(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Catalogus der werken over de doopsgezinden en hunne geschiedenis aanwezig in de bibliotheek der Vereenigde doopsgezinde gemeente te Amsterdam"

Presented to the 

LIBRARY oj the 

UNIVERSITY OF TORONTO 

by 



PROFESSOR PETER BROCK 



UC ' 




CATALOGUS 

DER WERKEN OVER 

DE DOOPSGEZINDEN EN HUNNE GESCHIEDENIS 

AANWEZIG IN DE BIBLIOTHEEK 
DER 

VEREENIGDE DOOPSGEZINDE GEMEENTE 

TE 
AMSTERDAM. 



Amsterdam 

J. H. DE BUSSY 

1919. 



VOORBERICHT 



Sinds het jaar 1885, toen het eerste deel van den door den Hoogleeraar 
Dr. J. G. DE Hoop Scheffer bewerkten Catalogus verscheen, is de 
bibliotheek der Yereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam, door 
aankoop en schenking, zeer aanzienlijk verrijkt. De samenstelling van 
een nieuwen catalogus werd dringend noodig. Deze is thans gereed, doch 
zal wegens den grooten omvang niet in druk- verschijnen. 

Eene uitzondering wordt gemaakt voor het gedeelte dat de werken 
bevat welke meer bijzonder op de Doopsgezinde Broederschap betrekking 
hebben. Hier noopt de belangrijkheid van deze merkwaardige, door hare 
volledigheid uitmuntende verzameling van meerendeels zeer zeldzame 
geschriften tot de uitgave. 

Opgenomen is alles wat gerekend kan worden voor de Doopsge- 
zinden en hunne geschiedenis van belang te zijn, doch de bellettristische 
en wetenschappelijke werken van Doopsgezinde schrijvers en geleerden 
na de 18'ie eeuw, ook als zij zich op algemeen theologisch gebied be- 
wegen, zijn weggelaten. Men vindt hier echter wel leerredenen, boekjes 
voor godsdienstonderwijs en stichtelijke lectuur, daar deze in het gees- 
telijk leven der Doopsgezinden een blik laten slaan. De geschriften over 
doop, eed en noodweer van niet-Doopsgezinden en voor de Doopsgezinde 
Broederschap van geen belang, welke door de Hoop Scheffer in diens 
catalogus onder de rubriek „Kenmerkende gevoelens'' mede eene plaats 
vonden, zijn hier uit die afdeeling verwijderd. Evenzoo is gehandeld 
met de geschriften over den Dnitschen boerenoorlog in de hervormings- 
eeuw. "Van de Baptisten is alleen hunne wordingsgeschiedenis, die met 
de Anabaptistische beweging samenhangt, en de voorgeschiedenis van 
de Doopsgezinde Vereeniging tot bevordering der Evangelieverbreiding 
opgenomen. 

Veel zorg is besteed aan de systematische rangschikking der ge- 
schriften. Eene uitvoerige inhoudsopgave wijst den weg. Een register 
op de namen en titels is bewerkt, doch kan wegens de tijdsomstandig- 
heden thans niet gedrukt worden. Het zal — naar wij hopen — later 
verschijnen. 

De schrijfwijze der oude titels is zoo getrouw mogelijk gevolgd, al zijn 
dikwijls verkortingen aangebracht. Van de boeken na het jaar 1700 ver- 



schenen werden, behalve iu enkele bijzondere gevallen, de namen der 
uitgevers weggelaten. De titels der leerredenen zyn zeer sterk verkort, 
met dien verstande, dat tekst, plaats en tijd, waarop ze werden ge- 
houden, daarachter zijn geplaatst en, voor zoover niet op den titel zelf 
vermeld, tusschen | J gezet. Overigens staat alles waardoor een titel 
aangevuld of gewijzigd is, tusschen [], ook de auteursnamen die in den 
doorloopenden tekst van den titel worden genoemd. 

De geschriften waarvan het formaat niet wordt vermeld zijn in S". 
Die welke als kl. 8" worden aantreduiil zijn in 12". Jlet lö" wordt in 
den regel te kennen gegeven, dat een blad het vierde gedeelte is van 
een blad in 4". 

Bij het samenstellen van dezen Catalogus mocht ik de medewerking 
ondervinden van mijn broeder Dr. G. J. Boekenoogen te Leiden, wiens 
bibliographische kennis dus aan dit boek ten goede is gekomen. 

.1. G. BOEKENOOGEN. 
Krommexiu. December 1918. 



INHOUD 



lil//.. 

Bibliographie 1 

GESCHIEDENIS DER DOOPSGEZINDEN IN HET ALGEMEEN. 

Jaarboekjes, weekbladen enz 4,357 

Algemeene gescbiedwerken 7,318 

Martelaarsboeken 14 

DE DOOPSGEZINDEN IN DE VERSCHILLENDE LANDEN. 

A. Zwitserland. Oosteseijk-Hongarije, Itamë, Zuid- 

DüITSCHLAND EN FRANKRIJK. 

Geschiedenis 17,348 

a'. Opkomst van het Anabaptisme 17 

b. Vervolging en martelaarschap 19, 348 

c. Het Anabaptisme in Zwitserland 2ü 

d. Het Anabaptisme in Oostenrijk en Italiü 21 

e. Het Anabaptisme in Zuid-Duitschland en Frankrijk . . 22 
Geschriften van on over Anabaptisten en hunne geestverwanten 23, 3J8 

Strijdschriften tegen het Anabaptisme 31 

Godsdienstige liederen en bijbelvertaling 38 

B. De Nederlanden, West- en Noord-Düitschland. de 

NOORDSCHE LANDEN EN ENGELAND. 

I. Geschiedkundige werken, handelende over verschillende tijdrnkken. 

a. Geschiedenis in het. algemeen 40,348 

b. Geschiedenis van Gemeenten 41 

c. Geslachtkunde 44, 349 

II. Geschriften en bescheiden betreffenxie bepaalde tijdvakken. 

Eerste T ij d v a k (tot het jaar 1566). 

Geschiedenis 49, 349 

rt. Verbreiding van het Anabaptisme naar het Noorden . 49 

b. De Munsterschen 50, 349 

c. Vervolging en martelaarschap 58 

Geschriften van en over Anabaptisten 61 

Melchior Hoffmann, blz. 61. — Bern. Rothmaun, h\y.. ()■_'.— 
David Joris, blz. 63. 



VIII 

BLZ. 

(Teschrifteii van en over Meniio Simons 79,350 ' 

Geschriften van cu over andere Doopsgezinden 92, 351 

Dirk Philips, blz. 92, 351. 

Strijdschriften van tegenstanders 97 

Tweede Tijd vale ivan 1566—1795). 

Geschiedenis 99, 351 

a. Vervolging en martelaarschai 99 

b. De vorming der partijen 102 

c. De strijd der ineeningen binnen de Broederscliap . . . 109,351 
Socinianisrae, blz. 109. — Jaques Outerman, blz. 109. — 

Hans de Ries enNittert Obbes, blz. 111 — UckeWalles, 
blz. 113. — Galenus Abrahamsz., blz. 115. — De stryd te 
Utrecht, blz. 119, 352. — De scheuring te Amsterdam, 
blz. 121, 352. — Het Verbond van Eenigheid, blz. 128. — 
De zaak Stinstra, blz. 136. — De zaak A^an der Os, 
blz. 140. 

d. Plaatselijke geschiedenis- 146, 352 

e. Levensschetsen 155, 353 

f. Geschiedenis van geestverwante richtingen 156,353 

1. De Browniston en vroegste Baptisten, blz. 156. 

2. De Rynsbiirgers, blz. 159, 353. 

3. Verdere geestverwanten, blz. 167. 

Belijdenissen 168, 353 

Kenmerken en eigenaardigheden 173, 353 

a. In 't algemeen 173 

b. Doop 174,353 

c. Bed 181 

d. Leer der Menschwording 181 

e. Weerloosheid 184 

f Overheidsambt 185 

g. Tucht 185,354 

/(. Huwelijk, Buitenfrouw, Eclitmyding 186 

i. Leeraarsambt en Dienaarschap 187 

j. Stil en stemmelijk gebed 188 

A;. Andere eigenaardigheden 189,354 

Polemiek van en met niet-Doopsgezinden 189,354 

Over het rigoureus plakkaat van Groningen, blz. I'.i3. — 
Petr. Bontemps en de Bloksche Mennisten, blz. 200. 

Godgeleerde en stichtelijke werken 210,354 

(f. Bijbelvertaling 210, 354 

Van Rijnsburgers, blz. 212. 

b. Godgeleerdheid en historie 212, 355 

Van Rijnsburgers, blz. 221. 



BLZ. 

f-. Stichtelijke lectuur 223, 355 

d. Poëzie 23?. 

Lijkclicliten en andere gelegenheidsgedifhten, 
blz. 236. — Gedichten van Rijnsburgers, blz. 289. 

e. Prediking ■ . 239,355 

iQtree-, jubileum- en afschoidfipreeken, blz. 248. — 
Lijkredenen, blz. 250. — Preeken van Rijns- 
burgers, blz. 255. 

f. Godsdienstonderwijs 256 

Godsdienstige liederen 265, 355 

P.salmberijmingen, blz. 278. 

Derde T ij d v a k (.sedert 1795). 
Nederland. 

Geschiedenis 280,356 

a. Geschiedenis der Broederschap 280 

b. Geschiedenis der Sociëteiten en algemeene Doopsge- 
zinde instellingen 281, 356, 357 

c. Plaatselijke geschiedenis 287, 356, 357 

d. Levensschetsen . • 297, 356 

Kenmerken en eigenaardigheden 303 

a. Doop en Eed 303 

b. Vrijstelling van het wapendragen 305 

c. Gemeenteleven, enz. 305 

Geschriften van Doopsgezinden 306, 356 

n. Polemiek 306 

h. Stichtelijke lectuur 307 

c. Prediking 310,356 

Intree-, afscheids- en herdenkingspveeken, blz. 318. 
— Lijkredenen, blz. 322. 

d. Godsdienstondervpijs 324,356 

Godsdienstige liederen en l)iibplvertaling 329 

D u i t s c h 1 a n d. 

rt. Oostfriesland 331 

b. De Rijnprovincie en Westfalen 332 

c. Hamburg-Altona 333 

d. West- en Oost-Pruisen 334 

e. De Palts, Hessen enz 336 

/•. Berlijn 338 

g. Vereinigung der Mennoniten-Gemeinden ... . 338 

C. Rusland 340 

D. Amerika. 

Geschiedenis 342 



BLZ. 

Vereenigingfen van Gemeenten 'Mi 

Doopsgezinde geslachten 344 

Geschriften van Doopsgezinden :!45 

Godsdienstige liederen 347 

BIJGEKOMEN BOEKEN EN GESCHRIFTEN 348 

Verbetering 357 



BIBLIOGRAPHIE. 



Naamlyst der Doopsgez. schry veren en schriften [van 1539—1745] 
[d. M. Schagen]. Am.st. 1745. 

2 Exempl., beide doorschoten in 4», waarvan een met geschreven aant. 

Catalogus v. boeken ... [waarin eene] verzaameling v. meest alle 
de Doopsgez. of Mennonite schrijveren en derzelver tegenschrij veren, 
byeen verzamelt door Gr. Maatschoen, emerit. predikant. 
Amst. 1752. 

Auctiecatalogus. 

Catalogus der biblioth. v. de Doopsgez. Gemeente te Enschede. 
Enschede, 1836. 

Catalogus librorum, qui studiis inservierunt Jani Brouwer. 
Leovardiae, 1838. 

Auctiecatalogus. 

Catalogus v. Doopsgez. geschriften behoorende tot de biblioth. der 

Vereenigde Doopsgez. Gemeente te Amsterdam [d. S. Mulle r]. 

Amst. 1854. 
Katalog der Kirchenbibliothek der Mennonitengemeinde zu Danzig. 

Danzig, 1869. 
Catalogus v. de biblioth. nagelaten door J. D. H e s s e 1 i u k. 

[Gron.] 1878. 

Auctiecatalogus. 

Catalogus der biblioth. nagelaten • door S. BI au pot ten Ca te. 

[Gron. 1885]. 

Auctiecatalogus. 

Boekeulüst v. de leesbiblioth. der Doopsgez. Gemeente te Wolvega, 
1886. Dragten, 1886. 

Catalogus v. de biblioth. der Vereen. Doopsgez. Gemeente te 
Amsterdam [d. J. G. de Hoop Schefferj. Dl. II [Teleiobaptistica]. 
Amst. 1888. 



Katalog V. der Biblioth. der Menn.-Gemeinde zu Hamburg u. Altona 
[d. H. van der Smissen]. [Altona] 1890. 

Catalogus v. de verschillende in de biblioth. der Doopsgez. Gemeente 
te Kampen aanv/ezige vrerken, op 1 Apr. 1900. Kampen, z.j. 

Scheffer, J. G. de Hoop. Inventaris der archiefstukken berustende 
bij de Vereen. Doopsgez. Gemeente te Amsterdam. [Amst.] 
1883, 84. 2 dln. 

Wiersuin, B., Het archief der Doopsgez. (iemeente te Rocterdam. 
Z. pi. en j. 

Terzeichniss seltener u. werthvoller Werke a. d. Antiquariate v. 
S. C a 1 v a r y u. Co. (Zur Gesch. u. Liter, der Wiedertaufer u. der 
verwandten Secten. Schriften Martin Luthers.) Berlin, 1869. 

Beibl. z. d. Mittheilgn. a. d. Antiquariate v. S. Calvary u. C". N». 5. 6. 

Katalog 46 enthaltend das Verzeichn. einer reichh. Sammlg. v. 
Flugschr. Luthers u. seiner Zeitgenossen, kostb. u. seltenen Bibeln, 
Katecliismen, Kirchenordnungen etc, darunter zahlr. schön illustr. 
Werke. M. 40 Paesimiles. München, z.j. 

Antiquariaats-catalogus v. Jacques Rosenthal. 
Hatzer u. Dengk, BibliaGerm. S. 13. 
Wiedertaufer. S. 123 ff. 

Breslaiier, Martin, Anzeiger II. Berlin 11910]. 

Antiquariaats-catalogus. 

Wiedertaufer. Originalhss. u, Druclte in Prosa, Lied u. Bild. S. 89 ff. 



Wiener, G. N., Von der, i. d. .Tahren 1527 u. 1-^28, zu Worms, bey 
dem Buchdrucker Peter Schöffer, zuerst herausgek. teutschen 
Uebers. der Propheten, v. L. Hatzer. [Einladungsschrift.j 
Worms, 1770. 4". 

Doedes, fJ. I.], Ein Mandat .Tesu Christi von Nicolaus Herman, 
in 14 Ausgaben. 1524-1613. [Gotha, 1878]. 

Uit: Theol. Studiën u. Krit. Jalirg. 1878. 

Bahimann, P., Die Wiedertaufer zu Munster. Eine bibliogr. Zusam- 
menstelhmg. Munster, 1893. 

Zeitschr. f. vaterl. Qescli. u. Altertliumsk. Westfalens. Bd. LI. 

, Idem. Munster, 1894. 

Overdruli v. het voorgaande, vermeerderd met een „Naclitrag" en Register. 



Linde, A. van der, David Joris. Bibliografie. '.s-Graveiili. 1867. 

Doedes, J. I., Nieuwe Bibliogr.-hist. Ontdekkingen. Bijdragen tot de 
kenni.s ... v. de oudste drukken v. het Doopsgez. martelaarsboek 
„Het Offer des Heeren". Utr. 1876. 

Wieder, F. C, De Schriftuurlijke Liedekens. De liederen der Nederl. 
Hervormden tot op het jaar 1566. Inhoudsbeschr. en bibliographie. 
Acad. proefschr. 's-Gravenh. 1900. 

Keilen, J. Ph. yan der, ,Tan en Casper Luiken. Z. pi. [1871]. 

Eeghen, P. van, Het werk van Jan en Casper Luyken. Met mede- 
werking V. J. Ph. V. d. Keilen. Amst. 1905. M. -56 pi. 2 dln. 

Nippold, D., Die protestant. Dissenters in der Litteratur des Jahres 
1887. [Leipz. 1888]. 

Hierin: 2. Die Mennoniten. 

Overdr. uit: Jahrbiiclier f. protest. Tlieol. XIV. 



GESCHIEDENIS DER DOOPSGEZINDEN 
IN HET ALGEMEEN. 



JAARBOEKJES, WEEKBLADEN ENZ. 

Naamlyst der tegenw. in dienst zijnde prediicanten der Mennoniten 
in de Vereen. Nederl. 1731. Anist. z.j. 12". 

V. den Prof. en de Pred. der Doopsgez., iu en buyten 



de Vereen. Nederl. 1743. Amst. z.j. 12". 
V. de Prof. en Pred. der Doop.sgez. in en buiten do 



Vereen. Nederl. 1755, 57, 59—76, 78-r94:, 96, 98. [Sedert 1788 met] 
Doopsgez. kerlc-nieuws. Ani.st. [tot 1770 z.j.] 1771-98. 12". 39 dln. 

[idem] in en 'buiten de Bataafsche Republiek. 1800, 02, 



04, 06. Amst 1800-06. 12". 4 dln. 

[idem] in en buiten het Koningr. Holland. 1808 en 1810. 

Amst. 1808-10. 12". 2 dln. 

Meestal als onderdeel van: Naamlijst d. Remonstrantsche Prof. en Pred., 
benevens die der Doopsgezinden enz. 

Van de jaarg. 1771, 89, 96, 98, 1808 is ook aanwezig een afschrift d. J. A. 
van Pesch in 4". 

der Doopsgez. Gemeenten en Leeraren, in de Vereen. 

Nederl. en eenige aangrenzende en nabij gelegene landen ; benevens 
Doopsgez. kerknieuws. Sedert 1810; opgemaakt en in orde gebragt 
voor 1815 [d. A. H. van Gelder]. Amst. 1815. 12". 

In dit en het volgende deeltje vormt de Naamlijst der Remonstr. Gemeenten 
en Pred. een aanhangsel. 

[idem] in de Vereen. Nederl. Benevens Doopsgez. kerk- 
nieuws. Sedert 1815 opgemaakt; en in orde gebragt voor 1829 
[d. S. Muller]. Amst. 1829. 12". 

2 Exempl. waarvan I doorschoten en met geschr. aant 
Hiervan ook een afschrift d. J. A. van Pesch in 4°. 



Naamlyst v. de leeraren bij de Doopsgez. ia Vriesland, Groninger- 
land en vijf eilanden. 177'.». Uitgeg. d. P. van der Ploeg. 
Leeuw. z. j. 

Jaarboekje voor de Doopsgez. gemeenten in de Nederl. [uitgeg. d. 
Ö. Muller), [18371, 1838—39, 1840-50. Amst. 1837, 40, 50. 

Achterin: Naaml. der Remonstr. gemeenten en prcd. in de Nederl. 1837—50. 

Lectuur (Godsdienstige) voor Doopsgezinden verzameld d. D. S. 
Gorter. Sneek, 1854—58. 8 dln. 

Bevat ook l<erl<nieiiws. Dl. II en III hebben ais titel: Doopsgez. lektuur 
tot bevordering v. christ. kennis en godzaligheid. 

Uüdragen (Doopsgez.) uitgeg. onder red. v. D. Ilartiug en P. Gooi. 
Jg. 1—5. Amst. 1861-65. 

Nieuwe Serie. -Jg. 1—3. Leeuw. 1867-69. 



Verz. en uitgeg. d. .L G. de Hoop Scheffer. Nieuwe 

Serie. Leeuw. 1870. 

187:^—80. Amst. en Leeuw. 1872-80. 

1881-93. Leiden, 1881-93. 



1894—1912. Verz. en uitgeg. d. S. Gram er. Leiden, 

1894 — 1912. Enkele jaren met portr. en platen. 

Register op de Doopsgez. Bijdragen. 1861 — 99. In handschr. 4". 

[Vos, K.], Doopsgezinde Bijdragen. Register op de vijftig eerste 
jaargangen daarvan, 1861-1910; benevens op S. Muller, Jaar- 
boekje, 1837 — 1850; en D. S. Gorter, Godsdienstige lectuur 
voor Doopsgez., 1854 — 1858. Leiden, 1912. 

Overzicht (Statistiscli) v. de Doopsgez. gem. in Nederl. en de naburige 
in Pruis.sen, op 1 Jan. 1885, 1890, 1895 Z. pi. 1885-95. 40. 3 st. 

Jaarboekje (Doopsgez.) 1902 — 14. 'Onder red. v. A. B i n n e r t s S z. 
Assen, 1901 — -13. M. portr. en platen. 

Zondagsbode iDe) in Doop.sgez. en verwante i'hristel. gemeenten, 
Jg. 1-7. Meppel, 1887-94. 4". 

Doopsgez. weekblad. Jg. 8—26. Amst. 1895-1913. 4". 

Geschriftjes ten behoeve v. de Doopsgezinden in de verstrooiing. 
N". 1—39. [Utr. 1897, 98; z. pi. (Amst.) 1899—1913]. 



Nainens-Verzeichniss der in Deutschlaud, üst- u. VVestpreuszen, 
Galizien, Polen u. Ruszland befindl. Menn. Gemeinden sowie ihier 
Aeltesten, Lehrer u. Vorsteher. 1857, 1881 [von J. Mannhardt]. 
Danzii<, 1857 en 1881. 2 st. 

Jahrbuch der Menn.-Gemeinden in West- u. Ostpreuszen. Hrsg. v. 
H. G. Mannhardt. Danzig, 1888. 

der Altevangelischen Taufgesinnten od. Menuon.-Ge- 

iTieinden. Hrsg. v. H. G. Mannhardt. Danzig, 1888. 

Gemeinde-Kalender (Chri.stl.) auf d. Jahr. 1894, 96-99. Jahrg. I, 
III — VIII, XIII. ilnsg. V. der Conferenz badisch-pfalzischer (Jg. XIII: 
der süddeut.-ichen) Mennoniten. Frankf. a. M. 1894 — 98; Kaisers- 
lautern, 1899, 1904. M. afb. 

Blatter (Mennonitische). Jahrg. I — LX. Danzig, etc. 1854 — 1913. 4°. 

Gemeindeblatt f. Mennoniten. Jahrg. VII -XXXII, XXXIV -XXXVI. 
Sinsheim, 1876-1905. 4". 

Van Jg. XXII/189I ontbr. N». 12. 

Van Jg. XXXIV/I903 slechts N». 13-24 aanwezig. 

Fainilien-Kalender. 1878. 81, 82, 95, 98, 99. Elkhart Ind. 1878-99. 

Rundschau (Mennoniti.sche). .Jahrg. V-VII, L\ — XIII. Elkhart Ind. 
1884-92. f. 

Bundesbote-Kalender. 1890, 98, 99, 1902. Berae Ind. 1890—1902. 

Year Book iMennonite) and Almanac for 1900, 1901. Quakertown 
Pa. 1900-01. Idem 1909. Philad. Pa. 1909. M. afb. 4". 

Herold (Der) der Wahrheit. Jahrg. I-XV, XXV -XXIX, XXXIII 
u. XXXIV. Chicago III. 1866; Elkhart Ind. 1867-97. f. 

Heiinath (Zur). Jahrg. I-VII. Sommerfield III. etc. 1875-81. 4». 

Ontbr.: N». 8 v. Jg. III, 4 v. Jg. IV, 3, 5 en 6 v. Jg. V, 1 v. Jg. VI en 6 en 7 
V. Jg. VII. 

Endeavorer (The Mennonite). June 1900, Jan.-Nov. 1901. Philad. 
Pa. 1900-01. 

Monatsbliitter au.s Bethel College. Jahrg. VIII — XVII. Newton 
Kans. 19i«-12. 

Sedert 1909 ook getiteld: Hctlicl Coliege Muntlily. Ontbr. v. Jg VIII N«. 1, 
4 en 5. 



ALGEMEEIVE GESCHIEDWERKEN. 

Lexikou uMeiinonitisches), hrsg. v. C h r. H e g e u. G h r. N e f f. 
Fraukf. a. M. u. Weierhof tPfalz), 1913. 

[Walraven, S.], SvccessioAnabaptistica, Dat is Ba bel der Wederdopers, 
eensdeels in Duytsland, maer principael in Nederlandt, In welcke 
de opgeworpen oorsprong, de rasende voortganck, ende bittere 
verstrouinge in t'cort verliaelt wort, Ghecolligert doer V. P. 
Coloniae, B. Gualtheri, 1603. 120. 

, Idem. Coloniae, B. Gualtheri, 1G12. l^o. 

■, Idem [uitgeg. d. S. Gramer]. 's-Gravenh. 1910. 

In: S. C ram er en F. P ij P e fi Bibliotheca reform, neerl. VII. 

Moded, H., Grondich bericht. Van de eerste beghinselen der Weder- 
doopsche Seckten, enz. Middelb., S. Moulert, 1603. 

Tooneel (Het) der Hooft-Ketteren, be.staande in verscheyde Afbeelt- 
sels van Valsche Propheten, Naackt-Loopers [enz.]... in 't Koper 
gesneden d. C. V. Sichem. Middelb., W. Goeree, 1677. f. 

Heruitgave zonder tekst van de 17 portretten uit: Historische Bcschrijvinge 
ende affbceldinge der voorneemste Hooft Ketteren (Amst., C. van Sicliem, 
1608), vermeerderd met 4 andere, waaronder dat van Menno Simons. 

Apocalypsis insigniura aliquot Haeresiarcharum . . . Interpr. H. S. 
F. D. M. D. [C. xvii eff.] Lugd. Bat., Henr. ab Haestens, 1608. 

Greuwel der vornahmsten Haupt-ketzeren, So wohl Wiedertauffer, 
als auch auderu. etc. [M. 17 portr.] Leyden, H. v. Haestens, 1608. 

Vertaling van tiet voorgaande met eenige weglatingen en toevoegingen. 
Dezelfde grav. 

Hooft-Ketteren (De voornaemstei Die haer iu dese tijden so in 
Duytslant als oock in dese Nederlanden opgeworpen hebben. . . 
Mits-gaders hare afbeeldingen. [M. 9 portr. (waarvan 8 copieën 
naar het voorgaande en 1 daaruit overgenomen) en 1 portr. op 
den titel.] Leyden, H. L. v. Haestens, 1608. 

Nederl. vertaling van een gedeelte van liet voorgaande, met enkele toe- 
voegingen. 

Grouwelen der voornaemster Hooft-Ketteren, Die ... so in Duytslant 
als in Nederlant hen opgeworpen hebben . . • Mitsgaders de Afbeel- 
dingen . . . Van nieus seer verb. ende verm. Gedruckt tot Leyden, 
Anno 1623. By J. C. v. Dorp. Voor Nicl. de Glerck, Boeckvercoper 



tot Delft. [M. 17 portr., dezelfde als in het voorgaaade boek, 
aangevuld met de overige uit de Latijnsche editie.] 

Naar de vorige uitgaven met toevoegingen, inzonderheid een lioofdst. over 
Obbe Philips en een aanhangsel over Menno Symons, Dirk Philips en hunne 
volgelingen. 

Idem. Naer de Copye van Delft. Ghedr. voor Nicl. de 



Clerck. [M. dezelfde portr.] Z. pi. en j. 

Uistory (A Short) of the Anabaptists of High and Low Germany. 
Londen, T. Badger for S. Brown, 16d2. 4». 

Idem. London, K. Austin, 1G47. 4". 

[Blome, U.1, The Fanatiek History, or an E.xact Relation and Account 
of the Old Anabaptists and New Quakers etc. London, J. Sims, 1660. 

De eerste 65 biz. zijn een herdruk van het vorige met weglating van het 
laatste hoofdst. M. een portr. v. Koning Karel II tegenover den titel. 

Historia Fanaticorum Oder eine vollkomne Relation u. Wissensch. 
V. den Alten Anabaptisten u. Neweu Quakern,... aussera Engli- 
schen [v. R. Blo m e] übers. v. B. F i g k e n, Dem rait beyge- 
füget ist, was mit etzlicheu Quakern ... in Dantzig . . . passiret 
ist. Dantzig, S. Reiniger, 1664. M. front. 

Anabaptisticum et enthusiasticum Pantheon u. Geistl. Rüst-Hausz, 
wider die Alten Quacker, u. Neuen Frey-Geister, welche die Kirche 
Gottes zeithero verunruhiget . . . habon. Z. pi. 1702. M. portr. en 
platen, f". 

Verzamelwerk van Zach. Theobaldus, bestaande in vier afzonderlijk 
gepagineerde werken, die blijkens de ondertitels in 1701 te Cöthen gedrukt 
zijn, en uitgegeven te Franckfurt a. M. Bevat verordeningen uit de 16de en 
17de e. tegen de Wedcrdoopcrs e.a., eene geschiedkundige inleiding over de 
Anabaptisten en verwante latere sectarisscn, en voorts herdrukken van ver- 
schillende geschriften over ketters en valsche profeten, o. a. de Historia 
Fanaticorum v. F i g k e n. 

Van dit werk is een 2de exenipl. aanwezig, waarin de 3 ondertitels, die het 
drukkers- of uitgeversadres bevatten, zijn herdrukt met het jaartal alleen 
(1701) en later ingeplakt ten einde de uitgave naamloos te maken. 

Op dezelfde wijze uitgegeven, blijkbaar bedoeld als 2de deel, is het vol- 
gende werk : 

Schwarm-Geister-Brulh tAlte u. Neue), u. Quacker-Greuel, Das ist 
Grundl. Vorstellung u. Glaubwürdige Erzehlung von denen Alten 
Quackern u. Neuen Frey-Geistern, etc. Z. pi. 1702. M. portr. en 
platen, f". 

Bevat ook iets over Thomas MUntzer en eene Confession der Doopsgezinden 
in Pruisen. In dit deel hebben de ondertitels geen drukkers- of uitgeversadres, 
maar alleen het jaartal 1702. 



Als 3de deel is bijgebonden: H. G, Neuss, Probatio spiritus et doctrinae 
Democriti (Dippcl). Francf. a. M. u. Leipz., 1701. In het andere cxempl. is 
hier wederom een nieuwe titel ingeplakt, zonder adres en met vermelding 
van 1702 als jaar van den druk. 

Ottius, J. H., Annales Anabaptistici etc. Basil., J. Werenfelsius, 
167l\ 4^ 

Loescherus, C, Secta Mennoaitarum qvüad ortum, progressum, et 
mataeologiam, Elencho, qva potiora religionis capita, notatam, 
delineata. [Specimen acad.] autli. J. Vagedt. Wittenbergae, Chr. 
Schrödterus, 1688. 4°. 

E. M. P., EniAEirMA sive Specimen Historiae Anabaptisticae etc. 
Z. pi. 1701. 

Catrou, F., Histoii-e des Anabaptistes. Paris, 1706. M. front, en 
1 vignet. 4''. 

Schyn, H., Korte liistorie der protestante Christenen, die men Men- 
noniten of Doopsgezinden noemt, enz. Amst. 1711. 

, Historia Christianorum qui in Belgio Foeder. inter Pro- 

testantes Mennonitae appellantur; ... adjecta di.squisitione, De 
Antiquitate Baptismi proselyt. inter Judaeos. Amst. 1723. 

, Gesch. der Prot. Christenen in 't Vereen. Nederland gen. 



Mennoniten . . . zynde daar by gevoegd een naauwkeurig onderzoek 
wegens de oudheid v. den doop der Joodengenooten onder de 
Jooden, vert. d. M. van M a u r i k. Amst. en Utr. 1727. 

, Historiae Mennonitarum plenior deductio, etc. Amst. 1729. 

, Uitvoeriger verhandeling of vervolg v. de Gesch. der 

Mennoniten, . . . U. het Lat. vert. d. M. van M a u r i k. Amst. 1738. 

'. Gesch. dier Christenen, welke in de Vereen. Nederlanden 

onder de Protestanten Mennoniten genaamd worden ; ... [en] 
onderz. wegens de oudheid v. den doop der Jooden-genooten onder 
de Jooden. 2^® druk op nieuws .u. het Lat. vert., en verm. m. 
eenige Aant. en een Voorber. door G. Maatschoen. Amst. 
1743-45. 8 dln. M. front., platen en portr. 

Het 2de dl. bevat de Uitvoeriger verhandeling v. de Gesch. d. Mennen., 
waarin ook hoofdstukken over Menno Simons (m. 1 portr.), Dirk P h i- 
lipsz (m. 1 portr.), Claas Claasz, Hans de Ries (m. 1. portr), 
Reinier Wybrandsz Wybma (m. I portr.), Pieter Jansz Twisck, 
Tieleman van Bracht (m. 1 portr ),Adriaan van Eeghem, Engel 
Arendsz van Dooregeest, Galenus Abrahamsz de Haan (m 
1 portr.), Jan Philipsz Schabalje, Pieter Pietersz (m. 1 portr.), 



10 

Samucl Apostool, Douwe h'cddriks, Korncliiis van Huyzen, 
Frcdcrik ToRcr, Joost Hcndriksz dn. 1 portr), Willem W y- 
nandsz, Govcrt Tobiasz van den Wyngaard, Jan Wille nisz 
(m. I portr.), Oom Jacob Dirksz, Willem Maarts z, Jan Gerritsz 
Buyser, Michael Fortgcns (m. 1 portr.). 

Het 3de dl., getiteld: Aanliangzel, Dienende tot een Vervolg, enz., bcva 
nog 19 levensbeschrijvingen van leeraren, alle ni. I portr.: Lubbert Ger 
ritsz. Jan Gerritsz van Embden, Aldcrt Volkerts z, Piete 
Andriesz H e s s e I i n g, Kornelis Klaasz Anslo, HansAlenson 
Je me Jacobsz de Ring, Abraham Dirksz Bieren s, Pieter Grys- 
peer, Tobias Govertsz van den Wyngaard, Bartel Louwer 
Anthoni Jacobsz Roscius, Jacob Cornelisz, Gerrit Roosen 
Lam bert Klaasz Aker, Lieuwe Wille msz Graaf, Pieter Schry- 
ver, Joannes Houbakker, Abraham Verduin. 

Scliyn, H., Levensbeschryving v. eenige vooinaanie mannen, ia 
hun leven Leeraaren by de Doop.sgezinden, Met derz. afbeeldingen. 
Amst. 1750. M. front. 

Nieuwe titeluitgave v. dl III van het vorige werk. 

Huyzen, K. v., Histori«che verhandeling v. de Opkom.-3t en Voort- 
gang, Mitsgaders de Godt-geleerdheyd der Doopsgez. Chii.stenen. 
Embden en Hamborgh, 1712. 

, Idem. 2<'6 dr. Hoorn, 1734. 



Burgmann, J. C, Dissert. histor.-eccl., de Historiae Mennoniticae 
fontibus et sub.sidiis. [Def.] J. H. Burgmann. Rostochii, 1732. 4". 

Starck, J. A., Geschichte der Taufe u. Taufge.sinnten. Leipz. 1789. 

Reiswitz, [G. L.J von, u [F.1 Wadzeck, Beitrage zur Kenntnisz der 
Mennoniten-Gemeinden in Europa u. America. M. dem Bildn. des 
Menno Simonis u. 1 Karte. Berlin, 1821. 

, Idem, II. Th. hrsg. v. G. L. v. Reiszwitz. Neb.st 2 



Ansichten des Danziger Bethauses. Breslau, 1829. 
, Glaubensbekenntnisz der Mennoniten u. Nachricht v. 



ihren Colonien, nebst Leben.sbeschr. Menno Simonis. M. 1 Kupfer 
(Mennol u. 1 Karte. Berlin, 1824. 

[Muller, S.), Taufe, Taufgesinnte. [Leipz. 1833]. 

2 Artikelen in Brockhaus' Conversations-Lexikon. 8ste dr. 

Beek, Ch. A., Essai sur les Mennonites. [Thèse.J Strasb. 1835. 4°. 

[Geuns, J. van], Over den oorsprong der Doopsgezinden v. de oude 
Waldenzen. Z. pi. en j. 



11 

Ualbertsma, J. U., De Doopsgezinden en hunne herkomst. Bene- 
vens eene lijkrede op Prof. P. O. C. Vorsselman de Heer, en 
eenige kerkredenen. Dev. 1843. 

; Getuigenissen en aanmerkingen ter staving van zommige 



punten in ,,De Doopsgez. en hunne herkomst". In handschrift, f*. 

Boeke, J., en A. M. Cramer, Twee brieven ter toelichting en toetsing 
der schets v. J. H. H a 1 b e r t s m a, De Doopsgez. en hunne 
herkomst. Amst. 18-14. 

Cate, S. Blaupot ten, Gedachten over de getals-vermindering bij 
de Doopsgez. in Nederland; naar aanleid, der schets van J. H. 
Halbertsma: Over de herkomst der Doopsgez. Amst. 1844 

, Geschiedk. onderzoek naar deii Waldenzischen oorsprong 



V. de Nederl. Doopsgez. Amst. 1844. 

iBoekbeoordeeling van Blaupot ten Cate's Getals vermindering 
en Waldenzischen oorsprong der Doopsgez. Amst. 1844.1 

Uit: De Gids. 1844. 

Oosterzee, J. J. van. Menno Simons und die ilennoniten. [Leipz. 1858]. 

Artikel in: Herzog's Real-Encycl. 1ste dr. 

Hoekstra Bz., S., Beginselen en leer der oude Doopsgezinden, ver- 
geleken met die van de overige Protestanten. Amst. 1863. 

Cramer, A. M., Beginselen en leer der oude Doopsgezinden. [Boek- 
i.eoord.] [Amst. 1864]. 

Uit: Godgel. Bijdr. 1864. 

Mppold, F., Die anabaptistischen Tendenzen in ihrer Bedeutung 
f. das Verstandnisz der Reformationszeit. [Gotha] 1865. 

Protest. Monatsbl. Dec. 1865. 

Strack, K., Bilder aus der Reformationsgeschichte. IV. Bd. : Gesch. 
der evang. Secten. Leipz. 1867. M..1 portr. op den titel. 

Eby, B., Kurzgef. Kirchen-Geschichte u. Glaubenslehre der Taufges.- 
Christen od. Mennoniten. Elkhart Ind. 1868. 

Mennoniten. New-York, 1872. 

Artikel in : Deutsch-amerik. Conversations-Lexicon. Lfg. 63. 

Scheffer, J. G. de Hoop, Het gedenkjaar 1872. 1- III. [Amst. 1873]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1873. 



12 

Barclay, R., Thü iiuier life of the religious societies of the Com- 
moüwealth. Londen, 1876. M. afb. 

Het 5de hoofdst handelt over Menno en de Doopsgezinden. 

SchefFer, [J. G.| de Hoop. Mennoniten. [Leipz. 1881]. 

Artikel in : Hcrzog's Real-Encycl 2de dr. 

Sclieffor, J. G. de Hoop, Overzicht dor gesch. v. den doop bij onder- 
dompeling. Amst. 188-2. 

Overdr. uit : Versl. en Mededeel, d. Kon. Akad. v. Wetensch. Afd. Lelterk. 
2de R. Dl. XII. 

[Brons-Cremor ten Doornkaat, A.1, Ursprung, Entwickelung u. 
Schick.sale der Taufgesinnten od. Mennoniten . . . darge.stollt von 
Frauenhand. Norden, 1884. 

Brons, A., Idem. 3'« Aufl., neu bearbeitet v. E. M. t e n C a t e. 
Emden, 1912. 

Keiler, L., Zur Ge.schichte der Altevangel. Gemeinden. Vortrag. 
Berlin, 1887. 

■ ; Eene bijdrage tot de geschiedenis der oiid-evangel. 

gemeenten. U. h. Hoogd. d. Tj. K ielstra. Middelb. [1887]. 

Cramer, S., Zur Geschichte der Altevang. Gemeinden. Vortrag v. 
L. Keiler. [Boekbeooid.] [Leiden, 1888]. 

Uit: Theol. Tijdschr. 1888. 

Uorsch, J., Kurzgef. Gesch. der Mennoniten-Gemeinden. Neb.steinem 
Abrisz der Grundsatze n. Lehren, sowie eineni Verzeichn. der Lit- 
teratur der Taufgesinnten. Elkhart Ind. 1890. 

, The Mennonites, their history, faith and practice. 

Elkhart Ind. 1893. 
Smissen, C. H. A. van der, Kurzgef. Gesch. u. Glaubensl. der 

Altevaag. Taufgesinnten od. Mennoniten. Z. pi. 1895. M. portr. 

en andere afb. 

Lüdemann, H., Reformation u. Taufertum in ihrem Verhaltn. zum 
christl. Princip. Bern, 1896. 

Muller, E., Reformation u. Taufertum in ihrem Verhaltn. zum christl. 
Prinzip. [Beurteilung.] Bern, 1896. 

Kirchenbl f. d. reform. Schweiz, 16. u. 23. Mai 1896. 

Newman, A. H., A history of anti-pedobaptism . . . to A. D 1609. 
Philad. 1897. 



13 

Wedel, C. H., Abrisz der Gesch. der Mennoniten. Newton Kans. 
1900-04. 4 dln. 

Hoekstra, H., De Dooperschen. Hist. Overzicht en Beoordeeling. 
Zwolle, [1900]. Met 1 afb. 

Naar aanleiding van „De Dooperschen" v. D.s. H. Hoekstra. 
[Boekbeoord.] Haarl. z. j. 

De Boodschapper N». 464, N. S. N». 172. 

Smissen, H. van der, Die Mennoniten im XIX. .Tahrli. Berlin, z. j. 
il. portr. en andere afb. 4". 

Der Protestantisinus ani Ende des 19. Jahrh. in Wort u. Bild. Lfg. 33. 

Veen, P. H., Het ontstaan der Doopsgezinden. Amst. 1902. 

De Hervorming, 15 Maart 1902. 

Cate, E. M. ten, Doopsgezinden en Wederdoopers. Amst. 1902. 

De Hervorming, 29 Maart 1902. 

Cramer, S., Mennoniten. [Leipz. 1903J. 

Artikel in : Herzog's Real-Encycl. 3de dr. 

Bax, E. Bolfort, Rise and fall of the Anabaptists. London, 1903. 

The social side of the Reformation in Qermany. 111. 

Pike, E. C, The story of the Anabaptists. London, 1904. M. 1 afb. 

Eras of nonconformity. II. 

Fleischer, F. C, Die Taufgesinnten in den Niederlanden (Holland). 
Z. pi. 1904. Met afb. 4". 

Overdr. uit: Der Bundesbote-Kalender. 1904. 

Cate, E. M. ten, De geschiedschrijver Cornelius en de waardeering 
V. het Anabaptisme. ['s-Gravenh.] 1904. 

Overdr. uit: De Tijdspiegel. 1904. 

Weydmann, E., Geschichte der Mennoniten bis zum 18 Jahrhun- 
dert. Neuwied, 1905. 

Hege, Cliristine, Kurze Geschichte der Mennoniten. Frankf. a M. 1909. 

Fleischer, F. C, De doop.sgezinden. Baarn, 1909. 

Kerk en Secte Onder red v S D van Veen. 9. 

Kohier, Menno u. die Mennoniten. [Tüb. 1912]. 

Artikel in: F. M Schiele u. L. Zscharnack, Die Religion in Gescli u. 
Qegenw. Handwörterb. Lfg. 78 Separatabdr. 



14 



MARTELAARSBOEKEN. 

Dit Boeck wort genaemt: Het offer des Heeren, om het inhout van 
sommighe opgeofferde kinderen Gods: de welcke voortghebracht 
hebben wt den goeden schat haers herten, Belj'dingen, Sendt- 
brieven ende Testamenten, de welcke sy met den monde beleden, 
ende metten bloede bezeghelt hebben. Tot troost ende versterckinge 
der slachschaepkens Christi enz. Z. pi. 1562. [Daarachter:] Een 
Liedtboecxken, tracterende van den Offer des Heeren, enz. Z. pi. 
1563. 16°. 

De eerste uitgaven. Van het Offer d. Heeren ontbr. bl. 40, 1 13, 168 en 265. 

Idem. Noch so zijn hier achter by ghedaen sommighe 

Belijdinghen. Item noch soo is hier by ghedaen een Liedeboecxken. 
Z. pi. 1567. kl. 8". 

Idem. Noch zijn hier by ghedaen veel Liedekens, Belij- 
dinghen ende Brieuen. Item, noch is hier by ghedaen een Liedt- 
boecxken. Z. pi. 1570. kl. S". 

BI. 114 ontbr. 

Idem. Z. pi. 1578. kl. 8". 

Titelbl. geschonden; bl. 156 en 157 ontbr. 

Idem. Z. pi. 1580. kl. 8». 



Het Liedtboecxken is incompleet: na bl, 51 volgen nog slechts 2 bl., ge- 
nummerd 54, 53. 



Idem [m. doorloopende nummering]. Amst., W. J. Buys, 



[1590]. kl. 80. 



Idem. Z. pi. 1591. M. titelvignet, kl. 8". 

Het Liedtboecxken draagt het jaartal 1589, niettegenstaande de signatuur 
doorloopt. BI. 49 v. tot het einde ontbr. 

Idem. Amst., W. J. Buys, 1595. kl. 8". 



Ontbr bl. 112, 201, 301, 306, 307. 

Idem. Harlinghen, Peter Sebastiaensz., 1599. kl. 8". 



Hierachter; Joos de T o 1 1 e n a e r. Sommige Brieven ofte Belijdingen enz. 
Harlinghen, Peter Sebastiaensz , 1599. 

Cramer, S., Het Offer des Heeren (de oudste verzameling doopsge- 
zinde martelaarsbrieven en offerliederen). 's-Gravenh. 1904. 

S. Cramer en F. Pijper, Bibliotheca reform, neerl. II. 



Doodes, J. I., Nieuwe Bibliogr.-hist. Ontdekkingen. Bijdragen tot de 
kennis . . . v. de oudste drukken v. het Doopsgez. martelaarsboek 
„Het OÊfer des Heeren," zie hiervoren blz. 3. 

Kühler, W. J., Het Offer des Heeren. Leiden, 1906. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1906. 

Historie der Martelaren ofte waerachtighe Getuygen .T. O. . . . sint 
het Jaer 1524 tot desen tyt toe enz. HaerJem, D. Keyser, 1615. 
Titel in gegraveerde omlijsting. 

der warachtighe getuygen J. C. . . . sint het Jaer 1524 

tot desen tyt toe enz. Hoorn, Z. Cornelisz., 1617. Titel in gegra- 
veerde omlijsting. 

van de Vrome Getuygen .T, C. ... 't sedert den Jare 

1524 tot desen tijdt toe enz. Hoorn, Z. Cornelisz., 1G26. Dezelfde 
omlijsting. 

Alenson, Hans, Tegen-Bericht, op de voor-Reden vant groote Mar- 
telaar Boeck der Doops-Ghesinde Ghedruckt tot Hoorn 1626. 
Haerl. 1030. Opnieuw uitgeg. d. S. Cramer. 's-Gravenh. 1910. 

In: S. Cramer en F. P ij p e r, Bibliotheca reform, neerl. VII 

Martelaers-Spiegel der werelose Christenen t'zedert A". 1524. Haerl., 
H. P. V. Wesbusch, 1G81. Titel in gegraveerde omlijsting. 

U[raglit], T, J. T., Het Bloedigh Tooneel der Doops-gesinde en Weere- 
loose Christenen, die om het getuygenisse Jesu . . . geleden hebben 
en gedoodt zijn, v. Christi tijdt af, tot dese onse laetste tijden 
toe^ Mitsgaders, een beschrijvinge des H. Doops e. a. stucken. 
Begrepen in twee boecken. Zijnde een vergrootinge v. den voor- 
gaenden Martelaers-Spiegel. Dordrecht by J. Braat voor J. Savry, 
1660. M. front. f». 

2 Exempl., waarvan I met 17 ingevoegde platen: Theatrum passionis et 
mortis Dom. et Salv. nostri Jesu Christi ... excusum a N. Piscatore. 

Schotanus, Chr., Van de gronden der Mennistery, ofte waerschou- 
winghe over 't Bloed-tooneel der Doo.psge3inde v. T. J. v. Bracht. 
Leeuw., P. All erts, 1671. 12°. 

Braght, T. J. t., Het Bloedig Tooneel of Martelaers Spiegel der 
Doopsgesinde of Weereloose Christenen enz. 2'^^ dr. Amst., J. van 
der Deyster [e.a.], 1685. 2 dln. M. front, en grav. (d. J. L u y k e n). f. 

, Der Blutige Schau-Platz oder Martyrer-Spiegel der 

Tauffs-Gesinnten oder Wehrlosen-Christeu, etc. Ephrata Pa. 1748. 
M. front. f. 



16 

Braght, T. J. v., Idem. Pirmasens. 1780. M. grav. f». 

, Idem. 2'^ americ. Aufl. Lancaster Pa. 1814. f. 

, Idem. Elkhart Ind. 1870. M. 1 pi. 4". 

Peuiiypacker, S. W., A noteworthy book. Der Blutige Schau-platz 
oder Martyrer Spiegel. Ephrata Pa. 1748. Philad. 1881. 

Uit: Peniisylvania Magazine of history and biography. 1881. 

Braglit, T. J. van, A maityrology of the churches of Chri.st, 
coiiimoiily called Baptists, during the era of the reformation. 
TraiLsl. from the Dutch. Ed. by E. B. Underhill. Londen, 1850. 
2 dln. M. platen. 

, The bloody theatre, or Martyr.s mirrov of the defeii- 

seless christians . . . Ti-ansl. from the origin. Dutch by .J.F. S o h m. 
Elkhart Ind. 1886. M. portr. en andere afb. 4". 

B[out], J., 't Merg v. de Historiën der Martelaren . . . Getrokken u. 
de groote Martelaars Spiegel der Doopsges. v. T. .1. v. Bragt. 
Haarlem, I. v. d..Vinne, 1699. 

, Idem. 2'''' dr. m. prentverbeeld. verm. Amst., Wed. 

B. Visscher, 1722. 

. Idem. 2'!'' dr. Amst., J. Tirion, 1736. M. dezelfde grav. 

, Idem. S"'" dr. Am.st. 1769. M. dezelfde grav. en een front. 

[Düliron, I. van], Geschichte der Martyrer, oder: kurzehistor. Nachr. 
von den Verfolgungen der Mennonisten. Königsb. 1787. 

, Idem. Königsb. 1788. Titeluitgave. 

\ Idem. 2'^ Aufl. Stuttg. 1863. 



Cramer, [S.], De geloofwaardiglieid van v. Braght. (Leiden, 1899J. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1899. 

Wilde, W., Zonderlinge critiek. Antw. aan Dr. S. Cramer. Amst. 1900. 

Cramer, [S.1, Nogmaals de geloofwaardigheid van v. Braght. Tevens 
antw. op de kritiek v. W. Wilde. [Leiden, 190nl. 

Uil: Doopsgez. Bijdr. 1900. 

Scheffer, J. G. de Hoop, Onze martelaarsboeken. I. [Leeuw. 1870]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1870. 



DE DOOPSGEZINDEN IN DE VERSCHIL- 
LENDE LANDEN. 



A. ZWITSERLAND, OOSTENRIJK-HONOARIJÈ, ITALIË, 
ZUID DUITSCHLAND EX FRANKRIJK. 

GESCHIEDENIS. 

a. Opkomst van het Anabaptisme. 

Simler, J. J., Samml. alter u. neiier Urkunden z. Beleuchtung der 
Kirchen-Gesch. vorneml. des Schweizer-Landes. Bd. I. Th. 1—3. 
Zürich, 1757-59. M. portr. 

Nitsche, R., Gesch. der Wiedertilufer in der Schweiz z. Refonna- 
tionszeit. Einsiedeln, New- York, etc. 1885. 

Burrage, H. S., The Anabaptists of the Sixteenth Century. New- 
York, 1891. 

Papers of the American Soc. of chiirch history. III. 

Manuhardt, H. G., Festschrift zu Menno Simons' 400 J. Geburtstags- 
t'eier den 6. Nov. 1892. Danzig, 1892. 

I. Die altesten Taufergemeinden. 2. Menno Simons. 3. Die Bedeiitung 
unserer Mennofeier. 

Inhalt etlicher hendlen ... die ein Burgermeister, Radt [etc] der 
Statt Zürich ire Eydgnossen vnd Ziigewandten . . . als vtf die 
sölich hendel dienend, berichtend, vnd sich gegen ineu entschul- 
digend vnd verantwurtend. Z. pi. i52ö. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Ordnung vnd erkantnuss eines Ersammenn Radts der Statt Zürich 
betrefifent den Eebruch, Huren, kupleren etc. Kinder Tautf, Feyr- 
tagen, gemein gebet für ein Christenliche Kirch vnd ire abge- 
storbnen. Zürich, 1526. M. dezelfde houtsn. op den titel. 4". 

Abschid der Stetto Zürich, Bern vnnd sant Gallen, von wegen 
der widerteüffer auszgangen. Z. pi. 1527. 4°. 



18 

Egll, E., Die Züricher Wiedertilufer zur Reformatioüszeit. Zürich, 1878. 

Siemeliuk, T. H., De eerste gemeente van Doopsgezinden Ite Ziirich], 
Rotterd. 1912. 

N. Rotterd. Courant van 8 Maart 1912. Avondbl. A. 

Kessler, J., Die schwarmerischen Grauelscenen der St. Galler Wie- 
dertiiufer zu Anf. d. Reformation. Hrsg. v. J. F. Franz. Ebnat 
in Toggenburg, 1824. 

Egli, E., Die St. Galler Tilufer. M. Beitrilgen z. Vita Vadiani. 
Zürich, 1887. 

Burekhardt, P., Die Basler Truifer. Basel, 1898. 

Kripp, J. V., Ein Beitrag z. Geschichte der Wiedertüufer in Tirol. 
IProgr.J Innsbr. 1857. 4». 

Jiikel, J., Zur Geschichte der Wiedertüufer in Oberüsterreich u. spec. 
in Freistadt. Linz, 1889. 

47. Bericht iib. d. Museum Francisco-Carolinum. 

Nicoladoni, A., Johannes Bünderlin v. Linz u. die oberusterreichischen 
Taufergemeinden in den Jahren 1525 — 31. Berlin, 1893. 

Röhrich, T. W., Zur Geschichte der straszburgischen Wiedertüufer 
iu den Jahren 1527-43. [Gotha, 1860]. 

Zeitschr. f. d. hist. Theol. 1860. I. 

Uauth, L., Les anabaptistes ii Strasbourg au tenips de la refor- 
mation. [These.] Strasb. 1860. 

Hulshof, A., Geschiedenis van de Doopsgezinden te Straatsburg 
van 1527 tot 1557. [Acad. proefschr.] Amst. 1905. 

Heberle, W. Capito's Verhiiltniss zum Anabaptismus. [Gotha, 1857]. 

Uit : Zeitschr. f. d. hist. Theol. 1857. 

Meyer, Chr., Zur Geschichte der Wiedertaufer in Oberschwaben. 
1. Die Anfange des Wiedertiluferthums in Augsburg. Augsb. 1874. 

Zeitschr. d. hist. Vereins f. Schwaben u. Neuburg. Jahrg. I. 2. 

Wappler, P., Die Tiluferbewegung iu Thüringen v. 1526-1584. 
Jena, 1918. 

Beitr. z. neueren Oesch. Thliringens. Bd. II. 

Lommei, G., Der ostfrankische Reformator Ambrosius. G lessen, 1847. 
Clemen, O., Simon Haferitz. Berlin, 1902. 

Beitr. z. Reforniationsgesch. Heft 2 



19 

b. Vervolging en martelaarschap. 

[Guttmann, L.], Verautwortung Gaspar Taubers, der zu Wien ver- 
prant ist worden [1524]. Z. pi. en j. Titel omlijst. 4P. 

Geschicht (Eyn new warhafftig vnd wunderbarlich) oder hystori, von 
Jürgen wagner zu München in Bayern als eyn Ketzer verbrandt 
im Jar M.D.xxvij. Z.pl. en j. 4°. 

Luther, M., Von Er Lenhard keiser ynn Beyern vmb des Euangelii 
willen verbrandt. Eine selige geschicht. Wittemb., [H. Lufft], 1528. 
Titel in gekleurde omlijsting. 4". 

[Blaurer, Th.], Wie Ludwig Hetzer zu Constantz mit dem schwert 
gericht vsz disem zit abgeschayden ist. Constantz, J. öpitzenberg, 
1529. Titel in omlijsting. 4". 

[Placaat v. den Raad v. Straatsburg tegen de Wederdoopers 27. Jul ij 
1527.] Plano. 

Fluri, A., Tiiuferhinrichtungen in Bern ira XVI. Jahrh. Bern, 189G. 

Berncr Heim. 30 Aug., 6, 13 en 20 Sept. en 4 Okt. 1896. 

, Das Waisenhaus als Taufer-Gefangnis. (Beitrilge zur 

Gesch. der bernischen Taufer.) [Bern, 1912]. 

Overdr. uit: Blatter für bernische Gesch., Kunst u. Altertumskunde. 1912. 

Mandadt iNuw) vnnd Ordnung von Schultheissen klein vnnd gros- 
sen Rhat der Statt Bernn, der Widertuufferen wegen. Z. pi. [1597]. 
M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Wiedertiiufermandat (Das) vom 9. August 1659. Neudr. m. einer 
Eiuleit. V. A. F[luri]. [Bern, 1912]. 

Overdr. uit: Blatter für bernische Gesch., Kunst u. Altertumskunde. 1912. 

Erfrischung u. Erlauterung der alten vnd vor diesem auszgangenen 
Ordnungen u. Mandaten : wie in der Teutschen Landschafft Bilrn 
procediert werden solle wider die Sect der Wider-T;iuflerej'. 
Biirn, Andres HQgenet, 1693. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Widertauifer-Ordnimg: darinnen enthalten wie in der Statt Bern 
Teutschen Landen wider die Widertauffer als ungehorsame . ■ • 
Leut verfahren, vnd dieselben abgeschaffet, vnd gestraftt werden 
sollend. Bern, in Hoch-Oberkeitlicher Truckerey, 1707. 4". 
Verordening van 1695. 



20 

[Placaat v. den Raad v. Bern tegen de Wederdoopers 11 Febr. 

1711.] Plano. 
Copia: Van de Brief van de Heeren Staaten, geschr. aan het 

Canton Bern. Tot voor.sp[r]aak van de verdrukte Doopsgez. of 

Mennoniten. 15. Maart 1710. Z. pi. en j. Plano. 

fSchyii, H.], Zedige verantwoording der Mennoniten, op zeker plac- 
caat; door de regeerders der Stadt Bern tegen de zo genaamde 
Wederdoopers uitgegeven. Z. pi. en j. 4°. 

Cramer, [S.], Brief van een Doopsgezinden galeislaaf. [Leiden, 1908]. 

Ovcrdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1908. 

Mandat: der Statt ZQrych, der Widertauffern halber vszgangen. 
Z. pi. 1613. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Verliael (Waerachtigh), van de handelingen van de Achtb. Magistraet 
van Zurigh, teghen eenighe Wederdooper.s. Amst., Corn. Jansz., 
[1643]. Plano. 

Idem. Amst., .1. Albertsz., 1644. 

Ondersoeck (Noodigh), op den Brieff geintituleerd, Waerachtigh 
Verhael enz. Z. pi. 1643. 

Copey eines Sendschreibens, welches die Evangelische Gemeind in 
der Marggrafschaft Salutzo . . . An die Kirchendiener zu Genff 
vberschickt haben. 21. Okt. 1619. Aus dem Frantzösischen ins 
Deutsch vbers. Z. pi. en j. 

c. Het Anabaptisme in Zwitserland. 

Muller, E., Gesch. der Bernischen Taufer. Frauenfeld, 1895. 

Tiiufer (Die bernischen). [Beoordeel, v. E. Mulle r's Gesch. d. Bern. 
Taufer.] Basel, 1895. 

Schweiz. Prot. BI. Jahrg. XVIII. 33. 

B. [Beoordeeling v. idem.] Bern, 1895. 

Kirchenbl. f. d. reform. Schweiz. Jahrg. X. 35. 

Fliiri, A., [Beoordeeling v. idem.] Bern, 1896. 

Berner Heim. 9 Aug. 1896. 

[Stucky, J.], Eine Begebenheit, die sich in der Menn.-Gemeinde in 
Deutschland u. in der Schweiz v. 1693 bis 1700 zugetragen hat. 
Elkhart Ind. 1883. 12". 

Handelt over Jacob Amman. 



21 
Meunoniten iVou deal in der Schweiz. Leipz. 1776. 

Ueber das Interessanteste der Schweiz. Aus d. Franz. Ubers. Bd. II. 2. 

Andenken (EinlchristlicherLiebe von den englischen Taufgesiniiten 
far ihre Bfüder in [der Schweitz]. Basel, 1824. 

d. Het Anabaptisme in O o s t e n r ij k en Italië 

Beek, J., Die Gescliiclits-büclier der Wiedertaufer in Oesterreich- 
Ungarn . . . von 1526 bis 1785. Wien, 1883. 

Loserth, J., Der Anabaptismus in Tirol. [I] (1526—1536). [II] (1536 
bis zu seinem Erlöschen). Wien, 1892. 

Wolny, G., Die Wiedertaufer in Mahren. Wien, 1850. 

Overdr. uit : Arcli. f. Kunde österr. Geschichtsquellen. Jahrg. 1850. Bd. II. 1. 

Loserth, J., Der Communismus der mahrischen Wiedertaufer im 
16. u. 17. Jahrli. Wien, 1894. 

Schneider, A. F. H., Ueber deu gesohichtl. V^erlauf der Reformation 
in Liegnitz u. ihren spiiteren l'Campf gegen die kaiserl. Jesuiten- 
Mission in Harpersdorf. Berlin, 1862. 4". 

Overdr. uit: Progr. d. Königl. Realschule. 

Koffinane, G., Die Wiedertaufer in Schlesien. [Breslau, 1888?]. 

Uit: Correspondenzblatt III. 

Xoserth, J., Deutsch-böhmische Wiedertaufer. Prag, 1892. 

Mitth. d. Ver. f. Qesch. d. Deutschen in Böhmen. Jahrg. XXX. 4. 

, Wiedertaufer in Steiermarlj. Graz, 1894. 

Mitth. d. histor. Vereines f. Steiermark. Heft XLII. 

Beek, J., Eiü Beitrag zur Ge-schichte der Wiedertaufer in Karnten. 
Mitgetlieilt n. Hss. d. 16. u. 17. Jahrh. [Klagenfurt] z. j. 

Overdr. uit: Arch. d. hist. Ver. XI. 

Goehlert, J. V., Die Karaiten a. Mennoniten in Galizien. Wien, 1862. 
Scheffer, J. G. de Hoop, Doopsgezinden in Gallicië. [Amst. 1865]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1865. 

Szeberényi, L. S., Die Secte der Nazarener in Ungarn. Ausd. Ungar. 
ins Deutsch. ühertr. v. G. Scliwalm. Braunschw. 1890. 

Jahrb. f. prot. Theol. XVI. 4. 

Hierbij 2 bundels gedrukte en geschreven stukken betr. hetz. onderw. 11903). 

Habaner (Die). Pressburg, 1898 en 1899. 

Pressburger Presse. 19 Dez. 1898 en 2 Jan. 1899. 



22 

Benratli, K., Wiedertaufer ini Venetiunischen uin die Mitte des 16. 
Jahih. Gotha, 1885. 

Theol. Stud. u. Krit. Jahrg. 1885. 1. 

Vautier, P., Un mouvement baptiste en Italië a Tépoque de la 
réformation. Lausanne, 1903. 

La liberté chrét. VI. 6. 

e. Het Anabapti.sme in Zuid-Duitschland en Frankrijk. 

Wiater, V. A., Geschiclite der baierisclien Wiedertaufer im 16. 
Jahrh. München, 1809. 

Fürsten (Der durchleüchtigen) . . . Hertzog Wilhelms u. Hertzog 
Ludwigs in Bairn etc. gebrüder, Ausschreyben der Artickel von 
erhaltung Christenlicher Religion vermüg des Reichs abschids zu 
Augspurg. Anno 1530. Lanndsshut, z. j. 4". 

Vntterrlchtung (Orundtliche), eins erbern Rats der Statt Nürmberg, 
Welcher gestalt ire Pfarrhier vnde Prediger . . . das volck wider 
otliche verfürische lere der Widertauffer, . . . ermanen vnnd vnter- 
richten sollen. Nürmberg, J. Guttknecht, z.j. Titel omlijst. 4". 

[Will, G. A.], Beytrage zur Frankischen Kirchen-Historie in einer 
Gesch. der Widertaufer, welche um die Zeit der Kirchenreini- 
gung, Frankenland u. besonders Nürnberg beunruhiget haben. 
Nürnberg, 1770. 

, Beytrage zur Gescliichtedes Antibaptismusin Deutsch- 

land. Nürnberg, 1773. 

Heruitgave van het vorige met anderen titel. 

Berbig, Die Wiedertaufer im Amt Königsberg i. Fr. im Jahre 1527/28. 
Tübingen, 1903. 

Uit: Deutsclie Zeitsclir. f. Kirclienreclit. XIII. 

Wagner, E., Die Reichsstadt Schwabisch Gmünd in den J. 1526 — 30 

[Fortsetzg.]. Stuttgart, 1881. 

WUrttenib. Vierteljahrshefte f. Landesgesch. Jahrg. IV. 1881 iWürttemb. 
Jalirb. f. Stafistik u. Landesk. Jahrg. 1881. II. Bd.). 

Griineisen, C, Abriss einer Gesch. der relig. Gemeinschaften in 
Württemberg, m. bes. Rücksicht auf die neuen Taufgesinnten. 
[Leipz. 18411. 

Zelschr. f. d. histor. Theol. 1841. I. 



23 

Grüneiseii, C, Mennonieten en Doopsgezinden in Wurttemberg. Ver- 
taald en aangevuld d. C. S e p p. Amst. 1S4S. 

Uochhuth, K. W. H., Mittheilungen a. der prot. Secten-G-eschichte 
in der hessi.schen Kirche. I. Th. lm Zeitalter der Reformation. 
1. Landgraf Philipp u. die Wiedertaufer. 2. Die Wiedertaufer 
unter den SOhnen Landgraf Philipps. [Gotha, 1858-59]. 

Uit: Zeitschr. f. d. liistor. Theol. 1858. IV; 1859. II. 

, C. W. H., Die Wiedertaufer in der Graffschaft Solms, 

im Reforinationszeitalter. Darmst. 1864. 

Arch. f. Hess. Gesch. u. Alterthumsk. X. 3. 

Hege, Chr., Die Taufer in der Kurpfalz. Ein Beitr. z. badisch- 
pfalzi.schen Reformation.sgeschichte. Frankf. a. M. 1908. 

Taylor, G., Klytia. Histor. Roman a. dem 16. Jahrli. M. 1 Titelkupfer. 
•2d« dr. Leipz. 1883. 

Stern, A., Die Wiedertaufer. Wiesb. 1907. 

Rheinische Hausbucherei. Bd. XVIII. 

[Klopfenstein, J.], l'Anabapti.ste ou Ie cultivateur par expérience 
[Almanach Nouveau pour l'an 1813]. Belfort, 1813. M. afb. 

Michiels, A., Les anabaptistes des Vosges. Paris, 1860. 



GESCHRIFTEN VAN EN OVER ANABAPTISTEN EN HUNNE 
GEESTVERWANTEN. 

[Storch, N.?], Das biechlin zaiget an wer der lebendig martrer sey 
auff erdtrich, vnde betrifft den Christenlichen glauben. Z. pi. 
[1522?] 4". 

[Storcli, N., od. J. Borliaus, al. Cellarius], Ein tzeytlang gesch wigner 
Ghristlicher Brueder auch umb der warheit willen veryagt, den 
Christus . . . widerumb vermandt hat, etc. Zwickau, J. Gastel, 
1523. 4». 

Bachmann, R., Niclas Storch der Anfanger der Zwickauer Wieder- 
taufer. Zwickau, 1880. 

Langen, J., Eyn Sermon vonn menschlicher schwacheit etc. Erfifordt, 
tzum Buntthen Lawen bey Sanct Pauel, 1523. Titel omlijst. 4". 



24 

Fritzhans, J., Wie manu das klar hcU gots wort piedigen soU. 
Ziiwider den Dobenden und wuttenden gotlosen meuschen. 
Z. pi. 1524. Titel omlijst. 4». 

Zyegler, Clement, Von der waren nyessung beyd leibs vnd bluts 
Ghristi. ... Und von dem Tauff wie man den, sonder allen zusatz 
öl, saltz oder beschwerung. handlen sol. [Strassb., W. Kapfel, 
1624]. M. 1 houtsn. 4°. 

Bryszgiiwer, M., Wie man Christlicher weysz beichten, Sacrament 
entpfaheu, Messz halten und das Sacrament anbetten sol. Z. pi. 
[1524]. 4". 

Greyffonberger, H., Eiu warnung vor dem Teüffel, der sich wider 
ubt Hiit seinein dendelmarckt, etc. Z. pi. 1524. Titel omlijst. 4". 

. Eiu Christenliche Antwordt denen, die da sprechen, das 

Euang. hat sein krafft von der Kirchen etc. Z. pi. 1524. Titel 
omlijst. 4°. 

, Ein kurtzer begriff von guten wercken etc. Z. pi. 1524. 

Titel omlijst. 4". 



, Disz biechlin zaigt an die Falschen Propheten, vor den 

unsz gewarnet hat Christus, Paulus und Petrus, etc. Z. pi. [1524?] 4". 

[Reinhart, M.], Antzeygung wie die gefallene Christenheit wider- 
bracht müg werden, in yren ersten stand in wilchem sie von 
Christo vnd seynen Apostel erstlich gepflantzt vnd auffgebawet 
ist. Vor hundert iareu beschrieben, vnd itzt aller erst gefunden, 
vnd durch den druck an tag geben. Das Concilium zu Basel v. 
die Behmen betreffende. Z. pi. 1524. 4". 

Itlüntzer, T., Protestation odder empietung . . . seine lere betref- 
fende vnnd tzum anfang von dem rechten Christen glawben, 
vnnd der tawtte. Alstedt, 1524 M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Müntzer, Th., Bekantnus . . . 1525. Z. pi. en j. Titel omlijst. A". 

ICrosz, J.], Das gebet Hieremie des Propheten. .•iuszlegung disz 
gebets in gesang weysz. Z. pi. 1525. Titel omlijst. 4". 

Warnung (Getrewe Christenliche vnd nutzliche), etlicher oebrigkait 
die dass Euangelion zu Predigen zulassen vnd befelhen, Vnd 
straften doch desselben volziehung. Z. pi. 1525. Titel omlijst. 4". 



25 

Kretz, M., Von der Mess, vnd wer der recht Priester sey, etc. 

Freyburg i. B., J. Wörlin, 1525. Titel omlijst. 4". 
Herren (Vonn des) Naclitmal, der papi.sten Messen vnnd etlichenn 

Newen yrrthumen. Z. pi. 1526. Titel omlijst. 



Prugner, N., und B. Fridberger [Hubmaier], Acht u. dreys.sig 
schluszrede so betreffende ein gantz Christlich leben war an es 
gelegen ist. Z. pi. 152-i. 4". 

Fridberger, B.. Achtzehen schluszrede so betreffende ein gantz 
Christlich leben etc. Z. pi. 1524. Titel omlijst. 4:°. 

[Fridberger, B.], [XXVI] Schluszreden die Balthazar Fridberger dem 
J. Eckio diemeysterlich zuexaminieren fürbotten hat. Z. pl.enj.4'. 

Fridberger, B., Von Ketzern und iren Verbrennen etc. Z. pi. 1524. 
Afschrift (lO^^ eeuw). 

Frydberger, B., Ain Summe ains gantzen (Jhristenlichen lebens . . . 

Sonderlich ain bericht den kinder Touff, vnd das Nachttmal 

belangent. Z. pi. 1525. Titel omlijst. 4°. 
Zuiugli, H., Vber Doctor Balthazars Touffbüchlin, zie blz. 31. 
Uuebmör, B., von Fridberg. Ein gesprech . . . auf Mayster Vlrichs 

Zwinglens Taufifbüchlen von dem Kindertauff. Nicolspurg, S. Sorg 

gen. Froschauer, 1526. 4». Afschrift (19<ie eeuw). 
Uuebmör, B., Der Vralten und gar neuen Leerern Vrtail, Das man 

die jungen Kindlen nit taufifen solle, biss sy jm glauben vnder- 

richt sind. Nicolspurg, S. Sorg gênant Froschauer, 1526. 4". 

Afschrift (19<ie eeuw). 

Huebinör, B., Zwölf Artickel Christlichen Glaubens zu Zürch im 
Wasserthurm gestellt u. zu Nicol[s]purg im Jahr 1527 in S" auf 
1 Bogen gedr. Afschrift (19<i« eeuw) m. een voorrede. 

Beitrsige z. Geschichte der Wiedertitufer in Oberdeutschland. 1. 
B. Hubmaier'.s Form des Nachtmahls Christi. Mit Hubmaier's 
Bildn. 2. Joh. Landsbergers Schriften. 3. P e t e r R y e d e- 
m a n n, Rechenschafft unserer Religion. Berlin, 1869. 

Mittheilgn. a. d. Antiquariate v. S. Calvary u. Co. Jahrg. I. Heft 3/4 u. 5/6. 

Schreiber, H., Balthasar Hubmaier, Stifter der Wiedertaufer auf 
d. Schwarzwalde. Freib. i. B. 1839. 12°. 
Taschenb. f. Gesch. u. Alterth. in Süddeutschl. 



26 

Uosek, F. X., BalLhasar Hubinaier a pocatkové novokfestënstva 

na Moravë. V Brnê, 1867. ■ 
Loserth, J., Doctor Balthasar Hubmaier u. die Anfange der Wie- 

dertaufe in Mahren. Brünn, 1893. 
Vedder, H. C, Balthasar Hubmaier the leader of the Anabaptists. 

New-York, etc. 1905. M. afb. 

Heroes of the reformation ed. by S. M. J ac ks o n. 

[Herman, N.J, Eyn Mandat Jhesu Christi, an alle seyne getrewen 
Christen [von der Tauff]. Z. pi. 1524. Titel in omlijsting en 1 
houtsn. in den tekst. 4". 

Zie: J. I. Doedes, Ein Mandat Jesii Ctiristi v. Nicolaus Herman. N» 3. 

Herman, N., Ein Mandat etc. Strassb., J. Schwan, [15L'4]. 4". 

Zie: Doedes, a. vv. N». 4. 2 Exenipl., met verschil in de kantteekeningen. 

Herman, N., Eyn Mandat etc. Z. pi. [1524]. M. 1 houtsn. op den 

titel. 4". 

Zie: Doedes, a. w. N». 7. 

Herman, N., Ain Mandat Jhesu Chirsti etc. Z. pi. 1524. M. 1 houtsn. 
op den titel. 4°. 

Zie : Doedes, a. w. N». 8. 

[Herman, N.], Ein new Mandat Jesu Christi etc. Z. pi. [1546]. M. 1 
houtsn. op den titel en 1 in den tekst. 4". 

Zie: Do ed es, a. w. N» 10. 

[Herman, N.j, Ain neüw Mandat Jesu Christi etc. Weitter Ain 
gesprech dess Teütschen Landes betreffend von newen an tag 
gegeben. Augspurg, V. Othmar, 1546. M. 2 houtsn. 4". 

Zie: Doedes, a. w. N'. 11. 

[Herman, N.J, Ein new Mandat Jesu Christi etc. Strasszb., II. Grym- 
men, [1547]. M. 1 houtsn. op den titel en 1 in den tekst. 4°. 

Zie: Doedes, a. w. No. 12. 

[Herman, N.], Ein new Mandat Jhesu Christi etc. Gegeben inn 
diesem 56. Jar. Schleusingen, H. Hanising, [1556]. M. 1 houtsn. 
op den titel en 1 aan het slot. 4°. 

Zie : Doedes, a. w. N». 13. 

Hermann, N., Ein Mandat Jesu Christi etc. Aus dem Originali, mit 
Praefation an tag gegeben durch O. P a w 1 e r. Freybergk i. Meissen, 
G. Hoffmann, 1613. 4". 

Zie: Doedes, a. w. N». 14. 



27 

[Herman, N.], Eyn Mandat Jhesu Christi, an alle seyne getrewen 
Christen. 

Facsimile v. het titelbl. der eerste uitg. Zie: Doedes, a. w. N". 1. 

[Hatzer, L.], Acta oder geschicht wie es vfF dem gesprech [in] 
Züiich ergangen ist, anbetr. die götzen vnd die Mesz. Anno 1523. 
Zürich, Chr. Froschouer, 1523. Titel in omlijsting en 1 houtsn. 4". 

Hatzer, L., Ain Vrtayl Gottes vnsers eegemahels, wie man sich 
mit allen götzen und bildnussen halten soll, ausz der hayligen 
geschriEft gezogen. [Zürich] 1523. Titel omlijst. 4°. 

Hatzer, L., Judicium Dei et Sponsi nostri, quid cum Imaginibus, 
seu Simulachri.s agendum sit, etc. [Aug.sburg] 1524. 4". 

[Hatzer, L.], [Den] getrüwen vnd vsserwelten brüdern vnd schwöstern 
in Christo Jhesu, wünscbt L. Hatzer erlösung jrer Conscientzen 
vnd erkantnus gottes, durch Jesum Christum. Z. pi. 1523. 4". 

Bugeuhagen, J., Ain kurtze, Wolgegründte Auszlegung über die 
Zehen nachgeenden Episteln S. Pauli, Erstlich im Latein beschr., 
verteütscht durch L. Hatzer. Z. pi. 1524. Titel omlijst. 4". 

Hatzer, L., Von den Euangelischen zechen, Vnd von der Christen 
red, ausz hailiger geschrifft. Z. pi. 1525. Titel omlijst. 4". 

Ecolampadius, J., Vom Sacrament der Dancksagung. Von dem 
waren nateurlichen verstand der worten Christi: Das ist mein 
Leib, nach der gar alten Lerern erklarung. Verteütscht d. L. H a t z e r. 
[Zürich], Chr. Froschouer, 1526. Titel omlijst. 

, Der Prophet Maleachi, m. auszlegung ... im lat. 

lieschr. verdeütscht d. L. H ;l t z e r. Z. pi. 1526. Titel omlijst. 4". 

[Hatzer, Ludw. u. Hans Dengk], Alle Propheten nach Hebraischer 
sprach verteütscht. Worms, Peter Schöffer, 1527. Titel in om- 
lijsting, f». 

Wiener, G. N., Von der, i. d. Jahren. 1527 u. 1528, zu Worms, bey 
dem Buchdrucker Peter Schöffer, zuerst herausgek. teutachen 
Uobers. der Propheten, v. L. Hatzer, zie hiervoren blz. 2. 

[Hatzer u. Dengk], Alle Prophetenn Nach Hebreischer sprach ver- 
deütscht [m. : Concordantz oder Register vber alle Propheten]. 
Augspurg, H. Stayner, 1528. Titel omlijst. 

Prophetien (Die) der Propheten. [Uit het Hoogd. v. L. Hatzer.] 
[Keulen], Mattheus Jacobszoon, 1554. 16". 



28 

L[augeii mantel j, E. H,, Disz ist ain anzayg: ainem meynem, 
etwann verlrawten gesellen, über seyne hartte widerpart, des 
Sacrament vnd annders betreffend. Z. pi. en j. 4". 

Alleen A' ' is aanwezig. 

[Dengk, H.J, Was geredt sey, das die Schriflft sagt, Gott tluie vnd 
mache guts vnd böses. Etc. Z. pi. 1526. Titel omlijst. 4". 

Denck, H., Von dem Gsatz Gottes. Wie das Gsatz auffgehaben 
sey, vnnd doch erfüllet werden rau.sz. Z. pi. en j. 

Heberle, J., Johann Dencku. sein Büchlein vom Gesetz. [Gotha, 1S51]. 

Theol. Stud. u. Krit. Jahrg. I85I. 

Denck, H., Von der waren Lieb, etc. Z. pi. 1527. 

Donk, H., Von der wahren Liebe. H. Langen man tel, Aus- 
legimg des Vaterunser. Elkhart Ind. 1888. 

Denck, H., Wer die warhait warlich lieb bat, mag sich hierinne 
brufen im erkandtnusz seynes glaubens, auf das sich nyemandt 
in jm selbs erhebe, Sonder wisse von wem man weyszhait bitten 
vnd entpfahen soll. Z. pi. en j. 

Roehrich, G. G., Kssai sur la vie, les écrits et la doctrine de 
l'anabaptiste Jean Denk. [These.] Strasb. 1853. 

Heberle, J., Johann Denk und die Ausbreitung seiner Lehre. 
[Gotha, 1855]. 

Theol. Stud. u. Krit. Jahrg. 1855. 

Schwabe, L., Ueber Hans Denck. Gotha, 1891. 

Zeitschr. f. Kirchengcsch. XII. 3, 4. 

Keiler, L., Ein Apostel der Wiedertaufer. Leipz. 1892. 

Haake, G., Hans Denk, ein Vorlaufer der neueren Theologie. U9a»-1527. 
N.irden, 1897. 

Kolde, Th., Hans Denck u. die gottlosen Maler von Nurnberg. 
Erlangen, 1901. 

Beitrage z. bayer. Kirchengesch. VIII. I. 

Laudtsporger, J., Ain Grimdtlicher bericht vom Christl. TauÖ". etc. 
Z. pi. 1523. 1". 

[Landtsperger, J.], .\in Christl. vnderrichtung, wie die Götlich ge- 
schrifft vergleycht vnd geurtaylt soll werden etc. Z. pi. [1527]. 
Titel omlijst. 4». 



29 

[Landtsperger, J.], Ein kurtze erinnerung etlicher gschrift't dar ausz 
man den KindertaufF, nit ziramlich sein beweisen wil, mit gegen- 
gesetzter vrsacii etc. Z. pi. [1528]. 

Einlayttung (Ein gemayne) in den aygentliclien verstand Mosi vnd 
der Propheten, Wie mann sie lesen . . . vnnd auszlegen soll. 
Z. pi. 1529. 

Vereeninge (Broederlicke) van sommighe kinderen Gods, aengaende 
.seuen Articulen. Item eenen Sendbrief van Michiel Satler..., 
met . . . bewijs, hoe dat hy syn leere tot Rottenburch aen den 
Necker met zijnen bloede betuycht heeft. [Wt den Hoochduytsche.] 
Z. pi. 15G0. 16". 

Idem. Z. pi. 1565. 16". 

Vos, K., De „Broederlicke vereeninge". 's-Gravenh. 1909. 

Overdruk uit; Nederl. Arch. v. Kerkgesch. VII. 1. 

Stattler], M[ichael], Wie die Gschrifft verstendigklich soll vnter- 
schiden unde erklart werden, et<'. Z. pi. en j- Titel omlijst. 4". 

[Satler, M.?], Concordantie ende aenwysinghe der vernaemster sproken 
aller Bybelscher boecken des ouden ende nieuwen Testaments op 
tcortste begrepen ende tesamen ghebracht. Z. pi. en j. 16". 

[Endtfelder, Chr.], Von den manigfaltigen im glaubenrf Zerspal- 
tungenn, dise jar erstanden. Inn sonderhait vonn der Tauff Spaltung 
vnd irem vrtail, Ain Bedacht. [Straszpurg, 1530]. Titel omliist. 

[Endtfelder, Chr.], Von warer Gotseligkayt, wie der mensch allhie 
in diser zeyt dartzu kommen mag, ain kurze . . . betrachtunng. 
Z. pi. 1530. 

Bntfelder, Chr., Von Gottes vnnd Christi Jesu vnnsers Herren 
erkandtnusz, ain bedacht, Allen schulern des hailigen gaysts weiter 
zebedencken aufgezaichnet mit freyem vrthail. Z. pi. en j. 

Voyt, Joan, Eyn Sermonn vom Newen Jare . . . Darumb er als ein 
Ketzer von den selben seinen Brüdern geacht, vnd mit vil ver- 
folgung veriagt. Zwickaw, Jörg Gastel, z.j. Titel omlijst. 4°. 

C[rautwaldt], S. V[on], Von der Widergeburt vnnd Herkummen 
eynes Christen Menschens. Z. pi. 1538. 4°. 

[Crautwaldt, S. von]. Der New Mensch. Augspurg, Ph. Ulhart, 1543. 



30 

Dietrich, Vitus, Ein Sonnon von dem füszwaschen. Nürmberg, 
J. vom Berg u. Ulr. Neuber, 154:3. Met 1 houten, op den titel en 
1 aan het slot. 4". 

Franck von Word, Seb., Weltbuch: spiegel vnd bildtnisz des 
gantzen erdtbodeus etc. Tübingen, U. Morliart, 1534. f. 

Frauck van Word, Werelt-boeck, Spiegliel ende Beeltenisse des 
gheheelen Aerdtbodems enz. Delf, B. H. Schenckel, 1595. f. 

Franck von Word, Chronica. Zeitbuch vnnd Geschichtbibell von 
anbegyn bisz in diss gegenwertig M.D.xxxvi. jar verlengt etc. 
Ulm, J. Varnier, 1536. f. 

Franck van Word, Seb., Chronica. Tytboeck en gheschietbibel, 
van aenbegin tot in dit teghenwoordich M.D.xxxvi. Jaer verlengt. 
Enz. Z. pi. 1563. f». 

, Idem. Z. pi. 1595. f. 

Franck von Werd, S., Die Guldin Arch darein der kern vnnd die 
besten hauptsprüch der Heyligen schrifft, etc- Augspurg, H. Steyner, 
1538. M. 1 houtsn. op den titel. f. 

Franck van Word, S., Die Gulden Arcke waer in de keern en de 
beste hooftsprueken der Heyl. Scrift, enz. Z. pi. 1560. M. gelijke 
houtsn, op den titel. f. 

Franck von Word, S., Paradoxa dvcenta octoginta, Das ist: Zwey- 
hundert vnnd Achtzig Wunderred, etc. Pfortzheym, G. Raben, 1558. 

Franck von Werd, S., Das Verbutschiert mit siben Sigeln Ver- 
schlossen Buch etc. Pfortzheim, G. Raben, 1559. M. 1. houtsn. 
op den titel. f. 

Franck, S., Concordantie, ofte het Verseghelde met se ven Seghelen 
besloten Boeck enz. Vert. d. D. W. C. Haerlem, F. Beyts, 1618. 
M. gelijke houtsn. op den titel. f. 

Franck van Werdt, S., Van het Rycke Christi. Een stichtelijck 
Tractaat enz. Ter Goude, J. Tournay, 1611. 4". 

Hierachter met doorl. signatuur en nummering: Van de kennisse Gods, van 
waer dat sy comt, ende hoe dat men haer studeren sal. 

Theologia vulgo Germanica vocata etc. [Theologia Teutsch in het 
Lat. vertaald en geparaphraseerd d. Seb. P^ranck.] Afschrift 
(17J« eeuw). 4". 



31 

Wald, S. Til., De vita scriptis et syatemate mystico Sebastiani 
Franci. Erlangae, 1793. 4». 

Ënde, Chr. K. am, Kleine Nachlese zu den vielen unvoUstand. 
Nachrichten v. S. Franks Leben u. Schriften. Nürub. 1796. 4". 

Hase, C. A., Sebastian Franck v. Word der Schwarmgeist. Eiu 
Beitr. z. Refonnationsgescli. Leipz. 1869. 

Sepp, C, [Beoord. v.] Sebastian Franck v. Word der Schwarmgeist 
V. C. A. Hase. Leyden, 1869. 

Overdr. uit: Oodgel. Bijdr. 1869. 10. 

WeinkaufF, F., Sebastian Franck v.Donau werd. I- III. [Bonn, 1876]. 

Uit: Birlinger, Alemannia. Bd. V— VII. 

, Sebastian Franck. [Leipz. 1878]. 

Uit : Allgem. deutsche Biographie. 

Hag^geninacher, O., Sebastian Franck, sein Leben u. seine religiöse 
Stellung. Züricli, 1886. 

Overdr. uit : Theol. Zeitschr. a. d. Schweiz. 

Ilegler, A., Geist u. Schrift bei Sebastian Franck. Freib. i. B. 1892. 

, Sebastian Francks lateinische Paraphrase der Deutschen 

Theologie u. seine hollandisch erhaltenen Traktate. Tüb. 1901.4". 

Eleutherobion, St., Vom Warhaflftigen Tauff Joannis, Ghristi vnd 
der Aposteln etc. Z. pi. 1550. Titel omlijst. 4°. 

[Fischart, J.], Bewarung vnd Erklarung des Vralten gemeynen 
Sprüchworts: Die Gelehrten die Verkehrten ... Dabei ... auch 
dise daran hangende Fragen begriffen. Ob man jemands zum 
Glauben zwingen soll . . . Item, was zwischen Welt vnd Chris- 
tenheyt, vnd deren beider Oberkeit, sei für ein vnderscheyd. 
[Strassb.] 1584. 



STRIJDSCHRIFTEN TEGEN HET ANABAPTISME. 

Zuingli, H., Vom dem Touff. Vom widertouff. Vnnd vom kinder- 
touff. Zürich, J. Hager, [1525]. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 
Met geschreven aant. 

, Vber Doctor Balthazars Touffbüchlin,waarhaffte, grimdte 

antwurt. Zürich, Chr. Froschouer, 1525. Titel omlijst. 4". 



32 

Zuingli, H., Welche vrsach gebiud ze ufruren, etc- Zürich, Chr. 
Froschouer, 1505. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

. Von dam Predig Ampt. Darinn man sicht wie die 



selbsgesandten vfrurer nit Apostel als sy wollend geselien syn 
etc. Zürich, Chr. Froschouer, 1525. Titel omlijst. 4". 

Zuinglius, H., In Catabaptistarum strophas Elenchus. Tiguri, Chr. 
Froschouer, 1527. 

iOecolainpiidius, J.], Ain gesprech etiicher predicanten zu Ba.sel, 
Gehalten mit etlichen bekennern des widertauffs. Z. pi. 1525. 
Titel omlijst. 4". 

Ecolainpadius, J., Underrichtung von dem Widertauff, von der Oberkeit 
vnd von dem Eyd, auff C a r 1 i n s N. widertauffers artJckel. Antwort 
auff B a 1 1 h. H ü b m e i e r s büchlein wider der Predicanten gesprilch 
zu Basel, von dem kindertauff. Basel, A. Cratandrus, 1527. 4". 

Schmid, Cunr., Ein Christl. erraanung zu warer Hoffnung in Gott, 
vnd warnung vor dem abtrülligen Widertoufif, . . . an die Christl. 
Amplüt zu Grunigen. Zürich, Chr. Froschouer, 1527. 

, Die predigen so vonn den frömbden Predicanten, die zu 

Bernn vfl" dem Gesprilch gewesen, beschehen sind. Verwerffen 
der articklenn vnd stucken, so die Widertöuffer fürgewendt habend. 
Zürich, Chr. Froschouer, 1528. 

Luther, Mar., Von der Widertauffe an zwen Pfarherrn ein brief. 
Wittemberg 1528, gedr. zu Nürmberg, G. Wachter, 1528. Titel 
omlijst. 4". 

liUther, Martin, Sandebref till twenne kyrkoherdarOm Wederdopet. 
1528. Oofwersilttnung af J. H. T h o m a n d e r. Göteborg, 1855. 

Luther, Hart.. Ein Sendbrieff wider etliche Rottengeister. Wittemb., 
N. Schirlentz, 1532. Titel omlijst. 4". 

[Luther, M.], Das weltliche Oberkeitt den Widertaufferen mit leiblicher 
straff zu weren schuldig sey, Etiicher bedencken. Wittemb. 1586. 
Titel omlijst. 4°. 

Lutherus, M., Lehrreicher Vortrag von der Heil. Taufe etc. Hrsg. 
V. J. J. Rambach. 4''<' dr. Jena, 1742. 

Met een voorrede: Von der Göttlichen GUItigkeit der Kinder-Taiife. 



33 

Kymeus, J., Ein Alt Chiistlich Concilium fur 1200 jaren zu Gangra 
jnn Paphlagonia gehalten, wider die hoch genante heiligkeit der 
Mönchen vnd Widerteuffer. Item ein alt wunderbarliche Geschicht 
vnd aufifrhur, von denen, die Chr. an Jüden vnd Heiden rechen 
wolten. Vnd von vielen andern sachen. Verdeudscht vnd ausgelegt. 
M. e. vorrhede M. L u t h e r i. Wittemb., J. Klug, 1537. 4". 

[Arnoldi] de Tsingen, Bartholoinaeus, Anabaptisinus. Contra Re- 
liapti/cantes. Confutatio eoruni quae Lutherus scripsit in Rebap- 
tizantes. C'oloniae, Joh. Gymnicus, 1529. Met 1 houtsn. op den titel. 

Melanchton, Phil., Adversvs anabaptista.s . • . ludicium. Item An 
Magistratus iure possit occidere anabaptistas Joh. B r e n t i i 
Sententia. Item Articuli, in.spectionis Ecclesiarum Saxoniae, emen- 
dati. Z. pi. en j. 

Melanthon, Phil.. Verlegung etlicher vnchri.stlicher Artikel Welche 
die Widerteuffer furgeben. Wittemb., G. Rhaw, z. j. 4". 

2 Exenipl. ; bij een daarvan komt de naam Ph. Melanthon op den titel niet voor. 

[Melanchton. Phil.], Idem. Zwickaw, W. Meyerpeck, 1536. 4". 

Melancht., Phil., Vnderricht wider die Lere der Widerteuffer au.sz 
d. lat. verdeutschet d. J u s t. J o n a «. Wittemb. 1528. Titel 
omlijst. 4'. 

Melanthon, Phil., Etliche Propositiones wider die lehr der Wider- 
teuffer. Z. pi. 1535. 4». 

Melanchton, Phil., Verzeichnus von den Wiedertauffern. so in Jena 
gefangen gesessen u. Anno 15.36. enthauptet worden. — M e 1 a n e h- 
touis Articul wieder die Wiedertauffer, die damals zu Weimar, 
Leuchtenburg u. Jena gefangen gesessen, auch damit die meisten 
zu rechte gebracht 1536. Halle, Chr. Salfelden, 1693. 

Historie der Weisheit u. Thorheit zusammengetr. v. Chr. Thomas. 

Underricht der newen Ir.saln vnd Sect halben, so yetzt an vil orten 
im heyligen Reich entsteen, vnd sunderlich wider die jhenigen 
so mit treumen, gesichten vnd andern dergleichen teüffels ge- 
spensten vmbgeen. Z. pi. en j. Titel omlijst. 4". 

Warnung (Getrewe) der Prediger zu Straszburg vber die Artickel 
.so J. K a u t z hat lassen auszgohn, etc. S[t]raszburg, 1527. 

Tenatorius, Th.. Pro baptismo et fide parvulorum aduensus Ana- 
baptistas. Item. Epiphania crucis Theophili. Norembergae, lo. 
Petreius, 1527. 

3 



34 

[Rhegius, Urbanus], Wider den newen Taufforden, Notwendige 
Warnung an alle Christgleubigen Durch die diener des Euangelii 
zu Augspurg. Augspurg, 1527. Titel omlijst. 4". 

Rhegius, Urbanus, Ein sendbrieff Hans hut hen etwa ains fur- 
nemen Vorsteers im widertaufferordenn, verantwort. Augspurg, 
A. Weyssenhorn, 1528. Titel omlijst. 4". 

[Rhegius, Urbanus], Ain kurtzei- einfeltiger bericht, vom hailigen 
Sacrament desz leibs vnd bluts Jesu Chvisti . . . Item Zehen haupt- 
articul Christlicher leere, wider yetzschwebende irrthumb. üurch 
die Prediger zu Augspurg. Augsp., Ph. Vlhart, 15.S5. 4". 

Rhegius, Urbanus, Wie man die falschen Propheten erlcennen ia 
groiffen mag etc. Brunswicl^, A. Goldbeclj, 1')S9. M. 1 gekleurde 
houtsu. op den titel. 4". 

[Aithaininer, A.], Ein kurtze vntterricht den Pfarherrn vnd Predigern 
. . . verordent, wes sie das volck wider etliche verfürische lere, 
der widertauffer . . . ausz Göttlicher schrifft vermanen, vnd vnter- 
richten sollen. Z. pi. [1528]. Titel omlijst. 4". 

[Fuchsperger, O.], Kurtze schloszrede wider den irsall der neüge- 
rottenn Tauffer; darin der kindertauf bestettigt ... wird. 
Landshut [1528J. 4". 

Fabri, J., Sermones . . . adversvs anabaptistas etc. Lips., M. Lotterus, 
1528. 4». 

Dickius, L., Adversvs impios anal)aptistarvm errores . . . luditium. 
Haganoae, J. Sec, 1530. 4". 

Bullinger, H., Von dem vnuerschampten fnifel, ergerlichem ver- 
wyrren vnnd vnwarhafïtem leeren, der selbsgesandten Wider- 
tüuflürn. Etc. Zürich, Chr. Froschouer, 1531. 

Bulliugerus, H., Adversus omnia catabaptistarvm prava dogmata 
lib. IIII. per L e o n e m Ju d a e aucti. Tigvri, Chr. Froschove- 
rvs, 15.85. 

Bullinger, H., Der Widertöufferen vrsprung, fürgang, Secten, wtisen, 
fürnemme vnd gemeine jrer leer Artickel, etc. Zürych, Chr. 
Froschower, 1561. 4". 

BvIIingerus, H., Adversvs anabaptistas libri VI. nvnc primvm e 
Gerni. sermone in Lat. conuersi p. losiam Simlervm. 



35 

Addita etiam est Anabaptistarum Apologia . . . eodem interpiete. 
TigLiii, Chr. Froschouerus, 1560. 

Bvllingerus, H., Teghens de Wederdoopers, ses boecken, nv eerst 
wt de Latijnsche Tale in Nederduytsch ouergestelt, d. G. Nicolaj 
Die daer by gheuoecht heeft de Wederlegginghe der leeringen v. 
Menno Symons, Diericlc Philips, Adam Pastor, Hendrick Niclaes, 
ende meer andere. Embden, 1569. Titel omlijst. 4". 

Nicolai (Gerardus)'s Inlasschingen in het vertaalde werk v. Bullinger: 
„Teghens de Wederdoopers". Embden, 1569. [Uitgeg. d. S. C r a m e r.] 
's-Gravenh. 1910. 

In: S. Crainer en F. Pijper, Bibliotheca reform, neerl. Vil. 

Bullinger, H., Wederlegginghe ofte Getrouwe onder wijsinge, teghen 
alle dwalinghen der Wederdooperen, van onsen tijden. Enz. Anist., 
J. E. Cloppenburgh, 1617. 4". 

Bullingerus, H., Tegen de Wederdoopers. [Dl. II.] Zijnde de Verant- 
woording der Doopsgesinde . . . Uyt het Hooghd. vert. Hier is 
achter by gevoeght een uyttrecksel uyt de Kerken-ordinantie v. 
M a r t e n M i [c] r o e n, de zelfde zaack aengaende. Amst., J. 
Rieuwertsz, 1665. 4". 

Gespriich (Ein Christenlich) gehallten zu Bernn zwüschen den Pre- 
dicanten vnd Hansen Pfyster Meyer von Arouw, den Widertouff, 
Eyd, Oberkeyt vnd andere Widertöufferische Artickel betreffende. 
Z. pi. 1531. 

Uandlung oder Acta gehaltner Disputatiou vnd Gesprach zu Zof- 
fingen inn Bernner Biet mit den Widertüuffern. Geschehen 1532. 
Zürieh, Chr. Froschouer, 1532. 

[Butzer, M.], Handlung inn dem offentlichen gesprech zu Strasz- 
burg . . . gehalten, gegen Melchior HofTman, durch die Prediger 
daselbet, etc. Strassburg, M. Apiarius, 1533. 4". 

[Butzer, M.1, Die handelinge vander openbaerder disputacie, die 
glieliouden is . . . te Straesburch, teghen Melchior Hoffman, door 
die predicanten derseluer stadt, enz. Anno 1533. Z. pi. en j. 

Handelinge van der disputacie in Synodo te Straesburch teghen 
Melchior Hoffman door die predicanten derseluer stadt. Anno 
Mcccccxxxiij. [Uitgeg. d. S. C r a m e r.] 's-Gravenh. 1909. 

In: S C ram er en F. P ij p e r, Bibliotheca reform, neerl. V. 

[Ueüszlin, W.] Aiit frydsams vnnd Christlichs Gesprech, ains Euan- 



36 

gelisehen. . . . vnd ains Widerteüfters, . . . so sy des Aydschwurs 
halben mitainander thund. [Augspurg] 1533. 4*. 

Musculu9 [Meuslin], Wolfgang, Een claere ende Scriftelicke onder- 
richtinghe vanden Eedt. wat hy sy: ende hoe dat hij gebruijct 
ende misbruijct can werden . . . Waer toeghedaen is een clein 
anhancksel, den sekien handel angaende, Door Mar ten Mikroen. 
Z. pi. 1555. 

Cochleus, J., Von newen Schwermereyen sechs Capitel . . . der Seelen 
seligkeit betreffende. Leiptzig, M. Blum, 1534. 4". 

Menius, Justus, Der widderteuffer Lere vnd geheimni.s, Aiis heiliger 
schrifft widderlegt. Mart. Lu t her. Von der Widdertauffe an 
Zween Pfarher, Ein Brieff. Philip Mei a n c h t on. Vnterricht 
widder die lere der Widderteuffer. [M. Vorrhede M. L u t h e r s.] 
Wittemb., N. Schirlentz, 1534. 

, Von dein Geist der Widerteuffer. M. Vorrede [v.] M. 



Lu t her. Wittemb., N. Schirlentz, 1544. Titel in omlijsting. 4". 
, Vonn denn Blutfreuudeun aus der Widertauff. Erf- 



fiirdt, G. Sthürmer, 1551. 4». 

Parfusser, Amandus, Vermerckt ain vnnderweysung . . . wider die 
HecX der zwytauffer. Z. pi. 1535. Titel in omlijsting. 

Predig (Ein Christl.) wider die vnchristl. Empörung vnnd vngehorsam. 
etli.-her vnterthanen, etc. Z. pi. [1538]. Titel omlijst. 4". 

Gastius, loan.. De Anabaptismi exordio, erroribvs, historiis abo- 
minandis, Confutationibus adjectis, Libri duo. Basil.. R. Winter, 
1544. 

Fabri von Uailbrunn, J., Christenliche vndterweisung an die WMder- 
tauffer von dem Tauff der Jungen Kindlein. Vnd von der Gaist- 
lichen vnnd weltlichen Oberkait, an die Widertauffer. Ingolst., A. 
u. S. Weissenhorn gebrüd., 1550. M. 1 houtsn. 4". 

, Von dem Ayd schwören. Auch von der Widertauffer 

Marter, vnd wo her ontspring, das sie also frölich vnnd getrost 
die peyn des tods leyden. Vnd von der gemainschafft der Wider- 
tauffer. [Augsp.] 1550. 4". 

Bugenhagen, J., Von den vngeborn Kindern, vnd von den Kindern, 
die wir nicht teuffen können. vnd wolten doch gern etc. Wittemb., 
J. Klug, 1552. M. 1 hout.sn. 



87 

Beszier, M., Einfeltiger Bericht ausz Gottes wort vom eidschvveren 
etc. Niirmberg, G. Merckel, 1554. M. 1 houtsn. op deii titel. 4". 

Process, wie es soU gehalten werden mit den Widertauffern. Wormbs, 
P. u. Ph. Köpflein, 1557. 4". 

Ph. Melanthon, J, Breiitius, J. Pistorius Niddanus, J.Aiidreae, 
G. CarRiiis, J. Rungius siibscrips. 

Frischlin, N., Die Religionsschwarmer oder Mucker, als da sind: 
Wiedertaufer, Nachtinahls.schwarmer u. Schwenkfelder. Ein Fast- 
nachtspiel. Aus d. Lat. übers. v. I. Hoch. Stuttg. 1839. 

Andree, J., 33 Predigen Von den fürnemmsten Spaltungen in der 
Christl. Religion . . . [Th. I-V.] Von newen widenimb vbersehen 
vnd mit 6 Predigen gemehret. Tüb. 1573. 4". 

Het 4de dl. is tegen de Wederdoopers gericht. 

Ërhard, Clir., Salvs ex jnirnici.s. Goliaths Schwerdt. Augenschein- 
liche Erweysung, was wir Catholische vnnd alte Christen für 
klare vnd kratftige Argumenta vnnd Zeugnussen haben . . . Mit 
angehiingten Vrsachen, warumb alljetzt schwebende Sectierer vnd 
Ketzer, als da seynd Zwinglianer [etc] vnd Widertauffer, ihrer 
Communion halben, von den Catholischen gestraffet werden. 
Ingolstatt, W. Eder, 1586. 4". 

[Ërhard, Chr.], Zwelff wichtige vnd stare ke Vrsachen H a n s e n 
Jedelshausers von Vim, Warumb er von den Widertauffern, 
so man Hutterische Brüder nennt, sey abgetretten etc. Ingolstat, 
W. Eder, 1587. 4". 

Ërhard, Chr., Gründliche kurtz verfaste Historia von Munsterischen 
Widertauffern: vnd wie die Hutterischen Brüder so auch billig 
Widertauffer genennt werden etc. München, A. Berg, 1588. M. 1 
houtsn. op den titel. 4". 

Fischerus, Chr. A., Von der Wiedertauffer vertluchten Vrsprung, 
Gottlosen Lohre, vnd derselben gründtliche widerlegung. Nach 
welcher gefragt wirdt, Ob die Wiedertauffer im Landt zu leyden 
seind oder nicht? Bruck a. d. Teya, 1603. 4°. 

Fischer, Chr. A., Antwort auff die Widerlegung so Clausz Breütel 
. . . hat gethan auff das Buch, Von der Widertauffer vertluchten 
Vrsprung etc. Bruck a. d. Teya, 1604. 4". 

, Der Hutterischen Widertauffer Taubenkobel etc. Ingol- 
statt, A. Angermeyr, 1607. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 



Hafenrefferus, M., Dispvtatio contra Anabaptistas [de coena Domini]. 
[Def. J. J. Mageiro.J Tvbingae, Ph. Gnippenbachius, 1611. 4". 

Vlrich, J. J., Christliche Treüwhertzige Ermahnung, ausz Gottes 
Wort, an alle die jhenigen, welche sich von den Reformieiten 
Evangelisehen Kirchen absönderen, vnnd gemeinlich WiderteufTer 
genennt werden. Etc. Zürych, .J. R. Wolff, 1615. 

Seylerus, F., Anabaptista larvatvs D. i. Verstellter Wieder-Tauffer. 
Etc. Ba.sel, J. R. Genath, 1680. 

Wolleb, J. J., Gesprilche zwischen eineni Piëtisten u. Wieder- 
tauö'er etc. Basel, 1722. 



GODSDIENSTIGE LIEDEREN EN BIJBELVERTALING. 

Ausz Bundt, Das ist: l]ttliclie- schone Clnistenliche Lieder, wie die 
in der Gefangnusz zu Passaw in dem Schlosz von den Schweitzer- 
Brüderen und von anderen rechtglilubigen Christen hin und her 
gedicht worden. Allen und jeden Christen welcher Religion sie 
seyen unpartheyisch vast nutzlich. Z. pi. en j. 

Deze gezangbundel is tot op het einde der 18de eeuw in gebruik geweest 
bij de gemeenten der Oude Zwitsers te Groningen en te Sappemecr. 

• Idem [mit Confe.'-sio, oder Belcantnusz]. [Germantown, 

Sauer, 1742]. 

Titelbl. ontbr. 



Idem [u. Auhang von sechs schonen geistl. Liederu]. 

Titelbl., Istc bladz. d. voorr., blz. 487-502 en de laatste biz. der 6 Lieder 
van 101 af ontbr. 

Idem. 4''® dr. Germantaun, 1785. 

De bijvoegsels ontbr. 

Idem [zonder bijvoegsels]. Basel, 1838. 

Liliencron, [R.] von, Mittheil. a. dem Gebiete der öffentl. Meinungin 
Deutschl. wahrend der 2. Hiilfte des 16. Jahrh. III. Zur Lieder- 
dichtung der Wiedertaufer. Idünchen, 1875. 4". 

Uit: Abh. d. K. Bayer. Akad. d. Wiss. Cl. III. Bd. XIII. Abth. I. 

Wolkan, R., Die Lieder der Wiedertaufer. Ein Beitrag zur deutschen 
u. niederland. Litteratur- u. Kii'chengesch. Berlin, 1903. 



39 

Kawerau, G., [Bespiechuug von:] R. Wolkan, Die Lieder der Wieder- 
taufer. Berlin, 1904. 

studiën z. vergl. Literaturgescli. Bd. IV. Heft 4. 

ünger, Th., Ueber eine Wiedertaufer-Liederhandschr. des 17. Jahih. 
Wien u. Leipz. 1892. 

Jahrb. d. Gesellsch. f. d. Gesch. des Prot. in Oesterreicli. Jalirg. XIII. 
Heft 2. u. 3/4. 

Mencik, F., Ueber ein Wiedertaufergesang.sbuch [Etliche schone 
geistl. Lieder ii. Lobgesang von vilen frommen Zaigen. Ausgeschr. 
V. Melcher Hipscher Anno 16Ö5J. Prag, 1896. 

Sitzungsber. d. liönigl. bölim. Gesellsch. d. Wiss. 1896. XI. 



Testament (Das Gantz Nüw) recht gnindl. vertütschet. Frankf. u. 
Leipz. 1825. 

Nog in gebruil< bij de Zwitsersche Doopsgezinden. 



B. DE NEDERLANDEN, WEST- EN NOORD-DUITSt HLAND, 
DE NOORDSCHE LANDEN EN ENGELAND. 

L GESCHIEDKUNDIGE WERKEN HANDELENDE OVER 
VERSCHILLENDE TIJDVAKKEN. 



a. Geschiedenis in het algemeen. 

Benthem, H. L., Hollandischer Kirch- uud Schulen-Stiiat. Franckf. 
etc. 1698. M. front., platen en portr. 2 dln. 

Bevat ook een hoofdst. : Von den Widertauffern u. Socinianen ini Niederland. 

Moubach, A. en B. Picard, Naaukeurige Be.schry ving d. uitwendige 
Godtsdienst-plichten, enz. Amst. enz., 1727 - 1738. M. platen, f .6dln. 

Het 6de dl. bevat o.a. : Verhandeling beschryvende den Godsd. der Weder- 
doopers en Mennisten en Redenecring over de gebruiken enz. der Collegianten 
en Rhynsburgers. 

Schagen, M., De kerk der Nederl. Doopsgezinden in derzelver 
reformatie vertoond en verdeedigt: in [3] leer-redenen. Haerlem, 1743. 

Schyn, H., Geschiedenis dier Christenen, welke Mennoniten genaamd 
worden. Vert. door G. Maatschoen, zie hiervoren blz. 9, 10. 

Verzaameling van de afbeeldingen van veele voornaame mannen 
en leeraareu . . . onder de Doopsgez. Christenen . . . Alle op nieuws 
in 't Koper gebragt. [Met 80 portr. en 36 lofdichten van J. v. d. 
Vondel, J. Antonides, G. Brit, L. Bidloo, P. Smidt, J. 
Brem er, B. de Bosch e. a.] Amst. 174-3. 4". 

Verzaameling van uytvoerige afbeeldingen der voornaame Doops- 
gezinde Leeraaren. Amst. 1780. 

Dezelfde portretten, doch zonder omlijsting. In deze uitgave zijn de lofdichten 
niet herdrukt. 

Cuperus, J., Aanteekeningen over de Kerk. Geschied, der Doopsgez. 
verzameld tusschen de jaren 1755 en 69. Afschrift [door J. A. 
van Pesch]. 1837. 4". 



41 

Cate, S. Blaupot ten. Geschiedenis der Doopsgez. in Friesland. 
Leeuw. 1839. M. 1 kaart. 

, Geschiedenis der Doopsgez. in Groningen, Overijssel 

en Oost-Friesland. M. bijlagen en [2] kaarten. Leeuw. etc. 1842. 2 dln. 

— — , Geschiedenis der Doopsgez. in Holland, Zeeland, Utrecht 



en Gelderland. Ainst. 1847. M. 2 kaarten en facs. 2 dln. 

[Cramer, A. M.], Recensie, van het werk, getiteld: Geschiedenis 
der Doopsgezinden in Friesland, door S. Blaupot ten Cate. 
Z. pi. [1839]. 

[Muller, S.], Geschiedenis v. het onderwijs in de theologie bij de 
Nederl. Doopsgezinden. Amst. 1850. 

Overdr. uit: Jaarboekje voor de Doopsgez. Gem. in de Nederl. 1840—50. 

Scheffer, J. G. de Hoop, Oratio de providentia divina Teleiobap- 
tistas Xeerlandicos ab exitio vindicante. [Amst.] 1860. 

, De Doopsgezinde Broederschap in Nederland, voor ver- 

vloeljing en ondergang bewaard. Naar het lat. bew. Amst. 1861. 

, Korte gesch. v. het Kerkgezang onder de Doopsgezinden 

hier te lande; met naamlijsten van de dichters. [Amst. 1865]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1865. 

— , De broederschap der Doopsgezinden. Amst. 1866. 

Overdr. uit: Gesch. v. de Christel. Kerk in Nederl., dl. II. 

Craandük, J., Iets uit de Geschiedenis der Nederl. Doopsgezinden. 
Arnhem, 1889. 

Cramer, [8.], Bijdragen tot de gesch. van ons Kerklied en ons 
Kerkgezang. [I-] II. [Leiden, 1900]-1902. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1900 en 1902. 

Wolkan, R., Die Lieder der Wiedertaufer, zie hiervoren blz. 38. 
Kalff, 8., Mennouitica. Amst. 1908. M. afb. 

Elsevier's Geïllustreerd Maandschr. Jg. 18. N'. &. 

b. Geschiedenis van Gemeenten. 
AIRDENBÜRG. 
Broese van Groeuou, H., Uit het verleden der Doopsgez. Gem. te 
Aardenburg. [Amst. 1876-79]. 3 st. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1876, 1877 en 1879. 



42 

ARNHEM. 

Haga, H., Eenige bijzonderheden omtr. de vroegere Doopsgezinden 
te Arnhem, en de herstelling van hunne vervallen gemeente. 
[Amst. 1863]. 

Ovcrdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1863. 

DRACHTEN. 

Cate, G. ten, Geschiedk. overzicht van de Doopsgez. Gern. te 

Drachten en Ureterp, en Feestrede enz. Drachten, 1890. 

's-GEAVENHAGE. 

Cate, G. ten, Gesch. der Doopsgez. Gemeente te 's Gravenhage. 

Leiden, 1896. 

Overdr. uit; Doopsgez. Bijdr. 1896. 

, Idem. 2^<' druk. Leiden, 1908. 

GRONINGEN (WESTERKWARTIER). 
Waard, S. K. de, Aanteekeningen uit de gesch. v. Doopsgezinden 
in 't Westerkwartier, prov. Groningen, in 't algemeen en uit de 
gesch. V. de Doopsgez. Gemeente Pieterzijl-Grijpskerk in 't bijzonder. 
Gron. 1901. 

HALLDM. 
Wartena, S., De doopsgezinde gemeente te Hallum. Leiden, 1910. 

Verni. herdrul< uit: Doopsgez. Bijdr. 1910. 
HARLINGEN. 
Cool, P., Iets over en uit het archief der Doopsgez. Gemeente te 
Harlingen. [Amst. 18781. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1878. 

LEIDEN. 
Le Poole, L. G., Bijdragen tot de kennis v. het kerkel. leven onder 
de Doopsgez., ontleend aan het archief der Doopsgez. Gem. te 
Leiden. Leiden, 1905. 

MOLKWERÜM, 
Scheffor, J. G. de Uoop, Doopsgezinden te Molkwerum. [Leiden, 1895]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1895. 

NIJMEGEN. 
Guyot, P. C. G., Bijdragen tot de Geschiedenis der Doopsgezinden 
te Nijinegen enz. Nijmegen, 1845. 

ROTTERDAM. 
Schetsen over Rotterdam, XXXVI. Kerken, 4. [De Doopsgezinden 
te Rotterdam.] Rotterd. 1893. 

Nieuwe Rotferd, Courant v. 1 Januari 1893. Tweede Blad. B. 



43 

Vos, K., De Doopsgezinde Gemeente te Rotterdam. Rotterd. 1907. 
M. portr. en afb. 4". 

Rotterdam in den loop der ecuwen. 2de Gedeelte. 4de st. 

Craandük, J., Bijdragen tot de geschiedenis v. het lierkel. leven 
te Rotterdam. 2 st. [Boekbeoord., o. a. van : K. Vos, De Doopsgez. 
Gemeente te Rotterdam.] [Haarlem, 1908]. 

Overdr. uit: Teyler's Theol. Tijdschr. VI. I. 
SCHOTERLISD. 
Veen, P. H., De Doopsgezinden in Schoterland. Leeuvf. 1869. 

TEXEL. 
Huizinga, J., Korte schets eener gesch. der Doopsgezinden op 
Texel. [Leiden, 1873]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1873. 

UTRECHT. 
Uartog, J., Eenige bijzonderheden aangaande de Doopsgezinden in 
de prov. Utrecht. [Arnst. 1863]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1863. 

WARNS. 
Bakels, H., Het volk van Menno. De volgelingen v. Menno Simons, 
de schippers en boeren v. Frie.sl., bespied in hunne Menniste- 
Gemeente-zaken. Leiden, 1908. M. 1 portr.. afb. en kaartjes. 

Omwerking van artikelen in Doopsgez. Bijdr. 1900, 1901, 1902, 1904. 
WINTERSWIJK. 
Fleischer, F. C, Do Doopsgez. Gemeente te Winterswijk. Gedenk- 
schrift. Winterswijk, 1911. 4». 

WORKÜM. 
Siemelink, T. H., Geschiedenis van de Doopsgez. Gemeente te 
Workum. [I-HL] [Leiden, 1899-1905]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1899, 1903 en 1905. 
ZWOLLE. 

E[lberts], [W. A.], Historische wandelingen in en om Zwolle, XXXH. 
Doopsgez. kerk. [Zwolle, 1888]. 

Uit: Prov. Overijss. en Zwolsche Courant v. 16 Juli 1888. N». 165. 

Buitenlandsche gemeenten. 
HAMBÜRG-ALTONA. 

Roosen, B. C, Geschichte der Mennon.-Gemeinde zu Hamburg u. 
Altona. Hamb. 1886. 87. 2 st. 



44 

OOSTFRIESLIND. 
Muller, J. P., Die Meimoniten in Ostfriesland vom 16. bis zum 

18. Jahrh. Tli. I. Emden, etc. 1887. 

Muller, [J. P.], Die Mennoniten in O.stfrie.sland. II. Die Mennoniten 
unt-er der griltl. Rogieriing. 1562—1648. Z. pi. en j. 

Koolman, J. ten Doorjikaat, Kiirze Mitteilungen tuis der Gesch. 
der Menn.-Gemeinden in Ostfriesland im allgem. u, der Norder 
Geineinde im bes. bis zum J. 1797. Norden, 190-S. M. 1 silh. 

, Mitteilungen a. der Gesch. der Menn.-Gemeinde zu 

Norden im 19. Jahrh. Norden, 1904. M. portr. en 1 afb. 
WEST- EN OOST-PRUISEN. 
Schön, M., Das Mennonitenthum in Westpreuszen. Berlin, 1886. 

Szper, F., Nederlandsche nederzettingen in West-Pruisen gedurende 
den l'oolschen tijd. [Acad. proefschr.] Enkhuizen, 1913. 

Crichtou, W., Zur Gesch. der Mennoniten. Königsb. 1786. 

c. G e s 1 a c h t k u n d e. 

Cate, G. ten, [Verzameling van geslachtslijsten en genealogische aan- 
teekeningen betr. Doopsgezinde geslachten]. In handschrift. 4" en i". 

Alring, Bakker, Bavink, Belkmecr, Blaupot, Bleekcr, Bolte, ter Borg, Bouman, 
Broese, Bruyn, Bussemaker, van Calcar, ten Cate, van CIceff, Cnoop, van 
Coppenaal, Coster, Cremer, van Dciden, Gaastra, van Gcuns, Herdingh, van 
Hoorn, Hulshoff, Jalink, Koopmans, Lely, van Maurik, Mcdendorp, Mcsschert, 
van Oosterwijk, Pol, Scheltema, Veen, Vissering, van Voorst, Warnaars, Wouters, 
Zijtsema, enz. 

Oyen, A. A. Torsterman van, Genealogie v. het geslacht B e e t s. 
's-Gravenh. 1884. M. 1 portr. 

Nederl. Familie-Archief. 

Brouwer, J., [Gelegenheidsgedichten betreffende de familie Brouwer 
en aanverwanten : d e C 1 e r c q. Fontein, H i n g s t en van 
der V 1 u g t]. 8" en 4». 

Groot Jamin Jr., J. G. de, Geslachtlijst v. de familie B r u y n. 
Amst. 1886. f. 

[Cate, G. ten], Geslachtlijst v. den Frieschen tak der familie ten 
Cate. Z. pi. [1896]. 

Deknatel, Joh., Auf den allerseoligsten Heimgang meines lieben 



45 

Sohnes Jakobus Deknatel, in Amsterd., den 6. Julj' 1748. 
[M. vertaaling en Eenige veersjes van hem zalven.] Z. pl.enj. 4°. 

[Geslachtslyst v. de familie van D e 1 d e n]. In handschr. 

lOyen, A. A. Vorsterman van, Het geslacht Dyserinck. Gion. 
1885]. f". 

Uit: Stam- en Wapenboek v. aanzienl. Nederl. geslachten. I. 

Pot, W. van der, Troostzang voor Pieter Fontein, wegens het 
afsterven zijner echtgen., Joziua Stol, overl. 19. der Lentem. 1746, 
te Amsteldam. Rotterd. 22. der Lentem. 1746. Z. pi. en j. 4". 

Smits, D., Treurzang over het afsterven v. Jozina Stol, echtgen. 
V. Pieter Fontein, Aen de Rotte, 28 JVIaart 1746. Z. pl.enj. 4". 

[Gelder, J. M. van]. Stamboek der familie van Gelder bevat- 
tende het voor- en nageslacht van Pieter Smidt van Gelder. 
Amst. 1899. M. wapenafbeeldingen. 4". 

