(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "De Amsterdamsche boekdrukkers en uitgevers in de zestiende eeuw;"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 




jSs^6ó/,A 




r 
r 




f^arbarli ^oUege i^ibrnr]). 

FROM THE 

MARY OSGOOD LEGACY. 

**To purchase 8uch books as shall be most 
needed for the College Library, so as 
best to promote the objects 
of the College." 

Received ../..S". 'XX\O^.\^..0iX^ - 




IK" 



w 



DE AMSTERDAMSCHE BOEKDRUKKERS EN 
UITGEVERS IN DE ZESTIENDE EEUW 



DE 
AMSTERDAMSCHE 

BOEKDRUKKERS 

EN 

UITGEVERS 

IN DE ZESTIENDE EEUW 



E. W. MOES 

OndtrJirKteur vim 't Rifks Prentenkabinet te Amsttrdmti 



Amsterdam 
C. L. VAN LANGENHUYSEN 



^ r4^/é/,r 




'•..•■"'' T^" ]''.)l 



\ 



/ ■■ . » 






^ l: 



DE 
AMSTERDAMSCHE 

BOEKDRUKKERS 

EN 

UITGEVERS 

IN DE ZESTIENDE EEUW 



E. W. MOES, 

jIss. Bibiiothecarh der Universiteit van Amilerdam 



Amsterdam 

C. L, VAN LANGENHUYSEN 

1896 



VOORBERICHT. 



Eenige jaren geleden bood Prof. Dr. H. C. Rogge mij de aanteeke- 
ningen aan, die hij sedert een reeks van jaren verzameld had over de boeken 
die in de zestiende eeuw te Amsterdam in het licht gezonden waren. Het 
was een lievelingsdenkbeeld van hem geweest, hieruit eene bibliografie 
samen te stellen, maar zijn tegenwoordige werkkring verbood hem, verder 
zijne aandacht aan de verwezenlijking hiervan te wijden, terwijl mijne 
dagelijksche bezigheden daarmede beter strookten. 

Gaarne nam ik het aanbod aan, maar al vond ik in Prof. Rogge^s 
aanteekeningen, waaronder er ook vele afkomstig waren van aarts-biblio- 
grafen als Campbell en Tiele, zeer vele gegevens bijeen, ik meende 
toch nog niet dadelijk te mogen overgaan tot het uitgeven van het ver- 
zamelde. Daar er op het gebied der Noord-Nederlandsche typografie van 
de zestiende eeuw nog ongeveer niets verricht is, achtte ik het raadzaam, 
er mij voorloopig bij te bepalen, de verzameling aanteekeningen zoo mogelijk 
nog te vergrooten. En dit wachten bleek niet vruchteloos geweest te zijn, 
want al mocht ik naar evenredigheid in aantal slechts weinig nieuwe drukken 
aan het reeds verzamelde materiaal toevoegen, die weinige waren mij des 
te meer welkom, als voorheen ontsnapt aan het wakend oog mijner voor- 
gangers. 

Na den dood van Mr. N. de Robver Az., werd ik door vriendelijke 
beschikking van diens vader in het bezit gesteld van de biografische aan- 
teekeningen, welke de onvergetelijke archivaris had bijeengebracht. Dit gaf 



II 

eene andere wending aan mijn plan. Had ik vroeger willen volstaan met 
eene zuivere bibliografie, nu scheen het mij meer aangewezen, eene ge- 
schiedenis der Amsterdamsche drukpers uit de i6de eeuw te s(;hrijven^ 
Wel had de Roever vele zijner aanteekeningen reeds gebruikt voor een 
artikel in den tweeden jaargang van Oud-HoUand, maar waar hij alleen 
levensbijzonderheden had geboekt, en mij van andere zijde de producten 
bekend werden, scheen het mij mijne taak toe, deze beide te verbinden. 

De historische volgorde aan het bibliografische materiaal gegeven zal 
voor hen die in dit werk iets willen opzoeken geen beletsel zijn, daar 
registers en dergelijke hulpmiddelen hun ten dienste zullen staan. 

Aangezien eenige der oudste drukkers hunne persen van elders naar 
Amsterdam verplaatst hebben, achtte ik het geraden, ook hunne werk- 
zaamheid na te gaan vóói" zij onder bescherming en controle van den 
Amsterdamschen magistraat gedrukt hebben. 

Dank ben ik aan velen verschuld. In de eerste plaats aan Prof. Dr. 
H. C. Rogge, die den stoot tot dit werk gegeven heeft. Vervolgens aan 
de vele collega's in binnen- en buitenland die mij het tenuitvoerbrengen 
van mijne taak gemakkelijk gemaakt hebben. Het is onnoodig in dit voor- 
bericht hunne namen op te sommen. Ieder vakman weet trouwens dat het 
meerendeel der bibliothecarissen, archivarissen en boekenliefhebbers steeds 
gereed is, waar het geldt gevraagde hulp te verleenen. Aan allen mijn wei- 
gemeenden dank, ook aan den heer J. F. M. Stercr, aan wiens krachtige 
medewerking en groote toewijding ik te danken heb, dat de uitgave op 
onbekrompen wijze kan geschieden. 

Amsterdam, Febr. 1896. E. W. MOES. 




INLEIDING. 



In de geschiedenis van de boekdrukkunst is de rubriek der incunabelen 
wetenschappelijk niet te verdedigen. Het jaar 1501 vormt in geen enkel 
opzicht een afecheiding. Tegenover de voordeelen, die de afbakening van 
het terrein door de eens aangenomen indeeling gehad heeft, staat het na- 
deel, dat er eeuwen voorbijgegaan zijn, waarin geleerden en boekenlief- 
hebbers aan de voortbrengselen vaii de i6de-eeuwsche drukpers de ver- 
diende aandacht niet geschonken hebben. 

Deze omstandigheid springt vooral bij ons Nederlanders in het oog. 
Wij kunnen voor onze incunabelen wijzen op werken zóó volledig als 
wellicht geen ander land, maar de belangstelling houdt op met dat nood- 
lottige jaar 1501. En na dat jaar komt eerst onze nationale zelfstandigheid 
tot rijpheid. 

Het overzicht, dat Campbell aan zijne Annales heeft toegevoegd, maakt 
het gemakkelijk, de werkzaamheid van Noord-Nederland in de vijftiende 
eeuw op het gebied der typografie te overzien, en een vergelijking tusschen 
Noord en Zuid valt niet uit ten gunste van de Noordelijke gewesten. 

Om van de zoogenaamde prototypie niet te gewagen, hetzij dat deze, naar 
mi) het waarschijnlijkst voorkomt, in Utrecht te zoeken is, hetzij dat Haar- 
lem zijn oude aanspraken nog eens kan doen herleven, wij bespeuren dat 
te Utrecht onder aanmoediging van den kunst en wetenschap minnenden 
Bisschop David van Bourgondië voor het eerst op ruime schaal gedrukt 
is, sedert 1473 door Nicolaes Ketelaer en Gerard van Leempt, in 1475 



door Willem Hees, tenrijl Jan Veldener uit Leuven er zich van 1478 
tot 1481 ook met het drukken van eenige werken bezighield. Deze ver- 
huisde later naar Culemborg, evenals van Leempt zijn persen naar Nijme- 
gen en den Bosch verplaatst heeft. Inmiddels had zich ook te Gouda en 
te Delft eenige bedrijvigheid ontwikkeld, hier door Gerard Leeuw, ginds 
door Jacob Jacobsz. van der Meer, in beide steden sedert 1477. 

Dat zekere Pyeter Werrecoren in 1478 in het Zeeuwsche stedeke St. 
Maartensdijk een boek gedrukt heeft, moge hoogst merkwaardig zijn, doch 
voor een overzicht is zulk een alleenstaand geval van geen belang. Maar 
dat Ryckert Paffroet te Deventer, van 1476 tot aan het einde der eeuw, 
met een kleine 300 werken den boekenvoorraad kwam vermeerderen, dat 
toont aan, dat in die streek van ons land de beschaving hooger stond dan 
in eenig ander gewest. Te meer daar hij niet de eenige was. Tegelijk met 
hem drukte ook Jacob van Breda te Deventer ruim 100 werken van 1483 
tot 1500, en zien wij in het naburige Zwolle Pieter Tymansz. van Os 
van 1479 tot 1500 een kleine 100 boeken uitgeven, terwijl in Hasselt om- 
trent denzelfden tijd door Peregrinus Barmentloo eenige werken gedrukt 
zijn. Tegen een dergelijke krachtsontwikkeling konden df westelijke centra 
van beschaving niet op, al hielpen daar zelfs kloosters mee, als de Hem bij 
Schoonhoven sedert 1495 en de CoUaciebroeders te Gouda sedert 1496. 

Haarlem, de stad die eens zoo prat was op de rol die haar in de ge- 
schiedenis der boekdrukkunst was toegedeeld, heeft maar twee drukkers 
aan te wijzen, Jacob Bellaert (1483— 1486), die in Campbell's werk 
met 13, en Johannes Andreae, die er in 1486 met slechts 6 werken staat 
aangeteekend. Te Delft werd omstreeks 1487 het werk van Jacob Jacobsz. 
van der Meer weer opgevat door Christiaen Snellakrt en in 1498 door 
Hendrick Eckert van Hombergh, en te Gouda zien wij in 1486 tegelij- 
kertijd twee drukkers optreden, Godfried van Os en Govert van Ghe- 
men. De laatste verplaatst zijn werkzaamheid omstreeks 1490 naar Leiden, 
waar hij nog maar in Henric Henrici (1483 — 1484) één voorganger gehad 



had. Hij bleef er slechts kort, ten minste er is maar één enkele Leidsche druk 
van hem bekend, en al heel spoedig zocht en vond hij te Kopenhagen 
zijn fortuin. Van 1494 is ook maar weer één enkele druk bekend van 
CoRifEus Kers, maar in hetzelfde jaar treedt ook een belangrijker druk- 
ker te Leiden op, Herman Jansz. van Woerden. 

Uit deze zeer beknopte opsomming blijkt dat de statistiek der druk- 
persnijverheid geen gelijken tred houdt met de belangrijkheid en de volks- 
welvaart der steden. Het machtige en aloude Dordrecht, het hoofschè 
*sGravenhage, het bedrijvige Amsterdam worden gemist. 

Voor Amsterdam zou werkelijk het jaar 1501 een uitgangspunt voor 
een nieuw leven op dit gebied hebben kunnen zijn. In dit jaar was te 
Amsterdam de postjubileumsaflaat te verdienen, die door Paus Albxander 
VI verleend werd aan diegenen, die de bedevaart naar Rome in 1500 niet 
hadden kunnen volbrengen. Petrus Cuyck, Bisschop van Doornik, was 
door den Paus tot Commissaris van den aflaat aangc^^teld voor alle staten 
die onder het gezag van Philips den Schoons stonden *). Terwijl in andere 
steden die in zijne erflanden lagen, bv. te Antwerpen, en in steden die 
daarbuiten lagen, als te Groningen, Elburg en Harderwijk, dezelfde af- 
laat te verdienen was, vinden wij dit in het Graafschap Holland en Zee- 
land slechts van Amsterdam aangeteekend. Vermoedelijk was dit het ge- 
volg van een overeenkomst tusschen den Graaf en de stedelijke regeering 
als belooning voor gewichtige diensten, hem door de stad bewezen. Amster- 
dam maakte bijzonder veel werk van het verkregen voorrecht, en nam 
niaatregelen, dat vele geloovigen op zouden trekken naar de Oude Kerk. 
De Haarlemsche magistraat kreeg een brief, waarin gemeld werd y^Dat bj 
viiley ordonnantien ende goetduncken van omen Heyligen Vader den Paus binnen 
deie stede ghekomen zyn die Graden^ Pardoenen ende Aflaten van Romen'^ *). 
Volgens het Buurtspraakboek van Utrecht van dat jaar laat ook daar de 

*) jfrehUf voor Merkel ff ke geschiedenis^ inzonderheid 'i'oor Nederland^ III p. 446. 
*) Is. LB Long, Iftstorische beschryyinge van de reformatie der stadt Amsterdam. Amsterdam 
1729 p. 418. 



Raad weten y^t de roamKhe aflaten van V gulden jaer binnen der stede van 
Amsterdam geleyt syn^ *). En het Archief te Kampen bewaart zelfs nog een 
exemplaar van de pauselijke bul die de Amsterdamsche regeering naar 
Kampen had gezonden, en waaronder zij geschreven had ^it gulden jaer 
ende aflaet van allen sumden met andere faculteiten inde latyne verclaert sullen 
ingaen ende worden ghestelt te Amsterdam den xvj^ in Maerte anno XFl^ *) 

Een groote menschenmassa zal dat jaar naar de reeds volkrijke stad aan 
IJ en Amstel gestroomd zijn, om er in de Oude Kerk en zeker ook in de 
Heilige Stede haar devotie te verrichten, en dat jaar zou bij uitstek geschikt 
zijn geweest voor een ondernemend boekdrukker om er zijne devote boeks- 
kens van de hand te doen. Het is mogelijk dat Hugo Jansz. toen tijdelijk 
te Amsterdam vertoefd heeft, en er gezien heeft, dat de bodem daar vrucht- 
baar werd voor een bloeiende uitgeverszaak. 

Maar vóór wij zijn loopbaan hier volgen, moeten wij zien wat hij nog 
te Leiden verricht heeft, sedert Campbell met het jaar 1500 afscheid van 
hem genomen heeft. 

■) v. D. Monde's T^dschrift yoor gescfnedenisy oudheden en statistiek van Utrecht, W p. 63. 

*) Register vak charters en bescheiden in het Oude Archief van Kampen, Dl. Il, Kampen 
1863 p. 13, 14. 

Campbell, /fnnales p. 34. en 3de suppl. p. 4, 5 lieschrijft twee dergelijke bullen, die bij 
verkeerdelijk tot het jaar 1500 brengt. 




HUGO JANSZ. VAN WOERDEN. 



Aan de omstandigheid dat Hugo Jansz. van Woerden vóór 1501 elders 
als drukker heeft gewerkt, en dus zijne producten tot de incunabelen be- 
hooren, is het te danken, dat dit gedeelte van zijn werkzaamheid met 
groote volkomenheid door Campbell is beschreven. Wij bepalen er ons 
bij, slechts kort de door hem verkregen resultaten mede te deelen, zonder 
hierover in bijzonderheden te treden. 

Gelijk zijn naam aanduidt was Hugo Jansz. afkomstig uit Woerden, 
maar hij komt het eerst te Leiden voor. Wel is waar geeft de la Serna San- 
tander ^) als zijn vroegsten druksdatum 1487, maar hij bevestigt deze op- 
gave door geen voorbeeld, en Campbell kende geen vroegeren druk dan 
een Getijdenboek van 1494 y^Hier beghinnen dje ghetiden van tmser liever vrou- 
^efT met het adres yfiheprent tot lejden himi meestet' huych van woorden, /inno 
Mccccxcüij den Xden doch in deceher j5i5" *). Aan een verklaring van die 
letters BB waagt Campbell zich niet. De uitlegging van Holtrop '), die er 
verband in zoekt met den Haarlemschen drukker Bellaert, wordt door 
hem met stilzwijgen voorbijgegaan. Hij bevestigt ze niet, maar verwerpt 

O DE LA Serna Santander, Dicthnnaiu bibliographique chohi du quinzième siècle^ I, 
Druxdies 1805 p. 408. 

'} M. F. A. G. Campbell, AnnaUs de la typograpkU néerlandaise au XVe sUcie^ ftg, 
^37) 838, 2de Supplement, La Haye 1884 p. 22. 

') J. W. Holtrop, Monuments typographiques des Pays-Bas au quinzième siècle^ Lt Haye 
1868 p. 106. 



ze ook niet. Wij wagen ons evenmin aan een uitlegging en wijzen er slechts 
op dat HoLTROP elders >) nog vele voorbeelden van dergelijke onverklaarde 
initialen heeft opgesomd. 

Op een druk van dit Getijdenboek van 1495 noemt hij zijn naam vol- 
lediger yyhugo tan soê van woerderC*. Eerst op een druk van 1498 y^Oefeninghe 
van den leven om heren Jesu Christr geeft hij zijn adres te Leiden op, als 
y^aen die visch mare f' of in yyDat ie^'en ons liefs heren Jesu Christr van het- 
zelfde jaar y^ten die visch capelUr Een derde boekje van hetzelfde jaar y^Boecxken 
van omer liever Frouwen ManteP'* meldt hem ons ^/n Sinte pieters kersteghe^ 

Het wel eens door hem gebezigde zeer fraaie drukkersmerk is in fac- 
simile afgebeeld door Berjeau *). 

De onderzoekingen van Holtrop *) hebben aan het licht gebracht, dat 
het Getijdenboek van 1494 met letters van Jacob Bellaert te Haarlem 
en dat de y^Oefeninghe van den leven ons heren Jhesu Chrisfi*^ van 1498 met 
letters van Henric dib Lettersnider te Antwerpen gedrukt is. 

Deze Leidsche incunabelen zijn alle door Campbell beschreven^). Be- 
halve de van 1494 tot 1500 gedateerde drukken heeft hij nog een klein 
aantal ongedateerde op omstreeks 1499 en 1500 in zijn werk ingelascht. 
Daarmee heeft hij mij die taak ontnomen, en kan ik er mee volstaan, er 
nog een paar aan toe te voegen. 

Reeds in 1498 heeft Hugo Jansz. het yyBoecxken van onser lie^^er Frouwen 
monter uitgegeven •). Van hetzelfde werkje bestaan nog de twee volgende 
niet gedateerde drukken. 

1) Holtrop u. s. p. 40. 

*) J. Ph. Berjeau, Early Duich^ German and English Printers* Marks^ Londen 1866, 
no. 24. 

'; Holtrop u. s. p. 106. Zie ook Campbell, Annales^ 4e Suppl. La Haye 1890 p. 2. 

*) De kone opsomming in z^ne AnnaUs p. 555, 556. Ook hier en datr in de vier sup- 
plementen, zie vooral 4de suppl. p. i, 2. 

^ Campbell, Jnnalesy 3de suppl. p. 6. 



X. = €tn ittt bntott ftaccpSen th if uW/9tttn oit|et Utntt Urdufocn manttl. 
128 ongen. bladz. kl, 8*. Goth. letter, sign. [A]— H. 
Als titelprent Maria als koningin van den hemel (houtsnede), 
p. 127 en 128 nog eens Maria als koningin van den hemel, op 
de laatste bladz. tevens het adres: ^j^qpcent tot feiben in Siollant 
, bi//mi gugo ianjoen ban taoerben.// 9n f inte pfeterf ftetf tcegDe. 

[Kon. Bibl. te 's Gravenhage]. 

3. = €tn ittt beuoet boecplien rtl if tfijt/ Qeten onfer litutt bcontnett mantel. 
128 ongen. bldz. kl. 8*^. Goth. letter, sign. [A]— H. 
Daar aan het eenige mij bekende exemplaar de laatste twee bladz. 
ontbreken, kan ik het adres niet opgeven. Van de verschillen 
met den vorigen druk wijs ik op p. 2 regel 2, waar de eerste 
druk heeft: onfec licuet bconfnen tn ban j^arë lr//uen, terwijl ()e 
tweede heeft: onfeclieuet brouloen eii bi gaten fe//uen. 

[De Heer J. F. M. Sterck te Amsterdam]. 
Voorts twee varianten van S. Bernardus, Omer lieuer vrouwen souttr^ 
waarvan Campbell een druk op omstreeks 1499 geplaatst heeft ^). 
3. = Dtec btggint ren fioecrften gfieeten// onfec Ketter btoutoen joutet. 

144 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign, [A]— K, zijnde vel 
E en K ieder een half vel. 

Als titelprent ^) de Verkondiging van den engel aan Maria, p. 2 
Maria en S. Joseph aanbidden het Kind, p. 4 Maria als koningin 
van den hemel, met het Kind op den arm, p. 143 het adres: 
C^^eptent tot iegiben tn j^odant. fl59// mi Ouffo ian (oen ban tooecben. 
p. 144 Nood Gods. 

[Kon. Bibl. te 's Gravenhage]. 



O Campbell, AnnaUs p. 73, 74. 

') Wanneer door m^ niet het tegendeel gezegd wordt, z^n deze prenten steeds houtsneden» 



8 

4* = 9itt fteslifnt een üoetpHeit gefieteti// ORfet Ifeuet tocoutueii fouter. 

144 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign.[A]—K, zijnde vel E 

en K ieder een half vel. 

Als titelprent dezelfde houtsnede als bij den vorigen druk, p. 2 

dezelfde houtsnede nog eens, p. 143 het adres :^ge|itent tot lettben 

in ifodant. Xfi// mi gugo fanf f one tian tooecteti, p. 144 het Leidsche 

wapenschild. 

[De Heer J. F. M. Sterck te Amsterdam]. 

Ten slotte twee drukjes van een boekje dat zich bij de vorige nauw 

aansluit, en door Campbell niet genoemd wordt. 

5. = *iEen (nmtXic &oeci:llien ban on//fet lienec bcoubien ccoon. 

56 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. a— d, zijnde vel d een 
half vel. 

Titelprent, Maria als koningin van den hemel, p. 2 Maria wordt 
door vier engelen ten hemel gedragen, p. 3 begint de tekst: 
f^itt fiegl^fnt een fontiMtnoge en &e//Quaeni gtuetenijje enz., p. 54 her- 
haling van de titelprent, p. 55 het adres ^leyrent tot rrtden in 
Oollant &t mi// j^tigo ianf f oen ban tuoerben ^n jinte// yieterf lierltegD^ 

p. 56 nog eens de titelprent. 

[Kon. Bibl. te 's Gravenhage]. 

6. = <iEen juucrfic Boecjcften ban nn//itt lieuec bcouUien ccoon. 

56 ongen. bldz. kl. 8®. Goth. letter, sign. a— d, zijnde vel d een 
half vel. 

Titelprent en de houtsnede op p. 2 gelijk als in de vorige uit- 
gave, p. 3 : l^iec begint een f onberlinge en Be//Quaeni gnteteni^fe enz. 
p. 55 bevat het slot van den tekst, p. 56 nog eens dezelfde 
houtsnede van p. 2. Zonder adres. ') 

[Univ. Bibl. Amsterdam. 
De Heer J. F. M. Sterck te Amsterdam]. 

O Vel c van deze uitgayc heeft gediend om een incompleet exemplaar in de Kon. Bibl. 
te *s Gravenhage te completceren, ofschoon j^oodoende de tekst niet sluit. 



Tegenover de aanwinst van deze zes drukken moet ik het verlies van 
een boeken, daar het door Campbell onder n®. 1686 ^) beschreven „y^an 
Ynerige troeainghe totten doechden^'* waarschijnlijk pas in 1506 is verschenen, 
en ter plaatse door mij vermeld zal worden. 



Het is niet aan te nemen dat een drukker, dien wij sedert 1494 tot aan 
het einde der eeuw bezig hebben gezien, na het jaar 1500 zoo veel 
minder ijverig zou geworden zijn. De enkele drukken waaraan wij met 
zekerheid een later datum kunnen toekennen, bewijzen trouwens dat hij 
aan het werk gebleven is. 

Van 1502 is een boek dat veel voorkomt. 
7* = 9 // 9tr fitgftfnt een f d^oon fioecB // €n if gfjej^ettn tiz lt*troef tto//giie 
tec sfielatenct mtnf cfitn // ۟ lianDer ti*claringDe b*ron//#c<encfen. Cnbe 
ff inSouMe // jc^if). rapfttefen. 

528 ongen. bldz. kl. 8*. Goth. letter, sign. [a]— hh. 
De H op den titel is een sierletter. Verder zijn geene versie- 
ringen aangebracht. Het eindigt «l^iet cpnOct een goetie feecfngge 
en// bertroeftingiie bet ggelatenre men//fcgen ^nbe batrrr bercfaringjje 
b' con//fctenrfe. €n ff nge gj^eprtnt getoetft// ban nu fnbë 9ate. 
Jft.crm. en ff. ben // betben bacg fn f eptêbrf ff t bolepnbt// Cot leoben 
fn finnant %i mf Dugo fa // f oen ban tDoetben. €nbe ff g]Srcottf//gf ett 
eü emenbcett fn een cToef ter gr//gttrn toembnrd) buten lebben**. 

[Univ. Bibl. Amsterdam. 
Univ. Bibl. Leiden. 
Univ. Bibl. Utrecht. 
Bisschop. Museum. Haarlem. 
Zeeuwsch Gen., Middelburg. 
Sted. Bibl. Keulen].. 

Dit werk is y^hecorrigeert en emendeert in een cloester geheten roemburch 
') Annaks p. 481, en vooral sde suppl. p. 42. 



lO 

buten kyiien'\ Dit was het bekende klooster Margaretbenberg, meestal naar 
het stuk land waar het op gebouwd was Roomburg genoemd, en be- 
woond door Tertiarissen, van Heussen ') teekent bij de vermelding van 
dit klooster aan fjTypis ibi editi aliquando libelli^ quorum a/squos teneo*\ Van 
die boeken is mij geen bekend geworden. Wel mocht ik het handschrift 
terugvinden, dat Hugo Jansz. den tekst voor zijn y^hwm boedC" geleverd 
heeft. Het was in de groote verzameling handschriften van Jacobus Koning 
te Amsterdam *), en werd uit de bibliotheek van Prof. J. A. Alberdinge 
Thijm aangekocht door den Heer Bern. J. M. de Bont te Amsterdam, 
die het nog bezit. Het is een handschrift op papier, stellig niet ouder dan 
het midden van de 15de eeuw. Op het perkamenten schutblad is de her- 
komst aangeduid. „/)// boeck behoert toe katrtjn claes vrancke d* op roemburch*'* . 
Een nauwkeurige vergelijking van het handschrift met het boek deed mij 
zien, dat Hugo Jansz. het woordelijk heeft gevolgd. Hugo Jansz. had een 
goede keus gedaan, want al twee jaar later werd het te Antwerpen nage- 
drukt*), en later nog meermalen. o.a. in 1510 door Henrick Eckert van 
HoMBERCH te Antwerpen*), en nog eens door denzelfde in 15 17. 

Van de zes exemplaren die mij van de uitgave van Hugo Jansz. bekend 
zijn, munt dat te Utrecht uit door den zeer fraaien stempelband uit den 
tijd, terwijl dat te Leiden de aardige inscriptie heeft ^Isaac Massa coft dit 
boexken op de mar et tot Haerlem voor de somma ene gulden 161 2". 

Het exemplaar te Haarlem, ook in een bandje uit den tijd, bevat in 
denzelfden band een werkje, dat dezelfde beginsierletter heeft, en dat ik 
daarom hier zal vermelden. 

8, = < gec fte/ // 0<nt cë// "^^nt/ // ftaecp/ // Kt om// te ïeuë// na b* bof// 

1) H. v. Heussen, Historia epUcopatuum Belgü^ L-B. 17 19, I p. 480. In de Batavia Soera 
van 17 14 zijn deze woorden nog niet te vinden. 
>) Catl coll. Jac. Koking, Amsterdam 1828 no. 84. 
>) Cat. coll. Mbulman, .Anuterdam 1869 no. 2807. 
^) B^ den Heer B. J. M. de Bont te Amsterdam 



II 

maect/ // ^tit 9o//htf . en if gelaten bat ^fbt oftiifc9//te. €n in^mt 

0OC l^ë een «etifcj^e ot//fencn fgti hit feuen eri pafiit ont f^tti// €n tf 

oet inj^ontictie tit gtiRic beter// €h bit gnibtn dcjcotitDtngcn b' loon//bcn 

onf Heff {fcttn ïQü rrif tl. 

40 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign. a— c, zijnde vel c 

een half vel. 

Aan het einde het adres: ^gcj^rent tot rribrn in gollant 6i mi// 

^uga ianfoen ban biorrben. 

[Bissch. Mus. Haarlem]. 

Van 1503 is een werkje bekend dat door Du Puy de Montbrun') 

zoo uitvoerig beschreven is, dat ik volstaan kan met daarheen te verwijzen. 

g,= mt. fijn. bit// mkanilcn// ban . onfe. Ifc//ue. brouhie. Het adres luidt: 

€n it sSrprent tot leiben in j^ollant// 9nben iace nnf geren bupient bf(f 

j^ottbert eii iij,// ^9 mi guQo tan f oen ban bioerben. 

[Sted. Bibl. Haarlem. 
Britsch Mus. Londen]. 
Uit de rekeningen van de kerk van St. Baaf te Haarlem publiceerde 
Dr. A. van der Willigen den post: 1504. Ifem meester Hugo die printer 
ti iejen ghegeven xx st. van yi^ cofje die hij geprint /tet uut de builen''* *). Dat 
deze post betrekking heeft op onzen Hugo Jansz. spreekt van zelf, en 
exemplaren van deze ^A7« copye uut de builen^' worden nog bewaard in het 
Archief van de Bisschoppelijke Clerezij te Utrecht. 

xo. = Snbitlsentle plenarte txtXtiit 9aerlemen$i< a pena et culpa* 

Dit opschrift staat boven de in plano gedrukte copie van den 
pauselijken aflaat. Aan het hoofd heeft Hugo Jansz. zes wapen- 
schilden aangebracht, bevattende de wapens van de pausen Bo- 

Du Puy de Montbrun, Recherches hlbüographiques sur quelques impressUms néerlan- 
imsa du rjme et du lóme siècle, Ldde 1836 p ^8-90. 

') Dr. A. v. d. Willigbn, Geschiedkundige aantcekeningen over liaarlemschc schilders^ 
Haarlem 1866 p. 53. 



12 

NiFAcius IX, SixTus IV en Innocentius VIII, voorts bet gecom- 
bineerde wapen van Beieren— Holland— Henegouwen, dat van 
Philips den Schoone en dat van de stad Haarlem. 
De bul zelf is in 38 regels met dezelfde Gothische letters gedrukt 
als in de pas vermelde boekjes gebruikt zijn, en begint: ^^ni* 
iêciüf €ii fctaut femos bei enz., waarvan de B een sierletter is. 
Een tweede plano sluit zich hierbij aan, doch is tamelijk geschon- 
den, daar aan de linkerzijde een smalle strook a%escheurd is, 
waardoor van den aanhef slechts te lezen is: [9n]nocrtiuf rpf ftmut 
^enios** enz. Deze laatste bul telt 49 regels. 

[Archief van de Bissch. Clerezij, Utrecht]. 
Deze aflaat heette de aflaat van Portiuncula, en had zijne benaming 
naar de kerk van Onze Lieve Vrouw bij Assisi. Paus Bonifacius IX had 
in 1397 de St. Baaf op verzoek van Hertog Aelbrecht met dezen aflaat 
begiftigd *). Daarnevens waren te Haarlem ook de aflaten te verdienen, 
die verleend waren aan de St. Jans-ridders. De strijd,' die omstreeks dezen 
tijd tusschen den Haarlemschen Commandeur der Orde en den Pastoor 
en de Kerkmeesters van de Parochie-kerk over deze aflaten gevoerd werd, 
is bekend *\ Een exemplaar van zulk een aflaatbul ten dienste der Haar- 
lemsche St. Jans-ridders berust in het Gemeente- Archief te Haarlem *). 
Zij is gedrukt gedurende de regeering van Paus Alexander VI (1492— 1503), 
toen er te Haarlem geen drukker woonde. Blijkbaar werden de St. Jans- 
ridders evenals de Parochie-kerk door Hugo Jansz. bediend, want de let- 
ter, waarmede dit stuk gedrukt is, komt overeen met de pas beschreven 
stukken. 

n. == mt #i|n et becl bec grani eü oflatë grgtuê eit bV// leent bte oerbe ba 

') W. MoLL, Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de henvrming, II, 4, Utrecht 1869 p. 197. 
*) F. Allan, Geschiedenis en beschr^ng van Haarlem^ II, Haariero, 1877, P» 3©! v^g» 
>} De Heer C. J. Gonnkt maakte mij hierop opmerkzaam, en verschafte m^j de gelegen- 
heid dit stuk te beschrijven. 



\ 



13 

iiatt tdn tot bie gtiUgt f tori tia // romen €n alle bit gj^rnr bit ^arrn 
DuiprKftt iit// btn orrbrn ttghi om bit jararmr turcBrn rn on/// grroiiigr 
bianbi onj lief j iirrr ifjü crijti. bir barr// ^gn borftrnbr na br firr|tr 
iilort mrbr birb* tr f tar. 

Links en rechts een wapenschild, links een wit kruis op rood, 
rechts een wit ankerkruis op zwart. Dan volgen de negen arti- 
kelen, in plano gedrukt 

Uit het achtste artikel blijkt de tijd wanneer deze artikelen ge- 
drukt zijn: ^trm 5IIn:anbec bit ftfU pariij if nb ter tt|t Oetft gecon* 
fitmeert eii geapproDeert// alle bt(t bocrjcreutn groeten en oflaten. 
Het laatste artikel luidt: ^tft boerfcreuen gracfen eii oflaten maeO 
men b^bfenë in jinte 3anf rloefter ;taê///be binnê bet ftebe ba ^aetle 
brittoerf tfiatif. %lt opten Initun bonrcbac|| tri goe//ben bcibacfj ben 
baej) alle <0p f inte San baptisten gtfioertë auont en ben bacli alfe.// €n 
op geilicü rrnpf b'gefTenij auont en ben bacjj alle. 

[Gemeente-archief te Haarlem]. 
Op de Typographische Tentoonstelling in 1856 te Haarlem gehouden, 
werd door Mr. Joh. Ensghedé te Haarlem een door Huco Jansz. in 1505 
gedrukt Getijdenboek ingezonden O, maar waar dit boekje gebleven is 
mocht ik tot heden nog niet ontdekken. Op de verkooping van de coll. 
Enschedé, Haarlem 1867, kwam het niet voor. Reeds het eerste boek dat 
wij van Ht'Go Jansz. kennen, is een Getijdenboek, in 1494 door hem 
gedrukt. In 1495, in 1497 en in 1500 herdrukte hij het. Geen wonder, 
dat in 1505 nog eens een nieuwe oplaag noodig was. 
19. = (6etpben&oecB. 

[In 1856 bij Mr. Joh. Enschedé te Haarlem]. 
Reeds heb ik er met een enkel woord melding van gemaakt, dat 



') Catalogus der Typografische Tentoonstelling te Haarlem^ 1856, no 187, 



14 

Campbell te onrechte een werkje tot de incunabelen gebracht heeft'). 

Dit is: 

13* = 99^^ bcghic ten fttt beuoet fiotcf //Rijn f onberfüigO^ t>oec ffl)ttittlifit// 
meiifcijtn eube bocc alle bpe ggcne// bit ttQjjtttn ïjoit lenen te leiben 
in// boeeöben en ^ eeeê en bft fioeicjcRö// Dtnet gjïemaert een regulier 
broebV/ ble hielrliien ïji gD^Deten \aai €ïjo//msit Iflempl^ 
^it it bat byf jte boecli ban gul// f egultur me. xi. 
88 ongen. bldz. kl 8^ Goth. letter, sign. [a]— f,2ijnde vel f een half vel. 
De bovengenoemde titel staat op p. 2. Op p. i staat onder de 
spreuken : o^ul f eguicur me non ambulant In// tenebrij bicït biif en : 
9ie m9 bolgget en bianbect niet ï// butifternlffen fc^t hit geer een 
Salvatbr Mundi afgebeeld. Op een banderol om hem heen staan 
de woorden : ^go f um alpD^ et o : yclncly lu et finif . De inhoudsop- 
gave neemt p. 3 en 4 in beslag. Op p. 54 begint: bat Mtt boerft 
ban g fegultur me non ambulat In tfibtlf. De bladvullingen op de 
laatste zes bladzijden geven geen aanleiding tot bijzondere op- 
merkingen. Boven een gebed aan Maria op p. 87. waarvoor 
Paus SixTus IV een aflaat verleend had, is Maria als koningin 
van den hemel afgebeeld. De laatste bladzijde bevat het adres: 

(6Deprent tot Xegben In |)olIant// 05i mp liuleg lanf oen ba bioecben. 

[Univ. Bibl. Leiden]. 
Achter een handschrift van een vertaling der Imitatio in de Univer- 
siteits-Bibliotheek te Leiden ^) komen deze zelfde tractaten voor, en tot 
op de spelling is de overeenkomst tusschen het handschrift en het boekje 
zóó groot, dat het mij waarschijnlijk voorkomt, dat naar dit handschrift 
HüGO Jansz. zijn boekje heeft gedrukt. Een andere codex van dezelfde 



O jifinales p. 481, en vooral 2de siippl. p. 42. 

') Catologut der Bibliotheek van de Maatschappij der I\ederlandsche Letterkunde te IMden^ 
dl. I, Leiden 1887 p. 21, no 339. 



15 

tractaten is door Dr. Coelestin Wolfsgruber achter de door hem be- 
zorgde uitgave der Imitatio ') afgedrukt, naar een handschrift in de Bene- 
dictijner Abdij Schotten te Weenen. Dit zoogenaamde vijfde en zesde boek 
der Imitatio zal men overigens tevergeefs zoeken in de vele uitgaven 
van het beroemde werk. Zij behooren er dan ook niet in thuis en zijn 
niet anders dan vertalingen van twee andere verhandelingen van Thomas 
A Kempis, die in het origineele Latijn bekend zijn onder de titels „Exer- 
af ia spirituaiia" en „De recognitione propriae fragilitatif* *). Dr. Coelestin * 
WoLFSGRLBER, die een hartstochtelijk bestrijder der Thomisten is, beweert 
dat eerst de Jesuiet Sommalius in 1660^) beide tractaten tot werken van 
Thomas a Kempis heeft verklaard. Ons drukje bewijst dat al ongeveer 
anderhalve eeuw vroeger Hugo Jansz. in 1506 zich tot tolk van die meening 
gemaakt heeft. Dat Hugo Jansz. het werkje werkelijk in 1506 gedrukt heeft, 
blijkt uit de volgende omstandigheid. Het zou geen zin hebben gehad, 
twee verhandelingen van Thomas a Kempis als het vijfde en zesde boek 
der Imitatio de wereld in te zenden, als de vier eigenlijke boeken der 
Imitatio niet reeds uitgegeven waren. En nu is juist 3 Nov. 1505 door 
Jan Sbversz., ook te Leiden, deze eerste Hollandsche vertaling uitgegeven ^)^ 
Eerst daarna kan Hugo Jansz. op het denkbeeld gekomen zijn, bij wijze 
van aanvulling twee andere verhandelingen van Thomas a Kempis door 
den druk te verspreiden. Daar nu het jaar al vrij ver gevorderd was, toen 
Jan Seversz. zijn boekje in het licht zond, meen ik als zeer waarschijn- 
lijk aan te mogen nemen dat Hugo Jansz. met zijne uitgave in 1506 voor 
den dag kwam. 

Later kan niet, want in den loop van dit jaar heeft Hugo Jansz. Lei- 
den metterwoon verlaten. 



') Van der Ttavolginge Cristi ses boeke^ Wien 1879. 

*) Thomas, Opera omniay ed. Eus. Amort. Col.-Agripp. 1728 p. 198 vlg. en p. 243 vlg. 

') Thomas, Opera omnia^ Col.-Agripp. 1660. 

^) Dit drukje van Jan Sevbrsz. zal ter plaatse door mij beschreven worden. 



\6 

Vóórdat wij hem in zijn nieuwe woonplaats volgen, moet ik nog 
melding maken van een ander door Jan Seversz. gedrukt werkje, nl. van 

diens yyDeuoet meditack op die passie os here"*^ want dit werkje bevat aan het 
einde de mededeeling ^Ghecarrigeert wt een boecxken^ dat willé vorsterma ge- 
drukt heeft bi ene wisen voirsichtigè notabulê ma meester Hugo Jassoê van woerdê 

daer hé groote profijt en deuocien toe porde"'*. Dit boekje is aanwezig op de 
Stedelijke Bibliotheek te Haarlem. In een noot van den catalogus ')/die 
echter niet al te duidelijk geredigeerd is, wordt gemeend, dat Jan Seversz. 
den druk van Hugo Jansz. zou hebben gebruikt, en deze dien van Wil- 
lem VoRSTERMAN. Deze uitlegging is stellig onjuist, want, ofschoon ook 
mij de beteekenis van de opmerking niet duidelijk is, zoo kan ik toch 
constateeren, dat Jan Seversz. bedoeld heeft de door Huco Jansz. uitge- 
geven ffSalige meditacie des lijdens ons liefs heren op die st^*en getijden"" ^ door 
Campbell ^) op ongeveer 1499 geplaatst, terwijl Willem Vorsterman eerst 
in 151 2 als drukker te Antwerpen geadmitteerd is,') en dus eerst in of 

na dat jaar zijn y^euoote meditacie op de passie os liefs heré gedrukt kan 
hebben. *) 



20 Juli 1506 verscheen Hugo Jansz. voor schepenen te Leiden en kocht 
van den volder Cornelis Cornblisz. een obligatie, betaalbaar ter Wees- 
kamer van Amsterdam.*) Hij was dus van plan zich te Amsterdam te 



^) Catalogus Ribliothecae publkae Ilarlemensis^ Snpplementum^ Harl. 1852 p. 114. Ter 
plaatse zal dit werkje door mij beschreven worden. 

*) Campbell, Jnualcs p. 346, 347. 

*) AuG. DE Reume, Variétés hihliographiqucs et lUtéraires^ RntxelUs 1848 p. 150. 

*) Dernard QuARiTCH, Catdlogtte of the monument s of the early printers in all coun- 
tries^ London 1888 no. 36294, plaatst bet op omstreeks 1515. 

«) Oud-llolland^ II, p. 74. 



gwi vestigen. Dat hij dit reeds spoedig daarna gedaan heeft, bewijst het 
volgeode boekje. 

M.= 9fn bcgj^mt ttn luoubtiingiSt btc// Herftm mrnftSr mft 9Be|n btn 

tatbt//gnn tet fttien (nbtn gaf ber Diotmtn. 

a88 ongen. bldz. kl.8*. Goth. letter, sign. [a]— s. 

jQte iHsDtac cm wi Mi ft riftip ti^Bff 
QonisctflcintittDnittMOccOionnni 



op den titel een houtsnede, voorstellende Christus, met een 
geeset in de linker- en een roede in de om het kruis geslagen 
rechterhand, omgeven door de lijdenswerktuigen, voorts in de 
hoeken de zinnebeelden der vier Evangelisten. Dezelfde hout- 
snede, oorspronkelijk gesneden als sierletter O, is ook op de 



i8 

keerzijde van den titel afgedrukt. In den tekst staan i6 hout- 
sneden met voorstellingen uit de lijdensgeschiedenis, i Intocht in 
Jerusalem, 2 Laatste Avondmaal, 3 Christus op den berg 
Gethsemaneh, 4 De Judaskus, 5 Chr. voor den Hoogepriester 
Annas, 6 Chr. voor den rechter, 7 Geeseling, 8 Doornenkro- 
ning, 9 Christus aan het volk vertoond, 10 Voor Pilatus, die 
zich de handen wascht, 11 Kruisdraging, 12 Kruisiging, 13 Chris- 
tus aan het kruis, 14 Christus door Longinus met een speer 
gestoken, 15 Afneming van het kruis, 16 Graflegging. Op de 
laatste bladzijde nog eens Christus als Man van smarten, maar 
nu niet de titelprent. Onder deze houtsneden zijn er die Hugo 
Jansz. ook al in 1498 gebruikt heeft, b.v. de titelprent en de 
Kruisiging. 
De voorlaatste bladzijde bevat onderaan het adres 

OlmitfiitforyeinarirfOain séiocr 
||ffli0ÏierfleBc||iirtacron8i|ercn.iii 

vCttmiMs 

[Koninkl. Bibl. 's Gravenhage. 

Univ. Bibl. Amsterdam. 

Bissch. Museum, Haarlem]. 
Niet alleen komt de letter geheel overeen met wat Hugo Jansz. hier 
later gedrukt heeft, en hebben wij gezien dat er houtsneden in voorkomen, 
die hij al vroeger in Leiden gebruikt heeft, maar ook het adres wijst, ge- 
lijk wij later zien zullen, voldoende uit, dat wij met geen anderen druk- 
ker te doen hebben ^). 

O Toch sch^nt Tiblb het betwijfeld en aan Cornrlis van Pepinghen gedacht te heb- 
ben QU BibliopkiU Beige, VIII p. 19, 20). 



19 

Het exemplaar in de Koninkl. Bibliotheek te *s Gravenhage is compleet, 
maar aan het exemplaar in de Universiteits-Bibliotheek van Amsterdam 
ontbreken de eerste en laatste bladzijden van vel a en d, en aan dat te 
Haarlem het eerste, vierde, vijfde en achtste blad van vel a en het eerste 
van vel b. Op de verkooping van de Bibliotheek van Isaac le Long, te 
Amsterdam in 1744 gehouden, werd het werkje al y^Seer raar'*' genoemd '). 
Toch bestaat er nog een variant van ^) 

15- = 9irr fieggtot een toantielingB^ ^tx/l Reijten mcnfcgë mit Sfiefu den 
fimüe/Zoom Het flelen fnben pof bec filoemen. 

388 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [a]— s. 
De houtsnede op de laatste bladz. stelt in deze uitgave voor 
de Mis van den Heiligen Grbgorius. In den tekst zijn voort- 
durend kleine verschillen op te merken. Het derde woord van 
p. 5 is in de vorige uitgave B^të, en in deze B^etê. Ook het 
adres levert een kl^in verschilpunt op, en luidt: ^j^eprent tot 
Sbmf teltebam ^<ber// j^eïligüet f tebe Sint faet onf ^txm. m// ccrrc« enbe 

bL ben. xtjfg. bacj) ba// becembet. 

[Univ. Bibl. Amsterdam]. 
Ook dit exemplaar is onvolledig. Er ontbreken het eerste, tweede, 
zevende en achtste blad van vel a aan. 

De inhoud van dit boekje is in 1503 al te Leiden door Jan Sev£Rsz. 
gedrukt 

Hetzelfde lot dat het Getijdenboek, door Hugo Jansz. in 1505 te 
Leiden gedrukt, gehad heeft, moet ik helaas ook aanteekenen van een door 
hem in 1506 te Amsterdam gedrukt Getijdenboek. Ook dit werd door 



O Caal. verk. coil. Is. le Long, Amsterdam 1744 no. 1942. 

*) P. A. Tiele's mededeeling in de Bibliographische Adversatia (^ p. 135), dat Hugo 
Jansz. van dit werk in 1506 ook te Haarlem een uitgave zou bezorgd hebben, berust 
vermoedelijk op een misverstand. 



30 

Mr. J. Enschede ingezonden op de Typographische Tentoonstelling te 
Haarlem in 1856 ^), en ook dit is sedert spoorloos verdwenen. 
i6. = (tkt^tttn^ottfi. 

[In 1856 bij den Heer Enschede te Haarlem]. 
Andere gedateerde boeken door hem te Amsterdam gedrukt zijn mij 
niet bekend geworden. 

Geheel hetzelfde adres als de H^andelinghe der kersten mensche heeft 

17. == i^oer toaf ren i\t\t In groter x^i^llxvtn \At gaer open&atrtie enë// goebê 

brfent eri fiegpeerbe ba gem// bat ^i fiatr btoube iefe itvi t9xm///t^9i9m 

iBXiU %. patemr en aue marti// mit btft nargef crtuê. ):. gijebrbê wuf/nitfflic 

gaêbe om bê ftertgof f oe f on//be fi banbe ggenaben gobf berlo^t// toer^ 

ben. enz. 

16 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. A. 

Het boekje heeft geen afzonderlijken titel. Op p. 8 staat een 

fraaie sierletter, en aan het einde het adres ^tpxtnt tot ^mf tel// 

rebam t)30ber ^tfiiu^n ittbt. 

[Univ. Bibl. Amsterdam]. 

Thans komen wij aan een boekje dat in de litteratuur al opgemerkt is. 

18. = l^fer Begj^jnt een beuoot boe]Cfië ba// bfe gefienebfbe j^üige bgf bionben 

onf litft B^^cen Sigü erf jti tot btelrR// een pegedr |onblc|^ menjcfie 
b*maent// taiort toelcfier fiel boerbiont if mit \it/f\t f onben ban brie toon- 
berliRe jcgoo//ne broubien. 

48 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [a]— c 
Bovengenoemde titel staat pas op p. 2. De eerste bladzijde wordt 
ingenomen door een houtsnede, voorstellende de doorboorde 
handen en voeten van Jezus, drie nagels van het kruis en in 
het midden het met een speer doorstoken hart, waarvan het bloed 
in een kelk druipt. Daarboven de versregels: 

O Catalogus der Typographische Tentoonstelling te Haarlem^ 1856 no. 188. De eerste bla- 
den ontbraken aan dit exemplaar. 



21 

^ litüt geer tsA ftibbe b boet to iie9li//0|ïe büf toonben ^at 0D< int 
Wit tiec//(rSetien olfe m0ti f ondtn. 
Op p. 27 is de houtsnede van den titel nog eens afgedrukt, p* 

39 Qfet fieggint tiat IMcftytt. eiï gaet// op Hf e taittf e 9rrt god gteft mi 
goet £p//itentuec ft^cac bate een ^atft tonggev/nncfr. Kan dit lied soms 
in een ouden liederenbundel aangewezen worden, dan zou dit 
kunnen bijdragen tot een dateering van het boekje. Op de laat- 
ste bladzijde staat onderaan het adres: ^it fioepüen if ngtuWMc 
a^t^wnt// tot Staf trlcetiain in bfe caltirrf trart.// %i mi j^ugo fanf oen ban 
tooetbtn. 

[Univ. Bibl. Amsterdam. 
Koninkl. Bibl. *s Gravenhage]. 

Er bestaat nog een variant van. 

19* = tiet fieggtat een beuoot fioeicliê ba// bit gebenebibe j^efifge b|tf iDonben 
öf // iftft Beecen (Bn cttf tf tot taeici een pe/ //gelfc f onbicii miitfjt bet- 
maent taott// bielcftec fiel boetfaiont ff mit beel fon//ben ba brie toon- 
betlfilie f cgbne bton//taen. 

4.8 ongen. bldz. kl. 8^. Goth. letter, sign. [a]— c. 
Deze titel staat op p. 3, terwijl de houtsnede van het titelblad, 
dat gelijk is aan de andere uitgave, op p. 2 herhaald is. 
Het verschil met den vorigen druk blijkt ook uit het adres: 
^it boe^fien if npeutaelit gq^cent// tot SImf telrebam In ble caluerf teaet// 
^p mi Bngo fanf oen ban tooerben. 

[Univ. Bibl. Amsterdam]. 

Het werkje had in de vorige eeuw de ergernis opgewekt van Isaac le 
I^NG. Deze schrijft^): yyfVelke Leere in desen tydt binnen anse Stadt plaats hadde^ 
^^dt hesf ontdekt uyt de Boeken^ die sedert het beginsel deser Eeuw alhier gedrukt 
vierden; van de welke my verschelde «yn ter handt gekomen. Onder anderen: Het 

O Is. L£ Long, Beschryyinge van de Reformatie der stadt Amsterdam^ Amsterdam 1729 
P' 449, 450. 



22 

Lyden Jesu Christi; volgens de Openbaaringe van St. Rrigitta. Oefeninge van de 
vyf fVonden <m% Heererf'' enz. In een noot teekent hij hierbij aan y^Beyde ge- 
drukt bj Hugo Janszoen van IVoerden^ 

Ook het eerste door hem genoemde werkje is ons bewaard gebleven. 
20. = Qfet fiegfiint bat Igden onf MtM lytl/xtn Sfte^n y^\ bat bet "^Mvfytt 
bcou//tDeii iintt tttfrQftten ioaf geopittact. 
48 ongen. bldz. kl. 8®. Goth. letter, sign. a— c. 
Vijftien houtsneden versieren den tekst. Op p. 47 staat het adres: 
9iet epnbtt 4^fnte tSftgltta paff te// alf onf e Sierc Sj^ef nf ^9 j bft^c ge^ 
ovt//baect peeft. €n tf gjïciictnbt tot 9em//f trltebam tQi mi l^ugo Sanf 

f oen ba' hioecbni. 

[Britsch Museum, Londen] '). 

Het eenig bekende exemplaar van dit boekje, dat in het bezit geweest is 

van vele beroemde mannen, als van Adriaen Pauw, van Isaac le Long en van 

Mr. J. Enschede en dat op de verk. Crawford, Londen i8pi, door het Britsch 

Museum gekocht is, is in den Catalogus van de verk. coU. Enschede ^) 

uitvoerig beschreven. Volgens P. A. Tiele, den samensteller van dezen 

catalogus, zijn de vijftien houtsneden gecopieerd naar de passie van Gerard 

Leeuw. Voorts wordt met stelligheid beweerd, dat zoowel dit werkje, als 

het deuoot boexke va die gehenedide heilige vijf wonden om liefs heeren Jhü cristi 

gedrukt is vóór de wandeiinghe der kersten mensche. Mij komt deze veronder- 
stelling zeer onwaarschijnlijk voor. 20 Juli 1 506 was hij nog te Leiden, en 

reeds 18 Dec. van hetzelfde jaar is de wandeiinghe der kersten menschê geda- 
teerd. In die korte tusschenruimte zonder noodzakelijkheid het drukken 
van twee werkjes te plaatsen komt mij niet wenschelijk voor. 



1^ De mededeeling, dat dit boekje en het volgende daar berust, dank ik aan den Heer 
R. Garnett, terw^l de Heer Aldrich zoo vriendel^k was, de beide werkjes voor mij te 
beschrijven. 

>^ CataU verk, colU Enschedé^ Amsterdam 1867 no. 377. 



= 9ftr btgSInt bat tcittit snf ikff llt//nn Qefii trIfU. 
416 ongen. bldz. kl. 8**. Goth. letter, sign. a~B, waarvan vele 
en 5 halve vellen zijn. 

Vijftig houtsneden versieren het boek. Het adres staat op de 
laatste bladzijde: Vlet tgnitt bat leutn an^ ijtitn tn// tt stprtnt tot 
am^telRbain in goKaf/ 3SI mf Vngo ^aaffmn ba toottb». 

[Britsch Museum, Londen]. 

- 9lct btgliliit ten fuucrilBc tntnf// ban bujrnt rofen. 
i8a ongen. bldz. W. 8". Goth. letter, sign. A— M. 

dltlitfitf QC ormSelvfMin tl totf 
%Hj|oU0inaiuainQnoau ^ £f 



H 

Als titelprent een houtsnede, voorstellende Maria met het kind 
Jezus, dat een rozenkrans aan St. Dominicus geeft, het geheel omge- 
ven door een rozenkrans. Dezelfde houtsnede komt nog tweemaal 
in den tekst voor, en ook op de laatste bladzijde, nu onder het adres: 
<0Bepretic tot aemftelrtbsm bi mi gugo fan^orn uan tooectieti. 

[Prof. Dr. J. I. Doedes, Utrecht]. 
Het eenig bekende exemplaar van dit werkje, thans in het bezit van 
Prof. Dr. J. I. DoEDEs te Utrecht, heeft in 1603, gelijk het fraaie bandje 
aanwijst, toebehoord aan Lucia van Sternsee, geb. van Cammingha, op 
Schardema-huis bij Franeker. 

De inhoud is later nog eens door Jan Seversz. uitgegeven. 
Tot zoover wat betreft Hugo Jansz.' ontwijfelbaar Amsterdamsche druk- 
ken, maar hij heeft er stellig meer bezorgd. Daar ik met toeschrijvingen 
uiterst zuinig zal zijn, en onbekende drukken liever achteraan bij elkan- 
der plaats, dan ze naar waarschijnlijkheid over eenige drukkers te verdee- 
len, noem ik slechts één werkje, als door Hugo Jansz. gedrukt, zonder dat 
zijn adres er op vermeld wordt. 

33* = i^ptculum tonuttiionit pfcöcü ma//gijtti ^ionifi be leutoif alieti tfktl 
ot/Mnii carcnf ietif t<. 

112 ongen. bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [A]— G. 
Bovengenoemde titel staat op p. 2. p. i bevat slechts den ver- 
korten titel: Cractar ffzsitiii l^<on9-//jf| be röuerjione ptctatonf, p. 
106 bevat een voorstelling van de opstanding der dooden, p. 
III de bekoring van Christus door den duivel in de woestijn. 
Een adres bevat het boekje niet, maar daarvoor in de plaats 
lezen wij op de laatste bladzijde: ^m//^ïtf(uf cc cpletj tit pnf 
betiot; bpa//l09jl ï MttmtUU oppibo %mitti//ttt^imtii ^n^tacitf ac 
ti^nif nT^i/liii titwotiiixmi bïci bn< 9o5ff "^ai/itotit in Xrgbetboqi 
tj:ttü mncof// oppibf Irstbcj. 

[Univ. Bibl. Amsterdam. 

Museum Meerm.— Westr. *s Gravenhage]. 



as 

De in Amsterdam gevestigde drukker onderhield dus betrekkingen met 
Leiden, en denken wij er nu aan, dat Hugo Jansz. zijn in 1502 te Leiden 

gedrukte Fertrontinghe der ghelatenre mensche ook heeft laten corrigeeren 
in een klooster buiten Leiden, en letten wij daarbij op de overeenkomst 
der letters, dan meenen wij niet al te boud te zijn, met Hugo Jansz. voor 
den drukker te houden. 

Het werkje is al meer dan eens besproken, de la Serna Santander ^) 
beschouwt het ten onrechte als een druk uit de isde eeuw, wat trouwens 
al opgemerkt is door Hain *). 

Die pastoor Johannes, op wiens kosten de druk is uitgevoerd, is ver- 
moedelijk JoANNEs Gerardi fUius, die ook al in 1494 als pastoor van Lei- 
derdorp voorkomt •). Het zeer populaire werkje van Dionysius Carthu- 
siANus was al in 1473 door Jan van Westfalen en Dirck Maertsz. te 
Aalst in het Latijn, en in 1488 door Gerard Leeuw te Antwerpen in het 
Hollandsch uitgegeven. 



Nog een werkstuk van anderen aard heeft Hugo Jansz. te Amsterdam 
achtergelaten. Zeer aannemelijk is toch de conjectuur van Mr. N. de Roever, 
die hem een boekband in de Amsterdamsche Weeskamer toeschrijft ♦). 
Deze band bevat een register, loopende van 1509 tot 1539, en is versierd 
met Leidsche wapenschildjes. Dat een dergelijke versiering voor een band 
in de Amsterdamsche Weeskamer zeer vreemd is, springt in het oog, en 
daarom zocht de Roever verband tusschen de vroegere woonplaats van 
den vermoedelijken binder en de latere. Dat Hugo Jansz. zich gaarne van 

O DB LA Serna Santander, Diaionnaire bihliographique choisi du quina^me siècle^ III, 
BnueUes 1806 p. 518. 
O Hain, Reportorium bibliographkumy I p. 265, no. 6247. 
*) VAN HsussEN, Hlscoru episcopttuum etc. L — ^B. 17 19 p. 478. 
*) Oud'Holland II p. 74, 



26 

het Leidsche wapen bediende, zagen we reeds uit het door hem gebezigde 
drukkersmerk. 

Hoe lang hij nog in Amsterdam gebleven is, weten wij niet. In 1510 
was hij er nog, want 1 2 Sept. van dat jaar schreef hij de volgende verkla- 
ring, die berust in het Archief van het Begijnhof te Amsterdam ^). 

Ie htigo janss van waerde boeckeprenter beken ende belje ontf, te hebben 
van die ouerste vanden groten baghjn houe tot aemstelredam ses rimgulden 
vanden betencap van dien tuijn die tusschen die twee bruggen leit daer die 
brugghe nv op loopt die ie hugo voirsch. van cornelis comeÜss franc^'n maker 
gecoft hebbe ende schelde die baghinen van deun tuijn ende erf quijt ende 
doese quijt scelden voer mij ende voer mijnen eruen behouden dat sy die stede 
voert voldoen sellen alle dim sonder arch of list in kennis der waerheijt so 
heeft hier hij an ende ouer geweest floris janss rente meester tot aemstelredam 
ende so hebbe ie hugo voersch, dit self gescreven ende myn merck hier onder 
geset if XV' ende tfen opten twaleften dach in september. 

h [huismerk] j 

Deze verklaring leert ons de ligging van zijn woonplaats vrij nauw- 
keurig bepalen. Zijn tuin paalde aan het Begijnhof, en was gelegen tus- 
schen de twee bruggen. Het huis stond dus in de Kalverstraat schuin te- 
genover de „Nieuwe-Zijds-Kapel,^ m. a. w. de Heilige Stede. 

In 151 7 was een Huyg Jansen Kerkmeester van de Nieuwe Kerk *), 
maar vermoedelijk was dit niet onze Hugo Jansz., die ten minste spoedig 
reeds voorkomt als wonende te Delft. Daar drukte hij toen 

34. = fditioxV mfcre. I^iec fiegglnt ten jeec f onbetlinffj^e en bebote materie ban 
bfe 9aM<t onf lieten fgefu ttiixi gjiegeten Cbat bti^jeffiftn of bat bonbe- 
irf|n ba miree) bergabert ban enen gj^eef telftcBi bcoebee ban bec 



1) De Heer Mgr. B. H. Klönne was zoo vriendel^'k verlof te geven tot het doen hc 
simiieeren vtn deze verklaring. 
*) Wagbnaar, Amsterdam II p. 117. 









#ilM?i 






O^'i 






ï 



n 




L(J^^ 



>t^-^ 









27 

mfnrrbroeberj oerben .... in Coleti, nocj^ int Mi totfeniie . . . . €n if 
in Ute punt gBecomen fti toetioë ban jmatj^itf ban borbtttSt . • . « nu 
(arbtatn tot Xtffben. 

Aldus wordt de titel opgegeven in een catalogus van den Heer 
F. Olivier te Brussel. ^) Daar mij geen exemplaar bekend is, 
moet ik er mij mede tevreden stellen, uit dezen catalogus te 
noteeren, dat het boek in 4^ verschenen is, in Gothische letters 
gedrukt, met prenten versierd en voorzien is van het adres: 

mt fioeclï ii bole^nt 9n bit jtat ban (l^lf in l^ollant opten 

(angj^en bgcfii Wj mi) 9noo Sfanjoon ban D^oerbê. 9nt iaec onf j^erë 
M. ttac m. jcbif. optcn. bt. barj) in ben maert. (Dit is wegens den 
paascbstijl 151 8). 

[In 1876 bij den Heer F. Olivier te Brussel]. 
Matthvs Wenssen, die later Commissaris-Generaal der Orde in Neder- 
land werd, en in 1543 in zijn geboorteplaats Dordrecht stierf, beleefde nog 
verschillende herdrukken van het boek, dat door zijn toedoen het eerst 
uitgegeven was.*) 

Niet lang bleef Hugo Jansz. te Delft. Reeds een jaar later treffen wij 
dezen nomadendrukker aan te 's Gravenhage, waar hij evenals te Amster- 
dam de boekdrukkunst kwam invoeren. 
35. = <9ie bianbefin//g|ïe bet bloemë. 

288 bldz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [A]— S. 
Dit boekje is slechts een vernieuwde uitgave van de y^JVande- 
linghe der kersten memchêy die wij reeds beschreven hebben. De 
drukker is echter zoo slim geweest, den titel een weinig te ver- 

Uitgegeven te Brussel, 1876 no. 241. 

*) Chr. Sepp (Ferhoden lectuur y Leiden 1889 p. 82) vermoedt, dat het boekje y^Hier be- 
ghint een nieuwe deuoet boecxken van myrre^ hoe een mensche hem sal regulieren te leuen 
etuU u stetuefTy in 1550 op den Index geplaatst, het werkje van Matthys Wbnssbn is. 
Hiertoe bestaat echter geen grond. 



38 

anderen. De drukken van 1506 en van 151 8 zijn overigens ge- 
lijk, behalve dat hij voor plaat 13, Christus aan het kruis, een 
nieuw houtblokje genomen heeft, en dat ook de voorstelling 
van Christus als Man van smarten op de laatste bladz. eenige 
afwijkingen vertoont. 

Op p. 287 staat het adres: ^ïjtpttnt Snbrtt ^i^t %9 mi 9n//go iinf 
3oen ban 9^oert»rtt. STnt iaer// onf geerrn. M. tcca. en p^i^. ben// itff. 

Hatft in tq^ttmtn. 

[Museum Meerm.-Westr. 's Gravenhage]. 

Als het oudste in den Haag gedrukte boekje heeft Baron van West- 
reenen VAN TiELLANDT er in 1 8 28 al een korte beschrijving van gege- 
ven '). Van wat Hugo er later nog meer gedrukt heeft, heb ik slechts 
kunnen opsporen het werkje 

96. = SCem in M fioccpftë f9 tt^n/f/pi tit figurë baHê. bj). Rrrcfiê// ba 
Somë Kiattmi bit ftstim// Dont babi aflaten b' fieoeb^f cap banb* pte//&et 
ootben ba Vaeclem. 

Van eene beschrijving van dit boekje kan ik mij onthouden, 
daar Du Puv de Montbrun het reeds uitvoerig beschreven 
heeft ^). Het adres luidt : 9nben H^asj^e ti mi l^ugo STan.;. 

[Sted. Bibl. Haarlem]. 
Du PuY DE Montbrun stelt den druk op omstreeks 1500, dus veel te 
vroeg, want de inhoud betreft de aflaten, waarmee Paus Clemens VII na 
het jubeljaar 1525 de Dominicanen te Haarlem heeft begiftigd. Het werkje 
moet dus op 1526 gebracht worden. Isaac le Long beschrijft een anderen 
druk van hetzelfde boekje, te Amsterdam door Doen Pietersz. gedrukt '), 
welk boekje later door mij beschreven zal worden. 

*) Alg Konst' en iMterhode voor 1828^ II p. 406. 

>3 Du PuY DB Montbrun, Recherches hibliographiques sur quelques impresmns neérlandaises 
du ijme et du lóme siècle, Leide 1836 p. 83, 84. 

*]) Is. LE Long, Beschryyinge yan de Reformatie der stadt Amsterdaniy Amsterdam 1729 
p. 465—468. 



29 

Dat HuGo Jansz. trouwens in 1526 nog te ^sGravenhage gevestigd was, 
blijkt uit de volgende oorkonde, die al eens door Campbell vermeld is, 
en die thans in het bezit is van den Heer P. A. M. Boele van Hens- 
broek te *s Gravenhage. 

fVij hugo jansz. van woerden ende claes jansz. solnus (f) boecvereopers in 
den haech bekennen in deser manieren hier nae bescreuen vercoft te hebben 
arent adriaensz. appoteker alsulcken scuer ende erf als wif van hem ghehadt 
hebben also wijt ende breet als dat w ter tift arent ghtbruijct ende mit riet 
afgheheynt staet behoudende dies dat hugo ende claes voirsch, van be^de hoer 
hupsen so als sij nu bewoent worden horen vrijen waterganc daer ouer ende 
doer houden ende ghebruijcken sellen also als goede buerluijden dat toe behoert. 
Ende aemt voirsch. sal daer een heynmuer doen maken op sinen cost ende op 
onser beider erf ende die sal ons tsamen toebehoren. Ende dese scuer ende erf 
belonen wy hugo ende claes voirsch. te waren vrij smder enich opstal behou- 
dende den heer sijn recht ende alle commer af te doen die daer nv ter tijt op 
staet des sijn voerwaerden ende in die coop begrepen als dat hugo ende claes 
voersch. of haer naecomelingen alsulcke rente als aemt voirsch. op hugo ende 
daes voirsch. haer beijder hujs heefi sprekende dat si die sellen magen lossen 
drie rinsgulden tseuens mit alsule pajment als den rent brief begrepen heeft 
stmder arch o ft list in kennis der waerheijt so sijn hier twee sceduUen afge- 
maect mit a b c d doersneen daer aemt een af heeft ende huuch ende claes 
een, ende huuch ende claes hebben haerbeijder merck ende naem hier onder 
geset <t XV* ende xxvj opten xvjden dach in april. 

u.^.^L r^ïct zelfiic teeken als op de ge-n j nr ru..* ^ 1 n o 

^^^^ [ reproduceerde verklaring! J J'"'^' ^ [huismerk] S. 

Deze acte bevat het laatste levensteeken dat wij van Amsterdams eer- 
sten boekdrukker kennen. 

Ter wille van een gemakkelijk overzicht zal ik hierachter een korte 
opsomming geven van de door hem gedrukte werkjes, in het licht gezon- 
den na of kort vóór 1500. 



OVERZICHT. 



I Z.J 




2 Z.j 




3 ^^ 




4 »tf 




5 ^«y 




6 zj 




7 1502 


8 1502 (?) 


9 1503 


10 1504 


II 2.y. 


12 1505 


13 15 


06 



die 



^ 
p' 
p' 
p' 
p' 



14 1506 

15 1506 

16 1506 

17 z.j. 



Gedrukt te Leiden na of kort vóór 1500. 
Onser liever vrouwen mantel . 
Onser Ue^'er vrouwen mantel . 
Onser liever vrouwen souter . 
Onser liever vrouwen souter . 
Onser liever ^Touwen croon . 
Onar liever vrouwen croon . 
Die vertroestinghe der ghelatenre menschen 

Dat gulden gewiekte 

Die miraculen van onse lie^'e vrouwe . . 

Indulgentie plenarie ecclesie Haerlemensis a pena et culpa 

Een deel der graden ende opaten gegeven ende verleent 

oer de van sinte ian 

Getjdenboeck 

Thomas Kempis, Seer devoot boicskijn tonderlinghe voer ghees- 

telike menschen p 

Gedrukt te Amsterdam. 
Een wandelinghe der kersten menschen mit Jhesu den brude- 

gom der sielen in den hof der bloemen p 

Een wandelinghe der kersten menschen mit Jhesu den brude- 

gom der sielen in den hof der bloemen A '9 

Getjdenboeck ^. ao 

Daer was een siele in groter pinen enz p. 20 



P' 
P' 



7 

7 

7 
8 

8 

8 

9 
10 

II 

II 

12 
13 

H 



«7 



i8 %j. 
'9 V' 

30 XJ. 

21 2^'. 

22 %^, 



24 1518 

«5 1518 

26 1526 



31 

£m (kvoot boexken van die gebenedide heilige vijf wonden 

ons liefs heeren Jhu cristi ^.20 

Een devoot boexken van die gebenedide heilige vijf wonden 

ons liefs heeren Jhu cristi ^.21 

Dat l^den ons liefs heren Jhesu xpi dat der heyligher vrou- 
wen sin te Bir gitten was geopenbart ^.22 

Dat leven ons liefs heren ihesu cristi ^* ^3 

Een suuerlike crans van dusent rosen ^* 23 

DioNisius DE Leuwis ALIAS RiKEL, Speculum conversionis 

peccatorum P* ^A 

Gedrukt te Delft. 

Fasciculus mirre p* 26 

Gedrukt te *s Gravenhage. 

Die wandelinghe der bloemen P* ^7 

Die figuren van den FH kercken van Romen^ enz. . . . ^.28 



t 



CLAES DE PRENTER. 



ao Jan. 1506 werd Claes de Prenter met anderen veroordeeld tot 
het betalen van „e«» pont steen geldi^ of tot een openbare boetedoening, 
omdat hij onveraccijnsd bier in zijn huis had gebracht. Deze boetedoening 
bestond hierin, dat hij met een bierton op het hoofd vóór de eerste pro- 
cessie moest loopen, die in de St. Nicolaas-parochie gehouden zou wor- 
den ')• Ter Gouw *) en Prof. Dr. H. C. Rogge •) zien in hem niet meer 
dan een knecht van Hugo Jansz. van Woerden. Ik kan mij bij deze 
meening niet aansluiten *). Dat hij juist veroordeeld werd om in de eerste 
processie mee te loopen, die in de St. Nicolaas-parochie gehouden zou 
worden, geeft ons grond, zijn woonplaats in diezelfde parochie te zoeken, 
en Hugo Jansz. woonde in de Kalverstraat, dus buiten die parochie. 

En dat er in het eerste tiental jaren meer dan ééne drukkerij in Amster- 
dam geweest moet zijn, is wel op te maken uit de omstandigheid, dat er 
in een publicatie van 1528 al van een aantal gewag wordt gemaakt*). 

Ten overvloede hebben wij een boekje dat volkomen sluit met de vaag 
aangegeven woonplaats van Claes de Prenter. 

O Mededeeling het eerst gepubliceerd door de Robvbr in Eigen Haard 1881 p. 176. 
^^ TBR Gouw, Geschiedenis van ylmsUrdam^ III p. 302. 
•) Bibliographische Adversaria^ V p. 55 — 57. 

*) Weliswtar kan „prenter** ook iets anders beteekenen dan „boekprenter**, maar omtrent 
dezen t^'d worden in Amsterdam de boekdrukkers toch „prenters** genoemd. 
*^ Oud'Hollandy II p. 74. 



= 9it ifttn nfetoe SutitrUlitt oreJtt/,'llBe Boemffattt. eic nogt ijcptct If. 
108 ongen. bidz. kl. 8", Goth. letter, sign. [a}— o, zijnde vel e 
een half vel. 



Op den titel Christus, omgeven door de lijdenswerktuigen, dezelfde 
houtsnede die herhaaldelijk door Huco Jansz. gebruikt is. p. so6 
en loy zijn blanco en p. sog b een houtsnede met de verschij- 
ning van Jezus aan Maria Magdalena, waarboven de woor- 
den J8Mf me taiioecr. Het adres staat op p 305: eptvtent tn 



34 

boltpiibt i( M U'//(fytn\noatbifiï}t fiorcfi fiiimen 5Cem//pteIcetiain n^ t>» 
oubc fiiircpbial tot/J pcofSjt a(re ggec jtclilrfirr men jcgen// UtelOie Hoer br^e 
tgt no0t oDtprcnt// en j$ gDcUiccjt. ^nt taer onj Ijreen// .tift.CCC.C.C. 
eii b<ij. op onf ffcff// D^i^cn D^meUmert^ attont. 

[Bissch. Museum, Haarlem]. 
Al is dit nu ook stellig niet gedrukt door Hugo Jansz. van Woer- 
den, de drukker er van onderhield toch betrekkingen met hem, en gebruikte 
voor de titelprent een houtblokje van zijn collega uit de Kalverstraat. Ook 
de letters komen overeen; maar daar Huco Jansz. zich vóór en na 1506 
van dezelfde letters is blijven bedienen, zullen er toen al verschillende 
stellen van gelijksoortige letters gebruikt zijn, die buitendien op voorgan- 
gers van Hugo Jansz. terruggaan. 




DOEN PIETERSZ. 



DE LA Serna Santander plaatst het begin van de drukkersloopbaan 
van Doen Pietersz. nog in het einde der vijftiende eeuw *). Lededoer 
geeft op het voetspoor van Christ *) aan, dat Dodo Petri omstreeks 1505 
begon te drukken, maar elders laat hij Doen Pietersz. eerst in 1521 optre- 
den'), en BoDEL Nyenhuis neemt aan dat hij omtrent 1490 te Amsterdam 
geboren is*). 

Dit alles staat op losse schroeven, Eenige schepenbrieven, door Mr. N. 
DE Roever in het Weeskamer Archief genoteerd, bieden een vasteren grond 
aan, indien wij tenminste mogen aannenxen dat Doen Pietersz. de zoon 
was van Peter Dodenszoen, iets, wat bij de zeldzaamheid van den voor- 
naam Doen of Dodo wel waarschijnlijk is. 

10 Jan. 147- bewijst zekere nog geen zestienjarige Ermgairt Allairtsdr. 
haar vaders erf. Die vader was Allert „die orgelair", de moeder heette 
Verüuwe Peter Mynetginsdr. Deze huwde spoedig daarna Peter Doden- 

DB LA Serna Santander, Dtctionnaire bibliograpMquc clioisi du quinzième siècle ^ III, 
Bnixelles 1806 p. 518, 519. 

O J- Fr. Chrmt, Anzeige und AusUgung der Monogramme^ Leipzig 1747, p. ^7^ 244- 

') Ledeboer, De boekdrukkers^ hoekyerkoopers en uitgevers in Noord 'Nederland^ Deventer 
1872, p. 70, 71. 

*) J. T. BoDBL Nyenhuis, Liste alphabétique d*une coUection de portraits^ d'imprimeurs etc. 
No. VI, 1861 p. 17. 



36 

ZOEN VAN Hairlem, maar reeds vóór i6 Dec* 1480 was ook zij overleden, 
hetgeen aanleiding gaf tot een scheiding van de goederen van Peter Do- 
DENszoEN en diens stiefdochter Ermgart Allairtsdr.» 16 Dec. 1480. 

Doen Pietersz. moet dus tusschen 1478 en 1480 te Amsterdam gebo- 
ren zijn. 

Hij werd boekhandelaar en had zijn winkel in y^Enghelenburch** in de 
Warmoesstraat, of zooals dat gedeelte van die straat toen heette, in de Kerk- 
straat. DE Roever rekent voor i), dat het huis Enghelenburch het thans 
143 genummerde huis tusschen de St. Jans- en de St. Annastraat geweest 
moet zijn, maar ter Gouw betwijfelt de juistheid hiervan, en zoekt het 
huis aan de overzijde dicht bijdePapenbrugsteeg^). Werkelijk was in 1567 
en later het door de Roever bedoelde huis, ^enaempf Engelenburch'\maaj 
gelijkheid van naam mag in deze niet als bewijs voor gelijkheid van huis gel- 
den. Bij de redenen, die ter Gouw tot staving van zijn meening opgeeft, voeg 
ik nog, dat ,,de Engelenburch" als uithangteeken voor een boekwinkel reeds 
in 1547 naar de St. Anna-straat verhuisd was'), en wanneer dus in 1567 
weer een huis in de Kerkstraat— Warmoesstraat een gelijken naam had, 
behoeft deze niet in hetzelfde perceel gezocht te worden. Bovendien was 
,9de Engelenburch*' een gezochte naam voor een huis. Ook bij de oude 
Haarlemmersluis op den noordhoek van de Raamskooi was omstreeks 
15 15 en nog in 1605 een dubbel huis aldus genaamd. 

Het eerst dat wij nog wel niet Doen Pietersz.' naam maar toch zijn 
adres aantreffen, is in 1518. 
28. = ^zt fi^t üet ftetftë. 

362 ongen. bldz. fol. in twee kolommen gedrukt, Goth. letter, 

sign. [i]— Liij. 

Onder bovengenoemden in rood gedrukten titel staat een hout- 

Oud'Holland^ II p. 77. 

*) J. TER Gouw, Geschiedenis van Amsterdam, V p. 55. 

'^ Zie later bij Willem Jacobsz. 



37 

snede, voorstellende den zegenenden Christus, en daaronder 
het adres: ^But BotcHen fffn te coope fnbeti itttüiUn tt ftnir^I €n 

tamf tecbi tn ingB^'^otd^* p« 2 bevat eenige wapens in een sierlijke 
omlijsting, op p. 3 begint de inhoudsopgave, en p. 8 geeft den 
volledigen titel: ffer gtorfen enbe ttn lotie onf f^^ttüntmaüitti Sfgelu 
Ri^ti. (Cot ^f^Mntfit// ntfit ban jfne onfpreftelffrfte tnrli»ateti. €nbe tec 

inf trucrien ba ben onge// leetben Berf tenen l)3egBmt bat fioetR ggej^eeten 
dlfcgt bet üerftenen <0!iecQm//poneert« bi bon l^etro i:<mene3 be preicano 
^ctoee Inbet gobbegt ^iiftfiop ba coda jËë. OEnbe met gioote acfiepbe* 
tn (Qoma; banber noot g|ietra<(ateert en// ouergjïeif et tot be ^voenfrBe tale. 
p. 361 bevat nog een nauwkeuriger adres: ^fftpiint in be ycütee^ 
fSfte ftabt ba brne//fel: fnben seecibbe 3nt iaet onf ijttttn bi|f//BQnbect 
tnnt ocBtfipene : ben ttointicgf ten// bacB nonemfitff , en op de laatste 
bladz. staat het merk van den Brusselschen drukker. 
Tal van houtsneden versieren den tekst. 

[Prins VAN Arenberg, Brussel]. 

Dit werkje, dat le Long *) verkeerdelijk vermeldt als gedrukt door Doen 
PiETERSz., is een vertaling van het Spaansche Lucero de la Vida Christiana 
van Pedro Ximenez de Prexano, in 1495 overleden als Bisschop van Coria. 
De vertaler Thomas van der Noot heeft zich ook door andere vertalin- 
gen uit het Latijn en het Fransch bekend gemaakt. 

Kwam Doen Pietersz. ons in 151 8 nog maar als boekhandelaar onder 
de oogen, eenige jaren later noemt hij zich uitdrukkelijk boekdrukker. 

ag. •■= "^it \i ei tftmtt// boecjcEien eii if uh^tü onjec Tfeuec broutoen mantel. 
112 ongen. bladz. kl. 8®. Goth. letter, sign. [a]— g. 
Onder den titel staat een houtsnede^ voorstellende de Boodschap 
aan Maria, omlijst door vier langwerpige blokjes met ornamen- 

O ^ LB I^NG, Historische besckryyinge van de reformatie der stadt Amsterdam^ Amster- 
dam 1729 p. 428. 



38 

ten. Op bladz. 112 onderaan het adres: Igiec e^tiüet onfec litntt 

Utoutnen// mantrU €n ii ggeprent Cantftelrt//bam acn hit oiiht h^ht in 

tit !ïecr//(tcaet. ^U nt? limoen ptetrr//$ac f aEngltOuccg. ^nt iiier// on^ 

Berê M.€C€C€// aEnbe. )C):. &c. 

[Britsch Museum, Londen]. 

Dit is hetzelfde boekje, dat wij ook al herhaaldelijk door Hugo Jansz. 
VAN Woerden hebben zien drukken *). 

Bij dat boekje sluit zich geheel aan het volgende, dat ik daarom, of- 
schoon het niet gedateerd is, toch hier een plaats zal geven. 

30. = ^it if ti beaotr// ftoecjcfien \i^tf}tttn on^ec üoiict brouV/tucn £lantf r. 

136 ongen. bladz. kl. 8®. Goth. letter, sign. [a]— h, in vergis- 
sing het halve vel i nog eens h gesigneerd zijnde. 
Onder den titel staat dezelfde houtsnede, die ook bij onser iieuer 
vrouwen mantel gebruikt is, en op de keerzijde is deze houtsnede 
nog eens afgedrukt. De tekst begint op p. 3, waar als de schrij- 
ver genoemd wordt: hit toeUunbende jnaet bet QObigrfiet mfnnenbe 
{fonfrliiiloepmbe (eeraer «giiite fiarnacbuf. Bladz. 4 is nog versierd 
met een Maria als koningin van den hemel, omlijst door vier 
langwerpige blokjes met ornamenten. Eenige sierletters geven 
geen aanleiding tot opmerkingen. De tekst is voltooid op p. 1 27 : 

l^iet epnbet onfrt üeuec bcoutvë jou//tec. €n met grootec naecjticStyt 
enbe// anbacgte gBerordggeert., maar op de volgende bladz. komt 
nog een toevoegsel : l^iei beggint bfe tof en cran j onf er// lieuec titou- 
toett. en V ban tieui en pa;//$ie mi lief j geren en maria. Deze rosen 
crans eindigt op p. 135, waar onderaan het adres staat: dS^peprent 
(Camftefrebam aen bie// oube siJbe in bie Rercjtraec 95ji// mp ^oen 
pieterf oen in ^ngZ/ïenburrg. öccetera. . • . De laatste bladz. wordt 
wederom geheel ingenomen door de houtsnede van het titelblad. 
[Kon. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 

O Zie boven p. 7. 



39 

Zijn <ie iUustnilies van dit boekje nog beneden bet middelmatige, nu 
kunnen wij DoE^PlRTERsz. vermelden in verbinding met een groot kunstenaar. 
31. = De twaalf Artikelen des Geloofs. 

Een serie houtsneeprenten van Jacou CoitNEi.i.'iz. bevat in een 
izartouche het adres 



[Rijbsprentenkabinet, Amsterdam]. 
Vermoedelijk ontbreekt aan de twaalf bladen, die van deze serie ') in 
hei Prentenkabinet te Amsterdam aanwezig zijn, nog een tweetal, zooals 
uit de voorstellingen kan worden aangetoond. Tevergeefs heb ik echter ge- 
tracht, elders prenten van J acod CoRNELisz.te vinden, die zich bij dit twaaalftal 
aansluiten. Oe voorstellingen zijn alle gevat in fraaie omlijstingen en be- 
vanen: 

[=0 

3. De Boodschap aan Maria (de ontvangenis van den H. Geest; het 
iUe Artikel) . 
O Wtgeii! den Paaschscüt w h« jiat vin uilgivc 1521 ie Ic/cn. 



40 

4* Het lijden, de kruisiging en de graflegging van Christus (het IVe 
Artikel). 

5. De nederdaling ter helle en de opstanding van Christus (het Ve 
Artikel). 

6. De hemelvaart van Christus (het Vle Artikel). 

7. De woorden pap tio&ïj. 

8. De dag des oordeels, Christus als rechter (het Vlle Artikel). 

9. De Heilige Geest (het VlIIe Artikel). 

10. De Katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen (het IXe Artikel). 

11. De vergiffenis der zonden (het Xe Artikel). 

12. De verrijzenis der dooden (het Xle Artikel). 

13. Het eeuwige leven (het Xlle Artikel). 

14. Het adres van den drukker. 

Aan deze reeks ontbreken dus de voorstellingen van het Ie en Ile 
Artikel, te weten: I. God de Vader, Schepper van hemel en aarde, en 
II. Jezus Christus, zijn eenige Zoon. 

Legt men nu no. 13 en 14 aan elkander, dan sluiten ook de twee 
helften van een wapenschild aaneen, waarop een hostie in de vlammen is 
voorgesteld. Eveneens no. 5 en 6, met een schild, waarop het Bourgon- 
disch kruis, en no. 9 en 10, met een schild waarop de HoUandsche 
leeuw. Dat in het schild met de hostie in de vlammen een toespeling op 
het Mirakel van Amsterdam is opgesloten, ligt voor de hand. 

Nu wij Doen Pietersz. eenmaal als uitgever der houtsneden van den 
grootsten toen te Amsterdam levenden kunstenaar gezien hebben, dienen 
wij wel te onderzoeken, of hij ook nog andere houtsneden van hem heeft 
uitgegeven, maar daarmede geraken wij in een waar wespennest. 

Met Jacob Cornelisz. hebben vroegere beoefenaren der kunstgeschie- 
deniswonderlijk omgesprongen. Nog Kramm noemt hem Walter van Assen, 
Nagler wil van niemand anders weten dan van Jan van der Meere, en 
in den onlangs verschenen Dictionnaire encyclopédique des marques et tnomgram- 



41 

mes van Ris Paquot herleeft zelfs de van Assen weer. Toch zijn wij het 
standpunt van den naam te boven gekomen en vindt Jacob Cornelisz. 
thans geen ernstigen bestrijder meer. Anders wordt evenwel de toestand 
wanneer wij willen trachten zijn houtsneewerk te rangschikken. Voor het 
grootste gedeelte bestaat dit uit groote serieëny waarvan dan brokstukken 
hier en daar aangetroffen worden. Deze ongunstige omstandigheid moest 
VAN Mander al in het begin der 17de eeuw ondervinden: „f^an kan sietmen 
somtijis nae ghelaten eenighe houte printen^ te weten^ neghen ronde Passi Uucken^ seer 
verck/jck geordineert en ghehandelt" *). Jacodus de Jongh kon hier al een ver- 
betering aanbrengen y^want van hem zijn twaalf ronde passiestukken in vier^ 
kante kompartimenten^ waar boven het wapen van Amsterdam en onder agt Latijn- 
sche regekn staan^ g^aarmerkt 1517"*). En Nagler TiOtmXdie Leidensgeschichte 
des Herrn in 12 Ho/zschnttten^^ ^^. Wij zouden ons met deze zaak niet behoe- 
ven bezig te houden, wanneer niet Brulliot *) een afbeelding gegeven had 
van een adres op een dezer bladen. Hij heeft niet goed kunnen lezen, wat 
hij liet facsimileeren, en Nagler werkt dit facsimile dan ook uit tot het 

onmogelijk abacadabra i ra inareaHno, en dan verder in freQuentiMimo tothttf 

lallasdic tmpom <9oDq jpetcu^ (Cffpagcapüu^ rjccuHeDat O* 

3SI. = Doen Pietersz. was dus de uitgever van deze reeks, maar wan- 
neer? Op verschillende bladen komen zeer verschillende jaartallen 
voor: 151 1, 1512, 1514 en 1517. Ik vermoed, dat Jacob Cor- 
nelisz. voor eigen rekening de prenten successievelijk gesneden 
heeft, en dat eerst later Doen Pietersz. er een geheel van gevormd 
en zoo het stel in den handel gebracht heeft. 

') VAN Mander, Schilder-Boeck^ Amsterdam 1618 II p. 130, b. 

') VAN Mander, Het leven der schilders^ vernu door Jac. db Jongh, Amsterdam 1764, 

I p. 54- 
') Nagler, Die Moaogrammitten^ IV, München 1871 p. 11, 12. 
^) Brulliot, Dictionnaire des monogrammes, Nouy. éd, II, Munich 1833 p. 394. 
O Nagler u. s. I, München 1858 p. 400. 



De twaalf houtsneden stellen voor *) : 

1. Het Laatste Avondmaal. 

2. Christus op den Olijfberg. 

3. Gevangenneming. 

4- Mishandeling door de Joden. 
, 5. Christus voor de rechters. 

6. Geeseling. 

7. Doornenkroning. 

8. Christus aan het volk vertoond. % 

9. Kruisdraging. 

10. Christus aan het kruis. 
if. Graflegging. 
12. Verrijzenis. 

[Een exemplaar met het adres van Dokn Piktkrsz. 
vermeldt Bruf.liot]. 
33. = Serie met Heiligen te paard. 

Nagler heeft reeds vermeld, dat een St. Hadrianus te paard een der- 
gelijk adres heeft *J. Een exemplaar berust in het Prentenkabinet van het 
Britsch Museum te Londen, en het adres, dat in een cartouche gevat is^ 
luidt ^in^tefredami^ I acOfüu^// ^onartif ])ctrf ab ftittr//jfgnc Ca^tri angciki. Be- 
halve dezen St. Hadrianus is in het Britsch Museum ook een St. Joris 



O Meer dan een eeuw later kwamen de houtblokken in liet l>ezit van den Urusselsclien 
uitgever Joannes Mommartius, en deze gaf ze toen in 1651 nog eens uit onder den ticcl 
„HISTORIA// CHRISTI PATIENTIS// AC MORIENTIS,// ICONIBUS ARTiFICIOSISSIMIS 
DELINBATA// PER lACOBVM CORNELISZ// Nunc primüm è tcnebris in lucem cruta, 
et cxcusa// brvxellae// apvd ioannem mommarcium.// MDC.LL** Mommartius heeft er als 
dertiende blad nog een Vlucht naar Egypte van 151 1 aan toegevoegd, ofscho<in dit blad er 
eigenlek niet b^ behoort. Een exemplaar benist in het Prentenkabinet van de Pinacotheek 
te München. 

^) Nagler, u. s. I p. 15. 



43 

en een St. Michael, terwijl de St. Hubertüs en de St. Quirinüs, die 
door Le Blanc *) vermeld worden, ook stellig hierbij behoorcn. De 
St. Hlbertus is 1510 gedateerd, maar hieruit blijkt nog niet dat toen al 
de geheele serie door Doen Pietersz. is uitgegeven. 

Voor de volledigheid zij hier nog medegedeeld, dat een klein hout- 
blokje, met een enkel ornament, aanwezig in het Rijksprentenkabinct te 
Amsterdam, eveneens het huismerk van Doen Pietersz. vertoont. 
Van meer belang is het volgende werk. 

34. = Hier begint// een scoene stome/, passye met storie// wt den bybcl 
en// Euangelien// tot Ixxx fi//ghuren// toe. .*. 
Het titelblad, geheel in hout gesneden, bevat deze in rood gedrukte 
woorden, in een fraaie omlijsting gevat, van boven in drie rijen 
Abraham, Mozes en David, aan weerskanten een zuil, en onder- 
aan het huismerk van den uitgever, vastgehouden door twee 
engeltjes. 

[Prentenkabinet, Berlijn] . 
Daar nergens een volledige*) opgave van de So platen, waaruit deze 
„stomme passie*' bestaat, gevonden wordt, dunkt het mij van belang, die 
hier te geven. 

1. Geboorte van Eva. 

2. Adam en Eva bij den boom der kennis. 

3. Adam en Eva verbergen zich voor God. 

4. Verdrijving uit het Paradijs. 

5. OfiFers van Kaïn en Abel. 

O Le Blanc, Manuel de C amateur ^estampcSy l. Paris 1854 p. 62. 

^) Le Blanc (u. s. p. 61, 62) noemt slechts een 60-tal, voorhanden in het Prentenka- 
binet te Parijs, en Naglbr {Monogrammisten IV p. 13—15) wist dit getal nog tot 68 uit 
te breiden naar exemplaren in het Prentenkabinet te Berlijn, waar thans een compleet stel 
berust. Mededeeling van de bladen, die niet bij Le Blanc en Naglrr vermeld suan, dank 
ik aan de vriendelijke hulp van de heeren Dr. L. Kaemme&er en Dr. von Loga te Berl^n. 



44 

6. Kaïn slaat Abel dood. 

7* Adam en Eva beweenen Abel. 

8. Dood van Kaïn. 

p. Zondvloed. 

