 
A. ter Gunne. 



Ging onze boekhandel voort op zijn oude manier handel te 
drijven , dat wil zeggen als een zeker soort van gild , waarin 
men na volbrachte leerjaren en op aanbeveling van zijn patroons 
werd opgenomen, het begin van dit tijdperk werd verontrust 
door vier vreemde indringers, die in dat broederlijk kamp vrij 
wat beweging veroorzaakten. Zij waren buitengewoon genoeg , dat 
ze hier geen vermelding zouden verdienen. 

In 1834, of daaromstreeks , vestigde zich op den Vijgendara 
te Amsterdam een persoon onder de firma Canongetti^ & Co., 
dien wij alleen aanhalen, omdat hij een tijdlang, voornl tusschen 
1840- -49, met zijn snorkerij niet alleen den boekliandel, maar 
het geheele Nederlandsche publiek in rep en roer braclit. Met 



HANDELS-TOESTAND. 223 

hoogdravende courautenberichten deed hij zich voor als coinmis- 
sionnair van eenige groote huizen te Parijs en bood hij een aantal 
Fransche boeken aan tegen verlaagden prijs, zich teekenende F. 
Oanongette, Chef de la maièon Canongetttt ^ Co, a Amsterdam et 
autres grandes villes et Colonies Hollandaiaea, Hij zond zijn boekenlijs- 
ten het heele land door, reisde met een uitstalling alle steden 
af, en kreeg inderdaad een belangrijk debiet, zeer ten nadeele 
van andere Fransche boekverkoopers en van de debitanten in 't 
algemeen, omdat hij weinig of geen rabat gaf en rechtstreeks 
handelde met het publiek in alle plaatsen. Het bleek al spoedig, 
dat Canongette zich voor een koopje meester wist te maken van 
de restanten van oplagen, daarbij agent was van Belgische na- 
drukkers en soms ook niet schroomde verouderde of nagedrukte 
boekeu van nieuwe titels te voorzien. Dat alles nam niet weg, 
dat het publiek van zijn lage prijzen gediend bliefde en zijn 
zaak een vrij aanmerkel ijken omvang kreeg, vooral ook toen 
hij zich op papier- en kantoorhandel toelegde en in alles on- 
gehoord goedkoop was. — Wij zouden het niet de moeite 
waard achten dit meê te deeleu, indien wij er niet aan konden 
toevoegen een staaltje van de verbolgenheid, die deze „gemeene 
indringer" bij den boekhandel teweegbracht en diens rechten 
durfde verkorten. Nog zoo weinig was het begrip van vrijheid 
van handel doorgedrongen, dat het waarschuwingen regende in 
de dagbladen; dat men het voorstel deed om met zijn tienen of 
twintigen een kapitaal bijeen te brengen ten einde Canongette 
een moordende concurentie aan te doen, en dat zelfs in allen 
ernst het Nieuwsblad voor den boekhandel in Juli 1835 een adres 
aan de boekverkoopers opnam, dat eindigde met het volgende 
vermakelijke plan: 

i^Geëerde Confraters ! Al die geschriften tegen Canongette helpen 
ons niets ; wij moeten werkelijker handelen , wij moeten eenparig 
onzen geëerbiedigden Koning en onze verdere regering bekend 



224 HANDEl^-TOESTAND. 

inaken met de handelwijze van hem, die als een venijnspuwende 
adder voor den algemeenen boekhandel is, en door zijn toedoen 
deszelfs eertijds zoo bloeijende welvaart langzamerhand zal ver- 
nietigen. Hiervoor moeten wij waken, door namelijk Z. M., on- 
zen dierbaren Koning, onderdanig te verzoeken, om het land \nn 
het aanzijn van zulk een mensch te ontslaan , hetgeen hij ons 
niet zal weigeren, daar hij het belang van vele zijner onderdant^n 
niet aan dat van eenen vreemden gelukzoeker zal opofieren.'' — 
Wat er van de firma Canongett^ & Co. geworden is, is ons 
niet bekend en doet ook weinig ter zake. Zij heeft eenige jaren 
liaar handel gedreven en is spoorloos verdwenen. 

m 

Evenzeer een vreemde eend in de bijt was in die dagen do 
veel geruclitmakende firma B. S. Nayler & C°, mede te Amster- 
dam. Behalve het avontuurlijke van hun handel hadden beide 
dit gemeen, dat niemand geweten heeft vanwaar zij kwamen of 
waarheen zij gestoven zijn. Overigens hadden zij een opmerkelijk 
onderscheid. Indien liet een doorgaande regel ware, dat, ge- 
lijk Nayler in een van zijn vele pamfletten, in kwaden zin be- 
weerde, „de stempel, dien de Schepper drukt op het gelaat 
zijner schepselen, een vertrouwbaar afdruksel is hunner inborst,'* 
dan had Nayler een toonbeeld moeten zijn van een nobel karakter. 
Ons heugt nog dat innemend uiterlijk , dat fijn beschaafde in 
voorkomen en manieren, dat hooggeborene, een echt Engelsch 
lord waardig. Gansch in tegenspraak met zijn gewone wijs van 
doen. Zonderlinger tegenstrijdigheden zijn niet denkbaar, dan 
in dezen persoon vereenigd waren. Het eerste wat wij omtrent 
Nayler vinden is, dat hij in Amsterdam omstreeks 1825 een 
„Nederlandsche Boekbinderij" moet geliad hebben ; althans C H. 
C. Wiedemann , ook boekbinder, komt bij een circulaire van 1 
Januari 1826 in volle verontwaardiging op tegen de boekbinders 
B. S. Nayler & Co., die beweerd hadden dat de Hollnndschc 



I 



HANDELS-TOESTAND, 225 

• 

binders hun vak niet verstonden, maar dat hun firma op veel 
betere Engelsche manier te werk ging. Ook blijkt Nayler zijn 
binderij in 1829 overgedaan te hebben aan zijn meesterknecht 
W. C. van Veeren. Dezelfde boekbinder B. S. Nayler houdt in 
1828 in Leiden voor professoren, studenten en liefhebbers lezin- 
gen over Engelsche taal- en letterkunde en maakt daardoor kennis 
o. a. met prof. Geel, die hem als literator zeer hoog st^lt. In 
1829, toen zich reeds noemende „Bookseller", geeft hij een boekje 
uit over schrijfkunst en calligrapliie en beveelt zich daarmee aan 
als schrijfmeester te Amsterdam. In 1831 schijnt hij lithograaf 
geweest te zijn; hij noemt zich althans een specialiteit in land- 
kaarten, door hem zelf op steen geteekend. In 1834 is hij 
koopman in Perrjaansche stalen pennen en Engelsch postpapier. 
In 1836 treedt hij op als uitgever van tien gelijkvormige boekjes, 
waarvan zeven nadrukken zijn van stukken van Pope, Moore, 
Tiedge, Wieland en anderen, en drie vertalingen uit het Eïl- 
gelsch. In hetzelfde jaar koopt hij restanten op van uitgevers en 
doet aanbiedingen van romans, van dertig werken van Bilderdijk, 
van een bont allerlei. Te gelijk geeft hij uit de bekende ver- 
taling van Sterné's Sentimenteele lleis door prof. Geel. Deze uit- 
gaaf gaf aanleiding tot heel wat opspraak. Prof. Geel had die 
naamloos uitgegeven, onder den schijn alsof ze door een kantoor- 
klerk in zijn snipperuren vervaardigd ware tot oefening in het 
Engelsch. De Vaderlandnche Letteroefeningen had zich daaraan ge- 
ërgerd en ter kwader uur een recensie opgenomen , waarin over 
die heiligschennis de staf werd gebroken. En nu verscheen er 
met naam een antikritiek van prof. Geel , waarin de uitgever van 
de Recensent^ Joh. van der Heij, meedoogenloos over den hekel 
werd gehaald. Nayler , die den boekhandel door zijn bluffende 
aanbiedingen vrij wat ergernis gegeven en daardoor nog al aanstoot 
geleden had , vond die gebeurtenis met de Sentimentee.h Reis veel 
te grappig om er geen partij van te trekken, en schreef van 

15 



226 HANDELS-TOESTAND. 

■ 

zijn kant een allerheftigste brochure, onder den titel Pillen en 
Beenen. Pilleti o/n te slikken voor recenseerende Geleerden , Beenen om op 
te kluiven voor Boekhandelaren, Te gelijk begon hij zich nu, be- 
halve op het uitgeven van allerlei kleinigheden , voornamelijk toe 
te leggen op het houden van publieke veilingen van boekeu, zoo 
het heette, maar vermengd met eau de cologne, sigaren, jacht- 
geweren , fijne wijnen en gemengde prullaria ; verkoopingen , die 
een aantal menschen lokten zoowel om den verscheiden aard der 
artikelen , als om de geestige leiding van den verkooper. Het kan 
niet ontkend worden , dat Nayler , even als Canongette , hierin 
wonderen deed. Hij verkocht Fransche, Duitsche, vooral En- 
gelsche klassieken en prachtwerken » vonkelnieuw, tot ongehoord 
lage prijzen en onuitputtelijk van voorraad. Ook dit werd hem 
natuurlijk kwalijk genomen door den boekhandel. En nu ving 
tevens zijn openlijk verzet aan tegen dien handel in het alge- 
meen. Hij begon met een aanval op het Nieuwsblad en zijn uit- 
gevers S. de Visser & Zoon; tastte, uit weerwraak, iedereen aan, 
dien hij meende van „knoeien'' te kunnen beschuldigen; richtte 
zijn pijlen bij voorkeur op de voornaamste firma's , v. d. Heij , 
Joh. Muller, Broese, Schonekat, Fuhri (dien hij om de bekro- 
ning van zijn na te noemen prijsantwoord „den kleinen Lycurgus'' 
betitelde) , en bovenal op de Vereeniging, met haar „brieschenden 
leeuw" (Meijer Warnars) aan het hoofd. ^yTell truth and shame 
the BtmC werd zijn spreuk aan Shakespeare ontleend. Onder 
die leus sloeg hij als een ware dolleman op allen en op alles los ; 
hekelde „de editorale talenten" van de uitgevers; bespotte de 
verkoopers, „die de kunst van koopen niet verst(mden'\ en lachte 
met het publiek , dat zich door sullen van boekverkooj)ers , vooral 
door de slaapkoppen, „leden eener lamlendige en armzalige Ver- 
eeniging,'* sinds jaren lieten bedotten. Hij deed dat in menigte 
van schreeuwende advertentiën , ca talogen en vlugschriften: Bez^ti- 
niging! Bezuiniging !! Bezuiniging!!!^ — Eendragt maakt Ma{/t! ^ — On- 



HANDELS-TOESTAND. 227 

gebonden toelichting! CD maakte dat drukwerk te sprekender door 
alle mogelijke groote en kleine lettersoorten , liandjes , strepen , 
witte ruimten , illustratiën enz. Eindelijk zou hij nu ook fonds- 
veilingen gaan houden , //omdat door de hooge prijzen van Meijer 
Wamars en van Resteren weduwen bestolen , weezen tot den 
bedelstaf gebragt en half failliete uitgevers onbarmhartig dood- 
geslagen werden. De 18e Juni 1842 zou voor den boekhandel 
de Waterloo-dag zijn en aan de overheersching het hoofd geboden 
worden!" — een plan, dat trouwens, gelijk hij-zelf eerlijk be- 
tuigde, jammerlijk in het water viel. 

Onderwijl liet Nayler zich als uitgever evenzeer gelden. Hij 
gaf uit : Pokke , Be vrouw is de haas , — De bevattelijke Goochelaar , — 
Handleiding tot de kennis van wijnen , — Belasting op de ongehuwden , — 
Laura of de kus^ — Cognac met zout, een brochure , waarvan hij , in 
den choleratijd, duizenden bij duizenden, ook door exemplaren 
bij herbergiers en tappers verkrijgbaar te stellen, aan den man 
bracht. En daarnaast nadrukken en vertalingen van Engelsche 
en Duit^che klassieken en enkele werken van waarlijk ernstige 
bet^ekenis. Vreemder nog, deze kwakzalver in zijn hart schreef, 
onder al dat marktgeschreeuw door, zeer prijzenswaardige studiën 
over Walter Scott , over Moore ; gaf bloemlezingen in het licht 
uit de Engelsche literatuur met noten van hem zelv'; vertaalde 
in het Engelsch uitgezochte stukken van van der Palm , van 
Lennep en van Kampen ; bewerkte een Rhetorical Grammar , — His- 
torical and illustrated Account of the English Language and Lieer ature , — 
Select scènes front the British Drama , — Sources of degant Pronuficia- 
tion.^ — The English Language, its Pronunciatlon; noemde zich „Teacher 
in Caligraphy, Elocution and Stenography", en hield te Amster- 
dam en elders lezingen over Engelsche letterkunde en taal, die, 
door een bloera van hoorders, zeer druk bezocht werden. 

In 1848 was Nayler, een faillieten boedel nalatende, eens- 
klaps met de noorderzon verdwenen. In 1871 was hij, blijkens 



228 HANDELS-TOESTAND. 

een bericht in the Bookaeller ^ schrijver van een geprezen werkje 
Pronunciation made eaay en taaimeester te Londen. Later schijnt 
hij naar Australië verhuisd te zijn en zich een voorvechter be- 
toond te hebben van het spiritisme. 

Stroopers als Canongette en Najler hebben in hun dagen 
ongetwijfeld den gewonen boekhandel veel kwaad gedaan. Maar 
de duizende Fransche en Engelsche boeken, die zij met hun 
goedkoope prijzen gebracht hebben in woningen, waarin ze anders 
wellicht niet gekocht zouden zijn, hebben daar de kiemen ge- 
legd tot een ontwikkeling, die aan later tijd ten goede ge- 
komen is. 

Waren de beide genoemden een Franschman en een Engelsch- 
man , de derde was een Dtiitscher. 

Omstreeks 18»37 — wij wezen er reeds op in het vorig tijdvak 
bladz. 39 — vestigde zich, onder beheer van R. Reim, te Amster- 
dam , een vertakking van het in die dagen veel beweging makende 
„Bibliographisches Tnstitui." Dit Instituut was een van de eerste 
boekenfabrieken op groote schaal. J. Meijer te Gotha, handelende 
onder de firma Wittwe M. Meijer, had aldaar in 1827 een boek- 
verkooperij opgericht, waarvan hij zich gouden bergen droomde, 
die hij dan ook werkelijk voor een gedeelte verkreeg. Hij 
legde zich in den aanvang toe op het nadrukken van Duitsche 
klassieken , waarvan heele reeksen verschenen : een in zoogenoemd 
kabinet-formaat voor 4 , en een miniatuur-formaat voor £ gros- 
schen het deeltje, met inleidingen en met portretten der schrij- 
vers op den koop toe. Deze nadruk vond bij de oorspronkelijke 
uitgevers natuurlijk heftigen tegenstand en werd dan ook spoedig 
in Pruissen verboden. Meijer had dit vooruit gezien, maar liet 
er zich volstrekt niet door uit het veld slaan. Hij reisde naar 
Amerika en richtte eerst t€ Nieuw York en daarna te Philadel- 
phia een filiaal op, en deed datzelfde later te Parijs en te Am- 



HANDELS-TOESTAND. 229 

sterdam. lu Londen slaagde hij minder gelukkig voor het debiet 
van zijn nadruk, maar stelde zich daarvoor schadeloos door een 
menigte half Afgedrukte staalplaten te koopen en die in zijn 
nieuw etablissement te Hildburgshausen bij duizenden te laten af- 
drukken. Zoo bracht hij over heel Europa in den handel een 
aantal groote prenten tot kamerversiering en naderhand als ])re- 
mieplateu bij zijn overige uitgaven: een Conversations- Lexicon ^ 
Bijbels^ wel zeven in getal, een Bibliotheca Clasaica^ een slordige 
vertaling van Shakespeare , een Bibliotïiek Deutscher Kamelberedsam- 
keié^ en verschillende prentwerken, waartoe de kleinere staalplaten 
moesten dienen en waarvoor de tekst in verschillende talen vrij 
licht en dicht vervaardigd werd. Op die wijs kreeg het „Biblio- 
graphi.sches Institut^' werkelijk een wereld-debiet van nadrukken 
en fabriekwerk. In 1856 hield het, bij den dood van zijn chef 
Meijer, op te bestaan. 

R. Reim , die aan het hoofd van het Arasterdamsche huis ge- 
staan had, gaf in 1842 zijn magazijn aan een ander óver en 
vestigde zich voor eigen rekening. Hij was zijn meester waardig, 
drukte Bijbch^ een vertaling van de Sóunden der Andacht ^ Nösselt, 
Daa Leben Jesu , Genthe , Luthers Leben enz. ^ enz , en daarnevens 
zeer verdachte boekjes die „in envellope" afgeleverd werden. 
Na een gelukkig niet lang bestaan verdween hij, maar liet over 
1840 — 49 een donkere schaduw achter, vooral om zijn betreu- 
renswaardig kwakzalver-voorbeeld. 

Nommer vier, van vrij wat degelijker gehalte, kwam van 
eigen bodem en dreigde met geduchter invloed. 

Als een merkwaardige verschijning in den boekhandel, om 
haar hooge afkomst, driftige werkzaamheid, kort bestaan en na- 
werkenden invloed , mogen wij niet voorbijgaan de geschiedenis 
van de in der tijd veel besproken , maar nu lang vergeten „Maat- 
schappij van Schoone Kunsteaf', waarvan wij in de boekenlijsten 



230 HJLNDELS-TOBSTAND. 

bij het tijdschrift De Kumtkronyh reeds eenige melding hebbeu 
gemaakt. Wij ^^^m wat wij nog hebben kunnen machtig 
worden. 

Bij acte van 3 Maart 184?0, gepasseerd door den notaris Ge- 
rardus van der Plaak, te 's Gravenhage, werd besloten tot het 
aangaan eener vennootschap tusschen jhr. J. J. van Rijckevorsel, 
adjunct-houtvester in het 2e district van Z.- Holland , enz. enz. 
ter eenre, en Z. K. H. Willem Trederik George Lodewijk , prins 
van Oranje enz. enz., J. W. baron Huyssen van Kattendijke, 
hofmaarschalk des konings, Theod. baron de Smeth van Deume, 
kamerheer des konings; Mr. F. H. O. Drieling, grondeigenaar, 
J. G. H. van den Heuvel, grondeigenaar, A. P. P. C R. de 
Geve, kolonel adjudant van Z. K. H. prins Frederik , en J. J. 
Eeckhout, lid van het Kon. Ned. Instituut, ter andere zijde, 
ten doel hebbende de oprichting , bij actiën , van een sociëteit 
en commandite, ter bevordering der schoone kunsten in Neder- 
land, en w^el op de volgende bepalingen en voorwaarden: 

♦De Vennootschap draagt den naam van Nederlandschc Maat- 
schappij van Schoone Kunsten , onder bescherming van Z. K. H. 
den Prins van Oranje. 

De Maatschappij houdt haar zetel te 's Gravenhage en hare 
firma zal zijn J. J. van Rijckevorsel & Comp. 

De werkzaamheden der Maatschappij omvatten het teekenen, 
schilderen, steendrukken, graveren op allerlei wijzen, plaatdruk- 
ken, boekdrukken, koopen en verkoopen, commissie- en ruilhan- 
del, en alle vakken, die de Kunsten en Wetenschappen betreffen 
of daarmede in verband staan. 

De duur der Maatschappij is bepaald op tien jaren, doch kan 
worden verlengd. 

Het kapitaal der Maatschappij is bepaald op ƒ250.000. — , 
verdeeld in 500 aandeelen of actiën ieder van ƒ500. — . 

Van deze 500 aandeelen zullen in het loopend jaar niet meer 



IIANDBLS-TÜESTAND. 231 

dan 300 mogen worden afgegeven, en de 200 overige aandeelen 
onder den Bestuurder blijven berusten , zullende op de algemeene 
vergadering van het jaar 1841 en na het openleggen der eerste 
balans worden beslist, of er al dan niet termen zijn om het ge- 
heele kapitaal op te nemen. 

Het beheer en bestuur dezer Maatschappij wordt uitsluitend 
uitgeoefend door den aausprakelijken Vennoot die den naam van 
Bestuurder draagt en minstens twaalf aandeelen moet bezitten. 

Er zal niettemin bestaan een Baad van voorlichting en toezicht, 
bestaande uit ten minste zes en ten hoogste twintig leden, ge- 
kozen uit de aandeelhouders. Van dezen Baad zullen twee leden 
worden gedelegeerd, die den naam van Commissarissen dragen en 
speciaal belast zijn met de bestendige voorlichting omtrent alle de 
voorwerpen van Kunst. 

De Bestuurder geniet, boven en behalve zijn aandeel in de 
dividenten, een tractement van niet minder dan drie duizend 
guldens 'sjaars; dat tractement zal tot vier duizend verhoogd 
worden, zoodra de balans een divident van 20°/© oplevert, en 
zal op vijf duizend gesteld worden het jaar dat de balans eene 
uitkeering van ^O^/^ oplevert. 

De gedelegeerde Commissarissen- Adviseurs genieten ieder 
ƒ 1200. — 'sjaars, onafhankelijk van hun aandeel in de divi- 
denten. 

Bovendien geniet de Bestuurder, alsmede de Baad van voor- 
lichting en toezigt, 10°/o van de zuivere winsten, na aftrek van 
5°/o voor de aandeelhouders. 

Bijaldien uit de jaarlijksche balans resulteert, dat een derde 
van het maatschappelijk kapitaal is verloren, zullen de Directeur 
of de Vennooten de bevoegdheid hebben de ontbinding en liqui- 
datie te vorderen. 

Aangezien er reeds voor meer dan 100 aandeelen is ingeschre- 
ven, wordt de Maatschappij van heden af, 3 Maart 1840, als 



/- 



232 HA.NDELS- TOESTAND. 

gevestigd beschouwd en zal zij hare commercieele werkzaamheden 
dadelijk aanvangen."" — 

Tot eenig verantwoordelijk vennoot en bij uitsluiting bestuur- 
der dezer vennootschap was benoemd de heer jonkh. J. J. vau 
Rijckevorsel. 

Tot leden van den raad van voorlichting en toezicht werden 
gekozen de hh. baron Huyssen van Kattendijke, Drieling, van 
den Heuvel, kolonel de Céve, baron de Smeth van Deurne en 
Eeckhout, die met eenparigheid van stemmen tot voorzitter- 
honorair kozen Z. K. H. den prins van Oranje, en als com- 
missarissen-adviseurs delegeerden de hh. kolonel de Cëve en 
Eeckhout. 

De Maatschappij vestigde zich al dadelijk op breeden voet. Zij 
legde ten eigen behoeve een groote drukkerij aan ; richtte , onder 
bestuur van den uitstekenden Engelschen graveur H.Brown,een 
school voor het graveeren in hout op, waarin zij Nederlandsche 
jongelieden verlangde voor die kunst op te leiden: sloot met 
buitenlandsche uitgevers voor kunstwerken contracten van ruiling; 
verbond Hollandsche schrijvers en teekenaars aan haar etablisse- 
ment ; begon aanstonds met het uitgeven der KnnstkronyJc en ver- 
schillende andere geillustreerde , keurig bewerkte, uitgaven; stelde 
in iedere stad, ten nadeele van den algemeenen handel, vast^ 
agenten aan, die bij uitsluiting haar eeiiige correspondenten zouden 
zijn, en kondigde haar alles overtreffenden handel met niet weinig 
ophef aan in binnenlaudsche en vreemde dagbladen. Zoo liet zij 
onder anderen La Fratice litteraire zeggen: „Nous applaudissons 
de grand coeur è. la création de cette Société Neêrlandaise. Nous 
croyons ([ue tout Ie monde y trouvera son compt€ : les artistes 
dans leur reputation et leur bien-être , Ie public dans ses plaisirs. 
Tart dans sa gloire, les actionnaires dans leur argent." 

Behalve de KiinHtkronyk ^ die , het dient erkend te worden , een 
uitbtekende greep was, verschenen al zeer spoedig: VaXhalla, Ga- 



HANDBLS-TOBSTAND. 238 

lerij van vermaarde Neierlandache Mannen ; — Be Nederlanden , Karak- 
terachetaen , — Neerlandè Eerezuil , Geschiedkundige Tafereelen van Neder- 
lands roemruchtige daden; en een Bibliotheek voor de Jeugd ^ die 
bestaan zou uit 36 deeltjes met ten minste 500 houtsneeplaten; 
allen werken, die om hun kunstprenten ook voor het buitenland 
bestemd waren, waarvoor de Maatschappij, bij wijs van ruiling, 
in haar magazijn een depot opsloeg van vreemde werken, zooals 
Mes prisons. Mémoires de Silvio Pellico , — Voyage a Suriname , ill. ; — 
Scènes de la vie despeintres , ilL ; — Fogages pittoresques , ill.\ — Les Ar- 
tistes Contemporains^ ill. ; — Fhgsionomie de la sociétéen Europe^ ill. : — 
Etudes de dessins cFaprès Raphaèï , e. a. , die tegen geringen prijs , 
ook weer bij haar agenten-allëén , te verkrijgen waren. 

Het kon wel niet anders of deze drieste daden moesten bij de 
boftkverkoopers , die zich in hun rechten gekrenkt achtten, een 
vijandige beweging wekken. Van alle kanten brak de storm los 
in advertentie!! , dagbladartikelen , brochures. Op de vergadering 
van de Vereeniging van hetzelfde jaar 1840 werd de pas opge- 
richte en zoo stout werkende maatschappij heftig aangevallen en 
het besluit genomen , om , zoo mogelijk , een algemeen verzet uit 
te lokken. Daartoe ging in September aan alle boekverkoopers 
uit de volgende circulaire: 

Mijnheer! 

//Op de Algemeene Vergadering, gehouden den 1 0^»" Augustus 
1.1., was de overweging, aangaande de opgerigte Maatschapj)ij voor 
Schoone Kunsten, enz., een belangrijk punt van behandeling. Veel 
en uiteenloopend waren de gevoelens , welke door sommige Leden 
werden in het midden gebragt, en hoewel men in de onderge- 
schikte punten mogt verschillen, in de hoofdzaak was men het 
eens , dat , namelijk , zoodanige Maatschappij , door kracht van 
geldelijk vermogen in werking gebragt , den Boekhandel zeer aan- 
merkelijk moest benadeelen, en deszelfs beoefenaren, zoo al niet 



234 HANDELS-TOESTAND. 

op lageren trap stellen , hen dan toch , van vrijwerkende en con- 
currerende personen , zou vormen tot debitanten van één Groot 
Etablissement. 

De Vergadering, al het nadeelige en onteerende, dat daarin 
voor den Boekliandel gelegen is , inziende , was voor een aanzien- 
lijk gedeelte wel genegen, die Maatschappij in den Boekhandel 
als een' dooden tak te beschouwen en alle handelsgemeenschap 
mi't dezelve te weeren; dan op de aanmerking, dat er omstandig- 
heden zouden kunnen plaats hebben, w-aardoor het volstrektelijk 
weigeren tot het debiteren van artikelen, door die Maatschappij 
uitgegeven , nadeelig voor het bestaan der individu's kon zijn , 
en dat liet buiten de magt der Vereeniging lag dit geheel af te 
keeren , werd besloten : hier liever de wet der zedelijke overeen- 
stemming te doen gelden, en met bedaardheid en ernst de po- 
gingen dier Maatschappij , om ons bestaan te ondermijnen , voor- 
zigtiglijk tegen te werken; niets van hetgeen van haar afkomstig 
is publiek ten toon te stellen of aan te bieden; in geen geval 
zich met correspondentiën of agentschappen te belasten; bij aan- 
vrage van artikelen, door de Maatschappij uitgegeven, dezelve, 
zoo veel mogelijk, door soortgelijke werken uit het fonds van 
andere uitgevers te doen vervangen , en , niet dan in de uiterste 
noodzakelijkheid, iets, door haar uitgegeven of nog uit te geven, 
aan vaste principalen te leveren , maar zulks in geen geval te 
doen aan toevallige koopers of begunstigers. 

De Vergadering meende, dat in ons Land het zedelijk eergevoel 
op te hoogen trap stond, dan dat men niet gerustelijk zoude 
mogen veronderstellen, dat geen Boekhandelaar, om luttel winst, 
met roekelooze hand , dien voornamen tak van volksbestaan zoude 
willen afbreken, of de vruchten daarvan helpen brengen onder 
het bereik van eeuige rijke particulieren , en zich , zoo doende , 
partij stellen van een aantal Confraters, die dan nog altijd de 
magt aan zich zouden hebben , den zoodanigen buiten hunne 



HANDELS-TOESTAND. 235 

correspondentie te stellen; iets, waartoe de ter Algemeene Ver- 
gadering aanwezige fondshouders niet onduidelijk te kennen gaven , 
zich gaarne te willen verbinden. 

Het Bestuur , voornoemd , is belast , om dengenen , die op de 
Vergadering niet tegenwoordig is geweest , en bij wien men mis- 
schien aanzoek tot de aanvaarding van een agentschap gedaan 
heeft of nog mogt doen, met dit besluit bekend te maken, op- 
dat de zoodanige zich niet in verlegenheid bevinde en besluiteloos 
zij , wat hier te moeten doen ; en hem tevens vriendelijk en 
dringend te verzoeken, in den geest van dit besluit wel te willen 
medewerken, en daardoor iets te helpen bijdragen tot steun van 
den Nederlandschen Boekhandel. — Mogt UEd. reeds voorloopig 
tot zoodanig agentschap zijn toegetreden, het Bestuur neemt, in 
naam der Algemeene Vergadering, de vrijheid, u het gevaarlijke 
en onteerende, dat daarin voor den Boekhandel gelegen is, in 
overweging te geven ; met vriendelijke uitnoodiging , om daarvan 
terug te komen, of aan hetzelve binnen veertien da^eu de gronden 
te willen mededeelen, welke UEd. meent, dat u zulks zouden 
verbieden. 

Daar bovengemelde mededeeling zoo wel aan de Boekhandelaren 
buiten de Vereeniging, als aan derzelver Leden, mag geschieden, 
hebben wij gemeend , u niet beier den geest dor Vergadering te 
kunnen doen verstaan, dan door u het daarover behandelde in de 
hoofdpunten mede te deelen. 

Tn vertrouwen, dat UEd. met ons het doel en de strekking 
der meergen. Maatschappij zult erkennen, en onze goede bedoe- 
lingen zult helpen bevorderen , hebben wij de eer te zijn : 

Amsterdam, Het Bestuur voornoemd.'' 

15 Sefjtember 1840. 

Deze maatregel had voorloopig de gewenscht« gevolgen. De 
directeur der Maatschappij, van Bijckevorsel, begreep terecht den 



236 HANDELS-TOESTAND. 

boekhandel te vriend te moeten houden , en vaardigde onmiddel- 
lijk, dato 23 Sept. een brief uit, waarin hij het uitsluitend 
agentschap ophief, het gewone rabat verzekerde en den geheelen 
boekhandel aanbood om gebruik te maken van zijn graveerschool 
en drukkerij, ten behoeve van gewone boek verkoopers-uitgaven. 
Voor het bestuur der Vereeniging echter bleek , blijkens een reeks 
van weerskanten gewisselde brieven, deze toenadering niet vol- 
doende. x\ls een staaltje van den toenmaligen geest deelen wij 
mee, dat de Vereeniging het der Maatschappij als een grief toe- 
rekende, dat zij zich gevestigd had buiten haar voorkennis; dat 
zij voor haar uitgaven aangezocht had HoUandsche auteurs, die 
gewoon waren hun werk uit te geven bij anderen; dat zij Fran- 
sche en Belgische plaatwerken invoerde ten nadeele van den gewonen 
Franschen boekveikooper ; en eindelijk , dat zij als prijzen in de lo- 
terij van de 'Kumth^onyk niet bij voorkeur den HoUandschen uitgever 
ontlastte van zijn restanten. De directeur, het dient tot zijn eer ver- 
meld , had de welwillendheid , zich bereid te verklaren , aan deze 
grieven zooveel mogelijk te gemoet te komen Desniettegenstaande 
hield de verbolgenheid der Vereeniging aan. In een tweede cir- 
culaire drong zij er nogmaals op aan, dat de boekhandel zich 
toch niet met deze verderfelijke onderkruipers zou inlaten. „Wij 
twijfelen niet," zoo luidde het aan het slot, „of ieder Boekhan- 
delaar, welke in eenige betrekking tot deze Inrigting staat, 'zal, 
indien hij in waarheid een zoon van den grooten Koster verdient 
genoemd te worden , zich hoe eer hoe liever van dezelve losmaken, 
om vereenigd met zijne confraters middelen te bedenken, om de 
zich voor onze toekomst digt opeenstapelende onheilspellende don- 
derwolken aan den horizon te verdrijven." 

Intusschen had de Haagsche boekverkooper J. W. ten Hagen 
openlijk tegen de wat al te krasse aanmatiging van de Vereeni- 
ging protest aangeteekend. In een open brief van 24 October 
1840 komt hij ervoor uit. dat hij met de uitgaven der maat- 



HANDELS-TOESTAND. 23 7 

schappij, vooral met haar Kunstkrontjk , goede zaken gedaan heeft , 
en verklaart hij dat hij aan de Maatschappij liever een eerlijk 
stuk brood verdient, dan lid te blijven van een Vereeniging , die 
haar leden de zware verplichtingen oplegt in de circulaire van 
September vermeld. Deze ruiterlijke daad bleef aan de aandeel- 
houders niet onbekend; en toen nu, nadat het jaar 1841 op ge- 
lijke wijs als 1840, maar met groot verlies, was doorgebracht en 
de directeur van Rijckevorsel zijn uitgeverstaak moede werd, 
knoopte men met een praktisch man, als ten Hagen scheen te 
zijn, onderhandelingen aan om den gewezen directeur te ver- 
vangen. Ten Hagen stelde zijn voorwaarden en verlangde eenige 
wijziging in de statuten, waarvan het uitvloeisel was het navol- 
gend door ons gevonden stuk, dat wij meenen het afdrukken 
waard te zijn: 

„Den 28 April verscheen voor den Notaris J. G. van der 
Haak te 's Gravenhage de Heer J. W. ten Hagen, Directeur van 
de Nederlandsche Maatschappij van Schoone Kunsten, M'elke aan 
genoemden Notaris overhandigde het proces verbaal der Buiten- 
gewone Vergadering van aandeelhouders op denzelfden dag, hou- 
dende veranderingen van de Statuten dier Maatschappij. 

Op die vergadering waren present geweest voor de daarbij ge- 
noteerde aandeden . 

J. W. ten Hagen 41 

gemagtigd voor Jonkhr. F. van 

Rijckevorsel 6 

gemagtigd voor Jonkhr. Dom- 
mer van Poldersveldt 10 

Mr. G. Delprat , gemagtigd door Z. M. den Koning. Sb 
Mr. D.. Donker Curtius, gemagtigd voor Jonkhr. 

J. J. van Rijckevorsel 6 

Baron de Smeth van Deume 5 

Transport eer e 10;5 



>» 



99 



238 HANDELS-TOESTAND. 

Per transport 103 

Mr. F. H. C. Drieling 5 

„ gemagtigd voor J. H. G. 

van den Heuvel 5 

Mr. V. Schooneveld gemagtigd voor Gra^if van 

Limburg Stirum ... 2 

E. R. de Goede gemagtigd door C. Suzan 4 

Mr. G. Delprat 5 



1^4 aand. 

De Bestuurder, J. W. ten Hagen, gaf aan de Vergadering ie 
kennen, dat door hem aan elk der Actionnarissen was toegezon- 
den een beknopt gedrukt verslag door hem gedaan in de jaar- 
lijksche Algemeene Vergadering van 15 Maart j.1., betreffende 
al hetgeen door hem sedert zijne benoeming en aanvaarding van 
bovengenoemde betrekking in het belang der Maatschappij was 
gedaan en verrigt, zoo mede de voorstellen op die Vergadering 
aan de goedkeuring der leden aangeboden en welke voornamelijk 
bestonden in: 

1® goedkeuring van de door hem gemaakte wijzigingen en be- 
schikkingen in dat verslag genoemd; 

2° dat de Raad van Voorlichting en Toezigt zoude worden 
vervangen door Zes Commissarissen, waarvan drie speciaal voor 
de Kunst en drie speciaal voor de Comptabiliteit, met magtiging 
op die Commissarissen om met hem een ontwerp van wijziging 
der Statulen op te maken ter bevordering van den gang der za- 
ken bij de Maatschappij en dit Ontwerp aan de beslissing van 
eene volgende Vergadering van aandeelhouders voor te dragen. 

3'^ A. Dat de Maatschappij in eigendom zoude overnemen zijne 
Liuiecrfabriek , Binderij , Boek- en Plaathandel en clientèle , tegen 
zoodanigen prijs als twee uit de Vergadering van Aandeelhouders 
te benoemen leden zullen opgeven of door een arbiter vast te 
stellen; B. dat hij tot waarborg voor zijne gestie qua Bestuur- 



HANDELS-TOESTAND. 239 

der als voor het goede debiet der over te nemen goederen, aan- 
deden der Maatschappij h pari zoude nemen en daarvan 25 stuks 
zou deponeren.**' 

Üe Bestuurder J. W. ten Hagen gaf wijders te kennen, dat 
er eenig verschil van gevoelen was ontstaan omtrent enkele door 
hem voorgestelde wijzigingen in de Statuten, maar dat hem van 
eene hoogst te eerbiedigen zijde, welke alle verdere bedenking 
ophief, was te rade gegeven de volgende bepalingen aan te 
nemen : 

'/l. De Bestuurder zal zich geheel aan de belangen der Maat- 
schappij toewijden en daartoe zijnen Boekwinkel, Linieerfabriek 
en Binderij door een ander doen gereren, mits niet in het lokaal 
der Maatschappij. 

2. De Bestuurder zal als cautie voor zijne gestie 12 aandeden 
deponeren. 

3. De Raad bestaat uit Aandeelhouders en is tegenwoordig uit 
de volgende Hceren zamengestdd ; Baron de Smeth v. Deurne, 
J. H, G. V. d. Heuvd, Mr. F. H. C. Drieling, L. ïiling (als 
gemagtigde van Z. M. den Koning), Mr. G. Delprat, Jonkhr. 
T. van Rijckevorsd en J. H. Singendouk; wordende art. 16 der 
Statuten gesupprimeerd. 

4. Er zal zijn een Secretaris der Maatschappij. Deze zal onder 
approbatie van den Raad door den Bestuurder M-orden benoemd. — 
De Secretaris zal niet dan met goedvinden van den Raad kunnen 
worden afgezet. — Al de door de Maatschappij uit te geven 
stukken worden aan den Secretaris ter lezing gegeven. — Hij 
ageert als Algemeen Secretaris. 

5. Er is een Commissaris voor de Kunst, welke den Raad 
voorlichting geeft, benoemd door den Bestuurder onder approbatie 
van den Raad van Toezigt. 

6. De Raad zal niet minder dan met drie zijner leden kunnen 
vergaderen en beslissen. 



240 H ANDELS-TOBST AND . 

7. Ue Bestuurder deelt aan den Baad maandelijks eene lijst 
mede der boeken, brochures, affiches, platen en vignetten, welke 
bij de Maatschappij worden uitgegeven of gedrukt. — De Raad 
kan bij meerderheid der leden eene uiigave beletten. 

8 De namen der Autheurs moeten steeds bij den Bestuurder 
bekend zijn. 

9. Geen buitenlandscli hetzij druk- hetzij Kunstwerk van gods- 
dienstigen aard zal door de Maatschappij worden ingeruild en in 
den handel gebragt, dan met goedkeuring van de meerderheid 
van den Baad. 

10. Alle ambtenaren, leveranciers en bedienden zullen worden 
aangesteld door den Bestuurder met goedkeuring van den Baad. 

IJ. Elke contra ventie tegen de hiervoren bepaalde artikelen 
zal regt geven aan ieder der deelhebbers, om de dissolutie der 
Maatschappij te vorderen. 

12. Bij ampliatie van art. 29 der Statuten worden nu voor 
alsdan als vaste arbiters benoemd de drie oudste Advocaten zit- 
ting hebbende in den Baad, of de onmiddellijk daarop volgen- 
den, zoo een of ander zich mogt verschoonen." — 

„Behoudens nadere goedkeuring van den Baad geeft de Be- 
stuurder te kennen, dat het hem aangenaam is, voorloopig te 
kunnen zeggen, dat hij aan den wensch der Vergadering hoopt 
te kunnen voldoen door zijne keuze alsdan te vestigen op de zoo 
gunstig van alle zijden aanbevolen Letter- en Kunstlieveude Mee- 
ren C. G. Withuijs en Elink Sterk, ter vervulling der betrek- 
kingen van Secretaris en Commissaris voor de Kunst, op zoo- 
danige instructie als nader met goedvinden van den Baad zal 
worden vastgesteld, tot regeling van beider werkzaamheden."^ — 

De verandering bleek niet veel verbetering te zijn. Weder- 
zijds voelde men zich teleurgesteld. De aristocratische aandeel- 
houders, meer verlies dan winst vooruitziende, hadden weinig 
lust hun gestort kapitaal met nieuwe bijdragen te vergrooten ; 



i 



IlANUELSTOESTAND. 241 

de besturende hoofden van hun kant beweerden dat zij zonder geld 
geen handel konden drijven. Na allerlei gekibbel en gekijf viel 
de Maatschappij, na het korte leven van drie jaren, uit den band 
en eindigde haar zoo hoog bestaan met het in veiling brengen 
van al haar bezittingen, behalve de Kunstkronijky die als eenig 
winst belovend artikel door een nieuwe associatie werd in stand 
gehouden. Een gedeelte der houtgraveerschool bleef daaraan 
verbonden. Aan het hoofd van beide werd C. G. Withuijs aan- 
gesteld; maar ook deze vond, naar het blijkt, in dezen kleiner 
werkkring evenmin behagen , als hij het vroeger bij de groote 
Maatschappij gevonden had als secretaris van de afdeeling kunst. 
Na een korte poos gaf hij de leiding van beide over in handen 
van Mr. Urieling, die ten slotte in December 1844 aankondigde, 
dat Kunstkronijk en school het eigendom waren geworden van den 
uitgever K. Fuhri. — Voor den verderen loop der zaak zie men 
het tijdsclirift de Xunsékronijk, 



Wezen wij er in het vorig tijdvak op, dat reeds in 1836 en- 
kele firma's, die gewoon waren op veilingen de restanten van 
fondsartikelen op te koopen, daarvan aanbiedingen majikten en 
zoo den eersten grond legden tot den tweede-hands-handel , maar 
altoos nog maar alleen onder boekverkoopers , in 1847 kwam de 
firma J. H. van der Beek , toen te Amsterdam , er open voor 
uit, dat hij zijn handel wenschte te gaan drijven met het publiek. 
,J)e boeken'* , zoo bericlitte hij , „door mij in den laatsten 
tijd uit de fondsen van van der Monde, Backer, Gebr. Diede- 
richs, de Grebber en anderen aangekocht, zijn allen door mij in 
prijs verminderd ; niet bij stellen bied ik ze aan , maar ik heb 
elk artikel afzonderlijk genoteerd, om niemand in de verpligting 
te brengen , om voor een paar werken die hij gebruiken kan , er 
eenige bij te nemen daar liij niets aan heeft. Ik ben tevens 

16 



242 HAKDELS-TOESTAND. 

voornemens met mijn goed op de uitgebreidste schaal werkzaam 
te zijn , zoo door aankondigingen als door het doen circuleren 
van catalogussen. Ik verkoop bot^r bij de visch, contant, of in 
het geheel niet. Disponeren is mij te kostbaar en te lastig. — 
Voor het oogenblik doe ik nog een aanbieding aan den Boek- 
handel: elk doe zijn voordeel. Maar later geef ik geen rabat 
meer. Iedereen, wie ook, kan mijne boeken krijgen, mits hij 
mij het geld ovennake.'' 

In dezelfde ronde taal, zonder er zoogezegd doekjes om te 
winden, was van der Beek gewoon zijn vakgenooten toe te spre- 
ken. In 1841 had hij reeds geschreven: „Onder den vloed van 
aanbiedingen en prijsverminderingen (ook door de meest solide 
hnizen gedaan) vestig ik Vwe attentie op de mijne. Ik zal hier 
geene van de afgesletene motieven aanvoeren, alsof zulks op 
dringend aanzoek der Confraters geschiedde , of dat ik plaatssre- 
brek of te veel voorraad van ingenaaid goed had! Neen, het 
zoude eene beleediging , het gezond oordeel der Confraters aange- 
daan zijn, zoo men wilde veronderstellen, dat zij niet allen be- 
grepen, dat het om geld te doen was. Men zal mij dan ook 
wel geen geloof weigeren , als ik verzeker dat zulks bij mij let- 
terlijk het geval is." 

