Skip to main content

Full text of "De Opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automatcd querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogX'S "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any speciflc use of 
any speciflc book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite seveie. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http : //books . google . com/| 



Google 



Dii is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheek pi anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automadsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niei-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over hci 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informade wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



p 




èil 

0(a 



\ 



DE OPKOMST 



VAN HET 



NEDERLANDSCH GEZAG 



IN 



OOST-INDIK 



VERZAMELING VAN 

ONUITGEGEVEN STUKKEN UIT HET OUD-KOLONIAAL ARCHIEF. 



T^WEEIDK REEKS. 
(Suiten. bessittingen.) 



UITGEGEVEN EN BEWERKT 



DOOR 



Dr. P. A. TIELE. 



Tweede Deel, 

BEWERKT DOOR Mr. J. E. HeERES, 

Adjunct^comiuies by het Rijksarchief. 



n.^/^,j^ f\f 



'SGRAVENIIAGE, 

MARTINUS NIJHOFP. 

MDCCGLXXXX. 



• ' . 

> * 



DE OPKOMST 



TAN HET 



NEDERLANDSen GEZAG 



IN 



ÓOSTINDIÊ. 



VERZAMELING VAN 

ONUITGEGEVEN STUKKEN UIT HET OUD-KOLONIAAL ARCHIEF. 

(SuitexL bezittinsexi.) 

UITGEGEVEN EN BEWERKT 

DOOR 

Dr. P. A. TIELE. 



Tweede IDeel, i 

BEWERKT DOOR Mr. J. E. HeERES, 

Adjunct-commies bij het Rijksarchief. 



'SGRAVENHAGE, 

MARTINÜS NIJHOFF. 

MDCCCLXXXX. 



^ 



BOUWSTOFFEN 



VOOR DE 



GESCHIEDENIS DER NEDEELANDERS 



IN DEN 



MALEISCHEN ARCHIPEL. 



UITGEGEVEN EN TOEGELICHT 



DOOR 



Dr. P. A T I E L E. 



Tweede IDeel, 

BEWERKT DOOR Mr. J. E. HeERES , 

Adjunct-commies bij het Rijksarchief. 



'S GRAVENHAGE , 

MARTINÜS NIJHOFF. 
1890. 



YOOKBEKICHT. 



Het zg mg Yergand, mgn aandeel in het totstandkomen van 
dit boekwerk met een enkel woord aan te geven. Toen de heer 
Nghoff mg voorstelde , de aanteekeningen betreffende het tweede 
deel der „ Bouwstoffen' % door Dr. Tiele nagelaten, tot een 
i,Inleiding" te verwerken en tevens de correctie der „Docu- 
menten*' op mg te nemen en hg m§ alles ^ wat de gestorven 
geleerde daartoe had bestemd; ter hand gesteld had, bleek 
mg; dat de ;, Documenten" geheel voor de pers gereed waren, 
dat zelfs een klein gedeelte daarvan reeds was gecorrigeerd en 
gerevideerd. Mgn verbeteringstaak begon dan ook pas bg het 
zesde vel. De kopg, zooals die voor de pers was gereed ge- 
maakt, had Dr. Tiele blgkbaar zelf geheel met de archief- 
stukken vergeleken ; zoodat ik mg dan ook geheel onthouden 
heb van het aanbrengen van wgzigingen b. v. in de spelling 
der woorden. Slechts in die gevallen, waarin mg de zinondui- 
delgk was of waarin ik een weglating of vergissing meende te 
bespeuren, nam ik mgn toevlucht tot de genoemde stukken 
zelf. Een zeer enkele maal mocht het mg gelukken, een kleine 
verbetering aan te brengen. Dat er schrijf- en drukfouten in de 
nu afgedrukte „Documenten" zijn overgebleven, weet niemand 
beter dan ik zelf, daar ik ze ën bg het samenstellen der „In- 
leiding" èn bg het vervaardigen van het „Register" heb moeten 
doorwerken en doorlezen. Niemand, die van nabg bekend is 
met het lastige yan het verbeteren van dergelgke, in ouder- 
wetschen vorm gegoten stukken, zal mg daarvan, hoop ik, 
een verwgt maken. Een enkele zinstorende of grove fout vindt 
men achter het „Register" vermeld* Voor de aanteekeningen 

394440 



VI VOORBERICHT. 

aan den voet der „Documenten'' is Dr. Tiele geheel aanspra- 
keiyk. 

Wat de „Inleiding" betreft, wezen de mij ter hand gestelde 
aanteekeningen mij voldoende den weg. Met verbazingwekkende 
nauwkeurigheid en juiste beknoptheid zgn alle stukken, voor 
zijn doel van belang, door Dr. Tiele geëxcerpeerd , voor zoover 
zg niet gedrukt in dit boekdeel worden aangetroffen. Mgntaak 
was dus, wat dat betreft, zeer gemakkelijk. Toch deed zich 
een niet geringe moeiigkheid voor mg op. De Utrèchtsche biblio- 
thecaris had sinds eenige jaren zgn vrgen tgd besteed aan de 
studie van de geschiedenis der Europeeërs* in den Maleischen 
Archipel en kon dus soms in zgne aanteekeningen zeer kort 
zgn over personen en zaken, aangaande welke ik, wien die 
voorstudie ontbrak , meer licht noodig had. Ook in die gevallen 
moest ik mgn toevlucht nemen tot het Bijksarchief , tot de papieren 
van Ggsels, die de directie der Hofbiblioihek te Earlsruhe zoo 
welwillend was, ook mij ten gebruike toe te vertrouwen èn 
tot de verdere mij ten dienste staande bronnen of reeds vroeger 
gepubliceerde werken. Er is meer. Dr. Tiele kon in het „Voor- 
bericht" vóór zgn eerste deel verwgzen naar zgn correspondeé- 
rende artikelen in de „Bgdragen" van het Indisch Instituut, 
en kon dus in vele gevallen kort zgn, waarin ik aan mgn ge- 
schiedverhaal een grootere uitgebreidheid moest geven. Buitendien 
kon hg , meer dan het mij vergund was , een beschrgving leveren 
van de algemeene politiek der Compagnie, en behoefde niet, 
zooals ik geloof, dat op mgn weg lag, af te dalen tot de zich 
telkens herhalende kleine nuanceeringen in de verhouding, 
waarin het Nederlandsch bestuur tot de inlandsche hoofden en 
hunne onderdanen stond. 

Ik heb mg verder bg. het vervaardigen der „Inleiding" natuur- 
Igk niet alleen laten leiden door de nu gepubliceerde „Docu- 
menten", maar ook door de reeds meer genoemde aanteeke- 
ningen, waaronder er waren, waarop ik soms den nadruk heb 
meenen te moeten leggen, meer dan op de stukken zelf, die 



VOORBERICHT. VII 

*wel de hoofdzaak vormen; maar toch; zooals zg worden uitge- 
geven ; een onderlingen band ; een leiddraad missen. Die band ; 
die leiddraad wordt juist gevormd door de kleine excerpten; 
door Dr. Tiele met zooveel zorg bgeeuverzameld. Een middel 
tot controle vinden mijne lezers in het verwgzen aan den voet 
der bladzgden naar de desbetreffende pagina's der ;, Documenten"; 
waarop hetgeen ik schreef steunde. Een enkele maal echter is 
een meening; door mij uit die stukken gevormd; eenigermate 
gewgzigd door het bestudeeren der aanteekeningen. 

In die gevallen; waarin Valenten; of waarin auteurs van 
den nieuweren tijd ; zooals de Jonge voor meer algemeene aange- 
legenheden; van Dgk; Leupe, Bokemeger — f en passé el des 
meilleurs — naar het oordeel van Dr. Tiele of van mg zelf 
betrouwbaar waren ; heb ik zeer kort kunnen zgn. Omgekeerd 
zal het verschil in opinie (b. v. tusschen Dr. Bokemeger en mg 
over Ambonsche personen en zaken) den aandachtigen lezer 
eveneens duidelijk genoeg in 'toog vallen. 

Dit deel behandelt de gebeurtenissen van omstreeks 1623 — 
1640. Een heerlgk tafereel ontrolt zich niet voor onze oogen: 
geen schitterende wapenfeiten; die bloedige lauweren zouden 
kunnen vlechten om de slapen der Nederlandsche dapperen; 
geen groote vooruitgang in beschaving ; die den Nederlandscben 
naam met eere zoude kunnen kronen ; vallen hier te bewon- 
deren. Wel werd ook nu door onze militaire aanvoerders , door 
Janmaat en door het veldleger de eer der „Princevlag" opge- 
houden; wel werden er ook nu daden verricht; die den Neder- 
lander bet hart sneller doen kloppen en met bewondering voor 
de bedrgvers er van vervullen; maar zij stonden op zich zelf. 
De groote beteekenis van dit tijdsbestek moet gezocht worden 
in de Ausdauer, waarmede de onzen hunne positie behielden 
en langzaam maar zeker veld wonnen ; in hunne taaie volhar- 
ding tegenover de vele moeilijkheden ; die zich voor hen opdeden. 

Mocht dus het geschiedverhaal niet steeds een aangename 
lectuur bieden ; men leze het met welwillendheid tegenover den 



VIII VOOnBERIGHT. 

schrg ver der „ Inleiding "• Die welwillendheid , die niet behoeft* 
te worden ingeroepen voor Dr. Tiele's aandeel in dit werk^ zou 
voor mg een reden te meer zijn, om — indien omstandigheden 
buiten mijn wil het mij niet beletten — op mgn beurt in mgn 
vrgen tgd mgn beste krachten te wijden aan den arbeid, 
waarbg mannen als de Jonge ; van Deventer en Tiele mij zgn 
voorgegaan. 

Den Haag, 19 Dec. 1889. 

J. Ë. HËEfiËS. 



I rH o D D. 



• 



Voorbericht. 

Inleiding « BI2. I 

Documenten. 

I — IV. Brieven van Jacques Lefebvre, Gonvemenr der Molakken, 

(19 Oct 1623—18 Aug. 1624) „ 1 

V — VI. Brieven van Herman van Spenlt, Gouvemenr vanAmbon, 

(16 Mei 1624 — 16 Sept. 1624) „ 9 

VIL Brief van Gtheen Enigen Schapenham , Admiraal van de 

Nassanscbe vloot, (April 1626) „ 34 

VIII — X. Brieven van Jacqnes Lefebvre, Gonvemenr der Molnk- 

ken, (27 Maart 1626 — 16 Ang. 1626) „ 38 

XI. Jonmaal op een tocht naar Loeboe en Eambelo, (14 Mei 

1626—23 Jnni 1626) „ 48 

XII — ^XIII. Brieven van Jan van Gk>rcnm, Gonvernenr vanAmbon,. 

(16 Juü 1626—8 Sept. 1626) „ 76 

XIV — ^XV. Memorie van Herman van Spenlt over Makassar 

(10 Ang. 1626). „ 83 

XVI. Brief van den €k)nvernenr-(}eneraal Pieter de Carpentier 

en Raden, (27 Oct. 1626) „ 87 

XVII — XVIII. Brieven van Jacqnes Lefebvre, Gonvemenr der 

Molnkken, (29 Jan. 1626—7 Aug. 1626) „ 89 

XIX. Uit de Besolntiën van Gonvemenr en Baad der Molnkken, 

(17—20 Dec. 1626) „ 92 

XX. Brief van Jan van Gorcnm, Gonvemenr van Ambon, (20 

Aprü 16?6) „ 96 

XXI. Uit bet Jonmaal van Ambon door den Gonvemenr Jan 

van Gorcnm, (Mei 1626) „ 100 

XXII — XXIV. Brieven van Jan van Gorcnm, Gonvemenr van 

Ambon, (26 JnU 1626—6 Ang. 1627) „ 106 

XXV — XXVI. Brieven van Jacques Lefebvre, Gonvemenr der 

Molnkken, (30 Maart 1627—16 Aug. 1627) „ 116 

XXyil. Brief van Hamdja, Sultan van Temate, (14 Ang. 1627) . „ 124 

XXVIII. Brief van Gonvemeur-Generaal en Raden, (9 Nov. 1627). „ 127 

XXIX. Brief van Pieter van Dujnen , Raad van Indië, (7 Nov. 1627). „ 131 



INHOUD. 

XXX. Brief van Philips Lncasz., Gonyernenr van Ambon, (10 

Sept. 1628) Blz. 132 

XXXI— XXXII. Brieven van Gillis Seys , President in de Molukken , 

(29 Maari; 1628—22 Mei 1628) „ 136 

XXXIII. Brief van Pieter Wagensvelt, tijdelgk President in de 

Molnkken, (23 Ang. 1628) „ 140 

XXXIY. Brief van den Gonvernenr-Generaal J. Pz. Coen en Baden, 

(3 Nov. 1628) „ 142 

XXXV— XXXVI. Brieven van Philips Lncasz., Gouverneur van 

Ambon, (20 Mei 1629—10 Sept. 1629j ........ 146 

XXXVII. Brief van Hamdja, Sultan van Ternate, (1629). . . . „ 150 

XXX Vm. Brief van Gijsbert van Lodens teyn, Gouverneur der 

Molukken , (1 Sept. 1629) „ 162 

XXXIX. Brief van Adriaen Blocq Martensz. uit Batavia, (8Febr. 

1629) „ 166 

XL — XLI. Brieven van Philips Lucasz. , Gouverneur van Ambon , 

(3 Febr. 1630—6 Sept. 1630) „ 169 

XLII. Brief van Hamdja, Sultan van Ternate, (24 Aug. 1630) . „ 162 
XLin — XLIV. Brieven van Crgn van Raemburch, Gouverneur van 

Banda, (2 Mei 1630—10 Juni 1630) „ 163 

XLV. Brief van Jan Oosterwij ck, Opperkoopman te Djambi, (16 

Maart 1630) „ 166 

XL VI. Brief van den Gouverneur-Generaal J. Specx en Raden, 

(7 Maart 1630) „ 168 

XL VII. Brief van Antonio vanDiemen, Directeur-Generaal , (6 Juni 

1631) „ 173 

XL VUL Brief van Artus Gijsels, Gouverneur van Ambon , (23 Mei 

1631) „ 186 

XLIX. Brief Van Gjjsbert van Lodensteyn, Gouverneur der Mo- 
lukken, (7 April 1631) „ 189 

L. Brief van Hamdja, Sultan van Ternate, (10 Aug. 1631) . „ 193 
LI — ^LII. Brieven van Artus Ggsels, Gouverneur van Ambon, 

(23 Mei 1632—10 Sept. 1632) „ 196 

LIII— LIV. Brieven van Gijsbert van Lodensteyn , Gouverneur der 

Molukken, (13 Maart 1632—9 Aug. 1632) n 210 

LV. Verslag van Antonie Caen van zijn zending naar Patani 

en Siam, (31 Juli— 27 Nov. 1682) „ 214 ^ 

LVI. Brief van Ggsbert van Lodensteyn, Gouverneur der Mo- 
lukken, (6 April 1633) „ 231 

LVII— LVIIL Brieven van Artus Ggsels , Gouverneur van Ambon , 

(26 Mei 1633—12 Juni 1633) „ 239 

LIX. Brief van Hamdja, Sultan van Ternate, (11 Juli 1634) . „ 249 



INHOUD. XI 

LX — LXI. Brieven van den Gouverneur-Generaal Hendrik Brouwer 

en Baden, (16 Aug. 1634—8 Jan. 1635) Blz. 262 

LXII. Brief van Artus Gigsels, Visitateur der kantoren van 

Ambon en Banda, (27 April 1636) ^ 269 

LXIII. Brief van A.ntonio van den Heuvel , Gouverneur van Ambon , 

(27 Aprü 1635) „ 276 

LXIY. Brief van Jocbem Roeloffsen (van Deutecom), Gouverneur • 

van Ambon, (19 Sept. 1635) „ 276 

LXY. Brief van den Gouverneur-Generaal Hendrik Brouwer en 

Baden, (4 Jan* 1636) * „ 280 

LXYI. Brief van Artus Gesels , Baad van Indië , uit Batavia , (1 Jan. 

1636) „ 287 

LXYII. Brief van Justus Heumius, Predikant op Ambon, (17 

Sept. 1636) „ 289 

LXYIII. Brief van Jan vanBroeckum, Gouverneur der Molukken , 

(18 Aug. 1636) „ 291 

LXIX. Brief van Cornelio Acolej , Gouverneur van Banda , (12 Sept. 

1636) „ 294 

LXX. Brief van den Gouverneur-Generaal Antonio van Diemen, 

(28 Deo. 1636) „ 298 

LXXI. üit het Dagregister gehouden in 't Kasteel Batavia, (over 

1636) „ 309 

LXXn. Brief van den Kimelaha Leliato , (1636) „ 316 

LXXIII. Brief van Comelio Acolej, Gouverneur van Banda, (24 

Aug. 1637) „ 317 

LXXIY. Brief van den Gouverneur-Generaal Antonio van Diemen 

en Baden, (9—26 Deo. 1637) „ 320 

LXXY. Bemonstrantie van den Opperkoopman Hendrik Eerckringh 

over Makassar, (24 Sept 1638) „ 336 

LXXYI— LXXYII. Brieven van den Gouverneur-Generaal Antonio 

van Diemen en Baden, (22 Deo. 1638—19 Jan. 1639) . . „ 337 
LXXYni. Brief van Jan van Broeckum , Gouverneur der Molukken, 

(28 April 1639) „ 366 

LXXIX— LXXX. Brieven van Hamdja, Sultan van Temate, (30 

Maart 1639) „ 369 

LXXXI. Brief van Jan van Broeckum , Gouverneur der Molukken , 

(17 Aug. 1639) *. . „ 372 

LXXXII. Brief van den Gouverneur-Generaal Antonio van Diemen 

en Baden, (18 Dec. 1639) n 383 



INLEIDING. 



I. 



De grondvester van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië 
had^ toen hij in Febraari 1623 het Gouverneurschap-Generaal 
nederlegde, in een Advies ten behoeve van zgn opvolger Pieter 
de Carpentier ^ zgn denkbeelden over het regeeringsbeleid in die 
'landen uiteengezet. Onder meer had hg daarin aan zgn wan- 
trouwen lucht gegeven ten opzichte van de goede gezindheid 
der in de Molukken zoo invloedrijke Ternatanen te onswaart. 
'Hg begreep ; dat zg zeer gaarne de vreemdelingen uit hun 
vaderland en uit de onder hun gezag staande Ambonsche kwar- 
tieren verjaagd zouden zien^ en tevens ^ dat men voor hen op 
2gn hoede moest zgn , ook waar zg vol vriendschapsbetuigingen 
de onzen naderden. 

Aan huü hoofd stond in dezen tgd Sultan Modafar^ zwak 
van karakter eu zwak van lichaam , uitgeput als hg was door 
allerlei débauches en uitspattingen* Weinig bekreunden zich om 
zgn gezag de machtige^ tegenover hun Vorst bgna onafhan- 
kelgke Groeten, waaronder vooral zgn bloedverwanten , de 
Djogoegoe of Egksbestuurder en de Kaïtsjil (Prins) Ali, die 
onder den titel Kapitein Laont de marineaangelegenheden be- 



* Over de Caïpentier zie men nog Documenten, p. 131, v. 

N. R. II. 



I. 



11 I N t B I D I N 6. 

staarde; op den voorgrond traden. Wel begverde zich laatst* 
genoemde ten zeerste ^ om de onzen te overtuigen van zgn 
goede gezindheid; maar dit belette niet; dat de Ooavernear; 
Jacques Lefebvre ^ (1622 — 1628) hem met wantrouwen gade- 
sloeg. Deze had geen gemakkelgke taak te vervallen ^. De 
ontevredenheid der Tematanen over het monopoliestelsel; dat 
den handel tusschen hen en andere kooplieden dan de onze 
geheel trachtte tegen te gaau; nit vrees ; dat ook anderen dan 
wg de nagelen kwamen opkoopeU; hield steeds aan en ver- 
meerderde eerder dan dat zij verminderde. Nog daargelaten de 
geringe prgS; dien de Compagnie voor dat Moluksche product 
besteedde; werd hevig misnoegen gewekt; doordat de betaling 
geschiedde in rgst en kleeden van minder goede qualiteit in 
plaats van in geld. En werd al eens geld als ruilmiddel ge- 
bezigd; dan vonden de HoUandsche zilverstukken geen genade 
in de oogen der Oosterlingen ; daar zg van minder allooi waren 
dan de bg de contracten bedongene realen van achten. Zagen 
zij de kans schoon — en bg de betrekkelgk geringe macht * , 
welke de Nederlanders ^ in de Molukken ontwikkelden ; had dit 
zeer dikwijls plaats — dan handelden zg met de TidoreezeU; 
die op hunne beurt goede afnemers vonden in de Spanjaarden 
en Portageezen en in de kooplieden van Makassar , Malaka 
en Java. Terwgl wg uit krachte der contracten slechts 50 
realen voor de bahar wenschten te besteden, ontvingen de 



i Zgn naam wordt verscliillend geschreven, nl. met u en met v, 't Is moeilijk 
uit te maken , boe. hg moet worden uitgesproken. Bij ket corrigeeren der druk- 
proeven van de Documenten helde ik over tot de tf-lezing; later ben ik tot de v 
bekeerd. Ook Dr. Tiele was in dubio, 

^ Behalve zijn moeiiyke positie tegenover zijn Temataansche z. g. vrienden 
en zgn Spaansche en Tidoreesche v^anden, had hij nog te kampen met minder 
'aangename verhoudingen tot den kerkeraad onder Ds. Candidius en met de amb- 
tenaren, die hy nog al op de vingers sch^nt gekeken te hebben. 

* Betrekkelijk geringe macht : zg toch was op te veel plaatsen verspreid , om 
veel kracht te kunnen ontwikkelen. — Zie echter ook: Documenten, p. 8. 

^ In offlciëele stukken moest volgens een resolutie de XVII tan 1617 de naam 
„Nederlanders" en niet die van „Hollanders" worden gebruikt. 



IN LEI Dl KO. Iir 

Terüatanen en de Makianners op deze wgze 100 & 130 realen 
voor dezelfde hoeveelheid. Dien smokkelhandel voor goed den 
kop in te drukken, daartoe schoot — het is reeds gezegd — 
onze macht te kort; wg moesten voor het oogenblik — dit 
bracht onze politiek mêe — . veinzen en een goed gelaat 
toonen by het slechte spel. In de gegeven omstandigheden be* 
gonnen de bewoners dezer nageleilanden er voordeel in te zien , 
zich op den rijstbonw en andere cultures toe te leggen en ver- 
brandden zi) hunne nagelboomen , of weigerden de vruchten te 
plukken. Daarin zagen Gouverneur-Generaal en Raden echter geen 
bezwaar '. „Sy (de Ternatanen) schgnen — zoo schreven zg 
den 27 Januari 1625 aan de Heeren XVII — 't nagel plucken 
heel te willen abandonneeren ; daer ons bedunckens weynich 
aen verloren sal wesen zoo men de Macquianders maer in 
devotie can behouden." 

Bij deze grieven had zich nog een andere gevoegde Reeds 
ten tijde van Ooen was besloten , eenige forten ^ door de onzen 
bezet; af te breken ^ althans het garnizoen daaruit te lichten, 
daar die versterkingen volgens hem den onzen tot geen nut 
verstrekten en het bezetten daarvan oorzaak was, dat onze 
macht te veel werd verbrokkeld. Indertijd had men dit plan 
moeten opgeven om de groote tegenkanting, welke het onder- 
vond van de zgde der Ternatanen , die daardoor zouden worden 
beroofd van zoovele verdedigingsmiddelen tegen mogelijke aan- 
vallen der Spanjaarden en Tidoreezen en die daarom gedreigd 
badden , in ^bX geval hun eiland te verlaten en zich op Djilolo 
te vestigen ^. In het laatst van 1624 drongen Gouverneur- 
Generaal en Raden, volgens den wensch der Bewindhebberfii, 
op nieuw bg den Gouverneur der Molukken aan op het slechten 
van het fort Kalimata op Ternate en van dat op het eiland Motir. 

Een verhouding, gegrond op wederzgdsch belang, bestond 



1 Ook de XVII vonden dit uitstekend (blijkens hun missive aan G. G. en 
Baden van 17 Sept. 1622), omdat de markt in Europa overvoerd was. 

* Tiele: Bouwstoffen I, p. Li. 



IV HftBlDIltG. 

er das tassc&en de Nederlanders en Tematanen niet. De Car- 
pentier weet het gebrek aan oyereenstemming yooral aan het 
verschil in godsdienst : „ Hare Moorsche en onze Christeiyke 
religiën zgn zoo onverzoenlgk en incompatibel, dat oprechte 
vriendschap niet mogelgk is". Alsof daarvoor geen andere 
oorzaken waren aan te wgzen! Hoe het zg, de Ternatanen 
gevoelden zich tot de onzen evenmin aangetrokken als tot de 
Spanjaarden ; en slechts vrees voor mogelgke versterking uit 
Batavia deed hen meer de zgde van de Compagnie kiezen. 
Kwamen er daarentegen tgdingen van hulp, welke de Span- 
jaarden nit Manila konden verwachten, of kwam zoo'n „ se- 
oonrs'^ zelf, dan dreigde soms de schaal ten voordeele van 
onzen ,,erfvgand" over te slaan, was er althans sprake van 
toenadering tot dezen. In elk geval , de oorlog tegen den Kas- 
tiliaan — indien daarvan al sprake kon zgn — werd door de 
Tematanen al zeer slap gevoerd ^ en steeds verbroken door 
onderhandelingen en wapenstilstanden. De Spanjaarden hadden 
tronwens een belangrgke troef ait te spelen : nog steeds bevond 
zich op Manila de krggsgevangen Sultan Sahid ^ en nog steeds 
werden de Ternatanen, die geen goeden ruil hadden gedaan, 
toen zg dien Vorst door zgn zoon Modafar zagen opgevolgd, 
gepaaid met beloften van zgn terugkeer. 

Van oorlog met de Tidoreezen was in 't geheel geen sprake ; 
integendeel, er werden onderhandelingen gevoerd over een 
buwelgk tusschen Ternate's Sultan en een Tidoreesche Prinses, 
fiuitendien noopte het handelsbelang beide partgen, te trachten 
den vrede te onderhouden. Eindelijk zagen zg niets liever, dan 
dat de gehate vreemdelingen elkander bestreden en eikaars 
krachten nitputt'en, zonder dat zg de hunne behoefden in 't 



* Zie over den aanslag der Spanjaarden op de Sangireilanden, welke gedeel- 
teiyk onder Ternataansch gezag stonden, Documenten, p. 40, v., enz. 

Over onze betrekkingen met de Soeloe-eilanden en de Fhilippgnen zie Mr. L. 
C. D. yan Dgk: „Keêrland^s vroegste betrekkingen met Bomeo, den Solo- 
Archipel", enz. (Amst. 1862.) 

* Tiele: Bouwstoffen, I, p. v. 



ï N r. E I D I N G. 'A' 

strgdperk te wagen. Herhaalde pogingen van Lefebvre, om de 
Teniatanen tot een openlijken oorlog met hunne buren te be- 
wegen, leden schipbreuk. Ten overvloede wezen zij op de 
geringe hulp , die zij van de Compagnie hadden te verwachten. 
In 't begin van 1625 echter kreeg onze krijgsmacht een 
aanzienlgke versterking. In Februari wierp de fluit Edam , door 
de Hooge Begeering te Batavia naar deze kwartieren gezonden , 
om eindel^k een weinig krggs volk en eindelgk 5000 realen voot 
den nagelinkoop over te brengen, haar anker voor Malajoe uil. 
In Maart verscheen een aanzienlijke vloot van 12 zeilen, be- 
mand met ongeveer 1200 koppen, onder bevel van den Admiraal 
Gheen Huigen Schapenham ', in de Molukscbe wateren. On- 
middeiyk werd door Lefebvre met den Vlootvoogd en zijn 
Scheepsraad overleg gehouden in zake de slechting der forten, 
iïog ééns drong men — maar te vergeefs — bg de Tematanëh 
er op aan, dat zg den oorlog tegen de Tidoreezen zouden 
beginnen en hen , evenals de Spanjaarden , gezamenlgk met de 
Nederlanders zouden aanvallen. Daarna werd hun het besluit 
tot het „lichten" der versterkingen bekend gemaakt, 'twelk 
„groote alteratie'' veroorzaakte, maar desniettemin ten uitvoer 
werd gebracht ^. Vooral op Makian werden de bewoners hier- 
door en door het verschgnen van Schapenham's vloot zoozeer 
door vrees bevangen, dat zg in 't gebergte vluchtten en met 
moeite door Lefebvre tot terugkeer werden gebracht. Onder den 
indruk dezer gebeurtenissen beloofden zij op nieuw , de nagelen 
slechts aan de Compagnie te verkoopen, terwgl zij de schuld . 
van hun handel met de Tidoreezen wierpen op Temate's 
Sultan, tevens hun Heer *. 