0. Maria Boodschap. 

1. Bezoek aan Elizabeth. 

2. Aanbidding der herders. 

3. Aanbidding der koningen. 

4. Besnijdenis. 

5. SiMEON in den tempel. 

6. Aanbidding der koningen. 

7. Vlucht naar Egypte. 

8. Jezus en de schriftgeleerden. 

9. Doop in den Jordaan. 

20. Jezus drijft de kooplieden uit den tempel. 

21. Jezus en de Pharizeeërs. 

22. De bekoring in de woestijn. 

23. Jezus en zijn discipelen. 

24. Prediking van Jezus. 

25. Opwekking van Lazarus. 

26. Christus en de Samaritaansche. 

27. Christus op het punt gesteenigd te worden. 

28. Christus en de overspelige vrouw. 

29. Genezing van den blindgeborene. 

30. Opwekking van den jongeling van Naim. 

31. Jezus en de hoofdman over honderd. 

32. De cijnspenning. 

33. Maria Magdalena wascht de voeten des Heeren. 

34. Transfiguratie op den berg Thabor. 
35* Intrede in Jeruzalem. 



45 

36. Voetwassching. 

37. Het laatste Avondmaal. 

38. Christus op den Olijfberg. 

39. Christus wekt de slapende Apostelen. 

40. JuoAs levert Christus over aan de Joden. 

41. De Judaskus. 

42. De soldaten vallen verstomd ter aarde. 

43. Christus weggevoerd. 

44. Christus wordt voor Caiaphas gebracht. 

45. Christus voor Caiaphas. 

46. Christus wordt voor Pilatus gebracht. 

47. Christus voor Pilatus. 

48. Christus aan het volk vertoond. 

49. Pilatus zich de handen wasschende. 

50. Verloochening van Petrus. 

51. Christus overgeleverd aan de Joden. 

52. De geeseling. 
53* De bespotting. 

54- De doomenkroning. 

55* Christus koning der Joden. 

56. Kruisdraging. 

57' De Heilige Veronica met den zweetdoek 

58. Christus wordt van de kleederen beroofd. 

59* Kruisiging. 

60. Christus aan het kruis. 

61. Christus met een lans gestoken. 

62. Christus aan het kruis, tusschen Maria en Johannes. 

63. Afneming van het kruis. 

64. Mater dolorosa. 

^5« De jieilige vrouwen omringen het lijk. 



4<? 

66. Graflegging. 

67. De heilige vrouwen bij het graf. 

68. Christus in het voorgeborgte. 
6^. Opstanding. 

70. Verschijning aan Maria. 

71. Verschijning als tuinier. 
73. De gang naar Emmaus. 

73. Christus en de apostelen. 

74. De ongeloovige Thomas. 

75. Hemelvaart. 

76. Christus in den hemel. 

J7. De nederdaling van den Heiligen Geest 

78. Kroning van Maria. 

79. Maria als koningin des hemels. 

80. Het Laatste Oordeel. 

Daar verschillende van deze bladen 1521 gedateerd zijn, en geen ander 
jaartal op een der 80 bladen gevonden wordt, mogen wij wel aannemen, 
dat Doen Pietersz. in dat jaar het werk heeft uitgegeven. 

Hij was eigenaar van de kostbare houtblokken, en maakte er nog een 
veelvuldig gebruik van, gelijk wij later zullen zien. Vermoedelijk zullen 
het ook deze prenten geweest zijn, waarmede een boekje geïllustreerd 
was. dat mij slechts uit den catalogus van de veiling Is. le Long ') bekend is. 

35. = D/e historie des leuens en steruens Jesu Christin in 29 figuren door 
.7. M. A. *). Qedr. by Doen Pietersz. in Engelenb. 

[Coll. Is. LE Long, Amsterdam 1744]. 

O Catal verk. coll. Is. le Long, Amsterdam 1744., 8®. no. 2283. 

*) Hiermede is stellig het rerkecrd begrepen monogram van Jacob Cornpxisz. l)Cdocld 
Ik vermoed dat dit boekje identiscb is met de in le Long's Historische beschryvinge van tic 
reformatie der siadt Jmsterdam ([Amsterdam 1729 p. 450) als in zijn eigen l>ezit aange- 
haalde yyOefeninge van 't Ln'cn Jesu Ciiristi." 



47 ^ 

Nog een ander stel prenten van Jacod Cornelisz. is door hem uitge- 
geven. 

36. = De zeven hoofddeugden en hoofdzonden. 

I. FiDES en SUPERBIA. 

2. Spes en Luxuria. 

3. Prudentia en Invidia. 

4. JusTiTiA en Ira. 

5. Temperantia en Glla. 

6. Charitas en Avaritia. 

7. FoRïiTüDo en Accidia, 

Tusschcn architectonische versieringen zijn op ieder blad twee 
bijbelsche tafreelen (^i. Offer van Abraham *), en Maria Bood- 
schap. 2. Geboorte, en Aanbidding der herders. 3. Vlucht naar 
Egypte, en Maria met het kind >). 4. Bespotting, en Geeseling. 
5. Doornenkroning, en Christus aan het kruis. 6. Maria als 
hemelkoningin, en Christus in het voorgeborgte. 7. Opstanding, 
en Kroning van Maria), aangebracht naast de door vrouwen voor- 
gestelde hoofddeugden en hoofdzonden, benevens twee sibyllen. 
Nog ^taat in het midden van ieder blad een symbolisch wapen : 
gedeeld, rechts een hoorn des overvloeds, links drie ooren. Onder- 
aan is in letterdruk een verklaring in het Nederlandsch. Het 
laatste blad bevat tevens het adres: (tf^eyrent tot %emittl// rtbain 
O^ti Mn ^octt pietecsoon in (lEngijcIrii&urc!)"* 

[Gedeeltelijk in het Rijksprentenkabinet 

te Amsterdam]. 

Vóórdat de Bijbel in zijn geheel in het Nederlandsch uitgegeven was, 

trachtten, tenminste voor wat het Nieuwe Testament betreft, ,,//? Ephteleti 

ende Evangeliën van den gheheeïen jaeré*\ het eerst door Gerard Leeuw in 

1477 ^^ Gouda gedrukt, in de godsdienstige behoeften te voorzien. De 

O Deze prent wordt niet gevonden bij de 80 van de „stomme passie". 



48 

gebruikelijke y^Sermoneri'* werden er het eerst in 1478 door Jan Veldener 
te Utrecht bijgedrukt, en van later datum bestaan tal van uitgaven. Ook 
Doen Pietersz. bezorgde er een. 

37' = 99er fiegBinnen atfe \At €^itto// len en €uangeflen mtttr J^tt// monen 
banbctt ^f^t^nli iatt// tit een naben anberê botgenV/ be. €n oorb inebe 
tic projpj^cV/ tit genome tuter %iMcn/ en ouer g^ejet toten lati|//ne üi 
bnpt jcDe €n nb anbertoerf berbetert en// gger orrigcert ggeHRerbiyj aljmi 
bijie fn//bee Xjtjfli^tt Rerenen fjonbenbe i§:/'/ 

^it Uitl onb'l^oubë b<e ggebobê bnbV/ gefKgrr Iterciië l^it moet be^e 
euaige//Hen birRtaifltf aenmercften €n itftn// toer ti fijn ^ie begonbë 

to« 5P.// 

200 genumm. ^) bladen 4®. Goth. letter, sign. [a]— I. 
De H op den titel is een sierletter. De titel is in rood en 
zwart afgedrukt, en als titelprent is de Evangelist Mattheus 
afgebeeld, tusschen twee kolommen. Diezelfde kolommen dienen 
op de keerzijde van het titelblad tot omlijsting van een St. 
Lucas, de Heilige Maagd uitschilderend. Op blad 2 begint de 
tekst, die opgeluisterd is door kleine houtsneden zonder eenige 
kunstwaarde. Blad 5 recto, Christus als rechter zittende op 
den regenboog. Blad 9 recto, Boodschap aan Maria. Blad 15 
(genummeitl 22) recto, Geboorte. Blad 20 verso. Besnijdenis. 
Blad 21 recto, Aanbidding der Koningen. Blad 23 recto. De 
twaalfjarige Jezus leeraart in den tempel. Blad 41 verso. Beko- 
ring van Christus in de woestijn. Blad 77 recto. Gevangen- 
neming van Christus. Blad 85 verso, Christus aan het kruis. 
Blad 88 verso. Laatste Avondmaal. Blad p3 (genummerd 88) 

O Daar de bladen reao z\jn genummerd zal ik niet de bladzijden, maar de bladen aan- 
halen. Herhaaldelgk is de nummering echter in de war; zoo is blad 25 genummerd 22, 
en van blad 184 af deugt de nummering geheel niet meer, terwijl de laatste twee bla- 
den weer goed zijn. 



49 

recto, De Maria's bij het geopend graf. Blad p5 recto, Christus 

te midden zijner jongeren. Blad 109 verso, Hemelvaart. Blad 

114 verso, Nederdaling van den Heiligen Geest. 

Op bUd 300 recto staat het adres ; ^ffq/aat'Jn die timnaerte napf taDt 

tam// Slaftmensm aen bit oubt fiit in bit Btn//Jttatt HSy mg 9otii 

ptettt fora h// CnsiraOuri!}. 3nt fact onf !|t// rci M.€e€€€. tntn// 

EtI. %€.// Htn na iiolQ!lttble//taref t)aiilK;ratc>//g[geiitDaa[//tilgtien// 

bortt.// . • . 

Hier achter volgen nog 6 ongenummerde bladen met het register. 



Het laatste blad verso is geheel ingenomen door een druk- 
kersmerk, bestaande uit een voorstelling van den Engelenburg 



50 

te Rome, waarnaast de initialen D en P. Voorts links boven, 
het wapen van Holland, rechts dat van Amsterdam, alles om- 
geven door een omlijsting van arabesken, waaronder in groote 
kapitalen de woorden GRATIA DEI. 

[UniversiteitSrBibliotheek, Leiden]. 
Uit het „wv anderwerf verbetert en ghecorrigeerf'* behoeft nog niet opge- 
maakt te worden, dat er van Doen Pietersz. ook nog een vroegere druk 
van dit werk bestaat. De vroegere uitgaven in het algemeen waren zoo 
talrijk, dat hij, er ook een druk van bezorgende, dien desniettegenstaande 
„w anderwerf verbetert en ghecorrigeerf"* kan hebben genoemd. 

38. ^ ;Pat letien» tn// r^bcn. on; ge// ren. iljef n cri jtf. 

304 ongen. bladz. kl. 8®. Goth. letter, sign. [a]— t. 
De titel is met groote Gothische letters in rood gedrukt, waar- 
onder de voetwassching des Heeren is afgebeeld. Van de sier- 
letters valt een D op p. 3 in het oog, daar deze het schil- 
derswapen ondersteboven bevat. De volgende prentjes zonder 
kunstwaarde dienen tot illustratie; p. 6 de Heilige Drievuldig- 
heid, p. 25 Boodschap aan Maria, p. 34 Maria bezoekt Eliza- 
BETH, p. 45 Jozef en Maria aanbidden het Kind, p. 51 Ver- 
kondiging aan de Herders, p. 55 Besnijdenis, p. 60 Aanbidding 
der Koningen, p. 66 Simeon in den tempel, p. 70 Kindermoord 
te Bethlehem, p. 82 Heilige Familie, p. 86 Doop in den Jordaan, 
p. loi De bruiloft te Kana, p. 107 Christus en de Samaritaan- 
sche, p. 118 Opwekking van Lazarus, p. 142 Intocht in Jeru- 
zalem, p. 157 Laatste Avondmaal, p. 161 Voetwassching, p. 177 
Christus op Gethsemane, p. 182 De Judaskus, p. 185 Christus 
voor Annas, p. 187 Christus gepijnigd en bespot, p. 189 Christus 
voor Caiaphas, p. 191 Christus gegeeseld, p. 192 Doornenkroning, 
p. 195 Christus voor Pilatus, p. 199 Ecce homo, p. 200 Pila- 
Tus zich de handen wasschende, p. 204 Kruisdraging^ p. 205 



51 

Christus ontkleed, p. 306 Kruisiging, p. 207 Christus aan het 
Kruis tusschen de moordenaars,, p. 208 Christus aan het Kruis 
beweend, p. 210 Christus aan het Kruis door Longinus met 
een speer gestoken, p. 212 en p. 213 nog twee voorstellingen 
van Christus aan het Kruis, p. 219 Afneming van het Kruis, 
p. 220 Graflegging, p. 224 Christus in het voorgeborgte, p. 234 
De Maria^s bij het geoi)ende graf, p. 235 Verrijzenis, p. 240 
Christus verschijnt aan Maria Magdalena, p. 245 Maaltijd met 
de Apostelen, p. 248 De ongeloovige Thomas, p. 253 Hemel- 
vaart, p. 259 Nederdaling van den Heiligen Geest, p. 262 Maria 
als Koningin des hemels, p. 276 Christus als rechter op den 
regenboog, p. 300 Graflegging. 

De laatste bladzijde bevat tevens adres: €(Bepretit Camftelrebam 
$tn tit// ouHe fitte in dte Sttcrftraet %i mi// ^oep pteter joon in 

€ngBefen//BnirB. 9nt tart onf f^nttn Jft.CCCCC. tü. %t^9* optë// 0ij. 
bocB in ^itf . i, c. 

[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 
Wegens den toen in Holland gebruikelijken paaschstijl is het jaar van 
uitgave van dit zeer devote boekske 1523 te lezen. 

Omstreeks denzelfden tijd drukte Doen Pietersz. ook een boekje, dat 
van groote beteekenis is geweest; en dat hij het met vermelding van zijn 
naam als drukker in het licht zond, is kenschetsend voor den kerkelijken 
toestand van Amsterdam. 

39- = lOet ttv^inni t^it CuagtHê// onf ïjm ^gü TÜi Patf bpe// gorbe Doet' 
^appe. banb' b'gtfftnfjfr bet fonben. en// banbet eefuigct t^ikf^tit. 
SInbei bitptfcer fytüüit. ge//trifratrect. ^ie toeKEte ^intt Mütf^tuf btt 
SIpoftri// en Cnangtlift SBefu Cj^cifti IhejcDceuen iieeft. Mtt// een 
rotte 0lof«ie. om bit te fiabt te b*;taen ^p batV/mê toeten macg bat 
eic Ererftiêmenfce tfcftnibich V*// öfe <$ui// oelli €ti// fti te ititn// eit bpe 
ta// Mn Bette// te btagen// öobê alle// anbete W// ting^en// JcBtif tutê// 



52 

€ti ti«t//tn Utfllflc// rtefïflc en// gDetronV/ïiJc te ïeiie//tie enUe te// 

ttnutnt//. • // « 

200 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [A]— N, zijnde vel 

N een half vel. 

Als titelprent de Evangelist Matthbus, overschrijvende uit een 

boek dat een engel hem voorhoudt. *) 

Op p. 2 begint de l^reloffHe ban f inte Stj^etonimu^// t^p tige biect 

CuangeHen met de sierletter D, die wij in het vorig beschreven 

boekje hebben opgemerkt, en die het schilderswapen ondersteboven 

bevat. Op p. 8 begint de H^tologeop finte Jftatgeuj €tmgene, p. 10 ^Nt 

leuê bü iintt Müt^tut bê Sfpof V/ tel enbe Citansriilt €btHti ban f fnte// 
Stj^etonfmuf bef rerenen, p. 12 bevat een inhoudsopgave van de 
eerste zes hoofdstukken van het M ATTHEus-Evangelie, geïllustreerd 
door een houtsnede, waarvan de zonderlinge voorstelling ont- 
leend is aan het Ratümarium evangelsstarum. De uitgever liet er 
tot verklaring slechts bijzetten Wtit ii bte eerf te fignce ban ftate 
Jdflti^euf. 

Op p. 15 begint dan de eigenlijke tekst, alweer met die eigen- 
aardige sierletter D, later nog meer gebruikt. 
Ook hoofdstuk 7—12, 13—18, 19—24 en 25—28 zijn groeps- 
gewijze saamgevat en iedere groep door een andere voorstelling 
uit het Kationarium Evangelhtarum geïllustreerd. De laatste bladz. 
bevat onderaan het adres 9iet egnbet bfe CuangeHe SSefn cgrifti. 
^^pe// toelcfre jinte «Alati^uf bfe apof tele en CuangeHjt// SIBef n Cgtiltt 
be jaeuen geeft. €n if boibcocDt// en ggeiitent Camf teltebam 16f mf l^oë 
pteterjoë// ïn ^ngelenburcp. 

[Prof. J. I. DoEDEs, Utrecht]. 
Prof. DoEDEs, de gelukkige bezitter van dit uiterst zeldzaam voorko- 



Deze titelprent is zeer spoedig daarna nauwkeurig gecopieerd voor een uitgave der 
vier Evangeliën, vennoedel\jk bezorgd door Jacoh van Jjbsvbldt te Antwerpen. 



53 

mende werk, waarvan zelfs aan le Long voor. zijn Boekzaal getn exemplaar 
bekend is geworden, heeft een uitvoerige verhandeling *) gewijd aan de 
uiteenzetting van het groote belang van dit MATTHEus-Evangelie. 

Het beschreven exemplaar is niet compleet. Het bevindt zich met andere 
dergelijke geschriften in een bandje uit de laatste helft der 17de eeuw, 
dat op den rug getiteld is: De Euangelien, Oudste drukken. Extra zeldzaam. ^). 
Onder de fragmenten die er in gebonden zijn, is er een dat zich aansluit 
bij de pas beschreven vellen en de signatuur O draagt. 

9//^et tiae bolstt bfe €imt\\]/liit def Cranjlatoecj ofte// ^uerjtelbcr;.// 
€n ren biseriifog 4^etmoon dEn// rojtelgcüe bemiantnge tot alle// CDr<f- 
ten menjcSi. l^antië toacc//tii0en (l^octoor geec €rafmuf • 
De volgende bladz. bevat weer een der figuren uit het Rationa- 
rium Evangelittarum^ ditmaal, daar de geheele bladzijde er mee 
gevuld is, gevat in een eenvoudige omlijsting. 
Hierna volgt op vier bladzijden de Conclusie be$ Cranjlatoccf// 
oft ^uecfttltiertf, beginnende met een sierletter D, die bij den 
aanvang van het vierde Hoofdstuk van het MATxnEus-Evange- 
lie, omgekeerd als C dienst gedaan heeft. 
Het waerdich Sermoon vandé waerdigen Doctoor heer Erasmus ont- 
breekt echter. 
Dat het op den titel genoemd wordt is ons evenwel een zeer welkom 
hulpmiddel om den tijd van uitgave van het MATXHEus-Evangelie te be- 
palen, want het was natuurlijk niets anders dan een vertaling van Eras- 
Müs' Exhwtatio ad studium Euangelicae lectionis^ voor het eerst gedrukt Basi- 
koe apud Jo, Froben.^ Mense Martio Anno M.D.XXIL Daar in Basel de 



O J« !• DOEDES, Geschiedenis van de eerste uitgaven der Schriften des Nieuwen f^erhonds 
ia di Nedirlandsche taal (is^^t ^S^Sh Utrecht 1872. 

*) Een inscriptie van een i7de-eeuwschen bezitter bevat niets bijzonders. Z\j is afgedrukt 
bij DoxDEs u. s. p. 1 14. 



54 

kerststi)! gebruikelijk was, kan de vertaling dus eerst omstreeks het midden 
van 1522 zijn gemaakt en uitgegeven^ 

Ik heb gezegd, dat aan le Long geen exemplaar bekend is geweest. 
Toch heeft hij het bestaan ervan vermoed, toen hij ^) naar een door 
CoMMELiN ') aangehaald rechtsgeding voor het Hof van Holland van 1534 
verwees, waarin den in dat jaar afgezetten Amsterdamschen schout Mn Jan 
HüYBERTsz. onder meer verweten werd, dat hij y/tok hadde gehoort 't Ser- 
moen van een Gardiaan^ genaamt Pelt^ die in de Reventer van de Minnebroers 
plag te Prediken; die ook het Evangelium van Mattheus hadde doen drukken in 
de Nederduytsche Taal^ daar van hy gewesen Schout en andere Regeerders wel 
kennisse van hadden^ en niet en trachten die Boekjes uyt de gemeene luyden haar 
handen^ diese gekogt hadden^ te kr^gen^. 

Reeds in een plakkaat van Keizer Karel V van 23 Maart 1524 was 
de verkoop verboden van ^eenyge nyeuwe boucxkens in latijn of duytsch, ende 
bjzonder tgeene dat géïntituleert is: tEuangelie van S^' Matheus, mit die glose 
dair jnne gestelt, overmidts dat tselfde qualycken getranslateert is^ ende dat inde 
glosen zekere dwalingen bevonden zyn geweest*^ *). 

Dit plakkaat was niet in den geest van de Amsterdamsche overheid, 
ten minste juist één dag voor de afkondiging er van, had Joannes Pelt 
nog van het stadsbestuur verlof gekregen tot het preeken der passie in 
een der kerspelkerken ^). 

Voornamelijk was dit zeker toe te schrijven aan den invloed van den 
schout Mr. Jan Huybertsz., een beslist Lutheraan. Zoo kon het gebeu- 
ren, dat niettegenstaande 's Keizers plakkaten de Gardiaan der Minder- 



^) Is. LB Long, Boehzaal der Nederduytsche Bybels, Amsterdam 1732 p. 576. 
') Casp. Commeun, Beschryvinge van Jmsterdam, Amsterdam 1726 p. 941. 
)) Dr. J. G. DE Hoop Scheffer, Geschiedenis der kerkhervorming in Nederland^ Amster- 
dam 1873 p. 266. 
*) Dr. J. G. DE Hoop Schepper, u. s. p. 339. 



55 

broeders voortging met het vertalen der andere Evangeliën, en Doen Pietbrsz. 
niet schroomde, ze te drukken. Een exemplaar van het resultaat van deze 
verboden werkzaamheid is mij niet bekend geworden, maar het moet be- 
staan hebben. 

40. = [CQrpIicg aEnansenum Sgeju ەjti(tQ. 

Dat het bestaan heeft, is door Prof. Doedes uitvoerig aangetoond bij 
de vermelding van een tweeden druk *). 

4i- = CQesincD Cuangeliü 3&e#u// O^ttftU %n bugt^cj^ec f pcaRê// onecgD^f et. 
Sltfoe 6e bier (SmtiftUttttt/ JHatBeu;/ // Mattuf/ Xurof/ en 9ofianne# 
bat fiefcrenê geBfië.// €ntt boot elcR Caiifttel een corte beicladngBe 
toat// in b^en prlnripalflc fiegrepi tf. €n met groter naeeV/fticftept 
onbectoecf gpecorrigeett.// * 
Deze titel is in rood en zwart gedrukt. 

Hieronder is de Evangelist Mattheus afgebeeld, een variant van 
de titelprent op het MATTHEus-Evangelie, maar ditmaal in een 
eenvoudige omlijsting. De keerzijde is onbedrukt. 

[Slechts het titelblad bij Prof. J. I. Doedes te Utrecht]. 
Meer dan het titelblad is helaas van dit boekje niet bekend. Wel zegt 
Prof. Doedes dat er zonder fw^fel de kalender bij behoort, die er in het 
bandje onmiddellijk achter gebonden is, maar twee bladzijden verder ver- 
vangt Prof. Doedes dit zonder twijfel al door: dien wij meenen dat bij dezen 
titel behoort. En mij komt deze veronderstelling tamelijk ongegrond voor. 
Ten eerste mis ik in dezen kalender speciaal Amsterdamsche gedenkdagen, 
als van het Amsterdamsche Mirakel en van St. Olof, en de letter van 
den eigenlijken kalender moge met die van Doen Pietersz. overeenkomen, 
de ri^fle^nghé"* is met een geheel andere letter gedrukt. 

Inmiddels hadden ook de Antwerpsche drukkers Jacob van Liesveldt 
en Adriaen van Bergen Nieuwe Testamenten in het licht gezonden. Dat 

') J. I. Doedes, u. s. p. 75, -^6, Te onrechte beweert evenwel Prof. Doedes dat de 
dcd typographisch geUJk moet z^n aan den tweeden druk. 



56 

van den laatste, bezorgd naar Luthers vertaling, werd nog in 1523 na- 
gedrukt. 

43. = DIE EVAN//gtIien onf f^tttt 9tfu nil/ fnbet bitptV/Met ijft^Sttf (c- 
tran^lateert. ^z ^tW/l^t iintt Aatgeuf iintt Mwaaf/ f <n//te Xutaf / 

enüe f fnt 9an fiejcrtuê gebV/Bra* ^ boot elcR C^fttel een corte// He- 

Hubenfff e/ op bat men toeten moej^// Boe bat eicB Bet jtë menf cge IntlbicS 

if// hit €ttangelten Crifti te lefen/ en b9e// in 5tin gerte te braod^/ 

bouen afie anb*// leertngen eü fnciftnceti» €nbe baer fn// bc0I0cft enbe 

gj^etrontnefkfi te feeuen// enbe te f tecnen. 

Jdeerftelidl gecorcigeert. 

1523- 

368 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign. [A]— *Z. 

De in rood en zwart gedrukte titel is gevat in een fraaie om- 
lijsting, waarin bovenaan tusschen de symbolen der Evangelisten 
JoHANNEs en Mattheus het Amsterdamsche wapen is aange- 
bracht, terwijl onderaan de symbolen der Evangelisten Marcus 
en Lucas prijken. 

De keerzijde is onbedrukt, en p. 3 begint onmiddellijk met den 
tekst van het Evangelie van Mattheus. De eerste sierletter, een 
D, bevat een voorstelling van den Evangelist. Zoo bevatten 
insgelijks de beginletters van de andere drie Evangeliën voor- 
stellingen van Marcus, Lucas en Johannes. 
Onmiddellijk na <l^at epnbe bef ^EuangeHen ^int Sofianntf. op p. 342 
volgt het adres ^ft Boec if 0&ee9nt enbe bolfirocgt tec eeren// gobf 
en tot jaHrBeot allen iierf ten menf cBen. €n// ggepcent tot Slmf telcebam 
aen bfe oube iiht in bit// Retrftraet. %i intt 9oen l^fetecfoen in 
CngBefen/Zburrg ^nt ioet onj fieeren. M.€C€€€. en. n^tfl.// op ftntt 
MitoXdnt onont . * • 

9fec na bofget bpe Cafef ban bef en fioeciie. 
Daar p. 343 onbedrukt is begint deze Cafel eerst op p. 344 en 



57 

eindigt op p. 367, terwijl de laatste bladz. eveneens onbe- 
drukt is. 

[Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 

Le Long heeft reeds een uitvoerige beschrijving van deze uitgave gegeven *), 
maar in de spelling was hij niet zeer nauwkeurig. Het door hem beschre- 
ven exemplaar bevatte bovendien een Prologhe^ die in het door mij be- 
schreven exemplaar gemist wordt. Daar de signatuur in dit exemplaar 
uitwijst, dat er niets aan ontbreekt, zijn er twee mogelijkheden. Of deze 
Frohghe behoort er werkelijk niet bij, en was slechts in het door le Long 
beschreven exemplaar bijgebonden, of Doen Pietersz. heeft als handig 
uitgever twee verschillende staten in omloop gebracht, een zonder en een 
met den voor velen aanstootelijken Prohghe^ die regelrecht aan Luthers 
Nieuwe Testament ontleend is. 

Prof. DoEDEs *) en ook Prof. de Hoop Scheffer ') beweren, dat Doen 
Pietersz. het werk van Adriaen van Bergen zoo slaaCs heeft nagedrukt, 
dat hij zelfs het jaar van uitgave 1523 nadrukte, terwijl zijn editie pas in 
1534 zou zijn verschenen. Hiertoe bestaat geen voldoende grond, vooral 
daar Doen Pietersz. het tijdstip van het verschijnen van zijn uitgave nog 
nauwkeuriger aangeeft door de toevoeging op tintt «Bicolau^ auont, dus 
trouwens op het einde van 1523. Adriaen van Bergens vier Evangeliën 
waren op Sint Jam Auont Decollatio = 28* Aug. gereed. Doen Pietersz. 
had dus tijd genoeg om met zijn nadruk 5 Dec. gereed te zijn. 

Adriaen van Bergen had op de vier Evangeliën in October laten 
▼olgen de Handelingen der Apostelen en de Openbaring van Johannes. 
Ook deze werden aanstonds door Doen Pietersz. nagedrukt. 

O Is. LB Long, Boek-zaal p. 514—521. 

*) Prof. J. I. DoBDBs u. s. p. 71, 72. In z^n Nieuwe BibUographisch- Historische Ontdek- 
üngen^ Utrecht 1876 p. 4, 5, herstelt Prof. Dokdbs evenwel deze vergissing. 

O Prof. J. G. Dft Hoop Schbffer u. s. p. 260. In noot a wordt zelfs beweerd, dat op 
het idres 1524 en niet 1523 staat. Deze dwaling benist echter op een drukfout b^ leLong 
{Boekrzaal p. 520. 



58 

43* = HIER B£^//GHINT DAT ANDERDE// bttl bef €nMI0eU|f tl8tl tintt// 

Xncaf/ ba bic 9ttd^itbtnit//tt oft \atttHi bec 990'//tttii met grotec 
naetZ/fdcfiept 0etumfUi//teert eiï gecorrf/zgeect in onfet// buptfcgec// 

1523- 

148 ongen. bladz*. kl. 8®, Goth. letter, sign. [A]— K, zijnde vel 

I een half en vel K drie kwart vel. 

De nu geheel in zwart gedrukte titel is in dezelfde omlijsting 

gevat, die ook bij de vier Evangeliën gebruikt is. Ook op de 

keerzijde is zij afgedrukt, nu als omlijsting van een voorstelling 

van de Nederdaling van den Heiligen Geest. 

De voorlaatste bladz. bevat het adres Cec eeten gobf / en tot lee- 

rtnge ban allen fietf teV/nen uienf d^ë f o if h^t bolepnbt bat anbetbe// 

^uangeHe ban f inte Xucaf / bat mi Beet// 9at biecc bet Slpof telen. JOHet 

bie// Depmelifte opibatinge 3ioï^a//ntt batmë ^eet %9Uta^//\i9iit. €^rêt 

tot// SImf telceba 

X^ mp H^oen ytetecfoen in Cngelêfiutcg. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
Daar Adriaan van Bergen dit gedeelte eerst in October 1523 heeft 
uitgegeven, zal men wellicht opmerken, dat Doen Pietersz. den nadruk 
niet meer in hetzelfde jaar heeft kunnen voltooien. Maar men bedenke 
dat wegens den in Holland gebruikelijken paaschstijl het jaar 1523 duurde 
tot 27 Maart 1524. 

Als derde deel voor een volledig Nieuw Testament gaf Adriaen van 
Bergen ook weldra de een en twintig Brieven uit, en ook deze werden 
aanstonds door Doen Pietersz. nagedrukt. Prof Doedes geeft wel is waar 
een andere volgorde aan ^), maar hiertoe werd hij waarschijnlijk slechts 



1^ DOBDES U. S. p. 71. 



59 

bewogen door de volgorde waarin het een en ander gebonden was in het 
exemplaar van le Long. Maar reeds in het gebruik van het woord ^at 
onderde deer ligt opgesloten, dat dat als het ^^tweede** deel beschouwd werd. 
Het ^derde^ deel kan ik helaas niet naar een voor mij liggend exemplaar 
beschrijven, en ik moet mij behelpen met de gebrekkige en onvolledige 
beschrijving die le Long er van gegeven heeft O* 

44. = Die Epistelen van den Eerwaardighen ende Heylighen Apostel Sinte 
Pauwels, met den anderen Epistelen^ van Sint Jacop, Sinte Pieter, 
Sint Jan, ende Sinte Judas. 

Deze titel is in een omlijsting gevat, waar onderaan het borst- 
beeld van den Apostel Paulus prijkt. 

Op p. 3 begint aanstonds de Prologhe op dye Epistele totten Ro- 
mejnen^ zijnde die van Luther, evenals die op alle volgende 
Brieven, maar alle een weinig verkort, terwijl de voorredenen 
op de Brieven van Jacobus en Judas zijn weggelaten. Achter 
den Brief van Judas staat het adres: Gheprent tot Amstelredam. 
Bj mi Doen Pieters-Soen, in Engelenburch, 

[Een exemplaar was in 1732 in bezit van Isaac le Long]. 
De uitgave van dit derde deel van het Nieuwe Testament kunnen wij 
vermoedelijk wel in 1524 stellen. 

Nog door de uitgave van een ander boek in dat jaar had hij de geeste- 
lijkheid geërgerd, n.1. door een vertaling van Erasmus Enchiridion miiitis 
ckistiam', 

45- = D- ERASMI// KotetoHaint.// ^fltt tit futtttlijtUt rfbUcr 

208 ongen. bladz. kl. 8®. Goth. letter, sign. [A]— N. 
Als titelprent de Apostel Paulus, op p 2. een voorstelling van 
den Christelijken ridder. Bladz. 3 begint met ^it tran^Iatoec tottê 
leferj., terwijl op p. 4 de vertaling van het Enchiridion begint. 
Het adres staat op p. 206 : ^it// öoec \i geZ/epnöt «5 tooïV/öwcSt 

O ^^ Long, Boek-zaal u. s. p. 521, 522. 



6o 

ttt ecê gobf// eii tot falM^it allen lier//f ten ntenf cgi 4En if ffS^rent// 

tot 9mf telrebam oen t»oe outie fü^t// in bit fiteccftroet ^fl ni0 9otn 

l^itttttai// in oEnoEielenliuccfi 9nt toer onf j^eecen. M.// + CCCCC en. 

niii' ^tn. 24. üoej) (n Suüuf + 

De laatste beide bladz. zijn onbedrukt. 

[Bibliotheek, Rotterdam]. 
Het werkje van Erasmus was al in 1518 in het Engelsch, in 1519 in 
het Czechisch en sedert 1520 meermalen in het Duitsch vertaald. Doen 
PiETERsz. opende 24 Juli 1523 de rij der Nederlandsche vertalingen. In 
verband met het vorige, mogen wij wel als waarschijnlijk aannemen dat 
ook hier Johannes Pelt de vertaler was. Deze was niet lang daarna 
genoodzaakt, Amsterdam te verlaten, en in 1525 werd hij Luthersch pre- 
dikant aan de Ansgarius-kerk te Bremen '). Het boekje werd veroordeeld 
in den Appendix^ door Alva in 1570 uitgegeven op den Index van Philips II : 
Den kersten Ridder bij Erasmus *). 

Niettegenstaande Doen Pietbrsz. de drukker en uitgever was van deze 
boeken en hij daarmede lijnrecht aandruischte tegen de plakkaten, bleef 
hij niet alleen de bescherming genieten der regeering, iets wat bij de toen 
heerschende stemming onder de regeeringsleden niet vreemd is, maar hij 
bleef ook bevriend met mannen op wier Katholicisme niets viel aan te 
merken, die met hand en tand streden tegen de Hervorming. Zoo ver- 
scheen in het begin van 1524 van zijn pers 

46. = PASSIO// Domini nostri Iesv Christi, sive Sco-//pus meditationis 

Christianae, ex optimis// quibusque Poetis Christianis,// ijsque 

vetustissimis concinnatus.// 

Vtinam appenderentur peccata mea, quib^ Ira// merui, & calamitas 

qua patior in statera. Qua// si arena maris, haec grauior. Job. 6.// 
Recordare paupertatis, et transgressionis meae,// apsinthij, & 

1) H. G. Janssen, Jacohus Praeposttus, Amsterdam 1866. p. 276. 
>) Chr. Sepp, Ferhoden lectuur^ Leiden 1889. p. 249. 



6i 

fellis Memoria memor ero, & ta// bescet in me anima mea. Hoc 
recolens in corde//meo, in deo sperabo. Misericordi^ domini 
quia// non sumus consumpti, quia non defecerunt mi-//serationes 

cius. Tre. 3. 

Amstelredamis Dodo Petrus Ty// pographus excudebat, ad Chri// 

sdan^ pietatis augmentü,// & decus Anno. M.// D. XXIII.// 

Cum gratia, & privilegio Caroli Caesaris. 

160 ongen. bladz. kl. 8^ Lat. letter, sign. [A]~K. 

Op p. 2 staan de Autores opgesomd in chronologische volg- 
orde, van Prudsntius af tot aan den verzamelaar van den 
bundel Alardus Amstelredam. Dan volgt de opdrachtbrief van 
dezen aan Theoooricus Syrenius, gedagteekend Louanif pridie 
CaUndas lanuarif 1523, dit is wegens den paaschstijl 31 Dec. 
I523* Na een tweetal versjes van den verzamelaar aan den lezer, 
wordt het boekje ook nog ingeleid door Adrianus Verdunius 

HagÊsis, in een brief gedateerd Lovan^ ex ColUgio Trilinguu Anno 
1523. No. Feb, dit is 5 Febr. 1524. Ter versiering gebruikte 
Doen Pietersz. een 64-tal houtsneden uit de Stomme Passie^ door 
hem eenige jaren te voren zonder tekst uitgegeven. Twee pren- 
ten staan er tweemaal in, nl. Maria M agdalena wascht de 
voeten des Heeren, en een treurende Maria. Alle prenten zijn 
op de verso-zijde aangebracht, en meest alle aan den achterkant 
onbedrukt. De voorlaatste bladz. bevat nog een: „In diuam 
virginem Mariam// Angeli Politiani Hymnus'*, en op de laatste 
zijn vier kleine houtsneden afgedrukt, bevattende de zinspreuk 
van Keizer Karel tusschen de kolommen, het Bourgondisch 
kruis, het wapen van Holland en dat van Amsterdam, en daar- 
onder de hostie in de vlammen, benevens het adres: Apud 
sacrosanctum, religiosumque// AMSTELREDAMVM,// nobile 



6a 

totius HOL,//LANDIAE emporiu,// pridie Parasceues// CHRIS- 
TIANAE Anno 1523. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Rijksmuseum, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. >) 
Britsch Museum, Londen]. 
Men ziet, hier was zelfs niet tegen den vorm gezondigd, en het Kei- 
zerlijk Privilegie sierde den titel, ofschoon dit eerst door een plakkaat van 
17 Dec. 1544 verplichtend werd gesteld *). 

Wegens den paaschstijl is de dateering van het boekje Witte Donder- 
dag 1524 te lezen. Een tweede werk van Alardus werd tegelijkertijd door 
hem uitgegeven. 

47. = RITVS EDENDI//PASCHALIS AGNi,DecemitempIagae,//siuecIades, 
quibus olim ob Pharao-//nis impietatem, misere diuexata est// 

Aegyptvs Cü alijs non nul-// lis eodë spectantibus, ex quib*// 

haud obscure calamitosiss// huius saeculi facie deprf// hendas, 

per Alardü// Amstelredamü. 

48 ongen. bladz. 4®. Lat. letter, sign. [A]— F, waarvan A iij per 
abuis B iij geteekend is. Onder den titel is het Laatste Avond- 
maal uit de Stomme Passie afgedrukt, tusschen twee kolommen. 
Op p. 2 begint de opdrachtbrief') van Alardus aan Jacobus 
Valbolobtus MiDDELDURGENsis S. D. Deze is 6 bladzijden lang en 
is gedateerd Amstelredami e castro angelico sub gallicinium postridie 

1) Aan de exemplaren in de Universiceits-Bibliotheek en in het R^ksmuseuni te Amster- 
dam ontbreken verschillende bladen, en het laatste is zeer slordig ingebonden, terwijl aan 
het Haagsche exemplaar het laatste blad ontbreekt. 

'^ J. T. BoDEL Nyenhuis. De wetgeving op drukpers en boekhandel in de Nederlanden^ 
Amsterdam 1892. p. 78. 

') De Grieksche citaten in dezen opdrachtbrief z^n alle open gelaten, waanut bl^kt 
dat Doen Putbrsz. geen Grieksche letters tot z^n beschikking had. 



«4 

natalh D. Gregorij 1523., d. i. wegens den paaschstijl 1 2 Maart 1524. 
Na een opsomming van geraadpleegde schrijvers op p. 8 begint 
op p. 9 de tekst van het gedicht, nog door eenige andere van 
'denzelfde gevolgd. 

Op de voorlaatste bladz. staat onder een korte opsomming der 
9,Erratula** een fraaie houtsnede van Jacob Cornelisz. van 1518, 
voorstellende het Mirakel van Amsterdam. Deze prent is hierachter 
in facsimile weergegeven, evenals hiernaast het portret van Alar- 
Dus, dat de laatste bladz. versiert, omgeven door de woorden: 
„State super vias, & audite, & videte, & interrogate de semitis// 
antiquis, quae sit via bona, & ambulate in ea, &// inuenietis 
refrigerium animabus vestris. Hieremias 6". 
Onderaan staat het adres „Apud sacrosanctum, religiosumque 
Amstelte-// damum, nobile totius Hollandif empo//rium, ad 

Christianae pietatis & dec',// & augmentü DODO Petrus// Typo- 
graphus ad castrum// angelicum pridie pa-//rasceues Christianf// 
excudebat Anno// 1523". 

[Rijksmuseum, Amsterdam. 

Univ.-BibL, Gent]. 

Wegens den Paaschstijl is de dagteekening Witte Donderdag 1524 te 
lezen. De samenstellers der Bibliotheca Belgica beweren dat dit de eerste 
uitgave van Alardus was. Doch de pas vermelde Passio Domim nottri lesu 
Christi is gelijktijdig verschenen. De inhoud van beide werkjes zal binnen 
kort door den heer J. F. M. Sterck nader besproken worden in het tijd* 
schrift Oud-Holland^ in verband met het leven van Alardus. 

Uit beide boekjes blijkt zonneklaar, dat Doen Pietersz. door het uit- 
geven van het MATTHEus-Evangelie van Johannes Pelt niet de vriend- 
schap van Alardus verbeurd had. Deze dateerde toch zelfs zijn laatste 
voorrede e castro angelico dit is van uit Enghelenburch. 



In 1526 drukte hij dan ook een boekje, dat zoo katholiek was als een 
boekje maar zijn kan. 

46. = Qitr Brnfnt mt c\tgm tont fnfamiaVAfe om te betbfioen b'gt ftaden// 
mbt altaun tui ^ucn HtU'/iittt ban lomtn. 
16 ongen. bladz. kl. 8". Goth. lener, zonder signatuur. 
Op het titelblad is het pauselijk wapen aangebracht. Op de 
laatste bladz. staat onderaan het adres: >eüt|ictiit tot KKi^tHrtbam 



66 

atn// tit otibtsSbr Sn hit nerc^tract üij// btc papen brugoOc ^i mtj 
^oen// pieterjoen 9n enaDefenDurrD. 

[Kon. BibL, 's Gravenhage]. 
Achter het eenig mij bekende exemplaar van dit boekje is gebonden het 
volgende er bij behoorende werkje: ^ 

49. = 9(Ci in bit fioec^fiê t&n fir^repê die p/ffpiti ba bic bij. fierBc ba rome 
boer// mi bie itatii gout bibê aflaten ber firoebV/jcap baber prcBcr oerbë 
ba l^atlè enz. 

16 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign. A. 
Het boekje heeft geen afzonderlijken titel. Op p. i staat een 
houtsnede, voorstellende Maria met het kind Jezus, dat een 
rozenkrans aan St. Dominicus geeft, het geheel omgeven door 
een rozenkrans. Voorts is het versierd met de afbeeldingen van 
de zeven kerken van Rome. Op de laatste bladz. staat onderaan 

het adres: ^j^eprent tot Slmjtelcebam aen bie ou//be SDbe in bpe firectB^ 
jtraet ^0 mf)// ^otn pieter^oon 2(n ensfen^y^urcg. 

[Kon. Bibl., *s Gravenhage]. 
Beide boekjes zijn beschreven, ja zelfs geheel afgedrukt, door le Long ^), 
die ook de er in voorkomende prentjes daarbij liet afbeelden. Het tweede 
is ook door Hugo Jansz. van Woerden gedrukt, en ter plaatse door mij 
genoemd *). Ook de Collatiebroeders te Gouda hebben het uitgegeven *), 
en vermoedelijk bestaan er nog wel meer uitgaven van. 

Inmiddels gebruikte Doen Pietersz. zijn persen toch ook weer, om 
van het Nieuwe Testament, dat hij in 1523 en 1524 bij gedeelten bad 
uitgegeven, nu in één deel een compleete uitgave te bezorgen. 



*) Is. LE Long, Beschryyinge van de Reformatie enz. p. 461 — 468. 
*) Zie boven p. 28. 

<^ Jac. Koning, Naam lytt van eenige zeldzaame boehen en manuscripten^ 1799 p. 24, 
waar het verkeerd voor of omtrent A? rjoo gedateerd is. 



67 

50. = 9at ^tïittlt// Mitn\m Cejtamêr/ rectjt// gronlieliclf becbtifftfcget// mbe 
met grotet naer^tïcpett gecorcigeert* €n een bermanmge oft onbectnif fngt// 
om allen C^titti menf c^en met gro//cet noerf tfegestt bat €nageümn// te 
Ie jen// Citangellum// JBattgenf.// Maztixi.// Xiica;.// So^annef •// €f afe. 
i:t.// ^INt moert ^atf filflft// inbec eetoicBe^t.// 
242 bladeiiy aan de recto-zijde genummerd, Goth. letter, sign. 
AA— SS (half vel) en dan weer een nieuwe signatuur Aa— Oo 
(half vel). 

De titel zelf en de „Vorredene" staan gedrukt op een er voor ge- 
bonden dubbel blad, terwijl achteraan zonder pagineering nog 
een uittreksel ,,Vvt den ouden Testamente*' gevoegd is op 20 
bladen, gesign. AA— CC (half vel). 

De titel is omgeven door dezelfde omlijsting die Doen Pietersz. 
ook al bij zijn vorige uitgave van de Evangeliën heeft aange- 
wend. De keerzijde bevat een inhoudsopgave van iBit fioecRen 
bef Jd^eulnen CeV/jtamentf, en de twee volgende bladzijden be- 
vatten de: Vorredene. €en corte prologge bertDerften//be eenen gtge- 
igrien/ om naecftclicfi te ouerte jen/ en te// beletten bat f^tjfiitfi euangelfo 
ae*u Cjrijtf. 

De Evangeliën beginnen dan op het genummerde blad i recto. 
De beginletters van die van Marcus, Lucas en Johannes zijn 
dezelfde, die ook in de vorige uitgave gebruikt zijn. Op p. 107 
verso begint: ^Dvverck der Apostelen" met een voorstelling van 
de Nederdaling van den Heiligen Geest, ook reeds vroeger ge- 
bezigd. Het niet genummerde blad 140 bevat een opsomming 
der drukfouten: „Dvvalinghe**, en blad 141 recto is ingenomen 
door een titel voor ^t ^itttltnj/ ban Jiintt j^auluf totten// fio- 
mepnen. U// CBoctotBe. ft.// tkilatecen. i.// dEvDeferen. UJJ l^linqip: U// 
Coiroffenfen. f.// C&effalonl. 9.// CQimotiie. 0.// C<tum. t.// p&ifemo: 
i.// ^iie dEpiftelen J^.// J?ttxU g // ^ogannf^ iij.// Cot ben l^ebreen. (.// 



68 

9a(oQ<. til Sttbe. i.// mt (apenfiortag^. jg.// ^ogannf^//. Sbn^teltebam, 
alles omgeven door een omlijsting, waar onderin het bekende 
huismerk van Doen Pietrrsz. staat. 

De beginsierletters P van de brieven van Paulus bevatten een 
voorstelling van dien Apostel, in drie verschillende soorten; 
de eerste brief van Petrus is op blad 207 recto bovenaan op- 
geluisterd door een fraaie afbeelding van dien Apostel, terwijl 
de brieven van Johannes en van Paulus aan de Hebreeën met 
de minder fraaie afbeeldingen van dezen geopend worden. 
Onderaan blad 928 recto staat weer een fraaie afbeelding van 
Jacobus, wiens brief op de keerzijde begint. Blad 233 recto is 
geheel ingenomen door een voorstelling van Johannes, zijn 
Openbaring neerschrijvende, waarboven de titel: ^r ojpenfiadngjïe 
SloBannJf. Deze eindigt op blad 248 verso, waaronder het adres: 
H^itt epnbct \M gantfe npeutoe// Cejtamcnt/ (((eprent tot SItnjteritliaisi 
f&Q mi ^oen// ]pietecf oen in Cnggcltnfiurrj). €nDe if bolV/bcocpt Hen. 
pjcbö t9X^ Jitpttmttif/I 3nt 9aec onj j^eren bu^ent// ^. enbe. ffl^. 
Ook op dit gedeelte volgt nog een blad met „Dvvalinghe*'. 
Er achter gebonden, en stellig er bijbehoorende, volgt nog: 
Vvt den ouden Testamente.// ^it f^n b9e OEpijtelen/ hit ben// ^uben 
tejtamente gj^enomen/ biemê iattlitt inber// literrfittn mft 09 ^ommig^en 
baggen., 20 ongen. bladen, met sign. AAi—CCi, zijnde vel 3 

een half vel. 

[Kon. BibL, 's Gravenhage]. 

Dit Nieuwe Testament is ook door le Long ') beschreven, en door 
hem is aangewezen, welke de kleine verschillen met de uitgave van 
1522 zijn. 

Herhaaldelijk heeft Doen Pietersz. op zijn adressen den roem van 
Amsterdam verkondigd. Hij heeft het genoemd frequentissimum totius holléM- 

1) b. LB Long, Boekzaal p. 524—526. 



69 

£m mportum. Natuurlijk dal in zulk een frequentissimum emportum veel vreemd 
gdd in omloop was. Als handleiding om de waarde der vreemde munt- 
soorten, die hier het meest gangbaar waren, te doen kennen, gaf hij uit: 
5L = ttn iifenloe €im!ua(it tattr^tn gtZ/orbonncert bi toegtn onjrrj grna- 
tit^i fierë ttt üegiftr^ D9 br gtntV/cdclj banbrc mtintê banbi goubt eïi 
iiXvuni seiiflUieerbe pctifnV/0i* ^n oocit bte tuaecbe ba alli berboben 

goubê ni jfdterrn// penninggen bie nopt ggeprcnt oetnecft en (f nanoIV/ 
genbt baffapen 69 ben gmeraelf boer af gemaV/ftet. 9nt iatt* M. 

24 ongen. bladz. 4^ obl. Goth. letter, sign. [A]— C. 
Op den titel het keizerlijk wapen. 

De tekst begint op p. 2 met een tijdaanwijzing: "^t aEuahiacte 
ban ben gouben en jüueten penningen en fal Beg6in//nen ben eersten 
borg ban JRaecte 3nt toet bilfdenj^onbett. eii. pj^bi. (dit is wegens 
den paaschstijl i Maart 1527). 

Het adres staat onder aan de tweede kolom van de laatste bladz.: 
^t^unt Camjtelcebam aen ble// oube jibe in bte fierrftraet %^/l mp 
9oen jpfeterf oon fn// Cngj^elenfiortB*» terwijl deze bladz. verder nog 
versierd is met de vier houtblokjes, die hij al meermalen heeft 
aangewend, *s Keizers symbool, het Bourgondisch kruis, het 
wapen van Holland en dat van Amsterdam. 
In den tekst staan de afbeeldingen van 102 verschillende mun- 
ten, dit zijn dus, daar van iedere munt de voorzijde en de keer- 
zijde is afgebeeld, 204 afbeeldingen, waarvan de meeste geel 
gekleurd zijn, als afbeeldingen van gouden munten. 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam]. 

Een vermeerderde uitgave verscheen in ander formaat. 

53. = €en nfeutoe aEiiaIuacfe//fioec):lii geotbonneert ba biegen onjerj gena//bit|^$ 
geerc be$ Ifcgjer^ bf bê gtnerael babcr//nuinti banbr goubê en ^ilueien 



OeiialueerDe// pcntifngeti. €n ott bit tvaerbe bi alle tttbOff/tit zouti rn 

füutti pêninffen be nopt geprent// getoee^t en ffln nauolgêbe baMapê U 

bi gene//rae( baic af gemaett 9nt faer. M. €€CC€: f)cbi. 

28 ongen. bladz. 4^, Goth. letter, sign. [A] — D, zijnde vel D 

een half vel. 

Op den titel het keizerlijk wapen, grooter dan op het titelblad 

van de vorige uitgave, en zonder de kolommen en zinspreuk. 

Er onder nog de mededeeling : Stem gpi f uit toeten poe bat. jM^. 

miten t^n té Boirat|ce f timer en.// pj^tift. miit |t)n een j^alne #tnner en. 

T9* mittn een oort|tunerf/ en// bi. mften een buept enbe brie mften een 

pennincfir. 

De tijdaanwijzing, waarmede de tekst op p. 2 begint, luidt: 

^it euafucie banbe gonbê en jfluerê penn// en fal beginne ben eerften 
barjï ban maerte int iaer// ^b. r. )C)cbi. (=1 1 Maart 1527). 
Op de laatste bladz. onderaan staat het adres: ^geprent in ttt 
bermaerbe roopjtabt ban SimV/Jtelrebam aen ble oube fi^t in bfe fiere- 
ftraet Op// in? ^ocn pietersoen ïn aEngelenfiurdJ. 
De afbeeldingen der munten, eveneens grootendeels geel gekleurd, 
zijn dezelfde als in de vorige uitgave, op één uitzondering na, want 
de afbeelding van een der drie fionjcDe gufbenl is vervangen door 
een andere. 

De laatste twee bladz. bevatten een toevoeging die in de vorige 
uitgave gemist wórdt : HenficB ii een pegef ie f^t bat fommige on- 
rec&t//uaerbigi)e perfonê bit grote gj^ierirgept f^tm// bernorberen te f rro- 
ben en te berminbcren in Doere// geiuicDte bie gouben geualueerbepennfnggen. 
enz., waarna het juiste gewicht aangegeven wordt van den gouden 
reaal, den halven gouden reaal en den Karolus-gulden, terwijl bij 
ieder een afbeelding gegeven is. 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 
Spoedig gaf Doen Pietersz. een nog vermeerderde editie uit, nu weer 
in het oblong-formaat. 



71 

53- - <&n nirntDe €itMmtit Dotrjrfiê ge//Dcdonntert ba tuegcn onfer j genablrgf 
IJctt bef Kepjetf 6i nê ge//ntracl bab' muntê banbe goubê efi jfffurrê 
gtualiteeibe pënfn//gi €n oec bie tnaerbe ba allê bcrboben goubê en iil- 
uerê// ]^eiitiingen b(e no^t gejprent gebieef t en fpn nauolV/genbe baf f a^en 
fi9 bë generael baec af gtmaV/itet. ^nt iaer. M.€€€€€t%%\}t 
32 ongen, bladz. 4^ obl. Goth. letter, sign. [A]— [D]. Op den 
titel hetzelfde wapen als op de andere oblong-uitgave, nu ter 
rechter zijde nog vergezeld van de wapenschildjes van Holland 
en Amsterdam. 

Op p. 2 wederom de tijdaanwijzing: l^it €ualuacie ban ben gouben 
en filueren pemifnge ën ^1 fiegïnV/nen ben eetf ten bacb ban jOHaerte 
3nt ter bjlftienjonbett. tn. yjcbl. (= i Maart 1527). 
De tekst is geheel gelijk aan de vorige oblong-uitgave, zelfis 
prijkt hierin weer de verkeerde Bonsche gulden. Maar het toe- 
voegsel der 4^.-uitgave is ook hier afgedrukt *), met de waar- 
schuwing: Henllc (i een ^egljiclfclf goe bat jomV/mige oncecgtuaerbige 
ptzfontn bit grote gferlrgept j^em becuotberen te fccobë en// te bermin- 
berë in goere gebiirgte be goiibë geualueecbe penntngê, enz., op de 
eerste bladz. van vel D, dat, hoewel niet gesigneerd, daarom 
toch stellig bij dezen druk behoort. 

De volgende bladz. van dit vel begint met een nieuwe toevoeging : 
Vier na if g&e|teTt en berciaert ban//biegi onf a(betf genabkDften 
tttti bej fiepfcrf bie toaerbe banber marr/ ontfte// eii fngeijce ban. 
binttftïjtn poorten ban fflueren berBoben penningen gereputeert// boot 
biflioen/ nanolgêbe bajf apen biben generaelf baec af gemaect toaec af bie 
cal//nilatie gebaen ii/ ben fiarolnf gulben bfemen fnbe. Ut. Ma. munten 
flaet booc t\atn//tit^ f ttuiecf/ ben f tuner boor tfaiee groten/ ben galben 



O In het beschreven exemplaar is over den halven gouden reaal een verbeterstrookje 
geplakt. 



72 

ttuutt titrcenttnmttcB mitê// blaeml ^tttHtnu en dHen Müettn goitHen tn 
iiivtnn genaluttcte peti//tiingBm na atratnont. ^getiaen in 9anuacfnf 

intit 9aec onf// geren. )cb. c. %piii. na tttiitf^fft ba VoHatit. 

De laatste bladz. bevat deze tijd wijzing nog nauwkeuriger: €(ge- 

tioen en gecafculeert bon tnegen// bet. It. M. fiiben genetoel mee#ter# 
ban f itnbet. Ma^tttt^tf munten. STn tijnbtt// ft* Mtu ftatt bon Bttetpt 
ben neggenendninften bacj^ fn Sfanuarfuf int Sloet onf// geren. pi. C 

pjmfS. na tftltTIBof f ban gollant. (^geteplient nietten fiantep// He banben 
eenen banber boorfrjjreuen generoeff. 

3[tem btt Mn al blaemf rge mtten ble. iclbij}. miten eê f^ovAttt^t f tnuer 

Uit// niit* mitê een jïalue tftuuner bie. ^. miten een oort f tuuerf bie/A 
bf. mften een bue^t bie. iH* niiten een penntocft. 

^I^q^rent tot Slmjtelreba in bie Berrftroet M mi UNi pietetfoê in 

^ngelifiurcB. 

Onderaan nog eens hetzelfde keizerlijk wapen van den titel, 

en daarnaast het wapen van de stad Utrecht. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 

Deze toevoeging was dus pas y^hedaen en gecalculeert*^ 29 Jan. 1528 ^^a 
itfflshofs van hóUanf d.w.z. 29 Jan. 1528, en gafhij ook nog afzonderlijk uit. 

54* = l^iec noe if gftef teft en// berrlaeet bon biegen onterf alberf genabirg jten 

gerë// bef üepferf bie bioerbe banbec manft. oncpt* ^n ingil//f cge ban 

binerf cften f oorten ban f ilueren berftobë pem/ZningBen gerq^uteert boor 

fiillioi/ nauofgêbe baf f a^ê// Biben generaelf baer af tgmaxxx biaer af bir 

ralculatie// gBebaen if / ben fiiaroluf gulbë bieme inbe. It Jd. mnn//ten 

f laet baor dninticjï ftuuerf/ bê f tuner boor tbie grov/ten. ben galnen 

f tuner boor bierentbiintirb vaiü bloef // gerefitent/ eü allen anberen gonben 

en f ilneren gBeua'//Iueerbe penningë na abuenant. ^ebaen in Sannarinf// 

9nt iaer onf jjeren. pb. C i^pbifl. na f tiif Qofff ba ftonat. 

^geprent tot 9mf telreba in \At fierrf troet bp mp// «l^oen J^ietersoen in 
OEngBelenbnrrB. * . 

Cu gracsi et// preuilegio. 



73 

8 ongen. bladz. 4*^. Goth. letter, zonder signatuur. 
Het titelblad bevat nog het keizerlijk wapen en dat van de stad 
Utrecht; het Utrechtsche is hetzelfde dat op den pas vermelden 
druk ook gebruikt is, maar het keizerlijk wapen is dat van n^. 52, 
De laatste bladz. bevat onderaan de nauwkeuriger tijdaanwijzing. 
^^Ifcbfltti eti gerdlculertc Han tuegt htt. ft. tnaepf te^t// fifürn gmecoel 
mtefterf. ban fflnber. Ma. mnnteti. 9n// fgnber. S. .Ifta. f tabt ban 
ji^trt^t ben nt9Smentbifn//ticB|ten bacg in Sanuarfuf . int 9att onf 
Btrtn« ^. C.// n^tfl* tist ttilf^offi ba gonat. aE^etegfient nietten pant// 
te^&en banben ernen banber boorltQceuen generaelf . 
9të b<t fgn al blaemfcge miten bic. xipitii* miten eê// galue |ttmer. bte. 
Pil miten etn ooitftuuerf. 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Bibliotheca Thysiana, Leiden]. 

Aan deze boekjes sluit zich vrijwel aan: 

55. = JBtt Cualuané eïi otbonancien banbi// gelbe georboheett eii gemaect fii 
ben IJeerê en ftatë banbi lanbe. €n ba al//le cDf)# yenningè goe men bie 
beulen ^I. €n bie centen af f af mogen auiten en// lof f en banben iace. 
U^iiü. tot ben iace. M.€€€€€. tn tbiee. 

8 ongen. bladz. 4^ obl. Goth. letter, gedrukt in drie kolommen, 
zonder sign. 
Van de laatste bladz. is slechts de eerste kolom bedrukt, en 

deze bevat onderaan het adres: Geprent Caemftelceba/ aen bouV/be 
#9be/ in b^e Becrftraete/ &9 nip H^oen// J^ietecfoon in €nge(enbocc|ï/ 
SInno.// je.CCCCC.p^i)/ in SUpril 

[De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam]. 

Het exemplaar dat ik van dit drukje beschreven heb, is in één perkamenten 

omslag vereenigd met een der pasgenoemde Eualuacie boecxkens (n^. 5 1), en dit 

bandje heeft toebehoord aan een beroemd Amsterdammer. Achter op den 

perkamenten omslag staat het in oud handschrift te lezen: f^encheifden 



1 



r4 

ouweti Eualuacien ende Ordonancien beroerende ntuck vandr Muntte^ betalinge en 
hssinge van Renten^ Pachten^ huijren^ tienden^ etc. bij een vergaert bij Joost 
BuijcK SijBRANTsz. ende Allart Pieter Boelensz." Een van hen beiden 
zal dan waarschijnlijk de ingevoegde witte bladen met inhoudsopgave enz. 
beschreven hebben. 

Wij zouden gelooven, dat Doen Pietersz. door dergelijke uitgaven, 
waarbij hij ^s Keizers gunst zoo noodig had, opgehouden zou hebben 
met het verspreiden van verboden lectuur, en toch is niets minder waar 
dan dit. 

56. = l^zill eerfte beeï bcr// awfieïê// naerfteljjfft// jröecotrf// geert. 

ipo gen. bladen, kl. 8^ Goth. letter, sign. a— A, terwijl titel en 
inhoud op twee los er voor gebonden bladen staan. De titel is in 
roode letters gedrukt en in een fraaie omlijsting gevat; boven 
aan in drie nissen, David, Mozes en Judas Machabeus, van 
weerszijden een kolom ep onderaan een schild met het huis- 
merk van den drukker, vastgehouden door twee engeltjes. 
De keerzijde bevat een opsomming van al: ^le ftoeciië bef oubc 
Ceftamentf , terwijl voor op het tweede blad de inhoudsopgave 
staat van dit eerste deel: '^tit bocclic bie// gfet na getep&ent |taen 
jalmë// in bit eer#te beel ber t)59&elê// b^nben., bevattende de boeken 
van (0ent#i# tot Iftcftcr. 

vl^ie anbete borcCien fal me// in bat aberbe beel bjinbi. 
Op de keerzijde een fraaie houtsnede, de Schepping van Eva, 
omringd door vijf kleine medaillons waarop de andere schep- 
pingsdagen zijn afgebeeld. 

De tekst begint op het genummerde blad i, en is met eenige 
houtsneden versierd, die gevolgd zijn naar den bijbel van Luther 
en tot opheldering van den tekst dienen. Zoo is op blad 80 
recto en verso de tabernakel afgebeeld, en op blad 82 recto 
en verso en 83 verso de andere in Exodus 37—39 omschreven 



75 

heiligdommen. Op blad S6 recto is de hoogepriester afgebeeld, 
terwijl blad 87 verso de tent der samenkomst in haar geheel te 
zien geeft. De hoogepriester staat nog eens op blad 94 recto. 
De vijf boeken van Mozes zijn op blad 189 verso voltooid. Het 
volgende, niet genummerde, blad bevat recto het: Kegffttr bet 
boecfiê Moii. . . . 9iec na fiolcj^t tiat// ftoetü S(o|ue., die op de verso- 
zijde is afgebeeld. 

Met het fioecfi ^of ue begint : ^at t\üttbt beel üet O^fbtli., met een 
nieuwe pagineering. 
Dit deel bevat 253 bladen, sign. a— H. 

Op blad 5 en blad 6 recto is de zevende optocht om Jericho 
voorgesteld, op blad 32 recto de slag tusschen de Joden en de 
Midianiten. De beschrijving die in het eerste boek Koningen, 
6—8, van Salomo's tempel gegeven wordt, gaf natuurlijk weer 
aanleiding tot het plaatsen van eenige fraaie houtsneden, op 
blad 113 verso, 114 verso, 115 verso, 116 verso en 117 verso, 
terwijl blad 122 verso Salomo op zijn troon te zien geeft. 
Dit tweede deel bevat de boeken des Ouden Verbonds tot en 
met het boek Esther. Het laatste blad verso is onbedrukt. 

Ofschoon met het boek Josua reeds een tweede deel der Bibele is 
begonnen, is diezelfde benaming ook gegeven aan de Boeken 
die na het boek Esther volgen. 

©flt ttoce^//öe breï bcr// töpöelen// naerftehjcfl gficcot // rigcert. 
Daar deze in rood gedrukte, en in een versierde omlijsting ge- 
vatte, titel op een afzonderlijk ingevoegd blad gedrukt is, ont- 
breekt dit wel eens, zonder dat het in het oog valt. Dat het 
echter wel hier behoort, en niet voor het boek Josua, blijkt uit 

de keerzijde, want de opgave: ^e^c boecfiii b<c// giet na getcpüct 
ftaen falmen// in dit anbecbe neef der %^Wxxill bijnbtn. begint met 
^t doecfi ]((oD. 



7<5 

I 

Toch was Doen Pietbrsz. met het nummeren van de deelen 
wat in de war, want het hieropvolgende nieuwe titelblad luidt: 
aE>at boecff// 9fo&,// l^itr fiegfimt// bat berbr beef// bec O^ibelen. 
Deze titel is nu weer in zwart gedrukt, en is door dezelfde om- 
lijsting, met des drukkers merk onderaan, omgeven. 

128 gen. bladen, bevattende de boeken Job tot en met het 
Hooglied, dan nieuw genummerd 238 bladen met de boeken 
van Jesaias tot en met Malachias en eindelijk nog eens 186 
bladen met de boeken van bat berbe boecit OEfbre tot en met een 
gedeelte van het boek Hbster en btotmê int Itebreenfcj^ nitt/ mee 
t^n in bit ^titjpt^^t ttanflatit befcgreui geuonben. 

De sign. is aaa— qqq, aa— [eenige willekeurige teekens, daar het 
alphabet al bij het 24ste vel ten einde was], en aaa— zzz. 

Het eerste blad van het boek Jesaias bevat een fraaie voorstel- 
ling van dezen profeet, met den titel : ^itt bcgj^tnt// 3e|afaf bpe 
ptopOete.// IB^t bierbe beel bec ^fbelen., terwijl het laatste blad van 
dit deel ingenomen is door €en cegiftee om te bergaberen// bie 
borcRen ber propgeten., waaronder een tweetal profeten zijn afge- 
beeld. De keerzijde is onbedrukt. 

Blad 182, wanneer het Tweede boek der Machabeen voltooid 
is, bevat het adres van den drukker. 

I^tec bole^nbt b^e albec ïjn^Uüjitt %tbt\/ bielcTtt tot// eere tn glorie be# 
9imaciitigen <0obf eïi alre Beylfgi/ eii tot profüt adec in Cödjto gelo- 
nenbec menfcDen/ Wj^wf/lUtfitn gBepcent/ enbe mit gcootec naerf ticgtpt 
g|^e//cocrigeect if/ int <0caef;rgaii bi l^oHant in bit// becmaecbe coop- 
ftabt ban SUm^telceV/bam. 3nt iaec onf gecê bupV/ftnt bi|f j^onbeit 
enbe// genenen tbiinticg// ben. bij.// bacg// in// Jflaerte. 1)09 mp// <l^oen 
pietecjoen in// ^nggelen boccg. 

Achter dit adres volgen dan nog de reeds genoemde hoofd- 



77 

stukken van het boek Esther, voltooid op blad i86 verso: 
9ter epnittt bat bm 9tf ter ftt bfe// Canon ntet en if . 
Nog is hiermede deze belangrijke uitgave niet geheel voltooid, 
want er is nog een niet genummerd half vel aan toegevoegd, 
waarvan het laatste onbedrukt is, en het eerste blad recto ge- 
heel is ingenomen door een voorstelling van Ahasverus die 
EsTHER zijn scepter toereikt* 

Het eerste blad verso begint met de mededeeling: |^Ct en if n(et 
mofiefM batmê f uMen groten tnttk// mocj^t prentë eii nitt bbialë in 
een taioortiii ofte \tt//ttt/ boer om j^efifiê bijt &<er onb* oen ztttjfiiit/ ble 
plaetV/fen/ boer (n boor b*#nutelfie9t gj^ebtaiaelt if/ om eenê 9eV/0e(ifien 
te hiaerjroubiê/ enz., en dan volgt een opsomming der drukfou- 
ten in alle deelen. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 

Universiteits-Bibliotheek, Leiden. 

Koninklijke Bibliotheek, 's Gravenhage. 

Prof. J. I. DoEDEs, Utrecht. 

Britsch Museum, Londen]. 
7 Nfaart 1527 d. w. z. 1528 had Doen Pietersz. deze belangrijke uit- 
gave voltooid. IsAAc LE LoNG ^) heeft reeds medegedeeld dat de boeken 
van Genesis tot en met het Hooglied gevolgd zijn naar de vertaling van 
LuTHER, evenals de Psalmen, maar dat de boeken der Profeten en het 
overige naar de Vulgata gedrukt zijn, en dat de afbeeldingen naar den 
bijbel van Luther gevolgd zijn, maar ten onrechte beweert hij, dat er 
bij behoort het register met Die principaele Hooft- Articulen van allen dinghen^ 
den Memchen troottelick^ nut ende van mode. In geen der exemplaren, door 
mij gezien, is deze toevoeging, die in 1 546 door *s Keizers Plakaten ver- 
boden werd, te vinden *). 

') Is. LB LoNO, Boek'Zaal der Nederduytsehe Byheh. Amsterdam 1732 p. 574 — 576. 
O Skpp, Verboden lectuur. Leiden 1889 p. 87. 



78 

Wel werd er in die dagen al zoo tegen dergelijke plakaten gezondigd, 
dat de Amsterdamsche regeering 7 Aug. 1528 een keur afkondigde y^t 
alle printers ende druckers voertaen ghenen materie drucken ofte printen zullen^ 
tensy dieselve materie eerst gevisiteert ende geadmitteert zij' by mijne Heer die 
Schout ende Burgemeesteren^ '). 

Tegen de volgende pamfletten konden Schout en Burgemeesteren zeker 
geen bezwaar hebben. 

57. .= q^en ontfeggOr Uanben Co//nfnc ban l^ranrtöc eri €nge(anc/ aen tiie 
l^t9//fttncfte .«la^elteiit onfen l^ere/ met jün Sfoittnoort. 
24 ongen. bladz. 4®., Goth. letter, sign. [A]— C. 
Onder dezen. titel is hetzelfde Keizerlijk wapen geplaatst dat 
ook op het titelblad van het eerst beschreven Eualuacie boecxken 
is afgedrukt, en dan volgt nog het begin van een uitvoerig 
woord van ^fe ttan jfateecb* tot bë Iee$er, waarin hij de wensche- 
lijkheid betoogt van een vertaling der tusschen den Koning van 
Frankrijk, den Koning van Engeland en den Keizer gewisselde 
brieven, ^it ^pacn jcfie A^raec ii f o ittt b'^cepbê banbê ^ü^v//Mi/ 
tQ batmtn int ouer^cttë onbcctailê moet aftreclië en onbeeUiili moet toe 
doen// #0 neemt bat in bant/ ^it cecDte ^nfi^tancfe perferteUc/ ftoe bat 
gefcDfet if/ $al itft nb// ouerjettë/ fa bat gljijt tuel tuit berftaen. 
Het adres staat onder op de voorlaatste bladz. ^Hft boerfien |ijn 
<0D<^prent/ tot Slim jtelcebam// aen bie oiibe sflbe ^n bie Yierf jtraet// 059 
mfl ^otn l^teterjoen// in <lEnggelenDorcO int// ^aer on j 1$eren// bu|i|ent 
^.// »biij//. • . 

De laatste bladz. wordt geheel ingenomen door een groot kei- 
zerlijk wapen (dat van het tweede beschreven Eualuacie boecxken^ 
maar met een grootere kroon) in een omlijsting. 

De inhoud bevat een uitvoerig relaas van de audiëntie, door den 



O Oud'HollanJ II p. rS- 



79 

Keizer 22 Jan. 1528 te Burgos verleend aan de herauten van de Koningen 
van Frankrijk en Engeland en het antwoord hen op 27 Jan. gegeven. 

[Koninklijke Academie, Amsterdam. 
Bibliotheca Thysiana, Leiden]. 

58. = i£eu copic tnlie claec tntV/ f cDtift eenf InaecaciitigBen jgeynbt üriefj l&oe 

bte Curcfifcgc// firy jee ^onman/ bejen fijnen tcgtntuQurbloen tocljt teV/ 

ggen bie Cgriftenen georbineect B^eft €nbe Ij ba// Conjtantinoipcl tut 

getogen na <0rie^ S^eyl/ZJenDurcg/ alf giec na bolgDen jal (^IjfeV/tranj- 

(atetct tot breembet jptacft <n buftjclje 

12 ongen. bladz. 4^. Goth. letter, zonder sign. 

Op het titelblad een groote houtsnede, voorstellende Solimans 

vertrek. Bladz. 2 bevat een opgave van ^Diie Cayittclë ^t%t% Brief j, 

en de laatste bladz. bevat de dateering : l^atü t]5enigrabi bat \% te 

<Bxitf. ]9e9jjen6nrt9// 3nbê De|ir(egec ^olymaj tx^xl it\^\yi bacB Sfulfii» 
en onderaan het adres: <e»\yt}ft\xii tot Sim jcelrebam// aen bie oube jibe 
in bie fierrfii|traet fii mijl ^oen l^ietersoen in CngeVAenfinrcO* * • 

[Koninklijke Academie, Amsterdam]. 
Dit pamflet behelst een beschrijving van den tocht, dien Soliman II 
m het jaar 1529 tegen Weenen ondernam, en vooral van de in zijn leger 
tentoongespreide pracht. De vreemder sprack waaruit het vertaald is, zal 
vermoedelijk de Hoogduitsche geweest zijn. 

Over denzelfden krijgstocht verscheen bij Doen Pietersz. nog een pamflet, 
maar ter wille van de tijdsorde, moet ik eerst een andere uitgave vermelden. 

59. = pionojticatie joaee^tec Sfan// dTOibanU .iaaebir0n en 9C$tronom0n banbec 

HegfecItRec ciQllaieftegt banbë %Mt if// fteren. M.CCCCC. en. nvi* 
gftetalculeert op ben orison ban bie becmaecbe// cooyjtabt ba SlntUierpen/ 
inj^ubenbe bie bier beeien be^ iaecj/ enbe in// fluentien bec manen/ en 
banben pa? je/ oorfoge/ tianben f ietten ba// bef en %att/ en oocl^ ba dom- 
mige lanben/ met t^it confteüacie// banoen grenen bie onbee bie. bit* l^la- 
neten |ijn/ en ooe// bie reuoiutie ban ben roningen en printen. &c. 



8o 

8 ongen. bladz. 4^, zonder afzonderlijk, titelblad, Goth. letter, 

zonder sign. 

Het adres staat onder aan de laatste bladz. ^geprint Camf telretiain 

acn dfe oube jijbe/ in// bit rierc^tcaet D( mi ^oen peeterj joon/ in// 

OEuggelenDurrij . * . 

[Bibliotheca Thysiana, Leiden]. 

Deze prognosticatie onderscheidt zich in niets van andere van dit soort. 
Er wordt in voorspeld niet alleen wat voor weer het gedurende het ge- 
heele jaar 1531 zal zijn, maar ook wat voor ziekten de verschillende vorsten 
zullen hebben. Aan het einde staat een waarschuwing tegen den Almanack 
van Jasper Labt die ionghe. 

60. = ^e; CurcRfcDen UtQitiiH bctttaerlicBe 23e(eg/ bet jtabt en |lot Smt 

uenomt/ en// bc$ jeluen na ttoaelf becfocê Stormen aftoce^/ &i bê// ebtlë 
0idbec MtXwi ^urijcQits bie baer ittvUf^üwbtt tnaj/ gejcreuen toaiacl^- 

trlijcfte// aen f ^rbinanbiij HoomjcDe CO'/Jninc tot bec boocggenoeinbe// 
Jtabt (I5unf //. • . 

6 ongen. bladz. 4^ Goth. letter, sign. [A]— B. 
Op het titelblad een kleine houtsnede, voorstellende het beleg 
van de stad. De tekst begint onmiddellijk op p. 2, en onderaan op 
de laatste bladz. staat het adres: (^geprint tot SHinjteliebam// acn bie 
oube Jibe in bie ficrcftf traet bi mi// ^oen pietersoen in aEnarV/ien&uccr). • . 

[Koninklijke Academie, Amsterdam]. 
De twee brieven van den stadhouder van Güns, Niklas Jurischitsch 
aan Koning Ferdinand, waaruit het pamflet bestaat, zijn gedateerd 28 en 
30 Aug. 1532. 

Deze dagteekening is de laatste die ik op eenige uitgave van Doen 
Pietersz. heb aangetroffen. Of hij kort daarna gestorven is, dan wel, of 
hij, die eens zulke streng verboden lectuur gedrukt had, zich niet meer 
veilig te Amsterdam gevoelde, sedert daar een andere geest kwam heer- 
schen — in 1534 werd immers ook de schout Jan Huybertsz. afgezet — 
daarop kan vooralsnog het antwoord niet gegeven worden. 



8i 

Van de ongedateerde drukken, die mij nog van Doen Pietersz. bekend 
zijn, behoort stellig een aantal tot een vroeger tijdperk, maar daar deze 
bezwaarlijk tot een bepaald jaar te brengen zijn, zal ik ze hieronder bij 
elkander vermelden. 

6i. = ^it it n beuote// boeqcBê geBecê bed^ulbirg Igtie* 

72 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [a]— e, zijnde vel e 
een half vel. 

De eerste regel is in rood, de tweede in zwart gedrukt. Dan 
als vignet Christus met de lijdenswerktuigen bij zich, tusschen 
twee roode smalle randversieringen, waaronder: Mtnttfit bitgefi 
ie gtfetien om Ui füt// beitinltiendl tath* om mi ouecleei^t foat// glee in dit 
fioecB ul}timui ftatt tn bec//&lDt b in lyticn tiat^ mijnen coet ïsxit li//tien 
oetmoebeliclr Door mi ontfangD^t// ü^e genet tot mfln rftcft eenen fiiflben 
inggancii. 

De tekst begint op p. 2. Vier fteggint een profitelifcfii &oecft// en ü 

ingoubentie Boe ge een men^cge// ge&fien #al in fijn lijtien en Doe Qi 

vnnï/ftïitïi toejen jal in |0n litben. 

Het laatste halve vel bevat twee bladvullingen, een beginnende : 

Crffinlacie i# een gerecgte bait ]:p# om neb* gecomë ii totter aerbe om 
bit mit o| te tttn^ en een verhaal : ^it it ba een $u jtet ba gtoeninggi, 
bevattende een spookhistorie, die door mij elders gepubliceerd 
zal worden. 

Het adres op de laatste bladz. luidt: <l^ge|^rêt in bie becmaerbe 
coop//#tabt ban SImf teltebam an be// oube f ibc in be fienfitftcaet// a5it 
mi| l^oen pieter//#oen in ^gge//(enburtg, waaronder het gekroonde 
wapenschildje van Amsterdam. 

[Bibliothèque de l'Arsenal, Parijs. 
Prins VAN Arenberg, Brussel]. 

Naar het exemplaar in de bibliotheek van den Prins van Arenberg 
heeft van der Meersch er reeds een korte beschrijving van gegeven, met 

6 



82 

een afbeelding van het wapenschildje onder het adres *)• Uit de overeen- 
komst van letters besloot hij, dat een er achter gebonden werkje: y^Aldui 

%alme marien der moeder godes leten de leliën crans, den rosen crans^ den fiolen 
crans^''^ ook bij Doen Pietersz. gedrukt zou zijn. Voor mij is dit, zonder 
bijkomende redenen, niet genoeg, om het hier op te nemen. 

In het bandje van de Bibliothèque de TArsenal te Parijs, dat aan 
zekere Jaquelijne van Dongelberghb toebehoord heeft, zijn eenige stich- 
telijke tractaatjes in HS. voor en achter bijgebonden. Wat er echter nog 
merkwaardiger aan is, b dat zij of een andere eigenaar zich de moeite 
getroost heeft, de vele drukfouten en onnauwkeurigheden te verbeteren; 
ook plaatste deze er uitroejpen in als: prit 1 dy herte^ of: Merct dees «y 

puinte wat sif seer oerhoerlijc sy^ of alleen: noteerf. 
6a = [Dat liden ons heeren]? 

254 ongen. bladz. kl. 8^ Goth. letter, sign. a— q, ontbrekende 
aan vel k een blad, terwijl de tekst toch goed sluit. 
Daar het titelblad aan het eenig mij bekende exemplaar ont- 
breekt, kan ik den titel van dit boekje slechts met een vraag- 
teeken plaatsen. 

De tekst begint met een sierletter op p. 3 : W%t Ifliê of ftttê ai| 
Uit ]tv//tdxt f eg0ê beeft biet mo^Z/nfetê ba tooecbicBept, en is versierd 
met een aantal houtsneden zonder kunstwaarde, die ook in andere 
uitgaven van Doen Pietersz. gevonden worden, p. 15 Christus 
op Gethsemane, p. 28 De Judaskus, p. 36 Christus voor Annas, 
p. 44 Christus voor Caiaphas, p. 51 Christus bespot, p. 59 
Christus voor Pilatus, p. 80 Christus voor Herodes, p. 93 
Christus gegeeseld, p. loi Doomenkroning, p. 105 Ecce homo, 
p. 109 Pilatus zich de handen wasschende, 114 Kruisdraging, 

1^ P. C. VAN DER Mbbrsch, Rfcherches sur la vie et les travaux des imprimeurs Beiges 
et Néerlandais^ établis k fétranger^ I, Gand 1856 p. 185. 



«3 

p. 125 Kruisiging, p. 155 Christus aan het Kruis, p. 180 af- 
neming van het Kruis, p. 189 Nood Gods, p. 202 Graflegging. 
Onderaan op de laatste bladz. het adres: ^ïjt^xint Camftrlreüam 
ta bit// tiecmaectie coopf udt on Ute nu^//ht f ibe 9ti ttjxt Eterrf tracte 160// 
inp <Poen pfrttc #oon tn// Cngleii&nccSi. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam]. 
63. = 9jer &e0ftit Ivge cortt tioomtn rtone oni Wt fitecen 3Be#tt cgdfd. 
KI. 80., Goth. letter. 

Aan het einde het adres: €(||q^tent tot Slmf tetrebatn an üie oude f9be 
tn tiit fttxthtttut ^^ mg ^oen pieterforn in CnggelenBurcg. 

[Coll. DE LA Serna Santander te Brussel, 1803]. 
Een exemplaar van dit werkje ^) is mij thans niet bekend. Behalve in 
den catalogus van de collectie de la Serna Santander ^) waar het ten 
onrechte tot de incunabelen gerekend wordt, wordt het ook nog vermeld 
door Hain *) en door van der Meersch *). 

64* = 90ter. nof tet// €en tut gntUt leetfngB^ fianbr// Pdter nof trt em cort 
Minfftfef gtmont ba// mtttttt ^^ob^c^alc fiof emont ba €sitiöonê// <9oc- 
toot inittt ^ttf^tyt* 

40 ongen. bladz. kl. 8^., Goth. letter, zonder sign. 
Onder den titel een voorstelling van de Bergrede. De tekst begint 
bovenaan op p. s. ledere zin van het Onze Vader wordt eerst 
in het 'Latijn en in het Hollandsch genoemd en gevolgd door 
een verklaring. Dit is op p. 16 voltooid, en daarna worden 
bfl. vetirflen en mmbrlen opgenoemd bpe t»f| fifbbeti om te beertfigSen 
bf). fonbetlinge boetfibi teg^ê ble feiten pooft jonbê., nia^f eerst is op 
p. 17 nog eens dezelfde houtsnede afgedrukt, die ook het titel- 

Ook Jan Sevbrjz. heeft het gedrukt, eveneens zonder jaar. 

O Catakgue des Vmes de la Bihliothèque de M. C. de la Sbrna Santander, I, Dnixelles 
1809 p. 221. 

*) L. Hain, Repertorium hibliographicum^ no. 6397. 
^} P. C. van der Meersch, Recherches etc. p. 184. 



84 

blad versiert. De laatste vier bladen, die een half vel vormen, 

bevatten nog verschillende gebeden, terwijl op 34 een Maria 

als Koningin des hemels is afgebeeld. 

De naam van den samensteller is op de manier van een rebus 

onderaan op p. 39 aangebracht, nl. een roos en daarachter het 

woord montit. 

Het adres staat op de laatste bladz. : pater, noftn// •iet eptttitt tm 

Heuoet &oeo;//fiien etide it ogepmit tot aemv/jtefretiani Slett Ule oaüe sülic 

ti// tit pa^i Bruggfie in ttit BrttBiV/tftraet &y m^ <l^oen pittttfoan to 

€nggIenButc|). 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Over den inhoud van dit boekje heeft Is. le long zich niet weinig ge- 
ërgerd, hij heeft er in zijn Beschryvinge van de Reformatie ') een frag- 
ment uit afgedrukt, en het ook in zijn Boekzaal vermeld ^). 

GoDscHALCK RosEMONDT is geen onbekende. Hij was leerling van paus 
Adriaan en Professor te Leuven. Ook het volgende boekje van zijn 
hand gaf Doen Pietersz. uit. 

65. = ^it it een tieuote oeffenfngDe en maV/nfere om te becrtigê toatacBticg 

fietotiV/toe en om arte btf ti^antj BerorinnDe te// toetier|taen in bit Ure 
Oef bootf (0|}eor<'//d<neert ^1| jHeef ter (0o\nfta\ai 0of e'//moniit ^octoot 
in bec ^odjjept* 

8 ongen. blz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 
Het adres staat op de laatste bladz. : <0geptent tot SImf tefrebam 
%tn// &ie oude h^bt %tl bit jpapen/zfiniggfie in bit fieccfii^VJtraet t^i 
mi visoen// pictecfoon in// (lEngOIen//fiucrg., en daaronder weer dezelfde 
rebus van des schrijvers naam, die ook bij het vorige boekje 
gebruikt is. 
[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 

1) Is. LB Long, Historische beschryvinge van de Reformatie der stadt Amsterdam^ Ainster* 
dam 1729, p. 450. 

'^ Is. LB Long, Boek-zaal der Nederduytsche BybelSy Amsterdam 17311, p. 523. 



85 

Wel eens aan Godschalck Rosemondt toegeschreven ^), hoewel zonder 
gron4, is het volgende werkje : 

66. = l$itt fieggtat etn// t^tt ffoet en deuoet tütq^fü boet ent// siegeltEicn fitiiti 

menf 4e Voemi dê// fiercD toan calnarien opcKmmi f al en// Oeitfë onf en 
peet f jtn finair ctuptf ttall^sm tnat 9< jeei moede if ggetoorben// bantien 
ftnaren ani^t def boatf'\ 

32 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — B. 
Op het titelblad een houtsnede, voorstellende Christus op den 
kruisweg. De tekst begint op p. 2 en wordt opgeluisterd door 
zeven kleine houtsneden, op p. 5 Pilatus zich de handen was- 
schende, p. 7 Doornenkroning, p. 10 Kruisdraging, p. 12 het- 
zelfde prentje, p. 17 Christus aan het Kruis, p. 21 De heilige 
vrouwen beweenen het lijk van Christus, p. 23 Afneming van 
het Kruis, p. 25 Graflegging, p. 27 hetzelfde prentje, p. 29 Krui- 
siging. 
Onderaan op de laatste bladz. het adres: ^gej^cent \n bie bermaerbe 

coopV/ftst ba SImftelcebam oen bie ou//be f ibe fn bte Bercftcaet 61 mg// 
9oen ]^ieterf oen in €nV/9delenburr|ï . * . 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 
Dit boekje is herhaaldelijk gedrukt, maar helaas heeft geen der oudere 
drukken een jaartal. Ook Cornelis van Pepinghen en Jan Seversz. hebben 
er uitgaven van bezorgd, met welke beide wij ons ter plaatse zullen bezig 
houden. 

67. = [^Die spjs der stelen]. 

Deze titel wordt door le Long ^) opgegeven en hij vermeldt er uit- 
drukkelijk bij dat Doen Pietersz. de drukker is. Ofschoon hij er een groot 

O Catalogus der Bihliothetk van de Maatschapp^' der Nederlandsche letterkunde te Leiden^ I, 
Ldden 1887, p. 612. 
^) Is. LB Long, Reformatie p. 450. 



86 

brokstuk uit afdrukt, heb ik er geen exemplaar .van kunnen vinden, even- 
min als van 

68. = [Beklaaginge voor de Voeten des Heeren\ ook door le Lx)NG *) 
aangehaald, en te oordeelen naar het verband waarin hij het noemt, evenzoo 
afkomstig van de persen van Doen Pietersz. 

Ten slotte moet nog genoemd worden een 

69. = [Lofzang op de Heilige Maagd], waarvan slechts een kl^in fragment 
aan mij bekend geworden is. Het is een gedicht in plano gedrukt, Goth. 
letter, in drie kolommen. Het fragment eindigt met de regels: 

l^cfncrffe bet gloeit gtt Utoutot brotb* 
9 Bid ie BtQpt mi tot ftotttltf sAetrutte 
€iilit ifttf ttf moet 3fln mftn itej^oebet 
• moecBt en motliet Botttn tsatuett 
Xott mi ti*&eGitië a f ttruê ten falitft Sntrt. 
Onderaan staat het adres: (KQtprtnt tamfttlttbam atn \iit ooHe stfbt 
tSi mji (l^otn pitttr^s* 

[Bissch. Museum, Haarlem]. 
Hiermede ben ik, wat Doen Pietersz. betreft, aan het einde van mijn 
taak gekomen. Hij is de eerste drukker van beteekenis te Amsterdam ge- 
weest. Op artistiek, op godsdienstig en op handelsgebied heeft hij door 
zijne uitgaven baanbrekend gewerkt. Hoe gaarne zoude ik zijn beeltenis 
aan deze studie toevoegen. Een oogenblik heb ik gedacht dat dit mogelijk 
was, daar Bodel Nyenhuis een portret van hem noemt ^). Maar deze hout- 
snede heb ik, ondanks vele nasporingen, niet terug kunnen vinden, en 
ten slotte geloof ik dat Bodel Nyenhuis of een ander portret, b.v. dat 
van Alardus, voor het zijne heeft aangezien, of een gefingeerd portret in 
zijne collectie gehad heeft. 

O Is. LB Long, RrformatU p. 450. 

>} J. T. Bodel Nyenhuis, LUte alphahüique étune coiUcHon de pwiraUs étimprimeurs etc. 
No. VI, 1861. p. 17. 



OVERZICHT. 



28 1518 Pedro XiMENEz DE Prexano, Dot licht der kersten^ vert. 

door Thomas van der Noot ^-36 

29 1520 Onser liever vrouwen mantel • P' Z7 

30 1530^?} Onser liever vrouwen souter _ ^* 3^ 

31 1520 [De twaalf Artikelen des Geloofs] p* Z9 

32 «.y. [De groote Passie] P' \^ 

33 ^^ [Serie Heiligen te paard] ^•42 

34 1521 Een scoene stomme passye ^«43 

35 2.y. Die historie des levens en stervens Jesu Christi ^.46 

36 a/. [De zeven hoofddeugden en hoofdzonden] P* A7 

37 1521 Alle die Epistolen ende Evangeliën metten sermonen van den 

gheheelen jare ^* 4^ 

38 1522 Dat leven ende lyden ons heren Jhesu Cristi P* S<> 

3P [1522] Die Evangeliën ons heren Jhesu Christi..,, In der duytscer 

sprake getranslateert. Die welcke sinte Matheus..,, beschre- 
ven heeft P' S^ 

40 [1522?] THeylich Evangelium Jhesu Christi ^-55 

41 [1523 y] THejlich Evangelium Jhesu Christi, In duytscher spraken over- 

gheset .... anderwerf ghecorrigeert ^«55 

42 1523 Die Evangeliën ons heer en Jesu Christi in der duytscher sprake 

getranslateert P' 5^ 

43 [i5H] ^^^ anderde deel des Evangeliis van sinte Lucas .... ^. 58 



45 


1523 


4<S 


1523 


47 


1523 


48 


1526 



88 

44 [1524] Die Epistelen van .... Sinte Pauwels, met den anderen Epis- 

telen^ van Sint Jacop, Sinte Pietrr, Sint Jan, ende 

Sinte Judas ^-59 

Des. Erasmus, Van die keritelijcke ridder P* 59 

Passio Domini nostri Jesu Christi..,» Concinnatus [per Alar- 

DUM Amstelredamum] p. 6o 

Alardus Amstelredamus, Ritus edendi Paschalis /igni . . ^. 62 
Een clejne corte informacie om te verdienen dye staden ende 
oflaten der seven kercken van romen P' ^5 

49 1526 Die figueren van die vij kerken van romen^ daer men die staden 

hout van den aflaten der broederscap van der preker oerden 

van hariem p. 66 

50 1526 Dat Geheele Nieuwe Testament recht grondelick verduytschet . p. 67 

51 1526 Een nieuwe Evaluacie boecxken P' ^9 

52 1528 Een nieuwe Evaluade boecxken p» 69 

53 1528 Een nieuwe Evaluacie boecxken P* 7^ 

54 1528 Die waerde van der marky onche^ ende ingilsche van diversen 

soorten van si/veren verboden penninghen P* 7^ 

55 15^7 D^^ Evaluaden ende ordonnancien van den gelde P* 7Z 

56 1527 Dat eerste [tweede en derde"] deel der Bibelen ^-74 

57 1528 Den ontsegghe van den Coninc van Francrifc ende Engelant oen 

die Keyserlicke Mayestejt P- 7^ 

58 1529 Een copie ende claer wtschrift eens waerachtighen Seyndtbriefs 

Hoe die Turcksche keyser Soliman desen sijnen tegenwoordigen 

tocht teghen die Christenen geordineert heeft P» 19 

59 [i 530] Jan Thibaült, Pronqsticatie van den Jare ons heren M. CCCCC. 

ende xxxi .• P' 79 

^o [1532] Des Turckschen Keysers vervaerlicke Beleg der stadt ende slot 

Guns ^.80 

61 z.j. Verduldich lijden ^.81 



62 %.j, 

63 %l 

6^ ij. 