Met bijlagen over de Doopsgezinde geslachten Boekenoogen, Krayer, IHals, 
Nieuwenhuizen, Prins, Schouten en Smidt. 

[Cramer, A. M.], Brief betr. den stamvader der familie van 
G e u n s hier te lande, en de nederigheid der oude Doopsgezinden, 
met name der Oude Vlamingen. Z. pi. en j. 

[Gelegenheidsgedichten op de familie van Geuns, verz. d. J. van 
Geuns 1763-1818], 4". Gedeeltelijk in handschr. 

[Geslachtslyst v. de familie van Geuns]. In handschr. 

[Cate, G. tenj. Geslachtlijst v. de familie Halbertsma. Z. pi. 
[1897]. 

Muralt, J. L. B. de. De nalatenschap van den heer Johan van 
H a 1 m a e 1 en de afstamming van zijne naaste bloedverwanten. 
Utr. 1881. fo. 

Akkringa, E., Geslachttafel v. de familie van H e u k e 1 o m 
[m. bijl.] 1800. 2 bladen in handschr. 

Geslacht-lyst v. de familie van H e y n i n g e n. Amst. [1817J. 4". 

[Uuizinga, J.], Stamboek of geslachtregister der nakomelingen v. 
Derk Pieters en Katrina Tomas, gewoond hebbende te Huizinge 
op de landhoeve Melkema [geslacht H u i z i n g a]. Opgemaakt v. 
het jaar 1555 tot en met 1883. Gron. 1883. f. 

[Uuizinga, J.], Stamboek of geslachtsregister der nakomelingen v. 



46 

Fiepke Foppes en Diever Olferts (?) iu het jaar 1055 gewoond 
hebbende te Meeden [geslacht K o o 1 m a n]. Opgemaakt van 1655 
tot 1887. Grou. 1887. f. 

Leendertz, Stanimbauni d. Familie Leenderta. Z. pi. 1907. 1 

Uitsl. 1)1. 

Leiiuop, F. K. vau, Verzameling v. oorkonden betrekking hebbende 
op het geslacht van Lennep, 1098-1900. Dl. I. Anist. 1900. 
M. portr., wapen- en zegelafbeeldingen. 

Leuvenig, P. J. van, Dankbetuiging aan de Voorzienigheid. Ter 
gelegenh. mijner l^'/o jaarige echtverbintenis, met Maria Toens. 
Gevierd den 25. v. Loum. 1793. Z. pi. en j. 4". 

Eeghen, P. van, Jan L u .v k e n en zijne bloedverwanten. [Amst. 
1889]. 

[Huizinga, J.], Stamboek of geslachtregister der nakomelingen v. 
Samuel Peter (M e i h u i z e n) en Barbara Fry van Gontenschwji 
(Aargau, Zwitserl.), omvattende de jaren (1671) 1714 tot en met 
1889. Gron. 1890. M. 1 facs. 4". 

[Mesdag Jz., G.j, Het geslacht Mesdag. Gron. 1896. A'>. 

Muller Fzn., S., Zijdebalen. I. De fabriek. II. Het woonhuis en de 
tuinen. III. De bewoners (van Mollem, S ij d erv el t). [M. een 
ge.slachtslij3t en een plattegrond v. de buitenpl.] Daarachter: Zijde- 
balen. Hofdicht d. Ar nol d Hoogvliet. M. afb. 

Overdr. uit: Bouwkunst. Tijdschr. v. d. Maatsch. tot Bevordering der Bouw- 
kunst. 1912. 

Neufville, A. C. de, Histoire généalogique de la maison de Neuf- 
ville d'après d'anciennes chartes et des documents inédits. 
Amst. 1869. 4". 

[Bruiloftsvers voor Gerrit N i e u w e n h u y s en Cornelia Brak, 20 
Maart 1785]. In handschrift. 4". 

Oyen, A. A. Vorsterman van, Genealogisch overzicht v. de familie 
N i e u w e n h u y z e n. | Amst. 1884J. Plano. 

Met bijzonderheden over Jan Nieuwenhuyzen en afb. 

Siegenbeek, M., Aan Mr. Samuel Ie P o o 1 e, bij het afsterven 
zijner echtgenoote, Cornelia de Wind. [Leiden] 1800. 



47 

Ter gelegenheid van het feest der vijftigjarige echtvereeniging van 
Willem van Reesema en Wijnanda Kloppenburg. [Rotterd.] 
1819. 

Verzen van A. S. v ,1 n Reesema, G. S o ii ni a i n, H. T o 1 1 e n s Cz,, W. 
Messchert en V. HerdinRh Lz. 

Scheffer, J. G. de Hoop, Het geslacht: Sleutel. [Leeuw. 1867J. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1867. 

Teyler van der Hulst. Stamboek der Teyler's of Geslachtsregister 
der nakomelingen van Thomas Teyler en Trijntje van de Kerk- 
hoven van 1562 — 1728. Op nieuw uitgegeven en van versch. aant. 
voorzien d. W. P. J. O vermeer. Haarlem z. j. 

Overmeer, W. P. J., De Erfeniskveestie v. Pieter Teyler van 
der Hulst. Bevattende het geheele testament v. P. Teyler v. 
d. Hulst, benevens nog een extract-testam., histor. bijzonderh., 
weerleggingen, raadgevingen, enz., enz. Haarlem, 1902. 

-, Nog eens de Erfeniskwestie Pieter Teyler van der Hulst. 

Haarlem, 1903. M. 1 afbeeld. 

Viëtor, H. Haitzema, Het geslacht V i ö t o r on aanverwante 
familiën. Steenwijk, 1910. M. portr. en afb. 

Cate, G. ten, Geslachtlijst v. de familie Vissering. Z. pi. [1903]. 
M. portr. en afb. 

Oyen, A. A. Vorsterman van, Joost van den Vondel en zijn 
geslacht. 's-Gravenh. 1887. M. 1 portr. 

Siegenbeek, M., Aan den Weleerw. Heer, Willem de Vos, den 
dood van zijne echtgenoote, Jacoba Stockelaar, betreurende. 
[Leiden] 1804. 

Lijkzang in Latijn en Nederl. 

Boach, P. van den, en P. A'reede Jr., [Verjaarverzen voor Pieter 
Vroede]. [Leiden] 1776-77. 40. 

Jansen, A., Ter bruiloft van Jakob de Vries, ... met Elisabet 
van Wosterhoven, op den 18"^^" v. Bloeim. 1697, binnen Haarlem. 
Amst., D. Boeteman, [1697]. 4". 

Vries, J. H. de. De Amsterdamsche Doopsgez. Familie De Vries. 

Zutphen, 1911. M. wapenafbeeldingen. 4". 
Bilderdyk, [W.], Welkom aan het zoontjen van Jeronimo de Vries. 

[Leiden] 1808. 



48 

Bakker, P. Huisinga, Lykzang ter gedagtenisse van myno egtge- 
noote Elizabeth W a g e n a a r. [Amst.] 1766. 4". 

B[eets], P., Stain-boek der Willingen, of geslacht-register der nako- 
melingen van Jan Willink en Juditli Busschers. 1591 tot 17G7. 
Deventer, 1767. f. 



Uitlerdyk, J, Nanninga, Huwelijks-proclamatiën v. Doopsgezinden 
te Kampen, 1667-1795. 's-Gravenh. 1892. 4". 

Ovcrdr. uit: Alg. Nederl. Familiebl.ad. 1892. 



II. GESCHRIFTEN EN BESCHEIDEN BETREFFENDE 
BEPAALDE TIJDVAKKEN, 



Eerste Tijdvak 

(tot het jaar 1506). 

GESCHIEDENIS. 

a. Verbreiding van liet Anabaptisme 
naar het Noorden. 

Lundström, H., Om det s. k. vederdöpareofoget i Stockholm under 
Gustaf r.s regering. Upsala, 1896. 

Kyrklig Tidskrift. II. 8/9. 

Bevat vele bijzonderheden omtrent Melchior Hoffmann. 

Vnterricht (Eiu kurtze), den Pfarherrn vnd predigern, Inn meiner 
gnedigeu Herrn der Marggraffen zu Branndenburg etc. Landen 
verordent, wes .sie das volck wider etliche verfürische lere, der 
widertauffer, . . . vermanen vnd vnterrichten sollen. Z. pi. [1528J. 
Titel omlijst. 4». 

[Rliesa, L. J.], Historiae Anabaptistarum et Sacramentariorum in 
Prussia initia. [Programma.] Regiomonti, 1834-36. 2 dln. 4". 

Ordenung (Christliche) vnd Mandat der Erbaren Wendischen Stedte, 
wider die Widerteuffer vnnd Sacramentirer. Z. pi. [1555]. 

Mosheinius, J. L., Specimen de tvrbis .sacris in eccles. Goslar. a 
temp. reformationis etc. [Autore G. W. T r v m p h i o.J Hebnstadii, 
1727. 40. 

Jacobs, E., Die Wiedertiiufer am Harz. Wernigerode, 1899. 

Zeitschr. d. Harz-Ver. f. Gesch. u. Altertiimsk. XXXII. 2. 



50 

Kartels, J., Die Wiedertauferbewegung im ehemaligen Hochstift 
Fulda. Vortrag. [Fulda] 1902. 

Fuldaer Geschichtsblatter. Jahrg. I. 1/2. 

Schauenburg, L., Die Ttiufeibewegung in der Grafschaft Oldenbuig- 
Delnieiihoist u. der Herrschaft Jever z. Zeit d. Reformation. 
Oldenb. 1888. 

Toorenenbergen, J. J. van, Ilinno Rode (.Joh. Rodius), rector van 
de Hiëronymu.sschool te Utrecht ( — 1522), predikant te Norden 
( — 1530), in betrekking tot de Anabaptisten. ['s-Gravenh. ]888]. 

Overdr. uit het Archief van Nederl. Kerkgesch. III. 1. 

Rembert, K., Die Wiedertilufer im Herzogtuni Jfllich. Capitel II u. 
IIJ. [Inaugural-Diss.] Munster i. \V. 1893. 

, Die „Wiedertaufer" im Herzogtum Julich. Studiën zur 



Gesch. der Refonnation, bes. am Niederrliein. Berlin, 1899. 

Cate, E. M. ten, Die Wiedertilufer im Herzogtum Julich v. K. 
Rembert. Berlin, 1899. [Boekbeoordeeling.J [Leiden, 1900]. 

Uit: Theol. Tijdschr. 1900. 

Altertumsfunde (Odenkirchener). Odenkirchen, 1910. 

Odenkirchener Zeitung. 21 Apr. 1910. M. 1 photographie v. een grafsteen. 
Over den grafsteen van Wilhelm III. v. Flodorp, een beschermer der weder- 
doupers in Gulik omstreeks 1530. 

Uansen, J., Die Wiedertaufer in Aachen u. in der AachenerGegend. 
Aachen, 1885. 

Overdr. uit: Zeitschr. d. Aachener Geschichtsvereins. Bd. VI. 

Woltf, W., Beitrage zu einar Reformationsgeschichte der Stadt 
Aachen. III. IV/V. Tüb. 1905-07. 

Uit : Theol. Arbeiten a. d. rhein. wissenschaft!. Prediger-Verein. N. F. 7. u. 
9. Heft. 

Habets, J., De Wederdoopers te Maastricht tijdens de regeer, v. 
Karel V, gevolgd door aant. over de opkomst der hervorming te 
Susteren en omstreken. Roerm. [1878]. 

Eerten BJz., J. J. Westerbeek van, Anabaptisme en Calvinisme. 
Tafereelen u. de Vaderl. Kerkgesch. der 16e eeuw 1531 — 1568. 
Kampen, 1905. 

b. De Munsterschen. 

Bekentnisse van beyden Sacramenten, Doepe vnde Nachtmaele der 
predieanten tho Munster. Z. pi. 1533. 4". 



51 

Tuchtordeuinge der Stadt Munster tho vnderholdene Christlike 
tucht vnde eerbaricheyt etc. Z. pi. 1533. 4'^. 

Bericht ausz der heyligen geschrift von der recht gottseligen 
anstellung vnd hauszhaltung Christlicher gemeyn, Eynsatzung der 
diener den worts, Haltung vnd brauch der hej'ligen Sacramen- 
ten. . . . Durch die Prediger des heyligen Euangeli, zu Straszburg, 
der Stat, vnd kirchea zu Munster in Westfal, erstlich geschriben. 
Straszburg, M. Apiarius, 1534. 4". 

Ordnung (Die) der Widerteuffer zu Manster. Etc. Z. pi. 1535. M. 1 
houtsn. op den titel. 4". 

Cochleus, J., XXI Articvli Anabaptistarutn Monasteriensium confu- 
tati, adiuncta ostensione originis, ex qua defluxerunt. Appendix 
elegans, ex Epistola Petri Plateani ■ . . quae de Anabaptistis 
et de ciuitate Monasteriensi multa xommeniorat. Lipsiae, N. 
Paber, 1534. Titel omlijst. 

, Idem. Lvgd., M. Bonhome, 1538. 16». 

In: J, Eckius, Enchiridion locorum commuiiium adiiers. Lutlienini. 

Beg[ius], Urii., Widderlegung der Miinsterischen newen Valentinianer 
vnd Donatisten bekentnus, an die Christen zu Osnabrugk, jnn 
Westfalen. M. einer Vorrhede M. Luthers. Wittemberg 1535. 
Zu Zeil inn Saxen, 1534. Titel omlijst. 4". 

Zeittung (Newe) wie die Stadt Munster eingenonien ist. Z. pi. en j. 
Titel omlijst. 40. 

Zeyttung (Newe), Wie die Statt Munster eroberet vnnd gewunnen 
worden ist etc. Z. pi. en j. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Zeytung (Newe) von den Wydertaufferen zuMünster.Auff die Newe 
Zeytung v. Munster D. M a r t. L u t h e r Vorrede. Propositiones 
wider die Leer der Widertauffer gestelt d. Philip. M e 1 a n c h 
[thon]. Wider das Gotzlesterlich vnd schentlich Buch, .so zu Mun- 
ster im truck newlich ist auszgangen, etlich Artickel gestelt d. 
Philip Mei anch [thon] zu Wittenberg. Nürnb., Fr. Peypus, 
1535. 4". 

Königreichs (Des Miinsterischen) vnd Widertauffs an vnd abgang, 
Bluthandel vnd End, Auff Sambstag nach Sebastiani 1536. Z. pi. 
en j. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 



52 

Verlage, O., Nachlese zur Gesch. der Wiedertilufer in Munster. 

1. Newe zeitung von den Wider tauffern zu Münsster. 1585. 

2, Des Münsterischen Königreichs vnd Widertauffs an vnnd abgang, 
Bluthandel vnnd End, Auff Sambstag nach Sebastiani 1536. 
Z. pi. en j. 

Herdruk der voorgaande stukken. 

Bericht (Wairhaftiger) der wunderbarlichenn handlmig, derDcuffer 
zu Munster etc. Cöllen, S. Lupus, z. j. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Handel (Der gantze) vnd geschicht, von der stat Munster in West- 
phalen gelegen, wie es ergangen ist, in einer kurtzen Summa 
begriffen. [Nürnb.], H. Guldenmundt, [1535]. M. 1 houtsn. op den 
titel. 40. 

Historia der belegerung vnd eroborung der Statt Munster Anno 
1535. Z. pi. 11535J. M. 1 lioutsn. op den titel. 4". 

Corviniis, A., De miserabill Monasteriensivm Anabaptistarvm obsi- 
dione . . . Epist. ad G. Spalatlnvm script. Viteb,, G. Rhau, 1536. 
Titel omlijst. 40. 

Coriiinus, A., Acta : Handlungen : Legation vnd schriffte ... in der 
Münsterischen sache geschehen . . . Item. Gespreche vnd disputa- 
tion Antonij Coruini vnd Joannis Kymei, mitdem Münsterischen 
KOnig etc. Wittemb., G. Rhaw, z. j. 4". 

Dorpius, H., Warhafftige historie, wie das Euangelium zu Munster 
augefangen, vnd darnach durch die Widderteuffer verstöret, widder 
auffgehört hat etc. Z. pi. 1536. 4". 

Osiandér, L., Ein Predig Von dem Widortauff. Sampt angehenckter 
Historiën, Welcher gestalt sich die Widertaufter, Anno etc. 34 
zu Munster gehalten: Wie selbige geschichten H. Dorpius... 
beschriben. Tüb., A. Hoek, 1582. M. 1 houtsn. op den titel. 4». 

Dorpius, H., Die Wiedertiiufer in Munster. Zur Gesch. des Commu- 
nismus im 16. Jahrh. Hrsg. v. F. M e r s c h m a n n. Nebst einer 
Einl. V. H. Gelzer. Magdeb. 1847. 

Kerssenbroelc, H., BoUi Monasteriensis contra anabaptistica Mon- 
stra . . . descriptie. Colon., M. Gymnicus, 1545. 

Kerssenbroelc, H., Warhaffte Lehre u. Lebens-Beschreibung der 
Wieder-Ta uier etc. Z. pi. en j. Afschrift (iS'i» eeuw). 



53 

Kerssenbroick, H. v., Geschichte der Wiedertaufer zu Mün.ster in 
Westph. Nebst eiuer Beschreib. d. Hauptstadt dieses Landes. Aus 
ein. lat. Hs. übers. M. Kupfern. Z. pi. 1771. 4". 

[Kerssenbrock, H.,1, Originalaktenstücke zur wahreu u. voUstand. 
Kenntn. der münsterischen Wicdeitaufergesch. [hrsg. v. Kohier]. 
Frankf. a. M. 1808. 

Kerssenbroch, H. », Anabaptistici furoris Monasterium . . . evertentis 
historica narratio. Hrsg. v. H. Detmer. Munster, 1899 — 1900. 
2 dln. 

Die Geschiclitsquellen d. Bisth. .Munster. Bd V u. VI. 

Detmer, H., H. v. Kersseabroch's Leben u. Schriften. Munster in 
W. 190(1. 

Bolandus, J. F., Motvs Monasteriensis libri X. Colon., M. Gym- 
nicus, J516. 

Hortensius, L., Tvmvltvvm anabaptistarvm liber vnvs. Basil., 
J. Oporinus, 1.5-18. -1". 

, Idem. Amst., H. Laurentius, 1636. 

■, Het Boeck Van den Oproer der Weder-Dooperen. Eerst 

int Latijn beschreven, ende Ghedruckt tot Basel. Ende nu in 
Nederlandts overgheset. Mitsgaeders, Een Voor-reden aen de Heeren, 
Burghemeesteren Schepenen ende Raedt der Stadt Amsterdam. 
Hoorn, Gillis Glaesz. Goster, 1624. M. grav. Titel omlijst. 4". 

Behoudens het iiitgeversadres is deze uitgave gelijk aan die, welke in het- 
zelfde jaar te Enkhuizen verscheen. 

» 

-, Idem. Amst., J. J. Schipper, 1659. M. grav. 



, Verhaal v. de Oproeren der Wederdoopers, voorgevallen 

te Amsterdam, Munster en ia Groeninger-land. In 't Duyts vert. 
enz. Amst., A. Schoonebeek, 1694. M. dezelfde grav., verm. m. 1 
front, en 1 muntplaat. 

Histoire des Anabatistes etc. Paris, Gh. Glouzier, 1695. M. front, 
en grav. 12". 

Vrije bewerking van het voorgaande, met toevoegsels (ook betreffende de 
Quakers) ; met dezelfde grav. op één na. 
Verschillende exempl., waarbij met foutief jaartal M D C X V. 

Ueresbachius, C, Historia Anabaptistica . . . Nunc demum edita 
opera et studio Th. Strackii. Ace. Tumultuum Anabaptista- 



54 

rum liber, auth. L a m b. H o r t e ii w i o. 1548. Amst., H. Lauren- 
ciud, 1637. 

Uercsbachius, C, Historia factionis excidiique Monasteriensis. Recogn. 
K. W. Boute r w e k. Elberf. 1866. M. facs. 

Uamelinaun, H., Geschichtliche Werke. Kritische Neuausgabe. 
Bd. II. Reformationsgeschichte Westfalens. Hrsg. v. K. L o f f Ier. 
M. ein. Unter.suchuiig üb. Hamelmann.s Leben u. Werke u. ein. 
Bildn. Munster i. Westf. 1913. 

Erhard, Chr., Grüiidliche kurtz verfaste Historia von Munsterischen 
Widertaufferu, zie hiervoreii blz. 37. 

Meshovius, A., Histoi'iae Anabuptisticae Libri VII etc. Colon., G. 
Greuenbruch, 1617. 4". 

Tlieobaldus, Z., WiderLautferischer Geist, das ist: Glaubwürdiger 
vnd Historischer Bericht, was Jammer vnd Elend die alten Wider- 
tauffer gestift'tet vnd angerichtet etc. Nürnb., S. Halbmayer, 1623. 4". 

Epilogus eorum quae acta sunt Monasterii per Anabaptistas. 
Afschrift (1907). 

Afgeschreven uit: Haynio, Episcopiis llalberstat., De Christiaiiorum rcriim 
memoria. IBiblioth. Oemccntc-ArcliJef Maastricht N». 5067. Zonder titel. 8».] 

Onnooselheydts peyl van 't Munsters onheji. [4 blz.] Z. pi. en j. f. 

Niesert, J., Beitrage zu einem Munsterischen Urkundenbuche a. 
vaterlaud. Archiven gesammelt. I. Bd. 1. Abth. Munster, 1823. 4°. 

, Münsterische Urkundensammhmg. Goesfeld, 1826, 27. 

2 dln., beide m. 1 grav. tegenover den titel. 

Jochinus, H., Geschichte der Kirchen-Reformatiou zu Munster u. 
ihres Untergangs durch die Wiedert;iufer. M. d. Bildn. des Kön. 
Joh. v. Leyden. Munster, 1825. 

[Gebser, A. R.J, Commentatio de primordiis studiorum fanaticorum 
Aualiaptistaruin saec. XVI. Regiomonti, 1830. 4". 

Erhard, H. A., Geschichte Munsters. Munster, 1835-37. 3 st. 

llast, J., Geschichte der Wiedertiuifer v. ihrem Entstehen zu Zwirkau 
i. S. bis auf ihren Sturz zu Munster i. W. Munster, 1836. 

Werner, 6., Der hochnothpeinliche Prozess gegen den Wieder- 



55 

tauferkönig Johann v. Leyden u. seine Genossen zu Munster ia 
Westf. 1535-36. Wesel, 18-43. 

Uit: Schwarze Bliitter. I. 1. 

Coriielius, C. A., De fontibus quibus in historia seditionis Monas- 
teriensis anabaptisticae nari'anda viri docti huc usque usi sunt. 
[Diss.] Monaslerii, 1850. 

, Berichte der Augenzeugen üb. das raünsterische Wie- 

dertiluferreich. Munster, 1853. 

Die Geschichtsquellen d. Bisth. Munster. Bd. II. 

, Geschichte des Miinsterischen Aufrulirs. Bucli 1 u. 2. 

Leipz. 1855—60. 

Het 3de boek ontbr. 

Hase, K., Neue Propheten. Drei hist.-polit. Kirchenbilder (Jungfr. 
V. Orleans; Savonarola; Das Reich der Wiedertaufer). Leipz. 1851. 

, Das Reich der ^Viedert;ulfer. Neue Propheten 3. 2<'<'dr. 

Leipz. 1860. 

, Het rijk der Wederdoopers. Naar het Hoogd. Amst. 185-1. 

Vertaling van het voorfiaande. 

Fasser, i. C, Geschichte der niünsteri.schen Wiedertaufer für das 
deutsche Volk. Munster, 1852. 

-, Geschichte der Wiedertaufer zu Munster. Dem deut- 

schen Volke erzahlt. M. 11 xylogr. Darstellungen der Haupt-Wieder- 

taufer v. E. F a s s e r. 2*® dr. Munster, z. j. 
Bussierre, M. Th. de, Les Anabaptistes. Histoire du lutheranisme, 

de 1'anabnptisine et du règne de Jean Bockelsohn a Munster. 

Plancy, etc. 1853. M. houtsn. 

Ziegler, K., Das Reich der Wiedertaufer in Manster. Lemgo, etc. 1854. 
Weill, A.. Hist. de la guerre des Anabaptistes. Paris, 1874. 
Koller, L., Geschichte der Wiedertaitfer u. ihres Reichs zu Munster. 

Nebst ungedr. Urkunden. Munster, 1880. 
Crainer, S., Het anabaptisme voor de rechtbank van een geschied- 

vorscher. [Leiden] 1882. 

Uit: Theol. Tijdschr. Jg. XVI. Boekbeoord. van het voorgaande. 

Wiedertaufer (Die Münster'schen) u. die Altevangelischen Tauf- 
gesinnten. Reihen a. E. 1887. 

Gewijzigde overdruk uit: „Qemeindeblatt für Mennoniten" Jahrg. 1886. 4,5. 



56 

Idem. Elkhai-L liid. 1S88. 12». 



Maisch, G., Das Reich der Wiedertaufer zu Munster. Leipz. 1892. 

Religion u. Revolution nach ihrem gcgenseit. Verhiiltn. I. 

Detmer, H., Uiigedruckte Quelleii zur Ge.sch. der Wiedertaufer in 
Munster. Munster, 1893. 

Zcitschr. f. vaterl. Gescli. u. AHcrtliuinsk. Bd. LI. 

Bahimaiin, P., Die Wiedertaufer zu Munster. Eine bibliogr. Zusam- 
nienstellung, zie hiervoren blz. 2. ' 

Tumbült, G., Die Wiedertaufer. Die socialen u. religiösen Bewe- 
gungen z. Z. d. Reformation. Bielefeld u Leipz. 1899. M. pi. en afb. 

MonoRrapliien z. Wellgescli. lirsg. v. E. Heyck. VII. 

Vries, J". de, De drie kooien van de Wederdoopers aan den Alberti- 
toren te Munster. [Amst. 1899]. M. afb. 4". 

Eigen Haard. 1899. N». 2. 

Detmer, H., Bilder aus den religiösen u. sozialen Unruhen in 
Munster wahrend d. 16. Jahrh. Munster, 1903—04. 3 st. 

I. Johann v. Leiden. II. Bcrnhard Rothmann. III. Ueb. d. Auffass. v. d. Ehe 
u. d. DurchfUhr. d. Vielweiberei in Munster walir. d. Tauferherrscliaft. 

Sattler, J., Die Wiedertaufer. [30 Platen.] Berlin, z. j. f. 

Geisberg, M., Die Münsterischen Wiedertaufer u. Aldegrever. Mit 
18 Ttln. u. 9 Hochatzgn. Strassb. 1907. 
Stud. z. Deutschen Kunstgesch. Heft 76. 



Niiienius, J., Tvnivltvs anabaptistarvm in ... Hollandiae emporio 
Amstelredamensi nuper exorti descriptie. Aemstelred., Guil. lacobi, 
z. j. Titel omlijst. 4". 

Codde, P. A., Herdoopers Aenslagh op Amsterdam, Den X. Mey 1535. 
Treur-spel. Amst., M. de Groot, 1662. M. 1 grav. op den titel. 

De 1ste druk is van 1641. 

Ancher, A. J. M. Brouwer, De Confessies van Jacob van Kampen, 
Hoofd der Wederdoopers in Amsterdam. Amst. 1897. 

Uit: Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenk. Jg. XII. 

Slolhuüsen, P. C, De wederdoopers te Deventer in 1534 en 1535. 
[Dev. 1838J. 

Uit: Overijsselsclie Almanak. 1839. 



57 

Coruelius, C. A., Die Niederlandischen Wiedertaufer wahrend der 
Belageruiig Münsterd 1534 bis 1635. München, 1869. i". 

Uit: Abhandlgn. d. kön. bayer. Akad. d. Wiss. Cl. 111. Bd. XI. Abth. U. 

Cate, E. M. ten, Onderhandelingen, vanwege het hof te Brussel 
met de Munstersche wederdoopers aangeknoopt. [Leiden, 1899]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1899. 

Bouterwek, K. W., Zur Literatur u. Greach. der Wiedertaufer, bes. 

in den Rheinlanden. Erster Beitr. Bonn [ISöi]. 
Bekantnus einiger persohnen, so der Widdertauff vnd des Munste- 

ri^chen Vnwesens halben alhie zu Wesel im Jahr 1535 eingezogen 

worden etc. Extrahirt a. d. Gerichts-Prothocol gl. Jars ad mens. 

Januar. Febr. vnd Mart. per B. B r a n t i u m. [Bonn, 1864]. 

Uit: Bouterwek, Zur Lit. u. Gesch. d. Wiedertaufer. 

Bekentenisse (Eyn korte vnde heerlicke) des geloues, . . . geschiet 
voer die oeuerhej't in dem Sticht van Munster, doer eyn verga- 
deringe offte ghemeynte Christi, nu in den Jaer xxxix. vnde 
is besclu-euen doer eynen jongen strider Christi van xx. Jaer, 
etc. Z. pi. en j. é». Afschrift (1900). 

Naar het ex. der Stadsbiblioth. te Hamburg. 

Keiler, L., Zur Gesch. der Wiedertaufer nach dem Untergaug des 
Münsterschen Königreichs. Z. pi. [1882]. 

Uit: Westdeulsciie Zeitschr. f. Gesch. u. Kunst. I. 

Uiising, A., Der Kampf um die kath. Religion im Bisth. Munster, 
nach Vertreib. der Wiedertaufer, 1535 — 85. Actenstücke u. Er- 
lauterungen. Munster, 1883. 



Gescliichte des Schneider- u. SchwarmerKönigs, Jan van Leyden, 
in Munster: A. 1535. Gött. 1784. 12». 

Neujahrs-Geschenk a. Westfalen f. ein. deutschen Knaben. I. 

Wallinann, J. C, Johann vou Leyden. Eine Gesch. fürs Volk. 

QuedUnb. 1844. 12». 
Uürte, N., Jan Bockelson, genannt Johann von Leyden, der Wieder- 

tiuifer-König im neuen Zion. Dem Volke erzahlt. Reutl. 1854. M. 

titelvignet. 
Cate, E. M. ten, Een godsdienstig revolutionnair uit de 16'^® eeuw. 

['s-Gravenh.] 1903. 

Overdr. uit: De Tijdspiegel. 1903. 



68 

Uermsen, H., Die Wiedertaufer zu Müuster in der deutsclien Diciitung. 
Stuttgart, 1913. 

Uarting, D., De Munstersche furie, of het oproer der Wederdoopers 
te Munster in de jaren 1534 en 35. Eene geschiedk. voorlez. naar 
aanl. v. Meyerbeer's Propiiète. Eukh. 1850. 

Meyert, E., Der Ivönig v. Munster. Tragodie. Hamb. 1869. 

Görling, A., Die Wiedertaufer. Roman. Leipzig, z. j. 4 dln. 

Clippers, A. J., Ira Banne der Wiedertaufer. Roman a. d. 16. Jahrli. 
Berliu etc. [1896]. 

c. Vervolging en martelaarschap. 

Lied V. Anne ken N. Afgedr. achter: „Een geestelyck Liedt- 
Boecxken deur D. J. 1529." Z. pi. en j. 4». Afschrift (19'^^ eeuw). 
Overgeschreven uit een exempl. in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage. 

Hier begint dat Testament dat A n n e k e n [van Rotterdam] zeliger 
gedachtenisse, Esaias haren sone bestelt heefft, den xxiiij, dach 
Januarij Anno XXXIX ... Na Grhedrucket, na een olde gedruckte 
Copye. 1539. Z. pi. en j. 
Titelbl. ontbr. 

[Joriaen Ketel], Heilsame Leere ende nutte ondervyysinge van 
enen Godvruchtigen man sijn kynder jnt einde sijns leuens jn 
schrift toe een Testament nae gelaeten. fGeschreuen den 26 Junij 
Anno 1544.] [Waarachter:] Een nye Liet. Z. pi. en j. 

Achter: David Joris, Van die snootheit des olden vnde dueclit des 
nieuwen mcnsches. Z. pi. en j. 

Joriaen Keetel, Idem. Groeningen, 1634. 

[Joriaen Ketel], Ein Edel Duerbaer Testamenth twelcke loriaen 
Ketel Anno 1544. den 9 Augustij sijne Kinderen nae gelaeten . . . 
heeft. Enz. Afschrift (omstr. 1700). 

Joriaen Ketels Belijdinghe. Afschrift (omstr. 1700). 

[Joriaen Ketel], Ein Brief tot sijnder Huijsfrouwen geschreven. 
Afschrift (omstr. 1700). 

[Joriaen Ketel], Ein Suijverlijcke Schone Korte Leeringe, hoe die 
Mensche in deuchden heijligheijt ende gerechticheit opwassen 
moet enz. 1545. Afschrift (omstr. 1700). 



59 

Cramer, A. M.. Brief van 1544 aangaande de twee Deklensche 
Davidjoristische martelaressen. Leiden, 1907. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1907. 

Veen, P., Jeronimus Segersz. in zijne werkdadige geloofsrigting. 
[Amst. 1S64]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1864. 

Vos, K., Gillis van Aken. ['s-Gravenh. 1905]. 

Overdr. uit: De Tijdspiegel. 1905. 

[Wouter van Stoelwyck], Een Trostelijcke vermaninghe ende 
seer schoon onderwysinghe van het lyden ende Heerlicheyt der 
Christenen. Z. pi. 1558. 

[Thomas van Imbroeck], Goiife.ssio. Een schoone Bekentenisse eens 
vromen ende Godtureesende Christen, . . . Item hier is noch by 
gheuoeght een Boecxken van de Verrijssenisse des Lichaems. met 
een schoon Liedeken int eynde. Z. pi. 1579. 

Hierachter met doorloopendc signatuur en nummering :Diericl< Plilips, 
Eenen seer sclioonen troostelijcken ende Cliristcliicl<en Scndtbricf. Z. pi. 1579. 
— Van glieboden, ofte Insettingiien ende Leeringlie der Mensclicn. Hierachter 
een Liedeken van ij. Vrienden opgeoffert te Lonncn in Enghelant. Int iaer. 
M.D. LXXV. Z. pi. 1579. 

Testament (Een), ghemaeckt by S o e t k e n van den H o u t e, 
het welcke sy binnen Gendt in Vlaenderen met den doodt beues- 
ticht heeft. Anno 1560. den 27. Nouembris . . . Met een .schoon 
Liedeken . . . ghemaect door de selue vrouwe ... Nu op het nieu 
de aenwijsingen ouersien. Ghedruckt by Nic. Biestkens. Z. pi. 
1579. 4°. Afschrift (20«t.e eeuw). 

— (Een), ghemaeckt by S o e t k e n van den H o u t e 

. . . Noch een Testament, dat A n n'e k e n van Rotterdam haren 
Sone Esaiam bestelt heeft den 24. Jan. Anno 1539. Noch . . • 
een schone Kinder-tucht [d. Menno Simons]. Gron., A.Jansens, 
1636. 

■ Idem [zonder de Kinder-tucht]. Hoorn, Marten Ger- 

brant.sz., 1641. 

Wille (Uyterste) van Soetgen van den Houte. Amst. 1699. Idem, 1748. 

In : Uyterste wille van een moederaan haartoekomende kind, 2de en 3de druk. 

V[alerius] S[chooll M[eester], Proba fldei. Oft, de Proeve 
des Gheloofs enz. Z. pi. 1569. 



60 

V[aleriiisl S[chool] M[eesterl, Idem. Amst., By N. Biestkens 
de jonghe voor W. J. Buy.s, 1595. 16". 

2 Ex. Het eene, overigens gelijk aan liet andere, heeft aclitcrin het jaartal 
1590. Onder aan het titelblad is een slrüokjc weggescheiird en met inkt het 
cijfer 1590 bijgeschreven. 

Valerius, School-meester tot Brouwers Haven, Idein. Haerlem, 
Til. Fonteya. Voor Zacli. Gornelisjz. tot Hoorn, 1634:. 

Pekelliaring, K. R., Bijdragen voor de ge.sch. der hervorming in 
Zeeland, 152-1—72. Middelb. 1866. 

Ovcrdr. uit: Archief. Uitg. d. h. Zeeuwsch Gen. d. Wetensch. 11. 6. 

Goot Pz., P. van der, Geloofsbepi-oeving en geloofskracht bij chri.stel. 
martelaressen. Amst. 1858. Met 1 pi. 

Biesteii, H. v., Anteykeningen op de nijeuwe mare en geschiedenis, 
dat ge.schiet is binnen en omtrent Amsterdam, sedert den jaere 
1534 tot den jaere 1567; getrouwelijc gecomponiert. [Amst. 18661. 

Overdr. uit: De Dietsche Warande. VII. 

V[os], K., Martelaren in Friesl. in April 1536. Rotterd. 1901. 
Overdr. ulf : De Grenswachter v. 13 Apr. 1901. ^ 

Vos, K., Martelaars uit Gelderland (1550). ['s-Gravenh. 1913]. 

Overdr. uit het Nederl. Arch. voor Kerkgesch. X. 3. 

Bergen, E. van, De Wederdoopers in het Westland. Leiden, 1903. 

Bijdr. v. d. Gesch. v. h. Bisd. v. Haarlem. XXVIll. 2. 

Geesink, W., Een terechtstelling van Anabaptisten te Rotterdam 

gestoord in 1558. Z. pi. en j. 
Crainer, [S.J, De Doopsgez. Gemeente te Utrecht van 1560 tot 1562. 

Leiden, 1903. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1903. 

Knappert, L., Anabaptistica. [Leiden, 1905]. 

Uit: Theol. Tijdschr. 1905. 

Placcaet ende edict tegent concept ende voornemen der Anabap- 
tisten ende andere quaetwillige. [Achterin:] Gheprent Tantwerpen 
op die Camerpoortbrugghe inden Schilt van Artoys, ten huyse 
van Jacob van Liesueldt [1541]. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Besson, P., Édits de persécution contre les baptistes des Pays-Bas 
au XVI* siècle. Berne, z. j. 16". 

Zeytung (Newe) ausz dem Niderland. Etc. Z. pi. 1546. 4". 

Naar aanl. v. de invoering der Spaansche inquisitie. 



Gl 

Bom, Ëmin. de, Een berijmd epistel over strafuitvoeringen door de 
inquisitie 1559. [Antw.] 1909. 

Uit; Tijdschr. voor boek- en bibliotheekwezen. VI!. 

Cramer, [S.], Martelaarsrelieiien. [Leiden, 1898]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1898. 



, Martelaarszalïen. Leiden, 1902. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1902. 



GESCHRIFTEN VAN EN OVER ANABAPTISTEN. 

M e 1 c 11 i o r H o f f m a n n. 

Uoffman, M., An de gelöfigen vorsambling inn Liflant ein korte 
forraaninghe etc. 1526. [hrsg. v.] A. Buclilioltz. Riga, 1856. 40. 

[Uoffinann, M.], Dialogus u. gründl. Bericlitung gehaltener Dispu- 
tation zu Holstein vom NachtmaL [Strassb. 1529]. 4". 

Titel ontbr. 

Hoffman, M., Weyssagung ausz Heiliger Gotlicher geschrifift. Etc. 
Z. pi. 153(4 40. 

Uoffman, M., Prophecey oder weissagung usz warer heiliger gotlicher 
Schrifft. Etc. Z. pi. 1530. 4». Afschrift (19'i« eeuw). 

ULoffmann], M., Warhafftige erklerung aus heyliger Biblischer 
schrifft, das der Satan, Todt, Heil, Sünd vnd dy ewige verdamnusz 
im vrsprung nit aus gott, sunder alleyn ausz eigenem will 
erwachsen sei. Z. pi. 1531. Afschrift (19^« eeuw). 

Hoffmann, M., Ein rechte warhaflftige hohe vnd götliche gruntliche 
vnderrichtung von der reiner forchte Gottes ann alle liebhaber der 
ewiger vnentlicher warheit etc. Z. pi. 1583. Afschrift (19''® eeuw). 

Sendbrieff (Eyn) an alle gottsforchtigen liebhaber der ewigenwar- 
heyt, inn welchem angezeyget seind die aitickel des Melchior 
Hofmans, derhalber yhn die lerer- zu Strassburg als eyn ketzer 
verdampt ... haben. Z. pi. 1583. [M. voorr. v. Gaspar Becker.] 
Afschrift (19'ï® eeuw). 

[Butzer, M.], Handlung inn dem offentlichen gesprech zu Straszburg, 
zie hiervoren lilz. 35. 

[Hoffmann, M.j, Die eedele hoghe ende troostlike sendebrief, den 
die heylige Apostel Paulus to den Romeren gescreuen heeft, ver- 
claert ende . . . wtgelecht enz. Z. pi. 1533. 



62 

Hoffman, Melcihor, Die ordonnantie Godts, de welclce iiy, door 
zijnen Soone Christum Jesuni, inghestelt ende bevesticht lieeft, 
op die waerachtighe Discipulen des eeuwigen woort Godts. Ten 
eersten Ghedruckt. Anno 1530. Ende nu wt het Oostersche in 
Nederduytsche overgeset. Amst., Claes Gerretsz., ]611. 

, Idcrn. [Uitgeg. d. S. Cramer.J 's-Gravcnh. 1909. 



In : S. C ra m e r en F. P ij p e r, Bibliotlicca reform, neerl. V. 

Hoil'inan, Melchior, Verclaringe van den geuangenen ende vrien 
wil. [Uitgeg. d. S. C r a ra e r.] 's-Gravenh. 1909. 

In : S. C r a m e r en F. P ij p e r, Bibliotheca relorm. neerl. V. 

Hoifmunn, J. G., Disputatie Hist. de secta Ilolïmannistarum. 
l Re.sp. V. G. H e r c Ic 1 i t z.] Lips. 1700. 4". 

Krohn, B. N., Gescliichte der Fanatisclien u. Entliusiastiscliea ^Yie■ 
dertaufer vorn. in NiederJeutschland. Melchior Hofmanii u. die 
Secte der Hofmannianer. Leipz. 1758. M. 1 portr. 

Herrmann, 6., Essai sur la vie et les écrits de Melchior Hofmann. 
IThc'se.] Strasb. 1852. , 

Leemlertz, W. J., Melchior Hofmann. Haarlem, 1883. 

Verh. Teylers Godg. Genootsch. N. S. XI. I. 

Linden, F. O. zur, Melchior Hofmann, ein Prophet der Wiedertaufer. 
M. 9 Beil. Haarlem, 1885. 

Verh. Teylers Godg. Genootsch. N. S. XI. 2. 

Bern. R o t h m a n n. 

[Rotlimann, B.], Van verborgenheit der schrifft des Rykes Christi, 
vnde van dem daghe des Heren, durch de gemeinte Christi tho 
Munster. [Munster] 1585. 4". • 

, Idem. [Munster] 1535. 4°. 

Andere druk. 

, Idem. Hrsg. v. E. W. H. H o c h h u t h. Gotha, 1857. 



Bernhard R o t h m a n n s Schriften. I. 

Rotmann, B., Restitution rechter u. gesunder christi. Lehre. Eine 
Wiedertauferschrift. Munster, 1534. [Hrsg. v. A. Knaake.] 
Halle a. S. 1888. 

Neudrucke deutscher Litleraturwerke d. XVI. ii. XVII. Jahrh. N». 77/78. 



63 

[Rothmauu, B.], Das büchlein von der Rache. Eyn gantz troestlick 
bericht van der Wrake vnde straffe des Babilonischen gruwels, 
. . . durch de gemeinte Christi tho Munster. A''. 1534 yn Decembre. 
[Bonn, 1864]. 

Uit: Bouterwek, Zur Lit. u. Gcscli. d. Wiedertiiufer. 

Schriften (Zwei) des Münsterischen Wiedertaufers B. Roti] manu, 
l^earb. d. H. Detmer u. R. Krumblioltz. M. e. Einl. üb. d- 
zeitgeschiclitl. Verhiiltnisse. Dortm. 1904. 

Sepp, C, De veel genoemde en weinig bekende geschriften van 
den wederdooper Bernt Rothmann. Leiden, 1870. 

Overdr. uit: Godgel. Bijdr. 1870. 3. 



lohauiies Daueiitriae, Christianae veritatis telum, seu fldei cata- 
piilta in plerosque p.seudoprophetas, praesertim in Bern. Roth- 
mannum Monasteriensem, populi seductorem. Colon. 1533. Titel 
omlijst. 

D a V 1 d Joris. 

[David Joris], Onschuldt Dauids Jorisz. Gedaen vnde gepresenteert 
an die Wolgeborene Vrouw, Vrouw Anna, gheborene Grauinne 
van Oldenburch etc. Grauinne tot Emden etc. Int Jaer 1540. Tegens 
die verkeerde valsche Articulen, so hem ouer al na geschreuen 
vnde gesecht sijn. [Wtghegaen int .Jaer 1540.] [Met: Een Ouerant- 
woordinge onses Verstants vnde Christelijcken Gheloofs.] Z. pi. eu j. 

Zie: Van der Linde, David Joris. Bibliografie. N». 9. 

, Idem. Z. pi. en j. 

Andere druk. Achter: Teghenbericht op ... Dauid Qeoris ... waerachtigc 
Historie. Z. pi. 11584]. 

, TwonderBoeck. Wie een die ick, seyt die Here, sen- 

den sal ontfangt in minen nilm, dy ontfangt my; Wie my ont- 
fangt, ontfangt den die ray gesonden heeft. [Uitgave bezorgd d. 
J. K e t e 1.] [Deventer, Dirk van Borne, 1542]. M. grav. 4". 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N". 14. 

. Twonder-boeck: waer in dat van der Worldt aen ver- 



sloten gheopenbaert is. Wie een der Ick (secht die Heere) . . . 
Hoochgelouet moet hy sijn . . . Opt nieuw ghecorrigeert vnde 
vermeerdert by den Autheur selue. Z. pi. 1551. M. grav. f. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 57. 



64 

iDavidJoris], [Antwoord op een brief van Jo. a LascoJEmmanuell, 
doer wiens Godt, Godt mitt ons is . . . Want gij . . . [1544. lm Mayo.] 
Afschrift (16<'« eeuw). 

Zie : Van der L i n d e, a. w. N». 19. 

, Ernstelijcke Klage, Leere vnde onderwysinglie, aen alle 

Regenten vnde Ouericheden, ouer den nydighen bloetdorstighen 
aardt Belials vnde Antichristi, hare Dienaren vnde Medegenooten, 
die . . . raden vnde leeren, yemanden om t'Geloof of die Weth 
haerder conscientien te mogen vervolgen oder te dooden . . . 
Wtgheghaen den 20. Octob. Int Jaar 1544. Z. pi. 4". 

Zie : Va n der L i n d e, a. w. N". 21. 

, Van die Vreemde Tonghen of Talen der Men.schen, aen 

V rayue Kinderen verschreuen. Wtgheghaen Int Jaer 1545. Z. pi. 4". 

Zie: Van der L i n d e, a. w. N". 30. 

, Seer schoone Aenwy.singen vnde grondige Ontdeckingen 

van die verborgheu Wij.sheydt Godes . . . Wtgheghaen int Jaer 
1550. Int leste. Z. pi. 4". 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 55. 

, Waerschouwinghe voor den Dach des Heeren . . . 



Wtghegaen in Maio, int Jaer 1551. Z. pi. 4". 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 56. 

, Verklaringhe der Scheppenissen an v mijn beminde 



Kinderen vnde Ghebroeders, Liefhebberen Christi alleen ver- 
schreuen. [In Februario. Anno 1553.] [Hierachter : Hierna volghen 
de Argumenten deses teghenwoordighen Tractaets der Scheppe- 
nissen.] Z. pi. en j. M. titelgrav. f. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 6 1 . 

Hierachter: Alle vaten siclilnicn wtgheuen wat sy inhebben ... [In Januario. 
Anno. 1556.] Ia. w. N». 111.] — Een seer schoon vnde heerlyck tractaet van 
Godes Gheest, Liefde vnde Stemme mit die Verlooren Mcnsche ... lint Jaer 
1553. den 24. January.I la. w. N«. 59.] — Een Leerlijck vnde Christlijck ghe- 
spreck tusschen een Oodtgheleert, Bibelschgheleerdt vnde Sophislgeieert ... 
la. w. N". 216.] 

Van: Alle vaten en van: Een seer schoon vnde heerlyck tractaet is ook een 
cxempl. afzonderlijk aanwezig. 

, Idem. [Wtgegaen in Februario 1553.] Op nieus oversien 

ende herdruckt. Z. pi. 1609. M. verkleinde titelgrav. 4". 

Zonder de argumenten. Zie : V a n der Li nde, a. w. N». 62. 

Hierachter: Thien Christlijcke Qespraecken: Tusschen een Godl-gheleert, 
Bybels-geleert ende Sophist-geleert . . . [Wtgegaen Anno 1548] Op nieus over- 
sien ende herdruckt int Jaar xvj'\ x. [a. w. N». 54.] — T'samen-Spreeckinge tus- 



65 

schcn Godes Geest, Liefde ende Stemnie, niit die Verloren Mensche ... IWtge- 
gaen in 't laar 1553. den 24. lanuarij.) Opnieus oversien ende lierdruckt in 
'l laer 1610. [a. w. N". 60.1 — Alle Vaten siet men wtgeven wat sy in-hebben, 
... [Wtgegaen in Januario, Anno 1556.1 Op nicus lierdruckt in 't Jaer .\v)» 
ende Tliien. (a. w. N». 112.1 

[David Joris], Van ilie rechte ware kenteni.sse Christi vnde kraft 
des Alderheylichsten Gheloofs . . . Wtghegaen in 't Jaer 1554. 
Z. pi. en j. 

Achter: Teghenbcricht ... op Dauid Gcoris . . waerachtige Historie. Z. pi. 
115841. 
Zie: Van der L i n d e, a. w. N». 156. 

. Chrlstelijcke Waerschouwinghe aen allen Regenten vnde 

Ouericheden . • • Datmen uiemant om sijn Gheloof en behoort te 
belej'dighen noch te vervolghen, veele min te dooden . . . Wtghe- 
ghaen Int Jaer 1554. Z. pi. 4°. 

Zie : Va n der L i n d e, a. w. N". 63. 

, Van die Aart, Blindtheyt, Dwalinghe vnde Duysternisse 

deser arge boose Werlt . . . Wtghegaen in Januario, int Jaer 1556. 
Z. pi. 4". 

Zie: Van der Linde, a. w. N". 113. 

, Antwoort vnde Onderricht D. J. Op die Vraghe vnde 

voorgheuen des vrelgheleerden Heeren Scipionis N. Namelijck:Of 
der Wysen wijsheyt oder Menschelijcke gheleertheydt niet nutlijck 
oder nootwendich sy voor den Gheloouighen, die H. Godtlijcke 
Schrift te beth te verstaen, als sommighe meenen"? ... Wtghe- 
gaen in Martio, int Jaer 1556. Z. pi. 4°. 

Zie: Van der L i n d e, a. w. N». 114. 

, Een suyuerlijcke Bewijsreden van Godes Woort, wie 



sich t' selue te hooren, te kennen vnde recht nae den Gheest te 
hebben, beroemen mach. Enz. Z. pi. en j. 4". 

Zie: Van der Linde, a. w. N". 201. 

, Waerachti-ge Aenwysinghe vnde Claer Verhael van die 

Wederbrenghinghe des Menschen. Enz. Z. pi. en j. i". 

Zie: Van der Linde, a. w. N". 202. 

, Een Nootwendich vermanen vnde bedachte Reden, allen 

Ghoetwillighen in een opsien ter beteringe voorgeschreuen. Z. pi. 
en j. 4». 

Zie : V a n der Linde, a. w. N". 203. 

, Een Godtlijcke Antwoordt vnde cort onderwijs op die 

Vragen : Ofmen oock meerder leeringe of beter bericht, als in die 



66 

voorbeschreuene Heylighe Schrift gemeldt of aengeteyckent, van 
nooden heeft. Enz. Z. pi. en j. 4". 

Zie: Van der Linde, a. w. N». 204. 

lüavid Joris], Catechesis Dat is, onderwijslijcli gespreclc, tus.schen 
Vader vnde Soon. Z. pi. en j. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N". 205. 

Dit tractaat en de beide volgende zijn van dcnzelfden druk en bijeenf;e- 
bonden niet den bnndel: Een der Paradysclicr Rivieren VVtvloct. Z. pi. 1610. 

, Verclaringhe vant Vader onse. Op een nieuw weder 

met alder neersticheyt deursien . . . tegens die techte copie, ende 
die hoochduyische woorden in nederlantsch ouergheset Z. pi. enj. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 207. 

In een tweede ex. van denzelfden druk, afzonderlijk aanwezig, is op den 
titel de drukfout techte in rechte verbeterd. 

, D'alderchristelicste Religion oder Cerimonien die men 

Sacramentlijcken ter beteringe des lichaems Christi inder Ghe- 
meenten bruycken sal. Andermael verbetert ende ghemeerdert van 
den Autheur selue. Z. pi. en j. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 206. 

D[avid] J[oris], Handt Boecxken : Inholdende vele Godlijcke trouher- 
tighe Vaderlijcke vermaninghen vnde leeringen enz. Z. pi. en j. 

Zie : Va n der Linde, a. w. N». 218. 

[David Joris], Dat tweede Handt-Boecxken. Den Innorlijeken Wttreck 
of Geestelijcke Pelgrimagie, cortelijck wtghesproken. Z. pi. en j. 

Zie : V a n der Linde, a. w. N». 220. 

, Dat Eerste Hand-Boecxkeu: Inholdende veele Godde- 

lijcke ende seer stichtel l]cke Leeringen . .. Mit meer andere Trac- 
taten. Z. pi. 1616. 

Zie: Van der Linde, a. vv. N». 219. 

, Dat Tweede Hand-Boecksken: Inholdende veele Geeste- 



lijcke ende seer stichtelijcke Leeringhen: Vermeerdert mit een 
corte Verclaringe van het Vader-Onse enz. Z. pi. 1616. 

Zie : Va n der L i n d e, a. w. N». 221. 

, Dat vierde Hand-Boecxken. Daer in veele Ghebeden 



ende Vermaningen tot bidden enz. Z. pi. 1626. 

Zie: Van der Linde, a. w. N». 224. 



, Christelijcke Sendtbrieuen, Inholdende seer veele vnde 

verscheydene schoone Godtlijcke Vermauinghen vnde Onderrich- 



67 

tinglien . . . iu vier deeleii vervat. [Brieven van 154:6 — 50.] Z. pi, 
en j. 4". 

[David Joris], Het tweede Boeck der Christlijcker Sendbrieuen . . . 
in vier deelen gedeelt. [Brieven van 1549 — 56.] Z. pi. en j. 4". 

, Het derde Boeck der Christelijcker Sendbrieven ... In 



drye Deelen vervat. [Brieven van 1542 — 56.] Z. pi. 1611. 4". 

Zie: Van d e r L i n d e, a. w. N». 225, 226, 227. 

■ — , Hoert lioert hoert. Groot wunder, groot wunder, groot 



V7under. Z. pi. en j. [v. d. L., a. w. N". 163.] — Seer goet onder- 
vrijsinghe der wysheyt, leeringhe der waerheyt, Bej'de voor Ouden 
vnde Jonghen. Z. pi. en j. [a. vr. N". 167.] — Eene onderwysinge 
ofte raet, omme die gedachten in den teem tho brengen enz. 
[Vthghegeuen int iaer 15-87.] [a. w. N". 1.] — Een seer suuerlick 
tractaet van der liefden schoenheit enz. Z. pi. en j. Titel in om- 
lijsting, [a. w. X*. 166.] — Dat eynde coemt, dat eynde coemt 
ouer alle die vier hoecken der aerden enz. Z. pi. en j. [a. w. N". 165]. 

Deze 5 stukjes bijeengebonden worden voorafgegaan door de volgende trac- 
taten in handschrift (onistr. 1700): H. Herberts, Een Korte ende grondige 
Verclaeringe van den Antichrist ... — Dez., Een Korte verclaeringhe over 2. 
Tessal. 2. vers. 3. — J. Ketel, Ein Edel Duerbaer Testamenth Anno 1544 
sijne Kinderen nae gelaeten enz. — Dez., Belijdinshe. — Dez., Ein Brief tot 
sijnder Huijsfrouwen geschreven. — Eens Mennisten Confession. — Ein Suijver- 
lijcke Schone Korte Leeringe, hoe die Mensche in deuchden heijligheijt ende 
gerechticheif opwassen moet enz. 1545. — H. Hayen, Sendbrieven [vooraf- 
gegaan door zijn] Leven en Verlichtinge. — Didakus Steil a, De Versmaa- 
ding der Wereltsche ijdelheden. [Uittreksel.] — J o a n. B o n a. Beginselen en 
Leerstucken v. het Christel. Leven in 't Lat. beschr. [Uittreksel. I — Een 
geestelijcke Wederbrenginge alle dervoornaemstergeschiedenissen v. h. beginn 
der Werelt totten einde toe. — F. Lansbergium in zijn Christlijcke over- 
denckinge des doots. 

Achter den bundel volgt: Een gode Suster quam tot een Predikers Closter 
en begeerde de Meester Eckhart te spreeken enz. Afschrift (als voren). 

■ — . Een der Parady.scher Rivieren Wtvloet, vloeyende als 

Levende Wateren van den Ly ve des waren Geloovigen. Z. pi. 1610. 

Een bundel bevattende met doorloopende signatuur en nummering de vol- 
gende tractaten : Een der Paradyscher Rivieren Wtvloet ... (Wtgegaen in 't 
Jaer 1546.] — Een Klaechlijck Gebet: mit veelderhande Vragen eens bekom- 
merden Mensches, ende een wonderlijck Godlijck Antwoort. (Wtgegaen in 't 
Jaar 1546.1 — Hoe ende in wat manieren God een afsonderinghe ende onder- 
scheyd maecken sal, tusschen die gerechte ende valsche Christen ... [Wtge- 
gaen in 't Jaar 1546.) — Neemt waer. Verwint v selven, wilt ghv rust mit 
Christo in God der eewicheyt vinden. — Hoe een yeder in synen Wille ende 
Werck verschijnt, na den tijt sy, die men inwoont ... [Wtgegaen in 't Jaar 
1546.1 — Dit kan of mach ick niet ondcrlaten, aen V. L. allen ... teschryven : 
Neemt het ter herten. — Een kostelijck Kleynoot. — Register. 



68 

Zie: Van der Linde, a. w. N", 43-49. Deze bundel wordt voorafgegaan 
door de tractaten ; Catechesis Dat is, onderwijslijck gespreek, tusschen Vader 
vnde Soon. |a. w. N". 205. J — Verclaringlie vant Vader onse. |a. w. N«. 207.) — 
D'aldercliristelicste Religion oder Cerinionicn enz. [a. w. N». 206.) Z. pi. en j. 

[David Joris). Verckiringe des Sevenden Cupittels tot den Rüme}'neii. 
Z. pi. 1614. 

Een bundel bevattende met doorloopende signatuur en numnicring de vol- 
gende tractaten: Verclaringe des Sevenden Capittels ... |v. d L, a. w. N». 94.) 

— Een swaarnioedich Insien ende ernstige Vermaningc . . IWtgegaen in 't 
Jacr 1552.) la. w. N». 95.) — Een Bescheydelijck Onderricht .. IWtgegaen den 3. 
Meert. Anno 1548.) |a. w. N». 96.) — Een Trouhertighe Vermaninglie . IWtge- 
gaen 21. Decemb. Anno 1552.) |a. w. N". 97.) — Een stemmelijcke aendachtighe 
leerende Reden ... IWtgegaen den 2. Augusti, 1555.) la. w. N". 98.) — Van die 
Heerlijcke ende Godlijcke Ordeningc .. IWtgegaen in 't Jaar 1535.) (a, w. N". 
99.) — Waarninghe voor Sathan .. IWtgegaen Anno 1550.1 la. w. N». 100.) — 
Waerschouwinghe voor dat schadelijcke Bedrocli der Mensclielijcker Goet- 
dunckeulieyt ... IWtgegaen Anno 1549.) la. w. N». 101.) — Clare Berichtinge, 
Hoe die Menscli van Godt ghevallcn ... IWtgegaen Anno 1543.1 la. w. N". 102.) 

— Van dat gerechte ware Sion ende Hiernsaleni . . IWtgegaen in Augusto 1544.) 
la. w. NO. 103.) — Van dat voorgaen ende navolghen, blyven ende vergaen moet. 
IWtgegaen in 't Jaar 1543.1 la. w. N". 104.) — Van die Ongerechte ende die 
Ghcrechte ware Predicanten. IWtgegaen Anno 1544.1 la. w. N". 105.1 — Wie 
Goren heeft te hooren, die hoore. la. w. N". 106.1 ~ Wat werck God an ons 
voordert ... IWtgegaen in 't Jaar 1553.) la. w. N». 107.1 — Van Almachticheyt, 
Gherechticheyt ende Barmherticheyt. Ia. w. N". 108.) — Een Stemmelijcke 
simpele Reden : Hoe sich eener in 't Lesen ende op synen inwendighen Wegh 
hebben sal ... IWtgegaen in Februario 1547.1 la. w. N". 109.1 — Hoe een 
Christen hem selven door-breken ende in Cliristo vlieten moet. IWtgegaen 
in 't Jaar 1545.) la. w. N». 110.) — Register. 

, Van 't Gheloof een heylich wacker vermanen . . . voor 

die God-vree.sende . . . Zielen des Geloofs. Z. pi. 1616. 

Een bundel met doorloopende signatuur en wat betreft de eerste 4 tractaten 
ook met doorloopende nummering. Hij bevat: Van 't Gheloof een heylich 
wacker vermanen . . . Iv. d. L., a. w. N». 208.) — Hoort die Stemme des Heeren. 
la. w. N". 209.) — Een goede Vermaninge tot allen den ghenen die hen Christum 
beroemen. |a. w. N". 210.) — Een sterck eewich-levende Woort: Hoe dat God 
alle dingen werck t in allen ... la. w. N". 21 1.) — Een Cort ende Leerlijck Trac- 
taet: waer in verhandelt wert, wat dat woort Duyvel sy . . la. w. N". 212.1 — 
Register. 

, Dispvtatie, waer in diegrondt des Godtlijcken Religions 

enz. Z. pi. en j. 4". 

Een bundel bevattende met doorloopende signatuur, maarafzonderlijke num- 
mering, de volgende tractaten : Dispvtatie, waer in die grondt des Godtlijcken 
Religions tusschen twee concorderende Personen (als Pasquillus vnde Reli- 
gioos) am eersten (om alle twist vnde tweedracht wech te nemen) verhandelt : 
vnde ten laetsten deur een Jesuyt teghen een Groot-Meesterclaerder beschey- 
den vnde ontdeckt werdt. Wtghegaen Int Jaer 1547. Iv. d. L., a. w. N". 64.) 

— Spreuckcn der Wijsheyt, na die kentenisse des Hemelschen eewighen Waer- 
heyts. la. w. N«. 65.) — Wat die Weth sy : Waer-om vnde toe sy nootwendich 



gcglicuen : vnde wat onderscheyt dat tusschen die Werckcn des Weths Mosis, 
vnde tusschen die Wercken des Wetlis Christi sy . . . Nocli hier by ghcvoecht 
een Claer Bericht van die Sonde of Mensch der Sonden. Wtghegaen in Decemb. 
Int Jaer 1554. [a. w. N». 66.1 — Een Troostlijck Blywoordt vnde leuend- 
niaeckende Verstandt der warer Godtlijcker Kentenissen . Wtghegaen den 
eersten September Int Jaer 1550. la. w. N». 67.1 — Een stichtlijck Gespreek 
tusschen Twree Gebroedercn ... Wtghegaen In Augusto, Int Jaer 1551. [waar- 
achter:] Een vaste ongroridtlijcke Grondt vnde seeckere Toeversicht des waren 
Geloofs.. (a. w. N». 68, 69.1 — Van den rechten waren Aart vnde Craft des 
Gheloofs . .. Iwaarachter :1 Een sonderlinghe onderscheydelijcke Ver£laringhe 
van die Goet-gheschapene reyne vnde quade verderflijcke Natuyre ... Wtghe- 
gaen in Julio, Int Jaer 1552. la. w. N». 70, 71.) — Een Hertlijcke wunschinge, 
dat die Waerheyt.. mocht aengenomen werden.. Wtghegaen in Maio. Int 
Jaer 1551. Ia. w. N". 72.) — Dialogvs of Tsamcn-Ghesprcck van twee Disci- 
pulen mit haren Meester ... Wtghegaen In Nouemb. Int Jaer 1551. la, w. N». 73.| 

— Bysondere kraftighe Reden, Godtsalighe hertlijcke Leeringen vnde Ver- 
maningen ... Wtghegaen in Aprili, Anno 1554. [a. w. N'. 74.1 — Heftighe vnde 
stercke Reden sijnder Sendinghe, mit ontschuldingc eeniger Schelt-woorden 
vnde meer andere invallende Godtsalige Vernianinghen. [Waarachter;! Een 
bysondere ernsthaftighe yuerige Reden den Boetvaerdighen tot troost, raet 
vnde leere ... Wtghegaen In Augusto, Int Jaer 1552. [a. w. N». 75, 76. J. 

[David JorisJ, Dialogvs tusschen Peter vnde Jan, voor.seggandedesen 
tegenwoordighen grousamen tijt enz. Z. pi. en j. 

Een bundel bevattende niet doorloopende signatuur en nummering de vol- 
gende tractaten ; Dialogvs tusschen Peter vnde Jan ... [v. d. L., a. w. N". 1 15.) 

— Tsamen-spreeckinghe tusschen een Schrift vnde Geest-geloouige Martha 
vnde Magdalena.. [Wtghegaen int Jaer M.D.LVl la. w. N>. 116] — Een be- 
woordelijcke Leeringe . .den aenmerckenden goetwillighen Kinderen, ja Olden 
vnde Jongen van Jaren, tot den Rijcke Godes bewust ... te maecken. [Wt- 
ghegaen int Jaer 1556.) [a. w. N". 117.) — Neemt waer mijn Kinderen ... dat 
eensige navolgende woort, Werckt diewijl het Dach is, die Nacht komt lenz] 
la. w. N". 118.] — Van die rechte ware Liefde.. [Wtghegaen int Jaer 1551] 
la. w. N». 119] — Verscheyden Onderwysinghen : Dat Godes Woort niet alleen 
Schriftlijck beroemt, maer oock dadelijck deur *t Geloof moet bewesensijn ... 
IWtgegaen int laer 1555. 1 la w. N». 120] — Beschryuinghe van veelderley 
Sonden... [In Decembri, Anno 1552.] Ia. w. N». 1 2 1 .] — Onderscheydclijck 
Bericht van tweederley Schaemte vnde die rechte Offerhande ... [Den 1(3 
Julij. 1551.] la. w. N". 122.) — Trouhertige Vermaninge : Dat hem niemant in 
eygender wel-meenen Godes Woort onderstae te meesteren .. [Wtghegaen 
Anno 1552] Ia. w. N». 123.) — Ontdeckinge van dat Punct vnde die reden 
ons Heeren Christi Jesu Woordt : Van die rein van herten syn ..[Wtghegaen 
int Jaer 1551.1 [ontbreekt bij v. d. L.) — Cort Ondersoeck: Waer aen men 
weten vnde bekennen sal, of men in Godes vyandtschap oder vrundtschap 
staet ... IWtgegaen den 19. Januarij 1556.] [a. w. N". 124.] — Wat arm van 
Geest te sijn, recht te segghen is: contrary Loy Schaliedeckers gront vnde 
wtlegginghe. Ia. w. N». 125] — Beclach ouer den verlorenen tijt ... IWtge- 
gaen int laer' 1554.] la. w. N». 126.) — Antwoordt vnde Bericht: Of my 
t'eenigher tijt yemandt vraghen oder verwyten wilde: Waerom ickmyso lange 
verburgen gheholden ... Ia. w. N". 127.] — Nadien by der Apostolen, als oock 
in desen onsen Tyden . .. veele oneenicheyt in 's Geloofs saecken gheresen, 
mocht men vraghen, wie dan van allen geloofwaerdichst t' achten sy . . . IDen 
7. Octobrls Anno 1554.] la. w. N». 128.] — Register. 



70 
[David Joris I, Gronilighe bewijs-reden enz. Z. pi. en j. 

VcrvolB van den vorigcn bundel bevattende met doorloopende signatuur en 
nummering de volgende tractaten : Grondiglie bewijs-reden. Waer by men weten, 
kennen vnde sien kan, waer oder by wien dat rechte Gheloof is, . . Iv. d. L., 
a. w. N». 77.) — Ondcrrichtlijck vermaen tot den inganck der Wijslieyt vnde 
wacrlicyt Godes ... (Wtghegaen in Nouemb. Anno 1552. J la. w. N». 78.] — 
Vcrclaringlic der Navolghinghe Christi vnde hièr-na besclireuene Euangelissche 
Spreucken. |a. w. N". 79.1 — Een tweespraeck tusschen twee Religiose Per- 
soenen, Philips vnde Jacob genaenit, tracterende teghen 't vervoich : Oock van 
die Verrysenisse vnde toekomst Christi.. [Wtghegaen Anno 1551.) [a. w. N». 
80.) — Van den Dach des Heeren .. Mn Septemb. 1551] (a. w. N». 81.] — 
Clacchlijcke Bekommeringhe ouer den verdoruen standt vnde des Geloofs 
blindtheyt deser Werlt.. [a. w. N». 82.] — Claer bewijs dat Godes Oordeel in 
waerheyt bestaet .. la. w. N». 83.1 — Treffentlijcke Vermaninghe: Dat een 
yedersijn toevlucht tot God t alleen behoort te nemen ... la. w. N». 84] — Naerder 
Ondersoeck: Of yeniant, die een Christen waant te wesen, oock int Geloof 
vnde Liefde Christi staet .. [a. w. N". 85] — Een kleyn Bericht; Waer die 
rechte Qodes dienst sy, oder niet., [a. w. N». 86.] —Trouwen Raet : Dalnien 
het Woordt der waerhcit in syne verschyninghe acnmoetich ontfange ... la. w. 
N". 87.] — Een Minlijcke wtvloet eens lief- hebbenden alderghe trouwst en herten 
. . lAnno Domini 1551.] la. w. N». 88.] — Sommarische groni der leeringe 
Christi: vnde by wien die te vinden is .. IWtgheghaen int Jaer M.D.LII.1 la. 
w. N». 89.] — Vaderlijcke waerschouwinghe voor die mennigerhandc listighc 
natuyren vnde aart der Slangenschalckheyt. [Wtghegaen int Jaer 1551.] la. w. 
N". 90.] — Een schoone Berichtinghe onses Wechs, den wy alle deur-moeten 
...ta. w. N*". 91.] — Van die ongelijckheyt des verledenen vnde nv tegenwoor- 
digen Werlts. Ia. w. N». 92.1 — Ernstlijcke Betrachtinge : Datmen niemandt 
behoort te verachten . . . [Wtghegaen int Jaer 1554.1 [a. w. N». 93] — Register. 

Met deze beide bundels in één band volgt : IJ. T h e o p h i I u s], Ecnen Sendt- 
brief aen Dierck Voickertz Cornhert : op syn Boeckghenaempt : Kleyn Munster, 
wtgeghaen teghens die Schriften van D. J. |a. w. N». 253.] 

, Van die snootheit des olden vnde duecht des nieuwen 



mensche.s. Een ko.stel bericht. Z. pi. en j. 

Een bundel bevattende van één druk, doch niet met doorloopende signatuur, 
de volgende tractaten: Van die snootheit des olden vnde duecht des nieuwen 
mcnsches. Een kostel bericht. [Wtgegaen. 1545.] [v. d. L., a. w. N". 35.] — 
Waerschouwinghe voer den aarth des verleidenden gheestes die sijn wcrck 
jnden mensche heefft. IWtgheghaen jnth Jaer 1545.] la. w. N». 36.] — Een 
stille swyghende styuen wthroep tot waerschouwinghe allen ghoetwillighen 
ende gheloeuigen herten. [Anno 1545.] [a. w. N». 37.) — Hoe een Christen 
hem scluen doer breeckcn ende jn Christo vlieten moet. IWtgheghaen jnth 
Jaer 1545.1 la. w. N». 110.] — Van die glierechte waere aenbeders. [Wthge- 
gaen 1545.] [a. w. N'. 29.] — Wtspraeck des wacren Religions, ende verklaering 
der Ceremoniën ... [Wtgegaen jnder Macnt Decembri : Anno 1544] la. w. N". 
28.] — Hoe ende jn wat maneren Godt een afsonderinge ende onderscheit 
maecken sal tusschen die gerechte ende valsche Christen ... [Wtgegaen jnth 
Jaer 1546.1 la. w. N». 40.] - Alle Waere Gheloeuighen Saluyt ... [Wtgegaen 
jnth Jaer 1546.] la. w. N». 38.] — Dit kan of mach ick niet onderlaeten an 
uwer lielfden alle. ..te schryuen. [a. w. N». 213.] — Een kostelyck Klennoct 
la. w. N". 214.] — Neemt waer. Verwint v seluen wildy rust met Christo jn 
Godt der ewicheit vinden, la. w. N». 215.1 — Antwoort tegen die sich bcklaeght 
dat hem alle quaetheit oick jnder sieckten ankompt. [Wtgegaen jnt Jaer 1546. 



71 

den 4 Maij.I la. w. N". 42.] — Vraesc lioct konipt dat eyner wel tRoede voer- 
neemt ende dat niet goet is doet, lact dalh liy doen solde. Antwoort. la. w. 
N". 181.] — Een twesprake tuschcn een Meister ende sijn Discipel. lAnno. 
1546.1 la. w. N". 41.1 — Lerung ende verniaeniing met bequanie gelijckcnissen 
wtgcsproocken, tottcr Ohodtsaclicheit dicnstelick. INict door v. d. Linde 
vermeld. 1 — (Joriaen Ketell, Heilsame Leere ende nutte onderwysinge 
van enen Godvruclitigen man sijn kynder jnt einde sijns leuens jn schrift toe 
een Testament nae gelaeten. IGcschreuen den 26 Jnnij Anno 1544.1 Iwaar- 
achter:l Een nye Liet. la. w. N». 229.1 

[Uavid Joris], Die Eerste sullen die Laet.ste, die Laetste die Eerste 
sijn. Z. pi. en j. 

Een bundel bevattende van één druk, doch niet met doorloopende signatuur, 
de volgende tractaten : Die Eerste sullen die Laetste, die Laetste die Eerste sijn. 
|v. d. L., a. w. N». 193.1 — Een twesprake tusschen Man vnde Wijff, Namelick 
Christus vnde de Gemeente oder verlorene mensch. la. w. N". 191.] — Die 
ellendige Mensch niit synen goeden Engel. la. w. N". 190.] — Een andachtigc 
betrachtinge vnd klaere Berichtingc, den Mensche vant ewige verderuen te 
redden. ..la. w. N". 196.] — Een onderscheidelyke Berichtinge vant rechte 
goet vndt quaetdoen ... |a. w. N*. 198.1 — Van dat rechte voetwasschen ... 
la. w. N". 172.] — Berichtunge Wie syn Huysz op een Velsen oder opt sandt 
huwende wert beuinden. la. w. NO. 197.] — Alle vrome goetwillige louige op- 
rechte welgesinde herten: Saluit. la. w. N". 188.] — Waerschouwinge vnd 
vermaeninge an alle getrouwe ware gelouigen, wie sy sich tot stilheit begeuen, 
...jnwendich mit den geest des eewygen waerheits waerachtich werden sul- 
len ... la. w. N". 195] — Neemt Waer. Wie ick langer leue, wie ick bet totten 
gesichte der waerheit... konie. |a. w. N". 186.] 

, Vant gebrtiyck der .spysen, vnd der Menschen dage- 

lijckschen hanndel enz. Z. pi. en j. [v. d. L., a. w. N". 50.] 

Deze bundel bevat wijders: Een stemnielijcke reeden, wie sich einer jnt 
lesen vnd op synen wech hebben sal. Iln Februario. 1547.] la. w. W*. 51.] — 
Een droeuich Beklach ouer des menschen verderffenisse. |In Julio. 1547.] la. w. 
N". 52.] — Een Hertelijcke Waerschouwinge. IWszgegaen jn September. 1546.1 
la. w. W. 39.1 — Vann die Mensch vnde sijn gerechticheit . .. IMense Sep- 
tembri. 1547.] la. w. N«. 53.] — Neemt Waer mijn kynderen. la. w. N». 178. | 

— Eine korte suuerlike Wairschuwinge ... la. w. N». 187] — Een seer goede 
vermaninghe off onderwysinghe . . . IWtghegheiien in der Macnt Martio. Anno. 
15431 la. w. N". 15.] — Van die groetinghe Ghcnade ende Vrede in Q. den 
Vader doer Jesuni Christum etc. . . . IWtghegheuen in der Macnt Octobri. Anno. 
1542] Ia. w. N». 11.1 — Wten Monde stemmelick ghesprooken. IWtghegheuen 
in der Maent Januario. Anno. 1542.1 la. w. N». 12.] — Een Klagelyck Gcbett 
...vnd een wunderlyck Godtlyck Antwoort. [a. w. N». 44.] — Vant Geloolf . . . 
la. w. N". 185] — Een suuerlycke bewyszreden ... la. w. N". 194.] — Van die 
rechte Gemeente Christi, vnd wie die rechte Ketters syn. ..la. w. N». 173. | 

— By een Schryfft datter besicn, wterlyckc perfectie der konst, veelderhande 
A. B. C. vnd verscheyden manieren van schryuen daer aff gesproken wardt, 
stemlijck vermaent. la. w. N». 182.] — Een der Paradyscher Rieueren wtuloet 
vloyende als Leuende Wateren van den lyue des waren Gelouigen. Ia. w. N". 43. 1 

Doorloopende signatuur hebben de tractaten N". 50, 51, 52, 39 en N". 15, 
11 en 12. 

, Van die Werltlijcke Rechten. Dl. I — V. Z. i.il. en j. 4". 

Ieder deel heeft doorloopende signatuur en nummering. 



72 

Dl. I bevat: Van die Werltlijcke Rechten ... Wtghegaen Inden Jare 1551. 
(v. d. L-, a. w. NO. 129 1 — Een Hertlijcke Clach-Reden tot Godt ouers' Men- 
schen blintlieyt, ... Wtghegaen In Maio, Int Jaer 1551. la. w. N». 130.1 — Een 
corte grondige Verclaringhe op die invallende Reden: Dat Godt niet aenneemt, 
dan dat kleyn, arm vnde niet is ... Wtghegaen den xij«n, Augusti, In 't Jaer 
I55I. [a. w. N". 131.] — Een weynich van den Afval, wie, hoe vnde deur wien 
sy ghekomnien ... Wtghegaen den xx"k Septenib. Anno 1551. [a. w. N". 132.] 

— Een Nadencken mijns ongehoorendcn Gheclachs voor Godt ... Wtghegaen 
Int Jaer 1551. la. w. N". 133] — Oorsaeck waeroni Godt wel eenen straft der 
ghoet doet: Wederom der in s' Menschen ooghe quaet doet, onghestraft laet 
...Wtgegaen den xxxc". Decemb. Int Jaer 1551. la. w. N". 134.) 

Dl. II bevat: Een Ernsthaftighe Vaderlijcke Vermaninge aen den Waren Kin- 
deren Godes ...Wtgegaen in Januario, Int Jaer 1552. |a. w. N». 135.] — Een 
Jammerlijck Beclach ouer den Loop vnde het Oordeel deserWerldt ... Wtghe- 
gaen In Maio, In 't laer 1552. la. w. N». 1 36.| — Ernstlijcke waerschouwinghe 
tot ondersocckinghc vnde proeuingc, op wat Grondt vnde Fundament een yeghe- 
lijck sijn Ghebouw ghestelt . . . Wtghegaen In Julio, Anno 1552. la. w. N'. 1371 

— Claer Verhael, Waer in, mede vnde deur vvy Godt vinden, behaechlijck of 
ghevocclilijk sijn moghen ...Wtghegaen In Septemb. Int Jaer 1552. |a. w. N". 
138.] — Een droeuich Suchten vnde klaechlijck Vermanen ouer des Menschen 
verderffenisse ... Wtghegaen In October, Int Jaer 1552. la. w. N». 139.) — 
Een hertelijck Beclach ouer 's Menschen onachtsaemheyt in 't waernemen 
sijnder woorden, wercken vnde ghedachten ... Wtghegaen In Nouember, Int 
Jaer 1552. Ia. w. N». 1401 — Sorchdragende Voorgeuen : hoe wy ons Christo 
gantsch ghelaten ouergheuen, ... Wtghegaen den ix'«. Decemb. Anno 1552. 
Ia. w. N». 141.] — Berichtinghe vanden Spreuck Christi Jnhannis XVI ... Wtghe- 
gaen Inden Jare M.D.LII. la. w. N". 142.] — Trouwhertighe waerschouwinghe, 
aen een yeder die gebieden ouer anderen hebben . . . Wtghegaen Int Jaer 1552. 
la. w. NO. 143.] 

Dl. III bevat: Volcomen Bericht: Hoemen sich in gehoorsaemheydt desGhe- 
loofs voor des Olden Slangen listicheyt ... wachten moet ... Wtghegaen In 
Februario, Anno 1553. Ia. w, NO. 144.) — Een lenende waerachtighe sticht- 
lijcke Reden : Aenwysende wat het ware Gheloof Christi inden Mensche deur 
Godt Almachtich werckcnde is ... Wtghegaen In April, Int Jaer 1553. la. w. NO. 
145.) — Van die rechte ware Vrede, vnde waer in sy te vinden is . . . Wtgiiegaen 
den 24. Jiilij, Int Jaer 1553. la. w. N". 146.) — Een naeckte Ontsluytinghe 
vnde Verclaringhe, hoe die Prince deser Werldt in sijn Oordeel mit alle syne 
Lidtmaten in Godes saecken wtgesloten is ... Wtghegaen In Septemb. Int Jaer 
1553. la. w. N». 147.) — Een wtvloeyende Reden, wat het Alderheylichste 
Geloof sy ... Wtghegaen den lesten Getob. Int Jaer 1553. la. w. No. 148.) — 
Een Treflijckc Bewijs-Reden, hoe die Kinderen deser Werlt ... sich bevlytighen 
die hoochste eere...dcs vergancklijcken Leuens te verkrygen ... Wtghegaen 
den xxen. Decemb. Anno 1553. la. w. NO. 149.) — Den Ongheloouighen oder 
Twyfelachtighen vnde Wantrouwenden geschreuen . |a. w. N". 150.) 

Dl. IV bevat : Van den toekomstigen Dach des Heeren . . Wtghegaen In Martio, 
Anno 1554. Ia. w. N». 151.) — Beclach Ouer des Menschen corten tijt... 
Wtghegaen In Maio, Anno 1554. la. w. No. 152.) — Een schoon Onderwijs, hoe 
een yeder te recht bidden, suchten, dagen vnde leedtdragen sal ouer sijn 
aengeboren kranckheyt vnde ongherechtich-heyt ... Wtghegaen In Augusto, 
Anno 1554. la. w. NO. 153.] — Een ernsthaftich Vermaen aen allen Onacht- 
samen, dat sy Godes Woordt mit meerder vlijt vnde aendacht behooren te 
besinnen ... Wtghegaen In October, Anno 1554. la. w. N". 154.) — Een 
voorgestelde Vrage eensdeels mit sijn Berichtinge. [Wtghegaen In 't Jaer 
1554] la. w. N». 155.) — Van die rechte ware Kentenisse Christi vnde kraft 



73 

des Alderhcylichsten Gheloofs .. . Wtghegaen Int Jaer 1554. la. w. N». 156.1 
Dl. V bevat: Sumniarisclie Verclaringhe op den Spreuck Pauli, Roman. XIIII. 
vers. XXII ... Wtghegaen In Martio, Anno 1555. la. w. N". 157.] — Onderscheyt 
van den acrt der Godtlijcken vnde Ongodtlijcken ... Wtgegaen den xij«n. 
Augusti, Int Jaer 1555. la. w. N». 158.1 — Claer Bericht, Hoe Godt...den 
Mensche mit sijn Salichmaeckende Woort self thuys komt. .Wtgegaen den 
eersten Decemb. Int Jaer 1555. la. w. N". 159.] — Een onderscheydelijck 
Bericht: Hoe vnde in wat manieren die Geloouighen . . in 't tsanien-kommen, 
besoecken oder int Vrundtlyck gast-nooden .. sich onderlinghe holden vnde 
draghen sullen ... Wtgegaen den tweeden May, Anno 1556. la. w. N». 160.1 

— Trouwhertige Vermaninghe tot den Dienst Godes .. Wtghegaen Int Jaer 
1556. [a. w. NO. 161.1 

[David Joris), Neemt waer: ghy Mannen, an-merckt den sin: enz. 
Handschrift (W^ eeuw). 

Doorloopende nummering. Alphabetisch register. De bundel bevat: Neemt 
waer : ghy Mannen, an-merckt den sin . — Hoort hoort. Neemt waer. Ja neemt 
waer, ghy alle die dat Rycke Godes besitten ende in-nemen wilt. — lek achte 
op geen Menschen oordeel, Godt is mijn Richter. — Leeringe hoe Christus 
moet ende wil gelievet ende ontfangen sijn ... — Vrage vnde Antwoort, tus- 
schen Jan en Pieter. — Vrage Hoe gatet al? — Neemt waar. Hoe node sterft 
die Mensche : Nochtans en doet hy geen dinck so geerne ! — Twee-spraeck 
[tusschen] Vleysch [en] Geest. — Twespraeck tusschen Davyd en Jorien. — 
Vrage ende Antwoort ... Wanneer is men die sonde gesturven ? . . . Als des 
Menschen Herte die Gerechticheyt levet. — Twe-spraeck tusschen lan en Michel. 

— 'Tsamenspraeck tusschen Davyd en Joachim. — D. ad filios. Een Nieuwe-Jaar 
115431. — Neemt waar. Wie der Weth vry is, ende wie die gloriose heerlijke 
vrijheyt toekomt. — Dat eerste raetsel Salamo Davvdts Soon. — Helpt my, 
helpt my o Godt, bewaert mijn genioet o ghy gewarige Godt. — O God Heere 
Alder werlden, aensiet mijn ellende ende jammer ... — O Heere God Vader 
Almachtiger Schepper ... — Klaghe. Mijn gedachten sijn dieper dan die Zee... 

— Gebet. O God ende Vader alder genaden.. —Gebet. lek als een armer 
behoeftiger Mensch ... — Noch moet ick o Heere, Heere God voor u, ons ten 
goede spreken, .. 11550]. — Neemt waar. Vooren heen wast in wtterlijcke 
Gerechticheyt gelegen .. . [Den 7 Januarij A». 1553]. — Daer worde gesproken. 
Die Heere heeft sich eer-tijts in ende voor die Weth ... laten stillen mit ge- 
hoorsaemheyt . .. — Een gebet D. nu eerst van hem schriftlijck mit sijn eygen 
handt wtgegaen. — Vrage. Of God wel toelaten solde, dat een Tovenaer macht 
hadde, die Geloovigen aen hare haeve of lichaem te bekrencken ?— Hoort ende 
verstaet. Een yegelijck neme synen Tijt wel waer, ...— Vrage. Sullender oock 
Menschen sijn die overblyven ende den doot in den lichanie niet sien en sullen? 

— Stemmelijcke Reden. Dikwijls gedenck ick der grooter ende krachtiger 
daden, . — Neemt waer. Het wert wt eenen yverigen gront . . . gesproocken, 
...115. Junij 1554]. — Waerschouwinge tot den genen die over haer sonde ... 
sonder berouw ... henen gaen ... 11551). — Een Stemmelijke Reden. Wie sond er 
een levendich gesicht des verstants.. spreeckt —Stemmelijcke Reden wt 
den Monde beschreven. Ick heb tot etlijcke tyden alsuicke diepe gedachte- 
nissen. ..[In Decemb. 15501. — Van schreyen ende wterlijckedroeffnisse: oock 
van belyden een stemmelijcke Reden. — Een lieflijcke Reden. Op onse morgen- 
groete ende Kindelijcke goede wensch ... — Troostelijck bericht: Hoe seer 
schadelyck ende quaet dat het wan-trouwen aen den Heere is ... — Wt des 
Autheurs Montreden geschreven. Het is niet quaders dan ongeloove ... — Stem- 
melijcke reden wt den Monde beschreven. Ick solde u geerne ... verhalen die 
bekommeringe mijns herten ... — Wort van C. M. gesproken. Mijn Heer, daar 



74 

IS een groot Voick in onsen Lande, ende dagelijcks wort het noch altijtmeer 
ende meer grooter. — Alle onse bekommeringe, arbeyt, lusten ende begeerten 
onses herten. . — Sprack eener. Den Scpter of die Roede en sal van Juda 
niet genomen werden . —Register. 
Deze 41 stukken zijn niet door van der Linde vermeld. 

IDavid JorisJ, O AlderHoochste Almogende Godt enz. Handschrift 
(16''« eeuw). 

Bundel tractaten en brieven, zonder nummering, bevattende: O Alder- 
Hoochste . .11554.] — [Brief aan Hen.1 Heb wat Gij niy gesonden hebt... 

— Neemt waer...Soe gy v o mijn gelienede ware trouwe kinderenn... — Na 
desen neemt waer een ander . . . Ist dat ghy ö myn Kynder . . ~ Alle Mennschen 
moeten in Adam sternen ... — [Brief.] Heb van v o Vrouwe ... — Soe als ick 
mit eruarentheit ... — [Brief aan loch Tijl.] Ick laet vwerlieffden ... — [Brief 
aan Alijt St. e.a.] Sult weten ... — [Brief aan W. E.] Wijl het mijn seer be- 
minde ... — I Brief.] Ick heb v geschrifft gelesen ... — [Brief aan Ide van ü. en 
haar dochter.] Wiewei ick tot deser tijt ... — [Brief aan Annekcn] Heb vge- 
schrifft ontfangen ... — [Brief aan A. en L. en zijn huisgezin.] Wiewei het mij 
wel ... — [Brief aan S : H :) Dat ghy niy inden eerslten] geschreuen hebt . . . — 
[Brief aan Cor.] Sult weten mijn beminde ... — [Brief. [ Sult weten mijn be- 
minde ... — [Brief.] Heb vwer lieffden ... — [Brief] Sult weeten ó mijn lieue 
... — [Brief] Het sal v bellenen . .. — [Brief.] Dan wijl ick verspoore an v . .. 

— IBrief aan E. L. van Danswijck.] Heb v geschrifft gelesen ... —Neemt waer 
alle wat Adem, Geest off leuen . . . ontffangen heefft . . . [Zie : vierde Hand-Boecx- 
ken, bl. 102 b.] — [Brief aan A. Cl. Ooch.J Ick heb v geschrifft ontfangen ... 

— Alle waere oprechte herten ... — [Brief] Heb v groet vnd geschrifft ont- 
ffangen ... — (Brief aan Jo. lutger.] Heb v geschrifft ontfangen ... — IBrief aan 
Ma.] V geschrift vnd voergeuen ... — [Brief aan Mar. ... Den xvijjuiliis] Danck 
vwer lieffdenn . . . — [Brief aan A. C] Heb v geschrifft vnd groet ontfangen ...— 
Een kostelijcke reden stemmelijcke gesproocken . . . lek heb tot ettelijcke tyden 
alsuicke diepe gedachtenisse ... [Zie den bundel: Neemt waer: ghy Mannen, 
an-merckt den sin.] — Emmanuel ... Hooch geloofft sy die Hecre... — Waer 
die rechte Godes dienst sy .. . [Zie :van der Linde, a. w. N». 86.] — [Brief 
aan zijn Neef.] Want ick van v een weinich verhoort ... — [Brief aan Br.) 
Heb milten kortsten ... — [Brief aan N.] Heb o N. mijn beminde ... — [Brief.] 
Dat laet ick v beiden R. vndc R. weten ...— Als ick eerdaechs ongevaerlijck 
in mijn andacht bekommert stondt... — Een vermaeninge hoe hem liuidiger 
daechs die goetwillige . . . herten holden . . . moet . . . [ 1 556.] — Mijn Godt mijn 
Heer ... — Heftijgc vnde Stercke Reden Sijndcr scndinge ... 1 1555.1 [Zie: 
van der L i n d e, a. w. N". 75.] 

, Emanuel . . . Gebenedijt sy Godt der Glorien enz. Haud- 

.schrift (16''e eeuw). 

Bundel als de vorige, bevattende: Emanuel... Gebenedijt sy Godt der Glo- 
rien ... — [Brief aan de lieffhebberen des eewigen waerheits in Vr.] Hetstaet 
niy tegedencken ... — Mijn vermaninge is tegen een iegelick ende dat die 
alsuicke kinderen hebben ... — Wye wel vwer lyefden allegenuechsacmlick . . 

— Gevraecht. Mit wat weesen off waer in kanmen den Herc meest groot 
maecken ? Antwoordt ... — Dat sal mijn maniere sijn . . . Hoe hertelijck is mijn 
ziele een tijtlanck bekommert geweest... — [Brief aan An E.) Heb vwer Lycff- 
den een wcynich in verbeteringe moete schryuen ... — (Brief aan F.] Heb vwer 
Brieuen ontfangen ... — [Brief aan M. en An.] Emanuell .. . Heb vwer beyder 
belydinge ontfangen ... — [Brief aan An E.] Heb vwen Brieft ontffangen ... 

— [Brief aan B. wth vriesla.] Hoewel Ick in deser tyt ... — (Brief.) Saluyt 



75 

mit desen. Vreiitlijck an v die mijn ziele naeder waerlieit bemint ... — IBrief 
aan Cla. Mci.I Heb v geschrift geleesen ... — IBrief aan I. D.J Naedien lek 
vwen brief ... — IBrief aan E. JW.1 Snit weten dat lek dyn groet ontffangen 
... — IBrief aan Sw.] Vwer Lyefden sall weten dat ick dyn Groet .. 149. 
December] — IBrief.] Sult weeten, dat ick vwen brieft behand zy geworden .. . 

— IBrief aan F. F] Ick doen v mit desen hertlijck groeten ... — IBrief.] Heb 
dynen Brief vnd belydinge ingesien ... — IBrief aan Wo.] Weet myn seer Be- 
minden inden Heere ... — [Brief.) Het sall vwer Lyeffden weten ... — IBrief] 
Naedien Ick by T. als my den brieff beliant is, niet gewest sy ..— IBrief ] Heb 
vwen Brief vnd groet ontfangen . . .— [Brief] Wye woll my den tydt te handts kort 
is soe wil ick v nochtans... — Wye menichmael Heb Ik v geschrcuen ge- 
sproecken vnd vermaent In den Heere ... — Vraege Off Godt wel toelaeten solde, 
dat een toewenaer macht hadde... IZie den bundel; Neemt waer ghy Mannen, 
an-merckt den sin). 

De in deze beide bundels voorkomende brieven zijn bijna alle ook te vinden 
in de kwarto-uitgave. De namen der geadresseerden zijn veelal weggelaten, 
soms korter, soms daarentegen uitvoeriger dan in genoenide uitgave aangeduid. 

[David Joris], Een seei' schone tractaet off onderwijs van mennig- 
gerley aart der menschen vianden enz. Afschrift (19^® eeuw). 

Afschrift van een bundel te Rostock, Mecklenburgische Ritter- u. Landschaft- 
Bibliothek, bevattende de volgende tractaten : Een seer schone tractaet off 
onderwijs van menniggerley aart der menschen vianden, haer listen ende be- 
vecht igen te leeren kennen ... IWtghegaen inth Jaer 1539.] Iv. d. L., a.w. N**. 
3.] — Een seer goede onderwysinghe der wyszlieit ende leringc der waerheit, 
beide voer olden en jongen . . . [Anno 1540] la. w. N». 8] — Straffinghe ende 
leer. Röp (du Propheet) ende holt niet op te verkundygen die sonden mijns 
volcks. IWtgegaen int Jaer 1540. Den 20 Martij] la. w. N». 5 ] — Straffinghe 
ende leer. Alle Schrift vanGot ingegeven . . . IWtgheghaen inth Jaer 1540.] Ia. w. 
N". 7.] — Straffinghe ende leer. Röp (du Propheet) ende holt niet op te ver- 
kundygen die sonden myns volcks. IWtgegaen in 't Jaer 1542 den 30 Martij.] 
la. w. N". 6.] — Waer toe ende om die mensche van Godt geschaepen sy : 
Van syne afval ende wederbrenginghe. Een kort dan kostel bericht. IWtgegaen 
in September Anno 1544.] la. w. N". 22.) — Vermaenunghe ende Lcere om heth 
ghoede van Godt te eischen ende the begheeren. IWtghegaen int Jaer 1542.) 
la. w. N", 13.) — Hoe die mensch van Godt gevallen ende in wat manieren hy 
weder tot Godt gebrocht wert een claere ende levendige opsluytinge . . lAnno, 
XLIII.] [a. w. N". 17.] — Van dat voergaen ende naevolgen, blyven ende ver- 
gaen moet. [Wthghegaen inth Jaer 1543.) la, w. N». 18.) — Wten monde 
stcmmelyck gesproocken. Dit sy tot niemant gesproocken dan tot den benauden 
bekommerden zielen ... IWtgegaen int Jaer 1543 den 16 Augusti] la. w. N». 
16] — Waernunge ende leer. Weest nuchtere n ende waeckt ... [a. w. N». 171.) 

— Neemt-Waer. Hoort die des Heeren Wet in uwer herten draget... IWtghe- 
gaen inth Jaer 1544.) la. w. N". 23.] — Een rechte ende Godtlijcke Kynder- 
tuicht ende leer, olden ende jongen gaer dienstelyck off nut te weten IWthgc- 
gaen 1544.] la. w. N». 24.] — Van Godes ende des Menschen kentenisse sampt 
hacrder beider voertbrenginge. IWthgegaen 1545] la. w. N». 32.) — Hoe hy 
syn moet die Gebot ende overicheit over een ander rechtelick hebben of kryghcn 
mach. Klein bericht. IWtgegaen 1545.) la.w, N». 33.]— Vant Ooch synen aart ende 
eygenschaft : beide hoe verderffelycken ende kostelycken heth is. la. w. No. 34.) 

Afschriften (IQ**® eeuw) van gedeelten uit werkjes van David 
Joris e. a., in de Hamburger Stadsljibliotheek. 4 stukken. 



76 

Oavid tzorg (Was) zu ötraszburg mitt Melcher Hoft'inan u. a. ge- 
handlet (1538). Afschrift (19"« eeuw). 

Naar een geschr. boekje in de Universiteitsbibliotheek te Basel (üenum- 
merd : G. 2. L.). Zie: Bu rek hardt, Baseier Biographien, S. 151. 

IBIeesdiück, Claes Meynerts van], Christelijcke Verantwoordinghe, 
Ende billijoke nederlegginge des valschen onghegrondeden Oordeels, 
Lasterens ende Scheldens : By M e n n o S y m o n s z. in eenen 
Sendtbrief wtgegeuen ... [Wtgegaen int Jaer 1546.] Z. pi. 1607. 

Zie: Van der Linde, David Joris. Bibliografie. N«. 230. 

Bleesdyck, Nic. IWeyn. van, Weder-antwoort op zekeren Brief by 
G e 1 1 i u m onderteeckent, waer in hy sijne meyninge vnde oordeel 
stelt op eenich Tractaet geintituleert Een Christlijcke verantwoor- 
dinghe vnde billijcke wederlegginghe etc. Geschr. in 't Jaer 1545. 
[Wtgegaen inden Jare 1546.] Z. pi. 1607. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 23 1 . 

Bleesdyck, Cl. Meyn. van, Eenvuldighe vnde Christlijcke Berich- 
tinghe op vijf Vraghen by eenighe van Men. Sym. gesintheyt 
voorghestelt. [Wtgegaen int Jaer 1547.] Z. pi. 1607. 

Zie: Van der Linde, a. w. N». 232. 

Bleysdyck, Cl. Meyn. van, Hooft-Somma vnde Gront van 'tgene 
wy wt die Leere D[avid] I[oris] hebben connen verstaen ... [Wtge- 
gaen int Jaer 1547.] Z. pi. 1607. 

Zie: Van der L i n d e, a. w. N». 233. 

Bleesdück, Nic. Meyn. van, Billijcke Verantwoordin?e ende Een- 
voldighe wederlegghinghe op eenen Scheltlasterighen Brief door Dr. 
Hier. W i 1 h e 1 m i . . . teghens die heylsame leere D[avid] J[oris] 
aen weylandt Joncker Karel van Gelder geschreven ... in 't Jaer 
1544. Waer van Copie is by-gevoecht. [Wtgegaen Anno 1547.] Z. 
pi. 1610. 

Hierachter met doorl. signatuur en nummering : J o ri a e n Keetel, Een 
Testament enz. IGheschreven in mijnder Gevanckenisse tot Deventer, den 26. 
Junij Anno 1544.) 

[Bleesdüek,] C. M. [van], Die gantsche Leeringhe van Dauid loris- 
zoen int corte begrepen, tot nut vanden onpartydighen. Stade, 1582. 

Zie : V a n der L i n d e, a. vi-. N«. 235. 

Blesdikius, Nic, Historia vitae, doctrinae, ac rerum gestarum 
Davidis Georgii haeresiarchae. [Ed.] J. R e v i u s. Daventriae, N. 
Gostius, .1642. 

Zie : V a n der L i n d c, a. w. N«. 242. 



77 

Davidis Georgii Holandi haeresiarchae uita et Doctrina. Etc. Basil., 
H. Cvno, 1559. 4". 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N". 244. 

Dauid Georgen ausz Holand desz Ertzkiitzers warhafftige histori, 
seines lebeiis, viind verfüiischen leer, etc. Base), H. Curio, 1559. 4". 

Zie : V a 11 der L i ri d c, a. w. N». 247. 

Dauid Joris wt HoUaiidt de.s ertzketter.s waerafftighe Historie enz. 
Z. pi. 1559. M. 1 portr. 4». 

Tie (La) et doctrine de Dauid Geoi-ge, Holandois et chef des here- 
tiques. [Basle] 1560. 4". 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 249. 

Teglienbericlit, Op een Laster ende Scheltboec.xken gheintituleert, 
Dauid Georis wt Hollaadt, de.s Eitzketters waeiachtige Historie 
. . . wtghegliaen int Jaer. 1559. Z. pi. [1584]. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. NO. 250. 

Ciiiilius. Eine freidige vermanung. zu klaren: vnd öffentlichem be- 
kentnis Jhesu Ghristi, wider die Adiaphoristische, Dauidianische 
vnd Epicurische klugheit, des heuchelns vnd meuchelns, sehr 
nützlich zu lesen. Verdeudscht au.ss dem welschen. Magdeburgk, 
M. Lother, 1550. 4». 

[Theophilus, J.], Eenen Sendtbrief aen Dierck Volkertz Cornhert: 
Op syn Boeck ghenaempt: Kleyn Munster, wtgeghaen teghens die 
Schriften van D[avid] J[oris]. Z. pi. en j. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 253. 

Emmen, A'bbo, Grondelickeonderrichtlnghe, vandeleere endoden Geest 
des Hooft-Ketters, David loris enz. Middelb., H. Langhenesse, 1599. 

Zie : V a n der L i n d c, a. w. N". 254. 

Andrleas] Hvygelnivmzoou [Bernardus Kirchen], Wederlegginghe, 
vande grove onbeschaenide vnde tastelicke Logenen van Ybbo 
Emmen ... by hem in druck uytghegeven tegen het leven vnde 
leere van Dauid lorissoon. Z. pi. 1600. 

Vgl. : V a n der L i n d e, a. w. N». 255. 

Eininivs, Vbbo, Den David-Joridchen Gheest in Leven ende Leere, 
broeder ende wijdt-loopigher ontdect, ende grondlicken verklaert, 
tegens den vermomden schaemtloosen D. Andreas Huygelmum- 
zoon. Enz. s'-Gravenh., Hillebrandt Jacobszoon, 1603. 

Zie : V a n der L i n d e, a. w. N». 262. 



78 

Stolterfolit, J., Historia von David Geörgen, einem heillosen Manu 
vnd Gotteslasterlichen ErtzKetzer. Lübeck,M. Janoviu.s, 1635. Titel 
omlijst. 4". 

Jessenius, F., Auffgedeckte Larve Davidis Georgii, etc. Kiel, J. 
Reuman, 1670. M. 1 houtsn. 4". 

Hierachter met afz. paginatiiur: Historia Davidis Georgii, welche aus der 
Baselschen Historia, Ubbone Eimnen, Blesdickio u. a., kurtzlich zusainmen 
getragen ii. m. Marginaliën ii. Anweisiingen an die Aiitores verfasset ist. 

Zie : V a n der Linde, a. w. N». 203. 

Historie der Weiszheit und Thorheit zusammengetr. v. C h r. 
T h o m a s. Th. I-III. Halle, Chr. Salfelden, 1693. 

Hierin o. a. : I. Nothwendige Untersucliiing etiicher umbstilnde wegen der 
Lehre des beschrienen Ertz-Ketzers David Georgens. — J a c o b S t o 1 1 e r- 
fohts Historie von David Georgen. — Kurtze Anmerliungen liieriiber. 

2. Pliilippi Melanclitonis Verzeichnus von den Wicdertauffern.so in 
Jena ge fangen gesessen u.Anno 1536. ent liauptet word en. — Mei anclitonis 
Articul wieder die Wiedertiiuffer, die damals zu Weimar, Leuchtenbiirg ii. Jena 
gefangen gesessen, aucli dainit die nieisten zu reclite gebracht 1536. 

Auszug (Kurtzer), von des beruffenen Ketzer.s Dav. Georgi oder Joris 
Lehr und Leben. Z. pi. 1699. M. 1 portr. 

■ Idem. Z. pi. 1704. M. hetz. portr. 

Historia von des beruffenen Ertz-Kiitzers David Joris oder Georgi, 
Lehr und Leben etc. Z. pi. 1713. M. hetz. portr. 

Zeidtler, C. G. et J. G. Martius, Historia Davidis Georgi ejusque 
asseclarum. Lips. 1701. 4°. 

Cramer, A. M., Bijvoegselen tot de levensbeschrijving v. David Joris. 
[Leiden, 1844]. 

Overdr. uit: Nederl. Archief voor Kerl<el. Gesch. VI. 

Harderw^k, I. yan. Bijdrage tot de Icennis der schriften van David 
Joris. [Leiden, 1845]. 

Overdr. uit: Nederl. Archief voor Kerl<el. Gesch. VII. 

Nippold, F., David Joris von Delft. Sein Leben, seine Lehre u. .seine 
Secte. [Gotha 1863-64]. 

Herdr. v. artikelen in: Niedner's Zeitschr. f. d. histor. Theol. 1862—64. 

[Hofmeister, A.], Zur Geschichte der Wiedertaufer in Rostock. 
Schwerin, 1885. 

Overdruk uit: W i e c h ni a n n, Meklenburgsalt-niedersachsische Literatur, III. 



79 

Rogge, H. C, Een band met tractaten van David Joris. ['s-Gravenh. 
1887-94]. 

Ovcrdr. uit: Bibliogr. Adversaria. N. R. I. 

Hansen, R., Der David- Joriten-Prozess in Tönning 1642. Kiel, 1900. 

Schriften d. Ver. f. schleswig-holsteinische Kirchengesch. Reihe II. Heft 5. 

Burckhardt, P., David .lori.s. Basel, 1900. M. 1 portr. 

Basler Biographien. I. 



GESCHRIFTEN A AN EN OVER MENNO SIMONS. 

Menno Symons, Een Gantz duidelijck eude klaer bewijs, uytdieH. 
Schriftuere, dat Jesus Christus is de rechte belovede David inden 
geest, een Koninclj; aller Koningen, een Heer aller Heere, ende 
de rechte geestelijcke Koninck over dat geestelicke Israhel, dat 
is zyn gemeynte, die hy mit syn eyghen bloedt ghecoft: ende 
verworven heft. Eertijts geschreven aen allen waren Broeders 
ende Boudtgenoten, hijr ende daer verstroeyt. Tegens de grouwe- 
lijcke ende grootste blasphemie van Jan van Leyden. Noyt voor 
de.sen Ghedruckt. Z. pi. 1627. 

Geschreven in Mei 1535. 

Menno Simons. Dat Fundament des Christelycken leers op dat alder 
corste geschreuen. Anno M. D. XXXIX. Z. pi. 

Deze uitgave van het Fundament en die van het jaar 16IC bevatten op de 
laatste bladz. : 

Dat syffer getal tot hondert. Daaronder de cijfers van I tot 100 in 10 
Itolommen, waarvoor herhaald zijn de 10 eerste cijfersdicr kolommen. En daar- 
onder: 1540. M. cccccxl. Hier wt moeghen ghi dat ander practisercn. 

Hierachter, in denzelfden druk : 

Menno Simons, Voele goede vnd Chrystelycke leringhen op 
den 25. Psalm in een maniere van bidden gescreuen. Anno 
M. D. XXXIX. [Met Latijnsch nabericht, hetwelk in de latere 
uitgaven ontbreekt.] Z. pi. 

Hierachter, in denzelfden druk : 

Menno Simons, Een corte vermaninghe vth Godes woort van die 
wedergeboorte, Vnde wie die ghene syn, die belofte hebben. 
Z. pi. en j. 

De titel staat op de keerzijde, het voorbericht op de voorzijde v. het eerste blad. 

Van dezen bundel 2 exempi. Het eene is compleet. Van het andere ontbreken 

uit het Fundament de bladen M 4 en 5 (waarmede het andere ex. is gecom- 



80 

plelecrd), terwijl van de Meditatie op den 25. Psalm aanwezig zijn de bladen 
A 1 — C 8, en het overige is bijgeschreven in 1 604. In dit ex. is de naam M e n n o 
Simons overal met inkt veranderd in Broder Dirck JansofBroder 
Dircken. Dit ex. wordt reeds vermeld als eigendom der Doopsgez. Gem. in 
H. S c h ij n, Qesch. der Men non, vert. d. Maatschoen. 1. biz. 418. 
Hot derde geschrift bevindt zich alleen in het ecne exempl. 

Menuo Simons, Dat Fundament der Chri.stelycker leere op dat alder 
coneckste geschreven, ende wtghogheven, Anno M.D. XXXIX. 
Ende nu nae liet alder outste exemplaer wedeiom herdruckt. Z. 
pi. 1616. 

rMenno Simoiisl, Een schoone ende profltelijcke vermanende ende 
beytraffende Redene aen die Ouerheyt, gheleerde ende ghemeyn 
volck, aen die verdoruen Secten, Ende aen die ghene die om des 
Heeren waerheyt daghelijcx veruolgliinghe lijden moeten. Noch 
een troostelijc vermaen tot de Bruyt Je.su Christi. Z. pi. en j. 
Titel omlijst. 

Afzonderlijke nitgave van het laatste gedeelte van het Fnndament. 

[Menno Simons], Een schoone ende profitelijck leeriughe wt tlods 
woordt allen menschen vermanende tot die hemelsche weder- 
geboorte ende nieuwe Creatuere. Z. pi. en j. Titel omlijst. 

Afzonderlijke uitgave van : Een corte vermaninghe van die wedergeboorte. 
In denzelfden druk als het voorgaande tractaat. 

Menuo Symons, Ein Fundament vnd klare Anwisinge, van de heyl- 
same vnd Godtsellyghe Leere Jesu Chri.sti, vth Godes woort mit 
gueder corte veruatet, vnd wederumme mit grooter vlyte auer- 
ghelesen vnde ghebetert. Z. pi. en j. 

Omwerking. 

Achterin staat: Ghedruct mit Gratie vnde Preuelegie des Alderhogesten. B.L. 
Op de voorlaatste bladz. de getallen van 1 tot 100 en daaronder de getallen 
10, 20 enz. tot 100, in Romeinsche en Arabische cijfers. 

Hierachter, in denzelfden druk: 

Menno Symons, Eyne seer Lietlijcke Meditation vnd Godtsalige 
Oeffeninge, mit vele Christelijke Leeringen ... Op den 2ö. Psalm, 
bedessche wijse veruatet. Z. pi. en j. 

Omwerking. 

Hierachter, in denzelfden druk : 

Menno Simons, Eyne Troe.stelijke Vermaninge van dat Lijden, 

Cruyze, vnd Veruolginge der Heyligen, vmme dat woort Godes, 

vnd zijne getuichenisse. Z. pi. en j. 

Mienuo] S[imons], Een seer schoone, ende grontlijcke leringe wt 

des Heeren woordt, allen menschen . . . neer.stichlic vermanende 



81 

tot die hemelsche Gheboorte ende nieuwe Creatuer . . . Anno 
M. CCCCC. LVI wederom met groter vlyte door ghesien vermeerde, 
ende ghebetert [waaracliter: M. S. Een lieflijcke vermaninghe. 
Allea wtuercoren kynderen Godes hier ende daer verstroydt, . . . 
An". LVI. mijnder ghetal gans broederlijclc ghescreuen]. Z. pi. [1556]. 

Omwerking van: Een corte vermaninghe van die wedergeboorte. 
Hierachter, in denzelfden druk : 

[Henuo Simons], Een Claer onderwy.singhe wt des Heeren woort 
van die ghee.stelicke verrysenisse, ende nieuwe Geboorte. Z. 
pi. en j. 

Hierachter, in denrelfden druk : 

[Uenno Simons], Een Christelijcke ende lieflijcke vermaninge aen 
allen Uuerheyden, Glieleerden, Ghemenen N'olcke, Secten, ende 
Bruydt Christi, die van die hette der Sonnen niet weynich op 
alle plaetsen verbrant wort. Z. pi. en j. 

Het laatste gedeelte van het Fundament, naar de in het Oostersch uitgegeven 
omwerking. Uit het eerste gedeelte is bijgevoegd het tractaat Van den geloue. 
Op bl. A 5 v» komt eene opgave voor van geschriften van Menno Simons. 
Achterin de initialen G B M S L F. 

Mtcniio] S[imons], Dezelfde 3 tractaten. De beide eer.sten in anderen 
druk. Z. pi. en j. 

Menno Simons, Van dat rechte Christen Ghelooue ende zijn cracht. 
Z. pi. en j. 

Vel I en K ontbr. 

Op bl. O 2 r" staat: „Van die bediedenisse ende vrucht onsersacramentisscher 
ceremoniën, namelick des doopsels ende auontmacls hebben wi in dat funda- 
ment des christelycken leers een weynich afgheleert," zoodat dit geschrift 
jonger is dan het Fundament. 

Hiermede in denzelfden band : 

Menno Simons, Verclaringhe des christelycken doopsels In den 
water . . . wt den woort gods In wat maniere dat sy van christo 
Jesu beuolen is ende van synen heylighen Appostelen geleert 
ende ghebruycket is. Z. pi. [1539.]. 

Waarachter als „tweede boeck" : 

[Menno Simons], Die oorsake waerom dat ick M. S. niet af en 
late te leeren, ende te schrijnen. Z. pi. 1539. 

Rotographische reproductie naar het ex. van deze tractaten aanwezig in de 
Universiteitsbibliotheek te Kiel. 

M[enno] S[imons], Van het rechte Christen ghelooue, dat des men- 
scheu harte omkeert, verandert . . . ende sallch maecket . . . An". 



82 

1556. wederomme met groter vlite doorghesien, ende wat formlijcker 
ghesettet. [Gedagteekend : Ann». 1556. 8. .Tiilij. M. S.] Z. pi. 1556. 

Omwerking. 

Moninol Syfnionsl, Een Lieffelijcke Vermaninge ofte Onderwij.singe 
\vt (Jod.s Woort. Hoe dat een Christen sal geschickt zijn, ende 
van dat .schouwen ofte afsnijden der valscher l^rooderen ende 
Susteren, ofte die met Ketterschen Leeringhen verleydt zijn, ofte 
die een Vleyschelick schandighe Leuen voeren. [Achterin: Brief 
ghesonden aan die Broeders te Franikar. Anno 15B5. den 13. 
Nouembris; Brief aen die Gheraeyute te Embden. Den 13. Nouern- 
bris. An. 56.] Z. pi. 1541 [1561?] 

, Idem. Leyden, Henrick Lodowicxz, 1604. 

, Idem. Harlinghen, Yge Ygesz., z. j. 

Deze uitg.ive is vermeerderd met : 

Besluyt ende bespreek der herers [1. lerers?] gliehouden tot 
Wismer aengaende negen Artijculen, Anno 1554. 

IMeiino Symoiis], Een Corte ende clareBelijdinghe ende Schriftlijcke 
aenwijsinge, Ten eersten vander IMenschwerdinge ons liefs Heeren 
Jesu Christi. Ten tweeden, hoe dat beyde de Leeraers ende de 
Ghemeynte Christi, na Scrifts vermeldinge sullen ende moeten 
geaert zijn, gheschreuen aen . . . Johan a Lasco, met t'samen zijnen 
medehulperen binnen Emden, Anno 1544. Z. pi. en j. 

, Idem. Z. pi. en j. 

Andere druk; achter: Een gants duytlijck ende bescheydcn .mtwoordt op 
M. Microns Antichristische leere. 

Lasco, loan. ai, Defensio verae semperqve in ecclesia receptae doc- 
trinae De Christi Domini incarnatione, zie blz. 97. 

M[enno] Slimons], Een vermanende belydinghe van den drie eenigen, 
eewighen en waren God, Vader, Zoon ende H. Gheest. 1550. Nu eerst 
in Druck wtghegaen. 1597. t' Amstelredam. By Aert Hendricksz. 

Hierachter, in denzelfden druk: 

M[oimo] S[imons], Een claer bericht ende schriftelicke aenwysinge 
van der E.xcommuuicatie, ten dienste allen vromen ende God- 
vruchtighen Gods Kinderen. [Amst., A. Hendricksz., 1597]. 

Rotographische reproductie van het exempl. aanwezig in de bibliotheek der 
Remonstr. Gemeente te Rotterdam, ald. gebonden achter geschritten v. Dirk 
Philips. 



83 

[Menno Symons], Een weemoedige ende Chiistelijcke ontschul- 
dinge ende verantwoordinge, ouer de bitter nydiglie loeghen, ende 
valsclie beschuldinghe onser misgonstighen, om welckers wille 
wy sonder alle metlijdicheyt ende barmherticheyt van yderman 
so iommerlijck gehaet, beloegen enz. Z. pi. 1576. Titel omlijst. 

Rotograpliische reproductie als voren. 

M[ennoJ S[imons], Een vermanende Belijdinge, van den Drie-Eenighen, 
Eeuwighen, ende waeren Godt, Vader, Soon, ende Heylighen Gheest. 
Door M. S. 1550. Eerst in Druck uytgegaen Anno 1597. Ende nu 
wederom vernieut Anno 1600. [Den 9. Septembris, Anno 1550. 
M. S.] [Met naschrift geteekend: M. S. den Broederen in Groe- 
ninghen ende Groeninger-lant.] Hoorn, 1600. 

In : Sommarie. dl. II. 

, Bekentenisse van den Eenigen, eeuwigen ende waren 

Godt, Vader, Soon ende H. Geest. Leeuw., H. Rintjes, 1688. 12". 

Hetzelfde zonder voorrede en naschrift. Actiter; H. de Rys, Klaer Bewijs. 
Leeuw. 1688. 

H[enno] S[inions], Een claer bericht ende Schriftelijcke aenwijsinghe 
van der Excommunicatie [waarachter:] Hier volghen sommighe 
vraghen enz. [M. S. 1550.] Hoorn, 1600. 

In ; Sommarie. dl. I. 

Menno Simon, Antwort auf einige Fragen od. Anweisung von der 
Meidung der Abfalligen . . . A. d. Holl. übers. v. D. Z u g. Lan- 
caster Pa. 1871. 

Vertaling van: Sommighe vraghen, naar: Opera of Groot Sommarie, 1646, 
biz. 894 vigg. Aanhangsel van: W. W y n a n t z, Erbauliche Predigten. Lan- 
caster Pa. 1871. 

[Menno Simons]. Een seer droeffelijcke Supplicatie der Armen ende 
ellendighen Christenen, aen alle Vrome, Goetgunstighe, ende be- 
hoorlijcke Overicheyden enz. Hoorn, 1600. 

In : Sonimarie. dl. I. 

[Menno Simons], Een corte claechlijckeontschuklinghederellendigen 
Christenen . . . aen alle Schriftgheleerden ende Predicanten der 
Duytscher Natiën enz. [Anno 1552.] Hoorn, 1600. 

In : Sommaric. dl. I. 

M[enno] S[imons], Een grondelijcke ende clare bekentenisse der 
armen ende ellendighe Christenen, van der Rechtveerdichmakinge, 



84 

Predikers, Doope, Nachtmael, ende Eedtsweeren enz. Anno 1552. 
[By rny M. S. Anno 15ö'2.] Hoorn, 1600. 

In : Sommarie. dl. II. 

Mcnno Symons, Grondighe bekentenisse van de Rechtveerdigh- 
makini,'he des Gheloofs. [P*^ Gedeelte van het vorige.] Mitsgaders. 
Een Brief, ghescln-even aen eenighe Weduwen. Hoorn, Isaac Wil- 
lemsz. voor Zach- Cornelissz., 1630. 

Menno Simons, Eyne klare vnwedersprekelike Bekentenisse vnde 
anvvijsinge vth den gront vnde kraft der heyliger .scrift voruated, 
dat die glieheele Christus Jesus Godt vnde mensce, mensche vnde 
Godt, Godes eingeborene vnde eerstgeborene eygen Sone is, ... 
Mit sampt eyne grondtlike Confutation, Beantwordinge vnde Op- 
losunge der voorneemsten Wedersproken van Johanne a Lasco 
wedder vns in zijn Defension bygebracht. Z. pi. en j. 

Faber, Gelliiis, Eine antwert vp einen bitterhönischen breeflf der 
Wedderdoper, zie blz. 97. 

Meuno Symons. Eene clare Beantwoord inghe over eene Schrift 
Gellij Fabri ... Anno (ni fallor) 52. Hoorn, IGOO. 

In : Sommarie. dl. I. 

Wtganck: Ofte Bekeeringhe van Menno Symons, waer in cortelijck 
ende duydelijck verhaelt Wort, hoe ende om wat oorsaken dat hy 
het Pausdom verlaten heeft, mit.sgaders ooc syne volgende be- 
roepinge tot den dienst des Woordt, uytgliegheven Anno 1554. 
Door Menno Symons. [De voorrede gedagteekend : Anno 
1552.] Hoorn, Zach. Cornelissz., 1621. 