* De a.g. Nassausche vloot. — Zie Documenten n».VII, p. 34, v. -^ Het 
,, Jonmael van de Nassansche vloot . * . . onder H beleyd van den Admirael jaquès 
rHermite, ende Vice-Admirael Geen Huygen Schapenham" werd in 1626 te 
Amsterdam gedrukt ,,by Hessel Gerritsz ende Jacob Fietersz Wachter^*. (4o). 

* In Januari 1626 werd Kalimata door de Spanjaarden bezet. Over Motir 
zie Documenten, p. 126. 

s „*T IS een groote fout, dat men den Koning van Temate als lieer van 
Hakjan gesteld heeft''. (Lefebvre aan de Carpentier 26 Aug. 1623^). 



VI INLEIDING. 

Na het vertrek der vloot naar Ambon geraakte alles weer in 
't oude zog. In Jnng 1625 was de verhouding zelfs zóó ge- 
spannen, dat de Tematanen onderhandelingen met de Span- 
jaarden aanknoopten en weigerden, ons geld als ruilmiddel aan 
te nemen. Door bemiddeling van Kaïtsjil AU kwam er echter, 
uiterlijk althans, verbetering en toen in Juli, na het bekend 
worden der gebeurtenissen op Klein-Geram ^ , Ternataansche 
gezanten naar Batavia vertrokken, om over de Ambonsche 
aangelegenheden te spreken, liet zich de toestand gedurende 
hun afwezigheid en na hun terugkeer gunstiger aanzien. Zóó 
zelfe, dat na verschillende besprekingen, waarbg de Sultan en 
de Crrooten elkander wederkeerig van heulen met Tidore be- 
schuldigden, deze laatsten in December 1626 ^ plechtig aan 
Lefebvre beloofden, dat^land den oorlog aan te zullen doen. 
Met de zaak zelve nam het echter niet zoo'n vaart en de plechtige 
belofte belette niet, dat de Tidoreezen tegen goeden prgs de 
Hagelen op Temate bleven opkoopen. 

Gewichtiger gebeurtenissen bracht het jaar 1627 met zich 
mede. Een samenzwering onzer onderdanen op Batsjan, de 
Christen Laboeërs, met de Spanjaarden, om onze vestiging op 
dat eiland aan laatstgenoemden in handen te spelen, werd bg- 
tgds ontdekt envergdeld, maar veroorzaakte onaangenaamheden 
met den Sultan van dat eiland, die zijn autoriteit over de La- 
boeërs tegenover ons pretendeerde en staande hield ^. Den 
7 Februari kwam verder een Spaansch secours uit Manilavoor 
Gamoelamoe ten anker. Aan boord van een der schepen bevond 
zich Prins Hamdja, broeder van den Djogoegoe en Kaïtsjil 
Ali, die meer dan 20 jaar in Spaansche gevangenschap had 
doorgebracht. Met de overbrenging van brieven van Sahid 
voor Mpdafar belast, betrad hy weder den vaderlandschen 



' Zie hierna p. X, y. 

* Zie Documenten n». XIX, p. 92, v. 

s Men sie hieroyer het „Yerhael yande Mollncs Eilanden" door Gillis Seys 
achter het Jpnrnaal yan Verhoeff in „Begin en Voortgang" II, p. 162, y. 



INLEIDING. VII 

bodem 9 waarop hij voortaan een gewichtige rol zou ^pelen^ 
Spoedig daarop overleed de Vorst van Tidpre en werd opgevolgd 
door zgn zoon, terwgl den 16 Mei de Sultan van Ternate 
eveneens den tol aan de natuur betaalde. Nadat hg metgroote 
plechtigheid was ter aarde besteld , gingen de Groeten des lands 
tot de verkiezing van een nieuwen Vorst oven De gewoonte 
bracht meê, dat een broeder of broeders- of zusterszoon van 
den overledene diens plaats innam ^ De Ternatanen vroegen 
naar de meening van Lefebvre en zgn Raad en dezo riedden 
hen aau; Eaïtsjil AU den troon te doen bestggen. Zeer tegen 
den zin van den Gouverneur vestigden zg echter hunne keuze 
op Hamdja. Lefebvre vreesde^ dat deze gedurende zgn verblgf 
in Manila te zeer op de hand der Spanjaarden zou zgn ge- 
bracht, te zeer „gespanjoliseert" zou zijn, maar hg moest zich 
bij deze regeling der opvolging nederleggen. Onmiddelgk vroeg 
de nieuwe Sultan hulp van den Gouverneur- Generaal ; onder 
het geven van allerlei schoone beloften, waaronder regeling 
der Ambonsche geschilpunten , maar hernieuwde — zoo het heette 
in afwachting van Sahid's terugkomst — den wapenstilstand 
met de Spanjaarden, die nog bij het leven van Modafar was 
gesloten. Echter bleef hij de Tidoreezen beoorlogen. 

De Compagnie ontmoette de Ternatanen ook op Amboina en 
de omliggende eilanden, „De schadelgckste peste, die (zij) in 
(die) kwartieren heeft en de eenige voedster van alle coin- 
motiën en onlusten aldaer is de Ternataen, die de volckeren 
door middel van hare vervloeckte secte in forme van religie 
tot sgne devotie bgeenhoudt" ^. Deze uiting van Gouverneur- 
Generaal en Kaden is een duidelgk bewgs, dat zg een groot 
gevaar voor onze vestigingen aldaar zagen in de nabijheid der on- 
derdanen van Modafar. Diens Stadhouder op Klein-Geram of 
Hoamohel was de Eimelaha Leliato , opvolger van Daja ' , die , 



' Documenten: p. 121, noot 1). 

> G. Qt, en Baden aan den Gh)aYernear y. Gorcum, 80 Kov. 1625. 

» Tiele: Bouwstoffen I, p. xlvil 



VIII INLEIDING. 

waar het in zgn belaag was, zich weinig bekommerde om de 
betrekking; waarin hg tot zgn Saltan stond; en gewoonlgk 
geheel zelfstandig ging optreden. Op Amboina was het vooral 
Kapitein Hitoe S die, onder den schgn van vriendschap , overal 
waar hg dat kon, ons den voet dwars zette en ging henlen 
met de Ternatanen en met ;,alle de Morisma''. Hg beoogde 
hierbg geheel zgn eigen belang en hoopte op deze wijze de 
beide machtige vreemdelingen in balans te honden en daarmede 
zgn voordeel te doen. De Gonvemeur Herman van Speult 
(1618 — 1625); wien het aan voortvarendheid zeker niet ontbrak 
en die niets liever zon hebben gedaan ; dan den tegenstand; 
dien het Nederlandsch gezag ondervond; den kop in te drukken ^ 
kon niet krachtdadig optreden; waar hg dat zon hebben ge- 
wenscht ; omdat troepen en schepen hem niet in voldoende mate 
ter beschikking stonden. 

Er lag brandstof genoeg opgestapeld en vóór en na flikkerde 
de vlam op. Ook hier bestonden naast de dieper liggende oor- 
zaken ; als godsdienst- ^ en volkerenhaat de meer aan den dag 
tredende : de slechte betaling der nagelen en het weren der vreemde 
kooplieden; vooral der Javanen en Makassaren; die met de 
Engelschen en Portugeezen in handelsbetrekkingen stonden en 
hoogere prgzen of betere ruilmiddelen aanboden. Goen had steeds 
op dien voor ons niterlgk zoo voordeeligen handel aangedrongen, 
zijn streven bleef er steeds op gericht, den nagelhandel geheel 
in handen te krggen en op die wgze de markt daarvan te 
knnnen dwingen. Van Speult trachtte het onmogelgke daarvan 
aan te toonen, vroeg vóór alles versterking der garnizoenenen 
verzette zich tegen het slechten van het fort Harderwgk op de 
zuidkust van Ceram *; 'twelk de Opperlandvoogd wenschte, 

* Tiele: t. a. p. I, p. iii. 

• De tijden waren voorbij , dat de onzen zich aansloten bij de Mobamme- 
daansche Oelilimaas (Tiele, Bouwstoffen: I, p. iii). De partgformatie was ver- 
anderd en men zou nn eerder de Olisivaas de Nederlandscbe part^ gunnen 
noemen. Een scherpe grens is niet te trekken. 

» Tiele, Bouwstoffen; I, p. XLViii. 



INLEIDING. IX 

om versnippering der str^dkrachten te voorkomen. Het antwoord 
van de Carpéntier op deze en dergelgke aanvragen was de 
raad of de last, om een goed gelaat te toonen bij het slechte 
spel, te veinzen en toe te geven, zooveel het mogelgk was, 
om toch maar den nagelhandel geheel in handen te krggen. : 
Onze vganden lieten het niet bg woorden. In Mei 1624 werd 
een aanslag op Harderwgk bgtijds verijdeld; dat nu, omdat 
de omwonende inlanders bij dat verraad de hand in 't spel en 
das het recht op onze bescherming verloren hadden, geslecht 
werd. Op Klein-Ceram werden allerlei vgandelgkheden gepleegd 
en onze sterkte te Eambelo door de Ternatanen en hnn aanhang 
verontrust. Bg Hatoeaha op Haroekoe, van de oostzgde de 
sleutel van Ambon, en aan de Pas van fiaguala moesten nieuwe 
versterkingen worden opgericht, de laatste vooral met het oog 
op de goede haven en de vischrijke zee en uit vrees, dat de 
Engelschen of andere natiën zonden trachten , ddé.r vasten voet 
te krggen. Een andere veiligheidsmaatregel bestond in het ver- 
toonen van onze vlag op verschillende kustplaatsen, een maa^ 
regel zóó kostbaar, dat van Speult meende, dat het 's Com- 
pagnies middelen op den duur zou uitputten. Wel konden deze 
kruistochten soms dienen, om al te lastige vrienden ontzag in 
te boezemen, of vganden te tuchtigen ^, (zoo werden eenige 
kampongs op Ceram's oostkust en op 't eiland Goram , die o. a. 
gevluchte Bandaneezen bg zich hadden ontvangen , in December 
1624 door van Speult gestraft) ^, maar voor het groote doel, 
belemmering van den sluikhandel, gaven zij weinig of niets. 
Nog te minder, omdat Gouverneur-Generaal en Baden last badden 
gegeven^ botsingen met de Ternatanen zoo mogelgk te ver- 
mijden. Van Speult drong steeds meer en meer aan op vergrooting 
zgner krggsmacht en ried ter beteugeling van den smokkelhandel 



* Ook hadden wij in de Ambonsche wateren nog steeds veel last van de 
zeeroovergen der Papoewaas. (Cf. Tiele: Bouwstoffen I, p. XLViii). 

» Cf. Valentjn: Ambon, II, b, p. ö4. 



X I N L B I D I N G. 

aan op vrede met de Makassareii; onder voorwaarde , dat zij 
met hnnne schepen zonden komen handelen alléén aan 't Neder- 
landsch kasteel , waar zoodoende een stapelplaats zonde worden 
gevormd voor deate kwartieren ^ Voorloopig echter moest men 
zich in 1624 met een minimam nagelen tevreden stellen. De 
Makassaren boden 100 tot 120 realen^ waar wij volgens de 
contracten 60 k 80 wilden besteden ; het loonde das moeite en 
gevaren , ook voor die van Hitoe , om hnnne prodncten aan die 
handelaars te doen toekomen. Pogingen om de oneenigheden 
in der minne bij te leggen ' leidden tot niets, evenmin als 
een bijeenkomst te Malajoe van eenige Ternatanen, waaronder 
Leliato , met den Molakschen Gronvernenr Lefebvre en Eaïtsjil Ali. 
Ëindelyk kwam voor van Spenlt het oogenblik, zgn slag te 
slaan ; 'tgeen hg te liever deed, na ook de Hooge Regeering 
'het sammelen moede werd en hem verlof had gegeven „den 
ontrouwen hoop " van Loehoe en andere plaatsen op Klein-Ceram 
te straffen , indien hij althans een goede macht bgeen kon krijgen 
en gegronde hoop op succes had. Den 2 April 1625 verscheen 
de vloot van Schapenham in de Ambonscbe wateren, en al 
spoedig werd besloten tot een tuchtiging der onder Ternataansch 
gezag staande Elein-Cerammers , die „ baetsoeckende valsche 
Mooren", die liever 100 dan de bij contract bepaalde 60 realen 
voor de bahar nagelen ontvingen. Het afloopen van een Neder- 
landscbe sloep onder de kust van Loehoe was daartoe een 
geschikte aanleiding. Den 14 Mei nam deze , voor de toch reeds 
niet bloeiende financiën der Compagnie ^ in deze streken zoo 



^ Dit plan van een stapelplaats werd yan Spenlt na zgn aftreden ten kwade 
gerekend. (G. G. en Raden aan Bewindhebbers 13 Dec. 1626). Toch had dit wel 
degelijk in de bedoeling der Heeren XVII en yan de Carpentier gelegen. 

* Docnmenten: p. 26, y. 

* De groote sterfte onder de slayen, die grootendeels van de knst yan 
Malabar afkomstig waren, was daaryan een der oorzaken. In 1625 werd een 
proef genomen met slayen nit Kalongan op Groot-Sangir , die echter niet slaagde. — 
De Chineesche werklieden, die in deee kwartieren werden toegelaten, betaalden 
een hoofdgeld. 



I N L B I D I N 6. XI 

kostbare ^ expeditie een aanvang * , onder de algemeene teiding 
van van Speult en zgn benoemden opvolger Jan van Gorcum ^ 
(1626 — 1628). Dien dag zette zich een „armade" onder den 
Admiraal Schapenham^ den Vice- Admiraal Jan Willemsz. Verschoor 
en den Schoat-bij-naeht Cornelisz. Jacobsz in beweging. Later 
voegden zich nog eenige vaartuigen hierbij, zoodat de vloot 
bestond nit 5 schepen , 26 korakora's en 7 of 8 sloepen , waarop 
zich 900 Enropeesche soldaten en ongeveer 2000 „onderdanen 
onder 't Gasteel ressorterende" * bevonden, onder bevel der 
Kapiteins Carstensz , Wijncoop , Brederode , Cassiopgn en verdere 
officieren. Het was in de eerste plaats op Loehoe gemunt. Zonder 
noemenswaardigen tegenstand werd een sterkte veroverd en, 
terwgl de Alfoeren van Groot- Ceram verlof kregen tot het 
koppensnellen, begon het vernielen der fruit- en nagelboomen, 
waarin de Nederlanders zich in Insulinde znlke meesters hebben 
getoond. Het fortje werd met den grond gelgk gemaakt en 
eenige kampongs verbrand, waarin zg door de bewoners zelf werden 
geholpen, vóór dat deze h^t op een loopen zett'en. De voor- 
naamste sterkte, tevens residentie van den Ternataanschen Stad- 
houder , was Lessiëla (Luciëla), ten zuiden van Loehoe. Dit was 
nu aan de beurt. Op weg daarheen en in de omstreken daarvan 
werd op dezelfde * wijze huis gehouden: de kleine versterkingen 
zonder slag of stoot genomen, de huizen in brand gestoken, 
voorzoover de vganden dit niet zelf hadden gedaan en de nagel- 
boomen, die gedeeltelgk „ volcomen.rgpwaeren, verdestrueerd". 
Met het oog op den regentijd, gebrek aan vivres, ziekten en 
diergelgke meer, werd den 5 Juni besloten i het plan , Lessiëla 
aan te vallen , te laten varen en het „ oochmerck van de E. Heeren 
Meesters , weesende alle de naegelboomen te verdistrueeren , soo 



» Documenten n». XI, p. 48, v. 

* Tan Spenlt had als zoodanig aanbevolen M. Sonck, (Tiele, Bouwstoffen: 
I, p. XL VI) of, indien deze geen lust had, den opperkoopman Jan Jansz Wijn- 
coop of Jan Carstensz. 

* Over de houding van Hitoe c. s. zie Pocumenten: pp. 49, 63, 73. 



XII INLEIDING. 

op • » • . . de westsyde yan Loehoe staan " , ten uitvoer te 
brengen^ ^ gelgck (zg) Godt loff aen de oofitsgde van Loehoe 
ten naesten bg aireede volbracht" hadden. Indien toch de Ter- 
natanen bemerkten ; „geen benefytiën van de naegêlen meer (te) 
crijgen'% zouden zg wel spoedig ruim baan maken voor de 
onzen/ die op deze wyze een dubbelen slag meenden te slaan. 
Toch wilde men^bg Lessiëla sporen van zgnverblgf achterlaten 
en verbrandde alle schepen ^ die daar in de haven lagen, tot 
een getal van 70 è. 80. Daarna werd den 11 Juni, na ver- 
versching van Amboina te hebben bekomen , het vernielingswerk 
op de westkust voortgezet. Erang was het eerst aan de beurt: 
,60 & 70 vaartuigen werden verbrand^ huizen en nagelboomen ver- 
nield. De andere kampongs volgden. Bg Kelang, de eenige plaats , 
waar dappere tegenstand werd geboden ; stietten de onzen het 
hoofd voor de versterking, bezet met Makassaren enMalegers, 
die de wegen met voetangels , „ die daer soo dick stonden als 
gras op der aerden'% onbegaanbaar hadden gemaakt en door 
een goed gericht vuur enkele doqflen en verscheiden gekwetsten 
in onze gelederen deden vallen. Met beter succes werd het uit- 
roeien der nagelboomen en het vernielen van huizen en kleine 
sterkten voortgezet bg Lesidi en KambelO; later bg Hatuween 
op andere plaatsen ; waarna men den 24 Juni naar Amboina 
terugkeerde. Op dien tocht, welke ons op 90 dooden en 130 
gekwetsten te staan kwam, werden naar eene matige berekening 
• ongeveer 65,000 nagelboomen van de schors ontdaan, of op 
andere wgze vernield. ^. 

Inmiddels hadden die van Kambelo en Lesidi een strooptocht 
gedaan en onze vestiging te Toeban op het eiland Manipa * en 
een paar kampongs op Boeroe afgeloopen. Dit maakte verster- 



* Volgens de Loehoeëezen „en sonde niet boven de helft van de nagelboomen 
bedorven sijn". (Documenten, p. 111). 

» Op Kanipa waren 2 partyen; de eéne, onder den Orangkaja Lissibessi, 
Meld het met Loehoe c.s, teywijl de andere, die nu het onderspit dolf, ontQ 
zgde had gekozen. 



tNtklDtKG. Xtlt 

• f • * 

' •■ ■ ■ . . , . 

king noodig op laatstgenoemd eiland en opAmblaa^ terwglhet 
plan werd opgevat , een fortje te boa wen bg Oering aan de 
noordoostkust van Amboina, nit vrees voor de weerwraak der 
Klein-Gerammers en in de hoop; de jonken^ die nu met levens- 
middelen in de haven van Hitoe kwamen , daarheen te ;,diver- 
teeren" en zóó Kapitein Hitoe afbreuk te doen *. ' 

De expeditie bleef niet zonder gevolgen. Nauw was de mare 
daarvan tot Teroate doorgedrongen, of Modafar, liever gezegd 
de Djogoegoe en Kapitein Laout, besloten , een gezantschap te 
zenden naar Batavia , bestaande uit Seraffi en den Kimelaha 
Limoeri, ter beslechting der Ambonsche geschillen. Hun op- 
dracht luidde in de eerste plaats , den vertegenwoordiger der 
Oost-Indische Gompa^ie uit te noodigen, zich pörsoonlgk op 
de hoogte te komen stellen van den toestand in die kwartieren. 
Veel werkte deze bezending in Batavia niet uit. Op hun terug; 
reis deden de gezanten in Maart 1626 Ambon aan, om hier 
hunne krachten aan het verzoeningswerk te beproeven. Reeds 
was dit vóór hen geschied door Kapitein Hitoe. Ook deze scheen 
het, na de tuchtiging der Loehoeëezen en hun aanhang, geraden 
té vinden, een toenadering tot de Nederlanders te beproeven. 
Hg zond gezanten aan van Gorcum, die behalve het behartigen 
hunner eigen belangen (waarbij zg beslist weigerden, tegen 
hunne vrienden van Klein-Geram de wapenen op te vatten, 
omdat van Speult zich indertgd ook niet aan 't contract had 
gehouden en hen niet had bijgestaan tegen hunne vganden, 
maar beloofden, die vrienden niet in hunne havens ten koop- 
handel te dulden), ook beproefden, een verzoening tusschen 
onzen Gouverneur en Leliato met zijn aanhang te weeg te brengen. 
Van Gorcum had er wel ooren naar en ook het Opperbestuur 
was daartoe niet ongenegen. Toch wilden deze onderhandelingen 
niet vlotten, zoodat Seraffi en Limoeri een ruim veld hadden 



« Tegen den zin [van Kapitein Hitoe werd de versterking opgetrokken. Zie 
echter Documenten: p. 100, noot 1. 



XIV t N L R 1 P t 11 o. 

voor hunne bemoeiingen. Ongeveer tegelgkertgd arriveerde in de 
Ambon8che gewesten een derde gezant van Ternate's Sultan ; 
diens oora, de Ngofamanira Bynuno, die — zoo het heette — 
in last had; de Elein-Gerammers^ te bevelen ^ de wapenen tegen 
ons niet weer op te vatten en de nagelen slechts aan ons te 
verkoopen^ en tevens om Kapitein Hitoe aan zyn gehoorzaam- 
heidsplicbten tegenover Ternate te herinneren. Dan — de onder- 
handelingen stuitten voorloopig af op het totaal gebrek aan 
vertrouwen bg de wederzgdsche partijen. 

Ondertusschen dreigden aan de andere zyde nieuwe gevaren , 
en wel op de Oeliasers. De bewoners van een paar dorpen 
aldaar weigerden aan het strand te komen en met den Gouverneur 
te roeien ^ , toen deze langs Haroekoe , Honimoa (Saparoea) , 
Geram enz. een kruistocht deed. Daaronder bevonden zich Ha- 
toeaha, EabaoC; beide op Haroekoe en vooral het voor onneem - 
baar gehoudene Iha (Ihamahoe^ Iha en Mahoe) op Saparoea, 
de wijkplaats van ieder , die het kwalgk meende met de Com- 
pagnie. Hier zetelde de rechterhand van Kapitein Hitoe ^ Hatib 
Pati; een „Moorsche paap" van Geram , die ons allesbehalve 
welgezind was. Ook in 't zuiden van Groot-Geram waren ver- 
schillende kustplaatsen van ons afgevallen , vermoedelijk daartoe 
opgestookt door Kapitein Hitoe. Gelukkig bleven de Alfoeren 
uit het binnenland; vooral de machtige vorsten van Sahoelau 
en Soemiet; ons getrouw. Leliato zocht ook hier ons te bena- 
deelen en onder onze duiven te schieten ; hy deed een strooptocht 
naar de Oeliasers en zocht onze ;, onderdanen '' van ons af te 
trekken, 'tgeen hem bij sommige Mohammedanen maar al te 
wel gelukte ^. Te vergeefs vervolgde van Gorcum hem met een 
kleine vloot van 13 korakora's, hg „conde hem nergens niet 
op doen". Van onze zgde liepen de bevriende Alfoeren een 



> YerschiUende dorpen waren d&irtoe verpliclit, of tot het leyeren ran 
korakora^s, enz. bg de met de Nederlanders gesloten contracten. 

* Over het niet benijdenswaardig lot dier onderdanen , zie Documenten : p. 75 , v. 



t N t fi I D t N a. tf 

kampoDg op Hoamohel af. Maar ran Gorcnm zag in , dat hg met 
de geringe macht ^ die hg na 't vertrek der Nassanscbe vloot 
had overgehouden; weinig kon uitrichten en vooral niet zgn 
ffCarlhago delmda^\ de verdrgving der „Mooren" van Ambon, 
waardoor het groote deel der bewoners, die aan hunne voor- 
yaderlgke godsdienstige instellingen trouw waren gebleven, ons 
zoude toevallen; in daden omzetten. 

In Juli 1626 kwam eindelgk een wapenstilstand tot stand 
met de Klein-Cerammers , vertegenwoordigd door den Tema- 
taanschen Stadhouder Leliato en ;,des coninx tollenaer" ^ 
Ealimbatta. De eisch van van Gorcnm; dat zg geen vreemde 
handelaren in hunne havens zouden toelaten, werd door hen 
bestreden en niet ingewilligd, omdat in de gesloten contracten 
van een dergelgke uitsluiting geen sprake was en daarin slechts 
was gestipuleerd, dat de nagelen aan de Hollanders moesten worden 
verkocht. Zij hadden zich steeds aan de contracten gehouden — 
zoo beweerden zij — totdat van Speult hen in plaats van met 
geld, met rgst en kleeden bad betaald ^. Toch beloofden zg, 
de Makassaren van hunne kusten te zullen weren, omdat deze 
met Temate zich op voet van oorlog bevonden, maar zg waren 
er niet toe te bewegen, denzelfden maatregel ook toe te passen 
op de Javanen en Malegers, tenzij de Sultan van Temate het 
bon gelastte ^. Van Oorcum moest zich voorloopig hiermede 
tevreden stellen en de wapenstilstand werd gesloten tot tgd en 
wgle genoemde Vorst en de Gouverneur-Generaal de zaak zouden 
hebben onderzocht en de geschillen bggelegd. 



' De Ternataansclie Sultan hief tol o. a. op Klein-Ceram. 

* Het oordeel van G. G. en Baden over 't bestnnr van Spenlt Inidde na zyn 
aftreden niet zeer gnnstig: „Ondertnssclien men meer staats als coopmans wgze 
geemnleert ende gecrackeelt heeft en *t principaal sustent van de Comp. (den 
nagelhandel) b^cans t' eenemael tot niet vervallen. . . . Had men alle de crachten 
aengewent om de lieden in religiense observantie van de contracten te^ voeden, 
selfjs oock niet daer bnyten getreden ... ten sonde wellicht tot snlcken embronlie } 
als *t nu is, niet gecomen s^'n". (G. G-. en Baden aan Bewindh. 13 Dec. 1626). 

* Cf. Documenten: p. 109, noot 1). 



ÏVl t N L ti I D I N ^. 

f . . , . , 9 

Goavernear-Generaal en Raden waren niettegenstaande déze 
trëves ongeduldig geworden en meenden ; dat het tgd werd, 
aan deze woelingen voor goed een eind te maken en den nagel* 
handel geheel aan de Compagnie te verzekeren. Het eenig 
tniddel daartoe — zoo schreven zij den 26 December 1626 
aan de Heeren Meesters — ^ is, „die van Louhoe 't eenemaal 
te verdelgen en te verdreven, al hun nagel- en vmchtboomen 
te extirpeeren, 't land te devasteeren en ten prooi van de 
naburige Alfoeren te stellen; ook het eiland Ambon van alle 
factionisten te zuiveren en geheel onder de gehoorzaamheid van 
't Kasteel te brengen". Zoolang ons echter de macht daartoe 
ontbrak, moesten wij ter wille van het groote doel „simuleeren" 
tegenover onze tegenstanders en hun des noods in realen be- 
talen, 't geen hun volgens de contracten toekwam. Voorloopig 
werd in 't voorjaar 1627 Gillis Seys ^ als Commissaris naar 
Amboina gezonden, die versterking voor 't garnizoen mede- 
bracht, ten gevolge waarvan vooral Kapitein Hitoe „vrg wat 
moderalycker" zich betoonde. Van Gorcum deed buitendien een 
poging; om aan de nageleischen van patria te voldoen, zonder 
afhankeiyk te zijn van Klein-Ceram, door aan de mannelgke 
onderdanen te gelasten, per hoofd en per jaar tien nagelboomen 
op Ambon te planten. ^ 

Ceram had tegenover ons nog meer op zgn kerfstok. Daar- 
heen toch waren gevlucht * en vluchtten nog steeds , indien zij 
de kans schoon zagen, de Bandaneezen, die aan Coens gru- 
welgke slachting ^ waren ontkomen en als slaven door de 
Compagnie werden gebruikt. ^ De Cerammers ontvingen hen 
niet alleen gastvrg, maar hielpen hén ontsnappen, door met 
hunne kleine vaartuigen de kusten van Groot-Banda en om- 



' 2ie hiervoor p. VI, noot 3. 