65 ».ƒ. 

66 ij. 

67 tj. 
6^ Z.J. 
69 zj. 



89 

[Dat liden ons heeren]? ^.83 

Dye corte doomencrone ons liefs heeren Jhesu Christi . . . ^. 83 

GoDscHAiXK RosEMONT, Pater mster ^-83 

GoDSCHALCR RosEMONT, Een devote oeffeninghe ende maniere 

om te vercrigen warachtich berouwe ^«84 

Een seer goet ende devoet boecxken Hoe men den berch van 

Calvarien opclimmen sal ^* B5 

[Die spys der sielen] ^-85 

[Beklaaginge voor de Voeten des Heeren] p. 86 

[Lofzang op de Heilige Maagd] /. 86 




CORNELIS VAN PEPINGHEN. 



In zijne studie over Amsterdamsche boekdrukkers en boekverkoopers 
uit de i6de eeuw heeft Mr. N. de Roever ') aan Corneus van Pepinghbn de 
eer gegund, de rij te openen. Hij was hiertoe aangezet, omdat hij diens 
eenig bekend drukje elders als een eersteling der Amsterdamsche drukpers 
beschreven had gevonden. Zelfs was het in den catalogus der Haarlemsche 
Bibliotheek tot de incunabelen gerekend ')• 

Dit zeldzame boekje is een andere uitgave van een reeds door mij 
vermeld werkje, daar het ook door Doen Pietersz. gedrukt is. 

70. = l^itt fiegfiftit een (ttt pet// en Henoot ^Qttpfü boot eë// gegelMen 
iiiecf teni men//f ce. Hoemë ben fiateg ba.// Caluarien op cffmme #al en 
tttf^tn// onf en fteet f ön f biace ccuce braot»// tnat ^i f eet moebe if gj^e- 
hiocbê ba// ben fbiaren an^te bef bootf • 
46 ongen. bladz. kl. 8®., Goth. letter, zonder sign. 
Het titelprentje is hiernevens afgebeeld. Voorts is het versierd 
met 12 houtsneden (p. 2 Kruisdragende Christus, p. 6 Chris- 
tus voor PiLATus die zich de handen wascht, p. 9 S. Veronica 
met den zweetdoek, p. 12 en 15 Kruisdragende Christus, p. 19 
Christus aan het Kruis tusschen de twee moordenaars, p*- 24 
dezelfde voorstelling, p. 26 Nood Gods, p. 31 Borstbeeld van 

O Oud'HoUand^ II p. 73. 

*) SuppUmentum Catalogi Bibliothecae Puhlkae Harlemenns^ Harlemi 1852, p. 116. 



MitRiA, p. 34 Kruisiging, p. 37 Chrutui op den berg Gethsemaneb, 
en op de laatste bladz. de mis van S. GrecoriuO- 

utttn icCüQoct 
n Ëctftenf mm 
»£fölcfi^m 



Het adres staat op de voorlaame bladz.: «g^nnt tot Slmjtclnba 
Sn btt/i «alticc tttert fo bic (ang^c facaBf//fttgc X9 ml €aratifi *i 
pcpfgüc^' 

[Stadsbibliotheek, Haarlem]. 
Dit eenig bekende exemplaar is afkomstig uit de bibliotheek van Jacobus 



pa 

Koning, in wiens catalogus ') de buitengewone zeldzaamheid al betuigd 
wordt: Gedurende meer dan 40 jaren is hetzelve door verschillende liefhebbers te 
vergeefs gezochf\ En Gottfried Reichhart, Subprior en Bibliothecaris van 
de Stiftsbibliothek te Göttweih in Oostenrijk, deed er in 1852 nog navraag 
naar *). Hij had het ergens als een druk van 1500 vermeld gevonden. 
Op ongeveer 1500 plaatste ook Dü Püy db Montbrun het •), mijns inziens 
ten onrechte en veel te vroeg. 

Is de veronderstelling juist van de samenstellers van den Catalogus der 
Bibliotheek van de Maatschappij van Letterkunde van 1847*), dat Godschalck 
Rosemondt er de schrijver van is, dan is de zaak al beslist, want deze is 
pas ongeveer 1483 geboren, en het gaat dus niet aan, te beweren, dat al 
omstreeks 1500 een werkje van hem in Holland zou zijn nagedrukt. Maar 
die veronderstelling steunt op niets en kan geen diensten bewijzen. 

Er is echter een andere omstandigheid die een betere vingerwijzing 
aanbiedt. Het boekje is herhaaldelijk herdrukt; nog in 1581 te Antwerpen 
door Jan van Ghelen •). Welke druk is de oudste? Van degene die in 
aanmerking komen noem ik, nevens deze van Cornelis van Pepinghen, die 
van Doen Pietersz., van Jan Seversz., en van Willem Vorsterman te 
Antwerpen •). Waar de tekst het eenvoudigst afgedrukt is, meen ik de 
prioriteit te mogen aannemen, te meer wanneer wij hierdoor tevens naar 
een stad in de Zuidelijke Nederlanden verwezen worden. Nu eindigt de 

O Amsterdam 1833, II p. 16 no. 56. 

>} Serapeum 1852, p. 286. 

^ Du PuY DE Montbrun, Recherches hibüographiques sur quelques impresshns Néerlan- 
daises du ije et i6e siècles^ Leide 1836, p. 86, 87. 

O Catalogus^ 1 p- 181. 

^ Aanwezig in de Universiceits-Bibliotheek te Leiden. 

•) Deze druk wordt door B. Quaritch (Catalogue of the monuments of the early printers 
in all couniriesy London 1888 no. 26293) op ongeveer 15 15 geplaatst. Veel vroeger kan 
niet, want pas in 15 12 was Willem Vorsterman als drukker te Antwerpen geadmicteerd 
(de Reumb, Fariétés bibliographiques p. I50). 



93 

uitgave van Willem Vorsterman te Antwerpen met een gebed van den 
Bisschop van Keulen. De drie anderen hebben hierachter nog een blad- 
vulling: Hi^ begkinê die seuê pijrUkke ned"" volle die den heer iesus geuallë heeft 

doen hi gheuagen was die seer goet gelesen sy mit seuen pafnoiter en vif aue 
maritT. Daar achter heeft Doen Pietersz. alleen nog maar een kort gebed 
yjmr dat heylich cruys^. Jan Seversz. insgelijks een gebed „voer die nootgodi" 
en G>RNELis VAN Pepinghen een niet onbevallig gedichtje, dat ik als een 
aardige proeve van geestelijke poëzie zal mededeelen. 

Xitien ii bat fief te goet 
^at gob iivst bcitntien tioet 
Xfóen \i ben tocg të cIjRe öf gm 
4^al<rB jitnje \ï\tt tuel Bantieti 
Xiben bertntcBt on$ xaSt gobe 
tPie O9 otif \i in onjen noobe 
Xfbeit luuert bec iXiXtn toonbeti 
€n fiej^oot bat ricgaem bi f onben 
Xiben \i bie fiejte mebrcfine 
4^01 te berbcioi bie Beliefte jp0ne 
Xfben tf bet jielen troont 
'!»^xiX i\ mit Hbe toetbe berloft 
ILMfitxi bergaelt ben b*(ocê tUbt 
^flt filObe aV 08< <n l^ben jflt 
€n binrfiet om bef Hbenj loon 
yèiVtA berbienen bte etaiige ctoon 
Vèüi niemit i# ber ctonê toaett 
<INn bie fut mtoni liben ftegeett* 

De laatste houtsnede in het drukje van Cornelis van Pepinghen, met 
de mis van St. Gregorius, zien wij als titelprent op Jan Seversz.' in 1518 
gedrukt: „ZV/ lijn die hmdert articulen van der passien van ons heren Jesu ChnW\ 



94 

waarin ook dezelfde sierletter O te vinden is. Of nu Jan Seversz. in 151 8 
oude houtblokjes van Cornelis van Pepinghen gebruikt heeft, dan wel 
of CoRNELis van Pepinghen eerst na 151 8 de houtblokjes van Jan Seversz. 
tot zqn beschikking gehad heeft, b moeielijk uit te maken, maar wanneer 
wij opmerken, dat er in de houtsneden in het drukje van Cornelis van 
Pepinghen volstrekt geen eenheid is, en bijna ieder tot een ander stel 
behoort, dan dringt zich de veronderstelling op, dat hij van verschillende 
kanten de middelen bijeen gegaard heeft om zijn drukje op te sieren, en 
dat hij eerst na 1518 de beschikking kan gehad hebben over de hout- 
blokjes van Jan Seversz», die spoedig na 151 8 Leiden verlaten heeft, en 
aan het zwerven is geraakt ^). 

Daarom meen ik als een niet al te gewaagde veronderstelling te mogen 
aannemen, dat Cornelis van Pepinghen het boekje gedrukt heeft om- 
streeks 1520. 

Hij woonde yjm dit Caluer stroef in die imghe iacobs itegi^. Waar die steeg 
gelegen was is niet recht duidelijk. Mr. N. de Roever veronderstelt aan 
de westzijde van de Kalverstraat dicht bij den Dam ^). 

Daar Pepingen de naam is van een Brabantsch plaatsje, ligt het ver- 
moeden voor de hand, dat Cornelis van Pepinghen daar vandaan was. 
Wellicht heeft hij te Amsterdam slechts terloops gedrukt, maar drukken 
van hem in andere plaatsen zijn al even onbekend als andere drukken 
van hem te Amsterdam. 

1) Du PuY DE MoNTBRUN*s Opmerking {fiulUtin du Bibliophile Beige XVII p. 307), dat 
Cornelis van Pepinghen de letters van Henric die Lettersnider gebruikt heeft, biedt 
geen vasteren grondslag, want ditzelfde wordt ook van Hugo Jansz. van Woerden en 
van Jan Seversz. gezegd. Deze letters z^n buitendien ook gebruikt door Hbnric's eigen 
zoon Cornelis Hsnricsz. Lbttbrsnidkr, die in het begin der 1 5e eeuw te Delft drukte. 
De zoon zal toch wel in de eerste plaats erfgenaam van zijns vaders drukkersmateriaal 
geweest z\jn. Hierin ligt, dunkt miy, ook een vingerwijzing, om niet al te vrijgevig te z\jn 
in het toewijzen van de typen van Henric die Lbttbrsnidbr aan andere drukkers. 

*) Ottd-Holland, II p. 73. 



95 

In de 17de eeuw woonde een uitgebreide dnikkersfkmilie van den naam 
Pepingue te Parijs. Th^odore Pepingub was er in 1620 gevestigd en zijn 
zoon Edme Pepingue werd er i Dec. 1643 als drukker toegelaten, evenak 
EsTiENNE en NicoLAs Pepingue 37 Oct» 1650 en Estienne's zoon Andr^ 
Pepingue 8 Oct. 1688 *). 

O Histdre de fimprimme et de la librairie [par db la Caillb], Paris 1689, p A389 322. 
Oe beer J. W. Enschbdi^ maakte ii4j op deze plaatsen opmerkzaam. 




WILLEM CORVER. 



In het voorjaar van 1524 dagvaardde het Hof van Holland zes bekende 
Sacramentisten voor zich *). Hieronder bevonden zich Willem Corver 
en Jacob ^de boeckebynder". Zoowel de laatste als Willem Corver zijn 
reeds door Mr. N. de Roever genoemd *). 
Bij Willem Corver was in 1520 te koop: 

71. = Curculio Plauti Comoedia longe lepidissima, metro numerisque 
a Pilaoe restituta* Venundatur Amsteredamie in aedibus Wilhelmi 
CoRVERii sub intersignio Aurei Lilii e Regione viculi piscium. 
Impress. Suollae 1520. 4^ 

[Catal. verk. colL Is. le Long, Amsterdam 1744, 

no. ^6^ C4^0-] 

Daar omstreeks dezen tijd te Zwolle de boekverkooper Simon Corver 

woonde '), zal deze uitgave van Plautus* Curculio wel bij hem gedrukt 

wezen. In welke familiebetrekking tot dezen Simon Corver onze Willem 

Corver gestaan heeft, is mij niet duidelijk geworden. Mr. de Roever 

O Prof. J. G. DB Hoop Schepper, GesclUedenis der kerkhervorming in Nederland^ Amster- 
dani 1873, p. 337. — J. TUiOojsw ^Geschiedenis van Amsterdam^lW^KmsxxiAzm i884,p. 139. 
S) Oud'Holland^ II p. 73. 
s) Ledeboer, De boekdrukkers^ boekyerkoopers en uitgevers in Noord-Nederland^ Deventer 

187a, p. 384- 



97 

deelt mede *), dat hij in 1529, kort na het overlijden van zijn vrouw 
Neel Eelgisdr., het moederlijk erfdeel van f1600 uitdeelde aan zijn zeven 
kiaderen, (Willem, Helyas, Katryn, Peter, Gherit, Wevn en Jacor), 
vaarvan het oudste dertien, het jongste een jaar oud was. 

Hij blijkt een vermogend man geweest te zijn, en eigepaar van ver- 
schillende huizen. In Jan. 1528 had hij een huis aan Arent Jansz. Schouten 
verkocht, 11 Oct. 1532 verkocht hij ook aan den boekverkooper Bartho- 
LOMEUs Jacobsz. eeu huis, en het huis ^yde Struys'* in de Oudezijds Kerk- 
straat werd 3 Jan. 1533 door hem verkocht. De kooppenningen van het 
tveede genoemde huis werden door Bartholomeus Jacobsz. nog in Mei 
IS33 aan Corver zelf uitbetaald, doch in Jan. 1534 aan de Weesmeesters, 
ten behoeve van zijn kinderen *). Hieruit blijkt, dat hij in dien tusschentijd 
overleden moet zijn. 

■) Ouè-lMUmd II p. 173. 

o Hiiisverk. Div. Mem. I, 146 v*<*, 147. 



^ 



PIETER JANSZ. TYEBAUT. 



7Q. = DiisTRVCTiE:// baiibê D^ue bit l^allont Zttlit en l^itttimt. 
136 ongen. bladz, 4**., Goth. letter, sign. [A]— R. 
Op het titelblad het keizerlijk wapen met d& kolommen en de 
zinspreuk aan drie zijden tusschen vier langwerpige blokjes met 
dier- en bladornamenten. Bladz. 2 is onbedrukt en op p. 3 begint de 
Instructie van Kar el V, vervat in 215 artikelen. Deze is ggege- 
tien in// ütift jtabt ban 05iutitt\t ben eecf ten bdcp ban// 9pril Sfnt 
iaer onf Stèren bupjent bftfüonbert// enbe €tntntWntitb/ ^be ban 
on jen tütktn/ // te bieten banbi iSoomffcj^en iCbetbe/ €nbe bi// 
^poengnen &r. (iTf euenbe . * • : / : CO- De onderteekening 
CHARLES in groote kapitalen <) staat boven aan de volgende 
p. 133, en daaronder nog de afkondiging in den Grooten Raad 
te Mechelen, 2 Mei 1522, en, op de volgende bladz. die in 
den Raad van Holland, 9 Mei 1522, waaronder het adres: 
<5itUtint dCamjteleebam an bie oube fiht bit// fint SInnen Itraet nacft 
ben gouben bercB// b9 mp gieter San soen C^efiaut • * . // ^be men 

iüXtt te toop binbê// inbê ^dgge bp Mtttttz// 9u9cB San 3oen • * .// 
ban a^ofeben // + + +//+. 



O Deze zeer kenbare letter is vroeger ook gebruikt in DInstructU vander camere vanden 

houe va Hollant Zeelant en Vrlcslant van 24 Oct. 1515, die, met de ampliatie van 11 Jan. 
1517^ vermoedeiyk nog in 1517 gedrukt is. Maar daar deze uitgave een adres mist, meen 
ik niet het recht te hebben, haar ook aan Tykbaut toe te schrijven, te meer daar m^ uit 
zoo vroegen tjjd geen andere druk van hem bekend is. 



99 

De voorlaatste bladz. is onbedrukt, en op de laatste staan tusschen 
zes dergelijke ornamenten als op den titel de twee wapens van 
den Keizer met kolommen en zinspreuken en van Holland. 

[Stads-Bibliotheek, Haarlem]. 
73. = DiSTRVCTiE:// tianbë Bone Ha ftoHant Zttlit en l^itfimu 
136 ongen. bladz. 4®., Goth. letter, sign. [A]— R, 
Ook hier staat onder dezen titel het keizerlijk wapen, maar in 
een andere houtsnede en zonder kolommen en zinspreuk, terwijl 
aan de vier zijden blokjes met dier- en bladornamenten staan. 
De tekst is geheel gelijk aan de vorige uitgave, behoudens kleine 
verschillen in de spelling. Zoo staat op regel 4 van p. 3 in de 
vorige uitgave «^agiteti, in deze ^panonetn 
Hetzelfde wapen van den titel is hier, tusschen drie blokjes met 
ornamenten, op de laatste bladz. herhaald, waaronder hetzelfde 
fraai geteekende wapenschild van Holland prijkt. Het voornaamste 
verschil is, dat het adres van drukker en uitgever gemist wordt. 

[Uni versiteits-Bibliotheek , Amsterdam] . 
Uit niets blijkt, dat deze uitgaven van de belangrijke Instructie voor 
net Hof van Holland, Zeeland en Friesland, door keizer Karel V i April 
1521 onderteekend, onmiddellijk daarna ter perse zijn gebracht. Een druk 
uit deze jaren '), met een bepaald jaar van uitgave genoemd, kon ik evenwel 
nergens vinden, en zoo komt het mij toch niet onwaarschijnlijk voor, dat 
deze Instructie, waarvan het zeker wenschelijk was, dat zij spoedig alge- 
meen bekend werd, kort na het vaststellen ervan gedrukt is, d. w. z. 
toch niet vóór den zomer van het volgende jaar, want de afkondigingen 
in den Grooten Raad te Mechelen en in den Raad van Holland vonden 
eerst 2 en 9 Mei 1522 plaats. 

Het boek werd gedrukt te Amsterdam bij Pieter Jansz. Tyebaut, maar 

O W. A. G. VAN Maanbn betuigt in zijn DUsertatio de Supremo MechHmensi Concilio^ 
Tnjecti td BJienuin 1824 p. 119, al de groote zeldzaamheid van deze drukken. 



lOO 

was ook verkrijgbaar te 's Gravenhage bij Hugo Jansz. van Woerden^ 
wiens loopbaan wij reeds boven geschetst hebben. Toen hebben wij gezien, dat 
deze zich in 151 8 in de hofstad gevestigd had, en dat hij er in 1526 nog 
woonde. Bezwaar van dezen kant is er dus ook niet. Zonderling moet 
het ons voorkomen, dat Hugo Jansz. van Woerden zelf niet den druk 
heeft bezorgd, maar ik vermoed dat hier de protectie van een der mach- 
tigste Raadsheeren in het Hof in het spel is geweest, nl. van Mr. Jan 
Benninck, die van 1495 tot 1509 het Schout-ambt in Amsterdam had bekleed, 
en daarna Raad-Extraordinaris in het Hof van Holland is geworden. Deze 
stond in betrekking tot Tyebaut, gelijk wij zien uit de volgende uitgave, 
die reeds door een onvolledige mededeeling van Mr. J. T. Bodel Nyen- 
Huis aan Kramm bekend was, want in diens werk *) wordt genoemd een 

74. = [Kaart van Amstellandt en der Gestichte]. 

Deze houtsnede was door Pieter Jansz. Tyebaut gemaakt voor zijn 
zwager *) Jan Benninck. Waar een exemplaar te vinden was, wist Bodel 
Nyenhuis niet, en hij vergat bij zijn mededeeling het bericht te voegen, 
waar hij die kaart vermeld gevonden had. Mij is het niet mogen gelukken 
er een spoor van te ontdekken. Toch is het bericht juist, want Jan Ben- 
ninck heeft werkelijk door Tyebaut een dergelijke kaart laten maken. 

Door zijn krachtige medewerking was in 1525 het Hoogheemraadschap 
van Amstelland tot stand gekomen. Gedurende de eerste twee jaren van 
zijn bestaan heeft dit waterschap ernstige geschillen met Utrecht gehad 
betreffende den waterkeer. Daarin werden de belangen der Amstellanders 
door hem zeer krachtig voorgestaan, en in de rekening, die hij in 1537 

1) Chr. Kramm, De levens der HoUandsche en Vlaamschekunstschildenyhuldhouwers^grayitirs 
en bouwmeesters^ Dl. VI, Amsterdam 1863, p. 1629. 

>) Dit zwagerschap kan hier gevoegelijk onbesproken blijven. Wagenaar (Amsterdam 
in zyne opkomst enz. I, Amsterdam 1760, p. 30) noemt als vrouw van Jan Benninck 
zekere Immb, ^^ene ryke Boeren dogter van IHemen'\ De beide vrouwen van Tybbaut zul- 
len straks genoemd worden. 



lOI 

bij de stedelijke regeering inleverde, vermeldt hij yppdat nu Amstelland niet 
weer in de oude gebreken veryalleu^ en ook Bijle^*eld jaarlijks geschouwd^worde^ wat 
in geen veertig jaren geschied />, zoo heb ik een octrooi verwonden op den schouw 
van den Ring van Amstelland en Bijleveld^ en een goede kaart daarvan doen maken met 
eene instructie, hoe men den schouw moet doen^'* '). 

In het Archief te Amsterdam berust de copie van een declaratie ter 
bekrachtiging van deze door Jan Benninck ingeleverde rekening, waarbij 
de volgende notarieele acte betrekking heeft op de bewuste kaart ^). 

Up huyden den twintichsten Novembris Am XF* twee cnde dertich es voer nrj 
openbae Notarys ende ghetughen hier naer ghenoempt^ ghecompareert deersame vrouwe 
Fye Harmansdochter huysvrouwe van Peter Tybaut printer ende poerter 
der stede van Aemstelredamme op des tyt in over/andt wesende bekende en certifi- 
ceerde dat Jan Banninck Raet etc, hoen voorsz. man ten bywesene en aensiene 
van hoer comparante geghe\*en en betaelt heeft gehadt vijf gouden Koervorsten 
ghulden in en o\*er de betalinge van zeken prente die hy in houte gesned en daer 
op over de hondert karten, begripende tgestall van Amsterlant mitten gestichte ende 
omleggende landen, gedruct en geprint hadde Ende dat de voorsz Peter hoe man 
mitten voorsz gouden ghulden hem nyet wel wilde laten genoeghen segghende hem 
meer verdient te hebben, dan eyntelicken om dat de voorsz Jan Banninck hoer 
beyder sond*linge vrundt altyt geweest hadde voorsz hoe man daer mede te vreden 
es geweest. Aldus gedaen binnen der voorsz stede van Aemstelredamme ten huyse vand 
voorn Jan Banninck Ten bywesene van Bart Henricxz. cyrurgyn en poerter 
der zelrer stede en Christoffell Janss. getughen hier toe geroupen. 

Franc. Delff. 
Zeker is het vreemd, dat van deze kaart, waarvan de drukker verklaarde 



O J' TBR Gouw, Gesefnedenis van Amsterdam, IV, Amsterdam 1884, p. 64, 65. 
>^ Op deze acte maakte de beer A. J. M. Brouwer Ancher mij opmerkzaam. 



I03 

meer dan 109 exemplaren afgeleverd te hebben, géén enkel exemplaar meer 
aangewezen kan worden. Zij moet uitgegeven zijn tusschen 1525 en 1527. >) 
Daartusschen valt ook de uitgave van het volgende pamflet. 
75* = €en fcj^nt ottiinande cenbet gemrenber wmtvmtt// op bm imtc en 
alle ftaten bec t^iiittn^ttt getaj^eert etibe// oec g^fammeert/ tgetal bre 
rtoef teren ett bee ptotiV/fittaitn alf o nae aff t boenifcft if en bte gelben// 
bie ti altijt iaetHci: 09 Dcengen mogen/ en// Boe beel bolcp batmi baer 
om gottbê// mocS/ te paert enbe oec te boet// gelflc alf t eê| tot taec. 
M.//€€C€C. en fit. tot// S^enn <n «ef tenrücfi gqprtat i(. 
8 ongen. blad. 4^, Goth. letter, sign. A. 
Zonder afzonderlijk titelblad. Het adres staat onderaan op de 
laatste bladz. : Geprint dCamf terbam bp f fnt SInne jtiaet bp mi Ipietec 
9an#5 Cpebatit. 

[Koninkl. Akademie, Amsterdam]. 
Dit pamflet is een vertaling van een in 1512 te Weenen uitgegeven 
oproeping tot een nieuwe Kruisvaart tegen den Turk. Was het oorspron- 
kelijke stuk verschenen, toen Sultan Selim I de regeeriiig had aanvaard, 
het dunkt mij niet onwaarschijnlijk, dat deze hernieuwde oproeping ge- 
schiedde naar aanleiding van den ongelukkigen afloop van den slag bij 
Mohacs in 1526. 

Hebben wij boven Tyebaut als drukker ontmoet van het Hof van Holland, 
thans zullen wij hem aan een dergelijk werk bezig zien. 
76. = j^tattita 3ucijbictionij// Ifennematie. 

8 ongen. bladz. 4^., Goth. letter, sign. [a]. 
Onder den titel is een groote fraaie houtsnede afgedrukt, blijkens 
het opschrift voorstellende XBtt boecfibê f eole* Bladz. 2 begint met de 
Copia ^tatutotum 9urif bietionif // Itênemade., die voltooid is op p. 5 

1) Ook de kaart yan Atnstelland die Jan Jansz. de Papb in 1599 voor Jan Benninck 
gemaakt heeft, is niet meer aan te wijzen, maar dit is minder te verwonderen, daar deze 
niet in druk verschenen schijnt te z\jn. (I^ayorsther XX p. 86). 



I03 

met de dagteekeiüng : 9atnm et// $lctü 9tferleme €t in taltfia paro- 

rfiten jl^aticti %anonif tiftHtnit// ibitnm tempote celeficatfonif et ofif er- 
nadonlf f 9notii llae Conisota'//tfonif gettetdlif palam lecta ^titimata et 
l^mfeata 5lnno bmnitii// Jftinef iitio Quüigente|taio )^fcefitno Iq^timo/ die 
Xune tatntit 9(imfl// bedma lepttoia jgfc iuTetfnf f u&f ignatnm 
Sobaittief tie €^tiecfiett ptoui|or Socofiuf Cfteobrid ^ecanuf 
d^eoüdaif f cDoerle ttotatinf 

jSeQuitnr eapta mabati l^tnctMMvm bmtn ^fti//riaHu Ccafectetifiü in 
eatiem j^nouo vttfilteatf* 

Dit tweede stuk is 17 Juni 1527 gedateerd en onderteekend door 
den notaris Cornelius de Maseyck. 

Het is voltooid op p. 7, waarop onderaan ook het adres staat: 
€ptutvan Stm^trlrebamif cele&ercimo totfuf Vollanbfe// Cmporio tj^ offtdna 
j^etri iü^atmii ftut^mU 

De laatste bladz, is geheel ingenomen door een groote hout- 
snede, voorstellende een vergadering van geleerde mannen *)• 

[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 
Dit uiterst zeldzame boekje, waarvan eenige exemplaren in reproduc- 
tie bestaan, bevat de kerkelijke statuten van het Dekanaat Kennemer- 
land. De vermelding van Jacob Dircksz. als Deken en Dirck Schoerle* 
als notaris toont aan dat in de door van Heussen en van Rijn *) gegeven 
lijst van Dekens van Kennemerland onjuiste opgaven staan, want daar wordt 
Jacob Dircksz. geheel gemist en Dirck Schoerle in 1544 Deken genoemd. 
Ook deze uitgave draagt geen stellig jaar, maar mag toch wel zeker 
op 1527 gesteld worden. Het eenige mij bekende gedateerde boekje, door 
Tyebaut gedrukt, is tevens het laatste dat ik vermeld vond. 



O Deze houtsnede en die van het titelblad behooren klaarbl^kel^k tot een m^ onbekend 
gebleven boek, getiteld : Der doechdi teoU. 
*) Kerke^fJU historie en outheden der Zeven Vereenigde PrmncUn. IV, Leiden 1726, p. i* 



I04 

77. = [Een deuott boexken van vele ghehedeft daer summige nejt sitmen gke- 
weeit in dutsche vergaddert en gescreie to zelwart bi Gromnge"]. 
388 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. A — S. 
Een titel ontbreekt. Op p. 5 een houtsnede, Christus predikend, 
p. 44, 63, 84 en III Christus aan het Kruis, p. 53 en 72 de 
Mis van St. Gregorius. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 
Ofschoon het eenig mij bekende exemplaar van dit boekje geen titel 
heeft, behoort de boven aangegeven titel er toch stellig bij. Op p. 52 
wordt vermeld dat het f; gfitfet tutê latg in lixxtytn toe ^(uctt Ha f itite finbfrtuf 
orbrn, en een latere uitgave heft iederen mogelijken twijfel op. 

78. = €€ïi beuote fiorqrficn ban bele (üeV/beben baec fummfge neeit finnrn// 

nBetoeef t fn butfcj^e btcgabbert en// gefrreut to .^cvtoart fif ^nmfn/l^ 
\n brieflant ba iintt %tllnMtt\\i orbcn. 3nbc <aer onf gtcrê/ M,ll 
€€€€€. enbe// ):pbifj. 

320 ongen. bladz. kl. 8**., Goth. letter, het eerste vel heeft geen 
signatuur, van het tweede is de tweede helft A gesigneerd, en 
de volgende 18 vellen dragen een nieuwe signatuur A— S. 
Onder den in zwart en rood gedrukten titel staan twee kleine 
houtsneden, St. Franciscus en St. Bernardus, boven en beneden 
omlijst door twee van dezelfde blokjes met blad- en dierorna- 
menten, die de drukker ook bij de Instructie van het Hof van 
Holland gebruikt heeft. 

Van p. 2 tot 24 volgt een kalender, opgeluisterd door de ge- 
bruikelijke houtsneden van het Gulden getal, de Zondagsletter 
en een groote mannelijke figuur met aanwijzing van de zetels 
der verschillende menschelijke eigenschappen. Bladz. 25 is on- 
bedrukt en op p. 26 is de Besnijdenis afgebeeld. Dan volgt op 
p. 27 nog eens de titel : €tn beuote boecpBen ba boelen gebeben baer 
(omv/inige nept jinnen petoeef t in bnetfcüen gOemacIKet toe// seltoact bi 



105 

^(tQningeti tn bcetffimt bk fintt %tmf$iaui// ottocii* en ii oprent toe 
5biiftefre(8tn M 1119 J^itttt// 9an|5 Cpefiatit* toto ioet onf geerê. JU. 
CTCcr. en. ^nitif. Nu volgen vele gebeden, tot op p. 33 de kleine 
-'^Gothische letter eensklaps verwisseld wordt voor de grootere 
die in de vorige uitgave gebruikt is, en een nieuwe signatuur 
aanvangt. Een vergelijking van de watermerken in het papier 
brengt ook aan het licht dat beide gedeelten oorspronkelijk 
niet bij elkaar behooren. Tyebaut heeft klaarblijkelijk van het 
in 1528 uitgegeven boekje een aantal exemplaren overgehouden, 
en hij bracht die in 1531 opnieuw in den handel met een nieuw 
voorwerk. In 1531, gelijk op p. 5 de Sllinfliiarfi \si. wijj. tóren/ fte- 
ggfnntntie inbtn izn onf j^eerrn. M.CC€€€, en. %i^iiU uitwijst. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 
Slechts van deze nieuwe uitgave is mij een exemplaar bekend gewor- 
den, en dit exemplaar is al als Eene bibliographische T^ldzaamheid door 
Mr. W. B. S. BoELEs uitvoerig beschreven en besproken '). 

Id den tusschentijd dat dit boekje voor het eerst gedrukt is en dat hij 
het nogmaals uitgegeven heeft, is Tyebaut op ernstige wijze in aanraking 
met de justitie geweest. 

Gecundight den Vil Auguiti XFc XXXVUl present, enz. 
Aizoo Peter Janszoen Tibaut, printer^ God noch eer amiende zekere schan- 
deiicke ende oneerlicke briefgens geprint heeft begrjpende grote schoffeirlicke materie, 
tredende olie eerbare harten toe wel geestelick als waerlick tot oneer, zulcx, dat 
«K» die njet en behoert te noemen, soe seggen myne Heeren vanden Gerechte hem oue^. 
correctie, dat hj twee uren lang staen sal op die kaek hebbende dese briefgens om 



O Bedragen tot de geschiedenis en oudheidkunde, inzonderheid van de provincie Groningen, 
Di. II, Groningen 1865 p. 179, 180. Een drukfout op p. 179 doet vermoeden, dat het 
boekje in 1523 en niet in 1528 verschenen is. Het door den heer Boblbs beschreven exempbiar 
is betzeUile, dat thans in de Kon. Bibliotheek te *s Gravenhage berust. 



io6 

xyn hal$ mde dat gedaen zym/e^ zaJ hy eeuen bedevaert doen tot onsen lieuer brouwen 
ten Eenaeei gaende yyyter stede ende die vrykeit van dien voer een soendaghe eerst^ 
eomende^ brengende sckyn dese bedevaert gedaen te hebben*^ ^). 

Wagenaar ^) en ook de Roever ') zien in deze ^«f/^«w geen obscoene 
maar naar Lutherij riekende verboden waar, naar mij voorkomt op on- 
voldoenden grond. Juist op denzelfden dag, dat deze straf opgelegd is, is 
ook de gestrenge keur afgekondigd tegen verboden lectuur van die soort '), 
maar de straf die Pietkr Jansz. Tyebaut moest ondergaan, was van gansch 
anderen aard. Later zullen wij zien, dat voor dergelijke overtredingen veel 
scherpere straffen toegediend werden. Ook duidt de ^hofeirlicke materie^'* 
mijns inziens veeleer op obscoene dan op kettersche lectuur. 

De bedevaart naar Eenzeel bij Rijssel heeft Tyebaut stellig naar be- 
hooren volbracht, want niet alleen zagen wij hem in 1531 weer een boekje 
uitgeven, reeds 16 Juli 1530 was hij voor het gerecht verschenen als oom van 
de zes minderjarige kinderen van Ursel Jansdr., weduwe van den kalkmeter 
Willem Gerritsz. *) In tegenstelling met het gevoelen van de Roever, 
dat Tyebaut met de zuster van Willem Gerritsz. gehuwd was, meen ik 
te mogen aannemen, dat Ursel Jansdr. zijn zuster was. Als zijn vrouw 
hebben wij in bovenvermelde acte Fye Harmansdr. leeren kennen. Een 
zoon uit dit huwelijk was Jan Pietersz. 

In tweede huwelijk verbond hij zich met Fye Reyersdr. Dit blijkt uit 
een acte, 29 Mei 1546 in het Weesboek ingeschreven: 

Is op de fVeeikamer gecomen Jan Pietersz. ende heeft belooft Fye Reyersdr. 
nagelaten weduwe van wijlen Peter Jansz. Thibault s. g. zynen vader^ doe h^ 
leefde^ niet te eyschen ofte te molesteren ter zake van z^'n voorsz. vaders erve^ noch oock van 
zijn moeders erve, alzoo deselve zjnen vader uyt deser stede schejdende vander voorsz. 



1) Oud'Holland II p. 7$. 

J. Wagbnaar, Amsterdam in zyn opkomst^ enz. I, Amsterdam I7<k> p. 235. 
S) Oud'Holland U p. 76. 



I07 

Ftb, ékseiye Fye gheen goederen nagelaten heeft en stervende geen goederen heeft 
nêgdaten^ die tot profyte van Fye voorn, gecomen zjn^ mits dat wederom de selve 
Fte gehouden sal wesen te betalen den schulden van zifnen voorn, vukr^ ende hen 
iaarof tot euwigen dagen te vryen ende scadeloos te houden; V welck de voorn. Fye, 
mede comparerende^ also beloofde te doerf* ')• 

Hij was dus uit Amsterdam vertrokken, en daar hij, toen in 1532 de 
acte ten behoeve van Jan Benninck opgesteld werd yjin overlandi'' (d. w. z. aan 
de overzijde van de Zuiderzee) was, komt het mij, in verband met de 
betrekkingen die hij mef de Benedictijnen van Selwerd onderhield, niet 
onwaarschijnlijk voor, dat zijn uitsteedsch verblijf in de buurt van Gro- 
ningen gezocht moet worden. 

De gissing van de Roever, dat hij de Pieter Jansz. is die sedert 153^ 
te Leiden als drukker voorkomt ^), is stellig onjuist, want deze was daar 
nog in 154B, dus na Tyebaut*s dood, werkzaam '), en in 1536 zijn te 
Leiden een aantal drukkers tegelijk bevoegd verklaard *). 

Ttebaut's zoon Jan Pietersz. zullen wij later weer ontmoeten. 

>) Oud-HoUand U p. 77. 

S) Oud'Hoüand U p. 76. 

*) Toen drukte hij ^yEen wtUgginge aft oucrdencJdnge op den 4 Psalm gemaect door Hh' 
rommut SauonaroW* (CattU verk. coU. Dr. J. A. Alberdingk Thijm, Amsterdam 10 April 
1890, p. 1362). 

*) NavoTKher XVII, p. 77, 



* 



OVERZICHT. 



72 [1522] Instructie van den hove van Hollant Zeelant ende Vrieüant p. 98 

73 ['522] Instructie van den hove van Hollant Zeelant ende Frieslant p. 99 

74 [ca. 1526] [Kaart van Amstellandt en der Gestichte] . . . . p. ioq 

75 L^5^^ ^^ schone ordinancie eender gemeender cruysvaert op den 

Turc p, 102 

76 [1527] Statuta Jurisdictionis Kennemarie ^.102 

'jy 1528 Een devote hoecxken van vele gheheden ^.104 

78 1531 Een devote boecxken van vele gheheden p, 105 



% 



JAN ZYVERTSZ. 



De Roever *) heeft, op het voetspoor van anderen. Jan Zyvertsz. die 
Cropel geïdentifieerd met den beroemden Leidschen drukker Jan Seversz., 
en ook ik ben aanvankelijk daarin meegegaan; zelfs heb ik bij het be- 
werken van de talrijke gegevens omtrent den vruchtbaren arbeid van dien 
Leidschen uitgever, een allengs sterker wordenden twijfel trachten te onder- 
drukken, want veel was er toch, dat de oude hypothese aannemelijk 
maakte. Jan Seversz. werd in 1524 wegens vergrijpen tegen de plakkaten 
op het drukken, en het verspreiden van verboden lectuur uit Leiden*), 
en een jaar later ook uit Utrecht ') verbannen, en juist in 1525 komt 
Jan Zyvertsz. te Amsterdam voor het eerst voor. 

Maar zonder nog te wijzen op verschillende omstandigheden, die bij 
mij de verdenking kwamen versterken, is één blik in de door Prof. 
P. J. Blok ui^egeven bloemlezing uit de Leidsche Kenningboeken ♦) vol- 
doende, om aan allen twijfel een einde te maken. In 1530 werd de Leid- 

Oud'HoUand, II p. 70 vlg. 

*} Dr. J. G. DE Hoop Schbffer, Geschiedenis der kerkhervorming in Nederland^ I, Amster- 
(^ 1873, p. 39, 225, waar ook al eenige tw^fèl uitgesproken wordt. 

•) Dodt's Archief VII p. 113, 115, 118. 

*) Leidsche rechtsbronnen uit de middeleeuwenj uitg. door Dr. P. J. Blok, *s Gravenliage 
1884 P* 3Ö3. 



IIO 

sche Jan Seversz, ak dood vermeld, en nog in 1535 zullen wi) zijn 
Amsterdamschen naamgenoot werkzaam zien. 

Wat ik daarom al over den Leidschen drukker verzameld heb, zal 
elders gepubliceerd worden. Thans hebben wij ons slechts bezig te hou- 
den met den Amsterdammer, die helaas vrij wat minder beteekend heeft. 



18 Mei 1535 draagt zekere Dirck Andribsz. aan Jan Zyvektsz. koecke- 
bynder een huis en erve over yjgheitaen in de Lindel daar lendenen af zifn 
Egbert de ty nmi e r m a n ande oisttijde ende Claes Allertsz. aen de westtyde^"*. 
Al wordt Jan Zyyertsz. hier nog maar boekbinder genoemd, dat hij 
zich ook met het uitgeven van boeken geneerde blijkt uit een almanak 
van 1526, dien ik slechts vermeld vond als in 1802 in het bezit van 
Jacobus Koning ')• 

79» = Hier beghint des Crepeh Calengier. O ft een Almanacky duerende XLIIIl 
jaeren* 
%\ 

Achteraan het adres: Item dese boecken sal men te cape vrndenj in 
die vermaerde Coopstadt van Amstelredamy hi mi Jan Sbuers soon 
DYE Croepel van dbr ScHELLiNCK, Ende il een boeckvercoper^ 
wanende op die oude brugge» 
Gedrukt in 152Ö *). 

[In 1802 bij Jac. Koning te Amsterdam]. 
Daar mij geen exemplaar van dezen Calengier onder de oogen is geko- 
men, kan ik niet nagaan, of het daarin voorkomende ook strijdig is ge- 
weest met *s Keizers plakkaten. Men behoeft dit nog niet op te maken uit 
de omstandigheid dat „Salus populi met des Creupelen Calengier^"* onder de 

M Weeskamer, no. 797. 

^) Naamli'st van eenige zeldzame boeken en mamucriptin^ 1802 p. 50. 

*} Of dit jaarul In het boek staat, zegt Koning niet. 



III 

▼erboden lectuur voorkomt op den y^Cataloghe ende intitulacie van quade verboden 
hechoT anders gezegd den Index van Keizer Karel V van 1550 *), want 
hier zal wel h^ Sahu populi het gewraakte deel zijn, en ware ook des Creu- 
felen Cakngier verboden geweest, niet licht zou Bartholombus Jacobsz. 
hem dan later nog eens uitgegeven hebben ^)* 

Toch is Jan Zyvertsz., die waarschijnlijk naar zijn geboorteplaats den 
toeoaam van oer Schellinck draagt, zij het dan door een andere uitgave, 
in conflict gekomen met het gerecht. 

y^lzêe tmitter waerheyt bevonden is^ dat Jan Zyverts zoen die Cropel, 
hoAvercoper^ boecken in t^nen huys gehadt heeft ende vuytgegeven^ die bij des Key- 
sen fiaeaten verboden z^ geweest^ soe seggen m^e heer en hem over voer correctie^ 
dat hij twee maenten lanck leggen zal op sint Ohfspoert te brode ende te bier, 
daer op gaende voor een woensdaghe over achte daghen, ende daer nae noch een 
half jaer lanck gebannen blijven in z^ huys^ ende voerts betalen in handen van 
den geaa¥oren clercken deser stede XII karolus guldens voer ende eer hij van de 
poort geraken zal, o ft ten ewigen daghen gebannen wesen vuyt desen stedé"^. Aldus 
luidt de publicatie van 18 Maart 1527 '). 

Het Hof van Holland oordeelde deze straf te licht, en verlangde dat 
de schuldige naar Den Haag zou opgezonden worden, maar de stedelijke 
regeering vond dien eisch onredelijk, en zij bleef voet bij stuk houden, al 
kostte haar dit ook twee reizen naar den Haag en naar Mechelen. De 
wakkere woordvoerder ^as de secretaris Andries Jacobsz., en hij zag zijn 
bemoeiingen met succes bekroond, want oischoon de Landvoogdes hem 



O Chr. Sbpp, Ferboden lectuur. Leiden 1889 P* 77* 

^ Dit boekje zal later besebreven worden. 

>) Keurboek O bldz, 118, aangehaald in Oud-Holland II p. 171. 

*) Studiën en hy'dragen op V gehied der historische theologie I p. 251 — 254. — J. tbr 
Gouw, Geschiedenis van Amsterdam, IV, Amsterdam 1884^ p. 157 — 159. De loop der ver- 
handdbigen is uitvoerig te vinden in de Protocollen van alle de reysen van Andribs 
Jacobsz. 1521— 1539, HS. op het Amsterdamscfa Archief. 



113 

schriftelijk mededeelde, dat de Procureur-Generaal van Holland procedee- 
ren zou als hij zou meenen te behooren, van dit proces is nimmer iets 
geworden, en Jan Zyvbrtsz. kwam er af met de gevangenisstraf en het 
huisarrest, benevens de boete, die i8 Mei door hem betaald en twee dagen 
later aan den Schout uitgekeerd werd. 

Nadat hij op vrije voeten gesteld was, mocht hij dus weer druk- 
ken, uitgeven en verkoopen wat hij wilde, mits het niet tegen *s Keizers 
plakkaten streed. Zeker was dit niet het geval met: 

80. == Jpialtttiü f^otai canotif-// taf ratare in ttc\ttiH tio-// Tentib' f ecnnbü 

lantati'// lem cö juetubinê €t^ttk// ttMtntniit perntfle. Bf alenbaciti et// 
SlndfflJone fupec pMImol. }?ttttt// maiottf rt mfnorrf . jgufragia ab// 

matutfnal et bef paf cü betf fniMf rt// Mltttif. finalia bt bna nra paft// 
cöpfetoriü fecunbü frrtaf. 9pn//nt« Jè^vtc pfalmi ab longü rü// letanijf . 
l^iffiUt brfuiic-// torü ab lonffü cfi iiia//iorfb' rt mfnoriV/btif fertionifi*. 
Comettbatfo alatü.// 

180 bladen foL in twee kolommen gedrukt, sign. [A]- K. 
De titel heeft een randversiering in houtsnede. Blad 122 is on- 
bedrukt. 

Op het laatste blad recto staat onder het registrum het adres: 
Ad iaudê et ghriam omnipoteth dei eiusdemquell genitricii et virginü 
Marie. Ac cunctoru traiectejl sis dyocesis cantorü utiiitatem hoc presem 
opusll inceptufHy summa eu diligentia correctum et eme-Hdatum, Compte- 
turn est in oppido Delphensi^ peril me Cornelium Henrici Calco- 
TiPUM. Anno// domini miliesimo quingentesimo trice-// simo^ die vicesimo 
nono januariij/ Laus Deo. 

En daaronder: Fenundantur hij librif apudipsum Corneliu// supra- 
dictum. Et Leydis apud Bartholomaeum ia//cobi super noy^um Remi. 
Necno Amstelredamis// apud Joannem severi claudum super anti- 



113 

quumll pantem^ quorum expemh impressi sunt,// Sit nomen dni benedic- 
turn in seculum. 

[Verk, coll. Enschede, Haarlem 1867] *). 
Die Cropel is hier in Claudus vertaald. Wij zullen ons Jan Zyv^rtsz* 
stellig met dat lichaamsgebrek hebben voor te stellen. 

Zijn winkel wordt y^uper antiquum pmtem^'' genoemd. Het vroeger door 

bem gekochte pand in de Liesdel werd dus niet voor zijn zaak in beslag 

genomen. Deze winkel op de Oude Brug was hem door de stad verhuurd. 

yflmmum Sanctorum (^= i Nov.^ XXXI van Jan Zyvertsz. wöt un jaar 

iuyrs van een huysken op d'^oude brugge gemercki G i £, 16 stJ"^ ') 

Ook op denzelfden datum van 1532 werden de huurpenningen door 
hem aan de stad voldaan, maar ^airoff men trect i penn. voor ij brief kern 
i^even dairiane gedruct stont^ dit huys is te huyr voor de stede kuysen gestelt^ 
bhfft nog XXIX sch. XI </." *), en in 1534 betaalde hij de huur van twee 
jaren *). 

Dus nog uit zijn winkel op de Oude Brug verspreidde hij in 1533: 
81. = Dat gheheele njsuwe testament, 
i6\ 



O CaialogMj nch 666. Gekocht door Tross voor/ 50. — . Vermoedel^k is dit hetzelftle 
geheet op perkament gedrukte exemplaar, dat door een anonymus in Le BibHophile Beige 
(IV, Bruxelles 1869 p. 123, 124) beschreven is. Waar de heer Ch. Rublbns — want die 
w&s de onbekende beschrijver, naar de heer Arnold te Gene mg mededeelde — het gezien 
heeft, vertelt hg er helaas niet bij, zoodat wij ook niet in de gelegenheid zgn, kennis te 
nemen van de merkwaardige aanteekeningen, die zich bevinden op de schutbladen van dit 
exemplaar, dat uit een Overijsselsch klooster afkomstig is. 

Mijne beschqjving is er aan ontleend. 

*) Tbes-Rekenin^ 1532 bldz. 7 verso. 

'^ Thes-Rekening 1532 p. 9. 

*) Thes-Rekening 1534 p. 12 verso. 

8 



Leydeff/ hy Peeter Janszoon 1533 den 2% Meyc enJej te coope tot Aem- 
stelredam bi Jan Severs/ zoon Croepel vander Schelling. 

[Verk. coU. van Voorst, Amsterdam 14 Maart 1859] '). 

Of dit Nieuwe Testament onder de verboden boeken gerangschikt moet 
worden, is bezwaarlijk uit te maken zonder een exemplaar in handen te 
hebben. 

Daar Jan Zyvertsz., gelijk straks blijken zal, in 1 534 zijn winkel ver- 
plaatst heeft, vermeld ik een boekje, dat nog op de Oude Brug versche- 
nen is, het best hier. 

8a. = mt f gn hit f tatu//teti en tont tecBten bantven fanV/ben tian Wttt bcief ' 
latit alfo ii fti tit Jè^t'l/itnttJjt tuben fnoOeftelt ivartti, enz. 
Het adres luidt : gtè men f al bef e ^ottki te tojft bfnben/ // fif mfl ^an 
itnttt f oen Ctotpti// tuoonenbe tot 9emV/f terban (sic) / 09// bpe aube 
bcuggge. 

[Stadsbibliotheek, Haarlem]. 

De reden, waarom ik dit boekje hier slechts kortelijk vermeld, is, dat 
het is: ^j^eprent Camltelrebam/ aen bpe oube fibe/ in// hit gulben een^ooren/ bi 
mi Kesinier Veginciq: #00, en ik aan dezen Reynier Hbynricx straks een af- 
zonderlijk hoofdstuk zal moeten wijden ^). 

In 1534 was Jan Zyvertsz. verhuisd naar de Niezel. 
83. = t ^n €^innijtftt/ // biaet in alf in een Cafel/ f ere cocteltc Hgxcpi// 
fnort/ alle tgene bat bejrreuê/ eü gefrgiet if bit// beginsel bef biereltf 
tot befen 3ace tegêbioor//bicD ^^n f ff fifl. Wt becfcDepbê CBcont)clien// 
met grotec neetjticBept bergabert boor// Scijiinem <0aHarium tot Xin- 
Hatitaie// in d^of tenrürli. 
t S(tem Biet if nocB// toe gebaen beel bceembe gef cBiebeniflen bp// onfen 



O Catahgue^ p, 23, no. 317. 
*) Zie beneden p. 129. 



tflbi fsttt^tt tjÊt in batib' ntec m sfln// aeconigeert en gUeftettrt tot 

Hetl// ploetfen. etr. 

l^irt ff noriï fii 9fitt// bdt sgetal ban allen Mc^ittf// enbe ban aUen// 

]^nf en/ totten IteGtfec Carolnm bge bjiff tê/ en// ben jpauf Cfemenf bpe 

;euen|te nb// tegBenbioocbicIf. 

i68 ongen. bldz, kl. S\ Goth, letter, sign. [A]— L, zijnde het 

laatste vel een half vel. 

Op p. 2 en 3 staat de opdracht van den schrijver aan Leonar- 

Dus Beyer, Raadsheer der stad Esslingen. Op de laatste bladz. 

staat slechts bovenaan het adres: Geprent tot SlemV/ftelrebani/ b9 

mp 9an jgeuee f oon bpe// Ccoepel/ toooneube fnben J80fe{/ in bpe// bper 

Veemffitfnberen// + 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Het origineel was in 1532 te Basel in het Latijn verschenen onder den 
titel: Historiarum et chronkorum mundi epitome. Reeds een jaar later verscheen 
te Venetië een verbeterde en vermeerderde editie, en in hetzelfde jaar 
ook een te Antwerpen. Daar bezorgde in 1534 Adriaen van BsRCHENOok 
een Nederlandsche vertaling ^), en deze vertaling is letterlijk nagedrukt 
door Jan Zyvertsz. Hiermede handelde hij weer in strijd met de wen- 
schen van de overheid, want het werk van een volbloed Lutheraan, als 
AcHiLLEs PiRMiN G ASSER was, mocht hier te lande zeker niet vrijelijk ver- 
spreid worden. Zoowel in een plakkaat van 1540^}, als op den Index van 
Karel V van 1550 en op den Appendix van 1570*), komt deLatijnsche 
uitgave van het werk voor, maar de vertaling bevatte evengoed verboden 

passages. Zoo wordt van Paus Victor I gezegd, dat hij: '^jegelic versmaJide 



O Besebreven in de Bihüotheca Belgka. 

*) Dr. Fr. H. Rbusch, Der Index der yerhotenen Bücher^ I, Bonn 1S83, p. zii. 

') Chr.. Sbpp, Ferboden lectuur j Leiden 1889, p. 17, 174. 



ii6 

en op nyemant niet achtende hemselve gemaect en gestelt heeft ah een hooft der 

religiën en geloofs ^j. 

Maar veel erger nog was zeker het verspreiden van 
84. = f^an den Geloove ende Hoope; noch van de Liefde Godts; door Ysbhandt 
ScHOLL, Priester te Amsterdam. 1534. 

Met het adres: By Jan Seuersoon dye Cropel^). 

[Verk. coll. Is. le Long, Amsterdam 1744] *). 

YsBRANDT DiRCKsz. ScHOLL werd 27 Juli 1534 te Brussel verbrand*^. 
Genoeg om er op te wijzen, dat zijn geschrift tot de kettersche lectuur 
behoorde. Of het hetzelfde is als het op den Leuvenschen Index van 1546 
voorkomende Een zeer profytelick ende troostelijck bouxken van den gheloove 
ende hope^ ende wat dat oprecht gheloove es ende welcke ghenade die mensche duer 
dat gheloove vercryghen magh: daer by siaende een boucxken van der liefden ^^ 
is te betwijfelen, daar dit laatste anoniem verscheen, en er geen reden be- 
stond den naam van Scholl te verzwijgen, die al in 1534 verbrand was*). 

Wij zijn weer genaderd aan hetzelfde jaar 1534, toen, gelijk ik reeds bij 



1^ Deze plaats is ook aangehaald door Is. le Long {Historische beschryvinge van de refor- 
matie der stadt Amsterdam^ Amsterdam 1729 p. 26), en dunkt m^ veel aanstootel\jker dan 
de vrg onschuldige citaten, die Sepp noemt. 

>) Is. LB Long, u. s. p. 481. 

') Catalogus^ HM in octavo p. 61 no. 730. 

*) Dr. J. G. DB Hoop Schepper, Geschiedenis der kerkhervorming in Nederland^ Amster- 
dam 1873 p. 343. 

') Fr. H. Reusch, Die Jtidices librorum prohibitorum des lóten Jahrh,^ Ttlbingen 1B86 
p. 39. — De naam van den schrijver suat ook niet in het boek zelf, waarvan onlangs 
een exemplaar in den kerktoren te Boskoop gevonden is. 

•) Zie hierover nog: I. M. J. Hoog, De martelaren der hervorming in Nederland^ Schie- 
dam 1885 p. 122. -;- Chr. Sbpp, Ferboden lectuur^ Leiden 1889 p. 72—75. — Archief 
voor Nederlandsche Kerkgeschiedenis^ VI p. 80^85. 



"7 

Doen Pietersc. opgemerkt heb, de liberale schout Jan Huybertsz. afge- 
zet is. Het zou mij niet verwonderen, wanneer Jan Zyvertsz. het aan 
diens bescherming te danken heeft gehad, dat hij niet vervolgd was. Maar 
met het vertrek van dien schout werden de hekken verhangen, en hij kon 
er op rekenen, dat niets meer door de vingers gezien zou worden. 

Dit was dan ook niet noodig bij 

85. = JBit ii ti^t coopie Dan// tien txitf Htf VttGif erTdïer MB^tfttitt ^t(at//uzn 

acn tiie Confngijfnne «l^otDgigierc ban l(on//0aren Jüegente* etc sifn futttx/ 
banbet grooV/tec nebec ragjie ban lI5arbatQHa OEn// ban bat innemen bet 
Grooter// ^tabt CDunef in// SÜffritcrten. 
8 ongen. bladz. 4^., Goth. letter, zonder sign. 
Onder den titel een klein keizerlijk wapen, aan weerszijden en 
van onderen omgeven door een vijftal blokjes met ornamenten. 
Op p. 2 begint de tekst, die op p. 8 voltooid is, waar onder- 
aan het adres staat: <Keprint Camf telrcbi aen bpe oube tiU:// in bie 
JSitlel: &9 mi 3an seuecfoon// Cco^el. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 

De brief zelf was door den Keizer 23 Juli 1535 te Tunis geschreven, 
en dit boekje kan dus niet veel voor het einde van dit jaar gedrukt zijn. 
Het is het laatste jaartal, dat ik op een uitgave van Jan Zyvertsz. heb 
aangetroffen. 

Van de ongedateerde drukken werden mij bekend 

86. = ^e rotte// boocnen Ccoon. 

48 ongen. bladz. i6^ Goth. letter, sign. [A]— C. 

Onder den titel is afgebeeld een rozenkrans om een vlammend 

Heilig Hart, het geheel door randwerk omgeven. 

De tekst begint op p. 2 en eindigt pp p. 47. Op p. 41 een 

zeer ruwe houtsnede, Christus aan het kruis. 

De laatste bladz. bevat het adres: 






[Kon. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 
De krukken als schildhouders vormen een niet onaardige zinspeling op 
den bijnaam van den drukker. 
87. = 9e Kant babte sec. 

56 CO ongen. bladz. kl. 8"., Goth. letter, gem. [A]— D, ajnde 

vel D een half vel (O ')■ 

Onder den titel is een schip afgebeeld. 

Bladz. 3 begint met een üerletter: 3Cem bit if bgt Buct toanbn 

*) Dur bel eenif mü bekende otemphar vin dit bnekie niet compleet 15, is de besctirjj- 
ving niet met zelurlieid te geven, mur een ve^\)king mee eren Itiere uitgave door Jan 
JjicoBsz. mukt hel wunch^nlijk, dat met het hiivc vel D liet boekje compleet is. 



119 

5ee die// InierrR Uroecjl ettbe bit lüfof nat O tnUe// it ggerotrigettt tuiti be 
ttttt ptlBot// tianïct htt enbe if lotet poeHt Aaer// te uSetonffftert ettbe 
efc ni|t op tt^// gjjrfet* ^tem tot terf te f^tpU^t// lant en bie eïne en 
tiooct al bie bteeffte cujt enbe ran//Met titp en moetf bi^ male en 
tDielinojïe Qonant/ // S^relant/ en I^raenberen/ en O^artanien/ ^canctittSr// 
^aeno<en en Cngfierant/ J^oortoeggen. Stem// tot ^anffcS/ tot Mgfijt/ 
enbe tot Henele/ enbe boor// b<e belt te jeolen. 
t9i mf Sfan senerf f oon ctnepe! banbet f cgeding. 

[Koninkl. Bibliotheek, Brussel]. 
Midden in een zin eindigt het eenige mij bekende exemplaar van dit 
boekje, waarvan de hooge zeldzaamheid ook door P. A. Tible betuigd 
wordt '). Er achter gebonden is een ander boekje, dat evenmin compleet 
is, en waar ook het adres aan ontbreekt, maar uit de sierletter I op p. 14 
blijkt duidelijk, dat het van dezelfde pers afkomstig is. 

88. = Hier begj^int bat fiogDejte bnbe bat// oijte toatte retOt ban biffbf). 
? ongen. bladz., kl. 8®,, Goth. letter, sign. Ai—?*). 
De tekst begint onmiddellijk onder den titel, met een andere 

sierletter I, dan in De kaert vader zee gebruikt is. 

[Koninkl. Bibliotheek, Brussel]. 



Te onrechte maakte de Roever de veronderstelling, dat Aechje 
Jansdr., de huisvrouw van Jan Syvertsz., die in 1535 in haar deurpost 
opgehangen werd, omdat in haar huis de samenscholingen der Naaktloo- 
pers badden plaatsgevonden, de vrouw van onzen drukker kan geweest 

<) Door face gebruik van dit boekje houdt men de pompkast droog en de kiel nat, m, a* 
w. gaat de rtis voorspoedig. 

') P. A. TiELB, Nederlandsche bibtiographie van land" en volkenkunde^ Amsterdam 1884 
p. 266. 

') Met het derde blad van vel D houdt dit exemplaar op, midden in Ca)^. Xbi(t* 



ISO 

sijn ^), want deze Jan Syvertsz. was immers lakenkoopman en woonde 
in de Zoutsteeg^). 

Vermoedelijk is Jan Zyvertsz. 35 Juli 1538 gestorven. Dit zou men 
tenminste kunnen opmaken uit de volgende acte: 

Jan Zyvertsz^ boekcoopery heeft hj Testamente gemaect ende besfroken CoR- 
NELis, vjn natuerljcke «000, hendert gulden^ die antfangen heeft Aeltgen 
Zyvertsdr., daer vooren zy den voorst. Cornelis tsiairs Renten gheuen zal de 
penning XVUl een^ verschonende alle jaer op Sint Jacobsdach (= 25 Juli), dair 
off Sint Tacob arnio XXXIX teerste jair verscheenen tal wesen, houdende op alle 
hoer goederen. Actum den II II Novembris anno XXXVIIIL Presentibus enz, *). 

Nog 22 Mei 1549 werd dit geld door Aeltgen Zyvertsdr. aan haar 
neef Cornelis Jansz. uitgekeerd. Heeft die Cornelis Jansz. zich later elders 
als boekverkooper neergezet, dan is het niet onmogelijk, dat de Cornelis 
Jansz., die van 1579 tot 1588 in „de Vette Henne*' te Delft voorkomt, 
deze natuurlijke zoon was. 

1) Oud-Hollattd II p. 172. 

*) J. Wagbnaar, Amsterdam in zyne opkomst^ enz. I, Amsterdam 1760 p. 240. 

') Weesboek IV p. 199 vo, geciteerd in Oud-Holland II p. 172. 



^ 



r 



OVERZICHT. 



79 i52<!> ^^ Crepels Calengier ^. iio 

So 1530 Psalterium ^.112 

^^ ^533 Dat gheheele nyeuwe testament ^' 113 

82 ca. 1 533 Dte statuten ende lantrechten van den landen van IVestvrieslant p, 114 

83 1534 AcHiLLEs Gassarius, Een Chronijcke ƒ. 114 

^4 1534 YsBRANDT ScHOLL, Fon den gelotn'e ende hoope; noch van 

de liefde Godts ^.116 

^5 ÏS34 ^* coopie van den brief des Keyserliker Majesteits gescreven 

aen die Coningkinne Dowagiere van Hongaren^ enz. . p. 117 

86 «./. Dje eorte doornen Croon P' ^^7 

87 zj. De kaert vander zee ^.118 

xj. Dat hogheite unde dat olste waterrecht van fViiby . . p. 119 




MEESTER LUYT. 



S9. = ifitt ftetSfnt tcfi corte// bedaracie tn iüaüttt// met ftefviftagj^e bet j^- 
UUtt// Mclftuetcn tragen soraisAr// artfculê fut Xuti^tant. tffteV/matrt 
Bi I» grote gBtTfrcdi tiortoer// iiibec gobj^t Soinef CcCiiiif .// ^iitrgSt- 
|ct tut ben latltne// in busitfcOe rnbe fffie// prent int iaer pf// Qertn. JB. 
crccr. en. ppbi). 

iPe|e boecjAenf hierben ber// rotfit tot Slemf telrebi bi met// f ter Xu9t/ 
rofter ban bonbe BercBe. 

184 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— M, zijnde vel 
M een half vel. 

I De titel is omgeven door een lijst, waaruit onderaan drie 

I mannelijke figuren te halver lijve komen. De keerzijde is onbe- 

drukt, en op p. 3 begint de proTogge// Cottê boecBbelfften Xe^c 

; bef boecf van den vertaler. Daarna begint op p. 7 de Ptologfie 

bef boctoerf bfe bit Boec)c//ifen in Tati|n gBemaeciit j^eeft/ enbe if// g^e- 

I fcBceuen totten onuertDinlflclien// pcince enbe ^ttn/ Beet 9tnxitH// bie 

I acj^tf te ban bien naë. Co/ZnincR ban €ng5efant// enbe Sletlant. etc.// een 

ttou be//fc|ïermec bef CDriften ggefoeff.» op p, 9 onderteekend 
9ngolf tabii// baioatie Ital*. ftbru. M. ^. en n^. Bladz. 10 en 11 
worden in beslag genomen door ^ie tafel bet attimlê// of bet 
Capitnlê ba bit Boetpfiê) en op p. ia begint de eigenlijke tekst, die 



op p. 184 eindigt, waaronder het adres: ^^nfttnt tot 9üH ta 

•olUmt/ fti mi// Comelll Benrtcs* Xettetf Qflbec* SItmo* Jil. 9. en. nrti0* 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Museum Meerm.— Westr. 's Gravenhage]. 
Dit boekje, een vertaling van Eck^s Enchiridion hcorum communiwn adver- 
sus LufAeranoSy was natuurlijk uitgegeven om te dienen tot een bolwerk 
tegen den steeds aanwassenden stroom van kettersche lectuur, en terecht 
merkt le Long op ^), dat de koster van de Oude Kerk met de uitgave 
zal zijn belast, om het zoo veel mogelijk kerkgangers te doen koopen. 
Maar het hoofddoel werd op deze wijze allerminst bereikt, want de verspreiding 
van het boekje had juist de averechtsche uitwerking, dat het aanleiding 
gaf tot het aanschaffen van Luthers ;werken ^). Er was dan ook wel iets 
op te vinden, om ook dit uiterst rechtzinnige boekje van de markt te 
veren. Niettegenstaande den inhoud, streed het toch tegen de plakkaten, 
immers het was gedrukt y^ondert dattet bj ons eent gezien ende gAeiisifeert is 
geweesT. Ofschoon het Hof van Holland de uitgave niet had willen ver- 
bieden f/üsoo ditselfde bouxken zeer gerecommandeert is geweest upte stoel by eenige 
rdigietisen tot AmsterdanT^ schreef toch de Landvoogdes 35 Mei 1527 aan 
den Raad van Holland 99 Quant aux livretz imprimez a Delft et qui se vendent 
a jlmsterdam et aiUeurs^ contenants les solutions de Eckius contre principaulx 
argumens de Lutere, apres avoir bien pese la consequence de ceste materey nous 
trouvons entre plus expediënt^ et vous ordonnons, faire brusler et defendre lesd. 
livretz qui sant imprimez en thiois^ et par le procureur general proceder alencontre 



O Is. LB Long, Historische heschryyinge van de Reformatie der stadt Amsterdam^ Amster* 
éua 1729, p. 469. 

^ In een pardonbrief ten behoeve van den Utrechtschen Vicaris Anthonis van Doybn- 
BuiccH, gegeven 9 April 1551, wordt dit op merkwaardige w^ze bevestigd (Dr. J. G. de 
Hoop Schetfer, Geschiedenis der kerkhervorming in Nederland, Amsterdam 1873 p. 439. — 
(ktd'Hoiland XIV p. 12^—128). 



124 

de Umprimeury comme aiant en ce tramgretse iet placatz^ seUm que U verrez appar- 
iemr ')• 

De Raad moest toen wel den Schout van Amsterdam aanschrijven, dat 
hij er voor te zorgen had, dat Mr. Luyt zijn ganschen voorraad overgaf 
en mededeeling deed, wie al een exemplaar van hem gekocht hadden. 
Ten overvloede werd 15 Juni nog eens afgekondigd, dat ieder die nog in 
het bezit van een exemplaar was, dit bij den Schout moest brengen, want 
twee dagen later zouden alle exemplaren openlijk verbrand worden^). 

Bij meester Luyt zullen dus wel nooit meer dergelijke boekjes ver- 
krijgbaar geweest zijn, en ook als uitgever van andere werken is hij niet 
bekend. Dat hij dezelfde is als de chirurgijn Luyt Jansz., die tot 151 3 
kerkmeester der Oude Kerk was^ ') is mogelijk, maar ook niet meer dan dat. 



O Derde memoriael van A. Sandklin, f*. 173 vo, geciteerd door db Hoop Schkfper, 
u. s. p. 438, 439 

>) Keurhoek D, P*. 121 verso, aangehaald door J. ter Gouw, GeschUdenis yan Amster- 
danty IV, Amsterdam 18S4, p. 160. 

') Oud'HoUand, II p. 79. 



^ 



PIETER HENRICSZ. MOL. 



Ook PiETER HfiNRicsz. komt het eerst slechts als jjboekbjnder in de vette 
hetme^ voor. Het was in 1532, toen in een boedel een schuldbekentenis 
van 12 gl. van hem voorkwam, waarvan 18 Jan. 1533 de eerste jaarlijk- 
sche rente vervallen zou *). 

Gelijk straks blijken zal, was hij vermoedelijk geboren te Mol in Bra- 
brant, en zoo is het lang niet onwaarschijnlijk, dat de Henrick Petersz., 
die omstreeks 1540 te Antwerpen het drukkersbedrijf uitoefende „in de 
Mor\ van zijn verwantschap was. 

Als boekbinder leverde hij in 1534, en als boekverkooper in 1540, 
papier aan het stedelijk bestuur^), en in 1538 betaalt hij 16 se. 8 d. voor 
zijn poorterschap. Nu wordt zijn naam voluit Peter Henricx Mol ge- 
schreven'). En als hij in 1543, in 1551 en in 1566 nog weer als papier- 
leverancier voorkomt, wordt ook zijn adres genoemd „in de vette Henne^^ 
een uithangteeken, dat ook buiten Amsterdam vaak door boekdrukkers 
gebezigd is. De Vette Henne van Pieter Henricsz. Mol was gelegen in 
de Warmoesstraat, het vijfde huis benoorden de St. Jans-straat. 

De waarde van dit huis werd in 1557 op 56 £ geschat*). De bewo- 

<) Wushoek IV p. 55, geciteerd Oud-Holland II p. 174. 

') Oud' Holland II p. 174. 

'; Rekemngen. 

*) Registers van taxateurs, geciteerd Oud-Holland II p. 175. 



ner was dus klaarblijkelijk een welgesteld man. Dat stelde hem dan ook 
in de gelegenheid 28 Aug. 1 557 een graf te koopen in de Oude Kerk, 
gelegen op de zesde rij van het zuiderperk ^). Het merkteeken, dat op den 
steen gebeiteld was, is al door de Roever afgebeeld, maar ter wille van 
de volledigheid verdient het ook hier een plaats. 




Eerst 22 Sept. 1546 werd Pieter Hendricksz., te gelijk met Bartho- 
LOMEus Jacobsz., als boekhandelaar geadmitteerd ^). Hij was een boekhan- 
delaar van beteekenis, die handelsbetrekkingen met beroemde buitenland- 
sche huizen onderhield, o. a. met Christoffel Plantyn te Antwerpen *)• 

De eerste rekening van hem, die in Plantyn's grootboeken voorkomt 
is van 1566. Het bedrag loopt slechts over 53 gl. 17 st., en de boeken zijn 
geleverd door bemiddeling van de firma Birckmann te Keulen. In de dag- 
boeken der drukkerij van Plantyn zijn al de uitvoerige rekeningen nog 
aanwezig, waarin stuk voor stuk alle geleverde boeken worden opgesomd, 
maar een publicatie hiervan is, dunkt mij, even overbodig als een uit- 
gave van de rekeningen in de grootboeken. 

Een volgende rekening van 1568 en 1569 loopt over loi gl. 17 st. 
Hierop komt 21 Nov. 1569 een bestelling voor y^uivant les lettres de H^mh- 
DRICK Peetersen fils du susdit Peeter Heyndrickx defuncf\ 

Al in het einde van het vorige jaar was Pieter Henricsz. Mol over- 

>} Giafboek der Oude Kerk, geciteerd Oud-HoUand II p. 175. 
») Nimrseher XVU p. 7'^. 

') De heer Max Roosbs, te Antwerpen, was zoo vriendel^k, niy een afschrift van de 
rekeningen uit de grootboeken te zenden. 



leden, en 2 Jaiu 1569 werd Peter in de Fette Hen bijgezet in zijn graf in 
de Oude Kerk. 

De zoon had dus de zaken in het ouderlijk huis voortgezet, en nog 
4 Maart 1574 ieverde Plant yn boeken aan de firma. 

Wyn Rycken in de vette hen^ die 3 Febr. 1573 ook in de Oude Kerk 
begraven werd, is vermoedelijk de weduwe van Pieter Henricsz. Het 
huis bleef nog tot in 1578 op haar naam staan '). 



>) Oud HoUand II p. 175. 




REYNIER HEYNRICX. 



90. = ^it tan hit tutu// ten en lant cecBtm Hauben lanV/iien tian Wtft fictef - 
Unt alf o ii Oi tit ^afV/ f enf cge tijttn iuffijtittlt Usaren. €n dat üatr 
ttti ngeuioerocft fit ggeorbinecct f^/// enbe if betbeUsecf toel ir&tcocrfgeert/ 
en// met arie tite ftebê en grieteman in tneeft// brief (anbt b^e ggebeeft 
tnorben in beien// ^tfitt^ot/ Wntttt^üt/ €nte bie feutn// inolben met 
aire bie bocpen en cloeV/ f teren/ bn^ten of binnen err//lle ftat en gtiete- 
m// 0eregD«n// ij. 

^ti men f al be|e fioecBc te cope binben/// fil mi| 3an feuerf foon 
Ctütji^tl// biQonenbe tot %tm*J/ fterban (sic) / op// bpe onbe firnggSe. 
72 ongen. bldz. kl, 8^, Goth/ letter, sign. [a]— e, zijnde vel e 
een half vel. 

De titel vult de eerste bladz. geheel, en de tekst begint p« 2 
en is voltooid p. 71, waar onderaan het adres staat: ^^tsnt 
(tamftelrebam/ aen bpe oube fiht/ in// bie gulben eenftooren/ hi ml 
fiepnicr Depnricjc #00// Cn men f al befe fioecBen te coope binben tot// 
9mjterbom/ op bie onbe brugge/ ti mi// 3an jituttf foö cmepef/ 
tDonêbe// in bie bier Deemf fiiinberen. 

De laatste bladz. bevat een ruwe houtsnede, Christus als rech- 
ter op den dag der Opstanding. 

[Stadsbibliotheek, Haarlem]. 



129 

Wanneer het met dit y^erdewerf wel gkecorrigeet-r in den haak is, dan 
zijn de beide drukken die er aan voorafgaan: Dit zijn die statuten en lant- 
rechten vaden landen va westvrieslant *), volgens Holtrop en Campbell een 
product uit de pers van Henric die Lettersnider ie Delft; en Dit zijn 
He statuten en lantrechte vanden landen va west vrieslant^ waarvan een exem- 
plaar in de Stadsbibliotheek te Haarlem bewaard wordt. Vóór 1504 kun- 
nen deze beide boekjes niet gedrukt zijn, want eerst in dat jaar vaardigde 
Hertog Georg van Saksen de Statuten uit Onze derde druk verscheen 
stellig weinige jaren vóór of in 1533, toen Jan Zyvertsz. nog zijn win- 
kel op de Oude Brug hield. 

Maar wie is de drukker? Wie was Reynier Heynricx? 

Ofschoon van andere drukkerswerkzaamheid niets te vinden is, luidt 
het adres te absoluut 

^fi mtn fia Me bordim te coopt ufoiOm m 

)1 mficr l)am^ op litt oute teiiOBe/M mi 

3ifln|6rtirc0CbSmttVfI^tDOttitc 

dan dat aan een drukfout gedacht kan worden. 

De Roever's veronderstelling *) dat Reynier Heynricx en Cornelis 
Hendricksz, Lettersnider zoons van Hendrick Eckert waren, vervalt 
al hiermede, dat de vader van Cornelis Hendricksz. Hendrick de Let- 
tersnider geweest is, en er hoegenaamd geen grond bestaat om van Hen- 
drick Eckert van Homberch en Hendrick de Lettersnider één persoon te 
maken. 



O Beschreven in W. Esrhopf, De stedelifke Bibliotheek van Leeuwarden, Leeuwarden 1870, 
p. 412. 
*) Oud-HolUittd, II p. 172. 

9 



/^ 



130 

Het uithangteeken „de Gulden Eenhoorn" komt meer voor, o. a. werd 
het te Antwerpen door Adkiaen van Liesveldt en door Willem Vor- 
STERMAN gebruikt. Misschien moet er verband gezocht worden tusschen 
de verschillende drukkers die zich van hetzelfde adres bedienden, maar 
het ontbreekt ons te eenen male aan gegevens om dit bij ^de Gulden Een- 
hoorn*' aan te toonen- Vooralsnog blijft de persoonlijkheid van Reynier 
Heynricx in duister gehuld. 



^ 



BARTHOLOMEUS JACOBSZ. 



Onder de boeken die bij Jan Zyvertsz. verkrijgbaar waren, hebben wij 
vermeld het in 1520 door Cornelis Hendricksz. Lettersnider te Delft 
gedrukte Psalterium, en wij hebben opgemerkt, dat dit boek ook te Leiden 
door Bartholomaeus Jacobi in den handel gebracht werd. Wij kunnen 
volstaan met daarnaar te verwijzen '). 

91. = pialteclü |)ora$ ranon<-//raf tatare \\\ tttitpii boV/frntf&' ^ectinbü 
laubabi-Z/Irm co^uetubfnr OEcclejic// ttaittttniii prcutüe, enz. 

[Verk. coU. Enschedé, Haarlem 1867]. 

Heet zijn adres daar super novum Renü, in een HoUandsch boek van 
hetzelfde jaar wordt zijn woonplaats op andere wijze aangegeven. 
9a. = "^ta toft^ïjatit// tianben &eutucDt// ten broutuen x // 

<$0ecocr(0eert en benneerV/ bert tot bie boccfië ba bie albei e^peettjte 
f rrf)// ucrf : bte ban bef et matetien Cte bieten ba bpe// f ecreten : ontfan- 
gginge : fiaringDe : en tifu bet// broebroubien) fnt latfjn gef creuen jjebbê : 
al$// %lUzttit magnuf: $6dftoteIef: ]^linfuf: %niti// na: Jttlarruf 
barro : eü meec anber. €n oor kut// 3af on a pratif : bge een bat aibec- 
co jtelgcf te tra// naet in latijn geeft b^f cteuê banbec bcoebrou//tDen ronf te. 
1 1 2 genum. bladz. (de nummering der bladen begint op bladz. 
5 met fo: 8 en loopt tot f o : I«ö), Goth. letter, sign. [A]— O^ 
Onderaan op het titelblad het adres: Mtn bint bef e boecfien te 

1) Zie boven p. f 12 



132 

coo)^e tot Xcyben:// fit tit X^i|rfi caj^erte tot l)5actBoIoinet4 9acofif5// 
t)5oecftlieccoop(r. 

Op de keerzijde staat een voorwoord van den drukker aan den 
t)5enifnlie \t(tt^ dat onder meer merkwaardige mededeelingen ook 
deze inhoudt, dat de drukker voorkomen wil, dat dit boek 
komt in handen van: fiitibtti oft büe^nr, UteC Ueuer lef en foubrn 
ben brontoë te bertaitte oft tot onaerbicgept O- ^^t i en talmt brfe 
boccliiê niet aUe perfoni bercoopê/ nocjï tgoonê/ ocD// te cooj^e btnbê tot 
eenjge boectoercoperf/ ba atleene in bit// roopftabt ba Slnttoerpe &< mi 
WiWtm Boefterman. €(5e// prent mbê gnibe €engoten. 3nt iaet. «m. 

€€€€€. en pin:. 

Hierna volgt ^it l^rologfte, en op bldz. 4 (genummerd fo. i 
verso), begint de teksu die door verschillende obstetrische hout- 
sneden opgeluisterd, en in 12 hoofdstukken afgedeeld is. 
Hierna volgt nog een opsomming van Jftebergncn bet gOemeenbet 
lufiiben. Dan We tafel bet rapittelen ban bit tegü^ntaoorbicD boerjcfiten. 
Daarna Ban bie namen ber cntpben, bevattende een Latijnsch-Hol- 
landsche woordenlijst, en eindelijk ^it (Cafel ban bat gier toe gfie- 
baen i#, een soort bladwijzer. 

Op fo. Hiij verso nogmaals het adres ^efe boeq^ïtenj falmen bin- 
ben te coope tot// Xepben bi bie BijcD capene/ tot tï^artj^olonie// up 
3aco&f5 ^oecfirbercooper. 

De volgende bladz. is onbedrukt, en de laatste bevat het groote 
welbekende drukkersmerk van Willem Vorsterman. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 



>) Een aardig voorbeeld van de oppervlakkige w^ze, waarop de talrijke latere nadruk- 
kers te werk gingen, is wel, dat ook dit voorwoord, dat toch zeer bepaaldel^k mededee- 
lingen van den toenmaligen drukker tot den lezer van zijn tijd inhield, later steeds onver- 
anderd werd nagedrukt, alleen met eenige modemiseering in de woordenkeus, die echter niet 
altijd verl^etering is geweest. Zoo maakten vele van onaerdicheyt fioayaardigfidd^ wat klink- 
klare unzin in dit verband is. 



1^3 

Dit is een 'Nederlandsche bewerking van Eucharius Rösslin*s veel 
verspreid Der schwangern Frawen und Hebammen Rosengarten^ voor het eerst 
verschenen te Straatsburg in 1513, n\t ou&e ropit ^nniViti geprent/ ti^e tuti 
euerlantjcge gj^etranf latrert tnal/ j^eBfië 619 oor na geuoltjit liaec jp anctentlpcEi en 
jnffident toaf. Deze oudere vertaling is in 1516 verschenen te Brussel en 
is het werk van Thomas van der Noot '). Zooals op den titel is aange- 
geven, is dit een omgewerkte en vernieuwde uitgave *). Dr. H. J. Broers *) 
hield Jason Praten sis, den lijferts van Adolf van Bourgondië, voor den 
bewerker. Mij dunkt, ten onrechte, want deze kan geen reden gehad 
hebben, zijn eigen naam dan op dusdanige wijze op den titel te plaatsen. 
Ook zijn er geen andere Nederlandsche geschriften van den steeds Latijn 
schrijvenden lijfert$ bekend. 

Als Leidsch boekverkooper komt Bartholomeus Jacobsz. nog in een 
derde werkje voor: 

93. = '^ai Icnë onj l^eeri. 

280 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— I, zijnde vel 

G, N en S halve vellen. 

Onder den in rood gedrukten titel een houtsnede, de Mis van 

St. Gregorius. 

Bladz. 2 begint met den j^icologul, en op p. 3 begint de tekst, 

die met 48 kleine houtsneden is opgeluisterd. 



O In het Ontralblatt für Blhliotheksy/esen (1896 p. 289-31 1) geeft Dr. F. W. E. Roth 
een bibtiographie dezer Rosengarten^ zoowel van de Duitsche als van de Hollandsche, maar de 
in het Hollandscb verschenene hebben een uiterst stieirnoederlijke behandeling ondervonden, 
aangezien er maar twee genoemd worden, die beide wellicht niet eens bestaan. Over de 
juist zeer talrijke Holhindache uitgaven van den Rosengartcn zullen Dr. C E. Daniels 
en ik binnen kort elders nadere mededcelingen doen. 

O Echter geheel gelijk aan een uitgave van Michiel van Hoochstratbn, Antwer- 
pen 1519, 

'^ NederL Tijdschrift voor Geneeskunde^ 1871, 1 p. 700, 701. 



'34 

Onder aan de laatste bladz. staat het adres: «Dj^eprent Canttuccprn 

booc D^ac' // tolomenf Sacopf foon 6orc6tiei // cooptc tuoenmbe te 

Xrpbeti. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Dit boekje is niet gedateerd, maar het moet vóór of in 1532 gedrukt 

zijn, want in dat jaar verhuisde Bartholomeus Jacobsz. naar Amsterdam. 

II Oct. 1532 verkocht Willem Corver hem een huis, gelijk boven reeds 

vermeld is. Dit huis stond in de Warmoesstraat, het vierde benoorden 

de Pijlsteeg, waar het een uitgang in had. De koopsom, groot 1 250 gouden 

Carolus-guldens, werd door hem in termijnen aan Corver uitbetaald, ei\ 

na diens spoedig gevolgden dood in Jan. 1534 aan de Weesmeesters '). 



De Roever heeft aangetoond, dat hij waarschijnlijk pas in 1536 het 

burgerrecht van Amsterdam gekocht heeft *). Lededoer's verkeerde opgave *), 

dat hij pas in 1537 te Amsterdam is komen wonen, is bepaald ontleend 

aan de aanteekening van le Long ^^^t tot Amsterdam het allereerste de ByM 

onder de Benaaminge van de Gulden Bibel^ reets /ï\ 1537, door Bartiioix)mel's 

Jacobszoon, Boekverkooper of Lybrarier uitgehangen tY^ *). lb Long had dit 

adres zeker gelezen op : 

94. =s i(9ec ficgï// net bat iKSoerpRê ge// geten l^t litfbê oft// bec mfnnen 

Hegel.// €n tf fnBotibenbe t^oe// bat W gob tot ganjcgec Qecten// fiif- 

(en lief Bebbrn eü arte iitf// ben tot ti|t(icfiien bingen// baei bntê f (uten en 

it// feluen gob ouerV/ gfieuen. 
SImoc bincft// omnfa. 



O Zie boven p. 97 en Huiswerk, Div. Mem* I p. 147, 148. 
>) Oud'Holland II p. 180. 

*) A. M. Ledbboer, Dc bocktirukkers^ bocki*erkoopers en uitgo'crs in Nederlamlj Deventer 
1872 p. 48, 260. 
*) Is. LB Long, Roek-zaal u. s. p. 855. 



Ï35 

IMt Hef^e bectofv/ net aUe bmm. 

an (Kon a#t 511. 

152 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter» sign. A— L, zijnde vel 

C, F en I halve vellen. 

Om den titel, aan weerszijden en van onderen, smalle blokjes 

met ornament. Bldz. 2 een houtsnede, de Afneming van het 

Kruis, met het onderschrift ^it Kefbe Herliiinnec alle// üintfi. 

De tekst begint op p. 3 met een sierletter A en is voltooid op 

p. 148. Bldz. 149 en 150 bevat bit Caefel banbet mtnnen regel, en 

bldz. 151 den naam van den schrijver en het adres. 

m^er if boleptibet dat// OoetjcSen banbet minnen ofte bec Uefben// regef/ 

t^emaert boor bê eerbaerê broeber/// l^roebet ^icrijcfi XoocO l^iuxiixt 

b* Cartjju// $er oorben fn Coelen/ ben gttettuilfiV/ gfien leef er ben brebe 

bte allen// finnen te bonen gart. 

€nbe ie geb bit toucfki met bli)t (atë ejcamiV/ neren alfo bat baer niet 
in en if tegen tgeme^n// gelotie ^er geifiger AercBen/ IBMt get if gfie//- 
fcmte in fuiefiier maniere/ alf ll^ionifiuf/ 9reopaV/ gita/ ^regoriuf/ 
l^arnarbuf/ l^onani// tiira/ ^ioni//fiuf Cartufienfif. €n meer anb' 
geifige boctoren// bie baben intuenbigë leuë plegen te fcriuen. 
€nbe if gfieyrent tot Xegben ft59 mjt// peter 3anf 5oen bionenbe op 
fin»// te pancraef Iterrgof. ^nt iaer// on( l(erê. Jlè.rcecr.p):j:bg. 
€nbe men falft te toope binbë tot %m*/J f telrebam in bie toermeMtraet/ 
ten// gnpfc ban l^artfjoromeuf aa'//cobf3bon l^oecliiuercoper// ofte 
Xibrarper. Snbè gulben t^ibef. 



O Dit is Thboooricus Loërius die in 1519 te Keulen het Kanhuizergewaad uit de 
handen van Petrus Bloemevbnna ontvangen had. In 1530 was h\j vicaris geworden; in 
1539 zou hij Keulen verlaten om ie Hildesheim en elders voor zijn orde werkzaam te 
zijn, en 26 Aug. 1554 srierf hij in het klooster te WQrzburg. Zijn voornaamste werk is 
de uitgave van de werken van Dionysius Carthusianus (D. A. Mougel, Denys le 
Chartreux, Montieuil-sur-Mer 1896 p- 75, 76). 



13^ 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Univ. Bibliotheek, Leiden]. 

Ook in Amsterdam bleef hij betrekkingen met Vorst£rman onderhouden. 

95. = ^e Crongc'// Ite ban l^olfat Zttlant// en l^xitiUait ban alle gef t^iede- 
tiipf/ttn int cocte/ met 119e Cronficiie ban ben// Q^iHcj^oppen batatrecBt/ 
Doe bat l^ollant// eerft begrepen if/ gebuerëbe totten 3are// Bitftien- 
gonbect en. m^Wj- II + 

164 ongen. bldz. kl. 8^, sign. [A]—L, zijnde vel Leen kwart vel. 
Onder den titel een houtsnede, voorstellende een ridder te paard, 
die vermoedelijk Keizer Karel moest verbeelden. Ten minste op 
den achtergrond prijkt de keizerlijke adelaar en op het paardedek 
het wapenschild van Oostenrijk. Deze houtsnede is in den rechter 
benedenhoek gemerkt met een mij onbekend huismerk. 
De keerzijde bevat het privilegie ^gcgeuen banbec Re^ferV/ ïttcBtt 
mate jteyt berbfebenbe eenen ^egBe// igrften to(e bat gf M bef e bourliê 
niet nae te// prenten ofte te boen prêten gebuêrcnbe ben// tjlt ba Urie 
iaeren/ opte becboecte bant// t^ttt enbe bïe rocrertie banben 9ert. 
Op p. 3 begint de tekst en op de laatste bldz. staat het adres: 

^D^nnt tot SIntbieqië// bf bte Camecpoorte inben gulben eengoern// 

009 mi WiWtxa l^otf tetman eti baer fa(// menfe te coope btnben.// Cn 

ii bolepnbt ^nt (aer onf geren M.mtt. en.// pcpbij). ben. acbtftrn 
batg. in Jftaecte. 

€a men f al je mebe te co//pe btnben tot Slemftelrebomme tnben gnIV/ben 
O^ybel ten gupfe ban tt^attgoloV/menf Sl^copsoon. 

[Britsch Museum, Londen]. 

Reeds een jaar later verscheen weer een uitgave van hetzelfde boekje 

96. = '^t €tün9v// fit ban l^onat SSeelant// eü l^cfef lant ban (Ofe gelrgfebr- 

nip// jen ïnt cocte/ met bpe Cconflcfiie ban ben// O^tMcopptn ba totmUt/ 



137 

l^oe Hat Vonimt// uxfi ftefTtepra if/ gebuerdie tomn 9ftre// ^üftkn^on- 

beet tn. nn^* 

164 ongen. bldz. kl. 8^, sign. [A]— L, zijnde vel L een kwart vel. 

Deze uitgave is geheel gelijk aan de vorige, behalve dat ook 

op het adres de tijd van uitgave veranderd is. 

^^gepcrnt tot Snttserpe// boot bit Cdmervoorte inbê gulben eenffoecn// 

t69 mi n^inetn l^otftttman en baec f «r// inenf e te coope binben. 

€n ii nolepnbt STnt iaec onf geren. .ta.ccccc. enbe// mi%' ben beebcn 
bacü in feftniario. 