Uittreksel iiif: Menno Symons, Eene clare Beantwoordinghc over eene 
Schrift Gellij Fabri. 

■ Idem. [De voorrede gedagteekend: Anno 1551.]t'Haerlein, 

Ghedruct by Thomas Fonteyn. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1633. 

Idem. Gedruckt nae de Copie tot Haerlem, By Tomas 

Fonteyn, z. j. 

Idem. Leeuw., Claude Fonteyne, 1636. 

Ausgang (Der) od. Bekehrung Menno Simons, I. Darinnen kurtz uud 
deutlich erzehlet wird, wie und warum er das Pabstthum ver- 
lassen. II. Der Mennonisten kurtze und einfaltige Glaubens-Be- 
kiintnis. III. Kurtze Unterweisung aus der Schrifft, in Fragen uud 



Antworfc, vur denen, die sich zu derer Gemeinschafft begeben und 
bekennen. Aus dem HoUandischen . . . übersettet. Pranekf. u. Leipz., 
Abr. Jerischen, z. j. M. 1 portr. 

BekeUrung (Die) Menno Simon's und sein Ausgang aud derrönii- 
schen Ivirehe. Elkliart Ind. 1883. 

■ ■ Idem. Sinsheim, 1889. 

Menno Simons Tractaat over zijn uitgang van het Pausdom. 
[Uitgeg. d. C. P. V. E e g h e n Jr.] Amst. 1889. 

Menno Simons. Tractaten over den doop, het avondmaal, enz. 
Voorafgegaan door een kort levensbericht en M. S.' „Uitgang 
van het Pausdom". [Uitgeg. d. C. P. v.. Eeghen Jr.] 2'^<' dr. Amst. 
1892. M. 1 portr. 

Feestgave op Menno Simons' 4de eeuwfeest 1492—1892. 

Miliron, Marton, Een waerachtigh verhaal der t' zamensprekinghen, 
tussehen ilenno Simons ende Martinus Mikron van der Mensch- 
werdinghe, zie blz. 98. 

M[ennol S[imo«s], Een gans duytlijck, ende bescheyden antwoordt. 
An". 1-556. wt waerheyt ende cracht der heylighen godlicken schrift 
grondlycken veruaetet, op Martini Mikrons Antichristissche leere 
ende onwaerachtighe valsehe verhael van den handel ofte bispreck. 
An". 53. minder ghetal, tussehen hem ende my van die alder- 
heylichste menschwerdinghe onses Heeren Jesu Christi voor veele 
getuyghen gheschien. Met noch eene hardt grondtlicke scherpe 
sendebrief ofte vermaeninge an hem seluen, om hem seluen recht 
tho leren kennen, dat hij boete doe, ende eewich saelich werde. 
Z. pi. en j. 

[Menno Simons], Idem. Z. pi. en j. 

Andere druk. Hierachter lin denzelfden druk) : Ecii corte ende clare Bclij- 
dinghe aen J. a Lasco. 

[Menno Simons]. Een seer hercgrontlyc (doch scherp) sentbrief aen 
Maertynum Micron selue, tot een gansch nodelycke verantwoor- 
dinge synder onbeleefder leugenen mishandelinge ende onuerdiende 
beschuldinge vander ouerheyt, eedtsweeren, etc. Enz. [Gedagtee- 
kend: By my M S den 16 OctobrisJ. Afschrift (17'J« eeuw). 4". 

Micron, M., Een apologie of verandtwoordinghe, zie blz. 98. 
3I[enno] S[imons], Een gans grontlijcke onderwijs oft bericht, van 
de Excommunicatie, Ban-Wtsluytinge, ofte Afsonderinge der kercken 



86 

ChrLsti, wat sy inder cracht zy: Ouer wat luyden dat sy gaen 
moet, ende welcke hare principaelste oorsaecken ende eynden zijn 
enz. [Gedagteekend: Datum by my M. S. . . . Ann". 1558. den 11. 
JuniJ.J Z. pi. 1558. 

IMeuno Simons I, Kindertucht. Een schoon onderwy.s ende Leere, 
hoe alle vrome Olders haer kinderen . . . schukiich ende gheholden 
zijn de regieren, te castyden, te onderrichten, ende in een vroom 
duechdelick ende Godsalich leeuen op te voeden. Mit een Christe- 
licke Benedicite voor den eeten, Ende een Christelicke Gratias na 
den eeten, enz. Z. pi. en j. 

Meniio Symons, Een seer grontlijcke antwoort, vol met alderley 
onderwijsinge ende goeder vermaninghe, op Zylis ende Lemmekes 
onverdiende lasterlijcke Faem rouen, Achterclappen ende onge- 
soltene ende bittere Scheltwoorden, ouer onse gront ende Leere. 
Welcke Leere (onses bedunckens) die ongevalschede Gront ende 
Leere der heyliger Apostolen is. Belangende den Ban, Afsonde- 
ringhe, ende Mijdinghe. [Gedagteekend ; Van my Menno Symons . . . 
Anno. 1559. Den 23. Januarij.] Harilngen, Gherit Andrieszoon, 1587. 
Titel omlijst. 

[Meuuo Simons], Idem- Hoorn, Jan Jansz., z. j. 

Uitgegeven achter: Soniinaric. dl. II. 

Brieoen. 

Menno Symons, Een Brief aen die van Amsterdam, zijnde een af- 
radinge, om niet in 't gehoor der Papen Godtsdienst te gaen. 
[Zonder jaartal.] Amst. 1681. 

Opera oninia. blz. 637—40. 

Brief (Een), ghe.schreven aen eenighe Weduwen, door Menno 
Symons. [Achterin staat: M. S. Den 18. May. Het Jaer getal 
was afgescheurt.] Hoorn, Zach. Gornelissz., 1630. 

Achter in; Menno Symons, Grondighc bekentcnisse van de Rechtvcer- 
dighmakinghe. Hoorn, Zach. Cornelissz., 1G30. 

Het origineel van dezen brief is in het archief der Vereen. Doopsgez. Ge- 
meente te Amsterdam. 

Brief Den Auserwahlten und Gotteskindern im Lande Preuszen. 
Anno 15-19 den 7. Oktober. Aus dem HolL übers. v. G. Wiebe, 



87 

Aveil. Altester in Elbing u. EUer walde, Westpreuszen. Elkhart. 
Ind. 1876. 

Achter in: Die vollstandigeii Werke Al e n n o S i m o n 's, übers. a. d. Ori- 
ginalspr. Elkhart Ind. 1876. 

Hel oude afschrift van dezen brief, in het Oostersch, wordt bewaard in de 
Gemeente Thiensdorf (Pruisen). 

M[enno] S[yraonsj, Brief aen Leenaerdt Bouwenssz. Huj'svrou. 1550. 
Hoorn, 1615. 

In : P. J. T w i s c k, Namen, ofte Benaminghen Christi. 

Ook in: Opera oninia. blz. 455, 56 (waar de brief gedateerd wordt: An. 
1553.) 

Desen Brief heeft Meuno Sj'Uion.s, Ge.sonden aen de Broeders tot 
Franeker. Anno 1555 . . . den 13 Novemb. Z. pi. en j. f'. 

Dese Brief is gesonden van Menno Symons, Aen de Gemeynte tot 
Embden. den 12. November Anno 1556. Z. pi. en j. f. 

Deze beide brieven zijn te zamen gedrukt op een folioblad 

Dezelfde brieven staan ook achter; Een Lieffelijcke Vermaninge enz. in de 

uitgaven van 1541, 1604, z. j. 
De brief aan die van Embden is daar gedagteekend : Den 13. Nouembris. 

An. 56. 

Menno Symons, Brief [aan een broeder in de Waterhorne ?] 1 Sept. 
[zonder jaartal]. Amst. 1681. 

Opera omnia. blz. 392. In het register vermeld als : Een Brief aen de broe- 
deren in waterlant. Misschien de (anders verloren) brief aen Hoyte Reyn. 

Meano Symons, Gopia Van een Brief geschreeven, aen Griet Reyn 
Edes wijf. [Zonder dagteekening en jaartal.] Amst. 1681. 

Opera omnia. blz. 434. 

Menno Symons, Tweeden Brief aen die van Am.sterdam ; hoe men 
zigh in tijden van Pe.st sal dragen. 11 Nov. [zonder jaartal]. 
Amst. 1681. 

Opera oninia. blz. 641. 

Uthtog und affschrifft van einem breeff M(e n n o n i s) S(i m o n s) 
an etlicke brodern geschickt, inholdende und meldende van der 
affsunderinge twischen eelude, man und frow. [Gedagteekend:] 
M. S. d 15 December 1558. [Leiden, 18941. 

J. G. de Hoop Scheffer, Eenige opmerkingen en mededeelingen betr. 
Menno Simons. V'III. 

Het 16de-eeuwsche afschrift is aanwezig in het archief der Vereen. Doopsgez. 
Gemeente te Amsterdam. 



Verzamelingen. 



Fondament (Een) ende clare aenwijsinghe van de salichmakende 
Leere Jesu Ghristi, wt Gods Woort int corte begrepen, ouergeset 
wt dat Oosters, in dese onse Nederlautsclie sprake, met sommige 
andere leerachtighe Boecxkens, by den Auteur dessells Fonda- 
ments gemaect. Die voortijts verscheyden gedruct zijn geweest. 
Z. pi. 1562. 

Deze bundel bevat: 1. Dat Fondament des Cliristelijcken Gcloofs [volgens 
de omwerking]. 2. Van dat rechte Christelijcke Ghelooue. 3. Van de weder- 
geboorte, oft Nieuwe Crcatuere. 4. Een Troostclijcke vermaninghe van dat 
Lijden, Cruys, ende Veruolgliinglic der Heyliglicn. 5. Een seer lieffelijcke Medi- 
tation ... op den vijfentwinticlisten Psalm. 6. Van de Gheestelijcke Verrijsenisse. 
7. Van de Excommunicatie, Ban, ofte Afsonderinglie. Met afzonderlijke signa- 
tuur: Een suyuerlijc Onderwijs ende Leere enz. [Kindertucht]. Register. 

M[enno] S[imons], Fvndamentvm. Een Fondament enz. Z. pi. 1.565. 

Dezelfde tractaten, behalve Van de Gheestelijcke Verrijsenisse. Kindertucht 
met doorloopende signatuur. 

Foudameutum. Een Fondament enz. Z. pi. 1567. 

Herdruk van de uitgave van 1562. 

Dezelfde tractaten, met Van de Gheestelijcke Verrijsenisse. Kindertucht met 
afzonderlijke signatuur. 

Mfenno] S[iinons], Een Fundament enz. Z. pi. 1579. 

Dezelfde tractaten. In deze uitgave is Van de Gheestelijcke Verrijsenisse 
toegevoegd achter het Register. De nummering loopt door tot en met Kinder- 
tucht, de signatuur tot het einde. 

2 ExempL, in het eene ontbr. Van de Gheestelijcke Verrijsenisse. 

MIenno] S[imons], Een Fundament enz. Z. pi. 1583. 

Dezelfde tractaten, zonder Van de Gheestelijcke Verrijsenisse. 

Miennol S[iinonsJ, Een Fundament enz. Amst., J. E. Cloppenburgli, 
1613. 

Als voren. 

Mlenno] S[imons], Fvndamentvm. Ein Fundament vnd klare Au- 
weisung von der .Seligmachenden Lehre vnsers Herren Jesu Ghristi. 
Ausz Gotte.s Wort kurtz begrit'fen. Ausz Niderl. Sprach in Hoch- 
teutsch gebracht etc. Z. pi. 1575. 

Vertaling van het Fondament v. 1562. 

Achter het tractaat Vom Creutz Christi een aanhangseUongenunimcrd, sign. 
T 5 vlgg.), bevattende de ald. blz. 596 beloofde Summa von der Martyrung 
der Christen vnd Gleubigen. Ausz Eusebio vnd andern verzeichnet. 

M[enno] S[imous], Die Fundamen te der seligmachenden Lehre unsers 
Herrn J. G., aus Gottes Wort kurz zusammengefaszt. In 3 Büchern. 



89 

lm ersten Drittheile des 19. Jahrh** neu aufgelegt. [Danzig] z. j. 
3 dln. 

Menno Syinons, Sommarie Ofte By een vergaderinge van sommige 
scliriftelijcko Belcentenissen des Giieloofs, Mitsgaders eeniglie waer- 
aclitige Verantwoordingen op sommige Scliriften. van Gellio Fabro 
ende Joanne a Lasco voorgestelt. Hoorn, Jan Janszoon, 1600 
[achter in dl. I staat: GhedrnclJt tot Alclvmaer, by Jacob de 
Meester, 1601]. 2 dln. 

Het Istc dl. bevat: Ecne clare Beantwoordinghe over ecnc Schrift Gellij 
Fabri. Een seer droeffelijcke Siipplicatie der Armen ende ellendiRhen Christenen. 
Een corte clacchlijcke ontsclinidinghe der ellcndigen Christenen. Een claer 
bericht ende Schriftelijcke acnwijsiiighe van der Excommunicatie [met: Hier 
volghen sommighc vraghenj. Register. 

Dit ex. mist in het eerste deel de Weemoedige ende Christelicke ontschul- 
dinghe. 

Het 2de dl. bevat: Een clare onwedersprekelijcke Bekentenisse ende aen- 
wijsinghe [met Grondelicke Confutation van Johannes a Lasco]. Een verma- 
nende Belijdinge van den Drie-Eenighen Godt. Verclaringe des Christelijckcn 
Doopsels. Die Oorsaecke, Waarom dat ick M, S. niet af en late te leeren, 
ende te schrijven. Een grondelijcke ende clare bekentenisse van der Recht- 
veerdichmakinghe. Register. 

Hierachter: Een seer grontlijcke Antwoord op Zylis ende Lcmmckes onver- 
diende Faemrooven enz. Hoorn, voor Jan Jansz., r. j. 

Menno Symons, Opera, ofte Groot Sommarie, dat is, Vergaderingh, 
van sijne Boecken en Schriften. Z. pi. 1646. ■!". 

Bevat een herdruk van het Fondament van 1562, een herdruk van het Som- 
marie van 1600 {waarin Sommighe Vragen staan achter: Bekentenisse van 
der rechtveerdighmakingc, en Weemoedige ende Christelicke ontschuldinghe 
volgt na: Antwoord op Zylis ende Lemmekes Faemrooven), en vervolgens: 
Een Korte ende klare Belijdinghe Ivan der Menschwerdinghe en tegen Joh. 
a Lasco], Een Qantsch duytiick ende bcscheyden antwoort lop M. Microns 
Antichristische leere]. Een Seer hertgrondelicke Sentbrieff aen M. Micron, 
Een Gantsch duydelijcke ende klaer bewijs (tegen Jan van Leyden], Register. 

Menno Symons, Opera omnia theologica. of alle de godtgeleerde 
wercken. [Uitgeg. door H. Jz. H e r r i s o n.1 Amst. J. van Veen, 
1681. M. 1 portr. f. 

Bevat behalve het vorige: Uytgangh: ofte bekeeringe van Menno Symons, 
Een lieflycke vermaninge, 6 Brieven, een uittreksel uit P. J. Twisck, Van 
den Gndergangh der Tyrannen, 16de Boek. 

Menno Simon, The complete works, transl. from the original Dutch 
or Holland. P. I, II. Elkhart Ind. 1871. 4». 

, Die vollstiindigen Werke, übers. a. der Originalsprache. 

[M. Zugabe. Brief Den Auservrahlten u. Gotteskindern im Lande 
Preuszen, übers. v. G. Wiebe.] Elkhart Ind. 1876. M. 1 portr 



Deknatel, J., Meniio Simons in 't Icleine, behelzende verscheide 
nierkw. Verhandelingen en woordel. Uittrekzels uit zijne Werken. 
Benevens drie Predikatien v. den Uitgeever. Amst. 1753 

•. Idem. 2<'® dr. Am.st. 1758. 



Dekaatel, loh., Kurzer Auszug v. Menno Simons Schrifften . . . 
Aus dem Holland, ubers. Büdingen, 1758. 

Deckuatel, J., Auszug der merkw. Abhandlungen a. den Werken 
Menno Simons ... Aus dera Holland, übers. Königsb. 1765. 

Andere vertaling. 

Th. B. [ A. Bron s, geb. C r e m e r ten D o o r n k a a t], Stini- 
nien aus der Reformationszeit. Gedenkblütter zum 300 j. Todestage 
Menno Symons den 13. Januar 1861. Aus Menno Symons nach- 
gelas.senen Schriften gesamm. u. übers. M. e. Anh. aus Dirk 
Phillips Schriften versehen u. hrsg. d. J. M a n n h a r d t. Danzig, 1861. 

Met bijgevoegd photogr. portr. van de schrijfster. 



Kettnerus, F. Th., Historia Mennonis ejusqve Asseclarum. [Resp. 
C. (i. Zeidler.] Lipsiae, 1696. i". 

Leven (Het) van Menno Simons. [Amst. 1777]. 

In: Levensbesclir. v. eenige voorn, meest Nederl. mannen en vrouwen, I. 

Menno Simonis Lebensgeschichte. Nürnb. 1813. M. portr. 1:2". 

J. H. J u n g S t i 11 u n g, Taschenbuch f. Freundc des Christentliunis, 1813. 

[Muller, S.], Menno Simons. [Leipz. 1838]. 

Artikel in : Brocl<liaus' Conversations-Lexikon. 8ste dr. 

Cramer, A. M., Het leven en de verrigtingen van Menno Simons, 
voorafgeg. d. eene inleidende verhandel, over den oorsprong en de 
opkomst der Doopsgezinden, voornam, in de Nederlanden. Amst. 
1837. M. 1 portr. 

Eekhoff, W., Menno Simons. [Leeuw. 1838]. M. 1 portr. 

Uit: Friesche Volks Almanak. 1839. 

Roosen, B. K., Menno Symons den evang. Mennoniten-Gemeinden 
geschildert. M. ein. Vorw. v. K. J. v. d. Smissen. Leipz. 1848. 

Brown, J. Newton, The life and times of Menno, the celebr. Dutch 

reformer. Philad. [1853]. M. 1 portr. 12». 
, Het leven en de arbeid v. Menno Simons, Neêrlands 

beroemden hervormer. Haarlem, z. j. M. 1 portr. 



9] 

Bastiau, F., Essai sur la vie et les écrits de Meiino Simons. These. 
Strasb. 1857. 

Oosterzee, J. J. van, Menno Simons und die Mennoniten, zie hier- 
voren blz. 11. 

Menuo Simons. New-York, 187-2. 

Artikel in : Deutscli-ainerik. Conversations-Lexicon. Lfg. 63. 

Sclieifer, [J. G.| de Hoop, Menno Simons. [Leipz. 1881]. 

Artikel in : Herzog's Real-Encycl. 2de dr. 

Sepp, C, Menno Simons in de eerste jaren zijner Evangeliebedie- 
ning, 1536-1539. Leiden, 1890. 

In: C. Sepp, Uit het predikantenleven van vroegere tijden. 

Mannliardt, H. G., Festschrift zu Menno Simons' 400 j. Geburts- 
tagsl'eier, zie hiervoren blz. 17. 

Fleischer, F. C, Menno Simons 1 1-192 — 1559.) Eene leven.sschets. 
Amst. 1892. 

Hartog, J., Menno Simons' persoon en werk herdacht. Rede. üti'. 1892. 

Reimauu, V. M., Menonis Simonis qualis fuerit vita vitaeque actio 
e.xponatur. Oratio. Jenae, 1893. 

Cramer, S.. Menno Simons. [Leipz. 1903]. 

Artikel in: Herzog's Real-Encycl. 3dc dr. 

— , Menno's leven. Leiden, 1904. 

Overdr. uit: Doopsgcz. Bijdr. 1904. 
Vertaling van het voorgaande door J. W u i t e. 

Menno S i ni o ii s. Leeuw. 1911. 

Leeuw. Courant v. 13 Jan. 1911. 

A'os, K., Menno Simons, 31 Januari 1561. t- Amst. 1911. 

AIr. Handelsbl. v. 31 Jan. 1911. AvondW. 

Köliler, Menuo u. die Mennoniten, zie hiervoren blz. 13. 

Vos, K., Jaartallen uit het leven van Menno Simons. Leiden, 1912. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1912. 

, Menno Simons. 1496—1561. Zijn leven en werken en 

zijne reformatorische denkbeelden. Leiden, 1914. M. 1 facs. v. 
een titelblad. 



92 

Sclieffer, J. G. de Hoop, Eenitce opmerkingen en mededeelingen betr. 
Menno Simons. [Amst. en Leiden, 186i — 94:]. 8 stulvlcen. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1864—93. 

, De .stijl van Menno Simons met een voorbeeld toege- 
licht en verdedigd. [Amst. 1865]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1865. 

Frericlis, G. E., Menno's taal. Leiden, 1905. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1905. 

Borg, .1. ter, Heeft Menno Simons eene volstrekt algemeene weer- 
loosheid gepredikt? [Amst. 1819]. 

Uit: VadcrI. Letteroefeningen. 1819. 2. 

Frerichs, G. E., De beteekenis van Menno Simons voor onze Broeder- 
schap. Meppel, 1893. 

Heins, J., Menno Simonis. Ein dram. Gedicht. Danzig, 1844. 

Paddenburg (Van) en Comp., Prospectus ter inteekening op een 
borstbeeld van Menno Simons. Utr. 1849. 



GESCHRIFTEN VAN EN OVER ANDERE DOOPSGEZINDEN. 

D[irk) P[hilips], Een seer schoon ende waerachtighe verclaringe ende 
wtlegghinge des Tabernakels oft der Hutten Mosi enz. Z. pi. 1556. 

Dfirkl P(hilips], Van de geestelijcke Eestitution, Dat is, hoe dat, 
alwat vanden beghinne gheschiet is, in Christo Jesu gheestelijck 
veruult, weder gehaelt ende wedei ghebracht is enz. Z. pi. en j. 

Hierachter, met doorloopende signatuur: 

D[irk] P[hilips], Van die Ghemeynte Godts, hoe die vanden beginne 
gheweest is . . . Een corte bekentenisse. Z. pi. en j. 

D[irkJ P[hilipsJ, Eene corte bekentenisse ende belydinghe vanden 
eenigen, almachtighen, leuendigen God, Vader, Soon ende hejiige 
Geest, ende van die scheppinghe, verlossinge, ende salichrnakinge 
des menschen, met een verclaringe des Christelicken ende Apostoli- 
schen Dopes . . . Ende ten laetsten van dat rechte gebruyck des 
auontmaels onses Heeren ende salichmaeckers Jhesu Christi. Z. 
pi. [1557.] 



93 

Kiinedoncius, J.. V;iiider Doope onses Heeren Jesu Ghristi, beken- 
tenisse door D i e r i c k Philips. Metgaders een beandtwoor- 
dinghe der seluer bekentenisse. Middelb., J. Wullebrechts, 1589. 4". 

IDirk Philips], Een Sclioone vermaninghe ende cortte onderwysingiie 
vander warachtigher kennissen Godts. Z. pi. 1558. 

[Dirk Philips]. Vande wedergeboorte ende Nieuwe Creature een corte 
vermaninghe ende aenwijsinghe wt de Heylighe Schrift. Z. pi. en j. 

[Dirk Philips], Een lieflicke vermaninghe v^t des Heeren woort, inden 
welckeu . . . geleert ende verhaelt wort, hoe ende in wat manieren, 
dat die Christelijcke ghemeente sal handelen met die ghene die 
haer in die gemeenschap der hejiigen hebben begeuen, ende als 
dan noch in openbaer dootlijcke wercken des vleysches veruallen 
ende benenden worden. [Achterin de initialen: D. P. J. B.] Z. pi. 
[1558.] 

[Dirk Philips], Eene Apologia ofte verantwoordinge, dat wy (die 
vander werelt met grooten onrecht Anabaptisten ghescholden 
worden) gheen weederdoopers noch sectemakers en sijn : niaer dat 
wy een sijn met de rechte gemeente Gods die van aenbeghinne 
gheweest is. Enz. Z. pi. en j. 

D[irk] P[hilips], Van de menschwerdinghe onses Hoeren Jesu Ghristi, 
des eenghebooren Soons synes eewighen ende Ahnachlighen vaders 
een corte bekentenis. Z. pi. en j. 

Hierachter, met doorloopende signatuur: 

D[irk] P[liiiips], Van die rechte kennisse Jesu Ghristi, des eenighen 
gheboorea Soons des almachtigen ende leuendighen Gods, ons 
Heeren ende salichmaeckers enz. Z. pi. en j. 

D[ipk] P[hilips], Vander sendinge der Predicanten oft Leeraeis, enz. 
Z. pi. 1559. 

[Dirk Philips], Drie grondighe Vermaningen ofte Sendtbrieuen, ghe- 
schreuen wt Broederlijcke liefde aen de Gemeynten Godts, tot 
versterckinge ende troost haers gemoets. Z. pi. 1564. Idem, 1578, 
1579, 1600 en Haerlem, 1627. 

In: Dlirk] P(hilipsl, Enchiridion oft Hantboecxlcen. 

[Dirk Philips], Een cort, doch grondtlick verhael vanden twistigen 
handel ende onschriftmetigen Ordeel, dat in Fr. ouer sommighen, 
dienien de Vlamingen noemt, ghegeueu is : Met een clare Bekente- 



94 

nisse vanden eenigen Verbont ende Wooit Gods, ende duerby een 
Refutatie ende Tegensprekinghe, dat een Menschelick Verbondt 
ende Compromis voor Godt niet en ghelt, Ja eenen grouwel voor 
hem is. Z. pi. 1567. 

Ontbr. bl. A 8. 

[Uipk Philips], Idem. Haerlem, V. Casteleyn, 1619. 

In ccn bundel met de beide volgende tractaten. 

Dlirk] Plhilips]. Eenen Sendtbrief, iiyt reyndor Broederl.vcker Liefde, 
iien de vier St. gheschreven, om den Twistighen tot den Christe- 
lycken vreie ende Godsaliglien leven te vermanen. Na de Copye 
ghedruct Anno 1567. [Met de initialen: D. P. V. B. — I. H.] Haerlem, 
V. Kasteleyn, 1G19. 

IDirk Philips], Een Appendix aen ons Boecxken vandon twistigen 
handel in Vr. tusschen die Vr. eude VI. . . . geschreven, met eener 
Apologia, dat is, Schutreden oft verantwoordinge, waeromme dat 
wy op dese tijt, met den Afvallighen, . . . gheen Bespreek en be- 
geren te houden enz. [Haerlem, V. Kasteleyn, 1619], 

Deze 2 tractaten met doorloopende signatuur. Daartusschen met afzonderl. 
signatuur de hiervoor genoemde Haarlemsche druk van het vorige. 

D[irk] F[hilips], Van die Echt der Christenen, hoe sy van Godt 
beuolen, ende vanden Gheloouighen na der Schrift moet ghehouden 
ende ghebruyct werden, een Schriftuerlick bewijs, ten dienste aller 
Gheloouigen. Z. pi. 1569. 

, Idem. Met noch een Boecxken van den selven Autheur 

[Naeghelaten Schrift enz., zie hieronder; waarachter nog, alles m. 
doorl. signatuur: D[irk] P[hilips], Een verantwoordinghe ende 
Refutation enz., zie hieronder]. Haerlem, P. v. Wesbusch, 1602. 16". 

, Idem [zonder het bijgevoegde]. Haerlem, H. P. v. Wes- 
busch, 1634. 

, Idem. Met een Appendix [van P. C. H. en 2 liederen 

geteekend: P. C. V. S.] Rotterd., G. A. v. Bueren, 1644. 

IDierick Philips], Naeghelaten Schrift van den Euangelischen Ban 
eude Mijdinghe, door S. G. Dierick Philips. Wt den Franso}-- 
schen vertaelt door C. V. M. Haerlem, P. v. Wesbusch, 1602. 16". 

In: Dlirk] Plhilips], Van die Echt der Christenen enz. 

D(irk] Plhilips], Een verantwoordinghe ende Refutation op twee Sendt- 
brieven Sebastiani Franck enz, Haerlem, P. v. Wesbusch, 1602. IG". 

Achter in : Dlirk) Plh i 1 i p s], Van die Echt der Christenen enz. 



95 
D|irk( P[Jiilips], Idem. Haerlein, H. P. v. Wesbusch, 1627. 

Achter: Dlirk] Plhilipsl, Encliiridion oft Hantboecxken. 

[Dirk Pliilips], Bekentenisse un.ses gelouens. — Van der geisteliken 
Ke.stitiition. — Van der Gemeine Gades. [Voorafgegaan door eeii 
onuitgegeven brief geteekend D. P. J. B. J. H.] Afschrift (16<^® eeuw). 

Dierick Plilips, Eeneu seer .schoonen troostelijcken ende Christe- 
lijcken Seudtbrief, gheschreuen ende ghesonden, aen die Huys- 
vrouwe van J. den S. die welcke tot Antwerpen gheuanghcn lach 
enz. Nv eerst in Druck wtghegheuen. Z. pi. 1579. 

Achter: Thomas van Imbroeck, Confessie. Z. pi. 1579. Met doorloo- 
pende signatuur en nummering. 

ü[irkj PLhilips], Enchiridion oft Hantboecxken van de Ghristelijcke 
Leere ende Religiën, in corte somma begrepen ... nv nieus ge- 
eorrigeert en vermeerdert. Z. pi. [Emden?] 1564. 

Deze verzameling bevat: Bekentenisse onses gheloofs. Van der Menschwer- 
dinghe ons Heeren. Vande rechte kennisse Jesu Christi. Een Apologia, ofte 
verantwoordinghe. Van der Sendinge der Predicanten. Een lieffelijcke ver- 
maninghe Ivan den Ban]. Een Schoonc vermaninghe van de warachtige Ken- 
nisse Gods Een seer schoone ende warachtighe verclaringhe ende wtlegginghe 
der Hutten Moysi. Van der wedergeboorte ende nieuwe Creatuere. Vande 
geestelijcke Restitution. Vande Gemcynte Godts. IHierachler m. afzondert, 
signatuur en nummering:] Drie grondighe Vermaningen ofte Sendtbrieuen enz. 
Register. 

, Idem. [M. tot het einde doorloopende signatuur en 



nummering.] Z. pi. 1578. 
, Idem. [Herdruk v. de uitg. v. 1564.] Z. pi. 1579. 



, Idem. [M. tot het einde doorl. signatuur en nummering.] 

Z. pi. 1600. 

, Idem. [Signatuur en nummer, als de uitg. v. 1564 en 

1579. Hierachter m. afzondert, signatuur en nummering: D[irk] 
P[h i 1 i p s], Een Verantwoonlinge ende Refutation enz.] Haerlem, 
H. P. V. Wesbusch, 16:27. 

Theodore Philippe, Enchiridion ov manvèl de la Religion Chrestienne. 
Avec plusieurs autres traitez touchant la doctrine Euangelique, 
faites par Menno Simonis et autres Autheurs. Trad. du Bas-Ale- 
man . . . p. V. d e L a s. Z. pi. 1626. 4". 

Dietrich Philip. Enchiridion od. Hand-Bïichleiu, von der Christi, Lehr 
u. Religion. Zuvor gedruckt zu Harlem in Holland, bej' Hans 



96 

Paschiers von Weszbusch, 1627. Jetzt aber auff das treüest über- 
gesetzt . . . Tütschland, 1715. 

üietrich Philip, Idem. Wieder ueu aufgelegt. Basel, 1802. 

, Idem. Lancaster Pa. 1811. 

• ■ — — , Idem. Dritte Amerlk. Aufl. Klkhart Ind. 1872. 

Pypor, P., De geschriften van Dirk Philipsz. 's-Gravenh. 1914. 

S. C ra in e ren F. Pijper, Bihliotlicca reform, ncerl. X. 

Obbe Philipsz., Bekentenisse . . . Waer mede hy verclaert, sijn Predick- 
ampt tionder wettelicke beroepinghe gebruyckt te hebben beclaecht 
hem dies, en waerschuwet eenen yeders wt sijnen eyghen boeck 
met eyghener Handt gheschreuen. ghecopieert. Ende nu tot ghe- 
nieenen besten, door eenen liefhel)l)er der Waerheydt in druck 
veruerdighet : Met een voorreden aen den onpartijdighen Lesei's. 
Amst., Corn. Clae.sz., 1584. 

Hiervan is ook een afschrift aanwezig. 

, Idem. Amst., Corn. Claesz., z. j. 

, Idem. Amst., B. Otsz., 1609. 

, Idem [uitgeg. d. S. C ram er]. 's-Gravenh. 1910. 

In: S. C ram er en F. Pijper, Bibliothcca reform, neerl, VII. 

Obbe Philippe, Recognoissance par laquelle 11 confesse que luy et 
ceux qui ont enseigne et enseignent entre les Anabaptistes n'ont 
nulle vocation legitime. Tournee du Flam. en Franc. p. C[harles] 
D[e] N[ielles]. Avec un di.scours des faicts execrables du nou- 
veau roy des Anabaptistes Jan Wilhems et de ses complices. 
Leyde, A. Maire, 1595. 

Burginann, J. Chr., Commentatio hist.-eccl. de Ubbone Philippi et 
Ubbonitis. [Def. J. H. Hilmers.] Ro^tochü. 1733. 4». Afschrift 
(1910). 

Scheffer, J. G. de Hoop, De bevestiger van Menno Simons. [Leiden, 
1884]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1884. 

Slotel (Die) van dat Secreet des Nachtmaels. Geschreuen doer eynen 
Hen riek Rol. Item eyne rechte bedijnckung, hoe dat Lichaem 
Christi van onsen lichaem tho underscheyden isz. [Uitgeg. d. S. 
C' r a m e r.] 's-Gravenh. 1909. 

In: S. C ram e ren F. Pijper, Bibliothcca reform, ncerl. V. 



97 

Fonteyne (De) des Levens, enz. Rotterd., J. van Waesberghe, 1619. 
Met grav. 

Voor het eerst gedr. te Delft, a» 1533, daarna te Steenwijk, a» 1580. 

A[(lain] P[astor] [Roelof Hartens], Underscheit. Tusschen rechte leer 
vude valsche leer der tv^istigen articulen enz. Z. pi. en j. 

Achter de inhoudsopgave der 13 artikelen volgt: Noch ys hyr by gedruckt 
de dispution van der Godtheit des Vaders, desSoons vnde des hilligen Geistes, 
So A. P. mit synen vorwanten yn vöryaren tho lubeck muntlick vnd schrift- 
lick gehandelt hefft. mit MlennoJ Slimons] vnde sinen vorwanten. 

-, Idem [uitgeg. d. S. Gram er]. 's-Gravenh. 1909. 

In: S. C ra nier en F. Pijper, Bibliotheca reform, neerl. V. 

Adam Pastor, Een Concordantie oft Register der ganscher Bibel enz. 

Z. pi. 1559. 
Timmerman, H., Een verklaringhe : hoe eude in wat manieren de 

Heere Jesus zynen Jongeren inder af-zonderinge macht gegeven 

heeft enz. Eerst in druck uyt-ghegheven Anno 1560. Haerlem, 

V. Ca.steleyn, 1618. 
, Een corte Bekentenisse ende grondige aenwysinge wt 

der H. Schrift, dat Godt, Vader, Soon ende heylighe Gheest, een 

onverscheyden God i.s enz. Z. pi. 1577. 16°. 

Gebonden achter : Brieuen van Jacob de Keersniaecker. 

. Idem. Haerlem, P. v. Wesbusch, 1602. 16». 



M[atth\J9], W., Dat Boeck der Sproecken inhoudende veel schone 
onderwijsingen enz. Z. pi. en j. By Dierick MuUem. 4". 

, Grondelijcke Onderiichtinghe, van veelen Hoochwich- 

tighen Ai-ticulen enz. Z. pi. en j. By Dierick Mullem. i°. 



STRIJDSCHRIFTEN TAN TEGENSTANDERS. 

Acta der Disputation zu Plensburg, die sache des Hochwirdigen 
Sacraments betreflfend, im 1529. Jar . . . geschehen. Wittemb., Jos. 
Kluck, 1529. Titel omlijst. 

Lasco, loan. k, Defensie verae semperqve in ecclesia receptae doc- 
trinae De Ghristi Domini incarnatione, Aduersus Mennonem Simo- 
nis etc. Bonnae, Laur. Mylius, 1545. 

Faber, Gellius, Eine antwert . . . vp einen bitterhönischen breeff 
der Wedderdöper etc. Magdeburg, A. Kerckenher, [1552]. 4". Af- 
schrift (19*^" eeuw). 



98 

Mikron, M., Een waerachtigh verhaal der t'zamensprekinghen tus- 
scheii Menno Simons ende Martinus Mikron van der Mensehwer- 
dinghe Jesu Cliristi. Mit eener kleyner verklaringhe op den zeluen 
end anderen twistighen artikelen, enz. Embden, G. Ctematius, 1556. 

, Idem. t'Hantwerpen, J. Troyens, 1582. 

, Idem. Dordr., P. Verhaghen, 1603. 

Micron, M., Een apologie of verandtwoordinghe, op XX. verscheyden 
Artikelen dfe Menno Symons teghen het disputacy boecxken van 
het bespreek met hem ouer de leere gehouden, in druck heeft 
wtghegeuen. Waerin aldermeest van de Heylighe menschwerdinge 
onses Heeren Jesu Christi . . . ghehandelt ende ghesehreuen wert. 
Embden, G. Ctematius, 1558. 

, Idem. Amst., Jan Willemsz., 1597. 

Corbacliius, loh., Contra anabaptistas uuici baptismatis assertio. 
Colon., M. Nouesianus, 1535. Titel omlijst. 

Duncanus, M., Anabaptisticae haereseos confvtatio, et vere Christiani 
baptismi ac potiss. paedobaptismatis assertio in duosli bros diuisa, 
etc. Antv., J. Grauius, 1549. 

, Van die Kinderdoop, Het derde Boeck. Verclarende dat- 
men die Kinderen moet doopen enz. Antw., M. de Eoy, 1591. 

Cassauder, G., De baptismo infantivm, Testimonia veterum Eccle- 
siast. scriptorum ... De origine Anabaptist, sectae, de auctoritate 
consensus Ecclesiae cathol. traditionis Praefationes duae etc. Colon., 
haer. A. Birckmanni, 1563. 

Carmen Mamerani poetae lavreati . . . contra Templarios Peripate- 
ticos ac Prophanatores ... Et contra Sacramentarios, Anabaptistas, 
vitaeque Monasticae caiumniatores. Bruxellae, M. Hamontanus, 
1564. M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Buwo, B., Een vriendelicke tsamensprekinghe, van twee Persoonen, 
van der Doope der iongher onmondigher kinderen enz. Z. pi. 1564. 

■ , Idem. Gheudt, Perd. Sampsons, 1580. 

Alberus, Erasinus, Wider die verfluchte Lere der Carlstader, vnd alle 
fürnemste Heubter der Sacramentirer, Eottengeister, Widerteuffer, 
. . . vnd verwüster aller guten ordnuug. Newenbrandenburg, 15G5. 



Tweede Tijdvak 

uau 1066 — 1795,1. 



GESCHIEDENIS. 

a. Vervolging en m a r t el a a r .s c h a p. 

[Jacob de Keersmaecker], In dit teghenwoordighe Boecxken zijn 
veel schoone eude lieflijcke Brieuen, van eeuen ghenaemt Jacob 
de Keersmaecker, die hy wt zijuder gheuanckenisse gheson- 
den lieeft enz. Z. pi. 1577. 16°. 

In één bundel met brieven enz. van verschillende martelaren, alle uitgegeven 
in het jaar 1577. 

, Idem. Z. pi. 1584. 16». 

In één bundel met brieven enz. van verschillende martelaren, uitgegeven 
tusschen 1579 en 1588. 

Ueurick Alewiynsz. Veel schoone grondige leeringen wt des Heeren 
woort enz. [Waarachter: 2 Liedekens.] Z. pi. 1577. 16». 

In den bundel martelaarsbrieven enz. van 1577. 

, Idem. Z. pi. 1581. 16». 

In den bundel martelaarsbrieven enz. van 1579—88. 

, Idem. Hoorn, Sach. Cornelisz., 1611. 16°. 

, Een vaderlijck Adieu, Testament ende sorchvuldighe 

onderwijsinge wt der H. Schrift enz. Z. pi., Nic. Biestkens, 1578. 
Afschrift (20»** eeuw). 

Disputatie tusschen I a c o b R o r e gevangen . . . binnen Brugghe, 
ende tusschen broer Cornelis ... op den ix. dach may, Anno 1569. 
— Disputatie tusschen Herman Vleckwijck, ghevanghen ... 
binnen Brugge, ende tusschen broer Cornelis ... op den thienden 
dach Mey, Anno. 1569. Z. pi. 1640. 

In : Historie van Br. Cornelis Adriaensz. 



100 

Lied (Het), van Willem Woutersz. Mede'gedeeld d. J. Loosjes. 
['s-Giavenh. 1911]. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgesch. VIII. 4. 

Verkindert, Joos, Sommige Biieuen, Testamenten, ende Belijdingen 
. . . [en een Brief van L a ii r e n s A n d r i e s]. Z. pi. 1577. 16". 

In den bundel martclaarsbrieven enz. v.in 1577. 

Verstralen, Hendrick, Twee schone Biieuen . . . wt der ghevancke- 
nisse . . . Item drie schriftuerlicke Liedel^ens by den seinen 
Hendrick. Verstralen. Item twee Brieuen v. M a y k e n 
Deynoots. Z. pi. 1577. 16". 

Als voren. 

Thys Joriaensz., Een Cliri.stelijcke Sentbrief, geschreuen wter ge- 
uanckenisse enz. [Waaracliter nog een Sentbrief en een Liedeken. 1 
Z. pi. 1577. 16". 

Als voren. 

■ , Idem. Z. pi. 1579. 16". 

In den bundel martclaarsbrieven enz. van 1579—88. 



-, Een Christelijcke Sentbrief, van de Sendinghe, Inley- 

dinghe ende coemste Jesu Christi in deser Werelt enz. Amst, 
W. J. Buys, 1586. 16". 



Tys Joriaens en Job Jansen, Twee Brieven . . . Met een cleyne 
Vorrede. Noch zijn hier by ghevoecht, vier Liedekens. Z. pi. 1609. 

Alleen A 1—8 is aanwezig. 

Neelken Jaspers (Aen), een Meysjen van 17. Jaren, de welcke Anno 
1571. tot Antwerpen, om de getuygenisse der waerheydt is om- 
gebracht. Z. pi. en j. 

Reytse Aysseszoon, Sommige belijdingen, schriftlijcke sentbiieuen, 
ende Chris telicke vermaningen . . . Noch is hier achter by geset 
eenen sentbrief, oft troostelicke vermaninge, gesonden aan den 
seluen gheuangen ... tot een godsalich nieuwe Jaer enz. Z. pi. 
en j. [1577?] Afschrift (20^*» eeuw). 

Liedekeu (Een) van ij. Vrienden opgeoftert te Lonnen in Enghelant. 
Int iaer. M.D.LXXV. [Achter: Van gheboden, ofte Insettinghen 
ende Leeringhe der Menschen enz.] Z. pi. 1579. 

Achter: Thomas van I m b roeck, Confessio. Z. pi. 1579. 



101 

Jan Woutersz. van Ciiyck, Sommige belijdinghen, schriftlijcke 
Sentbrieuen, eade Testamenten . . . Met noch eeneu brief van een 
vrouwe [Ariaenlïen Jans d.], ghesonden aen liaeren man. 
Met noch eenen brief van haren man aen haer ghesonden. [Achter- 
aan twee liedekens.] Z. pi. 1-579. 16". 

In den bundel martelaarsbrieven enz. van 1579—88. 

Liedeken (Een), tracterende van sommighe opgheofferde Kinderen 
Gods, van den Jare 62. tot den Jare 69. binnen Gent opgeoffert. 
[Z. pi. 1577]. 16». 

Achter: H. T i m ni e r ni a n, Een corte Bekentenisse (in den bundel mar- 
telaarsbrieven enz. van 1577). 

[RÜcen, Cliristiaen], Tgetuygenisse ende de uae-ghelaeten Schriften 
van G h r i s t i a e n R ij c e n ... Hier zijn noch by ghevoecht 
eenighe [3] Brieuen, van Ad r iaën Jansz. [gheseyt den 
Hoemaecker]. [Alsmede: Schriftuerlijcke Liedekens. Achterin staat: 
Ghedruckt t' Haerlem, By my Gillis Rooman. Anno 1-588.] Haerlem, 
F. Soete, 1588. IQ". 

In den bundel martelaarsbrieven enz. van 1579—88. 

Joos de Tollenaer, Sommige Brieven ofte Belijdingen. Harlinghen, 
Peter Sebastiaensz., 1599. 

Achter: Het Offer des Heeren, uitg. v. 1599. 

Viverus, lac, De Uyt-spraecke van Anna Vytdenhove . . . Waer in 
ghehandelt wordet van den Spaenschen Vrede. Midtsgaders den 
Lof van Godes Vrede. Leyden, Chr. Guyot, 1598. 4". 

llartog, J., Doopsgez. martelaren uit het jaar 1572. Wageningen, 1872. 

Van voor 300 jaren. Jg. IV. 4. 



Vossenliolivs, A.. Pialogvs. Ein Göttlich vnd Ghristlich Gespreek, 
mit den Wedderdöperen, Sacramentereren, vnd anderen Secten 
mehr im Nedderlande vnd ander Orden in eren Geuenckenissen 
vnd ock dar buten geholden . . . Uth dem Nedderlendischen, in 
Sassische Sprake auergesettet. Hamborch, N. Wegener, 1575. 4». 



Mandat so ein Erbar Rath zu Cölln wider die Wiedertauffer im 
Jahr 1595 hat ausgehen lassen Afschrift (19"^® eeuw). 

Placcaet v. Borghemeesteren en Raedt der Stadt Aken. Ghepubli- 
ceert den 9 Sept. 1614. Waerin . . . alle Wederdoopers de Stadt 
verboden wort . . . Recht nae de Copie van Aken uyt de Hooch- 



102 

duytsche tale over-gheset, voor A. Leenaertsz. Gamer. Z. pi. 1614. 
M. 1 houtsn. op den titel. 4". 

Instruineutum publicum, wegen desjenigen was bey denen Churfl. 
Pfaltzischen Herren Commissarien gegen die Prot. Menoniste zu 
Rheydt in Anno 1694 in facta vorgenohmen u. sich zugetragen. 
Crefeld [1801]. 

Publicum, raakende het geene, wat liij de keurvor.stel. 

Paltzische Heeren Commissarien, tegen de prot. Mennon. te Reijdt 
in A" 1694., in facti is voorgenomen, en zig heeft toegedragen. 
Pro copia. CJijt het Hoogd. overgezet d. Godschalk God- 
schalks. Creveld, 1771. Afschrift (1S<^« eeuw). 

[Circulaire van de Ver. Doopsgez. Gemeente te Amsterdam aan de 
Doopsgez. Gemeenten in Holland, houdende eene opwekking tot 
het geven van bijdragen tot leniging van de nooden der broederen 
in den Palts. Waarachter Copie van een Brief dier broederen, 
waarbij zij om hulp vragen. Amst. 1699.] 4". 

b. De vorming der p n r t ij e n *). 

Scheffer, J. G. de Hoop, Het verbond der vier steden. [Leiden, 1893]. 

Ovcrdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1893. 

Beginsel (Het) en voortganck der geschillen, scheuringen, en verdeelt- 
heden onder de gene die Doops-gesinden genoemt worden ... tot 
op den Jare 1615. Beschr. d. I. H. V. P. N. Ende nu d. J. K. J. 
H. D. K. F. in 't licht gegeven. Hier is noch achter aen gevoeght 
een Extract uyt seecker Boeck, geschr. v. de Munstersche Oproer- 
makers. Amst., T. Houthaak, 1658. 4". 

Ten onrechte toegeschreven aan Ca rel van Ghent. 

Idem [uitgeg. d. S. Gram er]. 's-Gravenh. 1910. 

In: S. Cramer en F. Pijper, Bibliotheca reform, neerl. Vil. 

Historie (Gründliche) v. denen Begebenheiten, Streitigkeiten u. Tren- 
nungen, so unter den Tauffgesinneten, od. Mennonisten . . . bisz 
aufs Jahr 1615. vorgegangen, Anfangl. v. J. H. V. P. N. in Hol- 
land. Sprache beschr. Jetzund übers. v. J. C. J e h r i n g, Zum 
Druck befördert u. m. ein. Vorr. versehen v. lo. F. Bvddeo. 
Jena, z. j. [1720], 



*) Zie hierbij ook de afdeeling: Belijdenissen. 



103 

[Dirk PhilipsJ, Een cort, doch grondtlick verhael vanden twistigen 
handel, zie blz. 93. 

D[irk] P[hilips]. Eeueu Seadtbrief . • . aen de vier St. ghescbreven, 
zie blz. 94. 

[Dirk PliilipsJ, Een Appendix aen ons Boeexken vanden twistigen 
handel, zie blz. 94. 

Sywert Pieters, Corte aeuwijsinghe, voorgesfcelt in eenighe Vraghen, 
vaude voornaemste mishandelinghen der Vlaminghen ende Vriesen, 
in den twist van den Jare 1566, ende volgens teghen malcan- 
deren bedreven. Enz. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1634- 

Tlaminghen (Hoe de) hebben gepresenteert, omme met de Vriesen 
wederomme te vereenigen ende vi-ede te maken. Anno 1578. Den 
2. April. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1633. Titel omlijst. 

Y[er] K[indert], P. H., Een korte ende seer grondighe historische 
vertelhnge, belanghende den Twist tot Franicker Anno 1587. ghe- 
schiedt . . . Mitsgaders een clare verantwoordinghe des bans over 
T. B. door den selfden T[h o m a s] B[y u t g e n s]. Haerlem, H. P. 
V. Wesbusch, 1628. 4». 

[Ampsinck, lo.j, Oopie v. een geschrift, ghesonden v. sommighe 
Vriesen aen den Vlamingen enz. Haerlem, G. Rooman, 1590. 

Aanwezig zijn alleen titelblad en blz. 143-188 (sign. K— M 6); blz. 179-180 
ontbr. 

Copyo eens Briefs, soo J a cj u e s O u t e r m a n eertijds geschreven 
heeft, aen eener, ghenaemt Lambert Annens, tot onderrichtinge 
van de droevighe Sake, so eertijdts tusschen diemeu nu Vr. ende 
Vla. noemt, ghevallen is. Haerlem, Th. Fonteyn, 1634. 

Outerman, J. [e.a.], Noodtwendighe verklaringhe, op een copye oft 
naer-druck van eenen brief, geschreven by J. Outerman aen Lam- 
bert Annes, A". 1596. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1634. 

0[uterinan], J., Onder verbeteringhe. Verclaringhe met bewijs, wt 
den droevighen handel, van Vr. ende Vlam. (soo genoemt) waer in 
vertoont wort, dat de schuit eertijts gheschiet, niet aen d'een sijde 
alleen, maer aen beyde sijden gheleghen is ende bevonden wort 
enz. [Met: Appendix, dienende tot conclusie van de verclaringhe 
enz.] Z. pi. 1609. 



104 

[Lambert Pietersz.], Noodtwendighe Verclaiiiighe, van 't Verscheel 
ende Questie, geresen tusschen lan lacobsz van Harlinghen, met 
sijne Medehulpers, ende tusschen Pieter lelties van Collum, met 
sijne Medestanders, ghevallen ende begonnen in den Jare 1599. 
den sesten dagh May. Z. pi. 1621. 

Loosjes, J., Jan Jacobs en de Jan-Jacobsgezinden. 's-Gravenh. 1914. 

Ovcrdr. uit : Nederl. Arch. voor Kerkgescli. XI. 3. 

Vrede-preseutatie aan de Vriessche en Hoogduitsche Doopsgez. 
Gemeentens, van de Waterlandsche Gemeentens gedaan in den 
Jaare 1601, den 4 July, in de Rijp. Enz. Amst., P. Arendsz., 1686. 4". 

Brief. Eertijts ghecoucipieert door eenighe leraren der vereenichder 
Gemeynten, om overghelevert te worden aende leraren der vlaem- 
scher Mennoniten Anno 1604. in Maio t' Amsterd. vergadert. Enz. 
Amst., A. H. Boumeester, 1613. 

Aeiispraeck (Een vriendelijcke), aen alle Doopsghesinde over het 
Stuck ofte Puynct, der Echt-mijdinghe, ende ghemeyne Mijdinge. 
Met' byvoeginge der Artijckelen, vanden Hoochduytschen ende 
Vrieschen Vrede. Door I. T. Amst., A. Henricx, 1613. 

Bericht (Grondich) der onderhandelinge, tusschen, die men eendel 
der Vlaemscher Ghemeynten noemt: Ende der Bevredichder Broeder- 
schap, ghevolcht op hare uytbiediughe tot Vrede enz. Amst., Jan 
Theunisz., z. j. 

[Claes Gauglofsl, Antwoort ende verclaringhe, wt die Heilighe 
Schriftuere aengetogen, van een Liefhebber der Vlaemscher ghe- 
meenten op een gedruckt Boecxken der presentatie ofte uytbie- 
dinge tot vereeninge van die Hoochduytsche, Vriesche, Waterlandt- 
sche bevredichde Broederschap aen die Vlaemsche gemeenten 
gesonden. etc. Amst., Jan Theunisz., 1605. 

Dit bevat tevens: 1. brief aan Jacob Ganglofs en huisvrouw; 2. brief aan 
zijn eigen huisvrouw ; 3. een bundel stichtel. liederen. 

r[laes] G[angIofs], Idem. Z. pi. 1626. 

C[Iaes] C[lapsz.], Eenvuldige vertrouwinge Waer inne naectelijck wt 
de H. Schrifture aengewesen wort, Dat Gods Gemeente, niet op 
eeniger menschen vroomheyt, oude gewoonten, traditien, ofte lange 
belevingen: Dan alleen op den hoecsteen Ghristum, Sijne heylsame 
leere, ende onberispelijck leven ghefondeert staet. Enz. Z. pi. 1610. 

iClaes Claesz.], Onschult, ende bestraffinghe, des on-schrift-maiighen 
oordeels, 'twelck by Jan Luyes ende sijne medestanders gegeven 



lOB 

ende uj-t-ghesproocken is over Claes Claesz. tot Blockzyl. 2'^« dr. 
Amst., J. A. Calom, 1627. 

Vreed's Beletsel, tvsschen de Vlaemsche en Vriesche Ghemeenten. 
Aenghewesen d. P i e t e r I a n s z. T w i s k c. s. ende de selve 
beantwoordt ende wederleyt d. Claes Claesz. \'an Blockziel. 
[Uitgeg. d. C h r. F r e d e r i c k s z.] Amstelred., J. A. Colom, 1629. 

Copye eens Briefs of Voorlooper [v. Claes C 1 a e s z.], dienende 
. . . om te conien tot een bedencken, datse niemaut en veroor- 
deelen enz. Amsteked. Eerst ghedr. by Kiclaes Biestkens, Anno 
1613. Ende nu by lacob Aertsz Colom, 1629. 

P. V[er] K[indert], Brief, dienende om te bewijsen, dat niemant in 
een ander behoort te straffen een Daedt, die hy aen hem selven, 
ofte aen den sijnen, pooght te verschoonen. Haerlem, H. P. v. 
Wesbusch, voor Jan Albertsz. tot Amst., 1634. 

Disputatie tusschen twie Huysluyden ghevallen tot Jan Thuenesseu, 
in de Oude-Bruch-Steech, over het wech-trecken met der wuen, 
van Pieter Pieter.sen Kistemaker, en Vermaender in de Rijp e weest, 
nu met der wuen e togen op Serdam. Z. pi. en j. f. 

lan Theiiiiisz., Wtschrijvingh tot Beraad-slagh aen den vreed-lievende 
Hioederen de Komen-Iannen op de Rijp ... of men lan Willemsz 
sal laten inquisiteren van sijn parthyen, van dat hy Autheur van 
de Boere-praet, zy, of niet. Z. pi. en j. 4°. 

lan Theuiiisz., Brief aen de Broederen van Komen-Ians-volck in 
Waterlaut ende op de Rijp. Amst. 10 Febr. 1627. Z. pi. en j. Plano. 

Ifan] Tilieunisz.], Antwoordt op sekeren Brief v. Pieter Pietersz. 
Vermaander onder de Komen-Iannen tot Sardam. [Amst.], Jan 
Theunisz, 1627. 4". 

Antwoord op seeckere drye Vragen. Dienende tot op-merckinghe 
voor de eens Geloofs-ghezinde, ende nochtans verscheydene ver- 
gaderingen. . . . Als mede Een ernstighe Brief, gheschreven by de 
V. G. G. tot Amsteld., ende ghezonden aen de Gemeenten in 
Groeningerlandt, Oost en West-Vrieslandt, 't Sticht van Overijssel, 
Wtrecht, Hollandt, Zeelandt, "\^aenderen, etc. Tot vorderiughe van 
Vrede ende Eendracht. [Amst., J. A. Colom], 1628. 

Aenspraecke (Chiistelijcke), besonder aen de Vlaemse Broederschap, 
staende in Onderhandel ingh van Vrede met de Vereenighde Vriesen 



106 

ende Duytaen. Door een Lief-hebber des Vreeds. Amst., J. A. 
■ Coloin, 1630. 

Brilleken (Het) : Waerdeur de Eens-gheloofs-doops-gesiude dien mogen, 
in wat gevoelen sy met den anderen stonden voor de eerste 
scheuringe, . . . door J. S. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1630. 

Aenporringe (Ernstighe) tot Gemeynscliap der Heyligen. Om deaen- 
ghevangene Heelinghe van de scheure onder de Gemeente Christi, 
de Vlamingen en Vriesen genaemt, tot volkomen ghenesinge te 
brenghen, en andere gescheurde Christen-Gemeenten tot navolginge 
te verwecken. Amst., J. A. Colom, 1680. 

Yrede Handelinglie, openbaer gehouden tot Amsterd., den 3. 4. en 5. 

Oct. 1630. tusschen de Dienaren der Vlaemscho Gemeente ter 
eender, ende de Vereenighde Hoogh-Duytschen en Vriesen ter ander 
zijde. Mitsgaders twee Brieven vande selfde Hoogh-Duytschen, 
d'eene Anno 1592. aende Poolsche Broeders, d'ander A". 1630. aende 
Vlaemsche Gemeente. Noch eenes Vreed-lievenden Ernstighe Aen- 
maeninge tot geraeynschap der Heyligen. Amst., .1. A. Colom, 1630. 

Idem. Vliss,, Geleyn Jansz., 1666. 

In : Handelinge der Ver-een. Vlacmsc en Duytse Doops-ges. Gemeynten, intl 
de dry Confessien. 

Idem [behalve den brief aan de Poolsche Broeders]. 

Mitsgaders : Een korte Vertooninge van het gene (deses aengaende) 
vorder ghehandelt is, in de Vergaderinghe daer over ghehouden 
in Amsterd. van den 3. tot den 7. Juny, 1636. Te Haerlem ghedr. 
by Th. Fonteyn. Amst., Jan Albertsz., 1636. 

Achter: Olijf-tacxken ... Beneffens een Christel. Presentatie. 

Vrede-bode, aen onse lieve Vrienden, den Broederen met haeren 
Dienaren ende Oudtsten Vincent de Hondt, tot Haerlem. Haerlem, 
H. P. v. Wesbusch, 1633. 

[Louwerens Willemszen], Aaronsroede Vertoond een recht Onder- 
scheyd, aan onze Mede-ghenoten des Gheloofs, die van d'afghe- 
deelde Vlamingen weer bekoring lijden om een Volk te worden 
. . . Midsghaders Een kort Ghedicht op den zelven Zin, . . . Noch 
een Apendix (ghenaamd A-arons Staf) tot wederlegging op een 
Boexken geheten Olijf taxken. En op nieu bygevoeght voor twede 
Deel, ghenaamd, Bile-ams Ezelinne. Tot een kort wederleg van 
de Hooghduytse, Vriesse en Vlaemse Afghedeelde Vrede Hande- 



107 

ling, Ghedrukt tot Amstekl. Anno 1630. Duer den derden druk 
vermeerderd. [Hierachter: Ezelinnenzoon.] [Rotterd.] 1633. M. 2 
houtsn. 
LoHwerens Willemszen, Kakebeen, of Ezels Kinnebakken, Eeciiteren 
15. Vertoond int korte een klaar Onderscheyd van het ware 
Gheloof, en 't ongheloof: tusschen de rechte en afghedeelde 
Vlamingen enz. [Rotterd., P. L. v. Troyen], 1636. M. front. 

Witte, Jan de, Vrede-schrift, daar inne gehandelt wort van de voor- 
naamste verschillen inde Leere en verstanden onder de Doops- 
ghesinde Gemeenten . . - Voor-gestelt in t'sameu-spraak tusschen 
twee persoonen die t'samen gingen wandelen ... nu in Druk ge- 
bracht, door een Lief-hebber van vrede ende eenigheyJ der gedeelde 
Volkken. Amst., D. Verschuere, 1638. 

Verhael (Kort) vande vereeninghe tusschen de Doopsgesinde Ghe- 
meynten, die aen d'eene zijde ghenoemt worden Vlamingen, aende 
ander zijde de Vereenigde Vriesen ende Hoogduytschen vreedsaem 
geschiet binnen Amsterd. den 26. April Anno 1639. Amst., Jan 
Albertsz., 1639. 

[Wyngaerdt, Gov. van den], Vrede-dicht, op de vereeninge van de 
Vlaemsche en Hooghduytsche Gemeente Godts, vreed'saem ghe- 
schiet binnen Amsterd. d. 26. April 1639. [Onderteekend: Godt 
voedt den Wijngaert.] Amst., Jan Albertsz., z. j. Plano. 

Vrede-praesentatie ( Water-land tsche Gemeyntes), aen de Vereenighde 
Vlaemsche Gemeynten, etc. Midtsgaders Vrede-spoor voor alle 
Doops-gesinde . . . Door een vyandt van den Oorloghe, ende lief- 
hebber van de Vrede. Z. pL, Pieter Pieters, 1648. 

Idem. Z. pi. 1667. 

Idem [zonderVredespoorj.Amst., Pieter Arentsz., 1664.4°. 

Antwoordt vande Vereenighde VI., D. en Vr. Gemeenten, op den 
Vreden-voorstel by de Waterl. Gemeenten aen haer gedaen. Schrif- 
telijck overghelevert den 11 Maert, 1649. 2^» dr. Amst., T. Houthaak 
voor J. Rieuwertsz., 1649. 

Antwoort op de Vrede-presentatie, gedaen door de Waterl. aen de 
VI., D. en Vr. Doops-ges. Gemeentens. Te samen gestelt d. D"". 
Galen us Abraham sz. Amst., P. Arentsz., 1664. 4". 

Idem. Amst., P. Arentsz., 1664. 4°. 

Andere druk. Met andere voorrede. 



108 

Vlaendereii, Lioveu vau. Examen over de Antwoordt der Vlaemsche 
Doops-gesinde. ... by form van Brief gestelt. Haerlem, D. J. v. d. 
üaver, 1649. 

Fredri(?li, E., Discours over de Antwoordt der Doops-Gesinde Vla- 
mlughen, gegeven op de Presentatie der Doops-Gesinde Water- 
landers, nopende den vreede tussclien hun beyde. Amst., C. de 
Leeuw, [1649]. 

Verantwoordinghe voor de Vereeuiglide Vlamingen; in liaer Antwoordt 
op de Vrede-presentatie der Waterlanders. Tegen het Examen en 
Discours op de selve Antwoordt uyt-gekomen. Amst., T. Hout- 
haak voor J. Rieuwertsz., 1649. 

Handeliage der Doops-ghesiude, ghenaemt de Vereenigde Vlaemsche 
en Duytsche Gemeynte. Gehouden te Haerlem, A" 1649. luJunij. 
Z. pi. 1649. 4". 

Idem. Amst., P. Arentsz., 1664. 4". 



Idem, met de dry Gonfessien aldaer geapprobeert. 

Vliss., Geleyn Jansz., 1663. Zie beneden blz. 169. 

Synode der Meunisten, gehouden te Haerlem A. 1649. den 25 Julij. 
Z. pi. 1649. 4». 

Nadruk onder anderen titel. 

Joost Hendricksz., Klage des vredes, aan alle Doops-gezinde enz. Amst., 
P. Arentsz. [achterin: Gedrukt by T. Houthaak], 1650. 4". 

. Na zijn dood uitgegeven, doch waarschijnl. tusschen 1630 en 1635 gemaakt. 

Rues, S. F., Aufrichtige Nachrichten v. dem Gegenw. Zustande der 
Meunoniten od. Taufgesinnten wie auch der Collegianten od. Reins- 
burger, in den vereinigten Niderlanden. Enz. Jena, 1743. 

, Tegenw. Staet der Doopsgezinden of Mennoniten, in de 

Vereen. Nederlanden [en] een Berigt v. de Rynsburgers of Col- 
legianten ... In 't Hoogd. beschr. Vert. en m. Aent. verm. [d. M. 
>S e h a g e n]. Amst. 1745. 

Sjoerds, F., Kort vertoog v. den Staat en de Geschiedenissen der 
Kerke des N. T., vergeleken m. de voornaamste waereldlyke 
geschiedenissen. M. een voorr. v. F. B r a n d s m a. 2^^ dr. Leeuw. 
1771. 4". 

De voorrede bevat een vertoog over de Oude Vlamingen. 



109 

c. De s t r ij d der m e e n i n g e n binnen de 
Broederschap. 

Douwen, W. J. van, Socinianen en Doopsgezinden. Doopsgez. histo- 
riën uit de jaren 1559-1626. Leiden, 1898. 

Cranier, S., [Boekbeoord. v.] W. J. v. Douwen, Socinianen en Doops- 
gezinden. [Gron.] 1899. 

Overdr. uit: Museum. VII. 1. 

Kiihler, W. J., Het Socinianisme in Nederland. Leiden, 1912. 

Slee, J. C. van, De geschiedenis van het Socinianisme in de Neder- 
landen. Haarlem, 1914. M. 1 portr. 

Verh. Teyler's Godg. Genootscli. N. S. XVIli. 

Ciiyper, Corn. de, Eenvvldige verantwoordinge, met corte vercla- 
ringhe onses gheloofs vanden eenigen Godt, Vader, Zone, ende 
Heyligen Geest als oock vande Heylige Menschwerdinge ons 
Salichmakers Jesu Christi . . . Teghen het onrecht ghevoelen dat 
nu anno 1600 ... is wtghegaen, door Cornelis Boeckaert. Z. pi. en j. 

Outermau, J., Een nodighe Christelijcke verantwoordinghe, teghen 
de quade jnventien, van somniighe die ... te verstaen gheuen, dat 
den Eewighen enighen gheboren zoone des Alderhoochsten, niet en 
is geweest een mensche enz. Z. pi. 1605 [1606]. 

P[ieter] M[atth\jsz.], Schilt ofte bescherminge der waerheyt, Tegen 
der broser Uchte Pijlen, van eenige geschooten op een Grondighe 
beschrijvinge, vanden Een-wesenden Godt, Vader, Woordt ende 
H. Geest enz. Z. pi. 1607. 4". 

Tegen De Cuyper en Outerman. 

Sev, lo., Autwoorde op een Boecxken ghemaeckt door eenen weder- 
dooper Corn. de Cuyper, genaemt Eenvuldighe verantwoordinge, 
enz. Middelb., S. Moulert, 1608. 

0[iiterman], J., Onder verbeteringhe. Verclaringhe met bewijs, wt 
den droevighen handel van Vr. ende Vlam., zie hiervoren blz. 103. 

0[sewald] U[endriksz.], Nootwendige vertooninghe ofte verclaringe 
uyt de H. S. dat het boeck soo Jaq. Out[erman] met syne mede- 
hulpers, van weghen de oude sake van Vr. ende Vla. Anno 1609 
door den Druck aenden dach hebben gegheven. in des Hesren H 
woort ongefondeert is enz. Z. pi. 1613 



110 

0[uterman], L, Rechte verantwoordinge, ende verclaringe tegen vele 
onrechte beschuldingen, quade beduydaigen, ende craohteloose ver- 
antwoordingen : voor desen door Osewalt Hendricsz in druc uyt- 
gegeven enz. Haerlem, V. Casteleyn, 1614. 

Artyckelen (Thien) onser verantwoordinghe, tegen vele onschrift- 
matige belydinge, ende sware beschuldinghe, tot nae-deel der God- 
lycker waerheyt, ende tot laste van Jaques Outerman ... uyt- 
gegeven: ... Gedaen door sommige liefhebbers der waerheyd. 
Met hulpe ende wille van J. 0[uterman]. Enz. Z. pi. 1611. 

[Outerman, J.], Het derde stuck : Een grondige verantwoordinghe wt 
cracht der waerheyt, teghen t'gene voor desen van Arent Barentsz. 
ende Heyndrick G[ulich] tot naedeel der waerheyt, ende den God- 
vruchtigen gheschreuen, ende in druck is wtghegaen, d'welck als 
t'voorgaeude in maniere van t'samensprekinghe gestelt is enz. 
Z. pi. en j. 

[Ryk Jacobs], Een Schriftelijcke waerschouwinge voor valsche Leere. 
Uhemaeckt door R. I. Ende voor zijne L. Kinderen tot een 
Testament naghelaten, om daerdoor te onderscheyden het teghen- 
schryven van J. V[an] R[eninge] gedaen, tegen dat getuy- 
genisse der gesonder leere Jesu Christi betuycht door A[rent] 
B[arentsz.] ende H[einrich] van G[ulich] enz. Z. pi. 1612. 

J. van Reninge is Jaques Outerman. 

0[utermaii], I., Antwoorde ende Verclaeriughe, op de 57. Ai'tijckelen, 
die corts onder den uaeni vande bevredichde Leeraers sijn uyt- 
gegeven, door welcke verantwoordinge ende verclaringe, de ware 
kennisse Gods, ende de H. menschwerdinghe ons Heeren ende 
Salichmakers Jesu Christi, als oock zijn lijden ende sterven, ver- 
toont ende met Godts woort bewe.sen is. Haerlem, Pieter 
Arentsz. [achterin: t'Haerlein gedruckt by V. Casteleyn], 1613. 

Vergelijk : Brief. Eertijts glieconcipieert door eenighe leraren enz. Anist. 1613. 

0[uterinan], I. [e. a.]. Een claer Bewijs uyt Gods Woordt: dat 
Godt . . . uyt enckei liefde ende goedertierenheyt, alle menschen 
door Christum (op conditie van gehoorsaemheyt) voorsien ende 
verkoren heeft, tot den eeuwigen Leven enz. Z. pi. 1637. 



Vrede-sehrlft ofte een Christelijcke vermaninghe ende antwoordt, 
'twelck vande vereenighde Ghemeente binnen Amsterd. geschreven. 



111 

ende aeu eenighe die . • . vande Ghemeente afgheweken . . . overge- 
levert is. Enz. [Onderteekend :ReynerWybrantsz, Nittert 
Obbensz, Pieter And r les z.] Amst., Jan Jacobsz., 1616. 4". 

[Claes Cornelisz.], Een Klare vertooninghe, vant versciieel ende onder- 
scheyt datter is, tusschen die ghenaemde vereenichde Giiemeente, 
ende die Evangelische leeringhe Christi, ende siju Apostelen. Enz. 
Amst., A. Henricxsz., 1616. 4". 

A'erklariughe (Noodwendighe), over seker uyt-ghegheven Boecxken, 
gheintituleert: Een klare Vertooninghe enz. [Door F — R. en K — S.] 
Amst., A. Biest kens, 1616. 4". 

Vertooninghe ende verautwoordinge tot dienste van allen onsen 
Medegenooten des geloofs, tegens seker geschrift van dato 21«° 
Sept. 1619 welcke de Dienders der Gemeynte tot Amsterd. geschre- 
ven ende ghesouden hebben, aen de Dienders der Gemeynte tot 
Haerlem, enz. Haeiiem, V. Casteleyn, 1619. 

[Buyser, Lieven de], Verklaringe van den droevigen Handel der 
Ghemeynte Gods tot Amsterdam : Hoe zy eenen Dienaer des Woorts. 
die den dienst der Ghemeynte . . . heeft laten staen, . . . weder in 
den Dienst gestemt hebben. Anno 1616. Enz. Z. pi. 1620. 



Mcodemus Lette r-knechtvanW t-g h eest [Nittert Obbesz.], 
Raegh-besem seer hequaem om sommige Mennonijtsche Schuren 
te reynigen vande onnutte Spinnewebbens enz. Amst., J. A. Calom, 
1625. 4". 

Redenen ende verthooninghe hoe ende waerom Jan Theunisz. op 
Sondach smorgens den 21. Dec. comende inde groote Spycker, 
willende Pieter Andriesz. spreken: sijn voor bestrafte doen de 
Broederschap te kennen gegeven heeft. Met noch een Brief van 
Nittert Obbensz, aan Hans de Rijs, inhoudende 'tverschil 
tusschen hun beyden, aengaande 'tbeschreven (ende . . . onbeschre- 
ven) Woort Gods. Amst., Jan Theunisz., 1625. 4". 

Nittert Obbensz., Eenige vragen, dienende tot ondersoeck vande 
Nature ende kracht der H. Schrifture, ofte het beschreven Woordt 
Gods. Met noch een brief; alles . . . by vraghen ende beantwoor- 
dinghe met Ia ofte Neen Hans de Rijs voor ghestelt. Amst., Jan 
Theunisz., 1626. 4". 



112 

[Cornelis Claesz. en Hans de Ries], Dialogvs ofte t' samensprekinghe, 
tusscheu een ... Neutralist ... ende een Wateiiandtsch Broeder: 
waer inne . . . wordt verthoont, het verschil, ontstaen tusschen 
de Leeraren der vereenighder Gemeynteu, ende Nittert Obbesz. 
aengaende 't Woordt Godts ende den aenkleven van dien. Dienende 
als een Voor-looper tot ontdeckinghe van 't ghene ghehandelt 
vs'ordt in seker Boeck. genaenit Raegh-taesem, etc. Hoorn, J. J. van 
Ehijn, 1626. 4". 

Teghen-looper. Ontmoetende den Meester van den Voor-looper. om 
't Punct des Geschils, tusschen Hans de Rys, ende Nettert Obbes, 
claer voor te stellen. Enz. Z. pi. 1626. 4". 

Onbillickhoyd der Proceduren, ghepleeght by Reynier Wybrantsz. 
Pieter Andiiesz. ende Cornelis Claesz. . . . teghen Nettert Obbes 
. . . tihesteldt door een Liefhebber der Waerheydt enz. Z. pi. 1626. 4". 

Reyuier Wybrantsz., Pieter Andricsz. en Cornelis Claesz., Apologia 
ofte Verantwoordinghe, in welcke neffens een cort en oprecht 
vei'hael van de gheleghentheydt der saken, tusschen de Leeraars 
en Dienaers der Vereenighder Gemeente binnen Amstelredam, en 
Nittert Obbis gepasseert, ghetoont wordt hoe onbillick ... de selve 
Leeraers beschuldight worden, in seecker Boecxkeu . . . onder 
desen titul: OnbiUickheydt der Proceduren, enz. Hoorn, J. J. van 
Rhijn, 1626. 4«. 

Nettert Obbes, Oprechtigheyd van Reynier Wybrandsz. Pieter An- 
driesz. en Cornelis Claesz. by haer ghepleeght in seecker Boeck, 
ghenaemt Apologia, ofte Verantwoordinghe, enz. Z. pi. 1626. 4". 

Eysch aen Eyghendom [van het kerkgebouw „de groote Spijker" en 
beklag over de schorsing van Nittert Obbesz.]. Z. pi. en j. Plano. 

Vrage. Tot Vrede-vorderinghe aen alle Hanssijtsche Menniste Ver- 
maenderen, die de gevallen twist-sake tusschen N. O. ende sijn 
parthijen Hans de Rijs c. s. aengaende een gewaande onbeschreven, 
ende 'tbeschreven Woordt Godts bekent zijn. Enz. Z. pi. Plano. 

Twee-spraeck over 't verschil van Godes H. Woordt, voor-ghevallen 
in de Waterlandtsche Ghemeynte van de groote Spijcker t' Am- 
stei-dam. Tot onderrechtinge der eenvoudige Waterlandsche Broe- 
deren en Susteren. Hooren, J. v. Rhijn, 1626. 4". 

[Episcopius, S.], Oordeel over het Verschil van 't ürdinaris nnddel 
van 's Menschen Bekeeringhe . . . tusschen Nittert Obbes en Hans 



113 

de Ries [c. s.] ... Geschreven door een onpartijdigh Liefhebber 
der waerheydt. Hoorn, Isaac Willemsz., 1626. 4". 

T[ondel], I[oost] A'[an], Antidotum. Tegen het vergift der Geest- 
dryvers. Tot verdedigingh van 't beschreven woord Gods. Amst., 
J. A. Calom, [1626]. Plano. 

I[an] T[heunisz.], Jan Willemsz. raegh-stock, voor Nittert Obbesz. 
raegh-beesem. Enz. [Amst.], Jan Theunisz., 1627. 4". 

[Rippert Eenkes],, Derthien Artijckelen, ghestelt door Rip per t 
E e n k e s, eude sijne mede-hulpers, neffens hem by Y e m e de 
Ring [e. a.] onderteekent, Nittert Obbes voor-gheleyt, en van 
hem onder-schreven . . . Mitsgaders LXXII vraghen op eenige der 
selfder Artijckelen. nopende 't verschil tusschen Hans de Ries 
ende Nittert Obbes. Z. pi. 1627. 4». 

l[an] T[heuiiisz.], Der Hanssijtsch' Mennisten Socinianismvs: ofte 
ware vertooninge der Leerpuncten ende Articulen des Gheloofs, 
waerin de Hanssijtsche Mennisten . . . met de Sociniaenen ... in 
't ghevoelen eens zijn enz. [Amst.], .Jan Theunisz., 1627. 4". 

Vraghe (Een) van Nitter Obbesz. Is de Heylighe Schriftuer, 
off 't Beschreven-woord ... Gods Woord niet? Enz. Z. pi. 1627. 
M. 1 houtsn. Plano. 

Ries, Hans de, Ontdeckinghe der dwalingen, misduydinghen der 
H. Schrift ende verscheyden mis-slagen, begrepen in seecker Boeck, 
ghenaemt Raech-besem enz. Hooren, J. J. van Rijn, 1627. 

[Jan Theunisz.], Der Hanssijtsche Menniste Gheest-drijveren Historie, 
ofte kort Verhael van de ghepretendeerde Ghesichten enz. [Amst.], 
Jan Theunisz., 1627. 4". 

Bestraffinghe (Noodighe) en Waerschouwinghe. Z. pi. en j. Plano. 

HerteniEen) Kniel-danck. Mond-ghebedt, Claagh, wensch, Bely-spraack, 
ende verhael van Hans de Rijs . . .' Op 't Inwendigh, oft Onbe- 
schreven Woord. Z. pi. en j. [1627]. f. 

[Lieven van Vreelandt] [Joh. Polyander], Claere Vertooninghe van 
den Staet des Gheschils tusschen Hans de Rijs ende Nettert 
Obbensz.. van het Woordt Godts. Enz. Z. pi. 1628. 4". 



Ucke Walles, Xoodwendighe verantwoordinghe, op eenighe Laster 
ende Faem-roovende Gheschriften enz. Z. pi. 1637. 



114 

Wederloggiuglie van eenige poiucten, van Weke Walles in druck uyt- 
gegeven, in een Boecsken, by hem geintituleert Nootwendiglie ver- 
antwoordinge enz. Gedaen . . . door C. J. Noch is hier by gevoegt 
een verantwoordinge van enige personen tot Noortbroec . . • Met 
COC een verantwoordinge van Jan Sywerts van Emden [en 
Douwe Jansen van Harlingen]. Groeningen, A. Eissens, 1638. 

BfarchmanJ, I[ohau], Drye brieven tegen de gene die den vrede 
verstooren . . • Met noch eenige Liedekens door deselfde. Anist., J. 
Albertsz., 1639. 

Uan Gorritsz., van Emden], Een Spiegel des Gheloofs, daer leyder 
nu vele af sijn gheweecken enz. Z. pi. 1641. 

Uuriaeu Thomas], Een vermaninghe ofte indachtigh makinge. En 
een nootwendige verantwoordinge op Weke Walles onwaerachtige 
besehuklinge enz. Z. pi. 1643. 

Presentatie (Een) soo t' ghenoemt wort van Ueke Walles gesinde, 
uytge^even. En daer op een nootwendigh aenwijs enz. Z. pi. 1645. 

Ucke Walles, Een weemoedige klaghende Supplicatie . . • Tot ont- 
lastinghe ende verantwoordinghe van veele onware beschuldingen 
over mijn Persone enz. Z. pi. 1645. 

, Twee Brieven aen Laurens Pimperlingh gesonden tot 

ontschuldinghe ende onderrichtiuge van sijne ghedane lasteriughe, 
over mijn persoone. Enz. Z. pi. 1645. 



Scliuere, Denüs vander, ende lucob Cornelisz. etc, Korte vertoo- 
niughe, vande onware beschuldingen gepleecht in een Boecxken 
sonder uaem des Autheurs geintituleert. Eenighe Extracten, soo 
uyt den Catechismus, ghesteldt door Reynier Wijbraudsz, alsmede 
uyt eenige Schriften door D. van der Sehuere en lacob Cornelisz. 
etc. Waer in den Autheur poogt de Leere vande voorsz. Leeraren 
verdacht te maken enz. Amst., D. v. d. Sehuere, 1640. 

loost Uendricksz., Nader-Bericht, van hetgene Denijs vander Schure 
en Jacob Cornelisz. segghen in seeeker Boecxken geintituleert, 
Corte vertooninge enz. Amst., J. Albertsz., 1640. 



Brief van de Vlaemsche Mennisten, ontdeckende den grouwel ende 
kracht der Sociniaensche Kettery, onder haer indringende. [Aen 
Tielman van Bracht tot Dordrecht.] Leyden, C. Bauheyningh, 1654. 4°. 



115 

Idem [andere druk, waarachter:] Waerschouwinge [tegen 

dezen brief]. Leyden, C. Banheyningh, 1654. -1". 

Grouwcl (Den) en Kracht der Sociniaensche kettery, indringende 
onder de Vlaerasche Mennisten, ontdekt . . . Hier by is gevoegd 
een Waerschouwing, uitgeg. v. de Sociniaensche party; met een 
kort Antwoord daer tegen. Utr., J. v. Waesberge, 1654. 4". 

Waarschouwinge (Naarder) aan alle Waarheyt-lievende, voor sekere 
woorden ... in den Brief, geintituleert : Waarschouwinge aan 
alle Wel-meenende, voor den Brieff onlangs uytgekomen op de 
naam van de Vlaamse Mennisten. Rotterd., A. v. Roon, 1654. 4°. 

Vereeniginge (Christel ijcke ende Broederlijcke), van drie Leeraren, 
drie Diaconen, ende een merckelijck getal van Broederen ende 
Susteren der Vlaamsche ende vereenigde Duytsche Gemeynte tot 
Leyden, met de Waterlantsche Doopsgesinde Christenen. Mits- 
gaders de ontsegginge der Gemeyntelijcke bedieningen, ende de 
Geestelijcke gemeenschap des H. Avontmaals, tegens die selve 
persoenen . . . wtgesproocken. Eynd'lijk Apologia ofte Verantwoor- 
dinge der vereenigde, jegens de gemelte ontsegginge. Z. pi. [1655]. 12". 

Swieten, J. W. van, Declaratie, dienende tot een klaer bewijs van 
waerheyt in hare Schriften voor Jan Woutersz. van Swieten, 
Anthonis Davidsz. Cops, en Jan Cornelissz. Hoppenbroeck, jegens 
seeckere lasterlicke Apologia over hare persoenen uytgegeven, 
door ofte van wegen Meester Christiaen de Koning [e.a.]. Leyden, 
C. Banheyning, 1655. 12". 



Commonitio ofte Waerschouwinge, aen de Vlaemsche Doops-gesinde 
Gemeynte binnen Amsterd. tegen eenige Leeraren onder haer . . . 
Door een Voorstander ja een Lidtmaet der selve Gemeynte. Z. pi. 
1655. 4». 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aanf. 

Volgens oude aant. op den titel is dit uitgegeven door Dr. [C] de Vries, 
voor Tieleman Tielen [van SittertJ. Gedrukt in de Doelenstraat (Amsterd.]. 

t' Zamen-spraeck, tusschen twee Vlaemsche Doop-gesinde, een Sar- 
dammer Klaes Pietersz, ende een Amsterdammer, genaemt Pieter 
Pietersz, over een Boeckje geintituleert, Commonitio enz. Z. pi. 
1655. 4". 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 

Colloquia of t' Samen-.spreeckingen tusschen een Doops-gesinde en 



116 

Gereformeerde. Over d'onlangs uit-ghegevene Ooraniouitie enz. 
Z. pi. 1655. 40. 

Somer, Genasarius, Winckel-praetjen, gehouden tusschen twee 
Perse ouen iu een Barbierswinckel, den eeneu gedoopt en den 
anderen noch ongedoopt. Over ende van wegen de oneenigheden 
die onder de Gemeente (die men Vlamingen noempt) geresen zijn. 
Z. pi. 1655. 40. 

Renovatio van de Commonitio ofte Waer.schonwinghe, aen de Vlaem- 
sche Doops-gesinde Gemeynte binnen Amsterd. tegen eenige 
Leeraren onder haor . . . Hier is by gevoeght een verantwoordinge 
voor Tielman Tielen. Mitsgaders oock een Brief door hem selven 
geschreven wegens sijn onschuldinge. Z. pi. 1655. 4". 

Yeinsing (De ondekte) der Heedendaeghsche Geest-dryvers en Soci- 
niaenen. [Door R a d b o d u s _ R e i n a r d i.] Z. pi. en j. 4°. 

Volgens oude aant. op den titel in't licht gegeven door Dr. de Vries voor 
Tieleman Tielen. In de Doelestraat tot Amsterdam. 

Teinzingh (Het tweede Deel van de ondekte) der hedendaeghze 
Gheest-dryvers en Socinianen. [Door R a d b o d u s R e i n a r d i 
en 3 anderen.] Z. pi. 1655. 40. 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. Ook als voren op den titel. 

Luyckeii, C, Ondersoeck, over den inhoud v. twee Boecxkens, het 
eerste genaemt de ontdeckte Veynsinge, ende het ander, het tweede 
deel V. de ontdeckte Veynsinge, enz. Amst., C. de Bruyn, 1655. 4". 

Oorsaeken (De), waeromme D. Galenus beschuldight wordt. Het 
Eerste Deel. [Door G. V r i b u r g h.] Z. pi. 1655. 4". 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 

Ook dit pamflet wordt als voren aan Dr. de Vries en Tieleman Tielen toe- 
gekend. 

Begrip (Ivort) der principaale Poincten des Gheloofs: waar in 
ghezien kan worden, hoe veer de Gheest-drijvers en Sociniaanen 
van het Gheloof der Vlaamsche Doops-ghezinde verschillen : ziende 
eighentlijk op het ghevoelen van D^. Galenus. [Door K. R. L. v. V.] 
Z. pi. 1655. 4». 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. Als voren. 

T' Sarae-sprekiuge tusschen een Mennisten broeder en Gereformeerde 
vriendt. Z. pi. 1655. 4''. 

t' Samen-spraek, tusschen een Doops-ghesindeendeSociniaen; siende 



117 

op het Boekjen v. de Gereforin. vriend t ea een Menuiste broeder. 
Z. pi. 1655. i". 

M. bijgeschr. aant. Als voren toegeschreven aan Dr. de Vries en Tielenian 
Tielen. 

Hooft-pyn tSociniaense). [Door D. O. S.] Z. pi. en j. 4''. 

Oproer iVlaeinsa) gestut. Z. pi. 1655. 4°. 

t' Saemen-spraeck der heden-daegsche geest-dryvers. [Door L. O. M.] 
Z. pi. [1656]. 4». 

M. bijgeschr. aant. 

Middelen (Eenighei, door de welcke alle twisten en tweedrachten, 
die nu een tijt herwaerts in de Vlaemsche Doops-ghesinde 
Gemeente zijn geweest, sullen veranderen in Liefde, Vreede en in 
Eendracht. Z. pi. 1656. 40. 

Bedenkinge (Eenige), die gegeven worden aen enige Dienaren der 
Vlaemsche Doop.3ges. Gemeente tot Amsterd. enz. Z. pi. 1657. 4". 

Jau Evertsz., Kort en bondig Bewijs, dat D''. Galenus Abramsz. 
ende David Spruyt, hebben een verkeert en verleydelijck Verstant, 
voor een eenvoudigh navolger Christi. Z. pi. 165S. 4". 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 

Swichtenheuvel, lan lausz., Oprechte Editie, ofte Uytgift van het 
Geschrift van Doet''- Galenus ende David S p r u y t, so als 
Sy-lieden die ... aan hare Mede-dienaren der vereen. VI., Hoogd., 
en Vr. Gemeenten tot Amsterd. overgegeven hebben. Midtsgaders: 
De Antwoordt van der selver Dienaeren voor ghenoemt . . . door 
Laurens Hendrickx in geschrift gestelt enz. Haerlem, 
I. v. Wesbusch, 1658. 4». 

Serarius, Petr., De vertredinge des Heyligen Stadts, ofte een klaer 
bewijs van 't Verval der Eerste Apostolische Gemeente, gestelt 
tot Antwoort op drie Vragen diesaengaende aen D'' Galenus 
gedaen [in 't bijvoegsel der Voorrede van het voorgaande geschrift]. 
Mitsgaders Chr. En tf elders Bedenckinge over de veelderley 
Scheuringen ende Dwahngen ... vercaelt ende uytgeg. d. P. 
Serarius. Amst., Wed. Joost Broersz., 1659. 4". 

[Galenus Abrahamsz. en D. Spruyt], Nader verklaringe van de 
XIX. Artikelen, voor desen, door G. Abrahamsz. ende D. Spruyt 
aen hare Mede-dienaren over-ghegeven : dienende tot Wederleg- 
ginge van 't Geschrift, genaemt: Antwoorde by forme van aen- 



118 

merckingen, vragen, ende redenen, etc. \v. Laurens Hendricksz.]. 
Anist., J. Rieuwertsz., 1659. 4°. 

Wyiistock, P., Aen-nierckinge ende Wederlegginge v. het Sociniaen- 
sche Schrift, begrepen in 19 Artijckelen m. een Byvoeghsel v. D". 
Galenus Abrahamsz. ende David Spruyt. Amst., J. Kuyper, 1659. 

Anies, William, Het Ligt dat in de duisternisse schijnt, beweesen 
den Weg tot God te sijn enz. Amst. 1660. 4". 

Antwoordt, op de onpartydige vertooninghe van den tegenw. toestandt 
der VJaemsche Doops-gesinden. Haerlem, Korn. Theunisz. Kas, 
1660. Plano. 

Pontanus, I., Tractaet van de sichtbare Kerke Christi op aerden . . . 
tot wederlegginge van het gevoelen d. D''. Galenus en D. Spruit 
voorgestelt in hare XIX Artikelen enz. Amst., Jacob en Jan de 
Jonge, 1660. 40. 

Z[wicker], D., De noch Staende en Triumpherende Sichtbare Kercke 
Christi tegens de poorten der Hellen, neffens de Dolingen, en 
gedurige misslagen, of het Bedroeft Verval der Tegenspreeckers, 
namelijck D^ Galenus Abrams en David Spruyt enz. Amst., P. 
la Burgh, 1660. 4°. 

[Zwicker, D.], Openhertige vertooninge, dat de Algemeene Vryheyt 
van sproken in de Gemeynte . . . behoort wederom afgeschaft te 
worden. Als een aanhangsel v. de Noch staende Sichtbaere Kercke 
Christi. Z. pi. en j. 4". 

, Idem. Kan dienen tot een wederlech v. het Helder 

Licht der Vryheyt d. Pieter Smout. Amst., D. Ruarus, 1680. 4". 

[Kuyper, F.], Aanwijzing van D. Zwikkers groove misslaagen, in 
zijn Openhartige Vertooning etc. teegen L. Klinkhamer begaan. 
Rotterd., P. Terwout, 1680. 4". 

Achter in : Broederlijke Onderliandeling van de Waaterdoop fnsschen Klaas 
Stapel en Frans Kuyper. 

Aines, William, De verborgentheden van het Rijcke Godts, ende de 
werckinge, leydinge en bestieringe van Godts Geest verklaart, 
in tegenstellioge van de letterlijcke oeffeningen voorgestelt als 
de ware Godtsdienst, door Galenus Abrahamsz. enz. Amst. 
1G61. 40. 

[Balling, Pieter], Het licht op den kandelaar. Dienende, tot opmer- 



119 

kiüge V. de voornaamste dingen; in het Boekje gen. De ver- 
borgentheden v. liet Rijke Ghodts, enz. Z. pi. 1662. 4". 

[Balling, P.], Idem. Amst., J. Rieuwertsz., 1684. 

Achter: Jarig Jelles, Belydenisse des Algemeenen en Christelyken Geloofs. 



Verhaal van 't gene verhandelt ende besloten is, in de by-een- 
komste tot Leyden, door eenige Doops-gezinde Leeraren en 
Diaconen, die men Vlamingen noemt, tot dien eynde uyt verscheyde 
Plaatzen vergadert in de maant Junii, 1660. Amstelred., J. Rieuwertsz, 
1661. 4». 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 

Paling, A., Verantwoordinge, voor de Christelijcke Gemeente, die 
men de Waterlanders noemt: over de beschuldigingen vande 
Maemse Gesinde, in hare By-eeukomst tot Leyden gehouden, in 
Junio 1660. Haerlem, P. Casteleyn, 1661. 4°. 

Hartog, J., De strijd om de confessie. Een bladz. uit de gesch. der 
Doopsgezinden te Utrecht. Rotterd. 1874. 

Uit: Geloof en Vrijheid. VIII. 5. 

Aldendorp, G. t., A. v. Houven, J. Andries, W. v. Maiirick, 

Een Belydenisse, aengaende de voornaemste Leer-stvcken des 
. Christelijcken Godts-dienst. ütr., E. v. Eede, 1659. 4". 

Waerschouwlnghe (Korte doch, Noodighe), voor alle de geene die in 
handen mochten krijghen, seecker Boeckjen, geintituleert Een 
Belydenisse enz. Z. pi. 1659. 4". 

Copye van de beschulding, die Robbert H o o g v e 1 1, Leeraer 
der Doops-gesinden, en sijn Medestanders overgelevert hebben, 
aen eenige Oudtsten en Leeraren der Doops-gesinde, van haer 
tot Uytrecht ontboden. Tegens Goris Hendricksz., Joh. Andriesz., 
Arent v. Heuven en D"^. Willem v. Maurick, Leeraers der Doops- 
Gesinde ter selver stede. Amst., S. v. Lier, z. j. 4". 

Uoogreldt, B. v., Kort verhael van 't gene verhandelt ... is, soo 
in, ende omtrent de ontbiedinge, als inde by-een-komste gehouden 
in de Maendt Augustus 1661. Door eenige Mennonisten-Leeraren, 
die uyt verscheyde buyten-plaetsen ontboden . . . ende vergadert 
zijn geweest binnen Utrecht. Utr., W. v. Paddenburch, 1661. 4". 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 



120 

[Six, J.], De kristelikke kruispoort; aan de verheenle Doopsgesindeü 
tot Uitrecht. Beneven de pauselikke doolweg der Mennonytse 
Synodisten van Leiden uit liefde voorgestelt. Amst., C. de Bruyn, 
1661. 40. 

Dit is als een gediclit van J. Zoet opgenomen onder diens: Uitsteel<enste 
digt-kunstige werkken (Amst. 1675), blz. 172. 

Tontze over 't Vonnis van Uytrecht, l>y de Vlaemse Doop.sge.sinde 
uyt-gesproken over hare Mede-Leeraren. Amst., J. Volkertsz., 1661.4". 

Pausdom (Het nieuwe geborene, geteelt uit het laast gehouden 
Menniste Sijnode van Leiden, en haar eerste Vrucht vertoont aan 
de weerloose Doopsgesinden van Uitrecht. In Aug. Anno 1661. [Door 
M. D. A.] Z. pi. en j. Plano. 

Epitheta, op de Lasterdichten v. de Schimprijniers en Pasquilstroijers, 
der (zoo genaamde) Poolsgezinden of Socinianen enz. Utr., G. de 
Macht, 1661. 4». 

Raedt, voor de Poet van de Uytrechtsche weergalm. Amst. 1661. 4". 

üitrechts onhescheid. Of Femmetjes en Betjes Meniste Kerkgeschil. 
Dordr., T. v. Bracht, z. j. 4". 

Aldendorp, G. van, [e.a.], Wydt-loopiger verhael, van de beklaeg- 
lycke onlusten: die, onder de Vlaemsche Doops-gesinden binnen 
Utrecht, insonderheyt in den jare 1661. sijn voorgevallen. Enz. 
Utr., W. Clerck, 1662. 4". 

Copie van een Brief geschr. d. M a r t e n G e u r t s, Leeraar en Oudtste 
der Mennonite Gemeente in Venendael: aen Harmen Segersz. Oudt 
Leeraer der tegenw. Kerck-houdende Vlaemsche Gheraeente, tot 
Uytrecht, Actum den 3. Nov. 1661. Amst., J. Rieuwertsz., 1662. 4". 

Marten Geiirts, Tractaet dienende tot Beweeringe der sichtbare 
Gemeynte Gods . . . tegens alle die Hedens-daechsche Nieuwicheden 
en Dwalingen enz. Utr., W. v. Paddenburch, 1662. 4". 

— , Aenmerckingen over den Handel en Mis-slagen, van 

eenige Mennoniten binnen Utrecht. Enz. Utr., W. Clerck, 1662. 4". 

Extract uyt een Brief van seecker vriendt geschreven over het 
Boeckjen vande misslagen, die Marten Geurts over eenige Men- 
noniten binnen Utrecht soude hebben voor-gestelt, uyt-gegeven 
d. G. V. Aldendorp [e. a.]. Leyden, J. J. v. Doesburgh, 1662. 
Plano. 



121 

[Geut-man, C], Een belydenis van vier gewesene Doops-gesinde 
vermaenders tot Utrecht, G. v. Aldendorp [e. a.]. Mitsgaders 
Benige aenteyckeninge . . . ende Wat voorts daer op gevolcht is. 
Utr., M. V. Dreunen, 1662. 4". 

Aanteikeuingen (De) v. C. Gentman, publijk Predikant binnen 
Uitrecht, over een belydenisse, aangaande de voornaamste Leer- 
stukken des Chrlstelijken Gods-dienst, gesteld d. G. v. Aldendorp 
[e.a.] overwogen, beantwoord en wederleid. Amst., K. Franssen, 1662. 

Aenteyckeniiigen (De), v. C. Gentman, pred. binnen Utrecht, ver- 
dedight tegen een ongenoemt Sociniaen. Utr., M. v. Dreunen, 
1663. 

Aan-teikeniugen (De) over de belydenisse van G. v. Aldendorp 
[e.a.] krachteloos en ongelukkigh verdedigt door G. Gentman. 
. Uytrecht, 1665. 



Wiiite, J., De aanleiding tot de scheuring tusschen Lamisten en 
Zouisten. Heerenveen [1898]. 

Versoeck en voorslag eeniger Broederen der Vereenigde Vlaemsche 
Gemeente aen der selver Dienaren. Streckende tot Ruste, en een 
goede Verkiesinge. Amst., P. la Burg, 1661. 4°. 

Raed tot rust aen de Vlaemsche Gemeynte lot Amsterd. [door M. 
A. en H. A.]. Amst., P. la Burg, 1661. 4°. 

Copia van 't Request, Anno 1661. den 25. .January over gelevert door 
Thobias Gover tsz [e.a.]. Aen de Heeren Burgerraeesteren 
en Regeerders der Stadt Amsterdamme. Z. pi. en j. Plano. 

Copye, van seecker Vreden Concept, tusschen de Waterlantsche en 
Vlaemsche Doopsges. Christenen, door een VI. aen een Waterl. 
Broeder geschr. Amst., S. v. Lier, 1662. 4". 

Meer, Theod. van der, Het Gekraay van een Sociniaanse Haan, onder 
Doopgesinde Veeileren. Dat is: D''. Galenus Abrahamsz. Haans 
Austootelijke en Sociniaansche Predikatie . . . geopent en weder- 
leydt. Amst., J. v. Someren, 1663. 

Overweginghe (Zedighe). over den Toestandt der jegeuwoordighe 
Onlusten en Gheschillen, in de Vlaemsche Doops-gesinde Gemeente 
binnen Amstelred. Kortelijck by wijse van Deductie voorgesteldt. 
Haerlem, P. v. Wesbusch, 1663. 4». 



122 

Reductie v. de soo genaemde Deductie, ofte zedige overweginge v 
den toestaat der jegenwoordige Onlusten en Geschillen in de VI 
Doops-ges. Gemeynte binnen Arast. gemaeckt. Door D"^. Gal 
Abruhamsz. ende sijne Medestanders. Amst., J. v. Someren, 1663. 4", 

Coinoet in de Noortpool, gesien den 9. van Grasmaendt. 1663. Rot 

terd., C. Arkel, 1663. Plano. 
Namtuos, De gemerkte Bonte Kraay, gevlogen op de tweede Bruylofts 

dagh van d' E. S. T. v. Z. en d' E. A. I. v. L. In Amsterd. den 9. van 

Gras-Maent. Z. pi. en j. Plano. 
, De Vermerkte Bontekray, te rugh gestiert nae de 

bruyloft-zaal v. de Vlaamsche Genevoysen. Z. pi. en j. Plano. 

Pronkborts, De Vermerkte Bontekray, gepluckt. Z. pi. en j. Plano. 
Zoiitmau, Eclipsis, geschooten voor 't gezicht v. de Verdwaalde 

Astrologus. Anno 1663, den 13. April. Amst., F. Klinkhamer, z.j. 

Plano. 
[Nam-tuos], Haerlemsche Mercurius. Haerlera, A. Posteleyn, 1663. 4". 
Mercurius (Amsterdamsche). N°. 1 — 5. Uitright, G. Schaap, 1663. 

Plano. 
Steen (De) op het hooft vau Michiel Comans en Gerrit ,Jansz. Veerom, 

diese op-geworpen hebben. [Door F. A.] Z. pi. en j. 4°. 
Lammerenkrügh : anders, Mennonisten kercken-twist . . . Tot waer- 

schouw voor allerhande goedt-meynende Mennonisten. Z. pi. 1663. 4°. 

Toegeschreven aan Paschier de Fijne. 

Scliaaps-kleedt ('t Gescheurde) van Dr. Galenus Abrahamsz. Leyden, 
A. V. Borselen, 1663. 4". 

Als voren. 

Hircus iratus, oft den verstoorden Bock, op de Haver-kist. [Door 
P. A.] Z. pi. [1663]. 4». 

[Dyck, J. T.], Noodtwendigh bericht, tot openinge der tegenw. 
Onlusten en Geschillen in de Gemeente der Doops-gesinde, die 
men de Ver-eenighde Vlamingen, Vriezen en Hoogduytsche 
noemt, binnen Amsterd. Amst., J. v. Someren, 1663. 4". 

2 Exempl., waarvan een m. bijgeschr. aant. 

B[alling], P[ieter], Verdediging van de regering der Doopsgez. Gemeen- 
te, die men de vereen. VI., Vr. en Hoogd. noemt, binnen Amsterd. 
Zijnde een Wederlegging v. het zoo genoemde Nootwendig Bericht, 
etc. Amst., J. Rieuwertsz., 1663. 4". 



123 

Vrede presentatie, gedaen door Tobias Gover tsz. van den 
Wyngaert eude sijne Mede-stemmers; Dienaren der vereen. 
VI., Vr. en Hoogd. Doops-gesinde Gemeente tot Amsterd. aen hare 
Mede-Dienaren Dr. Galenus Abrahamsz. ende sijne Mede-stemmers. 
Amst., P. Arentsz., 1664. 4». 

Aaiimerkin.^en op de soo-genaamde Vrede-praesentatie; door Tobias 
Goverts van den Wyngaart, en sijn Medestemmers, aan haar 
Mede-Dienaren overgelevert. Amst., J. Rieuwertsz., 1664. 4". 

[Ipostool, Pieter], Verdedigingh der Vrede-presentatie, door Tobias 
Govertsz. en Medestanders aen D"'. Galenus Abrahamsz. en de 
Sijne gedaen. Enz. Amst., J. v. Someren, 1664. 4". 

Ordonnantie van de Heeren Burgemeesteren der Stad Amsterdam, 
waer na haer de Doops-gesinde der VI., Vr. en Hooghd. Gemeente, 
sullen hebben te reguleren. Actum in Amstelred. den 10 Jan. 1664. 
Amst., P. Arentsz., 1664. Plano. 

2 Exempl. (verschillende uitgaven), waarvan een m. bijgeschr. aant. 

Ordinantie van de Ed. Gr. Achtb. Heeren Burgermeesteren der 
Stadt Amstelredam, voor die van de Vereen. Yl., Vr. en Hoogd. 
Doops-gesinde Gemeente hier ter stede [omtrent de verkiezing van 
twee administrateurs]. Actum in Amstelred. den 19 Jan. 1664. 
Amst., J. Rieuwertsz., [1664]. Plano. 

Samenspraak tusschen Klaas Koopman, en Dirk Timmerman. 
Voorgevallen op de Admiraliteyts Werf tot Amsterd. Z. pi. en j. 4". 

Bastiaan van Weynig-Om, uyt last v. Tieleman van Bracht, 
Bisschop v. Dort. Copia v. een ernstige Vermaen-Brief, geschreven 
aen Samuel Apostool. cum sociis. Dordr. 20 Jan. 1664. Z. pi. en j. 
Plano. 

Antwoort van S[amuel] A[postool] aan T[ieleman] v[an] 
B[racht] op de ernstige Vermaan-Baief. Gedateert den 20 Jan. 1664. 
In Dordrecht. Amst. 1664. Plano. 

Blondel, J.. en J. Engelsz., Verdediging tegen de onwaerachtige en 
ongegronde beschuldiging van valscheyt en bedriegery; hun te 
last geleydt van J. van Dyk. Amst., P. Arentsz., 1664. 4". 

[Dyck, J. van], Antwoort op de Wederleggingh van het Noodt- 
wendigh belicht, zijnde een wederlegging der zoo-genoemde Ver- 
dediging van de Regeering der Doops-ghesinde Gemeente binnen 
Amsterd. Amst.. J. v. Someren, 1664. 4". 



124 

B[alliiig], P[ioter], Nader Verdediging van de Regering der Doopsgez. 
Gemeente, die men de vereen. Hoogd., Vr. en VI. noemt., binnen 
Anasterd. Zijnde een wederlegging van d'Antwoort op de Ver- 
dediging, enz. Amst., J. Rieuwertsz., 166-i. 4". 

Goliadts S waart, of Pieter Balling.s soo genaamde Nader Verdediging 
van de regering der Vlaemsche Doops-ge.sinde Gemeynte binnen 
Amsterd. Uyt sijn e}'gen gronden wederlegt. Amst., A. v. d. 
Heuvel, 1664. 4". 

Oogh-water voor de Vlaemsche Doops-gesinde Gemeynte tofc Amsterd. 
enz. Amst., J. v. Someren, 1664. 4". 

[Broiickhorst, H. v.], Waerschouwinge voor het soo-genaemde Oog- 
water: waer in de waerheydt van de Aenmerckingen op de 
Vrede-praesentatie wordt verdedight; en de grove mis-stellingen 
van dit Oogli-water kortelijck worden aengewesen. Amst., J. 
Rieuwertsz., 1664. 4». 

[Halmael, J. 0. van, en M. Coinans], Waerschouwinge [tegen het 
fameus libel: Oogh-water voor de Vlaemse Doopsges. Gemeente].— 
Antwoordt op de Waer.schouwiiighe. — Tweede waerschouwinge. 
[Amst. 1664]. 4». 

Recommandatie van 't Oogh-water voor de Vlaemsche Gemeynte 
enz. Amst., J. v. Someren, 1664. 4". 

Oogh-water voor Bastiaen v. Weenigem, vertoonende de ongelijck- 
heyt van sijn Leer en Daden. [Onderteekend:] Disco Vivens. 
Amst., J. Fredricksz., 1664. Plano. 

Aenspraeek ( Broederlycke) aen de twistende Vlaemse, Doops-gesinde 

Gemeente tot Amsterd. Leyden, S. O. v. d. Steyger, 1664. 4". 

Glieleyd-draat voor de Vlaemsche Doops-gesinde Gemeynte tot 
Amsterd., om haer te geleyden uyt den doolhof der ver werringen, 
daer zy door de strijdige gevoelens van haer Leeraren zijn inge- 
raekt. Amst., P. la Burgh, 1664. 4". 

Copye van de Resolutie, die op het afslaen van de billijcke versoecken, 
eyndelijcken aen D°'=^''. Galenvs Abrahamsz, en sijne mede-stem- 
mers, op den 21 Pebr. is voorgelezen: en den 28 des selfden 
Maendts schriftelick overgelevert. Amst., .T. v. Someren, 1664. 4°. 
M. bijgeschr. aant. 

Woorde (De rechte) getrocke uyt de Copye vande Resolutie van Doctor 



125 

Galenus Abrahamsz ende de syne. Op deu 21. Febr. is voorge- 
lesen. en den 28. des selfde Maent schriftelijck oveigelevert. in 
het welck het gevoelen van Galenus en de syne wert ghetoont. 
[Benevens:] Memory. Van de Predilcatie van lacob Ostens ... op 
den 23. Maart 1664. Z. pi. 1664. Plano. 

Schuit<praatje (Haarlems), voorgevallen tusschen lacob Piecht-uit, 
en Dirk Dryver. Amst. 1664. 4". 

Idem. Amst. 1664. 4». 



Andere druk. 

Straat-Praatje, voorgevallen tusschen Jacob Recht-uit en Dirk 
Dry ver. van de Haarlemmer Poort, na den Dam. Z. pi. en j. Plano. 

Wandel-praetje, voorgevallen tusschen Live de Vreede, en Douwe 
van Vreede. in de onvreedige tljdt. Haerlem, 1664. 4°. 

Kerkentwist (Op de) en Broederlijke Tweespalt, der Vlaamsche 
Doopsgez. Gemeente t' Amsterdam. Amst., T. Houthaak, 1664. 4". 

Tergou, J. A., Weer-Galm op de Kerken-twist en Broederlijcke twee- 
spalt, enz. Z. pi. Gedr. voor d' Oude Weyman, 1664. 4". 

Naklauck (Afgebroken), op de Weergalm van de Kercken-twist; en 
Broederlijke Tweespalt, enz. Amst., P. Arentsz., 1664. Plano. 

Getrouwer, Aan 't A'erwaande Libertaintje, in d' Oude Weyman. 
Amst. z. j. Plano. 

Puritaintje (Aan 't verstoorde) op zijn stamelende Weergalm. Rot- 
terd. 1664. Plano. 

Antwoort, op de Vrede-presentatie [van het jaar 1648]. Te samen 
gestelt d. Dr. Galenus Abrahamsz. Zie hiervoren blz. 107. 

2 Drukken. Blijkens de voorrede was het doel der heruitgave te toonen 
hoe ver Gal. Abrahamsz. van zijne vroegere gevoelens was afgeweken. 

L[oopes], W. C, Rechtveerdige Weeghschael, voor de Christelijcke 
Gemeente, die men noemt de Vereen. VI., Vr. en Hoogd. Doops- 
gesinde tot Arasterd. Toege-stelt door 't middel van seker t' Samen- 
spraeck, van een Protestant en een Collegiant enz. Amst., P. 
Arentsz., 1664. 4". 

Bruyt (De Ontcierde Christelycke). Amst., P. Arentsz., 1664. 4". 

Copie van het schriftelijck Voorstel, 't Welk D''. Galenus Abrahamsz. 
... op den 1 .Tunij deses Jaers 1664. de Broederen der Vlaemsche 



126 

Doopsges. Gemeente getracht heeft voor te lesen. Enz. Amst., 
P. Arentsz., 1664. 4". 

Antwoort van de Dienaren der Vereen. VI., Hoog-D. en Vr. Doops- 
gesinde Gemeynte tot An^sterd., op de soo ghenaamde Copie van 
het Schriftelijck Voorstel enz. Amst., P. Arentsz., [1664]. 4». 

[Loopes, W. K.], Ondersoeck op tie Protestatie van Jeye Jeyesz. 
op den 15 Juny 1664. gedaen in sijn predicatie uyt de woorden, 
I Oor. 11 . 18. Amst., J. v. Someren, 1664. 4". 

De naam van den schrijver blijkt uit de Voorrede van W. K. Loopes, 
Ontleding der Christel. Kerken-order, 2de druk. Amst. 1699. 

Ouden, M. H. den, Copye eenes Briefs. I.M.S. In Amst. den 19 Junii, 
1664. Z. pi. en j. 4". 

Waerschouwinge aan de Ledematen der Vereen. VI., D. en Vr. 
Gemeynte binnen Amsterd. Amst., P. Arentsz., 1G64. Plano. 

Antwoort op de Waerschouwinge enz. Amst., J. v. Someren, 
1664. Plano. 

Aensprake ende Vriendelijcke noodinghe van een Lidt van de 
Gei'eformeerde Kercke, de Bruydt Christi, aen de Apostoolsche 
Mennoniten, om haer van de Poolsche en Sociniaensche Schyn- 
heyligen te begeven tot de Rechtsinnige Apostolische Kercke der 
Gereformeerden. Door C.D.C. Amst., G. Schagen, 1664. Plano. 

Aanspraak en Vriendelijke Wederom-Noodinge, van een Lidt der 
Vlaamsche Doopsgesinde, de Gemeente Godts, aan de Apostoolsche 
Doopsgesinde Geusen. [Door] W [ y b r a u d u s] K [ e y n e r u s]. 
Z. pi. en j. Plano. 

Vrede-presentatie, uyt den naem van het meerendeel der Dienaren 
der Vereen. VI., D. en Vr. Gemeente aen die Dienaren, de welcke uyt 
de gewoonlijcke Vergaderplaets geweecken zijnde, tegenwoordigh 
een besondere vergaderinge houden. Amst., J. Rieuwertsz., 1664. 4*. 

Ondersoeck of Provisioneel Antwoordt, van de Dienaren der Ver- 
een. VI., Hoogh-d. en Vr. Doops-gesinde Gemeente. Over de (sooge- 
noerade) Vreden-presentatie. Door Doctr. Galenus Abramsz. en 
Mede-stemmers aen de selve, op den 26. Julij gedaen. Amst., 
J. V. Someren, 1664. 4". 

Vrede Presentatie en nader antwoort; van de Dienaren der Vereen. VI., 
Hoog-D. en Vr. Doopsgesinde Gemeynte tot Amsterd., op de so 



127 

genoemde vrede Presentatie door D: Galenus Abrahamsz. en 
Mede-stemmers aen de selve, op den 26 Julij gedaen. Amst., 
P. la Burgh, 1664. 4». 

Besluj't van de Vereen. VI., Vr. en Hoochd. Gemeente, in hare ge- 
woonlijke Vergader-plaats, eendrachtelijk op den 3 Aug. 1664. 
binnen Amsterdam genomen; mitsgaders een Vertooch, van eenige 
Broederen, der zelver Gemeente rakende 't voorgaande Besluit. 
Amst.. J. Rieuwertsz., 1664. 40. 

[Loopes, W. K.], Nootwendigh antwoort en tegen-vertoog, op het 
Besluyt van de Vereen. VI., Vr. en Hooghd. Gemeente (daer Jeye 
Jeyesz. en D''. Galenus Abrahamsz. tegenwoordigh Leeraers zijn.) 
En oock bysonder tegen het Vertoogh van eenige Broederen enz. 
Amst., J. V. Someren, 1664. 4". 

L[oope.s], W. C, Trouwhertige vpaarschouwinge, aan de Ledematen 
der vereen. VI., Vr. en Hooghd. Gemeente binnen Amsterd. Amst., 
J. V. Someren, 1664. 4°. 

t' Samenspraak (Philosoofsche) tusschen Wybrandus Reynerus en 
Willem Klaasz. Loopes. Z. pi. en j. 4". 

Schapen (Aan de afgedwaalde) iiyt de Amsterdamse lammere kooy. 
Z. pi. en j. Plano. 

Christen (Den verdraaghsamen), zijnde het gevoelen van eenige 
Vermaerde Mannen, aengaende de vryheyt van in een en de selve 
Gemeente verscheydelijck te gevoelen . . . Oock een t' Samen- 
spraeck gestelt door B a r t e 1 L a u r e n. Amst., J. Rieuwertsz., 
1664. 40. 

Christianus Philalethes, Toetz-steen, waer aen geproeft kan werden 
de gelijckheyt der Galenisten met de Socinianen, En Vlaemsche 
Doops-gesinde met de Heylige Schrifture. Amst., J. v. Someren, 
1664. Plano. 

, Idem. Amst., J. Visser, 1696. Gr. 40. 

Jacob Pietersz. van de Kooch, Vrede-basuyn, tot verminderingh 
van de verschillen, voorgevallen onder de Doopsgesinde tot Am- 
sterdam, enz. Amst., P. Arentsz., 1664. 4°. 

Antwoort op de soo genaemde Vrede-basuyn, van Jakob Pietersz. 
. van de Goog ; enz. [Door P. A.] Amst., F. Klinkhamer, 1665. 4". 

2 Exenipr, wa.irvan een iii. bijgesclir. aant. 



128 

Copie V. twee brieven, iugestelt door H. de B., een Leeraer, en 
Outste van de Vlaemsclie Gemeente tot Bortschet en op de be- 
schuldigingen over Dr. Galenus, en andere gedaan, gesonden aen 
J. V. L. een der Dienaren, die in den Jare 1664. van de selve 
Gemeente haer hebben afgescheyden. Enz. Amwt., P. Arentsz., 
1664. 4". 

[Dale, Ant. van], Boere-praetje, tusschen vijf Persoenen, Een Huys- 
man, outVlamingh, Kemonstrant, Waterlander en Collegiant. 
Handelende of Galenus te recht voor een Hypocrijt is beschuldight 
enz. Door A. T. V. D. Amst., J. Rieuwertsz., 1664. 4". 



Ooff-merk van de Oudtstens en Leeraren, die sich noemen Gemeene 
Lauts-Opsienders, der Vereen. VI., Vr. en Hoogd. Doops-gesinde 
Gemeentens in Hollandt. ontdekt door hun onderling Verbondt, 
gemaakt en vast gestelt tot Uytrecht den 9. Septemb. 1664. 
Amst., J. Rieuwertsz., 1664. 4". 

Verbondt (Het Oprecht) van Eenigheydt, dat tot Utrecht vernieuwt 
ende vast-gesteld is, in de By-een-komste tot Leyden: Gehouden 
in de Maandt October, 1664. Enz. Rotterd. 1664. 4". 

• Idem. Amst., P. Arentsz., 1665. Idem. Haerlem, 1700. 

Idem, Rott. 1789. 

Achter : De Algemeene Belydenissen der Vereen. VI., Vr., en Hooglid. Doops- 
gesinde Gemeynte Gods. 

Aenraercklnghen (Noodighe), op het soo ghenaemde Verbondt van 
Eenigheyt, dat tot Uytrecht ontworpen zijnde, vernieuwt ende 
vastghesteldt is in de By-een-komste tot Leyden, gehouden in de 
Maendt October, Anno 1664. Enz. Haerlem, P. v. Wesbusch, 
1665. 4». 

Gebniyk (Oudi v. de Vryheydt van Spreeken, zie blz. 188. 

In de Voorreden word geantwoord op liet Leytse Verbond d. B. v. Wccnigcm 
en J. Boenes uytgegeven. 

Copye eens Briefs, gesonden door Jean Boe nes uyt Rotterd., 
aen N. N. tot Amsterd., over het wederhouden eeniger Doops- 
gesinde Leeraren, van de Predick-stoel en Kerckelijcke Regeeringe, 
binnen Uytrecht. Amst., T. Houthaak, z. j. Plano. 

Utrechts Kerk-triomph, uytgebreyd door een Predicant, en een 
Litmaet van deselve Predicant. [Door H. M. S. G.] Enkhuysen, 
S. J. Vredeman, 1664. 4". 



129 

Copye van XII. Artijckelen, by de Heeren Burger-meesteren ende 
Vroedtschap der Stadt Uytrecht ofte hare Commissarissen, aen 
de Dienaren van de Vlaemsche Gemeynte voorgehouden, om te 
beantwoorden : met jaa of neen. Uytrecht, Chr. Leer, 1665. 4". 

Copyeu (Authentycke) der Resolutien, van de Ed: Achtb: Heeren 
Burgermeesteren ende Vroedschap der Stad Utrecht, ende de weder- 
sijtse ondertekeninge van de Doops-gesinde Leeraren en Diakoneu 
tot Utrecht. Utr., J. v. Doeyenburgh, 1665. Plano. 

Verhael (Kort), van eenige voornaemen Gheschillen, die onlanghs 
zijn voorgevallen, ende nu noch in zwangh gaen, onder de 
Vlaemse Mennoniten, tot Haerlem. Haerlem, P. v. Wesbusch, 

1664. 4». 

Ordonnantie [v. Burgermeesteren der Stadt Haerlem, den 16 Febr. 

1665. waarbij bevolen wordt, dat de Doopsgez. hunne vergadering 
houdende in den Block zich moeten hereenigen]. Haerlem, P. v. 
Wesbusch, 1665. Plano. 

Compromis (Het) tus.5chen D^. Gialenus Abrahamsz, nevens 
sijne Medestanders en To bias Gover tsz van deuWyn- 
gaert, nevens sijne Medestanders. Enz. [Door J. G.] Amst., J. 
Pdeuwertsen, 1665. 4". 

Met de eigenhandige toevoeging op den titel : Ik heb dit niet laten drukken 
direct of indirect dit is valsch Jan Rieuwerts 

Palingh, A., Aenmerckinghen en Aenspraeck op Doet. Galenus Ge- 
schrift aen Laurens Hendrickx overgegeven over sijn bezwaringen, 
enz. Haerlem, J. G. v. Geldorp, 1665. 4". 