* Oyer yan Gorcum^s bemoeiingen in zake de rechtspleging zie Bocnmenten : p. 83. 

* Dr. Tiele: Bouwstoffen, I, p. 344, 345. 

* T. a. p. p. XLii— yLVii. 
**i^Ook vluchtten er naar H eiland Tenimber. 



k N L Ie I D i N 6. IVlt 

liggende eilanden te naderen en den ongelnkkigen slachtoffers 
van het monopoliestelsel een welkome gelegenheid tot het her- 
krggen der vrgheid te geven. Het aantal van deze vlachtelingen 
was aanzienlek y zoodat b.y. de Koning van Makassar in 1624 
ongeveer een duizendtal van hen van Geram naar zgn land 
kon vervoeren. * 

Op Banda was de Oonvernear Marten Sonck ^ in 1623 voor- 
loopig vervangen door den Fiskaal Isaak de Bruine^ met den 
titel President, die echter reeds in 't zelfde jaar, daar men 
over zijn „mesnagie" en „slechte comportementen" niet tevreden 
was ; zgn plaats moest afstaan aan den Admiraal Willem Jansz« 
(1623 — 1627). Verschillende oorzaken werkten er toe mede, 
om den toestand der aan hnnne zorgen toevertrouwde eilanden 
niet rooskleurig te doen zgn. Het wegloopen der slaven be- 
rokkende aan de tegenwoordige bewoners in een dubbel opzicht 
schade. Het aanzienlek geldelyk nadeel > dat de „burgerg'^ 
welke die slaven duur van de Compagnie had ingekocht , daar* 
door leed; was oorzaak; dat zg aan hare financiëele verplich- 
tingen tegenover die Compagnie niet kon voldoen. Een ander 
gevolg was, dat de gouvernementstuinen weinig of geen pacht 
konden opbrengen , te minder als een ,, sober gewas" den mis- 
stand nog kwam vergrooteu; ofaardbevingen den oogst kwamen 
vernietigen ^. Dan werd door het gebrek aan werkkrachten de 
opbrengst van noten en foelie , die hoofdvoortbrengselen der 
Banda-eilanden ; aanzienlgk verminderd. Doordat de handel met 
vreemden zoo goed als geheel vernietigd was ^ , ontstond gebrek 
aan rijst, dat nu door Gouverneur-Generaal en Kaden uit Java 



* Ook ie iLoning Van !tidore ^ocht hen tot zich te trekken. 

* Tiele: Bouwstoffen: I, p» xLvi. 

' In 1625 werd Banda door hevige stormen en aardbevingen geteisterd. 

* ^Dit jaer sgn in Banda geen andere vreemde handelaers aen geweest als 
een Javaensche joncke met wat sont, ajuin ende ander snuystery, sonder r^s**. 
(G. G. en Baden aan Bewindh. 27 Oct 1625). 

N. R. IL IL 



XVI I N L B 1 D I N A. 

moest wordeu gezonden, voor zoover Ambon niet van zijn voor- 
raad kon afstaan. 

In het gebrek aan arbeidskrachten trachtte men te voorzien 
door het zenden van vrije lieden, waaronder Chineezen, en 
slaven vooral van de Kust van Koromandel. Ook vond de Hooge 
Regeering te Batavia noodig — zoo schreven hare leden , waartoe 
ook weer Coen behoorde, in November 1627 aan de XVII — , 
den zeer geringen prijs, voor welken zg de muskaatnoten op- 
kocht, te verhoogen, om daardoor den gver van hen, die 
haar plukten en inzamelden , te vergrooten. Zij deed dit voorstel 
onder den indruk van het feit, dat de eisch van Bewindhebbers 
van Bandasche producten voor 1626 bg lange na niet was 
bevredigd K 

Ter vervanging van de rgst, zoo die ontbrak, diende de 
sago, die uit Ambon en de Oeliasers werd aangevoerd, maar 
vooral uit de Kei- en Aroe-eilanden ^ , met welke de Gouverneur 
Jansz in 1624, daarin gesteund door Gouverneur-Generaal en 
Raden, de commerciëele betrekkingen weder aanknoopte, die er 
vroeger tusschen die eilandengroepen en Banda bestonden. Reeds 
in Februari 1623 hadden eenige Orangkaja*s van Aroe in handen 
van den Commandeur Jan Garstensz den eed van getrouwheid aan 
de Compagnie afgelegd, en ook die van een paar dorpen van 
de Kei-eilanden zich „onder de gehoorsaemheytende snbjectie^' 
van het Nederlandsch gezag „begeven" *. Om de bewoners 
dier streken te gunstiger voor ons te stemmen, werden een aantal 
hunner landgenooten , die in 1621 door de onzen waren ge- 



* Die eisch bedroeg ± 600000 HoU. ponden muskaatnoten en ± 140000 
pond foelie ; voor Indië zelf werd gevraagd 200000 pond noten en 35000 pond 
foelie. Banda kon in 1626 niet meer leveren dan ± 260000 pond noten. 

* Deze eilanden hadden voor ons ook belang om het scheepstimmerhout « 
t* welk daar groeide. 

* Het contract met die van Aroe is afgedmkt bij Mr. L. C. D. v. D^ki 
ifMededeelingen uit het Oost-Indisch Archief) n*». V\ achter 't Jonrnaal van 
Carstensz. Met die van Kei sch^nt een bepaald contract niet te ign gesloteUi 
*t Is althans op H B. A. niet voorhanden. 



INLEIDING. XIX 

yangengenomeo , vrggelaten en in 1625 naar hun geboorteland 
ternggebracht. Zij waren indertgd als onderdanen der Banda- 
neezen voor slaven verkocht en over Amboina en Banda verspreid. 
Een gedeelte er van wist naar het gebergte të ontkomen en had 
van daaruit laatstgenoemd eiland onveilig gemaakt. Met die 
relaxatie dezer ,; Kei-Aronwers " bereikte men das een dubbel 
doel, daar men tevens zich een lastpost van den hals schoof. 
Deze maatregel; die door de Hooge Regeering te Batavia zeer 
was toegejuicht en trouwens in het contract van 1623 was 
toegezegd; had dan ook aanvankelgk het gehoopte resultaat 
Willem Jansz. werd in 1627 opgevolgd door Dr. Pieter Vlack 
(1627 — 1628), lid van den Raad van Indië, die ;,op vele 
vervallene saecken seer goede reformatie en ordre" stelde ^. 
Onder zijn bestuur leidde de ontevredenheid der vroegere bewo- 
ners van Poeloe Run, die als slaven op Groot-Banda werkten , 
tot een samenzwering. In Juli 1627 stak hg met een scheepje ^ 
geroeid door eenige van die slaven, van het eiland Rosengein 
naar Nera over. Op dezen tocht werd hg door hen overrompeld 
en gevankelijk naar de zuidoostkust van Geram gevoerd. Te- 
gelgkertijd vluchtten hnonelotgenooten, die zich op Groot-Banda 
bevonden , naar de bosscben , welke , evenals de „ noote-percken" 
door hen zóó onveilig werden gemaakt , „ dat de vrucbten met 
convoy moesten geïnt worden". Hun doel was, zich zelven en 
de hunnen tegen den gevangen Gouverneur uit te laten leveren. 
Vooral gehaat was bij hen de verplichting, hunne kinderen op 
de scholen ^ in de Ghrisielyke religie te laten onderwazen, 
waardoor ons Gouvernement een knak meende te geven aan 
het verfoeide „Moorsdom" *. Vlack onderhandelde en liet 



» Cf. Valenten: III, b., Banda p. 89. 

* Er waren 246 schoolkinderen op Banda. In 1625 moest er een „Loterge" 
gehouden worden om de school in stand te honden. 

» „Ten hoogste recommandeeren wg u de extirpatie van de vervloekte Moorse 
secte, geen publieke noch secreete Moorse dienst toe te laten, veelmin Moorse 
papen in 't land te gedoogen". (ö. ö. en Baden aan Willem Jans£. 21 Nov. 1626). 



XX t j« L fi I D I N G. 

zich den eisch , dat alle „ Poeloeronders " door de Nederlanders 
naar de GeramBcbe kust zouden worden vervoerd, om daar 
tegen hem uitgewisseld te worden, welgevallen. Na lange aar- 
zeling nam ook de Raad dit voorstel gedeeltelgk aan ; hg was 
er echter niet toe te bewegen, de schoolkinderen mede in de 
verlossing te doen deelen. Hierop kwamen de in de bosschen 
gevluchte slaven terug en werden met hunne vrouwen ingescheept 
op het schip Monnikendam, dat op reis naar Batavia met dit 
doel Ceram zou gaan aandoen. Plotseling — misschien uit 
vrees voor hinderlagen, te leggen door de slaven en hunne 
vrienden op Oeram — besloot de Raad op grond van allerlei 
„ swaarmoedige consideratiën " , het plan niet uit te voeren en 
nam al de vluchtelingen, die „op C getroffen accort ^ uyt het 
geberghte affgecomen waren'* op nieuw gevangen. Op deze 
wijze, die men nog wel „eene sonderlinge schickinge Godes*' 
durfde noemen , werd Banda „f eenemael van dit gespuys vayl 
gemaeckf *. Eenigen tijd later werd Vlack , wiens waardigheid 
gedurende zgn gedwongen absentie was bekleed door Jac. 
Schram, uit zijn gevangenschap verlost door den Gouverneur 
van Gorcum, en naar Ambon gebracht, ^zijnde zoo impotent 
van de berbere ^ , dat handen of voeten hun ordinarie oflScie 
niet vermochten te doen". Langzamerhand slechts herstelde hg 
van de doorgestane ellende. 

Waar wg ook in het oostelgk gedeelte van den Maleischen 
Archipel betrekkingen hadden aangeknoopt of nog zochten aan 
te knoopen, kwamen wij min of meer vgandig te staan tegen- 
over den machtigen Koning van Makassar, die een groot deel 
van Gelebes aan zich had onderworpen en veel invloed had op 
de verschillende eilanden, waarmede zgn onderdanen handel 



* Ik cursiveer. 

* Zie Docnmenten , p. 130 en noot 1). 

> In dezen tijd heersclite de ^beri-beri** in sterke mate in de Molnkkén en op 
de Amboina- en Banda-eilanden en ricbtte groote yerwoestingen aan onder onze 
garnizoenen. 



I N L B 1 D I N 6. XXI 

dreven ^. Dit was in sterke mate het geval op de Ambonsche 
kwartieren , vooral op Ceram , minder op de Molukken , op Aroe 
en op de Eleine>Soenda-eilanden. Reeds gemimen tgd was de 
verhouding tnsschen de Compagnie en dien Vorst zeer gespannen 
en was onze rijsthandel met den zuidwesthoek van Gelebes 
geheel opgehouden. Van onzen kant legden wg beslag op de 
schepen ; waarmede zgn kooplieden kwamen handelen op de 
plaatsen ; waar wij het monopolie pretendeerden en deden soms 
een inval in streken, waar zijn invloed overheerschend was *. 
Hg daarentegen wierp begeerige blikken op het eiland Boeton , 
met welks Radja wij vriendschappelijke en commerciëele ^ 
betrekkingen onderhielden. Indertgd had de Compagnie beproefd, 
ook te Makassar den alleenhandel in handen te krggen *, maar 
tot nu toe was het haar niet gelukt: integendeel, steeds had 
de Koning zulks geweigerd , steeds had hg vreemde kooplieden 
in zijne havens toegelaten, 'tgeen hem groote voordeden op- 
leverde. Aan hen toch verkochten zgne onderdanen, benevens 
de Malegers van Djohor en Patani en de Javanen ^^ die zgne 
havens als stapelplaatsen gebruikten, de producten derspecerg- 
eilanden, door den smokkelhandel verkregen. Die vreemde han- 
delaren waren vooral Engelschen, Spanjaarden en Portugeezen 
uit Malaka, Macao en de Philippgnen *, waarbg zich in 1625 
nog de Denen van Trankebar hadden gevoegd 7. 

Het zou zeer in 't belang der Compagnie zijn, indien zg de 
vreemdelingen kon weren en de Makassaren kon overhalen, 



* Zie hiervóór pp. II, VIII. 

' Zóó verontrustte Jan Carstensz in 1624 de Boegerones en het eiland Saleger. 

^ Wij haalden van Boeton slaven. — Zie over onze betrekkingen met dat 
eiland Dr. Tiele: Bouwstoffen, I. p. xii. 

* Dr. Tiele: Bouwstoffen: I, p. ii, iii. 

* De Makassaren zelf dreven meer kust- en landhandel. 

* Documenten: p. 87 noot 1. 

' De Denen trachten in ^626 van hier uit vasten voet te krygen op Soekadana 
en Banjermassin, 



XXII INLEIDING. 

hnnnen handel op de verschillende Ambonsche eilanden te ver- 
leggen naar het kasteel Victoria en dien in den Maleischen 
Archipel in 't algemeen naar Batavia. Indien voordeelige voor- 
waarden zonden kannen worden bedongen , was dns een vrede 
met den Koning te verkiezen boven de vgandelgke verhouding , 
waarin w§ nn tot hem stonden. Het werd dan ook door Gon- 
vernenr- Generaal en Raden volstrekt niet in Herman van Speult 
gelaakt , toen deze in overleg met de Nederlandsche autoriteiten 
op 'Ambon onderhandelingen met dien Vorst aanknoopte. Met 
de Nassansche vloot vertrok hg in Juli 1625 van 't kasteel 
Victoria, eerst naar Boeton, aan welks Radja hij het plan mede- 
deelde. Hg bewoog dezen, eveneens een gezant naar Makassar 
te zenden, om in den eventueel te sluiten vrede te worden 
betrokken. Op Makassar aangekomen > werd hij door den Koning 
zeer welwillend ontvangen, maar op de voorwaarden, die van 
Speult stelde, werd eenigszins ontwiikend geantwoord. Deze 
waren drie in getal — de laatste in den vorm van een ver- 
zoek — : 1**. betaling van een schuldvordering, welke de 
Compagnie op 'sKonings onderdanen pretendeerde te hebben; 
2^ verbod van den handel op Klein-Ceram; 3". verlegging van 
dien handel naar het Ambonsch kasteel. Wèl beweerde de 
Vorst, dat hij zeer op de vriendschap der Nederlanders was 
gesteld ^ en hun trouwens nooit zgn land had verboden. Wat 
de onderhandelingen met Boeton betrof, daarin gedoogde hij 
geen bemiddeling van anderen: de Radja moest afzonderlijk 
gezanten zenden, wilde hij met hem in betrekking treden. 
Boeton's afgevaardigde reisde mee naar Batavia, maar da&r 
was men zóó ingenomen met het voorloopig succes, dat 
het den Gouverneur- Generaal „niet gelegen" kwam, aan zijn 



* Volgens sommige berichten (o. a. van den Venetiaan Moriti of Moretti , 
gedert een paar jaren „vrQburger" te Batavia, die relaties had te Makassar), 
zon hij te kennen hebben gegeven, dat hij zeer gaarne met de Nederlanders 
vrede wilde sluiten, maar als Koning zich niet zóó diep kon vernederen , om aan 
een hoofd van kooplieden het eerst een gezantschap te zenden, 



INLEIDING. XXlIf 

Vorst assistentie te verleenen ^, al werd dit niet met zooveel 
woorden aan hem te kennen gegeven. Veel resultaten leverden 
de onderhandelingen echter niet op en in November 1627 
gaven de autoriteiten in Batavia aan de Bewindhebbers te 
kennen^ dat men niet alleen de wateren van Malaka, maar 
ook die van Makassar moest trachten af te sluiten ^ „want van 
dien kant UE. meer moeite en afbreuk in den nagelhandel 
ontstaat als van den erfvgand zelf." 

Ook op de Eleine-Soenda-eilanden waren de oogen van den 
heerscher van Makassar gevestigd. Zóó loerde h^ op Bima (op 
Soembawa), terwgl zijn kooplieden druk handel dreven op 
Solor, Timor en Ende. Voor ons waren de commerciëele be- 
trekkingen met die eilanden vooral van gewicht^ omdat het 
sandelhout, dat op Timor groeide, een belangrijke factor was 
voor onzen Chineeschen handel. * Verder was de omzet in 
slaven, padi en was van genoeg beteekenis, om in gewone 
omstandigheden de kosten, verbonden aan onze vestiging in 
die streken, ruimschoots te vergoeden. Maar de tgden waren 
nu minder gunstig. Met China stond de Compagnie op alles 
behalve vriendschappelijken voet en de invloed der Portugeezen 
op Timor was van dien aard, dat de onzen bg hunne handels- 
en krijgsoperatiën groot gevaar liepen, het slachtoffer van hun 
overmacht te worden. De katholieke propaganda, die onze 
vijanden daar maakten, leverden gunstige resultaten, terwijl 
de Heeren XVII bitter klaagden over de uitkomsten , welke het 
zenden van protestantsche godsdienstleeraren hier en op andere 
plaatsen in Indië had. Ons fort op Solor, dat wg reeds eenmaal 
met den grond gelijk hadden gemaakt, was op verzoek der 
met ons bevriende bewoners weder opgericht, ^ maar onze 



* Hij bekwam hulp van Ternate, aan wiens Koning hij schatplichtig was, 
en waartegen Makassar vgandig optrad op Celebes. De Ngofamanira Bylinno (zie 
hiervoor p. xiv) bracht in 1626 hulp. 

■ Dr. Tiele: Bouwstoffen: I, p. ix. 

* Commandeur was daar Jan Thomasz Dayman (1622 — 1625) , die met zgn gezin 
»aar de Portugeezen overliep en werd opgevolgd door Jan de Horney (1626 — 1629). 



XXIV INLEIDING. 

macht was ook hier te gering, om den handel der vreemde 
kooplieden 9 evenals elders ook hier naast Makassaren ei> Por- 
tngeezen , Maleiers en Javanen , te verhinderen. Het gevolg was , 
dat gedurende het Gonvememenl-Generaal van de Garpentier 
onze commercie in die kwartieren ;,zeer min (was) bg gebrek 
aan volk en bekwame jachten" en de financiëele resultaten 
niet gunstig waren. Wel werd in 1626 versterking gezonden 
onder bevel van J. Pz. Reus, maar zij was slechts tgdeiyk en 
bleek onvoldoende en na haar vertrek was de toestand, ten 
gevolge van het moedig optreden der Portugeezen , zeer hachelgk. 

IL 

Waren het in het oosten van den Maleischen Archipel de 
nagelen en muskaatnoten, die den ondernemingsgeest en de 
winzucht der Nederlanders opwekten, in het westen was het 
in de eerste plaats de peper, die de Compagnie daarhenen 
lokte. Vooral op Djambi was Coen's oog gevallen. * DAdr 
hadden wg dan ook een kantoor gevestigd , maar , zooals elders , 
wij hadden ook hier geduchte concurrenten in de Portugeezen, 
Engelschen, Ghineezen, enz., die ons eveneens de peper , welke 
wg uit Indragiri trachtten te bekomen, betwistten. Ook met 
Palembang, om bg Sumatra's oostkust te blijven, hadden wg 
handelsbetrekkingen aangeknoopt. Behalve de zoo gezochte peper 
leverden deze streken benzoë, drakenbloed, was, ivoor, hout, 
enz. Als ruilmiddel maakten wij veel gebraik van de kleeden, 
door ons van de Kust van Koromandel aangevoerd, die een 
zeer gewild handelsartikel waren voor de bewoners der binnen- 
landen, welke hun peper naar de kustplaatsen ten verkoop 
aanbrachten. 

De onkosten , verbonden aan het hebben van zoovele kantoren 
in Indië, deden de Heeren XYII dikwijls aandringen op het 



Tiele: Bouwstoffen, I, p. xxxi. 



INLEIDING. XXV 

„ lichten" van eenige daarvan, met welk verlangen Ooen ge- 
meenlijk instemde. De Carpentier, die hoogelgk met zgn voor- 
ganger was ingenomen en diens inzichten gewoonlgk deelde, 
was dan ook in 1623 van plan, onze ^loge" in Dj ambi te ver- 
laten en den handel alleen voort te zetten met schepen van 
Batavia vice versa. Een groot bezwaar was echter aan de ten- 
uitvoerlegging van dat voornemen verbonden, nog daargelaten 
de onmogelgkheid , om den handel te continneeren zonder voort te 
gaan een vast verblijf in te nemen. Het was de vrees (en hierin 
stemden de Gouverneur- Generaal en de Koopman Adriaan 
Jacobsz. van der Dnssen, die hier de belangen der Compagnie 
behartigde (1620 — 1624), met elkander overeen), dat de Sultan 
in dat geval aan de Engelschen, die een rendezvous in den 
Archipel zochten te vestigen, zou vergunnen een sterkte te 
bouwen in zgn gebied. Het plan werd dan ook niet ten uitvoer 
gelegd. 

Onze vestiging in Djambi had nog een andere schaduwzijde, 
daar zg ons gemakkelijk in botsing kon brengen met een 
anderen machtigen Vorst, met den Sultan van Atjeh Iskander 
Moeda, ^ die zijn gezag over geheel Sumatra en het Malaksch 
schiereiland zocht uit te breiden en dan ook begeerige blikken 
wierp op Indragiri en Djambi. Hem voor het hoofd te stoeten 
zou van invloed worden op onze betrekkingen met zijn rgk en 
daardoor op die met de peperlanden aan de Westkust van 
Sumatra, vooral met Priaman en Tikoe, * waar hg heer en 
meester was. Moest men dus zijn gevoeligheid ontzien , aan den 
anderen kant was het zaak, te beletten, dat zijn macht te 
groot werd en dat hg later die vergroote macht ook tegenover 
ons zou kunnen laten gelden. Ook de Bewindhebbers hinkten 
op twee gedachten. Bgzonder hartelgk was de verhouding tus- 



' Tiele: t. a. p. I, p. ii. 

' Ook met Selebar, Indrapoera en Bengkoelen stonden wij in dezen t^d in 
handelsbatrekkingen. 



XXVI INLEIDING. 

schen dien potentaat en de Nederlanders niet ; buitendien leverde 
de handel op Atjeh weinig winsten op, zoodat in Maart 1623 
ons kantoor werd gelicht en daar slechts een Assistent werd 
gelaten. Evenals hier werd ook op de Westkust de handel ge- 
dreven door „gaande en komende schepen' ^ ^ maar, niettegen- 
staande „ de monopolische procedugren van den Atc*hijnder", 
die de voordeden van den peperhandel overal in zgn gebied 
tot zich zocht te trekken, waren wg daar in gunstiger conditie, 
omdat wij er niet in die mate als in Atjeh de concurrentie 
der Engelschen behoefden te vreezen ^ en veelal ongestoord de 
kleeden van Goeseratte en de Kust van Koroo)andel tegen peper 
konden inruilen ^. 

In 1624 deden de Atjehers een inval in Indragiri, waar zg 
zich echter niet konden handhaven en bedreigden zy Djambi , 
dat hulp zocht big de Engelschen en Nederlanders. De eersten 
weigerden, maar Bartholomëus Kunst (1624—1626), die van 
der Dussen was opgevolgd, beloofde, bij een eventuëelen inval 
der Atjehers den Sultan te zullen bijstaan. Ook ontving deze 
een gelijke toezegging van Palembang, de dochter van welks 
heerscher binnen kort iu het huwelijk zou treden met den zoon 
van den ,jongen koning" ^ va» Djambi. Gouverneur-Generaal 
en Ea.den waren eeret niet van plan, de belofte vau Kunst na 
te komen en wilden zich liever evenals de Engelschen onzijdig 
houden. Toch zonden zij in 1625, ® toen er weer sprake was 
van een inval van Iskander Moeda, een kleine vloot onder 
Jan Willemsz Verschoor ^ tot hulp. Gelukkig echter verscheen 



* Onder leiding van Jacob Colijn Jansz (f 1624) en Nicolaas de Casemhroot. 

* De Engelschen waren niet bij machte, ook daar den handel door te zetten. 
De tollen waren dan ook buitengewoon hoog. 

■ In 1626 behaalden wij daar een winst van 60% (Gr. Gr. en Raden aan 
Bewindh. 13 Dec. 1626), in 1627 van /• 115000 (idem 9 Nov. 1627). 

* Er regeerden daar 2 „Koningen", de „oude" (dePanembahan) ende Jonge'' 
(de Pangéran). 

* In dit jaar was er een nog al druk handelsverkeer met Banka. 

* Zie hieryóór p. xi. 



INLEIDING. XXVII 

de vijand ook dit jaar niet. Het hooge belang , dat wij hadden 
bij den Djambischen peperhandel , had de Hooge Regeering tot 
die daad bewogen en misschien ook de overweging, dat de 
zeerooverijen der Hollandsche vrijburgers, die tot groote ergernis 
van den Sultan vran Djambi vaartuigen zijner onderdanen plun- 
derden, * onze positie er niet op verbeterden. Ook de Engel- 
schen begonnen nu in te zien, dat het beloven van assistentie 
hun voordeelig zou kunnen zijn. Spoedig werd die ondersteuning 
gevraagd, echter niet tegen Atjeh, maar tegen Palembang. 

Aldaar was de Sultan overleden en nu pretendeerde de 
Kroonprins van Djambi, welke met diens dochter was getrouwd, 
dat hem krachtens het huwelgkscontract de kroon toekwam. 
Een machtige partij in Palembang onder leiding van den broeder 
des overledenen was echter niet van hem gediend en ontzegde 
hem den toegang tot het rgk. In Juli 1627 zond nu „de oude 
Coninck" van Djambi een gezantschap naar Batavia met brieven , 
zóó aan de Engelschen als aan de vertegenwoordigers der Com- 
pagnie, met verzoek hem te assisteeren in den oorlog, dien 
hij van plan was, Palembang aan te doen, onder belofte van 
vrijdom van tollen gedurende tien jaren. De Engelschen, die 
zich ;,op dien tijd van ons heel abstract hielden", bewilligden in 
dat verzoek, en de Nederlanders konden „om (hunne) estime 
bij die van Jamby te mainteneeren ende geene vorderlijke 
conditie aen d'Engelschen alleen te cederen, mede niet minder 
doen". Een drietal schepen onder bevel van Kunst ^, bemand 
met 170 koppen, vertrok ter versterking van onze macht naar 
Djambi. De kommandant had echter in last, dadelijkheden 
zooveel mogelijk te vermijden en te trachten, een verzoening 



* Zie Dr. Tiele : De Europeërs in den Maleischen Archipel IX, p. 304, v. — 
De Compagnie zelf deed trouwens iets soortgelijks, daar zij de jonken van Patani, 
Siam , enz. , die peper gingen laden in Djambi voor andere plaatsen dan Batavia, 
aanhield , van de peper beroofde en die tegen den marktprijs betaalde. (G. Gr. en 
Raden aan C. v. d. Hoeff — zie noot 2 — 16 Sept. 1626). 

* Hij was als vertegenwoordiger der Compagnie in Djambi opgevolgd door 
Cornelis van der IJoeff (1626—1629), 



XXVIII INLEIDING. 

tasschen de twistende partijen tot stand te brengen. Voorshands 
scheen de ,,onde coninck" zgn oorlogsplannen te hebben opge- 
geven^ zoodat Kunst; zonder dat zgn hulp werd vereischt, 
kon terngkeeren. Hg liep Palembang binnen ^ op welks reede 
hg zich bevond ^ om te trachten, ièèx zgn bonding te recht- 
vaardigen en den nadruk te leggen op zgne conciliante voor- 
nemens. In de volgende jaren vond een herhaling van dit alles 
plaats. De beheerscher van Djambi vroeg op nieuw hulp, 
zonder echter aan het verleenen daarvan de voordeelige voor- 
waarden te verbinden van vroeger. Integendeel : hg verweet den 
onzen het mislukken van zgn groote plannen, daar de Neder- 
landsche vloot haar plicht niet zou hebben gedaan, verhoogde 
de tollen en toonde zich „zeer trotsch en onwillig" tegenover 
den nieuwen chef der HoUandsche factorij Frans Adriaensen 
de Vries (1629—1630) '. De Hooge Regeering wilde nu be- 
middelend optreden en zond Gerrit Broeckmans als buitenge- 
woon gezant naar de beide hoven, om vooral te wgzen op het 
gevaar, dat van den kant van Atjeh dreigde, welks heerscher 
wel eens in het troebele water zou kunnen gaan visschen. 
Intusschen namen de verwikkelingen tnsschen de beide rgken 
een bevredigend verloop, zoodat nog in 1629 „d'oude kwestie 
geassopieert'' kon heeten, zonder dat echter de Djambische 
kroonpretendent vasten voet in Palembang verkreeg. ^ 

Niet lang zou Djambi zich in die rust kunnen verheugen. 
Er kwamen al spoedig weder wolken opzetten, ditmaal van 
den kant van Djohor, welks Sultan in 1630 aanspraak maakte 
op het vroeger aan hem toebehoorende Tongkal en dit nu van 
Djambi terugvorderde, terwijl hij eveneens eischen deed hooren 
tegenover Palembang. „Die van Jhoor (staken) 't hoofd heel 
in de lucht'' en dat had zgn reden. Onophoudelijk waren zij 
in de laatste jaren vervolgd door de Atjehers, ^ die hun in 



' Zie nog over hem Documenten, p. 172, noot 1. 