€n men ^alfe mebe te co//]ie binben tot Slemf telrebamme inben gulV/ben 
^tfitl ten Supfe bon ^ottSoIoV/meuf St^ropsoon. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Britsch Museum, Londen]. 
Geen drukker is genoemd ^) bij de volgende uitgave 
97. =: <pit if ttf Ctoptif// fialioiet en if gemorrt tot bê CpD^// mtcibr j/ tot. 
Xj^iiij. Sm/ €n men (al Soer// in Hinbê/ bie noetitoe Matn o]i jijn 
bten// en ftijipen/ toant eicRe fti]ipe if een bierê//beel ban een brr/ en 
beginnen na mibbarg// bef feluen baecg;. €n gier in (uit ggi bfn// ben 
bpe bagen/ bie lagen eii corten. 
16 bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 
Onmiddellijk onder den titel het adres: ^tem befen Ifalengier iiüt 
ggi te coope// binbê/ inbê gniben tSiBel fip m? t^^attgolomeuf Sacob// 
500 boecuercooper/ tiionêbe tot Sfemf terbam, en daaronder nog een 
kleine houtsnede, de bekende mannelijke figuur omringd met de 
teekenen van den dierenriem en daarmee correspondeerende eigen- 
schappen. Deze zijn daarnaast ook nog verklaard; zoo staat 

O A. WARzéE noemt in het Bulletin du hibliophiU beige rVilI, Bruxelles 1851 p. 3) 
<ieKn Almanak een Amsterdatnschen druk. Maar ik betwijfel dit zeer, en zou eerder aan 
Antwerpen denken. 



138 

boven het hoofd: %mt int ftooft; onder de voeten: ]pifcrf in tite 
boeten; de anderen staan er naast. Overdwars de regels: Wit 
tuaf boe bie ebeijre of \»&itt mi// ^oe 5lbam fj^itte enbe oEua fpan. 
De geheele titel is in rood en zwart gedrukt, en aan de vier 
zijden omgeven door randwerk. 

De keerzijde bevat den SUfmanacfi gebuerenbe tot I^i<it. 3aten, en 
deze opsomming begint met het jaar .H^. b. ^X. zoodat de publi- 
catie in dit jaar gesteld moet worden. Op p. 3—14 staat de 
kalender, op iedere bldz. een maand met bovenaan een kleine 
toepasselijke houtsnede, p. 15 en 16 eenige astronomische en 
chronologische opgaven. 

[Koninkl. Bibliotheek, Brussel]. 

De almanak door Jan Zyvertsz in 1526 uitgegeven *) was door den 
drukker naar zijn eigen lichaamsgebrek Des Crepels Caiengier genoemd, en 
klaarblijkelijk was het publiek met dien almanak zoo vertrouwd geraakt 
dat, toen Bartholomeus Jacobsz. in 1540 ook een almanak uitgaf, hij er 
denzelfden naam voor koos. *) 
Van een jaar later is 

98. = Cantuale CtafectenV/ ji j l^iocefff fcgolajitidj// ptierij non mimi litHe 
Qua necejjacium// bum fnpenianiitf |uOlati| et qufbnf ba// magi j nxtti- 
facijf reftitutfj recognitü ac büigentf ntca impcef V/ f urn. 9nno. MüWt- 
iimtïll (i^uingitef fmo. Icli. 

368 ongen. bladz. 8®., Goth. letter, sign. [a — ]z. 
Op den titel een kleine houtsnede, Sr. Martinus, waaronder 
het adres: Smpceffum SIntueiqpie i\xptz porti CaV/mere apnb Qtndcn 



>) Zie boven p. 110. 

>) Aardig is het, op te merken, dat heden ten dage nog Der hinkende Bote een der 
meest verspreide kalenders in JDuitschland is. 



139 

J^tti AtbOelBucV/ Qtnitm pro gonrf to bfro f^artOo// lomeo 3aco&i 
a$ififiopo(a// morante SCm jteceV/ bammtf ju6 intetf ionio// Süurta l^ffilfa. 
Op de keerzijde een groote uitgestrekte hand, op welker palm 
noten zijn aangeduid, klaarblijkelijk een synoptische handlei- 
ding voor zangers, ongeoefend met het notenschrift. Dit be- 
gint op p. 3, d, w. z. gedrukt zijn alleen de notenbalken van 
vier lijnen, terwijl de Gregoriaansche teekens er met de pen op 
ingevuld zijn. Hier en daar staat een sierletter. 
Onder op de voorlaatste bladz. staat nog eens het adres: 
3mpre$$um ^ntuerpic/ per me ]Qen//ncum prcd MihMfmx^tnttm.// 
%nm M.€€€€€. et f li., en op de laatste bladz. diens drukkers- 
merk FORTVNA. 

[Gemeente-Archief, Utrecht]. 

In 1541 en gedeeltelijk ook in 1542 levert Bartholomeus Jacobsz., nu 
t^cketittder" genaamd, al het papier aan de stad '). Een jaar later ontmoeten 
wij hem weer als uitgever. 

99* = Itanbê// Rer jtelicrien Rib// bet €ttt |eet proffiteIt)c t)5otiDC// £ien/ nut th 
^erbaerricR toefen// be Door allen. Cgrif ten. f^ïjtlot*// iiiggen mtnitïjtn/ 
€ntie it (BeV/tnaect booc ben ïjQocïjutltttbtn// tioctoot oErafmnf ban 

Hotterba 

192 ongen. bladz., kl. 8'^., Goth. letter, sign. [A]— M. 

Onder den titel het adres: €n me falfe te coope binben// tot Slm- 
ftelrcbam ten f^upft ban// t]25artBolomeu0 ^aco&foon 
X^f <^01^ I^SUd SIX. Alles omgeven door een niet onaardig 
gecomponeerde maar zeer slecht uitgevoerde omlijsting. 



O Rek. bl. 84, 85. 

*) Zie boven p. 59, 60. 



141 

Het huismerk dat op het wapenschild prijkt, schijnt de letter B 
te bevatten. 

Op p. 2 en 3 een woord van den €tini\atott tot den beucglltc- 
fiien Irfer, en €tAimi\i proiogge, terwijl de tekst begint op p. 4 
en voltooid is op de laatste bladz. waar onderaan het adres: 
«69eiitent tot Xeiibeii 051 mi l^erter aanjsson/// inonenbe op tintt 
Pancrotj fterc&Qof.// ^nt 3(aec on$ Veren.// i543« 

[Bibliotheek, Rotterdam]. 
Doen Pietersz. had deze vertaling van Erasmus' Enchiridion militss christiani 
reeds in 1523 uitgegeven. Dat nu een zóó rechtzinnig uitgever als Bar- 
THOLOMEvs Jacobsz., bij wien geen spoor van ketterij te ontdekken valt, 
dit later veroordeelde boekje verspreidde, is aan te merken als een voor- 
beeld van de meer kalme opvatting in die dagen. 

Tot zoover de gedateerde uitgaven van Bartholomeus Jacobsz. Wel 
trof ik nog eenmaal zijn naam als uitgever aan in een boekje, maar nu 
in vereeniging met zoovele andere uitgevers, dat dit geen afzonderlijk num- 
mer in deze bibliografie verdient. Achterin De Onghevalueerde gaude enzeheren 

muf e va veel dyversche Conijncryke I landen en Steden, Ghedruckt te Ghend by 

Joos Lambrecht Lettersteker. 1J44, staat nl. een lijstje van de boekverkoopers 

te Brugge, IJperen, Antwerpen, Brussel, Amsterdam, Rijssel en Doornik, 

bij wie Joos Lambrecht dit werkje in depot gegeven had*). De Amster- 

darasche boekverkooper was Bertholomeus Jacobszoin *). 

Van ongedateerde uitgaven zijn mij de volgende bekend. 

100. = ^ft fijn tife// Itatuten en lat recOV/ ten banben (anben ban Wtit brief- 

fit// alfo il Df hit ^ajjenjcye tybê tngeftelt// biaren. €n bat baec nb 

n^teubiefgcfi fif// georbineert iit enbe ii berbetoetf toel// ggecoccfgeert/ 

enbt met alle bie itt\}tn// th grieteman in taiee jt bcieffanbt bie// gQebeeft 

toorben in brfen (Befttv// goe/ J»ee Jtergoe/ €n hit f euen// biolben met 

') Fbro. Vandbrhaeghen, Bibliographie gantoise^ I, Gand 1858 p. Y^ 
') Mededeeling van den heer Tu. Arnold te Gent. 



142 

alIc bit boipen en clorf teren/ buiten of binnen// eic&e fut enbe griete- 

nü'// irftelegOen// if. 

64 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— D. 

Onderaan op het titelblad het adres: €nbe men jal beV/fe fioetlftê 

te cope binben/ bl mi// ^axt^olomtnt ?acoD5oö// tooonenbe tot Skm- 
fterV/bam inben gulben// O^dbel.// + 

Aan weerszijden en van boven is de titel omlijst door smalle 
blokjes ornament. De tekst begint op p. 2 en is voltooid op 
p. 63. Het adres van den drukker staat op p. 64. ^geprent 
tot Xe^ben fii// mi peeter Sanfsoon tnonenbe// orpter aen ben Cgoom// 
ban iintt// panrracfuf bercfrj^of// Jdota ^tnt// + // ^n Oü^ob %it %U 
waaronder de keizerlijke adelaar. De laatste bladz. bevat een 
houtsnede. God den Vader, met den wereldbol in de hand. 

[Prov. Bibliotheek, Leeuwarden]. 
Dit boekje is woordelijk nagedrukt naar de reeds beschreven uitgaven 
der Statuten door Jan Zyvertsz. *), zóó woordelijk dat zelfs het derdewerf 
wel ghecorigeert op den titel herhaald is. Vermoedelijk verscheen deze nadruk 
eerst na den dood van Jan Zyvertsz., dus in of na 1538. 
loi. ^ ;Pdt berbul// bfeü Xijben. 

72 ongen. bladz. kl. 8*., Goth. letter, sign. [A]— E, zijnde vel 
E een half vel. 

Onder den in rood gedrukten titel een kleine houtsnede, Chris- 
tus als man van smarten. Daarnaast links en rechts overdwars 

%tn it met Xybë belabe'// ^m bgn mtfbaben, en er onder ^ menfcge 
icb geb gelebrn om bü// XOt berbulberyclt toebet om mg// ^uerleef t toat 
in bit boecüi ggef creV/ uen f taet.// €n berbiyt b in I0bi batf mgne ratt// 
XOit caerne lyben boer mü ontfact// 9ie X}tt\t tot mitn rye ecnen big- 
ben// ingancb, alles gedeeltelijk in rood, gedeeltelijk in zwart ge- 
drukt. Aan weerszijden en van onderen blokjes met ornament. 

1} Zie boven p. 114, 128, 129. 



143 

De tekst begint op p. 2 en eindigt op p. 71, waar onderaan 
het adres staat <0geprent tot Xe^ben// 05ii mtt peetec St^nsoon bioo- 

ntnüe// 09 iintt J^soctaciut fttttb*// Oof*// <l^niie mi iBlft te roope Hin- 

ben// 1)^8 t^ertOoltinenf 9acopV/Soon hiben. ofdiben (sic) // !^jt&el 

Camf ter// ^l^am. // . • . -f . • . 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
Ook Doen Pietersz. heeft dit boekje gedrukt '), evenals Jan Seversz. 
te Leiden, beide zonder jaartal. Daar Jan Seversz. reeds in 1524 Leiden 
verlaten heeft, en 1532 het laatste jaar is, dat wij op eenig drukwerk van 
Doen Pietersz. aangetroffen hebben, is de uitgave van Bartholomeus Jacobsz. 
zeker van latere dagteekening. De toevoeging van de Groningsche spook- 
historie, die in het drukje van Doen Pietersz. zoowel als in dat van Jan 
Seversz. gevonden wordt, liet hij er af. 

102. = iBit if een// itn jcgoone/ enbe// bruote oefTenfngBe// banbet |iaf fien if// 
Wt geeren 3^// ju Cdcif tf. // + 

88 ongen. bladz., kl. 8°., Goth. letter, sign. [A]— F, zijnde vel 
F een half vel. 

Onder den titel : .naatDef. %{.// Cornet tot mi sü>//it bit baer arfiegbet// 
en beraben// fyt/ ie f al b bectroof ten/ neemt// mj|n iurfi op b/ eïi leert 
ba ni9// bat Ie tat^tmoMtXj eü ootmoeV/ blcQ ban gecten ben/ enbe// 
(Bi fult b pielen ruft// binben/ biit mfj// iucR ff g&eV/ macKeV/ liicRen/ 
eü mfln laft ff Ut^u 

De titel is aan vier zijden omgeven van langwerpige blokjes 
met ornament. De keerzijde is geheel gevuld door een fraaie 
houtsnede, Christus aan het kruis, met Maria en Johannes. 
Op p. 3 begint de tekst met een sierletter. De tekst, die door 
15 kleine houtsneden opgeluisterd is, eindigt op p. 86, en op 
p. 87 staat het adres. 

O Zie boven p. 81. 



144 

(êf^t^^ttnt tot Xr^bcn// O^fi m^ Jfittttt Sanfsoon tuonelir// aen ffnte 

j^anrcaduf // BeccIkBof. 

OEnbe mê fgiltt te coopr// tittibeti tot Slmf telcebam. 050 mg// ^artgolo- 

meuf 9acofi30on// loonende fn bït toannoef // f tratc inhtn <0iilben// 

35t|bel.// .-. + .•. 

Srn (00b 9ft 91. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Bissch. Museum, Haarlem]. 
Van deze uitgave bestaat een variant: 

103. r-z q^t it een// f eet f cgoone/ enbe bc// uote oeffeningge// banbet yaHien 
of// Hef j Secen STe// f u CSitif ti.// + 

88 ongen. bladz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— F, zijnde vel 
F een half vel. 

Onder den titel: Matf^tL %u// Cornet tot «19 aU//lt hit baei acfirpbet 
eii fielaben// f flt/ <c f al b bettroof ten/ neemt// mitn iucü op b/ eii leect 
ban mp// bat k jacDtmoebicli eü ootmoe^Z/bicj^ ban Jiecten ben/ enbe// 
gfii fult b f ielen tntt// bfnben/ toat mp// iucft <f gge// madIeV/ Iflcften/ 
eii inün laf t if Hcftt. 

De titel is. op gelijke wijze doch met andere blokjes ornament 
omzoomd. Dezelfde houtsnede vult p. 2, maar de sierletter D, 
waar de tekst mede begint, is een andere. Ook in de illustraties 
zijn verschillen, maar toch zijn steeds dezelfde tafreelen voor- 
gesteld. Het adres staat eveneens op p. 87 en luidt: 

^^ei^cent tot Xepben// 05iJ mij j^eetec Sanfsoon bionêbe// oen finte 
Jpemtzsiciüt// lüeicltj^of. 

€nbe mi falfe te coope// binben tot 5lmfte(tebam 35f| mH// ^attgolo- 
meuf 9ato&5oon// toonenbe in bit liiarmoef//fttate Inben <0ulben/y 

«flftel.// . • . . • • 
Xof ^ob l^an 9fK 

Op de laatste bladz. een houtsnede, de Boodschap aan Maria. 

[Bissch. Museum, Haarlem]. 



145 

Zoader zijn naam, maar door het adres voldoende aangeduid, is 

104. = j^inu %umtt&nt// etnlifte f prafte Croctecëbe ba t»ie toöfttr// IjtrSe foe- 
ticj^c bet ^oblflcfier gratiën. 

112 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— U. 
Onder den titel een ruwe houtsnede, St. Augustinus, en op 
de keerzijde een kleine houtsnede, de Heilige Drievuldigheid. 
De tekst begint op p. 3 en eindigt op p. 11 o, waar onder- 
aan het adres: ^peptent (Qanttoeiveti l^p 1119// San ban ^^t\tn/ 
3n dpe f5a0|iünen//#tcate. €nbe men blntfe te coope// tot SImftelcetiam 
gnbcn// (6ufben 35pBeI.// + 

Op p. III een houtsnede, St. Johannes de Evangelist, en op 
de laatste bladz. een herhaling van de titelprent. 

[Prof. J. L DoEDEs, Utrecht). 
Deze vertaling van Augustinus* Soliloquiorum animae ad Deum liher unu% 
is een andere dan Die enighe sprake ende vereneghinge die Sunte Augustinus 
hadde nut God^ door Dr. H. E. Moltzer in i8po uitgegeven *). Daar dat 
handschrift incompleet was, en aan Prof. Moltzer geen andere Middel- 
nederlandsche vertaling bekend was, is het stellig van belang, hier een 
volledige vertaling van het valschelijk op naam van Augustinus gestelde 
traktaat te hebben. 

Eerst 22 Sept. 1546 werd Bartholomeus Jacobsz. als boekverkooper 
geadmitteerd *). Een half jaar later, 18 Maart 1547, kocht hij voor ziehen 
voor zijn huisvrouw Weyn Dircx een graf in het noorderperk van de Oude 
Kerk '), dat hij liet merken 




') Bibtiotheek van niuldelneiierlanJsche letterkunde., afl. 40. Groningen 1890, p. 37-"o. 
*> Sayoncher^ XVII p. 77. 
>) Oud'Holland II p 180. 

10 



146 

Hoeveel jaren daarna hij in dit graf bijgezet is, kan ik niet aangeven. 
In Jan. 1548 komt hij nog voor ak executeur van den uitersten wil 
van den priester Claes Gysbertsz. Wormer '), maar in 1551 moet hij 
reeds overleden zijn, want in dat jaar komt zijn opvolger Hendrick Albertsz. 
in den Gulden Bijbel voor. 

Deze Hendrick Albertsz. was omstreeks dezen tijd met zijn dochter 
Maria gehuwd. In tegenstelling met de Roever *) vermoed ik, dat Rar- 
THOLOMEus jACOBsz. geen zoon gehad heeft; immers zijn graf kwam in 
eigendom aan zijn dochter Maria. 

Toen Hendrick Albertsz. den Gulden Bijbel metterwoon betrok, ver- 
huisde zijn schoonmoeder naar de Pijlsteeg, maar aan haar huis gaf zij 
een gelijkluidenden naam, want in het Register der Taxateurs van 1557 
vinden wij Weyn Dircks in de Bjbel voor 24 £ aangeslagen *). 28 Aug. 
1564 volgde zij haar man in het graf in de Oude Kerk. Zij liet 10 gl. 
na aan het Pietersgasthuis, die door haar schoonzoon Hendrick in den Bybel 
29 Nov. 1564 uitgekeerd werden*). 

O Oud'Holland. II p. 180. 
>) Oud-Holland. II p. 181. 




OVERZICHT. 



Uitgegeven te Leiden. 

91 1530 Psalterium />. 

pa 1530 EucHARius RössLiN, Den roseghaert vanden bevruchten vrouwen p. 

93 V* Dat le^*en ons Heeren p. 

Uitgegeven te Amsterdam. 

94 1537 Theodoricus Loërius, Der liefden o ft der minnen regel . p, 

95 1538 Dye cronifcke van Hollant^ Zeelant ende l^rieslant ,.,./>. 
9<5 1539 Dye cronijcke van Hollant^ Zeelant ende Frieslant ..../>. 
^^ iS^o Des Cropels Kalengiet p. 

98 1541 Cantuale Traiectensis Diocesis p. 

99 1543"*^ ES. Erasmus, Fan den kerstelicken ridder />. 

ïoo «^". Die statuten ende lantrechten van den landen van IVestvrieslant p. 

loi 2^'. Dat verduldich lijden />. 

102 s.y. Een seer schoone ende dei'ote oeffeninghe van der passien ons 

liefs heeren Jhesu Christi p. 

103 «/. Een seer schoone ende dn'oie oeffeninghe van der passien otis 

liefs heeren Jhem Christi p. 

104 V- SiNTE AuGüSTijNs Eenlike sprake p. 



31 
31 
33 

34 
36 

36 

37 
38 

39 
41 

42 

43 

44 
45 



# 



JAN EWOUTSZ. 



2 Oct. 1535 werd Jan Ewoutsz, poorter van Amsterdam: „</w 2«t 
Octobris anno voors. van Jan Evvouts zoon form snijder die ten seiven dageti 

poorter gheworden «, op rekeninge 4 se. 2 d. '). In een handschrift, 

indertijd in het bezit van Kramm, ^iBCiing of rerzanielboekje van Merken en 
Caracters van de meeste Plaotsnyders van de XF, XTL Xf^II en XVIIL eeuw^ 
eenigzins na de letters vOn het A. B. C. geschikt ^^^ wordt hij Jan Ewoutsz. 
Muller genoemd en Emmerik als zijn geboorteplaats aangewezen. Dat hij 
zich werkelijk reeds met den familienaam genoemd heeft, die zijn zoons 
herhaaldelijk gebruikten, is mij nergens gebleken, en evenmin kon ik be- 
vestigd vinden, dat hij te Emmerik geboren is^). 

Een jaar nadat hij zich te Amsterdam gevestigd had, vinden wij een 
merkteeken, dat later blijken zal zijn monogram te wezen, op een groote 
houtsnede. 
105. =: Mucius ScAEvoLA, zijn hand in de vlammen houdende. 
Groote houtsnede op twee bladen. 

ï) Oud'Hollandy lï p. 177. 

•) CiiR. Kramm, De levens en -vf erken der Hollandsche en riaamsche kunstschilders^ enz. IV, 
Amsterdam 1860 p. 1057, en Aanhangsel, Amsterdam 1864 p. iii. Wat in het HS. volgt, 
dat hij ook ^jboitwmvester te yimsterdam*^ is geweest, is vermoedelijk onjuist. 

*) Wel stond zijn familie in betrekking tot Emmerik. Zijn kleinzoon is er zelfs Stads- 
secreuris geweest QOud-Holland III p. 276). 



149 

Onder de krachtig gesneden figuur van den Romeinschen held 
staat in groote Lalijnsche initialen zijn naam MARCVS MVTI VS. 
SC^VOLA. Een engeltje zweeft in de lucht en houdt boven 
zijn hoofd een krans waarin het woord FAMA. Op de rook- 
wolk, die van een altaar omhoog stijgt, staan de woorden 
Mtnit!^ 9dtiit en op het voetstuk van het altaar de verzen: 
l^t ant ffin (eet met leet M\ Ivrefiê 

MANV BELLATORIA 

J^axttfitoni crocj^t #al gem gpebceftê 

NEC ERIT VICTORIA 

jgoe leert b leet met iüttn ficeRcn. 

SIC VIVES IN GLORIA 

Twee monogrammen staan op de prent. Onder de verzen de 
letters I en E, waartusschen een passer, en op de wolk het be- 
kende teeken van Cornelis Anthonisz. met het jaartal 1536. 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam. 
Britsch Museum, Londen]. 
Reeds Bartsch *) heeft deze prent beschreven, en na hem o. a. Nacler *) 
en ScHMiDT *). Volgens Passavant *) is er ook een staat zonder het adres 
van Jan Ewoutsz. Deze omstandigheid zou op zich zelf reeds een argu- 
ment inhouden tegen de bewering o.a. van Nagler ^), dat de houtsneden 
alle hel werk van Jan Ewoutsz. zijn. Ik vermoed, dat een gedeelte van 
de oplaag reeds verkocht was, vóór dat Jan Ewoutsz., de uitgever van 
de prent, er nevens het merk van den kunstenaar ook het zijne op liet 
zetten. Deze lezing moet aangenomen worden ook al wordt Jan Ewoutsz. 

O A. V. Bartsch, Peintre-graveury IX, Vietinc 1808 p. 152, no. 2. 

^ G. K. Naglkr, Die Monogrammisietiy II, MOnchcn 1860 p. 283, no. 5. 

*) Allgenuines KBnstUrUxicon^ II, Leipzig 1872 p. 98, n». 10. 

*) J. D. Pasavant, Le peintre-graveur^ UI, Letpsic 1862 p. 32. 

O Nagler, Die Monagrammisten^ III, München 1863 p. 897. 



150 

uitdrukkelijk form sntfder genoemd, evenals Silvestre de Paris tailleur de 
figures^ die te Antwerpen het prachtig in hout gesneden portret van Jan UI' 
Koning van Portugal, uitgaf. Afdoend wordt trouwens het vraagstuk, of 
CoRNELis Anthonisz. slechts de teekenaar der prenten was dan wel of hij 
ook zelf het graveerijzer gehanteerd heeft, in den laatstgenoemden zin be- 
slist door de verzen die onder zijn prent van het Avondmaal staan 
(ScHMiDT, no. 8): 

Quisquis odes sacrae spectator candide meme 

Respice quid referat ista fabella tibi 
Coena salutaris graphice hic exculpta videtur 
Arte viri clari Cornelij Antonij 
Hier wordt Cornelis Anthonisz. dus uitdrukkelijk als graveur genoemd. 
io6. = Allegorie op de vergankelijkheid. 
Groote houtsnede op twee bladen. 

Een man op middelbaren leeftijd houdt een kind in den arm, 
en beide te samen houden een zandlooper vast, terwijl het kind 
tevens op een opengeslagen boek wijst, waarop de woorden: 
COGNITIO DEI lUtnnfMe ba 

ET NATVR^ Vl^l^ 

RATIONALIS jaaturr. 

Naast hen staat vermanend de dood, als geraamte voorgesteld, 
waar naast het woord TEMPVS. 
In den linker bovenhoek de zon, waaromheen: 

DVLCE . LVMEN . ET . DELECTABILE . EST 
OCVLIS . VIDERE . SOLEM . ECCLE - XI . 

Il^t licftt \i tott/ enbe ben ogj^tn lieflilc bit f onne te fitn. ^tOtfiafUi. %ï. 

Op den achtergrond nog: NASCENDO MORIMVR, op den 

zandlooper: T^tf tflt* rortBept, en er onder: VELOCITAS 

TEMPORIS. 

Wederom twee merken: Op den zandlooper dat van Jan 



' 



151 

EwouTsz., in de lucht dat van Cornelis Anthonisz. met het 
jaartal 1537. 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam. 
Prentenkabinet, Gotha]. 
Ook deze fraaie houtsnede is herhaaldelijk beschreven, door fiARTscH H, 
Naglbr*), Schmidt *) en laatstelijk door J. Bolte*); en Passavant*) 
vermeldt wederom hetzelfde verschil van staten. 
107. =: Sorgheloos [De verloren zoon]. 

Houtsneden. Serie van zes bladen. 

O jSocfA^Ioof naast ü^eelbr op de jacht, begeleid door den dienst- 
knecht ^(emaclir. 

2) ^orgj^efoof zit met WttWit en €(einacR aan tafel. 

3) jSorggeloof danst met XH^mt^ wier sleep door (0cinacit opge- 
houden wordt. 

4) «fiorggeroof aan het kaartspel met l^eelbc en (Ocmatft. Terwijl 
hij m^eftie omarmt, ziet hij verontrust de drie gestalten naderen 
van ^Icmoebe, pouet en Xkgtt focmqe. 

5) «6org|^Ioo# wordt halfnaakt door Slrmoebe en pouer uit het 
huis gejaagd, terwijl WttWxt en ^emacit rustig wegwandelcn. 

6) In een armoedig vertrek zit pouec aan tafel. Slrmoebe knielt 
bij het haardvuur- en «6ocgeloQ# draagt stroo aan. Links 
boven in een afzonderlijk tafreel keert .;gorgeIoo#, die Slrmoebe 



O Bartsch u. s. p. 152 no. 2. 

') Nagler u. s. p. 283 no. 9. 

') AUgemnnes KünstUr^Uxicon 11. s. p. 99 no. 24. 

*) T^'dschrifï yoor Nederlandsche taal- en letterkunde^ XIV, Leiden 1895 p. 121. Bolte 
deed m. i. verkeerd» door aan de prent een anderen naam te geven ^ylYte beiden Hauptauf- 
gaben des Menschen^, 

*) Passavant u. s. p. 32. 



152 

op zijn schouders draagt en gevolgd wordt door ]^otstt, terug 
in het ouderlijk huis. 
Op dit laatste blad staat het huismerk dat wij later ook op zijn 
grafzerk zullen zien, tusschen de initialen I en E, en boven 
het jaartal 1541. 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam. 
Albertina, Weenen]. 
Het eerst vind ik deze merkwaardige houtsneden vermeld in den cata- 
logus van de verkooping der coll. le Long (1744) *) „fVeelde en Cemah 
baaren Sorgloosheid^ en brengen tot Armoede^ in konstige houtsneden vertoont^ door 
Jan Ewouts, te Amst. Ao. 1541. Raar*'*, 

De uitgever heeft deze zes prenten zelf nog vereenigd in een groot 
tafreel met rijk versierde zuilen tusschen de afdeelingen. Op de zesde 
prent heeft hij toen zijn adres geplaatst: (e^tpttvx tot Sfcitijtelrebain aen bïc 
Qtttie fibe in bte Iftercfiijtraet, fip mp ^ati €tDout soon fivott #ni(dct toonetibe indrti 
bcrguldett l^affer, en onder iedere prent een vers in twee kolommen, waar- 
van de dichter zich in het slot bekend maakt als Jacob Jacobsz. Jonck. 
Van deze uitgave berusten exemplaren in Teyler's Stichting te Haarlem 
en in het Prentenkabinet te Gotha. Deze is het eerst beschreven door Wei- 
gel *), voorts o. a. door Schmidt *) en het laatst door Bolte *). 

Een zonderling lot is deze prenten beschoren. Nog in de achttiende 
eeuw werden van de zeer afgesleten houtblokken spotprenten van gansch 
andere strekking gedrukt. Zoo diende de vierde prent in 1720 voor ,^De 
Spiegel der Sorgelooze en Armoedige Actionisten'* ^^, en twee andere in 1742 en 

O Catal. Verk. coll. Is. le Long, Amsterdam 1744, f^. no. 280. 
') R. Weigel, Kunstlager-Katalog^ Abth. VIII, Leipzig 1840 p. 45 no. 11261. 
*} Allgemeines Künstler- Lexicon^ u. s. p. 99 no. 25. 
*) Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde^ u. s. p. 122 — 126. 
*) F. Muller, De Nederlandsche geschiedenis in platen^ IV, Amsterdam 1882 p. 291, 
no. 3637. 



r' 



153 

1744 nog voor spotprenten op het beleg van Praag door de Franschen en 
op de verliezen der Geallieerden '). 

108. = Beleg van Algiers. 

Houtsnede, met het opschrift ^Bt fUtt ban ^el0tec. 
Onderaan rechts: ^it ftat ban %\Qttt gDeconterfept na tltntn.^^t' 
pxtnt 69 9an oEtnoubt^s fignerjnpbec Inoenen Snben berguibcn paleer 
Hnb fiiercft jtiate tot Slemftefrabam (sic). Bovenaan rechts het 
merkteeken van Cornelis Anthonisz. met het jaartal 1542. 

[Prentenkabinet, Gotha]. 
Deze houtsnede wordt het eerst vermdd door Ratiigeber ^), en verder 
o.a. door Schmidt *). 

109. = De Fabel van den boer en den ezel. 

Houtsneden. Serie van vijf bladen. 

i) De zoon zit op den ezel, de vader gaat er naast. 

2) De vader zit op den ezel, de zoon gaat er naast. 

3) Vader en zoon gaan naast den ezel. 

4) Vader en zoon rijden op den ezel. 

5) Vader en zoon dragen den ezel. 

Onder iedere voorstelling een vijf-regelig vers. 
Op het tweede blad het monogram van Cornelis Anthonisz. 
en bet jaartal 1544. Onderaan rechts: <i5gcprent tot SfemsitcircbAm 
arn bïe oubc jtbe in hit Utetftltraet b? mp ^an €biout5oon figucr $!ny- 

btr tnonenbe ïnben becgulben ^Aiftt. 

[Prentenkabinet, Brussel. 

Prentenkabinet, Gotha. 

Albertina, Weenen]*). 

Bartsch *) heeft deze prenten het eerst vermeld, maar er een verkeer- 

F. Muller, u. s. IV p. 298, no. 3815, 3816. 

*) Dr. G. Rathgeber, Annalen der niederldndischen Malerei^ Formschneide- und Kupfcr- 
stechkumt, Gotha 1844 p. 176. 
*) Allgemeines KünsiltT' Lexicon u. s. p. 100 no. 28. 
*) Slechts de eerste vier bladen. 
*) Bartsch u. s. p. 152 no. 5. 



'54 

den naam y^Le triomphe de rdne'' aan gegeven.» en ofschoon Rathgeber *) al 
op deze fout gewezen heeft, is zij herhaald door Nagler *). Door Schmidt ^) 
is weer de juiste verklaring van de voorstelling gegeven, en de uitvoe- 
rigste beschrijving, evenwel naar het onvolledige exemplaar te Gotha, door 

BOLTE *). 

Tot zoover de gedateerde houtsneden. De ongedateerde mij bekende 
zal ik hier bijvoegen. * 

iio. = De lichtzinnige jeugd in voor- en tegenspoed. 

Houtsneden. Serie van vier bladen met zeven groote flguren. 
i) Een sierlijk gekleed jongeling met vlindervleugels, schijnt 
uit een ei te voorschijn te komen, waarin zijn eene voet 
nog verborgen is. 

2) Tot hem treedt een oud man, achter wien een koffer en 
geldzakken staan. 

3) De gevleugelde jongeling met een valk op de hand, een 
paard aan den toom leidend. 

4) De jongeling met een hazewind naast zich. Uit zijn vleugels 
vallen veeren. 

5) De jongeling als haveloos bedelaar op krukken; naast hem 
een uil. Hierbij het monogram van Cornelis Anthomsz. 

6) De jongeling treurend en met geketende voeten, waarnaast 
ofigheiuck staat. Bovenaan de wind op traditioneele wijze 
door een blazend aangezicht voorgesteld, waar doodskoppen 
uit te voorschijn komen, met het bijschrift quade fortuin. 

7) Een geleerde met pelsmantel en baret spreekt met opgeheven 
wijsvinger. 

') Rathgeber u. ^. p. 176, 177. 

>) Nagler u. s. p. 2S4. 

') yUlgcmeines Künstler- Lexicon u. s. p. 99 no. 19. 

*) Tijdschrift voor Nederlandschc taal- en Uucrkutide^ u. s. p. 126—128. 



155 

Onder iedere voorstelling een twee-regelig versje, en onderaan 

het adres: C^geprcnt tot $lnn|telretiam, oen bfe onbe fibein bicBcrcft- 

^traet, 05p mi ^an ^tooiitsoon jFfgtierf nflbet tDoiienbe tuben bec0urbcii 

l^affec. 

[Rijkspi;entenkabinet, Amsterdam '). 

Prentenkabinet, Gotha]. 
Het eerst vermeld door Rathgeber ^), verder o. a. door Schmidt ') en 
het uitvoerigst door Bolte *). 
m. =: Sinte Aelwaer. 
Houtsnede. 

Een vrouw met een aureool om het hoofd zit op een ezel. 
Zij houdt in den linker arm een zwijntje, op de rechter hand 
zit een kat en op haar muts een ekster. Links onderaan het 
monogram van Cornelis Anthonisz., en rechts het adres: 
^f^tpxtnt tot 9eniftelreba aen be oiibe jibe in bit rieccBjtraet, ^n mi 
3an OEbioutsooii fifpxttinjahtt inbê bergulben J^ajfer. 
Er boven staan de versregels: 

4ElcB bient fintt aeltoaec met gcootet begBeert 
^ie ban bee( menjcgen üiocbt oDeeect. 
Links er naast en er onder staat een lang gedicht in zeven 
coupletten, elk eindigend met het refrein: Xof grote ^antinne 

^ellDarta! 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam *). 

Britsch Museum, Londen*). 
Prentenkabinet, Gotha]. 

M Hel exemplaar te Amsterdam (^waaraan no. 3 — 5 ontbreken) vóór de verzen en v<'K>r 
het adres. 

O RATHGEBia U. S. p. I57. 

o Allgenuines Künstkr-Lexicon u. s. p. 98, 99 no. 14. 

y T^'dschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde^ p. 128, waar er evenwel weer een 
nieuwe benaming aan gegeven wordt: Der unbesonnene Jütigling. 
*) Deze exemplaren zijn vóór het adres en vóór de verzen. 



156 

Het eerst vermeld door Rathgeber ^), verder o. a. door Schmidt *) en 
met volledige publiceering der merkwaardige verzen door Bolte *). 
iia. = De wijze man en de wijze vrouw. 
Houtsnede in twee afdeelingen. 

i) Een geharnast man met een kruis op de borst. In de han- 
den houdt hij een weegschaal en een winkelhaak» aan zijn 
voeten ligt een hond. Met «het onderschrift 

€omt en titt tag. ati, Icfii fteliu^ ern \oiii man. 
2) Een vrouw met paardepooten en slangengordel. In de han- 
den houdt zij een spiegel, een brood en een kan, op de 
borst een duif, voor den mond heeft zij een slot, aan het 
oor een sleutel. Met de verklaring 

€\tfi mp aenf cgoulne, toant icft f jt een togje brouUic. 
Onder iedere afdceling een gedicht van acht coupletten. 

Geheel onderaan het adres : <0g^tent tot Slcmf teltebam *). 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam *). 
Prentenkabinet, Gotha]. 
Slechts beschreven door Bolte*). 
113. = De Waarheid. 
Houtsnede. 

De IVaarheid ligt met een slot op den mond in het kraambed. 
Vóór haar ligt in een wieg haar kind Kennis. Rechts zit bij het 
haardvuur een oud man, de y^rees. Links stormt een ander, ge- 
wapend met een lans en gevolgd door een hond, het vertrek 
binnen, de Haat. 

') Rathgeber u. s. p. 157. 

') /lllgemeines Künstkr- Lexicon p. 99 no. 18. 

') Tijdschrift voor Nederlandschc taal- en letterkunde^ p. 129—133. 

♦) Verder ontbreekt het adres op het exemplaar te Gotha. 

*) Dat te Amsterdam is vóór het adres en vóór de verzen. 

«) Tijdschrift voor Sederlandsche taal- en letterkunde u. s. p. 133, 134. 



157 

Behalve het monogram van Cornelis Anthonisz. in het mid- 
den, staat links op het venster dat van Jan Ewoutsz. 

[Prentenkabinet, Amsterdam. 
Britsch Museum, Londen]. 

Slechts beschreven door ScHMror *). 

114. = Ecce homo. 
Houtsnede. 

Christus te halver lijve, met doornen gekroond, een riet in 
de saamgevouwen handen. Tranen vallen op zijn ontbloote 
borst, terwijl een mantel om de schouders hangt. 
Op den achtergrond een heuvelachtig landschap. 
Aan weerszijden van het hoofd de woorden ECCE HOMO. 

Er boven staat de tekst: CDriftuf f^ttft gein pelten brcnebect enbe 
geOoorfarm getDorüm// tütttt l^oobt/ |ae tot ben ïS^oobt be# ftnigcef . 
Tot den Philippensen in 't tweede Capittel. Onderaan een bij- 
schrift in drie kolommen, benevens het adres: o^Deprent tot 

%tmttt\xtbmn ^^ mp 3an ^Etnotitsoo. 

[Britsch Museum, Londen] *). 



Tot dusverre kwam Jan Ewoutsz., die zijn winkel hield aan de oostzijde 
van de Kerkstraat (thans Warmoesstraat) in het negende huis benoor- 
den de St. Jansstraat, nu 149 genummerd'), ons nog slechts voor als uit- 
gever van prenten. Hij heeft echter gedurende dien tijd ook boeken gedrukt. 



O ^llgemeines KunstUr'Lexkm 11. s. p. 99 no. 16. 

O De beschrijving van deze hoogst zeldzame, nergens vennelde, houtsnede heb ik te 
danken aan den heer Campbell Dodoson te Londen. 

In het Rijksprentenkabinet te Amsterdam is er een veel latere staat van met het adres 
/* dmsta-dam by Cornelis Dircksz. Cool. 

») Oud Holland U p. 179. 



158 

iiS* == ^n rter//$ten ftfteael// Uaii bcoebec l^it*// UttiOi ban MmfUt: minu 
DroebV/bec «bjeruantê/ Sttbett toelcSê ten jitgt//UtH fterften mrn^cge 
jicn macg bje// fcgoonfiept Ittitcgept stjnV/ brr jiefen oft conV/|dennen 
Ali in// ernen riart// Jvieggtf. // + 
96 ongen. bldz., kl. %\ Goth. letter, sign. [A]— F. 
Op den in rood en zwart gedrukten titel staan onderaan twee 
kleine mansfiguren, ten halven lijve. 

Op de keerzijde een aanbeveling van het boekje door Bisschop 
David van Bourgondië. 

Eenige kleine en onbeduidende houtsneden zijn tusschen den 
tekst geplaatst. Onderaan op de laatste bladz. het adres: ^ge- 
prent tot 9em// f telrebam aen bit oiibe fibe in bit ftercft// f rrart/ 0^^ 
m]!i ^an «lEtuoutsoon UioeV/ntnbe fnben bersulben J?^titt. 

[Uni versiteits-Bibliotheek, Leiden] . 
Ik heb dit niet gedateerde boekje, dat reeds herhaaldelijk in de vijf- 
tiende eeuw gedrukt is, hier geplaatst omdat er geen octrooi in vermeld 
is, en het volgens het plakkaat van 30 Juni 1546 verboden was eenig 
boek te drukken, zonder dat het octrooi in dat boek vermeld werd '). 
Nu is het wel waar dat menig drukker zich niet aan dat plakkaat gehou- 
den heeft, maar in Amsterdam zou in die dagen een overtreding toch 
allicht onaangename gevolgen voor den drukker gehad hebben, en buiten- 
dien was Jan Ewoutsz. er op bedacht, in niets tegen de verordeningen 
van de overheid te zondigen. 18 Sept. 1546 werd hij als boekverkooper 
geadmitteerd, en 4 Oct. daarop volgende zond hij het volgend request 
aan den Keizer. 

„zien den l[eyset\ geeft in a/re oitmoet te kennen uwe onderdanige Jan Eeuwouts- 
soNE, figuersnyder ende boecltvercooper^ woonende binnen uwer stede van Amste/re- 



') J. T. BoDEL Nyrnhüis, Be wetgeving op drukpers en boekhandel in de Nederlanden enz. 
Amsterdam 1892 p. 79, 8o. 



'59 

éammey in HolUmt^ hoedat hy suppliant y umder ify janctatie te spreken^ altyt ge- 
aaen heeft goeder f ome en name^ ende van eerljclter cmvertatie^ sonder oyt suspect 
geweest te zyne van heresye oft ketteryey in suiclter voegen dat die van uwen raide 
van Hollant den suppliant geadmitteerd hebben om te mogen vercoopen binnen uwe 
ymrsckreve stede van Amsterdammer de boucken by Uwer Majesteyt placcaten ge- 
admitteerty des nyttemin en soude die voorschreve suppliant deselve boecken nyet 
dorren noch willen printen overmsts Uwer Majesteyts ordonnantien^ ter contrarien^ 
vmder eerst ende al voren hierop van Uwer Majesteyt verworven te hebben be- 
hoorlycke brieven van orlojfy licentie ende consent ^ om deselve zeer oitmoedelyck bid- 
dende, belwudelyck dat die suppliant sal achtervolgen ende observeren de placcaten 
ran Uwer voorschreven Majesteyt^ presenterende daertoe zynde behoorlycken eedt. 
ffwelck doende\ etc. ')• 

Hij kreeg een gunstige beschikking op zijn request 13 Sept. 1547. 

Het was aan het stadsbestuur zeker welgevallig gefeest, dat hij zich zoo 
ijverig betoond had in het gehoorzamen der ordonnantiën, tenminste hem 
werd bij de intrede van prins Philips in October 1549 de leverantie van 

drukwerk gegund: Jan Ewoüdtsz., figuersnyder van c l sprincen wapene te 

printen^ bet* van tstuck XII /., noch van iiW cleyne wapenen van den Keyser^ 

Hollant en Amsterdam te printe^ bet, vant stuck IX /. ende van de printe te 

mijden bet. nu gul comptzn i £ 10 5r. *). 

Deze wapens werden op de roode lakens gespeld, waar de straten mede 
werden behangen'). 



n6. == l^en/ Ipiegtl ban Mizll ba al(e Hcy^erfiftc llttïjtï/J ^u Conjent ban 
bm 9oue. 



') Messager des scisnces historiques^ ou archives des arts et de la hihVwgraphie de Relgique^ 
Gtnd 1858 p. 332, 333. ^ 
•) Oud'Hollandy II p. 178. 
•) J. TER Gouw, Geschiedenis van Amsterdam^ IV, Amsterdam 1884 p. 336. 



i6o 

44 recto genummerde bladen 4**., Goth. letter, sign. A— L. 
Onder den titel een groote houtsnede, een geharnast ridder. 
Links naast zijn hoofd het Keizerlijk wapen en aan weerszijden 
een geornamenteerd lijstje. 

De keerzijde begint met een j^cologj^e die renen Intlfen notaüefm 
eii tori Oeininben ^octoor fnben recOten ggenoemt mee|tec €pfre als den 
samensteller aanduidt, en bevat verder ook diens S^rologge. <S^at 
eerfte Captttef begint op p. ij verso, en de tekst is voltooid op 
p. xLij recto. De keerzijde tot op p, xLiiij recto bevat 9it 
Cafel, waaronder het adres: ^jjeprent tot Semftefretiam aendieoube 
;(tie in bit// IftercBjttaet/ Oftp mji 3an €tiiout50on/ jFiffnerfnilber/ tooe- 
nenbe in ben bergulben paHer. ^nt iaer// onf Veeren. M.€CC€, enbr 
X. ^n// jeiii). ben febniarif. 

%p consent banben l|one. ^{egStben tot// ^ntejjei. ^en pij), ben jgcp- 
tembri;. 51 nno jcXbif. d^nber// teefiient ]^. be Xen^ 
De keerzijde is onbedrukt. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam], 

Deze uitgave van den Saksenspiegel van Eyke von R£pgow is geheel 
een nadruk van vroegere uitgaven, zooals Jan Seversz. er te Leiden reeds 
in 1505 en 151 2 bezorgd had. 

117. ^ €€n tot regginV/gJïe bef pater no|ter ba €tap//mui ban ITotterbam/ 
op bie// $eucn bagen banbec tuelfen. 
48 ongen. bldz. kl. 8°., sign. [A] — C. ' 

Onder den titel het medaillon-portret van Erasmus, met het 
omschrift ERASMVS • ROTERODAMVS, aan weerszijden en 
van onderen met een smalle omlijsting van arabesken. 
Onderaan de mededeeling: ^it boec):iiren i( gOeuijiteert enbe tïjot// 
gelaten bpben eerbieerbigen Veere Mttf//tttt J^ettt Ctirtiuj/ Xicêtiaet 
inbec (((obt// Oept. d^nberteecRent ]^. be Xenj. 
De tekst begint op de keerzijde. Elk der zeven hoofdstukken. 



i6i 

waarin de beden van het Onze Vader, correspondeerende met 
de zeven dagen der week, behandeld worden, begint met een 
houtsnede, waarop een dier beden aanschouwelijk wordt voor- 
gesteld. I. Geloovigen van alle standen aanbidden God den 
Vader in den hemeU 2« Nederdaling van den Heiligen Geest. 

3. De menschen dragen hun kruis in navolging van Christus* 

4. Een maaltijd en een prediking, het lichamelijk en het geeste- 
lijk voedsel. 5. Christus slaakt de boeien van een gevangene. 
6. Job op den mesthoop. 7. Christus zegent een zieke. 

Het adres staat onderaan op p. 48 : ^peyrent tot 5letn;rclre^// bam 
oen bit ouHe fibe in tit ürrc^ttoet 69// mp %m Cfoontsoon fignecf nft- 
Her// tooenenbe intien becgulHen// j^aj^ec. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 
Universiteits-Bibliotheek, Leuven. 
Britsch Museum, Londen]. 
Gedateerd is dit boekje niet, maar Philips de Lens kwam mij tot nog 
toe niet na 1550 voor als Secretaris, en Petrus Curtius was sedert 1544 
®f ^545 visitateur der boeken *). 

Van 5 April 1555 is het merkwaardige voor Weesmeesteren verleden 
contract gedagteekend, waarin Jan Ewoutsz. als leerling aanneemt den 
ongeveer negenjarigen Stoffel, zoon van zijn kort geleden gestorven 
vriend Cornblis Carelsz., die later als Christoffel van Sichem een ver- 
maard graveur zou worden. 

y,Opten $e Aprilis anno 1555 is op de 1Vee%kamer gecomen Jan Eeuwoutsz., 
figucrsnyder^ ende heeft angenoomen ende aennam mit% desen te onderhouden in cost 
ende cleederen ende zynen ambacht van figuennjden^ lettersnyden ende prenten te 
ieeren, Stoffel de zoone van Cornelis Karelsz. voorn, ende dit tot dat de 
voorn. Stoffel tot zynen achtien jaren gecomen sai wesen^ ^sjaers omme de somme 
van Yjf karolus guldenen^ die de voorn. Stoffel aen een brief van 1 5 ca. gul- 

O Biagraphie nationale^ IV, Bruxelles 1873 p. 917. 

II 



dens ^s jaers spreeckende heeft ende hem voor isjne moeaers erfve iewesen «, Uyc- 
kende hj ^tvoorgaende regsstre fo. 218 in de 2e syde, 

Ende hier en boven zal de voorn. Jan Eeuwoutsz. noch hebben ende ora fan- 
gen^ ende hj mits desen bekende uyt handen van Henrick Elbertszoon, boeck- 
vercoper^ ontfangen te hebben^ de somme van vjftich karolus gu/denen, wel ver- 
staende^ indien de voorn. Stoffel quame te overljden voir zynen achtten jaren 
voorn, zoo zal de voorn. Jan Eeuwoutsz. de voorn, vyftich karolus guldenen be- 
houden sonder gehouden te v^esen den erfgenamen van de voorn. Stoffel dair of 
yet te restitueren^ mair zullen de voorn, vjjf guldenen sjaers^ inden voorn, gevalle 
van sterven,, comen ende erfven op des voorn. Stoffels broeders ende zusters; wel- 
verstaende oft gebeurde^ dat de voorn. Jan Eeuwoutsz. quame te overlyden voor 
ende aleer hy de voorn. Stoffel tot zijnen achtien jaren gebracht zal hebben^ 
zullen alsdan des voorn. Jan Eeuwoutsz. erfgenamen de voorn. Stoffel houden 
tot zyn achttien jaeren voorn, ende V voorn, ambacht in maniere voorn, te leeren 
ofte doen leeren^ ofte by gebreecke van dien zullen gehouden wesen de voorn, vyftich 
karolm gvldenen^ by de voorn. Jan Eeuwoutsz. hier vooren ontfangen^ tot prof- 
fyt van de voorn. Stoffel alleene te restitueeren. 

Ornme te volcomen tgundt voorscr. is heeft de voorn. Hendrick Elbertsz. 
boeckvercoopere^ hem borge gestelt ende stelt hem borge mits desen voor den voorn. 
Jan Eeuwoutsz. onder verbant van alle zynen goede roerende ende onroerendey 
tegenwoordige ende toecomende. 

Ende dit all by consente van Henrickgen Goodschalcx, mit Bakent 
Elbertsz., haren man ende voocht^ mo^'e van V voorn, kindt. 

Presentibus beyde de JVeetmeestererf* *). 

Uit deze acte blijkt, dat Jan Ewoutsz. zich niet alleen met iiguursnij- 
den en met drukken, maar ook met lettersnijden heeft bezig gehouden. 

u8. :^ [l^QCtoc l^etet ban Himt%U l^cogno^ticatle ofte $Umanad| tiooc 1556J. 
119. = [doctor y^txzt liaii JForeejt, jj^rognofcfcatie ofte Sllinanadï boot 1557]. 

[Fragment op de Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam]. 

O Oud-Holland, II p. 178, 179. 



1(53 

Deze uiterst zeldzame prognosticaties zijn wei niet zooals Schotel zegt ') 
spoorim verdwenen, maar het fragmentje, dat ik er van heb teruggevonden 
kon toch moeilijk kleiner zijn. Het is slechts de bovenste helft van het 
laatste blad van de prognosticatie van 1557. De voorzijde hiervan bevat 
nog tal van voorspellingen bau befen 3aer ^eutnen büftfcO, en op de keer- 
zijde staan bovenaan de namen van samensteller en uitgever: l^intot J^tttt 
ten fmtit en üjoiit geen ]^cognoftïcat<e ofte $l(manacB// booc bit fine ban bit 
lAebrnct spn tot Sleniftelcebam %u San €tDQut//50on JFiffuec fn^btt taioenenbe 
biden berffulben Ipaffer. Hieronder het wapen van Foreest en de zinspreuk 
^^urnm obuerfo ocninere// jFato. 

24 Juli 1555 was door den Keizer aan den vermaarden geneesheer 
PiETER VAN Foreest de volgende vergunbrief ^) verleend. 

Of de Supplicatie overgegeven in den Secreten Raedt *$ keizers by Mr, Pieter 
VAN Foreest, Docter in de Medidne, woonende in de Stadt van Alkmaer, ver- 
toekende Oirlüf ende Consent, om te mogen doen stellen in Pr ent e, ende uit te geven 
ter vente in alle deze Landen van herwaerts overe, zekere Prognosticatie en Alma- 
nacj inhoudende den Cours en Loop van dezen toecometiden Jaere zes en vijftig, 
Zffne Majest. naerdien dat bj de Visitatie van den voorsz, Prognosticatie ende 
AimanaCy bevonden is geweest, die zelve goed te wezen, heeft den voorsz. Mr. Pieter 
en geconsenieert en geaccordeertj hem geevende Oirlof ende Consent uit sonderlinge 
gracie^ mits desen^ dat hj de voorsz, Prognosticatie en Almanac zal mogen doen 
prenten^ bj een geadmitteert Prenter van herwaerts overe, ende dezelve te verkopen 
ende distribueren alle omme daer ^talzoe ^t hem goet dunken zal, zonder daeromme 
eemgsints tegens zyne Majest, te misdoene, 

Gedaen te Brussele, den 24 dag July 1555. 

Onder staet 

DE LA Torre. 



ij G. D. J. Schotel, yaderlandsche volksboeken en volkssprookjes, I, Haariem 1874 p. 28. 
<^ G. Boomkamp, Alkmaar en deszelfs geschiedenissen, Rotterdam 1747 p. 126. 



i64 

Ledbboer citeert van den Dclftschen boekdrukker Simon Jansz. het 
volgende: y^Deze hadden zeedert xx jaeren herwerts (1565) de almanacken 
b^' Mr. PiETER FoRBEST en de andere doctaeren gemaect^ geprent ende vercoft^ *). 
Dit gebeurde evenwel pas sedert 1558, nadat Foreest zich te Delft als 
stadsdokter had neergezet ^}« Het is dan tevens niet waarschijnlijk, dat 
er van 1558 en volgende jaren uitgaven van dezen almanak door Jan 
EwouTsz. bestaan. 

lao. = ^Monnantfe// ftatu^t/ ende J^xmi(tit// ftec H. M. tianhtn gonlien en 
fUnertn// pennfngBm/ rourf en ganrïlr f^Mmht ouer// alle sfine landen 
bon ftertnaertf ouer// ^j^eynOIiceect int %ati. M. <P.// acBtenueerticJï 
^^tn// jrtifl. 3nl!l- 

80 ongen* bldz. kl. 8^., Goth. letter, sign. [A]— E. 
Onder den titel het portret van Karel V ten halven lijve. 
Links er naast zijn wapen met kolommen en zinspreuk, rechts: 
1557. CAROLVS • QVINTVS .// IMPERATOR •/ƒ MAX . 
PA-// TER . PATRIE •// FELIX .// SEMPER// AVGVSTVS, 
alles in eenvoudige omlijsting, gedeeltelijk met dezelfde blokjes 
als op het Paf er noster (no. 117). 

De keerzijde bevat het Keizerlijke Privilegie, gegeven in 1548 
t)59 consent banHen Voue 0Be0|}euen// te ^int ben. jcbfit* «Becembet €nbe 
te V5tU9Utl ben. jcbiif. jaacdt. ja.^.X.// ^fietepcBent bp ben ^ccre- 
taduf .// ^ Ia Cocre/ enne ]^. be Xenf. 

Op p. 3 beginnen de afbeeldingen der verschillende munten 
met korten verklarenden tekst. 

Onderaan op de laatste bladz. het adres ^geprent tot Slemf telce- 
bam aen be// oube #(be in bfe Utercftlttaet/ 169 mp 9(an// Ctaioutsaon 



1) Lbdbbobr, De boekdrukkers^ boekyerkoopers en uitgevers in Noord-Nederland^ Deventer 
1872 p. 118. 
^ Nederlandsen Lancet, II, Utrecht 1839 p. 506. 



ï^5 

jFtgiiec ftritHet ^ifeffaortn// fioecS pxtatn Het. H. ja. toonenbe// iniun 
becmtlten PaMet* 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage* ') 
Universiteits-Bibliotheek, Gent. 
De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam]. 
Niet de vroeger reeds door mij beschreven evaluatieboekjes van Doen 
PiETERsz. hebben Jan Ewoutsz. tot voorbeeld van zi)ne uitgave gestrekt 
Hij heeft zich tevreden gesteld met een dergelijk boekje van Joos Lam- 
BRECHT te Gent ') na te drukken. Toch heeft hij dit niet slaafs gevolgd, 
maar verbeteringen aangebracht. Zoo voegde hij na ^titn (iintttn Caroluf 
tSnmmt tut Sart titerentieettlcB in ;i^#ett nleutoeti Zilntttn Carolnf ban tti n. M. 
nb AitniM o^enmnt hit 9aet. jni.C.Xifd. Daarentegen liet hij de Daldersl cours 
oi^ i^^ hebbende ten prize van achtentwintigh stuuers titick weg. 

Aardig is de inscriptie op een der beide exemplaren in de Koninkl. 
Bibliotheek te *s Gravenhage, waaruit blijkt hoeveel het boekje nieuw ge- 
kost heeft: ano 1558 den 22^ Junij ^ sch* Dit bouck behoert toe Janntgen 

VAN Bladegem Gerits dochter woen op de nieubrugge tot Dordrecht \ d. w. z. 
deze prijs zal wel betrekking hebben op het geheele bandje waarin ook 
nog twee gelijktijdige publicaties gebonden zijn. 

lai. = ^^e balutDatffe// banben ^ouben/ en f finertn penningen// nb nienbif 
gfieniuttt/ conrf enbe gancfi &e&Ben//be onec bef Conincmitcfie MzSzi- 
xx^li lant^tn// ban lectnertf ouec/ met gaten gDebiicgte// enbe biaecbe 
baec b0. jx. 

8 ongen. bladz. kl. 8^., Goth. letter, zonder sign. 
Onder den titel het portret van Koning Philips II, ten halven 
lijve. Links naast hem zijn wapen, rechts : 1557 •// PHS • D • 

G .// HISPANG// 2 . REX • DVX// . BRABA. 

O Een overigens geheel gel^k exemplaar in dezelfUe bibliotheek heeft onder het adres 
nog bet jaartal 1557. 
>) Fbrd. van dbr Haeghbn, Bihliographie gantohe^ I, Gand 1858 p. 92, no« 104. 



i66 

Op de keerzijde een ordonnantie van den Koning met bevel 
aan de ^meralett Mttttnt f ünte munten iian gertnertitf oner . . . . tiie 
jFfguren nanbet boorfcStenen munten te boen prenten f o naniini ^oubtn 
alf J^üuni venningBen metten ggetofcj^te en bt jftüft Han Uien aff i|f(t 
na bolcBt* 

Dan volgen op p. 3 de afbeeldingen met tekst, en onderaan op 
de laatste bladz. het adres (B^tpttnt tot SIrmf telcebom aen bt// onbe 
f ibe in bie Rercfrf traet/ 059 m San// €fDout3omi jFigurtfuftbet <0|^- 
(tnoren// fioecB ptentec bec. C Jft. Inonenbe// tuben bregulben paf fer.// 

1557- 

Hieronder nog een vignet. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent. 

De Heer J, F. M. Sterck, Amsterdam]. 

De boekjes werden dus niet uit eigen beweging door Jan Ewoütsz. uit- 
gegeven, maar de muntmeesters lieten ze bij hem drukken. 

Het derde boekje dat er bij behoort is: 

139. = ^fe ongenalu// toeecbe ^jïouben enbe fuluetrn// JUunte ban bpuerfcgen 
Coningtflcftê/// j^actirj^bommen/ ^caeffcQ^ppen/ 9eecri|rll//|ïeben Xan- 
ben/ enbe ^teben. 

200 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— N, zijnde vel 
N een half vel. 

Onder den titel een getrouwe nabootsing van het drukkersmerk 
van Joos Lambrecht, den eikenboom met den maaier en het devies 
CESSENT SOLITA • DVM MELIORA • SATIS QVERCVS, 
en onderaan t^gi Consent banbë l|oue ^gegeucn tot// tBni9f fel ben 
tgienben bacB/ ban M^tttt.// Jft.CCCCC.X. ^nbecteHcdent 09 bê 
jgettetatiuf 9e Xangjje/ enbe 9e 2oete. 

De keerzijde begint onmiddellijk met de 9Iaem#c&e ^ouben mnnte 
enbt ^ngfiebalulveert. 



167 

Het adres staat onderaan op de laatste bladz. <0fietftent tot// 
VUmiMunsim atn üte anbe// iiUt in bit KercR jccaet 0^9 «19 ^ati// 
€lDoitt5oon iFfguec f nitbec (0Bef iooeV/ nn boecfi ^tentrr Het. K. JlKt* 
tooe// ttenUe inbtn fiezgulben )^a jf ec. 

[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
Ook dit boekje is weer een bijgewerkte nadruk van een dergelijke uit- 
gave in 1551 gedrukt door Joos Lambrecht te Gent*). Vreemd is het, 
dat hij zich hierbij zelfs bediende van het drukkersmerk van zijn voor- 
ganger. De kooplieden waren zeker eenmaal gewend aan het titelprentje 
van Lambrecht's evaluatieboekjes, en ter wille van hen, zal hij zijn eigen 
fraaier merk ter zijde gesteld hebben. En wat den verkoop betreft, hierin 
zal hij zich niet teleurgesteld hebben gezien, want al een jaar later was 
een nieuwe uitgave noodig. 

03. = ^jS&omiMtif// f tatust/ mbe Vttmiifit// btt It. M. Hantien gfiouben 
en iütxttin// iftnnin^tn/ courf en ggancR fiefifientie ouer// aire 5i|ne latt- 
tien nan Bettnaertf oner// ^gepufilfceert fnt 9aer* M. ^.// acBtenueer- 
ticg 9en// m* 9ulfi. 

80 ongen. bldz. kl. &^, Goth. letter, sign. [A] — E. 
De titel is verder gelijk aan dien van de uitgave van 1557, be- 
halve dat het jaartal 1558 luidt. Het privilegie op de keerzijde 
bevat slechts verschillen in de spelling, evenals de tekst. Natuur- 
lijk hebben dezelfde houtblokjes dienst gedaan voor de munt- 
afbeeldingen. 

Het adres luidt: ^geprent tot SlemftelreHam aen be// outie fitttintit 
ItertBfttaet/ t6p m? San// Ctooutjoon fi^utt fn^ttt ^eftoocen// 
ftoecfkyrenter Dec ft. M* toonenbe// Inben betffBnlben paf fee. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Universiteits-Bibliotheek, Gent. *) 
De Heer Joh. W. Stephanik, Amsterdam]. 

O F- VAN DER HaSGHBN U. S. p. 55, 89. 

o I)u exemplaar is verkeerd gebonden. 



i68 

Een supplement van nieuwelijks geslagen munten volgde weer een 
jaar later. 

134. = ^Kbonnantïr// eittie f^rarcatte ban \p§tll Confncïflcfiie Mtt§titx§t a5e- 

roerenbe ban// ben ^ouben/ €n f (meren munten/ ^BepnbrfV/ teert to ben 

9(aere onf peeren. A.^.Xfp. 

ia ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, zonder sign. 

Onder den titel wederom Koning Philips ten halven lijve, met 

links zijn wapen en rechts: • 1559 •// PHS • D • G • // HIS- 

PANG// 2 . REX . DVX//. BRABA, op gelijke wijze omlijst. 
Op de keerzijde weer de lastgeving van den Koning aan de 
Generale Muntmeesters om dit supplement te laten drukken, 
waaronder het adres : Geprent tot Slemf telcebam aen// bte oube f fbe 
in b<e IHetrüf traebt/ !0p m^// %m Ctooubtjoon jF<rr&uer fn^ttt/// tuoe- 
nenbe inben betgulben// l^atfer. 
Hierna volgen beschrijving en afbeelding van 14 munten. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Hier bestaat een variant van. 

135* = ^Kbonnantte// enbe l^laccaete ban bpe// ConincIfcRe Jft^apef tegt ^erot- 

renbe ba// ben (6ouben/ €n ffrueren munten/ iBtj^uM^// cntt inben Sfare 

ütif Veren. MJB.Xip* 

12 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 

Slechts verschillen in de spelling zijn aan te wijzen; zoo luidt 

ook het adres iets anders: ^geprent tot 9enijteltebam dn//bteottlit 

fibe inbie Iftercftftraebt/ 359 mp// 3an Ctaioubtsoon ftf^un fngber// 

tnonenbe <nben betgBuIben// paffec. 

Hierna volgen beschrijving en afbeelding van 14 munten. 

[Universiteits-Bibliotheek, Utrecht. > 
Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 

In hetzelfde jaar verscheen nog een vermeerderde druk. 

126. = 4^0bonnantie // enbe j^larcaete/ ban bge// Conincijtcfie oDo^eltept Xt- 



I<ï9 

nnenbe ü// ben fotnv/ <n tümtm Mmttn/ ^^tvMUZ/ttttt bOita 
San an| Vtncn. JA.9.XtF. 
itf ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sïgn. 
Het portret op den titel is hetzelfde gebleven, de bekendmaking 
ttaat op de keerzijde, doch nu zonder het adres, dat op de 
laatste bladz. te vinden is: Crj^ittit tot %tm// fMxttwn acnbteonbe 
flbe inift// IfcrcBfcnut/ X» mp San Ctnonb^/ ism jFigun fn^btz/ 
tti\mtta// bOKBvctnac bcr. H. M.// tnoniEnbe fn ben bct'//gf|ulbn] 
fafitt, waaronder zijn waarschijnlijk pas vervaardigd drukkers- 
merk, in een eenvoudige omlijsting. 



t(t munten zijn in dezen druk afgebeeld en beschreven. 

[Üniversiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 
Koninkl. Akademie, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. 

Üniversiteits-Bibliotheek, Würzburg] ')• 

O IKt esemplMr is door Dr. A. Ruland beschicven In Serapaim XV, Leipiig 1854 
p. 189, ipo. Ten onrechte worden dit en twee dergelyke boeken er tot de xylognphbcbc 
drakwerken gerekend. 



170 

Hier bestaat een variant van. 

197. =z ^Motinande// ende Iplaccaete/ ban bpt// Contoriitcfte Jftapeftegt Xt- 

roetente hi// ben gonben/ €n f fineten Mmttn/ ^i^vmu//ttttt fnben 
3ate onf peeren. Jft.l9.X4c. 
16 ongen. bldz. kh 8^, Goth. letter, zonder sign. 
Een vergelijking met de vorige uitgave wijst slechts spelling- 
verschillen aan, zooals in het adres op de laatste bladz. ^tpttnt 
tot Slem// ftelrebam aenbfe oube fftie fnbfe// Itercfi jtraet/ 059 «19 3an 
€biQnbt// 30on f tffnerfnflber/ (t^tfioonn// boecftprenter bet. HL ja.// 
tnonenbe in ben ber^// sStifben patfer, waaronder het merk. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
Ook van de andere muntboekjes verschenen nieuwe drukken. 

198. = <BS|e balubiade// ban bê €(onben en filnecen ptn// nfngen nb ntotof ge- 

munt eonrf en g^mdl geb//&enbe ouec bef Confnclilrtiie Msfftttt^gtf 
fanV/lien ban gettoertf ouer/ met B^rê getofcj^/Zte enbe taiaeebe baet bp. etc. 
8 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 
Het portret van Philips met wapen en bijschrift is geheel ge- 
volgd naar den vorigen druk, alsook de bekendmaking op de 
keerzijde, de spelling uitgezonderd. 

Aan de afgebeelde en beschreven munten is slechts toegevoegd 
^n npeubien filuecen bfcften ^enninglj ggef fagpen bp ben Contoft bon 
jgyaengfien enbe ban Sngelanbt. 

Het adres achteraan luidt: <01ïepcent tot 9emftelrebam aen bit// oube 
fibt in bie Hercftf tcaebt/ Xn m S^n// Ctooutsoon JF^guec fnfibet €te- 
ftaocen// boerilprentec bet. K. M. bionenbe// inUtn betgnlben jpaf fee// 

1559- 

Het vignet hieronder uit de vorige uitgave is weggelaten. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
De Heer Joh. W. Stephanik, Amsterdam. 
Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 



171 

xag. = ^t ottgenafn// intcriie 4^^outnn 'en ^H//iierett Muntt nan biuttfc^tn 
ttütac// tsam/ VacticBbommesi/ ^caef fcJN^ ven/ // Vtetfiri^tbcn Xmibtn 

tn ^tdKii« 1559* 

216 ongen. bldz. kl. 8^., Goth. letter, sign. [A]— O, zijnde vel 

O een half vel. 

De titel bevat, evenals de vorige druk, het nagemaakte merk 

van Joos Lambrecht, waaronder hetzelfde privilegie, maar met 

gewijzigde spelling. 

Het aantal munten is iets grooter. 

De voorlaatste bladz. is onbedrukt en op de laatste plaatste 

Jan Ewoutsz. onder de spreuken l^etikttin liomf//ni manet fn etec- 

num.// ^bf tuoott Bli(ft fnliec eentofcgeot een nieuw drukkersmerk: 

Een engel houdt in de handen de beide wapenschilden van 

Holland en Amsterdam, tegen zijne knieën staat dat van 

den Keizer. Er onder het adres: tf^tent tot 9fein//ftefttbam acn 

bie oube fiht in bie lfercR//ftratt 059 «9 9^ Cbioutsoon jFiffitec 

f ngv/ btt ^eltDoren borciypcentrt btt It JU.// toonenbe tobni bngnl- 

ben Ipalfer. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

De Heer Joh. W. Stephanik, Amsterdam. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent] *). 

Ook in het volgende jaar waren weer eenige herdrukken noodig. 

130. = <00bonttantle// f tatu9t enbe J^ttmitfit/ // bet. ic. M. bon ben gonben 
enbe tttvtmn// penningen rourf/ enbe ganell gebbenbe ouer// alfe süne 
Xonben/ ban j^ertnaeebtf ouec// ^^ubliceert int Saet* MJB* aefiten// 
mttaa^ ben. jcbft*// 9uli|. 

80 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. A— E. 
Onder den titel wederom het portret van Karel V, evenals in 
de uitgave van 1557, met hetzelfde bijschrift; alleen ishet jaar- 



Uit dit exemplaar ojn de beide drukkersmerken wq^gesneden. 



172 

tal vervangen door 1560. Het privilegie op de keerzijde is 
onveranderd, alsook de tekst met afbeeldingen. 
Het adres luidt: ^peprent tot ^nnfterceliaiii// znhtt onUe titt tnitgt 
Mecdkftraet/ I69 019// San Cfuoutsoon Jfidnn fnflöer/ ^cffDo//teti 
fiorqprentct (»ec. fl. M* tootitnbe// inben bergBuIben ^aMee. 

[Universiteits-Bibliotheek, Utrecht. 

De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam. 

De Heer Joh. W. Stephanik, Amsterdam. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
Hiervan bestaan twee varianten. 

131. = ^ftbonnantfe// ftatti9t/ enbe J^ttmiifi^// btr. K. M* batiben goitben 
etitie f ilueten// penningen courf/ enbe gancR jjeböenbe oner// alle #ine 
:€anben/ ban gecbiaerbtf ouer// ^^epuBnceetbt fnt 3aec. M.'^* ac^t// 
enueerticj^ ben* piQ.// Sniy. 

80 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— E. 
De spelling en de rangschikking der munten is iets anders, en 
ook in het adres zijn kleine verschillen op te merken: ^^tffttnt 
tot Stemjtelrebam aenbfe// oube fiht in hit mufifttAtt// 05}^ mp San// 
Cbiontsoon jFiguecf nflbec/ ^ef too/// ren Boerjprenter ber. Itt. Jft. fnonen// 

<nben betgulben l^affer. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
13a. = ^monnantte// f taetupt/ enbe J^ttmiftit// ber. ft. M. fianben gottlitn 
enbe fttvtttn// pennfngSen/ courf/ enbe gancfir beObenbe ouer// alle sitnt 
lanben ban Beelnaerbtf ouece// ^epubffceert int Sfaer. MJB. üx^ten// 
ueertKg ben. ):bf|.// 5(n(f|. 

80 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— E. 
Het verschil met de andere uitgaven blijkt genoegzaam uit den 

titel, evenals uit het adres: C^S^tent tot Slem jtefrebam acnble//oiilie 
ffbe/ in hit Kerclüf traebt/ %y, mp San// Ctuoutsoon jfifixtt f nftbec/ ^- 
f fnoren// fioeeliprentec bet. H./ M. tnonenbe// inben tiergnlben IPaf fer. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 



173 

z3a. =3: ^e ongenalu// toettHe Soutien tott |(l// uecett/ JUtmte ban biueclcficn 
Contofir// rflr&en/ l|actkBtiommen/ i^tatftt^^mtn/ // 9tttUt^thtn/ XAn- 

üen/ tn f teHen. i5<to* ^ 

224 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— O. 

De verdere beschrijving komt, op de spelling na, weer geheel 

overeen met de vorige drukken, maar ook deze uitgave is weer 

iets vermeerderd. 

De voorlaatste bladz. is onbedrukt en de laatste bevat hetzelfde 

merk, met het adres: ^eptent (nt ^raef// ^gaii tian l^ellant inbe Hrr- 
maerZ/be Coo^ftabt ban Slemfttfcebam aenbie// oube (iOt Inbe Ifterc- 
ttxMt/ ftp mp Sfan €\»üut// soon fiuntt #n0ber ^ejtnoren boccpcen//tec 
ber. II. jflft.// bionenbe taben bergnl//ben paffer. 

[Koniokl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 

Nog in hetzelfde jaar verscheen een vermeerderde editie. 

^- = ^^t ongtualti// hieerbe ^ouben enbe jü// ueren/ Mimtt ban bfuetf rgen 
Conindk// rftcRen/ fiertorDbommen/ 6racf;cOap]^en/|^eerr(cBeb(n/Xanben/ 
en fteben. 15^* 

224 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]--0. 
In deze uitgave zijn nog een paar munten meer opgenomen, 
zoodat ook het voorlaatste blad bedrukt is. Het adres luidt: 
<^rent int <0caef//|cBa]i ban li^olfant fnbt bennaec//be Coopftabt ban 
Srmf tefrebam atnbfe// oube flbe fnbie ftercftract/ fip mf 3an Ctoout// 
soon JFi0ner|nSber/ ^ti\nottn boe^cenV/ tec ber. n. M. bionenbe üiben 

bergfiuIV/ben j^affer. 

[Universiteits-Bibliotheek, Utrecht. 

De Heer J. F. M. Sterck, Amsterdam]. 

Na al die werkzaamheid voor de Generale Muntmeesters is het een 
aangename afwisseling, weer eens een arbeid van gansch anderen aard te 
kunnen vermelden, vooral daar het een werk betreft, waarbij het kunste- 
naarselement krachtiger naar voren treedt. 



t?4 

135, =• Programma van den schietwedstrijd, uitgeschreven door Koning 
en Overiieden van de schutterij „van den edelen Raembusse^\ 
Groote plaat, in verschillende afdeelingen. 
Bovenaan zijn de prijzen afgebeeld op zwarten grond, waar- 
tusschen de wapens van den Keizer en van Amsterdam, bene- 
vens de twee kolommen met *s Keizers zinspreuk. 
Daaronder de bekendmaking van ^^e ConindI/ tnbe ^utcltiptien 
bet Qjïemtne ^cüuttecen banbrn ebden SocmbuMe fiintittt bec f tebe ban 
Sfmftelrebam aan alle Itepf eren/ Coninggen/ 9opman|/ <Mtoif / 

#e^oren/ en anbere ebde geef ten/ bie ben €• Koem&uMe goetneBanterë, 
dat zij een wedstrijd hebben uitgeschreven 'die beginnen zal 
28 Nov. 1561 en duren zal tot 28 Nov. 1562. 
Dan volgen alle regels van den wedstrijd, waarbij een opsom- 
ming der prijzen: 

L een fcpone f üuecê ^^genc bat taiegen. ni^ij (aft. 

II. een f cgone ouergebecten iiiuixtn Cop. 

III. ren ritc&elic ^cOenrBHat. 

IV. een Icgone flluece f cj^ael. 

V. een f üueren berDeuen Croef* 

VI. bier f Hueren leyelen. 

Het stuk is onderteekend: ^emftelrebam in l^ollant. 

[Prof. J. W. WuRFBAiN, Arnhem]. 
Van deze uiterst zeldzame prent, die het eerst vermeld werd in den cata- 
logus van de Historische Tentoonstelling van Amsterdam in 1 876 *), heeft 
Fred. Muller in 1 879 20 facsimile's laten maken, die evenals het origineel 
door hem beschreven zijn *). De naam Jan Ewoutsz. wordt evenwel noch 
in den bo vengenoemden catalogus noch door Fred. Muller genoemd. 

O HUtorische untoomtelHng van Amsterdam^ Amsterdam 1876 p. 70, no. 1102. 
*) F. MuLLSR, De Nederlandsche. geschiedenis in platen^ IV, Amsterdam 1882 p. 59, 60, 
no. 460A 



t75 

Maar een post, door de Roever gevonden in de rekeningen van den 
Handboogdoelen, sluit iederen twijfel uit: Den 21 Meert (1560 wegens 
den Paaschstijl gelijk 1561} noch betaelt van caerten te drucken m die passer 

daer die prysen instaen i gl: % si. ^). Daar de wedstrijd uitgeschreven 

was tegen November 1561 werden de programmals met verlokkelijke 
prijzen dus wel vroegtijdig verspreid. 



Toen Jan Ewoutsz. zich te Amsterdam gevestigd had, heeft hij dade- 
lijk in de Oude Kerk een graf gekocht, gelegen in de lode rij van het 
noorderperk. In het graf boek staat het beschreven als: 

een graf van F stenen 

Dit graf camt toe Jan Ewoudtsz,, in die vergulde passer, en zyne erfgenamen, 
terwijl het gemerkt was *) 




Eigenaardig is het, dat dit merk geheel gelijk voorkomt op de laatste 
prent van de boven beschreven serie van Sorghehos. No. 107. 
3 Mei 1564 werd hij in dit graf bijgezet'). 
Zijn weduwe ging echter door met het uitgeven van boeken op zijn 



O Rekeoing^ van den Handboogdoelen, p. 237. 
Ó Oud'Holland U p. 177. 
^ Oud'Holland II p. 179. 



\ 



176 

naam, alsof er niets gebeurd wa& Zoo vinden wij vooreerst eenige her* 
drukken van evaluatieboekjes. 

136. = JB^t ongeualu// toterbe €(ouben rit jyn// ueccn Jttonte Han biuerf c^ 
Cotiüicft// cflcftcn/ VettdcSbommen/ <0caeffcBapipcn/// Vecriii&etieti/ Xan- 
ben/ enbt f trbeit* 1565. 

224 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— O. 
Behoudens eenige verschillen in de spelling, is de druk gelijk 
aan de vorige van 1560. Het adres achteraan luidt: Geprent int 
^raef//fcgai^ ban ^onant fnbe benneet// beCoop^tabt ban 9ltnifttlcebani 
aenbte oube f ibe (nbte fttrrfif trott/ bp mp San €\nout// soon jFlguet tnij- 
ber/ ^(Beftaioctn borcptem// ter brr. ^. M* tnoenenbe inben bergimlV/ 

ben kaffer. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 

Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Universiteits- Bibliotheek, Gent]. 
Z37. = ^0bonnant<e// f tatupt/ enbe }^etmittit// ber. ft M, banben gouben/ 
enbe lilueren// pfnnfngpen courf enbe odnrB jjebfienbe ouer// affe fine 
Xanbm/ ban gertuaecbtf ouer// (Krpubliteerbt int Soer. jflU. ^* atfit// 
enueertfcg ben. pbjl. bad)// Slulij. 
80 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— E. 
Deze uitgave is, op de spelling na, gelijk aan die van 1560. 
Alleen is het jaartal boven het bijschrift naast het portret van 
Karel V op den titel veranderd in 1566. Het adres achteraan luidt: 
4E(beprent tot Slemftelcebam aenbie// oube fibe inbie Iterclljtcaet/ fXSp 
mp aan// <lEUiout joon jgi^vizt Jnflber/ ^eJtooV/ ren Boecpcenter ber 
ft. M. bionen//be Inben betgulben TfiSiUtt. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 
Koninkl. Akademie, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. 
Universiteits-Bibliotheek, Würzburg] *). 

«) Beschreven Serapeum XV, Leïpzig 1854 p. 190, I91. 



^77 

Een zonderlingen indruk maakt het, dat de weduwe op deze herdruk- 
ken den naam van haar echtgenoot als nog levend liet staan. Maar zij 
deed meer, dan alleen oude uitgaven opnieuw drukken. 

138. = ARITHMETICA. 'pu^^ckic^uc cmmc cor//tcf«|^cftcH te tere 
^finpficnc/ Il nac aticwfc^c (S,9cpfian^cfin^^ , // op ^fff- 
(icfrc^affffcfie tnactc/ fftuntc,// cnbc ^C/fi^icfitc ^C9r^9HHCcrt 
(i^ttc (Z9of'//fufcn/ (cc» fro^^jtcffjct 1) ©oer mi\^// (yV.i- 
c^attfft f^cfri. if. S>a//ScntMicnfcm // Qj)IVct (£0 : Ql>l\.a : 
fri//uitcgic Soü» (cfi- ^^cr , // 1567. 
150 ongen. bldz. kl. 8®., lettre de civilité, sign. [A] — K, be- 
staande vel K slechts uit 3 bladen. 

De keerzijde bevat het "^^tract Suft ^c friuifc^ic gegeven 
aan Nicolaus Petri, waaronder een vignet, dat Jan Ewoutsz. 
reeds in 1559 gebruikt heeft. 

Op p. 2 en 3 een opdracht van den schrijver aan Jan Wyn- 
TiENs te Deventer, zijn pin^ig^cn SrtcHt en^c gunncr y op 
p. 4 en 5 een woord tot &cn gfictuckfactigficn ^^ctfcw. 
Bldz. 147 — 149 bevat een opgave der ^^mraia, en de laatste 
bldz. het merk van Jan Ewoutsz. met den passer, waaronder 
het adres : ^^rcnt tot ^cm^cfrcöam/ atn die oude (iific // 
in die c^c«cfc|iMC*/ J2^ die HA^^cfatcn ^lOPe^u/vt^ // Sah 
^an '^u/vt9utxf9n/fatigcw g^^acfitcn // /n^oHCHdc in die 
^cv^ufdcfi fafTcw. ^HMü . 1567. dcH lO^tCfi. J}uti^, 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam]. 

Nog één jaar later trof ik de weduwe van Jan Ewoutsz. aan. 

i3d- = «!^e ongeualu// ioeecbe ^^onlien enbe fil// utren Mmtt ban bluetfcBen 
ConfncB// rfltften/ llertocfiliommen/ €(rflef#cgappen/ 9eerIfc|^etien/Xanben/ 
en ftetien. 1568. 
224 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— O. 



178 

De spelling is gewijsigd; anders is de druk gelijk aan dien 
van 1565. 

Het adres achteraan luidt: ^kvttnt int #caef//fc|N9 ^^11 KoHaiit 
itriie lirtm»r//t» Caopltatt iraii Sktnfteltcbam trti tit// ottHe lAe fn 
hit Mrtcf troct/ X9 Utt iMeftelottn// VM^nïxst üa Stoa €1»ontsoan 
figiitt|n8V/ter/ Aftoottti O^ocq^tmtec bet. It JA.// nittienlir inben 

iirtgunttit Iptffrc. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. 

Koninkl. Akademie, Amsterdam. 

Universiteits-Bibliotheek, Gent. 

Universiteits-Bibliotheek, Würzburg] *)• 
Wanneer de weduwe van Jan Ewoutsz. gestorven is, heb ik niet kun- 
nen vinden. 

Inde genealogie die de Roever van zijne afstammelingen opgemaakt 
heeft ^), worden twee zoons genoemd, Harmen Jansz. Muller *} en 
CoRNELis Jansz. Muller *). De eerste was een verdienstelijk graveur en 
volgde tevens in den Vergulden Passer op; daarom zal van hem te zijner 
tijd hier uitvoerig gehandeld worden. Van Cornelis is het niet bekend, dat 
hij ook het boekdrukkers- of boekverkoopersbedrijf uitgeoefend heeft. Hij 
was een graveur, die voor Plantyn gewerkt heeft. Zijn zoon Ewout 
Cornelisz. Muller was weer boekdrukker en zal evenzeer later behan- 
deld worden. 



O Beschreven in Serapeum XV, Leipzig 1854 p. 191, 192, waar ook eenige munten ge- 
reproduceerd zijn. 

>) Oud-Holland III p. 276. 

'^ Te onrechte voegt de Roever dezen geslachtsnaam al aan den vader toe. 



^ 



OVERZICHT. 



°5 153<J [Mücius Scaevola] p. 

06 1537 [Allegorie op de vergankelijkheid] p. 

07 1541 [Sorgheloos] p. 

08 1543 [Beleg van Algiers] p. 

09 1544 [De fobel van den boer en den ezel] p. 

o z^. [De lichtzinnige jeugd in voor- en tegenspoed] • . . p. 

[Sinte Aelwaer] p. 

[De wijze man en de wijze vrouw] p. 

[De Waarheid] p. 



z^\ 



P- 
P- 
P- 
P- 
P- 
P- 



[Ecce homo] 

DiED£RiCK VAN MuNSTER, Den kenfensptegei 

6 1550 Eyke von Repgow, Den spiegel van sassen 

7 z,j. De5U)ERIUs Erasmus, Een u^flegginghe des Pater noster . . 

8 1556 Pieter van Foreest, Prognostkatie ofte Almanach . . , 
P 1557 Pieter van Foreest, Prognostkatie ofte Almanach . . 

20 1557 Ordonnantie^ Statuyt ende Permissie der K* M, van den gou- 

den ende silveren penninghen p 

21 1557 Die valuwacye van den gouden ende silveren penningen nu nieuws 

ghemsmt p 

-* 1557 ^^ ongevaluweerde ghouden ende silveren munte p 

23 1558 Ordonnantie^ Statuyt ende Permissk der K.M. van den ghou- 
den ende silveren penninghen P* ^^7 



48 
50 

53 
53 
54 
55 
S6 
S6 

57 
58 

59 
60 

62 

6i 



<Ï4 
66 



124 I55P 

125 1559 

126 1559 

127 1559 

128 1559 

129 1559 

130 1560 

131 i5^o 

132 i5<^o 

133 i5<^o 

134 i5<^o 

135 i5<^i 



13^ 15^5 

137 ^5^^ 

138 15^57 

139 1568 



180 

Ordonnantie ende Placcaete van dje Conmclijeke Mayesfeyt 
beroerende van den gouden ende st'Iveren munten . . , . p. 

Ordonnantie ende Placcaete van dye Coninclicke Mayesteyt be- 
roerende van den gouden ende ss'Iveren ntunten p. 

Ordonnantie ende Placcaete van dye Coninclicke Mayesteyt 
beroerende van den gouden ende silveren munten . . . . ^. 

Ordonnantie ende Placcaete van dye Coninclifcke Mayesteyt be- 
roerende van den gouden ende silveren munten p. 

Die valuwacie van den gouden en silveren pennif^en nu nieuws 
gemunt p. 

Die ongevaluweerde ghouden ende silveren munte p. 

Ordonnantie^ Statuyt ende Permissie der K. M. van den gou- 
den ende silveren penningen p. 

Ordonnantie^ Statuyt ende Permissie der K. M. van den gou- 
den ende silveren permingen p* 

Ordonnantie y Staetuyt ende Permissie der K. M. van den gou- 
den ende silveren penninghen p* 

Die ongevaluweerde gouden ende silveren munte p. 

Die ongevaluweerde gouden ende silveren munte p. 

[Programma van den schietwedstrijd, uitgeschreven door 
Koning en Overlieden van de schutterij y^van den 
edelen Raembusse'*] p. 

Die ongevaluweerde gouden ende silveren munte p. 

Ordonnantie^ Statuyt ende Permissie der K* M. van den gou- 
den ende silveren pinninghen p. 

NicoLAUs Petri, Arithmetica p, 

Dif ongevaluweerde gouden ende silveren munte p. 



68 
68 
68 

70 

70 
71 

71 
72 

72 
73 
73 



74 
7Ö 

76 

77 
77 



* 



JAN JACOBSZ. 



Boven hebben wij gezien dat Jan Zyvertsz. in 1534 zijn hoofdkwartier 
verplaatst heeft van de Oude Brug naar de Niezel. Toch had hij ook op 
de Oude Brug zijn winkel aangehouden, want nog in 1537 betaalde hij 
daarvoor de stadshuur ^}. En na zijn dood werd hij er opgevolgd door 
Jan Jacobsz. Van 1538 tot 1541 komt deze, nu eens yjfoeckcooper''* dan 
weer „bouckbinder*'' genoemd, als huurder voor. In het eerstgenoemde jaar 
betaalde hij er i 9^ 10 sch. voor, in het laatste 14 Kar. Guldens*). Na 
dit jaar komt hij niet meer als huurder van het huisje voor, en ook in 
geen ander document trof ik zijn naam aan, dan dat in hetzelfde jaar 
1541 Griet zijn huisvrouw als borg voorkomt'). 

Ook in de Niezel was hij de opvolger van Jan Zyvertsz. en evenals 
deze had hij hier zijn drukkerij. Slechts een drietal boeken zijn mij be- 
kend geworden, die hier het licht zagen, maar zij zijn belangrijk, niet alleen 
vegens hunne buitengewone zeldzaamheid, maar twee ervan ook als bewijs- 
stukken van de toen machtig zich ontwikkelende scheepvaart van Amster- 
dam. Reeds zijn voorganger had door twee boekjes in de behoefte van 
de zeevarenden voorzien. Jan Jacobsz. volgde in 1540 met: 
140. = q^it i# die ]taet//te ban 119e J^ugti* see tot bat SanV/ tftctrpep toe/ 

O Ottd-HoUand II p. 171* Dit aan te vullen bij het bericht over Jan Zyvertsz. (boven 

P. 113). 

*) Thes.-rekening 1538 p. 17 verso en 1541 p. ai verso, ook aangehaald in Oud-Holland 
II p. 181. 

f) Tbea^rekening 1541 p. 28 verso^, ook aangehaald in Oud-IMland II p. 181. 



l88 

mlw tat bat MÊttpf/btiv tn/ «m met Mtvn Int of in tt// scfflcti 

Mn Sbaftdirlrain tt ia/ //taant, «^tndli Snt Snt. 154c- 

3a ongen. bldz. kl. 8"^ Goth. lener, zonder sign. 

Onder den titel is een schip afgebeeld. 

De tekst begint op p. s bovenaan en is voltooid op p. 13, 

vaarna nog eenige interessante mededeclingen volgen over de 

wijze van uitgave van deze boekjes: 

Sttttn tnen f al toteten batnun aric taien iaei/ bee#t f cfiilftttt ttnt fnOcn 

bctSaitn Int cint Cnbt ban at bot ban tat biüent 

Stnn mm f Dlttn hiticn b«t men aUt lan In bat baoi fan ttiOm tot gt- 

ntn/ ban bpt gattn om bat fl fanitj)t bmc^cn, m 

Strm bttfe Hanttn #al npnnant nabnicfini of Sf Ünft ooilof ban btt 

f)ttaa ban Sinifttlrtba of F|oot bienaic bpe ognu bgt btt Connen Icg- 

SlEn aft bgc bie Xafunf fitten. 

Op p. 15 staat alleen onderaan het adres: Cnbe men fdfe tt 

coop binbt af bit// oube XniaoQe., en op p. 16: «Begctnt tot 3bn//- 

fternnam (sic). 3Bg jRg San SatoSf// seon I»antnbe fnben Xt^iO// 

3n bge bjitt Qntnf// filnbtien, waaronder zijn drukkersmerk: 



ï83 

Bladz. 17 bevat een figuur aanwijzende Qoe beel bit maen afttt 
üpe 3011 of boot i|, bladz. 18 is onbedrukt en bladz* 19 bevat den 
titel van een toevoegsel: 

Stem bit it bit// ocbtoande bpe bie g^emette tf ch4P// 9<ttn f tuemannen 
boetf Qtfenê en coo9///In9l>t mit itiolconberen beoDetenbe ba tcti9^//xttitt 
batmê in Vonont/ Stelöt/ l^IaêV/ beren ftoubenbe sfln. 
Hieronder een herhaling van het titelprentje. 
De tekst van deze ordonnantie begint bovenaan op p. 20 en is 
voltooid op p. 33, waar nog eens het adres staat: ^geytent tot 
5hn//#telrebam: 059 A9 3on 9ocob;//3oon IBonenbe inben Jftitfel// 3n 
bpe btpec 9ttmf// fthtbeten. 