De redenen , die van der Beek , en ook de firma's C. J. en 
Gebr. Koster , bewogen zich thans ook tot het publiek te wenden, 
waren hierin gelegen , dat allerlei andere firma's lien in den laatst en 
tijd in het doen van aanbiedingen hadden nagevolgd. Vroeger 
waren de genoemden als het ware de specialiteiten in dat vak; 
maar gaandeweg waren er een aantal stroopers op dat jachtveld 
gekomen. Uitgevers hadden wel aanbiedingen gemaakt van stellen 
hunner eigen fondsartikelen , doch zelden hadden zij vreemd goed 
daarbij gevoegd ; dat was aan de opkoopers overgelaten. In de 
laatste jaren trouwens waren fonds veilingen veel minder zeldzaam 
geworden dan voorlieen. Blijkens een circulaire van Juni 1819 



HANDELS-TOESTAND. 243 

had een drietal firma's te Amsterdam: Wed. H. Gartman, Wed. 
G. Warnars & Zoon en J. J. Schmidt, zich vereenigd om jaar- 
lijks, in de maand Juni, één verkooping te houden van onge- 
bonden boeken en gaven zij daarvan den boekhandel kennis , 
opdat ieder voor dien tijd bewaren zou, wat hij te veilen had. 
De conditiën waren voor het verkochte 10°/^ en ^'/s°/o voor re- 
gistratie. Aan die ééne vaste jaarlijksche auctie had men zich 
een tijdlang meestal gehouden. Maar van lieverlee, vooral sinds 
1840 , was daarin groote verandering gekomen. Bij sterfgeval of 
liquidatie wachtte men niet langer tot de Juni-veiling , maar zag 
men er zelfs voordeel in , om een afzonderlijke verkooping van 
een of meer fondsen tusschentijds aan te leggen. En naar mate 
door den dood van voorname uitgevers al meer en meer boedels 
vrij kwamen, naar die mate kwamen er ook meer ter markt. 
Tusschen 1830—40 werden er 9, tusschen 1840—50 81 fonds- 
veilingen gehouden, buiten de gewone jaarlijksche i. Een gevolg 



* Zulke ©ongebonden veilingen", waarop tevens gelegenheid gegeven 
werd tot het zoogenoemd «teekenen" voor aanbiedingen tot minderen 
prijs, eindigden, of werden afgebroken, veelal met een vriendschappelijk en 
maaltijd. Pluim de Jager had daarvoor een tafellied gedicht, waaruit wij 
de volgende coupletten afschrijven: 

Zoo wijd en orde en zedl ijkheid 
Op aarde wordt gevonden, 

Schuwt elk den man, die ordloos leeft, 

Om wet, noch om geboden geeft, 
Men gruwt \an ongebonden. 

De Geestlij kheid verkondt het luid, 
En telt het bij de zonden: 

Zij weert de leeken uit de kerk , 

Die zich in handel, w'oord, of werk 
Gedragen ongebonden. 



.pw.. »'.-p,' 



16 



^- 



244 HANDELS-TOESTAND. 

daarvan was, dat iedereen restanten begon op te koopen en die 
door stellen zocht te plaatsen; en een ander gevolg daarvan wa.^, 
dat de vroegere specialiteiten nu ook een anderen uitweg zochten 
en zich begonnen te wenden tot het groote publiek , aangezien 
hun op het veld van den boekhandel het gras voor de voeten 
werd weggemaaid. 



Hebben wij de bewegingen nagegaan , die zich op het gebied 
onzer boeken openbaarden, thans ligt de beurt aan de feiten, 
welke op den handel in het algemeen van invloed waren , hetzij 
van buitenaf komende, hetzij uit eigen kring voortgesproten. 

In Februari 1843 werd bij de tweede kamer ingediend een voorstel 
tot een nieuwe wet op het zegel, waarvan art. 22 aldus luidde: 

„Het zegelregt voor de na te melden gedrukte stukken wordt 
bepaald als volgt: 

Voor een vel papier, eene oppervlakte hebbende van beneden 



Jnstitia spreekt vonnis nit, 
Op goede en echte gronden: 

Zij straft ze streng, met boei en band, 

Die vlekken van het vaderland. 
Die leven ongebonden ! 

En echter... zijn er handelaars. 
Die openlijk verkonden. 

Dat zij, — wie kan den gruwel zien? — 

Aan ons ten verkoop zullen biim 
Hun werken... ongebonden. 

Hoe?... zwijgt dan nu Justitia? 

Duldt zij hier 't ongebonden?. . . 

O neen ! . . . doch hier dreigt straf noch wet : 
Zijt ge op een ander woord gezet. 

Lees dan vrij... niet gebonden. 



HANDELS-TOESTAND . 245 

de 15 vierkante Ned. palmen op — .01 

van 15 tot beneden de 20 vierk. Ned. palmen — .01 & 

rf 20 " " // 25 " // '/ — .02 

'f 25 '/ " /^ 80 // // n — .025 

'f 30 " V « 35 // '/ // — .03 

ft 35 " ft t' 40 '/ " »t — .035 

'' 40 ♦ 'f // 45 " // n — .04 

en voorts bij opklimming, telkens met verhooging van em halve ceiit^ 
voor iedere, zelfs onvolledige, reeks van tien vierk. Ned. palmen." 
En art. 23: 

"Aan het zegelregt bij het laatst voorgaand artikel vastgesteld, 
zijn onderhevig de navolgende gedrukte, gegraveerde, gesteen- 
drukte , of op eenige andere wijze vervaardigde stukken , de ge- 
schrevene alleen uitgezonderd, te weten: 

Alle dagbladen, couranten, nieuwspapieren, periodieke werken 
of tijdschriften, catalogussen of notitiën van boeken, kunstvoor- 
werpen, meubelen en andere goederen, prijs-couranten , prospec- 
tussen, aankondigingen en berigten, uitgegeven, ter lezing ge- 
legd, aangeplakt, rondgevent of verspreid of op eenige andere 
wijze in omloop gebragt wordende, van welken aard, inhoud of 
bestemming ook, zelfs in den vorm van brieven of circulaires enz 
De bijvoegsels of supplementen, zoomede de in omloop gebragte 
proef bladen van al de opgemelde stukken, zijn aan hetzelfde 
zegelregt onderhevig." 

Dagbladpers en boekhandel zagen zich door dit ontwerp bitter 
teleurgesteld. 25oodra het bekend geworden was dat er een nieiiwe 
wet zou worden voorgedragen, hadden zij de rechtmatige hoop 
gekoesterd, dat de dmkkende zegelbelasting zoo niet voor sommige 
zaken geheel afgeschaft, dan toch veel milder zou worden ge- 
maakt. In die verwachting zagen zij zich, op enkele kleine wij- 
zigingen na, bedrogen. Yerschillende groepen van courantiers, 
boekverkoopers , colleges, uitgevers, zonden hun bezwaarschriften 



246 IIANDBLS-TOBSTAND. 

bij de regeering in. Zij wezen erop, hoe de zcgelbelasting op 
de dagbladen hier te lande veel bezwarender was dan in alle an- 
dere staten ; hoe daardoor de pers gebonden werd en hoe de he- 
lemraering van de dagbladen tegelijk een hindernis was voor de 
verspreiding van kennis en wetenschap. Maar bovenal meende de 
boekhandel reden tot klagen te hebben, nu op nieuw niet alleen 
(Ie tijdschriften , maar ook de prospectussen , berichten , proefbladen 
van uit te geven boek- en kunstwerken gedrukt bleven door een 
belasting, die het vrije vertier alleszins in den weg stond en het 
op touw zetten van groote nieuwe ondernemingen schier ten eenen- 
male onmogelijk maakte; zeer ten bate van het invoeren van bui- 
tenlandsche boeken en ten nadeele van eigen nationale wetenschap. 
Zij wezen er op, hoe onbillijk het was, zelfs proefbladen en pro- 
spectussen te belasten van ondernemingen , die nog niet tot stand 
waren gekomen en die bij mislukking zelfs voor haar pogingen 
geld zouden te betalen hebben aan het rijk. Zij rekenden met 
cijfers voor, hoc in andere landen de vermindering van zegelrecht 
dienstbaar geworden was tot hoogere inkomsten op andere wijs 
aan de schatkist , en wezen aan , hoe een aantal artikelen van nut- 
telooze weelde in ons land bevoorrecht waren t^n koste van zaken 
van volksbelang en publiek nut. Niets mocht baten : het ontwerj) 
werd den 3en October 1843 tot wet verheven. 

Vreemd , en een eigenaardig teeken des tijds , was het trouwens , 
dat terwijl van zoo verschillende zijden tegen deze bcListing een 
heftige beweging uitging, de Vereeniging ter bevordering van de 
belangen van den boekhandel daarin het stilzwijgen bewaarde. 
Op de algemeene vergadering in Augustus 184-3 verklaarde het 
bestuur zelfs , „dat het gemeend had geen bezwaren tegen de coucept- 
wet te moeten inbrengen: „in de eerste plaats, omdat daarin de 
voor den Boekhandel gunstige uitzonderingen behouden en ge- 
handhaafd waren. In de tweede plaats, omdat het het strijdig 
achtte met het belang des boekhandels , eeue meerdere ontlasting te 



HANDELS-TOESTAND. 2 4» 7 

vragen van het zegelregt op de ü a g b 1 a d e n ; ook voor deze was het 
wetsontwerp gunstiger dan de bestaande wet ; en wij zouden vree- 
zen, dat bij meerdere ontlasting in dezen het getal der Dagbla- 
den, waarmede thans ons Vaderland reeds zoo overruim voorzien 
is , nog veel meer zou aangroei jen , zoo al niet tot nadeel van de 
reeds bestaande journalen , dan toch zeker ten nadeele van den 
Boekhandel, die, onzes inziens, ontwijfelbaar door het steeds ver- 
meerderend getal van politieke nieuwsbladen thans reeds zwaar 
gedrukt wordt.' 



ïïïï 



Een andere belasting ten nadeele van den boekhandel dreigde 
te worden bestendigd, toen in 1844 het ontwerp van een nieuw 
tarief van in-, uit^ en doorvoer in behandeling kwam, waarbij 
een inkomend recht van f 15. — voor de 100 Ned. ponden voor 
ongebonden, en f 20. — voor gebonden of gecartonneerde boeken 
bleef vastgesteld. Al de IloUandsche firma's te Amsterdam, Lei- 
den, Rotterdam, Utrecht en 's Gravenhage, die handel dreven 
met het buitenland, kwamen in een adres tot de tweede kamer 
tegen dit voorstel in eerbiedig verzet. Zij betoogden daarin , dat 
de boekhandel bij uitzondering de handel was waarin de com- 
missie-handel niet gemist kon worden. Terwijl toch elke andere 
handel met het buitenland kon gedreven worden op staal of 
monster, was de titel van een boek voor den wetenschappelijken 
man alles behalve voldoende om daaniaar de waarde van den in- 
houd te berekenen. Een in-commissie-zending was noodzakelijk en 
onvermijdelijk, met recht om het onverkochte na eenigen tijd te 
kunnen terug zenden. En aangezien de IloUandsche boekver- 
kooper daarvoor reeds de vrachten te betalen had, ook voor het 
onverkochte, dreigde deze geheele handel met het buitenland te 
niet te gaan, indien hij bovendien door zulk een hoog invoer- 
recht gedrukt bleef Daarenboven zou het wel onmogelijk zijn , 
dat hier te lande ooit herleefde de handel in klassieke literatuur. 



/ 



248 HANDELS-TOESTAND. 

waarin Holland vroeger zoo beroemd was. Deze tak van letter- 
kunde moest vooral in den vreemde zijn debiet zoeken, en geen 
uitgever zou zich laten vinden tot dergelijke editiën, als zijn on- 
verkochte boeken met / 15. — de 100 Ned. pond bezwaard wer- 
den. Dergelijke klassieke boeken, van zware banden voorzien, 
in vroeger eeuw hier inheemsch, waren thans hier uitverkocht 
en buiten onze grenzen verspreid ; het verschijnsel stond te wach- 
ten, dat HoUandsche geleerden, zulke HoUandsche voortbreng- 
selen verlangende, meer dan den dubbelen prijs zouden moeten 
bekostigen, door den hoogen invoer van f 20. — per 100 Ned. 
pond. Het behoud van deze invoerrechten, zoowel op nieuwe 
als oude boeken , een belasting die o. a. in Duitschland onbekend 
was, zou voor den HoUandschen boekhandel en aanverwante vak- 
ken als een ware ramp te achten zijn. 

Ten gevolge van deze en andere overwegingen werd bij besluit 
van 19 Juni 1S45 het invoerrecht van gebonden en ongebonden 
boeken tot f 10. — per 100 Ned. pond verminderd, de uitvoer 
vrij gelaten en de doorvoer op 10 cents bepaald. Alleen voor 
België werd met Januari 181-6 hierop een uitzondering gemaakt 
en de invoer op f 20. — gebracht. 

Bij de opening van de zitting der staten-generaal 1842 — 43 
w^erd o. a. ter behandeling ingediend een voordracht ter wijziging 
van het tweede boek van het strafwetboek, waarbij ook uitge- 
ver en drukker verantwoordelijk en strafbaar werden gesteld 
voor strafbare drukwerken , al was ook de schrijver daarvan be- 
kend en aangewezen. 

Ofschoon dit ontwerp niet aangenomen, maar tot later ver- 
daagd werd, meenen wij toch het adres, dat hieromtrent, op raad 
van het bestuur der Vereeniging, door den geheelen Nederland- 
schen boekhandel bij de tweede kamer werd ingediend , om zijn 
belangrijkheid in zijn geheel te moeten meêdeelen : 



HANDELS-TOESTAND. 249 

„Geven de ondergeteekenden Boekhandelaren te 

met den meesten eerbied te kennen: 

Dat door de Regering bij Art. 2 van den V titel en Art. 19 
tot 22 van den XVII titel van het TI boek van het ontwerp van 
Strafwetboek bepalingen zijn voorgesteld, nopens de aansprakelijk- 
heid van drukkers, uitgevers en verspreiders, tegen welke de 
ondergeteekenden zich verpligt achten hunne bedenkingen aan 
UEdel-Mogcnden met eerbiedigen aandrang te ontvouwen. 

Geene critiek van redactie, alleen de bestrijding van het door 
de Regering aangenomen beginsel bij de voorgedragene wei^bepa- 
lingen hebbeu de ondergeteekenden zich hier voorgesteld. 

De Regering 'heeft namelijk bij het voorstel omtrent de aan- 
sprakelijkheid van drukkers, uitgevers en boekverkoopers , wel 
eene algemeene onderscheiding van opzet en schuld vastgesteld, 
maar het beginsel miskend , dat de aansprakelijkheid van de bekend- 
lieid van den schrijver zelve behoort te worden afhankelijk gemaakt. 

Vandaar dat de voorgestelde wetsbepalingen in strijd zijn met 
de regtsbeginselen en derzelver volstandige toepassing in wetge- 
ving en regtsbedeeling , in tegenspraak met de woorden en be- 
doeling van de Grondwet, nadeelig voor de regten der drukpers, 
dat bolwerk der nationale vrijheden, onvereenigbaar met het wel- 
begrepen belang van den boekhandel, en in de uitkomst lijnregt 
aandruischende tegen het doel, hetwelk de Regering zich voorstelt. 

Volgens de algemeene regtsbeginselen kan ieder slechts voor 
zijne eigene daad aansprakelijk zijn. Het straf regt laat daarom- 
trent geene enkele uitzondering toe. Ten opzigte van de drukpers 
bestaat thans geene afwijking van dit eeuwig beginsel, en voor- 
zeker geene reden, om door zoodanige afwijking voor het vervolg 
dat beginsel te schenden. 

In het bestaande strafwetboek werd niets gevonden omtrent 
schriftelijken laster of hoon , hetwelk met de zoo even uitgedrukte 
stelling in strijd zoude zijn. Volgens Art. 367 Code Pénal was 



230 HANDELS-TOESTAND. 

niet het aanplakken, verkoopen of verspreiden van eenig lasterlijk 
geschrift op zich zelve als strafwaardig voorgesteld , maar de 
lasteraar, die door zoodanige middelen de openbaarheid zijner 
handelingen deed bevorderen, werd met straf bedreigd. De ver- 
kooper of verspreider werd dus alleen dan vervolgd en gestraft , 
wanneer door de onbekendheid van den schrijver, hij zelf voor 
den schuldige moest worden gehouden. 

Op deze regtsbeginselen is door de wetgeving hier te lande 
nimmer eenige inbreuk gemaakt, maar integendeel hebben Grond- 
wet en wetten dezelve altijd erkend en gehuldigd. 

De Grondwetten van 1814, 1815 en 1840, het besluit vau 
24 Januarij (staatsbl. No. 17) houdende bepalingen omtrent dtai 
Boekhandel en den eigendom van letterkundige werken, de wet 
van 28 September 1816 (staatsbl. No. 51) tot vaststelling van 
straflfen voor hen, die vreemde mogendheden beleedigen, bevesti- 
gen deze stelling; en de hoogste regtscollegiën hebben zoowel in 
vroegeren als lateren tijd deze uitlegging van de bovengenoemde 
bepalingen bij onderscheidene vonnissen en arresten gehandhaafd. 

Het is waar , men heeft wel eens getracht de bepaling van 
art. 225 der Grondwet van 1840 (of de gelijkluidende der vroc 
gere Grondwetten) in eenen voor de drukpers meer vijandigcn 
geest op te vatten; maar de enkele aandachtige lezing van het 
artikel wraakt reeds die uitlegging, en het was bij eenig naden- 
ken blijkbaar, dat de Grondwet juist daarom in logische rang- 
schikking de personen opnoemde , welke wegens het betichte feit 
konden worden aangesproken, opdat de verspreider door het noe- 
men van den uitgever of drukker, deze door het noemen van 
den schrijver, zich van alle verantwoordelijkheid zouden kunnen 
vrijwaren. 

Het besluit van den Souvereinen Vorst van 24 Januarij 1814 
bedoelt ongetwijfeld hetzelfde, wanneer in art. 4, de drukker 
alleen aansprakelijk wordt gesteld indien de schrijver niet bekend 



HANDELS-TOESTAND. 251 

is, daar het voorwaar onnoodig zoude zijn geweest dit te bepa- 
leii, indien niet dezelfde drukker door het bekend zijn van den 
schrijver van die aansprakelijkheid werd ontheven. Trouwens de 
tekst van dit besluit , zoo als het later in de Zuidelijke Provinciën 
werd ingevoerd, laat daaromtrent creenen twijfel over. 

Maar de Wet van 28 September 1816, de eenige welke op 
e^ne uitlegging van de zoo evengemelde grondwettelijke verorde- 
ning berust , toont boven alle tegenspraak , in welken zin de be- 
paling der Grondwet, volgens het inzien zoowel der toenmalige 
Regering als van de Volksvertegenwoordiging, moest worden opge- 
vat. Raarbij is in art. 2 der wet uitdrukkelijk en krachtig het 
groote beginsel gehuldigd, dat de drukkers en uitgevers in den 
regel van alle verantwoordelijkheid zijn ontslagen , wanneer de 
schrijver bekend is, en er daardoor genoegzame waarborgen voor 
de rigtige handhaving der strafwet bestaan. In de toepassing der 
wet van ] Junij 1830 (staatsbl. N°. 15) is altijd overeenkomstig 
lietzelfde beginsel door de hoogste regtscoUegiën uitspraak gedaan. 

De doelmatigheid en gepastheid van de stellige bepaling der 
wet van 28 September 1816 was zoo algemeen toegejuicht, dat 
het daarom dubbel vreemd moest klinken , plotseling door de Re- 
gering bepalingen in het ontwerp van Strafwetboek te zien voor- 
slaan, strekkende om een geheel ander beginsel tot grondslag te 
stellen, en de vrije drukpers aldus aan banden te leggen. 

Gelijk de voorgestelde bepalingen dan ook strijdig zijn met de 
regtsbeginselen en regtsbedeeling , zijn zij niet minder aandrui- 
schende tegen alle denkbeelden van drukpersvrijheid en onbestaan- 
baar met het wettig belang van den boekhandel. 

De vrijheid der drukpers had in vroegeren tijd in verhouding 
tot andere landen, in deze gewestfen eene hooge vlugt geno- 
men. De tijden von de Republiek hadden op derzelver ontwikke- 
ling in ons vaderland bijzonder gunstig gewerkt, ook doordien 
de verdeeling der Souvereiniteit de vrijheid liet om op het 



252 H ANDEL8-T0BST.1ND. 

grondgebied van eene provincie te drukken en uit te geven , het- 
geen op het aangrenzend gebied verboden was. De opvolgende 
grondwetten verzekerden aan de Nederlandsche natie het onschat- 
baar voorregt eener vrije drukpers, als bron van vooruitgang en 
ontwikkeling van kunsten en wetenschappen, niet beperkt door 
eenig vereischte van authorisatie der Regering, en ontheven van 
de drukkende censuur, waarvan tijdens de Fransche overheer- 
sching alle de nadeelen ook hier te lande waren ondervonden. 
De voorgestelde wetsbepalingen echter ademen wantrouwen tegen 
de vrijheid der drukpers; zij stellen eene uitsluiting daar buiten 
het gemeene regt, en vestigen een nadeelig privilegie, en wat 
meer is, zij belemmeren de drukpersvrijheid meer dan eenige 
censuur van Regeringswege zoude vermogen. 

Indien toch drukkers en uitgevers aan vervolging en straffen 
blootstaan, wanneer in geschriften hun ter openbaarmaking opge- 
dragen, hoon of laster zoude worden aangetroffen, dan zullen zij 
noodwendig gehouden zijn die geschriften vooraf te lezen en te 
beoordeelen; en in stede eener censuur der Regering verheft zich 
eene censuur van boekverkoopers en drukkers, die daarom reeds 
te strenger moet treffen, omdat zij een onmiddellijk belang heb- 
ben bij de zaak , en zelve gevaar zouden loopen , om hun be- 
staan, hunne welvaart, hunne vrijheid te verliezen, zonder dat 
de bekende naam van den schrijver en deszelfs bereidvaardigheid 
om alle verantwoordelijkheid voor zijne schriften op zich te 
nemen, hen daartegen zoude kunnen waarborgen. Zoo zoude het 
aan staatslieden , geschiedschrijvers , regtsgeleerden of anderen 
dikwerf onmogelijk zijn, de vruchten van hunnen arbeid aan het 
publiek door middel der drukpers mede te deeleu , terwijl de 
vrees voor vervolging en straf drukkers en uitgevers van het 
leencn hunner individuele nijverheid zoude terughouden. 

En is dit waar, dan ontstaat daarenboven hieruit eene aan- 
merkelijke schade voor den eerlijken en soliden boekhandel. De 



HANDELS-TOESTAND. 258 

meest schroomvallige, de meest voorzigtige drukkers en uitgevers 
zullen daarbij het meest verliezen, terwijl hun goede naam hftn 
te dierbaar is, dan dat zij zelfs door ongegronde vervolging in 
verdenking zouden willen gebragt worden van eenige schidd aan 
het verspreiden van geschriften, omtrent welker geest en bedoe- 
ling twijfel zonde kunnen oprijzen. 

Er is nog eene andere, niet minder gewigtige bedenking, 
welke de ongerijmdheid doet uitkomen van het onderwerpen der 
uit te geven geschriften aan de beoordeel ing van door straffen 
bedreigde drukkers of boekverkoopers. Immers, hoe zal zich een 
eenvoudig boekhandelaar of boekdrukker vermeten, alle de wer- 
ken van kundige en geachte schrijvers te beoordeelen? Hoe kan 
men van hen vergen , alle die geschriften , welke in eene druk- 
kerij of cenen handel zelfs van middelmatigen omvang worden 
gedrukt, uitgegeven of verspreid, met aandacht en kennis te 
lezen? Hoe kunnen zij dit, terwijl veelal de geschreven copij 
stuksgewijze ter drukkerij wordt bezorgd? In hoe vele vakken 
moesten zij bedreven zijn , hoe vele talen moesten zij geleerd 
hebben en grondig verstaan, om zelfs oppervlakkig den inhoud 
van alle die werken te kennen? 

Inderdaad ieder zou verpligt zijn deze gevaarvolle censuur aan 
één' of meerdere gesalarieerde boekbeoordeelaars op te dragen , en 
dan nog afhankelijk zijn van hun feilbaar oordeel , waar daar- 
enboven de aard der zaak geeuen vasten maatstaf toelaat , en wat 
den eenen dag wordt toegejuicht , den volgenden welligt zal wor- 
den veroordeeld! 

En echter zal het volgens de voorgestelde wet genoeg zijn, 
dat het werk gedrukt , uitgegeven 'of verspreid is , om met den 
schrijver tevens den drukker en uitgever te veroord eelen ! 

Maar de onderscheiding tusschen opzet en schuld , welke in het 
ontwerp is voorgesteld, strekt geenszins om het bezwaar weg te 
nemen, hetwelk aan het aangenomen beginsel zelf verbonden is. 



254» HANDELS-TOESTAND. 

terwijl het eindelijk verdient hier te worden opgemerkt, dat alle 
zoodanige bepalingen tegen drukkers, uitgevers en verspreiders 
gerigt, niet alleen niet het daarbij voorgestelde doel zullen ver- 
zekeren, maar veeleer hetzelve tegenwerken, door vaak aan de 
schrijvers zelve straffeloosheid te waarborgen. Indien toch, onaf- 
hankelijk van het al of niet bekend zijn der schrijvers, de druk- 
kers en uitgevers zich evenwel met straffen zien bedreigd , zullen 
zij zich vaak onthouden van de schrijvers zelve te noemen, wier 
straf hen niet van de vervolging kan ontheffen, terwijl juist de 
Regering belang heeft , zoowel als de Maatschappij , om door de 
vrijstelling van drukkers, uitgevers en verspreiders hen tot het 
noemen der onbekend geblevene schrijvers aan te sporen. 

Het blijkt uit dit betoog, dat deze bepalingen, terwijl zij van 
den eenen kant eene afwijking van het gemeene regt daarstellen, 
en den een' veroordeelen voor de daden des anderen , van den an- 
deren kant het voorgestelde doel der strafbepalingen zelve tegen- 
werken en het belang van den boekhandel verkorten , terwijl zij 
aan de ingezetenen van het rijk het onwaardeerbaar constitutio- 
neel voorregt der drukpersvrijheid ontnemen. 

De ondergeteekenden vleijen zich, de gegrondheid hunner be- 
zwaren tegen het gedachte wetsontwerp hiermede volledig te heb- 
ben ontwikkeld, en nemen de vrijheid hunne bedenkingen aan 
de naauwgezette overweging van UEdel Mogenden op het drin- 
gendste aan te bevelen , opdat alzoo ook in het nieuw daar te 
stellen Strafwetboek de regten der vrije drukpers en van den 
eerlijken boekhandel die bescherming mogen ondervinden, Avaarop 
zij regtmatige aanspraak hebben." 

1843. Hetwelk doende, enz. 

In 1847 kwam de invoering van een nieuw wetboek van 
strafrecht andermaal in de tweede kamer ter spraak. Ofschoon 
het ontwerp eenigszins gewijzigd was, bleven er toch enkele bepa- 



HANDELS-TOESTAND. 255 

lingen in , die voor de verantwoordelijkheid van den boekhandel 
hoogst gevaarlijk waren. De Vereeniging ontlokte dos aan de 
boekhandelaren in het algemeen een nieuw bezwaarschrift in ge- 
lijken zin als het vorige, hetwelk bij de kamers werd ingediend. 
Een soortgelijk adres ging uit van eenige boekdrukkers en uit- 
gevers in de provincie Gelderland, van de Haagsche en van de 
Rott^rdarasche boekverkoopers , en van de Vereeniging als collec- 
tief lichaam. — Ook nu evenwel bleef het beloofde wetboek tot 
later uitgesteld. 



Opmerking verdient het, hoe de boekhandel in het algemeen 
in dit tijdperk als het ware een nieuw leven kreeg, en aan be- 
langst<illing bij zijn beoefenaars won. Het NieuiDsblad voor dm 
Boekhandel^ in 1834 begonnen, breidde zich gaandeweg uit en 
verbeterde zich al meer en meer door onderscheiden rubrieken, en 
door allerlei mengelwerk door verschillende handen bijgedragen. 
Een ander gunstig teeken des tijds was de verschijning van een 
Jaarboekje voor deti Boekhandel, dat in 1839 bij S. de Visser & 
Zn. te 's Gravenhage voor het eerst uitkwam en onder redactie 
van J. L. C. Jacob tot 1843 bestond. Had het maar een kort 
leven, toch had het zijn groote verdiensten en deed het veel goeds. 
Het maakte de wetten op den boekhandel bekend, gaf naam- 
lijsten van boekhandelaren, boek- en steendrukkers , papierfabri- 
kanten en magazijnhouders , hoofdcorrespondenten en tijden van 
verzending; en bovendien mengelwerk, bestaande uit levensbe- 
richten, beschouwingen over den handel van vroeger en later 
tijd enz. enz. Ook hadden mj er de portretten van D. Elsevier 
en Jac. Koning aan te danken. 

Het staken van de vroegere lijsten (een in 1828 te Rotter- 
dam, en een andere in 1835 te Jiciden verschenen) en het 
ophouden van dit jaarboekje deed weldra de behoefte gevoelen 



256 HANDELS-TOESTAND. 

aan het voortzetten van naamlijsten van boekhandelaren met de 
opgaaf hunner hoofdcorrespondenten. Daaraan werd in 1848 vol- 
daan door K. Fuhri, die aan zijn nuttig boekske een lijst van 
de uitkomende nieuwsbladen toevoegde, met een aanhangsel van 
wetten en besluiten, in de Visser's Jaarhoekje onvermeld geble- 
ven. In het volgend jaar 1849 werd die uitgaaf overgenomen 
door den boekhandelaar Ü. L. Koopman en voortgezet tot 1854, 
toen zij onder den titel van Algemeen Adresboek voor den Ned^r- 
landschen Boekhandel en aanverwante vakken , ómevens aanwijzing der 
Dag- en Weekbladen overging in handen van C. Ij. Brinkman, die 
er tot aan zijn dood toe jaarlijks zijn beste zorgen aan bleef 
wijden en het al meer enjneer onmisbaar maakte. Sinds 1856 
gaf het ook van tijd tot tijd van afgestorven boekverkoopers 
levensberichten, die later verzameld werden in het eerste deel 
van de Bijdragen tot de geschiedenis van den NederlandscJien Bork^ 
handel^ uitgegeven door de Vereeniging. 

Bij het toenemen van het getal boekverkoopers en de uitbrei- 
ding van het handelsverkeer in het algemeen, liet zich ook de 
behoefte aan goed ingerichte boekenlijsten al meer en meer ge- 
voelen. De man van studie, die het een of ander onderwerp 
wenschte te behandelen en zijn boekverkooper om raad vroeg , 
ten einde op de hoogte te komen van alles wat daarover hier te 
lande geschreven was, kon zich niet tevreden stellen met inlich- 
tingen daaromtrent alleen van den nieuwsten tijd ; en zijn raads- 
man van zijn kant diende weder bronnen te hebben, die hij 
voor zich zelv' te raadplegen had voor een eenigszins vohhwnd 
besclieid. Die behoefte had zicli natuurlijk al vroeger voorgedaan L 



* Een van de eersten, zoo niet de allereerste algemeen uitgegeven 
boekenlijst ging uit van den met roem bekenden Amsterdamschen boek- 
handolmir Joannes Janssonius van Waesberji^e. Onder de middelen, welke 
deze verdienstelijke nitfijever en debitiint te baat nam om zijn boekhan- 
del een gewenschte bekendheid te geven, ontwierp hij de uitgaf van 



HANpELS-TOESTAND. 257 

een Hnlfjarige Boekenlijst. Hij verkreeg daartoe een privilegie van de 
Staten van Holland en Vriesland, dato 10 November 1075. 
Hij kondigde zijn onderneming aan met het volgende beiicht: 

Aen den goetwilligen leser. 

Alsoo der niet gemeender is in Boeck verkoopei's Winkels, als na nieu- 
wigheden of onlangs nieuwe iiytgekomene Boecken te vragen, heeft ons 
suicks menighmael doen in gedachten nemen, op wat manier men best 
de Liefhebbers zoude kunnen voldoen, om als met eenen opslag te weten , 
't geen sedert eenige ty t herwaeils , en voornaementlyck sedei-t 3 a 4 
Jaren, zoo hier in de Nederlanden als in Duyslant en elders van belang 
is uyt gekomen, daertoe hebben niets beters kunnen uytvinden als een 
Cataloge op te stellen van de Boecken, die soo hier als elders zyn uyt 
gekomen, waer mede voor ditmael alleen een aanvangh hebben willen 
maken, met deze by gevoegde Catalogus, van meeninge zynde, 't selve 
alle half-jai'en te vervolgen, en den Liefhebbers mede te deelen, en also 
suicks niet alleen een seer nut en dienstig werck is voor de lilefhebbers 
maer ook voor allen Boeck verk oopers , om den Liefhebberen hare sinne- 
lyckheyt te voldoen, soo versoecken alle BoechiHUi^koopers ons in dit ons 
voornemen behulpigh te syn, op dat deze cataloge te volmaeckter moge 
aan den dagh komen , ons buyten onse kosten bekent makende , de Titels 
van de Boecken soo volkomen als deselve voor de Boecken syn komende, 
op dat de Liefhebbers daer door te beter opgeweckt worden tot 't koopen 
der selver, en wy deselve bequamelyck op syn plaets in deze cataloge 
mogen invoegen, en wanneer bevinden sullen onze moeyten en kosten 
niet onjiengenaem te syn, soo sal het ons verplichten met alle vlyt en 
neerstigheydt, 't selvige met meerder volkomenheyt uyt te brengen; 
't welck vertrouwende soo gebruykt desen onsen arbeyt met vennaeck, 
nut en voordeel: en de volgende venvacht op syn tyt." 

Deze boekenlijst draagt tot titel: Catalogus cujuscunque facultatis et 
linguae Librorum, abhinc 2 a 3 annorum spatio in GermaHia, Gallia et 
Belgio, etc. novissime impressorum singulis semestribus continuandus. 
Amstellodami , apud Janssonio Waesbergios. 

Zij is gedrukt in 4° en verdeeld in vier hoofdvakken: Theologie, Rechts- 
geleerdheid, Geneeskunde en Mengelwerken en bevat de titels van La- 
tijnsche, Fransche, Italiaansche, Spaansche, Hoogduitsche en Nederduit- 
sche boeken. 

17 



258 HANDELS-TOESTAND. 

Johannes van Abkoude. van 1726 tot 1761 boekverkooj)er te 
Leiden (en voor zijn tijd zeker een man van aanzien , daar hij 
bij uitzondering in de gildcboeken met den naam van Monsit^tr 
j)rijkt) , had daarom een zeer verdienstelijk werk gedaan door het 
samenstellen en uitgeven van een Nctamrcgister van de hehendate m 
meest in gebruik zijnde Nederduitêche boeken , toelke sedert kei j(uir 
1600 tot het jaar 1761 zijn uitgekomen^ inet bijvoeginge wanneer^ 
waar en bij toien dezelven gedrukt zijn , als mede van het Formaat , 
het getal der Deelen^ en de Platen.^ benevens de Prijzen voor welken 
die in de Boekwinkels te bekomen zijn. Later werd van dit register 
een nieuwe uitgaaf bezorgd door Reinier Arrenberg, courantiiT 
en boekverkooper te Rotterdam , die het tot en met het jajir 
1787 bijwerkte, doch, om het niet te kostbaar te maken, daar- 
uit alle kleinere brochuren , twistschriften enz. wegliet. In het 
jaar 1824 besloot de Vereeniging ter bevordering van de belangen 
des boekhandels een Vervolg op deze Naamlijst uit te geven (bij 
Gebr. van Cleef ) , welk werk, loopende van 1790 tot en met 
1831, benevens het Supplement daartoe tot 1832, in het jaar 
1835 voltooid was. De ijverige en zeer bekwame uitgever C. L. 
Brinkman, die ten bate van den boekhandel met 1846 een jaar- 
lijksche alphabetische naamlijst was begonnen uit te geven, had 
echter met de bestaande leemte geen vrede en spaarde zooveel 
mogelijk van zijn kostbaren tijd uit, om zijn handelsgenooten te 
gerieven met een aanvulling van de bestaande lijsten. Hij stelde 
zich tot t-aak een Boekenlijst saam te stellen loopende van 1833 
tot 1849, op dezelfde wijs en in gelijken vorm als die van zijn 
voorgangers. Des schrijvers schoonzoon de heer R. van der 
Meulen , eerst deelgenoot in de firma C. L. Brinkman , tlians 
bibliothecaris vau het leesmuseum te Rotterdam , maakte zich in 
later dagen verdienstelijk door ook weder deze lijst te vervolgen 
en Brinkman's Catalogus der Boek-^ Plaat- en Kaartwerken voort te 
zetten van 1850 tot 1882. Dezelfde bibliograaf, die, niettegen- 



UANDEI^-TOESTAND. 259 

staande hij tot een andere veelomvattende betrekking was over- 
gegaan , toch nog altijd een warra hart voor den boekhandel bleef 
behouden, bewees dit in 1878 door het uitgeven van een Weten- 
sckappeltjk Register behooreyide hij Brinkman s Alphabetische Naamlijsten 
van 1850 tot 1875, een register, dat strekken moest om de 
plaats te vervullen van een systematischen catalogus, naar welken, 
hetgeen elders blijken zal, de boekhandel zoo lang te vergeefs 
had uitgezien. 

Als een bewijs, hoe in dit tijdvak, van 1840 — 49, de boek- 
handel in het algemeen naar goede boekenlijsten verlangde en dus 
een degelijker beoefening te gemoet ging, mag niet onvermeld 
gelaten worden, dat in een zoogenoemden uithoek als Hoeren veen 
en Joure de boekhandelaren F. Hessel en J. H. D. Munnik in 
ISI'7 een prospectus verspreidden van een door hen te bewerken 
aanvulling van de lijsten van 1833 af, een plan, dat evenwel door 
Brinkman's gelijktijdige onderneming onnoodig gemaakt en ver- 
vangen werd. 

Maar ook nog in ander opzicht toonde zich de aanwakkerende 
liefde voor ons bedrijf. Bij het bestuur der Vereeniging werd 
in 181«4 een brief ingeleverd door J. L. C. Jacob en Frederik 
Muller, die er met klem van redenen en warmte van taal op 
aandrongen, dat de Vereeniging zou aanleggen een eigen biblio- 
theek. De schrijvers wezen erop, hoe het uitschrijven van een 
prijsvraag over de kwijning van den boekhandel , waarop wij straks 
terogkomen, het bewijs geleverd had van een nieuw- ontwaakt 
leven. Wilde men dat bevorderen en voorthelpen, dan waren 
prijsvragen niet genoeg; dan diende men vooral jongelieden in 
de gelegenheid te stellen tot zelfoefening ; dan was het de taak 
der Vereeniging daartoe den weg te openen. Buiten alle admi- 
nistratieve handigheid om , diende elk goed boekverkoopcr kennis 
te dragen van de wetten zijn handel betreffende , een meer of 
mindere bibliographische kennis te hebben , al naar mate van 

17* 



260 HANDELS-TOESTAND. 

het vak van handel dat hij drijft, en een zoo veel mogelijk 
uitgebreide kennis van de letterkunde van zijn land. Om tot 
die drieledige bekwaamheden te geraken, waren boeken noodig, 
te veel en te duur voor eigen beurs. De Vereeniging zou een 
goed werk doen door de oprichting van eene degelijke bibliotheek 
ten algemeenen nutte. De onderteekenaars stelden zoo veel be- 
lang in de verwezenlijking van dit plan , dat tot grondslag van 
die boekerij de eerste, Jacob, afstand deed van al zijn doublet- 
ten van dergelijke werken en catalogen, en de tweede, Fred. 
Muller, der Vereeniging in eigendom aanbood zijn geheele ver- 
zameling van werken over wetten des boekhandels, al zijn biblio- 
graphische werken en catalogen enz. , te zamen 300 werken 
en 400 deel en catalogen, onder voorwaarde dat de bibliotheek en 
haar aanvulling zou gevestigd zijn ten zijnen huize. 

Dit voorstel werd door de Vereeniging dankbaar aangenomen 
en de regeling verder in handen gesteld van een commissie, be- 
staande uit Is. An. Nijhofl', Fred. Muller en Jaoob. Aan Muller 
werd de samenstelling van een catalogus over het reeds voorhan- 
dene opgedragen. 

Acht jaar later, in 1855, — men veroorlove de uitweiding 
om hier reeds de hoofdzaak van den loop der bibliotheek te bespre- 
ken — verscheen van deze inmiddels aanmerkelijk aangegroeide 
verzameling de eerste catalogus, een werk, dat Muller zich niet ge- 
troost, maar met hart en ziel zelf opgelegd had, en dat op zich 
zelf een onwaardeerbare schat was voor de kennis van den boek- 
handel , vooral door de hoogst belangrijke aanteekeningen door 
hem daaraan toegevoegd. Tn de Inleidmg tot dit boek , dat 
bijna 1000 hoofdtitels bevat, meest van werken door Muller 
op allerlei auctiën gekocht of door hem ten geschenke gegeven , 
geeft de bibliothecaris rekenschap van zijn arbeid. „Wat de ver- 
zameling , gelijk zij nu is" , zegt hij , „aangaat . zoo is het 
mijn streven geweest daarin alle verschillende takken van boek- 



i 



HANDELS-TOESTAND. 261 

handel cii hetgeue daarmede verbonden is op te nemen, zoodat 
er over alles iets gevonden werd, en liet geheel een overzigt 
leverde van de. bibliopolisclie wetenschap, of van alles wat tot 
den Boekhandel behoort, daargelaten de groote leemten, die er 
in alle afdeelingen nog bestaan." 

„De afdeeling van eigenlijke Jjetterkundige Geschiedenis", 
vermeldt hij voorts, //is hier weggelaten. De weinige boeken, 
daarover bij mij voorhanden, maakten niet genoeg een geheel 
uit; en vermits de vele bibliographische werken over enkele vak- 
ken van Jjetterkunde hiervoor reeds rijke aanwijzingen bevatten, 
zoo achtte ik, dat men, in afwachting van het ontwaken van een' 
meer algemeenen en levendiger geest bij den Boekhandel voor 
deze studie, beter deed ze weg te laten. Wanneer de overtui- 
ging eenmaal meer bij onzen Boekhandel zal doordringen , dat 
lietterkundige Geschiedenis het éénige vak van wetenschap is, 
dat de boekhandelaar goed moet kennen , terwijl alle andere weten- 
achappeti voor hem, als boekhandelaar, slechts bijkomende zaken 
zijn ; dat de studie dezer geschiedenis evenzeer genoegen als nut 
en voordeel aanbrengt, en wanneer zij meer en meer beoefend 
wordt door aankomende boekhandelaars — dan zal de Vereeni- 
ging zich voorzeker bevlijtigen daarover eenige boeken bij hare 
Bibliotheek te voegen, indien men namelijk door het gebruik 
ziet, dat het bestaan van die Bibliotheek door den Boekhandel 
regt begrepen wordt en dienst doet. 

„Ik zeg dit laatste met eenigen nadruk. Of zal men niet in 
\ algemeen vragen : Waartoe deze Bibliotheek ? Waartoe deze Ca- 
talogus ? Waren onze vaderen , zijn wij , niet even goed boek- 
handehiars zonder deze boeken , en zullen wij ons nu gaan ver- 
diepen in werken over Wetgeving en Bibliographie enz.? 

„Het is helaas! bekend, hoe velen zich niet schamen te be- 
kennen, dat zij niet weten, welke Wetten in den Boekhandel van 
kracht zijn. Het is bekend , dat sommigen , zelfs antiquarische 



262 HANDELS-TOESTAND. 

boekhandelaars , zich beroemen het Manuel van Brunei nooit in 
te zien. ïe algemeen verbreid is de mcening , dat praktijk , en 
praktijk alleen , den Boekhandel wèl doet drijven ; dat al die bij- 
zaken het hoofd veeleer verwarren, dan dat zij de zaken doen 
vooruitgaan , en dat hij , die alleen praktiesch werkt en zich om 
niets anders bekommert, meer voordeel trekt dan een ander, die 
dezen weg niet volgt. 

„Dat is mijne meening in geenen deele, en volgaarne zeg ik 
llenouard na: „Indien ik een boekverkooper zijn moest, die 
eene massa bedrukt papier verhandelt, of fabriekant van boeken, 
die evenzoo boeken fabriceert als een ander laken of zijde of 
meubelen, — ik zou eene andere loopbaan kiezen; ik zou zien, 
in Melken handel ik mijn bestaan kon vinden, liever dan in den 
handel met boeken." — En waarom niet? Omdat dit een handel 
is met de voortbrengselen van den menschelijken geest; omdat 
de boekhandelaar zooveel invloed kan oefenen ten goede en ten 
kwade op de verbreiding dezer hem toevertrouwde vruchten; en 
vooral omdat het aan hem veelzins, ja meestal ligt, groote en 
goede of ook schadelijke letterkundige ondernemingen te doen 
ontstaan , of te vernietigen ; geleerden tot een of ander aan te 
sporen of te ontmoedigen ; omdat hij , met een woord , een der 
belangrijkste werktuigen is in het zoo groote raderwerk der let- 
terkundige wereld. 

,JSoo dan al onze vaderen met goed gevolg en op groote 
schmd den Boekhandel dreven zonder vele leerboeken en zonder 
eene Bibliotheek , op grootere schaal Melligt dan ons mogelijk is 
bij den veranderden staat der wereld en der letterkunde — dat 
dit ons niet verhiiidere voort te gaan op de baan van ontwikke- 
Wwil en beschavini?!*' — 

Op dezen catalogus bleek reeds in 1868 een supplement noo- 
diür; de bibliotheek bevatte toen 1821 nommers, verzameld of 
ten behoeve van den praktischen boekhandelaar en voor den 



HANDELS-TOESTAND. 263 

boekhandelaar- bibliograaf , of om tot bronnen te dienen voor een 
geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel en bibliogra])hie. 