* Zie over dit alles Documenten, p. 127, v. 

• Tiele: Bouwstoffen, I, p. xix. 



1 N L E i o I N 6. XXIJC 

1623 den genadeslag schenen te hebben toegebracht ^ ' toen 2ij 
hun nienwe residentie op Lingga veroverden en verwoestten. 
Maar Iskander (die in den laatsten tgd ons den peperhandel 
in Atjeh en op de Westkust zeer had bemoeilijkt); moest ein- 
delgk zelf de ongunst van het krijgslot ondervinden. In den 
zomer van 1629 liet hg Malaka door zgn Laksamana, ;,den 
opperste van den Atch^nders arniade"; met een aanzienlgke 
macht insluiten en belegeren. De Fortugeezen ontvlogen echter 
tijdig een flinke versterking onder Nuno Alvares Botelho^ en 
nU; geholpen door de Djohorieten en de Pataneezen^ brachten 
zg den Laksamana een zóó gevoelige neerlaag toe ; dat deze zich 
zelf en een menigte van zgn troepen in handen der vganden 
moest krggsge vangen geven. ^ Dat de Atjehers en Fortugeezen 
op nieuw met elkander in vijandelgke aanraking kwamen, 
was koren op de molen der Compagnie ^ in wier belang het 
was j dat deze beide hunne krachten in een strgd tegen elkander 
uitputt'en. Gouverneur-Generaal en Raden schenen berouw te 
hebben ; dat zg Atjeh nu niet tegen Malaka hadden ondersteund , 
in welk geval die stad zeer waarschgnlgk zou zgn gevallen. 
Dit zou van groot belang zgn geweest voor onzen handel , zóó 
op Ferzië en Surate, waar wg^ als de Fortugeezen hunne 
krachten een tgd lang hadden moeten concentreeren ter ver- 
dediging van gemelde stad, de handen meer vrg zouden hebben 
gekregen, als op China en Japan, omdat wij, was Malaka in 
onze handen of in die van Iskander gevallen, den Fortugeezen 
meer belemmeringen zouden in den weg hebben kunnen leggen 



' Tiele: De Europeërs in den Maleischen Archipel, IX, p. 304^ 

* Zie Documenten*, p. 166-^170. — Op ondergeschikte pnnten wjkt het 
verhaal d&èr af van dat in ,jHistoire de Pierre Berthelot, pilote et cosmographe 
du Eoi de Portugal aux Indes Orientales , Carme Déchaussé , né en Normandie 
en MDC. — mort k Achen en MDCXXXVIII. — Publiée d'après PIHnerariim 
oriëntale par Charles Bréard. (Paris , Picard. 1889. 8«)." — Berthelot was volgens 
zgn levensbeschrgver „premier pilotte" der Portugeezen bg dit ^^rapenfeit (p. 72). 
Bréard vergist zichj waar hg in de „Préface" begeert, dat de Nederlanders de 
Atjehers bij dit beleg steunden. Ook het verhadii in de „Mercure fran^ois", daar 
(p. 17, v.) aangehaald» sluit niet geheel met de gelgktgdi|^e Hollandsche berichten, 



XXX Inleiding. 

ten aanzien van hun koopvaart op die rgken^ maar de Jegen- 
woordige Constitutie'' van de Compagnie was ;,tot znlcken entre- 
prinse" voorloopig niet „gedisponeert". In dit opzicht heerschte 
er een gewenschte overeenstemming tusschen de Heeren Majores 
en de Hooge Regeering te Batavia. Toch kon Specx ^ , die na 
den dood van Coen in 1629 dezen voorloopig was opgevolgd, 
de verzoeking geen weerstand bieden en hij liet den Sultan 
van Atjeh polsen omtrent een eventueel gezamenlgk optreden 
tegen het gewichtige punt. ^ Tevens deelde hij aan de bestuur- 
ders van Djohor, Pahang en Patani mede, dat hg niet langer 
wilde dulden, dat zij hulp verleenden aan de Portugeezen te 
Malaka. In Augustus 1632 werden door hem Dirk Stadlander 
en Adriaan de Groot als gezanten naar den Atjehschen monarch 
gezonden, om hem in algemeene bewoordingen hulp tegen zgn 
overbuur aan te bieden. Hoofddoel van deze bezending was 
echter het opkoopen van peper, het tot stand brengen van 
andere handelsoperatiën en het verzoek, de tollen in zgn rijk 
te verminderen. De Sultan betoonde zich welwillend, zonder 
daarom het gevraagde in zijn vollen omvang toe te staan; de 
inwilliging van het meerendeel liet hg afhangen van de hem 
in de toekomst te verleenen hulp. 

De Portugeesche Admiraal Botelho ging na de overwinning 
bij Malaka behaald niet op zgn lauweren rusten. In April 1630 ^ 
verscheen hg vóór Djambi, waar hij een drietal Nederlandsche 
en één Ëngelsch schip aantastte, en gedeeltelijk gevankelijk 



* Men zie nog over Specx Documenten, p. 131, v., 159. — In verband met 
hetgeen de Jonge (V,'p. xci) schrgft over de houding der XVII ten aanzien 
van Specx* verkiezing tot G. G. , is niet van belang ontbloot, H geen zij den 27 
Aug. 1630 aan Gr. Gr, en Raden schreven. Door de haastige b^eenkomst der' XVII, 
kort na de aankomst der schepen , was de commissie en approbatie van de Staten^ 
Oeneraal en den Prins van Oranje (ik cursiveer) nog niet verkregen. Met de 
eerste gelegenheid zou daarop worden gelet , „ sulcx het vertrouwen en recompense 
van s^ne (Specx*) lange gedane diensten en ervarenthep in Indië meriteren**, enz. 

• Dit was ook reeds in 1624 beproefd. 

» In dit jaar was Jan Oosterwgk (1630, 1631) koopman te Djambi. — De 
veelvuldige mutatiën onder het personeel werden misschien veroorzaakt door de 
ongezondheid van de plaats. 



t N L fe I D I N 6. tXXj 

meevoerde, gedeeltelgk in de lucht deed springen. ' Op het 
faooren van deze. tijding zond de Gouverneur-Generaal vgf schepen 
onder bevel van den Commandeur Pieter Vlack en den Vice- 
Gommandeur Frans Pelsaert, om onze vestiging in Djambi te 
beschermen en de vlooi, die in het Malaksch vaarwater kruiste 
onder bevel van den Admiraal Karel Lievens te waarschuwen. 
Nadat zg aan hun opdracht hadden voldaan, keerden beide 
vlootvoogden, toen zij bespeurden, dat de vijandelijke armade 
reeds weder verdwenen was, naar Batavia terug. 

Nauweiyks was Djambi deze moeilijkheid te boven gekomen 
— Botelho had ook gedreigd , deze stad te zullen aantasten — 
of binnenlandsche verwikkelingen verstoorden op nieuw zijn rust. 
In Juni overleed de „oude Koning '\ De „jonge Koning" wilde 
daarop terstond de regeering mede doen aanvaarden door zijn 
oudsten zoon, maar daartegen ontstond verzet om de aanspraken ^ 
die deze maakte op de kroon van Palembang , 'tgeen velen beter 
deed vinden, dat in Djambi aan den jongsten zoon van den 
Pangérang, getrouwd met een broedersdochter van den Panem- 
bahan , die eer te beurt viel. Kort daarop overleed ook de Pan- 
gérang, en nu aanvaardde diens oudste zoon, Pangérang Anom, 
toch de regeering, of liever hij nam den naam aan, terwgl 
zgn moeder Dato Maes inderdaad de teugels van 't bewind hield. 
Onze positie in Djambi werd hierdoor al niet verbeterd: in- 
tegendeel, hoewel de Sultan en zgn moeder zich zeer „civir' 
tegenover ons betoonden, moesten wg allerlei „vexaties" ver- 
duren en verlangden de Djambiërs , dat de Nederlanders geheel 
aan hunne wetten zich zouden onderwerpen. Ook vreesde de 
Opperkoopman Daniël Tresel (1630—1633); die thans onze 



» Documenteii) p. 170 — 173. — Volgens de Nederlandsche berichten sneuyelde 
althans overleed , Botelho bjj deze affaire. — De levensbeschrijver van Berthelot , 
die ook hierbij tegenwoordig was (p. 73 en Préface p. 18), meldt hiervan niets. 
Integendeel, men zou uit dit verhaal opmaken, dat de Portugees dit gevecht 
overleefde. Deze Berthelot was in 1619 op het schip „L*Espérance", behoorende 
tot de onderneming van Beaulieu en öravé (Tiele: Europeërs in den Maleischen 
Archipel, IX, p. 297) uit Honfleur naar het Oosten vertrokken. (Préface , p. 10 , v.) 



iLXtll 1 N L B I b t N G. 

belaDgen aldaar behartigde , dat de minder vriendschappelgke 
verhondingy waarin wy tot de Djohorieten en Pataneezen 
stonden , ons in moeilgkfaeden zonde wikkelen met hunne bond- 
genooten van Djambi. Bg dit alles kwamen nog twisten over de 
straf; op te leggen aan eenige Javanen, die een Hollandschen 
matroos hadden vermoord. De autoriteiten van Djambi weigerden^ 
de moordenaars met den dood te straffen , daar dit — zooals 
zij beweerden — tegen hunne gewoonten zou strgden en wilden 
slechts van een geldboete hooren. De Gouverneur-Generaal 
SpeeXy hoewel de juistheid van hun motief ontkennende; gaf 
last; deze moeilgkheid niet tot het uiterste te drgven en liever 
;,alle occasie tot kwesties te schuwen '\ Toch ware een door- 
tastende houding in deze tgden misschien beter op haar plaats 
geweest. De omstandigheden in Djambi waren van dien aard 
geworden; dat hetzg de Sultan en zgn aanhang, hetzg zgn 
tegenstanders; onze hulp niet zouden hebben versmaad; indien 
hunne oneenigheden niet in der minne waren geschikt. Buiten- 
landsche mogendheden ; de Sultans van Indragiri en I^ahang, maar 
vooral die van Palembang; schenen zich reeds met de binnenland- 
sche aangelegenheden te willen bemoeien. De laatste Vorst; een 
broeder der Koningin-moeder van Djambi; werd door beide partgen 
te hulp geroepen en verscheen in Februari 1632 met een ge- 
wapende macht in datrgk; zonder dat het hem gelukte ; de zaken 
tot een goed einde te brengen. 

Goen had in 1622 onze factorgen in Patani; Sangora; Kam^ 
bodja ^ en Siam laten lichten ^; en onze rgst- ^ en pepers- 
handel op die plaatsen; de zijdehandel met de daar verschgnende 
Ghineezen en de handel in hertevellen en sappanhout met de 



1 Ook met dit rgk , evenals met Cochin-Cliina, bleven wg in vriendschappelUke 
betrekking. 

* Tiele: De Eoropeërs in den Mal. Arch. p. 306. — Zie de opmerking over 
den vrQen handel op dese streken in Documenten^ p. 183. 

* Den 3 Febr^ 1626 schreven G.G. en Baden aan de XVII ^ dat Siam en 
Japan de onsen in den Archipel geheel van rgst voorzagen; den 6 Jan^ 1628} 
dat Batavia hongersnood zon hebben geleden zonder den rjjstaanvder nit Siam* 



I 11 L E I U I N 6. XXXIII 

Japanneezen ^ werd na door gaande en komende schepen ge- 
dreven. In 1623 werden Jan van Hazel en Philips Lncasz. tot 
Opperhoofden over den handel in Siam en de bocht van Patani 
aangesteld. Het lichten van het kantoor in Siam werd zeer door 
de Carpentier betreurd ^ y ook omdat wij daardoor kans hadden 
dien belangrijken Japanschen handel te verliezen. In Patani werd 
na ons vertrek de invloed der Portugeezen weder veelgrooter; 
zij werden door de Koniogin in 't oog loopend begunstigd en 
verkregen hier hunne provisie voor Malaka. Ook brachten zg 
groote hoeveelheden kleeden aan , waardoor de prgs daarvan 
geheel gedrukt werd, of, om met Gouverneur-Generaal en Kaden 
te spreken , „ de cladde er in gebracht " werd. In Siam , waar 
de Portugeezen minder invloedrijk waren, deden dit de „Mooren*' 
en Engelschen, terwgl de inwoners zelf den Japanschen handel 
aldaar tot zich schenen te willen trekken '. Groote veront- 
waardiging wekten wy buitendien op door het aanhalen van 
Chineesche jonken , met peper geladen. Door de Hooge Regeeriüg 
toch werden jachten naar de bocht van Patani gezonden om 
de havens te bezetten, de peper uit de Chineesche vaartuigen 
te lichten en den schippers mede te deelen, dat zij hunne be^ 
taling in Batavia mochten komen halen. Toch werden geregeld 
de handelsbetrekkingen met Siam en de Maleische kuststaatjes 
onderhouden, werden over en weer gezantschappen gezonden *, 
beleefdheden en geschenken * gewisseld tusschen de verschil- 
lende Sultans en de Nederlandsche autoriteiten, en bleven 



^ „Deze handel is ons zeer dienstige om H gereede siilver, dat men daarvoor 
tot den Chineeschen handel in Japan zal kunnen procüreren»'* (G.G. en R. aan 
Bewindh. 27 Jan. 1625). 

* Zie Tiele: Europeërs, IX p. 306 ^ 307. 

* In 1628 werd dan ook besloten , den Japanschen handel in Siam voorloopig 
te staken. 

" Zóó in 1628 de „expresse gesant'\ de Opperkoopman Willem Cunnegom 
of Coningum. 

* De Opperkoopman Joost Schouten overhandigde in 1628 een geschenk van 
den t^rins van Oranje aan den „Ooninck van Chiam." 

N. R. II. m. 



XXXIV I N L B I D I If 6. 

er Agsistenten in Siam ^ ter vergemakkelgking der negotie. 
In 1628 en 1629 ontstonden er in Siam twisten over de 
troonsopvolging^ welke ten gevolge hadden , dat de troon werd 
ingenomen door een overweldiger , die zgn zetel bevestigde in 
het bloed van de leden der regeerende familie ^. Al spoedig 
geraakte hg met eenige omliggende rgkjes in oorlog ', waarvan 
hg er enkele , o. a. Ligor, voor zgn macht deed bakken. Ook 
kwam hg op vgandelijken voet te staan met de Koningin van 
Patani, die voortging met het begnnstigen der Portngeezen en 
het verleenen van hulp aan Malaka^ en die ^vrg wat ontre- 
quident" werd tegen de onzen *. Wederkeerig ging de Sultan 
van Siam onzen Europeeschen vgand in die streken bestrgden^ 
maar dit nam niet weg^ dat èn ten gevolge van dezen krggs- 
toestand èn van andere omstandigheden ^ onze handel déAr 
zeer achteruit giog. Op het vernemen van de groote toerustin- 
gen , door de Spanjaarden genomen tegen Siam en onze vaar- 
tuigen , die d&é.r en op de omliggende plaatsen handel dreven ^ 
rustten Gk)uvemeur-Gleneraal en Baden een viertal schepen uit 
onder Antonie üaen, die den 31 Juli 1632 van Batavia ver- 
trokken. De Commandeur bracht brieven mede voor den Sultan 
van Siam en de Koningin van Patani, waarin de laatste werd 
aangemaand de zgde onzer vganden te verlaten, zich met Siam 
te verzoenen en met ons en de omliggende Maleische staten 
een verbond aan te gaan. 

III. 

In den tgd, waarbinnen de bovenbeschreven gebeurtenissen 
plaats vonden, hadden verschillende Oouvemeurs-Generaal el- 



' Pieter van der Eist , Jacob Spaignaert , Adriaan de Marees , Joost Schouten, enz. 

* Cf. Documenten, p. 218. — Zie echter ook „Verhael van d^onwettige snc- 
cessie des Conings in Siam** door Joost Schouten (1639). B. A. ^- Yalentgn: 
III. 2. b. p. 66. 

* Cf. Documenten, p. 174, v. 
» T. a. p. p. 178—176. 

* De onhebbeiyke houding van onse daar handel dryTende „tr|| burgers** 
deed er het hare toe. 



I N L I I B I N 6. XXXV 

kander opgevolgd. Coen ' was in September 1 627 op nieuw 
te Batavia aan wal gestapt en had op nieuw die hooge waar- 
digheid aanvaard. In de Molukken vond hg een geheel 
ander personeel terug, dan dat, 'twelk aan het hoofd stond, 
toen hg in 1623 naar het Vaderland was vertrokken. In Mei 
van dat jaar was een nieuwe Spaansche Gouverneur , Pedro de 
Heredia, opgetreden; in 1627 waren de Sultans van Tidoreen 
Ternate spoedig na elkander door den dood van het tooneel 
hannèr werkzaamheden afgeroepen. Ook Jacques Lefebvre wilde 
gaarne zijn plaats aan een ander afstaan en had reeds in 1624 
op zijn „verlossing" aangedrongen. In het voorjaar van 1627 
werd eindelijk door de Garpentier naar de Molukken gezonden 
de Fiskaal Pieter Wagens velt, om, ingeval Lefebvre tot vertrek 
mocht besluiten, hem provisioneel op te volgen. Dit vertrek had 
echter geen plaats, en toen Coen voor de tweede maal aan het 
hoofd der Hooge fiegeering was gesteld, vaardigde deze Gillis 
Seys (1628) naar Ternate af ter vervanging van den Gouver- 
neur. Het duurde echter nog tot Maart 1628, vóórdat Seys, 
die reeds in 't voorjaar 1627 die kwartieren als „Commissaris" 
had gevisiteerd ^ en dus eenigermate met den toestand op de 
hoogte kon ziyn, zijn werkkring van „President over 't Gou- 
vernement in de Molukken" aanvaardde. 

Sultan Hamdja, die al heel spoedig niet meer een persona 
grata was bg den Djogoegoe, den Kaïtsjil Ali en de overige 
Ternataansche Groeten , stond weldra met hen op zeer gespannen 
voet. Ook op Djilolo, Makian en Batsjan maakte hij zich gehaat 
en gevreesd door allerlei tirannieke bevelen en vexatoire maat- 
regelen. Noode verdroeg hg tevens den dwang, dien de nabg- 
heid der Nederlanders, met wie hij willens of niet rekening 
moest houden, hem oplegde. Hg had buitendien hooge aspiratiën ; 



« Men rie nog een oordeel over sommige onderdeden van Coen*s politiek in 
Docnmenten ) p. 166 — 168. 

* Cf. hiervóór p. vi noot 3. — Documenten, p. 117 ^ v» 



iCX^VI I N L E t D t N Ó. 

hij had, om een uitdrukking van Wagensvelt te gebruiken , 
y,den cop vol wint" en droomde van groote ondernemingen '. 
Zoo ontstonden er tussohen hem en den Sultan van Makassar 
verwikkelingen , daar de laatste Limbotoe op Celebes en eenige 
eilanden bg die kust ^ en vooral , even als vroegeV, Boeton 
bedreigde. Hamdja wilde bystand aan de in 't nauw gebrachte 
Vorsten verleenen en zocht, zonder veel succes , hulp bij de Com- 
pagnie. Eveneens bleef hij met de Tidoreezen op min of meer 
vijandelijken voet staan, ofschoon ook hij begeerige blikken wierp 
op de hand eener Prinses uit dat volk, een plan, waarvan onze 
vertegenwoordigers niet waren gediend, maar dat toch door 
drukke besprekingen tusschen de Sultans levendig werd gehouden. 
Die geschilpunten waren oorzaak van een onaangename ver- 
houding tusschen den Ternataanschen heerscher en de Neder- 
landsche Gouverneurs , die zich soms in hevige twistgesprekken , 
een ander maal in geheime tegenwerking openbaarde en de 
vertegenwoordigers der Compagnie op hun hoede deed zijn. 

Reeds in Augustus 1628 was Qillis Seys, onder wiens bewind 
weinig gewichtigs was voorgevallen ^ , aan de „ beri-beri " be- 
zweken. Wagensvelt nam zijn plaats voorloopig in (1628—1629) , 
maar werd in April 1629 vervangen door den Gouverneur 
Gijsbert van Lodensteyn (1629 — 1633) , die tegenover den Sultan 
een flinke, doortastende houding ging aannemen. Nog vóór zgn 
komst was de in Manila gevangen gehouden Sahid *• overleden 
en was een toenadering tot stand gekomen tusschen de Ternatanen 
en Tidoreezen, die een wapenstilstand hadden gesloten. Maar 
van Lodensteyn drong nu bij Hamdja aan op hernieuwing der 
vroeger gesloten contracten en nog in Augustus 1629 werd een 



' Zie zgn plannen op Manila in Docamenteb, p. 140, V. 

* Gapejr, Taliaboe en andere Soela-eilanden. 

* Te vermelden zgn nog het gevecht tegen het Spaansch geconrs (]>ocii- 
menten, p. 136, v.), de pacificatie der Laboeërs (t. a. p. 139) en het onder* 
houden der betrekkingen met Mindanao, ena. (t. a. p. p. 141, enz.) 

* Zie hiervóór p. iv. 



INLEIDING. XXXVIi 

verdrag ' door hen beide geteekend; waarin op voetspoor der 
vroegere werd overeengekomen, dat Hamdja z^n onderdanen 
in de Molukken en in de aan zgn gezag onderworpen streken 
van den Amboinagroep zou gelasten , de nagelen alleen aan 
de Nederlanders te leveren , in de Molukken tegen 50 realen de 
bahar , en . in Amboina , zooals tusschen Kaïtsjil Ali ^ en den 
Nederlandschen Gouverneur aldaar zon worden overeengekomen. 
Tevens zou hij de trèves met de Spanjaarden en Tidoreezen 
verbreken. Te midden dier onderhandelingen ging de Kastiliaan 
plotseling tot oorlogsmaatregelen tegen Ternateover, misschien 
uit wrok, dat de wapenstilstand met Tidore niet naar zgn ge- 
noegen was tot stand gekomen ^. Bij zijn krgggtoernslingen 
tegen zgn naburen verzocht Hamdja nu en later hulp, zoowel 
van den Gouverneur der Molukken als van de Hooge Re- 
geering en dreigde den oorlog te zullen staken, indien deze 
niet werd verleend *. Vooral echter in den Sengadji van Ga- 
moekanora hadden wg een getrouwen bondgenoot tegen onze 
vganden. 

De denkbeelden van Specx omtrent de Molukken en omtrent 
ons optreden aldaar verschilden van die, welke zijn voorganger 
Goen was toegedaan geweest. Deze toch had in November 1628 
bg de Heeren XVII aangedrongen op het bekomen van verlof, 
om onze vestigingen op Batsjan eu te Malajoe ^ te verlaten en 
alleen Makian voor de Compagnie te bewaren. De Nederlandsche 
Baad op Ternate had zich daartegen echter ten sterkste verzet, 
daar hg dit alleen in H voordeel der Spanjaarden achtte en de 
nagelen van Makian toch zouden worden ontvoerd naar de om- 
liggende eilanden. Ook Specx kantte zich, evenals Bewind- 



* Bg Valentijn, I, 2,p. 262, v. 
» Zie hierna p. XLi. 

* Bocamenten, p. 152 — 154. 

* Documenten, p. 177, 193 — 195, 
» Of. Poci^n^enten, p. 8, 



XXXYIII I N L B I D I N 6. 

hebbers y tegen dit plan ^ , 'twelk dan ook niet ten uitvoer werd 
gelegd, en ofschoon hg voor zich niet geloofde, dat de toestand 
der Compagnie toeliet, een openlijken krijg te voeren tegen de 
Ternatanen , ried hij toch aan , de garnizoenen te versterken ^ , 
waardoor de Saltan zonde worden verhinderd, dat hy aan de 
Makianners te eeniger tijd het nagelplnkken ten -onzen voor- 
deele zon beletten. Men moest echter den Keizer geven wat des 
Keizers was, den Sultan het genot der tollen niet ontrooven 
en evenmin trachten den prijs der nagelen te verlagen. Verder 
nog ging in 1631 de toenmalige Directeur-Generaal Antonio 
van Diemen ^ . Volgens hem zou de „ tegenwoordige constitutie ' ' 
van de Compagnie wel degelijk toelaten, „den Tarnataen tot 
reeden te brengen ende alsulke wetten voor te schrijven als den 
dienst van de Comp*®. in dat quertier vereyscht", maar daarvoor 
was in de eerste plaats noodig eerlgke nakoming der contracten 
door ons zelf. 

Intusschen namen de ontevredenheid en de onwil over Hamdja's 
bestuur in sterke mate toe, vooral op Makian, waar men er 
over sprak, zgn juk af te werpen en zich reeds verzette tegen 
het betalen van tol. Groot gebrek aan levensmiddelen, zoowel 
op Ternate als op Makian, strekte niet om de wrevelige 
stemming, die er heerschte, te verzachten. Omdat Hamdja in 
dezen nood èn in den oorlogstoestand hulp van de Nederlanders 
verwachtte, sloot hij zich meer dan hij gewoon was bij deze 
aan. Van Lodensteyn meende dan ook, dat de schuld niet alleen 
lag bg den Sultan, maar ook bij zijne onderdanen, vooral bg 
die op Makian, opgestookt als zg werden door hunne land- 



• Zie echter ook het oordeel van den Directear-öeneraal Antonio van Diemen 
in Docnmenten, p. 176. 

• Ook op het gehalte der militairen viel niet te roemen. „Zoo wel als gij 
klagen wg dat ons zoo slechten volk en van zoo veel verscheiden natiën nit 
't Vaderland toegezonden worden. H Schijnt dat de Heeren Majores znlks niet 
naar hun zin knnnen remedieren" (ö. ö. en R. aan v. Lodensteyn , 18 Dec. 1630). 

• Zie zjjn belangrgk advies in Documenten, p. 173 — 184. 



I N L K I D 1 N 6. XXXIX 

genooten^ die Eaïtsjil AU op zijn tocht naar de Ambonache 
eilanden hadden vergezeld. Eindelijk leidden de ware en ver- 
meende grieven tot een uitbarsting , waarbg echter de Makianners 
zich terugtrokken en Hamdja zegevierde ^ . Ook dit had weder 
een grootere toenadering ten gevolge van den Sultan tot van 
Lodensteyn, die zich in deze aangelegenheid zeer behendig op 
den achtergrond had gehouden en voor geen van beide strgders 
beslist partg gekozen. Over 't geheel wist de Gouverneur 
zich te handhaven én de Nederlandsche belangen uitstekend te 
behartigen ^, 't geen ook hieruit bleek, dat hy in 1631 meer 
nagelen voor de Compagnie wist te bemachtigen y dan de laatste 
tien jaren ; samen genomen, voor haar hadden opgeleverd '• 
Lefebvre deed op zgn terugreis de Ambonsche kwartieren 
aan en wel als overbrenger van een missive van Hamdja aan 
zgn Stadhouder Leliato, waarin opnieuw de nagelverkoop aan 
vreemdelingen werd verboden, 't Zg dan , dat de Sultan ditmaal 
te goeder trouw, maar onmachtig tegenover zgn ambtenaar 
was ^, 't zg dat hg met dezen heulde ten nadeele der Neder- 
landers, het verbod gaf ook nu weer in 't geheel niets. Even- 
min waren de andere geschilpunten tusschen d« Ternatanen op 
Elein-Geram en de Compagnie nog verefifend en de poging, 
door Coen in 't werk gesteld, om een der quaesties uit den 
weg te ruimen, door een definitieve grensregeling tusschen 
die beide machten tot stand te brengen, fisuilde. Den met dit 



* Documenten, p. 189—192. 

* Phil. Lacasz. (aan de XVII uit öamron 29 Febr. 1632) was van oordeel, 
dat van Lodensteyn „circumspect en loffelgk" had gehandeld. — Specx meende 
echter, dat hjj „de commedie" op Ternate wel wat had knnnen rekken. (Specx 
aan van Lodensteyn 24 Dec. 1631). — De Heeren XVII betuigden hunne tevre- 
denheid over het bestuur van den Molukschen Gouverneur bg missive van 4 0c- 
tober 1632. 