Hieronder nog de wapenschilden van Holland en van Amsterdam. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam] *). 
H^=-^tt it bie €sttx//tt banber itt: om ^oft en Wt^t tt//i^itn/ti i#ban 
bie be#te J^inotf/ en tut// bie alb* befte Caertê ^ttottiuttxt/ btemi 
b»et// te binben/ enbe elcfiie tuft 09 tf gn oBefet. 
3tem 001 f ^in^/ f tnermanf / etï bootf oefenen// S^lr 3an Sacobsoo" 
en l^ttbe geen Coerten boot bit// myn bon boet mffn noem en metcft 09 
ftaet/ toont it// loet boe mffnen ofle iaett eenf cott<gtten/ bit// bie befte 
Coetten eït iienberf ba bit ^tt.// (^gebtncfit int Sfoet i54i« 
80 ongen. bldz. kl. 8®*, Goth. letter, sign. [A] — E. 
Onder den titel het boven afgebeelde drukkersmerk. 
De tekst begint bovenaan op p. 2 en is voltooid op p. 7% waar 
het adres staat: ^geprent fit mi// San Socobsoon bon Sbnfteltebom// 
bi b9e biet 9tem# fitobeten.// €nbe men f alf e te coop binbi 09 bit oube 
90tngg<. Hieronder een nieuw drukkersmerk, ontleend aan den 
naam van zijn huis in de Niezel. 



O Van dit boekje Z3Jn in beperkt aanul facsimile's gedrukt. 



Op de laatste bladz. staan bovenaan het wapen van den Keizer 
en bet wapenschild van Amsterdam, en daaronder het schip, 
dat in het eerstbeschreven boekje den titel versiert. 

[Univerateits-Bibliotheek, Amsterdam] ■}. 
Deze hoogst zeldzame boekjes zijn reeds, ofschoon zeer ïn *t kort, op- 
gemerkt door P. A. TiBLB *}. Maar uit de mededeelingen van den ui^ever 
in beide blijkt, dat hij er jaarlijks uitgaf, terwijl hij van plan was eens 
om de «even jaar een uitvoeriger publicatie het licht te doen zien. In 
hoeverre dit plan ten uitvoer is gekomen, weet ik niet, want de boven 
beschrevene zijn de eenige zeekaartboekjes van Jan Jacobsz. die mij bekend 
geworden zijn. 

Wel trof ik zijn naam nog aan op een uitgave van gansch anderen aard. 
14a. = [Latijnsche gezangen]. 

33 ongen. bldz. 4'., Goth. letter, sign. A— D. 

■) Ook van dit boekje z^ in bepeikt unul tacsimile's gednikt- 

'^ P. A. TiBLK, Nederlaitdsche hdliogriiphU vaa land- en volktakuade, Amsterduii 1884. 
p. 3,66. — Ook TER Gouvr, Getchiedtnu van AmtlerJam, IV, AnutcKUra 1834 p. 343 
gMit tt cen besdtr^ving van. 



i85 

Zonder tite], begint dit uiterst zeldzame gezangboek met twee 
notenbalken van vijf lijnen, waaronder als tekst de verzen: 
C^tttttoc amt f fHetü ttenta lup ctttanttim t^tUHitt tetienvtoi omnium 
t^9sM vaxti |ttjp9licn. Onder en boven de versierde beginletter 
staat de spreuk 9tMUt// Sn ^oh. De volgende verzen van het 
gezang zijn achter elkander gedrukt zonder notenbalk. 
Op deze wijze volgen een aantal gezangen, die van vel C (zon- 
der signatuur) af, in twee kolommen gedrukt zijn. 
Onderaan op de laatste bladz. staat het adr^: Smpreffum jpct 
rat Sommen// STaco&i. 9n bit niet ^ttmi// Bintieren. 

Mm faffe te coiq^ üinüi tot 9lm//ftelre'tiam aen bit onbe fitve in bpe// 
Betifi ^traet ^9 mp {Heter// l^enbritfi soon iottH// Heiropec bionen// be 
9|n 119e// toette Iftn. *- 

Hieronder nog een slotvignet en de wapenschilden van Holland 

en Amsterdam. 

[Gemeente- Archief, Utrecht] *). 

Jammer dat in het eenig mij bekende exemplaar van dit gezangboek 
de muzieknoten niet ingevuld zijn. Omtrent den dichter verkeeren wij ook 
in het duister. Wellicht was het Jacob Joost, de meester van de Groote 
School van de Nieuwe Zijde. Deze had tenminste in 1535 van de stede- 
lijke regeering een belooning gekregen: over d^oncosten^ bj hem gehadt in V 
««fc» ende doen prenten van de Korstcanteleenen ..... V stuuer *). Naar die 
^mtcanteleenen van Jacob Joost heb ik ook tevergeefs gezocht, en ik kon 
dus niet uitmaken of deze te Amsterdam of elders gedrukt waren. 

O Het vierde blad van vel B ontbreekt aan dit exemplaar. 
') Jemsuft Oudheid, II p. 234. 




OVERZICHT. 



140 1540 Die kaerte van dye Sujder zee ^.181 

141 1541 Die caerie van der zee ^«183 

142 s.y, [Latijnsche gezangen] ^-184 



^ 



CORNELIS ANTHONISZ. 



ifik heb houwsfojfen gereed liggen voor artikels oi'er Cornelis Teunissen en 
Jacob Cornelissen, de beide voornaamste Amsterdamsche kunstenaars uit den 
eenvang der i6* eeuw*'* schreef 1 8 April 1883 A. D. de Vries aan ter Gouw *), 
iiuar nog geen jaar later stierf hij, en de artikelen zijn nooit verschenen. 
Het is zeer te betreuren, dat die bouwstoffen ten minste niet bewaard ge- 
bleven zijn, want op zijn vele reizen en door zijn onvermoeide nasporin- 
gcn had de Vries zeker een belangrijk materiaal bijeen gebracht*). Nu 
moet ik zelf trachten, uit de vele, meestal zeer tegenstrijdige berichten 
over den veelzijdigen kunstenaar een korte schets van zijn leven en werken 
saam te stellen, en dat wel, omdat hij eenige malen ook als uitgever is 
opgetreden. 

En een revisie heeft zijn biographie wel noodig! Karel van Mander, 
die vertrouwbare gids voor het onderzoek naar de levens der i6de-eeuwsche 
kunstenaars, noemt hem niet. Er was dus ruimte voor de lateren om aan 
bet Ëintaseeren te gaan. De samensteller van de regeeringslijsten in de 
Handvesten van Amsterdam van 1663 noemt op het jaar 1544 als Schepen 
en op het jaar 1547 als Raad ^Cornelis Anthonisz. ;<r>^/A/«r*\ In de oudere 
uitgave der Handvesten van 1639 staat dat beroep nog niet achter den 

O J« TUL Gouw, Geschiedems van Amsterdam^ IV, Amsterdam 1884 p. 454, noot 5. 
O Onder de nagelaten papieren van db Vribs mocht ik deze aanteekeningen niet terug- 
vinden. 



J 

i88 

naam. maar Domselaer nam het in 1665 over ^), en zoo werd hetregee- 
ringsambt een gebruikelijk attribuut van den schilder, door alle latere 
schrijvers heen, totdat ter Gouw een einde aan de vergissing maakte en 
aantoonde, dat de Schepen Cornelis Anthonisz. geen schilder maar geld- 
wisselaar is geweest ^). Even onzeker is het gesteld met de andere posten 
die hem mildelijk toegedeeld zijn, als die van Kerkmeester der Oude Kerk 
in 1545') — - dit is onwaarschijnlijk, want hij woonde aan de Nieuwe 
Zijde, — en die van Regent van het St. Pieters-Gasthuis in 1547*)- Nog 
mooier maakte Immerzeel het, die hem zelfs in 1536 tot stichter van den 
Voetboogsdoelen verheft'). Houbraken noemt hem nog maar eenvoudig 
schutter in dat jaar •). 

Ook verschillende andere pogingen, om van de herkomst van Cornelc 
Anthonisz. iets naders te weten te komen, moeten als gefaald hebbend 
beschouwd worden. Zoo de werkelijk onzinnige meening van Sotzmann, 
dat hij een zoon van Anton von Worms geweest zou zijn'), wat dan 
ook al door van Westreene betwijfeld is •). Maar ook de oplossing die 
Jhr. Six aan de hand doet, dat hij wellicht de Cornelis van Dellef is, 
die op een schutterstuk van 1557 ï" ^^^ Rijksmuseum is afgebeeld*), moet 

'^ T. v. Domsblaer, Bcschrijyinge van Amsterdam, Amsterdam 1665, ByyoegzeU 

*) J. TER Gouw u. s. V, Amsterdam 1886 p. 16, 301, 315. 

*) C CoMMBLiN, Beschryyinge van Amsterdam, Amsterdam 1694 p. 444 en tbr Gouw, 
U. s. V p. 158. 

O C. CoMMEUN, u. s. p. 554, en ter Gouw, u. s« V p. i88* 

^ J. Immerzeel Jr., De levens en werken der Hollandsche en Flaamsche kunstschilders, I, 
Amsterdam 1842 p. 11. 

^ A. Houbraken, Groote Schouhurgh der Nederlandsche Kunstschilders en schilderessen, I, 
Amsterdam 1718 p. 22. 

O J> D F. Sotzmann, Ueber des Antonius von Worms Ahhildung der Stadt Köln aus 
dem Jahr 133 r, Köln 1819. 

•) Allgemeines Künstler-Lexikon, II, Leipzig 1872 p. 97. 

•) Oud'HoUand. XllI p. 107. 



ik zonder voorbehoud verwerpen om redenen, die later zullen blijken. 

Allerzonderlingst is ook met zijn naam omgesprongen. Uit het woord 
kmusscy dat op een zijner werken staat, werd een eigennaam gemaakt, 
deze werd weer wat verbasterd, en zoo voert Christ hem als Cornelis 
HeuissEN ten tooneele, er echter wijselijk aan toevoegende ^Es ia mir aber 
dieser Nahme so wohly ah das übrige^ noch gar undeutlicV *). 

Basan zegt, zonder vermelding van bron, dat hij in 1499 geboren is ^). 
Vermoedelijk zal dit jaartal nagenoeg juist zijn. Het eerst vind ik hem vermeld 
in 1527, toen een Cornelis Thonis door de Weesmeesters benoemd werd 
tot beheerder van het goed van de vier minderjarige kinderen van wijlen 
zijn zwager Jan Dircx en Mary Jans. Hij had nl. in huwelijk Geert 
Jans, de zuster van deze Mary Jans. De namen van de minderjarige 
kinderen zijn Aleyd oud p jaar, later gehuwd met Jan de Bitter, Cornelia 
oud 7 jaar, later gehuwd met Jan Pottey, Dirck oud 3 jaar, later zich 
noemende Dirck de Grave en Jan oud i jaar, later zich noemende Jan 

DlERT '). 

Hij was dus met niet onaanzienlijke families vermaagschapt. Als schilder 
vind ik hem het eerst vermeld, toen 27 Maart 1533 Cornelis Thonisz 
^hilder in het sterfhuis van Jannetje Willems de kooper was van i coett 
mr 14^/j //. *). 

Jbr. Six veronderstelt, dat het schutterstuk van den Kloveniersdoelen 
van 1531 in het Rijksmuseum te Amsterdam, dat sedert lang aan Jan 
van Scorel wordt toegeschreven, van zijn hand is*). Zeker van hem is 
de zoogenaamde Braspenningsmaaltijd van 1533, een schutterstuk van den 
Voetboogsdoelen, thans in het Stadhuis te Amsterdam. Behalve het jaartal 

O J. F. Christ, Anzdge und Auslegung der Monogrammatum^ Lcipzig 1747, p. 157. 
') P. T.Basas^ Dictionnaire des graveurs anciens et modernes* Suppl/menUl^TUxeXïts 1791 p. 12. 
*) Weesboek 3, bladz. 250 verso. 
*) Registers der erflaters. Weeskamer. 
O Oud'Holland. XIII p. 106. 



bevat het zijn gewone monogram, waarin Passavant een St. Antonius- 
klokje ziet als toespeling op zijn naam '). 

In 1536 heeft hij het merkwaardige gezicht op Amsterdam in vogel- 
perspectief geschilderd, dat nog, hoewel ergerlijk overschilderd, aldaar 
op het Gemeente- Archief hangt. Jan Vos maakte het volgende bijschrift: 

Op ^tstuk van Oudt Amsterdam^ in de TreTsory, 
Hier beurt zich Amsterdam^ vol hoop^ uit brakke veen^ 
Zoo word een visschers buurt de haven aller teen. 
Op zulk een grondvest weet het Land zifn Staat te zetten. 
Men bloeit door koopmanschap^ men leeft door w^u wetten ^}. 
Een penteekening, gedateerd en gemerkt als de schilderij, en vermoe- 
delijk een ontwerp er voor, berust in de verzameling SpLrrGERBER van 
Museum Fodor te Amsterdam. Een andere plattegrond, dien hij in 1538 
schilderde was denkelijk een copie naar de schilderij. Deze was door de 
stad bestemd „voor mynen heere van Bossu, om der kejserljke Mojesteyt voorts 

te thoonen AV ft** »). 

De magistrale houtsneden die van hem in 1 536 en 1537 door Jan Ewoutsz. 
werden uitgegeven hebben wij boven al beschreven^). Ook als graveur 
in koper heeft hij proeven afgelegd, zoo in 1539 met een allei^orie op de 
welvaart *). Maar dit slechts zelden. Hij gevoelde zeker zelf zijn meester- 
schap op het gebied van houtsneekunst. Een mooi staal hiervan is ook 
de Lazarus van 1541 •), nevens de boven reeds vermelde serie van 5ar^A^/005 
uit hetzelfde jaar*). 

Het groote talent dat hij in 1536 getoond had door het in kaart brengen 

O J. D. Passavant, Le peintre-graveur, III, Leipsic 1862 p. 30. 

*) J. Vos, Dkhtkuntt^ Amsterdain 1658 p. 316. 

>) AemsuVt Oudhetdy II p. 238. 

♦) Zie boven p. 14.8— 151. 

*) Mlgemdnet Künstler-Lexikon^ II, Leipzig 1872 p. 98. 

•) Zie boven p. 151—153. 



s ipi 

vao Amsterdam, maakte hij weldra op verschillende manieren dienstbaar 
aan het stedelijk bestuur. 

«CoRNELis Thonisz., schUder lo car. guld* vujt saicke^ dat ky gemmckt 
h»P een chaerte van de gaefen^ die men vttyte Noortzee in de Zuyderxee inne- 
cmpt^ omme daerbij die Mi^estejt van de cmingitme te verthoenen die grooteperi- 
eukn ende costen^ die de coapvaerders^ van Gisten cemende^ hebben ende lijden^ aleer 

vj met hoere schepen tot Amsterdam eomen moegen / 9, XIII sch^ IIII st. 

en: Cornelis Thonisz. schilder^ voer zijn salaris ende vacatien van V maicken 
VM een chaerte ^an de Noort ende Zujder zee mette diepten ende zanden^ daerinne 
gfiegai^ omme redenen ah voren / ®, FI sch. FIII st. *). 

Het is niet onmogelijk dat Cornelis Anthonisz. kort daarna in verre 
landen beeft vertoefd, want op zijn boven ^) vermelde afbeelding van het 
beleg van Algiers, een houtsnede van 1542, staat ghectmterfejt na tleuen. 
Nagur merkt op, dat dit waarschijnlijk niet op hem maar op een ander 
Nederlandsch kunstenaar; op Jan Corneusz. Vermeyen slaat, die Keizer 
Karel op dezen krijgstocht begeleid zou hebben '). Maar wel weten wij, 
dat deze den Keizer in 1535 op zijn zegetocht naar Tunis heeft vergezeld; 
van iets dei^ijks omtrent de weinig roemrijke onderneming van 1541 is 
evenwel niets bekend. Volstrekt niet ongerijmd acht ik het daarom, aan 
te nemen, dat Cornelis Anthonisz. zich bevond op een der vele Neder- 
landsche schepen die deel uitmaakten van 's Keizers eskader ^). 

Dat hij aan groote zeereizen deed, blijkt overigens uit de volgende 
post der Amsterdamsche thesauriers-rekeningen: 1543 Cornelis Thonisz. 



O Atmsuts Oudheïdy III p. 247, 248. 
*) 23e boven p. 153. 

*) G. R. Naglir, Die Monogrammisten^ II, p. 284. 

^) Joh. Rbygbrsbbrgbn, Chronyck van Zeelandt^ II, Middelburch 1644 p. 468. — 
[C, Brandt], Historie der vermaerde zee* en koopstadt Enkhuizen^ Enkhuizen 1666 p. 67, 



schilder^ ter zakke van twee chaerten^ hij hem voer ie stede gemaickt van de 
gaten, baneken ende situatie van der Oistersche ««.... LX sch. Uil st. *). 

Een resultaat van die reis was ook de volgende uitgave, waarvan mij 
evenwel geen exemplaar bekend geworden is. 
143. = Regiansan OrientaÜsan Tahula. 

[Vermeld in Orteuus, Theatrum Orhis Terrarunf]. 

In den y^Catalagits auctorum tabularum geographicarum quotquot ad nostram 
cognitionem hactenus pervenere^ noemt Abraham Orteltus in zijn Theatrum 
Orhis Terrarum ook:^) Cornelius Antonij, Regienum OrientaHum Tahulamj 
uti titulus habet (continet autem Dania Regnum & circumiacentes Regiones^ 
Excusa Amaeirodamr. Op de kaart van Denemarken ') vinden wij ook 
werkelijk het bewijs, dat de kaart van Cornelis Anthonisz. tot voorbeeld 
gediend heeft: Cornelivs Antoniadss descripsit staat in een cartouche in 
den rechter bovenhoek. 

Ook een kaart van Europa wordt nog door Ortelius terzelfder 
plaatse vermeld: Idem descripsit Europam, editam Francofurti ad MoemmTy 
maar ook deze kaart werd te vergeefs door mij gezocht. 

In 1544 ^^ hij stellig weer te Amsterdam. Niet alleen 'hebben wij de 
boven reeds vermelde serie van den boer en den ezel uit dit jaar*), en 
volvoerde hij in hetzelfde jaar wederom een opdracht voor de Amster- 
damsche regeering, waaruit zijn aanwezigheid blijkt: Cornelis Thonisz., 
schilder^ voer zijn sallaris van een chaerte van de situatie van der Lastagie huyten de 
Sint yfnthom's poort voer de stede te maicken.... VHI sch. 11 II st. en : Denzeiven noch 
van de voorn* chaerte te vermaicken ende te amplieren.**. VIII sch. II Hst. *). Ook 



O ^emstets Oudheid^ UI p. 351. 
I *^ Al in den eersten druk, gedateerd 20 Mei 1570. 

j *) Het eerst in den Lat^jnschen druk van 1584 (^BiHiographische jtJversaria^l\l\^sGn' 

venhage 1876 p. 99. 

*) Zie boven p. 153, 154. 

*) AemtUfs Oudheidy III p. 253. 



193 

het werk waardoor hij het meest bekend is, is in 1544 gemaakt. 
144. = 9b betmattte Soopf tsatit// bon 9iii#telctlKmi/ oeronterfrot met ane// f 9n 
HMeoti/ t)5ni9grti/ jttateo/ ftntftm/ Moo/// fttten/ Vnntfcii/ Coocenf/ 
poQcten tnte Jftiaecen/// mbe omlegonibe lititatie/ gemacSt ter eecen 
fL M. enbe oocll ben Cetfaemen Kaebt bet lelbec itSLt^tJ// enbe anen 
XiefBebfiecen bet banfte/ etc. 

latgegeben 69 Conielif %nt^aniS9im f cgilber/ met ^^ttrope bet ll« Jft. 
onlen oiietiabigBlteti Ifteece/ ban 't selfbe ntet te// magj^ nae-bciieien 
ttocft berCtooyen binnen ben tflbt ban M Saten lancR// gfiebuecenbe/ enbe 
tgebateett ban ben Saee bn^f ent bUf ftanbect ttk-tnj/ beertig^/ 09 f eetnece 
iieiien Int lelfbe i^cttoge begrepen/ 09 bat fiem een pegeV/WtCr baor 
Id^abe bergoebe ma^ 

Dese afbeeldinghe vindt men te koop in die ver-// maerde koop- 
stadt van Amstekedam achter de Nieuwe kerck// bij den voorsz. 
Cornelis Anthonizoon, Schilder// inde schrijvende handt. 
Groote houtsnede in twaalf bladen. 

De titel en het adres staan rechts bovenaan naast den Neptunus, 
waaronder nog het monogram en jaartal. 



CiflT. 1^44. 



De beginletter D bevat een bladomament. 
[Rijks-prentenkabinet, Amsterdam. 
Gemeente-Archief, Amsterdam. 
Kon. Oudheidk. Genootschap, Amsterdam. 
Collectie Splitgbrber, Museum Fodor, Amsterdam. 
De heer R W. P. d£ Vries, Amsterdam. 
Fred. Muller & Co., Amsterdam. 
Jhr. E. W. Berg, Hilversum.] 
Herhaaldelijk is deze voor de kennis van het i6de-eeuwsche Amsterdam 

13 



194 

onontbeerlijke kaart, beschreven, het uitvoerigst door ter Gouw ')• Bijzon- 
dere opmerking verdient de beschrijving die Passavant ^) gegeven heeft 
van het exemplaar, toen in het bezit van den heer de Reider te Bamberg, 
waar nl. achter het adres nog de woorden: Daniel 5, Mane. TekeL Phares 
zouden staan, gevolgd door een schrijvende hand'). Helaas mocht ik dat 
exemplaar, waarop Cornelis Anthonisz. zijn uithangteeken heeft afge- 
beeld, niet terugvinden^). 

Wel zijn mij twee latere uitgaven bekend. De eerste hiervan heeft 
achter het adres de bijvoeging y,Emle nu hy Jan Jansz. Print-df-ucker^ *), de 
tweede heeft het adres van Cornelis Anthonisz. vervangen door een 
nieuw „Nu voor de derdemael herdruckt^ voor de Weduwe yan\\ Manuel Colijn, 
onder de Beun-foom^ in V Stede-hoeckjl oen de Beurs^ tot Amsterdam^ terwijl ook 
de beginletter D van den titel door een andere vervangen is*). Daar 
Manuel Colyn eerst in 1636 stierf, was dus een eeuw nadat de kunste- 
naar de kaart gesneden had, nog vraag naar het kunstwerk. 

Aan den bijval die deze kaart verwierf, had Cornelis Anthonisz. het 
misschien wel te danken, dat ook de Rekenkamer te *sGravenhage van 
zijn talenten gebruik begon te maken. In de rekeningen van dat lichaam 
wordt zijn naam juist omtrent dezen tijd eenmaal genoemd: Cornelis 
Anthuenisz. betaelt die umme van twintich stuuers hem hy den Meeren deser 

O J« TBR Gouw, Geschiedenis van Amsterdam^ V, Amsterdam 1886, ptsatm. 

^ J. D. Passavant, Le pehure^grayeur^ III, Ldp^c i86a p. 30. 

*) J. VAN Lbnnbp en J. tbr CSouw, De mthangteekens^ II, Amsterdam 1868 p. 171, 
hadden dus beter gedaan dit uithangteeken te rangschikken b^ de jRnspeUngen op bffhelpiaatsai* 

O Het grootste gedeelte van het kabinet db Rbidbr is overgegaan in bet bezit van hec 
National-Museum te MQnchen, maar daarb^ is deze houtsnede niet. 

') Hiervan o. a. exemplaren op het Gemeente- Archief te Amsterdam, b^ Jhr. Dr. J. P. Six 
en b^ den Heer J. H. H. Lbonhardt te Amsterdam en in de Universttdts-Bibliotheek te 
Leiden. Het gekleurde exemplaar van Jhr. Six is, met wqjlating van bet latere adres, door 
TBR Gouw gereproduceerd als premie op B^n Geschiedenis van Amsterdam. 

*) Aanwezig in het Kon. Oudheidkundig Genootschap te Amsterdam. 



195 

cmitrt toegemucht mrnne naegeschiUert te hebben een caerte van V verdrancken 
lont Yon Putte^ bljckende bj een ckyn ordonnan hier ouergekuert alhier..^ xx st. ^), 
In 1547 verrichtte hij weer dergelijk werk voor de Amsterdamsche 
regeering: Cornelis Thonisz. sehüder ter zaecke van twee charten^ bij hem 
gemaeckt van der situatie van de Lastagie^ waervan d^eene geêxhibeert is in den 
proeesse, dwelek die stede voer den grooten Raede tot Mechelen hangende heeft 
tegens Olfbrt in de Fuyck cum sociis^ geërfden van de Lastagie.... AY ^ IX sch. 
en: Cornelis Thonisz. schilder voer een charte^ bij hem voer de stede gemaeckt 
van de situatie van de Lastagie buyten de Sinte Anthonis poort ^ omme over te 
leggen in de processe^ dewelcke deze stede voer den grooten Raede hardende heeft 

tegens die geërfden van de Lastagie ^I sch. IIII st. *). 

Van hetzelfde jaar is ook weer een kopergravure bekend, nl. de Ver- 
woesting van den toren van BabeP), en van 1548 het portret van Keizer 
Karel V ')• Ditzelfde portret heeft hij ook, vermoedelijk terzelfder tijd, 
geschilderd; het bevindt zich op het Gemeente- Archief te Amsterdam. 
Jan Vos maakte ook hierop een gedicht: 

Dus ziet men Karel, die zifn vjandts heir deedt sneeven^ 
Toen hy het scherpe staal in d^ yzrehandtschoen hadt. 
Een die z^n vyandt slaat zalj door dit dooden^ leeven. 
Het Raadhuis heeft zijn beelift met heldergoudt omvat^ 
Om dat hy d" Amstel met veel vryheên quam bestraalen^ 
fVie mildt en dapper is verdient in goudt te praalen *). 
Zeer natuurlijk had ook Cornelis Anthonisz. zijn aandeel m de ver- 

O In de ^ en leste rekening van Hbyman van de Kbtbl auditeur van der Gamere van 
ie rekeninge in Holland van de administratie der penningen geordonneert totten afairen en 
neeesslteitenj loopende van 30 Sept. 1543 tot 12 Aug. 1544, geciteerd in den Na-^'orscher 
1870 p. 93, 

*) MmsteTs Oudheid^ UI p. 254, 256. 

') Mlgemeines Künstler^Lexikon^ Il p. 98. 

^) h V^^» ^11^ ^^ gedichten^ Amsterdam 1725 p« 299. 



I5>6 

siering van de stad bij den intocht van prins Phiups, maar gespecifieerd 

vinden wij dat niet bij de y^Anéer vujtgeven van arbeytdoen van schiiders en 
huertn dienaers die der stede snde entre gedient hebben^ ^ waar alleen vermeld 
wordt: Cornelis Anthoenisz., schilder bet, 5 V lo se. ^). 

Minder bekend dan het gezicht op Amsterdam in vogelvlucht is de 
grondteekening van y^Die steede van JfVeesop Anno issi den ii*^ januarius**^ 
die zich ruim twintig jaar geleden nog in het Gemeente- Archief te Weesp 
bevond, en in een studie van den heer G. G. Honig gereproduceerd is^). 
Zijn monogram staat rechts onderaan op de teekening. 

In 1550 en 1551 sneed hij een reeks portretten van de Heeren van 
Brederode, welke portretten tot heden aangezien zijn voor die van de graven 
van Holland'), en in 1 553 een houtsnede waarin Cornelis Anthonisz. weder- 
om bewees, dat hij van een onderwerp, dat zich oogenschijnlijk niet leende 
tot een artistieke behandeling een kunstwerk vermocht te maken, nl. de 
groote situatieteekening van het beleg van Thérouanne *)• „Dr/ ishetbekch 

va terwaen gheconterfejt na tleuen^'* staat op een der vier bladen van deze 
merkwaardige historieprent, en dit jaar 1553 is het laatste waarin ik den 
kunstenaar werkzaam vond. 

Wel worden hem nog een drietal Amsterdamsche schutterstukken toe- 
geschreven, waarvan dat van 1555 op het Stadhuis en die van 1557 en 
1559 in het Rijksmuseum te Amsterdam hangen, maar de toeschrijving, 
die trouwens niet verder teruggaat dan tot het einde der vorige eeuw *), 

1) Thesturiersrekeningen 1549 p. iii verso CVriendel^ke mededecling vin den heor 
A. J. M« Brouwbr Ancher). 

>) Bijdrage voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem^ II, Hatrlem 1874 p. 219. 

^ Allgemeines KÜnstler-Lexikon^ II, p. loo. — Bedragen voor vaderlandsche geschiedenis 
en oudheidkunde^ 1885 p. A29. 

*) Allgemelnes KÜnstler-Lexikon^ II p. 99* 

*) J. VAN Dijk, Kunst' en historie^kundige besehryying van alle de schilderyen op het Stadhuis 
van Amsteldam^ Amsteldam 1790 p. 8, 14. — Dat van 1559 schr^'ft van Dijk aan Dirck 
Jacobsz. toe. — Dat Tan 1557 is met vermelding van Cornblis Anthoniso* als schilder 



iP7 

IS onjuist. Er is nl. een aanwijzing, waardoor het hoogstwaarschijnlijk 
wordt, dat Cornelis Anthonisz. nog in hetzelfde jaar, dat hij het beleg 
Tan Thérouanne bijgewoond had, overleden is. In 1553 wordt betaald aan 
Cornelis Chaerlsz. boeckvercoper^ ter zaike van een Chaerte bj hem deser stede 
vereoft van der gelegentheyt ende situatie deser ende by derzeher gehetkht in V 

freca van de Lastagie 4 ^/. 2 st. ^). Van een andere kaart dan de 

groote van Cornelis Anthonisz. van 1544 kan geen sprake zijn, want er 
was in 1553 nog geen andere, en waarom zou de stad die bij Cornelis 
Carklsz. gekocht hebben, als de uitgever, die met de stad voortdurend in 
aanraking is geweest, nog geleefd had? 

In 1557 woont zijn weduwe Geert Jansdr. nog y^n de Schryvende hand 
op de N.Z. oaster achterburgwal'**^ een hyis, dat na haar dood aan hare reeds 
in het begin genoemde erven Neel Jans en Arl Jans kwam. In een 
notariêele acte van 9 Juli 1598 ^) blijkt tevens hunne verwantschap, toen 
vermeld werd y^het hujs de schryvende hand op de N»Z. ooster achter burgwal 
bj de Molsteeg^ met een zjdelhuis onder deszelfs dak of cappe staende^ naest hei 
hoekhtiis van het steegje''*^ in den boedel van Neel Jans, weduwe van Jan 
PoTTAY, en van Ael Jans, weduwe van Jan de Bitter, haar aanbestor- 
ven van Guert Jans y^hun petemoerf. 

Nog in 1621 werd dit huis genoemd, toen 27 April van dit jaar in 
de Oude Kerk begraven werd Marry Jans Bitter weduwe van Michiel 
Jans Ruttenburch op de Nieuwe Zijds Achterburgwal yjby dye schryvende 
hant^. Waarschijnlijk was deze Marry Jans Bitter een dochter van Jan 
DE Bitter en Ael Jans. De erven van Jan Pottey y^amer*'' bezaten in 
1568 een tuin buiten de Jan Rodenpoort ^^/^^ifftfo Vi7» Cornelis Thonisz.** '). 

afbeeld door Dr. A. Brbdius, Lk Meistervi^erke. des RHchsmtueums zu Amsterdam^ 
Mflncben 1889 p. 6. 

O Thesaariersrekeningen, 1553. 

>) Verleden voor den nouris J. Gijsberti. 

*) Weesboek 8 p. 385. 



Ik heb van de werken van Cornelis Anthonisz. slechts die opgesomd, 
die door een dateering of door iets anders een bijdrage tot zijn levensge- 
schiedenis bevatten. Tamelijk groot in aantal zijn nog de houtsneden die 
van zijn hand bekend zijn O» ^^ waaronder uitmunt een serie vorstelijke 
personen te paard. 

Van zijn schilderkunst, waarschijnlijk trouwens slechts weinig door 
hem beoefend, is veel minder tot ons gekomen, en slechts een enkele 
maal wordt een schilderij van hem op oude inventarissen aangetroffen. 
Dit kan echter ook daaraan zijn toe te schrijven, dat de opstellers van 
dergelijke inventarissen, zijn monogram niet begrijpende, zijne stukken als 
van onbekende hand inventariseerden. Dat deed ook stellig den opsteller 
van den inventaris van den boedel van Catharina Schopmans, weduwe 
van kapitein Herman Olthoff, besluiten, bij ^^en geschiidert Marien bedt 
met haar kint^ zijn monogram af te beelden '). 

Als uitgever heeft Cornelis Anthonisz. slechts een ondergeschikte rol 
gespeeld, maar als schilder, als cartograaf en bovenal ab houtsnijder komt 
hem een eervolle plaats toe onder de beroemde mannen van het zestiende- 
eeuwsche Amsterdam. 



O Het meeste b door Dr. W. Schmiot beschreven in het Allgemcincs Ktlnstler-Lexikon II, 
p. 98-100. 
>) Invenurissen, Weeskamer, Nov. 1624. 



% 



OVERZICHT. 



H3 1543 Regionum Orientalium Tabuia. ^* 192 

144 1544 ^ vermaerde koopstadt van Am%terdam^ gecmterftyt enz. • p. 193 



* 



WEYER HENRICKSZ. 



Aan het weinige dat db Roever over Weyer Henricksz. wist mede 
te deelen kan ik niets toevoegen ')• 

Het eerst komt bij in 1544 in de Thesauriersrekeningen voor als huur- 
der van de ^v* craem op de plaetse aan comen Lambertsz. hujs^^j waar hij 
per jaar i <8I 6 sch. 8 st. voor moest betalen^). Twee jaar later, op 13 
December, behoorde hij mede tot de boekverkoopers die als dusdanig te 
Amsterdam werden geadmitteerd *)• Met zijn boekenkraam is hij nog al 
eens verhuisd, want in 1547 had hij zich van 20 Juni tot Allerheiligen 
geïnstalleerd „op de Dam voor de viertchaer"^ voor 6 st. 's weeks *), en in 
1549 komt hij voor als huurder van „s widersteden aan '* thuis St. Luca^^^^. 
Tot 1564 vond DE Roever hem daar als huurder aangeteekend. Waarom 
echter de Roever die plaatsverwisseling in verband wilde brengen met 
's Keizers placcaten, is mij niet duidelijk geworden. 

1) Oud-Holland II p. 183, 184. 

>) Thes.-rekeningen 1544 p. 27, 1547 p. 28, 1549 p. 29. 

•) Navorscher^ XVII p. 77. 




JAN PIETERSZ. 



Dezen zoon van Pieter Jansz. Tyebaut hebben wij reeds ontmoet toen 

hij 29 Mei 1546 voor Weesmeesters een verklaring omtrent zijn vader 

aflegde *). Ook hij liet zich 13 Dec. van dat jaar met zoovele anderen als 

boekvérkooper admitteeren ^). Hij stond met zijn kraam op den Dam 

naast Wbyer Hbnricksz., en het ging hem klaarblijkelijk goed. In 1547') 

huurde hij er y^t nye itede aan V huh van St. Lucas opten MiddeldanC* (voor 

I f^ 13 sch. 4 st.) en al een jaar later huurt hij er voor gelijke som een 

kraam naast bij. Werd het huurcontract eerst telkens maar voor een jaar 

gesloten, in 1564 huurde hij dezelfde twee kramen voor zes jaren, en toen 

die tijd verstreken was, in 1570 weer voor 5 jaren *\ Tot het einde van 

dien termijn staat de betaling geregeld geboekt. Daarna huurt een ander 

zijn kramen en komt zijn naam niet meer in de Thesauriersrekeningen voor. 

Jan Pietersz. was evenals zijn vader ook boekdrukker, maar ik heb 

slechts één boekje gevonden dat van zijn pers afkomstig is. 

145. =1 %xi jjeanenlBi acte tonxnll npnge potD man f fiaf iQue,// mabe 69 out f uf- 
fcaftie focbe// <(oli tge fatfier, (60b tj)e// f onne, anb <(ob tge BQï9e//goof t 
onb al t^e t»Bol< tlti/l gie \n Qeiten confentfng// to ^e f ame. 
MOa na tacpeng to tume tmto// tj^e XorUe, mt put not of fcom 

*) zie boven p. 107. 

*) Navorseher^ XVII p. 77* 

s) DB RoBVBR heeft zich Oud-Holland II p. 183, klaarblijkelijk één jaar verast. 

*) Thes.-rekening 1547 p. 27, 1548 p. a8, 1564 p. 45, 1570 p. 72^ 



ao2 



tia^e// tu bdpe: for tobttiijf t^al gil fnrat^e// come, and to ttate of Hcn- 
9<nmce Be// #9al Hef trope tfte. €cdtf L »i. 

3« ongen. bldz, kl. 8'., Goth. letter, sign. [A]— B. 
Onderaan op de laatste bladz. staat het adres: 

Cl^JlllUDat9lllllC((Nllli 

[Univ.-Bibliotheek, Cambridge]. 
Dat in dezen tijd te Amsterdam Engelsche boekjes gedrukt werden is 
wel toe te schrijven aan het levendig handelsverkeer. In het midden der 
zestiende eeuw was hier immers ook al een Engelsche steeg, die volgens 
TER Gouw haar naam droeg yfimdat daar meest Enge/scAe schippers en koop- 
lieden hunnen intrek nameh"^ '). 

') J. TBR Gouw, Amsterdamsche straatnnmen^ Hilversum 1S96 p. 20. 



$ 



CORNELIS KARELSEN. 



Het reeds meermalen vermelde Keizerlijk besluit van 1545, waarbij 
bepaald was, dat niemand die niet als drukker geadmitteerd was, voortaan 
boeken zou mogen drukken, noch boeken verkoopen, die niet door ge- 
admitteerde drukkers gedrukt waren of voorzien van een approbatie van 
de Leuvensche Universiteit, noopte ook Cornelis Karelsen zich 18 Sept. 
van dat jaar te laten admitteeren '). 

Waar hij toen zijn bedrijf uitoefende is niet bekend. Vermoedelijk was 
hij geboortig uit het Brabantsche stadje Sichem, want zoowel zijn broeder 
Geryt, Hopman in Spaanschen dienst'), als al zijn kinderen maakten 
daar een geslachtsnaam van. Omstreeks 1540 was hij gehuwd met Heyltjb 
GooDscHALCKSDR., die hem omstreeks 1541 een zoon Carel, omstreeks 
1546 een zoon Christoffel en omstreeks 1548 een zoon Hendrick schonk, 
en omstreeks 1550 overleed'). 

Eerst in dat laatste jaar worden wij gewaar, op welke plaats zijn win- 
kel gevestigd was, want toen huurde Cornelis Chaerls boeckverkooper van 
de stad een y^tede opte nieuwe brug tusschen die twee doeren van V paelhuji'* 
voor 2 1P, 13 sch., 4 p. *sjaars*). Hij hing er ^et gulden missaer uit, en 
met dit adres gaf hij eenige boeken uit, die bij Steven Joessen te Kam- 
pen gedrukt waren. 

O Nam-icher^ XVII p. '77. 

') J. TER Gouw, GeschiedenU van Amsterdam^ VII, Amsterdam 1891 p. 136, 

>) GoMalogte in Oud-Holland II p. i86. 

*) Thesauriersrekeningen 1550 j). 27. 



204 

146. = MtbicS^Mol iBaecS.// SntoenbicB ettfo// tDtfnenbtcB/ Mot alle Ctoncpd- 
ten// fte# ttd$«m#/ b^e een menf c&e oaercoemeii// moegBrn/ feanbeti 
l^orfto totten 9otten/ oen// aHeti feeben ftif otibetlfnge. Jftet lutjï mbete// 

mtberfo^te f tncte/ boot btoetf cge ctan^^i// vtt SoBorniem jgcgooiiet 
Jftatgeinadnif in// «BoetenfietcB* ^nbe. JU. Xorenfen %vaxttU boa 
.tf^ ftetcfien. JSleulvefocR gfiemoett/ tvl^tll futen Voec^bneticBe gettanf- 
loteett/ Cot nnt// enbe vtofltt oiun menfd^n/ 1^ bot gem een// mOe- 
rflcS biel ^l moegj^en onberBouben// in tecjïtet gfiefont&efft/ fonbet 
gtooten// cof ten te boen. SInno. M*^.X%* 

28 recto genumm. bladen, kl. 8^ (de nummering begint op blad 2), 
Goth, letter, sign. [A]— D, zijnde vel D een half vel. 
Onderaan op het in rood en zwart gedrukt titelblad het adres: 
^fteptent toe Comyen/ in bie fitoe'//berf troet/ B9 mgi jgteben Sfoef fen. 

Cnbe mi faffe te coqp bUnbi/ tot Slmfterbam// bp Cotnellf Itacelfen 

geabmltteett O^oenietV/toepet/ S^oenenbe b? ftate •Wf Pootte// int 

gulben Jbiffael. 

Op de keerzijde staat de volgende mededeeling: Stem boet gü(// 

in befen nanoigfienben tl^oeclie een// X. bint f toenbe/ bat ii ^ ggene 

bat M* Xotentinf boet of ii belcjïtjiuenbr// 4Enbe boet een. % ftaet/ 

bat ii ^t t!t//nt bat Sofeannef jgcgonet Jlla4e'//niatiaif in Jdoren- 

fioccB baet of it// befcBtfluenbe. €nbe baet een. %.// #taet/ bat if baet 

toe gfieabbiett// enbe gBeptofieett ggebiejt. 

Wie die A. is zal straks blijken. 

Op jFo. f* recto begint de tekst, afgedeeld in 33 hoofdstukken, 

die op Jfo. %j:\i. verso voltooid is. H^t volgende blad bevat 9ie 

Cafel, en op de voorzijde van het laatste blad staat een firaai 

boekverkoopersmerk. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Univ.-Bibliotheek, Gent]. 

De uitgevers van de Bibliotheca Belgica hebben dit boekje in hunne be- 

langrijke ree ks opgenomen, en dit merk afgebeeld '^, als behoorende aan 

1) Zg waren 700 vriendelijk, m\i het cliché af te staan. 



CoRHeus Karelsen, doch te onrechte, al is het ia den rechter beneden- 
hoek van zijn initialen voorzien. Ten eerste zou Coknelis Kakelseh wel 
bet Gulden Missaal afgebeeld hebben, en ten tweede bediende Peter 
WAEKEiusoEN te Kampen, de opvolger van Steven Joessen, zich juist 
van den Witten Valk. De initialen kunnen evenwel aanduiden, dat Cor- 
Neus Karklsen het in hout gesneden heeft. Hij heeft dan blijk gegeven 
geen goed Latinist te zijn, want in het randschrift staan eenige fouten, 
zoodat dit gelezen moet worden: 

CVM . FVERIS . FELIX • QVE • SVNT ■ ADVERSA • CAVETO • 

POST . TENEBRAS . SPERO • LVCEM • 

NON • EODEM • CVRSV • RESPONDENT • VLTIMA • PRIMIS* 



2o6 

Te vergeefs zal men in medisch-biographische lexica zoeken naar de 
namen der beide Duitscbe schrijvers, uit wier werken het Hollandsche 
boekje is samengesteld. Wat Schoover betreft, is dit ook niet te verwon- 
deren, want de man heeft nooit bestaan, en de bewerker van het Medk^nal 
Boeck heeft zijn naam verkeerd overgebracht. Johann Schoner, geboortig 
van Karlstadt en sedert 1526 professor aan het gymnasium te Neuren- 
berg, gaf daar in 1528 Ein nützliches Büchlein vieler hewerttr ertzney uit, dat 
met LoRENZ Burres* Ein new JVund Artzney Büchlein (Frankfurt a. M. 
bij Hbrmann GöLFFERicH 1549) dc stof tot zijn werk geleverd heeft. 
Twee jaar later verscheen bij Joos Destree te Yperen een herdruk ') 
met het volgende Extract der Prevüegie. 

Op tversouc ghedaen bi supplicatie gepresenteert den Keiser onsen aidergena- 
dichsten heren van wegen Joos Destree gezworen boucprentere der stede van Tpere 
ende aldaer residerende^ Inhoudende hoe dat h^ suppliant vercreghen heeft zekere 
zes cleene boucxkens gheprent tot Campen ende ghetramlateert wten Hoechduytsche 
in FlaentKhe file by Symoen Andreb begrijpende de consten van Chirurgie ende 
Medicinen^ zeer nut ende bequaem allen menschen: ende nochtans gheprent zonder 
previlegie van zifne M. welcke boucxkens de voornoemde suppliant heeft doen vist- 
teeren bi Meester Nicasis Grisel Licenciaet in den rechten ende officiael van den 
gheestelijcken hove van Therrenburg (meer bekend onder den Franschen naam 
Thérouanne} residerende binnen de voorss. stede van Ipre, die dezelve boucxkens 
bevonden heeft niet suspect noch van quader leeringe wezende^ ende oversulc heeft 
die gheteekent. Zijne Maiest, hebbende doen visiteeren in zijnen secreten Rade de 
voorss. supplicatie ende boucxkens^ heeft hem suppliant gheconsenteert ende gheac- 
cordeert^ consenteert ende accordeert bij dezen^ dat hij de voorss. zes boucxkens 
alleene sal moghen prenten vercoopen ende distribueren in ende over allen den voorss» 
landen van herwaertsover. Sonder daeromme eenichssns jeghens de voorss» zifne M. 

1) Het schvjnt evenwel dat deze nadruk aan het debiet in de Noordeliijke Provinaên 
geen kwaad gedaan heeft. Ten minste in 1566 bezorgde Pbtkr Warnerssobn te Kampen 
een nieuwe onveranderde uitgave. 



M7 

ttmebnuKken. Ghedam U Bnigghe dtnvi.J4KkvmJatmarioaim.M.CCCCC.LI. 

Enée ghettekent J. »e Zoete. 

Nog vijf boekjes waren er dus, die door Simon Andriesz. uir het 

Hoogduitsch vertaald en door denzelfden uitgever verspreid waren. Het zijn: 
147. = Hantbfe aan// tint/ tan Waatim taht jcettn bef// jgotcg bcmucrbni. 
9. Xaxftmti/ nttt btirlt'// lingiit ühd time taatite aenptm gegtfanu// 
Jtüiatn/ cntie JttibliIJnen.// IBtgtgtben tioat. V. ^ttSonnn VniffDfiicCt/// 
Cnbe gttranflatttrt Intc VotcSbuptfrQc.// SlmiD. je.C<C<C tnbt X% 
32 recto genumm. bladen, kl. 8*. (de nummering begint op blad a), 
Goth. letter, sign. [A]— D, 

Onder den in rood en zwart gedrukten titel, een eveneens in 
rood en zwart afgedrukte houtsnede voortfellende hoe een heel- 
meester den rechterarm van een man verbindt. 



op de keerzijde eea houtsnede '}• voorstellende hoe een genees- 
heer een bedlegerigen zieke bezoekt. 



De tekst begint op fo. i recto, en is afgedeeld in i6 hoofd- 
stukken. Hij is voltooid op fa. %ff>lt, waarna de Caftf, dïe be- 
sloten wordt met een tttteBttlitfflgc tnbe t>rtbiipi|cfilti'//'il6cbtt latilii- 
ft^ta \tt9tttü/ tn tie|ett iota// njgcaltegfttt/ |icr. SI.V.C 
Op het voorlaatste blad recto staat het reeds beschreven druk- 
kersmerk, waaronder het adres: tffiq^rcat toe Camyniy in Mc bisc// 
bCE fturt/ ii mg J^ttut ^ottfta. Sktna. M.9.XS// 9on Conuflf 

tüMttn/ gttmüttzt tecOaut// atgti btr. H. M. IVotiutilic tot SIcib- 

■) Dfze en de vorige houtsnede ztjn in Eigai Haard (1BS4 p. 55^ ilgednikt. De 

lieer H. D. Tjbenk Willink was zoo vriendelijk de cliclifs ar ec staan. 



309 

Itetobfltn// «9 itatt ^Hf| Jfi^om/ tnt ^nlbtn Mittul/ // l^oortf taenbe 
aent paefBoffffien/ op bpe// Mitnloit t^^tuggBe. 
De keerzijde zoowel het geheelë laatste blad zijn onbedrukt. 

[Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 
Reeds in 1529 had Willem Vorsterman te Antwerpen de Chjrurgie 
meetter Lanfrancks van Meylanen uitgegeven, maar aan de Amsterdamsche 
uitgave moet een ander origineel ten grondslag gelegen hebben. Ver- 
moedelijk is deze vertaald naar de Kleine fVündartznei des Lanfrancus 
dureh Othonem Brunfels verteutscht^ die in 1528 en in 1529 bij Egenolph 
te Straatsburg was verschenen, en herhaaldelijk herdrukt is. 

De beide afbeeldingen komen niet in de origineele Duitsche uitgave 
voor, en verraden dezelfde hand, die ook de volgende medische boekjes 
illustreerde. 

148. = corte ^njtcurtfe// entie ontiettoijf mglj^* JVt* Sol^annej// Caretj^ani/ 
Bonten SlUerlaten/ entie Uie ftetiup// Dfnggc tie| filoetj. Mtt nocg een 

(Ttactaet tian// ben Canben te tcetüen/ enbe bic onbergoubfn-// 9&e ba 
bfen. Jdutteïjiciit booc allen CB^nirgfen// Q^ten Votrjjtiupt^^e gfietcanf- 
fateeit.// SInno. jifi.cCCCC enbe X^. 

24 ongen. bldz., kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— B., zijnde vel 
B. een half vel. 

Onder den in rood en zwart gedrukten titel een eveneens in 
rood en zwart gedrukte houtsnede, voorstellende hoe een vrouw 
aan de linkerhand adergelaten wordt. 
Op de keerzijde staat nog eens de titel verkort, waaronder: 

tèvü^l b te Xaten/ bat libt aen by/ 
jgoe in gegeiycBi teeiiien f0n SIbet ji. 
De tekst begint op bldz. 3, is op bldz. 14 versierd met een 
houtsnede, een mannelijke figuur, omringd met de teekenen 
van den dierenriem en daarmee correspondeerende eigenschappen, 
en eindigt op de laatste bladz. waarop onderaan het adres: 
€Qïepcent toe Campen/ in bie bc8e//bec;traet/ bp mp jSteueu Soeffen.// 

14 



Slitno. M.9JL%// Cntit mt ^f|e te co^ bflnbê/ tot Stof tefretimn// 6^ 
Cornellf Itartlftn/ geatnnfteect l)5orrfttterV/ roeper/ n^oenenbe Hp ^intr 
* ^Wt l^oocte/// int game Jftiffoel. ]^oott#taenbe amt paer//Bu9fBeny 
op tiie JSIeutoe tOruggj^e. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam. ' 
Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 

Dit is de vertaling van het laatste gedeelte van: IVundartznej zu allen 

gebrechen des gantzen Letbs^ und zu jedem Glied besonder ^ mit was zufellen die 

entstehn^ unnd einem fFundartz zukommen mogen. Viel edler^ bewerter Artz- 

neyen^ Rath und Meisterstück. Des viel erfamen Chirurgen. Joannis Charethani. 

Rechte Kunst unnd bericht der Aderlas. Für die Aderlasser unnd Scherer. Ge- 

druckt zu Franckfurdt am Mayn^ durch Herman Gülfferichen. M.D.XLix. 4**. 

149. ~ €eti nivx Inonlit// ^oecür/ enbe COpturgien DaniittDerc-//Ifmge tii. JU. ^aii 

ba l^arif tif . Voemcn alle loom// ben/ €(Bef te&en/ ^^gegoubien/ 4S(£|c;cf|oe- 

ten/// Mtl Ffjien/ Xoobt/ gJïeQnejt enbe ggej toeten/// Mtt ^alnen/ 

l^lae jteien/ enbe taonbt bcancfien/ // boort gantfe igf be$ menf cDë/ banbi 

goefbe tottê// boeten D^len enbe gj^ene^en #al/ J^ieubieljlrfi in// Iftoecg- 

buptlrg gemaect/ ]^er ^pmonem SCnbree/ in SlILem jterbam. Slnno* M.^>TL%. 

24 recto genumm. bladen, kl. 8^., (de nummering begint op 

blad 2), Goth. letter, sign. [A]— C. 

Onder den in rood en zwart gedrukten titel een eveneens in 
rood en zwart gedrukte houtsnede, voorstellende hoe een heel- 
meester het linkerbeen van een man afzet. Op de keerzijde begint 
de l^rologe en op jpo. i. verso de tekst, die in 41 hoofdstukken 
afgedeeld is. Boven het eerste hoofdstuk staat dezelfde hout- 
snede die in Lanfranc^s Remedie curative van wonden ende zeeren 
als titelprent gebruikt is, maar nu geheel in zwart afgedrukt, 
^ie Cafel staat op de beide voorlaatste bladz. en op de laatste 
het drukkersmerk met het adres: (0eprent toe Campen/ in be tXScae- 
ber//ftraet np (sic) mp Stenen Soejfen. %vm. M.'^.%%1/ <iBiibe 



me falie te roq^ bfitibê tot 9em#telcebdm// fip €axntlii Maeelloen geah- 
ntfteect ^cttmxcat//iftt/ tnoenettHe D9 fintt Mfff pootte/ int fpübtn// 
Jftitf ael. l^oottltaentie 99 bit Jftieuioe firuogBe// aetit ^aeQuvl&en* 

[Universiteits-Bibliotheeky Gent]. 

Ook hiervan verscheen het origineel bij Hermann Gülfferich te Frank- 
fort a. M.: Esn new H^und Artznej M. Johans von Parisiis, wie man alle 
IVunden^ sse sein gestochen^ gehawen^ gescAossen mit Pfeil oder Lot^ gequettcht und 
gestmen, etc, mit Salben^ Pflastem unnd fVundtranck durch den gantzen Leib 
des MenscAens, van dem Kop f an bis au f die füss^ keilen soll^ ein kurtzer arden- 
licher Bericht M. Johan. von Parisiis, jetzund am newsten aussgangen. Gedruckt 
zu Franckfurdt am Mayn^ durch Herman Gülfferichen, in der Schnurgassen 
WW Krug. 1549. 4«. 

150. = l^en troeft Het ctandftet menf cBi.// SlnBoubentie tige// tecj^te Cute/ en 
senef fn0e ban allen// f iettê/ be ben menfcBe ba binni aenroemê mogi// 
SUtefamê met f c^oni conf tê en biel gq^to&eetbi// Ketq^ten ffeciert/ f o 
bat j^ê een pegelM fiiet tot// btel f al moegi in tec&tet gef onti^t ponbë/ 
f on^// bet Btote tof t bet Jftebfctfnê* Slnno* M*'9.7U*// «^oot ben Soecj^- 
irl^eleetben/ iFtandfcum// l^entid/ Jlleb<c|in/ enbe Cgntgün. 
36 recto genumm. kL 8^ bladen (de nummering begint op 
blad 3), Goth. letter, sign. [A]— E, zijnde vel E. een half vel. 
Onder den in rood en zwart gedrukten titel een eveneens in 
rood en zwart gedrukte houtsnede, de dokter die den bedlegerigen 
zieke bezoekt, die ook in de Remedie curative van wonden ende 
zeeren van Lanfrancus voorkomt. Op bldz. 2 en 3 staat een 
Iptologe totten Xefet, waarna de tekst begint, die in 31 hoofd- 
stukken is ingedeeld. Hierna volgt nog op drie bldzn. bfe (i:afele. 
De voorlaatste bldz. is onbedrukt, en op de laatste staat het 
bekende drukkersmerk, waaronder het adres: ^geptent toe Cam- 
pen/ In ttt dtnt^// bet f ttaet/ bff ml jSteuê Sl^ef f en. SInno. ja.^.X9.// 
l^QOt cotnellf Itateffen/ geabmiteett boednietV/coq^et bet. "H. M. 



212 

UNenenbe tot 9emf telceHom// ftp ffnte •lifl J^amtt/ int fpOtftn JMf- 
f«ef/// l^octftaettHe ocnt IpoeQnpftai op bpe// Jftpentn 3SniggBt. 

[Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 

Van het laatste werkje heb ik de originede Duitsche uitgave niet 
kunnen vinden. 

De vertaler noemt zich in het Nieu wtmdtboeck endc chjrurgien handt- 
werckingei Symon Andree in Aemsterdam^ en wie de A op p. 204 is, blijkt 
nu eveneens. In het Extract der Previlegie van Destree's nadruk van het 
Medicifnael Boeck wordt hij dan ook als vertaler van de zes boekjes ^- 
gr^pende de consten van Chirurgie ende Medianen^'' genoemd. Slechts een vijftal 
heb ik kunnen aanwijzen. Wel bewerkte dezelfde Symon Andriessen^) eenige 
andere boeken, bv. Een schoon tractaet van sommighe werckingen der Alche- 
mistische dinghen en een Constboeck njeulifck wten alchemistichschen grant ver- 
gadert^ mij beide slechts uit een druk van Derick Wylicx van Santen, 
Rees 1581, bekend (Universiteits-Bibliotheek, Leiden); maar ik meen niet 
met de bewerkers der Bibliotheca Belgica te mogen aannemen, dat dit 
laatste het gezochte boekje is, daar het geenszins is ^egrifpende de comten 
van Chirurgie ende Medicinerf' . 

Ik vermoed wel, dat ook van deze alchemistische boekjes uitgaven van 
CoRNELis Karelsen bestaau. Ze sluiten zich dan aan bij het 

151. = l^feniontiidt Ctoctatt O^oetS.// SlnBoubëiit Hier// beien ofte dïjrctatni/ 

O Deze Symon Anoriasz. had in 1550 ^jMtsche SpretihÊfwrdejC^ uitgegeven, ook te 
Amsterdam en niet onwaarschijnlijk b\j Corneus Karblsbn, maar b\j gemb aan nadere 
gegevens kan ik dat boekje hier niet beschreven. Het kwam voor op de verk. Bibl. Jacob 
Marcus, Amsterdam 7 Sept. 1750, 8^. no. 1099, en ik vermoed dat het een andere druk 
is van het in 1836 opnieuw door G. J. Meyer uitgegeven boekje: yyGkemeene Duyuche 
Spreekwoorden: Adagia oft Proyerbia ghenoemt» Seer ghenuechlick om te lesen^ ende oock pro- 
fytelkk om te weten, allen den gheenen^ die der wyslick willen leren spreken ende schryven, 
P. W. 1550. Gkeprent toe Campen, in dye Broederstrate, by my Pbtbr Warkxrsen, woenende 
in den fVitten yalck'\ 8^ Op de verk. Bibl. tb Water, p. 373 no. 2627 komt een Ant- 
werpsche druk van hetzelfde jaar voor: ^^Duyttche Adagia ofte Spreeck»ooTden'** 



lofwgtt in fept// nm i wl gtii^t Cflttffiw tm tldl ^txiolltttt vatsttu «j^f- 
tcce irii trfttt ttttt^l/lS^lUü tkn raUc ocnfcl^lDtii// nuid). Jftli ctofOctlf 

Vet ttt^tt tioctettiilie bra dlttn S9{|iuu* 
Vet ttottie lim blutrftj^ ]0etbi(u. 
9tt Herbe tisn adeii Stieten enbe f etceten// nan fcBcftnen. 
(et tiieclie ban allen Cnnfltucen enbe biuer// f cge mijten* 
^ftecopuleert enbe becgabeirt/ bp J^pmnn// SInbtieHen ban Stem jlteltebam* 
64 recto genummerde bladen, kl. 8^, (de nummering begint 
op blad 2), Goth. letter, sign. [A]— H. 
Onder den titel staat het adres van den drukker: ^geprent toe 
Campen fn bge !5roebet-//fttaet/ fi? m^ ^tenen 9oe;#en.// 9nno. 
jft.«^*X99. Op de keerzijde staat een korte inhoudsopgave van 
het eerste tractaat, dat op fo. i. begint. Ieder tractaat wordt be- 
sloten met een register. De keerzijde van het voorlaatste 1blad 
bevat het bekende drukkersmerk, waaronder het adres: (^B^tent 
toe Camptn in bfe t^toeV/berjtcaet/ b9 mi ^teuë ^otfitn. Sünno. 
MjB.X^S^I// €nbe men faljle te toep bgnbê/ tot Semjtelrebam// tp 
Comefif Itaceffen/ gB^^^niiteett t^oecSner// coeyer. n^oenibe bp jinte 
^ifi pootte int gul// ben MiftM. I^oortf taenbe ant IpaelBupfbê// op 
bpe Jdpeubie Xtn^vl^* 
Het laatste blad is onbedrukt. 

[De Heer J. L. Bevers, Amsterdam]. 
Het derde tractaat van dit Fiervoudich tractaetboeck is vertaald uit het 
derde boek van Drey schoner kümtreicher büchlein^ Das erste von Mackel unde 
FUcken^ die uiten aus allerlej gewandt^ on schaden zu bringen. Das ander von 
Stahel und Eysen^ und allerley Metalig hart und wekh zu machen. Das dritte^ 
ym numcherkj Farben zu hereyten* fVekher titel du jnwendig an diesen blat 
klerlicher finden vnrst. Gedruckt zu Leiptzigk durch Michael Blum* M.Daxxtf. 
kL 8^ In weer andere volgorde is hetzelfde materiaal ook gebruikt in het 
bovenvermelde Qmstboeck njeuljfck wten akhemistichschen gront vergadert. 



ai4 

Wij hebben boven ^) gezien, dat in 1 553 bij Cornelis Chae&lsz. de 
kaart van G>RNELn Anthonisz. gekocht werd. De huurpenningen van den 
winkel op de Nieuwe Brug werden dit jaar echter het laatst door hem 
betaald ^). 

18 Febr. 1551 was hij voor Weesmeesters verschenen, om aan elk 
van zijn drie kinderen een som van 100 Carolusguldens voor moeders erf 
te bewijzen*). Niet lang daarna hertrouwde hij met Anna Pauwels, die 
hem in het laatst van 1552 een dochter Truye schonk, terwijl in het 
laatst van 1554 nog een zoon Cornelis geboren werd, nadat hij zelf 30 Mei 
in de Oude Kerk begraven was *). Het graf was zeker pas kort te voren 
door hem gekocht, want eerst 3 Juni 1554 werd het betaald*). De winkel 
op de Nieuwe Brug werd al spoedig verhuurd aan Dirck Jansz. *). 

Er bleef nog te zorgen voor vijf minderjarige kinderen. Daar hun oom 
Gervt van Zichem, zeker wegens zijn soldatenleven, geen gelegenheid had 
zich hunner aan te trekken, had deze Hendrick Elbertsz boekverkooper 
verzocht y/otten toezien van de voorn. kindereif\ Hiermede werd gehandeld 
geheel in overeenstemming met de wenschen van den overledene, die dit 
ook persoonlijk aan Hendrick Elbertsz. had verzocht. Deze verklaarde 
dit ter Weeskamer 3 April 1555, toen hij daar verschenen was met Anna 
Pauwels, die gekomen was om haar twee eigen kinderen elk een som 
van 116 Carolusguldens te bewijzen, benevens twee vijfden van de in te 
komen schulden en van de 30 Carolusguldens die de verkochte inboedel 
had opgebracht*). 

Hendrick Elbertsz. nam een werkzaam aandeel in de voogdij. Met 
den oudsten zoon Carel ^^nnocent en mheraher'* wezende, was niet veel aan 
te vangen, maar Stoffel, de tweede, werd aanstonds bij Jan Eeuwoutsz. 
als figuursnijder in de leer gedaan. De voorwaarden zijn boven ^ reeds af- 

O Zie boven p. 197. >) Oud-HoUand^ n p. 185. >) Oud-HoUand^ VL p. i86. 

O Grafboeken der Oude Kerk. <) Oud^HoUand II p. 195. *) Oud-HoHand^ II p. 185. 

^ Zie boven p. 162. 



gedrukt, en daarbij hebben wij gezien, dat Hendrick Elbertsz, zich borg 
stelde. Hij heeft hier stellig geen berouw van gehad, want Christoffel 
VAN SiCHEM werd een verdienstelijk graveur, die zich ook in het buiten- 
land, met name te Basel en te Straatsburg, een eervollen naam verworven 
heeft. De halfbroeders Hendrick en Cornelis stierven op jeugdigen leeftijd, 
en Truye huwde eerst met Govert Jansz., later met den metselaar Albert 
Fransz. ^). 

De weduwe hertrouwde met den „snider*' Hendrick Warnarsz., en is 
gestorven vóór 1576. 

>) Oud'Hoüand. II p. 186. 



% 



OVERZICHT. 



146 I55I JOHANNES SCHOOVER [ScHÖNER] cnde LORENS BURRES, 

Medicifnael boecky inwendich ende uftwendich, fVten Hoeeh- 
duynche getranslateert [door Simon Andriesz.] * . . p. 303 

147 1551 Lanfrancus, Remedie curative van wonden ende zeeren. fVt- 

gegeven door Ottho hKVYmvtLT^ ende gefransiateert wten 
HoecAduyfscAe [door Simon Andriesz.] p. 207 

148 1551 JoHANNEs Carethanus, Corie instructie ende ondervfijünghe 

van den aderlaten ende die beduydinghe des bloets. fVten 
Hoechduytsche ghetranslateert [door Simon Andriesz.] • p. 209 

149 1551 Jan van Parisiis, Een nieu wondtboeck ende chyrurgien handt- 

werckinge, In HoechduytscA gemaect. [Vert.] per Symonem 
Andrbb p. 210 

150 1551 Franciscus Henrici, Den troest der crancker menschen. [Uit 

het Hoogduitsch vert door Simon Andriesz.] • • . ^.211 

151 155^ Symon Andriessen, Fiervoudich tractaetboeck .., Het eerste 

tr acterende van allen wifnen. Het twede van divenche venven* 
Het derde van allen incten ende secreten van schreven. Het 
vierde van allen confituren ende diversche mixturen • . • ^.212 



# 



HENDRICK AELBERTSZ. 



Hendrick Aelbertsz., dien wij zoo krachtdadig zagen optreden in de 
voogdij over de kinderen van zijn vriend Cornelis Karblsen, hebben wij 
ook al vroeger ontmoet als schoonzoon en opvolger van Bartholomeus 
Jacobsz. ^). 

Hij was 2 Mei 1547 geadmitteerd ^), en schijnt dus eerst zaken voor 
eigen rekening gedreven te hebben, wellicht echter slechts als papierhan- 
delaar en boekbinder. 

Toen hij omstreeks 1551 de rijke erfdochter uit den Bijbel trouwde, 
had hij twee voorkinderen, Dirck en Belye, welke laatste in 1565 met 
Willem Jansz* Absalon en in 1575 met Cornelis Jansz. Kin huwde. 

De eerste uitgave van hem, die mij bekend geworden is, munt uit 
door zeer fraaien druk. 

159. = •tlio 6iq^ti$anb< InfanV/ tef . 

32 ongen. bldz. 4®., groote Goth. letter, sign. A — D. 
Zonder afzonderlijk titelblad begint de in rood en zwart ge- 
drukte tekst onmiddellijk achter den titel. 
Onderaan op de voorlaatste bldz. staat het adres van den drukker: 
SknyteMttm Slntnetpie per Soanv/nem Hoelanlmm. 9ntio// MJB.X%9 
en op de laatste staat dat van den uitgever : €t benbutut Slmf teltebimff 
pet Vend// cttm %\fmti tfub intecf ignio %mtt 9urea^// te commotatetn. 

O Boven, p. 146. *) Navorscher^ XVII p. 77. 



2l8 

9nno ^omini MiW/itfimn (8aiQ0tteftaio & <6ntn*//m^itma pdmo 
mrnft// tfctoftti hit ^l^o V/ ^trftno. 

[Kon. Bibliotheek, 's Gravenhagc. 
Kon. Bibliotheek, Kopenhagen] ^). 
Als leverancier van de stad komt Hendricr Aelbertsz. van 1551 
tot 1565 geregeld voor. De eerste post die daarop betrekking heeft luidt: 
Henrick Aelbertszen in de Bijbel betaelt die somrne van acht scellingen ende 
acht penningen vlaems ter saicken van twee riemen pappiers b^ hem opter tresorie 
gelever t elck riem tot xxvj ituvers gerekent alst blyckt by ordinantie in date den 
IXen novembris ende andergeteyckent als voren ende zyne quitantie daer onder ge- 
stelt hier overgelevert daer omme hier die voorsc. somme van .... v/y se. viii d. *) 
en in 1557 verbindt hij yyperchemyn in Uregistre van de privilegiën^ ^\ 

De bloeiende zaak van zijn schoonvader hield Hendrick Aelbertsz. 
klaarblijkelijk op goede hoogte. Ten minste hij werd weldra een vermo- 
gend man, die zich veilig borg kon stellen voor Christoffel, den zoon 
van CoRNELis Karelsen *). 

Het uitgeven geraakte door zijn handel in papier en perkament niet 
op den achtergrond. 

153* = l^^er// beginnen tpe// €pif teren enbe// €uangeHen ban bie// Boften/ 
aljomen hit inhtx// j^ligec Iteccfren gout.// Mtt fcj^one f JgueV/cen/ 
op elcRen// OEuanoelien// gftef telt.// X^ contente ttanV/ ben 9ooue. 
78 genumm. bladen la^, Goth. letter, sign. [A]— G, zijnde vel 
G een half vel. 

Om den titel een omlijsting van ornamenten in vier blokjes. 
De tekst begint op de keerzijde van het titelblad, is versierd 
met ruim 40 kleine houtsneden zonder kunstwaarde en eindigt 
op de voorlaatste bladz. 

O Beide exemplaren zijn gebed op perkament gedrukt. Ik vermoed dat de gebeele op- 
laag aldus in den handel gebncbt is. 
>) Tbesauriersiekening 1551, b. 88 v. 
») Thesauriersrekening 1557, fo. 114. *) Zie boven p. 214. 



319 

De laatste bladz. bevat approbatie en adres: 
Wt hntqOi it g^utffteect// enUe gj^eoppcofierct/ fm tieetf telicir// gge- 
roirlgSetrU. IS9 Jtteeftec ^iafytr// \»an Mttxt/ torgBelaten Cottertoor// 
bantiec Ifep^Ilfcller Jfta^rfte^r/ rn// daec 69 gtconfenteert te mogen 
ptenV/ten jonöec baet aen te mifboene.// a^&egjSenen tot tOrneffeU 
9000// .tta.v2^.)tXbf!). ben. p):.|ten.// tiacD «l^eremOcif.// O^ntjerteeRent. 

^fietinicftt tot Xefiitien %i// xxm 9^ M^t^tthoi 45Def]iiori fioecV/Be- 

unicBer. ber. It. jfBaie^tept, tnoV/ nenbe op Ole ftopgeaft Sfnt// ^aer 

onf Veeren.// Jft.^.XB. 

€nbe men falje te coope binben tot// Slm^telrebam ten ïjrx^it bon Ven- 

ricR// $6emertj5oon. ll^oonenbe in// ble D^armoeMtroet fnben// (t^gulben 

fXftpbel. 

[Klooster der Paters Redemptoristen te Wittem]. 
Het beschreven exemplaar heeft in het begin dezer eeuw toebehoord 
aan Jacobus Koning, evenals de straks te beschrijven yyEvangelien ende 
Episfe/en alsoo men die doort g/iantsc/ie Jaer op alle Sondag/ien ende ander Hey- 
lighe dagen inder heyligher Kercken hm f van 1571. Deze beide boekjes vul- 
len, wat den inhoud betreft, elkander aan, maar dat van 1571 gaat vooraf 
aan dat van 1555, zoodat het meer dan waarschijnlijk is, dat van beide 
gedeelten ook de ontbrekende helften van 1555 en 1571 bestaan. 

Ware er tusschen 1555 en 1559 niet een gaping in de rij schutters- 
stukken van den Voetboogsdoelen, dan zouden wij het gelaat van Hen- 
DRiCK Aelbertsz. hebben kunnen leeren kennen, want gedurende de jaren 
1556 en 1557 was hij Hoofdman van den Voetboogsdoelen*). Bracht 
deze waardigheid reeds een zekeren graad van aanzienlijkheid mede, dat 
hij ook vermogend was, blijkt wel uit de huurwaarde van zijn huis, die 
in 1557 op 60 jB geschat werd *). 

154. = ipfaiterium H^ouV/bintm <am cecenf epcujum:// mnlto Quam anteo biV/ 

indbiuf atgue eoetectiuf. 

O Oitd'H<aiand 11 p. 189. 



230 



I04 genumm. bladen kl. 8*^ Gotb. letter, sign. [A]— N. 
Onder den in rood en zwart gedrukten titel, een voorstelling 
van Koning David, geknield en biddend Aan weerszijden en 
er onder eenige blokjes met ornamenten. 
De tekst, die behalve de 150 Psalmen nog eenige andere Ge- 
zangen en Gebeden bevat, begint op de keerzijde van het 
titelblad en eindigt op blad los recto. 

Dan volgt een alphabetisch register en op de voorlaatste bladz. 
staat het adres: 

CjxnlirBat Sfolïanttef Mêtf^tt ftafiitaf// to foMa 9* j^ancratff. Staio: 
f opta// f rianimülef Imiiin : titp^ifttixno.// JRartf) 9ecimo •ctano. 
€t nenüuntut Slin|tttol»am< pet l[|^eiiti//ait!i SUftertf fitik totttfignto 
%mu^//tvm 9ureatocum comiiiotaiu//teiii. 
Op de laatste bldz. een drukkersmerk. 

[Stadsbibliotheek, Zutphen]. 
i55« SS iBit JSteutoe CgtonücSt lian a^ta^// ftanüt oft aectiold^ t^M» otine. 
Jaibtfgaterf Mêtnttttn ^oIV/ landt en ZuUauj Secj^aitniie int lanirBe 
ane gj^efcBieHeniMen/ l^anbelen// ^ktttn/ Crftgfien/ en ^tfogfien int» 
boocfe^de en ander omliggende landen geSenct/ SUf ]l^ancK'//ci|dl/ 
H^ttfftf lant/ €^ldeclant/ XupcS/ Cleue/ Jt94ttn/ 9enematc&en/ Staeden/ 
56ctt9nf taitr/ ^of V/ tenrflA/ jfoaengfen/ StaUen/ Cngpelandt/ jMitOant 
etc. degjïinnende 9n. jnv. C* en pdi.// en egndende 9to. jnv. CXrb. fn- 
cluf. €n dit al dat g&efefiiec if onder den Bietorien^Z/lten Uep. Ca. de 
9* ter Doogj^er memoden en ^Ugpec gj^acj^ten/ en nu// ondec Vftfl^vo 
den f eec ^elen ^ootlncBtigj^en en Jftacbtigj^en// Co. dan j^fK^ngfen 
etc. VeitQCJï dan tQradandt/ traene dan// 9laenderen/ tonant/ SSeelaat/ 
ete. on|en genadiggi 9eece. 

332 bladen, van het derde blad af de bladz. genummerd 1—457 
(waarbij herhaaldelijk mistellingen voorkomen) f^., Goth. letter, 
sign. van het tweede blad af [A]— Pp, hebbende vel D acht 



221 

in plaats van zes bladen, en zijnde aciiter vel LI een blad inge- 
plakt. 

Onder den titel een groot fraai portret van Karel V, met de 
inscriptie IMP. CiESAR CAROLVS. V.// HISPANIARVM 
REX.//. 1533., en onder aan de bladzijde het adres: (ü^tfftint 
C&anttorrpm inbt Caimnerftcate taHe Cmnmerpootte ofte tl^lhtn Boet 
D9 9an// Monunt abelhionn doet» bruciiert/ OEntie men tttobtf e oocft 
te coope tot ftitief fef ftg// 9eeter ban Vaffelt/ OEnbe tot SImf teltebam 
fi9 (enbricH SCel&rergtf .// JBtt Co. €(rotte enbe ^teullefffe bon b(. 
graten.// 3nt teer 15Ö5. 

Dit privilegie vult de keerzijde van het titelblad en is ^j^baen 
tot// ^wtUtlz toben decreten fioebt bef Confnrp ben n* ^^ bon 
^cember 9ln. ^b. C. en// Xpiffl* ^nberteecftent be Xa Corte. €nbe 
inben fiaebt ban l)&cofianbt ben p^U bacfi// ban SIpcff/ 3llnno )(b. CXpiiif* 
boor IpaeMtBen.// ^nberteecfient f acutnees» 

De voorzijde van het tweede blad bevat een opdracht 9len bie 
€bele €erbare bigfe enbe fttt// boorffenigSe Veeren/ ben jRardIgraef/ 
Stokman/ O5or0emeefteten// jf^cgepenen/ fientmee#teren bet ftabt ben 
9nttoerpen, de keerzijde een woord tot ^en betltanbigfien Xefer, 
waaronder een negenregelig versje met de beginletters IA 
MOLLYNS, 

De tekst van de kroniek begint op fol. i en eindigt op fol. 408. 
De volgende bladz. bevat onder een houtsnede (God Vader, 
' de Heilige Geest en een aantal engeltjes) de approbatie in het 
Latijn, gedateerd 4 Nov. 1562 en onderteekend Metsius, en een 
in het Nederlandsch, onderteekend Mtniati JSUoIaf; de keerzijde 
is onbedrukt. 

Dan volgt op fol. 409 de in het Privilege genoemde getoete 
banbet ^egijpbaett te BrneMele.... in bfcDte, waarna op fol. 415 de 
kroniek weer voortgezet wordt. Op foL 439 wordt ingelascht de 
WwcK^tiffijt// Relatie ban tgQene bat g^ebuert it/l inbt xt^ft ban ]pen- 



tion in ^cV/Bsrgeti/ fint bat ^atmtpe bm 39ne// Jftakftept ben ^ontot 
T^WW// onftn ggenabiggen 9eeV/ te Qfiefcj^epben if ba// JHalaga/ etc^ 
ook in het privilege genoemd, en op fol. 445 is de kroniek 
bolepnbt. De keerzijde van deze bldz. bevat slechts een vrij goed 
portret ten voeten uit van koning Philips. 
Ten slotte volgt van fol. 447 tot 457 €tn corte &efci|ri)aing&e 
banbe// Jdoocbt ^oft ranben/ te toeten Xüflanbt/ met bie gDelegfientgept 
ber// omfiffgjïenbe lanben/ enbe bianncer bat jp eerf t beftenbt spn gl^e^// 
tDorben/ enbe taiat CoopmanfcBap enbe goet tot bejen// lanbe gj^ebco^t 
tnetbt, evenzeer in het privilegie afzonderlijk vermeld. 
Op de keerzijde van fol. 457 en de volgende bldz. staat bie 
CaefeT, en de laatste bladz. is onbedrukt. 
Behalve met de reeds genoemde houtsneden is het werk met 
de volgende illustraties versierd. Op fol. 16 en 373 dezelfde 
veldslag, die evenwel eerst den slag bij Pavia, daarna dien bij 
St. Quentin verbeeldt, fol. 410 Maria van Hongarije op haar 
troon, fol. 423 de slag bij Dreux, in den tekst na bleucn ggeton- 
tecfept genoemd, fol. 439 de baai van Malaga, fol. 442 de scher- 
mutseling met de Mooren 9 Dec. 1564 en fol. 440 een groote 
zeer fraaie houtsnede, een gezicht op Antwerpen van de 
Schelde gezien; de rivier is bevroren en het ijsvermaak in vollen 
gang. 

Maar de eigenaardigste versiering is wel de 108 cM. lange voor- 
stelling van het kanaal van Brussel naar Antwerpen, op vier 
bladen, die het best ingevoegd wordt tegenover fol. 409. 

[Universiteits-Bibliotheek, Amsterdam *). 

Universiteits-Bibliotheek, Utrecht *). 

Universiteits-Bibliotheek, Gent]. 



1]) Aan dit exemplaar ontbreekt het tweede blad. 

>) Aan dit exemplaar ontbreekt de groote kaart van het kanaal van Brussel naar Ant- 
werpen. 



Volgens de duidelijke aanwijzing in de opdracht aan de regeering van 
Antwerpen was de drukker Jan Mollyns tevens de samensteller van het 
geschiedwerk ^), waarin hij vooral in het laatste gedeelte herhaaldelijk als 
ooggetuige spreekt. 
156. = l^t ii bit Caecte// fianüec ^ee om ooft tnbt// toeft tt it^ltn/ entit 
if ban Hie fiefte l^ifootf/// enbe tot bie alDec befte Caetten ggecocri- 
geert bieraen// toeet te tititben/ enoe cIcBe cuf t opt 58n ggef telt/ ]^er- 
be^//tert/ enbe benneecbert/ met beel fcgoone jFïffueren baer// 69 ge- 
maecfit* €nbe oocfii f A(men &<er fn binden/ toot// een «Haan ban nootie W 
omme ^tuecman V/ f cj^^V te leeren. $lnnQ* i5<$6* 
88 ongen. bladen, kl. 8®., Goth. letter, sign. [A] — L. 
Onder den titel is een zeilend schip afgebeeld. 
De keerzijde bevat een woord Cot ben Xef er. 
Op de volgende bldz. volgt dan een lange inleiding: ^en 
«iSpiegBel banbei ^ee .... btoelcB ouec gDef et ii/ tot een out boecür. 
De eigenlijke tekst begint op p. 14, wordt verduidelijkt door 
vele kleine ruwe houtsneden met afbeeldingen van kusten enz. 
en eindigt op p. 77. Dan volgt op p. 78 de figuur die aanwijst 
goe bie jAaen ontfangget/ en fitercftet/ enbe toebee omme af gaet. 
Nog staat op p. 79 en 80 een toevoegsel : ^të bit if banben Wattt 
giietfjben. en op p. 81 is een werktuig afgebeeld: ^m aen bie 
i^terti te toeten toat bie cIocRe fieeft. Deze afbeelding is blijkens het 
ietwat onduiclelijk afgedrukt monogram door Cornelis Antho- 
Nisz. geteekend, en dus aan een vroegere publicatie ontleend. 
De gebruiksaanwijzing van het werktuig vult de pp. 82 en 83. 

O In de Ulij bekende exemplaren is vóór Die Nieuwe Chronych een iconographisch 
werk van Jan Mollyns gebonden „/)i7 is die Afcoemste ende Genealogie der Hertoghen ende 
Hertoginnen yan Brabandt' enz., bevattende de grootendeels gefingeerde portretten der 
benogen en hertoginnen van Braband. Daar het werk een afzonderlijk adres heeft, en 
daarbij niet Hkndrick Aelbertsz. genoemd wordt, meen ik er mede te kunnen volstaan, 
bet hier slechts kon aan te duiden. 



Eenige verzen besluiten bet boekje, zoo p. 84—86, een avond- 
gebed genaamd: 9st gj^oetie Inoort boor hit ^cfiiploplieti tfotioiiDtf te 
toepen enz.,, en op p. 87 een kort versje dat geïllustreerd wordt 
door een voorstelling uit de Apocalyps. 

De laatste bldz. bevat eindelijk het adres van den drukker: 
^^eydnt (CittDetV/peti/ 9nDe Carnmerftrate (n on|er Xienet ^rootoë 
€9ü'//ttn fip ntff San Hoefant^ boortftaenDe op onfer \it'//un 9rou- 
tnen HertRftof onber Dm grooten Cgoren. M.CCCC€Xf»^.y en daar- 
onder een drukkersmerk, dat weer aantoont, hoe weinig men 
zich in de zestiende eeuw geneerde, om zich van eens anders 
eigendom te bedienen, want wij zien een nauwkeurige copie 
, van het drukkersmerk van Steven Joossen, ofschoon met nog 

meer fouten in het randschrift, slechts met die wijziging, dat 
naast het hoofd van den valk het Amsterdamsche wapen prijkt, 
en de initialen van Cornelis Karelsen vervangen zijn door die 
van Jan Roelants. 

[Koninkl. Bibliotheek, Kopenhagen]. 
Ter loops is dit boekje al genoemd door P. A. Tielb ^), doch merk- 
waardigerwijze als een anonyme druk, terwijl de naam van den drukker 
toch duidelijk vermeld wordt. De uitgever noemt zich niet, maar ook 
hem kennen wij. Wijst reeds het gebruik van een door Cornelis Antho- 
nisz. gesneden houtblokje, en het wapen in het merk naar Amsterdam, 
voldoende zekerheid verkrijgen wij; wanneer wij de aankondiging op p. 86 
opmerken : ^itt na #a( bolgfjen tit puncten tianben H^atrt retj^ten, want die zijn 
met vermelding van Hendrick Aelbertsz. als uitgever afzonderlijk ver- 
schenen. 

157. = ^it ii tiat Boor|ï;te// entie Dat outfte Snater recfit (at// hit gemeene 

O P. A. Tielb, Nederlandsche hibliographie van land- en volkenkunde^ Amsterdam 1884 
p. 266. — paar wordt ten onrechte de Universiteits-bibliotheek te Kopenhagen als de 
verblijfplaats genoemd. 



aas 

Coopman/ en JM^tzf Qtot*// binttit tnbt glemaedit Be&Ben tot Wit- 

fiti9/ dat gein// een peggelM Cl'tt tec i^eetooett btt//ïittttn/ f^in m 

Ttfpütitn) mocg.// 9nito. i5<Stf* 

32 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— B. 

Onder den titel is dezelfde houtsnede afgedrukt, die ook den 

titel van het vorige boekje versiert. 

De tekst begint op de keerzijde en eindigt op de laatste bladz., 

waar onderaan het adres staat: ^^^qfxint (Qantlnetpeti fn Dfe// Cam- 

metf trate in onf ec X<etiec jDroutuê// CDoren/ ti mi 9an ifoelitf . 9nno. 

Jft.^.XfB3|.// ^^^ t^Vt te coop ninbeti op onfet ]0touV/toen Ketcfigof 

onHec ben grooten Cgoten.// Stem men (al htft seerllaettê oocB te coop 

bim// ben tot 9lmf telcebam inbê ^tilbê ^pbel te ^npft// ban Ve^nbricft 

9elftte(Bt#Qn fioetbenooper. 

[KoninkL Bibliotheek, Kopenhagen]* 

Nog een derde boekje sluit zich hierbij aan. 

158. = mt it bie Caecte ba// bec ^^upbec ^ee. tot bat l^lpe toe// enbe tot bat 
Jiacfbiep toe/ om met fcDepen/// bit ofte in te feplen ban Slm#telrebam 
ter ZMmtt tü'//bt tntec Ztt btebet om tot SImfteleebam. is66. 
16 ongen. bladz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]. 
Nogmaals is hetzelfde titelprentje gebezigd, nu met de waar- 
schuwing er onder: ^en berftanbig^en tot eenen j6p<eg|ftel/ en ben// 
btoaef en tot een bcrargtingj^e. 

De tekst begint op de keerzijde en eindigt op de laatste bladz., 
waaronder het adres, ditmaal weer slechts van den drukker: 
^Dtpt^nt Canthieq^ê in bte// Ciammerfteate fii ml San fioefantf looo- 
nenbe in// nnftz Keuec l^coutoen cgooren. SInno. 15^6. 

[Koninkl. Bibliotheek, Kopenhagen]. 
159. = [I^tijnsche gezangen]. 

30 ongen. bldz. 4^, Goth. letter, sign. A— B, bestaande vel A 
uit anderhalf vel. 

"5 



Zonder afieonderlijken titel adjn hier, evenals in de boren- ^) 
vermelde ui^ve van Jan Jacobsz. een aantal kerkhymnen af- 
gedrukt Van de notenbalken zijn er in het eenige mij bekende 
exemplaar twee met inkt ingevuld. 
De approbatie en het adres staan aan het einde: 
Hit Ubn atnntffnf ttt iftt M* JHcofaum bt ca|tta. 
SfovttHna TU^it ptt «e Sfoanmm JMtftie. 
9ciiiiii6atitttc Wtmtmabmii pee «e Veotintm SHftttti// fiA totrtf tgnio 
%tUÈt anctc coninocatitctii. 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 
Het jaartal blijkt uit den zich hierbij aansluitenden ^) bundel : 
i6o. = [Latijnsche gezangen]. 

i6 ongen. bldz. 4^, Goth. letter, sign. A— B. 

Evenals in den vorigen bundel, ontbreekt ook hier een titel. 

De notenbalken zijn in het eenige mij bekende exemplaar niet 

ingevuld. 

Het adres staat aan het einde: 

€taxttA9t Soannef Jftatj^fe : gaBltanf in f of fa 9.// ^anttatit- Sbtno : 

f offta f (f QUfmfllef (mum : ttvsiüt'// f fmo fqptlmo ^rfmo ^ctauo SIpriH. 

€t benbnnttit SImfterobami jpet fenticmn %W/^tti fttO totecftgnis 

951&Iltcum 9ttcrato v/ nmi trnnmotenttm. 

mtt0e Ipacem. 
[Kon. Bibliotheek, 's Gravenhage] '). 



1) Te onrechte is hier omtrent den dichter der gezingen een vermoeden uitgesproken, 
daar dese alle bekende kerkgezangen zyn. De heer Jan Kalpf was zoo vriendelgk, mg 
op deze fout opmerkzaam te maken. 

^) Deze beide bundels zijn bij de boven beschreven editie van Jan Jacodsz. door mg 
verkeerdelgk als één bundel beschreven, daar ik de signatuur B van den tweeden bundel 
voor een D had aangezien. De eerste bundel in dat exemplaar is incompleet en breekt af 
bg het derde blad van vel B; de tweede bundel is compleet in twee vd. 

*) Beide bundels zgn met nog eenige andere gezangen in handschrift gebonden achter 
het: „Cantuale luxta usum insignis eceUHae Amttelredamcnsis mme primum nunurwrum fat- 



237 

i6l = IDat baeck der secreten Alberti Magni etc] 

88 ongen. bldz. kl. 8% Goth. letter, sign. [A]— F, waarvan vel 

F een half vel is. 

De tekst begint op bldz. 3 en eindigt op bldz. 86. 

De approbatie en het adres staan op de voorlaatste bladz.: 

^Mt %9tcffun 0&eintituletrt Hat ^ntdHI/ tiét j^uxtn WSaM Jftagnl 

tf li^iti// teert fil Vete M* AmM ^xittl Xittnü/fatt inden i0t^ttn 

ente 0fficiM ttanHen ^ee^// ^teI0tiltê toue ban (Qetrenfincg/ cefftie- 
tenür// Mnnen tut ftebe ban Sjpcen/ etc. 4Enbe it ftyben// Bone toege- 
laten enbe getonf enteert te mogen// printen, ^fieggenen tot t^ntgge ben 

bttrtgfen// f tê bad} In Sannatto SInno. M*€€C€€.7i% 

^berteeftent. M. X. be Zottt. 

^Sebcuct tot Xe^ben tt59 mi 9an Jftatgiff // soon/ D^oonenbe o]^ ^(^ Ipan- 

tzut/f Keccitgraft 

€nbe men falfe te ro^pe binben tot 9emftelre^//bam ten Bufiife ban 

Vencftdl Sleibettf // 3oon S^oonenbe in bie 3Mnnoef//ftrate 9nben ^in\- 

ben XyM. 

Op de laatste bldz. het drukkersmerk van Jan Matthysz. 

[Zonder titelblad in de Univ. Biblioth. te Gent]. 
Jacobus Koning was in 1806 in het bezit van een exemplaar, dat door 
Hendrik van Wijn ^/V/ gemeen''' genoemd werd ^). Ik heb dit exemplaar 
niet terug kunnen vinden, en veronderstel dat het door Koning ge- 
noemde^) adres y^Ghefrent tot Leyden By mi Jan Matthyszoon... tn 1567. 
Endc men sol se te cope vinden tot Amsterdam in die fFarmotsstrate tot Hen- 
kick Aelbertzoon in den ghulden ByM^^ op den titel zal gestaan hebben. 

«urIEf exeusuMj mulHsque aMiphonh, responsorüSy kymnlSj aüUque eiuidem generis saais eau" 
tUudbus locupleiatum, Loyaniiy apud Pstrum Phalësium Bibliopol. lurat. Anno M*DmLXI^ 
De bftiid is afkomstig vin de verkooping Bibl. Is. le Long, Amsterdam 17 Aug. 1744, 
4* 00. sdo. 

O H. van Wijn, Huiszlttend Uyen^ I, 5, Amstetdtm 1867 p. 610. 

*) Naamlüst van eemge zeldzame hoeken en manuscripten^ 1806 p. 93. 



228 

Dit is ten minste ook het geval met de uitgave van Jan Roelantsz. te 
Antwerpen van 1564, waar deze uitgave slechts een nieuwe titeluitgave 
van is. Alleen vel F is geheel nieuw gezet. 

z69. = Wt tan hit f euê// Wn na onf ec lituec ^coutnt tnt foi0t. 
96 ongen. bladz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— F. 
Onder den in rood en zwart gedrukten titel een afbeelding 
van de zeven weeén van de Heilige Maagd, voorgesteld door 
zeven zwaarden. Daaronder de approbatie: IX^p confmt tomben 
Vont/ 9|^0eiten// tot tBruelfel ten ttPintfc0|të in Menu.// $lam 
%M. ^nbecteSent j^Iferben. 

De tekst begint op de keerzijde, bevat zeven ruwe houtsneden, 
de zeven weeën afbeeldende, en eindigt op de laatste bladz. 
met het adres: 

^jï^ptent tot Xepben 69 mi 9a ^on^//\ntntiüm tvooV/nenbe op 
j6. J^anctsi^// tiuf keccfiigraft. 3int 9|aec onf // Httttn MJB.XJI^^. 
€n men fal|e te coope binben tot )lni//if tecbam/ ten ftupfe bon VtndcS 
$U\'//htttihüan bioonenbe fnbe Wttmatt'/fttuot/ fnben ^^ul^Z/ben t6flM. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 

163. = CuanV/gelfë en €p(^//#teten, atfoomen// bie boort gB^ntfcge// 9aete 
op olie 4^onbaaBsn// enbe anbec BepUgj^e bagi// fnbec ^tfiii^t Hete- 
Ben// \jont. Mtt f cftone fi'// gueren op eIcHen// Cnangelie ge<'// f telt. 
^p Conf ent banV/ ben Qoue. 