[Zoet, J.], 't Groote visch-net. Z. pi. en j. 4". 

Bidloo, L., Mennoos Kerck, in, en uyt Babel, ofte den Aenvang, 
Voortgang en redderinge van de Verwarringen der Vlaemsche 
Doopsgesinden, vergeleken enz. Amst., S. Imbrechts, 1665. 4". 

Beelthouwer, J. P., Antwoort op een Boeckjen, genaemt Mennoos 
Kerck, in, en uyt Babel, enz. Amst., P. Arentsz., 1665. 4". 

Driften (Tegenwoordige) en Geschillen der Doops-gesinden, gron- 
digh ondersocht. Tot Vrede en Stichtinge. Amst., Lieve v. Vreede, 

1666. 40. 

Vraag-stukken (Ernstige en Gewigtige) voorgesteld d. wylen . . . 
A. B. aan alle Evangelische Kerkken ; enz. [Oorspr. in 't Lat., nu 
u. het Hoogd. vert.] Amst., Geeraard Vrijleven, 1666. 4". 



130 

Blyenlbergli, W. v., Sociuiaensche ziel onder een Mennonitisch 
kleedt. Enz. Utr., M. v. Dreunen, 1666. 

Demonstrantie of Vertoogh, dat Coenr. v. Vollenhoven, ende sijne 
Medestanders, de Scheydinghe in de VI., Vr. en Hooghd. Doops- 
gesinde Gemeente alhier tot Haerlem heeft gemaeckt, en noch 
voedt: Dat Dr. W. v. Maurik, met de sijne tot Uytrecht, de eerst- 
gemaeckte Vrede wederom heeft verbroocken. Ende dat Dr. Galenus 
Abrahamsz. en sijne Helpers, tot Amsterd., de middelen, om 
wederom te ver-eenigen, af-laet, en by gevolgh de Vrede uiet en 
wil. Haerlem, M. v. Leeuwen, 1667. 4". 

Jvstvs Veridicvs, Westfrisius in 't hembd, vertoont in een Discoers 
tot wederleggiuge vande aenmerckinge van Corn. Geutman, ende 
de missive van Doctor Mvyen, over den oprechten pharisaevs. 
Rotterd., Jan Isackssz, 1668. 4". 

Hooghveld, R. v.. Kort Bericht van het geene tot Uytrecht onder 
de Doops-gesinde is voorgevallen enz. Leeuw., R. Sydtses, 1669. 4". 

Verautwoordinge (Sedige), voorgelesen op den 26. Dec. 1669 in de 
Doopsgesinde Kerck (die men tot onderscheyt van andere Ge- 
meentens de Waterlantse noemt). Alckmaer, A. Hasersouw, 1670. 4". 

Ireuaeus Philalethius [J. v. Ray?], Aanmerkingen over de sedige 
Verautwoordinge, enz. Alkmaar, Jac. Ysbrantsz., 1670. 4°. 

Pieter lloudricksz., Een Ernstige Bestrafflnge, aen de Vlaemsche 
Doops-gesinde Gemeinte tot Amsterd. .. . Als mede een Berispinge 
van haer-lieder Gods-dienst etc. Als oock eau Geschr. aen Galenus 
Abrahamsz. enz. Amst., Chr. Cunradus, 1670. 4". 

Uagh-tekeniugh van de Son-eclips ofte verduysteringh aen de Son. 
Gesien tot Amsterd. op de Cingel . . . door de twee geweldige 
Planeten, v. Vreede en Eyssen. Z. pi. 1670. 4". 

Vreede presentatie [van S a m u e 1 A p o s t o o 1 c. a. aen de 
dienaren on Gemeentens hare vergadering houdende bij de ge- 
wesene Brouwerij van 't Lam als oock van de genaemde Water- 
lantsche Gemeente] A°. 1672. Afschrift (17^^ eeuw). 

Hengelaer, G. v.. Een Morgen-wecker, dienende tot op-weckingh 
van die Broederen die haer selven noemen vereenigde VI., Vr., 
Hooghd. Doops-gesinde enz. Utr., H. Glerck, 1673. 4". 

Omue trinum est perfectum, aen de Kamer der Vlaemsche, etc. 
Doopsgesinde Gemeynte. [Door G. I.O. K. B.] Z. pi. en j. 4". 



131 

Alderheiligen op de Kamer der Vlaemse en Waterlantse Doopsges. 

Gemeente. [Door G. I. O. K. B.] Z. pi. [1673]. 4". 
Hypercriticuin. Aen de Kamer der Vlaemsche, etc. Doopsgesinden. 

Door G. I. O. K. B. Z. pi., M. Pietersz., 1674. 4". 
Aeu G. I. O. K. B. den onregtvaerdigen Regter. [Door A. M. B. H. F.] 

Z. pi. en j. 40. 
Potjen (Een) Smeerlendium, de getugtigde Kamer van Alderheyllgen 

en haar E. E. Secretarius Mr. W. Egelswijuius vergeten mede te 

geven. Z. pi. en j. 4". 
Wederlegging (Klare) der Pasquülen tegen de Kamer der Vlaemsche 

Doopsgesinden, etc. [Door S. L. O.] Z. pi. en j. 4". 
Varken (Het ontwaakte) aan het Menniste tabak- en brandewyus- 

swyn, Stierman v. het Menniste Bootje alias Berichterus peto- 

pypo-polyphilos, secundus. Z. pi. en j. Plano. 

Oorsprong en bedoeling van dit pamflet zijn onbekend. De Hoop Scheffer, 
in den Catalogus van 1888, stelt het in het jaar 1664. 

Grondt-steen van vreedeen verdraegsaemhey t, tot opbouwinge van den 
tempel Christi onder de Doops-Gesinde enz. Amst., J. v. Veen, 1674. 4°. 

Idem. Amst., J. Hartigh, 1731. 4". 

Sanionspraeck. tusschen een Steman en Huysman, wegens sekere 

voorvallen, nu onder de Doopsgesinde in Waterlandt ontstaen. 

En van de onwettigheydt van het afsetten van Pieter Pietersen 

op de Koogh. In Waterlant, 1675. 4". 
Vrage van de Waterlandtsche Mennonitische Opsienders ende Diaco- 

neu tot Rotterdam, aen de Vereen. VI. Vr. en Hooghd. Doopsges. 

Christenen in deselve Stadt. of sy oock genegen zyn, om met 

haer in onderhandelinge van Vrede te komen . . . Ende de Ant- 

woorde daer op. Enz. Z. pi. 1676. 4°. 
Willem Gerritsz., Ootmoedigh VersoeTi en ernstige Aenspraek aen 

Dr. üaleuus. Dr. Reyera en Dr. Maurik enz. Amst., J. Vinckel, 1676.4". 

Handelen ('t Onchristelijck) der (soo genoemde) Oude Vriesche Doopsges. 
Gemeente, (of anders 't Volck v. P. J. Twisk,) . . . tegen M. M. en 
L. J. gewesene Broederen der selve. Z. pi. 1680. 4". 

[Ëppenhof, L. H.], Niewe Jaars-geschenck, of Twalef Bedencklijcke 
Vragen, voor alle Genaamde Christenen, insonderheyt die haar 
Doops-gesinde roemen of noemen . . . aan D^. Galenus Abrahamsz. 
Amst. 16S2. 4". 



132 

Itan] S[tevens van Nieuw veen], Noodtwendige Aanmerkiiige op 
deu toestandt der hedendaeghse gemeenten: maer insonderheyt, 
de gemeenten, daer Doctor Galenus der gemeenten gronden, heeft 
ontbonden, en geschonden. Enz. Amst., A. Visscher.. 1683. 

J(anl SItevensI, Fondament-Boeck. I. Aenhanghsel. 

Jan Stevensz., Beschryviuge van de Rechtspleginge der Ware Chris- 
tenen, enz. [Geschil met D"^. Galenus.] Amst., A. D. Oossaen, 1686. 

[Loopes, W. K.], Ontleding der Christel. Kerken-order, ende des zelfs 
Ampten waar in het gebruik en misbruik der zelver wert aange- 
wesen. Amst., J. v. Veen, 1684. 4". 

Loopes, W. K., Idem. 2^^ dr. Amst., J. van Nieuweveen, 1699. 4". 

[Loopes, W. K.], Antwoordt op eenige vraagea of tegenwerpingen, 

die mij zijn voorgekomen, op myn ontleediging v. de Christel. 

Kerken-orden en deszelfs Ampten, uitgeg. 1684. Amst., J. v. Veen, 

1699. 4». 

[Fortgens, Miek.], Verhaal der Onderhandeling tot nader vereeniging 
tusschen wederzijds-Gecommitteerdens v. de Doopsgesinde zoo 
uyt de Dienaarsch. by de Thoorn en 't Lam; Als uyt de jaarl. 
by-een-konist, en de Dienaren haar Vergadering houdende in de Zou, 
voorgevallen in Amsterd. 1684. en 1685. Amst., J. v. Veen, 1685. 4". 

[Brief (Anonieme) van 2 Dec. 1688 betreffende de onderhandeling 
V. de Doopsgez. bij deu Toren en het Lam en die in de Zon, op 
15 Nov. 1688.] [Amst. 1688J. 4 blz. in 4". 

Relaas of Verhaal van 't geen is voorgevallen met de Dienaars van 
de vereeuighde Waterlantsche en Vlaamsche Gemeynte, en Doet. 
J. de Bakker; nevens een korte Bedenking over den Ban, bysonder 
aan Doet. Galenus te bedenken gegeven. [Door N. N.] Z. pi. 1691.4°. 

B[oumau], H., Korte en klaare aanwijsinge van de Proceduren . . . 
tegen D"^. Joannes de Bakker, door eenige Dienaren van de vereen. 
Menn. Gemeynte, die haar vergadering houden by 't Lam en by 
den Toorn, voorgevallen op den 30. Sept. 1691. Z. pi. 1691. 4". 

[Fortgens, Mich.], Een Brief aan N. N. rakende de laaste veronder- 
handeliug tot nader vereeniging tusschen wederzijds-Gecommit- 
teerdens V. de Doopsgesinde, Zoo uyt de Dienaarsch. by de Toorn 
en het Lam, Als uyc de Dienaaren haar Vergadering houdende 
in de Zon, nevens eenige van hunne Buyteu-Leeraron. Enz. Amst., 
J. Rieuwertsz., 1692. 4». 



133 

Klaaglied, anders een Missive aan Galenus Abraliamsz. . . . raakende 
het geene sy uytgevoert hebben ... in het mishandelen .van 
Carel Cats. Door een liefh. v. twist, en een haater v. vreede: J. J. 
Amst. 1695. 

Catz, C, Oogen-salf voor sommige Doopsgesinde. M. noch een Brief 
aan N. N. Enz. Amst. 1696. 4". 

Met geschreven aant. 

Galenus Abraliamsz, Verdediging der Christenen die Doopsgezinde 
genaamd worden, beneffens liorte grondstellingen van hun gelove 
en leere. Amst., Wed. P. Arentz, en O. vander Sys, 1699. 

, Idem. Amst., J. Rieuwertsz., 1699. 

Dezelfde druk met ander uitgeversadres, doch zonder de autorisatie van 
den auteur. 

Douwe Feddriks van Molquereu, Mennonitisch ondersoek, op de Korte 
Grondstellingen, Die van D^ Galenus opgestelt zijn, in sijn Verdedi- 
ging der Christenen, die Doopsgesinde worden genaamt. Amst. 1700. 

Jan Klaasz. van Grouw, De Leer der Doopsgezinden, verdedigd 
tegen de vreemde misduidiugen van Douwe Feddriks, in zyn 
Boekje, genoemd Der Mennonisten Leer. M. een aanhangsel v. Brieven 
gewisseld tusschen J. K. van Grouw en E. A. van Doore- 
geest. Amst. 1702. 

Douwe Feddriks van Molqueren, De Rechtsinnigheid van de Leer 
der Mennoniten opgestelt . . . Tegen de . . • misduydingen van 
Jan Klaassen van Grouw, in sijn Boek genaamt. De Lser der 
Doopsgesinden verdedigt, etc. Enz. Amst. 1703. 

Dooregeest, Eng. Arcntss. van. Een Verandwoordinge voor de Leere 
der Doopsgez., bestaande in verscheydene Brieven aan J. K. van 
Grouw enz. Amst. 1704. 

Bonman, H., Kort berigt, aangaande het uitschrijven, en algemeen 
maken, eener predikaatsi over Mattheus Cap. IV. vers 2—4. gedaan 
d. C. Tirion enz. Amst., N. ten Hoorn, 1700. 4". 

Roomen (Nieuw) ontdekt in de Proceduren der Blokse Mennisten 
van 't Heilige Land tot Haarlem, in Twee-spraak, onder de Persoenen 
van WaariBond en Reynaard gezongen. Door C. V. E. Amst. 1701. 

Scliyn, H., Aanmerkinge op het Formulier van Benoodiging, en 
Toelatinge tot het H. Avondmaal des Heeren op eigen proef, by 
zommige Doopsgezinden ingevoert. Amst. 1701. 



134 

Schyn, H., Idem. 2<i« dr. Amst. 1701. 

[Bidloo, L.], Onbepaalde verdraagzaamheyd de verwoesting dei- 
Doopsgezinden. Amst. 1701. 

[Sudcrmau W., A. van Loon en A. van Alkmaar], Verklaring en 
Verdeediging, van de Aanspraak voor de bedieninge van des Heeren 
H. Avondmaal; zooals dezelve by de Vereen. Doop.sgeziuden te 
Rotterd. in gebruik is. Enz. Rotterd. 1702. 

Aanhan^zel van Twee Breiven waarin de Vrede-Predikaatzien van 
A. van Loon en A. van Alkmaar tegen de Aanmerkingen van 
Dr. H. Schyn verdedigt worden. Rotterd. 1702. 

Overwyk, H. R. v., Ondersoek over de Natuur van liet Leeraar 
Ampt. Enz. Anisteld. 1712. 

Huyzen, K. van, Toets-steen van de Leere der Doopsgezinden. Of 
Aanmerkingen op het Boekje van H. R. v. Overwyk, genaamt 
Onderzoek enz. Amst. 1713. 

Muis, D. D., Den gesuiverden Toetsteen, of Aanmerkingen op 't 
Boek van K. v. Huisen, gen. Toetsteen v. de Leere der Doops- 
gesinde, enz. Workum, 1714. 

Huyzen, K. van, De Grondslag van de Leere der Doopsgez. Christenen 
verdeedigd en bevestigd, tegen de verdrayingen van Harmen 
Reynskes v. Overwyk en zyn Discipel Douwe Douwes Muys. Enz. 
Amst. 1715. 

Vertoog (Kort) van Kerkelyke Regtspleegingen gehouden by weerloose 
Doop.sgesinde in de Kerk de Son tot Amsterd., en eenige aan- 
merkingen op de Schriften van K. v. Huyzen, daar op slaande; 
vervat in een Brief geschr. aan een vriend door K. M. P. Utr. [1715]. 

Spiegel der waarheyd gesleepen op een fijne llytersche toetsteen 
aanwijsende door het net suyver Haarlems christalyn glas de 
vlakken en 't gebrekkelijke van de Blauwe Trant-trappers. Z. pi. 1717. 

Tervolg van de Spiegel der waerheyt, wegens de Kerkelyke Regts- 
pleging enz. Z. pi. 1717. 

Vragen (Eenige) en Antwoorden, over het verschillende gevoelen in 
de Doopsgez. Gemeente de Zon, tot Amsterdam. Amst. 1717. 

Junius, J., Eenige Zedige doch Korte Aanmerkingen over de Broeder- 
twist van vier Doopsges. Leeraaren enz. Amst. 1717. 



135 

Antwoord (Een Radend) ... op de Vrage na de zin en iiieyninge 
V. J. Junius, in zyn Boek gen. eenige zedige, dog korte Aaumerkinge, 
enz. [Door M. W.-J.] Z. pi. 1717. 

Suderman, J., en A. vau Meurs, Protest, gedaen tegen de maniere 
van 't beroepen van den Heere D. van Heist, gesuspendeert Leeraer 
der Doopsgez. Christenen [vergaderende] in de Zon t' Amsterd., 
tot Leeraer in de Vereende Doopsgez. Gemeente te Rotterd. : Nevens 
eene korte verantwoordinge van hun gedragh diesaengaende. 
Rotterd. 1718. 

Oudenaarden, M., Korte aanmerkingen over het Protest v. J. Suder- 
man en A. van Meurs, gedaan enz. Rotterd. 1718. 

[Alkmaar, A. van], Onderzoek en Wederlegging v. het zoogenaamde 
Protest en de Verantwoording v. J. Suderman, enz. Rotterd. [1718]. 

[Schyn, H., en H. van Dam], De Kerkenraadt en Gemeente der 
Doopsgezinde te Amsterd. [vergaderende] in de Son, verdeedigt 
tegen den Eerw. A. van Alkmaar, Leeraar der Doopsgez. te 
Rotterd. in zyn zo genaamde Onderzoek enz. Amst. 1719. 

Pro veritate sine proprietate. Of Voor de Waarheid zonder Eigen- 
belang. Dienende ter beantwoord, van het boekje gen. De Kerken- 
raadt enz. Amst. 1719. 

D\jkema, F., Burgemeesteren als scheidsrechters in eene kerkelijke 
aangelegenheid. Rotterd. 1913. 

N. Rotterd. Courant v. 26 Juni 1913. Avondbl. B. 
Handelt over de kwestie van Ds. van Heyst te Rotterdam. 

[Johanna Maria Statia], Vasten Avontje, der naam Mennoniten, door 

J. M. S. Alkm. 1719. 
Schyn, H., Ontwerp tot vereeniging der Doopsgez. Christenen. Enz. 

Amst. 1723. 

, Idem. Amst. 1738. 

Copie [v. twee brieven der Dienaren der VI. en Waterl. Doopsgez. 
Gemeenten, gecommitt. u. de Societeitsverg. geh. 26 Mei 1723 in 
de Zon, gedagteekend : Am.st. 26. July 1723, en der Dienaren 
der Vr. Doopsgez. Gemeenten, gecommitt. u. de Societeitsverg. 
geh. 2 Aug. 1724 in de ArkeNoach, gedagteekend: Amst. 11. Aug. 
1724, betreffende de vereeniging dier lichamen]. Z. pi. en j. 4". 

Rysdyk, J., Verdediging van de Regtzinnigheid der ware Mennoniten 
... Mitsgaders afscheidts en intre-predikaatziën. Gron. 1729. 4". 



136 

Comines, J., Den Veynzaiirfc Ontmaskert: behelzende een klare ont- 
dekkinge en tevens korte wederlegginge van alle de lasterlyke 
Beschuldiuge . . . welke J. Rysdyk . . . zyn gewezen Amptgenoot, 
nevens zommige der Mennonyten Gemeente te Zwolle, heeft tragten 
aan te vryven, enz. Zwolle, 1729. 

Rysdyk, J., Ongeveinsd en zedig Antwoordt, waarin de onware be- 
rigten en valsche beschuldigingen, welke J. Gom m e s in zyn 
faamrovend geschrift, den Veynzaart ontmaskert heeft voort- 
gebragt, wederlegt en teffens enige Fondamenteele Waarheden 
nader opgeheldert worden. Waar voor gevoegt zyn II. Brieven 
[van] G. O u t h o f [en] H. R a v e s t e y n. Gron. 1730. 

, Godtgeleerde Aanmerkingen ... tot nadere Ophelderinge 

en Verdediginge van de Regtzinnigheid der ware Mennoniten. Dl. 
I en II. Gron. 1742-44. 

Botterman, E., Vi-iendelyke en Ernstige Aanmerkingen op het, Vrieu- 
delyk en Uitdagend Verzoek . . . van Dnus J. Rysdyk. Gron. 1742. 



Sepp, Chr., Johannes Stinstra en zijn tijd. Eene bijdrage tot de 
Gesch. der Kerk en School in de IS^e eeuw. Amst. 1865-66. 2 dln. 
Rups, S. P., Aufrichtige Nachrichten etc, zie hiervoren blz. 108. 

Het 3de hoofdstuk handelt over Stinstra. 

, Tegenw. Staet enz., zie ibidem. 

[Resolutie en aanschrijving van de Gedep. Staten v. Friesland in 
zake het onderteekenen door de Doopsgez. leeraars van een voor- 
geschreven formulier, 10 Oct. 1722.] Z. pi. en j. Plano. 

[Rosolutio (Nadere) van dezelfden, 7 Nov. 1722.] Z. pi. en j. Plano. 

[Request der Gecommitteerden v. de Christel. Doop.sgez. Gemeenten 
aan de Staten der Prov. v. Friesland, A" 1740, in zake het onder- 
teekenen door de Doopsgez. leeraars van een voorgeschr. formulier.] 
Z. pi. en j. f. 

Deductie voor het Regt van de Vrijheid van Geloove, Godsdienst, en 
Gonscientie. Gevoegd bij een Request op den naam van de Doops- 
gez. gemeenten in Friesland ingeleverd aan de Staaten der gemelde 
Provincie A" 1740. Z. pi. en j. f. 

Request met bygevoegde Deductie voor het Regt van de Vryheid van 
Geloove, Godsdienst, en Gonscientie op den naam van de Doops- 
gez. Gemeenten in Friesl. ingeleverd aan de E. M. Heeren Staaten 
der gemelde Provincie. A. 1740. Z. pi. en j. 4". 



137 

Regt (Het) der Vryheid vau Geloove, Godsdienst, en Conscientie, 
beweerd in een Request met bygevoegde Deductie, op den naam 
van de Doopsgez. Gemeenten in Friesl., ingeleverd aan de E. M. 
Heeren Staaten der gemelde Provincie. A«. 1740. S^e dr. Harl. 1740. 

Staats-Resolutio [van de Staten v. Friesl. op het request en de 
deductie der Doopsgez. Gemeenten aldaar. A" 1740]. Afschrift 
llS'Je eeuvr). 1 blad. 

Vornieuwing (Op de) der Vrijheid van Gelove, Godsdienst en Cons- 
cientie door D'E. M. Heeren Staten van Vriesland. 1740. Afschrift 
(18'i8 eeuw), f. 

Het Gods Kerk en Hooge Overigheit lasterend schimp gedigt der 
Sociniaans gezinde in Frieslants Hooge Kerli vergadering in den 
Jare 1740. gestrooit. Ter afwering • . . Ijeantwoordt, door een 
Liefhebber der Waarheit enz. Rotterd. 1741. 4°. 

Voorzorg (Noodtwendige) der Staten der Prov. van VriesL, tegen 
de inkruipende Socinianerye. Of beantwoording der Deductie van 
de Gecommitt. der Christel, Doopsgez. Gemeenten dier Prov., voor 
het recht van Vrijheit in zaken van Godtsdienst. Leeuw. 1741. 4". 

Examen of Eenige Vragen, voorgesteld aan den Schrijver van de 
Noodwendige Voorzorg, of de zoogenaamde Beantwoordinge van 
de Deductie der Doopsgezinden. [Harl. 1741]. 4". 

Verklaring (Nader) wegens het oogmerk en den inhoudt der Nodige 
Voorzorg, tot Beantwoording van enige Vragen die men daar om- 
trent heeft voorgestelt. Leeuw. 1741. 4". 

Stinstra, J., De Natuure en Gesteldheid van Christus koningrijk, 
onderdaanen, kerke, en godsdienst afgeschetst in vijf Predicatien. 
Harl. 1741. 

■ , Idem. 2de dr. met eenige Aantekeningen verm. Harl. 1741. 

, Byvoegzel van Aantekeningen over de vyf Predicatien 

enz. Z. pi. en j. [1741]. 

Honert T.H.soon, J. vanden, Briev aan den Heer J. Stinstra, 
wegens desselvs onlangs uytgegeve Predikatien over de Natuur 
en Gesteldh. v. Christus Koningryk enz. voornamei. wegens het 
Byvoegsel enz. Leiden, 1741. 

— , De Natuur en Gesteldheid van Christus Koningryk [enz.] 

afgeschetst in vyv Predikatien, over deselve vyv Texten over 
welken J. Stinstra vyv Predikatien gedaan heeft. Leiden, 174:2. 



138 

Gerdes, 1),, Twee godgeleerde verhandelingen, over de Vryheid de? 
Geloofs, des Godsdienstes, en der Conscientie, alsmede over de 
Socinianery en de Socinianen. Uitgegeven ter gelegentheid van 
eens zekere berugte Deductie der Friesche Doopsgezinden, enz. 
Gron. 1741. 4". 

, De vryheid des Geloofs, des Godsdienstes, en der Con- 
scientie, verdadigt in ene Ontbloting en Wederlegging van de Deduc- 
tie der Friesche Doopsgezinden. Beneffens enige nodige Bedenkingen 
over de vyf Predikatien van J. Stinstra. Enz. Gron. 1741. 4°. 

Hierachter met afz. paginatuur: Verschelde documenten en authenticquc 
stukken, aangaande zo in 't gemeen de Socinianery en derselver verbode 
gruwel-lere, als in 't byzonder die twee gesuspendeerde Vermaners in Fries- 
land, die van Sociniaansche gevoelens beschuldigt en suspect schuldig ver- 
klaart waren. 

Driesseii, A., Eerste en eenvoudige grond-beginsels, . . . volgens 
welke de Deductie der Vriessche Doops-gesinden, en de Schriften 
voor en tegen die, ook de Predikaatzien van den Heer J. Stinstra, 
over Joh. XVIII. 36. en volg. in opzigt van de vrijheid desGods-dienst, 
konnen beredeneert en beoordeelt worden. Enz. Gron. 1741. 4". 

Den Heere Joannes Stinstra, Leeraer der Doopsgez. te Harlingen: 
in zijnen Predikdienst geschorst. Z. pi. en j. 4°. 

Aanmerkingen op het Vers van P. Hofstede Jz., genaamd, de 
Waarheid in Friesland tegen de aanslagen der Kettery verdedigt 
enz. Z. pi. en j. 4". 

I Painpliilius], Aan den Heere Joan van den Honert Hoogl. te Leiden. 
Z. pi. en j. 4". 

Aan den Heere H. Venema Hoogl. en Akad. Pred. over deszelfs 
Christel, advys, aan de E. M. Heeren Gedep. Staeten van Vriesland 
op derselver verzoek ingegeeven, nopens zeker boekje van den 
Eerw. Heere J. Stinstra. Haerlem, z. j. 4". 

Aan den vervolgden Friessen Liberius Facundus. Z. pi. en j. 4". 

Extract uit het Resolutieboek van de E. M. Heeren Gedep. Staten 
V. Friesland, en Derzelver Aanschrijving aan de Heeren Professoren 
van de Theol. Faculteit tot Leyden, Utrecht, Franeker, Groningen, 
Harderwyk: Mitsgaders aan de Respective Classen van Friesland. 
En daarop gevolgde Stukken en Advysen, rakende het Boek van 
J. Stinstra over de Natuur en Gesteltheid van Christus Koningryk 
enz. Leeuw. 1742. 4°. 



139 

Stinsira, J., Remonstrantie aan de E. M. Heeren Staaten v. Friesl., 
ingeleeverd op den 27 Pebr. 1742. Amsteld. 1742. 4". 

Requesten aan de Heeren Staaten v. Fries]., ingegeven in de Maand 
Maart, 1742, door de Doopsgezinden van de zelve Provintie. 
Amst. 1742. 4». 

Conradi, P., Intree-rede over den Pliriit van eenen Godgeleerden in 
het Wederleggen der Dwaalenden, . . . Uit hot Lat. vert. Harl. 1742. i". 

[Bromer, K.], Voorreede voor de Intree-reede van den Hoogleeraar 
F. Conradi. Z. pi. en j. 4". 

Portier, H., Omstandig en waaragtig berigt van 't voorgevallene 
nopens het suspenderen in de Predikdienst van Wijtze Jeens en 
Pieke Tjommes, Leeraaren der Doopsgez. op 's Heerenveen en in 
de Knijpe. Waar agter de vermaarde Opdragt van R. Steele 
aan Paus Clemens de XI. en nog een ander Stukje. Harl. 1742. 

Brief raakende zekere thans zweevende geschillen in Vriesland. 

Leiden, 1742. 
Brief (Tweede) raakende eeuige enz. Leiden, 1742. 
Yelzen, (i. van. Aanmerkingen over den Brief van Leiden, rakende 

de zwevende geschillen in Vrieslandt, tot een Aanhangsel van de 

Noodtwendige Voorzorg. Leeuw. 1742. 
Stinstra, J., Gedagten over den voor eenigen tijd uitgekomenen 

Brief v. den H. G. Heere J. v. d. Honert T.H.soon. 1« St-, 2» St. 

P Afd., id. 28 Afd. HarL 1742-43. 
Trotz, Cii. H., Intree-rede over de vryheit van gevoelen en spreken 

den rechtsgeleerden eigen ; ... Uit het Lat. vert. Utr. 1743. 4". 
Vrylieid (De) op den troon gezet door de E. A. Heeren Schepenen 

der Stad Amsteldam, den 20^*™ van Herf[s]tmaand 1743. [Middelli.] 

z. j. 4". 
Req[uesteii en Memorie der Doopsgez. Gemeente binnen Harlingen, 

aan de R. M. Heeren Gedep. Staaten van Friesl. en derzelver 

Heeren Commissarien; Ingeleverd tot herstellinge van den Heere 

J. Stinstra in den Predikdienst; met de daarop gevolgde Sententie. 

Harderwyk [1747]. 4». 
Brief (Vrieudelj'ke) aan de Doopsgez. Kerkenraad v. Harlingen, tot 

wederlegging hunner Reciuesten en Memorie, . . . Geschr. door een 

Doopsgez. Broeder. Eerste Brief. [Get.: Akakia.] f Leeuw. 1748]. 



140 

Stinstra, J., VVaarschuwiiige tegen de Cieestdrijverij vervat in een 
Brief aan de Doopsgezinden in Friesland. Harl. 1750. 

; Lettre pastorale contra Ie fanatisme, adressée aux 

Mennonites de Frise. Trad. du HoUandois. Leide, 1752. 

, Warnung vor dem Fanaticismus, a. d. Holland, u. 



Französ. übers. Hrsg. m. e. Vorr. Herrn A. F. W. S a cli s: dasz 
die walire Religion keiu Fanaticismus sey. Berlin, 1752. 

■, A Pastoral Letter against Fanaticism, address'd to the 

Mennonists of Friesland. Transl. fr. the origin. Dutch by H. R i ni i u s. 
London, 1753. 

Bosch, J., Trouhertige Waarschouwing tegen het Doodelyli Banket, 
opgedist op een Doopsgesiude-schotel, door J. Stinstra . . . onder 
de Naam van Waarschouwingen tegen de Geestdry very. Leeuw. z. j. 

Blankenburg Jr^ Lof-reede op den Trouwhartigen, Waarschuwenden, 
Vreedelievenden, Alomberugten en geenzints Verdagten Heere 
J. Bosch, ter Geleegenh. v. zyn Ed. . . . Werkje, gen. Trouwhartige 
Waarschouwing enz. [Harl. 1751]. 

[Holberg, L.], Jacobus Bosch, schryver en weever te Leeuwarden, 

ontmaskerd. Hekeldigten. Z. pi. en j. 
Dorree, J. P., De geest van Jacobus Bosch, volgens zyn Trouhertige 

Waarschouwing beproeft. En de Reden van J. Stinstra na zyn 

Ed. vermaninge beredeneert. Leeuw. 1751. 



Zaak (De) van Ds. Ant. van der Os. Verzameld door W. S 1 u i t c r 
en H. L. N o o r t b e r g. 5 dln. 4". 

De eerste drie deelen zijn, in overleg met Noortberg, bijeengebracht d. 
Sluiter en de aanteekeningen en afschriften daarin zijn van zijne hand. De 
beide andere deelen zijn, waarschijnl. door een ander, daaraan toegevoegd. 

Inhond van Dl. I. 

Inleiding en Register voor de eerste drie deelen. In handschrilt. 

Handelingen des Eerw. Kerkenraads v. Zwolle in zake van de onrechtzinnigh. 
V. Do: Ant. van der Os. Nevens zyne verantwoordingen en 't protest v. Do: 
J. van Rossuin, en vyf andere leden. Waartegen een contra-protest of weder- 
legging des Kerkenraads. M. een voorr. verm. uitgeg. d. den E: Kerkenraadt 
v, Zwolle voorn. Zwolle, I75I. 40. 3 stukken. 

Advies v. de theol. faculteit te Leyden onitr. de saak v. D". van der Os, pred. 
te Zwolle, [aan de Staaten v. OverysselJ. Z. pi. 1751. 4». 

A. van der Os, Uitbrcidinge over 1 Cor. 1:30. 2de dr. Amsteld. 1 752. 4». 

■ , Predicatie over Handel. XVII: 11. Amsteld 1753. 40. 

W. van Z u t p h e n, Opening wegens het gehouden gedrag omtr. D". Ant. van 
der Os, ten opziclite v. desz. Predikatie over Handel. XVII: 11. In het licht 
gegeven, ter rechtveerdiging v. zijnen handel daaromtrent. 's-Gravenh. 1753. 4». 



141 

Versameling v. de Resolutiën v. de Staten v. Overyssel, genomen wegens de 
Zaake v. Do. Ant. van der Os. Mitsg. eenige andere publieke Stucken daar 
toe specterende, etc. Z. pi. en j. 4». 

Protest V. het mindergedeelte des E. Kerkenraads v. Zwolle, tegen het ge- 
resolveerde by het meerderdeel, rakende de verkiezinge v. nieuwe leden des 
Kerkenraads, ende uitvoeringe derzelver resolutie enz. Zwolle, 1754. 4». 

Verantwoording v. de E. Kerkenraadt v. Zwolle tegen den laster hun aan- 
gewreven in een geschr. gen. Protest v. 't minderdeel enz. Zwolle, 1754. 4'. 

Wederlegging v. het geschrift onlaiigs uitgekomen onder den tytel van Ver- 
antwoording, enz. Zwolle, 1754. 4». 

Instantie v. het mindergedeelte des E. Kerkenraads v. Zwolle, aan de E. 
Classis V. Zwolle, vergaderd binnen gem. stad op den 8. Apr. des jaars 1755. 
Op de doleantie by het zelve mindergedeelte ingeleverd aan gemelde classis, 
op den 23. Apr. 1754. Zwolle, 1755. 40. 

Orthodoxus IN. Holtius] en Philalethes IA. Comrie], Brief aan 
Diotrephes, wegens de gedr. Schrifturen over de Handelingen v. den Zwol- 
schen Kerkenraad, voor en in de Jaarl. Verandering v. desselfs Leden, den 24. 
en 26. Januarii 1754 gehouden. Leeuw. 1754. 4'. 

, Tweede brief aan Diotrephes, wegens de Verantwoording v. 

het Meerderdeel tegen het Protest v. het Minderdeel des Kerkenraads v. 
Zwolle enz. Leeuw. 1754. 4". 

B. de Moor, Godgeleerde stellingen ... als Toegift onmiddelyk geplaatst . .. 
achter de Sesde godgel geschils-verhandeling over het Pascha, verdedigt door 
A. Boskamp, op den 8 Dec. 1751. Amst. enz. z. j. 4». 

N. Holtius, Aanmerkingen over een geschrift gen. Advys der Professoren 
der H. Godgeleertheyd te Leyden, wegens de saak v. Do. Ant. van der Os 
vervattet in een Brief aan den Heer B. de Moor. Leyden, 1752. 4». 

Consideratien op een Geschrift, by wyze v. eenen brief, op den naeni v. Do. 
N. Holtius, geschr. aen Doet. B de Moor, over het advys v. de theol. faculteyt 
der Holl. Universiteyt, wegens de zaek v. D». Ant. vander Os. Dordr. enz. z. j.40. 

J. D o i t s m a, Briev aan den Hoog Eerw. Heer Joan van den Honert T.H.fil. 
dienende tot ophelder, v. den Briev, v. zyn H. Eerw. aan een zyner Vrienden, 
over de Zaak v. Do. Ant. van der Os. Enz. Zwolle, 1752. 40 

lOnderhandsche resolutie v. de vier dassen op de synode te Steenwijk 
vergaderd, om aan H. K. H. de Gouvernante een remonstrantie in te leveren, 
houdende verzoek tot handhav. der rechten der class. v. Zwolle in zake Ant. 
van der Os.) Afschrift. 

[Remonstrantie der vier dassen op de synode te Steenwyk verg, aan H K H. 
de Gouvernante.] Afschrift. 

Inhoud van Dl. 11. 

Advijs van den Droste van Salland in de zake van D». van der Os. Afschrift. 

Handelingen des E. Classis van Zwplle over de zaak v. D'. A. vander Os. 
Amst. 1754. 4». !»■= en 2<ie dl. 

Appel V. D. van der Os [op de Synode te Campen in 1753] met de 
gevolgen daer van. Afschrift. 

Vertoog V. de gecommitteerden des Eerw. Classis v. Zwolle aen de Hoog 
Eerw. Christel. Synode v. Overyssel ... binnen Zwolle 1755. Afschrift. 

[Rapport van den Kerkenraed van Zwolle over de Leere van D: van der Os , 
aan de Synode te Campen ] Afschrift. 

Missive V. de Eerw. Kerkenraad v. Zwolle, aan de Classen v. Overyssel, m 
een Bylage . . . [en] eene Voorrede, uitgeg. d. Petrus van Zwol. Hier zyn 
bygevoegd de Copien v. twee brieven v. den Heere J. J. S c h u 1 1 e n s. Prof. 
te Leiden, aan den Kerkenraad v. Zwol en de Gecomm. v. de Zwolse Classis. 
Amst. 1755. 4». 



U2 

Verdedi'King der Classicale en Synodale Handelingen in de zake v. Ds. van 
der Os, teilen de voorstanders v. den zelven. Afschrift. 

Antwoord v. de üecomm. der Zwolsclie Classis, op liet Byvoegsel agtcr den 
Brief aan D". Holtiiis. Uitseg. d. J. v. d. Honert. Enz. Amst. 1754. 4». 

Toegift tot het Antwoord v. de gcconini. des E. Classis v. Zwolle. Enz. 
Amst. 1754. 4». 

Openinge en Waarschouwinge omtr. de Vreemde maniere v. Schryven en 
Handelen: En de nog Vreemder maniere v. Defenderen der praetense I?echt- 
zinnigh. v. D". Ant. van der Os ... Door de Gecomni. des E. Classis v. Zwolle. 
Amst. 1755. 4». 

Wederlegging v. het zoo genaamde Wederantwoord v. den Heer J. v. d. Honert 
T.H. zoon, Pred. en Prof. te Leiden ... Uitgeg. d. Gecomm. der Zwolsche 
Classis. Amst. 1755. 4». 

Twee brieven gewisselt tusschen de Gecomm. der Zwolsche Class., ter 
gelegenth. v. zekere Twee brieven, geschr. aan en van den Heer J.v.d Honert 
T.H. zoon. Uitgeg. d. voorn. Gecommitteerden Amst. 1755. 4». 

Inhoud van Dl. III. 

ICopieën van en extracten uit stukken in zake de procedure v. Ant. v. d. Os 
1755.J In handschrift. 

Accurate aantekeningen v. het voorgevallene op 't Synodus v. Overyssel geh. 
te Zwolle, 3 Juny 1755. en volgende dagen. En dat wel ten aanzien v. de zaak 
v. Do. Ant. van der Os. Z. pi. en j. 4". 

Ant. van d e r O s, Request aan Burgem. en Schepenen der Stadt Zwolle. 
Benevens het Anlw. op dezen Requeste. Z. pi. 11755]. 41. 

P. van Hasselt, Missive aan Petr. van Zwol betreffende eenige v. de 
jongste Geschriften v. den Hoog-Eerw. Heer J. v. d. Honert, en inzonderh. 
het daarin opgegeven Doemwaerdig antinomiaansch en machinaal systenia, 
Amst. 1755. 4». 

Doleantie v. de Gecomni. der Zwolsche Classis, over de Behandelinge v. den 
Prof. J. V. d. Honert T.H.z. geaddresseert aan de Hoog Ecrw. Heeren üeputatcn 
v. de Overysselsche Synode. Amst. 1755. 4». 

Nadere of tweede Doleantie Iv. dez. aan dez.J. Amst. 1756. 4". 

Bericht v. de Gecomni. des E. Classis v. Zwolle aen de Gereform. Kerke v. 
Nederland. Afschrift uit de Boekzaal, Meij 1756. 

Ultimum Vale of Laatste Afscheid aan alle de Twist-schriften, die er reeds 
zyn, of nog zullen komen, rakende de zake v. D». A. van der Os, ende den 
aanklecve van dien. [Door P. V.A.J Amst. 1756. 4». 

[Bericht van de Politykc Commissarissen in de Synodus van Vollenhove 
des jaars 1756, dat de zake van Do, v. d. Os gehouden wierd voor behoorlyk 
en ten vollen afgedaan.) Afschrift. 

Brief v. een vrient uit Utrecht aan een vrient te Zwolle, wegens de be- 
schuldiging v. den Hoog Eerw. J. v. d Honert tegen de Eerw. Heeren N Holtius 
en A. Comrie. M. dezer Antwoorden op de Viagen over de Leere der Recht- 
vaardigmakinge, enz. Amst. 1756. 4". 

Brief uit Overyssel aan een vrient in Hollant, berichtende het voorgevallene 
op de jongst geh. Synodus der eerstgem. Prov. te Vollenhove, met de Authentike 
Stukken bevestigt. Utr. 1756. 40. 

Bericht wegens den brief uit Overyssel enz Amst. 1756. 41. 

Z. J. Streso, Het Geloof van Abraham tot Reclitveerdigheyt, vertoont in 
een en heiligen wandel tot een voorbeeld voor alle zyn e kinderen. Lcyden, 1756.41. 

A. Comrie, Missive wegens de Regtvaardigmakinge des Zondaars ... in 
het licht gegeven d. M.P. Amst. 1757. 4«. 

Tafereel ontworpen d. Noortbcrg v. hetgeen Prof. J v d. Honert toonen 
en bewijzen moet. Afschrift. 



143 

Aenhangsel : De zake van 't Protest v. Ds. van Rossum. In handschrift. 

Bijvoegselen. I. Over 't verhandelde m. D» Ter Poorten. II. Over de zake v. 
DD. Holtius en Conirie. III. Over den overgang van den Gedeporteerden D. 
van der Os tot de Gezintheid der Mennonften. In handschrift. 

Vermaakelyke samenspraak tusschen een Buitepastoor ende een Boer, zynde 
zyn Buurman. Zwolle, 1754. A". 

Invallende Gedagten ter gelegenth. v. de verhuizinge v. den Heer A. van 
der Os, na den doot v. zyn grooten verdediger. Prof. J. v. d. Honert, uit de 
Gercf. Gemeente v. Zwol, na de vrienden te Beverwyk. Enz. Z. pi. en j. 4». 

J. C. Royaerds, Notitie v. de uitgekomen Boeken of Schriften in de zake 
v. D». van der Os. In handschrift. 

Dl. IV, niet anders dan dubbelen v. Dl. II en UI bevat hebbende, ontbreekt. 

Inhoud van Dl. V. 

J. D o i t s m a, Briev aan den Hoog Eerw. Heer J. van den Honert T.H.fil. 
enz. Zwolle, 1752. 4». Hetz. ook in Dl. I. 
W. van Zutphen, Opening wegens het gehouden gedrag enz. 's-Gravenh. 

1753. 4». Hetz. ook in Dl. I. 

J. Mobachius, Zedige bedenkingen nopens het Werkje v. den Eerw. Heer 
A. van der Os over I Cor. I:vers 30. enz. Amst. 1753. 4». 

Brief v. een Heer uit Zwol, aan een Heer te Amsterd., aangaande het ver- 
handelde op het laatst geh. Synode te Campen, wegens A. Lyphard. Waar by 
nog gevoegt is het gehoudene gedrag v. D". A. van der Os, wegens het beroepen 
V. een Predikant te Nieuwleuzen, en tegen zyn Condeputaties. Amst. 1754.40. 

De Waarheid in rouwe, ... by gelegentheyd der uytgaave v. het boek v. den 
Heere J. J. Schuit e ns. Prof. te Leyden tegens de Eerw. Meeren Comrie, 
Holtius e. a. [Door S. D. V. J. N.1 Amst. 1754. 4". 

N. Holtius, Brief aan den Hoog Eerw. Heer J. J. Schultens, enz. Zwolle, 

1754. 40. 

Twee brieven [gewisseld tusschen J. J. S c h u 1 1 e n s en N. H o 1 1 i u s, tot 
een verv. v. den vorigen brief]. Zwolle, 1755. 4". 

Berigt nopens de waarschuuwinge v. de Heer J. J. Schultens, tegen de Ca- 
techismus-verklaringe v. den Heer A. Comrie, enz. Amst. 1755. 4". 

De klaagende godvrugt : zig zuiverende: v. de valsche klanken enz. [Door 
S. V. H.G.1 Amst. 1755. 4». 

Echo op den vermomden Irenëus. [Door H.W.E. V. L.1 Amst. 1755. 4". 

Missive v. de Eerw. Kerkenraad v. Zwolle, aan de Classen v. Overyssel, enz. 
Amst. 1755. 4». Hetz. ook in Dl. II. 

Copie V. twee brieven v. den Heere J.J. Schultens geschr. aan den Kerken- 
raad v. Zwol, en aan de vyf Gecommitt. v. het Zwolse Classis. Z. pi. [1755]. 4". 

P. van Hasselt, Missive aan den Heer Petr. van Zwol enz. Amst. 1755. 
40. Hetz. ook in Dl. III. 

Vernieuwde, vermeerderde en verswaarde Ergernissen gegeven d. den H. 
Eerw. Heer Prof. J. J. Schultens, enz. Door A. E. M. P. C. Amst. 1755. 40. 

Ultimura Vale enz. [Door P.V.A.] Amst. 1756. 40. Hetz. ook in Dl. III. 

Beschermer van de aanspraak aan Do. A. van der Os, ontworpen door een 
Lid V. de Oude Calviniaansche Sociëteit, tegen de Aanmerkingen v. D». J v. d. 
Honert enz. Amst. 1753. 40. 

Os, A. van der, Uitbreidinge over 1 Cor. 1 : 30. S^® dr. Amsteld. 1765. 4". 

Vryhart, A., Vastea avoiid.s gift aen de Heeren Geconimitteerden 
V. de Zwolsche Clas.sis etc. etc. [Leiden, 1756]. 4". 



144 

Brief (Vermanende en Waarschouwende) aan den Heer Anth. van 

der Os . . . door een Beminnaar van waarh. en vreede. Dord, enz. 

[1758]. 40. 
Nuyssenburg, Iz. van, Samenspraak ... over de Religie-verandering 

van D". Anth. van der Os enz. Delft, 1758. 4«. 
LNuyssenburg, Iz. van], Rouwklagt aan de zalige scliimme van 

den Grooten Godgeleerden Joan van den Honert, enz. 2^" dr. Delft, 

1758. 40. 

Remedie voor doldriftigheid aan den Rotterdammer student in de 
h. godgeleerd!!. Iz. van Nuyssenburg. Enz. Amst. 1758. 4". 

[Cate Thz., G. ten]. Antwoord op een' Brief van een' Doopsgez. 
Leeraar, over de zoo vérklinkende Religieveranderiug van D. Ant. 
vau der Os. [Onder de zinspreuk: Hier na beter. Achteraan ge- 
teekend: NN.] Z. pi. en j. 

Raad (Heilzame) aan den . . . Brievenschry ver, die . . . zyn naam 
verbergt, onder de Zinspreuk Hier na beter. Z. pi. en j. 

Aanmerkingen (Zedige en ernstige), op de al spottende zoo genoemde 
Heylzaame Raad [enz.], door eenen voorstander van de eer en 
leer der Mennoniten. Z. pi. en j. 

Ernst, J. van den, Heilzaame raad aan den Raadgeever in de 
zaak van Ant. van der Os enz. Z. pi. [1758]. 

[Cate Thz., G. ten]. De wederdoop gewraakt by de Doopsgezinden, 
behelzende o. a. ernstige aanmerkingen op een' spottenden raad 
betrekkelyk tot den doop geoefend aan A. v. d. Os. [Achteraan 
de zinspreuk: Hier na toeter.] Z. pi. en j. 

Justus Benevolens, Aanspraak aan Den Heer N. N., die onlangs 
eenen Brief van zeker Doopsgez. Leeraar wegens de zaak van 
den Heer van der Os, onder de fraaje Zinspreuk „Hier na beter", 
beantwoord heeft. Harlingen, 1758. 

[Cate Thz., G. ten]. Antwoord op de Aanspraak v. Justus Benevolens, 
zoo genoemd Leeraar der Christenen door den schrijver onder de 
zinspreuk Hier na Beter. West-Zaandam, 1758. 

Mara-stroom (De) geopend in de aanspraak v. Justus Benevolens, in 
deszelfs vloed gestuit ..., door O/AaAsjTJ^,-. West-Zaandam [1758]. 

Aanmerkingen (Eenige korte), of vraagende voorstellingen aan den 
schrijver, die zig genoemd heeft met den naam van Justus Bene- 
volens, enz. Z. pi. en j. 



145 

Hoekstra, B. S., Het antidox cliaracter van Justus Benevolens, enz. 
West-Zaandam, z. j. 

Justus Benevolens, Een tegen Vier of vier Aanspraaken . . . ter 
Verdediginge zyner eerste Aanspraake. Harlingen, 1759. 

Schryveren (Aan de) tegen.s D". Ant. van der 0.s. Z. pi. en j. 

Kopye V. een brief d. een Mennisten Prediker aan de Oude Sluy.s, 

gesclir. aan een Diacon der Doop.sgez. Gemeente, in de Ryp tot 

Waarschouwing, om A. v. d. Os niet toe te laten om aldaar te 
Prediken. Z. pi. [1759]. 

[Kennisgeving van de Commissarissen van de W^aterl. Sociëteit der 
Leeraren in N. HoU. etc. aan de leden der Sociëteit van het rapport 
door J. Beets opgesteld en door P. de Jong nagezien en aangevuld, 
omtr. het erkennen van A. v. d. Os als Leeraar. 24 Jnny 1765.] 
Byvoegsel [tot den Beschrijvingsbrief]. Z. pi. 1765. 4". 

Kate Thz., G. ten, Kort Berigt wegens den Heer Ant. van der Os, 
ingebragt ter Societeits- Vergadering van de Waterl. Doopsgez. van 
N. Holl. en West-VriesL, geh. den 256t«n J^,]y i7(34_ 2. pi. [1765]. 

Vethman, C, Eenige aantekeningen op het Kort Berigt v. Dus- G. ten 
Cate Thz. ... m. een Voorber., waar agter een Advertentie en 
Protest. Alkm. 1766. 

Cate Tliz., G. ten, Historisch Verhaal van de (ten opzigt van den 
Heer Ant. van der Os) in geschil staande Zaken, in de NoordholL, 
Waterl. Sociëteit, dienende tot wederlegging van Corn. Vethman, 
en tot een vervolg op 't Kort Berigt enz. Zaandam, 1766. 

Bleyker, M. de. Verhandeling wegens den Aanleg, Aart en 't Regt 
der Waterlandsche Doopsgez. Sociëteit in Noordholland en West- 
vriesland. Met een Verdediging van den Handel der Commis- 
sarissen [enz.] in de zaak van den H"". Ant. van der Os, tegen 
de beschuldigingen van C. Vethman e. a. Amst. 1766. 

Beets, J., Brief aan de Kommissarissen der N. Holl. Waterl. Doopsgez. 
Sociëteit; over de Advertentie en het Protest van C. Vethman. 
Hoorn, 1766. 

, Verantwoording op de beschuldigingen door C. Vethman, 

betreffende de Kommissie der N.-Holl. Waterl. Menn. Sociëteit, 
enz. Hoorn, 1766. 



146 

Tetliinan, C, Een tegen Drie, of onbewimpeld antwoord op de 
Brieven van D"^. Jan Beets ..., benevens een Aanhangzel, ... 
raakende de Zaake van den Heer A. van der Os. Alkm. 1767. 



d. Plaatsol ij ke geschiedenis. 

AARDENBÜRG. 

Copie (Authentyke) hoe d'E. E. Achtb. Heeren ende Regeerders der 
Stad Aerdenburg haer hebben gedragen ontrent de Doopsgezinden 
der zelver Stede enz. Rotterd., F. v. Hoogstraeteu, 1673. 4". 

AKKRUH. 

Gabo Atses, [Lijst v. predikbeurten, door hem waargenomen te 
Akkruni en omstreken, 1707 — 11]. In handschrift. 

ALKMAAR. 

[Kuyper, T. D.], Versoen-schrift, dienende om de Vereenighde 
Waterlanders en Vlamingen op de Konings-wegh tot versoeninge 
en vrede te brengen met de Waterlandse Doops-gesinde op de 
Oude-veste tot Alckmaer. Z. pi. 1683. 4". 

AMSTERDAM. 

Disputatio van verscheyde saaken, raakende de wonderwerken . . . 
item van de engelen, duyvelen, etc. Voorgevallen in de Menniste 
Kerk, het Lam genaamd, . . . den 7 Aug. en 29 Mey te vooren, 
deses -Jaars 1695. Door verscheyde Broeders v. desolve Societeyt 
. . . opgesteld, en nagesien [en m. een voorr. voorzien] v. H. 
B o u m a n. Amst., J. Smets en P. Dibbits, 1695. 4°. 

Kops, Agnotu, Verdediging tegens de proceduren v. den kerkeraad 
der Vereen. VI. en Waterl. Doopsges. Gemeinte, haare Verg. 
houdende in de Son tot Amsterd. [1701]. Z. pi. en j. 4". 

Lipkens, J., Redev. op liet eeuwgetyde v. [het] weeshuis [der 
Doopsgez. Gem. by het Lam en den Toren te Amsterd.], gevierd 
den 26«t«° Maart 1777. Amst. z. j. 40. 

Tichelaar, H., Aanspraak aan de kinderen in het Doopsgezinde 
weesliuis te Amsterdam; ter gelegenh. v. deszelfs eerste eeuwgety, 
gevierd den 26 v. Lentemaand, 1777. Amst. 1777. 4". 



147 

Couwenhoven, J., Het orgelspel ... Leerreden [over Ps. 150*'»]. 
By gelegenh., dat men, voor de eerstemaal gebruik maakte van 
het orgel in de kerk de Zon, te Amsterd. den 12 Febr. 1786. 
Arast. 1786. 

Muller, F., Omstandig verhaal van de stichting der tegenw. ver- 
gaderplaats V. de Vereeuigde Doopsgez. Gemeente te Amsterdam, 
voorheen bekend onder den naam : bij het Lam, enz. [Amst. 1863]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1863. 

Ströer, C. J., De voormalige vergaderplaatsen der Doopsgezinden. 
[Amst. 1912, 1913]. II. 1 afb. 

Overdr. u. hel 10de en 1 Ide Jaarb. v. de Verecniging Amstelodamum. 

KalfF, S., Mennisten te Amsterdam. [Gron. 1906]. 

Uit: Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenk. XXI. 
BLOKZIJL. 

Vos, K., Iets over vervolging v. Doopsgez. door de Geref. overheid. 
Steenwijk, 1904. 

Geschiedkundige Aanteekeningen nopens Blokzijl en Omgeving, bijeenverz. d. 
J. H. A. B o u man. Bijvoegsel v. de Opregte Steenwijker Courant v. 16 Juli 
1904. 

Fragment van stichtelijke gezangen of de verheugingen over de 
aangroeijeude gemeente te Blokziel. Steenwijk, 1904. 

Als voren. 

BRIELLE. 

Jager, H. de, Bijzonderheden betreffende de Mennonieten te Brielle. 
[Nijmegen, 1894]. 

Uit: De Navorscher, 1894. 

, Mennonieten te Brielle. [In : Geschil tusschen de Brielsche 

regeering en geestelijken iu 1557.] [Nijmegen, 1896]. 

Uit: De Navorscher, 1896. 

BUITENPOST. 

Wynalda, A.. DaviJs liefde tot Gods huis ... Leerreden [over 
Ps. 268] Gedaan ter iuwijdinge van de Vergaderplaats der Doopsgez. 
te Buitenpost . . . den 19 Aug. 1742. Amst. 1743. 4». 
DEYENTER. 

Remonstrantie en deductie over de Leere, en conventiculen der Men- 
nisten der Stede Deventer, geëxhibeert den 17. Octob. 1670. Dev., 
J. Carolinus, 1670. 4». 



148 

[Cremer, A. W.], Antwoorde op het Boeckjen, geintituleert: Remon- 

stantie, enz. Z. pi. 1671. 4". 
lledcneu waeroni de Ed: Achtb: Magistraet den Mennisten tot 

Deventer niet magh toelaten conventicvlen te houden. Z. pi. 

1670. 4". 

Bericht over ketterye en kotterdwanck. Z. pi. 167u. 4". 

Van denzelfden schrijver als Redenen enz. 

I Cremer, A. W.J, Nootwendige ontschuldinge op het Boeckjen, ge- 
jntituleerd: Redenen enz. Z. pj. 1670. 4". 

Bestral'linge (Rechtmatige) aan A. W. Kremer over sijn Boeckje 
ydelijck genaamt Noodtvrendighe ontschuldinge. Waar hy achter 
aan ghevoecht is een noodige vermaninge aan de eenvoudige 
dwalende Mennoniten deser Stede. Z. pi. 1670. 4". 

Van denzelfden schrijver als Redenen en Bericlit. 

iCremer, A. VV.], Wederlegginge, op de onrechtmatighe Bestraffinghe, 
nu onlanghs uyt-gegeveu en 't onrechte genaemt: Rechtmatige 
bestral'finge, etc. Z. pi. 1671. 4". 

Becius, J., Wederlegginge van het Tractaet, welckers Titul is; 
Redenen enz. Amsteld. 1671. 4". 

Deldeii Sr., S. van, Spiegel der Waarheyd, dienende tot Wederlegginge 

van zeeker Faamroovend Boekje, de Naam dragende van Kort en 

Noodwendig Berigt, van het geene omtrent den Verkoop van de 

'halve Zeepsiederye ... is voorgevallen: tusschen H. Lindeman 

en den Pi'odiker S. van Deldeu. Dov. 1752. 4**. 

Hierachter volgen het in den titel aangehaalde werkje en een verweerschrift 
van H. Lindeman. 

EDIM. 

Geestelycken-Comeet, dreygende een Bouvalligh Huys, onde is geresen 
uyt een Vruchtelosen . . . handel, geschiet tusschen den 7 en 8 
Oct. 1664. tot Edam. Edam, K. J. Koets-wagen, 1665. 

ENSCHEDE. 

Yries, C. de, Inwydingsreden over de tempels. By gelegeuh. van 
ene eerste godsd. byeenkomste in de nieuwgebouwde vergader- 
plaats der Doopsgez. Gemeente te Endscheidé. Uitgespr. op den 
17'ie" van Wintermaand 1769. Amst. 1769. 4». 

FRANEKER. 
Middelen tot Vroede . . . inde Doops-gesinde Gemeinte Jesu Christi tot 



U9 

Prauekei' ; genoemt de Vlaemsche. Enz. Fran., J. Arcerius, 1660. 4". 

GOES. 

Dule, J. H. van, Bijdrage tot de gesch. der Doopsgez. Gemeente te 
Goes, ten jare 1665. [Schoondijke, 1858]. 

Uit : Cadsandria, 1858. 

GBOXINGEN. 

Aanmerkingon (Korte) over het Contract, 't welke do Eerw. D". K. B o t- 
t er man, en de 4 Diakonen onlangs hebben laten drukken, ... 
waar in enige spreekwyzen, in gemelte Contract voorkomende, 
nader opgeheldert en verklaart voorden. Enz. Gron. 1733. 4". 

[Notulen v. de Groninger Sociëteit der Oude Vlamingen, van 1738 
tot 1815.] 4». Gedeeltel. in handschr. 

Van sommige notulen is een tweede exempl. aanweziR, waarbij circulaires 
van de Sociëteit uitgegaan. Bij de notulen van 1767: een Ontwerp tot Ver- 
eeniging van de Sociëteit der O. VI. te Qron. en de Doopsgez. Sociëteit te 
Amst. in de Zon, Staat der Genieeiitens en Staat van de Societeils-Cassa. De 
notulen van de verg. geli. 19 May 1754 alleen in afschriften, één van A. P. 
Meden dorp, Scriba, en één ,,Voor Andries Wouters Scriba te Sneek 
Overgegeeven aan H. v. Gelder". 

Diük], A. S., Sluit-reede, gedaan by het eyndigen der algein. ver- 
gaderinge der Doopsgez. Sociëteit: geh. binnen Groningen, den 19 
May 175i en volgende dagen, over de text Hoz. 14: 3. Gron. 1754. 
HAARLEM. 

Memoriaol van de overkomste der Vlamingen hier binnen Haerlem. 
Z. pi. en j. 4". Afschrift (191® eeuw). 

Naar het exemplaar in de Stadsbibliotheek te Haarlem. 

Het origineel, vermoedelijk opgesteld door den bleeker P i e t e r v a n H u 1 1 e, 
heeft blijkbaar gediend als bijlage bij een requesf aan Burgemccstcren van 
Haarlem, omstreeks 1635—1640. 

Sybrattdi, K., Een onuitgegeven brief v. het jaar 1740 over de Doopsgez. 
Gemeente te Haarlem. [Amst. 1863]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1863. 

Arkenbout, M., De zang- en speelkonst in haar nuttig gebruik en 
schadelyk misbruik enz. [Leerrede over Ps. 150 * bij de orgel- 
inwijding in de Doopsgez. Gem. op 't Klein Heiligland te Haarlem.] 
Haarlem, 1771. 

Aanspraakcn ter gelogenh. der eerste vergadering v. regenten en 
regentessen in het armenhuis der Doop.sgez. Gemeente, op 't KL 
Heiligland te Haarlem op den 26 v. Hooimaand 1782. Haarlem, z. j. 



150 

Horst, K. van der, Leerreden [over Hand. i^^]. By gelegenh. v. de 
eerste Samenkomat der Vereen. Doopsgez. Gemeente [te Haarlem], 

op 7 Nov. 1784. Haarlem, z. j. 

KOLHORN. 

Stuurman, K., Leerreden ter inwying v. de nieuwgebouwde Doopsgez. 
kerk te Kolhorn, uitgespr. den 19 Dec. 1790. Alkm. 1792. 

KROMMENIE. 

Diepenbrook, C. v., Predikaatsie of Redenvoering, in de Nieuw- 
gebouwde Vergaderplaats der zo genoemde Doop.sgezinde tot Krom- 
menie. Uitgespr. op den 17. Mey, A°. 1703. Amst. 1703. 4". 

[Eeke, C. van]. Krommenie verbrand A". 1702. den 22. July, en uit 
zyn assche herboud: en de vergader-plaats der Doops-gezindo 
voor do eerste maal geopend, A". 1703, den 17. May, op Hemel- 
vaardsdag. Amst. 1703. i". 

LEIDEN. 

[Kodde, .1. vander]. De Woorden van Paulus, 2. Thessalonic. III. 
vers XVI. in Rijm uitgebreid en toegepast op de vereeniging der 
beyderzyds Doopsgezinden tot Leyden op den 13. Febr. 1701. 
Leyden, z. j. 4P. 

Alkmaar, Adr. van, Vredepredikaatsi [over Col. 3 ^^J, wegens de 
kerk-vrede v. de Waterlantze en Vlaamsche Doopsgez. Gemeentens 
te Leiden, uitgespr. in haar eerste zamenvergaring op den 13 
Febr. 1701. Rotterd. 1701. 4°. 

Hierachter gedichten v. J. BredcnburK, L. Schouten en P.v. Hoorn. 
MIDDELBURG. 

Nagtglas, F., De kerkeraad der Nederd. Herv. Gemeente te Middel- 
burg, tegenover de Doopsgezinden, Voetwasschers en Martinisten 
v. 1574—1608. [Middelb. 1862]. 

Uit: Janssen en Van Dale, Bijdr. tot de Oudheidk. en Gesch., in- 
zondcrh. v. Zeeuwsch-Vlaanderen. VI. 

Postille ende Mandament, van den Prince van Orangien, gegeven 
op de Requesten [der] Doopsgesinden [in] Middelburch in den 
Jare 1577. ende 78. Z. pi. 1603. 4". 

Acliter in ; J. C. Rolwaghen, Tegenbericht. 

Cramer, A. M., Twee akten v. Pr. Willem I tot bescherming v. de 



151 

Doopsgez. Voorgelezen in het Zeeuwsch Genootsch. der Wetensch- 
te Middelb. [Amst. 1836]. 

Overdr. uit: Vaderl. Letteroefen. 1836. 2. 

Jacob Adriaeus, Kort verhael, aen de Ghemej'nto; behelsende, het 
gene omtrent sijn beroepinge tot Leeraer, verval in 't leven 
ende versoek .sijnder Attestatie, soo binnen Middelburgh, als te 
Amsterdam, des wegen is voorgevallen enz. Amst. 1661. 4". 
MOLQÜERÜM. 

Hannen Reynskes [van Overwyk], Een verklaringe over het onge- 
noegen der soo genoemde Doopsgesinde Christenen in Molqueern. 
Over haren Leeraer Harmen Reynskes en om reeden sy hem hebben 
van den Predikdienst geweert. Workum, A. Boekholt, 1695. 

,ldem. ■2'^^dr. met een Aenhangsel. Amst., A. Boekholt, 1696. 

ROTTERDAM. 

Vrede-liandcliug (Christelyke); Inj Wisseling eeniger Geschriften, 
tusschen de Waterlandsche Doops-gezinde, en de Remonstrautsche 
Gemeente: tot Rotterdam. Rotterd., I. Naeranus, 1671. 4". 

llaudeliug (Schriftelyke) tot Christelijke vereeniging voorgevallen 
tusschen een gedeelte der Waterlandtsche Doopsges. en de Remon- 
strantsche gemeente tot Rotterdam. Rotterd., C. J. den Abt, 1671. 4". 

Loon, A. Tan, Christelyke vredewensch ... ter gelegentheid v. 
de Vereeniging der VI. en Waterl. Doopsgez. Gemeentens te 
Rotterd. uitgespr. op den 6 Juny 1700. Rotterd., W. de Wilde, 
17(:h3. 4». 

Hierachter een viertal gedichten v. J. Brede nburg, A. S p i n n i k e r, 
H. V. Loon en D. de Veth, naar aanleiding van hetzelfde feit. 

Ouwpjans, J., Sions tempelvreugd enz. [Leerrede over Ezra 6 i*""^ 
bij de kerkinwijding te Rotterd. 28 Mei 1775]. Rotterd. 1775^ 
DE RIJP. 

Persyn, J., Een viertal geschriften betreffende de Doopsgez. Ge- 
meente in de Rijp. Hoorn, 1857. 

SNEEK. 

Cate, G. ten, Korte schets v. de Doopsgez. Gemeente der Oude 
Vlamingen te Sneek. [Leiden, 1890]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1890. 

Ilesta, L., Een kantteekening bij de Korte schets van de Doopsgez. 



152 

Gemeente der Oude Vlamingen te Sneek, opgen. in de Doopsgez. 
Bijdr. van 1890. [Betreffende een twist tussclien de Gemeenten 
van Ylst en Sneek omstreeks 1750.] [Leiden, 1892]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1892. 

THOLEN. 

Was, J., De Doop.sgezinden in liet eiland Tholen, voornamei. te 
St. Maartensdijk, in de XVII. eeuw. [Middelb. 1852]. 

Uit: Zeeland, Jaarboekje voor 1852. 

UITGEEST. 

Knipscheer, F. S., Abdias Widmarius' twistgesprekkon met de 
Mennisten, in 1627/28 gehouden te Uitgeest, benevens eenige Ijij- 
zonderh. uit de gesch. der Doopsgez. Gemeente aldaar. Leiden, 1907. 

Ovcrdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1907. 

UTRECHT. 

Schagen, M., De muziek in den openbaeren godsdienst gewettigd 
enz. [Leerrede over 2 Kron. 29 -""-^i bij de inwijding v. het eerste 
kerkorgel bij de Doopsgez. te Utrecht.] Utr. 1771. M. 1 uitslaande plaat. 

CuperiLs, J., Kerkrede . . . by gelegenh. der inzegening v. de nieuwe 
kerk, voor de Doopsgez. Gemeente te Utrecht, op den 7 Nov. 
1773. Utr. 1773. 4". 

Vries, C. de. De verdraagzame begrippen der Doopsgezinden, niet 
onbestaanb. m. hunne aanhoudende afzondering v. de overige 
Kristenheid, aangetoond in ene Leerr. den 7''"''^ Nov. 1773 in de 
nieuwe kerk der Doopsgez. Gemeente binnen Utrecht uitgespr. 
Amst. 1773. 4". 

Heyningen, L. van. Brief aan den Eerw. Heer G. de Vries leer. der 
Doopsgezinden te Utrecht. Benevens uittrekzel uit zekere Brief 
behelzende eenige voorlopige byzonderheden rakende de Doopsgez. 
Gemeente te Utrecht. Z. pi. 1784. 

[Oeuns, M. van], Kort verslag aangaande den toestand v. het 
Doopsgez. kerkgenootschap. Utr. 1793. 

WEST-GRIFTDIJK. 

(Jate Tliz., (i. ten. De heerlykheid van 't laaste huys onderzogt . . . 
Leerr. [over Haggai 2 ^% Ter inwying v. de nieuwe kerk der Men- 



153 

uoniten te West-Graftdyk, ald. uitgespr. den 3. Dec. 1758. West- 
Zaandam, z. j. 4". 

WORMER EN JISP. 

Bauniugli, J., lïenvoudig Verhaal van de Proced uuren gepleegt, in 
de Waterlandrie Doopsgesinde Gemeentens tot Wormer en Jisp, 
over het doen ophouden van een haarer Leeraaren in zijn predik- 
dienst enz. 2^° dr. Amst., A. v. Damme, 1698. 4». 

Uylkeina, C. B., De afzetting van Jacob Pieters Banning als leeraar 
te Wormer en Jisp, A" 1698. [Leiden, 189S]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1898. 

WORMERVEER. 
Kercke (Do quynende) der Waterlandse Doopsgesinde tot Wormer- 
veer ofte een kort en waerachtig verhael van 't geen in deselve 
Gemeente omtr. do Dienaeren is voorgevallen [tusschen 1669 en 
1676]. Amst., J. v. Veen, 1677. 4". 

ZAANDAM. 
Vries, B. C. de. Op de Vredehandeling tusschen de (zoo genaamde) 
Vlaamse en Waterlandse Doopsgesinde Gemeenten tot Saandam 
vereenight: in den Jaere 1687. Enz. Amst., A. Visscher, z. j. 4". 

Galenus Abrahamsz., Anspraak an de Vereenigde Doops-gezinde 
Gemeente te Zaandam, [ontleend uit Ezra 3 ii-i3, bij de eerste 
predikatie in de nieuw gebouwde Vergader-plaats] op den 2 Nov. 
1687. [Waarachter m. doorl. paginatuur: De VIII trappen ter 
saligheyd, en: Na-reden.] Amst., F. Arentsz., z. j. 

Gelder, H. van, Davids dankbaarheid, ten voorbeelde voorgesteld. 
[LeeiT. over 1 Ghron. 29 i^-'*, bij de inwijding v. het orgel van 
de Vereenigde Doopsgez. Gemeente te Westzaandam, op 14 Maart 
1784.] Am.st. 1784. 

, Het voorregt der openbaare godsdienst-oefteninge. Aan- 
getoond in eene leerr. ter gedagtenisse, dat de kerk der Vereenigde 
Doopsgez. Gemeente te Westzaandam, 100 jaaren geleden, tot dat 
einde voor de eerste maale gebruikt is. Geh. den 4*18" Nov. 1787. 
Amst. 1787. 

B u i t e n 1 a n d s c h e gemeenten. 

ALTON A. 

Pipor, P., Die Reformierten u. die Meunoniten Altonas. Altona, 1893. 

Altona unter Schauenburgisclier Herrschafl. VI. 



154 

CBEFELT). 

Aktenstück (Ein) üb. die erste Einwanderung der Mennoniten i. J. 
1655 u. üb. die damit verknüpften Vorgitnge. Grefeld, 1894. 

Crefelder Zeitung. 20. Aug. 1894. Mittag-Ausg. 

DANZIG. 

Copeü (Eine aufrichtige) eine.s schreibens aus danzig vom Nov., Anno 
1710. Icurtz nacii der grossen pest alda, darinnen sich dieses hat 
zugetragen, unter leuten Mennistischer parteij, . . . abgelas.sen, 
an des Auctoris nahen verwanten in Altona. Von erscheinungen 
einiger Selen etc. Afschrift (18^» eeuw). 

Rondreizo van de Oudsten Hendrik en Arent Berents in alle 
gemeenten der Oude Vlamingen in Pruissen, Polen etc. 1719. 
In handschrift. 

Verliaal (Kort) van de elende der laudluiden in eenige Streeken 
omtrent de Stad Dantzig. Getrokken uit egte Berichten herwaards 
overgezonden. Z. pl. 1738. 4". 

Roliefeld, S., Copey von 2 Briefen, welche an Herrn G. Wernick, 
Schiippen in der Königl. Stadt Dantzig, nach Dresden seyn zuge- 
schrieben worden [d. 26. Nov. 1749 ii. d. 28. Jan. 1750]. Z. pl.en j. f. 

Verordnungcii l'ür die KOnigl. Pohlnischo Stadt Danzig. [Danzig] 
1750. f. 

Bcweisz (Kurzer), . . . dasz die Anabaptisten oder Mennonisten zu 
Danzig . . . nicht befugt sind, bürgerl. Handlhierung und Gewerbe 
daselbst zu treiben, etc. [Danzig, 1750]. f. 

Reliefeld, S., An die Horren Deputirte der Löbl. dritten Ordnung 
zu Dantzig. Den 4^° Maji Anno 1751. übergeben. [Danzig, 1751 1. f. 

Cedanken (ünpartheyische) über das Schreiben des Herrn S. 
Rehefeld, etc. [Danzig] 1751. f». 

Burgers (Eines ungelehrten) in der Königl. Stadt Dantzig, Prüffung, 
derjenigen Schrifft, so sich betitult, Ünpartheyische Gedancken 
eines redlich gesinnlen Dantziger Patrioten. [Danzig] 1751. f. 

Schreiben eines Raths der Stadt Danzig, an des Herrn CronGrosz- 
Ganzlers Malachowski Excell. vom 16**i Aug. 1751. nach der lat. 
ürschr. u. der deutschen Uebersetz. [Danzig] 1751. f. 



155 

Goldmann, S., Danziger Veifassungskampfe imter Polnischer Herr- 
schaft. Leipz. 1901. 

Leipziger Studiën aus dcm Gebict der Geschiclite. VII. 2. 
EIDERSTEDT. 
Uansen, R., Wiedertaufer in Eiderstedt (bis 1616). Kiel, 1901. 

Schr, d. Vereins f. schlesw. -holst. Kirchengesch. II. R. II. 2. 



e. Levensschetsen*) 
(naar het jaar van overlijden gerangschikt). 

Burger Jr., C. P., Robbert R o b b e r t s z. Ie C a n u en 
Tymen Claesz. Honich. Amst. 1908. M. af b. 

Amsterdamsche Rekenmeesters en Zeevaartkundigen in de zestiende eeuw. 
Overdr. uit : Amsterdamsche Boekdrukkers en Uitgevers. Dl. UI. 

, Zestiendeeeuwsche pamfletschrijvers. [3. R o b 1) e r t 



R o b b e r t s z.] [Antw.J 1908. 

Overdr. uit: Tijdschr. voor Bock- en Bibliotheekwezen. VI. 

Verhael (Kort-) van het Leven ende Daden van Hans de Ries, 
Outste, ende Leeraer der Waterlantsche-Gemeenten. Met eenige 
sijner, ende anderer geschriften. In de Ryp, Claes Jacobsz., 1644. 
M. 1 portret. 12». 

Dallot, J. S. S., Hans de R i e s, zijn leven en werken. 2 st. 
[Amst. 1863, 64]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1863, 64. 

Vos, K., R e y e r A n s 1 o's overgang. [Amst.] 1906. 

Overdr. uit: De Gids. 1906. 5. 

Leven (Het) en Sterven v. Melis P i e t e r s z. L a a k e m a n 
[leeraar te Wormerveer, overl. 1699]. Amst., J. v. Nieuweveen, 
z. j. 4». 

Eeghen Jr., C. P. van, Adriaan van E eg hem, Doopsgez. 
Leeraar te Middelburg. 1655-1709. Amst. 1886. 

Eeghen, P. van. Jan Lu y ken en zijne bloedverwanten, zie blz. 46. 



*) Zie ook : S c h y n • M a a t s c h o e n, dl. 2 en 3, en verder de 
afdeeling: Lijkredenen. 



156 

Kooscu, B. K., G e r h a r d R o o s e u weil. Predig. der evang. 
Menuon.-Gem. zu Hamburg u. Altona, geb. 1612, gest. 1711, ge- 
schildert. Hamb. 1854. 

Scheffor, [J. G.] de Uoop, II e r m a n n S c h y a. [Leipz. 1881]. 

Uit: Real-Encykl. f. prot. ThcoloEie u. Kirche. 2dc dr. Bd. XIII. 

Leeiidertz, W. L, J o a n n e s D e k n a t e 1, een piëtist onder de 
Doopsgezinden. Rotterd. 1887. 

Ovcrdr. uit: Geloof en Vrijheid. XXI. 4. 

Wiersuin, E., Jan Bisschop. [Rotterd. 191ÜJ. M. 1 afb. 

Overdrul< uit: Rotterd. Jaarb. 1910. 



f. Geschiedenis van geestverwante ricli tingen. 

1. DE BROWNISTEN EN VROEGSTE BAPTISTEN. 

Sclicffer, J. G. do Hoop, De Brownisten te Amsterd. gedurende den 
eersten tijd ua hunne vestiging, in verband m. het ontstaan v. 
de broedersch. der Baptisten. Ainst. 1881. 

Overdr. uit : Versl. en Mededeel, d. Kon. Akad. v, Wetcnsch. Afd. Letterk. 
2de R. Dl. X. 

Smytii, Joliu, The Differences of the Churches of the Seperation 
contayning a description of the Leitourgie and Ministerie of the 
vi.silile Church annexed ... to a little treatise . . . hearing title 
Principles and Inferences, concerning the visible Church. 1608. 
Afschrift (19<i« eeuw). 

Smyth, Johu, Paralleles, Censures, Observations aperteyniug to three 
several writings, 1. A lettre written to mr. Ric. Bernard, by John 
Smyth. 2. A Book intituled, The Seperatists Schisrae published 
by Mr. Bernard. 3. An answer made to that book called the Sep. 
Schisme by mr. H. Ainsworth. Whereunto also are adioyned. 
1. The said Lettre written to mr. Ric. Bernard ... 2. Another 
Lettre written to mr. A. S. 3. A third Lettre written to certayne 
Brethren of the Seperation. Printed 1609. Afschrift (19''» eeuw). 

I Smyth, John], To every one that etc. [Voorrede van: The Character 
of the Beast or the False Constitution of the Church Discovered 
in Certayne Passages betwixt Mr. R. Clifton and John Smyth. 
Printed 1609.] Afschrift (19i« eeuw). 



157 

Description (A) of the Church of Christ, with her peculiar Priviledges 
. . . With some oppositions and Answers of defence against cer- 
taine Anabaptisticall and Erronious Opinions ..., Maintained 
and Practised by one Master John Smith etc. By I. H. London, 
Nathaniel Fosbrooke, 1610. Afschrift (19^= eeuw). 

Bernard, Rich., Plaine Evidences: The Church of England is 
Apostolicall the Separation Schismaticall. Directed Against Mr 
Ainsworth the Separatist and Mr Smith the Se. baptist etc. Anno 
1610. Afschrift (19^^ eeuw). 

[Uelwys, Th.], A Short and Plaine proofe by the Word, and worlces 
off Ood, that Gods decree is uot the cause off auye Mans sinne or 
Condemnation. And that all men are redeamed by Christ. As also 
that no Infants are condemned. Printed 1611. Afschrift (19^® eeuw). 

, A Short Declaration of the mistery of inequity. 

Anno 1612. [Met een opdracht aan den Koning. Spitlefield neare 
Londoa.] Afschrift (19^" eeuwi. 

P[igott], Tilioinas], John Smyth's Confession and Life. [1612]. Copied 
fr. the only printed Copy known (without date) now in York 
Minster Library. Afschrift (1875). 

Beginiiings (The) of Liberty. [Notes on John. Smith.] London, 1879. 

The General Bapt. Magaz. Aug. 1879. 

I)ex(er, H. Morton, The True Story of John Smyth, tlie Se-baptist, 
as told by himself and his contemporaries, w. an inquiry whether 
Dipping were a New Mode of Baptism in England, in or about 
1641. Etc. Boston, 1881. M. afb. 

Burgess, W. II., John Smith the Se-baptist, Thomas Helwys and 
the flrst Baptist Church in England etc. London, 1911. 



Cooke, W., Alearncd and full answer to a treatise intitvled: Thevanity 

of childish baptisme. London, Chri Meredith, 1644. Titel omlijst. 4". 
[Stalhain, J.], The sumrae of a conference at Terling in Essex, 

Jan. 11. 1643. London, Chr. Meredith, 1644. Titel omlijst. 4». 
Coxe, B., H. Knollys, W. Kiifeu, etc, A Declaration . . . C'on- 

cerning Infants-Baptisme. Etc. London,- 1645. Titel omlij.st. 4°. 
Featly, D., The Dippers dipt. or, the Anabaptists dvck'd and plvug'd 

over Head and Eares, at a Disputation in Southwark. Etc. London, 

N. Bourne, 1645. M. front. 4». 



158 

Pagitt, E., Heresiography : or, a description of the Hereticks and 
Sectaries of these latter times. 2^ edit. With some Additions. 
London, W. Wilson, for J. Marshall and R. Trot, 1645. 4". 

Geree, lohn, Vindiciae Paedo-Baptismi : or, a Vindication of Infant 
Baptism etc. London, printed by J. Field for Chr. Meredith, 164G. 
Titel omlijst. 4". 

Firinin, ü., A serious Question stated: viz: Whether the Ministers 
of England are bound by the Word of God to Baptize the 
Children of all such Parents which say, they beleeve in Jesus 
Christ, but are grosly ignorant . . . and refuse to submit to 
Church-Discipline . . . A little Addition made to the Controversie 
against the Anabaptists. London, S. Bowtell, 1651. Titel omlijst. 4". 

[Biisher, L.], Persecution for Religiou judg'd and condemn'd, in a 

Discourse between an Aiitichristian and a Christian. Etc. Z. pi. 
1662. 4». 

Records (The) of a church of Christ, meeting in Broadmead, Bristol. 
1640 — 87. Ed. for the Hanserd Knollys Soc, w. an hist. iutroductiou 
by E. B. Underhill. London, 1847. 



[Lydius, J.J, Historie der Beroerten v. Engelandt, aengaende de 
veelderley Secten, die aldaer in de Kercke Jesu Christi zijn ontstaen. 
T'sameu-gestelt u. vele Eng. Scribenten enz. 2''<' dr. Dordr. 1649. 

Crosby, Th., The history of the English Baptists, froni the Refor- 
mation to the Beginning of the Reign of King Georg I. 4 Vul. 
London, 173S-4U. 

Ivimey, J., A history of the English Baptists, . . . fr. the earliest 
period to the close of the 17'''' century. 2 Vol. London, 1811-14. 

Muller, S., De Baptisten in Engeland. [Amst. 1862]. 

Overdr. uit: Doopsg. Bijdr. 1862. 

Evans, B., The early English Baptists. 2 Vol. London, 1862-64. 

The Bunyan library. VII, VIII. 

lleatli, R., The Anabaptists and their Engli.sh descendants. [London, 
1891]. 

Uit: Tlie Contempor.ary Review. LIX. 

WJiitsitt, W. H.. A (|uestioii in baptist history: whether the Ana- 



159 

baptists in England practiced immersion before the year 1641? 
Etc. Louisville Ky. 1896. 

Burrage, Champlin, The early English dissenters in the light of 
recent research (1550-1641). 2 Vol. Cambridge, 1912. M. facs. 



2. DE RIJNSBURGERS. 

üorsprouk (.De), natuur, handelwijze en oogmerji der zo genaamde 
Rynsburgsche Vergadering. Amst. 1736. 4". 

Moubacli, A. en B. Picard, Naaulieurige Beschryving der uitwendige 
Uodtsdienst-plichten, enz., zie hier voren blz. 40. 

Hierin: Redeneeringover de gebruiken enz. der Collegianlen en Rhynsburgers. 

Rues, S. F., AuMchtige Nachrichten etc, zie hiervoren blz. 108. 
, Tegenw. Staet enz., zie ibidem. 

Hierin : Opregt Berigt van den Tegenw. Staet der Collegianlen o! Rynsburgers. 

[Nimwegen, E. van], Historie der Rijnsburgsche vergadering. 

Rotterd. 1775. 
[Muller, S.], Rheinsburger. [Leipz- 1833]. 

Arlil<el in : Broclthaus' Conversations-Lexilion. 8ste dr. 

Slee, J. C. van, De Rijnsburger Collegianlen. Haarlem, 1S95. M. platen. 

Verh. Teyler's Godg. Genootsch. N. S. XV. 



Kliuckliaeiner, L., Vryheydt van spreecken inde Gemeynte der ge- 
loovigen. Leyden, I. de Waal, 1655. 12°. 

, Idem. 2**"' dr. Vermeerdert. Leeuw., R. J. iVIosselman, 

1679. 12". 

Ondersoeek (Kort) Of L. Klinckhamers Genees-meesters meyninge, 
aang. de Vryheydt v. spreeken in de Gemeynte der Gheloovighen 
warachtich, of Godts Woordt regelmatich zy. Door P. D. F. Haarlem, 
P. y. Wesbusch, 1655. 4". 

Kliukliaamer, L., Verdediging v. de Vryheyt v. Spreken in de Ge- 
meente der Gelovigen, enz. Amst., D. Baccamude, 1662. 4". 

Gebruyk (Oud) van de Vryheydt van Spreeken, in de Gemeente 
der Doops-gesinden, zie beneden blz. 188. 



160 

[Zwicker, D.], Openhertige vertooninge, dat de Algemeene Vryhej-t 
van spreken in de Genieynte . . . behoort wederom afgeschaft te 
worden, zie hiervoren blz. 118. 

, De verdwynende on-apostolische vryspreecker. Dat is: 

Uytvoerlijcke Antwoordt op P. Langedults onzedige Schriften 
tegens de Uytgegaene Openhertige Vertooninge, dat de Vryheyt 
van spreecken in de Genieynte, iiyt I Cor. 14 heel qualijck 
beweesen is, enz. Uytgeg. v. den autheur der gedachten Ver- 
tooninge. Z. pi. 1669. 4". 

Praetje (Een) over Tafel . . . behelsende Consideratien over den Vrede- 
handel, nu tusschen de Remonstranten en de Waterlandsche 
Doopsges. tot Rotterd. voorgevallen enz. Amst. 1671. 4". 

Naar aanleiding van : Christclyke Vrede-liandcling enz. (zie hiervoren hlz. 
151». M. geschr. aant. De op den titel als auteur bijgeschreven naam van 
J. Brede n burg is door latere hand geschrapt en vervangen d. L. K I i n k- 
h a ni e r. 

Waerdeeriiig (Schriftuurlycke) van het hedendaeghsche Predicken 
CU Kcrckgaen . . . Dienende tot beantwoording van het Praetje 
over Tafel. Enz. Z. pi. 1672. 4". 

JVl, bijgeschreven aant. 

[Passcliier de Fyno], Kort, Waerachtig en Getrouw Verhael van het 
eerste Begin en Opkomen van de Nieuwe Seckte der Propheten 
ofte Rynsburgers in het Dorp van Warmont, Anno 1619, en 1620. 
Beschreven door een Oog-getuyge enz. Waerstadt, 1G71. 4". 

lOudaan, I.], Aanmerkingen over het Verhaal v. het eerste Begin 
on Opkomen der Rynsburgers [Met: Byvoeghsel.] Rotterd., I. 
Naeranus, 1672. 4». 

Het Byvoeghsel is van den schrijver van : Schriftuurlycke Waerdeering enz. 

, Idem. 2''» dr. [Titeluitgave.] Rotterd., I. Naeranus, 

1672. 4°. 

Op den toegevoegden titel staat: Den tweeden Druk, vermeerdert, niet een 
Byvoegsel. Dit komt echter ook reeds in de vorige uitgave voor. 

Hartog, J., Een echte collegiant. [Amst. 1892]. 

Overdr. uit: De Gids. 1892. Handelt over den schrijver van : Schriftuurlycke 
Waerdeering enz. en het hiervoor genoemde Byvoeghsel. 

[Klinkhamer, L.], Heylzamen raad tot christelyke vrede . . . Benevens 
een Na-reden dienende tot beantwoording van de Voorreden van 
het Verhaal der Opkomste van de Nieuwe Secte der Propheten of 
Rijnsburgers. Rotterd. z. j. 4". 



161 

Dalc, A. van, De Oudheid van 't alleen spieken in de Gemeente 
verdedigd, enz. Amst-, J. Eieuwertsz, 1670. 4". 

L[angedultl, P., De Apostolice Outheyfc vande Vryheyt van Spreken 
in de Vergaderingen der Ciiristenen, tegens Dr. A. v. Dalens 
alleen-spreken: verdedigt. Haerlem, J. G. Geldorp, 1672. 4". 

Dale, A. van. Historie van 't Predik-ampt, enz. Haarlem, J. G. 
Geldorp, 1674. 4". 

Smout, P., Het hielder Licht der Vryheyt . . . over het Godlijk Vrij- 
propheteren in de Gemeynte Jesu Christi. Tegen A. v. Dalen. Rot- 
terd., P. Terwout, 1679. 4". 

Brieven (Drie), De eerste v. D. Z w i c k e r, gesonden aan J. v. 
Kuyck. De tweede, J. v. K u y c k antwoordt op de selve Brief. 
De derde, Replijck v. D. Z wie kei", die onbeantwoordt blijft. 
[Uitgeg. d. A. S w a r t e p a a r d.] Amst. 1678. 4". 

Kodde, J. van der, Vrindelyke aanspraak aan Korn. v. Eken, wegens 
sijn uitgeg. Geschrift, genaamd Een Bril-Huisje enz. Amst., K. v. 
d. Zys, z. j. 4». 

[Kuyper, F.], Broederlijke Onderhandeling van de Waaterdoop: tus- 
schen K. Stapel en F. Kuyper. In welk met eene van het Bloed- 
en verstikte-eeten, als meede van het Voetwassen word gehan- 
deld. Ende word ook weederleijd, de Noodzaakelijkheijd van de 
Waaterdoop: door Volkaart Visser, teegen Paustus Socinus staande 
gehouden. Hier is noch bijgevoegt, een Aanwijzing van D. Zwikkers 
groove misslagen, in zijn Openhartige Vertooning etc. teegen L. 
IClinkharaer begaan. Rotterd., P. Terwout, 1680. 4». 

Apologia, of Korte Verantwoordinge, op het Boek genaamt de Nietig- 
heyd, en Ongegrontheyd der Sociniaansche so genaamde Godsdienst, 
d. J. Oldenburg, tegen D. Zwicker en A. Swartepaart. Enz. Z. pi. 
1681. 40. 

Antwoord v. de Collegianteu, der Stad Harlingen: aan T. Poppinga, 
op zijn aanspraak aan haar gedaan, in de Dedicatie v. zijn boek, 
genaamt De Heerlijkheyd Gods etc. en op het boek zelfs. Har- 
lingen, H. Heris, 1684. 4". 

Lemmerman, A., Eenige Bewijzen dat J. Breedenburg, staande zijn 
Stellingen, geenszins kan gelooven, dat'er zulk een God is, als de 
H. Schrift leert. Enz. Amst., D. Bakkamude, 1684. 4". 



162 

B[redenburgi, J., Wiskunstige Demonstratie, dat alle verstandelijke 
werking, noodzaakelijk is. M. de weerlegg. v. F. K [ u y p e r]. 
Uytgeg. d. A. L e m m e r m a n. Amst., D. Bakkamude, 1684. 4". 

Bredeubiirg, J., Noodige Verantwoording op de ongegronde Beschul- 
diging V. A. Lemmernian. Rotterd., I. Naeranus, 1684. 4". 

Tegenberigt (Zedig), tot voorstant v. A. Lemmerman, tegens de 
onzedige Verantwoording v. J. Bredenburg v. Rotterd. Door J. M. 
G. V. S. Amst., A. D. Oossaan, 1684. 4". 

Latini Serbaiti Sarteusis Observationes, quibus ostenditur J. B[reden- 
burg] esse Spinosistam, atque adeo Atheum etc. [M. vert.] Z. pi. 
1684. 4". 

L Verburg, J. D.], Brief aen N. N. Tot wederlegginge van het zoo 
genaamde Zedig berigt ende de aanmerkingen tot defensie van A. 
Lemmerman, waar in klaarlijk word aengewezen de ongegronde 
lastering en onhebbelijke handelingen gepleogt tegens ... J. 
Bredenburg. Rotterd., I. Naeranus, 1684. 4". 

[Geel, J. V.], Op P. K[uyper] en A. L[emmerman], Scheurmakers 
dezer Eeuw. Z. pi. 1684. 4». 

Vervolg van Zedig tegenberigt enz, d. J. M. G. V. S. Z. pi. en j. 4°. 

Breedenburg, J., Verhandeling van de Oorsprong van de Kennisse 
Gods, en van desselfs Dienst. Alleen uyt de natuurlyke Reden 
afgeleyd . . . Waar voor een Schriftje van B. J. Stol gevoegd 
is, behelsende eenige stellingen v. Joh. Breedenburg. [Uitgeg. d. 
F. K u y p e r.] Amst., C. Schaft, 1684. 4". 

Orobio, I., Certamen Philosophicum ... ad versus J. B[redenburgiiJ 
Principia etc. Z. pi. en j. 4°. 

Latini Serbaiti Sartensis Vindiciae repetitae, pro Divina et humana 
libertate. Contra Bredenburgios fratres Spinosae Discipulos etc. 
[M. vert.] Amst, A. D. Oostzaan, 1684. 4:°. 

Lemmerman, A., Verdeediging van de Drie Onfeylbaare Bewijzen, 
dat J. Breedenburg, staande zijn stellingen . . . geenszins kan ge- 
loeven, dat 'er zulk een God is, als de Godsdienst eyscht. Teegen 
zijn . . . Noodige Verantwoording. Amst., A. D. Oostzaan, 1685. 4". 

,Idem.[Metgewijzigden titel.] Amst., A.D.Oostzaan,1685. 4". 

Bcdenckinge (Een korte). Over de stellingen van A. Lemmerman 
enz. Z. pi. 1685. 40. 



168 

K[uyperJ, F., Bewys dat noch de schepping van de Natuur, noch de 
Mirakelen, die de H. Schrift verhaalt, op eenigerhande wijz, 
teegen de Natuurlijke Reeden strijdig zijn. Teegen de Atheistise 
gronden, van Johannes Breedenburg.s. Amst, A. D. Oostzaan, 1685. 4". 

[Smout, P.], Copye v. een Brief, d. P. Smout, aan Galenus 
Abramsz. geschreeven. In welk zijn onbehoorlijken handel, teegen 
A. L[eramerraaD] en F. K[uyper] gepleegt, omtrent de geschillen, 
met J. Breedenburg, klaarlijk word aangeweezen. Z. pi. 1685. i°. 

Dekker, A. P., en P. de Haan, Aanwyzing van de rechte Gronden, 
van het Recht der Collegianten, en van de Besorgers van der 
zelfder Weeshuys tot Amsterdam. Enz. Z. pi. 1685. 4". 

Brief van de Collegianten tot Leyden, afgesonden na verscheyde 
plaatsen. [Rotterd. 9 Apr. 1686.] Z. pi. en j. 4". 

Smout, P., Bewys dat de vier gepretendeerde Regenten v. het 
Collegianten Weeshuys tot Amsterdam . . . aan veel groeve 
stukken schuldig zijn. Amst., A. D. Oostzaan, 1686. 4°. 

Verburg, J. D., Brief aen A : S. of Kort en waarachtig Verhaal v. 
de opkomst en voortgang van 't Wees-huys der Collegianten tot 
Amsterdam enz. Rotterd., I. Naeranus, 1686. 4". 

Smout, P., Antwoord op het zoo genaamt Waarachtig verhael, v. 
J. D. Yerburg, wegens de opkomst enz. Rotterd. 1687. 4". 

Aeuwüzing van Verschelde Misslagn en Onwaerheedeu d. J. D. Verburg 
begaan, in zijn Biief aan A. S. in het beschuldigen van A. P. 
Dekker [e. a.] Door al dezelfden. Z. pi. 1687. 4». 

[Klinkhamer, L.], Copye v. een Brief van D"". L. Klinkhamer 
aan P. Smout, in welke de afschuwelijke ongerijmdheden en ge- 
volgen van het van nieuws verzonnen gevoelen v. J. Breedenburg 
ontdekt en aangewezen worden. [Leiden, 9 Febr. 1686.] Z. pi. en j. 4°. 

Limborg, Pli. v., en J. Breedenburg, Schriftelyke onderhandeling 
rakende 't gebruyk der Reden in de Religie. Enz. Rotterd., B. Bos, 
1686. 40. 

Considerutien (Eenige) of aanmerkingen over de Schriftel. Onder- 
handeling tusschen den Heer Prof. Ph. v. Limburg en J. Breeden- 
burg, raakende 't gebruik der Reeden. In twe Brieven aan N.N. 
vervat. Z. pi. 1686. 4». 

Bredenburg, J., Korte Aanmerkingen op de Brieven van den Hr. 
Ph. van Liniborch aan P. Smout en N.N. rakende het geschil 



164 

van 't gebruik der Reden in de Religie tussen den Hr. P. v. 
Limborch en J. Bredenburg. Rotterd., B. Bos, 16Sö. 4". 

Antwoord op J. Bredenburgs Ivorte Aanmerkingen enz. Amst., 
P. Jansz, z. j. 4". 

[Limborch, Ph. v.], Copie v. een brief, van de Hoor P. van Li m- 
b o r c 11, aan N.N., waar in de groote onbedaciitheid van J. D. 
Verburg word aangeweezen, als meede die van J. Breedenburg, 
in de Korte Aanmerkingen, op de Brief v. dezelfde Heer aan P. 
Smout geschr. [Amst. den 23. Maai, 1686.] Z. pi. en j. 4". 

Verburg:, J. D., Brief, aan J. C, behelsende een klare Ontdekkiuge 
van de Onbedaghtlieyt, by de Heer Ph. v. Limborg begaan, tegens 
de Persoon van J. Breden])urg, ende J. D. Verburg, in sijn Brief, ge- 
schreven aan N. N. anders Barent Bos. Rotterd., I. Naeranus, 1686.4". 

Klinkhaemer, L., Losse en quaade Gronden, van de Scheur-kerk. 
Eeniger, so genaamde, Collegianteu tot Rhijnsburg, gelegt A" 1686. 
Naaktelijk ontdekt, en verbroken. Amst., A. D. Oostzaan, 1686. 4". 

Smout, P., Vreede en vryheit onder de Rhijnsburgers : verbroken en 
wechgenomen . . . Achter aan is by gevoegt, een Brief v. F. 
Kuiper waar in hy van J. D. Verburg, en al zijn beschuldigers 
bewijs eist. Rotterd., Wed. H. Goddaeus, 1687. 4°. 

G[eel], I. V., P. Bredenburghs aanmerkingen, op de ongegronde 
Scheur-klaghten v. L. Klinkhamer en P. Smout . . . Noch een 
redenering over de Algemeene Kerk. Rotterd., I. Naeranus, 1687. 4°. 

Verburg, J. D., Brief aan P. Kuyper: waer in des zelfs groote 
uytsporigheden werden aangewesen. Rotterd., I. Naeranus, 1687. 4'. 

Aanwysing van de groote Uitsporigheden en grove Onwaarheden, 
die J. D. V[erburg] in zijn Brief aan F. K[uyper] tegens P. S[mout] 
begaan heeft. Door PR. JZ. ST. Rotterd. z. j. 4". 

Kuyper, F., Bewijs dat J. D. Verburg zelfs bekend, dat hij F. Kuyper, 
met groote onwaarheijd, . . . zoo leelijk heeft .uijtgemaekt, enz. 
Z. pi. en j. 4". 

Aanwüziiige (Korte) dat de Philosophie van J. Bredenburg zeer 
schadelijk, en tegen het Getuigenisse v. de H. S. heel strijdig is. 
Door ]']. V. S. V. D. G. S. Z. pi. 1688. 4». 

Oudaan Fz., J., Overweginge eeniger Grond-stellingen d. J. V. G[eel] 
iu des zelfs Redenering, over de Algemeene Kerk, ter neder gestelt: 



165 

en der zelver onrechtmatigheid aangewezen. Amst., A. D. Oostzaan, 
1689. 40. 

Geel, J. V., Nader verklaringe eeniger zaken in zijne Redeneringe 
over d'Algemeene Kerk, tegen de Overweginge v. J. Oudaan Fz. 
Rotterd., Cr. v. Wyen, 1689. 4". 

Uytbiediiigo der Opsienders v. de Vergadering op de Prinse-graft, 
by de Prinse-straat, in de Zon-: aan de Opsienders van de Ver- 
gadering op de Keysers-graft in de geweseno Glas-blasery. Enz. 
[Amst. 17 Dec. 1689.] Z. pi. en j. 4". 

Mei geschreven aant. 

Aauinerkinge op de Meesterlijke Uytbiedinge, der gepretendeerde 
Opsienders enz. Z. pi. eu j. 4**. 

Dekker, A. P., P. de Uaan, J. Matthysz., Protestatie tegen de 
Bekentmaking v. de genoemde Vaders v. 't Collegianten Wees-huys 
tot Amsterd. A. Rooleeiiw, niet de sijneu. Enz. Z. pi. 1690. 4". 

Brief van Abbe Jacobsz. aen J. v. Rooyensteyn. Als ook een Attestatie 
van I). v. Loeneu, Abbe Jacobsz. en Gerrit Gei-ritsz. Blaupot 
. . . NefFens een Extract uyt een Brief van L. Klinkhamer wel 
eer over 't sluyten van de Collegie-plaats geschreven . • . Uytgeg. 
d. A. P. D e k k e r e. a. Amst., J. van Hardenberg, 1694. 4°. 

Johaiine.s Bredeubiirgs Demonstratie van 't Eeuwig nootzakelijke Iet, 
Dat niets by geval, dat is, zonder Godts besluyt, of zonder oorzaak 
geschiet. Op nieuws oversien en bekragtigt. Enz. Z. pi. 1694. 4°. 

D[iepe]ibroek I, C. v., Reden-voering over de Hereniging der twee 
Vergaderingen tot Rynsburg. Aldaar geh. 30. Mey, 1700. Haarlem, 
Wed. Geldorp, z. j. 4°. 

Schyn, H., Aanmerkinge op het Formulier van Benoodiging, en 
Toelatinge tot het H. Avondmaal des Heeren op eigen proef, zie 
hiervoren blz. 133. 

[Hoek, K. van], Christelyke bedenkingen over on tegen de Aan- 
merkinge van H. Schyn, op het Formulier van Benodiging en 
Toelating enz. met een Appendix daarby. Door een Liefhebber 
V. de Algem. Christel, verdraagsaamh. Amst. 1701. 

[Bidloo, L.], Onbepaalde verdraagzaamheyd de verwoesting der 
Doopsgezinden, zie hiervoren blz. 134. 



166 

Hredoiiburpr, J., Scherm voor de stekende Zon der Amsterdamsche 
Mennisteu : of Verdediging der Verdraagzaamheit, tegens de . . . 
Misduidingen van D"^. H. Schyn en L. Bidloo. Rotterd. 1701. 1". 

, Idem. 2^0 dr. Leiden, enz. z. j. 4°. 

Vei'draagzaainhoid (De onbepaalde), beschermt door J. Breedenburg, 
tegens de stekende Zon der Amsterd. Mennoniten enz. Amst. 1701. -1". 

Repljk, of weder antwoord op het Antwoord van J. Bredenburgs 
Scherm tegens de heet-steekeude Zon der Mennoniten, enz. Amst. 
1701. 4". 

Hoek, K. van, De Christelyke verdraagzaam heit verdedigt tegens 
D'". H. Schyn ... in zyne Aanmerkingen over het Formuher v. 
Benoodiging enz. Alsmede enige Bedenkingen over de Onbepaalde 
Verdraagzaamheid, de verwoesting der Doopsgez. v. L. Bidloo. 
Hier is byge voegt J. Bredenburgs Scherm enz. Rotterd. 1701. 

[Siidorinan, M^, A. van Loon en A. van Alkmaar], Verklaringen 
V^erdeediging, van de Aanspraak voor de bedieninge van des Heeren 
H. Avondpaal, zie hiervoren blz. 134. 

Aaiihangzel, zie ibidem. 

[Kidloo, L.], Ongebondene Licentie de Grondslag der Rhynsburgsche 
Veidraagzaamheyd. Aan K. v. Hoek. Amst. 1702. 

Scliyn, H., Onderzoek op de Rynsburgse verdraagzaamh. v. K. v. 

Hoek . . . M. een Antw. op de Tegenschriften van W. Suderman 

[e. a.]. Enz. Amst. 1703. 
Hook, K. van. Nader verdediging der Christelijke verdraagzaamheit 

tegens de laatste wederspraak van D''. H. Schijn en L. Bidloo. 

Rotterd. 1703. 

Vries, B.C. do. De Christelyke Godsdienst der Rhynsburgse Christenen 
verdedigd tegen H. Schyn en hare verdere Beschuldigers. Enz. 
Amst. 1703. 

Brit, G., Op de Vervolging der Collegianten, te Groeningen. In hand- 
schrift (begin 18^® eeuw). 

Floris, G., Verhaal van enige voorvallen betreffende E: Domine 
E. Boterman en de Collesianten : en Gerrit en Jacob Floris. 
Grou. 1785. 



167 

Floris, G., Het verhaal v. enige voorvallen betreffende enz., opge- 
helderd enz. Gron. 1735. 

Botterinan, E., Bekentmakinge. Audi et alteram partem. Z. pi. 
[17oó]. Plano. 

, Het ware afbeeldzel van een Collegiant enz. Leeuw. 

[1735]. 

Driessen, A., Het ware afbeeldzel van een Collegiant in 't hert, 
mond en daad, . . . ter Wederlegging van den Hoon, door ge- 
melten Botterman den Protestanten aangedaan. Gron. 1735. 

Sysdyk, J., Zedige aanmerkingen op het Boek van D". E. Botter- 
man, genoemt, Het ware afbeeldzel enz. Gron. 1735. 

Jong, Picter Klaasz de. Aantekening van de Personen die gesproke 
hebbe, en Texte die verhandelt syn, op de Reynsburgse Vergade- 
ring: Sedert het Jaar 1727. Z. pi. en j. Afschrift (19^^ eeuw). 

Aanspraake (Vaderlyke) van afscheid der Regenten van 't Weeshuis 
der Collegianten, in de Orange- Appel, op de Keizer.s-Graft . . . 
voor de knegtjes die daar uit zullen gaan. Amst. z. j. 12". 

[idem] voor de mei.sjes die daar uit zullen gaan. Amst. 

z. j. 12». 

3. VERDERE GEESTVERWANTEN. - 

Uylkema, C. B., Reformateurs. Geschiedk. Studiën over de Godsd. 
bewegingen uit de nadagen onzer Gouden Eeuw. Haarlem, 1900 — 02. 
M. 1 portr. en 1 plaat. 2 dln. 

Hoogwandts, Anneken, Vervolgh vande Klachten Sions enz. Z. pi. 
en j. [Voorrede 1645]. M. front. 12». 

[Zwicker,D.]. Irenicum irenicorum, seu Reconciliatoris Christianorum 
hodiernorum norma triplex, Sana omnium hominum Ratio, Scrip- 
tura Sacra, et Traditiones. Etc. Z. pi. 1658. 

Daniël Zwicker.i gecensureerde en uyt het Lat. vertaelde Vrede- 
schrift der Vrede-schriften, of Drie dubbelde Regelmaet des Ver- 
eenigers der hedendaeghse Christenen, enz. [Uitgeg. d. A. S w a r t e- 
paerd.] Z. pi. 1678. 4". 

Z[wieker], D., Vereeninghs-Schrift der Christenen, ofte de Voornaemste 
Stellingen der Disputatie Mini Celsi van Sene: hoe veiTe het yemant 



168 

geoorlooft is in het bedwingen der Ketters te procedeeren enz. 
Amst. 1661. 4P. 

[Zwicker, D.], De weerloose oude Kercke na soo veel slechter 
eeuwen eyndelyck wederom met recht beveslighfc enz. Z. pi. en j. 4"*. 

fZwicker, D.], Vryheyt van kerckelycke vergaderingen ... Als een 
Aanhangsel v. het in 't Jaar 1661. uytgegaene Verecnings-Schrift 
der Christenen en de daarop volgende Weerloose Oude Kercke, uyt- 
geg. v. den selven Auteur. Z. pi. en j. 4P. 

Zwicker, D., De Nieuw-Testamenlische Josias. Vindiceerende de 
Eere, en de Wetten onses Heeren Jesu Christi, en vernielende de 
afgodische wercken en leeringen der Antichristen enz. Z. pi. 1670. 4.". 

Zwicker, D., Revelatie hostium crucis Christi inter Christianos, of 
Acta des gesprecks tusschen D. Zwicker, aen eene, en J. Becius, 
D. Backer, M. Ruarus, J. J. Vogt etc. aen de andere zyde enz. 
Amst. 1672. 4". 

IZwickerus, D.], Het II. Deel van de Revelatie des Duyvel-diensts 
onder de Christenen, of een Send-brief aen C. Hazart, Jesiiyt enz, 
Amst. 1675. é". 

Haüen, H., Sendbrieven. [Voorafgegaan door zijn] Leven en Ver- 
lichtinge. In handschrift (omstr. 1700). 

Wederbreiiginge (Een geestlijcke) alle der voornaomster geschiede- 
nissen van het beginn der Werelt, totten einde toe. In handschrift 
(omstr. 1700). 



BELIJDENISSEN. 

Beiydenisseu (De Algemeene) der Vereenighde Vlaemsche, Vriesche, 
en Hooghduytsche Doopsgesinde Gemeynte Gods. Amst., P. Arentsz., 
1665. 

Deze verzameling bevat : De Artijckelen des Geloofs, in 't Concept van Ceulen, 
van den eersten Mey, Anno 1591. — Belydenisse van den Eenigen Godt, Vader, 
Soon ende Heyligen Geest. En van de Menscli-werdinge des Soons Godts, 
op den 8 Oct. Anno 1626. aen de Gedep. v. den Hove v. Hollant overgegeven 
[d. Jaques Onterman]. — Christelijcke Geloofs Belijdenisse des Olijf- 
tacx. — Korte Confessie ofte Belijdenisse des Glieloofs Ider] Vereenighde 
Vriesen ende Hoochduytschen. Amst. dcn7. Oct. Annol630.[d. Jan Cents z.]. 
— Voorstellinge van de principale Articiilen onses algemeynen Christelijcken 
Geloofs. Dordr. op den 21. April, A». 1632. ld. Ad riae n C o r n e 1 is z.1. 



169 

Met afzoiulerl. signatuur en paüiiieering: Het Oprecht Vcrboiidt van Eenig- 
hcydl, dat tot Utrecht vernieuwt ende vast gesleldt is, in de Byeenkoniste 
tot Leyden : Gehouden in de Maandt üctober, 1G64. 

-^ Idem. Haeiiem, Wed. v. J. Geldorp, 17uO. 

Idem. Waar by gevoegt is de Vereenigiag, van de 

Principale Ai-tykelen des Geloofs, eeniger Doopsgez. Gemeinte, 
die men noemt Waterlanderen, Vlamingen en Duitschen, ge- 
trokken uit haar uitgegevene Gonfessien d. I. P. S[cha baelje]. 
Rotterd. 1739. 

Handoliug^e, der Ver-eenigde Vlaemse, en Duytse Doops-ge.sinde 
Gemeynten, gehouden tot Haerlem, A". 1649. in Junio, met de 
Dry Gonfessien aldaer geapprobeert, of aengenomen. Vliss., Geleyn 
Jansz., 1666. 

Deze verzameling bevat : Handelinge der Doops-gcsindc, gelioudcn te Haerlem, 
Anno 1649. in Junij. — Olijt-Tacxkcn, bciieffens een Christelicke Presentatie. — 
Vrede Handelinge gehouden tot Amsterd., den 3. 4. en 5. Oct. 1630. Mits- 
gaders die Confessie van de Verecnighdc Hooghduytschcn ende Vriescn. lOok 
genaamd: Belijdenissc van Jan Gentsen, of anders Hoogh-duytschc Confessie 
des Geloofs. Waarbij voorts: Copye ende seecker Antwoordt van de Switser 
Broeders ofte Hoogh-duytscheii aende Poolsche, en : Copye eens Briefs van 
de Vereenichden Vriesen ende Duytschen. 21. Mey, 1630.1 — Belijdenisse 
van Adriaen Cornelissen, of Confessie des Christelicken Geloofs, gctrocken 
uyt de Vrede-Handelinge, geschiet tot Dordrecht in den Jare 1632. op den 
21. April. Tusschen de Doop-gesinde, die men de Vlamingen noemt. 

Voorts ongcpagineerd : Concept van Ceulen, van den eersten Mey, Anno 
1591. — De Belydenis des Geloofs, die op den 8 October 1626. aen de Ed. 
Groot-Mog. Hceren Staten van Hollandt en West-Vrieslandt is ovcr-gelevert. 
Door Jaques Outerman. — Eenige Aenteyckeningen uyt de Ernstige Aen-por- 
ringhe tot Qemeynschap der Heyligen ... Eerst gedruckt by J. A. Colom 1630. 

[Ries, Hans de, en Lubbert Gerritsz.], Gorte Belijdenisse des Geloofs, 
ende der voornaemster stucken der Ghristelijcke leere. Hoorn, 
J. J. Byvanck, 1618. 

M. afz. signatuur. Gepagineerd. Achter; Het boeck der Gesangen. Hoorn, 
J. J. Byvanck, 1618. 

, Idem. Amstelred., B. Otsz. Voor Cl. Jacobsz. in de 

Rijp, 1624. 

M. doorl. signatuur. Ongepag. Achter: Het boeck der Ghesanghen. Amst., 
B. Otsz. Voor Cl. Jacobsz., 1624. 

, Idem. Hoorn, Is. Willemsz. Voor Gl. Jacobsz. in de 

Rijp, 1643. 12". 

M. afz. signatuur. Ongepag. Achter: Gesangh-Boeck. In de Rijp, J. P. Moer- 
beeck, 116481. 



170 

[Ries, H. de, en Liibb. (Sorritsz.], Idem. Hoorn, A. I. van der Beeck. 
Voor Jasp. Gijsbertaz. in de Rijp, 1658. 12". 

M. afz. signatuur. Ongcpag. Achter: Gesaiigh-Boeck. In de Rijp, Jasp. Gijs- 
bertsz., 1658. 

, Idem. In de Rijp, P. P. Houw, 1681. 120. 

M. doorl. signatuur. Ongepag. Achter: Gesangh-Boeck. In de Ryp, P. P. 
Houw, 1681. 

Rys, Hans de, en Lubbert (ierritsz, Idem. Amst. 1716. 
-, Idem. Rotterd. 1740. 



M 
Ap 
lyd 



VI. een voorbericht van Engel Arendsr van Dorregeest. Ryp. 30 
iril 1686. Deze uitgave is bedoeld als een aanhangsel der Algemecnc Be- 
lydcnissen (Rotterd. 1739). Er .ichter volgt, met afzondert, signatuur en 
pagineering: Laatste Byvoegsel zynde een korte Belydenis der Waterl. Ge- 
meenten ; zie blz. 171. 

, Een Icorte Belydenis der voornaamste Artykelen des 



Cbristelyken Geloofs, opgestelt in den Jaare 1580. En nu met 
een Voorreden voorzien en uitgegeeven d. J. C. S c h m e 11 e n t i n. 
Amst. 1741. 

Coufcssion (Brieve) de t'oy; touchant les principaux points de la 
Doctrine Chrestienne, en.seignée . . . par ... les Frisons et Allemans 
associés. Z. pi. 1684. 

Resius, Joannes, et Liibbertus Gerardi, Praecipuorum christianae 
fidüi articulorum brovis confessie etc. E Belgico Latinitate donata. 
Amstelod. 1723. 

Rys, Hans de, u. Lubbert Gerritsz, Ein Kurtz Bekantnüsz der 
fürnamsten Hauptstückken des Ghristlichen Glaubens, zusammen 
gesetzt im dem Jahre 1580. Jetzo in Hochteutsche Sprache gesetzt 
u. heraus gegeben v. J. C. S c h m e 1 1 e n t i n. Amst. 1741. 

[Sy wert Pietersz en Pieter Jausz Twisck], Bekentenisse des Gheloofs, 
nae Godes Woort: also de selvighe van vele jaren herwaert, 
ende noch tegen woordich, by diemen Mennisten noemt: Ghelooft, 
Gheleert ende Beleeft wordt. Enz. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1620. 

Eerst-mael ghestelt geweest voort groote Offer-boeck (Historie der warach- 
tighe getuygen, Hoorn 1617). Herdrukt voor idem 1626. Hans Alenson, Tegen- 
Bericht blz. 7, vermeldt de vermoedelijke auteurs. 

Enuyt, F. de. Onder Verbeteringe, een Gorte Bekentenisse on.ses 
Geloofs, van Vader, Sone, ende Heyligen Geest, den Heylighen 
Doop, het ampt der Overheyt, ende het Eedt-s weren; Met eenige 



171 

Christelijcke Gebeden. Hier zyn uoch by ghevoeght eenighe stich- 
telycke Psalmen enz. Z. pi. en j. 

Deze eerste druk moet in of voor 1618 verschenen zijn ; zie : G. U d e m a n s, 
Noodighe verbeteringhe, voorrede blz. 6. 

Kiiuyt, F. (Ie, Idem. 2^^ dr. Amst., J. A. Calom, 1623. 12". 

, Idem. 3<ie dr. Haerlem, H. P. v. We.sbusch, 1635. 12". 

, Idem. id" dr. Amst., J. Albertsz, 1642. 12". 

, Idem. Haerlem, J. G. Geldorp, 1681. 12". 

Verhael (Kort) ende belijdenisse der ware Religie ende des alderhey- 
lichsten Geloofs, nae de klare Schriften der laetster waerachtigher 
Sendtboden onses Salichmaeckers Jesu Ghristi in desen onsen 
laetsten tijdt . . . t'samen vergaderdt by I. P. met zijn mede- 
hulpers. Haerlem, H. v. Wesbusch, 1622. 

Belydenis (Korto) der Waterl. Gemeenten, ten overstaan van Twaalf 
Leeraars te Amsterdam Anno 1626. [Ook genaamd: Besluit der 
voornaamste Waterl. Leeraren.] Rotterd. 1740. 

Deze uitgave is bedoeld als bijvoegsel achter de Algemeene Bclydenissen 
(Rotterd. 1739). 

Olyf-tacxken, of Schriftuerlijcke aenwijsingh, over wat lieden den 
Vrede Godts staet . . . Beneffens, een Christelijcke Presentatie . . . 
Door de Ghemeente G. tot Amsteldam, die men de Vlamingen 
noemt . . . Hier is noch by-gevoegt, de Vrede-handelinge, openbaer 
ghehouden op den 3. 4. en 5. Oct. 1630. t' Amsteld. tussuhen de 
Vereenighde Vriesen en Hoogduytschen ter eenre ende de Vlamingen 
ter ander zyde. Mitsgaders, Éen korte Vertooninge, hoe sich die 
sake tsedert heeft toegedragen. Als ooc de Handelinge tusschen 
de voornoemde, van den 3. tot den 7. juni], 1636. t' Amsteld. ge- 
schiet. Te Haerlem ghedr. by Th. Fonteyn. Amst., J. Albertsz, 1636. 

Idem [zonder: Vrede-handelinge enz.]. Amstelr., P. la 

Burgh, 1647. 

Idem. Amstelr., P. la Burgh, 1661. 

S[chabaelje], I. P., Vereenigingh van de principale Artijckelen des 
Geloofs, eeniger Doops-ghesinde Ghemeynten, diemen noemt Water- 
landeren, Vlaminghen, en Duytschen, getrocken uyt hare uyt- 
gegevene Confessien enz. Amst., D. van der Schuere, 1640. 

, Idem. Amst-, J. van Veen, 1674. 



172 
S[chabaelje], I. P., Idem. Rottord. 1739. 

Achter: De Algcm. Belydenisscn der Vereen. VI., Vr. en Hooghd. Doopsgez. 
Gcnicintc Godts. 

[Gcloofs-belydenis voor den doop.] Z. pi. en j. [± 1650.] 

Misschien ontbreekt het titelblad, doch het voorbericht is gesigneerd A. 

Pieter Jansz., Korte Belijdenisse des Geloofs, der voornaernate 
stucken der Christelijcker Leere. Ghestelt ende gearbeyd door 
Hans de R ij s ende nu overge.sien, en met veel Schriftuer-plaetse 
bevestight ende uytgebreyd, tot dienst vande jonge Leerlingen. Enz. 
Gromnienie, W. Gavesz., 1654. 

, Idem. 2^" dr. Crommenie, W. Gavesz., 1660. 

, Idem. Amst., J. van Veen, 1686. 

Vcrbondt (Het Oprecht) van Eenigheydt, zie blz. 128. 

Tlieleman] T[iolon| Vlau] Sfittort], Christliche Glaubens-bekentnus 
der waffenlosen, u. lulirnehmlich in den Niederlilndern (iinter dem 
nahmen der Mennonisten) wohlbekanten Christen etc. Amst., J. 
Paskovius, 1664. 

, Idem. Amst., Heinr. Hermansz., 1691. 

-, Idem. Gedr. nach dem Exemiil. von Amsterd. Z. pi. 1711. 