* Van Batsjan waren in 1631 meer nagelen in handen der Nederlanders ge- 
komen dan ooit te voren en dat niettegenstaande de onaangename houding des 
Sultans te onswaart. 

* Zóó oordeelde Philips Lucasz., opvolger van van Gorcum, in een missive 
aan Coen dd. 11 Mei 1628. 



XL INLEIDING. 

doel in December 1627 naar Amboina gezonden gecommitteerden^ 
Gregorius Cornelisz. en Marten Jansz. Vogel ' waren in hnnne 
instrnctiën nog andere aangelegenheden ter behartiging opge- 
dragen. Eèn van Coen's lievelingsdenkbeelden, concentreering 
der krijgsmacht , overal waar de Compagnie hare nederzettingen 
had f moest ook hier in practijk worden gebracht. Tegelykertgd 
werd door de Hooge Regeering aan van Gorcum last gegeven, 
het geregeld vertoonen onzer vlag op de verschillende kust- 
plaatsen te staken, en liever de krggsmacht nè, hare concen- 
tratie zoo vóór en na te laten optreden, d^r, waar hij zulks 
noodig oordeelde. Het lichten der garnizoenen veroorzaakte grooten 
schrik onder de omwonende inlanders, maar verminderde tevens 
het aanzien der Compagnie in niet geringe mate, zoodat men 
daarmee niet zóó ver durfde g?ian als Coen wel zou hebben 
gewenscht *. 

Het was van Gorcum niet mogen gelukken , de moeilgkheden , 
die hij bij zgn komst aan het bestuar in deze kwartieren had 
gevonden, weg te nemen; hg liet haar, eer vermeerderd dan 
verminderd, na aan zijn opvolger, den kalmen Philips Lucasz. 
(Juni 1628 — 1631), Opperkoopman op Amboina. Deze was van 
de leer, „met amiable kloekheit ende simulatie vosschen met 
vosschen te vangen". ^ Alleen tegen de vreemde kooplieden 
wilde hij gewelddadig optreden; hij wilde hen op welke wijze 
dan ook van deze nagelplaatsen „ di verteeren/' Zijne pogingen 
om een minnelijke schikking met Leliato en de zijnen tot stand 
te brengen baatten echter niets * : met den Stadhouder van den 
Ternataanschen Sultan viel niets aan te vangen; wat hij den 
éènen dag beloofde, wist hij een volgenden onder een of ander 



* Zie over hen Docnmenten , p. 142 noot 1. De eerste wordt dikwgls Gregorius 
Cornelii genoemd. 

* Cf. Documenten, p. 132, noot 1. 

* Valentijn, II, b, p. 73. 

* Valentijn, II, b, p. 67—73. — Documenten, p. 132, 143, v. 



INLEIDING. XLl 

voorwendsel te weigeren. Zelfs dat wij er toe overgingen, den 
prgs der door ons aangeboden kleeden te verlagen, had niet 
het gewenschte resultaat. Aan den anderen kant werd het ver- 
zoek der -aanhangers van Leliato, om den nagelprgs tot 70 
realen de bahar te verhoogen, door Coen afgeslagen. Dit was 
hem voorgesteld door Ealimbata, die in Jnli 1628 als gezant 
van die van Loehoe en Kambelo te Batavia was verschenen, 
spoedig gevolgd door Kapitein Hitoe, een van diens zonen en 
verscheiden inlandsche hoofden , die op aandringen van Lucasz. 
Coen in zijn hoofdplaats kwaraen complimenteeren. Toen dus 
bleek, dat onderhandelingen niet baatten en de nagelen bg 
lange na niet alle in onze handen kwamen , besloten Gouverneur- 
Generaal en Raden den 1 November 1628, met geweld den 
handel der vreemdelingen ^ op de Ambonsche kwartieren te 
beletten , zonder terug te deinzen voor de mogelijkheid van een 
oorlog met de bewoners van Hoamohel en de daar gevestigde 
Ternatanen. 

Inmiddels was een medespeler op het tooneel verschenen, 
welks optreden gewichtige gevolgen scheen te zullen hebben. 
Het was Kaïtsjil AH, die door zijn Sultan, big, dien lastigen 
bloedverwant onder een geschikt voorwendsel van de nabijheid 
van zgn door zijn eigen schuld min of meer aan 't wankelen 
gebrachten troon te kunnen verwgderen ^, in Juni met een 
vloot naar deze streken was gezonden , om de geschillen , ddar 
gerezen, te beslechten, door uiterlijk machtsvertoon het vermin- 
derde prestige van Hamdja te trachten op te houden, en diens 
herhaalde bevelen te doen eerbiedigen. Als een bedreiging tegen 
Leliato voerde hij in zgn gevolg mee diens neef, den zoon 



' Zie over het Engelsche en Beensche kapitaal , waarmede zij handel heetten 
te dry ven, Documenten, p. 143. 

' Phil. Lucasz. schreef 1 Juni 1630 aan Specx, dat hjj geloofde, dat AU 
alleen hierheen was gekomen , omdat h^ het niet kon vinden met Hamdja , die 
„de vruchten trok van den tuin, dien hij bebouwd en verzorgd had." 



XLU INLEIDING. 

van deQ vroegeren Stadhouder Daja, ^ later bekend geworden 
als Eimelaha Loehoe. Onmiddelgk na zgn aankomst aan het 
Amboosch Kasteel in October bewerkte hg, dat er tnsschèn 
de kibbelende partgen een eontract werd gesloten^ waarbg de 
verkoop der nagelen ^ wier prijs op 60 realen de bahar werd 
gesteld ^, aan anderen dan aan Nederlanders werd verboden; 
waarbij werd bepaald, dat deze laatsten de specergen slechts 
mochten betalen met contanten of met kleeden van de Enst 
van Koromandel of Snrate, naar keuze der inlanders ^ ; 
waarbg wederzgdsche assistentie tegen offensieve vgandenwerd 
beloofd en het maken van proselieten onder eikaars onderdanen 
werd verboden. De regeling der grensscheiding werd verder 
overgelaten aan het overleg van den Ternataanschen Prins en 
den Nederlandschen Gouverneur. Na het totstandbrengen dezer 
uiterlgk zóó beslissende overeenkomst meende Ali op zgne 
lauweren te kunnen rusten en deed een tocht door de Ambon- 
sche eilanden tot inning der achterstallige, volgens hem aan 
Ternate verschuldigde, schattingen, hetgeen hg met zulk een 
gestrengheid deed, dat de gemoederen uit wrok tegen den 
Ternataan meer tot de Nederlanders geneigd werden. ^ Uit zgn 
rust werd hij echter spoedig opgeschrikt: woelingen te Hitoe, 
Asiloeloe en Larike; de komst van vreemde handelsvaartuigen 
op Boeroe met het doel , daarheen de nagelverkoopers te lokken ; 
verwgtingen van Lucasz. aan zijn adres over zgn stilzitten; 
diens eisch tot het doen van recht betrekkelijk een opstootje 
te Eambelo in 1628 , waarvan eenige Nederlanders het slachtoffer 
waren geworden ^ en tot het ontzetten uit zijn waardigheid 
van den Kimelaha Leliato ; de intriges van dien Ternataanschen 
Stadhouder, die met den gezant van zijn Sultan een loopje 



1 Dr. Tiele, Bouwstoffen, I, p. xlyii. 

* Cf. hiervóór p. xxxvn. 

* Zie over het verbod van den particnlieren handel Docamenten, p. 148. 

" Zie nog een oordeel van Lucasz. over de gevolgen van Ali*s komst in 
Documenten, p. 146 — 148. 

* Documenten, p. 142, v. 



INLEIDING. XLIIl 

bleek te nemen; de overkomst van Hamdja's dwarskgkerS; dit 
alles noopte hem spoedig, weder eenige maatregelen te nemen , 
waaronder de aanstelling van Kimelaha Loehoe tot Stadhouder 
van Ternate de gewichtigste was, vooral nu deze in 1629 in 
overleg met den Eaïtsjil werkelijk het zgne deed, om de 
vreemde handelaars van de kusten te weren ' en daardoor 
onzen nagelinkoop op een betere hoogte bracht. ^ 

Lang duurde echter die goede stemming der Ternatanen niet. 
In Januari 1630 verschenen reeds weder Makassaarsche jonken 
vóór Kambelo en Lesidi en toen Lucasz'haar daar kwam op- 
zoeken, moest hg wegens onvoldoende macht met verlies van 
eenige dooden aftrekken, terwgl èn Eaïtsjil Ali èn de nieuwe 
Eimelaha, die met zijn voorganger was gaan overleggen en 
heulen, weigerden tegen de smokkelaars op te treden. Toen 
nu de Gouverneur in Mei het plan had opgevat, zgn neerlaag 
op die van Eambelo te wreken, liet hij zich door beloften der 
Ternatanen en door 't besef zijner te geringe hulpmiddelen er 
van af brengen, den vijand te tuchtigen. ^ In dat zelfde jaar 
vertrok Eaïtsjil Ali voor goed uit deze streken, waar hg zoo 
weinig had uitgericht en vooral zijn belang had zoeken te be- 
hartigen, door het ten eigen bate aanwenden der tollen en 
belastingen , die hij uit naam van zgn Vorst ^ had weten machtig 



* De verwikkelingen tnsschen Ternate en Makassar (zie hierna p. xlvii) 
zullen daartoe wei iets hebben bggedragen. 

> In 1629 verkregen de Nederlanders van Ambon 250110 pond nagelen. — 
Zie over het rijke retour van 1631 Documenten, p. 187. — Een bahar is op 
Amboina 600, op Elein-Ceram 550 Nederl. ponden. 

' Zie Documenten, p. 161. — Valentijn t. a. p. p. 83. — In Febr. 1630 
schreven ö. G. en Raden aan Ph. Lucasz., dat de krijsmacht, onder zijn bevelen 
staande, zou worden verminderd. Dat dit verkeerd gezien was, bleek uit de 
flinke versterkingen in de laatste maanden van dat jaar gereed gemaakt. -^ 
Lucasz. verdedigde zijn handelwijze op grond van gebrek aan strgdkrachten; de 
fiskaal Ottens (Documenten , p. 186) verdedigde eveneens Lucasz.' wgze van doen 
(in zgn „Discours" van September 1632). De Heeren XVII en Gouverneur-Generaal 
en Raden waren van oordcel, dat hg zich door de mooie praatjes der Ternatanen 
had laten inpakken. 

* Over latere gezanten van Hamdja zie Documenten, p. 162, v., 210. 



XLIV I N L B I D 1 N 6. 

te worden. Ook Philips Lncasz. was zgn waardigheid moede , 
hij vroeg „seer instantelijck*' en verkreeg, na nog een kruis- 
tocht tegen Manipa en Boeroe tot wering van den smokkel- 
handel te hebben ondernomen , zgn ontslag * en werd opgevolgd 
door den bekenden Artus Gijsels (1631 — 1634). » 

Gouverneur-Generaal en Raden maakten, evenals Bewind- 
hebbers , er aan Lucasz. een verwijt van , dat hg te veel geloof 
hechtte aan de beloften der Mohammedanen en te weinig een 
man van de daad was; maar zij vergalen volgens gewoonte, 
dat een groot deel v&n dat verwijt op hen zelven moest terug- 
vallen, daar zg verzuimden, hem de noodige krijgsmacht en 
andere hulpmiddelen te verschaffen, welke alleen hem tot de 
daad in staat konden stellen. Op het eind van zgn Gouverneur- 
schap werd hem echter een flinke versterking toegezonden 
onder bevel van Adriaan Antheunisz. , een versterking, waaraan 
zijn opvolger, wien men het ook overigens niét aan troepen 
liet ontbreken ^, kon profiteeren. Aan Gijsels was bg zgn in- 
structie verboden, meerdere sterkten aan te leggen, terwgl 



* Gedurende zijn Gouverneurschap had in 1631 een aanslag der Spanjaarden 
en Tidoreezen op de zuidoostkust van Ceram plaats. — Over onderwijs en ker- 
kelijke aangelegenheden zie Documenten, p. 148 — 160, 161. 

* Minder juist zegt Dr. Jur. R. Schück („Brandenburg-Preuszens Kolonial- 
Politik unter dem Groszen Kurfürsten und seinen Nachfolgern. — 1647 bis 1721." — 
Leipzig, 1889, I, p. 12, v.) dat hg deze betrekking verkreeg reeds in 1629. 
Den 28 Oct. 1628 werd Gijsels in voor hem vleiende bewoordingen aangesteld 
door Heeren XVII tot „Ordinaris van Raedt van Indien." In December 1629 
vertrok hij uit patria, na de belofte te hebben verkregen, dat hij op Amboina 
zou geplaatst worden, zoodra het Gouverneurschap daar openviel. Bij res. van 
G. G. en Raden van 9 Febr. 1631 werd hem die waardigheid opgedragen, den 
24 Maart arriveerde hij aan het Kasteel Victoria en den 23 Mei nam hy het 
bestuur uit de handen van Lucasz. over. Schück^s meening, dat hy qua Gouver- 
neur van Amboina tevens Raad van Indië was (r^und damit zuffleich") is, zooals 
uit H bovenstaande blijkt, evenmin juist. Het „Raadschap van Indië" werd nog 
by resolutie der XVII van 23 Oct. 1645 niet per se verbonden verklaard aan 
het Gouvernement van Amboina of aan een der andere Gouvernementen. 

Over zijn voor- en geslachtsnamen zie Schück. Ik heb den voornaam Artus 
of Aert het meest aangetroffen. Zelf noemt hg zich dikwijls „Artus Ggsels van 
Isel-" (of Issel-) steijn." 

> Zóó verscheen Antheunisz. op nieuw in Noyember 1631 en Maart 1632. 



INLEIDING. XLV 

hem tevens jaarlyksche troepensuppletiëii werden toegezegd ^. 
Uit Nederland had hij het stellige bevel meegekregen, de 
vreemde kooplieden „met alle mogelicke middelen" uit de 
nagelkwartieren te weren. Het optreden van Antheunisz. tegen 
de smokkelaars bleef dan ook voor 't oogenblik niet zonder 
resultaat ^ , maar deze en dergelijke tochten waren in de oogen 
van Ggsels niet voldoende: volgens hem ^ was er „geen ander 
middel om ons te ontlasten van den overvloed der nagelen 
(nl. op Klein Geram) ende den overlast der troawelooze Mooren "; 
dan „ dat wy hare nageleboomen ruijneren ende in den grondt 
verdelgen." Dit vernietigingsplan , door anderen niet noodig 
gekeard *, was voor hem een „gerechtige saeke.' Of Gijsels 
ook een klein plaatsje verdient in het „boeksken''^ dat er 
volgens hem zou worden opengelegd van de wreede handelingen 
der dienaren van de Oost Indische Compagnie ^? 

Voorloopig viel er nog wel iets anders te beredderen. Op de 
Oeliasers uitte zich op nieuw de ontevredenheid der bevolking 
over den last van het roeien of pangaaien^ die zooveel te 
zwaarder op hen drukte ; nu in de laatste jaren zoovele tochten 
werden gemaakt ter vervolging van de vreemde kooplieden. 
Vooral die van Hatoeaha op Uaroekoe en Iha lieten zich luide 
hooren^ en, ofschoon Gijsels niet ongeneigd zich betoonde ^ aan 
de rechtmatigheid van vele dier klachten te gelooven^ toch 
begreep hij, dat het aan het gezag der Compagnie te goede 
zou komen ^ indien de murmureerders ^ maar vooral indien het 
trotsche Iha werd gefnuikt. Ook Spec^ was met dat denkbeeld 
ingenomen. Eerst wgdde Gijsels echter nog zijn krachten aan 
de versterking van het Nederlandsch Kasteel op Amboina eü^ 



Zie over deze versterkingen Bocamenten , p. 179 — ISl^ 187, V. 

Documenten , p. 186. 

Docnmenten, p. 186. 

Zie de meeningen van Ottens en Lncasz* in Docnnienten ^ p* 187 ^ 188 en noot 1 1 

Tiele: Bouwstoffen, I^ p. XLTii* 



XLVI INLEIDING. 

met behulp van bevriende Alfoeren, aan de onderwerping van 
de negorg Tobo op de zuidoostkust van Ceram ^, die zich 
tegen ons gezag had verzet. Hierdoor meende Eimelaha Loehoe 
verongelukt te zgn^ reden waarom hg op nieuw en met goed 
succes onder de bewoners der Oeliasers, vooral op Iha, ging 
stoken. Ook Kapitein Hitoe, met wien Gijsels tot nu toe in 
goede verhouding had gestaan ^ en diens zoon^ de Hoekom 
Kakiali; zett'en den Nederlanders, waar zg dat konden, den 
voet dwars. Eindelgk tuchtigde in April 1632 de Gouverneur, 
versterkt door een nieuwen toevoer van troepen onder Antheunisz. , 
het overmoedige Iha ^ en , ofschoon hij de sterkte der inlanders 
niet meester werd, vernielde hij in de buurt, wat te vernielen 
was, daarin vooral geholpen door een driehonderdtal Alfoeren, 
die een woestenij maakten van „dit Iha, den lusthoff van 
gantsch Amboyna ende 't vermaeckelijckste landt dat gevonden 
can worden." Gijsels had hierin volkomen naar de wensch van 
Specx gehandeld: deze toch had bezwaar gemaakt, de sterkte 
zelf te bemachtigen en dan te behouden, daar de Mohamme- 
danen zich dan vermoedelgk toch weer op een andere plaats 
zouden nederzetten. Hij zou zelfs gaarne zien, ,,dat alle de 
Christenen bekwamelgk van de (Oeliasers) konden op Amboina 
gebracht; de eilanden desert gemaakt en geheel verlaten" 
werden. ^ 

Meer en meer verbonden zich de Mohammedanen onder 
elkander tegen den gemeenschappelijken vgand, de Christenen; 
het godsdienstig element geraakte in deze twisten hoe langer 
hoe meer op den voorgrond. Kapitein Hitoe, de Kimelaha 
Loehoe, die met diens dochter huwde, Leliato, de dubbel- 
zinnige Hamdja ^, zij allen begrepen steeds beter, hoe een- 



* Docamenten ) p. 196 — 198. 

* Docamenten , p. 199 — 201. 

* Bit vond Gesels echter niet aan te raden. 2ie Docnmenten) p. 201^ 
^ Pocumenten, p. 201, y*, 212. 



I N L B I D I N 6. XLYII 

dracht op hun weg lag ; zg kwamen steeds meer tot het inzicht , 
dat het ging ^ niet alleen om de nagelen , maar ook om de 
religie" en daarmede om de vraagt wie heer en meester zon 
z^n in de Ambonsche kwartieren^ de Compagnie of de Oosterling. 
Het weigeren y om de inbreuken op het monopolie der Neder- 
landers te weren, was slechts één der uitingen van de groote 
idee: verjaging der gehate Europeanen. En de maatregelen ^ 
door Ggsels genomen, de tuchtiging van Assahoedi op Klein - 
Ceram en van het eiland Kelang in Augustus 1632 ', zgn plan- 
nen, eveneens die van de Heeren XYII en van den Gouverneur- 
Generaal^ om nog eens en nu voor goed een herhaling te 
leveren van den vernielingstocht op Hoamohel in 1625 ^, het 
waren eveneens uitingen van één verlangen, het vestigen onzer 
onbetwiste heerschappg in deze specergeilanden. En een hevige 
botsing kon niet uitblgven^ een botsing, waarvan de bovenbe- 
schreven twisten slechts het voorspel zouden blgken te zijn. 

Het doel van Eaïtsjil Ali's zending in 1628 was niet tot 
Amboina beperkt, de opdracht, door zgn Sultan aan hem ge- 
geven , had uitgebreider beteekenis. De Makassaren toch hadden 
een inval gedaan op de Soela- en Bangaai-eilanden , die onder 
het gezag van Ternate stonden en de koninklijke vlootvoogd 
had daarom tevens in last gekregen, om de vganden van zgn 
Vorst uit die streken te veqagen en buitendien om hulp te 
brengen aan het eveneens door Makassar bedreigde Boeton. 
Werkelgk bevonden de Nederlandsche autoriteiten, die op hun 
reis naar hunne gouvernementen dit eiland aandeden ', dat het 
mede door soldaten van AU was bezet * en tevens, dat de 



» Documenten, p. 206—208. 

* Zie hiervóór p. X — xii. 

* G^sbreclit van Lodensteyn kwam daar in Jannari 1629 , Or^n van Baembnrch 
in Maart 1630. 

* In 1631 verdreef AU de Makassaren nit Tamboekoe op Celebes, in 1682 
vinden wQ bem weer op Boeton. Van d&&mit onderhandelde hg met den Sultan 
van MaKftssar, die hem een pot met vergiftigde confituren zon hebben gezonden ^ 
na welker gebruik hy overleed» (Valentyn, ü, b, p. 86). ^ De Djogoe^oe vai| 
Ternate was reeds in April 1630 overleden* 



XLVilt È N L 8 1 D t Ü (;, 

Radja zich zelf tegen mogelijke aauvallen versterkte. Coen 
hechtte weinig geloof aan de verwezenlijking der plannen van 
Makaesar, maar had toch den Boetonschen Vorst verzekerd , dat 
hij ;,nimmermeer (zou) toestaan, dat (deze) door zgne en onze 
vijanden overwonnen'^ zou worden. De oorzaak onzer niet 
vriendschappeiyke verhouding met den Sultan van Makassar 
was nog steeds gelegen in den sterken handel , dien zijne onder- 
danen op de Ambonsche kwartieren dreven S terwgl wij na- 
tuurlek de vlucht; die de commercie tusschen hem en de Por- 
tngeezen nam , met leede oogen aanzagen. De gevangenhouding 
van Nederlandsche schipbreukelingen, die, op Saleger veron- 
gelukt, door de bewoners van dat eiland aan den Sultan waren 
overgeleverd en niet dan door bemiddeliog van den chef cler 
Deensche nederzetting te Makassar, Roeland C rappe, tegen een 
losprijs werden vrijgelaten *, was evenmin in staat, de gemoe- 
deren gunstiger tegenover elkander te stemmen. Toch kwam 
het niet tot openlyke vgandelijkheden en werd althans de schijn 
bewaard, getuige het bezoek, dat Antonie Caen in Maart 1632 
aan dien Vorst bracht, bij welke gelegenheid van weerskanten 
beleefdheden werden gewisseld en ,)Z00 serieuse als boertige 
discoursen ge voert." ^ Maar Specx bleef Makassar met Bantam 
als een der beletselen beschouwen voor de vestiging onzer 
macht en voor den bloei van onzen handel in den Maleischen 
Archipel. Evenals Bantam moest men ook vooral dezen Vorst 
trachten te onderwerpen : hij toch trok „alle vreemde en moor- 
sche natiën" naar zijn land, omdat hij alle commercie met 
goed tractament onder geringe erkentenisse van tollen vrg en 
liber" toestond en, zonder zich om onze gepretendeerde rechten 
te bekommeren, op Geram de nagelen zocht weg te halen. 



*■ De nagelen werden door hen dikwijls vervoerd naar Bantam, waar wg 
daarvoor hooge prgzen moesten besteden ^ opdat z^ den Engelschen niet in handen 
vielen. • 

' Documenten , pi 163; 

• Zie ook Yalentyn, III, b, p. 245» 



1 NL ft i O I N G. XLIX 

misschien dat eiland, Amboina en Banda zon trachten te „in- 
corporeeren'^ althans te verontrusten; misschien met Ternate 
tegen ons zon gaan heulen. ^ 

De Makassaren bleven ook een aanzien! g ken handel drgven 
op de Kei- en Aroeeilanden , waar zij mede propaganda maakten 
voor het Mohammedanisme en de bewoners tegen ons trachtten 
op te zetten. Toch waren thans onze betrekkingen met die 
streken niet onvriendschappelijk en was onze handel daarop 
toenemende ^. Maar wg vonden daar ook tegenstanders in de 
daarheen gevluchte Bandaneezen^ die het hunne deden , om 
onze positie te bemoeilijken en het onmogelijk deden worden, 
de plannen tot kerstening der bewoners ten uitvoer te leggen. 
Zelfs trachtten Bandaneesche ,, papen '' het Mohammedanisme 
meer aanhangers te doen vinden op Banda onder de Christen- 
Mardijkers. Ook overigens was de tegenstand dier zoo fel ver- 
drukte inlanders nog maar steeds niet gebroken. Indien zy 
konden, vluchtten zg nog altgd naar Ceram, waar zg nog 
immer met open armen werden ontvangen. ^ Hierdoor verarmde 
de burgerij hoe langer hoe meer : het gebrek aan werkkrachten ^ 
en de lage notenprgs leidden tot hare ruïne. En toch klaagde 
de Hooge Régeering , dat „ nu (wg) zelfs Heer en Meester van 
Banda (waren), ons de nooten en foelie veel dierder te staen 
(kwamen), dan doen (wij) die van de Bandanesen cochten. ** 
„ Maeckt doch", zoo riep zg den Gouverneurs toe, „ maeckt 
doch , dat (wg) de rechte vruchten van Banda eens genieten." ^ 



* Philips Lncasz. (aan Bewindhebbers, 29 Febr. 1632) dacht er anders over. 
Men moest vrede houden met Makassar en daarmee den kleedenhandel vreedzaam 
drijven. Banda zou dan overvloedig van levensmiddelen worden voorzien en mén 
had daar dan niet van noode de bewoners van Kei en Aroe en de Javanen , die 
ter sluik van dóiir de noten wegvoerden. 

* In 1628 deed Lieuwe Jacobszen een tocht naar de Kei-, en Aroeeilanden 
en naar Tenimber. — Zie over een anderen tocht daarheen Documenten , p. 159 , v. 

* Of. Documenten, p. 144, 145 en noot 1. -^ Vooral ook op Goram hielden 
zy zich op. 

*" Documenten, p. 163, v. 

* Coen aan J. Jz. Visscher, 25 Nov. 1628. 

N. B. I. IV. 



l t N L B t D 1 N Ö. 

Dn Pieter Vlack bad dan ook yeel gedaan ten behoeve der 
notenteelty maar zyn bestuar was kostbaar geweest door het 
aanleggen van fortificatiën , waardoor hij trouwens gevolg had 
gegeven aan de bedoelingen der Heeren XVII , om Banda in 
goeden staat van defensie te honden ^ en door het bouwen van 
goede pakhuizen en woningen. Zgu opvolger was Jan Jansz. 
Visscher (1628 — 1629); die, na nog een provisioneel bestanr 
van den Opperkoopman Arend GardenijS; werd vervangen door 
het lid van den Raad van Indië Quirijn ofCrgn vanRaemburch 
(1630 — 1633), die zich te vergeesch verzette tegen de plannen , 
om de nog op 't eiland aanwezige Bandaneezen van daar te 
vervoeren \ Ofschoon hy zich met allen ijver kweet van de 
hem opgelegde taak; kon hij den bloei van de aan zyn zorgen 
toevertrouwde eilanden weinig of niet bevorderen. De financieële 
toestand was treurig ^ en de herhaalde verbodsbepalingen 
tegen den vryen handel deden de malaise onder de burgery 
nog toenemen. De tenuitvoerlegging hiervan zou volgens den 
Gouverneur op den ondergang dier burgers uitloopen. 

Ook over onze positie op Solor en Timor viel in de jaren, 
die er verliepen tusschen den tyd; waarin Goen voor de tweede 
maal het Gouverneurschap- Generaal op zich nam en de aan- 
vaarding van dat ambt door Hendrik Brouwer, niet te roemen. 
In t nauw gebracht door de Portugeezen , sloot de Horney nog 
in 1627 een wapenstilstand met den op Larantoeka ' verblyf 
hondenden Portugeeschen gezagvoerder. Coen was hevig ver- 
toornd over deze handel wy ze van den Commandeur, die zich 
ook overigens door zyn liederlijk levensgedrag bij de Hooge 
Begeering onmogelyk had gemaakt. De Horney wierp de schuld 
op de zoogenaamd bevriende inlanders, die met onze vyanden 



* Hoe diep de haat sat tegen ons bg de Bandaneezen leert Ons hetgeen in 
Docnmenten, p. 181, y. gezegd wordt over de BAndaneesche schoolkinderen. 

* Ook in dit tydsbestek richtten zware aardbevingen yeel kwaad op deze 
eilanden aan. 