Van de oprichting af berustte de bibliotheek, volgens voor- 
waarde, ten huize van Muller , in dat kleine afzonderlijke kamertje, 
achter het magazijn, dat kamertje, dat gelijk tot spreekvertrek 
diende en waar Muller zich te huis voelde als een vader onder 
zijn kroost. Wie als boekverkooper daarin gelokt werd, werd 
erin vastgehouden als een gevangene ; maar als een vrijwillig 
gevangene en als een gelukkige. Want het vuur, dat uit Mul- 
ler's oogen straalde als hij u zijn schatten toonde; de wegslee- 
pendheid van zijn woord, als hij u het terrein blootlei, dat de 
ware, echte boekverkooper eigenlijk te bewandelen had; de liefde 
voor zijn vak , die hem bezielde en die hij zocht over te planten 
in anderen , deden u beschaamd staan omtrent uw eigen sobere voor- 
bereiding en hunkeren naar vrije uren , om , al was het maar nog 
zoo weinig, in te halen wat gij vroeger voorbij gezien of ver- 
zuimd hadt. 

In 1877 besloot de Vereeniging de bibliotheek over te bren- 
gen naar het bestelhuis van den boekhandel en aldaar in de be- 
stuurskamer te plaatsen. Tevens werd, daar Muller door zijn 
vele bezigheden de zorgen voor de boekerij niet meer op zich 
kon nemen , Louis D. Petit , een door Gebhard gevormd kundig 
en ijvervol bibliograaf, tot bibliothecaris aangesteld. Petit aan- 
vaardde zijn betrekking met jeugdig vuur. Hij bracht de ver- 
zameling naar haar nieuwe verblijfplaats over, schikte en regelde 
haar en begon haar van stonde af aan te vermeerderen met boe- 
ken van meer algemeen praktischen aard , ter verbetering van 
een gebrek , dat bij haar oorsp ronkelijke meer bibliographische 
richting herhaald in het oog gevallen was. Ook stelde hij haar 
op een bepaalden tijd wekelijks open, onder zijn persoonlijke te- 
rechtwijzing. 

Slechts twee jaren kon Petit in die betrekking werkzaam zijn. 



264 HANDELS-TOESTAND. 

Een eervolle onderscheiding, die van de benoeming tot tweeden 
bibliothecaris aan de academische bibliotheek, riep hem in 1879 
naar liciden. In zijn plaats werd het bibliothecariaat opgedra- 
gen aan den zeer bekwamen antiquaar R. W. P. de Vries, die 
zijn taak met groote kunde en voorliefde vervult. Ten einde 
de boekerij meer onder de aandacht van belangstellenden te bren- 
gen en in die belangstelling aan te dringen, begon de Vries 
aanstonds in het Nieuwsblad mede te deelen wat hij ter algemeene 
kennis noodig oordeelde. Daaronder behoorden van tijd tot tijd 
de aanwinsten die de bibliotheek kreeg, zoowel door het aankoo- 
pen van onmisbare boeken, als door geschenken die haar al meer 
en meer van verschillenden kant toevloeiden; niet te vergeten 
het kostbare legaat, dat Muller bij zijn dood der bibliotheek 
vermaakte. De Vries verzamelde en beschreef de boeken niet 
alleen, maar, wat nog meer betcekent, hij leerde ze te gebruiken. 
Onder zijn bestuur gaat de bibliotheek zeer gewis een vrucht- 
bare toekomst te gemoet. 

Indien ze nu maar gebruikt wordt! Gelijk Amsterdam in zoo 
menig opzicht is de stad bij uitnemendheid , de stad , waar we- 
tenschap, handel en kunst de rijkste bronnen oj)en stellen v(x>r 
ieder die er uit putten wil, zoo heeft ook daar onze boekhandel 
tegenwoordig door die bibliotheek een leerschool gekregen, die 
elk ander land ons benijden kan. Wie zich overdag wil bekwa- 
men voor de praktijk, vindt voor zijn vrije avond- en zondags- 
uren daar een onschatbare gelegenheid voor studie van allerlei 
aard. In vroeger dagen werd er zoo menigmaal over geklaagd , 
dat het gehalte van de meeste jonge boekverkoopers zoo heel 
weinig beteekende. Men zocht in onze dagen van examens ook 
in een examen van leerlingen een middel tot verbetering. Men 
gaf de eischen aan, waaraan ieder, die in de boekhandels-corres- 
pondentie deelen wou, te voldoen zou hebben. Men wees opge- 
legenlunlen tot opleiding als er bestonden te Leipzig, waar een 



HANDELS-TOESTAND. 265 

avondcursus gehouden wordt voor „Gehülfeii"; op Edinburg, 
waar, in „the Booksellers and Stationers Ijiterary Association'' 
letterkundige en liandelskennis door bekwame specialiteiten onder- 
wezen wordt; ja zelfs op Madrid, waar aan de universiteit gra- 
tis onderricht wordt verstrekt niet alleen aan studenten voor 
den boekhandel, maar zelfs aan letterzetters om zich te oefenen 
in Hebreeuwsch, Grieksch en Arabisch letterschrift. Al deze 
dingen zijn meer of min uitstekende middelen van opleiding. 
Maar een universeele bibliotheek als de Amsterdamsche wordt tot 
heden toe nergens, behalve te Leipzig, aangetroffen en is zoowel voor 
hen die buiten , als voor dezulken die binnen de hoofdstad hun oplei- 
ding zoeken, een ontwikkelingsmiddel tot vrije, zelfstandige, 
naar eigen lust en aanleg gekozen handelsrichting, die voor den 
vooruitgang van ons beroep niet genoeg te waardeeren is. 

Het reglement voor het gebruik der boeken van de bibliotheek 
is als bijlage achter ons tweede deel te vinden. 



Ook nog van andere zijde daagden er teekenen van opgewekte 
belangstelling op, al kwamen zij eigenlijk voort uit een beginsel 
van ontevredenheid en muiterij. De gedurige klachten over ach- 
teruitgang, kwijning, kwakzalverij en knoeierij, klachten tot ver- 
velens toe in gesproken en geschreven woorden herhaald , vooral 
in het Nieuwsblad^ dat al meer en meer dreigde te ontaarden in 
een vergaarbak van allerlei persoonlijke haarkloverijen , en daar- 
door al het kwade , maar zeldzaam het goede aan het licht bracht, 
brachten de Vereeniging ertoe , om in haar vergadering van 
J843 te besluiten tot een ernstig onderzoek daaromtrent en het 
uitschrijven van een prijsvraag van den volgenden inhoud: '/ Be- 
staat er verval of kwijning in den boekhandel? Zoo ja, aan welke 
oorzaken is dat verval of die kw^ijning toe te schrijven, en welke 
zijn de middelen om den voortgang van dat verval en van die 



266 HANDELS-TOESTAND. 

kwijning te verhoeden en den boekhandel tot meerder bloei en 
aanzien op te heüen?" De beoordeeliiig der te wachten geschrif- 
ten werd opgedragen aan Ts. An. Nijhoff', P. Meijer Waniars, C. 
G. Sulpke, J. Proost en J. F Schleijer. In 181-4 berichtte deze 
commissie, dat zij vier verhandelingen had ontvangen, die even- 
wel, naar haar oordeel, niet aan de vereischten voldeden, maar 
dat zij een nieuwe nitschrijving der prijsvraag aanbeval. Hieraan 
werd voldaan en de termijn tot 1815 verlengd. 

Van de toen ingekomen vijf antwoorden werden twee de be- 
kroning waardig gekenrd; een met den tweeden prijs, ingezon- 
den door J. H. Gebhard, te Amsterdam, het andere, een ge- 
schenk ter waarde van ƒ100. — , door K. Fuhri, te 'sGraven- 
hage. Wij staan hier iets langer bij stil, omdat deze antwoorden 
den geheelen toestand van onzen boekhan«lel uit die dagen als 
van zelf bloot leggen. 

Gebhard stolde met zijn eigenaardige geestige pen op den 
voorgrond, dat de tegenwoordige toestand van den boekhandel 
wel degelijk gelijk was aan dien van den zieken man, die al veel 
te lang over een ongesteldheid geklaagd had zonder geneesmidde- 
len te willen gebruiken, en nu toch eindelijk wel gedwongen waa 
den doctor te laten halen voor een verzuimde en verouderde 
kwaal. Hij beantwoordde de vraag: „Bestaat er kwijning of ver- 
val?'' met een volmondig: /a/Om niet te spreken van de roem- 
rijke tijden der Elzevier's. Blaeu's, Wetstein's en anderen, of 
van de dagen toen de Hollandsche drukkers en uitgevers zelfs 
buitenlandsche geleerden aan zich wisten te verbinden, wees hij 
erop, hoe ons land eenmaal een onontbeerlijke markt voor den 
groothandel, en daaronder ook voor den boekhandel geweest was. 
Zelfs onder het zoo nuttige gildenstelsel en de privilegiën tot 
handhaving van het cigensdomsrecht was die bloei , ofschoon ver- 
minderd, toch nog te roemen geweest. Djiarna was de Pransche 
overhecrsching gekomen , die op eenmaal alle welvaart* had ver- 



HANDELS-TOESTAND. 2 6 7 

iiietigd. Bij de herleving onzer nationaliteit waren onze taal en 
handel weer een enkel oogenblik tot frissche onty^ikkeling geko- 
men, maar sinds 30 jaren reeds was gaandeweg een kanker 
aan ons leven gaan knagen , die met algeheel versterf dreigde. 
Die kwaal was ontstaan 1® door oorzaken, uit omstandigheden 
van ons onafhankelijk; 2° door ingeslopen misbruiken, waarvan 
wij zelven de schuld droegen. 

Onder de eersten konden gerekend worden: keó patentstehel ; 
de geest des tijds voor lichtzinnigheid ; het verbeterd ondenoija, 

Uet patetitstelsel , van de Franschen overgenomen, had de deur 
open gezet voor allerlei kwaad. Terwijl vroeger onder de gilden 
ieder, die eenig maatschappelijk beroep wilde uitoefenen, gehou- 
den was ten overstaan van bevoegde beoordeelaars proeven te 
geven van de noodige bekwaamheid . was later aan ieder , wien 
ook, de gelegenheid gegund zich vrijelijk te vestigen en zich een 
zeker recht te koopen, alleen door de aanvraag van een rijks- 
pat^nt. Daardoor, de goeden niet te na gesproken, kon Jan en 
allejnan, zonder voorbereiding, zonder kennis, zonder de ge- 
ringste geschiktheid, zich als boekhandelaar neerzetten, ten na- 
deele van zijn beter onderlegde beroepsgenooten en tot groote 
oneer vaak van het vak. Het ])atentstelsel , voordeelig voor het 
rijk, was een verkeerd begrei)en middel om de schatkist te vul- 
len, en te gelijk een voor het handeld rijvend volk betreurens- 
waardig misbruik , omdat het aan allerlei marskramers en uit- 
venters bij hun kwakzalverijen dezelfde rechten toekende als 
aan den man, die zich met opoflering van geld en tijd voor het 
degelijk drijven van eenig beroep had voorbereid. 

De geest des tijds voor licJftzinnighdd werkte dit kwaad in de 
hand, omdat hij het publiek niet deed kiezen tusschen den be- 
kwame en den onbekwame, maar den brutalen schreeuwer de 
voorkeur deed geven boven den bescheiden man van kunde. Die- 
zelfde geest was oorzaak, dat de liefde voor boeken gaandeweg 




268 HANDELS-TOESTAND. 

ZOO bitter was vertlauwd. Terwijl in vroeger tijd elk fatsoenlijk 
gezin in grooter of geringer afmeting er een bibliotheek of 
bibliotheekje op nahield; de geleerde zijn boeken als zijn schat 
aanmerkte; de man van eenig studievak bijhield wat er in dat 
vak uitkwam, en elk huisvader, overeenkomstig den aanleg van 
zijn gezin, gewoon was zich een aantal historisclie , letterkundige 
werken, of zelfs reisverhalen en goede romans aan te schatTen, 
ging heden ten dage de zucht voor bibliotheken ten eenenmale 
verloren en kwamen daarvoor leesgezelschappen en leesbibliothe- 
ken in de plaats, die den verkoop van boeken schromelijk iu 
den weg stonden. De wetenschappelijke man had zijn rechtskun- 
digen, geneeskundigen, natuurkundigen leeskring; ieder gezin 
van eenigc beteekenis was lid van een leesgezelschap; en de 
groote menigte kon terecht in een boekverkoopers-leesbibliotheek, 
waar zij voor een bagatel haar hart kon ophalen aan allerlei soort 
van romans, waaronder de slechtsten wel de meeste vraag had- 
den. Bovendien, de geesfe voor lichtzinnigheid deed meer om- 
zien naar vermaken en verstrooiingen buiteu's huis, dan naar de 
stille genoegens van de gezellige huiskamer. 

Eindelijk liet verbeterd onderwijs. Zonder iets te kort te doen 
aan den zegen van vooruitgang , die ook ons vaderland' aan het 
onderwijs te danken had, lag het niettemin voor de hand, dat 
de HollandscJie boekhandel daarvan grootelijks de nadeelen moest 
ondervinden. Men las bij voorkeur boeken in vreemde talen, en 
de invoer van Fransche, Hoogduitsche en Engelsclie werken van 
studie en smaak drong onze nationale boeken van de markt. 
Voeg daarbij den nadruk , die voor een appel en een ei verkocht 
wat vroeger een handvol gelds kostte! Welk uitgever had nog 
moed tot het ter perse leggen van duurbetaalde oorspronkelijke 
kopijen, en w^elk fiitsoclilijk jong menscli kon zich geroepen voe- 
len zich te wijden aan een bedrijf, dat van alle kanten zoo be- 
dreigd werd! 



i 



HANDELS-TOESTAND. 269 

Volgen de van ons zelven afhankelijke oorzaken. Daaronder dient 
allereerst geteld te worden het bedenkelijk toegenomen aantal boek- 
verkoopers. Van dit euvel draagt niemand meer schuld dan wij 
zelven. Er zijn er onder ons, die, terwijl ieder die zich vestigt 
er in den regel dadelijk een leerling op gaat nahouden , er een 
geheele kweekerij van plegen te hebben. Een vier-, vijfhonderd 
guldens kostgeld is een niet verwerpelijke instrooiing. Naar ge- 
lang dit cijfer zich verdubbelt, wordt het een half bestaan. Of 
die leerlingen wat leeren of niet, doet er minder toe; zij helpen 
in de Zciak, soms ook in het huishouden, en zijn bruikbare, 
winstgevende elementen. Dergelijke industrie maakt, dat steden 
en dorpen overbevolkt worden met aangefokte confraters, die zich 
zelfs de stopj)els betwisten op de schrale wei. „Na een jaar of 
wat gewone winkel-routine nemen deze brekebeenen, deze wel- 
licht verongelukten voor twaalf ambachten , een patent , sturen 
een circulaire rond , worden uit alle vier windstreken met com- 
missiegoed overstroomd, en daar (het gevolg van hun specula- 
tieve kweekschool) boeken voor hen niets zijn dan din^efi en de 
rijkste bibliotheek in hun oogen niets anders is dan een lorre- 
krajim, handelen, verkwanselen en verhanselen zij er maar stevig 
op los, zonder er het flauwste donkbeeld van te liebben, dat 
zij een vak vertegenwoordigen, dat een der eervolste was en nog 
kon zijn, als velen niet hadden medegewerkt om het tot een 

« 

schagchernegotie te verlagen." — „En bleef het nu bij hen zich 
alleen bepalen tot den assortimentshandel , het ware erg genoeg; 
maar ieder wil uitgever zijn, of assortimentshandelaar en uitge- 
ver te gelijk. Het getal boeken wordt daardoor dagelijks grooter, 
doch de boeken zelve van minder gehalte, en het publiek, ge- 
durig teleurgesteld, gedurig met wat nieuws, het een nog min- 
der dan het andere als besprongen en afgejaagd, wordt eindelijk 
zat en onverschillig en koopt in het geheel niet meer." 

Een natuurlijk gevolg daarvan is, dat de uitgever zoowel als 



27 HANDELS-TOESTAND . 

de debitant allerlei middelen moet te baat nemeu om zijn waar 
aan den man te brengen. Aanbiedingen bij stellen, prijsvermin- 
dering voor liet publiek , premitm , onderkrniperij , geldmaker ij , 
ongebonden auctiën, jacht maken op goedkoope vertalingen, na- 
druk en navolging, al deze kwalen zijn als Egyptische plagen op 
ons nedergedaald en zijn de wrange vruchten van een door onze 
eigen handen vergiftigden boom. . 

Middelen tegen dat alles zijn te vinden, als wij niet doen wat 
in het versje staat: 

Sie sassen beisammen die Hcrrn des Gerichts 
Und sprachen viel und beschlosscn nichts; 

maar als wij het betere willen, de handen in elkander slaan en 
de waarschuwing met de daad vereenigen. De Vereeniging ter 
bevordering des boekhandels moet de moederlijke klokhen zijn , 
onder wier vleugelen wij bescherming zoeken. Aan haar de 
plicht om ons allen wijzer en beter te maken. Het goede, dat 
eertijds de gilden tot stand brachten, ligt thans op haar weg. 
Haar -taak is, eigendomsrechten te handhaven , onderlinge geschillen 
bij te leggen , naar verbetering van verouderde wetten en gebreken 
te streven , een geest van broederschap te brengen onder alh^i , 
te waarschuwen en te raden , den algemeenen gang van den lian- 
del te regelen, misbruiken te keer te gaan, kwade praktijken te 
brandmerken, een leertijd te bepalen, dien ieder vóór zijn vesti- 
ging moet doorloopen hebben, of een examen af te nemen van 
hen die zich als boekhandelaar willen neerzetten , opdat zich maar 
niet zoo iedereen, zonder kapitaal, zonder ervaring, zonder 
hoofd, zich den naam van boekvcikooper geve. Maar be^chouwe 
de Vereeniging dit alles als haar jjlicht , op ieder onzer rust de taak 
eerlijk en eervol het handelsvak te beoefenen , dat wij uit vrijen 
wil gekozen hebben en ons eigen voordeel te verbinden nan de 
welvaart en de eer van ons vaderland. — 



II ANDEl^- TOESTAND. 271 

Tegen deze Beschouwing van Gebhard staat de Beantwoording van 
Fuhri in menig opzicht lijnrecht over. Zegt Gebhard op de vraag: 
„Bestaat er verval of kwijning in den boekhandel?" een volmondig 
J(i^ Fuhri spreekt er even kloek zijn volmondig Nam op uit. 

Hij meent dat te mogen doen op grond van ernstig onderzoek 
en wil zijn bewering staven met cijfers. Elke tijd is gewoon te 
klagen. Welke tijd heeft ooit in zich zelven geroemd? Alles 
wat achter ons is laat meestal een vergroot be^ld in herinnering 
na ; alles wat om ons heen is geeft stof tot kritiek. Ontevreden- 
heid is een aanstekelijke ziekte. Willen wij billijk zijn, dan 
moeten wij ons niet gewonnen geven aan den schijn , maar zoeken 
naar de werkelijkheid. Dat er in den tegen woordigen tijd veel 
is wal beter kon zijn; dat er misbruiken wortel schieten en bij 
het voortwoekeren daarvan vrees rijst voor de toekomst, wie zal 
dat loochenen? Schrijver zal het kwade in geenen deele verbloe- 
men , al meent hij zich te moeten verzetten t^gen het klagen op 
hoogen toon. Den onheilskreet wil hij trachten te dooven , niet 
tle waarschuwende stem; de bezorgdheid te verminderen, niet de 
zorgen. Die over den bloei van onzen handel zou willen juichen, 
begaat een dwaasheid ; maar die zich over verval durft beklagen , 
maakt zich schuldig aan ondankbaarheid. 

Wanneer men spreekt over verval , dient er een tijd aangewezen 
te worden die hooger stond. Welke zal het wezen? Gaan wij 
den vroegeren tijd even na. 

Vestigen wij den blik op het tijdvak onzer vereeniging met 
België, het tijdvak onzer herstelling, na zoo veel rampen en 
verliezen onder Fransche overlieersching geleden , het tijdvak tus- 
schen 1815 en 1830, dan vinden wij daar weinig bcvredigends. 
Zeker, er was een oogenblik kans, dat het terrein van ons 
boekendebiet aanmerkelijk zou worden uitgebreid. Toen , onder den 
eersten indruk van den Franschenhaat , onze Belgische landgenoottni 
zelfs de taal der overheerschers verafschuwden en, met Brussel 



272 II A.NDELS-TOESTAND. 

aan het hoofd, de algemeeue invoering van het HoUandsch be- 
geerden , was het uitzicht , dat de ruim drie millioen Belgen zich 
met onze twee en een half millioen Noord-Nederlanders zonden 
verbroederen, van niet weinig beteekenis voor onze boekenmarkt. 
Maar die hoop duurde niet lang en werd in geen enkel opzicht 
bevredigd. Ook was er in dat tijdvak, nog gebukt onder finan- 
ciëele uitputting, wel geen spraak van, dat onze boekhandel zou 
hebben kunnen bloeien. Het valt gemakkelijk , te schermen met 
namen en onze herleefde letterkunde tot getuige te roepen van 
herleefden handelsgeest ; te wijzen op dichters als Bilderdijk , 
Helmers , Loots , Tollens , Staring , Klijn , Peith , Bellamy , Span- 
daw; op rechtsgeleerden als van Hogendorp, Kemper, van der 
Linden: op natuurkundigen en mathematici als Martinet, Uilkens, 
de Gelder, Schmidt, van Swinden; op taalgeleerden als Siegenbeek , 
Weiland; op kansel redenaars en godgeleerden als van der Palra, 
Hamelsveld , Muntinghe, Broes , Ypeij , Krieger , Borger ; op his- 
torieschrijvers als Stijl, Stuart, Scheltema, van Kampen; op 
romanschrijvers ■ als Wolfl* en Deken, Loosjes, Kist, Fokke' die 
of in dit tijdperk, h{ wat vroeger den roem van onze Nederland - 
sche taal uitmaakten. Het valt licht, sommige uitgevers te noemen, 
wier firma's grooten klank kregen, gelijk Allart, Altheer, van Us, 
Herdingh, den Hengst, Honkoop, Luchtmans, Loosjes, Thienie. 
Maar op de keper gezien: heeft de boekhandel torn welgevaren 
van de schrijvers van zijn eigen tijd, of is het niet veeleer de 
otize^ die hun vruchten plukt .f^ Waarom moest Bilderdijk, de 
groote Bilderdijk, de uitgaaf zijner werken zoeken bij meer dan 
dertig firma's? Waarom klagen de auteurs dier dagen steen eii 
been over hun weinig of geen honorarium? Waarom zijn er, 
zelfs onder de opgenoemden , zoo bitter weinig boekverkoopers , 
die iets meer verdienden dan een bescheiden dagelijksch brood? 

Alzoo naar vroeger terug. Bij het laatst der 18e eeuw is het 
niet noodig stil te staan, die eeuw van geld, van weehle, maar 



HANDELS- TOESTAND. 273 

van lichtzinnigheid en staatknnilige woeling tevens, toen het ge- 
tal vlugschriften en kerkelijke twistschriften dat van boeken tien - 
maal overtrof en er van eigenlijken boekhandel bijna geen spraak 
was. 

Maar een ander tijdperk brengt onze verbeelding in gang ! De 
gulden tijd der Plantijn's , Elzevier 's , Blaeu's , Waesbergen's , Wet- 
stein's, van der Aa's, Tiuchtmans' , Arkstee's, Merkus' , Hey's en 
menigte anderen. Gansche balen met boeken zien wij over heel 
Europa heenvoeren. Nederland is de stapelplaats geworden van 
hetgeen wetenschap en vernuft tot de algemeene beschaving toe- 
brachten. De Latijusche taal, in de 17e en het begin der 18e 
eeuw de taal aller geleerden, stelde voor de ondernemingszucht 
van den kundigen en vaak geletterden boekverkooper de heele 
wereld open. Onze drukkerijen stonden hoog aangeschreven, en 
voor de zuiverheid van den tekst werd door geleerde correc- 
toren met arendablik gewaakt. Ook toen het Latijn van lieverlee 
door het Fransch vervangen werd, liet de nijverheid onzei vade- 
ren niet glippen wat men eenmial in handen had. Grieksche 
en Latijnsche klassieken, de werken van de meest beroemde 
Fransche schrijvers vonden hier te lande hun bekwame uitgevers , 
en ook onze boekenmarkt, gelijk die van allen anderen handel, 
vloeide over van winst. 

Toegestemd, en met vollen weemoed en schaamte toegestemd, 
dat wij bij die glansrijke dagen ver achterstaan, mogen wij toch 
niet uit het oog verliezen, dat wij wel wat al te gretig ons in 
die gevierde namen vermeien , en te vaak vergeten , dat deze 
hoo^edrageu firma's te verdeden zijn over minstens anderhalve 
eeuw. Onnadenkend wordt veelal , ook hier , uit het bekende tot 
het onbekende besloten. De roem en de voordeden, door den 
buitenlandschen handel genoten, bepaalden zich tot eenige zeer 
groote uitgevers, die, ieder in zijn eigen tijdvak, boven de me- 
nigte uitblonken. Van het oneindig grooter aantal anderen, dc- 

18 



274 HANDELS TOESTAND. 

bitanten en uitgevers, wordt in de geschiedenis van ons vader- 
land al heel weinig gewag gemaakt. 

Na deze algemeene beschouwingen gaat Fubri over tot het 
aanhalen van titels en cijfers, om daardoor tot klaarheid te komen, 
in hoever onze tijd over verval te klagen heeft. Hij legt Ar- 
renberg's Naamregister van Nederduitsche dö^X-évi, loopende over J 600 
tot 1770, dus over honderd en zeventig jaren, tegenover van 
Cleefs en Schleijer's NaaniUjsten ^ die hij over de tien jaren van 
1834 tot 1843 raadpleegt. Beginnende met de uitgegeven boek- 
werken boven de ƒ20. — gedurende de grootc tijdruimte van 
1600 tot 1770, noemt hij de titels van 88 boeken, terwijl hij 
er 92 (behalve de tijdschriften) opgeeft van 1834 tot 1843 ver- 
schenen. Werken van ƒ6. — tot ƒ20 — heeft hij in die ;selfde 
honderd en zeventig jaren gevonden t€n getale van 363, terwijl in 
de tien jaren van 1825 tot 1834, om een ander tijdvak te nemen, 
er 415 te tellen zijn: een verhouding als 1 tot 20. Waarlijk 
een opmerkelijke vooruitgang in ondernemingsgeest, in plaats van 
verval, vooral wanneer men zich daarbij denkt de nog in veel 
grooter verhouding toegenomen uitgaven beneden de ƒ 6. — . 
Spreekt toch niet van kwijning , vermaant Fuhri , nu in dezen 
tijd (1845), op bijna 3000 scholen, jaarlijks aan omtrent 340,000 
kinderen onderwijs gegeven wordv , terwijl op de middelbare scho- 
len (gymnasiën) en academiën jaarlijks 2800 studeerende jonge- 
lingen gevonden worden Telken jare wordt er bijna een milHoen 
guldens aan schoolboeken gedebiteerd , terwijl er vele sehoolwerk- 
jes zijn, die zich immer op de i)ers bevinden en waarvan jaar- 
lijks 4000, 6000 ja 10000 exemplaren gesleten worden. Denkt aan 
dien stroom van kinderwerkjes , vroeger bijna niet in zwang, en waar- 
van nu in iederen winkel planken vol gevonden worden , aan de, vroe- 
ger bijna niet bestaande , menigte romans , jaarboekjes , dag- , weck- 
en maandbladen , kerkboeken , en wat niet al . en klaagt , in ver- 
gelijking bij vroeger , dan toch niet over weinig handelsbeweging ! 



HANDELS-TOESTAND. 275 

In tegenstelling van Gebhard's beschouwing , betoogt Fuhri , dat 
de gelegenheden tot het verkrijgen van goedkoope lektuur in niet 
geringe maat medewerken om den boekhandel te steunen , en dat 
het verbeterd onderwijs ook voor dat vak tot een waren zegen is. 
Zooals de zaken nu staan , zegt hij , is er geen land in Europa , 
waar betrekkelijk zooveel gelezen en verkocht wordt als bij ons 
Dit ligt in ons volkskarakter en in den voorbeeldigen staat van 
ons onderwijs. In Frankrijk en Duitschland leeft men meer voor 
zinnelijke vermaken; daar houden schouwburg, bals en concerten 
de hoofden en harten meer bezig, dan hier onder ons, deftige 
Hollanders, die, Amsterdam wellicht uitgezonderd, bijna geen 
openbare vermakelijkheden kennen. Iedereen leest hier; door 
het gansche land, wdiir ge komt, in het minste burgerhuisgezin, 
vindt ge boeken. Maar niet altijd gekochte boeken ; integendeel, 
veelal gehuurde. Weest er dankbaar voor. Door den ijver der 
boekverkoopers zijn er hier wel rnim 800 kapitale leesgezelschap- 
pen, minstens 100 leesbibliotheken en 100 leesinrichtingen (1S45), 
die te zamen zeker meer dan duizend koopers vertegenwoordigen. 
En nu de uitgevers te hooren klagen , dat men slechts bij asso- 
ciatie koopt, en de debitanten, dat die lezers liever altemaal 
koopers moesten wezen: dat is inderdaad onredelijk. Bovendien, 
hoe wordt het koopen van boeken erdoor in de hand gewerkt, 
zoo het maar smakelijk en gemakkelijk te betalen gemaakt wordt. 
Toen het Nederlandsck Magazijn^ dat de baan voor goedkoope 
volkslektuur geopend heeft , pas uitkwam , was het voor velen niet 
moeielijk, daarop een honderdtal inteekenaren te zamelen. Toen 
het eerste jaar om was hadden dezulken op een zeer gemakkelijke 
wijs honderd boekdeelen geplaatst en hun debiet met p. m. 
/ÖOO. — vermeerderd. Maar als de Gebr. Diederichs nu eens het 
denkbeeld gehad hadden , dat Magazijn eens in het jaar , bij boek- 
deelen, uit te geven , eilieve , zouden zij , die er nu honderd plaat- 
sen, er dan wel tien verkocht liebben? Zij. die dergelijke werken 

18* 



276 HANDELS-TOESTAND. 

koopen, zijn in den regel jonge liefhebbers, kweekelingen van de 
leesbibliotheken; mannen van studie en wetenschap houden er 
zich niet meé op. Maar even als de leesbibliotheken, vormen 
dergelijke werken op hun beurt een nieuw publiek voor den boek- 
handel, als een eerste term eener niet te berekenen reeks van 
toenemend debiet. Mogen dan ook de groote , eerwaardige biblio- 
theken in aantal verminderen, zij worden ruim en ruim vervan- 
gen door zooveel kleineren, die de man van vakstudie of van 
smaak verleid wordt aan te leggen. 

Naar mate het lezend publiek zich uitzet , naar die maat is er 
ook plaats voor meer boekhandelaren. Ook zou men andersom 
kunnen beweren : naar gelang er zich boekverkoopers vestigen , 
neemt ook het debiet toe. Ook in dit opzicht pleegt men al heel 
verkeerde gevolgtrekkingen te maken. Op hoeveel kleine plaatsen 
en dorpen, waar vroeger bijna nooit een boek kwam, acht men 
het zich nu tot een voorrecht te kunnen zeggen, dat er nu ook 
al een boekverkooper woont. In de steden klaagt men over ver- 
meerdering van concurrentie, zonder er bij te overwegen hoe de 
bevolking, vooral de lezende bevolking, zich uitbreidt. Dat men 
toch niet eische, dat al deze confraters eenigszins letterkundig 
gevormde mannen zijn ! Wie niet voor hun vak bekwaam zijn , 
delven van zelf het onderspit, of eten het sober stukje brood, 
dat zij met hun weinig talent verdienen. Klaagt toch niet te 
hard over overbevolking ! Met het getal boekverkoopers groeit het 
debiet en geniet iedereen het zijne naar mate van zijn gehalte en 
ijver. De boekhandel heeft een terrein, groot genoeg om verdec- 
ling toe te laten. vReist de steden rond'^ zegt Fuhri , //reist de 
steden rond . telt de namen op , en zegt mij , gij klagers , of niet 
allen die hun best doen, die werkzaam en kundig zijn en met 
eenig kapitaal begonnen, op eene fatsoenlijke wijze in hun be- 
staan kunnen voorzien, allen ^ hoe velen ookT 

Tn een tweede hoofdstuk behandelt de schrijver niet de denk- 



/ 



HANDELS-TOESTAND. 277 

beeldige, maar de werkelijk bestaande grieven. Deze liggen voor 
een deel in de tijdsomstandigheden , deels aan ons zelven. Slechte 
tijden zijn er bij afwisseling altijd geweest en altoos nog te wach- 
ten. Nu er pas een gedwongen leening van 127 millioen ten 
behoeve der staatskas geweest is, is het publiek zuinig geworden, 
zuinig in de eerste plaats op artikelen van weelde , zooals boeken. 
Ziet men zich daardoor in zijn bestaan verkort , dan ligt de reden 
voor de hand, dat men er op ongewone manier in traclit te 
voorzien en zoogenoemd gaat knoeien. De uitgevers ruimen op 
wat zij maar kunnen door goedkoope aanbiedingen, het zenden 
van commissiegoed aan Jan en alle man , het leveren aan post- 
directeuren enz. enz. De debitanten raken vol van allerlei opge- 
drongen, slecht gekozen, slecht bewerkt en vertaald voddengoed 
en verkoopen dat onder den prijs; bij slot van rekening betalen 
zij slecht, worden boos als zij lastig gevallen Morden door tus- 
schentijdsche wisseltjes, en onderkruipen de een den ander om 
aan den kost te komen. Dat zijn altemaal gevolgen van een 
schralen tijd. Maar niet alleen de boekhandel lijdt daaronder; 
ieder vak heeft zijn eigen leed. Ons leed timmert wat al te veel 
aan den open weg. Wij zijn nog altoos een zeker soort van 
gild, dat op zich zelf staat en in een eigen kring leeft. Wij 
staan alle dagen met elkander in correspondentie, kennen elka&r 
van haver tot gort, bemoeien ons met elkanders daden en fouten 
en bezitten een eigen orgaan , waarin wij ons hart naar willekeur 
plegen lucht te geven. Zoo worden ieders grieven openbaar en 
tot gemeengoed van allen. Zoo lezen wij wekelijks in ons Nif^uws- 
blad van dat tal van /^gebreken", „aanmatigingen", //onderkrui- 
perijen" , //ontduikingen" , met vermelding van persoonlijke kib- 
belarijen over kleinigheden , waarvan ons vak aan elkander hangt. 
Zijn wij daarom bij uitzondering zulke martelaren ? Als de pennen 
van onze fabrikanten, van onze wijnkoopers, van onze maim- 



278 HANDELS-TOESTAND. 

facturiers , en van wie al meer , eens los kwamen , gij zoudt wat 
vernemen ! 

Maar het ] meeste kwaad zit in eigen boezem. Onze jonge 
boekverkoopers zijn van ander allooi dan onze zuinige vaderen. 
Zij vestigen zich op een zekeren voet, richten een huishouden in, 
gelijk zij raeeuen dat aan hun stand past en zetten maar al te 
weinig de tering naar de nering. Zij halen alles overhoop, zijn 
debitant, leesbibliotheekhoader , uitgever, drukker, boekbinder, 
aanlegger van boekverkoopingeu en wat al meer. Al die vakken, 
willen ze geld opleveren , eischen kennis , een zich met de borst 
op toeleggen en zijn zoo bezwaarlijk te vereenigen. Wil men te 
veel, dan verbrokkelt men zich zelf, en is oorzaak van eigen 
ondergang. Op kleine plaatsen is men soms tot zulk eensamen- 
koj)peling gedrongen , maar men heeft daar ook minder hoofdbre- 
ken. Maar in steden eischt men kade menschen , bekwaam in 
hun eigen vak, en geen sukkelaars. Hoe menig debitant en 
drukker verwaarloost zijn belang, omdat hij niet te gelijk in zijn 
winkel en in zijn drukkerij kan zijn? Iloe menig debitant en 
uitgever is in beide zaken onvoordeelig , omdat hij met zijn on- 
dernemingen op reis gaat en zijn debiet verwaarloost? Hoe menig 
boekhandelaar kwijnt, of komt in verval door eigen toedoeu, 
terwijl hij bloeien en klimmen kon , als hij , de teekenen des 
tijds waarnemend, zich met heel zijn hart en heel zijn kracht 
toelegde op een welberaden keus! 

Ts er alzoo, waar over den mingunstigen toestand van den 
boekhandel gesproken wordt, aan den eenen kant overdrijving, 
aan de andere zijde niet te ontkennen waarheid: wat staat ons 
dan te doen om tot gezonder staat te geraken? Deze zaak be- 
handelt Fuliri in een derde hoofdstuk. Hij begint met te waar- 
schuwen tegen onbillijke eischen. De tijd is nu eenmaal voorbij, 
dat de vreemdeling het vrije Nederland zocht voor dè uitgaaf 
zijner boeken, en dat onze Grieksche en Latijnsche klassieken 



HANDELS-TOESTAND. 279 

hun uitweg vonden in het buitenland. Bij geen mogelijkheid is 
die tijd terug te krijgen. Al de groote landen om ons heen 
hebben vrijer staatsinstellingen , ruimer ontwikkeling , degelijker 
volksleven gekregen; zij hebben ons niet meer noodig, maar voor- 
zien in eigen behoeften. Wij kunnen het niet helpen, dat ons 
vaderland nu eenmaal zoo klein is en dat onze taal in den 
vreemde niet verstaan wordt. Laat ons dan toch niet hunkeren 
naar het onbereikbare, maar veel liever doen wat binnen ons ver- 
mogen ligt. Als wij eerzucht genoeg hebben om ons mannen te 
betoonen van onzen eigen tijd en van ons eigen volk , dan ontstaat 
er van zelf een kracht, die het ontevreden klagen schuwt en de 
hand aan den ploeg slaat. 

De boekhandel is geenszins in verval, maar ons aangroeiend 
getal , de toenemende productie , de verveelvoudigde wijs waarop 
die handel thans werkzaam is, dit aUc^s doet wanorde ontstaan. 
Wanorde is voor iedere huishouding gevaarlijk. Zij moet te keer 
gegaan worden: 

1"* Door een nieuwe wet van regeeringswege. Voorstellen daar- 
omtrent zijn reeds vroeger gedaan door de Vereeniging en wil 
schrijvcu* niet herhalen. Maar op grond van de overweging dat 
het ook den staat alles behalve onverschillig kan wezen, wie of 
wat boekhandelaren zijn en ditzclf de eer van den boekhandel 
raakt, wil hij daarin opgenomen zien de volgende bepalingen: 

Art. 1 

Ter bekoming van een patent als Boekïiandelaar ^ zal men ge- 
noodzaakt zijn, zich vooraf te onderwerpen aan het onderzoek 
van eene daartoe speciaal benoemde commissie. 

Art. 2. 

t)e boekhandel zal geacht worden t-e bestaan uit: 

Winkeliers in boekwerken en kantoorbehoeftcn (daarbij het 



280 HANDELS- TOESTAND. 

beroep van leesbibliotheekhouder en boekbinder uitoefenende al 
of niet). Magazijnhouders. 

Uitgevers (met of zonder drukkerij). 

Houders van publieke verkoopingen van boeken en voorwer- 
pen van kunst. 

Art. 3. 

Ieder dier vakken vereischt een afzonderlijk patent, derhalve 
een afzonderlijk onderzoek. 

Art. 4. 
Dit onderzoek zal bestaan: 

Voor mnkeliera en moffozijnhoudera : 

In de kennis der Nederduiische taal; 

In eenige kennis der geschiedenis, vooral die der letter- 
kunde ; 

In het boekhouden; 

In het werktuigelijke des boekhandels. 

Voor uitgevers : 

In de grondige kennis der Nederduitsche en Fransche taal, 
benevens die van het Engelsch of Hoogduitsch ; 

In eeiiige kennis der geschiedenis, vooral die der letterkunde; 

In het boekhouden; 

In de bekendheid met al zoodanige kunsten, als welke met 
het uitgeven in betrekking staan. 

Voor houders van publieke verkoopingen: 

In de kennis der Nederduitsche, Latijnsche, Fransche, Engel- 
sche en Hoogduitsche talen; 
In de bibliographie ; 
In het catalogiseeren. 



HANDELS-TOESTAND. 281 

Art. 5. 

Het getal boekhandelaren is onbepaald en de verecniging der 
opgenoemde vakken blijft volkomen vrij. 

Art. 6. 

De commissie van onderzoek is te Amsterdam gevestigd. Zij 

wordt door den koning benoemd en bestaat uit (eenige 

geletterden en boekhandelaars). 

Zij vergadert tweemaal 'sjaars, en laat geene kandidaten toe, 
dan voorzien van een bewijs van goed gedrag en het bewijs, dat 
zij .... (bij voorbeeld vijf) jaren in den boekhandel als leerling 
of bediende werkzaam geweest zijn. 

Art. 7. 
Alle bestaande firma's worden in hare stelling gehandhaafd , 
en hebben slechts haar tegenwoordig patent binnen veertien dagen 
na de invoering der wet in te wisselen , tegen de zoodanige , 
welke zij alsdan zullen verlangen, zonder meer. 

2° Door eene instelling van wege de Vereeuiging, de benoe- 
ming namelijk van een college van commüsarisaen van orde^ die 

met onderling overleg den toon geven tot al wat eenheid en 
regelmaat in den handel bevorderen kan , en 

het bestuur der Vereeuiging behulpzaam zijn in de handhaving 
van het reglement. 

Tot de werkzaamheid van dit college zullen behooren : het toe- 
zigt op het vertoonen ter vertaling; het niet leveren aan post- 
directeuren en ongepatenteerde personen; het op vasten termijn 
terugzenden van commissiegoed; het regelen, des verlangd wor- 
dende, van de belangen van hoofdcorrespondenten en committenten ; 
het te keer gaan van tusschentijdsche dispositiën en liet regelen 
van een vast rabat; en voorts het toezien dat de leden der Ver- 
eeuiging alle bepalingen waartoe zij zich verbonden hebben ook 
stipt in acht nemen. 



282 HANDELS-TOESTAND . 

3° Door een degelijke uitbreiding van ons debiet naar het buitenland. 

Dit zou kunnen plaats hebben, indien de voorname uitgevers 
1° voor onderlinge rekening, tegen een vast salaris, hoofdcorres- 
pondenten uitzonden naar de Oost-hidiën, wier hoofdstation ie 
Batavia zou zijn, maar met vertakkingen naar Soerabaya, Sama- 
rang en Soerakarta; en 2° een vasten reiziger aanstelden, die 
in België , Duitschland enz. betrekkingen zou aanknoopen tot het 
verkoopen van HoUandsche boeken. 

„De voorstellen , die ik gewaagd heb te doen ," zoo besluit 
Fuhri zijn hoogstbelangrijk opstel — een opstel dat wij in een 
schets trachtten saam te dringen, maar dat een nieuwe uitgaaf 
overwaard zou zijn — j>zijn natuurlijkerwijze voor aanzienlijke 
veranderingen en omwerking vatbaar; ik zal gelukkig genoeg 
zijn , als ik slechts den grond heb mogen leggen tot iets goeds. 
Eens stofte men zoo zeer op voorvaderlijke grootheid en oj) de 
deugden en heldendaden der oude Hollanders , dat men meende 
geen ander sieraad te behoeven en, daarmede pronkende, niets 
meer te moeten doen. Nu zoekt men ons volk wijs te maken, 
dat anderen sterk , wij zwak , dat anderen wijs , wij dom zijn eu 
het dus 't best en veiligst is, maar stil te huis te blijven eu 
zoo stilletjes voort te sukkelen. Dat gevoelen, dat reeds tamelijk 
volksgeest is geworden, maakt ons werkelijk zwak en klein, laf 
en krachteloos. Die zich steeds van de buitenlucht afsluit, van 
arbeid en inspanning zich onthoudt, en zich verbeeldt ziek te 
zijn, die zal het eindelijk zeker worden. Dat is ook van toe- 
passing op onzen boekhandel. Wanneer wij willen^ dan hunnen 
wij, dan kunnen wij veel^ — 

Kort na de verschijning van deze prijsantwoorden voelde 
A. ter Gunne zich opgewekt, eenige Vlugtige gedachtm over 
den Nederlandschen Boekhandel naar aanleiding der beantwoordingen 
in het licht te geven. Met zijn eigenaardige kloeke, geestige. 