, Idem. Basel, 1822. 

Confossion (The chri.stian) of the Faith of the harraless Christians, 
in the Netherlands knov^n by the name of Mennonists. Amst. 1712. 

Confession de foi chrétienne, des Chrétiens sans défense, connus 
surtout dans les Païs-bas sous Ie Nom de Mennonites. Etc. Z. pi. 1771. 

Jarig Jelles, Belydenis.se des Algemeenen en Christelyken Geloofs, 
vervattet in een Brief aan N. N. Amst., J. Rieuwertsz., 1684. 12". 

Koomen, J. van, Belydenisse des geloofs onder de Doopsgez. 
(Jhristenen ... by wyze van vrage en and woord. [Uitgegeven 
door H. van K a 1 k e r.j Nog is hieragter bygevoegd een korte 
Redengeviuge van den dienst der Oudsten. [Van denz.] Gron. 1744. 

Dit is de belijdenis der Oude Zwitsersche Gemeenten in Groningen. 

Bekentenisse des Ghristelijcken geloofs, soo en als die uijt den 
woorde Godts bij de Mennonijten, die men oude flamingen noemt, 
gelooft ende beleeden wort, gelijck de selve hijr volgende int 
korte uijt de heijlige Schriftuire getrocken en beweesen wort. 
In handschr. (17*® eeuw). 



173 

Popkes, T., Een beknopt ontwerp of schets v. de geloofsbolydenisse 
der Meiinonyten, onder de benam. v. Oude Vlaamingen enz. 
Gron. 1749. 

Geloofsbelydcnisse der Doopsgesinden, bekent onder de naam v. 
Oude Vlamingen. Hunne Societeits Vergaderinge houdende in de 
Botteringestraat te Groningen euz. Gron. 1755. 

Idem. 2'i8 dr. Gron. 1774. 

Idem. 3^^ dr. Gron. 1805. 



Idem. [Waarachter: Vragen aan de dopelingen met 

derzelver antwoorden opgest. d. C. P. S o r g d r a g e r.] Z. pi. en j. 

Geloofsbelydenis der Doopsgesinden, v. de Socyteit oude Vlamingen 
genaamt, opgestelt in Vragen en Antwoorden: het geen aan de 
Gemeente tot een Proef wort opgegeven. [Ook genaamd : Verklaring 
van de Geloofs Belydenisse der Doopsgezinden.] Z. pi. en j. 

Teunis Clazou, Verklaringe van de geloofs-belydenisse der Doops- 
gesinden, bekent onder de Naam van oude Vlamingen. Enz. 
Gron. 1762. 

Ris, C, De geloofsleere der waare Mennoniten of Doopsgezinden; 
enz. Hoorn, 1766. 4". 

, Die Glaubens-Lehre der wahren Mennoniten oder Tauf- 



Gesinnten etc. Hamb. 1776. 4". 



KENMERKEN EN EIGENAARDIGHEDEN. 

a. In 't algemeen. 

Rues, S. F., Aufrichtige Nachrichten von dem Gegenwartigen Zu- 
stande der Mennoniten etc, zie hiervoren blz. 108. 

•, Tegenwoordige Staet der Doopsgezinden enz., zie ibid. 

Idzardus Nicolai f., Grontlicke onderwijsinghe toghen allerleye 
dwalingheu der Wederdooperen deses tijts inde Nederlanden enz. 
2 dln. Tot Franeker ghedruct by R. Dopma en by U. D. Balck. 
Amst., J. E. Cloppenburch, 1609. 4". 

B[uyser], I[aii] D[e], Christelijck Hvys-boeck. ende het eendrachtigh 



174 

gheluyt in den Geestelijcken Tempel Salomons, oft Gemeynte lesu 
Ghristi. Z. pi. 1643. 4". 

Verzamelde stukken van verschillende Doopsgez. schrijvers. 

Brieven (Twee), een van de Dienaren, der Gemeente tot Hamborcli, 
die haer selven de gedoopte Christenen noemen: aen B. van 
Weenigem, ... Aengaende: 1. Den Dompel-Doop. 2. De Voet- 
wasschinge. 3. Het Brood, en de Tijt, van 't houden des Avont- 
maels. En een van B. van Weenigem, aen de voorn. Dienaren 
tot Hamborch, tot Antwoorde enz. Amst., P. Arentsz., 1665. 4". 

Brieven (Seven), tot vervolg van twee Brieven, enz. Rotterd., 
W. de Wilde, 1665. 4». 

[Kuypor, F.], Broederlijke Onderhandeling van de Waaterdoop: tus- 
schen K. Stapel en F. Kuyper. In welk met eene van het Bloed- 
en verstikte-eeten, als meede van het Voetwassen word gehandeld 
enz., zie hiervoren blz. 161. 

Dale, A. van. Verhandeling van de Oorspronk en Duuring van de 
Waterdoop, Kinderdoop, en Wederdoop. Historie van 't Predik-ampt 
. . . Verhandeling wegens 't Wapen-voeren der eerste Christenen. 
Haarlem, 1704. 

Verliiin deling over Benige Geschillen waar in de Doopsgesinde met 
andre Kristenen niet over een komen. In handschr. (omstr. 1750). 

b. Doop. 

Coornliert, Dierick Voleklierts, Vande beiaerden Doope: Corte ende 
getrouwe Waerschouwinghe . . . vrundtlick gheschreuen. Z. pi. 1575. 

Buwo, B., Een vriendelicke tsamensprekinghe, van der Doope, zie 
hiervoren blz. 98, 

Wederlegghinglie (Een grondelicke ende seer schoone) teghen de 
principaelste Poincten ende Argumenten der Weder-üooperen . . . 
[Schriftuerlick bewijs van den Kinder-doop.] Met noch een Liedt 
dienende op de voorgaende materie. Ghendt, Corn. de Rekenaere, 1581. 

Bewüsinglio (Een gantsch claer grondighe) ende onderrechtinghe van 
der Doope. Enz. Z. pi. 1581. 

Duncanus, M., Van die Kinderdoop, zie hiervoren blz. 98. 

Alberus, Er., Ghristlicher, nützlicher. u. nohtwendiger Tractat u. 



175 

Bericht v. der Kinder Tauff, wider den Irrthumb u. falsche Lehre 
der Schwermer . . . Jetzt auffs newe in Druck vorfertiget, sampt 
einer Vorreden Nic. Selnecceri vom Exorcismo. Notopyrgi 
ad Menium, 1591. M. titelgrav. 4P. 

[Alberus, Er.], Dit is een seer schoon Christelijcke onderwijsinghe 
vanden Doopsel, teghen die Wederdoopers, Papisten en alle valsche 
.seckten . . . Ghednickt by my Magnus van den Merberghe van 
Oesterhout. Z. j. {16^^ eeuw). M. titelgrav. 

Grevinchovius, Casp., Grondelijc bericht vanden Doope ende Weder- 
doope enz. Rotterd., J. v. Waesberghe, 1599. 

Seu, lo., Waerachtighe grondige bewijsinge, vanden Kinderdoop enz. 
Leyden, J. C. van Dorp, 1601. 

A[mpsinckl, I[oaune.s], Gort onderwijs: van Godts verbont, soo 
inden Ouden als Nieuwen Testamente: ende vande verseghclinghe 
des selven . . . Met wederlegginghe der principaelster Argumenten, 
die vanden Wederdooperen worden voortghebracht. [Amst.], J. E. 
van Heerden, 1608. 

Heyden, G. van der, Gort ende claer Bewijs vanden H. Doop, wat 
hy eygentlijck zy, ende wien hy toekomt. Enz. Haerlem, gedr. 
by D. Wachtendonck voor Jan Teunisz., 1614. 

Pvppivs, R., Bewijs van den Kinderdoop, dat de selve uyt Gode 
is, ende niet uyt den Menschen; leghen den Mennisten. Amst., 
H. Laurentsz., 1614. 

, Bewijs van den Weder-doop, dat de selve uyt den 

Menschen is, ende niet uyt Gode; teghen den Mennisten. Amst., 
H. Laurentsz., 1614. 

Antlioni lacobsz. [Roscius], Wederlegginghe des Kinder-doops, waer 
in betoont wordt, dat de selfde niet uyt Godt is, maer uyt den 
menschen. Teghen R. Puppium. Z. pi. 1617. 

, Idem. Amst., J. A. Colom, 1636. 

Pvppivs, R., Bescherminghe des Kinder-doops, teghen Anthoni 
Jacobsz. Amst., H. Laurentsz., 1617. 

Dispvtatie van de Kinder-doop, ghetoghen wt het Colloquium ghe- 
houden tot Regensborch Anno 1601 . . . Wt den Hoogd. in Nederd. 
gestelt. Amst., J. A. Calom, 1624. 40. 



176 

Tdemaiis, G., Vrede lervsalems, d. i. Eendracht, vande Christ. 
Gereformeerde met de Eerste Apostolische Kercke, nopende de H. 
Doop met den aencleven van dien. Enz. Dordr., F. Boels, 1627. 

Vietor, Conr., Summarisch ende Warachtich verhael, van 'tbeginsel 
eener t'samen-sprekinghe van den Doop der Christen kinderen, 
door occasie ghehouden, tusschon sommige vande Secte der 
Wederdoopers, gen. nieuwe Vlaminghen, ofte vanden Block binnen 
Haerlem, ende Conradum Vietorem enz. Amst., P. J. Slyp, 1628. 

[Moyer, P. J.], Wederleg van Conradi Vietoris Bewijs-redenen voor 
der Martinistea Kinderdoop, dienende tot antwoord op sijn Sum- 
marisch ende waerachtich verhael, etc. enz. Amst., P. J. Moyer 
[achterin staat: Tot Haerlem, ghedruckt by H. P. van Wesbusch], 
1632. 

Vietor, Conr., Korte Waerschouwinghe, Voorloopers wyse ghedaen 
. . . van weghen 't ghenaemde Wederleg sijuer Bewijs-redenen 
voor den Doop der Christen-kinderen, uytgeg. onder den naom v. 
P. J. Moyer. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1G32. 

Moyer, P. I., Volgher op Conradi Vietoris Voorlooper. Haerlem, 
H. P. V. Wesbusch, 1632. 

Vietor, Conr., Verdediginge der Bewijsredenen Conr. Vietoris voor 
den Doop der Christen-kinderen, tegens de menichvuldighe calum- 
nieu . . . van 't genaemde Wederleg der selver, uytgeg. onder den 
naem v. P. J. Moyer. Enz. Haerlem, H. P. v. Wesbusch voor 
D. Meyer te Amsterd., 1640. 

(jrlanaous, J. E., Nothwehr f. die Kindertauffe, etc. Hamb., T. Gun- 
terman, 1687. Gegrav. titelblad m. vign. 

Uu Bois, J., Kinder-doop bewezen ende verdedigt vyt des Apostels 
Woorden Act. c. 2. vers. 38. 39. Enz. Amst., M. J. Brandt, 1642. 

Montauus, J., S. Baptismi Historia : Das ist, Heilige Tauff-Historia 
. . . Anfangl. in Niderl. Sprach beschr., vermehret u. in die Hochd. 
Sprach übersetzet d. J. M e h r n i n g. Dortmundt, A. Wachter 
u. Erben, 1646 u. 1647. Titel omlijst. M. 1 grav. 4». 

Montunus, H., Nietigheydt van den Kinder-doop enz. Amst., J. 
Albertsz., 1647. 

, Idem. 2'^'^ dr. Haerlem, Th. Fonteyn, 1648. 



]77 

Montanus, H., Idem. 3^^ dr. Am.st., Wed. H. H. Boterenbroot, 1700. 
, Idem. 3<i« dr. Amst., B. Visser, 1702. 

Titeluitgave. 

[Moutanus, H.J, De oudheid eu schriftmatigheid van den Kinderdoop 
onderzocht. [Uitgeg. d. J. Visscher.] Utr. 1848. 

Hetz. onder anderen titel. 

Du Bois, J., Zekerheyt van den Kinder-doop ... tot wederlegginge 
van H. Montani genaamde Nietigheyt van den Kinder-doop. Enz. 
Leyden, C. Banheynningh, 1648. 

Antwoort (Christel ijcke), op het Boeck J. Molani, ghenaamt Ghristen- 
Kiuder-Doops-Waerheydt. Enz. Door J. G. L. V. C. W. M. D. Amst. 1650. 

By-voeghsel op de Noodige Vernederinge, bewijsende de vriendelijck- 
hey t des Heeren over den gevallen, doch weder-verlosteu Mensche : 
in verzegelinge zijns Verbonds door den H. Doop, aen de Kinderen 
des Verbondts. Tegen allerley gewelt der Mennoniten ende Han- 
siten, waer mede zy den Kinderdoop bestrijden. Van nieuws 
oversien. Amst., G. Schagen, 1660. 

EIgersma, F., Rechtzinnige Leere van het Sacrament des H. Doops 
. . . met een Toegifte v. twee kleyne Tractaatjes. Leeuw., H. 
Nauta, 1685. 

Foecke Ploris, Beschermingh der Waerheyt Godts ; of Schriftuyrlijeke 
Verantwoording ... op het Boek van P. Elgersma: Geintijtuleert 
de Rechtzinnige Leere enz. 2 dln. Leeuw., R. J. Mosselman, [1687]. 

[Verryn, J.], Korte Verklaringe v. den Heyl. Waterdoop. M. eenige 
nader aenmerck. v. den Doop der jonge Kinderen. Utr., R. v. Zyll, 1688. 

Dale, A. v., Aanmerkingen over het Tractaatje v. de Heer J. Verryn, 
gen. Korte Verklaiing enz. Haerlem, J. 6. Geldorp, 1G88. 

Bekker, Balth., Beright v. den Kinderdoop Briefswyse gesteld. Amst., 
J. Rotterdam, [1690]. 4". 

[Backer, J. de], Korte en nodige Aenmerkingen over het Berigt v. den 
Kinderdoop, uytgeg. d. Balth. Becker. Amst., Wed. P. Arentsz., 1690. 

Bewys (Grondig) tegen den Kinder-doop uit Marcus 10 : vers 14. 
Streckende tot een afgeperste beantwoording en weeder-legging 
van Johan Wincklern, Luthers Praedikers Boek zoo genaamd, 
grondig bewys der Kinder-doope, meede uit Marcus 10 : 14. Enz. 
Amst., Wed. P. Arentsz., 1693. 

12 



178 

Winckler, Joh., Veitheidigung seines Gründl. Beweises der Kinder- 

Tauft'e gegen die Einwürffe etlicher Hollandischeii Wider-T:iuffer. 
Hamb., G. Liebernickel, 1696. 

Ualo, A. van, Historia baptisinonim, cum hebraicorum, turn chris- 
tianonim. Amst. 1705. 4'. 

In: A. V. Da Ie, Disserfatio super Aristea. 

Bvddeus, lo. F., Obseivationes theol. de Paedobaptismo oppositae 
clar. viro A. van Dalen. [Resp. Ph. G. Harder.] Jenae, 1707.4". 

Bakker, J. de, De Noodzaakelykheyd van de Waterdoop, onder de 
Doopsgezinden. [Aanhangsel tot: Kort Onderwys van de cbristel. 
Gebeden.] Amst. 1707. 

Titama, Joh., MennoOs Onbeschaavt Oordeel in 't Doopen van 
Teedere Zoogelingen, enz. Leeuwaerden, J. de liuyter, z. j. 

Fochtius, J., Disput, theol. iuauguralis de necessitate baptisnii s. s. 
contra fanaticos recentiores.[Def. J.C. Schaper.] Rostochi, 1714.4". 

Bedenken (Schrift'tmassiges) von der Kinder-Tauffe, etc. Aus deni 
Eng], ins Teutsche übers. v. M. J o a c h i m N e g e 1 e i n. Nürnb. 
1716. 4". 

Jleyer, G., De onderwerpen van den Heyligen Doop nader bepaald ; 
enz. M. een Voorr. en aant. uitgeg. d. J. R. K e 1 d e r m a n. 
Utr. 1720. 

Overwyk, H. R. van. Over de instellinge en bedieninge van den 
H: Waterdoop. [Aanhangsel tot: De hoofdzakelyke nieeniug, ge- 
trokken uit de Beschryvinge v. den H. Evang. Mattheus, aan-_ 
gaande de geboorte [enz.] van onzen Heere Jezus Christus.] 
Amst. 1722. 4". 

Marek, J. ai. Disputatie theol. de Infantibus Fidelium qui Baptizandi 
sunt. [Def. M. J. v. Ca m pen.] Lugd. Bat. 1725. 4". 

Moshemius, lo. L., Dissert. theol. de baptismo dilvvii antitypo qva 
locvs Petri I. ep. IlI. 21. illvstratvr et H. Schynii, Mennonitae, 
placita .simvl de advltorvm baptismo expendvntvr. [Avct. lo. A. 
Me y er o.] Helmstadii, 1727, 4». 

Duim, F., Zedige aanmerkingen, op de leer-reden en aanspraake 
V. den Eervy. Heere P. Smith, Leeraar der Doopsgez. Gemeente 
... in de Zon. Enz. Amst. [1738]. 



179 

[Bremer, K.], Bedenkingen over den christelyken waterdoop. [Als- 
mede] vyf Verhandelingen over het zelfde Onderwerp. Enz. 
Amst. 1740. 

(Verduiii, A.], Brief aan Koenraad Bremer over zeker Naamloos 
Boek . . . welks Opschrift behelst, Bedenkingen enz. Amst. 1740. 4". 

LWageiiaur, J.], Onderzoek over de oudheid on schriftmaatigheid 
van den Kinderdoop. Leiden, 1740. 

, Brief aan N. N. in welken de verdediging van den 

Kinderdoop tegen het onderzoek over deszelfs oudh. en schrift- 
maatigh. getoetst wort. Haarlem, 1742. 

[Herdruk der beide voorgaande geschriften.] Amst. 1770. 

Gale, J., Aanmerkingen over den Kinderdoop. U. 't Eng. vert. d. 
J. van Zanten. Hierby komt het Leven des Schry vers. Enz. 
Leiden, 1741. 

Verdediging v. de Verhandelingen over den Christel, waterdoop 
tegen het Onderzoek [v. J. Wagenaar], mitsgaders tegen de Voor- 
reede voor J. Gales Aanmerkingen en tegen den Brief van D". 
A. Verduin. Enz. Amst. 1741. 

Brieven v. verscheiden, meest Doopsgezinde, Leeraars, over de 
Vraage, of een doof en stom gebooren persoon, een bevoegd voor- 
werp zy, om met den Christelyken Waterdoop bediend te worden? 
Alsmede het Oordeel der Doopsgez. Societeits Vergadering in 
N. Holl. Amst. 1753. 4". 

Nuttigheden (De zedelyke) en verpligtingen der instellinge v. den 

waterdoop. U. het Eng. vert. Leyden, 1774. 
Voorwerpen (De) van den doop nagospoord enz. Gevolgd naar 't 

Eng. V. A d d i n g t o n en S t e n n e 1 1. Amst. 1779. 

Brieven (Agttien gemeenzaame en gemoedelijke) over den Doop 
enz. [Vrij vert. u. het Eng. naar Addington en Stennett.] 
Gron. enz. 1789. 

Kalff, G., Verslag van een onderzoek in Engelsche Bibliotheken in 
het jaar 1910. 's-Gravenh. 1911. 

Hierin op blz. 47 eene aant. over de doopbediening v. Israël Jacobssooii 
vander Meerscli te Hoorn door Dirck Pieterssen in liet jaar 1598 (Gewyde 
Poëzie v. I. J. vander Meersch ; Brit. Mus. Cat. Alss. Add. 24339, pag. lOCv"). 



180 

Jong, A. (Ie, Hoe in de 17'^® en 18'^« eeuw de Dompeldoop bij 
sommige Doopsgez. bijval vond. Leiden, 1898. 

Glanaeus, Jod. Edz., Geistliches Bad-Tucli den Newen Wideitauffer- 
sciien Tilucliern • . . zugericlitet etc. Hamb., G. Papen, 1651. 12^. 

Brieven (Twee), ... aengaende: Den Dompel-Doop. Enz., zie hier- 
voren blz. 174. 

■ (Scven), tot vervolg, zie ibidem. 



Weenigem, B. van, De maniere van Doop, Voetwassciiinge en 
Avontraael, soo by de Dompelaers tot Hamborg gebruyckt wert, 
wederleyt. In drie Deelen compleet. Rotterd., J. Borstius, 1666. 
M. gegrav. titelblad. 

De deelen zijn getiteld: Noodtwendige Verantwoordinge van Sevcnthien 
Redenen enz.; Noodtwendige Verdcdiginge enz. ; Nootwcndige Vast-stellin- 
ghe enz. 

[Arents, Joan], Eindelijcke Verklaringe der gedoopte Christenen, 
over het Boeck in 't welcke Bastian v. Weenigem door 17. Reden 
vermeent te bewiesen, dat den Doop, die door begieting met waater 
geschiet ook een wettigen doop is. Enz. [Met een Appendix d. 
Antoony de Grijs. Hamb. 1668.] Z. pi., Joan Arents, 1668. 12». 

Weenigem, B. van. Antidotum ofte Tegengift op eenen Brief, ge- 
schr. uyt Hamborgh, van Samuel Stockman Isaacksz., aen B. van 
Weenigem. En op seker Boeckjen genaemt: Eyndelijcke verklaringe 
der Ged. Christenen, enz. uytgeg. onder den naem v. Joan 
Arents. Enz. Rotterd., J. Borstius, 1669. 

Redouh, W. D., Antidoti Weenigani Vanitas, of Ydelheydt van 
Bastiaans van Weenigem laatste uyt-gegevene Tracktaatje, ge- 
tituleert Antidotum of Tegengift, etc. Als oock van sijne Noodt- 
wendige Verantwoordinge, etc. Enz. 2 dln. Haarlem, I. v. Wes- 
busch, 1672 en 1678. 

Onderzoek v. de redenen der Doopsgezinden, om welke zy de Be- 
sprenging boven de Indooping stellen. Amst., F. Vorster, 1684. 

[Backcr, J. de], Verscheyde redenen waerom het Overstorten . . . 
also wel en beter voldoet ... als het Onderdompelen. Amst., 
P. Arentsz., 1685. 4". 

, Idem. 2''« dr. verm. Amst., P. Arentsz., 1687. 



181 

AVederleggiiig van verschelde reedenen waerom enz., iiitgeg. door 
J. D. B., beantwoord door een waarheids-minnaar. Amst., A. Vis- 
scher, 16S6. 

Idem. [Hierachter: Brief van N.N. [J. van R o o y e n s t e i n] 



aan eenige Jongelingen, om hen aan te moedigen tot verkryging 
van Chri.stel. Wy.sheld en Kennisse.] Amst. 1725. 

Uoiittuyn, A., Eenige redenen, waarom, in 't stuk des Chrislelyken 
Waterdoops, de in- of onderdompeling te verkiezen zy, boven de 
besprenging enz. Hoorn, 1762. 

c. E e d. . 
Vos,K.,BastiaanvanWeenigera en het eedvraagstuk. 's-Gravenh. 1908. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kcrkgesch. VI. 2. 

ToornbiirgjK., SchriftuurlijckeVerhandelingh tegens hetEed-zweeren, 
en voor de wraak en weerloose Lydsaemheyt en volmaeckte Liefde 
enz. Alckm., P. de Wees, voor Gr. .1. Haseven, 16S8. 

Verduin, A., Examen Arguraentorum Viri rev. Adr. a Cattenburg 
pro Necessitate Jurisjurandi; nee non Mennonitarum Defensie. 
Utraqueè Belg.inLat. Serm.conversap.A. Spinniker. Amst. 1729. 

[Uovens, D.], De leer der Doopsgezinden, vooral omtrent den eed, . . . 
opgehelderd, in zes brieven van Philo-biblos aan Mennophilus 
Amst. 1794. 

d. Leer der Me n s c h w o r d i n g. 

Timmerman, H., Een corte Bekentenisse, zie hiervoren blz. 97. 

[Tricht, Joannes], Eeu nut ende profitelijck Boecxken . . . aen- 
gaende de verclaringhe der Menschwerdinge ons Heeren Jesu Christi. 
Z. pi. 1578. 16". 

Tricht, I., Idem. Haerlem, P. v. Wesbusch, 1601. 16°. 

Seyndt-brief, waerin begrepen is een corte Bekentenisse beuesticht 
met de H. Schrift, van eenighe stucken betreffende de Mensheyt 
Christi, ende het voort-comen des selues. Z. pi. 1581. Titel omlijst. 

Copye, ende seecker Antwoordt van de Switser Broeders ofte Hoogh- 
duytschen, alsoo ghenoemt. Overgegeven aende Poolsche, be- 
treflende het punct der Mensch-weerdinghe ende der Godtheyt 



182 

lesu Christi, etc. [Anno 1592]. Amst., .J. A. Colom, 1630. Idem. 
Vliss., Geleyn Jansz, 1666. 

Achter de Confessie der Vereeniglide Hoogli-dtiytsche en Vriesen. Zie: 
VredeHandelinghe, gehouden tot Amsterd. 1630, en: Handelinge der Vereen. 
VI., en D. Doops-gesinde Gemeynten, met de dry Confessien. 

Cuyper, C. de, Eenvvldige verantwoordiiige, met corte verclaringhe 
on.ses gheloofs vanden eenigen Godt, Vader, Zone, ende Heyligen 
Geest al.s oock vande Heylige Menschwerdinge ons Salichniakers 
Je.su Christi, zie hiervoren blz. 109. 

Outonnan, J., Een nodighe Christelijcko veraniwoordinghe, teghen 
de quade juventien, van sommighe die . . . te verstaen gheuen, dat 
den Eewighen enighen gheboren zoone des Alderhoochsten, niet 
en is geweest een mensche, zie hiervoren blz. 109. 

Sev, lo., Antvroorde, zie hiervoren blz. 109. 

Ainpsiuck, lo., Verclaringhe. Vande menschwordinghe Jesu Christi 
enz. Amst., D. Troost voor J. E. van Heerden, 1608. 

Notulen (Corte), v. seker ghespreck gehouden over den Artijckel 
v. de Mensch-werdinge onses Heeren Jesu Christi . . . binnen 
Ziericzee [Sept. 1609]. Hier zyn by ghevoecht 1. Sekere Anno- 
tatien ... die Frans de K n u y t op deze Notulen ghestelt 
heeft ... 2. Een corte ende clare verthooninghe v. het verschil, 
dat tusschen de Gheref. Kercke ende de Wederdooperen is, in 
het stuck V. de Mensch-werdinghe Christi. Noch is hier achter 
by ghevoecht Een cort en waerachtich verhael van een seker 
ghespreck, gehouden in Colijns-plate, den 5. November 1606. enz. 
[Op het titelblad van dit laatste bijvoegsel, dat afzonderl. pagi- 
neering, doch doorloopende signatuur heeft, staat: Tot Dordrecht, 
by F. Borsaler. Voor J. de Keyser tot Zierickzee, 1620.] Ziericzee, 
B. Doll, 1620. 4". 

Achter: G. U d e m a n s, Noodighe verbeteringhe. Udemans' uitgave is een 
herdruk van de uitg. van I6I0. 

0[uterinanl, I, Antvroorde ende Verclaeringhe, op de 57. Artijckelen 
. . . door welcke verantwoordinge ende verclaringe, de ware 
kennisse Gods, ende de H. menschwerdinghe ons Heeren ende 
Salichmakers Jesu Christi, als oock zijn lijden ende sterven, ver- 
toont ende met Godts woort bewesen is, zie hiervoren blz. 110. 

Rys, Hans de. Klaer Bewys van de Eeuwigheydt ende Godheydt 
Jesu Christi. Haerlem, I. v. Wesbusch, 1672. 



183 
Rys, Uaus de, Idem. Leeuw., H. Rintjes, 1688. 12". 

Hierachter in dezelfde uitg. : M e n n o S ij m o n s, Bel<eiitenissc v. d. llcnigcn, 
eeuwigen, ende waren Godt, Vader, Soon, ende H. Geest ; J. P li. S c li a b a 1 i e, 
De Eeuwige Godtheyt Cliristi, en G. Brandt, Kars-Sang. 

Copio van eenen Brief, geschr. by H e n d r i c k L o d e w ij c x van 
Dalen, aen Hans de Rijs, aengaende de beschuldinge daer liy 
Menno Symonsz. en Dirck Philips (haer schryven) onreclit beschul- 
dicht. Midtsgaders twee contrarie beken tetenissen (sic), van Hans 
de Rijs, aengaende de Menschwerdinge Christi. Hoorn, Zach. 
Cornelisz. [achterin: Tot Haerlem gedruct by V. Casteleyn], 1613. 

[Twisck], Pieter lansz., Andtwoort ende Wederlegginge ... op 
een vrage by Hans de Rijs voorgestelt, beroerende die Mensch- 
werdinge geboorte, sienlijckheyt, lijden en sterven ons Heeren 
ende Salich-makers Jesu Christi. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1614. 

Lieven vau Vreeland [Joh. Polyander], Gort Ondersoeck, oft noodt- 
saeckelick zy ter saligheydt te ghelooven, dat lesus Christus 
sijn vleesch heeft van 't Woord, en niet van Maria? Met een 
voor-reden. Haerlem, Th. Fonteyn, 1643. 

Herdruk der oudere uitgave (van 1626?). Hieraclitcr is ool< afgedruJct (met 
doorloopende signatuur, maar afzonderl. pagineering) liet twee jaar later (in 
1628) verschenen : Cort Ondersoeck, oft de Meen in gh e enz, dat hieronder volgt. 

In een tweede (defect) exemplaar, bevattende alleen nog het laatste ge- 
schrift, bevinden zich geschreven aanteekeningen. 

Ondersoeck iGort), of de Meeninghe der Mennist-ghesinde stellende, 
dat lesu Christi vleesch is van het Woort, en niet van Maria, 
waerachtigh zy. Door I. H. F. Amst., P. Eduardus Poppius, 1628. 

Dit geschrift, dat waarschijn!, van denzelfden schrijver is als het voor- 
gaande, werd in 1643 tegelijk daarmede herdrukt; zie boven. 

Driessche, J. vanden. Een verlichtende Spieghel waer inue met 
Schriftuere bewezen wevt de oprechte kennisse Jesus, die Christus 
genoemt wert; enz. Z. pi. 1646. 

Montanus, S. D., en P. I. Twisck, Schriftuurlijcke Disputatie aen- 
gaende het Wesen, en de Godheyt lesu Christi. Na de copye. 
Dantzigk, 1650. 

Myleman, P. F., S. J., Vast ende klaer Bewys hoe dat Christus 
Jesus, onsen Salighmaker, in sijn H. Mensch-wordinge, heeft uyt 
sijns H. Moeders, en Maegts Maria suyver Lichaem aengenouien 
onse Nature, enz. Antw., Ph. van Eyck, 1661. 



184 

Moyaart, J. T., Een Bekentenis des Geloofs; over de Mensch-werdingh 
onses Hoeren Jesu Christi, voorgestelt d. G ar bran t Wille msz. 
Eu een antwoordt op de selfde. Amst., J. Riewertsz., 1663. 

Brakel, Th. a, Disputatie ofte bevestigende de Waerheyt, weder- 
leggende de Valscheyt, toonende de Nutticheyt, der Menscliwer- 
dinge lesu Christi. Tegen Hessel Ipes. Amst., B. de Wild', 1664. 

Buys, G., Kort begryp v. de Godtheydt Christi. Leeuw., H. Rintjes, 
1685. 12". 

Met ccne opdracht ;i;ui, ceii brief en ccn gediclit van Pieter Dircksz. 
Pers. 

Wederlegging (Een) v. het Arriaans gevoelen, wegens de Persoon 
Christi, waar in word aangewesen dat de Leere van Arrius de 
Christelycke eenvoudigheyd benadeeld, . . . Door een waarheydts 
minnaar. Z. pi. en j. 

e. W e e r 1 o o s h e i d. 
Dyserinck, J., De weerloosheid volgens de Doopsgezinden. [Amst. 1890]. 

Uit: De Gids. 1890. I, 

Veraiitwoordiiige eender Requeste, door eenige vanden Predicanten 
inden Steden van Walcheren berispt zijnde : Daer in getrackteert 
worde, oft Oorloch . . . gheoorloft sy. Door 1. P. Z. pi. 1597. 

[Zwicker, D.J, De weerloose oude Kercke, zie hiervorcn blz. 168. 

"W[olzogen1, J. L., De werelose Christen, verbeeldende de Nature 

en Hoedanigheyt van het Rycke Christi. Als oock drie Predicatien 

over Johan. xvij. 3. U. het lat. vert. d. F. L [ a n g e d u It]. Z. pi. 

1676. 
[Kuyper, F.], De Recht weerlooze Christen. Of verdeediging van het 

gevoelen der eerste Christenen, en gemartelde Doops-gezinden ; 

Weegens het Overheijds-ampt, Oorlog en geweldige teegenstand. 

Hier is bijgevoegt een Lijk-reeden, over het leeven en afsterven 

van J. Hartichfeld [d. J. D. V e r b u r g], en het Lijk-gedicht van 

J. O u d a a n. Rotterd., [P. Terwout], 1678. 4». 
Rysse, J. v., Over de Selfsverdediging. Z. pi. en j. In handschr. 

(einde 18'^® eeuw). 
Schim (De) van Menno Simons, uit den dood verreezen aan F. A. 

van der Kemp, preeker in de Menniste vermaaning, te Leiden. Z. 

pi. en j. [1780]. 



186 

f. O V e r h e i d s a in b t. 

lacob laiisen [Kist] [en Hans de Ries], Nootwendige verantwoor- 
dinge der verdructer waerhe}'!. Nu Anno 1591. d. Pieter Cornelisz 
pred. binnen Alckmaer . . . bestreden enz. Z. pi. en j. 

Pieter Cornelisz., Grondighe wederlegginghe, van seker gheschrift, 
eerst bj' Jacob Jansz. ghestelt enz. Amst., Laurens Jacobsz,, 1597. 

Ovtger Uetsz., Een cleyn tractaetken tegen Pieter Janssz. Bisschop 
ende Leeraer der Weder-Doopersche Ghemeente woonachtigli 
binnen Hoorn, . . . dat het Overheyts Ampt met goeder con- 
scientie, en volghens dien, mede vande Christenen mach bedient 
worden. Enz. Enchuysen, J. L. Meyn, 1618. 

g. T u c h t. 

Timmerman, II., Een verklaringhe : hoe ende in wat manieren de 
Heere Jesus zynen Jongeren inder af-zouderinge macht gegeven 
heeft, zie hiervoren blz. 97. 

[Ampsinck, lo.l, Copie v. een geschrift, ghesonden v. sommighe 
Vriesen aen den Vlamingen, zie hiervoren blz. 103. 

Ampsinck, lo., Eenige Propositien nopende de Kerckelijcke Discipline 
enz. Haerlem, G. Rooman, 1590. 

Het titelbl. en de eerste bladzijden zeer geschonden. 

C[lacs] G[auglofs], Een grondich bewijs wt de Godlijcke Schriftuere 
vertoont, dat Gods gemeynte, de geloouigen op Aerden, eenich, 
een volck, onverdeylt, als leden eens lichaem.s tot malcanderen 
gevoecht, malcanderen te dienen enz. [Ook: Van de eenige on- 
uerdeylde Gemeynte Gods]. Z. pi. 1599. 

C[laes] C[laesz.], Eenvuldige vertrouwinge Waer inne . . . aenge- 
wesen wort. Dat Gods Gemeente, niet op eeniger menschen 
vroomheyt, oude gewoonten, traditien, ofte lange belevingen : Dan 
alleen op den hoecsteen Ghristum, Sijne heylsame leere, ende 
ouberispelijck leven ghefondeert staet, zie hiervoren blz. 104. 

Copye eens Briefs of Voorlooper [v. Glaes 01 aesz.j, zie hiervoren 
blz. 105. 

[Jacob Pieters van de Coogh], Veylighe Wech ofte Raet, om hem in 
't bannen ofte veroordelen niet te vergrypen enz. Amst., A. 
Biestkens, 1631 [1632]. 



186 

Verclariuge, wt de Godtlijcke Schriftuere, hoe haer de Gemeente 
(Jhrisiti moet bewijsen neffens die Broeders die (na datse haer inde 
ghemeenschap der Geloovigen hebben begeven) wederom vervallen 
ende bevonden worden Argherlijck te wandelen, oft door leelycke 
feyten overtreden ende van den gheloove afwijcken, Seditie, oft 
Twist, nefifens de Leeringhe (in wederspannicheyt) aenrichten. Enz. 
[Achterin: Dit Boeck wert Toe ge-eygent I. P. Vermuelen. 
Also die, niet wel langer waren te becomen, ist selfde, wederom 
doen drucken.] Z. pi. 1645. 

h. H u w e 1 ij k. B u i t e n t r o u w. E c h t m ij d i n g. 

Soudtbrief (Een Christelijcke), geschreuen aen allen Ghemeynten, die 
op het ghelooue in Godt, ende in synen Sone Jesum Christum, ende op 
de boete ende beteringe des sondigen leuens, doopen enz. Z. pi. 1580. 

Yerclaringe (Een corte eenuuldighe) wt der heyliger Schrift, tot be- 
houdinge ende verantwoordinge, der eerlijcker ende reynder Echte 
. . . , teghen dat Echtmijden enz. Door L. G. en ouersion, ghecorigeert 
ende vermeerdert, door G o r n. I. Middelb., R. Schilders, 1591. 

lionivli, T. C, Een grondelijcke verclaringhe: van den Echtelijcken 
staet . . . Mitsgaders oock een aenwijsinghe vantgroote onverstant, 
int lichtveerdich Bannen, ende Pharizeens mijden, In twee Ghe- 
spraken ghestelt. Z. pi. en j. 

Tegeu-spraeck ende Wederlegh . . . over t' punct der Weereltlijcke 
mijdinghe. Wt de H. Schriftuere, tegen I. Outernian, enz. Door 
J. M. K. Haerlem, G. Rooman, 1598. 

[Outormau, J.], Nootwendige Verantwoordinghe, Eude claer bewijs 
wt de Heylige schriftuere, tegen tgeuoelen, t'welck sommige eertijts 
in diuersche Boecxkens in druck hebben wt ghegheuen, tot weder- 
legghen van de Euangelische mijdinge. Z. pi. 1599. 

Aenspraeck (Een vriendelijcke), aen alle Doopsghesinde over het 
Stuck ofte Puynct, der Echt-mijdinghe, ende ghemeyne Mijdinge. 
Door I. T., zie hiervoren blz. 104. 

Ueii Israels [Anth. Jac. Roscius], Tractaet teghen het straffen der 
Buy ten-getrouden, sonder onderscheydt. Enz. Amst., J. A. Colom, 1628. 

Brief, nopende d'Echt-mijdingh, ende het niet weder-aen-nemen der 
Buyten-ghetrouwde. Haerlem, Th. J. Fonteyn, 1629. 



187 

Tractaet (Scliriftuerlijck) over het Weder-aen-nemen der boetvaerdighe 
Buyten-ghetroude. Door C. C. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1634. 

Als dat de ware geloovigen niet en mogen trouwen onder alle Doops- 
gezinde . . . maer moeten haer houden . . . binnen de eenige onver- 
deelde G[emeente]G[ods], door P. C.H. Rotterd.jG-.A.v. Bueren, 1644. 

Als een Appendix achter : D t i r k] P ( h i 1 i p s], Van die Eclit der Christenen. 

Joost Hendricksz., Een Christelicke Ondersoeckinge, wanneer men 
den genen, die om een Buyten-trouw vander Gemeynte gestraft 
is, weder behoort aen te nemen. Haerlem, D. J. de Gaver, 1647. 

Achter : Joost Hendricl<sz., XXXVIII Corte en stichtelijckc Predicatiën. 

— , Idem. Amst., J. Rieuwertsz., 1647. 

Evenals het voorgaande gedr. te Haerlem by Thomas Fonteyn. Anno 1647. 

Twisck, P. J., Tractaet van den Houwelijcken-staet ofte Echt der 
Christenen, enz. Hoorn, gedr. by A. I. v. d. Beeck, [voor] J. J. 
Deutel, 1682. 

[Siewort Coruelisz.1, Aenspraek aen die genen, welke Regulen en 
Wetten in de Godsdienst.... voorschrijven. Als mede een Kleyn 
Aenhangsel ... tot een Antwoord op het Tractaetje, van P. J. 
Twisk, wegens den Houwelijken-staet enz. Amst. 1682. 

[Blaauw,G.J, Onzydig en nauwkeurig onderzoek naar den oorsprong van 
het trouwen in Doop.sgez. gemeenten, in de Nederlanden. Amst. 1772. 

Blaauw, G., Idem. 2<'e dr. Amst. 1772. 

i. L e e r a a r s a m b t en D i e n a a r s c li a p. 

Acroiiivs, R., Seer grondighe ende wt Godes woordt wel ghefon- 
deerde Onderrichtinge, teghens de lasteringhe ende het gheschrey, 
dat de Wederdooperen . . . over het onderholt, ende de middelen, 
daer door de dienaren der warer ghemeynten Christi . . . onder- 
holden worden. Franeker, G. v. d. Rade, 1599. 

[Cornelis Jansz.], Nootwendich bewijs, wt des Heeren Heylige woordt, 
dat sy tegen die waerheyt handelen, alle die daer leeren datter 
niemandt eenich Doopsel ofte Sacramentelijck teecken der ghenaden 
Christi ghebruycken ofte bedienen mach, tenzy, dat hy eerst by 
haer in hare Ghemeynten daertoe vercoren ende verordineert is, 
enz. Z. pi. [1608]. 

J[acob] Ptietersz.], Handelingh of onderrichtinge om te koomen tot 
de ware Ruste des Gemoeds ... Neffens een ondersoeck, van de 



188 

tegeavv. Verkiesinge en Authoriteyt der Leeraren, en Oudsten der 

Gemeyute. Amst., J. Rieuwertsz., 1652. 12". 
I[aiiJ WLillemsl M. D., Grondigh-Ondersoeck oft Klaer-Betoog, dat 

uyt Actorum 6. niet en kan bewesen worden, datmen de Diakenen 

oft Dienaers der Armen met Hand-op-legginge hoort te bevestigen 

enz, In de Ryp, J. P. Moer-boeck [achterin: t' Alckmaer, gedr. 

by S. C. 13rekengeest], 1652. .Achteraan 1 hoiitsn. (portr. v. Laurens 

Jansz. Coster). 12°. 
Gebruyk (Oud) van de Vrylieydt van Spreeken, in de Gemeente der 

Doops-gesinden. Enz. Uyt het Hoogd. Amst., J. Rieuwertsz., 1665. 4". 

Idem. 2'^^ dr. verm. Harlingen, H. v. Immerzeel, z. j. 12". 

Hierin : Een Brief v. D. V. C o o r n ii a r t. Aen de Predicantcn v. de WatcrI. 
Doopsgesinde Gemeente. Hans de Reis (sic), lacob lansz. etc. 

[Luopes, W. K.], Ontleding der Christel. Kerken-order, ende des 

zelfs Ampten, zie hier voren blz. 132. 
Overwyk, H. R. v., Ondersoek over de Natuur v. het Leeraar Ampt, 

zie hiervoren blz. 134. 
Klalker], H. v[an], Byvoegzel. Zynde een korte redengevinge van 

een' dienst, die gedaan wordt van Dienaaren des Woords die 

men Oudsten noemt enz. Gron. 1744. 

Acliler: J. van Kooinen, Belydcnisse des Kcloofs onder de Doopsgez. 
Cliristenen. 

Blaauw, U., Aanspraak aan de Eerw. Kerkeuraaden der Doopsgezinden, 
... in Holl. en Westvriesl. : in zich bevattende, een Beschryving 
van den Kerkenstaat hunner Gemeenten ... en daar uit ontleende 
reden tot een Concept-Project; om de Gemeenten van Leeraaren 
te voorzien enz. Amst. [1772]. 

Justus Salaris, Brief aan Philo Ecclesiastes, ter nadere Ophelderinge 
der Aanspraake van G. Blaauw, aan de Eerw. Kerkenraaden der 
Doopsgezinden, enz. Amst. 1774. 

j. Stil en stem mei ijk gebed. 
Biildou (Van het) iu de Kercken. Z. pi. en j. 4°. 
E[oghein], A. Vlaii], Verhandelinge van de stemmelijke gebeden in 

de vergaderinge der geloovigen. Middelb., M. van Hoekke, 1685. 
Knipscheer, F. S., Gesch. v. het stil en het stemmelijk gebed bij 

de vaderl. Doopsgezinden. I, IL [Leiden, 1897, 98]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1897 en 98. 



189 

k. Andere eigenaardigheden. 

Jacob Cornelisz., Ouciersel en cieraet vande Godtsalige vrouwen 
enz. Amst., P. Arentsz., 1652. 

Oproedinge (Algemeene) der hedendaagse I\;inderen, of mal Moertje, 
mal Kintje, enz. Waar in is tusschen gevoegt, een Icort verhaal 
van de zake van Romeym (sic) de Hooge enz. Amst., A. J. van 
Wezel, 1690. M. front, en platen. 12". 

[LaDgendiiJk, P.], De Zwitserse Eenvoudigheid, klaagende over de 
bedorvene Zeden veeier Hollandse Doopsgezinden, of Weerlooze 
Christenen. Haarlem, 1713. 4". 

[Cramer, A. M.], Brief betr. den stamvader der familie van Geuns 
hier te lande, en de nederigheid der oude Doopsgezinden, met 
name der Oude Vlamingen, zie hiervoren blz. 45. 

Wybrands, C. N., Het Menniste Zusje. [Uitgegev. d. J. Si x.] [Amst. 
1913]. Met afb. en 1 gekleurde pi. 4". 

Uitgave van wege het Kon. Oudheidk. Genootsch. te Amsterdam van artikelen 
uit de Zondagsbode, 17 Aug. 1902—4 Jan. 1903. 

Vos, K., Het menniste zusje. ['s-Gravenh. 1910]. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgesch, Vil. 4. 



Cramer, S., Uit het verleden der armenzorg bij de doopsgezinden. 
[Leiden, 1910]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1910. 



[Stoett, F. A.], Menistenbruiloft. — Een menisten-leugen, -streek. 
[Zulphen, 1901]. 

Uit : Stoett, Nederl. Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdr. en Gezegden . . 
verklaard. 



POLElttlER VAN EN MET NIET-DOOPSGEZINDEN *). 

Knipscheer, F. S., De Nedeiiandsche Gereformeerde synoden tegen- 
over de Doopsgezinden (1563-1620). I, II. [Leiden, 1910, 11]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1910 en II. 



*) Zie hierbij ook de afdeelingen; Rijnsburgers, en: Ivenmeiken 
en eigenaardigheden. 



190 

Bres, Gvy de, De wortel, den oorspronck ende het fondament de. 
wederdooperen, oft Herdooperen van onsen tijde. Anno 1565. Ende 
uv wt der Franch. talen . . . ouergheset d. J. D. R. Z. pi. 1570. 

Bres, Gvydo de, Idem. Amst., J. E. Cloppenburgli, 1589. 

Bres, Guydo de. Idem. Alles van nieus oversien. Amst., J. E. CIop- 
penburch, 1G08. 

Cunerus Petri yjiu Browersliaueu, Den schilt teghen die Weder- 
doopers enz. Louon, K. Velpius, 1568. Titel omlijst. 

Bvllingerus, II., Teghens de Weederdoopers, .ses boecken, nv eerst 
wt de Latijnsche Tale in Nederd. ouergesteU, il. G. N i c o 1 a j. zie 
hiervoren blz. 35. 

Nicolai (Gerardus) 's Inlasschingen, uitgeg. d. S. Cramer, zie 

iljidem. 

Protocoll. Das ist, alle Handlang dos gesprechs zu Franckenthal . . . 
mit denen so man Widertiiufter nennet, [May, Junij 1571] etc. 
Hoidelb., J. Mayer, 1571. 4». 

Idem. :^''» dr. Heidelb., J. Meier, 1573. 

Protocol, dat is : alle Handelinge der Tsamensprekinghe tot Francken- 
thal . . . gehouden metten genen diemen Wederdoopers noemet 
. . . wt de Ouerlantsche sprake . . . ouergestelt ... By my H a n s 
Bruy nincx. Z. pi. 1571. 

dat is de gansche Handelinge des Gesprecks, te Francken- 
thal . . . met dien, welcke men Wederdoopers noemt . . . Wt 
den Ouerlantschen Duytsche, in Nederlandtsduytsch ouergheset d. 
Gaspar van der He y den. Z. pi. 1571. 

Bronsveld, A. W., Gesprek met de Doopsgezinden te Frankendaal 
in den jare 1571. Harderwijk, 1871. 

Voor drie-honderd jaren. N». 6. 

[Brous, A. teu Doornkaut], Das Religionsgesprach zu Frankenthal 
iin Jahre 1571. Z. pi. 1888. 4». 

Overdr. uit: Menn. Blïtter. 1888. 

Wigaiidus, J., Etlicher Widerteufferischer Schwermereyen, welche 
sich jetzt wider regen, Widerlegung. Königszperg, G. Osterberger, 
1576. 40. 

, Do Anabaptinmo etc. Lipsiae, G. Defnerus, 1582. 4". 



191 

Protocol. Dath is, alle haudelinge des gesprecks tho Embden in 
Oisttïieszlaudt mit den Wedderdöperen, de sick Flaminge nomen, 
geholden [Pebr. — Maij 1578] enz. Embden, 6. Goebens, 1579. M. 1 
wapenafb. naast de voorrede. 4". 

dat is, alle handelinge des gesprecks tot Embden in 



Oostvrieslant met den Wederdooperen, die hen Vlamingen noemen, 
geliouden . . . Wt de Sassensche, in Nederlandtsclie sprake, d. D. 
J u 1 i n m ... OLiergheset. Embden, G. Goebens, 1579. M. dez. 
wapenafb. 4'. 

Idem. Gedr. tot Leydon by Henr. Lodewycsz. Amst., 

Laurens Jacobsz., 1616. 4". 

Van gheboden, ofte Insettinghen ende Leeringhe der Menschen, wat 
een yeghelijck Bisschop ende Paus heeft opghebracht oft inghesedt: 
Met een Sproecke Cbristi, ende Antichristi . . . Hierachter is noch 
by gheuoecht een Liedeken van ij. Vrienden opgeoffert te Lonnen 
in Enghelant. Int iaer. M. D. LXXV. Z. pi. 1579. 

Achter: Thomas van Imbroeck, Confessio. Met doorloopende signatuur. 

[Cooruhert, D. V.]. Ivstiflcatie des Magistraets tot Leyden in 
Hollandt, teghens de Galumnien, ter saken vande differenten, 
tusschen henluyden ende eenighe van de Ghemeente aldaer, by 
den seluen, den Magistraet wat min dan ChristelickeL nagheseyt. 
Z. pi. 1579. 4». 

-, Idem. Z. pi. 1597. 

Antwoorde der Dienaren des Woorts ende OLulerlingen der kercken 
van Hollant, ... op de Remonstrantie by de Overicheyt van 
Leyden, aen de Heeren Staten ghedaen . . . aen-gaende t'verhan- 
delde ... in het Sj'nodus tot Middelburch enz. Amst., voor Laurens 
Jacobsz [achterin: t' Amstelredam by N. Biestkens], 1597. 

In de voorrede wordt gepolemiseerd tegen de Doopsgez., die de Remonstrantie 
van 1582 opnieuw hebben doen uitgeven. 

Antwoorde op de valsche beschuldinghen door een zeker ghesworen 
Vijandt der Ghere formeerde Religie, onder den Titel van de 
lustificatie van Leyden . . • voortghebracht : Ende nu door eenighe 
Weder-dooperen van nieus in Druc wt-ghegheven. Rotterd., J. v. 
Waesberghe, 1598. 

Hierachter: Verantwoordinghe van den Dienaer, Ouderlinghen ende Diaconen 
der Kerclie tot Leyden, enz. 



192 

Waerschouwinghe (Een Christel ijcke) voor de eeiivoudiglie Christenen, 
. . . Teghen verschej'den valsche Leeringheii ende Heresien, . . . 
Door L. G.P. Delff, Aelbr. Hendricxz., 1585. 

Eimedoncius, lac, Vander Doope ouses Heeren Jesu Christi, lie- 
kentenisso door D i e r i c k Philips. Metgaders een beandt- 
woordinghe, zie hiervoren blz. 93. 

Taffin, lau, Onderwijsinghe, teghens de dwalingho der Weder- 
dooperen: Imiz. [Uit het Frausch overgezet.] Haerlem, G. Roomau, 
1590. 

Hafeurefferus, M., Disputatio, contra Anabaptistas, de Regno Christi. 
[Def. loh. Houold.] Tubiagae.J. Kirclierus, 1595. Titel omlijst. 4". 

[Cuelen, P. van], Een vrarachtige, doch eenvoudighe wederlegginghe, 
Teghens dat laster schrijven Ruwardi [Acronii], enz. Z. pi. 1596. 

Protocol dat is, de gautsche handelinge des ghesprecx ghehouden 
tot Leeuwarden . . . tusschen Ruardum Acronium . . . ter eenre, 
ende Peeter van Geulen ... ter ander syden: [Aug. — Nov. 159GJ. 
Franeker, G. van den Rade, 1597. M. 1 grav. op den titel. 4". 

Lansbergivs, F., Vande vremde ende onschriftmatighe maniere 
der Weder-doopscher Leeraren Heymelijcke ghebeden. Mitsgaders 
eene grondelijcke Wederlegginghe van lacob lansz. Antwoorde. 
Rütterd., J. van Waesberghe, 1596. 

Bisschop, P. de, Spieghel der Waterlantscher Wederdooperen Leughen- 
konst. Ontdeckende de onghegronde ende leughenachtighe be- 
schuldinghen, die sy onlancx teghens F. Lansbergii Tractaet, 
Vande vreemde maniere enz. hebben wtghegheven. Met noch een 
korte aenvyijsinghe ende klare Wederlegginghe der voornaemster 
gronden van lacob lansz. Nootwendige verantwoordinghe der ver- 
dr ucter waarheyt. [Ook getiteld: Kort Ondersoeck van J. Janssens 
Redenen ende Argumenten enz.] Rotterd., J. van Waesberghe, 1597. 

[Bisschop, P. de], Antwoort-Liedt, op eens Wederdoopers Laster-liedt 
enz. 5*^'' dr. Rotterd., J. van Waesberghen, 1600. 

B[isschop], P. D[en], Een nieu liedeken, van 't Bannen der schadelijcker 
ende zeer verderflijcker secte der Jesuiten wt heel Vrancryc. Voor- 
komende in Sommighe Dagelijcsche Ghebeden enz. Rotterd., .Jan 
Batman, 1595. Op nieuw uitgeg. d. K. V o s. Rotterd. 1901. 

Overdr. uit: De Grenswachter v. 29 Juni 1901. 



198 

Ph[ilippu]s IfansBOon], Slach met het sweert des Gheests, Op het 
achterste deel v. Peter Willemsz Bogaerts boeck. [Uitgeg. d. 
R o bert Robertsz.] Z. pi. 1595. 

Robert Robertsz., Onder verbeteringhe. De slincker vluegel. Z. pi. 1596. 

, Onder verbeteringhe, De rechter vluegel. Z. pi. 1596. 

, Onder verbeteringhe Een tucht roede ghemaeckt wt 



liefde van Jacob Jan.-5z. Kist, omdat hy die waerheyt in zijn ghe- 
druckten brief aen L. G. heeft ghemist. Z. pi. 1597. 

Wigandus, J., Einfaltiger Bericht, von den groben Gotteslesterungen 
der vnglaubigen auffrührischen Widertiluffer . . . Jetzund ... in 
den Druck verfertiget d. C. S c h 1 ü s s e 1 b u r g i u m. Pranckfort 
a. M., J. Saur, 1599. 4». 

M[eulen], I[acob] P[ietersz.] V[ander], Declaratie, oft Openbare ver- 
tooninge, ende nootelicke verclaringe, teghen sekere gedichte Ca- 
lumnien, ende lasterlijcke beschuldingen, onder den ghemeenen 
Man gestroyt enz. Alckm., J. de -Meester, 1600. 

Tayus, loh.. Proeve vande Leere der Wederdooperen. Enz. Leyden, 
J. C. Dorp, 1601. 



I Rolwaghen, Jan Claessen, en Caspar Coolhaas], Tsamenspreeckinghe 

van dry Persoonen, over het rigireus Placcaet van Groeninghen, 
ghekondight den 7. September, oude stijl. Anno zesthien-hondert 
ende een. Enz. Z. pi. 1601. 4». 

, Idem. Opt nieuwe ouersien ende verbetert. Z. pi. 1602. 4". 

[Coolhaes, Casp.], Aenhechtsel aen 't Boec.xken of tsamenspreeckinghe, 
ouer het Regireus Plackaet van Groninghen, aldaer ghekondicht den 
7. September, Ouden Stijl. 1601. Enz. Z. pi. 1602. 4". 

Kras, W., Antwoort op een Faem-roovende Boeck, het welcke ghe- 
naemt is : Tsamensprekinghe van dryo Persoonen, ouer het Regireus 
Placcaet van Groninghen. Z. pi. 1602. 4". 

[Rolwaghen, J. C], Corte bestraffingh op d'antwoort van een sorch- 
vuldich helt, die hem al te regireus inde Wapens stelt. Z. pi. 
1602. 40. 

Apologia, ofte Verandtwoordinghe des Edicts, het welcke van eeu 
Eerbaren Raet der Stadt Groeningen, tegen der Wederdooperen, 



194 

ende andere Secten Onordeningen, den 7. Septemb. des Jaers 1601. 
ghepubliceert is, ende door eenen onghenoemden Libertyn . . . 
aengheblaft is glieworden . . . Nae het Sassische Exemplaer in Neder- 
landtsche Tale Ghedruckt. Groen., G. Ketel, 1602. Titel omlijst. 4". 
Ontschuidinghe, oft Nootelicke verantwoordinghe . . . der faem- 
rooverscher smaet-reden, ... in seber wtghegheven schriften, voor- 
naemlijck, door eenen onghenoemden Apologist des Placcaets 
Groeniughen, Anno 1602. wtghegheven . . . Mitsgaders een opent- 
lijcke Wederlegginghe der bedriechlijcker Apologien des Edickts 
der Stadt Groeninghen, van den 7. Septemb. 1601. Enz. Z. pi. 1603. 

Rolwaghen, I. C, Tegenbericht der Apologia des Edictz van Gro- 
uinghen enz. Z. pi. 1603. i". 

Hier achterin : Postille ende Mandanient v. den Prince v. Orangien, gegeven 
op de Requesten [der] Doopsgesinden lin) Middelburch in den Jare 1577. 
ende 78. 

Burger Jr., C. P., Caspar Coolhaes en Jan Claessen Eolwaghen. 
[Antw.] 1910. 

Overdr. uit: Tijdschr. voor Boek- en Bibliotlieekwezen. VIII. 

Beza, Th., Een schoon Tractaet vande Straffe, welcke de weieltlijcke 
Overicheyt over de Ketters behoort te oeffenen, teghen Martini 
Bellii tsamenraepsel, ende de secte der nieuwe Academisten. 
Overgheset ... d. de Dienaers des G. Woorts binnen Sneeck [G. 
Geldorpius en J. Bogerman]. M. een voorrede, vervatende 
mede een verhael v. t'ghene sich tusschen de Magistraet . . . 
ende de Wederdoopers aldaer heeft toeghedraghen. Nae de Copie. 
Franeker, G. v. d. Rade, 1601. 

Bril (Een Christalijnen), voor den E. Magistraet der Stadt Sneeck in 
Vrieslandt: Waer door sy aenschouwen moghen het schoone voor- 
nemen haerder Predicanten, soo sy de hooghe Overheyt nae haer 
wil mochten ghebruycken. Z. pi. 1602. 4". 

Spieghel, Ecclesiastes v. a vij. Z. pi. 1603. 4°. 



M[eulen], J[acob] P[ietcrsz.] V[ander], Svccessio Apostolica. Dat 

is, Naecominghe, oft de Naetredinghe der Apostelen enz. Alcm., 

J. de Meester, 1600. 
Costerus, F., Toetsteen vande versierde apostolische svccessie eens 

wederdoopers lacob Pieterssen vander Molen. Hantwerpen, J. 

Trognesius, 1603. 



195 

Moeien, lacob van der, Vertoogh aen de Successoors des Jesuijts, 
D. Fraiicisci Costeri, die met zijne (maer niet de reclite) Toetsteen 
heeft willen toetsen ende wederleggheu de Successio Apostolica 
enz. Alcm., J. de Meester, 1604. 

[Walraven, S.], Svccessio Anabaptistica, Dat is Babel der Weder- 
dopers, zie hiervoren blz. 7. 

Moded, H., Grondich bericht, Van de eerste beghinselen der Weder- 
doopsche Seckten, zie hiervoren blz. 7. 

Alutarius, C, Theses Theologicae ofte Schriftuyr-Articulen, vande 
noodtsakelijeheyt der sichbaerlijcker Gemeynte Jesu Christi, in 
plaetsen der wettelijcker bedieninghe des H. Predick-atnpts, om 
salichlijck ... te leven ende te sterven. Franeker, G. v. d. Rade, 1604. 

, Onderscheyt des Ghristendoms ende Onchristendoms 

deses tijdts, enz. 2<^« dr. Franeker, G. v. d. Rade, 1605. 

, Eenvoudighe Onderwysinghe I. Vande Pauselijcke 

successie. II. van het handelen der Ghereformeerden Predicanten, 
met den Mennonist-Bisschoppen, etc. III. Van het tractement 
ende bejegenen der Mennonist-vergaderinghen aen de Predicanten. 
IIII. Ende dat de vrettelijcke ende rechtsinnighe Godes dienst der 
Ghereformeerden strecke tot Salicheyt der rechtgheloovighen enz. 
Praniker, G. v. d. Rade, 1605. 

-, Sterf-Const, by tvs'ee-spraeck tusschen Vragher ende 

Antwoorder. Enz. Franeker, F. Heyns, 1624. 

Osiauder, L., Enchiridion Controversiarvm qvae Avgvstanae Con- 
fessionis Theologis cum Anabaptistis intercedunt. Tvbingae, G. 
Gruppenbachius, 1605. 

, Idem. Tvbingae, G. Gruppenbachius, 1605. 

Andere uitgave. In één bundel raet: L. O s i a n d e r, Enchiridion Contro- 
versiarvm Religionis: qvae hodie inter Avgvstanae Confcssionis Theologes, et 
Pontiiicios habentur. Francof., W. Richterus, 1614, en: Enchiridion Contro- 
versiarvm, qvas Avgvstanae Confessionis Theologi habent cum Caluinianis. 
Francof., W. Richterus, 1614. Achteraan; Appendix historica, de Anabaptisticae 
sectae origine, deqve rebvs ab Anabaptistis in seditione Monasterij West- 
phaliae, Anno 1534. excitata, gestis, et illorum nefandis facinoribus editis, 
ibidem ab Authore praecedentis Enchiridij. Francof. 1615. 

Gallus Sr., C, Mallevs anabaptistarvm. Een Hamer op dat hoeft 
aller Wederdöperschen Secten enz. Arnhem, Jan Janssen, 1606. 4". 

, Idem. [M. ander voorwerk; titelbl. ontbr.] 4*. 



196 

Acten (Die) des Colloquii welches im J. 1608 vom 13. bis zum 16. 

Septemb. auf dem Rathhause zu Schleswig mit den Wieder- 
taufern ist gehalten worden; m. Anmerkgn. Quedlinb. 1764, 55. 

H. Meenen, Kleine Schriften. Hl. u. IV. 

[Antwordt van H e i n d r i k G ü 11 c h van B e r c h geschreuen 
op ein Brieff, die ein Doeper in Vrieszlandt, gesandt hat, an Marco. 
Ein verandtwordinge op einiclige sprucken, wt den Boexcken wt 
geghaen, doer A. B. enn beschuldicht doer Dieiick Volckaert, Corn- 
herdt. Nun verandtwoert doer Heindrik van Berch aus- 
geben doer Arnold Bernsen. Cöln 1576.] 4". 

Titelbl. ontbr. In plaats daarvan bovenstaande geschreven titel. Plaats en 
jaar dezer uitgave zijn onbekend. Bovenstaand jaartal is dat der Verandt- 
wordinge. Onder het Antwordt, gedateerd van 23 Jan 1577, sl.iat gedrukt: 
Int selue Jaer den 7. September is dese Schryuer H. V. G. inden Meeren gerust. 
De verzameling bevat voorts drie brieven van AIrcnt of Aert] Blarentsz. of 
Berens) en een brief aan Hans de Ries, hier Hansz de Riche genoemd, gedateerd 
uit Keulen 31 Oct. 1576. Het origineel van dezen brief, geadresseerd aan Hans 
Cassier, met het antwoord van Hans de Ries is in het archief der Vereen. 
Doopsgez. Gemeente te Amsterdam. 

A[rent] B[arendt9z.], Een Clare Be.schrijvinghe aller Antecliristen, 
ende een Christelijcke wederlegginghe haerder grondleer ende 
wandels, met grondelijcker aenwijsinge der oorsaeck alder teghen- 
woordigher oneenicheyt in Goddelijcken saken. Enz. Z. pi. [1611J. 

De eerste maal gedrukt in 1575. 

G[iilich A^an Berch], H., Ein Vensamlung oder Zamentugung, etlicher 
einheilliger sprüch v.sz dem Zeugnisz des neuwen bundtz, nach 
der Orthnung de.? A. B. C. betreffende, so woU die Lher, als den 
wandel der geheilichteu, in Christo Jhesu etc. Z. pi. [1592]. 

[Outerman, J.], Het derde stuck: Een grondige verantwoord! i>ghe 
wt cracht der waerheyt, teghen t'gene voor desen van Arent 
Barentsz. ende Heyndrick G[ülich] tot naedeel der waerheyt, ende 
den Godvruchtigen gheschreuen, ende in druck is wtghegaen, zie 
hiervoren blz. 110. 

Rlyk] I[acobs], Een Schriftelijcke waerschouwinge voor valsche 
Leere, zie hiervoren blz. 110. 

Idzardus Nicolai f., Leere der Waerheyt, van eenighe Leerstvcken 
die door de Drijvers der nieuwicheden berispt ende ghelastert 
worden. Franeker, ü. Balck, 1611. 4°. 

Tractaet (Een), hoemen door de H. Schrift de dinghen bewysen kan, 
die daer nochtans van woorde te woorde niet in gheschreven en 
staen. Haerlem, D. Wachtendonck, 1613. 



197 

Uinkelmannus, P., Anabaptismi errores varii succincta brevitate 
refutati. Rostochii, J. Pedanus, 1613. Titel omlijst. i'>. 

Moeien, lacob vaiider, Historia der Kercken-handel, inhoudende de 
Bescliryvinghe der uj'tterlycker Religie, Acten eude standt, inden 
Occidentischen Roomschen Keyser-rijcke, van Anno 800. tot desen 
Jare 1614. Midtsgaders, een Disputatie gehouden metten Catholijcken, 
tot Haerlem. Haerlem, V. Casteleyn, 1614. 

I. P. V [a n d e rl M [e uien], Historia Ecclesiastica. 3de stuit. 

[Robert Bobertsz], Onder verbeteringhe Rechte aenwijsinghe tot 
die ware sichtbare Kercke Gods . . . door een onpertijdich Neutralist 
geb. binnen Amersfoort. Enz. Hoorn, Willem Andriessz., 1615. 

, Idem. Statum, Arent Sjoerssz, [1646]. 

Hierachter gebonden : De Noordtsche Ronime!-pot, en andere liederen van 
Robbert Robbertsz en H. ü. de Leeuw. Z. pi. en j. — Robbert 
Robbertsr, Gravamina ofte Swaeriglicden ... uyt begeerte van sommige 
Waarheydts lief-hebbers tot Hoorn (den 6. Oct. 1618) ... over-gegeven ... 
om over-ghelevert te worden opt toekomende eerste Synodus Nationael enz. 
2de dr. Z. pi. en j. 

Slingher (Den) Davids, met vijf Key steenon gheworpen. Teghens 
een Neutralist van Amersfoort [Robert Robertsz.] . . . Ghemaeckt 
door een liefhebber van de ware Kercke Goods [R. S. V. W. E.]. 
Ghedruckt buyten Romen. Z. pi. 1619. 4". 

Aeltius, G., Een Ordentelijck Gort Begrijp der voornaemste dwalingen 
der Weder-dooperen, ... in onse Nederlantsche tale overgeset d. 
IL N o 1 1 h e n i u s. Middelb., A. v. d. Vivere, 1616. 

Ampsingius, loh. A., Tres dispvtationes theol. advers. Anabaptistas. 
I. De incarnatione filii Dei. II. De paedo-baptismo. III. De disci- 
plina eccle-siastica. [In het Lat. overgezet d. S. Ampsinck.] 
Lugd. Bat., J. Maire, 1619. 

Tdemana C. F[il.], G., Noodighe verbeteringhe d. i. Schriftmatige 
Aenmerckinghen op seker Boecxken v. Fr. de Knuyt, genaemt. 
Onder verbeteringe, Eene Corte Bekentenisse de.s Geloofs. enz. 
Hier zijn noch by-gevoecht de Corte Notulen vant gespreek tot 
Ziericzee, ende Colijns-plate. Ziericzee, B. Doll, 1620. 4". 

, Idem. •2'ie dr. Dordr., F. Boels, 1646. 4». 

Faukelius, H., Babel, d. i. Verwerringhe der Weder-dooperen onder 

malkanderen enz. Middelb., H. v. d. Hellen, voor G. v. d. Vivere, 1621. 

, Idem. Hoorn, P. J. v. Campen, voor M Gerbrantsz., z. j. 



198 

CUaes] Cl[aes], Bekentenisse van de voornaemste Stucken des 
Christelijcken Gheloofs, ende der Leere, dienende tot antwoort 
op het Boecxkon H. Paukeli, by hem gheintituleen Babel der 
Wederdoopers, etc. Amst., J. A. Calom, 1624. 

, Idem. Utr., Wed. E. W. Snellaert, 1650. 12». 



Anthoni lacobsz. [Rosclus], Babel, d. i. Verwerringe der Kinder- 
dooperen onder malcauderen, . . . eenen Spiegel voor Hermanno 
Fauckelio enz. 3 dln. Z. pi. 1626. 

Vdemans, G., Vrede lervsalems, d. i. Eendracht vande Christ. 
Gereformeerde . . . Tot wederlegginge v. het valsch gheruchte, 
gestroyt ... in seker libel, gen. Babel, dat is verwerringe, der 
Kiuderdoopers onder malcanderen, etc, zie hiervoren blz. 176. 

Twisck, Pieter lanssz., Ontdeckinghe des Pausdoms, enz. Hoorn, 
Zach. Coruelissz., 1621. 

, Idem. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1646. 



Waerheyt(Strydende, over-winnende ende try vmpherende) in alle prin- 
cipale punten der eendrachtighe heylighe Catholijcke Apostolische 
Kercke, raeckende een cort Begryp des Geostelijcken levens, tegen 
alle ongelovige eygenzinde, als loden, Mennonisten [enz.] besonder 
tegens de twee vernaemste D. S. ende S. L. ende eenen Twistmaker, 
valschen Ontdecker dos Pausdoms. Door C. B. S. T. K. S. R. O. M. 
P. G. inf. Antw., B. Moretus, 1625. 

Twisck, Pieter laussz., Corte Verdediginge van een Boecxken, 
geintituleert : Ontdeckinghe des Pausdoms. Midtsgaders : Een Ont- 
schuldiginghe teghen de Beschuldingen, welcke Pater lacobus 
Minnebroeder doet tegen ons persoon, tegen Menno ende de Menno- 
nijten (in sijn Boeck gheintituleert: Strijdende, Overwinnende ende 
Triumpherende Waerheydt) by een ghestelt. Hoorn, Zach. Corne- 
lissz., 1626. 

, Idem. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1646. 

Cloppenburch, J., Gangraena Theologiae Anabaptisticae, Dat is: 
Cancker van de Leere der Weder-dooperen : ontdeckt uyt hare 
eygene Schriften enz. Amst., H. Walschaert, 1625. 

Waerschouwinge Christi, voor de valsche Propheten . . . verclaert 
door C. S. Enz. Amst., Corn. Claesz., z. j. 



Knipscheer, F. S., Abdias Widmarius' twistgesprekken met de 
Meanisten, zie liiervoren blz. 152. 

Luyck, P. de, Het eerste deel v. den Spiegel der Waerheyt, vfaer 
inne duydelick ghesien wort, dat de Mennisten, aennopende de H. 
Scjirifture, zijn een verwardt Babel, ende Midianitisch ghevecht 
onder malkanderen. Rotterd., I. v. Waesberghe, 1633. 

[Lambert Pietersz.], Proeve op die Pauselijcke afcomste ende 
successie: of die selve Christelijck ende Apostolisch is. Uyt vijf 
voorstellingen gedisputeert tusschen Harmen lansz. voor die 
Roomsch-Catholijcke, ende Lambert Pietersz. voor die Christelijcke 
Religie. Hier is noch by ghevoeght een Boecxken [getiteld: Een 
zeer corte ondersoeckinge van die oprechte Religie, en ware 
Kercke Gods, of deselve by Lambert Pieters Moutmaker en 
Bisschop van sekere Mennisten tot Bolsweert, alleen te vinden is. 
Enz. Leuven, 1633] vau eenen onbenoeuiden Autoor; tracterende 
vande selve saecken, tegen L. P. schriften, met oock een weder- 
legginge [getiteld : Verantwoordinghe enz.] van 't selvighe Boeckjen. 
In twee deelen begrepen. Hoorn, Zach. Cornelissz., 1633. 

S[chabaelje], I. P., Tractaet teghen de Successie der Pausen van 
Romen, enz. Amst., P. A. v. Ravesteyn, 1633. 

Twisck, Pieter Jansz., Tegen de pausselijcke Successie. Een cort 
schriftelijck bewijs dat den Apostel Petrus geen Paus te Romen 
gheweest is enz. Hoorn, Zach. Cornelisz. [achterin: Gedr. by 
Isaac Willemsz.], 1636. 

Dooreslaer, A. a, ende P. lac. Austro-Sylvius, Grondighe ende 
Clare Vertooninge v. het Onderscheydt in de voornaemste Hooft- 
stucken der Christelijcker Religie, tusschen de Gereformeerde ende 
de Weder-dooperen, enz. Enchuysen, V. J. Gamerling, 1637. 4". 

, Idem. 2<'e dr. Enchuysen, A. W. Kluppel, 1649. -i". 

Radaeus, D., Naeckte ontdeckinge v. yerscheyde gruwelen, schuylende 
in den boesem en Schriften der Weder-dooperen enz. Leyden, 
P. A. v. Ravesteyn, 1639. 120. 

Last-raan, Dirck lansz., Kaegh-man, Kaegh-mans Tractaet: 
By maniere van t' samen-sprekinge ghestelt, waer in gehandelt 
werdt om de eenvoudighe Roomse Catholijcken, Mennistgesinde, 
ende hedendaeghse Lutherse . . . met de Gereformeerde in de 
Christelijcke Religie te vereenighen onder haren Heere Jesum 
Christum enz. 3^^ dr. Amst. 1640. 



200 

Kettery (Land eii Zielverderffelijke) der Paapse Kerk en des zelfs 
Navolgers, kort en klaar aangeweezen d. een lijdzaam Navolger 
Jesu Christi. [Met een Byvoegsel, rakende de Vervolgers der 
Doopsgezinden, gericht tegen de drijvers onder hen, in het bijz. 
de Ucke-Wallisten.] Amst. z. j. 4". 



Bontemps, P., Kort Bewijs, van de menighvuldige doolingen der 
Wederdoopers, ofte Mennisten enz. Haerlem, Th. Ponteyn, voor 
H. V. Mareken, 1641. 

, Idem. 2d« dr. Amst., J. v. Ravesteyn, 1653. 12». 

, Idem. 3^« dr. Amst., J. v. Ravesteyn, 1661. 12". 

, Verkeertheyt van de Leere der Weder-doopers, ofte 

Mennisten enz. Haerlem, Th. Fonteyn, 1613. 

, Idem. 2^^ dr. Haerlem, Th. Fonleyn. Voor H.v. Mareken, 

1643. 

Joost Hendricksz., Wederlegginge van de Argumenten, voorgestelt 
d. P. Bontemps, om te bewijsen, dat de Menniste Leeraers zijn 
beyde Goddelijcke en Menschelicke Majesteyt-schenders. Amst., 
J. Albertsz., 1643. 

BonteDips, P., Naerder Ontdeckinge, van de grove en schadelicke 
dwalingen, der Mennistische Secte, den Blocq genaemt, ... m. 
Wederlegginge vande Uytvluchten van loost Hendricksz. Haerlem, 
Th. Fonteyn, voor H. v. Mareken, 1643. 

V[er]K[indert], P., Korte Ontschuldiginge over d' onbehoorlijcke, ende 
al te sware beschnldiginge, van Petro Bontemps. Haerlem, Th. 
Fonteyn, 1643. 

Bontemps, P., Noodige Aen-merckingen, op de krachteloose Ontschul- 
diginghe, van Pieter Verkindert, enz. Haerlem, Th. Fonteyn, voor 
H. V. Mareken, 1643. 

t' Samen-sprekinge (Een), tusschen een Wever en eenen Mennisten 

Vermaender, aengaende de Leere van de algem. ghenade Godes. 

Haerlem, Th. Fonteyn, voor H. v. Mareken, 1643. 
[Passchier de Fyne], Tweede t' Samen-spraecke, tusschen eenen 

Gereform. Wever ende eenen Mennisten Vermaender. Enz. Haerlem, 

Th. Fonteyn, voor H. v. Mareken, 1643. 



201 

[Passcliier de Fyne], Put-haeck, om alle Menisten uyt dien Put 
van hare doolinghe, aangaande het poinct vande alghemeene 
ghenaden, te trecken. Gestelt in een t' samen-spraecke tusschen 
eenen Ghareformeerde Wever, ende eenen Menisten Spoelder. [Waar- 
achter : Emmer om aan das Spoelders Put-haeck te hanghen, ofte 
't Tweede t' saman-spraeck tusschen den Wever met sijneu 
Spoelder.] Haerlem, Th. Fonteyn, voor H. v. Mareken, 1643. 



Idem. Rotterd., B. Bos, 1694. 



In ; Eenige Tractaetjes van Passchier de Fyne. 

t' Samen-spreeckinghe (Derde), tusschen eene Wever ende een Men- 
nisten Vermaendar, enz. Haerlem, Th. Fonteyn, voor H. v. Mareken, 
1643. 

[Passchier de Fyne], Diemer-mears Wandel-praetgen, tusschen een 
Doops-gesinde ter eender: Ende een Contra-Remonstrant, ter ander 
zijden enz. Z. pi. 1648. 

[Passchier de Fyne], Een t' samen-spraeck tusschen twee Gerefor- 
meerde ... tot onder-rechtinge van een Boecxken, ghenaamt: 
Naerder ontdeckinghe . . . Door Petrum Bontemps. Haerlem, Th. 
Fonteyn, 1643. 

Joost Uendericx, Spongie, tot afwasschinga van de vuyle vlecken, 
die Petrus Bontemps de Mennisten nu weder heeft aenghewreven, 
Amst., J. Albertsz., 1643. 

G[eeraert] V[an] V[ryll)urgh] [Abr. Davidsz. Volboet], Hollandsche 
Zeep, tegen de Uytheemsche vlecken en vuyligheden, daer mede 
P. Bontemps ... da Mennoniten heeft soecken te bekladden. Enz. 
Amst., J. Albertsz, 1643. 

, Idem. 2^^ dr. Amst., J. Albertsz, 1644. 

[Lammert Lammertsz.], Bril, waer door men siet hoa schoon Joost 
Hendricksz, de Blocksche Mennisten . . . met sijn Spongie ghe- 
wasschan heeft. Enz. Amst., A. Tielemans, 1644. 

[Passchier de Fyne], Oog- water, tot verlichtinge van die niet 
kennen sien door dien donckeren Bril, onlaughs uytgegheven 
enz. Amst., J. Albertsz., 1644. 

[Lammert Lammertsz.], Spiegel, waer in men siat verscheyden on- 
gerij mtheden, die aengewesen worden in het Oog-water, onlanghs 
uyt ghegheven. Amst., A. Tielemans, 1644. 



202 

[Passchier de Fyne], Buerlijcke Aenspraeck aea Lammert Lammerts, 
Bdl- eude Spiegel-maecker enz. Amst., J. Albertsz., 1644. 

Rogge, H. C, Brief v. Paschier de Fyne aan Bartholom. Prevocst. 
['.s-Gravenh. 1887]. 

Overdr. uit : Archief v. Nederl. Kerkgescli. II. 4. 

Boutetnps, P., Saincte Luraiere de l'Ancienne, vraye Foy, Ghrestienne, 
pour dissiper les tenebres de la faüsse Doctrine des Anabaptistes. 
Haeilem, Th. Fontaine, 1644. 

, Weder-legginge van de on-ghegronde uytvluchten, en 

raenighvuldighe lasteringhen, van loost Hendricksz, ende van, soo 
hy sich noemt, Geeraerd van Vryburgh, enz. Haerlem, Th. Fonteyn, 
voor H. V. Mareken, 1644. 

G[eeraert] T[an] 'V[ryburgh] [A. D. Volboet], Loogh-water op de 
Laster-vlecken v. P. Bontemps, nu weder den Alennisten aenghe- 
smeert in sijue Weder-legginghe, etc. Enz. Amst., J. Albertsz, 
1664 [moet zijn: 1644]. 

Bontemps, P., Loogh-waters, ende Loogh-water-makers, hoe langer, 
hoe vuylder. Enz. Haerlem, H. v. Mareken, 1645. 

6[eeraert] [Van] V[ryburch] [A. D. Volboet], Proeve van Bontemps 
Logen-water, hoe langher hoe vuylder. Enz. Amst., J. Albertsz., 1646. 



Spauhemius, F., [Variae disputationes anti-anabaptisticae]. Lugd. 

Bat., B. et A. Elsevir, 1643-48. 4<*. 
Clopponburglus, J., Gangraena Theologiae Anabaptisticae, Dispu- 

tationibus XLIIX. olim publ. ventilata. Ace. F. S p a n h e ra ii 

Diatriba Historica de Origine, Progressu, et Sectis Anabaptistarum. 

Franekerae, Balckius, 1645. 12". 
, Idem. 2^^ dr. Ace. Disputationes septem ad quinque 

Articulos Remonstranlium. [Def. J. Th lens.] Franekerae, J. Ar- 

cerius, 1656. 4». 

Rogge, Jaeob Lievens van, Bibliotheca ofte: Boeck-kamer. Waer 
in bewesen wort, dat by de wedersp[r]ekers vande ware Gerefor- 
meerde Religie, veel hoger ende veel harder manieren van spreecken 
ghebruyct worden, als by de Gereformeerde, aengaende het Punct 
vande Goddelicke Predestinatie, met den aenkleven van dien. Eerste 
Deel. Haerlem, R. Tinneken [achterin: by J. P, de Does], 1645. 



203 

Bawraann, B. [0. Hoburg], Teutsch Evangelisches argerliches Chris- 
teiuhumb etc. Z. pi. 16-15. 

Het 2de hoofdst. behelst: Ein Gesprach eines Evangelischen mit einem 
Widertauffer. 

Muller, J., Anabaptismus. Das i.st: WiedertauËfer Irthumb, wie die- 
selbige in der Mennisten Glaubens Bekandtnis zu Hoorn gedrucket, 
an Tag gegeben, vnd zu verführung einfaltiger Christen auszge- 
strewet werden. Hamb., H. Werner, 1645. 

, Idem. 2'i9 dr. Hamb., Ohr. Guht, 1668. 

, Idem. Lübeck u. Leipz., J. Wiedemeyer, 1695. 

Scharflus, J., Disputatio theol. de Magistratu politico Anabaptistis 
et Poütificijs opposita. [Def. N. H ü b e n e r.] Wittemb., M. Wendt, 
1650. 4". 

[Molanus, J., Corte Sommarische ende oprecht verhaal vande hande- 
.linghe ende t' samensprekinghe der Gereform. Praedicauten in 't 
eylandt Texel, met Claes Arentsz Menniste Bisschop uit de 
Nieuwe Zijp enz. gehouden ald. 1649.] Defect. Ook de titel ontbr. 
Achterin: J. G. L. V. C. W. M. D., Ghristelijcke Antwoort op het 
Boeck J. Molani, ghenaamt Christen-Kinder-Doops-Waerheydtenz. 
Amst. 1650. Defect. 

Valckenierius, J., Anabaptismu.? Confutatus sive controversiarum 
de religione adv. Anabaptistas succinctum et methodicum Syn- 
tagma. Hardervici, Vid. E. A. a Nunspeet, 1652. 

Widmarius, A., Controversiae theologicae inter Reformatos et Ana- 
baptistas agitari solitae. [Def. J. M y 1 1 e r o.] Groningae, Vid. E. 
Agricola, 1654. 4°. 

Ainsworth, H., Censura ofte Schriftuerlijcke Wederlegginge, aller 
"Weder-Dooperschen Redenen, aengaende de Erf-sonde, ende den Kin- 
der-doop, ... Nu in 't Neder-Duytsch over geset d. J. A. 
H u i s i n g a. Utr., G. Nieuwenhuysen, 1654. 

Geluwe, Arnoudt v.. Een onverwinnelycke schrift-matighe Roomsche 
Gatholycke belydenisse des Glieloofs . . . ghesteldt teghen de pn- 
schriftmatighe belijdenisse der Nieuwghesinde Weder-dooperen, 
voor desen uyt-ghegheven . . . d. Fr. de Knuyt, ende nu weder-Ieyt 
. . . Hier is by-ghevoeght een openbare Disputatie ghehouden inde 
stadt van Aerdenborgh . . . tusschen A. v. Geluwe, ende Baude- 
wijn de Meyer, den Ghepretendeerden Bisschop der Weder-doopers. 
Antw., Wed. J. Cnobbaert, 1654. 



204 

Geluwe, A. v., Over den onverwachten val van het nieuw-gherefor- 
meerde Babyion. Door de klaere ontledinghe van dry verscheyden 
nieuw-ghereform. martelaers boecken. 3 dln. met doorl. pagina- 
tuur. Antw., Wed. J. Cnobbaert, 1656. M. grav. en platen. 4". 

Priifung des Geistes Eliae Praetorij. d. i. Gründl. Wiederlegung der 
Weigelianischen, Schwenckfeldischen, Wiedertaufferischen, Enthu- 
siastischen, Neuprophetischen Schv^ermereyen u. gefahrl. Irthümen, 
welche in dem gifftigen Famos-libell, Apologia Praetoriana gênant, 
unter den Ehrenrührigen Scheltworten verdecket liegen, etc. Hamb., 
J. Lezer, gedr. b. G. Papen, 1656. 

Roose, G. [e. a.], Schriftelick bericht over eenige aenmercklijcke 
puncten der Engelschen die Quaeckers genoemt worden. Alles 
aengaende hare nieuwigheden en eygen verkooren heyligheidt. 
Waer mede de onse onverdient berispt, bestreden, en beschuldight 
werden. Amst., P. la Burgh, 1660. 4». 

Ames, William, Het Ligt dat in de duisternisse schijnt, zie hiervoren 
blz. 118. 

, De verborgentheden van het Rijcke Godts, zie ibidem. 

BotsaccHS, J., Anabaptismus reprobatus: Das ist: Wiederlegung der 
Wiedertaufferischen Lehr, etc. Lübeck, M. Volcken, 1661. 

Boerhave, M., Noodige Vernederinge des Menschen, tot Verhefflnge 
van Gods genade . . . waer in de waerheyt van de Erf-sonde, en 
verscheyden andere gewichtige verschillen . . . met groote naer- 
stigheyt werden verhandelt. Gestelt tegen <le Pelagiaensche Weder- 
dooperen. Doch alsoo, dat het gheheele Boeck van D. V. Coornhert, 
Van de vreemde sonde, waer mede sy haer plegen te behelpen: 
als ook, wat sy van de Remonstranten en Socinianen meer konden 
ontleenen, op het uyterste wert wederleyt . . . Van uieus oversien. 
Amst., G. Schagen, 1661. 

Schvyring, N. loannis, Dool-Hof der Mennisten, beplant met 84. 
Vruchteloose Boomen. Dat is: een Gort Begrijp van de voor- 
naemste Dwalingen der Mennisten enz. Leeuw., Wed. Th. 
Luertsma, [1661]. 12". 

Vries, C. de, An den Eer-waerden en Gheleerden Heer N. loannis 
Schuyring, ziende op zijn uit-ghegheven Boexken, ghenaemt Dool- 
Hof der Mennisten. Z. pi. 1662. 4". 



205 

Schuiringli, N. J., Schriftuerlyck Replycq op het politycq Antwoort, 
V D. C. de Vries, Siende op den Doolhof der Mennisten enz. 
Leeuw., Wed. Th. Luertsma, 1662. 12". 

Caton, William, en Jan Roelofsz., Een Rechtvaerdighe Verdediginge 
der Waerheyt onses Godts; ofte een Antwoordt op een Boeck 
(genaenit Antwoordt op seker Geschrift) uytgeg. d. Pieter Joosten 
de Volder, zijnde een Prediker onder de Mennisten tot Alckmaer 
enz. Hoorn, A. J. vander Beeck, 1662. 4". 

[Gent-man, C], Een belydenis van vier gewesene Doops-gesinde 
veimaenders tot Utrecht, zie hiervoren blz. 121. 

Aanteikeningeu (De) v. G. Gentman ... overwogen enz., zie ibidem. 

Aenteyckeningen (De) v. C. Gentman ... verdedight, zie ibidem. 

Aan-teikeuingen (De) over de belydenisse v. G. v. Aldendorp [e. a.] 
krachteloos en ongelukkigh verdedigt, zie ibidem. 

Persoons, G., Het vervolgh van de vertooninge des Staets ende 
handels der Mennoniten onder malkanderen enz. Utr., M. v. 
Dreunen, 1663. 

Caton, W., De Oorsaeck van de Pest, . . . Oock yets aen de Doops- 
gesinde enz. Amst., Chr. Cunradus, 1666. 4". 

Keith, G., Het Decksel gescheurt, ende een Deure geopent tot de 
eenvoudige, om daer door te sien, en tot het Wesen te komen, 
't welde met het Decksel bedeckt is geweest onder de Menno- 
nyteu . . . Oock is hier achter iets bygevoegt, 't welck voor eenige 
.laren aen de Doopsgesinde geschreven was: d. . . . W. Caton. 
Amst, Chr. Cunradus, 1670. 4". 

Jvstvs Veridicvs, Westfrisius in 't hembd, zie hiervoren IjIz. 130. 

Crisp, Stephen, üytroepinge tegens de Vervolginge, dewelcke be- 
gonnen is, en voortgaet door de Regeeiders, Predicanten, en Men- 
nisten in Vrieslandt. Enz. 2 dln. Z. pi. 16[70— ]71. 4" 

, Een Geklanck des Allarms, geblaesen binnen de ],andt- 

paelen van 't Geestelijck Egypten enz. Amst., Chr. Cunradus, 
1671. 4». 

Schotanus, Chr., Van de gronden der Mennistery, ofte waerschou- 
winghe over 't Bloed-tooneel der Doopsgesinde v. T. J. v. Bracht, 
zie hiervoren blz. 15. 



20(3 

Waerheid (De) en Klaerheid v. de Kristenkerk en Godsdienst in de 
dagen des N. T. Kortelijk vertoont in een Antwoord op een Brief 
V. een Vriend: Tot vernietiginge v. alle Sekten, enz. [d. N. N.] 
Z. pi. 1680. 4». 

Zinspeiining, Juditli, Eenige schriften en zend-brieven, ... nu, tot 
verdere dienst, aldus gemeen gemaakt. Amst., [J. Claus], 1684. 

Met voorrede van W. S é w e 1. Op blz. 66—76 van dit boekje staat: Een 
ernstige Berispinge aan de Leeraars v. de VI. Doopsgez. Gemeyntc. Op blz. 76 : 
Dit is al in den Jaare 1660. door den Druk gemeen gemaakt, en onder die Ge- 
meente verspreyd. 

Waerheydt (De Triumpherende Catholijcke), over 't H. Sacrament 
des Autaers, . . . Voorgest. d. een Liefhebber der waerheyt. 
AVG W. Loven, 1685. 

Lautaerne (De Lichtende), lichtende in de duysternisse, van het Men- 
nonistendom, over het H. Sacrament des Autaers, ende het H. 
Sacrificie der Misse; tot breeder verklaringe v. de Triumpherende 
Catholijcke Waerheydt. Voorgest. d. een Liefhebber der Waerheydt. 
AVG W. Loven, 1686. 

Ëlgersina, F., Kanker der Sociniaausche Ketterye enz. Leeuw., 
J. Scheversteyn, 1686. 

Vertoog (Klaar), dienende tot wederlegginge van de ongefundeerde 
beschuldingen, door F. Elgersma gedaen tot last van Foeke Floris 
en andere Christenen, die hy Socinianen noemd. Enz. Z. pi. 1689. 

[Schöter, J.], Stammenbuch der Mennistischen Ketzerey sambt 
dero Gespanschafften Lehr u. Sitten . . . Durch einen Priester der 
Societilt Jesu. Neysz, N. Mayr, 1691. 4". 

[Eppenhof, L. H.], Ses-en-dertigh Grontstellingen, aangaande de 
Reformatie der Protestanten, ten Proeve voor . . . Alle Collegianten, 
Doopsgesinden, ook de Remonstranten en Quakers enz. Z. pi. 1097. 4". 

Spanhemius F[il.], F., Controversiarum de Religione. . . Elenchus hist.- 
theologicus. Edit. V. Lugd. Bat. 1757. 4". 

Het 2de lioofdst. bevat: Selectae controversiae cum Enthusiastis, ac gene- 
ralitis dictis Anabaptistis. 

Dooregeest, E. A. van, Brief aan den Heer F. Spanhemius Prof. 
der H. Godsgeleertheyt en der Historiën tot Leyden. Waar in 
de Leere der Doopsgezinden nader uytgeleyt en verdedigt, en van 
veele swaare beschuldigingen gesuyvert wordt. Enz. Amst., G. 
Borstius, 1698. 



207 

Dooregeest, E. A. van, Idem. 2"^® dr. verm. en verb. Amst., G. 
Borstius, 1693. 

, Idem. S^^ dr. verm. m. Een Brief aan den Eerwaarden 

H. Schyn, waar in de Leere en goede naam der Doopsgesinden . . . 
nog verder beschermt ende verdedigt word. Amst., G. Borstius, 1700. 

Scevenhuysen, H., Aanmerkingen op twee Brieven van E. A. v. 
Dooregeest. De eerste geschreven aan den Heer F. Spanhemius. 
De andere aan den Eerwaarden H. Schyn. Rakende eenige ver- 
schillen tusschen de Leere der Gereformeerde en der Doop.s-gesinde 
in dese tyden. Amst., G. Borstius, 1700. 

, Ondersoek v. het geloove der Doopsgesinde, ontdekkende 

in het Onderwys der Christelyke Leere, opgest. v. E. A. van Doore- 
geest, veele Waugevoelens enz. Amst. [1702]. 

Dooregeest, E. A. van, Verdeediging van de Leere der Doopsgesinden. 
Tot wederlegging v. de twee Tractaaten uitgeg. d. H. Scheven- 
huisen, enz. Amst. 1705. 

Scevenhuysen, H., Opmerkiiige ontrent eenige Saken, dewelke van 
E. A. van Dooregeest zyn voortgebragt, tot verdeediging van de 
Leere der Doopsgesinden. Amst. 1705. 

Galenus Abrahanisz, Verdediging der Christenen die Doopsgezinde 
genaamd worden, zie hiervoren blz. 133. 

, Apologie pour les Protestans qui croyent qu'on ne dolt 

baptizer que ceux qui sont venus a un age de raison. Avec un 
abregé de leur doctrine. Trad. du Flam. Amst. 1704. 

Leydekker, J., De Sake van den Sone Gods verdedigd tegen de 
Schriften van den Doops-gesinden Adriaan van Eeghem enz. Mid- 
delb. 1701. 4». 

[Bidloo, L.], Onbepaalde verdraagzaamheyd de verwoesting der 
Doopsgezinden, zie hiervoren blz. 134. 

Bidloo, L., Idem. Hier by koomen veele notabele Stukken, uit de 
Schriften van voornaeme Doopsgezinden en Remonstranten, over 
de Verdraegsaemheyt, verzaemelt en beredeneert door . . . Pro- 
fessor Van den Honert, tot Leyden. Leiden, 1742. 

Avenhorn Gz., D. van, De onderlinge Christelyke Verdraagzaamheit, 
gezogt in de Christelyke Kerke, maar niet gevonden. Enz. Haerlem, 
1743. 



208 

Roosen, G., Unschuld u. Gegen-Bericht der Evangel. Tauff-gesinneten 
Christen, so Mennonisten genandt werden, über die unverechuldete 
BeschuldigLing, als ob sie von der auffrührischeii Münsterschen 
Rotte entsprossen, u. derselben Grund u. Lehre führeten, etc. 
Ratzeb. 1702. 

Hierachter: Evangelisches Glaubens-BekUndtnisz ... wie solclies in Altona 
bey Hamburg Bffentl. gelelirct ii. geprediget wird, en: Predigt geh. am Sonn- 
tage nacli Ostern. 

[Ru.ssen, D.], Fundamentals without Foundation, or, a True Picture 
of the Anabaptists, in their Rise, Progre.ss and Practice. Etc. 
London, 17u3. Titel omlijnd. 

Erforscher der Waerheyt [Gedr. 1. J. 1080]. [G. Han.sen], Ein- 
faltige Antwoort: der Mennonisten die man Clerchen Nent Auff 
den Erforscher der Wahrheit [A* 1706 gecop. in Schotlandt vor 
Dantzig d. J. D. V.]. Z. pi. en j. 

Achter: [G. H a n s e n), Ein Glaubens Bericht, vor die Jiigend. 

Eilmar, D. G. C, Schriftmüszige Anleitung eines Simonis Mennonis 
Secte zugethanen zum Lutherthum. A. 1712. Afschrift (19'''' eeuw). 

(Peirce, J.1, A caveat against the New Sect of Anabaptists, lately 
sprang up at Exon etc. 2"^ edit. London, 1714. Titel omlijnd. 

Schyn, H., Korte historie der protestante Christenen, die men Men- ■ 
noniten of Doopsgez. noemt, zie hiervoren blz. 9. 

, Historia Christianorum qui in Belgio Foeder. Mennonitae 

appellantur, zie ibidem. 

, Gesch. der Prot. Christenen enz., vert. d. M. v. M a u r i k. 



zie ibidem. 

, Historiae Mennonitarum plenior deductie, zie ibidem. 

, Uitvoeriger verhandel, of vervolg v. de Gesch. der 



Mennoniten, vert. d. M. v. Maurik, zie ibidem. 
, Gesch. dier Christenen, welke enz., vert. d. G. M a a t: 



schoen, zie ibidem. 

Wind, G. de, Joh. Kiens redenen des geloofs onderzocht. Vliss. 1711. 

, Verhandeling van Gods algemeene genade. Amst. 1728. 

Hemert, G. van, G. de Wind uit zijne verhandel, van Gods 
algemeene genade ontmaskert . . . Voor af gaat een berigt wegens 
de Doopsgezinden en der zelver Leere. Middelb. 1730. 



209 

Hemert, G. van, Brief aan G. Maatschoen. Betreffende voornamentl. 
den oorsprong en betrekkinge der Mennoniten of Doopsgezinden in 
opzigt tot de Munsterse enz. Middelb. 1744. 

Beets, J., Brief . . . betr. de Hernhutsche Gemeente, zie blz. 219. 

Lenegra, H., Godvrugtige overdenkiuge ... In drie Avond-praatjes, 
het Eerste over de Doop, tusschen een Menist, Gereformeerd en 
Papist. Enz. Enchuyzen, 1756. 

Apostool, Andr., De Mennoniten of Doopsgezinden, tegen de Be- 
schuldigingen v. G. Erhard, in zijn E: verhandel, v. 's Menschen 
Uiteinde, verdedigd. Amst. 1763. 

Erhard, G., Apologie of Korte en Zedige Verantwoordinge [nopens 
bovengenoemd boekje]. Alkm. 1763. 

Uamer, Petr., Aansprake en Opdragt aan de Gemeente te Emden. 
Emden, 1768. 

Vóór: P. Hamer, Lyk-predikatie over wylen den Heer, T. J. Vissering. 
Z. pi. en j. Incompleet. 

Rahusen, R., Afgeperste verdediginge van de eere en leere der Men- 
noniten, te Leer in Oostvriesl., tegen de kwaadaardige beschuldi- 
gingen . . . van P. Hamer, enz. Gron. 1768. 

, Idem. 2^^ dr. Verm. m. eene nieuwe Voorr. Gron. 1768. 

[ Waerma, H.], Nodige Beantwoording raakende eenige Aanmerkingen, 
van den Eerw. Heere F. Hamer, tegen een boek De euangelische 
Geloofs-leere, enz. kortel. uitgeg. d. H. Waerma. Amst. 1768. 4". 

Hamer, P., Beknopt Antwoord op R. Rahusens Smaad- etc. etc. 
schrift. Met Syn E. Brief ter bescheidene verdediging van Syn 
E. Aanmerking over de E. Geloofs-leere en Nodige Beantwoording 
[van] H. Waerma. Emden, 1768. 

Oosterbaan, H., Epistola de Mennonitis Amstelaedam. eorumque 
doctrina. Amst. 1769. 

Kieszling, J. R., Das Lehrgebiiude der Wiedertaufer, nach den 
Grundsatzen des M. Czechowitz etc. Reval u. Leipz., 1776. 

ITntersuchung (Historische) der anabaptistischen Streitigkeiten etc. 
Breszlau, 1779. 

Titeluitgave v. het vorige. 



210 
GODGELEERDE EN STICHTELIJKE WERKEN. 

a. B ij b e 1 V e r t a 1 i n g. 

Bibel (Den), Inhoudende dat Oude ende Nieuwe Testament. [Einden], 
Nic. Biestkens v. Diest, 1560. Titel in omlijsting (houtsn.). 4". 

Idem. Z. pi. 1568. Titel in dez. omlijsting. 4". 

Idem. [Harlingen], P. Sebastiaensz., 1598. Titel in ge- 

grav. omlijsDing. f. 

Bybel (Den) Dat is De Boecken der heyligher Schiiftuer, uytten 
oirspronckelijcken Hebreuschon ende Grieckschen gheti-ouwelick 
verduytschet. Met verklaringhe duystere woorden enz. Schotlandt 
bij Danswijck, Krijn Vermeulen, de jonghe, 1598. Met 1 kaart. 
Titel in gegrav. omlijsting, f. 

Biblia: Inhoudende: Dat Oude ende Nieuwe Testament. Haarlem, 
H. P. V. Wesbusch, te Coop by A. Tiason tot Amst., 1624. Titel 
omlijst, f". 

Dat is: De gantsche H. Schriftvre, Vervattende alle de 

Boecken des Ouden en Nieuwen Testaments. Gedr. naer het 
Exempl. V. Nic. Biestkens. Amst., J. Vander Schuere, 1642. Titelbl. 
gegrav. f». 

Idem. Gedr. naer het Exempl. v. Nic. Biestkens. Amst., 

J. Vander Schuere, 1646. Hetzelfde titelbl. m. veranderd jaarcijfer, f". 

Dezelfde druk als het vorige. 

- — — — — Idem. Gedr. naer het Exempl. v. Nic. Biestkens. Amst., 
J. Albertsen, 1646. Titelbl. gegrav. en 5 kaarten, f. 

Dezelfde druk als het vorige met nieuwe titelgrav. 

Idem. Gedr. naar het Exempl. v. Nic. Biestkens. Amst., 



J. J. Bonman, 1661. Titelbl. gegrav. naar het vorige, f. 
Dezelfde druk als het vorige. 

Idem. Naar het Exempl. v. Nic. Biestkens. Amst. 1721. f. 

Testament (Dat nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi, dwelck hy 
wt den hoogen Hemel hier beneden ghebracht heeft, ende heeft 
dat beleeft, geleert, ende met synen dierbaren bloede beseghelt, 
daer en bouen, so heeft hy zijne Apostolen beuolen dat te prediken 
allen volcke. Z. pi. [Achterin:] Ghedr. ende verb. na de copye v. 
Mattheus Jacobszoon. 1558. 12". 



211 

(Dat nieuwe) ons Heeren Jesu Christi, beschreuen door dai 

ingheuen des heyUgen Gheest, vanden Apostelen ende Euangelisten, 
met grooter neersticheyt ouersien ende gecoiTigeert. M. eenen 
schoenen Callengier. Z. pi. [1559]. 16". 

Al doen titel en kalender een Roomschen bijbel verwachten, toch volgt 
daarachter dezelfde vertaling als boven. 

(Dat nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi, hetweicke 

hy wt den hoogen Heemel enz. Z. pi. [Achterin:] Gheprent int 
Jaer ons Heeren M. D. Lx. Na de Copye, die eertijts gedruct is 
by JVIattheus Jacobsz. Titel omlijst. k\. 8". 

(Dat Nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Cliristi. Gedr. na de 



Copye V. Nic. Biestliens. [Emden, W. Geylliaert], 1563. Titel om- 
lijst. 16». 

(Dat Nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi, dwelcli hy 

enz. Nu op 't nieu . . . ouersien, gecorrigeert, ende verbetert. Gedr. 
na de Copie v. Nic. Biestl^ens v. Diest. Z. pi. 1677. lel. 8". 

(Dat Nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi, enz. Ghedr. 

nae de Copie v. Nic. Biestliens v. Diest. Z. pi. 1579. 16". 

(Dat Nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi, enz. Haer- 



linghen, P. v. Putte, 1583. kl. 8». 

(Dat Nieuwe) ons Heeren Jesu Christi, enz. Naer 't oude 

exempl. v. Nic. Biestljens. Haerlem, D. Wachtendoncli:, 1614. 4". 

(Dat Nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi. Gedr. naer 



het oude Exempl. v. Nic. BiestJiens. Hoorn, Sach. Coruelessoon, 
1631. Gegrav. titelbl. 40. 

Idem. Ghedruckt nae de oudste ende correctste Copije 

V. Nic. Biestkens. Amst., F. A. v. Ravesteyn, 1684. Titel omlijnd. 16". 

Idem. Gedr. naer het oude Exempl. v. Nic. Biestkens. 

Hoorn, P. en J. Zachariasz., 16.39. Gegrav. titelbl. gelijk in de 
uitg. V. 1681, doch m. gedrukt adres en jaart. 4". 

Idem. Ghedr. naer het oude Exempl. v. Nic. Biestkens. 

Leeuw., S. Rinnerts, 1662. M. een kopie van het titelbl. der Hoorn- 
sche drukken als front. 4". 

Idem. Gedr. naer het oude Exempl. v. Nic. Biestkens. 

Amst., Wed. v. T. J. Loots-man, 1669. Front, (kopie als boven). 4". 

Idem. Gedr. naer het oude Exempl. v. Nic. Biestkens. 



Amst., H. Boterenbroot, 1697. l'i" 



212 

Testament (Het Nieuwe) van Onze Heer Jesus Christus, Uit het gr. 
vert. d. R. Rooleeuw. [Uitgeg. d. W. H o m m a.] Amst., J. 
Rieuwertsz, 1694. M. front. 12". 

Testament (Het Nieuwe) of Verbond van onsen Heere Jesus Chris- 
tus. Op nieuws u. het gr. vert. [Door C. Catz.] Amst. 1701. 

Hierachter : 

Catz, C, Sleutel of Reden-geving, dienende tot bewijs van de Ver- 
taling des N. T. enz. [Waarachter: Kort Vertoog aangaande het 
N. T.] Amst. 1701. 

b. Godgeleerdheid en historie. 

Uandt-boeexken, ofte: Concordancie, Dat is: De ghelijckluydcnde 
plaetsen, der Heyliger Schrift, by een vergadert. Z. pi. 1576. Met 
titelgrav. 12». 

Idem. Rotterd., Abr. van Gherven, 1614. Met titelgrav. 

[Rob. Robertsz.], Onder verbeteringe. Korte inleydinge der feesten 
Israels, twelck rechte Tijtkaarten zijn, enz. Z. pi. 1&93. M. gekl. 
platen. 4". 

Robbert Robberts Ie Canu, Korte inleidinge der feesten Israels, enz. 
Franeker, J. Horreus, 1693. M. front, en gekl. platen. 

Ries, Hans de, Cort ende claer bewijs, dat die twaalf Jongheren, 
daer d' Euangelist Lucas van meldet, Act. 19. vers 1. twee mael 
met water ghedoopt zijn, enz. Z. pi. 1597. 

Boeekaert, C, Wederlegginge Eens Tractaets, ghemaeckt door twee 
Waterlantsche Wederdooperssche Bisschoppen, namelijck: Hans 
de Ries, ende Jacob Jansz. Enz. Amst., Jan Willemsz., 1597. 

M[eulen], I[acob] v[ander]. Defensie, wt de Heylighe Godlijcke 
schriftuere, die dat strijdende Menschelijcke vernuft, opinie ende 
schadelijcke dwalinghe wech neemt enz. Alcm., J. de Meester, 1599. 

M[eulen], J[aeob] P[ietersz.] V[ander], Collatio : S. Srciptvre. Dat is, 
Verghelijckinge der H. schrifturen in verscheyden geloofs-saken 
enz. Dordr., J. Canin, 1602. 

, Idem [m. appendix]. Dordr., J. Canin, 1602. 

M[eulen], I[acob] P[ietersz.] V[ander], Christel ijcke Onderrichtinghe, 
oft, een elare Onderwijsinghe, met grondighe Belijdenisse der voor- 
neemste Poincten der heylsamer Leere, ende der Christelijcker 
Religie, der Ghemeyuten des Nieuwen Testaments, nae de ver- 
claringhe der Sendtboden Jesu Christi. Alckm., J. de Meester, 1609. 



213 

Moeien, I. P. vander, Apocalypsis, ofte de Openbaringhe Joannis. Een 
corte aen-teykeuinghe ende verclai'inge, Mitsgaders een beschrij- 
vinge der Acten oft Historiën der heyliger Kercken. Haarlem, D. 
de Keyser, 1613. [Achterin:] Gedr. by V. Casteleyn, 1614. 

M[enlen], I[acob] P[ietersz.] v[ander], Historia Ecclesiastica. Een 
Kercl^en Historie, inhoudende een ordentlijclie Beschrijvinghe der 
waerachtigher Apostolisclier Kerclïe, de Gemeynte des Nieuwen 
Testaments, liaer eerste begin, Oorspronck, wasdom. Succes, ende 
voortganck inde laatste tyden. Mat aan tagensettinge der ouder 
Kercke enz. Haerlem, V. Casteleyn, 1614. 

M[eulen], I[acol)] Plietersz.] V[ander], Proeve van de Kerckelijcke 
Regeringhe, ofte Ordinantian dar Ghemaynten Ghristi, nae dat oude 
Apostolische gabruyck ende regel enz. Haerlem, V. Casteleyn, 1621. 

M[eulen], I[acolb] P[ietersz.] v[ander]. Evangelische Expositien, ghe- 
annoteart met aenwijs op de Capittelan ende verskens des E. 
Evaiigeliums der Salicheydt enz. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1628. 

[Twisck], P. I., Na beter. Een corte ghestelijcke verclaringhe vanden 
hoge Priester Aaron zijn Persoon, doen, Kledinghe, Borst-lap, officie, 
Amt ende offerhanden op dan ware Hooghe Priester Christus Jesus 
gerecht, enz. Hoorn, 1608. 

Twisck, Pieter lansz.. Aarons Priesterdom ofte een corte gheeste- 
Hjcke verclaringe vandan Hoogen-Priester Aaron enz. Hoorn, Zach. 
Coruelissz., 1627. 

Het voorgaande verm. m. een Aen-hanghsel. 

[Twisck], Pieter lansz., Na beter. Religions Vryheyt. Een korte 
.Cronijcsche beschryvinghe van die Vryheyt der Religiën enz. In 

2 dln. [Hoorn], 1609. 4". 
Twisck, Pieter lansz., Namen, ofte Benaminghan Christi, met t' samen 

die Namen der Laeraers ende dar. Christenen, alles op 't A. B. C. 

gherecht . . . Hier achter is noch by ghevoeght, een Brief v. 

Menno Symons, aan Leenaerdt Bouwenssz. Huysvrou. Hoorn, 

Willem Andriessz., 1615. 
Twisk, Pieter Jansz., Concordantie der Heyligher Schriftvren enz. 

Hoorn, Sacharias Cornelisz., 1615. [Achterin:] Ghedr. tot Leyden 

by Jan Bouwensz., 1614. Titelbl. gegrav. f. 
, Idem. Haerlem, Th. Fontayn, 1648. Titalbl. gagrav. naar 

het vorige, f. 



2U 

Twlsk, Pieter Jansz., Bybelsch Naeiii- ende Chronyck-boeck. We- 
semle het tweede deel der Concordantie der Heyliger Schiit'ture. 
Hoorn, Sach. Cornelisz. [achterin: Ghedr. by Isaac Willemsz.], 
1632. Titelbl. gegrav. als voren. f. 

ÏAvisck, Pieter lansz., Een corte Beschrijvinge van 80. Pausen enz. 
Hoorn, Willem Andriessz., te coop, by Zach. Cornelissz., 1616. 

Twisck, Pieter Jansen, Ghronijck vanden Ondergane der Tijrannen : 
ofte Jaerlycksche Geschiedenisse in Werltlycke ende Kercklijke 
saecken, enz. 2 dln. Hoorn, Sach. Cornelissen, 1619 — 1620 [op den 
titel V. h. 2<i« dl.: Ghedr. by Isaac Willemssz, 1620]. Het !«'•« dl. 
m. gegrav. titelbl. 4". 

Twisck, Pieter lansz., Gorte vertooninghe van den teghenwoordigen 
Staet des Aerdbodems enz. Leyden, J. J. v. Rijn, 1623. 

Twisck, Pieter lansz., 'tRantsoen Ghristi, Dat is: van de Verlos- 
singhe, Versoeninghe, Voldoeninghe ende verdiensten Ghristi, enz. 
Hoorn, J. J. van Rijn [achterin : gedr. tot Leyden, by J. A. vander 
Marsce], 1624. 

Twisck, Pieter lansz., Gomeet-Boecxken. Zijnde een corte Chronijc- 
sche beschrijvinge van alle de grouv?elijcke ende schrickelijcke 
Cometen, die haer aen den Hemel vertoont hebben enz. Hoorn, 
Zach. Cornelissz., 1624. [Achterin:] Ghedr. by Isaac Willemssz., 
1625. M. 1 houtsn. op den titel. 

, Idem. 2^^ dr. verb. Hoorn, J. J. Deutel [achterin: Ghedr. 

by Abraham Isaacxsz. vander Beeck], 1665. 

Twisck, Pieter lansz., Pascha ofte Paesch-lam. Ken geestelijcke 
verclaringhe van 't Paeseh-lam ende den Paesch-feest Israël s enz. 
Hoorn, Zach. Corneli.ssz., 1627. 

Twisck, Pieter lansz., Oorloghs- Vertooninghe : ofte Teghen die Krijch 
en voor de Vrede . . . Hier achter is noch ghestelt uyt Polydoi'i, 
een corte vindinghe alder dinghen. Hoorn, Zach. Cornelissz. [achter- 
in: Ghedr. by Isaac Willemsz.], 1631. 

Twisck, Pieter lansz., Van de Peste enz. 2'*'' dr. Hoorn, Zach. Cor- 
nelisz. [achterin: Gedr. by Isaac Willemsz.], 1636. 

, Idem. 3"J8 dr. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1637. [Achterin:] 

Ghedr. by Isaac Willemsz., 1636. 

Twisck, Pieter Jansz., Kort ende grondigh bericht van den Val 
Adams, enz. Hoorn, Isaac Willemsz. voor 3. J. Deutel, 1638. 



215 

Twisck, Pieter lansz., Schriftuerelijcke Vereeniginge. Ofte, Korte 
verklaringe eu over-een-brenginge van veel strijdigh-schijnende 
Spreucken, enz. Hoorn, P. Z. Harteveldt [achterin: Gedr. by A. I. 
vander Beeck], 1661. 4». 

Twisck, Pieter Jansz., Verscheyde Artikulen des Geloofs, Spreuken 
en Sententien enz. Hoorn, E. Beukelman en F. Rijp, 1694. 4". 

-, Idem. Franeker, L. Strik, 1700. 4». 



Friedensreich (Das) Christi od. Auslegung des 20. Capitels in Offenb. 
St. Joliannes von P. J. T [ w i s c k]. Elkhart Ind. 1888. 

Scabaelje, Dierick, Corte ende clare aenwysinghe van den sin, 
nieeninghe, ende het ooghemerck des H. Apostels Pauli, in het 
neghende Capittel zynes Briefs tot den Romeynen. Amst., N. 
Biestkens, 1616. 4". 

S[chabaelje], I[aii] Pihilips], Harmonia, Ofte Eendrachtighe vertel- 
liughe der vier Euangelisten enz. Amst., J. A. Kalom, 1624. 

[Schabaelje], lan Philipsz., Sommarium: Oft Gorten Inhoudt des 
Bybels enz. Amst., P. A. v. Ravesteyn, 1629. 

[Schabaelje], Jan Philipsen, Idem. Haerlem, P. v. Wesbusch, te 
koop by Fyt Hendricksz, 1654. 12». 

Schabaelie, J. Ph., Historische beschrijving van het leven lesv 
Christi en d' omstandicheden van dien enz. De Rijp, Claes Jacobsz 
[achterin: Tot Alckmaer, gedr. by S. C. Brekengeest, 1647]. ]il. 8 
platen. Gegrav. titelbl. 4". 

, Idem. 3"^® dr. Amst. 1716. M. front, en dez. benevens 65 

andereplaten, waarvan 64 uit den prentenbijbel v. N. Visscher. 4". 

Schabalie, J. Ph., De Eeuwige Godtheyt Christi. Leeuw., H. Bintjes, 
1688. 12". ' 

Achter in : H. de Rijs, Kiaer Bewijs. 

V[er]K[indert], P., Korte Verklaeringhe over de Texten Rom. 16. 
vers 16. ende 17, 2. Thes. 3. vers. 6. ende Titum 3. vers. 10. 
Haerlem, H. F. v. Wesbusch voor Jan Albertsz tot Amst., 1634. 

Achter: P. V [e rj K [i n d e rt], Brief, dienende om te bewijsen enz. 

[Verkindert, P.], Naerder Verklaeringhe, over de Texten Rom. 16. 
vers. 16. ende 17, 2. Thess. 3. vers. 6. ende Titum 8. vers. 10. 
Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1634. 



216 

Extracten (Eenighe), soo uyt den Catechismus, ghesteldt door Reynier 
Wybrantsz. als mede uyt eenige Schriften, door D. vander Schuere, 
en Jacob Cornelisz. Handelende vanden Persoon Christi. Enz. 
Arast., Jan Albertsz., 1640. 

B[uyser], I[aii] D[e], Christelijct Hvy.s-boeck, zie hiervoren blz. 173. 

Ucke Walles, Een Corte Leerachtige Verklaringe, uyt de H. Schrif- 
ture vervatet, hoe men de tijdt verstaen sal, doen Christus Jesus 
onsen Salighmaecker, in sijn heylige Menschwerdinghe, op aerden 
was . . . Met een kort bewijs onses Christelicken üeloofs enz. Z. 
pi. 1645. 

Knodsenburgh, J. C. van, Eenijje Extracten uyt verscheyden Men- 
noniste Autheuren, Martelaren en Belijdenissen. Enz. Amst., P. 
Arentsz., 1663. 4". 

D[eutel], I[an] I[ansz.], Een kort Tractaetje tegen de Toovery, enz. 
Hoorn, J. J. Deutel, 1670. 

Moorman, C, Alle de na-gelaten Schriften ; handelende van goddelycke 
zaeckeu, enz. Amst., J. Rieuwertsz., 1671. f. 

R[eiers], J., Kort vertoog v. de nootsakelijke voorwaarde der saligheit 
enz. P^ dl. Amst., P. Arentsz., 1672. 12". 

Reiers, J., Paulus en Jacobus eens gevoelende in de Leer v. de 
Regtvaerdigmaking. Enz. Amst., P. Arentsz., 1677. 12". 

J[an] S[tevens], Apocalypsis ofte Het geopende Boeck met seven 
segelen. Dat is: Een grondelijcke verklaringe over de Openbaringe 
des H. Euangelist Joannes. Enz. Amst., J. Rieuwertsz., 1675. 

, Fondament-boeck, of Grondigh bewijs van de Kennisse 

Godts, en de Christelijke Godtsdienst . . . Met eenige overgebleven 
Schriften van Menno Symons die in zijn groot Sommari-boek niet 
en zijn [brieven aan de broeders te Franeker en de gemeente te 
Emden]. [Hierachter: Aanhanghselen tegen Dr. Galenus XIX. 
Artikelen, en eenige stichtel. byvoegselen.] Amst., A. Visscher, 16S3. 

Deze bijvoegselen zijn : Een t'Sanien-sprake tusschen een Meester en syn 
Discipel, van het boven-sinnlijcke leven [van J. B ö li m e, door Jan Stevens 
in 't Nederlandsch vertaald]. Mitsgaders die geschiedenisse van dien Oodts 
vriendt Hans Engelbreght van Brunswijck. Achteraan : Christelijcke Liedtjes. 

J[an] S[ tevens] van Nye-veen, Onderwys door Exempelen, ofte Spiegel 
der lijdsame Heyligen enz. Amst., A. D. Oossaen, 1686. 

[Jan Stevens], Aenhangsel ofte Vervolg v. het Martelaers-boeck v. 
Tieleman v. Braght enz. Amst., Isaac Pietersz., 1686. 
Hetzelfde werk als het voorgaande, iets vermeerderd. 



217 

W[eslerhoven], J[aii] T[»ii], Korte Verhandeling, over de woorden 
OpenbariQge cap. 2. vs. 10. Haarlem, J. G. Geldorp, 1686. 4°. 