* Dr. Tiele: Bouwstoffen, I, p. X. 



t N L E I D 1 {« G. LI 

Semeene zaak maakten en bg verdere krijgstoerastingen onzer- 
zijds nog meer tegen ons in 't harnas zouden worden gejaagd. 

Den 11 December 1628 besloten Gouverneur-Generaal en Raden 
daarom, het fort Henricus op Solor opnieuw te verlaten en het 

daarna te raseeren. Gregorius Cornelisz. , die met de tenuitvoer- 
legging van die resolutie werd belast , vond , toen hg in Februari 
1629 op Solor aankwam , den Commandeur gedeserteerd naar 
de Portugeezen, de omwonende bevolking gevlucht, omdat zg 
het lot der Bandaneezen vreesde en onder de Nederlanders een 
ergerlgk huishouden. Niettegenstaande het verzoek van het 
eenige ons trouw gebleven hoofd, den Sengadji van Lamakera, 
werd liet fort verlaten en verwoest ' en in de eerstvolgende 
jaren werden de handelsbetrekkingen met afwisselend geluk 
grootendeels ^ onderhouden door schepen van Batavia onder 
bevel van den Opperkoopman Jan Tombergen ^. 

IV. 

Een der eerste regeeringsdaden van Hendrik Brouwer ten 
opzichte der Molukken was de raad aan van Lodensteyn 
gegeven, om geen verwgdering van Ternate te zoeken, daar 
wij in den Maleischen Archipel reeds vganden genoeg tegenover 
ons hadden. Onder zijn bestuur en onder dat van zijn opvolger 
Antonio van Diemen * bleven uiterlijk de betrekkingen tus- 
schen onzen Gouverneur op Malajoe en Uamdja wel niet van 
vriendschappelijken , maar toch evenmin van bepaald vijandigen 
aard. Vertrouwen bestond er van weerskanten niet; wij bleven 
den Sultan van heulen met de Tidoreezen en Spanjaarden be- 
schuldigen , terwijl hij van zgn kant voortging met ons te ver- 
waten, dat wij hem in den strijd tegen die natiën niet genoeg 



In 1632 was de plaats reeds bezet door de Portugeezen. 
Wy hadden nog een „loge^^ te Eamenasa op Timor. Zie Docamenten , p. 164. 
Zie over een dier tochten Docamenten, p. 164, 166. — Zie ook nog p. 180, 
Over Yftn Diemen zie nog Documenten, p. 268 ^ v, 



ttl I N L B I Ü I il è. 

steunden. Op grond daanran greep hg gretig elke gelegenheid 
aan ^ om met den Sultan van Tidore op goeden voet te komen en 
ofschoon de pogingen daartoe niet altijd wilden vlotten, toch 
was er ook nu nog — vooral van zgn zgde — van een eigen - 
Igken oorlog geen sprake ; bleef deze althans meest beperkt tot 
rooftochten en kleine vechtpartijen. Vrees voor versterking uit 
Batavia of dreigend gevaar van den kant der Spanjaarden was 
echter steeds een motief voor Hamdja, om tegenover onzen 
Gouverneur te liebaügeln. Zóó bleek een bgna gelukte aanval 
der Spanjaarden en Tidoreezen op Takomi in November 1632 , 
waarbg wg den Ternataan steunden , door na dien aanval die 
plaats te bezetten, geschikt te zgn, om ons aanzien te verhoo- 
gen, ja! om hoop te geven op een krachtig te voeren oorlog 
tegen de nu weer gemeenschappelijke vijanden. Verder werden 
de beide belangrijke waardigheden van Djogoegoe en Kapitein 
Laoet toevertrouwd aan de met ons bevriende Sengadji's van 
Gamoekanora ^ en Ngofakiaha. 

Van Lodensteyn werd opgevolgd door Jan Ottens(1633 — 1635), 
die den 17 Augustus het bestuur aanvaardde ^. Al spoedig zond 
hg den Fiskaal Daniël Ottens uit , om op het Spaansch secours 
te kruisen, waarmede deze „Batavier'' ^ dan ook slaags raakte. 
Na een onbeslisten strgd nam hg echter de wgk naarMalajoe^ 
evenals zijn machtigere tegenpartg naar Gamoelamoe. Dit gevecht 
en een inval der Spanjaarden op het Ternataansch eiland Taf- 
foeri waren de eenige belangrgke krggsbedrgven onder het 
bewind van dezen Gouverneur, waarin wg rechtstreeks of zgde- 
lings werden betrokken. Een gebeurtenis, gewichtig in haar 



' Gamoekanora was een der machtigste onderdeelen yan liet Ternataansclie 
rijk. — Zie echter over de benoeming tot Kapitein Laont ook Documenten , p. 292. 

» Met hem verscheen den 26 Juni de Commissaris-yisitateur Antonie van 
den Heuvel, die den 17 Augustus met van Lodensteyn weder vertrok. — Zie 
over dezen Documenten, p. 267. 

» H. Brouwer aan J. Ottens, 18 Dec. 1634. — Daniël Ottens verdronk den 
21 Juli 1636 bg de Piscadores, na op de Spaansche zilverschepen van Acapulco 
te hebben gekruist. 



I N L B I D I N d. LÜI 

gevolgen; had echter in 1633 op Tidore plaats. Eenige dorps- 
hoofden ^ misnoegd over hnn Sultan , stelden zich met Hamdja 
in betrekking; met het doel, den Raïtsjil Gorontalo, een neef 
van den vorigen heerscher; die van rechtswege na diens dood 
in 1627 had moeten opvolgen ^ ^ maar die ait vrees zich op 
Ternate schuil hield , den troon te doen beklimmen. De onte- 
vredenen wilden dan tevens een verbond met de Nederlanders 
en fiamdja sluiten; om gezamenlijk de Spanjaarden te bestrijden. 
Ottens vertrouwde de zaak niet en vreesde ; dat geheel deze 
beweging zou strekken tot vermeerdering van Ternate's invloed. 
Hij weigerde daarom ; zich met de Tidoreesche aangelegenheden 
in te laten. Toch werd Qorontalo met hulp van Hamdja ge- 
kroond; waarna de verdreven Sultan zich naar Ternate begaf; 
de beschèrmHng van Hamdja ook al inriep en hem zijn dochter 
tot vrouw gaf. Dit optreden van den Ternataanschen monarch 
verschafte hem een groot overwicht in Tidore , waarmee hij nu 
in vrede scheen te willen leven, terwyl hg den verdreven 
Vorst ^ steeds als een bedreiging tegen diens opvolger kon 
gebruiken. Zijn succes deed hem tegenover ons eene minder 
vriendelgke houding aannemen en dit; gevoegd bij zijn ergernis 
over den loop der gebeurtenissen in de kwartieren van Am- 
boina ^; deed Ottens voor een uitbarsting vreezen; indien wig 
hem niet door voldoende macht in toom konden honden. Wel 
vroeg hg nog hulp tegen de Spanjaarden ; maar zgn onbetrouw- 
baarheid was te dikwgis gebleken; om die aanvrage te be- 
seboa wen als een niting van zgn ernstigen wil; om de Neder- 
landers tegen hun ;,erfvgand" te ondersteunen. Jammer genoeg 
kon hg er met volkomen recht op wgzen, dat ook wg die 
ondersteuning aan hem onthielden. 

Het was hiermee Gouverneur-Generaal en Raden dan ook 



» Zie Dr. Tiele: Bouwstoffen, I, p. 139. — De Europee^rs, viu, p. 161, 
* Over zijn niteinde zie Docnmentep , p. 330, 3B^. 
» Zie hierna p^. hni 



LIV INLEIDING. 

volstrekt geen ernst. Dit bleek uit de instrnctie, waarmee Ot- 
tens' opvolger Jan van Broecknm (1635 — 1640) ^ werd voorzien. 
Daarin toch werd hij wel gelast, Hamdja tegen onze vijanden op 
te zetten, maar van krachtdadige hnlp was daarin geen sprake; 
slechts moest hij een eventueele assistentie in zgne besprekingen 
met Hamdja laten doorschemeren. Met het oog daarop verscheen 
dan ook bgna tegelyk met hem een viertal schepen in de Molak- 
fiche wateren, die echter hoofdzakelijk tot een ander doel waren 
uitgerust, nl. om naar Japan en Tayouan (op Formosa) te gaan 
en tevens te kruisen op de Spaansche zilverschepen van Acapulco *. 
Hamdja liet zich daardoor dan ook niet van de wijs brengen en 
zgn houding tegenover de onzen en de met ons bevriende Ter- 
natanen werd onaangenamer dan ooit. Na een schijnproces liet 
hij den nieuwen Djogoegoe, die hem in zijn plannen dwars- 
boomde, ter dood brengen, niettegenstaande van Broeckum voor 
dezen in de bres sprong. Niet alleen helde hij zelf tot vrede 
met de Spanjaarden over, maar hg verhinderde ook zijn Rijks- 
grooten, die tot oorlog geneigd waren, in het voeren daarvan 
of haalde hen door geschenken tot zijne denkbeelden over. De 
vriendschappelijke verhouding tusschen Ternate en Tidore had 
tevens een ongunstigen invloed op onze positie op Makian, 
waar de Tidoreezen meer dan ooit kwamen handelen en zóó 
driest optraden, dat wij als 't ware in onze versterkingen 
zaten opgesloten Ook op Batsjan hadden wg weinig in te 
brengen. In *t voorjaar van 1636 bekwamen wij echter, zooals 
trouwens ook de Spanjaarden , een flinke assistentie ' en dit hield 
Hamdja weer voor een oogenblik in toom , maar steeds bleven 
de pogingen van van Broeckum falen, om hem op te stoken 
tegen onze mededingers en vganden. Ook heerschte er onte- 



* Hg heette eigenlek Jan van Grorcum (zie hiervoor p. xi). — Over die 
naamsverandering zie Documenten, p. 283, noot 3). 

* Over de betrekkingen van ons en de Spanjaarden met Mindanao en de 
Soeloe-eilanden zie Documenten, p. 210 — 213, 34ö — 347. 

* Zie over een gevecht Documenten, p. 300. 



INLEIDING. LV 

yredenheid tegen de Nederlanders, omdat gebrek aan rijst hen 
belette, den Tematanen voldoenden voorraad daarvan te ver- 
schaffen. De Ternataansche Sultan werd in zgn bonding tegen 
ons gestgfd door den Hoek om Limoeri, die zijn rechterhand 
was geworden en die zgn' raadsman bleef , ook waar andere 
Groeten van hem afkeerig werden gemaakt door zgn tirannieke 
wgze van doen. Die afkeer werd echter geëvenaard door hun 
vrees voor zijn macht, zoodat de pogingen van vroeger, om 
hem van den troon te stoeten, niet werd herhaald. 

Ons krachtig optreden in de Ambonsche kwartieren in 't begin 
van 1637 ' liet niet na, een gunstigen invloed uit te oefenen 
op den Sultan. Ofschoon verstoord over dat optreden zelf, kreeg 
hg daardoor een hoogen dunk van onze strgdfcrachten en dat 
noopte hem, zich inschikkelijk te betoonen tegenover onze wen- 
schen en eischen, zoozeer zelfs, dat hij voor 't oogenblik weer 
toebereidselen maakte , om flink op te treden tegen de Tidoreezen. 
Dan scheen ook het middel , door van Broeckum in toepassing ge- 
bracht, om nl. de Rgksgrooten * door geschenken voor de Neder- 
landsche belangen te winnen, voorloopig goede gevolgen te hebben. 

Inmiddels was de toestand in het gouvernement van Amboina 
hoe langer hoe ernstiger geworden. Brouwer was begonnen met 
aan Gijsels versterkingen toe te zenden, op nieuw onder bevel 
van Antheunisz. y met het tweeledige doel : beteugeling van den 
smokkelhandel en uitroeiing der nagelboomen. Tot dit laatste 
werkte de overweging mede, dat de Compagnie nog zooveel 
nagelen in voorraad had, dat zij hen in de eerste tien jaren 
toch niet zon kunnen vertieren ^. Gijsels volgde die voorschriften 



* Zie hierna p. lxi, lxii. 

* In een brief van 9 Maart 1638 aan van Dieraen geeft van Broecknm eenige 
inlichtingen over den Ternataanschen „Bgcsraet". Deze bestond uit 18 personen 
[9 Soasivos (dorpshoofden), 9 Sengadj i's, („hertogen" volgens Valentgn), benevens 
de beide Hoekoms (rechters), den Dj ogoegoe en den Kapitein Laout.] — Valentijn 
I, b. p. 97—99 wflkt hiervan eenigszins af. Cf. Docnmenten, p. 120. 

* Ook moest G-ijsels ten zeerste waken tegen den particulieren handel. — 
Over de z.g. i,vrye luyden" op Amboina zie Documenten, p. 248. 



LVI IlfLEIDING. 

op ^ en in 't vocijaar 1633 volbracht hij op nieuw een dier 
vernielingstochten , zoowel op Klein-Geram als op Manipa en 
Kelang. Men had verwacht, daar vele vaartuigen van vreemde 
bandelaren te zullen aantreffen en die te kunnen buitmaken of 
vernielen , maar de uitslag beantwoordde niet aan deze verwach- 
ting. Men vermoedde nu^ dat zij aan de oostkust van Groot- 
Geram en vooral op Ceramlaoet zouden verscholen zijn, reden 
waarom ook daarheen die hongitocht werd uitgestrekt, temeer, 
daar men dit eiland als een der stapelplaatsen voor den smokkel- 
handel in nagelen meende te moeten beschouwen. De Neder- 
landers stieten op heftigen tegenstand , die vooral werd geboden 
door de daar aanwezige Javanen en Makassaren; maar zij be 
grepen, niettegenstaande het succes onze wapenen niet had 
gekroond , toch voor de overmacht te moeten bukken en onder- 
wierpen zich ^. Het plan der Hooge Regeering, om nogmaals 
op Tha los te trekken, vond geen instemming bg Gijsels, omdat 
het te veel zou vorderen van onze strgdkrachten en de Ihaëezen 
zich in dezen tijd vredelievend betoonden. Gijsels was over 't 
geheel niet tevreden over het algemeen bestuur in Batavia, dat 
van uit de hoofdstad bevelen meende te moeten geven aan 
den Ambonschen Gouverneur, hoe in de afzonderlijke gevallen 
op te treden en drong aan op meerdere vrgheid van handelen 
en — op versterking. De verwoesting toch der nagelboomen 
had al weer niet genoeg geholpen, al weder verschenen èn nu 
èn in de volgende jaren de vreerade schepen, alweder werden 
zij door de bewoners met open armen ontvangen ^. Buitendien 
trad de Eimelaha Loehoe zeer vijandig tegen de onzen op. 

Gijsels had intusschen in 't begin van 1633 een in de ge- 
volgen minder aangenaam bezoek ontvangen, dat van den Com- 
missaris -visitatenr over Ambon, Banda en de Molukken, Antonie 



' > Zie Gijsels' meening over deze nagelpolitiek in Pocumenten, p. 246. 
» Documenten, p. 242 — 244. 
» Zie b. V. Documenten, p. 282, 283, 



INLEIDING. LVII 

van den Heuvel ^ die terstond aan de regeeringszaken kon 
medewerken^ tQen^ na den dood van den Kapitein Hitoe in 
April van dat jaar, een opvolger moest worden aangesteld. Te 
kwader ure viel de keus der Nederlandsche autoriteiten op den 
jongsten zoon Eakiali, die bij die gelegenheid der Compagnie 
trouw zwoer en de belofte omtrent bet handhaven van het Neder- 
landsche nagelmonopolie aflegde. In September en Octoberging 
Gijsels met het tuchtigen der vijandige negorijen voort: de bocht 
van Eaibobo en eenige dorpen op Hoamohel moesten het nu 
ontgelden. Bij Henetello echter werd hg zóó warm ontvangen, 
dat hij tot den terugtocht moest besluiten. Daarop bracht hg 
Lesidi nog een bezoek, waar hij de vruchtboomen vernielde en 
hij zou dat „ destrueeren " nog hebben voortgezet, indien niet 
de roeiers op de korakora's hem verlof hadden gevraagd, naar 
hunne woonplaatsen terug te keeren, waar het inzamelen van 
den oogst en daarna de zoo noodige rust hen wachtten. Om 
zijn positie krachtiger te maken, bouwde de Gouverneur bij 
Larike (op Amboina) een nieuwe sterkte, evenals bij Loehoe 
op verzoek der inlanders, die zich tegen den Kiroelaha verzet 
badden en zgn wraak vreesden. 

In Januari 1634 kwam de Sadaha ^ als gezant van den 
Ternataanschen Sultan in deze streken. Hij had in last, de 
geschillen te trachten te beslechten , den handel aan vreemde- 
lingen te beletten en de beide Kimelaha's te vervangen door 
dien van Boeroe, Fakiri geheeten. Veel werkte ook zijn komst 
niet uit. De Stadhouders Leliato en Loehoe, met wie zich de 
nieuwe Kapitein Hitoe in verbinding stelde, zochten hulp bij 
en verkregen die van den Sultan van Makassar ^. Maar hnnne 
eisch, dat wg onze nieuwe versterking op Loehoe zouden slechten, 
waarna de Temataansche Kimelaha daar op nieuw zijn residentie 



' Zie Documenten, p. 238, noot 1. 

> Pocnroenten, p. 266, 257. — Cf. p. 254, 255, 



LVllf INLEIDING. 

zonde vestigen ^ , werd niet ingewilligd , evenmin die van den 
Sadaha tot ternggave aan Hamdja van eenige landstreken op 
Amboina, de Oeliasers en Geraro, waarop deze aanspraak 
meende te hebben. Op deze wijze kwam de uitbarsting steeds 
nader en kon niet lang meer uitblijven. 

Van den Heuvel was niet met Oijsels ingenomen. Hij meende 
zijne wijze van optreden tegen de Amboineezen en Ternatanen 
te moeten laken niet alleen , maar hij beschuldigde hem tevens 
van allerlei financiëele knoeierijen. Gouverneur Generaal en Baden 
waren van oordeel, dat hij meer beweerde dan hij kon ver- 
antwoorden en zonden de punten van besehuldiging aan Gijsels, 
om zich van die aanklacht te trachten te zuiveren. Desniettegen- 
staande meende zg den laatste „ om verscheijden particulari- 
teijten ende excessen ", door hem gepleegd * , te moeten terug 
roepen en benoemden tot zgn opvolger niemand anders dan 
van den Heuvel (1634 — 1635) in de „ vaste hope en vertrouwen, 
dat hij des Gomp. affairen met meerder lust en ijver als zgn 
predecesseur behartigen en waarnemen" zou •**. Dien ijver be- 
toonde hij reeds zeer spoedig na zijn komst, door in Mei 1636 
op verraderlijke wgze, als 't ware midden in onderhandelingen, 
Kakiali, die het hoofd zeer in de hoogte stak, roet verschil- 
lende zgner Orangkaja's gevangen te nemen , in de hoop . daar- 



' Oorspronkeiyk resideerde deze te Loehoe, maar in den tyd der verwikke- 
lingen met de Compagnie had hy z^n woonplaats te Luciëla gevestigd. 

* Zie een gnnstiger oordeel over Ggsels in Documenten, p. 267 en in den 
brief van Ds. Heurnins van 18 Mei 1684 aan den Gr. Gr. De oppositie tegen Ggsels 
verklaart de Ambonscbe predikant hieruit, „dat hij 's Comp. middelen menageert ; 
tegen hem, die zijner meesteren profijt en niet de flatterie des volks zoekt, 
worden vele tongen gescherpt." — Over school en kerk zie Documenten , p. 186. 

* De houding der Hooge Begeering was alles behalve consequent. Zy werd 
dan ook door de XVII naar verdienste gelaakt, te meer daar G. G. en Raden 
zelf hadden geschreven, dat van den Heuvel aan „vele menschelyke zwakheden 
onderworpen*' was. Zij verdedigden zich (31 Dec. 1636) met te zeggen, dat G. 
om z^n verlossing had geschreven en v. d. H. , indien hy niet benoemd was, 
zou zQn gerepatrieerd, vóór men zgne beschuldigingen had kunnen controleeren 
en Bewindhebbers zou hebben misleid. Buitendien, volmaakte personen waren in 
Indië niet te vinden. 



INLEIDING. LIX 

door den tegenstand den kop in te drukken. ^ Deze daad had 
gewichtige gevolgen. Hamdja en zijne Rijksgrooten toonden zich 
hierover zeer geraakt, ja! de Sultan wilde zelf zich in de Am- 
bonsche kwartieren aan zijn onderdanen vertoonen. Wat erger 
was, de Sadaha verbond zich nog meer dan te voren met de 
beide Kimelaba's en het wantrouwen tegen de Nederlanders 
nam op Hitoe zóó'n omvang aan, dat een groot deel der be- 
woners vluchtte naar een pas door Eakiali aangelegde ver- 
sterking Wawani, die in Juni zonder succes door van den Heuvel 
werd aangetast. De moeilijkheden werden nog vergroot , doordat 
deze onze fortificatie bij Loehoe had geslecht ^ en daardoor 
aan den Sadaha de gelegenheid had gegeven, de met ons be- 
vriende Orangkaja's van die plaats gevangen te nemen. Fakiri 
vertrok weder naar Boeroe, en liet de baan dus weer ruim 
voor de ons vijandelijk gezinde Stadhouders ; in Hitoe ontbrandde 
de strgd reeds tusschen de Nederlandsche en anti-Nederlandsche 
partijen en, om de maat vol te meten, begonnen de roeiers op 
de korakora*8, vooral die der Oeliasers, te weigeren, langer 
die drukkende diensten te verrichten. Terecht kon Brouwer dan 
ook aan de Heercn Meesters schrijven , dat „ de overgroote ver- 
hoopte voordeden van Kakij Ali's apprehentie ende vast set- 
tinge altemael in roock verdweenen" waren ^. 

Lang mocht van den Heuvel niet op dit terrein zijner werk- 
zaamheden vertoeven. Reeds in November 1634 werd hij door 
Brouwer terug ontboden onder allerlei voorwendsels * en tot 
zgn opvolger, onder den titel van Vice-Gouverneur, aangesteld 



* Zie over deze gevangenneming nog Documenten, p, 267, v., 287, v. Van 
den Heavel had dit plan reeds lang gekoesterd, blijkens zijn „Verslag" van 
30 Aag. 1633. 

* Dit was troawens in overeenstemming mei zijne Instructie. 
■ Documenten, p. 266. 

* Zie Documenten, p. 267. — Brouwer voegt er nog bij in een brief aan 
van den Heuvel van 2 Nov. 1634: „te meer omdat wg uit UE. brieven ver- 
nemen, dat zich de zaken van Amboina gansolielijk tot den oorlog voegen; en 
om die vigoreus aan te vangen" wordt van Deutecom gezonden. — Zie nog over 
het beleid van van den Heuvel Documenten, p. 282. 



'■^X INLEIDING. 

Jochem Roelofsz. van Deufrecom ^ (1635—1637), meer soldaat dan 
staatsman. Tegelijk met hem betrad Gijsels opnieuw het strand van 
Amboina, aan wien in zgn hoedanigheid van Commissaris-visitatenr 
gedurende zgn verblijf aldaar het hoofdbeleid was toevertrouwd. 
Zij arriveerden den 5 Januari 1635 in deze streken, toegerust 
met een resolutie der Hooge Regeeriug van den 25 November 
van 't vorige jaar, die hun de taak oplegde, Lnciëla aan te 
tasten en te rnïneeren, op Boeroe aan de vijandige kampopgs 
hetzelfde lot te doen ondergaan en de Kimelaha's te zien in 
handen te krijgen. Gijsels was met een verzoenende gezindheid 
tegenover Hitoe vervuld en hij trachtte dan ook , terwijl Luciëla 
werd belegerd, die landstreek te pacificeeren, een poging, die 
niet geheel zonder vrucht bleef, ofschoon de groote massa der 
üitoeëezen op Eakiali's verlossing bleef aandringen. ^ Daaren- 
tegen moest het leger onverrichter zake van vóór Luciëla terug- 
trekken ; de „beri-beri" en andere ziekten waren machtiger 
vijanden gebleken dan de inlanders en Ternatanen zelf *. Men 
besloot den 31 Maart , het beleg op te breken * , na de nagel- 
boomen op Hoamohel te hebben vernield, waardoor aan den 
Kimelaha een niet p;eringe schade werd toegebracht. * Deze had 
ondertusschen de gansche kust van Cerara tegen ons in bewe- 
ging gezet ® en zelfs de vroeger met ons bevriende Vorsten 
van Soemiet en Sahoelau begonnen in hun trouw te wankelen. 
Dat het jongst geleden échec daarin geen verandering ten 
onzen gunste bracht, behoeft geen betoog. Iha, Hatoeaha en, 
op hun aanstoken, het grootste deel der Oeliasers, werden on- 



• Oijsels had liever zijn aangetrouwden neef Evert Huift tot opvolger zien 
aanstellen. (Bocnmenten , p. 288). 

* Docnm enten, p. 282. 

» Van de 700 soldaten bleven er slechts 292 gezond. 

*" Zie het afkeurend oordeel van Qt. G. en B. in Documenten , p. 280. 

» Documenten, p. 271, 275. 

" De Kimelaha kreeg ondersteuning en ammunitie van Bantam. 2ie over 

den Bantamschen handel op deze streken in dit tjdsbestek Pe Jongde, V, cvn, 



iNLBlliiNG. LXt 

rustig, terwijl de overigens goed gezinde bewoners van Noesa- 
laoet en de met ons één lijn trekkende Amboineezen al meer 
en meer onwillig werden over bet gedwongen paogaaien op de 
veelvuldige hongitocbten ^ en over de hondsche bejegening 
van den kant onzer officieren. De toestand verbeterde niet , toen 
in *t begin van 1636 Kakiali op last der Hooge liegeering in 
ketenen geklonken naar Batavia werd gezonden en een ons 
toegedaan üitoeëesch boofd; Tanehitoemesseu , tot Kapitein 
Hitoe werd aangesteld. Dit zette niet alleen op nieuw kwaad 
bloed bij de bewoners van die landstreken ; dit wekte niet alleen 
de vrees bg hen^ dat al hunne Orangkaja's door de Nederlan- 
ders zouden worden weggevoerd ^ maar dit verbitterde den Ter- 
nataanschen Sultan en zgn Eaad nog meer^ opgestookt als zij 
werden door den naar beu vertrokken KimelahaLoehoe^ omdat 
zg daarin een inbreuk zagen op de rechten der kroon en dit 
deed den invloed der Ternatanen van Klein-Geram in de Am- 
bonsche kwartieren ten zeerste toenemen. 

Het jaar 1636 liet zich slecht aanzien. De meeste Christenen 
van Lei-Timor vluchtten naar de bergen, eveneens de bewoners 
van verschillende dorpen op de Oeliasers, die „ victnalycamer 
van geheel Amboina". Noesalaoet stond tegen ons gezag op; 
de zuidkust van Geram geraakte al meer in gisting; Leliato 
won al meer aan invloed. ^ Van Deutecom verzocht dringend 
om hulp uit Batavia; want de versterkingen ^ die bij van daar 
en uit Banda had gekregen; waren onvoldoende; om onze 
positie te handhaven. Hg ried tevens aau; Kakiali in vrgheid 
te stellen en hem zijn oude waardigheid op nieuw te doen aan- 
vaarden. Den 30 December vertrok de inmiddels opgetreden 
Gouverneur Generaal Antonio van Diemen met een groote vloot 
van 17 zeilen ; bemand met ongeveer 2000 koppen, uit Batavia. 
Als medegeleiders trof men Antonie Gaen en Jan Ottens op deze 



. « Cf. Documenten, p. 289—291. 
' Cf. Pocnmenten, p. 315, 316. 