HANDELS-TOESTAND. 283 

soms vrij scherpe pen , be^iit hij met er op te wijzen , hoe de 
Vereeniging een goede gedaclite had toen zij haar ])rijsvraag uit- 
schreef, maar het nu ook maar bij de bekroning waarscliijnlijk 
laten zal en ten minste tot nu toe geen blijk geeft zelve zich 
roet de zaak verder in te laten. Hulde brengend aan het talent 
der beide schrijvers , die ieder een eigen raeening met kracht van 
betoog en taal voorstaan, vindt hij het toch wel wat heel vreemd, 
dat twee antwoorden , zoo geheel van richting verschillend , door 
dezelfde commissie van beoordeeling bekroond zijn geworden. 
Waar de vraag: //Is er verval?' ter spraak komt, zegt Gebhard 
een luid Ja , en Fuliri een even luid Neen , en beide 'deze vol- 
strekt tegenstrijdige beantwoordingen neemt de Vereeniging voor 
liaar rekening en hecht er als het ware haar zegel aan. Dit daar- 
gelaten , dient nu uitgemaakt , aan wien van tweeën de boekhandel 
geneigd is gelijk te geven. Over het algemeen schaart ter (iunne 
zich aan Gebhard's zijde. Fuhri redeneert hem wat te veel uit 
de hoogte , maar Gebhard geeft meer acht op de werkelijke ver- 
schijnselen. Het is goed praten, dat onze letterkunde tegenwoordig 
geen gebrek heeft aan uitstekende auteurs: maar de boekhandel 
heeft daar uiet aan, als het blijkt dat hun werk slecht verkocht 
wordt. Het is mooi gezegd , dat wij ons over de vestiging van 
zooveel boekverkoopers op kleinere plaatsen en dori)en te verblijden 
hebben ; maar die jongelieden zouden het wel laten deze acliter- 
hoeken op te zoeken, indien zij nog kans zagen in de steden 
hun brood te verdienen. Het is volkomen gcizond geredeneerd, 
dat ieder pas beginnende de tering naar de nering moet zetten; 
maar de boekhandel is toch een fatsoenlijk beroej) , dat iemand 
een fatsoenlijk bestaan dient te beloven. „Hoeveel boekverkoopers'', 
zegt ter Gunne, „ken ik niet, die met de meest mogelijke in- 
spanning, met een getob en gewurm van den vroegen morgen 
tot den laten avond , met eeiie administratie alsof het de directie 
van de Handelmaatschappij of Nederlandsche Hank gold , zich 



284! HANDELS-TOESTAND. 

iiaauwelijks iu hunnen nederigen stand kunnen maintineren ; ter- 
wijl ik in andere vakken, onder mijne kennissen en betrekkingen, 
menschen ken, die met de helft minder tijd en moeite niet al- 
leen op eene onbekrompen wijze den kost verdienen, maar aan- 
zienlijke overwinsten hebben." Ter Gunne is het in hoofdzaak 
met Gebhard bepaald eens : let men op de verschijnselen , dan 
hoijnt de boekhandel , vergeleken bij vroeger tijd , toen er vertier 
en voorspoed waren. De schrijver licht deze bewering nader toe : 
„In de wereld, waarin wij leven, heeft alle actie reactie, en op 
gebrek volgt overvloed , tot dat de evenaar weer in 't huisje is. 
Wij hebben dat in onze dagen met het overgroot getal propo- 
nenten gezien , veroorzaakt door de schaarschte en het gebrek , 
dat er in het voorafgaande tijdperk bestond. Zoo ook is de 
boekhandel in vorige jaren eene zeer lucratieve zaak geweest, en 
men kent er alom , die met weinig of geen kapitaal , sommige 
zonder eenige opleiding en van loopjongens begonnen, zich een 
aanzienlijk vermogen en een deftigen stand in de maatschappij 
wisten te verwerven. 

„Was het wonder , dat hierdoor velen uitgelokt werden zicli iu 
een vak te begeven, waartoe zoo weinig middelen, zoo weinig 
voorbereiding noodig was? Was het wonder, dat het getel boek- 
verkoopers zoo verbazend toenam, en door menschen uit alle 
klassen, uit alle standen, uit andere beroepen zelfs, versterkt 
werd? Wat was hiervan nu het gevolg? De handel was door het 
verloop des tij ds grootelij ks achteruit gegajin, het boekendebiet 
veel verminderd , zoodat door de meerdere liefhebbers de. spoe- 
ling reeds vreesselijk dun was. Hier nu kwam bij , dat hceren 
uitgevers uit de hoogte op dien troep begonnen neder te zien, 
hun belang van dat der debitanten gingen afscheiden en, op de 
hongerige blikken der laatsten bouwende, hen met ondernemingen 
en inteekeningcn overlaadden, waarmede veel te sjouwen en te 
martelen , maar weinig te verdienen was. Dit was nog niet ge- 



EIANDEI^-TOESTAND . 285 

noeg ; men begon met Postkantoren te handelen , die , alle porto's 
vrij hebbende en den Boekhandel als eene bijzaak beschouwende , 
zich gaarne met eenige mindere procenten tevreden stelden; of 
men zond bijv. inteekenlijsten van Bijbels aan Domimf s , die lief- 
derijk voor een present-exemplaar hunne gemeente rondsjouwden 
en hunne leeken ook stoffelijk zielevoedsel bezorgden. 

„Dit was nu alles wel heel mooi en voordeelig voor de Heeren 
uitgevers; maar ook hier kwam het hinkenke paard achteraan. 

„De debitanten, die zich nu eenmaal als boekverkoopers ge- 
etablisseerd en gepatenteerd zagen, konden in dezen stand van 
zaken niet langer op eene behoorlijke wijze den kost verdienen. 
Wat wonder dus, dat zij het op andere wijzen beproefden, dat 
zij op hunne beurt ook uitgevers wilden zijn en de wereld met 
allerlei misgeboorten of geboren misdruk overstelpten ; of , bij ge- 
brek aan eenig fonds , inteekenlijsten in de wereld schopten , soms 
van kapitale werken van ^jftig cents ^ die dan weder niet of 
slechts gedeeltelijk uitkwamen, en welke rommel meest het vol- 
gend jaar moest gerealiseerd worden om papierkooper en drukker 
te betalen, waarop dan officieele of officieuse prijsvermindering 
volgde, kortom al die industrieele praktijken, die met den alge- 
meenen naam van knoeijerij bestempeld schijnen te worden." 

Na deze beschouwing gaat de sclirijver die zoogenoemde knoei- 
erijen na en acht ze, wel niet loffelijk, maar vrij natuurlijk en 
verdedigbaar. Handel is handel. Prijsvermindering is alles be- 
halve onnatuurlijk. Boeken zijn niet als wijn, die met de jaren 
verbetert. //Wat wil men dan nu eigenlijk? Al die overgehouden 
boeken (en zelfs de keurigste en gelukkigste uitgever zal mij 
toestemmen , dat deze quantiteit aanmerkelijk is !) opzolderen en 
ze laten verspochten of tot voedsel voor ratten en muizen doen 
dienen? Of ze als misdruk verkoopen? — ()p die wijze zijn het 
doode kapitalen, die als het ware uit het algemeen vertier worden 
getrokken en waaraan noch de uitgever noch de debitant iets 



286 HANDELS-TOESTAND. 

heeft. Maar door prijsvermindering worden ze weer in den handel 
gebragt en bestaat er vernieuwde gelegenheid tot debiet en voor- 
deel. Wien de oorspronkelijke prijs te hoog was, koopt ze nu 
voor minderen ; en de debitant verdient vaak aan den laatsten 
veel meer dan aan den eersten."* 

Maar dan toch eerst na verloop van jaren ! Wie een boek of 
boekje bij zijn uitgaaf reeds in prijs durft verlagen, is een on- 
verbeterlijk zondaar! //Wat dat betreft, laat ons t/och elkander 
geene knollen voor citroenen verkoopen. Wie zou dwaas genoeg 
zijn van eene aanbieding gebruik te maken, zoo hij die bot^keu 
niet anders dan tegen den vollen prijs mogt debiteercn?" Wil 
men dat prijsverminderen nu onder een anderen vorm vermom- 
men en het een extra-rabat voor particulieren noemen , dat blijft 
toch eigenlijk hetzelfde. Knoeien is het; maar A doet het 
en B wordt er dus ook wel toe genoopt. Zijn er geen boek- 
verkoopers, die 10%, 15% korting geven aan leesgezelschappen? 
Zijn er geen schoolmeesters, die zoo aan een voordeeltje gewend 
zijn, dat ze niet aan gewone prijzen denken? Zijn er geen ge- 
meentebesturen, die de leverantie alleen gunnen aan den goed- 
koops ten i nschr ij ver ? 

Dergelijke en zooveel andere misbruiken bestaan er. Al kan 
men ze niet verhhideren, te ontkennen zijn ze niet. En te ver- 
schoonen zijn ze ook. 

Een andere zaak , die ipen met den naam van knoeierij of nog 
erger bestempelt, is het uitgeven van vertalingen buitea het zoo- 
genoemd vertalingsrecht om. Dat monopoli e- recht is een schreeu- 
wende grief uit een letterkundig oogfjunt. Maar evenzeer uit 
dat van handel. Waarom moet daarvan één enkel persoon genie- 
ten , en waarom geen vrije concurrentie? Is er een goede , dan zal 
wel niemand lichtvaardig een andere wagen. Maar het mooiste 
boek over te laten aan de handen van den eersten den besten 
beunhaas en te moeten toezien dat het publiek en de handel zich 



HANDELS-TOESTAND. 287 

lijdzaam moeten neerleggen bij een beschermd wanmaaksel , dat 
schreit ten hemel. Handig als wij zijn vangen wij elkadr alle 
vliegen af — blijf evenwel af van mijn uitsluitend recht op het 
stuk van vertalingen! 

Het opleiden van jonge boekverkoopers bij wijze van halve 
broodwinning, is een stoeterij, die overbevolking geeft. Dat kwaad 
bestaat en is door idealistische betoogen niet uit de wereld ie 
helpen. Dat fabriek werk dient zich eenmaal ergens neer te zetten. 
Nu is het goed en wel, te waarschuwen dat men niet te veel 
hooi op éen vork moet nemen en niet den boekhandel met een 
drukkerij , een binderij , een leesbibliotheek , een uitgeverij enz. 
enz. moest verbinden. Maar als men van het een niet leven kan, 
grijpt men er wat anders bij; de noodzakelijkheid dwingt ons 
daartoe. 

Al deze natuurlijke en onnatuurlijke inkruipsels, al deze na- 
deelen, misbruiken, knoeier ijen, oorzaken van kwijning en ver- 
val, wier lange lijst haast niet te noemen is, zfjn er. Gebhard 
weeklaagt er over; Fuhri verguldt ze. Beiden zien een redmiddel 
in een verbeterde landswet. Ter Gunne niet. Wij weten, dat het 
wetten-maken hier zoo spoedig niet gebeurt, tenzij zij moeten 
strekken tot vulling van 's rijks schatkist. 

Wat heeft ook het land met onze belangen te maken? Wij 
vormen een op zich zelf staand geheel , waarin de een van den 
ander afhankelijk is en waarin wij allen voor elkander onmisbaar 
zijn. Wij kennen zei ven onze belangen en behoeften beter, dan 
wij zulks van de welwillendste en verlichtste regeering kunnen 
verwachten. Dat heeft men ook begrepen en de Vereeniging ge- 
sticht. Maar die Vereeniging — hij , ter Gunne , is er geen lid 
van! Hij heeft zich teruggetrokken, toen hij al meer en meer 
zag dat zij uitgevers beschermde tegenover debitanten, die er 
eigenlijk niets aan hebben; toen hij den dwang leerde kennen 
van haar vertalings-monopolie ; toen hij haar dwaze en onhebbe- 



288 H ANDELS-TOBST AND . 

lijke bemoeizucht tegen Bolt's vertaling van Strauss, Dds Leben 
Jem moest zien. De Vereeniging is in zijn oog niet een verstan- 
dig en krachtig man, maar een zwak, weifelend kind, dat, zoo 
men het slechts zijn speelgoed laat, vepder zelf niet weet wat 
het wil. Een nieuwe Vereeniging is noodig, een onderb'nge aan- 
eensluiting, die zooveel mogelijk vrijheid van handel toelaat, maar 
beperkt waar beperking in aller belang wenschelijk is en waartoe 
hij aangeeft de volgende ; 

Concept artikelen. 

//Het bestuur der Vereeniging zal uit zes leden bestaan, waar- 
van ten minste drie den commissiehandel als een voornamen tak 
hunner affaire drijven. 

T)rie hunner zullen uit de provincie Holland, en drie uit an- 
dere provinciën gekozen worden. 

In elke stad zal niet meer dan een bepaald getal boekverkoo- 
pers zijn, aan welke de uitgevers h^inne werken in commissie 
zullen zenden. 

De wet kan natuurlijk geene terugwerkende kracht hebben, 
en geldt dit dus alleen voor het vervolg. Men trachte dus het 
maximum per het getal inwoners te bepalen, b. v. op de 1200 
of 1500 één. 

Bij het eventuele vestigen van nieuwe Boekverkoopers zal bij 
meerderheid van stemmen beslist worden, of aan dezelve boeken 
in commissie zullen gezonden worden, en zoo hierop negatief be- 
sloten wordt, zal dit voor al de Leden verbindend zijn. 

In het tegenovergestelde geval spreekt het van zelven dat ieder 
voor zich vrijheid heeft om al of niet te zenden. 

Bij versterf of overdoen van bestaande afiaires zal de wettige 
opvolger in de regten van zijnen voorganger treden, zonder na- 
dere beslissing der Vereeniging, indien het getal Boekverkoopers 
in die gemeente niet boven het bepaalde maximum is. In het 



HANDELS-TOESTAND. 289 

andere geval zal hieromtrent eerst bij meerderheid van stemmen 
beslist worden. 

Zoo de Boekverkoopers niet aan hunne verpligting voldoen, 
kunnen zij mede bij meerderheid van stemmen , voor eenen zeke- 
ren tijd of voor altijd , buiten correspondentie gesteld worden. 
In het laatste geval zal weder, even als in het vorige artikel, 
bij eventuele vestiging, beslist worden of de aspirant onder het 
getal corre;>pondenten zal opgenomen worden. 

De uitgevers verbinden zich de door hen uitgegevene werken 
aan postkantoren of partikuliere personen niet anders dan tegen 
den gewonen verkoopprijs te leveren. Bij bewijsbare overtreding 
hiervan verbeuren zij iedere keer ƒ 25 ten voordeele van de kas 
der Vereeniging. 

Van hetgeen door hen wordt uitgegeven zullen zij ten minste 
een rabat van 20% aan de Boekverkoopers, leden der Vereeni- 
ging, en 15% aan de overige Boekverkoopers toestaan. 

Het rabat moet in alle geval voor de eerste 5% meer dan 
voor de andere zijn. 

Zoo zij van een Boekverkooper geene behoorlijke afrekening of 
betaling kunnen krijgen, of zij op andere wijzen reden van klag- 
ten tegen denzelven hebben, zijn zij bevoegd en verpligt zulks 
ter kennis der Vereeniging te brengen, die daarop bij meerder- 
heid van stammen zal beslissen of de aangeklaagde voor een ze- 
keren tijd of voor altijd buiten de coiTcspondentie zal gesteld 
worden. Dit besluit is verbindend voor al de leden. 

De Boekverkoopers zijn verpligt voor de hun in commissie ge- 
zondene werken behoorlijke zorg te dragen, en het debiet er van 
zooveel mogelijk te bevorderen. 

Zij moeten jaarlijks geregeld afrekenen. Wanneer zij hier- 
van vooraf verwittigd zijn , zijn ze verpligt bij de komst der 
Uitgevers de afrekening gereed te hebben, en zoo mogelijk het 
saldo te voldoen. In allen gevalle zijn zij gehouden vóór 1 Oc- 

19 



290 HANDELS-TOESTAND. 

tober van ieder jaar de afrekeningen franco Amsterdam bij ile 
veTscbillende Correspondenten te zenden, en de saldo's voor 
1 Januarij des volgenden jaars te voldoen of beschikbaar te 
stellen. 

Zij verbinden zich geene boeken te verkoopen, welke buitens- 
lands in de Hollandsche taal gednikt of uitgegeven zijn, met 
blijkbaar doel of strekking om bestaande binnenlandsche werken 
in het debiet te benadeelen, of die in het algemeen tot nadeel 
van den Nederlandschen boekhandel kunnen strekken. 

Dit strekt zich natuurlijk niet zoo ver uit om werkelijk goede 
boeken , op eene oorspronkelijke wijze behandeld , te verbieden , 
al ware het ook dat gelijksoortige binnenlandsche werken daar- 
door last leden.'' — 

//Het spreekt wel van zelven", zoo besluit ter Gunne, '^dat 
ik mijne meening niet voor onfeilbaar houde , of die aan anderen 
zou willen oj)dringen. Tk heb alleen van het regt gebruik ge- 
maakt om onpartijdig en onbewimpeld voor mijne meening uit te 
komen; ook waar die met die van anderen in strijd is. Den 
beiden Heeren bekroonden keu ik te veel gezond verstand toe, 
om dit niet voor een waardiger hulde dan een laffe wierookwalm 
te houden. Voor het algemeen kan het zijn nut hebben, inge- 
volge het niet genoeg behartigd gezegde : du clioc des opiniousjail- 
Ut la véritéT 

Wij hebben gemeend , aan het overzicht dezer geschriften eenige 
ruimte te moeten verleencn , aangezien zij , uit drie onderscheiden 
oogpunten en van drie alleszins bekwame mannen uitgaande, een 
belangrijke bijdrage zijn tot de beoordceling van den tijd en tot 
de geschiedenis van den boekhandel. 

Zij wekten dan ook een algemeene belangstelling. Toen op de 
vergadering der Vereeniging in Augustus 1846 de namen der 
twee bekroonden bekend gemaakt werden en liun de eereprijs 



HANDELS-TOESTAND. 29 l 

werd uitgereikt, werden zij door den voorzitter G. T. N. Surin- 
gar aldus toegesproken : 

/'Wij zijn gekomen tot de uitreiking van den prijs der eere, 
door den Heer Fuhri verworven op zijnen verdienstelijken arbeid. 
Een nieuw verschijnsel, M. H.! in de geschiedenis der Vereeni- 
ging! — Zullen wij ons daarbij aanstellen als Magthebbenden ? 
als van de hoogte op den bekroonden schrijver noderzien en het 
hem als eene genade toerekenen, dat hij van ons wordt geloofd, 
van ons wordt geprezen ? Of zal een handdruk hem zeggen , wat 
wij gevoelen, hem den beroepsgenoot , die tijd en moeite en in- 
spanning ten beste gaf , om den beroepsgenoot te dienen van erva- 
ring en inzigt? Zal een eenvoudig, maar hart<3lijk woord hem 
danken voor den lust en den ijver, met welken hij eenen wed- 
strijd aanvaardde , waarin het zoo mocijelijk scheen te overwin- 
nen; voor den onbezweken moed en de volharding waardoor hij 
de zege behaalde? 

>!rJa, dien toon en geenen anderen willen wij aanslaan , begaafde 
Vriend, verdienstelijke Confrater! Geen luid klinkende lof, geen 
schelle toejuiching, maar welgemeende dank vloeije van onze lip- 
pen. Een handdruk van allen bezegele die betuiging en verze- 
kere u van onze erkentelijkheid , daarvoor inzonderheid , dat Gij 
de eer van den Boekhandel gehandhaafd, zijn verval gelogenstraft, 
de liefde voor het vak verlevendigd , den moed versterkt , en alzoo 
het uitzigt in de toekomst voor velen verhelderd hebt. / 

//Aanvaard dien dank , zoo ruim verdiend , ontvang den prijs , 
zoo eerlijk verworven. Zij dit zilver u een genoegd ijk aanden- 
ken, een spoorslag ten goede, een getuige van onzen dank. Het 
prijke in uwe woning onder het voorregt, dat we u gunnen, van 
tijdelijken voorspoed, duurzame gezondheid en huiselijken zegen. 
Geeft u de Hemel dat alles te genieten , dat genot worde ver- 
hoogd door deze voldoening : dat Gij , meer en meer , uwe bedoe- 
lingen erkend , uwe wenken begrepen ,, uwc wenschcn vervuld , en 

19* 



292 HANDELS-TOESTAND. 

den Boekhandel bloeijen ziet op den grond, dien wij liefhebben 
als den adem van ons leven. 

'/Ook tot U een woord van hulde en dank , verdienstelijke Geb- 
hard ! Was het u niet vergund de zege te behalen , met eere ver- 
liet Gij het strijdperk. Óf is het geen eer naast zulk een over- 
winnaar geprezen te worden? De prijs ontging u en viel hem 
ten deel; maar uw moed had uitgeblonken, uwe vaardigheid 
werd geprezen , en bragt de vraag op aller lippen : Wie is die 
mededinger? Wie de. held, die dus het wapen voert? Gij vol- 
deedt aan ons verlangen, opendet het vizier, dat uw aangezigt 
voor onze oogen bedekte , en wijddet uwe wapenen ten beste der 
goede zaak. Heb dank daarvoor, heb dank voor uw pogen, en 
zie ook Gij uwen arbeid beloond in den dank uwer Confraters, 
in de vervulling uwer wenschcn , in den bloei van onzen Handel I 
Het daartoe uitgestrooide zaad schiete wortel , geve vrucht^ rijke 
vrucht voor ons en de onzen, voor de kinderen onzer kinderen, 
en dankbaar verblijde zich ieder , die na ons komt , in den arbeid 
van Fuhri en Gebhard. 

//Lang leve Gebhard! Lang leve Fuhri! Bloeije de Boekhandel 
in Nederland!" 

Onder daverende toejuiching werd dit lang leve! driewerf 
herhaald. 

Had deze prijsvraag zulke uitstekende gevolgen gehad, de 
Vereeuigiiig werd daardoor uitgelokt om dergelijke poging te 
herhalen. In 1846 schreef zij een prijskamp uit voor een 
„Handleiding voor den boekhandelaar tot een goede en geregelde 
administratie zijner zaken " In 1848 waren daarop drie ant- 
woorden ingekomen, van welke dat van M. H. Binger, onder 
de spreuk //Orde regeert de wereld" , bekroond en mede op kos- 
ten der Vereeniging uitgegeven werd. 



GESCHILLEN. - DE VEREENIGING. 



INHOUD. 



Uitgaaf van het Tarief van Justitiekostm. Proces, — P karma- 
copoea Neerlandica y uitgegeven door het rijk. — Uitgaaf van een 
bijbel te Emdefi gedrukt, — Nadrukken in Limburg en in België: 
Tollens y Helmers ^ Bilderdijk^ Weiland. — Nadrukken kier te lande: 
brokstukken, uit Heimer s , Tollens , Staring , van Alphen. — ^yAnthologie^'' 
van Prof. Visscher. — Kugper'^s ^^Letterkundige Leercursus.'*'' — Pro- 
cessen: Fertalingskwestiën. — Titelnavolging. — Vertaling sr echt en 
reglementaire bepalingen daaromtrent. — Is, An, Nijhojfs bestrij- 
ding van het ver talingsr echt. — G. T. N. Suringars verdediging. — 
Het 25 jarig bestaan der Vereeniging. — Letterkundig congres te 
Gent. — Suringars pleidooi tegen den nadruk. — Betweming ^ dien 
ten gevolge^ van een internationale commissie. 



De droom van de Vereeniging, dat verdere voorkomende ge- 
g^hillen meestal door onderlinge scheidsrechters zouden kunnen 
worden uitgemaakt, werd reeds in het begin van 1840 bitter te 



294 GESCHILLEN. DE VEREEN IGING. 

leur gesteld. Twee partijen stonden heftig tegen elkaflr op. De 
ecne was niet minder dan de staat der Nederlanden, de andere 
was de firma Joli. Noman & Zoon. Door de laatste was uitge- 
geven een klein boekske getiteld larief van Justitiekosten en aa- 
larmen ^ en aangezien dit tarief aan liet Staatsblad ontleend was 
en dit Staatsblad^ met het Journul officiël (Staatscourant) en de 
Pharmacopoea ,Belgica^ genoemd waren onder de werken waarvan 
de uitgaaf aan de landsdrukkerij , als uitzondering op het konink- 
lijk besluit van 182Ü, was voorbehouden, werd de firma Nomau 
van nadruk aangeklaagd en bij vonnis van de arrondissements- 
rechtbank te Tiel verwezen tot het vergoeden van 2000 exx. en 
een boete van ƒ 100. — Deze veroordeeling was zoo spoedig 
in liaar werk gegaan, dat de beschuldigde geen gelegenheid ge- 
zien had, de hulp der Vereeniging ter zijner verdediging in te 
roepen. Maar nu de veroordeelde van dit vonnis in appèl kwam 
en haar goed recht tot in het hoogste ressort begeerde gehand- 
haafd te zien , wendde zij zich tot het bestuur der Vereeniging 
met het verlangen, dat dit de zaak zou overnemen, aangezien 
het hier minder een persoonlijk belang dan dat van dengeheelen 
boekhandel gold. Het bestuur zag tegen dit proces huiverig op. 
Het begreep de waarheid van de bewering van de firma Noman. 
Maar overwegende de kosten bij een mogelijk verlies en de bui- 
tengewone haast in dit geding aan den dag gelegd, antwoordde 
het den veroordeelde, dat het de zaak voorloopig niet kon aan- 
vaarden: lö omdat vóór het voeren van een proces eerst de toe- 
stemming moest verkregen zijn van de leden, en 2ö, dat om- 
trent de kans van winnen of verliezen vooraf het gevoelen van ecu 
of meer rechtsgeleerden diende te worden ingeroepen. Het raadde 
dus de firma Noman aan, den loop van het appèl af te wachten. 
Werd het vonnis vernietigd, dan was de zaak uit; werd het be- 
vestigd , dan kon de Vereeniging nog altoos de uitspraak vragen 
van den hoogen raad. „Intusschen"' , en dit is een nieuw blijk 



GESCHILLEN. DB VEREENIGING. 295 

vau de ongevraagde voogdij-, die het bestuur in die dagen meende 
zich te mogen aanmatigen , '/moest het zijn leedwezen betuigen , 
dat het niet vroeger met dit plan van uitgave was bekend ge- 
maakt, als wanneer het UEd. de uitgave stellig ontraden zou 
hebbeu," luidde zijn vermaning. 

Den 13en Februari 18i0 had de rechtbank te Tiel haar vonnis 
uitgesproken, den 12en Maart werd het door het provinciaal ge- 
rechtshof van Gelderland bevestigd , zich geheel vereenigende met de 
uitspraak van Tiel: „dat volgens de wet van 1817, het regtvan 
druk en uitgave een eigendom zijnde, waarop niemand buiten 
den eigenaar eene wettige aanspraak heeft, dat regt ook belioort 
aan den Staat, ten opzigte van Wetten en Besluiten, en hetzelve 
niet door ieder afzonderlijk vermag te worden uitgeoefend , maar 
alleen door den Staat; dat op dit beginsel van eigendom de 
Wet van 1817 gegrond zijnde, uiet kan worden aangenomen, 
dat daarbij eene uitzondering met betrekking tot het regt van 
den Staat zoude zijn bedoeld, hoedanige uitzondering aldaar dan 
ook niet voorkomt, daar die Wet niet enkel betrekking heeft op 
werken van letteren of geleerdheid , maar op letter- en hmntv^eT- 
ken, door welke letterwerken, in onderscheiding van kunstwer- 
ken, al hetgeen met letters gedrukt wordt te verstaan zijnde, 
daaronder mede Wetten en Besluiten moeten geacht worden be- 
grepen te zijn; dat uit de bepaling van het Koninklijk Besluit 
van 1822 ieu duidelijkste blijkt, dat de reserve zich niet be- 
j)aalt tot de geheele uitgave van het Staatsblad, maar ook tot al 
zijn onderdeelen." — Werd alzoo de beklaagde D. van Haren No- 
raan schuldig verklaard aan het wanbedrijf van nadruk, enz. enz. 

Inmiddels waren de adviezen ingeroepen van de rechtsgeleer- 
den Mrs. D Donker Curtius, W. C. B. Wintgens, S. P. Lip- 
man en Scheidius, en deze waren alle zoo in tegenspraak met 
de gronden van het gewezen vonnis, dat men met vertrouwen 
bij den hoogen raad cassatie durfde aanvragen. De gevoelens. 



296 ÖE8CHILLEN DE VEKEBNTGING. 

bij monde van Mr. Donker Curtius ten overstaan van het hoog- 
ste rechtslichaam in Juni 184«0 verdedigd, kwamen, soms in 
vrij scherpe uitdrukkingen, hierop neder: Alle wetten behooren 
tot het gemeenschappelijk eigendom; zij beliooren aan niemand, 
omdat zij aan allen beliooren. Het is in het algemeen bespot- 
telijk en ongerijmd , dat iemand , wie ook , hetzij staatsdrukkerij , 
hetzij andere bevoorrechte concessionaris, privaat eigendom kan 
hebben op iets, dat zoo klaarblijkelijk tot het publiek domein 
behoort. De meest algemeene verspreiding mag niet worden 
tegengegaan, omdat haar kennis voor een ieder gebiedend wordt 
geëischt. Het is een kleingeestig, bekrompen, verachtelijk denk- 
beeld, tot zelfs de wetten te willen monopoliseeren. Verachtelijk, 
omdat het gebeurt om de balans te verbeteren van de staats- 
drukkerij en dus voor eenig geldelijk voordeel aan het volk 
onthoudt wat het toekomt. — Is het niet even ongerijmd , te zeggen, 
dat letterwerken werken zijn, die met letters gedrukt zijn? 
Tot hoeveel dwaze gevolgtrekkingen zou deze onnoozele bepa- 
ling aanleiding kunnen geven. En al ware dit zoo in het 
onderliavige geval , wie is dan de reclithebbende schrijver er- 
van? De koning, de staat, het geheele Nederlandsche volk? 
Wetten worden gemaakt door allerlei handen; de vertegenwoor- 
diging der natie verkort ze of voegt er aan toe; de soeverein 
bekrachtigt ze. — Wie is de auteur ervan? De staat, het volk 
heeft ze gemaakt, de staat, het volk, op wie nooit de bepaling 
in de Met van 1817 in toepassing kan gebracht worden wat aan- 
gaat den duur van liet kopijrecht tot 20 jaar na den dood van 
den auteur, om de eenvoudige reden dat de staat of het volk 
niet sterfelijk zijn. Bovendien, heeft de staatsdrukkerij, hier als 
vertegenwoordigster van den staat, een quitantie, een bewijs van 
overdracht, van eigendom over te leggen, en heeft zij drie exem- 
])laren in officieelen vorm gedeponeerd, voorwaarden, uitdrukkelijk 
door de wet voorgeschreven om eenig recht te kunnen doen 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 297 

gelden ? Niet3 van dat alles kan worden aangenomen of getoond 
Bij besluit van 2 Juli 1822 werd voor het eerst gesproken van 
„een eigendomsregt van den Staat op alle deszelfs staatsstukken/' 
Tot . verdediging en beveiliging van dit beweerd recht worden , 
strijdig met de grondwet, buiten de grenzen der koninklijke 
macht, de strafbepalingen der wet van 1817 uitgestrekt op daden, 
door geen enkele wet verboden. Sedert dien tijd is op dezen 
onwettigen grondslag voortgebouwd. Een menigte van konink- 
lijke besluiten heeft de dwaling bevestigd. Zij heeft haar oor- 
sprong in een loutere aanmatiging; zij is, door gebrek aan op- 
lettendheid en onafhankelijk onderzoek , gedoogd , door lijdzaam- 
heid bestendigd, door gunstbejag en navolgingszucht gehuldigd, 
totdat eindelijk het groot aantal eerbiedige verzoekschriften van 
de eene, en welwillende vergunningen van de andere zijde, de 
openbare meening voor altijd schenen te hebben bepaald. Maar 
het vraagstuk omtrent het oorspronkelijk recht is daardoor in 
geenen deele opgelost, en tallooze gebeurde zaken zijn niet bij 
machte op te wegen tegen het zekere en zonneklare beginsel hier 
aangewezen. 

Tegen deze beschouwingen was weinig in te brengen. De 
hooge raad, al deze gronden overwegende, vernietigde de arresten 
gewezen te Tiel en te Arnhem, verklaarde, dat het begane feit 
noch misdaad noch wanbedrijf noch overtreding opleverde en ont- 
sloeg den aangeklaagde van alle rechtsvervolging te dezer zake; 
de kosten te dragen door den staat. 

Ten gevolge van dit rechtsgeding, dat veel belangstelling en 
opspraak wekt^c, werd het jaar daarna uitgevaardigd het volgende 
besluit van intrekking : 



298 GESCHILLEN. — DE VEREENTGING. 

BESLUIT VAN DEN 24 April 1841 , houdende 
intrekking van het besluit van den 2 jülij 
1822 (Staatsblad N^ 16) en van de ver- 
dere, OP GROND DAARVAN, GENOMENE EN IN 

HET Staatsblad vermelde besluiten. 

WIJ WILLEM II, enz., enz., enz. 

Op de voordragten van Onzen Minister van Biuneidandsche 
Zaken en Justitie, van den 19 Maart 1841, n"^. 119, 5 afdee- 
ling, en 9 April 18 tl, n^. 47; 

Den Raad van State gehoord; 

Hebben besloten en besluiten : 

Art. 1. Het Koninklijk besluit van 2 Julij 1822 (SéaalMad ii"" . 
16) betrekkelijk het doen drukken en uitgeven van staatsstukken 
door ])articulieren , wordt bij deze ingetrokken en buiten eflect. 
gesteld. 

2. Insgelijks worden bij deze ingetrokken en buiten eflect ge- 
steld alle verdere besluiten , genomen op grond van gemeld besluit 
van 2 Julij 1822, en die, overeenkomstig art. 3 van hetzelve, 
in het Staatsblad zijn vermeld. 

Onze Ministers van Binncnl. Zaken en Justitie zijn belast met 
de uitvoering van dit besluit, hetwelk zal worden medegedeeld 
aan den Raad van State, en geplaatst in het Staatsblad, 

^s Gravmhage ^ den 24 April 1841. 

Desniettegenstaande bleek het , acht jaar later , dat het rijk 
niet zoo gemakkelijk afstand kon doen van de voorrechten aan 
het uitgeven verbonden. Den 8en Maart 1849 werd bij de tweede 
kamer ingediend een wet oj) de invoering van de Fharmacopoea 
NeHrlaudica en Nederlandse 7ie Apotheek^ en daarin kwam op nieuw 
een voorbelioud voor betreflende het kopijrecht ten voordeele van 
den staat. Het spreekt van zelf, dat het bestuur der Vereeniging 



GESCHILLEN. — DE VBUEBNIGING. 299 

onmiddellijk tegen dit ontwerp in verzet kwam. C)ok vond het 
tegenkanting bij een aantal leden der tweede en eerste kamer. 
Maar op dezen, niet verwerpel ijken , grond, dat de plicht der 
wetgeving medebrengt , zorg te dragen voor de zuiverheid en 
echtheid dezer pharmacopoea , opdat de gezondheid der ingeze- 
tenen niet zou worden gewaagd aan mogelijke fouten of gebreken 
iu eenigen overdruk, en met wijziging van het in art. 2 der 
conceptwet voorkomend woord kopijregt in de uitdrukking J^ct 
ragt van drukken en uitgeven , werd de wet aangenomen en den 1 SJen 
Augustus 1 849 in het staatsblad No. 36 aldus uitgevaardigd : 

„Wij Willem III, enz. 

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat er noodzake- 
lijkheid bestaat , om de Fharniacopoea Belgica te doen vervangen 
door een nieuw artsenij bereidhmdig formulierhoek ^ overeenkomende 
met de vorderingen der wetenschap en lehoefte der geneeskunde; 

Zoo is het dat Wij , den Raad van State gehoord en met ge- 
meen overleg der Staten-Generaal , hebben goedgevonden en ver- 
staan , gelijk Wij goedvinden en verstivan bij deze : 

Art. I. De Latijnsche en Nederlandsclie opstellen, onder de 
opschriften Pharmacopoea Neerlandica en Nederlandsclie Afothcek^ bij 
het ontwerp dezer wet overgelegd, worden als artsenijbereidkundig 
formulierboek vastgesteld. 

Art. 2. Ilet uitsluitend regt van drukken en uitgeven der 
Pliarmacopoea Neerlandica en der Nederlandsche Apotïteek wordt aan 
den Staat voorbehouden. 

De drukker, uitgever, verkooper en verspreider van eenig 
exemplaar van dit formulierboek, niet van Staatswege gedrukt, 
uitgegeven en gewaarmerkt, M'orden gestraft met eenc boete van 
/ 100. — voor ieder exemplaar door hen gedrukt, uitgegeven, 
verkocht, verspreid of in hun bezit gevonden; en, in geval van 
onvermogen om die boete te betalen, met gevangenis , van eéue 
maand tot twee jaren. 



300 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

Alle zoodanige exemplaren, waar ook gevonden, worden in be- 
slag genomen en ien behoeve van den Staat verbeurd verklaard. 

Art. f3. De Pharmacopoea Neerlandica en de Nederlandsche Apo- 
theek worden ter Algemeene Landsdrukkerij gedrukt, van Staats- 
wege uitgegeven en algemeen verkrijgbaar gesteld, en door of 
van wege den Minister van Binnenlandsche Zaken gewaarmerkt. 

De uitgave en verkrijgbaarstelliug zal de bekendmaking door 
middel van het Staatsblad vervangen. 

Art. 4. De Pharmacopoea Neerlandica en de Nederlandsche Apo- 
theek worden zes maanden na den dag der uitgave in werking ge- 
bragt, en vervangen de Pharmacopoea Belgica^ die met hetzelfde 
tijdstip wordt afgeschaft. 

De dag der uitgave wordt in de Staats- Courant aangekondigd. 

Art. 5. De bepalingen, thans omtrent het gebruik en de na- 
leving der Pharmacopoea Belgica bestaande, zijn, totdat zij door 
andere worden vervangen, van toepassing en verpligtend ten op- 
zigte der PJiarmacopoea Neerlandica en der Nederlandsche Apotheek^ 
alleen met deze uitzondering, dat de termijn van één jaar, in 
art. 2 van het Koninklijk besluit van 28 April 1821 [Staatsblud 
No. 2) en in art. 3 der wet van 12 Julij 1821 [Staatsblad No. 
7) vastgesteld, wordt vervangen door den termijn van zes maan- 
den, in art. 4 dezer wet bepaald." 

De handelsrechten, tot welker handhaving, en de onderlinge 
kwestiën, tot welker beslechting, de bemiddeling der Vereeniging 
werd ingeroepen , waren in dit tijdvak vele. Zaken van den meest 
onderscheiden aard kwamen aan de orde en kostten het bestuur 
niet weinig lioofdbreken en bemoeiing Die allen in haar verloop 
te behandelen, zou tot een uitvoerigheid leiden, die het bestek 
dezer bladen te buiten gaat. De jaarlijksche verslagen der Ver- 
eeniging vermelden ze in alle bijzonderheden. Den belangstellende 
daarheen verwijzende voor de toedraclit der feiten en voor de na- 



OESCinLLEK. DE VEREENTGING. 301 

men van de daarbij betrokken personen , moge hier alleen , althans 
wat de kleinere aangaat, een kort overzicht van verschillende 
kwestiën volstaan. 

Tn 184£ kwam een geval voor gelijk in 1S3S bctreflendc een 
Hollandsch boek op een buitenlandscjie drukkerij gedrukt. De 
firma J. B. Wolters te. Groningen gaf namelijk een N. Testa- 
ment uit, dat bij H. Woortman t€ Emden gedrukt bleek. Hier- 
tegen trad de bijbel-compagnie in verzet en riep de hulp der 
Vereeniging in ten einde deze uitgaaf tegen te gaan. Het bestuur 
meende aan dit verzoek te moeten voldoen en richtte aan de fitma 
Wolters een krassen brief, Maarin het zijn ernstige afkeuring 
over deze daad uits])rak. „Wij hadden niet gedacht^' , zoo werd 
daarin gezegd, „dat zoo kort nadat de groote meerderheid der 
Confrèrie zijn verlangen had te kennen gegeven om dit verderfelijk 
kwaad te stuiten, een Nederlandsch boekhandelaar het zou dur- 
ven wagen zijn fortuin te zoeken op de puinhoopen van de Ne- 
derlandsche drukpers, vooral nu de Bijbel -compagnie mede zoo- 
danig boek ter perse heeft. Het bestuur meent reden te hebben 
zich ernstig over UEd. te beklagen, te meer nog daar UEd. 
niet geschroomd hebt , dat boek door het Prov. Kerkbestuur van 
Groningen te doen autoriseren en door een en ander het bewijs 
geleverd is van onedel winstbejag." 

De firma Wolters, die pas twee jaar lid van de Vereeniging 
was, schreef hierop tenig: dat zij niets afwist van het feit drie 
jaar geleden gebeurd ; dat zij ook niet kon begrijpen , op welken 
grond het bestuur haar zulke bittere verwijten deed. Zeker, het 
boek was buitenslands , in Oost-Friesland , waar ook Hollandsch 
gesproken werd, gedrukt, waarschijnlijk ook op buitenlandsch 
papier. De geheele drukkosten liepen niet liooger dan ƒ300. — 
eii gaven zeker geen aanleiding om de Nederlandsche drukkerij 
tot een puinhoop te maken. En werden niet de meeste boeken 
hier te lande op buitenlandsch papier gedrukt? Waarom had het 



302 GESCniLLEN. DE VEBEENIGTNO. 

bestuur haar nu zoo hard gevallen ? Zij deed deze uitgaaf samen 
met den drukker Woortman , die bij zijn prov. kerkbestuur auto- 
risatie had aangevraagd , even als zij bij dat te Groningen ; en 
beide firma's hadden aan die kerkbesturen gezamenlijk de aan- 
vraag gedaan , niets van de wijs van uitgaaf verlielende , omdat 
er bij een eerlijke zaak niets te verhelen viel. Dat de bijbel- 
compagnie een dergelijke uitgaaf oj) het oog had , was hun onbe- 
kend , en ook geen reden om de hunne nu te laten varen , aan- 
gezien beide gelijke rechten hadden. Waarom hen zoo aan de 
kaak gesteld, alsof zij wonderwat misdreven hadden? Had de 
bijbel-compagnie wellicht deze bestuursdaad uitgelokt? — Dit 
laatste was werkelijk het geval geweest, ten einde mededinging 
voor haar aanstaande uitgaaf tegen te gaan. Het bestuur zond 
alzoo Wolt<ïrs' antwoord aan de bijbel-compagnie, en deze, over- 
tuisrd van de zwakheid harer aanklacht, berichtte dan ook al 
zeer spoedig, en vrij leuk, dat, //hoe breedvoerig de heer Wol- 
ters zijne handel wjjze ook tracht te verdedigen, dezelve ons in 
het geheel maar niet bevallen wil, wel niet uit principe van 
eigenbelang, maar omdat wij het onkiesch en onedel vinden, ten 
aanzien van en voor den geheelen Boekhandel, dat men iets, 
buitejislands gedrukt, voor een Nedcrlandsch product laat door- 
gaan. Wat haar zelve aangaat, zij wcnschte die zaak maar 
verder te laten rusten". — Hiermede was evenwel het bestuur der 
Vereeniging niet voldaan; het kon zijn vorigen brief moeielijk 
terugtrekken. Het bracht alzoo het feit i4i de algemeene ver- 
gadering en antwoordde de firma Wolters : //dat de vergadering 
van gevoelen was, dat deze Uwe handelwijze, zoo om zich zelve 
als om de schromelijke gevolgen, welke soortgelijke ondernemin- 
gen O]) den Ncderlandschen Boekhandel kannen hebben , ten sterkste 
behoorde te worden afgekeurd en tegengegaan; dat het geringe 
bedrag der drukkosten niet in overweging mogt komen; vex'lecr 
dat men het beste aller boeken zeker het allerminst tot een 



GESCHILLEN. DE VEREENTGING. 303 

onedel winstbejag raogt bezigen; dat de Staten- vertaling des Bij- 
bels ongetwijfeld behoorde tot de werken van algemeen eigen- 
dom, maar dat daaruit nog in geenen deele volgde, dat het een 
Nederlandsch boekhandelaar zou vrijstaan op dezen algemeenen 
eigendom inbreuk te maken , door een buitenlandschen nadruk 
van een in die termen vallend werk ten prejudice van onzen 
handel te verspreiden; dat het Bestuur deze zaak in het belang 
van den Nederlandschen boekhandel, maar ook in het belang 
van UEd. trouwens wel wil trachten in der minne te vereflenen 
en daaromtrent UEds. antwoord verlangt." 

ê 

De firma Wolters was gehoorzaam genoeg om, na nog vrij 
wat heen en weer schrijven, te besluiten, dat '/aangezien het niet 
verkoopen van Nederduitsche buitenslands gedrukte boekwerken 
voordeelig is voor het algemeen belang van onzen boekhandel en 
vooral van onze drukkerijen, zij haar aandeel in deze uitgaaf 
aan de firma Woortman te Embden had afgestaan en dus haar 
eigen belang aan het algemeen belang had ten offer gebragt." — 
Het bestuur verklaarde haar daarop, dat het //door uwe loijale 
handelwijze en deze UEd. zeer vereerende wijze" deze zaak nu 
als getermineerd beschouwde. 