[Bakker, J. de], De Moordenaer voor de Kruyciging bekeert. Amst., 
P. Arents/,., z. j. M. titelgrav. 

, Idem. Andere druk. [Amst. 1707]. M. kopie van voor- 



gaande titelgrav. 

Sign.07—P8.Blz. [2211-240. Behoort als aanhangsel achter ; J.de Bakker, 
Kort Onderwys van de Christelyke Gebeden. 

Bakker, J. de, Kort Onderwys van de Christelyke Gebeden. Waar 
achter de Noodzaakelykheyd van de Waterdoop, onder de Doops- 
gezinden. Redenen van de "Waterdoop. Aanmerkingen over de 
Kinderdoop. En Bewys der Bekeering van de Moordenaar. Amst. 
1707. M. front. 

Het exempl. is incompleet. Redenen en wat verder volgde ontbreekt. 

[Bakker, J. de], Kort Onderwys om wel te Prediken. Amst. 1712. 

Toornburg, K., Concordantie van gelijk-luydende plaatsen der H. S. 
enz. Alkm., G. Welhem, 1695. 

[Verwer, A.], Inleiding tot de christelyke Gods-geleertheid. Amst., 
J. Rieuwertsz, 1698. 

Tirion, C, De Versoekinge onses Heeren .Tesu Christi in de Woestijne 
... Met eenige nader bedenkingen, weegens den Versoeker: des- 
selfs Magt en Werking . . . [ v. H. Bonman]. Uitgeg. d. L [ u b e r t u s] 
K[aptein]. [M. eene narede v. H. Bonman.] Amst. 1700. 4". 

Eegliem, A. van, Verhandelinge van de Wet der Nature, enz. Mid- 
delb. 1701. 

, Idem. 2"^» dr. Verm., uitgeg. d. G. de Wind. Amst. 1730. 

[Eeghem, A. van]. De Christelijke Godgeleerdheid van Adriaan 
van Eeghem. Uitgeg. d. G. de Wind. Middelb., Vliss. 1711.4". 

Kien, J., Den honigraat der gods-geleerdheid. Middelb. 1704. 

, Kort ontwerp der godgeleerdheid, nevens desselfs nader 

verklaring en uytbreiding. Rotterd. 1716. 

Galenus Abrahamsx., Eenige nagelaten Schiiften, bestaande in 

I. Veertien Predikatien over de gelykenis van den Verloren Zoon. 

II. Een Christel. Zede-konst, enz. III. Een Verhandel, v. de Redelyk- 
Bevindelyke Godsdienst. [Hierachter lijkrede en lijkdichten op Gal. 
Abrahamsz.] Amst. 1707. 4°. 



218 

Hoefnagel, P., De Schaduw en het Ligchaam der Profeetsyen, vertoond 
in het Boek der Openbaaringe v. Johannes. Haarlem, 1717. 

Schyn, H., De Mensch in Christus of het geestelyk leven der ge- 
lovigen. Enz. Amst. 1721. M. front, en platen. 

, Idem. 2*® uitg. Amst. 1725. M. dezelfde front, en platen. 

B[rainenJ, D., De regte Leere der waare Mystiken, of verborgen 
Godgeleerden . . . voorgesteld in eenige nodige Aanmerkinge, tegens 
de Heer Doet. H. Schyn, over de Voorreden v. zyn Ed. Tractaat 
genaamt den Mensch in Christus. Enz. Amst. 1724. 

Schyn, H., Zedige en rechtmatige Verdeediging tegens den E. David 
Bramen. Enz. Amst. 1724. 

Alethophilus, Die wahre Theologia Mystica aus Heil. Schrifft be- 
wahrt, uud von den falschen Concepten des Herrn Dr. Hermann 
Schelns gesaubert. 2 Theile. Franckf. u. Leipz. 1725 — 26. 

, De ware mistyke Godtgeleertheit uit de H. Schrift be- 
weert, en van de Hr. Dr. H. Schyns valsche bevattingen gezuivert. 
2 dln. U. het Hoogd. vert. Amst. 1726. 

Overwyk, H. B. yan, De hoofdzakelyke meening, getrokken uit de 
Beschryviuge v. den H. Evang. Mattheus, aangaande de geboorte, 
leere, wonderwerken, lyden, sterven, en opstandinge . . . van onzen 
Heere Jezus Christus. Nevens een Aanhangsel, over de instellinge 
en bedieninge van den H: Waterdoop. Amst. 1722. 4". 

[Overwyk, H. R. vanl, Ondersoek over de volstrektheyt van het 
Goddelyke Zyn en Werkinge Benevens over den aart van des 
Menschen vrye wille. Enz. Amst. 1726. 

, Gods Alwetende en Voorsienige Bestieringe aangetoont, 

en opengelegt uyt de erkennende Belydenisse van David, in den 
139sten Psalm. Amst. 1727. 

, De hoogste Trap in de Godsdienstige Deugd, namentlyk 

de Liefde. [Uitbreiding over 1 Cor. 13.] Amst. 1730. 

Toger, F., Bondig zamenstel der christelyke godgeleerdheid. Leiden, 
1726. 4». 

, Samenstel der christelijke godgeleertheid. Leiden, 1738. 4°. 

Titeluitgave van het vorige. 

Wind, G. de, Verhandeling van Gods algemeene genade, zie hier- 
voren blz. 208. 



219 

Verduin, A., Geloofsbelydenis volgens de Gronden der Doopsgezinden. 
Haarlem, 1729. 4". 

, Christelyke Godgeleerdheid, in Leerredenen, zie blz. 243. 

, Verhandeling van het onderscheid tussen de Reden en 

het Geloof, tegen alle, die niet meer gelooven, als zy begrypen. 
Amst. 1746. 4". 

Kate Hz., L. ten. Het Leven van onzen Heiland Jezus Christus, 
enz. Amst. 1782. M. front, en 1 kaart. 4^ 

Pieter Hendriks, Korte schets van verscheydene waarheden des 
Chiistendoms enz. Gron. 1743. 

Waerina, H., Beknopt Ontwerp van de Voornaamste Geloof-zaaken 
der Christelyke Godsdienst, volgens de H. Schriftuur, en de Bo- 
lydenissen der Doopsgezinden enz. Embden, 1744. 

, De euangelische Geloofs-leere der Doopsgez. Christenen, 

die ook Mennoniten genaamt worden . . . Hier agter is bygevoegt, 
een beknopt histor. Verhaal wegens de Leere der Doopsgezinden. 
Gron. 1768. 4". 

Cate, J. ten. Zedige en Noodige Aanmerkingen over de Euangelische 
Bedieninge enz. 2 dln. Z. pi. 1746. 

, De Weg des Vredes aangaande het verschil der Alge- 

meene en Byzondere Genade, toegepast in regtzinnigheid, naar 
licht en openinge, op Gods SouveieineGeregtigheid, en des menschen 
Vryheid. Gron. en Hoorn, 1748. 

Bysdyk, J., De waarheid van Jesus Messiasschap. 2 dln. 2'^^ dr. 
Gron. 1749. 4". 

Beets, J., Brief tot vermaaning en waarschouwing, aan eenige 
Broederen en Zusteren, ... bij gelegenh. v. de bekende Aanmer- 
kingen betreffende de Hernhutsche Gemeente. [S"*" dr. m. By- 
voegzeL] Hoorn, 1749. 

, Brief aan N. N. etc. over de Algemeene en Byzondere 

Genaade Gods enz. Hoorn, 1755. 

, Verklaringe ter Proeve opgesteld van eenige Hoofd- 
leeringen des Geloofs, getrokken u. de Schriften v. Menuo Simons, 
en de Belydenissen der Mennon., opgedr. aan D". Ant. van der Os. 
Hoorn, 1765. 

, Christus Alles in Allen of Opeuhertige Belydenis, dat 

de Heere Jezus niet alleen is de Voleinder enz. Hoorn, 1765. 



220 

Beets, J., Nadere veiklariage v. de Openhertige Belydenis, dat 

Christus is Alles in Allen enz. Hoorn, 1766. 
Stinstra, i., Waarschuwinge tegen de Geestdrijverij, zie hiervoren 

blz. 140. 

Boelaart, J., IV. Godgeleerde Brieven, over 't Onderzoek der H. 
Schriften. Harlingen, 1763. 

, De voorzigtige Leidsman, aanwyzende de Noodige 

Regels ... om de H. Schriften met nut te Leezen ... in vier 
Brieven. Hoorn, 1770. 

Blaauw, G., Brief aan den Heer . . . behelzende een Antwoord op 
. . . Drie . . . Vraagen [omtrent vrijheid van godsdienst der Doops- 
gezinden]. Amst. [1765]. 

Hoekstra, S. B., Bespiegelende en practicale Onder wy zingen, uit het 
geheele derde Hoofdst. van . . . Genesis. [Uitgeg. en verm.] d. 
B. S. Hoekstra. Amst. 1765. 4». 

RLs, C, De geloofsleere der waare Mennoniten of Doopsgezinden, zie 
hiervoren blz. 173. 

■, Kort berigt van 't voorgevallene over de Geloofsleer 

der waare Mennoniten, enz. Hoorn, 1776. 4". 

Hiervoor gebonden: Ontwerp ter proeve, en 2 brieven v. C. Ris. 

Rahusen, R., Verhandeling over het borgtogtelyke geloove van 
onzen gezeegenden Zaligmaker. Gron. 1768. 

Hoekstra Wz., S., Verhandeling over de Natuur van onzen Middelaar 
Jesus Christus, ter proeve voorgesteld. Waar by gevoegd is eene 
Ly k-rede, over denzelven, gehouden d. H. van Gelder. Amst. 1786. 

Bleyker, M. de, Na-reeden by wyze v. Aanmerkingen over de Ver- 
handeling wegens de Natuur van onzen Middelaar enz. Amst. 1788. 

Achter: M. de Bleyker, Immanueel beschouwd enz. 

Uesselink, G., Uitlegkundig Woordenboek ter ophelder, v. de Schriften 
des N. Verbonds. Amst. 1790. 

, Idem. 2"^® dr. Amst. 1803. M. 1 portr. 

[Boekbeoordeeling van G. Hesselink's Uitlegkundig Woordenboek, 

Amst. 1791.] 

Uit: Alg. Vaderl. Letter-oefeningen. 1791. 2. 

Hervorming (De Nieuwe) onder de Doopsgez., volgens het Uitleg- 
kundig Woordenboek v. den Heer Hesselink. Amst. 1793. 



221 

Hesselink, G., Aan de leezers van myn Uitlegkundig Woordenboek 
van de Schriften des N. Verbonds. Amst. 1793. 

Aletophilus [D. C. van Voorst?], Brief aan den schrijver v. het 
boekje, genaamd : De Nieuwe Hervorming onder de Doopsgez. enz. 
In Holland, 1793. 

Hoekstra, J. A. S., Vertoog waarin getoond word dat Genade en 
Plicht, de Leer van Jezus en zyne Apostelen ook de Leer van 
Menno en der waare Mennoniten of Doopsgezinden is. Altona, 1794. 

In: G. Karsdorp e. a., Leerredenen. 

Dokkumburg, P. van, Verhandelingen over wysgeerige onderwerpen. 
- De Wederleggende Godgeleerdheid. — Het Stelzel van de God- 
geleerdheid. Afschrift (einde 18^« eeuw). 



Terklaringe (Een grondelijcke) Daniels ende loannis Openbaringen: 
streckende tot reformation der verdestrueerde Stadt ende Tempel 
des gheestelijcken Jerusalems of Gemeenten Gods. Enz. Haerlem, 
H. P. v. Wesbusch, 1685 

Reformation-Spiegel, ofte De proeve des Geloofs enz. Haerlem, 
H. P. V. Wesbusch, 1635. 

Breen, D. T[an], Christelijcke Deughden-Spiegel, of Beschrijvinghe 
V. de oorsaken, eyghenschappen, en wesentlijcke deelen der Chris- 
telijcke Religie enz. Arast., J. A. Calom, 1636. 

[Breen, D. van]. Van *t Geestelyck triumpherende Ryck onses 
Heeren Jesu Christi. Z. pi. 1653. 12». 

[Breuius, D.], Tractatus de Regno Ecclesiae glorioso per Christum in 
terrls erigendo. E Belgico ab authore, nonnullis mutatis, in Lat. 
serm. conversus. Add. sunt Annotata in libr. Apocal. S. Joh. 
Item De qualitate regni Christi, et brevis explic. in cap. 5. 6. 7. 
Matthaei etc. Amst., H. Dendrinus, 1657. 

Brenius, D., Breves in V. et N. Testamentum Annotationes. Ad- 
jectus est tractatus de regno ecclesiae glorioso per Christum 
erigendo. Item De qualitate regni Christi, quodque totum illud in 
spirituali dominio consistat . . . Nee non Amica disputatie adversus 
Judaeos. Ac tandem brevissimus dialogus de veritate religionis 
Christianae etc. Amst., H. Dendrinus, 1664. f". 



222 

Breeu, D. de, Vriendelicke disputatie tegen de Joden ... Nu uyt 
liet lat. veit. d. J. F. 0[a d a a n]. Rotterd., F. van Hooghstraten, 
1664. i". 

Breen, D. van, Verklaring over het Boek des H. Jobs, En der Open- 
baariug des Apostels Johannes. Door F. K u y p e r u. het lat. vert. 
[venu. d. den autheur] . . . Mitsgaders . . . van het Triumferend 
Ryk onzes Zaligmakers Jesus Christus : Den tweeden Druk . . . 
Voor all het welk gestelt is, F. K. Korte Inleiding tot het verstand 
der H. Schriftuur, d. D. v. Breen overgezien. Amst., voor F. Kuyper, 
1666. 4». 

Breen, D. de, 't Zaamen-spraak aangaande de Waarheijd der Chris- 
telijke Religie; getrokken uijt het lat. werk. Neevens een beknopte 
Betooning over de zelve materie, door een onbekenden Autheur. 
Den Jooden en Atheïsten tot naadenken in 't Neederd. overgezet. 
2den (j]._ Verm. m. een stichtel. aanmerking, over de zeekerheijd 
van de Opstandinge onzes Gezeegenden Heijlands Jesus Christus. 
Neevens een Beproevinge des Geloofs, onder verbeetering in een 
zaamenspraak, voorgesteld. Harlingen, S. Pz. Boncq, 1685. 4". 

Bredenburg, Joh., Enervatio Tractatus theol. -politici ; una cum De- 
monstratione, Geometrico ordine disposita, Naturam non esse 
Deuni etc. Roterod., I. Naeranus, 1675. 4". 

Kuiper, F., Korte Verhandeling van de Duyvelen enz. Rotterd., I. 
Naeranus, 1676. 4". 

Boer (Den Philosopherenden), Eerste Deel. Handelende van de dwa- 
lingen der hedensdaagse Christenen, philosophen, Cartesianen en 
Quaakers etc. Begrepen in een Samenspraak. Door S. I. B. 2^® dr. 
Z. pi. 1677. 4». 

Aanmerkingen (Eenige) voor den Philosopherenden Boer, met eenige 
Vragen aan den zelven. A^oorgestelt door die gene, diemen spots- 
gewijse noemt Quakers. Rotterd., P. v. Wijnbrugge, 1676. 4". 

Kuyper, F., Tweede Deel of Vervolg van de Philosopheerende Boer 
. . . Tot beantwoording v. der Quaakers Aanmerkingen, voor den 
Philosopheerende Boer. Rotterd., I. Naeranus, 1676. 4°. 

, De Diepten des Satans, of Geheynienissen der Atheisterij, 

ontdekt en vernielt. Enz. Rotterd., I. Naeranus, 1677. 4". 

, Filosofisch en Historiaal Bewijs dat'er Duyvelen zijn. 

... Tweede Deel tot overtuijging der Atheïsten enz. Rotterd., I. 
Naeranus, 1678. 4". 



223 

L[angedult], P., De nietigheyt der Chiliasterye, vertonende de krach- 
teloosheyt der bewijsredenen, die voor het duysentjarige rijke, en 
de toekomstige bekering der Joden werden voortgebracht, en met 
name v. D. de Breen, in sijn triumpherend rijke Christi. Haarlem, 
J. G. Geldorp, 1676. 

Lnngedult, P., Christelijke Sedekoust ofte Oeffeninge der Godsalig- 

heyt ... Met enige aanmerkingen d. L. Klinkhaemer. Leyden, 

P. vander Meersche, 1684. 4». 
, Aantekeningen of Verklaaringen over het geheele N.T. 

alsmede over de Klaagl. v. Jeremias. Amst., Isaak Pietersz., 1687. 

M. front. f. 

[Swartepaard, A.], Openbaringe van het Ware Algemeen Geloof . . . 
Uyt het Hoogd. vertaelt ... [En:] Een Aenwijsinge van de rechte 
manier van Disputeeren : Item, noch 21 Grondt-Regels, na welcke 
de geheele Schriftuur moet uytgeleght en verstaan worden. Z. pi. 
1678. 4". 

Oudaan Fz., J., Bedenkelijke Toepassing, op eenige Stukken, in de 
Openbaringe: ten Proeve voorgestelt. M. By voeging der Brieven 
v. F. Morstinius en S. Pripskouski enz. Rotterd., B. Bos, 1689. 

Brief v. L. J o o s t e n, met een Antwoord op de selve, v. H. 

Bonman, waar in gehandelt word van de Engelen en Geesten, 

etc. Enz. [Uitgeg. d. H. Bouman.] Amst, A. v. Damme, 1696. 4". 
Bouman, H., Eenige Nodige Aanmerkingen op L. Joostens verdediging. 

Waar in gehandeld word van de Engelen, enz. Amst., A. v. Damme, 

1696. 
Brief (Een) van N. N. behelsende nader Deductie en bekrachtiging 

over L. Joostens Verdediging enz. Leyden, 1697. 

Defect, slot ontbr. 

Wagenaar, J., Zeven lessen, over het verhandelen der H. S. in de 
godsdienstige byeenkomsten. 2^^ dr. Amst. 1771. 

[Ryswük, G. J. van], Proeve van onderzoek over de oogmerken 
van het Lijden en Sterven van Jezus Christus ; enz. Amst. 1792. 
c. Stichtelijke lectuur. 

Proeve (Een Christelijcke) ende overlegginge ofte rekeninge, waarin 
dat allen B. ende S. vermaendt worden tot een scherp ende neer- 
stich ondersoec haers selfs, ende der gantscher menichte enz. Na 
die Copye. 1570. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1626. 



224 

Ries, H. de, Een seer sUchtelijck Tractaet, by maniere van een 
Vaderlijcke onderwijsinghe, verdeelt in 4. Capittelen . . . ghiestelt 
1581. — Hans de Ries, Eenen Brief gheschreven aen M. T. 
Met haar Dochter D. Wonende doen ter tijdt 't Amersfoort. In 
Augusto 1630. De Ryp, Cl. Jacobsz., 1644. 120. 

In: Kort-Verhael van het Leven ende Daden van Hans de Ries. 

[Ries, H. do], 't Fonteyntien, zijnde: een corte onderrichtinge daer 
in alle menschen vermaent werden, die waerachtighe Spijse ende 
Dranck des eeuwighen levens aen sijn rechte plaets met hooger 
begeerten te soecken enz. De Ryp, Cl. Jacobsz., 1644. 12". 

L[ubbert] Gerritsz., Somraighe Christelijcke Sendt-Brieven, ghesonden 
aen diversche Ghemeenten : Oock aen eenige particuliere Personen 
... 3** dr. Verb. ende verm. met noch vier Brieven. Ende een 
Tractaet vande uytterlijcke Kercke. [Hierachter m. afzonderl. 
paginatuur: Den twintighsten Christelijcke Vermaen-Brief ge- 
schreven aen lan Theunisz. tot Embden, en een beklaeg-Liodeken.1 
Haerlera, Th. Fonteyn, 1646. 

C[Iaes] Gfanglofs], Dat Gehedt ons Heeren Jesu Christi, twelck hy 
zijnen Jongeren toe bidden geleert hefft ... Nu op een nyeu in 
Druck wtgegeuen. Z. pi. 1593. Titel omlijst. 

Hierachter: C 1 1 a e s| Q[anglofsI, Een Niew Geestelick Liedtboecxken 
ghetoghen wt den O. ende N. T. Z. pi. 1593. 

, Idem. Groeningen, Jan Arens, 1683. Titel omlijst. 

C[laes] G[anglof9], Een grondelijcke ende Christelijcke vermaninghe 
ende Sendtbrief geschreven wt Christelijcke liefde . . . Met noch 
een Christelijcke vermaninghe ende Sentbrief geschreven an zijn 
Huysfrou . . . Met noch eenighe Geestelijcke Liedekens ende eenige 
ChrLstelijcke verclaringhe van dien daer by gedaen. Z. pi. 1633. 

Hetz., uitgeg. in 1605, achter : IC 1 a e s Ga n gl o f s), Antwoort ende ver- 
claringhe, zie hiervoren blz. 104. 

$[chabaelje], I. P.. Corte Maniere om de Siecken in haer wtersten 
te troosten. 2"^® dr. op een nieuw overghesien ende verbetert. 
Amst., Jan Gerritsz., 1602. 

S[chabaelje], I. P., Lvsthof des Gemoets inhoudende uerscheijden. 
Geestelicke Oeffeningen. Met noch drie Collatien der wandelende 
Ziele met Adain Noah ende Sijmeon Cleophas. In de Rijp, Claes 



226 

lacobsz [achterin: Te Haerlem, gedr. by Th. Fonteyn, 1638]. Met 
grav. en gegrav. titel. 12". 

Dit tallooze malen herdrukte boek verscheen het eerst met twee collatiën 
in 1635 of 1636. De derde collatie begint met sign. I op blz. 185, terwijl het 
slot der vorige collatie op een extra vel, sign. (:), gedrukt is en eindigt met 
bladz. 208. Deze uitgave heeft eene ongedateerde voorrede van Schabaelje. 

S[chabaelje], I. P., Idem. Amst., J. Albertsz [achterin: Tot Haer- 
lem gedr. by Th. Fonteyn, 1645]. Met grav. en gegrav. titel. 12". 

Met eene voorrede van Schabaelje gedateerd van 1635. De derde collatie 
heeft een titelblad: Vervoigh der Collaticn van de Wandelende Ziele met 
Symeon Cleophas. Amst., J. Albertsz., 1645. 

, Idem. Met noch Twee Collatiën der Wandelende ziele 

met Adam en Noah. Uir., W. Snellaert, 1650. Met grav. en ge- 
grav. titel. 12». 

Met de ongedateerde voorrede. Hierachter: Vervoigh der Collatiën van de 
Wandelende Ziele met Synion Cleophas. Utr., Wed. E. Snellaert, 1651. Blz. 
183/184 en het slot, na blz. 56G, ontbr. 

, Idem. Met noch drie Collatiën enz. Dordr., lacob 

Rijffersz., 1653. Met grav. en gegrav. titel. 12". 

Titeluitgave van het voorgaande. De titel der derde collatie is niet veranderd. 

, Idem. Met noch drie Collatiën enz. Amst., M. de Groot, 



z. j. Met houtsn. Titel in omlij.sting (houtsnede). 12". 

Deze en de volgende drukken der firma De Groot hebben de voorrede van 
1635. 

, Idem. Amst., M. de Groot, 1680. Met houtsn. en ge- 



grav. titel. 12". 
, Idem. Amst., Wed. M. de Groot en G. de Groot, 1683. 



Met houtsn. en gegrav. titel. 12". 

-, Idem. Amst., Wed. G. de Groot, 1694. Met houtsn. 



Titel in omlijsting (houtsnede). 12". 

Idem. Amst., Wed. G. de Groot, 1696. Met houtsn. en 



dez. omlijsting. 12". 



, Idem. Amst., Wed. ö. de Groot, 1697. Met houtsn. en 

dez. omlijsting. 12". 

Schabaalje, J. Ph., De vermeerderde Lusthof des Gemoeds, met de 
Samenspraaken der Wandelende Ziele met Adam, Noach en Simon 
Cleophas enz. Amst. 1724. M. front, en grav. (door J. Luiken). 

Met eene voorrede van de uitgevers, fï. en J. V i s s c h e r. 



226 

Schabaalje, J. Ph., Idem. Amst. 1742. M. dez. front, en grav. 

, Idem. Amst. 1768. M. dez. front, en grav. 

Schabalie, J. Ph., Die wandlende Seel, Dasist: Gesprach der wand- 
ienden Seelen mit Adam, Noach u. Simon Cleophas, . . . übers. v 
B. B. B. Germantown, 1768. 

S[chabaelje], I. P., Dialogvs van den Corinthischen Twist, en andere 
gebreeclien der selver Gemeynte. Tusschen Pavlvs en Achaicvs 
enz. De Ryp, Glaes Jacobsz. [achterin : Tot Hoorn ghedr. by Isaac 
Willemsz.], 1640. M. titelvignet. 12». 

Schabaellie, I. P., Aenmerckingen oft Gulden Annotatien, soo wt 
het Vaderboeck als ander Autheuren vergadert. De Rijp, Claes 
Jacobsz. [achterin: Tot Hoorn ghedr. bij Isaac Willemsz., 1641]. 
Titelbl. gegrav. 12". 

, Idem. Amst., A. E. Visscher, z. j. Titelbl. gegrav. naar 

het vorige. 12". 
Schabaolje, 1. Ph., Metamorphosis, ofte Transformatie onses tydts. 

Waer in Poëtischer wijse bewesen werdt de groote en wonder- 

baerlijcke Veranderinge der Menschen uyt hare ware Scheppinge. 

Enz. Amst., J. van Hoorn, 1657. 12". 

■, Idem. Alckm., J. F. Moerbeeck, 1657. 12". 

Dezelfde uitgave m. verschillend adres. 

[Twisck], P[ieter] J[ausz.], Na beter. Een schriftelljck tracktaet of 
verhandehnge van Twist, van waen hy coemt, waer hy is, wat 
zijn vruechten zijn enz. [Achterin een Liedeken.] Z. pi. [1604]. 

Twisck, Pieter lansz.. Een Schriftelljck Tractaet vanden twist. 
Enz. [Uitgeg. d. Lammert Pieter sz. van Boolswert.] 
Hoorn, Zach. Cornelissz. [achterin: Ghedr. by Isaac Willemsz.], 1628. 

Twisck, Pieter lansz., Een Vaderlijck gheschenck, testament ende 
uyterste wille, aan u mijn beminde Kinderen, zijnde een gi^onde- 
lijcke verclaringhe over het vijfde Ghebodt enz. Hoorn, Zach. 
Cornelissz. [achterin: Ghedruckt by Isaac Willemssz.], 1623. 

, Idem. 3'^» dr. Hoorn, P. Z. Hartevelt [achterin : Tot Haer- 

lem, Gedr. by Th. Ponteyn], 1646. 

, Idem. 4''« dr. Hoorn, J. J. Deutel [achterin: Gedr. by 

A. I. v. d. Beeck, 1668]. Gegrav. titelbl. 

Twisk, Pieter Jansz:, Idem. Hoorn, 1742. M. platen. 



227 

Twisck, Pieter lansz., Een lieffelijcke Meditatie en Godtsalige inner- 
lijcke oeffeninge, ... op den 85. Psalm, enz. Hoorn, Zacli. Cor- 
nelissz., 1623. [Achterin:] Gliedr. by Isaac Willemssz., 1624. 16". 

Twisck, Pieter lansz., Rijckdom, ende Armoede. Lof en Schande, 
Ghebruyck, ende Misbruyck der selve. Enz. Amst., J. A. Calora, 1627. 

Twisck, Pieter lanszoon, Troost-brief der weduwen enz. Hoorn, 
Zach. Cornelisz. [achterin: t'Amst. Ghedr. by A. Biestkens], 1630. 

I{[an9] Y[aii] D[anzig;], Een corte Bekentenis van den eenighen 
Godt, Vader, Sone, ende heylighen Gheest, enz. Alckm., J. de 
Meester, 1605. 

, Een Tafereelken, ofte een Aenwijsiughe van eenighe 

Schriften der Belofte Gods enz. Haerlem, P. v. Westbusch, 1609. 

•, Een Vaderlijcke Waerschouwinghe, gedaen aen syne 

kinderen, daer in dat hyse vermaent tot een Godtsaligh leven, 
enz. [waarachter: Een corte Bekentenisse des Gheloofs]. Franeker, 
U. D. Balck. Voor P. v. Westbusch, Haerlem, 1610. 

, Een Vaderlijcke Vermaninghe, uyt den grooten Schadt 

der heyliger schrift enz. Haerlem, D. Wachtendonck. Voor Corn. 
Roelofsz., z. j. 

, Een Tafereelken, ofte een Aanwysinge van eenige 

Schriften der Belofte Gods enz. Amst. 1714. 

Herdr. van de drie voorgaande tractaten. 

W[itte], J[an] D[e], Sommige Spreucken oft Redenen wt der H. 
Schrift, Fonteynewijs by een vergadert. Alwaer noch by ghevought 
is een Schriftuerlijcke Epistel ofte Sendtbrief. [Hierachter: Schrif- 
tuerlijcke Liedekens.] Amst., W. J. Buys, 1605. 

[Rist], lacob lansz., Ghristelyc bericht vande Nieuwe Creatuer, over 
de woorden Pauli : Gal. 6. vers 17. Z. pi. [Rotterd.], Abr. Migoen, 1615. 

Gesigneerd Qq 3— Ss 8 en dus vernioedelijlc uit: Hans de R i e s, Liedt- 
boeck, Rotterd., Abr. Migoen, 1615. 

Waerschouwinghe (Een Ghristelijcke), voor alle menschen enz. [Door] 
A. V e r. S. [Hierachter: Geestelijcke liedekens.] Hoorn, Zach. Cor- 
nelisz., 1622. [Achterin:] Ghedr. by J. J. Byvanck, 1621. 16". 

Claes lacobsz. Een Christelijcken Sendtbrief geschreven aen een 
bedruckte Weduwe enz. [3 Aug. 1622]. Amst., B. Otsz. voor Cl 
Jacobsz. in de Rijp, 1624. Idem. De Rüp, Cl. Jacobsz, 1644. 12". 

In: Pieter Pietersz., Twee Eenvoudighe sfichtelijcke Predic.it ien, en : 
Qodsalighe Oeffeningh. 



228 

Ryck lacobs, De Predicatien der Namen Gods, enz. Amst., Jacob 
Jacobsz., 1624. Titel omlijnd. 

Pieter Pietersz., Wegh na Vreden-stadt : waar in ghewesen wordt 
hoemen die Vrede mach bekomen. [Hierachter: Aendachtigh 
Gebed, en Geestelijcke Liedekens.] De Rijp, Cl. Jacobs, z. j. M. 
titelgrav. 12». 

, De Hemelsche Brvyloft enz. [waarachter: Pieter 

Pietersz., Proeve des waren Christelijcken Geloofs, on: Een 
Christelijcke Sendt-brief]. De Ryp, Cl. Jacobszen [achterin : Tot 
Hoorn, ghedr. by Is. Willemsz., 1641]. Titelbl. gegrav. 12". 



, Opera, Dat is: Alles wat van dien rechtsinnighen 

Leeraer, inder eeuvoudigheyd beschreven is, enz. [Wormerveer], 
Harlingen, W. S. Boogaert [achterin: Tot Alckmaer, Gedr. by S. 
C. Brekengeest], 1651. 4».. 

, Idem. Amst., G.van Goedesbergh [achterin: Tot Haerlem. 



Ghedr. by Isaac v. Wesbusch], 1666. 4". 
, Idem. Amst., B. Visser, 1698. 4". 



Claes Jansoon, tot Hasersoude, Een cleyn Tractaetjen, van den 
Val Adam. [Hierachter 2 Liedekens.] Z. pi. 1625. 



, Een Belijdenisse des Gheloofs, dat door de Liefde werckt 

enz. Z. pi. 1627 

U[ondt], V[incent] D[e], Een korte Bekentenisse, ende rekenschap 
des gheloofs ende hope die in my is, enz. Z. pi. 1626. 4". 

• — , Idem. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1630. Titel omlijst. 12". 

Veel vermeerderd. 

[Uondt, V. de], Een korte ende grondige Verklaringe vanden Vrede 
Gods, enz. Haerlem, Th. Fonteyn, 1632. 12". 

Met geschr. aant. 

Dirck Gerritsz. van Wormer-veer, Twee corte Vermaeu brieven aen 
sijn Kinderen, met drie Schriftuerlijcke Liedekens van hem ghe- 
maeckt. Midtsgaders noch eenighe Liedekens van sijn Kinderen 
enz. Hoorn, Zach. Cornelissz., 1629. 16". 

Wibbe Piers, Saven verscheydene Brieven aenden Eersamen Leser, 
inhoudende vele schoone leeringhen, uyt de heylige Schrifture : Enz. 



229 

OldeLemmer, Wibbe Piers [achterin: Tot Franeker, Ghedr. by 
U. Balck], 1630. 

De 7de brief is van P. J. Twisck. Hoorn, 12 Apr. 1629. 

[Bastiaen Dircksz.], Kleyn Boet-boecxken: oft Aenwysinghe uyt de 
H. Schriftuere, hoe dat een Mensche hem behoort te schicken, na 
den raet des Heeren. Noch is hierachter by ghevoecht, de Pel- 
grimagie des Christelicke Pelgrims. [Hierachter: Soramighe Liede- 
kens gemaeckt by den selfden.] Rotterd., A. Neringh, 1630. 12". 

[Wessel, Dieryck], Bruylofts-nodinge, te weten: Christi nodinge tot 
het Avondtmael zijnder nieuwer Bruydt, enz. Haerlem, H. P. v. 
Wesbusch, 1683. Titel omlijst. 

J[acob] P[ieter9z.], Inleydinge, om te komen tot een recht gebruyck, 
van de tijdelicke goederen. Enz. Wormer-veer, W. S. Boogaard 
[achterin: Campen, gedr. by Theunis Helmichsen], 1649. 12". 

, Handelingh of onderrichtinge om te koomen tot de 

ware Ruste des Gemoeds, zie hiervoren blz. 187. 

Ostens, J., Liefde-son, omstralende de Hoedanigheyt der tegenwoor- 
dige genaamde Christenheyt. Uyttrecht, J. Brouwer [achterin: 
Tot Dordr., Ghedr. by N. de Vries], 1651. 

Jan Gerritsï., Een Vermaen-Boeckjen, om also door het rechte ge- 
love, ende het beleven van Godts Woort, te komen, door Godts 
genade, tot de nieuwe wedergeboorte . . . Hier is by-ghevoeght een 
Christelijcke aenspraeck v. Menno Symensz. [Opera ofte 
groot Som marie in Fol. 253.] neffens 42. Liedekens enz. 3'ï® dr. 
Amst., P. D. Boeteman, 1655. 

Jacob Cornelisz., Spiegel der Dischgenooten Christi enz. Amst., 
B J. Smit, [1662]. 12». 

, Idem. 2^9 dr. Amst. 1729. 

Weenigem, B. van, Kruys-poorte of Lydens-schoole ; waer in aen- 
gewesen werdt de noodtsakelickheyt ende nuttigheyt des lijdens, 
om der gerechtigheyts wille enz. Rotterd., F. v. Hoogstraeten 
[achterin: Tot Dordrecht, gedr. by Nicolaes de Vries], 1664. M. 
front. 4». 

, 't Gelukkig afsterven, der Rechtveerdige. Rotterd., I. 



Naeranus, 1684. 4". 



230 

0[om] J[acob] D[irks] V[an] W[ormer]V[eer], Den Christelyken 

Huys-vader, rakende de plicht der geloovige Ouders, beneffens haar 

kinderen, om die in de Godtzaligheyt te onderwijsen enz. Amst., 

J. Rieuwertsz, 1677. M. front. 
0|om] J[akob] D[irk.s] van W[ormer]-V[eer], Een Alegoris-Historis 

Verhaal van het Edel en Machtig Koninkrijk van Salem enz. 

Amst., J. Rieuwertsz., 1683. M. front, en platen. 12". 
Galenus Abramsz., Een Brief, [aan C. S. en andere Vrienden,] seer 

nut en stichtelijck enz. Alckm., J. P. Moerbeeck, 1677. 
Galenus Abrahamsz., De Vlll Trappen ter Saligheyd. Amst., P. 

Arents, [1687]. 

Achter: Q a I e n ii s Abrahamsz., Anspraak an de Ver. Doops-eez. Gein. 
te Zaandam. 

[Huygen, P.], De Beginselen van Gods Kouinkryk in den Mensch 
uitgedrukt in Zinnebeelden. Harlingen, S. P. Boncq [achterin: Te 
Amsterdam, by J. Krellius], 16S9. M. front, en grav. [d. J. L u y k e n]. 

, Idem. 3^® dr. Hier zyn bygevoegt de Stichtelyke Rymen 

V. J. H[uygen]. Amst., J. van Nieuweveen [achterin: gedr. by 
J. van Hardenberg], 1700. M. dez. front, en grav. 

, Idem. 4''* dr. Hier zyn bygevoegt [Alleenspraake met 

God, Een brief van een moeder aan haar toekomende kindt, be- 
nevens] de Stichtelyke Rymen v. J. H [ u y g e n. Amsteld. 1722]. 
Amst. 1730. M. dez. front, en grav. 

Huygen, P., en J. Huygen, Idem. [Een brief van een moeder aan 

haar toekomende kindt, achteraan.] Amst. 1740. M. dez. front, en 

grav. 
Foecke Florisz., Afdeeling der H. Bibel-wetten, of der geheele H. 

Schriftuyre, . . . verrykt m. een korte Oeffening der Godtzaligheydt 

enz. Amst., B. Visser, 1696. 12». 

Cats, C, Jesus Christus is de Saligmaker der Werelt. Amst., J. 
Nieuweveen en J. Rieuwertsz., 1697. 12". 

Catz, C, De Heyligheyd en Haare Trappen enz. Amst., H. H. 

Booterenbroot en J. Visser, z. j. 12". 
Ruierd Oerbens, Korte Belydenisse des Christelijken Geloofs ... 

Beneffens de Laatste Predicatie van den selven Autheur. [Uitgeg. 

d. Pij ter Ruierds.] Leeuw., Wed. H. Rintjes, 1698. 
, Idem. Gron. 1717. 



231 

Wille (Uyterste) van een Moeder aan haar toekomende Kind. Toe- 
geëigent aan de Volmaaktste Huysmoeder [d. E 1 i s. J o c e 1 y n- 
B r o o k]. 2"*^ dr. M. vaarzen en koopere platen [d. J. L u y k e n] 
versiert. Amst., J. v. Nieuweveen, [1699]. M. front, en grav. 

Hierin ook : Uytersfe wille van Soetgen van den Houte en gedichten 
van G[ees)e| Brit en van A. SIpinnikerl. 

Idem. S*!» dr. Amst. 1748. Met dezelfde front, en grav. 

Belydenis (Openhartige) en Bekentenis, door A. A. Z. pi. en j. 4". 

Wegh (Een sekere) om met Godt de Heere te vereenigen, ende om 
een standt in hem te verkrijgen enz. Alckm., P. P. van der Laen, 
z. j. Plano. 

't Genoegen is 't al. Vertoonende een recht beelt eens volkomen 
lijdtsaem Mensche. Alckm., P. P. van der Laen, z. j. Plano. 

Hansen, G., Spiegel des Levens. Amst. 1705. 4". 

Uitbreidingen (Eenige Christelyke) ; over verscheidene Schriftuurl. 
Texten soo wel uyt het Oude als Nieuwe Verhoudt enz. Amst. 
en Dansig, 1706. 4". 

Ondersoek (Zedig) of de Geleertheid en Wetenschap meerder, en de 
Zeden of quade Manieren der Menschen erger, zijn dan in voor- 
gaande tijden: enz. Door D. S. Qtr. 1709. 

Luiken, J., Geestelyke Brieven enz. Amst. 1714. M. front. 

■ — , Idem. 2'^e dr. Amst. 1729. M. dez. front. 

Luyken, J., Verzaameling van eenige Geestelyke Brieven enz. Hoorn, 
1741. 

Uitgave van nog niet gedrukte brieven. 

Jan Derks, Een Christelyke Proeve, of zijns zelfs onderzoekinge: 
... [waarachter:] Tractaatjen, van de Geestelyke Verryzenisse [v. 
M e n n o Simons], benevens twe gemoeds opwekkende Liedjens. 
Deventer, 1717. 

[Grootewal, H. J.], Brief van Liefde en toegenegenheid tot alle 
Mensen enz. Haarlem, [1718]. 4". 

Cate, J. ten, Een Vaderlyk Geschenk aan alle Godzoekende Kinderen. 
Gron. 1718. 



232 

Cate, J. ten, Het zalige Veibonds-arkje, zynde de Ruste der Heiligen; 

enz. Gron. en Hoorn, 1750. 
, Zions Verlossing door Oordeel, en derselver Wederkeringe 



in Geregtigheit, enz. Gron. z. j. 
Toornburg, K., Christelijke Overdenkingen des Doodts enz. Alkm. 

z. j. 4». 

, Idem [geheel omgewerkt]. Amst. 1723. M. titelvignet. 4°. 

Hoek, K. van, De vernederde en verhoogde Kristus, enz. 3"*® dr. 

Amst. 1725. M. front, en platen. 
Schyn, H., Beletzelen des geestels'ken Levens; enz. Amst. 1727. M. 

front. 
K[ate] Hlz.], L. T[en], Drie Gewichtige Bedenkingen des Gemoeds; 

benevens den Weg tot Heil; als mede Eenige Zededichten d. H. 

T[en] K[ate] Jr Amst. 1728. M. titelvignet en platen. 
Eegheu, Chr. van. De Konst der Vergenoegtheit . . . U. het Eng. 

vert. Amst. 1733. M. front. 
Eempe, A., Jesus Christus de Paerel en Pronk van 't Geslagteder 

Menschen . . . Verhandel, over Lukas XXIII. 34, zie blz. 244. 
D[yckl, A. S., Het Leven en Sterven van een Christen door de 

Genade Jezu enz. [waarbij: Na-erinnering eener Redevoering bij 

het sluiten v. de Algem. Vergadering der Doopsgez. tot Gron. 

22 Sept. 1744]. Gron. z. j. 4°. 
Vervolg van B. Bennets Godsdienstige Christen in zyn Binnen- 
kamer ... Uit des Schr. handschr. in 't licht gegeven, d. L. L a t h a m. 

Alles u. het Eng. vert. m. Toepassel. Gezangen enz. d. M. Schagen. 

Haerlem, 1744. M. platen. 
Bennet, B., XX. Godvrugtige bespiegelingen . . . U. het Eng. byeen- 

gebr. vert. en m. Toepassel. Gezangen verm. d. M. Schagen. 

Haerlem, 1751. M. front, en platen. 
Green, Th., De Vier Uitersten der Menschen: of... Beschouwingen 

van den Dood, het Oordeel, de Hemel en de Helle. U. het Eng. 

vert. en m. XXV. Toepasselyke Gezangen verm. d. M. Schagen. 

Amst. en Hoorn, 1749. M. front, en platen. 
Week (De heilige) : [of nieuw Avondmaels-boekje.] Uit het Eng. in het 

Pr. vert.; naer den 3*^*" dr. in 't Nederd. gebragt; en m. Toe- 
passel. Gezangen verm. [d. M. S c h a g e n]. Haerlem, 1753. 



233 

Christenpflicht (Die Ernsthafifte). Daiinnen Schone Geistreiche Ge- 
batter etc. Z. pi. 1753. 12°. 

Gebedenboek der Doopsgezinden van de Palts. 

[Idem] enthaltend schone Geistreiche Gebate etc. Lan- 
caster Pa. 1875. 

Idem. Revid. u. verm. Ausg. Elkhart Ind. 1886. 

Luytjesz., C, Godt verheerlykt in den Zondaer enz. Hoorn, 1757. 
Luytjes, C, God in den Sondaar verheerlykt enz. Amst. z. j. 

Titeluitgave. 

Luytjesz., C, De Gangen Gods in zyn Heyligdom, ontdekt enz. 
Amst. 1765. 

Raliusen, R., De zalige Werkzaamheid van Jesus met de Ziel, . . . 
Samenspraak tusschen Philotheus en Macarius over Openbar. III: 
Vö. 20. Gevolgt naar het Hoogd. van Wallichen. Leyden, 1757. 

[Wagenaar, J., Bespiegeling' over Gods alomtegenwoordigheid.] 
Monnikkendam, 1767. 

De Gryzaard. N». 10. 4 Sept. 1757. 

Almoade, D. van, De Zaligheid des Zondaars, enz. Amst. 1772. 

Gorter, F. W., De inhoud van het Euangelie, voorgest- in eene 
verhandeling over de woorden Rom. X. 9. Gron. 1798. 

d. Poëzie. 

Scabaelje, D., Spel des gheschils tot Athenen, ghenomen uyt het 
17 Gap. van de Handelinghen der Apostelen: ende in Rym ghe- 
steldt. Amst., N. Biestkens, 1617. 4". 

Dentel, I. L, Huwelyckx Weegh-schael. [Hierachter m. door), pagi- 
■ natuur: J. J. De u tel, 'tStichteliJck Vermaeck der Deucht- 
lievende Jonckheydt enz.] Hoorn, J. J. Deutel. 1641. M. front, en 
grav. 

Bracht, T. van, Anghstigh Swanen-gezangh of Troostelooze Vrede. 

Dordr., J. Braat, 1647. 4«. 
Anslo, R., Bybelstof of Byschriften op de Historiën en Afbeeldsels 

der gantsche H. Schriftuur. 2"*^ dr. Amst., J. Lescaille, 1648. 
Uondert vyf en vyftig Bybelsche Print Verbeeldingen ... in het 

koper gebragt door A. van B u y s e n, en met Nederd. vaersen 

verciert door R. van Anslo. Amst. 1736. M. 1 portr. 



234 

Ziel-tochten (Innerlicke) ontrent de venichtinge des hooghweerdigen 
Avontmaals onses Heeren Jesu Christi. Amst. 1664. 

Pligten van een opregt Christen, [door] J. V. L. Alkm., J. P. Moerbeek, 

7.. j. Plano. 
Bidloo, G., Brieven der gemartelde apostelen. Amst., H. Sweerts, 

1675. M. front, en grav. 4". 
, Idem. 2'*8 dr. Amst., B. Visser en W. Lamsvelt, 1698. 

M. dez. front. fm. gewijzigd adres en jaart.) en dez. grav. 4". 
-, Idem. S"*» dr. verm. Amst. 1712. M. front, en grav. als 



boven. 4°. 
, Idem. 5'^s dr. Amst. 1748. M. front, en grav. als boven. 4". 



Fortgens, M., De Pace et Tranquillitate Animi Carmen heroicum. 

Amst., Vid. P. Boeteman, 1679. 4". 
Rintjes, H., De Morgenstond, in haar somersche vermaeklijkheden 

vertoont ... Op de Maet v. den VIIl Psalm gerijmt. Leeuw., 

H. Rintjes, 1684, \1^. 
, Gedachten op den Jongsten Dag, in Verssen vertoont. 

2^» dr. [M. toegift v. eenige puntdichten.] Leeuw., H. Rintjes, 1685. 12*'. 
-, Zielen-sucht aan God, om een blijde verwachtinge des 



Doods. [Waarachter: A. T y m e ii s. Ter Gedachtenisse op de Dood 
van . . . H. Rintjes, . . . Leeraar der Doopsgez. Gemeente binnen 
Leeuwarden.] Leeuw., Wed. H. Rintjes, 1698. 4". 

Eecke, C. van, Vale mundo, ofte Noodinge tot de Broederschap 
Christi, nevens eenige stichtelijcke Gesangen. Amst., A. Vinck, 
1684. 16" obl. Front, ontbr. 

H[uygen], J., Stichtelyke Rymen. Amst. 1700. Idem. Amst. 1722. 
Idem. Amst. 1740. 

Achter : [P. H u y ge n), De Beginselen van Gods Koninkryk in den Mensch, 
uitgedr. in Zinne-beelden. 3de en 4de dr. Amst. 1700 en 1730, en P. en J. 
H u y ge n, Idem. Amst. 1740. 

Kopyn, J., Eenvoudige Samenspraek, over het Leven en Lijden van 
Kristus ... In rijm beschreven. 2 dln. Utr. 1707-08. 4». 

Spinaiker, A., Leerzaame Zinnebeelden. Haarlem, 1714. M. front, 
en grav. 4°. 

, Idem. 2'i» dr. Haarlem, C. H. Bohn, 1756. M. dez. front. 



en grav. 4*. 



235 

Spinniker, A., Idem. 2^^ dr. Haarlem, J. Bosch, 1757. M. dez. front, 
en grav. 4". 
Titeluitgave. 

, Vervolg der Leerzaame Zinnebeelden, Spiegel der Boet- 
vaardigheid en Genade en eenige Stichtelyke Gezangen. [M. een 
levensbericht.] Haarlem, J. Bosch, 1758. M. grav. en platen en dez. 
front. 4». 

■ — -, Gods Gerichteu op Aarde enz. Gron. 1718. 4". 

Bruin, C, Aandachtige Bespiegelingen. Z. pi. en j. 

, Zede-dichten. 2'*'' dr. verm. Amst. 1721. M. front, en 

platen. 

, Idem. 2'^'^ dl. Amst. 1726. M. front, en platen. 



, Uitbreiding, over honderd leerzaame Zinnebeelden. Amst. 

1722. M. front, en grav. 

, Bybelsche Tooneelpoëzy. Amst. 1724. M. front. 



, Aanmerkingen, op O. van Veens Zinnebeelden der 

goddelyke Liefde. Amst. 1726. M. front, en grav. 

, Dichtmaatige Gedachten over honderdvyfenvyftig Bybel- 



sche Printverbeeldingen. Amst. 1727. M. grav. 

, Veertig Samen- en alleenspraaken iiit het N. V. Amst. 

1729. M. front, en platen. 



— , Het Leven van den Apostel Paulus, in dichtmaat afge- 
beeld. Amst. 1734. M. front. 

-, Verzameling der overgeblevene Bybel-, Zede- en Mengel- 



poëzy. Amst. 1741. M. front. 

Abeele, A. van den. Den Weg der Vergankelykheyd, enz. Haarlem, 
1717. M. front. 

, Eens Jongelings Pelgrimagie of Wandelweg, enz. Haar- 
lem, 1718. 

, Eenige Stichtel. Gedachten over de algomeene genadige 

Bezoekingen Gods, enz. Haarlem, 1718. 

, Het Wereldlyk Alarm, geestelykerwys toegepast, enz. 



Haarlem, 1719. M. front. 



236 

Abeele, A. van den, Den Uyteilyken Boogaard, bestaande in Hof- 
en Landgezigten ; overgebragt op de inwendige Gestalten des 
Gemoedts, berymd. Haarlem, 1730. M. front. 

, De Ghristelyke Huyshouding, enz. Haarlem, 1740. 

Bremer, J., Rym-gedagten over het wenschelykste op aarde. Delft, 

1718. 4«. 
Bidloo, L., Verwoesting des Joodschen Volks enz. 3 dln. Amst. 

1725—27. Ieder dl. m. front. i". 
Luiken, J., Vonken der Liefde Jezus . . . Een behelzing v. vyftig 

Zinne-beelden, m. hunne daar op speelende, verzen, en heilige 

Spreuken. 6<^^ dr. Amst. 1727. M. front, en grav. d. L u i k e n. 
Jan Luikens Kunsttafereelen der eerste Christenen, in Dichtmaat 

verkl. d. P. Langendyk. Verrykt m. Byschriften d. C. Bruin. 

[92 Grav.] Amst. 1736. 4". 
Idem [getiteld: Tafereelen der eerste Christenen. De- 
zelfde platen]. Amst. 1740. 
K[alker], I. V[an], Israels Verdrukking en Verlossing in Egipten enz. 

Zaandam, 1739. M. titelvignet. 
Voorbereiding tot den waaren Godsdienst, vry van gewetensdwang 

enz. Leiden, 1739. 4". 
Boomcainp, G., Stephanus de Diaken en Eerste Martelaer. Ten vooi 

beelde in Rym gebragt. Alkm. 1743. M. titelvignet. 4". 
Langendyk, P., Leevensloop der Aartsvaderen, ... in alleen- en 

samenspraaken. Haarlem, 1760. M. grav. 



Klagh- eu Lof-dicht over 't droevigh ende christelijck af-sterven 
vanden vroomen ende seer Godt-salighen P. I. Twisck, oudt tse- 
ventigh Jaren, in sijn leven Bedienaer des H. Euangelij inde Ghe- 
meynte Godts tot Hoorn, diemen Mennonijten noemt. Hoorn, I. 
Willemsz. voor J. J. Deutel, 1636. M. 1 titelgrav. 4». 

Treur- en Eer-dichten (Eenige) over de doodt vanden eerw. P. I. 
Twisck, gherast den eersten Oct. Anno 1636. oudt wesende tse- 
ventigh Jaren. Hoorn, Zach. Cornelissz. [achterin: Ghedr. by Isaac 
Willemsz.], 1636. 4». 

Tymens, A., Ter Gedachtenisse op de Dood v. den Godzaaligen 
H. Rintjes, in Leeven, voornaam Leeraar der Doopsgez. Gem. binnen 



237 
Leeuwarden [overl. 23 Mei 1698]. Leeuw., Wed. H. Rintjes, 1698. ■4". 

In: H. Rintjes, Zielen-sucht aan üod. 

Gedagtenisse (Ter) van Pieter Hendriksz. van Bloksyl, 1. onder de 
Doopsgez. aldaar [overl. 1 Nov. 1702 te Harlingea]. Amst. 1704. 4". 

£eke, C. van [e. a.], Lykdigten ter gedachtenis van Dr; fialenus 
Abrahamsz., 1. der Doopsgez. Gem. te Amsteldam. Overl. 19 Apr. 
1706. Amst. z. j. 4». 

, Idem. Verm. m. Cl. Bruin, Zaalige Na-gedachteni.s 

op 't Afsterven v. Doet. Galenus Abrahamsz, oudsten leeraar der 
Amsteld. Doopsgez. Amst. [1707]. 4'. 

Achter in : Eenige nagelaten Scliriften v. Dr. Galenus Abrahamsz. 

Lyck-Digt ter Heuchelijcker Nagedagtenisse v. Gerrit Roosen, Oudste 
Leeraer te Hamburg en Altona. Geb. 8 Maart 1612, ontsl. 20 Nov 
1711. Z. pi. en j. 40. 

Spinniker, A., Ly k-zang. Over Jan Vergoes, 1. der Doop.sgez. te 
Haarlem. Overl. 15 Oct. 1712. Haarlem, z. j. 4°. 

Treurgalm, op het afsterven v. Koenraad van Diepenbroek, 1. der 
Doopsgez. te Haarlem. Overl. 1 Sept. 1714. [Door] J. L. S. Haar- 
lem, 1714. Plano. 

Afsterven (Op het zalig) van drie christelyke plicht Vermaanders. 
Alkm. 1714. Plano. 

Sterven (Heti der Rechtvaardige ten Leeven, ter Gedachtenisse v. 
Jan de Lanoy d'Oude, oudste Leerar tot Hamburg en Altona. 
Geb. 10 Nov. 165.5, gest. 10 Maart 1722. Z. pi. en j. 4". 

Belle, J. van, Lof- en Klagtoffer over Dirk Voorhelm, 1. der Doopsgez. 

Overl. 25 Aug. 1722. Haarlem, z. j. Plano. 
Zegenwenschen aan J. Deknatel by zyn E. aanvaarding van het 

leeraarampt in de Gemeente der Doopsgez. te Amsteldam. Op 

13 Jan. 1726. Amst. 1726. 40. 
Maatschoen, G. [e. a.], Ter Lijkgedagteuisse v. H. Schyn, 1. der 

Doopsgez. in de Zon en Med. Doctor te Amst. Amst. 1727. 4". 
[Smidt, P., I. Fortgens, G. Sinidt, H. Post, B. de Bosch], Ter in 

trede van A. Westerhuis Jr., in den predikdieust, onder de 

Doopsgez., in de Zon, tot Amsteld. Op 4. Dec. 1729. Z. pi. en j. 4". 
Lofkroonen, gezet op de hoofden der Mennonitische en Remonstrant- 

sche Leeraaren, hunne Vergad. houdende in het Lam, de Tooren, 



238 

Zon en Remonstrantsche Kerk, binnen Anisteld. By den Ingang 
des Jaars 1730. Amst. 1730. 4". 

Doopsgesinden (De treurende), over het Afsterven v. D°. Adriaan 

Westerhuys, 1. der Doopsgez. binnen Amsteld. In den Heere gerust 

5. Sept. 1736. Amst. z. j. Plano. 
Ly k-dicht, ter Nagedachtenisse van Jan Albertsz : van Dam, oudste 

Leeraar der Waterl. Doopsgez. Gemeente te Hoorn, overl. den 7. 

Febr. 1746. Hoorn, z. j. Plano. 

[Schagen, Joanna, M. van Irhoven e. a.], Lylccipressen . . . gezet 
by het Graf v. Pieter Schagen, Doopsgez. 1. te Westzaenen: Aid. 
overl. 11 Nov. 1753. Utr. 1755. 

[Bentem, J. v., K. Klamp, P. Loosjes Az.], Lykgezangen, ter naage- 
dagtenisse v. Klaas Jacobsz. Nen, ]. der Vereen. Doopsgez. te 
Westzaandam. Overl. 8 Febr. 1755. Westzaandam, 1755. 4°. 

Kweekschool (Het Doopsgez.) in rouw, over het Afsterven van 
Klaas de Vries, 1. der Doopsgez. .te Amsterd. Amst. 1766. Plano. 

Epitaphium (Zinnebeeldig) voor Klaas de Vries, alom bemind Boet- 
Prediker der Doopsgez. Hervormden, gezegd Mennisten, binnen 
Amstelred. Ontsl. 23 July 1766. Amst. z. j. Plano. 

Rouwklagt der Doopsgezinden te Amsterd. over het ylings afsterven 

van Klaas de Vries, . . . bezweken . . . den 23 July 1766. Amst. 

z. j. Plano. 
Bosch, B. de, Op den 50 j. predikdienst v. Petrus Smidt, hoogleeraar 

in de Mennonite Gemeente in de Zon te Amsterd. Gevierd 3 Aug. 

1777. Z. pi. en j. 4». 
Lentfrinck, F., Ter gedachtenisse v. Pieter Fontein, oudleeraar in 

de Menn. Gem. der stad Amsterd. Aid. overl. 8 Aug. 1788. Am- 
steld. z. j. 4". 
Bakker, [P.] Huisinga, Op den dood v. Pieter Fontein. Overl. in 

Amst. S Aug. 1788. [Amst.] 1788. 4«. 
Styl, S., Lykzang op Joannes Stinstra, 1. by de Doopsgez. te Har- 

lingen. Enz. [Harl.] 1790. 4». 
Lükzang op het overl. v. Galenus Hermanus Tichelaar. [Door 

P. H.] Amst. 1790. 
[Dichtbundel, zonder titel, waarin: Op de boetleerrede van S. Ysbrandi, 

1. te Middelburg, uitgesproken op 27 Febr. 1782.] 



239 

[Oudaan, J.], God, en 't Goddelijke, gekent, en doorzien, uyt de 

Scliepselen. Kotterd., I. Naeranus, 1675. 4°. 
Oudaan, J., Uyt-breyding over het Boek Jobs. 2*^^ dr. Amst. 1714. 

M. front. 
■ -, Woestijn-strijd der Verzoekinge, tusschen onzen Heere 

en Zaligmaker Jesus Christus, en den Satan enz. Amst. 1714. 

, Aandachtige Treurigheyd en hoog-gerezene Vreugde, 

getrokken uyt Aanmerking over het Lyden, Sterven, Verryzenisse, 
en Hemelvaart van onzen Heere en Zaligmaker Jesus Christus. 
3de dr. Amst. 1714. 

, Voorschaduwing van het Zegepralende Rijk onzes Heeren 

en Zaligmakers Jesu Christi; en deszelfs Heerlijkheid op Aarde. 
Amst. 1714. 

Lykgedachtenis v. den vermaerden dichter Joachim Oudaan. Overl. 
26 April 1692. [Door C. V.A.] Z. pi. en j. 4». 

[Langedult, P.], Christus lydende, en verheerlykt. Het allerheyl- 
saamste Treur-spel. In drie Delen. Haerlem, S. Swart, 1680. 

, Idem. S'ïe dr. Amst. 1714. M. front, en platen. 

[Bredenburg, J., Poëzy, 1685 — 1703. Verschillende stukken. M. ge- 
schr. titel en register.] 4". 

e. Prediking. 

Pieter Pietersz., Twee Eenvoudighe stichtelijcke Predicatien . . . 
Noch eenen Christelicken Sentbrief, geschreven aen een bedruckte 
Weduwe . . . [door Claes Jacobs z.] Amst., B. Otsz. voor 
Cl. Jacobsz. in de Rijp, 1624. kl. 8". 

Gebonden achter een exempl. van Pieter Pietersz., Wegli na Vreden- 
stadt (De Rijp, Cl. Jacobs, z. j.), doch afkomstig uit een ander werl<, blijkens 
de signatuur V 4— DD 8. Slot van de voorr. en blz. 1—4 van den tekst ontbr. 

Oeffeningh (GodsaligheK Begrijpende eenige Predicatien, Sendbrieven 
ende Gebeden, van verscheyde Autheuren [Y e m e n de R i n g h, 
Pieter Pietersz., Claes Jaco bsz.]. Inde Rijp, Cl. Jacobsz, 
1644. [Achterin:] Te Haerlem, gedr. by Th. Fonteyn, 1637. M. 
titelgrav. 12". 

Verm. herdr. van het vorige. 

Joost Uendricksz, XXXVIII Corte en stichtelijcke Predicatien 
. . . Den tweeden Druck. Noch is hier by-ghevoeght een Stichte- 
lijck Tractaetjen van 't weder-aen-nemen der Buyten-ghetrouden 



Hetzelfde verbeterd en met nog eene Predicatie verin., doch zonder het 
Tractaetjen. 



240 

[getiteld : Een Christelicke Ondersoeckinge, wanneer men den genen, 
die om een Buyten-trouw vander Gemeynte gestraft is, weder 
behoort aen te nemen.] [Achterin, vóór dit laatste: Predicatte op 
den Kars-dagh.] Haerlem, D. J. de Gaver [achterin: Ghedr. by 
Th. Fonteyn], 1647. M. 1 portr. 

Joost Uendricksz, XXX IX Korte en stichtelijcke Predicatien enz. 3<*« dr. 
Haerlem, Amst., Th. Fonteyn en J. Rieuwertsz, 1650. M. hetz. portr. 

Hetzelfde als het voorgaande. 

, XXXX. Corte en stichtelijcke Predicatien. é*!» dr. Amst., 

Albert Jansz., 1652. M. 1 portr. 4". 
e verbeterd en met nog eer 
n. 

, Idem. a^^ dr. Amst., G. van Goedesbergh, 1666. M. 1 

portr. 4". 

, Idem. Franeker, S. Everts v. Breemen [achterin: Ghedr. 

by P. S. Boenja], 1668. 40. 

Jan Willeinsz., Postilla, off Sermoen-boeck. Enz. Hoorn, I. W. 
vander Beeck, voor Cl. Jacobsz. in de Rijp, 1647. M. front, en 1 
portr. f. 

Jan Willemszoon, 't Kleyn Sermoen-boeck enz. Amst., G. van Goedes- 
bergh, 1656. M. hetz. portr. 4". 

Jan Uerritsz., Vijf Stichtelijcke Predicatien ... [alsmede:] Drie 
stichtelijcke Predicatien, van een mede-hulper in de Christelijcke 
Religie, diemen gemeenelijck de Waterlandsche Gemeente noemt 
enz. Amst., G. van Goedesbergh, 1650. M. 1 portr. 

Willem Wynantz, LVIIJ. stichtelycke Predicatien. Midtsgaders noch 
tien Bygevoegde Predicatien gedaan door G. T. van den W ij n- 
gaert. Amst., P. la Burgh, 1660. M. front. f. 

■ -, Erbauliche Predigten über höchst wichtige Gegenstande 



des Christenthums. Welchen ist beygefügt: Antwort auf einige 
Fragen, od. Anweisung von der IWeidung der Abfalligen, von 
Menno Sim on. Alles ... übers. v. D. Zug. Lancaster Pa. 1871. 

Bracht, T. J. van, Een-en-vyftigh Predicatien, over verscheyde 
Schriftuer-plaetsen. Amst., J. Rieuwertsz. en P. Arentsz., 1670. 
M. 1 portr. 40. 

[Oom Jacob Dirks van Wormerveer], Eenige Predicatien tot Boete 



241 

en Beteringh des Levens, . . . Door een Liefhebber der Godtsalig- 
heyt. Amst., J. Rieuwertsz, en Hoorn, J. J. Deutel, 1673. d". 

Oom Jacob Dirckx van Wormerveer, Idem. 2*^® dr. Amst., J. Rieuwertsz, 
1697. 4". 

4)[om] [Jucob] D[irksl, Vijf Predikatien, over eenige duistere, of 
anders disputable Schriftuur-plaatzen in den Zend-Brief . . . aan 
de Gemeinte ... tot Romen enz. Amst., J. Rieuwertsz, en Hoorn, 
J. J. Deutel, 1678. 4». 

Willem Maertsz., Twaelf Predicatien, over verscheyden plaetsen 
der H. S. Hoorn, J. J. Deutel [achterin: gedr. by A. L vander 
Beeck], 1679. 4». 

0[utryve], J[oostJ v[aii], De Sterre Jacobs of een Ligt der Ziende, 
bestaande in XVIII. Predikatien, eenige Tractaatjes en verschelde 
Brieven. Vliss., J. Geleinsz, 1688. M. titelgrav. 4". 

Bruyn, C. C, Vijf-en-Veertig Predicatien enz. Leeuw., H. Rintjes, 
1692. 4". 

Fortgens, M., XLII. Predikatien over uitgeleze Texten des O. en 
des N. T. [Uitgeg. d. H. S c h y n.] Amst., D. Boeteman, [1696]. 
M. 1 portr. 4". 

, Predicatien, over de Twee Eerste Gap. v. den Eersten 

Brief Petri. Den Uyttogt v. Abraham uyt zyn Vaderlant. En de 
Op-offering van zynen Eenigen Zone Isaac. Enz. [üitgeg. d. H. 
Schyn.] Amst. [1711]. 4". 

, Idem. Amst. 1729. 40. 

, Idem. Amst. 1738. 4". 



•, Tyd en. Feest Predikatien over uitgeleze Texten des O. 

en N. T. [Uitgeg. d. H. S c h y n.] Amst., D. Boeteman, z. j. 
M. 1 portr. 40. 

■, Idem. 2^^ dr. verm. met VII Predikatien over Ps. 27. 



Amst. 1722. 4". 



, III. Predicatien, over uitgelesene Texten des O. en des 

N, T. Hoorn, 1719. i". 

Schyn, H., Salomons Tempel-bouw, of Regt Gebruik des Vredes, 
enz. Dankpreek over 1 Kon. 5*'°. Uitgespr. te Amst. 6Nov. 1697. 
Amst., J. Nieuweveen, 1697. 4". 



242 

Schyn, H., Heilige Keurstoffen over uitgeleezeue Texten des O. 
en N. T., enz. Amst. 1733. M. 1 portr. 40. 

Buyser, J. G., XXXII. Predicatien over verschej^de Texten, des O. 
en N. Verbonds. Waar achter gevoegt zijn des Autheurs verhan- 
deling in de bediening des H. Doops en Avontmaels, en de Lijli- 
Predicatie op den selve, gedaan d. K 1 a e s J a n s z. [M a n]. Amst., 
J. van Nieuweveen, 1697. 4°. 

Predicatie (De Laatste) v. [K u i e r d G e r b e n s] gepred. in sijn 
Gemeente tot Leeuwarden. 2 Preeken over 1 Joh. 3 ^, uitgespr. 
7 Jan. 1694. Leeuw., Wed. H. Rintjes, 1698. — Idem. Gron. 1717. 

In: Ruierd Qerbens, Korte Belydenisse. 

Dooregeest, E. A. van, en C. A. Posjager, Den Ryper Zee-postil, 
bestaende in XXII. Predicatien toegepast op den Zeevaert . . . Mits- 
gaders nog een korte beschryvinge aengaende de opkomst van 
Holland, enz. Amst., J. van Nieuweveen, 1699. M. front. 

Laakeman, M. P., XXXVI. Predicatien, over verscheyden Texten 
der H. S. Amst. 1700. 4«. 

Tirion, Chr., De Versoekinge onses Heeren Jesu Christi in deWoestijne 
enz. Predicatie over Matth. 4^-4, uitgespr. te Amst. 26 Sept. 1700, 
zie hiervoren blz. 217. 

Roosen, 6., Predigt ... gehalten am Sonntago nach Ostern [1702] 
in der Tauff-gesinneten Gemeine [zu Altona]. Tekst: 1 Cor. 
15^5-67. Eatzeb. 1702. 

Achter: G. Roosen, onschuld u. Gegen-Bericht. 

Huisen, C. van, Ezechiels Gehoorsaemheyd enz. Kerk-rede over 

Ezech. 2415-18. Embden, 1702. 4". 

Toger, F., De lijdzaamheid en vergelding der Heiligen, enz. Reden- 
voering over 1 Petr. 3^. Leyden, 1703. 

Oalenus Abrahamsz., De verloren en wedergevonden Zoon. In XIV. 
Predikatien. Amst. 1707. 4". 

In: Eenige nagelaten Schriften van Dr. Galenus Abrahamsz. 

[Denner, J.], De Wysheit des Heeren, vertoont door eenvoudige 
Predicatien. [Waarachter: Eenige Ghristelyke Uitbreidingen enz. 
Amst. en Dansig, 1706.] Amst. en Dantsig, 1707. 4". 

Denner, J., Idem. 2*» uitg. Hoorn en Amst. 1771. 4". 



243 

[Denner, J.], Einfaltige u. Christliche Betrachtungen über die Jahr- 
lichen u. Heiligen Evaugelia . . . a. d. Holland, ins Hochteutsche 
versetzt. Nebst einem Anhange. Z. pi. 1730. 4**. 

Denner, J., Christlich- u. Erbauliche Betrachtungen über die Sonn- 
u. Festtags-Evangelia des gantzen Jahres etc. [Hetzelfde vermeer- 
derd.] Dantzig, 1739. M. 1 portr. 4". 

Loon, P. Tan, Treur-klacbte over Israëls burgertwisten, enz. Bede- 
dagspredikatie over 2 Sam. 2^. Uitgespr. te Schiedam, 26 Juni 
1709. Z. pi. en j. 

Diepenbroek, C. van, Reden-voering op de Dank-dag, over de Vreede 
[van Utrecht]. Uitgespr. te Haarlem, 14 Juni 1718. [Tekst: Ps. 
85 8-w.] Haarlem, z. j. 4». 

Ris, J. Wz., Redenvoering geschikt om in een Sterfhuys . . . voor- 
gedraageu te worden, ... uitgeg. d. A. Wynalda. Haarlem, 
[1744]. M. titelvignet. 4". 

-, Verzaameling van Boet- en Bedestoffen, of Bedestonds 

reJenvoeringen, uitgespr. in de Jaareu 1702 tot 1712. ingesloten. 
M. een voorberigt d. A. Wynalda. Haarlem, 1747. 4". 

, Israels blydachap enz. Dank-predikatie over den vrede 

van Utrecht. Uitgespr. te Westzaan, 14 Juni 1713. Uitgeg. d. A. 
Wynalda. [Tekst: Ps. 126 3.] Haarlem, z. j. 40. 

Jan Tomas, Den wandel der Geloovigen in de vrese Gods, den tijd 
harer inwooninge enz. Leerrede over 1 Petr. 1 1", uitgespr. op 
het Heeren-feen, 10 Mei 1716. Heeren-feen, 1716. 

Harp, M., Troost in Droefheit wegens de sterfte van het Ruutvee, 
en Reden van Blydschap . . . wegens de geslootene Vrede . . . , in 
4 Predikatien enz. Amst. 1717. 

Karsten, K., Predicatie [over 2 Petr.. 1 ^^'i*]. Nevens voor afgaende 
Reedenen, rakende des Auteurs eygen belang. Leeuw. [1718]. 

Terduin, A., Ootmoedig Gebed van de Hebreeuwse Kerk in de 
Woestyn, enz. Over Ps. 90 ^^'i^. Uitgespr. te Koog aan de Zaan 
op den Dank-, Vast- en Bededag, 6 April 1718. Arast. 1718. 4". 

, Ghristelyke Godgeleerdheid, in Leerredenen verhandeld. 

Haarlem, 1729. 2 dln. M. 1 portr. 4». 

, De Pligt der Barmhertigheid enz. Over Kol. 3 12. Uitge- 
spr. te Koog aan de Zaan ter gelegenheid eeuer inzameling voor 



244 

de uit Pruisen verdreven Doopsgezinden op 3 Mei 1733. Haarlem, 
1733. 4». 

Verduiii, A., Leerredenen over de Geboorte, het Lyden, Sterven en 
Begraaven van onzen Heere en Zaligmaker Jesus Christus, en 
eenige Mengelstoffen zo des O. als des N. V. Amst. 1752. 4". 

Uoubakker, J., Predikatien over verschelde texten der H. Schriftuui'. 
Amst. 1730—35. 3 dln. M. 1 portr. 4». 

Leuvenig, B. van, Gods Tuchtles aan Jerusalem gegeven enz. 
Bededagspreek over Jer. 6 ^. Amst. 1734. 4". 

; , De Brief aan de Gemeente van Laodicea, verklaard en 

toegepast in dertien Leerredenen. Amst. 1746. 

Stokmans, A., Redenvoering over de lot-gevallen van de H. S. in 

Nederlant enz. Amst. 1737. 4°. 

Stiustra, J., Onregtvaardigheid der Sluikerije enz. Leerrede over 
Matth. 22 21. [Uitgespr. te Harlingen, 7 Dec. 1738.] Harl. 1739. 4". 

, De Natuure en Gesteldheid van Christus koningrijk ... 

afgeschetst in vijf Predicatien, zie hiervoren blz. 137. 

. Bedenkingen over des Menschen Leeftyd enz. Leerrede 



over Ps. 90 ^^. [Hierachter : J. S t i n s t r a. De Begeerte naar Rijk- 
dommen tegengegaen. Over Spr. 23 *.] Harl. 1744. 4*'. 

, Vier en Twintig Leerredenen. 2 dln. Harl. 1746. 4". 

, Oude voorspellingen aangaende den Mes-sias en des- 



zelven openbaaringe opgehelderd en toegepast op den Heere Jesus 
en zijn Euangelium. In eenige Leerredenen. Harl. 1779 — 86. 3 dln. 

, [Een aantal preeken, eigenhandig geschreven, midden 

IS'ïö eeuw]. 

Kempe, A., Jesus Christus de Paerel en Pronk van 't Geslagte der 
Menschen . . . Verhandeling over Lukas XXHI. 34. Met noch VH. 
Leerredenen. Medembl. 1740. 

Boom-cainp, C, Christus de Messias, enz. Alkm. 1741. Met front. 

Visser, J., Redenvoering [over Matth. 24 ^•''>8] op den Algem. Dank- 
Vast- en Biddag [15 Pebr. 1741, uitgespr. te Haarlem]. [Hier- 
achter : A. S p i n n i k e r, Nagalm v. Christus voorzegging aan 
Izraël.l Haarlem, z. j. 4<*. 



245 

Yerzameling van . . . berigten en brieven betreffende de Elende v. 
de Opgezetenen der overstroomde Landen in Nederl. Amst. 174]. 4". 

Scharff, D., Leerrede [over Jes. 5 ^*'~% uitgespr. op den Laetsten 
Dank- Vast- en Bededag. Leiden, 1742. 4". 

Schagen, M., De kerk der Nederl. Doopsgezinden in derzelver refor- 
matie vertoond en verdeedigt: in [3] leer-redenen, zie hiervoren 
blz. 40. 

, Het Eerste Kapittel van Joels Profetie overwogen, en 



op 's lands toestand gepast, enz. Haerlem, 1745. 

Schryver, P., Euangelische Genade-leere, betoogd in XX Predicatien 
over uitgeleezene Texten des O. en des N. T. Amst. 1746. M. 1 
portr. 4". 

Pieter Hendriks, De redelyk-bevindelyke G-ods-dienst der weerloze 
Christenen . . . voorgest. in LXX. korte Predikatien. Gron. 1747. 

Bremer, J., Ninivé met ondergang gedreigt enz. Predikatie over 
Jona 31-10. Amst. 1748. 4". 

, Het verloste Nederland opgewekt tot een' betaemelyke 

lof- en dankbetuiging aen den Allerhoogsten God, voor den ge- 
schonken vi-ede enz. Dankpredikatie over Ps. 147 12—14. Uitgespr. 
te Amst. 11 Juni 1749, Amst. 1749. 4". 

, Twee en dertig Predikatien, over verscheiden' gewichtige 

stoffen. Amst. 1757. 40. 

Heyst, D. van, Verzameling van eenige uitgelezene Predikaatsien. 

Amst. 1749. 

Waerma, H., De waare Weg des Heyls, bestaande in Twaalf be- 
knopte Overweegingen ...[Met eene] Inleyding waarin die gewig- 
tige Waarheid, dat Godt is, . . . bevestigt word. Gron. 1751. 

Os, A. T. d., Uitbreidinge over 1 Cor. 1 : 30, zie hiervoren blz. 140 
en 143. 

, Predicatie over Handel. XVH : 11, zie hiervoren blz. 140. 

Schagen, P., De Natuur en Zalige Gevolgen van 't waere Christelyk 

Leven ... in vyf Leerredenen ; nevens de eerste en laetste Predi- 
, katie [waarachter lijkrede d. M. Schagen]. Haerlem, 1755. 
Deknatel, J., De Beede Christi aan zyne gekochte Zondaars enz. 

Uit 2 Cor. 5 20. Gepr. op den laatsten Zondag des Jaars 1754. 



246 

[Hierachter: Predikatie over Luk. 5 ^'^, uitgespr. 15 Jan. 1756.] 
Amst. z. j. 

Deknatol, J., De getrouwe Raad des Zaligmakers enz. Bededag- 
predikatie over Openb. S^^'^^, uitgespr. 19 Maart 1756. Amst. z. j. 

, Het Oogmerk van Gods Gerichten op Aarde. Uit Jes. 

26 «. Gepr. op den 1^''«° Zondag des Jaars 1756. [Hieracliter: Het 
Evangelium des Vreedes enz. Predikatie over Hand. 10 ^t^.] Amst. 
1756. 

Hetzelfde bovendien in (misscliien eigenliandig) afschrift (18de eeuw). 

, Twaalf Predikatien over uitgeleezene texten, enz. Amst. 

1758. 

, Naagelaatene Predikatien enz. 2 dln. Amst. 1760 — 63. 



Beets, J., Gods regtvaardig- en lieiligheid enz. Over Openb. 18 ib-m 
ter gelegenh. v. de aardbeving van Lissabon, uitgespr. op 7 Dec. 
1755. Hoorn, 1756. 

Doornbosch, B., Thesaurus theologicus [theologico-moralisl of Ver- 
zameling van Schetzen [of üittrekzels] van Leer-redenen, [gepre- 
dikt door de voornaamste Leeraren onder de Doopsgezinden en 
Remonstranten te Haarlem, in 1759 — 64]. 10 Dln. in handschr, 4". 

, De Christen Leerraar of Verzamelinge van Opstellen en 

Üittrekzels van Leerredenen uit de beste Schrijvers. Tweede Deel. 
1768. In handschr. 

Ouwejans, J., Hemel en aarde verheugd enz. 11 Leerredenen over 
Luc. 15. Rotterd. 1761. 

Karadorp, G., De zegen van Jehova over Koningen, die na syn 
harte zyn enz. Leerreeden over Ps. 127 i vergeleken m. Ps. 91 i*-'^. 
Uitgespr. te Altona, 25 May 1766. Hamb. z. j. 4". 

Uuekstra, B. S., Eene Leerreeden bij de gelegenheijd v. den Christel. 
Waterdoop aan den Persoon v. Klaas Gorter enz. Tekst: Jes. 44 ^ 
Uitgespr. te Westzaan, 29 Sept. 1771. Afschrift. 4". 

Beets, P., Schetzen van Leerredenen benevens eenige Gecstelyke 
Liederen enz. Altona, 1777. 

■ , XXX Predikatien over gewigtige stoffen. M. een voor- 
rede over 't caracter van den autheur d. C. R i s. Hoorn, 1778 — 79 
M. front. 2 dln. 



247 

Tries, C. de, Geschiedenis van de eerste zonde der menschen . . . 
In VIII kerkel. redenvoeringen. Ainst. 1781. 

Bleyker, M. de, Drie-tal van Kerk-leerredenen enz. Purmerende, 1781. 

Hierin o.a. : Predicalie (over Col. 3 m"! ter gelegenheid van het inweijen 
der Nieuwberymde Psalmen in het Nieuwe Huis te West-Zaandam, op 28 
iWei 1775. 

, Immanueel beschouwd ... in 4 Kerk-leer-reedenen over 



Philip. II: VS. 6-11. Waaragter ... Na-reeden by wyze v. Aan- 
merkingen enz. Amst. 1788. 

, Achttal Leerredenen. Utr. 1791. 



Tsbrandi, S., Vaderlandsche Dank- en Biddags-rede. Over Joz. 
7 12b. Voorgedr. te Middelburg [27 Febr. 1782]. Amst. 1782. 

Hovens, D.. Onze tegenw. Toestand vergeleken by dien onzer Voor- 
ouders in en omtrent het jaer 1574 enz. 2 Redev. uitgespr. te 
Leiden, 2 en 3 Oct. 1782. Leyden, 1782. 

Kemp, F. A. van der. Elftal kerkel. Redevoeringen. Leyden, 1782. 

, Viertal Leerredenen, op Bedestonden gehouden. Leyden, 

1783. 



, Het gedrag van Israël en Rehabeam, ten spiegel van 

Volk en Vorst. Leerrede over 1 Kon. i2St>-20a_ Leyden, 1782. 

Hierachter: Staatkundige Aanmerkingen dienende tot nadere verklaaringe. 
'sGravenh. 1783. 

Bysse, J. t., Over de Selfsverdediging [Tekst: Matth. 5^^-*'^], zie 
hier voren blz. 184. 

Bis, J., De Christelyke Waterdoop, enz. Doopsbediening. Over Mare. 
1616. Uitge.spr. 28 Maart 1784. Hamb. 1784. 

Bahusen, B., Sammlung einiger Predigten u. Reden etc. Bremen, 1784. 

, Tiental v. Leer-redenen over de gewigtige Gelykenisse 

der wyze en dwaaze Maagden, benevens een Aanhangzel v. drie 
kerkel. Redevoeringen by byz. Gelegentheden opgesteld. Altona, 
1787. 

Hoekstra, J. A. S., Leerredenen en Bedestonden. Utr. 1787. 

, Twee Leerredenen, de eene bij het toedienen van den 

christlijken Doop [over Hand. 8 ^'^], de andere ten Afscheid v. 
de Doopsgez. Gemeente te Utrecht . . . Vooraf is geplaatst eenig 
verslag aangaande het Doopsgez. Kerkgenootschap. Utr. 1793. 



248 

Hoekstra, J. A. S., Iets ter handhaaving en bevordering van Waar- 
heid en Plicht. [4 Leerredenen.] Altona, 1794. 

Hoekstra, S. S., en J. A. S. Hoekstra, Plechtige Leerredenen. [2 
Leerredenen van S. S. Hoekstra, ter invpijding der Mennonieten 
kerk te Embden, over 1 Chron. 29 ^ en 2 Chron. 6 20.21. Uitgespr. 
26 Nov. 1769. Treur- en Troostrede van J. A. S. Hoekstra 
tot aandenken v. S. S. Hoekstra, \. te Embden, overl. 14 Aug. 1789, 
over 1 Thess. 4i3,u Uitge.spr. 1 Nov. 1789. Achteraan: J. A. S. 
Hoekstra, Treur- en Troostzang ; F. v. d. V., Treurgalm ; Graf- 
schriften v. dezelfden.] Utr. 1790. 

Oosterbaan, H., Leerreden ter aanprijzinge van het Instituut tot 
Onderwijzing v. dooven en stommen binnen Groningen. Uitgespr. 
te Harlingen, 1 Julij 1792. [Tekst: Matth. 9 32,33.] Harl. 1792. 

Ploeg, H. W. van der, Een Woord op zyn tyd, enz. Leerrede over 
Eph. 5i6'i«, uitgespr. 17 Aug. 1794. Crefeld, z. j. 

Karsdorp, G., J. de Jager en J. A. S. Hoekstra, Leerredenen, enz. 
Altona, 1794. 

[Stinstra, P.], [Een aantal preeken, eigenhandig geschreven. Fianeker, 
einde der 18^^ eeuw]. 



Gelegenheidspreeken bij de inwijding van kerkgebouwen, orgels 
enz., zie de afdeeling: Plaatselijke geschiedenis. 

Weenlgem, Seb. van, Afscheydts-reden, gedaen tot Rotterd. den 13. 
Jan. 1686. [Tekst: Joh. 8 66.] z. pi. 1686. 4». 

Huysen, C. van, Paulus beede, aan de geloovigen te Roome enz. 
Bevestigingspredicatie over Rom. IB ^'^^. [Uitgespr. te Emden, 
9 Juli 1702.] Amst. 1703. 4». 

Rysdyk, ƒ., Afscheidts en Intre-predikaatziën, zo van de Gemeente 
te Zwolle [uitge.spr. 29 Febr. 1728, over Deut. 30 i«'20]; als in 
die van Groningen [uitgespr. 17 Mei 1728, over Ef. 4 "'i2]. Gron. 
1729. 40. 

In: J. R ysd yk, Verdediging van de Regtzinnigheid der ware Mennoniten. 

Verduin, A., Paulus apostolise vermaaning aan Timotheus, enz. 
Bevestiging van J. van den Berg te Koog en Zaandijk, 4 Maart 
1742. Tekst: 1 Tim. 4 "6. Haarlem, 1742. 4". 



249 

Waerma, H., Afschej'ds-predikacie. Over Hand. 20 ^". Uitgespr. te 
Emhden, 18 Oct. 1761. Deventer [1762]. 4". 

Blaauw, G., Timotheus onderwezen nopens het Leeraar-ampt enz. 
Bevestiging v. B. Doornbosch in de Zuidervergaderpl. te Wormer- 
veer, 16 Sept. 1764. [Tekst: 1 Tim. 4 i^-iej Amsteld. 1764. 4". 

, Jubeljaars Predikatie. 50 j. Predikdienst. Tekst: Ps. 

71 ''-18. Uitgespr. te Wormerveer op het Zuid, 23 Maart. 1777. 
Amst. z. j. 4". 

Bahusen, R., Messias herders last euz. Afscheid te Enchuisen, 9 Oct. 
1763. Tekst: Micha 7 ". En intrede te Lier [Leer] in Oostvries- 
land, 6 Nov. 1763. Tekst: Ps. 63 9. Gron. 1765. 

Beets, P., Afscheids-rede [over Phil. 1 2"] te Almelo den 2pt«o Apr. 
1771, en Intree-rede [over Rom. l^-i^j jq (jg Qem. te Hamburg 
en Altona den I6ste'> Juny 1771 uitgesprookeu. Hamb. enz., z. j. 

Bleyker, M. de, Afscheids-predicatie [over Eph. 6 ^^] te Westzaandam, 
Nieuwe Huis [13 Mei 1781]. — Intree-predicatie [over 1 Cor. 4 ^^] 
in de Kerk de Zon te Amsteld. [21 Mei 1781]. Purmerende, 1781. 

In: M. de Bleyker, Drie-tal van Kerk-leerredenen. 

Gilse, J. T., Redenvoering over de agting, welke men den leeraars 
eu hunne bediening verschuldigd is enz. Bij de intrede van H. van 
Gelder te West-Zaandam (Nieuwe Huis), 8 July 1781. Tekst: 1 
Thess. 5 12,13. Amst. 1781. 4». 

W\jnands, A., Leer-reden, waarin de godsdienst wordt aangeprezen, 
enz. Afscheid te Utrecht, 27 Febr. 1785. [Tekst: Deut. 5 29.] 
Haarlem, 1785. 

Hoekstra, J. A. S., Afscheids-rede van de Mennen. Gem. te Edam. 
Uitgespr. 29 Jan. 1786. Over Hand. 20 ^2.— Intre-rede in de Doopsgez. 
Gem. te Utrecht. Uitgespr. 3 Sept. 1786. Over 1 Thess. 2 *. Utr. 1787. 

In: J. A. S. Hoekstra, Leerredenen en Bedestonden. 

, Afscheids-rede van de Doopsgez. Gemeente te Utrecht, 

ald. gehouden 30 Juni 1793. [Tekst: 2 Cor. 6 \] Utr. 1793. 

In: J. A. S. Hoekstra, Twee Leerredenen. 

Vryer, A., Leerreden enz. 50 j. Predikdienst in 8 gemeenten. Tekst: 
1 Sam. 7 i2b_ Uitgespr. te Wormerveer (Noord), 6 Feljr. 1791. 
Amst. z. j. 



250 

Ringh, Yeme de, LijckPredicatie, ovev het . . . overlijden van S. D''. 
Authoni lacobsz. [Roscius], [overl. 27 Jan. 1624]. Tekst: 2 Sam. 
3^. Hoorn, J. J. van Rijn [achterin: Gedr. tot Leyden, bj' J. A. 
vander Marsce], 1624. 16». 

Scheure, Denys vander, Lijck-Predicatie, over 't afsterven van Hans 
de Ries, [overl.] 14 Sept. 1638. tot Alckmaer. Tekst: Gen. 25 ^-i". 
Amst., D. vander Scheure [achterin : ghedr. by D. vander Stichel, 
1638]. 12". 

Middelhoven, J. D., Lyk-rede, ofte Aanmerking des Doods enz. Op 
Pieter Pietersz., 1. der Vereen. Waterl. en VI. Gemeenten op de 
Koogh, overl. 27 Aug. 1680. [Hierbij: Lyk-digt v. B. C. de Vries.] 
Amst. 1680. 4". 

Beets, P., Het bereidwillig Sterven, enz. Lijkrede op Michiel Fortgens, 
1. tot Amsterd. [overl. 28 Aug. 1695], uitgespr. te Hoorn over Luc. 
29,30. Hoorn, E. Beukelman, 1695. 4". 

Schyn, H., Zalige Na-gedagtenis, enz. Lijkrede op Michaël Fortgens, 
1. tot Amsterd., uitgespr. 11 Sept. 1695 over Hand. 13^6. [Hierbij 
lijkdichten v. A. .J a n sen, G. Fortgens en J. Molinaeus 
de .Jonge.] Amst., J. v. Nieuweveen, 1695. 4°. 

[Man], Elaes Jansz., Lyk-predicatie. Op J. G. Buyser, 1. te Uithoorn, 
overl. 24 Sept. 1695. [Tekst: 1 Thess. 4 i3,u.] Amst., J. van Nieuwe- 
veen, 1697. 4". 

Achter: J. G. Buyser, XXXII. Predicatien. 

[Overwyk], Uarmen Reynsckes [van], De Heerlyckheit van een 
gestorven Gunstgenoot des Heeren enz. Lijkrede op Saniuel 
Apostool, 1. in de Mennon. Gem. tot Amsterd., op de Cingel, in 

. de Son, overl. 28 Apr. 1699. Over Ps. 116 1^ Uitgespr. 17 Mei. 
[Hierbij lijkdichten v. H. Schyn, J. Brand, E. v. R.] Amst., 
J. V. Nieuweveen, 1699. 4". 

Bosch, J., Zedige Redenvoering enz. Lijkrede op Jan Jansz. Kaas- 
koper, 1. in de Vereen. Waterl. en VI. Doopsges. Gem. tot Alkmaar, 
overl. 25 Juni 1699. Over 2 Kon. 2 '2. Uitgespr. 12 Juli. Alkm., 
J. Blom, 1699. 4«. 

Harp, M. J., Lyk- en Pligt-predicatie. Op Gerrit Dirksz, 1. tot Lans- 
meer. Over Matth. 24 1^-*". Uitgespr. in den lip, 5. Juny 1701. 
Amst. z. j. 4". 



251 

Maurik, W. v., Lykreden. Op Galenus Abrahamsz, 1. te Amst. 
[oveil. 19 Apr. 1706]. Uitgespr. 16 Mei 1706. [Tekst: Openb. 14 I3.] 
Amst. z. j. -l". 

Tirion, Chr., Lykreden. Op Johannes Audries [v. Aken], 1. te Utrecht 
[overl. 12 Mei 1706]. Uitgespr. 13 Juni. Utr. 1706. 4°. 

Toorhelm, D., Lyck-Reden. Op Matthys van Dalen, 1. der VI. Doopsges. 
gem. tot Haerlera, overl. 3 Dec. 1707. Over Hebr. 18 '^. Uitgespr, 
11 Dec. 1707. [M. lijkdichten v. D. A n b e e c k, P. H o e f n a g e 1, 
D. C. K e e r e n, D. A'' o o r h e 1 m de Jonge.] Haerlem, z. j. 4". 

Wind, G. de, Lijkreden. Op Adr. van Eeghem, 1. te Middelb. [overl. 
24 Maart 1709]. Uitgespr. te Middelb. 14 April 1709. [Hierbij lijk- 
dichten V. A. van Beuzekom, W. Arendsz de Jonge 
en J. Kopyn.] Vliss. z. j. 4". 

Fransen, S., Kerk-reden aangaande de Nietigtigheid en Vergankelijk- 
heid des menschelyken Levens, enz. Lijkrede op Jan de Boser, 
Diac. der Doopsges. Gem. te Gron. [overl. Dec. 1714]. Over Psalm 
9010. Qj-on. 1715. 

Maatschoen, G., Eeuwigduurende Gedagcenis des Rechtvaardigen 
enz. Lijkrede op H. Schyn, 1. in de Gem. op de Gingel, in de Zon 
te Amst. [overl. 25 Nov. 1727]. Over Ps. 112«. [Uitgespr. 28 Dec] 
Amst. 1728. 4". 

Ley, E. J., Lykreeden. Op Wytse de Vries, 1. te Embden, overl. 21 
Dec. 1727. Over Pred. 12 &. [Uitgespr. te Embden, 18 Jan. 1728.] 
[Hierbij lijkdichten v. E. J. Ley en M. Schagen.] Amst. 1728. 4". 

Verduin, A., Heil in de Dood, enz. Lijkrede op Dirk Simonsz Moeriaan, 
1. te Koog en Zaandyk [overl. 20 Apr. 1728]. Over Openb. 14 1^. 
Haarlem, z. j. 4°. 

Leuyenig, B. van, Lykrede. Op Dominicus Eekens, 1. te Amsterd. 
[overl. 11 Juli 1782]. Over 1 Thess..4i3. [Uitgespr. 2 Aug. 1732.] 
Amst. 1782. 4». 

Lely, C, Paulus leven en zalige verwagting, enz. Lijkrede op Jan 
Schotvanger, 1. der Gem. in de Arke Noachs te Amsterd. [overl. 
7 Oct. 1735]. Over 2 Tim. 4 '''^ Uitgespr. te Amst. 6 Nov. 
Haerlem, 1735. 4". 

Maatschoen, G., Lyk-reden. Op Dirk Cornelisz., 1. in den lip en te 

Landsmeer, overl. 21 Aug. 1741. [Uitgespr. in den lip, 29 Oct. 
1741. Tekst: Pred. 12 6.] ^.mst. z. j. 4". 



252 

Jan Joghems, Lyk-reden. Op Jan Tomas, 1. op het Seruisterveen 
[oveil. 26 Juli i744J. Over Hebr. 13 l [Uitgespr. 16 Aug. 1744.] 

Afschrift. 4<*. 

Dam, P. van, Lykpredicatie. Op Tymon van Hilten, 1. aan den Uit- 
hoorn [overl. 13 Dec. 1748], [üitgespr. 1 Jan. 1749. Tekst: 1 Thess. 
4^3.1 [Hierbij een lijkdicht van J. de Hoop.] Hoorn, 1749. 4*'. 

Beets, G., De vrolyke gesettheyd eenes Christen tegens de verschrik- 
kingen des doods, enz. Lijkrede op G. Karsdorp, 1. te Hamburg 
en Altona [overl. 19 Sept. 1750]. Üitgespr. 18 Oct. 1750. [Tekst: 
2 Tim. 1 12.] Hamb. z. j. 4". 

Ouwejans, J., Koning Josias dood enz. Lijkrede op Willem Karel 
Henrik Friso, overi. 22 Oct. 1751. Over 2 Chrou. 35 2*b. uitgespr. 
te Rotterd. 20 Febr. 1752. Rotterd. 1752. 4". 

Schagen, M., 't Genadeleen der welaengelegde Twee Talenten, enz. 
Lijkrede op P. Schagen, 1. te Westzaan Zuid [overl. 11 Nov. 1753]. 
Over Matth. 2523. uitgespr. te Westzaan, 16 Dec. 1753. Haariem, 1755. 

Achter: P. Schagen, De Natuur en Zalige Gevolgen van 't waere Chris- 
telyk Leven. 

Loosjes, A., De gezegende Naagedagtenis des Rechtveerdigen, enz. 
Lijkrede op Klaas Jacobsz. Nen, 1. te Westzaandam, overl. 8 Febr. 
1755. Uitgespr. 2 Maart. [Tekst: Spr, 10 '^.] Westzaandam, 1755. 4". 

Deknatel, J., Lykrede. Op Joh. Bremer, 1. te Amsterdam, overl. 20 
Felir. 1757. [Tekst: 1 Petr. 1^*'^.] Amst. 1757. 4». 

Waerma, H., Lijk-Predikacie. Op H. B. Alringh, 1. te Leer [overl. 12 
Apr. 1757]. Over Hebr. 13 7. Uitgespr. 24 Apr. 1757. Afschrift. 4». 

Vries, K. de, Lyk-rede. Op Tjerk Nieuwenhuis, Hoogleeraar in de 

• Doopsgez. Gem. te Amsterd., overl. 9 Aug. 1759. Uitgespr. 11 Nov. 

1759. [Tekst: Spr. 10 '.] [Hierbij lijk- en lofdichten v. H. de Bosch, 

J. vander Poorten, H. Oosterbaan, P. Loosjes Az., 

A. H a r t s e n, P. H u i s i n g a Bakker, W. Kops.] Amst. 

Ueyningen, G. van, Lykrede. Op Barth. van Leuvenig, 1. te Amst. 
[overl. 18 Dec. 1759]. Uitgespr. 30 Maart 1760. [Tekst : Hebr. 13 ^.] 
[Hierbij Lijkdichten van L. W. v. Merken, K. W e s t e r b a e n 
Wz., J. S. Genten, R. Blok, G. Klinkhamer, B. de 
Bosch.] Amst. 1760. 4». 



253 

Hamer, Petr., Lj'k-predikatie. Op T. J. Vissering te Leiir, oveil. 16. 
Juny 1760. Over Neh. 7 2. Z. pi. en j. 

Met voorwerk (incompleet) : Aansprake en Opdragt aan de Gemeente te 
Emden. 1768. 

Rahusnn, R., Het gelukljige lot der geestelyke Overwinnaars door 
den Dood enz. Lijkrede op J. D. Vissering, Diacon te Lehr [overl. 
12 Jan. 1766]. Over Phil. 1 21b. Uitgespr. 26 Jan. Gron. 1766. 

Earsdorp, G., Lyk- en, gedachtenisreeden over Gen. 4S. vs. 21 op 
S. K. M. Frederik de Vyfde, Erf koning v. Denemark en Noorwegen 
... uitgespr. in Altona d. 18. Maart 1766. Hanib. z. j. 4". 

Uulshoff, A., Klaas de Vries, Leeraar by de Doopsgez. te Amsterd. 
[overl. 23 Juli 1766], geschetst, in eene Lykrede [over Hebr. 13 ", 
uitgespr. 2 Nov. 1766]. [Hierbij lijkdichten v. Hier on. de Bosch, 
G. Klinkhamer, A. Hartsen, W. Kops.] Amst. 1766. 
M. titelvignet. 4». 

Hoekstra, B. S., Eene zalige Afscheyding. van de Aarde, enz. Lijkrede 
op S. B. Hoekstra, 1. der Vr. Gem. op Texel [overl. 18 Juli 1768]. 
Over 2 Kon. 2^^'^^. Uitgespr. aan den Burg, 4 Sept. 1768. [Hierbij 
lijkdichten v. H. S. Hoekstra en W. S. Hoekstra.] West- 
zaandam, 1758 [1768]. 4". 

Cuperus, J., Marten Schagen, Doopsgez. 1. te Utrecht [overl. 21 Oct. 
1770], plegtig gedagt in eene Lykrede [over Hebr. 13 ^, uitgespr. 
2 Dec. 1770]. Utr. 1770. 4". 

Ris, C, Lyk-reden. Op Geertruid van Rieten, huisvrouw v. G. V., 
overl. te Hoorn, 29 Aug. 1771. Over Ps. 37^'. Uitgespr. [te Hoorn] 
1 Sept. Amst. 1771. 40. 

Brouwer, J., Lykreden. Op Abr. Alders, 1. te Goch [overl. 24 Jan. 

1774]. Uitgespr. te Goch, 18 Febr. [Tekst: Phil. 1 21.] Cleef, 1774. 4°. 
Karsdorp, (}., Het Character v. wylen den Eerw. P. Beets, 1. der 

Doopsgez. te Hamburg en Altona [overl. 25 Aug. 1776], getoetst 

enz. Lijkrede, uitgespr. te Altona, 20 Oct., over Openb. 2 '^. Altona, 

1776. 

— , De volmaakte Gelukzaligheid der Hemellingen onder 

het Bestier van den Opziener harer Ziele, Jezus Christus, enz. 
Lijkrede op G. Beets, 1. te Hamb. en Altona [overl. 8 Dec. 1776], 
over Jes. 491". [Hierbij: G Beets, Het groote, algemene en 
doorlugtige Oordeel Gods enz. Tekst: 1 Cor. 4M Altona, 1777. 



254 

Vries, C. de, De onderscheidene en uitstekender Gelukzaligheid, allen 
getrouwen Leeraren . . . weggelegd, enz. Lijkrede op Joannes Guperus, 
1. te Utrecht [overl. 17 Apr. 1777]. Uitgespr. 4 Mei. [Tekst: Dan. 
12 3.] Utr. 1777. 4". 

[Rahusen, R.], Tweetal van Leer-reedenen bestaande in eene Lyk- 
en Troost-reeden over Joh. 13. vs. 7. weegens het overl. v. J. Y. 
Bouman, Proponent der Mennon. Gein. te Leer, gest. op de Accad. 
te Göttingen, uitgespr. d. 26Aug. des Jaars 1781. d. R. Rahusen 
[en] in eene Kerk-reedeu over Hebr. 7 vs. 26. geh. d. 12 Sept. des 
Jaars 1779 te Leer d. Wylen J. Y. Bouman, benevens eenige 
feestliederen en twee gelegenheidsgedichten door dien zei ven Auteur. 
Gron. 1782. M. 1 silh. 

Jager, J. de, De zalige Hope en Verwachting eener godvruchtige 
Ziele, in Leeven en in Sterven, enz. Lijkrede op Jan Ris, 1. te 
Hamb. en Altona [overl. 11 Sept. 1784]. Over Ps. 39 ». Uitgespr. 
te Altona 24 Oct. Hamb. 1784. 

Bahusen, R., De Geloovsvolle en blyde Roem, eenes in den Heere 
stervenden Leeraars, enz. Lijkrede op Marcus Arisz, 1. te Norden, 
overl. 4 Dec. 1784. Over Ps. 118 i'. Uitgespr. te Norden 19 Dec. 
en te Leer 22 Dec. 1784. Aurik, 1785. 

Gelder, H. van, Lyk-rede. Op S. Hoekstra Wz., 1. te Westzaandam 
[overl. 4 Aug. 1783]. Uitgespr. 20 Aug. [Tekst: 1 Pet. 1 21,25.] 
Amst. 1786. 

Achter: S. Hoekstra Wz, Verhandeling over de Natuur v. onzen Middelaar 
Jesus Christus. 

Styl, J., Lykrede op het afsterven van Frederik den Tweeden Koning 
V. Praissen enz. Uitgespr. te Emmerik, 24 Sept. 1786. [Tekst: 1 
Kron. 17 ^.] Amst. en Harlingen, 1786. 

Hoekstra, J. A. S., Treur- en troostrede. Op S. S. Hoekstra, 1. te 
Embden [overl. 14 Aug. 1789]. Over 1 Thess. 4 i^.u. Uitgespr. 
ald. 1 Nov. 1789. Utr. 1790. 

In: S. S. Hoekstra en J. A. S. Hoekstra, Plechtige Leerredenen. 

Earsdorp, G., Stand- en Gedagtenis-Rede. Over Abr. Wynands, 1. te 
Hamb. en Altona [overl. 29 Aug. 1790]. Uitgespr. te Hamb. 3 Sept. 
en 10 Oct. 1790. [Tekst: Luc. 12SB-3s.] Altona, 1790. 

Karsdorp, G., en J. de Jager, Het godsalig Sterven van wylen den 
Eerw. Heer Reinhard Rahusen, 1. der Mennon. te Hamb. en Altona 



255 

[overl. 8 Maart 1793], overwogen eaz. M. een Troostzang d. J. A. S. 
Hoekstra, en een Lyk-digt [v. H. v. d. Berg]. Altona, 1793. 

Brender a Brandis, 6., Lijkrede op Mart. Nieuwenhu ijzen [overl. 
te Haarlem, 23 Febr. 1793], medeoprichter en secr. derMaatsch. : 
Tot Nut van 't Algem. [Uitgespr.] 26 Maart 1793. Z. pi. en j. 
M. 1 portr. 

Uall, M. C. van, Lijkreden op Mart. Nieuwenliuijzen, medeoprichter 
en secr. der Maatsch.: Tot Nut van 't Algem. [Uitgespr.] 8 Apr. 
1793. Z. pi. en j. 



D[iepenbroek], C. v., Reden-voering over de Hereniging der twee 
Vergaderingen tot Rynsburg, ald. geh. 30. Mey, 1700, zie hier- 
voren blz. 165. 

Wagenaar, J., Redenvoeriug over den Christel, waterdoop,. geh. te 
Rhijnsb. 28 Aug. 1745. Z. pi. en j. 

Mengelstukken. II. 2. 

Houttuyn, A., Redevoering over Handelingen XVI. 30— 34. te Ryns- 
burg uitgespr. bij gelegenh. v. het verrichten des Christel. Water- 
doops ald., den 2 Juny 1770. Rotterd. 1770. 

Leerredenen, uitgespr. in de Christel, vergadering der Collegianten 
te Rotterdam. 2 dln. Amst. 1780 — 81. 

Bosch, K. van den. Leerreden, uitgespr. in de Christel. Vergadering 
der Collegianten te Rotterdam, op den dank- vast- en bededag, 27 
Febr. 1782 Rotterd. 1782. 



Verburg, J. D., Lijk-reeden over het Leven en Sterven v. Jan 
Hartigveld [overl. 22 Oct. 1678] . . . voorgedr. aan de Broederen 
Collegianten in haar Vergaderingé tot Rotterdam. [Hierbij een 
lijkdicht van J. O u d a a n.] Rotterd., P. Terwout, 1678. 4". 

Scliuyl, W., Verklaring over Hebr: XIII: vers: 7. Gedenkt uwe 
voorgangeren, enz. Lijkrede op L. Klinkhamer, gest- 11 Nov. 1687. 
Leyden, P. vander Meersche, 1688. 4". 

Bredenburg, P., Lykreden. Op J. D. Verburg [overl. 21 Oct. 1691]. 
Over Openb. 14 i^. Uitgespr. te Rotterd. 26 Oct. 1691. [Hierbij 
lijkdichten van J. Oudaen Fz., C. B., J. v. Geel, Joh. 



256 

Breden burg, C. de Wit. I Z., A. Jansen, en op Joh. 
Bredenburg, oveii. '28 Aug. 1691, van J. O u d a a n en J. v. Geel.] 
Rotterd., I. Naeranus, 1691. 4». 

Hoek, C. T., Lykreden. Op J. Oudaen Pz. Over Hebr. 13 '•. Uitgespr. 
in de Vergad. der Collegianten te Rotterdam, 3 Dec. 1694. [Hierbij 
lijkdichten v. J. Bredenburg, B. J. S t o 1, C. A 1 k e m a e t, 
H. van L o o n.] Rotterd., B. Bos, 1695. 4". 

Lyk-reden. Op Christoffer Wenzing, overl. te Groningen, 23 Aug. 
1703. Uitgespr. in de vergad. der Collegianten ald. 21 Sept. 1703. 
[Hierbij lijkdicliten van N. N., C. v a n E e k e, Jasper G e r r y t s 
en A. C. L.] Amst. 1704. 4". 

Maurik, W. van, Lyk-rede. Op J. v. Roojestein, overl. 18 Jan. 1746. 
Uitgespr. in de vergad. der Collegianten te Amsterd. 13 Febr. 
Amst. 1746. 4». 



f. G o d s d i e n s t o n d e r w ij s. 

[Twisck, P. J.], Onder verbeteringe. Catecliismvs, Dat is : Een korte 
uyttocht, principael uyt der H. Schrift, ende mede uyt de Fonda- 
menten of Handboecxkens van M[enno] S[imons] ende D[irk] 
P[hilips] aenwijsende hoe de Ouders ende Huysvaders, hare kin 
deren ende gesinde onderrechten sullen . . . Noch is hier achter 
bygevoeght een uyttocht van de Articulen des Geloofs welcke 
H[ans] V[an] D[anzig] beschreven . . . Noch is hier achter byghe^ 
voeght een Liedeboecxken enz. Haarlem, H. P v. Wesbusch, 1638, 

Reynier Wybrantsz, Catecliesis, Dat is, Onderwijsingheinde Christe 
lijcke Religie, zijnde eene verclaringe van het SymBolum der 
Apostelen, gestelt by Vrage ende Autwoorde. Amst., D. v. d. Schuere 
[achterin: Gedr. by N. v. Ravesteyn], 1640. 12". 

, Idem. 2'i« dr. Amst., D. v. d. Schuere, 1640. 12". 

•, Idem. 3<^8 dr. Amst., J, Rieuwertsz. en P. Arentsz., 1672. 



[Geloofs-belydenis voor den doop, omstr. 1650], zie hiervoren blz. 172. 

J[acob] P[ietersz.], Korte Onderwysinge voor de jonge Aenkome- 
lingen ende andere goetmeenende Christenen . . . Den tweeden druck 



257 

d. den Autheur van de fouten gesuyvert en veel vermeerdert. 
Wormerveer, W. S. Boogaerd, 1650. 12". 

Jacob Pietersz., Idem. 2^» dr. Amsterd., P. Arentsz., 1674. 12°. 

Pieter Jansz., Korte Belijdenisse des Geloofs, zie hiervoreu blz. 172. 

[Braght, T. J. van], De Schole der zedelycke Deught, geopent voor 
de Kinderen der Christenen. 2*» dr. Dordr., J. Braat, 1658. 

Braght, T. J. yan, Idem. S^t» dr. Amst., P. Arentsz., 1687. 

In dezen druk en de latere leest men op den titel in plaats van .zedelycke 
deught" alleen „deught". 

, Idem. Q-io dr. Amst., J. Rieuwertsz., 1697. 

, Idem. 12'ï« dr. Amst. 1719. 

, Idem. IS^e dr. Amst. 1736. 

, Idem. 17<i« dr. Amst. 1783. 

, Idem. Naar de oude Overzetting v. N. Biestkens nieuws 

oversien en verb. Sneek, 1824. 

Onderwas (Een Vaderlijck), aen zijn Kinderen . . . Door P. H. Noch 
is hier by glievoeght . . . een Waer.schouwinge aen zijn Kinderen 
enz. Z. pi. 1661. 

[Uansen, G.], Ein Glaubens Bericht, vor die Jugend. Z. pi. 1671. 

Jeugd-oefening in de ware Gods-dienst. Zo als de zelve onderwezen 
werd in de Gemeente Christi (diemen de Waterl. Doops-gez. ge- 
meente nomd) binnen Leiden. Leydeu, P. vander Meerfsjche, 1675. 

— Idem. 2'ï» dr. Leyden, J. Mouke, 1683. 

Idem. 4**^ dr. Alkm. Gedr. by J. van Beyeren, voor de 

zelve Gemeenten in de Ryp, 1726. 

Jeugd-oeifening voor de Kinderen der Christenen, gelijk als de 
zelfde omlerwezen worden in de Christelijke Gods-dienst, in de 
vereènigde Doops-gez. Gemeente tot Haerlem. Haeilem, J. G. 
Geldorp, 1683. 

Naar de Leidsche Jeugd-oefening, gewijzigd en vermeerderd. 

Idem. Haarlem, 1772. 

Anders ingedeeld. 

Galenus Abraliamsz., Anleyding tot de Kennis van de Christel. 
Godsdienst. Amst., P. Arentsz., 1677. 



258 

Galenus Abrahamsz., Idem, 2"i® dr. Amst., Wed. P. Arents., 1693. 

, Idem. 8^9 dr. Amst. 1724. 

, Idem. 5de (jr. Amst. 1743. 

, Idem. 6'5e dr. Amst. 1758. 

, Kort Begryp van de Anleyding tot de Kennis van de 

Christelyke Godsdienst, enz. Amst., P. Arentsz., 1682. 

, Idem. 6^0 dr. Amst. [1701]. 



, Beknopt Vertoog van gelykluydende getuygenissen der 

H. Schrift, over de voornaemste stukken der Christelyke Leere. 
Amst., P. Arentsz., 1684. 

, Idem. Amst., P. Arentsz., 1685. 

, Idem. Amst., Wed. P. Arentsz., 1696. 

, Idem. Amst. 1717. 

, Idem. Amst. 1732. 

, Idem. Amst. 1740. 

, Idem. Nieuwe dr. Amst. 1756. 

, Idem. Nieuwe dr. Amst. 1793. 



Weenigem, S. van, Catechisatie ofte Vragen en Antwoorden over 
het . . . Heyligh Euangelium van Mattheus. Rotterd., F. van Hoog- 
straeten, 1684. 

Waerheyds-oeffeningh, tot bevorderinge van kennisse en Godtsalig- 
heyt . . . t'samen gestelt door de Dienaren der Vereenighde Waterl. 
en VI. Doops-gesinde Gemeynte tot Amsterd. [in de Zon]. 2^* dr. 
Amst., J. van Veen, 1686. 

Idem. 4<>9 dr. Amst. 1743. 

Traagen tot ophelderinge van de Waarheids oeffening. Z. pi. en j. 

Eeghem, A. Tan, Catechismus ofte Onderwyzinge in de Kristelljke 
Godsdienst. Middelb., M. van Hoekke, 1687. 

, Onderwyzing in de Christelyke Godsdienst. 2^^ dr. 

verrijkt m. de aant. v. G. d e Wind. Middelb. 1715. 

, Korte Catechismus ofte Onderwyzinge in de Christelijke 

Godsdienst. Middelb., M. van Hoekke, 1689. 



'259 

Foecke Florlsz., Leer-regel des Bibels, ingestelt tot Onderwijs der 
Jonge Jeugt, af-gedeelt in Trappen. [Waarachter: Een Hemelsch 
A. B. C. voor do Jonge Jeught.] Haerlem, J. G. Geldorp, 1690. 

Dooregeest, E. A. van, Onderwysinge in de Chri.stelycke Leere na 
de Belydenissen der Doopsgesinden. Ain.st., G. Borstius, voor Corn. 
Cornelisz tot Westgraftdijk, 1692. 

Onderwys (Kort) des Christelijke Geloofs, voor de Jeugd geschikt na 
de Belijdenissen der Doopsgezinden: en uitgeg. volgens last van 
zekere Kerkvergad. geh. binnen Amsterd. [in de Zon] den 12 Juny 
1697. 2*« dr. Amst., J. v. Nieuweveen, 1698. 

Idem. 3'i« dr. Amst. 1710. 

Idem. A^^ dr. Amst. 1723. 

■ Idem. 5"^* dr., met eenige Gebeden verm. Amst. 1740. 

• Idem. 6*« dr. Amst. 1763. 

Schets (Korte) van Onderwys voor de aankomende Jeugd, enz. Amst., 
J. V. Nieuweveen, 1697. 

Idem. 2'^^ dr. Amst., J. v. Nieuweveen, 1698. 

Idem. S*!" dr. [Amst. 1710]. 

Idem. 4<i« dr. [Amst. 1723]. 

Idem. Sd» dr. [Amst. 1740]. 

— Idem. 6i« dr. [Amst. 1753]. 

Idem. Alkm. z. j. 

Idem. Desen derden Druk, op nieuws uitgeg. d. Ordre 

der Doopsgez. Gem..in de Rijp. Amst. 1740. 

Douwe Feddriks, Der Mennonisten Leere of Onderwysinge voor de 
Doopsges. Christenheit. Enz. Amst., J. v. Nieuweveen, z. j. [1698]. 

Schets (Korte), der Doops-gesinde Belydenisse . . . door D. P. C. I. L. 
Amst. 1701. 

Huyzen, K. van. Korte inhoud van de Leere des Geloofs. Geschikt 
nae de Algera. Belydenissen van de Doopsgez. Christenen. Amst. 
1705. 

Joncker, R. A., Mennoniste Vrageboeck, behelsende de twaelf Artijc- 
kelen des Geloofs, in sodanigen order als de selve in de verga- 



260 

deringe der Doops-gesindea : genaemt de Huys-kopeis geleert word. 
Steenwyk, 1708. 

Toren, H., Timotheus onderwezen in den Christelyken Godsdienst 
door Paulus. Enz. Rotterd. 1709. M. front, en platen. 

Loon, A. van, Den Jongeling onderwesen tot Doop en Avondmael. 
Gouda, 1713. 

, Idem. 2''« dr. Hoorn, 1725. 

Vries, iK de, De Jeugd Ondervraagd tot Doop en Avondmaal. Enz. 
Alkm. 1714. 

Verduin, A., Kort Onderwys voor Geloofs-leerlingen van alle Doopsgez. 
Christenen. Ainst. 1714. 

, Christely k Onderwys in Geloof en Zeeden. Haarlem, 1734. 

' , Idem. 2*8 dr. verm. m. een Verband, v. het onderscheid 

tusschen de Reden en het Geloof. Amst. 1739. 

, Korte Schets van het Christelyk Ondervpys in Geloof 

en Zeeden. Haarlem, 1734. 

, Idem. 2'J« dr. Amst. 1739. 

, Idem. Haarlem, 1741. 

, Idem, op nieuws overgezien en verm. 2"* dr. Haarlem, 



1754. 

Schyn, H., Eerste Beginselen van den christelyken Godsdienst, tot 
Onderwyzinge der Jeugt. Amst. 1718. 



, Idem. Amst. 1723. 

, Idem. Amst. 1736. 

, Idem. Amst. 1783. 

Jan Thomas, Kort Onderwys voor de Jeugt, in de voornaamste Gronden 
van den Christelijken Godsdienst. Enz. Heeren-Peen, 1719. 

D[yck], A. S., De Heilbegerige Jongeling onderwesen, in de nodigste 

vereischtens, eens Dopelings, enz. Gron. 1732. 
, Proeve eener kleine catechistize Passi-school . . . Inge- 

rigt na Petrus woorden i Pet. 3:18. Gron. 1759. 
, Gatechetise behandeling over de Geloofs-belydenis der 

Doopsgezinde, (d'oude Vlamingen genaamt) volgens het Besluit 



261 

der Algein. Societeits Vergad. in den Jaare 1755 uitgeg. Enz. 
Gron. 1773. 

Rysdyk, J., Korte schets van de Lere der Waarheid, die naar de 
Godtzaligheid is, volgens de Belydeniszen der ware Mennoniten, 
enz. Gron. 1733. 



•, Idem. S^ö dr. Gron. 1756. 

, Idem. 4:^« dr. Gron. 1764. 

-, Eerste beginzelen van de Lere des Geloofs, getrokken 

uit de Korte schets van de Lere der Waarheid enz. 5^^ (ji-_ 
Amst. 1784. 

Belydenis (Korte) van het christelyk geloof enz. Z. pi. en j. 

Kat, J., Kort Begrip van de Leere der Waarheyt volgens het Ge- 
voelen der Doops-gesinde Christenen: ... t'Amsterdam ... in de 
Arcke Noachs. 2^® dr. Amst., J. Hartig, 1736. M. front, en platen. 

-, Idem. .S'^i® dr. Amst., J. Hartig, 1747. M. dez. front, en 

platen. 

, Idem. 3<i« dr. Amst., J. Morterre, 1762. M. dez. front. 



en platen. 

Titeluitgave. 

Bybel-oeffening (Nutte) over gewigtige Waarheden en Toestanden 
des (Jhristendoras . . . uitgeg. van de Opzienderen der Doopsgezinde 
tot Groningen, die men de Oude Vlamingen noemt. Gron. 1738. 

Idem. 2^® verm. dr. Gron. 1752. 

Buitenpost, R., Eerste beginselen van de Leere des Geloofs. 
Amst. 1740. 

, Onderwyzinge in den Ghristelyken Godsdienst. Amst. 

1744. 

Begrip (Kort) van den Ghristelyken Godsdienst . . . voor de Vereen. 
Doopsgez. Gemeente te Westzaandam. Amst. 1740. 

■ Idem. Amst. 1748. 

[Jong, P. de], Kort begrip van den Ghristelyken Godsdienst . . . voor 
de Doopsgez. Gemeente te Krommenie. Amst. 1742. 

Catechismus (Kleine) ofte Beginsel van Onderwijsing voor Kinderen 
enz. 4'i« dr. Gron. 1742. 



262 

Ontwerp van Vragen voor de Woensdag-oeffening by de Doopsge- 

ziniJen in de Zuyder Vergaderplaats te Wormerveer. Amst. [1743]. 4". 

Wit, J. d., Oeffenings Nuttigheit voorgestelt in 't Ontwerp van 
Vragen, voor de Jeugdt der Zuider Doopsgez. Gemeente tot Wor- 
merveer. [Gedicht.] Z. pi. en j. 4°. 

Boudewyns, P., Ondervryzinge des Christelljken Geloofs, volgens 
de Belydenis der Christenen die men de Oude Vlaamsche Menno- 
niten noemt enz. Haarlem, 1743. 