L?tll t N L K I D t N 6. 

yloot aan. Ook Eakiali bevond zich op deze armade. In Januari 
1637 op Hoamohel aangekomen, besloot de Opperlandvoogd , 
onmiddelijk Lneiëla aan te tasten , dat dan ook werd veroverd 
en waarvan de omtrek op nieuw aan vernieling werd prijs ge- 
geven. Een sterke bezetting werd bier achtergelaten en daarop 
werd Amboina zelf bezocht^ waar nu spoedig door de verzoe- 
nende houding van den Gouverneur- Generaal verbetering in den 
toestand viel te bespearen, terwijl in Maart de Oeliasers werden 
gestraft en tot onderwerping gebracht. In April had van Diemen 
een samenkomst te Luciëla^ dat nu geheel van zyn verster- 
kingen werd ontdaan ; met een nieuwen gezant van Hamdja, 
den onlangs tot Kapitein Laoet verheven Kaïtsjil Sibori ; die zich 
reeds vroeger in deze kwartieren had opgehouden en ons niet 
ongenegen was. Hij had dan ook van zgn Sultan^ die weer eens 
van gevoelen veranderd scheen, bevel gekregen, de zgde der onzen 
te kiezen, en Leliato naar Ternate te brengen. In Mei bracht 
van Diemen het door zachte overredingen zóóver , dat de meeste 
Orangkaja's, behalve die van Hitoe, welke van geen beslissende on- 
derhandelingen wilden weten , zoolang Eakiali niet was in vrijheid 
gesteld, aan het Kasteel op een algemeenen ,,Landdag" versche- 
nen en op nieuw den eed van gehoorzaamheid aflegden. Aan den 
anderen kant werd hun door den Gouverneur-Generaal opheffing 
der rechtmatige grieven beloofd. Ook tegenover die van Hitoe 
deed van Diemen een verzoenenden, maar hoogst gevaarlijken 
stap: hg stelde Kakiali in vrijheid; die nu, opnieuw bekleed 
met zijn waardigheid, met zgn voornaamste dorpshoofden den 
eed van trouw hernieuwde, zg het dan ook met wrok in 't 
hart, een wrok, dien hij voorloopig niet durfde uiten, zoolang 
zgn tegenpartij zich zoo sterk gevoelde. Ook verschillende 
negorijen op Hoamohel ^ en de oostkust van Groot-Geram 
voegden zich weer aan onze zgde. Den 14 Juni vertrok de 



' o» a. Loehoe, WaiPoeteh, Laala, enz* ^- Lesidi volgde tijdens het bewind 
van Ottens. — Eambelo weigerde. — De eed van trouw werd afgelegd aan den 
N«derl. Qonverneur en aan Sibori. 



1 N L fi I D 1 N C^. LXlIl 

Opperlandvoogd , terw^l hg in plaats van van Deatecom ^ den ver- 
zoeningsgezinden Ottens (1637 — 1641) als Gouverneur achterliet. 

Nu begon Kakiali al spoedig het hoofd weer op te steken. 
Hy bleef steeds in de bergyesting Wawani zgn residentie honden, 
knoopte opnieuw onderhandelingen aan met Leliato en wendde 
zich met dezen om assistentie tot den Sultan van Makassar. 
De Nederlanders hadden de versterking, die zij bij Hitoe gehad 
hadden ; geslecht; hetgeen ten gevolge had, dat nu onze bond- 
genooten daar waren overgeleverd aan een mogelijke wraak- 
neming van den Kapitein Hitoe. 

In Februari 1638 verscheen van Diemen opnieuw met 12 
schepen ; bemand met 1650 man, onder medebevel van Gaeu, 
in de Ambonsche wateren. In Mei arriveerde vóór Kambelo 
tevens de Sultan van Ternate, aan wien de Gouverneur-Oeneraal 
zulks door middel van Sibori had verzocht. Al spoedig was de 
Opperlandvoogd in de gelegenheid, Hamdja aan den tand te 
voelen: hij eischte beslist verwijdering der vreemde handelaars 
en de gevangenzetting der beide Kimelaha's. De oosterling 
aarzelde ; maar van Diemen bleef aandringen. Werkelijk werden 
Loehoe en Leliato in verzekerde bewaring gesteld in het kamp 
van hun Vorst , en eenigen tgd daarna werd de laatste aan de 
Nederlanders overgeleverd en de eerste te kwader ure weder 
in vrgheid gesteld. Ten aanzien der vreemde kooplieden verzocht 
Hamdja, dat hun de gelegenheid zou worden gegeven, uit 
Eambelo te vertrekken , zonder vijandelijk te worden aangetast. 
Toen van Diemen dit toestond, gingen onmiddelijk de Ban* 
tammers onder zeil, maar de overigen bleven. Nu baatte het 
den Ternataanschen Sultan niet meer^ dat hg Eambelo nog 
langer de hand boven 't hoofd hield: de Gouverneur-Generaal 
liet een 50 vaartuigen en ongeveer 200 huizen aan het strand 
verbranden. Hierna vertrok hij naar Hila op Amboina, waar 
Hamdja zich eenigen tgd later bg hem voegde en waar de 



Q» o. en B. waren over a^n bestuur niet tevreden* 



LXiV t N L Ü I o t N 6. 

eigenlijke onderhandelingen een aanvang namen ^ en gedurende 
eenige dagen (12 — 18 Juni 1638) werden voortgezet. De limiet- 
scheidingsquaestie werd in de eerste plaats geregeld. Zonder 
een recht van den Sultan daarop te erkennen ^ stond van Diemen 
daarbij aan hem af het gezag over Geram ^, Hitoe en ver- 
schillende Moorsche dorpen op de Oeliasers, o. a. Hatoeaha, 
Kabaoe, Eailolo, Iha, enz., onder beding , dat van al die 
plaatsen de nagelen slechts aan de Compagnie tegen 60 realen de 
bahar in contanten mochten worden geleverd ^ tot verzekering waar- 
van het den Nederlanders vergund werd; daar versterkingen aan 
te leggen en te bezetten. Het maken van proselieten werd op 
nieuw aan de contracteerende partyen verboden. Eindelijk werd 
aan Hamdja een jaargeld toegekend van 4000 realen van achten. 
Den 28 Juni lichtte de vloot van van Diemen hare ankers en 
keerde naar Batavia terug, Leliato gevankelijk meevoerende. 
De Gouverneur-Generaal meende, nu het pleit te hebben ge- 
wonnen; hg schreef althans aan de Majores: ,,UËd. gelieven maer 
in d'Amboinse saecken gerust te wezen/' 

Geheel werd zgn verwachting niet gerechtvaardigd. Hg had 
zijn rekening opgemaakt buiten Kakiali, den Kimelaha Loehoe 
en de Ternataansche Groeten. De eerste had geweigerd, mis- 
schien uit wantrouwen, de onderhandelingen te Hila bg te 
wonen ; hg verkocht weer de nagelen aan de Maleiers en andere 
vreemde handelaren; hg vroeg op nieuw hulp aan Makassar, 
deed zelfs een strooptocht tegen het met ons bevriende Loehue 
en verbond zich met den Kimelaha, Deze had zich na zijne in- 
vrgheidstelling weder op Kambelo versterkt en verzette zich 
tegen Hamdja, die op zgn terugreis naar Ternate die plaats 
wilde aandoen ^, door hem den toegang te weigeren en door 



* Zie Valentgn, Amboina, b. p. 118—122. 

* De streken, die in 1606 by de verdrgving der Portugeezen door Steven 
Tan der Hagen aan die natie hadden toebehoord, bleven nn aan de Nederlanders. 

* Zie echter Documenten , p. 386. 

* Cf. Documenten, p. 876, 386. 



j 



INLEIDING. LXV 

tegen de Loeboeëezen gewapenderhand op te treden. Een poging 
van Ottens in April 1639 , om hem te tuchtigen^ mislukte. 
Rustig was het dus in de Ambonsche kwartieren nog niet; maar 
in den algemeenen toestand der Compagnie was zoo'n belang- 
rgke vooruitgang te bespeuren ^ dat Gouverneur-Generaal en 
Raden den 18 December van dat jaar aan de XVII konden 
schrgven : „ Den tyt^ God loff ; is geboren , dat met d' een noch 
d' ander langer behoeven te simuleeren " ^ . 

„Met d* een noch d' ander": niet meer met de bewoners 
der Ambonsche eilanden; niet meer met de Ternatanen. Had 
van Diemen reden ^ de laatste in één adem met de eerste te 
noemen? 

Gedurende Hamdja's verblijf op Amboina was de oorlog met 
de Spanjaarden en Tidoreezen weer „slappelijck vervolght". 
Men paaide den Nederlandschen Gouverneur met des Sultans 
terugkeer ; en de goede gezindheid; een oogenblikkelgk gevolg 
der aan de Teruataansche Rijksgrooten ter hand gestelde 
geschenken, had al spoedig weer een eind genomen. Vooral de 
nieuwe Djogoegoe, Eaïtsjil Moesa ^^ en de Hoekom Limoeri 
leidden de oppositie tegen de onzen en ook de overige aan- 
zienlgken waren in den laatsten tgd zoo stoutmoedig geworden , 
dat zg, als de Sultan niet naar hun pgpen wilde dansen, zich 
niet ontzagen , zgne bevelen in den wind te slaan en zich tegen 
hem te verzetten ^. Toch verhinderde dit nog niet, dat het 
contract tnsschen van Diemen en Hamdja gesloten, mede door 
hen werd onderteekend, voorzoover dit niet reeds op Ambon 
was geschied. Maar in Ternate was men nooit voor verrassingen 
gevrgwaard. In Mei 1639 trachtten de Tidoreezen op nieuw 
een verbond met hun nabuur en de Nederlanders aan te gaan, 



* Documenten, p. 388. 

* Docnmenten, p. 291. — Cf. p. 116, 121. 

* Documenten, p. 371, v. 

N. B. II. V. 



LXVl I N' L B I D I N 6. 

om gezamenigk tegen de Spanjaarden op te treden >• Van 
Broeckom wilde zich met deze onderhandelingen echter niet 
inlaten, 'tgeen niet belette, dat de Sultan, daartoe aangespoord 
door zijn Baad, besloot, vrede met Tidore te sluiten. Bg die 
gelegenheid nu bleek, dat deze beide volkeren desnoods ge- 
meene zaak zouden maken, om, als zg zich daartoe in staat 
gevoelden, ons uit de Ambonsche kwartieren te verjagen ^. 
Ook was het aan geen twgfel onderhevig, of de Eimelaha Loehoe, 
begunstigd door de Temataansche Groeten , werd op nieuw door 
zijn Vorst in genade aangenomen, in plaats van gestraft te 
worden voor den smaad, dezen aangedaan. Van Broeckum's 
positie was in deze dagen zeer zeker niet bengdenswaardig en 
een bgtgds vergdelde aanslag op onze vestigingen op Makian 
in October 1630, en eenige verwikkelingen tusschen den Sultan 
van Batsjan en zgn onderdanen , waarin ook de Gouverneur werd 
betrokken, maakten zgn taak niet aangenamer. Hg overleed den 
25 Februari) 1640. 

Behalve met Amboina had de Ternataan het nog steeds te 
stellen met den Sultan van Makassar, die gaandeweg in machten 
aanzien toenam en daardoor gaandeweg driester optrad. Boeton 
was nog steeds de point de mire van dien Vorst. Hendrik Brouwer 
wilde den Badja van dat eiland niet in den steek laten, ofschoon 
deze Gouverneur-Generaal het niet eens was met zgn voor- 
ganger Specx, die tot eiken prgs den overmoedigen heerscher 
van Celebes' zuidwestkust wilde tot reden brengen. Integen- 
deel : hg wilde vooreerst niets weten van vgandelgkheden tegen 
Makassar , te meer daar wg in den Maleischen Archipel in die 
dagen onze handen vol genoeg hadden ^. Toch lokte het denk- 
beeld van Specx op zich zelf hem wel aan, vooral omdat 
gemelde stad der Compagnie zooveel kwaad berokkende, door 



^ Dit was voor de Spanjaarden een motief, om den Sultan van Tidorëte 
vermoorden (Documenten, p. 381 — 383). 

* Documenten, p. 372, vv. 

' Missive aan de XVII van 1 Dec. 1632. 



INLEIDING. LXVIl 

den handel op Amboina ^, gedreven, zoo al niet in hoofdzaak 
door hare inwoners, dan toch door de vreemde kooplieden, die 
in hare veste een veilige wgkplaats vonden. Buitendien kreeg 
de vrees ; dat de Sultan aanslagen voorhad op onze nederzet- 
tingen in zgn nabgheid , meer en meer de overhand. Werkelyk 
werd dan ook den 26 November 1633 door de Hooge Begeering 
besloten, de sta.d met een aantal schepen te trachten in te slui- 
ten ^ , om daardoor den nekslag toe te brengen aan hare commercie 
op de nagel- en noteneilanden, op Malaka, Macao en Manila 3. 
De vrees voor die blokkade noopte den Sultan , Boeton , dat hij 
had aangevallen; te verlaten, echter niet dan na de kleine 
negorgen op dat eiland te hebben vernield en het aan gebrek 
te hebben prgsgegeven. Op Boeton zelf bestond een Makassaars- 
gezinde partg, die gebeten was op de Nederlanders, omdat 
Ggsbert van Lodensteyn, die in September 1633 het eiland 
op zijn terugreis van de Molukken naar Batavia aandeed, dd&r 
den oudsten zoon van den overleden Radja tegen den zin van 
die factie tot diens opvolger had aangesteld *. Deze partg schreef 
tevens de ygandelgke houding van den Sultan van Mahassar 
toe aan de goede verstandhouding met de Compagnie. 

In Februari 1634 dan werd tot de „bezetting" van Makassar 
overgegaan * door middel van een vloot, onder bevel van van 
Lodenstejcn ®, aan wien de „schipper" Gerrit Thomasz. Pool 
was toegevoegd tot het doen van hydrographische opnemingen 
in 't vaarwater tnsschen Poeloe Laoet en de westkust van 
Gelebes. De Sultan had echter zijn maatregelen genomen, om 



-> Ook op de Molukken werd handel gedreven. (Documenten, p. 246). — Over 
den handel op A.mbon, ons recht om dien te beletten en over een ander middel 
om de Makassaren daarvan af te honden zie Documenten, p. 288, 289, 281, 262. 

' Die blokkade was den 30 Aug. 1633 door van den Heuvel in z^n „Verslage* 
aangeraden. 

• Documenten, p. 260, 261. 

• Dit was reeds plechtig door Pieter Both beloofd. 
» Documenten, p. 252 — 256. 

• t 1634- (Van Dijk: Bomeo, p. 23, noot 1). 



LXX INLEIDING. 

wolkjes kwamen opzetten van den kant der Kleine-Soenda- 
eilanden. 

Nadat gedurende eenige jaren onze commerciëele relatiën met 
Solor en Timor waren aangehouden door middel van gaande 
en komende schepen, nadat echter in 1634 en 1635 de handel 
daarop geheel was gestaakt j omdat hij geen voordeel meer gaf; 
Yooral daar het moeilgk yiel tegen de handige Portugeezen in 
deze streken te concurreeren ^, werden in Februari 1636 de 
Commandeur Jan Tombergen en de Vice-Gommandeur Herman 
Woutersz. op nieuw met een kleine vloot uitgezonden, om in 
die kwartieren den Europeeschen vgand te molesteeren en een 
partg sandelhout op te doen ^. Het laatste gelukte hun vrg 
wel en ook maakten zij het den vijaudelijken handelsvaartuigen 
lastig genoeg ^, maar een poging, om de Portugeesche ver- 
sterking op Lamakera te veroveren, mislukte. Het fort Hen- 
ricus ^ was weder door den vijand verlaten, maar vanDiemen 
was er niet toe te bewegen, om het verzoek van een viertal 
Soloreesche „Ambassadeurs", met Tombergen naar Batavia 
gekomen , in te willigen , strekkende , op nieuw een Nederlandsch 
garnizoen daar te vestigen. De Commandeur had van de ge- 
legenheid, die deze tocht hem bood, gebruik gemaakt, om het 
eiland Flores te bezoeken en te trachten, daar den handel in 
kaneel, padi, zwavel, enz. in handen te krggen. Het resultaat 
was niet ongunstig, te meer omdat een dertigtal dorpen vrg- 
willig den eed van trouw aan de Compagnie aflegden. Dit wekte 
op tot het instandhouden der relatiën , zoodat dezelfde vlootvoogd 
in het laatst van 1636 en in het begin van 1637 al weder die 
eilanden bezocht ^. Veel minder dan deze tochten slaagde die 
van November 1637 onder Tombergen en Jacob Coper, die op 



^ Docnmenten, p. 286. 

» Docnmenten, p. 309 — 314. 

* Documenten, p. 310. 

* Zie hiervóór p. li. 

* Documenten, p, 328, 329. 



INLEIDING. LXXI 

grootere schaal was aangelegd en tevens ten doel had pogingen 
aan te wenden tot kerstening der „Endenese ende andere 
volckeren in die quartieren" ^ De teleurstelling was vooral 
groot ten aanzien van Flores^ omdat de verwachting van het 
voordeel , dat onze handel van dat eiland kon trekken , nog al 
hoog was gespannen ^. Toen dan ook in 1638 en 1639 de 
„Capiteyn" Willem Adriaansz. Verbeek , ter wille van de sandel- 
honinegotie met Timor naar dat eiland en naar Solor werd afge- 
vaardigd, werd van Flores weinig of geen werk meer gemaakt *. 
Bij den handel op die eilanden ^ waren behalve de Makas- 
saren natnnrlgk de Portageezen onze groote concurrenten. Om 
minder gevaar te loopeui van bij de scheepstochten daarheen 
met de Nederlanders in vgandelijke aanraking te komen, voeren 
de Portageezen onder Makassaarsche vlag en op naam van eenige 
machtige Makassaarsche edellieden, zelfs op naam van den 
Sultan. Indien nu onze zeelieden een dergelgk vaartuig ver- 
overden , wendden zich die aanzienlijke personages om schadever- 
goeding tot de Hooge Regeering. Dit kon aanleiding geven tot 
moeielgkheden en het deed dat dan ook werkelgk in 1639, 
'tgeen zich des te ernstiger liet aanzien , omdat de oude Sultan 
was overleden en het de vraag was, of zyn opvolger op een 
goede verstandhouding met Batavia zou gesteld zgn. De flinke 
houding echter van het Algemeen Bestuur en van den Koopman 
Eerckringh en de vriendschappelijke van den Sultan en zgn 
Groeten ruimden de zwarigheden uit den weg ^. 



* Documenten, p. 352 — 354. 

* Over een gezantscliap van Ende zie Documenten , p. 354. 

* Documenten, p. 392—394. — Verbeek mocht echter op dat eiland aan 
lasnd zetten den ziekentrooster Sipke Wobkens en een inlandsoh schoolmeester 
tot voortplanting der Christelgke religie. 

* Verder werd gehandeld op Bali (rijst, varkens, zout), Lombok (r^st), 
Bima op Soembawa (rjjst), Rotti (paarden), enz. — Over Bali zie de Jonge V. 
p. 201 — 204. — Bima was in 1633 veroverd en verwoest door de Makassaren, 
omdat de inwoners waren opgestaan tegen hun Vorst, zwager van den Sultan 
yan Makassar. 

* Documenten, p. 393—395. 



LXXII I N L E I O I N G 

De toestand in den oosthoek van den Maleischen Archipel 
mocht dus ongeveer 1640 tamelgk bevredigend worden ge- 
noemd. Wel moesten de Nederlanders op bun qui-vive zgn in 
de Mol ukken ; wel was Amboina nog niet rustig, maar ver- 
geleken met eenige jaren vroeger viel er in laatstgenoemde 
eilandengroep zeker geen achteruitgang op te merken en ook 
in de Molukken werd ongetwijfeld ernstig rekening gehouden 
met de Compagnie. Zoo langzamerhand begon het plan van 
Goen te worden verwezenlgkt, dat hg eens ^ aldus in woorden 
bracht: ^Ons bedunckens is de beste raedt, dat ons vooreerst 
soo veele mogelgck van Banda ende Amboina sien te verseeckeren 
ende de Tarnatanen 't hoofd in de Molucos bieden". 

Ook Banda toch begon omstreeks genoemd jaar „als een 
Nederlandsche Colonie sich op te doen", en al was de finan- 
ciëele toestand nog verre van schitterend, achteruit ging hg 
toch ook niet meer. Deze eilandengroep had bij. de onzen in 
die dagen geen gunstigen naam. Nog in 1632 werd het gequa- 
lificeerd als zeer geschikt voor een verbanningsoord voor het 
„uitschot", waaraan de Raad van Justitie het ver blgf te Batavia 
ontzegde. Van Raembnrch deed wat hij kon, om den bloei van 
het land te bevorderen. Daarom stuitte het hem tegen de borst , 
toen hij nogmaals ^ door Hendrik Brouwer werd gelast, het 
voor de „vrge luyden" zoo schadeiyke plakkaat tegen den par- 
ticulieren handel ten uitvoer te leggen ^; daarom ging hg er 
noode toe over, om het aanplanten van nieuwe notenboomen * 
te verhinderen, ja! de bestaande te vernielen, om in de plaats 
daarvan andere vruchtboomen aan te kweeken en „beestiaal'' 
te fokken ^. Ëen anderen hem door den Gouverneur-Generaal 
aanbevolen maatregel, om nl. de garnizoenen en de „ burgerg " 



Coen aan de XVII, 3 Nov. 1628. 

Zie hiervóór, p. l. 

Cf. de JoDge, V, cm, civ. 

Zie hiervóór, p. l. 

Cf. Bocumenten , p. 268. 



INLEIDING. LXXIII 

van Poeloe Run en Rosengein te lichten, legde hij, in overleg 
met den Commissaris- visitateur van den Heuvel ^, echter niet 
ten uitvoer, uit vrees, dat deze eilanden dan een schuilplaats 
zonden worden voor de Bandaneesche slaven, die nog steeds 
door hunne vroegere, nu op Ceram gevestigde, landgenooten 
werden weggevoerd ^. 

Na zgn dood in December 1633 werd hg opgevolgd door 
Cornelio Acoley (1633 — 1642), Opperkoopman te Nera. Onder 
diens bestuur werden de handelsbetrekkingen van Banda met 
Ceram Laoet, Qoram ^ enz. levendiger *. De van die eilanden 
aangevoerde sago en andere levensmiddelen bespaarde der Com- 
pagnie aanzienlijke sommen, die zonder dat aan rgst moesten 
worden besteed. Ook met de Kei- en Aroeeilanden waren de 
relatiën zóó goed, dat eenige der voornaamste Orangkaja's van 
Groot Kei Jn 1634 het voorstel deden, dat de Nederlanders 
daar een steênen huis zonden bouwen en scholen oprichten, 
ja! dat in 1635 een verzoek, om in de Christelgke leer te 
worden onderwezen, van hen uitging «. Er werd dan ook be- 
sloten, den predikant Jan Jansen Priserius „met drie stightelijcke 
Nederlanders" daarheen te zenden. Deze poging mislukte echter 
geheel «. 



* Zie over hem in Banda documenten, p. 267. 

* Langzamerhand werd Banda geheel van zgne vroegere bewoners beroofd. 
Telken jare werden erbij tientallen naar Batavia gevoerd, wier plaatsen werden 
aangevuld door slaven van Bengalen, de kust van Malabar enz. In 1637 waren 
er nog 430 Bandaneezen over. — Cf. Documenten, p. 264. 

» Documenten p. 246, 267, 268, 286. — Niet altijd echter waren die betrek- 
kingen van vriendschappeiyken aard. 

^ Zie over scheepstochten naar Tenimber en Nieuw-Guinea Documenten p. 286 , 
297, 318, 389 en Hr. van Dijk: Mededeelingen uit het Oost-Indisch Archief en 
Keerlands betrekkingen met Bomeo. 

* Documenten, p. 286, 286. 

* Documenten, p. 294, 296, 318. 

Over de pogingen der Engelschen om Poeloe Run te bezetten zjjn de Docu- 
menten duidelgk genoeg, (p. 302—303, 347—361). 



LXXIV INLEIDING. 

V. 

De minder aangename verhouding, die er tnsschen de Neder- 
landers en de regeering van Djambi bestond, deed een toenadering 
van den Sultan van Palembang tot de onzen in 1632 een zeer 
welkome ontvangst te beurt vallen. Hendrik Brouwer zond dan 
ook al spoedig een jachtdaarheenonder bevel van Adr.SonniuS; 
niet zoozeer in de hoop , daar winstgevende handelsbetrekkingen 
aan te knoopen, als wel, ,, om der Jambinezen zware lasten 
en quellingen wat in te binden." Zeer vriendschappelijk kon 
echter onze verhouding met genoemden Vorst niet zijn, omdat 
hg in nauwe relatie stond tot den Mataram, die via Paiembang 
zgne schepen met vivres, vooral met rijst, zond naar Malaka, 
dat zgn hulp tegen^Atjeh had gevraagd. In Djambi, waar in 1633 
Tresel werd opgevolgd door Jan Pietersen de Gratie (1633 — 1634), 
heerschte nog altgd ontevredenheid over de troonsopvolging, 
maar nog in dat jaar hield Batoe ^ ) Maes met vaste hand de 
teugels van 't bewind, daarin geholpen door haar broeder, den 
Sultan van Palembang, ofschoon haar zoon in naam aan 't 
hoofd van het rijk stond. De Mataram had zgne blikken ook 
naar deze streken gericht, waarom de Gouverneur-Generaal 
in 1635 eenige versterking naar Djambi zond. Toch was er 
sprake van, den Nederlanders het verblgf in dat land te ont- 
zeggen, om daarmede dien Javaanschen heerscher te believen. 
Omstreeks dien tijd werd meer en meer de invloed merkbaar 
van den jongeren broeder van den Sultan, van den Pangéran 
Aria ^), die, terwijl de Pangéran Anom met zgn echtgenoote 
den tijd in Palembang zoek bracht, gesteund door eenige be- 
vriende Groeten diens plaats begon in te nemen, zonder voor- 
loopig den titel te dragen. Het was de politiek der Hooge 
Begeering te Batavia, oneenigheid te zaaien tusschen Batoe Maes 
en hare zonen en dit, gevoegd bij de onhandigheid van Gornelis 



Op p. XXXI staat foutief Dato Maes. 
Zie hiervóór p. xxxi. 



INLEIDING. LXXV 

yan Bonten (1634 — 1636) ; den opvolger van de Gratie^ maakte, 
dat onze positie er niet op verbeterde. Bnitendien vonden de 
kleeden, die wij te koop aanboden aan de bewoners der bin- 
nenlanden, die de peper aanbrachten, minder aftrek dan die 
der Engelschen en trachtten de Djambiërs den prijs der peper te 
verhoogen, waartegen zoowel wg als onze gevaarlgke conenr- 
renten in verzet kwamen. In 1636 deed de Pangéran Anom voor 
goed afstand van de regeering ten behoeve van zijn broeder 
en vestigde zich te Palembang. Die stad werd opnieuw zóó dmk 
bezocht door de Mataramsche schepen bestemd voor Malaka, 
dat Gonverneur-Generaal en Baden in December 1635 een vloot 
onder bevel van Gomelis van Masegck ter betengeling van dien 
handel naar Palembang en Banka zonden. De vijandelijke vaar- 
tuigen hadden echter de Portngeesche stad niet kunnen bereiken 
door de waakzaamheid van den vlootvoogd Goper, die haar 
insloot en waren onverrichterzake naar Java teruggekeerd. De 
vrees voor den Mataram bleef daarom echter niet minder groot 
bij den Sultan van Palembang, die nu ernstig onze hulp 
verzocht en in dat geval aan ons het pepermonopolie en het 
bouwen eener loge voor onze kooplieden aanbood, 't geen wij 
afsloegen, omdat wij geen vertrouwen in hem stelden. Djambi 
echter werd door dezelfde vrees bewogen, onderhandelingen 
met den Mataram aan teknoopen, ofschoon onze handelsrelatiën 
met dat land beter waren geworden, sedert van Houten door 
Lucas de Vogel was vervangen, die zich bemind wist te maken bg 
de Groeten des lands, zonder daarom 's Compagnies belangen 
te verwaarloozen. Buitendien zonden Gouverneur- Generaal en 
Raden in 1637 den Commandeur Pauius Croocq als buitenge- 
gewoon gezant met een geschenk aan den Sultan. ' Deze vond 
dien heerscher druk bezig, om te trachten, aan zijn ouderen 
broeder, den aan den opium verslaafden Pangëran Anom, de 
kroon te verschaffen van Palembang , welk rgk hoe langer hoe 



Pocumenten , p. 329. 



\ 



LXXVI INLEIDING. 

meer onder den invloed van den Mataram kwam te staan. Het 
baatte den Pangéran Aria dan ook niets; met behulp van den 
Javaanschen Vorst werd de tegenstander van den Djambischen 
ex-snitan in 't bezit van den Palembangschen troon gelaten ^ 
Niettegenstaande den invloed van den Mataram was deze Sultan 
ons genegen; nam althans den schgn daarvan aan, zoodat in 
1637 en volgende jarqn onze handel, gedreven door middel 
van een jacht onder Pieter Sourij , goede resultaten opleverde , 
en de Vorst opnieuw ^ steeds zonder supces, ons het bouwen 
eener loge aanbood ^. Daarentegen werd het Engelsch kantoor 
in z^n rijk gelicht. 