Een jaar later, in 184*3, zag de Ned. bijbel-compagnie een 
veel gevaarlijker vijand opdagen uit het buitenland. Het Britscli 
bijbelgenootschap namelijk had zich op breeden voet tot taak 
gesteld om goedkoope bijbels in alle talen te doen drukken en 
zooveel mogelijk te verspreiden. Het zocht ook in Holland een 
agentscliap voor zijn testamenten, die buitenslands gedrukt wa- 
ren , tot groote grief voor de bijbel-compagnie , die zich met haar 
klacht tot de Vereeniging wendde. Om in zijn geheel te blij- 
ven diende het bestuur zich die zaak ook nu aan te trekken 
en richtte zich tot de regeering met een verzoek om verbod. 
De minister verwees de adressanten eenvoudig naar de wet van 
IS 17 en verklaarde, //dat hij alle maatregelen zou nemen ten einde 



304 GESCHILLEN. DE VEEEENIGTNG. 

die wet te handhaven en te zorgen dat er geen buitenslands ge- 
drukte werken zouden worden ingevoerd of verkocht, waarvan 
hier te lande hopijregt bestaat^ — Op de vergadering van het 
volgende jaar verklaarde het bestuur, dat het hierin gedaan had 
wat in zijn vermogen lag, zonder de kwestie verder aan te 
roeren. 

Vooral in Limburg gingen enkele firma's voort- zich niet te 
storen aan vroegere waarschuwingen en met het driest nadruk- 
ken van schoolboekjes ten behoeve van ' Limburgsche scholen. 
Meestal wisten zij de vervolging te ontduiken, of zagen de Hol- 
landsche uitgevers, om het onvoldoende hunner bewijzen van 
kopijrecht, er t-egen op, hun een proces aan te doen. — Erger 
maakten het de Belgische nadrukkers. Met onverbeterlijke stout- 
heid sloegen zij de hand aan werken van Helmers, Tollens, van 
Jiennep, van der Palm en anderen en ontzagen zich niet 
zelfs een voUedigen nadruk van Weiland's Woordenboek en van 
Bilderdijk's Konipïeete werken op het touw te zetten. Als een 
staal van verregaanden overmoed deelen wij in de eerste plaats 
mee het prospectus van den nadruk van Weiland 's Nederduitsch 
Letterkundig Woordenboek : 

„Het bjzonder welslagen onzer poogingen ter verspreiding van 
Vlaemsche tael- en letterkunde door cenc volledige uitgave der 
werken van Tollens, heeft alleen ons kannen aenmoedigen tot 
het lierdrukken van een zoo belangrijk werk, als het hier Jien- 
gekondigde. Immers, hoewel wj genoeg overtuigd zyn dat het 
Woordenboek van den geleerden Weiland in al de deelen van 
het Vlaemschsprekcnd België hoogst gewaerdeerd wordt, hadden 
de menigvuldige moeijclykheden dezer uitgave ons ccnigermate 
kunnen afschrikken, zoo niet het gelukken onzer eerste onder- 
neming, ons eciie waerborg voor deszelfs vertier had toege- 
schenen. 



i 



OKSCIIILLEN. DE VEREÊNrOTSG. 30 5 

4 

De nuttigheid , ja de noodzakelykheid dezes werks , niet alleen 
voor allen die zich met Vlaemsche letterkunde of onderwys bezig 
houden , maer zelfs voor hen , die in de gelegenlieid zyn de moe- 
dertael dagelyks te behandelen, algemeen bekend zynde, zullen 
wy hier van deszelfs waerde en verdiensten niet verder gewagen, 
daer al wat wy er van konden aenhalen nog beneden de waerheid 
zoude zyn. Dus zullen wy ons slechts by eenige woorden over 
dezen nieuwen druk bepalen. — Hoe verdienstelyk de holland- 
sche uitgave ook zy, laet zy echter veel te wenscheu over. 
Het groot getal boekdeelen, welke zy beslaet (11 deelen) maekt 
ze ongeschikt en veelal onbrüikbaer : het is thans algemeen aen- 
genomen, dat een woordenboek niet uit meer dan twee boekdee- 
len raag bestaen: onze uitgave zal op dien voet ingerigt Z3rn. 

De hooge prys der hoUandsche uitgave (37 gl.; byna 80 franks) 
stelt ze buiten het bereik van andere dan bemiddelde persoonen; 
de onze komt slechts op een vierch» van dien prys. — Voor wat 
de uitvoering b( treft, vergelyke men het hier nevensgaende spe- 
cimen. 

Voor het overige zullen wy de hoUandsche uitgave geheel en 
al volgen; die spelling komt al te veel met de onze overeen dan 
dat het noodig zy er eenige verandering aen toe te brengen. Do 
weinige punten waerin beiden verschillen, zyn thans door ieder 
genoeg gekend. 

Foorwaerden. — Het werk zal verschynen in tv^ael f afleveringen, 
elk van ongeveer 12 vellen druks (192 bladzyde, of 384 kolom- 
men) in papier, letter en formaet gelyk aen het nevensstaende 
specimen, en zoodanig ingerigt dat dezelve zeer geschikt in twee 
deelen kunnen verzameld worden. Er zal van 6 tot 6 weken 
eene aftevering verschynen, elk aen den prys van twee franken. 
Zy die voor den eersten January aenstaende ingeteekend hebben , 
zuUen den Kunsticooi^detiloek , door Weiland , een boekdeel (van 

20 



806 GÊSCtfILLËN. DÉ VEREENlGtNG. 

ongeveer JiOO bladz.) in het zelfde formaet als het aciigekoiuligde 
werk, kosteloos ontvangen. 

Mm schrijft in : bij J. P. van Dieren & Comp. , Uitgevers en 
Drukkers, Meir, n°. 1131 , te Antwerpen, en by alle boekhan- 
delaren van het land, alwaer men de ingevulde prospectussen kau 
bestellen." 

Maar in de tw^eede plaats verdient de volgende brief vermel- 
ding , door de nadrukkers aan de rechtmatige eigenaars , de firma 
Blussé & van Braam te Dordrecht, gericht: 

Antwei'pen 26 Augustus 1843, 

De Heeren Blussé & van Braam te Dordreclit. 

//Volgens blijkens uit het Tietterkundig Nieuwsblad is het UE. 
bekend, dat ik ter perse heb, de eerste en groote uitgaaf van 
Weiland"*» Woordmhoek^ vermeerderd door woorden en volgens de 
spelling van zijne tweede uitgaaf. Dezelve hebben wij heel laag 
in prijs gesteld, om het Vlaamsch hier ter lande te doen herleven , 
dus uwen uitgaaf is nu weinig van waarde meer; maar ik wil 
toch een goed akkoord met UE. aangaan; ik zal geen enkel ex. 
in Holland debiteren, (uitgenomen • 22 ex. die mij reeds door 
partikulieren zijn aangevraagd) mits UE. mij 1000 ex. afkooj)t, 
de aflevering ^ 80 centen inteekcning alhier il. 1.15, deze kunt 
UE. goed in Holland fl. 1.50 verkooijen, dan komt het werk 
met den Kunstwoordenboek (welke met het Supplement gratis 
wordt afgeleverd), nog maar op 18 gulden. Die duizend ex. kan 
UE. in tijd van een jaar wel debiteren, de Prospectus is nog maar 
3 wieken uit en heden heb ik al 530 inti*ekenaron , dan zal ik 
het werk, wel te verstjian de 1000 ex. en die 22 ex op uwen 
naam trekken. Zelfs wil ik ook te boven voor UE. nog 1000 
Prospectussen trekken , met uwen naam eu de prijs , die UE. zult 
opgeven. Over dezen voorstel kunt UE. tot den 10 Se])tember 



GESCHILLEN DE VERÊENtGIÏ^G. 30 ï 

aanstaande nadenken, dan verschijnt er de eerste aflevering en 
dan onmiddel ijk gaan mijne mannen op reis , onder welke ternlen 
van verbod ook. Eens een akkoord met U£. aangegaan hebbende , 
zal er door mij geene bekendmaking in Holland gedaan worden. 

Onnoodig zal het zijn mijne Heeren eene andere conditie voor 
te stellen, want geene verandering doe ik in mijnen voorstel. 

Ik heb de eer met hoogachting te zijn." 

UE. Dw. Dienaren 
{fFas get.) J. P. VAN Dieren & Cümp. 

^P. S. Alle aanvragen die mij nog door particulieren uit Hol- 
land gedaan worden, voor dat ik UE. antwoord ontvangen heb, 
zullen door mij nog aangenomen \i orden, alle inteekenaren , die 
ik in Holland heb , zijn particulieren , dus de Regtbank zal geene 
moeite hebben en de prcmiën zullen ook niet behoeven ontvan- 
gen te worden. Indien UE. mijn aanbod bevalt, dan zend ik 
UE. elke aflevering tegen remboursement. Mijn getal is getrok- 
ken op 2000 exemplaren." 

Na;ir aanleiding van dit feit was het wel geen wonder, dat de 
Vereeniging, vol verontwaardiging, zich wendde tot Z. M. den 
koning met onderstaand adres: 

Aan Zijn£ Majesteit den Koning. 

Sire! 

„Geven met den meesten eerbied te kennen de ondergeteeken- 
den , boekhandelaren wonende te Amsterdam en te Arnhem, doch 
allen domicilie kiezende ten huize van den eersten hunner op 
den Vijgendam te Amsterdam. 

Dat de Belgische naburen, die zich sedert lang onledig hiel- 
den met het nadrukken en verspreiden van de beste Fransche 
werken, zich sedert korten tijd ook op het nadrukken der uit- 

20* 



308 GESCUTLLEN. DE VEREENIOIKG. 

gezochtste Nederlandsche boekwerken hebben toegelegd, welke 
zij niet slechts in Vlaanderen verspreiden, maar vooral ook in 
Nederland weten in te voeren en te verkoopen. 

Dat de onderget^ekenden daarop de aandacht van Uwe Majes- 
teit, als beschermer der inlandsche nijverheid, maar ook boven- 
dien in het algemeen belang van Neêrlands ingezetenen en van 
het grondwettig Bestnur , wenschen te vestigen. 

Zij zullen daartoe eenige der meest sprekende feiten van zoo- 
danigen nadruk ter kennisse brengen van Uwe Majesteit: zij 
zullen de allernadeeligste gevolgen daarvan voor den Nederland- 
schen boekhandel en de nijverheid aantoonen, maar tevens ook 
van de gevaren, welke uit dezelfde oorzaak noodwendig voor 
godsdienst en zedelijkheid , en zelfs voor de rust van den Staat 
moeten geboren worden, hebben te gewagen: zij zullen vervol- 
gens aantoonen, dat de bestaande verordeningen onvoldoende zijn 
om die schroomelijke gevolgen te voorkomen; en eindelijk op het 
nemen van afdoende maatregelen aandringen, welke in staat zijn 
het kwaad met den wortel uit te roeijen. 

Behalve oenen nadruk, van de Roos van Bt^kama van Mr. J. van 
Lennep, ziet ook reeds eene Belgische uitgave van alle de ge- 
dichten van H. Tollens Cz. het licht, terwijl eene uitgave van 
het Nederduitsch Letterkundig Jf^oordenhoek van P. Weiland bij 
J. P. van Dieren & Comp. , te Antwerpen, deels ter perse is, 
deels reeds is afgedrukt. Bij den nadruk der beide laatste wer- 
ken is de Nederlandsche spelling gelieel gevolgd — zoo het heet, 
omdat die al te veel met de Vlaamsche overeenkwan, dan dat 
het noodig ware er eenige verandering in te brengen , maar in- 
derdaad met het enkele doel om voor deze wx>rken daardoor ook 
in Nederland een groot vertier te vinden; want alle de Neder- 
duitsche boekwerken, meest schoolboeken, welke men in Vlaan- 
deren voor eigen gebruik nadrukt, worden naar de Vlaamsche 
spelling g(iwijzigd; en bij de beperktlieid van het gebruiL der 



GESCHILLEN. DE VEREEXTGTNG. 309 

Nederlandsche taal buitenslands, mag het er met grond voor 
gehouden worden, dat alle buitenlandsche nadruk van Neder- 
landsche boekwerken hoofdzakelijk met het uitzigt op een onge- 
oorloofd debiet in Nederland zelve wordt ondernomen. 

Het is voorzeker niet te verwonderen, dat de Belgische na- 
drukken voor veel mindere prijzen dan de Nederlandsche uitga- 
ven verkrijgbaar zijn: dit is het geval met alle mogelijke na- 
drukken, waarvoor immers geen honorarium aan den Sclirijver 
betaald wordt, en waarvan de proef bladen met mindere kosten 
en moeite worden afgedrukt, terwijl nog bovendien geene risico 
voor slecht debiet is te vreezen , of geene verliezen , geleden door 
het uitgeven van andere verdienstelijke maar door het publiek 
minder geapprecieerde werken , behoeven te worden goedgemaakt , 
daar men, gelijk ieder ligtelijk bevroedt, alleen die werken na- 
drukt , welke de algejneene toejuiching ondervinden , en van welke 
men op een ruirn vertier kan rekenen. Men voege daarbij de 
lagere Belgische werklöoncn, en niets is meer natuurlijk, dan 
dat, b. V., het beroemde w^rk van Weiland voor bijkans een 
vierde van den prijs der Nederlandsche uitgjlve verkrijgbaar is gesteld. 

Om het volledigst bewijs te leveren met welken slag door deze 
en dergelijke nadrukken de Nederlandsche boekhandel (toch reeds 
zoo deerlijk ondermijnd) bedreigd wordt, zal het slechts noodig 
zijn het berigt van inteekening van de Antwerpsche editie van 
Weiland's Woordenboek en den brief, welken de uitgevers de 
onbeschaamdheid hebben gehad aan de Heeren Blussé & van 
Braam te Dordrecht, eigenaars der kopij van dat werk, te schrij- 
ven, bij dit verzoekschrift als bijlagen over te leggen. 

Het blijkt daaruit, dat aan de Heeren Bliisso & van Braam 
slechts de keuze is gelaten om of aan de Antwerpsche nadruk- 
kers duizend exemplaren van den nadruk af te koopen, of Ne- 
derland door Belgische colporteurs met den nadruk van Weiland 
te zien overstroomen. 



310 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

De ondergeteekendeii zijn bewust, dat op gelijke wijze bij de- 
zelfde uitgevers het vooniemeu best^iat, om alle de werken van 
Bilderdijk na te. drukken; en zoo zullen ongetwijfeld, zonder 
afdoende maatregelen, alle de voornaamste Nederlandsehe Letter- 
kundige werken volgen, waarvan het kopijreclit schatten gouds 
heeft gekost en weldra niets meer waardig zal zijn. 

Het eerste en natuurlijkste gevolg van de door den nadruk 
reeds geleden of nog te lijden verliezen moet zijn, dat ieder 
boekhandelaar schroomvallig zal worden om zelfs aan de uitmun- 
tendste Schrijvers een eenigzins aanzienlijk honorarium toe te 
zeggen, veelmin hen tot het publiek maken der voortbrengselen 
van hun vernuft aan te moedigen. Nederland zal alzoo weldra 
in letterkundigen vooruitgang bij andere landen achterstaan. De 
boekhandel zal tot Schrijvers van minderen rang, aan wien men 
minder heeft uit te keeren, deszelfs toevlugt . moeten nemen, of 
welligt, om hunne verliezen goed te maken, zich op de uitgave 
van andere min solide, min deugdelijke* maar daarom weleeus 
meer algemeen getrokken werken moeten toeleggen. Met den 
eigenlijk gezegden boekhandel zullen geleerden , boekdrukkers , 
binders, lettergieters, papiermakers, en wie al niet, dadelijk den 
schromelijken invloed van den invoer van buitenslands ge- 
drukte Nederduitsche werken gevoelen, en terwijl de schatki^ 
door dien invoer in het minst niet bevoordeeld wordt, zal de 
inlandsche nijverheid daarbij alles verliezen. 

In Frankrijk heeft de Belgische nadruk den boekhandel schier 
uitsluitend in het buitenlandsch debiet benadeeld, en het is be- 
kend tot welke aanhoudende en menigvuldige klagten dit reeds 
geleid heeft; maar ten gevolge van verbodsbe])alingen op den in- 
voer en van het strengste toezigt op de grenzen • wordt alle in- 
voer der nagedrukte werken in Frankrijk zelve oj) eenc afdoende 
wijze tegengegaan. Doch hoeveel meer reden van klagen heeft dan 
de Nederlandsehe boekhandel niet, terwijl elke nadruk tegen hen 



GESCHILLEN. DE VEREENTGING. 311 

gerigt is, en hen zelfs in de billijkste berekeningen op het bin- 
nenlandsche debiet teleurstelt, en alzoo gevoelig benadeelt. 

Doch ofschoon de ondergeteekeuden hier alleen in het belang 
van den boekhandel spreken , voor dezen de bescherming van 
Uwe Majesteit inroepen, het onderwerp staat inderdaad in het 
uaauwste verband met het algemeen maatschappelijk welzijn en de 
rust van den Staat. 

Van eene geheel andere zijde toch laat zicli over den Belgi- 
schen nadruk nog eene klagte hooren, welke, daar zij gods- 
dienstijver tot banier heeft, zich spoedig meer dreigende en wei- 
ligt anders dan door woorden zoude kunnen uiten. 

Met is namelijk de Nederlandsche Bijbelcompagnie, welke in 
het zekere is onderrigt^ dat hier te lande een Agentschap van het 
Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenootschap zal worden opgerigt, 
voornamelijk ten einde Nederduitsche bijbels volgens de Staten- 
vertaling, in België nagedrukt, op alle wijze en tegen de goed- 
koopste prijzen overal in Nederland te doen uitventen. 

Hierin straalt, naar de meening der ondergeteekenden, niet 
slechts een aanslag door op het eigendom van den Staat en der 
wettige drukkers van Nederduitsche bijbels, maar daaruit moet 
en zal ook aanleiding tot onrust en verbittering ontstaan, wan- 
neer de. meer voorzigtige en kiesche wijze, waarop het Nederlandsch 
Bijbelgenootschap zelve voortgaat , den bijbel meer te versprei- 
den , wordt uit het oog verloren. 

Dat toch aan het doen invoeren van buitenslands gedrukte bij- 
bels vreemde en misschien ongeoorloofde inzigten zijn verbonden, 
moet daaruit reeds volgen, dat de gewone bijbeluitgaven bij 
geene mogelijkheid zelfs buitenslands tot mindere prijzen kun- 
nen geleverd worden, dan dezelve hier te lande verkrijgbaar zijn 
gesteld , zoodat men , om de prijzen lager te stellen , noodzake- 
lijk geld zal moeten toeleggen. 

Het invoeren van buitenslands gedrukte bijbels heeft echter 



312 GESCHILLEN. DE VEREENiaiNG. 

een bijzonder bezwaar, aan den nadruk en invoer van andere- 
boekwerken niet verbonden. De kerkelijke reglementen toch schrij- 
ven voor, dat de uitgaven van Hervormde bijbels door het Pro- 
vinciaal Kerkbestuur moeten worden goedgekeurd; welke goed- 
keuring tot waarborg voor de zuiverheid en regtzinnigheid der 
vertaling moet strekken; een waarborg, die bij den invoer van 
buitenslands gedrukte bijbds geheel verloren gaat, en dan ook 
spoedig bij binnenlandschen herdruk zal in onbruik geraken; 
terwijl het misbruik , dat daarvan zoude kunnen gemaakt wor- 
den , zich in de gevolgen oneindig ver zal uitstrekken. 

Maar gelijk heden letterkundige boekwerken en bijbels worden 
nagedrukt en ingevoerd, zoo kunnen en zullen morgen ook al- 
lerlei zedelooze geschriften, staatkundige pamfletten en pa.sk willen , 
die binnenslands geen' drukker of uitgever vinden zouden, in 
België of elders gedrukt en door Tiimburg, Noord-Braband of 
andere grensprovinciën ingevoerd kunnen worden; en de geschie- 
denis der laat'Ste helft van de vorige eeuw zoude ten bewijze 
kunnen strekken , dat deze vrees niet geheel ijdel is. 

Welke onheilen en rampen daaruit kunnen geboren worden , 
zullen (Ie onderffeteekenden wel niet in breede trekken behoeven 
te schetsen. Het zal voldoende zijn aan te merken , dat Neder- 
land op een hooger standpunt van beschaving en zedelijkheid 
staande, en meer gezind tot rust, orde en getrouw^heid aan Ko- 
ning en Vaderland dan de meeste van zijne naburen , bij den 
invoer van zoodanige buit»enslands gedrukte en uitgegeven ge- 
schfiften alleen zal kunnen verliezen. Thans bestaat nog de ge- 
legenheid , dat Uwe Majesteit in het belang van den boekhandel 
of van het algemeen belang tegen zoodanigen invoer kan waken: 
de tijd zoude helaas ! kunnen komen , dat de veiligheid van den Staat 
en der Kroon zulk een' maatregel, als de ondergetx^ek enden thans 
voor zich zelven en hunne beroepsgenooten verlangen, gebiedend 
noodzakelijk maakte, maar die op zoodanig oogenblik w-elligt be- 



GESCHILLEN. DE VEBEENIGING. 313 

/waarlijk zoude zijn daar te stellen of verkeerd zoude werken. 
Zoo zeker het is, dat het kwaad beslaat, en dreif^t te zullen 
toenemen, zoo zeker is het ook, dat de bestaande wettelijke 
verordeningen volstrekt ontoereikende zijn, om tegen dien nadruk 
en invoer van buitenslands , waarmede de boekhandel , de nij- 
verheid , de zedelijkheid , de godsdienst , de Staat zelve zullen 
worden verpest, genoegzaam te waken. In de eerste plaats zijn 
dezelve reeds onvoldoende om binnenslands den boekhandel voor 
allerlei inbreuken te beveiligen, zoodat dezelve, gelijk Uwer 
Majesteit bekend zal zijn, reeds meermalen tot de billijkste klag- 
ten hebben geleid, en aanleiding gegeven tot het daarstellen der 
Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhancU^ls , 
van welke de ondergeteekenden de eer hebben bestuurders te 
zijn. Door de statuten dezer Vereeniging wordt aan het wettig 
kopijregt, hetwelk aan menigvuldige formaliteiten onderworjjen , 
en slechts voor een beperkte tijdsruimte geldig is , alle die uit- 
breiding gegeven , welke de goede trouw kan billijken ; en het 
beginsel is daarbij geliandhaafd , dat alle nadruk , hoezeer ook 
buiten het bereik der wet vallende, als onzedelijk en ongeoorloofd 
moet worden jmngemerkt. Binnenslands heeft die Vereeniging, 
waaraan zich van lieverlede de meeste boekhandehwirs aansluiten , 
de gelukkigste resultaten opgeleverd-, zoo zelfs dat meu i>oms 
duizenden ziet betalen voor een kopijregt, 'hetwelk alleen op dit 
door de Vereeniging aangenomen beginsel van goede trouw be- 
rustende is. Maar ten opzigte van buitenlanders zullen de be- 
palingen, wawaan zich de Vereeniging houdt, niets kunnen uit- 
rigten , en het stelsel van w^derkeerige heuschheid en beroeps- 
verbroedering zal door den vrijpas aan den buiten landschen invoer 
gegeven, ook binnenslands meer en meer worden ondermijnd. 
Doch ook de vigerende wettelijke verordeningen zelve zijn niet 
in staat, het dreigende onheil af te wenden. De eenige wetsbe- 
paling, die hier zoude kunnen in aanmerking komen, is art. 4 



314 GESCHILLEN DE VEREENIGING. 

der wet van 25 Januari j 1817, hetwelk het nadrukken van binnen- 
slands uitgegeven, en het verspreiden of verkoopen van binnen- 
of buitenslands nagedrukte Nederlandsche werken verbiedt. Dit 
verbod echter kan nimmer den buit^nlandschen nadruk ker in zijn 
persoon of in zijne goederen treffen. De colporteurs, die zich 
met het verspreiden der nadrukken doorgaans belasten, bekreunen 
zich om de Wet weinig of niet, daar zij hen alleen met geld- 
boete straft , welke zij toch niet kunnen betalen , daar zij niets 
hebben te verliezen. Maar bovendien bepaalt zich thans veelal 
de bedrijvigheid der colporteurs tot het rondbrengen van int^eke- 
ning-billetten en het opnemen der commissiën, terwijl de boek- 
werken zelve vervolgens aan de particulieren per post of oj) andere 
wijze worden opgezonden. De koopers zei ven eindelijk kunnen 
ongestoord en onbevreesd zich die nadrukken aanschafl'en, zonder 
eenige namaning, veel min verbeurdverklaring of boete te duchten 
te hebben. 

liet is op deze gronden , waarvan Uwe Maje^steit al het gewigt 
zal beseflen , dat de ondergeteekenden eerbiedig en met aandrang 
verzoeken , dat het Uwer Majesteit behagen moge , de noodige. 
maatregelen te nemen, ten einde alle de njideelen af te. wenden, 
welke door de ondergeteekenden slechts met vlugtige trekken en 
onvolledig zijn aangewezen. 

Ofschoon zij zich geheel onbevoegd achten , om , ongerocpen , 
daar loc eenig bepaald voorstel te doen, verraeenen zij echter aan 
Uwe Majesteit eerbiedig in bedenking te mogen geven, of niet 
eene bijzondere aanschrijving aan de gemeente-besturen of de 
commissarissen van politie, om tegen die uitventers of versprei- 
ders van daartoe strekkende inteekeuinglijsten te waken , en eene 
geringe lijfstraf tegen die uitventers, hierin niet gedeeltelijk zouden 
voorzien ; maar vooral meenen de ondergeteekenden aan Uwe 
Majesteit te mogen in bedenking geven, om buitenslands ge- 
drukte Nederduitsche (niet Vlaamsche) boekwerken bijden invoer, 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 315 

of waar en wanneer zij binnenslands» worden aangetroffen , aan 
een regt van zegel op elk blad druks te onderwerpen ; alles en 
in allen gevalle in verband met een zorgvuldig toezigt op de toe- 
passing eener zoodanige verordening, waardoor geen enkel wettig 
belang zoude gekrenkt worden : welk een en ander den onderge- 
teekenden is voorgekomen, onder de beste middelen tot afwending 
of beteugeling van het dreigend kwaad te mogen worden ge- 
rangschikt. 

De ondergeteekenden vleijen zich, dat spoedig zoodanige ver- 
bodsmaatregelen of dergelijke krachtige behoedmiddelen van wege 
Uwe Majesteit mogen worden voorgeschreven ; en zij nemen tevens 
eerbiedig de vrijheid, de belangen van den boekhandel in het 
algemeen aan Uwe Majesteit vertrouwend op te dragen. De ge- 
varen, welke dien eertijds hier te lande zoo bloeijenden tak van 
handel dreigen , bemoedigen de ondergeteekenden om Uwe Ma- 
jesteit ootmoedig te smeeken, om door onverwijlde mnatregelen 
aan den tegenwoorrligen toestand een einde te maken, en daardoor 
eene t^ilrijke klasse van Uwe Majesteits onderdanen in hunne 
regtmatige belangen en wettige nijverheid te beschermen." 

20 November 1843. Hetwelk doende enz. 



Dit adres mocht nochtans niet leiden tot meer dan de gewone 
maatregelen. In December ontving de Vereeniging alleen ten 
antwoord, dat de wet van 1817 ook tegenover deze nadrukken 
zou worden ten uitvoer gelegd , en dat aan de desbevoegde rijks- 
ambtenaren herinnerd zou worden allen invoer ten strengste te 
keer te ffaan. 

Dit alles wel wetende, hadden de nadrukkers zelfs de bru- 
taliteit hun prospectussen tusschen gewoon pakpapier in Hol- 
land binnen te smokkelen en daarin te vermelden , dat de Holland- 
sche inteekenaren geheim zouden worden gehouden en hun 



316 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

exemplaren zonden ontvangen door middel van stille agenten. 

Tegen het verspreiden van nadrukken in Uelgië-zelf kon 
de Hollandsche boekhandel of justitie natuurlijk niets uitrich- 
ten. Tegen den invoer hier te lande echter veel meer. Zoodra de 
verschijning van ecnig nagedrukt boek bekend werd, haastte de Ver- 
eeniging zich, den volke bekend te maken, dat de verspreider 'lich 
blootstelde aan een boete van vergoeding voor 2000 exemplaren, 
een boete, die op ƒ 16.000. — zon te staan komen, indien men 
bijv. exemplaren van Weiland's fToordmhoek durfde wagen tevcr- 
koopen. Dat zulk een zwaard van üamocles ontzag wekte, spreekt 
van zelf, en het was wel daaraan te danken , dat er al heel zelden 
Belgische nadrukken over de grenzen kwamen en dat het plan 
voor een Bilderdijk werd opgegeven, terwijl de IFoordenhoeken 
van Weiland hun debiet bij uitsluiting moesten zoeken in België. 

Het was er evenwel ver van af, dat de Belgische nadrukkers , en 
wel voornamelijk de tirma van Dieren & C^. te Antwerpen, zich 
door deze voorzorgen uit het veld lieten slaan. In het laatst van 
181Ü werd door een vrachtrijder van Antwerpen op Breda aan 
een herbergier te Boxtel besteld een pak boeken, die bleken te 
zijn nag(ïdrukte exemplaren van Tollens' en van Helmers' Ge- 
dichteyi. De Vereeuiging nam onmiddellijk de aanklacht van de 
benadeelde uitgevers over en bracht haar voor de arr.-rechtbank 
te Breda. Deze was in een opzicht in haar vonnis niet 
mild. Zij erkende den strafbaren invoer van Tollens' boeken en 
veroordeelde de beide beklaagden in een boete van niet minder 
dan ƒ f)l^l00.- - behalve ƒ100. — voor de armen en ƒ 59.29 voor 
kosten. De gelukkige, wien zoo vele duizenden toegewezen, en de 
ongelukkigen , wie zoo vele duizenden te betalen gegeven werd , droe- 
gen beiden hun lot met gelijke onverschilligheid. Want van afre- 
kenen was natuurlijk wel geen spraak. Maar in een ander opzicht 
was dit vonnis van zeer groot gewicht , aangezien daarin de bc- 



GESCHILLEN. DE VEREENTGING. • 317 

schulcligden werden vrij gesteld van schuld voor den invoer op 
Helmers'' werken, op grond dat twintig jaar na des auteurs dood 
het kopijrecht vervallen was. Deze uitspraak raakte een beginsel, 
waarin de Vereeniging niet mocht berusten. Met een wederleg- 
ging van Mr. J. W. van der Meer de Wijs, zich beroepende op 
reeds vroeger aangegeven rechtsgronden , en wel voornamelijk met 
verwijzing naar het advies der vijf rechtsgeleerden in 1817, en met 
bewering: 1**. dat het kopijrecht niet was een beperking der nij- 
verheid (gelijk de rechtbank betoogd had), maar een bepaald recht 
van eigendom, niet alleen op het geschreven recht, maar op het 
natuurrecht gegrond; en 2°. dat de aard en de duur van dit recht 
voor ieder uitgegeven werk moesten beoordeeld worden naar de 
wet, onder welker vigueur dat werk voor het eerst was in het 
licht verschenen : — met deze wederlegging richtte zij zich tot 
het provinciaal gerechtshof van Noord-Braband , dat het geheele 
vonnis van Breda vernietigde wat de verantwoordelijkheid der in- 
voerende tusschenpersonen betrof, een vernietiging , later gestaafd 
door een hooger beroep bij het provinciaal gerechtshof in Gelder- 
land. Beide hoven lieten trouwens de geldigheid van Helmers'' 
kopijrecht onaangeroerd, zeer tot teleurstelling der Vereeniging, 
die juist daarvoor tot een hooger beroep was overgegaan. 

Nadrukken hier te lande van eens anders eigendom gebeurde, 
waar het voorkwam, meestal door onvoorzichtigheid of onbekend- 
heid met de strengheid der bestaande wetten ; zelden ter kwader 
trouw. Toch waren de uitgevers te dien aanzien alles behalve toe- 
schietelijk en zelfs al heel kleingeestig op het punt van hun recht. 
Wie aan hun kopijen kwam , kwam aan hun leven ; de geringste aan- 
randing werd oogenblikkehjk voor de vierschaar der Vereeniging 
gebracht. Zoo bijvoorbeeld had het bestuur partijen tot een te 
brengen wegens het overnemen van aanhalingen , of een paar 
bladzijden, uit De llollandsche Natie van Helmers, uit Starine^'s 



318 GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 

Kleine Verhalen , uit het tijdschrift Voor het schoolwezen , uit het 
tiidschrift de Globe ^ ja wegens het ongevraagd overnemen van 
enkele Evangelische Gezangen^ en het gebruiken van korte aanlia- 
lingen uit van Alphen's Kinder gedichtjes als bijschriften bij pren- 
ten. Zoo werd niet toegelaten of veroutsehuldigd, dat men de 
woorden van het een of ander gedicht op muziek zette en daarbij 
natuurlijk den tekst onder de zangnoten plaatste: dat men, voor 
een gansch verscliillend tijdschrift, den titel van een re^eds be- 
staand overnam, gelijk de Volksbode ^ ook niet wanneer men 
daarbij de woorden De nieuwe voegde; dat men Vragen in het 
licht gaf naar aanleiding van een of ander leer- of schoolboek. — 
Meestal liepen deze geschillen, hetzij door onderlinge tegemoet- 
koming, hetzij door eenig dreigend rechtskundig advies, met de 
betaling van eenige schadevergoeding af. Enkele evenwel werden 
om het beginsel of tot een afschrikwekkend voorbeeld tot het 
uiterste doorgezet. Daartoe behoorde het door een armen col- 
porteur nadrukken en rondventen van een preek van Borger. 
Niet , gelijk de jongens zeggen , om de knikkers , maar om 
het recht van het spel werd dit feit in handen der justitie ge- 
steld en in optima forma voor de arrondissements-rechtbank te 
ijceu warden behandeld, üe uitspraak verklaarde den klager in 
zijn volle recht en veroordeelde den schuldige bij verstek tot 
een vergoeding van 2000 exemplaren van l^orger's Gezamenlijke 
Leerredenen^ ten bedrage van niet minder dan ƒ 12,000. — en een 
boete van ƒ 100. — ten behoeve der stedelijke armenkas. Het 
si)reekt van zelf, dat de misdadiger zich uit de voeton gemaakt 
had en dat men den man, die niets ter wereld bezat, stillekens liet 
gaan. liet recht had zijn eisch gehad, en daarmede was men voldaan. 
Hooger werd een dergelijk feit opgenomen ten opzichte van 
twee bloemlezingen , waarin , zonder verlof van de daarbij be- 
trokken uitgevers, stukken waren opgenomen van de voornaamste 
vaderlandsche dichters en prozaschrijvers. Het eene , een Jntko- 



GESCHILLEN DE VEREENIGING. 319 

logie door prof. Visscher, werd, na wat heen en weer schr jveii , 
bijgelegd door de betaling van een som van ruim ƒ 800. — , te 
verdeelen onder de benadeelde uitgevers, met berekening van 
f 8. — per bladzijde. Het andere had meer voeten in de aarde. 
In 1844 verscheen bij de firma Broese & Co. een werk, getiteld 
G. Knijper, Letterkundige Letrcursus^ een leerboek ten behoeve der kon. 
militaire academie te Breda. Eerst in 1848 wendden zich onder- 
sclieiden uitgevers tot het bestuur der Vereeniging met de klacht, 
dat in dezen bundel een ongeoorloofd gebruik gemaakt was van 
hun kopijen. Een brief daarover aan de firma Broese kreeg 
ten antwoord , dat dit werk op last en voor rekening van de 
militaire academie was uitgegeven en dat de klacht alzoo niet 
bij haar, maar bij den generaal-majoor H. G. Seelig , gouverneur 
dier lands-in richting , te huis behoorde. Het bestuur richtte alzoo 
zijn schrijven tot genoemden hoogen ambtenaar. De generaal 
berichtte hierop , dat hij zich niet bewust was , eenige overtreding 
te hebben gepleegd, noch tegenover de wet van 1817, noch ten 
nadeele van den boekhandel. Op grond van verschillende rechts- 
geleerde adviezen was wel het verkort overnemen van eens anders 
geschrift , maar niet het geven van fragmenten strafbaar , en 
diende zelfs het bekend maken van zulke fragmenten tot ver- 
hooging van de waarde der daardoor aanbevolen kopijen. — Ver- 
mits de mil. academie bleek, noch op een nader , schrijven van 
de Vereeniging noch op dat van haar advocaat, tot eenige schik- 
king bereid te zijn , werd besloten de zaak langs officiëelen weg 
uit te maken en een aanklacht ingediend bij den officier van 
justitie te Breda en bij den procureur-generaal van het provin- 
ciaal gerechtshof van Noord- Braband. Beide ambtenaren hielden 
de zaak sleepen de. Hoe het bestuur zich ook over deze traag- 
heid beklaagde , de rechterlijke macht draalde met de aanvaarding 
van het geding, totdat eensklaps, in het laatst van 1849, de 
militaire academie zich tot de Vereeniging wendde met het 



320 GESCHILLEN. DE VEEEENIGTNO. 

bericht, dat zij gezind was liet pleit in der minne te beslechten. 
Dien ten gevolge stelde zij ter beschikking een som van/ 2000. — 
om pond spondsge wijs te verdeden onder de benadeelde uit^- 
vers, onder verblind nochtans dat deze daarvoor het gebruik 
hunner stukken afstonden ten behoeve van den Learctirswt en 
onder belofte van harentwege , bij eiken herdruk te vermelden , dat 
de o])genomen stukken geplaatst waren met verlof van de eigenaars. 

Onder de kleinere voorgekomen geschillen was er een omtrent 
het gedeeltelijk gebruik maken van een reeds bestaanden titel. 
De zaak werd tiisschen partijen in der minne geschikt, en wij 
zouden haar zelfs niet hebben genoemd, indien zij niet een op 
een rechtskundig advies steunenden brief van het bestuur der 
Vereeniging had uitgelokt, voor den handel wellicht eenigszins 
van gewicht. Hij luidde aldus: 

M. „Door ons is ontvangen een brief van de Heeren L. E. 
liosch & Zoon, die zich beklagen over een door U uit te geven 
Miniatuur Almanak voor Kinderen , uithoofde gemelde Heeren 
eigenaars zijn van de sedert eenige jaren bij hen verschijnenden 
Miniatuur Almanak^ en zij zich als zoodanig in hun belang door 
uwe uitgave gekrenkt achten. 

Steeds was het ons aangenaam questiifn tusschen Confraters op 
eene minnelijke wijze bij te leggen, en ook thans wenschten wij 
daartoe te geraken , en hebben diensvolgens in dien geest aan de 
Heeren Bosch & Zoon geschreven. 

Wij moeten UEd. echter doen opmerken dat wij geenszins met 
U instemmen over het geoorloofde van den door U gekozen Titel, 
bij het reeds bestaan van eenen soortgelijken. Gaarne belijden 
wij daarbij onze overtuiging, dat UEd. in dezen geenszins hebt 
gehandeld met oogmerk om de Heeren Bosch & Zoon in hun 
belang te krenken, en doen hulde aan uwe denkwijze, vervat in 
uwe verklaring van zelfs den schijn hiervan te willen vermijden. 



OBSCniLLEN. DE VEKEENIGING. 321 

Het zij ons vergund deze bij ons te lande nog zelden of nimmer 
ter sprake gekomen questie nader toe Ie lichten. 

In de eerste plaats houden wij het voor waarheid dat de 
eigenaar van een werk tevens eigenaar van deszelfs Titel is, en 
dat op dezen eigendom bij navolging van denzelven inbreuk wordt 
gemaakt, ook dan wanneer bij denzelven iets toe of afgedaan wordt, 
zoo lang dit laatste het eigendommclijke van den titel, dat des- 
zelfs bezit constitueert , niet geheel en al wegneemt. 

Deze eigendom kan door den bezitter worden gesteld onder 
bescherming van die wettelijke bepalingen , die het namaken en 
gebruiken van firma's , uithangborden , wapens , etiquetten , ze- 
gels en merken van fabrijkmatige voortbrengselen verbieden. 
Het is slechts cenige jaren geleden dat in Duitschland een Schrij- 
ver, die een werk had uitgegeven onder den pseudo naam van 
Clauren, door den eigenlijken Schrijver der Romans onder den 
insgelijks aangenomen naam van Clauren , wegens misbruik van 
zijn aangenomen naam aangeklaagd, alleen aan eene gestrenge 
straf ontsnapte , omdat hij , hetzij met oi)zet of bij toeval , den 
ook door hem aangenomen naam cenigzins anders dan dien van 
den vroegeren Clauren had gesteld. Hier was dus van een titel 
alleen een niet best^iande naam overgenomen of nagedrukt. 

Ofschoon onze Wetten op den boekhandel niet uitdrukkelijk 
. Titelroof onder nadruk rekenen , maar daarover zwijgen , volgt 
daaruit niet dat hij niet als zoodanig moet beschouwd worden. 

In Frankrijk, waar de wet houdende straffen op den nadruk 
in dit geval met de onze gelijk staat, heeft het echter niet aan 
regterlijke uitspraken ontbroken, die ons gevoelen te dezen aan- 
zien staven. 

In een vonnis toch van 6 Eebruarij 1831 te Parijs gewezen, 
op eene aanklagt van Mad. Belloc contra Mesnier & Fourier we- 
gens nadruk, uithoofde van het bezigen van een haar toekomen- 
den titel, zegt de regtbank onder anderen, dat de aangeklaagden 

21 



322 GESCHILLEN. — DE VEREENIGTNG. 

door gebruik te maken van den Mad. Belloc in eigendom be- 
hoorenden titel, hetzelfde formaat en dezelfde rangschikking, op 
haren eigendom inbrenk hebben gemaakt. 

Hierop veroordeeld onder anderen tot eene verandering van 
den titel, en vernietiging van den vroegeren, werd dit vonnis 
in appèl bevestigd met de navolgende considerans: 

De regtbank enz. 

In overweging nemende dat de titel van eenig werk niet min- 
der de eigendom is van den Schrijver, dan het gcheele werk te 
zamen ; dat deze een middel is om het werk bij het Publiek be- 
kend te maken; dat de titel strekt tot het voorkomen van ver- 
wisselingen ten nadeele van den Schrijver of van den kooper; 
dat eindelijk de titel voor het Publiek en voor den Schrij- 
ver een wezenlijk en aanmerkelijk [notable) bestanddeel van een 
boek is; 

Bevestigt enz. 

Toen in i834« het bekende werk van den Abt de la Mennais, 
Parokê inn üroyant , was uitgegeven , klaagde de uitgever Reu- 
duel een ander uitgever aan wegens nadruk , omdat deze een 
werk ter wederlegging van het bovenstaande had uitgegeven ten 
titel dragende , les Paroles ctun üroyant revues , corrigées et aug- 
mentees par un CathoUque. 

De regtbank gaf het volgende vonnis: 

In overweging nemende dat de titel van Renduers werk hem 
als Uitgever een eigendom verschaft, over welken de aange- 
klaagde het regt niet heeft te beschikken; 

Overwegende echter tevens, dat reeds uit de eerste aankondi- 
gingen van Jeanthon (den aangeklaagde) voldoende is gebleken 
dat zijn werk bloot eene wederlegging van het bij Ren duel ver- 
schencne behelst: 

Dat derhalve tot hiertoe slechts weinig koopers door den na- 
gevolgden titel zijn misleid kunnen worden, en aan Renduel hier- 



GESCFTTLLEN. DE VEREENIGING. 323 

door slechts eene kleine, door de regtbank te schatten schade is 
kunnen aangedaan worden; 

Veroordeelt den aangeklaagde aan den klager eene schadeloos- 
stelling van 200 francs te betalen, en gelast, eerstgeraelde bin- 
nen acht dagen den titel van zijn werk te veranderen, op eene 
boete van 20 francs voor eiken dag verzuim. 

Nog een voorbeeld : Een Tijdsclirift la Mode de Paris kwam 
in het licht. De Uitgever werd aangeklaagd door den eigenaar 
van het vroeger bestaan hebbende en toen nog bestaande Journaal 
/a Mode, (ofschoon het eerste van het laatste zich onderscheidde 
niet alleen door den eenigzins anderen Titel , maar ook door den 
inhoud, door het formaat, den tijd van verschijning, de kleur 
van het omslag, den prijs enz. enz., werd het loch wegens titel roof 
aangeklaagd, en de uitgever veroordeeld tot verandering van zijn titel. 

Ofschoon wij dus, op grond van het hiervoren aangevoerde, 
niet geheel met uwe meening omtrent het geoorloofde van de 
overneming des heMiisten titels kunnen instemmen, hopen wij 
echter de questie in der minne te beslechten. 

Uit dien hoofde slaan wij UEd. voor U schriftelijk jegens ons 
te verbinden, van bij eenen volgenden jaargang den titel uws 
Almanaks zoodanig te veranderen dat deze niet meer met dien 
der lleeren Bosch & Zoon in meer of mindere mate gelijkvor- 
mig zij. Wij schrijven heden aan de Heeren Bosch & Zoon, ten 
einde ook hun 'Ed. voor te slaan met deze in ons oog billijke 
schikking genoegen te nemen. Dat UEd. op aankondigingen en 
in Advertentiën de woorden voo9' kindei-en zoo veel mogelijk in 
het oog loopend zult doen plaatsen , ten einde elke vergissing 
met de onderneming der Heeren Bosch & Zoon, zoo veel in uw 
vermogen is, te voorkomen, durven wij met vertrouwen van uwe 
billijkheid verwachten. 