, Idem. 2'*« dr. Sneek, 1825. 

, Korte schets van de onderwyzinge des Christelyken 

Geloofs, voor de Jeugd enz. Haarlem, 1744. 

Dokkumborg:, S. van, Eenige Artykelen van de Leere der Waarheid 
die naar de Godzaligheid is enz. Haerlem, 1748. 

, De Gebeden van Jezus Christus, neevens zijne ouder- 

wyzende Beveelen daar over aan zyne Discipelen gegeeven enz. 
Haerlem, 1745. 

Pieter Hendriks, Schriftuurlyke Katechismus: waar in de Grond- 
lere der Doopsgezinden in 't gemeen; dog der zogenoemde Oude 
Vlamingen in 't byzonder, met den Woorde Gods open gelegd is 
. . . Nevens een Aanhangsel, behelzende de Schets der Lere v. 
Menno Simons. Gron. 1744. 

Koomen, 1. van, Belydenisse des Geloofs, zie hiervoren blz. 172. 

Waenna, H., Beknopt Ontwerp van de Voornaamste Geloof-zaaken 
der Ghristelyke Godsdienst, zie hiervoren blz. 219. 

Breiner, J., Grond-beginsels van de Leere der Waerheid, die naer de 
Godzaligheid is; ter Onderwyz. v. de Jeugd en v. onge-oeffende 
Bejaerden. Amst. 1744. 

• , Idem. 2'^« dr. Amst. 1754. 

■ — •, Idem. 3d« dr. Amst. 1770. 

, Idem. i^" dr. Amst. 1790. 

, Handleiding tot Waerheid en Deugd; inzonderh. gericht 

tot onderwys v. kleine kinderen. 5*^® dr. Amst. 1790. 

, Idem. O'S» dr. Amst. 1820. 

, Idem. Ss'« dr. Amst. 1883. 



263 

Breuier, J., Idem. 11^« dr. Hoorn, 1849. 

•, Kort Begrip van godgeleerde Verhandelingen, tot Oeflfe- 

ning en Onderwys . . . volgens de Belydenis der Doopsgezinden. 
Amst. [1747]. 

, Idem. 2"^® dr. Amst. z. j. 

Deknatel, J., Aanleiding tot het Christelyk Geloove, met de woorden 
Gods ; voorn, geschikt voor de kinderen en opwassende Jeugd. 
Amst. 1746. 

, Idem. 2^0 dr. Amst. 1747. 

, Idem. S"»» dr. Amst. 1764. 

, Anleitung zum Christl. Glauben, mit den Worten Gottes 

... a. d. Holl. übers. Amst. 1756. 

Aanmerkingen over D**. J. Deknatels Aanleiding tot het Christelyk 
Geloove, met de Woorden Gods. Amst. 1747. 

Traagen over den Godsdienst, tot onderwijs der jeugd geschikt 
door de Leeraaren der Christeliike Doopsgez. Gemeente te Har- 
lingen. Harl. 1751. 

2 Exempl., waarvan één doorschoten met 4»-bldn. waarop geschr. aant. v. 
J. S tinstra. 



Idem. 2"^® dr. Merkelijk verm. Amst. en Harl. 1776. 



Schagen, M., Korte schriftum'lyke Stellingen, tot Onderwys van 
Doopsgez. Geloofsleerlingen. Nu nader overzien, en, met eenige 
Byvoegsels, in 't licht gegeven. Haerlem, 1751. 

, Voorbereidende Overdenkingen tot het ontfangen v. den 

H. Doop enz. Z. pi. en j. 

Ueist, D. Yan, Onderwys noopens de voorn. Leerstukken v. den 
Christelyken Godsdienst. Amst. 1753. 

Wagenmaker, C, Onderwyzing aangaande het Christelyk Geloof. 
Amst. 1759. 

, Idem. Amst. 1776. 

[Vragen (in lessen afgedeeld) met lijst van daarbij te gebruiken 
boeken.] Z. pi. en j. 

Lessen (Korte) om te dienen tot enig onderwys in de nootsaake- 
lykste Leerstukken v. den Christelyken-Godtsdienst. Z. pi. en j. 



264 

Berigt voor een Doopeling. Z. pi. en j. 

Berigt voor de Jeugt. Z. pi. en j. 

Luytjesz, C, Beoeft'enend Onderwys voor de Jeugd, tot Doop en 
Avondmaal. Hoorn, 1761. 

Teuuis Glazen, Verklaringe van de üeloofs-belydenisse der oude 
Vlamingen, zie hiervoren blz. 173. 

Hoekstra, 8. B., Belinopte antwoorden op eenige vraagen, opgest. 
tot eygen gebruik . . . geschikt ten dienste voor de aankoomende 
Jeugd, of voor Onderwyzeliugen, die door het ontvangen v. den 
PI. Waterdoop ,tot de Gemeente van Christus begeeren ingelyft 
te worden. Zaandam, 1766. 

Traagen over de Grondwaarheden des Christelyken Geloofs, opgest 
. . . door de Leeraaren der vereen. Vriesse en Waterlandsche 
Doopsgezinden, of Mennoniten, tot Hoorn. Enz. Hoorn, 1768. 

Geloofspunten, welke, voor het Ontfangen van den Christelyken Water- 
doop, behooren gekend en aengenomen te worden. [Door dezelfden.] 
Z. pi. en j. 

Yraagen; om, naar geleide van derzelver Inhoud, eene Christelijke 
Geloofsbelijdenis optestellen bij de Doopsgez. Gemeente. Z. pi. en j. 
Plano. 

Hoekstra, B. S., Vragen met korte Antwoorden, geschikt voor Onder- 
wyselingen, die zig zoeken te bereyden tot eene Gode behagelyke 
ontfauging van den Doop en het Avondmaal. [Zaandam] 1771. 

Uokkcnburg, P. van, Eenvoudige Vraagen en Stellingen, ten 
Grondslage v. verder Onderwys voor Doopelingen. Westzaandam, z. j. 

Leere (De), die na de Godzaligheid is, met de eigene woorden van 

den Heere Jesus Christus en van zyn Apostelen voorgedraagen. 

Door V. D. Amst. 1776. 
Wagenaar, J., Het Leeven en de Leer van Jezus Christus, op eene 

klaare en eenvoudige wyze beschreven. Amst. 1777. M. 1 kaart. 
Eatechismus, od. kurze u. einfiiltige Unterweisung a. der h. S. . . . 

Ausgeg. d. die christl. Gemeine in Preussen welche Mennonisten 

genennet werden. Elbing, 1778. 
Idem. 8. Aufl. Elbing, 1837. 

Hetzelfde uitgeg. ten gcbr. der Doopsgezinden in Hessen, zie beneden blz 
336, in Rusland, blz. 341, in Amerika, blz. 346. 



265 

Oeloofsbelydenis der Doopsgesinden van de Socyteit oude Vlamingen 
genaamt, zie hiervoren blz. 173. 

Sorgdrager, C. P., Vragen aan de Dopelingen met derzelver ant- 
woorden. Z. pi. en j. 

Achter: Geloofsbelijdenisse der Doopsgezinden bekent onder de naam v. Oude 
Vlamingen. Z. pi. en j. 

Vries, C. de, Katechismus der H. Schriftuur enz. Rotterd. 1782. 

, Kleine Katechismus, der H. Schriftuur. Haarlem, 1786. 

Valter, G., Vraagen over de voornaamste waarheden v. den Christe- 
lyken Godsdienst; voor Ondervs'yzelingen tot den Christelyken 
Waterdoop. Amst. 1784. 

[Hovens, D.], Lesboek voor de Kinderen der Christenen; by den 
aenvang der vatbaerheit voor onderwys enz. Leyden, 1787. 

, Idem. 2^^ dr. Leyden, 1794. 

Beets Pz., P., Onderwys iu den Godsdienst van Jesus Christus. 
Gron. 1788. 

Bis, C, Eerste beginselen van Waarheid en Plicht enz. Amst. 1789. 

Aiiszug aus G. R o o s e n, Catechismus-Lehre etc. Neuwied, 1790. 

Bahuseii, B., Hand-boeck over den H. Doop en het H. Avondmaal 

. . . ten dienst der aankomende Jeugd enz. Altona, 1790. 
Veer, J. de. Catechismus od. bibl. Religionsuntemcht ... f. die zur 

christl. Wassertaufe sich vorbereitende Jugend. Danzig, 1791. 
Gorter, F., Voornaarae inhoud van de Christelijke Leer . . . voor 

hun, die zig wenschea voor te bereiden, tot de Belijdenis . . . 

inzonderh. in de Gemeente der Mennonieten te Zappemeer. Gron. 

1791. 
Geschiedenissen (Bybelsche), bekuoptelyk voorgesteld . . . ten dienste 

der Christelyke Jeugd. 3^» dr. Amst. 1793. 
Onderwys in den Godsdienst, byzonderl. geschikt ten dienste der 

Christelyke Jeugd. 2^» dr. Amst. 1794. 



GODSDIENSTIGE LIEDEREN. 

Liedenboeck (Een nieul, van alle nieuwe ghedichte Liedekens, die 
novt in druck en zijn gheweest, ghemaect wt den O. ende N. T., 



266 

nv eei'st byden andei'en vergadert, ende nieiis in Druck ghebracht. 
Z. pi. 1562. kl. S». 

Dit is het Tweede Liedeboeck. Het eerste verscheen by Nic. Biestkens voor 
het eerst 28. Mey, Anno 1560 en vervolgens 19. Febr., Anno 1562. 
Zie: F. C. Wieder, De Schriftuurlijke Liedekens. N». 56. 

Liedeboeck (Het tweede), van vele diueische Liedekens, ghemaect 

wt den ouden ende nieuwen Testamente, Waer af sommighe 

eertijts in Druck zijn wtgliegaen, ende .sommige noyt in Druck 

gheweest hebbende, daer by gheuoecht. Amst., Nic. Bie.stkens 

van Diest, 1583. kl. 8". 

Het vorige, iets vermeerderd. 
Zie: Wieder, a. w. N». 95. 

Liedekeus (Veelderhande), ghemaeckt wt den O. ende N. T., wt- 
gele.sen ende vergadert wt verscbeyden copien, Oock zijn hierby 
geuoecht veel nieuwe Liedekens, van verscbeyden Historiën des 
ouden Testaments, met veel andere, die noyt in druc en zijn 
geweest, ende zijn in ordeainge vanden A. B. C.gestelt. Z. pi. 1569. 16". 

Gedeeltelijk dezelfde, meerendeels andere liederen. 
Zie: Wieder, a. w. N». 77. 

Liedekens (Veelderhande), ghemaect wt den O. ende N. T., die 
voortijts in druck zijn wtghegaen, elck op sijn letter van A, B, 
C, gestelt. Z. pi. en j. Titel m. versiering in houtsn. 16°. 

Andere liederen. Hierachter volgen in denzelfden druk nog twee bundels, 
getiteld: Dese nauolghende Liedekens sijn eensdeels ghedicht vanden ghenen, 
die om tgetuyghenisse Christi haer leucn hebben ghelaten, ende noch sijn 
hier toe veel ander schoone lieden vergadert ende by ghestelt. En : Dese 
nauolgende liedekens zijn gedicht van den ghenen die om tgetuychenisse 
Christi geuanghen sijn gheweest, als Thantwcrpen, te Cortrijcke, ende te 
Rotterdam, met noch meer ander nieu liedekens. Aan het eerste bundeltje 
ontbr. bl. Z 4 en 5, aan het tweede bl. Oo 1 en 8, aan het derde bl. D 4 en 
5, E I en 8, en wat daarachter wellicht volgde. 

In dit exemplaar is vóór den titel een blaadje ingevoegd, waarop met een 
jonger lettertype gedrukt staat : Ghedaen Ter Liefden Van Maeyken Tijssen, 
Woonende tot Harlinghen. Ao. 1598. Dit is dus niet het jaar der uitgave. 

Zie: Wieder, a. w. N». 46. 

[idem] ende zijn in ordeninghe vanden A. B. C. bijden 

anderen geuoecht. Noch zijn hier in een bysonder Boecxken 
achter bygedaen, veel nieuwe liedekens, die noyt in Druck en 
zijn geweest. Z. pi. 1580. kl. 8». 

Behoudens eenige weglating en toevoeging dezelfde liederen, in één bundel 
doorloopend. Waarbij een toevoegsel. 
Zie: Wieder, a. w. N». 88. 



267 

Idem. Amst., Corn. Claesz., 1593. kl. 8". 

Hetzelfde, veel vermeerderd. Niet het toevoegsel. Defect exemplaar, waarin 
de eerste 16 bladen vervangen zijn door de eerste 16 bladz. van een als tweede 
deel tot dezelfde uitgave behoorenden bundel, getiteld : Sommighe nieuwe 
Schriftuerlijcke Liedekens, ghemaeckt uyt den ouden ende nieuwen Testa- 
mente, nu onlancx ter eeren Gods, ende tot stichtinghe des cenvuldiglven 
Sanghers by malcanderen vergadert en uytgliegheven. Ghedrvckt t' Haerlem, 
by G. Rooman, 1593. 

Vgl.: Wieder, a. w. N». 105. 

Idem. [Met: Sommighe Nieuwe Scliriftuerlijcke Liede- 

keüs enz.] Amst., Broer Jan.sz. ende P. de Kater. Voor W. J. Buys 
(alias Gyse), 1608. 

Vgl.: Wieder, a. w. N». 119. 

Idem, idem. Amst., Bareut Otsz. Voor Sach. Coriielisz. 

tot Hoorn, 1624. 

Zie: Wieder, a. w. N». 127. 

Idem, idem. Gron., Arent Jansz. [achterin : Tot Haerlem, 

Üedr. by I. v. Wesbusch], 1664. 

Zie : W i e d e r, a. w. N». 1 35. 

Aen Neelken Jaspers enz. en 5 schriftuurlijke liederen, zie hiervoren 

blz. lOü. 

[Ries, Hans de], Lietboeck inhoudende Schriftuerlijcke Vermaen 
Liederen, Claech Liederen, Gebeden, Danck Liederen, Lofsanghen, 
Psalmen, ende ander stichtelijcke Liederen, de welcke gheoeffent 
ende ghesonghen worden, onder de medeleden der ghemeenten 
Ghristi. Rotterd., D. Mullem, 1582. M. muziek. 

Bevat 6 deelen. M. voorreden en Corte openinghe ... mits een onderrech- 
tinghe, wat tot het recht Godt gheuallich singen is behoorende. 

, Idem. Van nieuws oversien, ghecorrigeert, ende ver- 
meerdert. Alckm., J. de Meester, 1604. M. muziek. 

M. dez. voorreden, oiidert. H. D. R., en hetz. voorwerk, hier getiteld: Corte 
ontdeckinge van het misbruyck in 't singen der Psalmen . . . .Midts een onder- 
rechtinghe enz. Achteraan: Sommige schoone schriftuerlijcke Spreucken. 

Boeck (Het) der Ghesanghen. Inhoudende alle de Psalmen Davids, 
midtsgaders eenige Claech-liederen, Gebeden, Lofsangen Danck- 
lieden ende meer andere Gestelijcke Liedereu . . . Midtsgaders : De 
belydenisse des Christelijcken Gheloofs. Amst., B. Otsz. Voor Cl. 
Jacobsz. in de Rijp, 1624. M. muziek. 

Bevat, na een voor-reden en: Corte ontdeckinghe enz., de Psalmen naarde 
berijming van P. Dathenus, het 2de, 3de en 5de deel van het voorgaande 
met eenige wijzigingen, en de Corte Belijdenisse van Hans de Ries en 
Lubbert Gerritsz. Alle deelen hebben afzonderlijke titels. De signatuur 
begint opnieuw met A bij het 2de deel, om door te loopen tot het einde. 



268 

Gesangh-boeck. Vervaet in vier Delen als Alle de Psalmen, Claech 

Liederen, Dancli Liederen, en Gestelicke Liederen enz. In de Rijp, 

J. P. Moerbeeck, [1648]. M. muziek, gegrav. titelbl. en 1 portr. 12". 

Het vorige, zonder het voorwerk, vermeerderd met Eenige Aendachtige 

Gebeden. 

Achter het eerste deel staat: Tot Hoorn. Qhedr. by Isaac Willemsr. Anno 
1648. Deel 2—4 hebben geen titelblad. Achter het vierde deel: Tot Hoorn, 
Ghedr. by Isaac Willemsz. voor Cl. lacobsz. in de Rijp, Anno 1643. Op het 
titelblad der Beliidenis en achter de Gebeden: Tot Hoorn, Gedr. by Isaac 
Willemsz. voor Cl. lacobsz. in de Rijp, Anno 1643. Dit is dus een exemplaar 
eener nieuwe uitgave van 1648, waarachter de verdere deelen in een vroe- 
geren druk van 1643 gevoegd zijn. 

Idem. In de Rijp, voor Jasp. Gijsbertsz. [Tot Hoorn, 

Ghedr. by A. I. vander Beeck], 1658. M. muziek. M. hetz. portr. 12". 

inhoudende Klaegh-liederen, Danck- en Geestelijcke Lie- 
deren. In de Ryp, P. P. Houw, 1681. M. muziek. M. hetz. portr. 12°. 

Hetzelfde als de voorgaanden, zonder de Psalmen. Doorloopende signatuur. 

Boeck (Het) der Gesangen. Inhoudende alle de Psalmen, Lof-sanghen 
ende Geestelijcke Lieden . . . Mitsgaders: De belijdenissedes Christe- 
lijeken Gheloofs. Hoorn, J. J. Byvanck, 1618. Muziek alleen bij 
de Psalmen. 

Dit gezangboek, in de voorgaande Gezangboeken van 1648 en 1658 het 
Hoornsche genoemd, bevat dezelfde voorreden als het Boeck der Ghesanghen 
van 1624, maar niet de Corte ontdeckinghe. Dezelfde psalmberijming. De Lof- 
sanghen en Geestelijcke Lieden zijn eene keuze nit de liederen van Hans de 
Ries. De drie bundels, als ook de Belijdenisse, hebben afzonderlijk titelblad en 
afzonderlijke signatuur, behalve de Geestelijcke Lieden, welker signatuur 
na de Lof-sanghen doorloopt. 

Soetken Geryts v. Rotterdamme, Een nieu Gheestelijck Liedt-boecxken 
. . . Wt den O. ende N. T. ghemaect enz. Haerlem, G. Rooman, 
1592. 16». 

Soetjen Gorrlts v. Rotterdam, Een geestelijck Liedt-boecxken, inhou- 
dende veele stichtelijcke Liedekens, ghetoghen uyt den O. ende 
N. T. Hier zijn . . . noch by ghevoeght sommige stichtelicke 
Liedekens enz. Hoorn, Zach. Gornelisz. [achterin : Ghedr. t' Amsterd., 
by Abr. Biestkens], 1618. lö". 

, Idem. Hoorn, Zach. Cornehsz. [achterin: Tot Haerlem, 

ghedr. by Th. Fonteyn], 1682. 16°. 

Liedekens (Veelderhande Schriftuerlijcke Nieuwe), Vermaningen, 
Leeringen, gebeden ende Lofsangen . . . by malcanderen vergadert 
door L [e n a e r t] K [1 o c k]. Utr., Reynder Wylicks, 1593. 16°. 
Blz. Ii;i2 ontbr. 



269 

Liede-Boeck (Het groote) vaa L [e n a e r t] C [1 o c k] enz. Leeuw., 
Dii-ck Albertsz., 1625. 

Hierin is het vorige opgenomen. 

Arnold, Th. J. I.. Het „Groote liede-boeck" van L(enaert) C(lock). 
['s-Gravenh. 1874]. 

Overdr. uit: Bibliographische Adversaria. II. 

Lieder (Sieben geistl.), Bitt u. Lob gesangen, etc. [Vert. u. het 
Liede-boeck v. L e n a e r t Kloek.] Amst., J. Paskovius, 1664. 
Idem. Amst., H. Herraansz., 1691. Idem. Z. pL 1711. Idem. Basel, 
1822. Idem. Gieszen, 1834. 

In: T. T. V [a n) Slittert], Christliche Olaubens-bekentnus. 

C[laes] G[anglofs], Een Niew Geestelick Liedtboecxkeu ghetoghen wt 
den O. ende N. T. Z. pL 1593. Idem. Groeningen, Jan Arens, 1633. 

Achter: Cllaes] GCanglofs], Dat Gebed t ons Heeren Jesu Christi. 

[Claes Ganglofs], Eenighe Geestelijcke Liedekens ende eenige Chri.ste- 
lijcke verclaringhe van dien daer by gedaen. Amst., Jan Theunisz., 
1605. 

In: IClaes G a n gl o f s], Antwoort ende verclaringhe. Amst. 1605. 

, Idem. Z. pi. 1633. 

In: Cllaes] GlanglofsJ.Een grondelijcke ende Christelijcke verman inghe. 

Liedekeiis (Sommige andachtighe ende leerachtige Gheestelicke) ende 
Psalmen David.s, wt eenige Boecken, die te voren gedruckt zijn, 
t'samen gevoecht. Met noch eenige nieuvs'e Liedekens . . . Met 
noch twee Christelicke Sentbrieven [van Lubbert Gerritsz 
en van de Broeders uit Amsterdam], geschreven ende ghesonden 
aen de Ghemeente Godes in Pruyssen. Amst., NiCi Biestkens, 1597. 

Str[ateii], F. V[ander], Sommighe Nieuwe Schriftuerelicke Liedekens 
. . . Noch zijn hier by ghevoecht meer Schriftuerelicke Liedekens 
van ander Autheurs enz. Leyden, F. vander Straten den jongeren 
[achterin: Ghedr. by V. Gaubisch], 1599. 

Op de voorlaatste bladzijde eene gekleuïde houtsnede, voorstellende het merk 
van den uitgever met zijn wapen. 

Liederen (Vijf geestlicke). Twee vande Gheboorte Christi, Het derde 
den Lofsanck Marie, T'vierde D'artijckelen des Gheloofs, ende het 
vijfde een Schriftuerlick Vermaen-Liedt . . . Hier zijn noch by 
ghevoecht nieuwe Schriftuerlijcke Liedekens enz. Leyden, Jan 
Theunisz., 1600. Titel omlijst. 

Liedekens (Drie schriftuerlijcke), waer van dat eerste is, van de 
Godtheyt ende waerachtige menscheyt Jesu Chi'isti . . . Het tweede 



270 

is, van de rechte ordinantie ende gebruyck des Christel. Doops 
. . . Het derde is, van de Verrijsenisse des vleeschs enz. Haerlem, 
P. V. Wesbusch, 1601. 16". 

Idem. Amst, W. J. Buys, 1605. 



Achter: J. D[e] W[itte], Sommige Spreucken oft Redenen wt der H. Schrift. 

[Twisck], P. J., Na beter. Eenege Meditations Liedekens, genomen 
wt dea XXV. Lxxxv. en Lxxxvi. Psalm enz. Z. pi. 1603. 16". 

Twisck, P. I., Een lieffelijcke Meditatie, zie hiervoren blz. 227. 

Twisck, P. J., Kleyn-Liedtboecxken. Hoorn, Zach. Cornelisz., 1683. 16". 

Twisck, P. L, Idem. Hoorn, Isaac Willemsz. Voor Pieter en Jan 

Zachariassz., 1640. 16". 
[Twisck, P. J.], Fondament, oft De principaelste Liedekens enz. 

Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1638. 

Achter: IP. J. Twisck], Catechismvs. 

Trou Gerrets, van Medeublick, Een NieuGheestelijck Liedtboecxken 
. . . uyt den O. ende N. T. ghemaeckt enz. Enchuysen, J. Toui'nay, 
1607. 16". 

, Idem. Ghedr. tot Alckm. by J. de Meester voor Zach. 



Cornelisz. tot Hoorn, 1609. 16". 

Hierbij de Liedekens van Jan Wouters z. 

, Idem. Hoorn, Zach. Cornelisz. [achterin: Tot Amst., 

godr. by Abr. Biestkens], 1621. 16". 

Van deze uitgave 2 exempl., gebonden achter het Liedboekje van S o e t j e n 
Gerrits, uitgaven van 1592 en 1632. Van het laatste ontbreekt het laatste 
blad. 

Liedekens (Sommighe leerachtighe geestelijcke) uyt den O. ende 
N. T. gliemaeckt, met oock eenighe Psalmen Davids uyt verschey- 
den boecken, ende oock eenighe die noyt voor desen in druck 
gheweest zijn, by een vergadert, enz. Amst., W. J. Buys [achterin: 
Tot Enchvysen. Gedr. by J. L. Meyn, 1609]. 16". 

Harpe (De), oft des herten Snaren-spel enz. Haerlem, G. Rooman, 
1609. 16". 

Idem. Rotterd., 1. v. Waesberghen, z. j. M. gegrav. 

titelbl. 16". 

Trompetjen (Het nieuwe kleyn): Inhoudende al nieuwe Gheestelijke 
Liedekens . . . voleynt den 25. Nov. Anno 1609. Door L. P. Campen, 
Alb. Lieffertsz., 1611. Titel omlijst. 16". 



271 

[lan lacobsz.], Eeuighe Gheestelijcke Liedekens, gemaeckt aen ver- 
scheyden persoonen, door lan lacobs zoon van Harlinghen. 
Welcke Liedekens nieestendeel by een vergadert, door H[ e n d r i k ] 
H[armensz. ?] ende naevolgliende ... ten Druck bestelt d. 
P[ieter] W[illemsz. ]. Arast., N. Biestkens, te coop by Jan 
Jansz., 1612. 16". 

Scheltema, J. H., Het liedboek van Jan Jacobs. ['s-Gravenh.] 1903. 

Overdr. uit: De Tijdspiegel. 1903. 

Liedekens (Eenighe Nieuwe Gheestelijcke), gemaeckt door verscheyden 
persoonen ... Nu eerst door den Druck aen den dach ghebracht, 
door P[ieter] W[illeinsz.]. Amst., N. Biestkens, 1612 [1613]. 16*. 

Vervolg op het Liedboek van Jan Jacobs z. van Harlingen. 

[Brauwer, M. den], Sch[almeye inhoudende] veel Geeste[lycke Liede- 
keus]. Haerlem, V. Casteleyn, 1614. M. titelgrav. 16». 

Titelbl. en laatste bladz. geschonden. 

Alckmaer, I. C. van, Een Nieu Schriftuerlijck Liedt-boecxken . . . 
ghemaeckt uyt den O. ende N. T.: Met noch twee Christel. Sendt- 
brieven, gemaeckt door den selven Autheur. Hoorn, Zach. Cor- 
nelissz. [achterin: Gedr. by Willem Andriessz.], 1615. 16°. 

Liedekens (Sommige andachtighe ende leerachtighe Gheestelijcke) 
ende Psalmen Davids enz. Amst., N. Biestkens, 1617. 

Andere liederen dan de gelijknamige van 1597. 

Gherwen, A. V[an], Tot des Heren Lof, heb ick u . . . dit Lied-boecxken 
ghejont, ghenaamt: de G hulde Ponteyne enz. Ter Ghoude, J. 
Tournay, 1618. 16". 

Psalmen (Sommige) ende Geestelijcke Liedekens. Z. pi. en j. 12». 
Idem. Amst., J. A. Calom, 1628. 12». Idem. Haerlem, H. P. v. 
Wesbusch, 1635. 12». Idem. Amst., J. Albertsz., 1642. 12». Idem. 
Haerlem, J. G. Geldorp, 1684. 12». • 

Achter: F. de Knuyt, Een Corte Bekentenisse onses Qeloofs. 

Liedekens (Geestelijcke). Hoorn, Zach. Uornelisz., 1622. [Achterin :] 
Hoorn, J. J. Byvanck, 1621. 16». 

Achter: A. ver. S., Een Christelijcke waerschouwinghe, voor alle menschen. 

Fortuyn, S. L, Geestelijck Lietboeck, genaemt de Basuyn. Amst., 

J. A. Calom, 1626. M. gegrav. titelbl. 16». 
Jan Tolckertsz., Nieu Geestelijck Liet-Boeck, ghenaemt den Bloempot. 

Amst., J. A. Calom, 1626. 16». 



272 

Dirck Gerritsz. van Wormer-veer, Schriftuerlijcko Liedekens. Midts- 
gaders noch eenighe Liedekens van sijn Kindereu. Hoorn, Zach. 
Cornelissz., 1629. 16°. 

In: Dirck Gerritsz., Twee cortc Vermaen brieven. 

Bastiuea Dircksz., Sommiglie Liedekens. Rotterd., A. Neringh, 
1630. 12". 

Achter: Kleyn Boet-boecxken. 

Liedt-boeck (Hoorns), vergadert uyt verseheyden gedruckte boecken, 
waer by ghevoeght sijn eenighe nieuwe Liedekens enz. Hooin, 
Isaac Willenisz. voor Zach. Cornelisz., 1630. 12". 

Liet-boeck ('t Kleyn Hoorns-), inhoudende eenige Psahnen Davids, 
Lof-Sanghen, en Gee.stelijcke Liedekens enz. Hoorn, J. J. Duetel 
[achterin: Ghedr. by Isaac Willemsz., 1644]. [Waarachter: Aen- 
hanghsel. Hoorn, .1. J. Deutel, 1645.] M. gegrav. titelblad. IQ". 

Idem. [Titeluitgave.] Hoorn, Pieter Sacharijasen [ach- 
terin: Ghedr. by Isaac Willemsz., 1644]. [Waarachter: Aenhanghsel. 
Hoorn, J. J. Deutel, 1649.] Hetz. titelbl. m. veranderd adres. 16°. 

Idem. Hoorn, Pieter Sacharijasz [achterin staat: Te 

Hoorn, Gedr. by A. vander Beeck voor Pieter Zachariasz. Harte- 
veldt, 1657]. [Waarachter: 't Vermeerderde Aenhanghsel. Hoorn, 
Wed. J. J. Deutel [achterin: Gedr. by A. I. vander Beeck], 1657.] 
Hetz. titelbl. m. gewijzigd adres. 16°. 

Idem. Amst., Wed. A. v. d. Storck, 1685. [Waarachter: 

Aenhangsel. Amst., Wed. A. v. d. Storck, 1685. En: 't Vermeer- 
derde Aenhanghsel. Amst., Wed. A. v. d. Storck, 1685.] 16°. 

Het gedr. titelblad ontbr. 

Idem [met Aenhangsel, 't Verm. aenhangsel en Nieuw 

aenhangsel]. Sneek, 1814. 12°. 

Liedtboeck ('t Groot Hoorns). Waer in eenige Psalmen Davids ende 
Geestelijcke Liedekens zijn . . . Vergadert door D. I. Hoorn, Pieter 
Zachariassz. Hartevelt [achterin: Gedr. by Isaac Willemsz.], 1647. 
[Waarachter: Byvoeghsel van Sommige Gheestelijcke Liedekens. 
Hoorn, Pieter Zachariassz. Hart, 1644. En: By-voeghsel of aenhangh- 
sel van 't groot Hoorns Liedt-boeck. Z. pi. en j.] 16°. 

Van beide bijvoegsels ontbr. het slot. 

Bloem-Hofken ('t Glieestelijck) enz. Haerlein, Th. Fouteyn, 1637. M. 
titelgrav. 16° obl. 



273 

Kruydt-Hofkea ('t Gheestelijck) enz. 3'^® dr. verb. en verm. met een 
[Kleyn] Achter-Hofken ... tot stichtiuge der Jeugt, enz. Amst., 
J. Albertsz. [achterin: gedr. by Joost Broersz.], 1637. M. titel- 
grav. 12". 

Idem. 6*® dr. ende het Achter-Hofken .. . verm. Amst., 



J Albertsz. [achterin : Te Haerlem, gedr. by I. v. Wesbusch], 1647. 
M. dez. titelgrav. 12". 

Idem. Q**» dr. [Waarachter: 't Groot Achter-Hofken.] 



Alckm., J. P. Moerbeeck, 1664. M. titelgrav. 12«. 
Idem. 8**^^ dr. [Waarachter: 't Vermeerderde Achter- 



Hofken.] Saerdam, Willem Willemsz., 1669. M. titelgi-av. 16". 

Van denzelfden druk als het Ryper Liedt Boecxken van dat jaar, doch af- 
zonderlijk gebonden. 

Idem. 9**® dr. [Waarachter: 't Vermeerderde Achter- 
Hofken.] Saerdam, Willem Willemsz., 1683. M. titelgrav. 16». 

Achter het Ryper Liedt Boecxken. 

Idem. 9^^ dr. [Waarachter: 't Vermeerderde Achter- 
Hofken.] Saerdam, Wed. Willem Willemsz., 1693. 16". 

Als boven. 

G[rüspeer], P[ieter], 's Herten- vreught. Inhoudende : Eenige nieuwe 
Liedekens uyt den O. ende N. T. 2^« dr. Haerlem, H. P. v. Wes- 
busch, 1638. 16". 

Deutel, J. J., 'tStichtelijck Vermaeck der Deucht-lievende Jonck- 
heydt enz. Hoorn, Isaac Willemsz. Voor J. J. Deutel, 1641. 

Achter: I. I. Deutel, Huwelyckx Weegh-schael. 

Sangh-Boeck (Een Nieuw), inhoudende eenighe Psalmen, Lof-sangen 
ende Gee.stelijcke Liedekens ... Den Lesten Druck. Doccum, K. 
Janssen [achterin : Tot Leevwarden, ghedr. by S. Rinnerts.], 1650. 16". 

Lied-boeck (Middelier): Waer in eenighe nieuwe Liedtjes zijn, ... 
getrocken uyt het O. ende N. T. enz. Edam, J. H. Pos [achterin : 
t'Haerlem, gedr. by Th. Fonteyn], 1651. 12". 

42. Liedekens. Amst., P. D. Boeteman, 1655. 

In: Jan Gerritsz., Een Verniaen-Boeckjen. 

A[iitoni] J[an9en van der Goes], Zederymen, bestaande in Zangen 
en Gedigten. Ver(;iert met Nieuwe Muzyk, d. S. L e f e v r e. Amst., 
J. Rieuwertsz., 1656. M. front, en platen. 

18 



274 

Lusthofje des Gemoedts enz. 2^* dr. Hoorn, J. J. Deutel [achterin: 
Tot Alkmaar, gedr. by R. J. Boerman], 1663. 16". 

Speylbroeck, M. van, Syons Wijn-bergh, inhoudende Verscheyden 
Schnt'tuerlijcke Liedekens, uyt den O. endeM. T. by een vergadert. 
3'i8 dr. Vlissinghe, Jan Geleynsz, 1670. 12". 

, De groote vermeerderde Syon.s Wynbergh . . . Den laet- 



sten Druck, verb. Amst., I. vander Putte, z. j. 12". 

Kruyt-Hof ('t Nieuw Geestelijck), wesende als een Tvreede Deel 
vande Syons Wijn-bergh enz. Vlissinghe, Geleyn Jansz, 1665. 12". 

Lust-hof je ('t) Sions, bestaande in eenige Psalmen Davids, Lofzangen 
eude Geestelijke Liedekens enz. Hoeren, J. J. Deutel [achterin: 
t'Alckmaer, gedr. by Jac. Ysebrantsz.], 1668. 16°. 

Liedt Boecxken (Het Ryper), inhoudende veel Schriftuerlijcke Liede- 
kens enz. Saerdam, Willem Willemsz, 1669 [1670]. 16". 

Van denzelfden druk, doch afzonderlijk gebonden : 't Geestelijck Kruydt- 
Hofken en 't Vermeerderde Achter-Hofken. 

Idem. Saerdam, Willem Willemsz., 1682 [1683]. 16". 



Hierachter : 't Geestelijck Kruydt-Hofken en 't Vermeerderde Achter-Hofken. 

Idem. Saerdam, Wed. Willem Willemsz., 1693. 16". 

Als voren. 

Sang'-boek (Een Nieuw), ofte anders genaemt. Jan Sents Liedt- 
boeck, inhoudende eenighe Psalmen, Lof sangen ende Geestelijcke 
Liedekens enz. Den Lesten Druk van veel Fouten verbeetert. Leeuw., 
H. Rintjes ende K. F. Pleckenpoel, 1679. 12". 

Liedtjes (Christelijcke). Amst., A. Visscher, 1688. 

Achter in:J[an) S[tevens], Fondament-boeck. 

VerloTB, K., Uytbreyding over de Heyl. Lofzangen enz. Amst., J. 
ten Hoorn, 1686. M. front, en muziek. 

S[tapel], C[laes], Lusthof der Zielen enz. 2<^« dr. Verrijkt met een 
Achterhofje enz. Harlingen, S. P. Boncq [achterin: t'Amsterd. 
by I. Kreilius]; 1686. 12". 

, Idem. 3<''> dr. Verm. Rotterd., P. Terwout, 1692. 12". 

, Idem. 4<ï» dr. Opnieuw verm. Rotterd., P. Terwout, 

1697. 12». 

, Idem. 5'i« dr. Amst. 1713. M. titelvignet. 12". 



275 

Stapel, C, Idem. 6<'« dr. Amst. 1726. M. titelvignet. 12". 

, Idem. 7*18 dr. Amst. 1743. M. hetz. titelvignet. 12". 

Rooieeuw, R., Schriftuurlylje Gezangen, gerijmt, en op nieuwe Zang- 
wijzen gesteld. 2*« dr. Met eenige Psalmen en Liederen verm. Amst., 
P. Arentsz. en J. Rieuwertsz. de jonge, 1686. M. titelvignet en 
muziek. 12". 

, Idem. S^" dr. verm. Amst. 1702. M. titelvignet en mu- 
ziek. 12". 

, Idem. 4^« dr. Amst. 1725. M. titelvignet en muzielf. 12". 



Kamphuyzeu, D. R., Stichtelyke Rymen, om te lezen of te zingen : 
Ondersclieyden in IV. Deelen; geheel op Noten. Na de Voysen van 
D'. R. Rooleeuw. Rotterd., I. Naeranus, 1688. M. muziek. 12'. 

, Idem. Na de Voysen van D"". R. Rooleeuw. Rotterd., 

I. Naeranus, 1698. M. muziek. 12». 

, Idem. Na de Voyzen van D"^. R. Rooleeuw. Amst., 



Wed. P. Arentsz, en K. vander Sys, 1713. M. titelvignet en 

muziek. 12». 
, Idem. Na de Voyzen v. D"". R. Rooleeuw. Van de. • . 

fouten gezuyvert en na [den druk v. 1713 verb.] Amst., J. 

Morterre, 1756. M. muziek. 12°. 
, Idem. Na de Voyzen v. D''. R. R o o 1 e e u w. Amst., 



A. van der Kroe, 1759. M. titelvignet en muziek. 

-, Idem. M. veele Wyzen op nieuws vermeerdert. Amst., 



Wed. P. Arentsz., 1690. M. titelvignet en muziek. 12». 

-, Idem. M. veele Wyzen op nieuws verm. Amst. J. 



Rieuwertsz., z. j. M. hetz. titelvignet en m. muziek. 12». 

-, Idem. M. veele Wyzen op nieuws verm. Amst., Wed. 



P. Arentz, en K. vander Sys, 17ia. M. titelvignet en muziek. 12». 
Idem. Geheel op Noten gebracht; en gestelt op sleutels 



om te zingen en te spelen op allerhande Instrumenten; mits- 
gaders vermeerdert met eenige nieuwgecomponeerde wijzen d. M. 
M a t h i e u. 2*« dr. Rotterd., I. Naeranus, 1702. M. muziek. 
, Idem. Gestelt op Sleutels om te Zingen, en te Spoelen 



op allerhande Instrumenten, d. J. Butler; verm. m. eenige 
nieuw gecomponeerde Wyzen, d. M. M a t h i e u. Geheel op Nooten. 
Amst. 1727. M. titelvignet en muziek. 



276 

Zangwerk (Stichtelyk), behelzende de Byschriften, eenige Uitbrei- 
dingen der Psalmen, en het Vierde Deel der Rymen v. D. R. 
Kamphuizen. Alles nu eerst op Muzyk gesteld d. J a n 
W i 1 1 e m s z. Amst., Wed. P. Arentsz, en C. vander Sys, 1705. 
M. titelvignet en muziek. 12°. 

Terzaameling van stichtelyke Gezangen. Amst., Wed. P. Arentz, 
en C. vauder Sys, 1705. M. hetz. titelvignet en m. muziek. 12". 

S[piuniker], A., Morgen- en Avond-Gezangen, gebeds wijze berijmt. 
Amst., J. V. Nieuweveen, 1699. 

Achter in : Uyterste Wille van een Moeder aan haar toekomende Kind. 2de dr. 

Geur van Geestelijcke Speceryen, uytgebreyt in eenige stichtelijcke 
Rym-wercken enz. Haarlem, Cl. Braaw, z. j. 

Liedekens (Veelderhande Schriftuirlijcke), gemaekt uyt het O. ende 
N. T. enz. Gron., B. Taeitsma, 1700. 

Geheel veranderde uitgave van de Veelderhande Liedekeiis van 1064 (zie 
biz. 267), waarin bij zeer vele nieuwe slechts een klein gedeelte der oude 
liederen is opgenomen. 

Liedt-boeck (Pruys), inhoudende schriftuurlijcke nieuwe Liedekens 
enz. [Naar de uitgave van I. I., Dantzig 26. Mart. Anno 1604.] 
Amst. z. j. 

Bracht, T. van, Kristus in 't Vleesch, Kersgezang. Dordr. 1716. 

, Uitbreiding over Konings Salomons Lied der Liederen, 

en Psalm XLV. Delft, 1719. M. front. 

Oudaan, J., Uyt-breyding over het Boek Jobs, zie hiervoren hl z. 289. 

Jan Derks, Twe gemoeds opwekkende Liedjens. Deventer, 1717. 

In: Jan Derks, Een Christelyke Proeve, of zijns zelfs onderzoekinge. 

[Alle Dercks], Lusthof des Gemoets, bestaande in Stichtelyke Ge- 
sangen, strekkende om in de Vergaderinge [der Oude Vlamingen] 
... gesongen ... te worden. Gron. 1732. [Waarachter: Agter- 
Hofje enz. Gron. 1782. M. muziek.] 

, Agter-Hofje in zig bevattende uytgesogte Stigtelyke en 

Zielroerende Gesangen enz. [Met: Byvoegzel.] Gron. 1736. M. muziek. 

K[alker], I. V[an], Zedelyke en Stichtelyke Gezangen. Zaandam, 
1737. M. titelvignet. 

•: , Geestelyke Lofzangen. Zaandam, 1789. 

In : I. V. K I a I k e r 1, Israels Verdrukking en Verlossing. 



277 

Zielen-weide der godvrugtige, of Verzameling van Geestelyke Lie- 
deren, meest vertaalt, enz. Gron. 1741. M. titelvignet. 12". 

[Deknatel, J.], Evangelische Liederen. Uit het Hoogd. vert. 3"^* dr. 
verb. en verm. [Benevens: Aanhang tot de Evangelische Liederen.] 
Amst. 1743—45. M. titelvignet en muziek. 

Leurenig, B. van, Stichtelyke Gezangen en Overdenkingen, met 
eenige voorafgaande Aanmerkingen over het Christel. Zingen. 
Amst. 1744. M. front, en platen. 

Wiger Jansen, De Geestelijke Goudschaale. Zynde een Versameling 
van . . . uitgesochte Geestel. Liedekens, Psalmen en Lof-zangen. 4^® 
dr. [Waarachter: Byvoegsel van eenige Nieuwe Liedekens.] Leeuw. 
1751. M. front. 

Liedekens (Veeldei'haade schriftuurlyke), gemaakt uyt het O. en 
N. T. ... Na weer op een nieuw te zamen gestelt. Am.st. 1752. 
M. front. 

Op de front, staat de titel: Geestelyke ofte Nieuwe Herpe Davidts. De ver- 
zameling is bestemd voor de gemeenten in Pruisen. 

Goitze Lenzes, Nuttige tytkortinge of stigtelyke Gezangen enz. 

Leeuw. 1757. 

Gezangen op de Christel. Feesttyden alsmede by de bediening van 

den H. Waterdoop, en van het Avondmaal des Heeren. Amst. 
1762. M. muziek. 12». 

Ten gebruike v. de gemeente in de Zon. 

• ■ Idem. Amst. 1762. M. muziek. 4". 

Idem. Amst. 1775. M. muziek. 12". 

Liederen en Gezangen [Opwekkende Gezangen]. Haarlem, z. j. M. 
titelvignet en muziek. 

Deze bundel is een herdruk en vermeerdering der Amst. oude liederen van 
1684 (uitgeg. d. de Opsienders en Dienaren der Vereen. Doopsges. Gemeente 
by het Lam en den Toren, eerst achter in : Davids Psalmen, nieuwlyx op rym- 
maat gestelt, zie blz. 278; afzonderl. verschenen in 1791 en 1793, zie ibidem) 
ten gebruike v. de Vereen. Doopsgez. Gemeente te Haarlem, eerst uitgeg. 
achter: Davids Psalmen, in 't Nederd. berijmd, zie blz. 279. 

Idem. 2^" dr. Haerlem, 1763. M. hetz. titelvignet en muziek. 

Liederen en Gezangen op de Christel, feesttijden, bij de gemeenten 
der Doopsgezinden en Remonstranten te Haarlem en elders in 
gebruik. Haarlem, 1776. Met muziek. 12". 
Dezelfde bundel onder gewijzigden titel. 



278 
Gezangen (Opwekkende). Tweede stuk. Haarlem, 1777. M. muziek. 

Vervolg op het voorgaande. 

Gezangen en Liederen der Vereenigde Doops-gezinden te Rotterdam. 

Rotterd. 1775. M. muziek. 

Hetzelfde als de Liederen en Gezangen, voorafgegaan door de gezangen, 
welke gewoonlijk achter den Psalmbundel volgen. 

Beets, P., Qeestelyke Liederen. Altoua, 1777. 

Gesangbuch (Gei.streiches), zur öffentl. u. bes. Erbauung der Menn. 
Geineioe in u. vor der Stadt Danzig. Marienwerder, 1780. 

Liederen, by de Doopsgezinden in gebruik, zederd het jaar 1684. 
Nu nagezien en verb. Amst. 1791. 

Liederen (Oude), sedert het jaar 1684:, in gebruik, by de Doopsgez. 
Gemeente, vergaderende by het Lam en den Toren, te Amsterd. 
Amst. 1793. M. muziek. 4». 

Idem. Amst. 1793. M. muziek. 12". 

Gezangen (Christelyke), ten gebr. der Doopsgez. Gemeente, verga- 
derende by het Lam en den Toren, te Amsterdam. Amst. 1793. 

De zoogen. Kleine Bundel. Zonder muziek. 

Remmers, J. A., Muzyk tot de Christel. Gezangen, ten gebr. der 
Doopsgez. Gemeente, verg. by het Lam en den Toren, te Amsterd. 
Amst. 1793. 4» obl. 



Psalmen (De CL.) Dauids ende eenige Schrift uurlijcke Lof-sangen, 
en Geestelijcke Lieden . . . Met de Belijdenisse des geloofs, ende 
eenige al-gemeijne Gebeden. Hamb., K. de Fleger, 1652. M. front. 
en muziek. 12". 

Ovdaan, J., üyt-breyding, over het Boek der Psalmen : in verscheyde 
Dichtmaat. Op musijk gebracht d. R. S c h r ij v e r. 2 dln. [alleen 
het l"'» deel met muziek]. Rotterd., P. Ter wout, 1680-81. 

Psalmen (Davids), nieuwlyx op rym-maat gestelt. [Uitgeg. door de 
Opsienders en Dienaren der Vereen. Doopsges. Gemeente, binnen 
Amsterd. 1684.] 2^« dr. Amst., J. Rieuwertsz. en P. Arentsz., 1685. 
M. front, en muziek. 12°. 

Achterin de zoogenaamde oude liederen, afzonderi, uitgeg. in 1791 en 1793, 
zie boven. 



Idem. M. muziek. 12°. 

Andere druk. Defect. Titelbl. ontbr. 
Achterin dezelfde liederen. 



279 



Idem. é^* dr. Amst. 1721. M. muziek. 4». 



Met dezelfde liederen. 

Idem. 5"^® dr. Amst. 1727. M. front, en muziek. 12°. 

Als voren. 

Cainphuyzen, D. [R.], Uytbreyding over de Psalmen des Prophoten 
Davids. Na de Fransche diclat-mate v. C. Marot, en T. de Beze. 
Amst., Wed. P. Arentsz., 1690. M. muziek. 12". 

Camphuysen, D., Idem. Geheel op Musijck-Noten ge.3telt d. C. d e 
Leeuw. Amst., Wed. P. Arentsz., 1697. 12". 

Kamphuyzen, D., Idem. Amst., Wed. P. Arentsz, en K. vander 

Sys, 1715. M. muziek. 12°. 
, Idem. Amst., A. van der Kroe, 1759. M. muziek. 

Eeke, C. van. De koninklyke Harp-liederen, op nieuws in rym . . . 
uitgebreid. Amst., C. van Hogenhuyzen, 1698. M. front. 12°. 

Psalmen (Davids), in 't Nederd. berijmd. [Uitgeg. door de dienaren 
der Vereen. Doopsgez. Gemeente te Haarlem.] Haarlem, 1713. M. 
front, en muziek. 12°. 

Hierachter de vermeerderde uitgave der oude liederen van 1684 ten gebruilte 
der Haarlemsche gemeente, zie biz. 277. 

Idem. Haarlem, 1713. M. muziek. 4°. 

Met dezelfde liederen. 

De bibliotheek bezit ook een oud afschrift der berijming in 4», waarachter 
geschreven en gedrukte stukken betr. de invoering van deze berijming door 
de gemeenten in Noord-Holland. 1729—30. 

Idem. 2^« dr. Haarlem, 1734. M. front, en muziek. 12°. 

Liederen als voren. 

-Idem. 3^« dr. Haarlem, 1756. M. dez. front, en m. muziek. 12°. 



Als voren. 

Idem. Haarlem, 1756. M. front, en muziek. 4°. 

Als voren. 

Boek (Het) der Psalmen; nevens de Gezangen, by de Herv. Kerk in 
gebruik ... op nieuw in dichtmaat gebragt door een Kunstgenoot- 
schap, onder de zinspreuk Laus Deo, Salus Populo. Amst. 1760. 
M. titelvignet. 

2 Exempl. Achter een daarvan: Verbeteringen. Amst. 1760. 

Idem. Amst. 1761. M. hetz. titelvignet en m. muziek. 4°. 

Nog bezit de bibliotheek een afschrift van den druk van 1761 door H. 
Kor tel ing, m. de muziek, in 4». 



Derde TijdvaR 

(sedert 1795). 



NEDERLAND. 



GESCHIEDENIS. 

a. Geschiedenis der Broederschap. 

Cramer, S., De Doopsgez. Broederschap in de negentiende eeuw. 
[Leiden, 1901]. Met 2 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1901. 

Ciiperus, A., Staat der Volkstelling, of Jjijst der Inwoonders van 
Friesland; enz. Leeuw. 1798. -i". 

Cate, S. Blaupot ten, Gedachten over de getals-verraindering bij de 
Doopsgez. in Nederland, zie hier voren blz. 11. 

Cramer, S., Vergelijkende statistiek v. het aantal Doopsgezinden 
in ons land in 1860, 1890 en 1900. Leiden, 1902. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1902. 

Siegenbeek, M., Over hetgeen het Kerkgenootschap der Doopsgez., 
in de laatste 50 jaren, tot vei'spreiding v. redel. godsdienstkennis, 
nandhaving v. het zuivere Christendom en verbetering der predik- 
wijze, in de Protest. Kerk v. Nederland heeft toegebragt. [Leiden, 
18351. 

Overdr. uit: Arcliief v. Kerlt. Gescli. VI. 

[Uitterdyk, J. Nanuinga, B. Cuperus en T. Kielstra], De rechts- 
toestand der Doopsgez. gemeenten in Nederl. [Leiden, 1882]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1882. 

Uartog, J., Uit de broederschap der Doopsgezinden. Rotterd. 1896. 

Geloof en Vrijheid. XXX. 2. 



281 
Predikant (De eerste vrouwelijke) in Nederland. Rotterd. 1911. 

N. Rotterd. Courant van I Aug. 1911, Avondbl. A, en van 10 Aug. 1911, 
Oditendbl. A. 



Terslag der Commissie, ter instandhouding v. het zoogen. Menno- 
Simonskerkje. Harlingen, 1828. 4". 

Menno-Simons-kerkje [te Witmar.sum]. Z. pi. en j. Plano. 

Bijschrift bij de Afbeelding daarvan door D. S 1 u y t e r naar H. T h e p as s. 
Zaandam, z. j. 

Cool, P., en P. Feenstra Jr., Gedenkschrift v. het Menno-Simons- 
monument. Zwolle, 1879. M. 1 pi. 

Feestnummer op het i^^ eeuwfeest v. Menno Simons' geboorte. 
Meppel, 1892. 4". 

De Zondagsbode. 6 Nov. 1892. 

Proeve van drie liederen op den Menno-Simonsdag. Meppel [1892]. 
2 bladen. 

Liederen (Drie) op den Menno-Simonsdag. Z. pi. [1892]. Met muziek. 

Menno Simons. Eene belangwekkende figuur uit de Hervorming 
herdacht. [Door] G. H. Amst. 1892. 

De Hervorming. 5 Nov. 1892. 

' Menno Simons. [Door] N. v. B. Stadskanaal, 1892. 

De Christen, Weekbl. voor Gemeente en Huisgezin. 10 Nov. 1892. 

Mannhardt, H. G., Festschrift zu Menno Simons* 400 j. Geburts- 
tagsfeier, zie hiervoren blz. 17. 

Hartog, J., xMenuo Simons' persoon en werk herdacht, zie hiervoren 
blz. 91. 

[Circulaire van 1 Nov. 1892, houdende uitnoodiging van den kerke- 
raad der Doopsgez. Gemeente te Enschede aan de leden dier ge- 
meente tot het houden eener gezellige bijeenkomst ter herdenking 
v. het 400 j. geboortefeest v. Menno Simons.] 

b. Geschiedenis der Sociëteiten en alge m eene 
Doopsgezinde instellingen. 

Terslag wegens den staat der Algemeeue Doopsgezinde Sociëteit 
in Holland. 1811—1916. 



282 

[Vries, Jo. de], Opening [en aanspraken bij vergaderingen van Be- 
stuurders der Algera. Doopsgez. Sociëteit in April en Junij 1843]. 

Muller, S., Feestrede ter viering v. het 50 j. bestaan der Algem. 
Doopsgez. Sociëteit, uitgespr. in het Kerligebouw der Vereen. 
Doopsgez. Gemeente te Amsterd., den 27 Junij 1861. Amst. 1861. 

-— — , De geschiedenis v. het ontstaan en de vestiging der 

Algem. Doopsgez. Sociëteit ter bevordering van de predilcdienst. 
[Amst.] 1861. 

Uaga, H., Leerrede ter gedachtenisviering v. het 50 j. bestaan der 
Algem. Doopsgez. Sociëteit. Arnhem, 1861. 

Boetje, J., De algemeene doopsgezinde Sociëteit te Amsterdam. 
Krommenie, 1870. 

Nieuw Kerkel. Weekbl. v. 3, 10, 17, 24 Nov., 1 en 8 Dec. 1870. 

Cramer, S., Rede, gehouden bij de herdenking v. het honderd-jarig 
bestaan der Algem. Doopsgez. Sociëteit op 28 Sept. 1911. [Amst. 
1911]. 

Twee verschillende drukken. 

Vries, J*. de, Het Eeuwfeest v. de Algem. Doopsgez. Sociëteit. 
Amst. 1911. M. portr. 4". 

Eigen Haard. 1911. No. 42. 

Vos, K., De Algemeene Doopsgez. Sociëteit te Amsterd., 1811 — 
21 Augustus 1911. Amst. 1911. 

Alg. Handelsbl. v. 21 Aug. 1911. Avondbl. 

, Friesland en de Algem. Doopsgez. Sociëteit. 1811 — 21 

Augustus — 1911. Leeuw. 1911. 

Zondagsbl. der Leeuw. Courant. Bijvoegsel van het nummer v. 21 Aug. 1911. 

Fleisclier, F. C, Algemeene organisatie. Z. pi. [1914]. 

Rede uitgespr. ter vergad. der Zwolsche Vereen, v. Doopsgez. Gemeenten 
te Utrecht, 30 Juni en 1 Juli 1914. 
Overgedr. u. de Zondagsbode v. 2 en 9 Aug. 1914. 

Muller, S., Orat. de muneris sacri ratione recte aestimanda. Amst. 
1829. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 7 Oct. 1828. 

Koopmans, W. Cnoop, Orat. de theologiae disciplina, prorsus lit- 
teraria. Amst. 1830. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 8 Oct. 1828. 



283 

So\jer, A., eu J. Boeke, Tweetal leerredenen ter gelegenh. der 
gedachtenisviering v. het eerste eeuwgetijde der Doopsgez. kweek- 
school, den 6d»i Dec. 1835 uitgespr. Amst. 1886. 

Sybrandij K., Leerrede, ter gelegenh. der godsd. gedachtenisviering 
V. het 100 j. bestaan der Doopsgez. kweekschool. [Uitgespr. te 
Gron. 6 Dec. 1835.] Z. pi. en j. 

Ook in: K. Sybrandi, Bundel verspreide stukken. 

Pesch, A. J. van, Het Doopsgez. Kerkgenootschap, gekenmerkt door 
het streven naar christelijke vrijheid. Gelegenheidsrede uitgespr. 
te Rotterd., den 6»° Dec. 1835. Rotterd. 1836. 

Posthumus, R. [en P. Brouwer, Pz.], De Christelijke Vrijheid, 
eene uitboezeming v. het hart; bij gelegenh., dat de Doopsgez. 
Gemeenten In ons vaderland het eerste eeuwfeest harer kweek 
school, te Amsterd. gevestigd, op den 6 Dec. 1835, godsdienstig 
vierden. M. eene bijlage. Gron. 1836. 

Martens, M., Lofzang aan God en Jezus Christus, op het eerste 
eeuwfeest der Doopsgez. Kweekschool te Amsterd. enz. 2^^ dr. 
Gron. z. j. 

, Feestrede, of dankbare uitboezeming op het eerste 

eeuwgetijde der Kweekschool bij de Sociëteit der Doopsgezinden 
te Amsterd. enz. Gron. 1836. 

Ris, K., Naamlijst v. allen, die, sedert de oprigting der Alg. Doopsgez. 
Sociëteit in 1811, hunne studiën aan derzelver Kweekschool be- 
gonnen en voleindigd hebben ; benevens aanwijzing v. de verschil- 
lende standplaatsen der pred., enz. [tot 1841]. Leeuw. z. j. Plano. 

Gilse, J. V., Orat. de theologiae disciplina ad bene gerendum mu- 
nus sacrum omnino necessaria. Amst. 1849. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 9 Oct. 1849. 

Muller, S., Feestrede geh. op den 30 Juuij 1852, in de kerk der 
Vereen. Doopsgez. Gemeente te Amsterd., ter viering v. zijne 25 j. 
ambtsbediening. Amst. 1852. 

Hoekstra Bf., S., Orat. de summae veritatis cognoscendae ratione 
atque via. Amst. 1857. 

Rede bij de aanvaarding van liet hoogleeraarsambt, 17 Febr. 1857. 

Hoekstra Bz., S., De weg der wetenschap op godgeleerd en wijs- 
geerig gebied. . . . U. het Lat. vert. [d. J^. v. GilseJ. Amst. 1857. 



284 

SchefFer, J. G. de Hoop, Orat. de providentia diviaa Teleiobaptistas 
Neerlandicoö al) exitio vindicaiite, zie hier voren blz. 41. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 18 Jan. 1860. 

, De Doopsgez. Broederschap in Nederland, voor ver- 



vloeijing en ondergang bewaard. Redevoering bij de aanvaarding 
van het Hoogleeraarambt uitgespr. en naar het Lat. bew., zie 
ibidem. 

Boetje, J., Toespraak tot den Heer S. Hoekstra B^., bij diens Zilveren 
Jubilé als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid. Z. pi. en j. f1882]. 

[Dyserinck, J.], Het 25 j. hoogleeraarschap v. Dr. J. G. de Hoop 
Scheffer, aan de Doopsgez. Kweeksch. te Anisterd. 1860- XVIII 
Januari- 1885. Rotterd. 1885. 

N. Rotterd. Courant v. 20 Jan. 1885. 

[Bericht aangaande het 25 j. professoraat v. J. G. de Hoop Scheffer.] 
Anist. 1885. 

Het Nieuws v. d. Dag v. 20 Jan. 1885. 

Jubilee v. Prof. de Hoop Scheffer. Amst. 1885. 

De Amsterdammer, Dagbl. voor Nederl. v. 20 Jan. 1885. Ochtend- en Avondbl. 

[Gilse, J*". van]. Een merkwaardig jubilee [van Prof. de Hoop 
Scheffer]. Amst. 1885. 

De Hervorming. 24 Jan. 1885. 

Cramer, S., Beschrijvende en toegepaste Godgeleerdheid in haar 
verschil en onderling verband. Amst. 1890. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 26 Sept. 1890. 

Hoogleeraar (Een Doopsgezind) gevraagd. Batavia, 1891. 

Bataviaasch Handclsbl. v. 28 Dec 1891: Amsterdamsche brieven. 

Linden, J. W. van der, Toespraak aan Prof. Dr. S. Hoekstra Bzn., 
bij liet aanbieden v. een huldeblijk aan ZHG., op 30 Sept. 1892, 
den dag waarop door Hem zijn ambt als hoogleeraar aan de 
Kweeksch. der Doopsgez. te Amsterd. werd neergelegd. Harlingen, 
1892. 

Bussy, I. J. de, Wijsgeerige wetenschap en persoonlijke overtui- 
ging. Amst. 1892. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 30 Sept. 1892. 

Bakels, P. S., Eenige Beschouwingen over de studie aan het Semi- 
narium der Doopsgezinden te Amsterdam. [Koog aan de Zaan, 1899]. 



285 

Eühler, W. J., Ds beteekenis vaii de Dissenters in de Kerkgeschie 
denis van Nederland. Leiden, 1913. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 10 Febr. 1913. 

Appeldoorn, J. G., Vrijheid in betrekking tot willen en voorstellen. 
Amst. z. j. 

Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt, 23 Oct. 1916. 



Feestbundel ter herinnering aan de viering van het 50 j. bestaan 
van E. T.E.B. O.N. Zwolle, 1864. 

[idem] van het 75 j. bestaan van E. T. E. B. O. N. 

Haarlem, 1890. 

[idem] van het 100 j. bestaan van E. T. E. B. O. N. 

Haarlem, 1915. 

S[imonides], J., E. T. E. B. O. N. 7 Mei 1814-7 Mei 1914. Am.st. 1914. 

Propria cures. XXV. 27. 



Deenik, M. L., De Priesche Doopsgezinde Sociëteit. Amst. z. j. 

Geschriftjes ten behoeve v. de Doopsgez. in de verstrooiing. N». 41. 

Zeper, D., Staat aanwijzende de door Gemeenten en Leeraren bijeen- 
gebragte en door Gemeenten, Weduwen, Kinderen en Emeriti 
genotene gelden v. de Friesche Doopsgez. Sociëteit, alsmede het 
Weduwen-, Weezen- en Emeritaat-fonds voor Doopsgez. Leeraren 
in Friesland, over de jaren 1806-1856. Leeuw. 1856. 4". 

, Staat der Doopsgez. Gemeenten, behoorende tot de 

Priesche Sociëteit, opgemaakt den 1 Jan. 1855. Z. pi. Plano. 

Uuishoff, A. A., Idem, opgemaakt den 1 Jan. 1870. Z. pi. Plano. 

Deenik, M. L., Idem, opgemaakt 1 Jan. 1910. Z. pi. Plano. 

, Idem, opgemaakt 1 Jan. 1915. Z. pi. Plano. 

Brief v. den Boekhouder der 3 eerste Classen v. de SocietQit der 
Doopsgez. in Friesland, aan de Kerkeraaden der Doopsgez. Ge- 
meenten in die Provintie; tot geleide v. een Ontwerp ter oprich- 
tinge en instandhoudinge v. een Fonds tot ondei^steuning der 
weduwen v. gestorven leeraaren. [Leeuw. 1805]. 4". 

Hoekstra, F., Aanspraak, gedaan in de vergad. der Vriesche Doopsgez. 
Sociëteit te Leeuwarden, 26 Mei 1831. Z. pi. en j. 



[Boetje, J.], Rapport v. de Commissie ter zake .v. het Emeiitaat- 
fonds voor Doopsgez. leeraren in Friesland. Had. [1876]. 

■ — - — - — — , Tweede rapport v. de Commissie ter zake v. hel Frie- 



sche Emeritaatfouds. [Harl. 1876]. 

Tis, A., [Twee brieven] aan de Gemeenten en Leeraren, leden v. het 
Emeritaatfonds voor Doopsgez. leeraren in Friesland. Z. pi. 1876. 

Feenstra, P. W., Feestrede ter gedachtenis van het 200 j. bestaan 
der Friesche Doopsgez. Sociëteit, uitgespr. in de kerk der Doopsgez. 
Gemeente te Leeuwarden op 6 Juni 1895. [Leiden, 1895]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1895. 



Reglement voor den Ring van Doopsgez. Gemeenten in Vriesland. 
Joure, 1837. 

, Bakker, G., Staat der Doopsgez. Gemeenten in de Prov. Groningen, 
opgemaakt 1 Jan. 1850. Enz. Gron. 1850. Plano. 

2 Exempl., waarvan een m. geschreven aant. 

Gilse, J"». Tau, Staat v. de Doopsgez. Gemeenten in de Prov. Gro- 
ningen op uit. Deo.» 1875. Gron. z. j. Plano. 

Feestviering ter gedachtenis aan het 50 j. bestaan van de Sociëteit 
der Doopsgez. Gemeenten in de Prov. Groningen. [Gron. 1876]. 

Reglement voor de Sociëteit v. Doopsgez. Gemeenten, in de prov. 
Groningen, en in Oost-Friesland. Opgericht 31 Maart 1826. Her- 
zien in 1888. [Gron. 1888]. 



Fonds (Het) voor Weduwen en Kinderen van Doopsgez. Leeraren 
in Noord- en Zuid-Holland. Van af het eerste ontwerp in 1792 
tot en met 1865. 

Verzameling der reglementen, verslagen enz. in 1 band. 

Verslag van het Fonds voor weduwen en kinderen van Doopsg. 
leeraren in de prov. N. en Z. Holland enz. [M. redev. v. A. D o ij e r Tz.] 
Amst. 1844. 

[Bruin Wz., J.], Rede bij de opening der vergadering . . . ter vesti- 
ging van een Algemeen Emeritaat-Fonds voor Doopsgez. Leeraren, 
geh. te Zaandam, op den 24st«° Oct. 1848. Z. pi. en j. 



287 

Verslag v. de Negende Vergader, der Vereenig. v. Doopsgez. 6e- 
meeaten, geh. 29 Juni 1905, tè Haarlem. Z. pi. en j. 



Berigt wegens het Zendeling-genootschap der Baptisten in Engeland 
en ontwerp ter bevorder, v. deszelfs belangen in de Nederlanden. 
Ainst. 1821. 

Verslag (is'e _248te) (jgj- Nederl. afdeeling v. het Zendeling-genootsch. 
der Engelsche Baptisten. [Amst. 1822 — 45]. 

Verslag (ist»— 68^'*) v. den staat en de verrichtingen der Doopsgez. 
Vereeniging tot bevordering der Evangelieverbreiding in de Nederl. 
Overzeesche Bezittingen. [Amst. 1849] — 1916. 

[Britzel, H.], Op bezoek bij onze Doopsgezinde Zending. [Wormerveer, 
1915]. Met 1 kaartje. 

c. Plaatselijke geschiedenis. 

AARDENBÜRG. 
Cramer, A. M., De legende van Aardenbmg. [Leiden, 1885]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1885. 

ALKMAAR. 
[Bruinvis, C. W., Feestzang ter gelegenh. dat Ds. H. de Boer te 
Alkmaar zijnen 25 j. dienst in die Gemeente herdacht. 16 Dec. 
1888.] Alkm. 1888. 1 blad. 
Reglement v. de Doopsgez. Gem. te Alkmaar. [Alkm.] 1899. 

AMSTERDAM. 
Cramer, S., De vereeniging der twee Amsterdamsche gemeenten 
in 1801. Leiden, 1898. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1898. 

Sepp Jz., C, Aan den Heere Hoito Tichelaar enz. Amst. 1806. 

Dankvers in handschr. m. 2 geteekende vignetten. 

Gezangen bij het inkomen der weezen van de Vereenigde Doops- 
gezinden: in het weeshuis der Doopsgez. Collegianten, genaamd 
de Oranje-Appel. Op den 3^""^ Julij 1811. Z. pi. en j. 

Hulde toegebragt aan Pieter Lsendertz, gedurende een derde eener 
eeuw Regent in het weeshuis der Collegianten, genaamd de Oranje- 
Appel. Gevierd 4 Mei 1820. Hulde aan J. Sijffers [als weesvader 
gedurende 25 jaar]. Welkomgroet aan Mevr. I. Cool, geb. Menalda, 
als Regen tesse. [Amst.] 1820. 



288 

Scheffer, J. G. de Hoop, Toespraak, op den gedenkdag v. het 200 j. 
bestaan v. het Weeshuis der Doopsgez. Collegiauten, genaamd: 
De Oranje appel. Geh. 17 Aug. 1875. [Amst. 1875]. 

Afscheid (Een waardig) [van Ds. I. J. de Bussy, 20 Apr. 1884] 
[door] E. Amst. 1884. 

De Hervorming. 26 Apr. 1884. 

Wetten en gebruiken v. den Kerkenraad der Vereen. Doopsgez. 

Gïemeente te Amsterdam. Am.st. 1829. 
Reglement voor den Kerkeraad der Vereen. Doopsgez. Gemeente 

te Amsterdam. [Amst. 1874]. 

[idem]. [Amst.] 1885. 

M. de daarin gebrachte wijzigingen van de jaren 1886—99. 

Statuten v. de „Vereen. Doopsgez. Gemeente" te Amsterdam. [Amst. 
1916]. 

[Circulaire houdende kennisgeving aan de Broeders der Vereen. 

Doopsgez. Gemeente te Amst- v. de oprichting der Doopsgez. 

Kiesvereeiiiging „Het Apostolisch Evangelie". 1 Dec. 1885.] 
Reglement voor de Vereeniging tot handhaving v. de Apostolische 

Geloofsbelijdenis in de Doopsgez. Gemeente te Amsterd. [Amst. 

1887]. 

Verslag betreöende de Zondagscholen v. de Vereeniging tot hand- 
having der Apost. Geloofsbelijdenis in de Doopsgez. Gemeente 
Alhier. [1891]. [Amst. 1892]. 

[idem] v. de Vereeniging tot handhaving van Gods 

Onfeilbaar Woord ia de Doopsgez. Gemeente Alhier. 1892. [Amst. 
1893]. 

Jaar-verslag v. de Vereeniging tot handhaving van Gods Onfeilbaar 
Woord in de Doopsgez. Gemeente Alhier en hare Zondagscholen. 
1893. [Amst. 1894]. 

Verslag (Eerste) omtrent de wijkverpleging bij de Vereen. Doopsgez. 
Gemeente te Amst. [1894]. 

Idem, over 1895-96. 

APELDOORN. 
Concept-Statuten en Huish. Reglement v. de Doopsgez. Gem. te 
Apeldoorn. Z. pi. [1896]. 

Met bijgeschr. wijzigingen, daarin door de constitueerende ledenvergade- 
ring gebracht. 



289 

[Circulaire aan de Kerkeraden der Doopsgez. Gemeenten, berichtende 
de oprichting der Doopsgez. Gemeente te Apeldoorn en het beroep 
Y. D8. J. P. van der Vegte. 12 Juni 1896.] 
APPELSCHA. 

Cate, A. H. ten, De roeping der kerk. Feestrede [over Fil. 4 ^], uit- 
gespr. den 7'^*^" Nov. 1867, bij gelegenh. der inwijd, v. het nieuwe 
kerkgebouw der nieuw opgerichte Doopsgez. Gemeente te Appel- 
scha. Oosterwolde, 1867. 

ARNHE». 

Boeke, J., Het betrachten der waarheid in liefde, als bevestigende 
in de gemeenschap met Christus, [naar Eph. 4 ^°] geschetst en 
aangedrongen voor de Doopsgez. Gem. te Arnhem, bij hare eerste 
openlijke godsdienstoefening. Arnhem, 1852. 

Uaga, H., Leerrede [over Col. 1 ^] uitgespr. 9 Dec. 1855, bij de 
aanvaarding zijner bediening als eerste Leeraar in de Doopsgez. 
Gem. te Ai'nhem. Voorafgegaan d. een bei'igt v. de opzieners betr. 
de vestiging der gemeente. [Arnhem] z. j. 

, Herdenking v. het 25 j. bestaan der gemeente. [17 

Juni 1877. Tekst : Luc. 12 ^.] Arnhem, 1877. 
BEVERWIJK. 

[Sepp, J.], Ter herinnering aan de inwijding des Nieuwen Orgel- 
harmoniums, in het kerkgeb. der Doopsgez. Gem. te Beverwijk, 
op Zondag den 4*^™ Mei 1879. [Amst.] z. j. M. muziek. 

, Ter herinnering aan den dag waarop F. Schuckink 

Kool 25 jaren Lid is geweest v. den Kerkeraad der Doopsgez. Gem. 
te Beverwijk. 5 Aug. 1857-6 Aug. 1882. Z. pi. en j. M. muziek. 

BLOKZIJL. 
Zuiderbaan, R. G., Kerkelijke Reden voering ter gelegenh. v. de 
vereeniging der Doopsgez. gemeenten te Blokzyl, den 21 Maart 
1803. Over Col. 3 "• i^. Amst. 1803. 

In: J. vanden Berg enR.G. Zuiderbaan, Kerkelijke Reden voeringen. 
BREDA. 
Reglement der Doopsgez. Gem. te Breda. Z. pi. 1899. 

DOKKDM. 
Scheltema Ez., M. W., en P. C. van Wyk, Een poging tot ver- 
broedering der Protestantsche Christenen en hare verwezenlijking 
in de Vereenigde Christel. Gemeente te Dockum. Enz. Amst. 1874. 



290 

Feenstra, P. W., De Vereenigde Doopsgez. remonstr. gemeente te 
Dokkum en de Pr. Doopsgez. Sociëteit bij de oprichting daarvan 
[in 1797]. Autograaf (IQ*!» eeuw). 

DORDRECHT. 

[Adres aan den Koning, van de Keikeraden der Doopsgez. Gemeenten 
te Amsterdam, Enkhuizen, de Joure, Rotterdam, Utrecht en Zutphen, 
in zake den eigendom der goederen van de Doopsgez. Gemeente 
te Dordrecht.] Z. pi. [1875]. 

[Circulaire aan de Doopsgez. Broeders en Zusters te Dordrecht hou- 
dende voorstel tot stichting eener nieuwe Gemeente ald. 5 Dec. 1895.] 

[Circulaire houdende mededeel, van de sticht, der nieuwe Doopsgez. 
Gem. te Dordrecht. Jan. 1896. M. lijst v. predikbeurten.] 

Maas, J. van de. Een herlevende Gemeente. Dordr. 1897. 

Dordreclitsclie Courant v. 8 Febr. 1897. Avond-Editie. 

[Bericht betreffende de eerste steenlegging van het nieuwe kerk- 
gebouw der Doopsgez. Gem. te Dordrecht.] Dordr. 1897. 

Dordrechtsche Courant v. 5 Juli 1897. Avond-Editie. 

Studiefonds Bemolt (Stichtingsbrief van het) in het loven geroepen 
d. de dames Johanna Bemolt en Margaretha Bemolt te Dordrecht 
... 19 Oct. 1909. Z. pi. en j. 

DRACHTEN. 

Cate, G. ten, Geschiedk. overzicht van de Doopsgez. Gem. te Drachten 
eu Ureterp, en Feestrede [over Ex. 10^], geh. den 14 Sept. 1890, 
ter Herdenk, v. het 100 j. bestaan v. haar Kerkgebouw, zie hier- 
voren blz. 42. 

Herdenking (Feestelijke) v. het 100 j. bestaan v. het Kerkgebouw 
der Doopsgez. Gem. te Drachten en Ureterp, 14 Sept. 1890. 

Programma en Circulaire van den Kerkeraad, met gezangen. 
FRANEKER. 
Reglement voor de Doopsgez. Gem. te Franeker. [Fran. 1862]. 

Delden, M. E. van. Leerrede [over Ezra 3 ^% uitgespr. bij gelegenh. 
der laatste godsdienstoefening in het oude kerkgebouw der Doops- 
gez. Gem. te Franeker op 8 Mei 1864. Franeker, z. j. 
GIETHOORN. 

[Rechtspraak omtr. de ontbinding v. de Noorder Uoop.sgez. Gem. 
te Giethoorn.] 's-Gravenh. 1893. 

Weekblad v. het Recht. N». 6380. 



291 ■ 

'8-6RAVENH1GE. 
Waard, S. de, Tempelwijding. Toespr. [over 1 Kon. 8 ^9»] bij ge- 
legenh. v. de iawijdiug der nieuwe kerk v. de Doopsgez. Gem. te 
's-Graveuhage op den 5*i«" Sept. 1886. 's-Graveuh. 1886. 

, Idem. 2'i» dr. 's-Gravenh. 1886. 

Adresboek v. de leden der Doopsgez. Gemeente te '.s-Gravenhage. 
' 's-Gravenh. 1909-15. 

GRONINGEN. 
Zangen ter gelegenh. der inwijdinge v. de nieuvre kerk der Vereen, 
Doopsgez. Gem. te Groningen. Gron. 1815. M. muziek. 

Nagedachtenis (Ter) van C. Leutscher, 1. bij de Zwitsersch-Doops- 
gez. Gem. te Groningen; ald. overl. den 8 Aug. 1824. Z. pi. en j. 

Houten, S. van, Voorstel gedaan aan den Kerkeraad der Vereen. 
Doopsgez. Gem. te Groningen, en de daarover met gen. Kerkeraad 
gewisselde stukken. Gron. [1868]. 

Weeshuis (Het) der Vereen. Doopsgez. Gem. te Groningen. 1847 — 1897. 
Gron. 1897. 

Bepalingen, die van kracht zijn in de Vereen. Doopsgez. Gem. te 
Groningen. Gron. [1902]. 

HAARLEM. 

Kerklied, ter gelegenh. v. den Vrede, geslooten te Amiens; om gezon- 
gen te worden bij het Plegtige Dankuur, den 2 Junij 1802. Z. pi. en j. 

Gezangen bij gelegenh. der plegtige viering v. de 25 j. verjaring v. 
de vereeniging der Doopsgez. Gemeenten, voorheen hare vergad. 
geh. hebbende op 't Klein Heilig land en in de Peuselaarsteeg, 
op 1 Oct. 1809. Z. pi. en j. 

Loosjes Pz., A., Bij gelegenh. v. het vriendenmaal v. den Groeten 
Kerkeraad der Vereen. Doopsgez. Gemeente te Haarlem, den o"*®" 
Oct. 1809, geh. ter 25 j. gedachtenisse der vereeniging v. de 
Doopsgez. Gemeenten, op het KI. Heiligland en in de Peuselaars- 
steeg, plaats gehad hebbende' 30 Sept. 1784. Z. pi. en j. 

Lyst der Texten, gepredikt binnen Haarlem ... op den Dank- en 
Bededag, geh. den 16 Mey 1810. Haarlem, z. j. 4". 

Loosjes, V., Toespraak aan de kinderen in het oude weeshuis der 
Vereen. Doopsgezinden te Haarlem, ter gelegenh. v, het 200 j. 
bestaan van dit Godshuis; gevierd 1 Mei 1834. Z. pi. en j. 



292 

Aan de Kinderen in het Oude Weeshuis der Doopsgezinden, te Haar- 
lem, ter gelegenh. v. deszelfs 200 j. bestaan, enz. Z. pi. en j. Plano. 

Herinneringsblad uitgereikt namens Regenten en Regentessen. 

Adres v. den Groeten Kerkeraad der Vereen. Doopsgez. Gem. te 
Haarlem aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, [omtr. een 
ontw. V. Wet op het Armbestuur]. Haarlem, 1852. f. 

[Tries, J". de], Een kijkje in een School [de school der Doopsgez. 
Gem. te Haarlem]. [Amst. 1899]. M. afb. 

Uit: Eigen Haard. 1899. 

HALLÜM. 

W'artena, S., Een Pinksternamiddag. Rede en toespraken bij ge- 
legenh. V. de ingebruikneming v. het nieuwe orgel op Pinkster- 
zondag 3 Juni 1906 ... in de Doopsgez. Kerk te Hallum. Z. pi. en j. 
HARLINGEN. 

Cool, P., De stichting der nieuwe Doopsgez. kerk te Harlingen. Rede- 
nen en geschiedk. mededeelingen daartoe betrekkelijk. Harl. 1858. 

IJtericlit betreffende het afscheid v. D^. Boetje te Harlingen.] [Harl. 

1884]. 

Harlinger Courant. Dagblad v. Friesland. 23/24 Apr. 1884. 
HELUER. 
Glasbergen Lz., M., Een woord van liefde aan mijne protestantsche 
medeburgers en landgenooten, ter gelegenh. v. den overgang des 
eerw. Heere A. Réhn, uit de gemeensch. der Doopsgezinden, by 
welke zyn eerw. weleer openb. leeraar was, tot die van de 
Roomsch-Catholijke Kerk. Gedaan binnen Amst., op den H Oct. 
1804. Amst. enz., z. j. 

Feestzang bij het eenjarig verblijf v. D**. Kossen, leeraar in de 
Doopsgez. Gem. te Helder. 25 Jan. 1892. Helder [1892]. 
HOORN. 

Overzicht (Kort) van de gebeurtenissen in de Doopsgez. Gem. te 
Hoorn, in de jaren 1903-1905. Z. pi. en j. [1905]. 

Uiterdyk, M., Een onkiesch Verslag. [Hoorn, 1905]. 

, Het geheimzinnig „fonds L. C." of „Liefde Cassa" en 

de Doopsgez. Gemeente te Hoorn. [Leeuw.] z. j. [1905]. 

, Mijne „Onware" Ti-actementsverklaring. Z. pi. en j. [1905]. 

[Bast, G. H., en P. J. Messchaert]. Mededeelingen v. Administra- 
teuren naar aanl. v. het geschr. v. den heer M. Uiterdijk, getiteld: 



293 

Het geheimzinuit? Fonds L. G. of „Liefde Caasa", en de Doopsgez. 
Gemeente te Hoorn. Hoorn [1905J. 

IRNSÜM EN POPPINGAWIEB. 
Molenaar, L, Aan de leden der Doopsgez. Gemeente v. Irnsum en 
Poppingawier. [Irusum, 1870]. 

Voorstel tot scheiding der gemeente. 

JOURE. 

Koorzangen bij liet derde Eeuwfeest der Doopsgezinden op den 
6«" Dec. 1835. In handschr. 

KAMPEN. 

Statuten en Huish. Reglement v. de Vereeniging „de Vereenigde Doops- 
gezinde Gemeente" te Kampen. Kampen [1887]. 
LEEUWARDEN. 

[Staal, A.], Request voor A.br. Staal, 1. der Doopsgez. Gem. te 
Leeuwarden, aan de Nationaale Vergadering ... Waaragter ge- 
voegd is, deszelfs . . . Redevoering ofte Leer-reden, op dato den 
24 Sept. 1797, bij gelegenh. uitgespr., dat hij ... in zijn Post 
hersteld is geworden enz. Leeuw. 1797. 

Tigler, K., üitboezeming by het bekend maken des overlydens van 
mynen vriend K. O. Gorter, gest. 5 Nov. 1805. Z. pi. en j. 4". 

Brouwer, i., Lijkvers op Ulco Cats . . . overl. te Leeuwarden den 
13 V. Slagtm. 1810. Z. pi. en j. 4". 

, Ter nagedachtenis v. Klaas Tigler, 1. der Doopsgez. 

te Leeuwarden, overl. 30 Juli 1811. Z. pi. en j. 4«. 
LEIDEN. 

Reglement voor den Grooten Kerkeraad. [Leiden, 1909]. 

Naamlüst van de leden der Doopsgez. Gemeente te Leiden. Decem- 
ber 1909. Leiden, 1909. 

MENSINGAWEER. 

Wieling, S. E., Inwijding v. de nieuwe kerk der Doopsgez. Gem. 
te Mensingaweer. 4 April 1819. [Tekst: Hand. 17 21. ^s.jGron. 1819. 
MEPPEL. 

Kielstra, Tj., Psalm 84. De vreugde van den godsd. mensch. Leer- 
rede, uitgespr. 11 Jan. 1880, bij de Inwijding v. het Kerkgebouw- 
der Doopsgez. Gem. te Meppel. Zwartsluis, 1880. 

Gezangen bij de Inwijding v. het Kerkgebouw der Doopsgez. Gem. 
te Meppel. 11 Januari 1880. [Meppel, 1880]. 



294 

MIDDELBURG. 

Gezangen bij de Inwijding v. het Kerlcgebouw der Doopsgez. Gein. 

te Middelburg. 7 Juli 1889. [Middelb. 1889]. 

MIDDELIE. 
[Bericht over het afscheid van H. W. van der Ploeg als leeraar 
bij de Doopsgez. Gem. te Middelie.] Edam, 1892. 

Noord-Holl. Weekblad. 7 Mei 1892. 

MIDWOLDA c. a. 
Concept-reglement voor de Doopsgez. Geni. van Midwolda c. a. 
Winschoten [1889]. 

Kuipers, K., Open brief aau de leden der Doopsgez. Gem. Midwolda 
ca. Afd. Winschoten. Winschoten [1900]. 

, Een Wederwoord aan de Leden der Doop.sgez. Gem. 

Midwolda, c. a. Afd. Winschoten. Winschoten [1901]. 

PEKELA. 
Zangen, bij het houden <ier eerste godsdien.stoefen. in de nieuwe 
kerk der Doopsgez. te Pekela, op den 19 Sept. 1852. [Wildervank, 
1852]. 

ROTTERDAM. 
Messchaert, N., De zegen v. den openbaren godsdienst, in eene 
plegtige leerrede [over .Joh. 10 ^^^], ter gedachtenis v. de stichting 
en inwijding der nieuwe kerk v. de Doopsgez. Gem. te Rotterdam 
voor 50 jaren, ald. geh. den 29 Mei 1825. Rotterd. 1825. 

Craandyk, J., Het vergankelijke van al het aardsche en het onver- 
gankelijke van het Evangelie. Rede [over 1 Petr. 1 2*. 25] vntgespr. 
ter Gedachtenis v. het 100 j. bestaan v. het Kerkgebouw der 
Doopsgez. Gem. te Rotterdam, 30 Mei 1875. Rotterd. 1875. M. 2 
gekl. pi. 4". 

Gezangen te zingen door het Koor, bij de gedachtenisvier. v. het 
100 j. bestaan v. het Kerkgebouw der Doopsgez. Gem. te Rotter- 
dam. 30 Mei 1875. Z. pi. en j. 

Reglement der Doopsgez. Gem. te Rotterdam. Rotterd. [1901]. 

Terslag van den staat der Doopsgez. Gem. te Rotterdam. 1 Jan 
1912. Rotterd. [1912]. 

DE RIJP. 
Persyn, J., Godsdienstige feestrede [volgens Psalm 84 ^-^], ter in- 



295 

wijding V. het liernieuwde kerkgebouw der Doopsgez. Gemeente 
te Rijp, geil. 10 Sept. 1854. Hoorn, 1857. 

In : J. P e r s ij n, Een viertal geschriften betreffende de Doopsgez. Gemeente 
in de Rijp. 

Terwer, J. de, De liefde sticht. Rede [over 1 Cor. 8 ^^]. Uitgespr. 
2 Sept. 1866, bij de opening v. het nieuwe weeshuis der Doopsgez. 
Gem. in de Rijp. Daarbij gevoegd zijn: Benige histor. aant. be- 
treffende de verzorging der weezen in gen. gemeente d. S. Appel. 
Purmerende, z. j. 

SNEEK. 

Loosjes, T., Des Tempels vergankelijke luister enz. Leerrede over 
Mc. 13 1' ", uitgespr. 10 Apr. 1892, ter herdenking v. het 50 j. 
bestaan der Doopsgez. kerk te Sneek. Sneek, 1892. 
STAD.SK ANAAL. 

[Circulaire aan de Doopsgez. Gemeenten houdende verzoek om onder- 
steuning bij de oprichting v. eene Doopsgez. Gemeente te Stads- 
kanaal, 29 Apr. 184:9, en brief v. dankbetuiging voor verleende 
hulp, 29 Maart 1851.] 

Zangen, bij het houden der eerste godsdienstoefening in de kerk 

der Doopsgez. Gem. te Stads-Kanaal op den 9 Maart 1851. Wil- 

dervank, z. j. 

UTRECHT. 

Hartog, J., Opwekking tot gemeenschappeliike godsverheerlijking. 
Leerrede [over Ps. 34 *], uitgespr. 27 Maart 1870, bij gelegenh. dat 
het nieuwe Orgel, in de Kerk [der Doopsgez. Gem. te Utrecht] 
aan zijne bestemming werd toegewijd. Veenendaal, 1870. M. 1 foto. 

Reglement voor de Doopsgez. Gem. te Utrecht. Utr. 1898. 
VEENWOUDEN. 

Reglement der Doopsgez. Gem. van Veenwouden. [Leeuw. 1903]. 

Nüdam, C, Het nieuwe Huis (1866 — 1916.) Gedachtenisrede [over 

Haggaï 2 ^% uitgespr. [te Veenwouden] 24 April 1916 bij gelegenh. 

V. de herdenking der inwijding van de Vermaning op 22 April 

1866. Bergum, 1916. M. 1 pi. 

VLISS11V6EN. 
[Circulaire v.den kerkeraad der Doopsgez. Gem. te Vlissingen houdende 

verzoek om steun bij het bouwen van eene nieuwe kerk. Juli 1889.] 
WAGESIN6EN. 
[Circulaire houdende kennisgeving v. de stichting der Doopsgez. 

Gem. te Wageningen. April 1896.] 



WESTZAAN. 

Dokkiiin, C. R. van, Leerrede [over Joh. 10 22aj_ geh. den 20»^™ Oct. 

1895, ter herdenk, v. het 200 j. bestaan v. het Kerkgebouw der 

Waterl. Doopsgez. Gem. te Westzaan (Noord). Z. pi. en j. 
WIERINGEN. 
Blaadje (Ons). Uitgeg. vanwege de Doopsgez. Gem. te Wieringen 

d. den pred. J. M. Leen der tz. Jg. 1 — 5. Wieringen, 1912 — 16. 
WOLYEGA. 
Born, F., Da Gemeente van Christus Gods gebouw. Toespr. [over 

1 Oor. 3 *'•] bij de eerste godsdtenstoef. der nieuwe Doopsgez. 

Gem. te Wolvega. [27 Oct. 1861.] Leeuw. 1862. 

WORK DM. 
Siemelink, T. H., Toespraak [over Ps. 127 '1 ter herdenking v. het 
200 j. bestaan v. het Kerkgebouw der Doopsgez. Gem. te Workum 
geh. den 12 Mei 1895. [Workum] z. j. 
WORMERVEER. 
Liederen bij gelegeuh. der 25 j. livangeliebediening v. .1. G. Boeken- 
oogen in de Doopsgez. Gem. te Wormerveer op het Zuid, 20 Mei 
1852. Z. pi. en j. [en] Een Woord van Afscheid van de Gemeente 
aan D". Boekenoogen. Wormerveer 3 Mei 1863. Z. pi. en j. 

Krantje (Ons Doopsgez.) Weekbl. voor de leden en vrienden der Ver. 
Doopsgez. Gemeente te Wormerveer. Redacteur: Ds. H. Brit zei. 
Jaarg. 1-4. [Wormerveer] 1913-16. 
WOUDSEND. 

Plaats, J. D. y. d., Twee tempel-psalmen, overdacht bij de laatste 
Godsdienstoefening in het Oude- en de eerste zamenkomst in het 
vernieuwde Bedehuis der Doopsgez. Gem. te Woudsend. Tweetal 
gelegenheids-preêken [over Ps. 65, 24 Oct. 1858, en over Ps. 84, 
13 Febr. 1859]. Sneek, 1859. 

IJLST. 

Busé, H. J., Ter Gedachtenis aan het 50 j. bestaan der nieuwe 
Doopsgez. Kerk te IJlst, 27 Sept. 1857-27 Sept. 1907. [Sneek] z.j. 
ZAANDAM. 

Lof-zang ter Eere Gods, welke ter Gelegenh. v. 't Feest der Ver- 
lossing des Vaderlands ... zal gezongen worden in de Vergaderpl. 
der Vr. Doops-gez. Gemeente, Het Oude Huis, te Westzaandam. 
Den 19''"'" v. Winterm. 1799. Z. pi. en j. 



297 

Hulde aan T. J. de Hoop, 1. bij de Doopsgez. Gem. te [West-] 
Zaandam, bij gelegenh. v. het 50 j. jubelfeest van deszelfs pre- 
dikdieii.st in gedachte gemeente ... 26 Aug. 1827. Zaandam, 1827. 

Leendertz, C, en B. van Geuns, Leerredenen [over 2 Cor. 13 " en 
Matth. 23 ^^], bij de godsd. viering der vereeniging v. de Ver- 
eenigde Doopsgezinde met de Vriesche Doopsgezinde Gemeente 
te Zaandam (Westzijde) uitgespr. 21 Febr. 1841. Z. pi. IS-ll. 

Cate, S. Blaupot ten, Rede [over 2 Cor. 6 <b-iO] ^^y■ gedachtenis aan 
het 800 j. bestaan v. eene Doopsgez. Gem. te Zaandam; uitgfispr. 
19 Nov. 1843. Zaandam, 1848. 

ZDTPHEN. 

[Liefde, J. de]. Belijdenis des geloofs der Christel. Gemeente te 
Zutphen, . . . bekend onder den naam v. Apostolisch-christelijk- 
afgescheidene Gemeente. M. een Voorrede aan alle Geloovigen. 
Deventer, 1845. 

Wnmkes, G. A., De opkomst en vestiging van het Baptisme in 
Nederland. Sueek, 1912. 

ZWAAGWESTEINDE. 

Statuten en Huish. Reglement der Vereeniging „De Doopsgezinde 

Kring te Zwaag westeinde". [Leeuv?. 1904]. 

ZWOLLE. 

Reglement v. bestuur voor de Doopsgez. Gem. te Zwolle. [Zwolle, 

1884]. 

d. Levensschetsen*). 

Vos, W. de, Leven en character v. Allard H uls h o f f [1. te 

Amsterdam, overl. 30 Juli 1795]. Amst. 1795. Gegrav. titel m. vign. 

Koopmans, R., Iets over den schrijver van de Geschiedenis van 
Jozef voor kinderen [W. v. O o s t e r w ij k H u 1 s h o f f ]. Leyden, 
1796. 

Voorrede v. de Gescli. v. Jozef voor kinderen. M. ingevoegd silli. 

Rusburg, B., Iets over W. en J. ten Cate, als oprigters der 
fabrijken enz. te Hengelo. Z. pi. en j. 

Koopmans, R., Hulde aan Ge r rit Hesselink [hoogl. te Am- 
sterdam, overl. 7 Nov. 1811]. Amst. 1812. 



Zie ook de afdeeling: Lijkredenen. 



298 

G[euns], J. v[an], Levensberigt v. C o r n. de Vries [rustend 1. bij 
de I). G. te Utrecht, overl. 21 Nov. 1812]. [Haarlem, 1813]. M. 1 portr. 

Overdr. uit: Algem. Konst- en Letterbode. 23 Maart 1813. 

Levensberigt en Karakterschets v. Matthias van Geuns, 
Med. Doet. en Einer. Prof. te Utrecht, overl. 9 Dec. 1817. Z. pi. en j. 

Crane, J. W. de, Hulde aan de nagedachtenis v. Pieter Stinstra 
[rustend 1. bij de D. G. te Franeker, overl. 18 Dec. 1819]. Z. pi. en j. 

[Persyn, J., C. Sepp Jz. en H. A. Sepp], Ter Gedachtenis v. J. G. 
Sepp [overl. 7 Dec. 1811] eii W. Wie her s Kruys [overl. 18 
Jan. 1823]. Z. pi. 182.3. 

[Bericht omtrent het overlijden van Klaas van der Horst, 
1. te Haarlem, 1 Mei 1825.] [Haarlem, 1825]. 

Algem. Konst- en Letter-bode. 6 Mei 1825. 

Muller, S., en J». de Vries, Hulde aan Rinse K o o p m a n s 

[hoogl. te Amsterdam, overl. 5 Sept. 1826]. Amst. 1827. 

M. bijgevoegd doodbriefje. 

Kemp, F. A. van der, 1752 — 1829. An autobiography together v?. 
extracts from his correspondence edited, w. an historical sketch 
by H e 1 e n L i n c k 1 a e n F a i r c h i 1 d. New-York, Londen, 1903. 
M. portr. en facs. 

Onnes Mz., M., De vermaner F r a n i; o i s A d r i a a n van der 
K e m p. Gron. z. j. M. 1 portr. 

Swart, N., Iets over I z a a k Molenaar [1. te Crefeld]. Z. pi. en j. 

Voorlezing in de Maatschappij Felix Meritis, 2 Maart 1837. 

Steenderen, A. van, Iets ter nagedachtenis van Freerk Hoekstra, 
in leven 1. der Doopsgez. in de gemeenten Holwerd, Zaandam en 
Harlingen [overl. 31 Maart 1837]. Franeker, 1839. 

Siegenbeek, M., [Levensbericht van J. Brouwer, rustend 1. te 
Leeuwarden, overl. 11 Apr. 1838. Aanspraak in de verg. v. de 
Maatsch. der Nederl. Letterk. te Leiden, 21 Juni 1838.] 

Uit: Handelingen dier Maatschappij. 1838. 

Hall, M. C. van, Een woord over M"^. Anne Willem Huide- 
koper... [uitgespr.] op 10 Sept. 1841. Z. pi. en j. 

[Levensbericht van Jacobus Davids Vissering, rustend 1. 
bij de D. G. te Gron., overl. 17 Dec. 1846.] Gron. 1846. 

Uit: Groninger Courant v. 18 Dec. 1846. 



299 

Muller, S., Iets ter nagedachtenis van Wopko Cnoop Koop- 
m a n s [hoogl. te Amsterdam, overl. 4 Maart 1849]. [M. toespraak 
aan diens graf.] [Haarlem, 1849]. 

Overdr. uit: Algem. Konst- en Letter-bode. 1849. II. 

Daubanton, F. E., Prof. Dr. W o p k o Cnoop K o o p m a n s. Eene 
kl. bijdr. tot de gesch. v. Nederlands Godgeleerden en Godgeleerd- 
heid. Utr. 1890. 

[Haar, B. ter], Leven- en karakterschets en letterk. verdiensten v. 
M''. Jeronimo de Vries [overl. 1 Juni 1853]. [Leiden, 1853]. 

Overdr. uit: Handel, v. de Maatsch. der Nederl. Letterltunde. 1853. 

Sybrandi, K., Levensberigt v. Hendrik A r n o 1 d M e ij e r [luite- 
nant ter zee, overl. 2 Apr. 1854]. Z. pi. [1854]. 

l[[uller, S.], Een woord ter gedachtenis v. Jan Boeke [rustend 
1. bij de D. G. te Amsterd., overl. 9 JuU 1854]. Z. pi. en j. 



, Ter gedachtenis v. Matthijs Siegenbeek [rustend 

hoogl. en 1. bij de D. G. te Leiden, overl. 26 Nov. 1854]. Z. pi. 1854. 

Overdr. uit: Kerkel. Courant v. 22 Dec. 1854. 

Muller, S., Schets v. de letterkundige vorming en werkzaamh. v. 
M a 1 1 h ij s Siegenbeek. Leiden, 1855. 

Overdr. uit: Handel, v. de IVtaatsch. der Nederl. Letterkunde. 1855. 

, Ter Gedachtenis van den hoogleeraar Dr. Jan v a n 

G i 1 s e [overl. 24 Mei 1859]. Z. pi. 1859. 

Bijlage tot het Verslag der Alg. Doopsgcz. Sociëteit voor liet jaar 1859. 

— , Levensberigt v. Jan van Gilse. Leiden, 1859. 

Overdr. uit: Handel, v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1859. 

Tetli, P. J., Het leven van D'. J. van Gilse, eene inleiding tot 
de uitgave zijner verspreide en nagelaten schriften. Amst. 1861. 

Pekelharing, K. R., Levensschets v. M''. S. de Win d [overl. 19 
Aug. 1859]. [Middelb.] z. j. 

Uarting, D., Levensbericht v. Dr. G. "Vissering [1. te Wormer 
en Jisp, overl. 28 Juni 1869]. [Leiden, 1870]. 

Overdr. uit: Handel, v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1870. 

Uartog, J., Levensberigt v. Jacob Honig Jnz. .Jr. [overl. 14 Nov. 
1870]. Leiden, 1871. 

Overdr. uit: Handel, v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1870—71. 



300 

Vries, J". de, Leven- en karakterschets v. S i m o n Gorter 
[rustend 1. bij de D. G. te Wormerveer Zuid, overl. 5 Juni 1871]. 
Leiden, 1872. 

Overdr. uit: Handel, v. de Maatsch. der NedcrI. Letterkunde 1871—72. 

Sepp, C, Levensbericht v. Ds. K. S y brandt [rustend 1. bij de 
D. G. te Haarlem, overL 4 Sept. 1872]. Leiden, 187:1 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch der Nederl. Letterkunde. 1872-73. 

Gilse, J*". van. Dr. Sa ra viel Muller [rustend hoogl. te Amsterdam, 
overl. 25 Febr. 18751. [Amst. 1875]. 

Overdr. uit: De Hervorming. 4 Maart 1875. 

Sepp, Chr., Levensschets v. D"". S a m u e 1 Muller. Leiden, 1876. 

Overdr uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1875—76. 

[Kruseman, A. C], F r e d e r i k Muller, geb. 22 Juli 1817, gest. 
4 Jan. 1881. In Memoriam. [Leiden, 1881]. M. 1 portr. 4". 

Overgcdr. uit : Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1880—81. 

N[\jhoff], M., Levensschets v. F red er ik Muller. Z. pi. en j. 

Overdr. uit: Nieuwsbl. v. den Boekh. 1881. N". 22. 

Loman, A. D., Jan Willem S t r a a t m a n [rustend 1. bij de 
D. G. te Groningen], overl. 4 Deo. 1882. Amst. 1883. 

De Hervorming. 20 Jan. 1883. 

Acquoy, J. G. R., Levensbericht v. Aem. W. Wybrands [1. te 
Leiden, overl'. 22 Sept. 1886]. [Amst. 1887]. 

Overdr. uit: Jaarb. der Kon. Akad. v. Wetensch. 1886. 

Rogge, H. C, Aemilius Willem Wybrands. 's-Gravenh. 1887. 

Overdr. uit: Archief v. Nederl. Kerkgesch. II. 4. 

Feith, P. R., Levensbericht v. M"". S. J. H i n g s t [overl. 12 Jan. 
1890]. Leiden, 1890. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1889—90. 

[Sepp, J.], Ter gedachtenis aan Christiaan Sepp [rustend 
1. bij de D. G. te Leiden, overl. 10 Mei 1890]. Beverwijk, 1890. 

Cramer, S., Levensbericht v. Chr. S e p p. Leiden, 1891. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1890-91. 

Leendertz, W. L, Verschijnselen des tijds. Betreurde dooden : . . . 
P. Brouwer [rustend 1. bij de D. G. te Aalsmeer], Dr. J. G. d e 
Hoop Scheffer [rustend hoogl. te Am.sterd.]. Rotterd. 1894. 

Overdr. uit: Geloof en Vrijheid. Jg. 28. N. S. V. 1. 



301 

Vries, J». de, Dr. J a k o b G ij s b e r t de Hoop S c h e f f e r 
[rustend hoogl. te Amst., overl. 31 Dec.]. 1819-1898. Haarlem, 
1894. M. 1 portr. 

Eigen Haard. 6 Jan. 1894. 

Prins, A. Winliler, Dr. J. G. de Hoop Sc heffer. Amst. 1894. 

Alg. Handelsbl. v. 7 Jan. 1894. Avondbl. 

, Levensbericht van J. G. de Hoop Scheffer. Leiden, 

1894. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der NeJerl. Letterkunde. 1893—94. 

Rogge, H. C, Levensbericht v. Jacob Gijsbert de Hoop 
Scheffer. Amst. 1895. 

Overgedr. uit: Jaarb. der Kon. Akad. v. Wetensch. 1894. 

Cramer, S., Bij Prof. Scheffer's laatsten arbeid voor de Bijdragen. 
[Leiden, 1894]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1894. 

, J. G. de Hoop Scheffer. [Leipz. 1900]. 

Artikel in: Realencykl. f. prot. Theol. u. Kirche. 3. Aufl. 

Cuperus, B., Levensbericht v. Alle Meenderts Cramer [rustend 
1. bij de D. G. te Middelb., overl. Dec. 1894]. Leiden, 1895. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1894—95. 

Fast, J., In Memoriam [Joseph Wiradiwangsa, inl. onderwijzer 
te Mergaredja]. Sinsheim, 1897. 

Gemeindebl. der iWennoniten. 1 Marz 1897. 

Molenaar, I., Professor Hoekstra. Haarlem, 1897. M. 1 portr. 

Mannen en Vrouwen v. Beteekenis. 1897. Afl. 8. 

Cramer, S., In memoriam. Sijtse Hoekstra Bz. (20 Aug. 
1822-12 Juni 1898). [Leiden, 1898]. 

Uit: Theol. Tijdschr. 1898. 

Cramer, [S.], Professor Hoekstra. [Leiden, 1898]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1898. 

W^jck, B. H. C. K. van der, Levensbericht v. Sytse Hoekstra. 
Amst. 1901. 

Overdr. uit: Jaarb. der Kon. Akad. v. Wetensch. 1901. 

Hylkema, H. B., In Memoriam. Dirk Fontein de Jong 

[overl. 29 Jan. 1898]. [Irnsum, 1898]. 
Kops, C. J. de Bruyn, en M. E. Houck, Mr. A. van D e 1 d e n. [I.] 

Amst. 1898. M. 1 portr. en afb. 

Eigen Haard. 1898. Blz. 421-24. Slot ontbr. 



302 

Cramer, S., J e r o n i m o d e V r i e s [1. te Haarlem]. Amst. 1902. 
M. 2 poitr. 

Eigen Haard. 31 Mei 1902. 

Cramer, [S.], J". de Vries. [Leiden, 1902]. M. 1 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1902. 

Knappert, L., Leven.sbericht v. Jeronimo de Vries [rustend 
1. bij de D. G. te Haarlem, overl. 29 April 1915]. Leiden, 1916. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1915—16. 

Cramer, [S.], Mr. H e n r i c k S a ra u e 1 van L e n n e p. Leiden, 
1903. M. 1 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1903. 

, L u d w i g Keiler. Leiden, 1903. M. 1 portr. 



Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1903. 

Feenstra Jr., P., Levensbericht v. A. Loosjes [rustend 1. bij de 
D. G. te Amsterdam, overl. 21 Juni 1902]. Leiden, 1904. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1903—04. 

Craand\jk, J., Levensbericht v. Dr. Jan Hartog [rustend 1. bij 
de D. G. te Utrecht, overl. 2 Sept. 1904]. Leiden, 1905. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1904—05. 

[Cramer, S.], Kroniek, 26 Sept. 1906-24 Sept. 1907. Necrologie ~ T. 
Kuiper [rustend 1. bij de D. G. te Amsterd.], K. R. S e h u i 1 i ii g 
[rustend 1. bij de D. G. te Veenwouden], P. van E e g h e n. 
[Leiden, 1907]. M. 3 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1907. 

Vries, R. W. P. de, Levensbericht v. Pieter van Eeghen 
[overl. 28 Juni 1907]. Leiden, 1908. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Ned. Letterkunde. 1907—08. 

Vries, J». de. De laatste der Bragianen (A. Winkler Prins, 
1817-1908) [rustend 1. bij de D. G. te Veendam en Wildervank, 
overl. Jan. 1908]. Amst. 1908. M. portr. en afb. 

Eigen Haard. 1908. N». 9, 10, 11. 

Cramer, S., Kroniek. 1 Okt. 1909-30 Sept. 1910. [Mr. J. P. P o r- 
tielje, G. tenCate [rustend 1. bij de D. G. te Wolvega], H. 
de Boer [rustend 1. bij de D. G. te Alkm.], H. M. de Vries.] 
Leiden, 1910. M. 4 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1910. 



303 

Levensbericht van [den] zendeling P. A. J a n s z. te Margóredjö. 
[Amst.] 1910. M. 1 portr. 

De Kleine Medearbeider. Jg. 12. 

Gedachtenis (Ter) van R. A. Laan [overl. 4 Sept. 1911]. Woimer- 
veer, 1911. 

.Ons Huis" Wornierveer. Jaarversl. 1 Oct. 1910—31 Mei 1911. 

Vries, Jer». de, Levensbericht van Jacobus Craandijk [rustend 
1. bij de D. Cr. te Haarlem, overl. 3 Juni 1912]. Leiden, 1918. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1912—13. 

Kühler, W. J., Levensbericht van S a ni u e 1 C r a m e r [rustend 
hoogl. te Amsterdam, overl. 30 Jan. 1918]. Leiden, 1913. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1912—13. 

, S. C r a m e r. Leiden, 1916. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. I9I6. Herdruk van het vorige. 

Vos, K., Levensbericht van C. N. W y b r a n d s [rustend 1. bij de 
D. G. te Enschede, overl. 16 Aug. 1913]. Leiden, 1914. 

Overdr. uit: Levensber. v. de Maatsch. der Nederl. Letterkunde. 1913—14. 



KENMERKEN EN EIGENAARDIGHEDEN. 

a. D o o p e n E e d. 
Zamenspraak over den Doop, geh. in hot Depart. Vriesland, 1810. 

Z. pi. en j. Titel omlijst. 
Liefde, J. de, Niet de Kinderdoop, maar de doop der bejaarden is 

het Bondszegel des Nieuwen Verbonds. Zutphen, 1844. 
, Trouw aan het Woord! Broederlijke brief aan H. P. 

Scholte. Zutphen, 1845. 

Naar aanl. v. H. P. S c h o 1 1 e, De Heilige Doop, of het teeken in het vleesch. 
Amst. 1845. 

, Een blik op den Christel ijken Waterdoop bij het licht 

van Schrift en Historie. Enz. Amst. 1854. 

Overgedr. uit: Het Volksmagazijn voor burger en boer. 

, Ein Bliek auf die christl. Taufe bei dein Lichte der 



Schrift u. der Geschichte. Z. pi. en j. 
Visscher, J., Bedenkingen, briefsgewijze medegedeeld, tegen een 
gedeelte van het werk van den hoogleeraar Scholten : De leer der 
Herv. Kerk enz. [Utr. 1850]. 

Overdr. uit: Jaarboeken voor Wetensch. Theologie. VIII. 



304 

Visscher, J., Brief aan een' Doopsgez. broeder over den Heil. Doop 
enz. Utr. 1851. 

Gewijzigde uitgave v. liet vorige. 

Gorter, D. S., Open brief aan J. Visscher. De waardeering van den 
Idnderdoop betreffende. [Utr.] 18.51. 

OverJr. uit: Jaarboeken voor Wctensch, Theologie. IX. I. 

Visscher, J., Antv^oord op den open brief v. D. S Gorter, de waar- 
deering van den kinderdoop betreffende. Z. pi. en j. 

Lange, L,, De Kinderdoop in de Protest. Kerk be.schouwd van het 
standpunt der kerkelijke formulieren, der H. Schrift en der men- 
schelijke rede. [U. het Hoogd. vert. d. J. Visscher], Vooraf- 
gegaan d. een brief v. den heer S. Blaupot ten Cate aan 
den vertaler en v. het antw. v. dezen. Utr. 1851. 

Gorter, D. S., [Biief] aan den Hoogleeraar J. H. Scholten, [Utr.] 185.S. 

Overdr. uit: Jaarboel<en voor Wetensch. Theologie. XI. 4. 

Cool, P., Brief aan Johanna, bij hare voorbereiding tot den doop. 
[Sneek, 1856]. 

Overdr. uit: Godsd. Lectuur voor Doopsgezinden. II. 

Lenoir, J., Kinder- of bejaarden doop? Een bijbelsch, leerstellig en 
geschiedk. onderzoek. Uit het Fransch. Gron. 1858. 

Leendertz Wz-, P., De naam Doopschgezinden. [Amst. 1861]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1861. 

Visscher, J., Eeno bladzijde uit Scholtens Brochure „De Doopsfor- 
raule" besproken d. twee doopsgez. broeders. Kampen, 1869. 

Uoekstra Bz., S,, De moderne richting en de doop. [Amst. 1870]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1870. 

Visscher, J., Advies over het al of niet aannemen van attestatiën 
van ongedoopte leden uit zustergemeenten. [Amst. 1876]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1876. 

Cramer, A. M,, Over de voorwaarden voor den doop in onze ge- 
meenten. [Leiden, 1886]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1886. 

Cramer, [8.], Hoe onze vaderen over den doop bij overgangen tot 
hunne gemeenten hebben gedacht. [Leiden, 1897]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1897. 



305 

Christiuuus Patriophilus [C. de Vries], Korte en Noodige Errinnering 
aan de Doopsgez. Christenen, en alle zoodanigen mijner medebur- 
geren, die zwarigh. maken in het eedzweeren. Betreffende het 
formulier v. eed of verklaring [v. 8 Aug. 1803]. Haarlem, 1803. 

West, F., Iets over den eed, hoofdzakel. op grond v. Matth. V: 33 — 37. 
U. het hoogd. Met een bijvoegsel v. den vertaler. Purmerende, 1853. 

Dyserinck, J., De vrijstelling van den eed voor de Doopsgezinden. 
Haariem, 1883. 

Verm. herdr. uit: De Gids. Oct., Nov. 1882. 

b. V r ij s t e 1 1 i n g van het w a p e n d r a g e n. 

[Request] Aan de Eerste Kamer v. het Vertegenw. Lighaam des 
Bataafschen Volks, van wege den Kerkenraad der Doopsgez. Ge- 
meente, vergaderende by het Laaa en den Toren, te Amsterd. [over 
de vrijheid van wapendragen, opgesteld d. W. de Vos. Apr. 1799]. 

[Request] Aan de Eerste Kamer v. het Vertegenw. Ligchaam des 
Bataafschen Volks, van wegen de Opzieners v. eenige Doopsgez. 
Gemeentens, in het voormaalig Noordholland [over de vrijheid van 
wapendragen. Junij, 1799]. 

Gorter, D. S., De christelijke lijdzaamheid, aangeprezen bij het 
vertrek der Oud-Doopsgezinden van Balk, die om vrijheid van 
krijgsdienst naar N.-Amerika verhuisden. Sneek, 1858. 

Cramer, [S.], Hoe een van onze vroegere kenmerken is te niet ge- 
daan. [Leiden, 1898]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1898. 

Reuvens-van Bemmeleii, C. W., Behoort het beginsel „Tegen het 
wapendragen" van de Doopsgez. Broederschap geheel tot het ver- 
leden? Oosterbeek, 1914. 1 bl. 

Woeliiiga, D., Stemmen uit de Doopsgez. Broederschap. [Utr. 1916]. 

Naar aanl. v. een art. v. E. M. t e n C a t e in de Zondagsbode v. 19 Deo. 1915. 

Vos, K., De weerloosheid der Doopsgezinden. Amst. 1916. 

Alg. Handelsbl. v. 24 Febr. 1916. Avondbl. 

c. G e m e e n t e 1 e V e n, enz. 

Doyer, A., Bijdrage ter instandhouding en bevordering van godsd. 
plegtigheden bij de gemeenten der Doopsgezinden. M. eenen Brief 
v. J. van G e u n s. Zwolle, 1825. 



306 

Gorter, D. S., Onderzoek naar het kenmerkend beginsel der Nederl 
Doopsgezinden, enz. Sneek, 1850. 

, Onderzoek naar den genoegzamen en noodzakelijken 

regel van een christelijk kerkgenootschap. [Utr.] 1852. 

Overdr. uit: Jaarboeken voor Wetensch. Theologie. X. 3. 

Hoekstra, S., Nog iets over het eigenlijke wezen v. den Doopsgez. 
Christen, enz. Hoorn, 1851. 

Cool, P., Is bijzondere liefde tot zijne kerkgemeenschap een christe- 
lijk begin.sel? Z. pi. [1858]. 

Overdruk. Slot ontbr. 

Cleeff, L. van. Iets over de plaats die de gemeente inneemt in ons 
leven. [Leiden, 1893]. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1893. 

Lidmaatschap (Over het) van Doopsgezinden in Remonsti'. gemeenten 
en omgekeerd. [Leiden, 1897]. 

Brieven aan een jong predil<ant. IV. Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1897. 

Scheffer, J. G. de Hoop, Hulp bij vacatuies. [Leiden, 1892]. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1892. 

Loosjes, V., Enkele opmerkingen over de zelfstandigheid en leer- 
vrijheid onzer gemeenten. Rede. Haarlem, 1902. 

Dykema, F., Het Avondmaal. Rotterd. [1908]. 

Over het gebruiken van persoonlijke bekers. 



GESCHRIFTEN VAN DOOPSGEZINDEN. 

a. Polemiek. 

Muller, S., Beoordeeling van eenige Kerkredenen v. J. H. H a 1- 
b e r t s m a. Amst. 1844. 

Overdr. uit: VadcrI. Letteroefeningen. 1843 en 1844. 

Liefde, J. de. Gevaar! gevaar! en geen vrede! Een woord tot de 
slapenden en in slaap gewiegden. Zutphen, 1844. 

, Antwoord aan Prof. S. Muller op eene beschuldiging, 

een verwijt en eene uitnoodiging. Amst. 1854. 

Naar aanleiding v. het door dezen tegen hem aangevoerde in de Kerkel. Cour. 
V. 22 Sept. 1854. 

, Protestautsch Pausdom. Aanwijzing van sporen van 



307 

overneigiag tot pauselijke beginselen in de Nederl. Protest. Kerk. 
Amst. 1855. 

Overgedr. uit: Het Volksmagazijn. 

Liefde, J. de, Waarschijnlijkheid of Zekerheid? Enz. Utr. 1864. 

Gorter, D. S., en P. Cool, Vier brieven over de vraag: wat moeten 
wij als Doopsgezinden doen in den strijd tegen Rome? Sneek, 1853. 

Overdr. uit: Godsd. Lectuur voor Doopsgezinden. I. 

Corver, C, Woord aan de Broederschap der Vereen. Doopsgez. Ge- 
meente te Groningen. Gron. [1868]. 

Kritiek van het afscheidswoord v. J. W. Straatman . . . door een 
leek. M. eene bijlage. Gron. 1868. 

Naar aanleiding van: J. W. Straatman, Broeders, ilc bid u, enz. Afscheids- 
woord naar aanleid, v. Gal. 312b, gespr. bij het neerleggen der evangeliebe- 
diening te Groningen. 

Proeve hoe de Moderne Theologie machtig is, om af te breken en 
onmachtig, om op te bouwen. Gegeven in het verhaal van het 
aftreden v. de Heeren J. W. Straatman en C. Oorver, als Predi- 
kanten der Doopsgez. Gem. te Groningen, in den herfst van 1867. 
Utr. 1868. 

P. M. V. [H. Bakels], Voor mijne vrienden die de Waarheid lief- 
hebben. Gouda, 1895. 

Cramer, S., Oude Doopsgezinden en nieuwe Gereformeerden. Arast. 
1901. 

De Zondagsbode. 27 Jan. en 3 Febr. 1901. 

, De geschiedkennis van Dr. Kuyper in de Tweede Kamer. 

Amst. 1904. 

De Hervorming. 30 Jan. 1904. 

b. S t i c h t e lij k e lectuur. 

Hoekstra, W. S., Leerzame en vertroostende Gedachten, opzichte- 

lyk 's menschen Dood enz. Rotterd. 1797. 
Hoekstra, F., Godsdienstige Vertoogen. [Harlingen] 1799. 

• , De Geschiedenis van Jesus in gesprekken. Harl. 1815. 

, Idem. 2^» dr. Amst. 1842. M. 1 pi. 

, De Geschiedenis der Apostelen in gesprekken. Harl. 1818. 

, De Gelijkenissen v. Jezus, in gesprekken. Haarlem, 1821. 



808 

Hoekstra, F., Zedelijke en godsdienstige Vertoogen. Arnhem, 1827. 

, De Wonderwerken v. Jezus, in gesprekken. Haarlem, 1833. 

Doyer, A., Brieven over de aanbidding van onzen Heere Jezus 
Christus. Zwolle, 1811. 

, Invallende Gedachten. Stuk 1-3. Zwolle, 1824-25. 

Ieder stuk met 1 vignet op den titel. 

Ris, P., Christelijke brieven en overdenkingen, uitgeg. d. L. E g e- 
ling. Hoorn, 1812. 

Boek e, J., Waar dat te vinden is, wat alle menschen zoeken. Een 
Schuitpraatje. [Voorlezing.] Z. pi. [1839]. 

B[oeke, J.], Paulus als voorbeeld van christelijke levenswijsheid. 
Z. pi. en j. 
Overdruk. 

B[oeke], J., Petrus. (Een gesprek aan de ontbijttafel.) Z. pi. en j. 

Overdruk. 

B[oeke, J.], Het klaaghuis beter dan hot huis der maaltijden. (Nog 
een gesprek aan de ontbijttafel.) Z. pi. en j. 

Overdruk. 

, Hoe onze rampen en ons leed zamenhangen met onze 

zonden. Z. pi. en j. 

Overdruk. 



's Heilands geboortefeest. Z. pi. en j. 



Overdruk. 

Waard, S. K. de, De heerschappij van het eigenbelang over 's men- 
schen verstand. Z. pi. [1841]. 