144 recto genummerde bladen (welke nummering bij vel B 
begint), ia*., Goth. letter, sign. [A]— M. 
Om den in rood en zwart gedrukten titel een omlijsting in 
vier blokjes met ornament. 

De keerzijde bevat een : Slmanacj} gDebuerenbe// tot X)^»9Sn Sacen, 
waarop een kalender voor het geheele jaar volgt, en daarna nog: 
bie taV/ft( om KditerflcB te mogOen// binben bfe ^tf telen enbe Cnange^// 
Uen en bie taV/fe( ban bie fteplige baggen. Dit voorwerk vult het 



339 

eerste vel, zöodat de tekst aanvangt op vel B, genummerd 
blad [i]. 

III kleine houtsneden zonder kunstwaarde dienen ter illustra- 
tie van den tekst, die op het laatste blad recto eindigt* De 
keerzijde bevat approbatie en adres: 

9tt O^üUjfiaü i# ib^nitU// tettt entie oBe^inptiiOeert/ f ett wttfu^// IflcS 
{ffttoctigtert ft9 Mttfttt %94v^ll b^n Mtnl toegSeloten Cortectaac 
^11 bet llr9fetli|ciin Jftovef tcpt/ en Hoer// fig (rhttonlenteett te mogjütn 
jfmttn/// iotUnt baet aen tt mffboen. ^fiesSeuê// tot 95nief#ef/ 9tma 
Jft.^.fXbft* ben// jUfl. Santiarif.// #n tot eec B ent Mom ISonüetvfinf. 
^H^eyeent tot Xevtien tg// mg San t^outoenfsoon/ tnoonende op// f htte 
IPanciattuf Becdgraft// 9nno ja.i9.Xff9« 
€n men f al|e te cooge bim// Hen tot Slmf tetOom ten fknof e tian// (entlci 
Slelfiectlsoon tnoonen^/yiie ta die ll^cirmoef ftroet// htHen gnltien OSffM. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 

Dit is het eerste gedeelte van de boven reeds vermelde: Epistelm ende 
Eyangelien van die Fasten, in 1555 verschenen. Het daar gezegde omtrent 
het bestaan van een uitgave van 1555 van het hier beschreven gedeelte 
geldt natuurlijk ook omgekeerd. 

Jan Bouwensz. doet zich daarbij dan als opvolger voor van Jan Mat- 
THYsz., iets wat er toe bijdraagt, de volgende niet gedateerde uitgaven 
een weinig te rangschikken. 

164. =x We fenen Pfaf// mi metter glofen geöetla V/ teert. €n met ^enen tienote 

ffieftebeu. 

40 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — C, zijnde vel 

C een half vel. 

Op den titel, in randwerk, David geknield en biddend; kroon 

en harp liggen vóór hem op den grond, terwijl Jehovah zich 

in de wolken aan hem vertoont. 

De tekst begint op de keerzijde en eindigt op de laatste bladz. 



«30 

waar onderaan het adres staat: € 9^ht u a tot Tüej^m M mi San 
«Ma// ttflf soon tDoaimibe op 09e// l^ovgtaft. 
€n mi #olfe te Cooye OinOi tot SlmV/ftrlcefia fit to S^aanoeMtrate 
ten// Bovfe fiait Vtncftfft SMftert// 30011 Mi ^nHun 99M« 

[Kon. Bibliotheek, *8 Gravenhage]. 

165. =s 9ë Mnitgsnt// bationi ftntcticS'// tm Otonbiai. 

(|(B^<oicl0tect rotit 0(£iuHcb(ct/ tot// O90 loedttu Oan I190 aUiet cjqptt^ 

' #cBtj|tier|/ 09e// ban ttt$tt matecleii (te taeten ban 09e fKcttm/// out- 

fanfffttoffSe/ &adti0ge/ enOe confte bet 9toe^// orottfDen) int Xatyn ofte- 

Icilteoen BeftOen, olf 91'// fiertul Jfta^^f/ 9ti|toteIef/ yiMuf/ «ni^// 

cenna/ JAacenf bacto/ en meet anbete*// €nbe oodft tot 9afon a vtatif / 
bijie een bat// albet coftel0c|te trattaet int Xatfin be//«d|cenen ^eeft 
banben l^oe^// btonbien confte. 
059 tonfent banben l^one. 

JBocB sifn giet 09 9Be|et beel Icgone// Xbbicien/ tot belet natecien |eec 
toel// bienenbe/ b9e in ogeen anber// boetSen o&^Ptent en sfln// gBebneft. 
88 recto genummerde bladen, kl. %\ Goth. letter, sign. [A] — L. 
Op de keerzijde staat, iets verkort, hetzelfde woord Cotten Xefet 
dat ook in de ui^ve van Bartholomeus Jacobsz* aangetro£Een 
wordt ^). Blad 2 recto begint met de l^tologSe, en op de volgende 
bladz. begint de tekst, die geillustreerd is met nauwkeurige copieën 
naar de houtsneden in bovengenoemde reeds beschreven editie van 
1530. Maar de tekst van het zoo vaak uitgegeven volksboekje 
is uitgebreid ^). Op blad 66 recto beginnen nL : bie abbieiot Me 

Biet toe gebaë sfln/ om bê ccancbi btoutoê mebicinê B9et tot te maSë, 
wederom met een afzonderlijke l^tolosge* Hierna volgt dan op bkd 
85 recto : b9e Cafel bec Capitttlen en op blad 86 verso de Latijnsch- 



Dr* H. J. Brobrj noemt deze uitgave, in z^'ne studie Onze oude yroedyrtMwboektn 
(Nederlandsch t^'dschrifi voor geneeskunde^ Jrg. VIII, Amsterdam 1864. p. 372, 375X de 
vierde, en stelt den t^d van verschenen op omstreeks i5<5o« Wat 14j over het naar de 
Hervorming riekende uithangteeken van Hbmdrick Ablbbrtsz. zegt, b potsietiyk. 



«31 

Hollandsche woordenlijst. Onmiddellijk hieronder staat op de laat- 
ste bladz. het adres: ^gctinict tot ïtfiun %9 ml 5lati JftatBnilsaó// 
toonenUe ^ bit Bomttaft. Cn mtn f alf e te tttqft// iMnn tot SImf ttrUam. 
t)59 VcncteS oclftettf// saoti lootimtie. Sntttn ^itlbeti tl^flftef. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Univ. Bibliotheek, Gent] 0« 
iM. = me €toti0dltt// non ^oirant/ SSedotit// mbo )^te#Umt/ ben blo oP'// 

M^MtnlMen int tatU/ met bie// Cionüdle banbê WMcfiopV/P^ Mi 
imm^t/ enbe// Qoe bat Vanant ttt§t// ftegcqpen if* 
i6o ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— K. 
Het in rood en zwart gedrukte titelblad, dat ook nog de approbatie: 
!159 Cottfent banben Vone bevat, is besloten in een omlijsting, 
waarin bovenaan de Hollandsche leeuw in den tuin prijkt, hou- 
dende een banier, waarop een hamer met een nagel is afge- 
beeld; links en rechts figuren, die het rijkswapen en een onin- 
gevuld wapenschild vasthouden. 

Onder deze randversiering het adres: ^M^eptent tot Xeniben ipmip 
9an// !)5oitlimt#30oti tooonenbe op f Itite// l^anccatinf Settlügtaft. 
De approbatie op de keerzijde van den titel is gedateerd tot 
Xtmitti ben betben bacfi f eftmarg. 9tano büftftienBonbeet f eff enbeectfcft 
en tfnbecteecttent Ip. be Xenf . Maar toch is deze druk stellig van 
veel later, blijkens den naam van Jan Bouwensz. als drukker. 
Het is overigens een woordelijke herdruk van de uitgave van 

De laatste bladz. bevat nog eens het adres: ^^^qpcent tot Xcpben 



O Onvolledig exenplatr; de titel ontbreekt en bet laatste blad is beschadigd. 

*) Deze is evenals de boven beschreven uitgaven van 1538 en 1539 (p. 136, 137) ge- 
dnikt door Wiif m Vorstbrman te Antwerpen, en was verkr^gbaar b^ Bartholomeus 
Jacobsz. De uitgave van 1541 kwam m^ eerst sedert kort onder de oogen; een exem- 
plaar bevindt zich in het Aarttbisschoppel^k Museum te Utrecht» 



932 

ftp 019 %mll OSoatDmlsooii tooonente 09 fftite// ^dnctattof ütenfitiiafL 
€itbe mm #al|e te coope btoton tot// Slmf tecHam ten j^ttpfe ban 9encic// 
Slel6ettf509n/ tvoonende Inbe// D^acmoef #ttaet intien// irnllm asyfief* 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 



Ofischoon Hendkicr Aelbertsz. door vele zijner uitgaven bewees, niet 
suspect te zijn op het punt van geloof, verleende hij toch hulp, waar het 
gold, bevriende andersdenkenden bij te staan. Zoo bleef hij in 1568 borg 
voor David Barendsz., goudsmid fugititf ^). Ook met zi]n vakgenooten 
en andere bekende Amsterdammers stond hij op goeden voet. Toen in 
565 zijn dochter Belye met Willem Jansz. Absolon trouwde, was Petrus 
Apherdianus, de Rector van de Oude Zijde, getuige; en in 1571 was hq 
zelf getuige bij den doop van een zoontje van Harmen Jansz. Muller '). 
Den roem van zijn petekind, den later zoo vermaarden graveur Jan Mul- 
ler, mocht hij evenwel niet meer beleven. 

Het jaar 1571 is het laatste, dat ik op eenige uitgave van hem heb 
aangetroffen. 

36 Febr. 1573 maakte hij en zijn vrouw voor den notaris Mr. Corne- 
Lis VAN Hamerode een mutueel testament*), vermoedelijk wegens den 
ziekelijken toestand waarin de vrouw zich bevond, want reeds 7 Maart 
daaraanvolgende werd Mary Bartelmeeuws in de Bjbel begraven. 18 Juni 
bewees hij toen bij de Weeskamer aan elk van de vijf kinderen, uit zijn 
tweeden echt gesproten, 600 Car. gl. als moederlijk erfdeel '), en ongeveer 
anderhalfjaar later, 2 Dec. 1574, "^^^A ook hij in hetzelfde graf in de 
Oude Kerk bijgezet *). 

Tot op het laatst bleef de bloeiende zaak in stand. Juist uit het laatste 
jaar, van 28 Aug. 1574, is in het Museum Plantin-Moretus te Antwer- 

1) Oud'Holland U p. 189. 
>) Oud'HoUand III p. 266. 
s^ Weesboek IX bl. 331 verso. 



233 

pen een rekening bewaard *), waaruit de betrekking tot Planttn blijkt, 
maar een ruimeren blik in den omvang van den boekhandel van Hen- 
DUCE Aelbertsz. vergunt ons de afrekening, die na zijn dood plaats vond 
van de noodzakelijke boedelscheiding, want er waren vier minderjarige 
kinderen. 

Uit zijn tweede huwelijk waren nl. vijf kinderen geboren, waarvan 
slechts Gerbrandt, geboren omstreeks 1553, meerderjarig was; hij was 
kort te voren gehuwd met de dochter van Claes Corneusz. Schaarsly- 
p£R en overleed vóór Dec* 1581. Minderjarig waren Beatrix, geboren 
omstreeks 1555, later impotent genoemd, Eryckgen, geboren omstreeks 
1559 en later gehuwd met Pibter Pietersz. Rycrert, Bartholomeus, ge- 
boren omstreeks 1561, later apotheker te Alkmaar^), en Weyntgen, ge- 
doopt II Mei 1567. 

31 Mei 1575 leverden Mr. Jan Thymansz. en Mr. Cornelis van Hame- 
rode als curatoren van den boedel een rekening in '), waaruit het ver- 
mogen der vier minderjarige kinderen blijkt, en dit was niet gering. 
Bblye, de voordochter uit het eerste huwelijk, had in 1565 dan ook een 
bruidschat van 1400 Car. gl. meegekregen. 

Een buis en erf, genaamd „de Gulden Bijbel"' in de Warmoesstraat 
„HM/ het stmtcrhuysken daer achter oefTy oorspronkelijk getaxeerd op 3000 gl., 
maar regart genomen hebbende op den tegenwoordigen tjdt*^ nu op 2600 gl. 

Drie woningen daarachter in een slopje dat in de Pijlsteeg uitkwam 
(óoo gl.) 

Een huis in de Pijlsteeg, genaamd „Absalon"**) (900 gl.) 

Een huis mede aldaar, bewoond door de Wed. Erm Jansdr. (600 gl.) 

Een ledig erf, dat een tuin geweest was buiten de Jan Rodenpoort (20 gl.) 

1) Mededeeling vtn den Heer Max Roosbs te Antwerpen. 

*) H\j verkocht 8 Mfttrt 1605 bet ouderlijk graf {Oud-Hoüand II p. 190.) 

^ Weesboek X bl. 83 verso, benevens een aantal losse stukken daarbijj behoorende. 

*) Hkr woonde in 1583 Petrus Apherdianus urtyts rector. 



«34 

Aan los goud- en zilvergeld ruim 845 gl. 

Rentebrieven tot een bedrag van ^o gl. ^sjaars, o. a. een van den 
schilder Barent Claesz. van 18 gL 

Een xyJueren ouerdeckte cop. 

Thifen sylueren kpellen. 

Ses sylueren eroesen. 

Twee sylueren roemers. 

Een syluer croese met leiteren. 

Noch het sifluer van sgn schutters tabbert* 

Een gouden hoepring met een Smt Jam hooft. 

Een gouden ladtrmg» 

Een gouden cabelrmg. 

Een gouden hoepring. 

Een letterde riem. 

Een zuiveren peerlvyftich met een zulueren ruyt daer oen. 

Een riem mit cley[n']ckgens. 

Een root coralen vyftich met een verguit cruys. 

Belast was de boedel met 77% gl. 16 st. aan verschillende boekpren- 
ters, boekverkoopers, papiermakers en papierverkoopers te Antwerpen en 
elders, o.a. 32 gl. aan Jan Florisz., boekverkooper te Groningen. Voorts 
met een schuld van aoo gl. aan den Rector Petrus Aphbrdianus, die 
geleend waren tegen 6 \. 

Gerbrandt neemt pretentiè'n van boekverkoopers te Antwerpen en 
elders voor zijn rekening, tot een bedrag van 76Z gl. 17 st Voorts neemt 
hij over den winkel met alle er zich in bevindende yjboeckeny pmmpieren^ 
parkementen^ caerten ende anders^ ^ door de erfgenamen ,^tte voet ghestoeten^ 
voor 1420 gl., doch, aangezien van den voorraad veel verkocht bleek te 
zijn, door Hendrick Pietersz. in de Fette Hen getaxeerd op 1390 gL^) 

Een merkwaardigen blik op den toestand van het toenmalig boekver- 

') Deze kreeg voor ttziddoon d ^ 



a35 

koopenbedrijf in Nederland levert de lijst der inschulden, die ik daarom hier 

in haar geheel laat volgen, slechts de sommen in ronde cijfers afkortende. 

AuciEN Geus, boeckyercooper tot Lwwerdm 74 gl* 

Albbrt CuTPEii tot Aemehem 6 „ 

Ariaxn Matthysz. tot Leyden 22 ^ 

Macbtelt dse wetki van Abraham tot Hom 4 ^ 

Adam Boom, boeekvercooper tot Groeningen 10 ,, 

Adriaen Barentsz. tot Amsterdam. •••>•••. 20 „ 

Doctor Adam Mtens tot Amsterdam ip ^ 

Andries Cuelenaer, boeckuercooper 7^ n 

Adriaen, boeckbtnder tot Amersfort 3 „ 

AuGUSTTN Heyndrycx tot Letiworden 8 „ 

Anthonis Jans van Berlicom m Friesiant, cremer • • • 9 „ 

Mr. Arendt Cryns tot Leuwerden 6 „ 

Bartholt Lambrechts • . • • • 23 „ 

Mr. Barent van Wyntricx tot Hardem^ck, schoelmr. • • V» » 

Barnardus Jans tot Sneeck 5 „ 

BoETius Ta • . LIS tot Sneeck 3 „ 

Benedictus tot Haerkm 19 y» 

G>RN11«I8 HuBRECHTS bocckrcmer tot Akmaer 13,, 

Mr. CoRNELis Recloe in den Hoge. i „ 

CoRNELis Jacops boecvcrcocper tot Alcmaer ^) 1 1 99 

G>RNEU8 QuACTGELAET tot Lcydcn, wocuendc tot Swoil • • 16 „ 

Claes opte Nieuwe Brugge^ cremer • , ,9n 

DiERT WOUTERSZ. tot Goitwc 34 » 

DiRCR VAN DoRTMONDT tot Deventer ••• ^^ n 

Eryck Jacopsz. tot Alcmaer 3 „ 

Frans Haye 2 „ 

O Door A. M. Lbubboer (Le hickdrukkert^ boekyerltoopen en tdtgeyers in Noord-Neder' 
laadf Dcvcmer 187a p. t) vermeld op 1573. 



2^6 

Die widu vm Mr. Ghysbert m Hom 33 g^ 

Gelis Jansz., boeckbinder tot Enckuysen. n 99 

Gerrit Thymans, boeckvercooper tot Groningen ^^ n 

Gerrit Coning tot Haerlem *) 34 »» 

Geus van Batsman tot Swoll^') ^77 n 

Gerrit Baerle tot Rene i ,, 

Hans van Hoven, boeckbinder tot Utrecht 4 „ 

Heer Heyndryck van Doesburch 26 „ 

Harmen, boeckbinder tot Hom 6 „ 

Hans Govaers, boeckvercooper tot Franeker 12 n 

Heyndryck Wyllems, kremer tot Utrecht 6 „ 

HuBRECHT, kremer tot Amsterdam 3 n 

Heyndryck, boeckvercooper tot Haerlem Vi » 

Hkyndryck van Amehem ..•• ^ n 

Mr. Heyndryck Haelweeghen van Stynwjck 39 9t 

Har MEN Sanpers tot Stjnwyck*^ s ,, 

Harmen Albertsz., boeckvercooper tot Bolswert 3^ n 

Jan Bet Jacopsz., de$er stede secretaris Vs 9» 

Jan van Goch • • • . 6 y, 

Job Mattheusz 8 ^ 

Jacob B0UWENSZ.9 kremer tot Leuwerden 5 ^^ 

Jacop Buys tot Amersfoort 7 n 

Jan Wyllems, boeckvercooper tot Campen ^i% n 

Doctor Mr. Jacop tot Haerlem* 10 ^ 

Mr. Jacop Heyn, schoelmr. tot Amsterdam 3 ^ 

Jan Gerritsz. van der Gouwe 5 ^ 



O Was in 1560 als boekverkooper te Haarlem geadmitteerd (Lbdbbobr u.s.p. 197). 
>} Wordt door Jacobus Rbvius (Daventriae Illustratie Übri tex^ Lugduni Bat* 1651 
p. 323) Aeoidius Bathman genoemd. 
>) Lbdbbobr (u. s. p. 354) noemt hem HBaiiAii 't 2lAMGBRa. 



«37 

Jan van Gouwe die soone ip gl* 

Jan Pabdts tot Lejden 12 »» 

Mr. DiRCK Arendsz a ^ 

Matthys, boeckvercooper tot Groemngen 2 n 

PlETER PlETERSZ. SwART S „ 

PiETER Symonsz. tot Dordrecht 8 ^ 

Pater Michibl tot Synt Urselen bjnnen Amsterdam .... ia ,, 

PiETER Heyndrycxsz., boeckvercooper tot Campen .... 10 ^ 

PiETER Opmeer tot Amsterdam 2 ^ 

PiETER Brouwer 51 99 

PouwELS Cyriaques tot Horti oft Enchujsen 4 ^ 

RiCHAERT Paeffraet tot Deventer *) 3 „ 

Die Rectoer van fVoerden ^\\ n 

Reyer die coster tot Oessane 4 „ 

Steven Joossen tot Campen^') ^^ n 

Symon Jansz. tot Delft *) 3^ 99 

Symon Corneusz. tot Hoorn ^7 n 

Symon Pouwxlsz. tot Delft 4 ^ 

Wyllsm Jan Gysen tot Swoli 9 ,, 

Die hujsyrou van Wouter Matthysz. tot Groeningen • . 69, 



O Was dus Itnger werkzaam dan bet door Lbdbbosr (u. s. p. 130) genoemde jaartal 1565^ 

^ Lbobbobr (u. s.p. aio) noemt 1568 als het laatste jaar waarin hy voorkomt. 

^ Door Lbdbbobr (u. s.p* 118) wordt z^n werkzaamheid niet later dan 1569 gecon- 



$ 



OVERZICHT. 



.Jt 1551 Ordo baptizandi infantes p. 217 

153 1555 ^^ Eptstekn ende Evangeliën van die Fatten also men die m 

der hejliger Kercken hout p. 218 

154 i5<^o Psalterium Davidicum p, 219 

155 1565 Jan Mollyns, Die Nieuwe Chreni/cke van Brabandt. . . p. 220 

156 1566 Die Caerte van der See p. 223 

157 ^$66 Dat hoochtte ende dat outste fVaterrecht dat die gemeene 

Coopman ende Schippers geordineert ende ghemaeckt hebben 

tot fVishij • p. 224 

158 1566 Die Caerte van der Suyder See ... p. 225 

159 1567 [Latijnsche gezangen] p. 225 

160 1567 [Latijnsche gezangen] . p. 226 

161 1567 Albbrtus Magnus, Dat boeck der secreten p. 227 

162 1571 Die seven JVeen van onser liever Vrouwen int lange . . . p. 228 

163 1571 Evangeliën ende Epistelen alsoo men die doort ghantsche Jaere 

op alle Sondaghen ende ander Hejlighe dagen in der heyli- 

gher Kercken hout. p. 228 

164 z^'. Die teven Psalmen metter glosen gedeelareert /. 229 

1 55 Z.J. EüCH ARius Rös SLiN, Den rosegaert van den bevruchten vrmtvten p. 230 

166 Z4. Die Cronifcke van Hollant^ Zeelant ende Frieslant • • . . ^ 231 



# 



^ 



WILLEM JACOBSZ. ' 



5 Mei 1547, ^ï^ dagen later dan Hbndricr Aelbertsz. werd Willbm 
Jacobsz. als boekdrukker geadmitteerd *), en daarmede vervallen alle ver- 
onderstellingen van een vroegere werkzaamheid van dezen drukker, die 
door sommigen zelfs tot in de eerste jaren van de zestiende eeuw verlegd is. 

Had Jacobus Koning zijn plan ten uitvoer kunnen brengen en ons 
een geschiedenis der Amsterdamsche drukkers gegeven, dan zouden wij 
ook heel wat van de afkomst van Willem Jacobsz. gehoord hebben. Hij 
zou dan de zoon van den burgemeester Jacob Willemsz. van Bever- 
WAERDE geweest zijn, en vermoedelijk gehuwd met een dochter van Doen 
PiETERsz. ^}. Van dat alles is niets waar. Hij was gehuwd met een zuster 
van AxBERT Jansz. Cortoor, en Mr. de Roever heeft het meer dan 
waarschijnlijk gemaakt, dat Jacob Dtrcksz. Olyblock, die omstreeks 1515 
in het huis Engelenburg bij de Haarlemmersluis woonde, zijn vader was; 
voorts, dat hij een ouderen broeder, Dirck Jacobsz., had, ook boekdruk- 
ker, voor wien hij zich boi^ stelde, toen deze in 1568 de stad ontvlucht 
was*). 

De Engelenburg had een goeden klank in den boekenwereld, maar 
sedert de persen van Doen Pietersz. in 1532 waren blijven stilstaan, was 

O Navorscher^ XVII p. ';y» 

*) Aanteekeningen van Jacobus Ronino in bs. op het Archief te Amsterdam. 

*) Oud-HolloHd^ II p. 188, 189. 



240 

onder dat uithangteeken geen boek meer versebenen. In den naam van 
bet huis zijns vaders vond Willem Jacobsz. gereedelijk aanleiding, zich 
als bet ware tot opvolger van Doen Pietersz. op te werpen, en bet eerste 
boekje, dat mij als zijn drukwerk bekend werd ^), draagt reeds in het 
adres dien naam. 

167. = €en feet Icftotn// ntnntt ftoecpftm lAeJIeten Her// JMitiengatctit/ boet 
on# in betclotrt// toert/ die ivatacj^tigBe bitetBt ttf tiatiuatt oft// ber 
Xtefben/ biienf fttnnittt allen Seiften menfcgen// ban noebe l| te toeten/ 
09 bat |9 bp balf cpe Hefbe// niet bebcagpen en toetbe/ onermltf bannen 
f onbet// bie C^arftaet ofte ueften niet f ollcg en niacB toerbê// €(eni|i- 
teect enbe lAeon^cobeett fti bê Certoaecbigê// j^eeee enbe Jttee^ter 0uac- 
tui Conptt bon €axSiVi^mtnl «^ortoot inbec ^tifii^tt ^^obj^e^t/ en 
9attn// bon #inte jpeterf Btercfte/ binnen Xouen. 
^^emoeet bon broeber Cocnelif Kauen/ hit mto^f/ttt onbec bie Jbinre- 
btnebet^. 

]pcouecb. je. i. Ipetci. iifl. 

9ine bie fonben bebect bie CBatitaet: 
Iptime Soonnif. ii^. 

Xoet onf malcanbec lief j^ebben/ toant bie liefbe// if tot ^obt/ en ane 
bie ggene bie iieft Beeft bie i# ba// 4(obt (rSeboren enbe Itent €(obt/ bie 
niet lief// en Seeft bie en Bent ^obt niet/ toont// #ob if be CDatitaet. 
104 ongen. bldz., kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— G, zijnde vel 
G een half vel. 
Onderaan op het in rood en zwart gedrukte titelblad staat het 

adres: ^j^epcent tot Slemftelrebam/ in #inte 5lnnê Ittaet// bp nra S^tl- 
rem Sacobsoon/ in Cnggefenbnrcjï.// JHet Itegfedpcte l^riniiegie ban 
ttoee iacen. 
Op de keerzijde staat dit privilegie in zijn geheel afgedrukt. 

1) Aan P. A. Tiélb schijnt een uitgave van 1547 bekend geweest te zijn (^hlhgraphi- 
tche adyersarta^ I, 's Gravenhage 1873-74 p, 136;. 



Het vas: tfj^rgtnc In aattt fUt ba %tafftle bm. fjc. Dug Sulfl. 
Xnna. ^. lontieEt «gtê tneitlcg. 
#it(itmiedt. ]p. bt Xtaf. 

Bladz. 3 en 4 bevat de jptalortt en op p. 5 begint de tekst 
onder een houtsnede, een visioen van Sl Johamnes, en eindigt 
op de laatste bladz., vaar onderaan nog eens het adres: Ogtynnt 
tot StcDifuIitUain/ aen// bic oubt fflbi fa flntt 3ni»n jtract/ bg mg// 
WJKnii Sacobjoon/ fn <tiac(tnbncc|S.// ünna 1548- bc. ;'<)• Atpttmbiff, 
benevens een boekdrukkersmerk. 



[Univ.-Bibliotheek, Amsterdam. 
Kon. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 
Dït boekdrukkersmerk bestaat slechts uit de initialen van 'Willem 
Jacobsz., maar ^edig Het hij een ander maken, dat de Engelenburg te 
zien geeft. Hij volgde daartoe het merk van Doen Pictersz. ') na. Het 
komt voor op een herdruk van het pas beschreven boekje: 

tS8. = €tn ttti ffos// btuon boccTkcn gcBctn bic// JRInocgaccl/ baec ani in 

O AljtebecU boven p. 49. 



H2 

btnfant// Inert/ tit tuuratgtfggc tumtfit bef// CQnttntf aft ber Xlefbt/ 

tnlenf// Bemiif fe dllê tenten menjrtrt// Mn nootie (f tt tDetrn. 

«ifiemuct ba Bniebec CsrneMf// Kaïun/ bfe mfnfte onbet bir// Mtmt 

Dioeberf. 

l^utibf. r- '■ T^iuu lij). 

Xlle bte fPDbï Btbm bit «Darltatt 

Cntn ffcaHa « ]p[luficg(a. 



ptf ongen. bldz. kl. 8"., Golh. letter, agn. [A]— F. 
Om den in rood en zwart gedrukten titel eene fraaie renaissance- 
omlijsting, die onderaan nevens het wapen van Amsterdam den 
naam van den drukker bevat: WHlem. aAcobaai. 
De keerzijde is onbedrukt en de proioaSt begint op bl. 3. Be- 
halve de houtsnede op bldz. 5 zijn in deze uigave nog eenige 



andere houtsneden geplaatst; op p. 8, 24 en 188 een voorstel- 
ling van het planten van den Ooom bef C&arttoetf, p. 3^ ^ 
boodschap van den engel aan Abraham, p. 53 en 80 Koning 
David, p. 73 Paulus '). 

Het adres staat op p. 95: ^Q^rêttot9lemV/#ttItebani/aetitileoulie 
f fbe (n iintt// %nntn f trott/ 69 mp B^iflem 5|aV/ cofi joon/ toonenbe in 
^nV/oBtfen&nrcff., en daaronder het hiernevens afgebeelde nieuwe 
merk. 
De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
Inmiddels was het Willem Jacobsz. gelukt een aantal houtblokken 

machtig te worden, die eertijds in den Engelenburg van Doen Pietersz. 

gebruikt waren. Wij zien ze het eerst aangewend in: 

169. = Cof turnen/ bfantien// ^mititn/ enbe ftftf/ ban pcocebecen/// bet ^tabt 
^ntiihtnit/ €n brjIQept ba jf^trecj^t// gj^apptofieert eii gj^cbecreteett/ bp 
be// n. M. (Bnftn alre gj^enabicj^lte l^etV/ ren/ al# erf l^eete bet ^tabt. 
J^tttn// en Xanben ban l^ttecj^t 3nben// Saté onj. 9etê. M.€€€€€./l 
€nbe. X« 

17 bladen voorwerk en 60 genummerde bladen, 4^., Goth. 
letter, sign. van het voorwerk [A] — E, zijnde E slechts een in- 
gevoegd blad, en verder A — P. 

Onder den rood en zwart gedrukten titel het wapen van de 
stad Utrecht in kleuren gedrukt en de naam 1^—tmïjU Het 
geheel aan vier zijden omgeven van omamentblokjes en onder 
deze omlijsting: Cum gtatfa & iptiufleglo. 

Dit privilegie staat op de keerzijde en de volgende bladz.: 
(0gebaen inben boorfs* jecreten rabe gej^ouben te// O^^nf ben bitfften 
baejï ^erembtj; tnt ^a>// te. MJB. tn X. €n \»af ggetectcBent// Blietben. 

De rest van het voorwerk wordt ingenomen door ^e CafeU 

O Deze houtsnede Ls eigenlijk een sierletter P. 



244 

terwijl het ingevoegde blad E mt fttilten bef tofcll en Wt foultm 
tiatilKii Boedte bevat 

De tekst begint op bL i recto en is op blad do recto voltooid, 
waar tevens het rood en zwart gedrukt adres staat: ^iqfxtttt 
tot SlrmV/ f telnUam oen bit ottbc f Ibe/ fti ttnt 9naen tfxntH ta CngBe- 
lenfinrrg/ Dp mi IBiDem Socob// 30011 ^j^ioomi ^^oeciivcniter bet// 
lfle9|ec(ijc&cr Maititt^t.// <tEnbe men f a(f e te Coop bpnben bfntien// bec 

f tabt :i^trtcbt/ ten iju9#e bö San ban ^efce// €a ben felnen San ban 
^tltt/ en Bonter// anbetf geen bp |^ boen bcuciiê ban// met sp epgen 
Siant gttepcEiêt. Hieronder wederom het wapen van de stad Utrecht, 
in de twee kleuren gedrukt, tusschen de woorden Cn oratio — 
& priuüegio» benevens de eigenhandige onderteekening van den 
uitgever. 

Boven het privilegie, en voor het begin van de verschillende 
artikelen is des Keizers wapen afgebeeld, maar zeer fraai is dit 
op de laatste bladz* te zien, omgeven door ornamentblokjes, 
die ons uit de door Doen Pietersz. uitgegeven werken reeds 
bekend zijn. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 

Univ. Bibliotheek, Leiden. 

Univ. Bibliotheek, Utrecht. 

Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

Britsch Museum, Londen]. 

Uit het aan Jan van Ghelre Goertsz. Burgher ende Coofman wanende 

binneti die %tadt va Ftrecht gegeven privilegie blijkt, dat deze vergunning 
had gevraagd, de Costumen bij Seruaes van Sassen gheswooren prenter wae- 
nende tot Loeuen oft eensghen anderen gheswoorefi prenter residerende binnen dese 
sinen Maiestejts nederlanden te laten drukken. Hij was dus eerst van plan 
geweest het werk aan Servaes van Sassen te Leuven te gunnen. En dat 
dit Willem Jacobsz. te beurt viel is zeker niet aan het werk ten kwade 



»45 

• 

gekomen, want de druk laat niets te wenschen over. Willem Jacobsz. 
was dan ook een drukker die gebruik wist te maken van de gelegenheid 
om aan zijn Engelenburg den roem te verschaffen van zijn voornamen 
voorganger. Zagen wij toch, dat hij een aantal houtblokjes uit diens 
magazijn had weten machtig te worden, en voor deze Costumen had hij 
zich een nieuw stel letters aangeschaft. Was het wellicht hiervoor, dat hij 
zich genoodzaakt zag, een schuld van 2 Karolusguldens op zijn bezittin- 
gen op te nemen? De daarop betrekking hebbende acte in het archief 
van het Burgerweeshuis is reeds door den heer J. F. M. Sterck mede- 
gedeeld '}. 

H^if Jan Claeszoon van Hoppen ende Henrick Janszoon Croock, 
Schepenen in Aem^telredamme oirconden ende kennen dat voor ons quam Willem 
Jacobszoon boeckprenter^ Ende geliede schuldich te wesen V Kalende Qhilt in 
die heyliger S/tede binnen desz. stede de somtne van twee karolus gulden tot twintich 
stuvers vande ordonnancie vande munt e die ingegaen is den eersten Jul^' anno X f^c 
negen ende dertich gerekent jaerlicxe losrenten houdende op alle zijn goeden roe- 
rende ende onroerende tegenwoirdich ende toecoemende te betalen dese renten alle 
jaer in februario^ behoudelicken datmen dese renten tot allen tijden zal moeghen 
hssen mits gevende ende betalende voor elcken penninck der voorsz. renten achtien 
diergeiifcke penn. ende daertoe d^onbetaelde versc/ienen renten nae beloop des tijts. 
Voorts quamen voor om schepenen voornt. mr, Bart. Henricx cyrurgyn endet 
Martzn Walichszoon Inde vergulden trip, beloovende te samen en elcx een voor 
all als waerborghen de voorsz. renten jaerlicx zelver te betalen^ indien de voorn. 
Willem Jacobszoon in dit te doen gebreckelick bevonden wordde; des beloofde 
de voorsz. Willem Jacobszoon wederom zijn voorn, waerborghen van dese losse- 
ttisse ende waerborchtochte vrj ende scadeloos te houden als V behoort, sonder arch 



>) JaarhoeJge van Alberdingk Th^'m, 1897 p. 193^196. — J. F. M. Sterck, UU de ge- 
scbiedenit der Heilige Stede u Amsterdam, Amsterdam 1898 p. 40, 41. 



34^ 

ende list. In mamde desen brieve bezegelt mit omen zegelen* Gegeven upten achten 
doch in februarioy int Jaer ons heeren dujsent v^'fhondert ende vffftich *). 
170. = Carmen// scholasticutn/ in gra-//tiam puerorum compositum/ 

Au-//tore Cornelio Haecmundano// parathalassio / luuêtutis 
Aem-// stelredamicae ad nouum Vr-// bis latus formatore/ Anno.// 
'•5-5-3* ^^ 4^0 infelicem/j huius tempores statum// deplorat/ & 
profeli-//ci pacis successu// deprecatur. 
8 ongen. bldz. kl. 8®., Lat. letter, zonder sign. 
Om den titel zijn de vier houtblokjes met het wapen van 
Amsterdam en de emblemen der vier Evangelisten afgedrukt, 
die Willem Jacobsz. uit den voorraad van Doen Pietersz. had. 
De keerzijde van den titel is onbedrukt en de titel begint op p. 3. 
Aan het einde staat het adres: Excusum// Aemstelredami/ in 
antiquo// latere in vico diu» Annae/ per me// Guilielmum 
lacobi/ sub inter-// signio arcis Angelice. 

[Britsch Museum, Londen] *). 
171. = Catmen jkv^^llvf^itmaj quo a l^eo opt* maj:. contra// Softium conatul 
aupiffitm/ ar #(Bf #aluV/tem pcecatiic geuj Caefacta. Slutjïoct// Contefio 
l^aecmuntiano iunenV/ tutf# noui latrcl# opub// Slemf ttlcebamof// CQnoU 
bocant) to|dtutote// 9nno. 1554*// 12 Calenü.// San. 
16 bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 
De keerzijde van den titel is onbedrukt, en de tekst begint 
op p. 3- 

1} Daar hier toen nog de Paaschstgl geldende was staat 8 Febr. 1550 gel^k met 8 Febr. 
X551 van de tegenwoordige t^drekening. 

>) De beschr^ving van deze zeldzame boekjes heb ik te danken aan den heer Camp- 
BKLL DoDGSON te Londen. 

De vraag die jaren geleden door J. C. Boers over den schr^ver van het tweede dezer 
boekjes gedaan werd bleef onbeantwoord (Bouwsteenen, Eerste jaarboek der Fereeniging voer 
Nedcrlandsche Muziekgeschiedenis^ 1869 — 1872 p. 11 6). 



247 

Onder den titel staat het Keizerlijk wapen. 

De notenbalken van vier lijnen die er in voorkomen zijn met 

inkt ingevuld. 

Op de voorlaatste bladz. staat het wapen van Amsterdam en 

daaronder het adres: €%cntum Slcinftefrciiamf in ^tfiiuo la//cete/ in 

nico tiiuae Slimae/ vet tne ^üi\ith//mixm Socofti tnt intttiignio SLUifJ/ 

$lii0tlic0e. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Britsch Museum» Londen]. 
Het meest bekend is Willem Jacobsz. zeker geworden door de vol- 
gende uitgave: 

I79* = ^nccincta// enatrattfo miraculocü Quar// glotioje optxatut e#t bominnf 
pei// benetaOJle jSacramentum, fn ,$aV/ctI!o jacri loei in $lmf terrebam,// 
t^ttfita t% UMf A iittxif// vet notatio# & figilla conV/fInnatif, in Qui- 
tut mita^Z/nifa ivfa vfeniuf beV/datantut. 

24 ongen. bldz. kl. 8*., Goth. letter, sign. [A]— B, zijnde vel 
B een half vel. 

De titel is omgeven door een omlijsting die bestaat uit dezelfde 
houtblokjes, waarmede Doen Pietersz. in 1523 den titel van 
zijn Evangeliën versierd had •), bovenaan het wapen van Amster- 
dam tusschen de symbolen der Evangelisten Johannes en 
Mattheus, onderaan die van Marcus en Lucas. 
De keerzijde bevat een ander kunstwerk uit de nalatenschap 
van Doen Pietersz., maar in een schromelijken toestand, nl. de 
fraaie houtsnede van Jacob Cornelisz. van 151 8, voorstellende 
het Mirakel van Amsterdam,*) en waarvan Doen Pietersz. in 
1523 nog een goeden afdruk gaf in Alardus, Ritus edendt 
Paschalis /igni. Om deze prent in 4®-formaat te doen passen in 

O Zie boven p. 56. 
*) Zie boven p. 63. 



een kl. 8®-boekje, heeft Willem Jacobsz. zich niet ontzien aan 
drie zijden een strook van het houtblokje af te snijden; de 
linkerzijde heeft het het meest moeten ontgelden. 
Bldz. 3 bevat een spreuk uit het Boek der Wijsheid, en een 
opsomming van de getijden die ter herdenking van het Sacra- 
ment moesten gelezen worden. 

Daarna volgen van bldz. 4 tot 8 een aantal bevestigingsbrieven van 
het Mirakel door den Magistraat van Amsterdam, en door eenige 
Bisschoppen van Utrecht. De tekst van de lessen betreffende 
het Mirakel vullen het boekje verder tot op p. 23, waar ook 
het adres staat: €%aiium Skm// f tefrebatnV in %ntiquo lattxt/ in// bk$ 
biuu 31imtiie, pet me ^nilttU// mma Slacofii, fnft <iitec#igiilo//0crif Sbift- 
ittae. 

De laatste bladz. wordt geheel ingenomen door een fraai getee- 
kend wapen van Amsterdam. 

[Kon. Bibliotheek, *s Oravenhage]. 

Van deze uitgave bestaat een variant: 

173. =s jl^ucctacra// enarratto micaotloru Quae// glaclofe operatu# tft Homiiiaf 
ver// Heneca&ile ^ociamentum/ in J^// ceiro fani loei in SmftelceHam,// 
ejEcerpta n lifirif & litecif per// notadof & figilla conficV/ «otil, In oni- 
> hut miracttV/ la 4Pf a pltniuf declaV/ tantui. 
Multu entm balere mi// foli f uper ecat f emper.// jgapi. fSI. 
3a ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— B. 
De keerzijde bevat dezelfde oude houtsnede, maar nu aan de 
rechterzijde nóg meer afgesneden. 

Bldz. 3 bevat eveneens hetzelfde als de vorige uitgave, maar 
practischer ingericht door de afscheidingen tusschen de verschil- 
lende getijden enz. 

Verder is de tekst gelijk aan dien van de vorige uitgave, maar 
daar een grootere letter gebruikt is, neemt hij meer plaats in 



a49 

beslag, de brieven van p. 4 tot p, de lessen van p. 10 tot 29, 

waar tevens het adres staat: €ptninm %tm// fttltthimU in SInttQtio 
latere, tn nka/J Hint ^nae, pee me (Bnitlmvm C»cO// Sdcofii, #u6 Intec- 
f ignio ardj// Stiselicae. 

Bldz. 30 bevat wederom het fraaie wapen van Amsterdam, 
benevens de spreuk : ^uBef t enim ti&i cum boUicrif po^e* ^ap. 1^^% 
Bldz. 31 tot 33 zijn onbedrukt. 

[Bisschoppelijk Museum, Haarlem. 
Begijnhof, Amsterdam]. 
A. J. Plüym, die het uitvoerigst dit boekje beschrijft, heeft voldoende 
bewezen*), dat de uitgave niet vóór 31 Aug. 1555 kan en hoogstwaar- 
schijnlijk zeer kort daarna moet verschenen zijn, al kende men er 
vroeger meestal een hoogeren ouderdom aan toe^). 

Omstreeks denzelfden tijd*) zal Willem Jacobsz. ook de beschrijving 

O A. J. Pluym, Ha H, Sacrament van Miraktl en de H. Stede te Amsterdam^ Nieuwe 
lAgaye^ Amsceidam 1869 p. 121, 122. Hg heeft slechts het eerste der beide beschreven 
uitgaven gekend. Verkeerd z\jn z\jne gevolgtrekkingen aangaande de prent van Jacob 
CoRKELisz., dat er van dit of een ander mirakelboekje een uitgave moet verschenen z\jn 
in 1518, omdat die prent dat jaartal draagt. Immers de prent vormt op zichzelf een ge- 
heel, en zoowel Dobn Pietbrsz. in 1523 als Willem Jacobsz. in 1555 maakten er slechts 
gebruik van om hunne uitgaven te versieren. Pluym was echter niet de eerste die deze 
fout maakte. Johann Christian Sbiz had het meer dan een eeuw vroeger ook reeds ge- 
daan (Het derde jubeljaar der uitgevondene boekdrukkunst^ Haarlem 1740 p. 192). En Kramm 
plaatst bet boekje eenvoudig op 1518 (De leyene en de werken der Hollandsche en Vlaam- 
tehe kunttseküders^ enz. I, Amsterdam 1 857 p. 267), hierin verschillende catalogi volgende, 
o. a« dien van Jacobus Koning, Amsterdam 1833 O^ P« ^06 no. 513*) en al dien van 
Janus Broukhusius, Amsterdam 1708 (no. 1571). 

>) Zoo spreekt de catalogus van de verkooping der anonyme bibliotheek te 's Graven- 
bage 8 Oct. 1764 zelüs van drca ijoo (UI p. 103 no. 1520). 

^ In den zooeven genoemden catalogus van de verkooping der anonyme bibliotheek te 
'sGravenhtge 8 Oct. 1764 staat ook deze uitgave op omstreeks ijoo (UI no. 3159). De 
samensteller was trouwens niet gelukkig bij het caulogiseeren dezer miiakelboekjes, want 



250 

van het Mirakel in de landstaal hebben uitgegeven, waarvan hij in 1568 

ook gedateerde drukken in den handel bracht. 

174. =r i^ier fieggtnc// dfe Hindhige bant |$oor|$tueerbf0t/ en// Sepligge jgacrament/ 
fnt Miti cntie blam miV/tacuIofelflcongeauetften 0eBeeIgeronfec^//tteect/ 
get UieIrRe ruftende ff/ fiinni ber// f tabt bi Slemf telcebam/ in bfe ifinttt// 
biect oB^n^itui^ ter jjegligee ^tebe. 

JSocg bolgê gtec na beel fcOone en bióbetV/iycRc micacnlê/ bie toelcBe 
ter feifbec plaetfen// gef cDïtt 59/ <n j^erfonê bfo jjaec fieloftê of// fec> 
l^abë en gebebê baec gebai gebbê. 

40 ongen. bldz. kl. 8^., Goth. letter, sign. [A]— C, zijnde vel 
C een half vel. 

Onder den titel staan drie kleine houtsneden, de hostie in de 
vlammen tusschen de wapens van Amsterdam en van Holland, 
en een vers uit den Bijbel: J^itt bfe gant €^obf if nitt beccoct/// 
om f alicD te maften/ norg sfln geljiooc bei^iitt// om te betDoren/ met b 
fonbcn Rebben een// IrgepbincR tnffn b/ eiï b ^ob gemaert/ eït// b 
mif bact Oeeft 3ijn aenf rgijn ba b bec// Siolen/ om niet te b'goren. €f a. Xlp. 
De keerzijde bevat weer dezelfde verminkte houtsnede van 
Jacob Cornelisz. van 15 18, die Willem Jacobsz. ook al bij de 
Succincta narratio gebruikt heeft '), maar nu zoo afgesleten, dat 
de voorstelling ternauwernood te herkennen is^). 
De tekst begint op bldz. 3 en is voltooid op bldz. 38, waar 
onderaan het adres staat: €nbe ii gffeprent tot Slemf telce^// bam/ 



de tw^ stnks te melden gedateerde drukken van 1568 z\jn by vergissing op 1563 ge- 
bracht (tio. 3160 en 3161). Nog wordt er een vierde druk vermeld Cm* 3162), wellicht 
de i7*ecuwsche nadruk van Joannbs Stichter, waarvan ^n exemplaar in bet Museum 
Amstelkring te Amsterdam berust. 

1) Zie boven p. 247. 

*) In dezen toestand heeft Is. le Long de fraaie houtsnede laten copieeren voor zijne 
Historische heschryyinge van de Reformatie der stadt Amsterdam^ Amsterdam 1729 p. 199. 



«51 

atn bit oube fitt/ tn fintt// 9nneti Itcaet/ &9 m^ Wil//\tm SlACofif 

300/ UioenenZ/tie in €ngelen6itrcg. 

Bldz. 39 wordt bijna geheel ingenomen door het gekroonde 

wapenschild van Amsterdam, waaronder de spreuk: ^it it tiic 

bitiV/ffDtt nti lïeeten. €jio. fifft* 

De laatste bldz. is onbedrukt. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Biographische bijzonderheden omtrent Willem Jacobsz. zijn helaas zeer 
schaarsch. In 1557 wordt zijn huis in de St. Annastraat op slechts 20 £ 
getaxeerd en daarbij wordt hij in het register der taxateurs y^boeckebinder*" 
genoemd *). De zoo vaak voorkomende vereeniging van de bedrijven van 
boekbinder en drukker in die tijden, zien wij dus ook weer bij hem. In 
1554 had Willem in Engelenburg bouckprintere ook papier ten behoeve van 
de secretarie geleverd*). 

175. = [Stedelijke ordonnantie op de pest]. 

[Geen exemplaar bekend]. 

Het bestaan van deze ordonnantie blijkt slechts uit een post van de 
Thesauriersrekeningen, waarbij hem 28 Mei 1558 5 se. 8 p. uitbetaald 

worden voor y^iuersche ordinan bij myn heen gemaickt op de ziecte van der pes- 
tilentic te drucken ende oen der stede poerten kerckdoeren paelhuys ende doere van 
der stadthuis te cleven" *). 

Een andere aan hem toegeschreven ordonnantie bestaat niet, nl. de 
Ordmnantie ende Placcaete van dye Con. May. beroerende van den gouden ende 
siiueren munten. Gheprent tot Aemttelredam in sint Annen straete. By mi Wil- 
lem Jacobzoon woenende in Engelenburch ^}. 

^) Register der taxateurs p. 124. 
*) Tbesauriersrekening 1554 p. 93. 
*} Thesauriersiekening 1558 p. iii. 

*) P. A. TisLB, Bibliotheek van Nederlandsche pamfletten, I, Amsterdam 1858 p. 47. Ik 
kan niet anders aannemen dan dat Tule zich verschreven heeft» De door hem genoemde 



as» 

176. = ORARIV/»Jft 4€C)»JI9»Ji ^n'//t^intm nz/gulacimn capiV/tnK 

AMSTERODAMI EXCV// debat Gelelmus lacobaeus// in castro 
Angelico.// 1563. « 

27a ongen. bldz. kl. 8*., Goth. letter, sign. [A] — R. 
De titel is omgeven door dezelfde houtblokjes als de titel van 
de Succincta enarratio (no. 172}. 

De keerzijde is geillustreerd door een Maria- Visitatie, omgeven 
door een rand bestaande uit bloemen, vogels en een jachtscène. 
Van bldz. 3 tot ao staat de kalender, op de laatste bldz. be- 
sloten met een kleine houtsnede, Christus aan het Kruis, tus- 
schen Maria en Johannes (oorspronkelijk een sierletter T). 
Dan volgt de tekst, voorzien van ia kunstlooze houtsneden, 
tot op bladz. 270. Bladz. 271 bevat nog eens het adres: AMSTE- 
RODAMI EXCVDE-// bat Gelelmus lacobaeus in castro// Ange- 
lico. Decimo Calêdas Maias.// 1563, en daaronder een houtsnede, 
de Mis van St. Gregorius. De laatste bladz. bevat slechts het 
reeds meermalen door Willem Jacobsz. gebruikte groote wapen 

van Amsterdam. 

[Bissch. Museum, Haarlem. 

Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage] ')• 

177. = Copie.// BY DEN CONING. 

ia ongen. bldz. 4^., Goth. letter, sign. [A] — B, zijnde vel B 
een half vel. 

Zonder afzonderlijk titelblad begint dit plakkaat tegen den uit- 
voer van granen met een groote sierletter O. Het eindigt op 
bladz. 9 en is: ^{legeuê in on|ec i^tatit ba a^cuefjele ben 



ordonnantie is in het opgegeven jaar niet door Willbm Jacobsz. maar door Jan Ewoutsz. 
gedrukt, en vier verschillende uitgaven er van heb ik boven besebreven (no. 124 — 127). 
O 2eer onvolledig exemplaar. 



a53 

r 

liflftgtobê bdrB in ^fteptëfier. Sbino. INjifmt btff. Bontifct €n bfff enbe 

^ft<c9. BIdz. lo bevat nog de vnfilfcotie ban bê btmtogttcbet 

gtpuftlireert o]iten. ):^g. ^eptifirif Stono. ^tpfetit bttf Vanbett bftf €n 
^ejtfrg, benevens de collatie: iBpttn tttiee en tfn(nt<4|tê jfieptem- 
bri; 50nno/ ^uptttit bfjf. 9onbert bitf enbe JMtit^> Onderaan staat 
het adres: ^^qftint tot 9(em#te[V/tebam am Me oube fiht in iint 
Sfnnen #traet// b9 mp ll^flleni ^acobjoen Wotntnbt// Sfn €ng|$eltnfiurr|ï. 
Bldz. II wordt geheel in beslag genomen door het groote 
wapen van Amsterdam, omgeven in een lijst van ornamenten. 
De laatste bldz. is onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 
178. = COPIA COPIiE BYDEN CONINCK. 

Dit opschrift staat boven het in plano gedrukte plakkaat tegen 

de beeldstormers: <0]|eireuen in onitt J^tatt ban ^tutfttlt bm. 

Tt^. en barg ougnlto. pb. c. J^ttitntftttit^. Er onder staat de publi- 
catie van den Deurwaarder van het Hof van Holland Jan 

Franchois: b(nni bet jtebe ban Stemftelcebam ben tbireben fep- 

tembet 9nno« biftïen. ^onbect M tn^t tMtit^y benevens het adres: 
Wt if ^Ijeprent/ met Consent ban mün. 9* l><e. ^. M* ftp mpn Wil- 
Tem/ Sacobsoen in CnggelëbttrrB. 

Bovenaan staan drie wapentjes, dat van Holland, van den 
Koning en van Amsterdam. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 

179* = ^^t^obtn en bitgeroeiiê metter ClocBe ban ïov// ggen bê l^ootljigebari 
Qeere mijnen l^eere ban .HlQortlirarmef/ Capitepn generaeT/ mitfghaberf 
^tn// JitXjüut ^ucgOermeejterê ^^cj^epenen en iSocbe ber ^tebe ban 
9emjtelrebam/ opte. |;i|. bacD in// Mtj^t Mtf^itn l^onbect/ jenrn enOe 

Deze titel, tusschen de wapentjes van den Koning en van 
Amsterdam, staat boven de ordonnantie in plano. 



a54 

Het adres staat onderaan: ^j^ciiit tot %tmttütt!b$m/ ftp mii WÜ- 
Icm Sacofi loon/ tooodentie C"cO üi fint Slnnen ftcoet/ in Cng^len- 
finrcjï. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 

i8o. = n^itt ftegfilnt// hit binbingOe bant Boocptneetbtggc/ // en tegltgfte j^flonca- 
ment/ int biet en// blam micaculolelitcli onge^ue^t/ enbe// fffiej^eel gecon- 
fecueect/ het \ntlt'//fit cuftenbe if// binnen bet ftabt// ban Semftetcebam/ 
enbe// bie plaetfe taiect g^^V/ noemt bet VeffV/ ^iffer |tebe« 
Jdocg boiggen Hier nae beel fciione// en bionberli)^ miracnien/ bie 
toeicBe// ter felfbet plaetfen gQefcQiet sün/ in// perfoonen bie gaec be- 
loften oferV/fionbe enbe ggebcben tut// gijebaen iicbben. 
40 ongen. bldz. kL 8®., Goth. letter, sign. [A]— C, zijnde vel 
C een half vel. 

Onder den titel staan drie kleine houtsneden, de hostie in de 
vlammen, tusschen de wapens van Holland en van Amsterdam, 
deze beide anders dan in den vorigen druk van hetzelfde boekje. 
Het bijbelvers uit Esaia 59, dat in de vorige uitgave ook op het 
titelblad was afgedrukt, staat nu op p. 2, waaronder een kleine 
houtsnede, de zieke man op zijn legerstede '), het een en ander 
ter vervanging van de nu zeker al te versleten houtsnede van 
Jacob Cornelisz. 
De tekst begint op p. 3 en is voltooid op p. 38, waar onderaan 



1^ Gecopieerd in Is. le Long, Historische heschr^ng van de Rjtformatie der stadt Amster^ 
dam^ Amsterdam 1729 p. 199. Deze houtsnede is weinig toepasselijk en ik waag de ver- 
onderstelling dat ze oorspronkel^'k bestemd geweest is voor het een of ander geneeskundig 
boekje. Z\j sluit zich in behandeling en opvatting geheel aan b\j de houtsneden in de ge- 
neeskundige boekjes uitgegeven door Cornelis Karelsen. De verontwaardiging van lk 
Long over dit prentje (xl. s. p. 208^ is dan ook vrijwel misplaatst „^^^ gelykenisse heeft 
die met de voorgaande Afbeeldingen of met de beschryvinge van V gev/aande Mraakelf Immers 
niets; want men siet in deselve mets anders als een siek man te bedde leggende^ en een Dokter 
daar by staande; en alsoo niet de minste overeenkomst met het Boexken hebbende*^ 



^55 

het adres staat : €nlie if gSeptent tot 5kmf teltebom// aeti bit oube ffttie 
in fftite 9lnnen// fttaet/ 69 nip Willtm 38^//tofi(50Qn/ Inoonmlit// in 
CnoelmftncrD*// 9nno« JII.CCCec.X^li<ii.// ben )rti« borj^ 9unjf« 
Daar het laatste blad uit het eenige mij bekende exemplaar van 
dezen druk gescheurd is, kan ik niet zeggen, wat er op staat. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage] '). 

Van dezen druk bestaat een veel besproken variant: 

181. =s lIKet begftfnt// tit binbfngtt ban*t ^oo^lmtzhi^/ // tnbe gepHgDe 
Jiactmntnt/ in *t bget// enbe Wem/ mitontlrufel^c onoeQuetft// enbe 
gBej^eel geconferbettt/ get tnelcV/He ruftenbe if fifnncn ber jfttobt ban// 
9mf trinbam/ enbe bïe plaetfe// Inerbt gjjenoemt bet// Deofigee f tebe. 

J9or|$ bolggen g<ec na beel fcijoone// enbe bionbeclkbe mtrantlê/ be 

taielcfie// ter felfbec plaetfen g^efcglebt 30"/ <n// pecfoonen bie Qaec 

beloften/ offecV/ D^nben enbe gebeben boer// gpeboen gebben. 

40 ongen. bldz. kl. 8*., Goth. letter, sign. [A] — C, zijnde vel 

C een half veL 

Onder den titel staan dezelfde kleine houtsneden afgedrukt, als 

in den vorigen druk, en spellingverschillen daargelaten is de 

keerzijde ook gelijk, maar de tekst, die eveneens op bldz. 3 

begint, eindigt niet op p. 38 maar op p. 39, waar onderaan het 



O In dit exemplaar is een vr\j nauwkeurige copie in houtsnede van de houtsnede van 
Jacob Cornelisz. gebonden, met de volgende verzen er onder in boekdruk: 

Lof wonder Iffck ghebenedift heylich Sacrament j 
Mieracuhos gheuonden binnen JemsUiredam/ 
In verste Landen zijn v mieraculen wel bekent/ 
Een Frouken dat nam v wtten yterpghen Flam/ 

Ahme schreef, ALCCCjcLv. veel teykene men dan vernam/ 
Ter Zee/ te Lande ouer al z^'n v crachten Present. 

Ter onderscheiding van origineel en cupie kan ik bv. opgeven dat op het eerste op het 
tafeltje voor den zieken man een glas en een schotel staan, op de laatste slechts de scho- 
tel, dat op het eerste de blaasbalg op den grond half geopend is, op de laatste gesloten, enz. 
Van deze copie berust ook een exemplaar in *s R\jks Prentenkabinet te Amsterdam. 



2s6 

adres staat : Cnte if glptptriit tot Sleinf teftetam/ // aen Me ottte MUt/ 
In Jtintt Sltmen// fttoet/ ttp mp WtVltm <9ac0ftfaoii/// tDoonenUe in 
€is9&tlenV/ttucg|$V/ 9ttno Jtt.CCCCC*X)niii|.// ten jm. (Kul Stanfl. 
De laatste bladz* is onbedrukt. 

[Amstelkringy Amsterdam. 
Begijnhof, Amsterdam]. 
LE Long merkte het eerst een vrij groot verschil op in den tekst van 
deze twee drukken (de groote brand van Amsterdam wordt in den eer- 
sten druk in 1452 in den tweeden op 1352 geplaatst), vooral in het ver- 
haal van den blinde, die voorbij de Kapel gaande, daar binnen „een groot 
ghelujt'^ hoorde. In den eerst beschreven druk wordt als reden hiervan 

slechts opgegeven, dat y^ie gilde sustere vande heyligen Sacrament Htmen die 
hejlige stede te samen haer gilde maeltijt ati^y maar in den tweeden wordt 
niet alleen de toelichting gegeven yfip wekken doch groote devotie gheschieden 
in de voorseyde Capelle^ van Lof-sanghen ende GAeheden^ ende groeten toe-loop was 
vanden volcke^^ maar zelfs wordt aan het einde van het verhaal gewaar- 
schuwd tegen de meening y^at sy vrolicke maeltijt ate inde heylige itede^. Hij 
schrijft dit verschil natuurlijk gaarne toe aan de „valsch-hertigheit der Papis- 
ten^ dat se op een en den selven dag^ namentlyk den i$den Junj 1568 tweederUje 
verschillende Exemplaren hebben gedrukt en uytgegeven*^ *). Mijns inziens te 
onrechte. Wel acht ik het niet onwaarschijnlijk dat de eerste lezing in 
1568, aan vele Katholieken aanstoot had gegeven, daar ze vatbaar was 
voor verkeerde uitlegging van de zijde der Hervormden, die toen al vrij 
veel te zeggen hadden in de stad, en dat daarom Willem Jacobsz. in een 
nieuwe oplage van het boekje een kleine weinig zaakrijke wijziging aan- 
bracht, die alle misverstand moest wegnemen. Die nieuwe oplage moet 
zeer kort na de oude gedrukt zijn, want het prentje op p. 2 is niet merk- 
baar meer afgesleten, en de drie wormgaatjes op den achtergrond zijn 



1^ Is. LE LONO U. 9. p. 334. 



25? 

nog even groot, en zoo kwam Willem Jacodsz. er zelfs toe, de dateering 
niet te wijzigen. 

Veel vreemder vind ik het, dat deze boekjes, zoowel als de Succincta 
narratio van 1555, uitgegeven zijn, zonder dat de kerkelijke goedkeuring 
er in afgedrukt was. Gezondigd tegen de plakkaten heeft Willem Jacobsz. 
stellig niet. Daartoe was hij door zijn werkzaamheid veel te nauw ver- 
bonden aan het geestelijk en wereldlijk gezag in Amsterdam. 

Nadat Willem Jacobsz. 23 jaar lang als boekdrukker te Amsterdam 
gevestigd was geweest, onderwierp hij zich aan het oordeel van Chris- 
TOFFEL Plantyn, den architypograaf te Antwerpen, om uit diens handen 
een certificaat te ontvangen. Het is geregistreerd in de archieven van het 
Museum Plantin-Moretus en luidt: *) 

Le 25 AouU 1570. 

Willem Jacobsen bourgeois d* Amsterdam sestant comparu devant may pre- 

mierement nCa exhibé ses lectres d'^admission de pouvoir imprimer et vendre livres 

dattées du penultièsine de Novemhre Van 1547 soussignées S. Strick desquel appert 

avoir premierement faict le serment ès mains de maistre Niclas Van d' Laen 

commis de la cour de Holande le 6 Juiliet 1570 soussigné Berendrecht et autres 

de sa bonne fame et re(nomy^* catholique et Romaine du 7 Juiliet 1570. Hie- 

RONYMUS Varlenius R"* Harlememis Vicarius et Commissarius item autres de 

mefsg^ de la loy d"* Ahisterdam du 18 iour d^ Aougst au d^ict"] an soussignés 

W. Fops. Et interrogué ou examiné a esté trouvé sufftsant et idoine pour exercer 

l*estat de Fimprimerie et entendant san langage matemel flameng et iaidant de 

menutes comme d'' imprimer livrets en ftmneng et figures en bols. Et voulant continuer 

ie luj ay ordonné de faddresser au conseil de la M' Royale pour obtenir lectres 

éTadmissum et d!*observer au reste les articles concernants le d, art d'* imprimer ie. Et 

ce on la presence du S"^ Iohan Verwithaghe Imprimeur de cestè rille 

Ian Verwithaghe.*) 

^ Vriendelijke mededeeling van den heer Max Rooses te Antwerpen. 
^ Johan Vbrwithaohk trad bij het ondeneekenen van dergelijke certificaten dikwijls 
als vencgenwoordiger van Plantyn op. 

17 



I 



258 

Van dit vleiend getuigschrift heeft WnxEM Jacobsz. voor zoover ik 
heb kunnen nagaan, weinig gebruik meer gemaakt. Slechts één drukwerk 
is mij van hem bekend, dat later gedagteekend b, en dit nog niet eens 
in originali: 

l8a« = \_Liedeken op het Jaer 1572. Als Hollandt af-viel alkenlijck van de 
Forsten vanden Coningh gesonden\ uytgenamen Amsterdam alleen, 
Gemaeckt door Broer Hendrick van Biesten, w^'len Orateur in het 
Convent van de Minre-broeders binnen Amsterdam. 
Op de w^s: Fanden Slagh van Munaer. Ofte: Het voer een Bujs al 
ujt Schiedam. Ofte: To Maey als alle de vogeltjens singen»'] 
In plano? 

Achteraan het adres: Geprint bj fny Willem Jacobsz. woanende 
in Engelenburgh tot Amsterdam. 

[Vermeld in 1642 door Augustvn van Teylincbn]. 
Dit zangerige liedeken van den Minderbroeder Hendrik van Biesten, 
later herhaaldelijk afgedrukt, vond ik het eerst in Algustyn van Tbylin- 
gen's anonym verschenen „Opcomste der Neda-lantsche Beroerten^. Munster 
1642 p. 219—228. 



Nog zijn mij de volgende niet gedateerde uitgaven van Willem 
Jacobsz. bekend: 

183. = €eti f eer ticuoot// %zttt^txi om ctn ^egDefScB// Dein f einen itiDec MH- 
feil te oefenen. 

56 ongen. bldz. kl. 8»., Goth. letter, sign. [A]— D, zijnde ve 
D een half vel. 

Onder den titel een houtsnede, Christus als man van smarten 
(eigenlijk een sierletter O) in een eenvoudig randwerk. 
De l|)rolo0ijc begint op p. 2, met een kleine sierletter A, waarin 
St. Lucas afgebeeld is, de tekst op p. 5, en is geëindigd op 
p. 15, waar onderaan het adres staat: ^öDcprent tot Stcmftdrebam/ 



oen// bie oube titt in fintt 9lnnenfttate/// ft^ mn D^Ulem ^acoB soon 
m// CngSelcnBurcg. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Amstelkring, Amsterdam]. 
De kleine sierletter op bldz. 2 is ook gebruikt in die Findinghe vunt 

hoochweerdigke en Heylighe Sacramefit van omstreeks 1555, maar terwijl zij 
daar al zeer afgesleten is, is dit hier nog niet het geval, zoodat deze uit- 
gave vóór 1555 te stellen is. 

Geheel geen tijdsbepaling kan ik aangeven bij 

184. = ^n |uuerl0cfii// eirempel goe bat 9ef uf een ge^V/ benjcge mag&et een 

loubaenj// bocfiter tnecft legibe/ tot 0aV/ tv^ (anbe. 
16 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]. 
Onder den titel een houtsnede, Jezus in den Hof bij Maria 
Magdalena, aan drie zijden met ornamentblokjes omgeven. 
De tekst van deze prozabewerking van het bekende verhaal 
begint op bldz. 2 en eindigt op bldz. 15. De laatste bladz. be- 
vat het merk van Doen Pietersz., dat boven op p. 49 afge- 
beeld is, met die verminking, dat de beide letters D. P. en het 
schildje in het water onderaan er afgesneden zijn. Daaronder 
staat het adres: (^eycëc tot SHemV/ Itelrebam/ aen b^e oube jïbe in 
fint// SInnê f traet/ bi mi XèiWtvx %^ll cob soon/ toonenbe in Cngelen- 

fiuccD. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 

Dit boekje is vroeger ook door Doen Pietersz. uitgegeven, gelijk 
blijkt uit een citaat in Den Roomschen Ujlen-spiegel y Amsterdam 1671 

185. ■= {_Die corte Catechhmus^ dat is een christelijck onderwijs* In Fr ogen 

ende in Antwoorden opghe%telt\ 



>) Ik kende deze uitgave nog niec, toen ik de dnikken van Dobn Pietsrsz. beschreef. 



2^0 

KI. 8^ Met het adres: Aemaeiredam^ Willem Jacobszoon in 
Englielenburch. 

[Cat. Verk. van der Wili^igen, Amsterdam 

1875, no. 148]. 
In de drie verkooptngscatalogi *), waarin dit ix>ekje voorkomt, wordt 
het aan zekeren Jacob Clabsz. toegeschreven. Stellig was dit in het 
exemplaar geschreven. 

Naast deze stichtelijke lectuur moet ook nog een tweetal uitgaven op 
rechtskundig gebied vermeld worden. 
i86. = \_Costumeny usancien ende stijl van procederen der Stadt^ Frjhdt^ ende 
Jurisdictie van Mechelen^ met dye addicien enz. gepubliceert 29 Nov. 1 541]* 
80. 

Met het adres: Amit. by Willem Jacobsoon in Enghelenburch. 

[Cat. Verk. J. Koning, Amsterdam 1833, 

p. 301 no. 1299]. 
Bekend is de uitgave dezer Costumen te Antwerpen bij Michiel Hillen 

VAN HoocHSTRATEN 1535, en de yfAdditie, Ampliatie ende Declaratie vadê 

costunii usancie en styl va procedere der stadt vryheyt en juridictie va Mechelen^ 

ghepublictert opte xxlx dach va Novêb. M.D. en XLr\ die zes jaren later 
door denzelfde gedrukt werden en te koop waren bij Geelis van der 
Heyden te Mechelen*). De Amsterdamsche uitgave moet een herdruk 
van beide bevatten. 

187. = {Hantvesfe van Dootslaglien^ ghewelt^ Lamme leden^ Leemte^ Kuer- 

wonde^ vredebreeckinge^ en va menigerhande articutè^ aengaende Justitie] 

en de zeeburck. Ghegeven van Har toch Aelbrecht, den goeden luj- 

den van Aemstellant en Goylant\ 

O Van de verk. J. J. Nieuwenhuijzen (Amsterdam 1861, no. 14.39), Meulmak 
(Amsterdam 1869, no. 2683) en van der Willigen (Amsterdam 1875, no. 148}. 
^) Bihliothcca Hulthemiana, IV, Gand 1836 110. 24591. 



26 1 

Met het adres achteraan : Gheprint by my Willem Jacobsoon/ in 
Enghelenburck. 
Het bestaan van deze uitgave is mij slechts bekend uit een latere 
editie '), waarin onder den aldus opgegeven titel vermeld wordt: Tot 

Amsterdam^ £y Willem Jacobsoon Engeliborg eerst Gedruct. Is hier de naam 
en het adres van den drukker al verkeerd bijeen gebracht, zoo deed Jur- 
RiAEN VAN PooLsuM te Utrecht nog verkeerder, toen hij in een nog latere 
uitgave het boekje opgeeft als eerst gedrukt bij .W. J. Engelenborgh ^). 

1) Aanwezig in de Universiteits-Bibliotheek te Amsterdam. 

^) J. K* VAM DER Wulp, Catalogus van de tractatetiy pamfletten^ enz. in de bibliotheek 
fan IsAAC Meulman, 111, Amsterdam i868 no. 8638. 




OVERZICHT. 



167 1548 CoRNELis Raven, Oer Minnengacrdt p. 240 

168 1548 CoRNELis Raven, Der Minnegacrt P* '^^^ 

169 1550 CostumeHy usantien^ PoUifien^ ende stijl van procederen dar 

Stadt^ Jurisdictie ende vrijheyt van Utrecht p. 243 

170 1553 CoRNELius Haecmundanvs, Cantien scholaiticvm. . • . ^. 246 

171 1554 Cornelius Haecmundanus, Carmen Sapphicum quo a Deo 

opt. max, contra hostium conatus auxilium^ ac libisalutem 
precatur gens Caesaria p, 246 

172 1555 Svccincta enarratio miraculorum quae gloriose operaius est 

dominus per venerabile Sacramentum in Sacello sacri loei in 
Amstelredam p. 247 

173 ^555 Succincta enarratio miraculorum quae gloriose operatus est 

dominus per venerabile Sacramentum in Sacello sacri loei 

in Amstelredam p. 34B 

174 ca. 1555 Die vindinge vont hoochweerdige ende hejlighe Sacrament 

int vier ende vlam miraculoselijc ongequetst ..... hintten 

der stadt van Aemstelredam p^ 250 

^7^ 155^ [Stedelijke ordonnantie op de pest] ^- 251 

^7^ I5<^3 Orarium secundum ordinem regularium capituli fVindese- 

mensis p, 252 

177 1565 [Plakkaat tegen den <uitvoer van granen] p* 'S^ 

178 1566 [Plakkaat tegen de beeldstormers] ^- ^53 



263 

179 15^7 Okeboden ende wtgeroepen metter Clocke van weghen den Heere 

van NooRTKARMBS p. 253 

180 1568 Die vindinghe vant hoochweerdight ende Heyiighe Sacrament 

int vier ende vlam mtracuhiel^'ck ongequest • • • • binnen der 

stadt van Aemitelredam p. 337 

181 1568 Die vindinghe van V hoockweerdighe ende heylighe Sacrament 

in V vjer ende vlam mtraculeuselic ongequetst . • • • binnen 

der Stadt van Am%telredam p. 255 

183 1573 [Hendrick van Biesten, Liedeken op het Jaer 1573] • p. 358 

183 2.y. Een seer devoot Boecxken om een yeghelijck hem se/ven in der 

Missen te oefenen p, 358 

184 z^\ Een suverl^ck exempel hoe dat Jesus een hejdensche maghet 

een soudaens dochter wech le^de wt haren lande • • • • ^. 359 

185 »./. [Jacob Claesz.?, Die corte Catechismus] p. 359 

186 %^. ICostumen^ usancien ende stijl van procederen der Stadt ^ Frj- 

heit ende Jurisdictie van Mechelen^ met dje addicien^ gepu 

bliceert 39 Nov. 1541] p. 260 

187 xj. [^Hantvesten van Dootslaghen^ ghewelt^ Lamme leden ^ Leemten^ 

Kuerwonden^ vredebreeckinge enz. . . . Ghegeven van Har- 

toch Aelbrecht] p. 360 



^ 



DIRCK JANSZ. 



Wij zijn nu tot het midden der zestiende eeuw genaderd. Jan Ewoutsz. 
en Willem Jacobsz. waren in de kracht van hun werkzaamheid als druk- 
kers, en de boekhandel y^de Gulden BjbeP'* van Hendrick Aelbertsz. dreef 
zijn zaken tot ver over de grenzen van het graafschap. Voorloopig zien 
wij geen nieuwe namen van beteekenis zich bij de oude voegen, de Roe- 
ver schrijft dit toe aan de censuur, die toen de groote hinderpaal geweest 
is voor de verdere uitbreiding van het drukkers- en boekverkoopersbe- 
drijf ^). Doch de censuur is zeker niet de eenige oorzaak. 

Vooreerst waren het niet juist de eigenlijke boekverkoopers die zich 
hier ter stede bezig hielden met het verspreiden van verboden lectuur. 
De Cwman Jan Claesz. die 600 boeken van Menno Simonsz. te Antwer- 
pen had laten drukken en er bij de 200 van in Holland had laten ver- 
koopen, en die daarvoor in '1544 r!^V ^^ scharprechter mitten swaerde ge- 
executeert ende van levende lijfve ter doot gebracht'*'* werd, was een volgeling 
van Menno Simonsz. en trad zelf als prediker op *). En Cornelis Pietersz., 
die in 1560 veroordeeld werd, y^een ure lanck op de kake gestelt te worden^ 
mit den verboden boecken bij hem om sijn hals" en daarna voor 20 jaar uit de 
stad verbannen werd, had verboden boeken verkocht y^onder te connen 



1) Oud'Holland II p. 20 1. 

>) Kronijk van het Historisch Genootschap te Utrecht^ XII, Utrecht 1856 p. 107, 108, 114. 



205 

Usen ofte schrivefT ^). Onder de eigenlijke boekverkoopers kon dus ook hij 
bezwaarlijk gerangschikt worden. 

Buitendien was de censuur toch nooit een beletsel om boeken te 
drukken en uit te geven die de verboden questies niet raakten, en 
katholieke boeken moesten in de toen nog katholieke stad gereedelijk 
aftrek vinden. Voor de eerste zorgde Jan Ewoutsz., voor de tweede 
Willem Jacobsz. in ruime mate, en de zaken die Hendrick Aelbertsz. 
deed maakten het voor concurrenten moeielijk, zoo niet ondoenlijk, zich 
naast hem te doen gelden. 

Geweest zijn ze er anders wel, vooral boekverkoopers verschillende. 
Ik moet echter beginnen met aan een door de Roever op gezag van 
Ledeboer aangehaalden boekdrukker het burgerschap van Amsterdam te 
ontzeggen, nl. aan MattheusJacobsz. — Ledeboer geeft dezen werkelijk op 
als drukker te Amsterdam, werkzaam van 1554 tot 1559 *), en haalt als 
zegsman aan le Long. Maar deze vermeldt wel een aantal bijbelboeken, 
door Mattheus Jacobsz. gedrukt, maar voegt er bij, dat hij vermoedelijk 
niet te Amsterdam gewoond heeft, terwijl hij de veronderstelling oppert: 
y^Mogelijk heeft de drukker Mattheus Jacobsze te Ceulen gewoonf *). En deze 
veronderstelling is de juiste. 



Cornelis Karelssn werd in zijn winkel op de Nieuwe Brug opge- 
volgd door zekeren Dirck Jansz., doch deze opvolging is door de Roever 
niet geheel juist voorgesteld*), want reeds bij het leven van Cornelis 
Karelsen komt Dirck Jansz. als huurder van denzelfden winkel voor. 



^^ u. s. p. 128, 129. 

^ Ledeboer, De hoekdrukkers^ boekverkoopers en uitgevers in Noord-Nederlandy Deventer 
1872 p. 4.8. 
>) Is. LE Long, Boek-zaal der Neder duytsche Bybels, Amsterdam 1732 p. 682. 
*) Oud'HolIand II p. 195. 



366 

De Thesauriersrekening van 1 554 bevat de betreffende post ') ^ A^^m Dirck 
Jansz. Cremer die de stede opten njeiuwe brug tusscken die twee doeren vont 

paelhuysken in huyre heeft om de some van twee ponden darthien scell en vier penh 

vlaems ontfangen over tjaer hujrs gei'alien te meje en omn umctoru anno 54 die 
somma van.... 2 € 13 sr. \\ d. Dus van 1 Nov. 1553 afbad Dirck 
Jansz. den winkel in huur, terwijl zijn voorganger eerst 30 Mei 1554 ^~ 
graven werd. In 1555 betaalt hij, nu yjbouckvercooper'^ genoemd, opnieuw, 
nu over een vol jaar, de bovengenoemde som, doch in 1556 eerst een 
half jaar, waarna een verhooging van de liuur tot 24 gl. intreedt. Hier- 
mede werd de huurprijs gelijk gesteld met die van andere winkels op de 
Nieuwe Brug. 

Een schuldbekentenis van 15 Car. gl. van hem aan de weduwe van 
CoRNELis Karelsen, 2/ Nov. 1555, bctrcft zeker de geheele of gedeelte- 
lijke betaling van het overnemen van den winkelvoorraad. 

Het laatst wordt Dirck Jansz., nu weer als y^cremer'\ in de Thesau- 
riersrekening van 1558 genoemd. Daarna heeft hij vermoedelijk de zaken 
vaarwel gezegd, en wellicht is hij dezelfde Dirck Jansz. die in 1567 
koster van de Nieuwe Kerk was. 



') Thesaiiriersrekening van 1554 p. 35 verso, mij medegedeeld door den heer A. J. M 
Broitwer Ancher. 



^ 



PIETER PIETERSZ. SWERTKENS 



15 Febr. 1556 huurde Pieter Pietersz. y^boekverkooper'*'' eveneens een 
y^ude opte Nieuwe brugge m'er V Hooge hujs^'* van de stad voor 24. gl. 's jaars. 
Hij woonde op de Braeck (thans Oudebraak), waar zijn huis in 1557 op 
een huurwaarde van 40 gl. getaxeerd werd '). 

Eenige jaren later kwam hij, vermoedelijk door het verkoopen van 
verboden lectuur, in conflict met de justitie: y^Opten 30" Augutti /ĥ 60 es 

Pieter Pieter ss bouch'ercoper poirter des stede criminel^ck gecorrigeert en es 

tvonisse gescreven bij inadvertentie int minuyt Regi- van der camere als gecondem- 
netrt te leggen op Jan Roedenpoirt den tjt van drie maendeti ofte tselve te mogen 

redimen met 20 Ka: gl: en hierna zyn neringe van bouckvercoper ten eewigen 
dage geinterdiceert op pene van geesselingé*^ *). 

Zijn winkel werd werkelijk aan een ander verhuurd, aan den yycramer*'' 
CoRNELis CoRNELisz. Rem, en op de Thesauriersrekeningen van 1560 en 

«) Oud- Holland II p. 197. 

)) Justitieboek no. 567 no. 291. Jacobus Koning is dus wel erg aan liet fantaseeren 
geweest toen bij Pibter Pietersz. drie jaar lang te bier en brood liet zitten. (Geschied- 
kundige aanteekeningen hetrekkel^'k de liffstrafelijke regtsoefening te Amsterdam^ Amsterdam 
1828 p. 51, 57> 



1561 komt hij slechts voor als betalende de nog achterstallige huur. Eerst 
in die van 1562 komt hij weer voor als huurder sedert i Nov. 1561 van 
een anderen winkel op de Nieuwe Brug, denzelfde die reeds door Cor- 
NELis Karelsen, door DiRCK Jansz. en door diens straks te noemen on- 
middellijken opvolger betrokken geweest was. De winkel had eenige jaren 
later vernieuwing noodig« en in 1564 betaalde Pieter Pietersz. craemer 
voor V paelhuys 54 gl. voor het maken en den eigendom van zijn winkel 
op de Nieuwe Brug, door hem voor eigen rekening onder consent van 
burgemeesteren opgetimmerd; nu droeg hij hem met sloten, sleutels, 
deuren enz. over voor 9 £. 

Buitendien had hij sedert 1560 nog een winkel „V eerste oostersteetgen 

op den Dam aen vischmaerckt^ ^ ook aangeduid als gelegen ^^naest Claes 
ScHOLLBN huji\ 

Zoowel in den winkel op de Nieuwe Brug als op den Dam komt hij 
sedert steeds voor als ncremer'\ en de Roever ziet hierin een gevolg van 
zijn veroordeeling in 1560, maar in zooverre is dit onjuist, dat hij, hij 
moge dan officieel slechts f^emer"^ genoemd zijn, en zijn geringe van 
bouckvercoper^'* moge ^ten eeuwigen dage geinterdiceeri"* zijn, in werkelijkheid 
toch boekhandelaar gebleven is, getuige zijn relaties tot niemand minder 
dan Plantyn. 

Van 1558 tot 1579 komt „Peeter Peetersen aliai Swertkens, 
libraire è AmsterdanT ook wel „Peeter Swertens alias Pietersen** voor 
in de boeken van Plantyn als afnemer van allerlei boekwerken. In de 
jaren 1565, 1566, 1567 en 1568 deed hij persoonlijk te Antwerpen zijn 
inkoopen *). 

Tot 1571 bleef Pieter Pietersz. huurder van den winkel op de 
Nieuwe Brug en tot 1583 bleef hi) steeds als yframer'^ gevestigd op den 
Dam. Dat de alteratie van 1578 geen verandering in die beroepsaandui- 



1^ Mcdedeelingen van den beer Max Roosss te Antwerpen. 



ding bracht, pleit, dunkt mij, voor de opvatting, dat hij ook als y^cramer'^ 
eigenlijk boekverkooper kon zijn ')• 

O DB Roever (Oud-Holland II p. 196) vermeldt een uitgave van Cornblis Ablyn*s 
DU Nieuwe IFerelt der landtschappen ende eylanden^ die tot hier toe allen ouden vfeereU be- 
sehr^ueren onhekent geweest sijn, enz. 1563, met het adres „het gulden Missael**, maar helaas 
zegt hij niet, waar een exemplaar te vinden is (P. A. Tiele, Nederlandsche bibliographie 
yan land' en volkenkunde^ Amsterdam 1884 p. 7, die het boek uitvoerig beschr(jft, noemt 
dat adres niet}. En zoo was het mij niet mogel^k te onderzoeken of dat „gulden Mis- 
sad** het Amsterdamsche was, van welk uithangteeken Cornblis Karblsen zich bediend 
heeft, en dat in 1563 zeker aan geen Amsterdamsch boekverkooper meer toekwam dan aan 
hem, die toen in denzelfden winkel een gelyke zaak gevestigd had. 




CLAES JANSZ. VAN DEVENTER. 



Toen PiETER PiETERsz. SwERTKENs I Nov. 1561 in den winkel op de 
Nieuwe Brug trok, die reeds door Cornelis Karelsbn en door Dirck 
Jansz. was betrokken geweest, was hij er de onmiddellijke opvolger van 
Claes Jansz. van Deventer. Deze woonde in 1557 in het Goystersteegje* 
Zijn huis werd toen op een waarde van 6 £ getaxeerd. Twee jaar later 
wordt in een ons overigens onverschillige post in het Weesboek zijn be- 
roep aangeduid: ,,Claes Jansz. alias Claes van Deventer boeckvercooper^. 
In dit jaar nani hij den door Dirck Jansz. verlaten winkel op de Nieuwe 
Brug van de stad in huur voor 4 £ vl. Wij hebben gezien, dat reeds in 
1561 Pieter Pietersz. Swertkens hem er weer opvolgde. Hij trok toen 
naar de overzijde en huurde daar een winkel aan de oostzijde van de 
Nieuwe Brug, insgelijks voor 4 £ ')• 

29 Mei 1568 werd Klaas Jansz. met 132 andere Amsterdammers bij 
een acte op *s Konings naam, ingedaagd om binnen drie weken te ver- 
schijnen voor den Hertog van Alva of diens gevolmachtigden, om zich 
te verantwoorden voor hunne vlucht *). Dat wij hier met onzen boekver- 
kooper te doen hebben blijkt wel uit de „Senfentie van Bannhsement ende 
Confiscatie van goederen^ jegens 135 persoenen^ voarvluchtich vuyfer steede van 

») Oud'IIulland II p. 196. 

*) Casp. Commblin, P>cschryvinge van J.i/sterdrtm^ 2de dr. Il, Amsterdam 1726 p. 1026. 



271 

AmsterdanT van i Sept. 1568, waarin dezelfde persoon genoemd is ^Nico- 
LAS Ie libraire^ *). 

Medeplichtigheid aan den beeldenstorm kan de oorzaak van zijn vlucht 
geweest zijn, maar veeleer vermoed ik toch, dat hij zich te Amsterdam 
niet veilig meer achtte na de uitgave van een mij helaas onbekend ge- 
bleven boek: 

i88. = Historie van de vervolging der Christenen. 
%\ 
Amsterdam 1568. 

[Verk. Bibl. Marcus, Amsterdam 1750, p. 78 no. 149]. 
Jacobus Koning, die het exemplaar van Marcus in handen schijnt ge- 
had te hebben, teeken t er bij aan „Claes wonende op de Nieuwe Brug*\ 

Hoe hiermede echter te rijmen is, dat hij in 1568, 1569 en 1570 ge- 
regeld zijn huurpenningen aan de stad bleef voldoen ^), en dat hij in 
1575 als ^Claes opte Nieuwe Brugge^ cremer^'' in de afrekening van Hen- 
DRiCK A£LBERTsz« voorkomt *), verklaar \W niet te begrijpen. 

') Senteniien en indagingen van den Hertog van Alva, in U licht gegen'en door Jacob Mar- 
cus, Amsterdttn 1735 p. 123. 
') Ottd'Holland II p. 196. 
*) Zie boven p. 235. 



^ 



ADRIAEN BARENTSZ. 



Vreemd schijnt bet, dat nu wij drie verkoopers hebben opgenoemd, 
die achtereenvolgens den winkel van Cornelis Karelsen voor hunne 
zaken hebben gebruikt, van een vierde gezegd wordt, dat hij p Jan. 1560 
geadmitteerd zou zijn als diens „opvolger". Stellig is echter deze trou- 
wens anonyme opgave in den Navorscher ^) onjuist, want reeds in 1557, 
dus drie jaar te voren, komt Adriaen Barentsz. yjboeckvercoper in Sr. Okfs 
Kapelsteeg*'' voor ^), toen zijn huis er op 20 JS getaxeerd werd. Cornelis 
Karelsen was buitendien in 1561 al zeven jaar dood. 

Adriaen Barentsz. was gehuwd met zekere Griet Stoffels en uit dit 
huwelijk zijn eenige kinderen bekend. 16 Mei 1^66 werd in de Oude 
Kerk een zoontje Jan gedoopt, dat echter vermoedelijk kort daarna over- 
leed, ten minste toen hij 29 Juni 1567 wederom een zoontje liet doopen, 
werd dit eveneens Jan genoemd; 12 Oct. 1571 volgde Bartholomeus en 
9 Juli 158 1 Tryn. Van zijn later te noemen zoons Barent en Egbert 
zijn mij de geboortejaren niet bekend. 

Bij den doop van zijn dochter Tryn, en ook toen hij 27 Aug. 1581 
een kind in de Oude Kerk liet begraven, werd hij aangeduid als boek- 
binder. Dat hij evenwel ook uitgever was blijkt voldoende uit de uit- 
gave van: 

*) Navorscher XVII p. '^7. 
>) Oud'IIolland II p. 196. 



r 



189. = PR/EDICTIO ASTROLOGICA. 

9lt 0ioete l^rognofticatf 0/ // offte ]practtta/ Unbe gronëtigcBer fiericSt 
tion bat// l^onberigcfte Saer on|e# teeceti enbe ecnfgf^n tefffanbtf// 
Sef u CActfti/ M.D.LXXXVin, 

^h^tactisiert borcg <9. fiobolp&um €(tavBeutn Campenjtm/// .mebi- 
cum/ Xitjïotomttni/ bnbe 5llftronoinnm btt ttx^itx// br^e 9n5e j§tabt 
^nmtrc* 

Mars een Heere des laers, lupiter ende Luna zijn medehulpers. 
Ghedruct voor Arien Barentsz. Boeckverkooper tot Aemstelre- 
dam// inde Warmoestraet, met Gratie vnde Preuilegie van dese 
Prognosticatie ghepra-//ctiziert dorch D. Rodolphum Grapheum, 
&c niet naeghedruct te nioghen vvor-j/ den, noch die naeghe- 
dructe Exemplaren thoe verkoopen. Alles by pene// in die 
seluighe Priuilegien vvtghedruct vnde verhaelt. 
16 ongen. bldz. 4^, Goth, letter, sign. [A]— B. 
Op den titel staat een groote houtsnede; twee mannen met af- 
gehouwen hoofden vechten met elkaar met zwaarden, achter 
den een staat de planeet Mars, achter den ander de planeet 
Jupiter* In cursief schrift staat er omheen: lek verkiese dat sy 
bespotten^ ende wat sy vreesen wil lek op hoer ko-jj men laeten^ Daer 
om dat lek riep^ nlemandt en ant-jj woorde, ende deden dat my qua- 
i^'cken ghevlel^ ende verkooren datjj my niet en behaechden^ ESAIAS 
56. Cap. 

Bldz. 2 begint met de opdracht van Rodolphus Grapheus aan 
de regeering van Deventer, gedateerd 2 Aug. 1587. De tekst, 
verdeeld in vier hoofdstukken, loopt van p. 2 tot p. 10. Dan 

volgt de mtIe00<ngBe bec Ctoaelff// jaaacnbrn ban befen Saerc 
M^.Tüm^\% Vi^tll bie Hetj^ocgciffe Utonfc albuj in ggebicgten ouer- 
96cf et» en de laatste bldz. bevat onder de ll^tlcggingj^e ber iFigue- 
itn bie boot op bef e// irtoote l^ractiEta f taeC/ 9nno 1588// een gezicht 
op Deventer in houtsnede, met het omschrift: Te vergheefs 



Vvaeckt die Wachter, als die Heer selfs// de Stadt niet en be- 
vvaert. Psalm 127.// Die op den Heere hopen, en sullen niet 
om-// vallen, PSALM. 125. 

Geheel onderaan staat nog eens het adres: (D. KotioMuf 45ra- 
9D("# Csmpen jt$ en Ijoibt uittn// gtoote pcognojticatien boot hit t^nt/ 
ban baec bit f tabt ban ^euenV/ ttt oy itatt/ bnbe (^gebcurfit 5fln boor 
%iitn 05attntth'// tnoonenbe rsiemjtelcebam tnbe ]X>annoe##trare. 

[Kon. Bibliotheek, *s Gravenhage. 

Univ.-Bibliotheek, Amsterdam]. 
Ofschoon RoDOLPHus Grapheus in zijn opdracht getuigt, van het jaar 
1560 af y^ennichmael vermaent [te] hebben in onser schriften van die afgrijs- 

m 

selicke Tijden die wy beleeft hebben^ vnd noch beleuetC*^ zoo is van dat al niet 
veel tot ons gekomen. Een y^Schrjf Almanach^ met heerlicke Cronicken daer 
by gestelt''' werd in hetzelfde jaar als de pas beschreven Praedictio astralogica 
te Deventer door hem in het licht gegeven, en latere uitgaven, geheel 
gelijkende op die van 1587, voor de jaren 1608, 1609, 1613, 1615 en 
161 8 vonden in Baptista van Doetecum, diens weduwe en Sebastiaen 
Wermbouts te Deventer uitgevers *). 