Wij hebben de Eer ons te noemen:" 

Amsterdam, IS November 1842. Bestuurderen voornoemd. 

21^ 



324 GESCHILLEN. DE VEKEENIGTKG. 

Meer en soms heftiger bemoeiingen kostte vaak de strijd betref- 
fende het vertalingsrecht. Geen jaar ging voorbij , zonder dat hierom- 
trent geen netelige kibbelarijen plaats vonden. Het verkorten 
van kopijrecht bij oorspronkelijke werken gebeurde veelal zonder 
kwade bedoeling, maar de jacht op vertalingen en de teleurstel- 
lingen daaraan Verbonden wekten een naijver, die niet altoos vrij 
was van wrevel en wrok. Nu en dan waren het blijkbare ver- 
gissingen , die ook daar aanleiding gaven tot kleinere geschillen 
en die door wederzijdsche toenadering spoedig geschikt waren. 
Daartoe behoorden de verkorte uitgaaf van eenig grooter werk , 
vroeger onder een anderen titel verschenen; de tw^eede vertaling 
van een verouderd kinderboek ; de fragmenten van eenig weten- 
schappelijk werk onder een collectiven titel verschenen: het over- 
nemen van stukken uit tijdschriften, die reeds overgenomen waren. 
Pijnlijker werd de kwestie , indien men aan het verzuim der 
voorgeschreven vormen zijn eigen schade te wijten had, zooals 
het niet vertooneu van zes afgedrukte vellen binnen zes maanden 
en het recht ter vertaling daardoor verviel oj) een ander , die , 
na verloop van dat half jaar, het boek op nieuw ter vertaling 
aanbood ; of indien , bij gelijktijdige vertooning, het lot beslissen 
moest aan wien het recht toekwam. Bij romans van gevierde 
schrijvers gebeurde dit laatste meermalen , aangezien men het 
oorspronkelijk boek onmiddellijk bij de uitgaaf per post ontving 
en bij die ontvangst ten s])oedigste naar het stadhuis liep om het 
te laten aanteekencn. Maar die jacht kreeg wel haar hartstochte- 
lijksten wedloop, toen in dit tijdvak twee romanschrijvers een 
voorbeeldeloozen aftrek vonden: Charles Dickens en Eugèuc Sue. 
Wat den eerstgenoemde betreft ontbrandde de oorlog in (Ictober 
1842. Het was bekend geworden, dat Dickens, die onder den 
naam van Boz een groote beroemdheid verkregen had en wiens 
eerste werken hier te lande vooral door Frijlink's IjeeskMnet bekend 
geworden waren, zijn uit>staj)je naar Amerika in tafereelen bc- 



GESCHILLEN. I)E VEREENIGING. 325 

schrijven zou. Dadelijk na de uitgaaf van de American Notts 
werd dit boek door de uitgevers Stemler en Frijlink vertoond , 
maar door den laatsten iets later dan door den eersten, waardoor 
Frijlink natuurlijk achter het net vischte. Bitter teleurgesteld 
begreep deze evenwel den lezers van zijn LeeskMnet het nieuwe 
werk van Dickens niet te mogen onthouden en 'gaf daarvan een 
overzicht in brokstukken, terwijl Stemler bezig was met het 
drukken zijner vertaling. Hieruit ontstond een proces voor de 
arr. rechtbank te Amsterdam. Mr. J. W. van der Meer de 
Wijs , pleitende voor den eischer , betoogde de onverminderde 
kracht van de wetten van 1814 en 1815, die door de wet van 
1817 in geenen deele waren herroepen of verkort: hij bewees het 
wettig verkregen vertalingsrecht van zijn cliënt en beweerde, 
dat, al viel het feit van den beklaagde niet in de termen van 
'nadruk^ daardoor toch wel degelijk inbreuk op eens anders recht 
gemaakt was , hetgeen door de wet gelijk gesteld werd. Mr. J. 
W. Tijdeman, optredende voor den beklaagde, ontkende de voort- 
durende lioudbaarheid van de wetten van 1814 en 1815; hij wees 
erop , hoe het Leeskabinet het publiek hier te lande in kennis 
had gebraclit met de werken van Dickens; hoe het reeds, daar- 
door eenig zedelijk recht verkregen had op den geestesarbeid van 
dezen schrijver, en hoe bovendien de redacteur-uitgever aan zijn 
lezers beloofd had hen op de hoogte te zullen houden van 's schrijvers 
reis naar Amerika. Door deze aankondiging vooraf, op den om- 
slag van het tijdschrift, was dus het plan t^r uitgaaf openbaar 
gemaakt. Hij toonde voorts aan , hoe ïrijlink's uittreksel van p. 
m. 50 bladzijden niet van eenige beteekenis was tegenover de 
440 bladzijden van Stemler's vertaling, maar hoe het veeleer van 
gunstigen invloed moest zijn voor het debiet van het kompleete 
werk, dat later verschijnen en daardoor des t€ meer de aandacht 
wekken zou. — De rechtbank wees daarop vonnis, dat hier in 
zijn geheel een plaats vinde, omdat het, wat rechtskundige mee- 



326 GESCttlLLBN. DE VEREENIGING. 

uing omtrent de wetten van 1814 en 1815 betreft, zoo geheel 
in strijd is met vroegere en latere gevoelens: 

De Regtbank enz.; 

Gehoord de conclusie van het Op. Min. bij deze regtbank, enz,: 

Ovcvweijendc met betrokking tot de feiten: 

Dat de eischer beweert, gelijk door den ged. niet wordt ontkend, op 
den 2i November 4842, des voorraiddags ten 40 ure, aan heeren bur- 
gemeester en wethouders der stad Amsterdam, ter vei-faling in het Ne- 
derduitsch, te hebben vertoond, een exemplaar van het Engelsche werk, 
getiteld: American Notes for gencral circulalion, by Ch. Dickens, en 
verder al de formaliteiten in acht genomen te hebben, voorgeschi-even , 
zoo bij de besluiten van den 24 Jan. 1814 {SthL n°. 17) en van den 24 
Jan. 4815 {Slhl. n°. 6), als bij de wet van den 25 Jan. 4847 {Sthl. n°. 5), 
ten einde zich den eigendom van zijne vertaling te verzekeren: 

Dat dan ook werkelijk op den 4en der maand December 4842, immers 
gedurende den loop van die maand, bij den eischer als boekhandelaar 
in het licht is verschenen eene vertaling van opgenoemd werk, onder 
den titel van Uitstapje naar Noord- Amerika van Ch. Dickens; 

Dat in het, op den 1 December van genoemd jaar 4842, uitgekomen 
n°. 42, van het bij den ged., mede als boekhandelaar, maandelijks uit- 
gegeven wordende tijdschrift: Het Leesliabinet , Mengeliüet^k tot (jezelliij 
onderhoud voor beschaafd^} kringen, van bladz. 493 tot en met 246, on- 
der liet opschrift: Charles Dickens in America, is opgenomen eene Ne- 
derduitsche vertaling van een zeer groot en aanzienlijk gedeelte van 
meergemeld Engelsch werk American Notes ; 

Dat uit eene slechts oppervlakkige vergelijking dier beide vertalingen 
ten duidelijkste blijkt, dat het twee verschillende vertalingen van een 
en hetzelfde werk zijn, en dat alzoo de eene vertaling niet is een na- 
druk van de andere; 

Dat de eischer dan ook niet beweert, dat de ged. de vertaling van 
hem eischer heeft nagedrukt, maar wel, dat de ged. inbreuk op zijn 
regt van eigendom op de uitsluitende vertaling van meergemeld werk van 
Ch. Dickens heeft gemaakt: 

Dat de eischer dien ton gevolge, op grond van art. 4 van de wet van 
25 Jan. 4847 {Stbl. n\ 51, heeft gevorderd, behalve de confiscatie van 
alle binnen dit Rijk vooihanden zijnde ongedebiteerde exemplaren, van 
opgenoemde vei-taling van den ged., ten voordeele van hem eischer; 



GESCHILLEN. DE VEREENIGING. 327 

Dat de ged. zou worden veroordeeld, om tuin hem eisclier te betalen 
eene som van f 76(X), zijnde de waarde van 20() exemplaren van de ver- 
taling vun hem eischer, berekend naar den boek verkoopei's- prijs, en ein- 
delijk, tot betaling eener boete, niet te bovengaande eene som van /"iOOO 
en niet minder dan ƒ 100, ixm behoeve van de algemeeno armen der 
stad Amsterdam, en in de kosten gelijk bij de conclusie van hem eischer 
breeder staat omschreven; 

Dat de ged. op gronden, bij zijne conclusie vermeld, heeft geconclu- 
deerd tot niet-ontvankelijk-verklaring van deze voixiering, immei-s tot 
ontzegging van dezelve met de kosten; 

En alsnu overwegende in regten: 

Dat in de premissen van de wet van 25 Jan. 1817 {Slhl. n°. 5), uit- 
drukkelijk wordt te kennen gegeven, dat op eenen eenparUjim voet^ de 
refften behoorden te worden bepaald^ die in dit Rijk^ ten opzigte van 
het drukken en uitgeven van letter- en kunstioet*keyi ^ kunnen ivot^den 
uitgeoefend^ waai*toe dezelve wet moest strekken; 

Dat tijdens het aannemen dier wet, door de daartoe bevoegde magt, 
voor de noordelijke en zuidelijke i)rovinciën van het toenmalig Koning- 
rijk, verschillende verordeningen op deze materie bestonden: 

Dat toch in de noordelijke provinciën destijds in werking waren de 
besluiten van 24 Jan. 1814 (Sfbl. n°. 17), en van 24 Jan. 1815 (Stbl. n°. 
(>), terwijl dit onderwerp in de zuidelijke werd beheerscht door het be- 
sluit van 23 Sept. 1814 {Journal Ofjiciel n\ 54); 

Dat bij art. 9 van het besluit van 24 Jan. 1814 werd verboden, de 
nadruk op eenigerlei wijze ^ van de Nederduitsche verUiling eens buiten 
deze landen uitgekomen werks, of het debiteren eener andere Nederduit- 
sche vertaling van hetzelfde werk, binnen de drie eerste jaren, na de 
uitgaaf der eerste vertaling, terwijl bij het besluit van den 24 Jan. 1815, 
de formaliteiten werden geampliëerd , die men behoorde in acht te nemen 
tot verzekering van het regt van eigendom tot het uitgeven eener ver- 
taling van een buitenlandsch boekwerk; 

Dat alzoo in de noordelijke provinciën bestond, zoowel een kopijiegt 
op vertalingen, als een uitsluitend veiiiilings-regt, en wel het laatste 
voor den tijd van 3 jaren: 

Dat daar en tegen bij art. 11 van het besluit van 23 Sei)t. 1814, voor 
de zuidelijke provinciën werd bepaald, dat wanneer een werk veilaald 
werd, de vertaler alleenlijk een regt van eigendom op zijne uitgave 
verkreeg; 



32 8 GESCHILLEN. DE VEBEENIGING. 

Dat al zoo in de zuidelijke provinciën alleen bestond een kopijregt op 
vertiilingen, maar geen uitsluitend vertal ings-regt; 

Dat mitsdien, om aan de premissen van de wet van 25 Jan. 1817 te 
voldoen, dat is om de regten in het toenmalig Koningrijk, opzigtelijk dit 
onderwerp, op eenen eenparigen voet te brengen, of bij die wet het uit- 
sluitend vertalingsregt in de zuidelijke pmvinciën had behooren te worden 
ingevoei-d, of dat dit uitsluitend vertal ings-regt in de noordelijke provin- 
ciën geacht moet worden te zijn afgeschaft; 

Dat daar de wet van 25 Jan. 1817 zwijgt van een uitsluitend verta- 
lings-regt, dit regt alzoo ook niet door die wet in de zuidelijke provin- 
ciën is ingevoerd, en mitsdien moet geacht worden in de nooixlelijke te 
zijn vervallen; 

Dat, wel is waar, bij art 2 van de wet van 25 Jan. 1817 het koj)ij- 
regt van vei'talingen van een buiten het Koningrijk in het licht gekomen 
ooi-spronkelijk letterwerk, wordt gehandliaafd , maar dat dit i*egt bij (hU 
artikel wordt omschreven, als een uitsluitend regt van vertalers en regt- 
verkrijgenden om hunne vertalingen door den druk gemeen te maken, 
te verkoopen en te doen verkoopen, maar dat de woorden hunne vcrta- 
Hnijvn ten duidelijkste doen zien, dat hier alleen gesproken wordt van 
kopij re(jt en vertalin(/en ^ ten behoeve van vertalei's, en geenszins van 
een uitsluüend regt van vertalen van een buitenlandsch letterwerk; 

Dat alzoo door de invoering van de wet van 25 Jan. 1817, het vroeger 
hier te lande Ix'st-aan hebbende uitsluitend oertalings-regt is afgeschaft: 

Dat ged. mitsdien dooi* het plaatsen zijner vertaling van het werk van 
Ch. Dickens in n'. 12 van het Leeskabinet^ op de regten van den eischer 
geen inbreuk heeft gemaakt; 

(lezien de meergemelde besluiten van den 24 Jan. en 23 Sept. 1814, 
en den 24 Jan. 1815, en van den 26 Jan. 1817, alsmede art. 56 Wctb. 
van Burg. Regtsv.; 

Regt doende enz.; 

Ontzegt aan den eischer zijnen op en de jegens den ged. genomen 
eisch en conclusie; en 

Veroordeelt hem in de kosten van dit regt^geding: 

Gedaan enz. \ 



' In zijn geheel te vinden in Het Letterkundig Eigendouisregl in Ne- 
derland^ Gebr. Belinfante 1865. 



GBSCIIILLEN. DE VEREENTGING. 329 

Naar aanleiding van al deze geschillen , en vooral van dit laatste 
arrest, meende de Vereeniging in haar reglement zulke bepalin- 
gen te moeten neerleggen als dienstig zouden kunnen wezen ter 
voorkoming van dergelijke moeielijklieden. Het struikelblok van 
kopij- en vertalingsrecht , gelijk dat bij de landswetten omschre- 
ven was, was t^ vaak een steen des aanstoots geweest, dan dat 
men niet tracliten zou de vaagheid dier wet door onderlinge be- 
palingen nauwkeuriger te omschrijven. In het reglement van 

1835, en in de vroegere, luidrte art. 3 eenvoudig aldus: 

»Tot zoo lang er geene nieuwe Wet op den Hoekhiindel zal zijn uitge- 
vaardigd, zullen door de Leden dezer Vereeniging voor verbindende 
gehouden worden de bestaande Wetten van de jaren 1814, 1815 en 1817; 
naar welke elk Lid, voor zoo veel hem aangaat, door zijne toetreding 
als Lid, zich verbindt te gedragen." 

Li dat van 1841 had men dat art. volgenderwijs uitgebreid: 
oTot zoolang geene nieuwe Wet op den Boekhandel zal zijn uitgevaar- 
digd, verbinden zich do Leden dezer Vereeniging zitli te gedragen naai- 
de Publicatie van het Stiuiisbewind der Bataafsche Republiek, geiuresteerd 
den 3 Junij 1803, naar de Besluiten tan den 24 Januarij 1814 en den 
24 Januarij 1815 en de Wet van den 25 Januarij 1817, en de nadere 
verklaring, daaraan gegeven door het arrest van den Hoogen Raiui van 
den 10 December 1839. Zij verbinden zich diensvolgens , elkandei-s kopij- 
regt , of i*egt van gemeenmaking door letter- , plaat- of steendruk , te be- 
schouwen en wederkeerig te handliaven als eiken anderen, wettig ver- 
kregen eigendom, met dien verstande: 

1"^ Dat het kopijregt van Letter- of Kunstwerken , vóór25 Januarij 1817 
verkregen, niet onderworpen is aan de bei>erking, in art. 3 dier Wet 
va.stgesteld , en al zoo geenszins na het verloop van 20 jaren , na den dood 
van den auteur of veilaler, een einde neemt. 

2"" Dat onder den nmmi van Kerk- en Schoolgoed, voor zoo ver het ko- 
pijregt daarvan bij ovengenoemde Wetten voor gemeen eigendom ver- 
klaard wordt, alleen zoodanige tot kerk- en schoolgebruik geëigende 
schriften te verstaan zijn, van welker kopij geen bepaald eigenaiir kan 
aiingewezen worden, ot ook naar den aard der zaak niet bestaan kan. 

3' Dat het eigendomsregt eener kopij ook het regt in zich sluit op 
elke vertaling van dezelve. 



330 GESCHILLEN. DB VERKBNIGING. 

4° Dat liet wettig verkregen regt ter veiiiiling van een buitenlandsch 
werk ook bevat het uitsluitend i^gt op de overbrenging van heUelfde 
werk uit alle andere talen, in welke hetzelve uit het ooi'spnmkelijke 
vroeger overgebragt mogt worden. 

5" Dat, zoo eene dergelijke vertaling mogt worden uitgegeven, dezelve 
als nadruk te beschouwen, en alzoo de verkooper daarvan, even als die 
van eiken nadruk, niet den uitgever gelijk te stellen is. 

liij besluit der buitengewone algenieene vergadering van den 
17 November 1S45 nu werd bepaald, dit artikel af te scliafien 
en buiten eflect te stellen en in plaats daarvan aan te nemen 
het navolgende : 

Art. 3. 

Do Leden verbinden zicli onderling, met de meeste naauwgezetheid, 
den eigendom, het regt van drukken en uitgeven van Letter- en Kunst- 
werken te eerbiedigen, en dezelve bij inbreuk wedorkeerig te handhaven, 
even als eiken anderen wettig verki-cgcn eigendom. Zij verbinden zich 
in hot bijzonder: 

1° Onder de zoogenaamde Kerk- en S(!hooll)oeken , im 25 Jirniwar// 1817 
voor het eet^st mtgctjcven ^ alleen* zoodanige tot kerkelijk gebruik en voor 
het Lager Onderwijs bestemde kopijen als gemeen eigendom te beschou- 
wen, waanan geen bepaald eigenaar kan aangewezen worden, of uit den 
iuird der zaak bestaan kan. 

2" Het uitsluitend regt ter vertaling van eenig buitenlandsch werk, 
lictzij uit het oorspronkelijk, hetzij uit eene buitenlandsche vertaling van 
hetzelve, zal door de Leden erkend en geëerbiedigd worden als de wettig 
verkregen eigendom van dengenen, die het eerst zoodanig werk aan het 
(lemeentebestuur zijner woonplaats zal hebben aangeboden. Deze zal ver- 
pligt zijn van deze vertooning en de juiste dagteekening waarop zij is 
geschied, binnen den tijd van aciU dagen, behoorlijke met zijnen naam 
ondertcekende aankondiging te doen in de Nieuwe Amslevdmnsche Courant 
en Algemeen Handelsblad^ uitgegeven wordende door de Gebr. Diederichs, 
te Amstoi'dam; en voorts binnen zes maanden na die vertooning, zes ge- 
heel afgedrukte vellen der vertaling aan het Gemeentebestuur zijner woon- 
plaats» aan te bieden, en diuirvan insgelijks behoorlijk onderteekende aan- 
kondiging in bovengemeld Algemeen llandelMad^ binnen 14 dagen na 
die vertooning, te doen plaatsen. 



GESCUILLEN. — DE VEREENIGING. 331 

3° Deze annonces zullen moeten vermelden den juisten dag waai'op do 
vertooning is geschied, tei*wijl, indien het blijken mogt dat dezelve niet, 
of op een andei*en dag dan den opgegevenen , heeft plaats gehad , de ver- 
tooning als niet gedaan zal beschouwd woitlen. 

^ Bij gelijktijdige vertooning van hetzelfde werk door twee of meer 
Boekhandelaren aan het Gemeentebestuur hunner woonplaats , zal de voor- 
rang toegekend worden aan den veilooner van de originele uitgave des 
werks; en waar zoodanig vei-scliil van uitgave bij de vertoonde werken 
geen plaats grijpt, zal door het Bestuur der Vereeniging, zoo het hun 
niet gelukt eene minnelijke schikking te treffen, onder twee, door beide 
partijen uit de Leden der Vereeniging te Arasterdam woonachtig, te be- 
noemen getuigen, door het lot beslist worden, aan welke der beide ver- 
tooningen de voorrang zal moeten woi-den toegekend. 

5° Het Bestuur der Vereeniging heeft te allen tijde het regt, om het 
origineel bewijs dei* vertooning aan het Gemeentebestuur van den inzender 
der aankondiging ter visie te vorderen, zullende degeen, die 14 dagen 
na de eei'ste geregtelijke aanmaning in gebreke blijft dat bewijs te leve- 
ren, zijn regt verloren hebben. 

6° De hienóór gemelde advertentiën, waaitoe wekelijks tweemaal liet 
Handelblad eene plaats heeft, worden voor rekening der Vereeniging 
geplaatst. 

7° Van de hiervóór gemelde bepalingen zijn vrijgesteld, en worden als 
niet vatbaar voor dit regt beschouwd: 

a. Verüilingen van eenig buitenlandsch werk in Nedeixiuiteche Dichtnuuit. 

h. Brochures, in het ooi-spronkelijk niet meer dan 3 vellen druks, of 
48 bladzijden beslaande. 

c. Losse stukken uit of in Tijdschriften opgenomen, die in het oor- 
spronkelijke niet meer dan 32 bladzijden beslaan. 

d. Vertalingen van werken die in het ooi-spronkelijk als gemeen eigen- 
dom kunnen beschouwd worden. 

H'' Het regt van vertaling van een buitenlandsch werk, in voege voor- 
schreven, behoorlijk verkregen zijnde, bevat tevens het uitsluitend regt 
op do over!)renging van hetzelfde werk uit alle andere talen, waarin 
lietzelve is overgebragt of later overgebragt mogt worden. 

9° Het eenmaal op voormelde wijze verkregen regt van vertaling van 
het eerste deel eens werks, sluit tevens hetzelfde j-egt in op alle volgende 
doelen van hetzelfde werk. 

10° Van werken echter in het oorspronkelijk onder een collectiven titel 



332 GESCHILLEN. DE VEKEENIGING. 

uitgegeven, kan men alleen het regt tot vertaling bekomen van zocnianige 
stukken, als in het ter vei*taling iiangeboden exemj)Iaar zelve voorkomen, 
en van welke men den specifieken titel bij de ad veilen tie tevens moet 
opgeven. 

11° liet ingevolge de vorenstaande bepalingen verkregen regt ter ver- 
tiiling, blijft — onverminderd het bij art. 2 der Wet van 25 Januarij 
1817 vastgesteld koj)ijregt van verttilingen — bestaan geduix'inde den tijd 
van tien jaren, te rekenen na den dag waarop de vertaling geheel kom- 
j)leet (of het laatste deel derzelve) in het licht zal zijn verschenen. 

12° De uitgave eener andere veiljiling van zoodanig werk ziil binnen 
dien gemelden tijd aan geen Lid der Vereeniging vrijstaan; zullende bij 
overtreding dezer bepaling door den Uitgever van zoodanige veilaling, 
ium dengeen die het regt diuirtoe als boven heeft vei'k regen, eene scha<le- 
loosstelling moeten worden uitgekeerd, ten bedrage van de waiirde van 
50 tot 1000 exemplaren van de wettige uitgave, te rekenen naar den 
I Jook verkoopei'sprijs. 

l.T En zoo de regtmatige vertaling nog niet in het licht mogt zijn 
vei-schenen, zal deze vei-goeding berekend worden naar den Boekverkoo- 
persprijs van de onregtmatig uitgegevene vertiiling. 

14° Wanneer op de bij dit Reglement voorgeschrevene wijze wettig het 
veilalingsregt verkregen is, zal de verkooi)er of vei-spreider eener buiten 
's lands gedrukte vertaling van hetzelfde werk, even als ware hij zelf 
Uitgever diuirvan woi'den beschouwd, en aan de pocnaliteiten in dit ar- 
tikel omschreven, onderworpen zijn. 

15° De bepaling van het bedrtig dezer schadevergoeding geschiedt do«>r 
do Leden op eene Algemeene Vergadering, op eene gemotiveerde voordragt 
des Rostuurs, bij welke zoowel acht zal geslagen worden op de waarde 
der benadeelde kopij , als op de vermoedelijke goede of kwade trouw , 
diuu'bij door den Uitgever der onregtmatige vertaling gepleegd. 

10" De betrokkene Leden zijn verpligt en verbinden zich bij dezen, 
zich aan de uitspraak der Vergadering te onderwerpen , zonder hooger 
bei'oep. 

17° De eisch tot voldoening der bij die uitspitiak beptuilde s<!hadever- 
goeding zal, zoo het bedmg minder dan f 200. — belooi»t, bij weigering 
der in het ongelijk gestelde partij, voor den Regter in het eerste Kanton, 
Arrondissement Amsterdam, en in hooger beroep voor de Arrondissement^- 
Regtbank te Amsterdam worden ingesteld; terwijl, zoo het bediiig meer 
dan /■ 20Ü. — beloopt, gemelde Arrondissements-Regtbank in eei'ster in- 



GESCHILLEN. HE VEEEENIGING. 333 

stantie, en het Hof van Noordholland in hooger beroep, regt zal spreken. 

18° l^ij het instellen van zoodanige Actiën is art. 20 van dit Reglement 
niet toepas.selijk. 

19° Bovenstaande be])alingen zullen in werking treden den eersten Ja- 
miarij 1846, en worden voorloopig voor den tijd van twee jaren vastge- 
steld. ' 

20° De Leden verbinden zich ter goeder trouw, om, zoodra zij besloten 
hebben van een door hen ter vertaling vertoond werk geene vertaling in 
het licht te geven, dit ter kennisse van hunne Medeleden te brengen 
door middel van de maandelijks uitgegeven lijst van ter vertaling aange- 
kondigde werken. 

21° Het Bestuur is gemagtigd, om, wanneer het mogt blijken, dat 
deze verbindtenis nan de zoodanigen, die geen Leden zijn, aanleiding 
geven mogt ten nadeele der Leden te handelen, dienaangaande zoodanige 
maatregelen voor te stellen, of reeds dadelijk te nemen, als ter bevor- 
dering van het beoogde doel der Vereniging in het algemeen of van 
deze overeenkomst in het bijzonder, en tot handhaving van regt en ver- 
goeding van schade der verongelijkte partij zouden kunnen strekken. 

Was deze reglementaire bepaling eeii band te meer tusscheu de 
leden der Vereeniging onderling, zij die daarbuiten stonden voel- 
den er zich te vrijer door en achtten zich te sterker door het 
Amsterdamsche vonnis. Nochtans bleek dat laatste niet zoo gun- 
stig te zijn in de gevolgen. Een paar jaren later — toen Frijlink 
als lid van de Vereeniging bedankt had en , om in zijn geheel te 
blijven, naar aanleiding van het Amsterdamsche arrest ook niet 
meer boeken ter vertaling vertoonen kon — gaf hij bij adverten- 
tie te kennen, dat hij van plan was een vertaling te geven van 
het uit te geven werk van Dickens 2ktf Ckmes, maar vertoonde 
Beijerinck dit boek in levenden lijve een paar dagen later. Het 
spreekt van zelf, dat Beijerinck tegen zijn onrcchtmatigen mede- 
dinger bescherming zocht en vond bij de Vereeniging. Weder 
een jaar daarna, in 1816, verscheen van Dickens Domhey and Sm ^ 



* In de veigadering van 1847 tot onbepaalden tijd verlengd. 



334 GESCniLLEN. DE VEREENIQING. 

dat door H. Nijgh wettig vertoond, maar dat op nieuw met 
een uitgaaf van Prijlink bedreigd werd. Ten einde de rechtma- 
tige uitgaaf tegenover de mededingende te handhaven, stelde de 
Verceniging een som beschikbaar om den prijs van Nijgh's editie 
zoo laag te houden, dat die van Frijlink daarmee niet zou kun- 
nen wedijveren, een maatregel, vroeger nog eens genomen ten 
opzichte van een tweede vertaling van het bekende werk Stnnden 
der Andacht, Het gevolg daarvan was, dat de laatste van zijn uit- 
gaaf afzag, ook het recht van Beijerinck op The Chimes erkende, 
in een schikking van schadevergoeding trad en zich op nieuw als 
lid der Vereeniging liet voorst^ellen , welker macht en invloed uu 
op nieuw waren uitgekomen. 

Sclierper wedstrijd openbaarde zich nog bij de zooveel gerucht- 
makende romans van Eng. Sue. Toen in 1844 Le Juif errant te 
verschijnen stond, trok een onzer voornaamste firma's van de 
voorloopige aankondiging daarvan partij , door prospectussen en 
in teekenlij sten uit te zenden van een door haar uit te goso^w 
vertaling. Die maatregel gelukte door menigte van voorloopige 
bestellingen. Een andere firma wachtte de uitgaaf van de eerste 
oorspronkelijke aflevering af, vertoonde die en betwistte het recht 
van de eerste onderneming. De Vereeniging kon niet anders, 
dan de wettig verkregene, ten koste van de eerst aangekondigde, 
in het gelijk stellen. Toen twee jaren later des schrijvers Martin 
OU r Enfant trouve verscheen , w^aren er drie uitgevers aan bod : 
een , die zich aan geen reglementen stoorde en verklaarde dat zijn 
vertaling in prijs tegen elke andere zou wedijveren; een tweede, 
die de eerste bladen der Eransche editie onmiddellijk bij de uitgaaf 
vertoonde; maar ook een derde, die een Iloogduitsche vertaling 
had laten aanteekenen , een vertaling die onder goedvinden van 
den auteur een dag vroeger te Leipzig dan de oorspronkelijke 
te Parijs het licht had gezien. Volgens het reglement had de eerst- 
vertooude, de Duitsche , den voorrang. — Nog erger werd het, 



GESCHILLEN. DE VEUEENTGTNG. 335 

toen in 1848 van Sue de roman Les sept péchés capitaux in aan- 
tocht was. Niet minder dan vijf uitgevers bestreden elkanders 
voornemen : een , die de Duitsche uitgaaf eén dag voor de oor- 
spronkelijke aangaf; een, die het recht gekocht had van den 
ïranschen uitgever ; een , die datzelfde recht betaald had aan den 
Franschen auteur ; een , die een Franschen nadruk gaf van den oor- 
spronkelijken tekst, en een, die zich weder niet aan eenig regle- 
ment liet gelegen liggen. Bij dit gekibbel , waarbij eerst drie 
advokaten en eindelijk de arr. rechtbank van Amsterdam te pas 
kwamen , werd ten slotte uitgesproken , dat , aangezien de wet deii 
nadruk van eenig buitenlandsch werk niet verbood , de nadrukker 
van den Franschen tekst niet strafbaar was; en aangezien Die, 
9iehm Todsünden vroeger waren uitgekomen dan Les aept péches ca- 
pitaux^ de vertooner van dat eerstgenoemde het voorrecht had 
boven dien van het laatste. 

Uit dit geding bleek, dat Eug. Sue zijn vertalingsrecht plag 
te verkoopen voor acht verschillende talen , en dat eveneens zijn 
uitgever , de redactie van het dagblad Le Coristitutiounel , daarmede 
handel dreef. 

Dat dergelijke geschillen stormen verwekten , die losbraken in 
allerlei vlagen van circulaires en advertcntiën , de een al bij tender 
dan de andere , is te begrijpen ; dat zij de Vereeniging op hoogst 
onaangename bemoeiingen en op heel wat kosten te staan kwamen, 
ligt voor de hand. De heele boekhandel kwam er door in rep en 
roer en verdeelde zich in kampen, die partij trokken voor en 
tegen; het publiek wist niet langer waar het zich aan te houden 
had, onzeker of zijn inteekening wel gestand zou worden ge- 
daan. Een en ander drong den man , die voor de eer en het 
belang van den boekhandel altoos het breken van een lans over- 
had, den wakkeren Is. An. Nijhofl', op de vergadering der Ver- 
eeniging in 1848 de vraag te stellen, of het vertalingsrecht, voor 
drie jaren in het reglement opgenomen als proef, eigenlijk wel 



386 GESCHILLEN. 1>E VEUEENIGING. 

houdbaar bleek ; of de laaMe ondervindingen niet hadden bewezen, 
dat het strijdig was met ons welbegrepen eigenbelang, met recht 
en billijkheid en met een voorzienige staatkunde? Kon de ver- 
gadering nog niet aanstonds tot een , naar zijn meening verstan- 
diger beslissing komen , dan mocht zij toch een commissie be- 
noemen, ten einde deze netelige zaak eens grondig na te gaan , 
en ie wikken en te wegen , wat voor letterkunde en handel te 
verkiezen ware! 

De voorzitter Suringar had zich op dit tomooi als een vaardig 
kamj)ioen voorbereid. Hij liet zijn tegenstander het veld door 
hem de mondelinge toelichting van zijn voorstel , ook den bijval 
van eenige medestanders , volkomen te gunnen. Maar toen er 
naar hartelust uitgevaren was tegen de gebeurtenissen met Dic- 
kens' en Sue's vertalingen, kwam hij met een keurig gesclire- 
ven opstel voor den dag, waarin hij zou trachten de gemaakte 
bedenkingen te ontzenuwen. Hij gaf toe , dat de jongste voor- 
vallen wel geschikt waren om het lioofd te doen schudden over 
de schromelijke gevolgen, waartoe het reglement aanleiding had 
gegeven. Hij betreurde die onvcrzettfïlijke handhaving even gelijk 
ieder ander. Maar , mocht een uitzondering den regel afbreuk 
doen ? De beste staatkunde en het hoogste belang voor den boek- 
handel bestonden hierin , dat de Vereeniging rechtva^irdig en billijk 
was tegenover iedereen. En dat was zij , ook blijkens de ge- 
beurtenissen der lacatste jaren. Alle onrecht, alle onbillijkheid 
was zonder aanzien des persoons ter zijde gesteld. Men mocht 
in oordeelvelling verschillen, niemand zou haar kunnen tegen- 
werpen, dal zij haar beginsel niet getrouw was gebleven. Het 
uitsluitend vertal ingsrecht werd bij de wet niet meer erkend, had 
de tegenpartij aangevoerd op grond van de uitspraak der arr. 
rechtbank te Amsterdam in zake Stemler tegen IVijlink, met 
Tkf Chimrs van Dickens. Dat was een grove dwaling. Het blij- 
vend bestaan der wetten van 1814 en 1815 was bij andere arre^- 



GtSCHTLLEN. - DE VERÉENIGIKO. 837 

teil wel degelijk volgehouden , en de boekhandel had er het 
grootste belang bij , dat zij niet als herroe])en beschouwd werden 
door een negative uitspraak van een rechtbank , die niet kon gel- 
den voor een positive daad van den wetgever. Maar al ware het 
zelfs , dat de wetgever het uitsluitend vertalingsrecht niet in be- 
scherming had willen nemen, wiulr werd het verboden, dat eeu 
Vereeniging als de onze een ouderlinge overcHMikomst zon haudha- 
ven? Een overeenkomst, waarbij men elkander over en weer en 
elk op zijn beurt van een recht liet gebruik maken , of van een 
recht liet afstaan ; van een recht , dat bij onderling goedvinden 
geregeld was? Een overeenkomst, die voor allen volmaakt gelijk 
stond? [Iet landsbestuur trok ^een partij en rukte niet ten 
strijde tegen het uitsluitend vertalingsrecht. liet liet dat voor 
hetgeen de usance , op de vorige , nooit ])ositief afgeschafte wet 
gegrond, eu voor hetgeen de wet- en rechtsgeleerden er van 
gemaakt hadden. Het landsbestuur toonde zich , in de bereidwil- 
ligheid, wafirniede gemeentebesturen en de staatscourant ons in 
de vertooning en aankondiging dienden, volstrekt niet vijandig 
tc*i?en het door ons vastfijehouden besrinsel. 

Onrechtvaardig, onbillijk, onstaatkundig was dus de handhnving 
van het uitsluitend vertalingsrecht niet. IMeef over, of het strij- 
dig was met het algemeen belang. J)e Inatste voorbeelden, die 
voor dv hand lagen , spraken in ons nadeel , zeker. Maar laat 
alle banden los. Verklaar het vertalingsrecht vrij. Schaf het 
vertoonen en het aankondigen af. Wat zullen wij zien gebeuren? 
Dat de eene vertaling na de andere verschijnt, dat de een den 
ander zoekt te verdringen, door vermindering van den prijs, ver- 
meerdering van het rabat, beschimping en verguizing van het 
werk van anderen, hatelijkheden zonder einde, doodelijk voor de 
goede verstandhouding en de onderlinge welwillendheid, verderfe- 
lijk voor de beurs, onteerende voor onzen handel. — Ijaat alles 
vrij. Dan zullen de groote uitgevers zich aan elkander sluiten 

2-2 



338 GESCHTLLEN. DË VEÏlEENIGING. 

en zeggen en doen wat de Vereeniging thans doet voor allen, 
de Vereeniging, die de zwakken besclierïut tegen de machtigen. 

Vrije concurrentie! Het klinkt fraai in dezen tijd! Maar wij 
durven met de hand op het hart vragen , of wij in het bezit van 
bedaarde zinnen en gezond verstand kunnen verwachten, dat 
wij ons bij den algemeeuen wedstrijd, dien sommigen wen- 
schen te openen, beter zullen bevinden, dan bij de liandhaving 
eener onderlinge overeenkomst, die ieder onzer op zijn beurt 
het rustig bezit en de rustige voortzetting zijner ondernemingen 
verzekert ? 

En hebben wij dan in ons land ons zoo zeer over slechte ver- 
talingen te beklagen ? Eenigermate zeker , sedert sommigen zich 
aan liet oude gebruik niet meer gestxwrd hebben. Overhaasting 
ter v(X)rkoming van concurrentie was er de oorzaak van , en die 
zou geen plaats gehad hebben, wanneer de vertaler rustig zijn 
gang had kunnen gaan; wanneer de uitgever een vertaler had 
kunnen nemen, die zich niet door stoom wilde of belioefde te 
laten drijven. Maar zulke vertalers, bekwame en degelijke man- 
nen , zullen zich bij het oj)enstelleu der concurrentie hoe langer 
hoe minder met het vertalen willen iidaten. Het vertillen zal 
meer en meer in onbekwame handen vervallen en fabriekwerk 
worden ; het publiek zal er kwalijk mede gediend zijn. 

fjaat ons toch niet alles losmaken ! Stellen wij ons niet aan 
gevaren bloot, waarvan wij de gevolgen niet berekenen kunnen. 
Houden wij wat niet af te keuren is , noch uit het oogpunt van 
voorzienige staatkunde, noch uit dat van recht en billijkheid, 
noch uit dat van eigen en algemeen belang ! Houden wij vast 
aan onze broederlijke Vereeniging, in de hoop, dat allen daarin 
zullen toetreden en wachten wï] kalm de regeling af, die een 
landswet ons wellicht weldra zal waarborgen. 

Deze rede, waarvan wij de hoofdpunten hebben aangegeven, 
uitgesproken in welluidende taal en met de sierlijke vcwrdrsicht 



GESCHILLEN*. DË VÊREE:4TGTNG. 330 

van deji spreker, bracht de vergadering onder den bedwelmenden 
indruk van opgewonden instemming. De andersdenkenden, ook 
Ts. An. Nijhoff', trokken zicli voorshands terug, onder betniging, 
dat zij zich voorloopig gedwee onderwierpen aan de gebleken 
stemminfiT der meerderheid en niet wenschten het voorstel in deze 
vergadering verder behandeld te zien. 



De 16e Augustus 1842 — wij gaan een stap terug — was 
voor de leden der Vereeniging een luisterrijke en gedenkwaar- 
dige feestdag. Haar 25jarig bestaan zou plechtig gevierd worden. 
En zij mocht v rooi ijk feest vieren, want wat zij in dien tijd ge- 
daan liad en geworden was, was inderdaad een belangrijk feit in 
de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel. 

Reeds op de vorige vergadering van 1841 was op de aan- 
staande gebeurtenis de aandacht gevestigd. Eenparig en met 
volle ingenomenheid was toen het besluit gevallen, om op den 
volgenden 15en Augustus de gewone bijeenkomst tot" het afdoen 
van zaken te houden, maar den dag daarna geheel te wijden aan 
de viering van den zilveren gedenkdag. 

Wijselijk had het bestuur begrepen, dat geen gelden uit de 
maatschappelijke kas mochten besteed worden aan dergelijke uit- 
gaven van weelde. Het had een beroep gedaan op de mildheid 
der leden en een vrijwillige bijdrage gevraagd van minstens 
f 6. — in gelds- of in boeken waarde. Ruim waren de giften toe- 
gevloeid: het feest zou den boekhandel waardig kunnen zijn. 

In den ochtend van den bepaalden dag kwamen de leden in 
plechtgewaad en nog broederlij ker gestemd dan anders in het ge- 
bouw en den tuin van de uitspanningsp laats „de Nederlanden" 
te Amsterdam bijeen. Het was alsof allen onder den indruk waren 
van een zekere wijding, van iets buitengewoons, iets ernstigs. 
Tn kleine groepen ging men op tot den ruimen koepel als eerste 

22* 



3 40 GESCHILLEN. -- DU VE11EENIGT>^G. 

vergaderplaats, terwijl een soort van achtbare stilte het handels- 
ge woel van den vorigen dag vervan;,{en had. 

Teder onzer herinnert zich nog levendig de eerste maal, dat 
hij , nog ])as in het gild oj)genonien , een vergadering van de 
Vereeniging bijwoonde; hoe hij schier niet ineê durfde op- 
gaan naar zulk een uitgebreiden kring en meer dan ooit zijn 
jonkheid besefte in leeftijd en in handel. Ieder onzer ^veet 
bij eigen ervaring, hoe groot de kloof is tusschen bediende en 
patroon, en hoe vreemd men zicli te moede gevoelt bij het eerste 
staan oj) eigen beenen. Al de droomen die wij in ondergeschikte 
betrekking ons hebben gtdw^eept, van groole zaken te zullen 
doen, van zelfstandig en breed handelen, van verbeteren en 
hervormen , van een naam te veroveren : al die luchtkasteelen 
zijn weggewaaid, zoodra wij als onafhankelijke personen de maat- 
scliappij zijn binnengetreden en de honderd afhankelijkheden op 
ons voelen drukken, die ons van alle kanten benauwen. Nooit 
weet men zich kleiner, dan bij de eerste schreden in de samen- 
leving der groote menschen. Op een lager plaats groote woorden 
te spreken; op hoogen toon te oordeelen en in verbeelding hel- 
dendaden te verrichten, is heel wat anders dan in volle vrijheid 
ons bewust te zijn van de plichten en den strijd der j)raktijk. 

Geen wonder, dat een jong menscli zich ontzettend jong voelt 
in een kring van een honderdtal beroepsgenooten , mannen van 
leeftijd en ervaring, mannen soms van gewicht en gezag. Geen 
wonder, dat hij o])ziet tegen die hoogheden aan de groene tafel, 
in wie hij zijn bespieders en rechters waant Ie bespeuren. Geen 
wonder, dat hij zich als gevangen voelt in een schroomvallige 
beklemdheid en in een besef van onbeduidende kleinheid, wan- 
neer hij daar staat, als hïindelsbroeder , tegenover maimen met 
grijze hoofden, w^er verdiensten hij kent, wier bekwaamheid hij 
liuldigt, wier kennis en kracht hij heeft leeren hoogschatten, wier 
voorbeeld hem steeds voor de'oogen heeft gestaan. Maar geen 



OESCHILLEX. DE VEREENTGING. 341 

wonder tevens, dat, bij alles wat tot de nederigste zelfbewnst- 
lieid drijft, toch ook zijn jong boekverkooj ershart zwelt van 
een zekere fierheid, bij het besef, nu ook zelf een deel uit te 
maken van dat groote geheel, zelf een lid te zijn van dat mach- 
tige lichaam, en aangegrepen wordt door een onweêrstaanbaren 
geest van bezieling en moed , die in hem stille maar heilige ge- 
loften wekt voor zijn toekomst. 

Onder zulk een indruk had het iets plechtigs , voorafgegaan door 
het achtbaar besjtuur, onder de muziek van een opwek kei ij ken feest- 
marsch, in statigen optocht de rijkversierde zaal binnen te treden, 
aan \velker eind de naamschilden hingen der oprichters met lau- 
weren omkranst, en waar alles getuigde van een feestelijken tooi. 
Daar namen in de zetels van het bestuur plaats de gevierde en 
gevreesde voorzitter P. Meijer Warnars, de eerbiedw^aardige en 
door allen hooggedragen ondervoorzitter Is. An. Nijhoff, de ernstige, 
bekwame secretaris J. F Schleijer, de nauwgezette penningmeester 
II. Bakker Cz., de grijze, deftige veteraan Pieter van Cleef. Op 
de voorste stoelen der eere zag men mannen als Oomkens, van 
Weelden, Marten Westerman, Willem Messchert, Joh. Muller, 
Sulpke, de Vries, Schleijer, Proost, Terveen, van Kesteren, 
N(X)rduijn, Portielje en zooveel anderen, de bloem en den roem 
uitmakende van den. Nederlandschen boekhandel. Daar achter 
schaarde zich een in volle kraclit werkend jonger geslacht, o))ge- 
komen uit alle deelcn des lands, vertegenwoordigers van allerlei 
tiikken van ons uitgebreid handelsverkeer, en afgesloten door het 
jeugdiger ras , dat nog te toonen zou hebben wat het beteekenen 
wilde: een breede kring van een honderdtal boekverkoopers van 
de meest onderscheiden leeftijd, richting en rang, maar allen zich 
broeders gevoelende onder de broeders , allen saamgekomen om 
een feest te vieren van vrede en vriendschap. 