Voorlezing, geh. in het Depart. Haarlem der Maatscli. tot Nut v. 't Alge- 
meen, 2 Maart 1841. 

W[aapd, S. K.] d[e]. Mogen wij onze kranke vrienden vleijen met 
valsche hoop op herstel? Z. pi. en j. 

Overdruk. 

, Het bewustzijn van onze Sterfelijkheid, een getuigenis 

voor onze Onsterfelijkheid. Z. pi. en j. 

Overdruk. 

James, J. Angell, Gids voor Jongelingen, die het ouderliike huis 
verlaten. Uit het Eng. Vrij vertaald d. S. Muller. Amst. 1841. 12''. 



309 

Liefde, J. de, De Diligence, of de Reis uaar de Stad der Erfenis. 
Arniiem, 1845. M. 1 hontsn. op den titel. 

— , Idem. 4<*« dr. Amst. z. j. 

, Des Christens Ontvangst en Uitgaaf, i^^dr. Amst. 1873. 

C[ramer], A. M., Over onze gebrekkige kennis aangaande de toe- 
komende zaligheid. Z. pi. en j. 

Overdruk. 

— , De Christelijke Gemeente vergeleken met een ligchaam. 

Z. pi. en j. 

Overdruk. 

Hoekstra Bz., S., Het Evangelie der Genade ... in de gelijkenis van 
den Verloren Zoon. Sneek, 1854. 

, Idem. 2''e herz. dr. Sneek, 1860. 



, Waarop bouwt de Christen de hoop zijner zaligheid? 

Z. pi. en j. 

Overdruk. 



, Gedachten over het regte gebruik en misbruik der 

christelijke vrijheid. Z. pi. en j. 

Overdruk. 



, De Bergrede. Korte voorstelling v. haren zamenhang 

en inhoud. Z. pi. en j. 

Overdruk. 

, De armen van geest. Z. pi. en j. 



-, Onbeminnelijke godsdienstigheid. Z. pi. en j. 



Overdruk. 



, De ware rijkdom en armoede. Eene bijbelstudie over 

Spr. XIII: 8. Z. pi. en j. 
Overdruk. 

, Gemeenschap des geestes bij verschil v. godsd. denkwijs. 

Z. pi. en j. 

Overdruk. 



, Waarom bij bekeering 's menschen vroegere zonden, 

bij afval 's menschen vroegere deugden niet gedacht woi'den bij 
God. Gedachten na het lezen v. Ezech. XVIII: 20-82. Z. pi. enj. 

Overdruk. 



310 

Hoekstra Bz., S., Gedachten bij het lezen van de 2 Sam. XXI vs. 
1-14 verhaalde geschiedenis. Z. pi. en j. 

Overdruk. 

, Gebed, gebedszegen, gebedsverhooring. Z. pi. en j. 



Sepp, Ciir., De zeven kruiswoorden. Voor vrienden van Jezu.s ver- 
klaard. Amst. 1856. 

Cool, [P.], Jezus groote wijsheid in een kleinen trek van het vol- 
maakte gebed. Z. pi. [1858J. 

Overdruk. 

Dj'serinck, Joh., Godsdienstige Overdenkingen. 2 dln. Haaileni, 
1868-69. 

, Laatste Godsdienstige Overdenkingen. Amst. 1908. 



Gorter, D. S., Vruchten van onderzoek en strijd in eene 40 j. Evan- 
geliebediening. Sneek, 1874. 

[Boetje, H.], Tafereelen uit het Leven van Jezus. Amst. 1875. 

Uitgeg. door de Vereen, tot Verspreiding v. Stichtel. Blaadjes. 

Linden, J. W. van der, Levenskeuze. Herinnering aan de afgelegde 
geloofsbelijdenis. Schagen, 1878. 

Byi, P. K., Het misbruiken van den godsdienst. [Tiel, 1881]. 

Overdr. uit: Geloof en Leven. 1881. 

Cardiuaal Jr., C, Eene Vertelling van grootvader voor zijn klein- 
zoon. Naar E. S o u v e s t r e 's Wijsgeer onder de Hanebalken, 
vrij gevolgd. Almelo [1884]. 

Sepp, J., Boek der Gedachtenis aan Doopsbediening en eersten 
Avoudniaalsgang. Enz. Beverwijk [1889]. 

Leendertz, A. C, Voor hart en huis. Leeuw. 1893. 

c. Prediking. 

Preeken in handschrift [uit de laatste helft der 18"^^ en de eerste 
helft der 19'^<' eeuw, door verschillende leeraren gehouden, voor- 
namelijk te Giethoorn]. 40 Stuks in 4' en 1 in 8*. 

Gelder, A. H. van. De Omwenteling, zo gelukkig als spoedig . . . 
sedert den 18'^'^" Jan., 1795, daar gesteld, aan het bijzonder bestuur 



311 

der Voorzienigheid toegekend enz. Leerrede over Ps. 118 23,21,25^ 
uitgespr. te Amst. 25 Jan. ; nevens twee Redevoeringen op Bede- 
stonden, uitgespr. ald. 13 Maart 1793 eu i Nov. 1794. Amst. 1795. 

Uulshoff, A., Kerkelyke redenvoeringen. 4 Tientallen. 2 Dln. Anast. 
1796. 

Clasen, E., Leerrede. Over Spr. 17 1^. Voor de Doopsgez. Gem. in 
Homsterlaud uitgespr. in 1797. [Gron. 1799]. 



, Tweetal Leerredenen. Over 1 Thess. 5 '^ en 13 Uitgespr. 

24 Juni en 22 Juli 1798. Gron. 1799. 

Claasen, E., Drie Verhandelingen of Leerredenen. [Met Nareden over 
de beweging der Aarde.] Gron. 1803. 

Brouwer, J., Redevoering ... bij gelegeuh. v. het Nationaal Feest, 
op den J9 Dec. 1799 gevierd, wegens de Aftogt der Engelsche en 
Russische Legers van den Nederl. grond. Leeuw. 18tX). M. 1 silh. 

, Drietal Redevoeringen, uitgespr. ter Gelegeuh. v. Lei- 

dens ramp; Hollands watersnood; en bij het eindigen der IS"**» 
eeuwe. Leeuw. 1809. 



, Dankrede wegens den vrede. [Uitgespr. te Leeuwarden, 

20 Julij 1814. Tekst: 1 Chron. 22 1^. i^M Z. pi. en j. 

, Leerrede [op het eeuwfeest der Hervorming in 1817. 

Tekst: 1 Kor. 2"]. Leeuw. 1818. 

In: Leerredenen, geh. te Leeuwarden, op het derde eeuwfeest der Kerk- 
hervorming. 

[Eoopmans, R.], [Een aantal eigenhandig geschreven preeken.] Begin 
19*** eeuw (gedateerd tusschen 1801 en 1815). 

Beets Pz., P., Drie Leerredenen, over de gelijkenis van den Verloren 
Zoon ; enz. Uitgespr. te Westzaandam. Amst. en Zaandam, 1802. 

Gelder, H. van. Het leven van Joannes, den Dooper. Westzaan- 
dam, 1803. 

Loosjes Adz., P., Redenvoering over het Christen Kerkgezang. Uit- 
gespr. te Haarlem, 6 Jan. 1805. [Tekst: Col. 3 ^\] Haarlem, 1805. 

Geuns, J. Tan, Bede-stond, op den eersten Zondag, na den ontzet- 
tenden ramp, der stad Leyden, op den 12 Januarij 1807, overge- 



312 

komen, geh. in het kerkgebouw der Remonstranten. [Tekst : Jes. 
26 9.] Leyden, 1807. 

Geuns, J. van, Leerrede. Over Gal. 5 ^'■^. Uitgespr. te Amst. 2 Nov. 
1817. Amst. 1817. 

In: Leerredenen, ter viering v. liet Jerde eeuwfeest der Hervorming, geh. 
te Amsterdam. 

, Drie op-een-volgende Gelegenheids-leerredenen [uitgespr. 

31 Dec. 1815, 1 Jan. 1816 en 4 Febr. 1816], waarachter een bij- 
zonder aanhangsel. Amst. 1826. 

Hoekstra, F., Leerrede [over de ramp van Leiden op 12 Jan. 1807]. 

Geh. te Harlingen. [Tekst: Luc. 13*.] Haarlem, 1807. 
, Leen^ede over de teekenen der tijden. [Tekst: Matth. lö^-^.] 

Westzaandam, 1810. 

[Hoekstra, F.], De heillooze gevolgen van partijschap, en rustver- 
storende volksbewegingen, voorgesteld in een kerkel. Redevoering 
over het oproer te Ephesen. [Tekst: Hand. ig^'-'-st.] Harhngen, 1813. 

Hoekstra, F., Kerkelijke Redevoeringen. Gron. 1816. 

, Leerrede over de Zaligheid van het Geven. [Uitgespr. 



te Harlingen. Tekst: Hand. -20 35.] Leeuw. 1825. 
, Leerrede ten betooge, dat God in het lijden van zijne 



schepselen, op zichzelf beschouwd, geen behagen schept. [Uit- 
gespr. te Harlingen, 12 Aug. 1832. Tekst : Klaagl. 3 ^3.] [Amst. 1832]. 

Uit: Vaderl. Letteroefeningen. 1832. 

Do\jer, A., Leen-ede ter aanprijzing der koepok-inenting. [Tekst: 
Pred. 9 W] Zwolle, 1808. 

, Twee Leerredenen over het Lijden van onzen Heiland. 



[Over Matth. 28 51,52,53,64 gn Joann. 18 i»' ".] Zwolle, 1817. 
, Leerrede ter viering van het derde Eeuwfeest der Her- 



vorming. [Uitgespr. te Zwolle. Tekst: Hand. 5 3?.39.] Zwolle, 1817. 

Feenstra, P. W., Leerrede en Gebed, uitgespr. op den Dank- en 
Bededag 22 Pebr. 1809 in de Kerk der Doopsgez. te Sneek. [Tekst : 
Ps. 50 "-!'.] Sneek, z. j. [1809]. 

Ploeg, H. W. van der. Christelijke Leerredenen. Haarlem, 1813. 

R\jswük, G. J. van, Lijk-rede op Jezus; eene kerkel. redevoering. 
[Tekst: Joh. 19 sob.] Amst. 1813. 



313 

RÜswük, G. J. van, Leerredenen. Amst. 1816 en 1825. 2 dhi. 
, Kerkelijke Redevoeringen. Amst. 1825. 



Het 2i' dl. der Leerredenen onder anderen titel. 

Molenaar, I., Iverkelijke aanspraak, ter viering van Leiden'.s ontzet, 
geij. 3 Oct. 1811. [Tekst: Ps. 48 '■»• W] Z. pi. en j. 

, Leerredenen. Uitgeg. door van der Palm, Siegen- 



beek en Muller. Amst. 1836. 

Siegenbeek, M., Leerredenen. 2 dln. Haarlem, 1814—20. 

, Redevoering en gebed, ter aanbeveling v. de uitge- 

schrevene algemeene ■ inzameling v. liefdegiften ten behoeve der 
noodlijdenden door den watersnood van den 4. en 5. Febr. 1825. 
enz. Leyden, 1825. 

, Twaalf Leerredenen. Haarlem, 1835. 

Muller, 8., Leerrede. Over Gal. 5 '*. Uitgespr. te Amst. 2 Nov. 1817. 
Amst. 1817. 

In: Leerredenen, ter viering v. het derde eeuwfeest der Hervorming, geli. 
te Amsterdam. 



, Leerredenen. Amst. 1836. 

Floh, J. H.. Kerkelijke Redevoering ter gelegenh. der godsd. viering 
V. het derde Eeuwfeest der Kerkhervorming. Uitgespr. te Enschede, 
2 Nov. 1817. [Tekst: 2 Tim. 2 '.] Zwolle, 1818. 

Woude, P. I. van der. Vijf Leerredenen over Rom. IX. Heeren- 
veen, 1821. 

Wieling, S. E.,. Opwekking tot eene godvruchtige beschouwing van 
den vreesselijken Watersnood in Sprokkelm. 1825. [Uitgespr. te 
Zaandam, 13 Febr. Tekst : Job 87 ".] Zaandam, 1825. 

Messchaert, N., Leerredenen ter verklaring van het Evang. van 

Johanne,s. 3 dln. Delft, 1825-31.- 
, Leerrede over God den Regter der volken, uitgespr. te 

Rotterd. op den buitengewonen biddag, 14 Aug. IS'Sl. [Tekst: 

Regt. 11 "'b.l Rotterd. 1831. 

Borg, J. ter. Leerredenen. Amst. 1831. 

Kops, J., Leerrede over Gods hulp en bescherming in den twaalf- 
daagschen veldtocht enz. Over Ps. 46 ^-^^. Uitgespr. te Utrecht, 
28 Aug. 1831. Utr. 1831. 



314 

Koopinans, W. Cnoop, Inzegening v. het huwelijk v. ü. T. N. 
Suiingar en A. B. Koopmans. 29 Maart 1832. Z. pi. en j. 

Sybrandi, S, K., Biddagspreek. Over Hebr. 10 ^^-a». Uitgespr. 2 L'ec. 
1832. Haarlem, 1832. 

•, Leerredenen. Ainst. 1836. 



Kampen, W. A. van, Leerredenen. Amst. 1841. 
Ualbertsma, J. H., Kerkredenen. Dev. 1843. 

In : J. H. H a I b e r t s ni a, De Doopsgez. en hunne herkomst. 

Scheffer, J. G. de Hoop, De zucht naar verlenging van het leven. 
[Tekst: Ps. 102 25a.] 7^_ pj, [i846]. 

Prins, A. Winkier, Leerrelenen. Heerenveen, 1851. 

Liefde, J. de, Geloof en Geloofszegen enz. Leerrede over Luk. 5 *"~'^. 
Arnhem, 1848. 

-, De Verledenheid, het Heden en de Toekom.st der Kin- 
deren Gods enz. Leerrede over Kom. 6 2^. Amst. 1850. Titel omlijst. 

, Jezus op de bruiloft te Kana. Leerrede over Joh. 2 ^~^^. 

Amst. 1850. Titel omlijst. 

, Twaalftal Lijdens- en Paaschstoffen. Amst. 1851. 

, Twintig Leerredenen. M. een woord vooraf v. C. C. 

C a 1 1 e n b a c h. 2^^ dr. 2 dln. Nijkerk, 1870. 

Uoelcstra Ba., S., Levensvragen over den weg des heils in Christus. 
Leerredenen. Sneek, 1853. 

, Wedergeboorte. Leerrede over Joh. 3 ^-^. [Uitgespr. te 

Amst. 17 Jan. 1858.] Amst. 1858. 

, Idem. 2ö« dr. Amst. 1858. 



, De Weg tot heldere, vruchtbare en zekere Evangelie- 
kennis. Leerrede over Gal. 1 i'- ^'^, uitgespr. te Amst. 1 Mei 1859. 
Amst. 1859. 

, De twee Getuigenissen v. den lijdenden Jezus aangaande 



zichzelven, volgens het Evang. v. Joh. [Joh. 18 36-3?a gjj j^g as-soj 
[2] Leerredenen. Amst. 1860. 
, De Zoon des Menschen de Heiland der wereld. Leer- 



redenen. Amst. 1861. 



315 

Geuns, M. t., Leerredenen, ter gedachtenis aan zijne vroeg ont- 
slapene gade uitgeg. Leeuw. 1855. 

, Oorlogslessen, Godsdienstige toespraken. Leeuw. 1870. 



Sepp, C, De zeven kruiswoorden, enz. Amst. 1856. 
Visscher, J., Tweetal Leerredenen. Haarlem, 1859. 



, Een woord van troost en opwekking bij smartelijke 

verliezen door den dood enz. Leerrede over 1 Cor. 15 ^b-67_ jjaar- 
lem, 1859. 

Gilse, J. van, Twaalftal Leerredenen. Amst. 1860. 

Straatman, J. W., Tiental Leerredenen. Gron. 1864. 

Cardinaal J'., C, Leerrede. Over Jak. i "«. Almelo, 1868. 

Uartog, J., Het Nieuw Verbond. Leerrede over Hebr. 8 8, uitgespr. 
[te Utrecht] 12 Dec. 1869. Veenendaal, 1869. 

Gorter, S., Het Evangelie des Kruises. Naar Rom. 12 2'. Haarlem [1869]. 
Uit: Taal des Qeloofs. III. 

, „Ik geloof, daarom spreek ik." Een twaalftal nagelaten 

leerredenen. [Uitgeg. d. J. G. de Hoop Scheffer.] Amst. 1871. 

Gilse, J*. van, Leen-ede. Over Jac. 2 i^. Z. pi. en j. 

, Vier preken. Gron. 1871. 



, Het beeld van den godsdienstigen mensch. Naar Matth. 

6 9' 10. Haarlem, 1874. 

Taal des geloofs. VIII. 5. 

, De komst van het Koningrijk Gods. Naar Matth. 4 i2-i7_ 

Haarlem, 1874. 

Uit: Taal des geloofs. VIM. 

-, Kerstfeest. [Tekst: Openb. 5 9.'".] Tiel, 1890. 

Onze Godsdienslpred. XVI. 24. 

, Paschen. [Tekst: 2 Kor. 4 I6-5 i.j Amst. [1900]. 

Onze Godsdlenstpred. XXVI. 8. 

Ballot, A., Zestal preeken. Amst. 1872. 

Dyserinck, J., „Vrede zij in uwe vesting." Een toepasselijk woord, 
ter wijding v. het 2* eeuwfeest v. Aardenburg's verdediging. Uit- 
gespr. ald. 28 Juni 1872. [Tekst: Ps. 122 i-'«.] Haarlem, z.j. M. afb. 



316 

Lulofs, S., Hervormingspreek. Uitgespr. 29 Oct. 1876. [Tekst: Matth. 
25 ^^, Jes. U 3^.] Winterswijk, z. j. 

[Brouwer, R., Rom. 12 vers 12 ■=. Volhardt in den gebade.] In Memo- 
riam [van den overledene uitgog. d. Anne E.]. [Amst. 1877]. 

Linden, J. W. van der, Engelen geherbergd. [Tekst: Hebr. 13 2*^.] 
Tiel, 1877. 

Onze Godsdienstpred. IM. 4. 

, 10 Nov. 1483-10 Nov. 1883. Tiel, 1883. 

Onze Godsdienstpred. IX. 22. 

, De waarde van een woord op zijn tijd. [Tekst: Spr. 

15 23b.] Tiel, 1891. 

Onze Godsdienstpred. XVII. 3. 

Vries, J». de, Horeb. Exod. 3 i-i". Amst. 1882. 

stemmen u. de Vrije Gem. V. 7, 8. 

, Een bundel preeken. Haarlem, 1891. 

, Tweede bundel preeken. Haarlem, 1897. M. 1 portr. 

, Moet een rechtvaardige zaak 't winnen ? Leerrede over 

Ps. 87 9-16. Haarlem, 1900. 

, Twaalf preeken. Haarlem, 1908—09. 

— , Twaalf preeken. Nieuwe Bundel. Haarlem, 1909—10. 

, Karakterschetsen. Met een woord ter inleiding van H. 

B r i t z e 1. Haarlem, 1915. M. 1 portr. 

Hoedemal^er, H. ten Cate, Leerrede, uitgespr. 25 Febr. 1883 [over 
Matth. 6 '^% en eenige bijgevoegde ophelderende aanteekeningen. 
Dev. [1888]. 

Wartena Jr., S., Het doodvonnis. [Tekst: Matth. 26 66b.] Tiel, 1883. 

Onze Godsdienstpred. IX. 6. 

-, De nabijheid Gods. [Tekst: Hand. 17 27b.] Tiel, 1889. 

Onze Godsdienstpred. XV. 6. 

Blaauw Kz., A., Vergeten. [Tek.st: Phil. 3 i^M Tiel, 1883. 

Onze Godsdienstpred. IX. 21. 

Bakker, J. F., „Het tweede, daaraan gelijk." [Tekst: Matth. 22 s^M 
Tiel, 1884. 

Onze Godsdienstpred. X. 14. 

Bussy, I. J. de, Tiental preeken. Amst. 1884. 



317 

Byi, P. K., Twijfel aan het bestaan van godsvrucht. [Tekst: Job 

1 9.] Tiel, 1885. 

Onze Godsdienstpred. XI. 18. 

Ëeghen Jr., C. P. van, Pinkster-getuigenis. Leerrede over Hand. 

2 1-*, uitge.-spr. te Aardenb. 17 Mei 1891. Sluis, 1891. 

Boekenoogen, J. G., De schuld van Herodes. [Tekst: Mare. {j"°.] 
Tiel, 1S92. 

Onze Godsdienstpred. XVIII. 18. 

■ , De Moabieten, een voorbeeld van het gevaar van een 

ongestoorden voorspoed. [Tekst: Jer. 48 i'-i^.j Amst. [1S93]. 

Onze Godsdienstpred. XIX. 2. 

, Onverwacht God ontmoeten. [Tekst: Gen. 28 ^^.] Amst. 

[1895]. 

Onze Godsdienstpred. XXI. 7. 

, Jezus en de Kananeesche vrouw. [Tekst: Matth. 15 21-28.] 

[Amst.] 1907. 

Vrijzinnige Godsdienstpred. 1 Sept. 1907. 

Busé, H. J., Barmhartigheid. [Tekst: Luc. 10 »o-3«.] Amst. [1893]. 
Onze Godsdienstpred. XIX. 16. 

, Ecce homo. Hardinxveld, 1904. 

Waard, S. de. De Prijs der Wijsheid. Toespraak [bij het 52 ^te 
Lustrum der Utrechtsche Hoogeschool] geh. te Utrecht, 21 Juni 
1896. [Tekst: Pred. 1 's.] Utr. 1896. 

, Sterven, dat vruchten draagt. Paaschpreek. [Tekst: 

Joh. 12 : 24.] Amst. [1899]. 

Onze Godsdienstpred. XXV. 7. 

, Houd vast hetgeen gij hebt enz. Toespraak, geh. te 



Utrecht [19 Juni 1910]. [Tekst: Openb. 3".] Utr. 1910. 

Naar aanl. der Borromaeus-encycHek. 

, Overdenkingen. Amst. 1913. 



jner, C, Evangelie en leven. Vertaald uit het Frausch d, V. 
L o o s j e s. Haarlem, 1897. 

Brouwer, P., Leen-edenen [geh. te Aalsmeer, 1870-74], [Amst. 1898]. 

Bakels, H., Voor de Menschen die zich orthodox noemen, in Warns 
en Omstreken. [Tekst: Joh. 16 3'-^] Gouda, 1898. 



318 

Elhorst, H. J., Neerlands Blijdschap. Toespraak, geh. te 's-Gravgnh. 

31 Aiig. 1898. [Tekst: Hand. 8 ».] 's-Gravenh. 1898. 

Fleischer, F. C, ,,Twijfelmoedig, doch niet mismoedig." [Uitgespr. 
te Amst. 17 Juni 1900.] [Amst. 1900]. 

stemmen u. de Vrije Gem. XXIII. 8. 

, 15 September, een dag van vele tranen. Rede enz. 

[Tekst: Jer. 9 i.] Noordscharwoude, 1901. 

-, September 15*^, a day of tears, not only in South- 



Africa. Noordscharwoude, 1901 

, Bloesemknoppen. Preeken. Broek op Langendijk, 1902 

Gasten en vreemdelingen op aarde. [Uitgespr. 31 Aug 



1901. Tek.st: Hebr. 11 i^b.] [Amst. 1902]. 

uit: Stemmen u. de Vrije Qem. XXV. 10. 

•, De godloochenende dwaas. [Tekst: Ps. 14 i.] Amst. [1904J. 



Onze Oodsdienstpred. XXX. 19. 

Calcar, J. U. van. Naar Jeruzalem ! [Tekst: Mare. 10 ^s.] Amst. [1905]. 

Ome Oodsdienstpred. XXXI. 20. 

[Loosjes, A.], Uit de prediking van A. L o o s j e s. Met een woord 

vooraf V. V. Loosjes. Haarlem, 1905. 
Binnerts Sz., A., Kracht in zwakheid. [Tekst: 2 Cor. 12 i"»».] [Amst.] 

1906. 

Vrijzinnige Oodsdienstpred. I Dec. 1906. 

Sybolts, P., Preeken. Met een voorwoord v. A. B i n n e r t s Sz. 

Assen, 1907. M. 1 portr. 
Molenaar, I., Preeken. Uitgegev. van wege den Kerkeraad [der 

Doopsgez. Gem. te Zaandam aan de Westzijde]. Amst. 1915. 
Vos, K., Onze kleinere broeder. [Tekst : Exod. 2 *.] [Amst.] 191G. 

Vrijzinnige Oodsdienstpred. XI. 5. 



Gelegenheidspreeken bij de inwijding van kerkgebouwen enz., zie 
de afdeeling: Plaatselijke geschiedenis. 



Visser, J., Leer-rede enz. 25 j. Predikdienst te Koog en Zaandijk. 
Uitgespr. ald. 17 April 1808. [Tekst: Hand. 26 22,23.] [Pm-merende, 
1808]. 



319 

Brouwer, J., Vijf-en-twintigjaiige Leerrede, enz. Uitgespr. te Leeuwar- 
den, 25 Nov. 1810. [Tekst: Hebr. 13 8.] Leeuw. 1810. 

Doger, A., Bevestigingsrede [bij de ambtsaanvaarding v. M. Doijer] 
uitgespr. op Texel aan den Hoorn den 22 Aug. 1824. [Tekst: 
Titus 3 8-9] Zwolle, 1825. 

In : A. Doijer, Bijdrage ter instandhouding en bevordering v. godsd. pleg- 
tigheden. 

Messchaert, N., De Aanmoediging en Loon v. den getrouwen Evan- 
geliedienaar, in eene Feestrede enz. 25 j. Predikdienst te Rotter- 
dam. Uitgespr. ald. 6 Mei 1827. [Tekst: 1 Thess. 2 i».] Rotterd. 1827. 

Geuns, J. van, Afscheids-rede. over 2 Cor. 13 ^^. Uitgespr. te Amst. 
18 April 1880. Arast. 1830. 

Hoekstra, F., Dankrede. 50 j. Predikdienst. [Uitgespr. te Harlingen, 
Junij 1836. Tekst: Luc. 2 29.30.] z. pi. en j. 

, Kerkelijke Redevoeringen bij gelegeuh. v. de laatste 

bediening v. het H. Avondmaal ... en Afscheidsrede [v. de Doops- 
gez. Gem. te Harlingen. Uitgespr. 2 Oct. 1886. Tekst: Pred. 12 13.] 
Harl. 1837. 

Kops, J., Leerrede, over Gods bestuur van 's men.schen daden. 50 j. 
Predikdienst. Uitgespr. te Utrecht, Febr. 1838. Tekst: Spr. 16». 
Z. pi. en j. 

Sybrandi, K., Afscheidsrede. Over Judas 20 en 21. Geh. te Gro- 
ningen, 21 Oct. 1838. Amst. 1838. 

Muller, S., Leerrede enz. 25 j. Predikdienst te Amsterd. [Uitgespr. 
ald. 9 Juni 1839. Tekst: Hebj. 13 «.] Amst. 1839. 

Leendertz, C. Leerrede enz. 25 j. Predikdienst te Zaandam- West- 
zijde (Nieuwe Huis). [Uitgespr. ald. Oct. 1839. Tekst: Joh. 15 ".] 
Amst. 1839. 

Pol, J., Leen-ede enz. 25 j. Predikdienst te Hoorn. Uitgespr. ald. 
29 Sept. 1839. [Tekst: Tit. 2 "-^M Hoorn, 1839. 

, Afscheids- en Bevestigingsrede. [Uitgespr. te Hoorn, 1844. 

Tekst: 1 Thess. 4 i>2.] Hoorn, 1844. 

Persen, J., Leerrede enz. 25 j. Predikdienst in de Rijp. [Uitgespr. 
ald. 17 Nov. 1841.] Tekst: Hebr. 13 8. Hoorn, 1857. 

In: J. Persijn, Een viertal geschriften betreffende de Doopsgez. Gemeente 
in de Rijp. 



320 

Jong, H. Y. de, Jubelrede enz. 50 j. Predikdienst in de O. Vl. 
Doopsgez. Gemeente op Araeland. Uitgespr. 17 Julij 1842. [Tekst: 
2 Cor. 11 30.] Amst. 1850. 

Visscher, J., Broederlijke Toespraak enz. 25 j. Piedikdienst. Uit- 
gespr. [te Utr.] 18 Nov. 1849. Tekst: 1 Petr. 1 '■^*-^^. Z. pi. en j. 

, Kerkelijke Rede en Toespraken, enz. 25 j. Predikdienst 

te Utrecht. Uitgespr. ald. 4 Sept. 1S53. [Tekst: Joh. 6 *''.] Z. pi. en j. 

Pol, G., Afscheidsrede. Over Judas vs. 20 en 21. Uitgespr. te Baard, 
ü Nov. 1853. Harlingeu, 1854. 

Hoekstra, S., Feestrede enz. 25 j. Predikdienst. Uitgespr. te Twisk, 
8 Oct. 1854. [Tekst: 2 Cor. 3 i-".] Amst. 1854. 

Hoekstra Bz., S., Waarheid en liefde enz. Afscheid te Rotterd. 
1 Febr. 1857. Tekst: 2 Joh. 3. Rotterd. 1857. 

-, Inhoud en doel der Evangelieprediking. Leerrede over 

Tit. 3 ^'^ Uitgespr., bij zijn eerste optreden als Hoogleeraar, voor 
de Doopsgez. Gem. te Amsterdam, 8 Febr. 1857. Amst. 1857. 

Cleef Sr., L. van, Afscheids-rede. Uitgespr. te Borne, 15 Nov. 1857. 
[Tekst: 2 Gor. 18 is.] Zv^olle, 1858. 

Cool, P., De Feestmorgen van Zondag den 13 Oct. 1861 . . . herdacht. 
25 j. Predikdienst te Harlingen. [Tekst: 1 Petr. 1 2*.2b.] Harl. 1861. 

Plantinus, D., Blijf in hetgene gij geleerd hebt! enz. 25 j. Predik- 
dienst. [Uitgespr. te Hol werd. Tekst: 2 Tim. 3".] Dragten, 1864. 

Straatman, J. W., Broeders, ik bid u, enz. Afscheid te Groningen. 

Tekst: Gal. 3 '2b. 2<i« dr. Gron. 1867. 

Taconis, K. R., Laatste toespraak tot de Doopsgez. Gem. te Noord- 
eind van Graft. M. een inleidend woord v. S. J. Andriessen. 
Joure, 1876. 

Attema, J., Afscheidswoord tot de Doopsgez. Gemeente te Nijmegen. 
Uitgespr. 1 Mei 1881. [Tekst: 1 Petr. 1 24,20.] Nijmegen [1881]. 

Cleeff, L. van. Ter Gedachtenis enz. 25 j. Predikdienst te Uithuizen. 
Uitgespr. ald. 25 Junij 1882. [Tekst: Gal. bK] Uithuizen, 1882. 

Prins, A. Winkler, Afscheidsrede enz. Uitgespr. te Veendam, 24 
Sept. 1882. [Tekst: Gal. 5 1.] Wildervank, 1882. 

Cramer, S., Christen-godsvrucht in doopsgezind gemeenteleven enz. 



321 

Afscheid te Enschede [8 Maai-t 1885, tekst: Openb. 3 '^J en intrede 
te Zwolle [15 Maart 1885, tekst: Matth. 12*0"]. Enschede, 1885. 

Sepp, J., Ter Herinnering aan 9 Sept. 1885 [127» j. Predikdienst te 
Beverwijk]. Leerrede over Phil. 4 ^''. Uitgespr. 20 Sept. 1885. 
Beverwijk, z. j. 

Geuns, M. van, Afscheidswoorden. Viertal Toespraken tot de Doops- 
gez. Gem. te Leeuwarden. Leeuw. 1888. 

Heulen Sz., K. van der, Feestrede enz. 25 j. Predikdienst. Uitgespr. 
te N.Niedorp, 1-i Oct. 1888. [Tekst: Rom. 1 "».] Joure, 1889. 

, Gods trouw en haar kracht. Feestrede enz. 40 j. Predik- 
dienst. Uitgespr. te N.-Niedorp, 11 Oct. 1903. [Tekst: Jes. 46^'8«.9.] 
Spanbroek, 1903. 

Cuperus, B., Godsdienst eene maatschappelijke kracht enz. Afscheid 
te Zutphen, 29 Juni 1890. [Tekst: Matth. 13 33.] Zutphen, 1890. 

Kuiper, T., De Hoop des Evangeliedienaars aangaande de vrucht 
van zijn arbeid enz. Afscheid te Amsterdam, 19 Apr. 1891. Tekst: 
2 Cor. 5iib. Zwolle, 1891. 

Haga, B., Een schat in aarden vaten enz. Afscheid te Almeloo, 20 
Sept. 1891. [Tekst: 2 Cor. 4 •?*.] Nijmegen, z. j. 

, De Treffelijkheid van het Opzienersambt enz. 25 j. Predik- 
dienst. Uitgespr. 26 Nov. 1899 [te Nijmegen]. [Tekst: 1 Tim. 3 '.] 
Nijmegen, z. j. 

Eeghen Jr., C. P. van. Afscheidsrede. Volgens Joh. 14 i". Uitgespr. 
te Aardenburg, 9 Oct. 1892. Amst. 1892. 

Uartog, J., Eene laatste Evangelieverkondiging enz. Afscheid te 
Utrecht, 2 Sept. 1894. Tekst: Efez. 2^^-'^. Utr. 1894. 

Waard, S. de. De ure des afscheids, een ure des gebeds enz. Af- 
scheid te 's-Gravenhage, 7 Oct.' 1894. [Tekst: Hand. 21 ^'^.] 
'sGravenh. 1894. 

, Niet ontbinden, maar vervullen enz. Intrede te Utrecht, 

21 Oct. 1894. [Tekst: Matth. 5 i'.] Utr. 1894. 

Linden, J. W. van der, Toespraak, enz. 25 j. Predikdienst. Uit- 
gespr. te Harlingen, 20 Oct. 1895. Harl. z. j. 

Kielstra, Tj., Luc. 18:8''. Zou Jezus' geloof vinden ? Een gewetens- 
vraag. Afscheid te Middelburg, 17 Febr. 1901. Middelb. 1901. 



322 

Dekker, S. J., Christen-bede. Doop- en Afscheidspreek. Over Luk. 
17 ^. Uitgespr. te Zutphen, 31 Maart 1901. Assen, z. j. 

Cleeff J. Jz., L. van, De snoeren zijn mii gevallen in liefelijke 
dreven. Psalm 16 vers 6^. 25 j. Predikdienst. Uitgespr. te Aals- 
meer, 24 Nov. 1901. Aalsmeer [1901]. 

Vegte, J. P. van der. Afscheidsrede. Uitgespr. te Apeldoorn, 25 
Sept. 1904. [Tekst: Ef. 4 ».] Apeldoorn [1904]. 

Cate, E. M. ten, Een gemeenschappelijk beginsel en een gemeen- 
schappelijke taak, enz. Intrede te Apeldoorn, 6 Nov. 1904. [Tekst: 
Gal. 5 13.] [Apeldoorn] 1904. 

Wartena, S., Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. 2 Cor. 4:13™. 
40 j. Predikdienst Uitgespr. te Hallum, 1 Nov. 1908. Z. pi. en j. 

, De doopsgezinde gemeente te Hallum, zie hiervoren 

blz. 42. 

Öe voorrede bevat het slot der Afscheidspreek, geh. ald. 25 Sept. 1910. 

Vis, P. A., Herdenking 25-jarige Evangeliebediening. Gedachtenis- 
preek. Uitgespr. [te Edam] 24 Jan. 1915. Tekst: Hand. 20 -o. 
Z. pi. en j. 

Feenstra Jr., P., De kennisse Gods door de kennis van Christus 
enz. Afscheid te Amsterd. 30 Jan. 1916. [Tekst: Joh. 17 3.] [Amst. 
1916]. M. 1 portr. 

Tichelaar, H., Lykrede. Op Ger. van Heyningen, 1. te Arasterd. 

[overl. 3 Jan. 1801]. [Uitgespr. 15 Febr. Tekst: Openb. 14 13''.] 

Amst. 1801. M. 1 portr. 
Berg, J. van den, Kerkelijke Redenvoering ter gedachtenis van 

R. G. Zuiderbaan [1. te Blokzijl, overl. 27 Sept. 1802]. Over Ps. 

1 12 6''. Amst. 1803. 

In:J. van den Berg en R.G. Zuiderbaan, Kerltelijke Reden voeringen. 

Wertz, C, Redevoering ter gedachtenis v. Jan Nieuwenhu ijzen, 1. 
te Monnikendam, Stichter der Maatsch.: Tot Nut van 't Algemeen 
[overl. 24 Febr. 1806], uitgespr. 13 Aug. 1806. Z. pi. en j. 

Zonder het portret. 

Hoekstra, F., Lijkrede. Op Heere Oosterbaan, hoogl. te Amsterd. 
en laatst gewoon leeraar Ie Harlingen [overl. 18 Sept. 1807]. 
[Uitgespr. te Harlingen. Tekst: Hebr. 13''.] [Hierbij lijkdichten 
V. J. Brouwer en K. Ti gier.] Amst. 1807. M. 1 silh. 



323 

Koopmans, R., Lijkrede. Op Gerrit Hesselink [hoogl. te Amst., oveii. 
7 Nov. 1811]. Uitgespr. te Amst. 26 Jan. 1812. [Tekst: Joh. 11 ".] 
Amst. 1812. 

In : R. Koopmans, Hulde aan Gerrit Hesselink. 

Kuiper, J., Lijkrede. Op Uilke Reitzes Dykstra [rustend 1. te Dantuma- 
woude, overL 26 Febr. 1823]. Uitgespr. ald. 9 Maart 1825 [1828]. 
[Tekst: Hand. 11 2^.] Leeuw. 1828. 

Muller, S., Lijkrede. Op Rinse Koopmans [lioogl. te Amst., overl, 
5 Sept. 1826]. Uitgespr. te Amst. 22 April 1827. [Tekst: 1 Cor. 
2 1-^] Amst. 1827. 

In: S. Muileren J°. de Vries, Hulde aan Rinse Koopmans. 

Reesenia, A. Sieuwertsz van. Redevoering over den waren vriend 
der menschilieid. Ter gedachtenis v. N. Messchaert, L te Rotterd. 
[overl. 13 Juli 1833]. Rotterd. 1833. 

Geuns, B. van, Herinneringen aan Taedse Jakles de Hoop [I. te 
"VVestzaaudam O. H., overl. 20 Sept. 1838] enz. Lijkrede over Spr. 
10 "*, uitgespr. te Zaandam 30 Sept. Amst. 1838. 

Halbertsma, J. H., Lijkrede. Op Prof. P. O. C. Vorsselman de Heer. 
Over Pred. 3 20. Uitgespr. 1 Jan. 1842. Dev. 1843. 

In:J. H. Halbertsma, De Doopsgez. en hunne herkomst. 

Muller, C, Leen-ede enz. Op J. Bruin W^., 1. te Koog en Zaandijk, 
overl. 4 Nov. 1850. Over Hand. 13 -'Ba. Uitgespr. 10 Nov. Zaan- 
dijk, 1850. 

Sepp, Chr., Leerrede ter nagedachtenis van den Hoogleeraar M. 
Siegenbeek [rustend hoogl. en 1. te Leiden, overl. 26 Nov. 1854]. 
[Tekst: Joh. 15 «.] Leyden, 1855. 

Muller, S., Toespraak bij het graf v. mijnen vriend en ambtgenoot 
den hoogl. D''. Jan van Gilse [overi. 24 Mei 1859], Z. pi. 1859. 

Achter: S. Muller, Ter Gedachtenis v. den hoogl. Dr. Jan van Gilse. 
Bijlage tot het Verslag der Alg. Doopsgez. Soc. voor het jaar 1859. 

[Bericht v. de begrafenisplechtigheid v. Jan van Gilse.] Amst. 1859. 

Uitknipsel uit: Alg. Handelsbl. v. 28 Mei 1859. 

Sepp, Chr., Eerbiedig zwijgen voor Gods beschikking enz. Lijkrede 
op Daniel Tieboel Siegenbeek. Over Ps. 39 'O. Uitgespr. te Leiden, 
14 Jan. 1866. Z. pi. en j. 

Loosjes, A., Jezus Christus altijd dezelfde, enz. Lijkrede op Pieter 



324 

van der Goot Pzn. [rustend 1. te Amsterdam, overl. 31 Mei 1877]. 
. Uitgespr. ald. 3 Juni. [Tekst: Hebr. 13 8.] j^^^^t. 1877. 

Order of service at the Dutch Church, Austin Priars, Londen, E. C, 
in commemoration of Ch. M. E. 6. Count de Bylandt, on Thursday, 

• Sept. 28 1^ 1893. [Address by S. de Waard. Text: Zech. M '".] 
Z. pi. en j. 

D[ekkerJ, E. L., Uitgesproken Gedachten bij het Graf van Prof. de 
Hoop Scheffer. Diclitreg-elen, uitgespr. 4 Jan. ]894. In handschrift. 

Feenstra Jr., P., Wettig gekroond, enz. Lijkrede op Prof. J. G. de 
Hoop Scheffer. Uitgespr. te Amst. 7 Jan. 1894. [Tekst: 1 Cor. 
9 21-27.] Amst. 1894. 

Kielstra, Tj., Hebreen XIII : 7. Een voorganger herdacht, enz. 
Lijkrede op A. M. Gramer [rustend L te Middelburg, overl. 13 Dec. 
1894]. Uitgespr. ald. lü Dec. Middelb. z. j. 

Pekelharing, D., Toespraak enz. Lijkrede op Berend Douwes Wynalda, 
overl. 2 Mei 1895. Over Deut. 34 ^~^. Uitgespr. te Surhuisterveen, 

12 Mei 1895. Leeuw. z. j. 

Veen Jr., P. H., Rede enz. Op P. H. Veen S"'., rustend 1. te Boven- 
Knijpe. Uitgespr. 23 Febr. 1896. [Tekst: Phil. 4 i".i«.] Z. pi. en j. 
M. 1 portr. 

Rudolpbi, B. H., Gedachtenisrede enz. Op Roelof Roelofs Schuiling, 
rustend 1. te Oude-Bildtzijl [overl. 12 Juli 1871]. Uitgespr. ald. 

13 Nov. 1904. [Tekst: Hebr. 13 •.] [Leeuw.] z. j. 

Slaterus, A. J. van Loghum, Gedenkt uwe voorgangers enz. Lijk- 
rede op P. M. Keiler van Hoorn* Ned. Herv. Pred. te Dordrecht. 
Uitgespr. in de Doopsgez. kerk ald. 16 Febr. 1908. [Tekst: Hebr. 
13 7^] Dordr. 1908. 

d. Godsdienstonderwijs. 

Belydenisse des Geloofs, voor de zulken welke geneegen zyn, om 
door den h. waterdoop, in de . . . Doopsgez. gemeente tot Ryp - • • 
te werden ingelyft. Purmerende, 1799. 

[Vries, C. de], Godsdienstig Leerboek voor Kristelijke Aankome- 
lingen. Haarlem, 1802. M. 1 portr. 

[Hoekstra, F.], Vraagen en Antwoorden over den Godsdienst, ge- 



325 

volgd na de Vraagen over denz. . . . geschikt door de leeraaren 
der Christelyke Doopsgez. Gemeente te Harlingen. Haarlem, 1804. 

[Hoekstra, F.], Idem. 2<*« dr. Haarlem, 1810. 

, Idem. S''» dr. Haarlem, 1822. 

Hoekstra, F., Idem. ■!''« dr. Haarlem, 1837. 

Beets Pz., P., Handleiding tot Onderwij.s in den Christelyken Gods- 
dienst. Zaandam, 1806. 

, Idem. 2'i» dr. Amst. 1819. 



RÜswvJk, G. J. Tan, Schets der Christelijke Leere, ontworpen tot 
een' leidraad bij het onderwijs van aankomehngen. Amst. 1809. 

, Idem. 2"^" verb. en verm. dr. Amst. 1816. 

, Idem. 3**^ verb. en verm. dr. Amst. 1842. 

, Het hoofdzakelijke der Christelijke Leere, beknoptelijk 

voorgesteld enz. Amst. 1814. 12". 

, Idem. 2'»« dr. Amst. 1825. 12». 



, Vragen betrekkelijk de kennis en het goed verstand 

der Heilige Schriften, enz. Amst. 1826. 12". 

Vragen en Stellingen, ten grondslage van verder Onderwijs voor 
Doopelingen. Zaandijk, 1814. 12". 

Gorter, F. W., Eenige Vragen en Antwoorden, om te gebruiken bij 
Aankomelingen aan den Christen Godsdienst. Gron. 1818. 12". 

Doüer, A., Vraagboek over de Wet der Tiengeboden, het Gebed des 

Heeren, en de twaalf Artikelen des Geloofs. Zwolle, 1822. 
, Schriftuurlijk Vraagboek voor Kinderen, met een Voor- 



berigt voor Bejaarden, l^*-^ stukje. 2^'" verb. dr. Zwolle, 1831. 
Geuns, J. van. Vragen betreffende de Bijbelsche Gesch. en het Leer- 
stellig Onderwijs enz. Amst. 1825. 

Onderwys (Godsdienstig) voor jonge Kinderen. Il"*® dr. Amst. 1825. 

Spilker, H., Onderwys in den Godsdienst, voor Ongeöefenden, en 
Byzonderl. geschikt voor die onder de Doopsgezinden. Amst. z. j. 

[Cate, S. Blaupot ten], Over Doop en Doopsgezinden. Handboekje 

voor Catechisanten ... bij de Doopsgezinden. Leeuw. 1884. 
Cate, S. Blaupot ten, Idem. 2<'® verand. en verm. dr. Leeuw. 1835. 



326 

Hoekstra, S., Leiddraad voor Eenvoudigen, in het afleggen van 
Belijdenis bij de Doopsgezinden. Medemblik, 1836. 

, Het Evangelie, een onderwijsboek in de Christelijke 

Leer. Amst. 1848. 

Boeke, J., Handleiding bij het Onderwijs in de Christelijke Geloofs 
en Pligtenleer. Ten gebruike in Doopsgez. gemeenten. Amst. 
1837. 12". 

, Idem. 2^» dr. Amst. 1851. 

, Schriftuurlijke Katechismus. Amst. 1837. 12''. 

, Idem. 2'ie verb. dr. Amst. 1847. 

■, Eenvoudige en beknopte Handleiding bij de voorberei- 
ding tot den Doop. Amst. 1841. 

Mauve, W. C, Vraagboekje over de Bijbelsche Geschiedenis, voor 
jonge kinderen. Haarlem, 1841. 

, Idem. 2^^ dr. Haarlem, 1846. 

Hoekstra Bz., S., Korte Schets der Christelijke Leer, ten dienste v. 
het katechetische onderwijs bij de Doopsgezinden. Sneek, 1849. 

, Idem. 2^^ herz. dr. Sneek. 1850. 

■ -, Idem. 3<'9 herz. dr. Sneek, 1853. 

, Idem. i'^^ omgew. dr. Sneek, 1859. 

, Idem. 5^» dr. Sneek, 1867. 

, Eenvoudig onderwijs in de Christelijke Leer. Sneek, 1855. 

, Handleiding bij het katechetische onderwijs in de 

Christelijke Leer. Sneek, 1855. 

; Handleiding bij het catechetisch onderwijs der Bijbel- 



sche Gesch. Sneek, 1856. 
-, Idem. 2'i« dr. Sneek [1864]. 



Bakker, C, Handleiding tot het vervaardigen van eigene opstellen 
over de Bijbelsche Gesch., voor katechizatiën en schoolgebruik. 
Gron. 1850. 

Geuns, B. van, Gods openbaringen aan den mensch, in vr. en antw. 
beknoptelijk zaamgevat, ten behoeve v. het Godsdienstig onder- 
wijs onder de Doopsgezinden. [Zaandam] 1851. 



327 

[Huizinga, J.], Hoofdwaarheden der Christelijke Godsdienst voor 
Düopsgez. aaukoiQelingen. [M. daarbij behoorende : Vragen.] 2 stukjes. 
Burg op Texel, 1852. 

, Idem. 2"i« uitg. Sneek [1863]. 

Geheel omgewerkt. 

Gorter, D. S., De Christelijke Doop, enz. Sneek, 1855. 

Brouwer, P., Korte Belijdenis des Geloofs enz. 2"^^ dr. Sneek, 1860. 

, Idem. 3*6 herz. dr. Sneek, 1873. 

, Idem. é-ie herz. dr. Sneek, 1886. 

Jesse, >V., Eene leerwijze voor het Godsdienstonderwijs. Leiden, 1873. 

[Jesse, W.], De Bergrede Uit hot Evang. naar Matth. V, VI en VII. 
Omschreven en verklaard. Zaandam, 1908. 

Kuiper, T., De goede Keuze. Enz. Amst. 1875. 

Deo-Do [D. Plantinu.s], Vraagboekje over de Leer des Heils volgeus 
den BijbeL Leeuw. 1875. 

Feenstra J^, P., en J. Sepp, Gedachten van onzen Bijbel, Hand- 
leiding bij het Godsdienstonderwijs aan meergevorderden ; gevolgd 
door eenige godsd. liederen. Zwolle, 1876. 

Born, F., Leiddraad bij de Opleiding der Kinderen tot Godsdienst 
en Zedelijkheid. Joure, 1878. 

, Idem. 2*« dr. Assen, 1880. 

, Vragen tot Voorbereiding voor de Belijdenis in eene 

Doopsgez. Gemeente. 2"*® dr. Assen, z. j. 

Belüdenis (Eene beknopte Doopsgezinde). Z. pi. en j. 

Kielstra, Tj.. Het Godsdienstig Leven. Eene schet.? der Christelijke 
Geloofs- en Zedeleer. Amst. 1883. 

, Idem. 2"" herz. dr. Amst. 1890. 

, Idem. 3*® herz. en verm. dr. Amst. 1901. 

, Idem. 4<i« dr. Amst. 1914. 

Doruseiffen, H. G., Bijbelsche verhalen. Uittreksel uit de Hand- 
leiding V. Dr. H. Gort. Heerenveen, 1884. 

-, Idem. 2*» dr. Heerenveen, 1889. 

, Idem. 3*6 dr. Leeuw. 1896. 



328 

Frerichs, G. E., Leer van den Chiistelijken Godsdienst. Vraagboekje 
bij het Leerstellig Godsdienstonderwijs. St. Anna-parochie, 1885. 

, Idem. 2^» dr. St. Auna-parocliie, 1889. 

, Vragen ter Voorbereiding voor het Lidmaatsch. in de 

Doopsgez. Gemeente. [St. Anna-parochie] 1886. 

, Idem. 2de jjei-z^ ^y^ §{;_ Anna-parochie, 1888. 

, Idem. S**» herz. dr. St. Anna-parochie, 1891. 

, Idem. é"^" dr. St. Anna parochie, 1901. 

, Vroege Vroomheid. Tachtig lessen voor Katechisatie 



en Zondagschool. St. Anna-parochie, 1886. 

, Idem. 2'^e herz. dr. St. Anna-parochie, 1888. 

, Idem. S"*" herz. dr. St. Anna-parochie, 1893. 



— -, De Godsdienst in het menschenhart en in de menschen- 

veereld. Leesboek. St. Anna-parochie, 1889. 

Sepp, J., De Bijbelsche Geschiedenis. Leesboekje. Beverwijk [1889]. 

Linden, J. W. van der, Leesboek ten gebruike bij het Godsdienst- 
onderwijs. 5 stukken. Tiel, 1890. 

, Beknopte Godsdienstleer. Gron. 1902. 

Brouwer, P., De geschriften van vier moderne catecheten, getoetst 
aan het doel, dat de christenleeraar zich bij het godsdienst-onder- 
wijs moet stellen. Rotterd. 1891. 

Beoordeel, v. : G. E. F r e r i c li s, De godsdienst enz.; J. W. v. d. L i n d e n, 
Leesboek enz.; F. B. Grand pré Molière, Leesboek enz.; T. K iels tra, 
Het Godsdienstig leven. 

Overdr. uit: Geloof en Vrijheid. XXV. 1. 

, Het godsdienst-onderwijs ter voorbereiding van hen, 

die als leden tot de christelijke gemeente wenschen toe te treden. 
Eotterd. 1898. 

Overdr. uit: Geloof en Vrijheid. XXVII. I. 

Vries, J». de, Zedekundige Schetsen en Omtrekken voor de jeugd 
enz. Haarlem, 1898. 

Feeustra Jr., P., en I. H. Boeke, Handleiding ten gebruike bij het 
godsdienstonderwijs in Doopsgez. Gemeenten. 4"*^ verb. dr. Amst. 
1904. 

, Idem. 5<ïe verb. dr. Amst. 1909. 



329 

Vos, K., Aanteekeningen voor de Doopcatechisatie in Uoopsgez. 
Gemeenten. Assen, 1911. 



GODSDIENSTIGE LIEDEREN EN BIJBELTERTALING. 

Gezangen (Christelijke) voor de openbaare godsdienstoefeningen, 
[üitgeg. door den Kerkeraad der Doopsgez. Gemeente, verg. in de 
Zon te Amsteldam.] Ainst. 1796. M. titelvignet. 
De zoogenaamde Groote Bundel. Zonder muziek. 

— — Idem. Amst. 1796. M. hetz. titelvignet en m. muziek. 4". 

Idem. Amst. 1797. M. hetz. titelvignet en m. muziek. 

Alphen, H. Tan, Proeve van Liederen en Gezangen voor den Open- 
baaren Godsdienst, l^'» en 2^° stukjen. 'sHage, 1801, 02. 

Proeve van Christel. Liederen: op uitgezochte wijzen van de Kerk- 
psalmen, der Gereformeerde Christenen. Utr. 1801. 

Gezangen (Ghristelyke), ten gebr. der Doopsgez. Gemeente, verga- 
derende by het Lam en den Toren, te Amsterdam. Amst. 1802. 
M. muziek. 12^ 

De zoogen. Kleine Bundel. De uitgave v. 1793 hiervoren blz. 278. 
Hierachter, met doorloopende nummering der Gezangen; 

Vervolg van Ghristelyke Gezangen, in gebruik bij do Doopsgez. 
Gemeente te Zwolle. Gron. 1808. M. muziek. 

Gezangen (Christelijke) en Liederen [ten dienste der Vereen. Doopsgez. 
Gem. te Haarlem]. Haarlem, 1804. M. titelvignet en muziek. 12°. 

Twee verschillende drukken. 

[Geuns, J. van, M. Siegenbeek, P. Beets P^. en J". de Vries], 

Uitgezochte Liederen, voor den openb. en huissel. Godsdienst. 
West-Zaandam, 1809. 

, Idem. Amst. z. j. M.' muziek. 12". 

Drie verschillende drakken. 

Gezangen (Christelijke). 1^'» en 2^« Bundel. Amst. enz. 1848. M. muz. 4". 

Met voortitel ; Christelijke Gezangen, in gebruik bij de Doopsgez. Gemeente. 
Bloemlezing uit den Gr. en KI. Bundel en de Evang. Gezangen, uitgeg. van- 
wege de Remonstr. Broederschap. 
Hierachter: Vierstemmige koralen. 

Idem. Idem. Amst. enz. 1851, 1848. M. muziek. 12°. 

M. dezelfde koralen. 



330 

Kerkgezangen (Christelijke). [Uitgeg. op last van den Keikeraad 

der Vereen. Doopsgez. Gemeente te Haarlem.] Amst. 1851. M. 

muziek. 12". 
[Cool, P., en M. JentinkJ, [ZesJ Feestliederen [bij de Doopsgez. Gem. 

te Harlingen in gebr., naar oude liederen omgewerkt]. [Amst. 

1856.] M. muziek. 12". 
Liederen (Christelijke^ [Uitgeg. op last van den kerkeraad der Vereen. 

Doopsgez. Gemeente te Amsterdam.] P'® en 2"^» Bundel. Amst. 

enz. 1870. M. muziek. 4". 
Idem. Amst. 1870. M. muziek. 12". 

Twee verschillende drukken. 

Kerkgezangen (119 Christelijke), in gebr. bij de Doopsgez. gemeenten 
te Alkmaar, Arnhem, Deventer, Groningen, Haarlem, den Helder 
(Huisduinen), den Horn, Leeuwarden en Wolvega, Vierstemmig 
geharmoniseerd d. L. H. Deelman Iz. Gron. 1893. 4" obl. 

Liederen (Doopsgezinde). [Aangeb. door den Kerkeraad der Vereen. 
Doopsgez. Gemeente te Haarlem.] Amst. 1895. M. muziek. 12". 

Hierachter als 2^'- Bundel: Christelijke Gezangen [uitgeg. door de Synode 
der Evang. Luth. Kerk in 1884]. Amst. enz. 1895. M. muziek. 12». 

Andriessen, S. J., Eenige gezangen uit den nieuwen Haarlemsclien 
Bundel, gewijzigd . . . Bussum, 1897. In handschr. 

Sepp, J., [Circulaire] Aan de Kerkeraden der Doopsgez. Gemeenten 
[over de uitgave van eendoor hem zaraengestelden gezangbundel]. 
Beverwijk, 1893. 

[Sepp, J., en H. Boefje]. Gezangen ten gebruike in Doopsgez. Ge- 
meenten. Leiden, 1897. M. muziek. 12". 

De zoogenaamde Leidsche Bundel. 

. Bloemlezing uit de Psalmen. Leiden, 1900. M. muziek. 12". 

Dükemn, F., De Leidsche Psalmbundel. Z. pi. en j. 

Critiek op de .Bloemlezing u. de Psalmen" v. H. Boefje en J. Sepp. 

Liederen (Christelijke). Kleine Bundel. In gebr. bij de Doopsgez. 
Gemeente te Amsterdam. Amst. enz. [1916]. 



Boeken (Al de) des N. V., u. het Grieksch op nieuw vert., en m. 
opschriften, gelijkluidende plaatsen en eenige aanteekeningen voor- 
zien, d. G. Vissering. Amst. 1854. 

Ook het origineele handschrift van deze vertaling alsmede daarop betrekking 
hebbende stukken in schrift en druk zijn in het bezit der Vereen. Doopsgez. 
Gemeente te Amsterdam. 



381 

Idem. 2^® verb. en verm. dr. Amst. 1859. 



DUITSCHLAND. 

a. O o s t f ri e s 1 a n d. 
EMDEN. 

Satzungen der Menn.-Gemeinde zu Emden [1901]. [Einden] z. j. 
Mülier, [J.] P., Das Chri-itenthuni in seinem tiefsten Grunde eine 

Anstalt zur Entsiindigung der Menschheit. Pred. üb. 1 Tim. 1 i^ 

[Altona] 1887. 4". 

Heilage zu Menn. BI. 1887. N». 1. 

Muller, J. P., Die Verraittlung jedes höheren Aufschwungs in der 
Menschheit nur durch Glauben möglich. Pred. üb. Matth. 13 ^. 
Z. pi. en j. 
Overdruk. 

• , Drei Predigten. Emden [1890]. 

Depiitirtenwatal (Zur jüngsteu) der Stadt Emden. Emden, 1857. 4". 

Beilage z. Ostfries. Zeitung. 1857. Nr. 30. 
Naar aanleiding van de verkiezing van B. Brons. 

[Notizen (Biographische) üb. den am 12. IMarz 1886 gest. Y. Brons 
zu Emden.] Emden, Hannover, 1886. 

Ostfries. Zeitung, 16. Marz 1886; Hannoverschcr Courier, 17. Marz 1886. 
Morgenausg. 

Ysaak Brons. Frank f art a. M. 1900. M. 1 portr. 

Christl. Gemeinde-Kalender. IX. 

Tsaac Brons Commerzienrath. Z. pi. 1900. M. hetz. portr. 

Overdruk van het voorgaande. 

Brons, B., Zu unserer lieben Mutter Antje Brons geb. Cremer ten 
Doornkaat 90. Geburtstage am 23. Nov. 1900. Emden [1900]. f. 
Cramer, [S.], Mevrouw Brons. Leiden, 1902. M. 1 portr. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1902. 

Keiler, L., Anna Brons, geb. Cremer ten Doornkaat, geb. 23 Nov. 
1810, gest. 2. April 1902. [Berlin] 1902. 

Overdr. uit: Monatsh. d. Comenius Gesellscli. XI. 8/10. 

Brons (Frau Antje) geb. Cremer ten Doornkat zu Emden, geb. 23. 
Nov. 1810, gest. 2. Apr. 1902. Kaiserslautern, 1904. M. 1 portr. 

Christl. Gemeinde-Kalender. XIII. 



332 
Brons jr., B., Demoralisierend ? 2'» Aufl. Einden [1910]. 

Zelfverdediging, van liet standpunt der Doopsgezinden. 

Monatsblatter, zie blz. 333. 

LEER. 

Trip, C. J., Einige Worte zuin Andenken an • . . Jacobus Leendertz, 
Pred. d. Mennon.-Gem. [gest. 5 Juni 1877]. Leer, 1877. 

Gilse, A. G. van, „Das Christus in eucli eine Gestalt gewinne". 
Predigfc [üb. Gal. 4 1""]. z. pi. en j. 
NORÜEN. 

Ueata, L., Die christliche Hoö"nung. Predigt [ub. 1 Fetr. 1 ^J. 
[Altoua] 1887. -l». 

Beilage zu Menn. BI. 1887. N«. 5. 

, Predigt üb. Piiil. 1, 25. Geh. am 15. Apr. 1888. Nor- 
den, 1888. 

-, Gedachtnissrede üb. 2. Sara. 1, 26a. Geh. am 5. Aug. 

1888, nach der Beisetzung des Herrn Pastor emer. J. Pol. Nor- 
den, 1888. 

Koolman, ten Doornkaat, Die Verpflichtung der Mennoniten an 
Eidesstatt. Berlin, 1893. 

b. De R ij n p r o V i n c i e en W e s t f a 1 e n. 
CREFELD. 

Statut der Mennoniten-Gemeinde zu Crefeld. Crefeld, z. j. [1877], 

Christfests- u. Neujahrs-Lieder für den öffentl. Gottesd. der Men- 
noniten Gemeine in Crefeld. Crefeld, 1814. 

Festlieder (Christl.) bei der dritten Jubelfeier der Reformation; für 
die Taufgesiunte Gemeine zu Crefeld. Crefeld, 1817. 

Molenaar, I., Predigten. Nebst ein. biograph. Vorworte üb. den Verf. 
V. Prof. Sack. Meurs, 1836. 

Swart, N., Iets over Izaak Molenaar, zie hiervoren blz. 298. 

Weydmann, [L.], Ueber die neuesten Erscheinungen in der prot. 
Kirche. Frankf. a. M. 1829. 

Weydmann, L., Fünf Predigten in Bezug auf die neuesten Erschei- 
nungen in der prot. Kirche. Crefeld, 1831. 

[Weydmann, L.], Grabrede u. Leichenpredigt.. Z. pi. en j. 

Weydmann, L., Predigt beim Antritt seines Arates in Crefeld am 
6. Marz 1886 gehalten. [Text: Eph. 4 ii-i«.] Crefeld, 1886. 



333 

[Weydmami, L.], Christliche Lehre, zimach.st zum Gebrauch der 
Taufgesinnteu in Deutschland. Crefeld, 1836. 12». 

Weydmann, L., Predigfc bei der Einweihungsfeier der erneuerten 
Meünoniten-Kirche zu Crefeld, am 20. Dez. 1843, gehalten. [Text: 
Esra 6 i».] Crefeld, 18«. 

Weydmann, [E.], Worte zum Gedachtnis des Herrn Wilh. Jentges 
geb. am 25. Juli 1825, gest. am 16. Juni 1884. Crefeld, z. j. 

Weydmann, E., Sylvesterpredigt, geh 1886. [Text: Sacli. 14 ^.J 

[AltunaJ 1887. 4". 

Heilage zu Menn. BI. 1887. N». 2. 

, Katechismus zum Gebrauch der Taufgesinnten. Cre- 
feld, 1883. 

, Idem. 2. Aufl. Krefeld, 1898. 

Monatsbiütter der Mennoniteugemeinde Crefeld. Z. pi. 1905. 

der altevangelischen Mennouitengemeinden Crefeld u. 

Emden. Z. pi. 1906, 1907/uS. 

NEDWIED. 

Harder, C, Predigten. 2 Hefte. Neuwied, 1859-60. 

GRONAü. 
Westerdyk, P. B., Psalm LXXXIVill. Rede, geh. ter inwijding v. 

het kerkgebouw der Doopsgez. Gem. te Gronau i. W., 24 Juli 

1904. Enschede [1904]. 

c. H a m b u rg — A 1 1 on a. 

Gezangen (Christelijke), voor de openbaare Godsdieust-oeffeningen ; 
ten dienste der Mennoniten Gemeente te Hamburg en Altona. 
Amst. 1802. M. muziek. 

Karsdorp, 6., Redevoering [uitgespr. 5 Sept. 1802] over het nood- 
zaakelyk verband tusschen de prediking v. het goddel. Woord en 
tusschen een gereegeld Christel, gezang, by den openb. Godsd. 
aaugeweezen [uit Col. 3 ^^] by de invoering v. een nieuw Gezang- 
boek [voor de D. G. te Hamburg en Altona]. Altona, 1802. 

Hoekstra, J. A. S., Iets over Gods Grootheid blijkbaar in zijne 
luistervolle eigenschappen, voorgedr. in een tiental Leerredenen. 
Altona, 1797. 



334 

Hoekstra, J. A. S., Dank- u. Ermahnungö-Predigt. Geh. den ]. Jan. 
1801. [Text: Jerem. 13 "^.J Nach dem hollaud. Original übers. 
Altona, 1801. 

, Jubelpredikatie wegens 25 jaarige Amtsverrichting enz. 

Uitgespr. te Altona, 8 Oct. 1809. [Text: 1 Joh. 4 «K] Altona, 1810. 

Karsdorp, G., en J- A. S. Hoekstra, Stand- ea Gedachtenis-rede 
over Jan de Jager, 1. te Hamburg en Altona. Uitgespr. 19. May 
en 13. Jnny 1802. Altona [1802]. 

Deiikmüier (Gesammlete) der Liebe u. Achtung. Dem Andenken 
de.s wurdigen Lehrers der Mennoniten in Hamburg u. Altona, G. 
Karsdorp . . . gewidmet. Altona, 1812. M. 1 portr. 

Goos, I., Lyk- en Gedachtenis Kedenen, wegens het Overlyden v. 
J. A. S. Hoekstra, leeraar laatst te Hamburg en Altona: overl. 7. 
Dec. 1817. M. lijkzang en grafgedachten v. J. Philippo en lijk- 
dicht V. H. Verschoor. Altona, z. j. 

Schultz, J., Nagedachtenis, over het Leven, zedel. Karakter en trium- 
pherend Uiteinde v. J. A. S. Hoekstra, leeraar laatst te Hamburg 
en Altona. Altona, z. j. 

Roosen, B. C, Neujahrspredigt geh. ani 1. Jan. 1886. [Altona] 1887. 4". 

Beilage zu Menn. BI. 1887. N°. 4. 

Smissen, H. Tan der, Festspiel zum 50 j. Amtsjubilaum des Herrn 
Pastor B. C. Roosen aufgef. am 13. Okt. 1895. [Altona] z. j. 

Erinneruiigsblatt von der 50 j. Jubilaumsfeier des Herrn Pastor 
B. C. Roüsen am 12. u. 13. Okt. 1895. Altona, 1890. 

d. West- en O o s t-P r u i s e n. 

DANZIG. 
Gemeinde-Ordnung der vereinigten MennonitenGemeinde zu Danzig 
V. J. 1841, revidirt i. J. 1860. Danzig, z. j. 

Statut t'. die Danziger Mennoniten-Gemeinde. Danzig, 1887. 

Kirchenbau (Unser) vor 50 Jahren. Gedenkbl. f. die Danziger Men- 
nonitengemeinde. Danzig, z. j. [1869]. 

Gesangbiich zur kirchl. u. hiiusl. Erbauung. Für Mennoniten-Ge- 
meiuden. In neuer Auswahl u. Anordn. der Lieder hrsg. vom 
Vorstand der Danziger Mennoniten-Gemeinde. Danzig, 1908. 



335 

Manuhardt, G... Am Sarge Wilhelm Manuhardt's [gest. 26 Dec. 1880]. 
Danzig, z. j. 

Mannhardt, H. G., Drei geistl. Reden geh. bei der Taufe der eiwach- 
senen Jagend aui Palmsonnt. 1881. 82. 83. Danzig, 1883. 

, Der Weheruf der verstoszenen Liebe. Passion.'spredigt. 



[Mt. 28 29-38.] [Altona] 1887. 4». 

Beilage zu Menn. BI. 1887. N». 3. 

ELBING. 
Mennonitengemeinde (Elbinger). — Statuten, festgestellt i. J. 1870. 
Jahres-Bericht f. 1883-86, 90-94 [u.] 98. Elbing, 1870-99. 

Geschichte (Kurzgefaszte) der Elbinger Mennonitengemeinde, nach 
den vorh. Acten zusamraengest. u. hrsg. v. d. Verstande der 
Elbinger Mennonitengemeinde. Elbing, 1883. 

Rede zur Einweihung des Deiilfraals für Carl Harder . . . d. 31. Marz 
1899. Neuwied, 1899. 

FDRSTENWERDER. 
Statut der Mennon.-Gemeinde zu Fürstenwerder. Marienburg, 188u. 



Aiigas, W. H., [Brief] An die Aeltesten, Lehrer u. Mitglieder der 
sammtl. Mennoniten-Gemeinen in Westpreuszen [enthaltend Gesuch 
zur Theilnahme an die Taufges. Engl. Missions-gesellschaft]. Danzig, 
1828. 4". 

Bericht üb. die Thatigkeit des Hülfscomites f. die durch Ueber- 
schwemmung heimgesuchten Mennoniten-Gemeinden 1888/89. Al- 
tona, 1889. 

Hennoniten u. das Kammergericht. Berlin, 1847. 

Herdrukt uit: J. C. H i t z i g's Zeitschr. üb. Criminal-Reclitspflege. Berlin, 
1825. 2. Heft. 

Mannhardt, W., Die Wehrfreiheit der Altpreuszischen Menuoniten. 

Eine geschichtl. Erörterung. Marienburg, 1863. 
Beitrüge zum Verstiindniss der Mennoniten-Prage v. ein. Liberalen. 

Elbing u. Marienburg, 1864. 
Cabinetsordre (Allerhöchste) vom 3. Marz 1868 betr. die Wehrpflicht 

von Menuoniten u. weitere Bestimmungen. Elbing. 1879. 



336 

Mannhardt, H. G., Festschrift zii Menno Simons' 400 j. Geburts- 
tagsfeier, zie lüervoreii blz. 17. 



Baczko, L. y., De Doopsgezinden, een familie-tafereel in 3 bedr. 
n.h. Hoogd. [d. A. Loosjes Pz.] benevens een aaniiangsel v. 
den vertaler. Haarlem, 1809. 

Möller, A. v., Die Mennouiten. Berlin, 1851. 

Wildeubruch, E. v., Der Meunonit. Trauerspiel. 5. Aufl. Berlin, 1892. 

e. De Palts, Hessen enz. 

Bericht über den Verhandlungen der zweyten Jahres- u. Kirchenver- 
samml. der Mennoniten-Gemeinden. Geh. auf dem Spitaliiof am 
5ten May 1825. Z. pi. en j. 

Nachricht v. den Verhandlungen der dritten Jahres- u. Kirchenver- 
samml. der Mennoniten-Gemeinden. Geh. in Friedelsheim bei 
Dürkheira a.d. Haardt, den 7ten Mai 1826. Worms, 1826. 

Forinularbuch (Allgemeines u. vollstandiges). f. die Gotlesdienstl. 
Handkmgeu, in denen Taufgesimiten, Evangelisch Mennoniten- 
Gemeinden. benebst Gebetern, etc. Neiiwied, 1807. 

Bestemd voor de gemeenten in de Palts en aan den Neckar. 

(Allgemeines). Zum Gebrauch bei dem öffentl. Gottes- 



dienste in den Evang. Mennoniten-Gemeinden. Worms, 1852. 

Gesangbuch (Ghristliches), zunachst f. den Gebrauch der Taufge- 
sinnten in der Pfaltz. Worms, 1832. M. muziek. 

zum gottesdienstl. u. liausl. Gebrauch in Evang. Men- 



noniten-Gemeinden. Worms, 1856. 

Melodien (Vierstimmige) zu dem „Gesangbuch zum gottesdienstl. u. 
h;iusl. Gebrauche in evang. Mennoniten-Gemeinden". Dürkheim, 1856. 

Catechismus od. kurze Unterweisung a. der heil. Schr. . . . Ausgeg. 
d. die christl. Mennonisten-Gemeinde im Hessischen. Gieszen, 1831. 

De Katechismus uitgeg. te Elbing, zie liiervoren blz. 264. Eerste Hessisclie 
uitgave 1797. Hiernaar de uitgave ten gebr. der Doopsgezinden in Amerika, 
zie beneden blz. 346. 

Hierachter: Tdeleman] Tlielen) Vlanl Slittert], Christliclie Glau- 
bcns-Bekenntniss der Mennonisten-Gemeinde etc. Gieszen, 1834. 



337 

Molenaar, J., Katechismus der Christl. Lehre. ... in Verbindung m. 
mehieien Predigern in der Pfalz den ev. Mennoniten-Gemeinen 
dargeboten. Leipz. 1841. 

, Idem. 2. Aufl. Leipz. 1854. 

, Andenken an die beiden heiligen Tage der Taufe u. 

ersten Abendmahlsfeier. Leipz. 1844. 

[Schmutz, C], Christl. Lehrbüchlein od. kurze Unterweisung zur 
Seligkeit a. Gottes Wort . . . Zum Gebrauch in Mennoniten-Ge- 
meinen. Heilbronn, 1865. 



Jahresbericht der Realanstalt am Donnersberg bei Mariiheim i. d. 
Pfalz f. d. Schuljahr 1887/88-1915/16. [Mit: Bericht des mennon. 
Erziehungs- u. Bildungsvereins.] Kirchheimbolanden, 1888-1910. 
M. afb. en portr. 

Ontbr. 1890/91, 91/92, 93/94, 98/99, 1901/02. 

25 Jahre Streben, Leiden ii. Handlen. Bericht üb. die ersten 25 Jahre 
der Gesch. der mennon. Erziehungs- u. Bildungsvereins. 1867 — 92. 
Kaiserslautern, 1892. 

Brons, Frau A., Gedanken u. Winke üb. die Fjage, wie wir das 
Wohl unserer Kinder fördern können. Eine Festgabe. Kaiserslau- 
tern, 1892. 

[Göbel, E.], Die Real- und Erziehungsanstalt am Donnersberg bei 
Maruheim in der Pfalz. Kirchheimbolanden, 1893. 

Anstalt (Die) am Donnersberg 1867-98. Z. pi. en j. M. afb. 

Real- u. Erziehungsanstalt (Die) ara Donnersberg. Kaiserslautern, 
1898. M. dez. afb. 

Zeitbilder. Sonntagsbeilage zur ,,Pfalzischen Presse". Kaiserslautern, 11 Dez. 
1898. 

Schülerfeste (Vaterlandische) an der Eealanstalt am Donnersberg. 
I-XL Kirchheimbolanden, 1897-1914. M. pi. en afb. 



Hnnzinger, A., Das Religions-, Kirchen- u. Schulwesen der Men- 

noniten od. Taufgesinnten; etc. Speyer, 1880. 
Zeisset, C, Zwei Leichenreden auf den verst. Mennoniten-Prediger 

Sam. Zeisset von Lautenhach, u die verst. Ehefrau d. Chr. Hun- 

zinger, Eva geb. Fellmann. Worms, 1830. 



338 

Reeder, H., Predigten an Festtagon u. bei bes. Veranlassungen geh. 
Leipz. 1843. 

Stimmen (Evangelische). Predigtsammlimg . . . hr.sg. v. J. Molenaar. 
Heft 1. Leipz. 1844. 

Helferich, Die Kindertaufe. Eine offeuiierzige Ansprache an die 
Mennoniten Deutschlands. Mainz, 1865. 

Ensz, Abr., Mein Briefwechsel mit dem Menn.-Aeltesten Ulr. Hege 
in Reihen i. Baden, geftihrt über: Den rechten Glauben. Berlin, 1874. 

EUenberger, J., Bilder aus dem Pilgerleben. Gesamm. in der Mea- 
Doniten-Gemeinde. Bd. 1-3. Z. pi. 1878-83. 

Jakob EUenberger Lehrer u. Piediger der Mennon.-Gemeinde Priedels- 
heim. Ein Lebenbild . . . M. ein. Anhange einiger seiner Gedichte. 
Franlif. a. M. 1879. M. 1 photogr. portr. 

Hege, Chr., Einst u. Jetzt od. Vergangenheit u. Gegenwart unserer 
Mennon.-Gemeinden. Vortrag. Reihen, 1890. 

Kieferndorf, Ph., Der Eid. Vortrag. Worras, 1892. 



Bruder Jonas der Mennonit. Rom, 1805. 2 Bd. 
f. B e r 1 ij n. 

Mannhardt, [H. G.], Rede bei der Taulïeier in der Berliner Men- 
noniten-Geineinde am 20. Mai 1900. [Danzig, 1900]. 

Jacobseu, E., Gedenkworte zur 20 .iahr. Stiftungsfeier der Berhner 
Mennon.-Gemeinde, den 17. Jan. 19o7. Berlin [1907]. l". 

g. Vereinigung der Mennonite n-G emeinden. 

Ittanuhardt, H. G., Bericht üb. d. in Berlin am 2. u. 3. Oct. 1884 

stattgehabte Conferenz deutscher Mennoniten etc. Danzig, 1884. 

Protokoll üb. d. am 2. u. 3. Oct. 1884 zu Berlin v. einer Anzahl 
Mennoniten a. versch. Gemeinden Deutschlands gepflogenen Ver- 
handkingen. Altona, 1884. 

IMededeeling aan de Duitsche gemeenten der Mennonieten v. het 
op 2 en 3 Oct. 1884 ter conferentie dier gemeenten te Berlijn 
verhandelde.] Enschede, 1884. 4". 

In het Duitscli. Met aant. in liet Nederl, door S. C ra nier. 



339 

Entwurf zu einem Statut des Vereins mennoniter Gemeinden deut- 
scher Ziiiige. Crefeld, 1885. 

M. begeleidende circulaire v. de gemeenten te Crefeld, Danzig en Hamburg. 

Cramer, S., Der Entwurf zu einem Statut des Vereins mennoniti- 
scher Gemeinden deutsclier Zunge. Kaisersl. 1885. 

Menn. BI. XXXII. 5. 

Statut [u.] Entwurf zu einem Statut [nebst] Abanderungs-Vor- 
sclilage zu dem Entwurf des Statuts f. die Vereinigung der 
Mennoniten-Gemeinden im deutschen Reicli. Altona, 1885 — 86. 

[Bundschreiben nebst Antrage d. Mennoniten-Gemeinden zu Emden, 
Leer u. NorJen.] Emden, 1902. 

Jahresbericht der Vereinigung der Mennoniten-Gemeinden im Deut- 
schen Reich. 1886-1915. Altona, 1887-97; Krefeld, 1898—1901; 
Altona, 1902-16. 

Predigten aus Mennoniten-Gemeinden. Hrsg. im Auftrag d. Kura- 
toriums der Vereinigung der Mennoniten-Gemeinden im Deutschen 
Reich. Jahrg. [I]-IX. Emden, 1891-99. 36 Hefte. 

[Mannhardt, H. G.], Bericht üb. die Preisar beiten u. die Urteile der 
Preisrichter. Danzig [1904]. 

Betreffende eene prijsvraag, uitgeschr. d. het Kuratorium d. Vereinigung d. 
Mennon.-Gem. im Deutschen Reich, naar eene beknopte geschiedenis der 
Mennonieten, in het Duitsch. 

Erinnerung (Zur) an das Crefelder Maifest 1911, die 25 j. Jubelfeier 
d. Vereinigung d. Mennoniten-Gemeinden im Deutschen Reich. 
[Krefeld, 1911]. 



C. RUSLAND. 

B[artelJ L[auren], Kort Verhael, eens Gesprecks, voor-ghevallen in 
der Wildae oft Vylnae, de Hooft-Stadt van 't groot Vorstendom 
Littauwen. Amst., J. Rieuwertsz., z. j. 4". 

, Idem. Z. pi. 1655. 4». 

, Idem. Amst., J. Rieuwertsz., 1664. 4". 

Met de toevoeging op den titel: Tussclien een Prioor zijnde een Monnick, 
en Bartel Lauren, naderhant een Dienaer en Outsten der Vlaemsche Doops- 
gesinde tot Amsterdam. 

Missive v. de Sociëteit der Doopsgez. Gemeenten in Friesl. en Gron. ; 
geschr. aan de Doopsgez. Christenen, welke zich uit Dantzig 
hebben nedergezet, in de Staaten v. H. M. Gatharina de Groote, 
Keizerin aller Russen. Leeuw. z. j. [1788]. 

Reiswitz, Von, u. Wadzeck, Beitriige zur Kenntnisz der Mennon.- 

Gemeinden etc, zie hiervoren blz. 10. 

, Glaubensbekenntnisz, zie ibidem. 

[Schlatter, D.], Bruchstücke a. einigen Reisen nach dem südl. 

Ruszland in den Jahren 1822 bis 28. M. pi. en 1 kaart. St. 

Gallen, 1880. 
Kolonie v. Mennoniten in Nieuw-Rusland. Leeuw. 1889. 

Leeuwarder Cour. v. 6 Aug. 1839: Uittreksel uit het Journal van Odessa. 

Bydragen tot de gesch. der Doopsgez. en derzelver Volkplantingen 
in het zuidel. gedeelte v. Rusland, naar het Hoogd. . . . d. D. 
Y s e n b e o k. Hoorn, 1848. M. 1 kaartje. 

Petzholdt, A., Reise iin westl. u. südl. europaischen Ruszland i. J. 
1855. Leipz. 1864. M. houtsn. en kaarten. 

Mattliai, Fr., Die deutschen Ansiedelungen in Ruszland. Etc. Leipz, 
1866. 

Coeüet, M., Consul te Odessa, Verslag omtrent de koloniën der 
Duitsche Mennoniten aan de rivier de Molochna in Zuidel. Rus- 
land. Vertaald d. Amersfoordt. Zwolle, 1868. 

Landbouw-Courant. 1868. Nrs. 33, 34, 35, 37 en 38. 



341 

Theilungs-Verordnung der Choititzer Mennon.-Gemeinde u. deren 
Tochter-Kolonien. [Odessa, 18S6]. 

Klaus, A., Unsere Koloniën. Stud u. Material. z. Gesch. u. Statist. 
der ausland. Kolonisation in Ruszland . . . a. d. Russ. übers. v. J. 
T ö w s. Odessa, lfr87. 

Epp, D. H., Die Chortitzer Mennoniten etc. Odessa, 1889. 

Wolgacolonien (Die deutschen). Göttingen, 1892. 

Neufeld, A., Die Chortitzer Centralschule 1842- 1892. Berdjansk, 1893. 

[Epp, H. u. a.], Ileinrich Epp, Kirchenaltester der Mennonitenge- 
meinde zii Chortitza, Südruszland. Leipz. 1897. M. 1 portr. 

Smissen, H. van der, Entwickelung u. jetziger Stand der deutschen 
Mennonitenkolonien in Südruszland. Gotha, 1898. M. 1 kaart. 

Petermanns Milteilungen. 44. 

Friesen, P. M., Die Alt-evang. Mennon. Brüderschaft in Ruszland 
(1789 — 1910) im Rahmen d. mennon. Gesamtgeschichte. M. 50 
Bildertaf. Halbstadt Taarien, 1911. 



Harder, B., weil. Pred. zu Neu-Halbstadt in Süd-Ruszland, Geist- 
liche Lieder u. Gelegenheits-Gedichte. Gesammelt li. hrsg. v. H. 
F r a n z sen. Hamb. 1888. M. 1 portr. 

Katechismus oder kurze u. einfaltige Unterweisung a. der heil. 
Schrift ... Ausgeg. durch die christl. taufgesinnte Gemeine, 
welch'e Mennoniten genannt werden. [Nebst: Glaubensbekenntniss 
der Mennonitengemeiude zu Ghortitz.] Odessa, 1890. 



Wfthlborg, Ferd. v., Mennoniten. Wien u. Leipz. 1912. 



D. AMERIKA. 

GESCHIEDENIS. 

Beiswitz, Von, u Wadzeck, Beitiage zur Kenntnisz der Mennon.- 
Gemeinden etc, zie hiervoren blz. 10. 



■ — , Glaubensbekenntnisz, zie ibidem. 

Martin, E. K., The Mennonites. Philad. Pa. 1883. 4". 

Cassel, D. K., Histoiy of the Mennonites etc. Philad. Pa. 1888. 
M. porti', en pi. 

Carroll, H. K., The Religious Forces of the U. S. New York, 1893. 

The Amer. Church Hist. Series. I. Hierin een hoofdstulc : The Mennonites. 

Smitli, C. Henry, The Mennonites of America. Goshen Ind. 1909. M. pi. 

Scheffer, J. G. de Uoop, Kerkelijk en huiselijk leven der Doopsgez. 
in Pennsylvaniê. Amst. 1869. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1869. 

, Vriendschapsbetrekkingen tusschen de Doopsgezinden 

hier te lande en die in Pennsylvaniê. Amst. 1869. 

Uit: Doopsgez. Bijdr. 1869. 

— , Mennonite emigration to Pennsylvania. Friendly rela- 
tions between the Mennonites in Holland and those in Pennsyl- 
vania. Transl. fr. the Dutch, w. Notes, by S. "W. Penny pao ker. 
[Philad. Pa. 1878]. 

The Pennsylvania Mag. of Hist. II. 

[Aankondiging van het voorgaande in The Times-Philadelphia, 
July 16, 1878]. Philad. Pa. 1878. 

Eby, A., Die Ansiedlung u. Begründung der Menn. Gemeinschaft in 
Canada. Milford Square Pa. 1872. 

Pennypacker, S. W., Abraham and Dirck op den Graeff. Philad 
Pa. 1875. 

The Penn Monthly. Sept. 1875. 



343 

Seidensticker, O., William Penn's travels in Holland and Germany 
in 1677. Read before the Hist. Society of Pennsylvania, Dec. 10, 
1877. [Pliilad. Pa. 1878]. 

The Pennsylvania Mag. of Hist. II. 

Pennypacker, S. W., The settlement of Germantown, and the causes 
which led to it. Philad. Pa. 1880. 

Life and trance of Dr. G. de Benneville of Germantown etc. Schwencks- 
ville Pa. 1882. 

Gibbons, P. E., „Pennsylvania Dutch", a. o. E.'ssays. S'' Edit. Philad. 
Pa. 1882. 

Pennypacker, S. W., Historical and biographical sketches. Philad. 
Pa. 1883. 

Festival (The Gennan). Celebrating the Bi-Centennial of Their Im- 
migration. Philad. Pa. 1883. 

Weekly Press. Oct. 11, 1883. 

Pionier-Jubilüum (Das deutsche). Z. pi. 1883. 

Wochenbl. d. N. Y. Staats-Zeitung. 13. Okt. 1883. 

Pennypacker, S. W., An address at the bi-centennial celebration 
of the Settlement of Germantown Pa., and the beginning of Ger- 
man emigration to America. Philad. Pa. 1883. 

Ankunft (Die) der ersten Deutschen in Amerika u. ihre Ansiedlung 
daselbst nebst einem Vortrag v. S. M. [1. W.j Pennypacker, 
6. Okt. 1883. Altona, 1893. 

Als bijlage der Menn. BI. gedr. 

Seidensticker, 0., Bilder a. der Deutsch-pennsylvanischen Geschichte. 
New-York, 1885. 

Geschichtsblatter. Bilder u. Mittiieil. a. d. Leben d. Deutsclien in Amerika 
hrsg. V. C. Scliurz. Bd. 11. 

Church ediiice (Xew) for the Brethren in Germantown. Philad. Pa. 
1896. M. afb. 

Public Ledger. Philad. Feb. 27, 1896. 

Sachse, J. F., The German Sectarians of Pennsylvania, 1708—42. 
A critical and legendary history of the Ephrata Cloister and the 
Dunkers. 2 Vol. Philad. Pa. 1899-1900. M. pi. en afb. 



344 
Lloyd, Iilelson, Among the Dunkers. New-York, 1901. M. afb. 

Scribner's Magazine. Nov. 1901. 

Martin, Hel. Reimensnyder, Tillie, a Menuonite Maid, a story of 
the Pennsylvania Dutch. New York, 1904. M. pi. 

YEREENIGINGEN TAN GEMEENTEN. 

Yerhandlungen der Ost-Pennsylvanischen Conferenz der Meanoniten 
Üemein-schaft. 1847-72. Z. pi. en j. 

ConferenzTerhandlungen (Die) der allgem. Mennoniten-Gemeinschaft, 
in N. -Amerika. 1860-63. Z. pi. en j. 

Yerhandlungen der 7ten Allgem. Conferenz der Mennoniten v. 
N.-Amerika. Geh. v. 15ten b. 26ten Nov. 1875. Z. pi. en j. 

Krehbiel, H. P., The History of the General Conference of the Men- 
nonites of North America. Z. pi. 1898. M. afb. en portr. 

Minutes of the 18th Se.ssion of the General Conference of Menno- 
nites of North America. Held at Beatrice Nebr., from Sept. 3 
to 9, 1908. Berne Ind. 1908. 

Supplem. to The Mennonite. XXIIl. 51. 

Jubilaums-Fest der Allgem. Konferenz der Mennoniten v. N.- Amerika. 
Gef. in Beatrice Nebr. 7. Sept. 1908. Berne Ind. 1909. M. afb. en 
portr. 

Bericht der Yerhandlungen der 5. jahrl. Zusammenkunft d. Anii- 
.schen Mennon.-Diener u. Brüderschaft. Chicago 111. [1866]. 

[idem] der 8., 9., 12., 13. u. 16. Diener-Versamml. der 

Amischen Menn.-Brüderschaft. Elkhart Ind. 1869-78. 

Record of the First Mennonite Church for 1891-94 and Directory 
for 1892-95. Philad. Pa. 1892-95. M. afb. en portr. 

DOOPSGEZINDE GESLACHTEN. 

[Pennypacker, S. W., Genealogische aanteekeningen omtrent het 
geslacht van B e b b e r.] Handschr. in het Eng. f. 4 bladen. 

Grubb Family. 4'^» Annual Reunion. Parkerford Pa. Z. pi. 1908. M. 
portr. en 1 afb. 

Keyser, Ch. S., The Keyser Family, descendants of Dirck Keyser 
of Amsterdam. Philad. Pa. 1889. M. portr., facs. en wapenafb. 



345 

[Pennypacker, S. W.], The Pedigree of S. W., H. C, I. R., J. L. 
Pennypacker of Philadelphia. Sons of I. A. Pennypacker and 
A. M. Whitaker. Philad. Pa. 1892. M. 1 gekl. wapenafb. f». 

Pennypacker (The) Reunion, Oct. 4, 1877. [Philad. Pa.] z. j. M. pi. 
en portr. 

Pennypackerisohe (Die) Familie in Pennsylvanien. A. d. Engl. übers. 
Elkhart Ind. 1878. 

Herold der Wahrh. Apr. 1878. 

GESCHRIFTEN TAS DOOPSGEZINDEN. 

[Funck, H.], Ein Spiegel der Taufe, mit Geist, rait Wasser, u. mit 
Blut. [2t« Aufl.] Z. pi. 1884. 

De oorspronkel. uitg. verscheen in 1744. 

, Idem. [4*^ Aufl.] Lancaster Pa. 1861. 

Funck, H., Eine Restitution od. Erklarung einiger Hauptpuukte des 
Gesetzes, wie es durch Chr. erfüUet ist, . . . nach Inhalt der H. S. 
des A. u. N. T. 2^ Ausg. Lancaster Pa. 1862. 

Het eerst uitgeg. en gedr. te Philadelphia in 1763. 

Ward, W., Farewell letters to a few friends in Britain and Ame- 
rica on returning to Bengal in 1821. 2*^ Edit. London, 1821. 

Herr, J., Erlauterungs-Spiegel, od. eine gründl. Erkliir. v. der Berg- 
predigt unsers HeiTn Jesu Christi etc. Lancaster Pa. 1827. 12". 

Confession (The) of Faith, of the Christians known by the name of 
Mennonites . . . Transl. fr. the German . . . Also, Nine Reflections, 
from different Passages of the Scriptures, illustrative of their 
Confession, Faith and Practice ; by P. B u r k h o 1 d e r . . . written 
by him in the German Language, and from his manuscr. transl., 
together w. the foregoing Articles, by J. Funk. Winchester, 1837. 
Titel omlijnd. 

Christianity and War. Etc. Elkhart Ind. 1868. 

Chriatenthum (Das) u. der Krieg. Etc. Elkhart Ind. 1868. 

[Steiner, ü.], Die angenehmen Stonden in Zion, der stillen Ruhe. 
2^9 Aufl. Elkhart Ind. 1869. 

Brenneman, J. M., Pride and humility. A discours etc. 'd"^ Edit. 
Elkhart Ind. 1873. 



346 

Brenneman, J. M., Hoffart und Demuth, einander gegenüber gestellt; 

nebst einer Weckstimme an die stolzen Frauen. 3'» Aufl. Elkhait 

Ind. 1875. 
, Encouragement to penitent sinners and joy over their 



conversion. Eikhart Ind. 1877. M. houtsn. 
, Aufmunterung der bussfeitigen Sünder u. Fieude über 



ihre Bekehrung. Eikhart Ind. z. j. M. dez. houtsn. 
Dyck, H., Menschenfluch u. Gottessegen; Eine Erzahl. a. d. Zeit des 
dreiszigjahr. Krieges. Eikhart Ind. 1876. 

Funk, J. F., The Mennonite Church and her accusers etc. Eikhart 

Ind. 1878. 
Scherk, D., Nichtgleichstellung mit der Welt. Eikhart Ind. 1882. 

[Thielenhaus, W.], Betrachtungen über die Göttliche Erziehung des 
Menschen. Eikhart InJ. 1887. 



GemUths-Gesprach (Christliches), v. dam geistl. u. seligmachendeu 

Glaubea etc. Germantaun, 1790. 12". 
Idem. Eikhart Ind. 1873. 



Conversation (Christian spiritual) on saving faith for the young, 
. . . and a Confession of faith of the Mennonites, w. au Appendix. 
Lancaster Pa. 1870. 

Eatechismus od. kurze u. einfache Unterweisuug a. der heil. Schr. 
etc. 6. amerik. Ausg. Eikhart Ind. 1888. 

De l»e Amerik. uitgave is v. 27 Oct. 1823. 

Anrede (Nützl. u. erbaul.) an die Jagend, v. der Wahren Busse etc. 
3'» Ausg. AUentown, 1829. 

Eby, B., A B G-, Buchstabir- u. Lesebuch, zum Gebrauch f. deutsche 
Schulen. i^ Aufl. Eikhart Ind. 1871. 

Brcnneman, H. B., Gems of truth for children. Etc. Eikhart Ind. 
1873. M. houtsn. 

Gebel-Formen zum Gebrauch f. Sonntagschulen. [Eikhart Ind. 1887]. 

Eatechismus f. kleine Kinder. Zum Gebrauch f. Schulen, Sonntag- 
schulen u. Familien. Eikhart Ind. 1888. 

Wedel, C. H., Bilder aus der Kirchengeschichte für mennonitische 
Gemeindeschulen. Newton Kans 1899. 



347 

Wedel, C. H., Rixndzeichnungen zu den Qeschichten des A. T. New- 
ton Kans. 1899. - [Idem] des N. T. Newton Kans. 1900. 

, Geleitworte an jiinge Christen zunachst in unsern 



mennonit. Kreisen. Newton Kans. 1903. 

eODSDIEXSTI6E LIEDEREN. 

Ausz Bundt, Das ist: Ettliche schone christen!. Lieder, zie hier- 
voren blz. 38. 

Harfe (Die kl. geistl.) der Kinder Zions . . . Auf Verordn. der Menn. 
Gemeinden. Germantaun, 1811. M. front. 

Alleen de Psalmen in den bundel m. muziek. 

Lieder-Sammlung (Die gemeinschaftliche), zum allgem. Gebrauch 
des wahren Gottesdienstes. Lancaster Pa. 1870. 

(Eine unparteiische) zum Gebrauch beim Oeffentl. Gottes- 

dienst u. der Hausl. Erbauung. Lancaster Pa. 1870. 

(Die allgem.) zum privaten u. öflFentl. Gottes-Dienst. 



2'» Aufl. Elkhart Ind. 1877. 



BIJGEKOMEN BOEKEN EN GESCHRIFTEN. 



BescLreibüng (Historische) vnnd abbildünge der fürnembste Haubt- 
Ketzer, so von de Catholische vnnd Christliche Kirchen, gleicli 
fur Schwörmer vnnd iriige gaister verbantt vnd verworfifen seind, 
ihre lehr, leben, anfang vnnd einde kurtz beschrieben. Desgleichen 
im truck allso keinmahl (aber yetz neuw) auszgangen: Durch 
C. V[on] S[ichem] A[mst ]. [M. 17 portr.] Amst., Corn. Niclausz, 
1608. Titel omlijst, f". 

Ordonnantie der stad Bern, tegens de zo genaamde Wederdoopers. 
[Gegeven in Febr. 1695.] [En:] Copie v. het Geschrift der Heeren 
Staaten, geschr. aan het Canton van Bern,' den 15 Maart 1710. 
[Benevens:] Copye. Extract uyt het Eegister der Resolutie. 22 
Maart 1710. Z. pi. en j. i". 

Hierachter in denzclfden druif: [H. S c li y n], Zedige verantwoording enz 
Z. pi. en i. 4". 

Vos, K., Balthasar Hubmaier. Amst. z. j. 

Geschriftjes ten behoeve v. de Doopsgez. in de verstrooiing. N». 44. 

Sachsse, C, D. Balthasar Hubmaier als Theologe. Berlin, 1914. 
Neue Studiën z. Qeschichte der Theologie u. der KIrche, hrsg. v. N. B o 
wetsch u. R. Se eb erg. XX. 

Vos, K., Luther tegen Karlstadt en de Wederdoopers. Amst. [1917J. 

Overdr. uit: JMaarten Luther in zijn leven en werken van 1483—1525. 

Anrich, G., Martin Bucer. Strassburg, 1914. M. portr. en platen. 

Hoofdst. III: Die Auseinandersetzung m. dem TSufertum. 



Album, behelzende eigenhandige Naamteekeningen van Doopsgez. 
oudsten, hoogleeraren, leeraars, letterkundigen enz., bijeengezameld 
d. S. Blaupot ten Gat e. 

Voorin een eigenhandige brief van Claes Huyberts te Harlingen v. 
23 Maart 1666. Bijgevoegd een eigenliandige brief v. J. Nieuw enhuyzen 
aan den Kerkeraad der D. G. te Aardenburg v 16 Juni 1763, en een eigen- 
handig geschr. gedichtje v. J. G. d e H oop S C h e f f e r v. 1 Oct. 1890. 



349 

[Winkel-Lodeesen, J. C. te], De eerste bewerkers van het Stamboek 
[der familie Salm: A b r. Salm J^z, G.B. S a 1 m, C.C. Salm]. 
[Amst. 1917]. M. 3 portr. 4". 

Uitgave van de Vereenii^ing Familie Salm te Amsterdam. 



Keiler, L., Zur Geschichte der altevangelischen Gemeinden am 
Nieden-hein. Altona, 1887. 

Probe-Nummer. Mennon. Blatter. 1887. II. 

Dorpius, H., Waarachtige Historie, hoe het Evangelium te Munster 
angevangen, ende daarna door de wederdopers verstoret, weder 
opgehauden heeft enz. 1536. 4". Afschrift (16"^^ eeuw). 

Hierachter : 

Corvinus, A., Acta: Handelingen: Legation ende Schriften. . . In 
de Munstersche Sake geschiet... Item 't Samenspraecke ende 
Disputation Anthoni Corvini ende Joannis Kijmei, met den Mun- 
sterschen koning enz. Anno 1535. 4". Afschrift als voren. Incompleet. 

Hortensius, L., Het Boeck Van den Oproer der Weder-dooperen. 
Enz. Enchuysen, Jacob Lenaertsz Meyn, 1614. M. grav. Titel 
omlijst. 4". 

, Oproeren der Wederdoperen ; geschiet tot Amsterdam, 

Munster, en in Groeningerlandt. Amst., Sam. Imbrechts, 1660. 
M. grav. 

Histoire des Anabaptistes, contenant leur doctrine, etc. Amst., 
Jaques Desbordes, 1700. M. front, en pi. 12". 

De platen zijn gelijk aan de grav., welke voorkomen in L. Hortensius, 
Verhaal van de Oproeren der Wederdoopers. 't Is een ander werk dan Histoire 
des Anabatistes ou Relation curieuse de leur doctrine, etc, uitgegeven bij 
Charles Clouzier te Parijs in 1695. 

Heresbachius, C, Historia de Factione Monasteriensi. . . Ad Des. 
Erasmum Roterod. epistolico charactere descripta. [Ed. Th. Strac- 
kius.] Amst., J. Janssonius, 1650. 

Codde, P. A., Herdoopers Anslagh op Amsterdam. Den X. May, 1535. 
Treur-spel. Amst., D. C. Hout-haeck, 1641. M. 1 grav. 4". 
De eerste druk. 

Vos, K., Wijbrandt Jansz van Hartwerd. 's-Gravenh. 1915. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgesch. XII. 2. 



350 

Vos, K., Kleine Bijdragen over de Doopersche beweging in Nederland 

tot het optreden van Menno Simons. Leiden, 1917. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1917. 

, Luther — Veluanus — Menno. [Haarlem, 1917]. 

Overdr. uit: Onze Eeuw. Nov. 1917. 

, Anabaptisten te Ahau.s in 1549. 's-Gravenh. 1914. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgesch. XI. 3. 

Bequest der Doop.3chgezinden te Antwerpen aan Prins Willem I 
in 1566. [Amst. 1862]. 

Overdr. uit: De Navorschcr. N. R. II. 



[Menno Simons], Een gants duytlijck ende bescheyden antwoort 
An. 1556. wt waerheyt ende cracht der H. Godlicker Schrift 
grondelijc vervatet, op Martini Microns Antichristische leere enz. 
Z. pi. en j. 

In anderen druk dan de hiervoren blz. 85 vermelde. Gebonden achter: Een 
Corte ende clare Belijdinghe aen Johan a Lasco. Anno 154-1. 

Wtgangh: ofte Bekeeringe v. Menno Symons, waer in enz. [De 
voorrede gedagteekend : Anno 1551.] Hoorn, Isaac Willemsz. voor 
J. J. Deutel, 1643. 

Menno Symons, Soramarie enz. Hoorn, Jan Janszoon, 1600 [in 
dl. I staat achter het Register: Ghedruckt tot Alckmaer, by 
Jacob de Meester, 1601]. 

Vgl. hiervoren blz. 89. De beide deelen in een band. Na het register van 
dl. I volgt met afzonderl. signatuur en pagineering: Een weemoedige ende 
Christelicke ontschuldinghe ende Verantwoordinge enz. Ghedr. int Jaer 1601. 
Achter Een claer bericht van der Excommunicatie volgt niet Sommighe vraghen. 

Vos, K., Twee brieven van Menno Simons. Amst. z. j. 

Geschriftjes ten behoeve v. de Doopsgez. in de verstrooiing. N". 43. 

Hosius, S., De origine haeresivm nostri temporis. Lovanii, P. S. 

Tiletanus, 1559. 

Zie over Menno bl. 22 v». 
Horscli, J., Menno Simons. His Life, Labors, and Teachings. Scott- 

dale Pa. 1916. Met 1 kaartje. 
Vos, K., Menno Simons in Groningen. [Winsum, 1916]. 

Overdr. uit: Groningen, Tijdschr. voor de Volkstaal enz. I. I. 



351 

Boekenoogen, G. J., De portretten van Menno Simons. [M. 12 portr. 
Leiden, 1916. 

Overdr. uit: Doopsgez. Bijdr. 1916. 



Dietrich Philip, Euchiridion or Hand Boolc of the Chiistian Doctrine 
and Religion etc. Transl. fr. the German and carefully compared 
with the Dutch... by A. B. Kolb. Elkhart Ind. 1910. 

Vos, K., Een bisschop in Appingedam [Dirk Philipsz]. Gron. 1916. 
Overdr. uit: Gron. Volksalmanak. 1916. 

, Meyndert van Emden. 's-Gravenh. 1914. 

Overdr. uit : Nederl. Arcli. voor Kericgesch. XI. 2. 

, Doop.sbedieningen door Leenaert Bouvv'ens in de Prov. 

Groningen. Gron. 1915. 

Overdr. uit: Gron. Volksalman.ik. 1915. 

, De dooplijst van Leenaert Bouwens. [Anist. 1915]. 

Overdr. uit: Bijdr. en IMeded. v. liet Hist. Qenootsch. XXXVI. 



Vos, K., De copia der outsten en dooplijsten van de Harde Vriezen 
uit de 16» en l?» eeuw. 's-Gravenh. 1914. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgesch. XI. 4. 

, Sociniaansche bewegingen onder de Doop.sgezinden in 

de 17® eeuw. 's-Gravenh. 1914. 

Overdr. uit: Nederl. Arch. voor Kerkgescli. XI. 4. 

Raedt aen de Vreede-lievende Doops-gesinden. Gegeven by occasie 
van de Waterl. Vreede-Praesentatie, en der Vlamingen Antwoordt 
op de selve. [Onderteekend: Ik ben 't niet.] Z. pi. en j. 

Droes (De Gekapten) ofte den Satan, verandert in een Engel des 
lichts. Amst., Hendr. Vredearijck, 1655. d". 

Voorstander (Een) der VI. Gemeynte, siende op den Autheur die 
eenige Boeckjens hedens daags in 't licht brengt: waer in veel 
Vroomen, schandelyck ghelastert worden. [Door K. V. B. Sert.] 
Z. pi. en j. Plano. 

T'Samen-spraek ('t Vermeerderde) tusschen Jan van Leyden, en 
Knipperdolliük. [Door L.O.M.] Z. pi. en j. 4». 



3B2 

Kiihler, W. J., De .strijd om de belijdenis in de Vereen. Vl., Fr. en 
Hoogd. Gemeente te Utrecht. Leiden, 1916. 

Overdr. uit: Doopsgez, Bijdr. 1916. 

Resolutie bij d'E"^- Gerechte en Vroedschap der Stadt Wtrecht. 3. Aug. 

1661. Plano. 

Comans, M., en G. J. Veerom, [Verklaring betreffende eene con- 
ferentie op 21 Febr. 1662 te Amsterd. gehouden met B. v. Weenigem 
en de daaromtrent uitgestrooide onwaarheden]. Amst. 8. Maart 

1662. Afschrift (IT^* eeuw). 

Versoeck (Ootmoedigh) v. de VI. Gemeente tot Amsterdam, aen 
alle Doctoren en Meesters, die eenige raedt soude mogen weten 
om een Makelaar van de Bolworm te snydeu: Genaamt lan 
Arentsen, woont op de Hop-Mark,t. [Onderaan:] Was present 
Gerrit Koek, Koster. Z. pi. en j. Plano. 

Brand-Merk (Papiere), voor de Schuldigen. [Onderteekend : 't Raakt 
geen goede.] Z. pi. en j. Plano. 

Scheydinge (Op de), voorgevallen in de VI., Vr., en Hoochd. Doops- 
ges. Gemeente binnen Amsterdam. [Onderteekend: Tracht na 't 
beste.] Amst., P. Arentsz., 1664. Plano. 

Inwyding van de nieuwe Vergaderplaats der genaamde Vlamingen, 
Onder het teeken des Lams; Met yver gesticht in de Oude Teer- 
Tuynen, Tot Amsterdam. [Onderteekend: Namtuos.] Z. pi. en 
j. Plano. 

Overlyden (Op het) van den Deugtsaemen en Godtvruchtigen 
T iele man van Bracht, 1. der VI. Doopsgez. tot Dordrecht. 
[Door F. V. H.] Rotterd., F. v. Hooghstraeten, 1664. Plano. 

Letter-Pees, geslagen om de ribben van den Kreupelen Verze-maker, 
O. J. Koopman, tot straf van zijn Schemp-gedigt, gemaakt op 't 
overlijden v. T. J. van Bragt, haastig gest. den 7. van Wijnmaand 
1664. [waarachter lijkdichten op T. J. van Bragt]. Z. pi. 1664. 4". 

Reqveste, overgegevea aen de Ed: Achtb: Heeren, de Heeren Burger- 
meesteren ende Vroedschap der Stad Utrecht, by ende van wegen 
Goris van Aldendorp, ende sijne Mede-Dienaren, op den 
17. Julij 1665. Utr., J. v. Doeyenburgh, 1665. Plano. 

Aen de dienaren ende Broeders haar Vergadering houdende in de 
Son op de Singel. [Antwoord op hunne Vreede presentatie van 



.353 

May 1672. Niet onderteekend.] In Amsterdam 29®. Septemb. a" 
1672. 2 Afschriften (17<ïö eeuw). 

Mennonyt (De Dwaze) gehoorende onder de zoo genaemde Maemze 
of Waterlantze Doopsges. gemeente. [Tegen G. I. O. K. B. door 
I. N. S. K. D. Q.] Afschrift (IV^e eeuw). 

Busé, H. J., De verdwenen Doopsgez. Gemeenten in Friesland. 
[Drachten, 1914]. 

Overdr. uit: De Vrije Fries. XXII. 

Vos, K., Groninger Oude-VIamingen. [Winsum, 1916]. 

Overdr. uit : Groningen, Tijdschr. voor de Volkstaal enz. l. 3. 

Jacobs, D. H. Ferré, .Tan Blaupot. 1723-1803. Winsum, 1917. 

Groningen, Tijdschr. voor de Volkstaal enz. II. 6. 

Lydius, J., Historie der Beroerten van Engelandt, enz. Dordr., H. 
van Esch, 1647. 

Jones, Rufus M., Spiritual Reformers in the 1&^ and 17"" centuries. 
London, 1914. 

Vos, K., Een storm in een glas water. Gron. 1916. 

Overdr. uit: Gron. Volksalmanak. 1916. 

Over de bemoeielijking der Collegianten te Groningen in de eerste helft 
der ISiie eeuw. 



[Kloek, Leonhnrd], Concept van Geulen, van den eersten Mey, 
Anno l-n91. Z. pi. en j. 

, Idem. Vliss., Geleyn Jansz, 1666. 

Bij dit laatste : 

Outerman, J., De Belijdenis des Geloofs, die op den 8 Oct. 1626. 

aen de Ed. Groot-Mog. Heeren Staten v. Hollandt en West-Vrieslandt 

is over-gelevert. Enz. Vliss., Geleyn Jansz, 1666. 
Confessie ende Vredehandelinge, geschiet tot Dordrecht, A". 1632. 

den 2P°. April, tusschen de Doops-ghesinde diemen de ^^aminghen 

noemt enz. Haerloin, H. P. v. Wesbusch, 1633. 
Confessie des Christelicken Geloofs, getrocken uyt de Vrede-hande- 

linge, geschiet tot Dordrecht in den jare 1632. op den 21. April. 

Tusschen de Doops-gesinde, die men de Vlamingen noemt. Rotterd., 

F. V. Hooghstraten, 1658. 
Bewysinghe (Een gantsch Claer Grondighe) ende onderrechtmge 

van der Doope. Enz. Haerlem, H. P. v. Wesbusch, 1627. 



354 

C[laes] G[anglofs], Een grondich bewijs enz. [Ook: Van de eenige 
onverdeylde Gemeynte Gods]. Z. pi. 1626. 

Gebonden achter: Cllaesl Glanglofs), Dat Ghebedt ons Heeren Jesu, 
Christi. Oroeningen, Jan Arens, 1633. In dez. band mede : Antwoort ende 
verclaringhe. 1626. — Een grondelijcke vermaninghe ende Sendtbrief. 1633. 

Vos, K., De Avondmaalsbediening bij de Doopsgezinden. 's-Grav. 1915. 

Overdr. uit: Nederl. Arcli. voor Kerkgesch. XII. 3. 

; Vijfschagt. Winsum, 1917. 

Overdr. uit: Groningen, Tijdschr. voor de Volkstaal enz. II. 10. 
Overgenomen uit de Zondagsbode (en uitgebreid). 



[Bisschop, P. de], Antwoordt-Liedt, op eens Wederdoopers Laster- 
liedt enz. Door den Auteur overzien voor de vijfde reyse. Kotterd., 
J. V. Waesberghe, 1607. 

Verstegus, G., Schriftuerlijck Bewijs, dat de Christelycke Overheyt 
alle eer toebehoort... Teghens dat lasterlijcke verachten, ende 
onchristelijcke verdoemen desselven by de Paus ende Doops 
ghesinde. Enz. Utr., S. de Roy [jaartal ontbr.]. 

Luyck, P. de. Het eerste deel van den Spiegel der Waerheyt, enz. 
Vliss., voor A. de Latre, 1633. 

Behoudens het uitgeversadres is dit dezelfde uitgave als de hiervoren blz. 
1 99 genoemde. 



Bibel (Den), inhoudende dat Oude ende Nieuwe Testament. [Harlingen], 
P. V. Putten, na de Copie v. Nic. Biestkens van Diest, 1579. Titel 
in omlijsting (houtsn.). f. 

(Den), Inhoudende dat Oude ende Nieuwe Testament. 

Haerlinghen, P. v. Putten, 1582. Titel in omlijsting (houtsn.). 

Biblia, Dat is: De gantsche H. Schrifture, Vervattende alle de 
Boecken des Ouden en Nieuwen Testaments. Gedr. naer het 
Exempl. V. Nic. Biestkens. Haerlem, P. v. Wesbusch, 1661. Titelbl. 
gegrav. en 5 kaarten, f*. 

Testament (Dat nieuwe) ons liefs Heeren Jesu Christi. Ghedruckt 
na de oudtste ende correctste Copije v. Nic. Biestkens. Hoorn, 
Zach. Cornelisz., 1623. Titel omlijnd. 16». 



355 

Testament (Het Nieuwe) nae de Copye v. Nic. Biestkens. Tot Hoorn, 
gedr. by Isaac Willemsz. voor Claes Jacobsz. in de Rijp, 1642 
[16i3]. M. front. 12". 

Vos, K., Een zeldzaam Nieuw Testament. '.s-Gravenh. 1916. 

Overdr. uit; Nedetl. Arch. voor Kerkgesch. XII. 4. 



Bruyloft (Die Gheestelijcke). . . Meer dan over hondert ende vijftich 
laren in Hoochd. spraken gheschreven. . . ende in Nederl. over- 
ghesedt d. lo. T h e o p h i 1 u m. Inde Ryp, Claes Jacobsz, 1640. 12°. 

U[cke] W[alles], Een Lerende vermaning en grondigh Bewijs, uyt 
de Godlijcke Schriftuer: waer toe, en oock hoe Godt den Mensch 
in den beginne ghemaeckt ende voorsten heeft, enz. Z. pi. 1645. 

Dit tractaat wordt voorafgegaan door: Ucke Wal les, Noodwendighe 
Verantwoordinghe. Gedr. in 't Jaer 1637. — Een Weemoedige klaghende 
Supplicatie. Anno 1645. — Twee Brieven aen Laurens Pimperlingh. Anno 
1645. — Een Corte Leerachtige Verklaringe. Anno 1645. 

[Schabaelje, I. Ph.], Den vermeerderden Lust-Hof des Gemoets . . . 
d. den Authem" aldus ghedaen, oversten, en in 't licht ghegeven. 
Amst., [op de front.: Bij de Wed. en Erfgen. v. Jan Phlipsz. 
Schabalie] gedr. by T. Houthaak, 1656. M. front, en grav. 
Met eene voorrede van Schabaelje gedateerd van 1656. 

S[chabaelje], J. P., Lust-hof des Gemoeds, inhoudende Verschelde 
Geestelyke Oeffeningen, met nog twee Collatien der Wandelende 
Ziele met Adam en Noach. Leeuw., Wigerus Wigeri, z. j. M. 
houtsn. Titel in omlijsting (houtsn.). 12". 
Met de voorrede van 1635. 

Bracht, P. yan. Pascha, enz. Dordr., Abrah. Andriessz [Gedr. by 
J. Braat], z. j. 4». 

Dokkum, R. van, PreJikatiën in handschr. Gehouden te Monnikendam 
en te Huizen. 1766 — 69. 

Liedtboecxken (Het Ryper), inhoudende veel Schriftuerlijcke Liedekens 
enz. Alckm., J. P. Moerbeeck [achterin : Gedr. by Jacob Ysbrandtsz.], 
1664. 12". 

Hierachter: 't Geestelijck Kruydt-Hofken, met 't Groot Achter-Hofken. 

[Alle Dercks], Agter-Hofje enz. [Met: Byvoegzel.] Gron. 1732. M. 

muziek. 



356 

Schuurmans, N. D., De Doopsgezinde Vereeniging tot bevordering 

der Evangelieverbreiding in de Nederl. Overzeesche Bezittingen. 

Overdr. uit: Nederl. Zendingstijdschr. 1892. 

Britzel, H., Mijn Indische reis in 1914, of naar de Doopsgezinden 
op Java. Wormerveer, 1916. 

Statuten v. „De Oranjeappel" Vereeniging v. oud- weezen uit het 
Doopsgez. Weeshuis „De Oranjeappel" te Amsterd. Opgericht 
15 Nov. 1912. [Amst.] z. j. 

Pasma, F. H., Onze Vermaning. 1767 — 1917. Gedachtenisrede, uit- 
gespr. 23 Aug. 1917 bij de herdenking v. het 150-jarig bestaan 
v. het kerkgebouw der Gemeente [van Dantumawoude]. [Tekst: 
Spr. 16 20, 191'.] Bergum, 1917. 

Gezangen bij het Derde Eeuwfeest der Hervorming, ten gebr. v. 
de Vereen. Doopsgez. Gem. te Groningen. [Gron. 1817]. M. muziek. 

Predik- (De) of Vermaanhuizen der Doopsgezinden [te Haarlem]. 

[Door H. A. van Gelder en J. W. Kool.] Haarlem, 1915-16. 

De Kerkbode voor Haarlem en Omstreken. 10 Juli 1915 en 12 Febr. 1916. 

Request voor Gecommitteerden der Doopsgez. Gemeente te Leeuwarden, 
ingeleverd by de Nat. Vergadering, representeerende het Volk van 
Nederland. [Over Abraham Staal.] Leeuw. [1797]. 

Coolsina, S., J. de Liefde in zijn leven en werken geschetst. M. een 
Naschrift v. Mej. S. de Liefde. Nijkerk, 1917. M. 1 portr. 

Liefde, J. de. Over het ondenscheid tusschen den toestand des 
menschen vóór en na den val benevens eene aanwijzing van den 
invloed, dien dit op de beschouwing der Christel, leer hebben 
moet. Afschrift met eigenh. onderteekening. 1837. 4". 

Gilse, 3K van, Hervorming. [Tek-st: Matth. 238-11.] Tiel, 1892. 

Onze Qodsdienstpred. XVIII. 21. 

Waard, S. de, Een stem van den Thabor. Toespraak geli. op den 
Hervormingsdag [31 Oct. 1897 te Utrecht]. [Tekst : Matth. 17 i-».] 
's-Gravenh. 1897. 

Eeghen J'., C P. t., Mara en Eliin. [Tekst: Exod. 1522-27,] z pi.enj. 

Koekebakker !■■., H., Het godsdienstig zedelijk leven der Christel, 
gemeente. Eene schets [voor het godsdienstonderwijs]. Met een 
aanbevelend woord v. I. J. d e B u s s y. Amst. 1878. 



367 

JAARBOEKJES, WEEKBLADEN ENZ. 

Bedragen (Doopsgez.) Verzameld en uitgeg. cl. W. J. Kühler. Leiden. 

Sedert het jaar 1916. 

Jaarboekje (Doopsgez.K Ook 1915 en vervolgens. 

Zondagsbode (De). Doopsgez. weekblad. Ook Jg. 27 U914) en volgende. 

Maandblad v. de Ver. Doopsgez. Gem. te Amsterdam. Officieel 
orgaan v. den Kerkeraad. Onder Red. v. A. K. Kuiper, P. B. 
W e s t e r d ij k, V. L o o s j e s en F. D ij k e m a. Amst. 

Sedert iMei 1917. 

Maandbode uitgeg. vanwege den Kerkeraad van de Doop.sgez. Gem. 
te Bovenknijpe. [Redact. P. G. v anS 1 og teren]. [Wolvega]. 

Sedert Nov. 1916. 

Blaadje (Ons). Uitgeg. vanwege de D. G. te Wieringen. Ook Jg. 6 
(1917) en volgende. 

Krantje (Ons Doopsgez.) Weekbl. voor de leden en vrienden der 
Ver. Doopsgez. Gem. te Wormerveer. Ook Jg. 5 (1917) en volgende. 

Blütter (Mennonitische). Ook Jg. LXI (1914) en volgende. 

Verslag wegens den staat der Alg. Doopsgez. Sociëteit in Holland. 
Ook 1917 en vervolgens. 

V. den staat en de verrichtingen der Doopsgez. Ver- 

eeniging tot bevordering der Evangelieverbreiding. Ook 1917 en 
vervolgens. 

Jahresbericht der Piealanstalt am Donnersberg bei Marnheim i. d. 
Pfalz. Ook 1917 en vervolgens. 



VERBETERING. 

Ben Israels (zie hiervoren blz. 186) is niet Anth. Jac. Roscius, 
maar Jeme Jac. de Ring. Zie: Schyn-Maatschoen, 
Geschiedenis. III, blz. 154 v. 



Z Vereenigde doopsgezinde gemeente 

784.5 te Amsterdam. Bibliotheek 
M4V5 Catalogus, der werken over de 

doopsgezinden en hunne 



PLEASE DO NOT REMOVE 
CARDS OR SLiPS FROM THIS POCKET 



UNIVERSITY OF TORONTO LIBRARY