Adriaen Barentsz., die ook betrekkingen onderhield met Plantvn 
te Antwerpen ^), was een vermogend man, o. a. eigenaar van een tuin aan 
het Appelmans-pad '), dien hij in 1592 aan de stad verkocht. En 11 



') Dr. W. P. C Knuttel, Catalogus van de pamfletten-yerzameling berustende in de 
Koninklijke Bibliotheek^ I, i, 's-Gravenhage 1889 no. 1565, 1693, 2086, 2217. — Oyer- 
ij'sselsche Almanak voor oudheid en letteren^ 1845 p. 205, 209. 

*) Een rekening van Plantyn is gedateerd 30 Aug. 1578 CMededecling van den Heer 
Max Roosbs te Antwerpen)* 

•) Oud-Holland II p. 197. 






^75 
Maart 1597 l^ocht hij een eigen graf in de Oude Kerk, dat hi) liet merken 




Slechts zeer kort bleef dit graf hem toebehooren, want reeds 29 Mei 
van hetzelfde jaar werd het namens hem door zijn zoons Barent en 
Egbbrt overgedragen aan zijn zuster *). 

In een notarieele acte, overigens voor ons doel van geen beteekenis, 
in 1596 gepasseerd voor den notaris Johannes Gvsberti, zien wij zijn 
handteekening : 




Te onrechte neemt de Roever aan, dat hij de overdracht van zijn 
graf aan zijn zuster slechts enkele dagen zou hebben overleefd '), want 
nog 3 April 1601 fungeert hij als getuige in het testament van Laurens 
Jacobsz. „in den Gouden Reaer\ 

Wanneer hij gestorven is, weet ik niet; wèl dat zijn weduwe Griete 
Stoffeu 5 April 161 1 uit de St. Olofssteeg naar de Oude Kerk ten grave 
gedragen werd. 



O Oud'Holland II p. 197. 



^ 



DAMIAEN WILLEMSZ. 



In 1546 werd Damiabn Willemsz. te Delft als boekverkooper gead- 
mitteerd ')• Zijn werkzaamheid daar ter stede is mij onbekend, en in 1557 
woonde hij te Amsterdam aan de y^veueif* tusschen de Boeren- en de 
Bethaniè'nsteeg. Zijn huis werd toen getaxeerd op 14 £. Eerst drie jaar 
later, 23 Juli 1560, kocht hij het burgerrecht van Amsterdam, waarbij hij 
vermeld wordt als yjboeckyercoper*'* en komende van Delft. 

Niet lang oefende hij dat bedrij t uit, want in 1566 trad hij in stads- 
dienst als „bode*\ en tot in 1569 vond db Roever hem in deze be- 
trekking vermeld^)* 

O Navorscher XVII p* 77* 
>) Oud'HoUand II p, 15^ 



♦ 



JORYS VAN CAMPEN. 



De taxatie van alle huizen in 1557, die ons zoovele namen van boek- 
verkoopers heeft gebracht, meldt ook voor het eerst den naam van 
JoRYs VAN Campen. Hij woonde aan de westzijde van de Achterburgwal 
yfr^ Jan Thaemsz. steegji''. Zijn huis werd op 14 gl. getaxeerd. Hij wordt 
door de taxateurs yjboekverkooper*^ genoemd *). Meer is mij niet van hem 
bekend geworden. 



O Oud-HoUand II p. ftoo. 



^ 



JELIS JANSZ. 



Ook Jelis Jansz. treffen wij voor het eerst in 1557 ^^* ^^ Maart van 
dat jaar werd hij, komende van Antwerpen, als poorter ingeschreven, en 
als zijn beroep gaf hij boekbinder op >). Maar hij hield zich ook op met 
het verkoopen van boeken, zelfs van verboden boeken. Zijne veroordee- 
ling 22 Maart 1560 was er het gevolg van. Ook van het desbetreffend 
verhoor op 19 Maart is het verslag bewaard: Jelis Jansz. bouckvercooper 
alhier gevangen gc\*raecht Tdjn hoe hij die sprect ant testament h^ hem heymden 
gedruct bij Jacob van Liesvelt in den Jaere 44 getejcitent mit A gectmen «, 
zeijt dat dat tot zijn htrfse geh'ocht es b^ eender die hij njet en kent ome te 
verbinden, 

Gevraecht hoe hij gecomen es ant boucxken van den grooten doch des oordeels 
mede bij hem dit sprect bevonden getejckent met de letter j5, zeyt tselve mit noch 
twee van gelijcken^ die bij hem die sprect wederome zyn vercoft^ g^coft te heb- 
ben den ïi* merj lestleden van een Camper man gen» Peter Warnaertsz., die 
altemet hier ter stede mit boucken compt te coopen. 

Seyt ant boucxken vande aelmissen ofte wercken der barmhertichejt getejckent 
mit de letter C gecomen te wesen^ zoe dat hij die sprect een Peter van Aken 
woonachtich tot Antwerpen an wien hij ten achtê was zijn erom met boucken af- 

O Oud'HoUand II p. 200. 



279 

gecoft heeft gehadt daeronder tvoirn boucxken ongebonden was en dat hij die sprect 
tselve daemae zelffi gebonden heeft ^ als en gelifckerufifs hij die sprect oick gedaen 
heeft een boucxken van den aenvanck en begin des cristelijcke levens getejckent 

met de letter 2), V boucxken van de corte [onleesbaar] geteyckent ntit F 

en de twee boucxkens beghinnende een schoone andachtich leerboucxken en beyden 
geteyckent mit FF. 

Gevraicht zijn sejt dat hij die sprect tboucxken beghinnen dits een devote en 
innighe vermaninge totten christenen en geteyckent mit de letter G gecoft heeft ten 
huyse yan Henrick in de b^bel *) geleden ontrent veerthien daghen" *). 

Drie dagen later volgde de veroordeeling: 

Alsoe Jelis Jansz. van Antwerpen geboren^ hem vervordert heeft binnen deser 
stede boucken te cope te houden sonder daer toe geadmitteert te sijn contrarie Co. 
Ma^' placaten. Oick bevonden es te coepe te houden enige boucken bif deselve pla- 
caten verboden sifnde soe est dat mijn heeren van den gerechte gehoirt den eysch 
bg mijn heer de schout op hem gedaen mit sijn confessie en defensie en op alles 
gekt hebben, de zelve Jelijs Jansz. gecondemneert hebben en condemneren mits 
desen een maent lanck op onser vrouwen toirn geleyt te worden te bier en broede 
tot njns selfs costen, en voirts sijne verboden boucken bij hem bevonden opentlifck 
verbrant te werden, interdicerende hem voirts de neeringe vant boeckvercopen ten 
eeuwigen dagen opter correctie deser stede" •). 

DE Roever oppert de veronderstelling dat hij de Jelys is, die in 1573 



O Hbndkick Aklbbrtsz. (boven p. 217—238). 

^ Conlessieboek no. 271 p. 281 verso. Mededeeling van den heer A. J. M. Brouwer 
Anchir. 

O Josddeboek p. 286, -aangehaald door J. Koning, Geschiedkundige aanteekenlngen he- 
trekkel^'k de lyfstrafelyke regtsoefening te Amsterdam, Amsterdam 1828 p. 51 en a%edrukt 
in de Kronpk van het Historisch Genootschap te Utrecht, XII, Utrecht 1856 p. 129. 



38o 

voorkomt als boekverkooper te Zwolle '), maar een blik in de hiervoor 
gepubliceerde lijst van schuldenaren van Hendrick Aelbertsz. wijst nevens 
Geus van Batsman tot SwoU een Gelis Jansz. boeckhmder tot Enchttjsen aan^). 
Veeleer dunkt het mij dat onze Jelis Jansz. te Enkhuizen een toevluchts- 
oord gevonden heeft. 

1) Oud-HoUand II p. 200. 
*) Boven p. 236, 



^ 



CORNELIS CORNELISZ. 



CoRNELis CoRNELisz. liet zich sp Oct. 1560 als boekverkooper admit- 
teeren, en legde hierbij een attest over van den schout van Texel, reden 
waarom de anonyme mededeeler hiervan in den Navorscher ') terecht 
vermoedt dat hij van dat eiland afkomstig was. de Roever giste dat hij 
dezelfde is als Cornelis Cornelisz. Rem, de y^ramer*'* die in dat jaar den 
winkel op de Nieuwe Brug y^overt Hooge Hi/ys** betrok, door Pieter Pie- 
tersz. Swertkens pas verlaten ^). Is dit zoo, en de conjectuur komt mi) 
zeer aannemelijk voor, dan bleef hij daar niet lang, want in 1564 doet 
deze, nu Cornelis Rem in ^tDuyfge genoemd, den winkel weer over aan 
Cornelis Hbnricx yj&amer*^ ^^^ Deze Cornelis Rem was een welgesteld 
man, die op zijn tijd giften deed aan geestelijke instellingen. Ten minste 
in de bewuste kist die aan het Sacramentsgild toebehoorde, de zooge- 
naamde ^Mirakelkisf\ werd 20 Jan. 1579, bij een onderzoek door de 
regenten van de Kapel van de Heilige Stede, ook gevonden y^Ecn rente- 
brief van zess caroiui gulden sfrs. verlêd èj Cornelis Rem Int duifjen ten be- 
hauve ut supra. In date den xxiiije dach Julif dusent vijfhimdert Lxaif*^^. 
Deze gift kwam ten goede aan het „Sacraments ghilde/' 

O Navorscher XVII p. 77.. 

O Oud-Holland II p. 201. Hier te lezen 1560 in plaats van 1561. 

>) Thesauriersrekeningen 1564 p. 115. 

*} J. F. M. Stbrck, De t,Mirakelkuf' en de traditie^ Amsterdam 1896 p. 18. 



DAVIDT GERYTSZ. 



Van den boekverkooper Davidt Gerytsz. is bijzonder weinig te ver- 
melden. Hij was gehuwd met Lysbeth Jansdr., de dochter van den 
binnenlandsvaarder Jan Aertsz. Deze schonk hem in den zomer van 1563 
een zoon Jan, en stierf spoedig daarna. Waarschijnlijk omdat de weduwnaar 
nieuwe trouwplannen had, verscheen hij 30 Maart 1565 voor weesmeeste- 
ren, die hem mededeelden, dat zijn schoonvader en zijn zwager Pieter 
Jansz. hem toestonden in den gemeenen boedel te blijven zitten, mits hij 
zijn kind behoorlijk zou opvoeden ')• 

Aan dit bericht van de Roever kan ik niets toevoegen. 

O Oud^HoUand II p. 202. 



^ 



HENRICUS SYLVIUS. 



DE Roever betreurt het, dat hij dezen boekverkooper in het pracht- 
werk van Max Rooses over Plantyn zonder tijdsaanduiding gevonden 
heeft ^). Ik kan slechts mededeelen, dat Henricus Svlvius Libraire d 
Amsteriam in de boeken van Plantyn als afnemer voorkomt gedurende 
de jaren 1565 en 1569^)* Te Amsterdam heb ik zijn spoor tevergeefs 
gezocht. 



O Oud'HoUand II p. 202. 

s) Mededeeling van den Heer Max Roosbs te Antwerpen. 




ADRIAEN LENAERTSZ. 



Wij hebben gezien hoe Meester Luyt in 1527 van zijn kostersbetrek- 
king aan de Oude Kerk gebruik maakte, om den kerkgangers tevens een 
stichtelijk boekje te verkoopen ')• Een tegenhanger vormt zekere Adriaen 
Lenabrtsz., die 6 Juni 1569 ingedaagd wordt, als beschuldigd in 1566 
nieuwe Psalmboeken verkocht te hebben ^f leur vendu liures des fwuveaulx 
Pseaulmesj tenant boutkle d^iceulx en la dlte Eglise des Cordeliers^ *). 



>^ Boven p. 122, 123. 

>^ Sementien en indagingen van den Hertog van Alva, in */ Ucht gegceveu door Jacob 
Marcus, Amsterdam 1735 p. 197. 



# 



HARMEN JANSZ. MULLER. 



Harmen Jansz. Muller was de zoon van den ons reeds bekenden 
boekdrukker en figuursnijder Jan Ewoutsz. '). Zijn geboortejaar moet 
omtrent 1540 gezocht worden, en daar zijn vader toen reeds minstens 
vijf jaar te Amsterdam gevestigd was, was deze stad stellig zijn geboorte- 
plaats. 

Daar |iij een verdienstelijk plaatsnijder is geweest, is hij in de littera- 
tuur over de kunstgeschiedenis herhaaldelijk besproken, maar het dunkt 
mij onnoodig de vele verkeerde conjecturen, die omtrent hem gemaakt 
zijn, alle op te noemen. Fran^ois Basan, zeker een der eerste die hem 
noemt, was zelfis omtrent den tijd waarin hij geleefd heeft, niet op de 
hoogte, en noemt hem een graveur uit de school van Hendrik Goltzius'). 
Beter ingelicht zijn reeds Hubbr en Rost; zij vermoeden al in Amster- 
dam zijn geboorteplaats, laten hem langen tijd te Antwerpen wonen, 
waar hij voor Hieronymus Cock gewerkt zou hebben te gelijk met Cor- 
NEUs CoRT, vóórdat deze (in 1565 of 1566) naar Italiè' ging!). Maar 
Nagler heeft het weer geheel mis; eerst laat hij hem leerling van 
GoLTZius zijn en daarna in Italië zich bij Cornelis Gort aansluiten^), 

O Zie boven p. 148 — 178. 

*) P. Fr. Basan, Diaiotmaire des graveurs anciens et modernes^ Paris 1767, in voce. 
>) Hubbr et Rost, Manuel des curieux ei des amateurs de fart^ V, Zuric 1801 p. 224. 
*) G. K. Naglbh, Die Monogrammisten, I, München 1858 p. 53. 



2i6 

en buitendien begaat hij de fout» te spreken van twee naamgenoten, den 
„Kupfersfecher*^ en den y^Formxhneider*^ *). 

Feitelijk wordt als zijn leermeester slechts zijn eigen vader genoemd, 
maar invloed van Antwerpsche kunstenaars is in zijn werk niet te mis- 
kennen, en ook heeft hij voor Antwerpsche uitgevers zijn vroegst be- 
kende prenten gesneden. Het oudste is een reeks ornamentprenten y^f^eel- 
derhande cierlijcke Campertementen profitelijck voor schilders goutsmeden beeldtsnij- 
ders ende ander cmstenaren^ ^einuenteert duer Jaqves Floris, Tantwerpen bij 
Hans Liefrinck sijnse te coopc op die Lombarde fleste int gulden turckhooft. 
Anno 1564** *)• Het titelblad is gemerkt „Harman Muller fecif^ en een 
der elf prenten ^Harman Muller /f*\ 

Harmen Jansz. doet zich in dit werk reeds kennen als een uitnemend 
plaatsnijder. Mogelijk is het, dat hij toen ook te Antwerpen gevestigd 
was, maar, daar ik zijn naam niet in de Liggeren vermeld vind, acht ik 
het waarschijnlijker, dat zijn relaties met Antwerpsche uitgevers nog uit 
zijn leerjaren dagteekenen, en dat hij zelf te Amsterdam woonde, wer- 
kende daar evenwel bijna uitsluitend voor den uitgever Hieronymus Cock te 
Antwerpen. Van de vele reeksen, die hij voor dien uitgever, meestal naar 
ontwerpen van Maerten van Heemskerck, sneed, zijn, voor zoover ik 
heb kunnen nagaan, slechts gedateerd de reeks met allegorieën, voorstel- 
lende Jezus als den barmhartigen Samaritaan, van 1565, en de reeks van 
de vier temperamenten, van 1566; maar ook andere dergelijke reeksen 
zullen wel omtrent dezelfde jaren gesneden zijn. Deze zijn nog het volledigst 
opgesomd door Kerrich *). Over andere gravures van zijn hand is, bij 
gebrek aan betere werken, Le Blanc *) te raadplegen. Behalve naar Heems- 

u. s. IV MOncben 1871 p. 456. 

>) Een exemplaar van dit zeldzame werk berust in 's Ryks Prentenkabinet te Amsterdam. 
>) Th. Kerrich, A catalogue of the prints which have been engravfd after Martin 
Hebmskbrck, Cambridge 1829, passim. 
*^ Ch. lb Blanc, Manuel de V amateur d'ettampes^ III, Paris s. a. p. 65, 66, 



287 
KERCK heeft hij gewerkt naar Maerten de Vos, Bartholomeus Spranger, 

JOHANNES StRADANUS, CrISPYN VAN DEN BroBCKE, DiRCK BaRENDSZ., CoR- 

NELis Ketel, Hendrik Goltzius, Abraham Bloemaert en een mij overigens 

onbekenden R. Pil ander. De vele verschillende door hem gebruikte 

monogrammen vindt men het volledigst afgebeeld bij Nagler ^), 

Eerst in 1566 vinden wij hem zonder twijfel te Amsterdam, want toen 

verscheen daar een 

190. = Keur, waarbij aan de Gereformeerden de vrije uitoefening van 

hun godsdienst wordt toegestaan, en hun daartoe de Minder- 

broederskerk ten gebruike wordt gegeven, 

In plano, met het adres achteraan: Gheprent by my Harman 

Muller. 

[In 1729 bij Jacob M argus te Amsterdam]. 

Het is mij niet mogen gelukken, van dit blad, dat door Jacob Marcus 
aan le Long was medegedeeld ^), een exemplaar machtig te worden. In 
ieder geval blijkt uit het bestaan er van, dat H armen Jansz. te Amster- 
dam woonde, toen die keur uitgevaardigd werd, d. i. 30 Sept. 1566. 
Hierin doet hij zich het eerst als drukker kennen. „Harmen Jansz. Boeck- 
printer*'' heet hij dan ook, toen hij hier in October 1567 in het huwelijk 
trad met Meynsgen van der Veer, de dochter van Adriaen van der 
Veer en Lysbeth van Stapels*). 

Bij den doop van zijn eersteling Lysbeth op i Aug. 1568 wordt zijn 
woonplaats „m de kerckstraei^ aangegeven. Hij was dus in het ouderlijk 
huis teruggekeerd. Het oude adres wordt ook weer genoemd bij een 
leverantie aan de stad in 1569. „Harman Jansz. inden vergulden passer 
houckeprenter betaelt de somme van vier Ka: gul ten pryse voorsz, over die hetae- 

O Nagler, u. s. I p. 53, III p. 198, 308, IV p. 456, 470, 489, 495, 596, 697. 
*]) Is. LB Long, Historische beschtyyinge van de Reformatie der stadt Amsterdam^ Amster* 
dam 1729 p. 534, 535. 

') Oude genealogie in het Gemeente-archief te Leiden* 



lif^e van vier caerten van deser stede *), twee gestejfeert ende tii^ee witten bij hem 
gelevert oen Burgermeesteren en de heeren gecommitteerden tot heheuf der zelver 
stede. Aist hljckt bif ordinantie in date den xxvf Jpriiis Atf jcv* Ixix diemen 
hier met TBjfie quitantie daeronder gescreven overiti'ert. Compt in munte deser 
reiteninge ter somme van i B xiij se* Hij d. ^}. 

25 Jan. 1570 werd in de Oude Kerk zijn zoon Jan gedoopt, die even- 
wel reeds 5 Mei daaraanvolgende in dezelfde kerk begraven werd. Toen 
hij I Juli 1571 een tweeden zoon ten doop hield, waarbij Hendrick Ael- 
BERTtz. al^ getuige stond, werd deze wederom Jan genoemd, en deze 
werd de beroemde graveur'). 

De zaak van Jan Ewoutsz. was na diens dood in 1564 aanvankelijk 
door de weduwe voortgezet, en nog in 1568 komt alleen haar naam op 
een uitgave voor^). Ik vermoed dat haar zoon zich toen nog bijna uit- 
sluitend aan de kunst gewijd zal hebben; maar wellicht was het zijn 
huwelijk, wellicht ook de dood van zijne moeder, die hem deed besluiten, 
de oude zaak „in den vergulden Passer"" met vernieuwde krachten te 
doen bloeien. 

Hij liet niet na zich van aanbevelingen van allerlei aard te voorzien. 
Zoo wendde hij zich ook tot de geestelijke overheid om een attest, dat 
hem 7 Juli 1570 werd uitgereikt:*) 

Op heeden is voer ons commissaris gecompareert Harman Janssen, prenter 
ende boe ckver cooper^ por ter ende ingeseeten der stadt van Amsterdam; ende soe hij 

O Stellig de kaart van Cornblis Antiionisz. van X544« 

>) Thesauriersrekeningen 1569 p. 183 verso. Reeds medegedeeld in AemsteVs Oudheid^ 
V, Amsterdam 1863 p. a44. 

s) Wie de „Hillbgond Harjibns in d€ Gulden Passer'^ is, die 7 Jan. 1573 in de Oude 
Kerk begraven werd, weet ik niet. Onze drukker vervulde nog tweemaal den neurigen 
plicht, daar een kind onder den arm heen te brengen 18 Juni 1574 en 25 Mei 1577. 

♦) Zie boven p. 177, 178. 

*) Reeds uitgegeven door den heer A. van Lommbl in het Jaarboe^e van Alberdinok 
TiiijM, 1894 p. 290. 



289 

MS vertoent heeft sifn attestatie van der selver stadt van Amsterdam ende octroye 
van den Hove van Bruessel: dat sifn vader saligher gedachten verworven hadde 
ende certificatie van s^nen pastoor^ hem gegheven. 

Ende want hif gherne solde zijn ambacht der prenter^'e vervolglien ende toe- 
gelaten moghen worden^ na inhout des placaets» Soe eest dat wij den selven Har- 
MAN Janssen recommanderen als catholjck ende bequaem om toe ghelaten te worden. 

Ghedaen tot Haerkm den VU July 1570. Oirconde ons naems hier onder 
gestelt. 

HiERONYMUS VaIRLENI. 

Re^ Epi. Harlemensis Ficarius et Commissarius* 

Maar een aanbeveling van den architypograaf Christoffel Plantyn 
was misschien nog wel meer waard, en het namens deze door Jan Ver- 
wiTHAGHEN uitgegeven certificaat berust nog in de archieven van het 
Museum Plantin-Moretus te Antwerpen:*) 

Le i^ jour de Juillet 1570. 

Herman Janssen, demourant ^ Amsterdam suivant rapostile faicte sur sa^ 
requeste prêsentée au conseil de sa Majesté en datte du 17 Juillet signée de 
Langhe, a esté par moj examiné sur la faict de Vimprimeriey et a esté trouvé sfavoir 
composer ou assembier les lectres ei tirer la presse et ce qui en despendy et sgait 
Ie langage flameng entend bien peu du langage latin et sgait tailler figures en bois 
et en cuivre. Il a aprins Vestat dUmprimer et tailler figures de son père^ par 
r espace de 10 ou 12 ans, qü*il a vesct/. Et luy ay ordonné de s'adresser au con- 
seil de sa Majesté pour obtenir lectres d'* admission^ sil Iwj plaist, et faire Ie ser- 
ment deu. Et j^ay permis a Jehan van den Driessche notaire a ce appelU et 
présent^ tPexpédier lectres dudict examen et idoniité* 

Ian Verwithaghen. 

Het stuk dat daarop door den notaris Johan van den Driessche op- 
gesteld werd is ook nog bewaard en luidt: ^) 

• O Vriendeiykc mededeeling vtn den beer Max Roosbs te Antwerpen. 
*) Evenzoo reeds uitgegeven in bet Jaarhoehje van Alberdingk Thijm, 1894 p. 291. 

»9 



Ce jourdhuy i^e de JuUlet ran de la Nativité de nostre Seigneur 1570 ett 
comparu persormellement par devant Vhmorable homme Cristophle Plantin, 
prototypographe au chef imprimeur jure du Roy nostre seigneur et de Jehan 
Verwithagen imprimeur jure en ceste cité d^ylnvers^ et de moj Jehan van den 
Driessche notaire publicq^ ambedeux è ce appellez par ledict chef imprimeur^ 
Herman Janssen imprimeur Übraire et taüieur de formes, resident en la vitte 
d^ Amsterdammer lequel ayant exhibé audict chef imprimeur lettres de certification^ 
expediées soubs Ie seau de la dicte ville d" Amsterdamme de sa bonne fame^ vie et 
renommée datée du premier jour de ce present mojs de JuiUet, Et plus lettres 
d^attestation du curé de la dicte ville^ nommé Simon Alawini de sen avoir porté 
hannest ement et catholicquement sans reprache^ datée Ie %e de Juillet de Tan 1570; 
plus lettres de^recommandation de sa banne ne catholicque du Vicaire de Vevesque 
de Harlem datée Ie ye de ce present mais. Plus lettres d^actray et licence de pau- 
vair vendre livres^ expediées d la caurt de la Haje Ie 6e de ce present mais. Et 
par dessi4S ce^ certaine requeste avecq apastille expediée au canseil privé de la date 
du ije ae ce present mots de Juillet soubsignée Lang. 

Quay ensuyvant ledict Harman Janssen ayant esté Mtgemment et soufpsament 
examiné par ledict chef imprimeur sur Ie fait et art de Vimprimerie a icelluy 
chefimprimeur trauvé ledict Herman Janssen exercité et entendu au faict et 
Vart de rimprimerie^ entendant bien peu de Latin et flameng et saichant tailler 
figures es bais et cuivre^ camn^e de la dicte examinatian plus amplement appairt au 
registre dudict chef -imprimeur. 

Ce fust faict et passé è la maisan dudict chefimprimeur Pan et jour que 
dessus et en presence dudict Jehan Verwithagen et de moy notaire susdict. 

In testimonium et fdem omnium pramissorum ego notarius superius mminatus 
ad hoc requisitus et rogatus prasens instrumentum publicavi signoque meo manuali 
solito signavi. 

J. VAN DEN Driessche, Not. pubL 

Als een herinnering aan zijn verblijf te Antwerpen bij deze gelegen- 
hei(f kan beschouwd worden de prent die hij naar een teekening van 



291 

Crispiaen van den Broecke gesneden heeft, voorstellende den intocht 
van Aartshertogin Anna binnen Antwerpen, op weg naar haar aanstaan- 
den gemaal. Koning Philips. 

Van die getuigschriften voorzien, begon hij thans een reeks gedichten 
uit te geven, die door den rector Petrus Apherdianus geschreven waren. 

191. = Cacmen i^oV/ la|t<cum ronttonf prtcatfoni// ab beum bt nof jiroe- 
fentffluf maltf// Itteier, ^ofttt^xt ttütfit compefcat// jp. S^^D^tbtono 
auto». 

Ad lectorum Petrus Arboreus medicus.// [Volgt een gedicht 
van vijf distichen]. 

9mttnob9mL// €):cube&at Vatmanuf Sopantiif . f.// 157^ 
16 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, zonder sign. 
Het gedicht bevat een opdracht in verzen aan Petrus Henrici, 
pastoor van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. 

[Britsch Museum, Londen]. 
Opmerkelijk is het, dat dit werkje, evenals eenige volgende van derge- 
lijken inhoud, geheel met Gothische letters is gedrukt, een lettersoort, 
die toen voor Latijnschen tekst niet meer gebruikelijk was. 

igs. = ELEGIA.// 9t ft%ifiitaitt/l Igumana a moleftif Qulbul// fiocc ^it^ ref erta 
ef t// ^be tfuerini tj: ]^f aimo Xmij^.// JBtmint cefua^nm factnt// tf 

nnW// F* 998erb<ano autore.// dEccIejfaf tid 40// 

Sfmftelrebami.// Cjrcubefiat Qatmannu; Sfoannff.// Sfnno i573- 
16 ongen. bldz. kl. 8^., Goth. letter, zonder sign. 

[Britsch Museum, Londen]. 

193. = €le(fa be Maxtt.// l^cécatio ^ominif// becum&entl^.// J^. SIpBerbiano 
9utote. 

9mf terotiami.// €f^tn. V^tmannuf Sojïannij f.// 1574* 
16 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, zonder sign. 
De titel is omgeven door een omlijsting in houtsnede, een boog 
in renaissance-stijl gedragen door caryatiden. 
Op de keerzijde eenige distichen aan de jeugd, door Jacobus 



BoNTius en een opdracht in verzen aan Johannes Canisius, 

Prior van het klooster van St Margaretha te Amsterdam* 

[Britsch Museum, Londen]. 
194, z= Brevis Exhortatio// ad Deum laudandum, gratiaaque illi agendas// 

pro sua in genus humanü benignitate ab ex-emplo auium per 

prosopopaeiam.// Ode ecclesiasthica ex psalmo Jubilate// Deo 

omnis temu// P. Apherdtano autore. 

M. Jacobus Bontius Lectori.// [Volgen zeven distichen]. 

16 ongen. bldz. kl. 8*., Lat. letter, behalve de distichen op 

den titel en zes HoUandsche versregels op de laatste bladz., die in 

Gothische letters gedrukt zijn. 

De opdracht in verzen is gericht aan Sibrandus Buicquius, Lid 

van den Amsterdamschen Raad. 

Het adres staat achteraan : Aemstelredami// Excudebat Harman- 

nus Joannis.// A". 1575. 

[Britsch Museum, Londen]. 
X95. = Carmen// Heroicum Pavca Pro// ponens De Immortalita-// te 

animae corporisque humani resur-// rectione.// Ode Ecclesiasdca 

Eivsdem// argum. Petro Apherdiano Amstelred. in nouo// latere 

Gymnasi, autore. 

Martinvs Dvncanvs [Volgen drie distichen]. 

Amstelredami.// Excudebat Harmanus Joannis Muller// Anno 

16 ongen. bldz., kl. 8^, Lat. letter, behalve acht HoUandsche 
versregels op de laatste bedrukte bladz., die in Gothische letters 
gedrukt zijn, zonder sign. 

Op de keerzijde van den dtel zeven distichen van Jacobus 
Bontius, vijf distichen van Joannes Apherdianus, benevens een 
opdracht in verzen aan Conradus Blomrrius, Provisor Amstel- 
landiae Vigil. [Britsch Museum, Londen]. 



293 

196. = Leges// in Gymnasio/f Harlemensi et// Amsterodamensi, alijsque 

omni// bus sub dioecesi Reuerendis// mi D. Epis. Harlemen ton-jf 

tentis Scholis iuuentuti// obseruandae. 

Atnstelredami-// Excud. Harmannus Joannis Anno i57<S. 

16 ongen. bldz. kl. 8^, Lat. letter, sign. [A]. *) 

Dezelfde omlijsting op den titel als bij n^. 193. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Britsch Museum, Londen]. 
197. = jpiKtMt <Bnttf}nttn btt Cutifnq:/ opt ttmft en bt// Corergmcfe banden 

fftfK enbe loop Hantie ooube enbe ^auerc Jllunte fnbe Xanbê// ban Dec- 
bieitf onere/ refperttnelflcft güebuerenbe tot TOcf^tmiftt enbe tint St^nf* 
miftt// banben naeftcoomenben Slaere bftfftBtenDonbert feuentfeuenticD. 
Dit in plano gedrukt plakkaat ^Btoenen in onfn boir#5* ^tabt ban 
05tntttt\t onber// onfë contcejejjef \jitt op ggcbruct in placcate bê )C):b. 
bacS ban ^ctobrf. ^nt ^aee l^!fftB<en|$onbert fel^cntfeuentfcg.// By 
den dmincky \n sijnen Rade.jl ïfouerhepe.\\ ^jjepitblictrct Bon- 
nen brc boirfs* ^tabt ban tSruejferr/ op ben %p^i. bacg bcc bok#3* 
Jftaenl; ban ^ctobri. Slnno. JB.<9.Xf f^^., bevat onderaan de mede- 
deeling: ^{lefgcfte l^loccaten Bun oDeej^pebfeert in bnptfrSer talen/ bo<c 
Blaenbtrn/ foliant/ (6elberrant/ ZttXwutl t)3ebieft enbe !)5eof$ter$cBeft/ 
9Xxtt\itl II j^rieflant enbe jaecBelen en het adres: t^Aemstelredam 
by my Harmen Jansz. Muller figuer snijder, inden vergulden 

Passer. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 

Gelijktijdig te Brussel gedrukt voor Michiel van Hamont. ^) 



O Daar de signatuur A 3 op het tweede blad suat, behoort er vóór den titel nog een 
blad, dat aan het eenig ni|j bekende exemplaar ontbreekt; vermoedelijk b het evenwel 
onbedrukt. 

>} J. K. VAN DER Wulp, Catalogus yan de traetateny pamfUttfn enz» in de bibliotheek van 
Is. Mbitlman, ui, Amsterdam 1868 p« 222 (n*. 8693). 



294 

ig8. = PSALMI// quibus per hehdamadamll in vcspertinis precibus// vtitur 
Ecclesia^ vna cum Hjmnh de ferijsH ac festiuitatibu% anni totius. 
Amitelredamill Excudebat Harmannus loannis^ A^. ^S7^* 
80 ongen, bldz. 4^, Lat cursicf-letter, sign [A]— K. 
De eerste drie regels van den titel zijn niet in boekdruk, maar 
geheel in één houtblok gesneden, het woord Psalmi in sierlijke 
kruUetters. 

Boven het adres staat een fileet, reeds gebruikt in de latere 
uitgaven van Jan Ewoutsz. 
De keerzijde bevat een aanwijzing der beginregels. 
De tekst, in twee kolommen gedrukt, begint op bldz. 3, en 
bevat enkele kleine sierletters. De noten zijn op de vierlijnige 
balken met inkt ingevuld, zoodat ook toen nog de notendruk 
te Amsterdam niet bekend was. 

Op bldz. 75, waar de tekst eindigt, begint het alphabetisch 
registér op de psalmen en gezangen. Dit eindigt op bldz. 79, 
waar onderaan de attestatie staat: Hic Psalmorum atque Hym-ll norum 
Ecclesiasticarum liberjl nihil cmtinet quod Catholicaell fidei doctrinae 
aduersetufyll quod attestorll ex mandato Reueren,! I Domini. Z>. Episcopi// 

Hariemen.// Ant. H Kwjck. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Bisschoppelijk Museum, Haarlem]. 

igg. = €«lEiitD(cg dEbJct enbe// (6gefiot opt accord ^yt^^v^j tof^y/fcSen Vereen 
SoOan nan ^ï|tenrgcft// Kiütiec banber ^rben batiüen gultien ^fpef e/ in 
noem en// ban ineoSen bet €dt|ïorf|#c|$m Conlnq: ban ^angnpen ac 

ter eenre/ €nbe// be generale jgtaten ban bef e Xanbi ban gerbiectfenre 
tec anbere sfjben/// ^m bfe tconililen inbe |elue Xanben bui be bnpt- 
Beem jcDe ctgcSif ttip V/ ^^^l ^MxXXxxti nebet te legggen enbe appeofee- 
ren.// <0D^9u&liceect te %vxti%t\t ben t^^ ten ïSNcJï ban// jFe&macio i577- 
12 ongen.^ bldz. 4^, Goth. letter, sign. [A]— B, zijnde vel B 
een half vel. 



=95 

Op den titel het wapen van den koning, waaronder bet adres: 
MeiPRuiiegie.// <K|qtrint ntSkmf ttlKbam/ B9 «19 l!atinen//3in|}aan Jftul- 
tti flgun ia^ttz/ teoaiitiilie in bit// Wumaefnaet inbt bttgultini Vnfitt. 
Het CtADflut van het zoogenaamd Eeuwig Edict begint op p. 3 
en eindigt op p. 11, waar onderaan een fileet staat, reeds bekend 
uit de uitgaven van Jan Ewoutsz. 
De laatste bldz. is onbedrukt. 

[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage]. 
aoo =: Elegia// De Magno Die// ' Judidj// Ode ecclesiastica eiusdem// 
argumenti// P. Apherdiano Autore. 

Amstelredami.// Excud. Harmannus loannis^y/ Anno 1577. 
16 ongen. bldz., kl. 8"., Lal. letter, zonder sign. 
Om den titel dezelfde omlijsting als bij n". 193. 
De keerzijde van den titel bevat vier distichen van Jacobcs 
BoNTius, vijf distichen van Joanneï Afherdianus benevens een 
opdracht in verzen aan Eucenius Perebomius van Gouda. 
Op de laatste bladz. staat een drukkersmerk, waaronder de 
spreuk: Sine labore nihil. 



[Britsch Museum, 
Londen]. 



296 

90Z. = 15^87/ ]p<Smcten rnUt acticn// Itn tiAttten j^t1ff«cde bte bon 9emV/#trl- 
tebamme oeoeucn/ cutie \fytMtottftnt & cetera. 
12 ongen. bldz. 4^, Goth. letter, sign. [A]— B, zijnde vel B 
een half vel. 
Onder den titel een groot wapen van Amsterdam en dan het 

adres: (^geprent tot 9emftelrelinii/ 09 m? j^ocmen// Sanf 50on Jttuiicr 
jFtguer^nijbct/ toooncnbe in hit// WaxmottttMt in fte feergufbtn l^af fer. 
De tekst, die op de keerzijde met een uit den voorraad van 
Jan Ewoutsz. bekende sierletter begint, bevat den brief van den 
Prins van Oranje, gegeven te Gent 2 Jan. 1577, in een civilité- 
letter gedrukt, het plakaat van de Amsterdamsche regeering 
van 31 Dec. 1577 ^^ ^^ artikelen van de Satisfactie, gedateerd 
8 Febr. 1578. 

[Universiteitsbibliotheek, Amsterdam. 
Gemeente-Archief, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Universiteitsbibliotheek, Gent]. 

Hiervan bestaan twee varianten. 

202. = 157O.// Pointcii cnde acticulcn lian// ben ^Satisfactie die ban SHnifteire- 
bamme Qïjv//glit\>tn cnbe ggcaccocbeett/ etc. 

12 ongen. bldz. 4% Goth. letter, sign. [A] — B, zijnde vel B 
een half vel. 

Onder den titel is nu een nieuw stadswapen, zeker omdat het 
oude te wormstekig was geworden, en het adres: ^g^clnt tot 
^nijtclcedam/ bgi l^arman 3anfV/ Jtt^uHec JFiguer^neiber/ bioontnbe in 
be Wiitmotp//§ttatt in be betgulbcn pa$$cc. 
De tekst biedt geen verschillen, maar de voorafgaande brief 
van den Prins is met een andere kleinere civilité-letter ge- 



297 

drukt en ook is de beginsierletter door een kleinere ver- 
vangen, 

[Universiteitsbibliotheek, Amsterdam. 

Gemeente-Archief, Amsterdam. 

De heer D. C. Meyer Jr., te Amsterdam. 

Universiteitsbibliotheek, Leiden. 

Koninklijke Bibliotheek, 'sGravenhage. 

Universiteitsbibliotheek, Gent]. 
ao3. = p^tncten ntbe SIcticuitn// banbcn jSatfjfartfc/ bit Uan $lm|tclrrtiainnic 
fifit^f/atiitti cnbe gOcaccorbecrt. et r.// SInno MJ^.Xfft^it^ 
8 ongen. bldz. 4^., Goth. letter, sign. [A]. 
Onder den titel weer een ander stadswapen en het adres : 
^Iryrnit tot 5letnf telcrbam/ %^ 1119 Deunen ^anUüon// MnWtt f iguec- 
fnybec/ toonenbe in be IX^armoeftrate/// in bit bcrguibcn pafjcr. 
In deze uitgave is een veel kleinere letter gebruikt, de civilitc- 
letter heeft plaats gemaakt voor een kleine Gothische en het 
plakaat is in een kleine Latijnsche letter gedrukt. 

[Koninkl. Bibliotheek, 'sGravenhage]. 



DE Roever heeft reeds medegedeeld, dat Harmen Jansz. Muller tegen 
Mei van dit jaar 1578 verhuisd is naar een aan de stad toebehoorend 
huis, gelegen aan ,^r Zuy/zyde in de Oio f spoor f \ ^at toen door hem voor 
drie jaren tegen een huurprijs van 52 gl. 'sjaars gehuurd werd, en dat 
hij tegelijkertijd een yyCraenC" aan het oosteinde van de Nieuwe Brug van 
de stad huurde voor 18 gl. 'sjaars. Het voldoen van de huur van deze 
yfiraenC vinden wij ook gedurende drie jaren in de Thesauriersrekeningen 
aangeteekend. ') Te recht besluit de Roever hieruit, dat hij na het ver- 
strijken van de huur van het huis in de Olofspoort, weer het oude pand 
in de Warmoesstraat heeft opgezocht. 

O Oud-Hottand II p. 204. 



998 

Vermoedelijk heeft hij zelf al zijn verblijf in de Olofspoort als voor- 
loopig beschouwd. Tenminste het eenige drukwerk dat ik van hem ken, 
dat in dit tijdperk is uitgegeven, vermeldt het nieuwe adres niet. 
304. = Carmen Elegiacvm// De Instabilitate Rervm// humanarum cum 

exhortatione ad virtutem// amplectandam.// P.A. auctore. 

M. Henr. PurmerendV/ ad Lectorem [volgen 4 distichen]. 

AmstelredamiV/ Excud. Harmannus loannis.// Anno 1580. 

16 ongen. bldz. Lat letter, kl. 8^, zonder sign. 

Het werkje bevat een opdracht in verzen aan Gerardus Hadriani. 

„musarum patronus*\ 

Op de laatste bldz. staat het boven afgebeelde drukkersmerk. 

[Britsch Museum, Londen]. 
Onnoodig op te merken, dat zich achter de initialen P.A. op den 
titel Petrus Apherdianus verschuilt. Naar de reden, waafom niet meer 
als vroeger de volle naam van den dichter op den titel vermeld is, laat 
zich slechts gissen. Wellicht was Harmen Jansz. bevreesd, dat het de 
regeering niet behagen zou, wanneer hij zoo ongemaskerd werken van 
een man uitgaf, wiens geloof niet meer dat van de regeering was. 

Hij zelf was na de ommekeer in 1578 niet Katholiek meer. Dat blijkt 
behalve uit het feit, dat hij voor de regeering werkzaam bleef, duidelijk 
uit verschillende boekjes, die wij hem nog zullen zien uitgeven. Te 
onrechte wordt hem evenwel m. i. door de bewerkers van de Bibliotheca 
Belgica Coornhert^s y^SpUghelken yandc ongercchtkliejt ofte menschelkhejt des 
vergodeden H. N. yadcr vanden Huyse der Lieftien* Ghedrucki int Jaer ons 
Heeren Jesu Christi 1581*' toegewezen. Wel is de civilité-letter die op de 
laatste twee bladzijden van dit boekje gebruikt is dezelfde die wij hem 
in de tweede uitgave der Satisfactie hebben zien gebruiken, maar het er 
in voorkomende titelvignetje, noch de beide kleine sierletters vinden wij 
ergens anders in zijn lettervoorraad. De voorrede van Coornhert^s fff on 
des menschen Natuurlijcke vleesch fVondersproock. Ghedruct uit Jaer Anno 1581^* 



299 

is trouwens in dezelfde dvilité-letter gedrukt, en dit boekje wordt in de 
Bibliotfaeca Belgica toegewezen aan Antonis Ketel. En een bepaalde 
reden om zijn naam te verbergen, waar het gold een boekje van Coorn- 
HERT uittegeven, had H armen Jansz. volstrekt niet Zoo gaf hij het vol- 
gende jaar openlijk uit diens: 
905. = Ctaittling 

kanten t9ni9tit ^^cfftl en tr CgfpfcBt// btoeflirotttDen 

9oet beeif dneeling tfoee CmneUto oetM// f d^otttoen. 

Sn fiifm tltt^t clatt en onberfnett 

gjjemaect boot ^itc l^olthfitttt Coocn0ect. 

48 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— C. 

Onder den titel een der fileeten uit den voorraad van Jan 

EwüUTsz. en het adres: t' AEMSTERD AM.// Ghedruct by my 

Harmen ianszoon Muller// 1582* 

De keerzijde van den titel is onbedrukt. Bldz. 3 bevat een 

voorrede in verzen acn ffnc t/n cc 'bcuc^tfantc cnZt ffcSc 

(yVic^tcfi Anna van Br ederode en Anna van der Laen in 

cursief gedrukt, bldz. 4 en 5 een toespraak in verzen ^cn 

aften ^•j^mcvtt' Sr^om ScrftanbUfi en ^fonfkic^ geheel in de 

reeds opgemerkte kleine civUité-letter, en bldz. 6 de aanwij- 
zing der: Personagien 3nbe Camebfe tianben Atupbt €btittL 
De namen zijn zoowel hier als verder met Latijnsche, de 
eigenlijke tekst met Gothische letters gedrukt. 
Bldz. 32 begint de doeebe Comeble Mn be Cg^pfcB^ broeffbcoutoen, 
die eerst onderaan op de laatste bldz. voltooid is. ^) 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 

Univ. Bibliotheek, Leiden. 

Univ. Bibliotheek, Gent. 

Koninkl. Bibliotheek, Brussel. 
Stadsbibliotheek, Kortrijk]. 

1) Ook beschreven in de Bibliotheca Belgica 



300 

ao6. = %Btitn\tn bit .Iftfftutaie// oygOeretDt Jftegj^eti Hcnbrlcn tiatibe ^cl^nt- 
terpe// bp fotme ban arhcfiiel brftff boot QlJclïotibrti ben// fJ^399* 
^ctobrif • ^ttpfent bflf gonbect bier// enbe tacitenticj}. 
8 ongen. bldz. 4^., Goth. letter, zonder sign. 
Onder den titel een fileet, reeds bekend uit de uigaven van 
Jan Ewoutsz., en het adres: 

C^Oebtucfiit tot Slmftefcelrebam OiO/ bp inp Ifenmtn// Sanfsoon Jftul- 
itr/ jpiguec f n0bec bioenenbe oen// be oube f ibe inbe fnonnoef f tcaet in 

ben betgulbë PaMtt. 

De keerzijde is onbedrukt. 

De 14 artikelen beginnen op bldz. 3 en zijn voltooid op bldz. 

7, waar onderaan wederom een bekend fileet staat, afkomstig 

van Jan Ewoutsz. 

De laatste bladz. is onbedrukt* 

[Univ. Bibliotheek, Leiden]. 
S07. = )^an be btec hi tecV/ (ten bef menf cfien/ te Uietctt/ // V^t ^oot/ «Pat 

toebeet/ mt// pijn bet Vellen. OEn be blUtf cgop// bef eebifggett Xeuen j/ 
3f in bit// notabel 56oen:&en g&eftelt. 
113 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — G. 
Onder den in rood en zwart gedrukten titel staat een ruwe 
houtsnede voorstellende hoe de dood menschen van allerlei 
stand met zijn speer neervelt. Hieronder in roode letters het 
adres: 

^geprent tot 9lmf terrebam/ bi tni Dannê// .... [in het eenig mij be- 
kende exemplaar verder afgesneden]. 

Op de keerzijde begint ^ie prologlie, die ongemerkt in den 
eigenlijken tekst overgaat; deze is voltooid op bldz. iii. 
De laatste bldz. bevat nog eens het adres: 
<0Bepcent tot SÜemV/ftefrebara aen bie onbe f ibe in// bie Q^acmoef f traet/ 
fip mp QacV/men Sanfsoon Jftullec fiffnecfnitV/bet bionenbe in bie 
bergulben// kaffer. 9nno 1585. 



30I 

Hieronder het boven reeds afgebeelde drukkersmerk. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
Dit anoniem uitgegeven werkje is een vertaling van de Quatuor 
Novissima van Dionysius Carthusianus. ^) 

9o8. = Itort Claar fielDüf// <l^flt bie nfeutoe gj^etionben// jproportie eenf €itht\i 
it^ni 5pn biamctec te// groot \i ende ouersulcjc be Quabratiica Cicculi 
be; Stiuen// binberf onrecj^t 59* 6)oor ^lubef^fi 9an (£,cu{cn 
g^c^r<n in J&ïtbcfffc^tft bioonacBdr0 tot vl^elfft. 
6 bldz. 4®., civilité-letter, zonder sign. 

Onder den titel een meetkundige figuur, en het adres: d^Beprent 
tot SCetnjtefrebam/ Dp miltt IJarmen ^an^soon// MwWtt/ jFtffuerjniJber/ 
iDoonenbe fnbe H^armoef ^traet// in ben beroulben l^ajjer* 
Op de keerzijde een woord tot den jS^minöc ^^cftm. 
Het betoog volgt dan bldz. 3 tot 6, opgeluisterd door eenige 

meetkunstige figuren. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 

Univ. Bibliotheek, Leiden]. 

Dit geschrift is gericht tegen het door Symon van der Eycre in 1584 
uitgegeven en aan den Prins van Oranje opgedragen werkje: Qyadrah're 
dv cercle ov maniere de trovver vn qvarré egval av eerde donné^ etc. Delf^ chez 
Albert Henry, 4®. Het is één jaar vroeger verschenen dan de hierna te 
beschrijven Proefsteen, zoodat de uitgave in den loop van 1585 gesteld 
moet worden. Het werd door van der Eycre beantwoord in diens: 
Claerder bewys op de qvadratvere des cirkels Anno vier-en tachtig wtgeghti'en. 
Delf, Bj Aelbrecht Heyndricxsz., 1586, hetgeen wederom het volgende 
geschrift van van Geulen uitlokte. 

209. = J^intfiUtn// €abt Ctotbec biebetleggfnffb bat get// claarbec fietofjf. C|o 
bat gjjenaempt if) 09 be// g^ttotmbe ecbfnbingB ban be OSuabratute 



n Deze vertaling is niet genoemd in de bibliognphie in Chr. M. Vos, De leer der vier 
uitersten^ Amsterdam 1866 p. 199 — 208. 



303 

M// CfrdMtf WH onteclt te Rennen ^tataH enbe gSeen// tDaecad|tfd| 
ftetoHI l|. 

tier ft9 gtboegfit// €en cotte lieccUirfngD oenffttnbe liet ontoerftont 
ende// mflftra^cS Inde ceHnctie oy f fmpef fntect^t. 9en gijemcenen bolclie 
tot nut. Clamen boot// ^2M^ofp$ S^n (£«fcH /v»««H4c$tic$ 

tot Q><i4t. 

12 ongen. bldz. 4^, civilité-letter, sign. [A]— B, zijnde vel B 
een half vel. 

Onder den titel een fileet bekend uit den voorraad van Jan 
EwouTsz. en het adres: 

^Beptent tot Slemf telcetiam/ 119 mg Qocmen Sanf 50on// JfltuIIec/ f Iguet- 
f nitHer/ iooonende inde U^acmoef f trott// inden becgulden j^oHet 1586. 
De keerzijde is onbedrukt. Dan volgt bldz. 3 en 4 de opdracht 
van den schrijver aan de regeering van Delft, gedateerd te 
Delft 3 Juni 1586» terwijl de tekst, versierd door een goed ge- 
sneden meetkunstige hguur, op bldz. 4 begint en op bldz. 12 

voltooid is. *) 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 

Univ. Bibliotheek, Leiden]. 
9IO. = ^09 de Confnginne 

^t tnaerotbttgjïe €ai^it// bon de ptodomotie latefücft gj^evudUceect// dp 

de Coninginne/ eii goce JHapef tept/ onder de grote segbel ban// €ngge- 

lant/ omme de declaratie ban de Sententie gQeggeben iegfienf// de 

Coning^inne ban jgcgotfant in forme l^itt na bolggende. 

8 ongen. bldz. 4®., Goth. letter, sign. [A]. 

Onder den titel een fileet, bekend uit den voorraad van Jan 

EwouTsz. en onderaan het adres: 

rsimftecdam fip 9atmen 9anf50on// ^gq^tent na die Copie de tot 



O Zie over dezen drkelquadratuurscryd D. Bibrbns db Haan, Bauwstofen voor de 
geschiedenis der wiS' en natuurkundige wetenschappen in de Neder landen^ I, Amsterdam 1878 
99 — 121, en over deze boekjes in het bijzonder ildaar p. 131, 134 — 140. 



303 
XonUcti 0|efetti(t it ftp CBd|ta|fel iêtfizt titttcSet btr Coninginnef// 

De keerzijde is onbedrukt. De tekst begint op bldz. 3 en ein- 
digt op de laatste bldz. met den datum van de proclamatie: 
ben Wtttn bacjï tian l^cemBer... in get 3aet onf Veten. MJ^*Xfffl$% 
Hieronder staat nog een reeds meer gebruikt fileet. 

[Univ. Bibl., Gent]. 
an. = [Billiet van den schans gelegen buyten die haerUmmer ende Jan 

Rodenpoort]. 
Uit een post in de Thesauriersrekeningen van 1586 *) blijkt dat aan 
Harman Jansz. bouckdrucker betaelt [is] dertich st. over V drucken van drie 
hondert billietten van den schans gelegen bttjten die haerlemmer ende Jan Raden- 
poortj bljckende bij ordonnantie van den here Burgemeester Claes Fransz. in 
date den IX /lugusti y/. LxxxvC 

Dit staat stellig in verband met de werken die aan deze zijde van 
de stad de regeering toen liet uitvoeren ten behoeve van de stadsverster- 
king. ») 

ais. = 9(filoinf t// enbe// Hotte mttotk// bet ^raueti ban Vollanbt// S^eelanbt 
enbe l^titfi^nhu 

56 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— D,. zijnde vel 
D een half vel. 
. Onder den titel een citaat uit Cicero^s Oratio pro Sestlo en dan 
onder een klein fileet het adres : ^gebcucHt tot SImf telrebam/ bp 
mp// 9acmen ^anjsoon/ MuMtt/ Inonenbr// inben bergulben 1?9ititt, 
Op de keerzijde een citaat uit Erasmus* Jn Instttutionem principis 
Christiani in cursief, dan bldz. 3 — 5 de opdracht van den schrij- 
ver I. G. Blyenburgh aan <l^en €erfamen betjtanbigë 9an ^arobf - 
soon Qupbetoiier Ccesorjer bet £tebe ^mftelrebam, daarna bldz. 6 



O Tbesauriersrekening van 1586 p. 123. 

>) J. Wagbnaar, Amsterdam in zyne opkomst enz. I, Amsterdam 1760 p. 123. 



304 

en 7 het Mtumxtfftittt, bldz. 8 wederom een citaat uit Seneca*s 
Epistoiae^ beide cursief. 

Bldz. 9 begint de eigenlijke tekst, waarbij het behandelde in 
den rand in de kleine civilité-letter aangegeven is, en deze 
is bldz. 53 voltooid- Bldz. 54 bevat nog een lijstje van de 
Stadhouders van Holland en bldz. 55 een citaat uit Plutarchüs, 
terwijl de laatste bldz. onbedrukt is. ') 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. 
De heer R. W. P. de Vries, Amsterdam]. 
Daar Jan Jacobsz. Hüydbcoper in de opdracht Tresorier van Amster- 
dam genoemd wordt, en hij dit ambt slechts gedurende de jaren 1586 
en 1587 bekleed heeft, is het niet twijfelachtig, dat gedurende die jaren 
het boekje geschreven en vermoedelijk ook uitgegeven is. Wie de schrijver 
I. G. Blyenburgh geweest is, heb ik niet kunnen vinden. ') 

313. = OOoeben-tucSc// ofte// .Iftidbeten tot m<ntitcing bet// t^zMjfiit lebigB- 
0fiangec#. 

3a ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— B. 
Onder ded titel een vers uit Exodus 22 en het adres : rSImfter- 
Ham// tOp l^armen muller/ figuerfnpbet/// inben gitlben I^affec. 1587* 
Op de keerzijde een versje, gedrukt in de kleine civilité-letter, 
evenals bldz. 3 — 5 de opdracht 3\cn tnifncn ^crcn 'ben 

'^dcfcn tnbc gezanten ^cr *^tc^cw in c^ottanb 'bcffctScni' 
'^fatcu rcfrcfcntcrcnbc. 

1) Op de verk. Bibl. Jac. Roning, AinstercUiii 1833 (caul. p. 240 n<^. 804) was een 
exemplaar „i»/rt de afbeeldsels der Graven ten voete uif\ Deze zullen er echter niet in 
behoord hebben. Vermoedelijk is dit exemplaar thans in het bezit van den heer R. W. P. 
DE Vries te Amsterdam. Hier is nl. de bekende reeks van gravenportretten door Hbndr. 
GoLTzius ingevoegd. 

*) Evenmin als de heer J. Tidbman, die in het Algemeen Letterlieyend Maandschrift 
1846 p. 36 — 39 een beschrijving van dit boekje gegeven heeft. 



Dan volgt de tekst, waarbij het behandelde onderwerp steeds in 
den rand in de kleine civilité-letter is aangegeven. 
De tekst eindigt bldz. 29 met een fileet uit den voorraad van 
Jan Ewoutsz., bldz. 30 en 31 bevat nog een gedicht: Mit- 
toipcR// 9nt fvoebm en niet Iteaffen tnt// f tetrSe t9ebe(aar#, eveneens 
met een dergelijk fileet besloten, en de laatste bldz. is onbe- 
drukt *). 

[Univ. Bibliotheek, Leiden]. 

Dit anoniem verschenen, voor den tijd zoo merkwaardig moderne 
boekje, waarin werkverschaffing en cellulaire gevangenissen worden aan- 
geprezen, is geschreven door Dirck Volckbrtsz. Coornhbrt en in de 
groote uitgave van diens werken opgenomen. ^) 

9i4« = 9erttoo#t(n^// in alfe Xpttn en teofienfvoet. 

€en teuoet en vtt ttopittiiOi fioecpV/ftê/ boor ane ftebrudlte Vatte. 

^temoetSt// boot tS$toetier 5lntSonif ban ^tmtit/// Wegnltec &p ^pnb- 

onen/ tec XfefV/ ben enbe fiegj^eerten sOn V/ re ^uf ter. 

9tem nofji senen JHebftatlê op eicV/lien bacB banbec VHUSm met 

i^//tm ^l^ebeben. 

340 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A] — P. 

Onder den rood en zwart gedrukten titel een ruwe houtsnede, 

voorstellende hoe Job door den duivel gekweld en door zifn 

vrouw in verzoeking gebracht wordt. Daaronder het adres, ook 

in rood en zwart: 

V Slmf tecbam// !l)p mp jannen San j5« fiwvtttxA'H bet/ inben betgnlben 

De keerzijde bevat de inhoudsopgave, benevens een vier-regelig 
versje van den schrijver, bldz. 3 en 4 de jpcolog^e en op bldz. 5 



O Ook beschreven in de Bibliotbeca Belgiau 
>) Dl. m, Amsterdam 1630 p. 384—388. 

ao 



3o6 

begint de tekst, die op de laatste bldz. eindigt, waar onder- 
aan nog eens het adres staat: 

0fmttnt tot 9ctiif telcctuun aen// ttt otiHe Iflto in tU VHxmtttUttxtt/ 
%i^l/ mp Vormen Sanf 3aon MuWttl jfU/l gnerf ngdrr/ taoncnUe m bit 
iKcV/ irnlben IpflMer. Anno 1587. 

[Bisschoppelijk Museum, Haarlem]. 
915. = SnleQilitnge// Q^emen brrltoen enbe// gtebrupfien #al/ 300 tori ben 
alerte alf terref tre// ^(obe oft CIOQte/ met f ommioBt AometrifcBe 
enbe// 5lrtt6metif r&e bemonf tratien/ mfbtf gabeti "^znan tt reepte een// 
Anobrant sal maecfte^/ .Au nfenf tntgj^ir^uen boor// Nkdaum Petri 
Dauentriensem, 

134 ongen. bldz. 4^, Goth. letter, sign. [A]— Q., zijnde vel L 
een half vel. 

Onder den titel een houtsnede, een globe op een gebeeldhouwd 
voetstuk rustende, en het adres: 

^^Oebrnciit tot Skmftefrebem/ 69 »p Kannen Sanisoon// JUnlfer/ 
flgnerfnibet/ tnonenbe In bie ll^armoeMtraet// inben bergnlben FMIcr. 
1588. 

De keerzijde bevat in cursiefletter het octrooi van de Staten- 
Generaal, gedateerd 7 Juli 1588, waarbij verboden werd het 
werk binnen den tijd van zes jaren na te drukken. 
Bid. 3 en 4 bevatten, ook in cursief, de opdracht van den 

schrijver aan Joannes Velsius den Medicine Doctori^ Profmori der 

Mathematiache Consten etc. Burger t$t Lieuwaerdê sifne lieven here 
ende vrundt^ gedateerd Amsterdam i Febr. 1588, en bid. 5, in 
de bekende fraaie civilité-letter nog een woord T&tten Leser. 
Na eenige algemeene toelichtingen op bldz. 6 — 8 en een register 
op bldz. p en 10 begint op bldz. 11 de tekst, die met verschil- 
lende sterrekundige houtsneden verduidelijkt is en op bldz. 84 
eindigt. 
De volgende bldz. bevat boven het hiervoor (p. 2^$) afgebeelde 



boekdrukkersmerk: MIgleti M M^tn// jftinuf op looooo beelrn// 

af^jjcnctSntt. Deze staan van bldz. 86 tot lai, bldz. 122 bevat 

een opgave van de drukfouten in den tekst, bldz* 1&3 van die 

in de sinustafelen. 

De laatste bldz. is onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Leiden. 

Univ. Bibliotheek, Utrecht]. 

NicoLAUs Petri zegt in zijn opdracht zoowel als in zijn woord tot 
den lezer, dat hij dit werkje uitgegeven heeft naar aanleiding van f^ekere 
Globen celeste ende terrettre onlancx wtgegeuen by Jacob Floriszoon ^} burger 
alhier**. Bedoeld is de bekende Jacob Floris van Langren, die in zijn 
request aan de Raden van Gelre en Zutphen in 1580 getuigde, dat hij en 
zijn zoon Arnold Floris van Langrbn y^eer%te zjn geweest, die de globos 
toi directie van de seevaert f hoeren grooten costen ende mercitelicken dienst van 
deese landen hebbe geinventeert gehad'\ ^} 

17 Juli 1588 heeft Herman Jansz. boeckdrucker ofte figuursnyder tot Am- 
stelredam octrooi gekregen ^/rnnne te laten uitgaen een boeck by hem gedruckt, 
genoempt Globe ofte Kloof\ ^) Dit betreft natuurlijk deze uitgave, waarvan 
BiERENs DE Haan te onrechte ook een Latijnsche uitgave noemt, ^) het 
bestaan hiervan vermoedelijk ontleend hebbende aan de vermelding door 
Revius. •) 



O In de l^st der drukfouten wordt deze mam overal zorgvuldig verbeterd in Jacob 
Fumis. 

^ G. van Hasselt, Geldersch Maandwerk I, Ambem 1807, p. 465. 

s) JHR. Mr. J. K. J. DB JoNGB, Dc opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-IndU^ 
I, *sGnivenhage, Amsterdam 1882 p. i66. 

*) D. BiBRBNs DS Haan, Bihliographie n/erlandaite Mstorique-tcientifique des ouyrages 
importants dons les auteurs sout nés aux i^, i;"* et 18* siicles sur les sciences mathéma' 
tiques et physiques etc. Rome 1883 p. fti8. 

*) Jac. Rbviits, Daventrioê iUustratae Ukri sex^ Lugduni Bat. 1650 p. 497. 



3o8 

9i6* ^ .ÉlttJuiotyDoflf// tet ft/ 9ft l^ttfcScppfiifc oft// littiiobctfufft/ ftcf tjtt- 
urn fnt Xatftn tianbett btc^Z/maetben ra uWtttttn jpoett ^uibiuf : €n 
nta// ttrft 0fteqAffet In on^e Onptfcj^e tob: fert gSeV/nntcgfjldk en 
oocft ptoflttdildl boot onr// €bele #tef#eni/ enbt Conftraaerf/// al| 
KSetrofijnf/ ^cgflbrrf/// ISetftfnflbecf/ €(onbtV/ f mebra/ etc. 
488 bldz., van bldz. 13 af recto genummerd, welke numme- 
ring niet altijd juist is, kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — Hh, 
zijnde het laatste een half vel. 

Onder den titel een portret van Ovmius in houtsnede en dan 
het adres: 

T* AMSTERDAM,// ^ebcncfiit &p «9 Vacmon 9an^5« Mnntt/ // fiomt- 
fnflber/ iDoonrnbe in bfe ]l^annoe'//fttoet fnben betgnlben jj^aMec*// 
tbino. 1588. 

De keerzijde b onbedrukt. Dan volgt p. 3—6 de opdracht: 
DEN EDELEN COtiST-r^cken Corner van Redenrijck^ |m titft 
£focf cn^e fVemcht Horman lansauxm Boec-drucker gheluck ende voor- 
tpoeu Daarna p. 7 en 8 nog JOANNES FLORIANVS Condido Lectori^ 
en p. 9—12: Het Uuen Publif Ouid^ Nosmh^ wt z^'n ejghen schrif- 
ten f tarnen bj een vergadert. 

De tekst begint bldz. 13 en b versierd met verschillende kleine 
vrij goed bewerkte houtsneden, die waarschijnlijk het werk van 
den uitgever zijn. 

Blad 2^6 verso b de tekst geëindigd en de volgende bldzn. 
bevatten een regbter. 
Op de laatste bldz. staat het volgende niet onaardige versje: 

GumtigAe* LeseTy hier suldj vinden misschien 
Enige Fouten in woorden en Letteren versien 
Dats merckelffck verongelnct^ èuyten ons weten 
fF'ant wy hadden jirgus met hondert oghen bevolen^ 
Scherp toe te sien int drucken sander jet te dolen 



309 

Dan Mercurius heeft hem int eerste f hooft of gkesmeten^ 

Ende daerom isser al wat int corrigerê i^ergeten^ 
en het adres: 

^ebcuiUrt tot Semftelrebam/ ft? mqH Hwtxatn 3M#5ooti/ MvXbu 
fiuvtttn^btt/ // taiotirttde inti futtgnlben puffet.// 1588. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
De eerste uitgave van deze vertaling door Joannes Florianus, wiens 
naam eigenlijk Blommaert luidde, moet in 1552 bij Hans de Laet te 
Antwerpen verschenen zijn. ^) Deze latere Amsterdamscbe uitgave schijnt 
door VAN Mander bedoeld te zijn, waar hij spreekt van een proza-ver- 
taling van de Metamorphosen y^er eenighe Jaren in onse spraeck^ in on- 
dicht^ in Druek ujtgecomen^* , *) 

In het voorbericht van den drukker doet Har men Jansz. Muller zich 
weer van een nieuwen kant kennen, nl. als lid van een rederijkerskamer 

waar hij aantrof: y^veel Schilders ende veel cloecke en comtige Gheeste» 

so wel in Rhetorica ah in Schilderijen (die my totte selue menichwesen hebbê venocht.y 

S17. = SIrticuiê Ue geaccocV/ t»ect Mn taM^Btn ben Coning/ entie// Hen Conhtg 

bon «aonacce f o tnel in 5i|nen naV/ mtn alf oocft taben naine ban be 

pictye ban sttnbet sflbe/ // baec boor S19 j^em itttth moeciit 09 tbef tant 

ban een %uul/ 9nno. Jft.9.X)9jr 3f • 

12 bldz. 4^, Goth. letter, sign. [A]—B, zijnde vel Been half vel. 
Zoowel de eerste sierletter van den titel als het er onder ge- 
plaatst fileet zijn nog afkomstig van Jan Ewoutsz, Onder Jbet 
laatste het adres: 
€txitlt ^t^rnrüt t«t Contf/ enbe nn tot Slemjtelcebam/ b9 9<untn// 



O Biographu nationale, VII, Bnixelles 1880— 1883 p. 116. 

O K* VAU Mandkr» UiUggingk op den Metamorphosis Pub. Ovidh Nasonis, HaerUm 
1604, Foor-reden. — Zie ook G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde in de 
i6de eeuw^ II, Lelden 1889 p. 194. 



3IO 

MMxt/ iMnctifec É9be SNsmieMlttt C^^) Men iwctttltoi F^f let.// 

Stano ^omeno. Ji.9.Xfff 9f * 

De keerzijde is onbedrukt. 

De 9cttnt(en staan bldz. 3—5 en worden gevolgd door nog 

eenige stukken, die er betrekking op hebben. 

[KoninkL Bibliotheek, 's Grmirenhage. 

Bibliotheca Thysiana, Leiden. 

Univ. Bibliotheek, Utrecht] 
9x8. = Cen// Slemf cefcebamf / // ümotcuf XtetOaeclr/ nu nieuf ^V'l^t%un 
tDoet in ftegcepë 390 aldertanbe// Xie^c&enl/ (te in iretn antec Xfet- 
ftoecie en ftaen/// neefr al met 3|tn bopl aft taigfe tact M gepleit am// 
alle bcaeffiefft/ melanralie te betHcfluê. 158$». 

160 bladz. kl. 8^, (oblong) van p. i tot 144 genummerd, ter- 
wijl de nummering dan zonder dat er een blad ontbreekt over- 
springt op 150, Goth. letter, sign. [A]— K. 
Onder den in zwart en rood gedrukten titel een houtsnede, 
voorstellende een vroolijk gezelschap van musiceerende en ban- 
ketteerende heeren en dames benevens een nar. De tekst, in 
gedeeltelijk drie gedeeltelijk twee kolommen gedrukt, begint 
op de keerzijde (p. 3), terwijl de eerste kolom een kort woord 
Cotten bcol0(iken Zanger bevat. 

In alphabetische volgorde, naar de eerste woorden gerangschikt 
volgen dan een groot aantal oude en nieuwe liederen. Bldz. 
157 (foutief genummerd i6s) eindigt het laatste lied en begint 
de cafel tianbe Xfeben, be In befen X<eb-boeA begrepen sffn, die pas 
op de laatste bladz. voltooid is. Hierop staat onderaan het adres: 
^^geycent t^Sümftccbam bui mv darmen 9anf5. MnWtx/ toonenbe// In 
ben bergufben Ipaffer. 1589. 

[Stadtbibliothek, Danzig *)]• 



1^ Aan dit eenig bekende exemplaar ontbreekt vel B (bldz. 65 — 8o). 



I 



3" 

Wit tottett €pM^ttu// tut^tt Ho^t ten gttorj^ggdettbett// 9tti €»#- 

jttnf ban fiottertiain tot Xatüii gefcgceV/n^/ ^lit na tot <9u9tf 

tmutntlitcB oneroBelet. 

64 ongen. bidz. kL 8^, Goth. letter» sign. [A]— D. 

Onder den titel een medaillon-portret van Erasmus, dat tot den 

voorraad van Jan Ewoutsz. behoort, en dan het adres: 

TAMSTELREDABL// 009 niff ftecman 9anf3oon Mntttt/// toben bec- 

Qnlben Ipaffer. 1589. 

De keerzijde is onbedrukt. Op bldz* 3 begint C^tojjont// ban 

bffen ttobenbioocV/ lii0Ben 13rtef» en op bldz. 6 de tekst, die op 

bldz. 63 voltooid is. 

De laatste bladz. is onbedrukt. 

[Gemeente-Bibliotheek, Rotterdam. 
Univ. Bibliotheek, Gent] >)• 
De vertaler was vermoedelijk zekere overigens onbekende I. P. S. (Zie 
bldz. 317). 

930. = TRESOIR// VANDE MATEN,// ban ^tMüOittn/ ba CoQcn/ XanV/ bt 
banbt Clfe enbe natte Jftatc/ aotll banV/ ^tn #elbt tnbe ll^lHef/ en 
anbet ytarV/ tScqoen enbe betgaberinggen/ // feet profffticj^ en gj^eV/ 
noec^lflcll. 

320 bldz. (eerst 8 niet genummerd, dan genummerd i— ip8, 
twee bldz. onbedrukt en een aanhangsel genummerd i — 1 1 2) 
kl. 8*., Goth. letter, sign. van bldz. 9 af A— N, zijnde vel N. 



1) In dit exemplatr ontbreekt op den titel het jairul. Dttr echter overigens de exem- 
pliren volkomen gel\jk z\jn, zelis in de onzuiverheid vtn eenige letters op het titelblad, 
hebben w^ niet met een andere uitgave te doen. Ik std m\j voor, dat te midden van 
bet «Mnikken een kleine wiQziglng in het zetsel gemaakt zal z^n, hetzq dat het jaartal er 
b^gevoegd of dat het weggenomen is. 



een half vel, en nog eens Aa— Gg. Onder den titel een nieuw 

drukkersmerk gevolgd door het adres: 



ranlMatam/// «Srtnut ttf m ^taum SoRfj// MUOnf hwm w w te 
tntK Vannac// f tiact/ Inbtn Wtvnlbtn// T?»iitc. isgo- 
De keerzijde bevat in cursief hel privilege voor vier jaren van 
de State n-Generaal, gedateerd te 'sGravenhoge 9 Juni 1590 en 
geteekend door Aertsiers, bidz. 3 en 4 een korte voorrede 
benevens inhoudsopgave, bldz. 5 en ti de Ctctta aftt fantni tt 
conigtten, op bldz. 7 staat slechts onderaan een A en bldz. 8 
is geheel onbedrukt. 

De tekst volgt dan op de genutnmerde bldz. t — 198, waarvan 
de laatste twee bldz. onbedrukt zijn. Hierna volgt een toevoegsel: 
VSANCE ENUE// mmittt Int nutttn/ ni«c jniitf//ttii kon «rata toM 
jfefflnt petuifii'//Vt></ BrtPfiftt/ tottrtt en mtf-//Ot MMen fcae, op de 
opnieuw genummerde bldz. 1—70, en: 



313 

Cen (Ofte ftegrootfnoBt liflsi(»e// WttOtJ Han Ut ]p«tfniltete Xanbfn/// 
en toee0D<WcMn(^ featt rflcR'// bmmnen en xnmtUn op bldz. 71 — iis. 

[Univ. Bibl. Amsterdam. 
Kon. Bibl. *8 Gravenhage. 
. Univ. Bibl. Gent. 
De beer J. L. Bevers, Amsterdam]. 
Volgens Revius, die in zijn Latijnsch werk ^) den titel ook in het 
Latijn noemt: Tabulae examinis auri et argenti ad marcas Trecenses was 
NicoLAus Petri ook van dit werkje de schrijver. 

931. ^ Q>€H utcw^tn /a^ttUll ban Xotofff l^ocQnin.// €>oev ^m £f 
tnanicMC San ccn ficTtncii ^cfiatntnt in f' o{c g§C'// (ictti 
tot 9nöcv/vi^H& cndc (iic^ting^c San Ty^nc kinbcvcn, Vl^ocÜ// 
»ccv Sc^fuacfft cndc 'bicnGtfnci, Soov attc (^^vïficMC Muff- 
Sa^crürll ofH ficn kinöcrcn dovv t*fcfuc te on^cv'/n^f /en in ^e 
S«cc|c ^eC'// ^^creM, ««m "bacr doeif te mo^CN eottfcn (met 
^o^tt* $nffc) t9tll ten deuc^^efMct fcucn etide f^ii^ (icrucn, 
9n HkDte gfief telt fi9 Anthonius rerensis^ enUe nu ban// nieu# ouetf ten 
enbe betftetect. 

84 ongen. bldz., 4^, civilité-letter, sign. [A]— L, zijnde vel L 
een half vel. 

Onder den titel een houtsnede, voorstellende Louis Perquin 
zittende om een tafel waarop een doodshoofd en een zandloo- 
per, en zijn geschrift opstellende voor zijn kinderen en kinds- 
kinderen, die vóór hem staan. Onder tegen de tafel staat een 
wapenschildje. 

Dan een vers uit tffaUif n^i0» en het adres: 
TOT AMSTELRboAM.// #9eöcnct b9 nip Verman Sanfs* JRunec 
f ignetf nftbet// tDonenbe Inbe IBamioef traet tnben becgulben ]paHer. 1590. 



O Jac. Rbvids, Damttriae UlvUratae HM sex^ Lugduni Bat. 1658 p. 497. 



3U 

Bldz. 9 en 3 bevat een woord van Den Drucker totten Leser^ 

bldz. 4 twee gedichten: LOWYS PORQVIN tot den// Goetwü- 

lighen Leser^ en Xoiottf 90r«itlti tat sfln ftin\itnvu 

Van bldz* 5 tot 80 volgt dan de tekst. 

Bldz. 81 en 82 bevat een <Miidl#eggiiiv9c iMaibcn Sutjieur, bldz. 

83 nog een toepasseli|k gedichtje en bldz. 84 een berijming van 

Verschillende beginletters en vignetten zijn al gebruikt in de 
uitgaven van Jan Ewoutsz. 

[De heer J. L. Bevers, Amsterdam]. 

De oudst mij bekende uitgave van dit herhaaldelijk herdrukt volks- 
boek verscheen te Antwerpen in 1565 bij Ameet Ta vernier. 

aaa. = jJNctrooftingj^e// in alle XSben eitde teggenfyoet// €cn beuoot en #etc 
ttoQfteftclf ^ott%f//Ui/ boot alle bebtucSte Iftatte. <0gemaecftt// boat 
Xtattn Slntgonff Mun Qemect/ // fiegulfet b9 C^nboneti/ ter XitH/tun 
ettbc begftrrrtcn 5dnV/ te j^uf ter. 

Sttm ttocg feuen Aebttatfrn op eicv/irett barjl banbct l^eecften met 
j^V/ten ^^gebeben. 

240 ongen. bldz., kl. 8*., Goth. letter, sign. [A] — P. 
De houtsnede onder den titel is gelijk aan de reeds beschrevene 
in de uitgave van 1587 en het adres onderaan bevat slechts 
verschillen in de spelling: 

V Stinf tecbam// Xj^ nip V^itnian Sanf 5* fifPittfnU*// ttt/ tobesi betgiil- 
ben 9aMet. 1591* 

De indeeling is geheel gelijk aan de reeds beschreven uitgave. 
Ook hier staat onderaan op de laatste bldz. nog eens het adres: 
#gebtucBt tot Slemf telrebam/ een// bie onbe f pbe/ in bfe ]Mnnoe|ttart/ 
099// mp Verman 9an#5bon/ Jbnlfet/ fUf/ guetf npbet/ tnoonibe ia ble 
bexv/gttfben jpaffer. 5lnno i59i« 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 



315 

Het mag zeker opmerkelijk heeten, dat van dit Katholieke boekje 
binnen de vier jaren tijds in het omgeslagen Amat^dam een nieuwe uit- 
gave noodig was. n 

993. = ZRVEN// Meten/ ban bfe// WaOm ftee ^UmW*ll t^cMb. 

9ti cim tUmaccit/ m na tot Slemftelnbam ayeat^// l||«fl tiNft^t/ 
Slitoo 1591* 

304 ongen. bldz. kl. S*., Goth. letter, sign. [A]— T. 
Onder den titel een houtsnede, voorstellende het spijzigen der 
hongerigen, en dan het adres: 

c AMSTELREDAM^/ 050 mp «cniian 9anf 5* MnWttI ti^rxn^ll f Offber/ 
ioooncnbe inbe B^ecmoefttaet/ inbeti// bergulbett jpalfer. Snno i59i« 
Op de keerzijde staan in cursief de namen van de Personagien in 
t* eerste SpeL Bldz. 3 en 4 bevat de PROL O OCH en op bldz. 5 
begint het Eerste spel. 

Ieder van de andere spelen is versierd met een dergelijke hout- 
snede als op den titel, met een der werken van barmhartigheid, 
behalve het zevende, waar een houtsnede van andere hand 
is ingevoegd met een voorstelling van het laatste oordeel. 
De laatste twee bldz. zijn onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Rijksprentenkabinet, Amsterdam. 
Koninkl. Academie, Aqnsterdam. 
Stadsbibliotheek, Haarlem. 
'^ Univ. Bibliotheek, Leiden. 

Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
Univ. Bibliotheek, Gent. 
Koninkl. Bibliotheek, Brussel]. 
Deze spelen waren vertoond in de kamer „de Egelantier'*, blijkens de 
regel yfOnffatuf dit voor een Prologhe van om egkntiererT . 

984* = Xatetpc baat Wt anat Ctgncbf fmiiflie Jbeafdjpen bdmen bet Jftttbe 
Sem^teittbaninie. 



Groote prent in zes bladen. 

De beide bovenste bladen bevatten in houtsnede een 
van het Dolhuis, naast elkander van voren en van terzijde, in 
den linker bovenhoek het wapen van Holland en in den rech- 
ter dat van Amsterdam; de middelste bladen geven in drie 
rijen afbeeldingen te zien van de uitgeloofde prijzen, en het 
onderste gedeelte bevat in boekdruk de bepalingen van de 
loterij. 

Onderaan in de tweede kolom staat het adres: 
^gebcucftt tot Smftefcedain/ 69 mp Verman 3anf5« MvOitt/ ftovn- 
f nptirc/ \üoontnbt tn IBarmoeltcart/ // fnbrn tietoiilticii ]^a(Sfet. i59i« O 

[Rijksprentenkabinet, Amsterdam. 
Gemeente-Archief, Amsterdam]. 

995. =: PARAPHRASIS// C^t ff;)// V^tttXSLltntfijt// ^p tt Canomjckt !»xmitn// 
Cnamcntlljrlir)// ban lacobus. I// Petrus, 11.// hhannes. Itl.// iudas. I.// 

€ertf|tf boot ben j^oorQ-aSeleerbrn enbr// tDgt-becmaecbtn Des: Erasmus 

ban Rotterdam// int Xatyn g^rfcQreben: rnbe mi int ü^ptf güe-// tran- 

tKigcfi obrrggefrt boot i. P s. 

256 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [AJ— Q. 

Onder den titel een klein fleuron en dan het adres: 

T* AMSTELRED AM,// ^9 nifp Qacmcn 9dnf 3* MviXittI f pgnet'// Inpber/ 

tooonenbe inben berffuibcu ]paf |ec.// Anno 1 593. 

Op de keerzijde het medaillon-portret van Erasmus, dat ook 

in zijn vorige EaASMus-uitgave gebruikt is, en een citaat van 

hem. De tekst begint op bldz. 4 en eindigt op bldz. 352. 

Bldz. 353 bevat nog een citaat. uit Erasmus, en de volgende 

drie bldz. zijn onbedrukt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam.^) 
De heer Bern. J. M. de Bont, Amsterdam]. 



O Beschreven in F. Mullvr, De Nederlandsefu geschiedenis in platen^ Amsterdam 1863 
no. 1009. *^ Aan dit exemplaar ontbreekt vel Q. 



317 

Wie die vertaler I. P. S. geweest is, heb ik niet kunnen vaststellen. 
Vermoedelijk was ook nog zijn werk: 

996. = EEN// ^Sitpuecigcüe tutV/ leggltigbe op 't ^ftdiebt bef peeren/// r toeïc»- 
mtfi onneiMifflcii/ Vet Pater Noster,// noemt: nae He ^tten^gfien bet// 
IBntftt/ in J^tnen ftutfitn// becHeelt. 

€ect|ttf boot ben BoorD-sreieerben enbe// tottt-berwaerben Des: Erasmus 
ban Rotterdam/// int XatSn gefcBnuen nn int^uM geteouV/bieiJlcR 
ouetgftefet. 

40 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]~C, zijnde vel 
C een half vel. 

Onder den titel een fleuron en dan het adres: 
T* AMSTELREDAM,// 9p jennen 9anf5oon/ taioonenbe// inbe ü^armoel- 
f traet fnben bet/// gulben paffer. 9nno.// 1593* 
De keerzijde is onbedrukt, waarna onmiddellijk de tekst begint, 
die op bldz. 37 eindigt. Bldz. 38 is onbedrukt, en de twee 
volgende bldz. ontbreken in het eenig mij bekende exemplaar. 

[Gemeente-Bibliotheek, Rotterdam]. 



Van 1593 af dragen tal van prenten, door Har mens beroemden zoon 
JoHANNEs Muller gesneden, zijn adres; het ligt echter niet op mijn weg, 
deze hier op te sommen, te meer daar de meeste er van voldoende elders 
beschreven zijn. ') Ook als handelaar in kunst wordt hij later een enkele 
maal genoemd, bv. toen hij 31 Juli 1597, ten overstaan van den notaris 
J. Gysberti, PiETER DE Marsman te Rotterdam machtigde om van Hans 
JoosTEN te Parijs, kort te voren overleden, in te vorderen een restant 
van 73 gl. 3V1 st. wegens hem geleverde kunst. ^) 

1) Ao. Bartsch, Le peintre graveur^ III, Vienne 1803 p. 265 — 294. 
O Getuigen w&ien Jan Jansz. eramer en Jacob Cornbusz., boekdrukker vtn Fnuieker, 
beiden inwonen. 



3i« 

atj. = tO tH iO M lww •#// Me 9lailMiMlc// Mtotar s^r fftt^tuitat// liMc 
allcii Caovhtpfeen* iMin// Dlro^ Omn taeie MMrfe pMl») scer HuinMit. 
Ihr«r Nkolmm Petri Dmntttrietisem. 

Boven dezen titel een iileet, reeds bekend uit den voorraad 
van Jan Ewoutsz. 

Er onder in kopergravure het portret van den schrijver met 
diens zinspreuk er boven: Vhamme propose^ Et dieu dhpase. 
A^* 1595 en linies onderaan het monogram van den graveur 

HeNDRICK GOLTZIUS. 

Dan het adres: Men vindt se te cope by Claes Pieterss. SchoolmeeUer 

woanende op tToude zydtsjj burchwal ty S. Jans brugge op die beschuyt 

marckt tot Amsterdam. 

Ghedruckt f AmUerdam by Horman Janss, Muiier inden vergulden 

Passer II Int loer ons Heeren 1595. 

Met priuilegie voor 10 laeren, 

[Alleen het titelblad in het Rijksprenten- 
kabinet te Aipsterdam]. 
SMi8. = [^Billiet aengaende tappers wachtgeid en voor den schout"]. 
Dat dit door hem gedrukt werd, blijkt uit een post in de Thesauriers- 
rekeningen van 1597: 

Harmen Jansz. bouckedrultitery hetaelt ss gl. 4 1/. voor drucken van ver- 
scheyden kiiiietten aengaende tappers wacht geid^ en voor den sclumt. ^) 

= JRecamorylïof i|// l»at tf/ ^ •ecrMqffiiigte aft becV/becgn^cclage/ Ie- 
fclttiini ftiC tatttn batibcn brrV/warcbni cii nj^elrrc^en ipUMi •alHiiif : 
€n mt// ttt%x anergferfcc tn anle (ii9t#c&f Ulr: toe xS^^ll^tMtidifSiiö^l 
en aocB tfcofl|te(f|r& toaoc aClr// Cbeie ^jtffftcn/ cnbc tm^/btonx^l H alf 
tffietcofftnl/ ^(bllbetf/// tetdtfoijterf/// ^ouètV/fmtftcQ/ m. 
488 bldz., van bldz. 13 af recto genummerd, welke nummering 



1) Oud-Holtand 11 p. 204. 



319 

ni^ altijd juist is» kl. 8^, Goth. letter, sign» [A]— Hh, zijnde 

het laatste een half veL 

Onder den titel hetzelfde portret van Ovidijüs in houtsnede en 

dan het adres: 

TAMSTELREDAM.// 0[ftbvUHt tp aiQ fatmatt 90n#5* M^Obn/// figntt- 

#nftl»et/ tooontnUr Itidr WAtmof// fttwtt Itttieti beroumcn JpaUtu// fUm» 

1599. 

Deze druk is verder, eenige verschillen in de spelling daar- 
gelaten, geheel gelijk aan de reeds beschrevene van 1588. Het 
adres op de laatste bladz. luidt: 

4ft^ttttAt tot Kemftelrebam/ I&9 mp// Vannen 9an|50on Jftulter/ 
fifSWttnfittx/ // iDonenoe (nHen bergnften 9a||ec.7/ i599« 

[Univ, Bibliotheek, Amsterdam.] 
Niet gedateerd maar van omstreeks dezen tijd moet het volgende 
liedeboekje zijn: 

930. = mt tt ctn ffxtttt'/j Vit» 3(5otc]cirn inbm teelcitn f taen// Heel Mane 
lepf en/ in latün en In traptfcge// entte i$ nu nitut ofiemaect niet lieel// 
fcj^sone geelteisme XtetteKenf. 

'112 ongeiï. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— G. 
Onder den titel een fraaie houtsnede, de Aanbidding der her- 
ders, onduidelijk geteekend CD. of G.D. 
De tekst begint op de keerzijde en bevat benevens eenige sier- 
letters, die ons al uit den lettervoorraad van Jan Ewoutsz. 
bekend zijn, eenige kleine houtsneden. 

De vijflijnige notenbalken in de voorafgaande Latijnsche liede- 
ren zijn oningevuld. Bij de meeste leizen is voor de melodie 
naar een bekend lied verwezen, als naar 0^9 0u9tec| te#ene ba 
auontnrce, Ce t^ru^nf biDicR |taet een ftoogge gupf, 9m Cfeue (oren en 
Xittn^uuit enz. 

Op de laatste bldz. staat een slotfileet, al door Jan Ewoutsz* 
gebruikt en het adres: 



€(|cvteiit ttt SmltffttNiK/// %9 m Hmnm SmlSMt JÊÊMU// kt jFiforr- 
Inütier tonnibe ta (ie// S^acnaeMtctet inben ncrV/tlnlieii VoffR. 

[Koninkl. Academie, Amsterdam]. 
Hiervan bestaat nL een vermeerderde uitgave, die blijkens het nieuw 
er in opgenomen JuM-Jaar Lied van Hendrik Lauremsz. Spieghel in 
1600 moet zijn verschenen. 

fl3i. == mt ii nu tttfutllV^ %9iqMtnl tafeen }nMKn// ftaen teel #c|aaiie 
Xevlen/ ta *t Xatgn enbe in *t// 9n9t|c|/ enbe if nn fean nienf ter- 
neertert ente// bertetert met teel Itftoane nientae 0intw// licie 3aer- 
Xieteftenl/ enbe// ^^ftelflrfte Xie^/Zbeienf. 
iia ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — G. 
Onder den titel dezelfde houtsnede als in de vorige uitgave. 
Op de laatste bldz. staat thans geen fileet en luidt het adres: 
4(Bebrndlt tot 1tai#celceten/ ten// ||U9|e ban ^araion 3«ils« Jtaller/ 
ta te n^acV/nweHttaet/ ta ben bergvlben Vaf^r. 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage. 
De heer H. Roes, te Alfen. 
Univ. Bibliotheek, Gent] >)* 
Tegenover het ontbreken van twee liedjes, een Latijnsch „/iv muale 
domm' gaudenf umnet angeir enz., dat vrq zonderling tusschen de Holland- 
sche geplaatst was, en n^en schoon gkeeUelkk Liedeken^ op die wgse^ Maria 
tzaert^ van edelre aerf*^ staat de aanwinst aan het einde van zes nieuwe, 
waarbij het Jubel-laar Lied onderteekend met Deught verheught^ de lijfispreuk 
van Hendrick Laurensz. Spisghel. Niet onmogelijk is het, dat Spiechel 
die zeer bevriend was met den plaatsnijder Joannu Muller aan diens 
vader de primeur van zijn lied gegund heeft. 
Een derde variant is weer iets uitgebreider: 

93a. = 9it ii een f npberv/ itfci %9tt%%xn/ in ben tnelcten// #taen bed Maane 
Xeglen/ in *c Xatttn ente ta *t// 9o9t|rfi/ enbe i# ban nienbif 



1^ Am het exemplaar te Gcot ootbrcekt vd A« 



311 

bett enbe// betfietett met beel tfcj^oone nteutut <B%uitt*ll ïücBt 9aet- 
XleHefienf enbe// ^^j^eeftcigcRe XieV/beRenj. 
112 ongen. bldz. kl, 8®., Goth. letter, sign, [A]— G. 
Onder den titel dezelfde houtsnede als in de beide vorige uit- 
gaven. 

Vermoedelijk staat onderaan op de laatste bladz. het adres, doch 
het laatste blad ontbreekt aan het eenig mij bekende exemplaar. 

[De heer H. Roes te Alfen]. 

Vijf liederen worden in deze uitgave gemist, die in de beide vorige te 
vinden zijn (nl. y^Magnum ntnnen Domini Emanuer enz., „£f« schoon gheeste- 
lick Liedeken ^ van V nieuwe Jaer^ op de wijse: Ruyters ghesellen van ayontueren^\ 
ff Een nieu Liedt van V nieuwe Jaer'*'*^ ff Een Liedeken^ op de wijse: Met slaven 
ofte met wercken^ en y^Een nieu Liedt ^ op die wijse: Te Bruynswijck staet een 
hooghe huys''''). Daarentegen staan er twaalf nieuwe in (^f^Dulcis JesUf dulce 
nomen f dulcis Dei genitricx^^ enz., y^Beata immaculata, virgo puerpera'* enz., ff Een 
Gheestelijck Liedeken: O Saligit, heyligh Bethlenr enz., „A^w laet ons singhen 
liet is t^'dt^ Est puer natus hodie'*'* enz., ffEen Liedt van de drie Coningher^'* ^ 
ff Heer Jesus heeft een Ho f ken daer schoon bloemen staen*"* enz., fff^an het Hemel- 
sche JerusalenT^ yfHoe een Godt-vreesende ziele tot Jesum is suchtende: Op de 
Wffse^ Nu weest ghegroet Maria'' ^ y^Een nieu Liedeken van onse Lie^*e rroUf Op 
de vvyse: De Mey, de Mey^ koel Is de Mey^\ ffEen Gheestelick Liedt ghetrocken 
uyt den lubilus van S, Bamaerf^ onderteekend G. V. B., y^Een ander f op de 
Hfifse: Noch weet ick een Rasteer en ff Nieuwe Jaer op de wifse: ick Slaep^ ick 
waeek**^. 