Hartelijk en warm was het woord van welkom, door den voor- 
zitter Warnars den feestgenootcn toegesproken; welsprekend en in- 



342 GESCIIILLEX. DE VEREEXIGIXO. 

dnikwekkeiid de feestrede. voorgedragen door Nijhofl', nu en dan 
door daverende toejuiching afgebroken, waar hij, met de hem 
eigene ernst en waardigheid, achtereenvolgens de vragen beant- 
woordde: Wat is de boekhandel voor Nederland? Wat is de Ver- 
eeniging voor den boekliandel? Wat is deze dag voor onze Ver- 
eeniging? Geestdriftwekkend eindelijk ih gloeiende feestzang, waar- 
mede de bejaarde dichter Westerman het plechtig gedeelte van 
dezen morgen besloot. 

Waren uit den aard der zaak deze morgenuren eeiiigszins vor- 
melijk en afgemeten, geheel anders en losser toonde zich de ver- 
gadering, toen deze zich, na een gemeenzaam onderhoud in de 
vrije lucht, aan den disch herzamelde. Ten einde de gulle ge- 
zelligheid te bevorderen, had het bestuur een prijzcnswaardigen 
maatregel genomen. Het was ieder vrij gelaten zich tot een groep 
van vieren, als van vertrouwelijker omgang, aaneen te sluiten, 
terwijl elk viertal een lot kreeg, dat zijn plaats bepaalde, naast en 
tegenover andere viertallen. Hierdoor ontstond een verrassende 
vermenging, die aanleiding gaf tot de meest ongedwongen onder- 
linge kennismaking en niet weinig bijdroeg tot vrije en vroolijke 
opgewondenheid. Het spreekt wel van zelf, dat die opgewonden- 
heid zich volop lucht gaf in toast op toast, in vers en in lied. 
Zelfs een familiefeest is niet zoo aanstekelijk in opgewektheid als 
een feest onder beroepsgenooten. Er is zoo iets aantrekkelijks in 
het bijeenzijn van mannen, die hetzelfde vak uitoefenen in het 
maatschap]}elijk leven , dat alle persoonlijke veeten, zoo zij er zijn, 
voor een enkel uur worden ter zijde gesteld, om plaats te maken 
voor een volkomen ingenomenheid met zijn beroep en met de ge- 
nooten die van denzelfden bloede zijn. Te meer is dit natuurlijk 
en telkens blijkbaar onder boekverkoopers , die, hoe ook verwij- 
derd door woonplaats of richting, elkander eiken dag uoodig heb- 
ben en zonder aansluiting van allen niet kunnen bestaan. Te 
inniger toont zich die band onder de leden van een Vereen iging, 



(JESCHILLEN. — DE VEREENKilNa. 84-3 

die zich vrijwillig aan elkander hebben aangesloten om voor clkaArs 
belangen te waken. Onder luid gejubel vai uit "'s harten grond 
werden dan ook de meeste liederen opgedrcund uit den stortvloed 
van zangen, waarvan wij er een tweetal meêdeelen; het eene van 
den jeugdigen J. H. Gebhard: 

VRIENDSCHAP. 

Zoo zuivre vriendschap 't hart bewoont: dat 's schoon! 
Wanneer ze in elke daad zich toont: dat 's schoon! 

Als zij niet zorgt voor ziek alleen, 

Niet rekent: nul, ik hou er een, 

Dat 's schoon ! dat 's schoon 1 dat 's schoon ! {dis.) 

Maar menig regt vriendgchapplijk man, zegt: vrind! 
En meent er toch geen jota van : 't is wind ! 

Die lieve handend rukker ij 

[s somtijds niets dan veinzerij , 

Dan wind, dan wind, dan wind! [lie). 

Met menig vriend is 't niet regt pluis: au! au! 
't Gaat hun als 't katje met de muis: miau! 

Hoe lief ze eerst met het muisje speelt. 

Ze vreet haar op als 't haar verveelt, 
Miau! Miau! Miau! {dis). 

Maar deze vriendschap is hier niet bekend, 

Wij schuwen wie, wat pligt gebiedt: zóó schendt. 

Bij ons leev' de echte vriendschap voort. 

Een handslag dat men 't klinken hoort. 
Een man, een woord een woord! (6is). 



344 GESCHÏLLEN. [)E VERERNTGTNfi. 

V e r e e n i g i 11 g ! V e r e e n i g i ii g ! zij ^t doel , 
Wie 't welmeent blijft in dezen kring niet koel! 
Zij breide zicli gednrig uit 
Tot ze hWen door één^ band omsluit. 
Dan eerst bereikt zij 't doel ! {6is). 

Komt , vult hierop het glas met wijn ; hoera ! 
Een roufff^ oord moet 't zegel zijn : hoera ! 

De leus , mijn Vrienden , die voortaan 

Bij ons in 't hart gegrift zal staan, 
Zij : A m i e i t i a ! 

Het andere van den bejaarden Marten Westerman: 

Il ET DOEL DER VEREENIGING. 

De winzucht was van ouden tijd 
Yaak met de goede trouw in strijd 

En vormde booze schrapers, 
Die , met hun 's naasten deel gemest , 
Al 't voordeel sleept<^n in hun nest. 

Als afgerigtc kapers. 

En wat vernuftig werd bedacht, 
En wat ook ijvrig werd betracht, 

Niets mogt der vroomlieid baten ; 
Men moest somtijds zijn beste goed, 
Gewonnen met zijn zweet en bloed , 

Aan kapers overlaten. 

Niet slechts te water en te land 
Werd , met de sabel in de hand , 
Eens anders deel bes])rongen ; 



GESCHILLEN. - DE VEIIEENIGING. 34?5 

Neen , zelfs de drukpers bleef niet vrij 
En werd tot snoode kapcrij 
Door booze hand verwrongen. 

Gij keerde in 't graf u zeker om , 
O Koster! zoo ge uw heiligdom 

Zoo schandlijk zaagt onteeren; 
En de eedle vinding van uw' geest, 
Door 't rijk der duisternis gevreesd, 

Tot vuig bejag verneeren. 

Maar zie met kalmte eens op ons neer: 
Wij waken voor uw regt en eer, 

Sints vijf en twintig jaren ! 
En zullen, aan de trouw verkleefd, 
't Geen de eerlijkheid gewonnen lieeft 

Zoo veel het kan bewaren. 

Komt, Broeders! klinken wij in 't roiul 
En vieren wij 't gewijd Verbond, 

Ten spijt van looze schrapers: 
En drinken wij hier onderling: 
De zege der Vereeniging 

Op afgerichte kapers. 

Aan het slot van dit feest, dat met een knetterend vuurwerk 
besloten werd, werd algemeen de wensch te kennen gegeven, dat 
een gedenkschrift dezen dag in herinnering bewaren mocht. Daar- 
aan werd voldaan , en waar en waardig waren de woorden , waar- 
mede de steller J. F. Schleijer de inleiding sloot: '/Zoo eindigde 
dit feest, onvergetelijk voor allen die het bijwoonden, eenig, 
althans nimmer overtroffen, in genoegen zoowel als in orde, ma- 



346 (JRSCHILLEN. - DE VERKENIGING. 

ticfheid en regelmaat, llat was ook Uwe meening van hetzelve, 
feestgenooten , die, afschoon reeds den last des ouderdoms gevoe- 
lende , of wel van U , wier beroepsbezigheden u tot een vertrek 
naar uwe woonplaats, nog in deiizelfden nacht waarin het feest 
eindigde, noodzaakten, toch, even min als een ander der aanzit- 
teilden, er aan dachten, van den gezelligen disch een oogenblik 
vroeger te scheiden, dan tot het einde door den Voorzitter zou 
bepaald zijn. Lang zal dan ook de herdenking van hetzelve, 
voor allen die het bijgewoond hebben, eene bron van genoegen zijn. 
Maar zij dit feest niet alleen een genoegelijk herdenken! Moge 
het ook tot een edeler , een hooger doel gestrekt hebben : t^r be- 
vordering van die onderlinge welgezindheid en eendragt, die, ge- 
lijk van alles, ook de hechtste steun is der Vereeniging ter bf- 
vordering van de belangen dfa BoekhandehV^ ^. 



* Een plekje vinde hier li«t: wProgramnm voor de Feestviering hij ge- 
legenheid van de Vijf- en Twintigste Algenieene Vergadering der Veree- 
niging: ter Hevordering van de IJelangen des Boekhandels, op Dingsdag 
den 16en Augustus 1842." 

«Aan ieder Lid, hetwelk verklaard heeft de Feestviering te willen bij- 
wonen, wordt op de Algenieene Yergatiering een Bewijs van Toegang 
voor den volgenden dag afgegeven. 

De Nederlanden zal op den dag der Feestviering alleen voor de Leden 
geopend zijn. 

Men zal vergaderen in den Koepel, ter regterhand bij het inkomen, 
en wel ten elf ure, om ten twaalf ure precies van daar zich in gei'e- 
gelde orde te begeven naar de Kleine Zaal, nu tot Gehoorzaal ingerigt. 
De Muzijk doet zich hooren. 

Na het zwijgen der Muzijk, wordt het Feest door den Voorzitter met 
eene koile aansj)raak geopend. 

Door den Jleer Is. An. Nijhoff wordt eene Feestrede uitgesproken, 
voorafgegfmn en besloten door Muzijk. 

Daarna ver/amelen zich de Leden op nieuw in stmks gemelden Koepel , 
waar zij de noodige vervei'schingen zullen gereed vinden. 



GESCHILLEN. DE VEllEENIGINa. 347 

Het tijdvak dat wij behandeld hebben sloot met een ge- 
wichtig feit. Het letterkundig congres, dat in liet laatst van 
Augustus 1849 zou gehouden wordrn te Gent, — een bijeen- 
komst merkwaardig ook hierom , dat de Belg Conscience en de 
Hollanders Hasebroek en Hei je, die in 1881 als vrijwilligers 
ttigenover elkander in het vuur gestaan hadden, elkander nu 
als taaibroeders de hand drukten ^ — had op het program der 
te bespreken vakken en vraagstukken ook den boekhandel op- 
genomen en de Vereeniging iiitgenoodigd haar afgevaardigden 
daar heen te zenden. Tot die taak werden door de vergadering 
benoemd de vroegere voorzitter G. T. N. Suringar en de 
secretaris J. ¥. Schleijer , beide mannen aan wie men de verde- 



Ten twee ure begeven zich de Leden andeiiiuuil niuir de (lehoorzaivl. 
De Muzijk doet zich hooreu. Door den lieer M. Westerman wordt een 
Dichtstuk uitgesproken. 

Vervolgens wordt in nieergenielden Koepel Moi'gcndrank aangeboden, 
en zal de Loting voor de plaatsen aan de Tafel geschieden, in dier voege, 
dat vier lleeren zich vereenigen om bij elkander aan Tufel te zitten, 
en dan een' hunner voor vier plaatsen doen loten, welke plaatsen zij dan 
alzoo aan de Tafel gei-angschikt zullen vinden. 

Ten vier ure Diné in de gedecoreerde Groote Zaal, afgewisseld door 
Muzijk. 

Vóór het Desert eene pauseiing van een uur. 

Ilhiniinatie. 

Uitdeeling der Liederen, om bij afwisseling te zingen aan de Tafel. 
De Muzijk doet zich hooren, en de Leden begeven zich op hunne vorige 
zitplaatsen aan het Desert. 

Ten elf ure ongeveer zal er een Vuurwerk worden afgestoken. 

Van elf tot half-één ure, zullen vóór de Nederlanden genoegzame rij- 
tuigen gereed zijn, om vier Heeren tegelijk, naar één door HEd. te be- 
|)alen punt, in de stad te brengen. 

Ten twaalf ure is het Feest gesloten. 

* De dichter J. J. L. ten Kate improviseerde hierover later in de 
))Ho]]andsche Maatschappij" te Amsterdam. 



34f8 GESCHILLEN. - DE VEREENIGING. 

diging van de rechten eii belangen van onzen handel veilig kon 
toevertrouwen. Met ingenomenheid hadden beide dan ook de 
hun opgedragen betrekking aanvaard en op het program als de 
door hen in te leiden onderwerpen deze vragen gesteld: 1. „Of 
en op welke gronden men den nadruk meent te kunnen billijken 
en rogt vaardigen ," en 2. „Of men dien acht in het belang van 
de Vlaamsche Letterkunde en den Belgischen Boekhandel?" 

Met deze kwestie o]) te treden in een land als Helgië , dat 
voor een deel van den nadruk geleefd had en nog altoos bezig 
was dien als een belangrijk vak van nijverheid uit te oefenen, 
was een moedige , zoo niet overmoedige daad. Een man als Su- 
rf ngar , zoo innemend van voorkomen , zoo hoilelijk van vormcni , 
wat het meeste zegt zoo warm van overtuiging, was als aange- 
wezen om alle gevaren te durven trotseeren. C^j) meesterlijke wijs 
trad hij dan ook in het strijdperk op. Hij begon met er op te 
wi^jzen , met hoeveel scln-oom hij en zijn mede-afgevaardigde zich 
op dit oogenblik in dezen kring van letterkundigen bevonden ; 
hoe vereerend het was voor den boekhandel , dat men hem oj) 
dit congres een plaats gegund had naast de wetenschap , en hoe 
scliijnbaar onvoegzaam het moest zijn, dat hij de betoonde gast- 
vrijheid stond te beantwoorden met een eenigszins vijandige toe- 
spraak. Hij had een aanklacht te doen, waarin meer dan een 
verwijt lag opgesloten, een verwijt, dat men in België zijn eigen 
belangen verwaarloosd en die van anderen geschonden en gekrenkt 
had ; een verwijt omtrent een sinds jaren gevestigde industrie , 
die niet alleen verderfelijk was in haar gevolgen, jnaar evenzeer 
onzedelijk in haar beginsel. Voorwaar geen uitlokkende taak ! 
Maar hij en zijn mede-afgevaardigde schepten moed uit de ope- 
ningsrede van den voorzitter JJr. Snellaert, die erop gewezen 
liad, hoe bij eene gelegenheid als deze plichtplegingen dienden 
ficliter te staan bij den ernst der zaken , en lioc hier voor ieder- 
een en voor allen de weg moest openstaan tot de meest vrijmoe- 



GESCHILLEN. — DE VEKEEXIGIKG. 349 

tlige mededeeling en wisseling van gedachten. Zij , van hun 
zijde, waren inderdaad niet hier gekomen om onbeleefdheden te 
zeggen, riiaar toch ook niet om uit beleefdlieid een woord terug 
te houden , dat , of het wat hard klonke, misschien tot iets goeds 
kon leiden. In die overtuiging hadden zij hun vragen betreffende 
den nadruk ter bespreking gesttüd. 

Allereerst zou men hun kunnen tegenwerpen, dat men deze 
vragen even goed kon richten tot den Nederlandschen boekhandel, 
daar ook deze zich ten ojizichte van vreemde schrijvers, wel eens 
schuldig maakte aan hetzelfde feit. Die beschuldiging kon he- 
laas niet worden afi^e wezen ; maar in Holland behoorden deze 
daden toch tot de zeldzame uitzonderingen, terwijl zij in België, 
inzonderheid met Fransche en Nederduitsche werken , tot regel 
waren geworden ; een regel , zoo als volksindustrie en zoo stel- 
selmatig geduld en gedreven, dat wellicht de Vlaaiusche taai- 
broeders in deze vergadering een glimlach niet zouden kunnen 
weerhouden over een moraal, die in dit opzicht reeds lang had 
uitgediend. 

Zoo mocht de groote meerderheid er in België over denken, 
een kleine minderheid had een kreet des gewetens niet kunnen 
onderdrukken en dien kreet onverholen nu en dan lucht gegeven. 
Sj)reker legde over een opstel uit het GenUch Kunst- m LHttn-blad 
van 1842, waarin „de insmokkeling van nadrukken in Holland 
ten nadeele der regthebbenden , berispelijk en strafbaar" genoemd 
werd; een Antwerpsche Kunst- en Letterbode van 184«4, waarin de 
nadrukkers van vreemde werken niet minder dan met den naam 
van //bloedzuigers , letterdieven en ongediert ' betiteld werden ; 
en een vlugschrift onlangs, in 1846, te Brussel uitgegeven, 
waarin „de nadrukhandel een regte rooverij" werd genoemd ; 
waar de „onaangename epitheten, die de Franschen ons (de 
Belgen) te dien opzigte toerigten , maar al te zeer g(^grond" ge- 
acht werden , en waarin werd gevraagd : „waarom de lett^^reigen- 



850 CxESCHILLEN. — ÜË VEKEENIGINTt. 

dom over de grenzen eens lands niet zon worden geëerbiedigd, 
terwijl elke Staat de andere aarten van eigendommen wettelijk 
aanerkent/' — Zie, als er zelfs in Belgit», al was het maar door 
sommigen , op deze wijze gesproken werd , dan behoefde men niet 
te vreezen , of de vraag omtrent den nadruk wel overweging 
waardig was? 

Over het woord htierkundige eigmdoni was veel getwist en gestre- 
den ; sommige en hoogst bekwame rechtskundigen hadden zelfs 
dat woord , en met het woord het denkbeeld , niet willen t.oehiten. 
Maar wanneer ook deze, gelijk zij deden, erkenden dat schrijvers 
en uitcrevers testen den nadruk beschermd behoorden t.e worden 
door stellige wetshepalingeit ; wanneer zelfs deze , gelijk zij deden , 
den nadruk onzedelijk noemden en uit politieke gronden verhodtm 
wilden hebben, kwamen zij toch eigenlijk ons te gemoet en ver- 
eenigden zij zich met de waarheid , die wij heden willen helpen 
verkondigen, betoogde de spreker. 

En wie zou, op het tegenwoordig standpunt van beschaving, 
den arbeid des geestes zóó gering Schatten, dat hij de vruchten 
daarvan ten prooi zou willen gegeven zien van hen , die daaraan 
geen het minste deel hebben gehad ? 

Men erkende dan ook vrij algemeen het onredelijke daarvan ten 
o])zichte van onze eigene, inheemsche schrijvers, en indien men het 
al niet erkende , de wetten van den staat waren daar , om dat 
beginsel te handhaven. Maar het kwam er op aan, dat zelfde be- 
ginsel te laten gelden voor uitheerasclie sclirijvers, voor de zoo- 
danigen, namelijk, wier producten buiten de bescherming van 
onze wetten lagen. En zouden de Belgen zich ora onze, wij ons 
om hun rechten en die hunner schrijvers niet bekommeren en 
elk op zijn beurt zich de producten des anderen toeëigenen? 
De aanneming van dat beginsel zou een staatkunde onderstellen, 
die leerde, dat het eene land zich ten kost<i van het andere 
mocht verrijken, zou een betrekking t€n grondslag nemen van 



GESCHILLEN. DB VEKEENIGTNG. 351 

wederzijdsche vijaudiglieid, en geensziiis die van vriendschappe- 
lijke naburen , van vreemden en geenszins van spruiten van één 
stam ; zou een verwijdering verraden van die verwantschap des 
geestes, van welke allen, die de wetenschap en de kunst ver- 
eeren, blijken behooren te geven, en van welke verwantschap 
dit congres den stempel moest dragen. — Zie, wanneer spreker 
zich op dat standpunt van beschouwing plaatste, onderwierp hij 
met gerustheid aan aller oordeel de vraag, of de nadruk in het 
algemeen en bepaaldelijk die in dezen bedoeld werd , te recht- 
vaardigen , te billijken was? 

Doch . daargelaten zelfs, dat hij te rechtvaardigen en te billij- 
ken ware, dan rees een andere vraag: „Zou de nadruk, zooals 
die in België gedreven werd, inderdaad voordeel aan België op- 
leveren; zou hij waarlijk bevorderlijk zijn aan den bloei der 
Vlaamsche letterkunde en van den Belgischen boekhandel?" 

Het viel niet te ontkennen , de nadruk , inzonderheid van 
Fransche boeken, had in België veel handen in beweging ge- 
bracht, veel monden brood gegeven. Het getal werklieden door 
den nadruk aan den kost geholpen, was wel eens op 50000 be- 
groot geworden. Andere, zuiniger rekenaars schatten het op 6000. 
Wat waar is, was moeielijk uit te maken. Maar wij vragen het, 
wat is de eindelij ke uitkomst geweest dier ondernemingen op zoo 
groote schaal? Hebben zij duurzame welvaart aangebracht, de aan- 
deelhouders verrijkt en de handen bestendig bezig gehouden? Of 
heeft de telkens aangroeiende concurrentie de krachten verdeeld, de 
verwachtingen verijdeld , de voordeden allengs doen verminderen 
en ten leste doen verkeeren in schade en verlies? Heeft het eene 
lichaam het andere , de eene onderneming de andere niet voor 
en na vernietigd ? 

Was dit met den nadruk van Fransche werken het geval, het 
moest even zoo zijn of worden met den nadruk van HoUandsche. 
Bleek de uitgaaf van een of ander artikel voordet^l oj) te leve- 



352 GESCHILLEN. — DE VEEEEKtGING. 

ren , het lag in den aard der zaak , de begeerte wekte anderen 
op om er ook partij van te trekken; eu wat eerst voor 3 francs, 
spoedig daarop voor de helft , ja voor V4 werd uitgegeven , 
kwam eindelijk voor zoo lagen jn-ijs ter markt, dat alle andereu 
m(»t hun editie bleven zitten. ()ngcto)md als de begeerte en 
daardoor de nadruk was , kmi dit niet andei-s, en de zoo hoog ge- 
rotnnde welvaart door vrije concurrentie bestond in niets anders 
dan in elkaar den nek te breken. 

Daar kwara bij : „Was de nadruk in het belang der Vlaamsclic 
letterkunde en van den Belgischen boekhandel te achten H" Spreker 
meende , dat hij voor de eene en voor den anderen doodelijk was. 

Wat kon er van den eigenlijken boekhandel komen, als aller 
oogen slechts aasden op de verschijning van een buiteidandsch 
werk ; als ieder maar zorgde voor het product van zijn eigen pers 
en dat van zijn mededinger zocht Ie verdrijven; als er tot het 
uitgeven geen kapitaal , wat meer zegt geen oordeel , geen weten- 
schap meer noodig was, en het goed vertier buitenslands of de re- 
putatie eens vreemden schrijvers voldoejide was om den geringsten 
werkman te herscheppen in een uitgever \ als de uitgever, zoo 
doende, plaats maakte voor een fabrikant? 

Beweerde men wellicht, dat dit te eenzijdig geredeneerd was en 
dat er nevens de nadrukkers nog wel uitgevers zouden overblijven, 
die hun zitplaats naast de wetenschap wisten te bewaren, die 
zich bij voorkeur zouden beijveren om oorspronkelijke werken uit 
te ^Q;\Q\\ en zorg zouden dragen , dat de producten van eigm bo- 
dem niet aan het publiek onthouden werden — liever dan met 
eigen betoog antwoordde spreker met de volgende aanhaling uit 
het genoemde Brussel sclie vlugschrift: „üe nadruk verhindert ons, 
nationahi schrijvers te besitten ; hij doet alle letterkundige of we- 
teuscha])pelijk(i kiemen uitsterven. Het is bekend , dat er , voor 
eenen Belgischen schrijver , niets soo moeijelijk is , als sijne ge- 
wrochten gedrukt te krijgen ; meestentijds moet hij uit sijneu 



GESCHILLEN. DE VEKEENIGING. 353 

eigenen sak de drukkosten betalen, 't en sij, dat het Bestuur 
hem met eene toelage ter hulpe komt. Dit wordt van selfs ver- 
staan. Niet gaarne onderneemt een boekhandelaar het drukken en 
vertieren van het werk eens onbekenden Schrijvers. Hij heeft 
niet alleen tegen de onverschilligheid te -worstelen , die men hier 
te lande jegens nationale werken aan den dag legt , maar ook 
tegen de stoflelijke hinderpalen, die uit den nadrukhandel voort- 
spruiten." „Niettegenstaande nu", gaat deze zelfde schrijver voort, 
waar hij het moeten missen van alle honorarium bespreekt ; „niet- 
tegenstaande nu de holklinkende woorden, waarmede men den 
Roem kan opsmukken, is het seker, dat het in onze positieve 
eeuw eene noodwendigheid is, dat een letterkundige door sijnen 
arbeid, gelijk elke handwerker door den sijnen, moet kunnen 
leven. Het is voorseker het geld niet, dat het genie opwekt en 
ontwikkelt, maar wen het genie tot soo verre niet kan komen, 
dat het sich bij middel van geld eenen gemakkeliken en eerliken 
stand in de samenleving kunne verschaffen , dan blijft het onont- 
wikkeld , onbekend en nutteloos voor zijn vaderland."" 

ffis alzoo de nadruk in het algemeen doodelijk voor de eigen 
litteratuur en den nationalen boekhandel ,'' zoo eindigde de spre- 
ker, //men achte deze treurige uitkomst niet gering. De dood 
onzer letterkunde is de dood van ons volksleven. Wat wordt er 
van de redelijke en zedelijke ontwikkeling eener natie, als zij 
haar licht en haar leiding uitsluitend moet ontvangen uit den 
vreemde? Ah mannen van wijsheid en ervaring, die gloeijen van 
liefde voor het vaderland , bekend en vertrouwd met de behoefte 
hunner natie, als deze verhinderd worden hun talenten en gaven 
ten beste hunner landgenooten aan to wenden? Wat wordt er 
van de kennis, het oordeel, den smaak, van de zedelijke kracht 
en energie eens volks, als de leiding en ontwikkeling daarvan is 
overgelaten aan de gewinzucht van nadruMera, die wel de lusten^ 
maar niet do wezenlijke heliocftm des publieks raadplegen? 

23 



354 GESCHILLEK. — DE VEHEENIGING. 

Neen, heilloos voor de zeden en het karakter des volks, heil- 
l(X)s voor den boekhandel en de letterkunde noemen wij den na- 
druk. En al gaf het eigen belang dit onderwerp ons in den mond , 
het is ook in het belang der Flaamscïie letterkunde^ wier opkomst 
wij overigens met blijdschap waarnemen; het is ook in het be- 
lang van den Belgvtchen boekhandel y in het belang van de bewo- 
ners dezer ons aanverwante gewesten , in wier midden wij met 
zooveel gastvrijheid zijn ontvangen , en die wij op het gebied der 
taal en der wetenschap gaarne de broederband reiken, dat wij den 
nadruk door hen wensclien veroordeeld en afgeschaft. 

Mogt het zoo verre komen , hoe zouden schrijvers en uitge- 
vers der Noord- en Zuid-Nederlanden door wederkeerige handrei- 
king elkander bevorderlijk kunnen zijn ! Hoeveel ruimer veld zou 
zich voor beider boekhandel en letterkunde openen!'' 

Dat dit warme pleidooi , al bleef het niet zonder tegenspraak , 
in een kring en op een plaats als deze met belangstelling werd 
aangehoord, ligt voor de hand. Aan Suringar komt de niet ge- 
ringe eer toe van met hoogen moed en open vizier den vijand 
kordaat in de oogen te hebben durven zien. Hij werd daarin 
ter zijde gestaan door zijn mede-afgevaardigde Schleijer, die. na 
hem, in een voor de vuist uitgesproken rede een historisch over- 
zicht gaf van de wording en de regeling van het letterkundig 
eigendomsrecht en van de weldadige bedoeling van onze Verceni- 
ging. Beider toespraken hadden ten gevolge, dat het congres 
na breede beraadslaging ertoe overging een commissie te be- 
noemen tot het opstellen van een adres , te richten aan de regee- 
ringen van België en Nederland, waarin aangedrongen zou wor- 
den op een wederkeerige eerbiediging van elkanders letterkundi- 
gen eigendom. Als leden in die commissie werden benoemd 
(]e HH. Delcourt i, vice-presidcnt van het hof van assises t« 

* De ongenoeiTide schrijver van het vhigschrift, waaruit enkele aan- 
halinp:en werden nieAgedeeld. 



av 



yy' 



GESCHILLEN. DB VEUEENIGING. 355 

Brussel, baron Jules de St. Genois te Gent> Dr. J. F. Snellaert 
te Gent, Ts. An. NIjhofi' ie Arnhem en B. Schreiider, inspecteur 
van het middelbaar onderwijs in Limburg, te Maastricht. Hei 
concept van dit adres luidde als volgt: 

,Aan de Regeringen van Nederland en België. 
,Het Congres van Letterkundigen, in Augustus dezes jaars te 
Gent gehouden , heeft de overtuiging uitgesproken , dat de Letter- 
kunde van België en Nederland groote ondersteuning zou onder- 
vinden in eene wederkeerige eerbiediging van elkanders letter- 
kundigen eigendom. 

Daarbij is het verlangen uitgedrukt, dat tegelijk alle hinder- 
palen tot verspreiding van wetenschap en kunst tusschen beide 
natiën werden weggenomen, door de opheffing van alle belastingen 
bij in- en uitvoer van boekwerken geheven wordende. 

De Onderget^ekenden werden in Commissie gesteld , om die over- 
tuiging en dat verlangen aan de Regeringen dier beide Volken 
kenbaar te maken , en Haar te verzoeken , door eene onderlinge 
overeenkomst, het regt van den letterkundigen eigendom weder- 
keerig te verzekeren en de handelsgemeenschap te bevorderen door 
de opheffing van gezegde belastingen. 

Zij kwijten zich bij dezen van hunne taak. Zij wenden zich 
tot de Regeringen der beide "Volken, met al den aandrang dien 
het gewigt der zaak vordert, doch tevens met de verzekerdlieid , 
dat die overtuiging weerklank zal vinden bij Hen , wier verhevene 
roeping het is, ook de Wetenschap en de Kunst in hare heilige 
regten en hooge waarde te handhaven en te bevorderen, bij Hen, 
die geacht mogen worden zoowel de zedelijke als de stoflelijke 
behoeften des Volks te kennen en die in de vervulling van beide 
hunne hoogste eere, hun eigen heil willen zoeken. 

Zij treden niet in eene verdediging van den eigendom , een be- 
ginsel, dat niet dan door onzinnigen weersproken wordt; 7,ij 
achten ook den letterhundigen eigendom heilig en onschendbaar in 

23* 



356 GESCHILLEN. DE VEBEENIGING. 

de oogen van lïeu, die aan het hoofd staan van eene beschaafde 
natie. Het is alleen de toepassing van het beginsel , welke zij 
vragen. 

Zij vragen die toepassing zoowel in het belang van de Neder- 
landsche als van de Belgische Letterkunde, zoowel ten behoeve 
van den Belgischen als van den Nederlandschen Boekhandel, en 
durven de verwachting koesteren, dat eene overeenkomst, als 
welke zij bedoelen, eenmaal tot stand gebragt, door de Letter- 
kundigen van de beide Rijken dankbaar zal worden erkend, en 
door de Natiën van Europa als eene daad van regtvaardigheid en 
verheven zedelijkheid zal worden toegejuicht." 

Dit concept vastgesteld zijnde werd dan ook weldra aan de 
koningen van Nederland en België gezonden , met afschriften aan 
de ministers en, wat ons land aangaat, met het volgend bijschrift: 

„Aan HH. Excellentiën de Ministers van Binnenlandsche Zaken 
en van Pinanciën. 

„üe onderget eekenden G. T. N. Suringar, Boekhandelaar te 
Leeuwarden, J. F. Schleijer, Boekhandelaar te Amsterdam, Is. 
An. Nijhoft', Archivaris van Gelderland en Boekhandelaar te Arn- 
hem, en B. Schreuder, Oud-Lispecteur van het Onderwijs in Lim- 
burg, te Maastricht , nemen de vrijheid aan Uwe Excellentie hierbij 
te doen toekomen een afschrift van een request, gelijk door hen 
aan de Ilooge Regering dezes Lands, en door hunne medegelas- 
tigden aan die van België is aangeboden geworden. 

Terwijl zij de belangstelling Uwer Excellentie voor de daarin 
uitgedrukte wenschen en Hoogstdeszelfs bevordering daarvan in 
het belang van het wetenschappelijk en handelsverkeer, zoo van 
Nederland als van België , inroepen , vermeenen zij dat de be- 
scheidenheid vordert zich van alle aanwijzingen, hoe de daarin 
uitgedrukte verlangens zouden kunnen vervuld worden, te ont- 
houden ; hoezeer zij zich gaarne bereid verklaren , bijaldien Uwe 
Excellentie zulks noodig of nuttig mogt achten , dienaangaande 



GESCHILLEN. DB VBREENIGING. 357 

al zoodanige inlichtingen te geven , als waartoe hunne ondervin- 
ding, beroep en werkkring hen in staat mogten stellen. 

Alleenlijk nemen zij bij dezen de vrijheid Uwe Excellentie te 
doen opmerken, dat het tot stand brengen van zoodanig interna- 
tionaal eigendomsregt tusschen Nederland en België met te min- 
der zwarigheden zou gepaard gaan , daar de beginselen van dat 
regt, deszelfs omschrijving en grenzen zoo in Nederland en België 
op gelijke wijze zijn geregeld en vastgesteld, ajs zijnde in de 
beide Rijken dezelfde Wet van 25 Januarij 1817 op dit onder- 
werp alsnog in kracht. 

Overtuigd dat eene aangelegenheid , waarbij zoowel de zedelijke 
als stoffelijke belangen van twee natiën bevorderd, en geen enkel, 
noch zedelijk noch stoffelijk belang gekrenkt, geen enkele ge- 
gronde tegenspraak in Nederland noch België uitgelokt kunnen 
worden, de aandacht en belangstelling van Uwe Excellentie on- 
getwijfeld zal te beurt vallen, onthouden zij zich van alle uit- 
eenzetting der voordeelen, waarmede zij het doorzigt van Uwe 
Excellentie zouden meenen te kort te doen." — 

Al bleven deze adressen van den kant der regeeringen onbe- 
antwoord, omdat er reeds toen van Erankrijk uitgaande voor- 
stellen tot het sluit<3n van internationale traktaten hangende waren , 
toch raag worden aangenomen, dat zij niet weinig zullen hebben 
bijgedragen öm het aangaan dier traktaten voor te bereiden en 
gemakkelijker te maken. 



De Vereeniging telde bij het eind van dit tijdvak 209^ leden. 
In 1848 had zij besloten haar bestuur voortaan in plmits van 
uit vijf uit zeven leden te doen bestaan. 



PERSOONLIJKE WAARDEERmO. 



Tn deze afdeeliiig zijn en zullen vermeld worden eenige aaii- 
teekeuingen, de meest bekende boekhandels-firma's betrefl'ende. 
Waar van overleden personen spraak is, kan de waardeering 
luider worden uitgesproken, dan van nog levende. 

Men stelle deze opstellen, kleiner of grooter, niet hooger dan 
„ïianteekeningen." Levensschetsen vermeten zij zich in geen en- 
kel opzicht te wezen. Zij gaan in den regel niet verder dan den 
boekhandel en laten het overige maatschappelijk , het huiselijk 
gebied, ook het persoonlijk karakter, ongerept. 

Voor brecder behandeling was hier geen ruimte. Meestal ook 
geen voorhanden stof. Bij het ontbreken of achterhouden van 
mcêdeelingen , kon alleen door zoeken en toevallig vinden gebruik 
gemaakt worden van het gebrekkige. 

Een aantal persoonlijke feiten en verdiensten zijn in den loop 
van deze bladen ter behoorlijke plaat^j vermeld. Die zijn niet 
herhaald onder het hoofd van de namen. Ook is ten opzichte 
van hen, wier levensschetsen elders, met name in het Ie deel 
der Bijdragen tot de geschiedenis van den hoehhandel ^ waren opgeno- 
men, met verwijzing naar die plaatsen, een soberheid in acht 
genomen , die aan de noodige beknoptheid van dit boek even- 
redig is. 



1'EBSOONUJKE WAARDEERING. 359 

INHOUD. 

Joh, Altheer. — /. Immerzeel Jr, — Willem Messche^'t. — 
H. /. ScJderbeek. — Jan OomJcena, — /. L. van der Vliet, 



JOH. ALTHEER. 

In Juni 1840 verloor onze boekhandel een zijner waardigste 
vertegenwoordigers door den dood van Joh. Altheer te Utrecht, 
een firma, die. naast die van S. & J. liuchtmans te Leiden, in 
het buitenland evenzeer met eer bekend stond als hier te lande. 
Joh. Altheer, drukker van de Utrechtsche academie en van het 
provinciaal Utrechtsch genootschap, was een der bekwaamste 
antiquaren van onze eeuw. Om zijn uitgebreide kennis was hij 
voor buiten- en binnenlandsche geleerden en boekenverzamelaars 
een algemeen gewaardeerd raadsman. Eransche en Duitsche bladen 
vermeldden zijn lof bij de tijding van zijn overlijden. Van 1787 
tot 1839 werkte hij met onvermoeibaren ijver en verzamelde zich 
gedurende dien langen tijd een groot fonds van eigen, meest klas- 
sieke uitgaven en een zeer uitgebreid magazijn van oude boeken, 
bij voorkeur over klassieke literatuur. Op 80 jarigen leeftijd 
moest hij er toe besluiten zijn zaken aan kant te doen. Een 
jaar later overleed hij. Met hem ging een der beroemdste huizen 
te niet. 



J. IMMERZEEL Jr. 

Den ^^^ Juni 1841 overleed Johannes Immerzeel Jr. op 65 
jarigen ouderdom. Als dichter en letterkundige staat zijn naam 
met eer bekend. Hij schreef humoristische romans, waarvan zijn 
Balthazar KtMpius een 2en druk noodig had; een aantal grootere 
en kleinere dichtwerken , vooral naar aanleiding van vaderlandsche 



360 PEBSOONLTJKE WAA.RDEEBING. 

gebeurtenissen, maar ook van uitgebreider omvang, gelijk zijn 
Hugo van "'t Woud en zijn bundel Gedichten^ die beide herdrukt 
moest«n worden. Herhaaldelijk werden prijsantwoorden van hem 
met goud bekroond , gelijk zijn Lofrede op Rembrand en die op 
P. P. Rubena. Want ook op het gebied van kunst-geschiedenis 
en kritiek was Tmmerzeel een man van beteek enis. Hij toonde 
dit vooral in zijn werk Be levens en werken der Hollandsche en 
Vlaamsche kunstscïiilders ^ beeldhouwe^ra ^ graveurs en bouwmeesters^ van 
het begin der 15« tot op de helft der Vèe eeuw. 

Al deze werkzaamheid is des te meer te waardeeren, omdat 
Tmmerzeel als boekverkooper , kunsthandelaar en uitgever in het 
midden van zeer drukke zaken zat en zich daarin alles behalve 
onbetuigd heeft gelaten. Integendeel; hij is in zijn tijd een man 
van gewicht en van grooten invloed geweest. 

In 1805 bekleedde hij nog een post bij het ministerie van 
hinnenlandsche zaken. Spoedig daarop vestigde hij zich als boek- 
verkooper te 's Gravenhage , verplaatste zich in 1813 naar Rot- 
terdam en in 1819 naar Amsterdam. In den beginne was hij 
alleen debitant. Daar bij de inlijving in Frankrijk onze landge- 
nooten groote behoefte hadden, de Fransche jurisprudentie in haar 
geheelen omvang te leeren kennen , legde hij , onder medewer- 
king van twee bekwame advokateu een uitgebreid magazijn aan 
van Fransche rechtsgeleerde werken, waarvan hij beredeneerde 
catalogen door heel het land verspreidde. De eerste daarvan 
vangt aan met deze woorden: „Du moment que la HoUande a 
ét(^ réunie ^ 1'Empire Francais, nous nous sommes empressés de 
faciliter rac(|uisition des bons ouvrages de jurisprudence moderne, 
li tous ceux , qui , soit par devoir , soit par go At se portent vers 
rétnde de cette science.'*' Ook gaf hij — hij handelde onder de 
firma Iramerzeel & Comp. — catalogen uit van bij hem te ver- 
krijgen „Editions stéréotypes" van Fransche klassieken en onder- 
wijsboeken, die weldra op de scholen te pas kwamen. Eerlang 



PERSOONLIJKE WAAEDEEBING. 361 

noemde hij zich ook, behalve „libraire", „marchand de fa- 
bleaux, d'estampes etc'^ aau zijn boekhandel toevot»gende een 
kunsthandel „in schilderijen en teekeningen van oude, docli 
meer bijzonder van Nederlandsche meesters , gegraveerde en ge- 
etste prenten van oude en hedendaagsche plaatsnijders. '' Zijn 
magazijn bevatte toen ook „HoUandsche , Transche en Engel- 
sche werken , bijzonder tot kunst en fraaije letteren betrek- 
kelijk." 

Op deze wijze kreeg de firma Tmmerzeel & Co., in drie ste- 
den, 's Gravenhage, Rotterdam en Amsterdam vertakt, een 
groot debiet. 

IJveriger nog weerde Immerzeel zich als uitgever. Zijn eigen 
dichterlijke talenten en de onderscheidene letterkundige genoot- 
schappen, waarvan hij dien ien gevolge lid was, brachten hem in 
betrekking met de dichters en literatoren van zijn tijd. Hij gaf 
niet minder dan 26 bundels van Bilderdijk in het licht, naast 
die van vrouwe Bilderdijk, 15 van Rhijnvis Feith, een 12 tal 
van Tollens, een 10 tal van hem zelv', en werken van Helmers , 
Schenk, Boxman, Meijer, Klijn, van Hall, van Loghem, Nier- 
strass, Schouten, van Walré; ook de werken van het taal- en 
dichtlievend genootschap „Kunst wordt door arbeid verkregen" 
11- deelen, en de werken der „Bataafsche maatschappij van taai- 
en dichtkunde''' (S deelen. Voorts was hij uitgever van letter- 
kundige werken van Siegenbeek , van Kampen , Kantelaar , Kin- 
ker. Lublink, Jer. de Vries, Bmno Daalberg (Mr. P. de Wak- 
ker van Zon). 

Maar liet meest eer legde hij in met de schej)ping van zijn 
Nederlandsche Muzen- Almanak ^ die voor het eerst in 1S19 ver- 
scheen. De beschrijving en geschiedenis van den Muzen- Almanak ^ 
wij meldden er reeds een woord van in de Ijjst der jaarboek- 
jes, zouden een afzonderlijke studie overwaard zijn. Deze 
uitgaaf van Tmmerzeel is in zijn dagen niet alleen een moedige 



862 PERSOONLIJKE WAABDEEBINO. 

daad geweest , maar zij heeft tevens groeten invloed gehad op 
de ontwikkeling en bevordering van de vaderlandsche dicht- eu 
graveerknnst. Dr. Jan ten Brink (in zijn Leven van Beets: Ue- 
d^ukuigsche Letterkundigen) noemt Immerzeel „den koning onder 
de almanak-rédacteurs." En die vorstelijke titel is ten volle 
verdiend. Immerzeel's persoonlijkheid spiegelt zich in deze uit- 
gaaf getrouw af: als uitgever, als letterkundige, als handhaver 
van kunst. Zijn lieele hart hing er aan, en al zien de eerste 
jaargangen van dezen almanak er van ons later standpunt min- 
der oogelijk uit, in den tijd hunner verschijning waren het 
meesterstukken. Immerzeel zelf wil dit wel weten. In zijn lijst 
van uitgaven roemt hij op de reeks van dichters, die hij bij 
zijn plan voor zijn onderneming heeft mogen winnen. Boven- 
dien: „zes kunstplaten", zegt hij bij de aankondiging van den 
1®" jaargang, „zes kunstplaten, waarvan eenige naar schilde- 
rijen uit het Koninklijk Kabinet te 's Gravenhage en in Am- 
sterdam en eenige andere, naar onderwerpen uit de gedichten 
gekozen, vervaardigd door de beste meesters in de Teeken- 
en Graveerknnst en in 't koper gebragt door de H.H. J. E. 
Marcus en P. Velijn , versieren dit op allerbest postvelin keurig 
gedrukt Jaarboekje. Daarenboven bevat het uitslaande rauziekpla- 
ten voor den zang, met accompagnement voor de Piano, gecom- 
poneerd door de H.H. J. W. Wilms, Mühlenfeldt, Paling en 
anderen. En opdat er niets aan zoude ontbreken, hebben onze 
bekwame Sterrekundigen wijlen de Heer E. H. Greve en diens 
zoon, den kalender voor hetzelve vervaardigd.'' — Immerzeel 
heeft 17 jaar lang den Muzen- Almanak met vaderlijke liefde be- 
hartigd. Behalve dat hij den smaak van het publiek ermee ver- 
edeld heeft, heeft hij menig jeugdig dichter door opmerking en 
kritiek den goeden weg gewezen en der letterkunde grooten 
dienst gedaan. 

Toen de verdienstelijke man na zooveel jaren arbeids , eu 



PEBSOONLIJKE WAABDEEBINO, 363 

niet altoos op rozen wandelend , zijn rust zocht en zijn fonds 
in 1835 in veiling bracht, werd door de verkoopers in de voor- 
rede van den catalogus naar waarheid getuigd: „In dit fonds 
wordt de arbeid gevonden van de meesten onzer beroemde dicliters. 
Al Tmmerzeer» uitgegeven werken, maar inzonderheid de door 
hem bezorgde uitgaven in klein foi-raaat, onderscheiden zich door 
zeldzame naauwkeurigheid ; in een woord, al hetgeen door hem, 
gedurende eene bedrijvigheid van ruim dertig jaren onder zijn 
j)ersoonlijk toezigt en zorg is uitgegeven , draagt innerlijk over- 
vloedige bewijzen van die bijzondere naauwlettendheid , welke aan 
zijn geheele fonds eerie groote eigenaardige waarde gaf. Daardoor 
had het ook een aanzienlijk vertier. Van verscheiden artikels 
werden van 3000 tot 7000 exemplaren opgelegd, om niet te 
spreken van den vierden druk van Tollens' Gedichtett. , waarvan de 
oplage, gelijk bekend is, 10,000 exx. bedragen heeft.*' 

Behalve den Muzen-almanak^ die voor 10 mille werd opgehou- 
den, bracht de veiling van dit fonds de som op van ƒ 81,423. — . 
Bij die gelegenheid werd G. T. N. Suringar eigenaar van de 
werken van Tollens en Feith; die van Bilderdijk, die toen 
bijna geen waarde hadden , gingen in allerlei handen over. 



WILLEM MESSCHERT. 

In Februari 1844 verloor de boekhandel een zijner waardigste 
beoefenaars in Willem Messchert te Rotterdam. Zoon van ge- 
achten huize en met een beschaafde opleiding toegerust, trok de 
boekhandel hem boven allen anderen handel aan. Van natuur 
overhellend tot een ietwat strenge kerkelijke ricliting, vestigde 
hij zich te Amsterdam onder de firma Messdiert & Ilöveker. Al 
heel spoedig echter, iu 1835, werd deze verbroken en besloten 
de firmanten liever oj) eigen naam en naar eigen keus hun weg 
te vervolgen. Messchert voelde zich meer te huis in een letter- 



364 PERSOONLIJKE WAAEDEBEING. 

kundige ricliting. Als woon- en werkplaats koos hij zijn vader- 
stad Rotterdam , waar hij , niet zoozeer door een open winkel als 
wel door het houden van een magazijn van taal-, letter- en ge- 
schiedkundige werken , ook uit België , een goed debiet hoopte 
te vinden onder zijn ontwikkelde stadgenootcn en overigens als 
uitgever zich zou bewegen in een kring zijner keus. In Mei 
1837 gaf hij daarvan kennis aan den boekhandel. Messchert was 
toen al een man op leeftijd; hij was 46 jaar. Hij ging naar 
zijn geboorteplaats terug, niet zonder goede uitzichten, meende 
hij. llij was daar in een letterkundige omgeving grootgebracht 
en had er zich als dichter eenigen naam gemaakt. Van 1817 tot 
1825 had hij, behalve een aantal verzen, die later door zijn 
vriend Tollens tot een bundel verzameld zijn, ook zijn Goudai 
Bruiloft geschreven. Vooral dit huiselijk, echt HoUandsch gedicht 
had hem een eigenaardige en zeer verdienstelijke plaats onder 
de dichterlijke literatoren bezorgd. Later had hij de pen voor 
eigen arbeid laten rusten. Had hij zich vroeger onder de senti- 
menteele dichters eenigszins kunnen doen gelden, het was alsof 
hij zijn kunstgaaf te klein vond , toen hij , te Amsterdam , in 
aanraking was gekomen met de machtiger geesten van da (Josta, 
Willem de Clercq , Bilderdijk en die mannen van het „reveil ," 
tot wier aanhangers hij behoorde. Hij vergenoegde zich alzoo 
eenvoudig uitgever en boekhandelaar te blijven en in zijn eigen 
richting werkzaam te zijn. Zoo gaf liij op godsdienstig gebied 
werken uit van Capadose, Coquerel, de Haas, Krieger, Secretan, 
en verzamelde of gaf zelf ter pers , op dichterlijk terrein , niet minder 
dan 49 bundels van Bilderdijk , de eerste poëzij van da Costa , 
Schenk's vertaling van Young. Ook bezorgde hij, onder eigen 
redactie, de vijf deelen Brievm van Bilderdijk, die hij na diens 
overlijden verlof kreeg te drukken. Voorts zagen ettelijke ge- 
schiedkundige boeken en boeken ten behoeve van het gymnasiaal 
onderwijs bij hem het licht. 



PERSOONLIJKE WAARDEERING. 36 5 

Zoo leefde Messchert zijn eenzaam , bescheiden leven , tot hij 
op 58 jarigen leeftijd stierf, innig gewaardeerd door allen, die 
als letterkundigen of handelaars den brave in zijn verdiensten 
hadden mogen leeren kennen. — Als een hulde , zijner nagedach- 
tenis toegewijd, verscheen in 1848 een groote uitgaaf van zijn 
Gouden Bruiloft^ door Rochussen geïllustreerd. 



K. J. SCHIKRBEEK. 

In 1 844 overleed Rudolf Jacob Schierbeek te Groningen , daar 
ter plaatse sinds 1798 gevestigd. Voor de stad zijner inwoning 
en voor het geheele noorderkwartier was Schierbeek als debitant 
een man van groote beteekenis. Zijn uitgebreide bibliographische 
kennis en zijn altoos klaar staande bereid vaardigheid maakten hem 
tot een vraagbaak in wijden kring. De wetenschappelijke en let- 
terlievende mannen , in zijn heele provincie , lieten zich bij voor- 
keur raden en leveren door Schierbeek. Zoo werd hij door eigen 
verdiensten daar van lieverlee de groote man. Later kreeg hij in 
W. van Boek eren, die zijn leerling geweest was, een machtigen 
mededinger, hetwelk evenwel aan hun wederzijdsche goede ver- 
standhouding niet veel afbreuk deed ; beider terrein was ruim ge- 
noeg. — Ook als uitgever bekleedde, in zijn alles behalve gun- 
stige dagen , Schierbeek een voorname plaats. Vooral voor de 
toen nog zoo weinig beoefende veeartsen ij kunde, maar voor zijn 
gewest vooral van zooveel gewicht, maakte hij zich verdienstelijk 
door de kostbare uitgaven van Dieterichs en Numan. Niet min- 
der deed hij voor de verspreiding van goede stichtelijke lektuur, 
door de werken o. a. van Corstius, Engels, de Groot, HuflcU, 
Muntinghe, Potter, Roskes, Verweij , Verwijs. Zijn zwagerschap 
met den op het gebied van onderwijs zoo beroemden van Heij- 
ningen-Bosch bracht hem tot het in het licht geven van een 
aantal voortreftelijke schoolboekjes, die in dien tijd zoo brood- 



36^ PERSOONLIJKE WAAKDEERING. 

noodig waren en waarvan de meesten dan ook etteJijke raalen her- 
drukt werden ; wij noemen die van van Hei jningen-Bosch , Knij- 
per, Nieuwold, Oostkamp, Rijkens, Zuidhoff. Ook was Scliier- 
beek deelgenoot in de uitgaaf der evangelische en luthersclie ge- 
zangen voor kerkgebruik. 

Zijn oudste zoon Lambertus vestigde zich in 1823 als boek- 
handelaar te Leeuwarden; een tweede, zijn naamgenoot, zette, 
toen zijn vader in 1S35 den debiethandel verliet, de zaken op 
gelijken voet voort, het antiquariaat eraan toevoegende. 

Omtrent R. J. Schierbeek is in de Bijdragen dl. I, bladz. 49 
een korte levensschets opgenomen. 



JAN OOMKENS. 

Tn December 1844 overleed de Groningsche boekhandelaar Jan 
Oomkens, op den leeftijd van 65 jaren. 

Jan Oomkens is een der helden van zijn vak geweest. Er 
was een tijd, dat iedereen dezen man om zijn veerkracht bewon- 
derde. In de stad zijner woning was hij een der meest geziene 
ingezetenen; door heel het land deed hij van zich spreken om 
zijn stoute ondernemingen. Waren zijn plannen geslaagd, dan 
zou zijn boekhandel de grootste geworden zijn van het laud. 

Bij hem leefde de eerzucht om de oud-vaderlijke zaak tol glans 
te brengen. Seerp Bandsma was in 1673 de stichter van het 
huis, en werd in 1731 door zijn zoon Pieter opgevolgd. Diens 
dochter huwde met Jan Oomkens, die in 1769 den handel van 
zijn schoonvader overnam. Van dezen wai? Jan Oomkens, van 
wien hier spraak is, de zoon. Tot het vaderlijk beroep voorbe- 
stemd, ging hij ter betere voorbereiding eerst in de leer bij den 
boekdrukker en binder Adam Vos, en nam diens werkplaats in 
1801 voor eigen rekening over. Zeven jaar lang was hij alleen 
drukker en binder, totdat hij in 1808 ook den boekhandel zijns 



PEItSOONLTJKE WAAKDEERING. 367 

vaders daarmee vereetiigde. Sinds was het zijn zoeken, dezen 
drieledigen handel al meer en meer uit te breiden. Vooral aan 
zijn drukkerij wijdde hij zijn ijverigste zorgen. Hij bracht haar 
geheel op de hoogte van zijn tijd, voerde uit het buitenland 
de nieuwe vinding van den congreve- of typographischen kleu- 
rendruk in, richtte in 1818 daarnaast een plaatdrukkerij op 
en vestigde er tevens in 1824 een steendrukkerij bij, de eer- 
ste die in Groningen bestaan zou. Hij verbond daardoor aan 
zijn zaak een aanmerkelijk personeel en werd in zijn provincie 
een der aanzienlijkste industrieelen. Onder de voldoeningen die 
hij daarvan genoot behoorde allereerst zijn aanstelling tot aca- 
demie-drukker, zijn herhaalde bekroningen, maar bovenal een 
bezoek des konings Willem I aan zijn werkplaatsen, toen deze 
in 1837 Groningen met een verblijf vereerde. 

Intusschen was Oomkens ook uitgever geworden en wel van 
niet weinig beteekenis. Gebruik makend van de behoefte, die 
zich bij de nieuwe staatsregeling openbaarde aan boeken voor het 
onderwijs, zoclit hij ter voorziening daarin de bekwaamste man- 
nen in zijn omgeving aan, en had het voorrecht aan zijn pers 
gaandeweg te verbinden Wester, van Heijningen-Bosch , Kramer, 
Rijkens , van Olst en een aantal anderen , wier uitstekende school- 
boekjes bij tienduizenden verkocht en ettelijke malen herdrukt 
werden. Van Wester gaf hij niet minder dan 26 stuks , van 
Rijkens l^S stuks in het licht. Van v. Heijningen-Bosch's Moeder 
Anna beleefde hij de 14e oplaag. Ook werd hij, met de firma's 
D. du Mortier k Zn. te Leiden en J. de Lange te Deventer, 
uitgever van de te dien tijd zoo beroemde schoolwerkjes van de 
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. 

Ieder jaar won het fonds van Oomkens belangrijke werken aan 
in onderscheiden richting. Hij vestigde het Tijdschrift voor on- 
dertcjjzers en het tijdschrift Waarheid in liefde^ gaf uit den Alma- 
nak van de Akademie van Groningeji , onder redactie van van Swin- 



368 PERSOONLIJKE WAARDEERING. 

deren : den Almanak voor Advokaien , den Almanak ter bevordering 
van kennis en goeden am-a^k^ den Groninger Volksalmanak y den Jle- 
geringS' Almanak van en voor de provincie Groningen , den Almanak 
tot nut en vergeyioeging ^ overgegaan in den LandhuisJwvdkundige Al- 
manak ^ beide door J. A. Uilkens. In rechts- en staatswetenschap 
bezorgde hij uitgaven van Driessen, Feith, van Geuns, Nien- 
huis, de Wal, Boeles; in genees- en natuurkunde van Bleekrode, 
Galama, Gleuns, Guyot, van Hall, Sebastian, Stratingh, Uil- 
kens, Veneraa; in geschiedenis van Driessen, Lulofs, Magnin, 
Piccard, Westendorp, Ypey; in aardrijkskunde van Dassen, 
Maundrell, Olivier, Kussendrager , Selberg, de Sturler ; ^n eenigc 
landkaarten; in theologie vaii Clarisse, Corstius, Hofstede de 
Groot, Meijer, Muntinghe, Trommius, Thoden van Velzen, de 
Weiss, Muurling, Pareau, Ewald: in taal- en letterkunde van 
Blair, Lulofs, v. Limburg Brouwer, Siegenbeek, Spandaw. Zijn 
fonds, dat in 1845 verkocht werd, beliep ruim 400 titels. 

Oorakens zag vooruit, dat het hem alleen niet mogelijk zou 
zijn, dezen veelomvattenden handel te bestieren. Ook had hij 
dion, gelijk hij in een circulaire aan den boekhandel meldde, al- 
leen maar aangelegd en nieis meer. Aan zijn drie zonen wilde 
hij afdeelingen in handen geven en op die wijs onder een vier- 
ledige leiding de zaak brengen tot een aanzienlijke hoogte. In 
1835 draagt hij, gelijk hij haar noemde, zijn /'boek-negotie en 
kaarthandel" over aan zijn oudsten zoon Jan, maar houdt voor 
zicli nog aan het uitgeven en de boek- en steendrukkerij. Deze 
bewaart hij voor zijn tweeden zoon Agaath Oomkens Jz., terwijl 
de derde, A. van der Veen Oomkens, zoodra deze uit het buiten- 
land terugkomt, een lett^rgieterij zal oprichten. Deze vier ver- 
takkingen staan ieder op zich zelve, maar naast elkaar; ieder 
hoofd drijft zijn zaak voor eigen rekening, maar zij helpen elka/ir 
onderling. Oorakens mocht maar zeer kort leven in de hoop van 
zijn ideaal verwezenlijkt te zien. Hij zelf had in de sj)li1sing en 



PERSOONLIJKE WAAEDEERING. 369 

verbinding nog de leidende hand en droomde zich gouden bergen. 
Na zijn dood werd aller verhouding bepaald, terwijl de oudste 
zoon nu ook in het uitgeven zijn vader zou opvolgen. Deze, 
onder zijn eigen naam van Jan Oomkens Jzoon, trad zijn vader 
na door het ter perse leggen van verschillende uitgaven , maar be- 
perkte zich weldra tot het uitgeven van landkaarten , waarin hij 
zicli een tijdlang werkelijk onderscheidde. Aan hem heeft het 
onderwijs te danken de kaarten van Brauns, Hillebrandt , Jaeger, 
Pijttersen, Puls, van Wijk Roelandsz. , Zuidema; een verdienste 
des te grooter, vermits hij daarin voor onze scholen, waar tot 
heden toe meest buitenlandsche kaarten gebniikt werden, het ijs 
gebroken heeft. 

Toen J. Oomkens Jz. na den dood zijns broeders Agaath, die 
reeds in 1849 op pas 29jarigen leeftijd overleed, ook diens uit- 
gebreide drukkerij op zich had moeten nemen, bleken hem weldra 
de ondersclieidene zorgen te zwaar. Hij moest zich om lichaams- 
z«^akte met het eind van 1860 aan de zaken onttrekken en over- 
leed in 1872. De eenig overgeblevene der drie broeders A. van 
der Veen Oomkens verliet Groningen in 1861 en vestigde zich 
als boekdnikker te Wageningen. 

Jan Oomkens, dien wij hier vooral gedenken, en wien ook 
een woord van hulde gebracht wordt in de Bijdragen dl. I blz. ^Q^ 
was een man van zeldzaam handelstalent. Ook buiten zijn da- 
gclijkschen werkkring betoonde hij een voorbecldigen ijver. In 
de stad zijner inwoning was hij stichter en voorzitter van het 
boekverkrojors-coUege. Hij was er ook de grondlegger van een 
ziekenfonds voor werklieden in zijn vak en onderscheidde zich 
door hulpvaardigheid en weldadigheid. Sinds 1816 een der aller- 
eerste 19 leden van de Vereeniging , behoorde hij van zijn optre- 
den af daarin tot haar wakkerste voorstanders. Hij was lid van haar 
bestuur van IS 3*2 tot 83 en van 1831 tot 39, en steeds corres- 
pondeerend lid voor Groningen. Hij was een trouw lid in aller- 

24 



S70 PEBSOONLIJKË WAAUDÊËKIKÖ. 

lei commissiën, o. a. in 1829 met Brest vau Kempen, J. G. van 
Kesteren, C. A. Thieme en M. Westerman, tot opsporing van 
misbruiken en het onderzoek tot verbetering van den boekhan- 
del ; een taak , die , wegens tegenwerking van verschillenden kant , 
niet veel voldoening aanbracht, maar groote moeite kostte. — 
Tn 1839 ging van hem uit het eerste plan tot het hou- 
den van een tentoonstelling van zaken betreffende den boek- 
handel , een voorstel welks waarde niet begrepen en dat alzoo 
niet aangenomen werd. Oomkens was in veel opzichten zijn tijd 
vooruit en ondervond daarvan soms de droevige ervaring. Maar 
al werden zijn meeningen en breede bedoelingen niet altoos ge- 
deeld , toch werd hij door ieder die hem kende , met name in den 
boekhandel , hoog gewaardeerd. Vol waarheid waren de woorden , 
waarmede het verslag der Vereeniging van 1845 zijn dood ver- 
meldde : „Vele zijner ondernemingen znllen onzen boekhandel tot 
blij venden roem verstrekken. Zijn onbekrompen denk- en han- 
delwijze zal bij allen die tot hem in handelsbetrekking stonden; 
zijn schrander overleg, gepaard met zachtheid van karakter en 
aangenamen omgang, bij zijn vrienden in duurzaam aandenken 
blijven. En wat hij was voor onze Vereeniging, die hem sinds 
haar eerste ontstaan onder hare leden mogt tellen , hoe kloek als 
medebestuurder, hoe ijverig als correspondent hij was, ook in 
vereeniging met den waardigen Schierbeek , dat zullen de Han- 
delingen der Vereeniging ook voor de nakomelingschap bewaren." 



J. L. VAN DER VLIET. 

Het betrekkelijk korte boekverkoopersleven van J. L. van der 
Vliet heeft te veel rumoer gemaakt, dan dat het niet een ver- 
melding zou verdienen in deze bladen. 

Van der Vliet was een man van onmiskenbare letterkundige 
verdiensten. Maar onder al zijn talenten was ook dat van wat 



PEHSOONLTJKB WAARDEERTNG. 371 

jnet het woord Immhig betiteld wordt en dat hier te lande op den 
duur gelukkig niet veel opgeld doet. 

Hij was de oprichter van het tijdschrift Be Tijd, De wording 
en de loop van dit tijdschrift vallen geheel samen met de persoon- 
lijkheid van den uitgever, die tegelijk redacteur ervan was. J. Ti. 
van der Vliet, oorspronkelijk voor apotheker opgeleid, was even- 
wel voor dat beroep niet geboren. Hij had er integendeel een 
hekel aan en gaf als bediende zijn afkeer reeds lucht in proza- 
en dichtstukjes , die vol waren van bitterheid, maar tintelden van 
luim. Hij zag ze in tijdschriften, o. a. in het Leeskabinee^ de 
Tijdspiegel enz., geplaatst en kreeg spoedig, ook door andere hu- 
moristische proeven, een zekeren roem onder zijn aangenomen naam 
van Boudewijn. Toen gaf hij er zijn vak aan en zocht te leven van 
zijn pen, door schrijven en vertalen. Prikkelbaar en wantrouwend 
van natuur, gedeeltelijk het gevolg van zijn zwak gestel, maakte 
hij uit de aanzoeken, die hij van verschillenden kant ontving, 
op, dat de uitgevers veel geld aan hem verdienden en dat hij- 
zelf daardoor altoos aan het slechtste eind zou trekken. Daarom 
besloot hij een tijdschrift op te richten, dat hij met vertalingen, 
met eigen arbeid en met de hulp van anderen wel vullen zou 
en dat hij eveneens zelf als uitgever meende te kunnen bestu- 
ren. Zoo zou hij er alle voordeel van genieten. In November 
1844. maakte hij bekend, dat hij zich in den Haag gevestigd 
had als boekhandelaar zonder winkel ; een van de eerste voor- 
beelden van uitgevers die niet tegelijk debitanten waren. Dade- 
lijk daarop verspreidde hij de prospectussen van een nieuw werk 
onder den titel van de Tijd ^ een tijdschrift dat om de veertien 
dagen zou uitkomen in afleveringen van twee bladen druks met 
24 platen en dat meer dan eenig ander het publiek op de hoogte 
zou houden van het belangrijkste op het gebied van het letter- 
kundige en maatschappelijke leven. De bestaande tijdschriften, 
/iH Lefskafjinei ^ Europa, de Tijdspiegel en menig ander, verloren 

24* 



372 PEKSOONLIJKE WAAKDEERING. 

daardoor een handig meewerker niet alleen , maar kregen te gelijk 
een gevaarlijk concun-ent. Ook kon een gedeelte van het jonge Hol- 
land het moeielijk velen , dat een vogel van gelijke veeren, dooreen 
gedeeltelijk ook kritisch orgaan , een macht over hen zou krijgen , die 
bij het kitteloorig karakter van den redacteur lastig zou kunnen 
worden. Boudewijn had tot die vrees meer dan eens reden gegeven 
en was in zijn luimen van vleien en hekelen niet te vertrouwen. 
De Tijd verscheen dus onder zekere spanning , maar zag er wat zijn 
inhoud en uilerlijken vorm betreft aantrekkelijk genoeg uit. Toch 
was ook van boekverkoopers-zijde voor de onderneming gevaar te 
vreezen. Het wekte bij menigeen ergernis , dat iemand , die niet 
voor het vak was opgeleid, een onbekende en onaanbevolene , 
zich maar zoo plompverloren als uitgever plantte zonder eigenlijk 
boekverkooper te zijn, en dat wel met een beweging van pro- 
spectussen en opgeschroefde aankondigingen , alsof nu deze over- 
moedige schrijver-uitgever den mannen van het vak eens een 
lesje zou geven. Van der Vliet zag dat alles heel goed in en 
maakte, als handige reclame, zich zelf tot een zeker soort van 
martelaar. Al aanstonds na het verschijnen der proef aflevering, 
met platen van Last, bij de beroemde steend rukkersfirma Backer 
gedrukt, maakte hij in het Niemvsblad v. d. LoMandd bekend, 
dat deze beiden , daartoe door concurreerende tijdschriften genood- 
zaakt, zich voortaan aan de bewerking zijner platen eensklaps 
hadden moeten onttrekken, maar dat hij, bij deze hatelijke en 
grievende tegenwerking, gelukkig hulp gevonden had bij twee 
edeldenkender kunstenaars, Rochussen en Steuerwald. /'Zij deden 
dit," schrijft hij. "uit achting niet alleen voor mijne pogingen, 
maar vooral ook uit dat edel gevoel van meewarigheid en die 
zucht, die er in het gemoed van ieder goed mensch oprijst om 
iemand bij te staan, dien men op zulk eene wijze wil onder- 
drukken en berooven van zijne hoop op maatschappelijk geluk.'' 
Die „hatelijke tegenwerking" was trouwT-ns, blijkens nadere in- 



PERSOONLIJKE WAARDEERING. 373 

lichtingen, grootendeels uit de lucht gegrepen. Maar Boudewijn 
had zijn doel bereikt en zich zelv' en zijn tijdschrift op de spraak 
gebracht. Later zegt hij tegenover het publiek , heel gemoede- 
lijk : „Vele goede en beroemde menschen waren mijn tijdschrift 
toegenegen: van Lennep, da Costa, mej. Toussaint, Jonckbloet, 
Tollens e. a. Ook vriendelijke onbekenden werkten in stilte mede 
om de redactie in haren arbeid te ondersteunen. De betrekkingen 
met het buitenland , om eens met de troonrede te spreken , zijn 
op een gewenschten voet: Andersen, Dickens , Pred. Bremer , 
Em. riygare Carlèn zijn onze correspondenten." Zoetelijke aan- 
matiging, die nochtans haar doel trof en de Tijd opgang deed 
maken, vooral ook toen v. d. Vliet weldra inzag, dat hij tegen 
een zoo drukke handelsadministratie persoonlijk niet bestand was 
en die in de betere handen had overgedragen van den boekhan- 
delaar J. Noordendorp te Amsterdam. 

Intusschen verdiende de Tijd t^n volle den opgang, dien liij 
maakte. Boudewijn trok partij van allen die hij tet medewerking 
wenschelijk achtte, en evenzeer van alle merkwaardige gebeur- 
tenissen binnen- en buitenslands. De omstandiglieden waren hem 
daarbij gunstig. Een jong geslacht van literatoren stond hem 
frisch en vaardig ter zijde. Engelsche, Pransche, Zweedsche en 
Amerikaansche letterkunde trad met Dickens . Thackeray , Sue , 
Dumas, Bremer, Carlèn, Beecher Stowe een nieuw en glansrijk 
tijdperk in. Voorvallen op staatkundig en kerkelijk gebied, de 
val van Lodewijk Philips en de opkomst der Napoleons, met al 
hun vallende en lichtende sterren, de scheuring in de katholieke 
kerk door Ronge, Czerski e. a. , gaven feiten en i>ersonen in 
overvloed te bespreken , en geen nommer van de Tijd verscheen , 
of het getuigde van de handigheid en bekwaamheid van zijn re- 
dacteur. 

Van der Vliet liet dan ook niet na, dit telkens den volke 
op allerlei manier met trompetgeschal koud t€ doen. Pro- 



374* PERSOONLIJKE WAABDEEBING 

spectussen, strooibiljetteu , aanplakbiljetten, advertentiën mei 
schreeuwende aanbevelingen, overdadige uitroep teekens van goed- 
koop ! goedkoop ! ! goedkoop ! ! ! vertelden wonderen van den rijk- 
dom, van den inhoud en van het debiet van de Tijd! de Tijd!! 
DE TIJ D I! ! Ook schroomde hij niet om onder zelf uitgevonden 
namen, of ongeteekend, den lof van zijn onderneming in dagbla- 
den te laten uitbazuinen. Niet het minst deed hij dit, toen hij 
in 1846 het plan beraamde om door een bij blad met adverten- 
tiën , voor 5 cents de regel , zijn uitgaaf des te winstgevender te 
maken. „Met belangstelling", zoo liet hij de couranten spre- 
ken, „met belangstelling zien wij op de poging om te vervullen 
iii de behoefte om goedkoope en doeltreflende advertentiën te plaat- 
sen. De heer J. L. v. d. Vliet heeft het voornemen opgevat om 
in zijn werk de Tijd^ dat 24 maal in het jaar verschijnt en dus 
liet spoedigst van alle tijdschriften in wandeling komt , voor een 
kleinigheid mede te deelen, wat elk in zijn belang noodzakelijk 
acht. Aan deze rubriek heeft ZEd. den naam van Letter-^ Kunst- 
en andei' Nieuws gegeven. ZEd. heeft wijselijk met dit plan gewacht 
tot de Tijd algemeen was verspreid , en wij vernamen dat die ver- 
spreiding nog oneindig wordt uitgebreid, daar ZEd. op alle dor- 
pen zoowel als in alle steden leesgezelschappen ziet opgerigt voor 
dit werk , die , daar men dus het tijdschrift minder zelf koopt , 
op den uitgever minder voordeelig zullen werken, maar het werk- 
zelf des U) grooter getal lezers bezorgen." 

Van der Vliet wist heel goed, dat hij door dit advertceren in 
zijn Nieuws de wet ontdook, die 35 cis. zegelrecht eischte voor 
elke advertentie in tijdschriften die op geregelde tijden versche- 
nen. Het was zijn zoeken, daarop achterhaald te worden en dit 
te gebruiken als een middel van opspraak. „Men waarschuwt mij 
op heusche wijze", annonceert hij , „dat vanwege de beambten van 
het zegel heimelijk wordt geloerd, of de Tijd al of niet geregeld 
verschijnt. Voorzigtighcidshalve zal ik de Tijd nu en dan een 



PERSOONLIJKE WAABDKERING. 375 

paar dagen vroeger of later verzeudeu." Weinige dagen daarna 
maakt hij het volgende bekend: //Ik moet véél ad verten tien laten 
liggen! En zulks is niet te wijten aan onwil of onachtzaamheid, 
maar ik had letterlijk plaatsgebrek! Ik kreeg meer dan het duü- 
helf dan waarop ik gerekend had en daarbij menige, die 3, 12 
of 24 maal moesten geplaatst worden ! ! Geen wonder. Ze worden 
door de Tijd niet alleen overal hier, maar in de Oost, in België 
en Duitschland gelezen. Ik zal nog eens uitrekenen", voegt 
hij in het Nieuioablad van deti boekhandel erbij , „of ik het voor 
den boekhandel Noö minder kan doen dan 5 cents de regel." 

In dat zelfde Nieuwsblad^ 14 dagen daarna, laat hij „Een be- 
langstellend boekhandelaar" zeggen: /-/Met genoegen heb ik ge- 
zien, dat eene inrigting in het belang van den boekhandel met 
zooveel bijval is bekroond geworden. Ik bedoel het Kunst- en 
Letternieuios van de Tijd, Ontegenzeggelijk zal dit voor den boek- 
handel van veel nut zijn; ik heb het bij ondervinding. Ik plaats 
eenige exemplaren, en daaronder een dat door 40 menschen, of 
liever in 40 huisgezinnen, gelezen wordt, een ander door 20, 
een ander door 26. Men kan dus wel nagaan, dat deze adver- 
tentiën door duizettden gezien worden ! ! — Ik hoop maar , dat de 
uitgever het niet te kwaad moge krijgen met het zegel ! Ik vrees, 
ik vrees! Doch hij moet het weten!" 

Die vervolging was toen werkelijk reeds ingesteld. Van der 
Vliet protesteerde ertegen en verzuimde niet dit aan de groote 
klok te hangen, omdat het een uitstekend middel was oni het 
publiek over zijn Tijd en zijn advertentieblad te doen spreken. 
In 1847 meldt hij in de couranten: „Er wordt gezegd, dat de 
uitgever van de Tijd voor eene aanmerkelijke som is beboet. Dat 
is volkomen waar. Ik ben, om te beginnen, beboet ter zake 
mijner advertentiën voor zes honderd vier en veertig guldens 
EN VIER EN TWINTIG CENTS ! Maar ik heb ze nog niet betaald!!" 
Kort daarop weder: //Nog altoos duurt mijn proces over de ad- 




376 FERSOONLIJKE WAARDEEBING. 

verteiitiën in de Tijd voort. Nu eens geloof ik dat ik het zal 
winnen , dan weder geloof ik dat ik het zal verliezen. Intussclicn 
blijf ik voortgaan met het plaatsen van advertentiën voor vijf 
CENTS (Ie regel zonder zegelgeld. Als ontwerj)er van dit zoo voor- 
deolige advertentiestelsel blijf ik aanspraak maken op aller aan- 
moediging en ondersteuning , inzonderheid bij den boekhandel , 
nu ik door dit proces op mijn hals te halen geheel all^^i en voor 
allni een gewigtig pleit zal beslechten. — De negen boekhande- 
laren die mij de meeste regels advertentiën zenden, ontvangen 
van mij nog een belangrijke premie, te zamen tot een bedrag van 
ruim / 200.— ". 

Op deze wijs maakte een uitgever zich schijnbaar tot slacht- 
offer, maar trok er rijkelijk voordeel uit door steeds de aandacht 
te vestigen op zijn tijdschrift en op zijn advertentieblad, dat 
soms tien of twaalf dicht ineengedrongen bladzijden besloeg. 

Met 1849 vond v. d. Vliet een nieuw middel uit, dat 
met niet weinig beweging uitgebazuind werd. Ilij vroeg en 
kreeg (bij kon. besluit van 22 Tebr.) vergunning om aan zijn 
Tijd te verbinden een loterij van boeken en platen, ter waarde 
van / 2275. — , verdeeld in premiën van ƒ 500. — , / 300. — , 
/ 200.— , f 100.— , f 75.—, ƒ 50.— , ƒ25.— , ƒ 10.— en 
ƒ 5. — ; te bestellen naar eigen keus der trekkers; met een niet- 
prijs voor alle anderen, ten bedrage van ƒ 3. — en bestaande. in 
een cahier van vier lithographiën. „Ik wenschte wel", schreef hij 
in het openbaar, „dat de Boekhandel nu eens mijn streven erkende 
en mij hielp de oplage te plaatsen, die nu driemaal sterker 
is geworden. Tevens zal ik voortaan in de Tijd verslagen gaan 
geven van boeken, die bij mij worden ingezonden. De Tijd is een 

MAQTIG ORGAAN gCWOrdcU !" 

Bij deze loterij, die onder den schijn werd gebracht alsof er 
f 8000. — waarde in stak, bleek nog een angel in het riet te 
schuilen. Van der Vliet was door het 02)eenstapelen van onder- 



PEESOONLIJKB WAAEDEBBING. 377 

scheiden ondernemingen geldelijk aan lager wal geraakt. Om zich 
bedrijfkapitaal te verzekeren had hij sinds lang op vooruitbetaling 
aangedrongen, hetgeen hem telkens door den boekhandel betwist 
was, al had hij ook nog zoo leuk geschreven: „Aan de solide con- 
fraters zal zulks niet hinderen, en de onsoliden zal men er door 
leeren kennen!" Nu meende hij een middel tot algemeenen dwang 
gevonden te hebben, en bepaalde dat men voor ƒ 10.75 een lot zou 
nemen in zijn loterij , waar men de Tijd op toekreeg , maar dat men 
dan ook dat lot zou moeten betalen bij de uitgifte, en wel bij de 
verschijning van de 13e aflevering van de Tijd. Toen ook deze 
vlieger niet opging , dacht hij iets anders uit. „Met het begin van 
1851", zoo annonceerde hij in het NieuteaUad^ «breng ik eene ver- 
andering in het betalen van en in het disponeren over liet bedrag 
van de Tijd. Ik laat de particulieren betalen voor de Ie aflevering 
10 cents, voor de 2e 13 cents, voor de 3e 16 cents, telkens met 
opklimming van 3 cents. De laatste aflevering kost dan niet meer 
dan 79 cents, en bij het betalen dier laatste aflevering geef ik 
gratü het lot. Bij elke aflevering ontvangt de Boekhandel de qnitan- 
tiëu voor dè particnlieren , terwijl ik disponeer om de drie maanden , 
als dus het bedrag der inteekenaren reeds ontvangen is: Ie kwartaal 
85 cents, 2e ƒ 1.73, 3e ƒ2.58, 4e ƒ3.49, te zamen ƒ 8.65." 

Dergelijke vreemde praktijken, allerlei grootspraak enopschroe- 
vjng, geknoei en gehaspel, ook met andere van zijn vele uitga- 
ven, knaagden aan den goeden naam van v. d. Vliet bij den, 
boekhandel. Hij was er al meer en meer toe gekomen om de 
Engelsche opsnijderij na te volgen , die hij in een der afleveringen 
van de Tijd beschrijft en daar vertelt hoe de uitgevers aan gene 
zijde van het Kanaal geld weten te verdienen door monsterach- 
tige aankondigingen, schitterende kermisachtige vertooningen en 
marktlawaai in het oneindige. Hij beleefde voor zich zelv' ten 
deele wat hij in een ander opstel van de Tijd verhaalt onder den 
titel van Waarhedtn, uit het leven van een Uitgever, van dezm tijd: 



378 PERSOONLIJKE WAABDEEEING. 

Eeu jong mensch met eeiiig fortuin stelt zich het beroep van 
uitgever voor als een ideaal, om daardoor de maatschap])ij van 
dienst te zijn in het bevorderen van letterkunde en wetenschap. 
„Ik trad mijn werkkring in" , zoo laat hij dien jongen man ver- 
halen, „ongeveer met hetzelfde gevoel, dat mij vroeger bezielde 
toen ik mijne belijdenis aflegde en in stilte beloofde dat ik een 
getrouw navolger zou zijn van 'sHeeren geboden. Ik nam alleen 
degelijke manuscripten aan en hielp jeugdige schrijvers voort door 
hun ruim geld ie verschaflen en den weg des roems te openen. 
Ik rigtte een tijdschrift op eenig in zijne soort, maar dat niet 
genoeg gewaardeerd werd, vooral omdat eenige letterkundige 
straatjongens zich vermaakten door den kundigen redacteur met 
slijk te werpen, 't geen het grootste gedeelte van het publiek 
zeer prettig vond. Daarbij , de nijd der redacteuren van andere 
tijdschriften wendde alles aan om mij te gronde te rigten en 
maakte mij belagclielijk. Ik had ongelukkigerwijze tot levensspreuk 
gekozen: //Doe wel en zie niet om!" Mijn tijdschrift prees alle 
goede rigtingen in de kunst en bestrafte de slechte, zonder acht 
te geven op beroemde namen; en op die wijze kreeg het alle 
tijdschriften en letterkundigen en tooneelspelers tegen zich. Als 
uitgever verloor ik geld , veel geld ! Maar ik trad voort op de 
baan van mijn werkkring als een apostel der menschelijkheid. — 
Toen kwam eens op een avond, terwijl ik vol droefenis in mijn 
klein kamertje zat en de regen droefgeestig langs mijne ramen 
zijpelde, een schraal en mager man bij mij binnen met een rol 
onder den arm. Hij noemde zich doctor in de wijsbegeerte. '/Man 
des ongeluks !'' sprak hij mij aan. //Ik heb uw braafheid -reeds 
langen tijd in het oog gehouden en bewonderd. Gij hadt bij al 
uwe ondernemingen als uitgever geen gewin op het oog; maar 
gij wilde t verlichting, beschaving en menschelijkheid bevorderen. 
Ik weet, hoe slecht u dit bekomen is. Gij hebt een huishouden, 
en het is uw pligt vour het levensonderhoud der uwen te zor- 



PEUSOOIILIJVB WAABUEEKINO. 379 

geil. Hier lieb ik betere mauuscripten." Ik las: O^fnlbaar middel 
tei/eii ektlerooffoi. — J)e kun»t oia hngouUtekiag zmider geneeaheer te 
yi^ieien, enz. eiiz. "Alles is bedrog", ging hij voort. "Maar dat 
komt er iiiet op aan. T-aat schrijven, kies bluffende titels, maak 
beweging, win geld." — Eu ik gaf prullen uit En zie, mijne 
ondernemingen maakten mij rijk. — O gij dwaas, die in uw 
werken uwe ziel aan uw volk wilt scheuken eu daarvoor beloo- 
uing verwacht! Zwoeg en zorg alleen voor u zelven, eu gij zult 
gouden vruchten oogsten!" 

Met zulke beginselen kon de boekhandel geen vrede hebben. 
Maar ook buiten den boekhandel en het publiek om, dat zulke 
laffe pronkerij tegen de borst was, kreeg Boudewiju het 
spoedig te kwaad met ziju letterkuudige vrienden. Hij kou het 
niet nalaten, in zijn beoordeelende verslagen nu dezen, dan genen 
ceu steek onder water of opeidijk een oorveeg te geveu. als uit 
wrok op auilcreu, die zijn handelingen van tijd lot tijd wikten 
en wogen. Vooral in een vlugschrift, getiteld Boudeieijn m de 
Tijd; Nietüa ook zonder loterij, met het motto; 

Sie sind eiu Dichter unter den Dicbtcrn, 
Wie ein Irrlicht unter den Lichteru ; 

- had Is. J. Lioii Boudewijn's vertaalde en oorspronkelijke opstel- 
len zoo kwaadwillig eu duchtig onder handen genomen, dat enkele 
taalkundige bokkeu een tijdlang den laciilust bezig hielden van 
allen , die allerliefst iemands gebreken en zonden besproken zien , 
zonder de verdiensten daar tegenover te stellen, 's Mans humeur 
werd daardoor niet beter , wel hoe langer hoe meer bitter ; en 
uu moesten ook anderen , wie ook , zelfs zijn tn)uwste medewer- 
kers, zijn ergernis misgelden. Van lieverlede kreeg hij de heele 
wereld tegen zich en stierf bijtijds in 1S51, op 37 jarigen leef- 
tijd, na als uitgever en schrijver vrij wat ojispraa'k gemaakt te 
hebben. Maar hoe men ook ingenomen mocht zijn tegen zijn 



380 PERSOONLIJKE WAAKDBEBING. 

opvijzelend timmeren aan den weg en tegen zijn letterkundige 
misgrepen, toch behoorde van der Vliet ontegensprekelijk tot de 
uitgevers van een zeldzame werkkracht en mag zijn Tijd tot de 
degelijkste en smaakvolste tijdschriften zijner dagen gerekend 
worden. 

Na zijn dood sleepte «fe Tijd^ die in zijn bloei meer dan 2000 
intcekenaren telde, een steeds kwijnender leven voort en hield hij 
zich door allerlei kunstmiddeltjes staande , eerst ten behoeve der 
weduwe, later onder verschillende uitgevers, totdat hij in 1864 
zijn baan sloot zonder gemist te worden. 

liet ZoiidagMad , evenzeer een onderneming van van der Vb'et , 
verscheen voor het eerst in 1849. Oorspronkelijk was het 
bestemd om een wekelijksche concurrent te worden van de 
stichtelijke maandschriften. Maar het veranderde weldra van aard, 
kreeg allerlei rubrieken tot toevoegsel en werd, volgens het pro- 
spectus van den uitgever-redacteur, Een groot Familie-Nieim^apifir ^ 
HET ALLERGROOTSTE NIEUWSBLAD VAN ONS TAND! 
Het omvatte '^ Staatkunde , Kronijk, Nieuwstijdingen, School- en 
Kerknieuws, Letternieuws , Kunst-, Tooneel-, Industrieel en ander 
Nieuws , Aanbestedingen , Modes , Huishoudelijk Nieuws en Re- 
cepten , Allerlei en Anecdoten , Boekbeschouwingen . Zondags- 
bloempjes , Antwoorden op vragen , Rekenkundige voorstellen , Raad- 
sels en Charaden, waaronder een PRIJSRAADSEIi." — Met dit Prija- 
raadsel^ voor welks oplossing f 100. — in geld en een levenslang 
gratis abonnement op het Zondagsblad uitgeloofd werd, maakte 
de uitgever weer niet weinig beweging. Dit gaf aanleiding, dat 
W. J. Van Zeggelen daarop een spotdicht uitgaf, getiteld : Het 
Prijsraadsel van Jiet Zondagsblad':, VerzucJding en Vloek ^ met cari- 
caturen geïllustreerd , en waarin de volgende coupletten voorkomen : 

Nog eens : die honderd gulden , 
Voor '*t leven abonné 



\ 



PERSOONLIJKE WAAUDEEUING. 381 

En (Ie eere der vermelding. ... 
Ik duizel van die pré! 

En lig ik op mijn leger, 

En slaap ik, denkens-zjit , 
Mijn kussen wordt een geldzak. 

Mijn dek — : een Zondagsblad. 

m 

Zelfs , gaat het Blad te gronde , 

Zelfs dat maakt mij niet bang, 
Tk krijg — dat is 't accoord zoo — 

Mijn nommer levenslang. 

Bovenal evenwel maakte hij werk van advertentiën voor 5 cents 
de regel. In deze laatste rubriek zat vooral de winst, aangezien 
ze dezelfde moesten zijn , die in de Tijd waren opgenomen. 

Het Zondagsblad^ hoe ook kunstmatig opgedreven en voortge- 
stuwd, kon in de verte zijn kosten niet dekken. Na den dood 
van van der Vliet in 1851 ging het van de eene hand in de 
andere over. Het veranderde mettertijd zoo geheel van vorm , 
aard en strekking, dat alleen de tit.el behouden bleef, totdat het 
voorgoed gestaakt werd in 1861. 

Van der Vliet's overige uitgaven , waaronder verschillende door 
hcm-zelven geschreven , o. a. zijn Jongejnffrouwm , Beelden en Scha- 
duwen^ vertalingen van romans enz., waren grooter in getal dan 
in beteekenis. Ook hij had de fout, te veel hooi op de vork te 
nemen en te spoedig een welgesteld man te willen zijn. Daardoor 
versnipperde hij zijn tijd en zijn kracht en werd hij het tegendeel 
van rijk. De lof mag hem evenwel niet onthouden worden, dat 
hij een handig koopman en daarbij zeer gezet op een keurige 
uitvoering zijner uitgaven was. Maar van hem moet tevens ge- 
tuigd worden, dat bij hem twee elementen, dat van letterkundige 



■J 



382 



TEUStyOS LUKS W Jk A RDEE KI XG . 



en dat van hamlel?nian, voortdurefid orerhoop lagen . omdat ze heiden 
het hoogiïte w(x>rd begeerden en dit zochten niet door bezadigtle 
degelijkheid, maar door luidnichtig getier. Was Boadewijn langs 
studie en oefening bedaard zijn weg gegaan, hij had wellicht een 
sieraad voor onze letterkunde knnnen worden. Had van der 
Vliet met zijn talenten zich met de borst en met den noodigen 
ernst op het uitgeven willen toeleggen, hij had zeker menigeen 
overschaduwd. Nu hij, te wild en te woest, beide te gelijk wou 
wezen, is hij ondergegaan als een vallende s<er, even flikkerend, 
toen spoorloos verdwenen. 






■ 

r 

t 

■ 

f 



1 



I 



(J