In de nieuwjaarsliederen, die in deze bundels verspreid zijn, is in 
de slotcoupletten veelal te zien, voor welke rederijkerskamers zij oor- 
spronkelijk gemaakt zijn; zoo wordt in een gesproken „/// van die Broe- 
ders Liefde is V Fondament'*'' (Leiden), in een ander y^Verhlijdt u fVijn- 
rancken^ (Haarlem), maar de meeste wijzen naar „/« Liefd" bloeyendé''* van 
Amsterdam. . 

ai 



ia4 

Het boekje is reeds meermalen besproken, o. a. door Hoffmann von 
Fallersleben *), die het Haagsche exemplaar ten onrechte voor een 
nadruk uit het einde der zeventiende eeuw verklaarde, en door Prot. 

ACQÜOY. *) 

Dit is de laatste uitgave van Harmen Jansz. Muller, waarvan de 
dateering óf in het boekje vermeld is, óf op andere wijze bepaald kan 
worden, voor zooverre die in het door mij behandelde tijdperk valt. Er 
blijven nu nog over te beschrijven een aantal ongedateerde uitgaven, 
waarvan ik de Katholieke eerst zal vermelden, als vermoedelijk vóór den 
overgang van Amsterdam gedrukt. 
233. = [Latijnsche gezangen]. 

20 ongen. bldz. 4®., Goth. letter, sign. A — B, bestaande vel A. 
uit anderhalf vel. 

Zonder afzonderlijken titel zijn hier, evenals in de vroeger ver- 
melde uitgaven (p. 184 en p. 226) een aantal kerkhymnen 
afgedrukt. Het eenige verschil is, dat de muzieknoten thans 
ook gedrukt zijn *). 

De approbatie en het adres staan aan het einde: 
%bmmi tunt l^i Vpmnorum lAci ^tuptllt in ottta anvttfflma/ per 
€tteinaaa// jfllaieftatem. 9nno M^B.fXvuu liccüno it^to Stonuartt. 

f ufifignatu per % He Zattt. 

<6Septent tat Slanjtelretvam/ aett tit mht in» intt Retrf ttatt/ fip mp 
Hacmen// ^aiifsoon figuec f nitbec tnhtn bergnlben paffer. 
€nbe men fAltt te coop bfnbeit tot totcecfit/ onbet ben ^wn/// fip Sob 
«IBatBeufSQon O boecfimettooper. 
[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage.] 

O JDe DUtsche Warande III, Amsterdam 1857 p. 254. 

') Archief voor Nederlatidsche kerkgeschiedenis^ II, *s Gnvenhage 1887 p. 22. 

O Hieruit blijkt dat de uitgave na 1576 te plaatsen is, want tn dat jaar beschikte 
Harmen Jansz. nog niet over muzieknoten (zie boven p. 294). 

^) Deze Job Mathsusz. is boven (p. 236) vermeld op de l\jst der inschulden van 
Hendrick Ablbertsz. in 1575. 



Dit is wel de ouckt bekende Amsterdamsche muziekdruk. Jammer 
dat juist hier het jaartal gemist wordt* ^ 
934. = ?|^t Ooecfi ban// Hen j^outr. 

32 ongen. bldz. kl. 8^., Goth. letter, sign, [A] — B. 

Onder den titel een houtsnede, een geestelijke zuster geknield 

liggende voor een kruisbeeld, en het adres: 

^epcent tot Slmftetbam/ 69 mp Var// man Sfanfsoon JSnfltr/ j^^iguer- 

in&Utï/ toooV/nenbe inben bcroulben paf jee. 

De tekst van dit gedicht begint op p. 2 en is op de laatste 

bladz. geëindigd, waar nog eens het adres staat: 

(^gevrent tot SImjtelcebam fi? mp// ftacman 9anf5. MuUtt/ f tguerV/ 

fnitbrc taioonenbe <nbc berV/ffulben l^aMer. 

Hieronder nog een reeds herhaaldelijk vermeld fileet. 

[Univ. Bibliotheek, Gent]. 
335- = ^( Pb* tiattf// ftortlngj^en onf ^ttttn// 9ef u Cf^tittt/ met bie f eben// 
Wtm ban anfei X* l^roubien. 

32 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— B. 
Onder den titel een ruwe houtsnede, Christus in het graf 
staande, omgeven door de lijdenswerktuigen enz. ledere fifoet- 
#torttagDe bevat tevens een kleine toepasselijke houtsnede. 
Bldz. 20 is de tekst, die met vijftien kleine houtsneden 
versierd is, voltooid, bldz. 21 staat nevens een gebed tot 
Maria een houtsnede, Maria als hemelkoningin, en bldz. 22: 
9iec begjïinnen// bie jeben biten in gebiedt/ ban// bie f upbece onbebfeete 
Mothtt// enbe JBftagDet JHacia. Op een houtsnede hieronder de 
bekende voorstelling der zeven weeën als zeven zwaarden. Het 

O Wellicht is dit het in den caul. van de vcrk. coU. Is. lb Long, Amst. 1744 rfi. 
1943 genoemde ^yHymnwum Hbri duo Ecclaiae At^elod, ij^8 in Usu Imprestum & yen- 
dufOur* Amtulodami ijyi in 8^'*, maar op het eenige m^ bekende exemplaar stond dit jaartal 
niet, en hiermede is in str\jd dat in de door hem gedrukte Psalmi van 1576 de noten bij- 
geschreven waren. 



3^4 

gedicht is op bldz. 29 voltooid, waar onderaan ook het adres : 

^^fttpcent tot 901 jtcIcrOaui/ aen bie// onbe sflbt m Ute B^atmoe^tcatt 69 

in9// Varracn San^s* .ÜEtitilet/ figueiV/ fnfjbec tsaonende tnbe berV/ 

0ulbm S^a$^c. en een reeds bekend fileet. 

De drie nog overige bladz. zijn gevuld met drie houtsneden, 

een Nood Gods, een Christus aan 't kruis, en een Christus 

gezeten aan den voet van het kruis, onder iedere houtsnede 

een fileet. 

[Museum Amstelkring, Amsterdam. 

Univ. Bibliotheek, Gent]. 
936. == ^le ^Aiiit// oni f^ttzt 3iitin C^iifti/ af|// Jdpcobemnf enbt bie t^itt 
۟9i\v// Qtlitttn onf brfcgriluen. 

112 ongen. bldz. kh 8^., Goth. letter, sign. [A]— G. 
Onder den in rood en zwart gedrukten titel een kleine hout- 
snede, Christus als man van smarten, en er omheen een rand- 
versiering samengesteld uit de lijdenswerktuigen. 
De tekst begint op bldz. 2, bevat 33 kleine houtsneden, waarbij 
echter herhalingen voorkomen, en eindigt op de laatste bldz. 
waar onderaan het adres: 

^gebrucftt tot Sluif telrcbam/ aen bit ou///be fibe in ttt Waxnmitcatt/ 
&9 rap// Qannan 9anf 50011 MuWtt fU// gtietf nflbec/ mbm bet^gulbrn 

Ffl«er. O 

[Univ. Bibliotheek, Utrecht.] 

337. = ^e// (Cef tamenten bei// f^% l^atriarcgen/ Saco&f irmberen://9oeelc 

boot i^n fternen fyn Iftinberen geleert enV/be totter bcee#en (0obrf/ 

enbe <0obtfaligOen leV/ben becmaent jjeeft. 9n jjoubenbe bele fcgoone// 

leecfnglien jeer tcoojtelffr/ enbe tot eenen inacen// <$obt#aUggen lenen 

gfieDeel bienf tefgcif. 

128 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— H. 



1) Dit boekje is geciteerd door Dr. G. R. Nagler, Dh Monogrammuten^ IV, Mfinchen 

1871 p. 45Ö. 



325 

Op den titel een fraaie houtsnede, Jacob op zijn sterfbed, om- 
ringd door zijn twaalf zonen, waaronder het adres: 
T'AMSTELR£DAM.// ^j^tUctitilt &9 1119 ^annati 9an#5O0n7/ «i^uKet 
jn^gner-ftijlber/ tnonttilie fnbe WatJ/mwi-ttt^tt inüe betgulbe J^SiUtu 
De keerzijde bevat de inhoudsopgave, bldz. 3 tot 7 een voor- 
bericht, waarna de tekst, die besloten wordt met ^^e 9fj- 
torie 9Menatfi/ gtitontien tot oti//tit Oorriien/ bit langen t^t betfiorgrn 
50n i(t\Bttit// mare nn cortelflc aen den bacj) gB^tacgt en// becbuptf rget 
baecinne gtootr tierBorgent//|$eben gef fen toocbê gan| ttooftelüc// enbe 
ïitfi&t te lefen/' Op de laatste bladz. een bekend fileet. 
Ieder van de twaalf testamenten is versierd met een fraaie 
houtsnede waarop telkens een der zonen van Jacob is voorge- 
steld. 

[Stadslibrye, Gouda]. 

Gevolgd is, volgens het voorbericht, de Latijnsche vertaling die in 
1242 bewerkt is door Robert II, Bisschop van Lincoln. 

33®* = ^Öc ure Sanbcr// Q>99i/ €f Jf^^ Sandcn ^^afc. 

<P>fi€C9fftf9HCcrt "öcur ccft ^iit^cn /ift^atrac^ticfi// ^^ufticfi 
in (^ct9ienciitn/ cnb fmincipatc// CCot ccn ^^f ic^cfe/ fop 
lat cfcg cckbrac^tic^// ^cfcv uren /nMJ^/jfcfijc t^u^c ^h 

40 ongen. bldz. 4^, civilitc-letter, sign. [A]— C. 
Onder den titel een houtsnede, een terneergeveld man, op wien ' 
de dood en de tijd hunne pijlen afschieten, gecopieerd naar 
het titelprentje op de uitgave bij Gheeraert Smits te Antwer- 
pen 1574, en het adres: ^;$c^rttct tot/ ^mfter^^m >2^ 
Martftan ^anü'Tcpn Qj^Vuffcr// ^i^crfnijficr /Ykcwtcfilc 
inic jOPaxfftocftract// inlc Scrguflcn tjDaijfcr. 

[Univ. Bibliotheek, Leuven]. ') 

1) Daar ik dit boekje zelf niet in handen heb kunnen krijgen moet ik volstaan met te 
verwezen naar de beschrijving er van in de Bibliotheca Belgica. 



3^6 

930. = ^ra f notoctlM// ^doecKlien/ teonwtnbe 0fle be// t^^ccf tdMe XieHtüaif / 
g ft em ae cBt eertfllitf O9// f e t^liüt Tonis Harmansz. bon iMttietf-// 
||0tf: tot profMt ban afTe tv//nt9t1tn ffttttn. 
Viec 5(|n nor9 69 oHeboegAt// eenfge XMeftcnf/ fip ben fdf ben Tonis 
Hannansz.// oDtmaecft t : JOibtf gabecl nod) |onmif9|^ anV/ bete/ boot 
een betmaett enbe gjjeleett Mm// ftfec bp 98^^ tnbe In *t llcBt// gQe- 
btacftr. 

a^aec in een pegelic berraoent toart// ban f onben af re Reecen ên leetV/ 

taielen baer ban re Bebben. 

80 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— E. 

Op den titel een kleine houtsnede, Jezus een kranke genezende, 

met aan weerszijden een randje met arabesken, en onderaan 

het adres: 

^l^ebnicliit tor Slmfrelcebam/ ren// fiugje ban llacman SF^mfs. «ttnllec/ 

in be Wüv//müti-4tt9tt/ in ben becgttlben l^atfet. 

De tekst begint onmiddellijk op de keerzijde en wordt op de 

laatste bldz. besloten met een bekend fileet. 

[Koninkl. Bibliotheek, 's Gravenhage. 
Univ. Bibliotheek, Gent]. 
Hiervtm bestaan drie varianten. 
940. = €tn f npuecfirlf// ^^nj^un/ begrpy enbe alfe be// (^iufWÈtta Xiebeicnf / 

gjïeniaecliit eettjlbtf bp// be lalitfie Tonis Harmansz. ban Ü^atbetf-// 

Doef: rot profltr ban ane be^/öroefbe perren. 

l^ier syn noclj bp 9&eboegDr// eenige Xlebebenf/ bp ben fdfben Tonis 

Harmansz.// ggehiaecbr : JBibrf gabetf nocl) fonnnigBe anV/ bete/ boot 

een betmaert enbe gBeleerr Man// ïjitx 69 gftejer rnbe in *r lic^t// g^- 

bracgt. 

n^aet in een pegefic bennoent biocr// ban lonben af re beeten en leebr// 

toefen boet ban re Rebben. 

80 ongen. bldz. kl. 8^., Goth. letter, sign. [A]— E. 

De titel is op gelijke wijze versierd als in de vorige uitgave, en 

bevat onderaan het adres: 



327 

^H^ttaMt tot Staf tdtekmi/ ten// 9ts9f e ban Vatman 9an|3* Muïüt/ 

Me Wav/I motf-tttitt/ tabt bergulden JPaffer. 

Ook in den tekst zqn slechts spellingverschillen aan te 

wijzen. 

[Univ. Bibliotheek, Gent. 
De heer H. Roes, Alfen]. 
941. = €en iuybttU^// 05nttffd/ ftegritpenbe afle be C^eefttV/lücfie Xiebeftenl/ 
gtmaecBt eeitfftf bp be f aV/ Hge Tonis Harmensz. ban D^arberfBoef.// 
Cat troQf t ban aire bebroefbe gerten. 

fiitt 5itn nocD bp g^oeri^t eenige Xiv// beBenf b9 ben jelf bê Tonis 
Harmensz. gemaett/y Jftft^gaberf nocfi f ommigj^e anbere/ boor een// 
bermaett enbe geleert man ^ttt b^ gefet/ enbe// Int (icgt ggebrari^t. 
IBaet fn een pegelilc bermaent biort// ban fonben af te Beecen/ en 
leet-// toefen baet ban te Bebften. 
80 ongen. bldz. kl. 8*., Goth. letter, sign. [A] — E. 
Thans bevat de titel een andere houtsnede, Jezus sprekende 
tot zijne discipelen, aan alle zijden omringd door een drievou- 
digen rand met arabesken, en onderaan het adres: 
#9q^cent tot Kmltefcebam/ b? jannen San j3// tnoonenbe in ben bec- 
gulben Jp^iftt. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
De heer H. Roes, Alfen]. 

943. = (f en fn^berlücft// tBoerpften/ begtjtj^enbe ane be ^ttfttliiC'//1it Xiebe- 
ftenf/ gBemaetllt eert0tf b? be laUge// Tonis Harmansz. ban ll^ac- 
betj-Boef.// Cot troo#c ban ane bebeoefbe uitten. 
9iec 3fln norft b9 geboegfit/ eenf gj^e Xit^// be&enf bsi ben felf ben Tonis 
Harmansz. gj^emaecBt.// Jibit#gaber# nocjï fomntfgije anbece/ boor een 
bet-// maert enbe gj^eleett Man iitt b^ggefet/ enbe tot// lirgt gBebtacgt. 
]|0aec to een ^egSefflcS bermaent toort ban// 3onben af te Beeren/ enbe 
leetbie'//fen baer ban te fiebben. 
80 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— E. 



3a8 

De titel bevat dezelfde houtsnede als in de vorige uitgave, en 

onderaan het adres: 

^epcent tot Smfteftebam/ ftv Vannni Sanfs* tDoa'//ttttilie fn btn btr- 

VtAtitn lpaM<t. 

[De heer H. Roes, Alfen]. 

Ofschoon ook over dezen bundel reeds dikwijls geschreven is, o. a. door 
L. Ph. C van den Bergh •), Acquoy *) en G. Kalff •) is over den cp 
den titel genoemden dichter Tonis Harmensz. nog niets bekend gewordei. 
Waarom de bundel juist omstreeks 1600 verschenen zou moeten zijn, is 
mij niet duidelijk; Muller*s werkzaamheid begint toch reeds veel vroe^. 
Een terminus postquam biedt alleen het t^Op de wifse: fFilhelmus van KaS' 
souwefC^^ waarop het tweede liedeken gezongen moest worden. Later ver- 
schenen nog verschillende ui^ven, o. a. in 1643 bij Cornelis Ducksz. 
CooL, MuLLER*s schoonzoon. 

943. = Xted-ftoecfi// 9ir^cft MIc&tttsoonf Kaotit// j^tf : na bedtetect en bet- 

C9cfit* 

176 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— L. 

Op den titel een bijbeltekst, benevens het adres: 

r SImftefcetiam// t^p 9etmê Sonfsoon/ Atvntfnstber/// loovtnbe toben 

De keerzijde bevat in de veelal door Harmen Jansz. aangewende 
fraaie civilité-letter een opdracht aan de: '^cwS^tmc/ Icugg^ 

cnbc ycm S^wycfiti^cnH ^(f\ccftcr ^nt^nU J!i(9^Ug§l 
3)«ctOK in €tf^cn// (^c^fittn/ »ff«jM /^lutaw^c imicn^innc, 

gedateerd 
^ ^^4^ntcn "den 14. Jiutf. 1575. 

O De Gids^ 1848 I p. 807. 

^) Jrchirf voor Nederlandsche kerkgeschiedenis^ II, *s Gravenhage 1887 II p. 33, 34. 
^ G. Kalfp, Geschiedettis der Nederlandsche letterkunde in de lóde eetew^ Leiden 1889 II 
p. 141, 14a. 



329 

De tekst begint op bladz. 3 en loopt door tot bldz. pi, waar 
onder aan de bldz. het vervolg als een ^9tioe0B#eI aangeduid is, 
dat blijkens een tweeden opdracht op bldz. 92 aan Hendrick 
Laurensz. Spieghel is opgedragen. Dit bijvoegsel is op bladz. 170 
voltooid, waarna nog een Tafel de laatste zes bldz. vult O* 

[Univ. Bibliotheek, Leiden. 
Univ. Bibliotheek, Gent]. 
Ofschoon de opdracht 14 Juli 1575 gedateerd is, heeft Harmen Jansz. 
dezen bundel liederen toch stellig eerst later ter perse gebracht, want 
terwijl CooRNHERT in zijn opdracht duidelijk te kennen geeft, dat hij toen 
eerst op aandrang van sommige vrienden tot de uitgave was overgegaan, 
spreekt de titel van y^u yerbetert en verryckt*\ Dit ,yverrycki^ slaat natuurlijk 
op het Byvoeghsei^ waarin o. a. vier „«/j/ des biinden van lericho lieden^'' voor 
komen, die voor het eerst gedrukt waren in de 1582 te Haarlem door 
Antonis Ketel gedrukte yyComedie vande Blinde voor JerkhiT. Van die eerste 
uitgave die vermoedelijk door Derck van Zanten te Rees is bezorgd, is 
mij evenwel geen exemplaar bekend. 

344. = Schriftuerlijck// Xfebïöoecjffien/// gnöouöcnöe : eenigüe meutue XtebcV/ 
lienj/ oy bhier^c tgoen gOcftelt/ Hoor// T. C. Honlch. 
56 recto genummerde bldz. (genummerd 2—28) kl. 8*^., Goth. 
letter, sign. [A]— D, zijnde vel D een half vel. 
Op den titel het boven op bldz. 312 afgebeelde boekdrukkers- 
merk en daaronder een bijbelspreuk. 

De keerzijde bevat een opdracht van den dichter Tvmon Claesz. 
HoNiCH aan den y^Eersame Godt-vruchtighe^ ende soo ick verfrouwe^ 
van lierten Godt-soeckende Robbert Robbertsz. 



O Reeds uitvoerig beschreven in de Bibliotheca Belgica. Het titelbltd is gereproduceerd 
in J. TEN Brink, Geschiedenis der Sederlaiidsche letterkunde^ Amsterdam 1897 p. 306. 



330 

De tekst begint op de volgende bldz. en eindigt op de laatste. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam. 
Univ. Bibliotheek, Leuven] >). 
De opdracht aan Robbrrt Robb£rtsz. Le Canu, volgens Brandt y^een 
vremihy hsse^ en hoikbolge geesi^ een schemper en een schieter op aller leif gesmf- 
Aeden*^^^ wijst reeds aan in welke kringen zich de dichter bewoog. Een 
tijdsbepaling van de uitgave is moeiel ijk, daar de liedjes volgens den op- 
dracht t^p diversche Tyden ghedicht*'' zijn, zoodat de datum bij een liedje 
op de wijs „7> Mari ah al die vogelen lingken^ (i8 Sept. 1591) slechts den 
terminus postquam aanwijst. 

945. =s cen #c|aan en crucB V/ tiglc 9tf totte banben 9oii-// g^eii 9«ie/ to sfM 
iMberl^ ietf trti toacltt int belt. €nbe// banbi CInpf enoei bte boer// 

^fxmi om SacRe te tetx^-H tuj en if f eet genoecB// I0cfi am lefen. 
^lebcuclit tot Slemftelrebam/ 09 019 litmtnil Sanfs* (l0nerfn|tbet 
bionenbe in bie bionnoef traet/ // ouec ^int 9anf f tcaet fnben beqrInHttn 
l^affer. 

32 ongen. bladz. 4^, Goth. letter, sign. [A]— D. 

Op den titel een zeer ruwe houtsnede, voorstellende hoe Jacke 

op zijn tooverfluit blaast; ter weerszijden twee langwerpige blokjes 

met fraaie arabeskenversiering. Hieronder links een H en rechts 

een I, stellig de initialen van den uitgever. 

De keerzijde is onbedrukt. 

Op bldz. 2 begint de tekst, voorafgegaan door een korte Ipcologge; 



O Nau dit exemplaar uitvoerig beschreven In de Bibliotheca Belgica, waar ook Honich's 
Grondelycke verclaringhe van den Echtclijchen itaet als een druk van Harmen Jansz. Mul- 
ler beschreven wordt. Maar oischoon ik het niet onwaarscbiynl^jk acht, dat dit werkje, 
evenals vete omstreeks denzelfden tijd door Honich's geestverwant Robbert Robbbrtsz. 
uitgegeven geschriften, van Muller*s persen afkomstig is, acht ik het toch verkieslgker 
ze niet hier Vast te registreeren. 

*) G. Brandt, Historie der Reformatie^ Rotterdam 1704, III p. 836. 



331 

deze is voltooid op de laatste bldz., waar onderaan een bekend 
krulomament staat. 

[Univ. Bibliotheek, Leiden]. 

Dit merkwaardige werkje b besproken door Dr. G. Kalff in zijne 
Gesckf edenis der Nederlandsche letterkunde in de \&de eeuw. ') Dat het verhaal 
populair was en bleef, blijkt wel uit een herdruk die deze er nog van aan- 
wijst dat in 1790 door S. W. Koene te Amsterdam werd uitgegeven. 
H^- = ^tn IrBont// rnOr 09tnotc))e(i|rae Qff tortr// ban <;Soiiclket San tot ben 
brrgirce bef €(caben f oone// ban Hcto^f bte beel taionbetlltclle abontue- 
ten// gegabt 0eeft enbe boor 3ün gtoote brom<r//De9t namaelf Ifeofec 
ban Soomen// cnbe ConUicft ban l^tanrit'//rf)c& bitct. 
56 ongen. bldz. 4^, Goth. letter, sign. [A] — G. 
De titel bevat een kleine houtsnede» een legerkamp, waarin de 
held en de reus voor den strijd tegenover elkander staan, be- 
nevens het adres: 

t' 9nif telcebam.// 11^9 mp 9acman Sanfsoon .aauller/ f9guer|nfibec// 
taioonenbe inbe ll^annoeftcaet/ inben// betgnlben 9of fee. 
De keerzijde is onbedrukt, en de tekst, die met 6 kleine hout- 
sneden versierd is, begint op bldz. 3 en eindigt op de laatste 
bldz. met een bekend fileet ^). 

[Univ. Bibliotheek, Göttingen]. 
347. = \_Die evangeliën van den tpinrocken metter glosen"]. 
48 ongen. bldz. 4^., Goth. letter, sign. [A]— F. 
Aan het eenig mij bekende exemplaar ontbreekt het eerste vel 
met den titel. 

Een vrij goede houtsnede, voorstellende hoe een vijftal vrou- 
wen met hunne spinrokkens bij elkaar zitten, een van hen aan 

O Leiden 1889 II p. 45. 

*) Deze uitgAve is uitvoerig besproken in de BeitrSge zur Theorie und Praxis des Buch- 
uttd Biblioihekswesens, II p. 17—22. 



33a 

het woord is en een schrijver het gesprokene opschrijft, is 
eenige keeren herhaald. 

Bldz. 44 is de tekst voltooid en staat een fileet uit den voor- 
raad van Jan Ewoutsz. waarna dan nog volgt: Hot eecbiacrtitrg 
mbe notafirl Pater notttt banbrn bcoiitDen, dat op bldz. 47 eindigt. 
Hier staat onderaan het adres: (^^tjftint tot Smftrltttiani B9 m0n 
9anniiaii 3anf5ooti// «tfUnrier toonenbc ftitic n^armocftraet in b^gaOe 

De laatste bldz. is onbedrukt ')• 

[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]* 
948. =: ;^e CronycBe// ban l^olfanbt/ seelant// mbr Bdrflaiit/ ban bit ge// 

fd^Menlffen fnt tont/ met bfe// Cronücfte banbê S^ijfcgopV/pen ban 
m^ttecBt/ enbr// Dot <>at l^onant eerft// begrepen ff. 
160 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A]— K. 
Het in rood en zwart gedrukte titelblad, dat nauwkeurig geco- 
pieerd is naar de op p. 231 beschreven uitgave van Henrick 
Aelbcrtsz., bevat eveneens in dezelfde versierde omlijsting de 
approbatie ^0 Confent banben Qoiie, maar onderaan is het adres 
veranderd in: 

€(Beprent tot Sfemlteltebam/ in bit// U^arinoeftiaet/ 69 mg l^armen 
3an|3* MiiWtt// f fguecfnitber/ inben bergfinlben j^affer. 
De indeeling van den tekst is geheel gelijk aan de boven be- 
doelde uitgave. 

De laatste bldz. bevat nog eens het adres: ^geytent tSIrmftelte- 
bam/// aen bfe oube fibe in b<e ]0ar -// moef traet/ bp mp (acmen 
3Mf-// 50on/ f iguertfngber/ toonenbe in bit// betgulben J^aUtt, 
waaronder het boven p. 295 afgebeelde drukkersmerk en een 
herhaaldelijk door hem gebruikt fileet. 
[Koninkl. Bibliotheek, *s Gravenhage]. 



O Dit curieuse boekje Is door Dr. G. Kalfp uitvoerig besproken in z\jn Geschiedems der 
Nederlandsche letterkunde in de i6dc eeuw. Leiden 1889 I p. 394 v)g. 



333 

Hiervan bestaan twee varianten: 
349. r= ^it cconjtcHc// ban foliant/ scelant// enbe l^tittlwut/ Han bte ge-// 

ic^itttniiitn int corte// met tk// CronflcAe banbr %<Mcgop7/9en ban 

mtxttf^t enbe {joc bat QoKant tttit// begceyen ij. 

160 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— K. 

Slechts spellingverschillen onderscheiden deze uitgave van de 

vorige, behalve in den titel o. a. ook in de beide adressen, 

waarvan die op het titelblad luidt:. 

(0|$etftent tot Slemjtelrebain/ in bie// ])^annoc#-ftraet/ ti mi l$acmë 

Sr^n^s. MuMtï// jFiguecIngber/ inben berggttlben pafler., en die op 

de laatste bladz.: 

(C^t^ttnt tot SÜmftelrebam// aen bit oube ftbe in bte ll^annoeMtract/// 

&9 ni9 (armen San^soon* .nauller/ fi^mtn^'l/bei/ tuoonenbe <nben 

bergnlben l^ajjer. 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
250. = iB%t Cronltcfte// ban Qotlant/ stéfant// enbe l^riejfanc/ ban b<r ge-// 

fcfttebeniffen int corte/ mtt bit// CtonUc&e banbi %iHtJi99'//9tn ban 

Wttttijt/ enbe// goe bat l^oUant eerfr// begrq^en if. 

160 ongen. bldz. kl. 8^, Goth. letter, sign. [A] — K. 

Ook hier geeft slechts de spelling het onderscheid aan met de 

beide vorige uitgaven, o. a. te zien in de beide adressen, zoowel 

onderaan op het titelblad: 

(Cl^xtnt tot Slemjtelcebam/ in bie// S^annoeftcaet/ 69 mp (armi 

3anf5* MuUtt// figuecjnitber/ inben berggulben l^affec, als op de 

laatste bldz.: 

45Bq^rent tot Slemjtelcebam// aen bit oube |ibe in bfe n9ac-//moe| ftraet/ 

b9 m9 IJacmen 3an^//5oon/ figuerfnitber/ bionenbc in bit// bergulben 

[Univ. Bibliotheek, Amsterdam]. 
asx. = [Afbeeldingen der Heeren van Brederode, in hout gesneden 
door CoRNELis Anthonisz., met een beschrijving gedrukt „m 



/Imitelredam bj my Harmen Janszoon Muller FiguersnyJer^ woonemk 
in de tVarmonaraat in den vergulden Paster]. 
In plano. 

[Was in het bezit van Jacobus Koning, 
overleden 183a]. 

Van deze uitgave van de zeker zeer zeldzame reeks prenten, reeds 
boven p. ip6 vermeld, weet ik niet anders dan dat Jacobus Koning, blijkens 
zijn aanteekeningen in hs, een exemplaar bezat. 

95a. = Den// niepnen |^ttba//xiu; ofte ltru9bt %9tqMmi to-// fioaticnlir bt 
fiinulic rnUe optratte ban// gBrmente Ifcufftien m fieftmbe bnicüten/ bie- 
nun// ba0tI0QC ocbrnpct/ tvotr boocmt met 0ob|// gratie Mn grfontScpbt 
mac9 ottbn*// ^ottbcn/ enbe alfeclianbt liectrn// fton ggenr^. 
Van nieus vermeerdert .en verbetert// per H. L ad honorem Dei. 

98 ongen. bldz. kl. 8®., Goth. letter, sign. [A]— G, zijnde vel E 
een achtste vel. 

De titel is versierd met een houtsnede, een geneeskrachtige 
boom, waaronder het adres: 
T'AMSTELREDAM.// Tènnz «atman MnWti. 

De keerzijde bevat een versje „Tot den ghoetvvillighen Leser** 
benevens een bekend fileet. 

Op p. 3 en 4 staat een voor-reden, besloten met een firaaie 
houtsnede, een vaas met bloemen, en dan volgt' de tekst, waar- 
van het eerste gedeelte op bldz. 68 eindigt met een klein versje. 
Daarna volgt met een nieuwen titel: 

Kemebf t)5oencfim.// ^ngonbenbe j^or// men met depne fiioltrn 00c met// 
brfiienbe flecDtc remebten/ anerj^anbe// Sranc^eben enbe iirChtm #al gj^- 
nejen/ nut cnbt// proft(te(t|dii sftnbe boor een oegOeQrfi: «ttaet b9//|on- 
bet boor arme menden/ oft bie met toerr//ltcn ban banuAertid^efft/ 
fcSamele// SrancEie menf cfien begteeten// te gftenef en en bpltont// te boen. 
Van nieus oversien ende vermeerdert. 



33$ 

Hieronder staat weer een houtsnede, een geneeskrachtige plant, 
en nog 'eens het adres: t* AMSTERDAM.// Mot Vattnan JftnOrr. 
De keerzijde van dezen tweeden titel bevat nog eens een 

VOOR-REDEN TOT DEN LESER. 

Hierna volgt de tekst van dit tweede gedeelte, die op de laatste 
bladz. voltooid is. 

[Univ. BibL, Amsterdam]. 
In het versje op de keerzijde van den titel wordt de bewerker van 
dit boekje Heyman Jacobsz. genoemd. Een oudere uitgave er van is mij 
niet bekend* De Klcynen Herbarm is echter later herhaaldelijk nog her- 
drukt, zelüs nog in 1667 door Michiel de Groot te Amsterdam. 

Het is natuurlijk zeer goed mogelijk dat een of meer van deze onge- 
dateerde boekjes door hem gedrukt zijn na idoo en dan in dit werk niet 
beschreven hadden moeten worden, want nog vele jaren in de 17de eeuw 
heeft . Harmen Jansz. Muller geleefd. Vermeldenswaardige levensbijzon- 
derheden zijn mij echter geene meer van hem bekend geworden. 

17 Oct. 1617 werd voor ,»Harmen Jansz. Muller wanettde in de Passer 
m de fVarmoesstraet^ y twee uren de groote klok geluid. Hij werd bijgezet 
in de Oude Kerk, twaalf dagen later reeds gevolgd door zijn echtgenoote 
,yNYESGEN Adriaens Mfed, vati Harmen Jansz. in de JVarmoesshraef* ^). 

Eerst eenige maanden later, ip Dec. 16 17, kochten de kinderen. Jan 
Harmbnsz. Muller met zijn broedei^ Adriaen en zijn drie zusters er een 
graf en op de zerk lieten zij het volgende huismerk beitelen *) : 



O Oud'UoUand II p. 204. M. L zag dr Roever te onrechte in deze vrouw een tweede 
echtgenoote. Het verkrhil in den voornaam is b^ de gel^jkluidendheid van *s vaders naam 
zóó gering, dat een schrijffout van den koster deze verwarring veroorzaakt kan hebben. 
(Ottd'HoUand III p. 274 wordt evenzoo Jan Neybn Pater Jan Mby genoemd]). 

O Oud'HoUand II p. 204. 



33<5 




Van de lotgevallen van deze kinderen heeft de Roever het een en 
ander medegedeeld '), waaraan ik slechts ontleen de handteekening van 
den vader 





^^^^'^^^/J^ 



Voorts een fragment van de afrekening bij de boedelscheiding : 

Fan t/iujs genaemt (TguUU passer ƒ 9500. — 

yan pampieretty boecken^ gebonden en ongebonden . . - 3406. — 

yan parsseny letteren^ figuren^ en V gcreet schap van dien - 1000. — 

Fan een graf - 200. — 

Fan ujtstaende schulden - 800. — 

Fan comptcn per Cassa - 395. — 

Fan HiLLEüONTjE voor bedde en buhters .... - 100. — 

Fan huisraet^ clederen en juweelen - 1000. — 

Fan houwel^ckse goederen Lysbet, Hillegont, Adri- 

AEN aen gelt^ Jan aen plateti - 2400. — 

7i88oi.— 
Zijn dochter Marretje, later met den boekdrukker Cornelis Dircksz. 



O Oud-Hollaud m p. 268—276. 



3.17 

CooL gehuwd, kreeg y^de parssen^ letteren^ figuren tnde geretUchap van dim*^ 
benevens een deel van de yjboechen en pampieren^'' tot een bedrag van 
ƒ 1305* — 9 Jan den overigen winkelvoorraad. Toen deze in 1628 was 
overleden werd van zijn boedel een inventaris opgemaakt, die eveneens 
door DE Roever is uitgegeven '). Hoe gaarne zouden wij de tegen- 
woordige verblijfplaats weten van y^het conterfeytsel van zyn z. vader''\ door 
hem aan Marretje Harmens vermaakt. 

*) Ond'UfèUand III p. 273, 274. 




22 



OVERZICHT. 



190 1566 [Keur, waarbij aan de Gereformeerden de vrije uit- 

oefening van hun godsdienst wordt toegestaan] • • p. ^^7 

191 1572 Petrus Apiierdianus, Carmen scholastiami p. 291 

Ï92 1573 Petri's Apherdianus, Elegia de fragilitate htmana . . . p. 291 

'93 '574 Petrus Apherdianus, Elegia de moite ƒ. 291 

IP4 ^575 Petrus Apherdianus, 5rm5 exhortatio ad Deumlaudandtm p, 292 

'95 '57^ Petrus Apherdianus, Carmen heroicum p. 292 

196 1576 Leges in Gymnasia Har/emensi et Amsterodamensi juventuti 

observandae p. 293 

'97 '57^ Vlaccaet ons sheeren des Conincx opt stuck en de tolerancie 

van den prijs etide loop van de goude etide silvere Munt e. p. 293 

198 1576 Psalmi p. 294 

^99 ^577 Eeuw ie h Edict ende Qhebot opt accord ghedaen tusschen Mee- 
ren Jühan van OisTENRijCK . . . ende de generale Staten 
van dese LamUn van herwertsovre p. 294 

200 1577 Petrus Apherdianus, Elegia de magno die judicii . . . ^. 295 

201 1578 Poincten ende ' art iculen van den Satisfactie die van Aemstel- 

redamme gegeven ende gheaccordeert ^.296 

202 1578 Pöin/en ende art iculen van den Satisfactie die van Amstelre* 

damme ghegheven ende gheaccordeei't p, 296 

203 '57^ Poincten ende art iculen van den Satisfactie die van ^hnstelre- 

dauw IC ghc geven ende gheaccordeert /*• -97 



io4 1580 P[etrus] A[pherdianus], Carmen (legiaami de imtabilitate 

rerum humanarum ^.298 

205 1582 DiRC VoLCKHERTs CooRNHERT, Tweeling, ran den Bruydt 

Chrhti en d'Egipsche vroeivritwen />. 299 

206 1584 Artiatlen die nyenwe opgherecht tieghen vendelen van de 

Schutterye .... voor ghehouden p, 300 

207 1585 [DioNVsius ChKTWvs\s^vi\^Fan de 'iHer wtersten desmetisrhen* />• 300 

208 1585 LuDOLPii VAN Geulen, Kort daar bewijs dat die nietiwe 

ghevonden proportie eens cirkels jegens zyn diameter te groot is, p, 301 

209 1586 LuDOLPH VAN Cei'Len, Proefsteen ende claerder wederleg- 

gingh dat het claarder bewijs op de gheroefnde er>'imlingh 

■ 

van de quadrature des circkels een onrecht te kennen g heven, p, 301 

210 1586 De \raerachtlghe copie van de proclamatie latelijck ghepu- 

bliceert byde Coninginne , , . , van Enghelant />. 302 

211 1586 \_Billiet van den schans gelegen bmten die Haerlemmer ende 

Jan Roden-poort"] p. 303 

212 1586 of 1587 J, G. Blyenburgh, Afkomst ende korte historie der 

Graven van Hollandt^ Zeelandt ende f'rieslandt , ,../>. 303 

213 1587 [DiRCK Volckertsz. Goounhert], lioeven-tttcht , . , , p, 304 

214 1587 Anthonis van Hemert, l'ei't roost inghe in alle lyden ende 

teghenspoet p, 305 

215 1588 NicoLAUs Petri, Inleydinge hoe men verstaen ende ghe- - 

bruycken^sal zoowel den celeste als terrestre Globe , , , p, 306 

216 1588 OviDius, Metamorphosis^ dat is die Herscheppinge , , , over- 

gheset in onse Dnytsche tale [door Joannes Floriani-s] p, 30S 

217 1589 /irtictilen die geaccordeert sijn tusschen den Coning ende den 

Coning van Navarre p, 309 

218 1589 Ren Aemstelredams mnoret/s lietboeck /*• 310 

219 1589 Dksidkril's Erasmi's, Paraphrasis dat is verclaringhe op Jen 



34Ö 

Brief van D. Pauwels totten Ephesien ...int Duyts trou- 

welijck overgheset [door I. P, S.?] ^- 3iï 

220 1590 [NlcoLAüs Petri], Tresott van de maten^ van gewichten^ 

van coom^ lande ^ van de eiie ende natte mate oock van den 

gelde ende wissel enz /^» 3 1 ' 

221 1590 Anthonius Verensis, Den utersten wille van Lowijs Por- 

quin... van nieus mrrsien ende verbetert ĥ 313 

222 1591 Anthonis van Hemert, rertroostinghe in alle lijden ende 

teghenspoet p. 314 

223 1591 Zeven spelen van de fVercken van Bermhertichejd . . . . ƒ. 315 

224 1591 Loterye voor die arme crancksinnighe nienschen binnen der stede 

Aemstelredamme A 3^5 

225 1593 Desiderius Erasmus, Paraphrasis dat is verclaringhe op de 

Qanonijcke Brieven .... int Dttyts ghetrouwelijck overgkeset 

door I. P. S p. 316 

226 1 593 Desiderius Erasmus, Een suyverlijcke wtlegginghe op V Qhebedt 

des Meeren^ iwelck men gemeynlijck het Pater Noster noemt... 

int Duyts getrouwelijck overgkeset [door I. P. S.?] . . p. 317 

227 1595 NicoLAUS Petri, Boeckhouwen op die Italiaensche maniere... 

van nieus zeer vermeerdert ^«318 

228 1597 IBilliet aengaende tappers wachtgeld en voor den schout"] . . />. 318 

229 1599 OviDius, Metamorphosis^ dat is die Heerscheppinghe 

overgkeset in onse Duytscke tale [door Joannes Florianus], ƒ . 3 i 8 

230 z.j. Een suverlffck boecxken in den wekken $taen veel schone leysen 

in Latijn ende in Duytscke P* 319 

231 1600 Een suyverlifck boecxken in den wekken staen veel sckoone 

* 

leysen in V Latijn ende in V Duytsch ^.320 

232 ca. 1600 Een suyverlifck boecxken in den welcken staen veel sckoone 

leysen in V Latijn ende in V Duytsch ^.320 

233 z.j. [Latijnsche gezangen] p. 322 



234 5J.;. 

235 23f- 

236 z^. 

237 «•/• 

238 2.y. 

239 2.y. 

240 2./. 

241 «.y. 

242 2^'. 

243 a-;- 

244 a.y. 

245 «y- 

246 Z.J. 



247 


»•> 


248 


«.;. 


249 


z.j. 


250 


zj. 


251 

1 


z^. 


252 


z4. 



341 

Dat boeck van den huute p. 323 

Die xv, bloeUtortinghen om Heereii Jesu Chriiti met die $even 

JVeen van onser L, Vrouwen • p> 323 

Die Passie ons Heere Jhesu Christi als Nycodanus ende die 

vier Evangelisten ons beschrijven ^,324 

De Testmnenten der XIL Patriarchen^ Jacobs Icinderen» . . ^.324 

Jan van den Dale, De uure van der doot p. 325 

ToNis Harmansz., Een suyverlick boecxken^ begrypende alle 

de Gheestelicke Liedekens ^.326 

ToNis Harmansz., Een suyverlick boecxken^ begrypende alle 

de Gheestelicke Liedekens • ]*• 326 

ToNis Harmensz., Een suyverlick boecxken^ begrijpende alle 

de Geestelffcke Liedekens i^-* 327 

ToNis Harmansz., Een suyverlifck boecxken^ begrijpende alle 

de Gheestelijcke Liedekens ....... ... ^. 327 

Dibryck Volckertzoon Koornhert, Lied'boeck. . . . /. 328 

Tymon Claesz. Honich, Schriftuerlijck Lted-Boecxken . • ^.329 
Een schoon ende cluchti^he historie van den jonghen Jac!k£ 

die zffns vaders beesten wacht e int velt ^-330 

Een schone ende ghenoechelijcke historie van Joncker Jan wt 

den vergiere des Graven soone van Artoys ^-331 

\Pie evangeliën van den spinrocken metter glosen] . . . . ^.331 

Die Cronijcke van Hollandt^ Zeelant ende Frieslant. . . . ;. 332 

Die Cronijcke van Hollant^ Zeelant ende Frieslant . . . . p. 333 

Die Cronijcke van Hollant^ Zeelant ende Vrieslant . . . . ^. 333 

[Afbeeldingen der Heeren van Brederode] p, 333 

Den Kleynen Herbarius ofte Kruydt Boecxken. Fan nieus 

vermeerdert en verbetert per H. I. [Heyman Jacobsz.] p. 334 



HENDRICK PIETERSZ. 



Bij de levensbeschrijving van Pieter Henricsz. Mul hebben wij reeds 
opgemerkt hoe, na diens dood in 1568, zijn zoon de betrekkingen met 
Plantyn onderliield "). Een bestelling, in de boeken van Plantyn ge- 
boekt op 21 Nov. 1569 yfiuh'ant les leifi-es de Hevndkick Peetersen- ^/f </// 
susdU Peeter Hevndrickx d€funcf\ hebben wij daar aangehaald, en ge- 
zien, dal nog 4 Maart 1574 Plantyn hem boeken leverde '). 

13 Aug. 1574 passeert Hendrick Pietersz. boekverkooper een schepen- 
brief betreffende een jaarlijksche losrente van 5 car. gl. 2 st. ten behoeve 
van Reymerich en Simona, dochters van Claes Symonsz. binnenlands- 
vaarder en Styn Pieïers, houdende op zijn vijtde in het huis „de Vette 
Hen" in de Warmoesstraat, belendend Mr. Reyer Lambertsz. ten noorden 
en DiRCK EwouTsz. apotheker ten zuiden *). 

In 1575 hebben wij hem werkzaam gezien als taxateur in den boedel 
van Hbndrick Aelbertsz., waarbij zifn adres ook in de Vette Hen werd 
genoemd *). 

Nog in 1596 trof de Roever hem aan als getuige. 

') Boven p, 126. 

*) Schepcnbricf in het Wecskaincrarcliicf. 

•) Boven p. 234. 



^ 



GERBRANDT HENDRICKSZ. 



Ook Gerbrandt Hendricks:^. is reeds door mij genoemd. Als zoon 
van Hendrick Aelbertsz.' en als kleinzoon van moederswege van Bar- 
THOLOMEus Jacobsz. was hij de erfgenaam van de bloeiende zaak ^de 
Gulden BybeF* in de Warmoesstraat. 

Hij was omstreeks 1553 geboren en huwde kort voor den dood van 
zijn vader de dochter van Claes Cornelisdr, Schaerslyper. Bij de afre- 
kening van de nalatenschap van zijn vader, die in 1574 was gestorven, 
hebben wij gezien, dat hij de pretentiè'n van verschillende boekverkoo- 
pers voor zijn rekening nam ')• „£/ a prins sur luy la debte de son pèré*^ 
schreef ook de boekhouder van Plantyn in 1575 in het grootboek van 
zijn firma^ en nog tot 1579 komt hij voor in de boeken van Plantyin *). 
Toch schijnt hij slechts de debietzaak van zijn vader voortgezet te heb- 
ben; ten minste op geen boek trof ik ooit zijn naam als uitgever aan. 

In December 1581 was hij reeds overleden. 

Uit een overigens onbelangrijke acte copiéerde de Roever zijn hand- 
teekening: 



O^^ A^^ ij^kJitr^^<A^^^Jh 




ï) Koven p. 233, 234. 

>) Vricndeiyke mcdedccling van den beer Max Rooses te Antwerpen. 



^ 



JOOST JANSZ. 



Reeds in 1567 is Joost Jansz. door een vreemdeling geboekt onder de 
vermaardste Nederlandsche kunstenaars, want met „Gios Ianson d^Amuer- 
danr^ die met Simone di Delft door Lodovico Guicciardiki *) ^edesima- 

ftt'ete huoni scultorr genoemd worden, kan niemand anders bedoeld zijn. 
Maar dan is Wagen aar 's „/« U jaar 1541 hier ter Stede gebooren'''^^ ook 
stellig een onjuistheid. Trouwens ter Gouw vond aangeteekend dat Joost 
de Becldsnyder al in 1557 het elfde huis ten noorden van de Weddesteeg 
aan de Westzijde van de Kal verstraat bewoonde^). 

Het vermoeden van den heer J. R. de Kruvff, dat de metselaar Jan 
JoosTEN, die tot 1568 den bouw van het Burgerweeshuis leidde, zijn 
vader geweest is ^), acht ik zeer onwaarschijnlijk, want deze was toen 
wegens de religie de stad ontvlucht, en wij zullen Joost Jansz. niet alleen 
voortdurend op goeden voet met de stedelijke regeering zien, maar ook 
in connectie tot den Spaanschen landvoogd. 

In de aanteekeningen van de Roever vond ik omtrent hem slechts, 

') Loj). GuicciARDiNi, Descrinione di tutti i Paesi Bassi, Anvcrsa 1567 p. 101. Waar- 
schijnlijk uit hec feit dat deze Itnliaan Joost Jansz. noemt, maakte P. Schrltbma de ge- 
volgtrekking, dat liij zijn opvoeding voltooide in Italië ,ywaar zijn naam reeds met roem 
bekend •werd'* {AemsteVs Oudheid 1 p. 65) 

') Jan VVagbnaar, /Imsterdam in zyne opkomst enz., III, Amsterdam 1767 p. 208. 

'^ J. T£R Gouw, Geschiedenis van Amsterdam^ V, Amsterdam 1886 p. 461. 

O Oud'Holland, VI p. 48, 49. 



345 

dat hij van 1562 tot 1566 voorkomt als gevende geld op rente, terwijl ik 
aan een notitie van den heer Mr. Ch. M. Dozy ontleen, dat hij 13 April 1565 
negen Car. gld. opnam op een huis aan den Reguliersdijk. Toen 8 Dec. 
1566 het testament gepasseerd werd vari Vroutgen Hugendr», provenier- 
ster op het St. Jorishof, waren daarbij getuigen ,,Jan Cornelisz. glasen- 
maker en Joost Janszoon beeldesnijder^ Poorters van AmUerdanC* *). 

Als beeldhouwer noemen hem ook zijn stiefzoon Lambert Opsy: „wiens 
gelijke ten aanzien van kunstig in hout en steen te werken men in de gansche 
wereld niet vind f ^^, Johannes Pontanus: ,,Jodocus statuarius^ civis similiter 
& inquilinus urbis^\ in één adem met Coornhert y^pulclierrimi operibus^ diverso 
licet genere^ clarui'' ') en Arnoldus Buchelius: „Jodocus Johannis statu- 
arius [qui] spirantes finxit de marmore vultus*'' *). 

Hoe jammer, dat wij van de beeldhouwwerken van dien man, die 
door Galland y^nleugbar der interessanteste Amsterdamer Künstler der zweiten 
Half te des lóten JaAr/wnderts*^ genoemd wordt*), niets meer met zekerheid 
kunnen aanwijzen, want de toeschrijving door Galland aan hem van 
eenige gevelsteenen steunt op niets. 

Wel worden er werken van hem in de litteratuur vermeld. Zoo zegt 
Olferï Dapper, van het Minderbroederklooster sprekende: „f^erscAeide en 
kunstigh beeltwerk had ook die vermaerde beelthouwer Joost Jansz. hier in dit 



ï) J. F. M. Stkrck, CU de geschiedenis der Heilige Stede te Amsterdam, Amsterdam 
1898, p. 10. 

>) Handschritt, uitgegeven in Aemstefs Oudïieid 111 p. 18. 

*) Jon. Is. Pontanus, Rerum et urbis Amstelodamensium historla, Amsterodanii 161 1 
p. 246. — De reden dat beiden in één adem genoemd worden, is, dat zoowel Joost 
Jansz. als Coornhert de het eerst door hen beoefende kunst verlieten, de laatste de 
graveerkunst, de eerste de beeldhouwkunst. 

*) Arn. Buchelius, Res pictoriae in Oud-IloUand V p. 147. 

^ Dr. G. Galland, Geschichte der hollandischtn Baukunst und BildnerH im 2^italter der 
Renaissaficc^ Frankfurt aM. 1890 p. 152. 



3»'5 

klooster gemack/. Ouder atuiereti zeitmen dat Kristin met zijn jongeren in V hof 
van Cajaphas biddende^ in steen^ zoo levtndigh en levens groote stont afgebeelt^ dat 
teder stom van verwondering daer over stondt^ en verschelde luiden^ van d^omleg- 
gende plaets^ alleen om deze beelden te zien^ dit klooster quamen bezoeken'' '}• 

Helaas heeft juist het Minderbroederklooster bet in *t jammerjaar 1566 
het ergst moeten ontgelden. 

Een ander kunstwerk, meer tot de bouwkunst dan tot de beeldhouw- 
kunst behoorend, is tenminste nog in eenige afbeeldingen bewaard. De 
bekende burgemeester Nicolaes Witsen teekende in een exemplaar van 
CoMMELiN^s Beschrijvinge van Amtterdam aan: y^Dese man liadde nog gemaekt 
een beenhuij^e aen de nieuwe kerk^ tgeen in mijn jeugt nogh stont^ twelck in konst 
van architectuur en beeltwerck sijns gelijcken niet haddi'' ^)» Dit bekkëneels- 
huisje, volgens Domselaer in 1560 gebouwd, en in 1656 ingestort, is 
tweemaal het onderwerp geweest van een fraaie teekening van Joannes 
Episcopius, en beide teekeningen geheel aan elkander gelijk, zijn gerepro- 
duceerd, de eene in Eigen Haard (1877 p. 269)'), de andere in het 
prachtwerk Amsterdam in de zeventiende eeuw (I p. 44) ^); ze zijn geteekend 
in 1648. Domselaer vertelt een anekdote omtrent den bouwmeester, die 
evenwel slechts onder voorbehoud voor geschiedenis zal mogen aange- 
merkt worden: y^Men verhaalt dat de Meester die het bouwde^ als doen van 
Ketter^ beschuldigt^ voortvluchtig was^ en om dit werk te voltoyen^ vrj geleyt 
gegei^en wierdf •). 



') Dr. ü[lfert] D[apper], llislorisclie beschryy'tng der Stadt Jmsterdam^ Amsterdam 
1863 p. 323 
>^ J. F. Gbbhard Jr., Het leven van Mr, NicoUias Conuluz. fHtsen^ A^nsterdam 1882, 

n P. 479» 480- 

>) Toen in bezit van den heer D. Frankbn Dz. te Parijs, thans in *s Rijks Prenten- 
kabinet te Amsterdam. 

*) Toen in de collectie van Prof. C. L Wurfdain te Arnhem. 

*) T. VAN Domselaer, Beschrpinge van Amsterdamy Amsterdam 1665 p. 67» 



347 

Hoc dit ook zij, ongeveer terzelfder tijd ontwierp hij een nog veel 
belangrijker bouwwerk voor de stedelijke regeering, nl. den Oudekerks- 
toren, in 1558 begonnen en in 1566 voltooid. De origineele teekening 
hiervan was op de boekverkooping van P. van Damme e. a. te 's Graven- 
hage in 1764 gehouden: ^Eeti exiraotdinairc lange opgerolde Teekening zeer 
konstig en uityoerig op parquement getèekend^ verbeeldende een concept tot het 
bouwen van een extra schoonen Tooren te Amsterdam voor de Oude Kerk^ Door 
Joost Janzen Bilhamer, Architect van de stad Amiterdanr *). 

Maar het was vooral als cartograaf dat Joost Jansz. verder optrad. 
Van 1566 af komt hij geregeld als dusdanig in de Thesauriersrekeningen voor. 



1) Ook deze teekening is stellig afkomstig uit den inboedel van Witsen, die hieromtrent 
bericht: „Oo* is hy fabrijk eu inventeur geweest van de Oude Kerks tooren^ begonnen int Jaer 
Mss8 en voltrocken 1566^ als de afteekeningen van sijn hantwerck In gcraemte is te sien bij 
N Witsen", (Gebhardt u. s. p. 479). Uit de vcrk(K)ping van de verzamelingen van 
Witsen in 1728 zal Jacob Marcus de teekening verworven heblien, en op de veiling 
van diens nalatenschap komt ze dan ook voor bij de Tekeningen en prentkonst^ ^, 8 no. 11. 

Te onrechte veronderstelt Jac. Koning, dat Joost Jansz. zelf die teekening in plaat 
gebracht heeft Ql^'erlu:ndelingcn der 2de klasse van het Kon. Nederl. Instituut^ V, Amsterdam 
1831 p. 9). Eerst in 16 13 heeft Daniel de Reyser te Haarlem een houtsnede van de 
houten kap uitgegeven naar een teekening- van Adriaf.n Danckersz. (een exemplaar 
van deze zeer zeldzame houtsnede is op het Archief van Amsterdam) en in 1646 heeft 
Gerrit Jansz. te Amsterdam nog eens dit y^if-konterfeytsel van '/ lloufwerck^ uitgegeven 
met een uitvoerig bijschrift, waarin Joost Jansz. y^'ermaert ^rchiucteur en Beeldt-hotswer 
aldaer*^ de ^^nventeur*^ genoemd wordt, terwijl van de houten kap Jelis Jansz. de ont- 
werper genoemd wordt. Nog gaf le Long er in zijn Historische beschryvinge van de refor- 
matie van Amsterdam (Amsterdam 1729 p. 522) een verkleinde prent van, door H. P. 
[dit is H Post] gesneden. 

TER Gouw (Geschiedenis van Amsterdam^ V, Amsterdam 1886, p. 154) betwijfelt zijn 
aandeel in den torenbouw, wijzende op de rekeningen, waarin slechts Jelis Quirynsz. 
genoemd wordt, mttr deze is slechts voor de uitvoering van het werk betaald, terwijl 
Joost Jansz. uitdrukkelijk de ontwerper heet. 



348 

In dat jaar werd ^^r. Joest Jansz. bedtsnijder hetatlt de somme van viff- 
tich gulden^ hem bij de burgenteesteren toegevmden voer een schenkagie voor zekere 
diensten ende arbeytsioen, bij hem deser stede gedaen^ zoe in V matchen van zekere 
caerten deser stede^ ah anders^'' *)• Scheltema heeft het mis, wanneer hij ver- 
moedt» dat het deze kaart was, waarvan burgemeesteren in 1569 vier 
exemplaren kochten bij Harmen Jansz. Nergens blijkt uit, dat hier ge- 
drukte kaarten bedoeld waren, en Harmbn Jansz. zal wel de bekende 
kaart van Cornelis Anthonisz. geleverd hebben '). 

In het volgende jaar 1567 werd „Joost Jansz. beeltmjder betaelt de srnmne 
van seven gulden^ ter cause van een caertgen^ bij hem ten bevele van burgermees- 
teren gemaickt van V Betaniën Convent^ in ""twelcke te doene heeft hij gevaceert 
omtrent zeven daegerT •)• 

1569 lezen wij wederom: „Joost Jansz. beeltsnijder betaelt de somme van 
negen ka, gulden^ twaelf stuvers over V maicken van twee caerten bij hem ten 
bevele van burgermeest eren^ d'*eene staet inne dese stede van Aemstelredamme ende 
daerinne begrepen Tpesloot, die Diemermeer ende den /lemstel^ d"* ander beroerende 
van S. Olofspoo^-t binnen der voors. stede^^ *) en nog eens voor een groolcr 
werk: ^Meester Joost Jansz. beeltsnijder betaelt de somme van hondert ende vijf- 
tich ka. gulden. Te weten L gulden over sijn verteerde costen ende twee medehul- 
pers^ die langen tijt met hem gevaceert hebben in V meten^ ende alle wegen ende 
waeteren te deunichtigen. Ende C gulden, bij de burgermeesteren hem toegevonden 
voer sijn cunst^ mayeten^ arbeyt ende vacatiën van een nyeuwe caert te maicken van 
alle die landen, waeteren, waetertochten, otntrent Aemsterlant leggende, ende die 
grensinge an Hollant ende Stichtse landen streckende, tot b'ehouf deser stede ge- 
maickt ende gelevert op die Tresorie deser stede''' •). 

*) Acmstels Oudheid IV p. 207, 208. 

S) Boven p. 287, 288. — Waar ook Witsbn ^Jtem in houtsne de stad Amsterdam, die 
b^ de ondergeschrevene berust noemt, vermoedt ik, dat ook deze zich vergist* CGebhardt 
u. 8. p. 479)> 

O JemsteVs Oudheid IV p. 208. 



34D 

En 1570 nog eens: „Joost Jansz. beelt snijder betaelt de sonime van vter 
ende twintkh ka. gulden. Te weten Xf^J gelifcke gulden over sijn verdiende loen 
van twee caerten^ bij hem ten bevele van burgermeesteren gemaickt tot behouff 
deser stede^ een cleyne caerte beroerende Aemitellant ende noch een ander caerte 
van de Diemermeer, noch II gulden van de coecker totte groote cacrt van Aem- 
stellant ende van V stof veren van de voors. caert II gulden^ mitsgaeders IF gulden 
X stuvers bij hem betaelt Jacob Martsz. van V bescrr\*en van de voors. cleyue 
caerte*'' *) — „Jacob Martsz., scrijver op de secretarie deser stede ^ ter causedat 
hij veel en diversche naemen van wegen, plaetsen, waeteren ende anders gescreven 
heeft in een caerte, bff Mn Joost Jansz. gemaickt van Aemstelredamtne ende de 

landen, daeronmie leggende, breeder blifckende bij de caerte daervan wesende 

16 « 8 /r/'») 

De laatste posten zullen betrekking hebben op y,Een kaert van Amste- 
laent met sijne beschrijvinge, die nogh geteekent op de Thesaurie legt, seer curieus''* 
gelijk WiTSEN getuigt*). 

Van al deze kaarten is het mij evenmin als anderen gelukt, een spoor 
terug te vinden. Ze werden alle door Joost Jansz. gemaakt ten behoeve 
van de regeering van Amsterdam. Te onrechte is hem, evenwel trouwens 
reeds door Nicolaes Witsen, aangedreven, dat in 1571 zijn talenten 
tegelijkertijd ook gebruikt zouden zijn door Alva, want -de twee ontwer- 
pen van het door dezen landvoogd begeerde blokhuis, die Dapper in 
plaat heeft laten brengen naar teekeningen in Witsen's bezit^), stellen, 
zoo ze al van de hand van Joost Jansz. mochten zijn ^), stellig niet het 
bedoelde blokhuis voor, gelijk ter Gouw reeds voldoende aangetoond 



O AemtuTs Oudheid IV p. 208. 
*) Aemstefs Oudheid V p. 247. 
>) Gekhardt u. s. p. 479. 
*) Dapper, u. s. p. 205. 

^ Dit is wel waarschijnlük, daar ze zich l>evonden bij de collectie teekeningen,^ die 
WiTSEN van zijn overgrootmoeder geërfd bad. 



heeft ')• I^aï blokhuis was geen wensch van de stad, en wanneer Joost 
Jansz. hierin zóó Alva te wille ware geweest, zou hij zeker niet voort- 
durend de begunstiging van de stad zijn blijven genieten. En die begun- 
stiging is ongestoord doorgegaan. 

In 1571 is „Joost Jansz. httaelt de somtue vmi zes gttldai van XX stuvers 

V stuck. Ter cause dat hij ten '^'enoecke van mijn heer en de hurgermeesteren deser 
stede tot behouf derselver gemaickt heeft een patroon >*an een gaieye ende roy- 
haerdts, mitsgaederx een caerte ^'on den Ch^erthoonT. *) 

Van 1572 zijn geen werkzaamheden van hem bekend, en hier zou 
dus geplaatst kunnen worden het aandeel dat hij volgens Witsen gehad 
zou hebben aan het derde der zeven wonderen van Duitschland : „///>" heeft 
gemaekt snijwerk aan het Hornhgie tot Straeshurg^^ ^^, dat tusschen 1571 en 
1574 tot stand gebracht is. Maar deze werkzaamheid is niet van elders 
bekend*). 

In 1573 was hij in ieder geval weer thuis bezig. Vooreerst: „Joost 
Jansz. beeltsnijder betaelt de $omme van een ende vijftich gulden^ thien stuvers* Te 
weten XLU gulden hem toege^'mden van V maicken van twee caerten van Aem- 
stellant^ dairin gereeckent Fll gulden^ XVl stuvers van oncosten van V lywaet 
ende coeckersj ende IX guiden X stuvers^ bij hem betaelt Jacob Martsz. van V 
bescrijven van deselve twee caertefC"^^. Dan nog weer: „Joost Jansz. beeltsnij- 
der betaelt negen gulden^ hem toegevonden over V maicken van thien houten sceep- 
gens met een groet houten wrack^ dienende voer eett patroen ende vuytworp^ om in 

V groet nae te maicken ende daemtede de scepen^ in V T gesoncken bij den Geusen, 



1) ter Gouw, Gescliledi'nis van Jüistmlani^ VI, Amsterdam 10O9 p. 360, 374. 

*) Aemstefs Oudheid^ IV p. 209. 

*) Gebhardt u. s. p. .479. 

*) Ook Dr. A. Stolberg te Straatsburg, die het uurwerk tot een onderwerp van bij- 
zondere studie gemaakt heeft, licrichtte mij, d:U hij bij zijn archicfiiasporingen noriit dtn 
naam van J(X).st Jansz. had gexicn. 

5; AeniMeVs Otuüieid^ IV p. 20Ö. 



35« 

weeJerom urjt de gront te winden*'' '). En eindelijk : i,Joost Jansz. heeltsnijder 
betaelt de somnte van seven gulden m'er de betalinge van een caert van fVater- 
lant^ bij hem gemaict voer dese stede" *). 

Evenzoo was hij in 1574 voor de stad werkzaam: „Joost Jansz. beelt- 
snijder betaelt drie gulden, thien stttvers over een caerte^ bij hent voer dese stede 
gemaict, begrijpende de Haer lemmer -meer, d'^Oude H'etering, Ilaerlem, Sparendmn 
ende Amsterdanr *). 

Van grooter bekendheid geworden is de teekening van het beleg van 
Leiden, die mede onder de papieren van Witsen te vinden was: ^^üe 
afteekening van de belegeringen van Ledden met alle sijne fortreisen bij de Spaenscn 
rotitom gelegt, seer konstigh na het leeven gemaekt, twekk bij den ondergeteekende 
in original bet^ust'"'* ^^, Deze kaart zelf schijnt niet meer aanwezig te zijn, 
maar zekere T. Reets maakte er in 17 17 een copie naar, die door den 
Amsterdamschen plaatsnijder Jan Stemmers Sr. in plaat gebracht werd '). 

Reets schreef op zijn copie: ^^Ontworpen en Affgetekefit door Joost Jansen 
BiLHAMER, Die de Spaanschen in V Selve Belech voor Ingenieur heeft gedientT 
Is dit waar? Fruin twijfelde er klaarblijkelijk niet aan, maar hij noemt 
toch geen geloofwaardiger bron dan de copie van Reets*). Waarschijn- 
lijker komt het mij voor, dat Joost Jansz., die in 1575 een groote kaart 
van Noord-Holland heeft bewerkt, bij die gelegenheid zijn cartografische 



O AemsteVs Otuïheid^ TV p. 209. 

*) Grbhardt u. s. p. 479. 

•) De ceckening van Reets was op de verk. bibl. Jacobus Koning, U, Amsterdam 
14 Oct. 1833, p. 376. — Stemmers kreeg voor de prent in 1724 t* 130. — van de 
Lcidschc regeering. Een verkleinde copie staat in Wagenaar^s l'aderlamJsche historie, VI, 
Amsterdam 1752 p. 483* 

*) R. Fruin, Het beleg en omzet der stad Leiden in 1J74, 'sGravenhage 1874 p. 23. 
Sciisltrma laat hem in het beleg van Haarlem verscheiden krijgsgevaarten bouwen. Ver- 
inoeilelijk verwarde hij de beide belegerde meeden, en klceikle liet zeer magere bericht 
iinpcns zijn werkzaamheden voor Leiden np eigen gezag wat aan {/huistel's Out^luU 1 p. 65). 



• 
/ 



352 

opnamen dienstbaar heeft gemaakt voor een overzicht van het terrein 
van de voor Nederland zoo merkwaardige gebeurtenis rondom Leiden. 
253.= [Kaart van Noord-Holland, /itmo 1575 Den 3K» Jylij gliedaen 
ende fVtghegetuen dese caerte by myn Joost Jansz.] 

[Slechts in copieén bekend]. 
Geen exemplaar van deze kaart heb ik kunnen vinden en zij is dan 
ook zoo zeldzaam, dat Joannes le Francq van Berkhey, die in 1778 
een afzonderlijke studie er over in het licht heeft gegeven *), ook geen 
andere dan de copie van Har man Allartsz. gekend heeft, waarin hij te 
onrechte slechts een latere staat van het werk van Joost Jansz. ziet. 
Dat werkelijk deze door Harman Allartsz. bezorgde uitgave een copie 
is, blijkt voldoende uit een gelijktijdig getuigenis van Petrus Montanls: 
y^Deze Caerte hehhe kk ghetfen dat /;// onlnmks t* Amsterdam naeghesneden ende 
herdruckt />" »). 

Gelukkig heeft de copiïst het octrooi op de origineele kaart mede ge- 
copieerd: „Dööt Cö'. ^//t". Octroije es toegelaten Joost Jansz. Bedsnijder tot 
amsterdam dat niemant dese caerte van noorthoUandt sal mogen na conterfeijten 

Druckeu oft vercope binnen Dr/je iaeren ersicomende. Sonder expresse last van 

Joost Jansz. voorsz. op dee verbuerte van alle sulcke caerte ende drie kar*, guldes 
stick alst breder blije kt bij den octroije hem ^-er leent tot Antwerpen onder get, 
Lovuijs DE ReqseneI fmh. Sec. Bertij." 

Te recht merkt le Francq von Berkhey op, dat de opdracht aan 
y^en Heeren Staete van Noorthollant^ ende west-rrieslant''' die op de copie van 



O Noodig berigty -wegens een Oude Kaart van Noordholïandy enz. in IS7S ven'aardigd, door 
Joost Jansz. Beelsnyoer. Op nieuw uitgegcnrn by Yntema en Tibbosl, te AmsienUimy 
1778. I>cze nieuwe copie wns het werk van J. van Jaoen. 

*) J. I. PoNTANfTs, Beschryvinghe der seer ^i'v/ beroemden coopstiuït Amsterda::f^ uit het 
ÏMtijn vertaalt door P. M. [Petrus Montanus], Amsterdam 1 614. — In Pontanus* origi- 
neel komt dit bericlit niet voor. 



353 

Harman Allartsz. staat, er eerst door dezen uitgever opgezet is, en 
Joost Jansz. zijn werk wel aan den koning of aan de regeering van 
Amsterdam zal opgedragen hebben *). 

Volgens MoNTANus zou deze kaart het resultaat zijn van een opdracht, 
hem omtrent 1571 gedaan door Alva, en hiermede kan in verband ge- 
bracht worden het verhaal van Hbndrick Soeteboom: y^Jotiker Hendrik 
VAN Broekhuysen, ichreef uyt JVormer kondschap te hebben^ dat tv^e Mannen 
uyt Noord-Holland by den Buert van Hier ges waren geweest ^ dk hem vertoonde 
een nieuwe aftekeninge van V Noor der-quar tier ^ daer in dien selven oord van 
Sloot tot Sloot^ van Faert tot Faert aengewesen wierd\ en dat se elks daer voor 
tot een vereering hondert guldens gekregen hadden* Buyten twijffel was de Caerte 
by Mr. Joost Jansz. gemaekf'' ^). 

Bij zijn naam had Joost Jansz. zijn merkteeken geplaatst, bestaande 
uit een steenhouwershamer op een steen, waaraan zijn bijnaam Bilhamer 
(Bijl-hamer) later ontleend is. Op de copie is het: 




Na deze kaart*) wijzen weer eenige posten in de Thesauriersrekenmgen 
den weg. 1577: „Joost Jansz. beeltsnijder betaelt se^*en gulden^ hem toegevonden 

over sekere wtworpe ende besteck^ bij hem gemaect voor deser stede"'* ^ en 1578: 

— _ » 

^^ J. LE Francq van Bbrkkby, Noodig herigt enz. p. 12, 

*) H. Soeteboom, De Nederlandsche beroerten en oorlogen^ omtrent het Te en aan de Zaan^ 
Amsterdam 1750, p. 53, 54. 

') Ook betrekking op deze kaan heeft de: Grondighe Beschryvinghe van Nwrt'IIoUandt 
ende fVest-Frieslant .... Ende nu op een nieu verbetert, ende uytgegeven door 'wylcn Joost 
Jansz. by zyn leven zeer vermaert Lant-meier, Reeld-snyder ende Steen-hottwcr etc. ... in 
1620 uitgegeven bij Franqoys van den Hoeye te Amsterdam. Een exemplaar was op de 
verk. bibl, Jac, Koning, II, Amsterdam, lo Oct. 1833, p. 375. 

23 



354 

„Joost Jansz. beelt snijder betaclt de somma van vijf ende twintich gulden^ hem 
over V vuytwerpen van een forteresse tot fortificatie deser stede bij mijn heetten de 
burgermeesteren toegevonderT *). 

Deze post staat in de rekening van de Thesaurieren die na de alteratie 
aan het bewind waren. Joost Jansz. bleef dus in dezelfde verhouding tot 
de nieuwe regeering. 

Eveneens in 1578 teekende hij twee plattegronden, die ons in prent 
bewaard zijn gebleven, die van het St. Jorishof (6 Mei) en van het 
Minderbroederklooster (8 Juli). Van beide berustten de oorspronkelijke 
teekeningen in de verzameling van Jacob Margis, die ze verworven had 
uit de nalatenschap van WrrsEN. Op de eerste had deze geschreven: 
„Joost Jansen Beelthouwer^ Bilhamer^ Architect^ Plaatsnjder^ Lanfmeter en 
Horlogienmaker^ die voor 100 jaeren heeft gelee ft ^ en seer vermaert was, Hy was 
myn Over- Groot -Moeders tweede Man^ M argus had ze aan le Long ver- 
schaft, die er prenten naar deed snijden voor zijn Historische beschryvinge 
van de reformatie van Amsterdam *). 

Helaas zijn deze beide teekeningen de eenige van dat soort, die in 
plaat gebracht zijn. y^Hij hadde alle kloosters en kerken binnen dese stad in platte 
grout teekeningen gelegt^'' zegt Witsen *). 

Bij de scheiding van de Metselaars uit het St. Lucasgild (25 Jan. 1579) 
is een akte opgemaakt, waarin namens y^verluyden ende bosmeesters van Sinte 
Lucas Ambac/it'^ het eerst genoemd wordt „Joost Jansz. beeltsnijder*\ Ver- 
moedelijk was hij dus toen Deken van het Gild*). 

3 Febr. 1581 werd in de Nieuwe kerk begraven „Lvsbeth Jacobs A/^rj- 
vrouw van Joost Jansz. beeldtsnijder in de Calverstraef *). 



1) AemsuVs Oudheid IV p. 209. 

*) Amsterdam 1729 p. 555, 556. -- De ccckening van Iict Minderbroederklooster was 
later op de verk. bibl. Jacokus Koning, II, Amsterdam 14 Oct. 1833, p. 376. 
') Gebiiardt u. s. p. 480. 
*) Obreen's Archief IV, p. 270. 
*) Aantcekening van Mr, Ch. M. Dozy. 



355 

Het eerst dat wij weder een werk van hem aantreffen, is dit een in 
particulieren dienst verricht. Het is een teekening op perkament, ccns 
behoord hebbende tot de groote verzameling historische documenten van Jhr. 
Beeldsnijder van Voshol te Utrecht, en thans nog in het bezit van diens 
kleinzoon, den heer Mr. J. W. des Tombe te Utrecht. Het opschrift luidt: 
yf^intw 1583 (ie leste maeius ghemeete deese thegenwoordighe stucke landt s^ dit met 
het groe gecoluert zijn^ gheleegc inde banne van Amstervec^ Boover kerck^ toecoo- 
mende Dierck Jansz. Graef, streckende vande Legmeer suijt-oost op tot ae Ian 
VAN Geeste ////;/, welcke voorsz. lant is groot beuonde 24 7nadt^ 3 hout^ 24 roe^ 

3 voet. Dit ghedae ende ghemeete op 500 roe voer ee madt^ Bij mijn Joost 
Jansz., landt-meeter van Jmster landt, gheadtmiteert bij den hooue van HoUandf'* ^). 
Van hetzelfde jaar is ook weer een post in de Thesauriersrekeningen: 
Mr. Joost lantmeter betaelt de $omme van veertien gulden over sijn vacatien ende 
moyten, die hij gehadt heeft, ah men V fort buyten deser stede maecte, mitsgae- 
ders voor V maecken van verscheyde caerten soe van hetselve fort als andere erfven^ 
die tot het fort nodich waererC" *). Nog gedurende vier jaren zijn betalingen 
geboekt omtrent werkzaamheden, die vermoedelijk hiermede in verband 
stonden. 1586: „Joost Jansz. lantmeter betaelt acht en vijftich gulden, thien 
stuvers over zijn moyten ende arbeytsloon, soe hij verdient heeft in V meten van 

V landt, beworpen met het fort ende daer buyten tot over die Cingcl, mitsgaeders over 

V maicken van twee ofte drie caerten met noch een groote generale caerte van 
deti Haerlemmerdyck tot Benningsloot, daerover hij gevaceert heeft negen ende 
dertich daegen tot XXX stuvers 'i' daechs"" ^). „Mr. Joost lantmeter betaelt drie 
ende dertich gulden over sijn besonge, moyten ende arbeyt, gedaen in V meten ende 
rojen van de erfven ende huysen van den Haerlenmierdijck tot Benningsloot toe, 
mitsgaeders voor V maecken van de chaerte van sekere huysen ende erfven, ducr- 



') Afgedrukt in de Kronijk van het Historisch Genootschap ie ('t recht, 1851, p. 311. 

*) Aemstefs Oudheid, p. IV, 209. 

') AemsteVs Oudheid, IV, p. 2oy, 210. 



over hij gevaceert heeft XXII daegen^ tot XXX stuvers V daechf'* *). — 
„Mr. Joost lantmeter betaelt twee ende tsestich gulden^ thien stuvers over negen 
endc dertich daegen vacatien, die hij gebesongeert heeft mitten heeren gecommit- 
teerden opte erfven buyten die Haerlernmer- ende Jan Rodenpoort^ tot dertich 
stuvers V daechs^ daerinne gereeckent vier gulden voor besoinge met sijn knecht 
gedaen tot s^nen A(/;y.ftf" '). — 1587: w^r. Joost lantmeter betaelt twee ende 
tsestich gulden^ drie stuvers, acht penningen over sijn moyten ende arbeytsloan, 
gedaen ende gehadt in V meten van alle het landt ofte weren, beginnende van 
Benningensloot sujdtwerts op tot an den Reguliersdijck, soe verre als het fort met 
die Cingel streckende es, mitsgaeders alle die landen ofte weren binnen V fort tot 
an de oude stadts Cingel, ende voorts die weren neffens die Reguliersdijck tot after 
an de huysen, mitsgaeders voor V maecken van een groote caerte van deselve landen 
ende andere besonge, daerover hij gevaceert heeft een ende veertich daegen tot 
XXX stuvers *s daechs, daerinne begrepen veer tiendal f ve stuver voor V scriven bij 
den secretaris dienaer gedaen''* '). — j,Mr. Joost lantmeter betaelt vijftien gulden 
over V maicken van een nyeuwe caerte van de erfven, leggende tusschen den Hoer- 
lemmerdijck ende Benningsloot, bij deser stede an haer genomen ende gecoft*'' *). — 
„Mr. Joost lantmeter betaelt twee ende dertich gulden over XIllI daegen besongens, 
bij hem gedaen soe ten bevele van heeren burgermeesteren als schepenen in V ver- 
steecken van de paelkens van de Haerlemmerpoort tot Benningsloot, mitsgaeders het 
besichtigen van den St. Anthonis dijck, caerten daervan te maecken ende anders, 
daerinne gereeckent eljf gulden voor V maecken ende offsetten van de patronen van 
de poorten, mitsgaeders twee gulden voor douck, bij hem gelevert tot behouff van 
de voors. caerterC' '). — „Mr. Joost lantmeter betaelt vier ende twintich gulden 
over sestien dagen vacatien, die hij in Junio, Julio, Augusto ende Septembri geva- 
ceert heeft in V besongeren mitte Commissarissen in V schilderde camertge, in 
V maecken van seeckere caerten van de erfven buyten de Regulierspoorte met het 
meten -^^an dien, in V roryen van enige straten an den Cingel ende V meten van 



*) Aemstets Oudiieid IV, p. 210. 



35/ 

enige parcken^ mitsgaeden het royen van de huysen op V eylandt ende anders''' *). 
— „Mr. Joost lant meter betaelt een ende seventich gulden^ seven stuvers^ acht 
penningen^ over sijn moyten^ bij hem gedaen in V affroyen van de erfven buyten 
de Jan Rodenpoort^ beginnende van Piet er Cornelis Modder tot an den Regu- 
liersdijck^ mitsgaeders het maecken van de caerten derselver erfven^ daerovev hij 
gevaceert heeft ses ende veertich daegen met een schoft tot XXX stuvers '5 daechs^ 
daerinne gereeckent twee gulden voor oudt douck^ gelevert tot behoifff van deselve 
caerterC^ '). — „Mr. Joost lantmeter betaelt een ende veertich gulden^ Xll stuvers^ 
rill penningen over XXf^II dagen ende drie schoften dachgelden tot XXX stuvers 

V daechs^ bij liem gevaceert mitte Contmissarissen in V visiteren ende affroyen van 
de erfven buyten de Jati Rodenpoort^ mitsgaeders V steken van palen ende het 
maecken van caerten der voors, erfven'*'' *). — 1588: „Mr. Joost lantmeter be- 
taelt sti'en ende twintich gulden over achtten daegen dienstes tot XXX stuvers 
'i daechs^ gedaen in V maecken van seeckere caerten^ V meten van de erfven en 

V afroyen van dieti'' *). — 1589; „Mr. Joost lantmeter betaelt dertich gulden^ 
.ff? ven stuvers^ acht penningen over twintich daegen met een schoft vacatiën tot 
XXX stuvers ^s daechs^ die hij gevaceert heeft in V meten van alle die weren 
van den Haer lemmer dijck tot den Amsteldijck^ mitsgaeders V meten van de Qraeuwe 
Monnicken ende Sint e Barberenkerck ende caertgens daervan te maecken'''' ^). — 
„Mr. Joost lantmeter betaelt twee ende t seventich gulden over V maecken van de 
caerten van de erfven^ leggende tusschen die Haerlemmer etide Regulierspoort ^ daer- 
inne gereeckent vijftien Spaensche franchijne vellen tot XII stuvers ende vijftien 
stuvers voor de stock^ daer die caerte op gerolt wordt""* ^). 

Inmiddels was hij in tweede huwelijk getrouwd met Tryn Claes 
Gaevendr., de dochter van Claes Claesz. Gaef en Grietje Barentsdr. 
Banjaert, geboren 8 April 1547 en sedert 29 Oct. 1579 de weduwe van 
den Secretaris Lambert Cornelisz. Opsy. 



*) AemsteVs Oudheid IV, p. 210, 211. 
*) AemsteVs Oudheid IV, p. 211. 



358 

yyAnno 1585 den ii**** Mei heeft Meester Joost Jansz. getrowwd m^e 
moedet'j Trijn Kt«aas GhLY-dochter in de Nieuwe Kerk^ zijnde Pinksterdag*" ')• 

De akte van ondertrouw leert nog eenige bijzonderheden kennen. 
10 Mei 1586 y^compareerden voor Commissarissen Joost } Misz., beeltsn^'der^ wedu- 
wenaer van Lijsbet Jacobs, woonende in de Calverstraet^ ter eenre^ ende Trijn 
Claesdochter, weduwe van Lambert Cornelisz», woonende op de Oude Zijdt^ 
roorburchwaily ter andere zijde^ ende gaven aen^ dat zij aen malcanderen verlovet 
ende met trouwe verbonden waren^ versoecicende hare drie sondaechsche uytroepingen^ 
welclce hun ' verwilliget sij'n^ nadat zij op alles als voren geantwoort hadden"'* *}. 

De vele werkzaamheden voor de stad hebben hem niet belet, tege- 
lijkertijd ook nog voor particulieren werkzaam te wezen, zooals blijkt 
uit vier teekeningen, die in de .verzameling van Mr. J. W. dks Tombk 
berusten. Twee hiervan, de opmetingen van een stuk land, zijn niet 
gedagteekend, een derde is voorzien van het bekende merkteeken, echter 
met den steel van den bijlhamer naar de rechterzijde. 





W^^mifW^ 



De vierde heeft de volgende roelichting: „-^//ö 1587 de ij Junius ghe- 
met e dit teeghen w oor de lant^ streckende van deescr steede niewe singhel sloot tot 
ande Kattiijsei's weeteringhe toebehoorende Dirck Jansz. Graei', eertijds B. 3L 
en op elke camp sijnder groot e gheteekent^ comt over als 3966 R 4'/,, A' (^dat is 
7 Madt ende 400 R, en 66 R, 4*', 3 /'. Na .imsterveener custuim^ 500 R, 

') Handschrift van I.amhert Opsy, uitgegeven in ^emsteVs Oudheid III, p. 36. — Zie 

iiOk (lEDIIAUDT U. S. p. 477. 

') JemsteVs Oudheid IV, p. 207. 



359 

vfjort Madt ghereekent. Qhedae Bij Mijn Ioost Iansz. lantmeeter van AmUer- 
lant^ gheadmeteert bij de Hove van Hollant*'* '). 

In dezelfde collectie is ook nog een quitantie, die zijn handschrift en 
onderteekening te zien geeft: yyick Joost Jan'soon beeldesnider poorter der 
stede van Amsterdam als recht actie ende transport hebbende van Alberï Ger- 

RiTsooN, bekenne mits desen ontfangeti te hebben van den eersame Dirck van 
FoREEST, rentmeester der stede van Alckmaer^ die sonie van twintich karolus 
guldens^ dat stick tot twintich stuuers gerekent over die befalinge van een jaer 
iosrenten houdende op die stede van Alckmaer op den name van Albert Ger- 

R iT sz. en syn ver scène op den xxij dach in julio anno xv* acht en tachtich en ick 
hedancke die voorsz, rentmeester van syn goede betalinge, In kenm'sse der waer- 

heijt hebbe ick mijn name hier onder gescreue in augusto anno jrv' acht en tach- 
tich, Soma XX guïde. Joost Jansoon, beeidesnider'*'' '). 

Terwijl hij nog bezig was met de boven vermelde werkzaamheden 
voor de stad, stierf Joost Jansz.: y^Den Ssten Novetnber 1590 stierf Mr. 
Joost Jansz. mijn stiefvader^ aan mijne moeder bij testament al zijn goed ach- 
terlatende''"^^ en drie dagen later werd hij in de Nieuwe kerk begraven: 
„Joost Jansz. beelt mijder inde landtmeetet\ es begraven 11 November 1590"*). 

Een betaling werd nog in hetzelfde jaar aan zijn weduwe gedaan: „Trijn 
Claes, de hi/ysvrouw van Mr. Joost lantmeter betaelt de sonmte van vijf ende 
vijftich gulden^ thien stuvers over sijn vacatien ende arbeyt, gedaen in V afroyen 
ende besteecken van seeckere erfven buyten de Sint Anthonius poort^ mitsgaeders 
het Clarissen-cloostef*, ende caerten daervan te maeckar *). 



') Eveneens reeds medegedeeld in de Kromjk van het Historisch Cennotschap te Vtrecht^ 
«851, p. 31O9 31 !• 
*) Handschrift van Lambrrt- Opsv, uitgegeven in AemsteVs OudMd lil, p. 36. 
*) /lemsteVs Oudheid IV, p. 207. 
*) AemsteVs Oudheid I V, p. 211. 



1 1 !■? 




■f 



I 
I- 



3^1 

Mr. CoRNELis Bloem AERT werd voor dergelijke aangelegenheden zijn 
opvolger ^). 

Trvn Claes Ga even dr, overleefde haar tweeden man nog bijna der- 
tig jaren: ^Anno 1619 den 2^sten Januarij\ des morgens bij zes uren^ is ge- 
storven mijne zeer waarde y lieve en betninde moeder Trijn Klaas GAEF-dochten 
nadat zij den uden Decetnber-anno 161 8 ziek geworden was. Zij heeft geleefd 
7 1 jaren^ 9 maanden en 1 1 dagen, eti heeft met grooten lof twaalf jaren, als 
eerste regentes, het Tuchthuis bediend. Zij ligt begraven bij mijne twee kinderen 
in de Nieuwe kerk aan de zuidzijde midden in den opgang, schuins tegenover den 
predikstoeP *). 

Eens beeft zij uit de nalatenschap van haar man nog iets aan de stad 
verkocht, want in 1604 werd aan „Katrijn Claes Gaven betaelt vijff 
ende twintich guldens over een caerte van deser stede ende V concept van de ver- 
grootinge derselver bij Haer Ed. man Joost Jansz. gemacct'*'* '). 

Het overige kwam door erfenis aan een achterkleinzoon uit haar eerste 
huwelijk, den bekenden Nicolaes Witsen. Na diens dood in 1717 bleef 
de collectie nog slechts kort bij elkaar, en 30 Maart 1728 begon de ver- 
kooping ervan. Een kunstboek met verschillende reeds genoemde teeke- 
ningen werd verworven door Jacob Marcus, en treffen wij weer aan in 
den catalogus van de verkooping van diens belangrijke boekerij, 7 Sept. 
1750*). Het werd voor 11 gulden 5 stuivers toegewezen. 



*) Mr. N. DB RoBVKR, De kroniek yan Staets, Amsterdam 1886, p. 41» 

2) Handschrift van Lambert Opsy, u. s« p. 37. 

') Aemstets Oudheid V, p. 195. 

♦) Tèekeningen en prentkonst, p. 8 n^ 10: ^,Kottstb()fk viet Tekeningen van Khos/n-y, 
Huizen, Forten &c, door Joost Jansen Bilhambr, Architect van de Oude Kerks Tooren van 
Amsterdam, waaronder de platte grond yan U St, Joris Hof, Graauwmttnnikke Klooster^ en twee 
platte gronden om een Kasteel tot Annterdam te leggen, die hij' uit last van den Hertog van 
Alha gemaakt had. — Wellicht behoorde hierbij ook de plattegrond van de Oude Kerk, 
die in 1765 berustte in de verzameling van Pieter Vlamwg te Amsterdam, en toen in 



3^2 

Hadden wij slechts de papieren nalatenschap van Joost Jansz. nog 
ongeschonden bij elkander, dan zou een belangrijk hoofdstuk van de 
geschiedenis der bouwkunde te Amsterdam opengeslagen voor ons liggen, 
want ^Gecn aemicnlijk gebouwe soo van htiijsen^ als sterckten^ sluijsen^ &ca^ of 
werden door hem gemaeckt^'' zegt Witsen '). 

Beeldhouwer, architect, werktuigkundige, landmeter, een enkele maal 
ook uitgever, voorwaar veelzijdigheid genoegd en wij kunnen Joost Jansz. 
gerust de werkzaamheid van plaatsnijder ontzeggen, die hem ook al eens 
toegedeeld is, het eerst door C. H. dk Heinf.ken, toen hij in zijn Dk- 
tionnaire des artistes^ dont nous avons des estampes *) opnam: J. J. Biliiammer, 
Artiste inconnu. Il a gr ave Ie Stege de la f^tlle de Leyde^ en 2 ptèces^ en 1573 — 
1574". Deze beknopte en tevens onjuiste opgave is door lateren met min 
of meer wijzigingen uitgewerkt. 

plaat gebraclit is voor \Va(;enaar's ilmslerdam^ 11 , p. 9H. De tcekcning wa.s later op de 
vcrk. bibl. Jacobi'S Koninc;, U, Amsterdam 14 Oct. 1833, p. 376. 

1) Gebhardt II. s. p> 480. 

5) II, Lcipzig 1788, p. 700. 




INHOUD. 



Voorbericht I 

Inleiding i 

HuGO Jansz. van Woerden (1506— ca 151 2) 5 

Overzicht • . . . 30 

Claes de Prenter (1506—1508) 32 

Doen Pietersz. (151 8 — 1532) 35 

Overzicht 87 

CORNELIS VAN PePINGHEN (ca. I520) 90 

Willem Corver (1520—1533) " . . 1. ^6 

PiETER Jansz. Tyebaut (1522 — ca. 1532) 98 

Overzicht 108 

Jan Zyvertsz. (1525— 1538) 109 

Overzicht 121 

Meester Luyt (1527) r22 

PiETER Henricsz. Mol Tl 53 2 — 1568) 125 

Reynier Heynricx (ca. 1533) 128 

Bartholomeus Jacorsz. (1536— ca. 1550) 131 

Overzicht 147 

Jan Ewoutsz. (1536— 1564) 148 

Overzicht 179 



* 



Jan Jacübsz. (1538—1541) 181 

Overzicht 186 

CoRNELis Anthonisz. (1543— 1553) ' .... 187 

Overzicht 199 

Wever Hrnricksz. (1544— 1564) 200 

Jan Pip:tersz. (1546— 1575) ,201 

CORNELIS KaRELSEiN (1546— I 554) 203 

Overzicht 216 

Hendrick Aluertsz. (1547 — 1574) 217 

Overzicht 238 

Willem Jacübsz. (1547 — 1572) 239 

Overzicht 262 

DiRCK Jansz. (1554 — 1558) 264 

PlETER SwERTKENS (1556 — 1583) 267 

Claes Jansz. van Deventer (1557 — 1575) 270 

Adriaen Barentsz. (1557— ca. 1605) 272 

Damiaen Willemsz. (1557 — 1566) 276 

JoRVs VAN Cami»en (^55/) ^77 

Jelis Jansz (1557— 1560) ^/^ 

CoRNELis Cornelisz. (1560 — 15<^4) 28! 

Davidt Gervtsz. (1563— 1565) 282 

Henricus Svlvius (1565— 1569) 283 

Adriaen Lenaertsz. (1566 — 1569) 284 

Harmen Jansz. Muller (1566— 1617) 285 

Overzicht 338 

Hendrick Pietersz. (1568—1596) . 342 

Gerbrandt Hendricksz. (1574— ca. 15H1) 343 

Joost Jansz. (1575) * 344 



^ 




' .".'». 



f 



s 



fi 



1 . 






^ 



J 
I 




3 2044 019 835 487 




^