Met Indragiri bleven onze relatiën van vriendschappel^ken 
aard; maar de handel leverde weinig voordeelen op, omdat dit 
land voortdurend op voet van oorlog verkeerde met de bewoners 
der binnenlanden en met Atjeh. Ofschoon de Sultan van laatst- 
genoemd rijk oDze commercie op de Westkust van Sumatra ^, 
waar wg toch reeds meer dan vroeger te strgden hadden met de 
concurrentie der Engelschen *, bemoeilijkte , werd de Compagnie 
toch door een band aan dien Vorst gebonden, die van gelgke 
belangen. Beide toch richtten hunne blikken naar het Maleisch 
schiereiland , de eene , omdat zg in het ontweldigen van Malaka 
aan de Portugeezen hoe langer hoe meer heil zag, de ander, 
omdat hg besloten was, zgn gezag over geheel die landstreek 
uit te breiden. Tot zooxrer liepen de belangen dus samen, maar 
over de wgze van uitvoering heerschte te veel verschil van 
opinie , om gemakkelgk tot een gezamenlgk optreden te besluiten. 
Atjeh zou gaarne zien, dat eerst Djohor onder den voet geraakte ; 
wg wilden juist die beide landen , waarvan het laatste in dezen 



^ Documenten, p. 361. 

* Documenten, p. 361^363. 

' Wij handelden daar op Indrapoera, Padang, Sillida (goud). 

* Onze munt was er niet gewild: de verschillende soorten, veroorzaakt door 
liet verschil in muntplaatsen , waar zg waren geslagen, wekten wantrouwen, — 
Ook de Chineezen waren kier mededingers. 



I N L fe 1 t) I N o. LXXVII 

tgd een aangename bonding tegenover ons aannam S tegen 
elkander in balans bonden en lieten den nadruk vallen op de 
verdrgving der Portngeezen nit bnn gewicbtige stelling. Maar 
beiden koesterden ook dezelfde vrees: met leede oogen zonde 
een van ben bet aanzien^ als de ander door de toekomstige 
gebeurtenissen tot grootere macbtsont wikkeling zon komen. 
Hoewel er onderbandeld werd over elkaar te verleenen bnlp^ 
gingen tocb voorloopig de beide partgen baars weegs. In 1635 
ondernam Atjeb weer een expeditie tegen Djohor en Pabang ^, 
terwgl de Compagnie sedert 1633 de Malakscbe wateren scberp 
liet bewaken. Maar ook overigens lieten de Nederlanders zicb 
aan Atjeb gelegen liggen : de peper was nog altgd voor ben 
een lokaas, ofscboon zij ook bier de niet licbt te tellen con- 
currentie met de Mobammedanen van Suratte, de kusten van 
Malabar en Eoromandel, Bengalen, enz. badden te dragen ^. 
In 1636 overleed de Sultan van Atjeb en liet, bij gebreke 
van mannelgke nakomelingen, de kroon na aan zijn scboon- 
zoon, een Pabanscben Prins. Dit feit deed de boop der Por- 
tngeezen, om de vriendscbap der Atjebers te winnen, weer 
levendig worden en onmiddelgk werd door ben een ambassade 
gezonden, om bnn slag te slaan. Te vergeefs ecbter: ook de 
nieuwe Vorst sloot zicb aan bg de politiek der Nederlanders 
en trad vgandelgk tegen bunne tegenstanders op *. Zelfs 
scbenen de plannen tot een gezamenlijk optreden tegen Malaka 
hunne verwezenlgking naderbg te komen ^, terwgl in 1638 
de Sultan aan de onzen allerlei voordeelige concessies deed ten 
beboeve van den bandel op zgn rgk en op Sumatra's West- 



' Zie OYer de houding van Pahang Documenten, p. 831, 332. 

* Cf. E. Netscher: De Nederlanders in Djohor en Siak (Batavia 1870), p. 
82 en noot 1). 

* Documenten, p. 307, 808. 

* Over de verhouding tusschen Atjeh en de Portugeezen van Malaka zie 
men Documenten, p* 364, 365 en Bréard: Histoire de Pierre Berthelot, Préface, 
d. 20 en Histoire, p. 81-^104. 

* Documenten, 332, 354. 



LXXVIII INLEIDING. 

kast ^. Toch bleven zgne toerastingen in de eerste plaats 
gericht tegen de Maleische staten op het schiereiland , waartoe 
deze Sultan zich, door zijn bloedverwantschap met den Pahan- 
schen Vorst, die volgens hem ten onrechte op den troon zat ^, 
die hem zon competeeren , nog meer dan zyn voorganger vond 
aangewezen. Ook Djohor liet hij niet met rnst, ook niet, nadat 
de betrekkingen tasschen Nederland en dat rgk steeds gunstiger 
waren geworden, na dit zich van de Fortugeesche politiek 
ging afkeeren. In 1639 beproefden flfoavemear-Generaal en 
Baden nog eens, Atjeh tot een aanval op Malaka te bewegen, 
waartoe zg Fanlus Groocq als expres gezant daarhenen zonden, 
maar opnienw had de Saltan een exceptie gereed, opnieuw 
wilde hg eerst zijn plan doorzetten en met Djohor afrekenen, 
na Fahang met zijn krijgsbenden te hebben bezocht. In dien 
strgd hield de Compagnie zich op verzoek der Djohorieten 
neutraal, nadat deze vijandelgk tegen de Fortugeezen waren 
opgetreden *. Nog in 1639 werd aan den machtigen Sultan 
van Sumatra door zgn tegenstander in een zeegevecht een 
neerlaag toegebracht en pogingen om een verzoening tot stand 
te brengen baatten niet, te meer nu beide rijken aanspraak 
gingen maken op Fahang. In die twisten scheen zich in 1638 
ook Fatani te willen mengen * , zoodat het er geheel naar 
aitzag, dat het Maleisch schiereiland en Sumatra het tooneel 
zouden worden van een bellum omnium contra omnes. 

Wij hebben Antonie Caen verlaten, toen deze in 1632 den 
tocht naar Fatani en Siam aanvaardde ^. Den 20 Augustus 
landde hg in eerstgenoemd rijk, waar hij de bewoners zeer 
verarmd vond, 't geen hg toeschreef aan het „naerblgven van 
den Nederlandschen handel'', dat het staken der Ghineesche 



* Documenten, p. 354 en noot 3), 355. 

* Documenten, p. 357. 

* Documenten, p. 391, 392. 
'^ Documenten, p. 357. 

^ Zie het interessant verslag in Documenten, p. 214 — 231. 



INLEIDING. LXXfX 

commercie op dat land in zg n gevolg meesleepte. De regeerifig 
zon dan ook gaarne zien, dat de Compagnie opnieaw in haar 
rgk kwam negotiëeren, maar voor 't oogenblik hadden de po- 
gingen om handel te drgven weinig succes. Wat de wenschen 
van Gonverneor-Generaal en Raden betrof ' , over 't geheel 
was de houding der Koningin verzoenend; alleen weigerde 
zg beslist; vrede te sluiten met den Sultan van Siam, indien 
deze vrede de erkenning van dien Vorst als opperheer moest 
in zich sluiten ^. In Siam werd Caen beleefd ontvangen, maar 
de door hem bedoelde handelsoperatiën gelukten slecht en ten 
aanzien van een monopolie in sappanhout en hertenvellen kwam 
hg ook niet tot een gunstig resultaat. Wel bleek de Sultan zeer 
gesteld te zgn op onze vriendschap, die hem van waarde kon 
wezen bij de tenuitvoerlegging van zijne plannen op Patani ^. 
Een gevolg van deze ambassade was, dat Joost Schouten tot 
Directeur van den handel in Siam werd aangesteld (1633 — 1636). 
Ook werd nog een expresse Commissaris, de Opperkoopman 
Jan Joosten de Rog, in 1633 met geschenken van den Prins 
van Oranje naar dat rijk afgevaardigd en zeer feestelg k ont- 
vangen. De handelsbetrekkingen werden bg die gelegenheid 
ook aangeroerd en de Sultan ging zelfs zóó ver, dat hg ons 
nu het hertenvellen- monopolie aanbood, mits wg hem daadwer- 
kelgk ondersteunden, wanneer hg tegen Patani ging optreden. 
Schouten meende, dat voorstel niet te moeten aannemen, maar 
vroeg den vrgen handel door gansch het gebied van Siam en gaf 
tevens aan zgne superieuren den raad, de gevraagde assistentie 
te verleenen, daar de vordering van Siam tegen Patani volgens 
hem geheel gegrond was. Een oogenblik dreigde het afloopen 
van een Siamsch schip door Nederlandsche vrijburgers de vriend- 



' Zie hiervóór p. xxxi. — - Men gelieve het aantal daar opgegevene schepen, 
waarmede Caen zyn tocht deed, te verbeteren volgens de lezing van Bocnmenten , 
p. 214. 

* Cf. Documenten, p. 217. 

' Zie Caen's ontmoeting met den v^'and in Documenten, p. 229 — 231. 



hXXX INLEIDING. 

schappelgke verhonding te verstoren, maar ook deze bni dreef 
over. Weinig hinder hadden wy hier van onze groote concur- 
renten , de Portageezen, die zich niet in de vorstelijke genegen- 
heid mochten verheugen; terwgl ook de andere mededingers , 
de Japaneezen, die gaarne den handel met ons in dit rgk wilden 
hervatten ^ , niet in zijn smaak vielen ^. Hoe langer hoe meer 
stegen de Nederlanders in de gunst des Monarchen ^ 'tgeen zgn 
toppunt bereikte; toen het bleek; dat de Compagnie werkelgk 
zgn party tegen zgn vijand koos. Den 14 Mei 1634 toch verliet 
een vloot onder Klaas Bruin Batavia ; met bestemming naar 
Patani. Toen hg daar verscheen ; was dé Siamsche scheepsmacht 
reeds dobr haar vgand; gesteund door die van Djohor en Pahang 
en de Portageezen, verslagen en terugge weken naar Ligor^. 
Eerst weet de Siamsche Vorst die neerlaag aan het te laat 
verschynen der Nederlandsche schepen ; maar toen hg vernam; 
hoe de vlootvoogd Bruin den brand had gestoken in eenige 
vijandelgke en vaartuigen eenigen van zgn tegenpartg gevankelijk 
had meegevoerd; veranderde zijn stemming en schonk hg aan 
de onzen belangrgke handelsvoorrechten ^. De verwikkelingen 
tusschen de beide rgken namen echter een bevrcdigenden 
loop; de Koningin van Patani kwam tot inkeer en verbond 
zich in 1636; jaarlgks hulde te komen brengen aan de Siam- 
sche Majesteit. De Vorstin bleek ook tot toenadering tot de 
onzen geneigd; maar de Sultan van Siam vergold onze hulp 
met ondank. Klaarblgkelgk bevreesd voor het toenemen onzer 
macht; ontstemd over onze betrekkingen met Kambodja % 
welk rgk zich niet in zijn gunst mocht verheugen; begon hg 
weer voeling te houden met Malaka, onze commercie belem- 



* Zie Mervóór p. xxxiii, noot 3). 

* Ook de Chineezen handelden op Siam. -^ Cf. Docnmenten, p. 320« 

* Bocnmenten , p. 263. 
^ Documenten, p. 264. 

* Ook met Cochin-China , Tonkin (zie hierover Documenten, p.30Ö, noot 1) en 
Talentyn III, b,p. 7^-31), Keda en Petah breidden zich onze handelsbetrekkingen uit 



1 Pi L E I D 1 N 6. LXXXI 

meringen in den weg te leggen en trad zelf als koopman op, 
vooral ten aanzien van Japan, Ligor, Banjermassin en Djambi. 
Toch bleven onze handelsdirectearen < er zich handhaven en 
trokken langzamerhand de wolken weer weg, zoodat omstreeks 
1639 de toestand zich weder gunstiger liet aanzien. Ook met 
Fatani waren onze betrekkingen hartelgker dan tevoren, niet- 
tegenstaande dat rgk zich keerde tegen onzen bondgenoot , den 
Sultan van Atjeh, waar deze optrad tegen Dj ohor ^ enPahang. 
Maar voor het oogenblik waren de blikken van Gouverneur- 
Generaal en Raden vooral gericht op het vaarwater van Malaka 
en op de „besetting" dier stad door de Nederlandsche schepen, 
het voorspel harer verovering in 1641 ^. Reeds vroeger waren 
pogingen aangewend, om den Fortugeezen te beletten, die veste 
te naderen en hadden reeds geruimen tgd Hollandsche vaar- 
tuigen in die wateren gekruist, maar de eigenliike insluiting 
begon in 1633. In dat jaar toch bewaakte een vloot onder 
Jacob Coper nauwlettend de stad en hoewel die door de 
Heeren XVII goedgekeurde blokkade in de eerste jaren met 
een niet zeer groote macht werd beproefd, toch was zg ten 
zeerste hinderlgk voor den bloei van Malaka niet alleen, maar 
vernietigde zg voor een goed deel zgn handel. Den 28 De- 
cember 1636 konden Gouverneur- Generaal en Raden dan ook 
reeds den juichtoon aanheffen : „ Deze onze besettingh causeert 
seer slappe neeringh in Malacca, ende wij bevinden de negotie 
alhier in Batavia ter oorsaecke van dien dagelgcks accresseert" ^. 
In dat jaar werd Coper opgevolgd door den moedigen Comelis 
Symonsz. van der Veer, wien de dappere Orlando Thibault als 
Vice-Gommandeur ter zgde stond. Met steeds grootere macht, 



* J. van Vliet (163Ö— 1638), Henricus Nachtegael. 

* De Snltan yan Djohor huwde met de Vorstin van Patani (Documenten , p. 396). 

* Zie P. A. Lenpe: Stukken betreffende het beleg en de verovering vam 
Malaka, in de Berigten van het Historisch Genootschap, vii, 1.(1861), p. 128, vv. 

* Documenten, p. 305. 

N. B. II. VI. 



LXXXIl ^ INLEIDING. 

die den Portageezen belangrijke afbreuk deed *, sloot men de 
stad in en in 1637 zagen Gonvernenr-Generaal en Kaden reeds 
hun kans scboou, indien men toen slechts de hulp van Atjeh 
had kunnen verwerven *. Met steeds toenemend succes werd de 
stad „beset''; de omliggende Maleische rijken begonnen ook 
hunne handen van haar af te trekken, waardoor de toevoer 
van vivres ophield en reeds in 1638 gebrek aan levensmiddelen 
begon te heerschen. Het belemmeren van den handel had 
echter een schadelgk gevolg: hoe geringer het aantal schepen 
was, dat het vaarwater bezeilde, des te minder gelegenheid 
bestond er voor de Nederlandsche kruisers, om goeden buit te 
behalen; en met die „prinsen'' de groote kosten, aan de blok- 
kade verbonden, goed te maken. Toch werd zij met kracht 
volgehouden, sedert 1639 weder onder 't beleid van Coper, 
zoodat in dat jaar „ die stadt bgna in d'uyterste extremiteit 
(was) gebracht ende de negotianten ten principale *van daer 
gediverteert" waren. Alle verschgnselen wezen er op, dat de 
beslissing spoedig zou vallen; alles leidde er toe, dat binnen 
kort die gewichtige stelling in onze handen zoude komen, 
indien slechts een ernstige belegering werd beproefd. Aan 
Minne Willemsz. Eaartekoe was het beschoren, haar onder 
onze macht te brengen en zoodoende een hoeksteen aan te 
brengen aan het grootsche gebouw van het Nederlandsch gezag 
in den Maleischen Archipel. 



' Docnmentén, p. 306, 380, 331. 

* Documenten, p. 331. — Orer den trenrigen toestand der koloniale maclit 
der Fertngeezen in den laatsten tgd hnnner vereeniging met Spanje, sie Docu- 
menten, p. 332—334, 358, 383—386. 



DOCUMENTEN. 



I. Jacqnes Ie Febvre, Gouverneur der Molukken, 
aan den Gouv.-Gen. Pieter de Carpentier, 
19 October 1623. 



Eerentfeste enz. 



Den Coninck van Ternaten is op 2 September naer Gammeenorre 
vertrocken, alwaer mette dochter van den Sengage getrouwt, wort 
dagelgcx herwaerts verwacht Den Gougou naer Gelole, daermen 
seght doende met tnynnen te maecken is. De partje van Citsil Alij 
tot diversche maelen wtt gaeren geweest; vermits 't qnaedt weeder 
niet wttgerecht 

Naer oogenschijn scheen Citsil Alij (als oock door rapport van den 

Sabandaer ende meer anderen van d' onse , die hem gelooff gaven) , 

gelijck opt lichten van Calamatte en 't vorder gepasseerde, princi- 

paelgck tegens de Spaensche Trevishandelinge , de saecke met ons 

te meenen, ende d'oorloch volgens de gedaene belofte te continueren , 

wa ervan eenige dagen wtterlijck semblandt gethoont, om ons van 

sijnen goeden wille consuys te verseeckeren , toeseggende ordre op 

Taccomy ende Maleye, van waer dagelijcx de Tamatanen met 

praeuwen over ende weeder naer Gammelamme vaerende sQn, te 

sullen stellen, sulcx niet meer geschiede Dan alsoo vernaemen dit 

maer praetgens waeren, ende van diversche overloopers verstonden 

de Ternatanen van die quartieren noch dagelijcx daerinne continueerden , 

oock datter geen garous door Cappiteyn Laout ende de synne meer 

gedaen werden, maer hun stille hielden, hebben hem andermael de 

saecke gerecommandeert , versoeckende dat sijn beloften naercommen 

soude. Hij belooffde 't selve alle de Tarnataensen Raedt op de 

musquiet [missigit] ter vergaderinge vooren te houden ende haer 

daer toe aente porren, etc. . . • , 

Met Citsil Alij in naeder communicatie over 't gepasseerde in 

1 



Amboyna geweest sijnde, presenteerde synnen dienst om selffs ter 
gelegender tijt derwaerts te gaen, de saecken met d' onse aldaer ter 
needer leggen; beclaechde dat wye sij Inyden tot noch toe daer ge- 
sonden hadden, liaeren last te bnyten gegaen. Den Coninck niet 
gekent maer selffs gedaen wat wilden, waer over meende, sy be- 
hoorden alle de Tarnatanen daer synde te lichten herwaerts ende 
andere in plaets te brengen. Hij was gereet ingevalle UËd. in Am- 
boijna quaemt (opt advijs) met een van onse scheepen neffens sijn 
volck derwaerts te gaen 

T' lichten van Callamatte als UEd. bij de nevensgaende resolutie 
sien can, hebben gestaeckt tot naerder ordre van UËd. om geen 
nieuwe alteratie onder de Tarnatanen te veroorsaecken. Dan onse 
opinie is, ingevalle de Tarnatanen de stilstant van wapenen met 
den Spangiaert niet breecken, datter geen reedenen sijn Callamatte 
te behouden, maer behooren daer meede voort te varen. In sulcken 
gevalle men wat meerder macht dan tegenwoordich hier bij den anderen 
dient te hebben, want 't soude gebeuren connen dat om 't lichten 
van die plaets mette Tarnatanen aenden anderen raecken. Als wanneer 
den Spaniaert oock apparent opt lijff crijgen souden. Gelijck nu opt 
geruchte gereet stonden, om naer ons vertreck daer inne te gaen, 
haere forten St. Lucia ende Don Gil te verlaeten, Callamatte te be- 
houden , voor hun te verseeckeren. In sulcken gevalle móeten bekennen 
ons meer als nu affbreuck connen doen 

Actum 19en October a^. 1623 in de stadt Maleye op 't eylant 
Tarnaten. 



II. JacquesleFebvre aan den Gouv.-Gen. Pieter 
de Carpentier, 27 October 1623. 



Godt loff 't is soo verre geracet dat wij onse gevangenen becommen 
hebben, die in een miserabelen staet waeren, meest alle sieckeiyck 
ende aende berybery sijnde ; apparent eer corten tijt weynige daervan 
(doort quaet tractement) tleven behouden souden hebben. De lyste 
van de verloste persoenen gaet hier nevens; ons sieckhuys is daer 



s 

meede (Godt betert) yersien, ende sullen alvri) wat gecoustert moeten 
worden eer weederom op de been geraecken. Onder alle de vier en 
veertich Neederlanders quaelijck een die gesondt is. Wij sgn by 
contract geobligeert noch vijff en dartich Spangiaerden oft Portageesen 
aen haer te leveren. Waer onder begreepen de ses Spangiaerden door 
d' heer Gouverneur Houtman inde verlossinge van den luytenant 
Adriaen Anthennissen belooft, daerinne thuysgesin vanden padre de 
Mattos (: daerom sij luyden veel moeyten gedaen hebben :) niet be- 
greepen is, enz 

üEd. gelieve ten besten te duyden j soo int concludeeren van deese 
resgatte te veel belooft hebben. 'T barmhartich bidden van ónse 
miserable gevangenen, ende geen ander wtcompste voor haer sijnde^ 
heeft ons daertoe beweecht ; de pretentie vande 33,000 reaelen van 
achten ^ is doorsaecke dat soo veel toegeven eni 

De grootste Spaensche galey, vermits de sterfte die onder de 
slaven is, hebben de Spangiaerden binnent reciff voor Gammelamme 
geleght ende 't gasthuys daervan gemaect. Affirmeeren d' onse dat 
't sedert haer compste alhier over de 100 slaven gestorven ende 
noch dageiycx meer stervende sijn, soo datter een groote siecte 
onder haer volck is. T gaet seecker dat metter aenstaende mouson 
twee a drye groote galeyen nevens eenige navetten ende den ouden 
Coninck van Tarnaten hier te verwachten hebben. 

Den Spaenschen Gouverneur heeft last en ordre op Menade aende 
cust van Celebes een fort te maecken en guarnisoen te leggen , welcke 
plaetse, soot schijnt, wtte Manilhas de herwaerts commende van 
meeninge sijn eerst aen te doen, oock aldaer volck, victuali) als 
andere om hier te brengen te becommen. In Manilha was geen 
macht van scheepen, hadden die van Maccau met een compagnie 
van 120 Spanjaerden op haer versoeck geassisteert. Wt Nova Span- 
gia waeren dit jaer twee scheepen in Manilha verwachtende. Godt 
geve d*onse in handen geraecken meugen. Sy schouwen nu de 
Bouckaderes ende havenen aende noort sljde vant landt omtrent 
d' eylandekens recht achter de stadt Manilha gelegen. T' verleeden 
jaer sijn aldaer met 4 scheepkens inde baeye Segoura genoemt gear- 
riveert ende t' silver over landt in Manilha gebracht alwaer oock 



1 Zie Bouwstoffen, I bl. 368. 



dit jaer geen Chineese joncken gearriveert syn , waer over alles seer 

dier geworden was 

Maleye 27en October 1623 op Ternaten. 

Was onderteeckent Jacques lb Febvbe. 



III. Jacqnes Ie Pebvre aan den Gonv.-Gen. Pieter 
de Carpentier, 26 December 1623. 

T' sedert mijn vertrek van Maleye ^ is den Coninck van Tarnaten 
met 6 stiicx corcorren aldaer gearriveert \ Den Gongou was noch 
aende cust van Gelole continuerende, hoe wel door den Coninck tot 
diversche maelen outbooden; dan 't schijnt daer weynich op past, 
doende tgeene goet dunct, waer over soo wtt geven op hem seer 
gestoort , ende den Coninck naer sQnne pitsiaringen niet meer 
luysteren wil, maer macht ende authoriteyt aen Citsil Alij Cappi- 
teyn Laont, om met ons ende den Tarnataensen raedt alles te resol- 
veren ende te doen soo als men bevinden sonde tottet gemeene best 
te behooren , gegeven. Den Gongon mocht het aende cust van Gelole , 
maer Cappiteyn Laout soude alhier met volle macht regieren. Hadden 
goetgevonden ende gearresteert een fort op Xoula (plaetse omtrent 
een cleyn myltgen over dees syde van Taccomy gelegen) temaecken, 
tot bevrijdinge ende verseeckeringe van hunne vaert naer Gelole, 
Saboewe en Gammecnorre, dattet noodich was sij luyden hun metten 
eersten van die plaets verseeckerden eer den Spangiaert (wiens 
machtich secours dagelijcx te commen stont) hun luyden daer inne 
prevenieerde ende selve incorporeerde, waer meede sij opt hoochste 
geincommodeert , benaut, in malcander secours te doen verswact, 
ende vande Tydoreesen in sulcken gevalle meede bestooct souden, 
worden. Derhalven ende omdat den Gougou in deese goede resolutie 
geen warringe brengen, nochte den vijandt adverteeren soude, 



1 Naar Batsjan om timmerhout te halen, „aldaer ordre te stellen, alle mis* 
verstanden tusschen d' onse, Laboners ende Batsianesen te weren^*. 

2 Teruggekeerd yan Gamoekonora. Zie hiervóór bl. 1. 



waeren geresolveert metten eersten aent maecken vant voorsz. fort 
te beginnen ^ 

Op Mackian ende andere plaetsen hadden de Ternatanen ordre 
gegeven, om met seecker getal van volck en corcorren geassisteert 
te worden, insgelycx den Coninck van Batsian met partij volck 
ontbooden, soeckende alsoo menichte van volck bij den anderen te 
vergaderen. lek hebbe het den Coninck van Batsian affgeraeden, om 
daer niet te commen. Heeftet oversnlcx met een briefif van compli- 
mentes geexcnseert ., . . 

Naer ons oordeel dient tmaecken van dit fort op Xonla, de ver- 
gaderinge van soo veele volcx op Tarnaten, tot geen ander intentie 
als door vreese vant gernchte datter loopt, d' Ed. heer Oenerael 
met een vloodt wel mochte inde Molucques comen , ende over haere 
groove leeli)cke begaene faulten naer hnnne rechtvaerdige verdiensten 
gestraft te worden, ende in snlcken gevalle de vlucht op Xoula 
te neemen 

Met mijn compst alhier hebben den godtsdienst inde nienwe 
geboude kerck die nu eerst voltimmert is, beginnen te doen, 19 
persoonen soo jonck als out gedoopt ende staen noch dagelijcx meer 
ten doop gebracht te worden. Vier personen haer inden houwelijcken 
staet begeeven, daeronder den dominee Cornelis Maes, die naer 
verstaen van d' onse ende Labouse christenen seer bemindt is, doet 
si)n sermoen in Maleys volgens d' exemplen by dominee Dancker 
[Danckaert] ende andere hem gelaeten. Oock is den onderkoopman 
Jacobus Coppel hier meede getrouwt met Anna Dircx dochter, een 
fraey jonck meysken vanden voorgaenden vaendrig hier gelaeten, 
Daer staen noch wel 15 a 16 paeren, ende meer vande Labonwers 
metten eersten te trouwen 

Actum Batsian desen 26en December a^. 1623. 

Was onderteeckent Jacques lb Febvbe. 



1 Le Febvre bracht hun aan 't verstand dat de Spanjaarden wel vooreerst 
geen groote macht naar de Molukken zonden zenden en ried hun liever Tacomi 
te versterken dan een nieuw fort te bouwen. ZQn raad werd opgevolgd (J. leF# 
aan Pt. de Carpentier, 11 Maart 1624). 



IV. Jacques Ie Febvre aan den Gouv.-6en. 
Pieter de Garpentier, 18 Augastus 1624. 



Op 11 Appril qnam hier een expresse praeuw, door den Coninck 
van Baetsian met missive aen ons gesonden, meldende hoe dat hij 
gereet ende geresolveert was, alsoo sijn nieuwe corcorre claerhadde, 
een tocht naer de Papones, om seecker volck, sQn onderdanen 
Baetsianders , van daer te haelen, dewelcke hem tot diversche 
maelen ontbooden hadden, versoeckende alsoo mette Sengagi vande 
Laboners ende eenige vrije layden in compagnie voor deese tocht 

te gaen overeen gecommen, hem toe te staen alsoo 

hij ... . alleenelijk [ging om] sijn eygen volck, die eenigen 
tyt gemist ende wel dobbel van doen hadde, herwaerts te 
brengen, vorders inde Papoues partg slaven te coopen als anders. 

Waerover by den Raedt goetvonden den voorsz. Coninck 

t' adviseeren de gemelde tocht naer de Papoues vooralsnoch aff te 
raden .... dat de prins van Tydoor eerstdaeghs met een fregadt 
ende 4 corcorren insgelijck derwaerts stont te gaen, etc. ^ . . . 

Den 14®° April is alhier een chinees jonckjen van Mindenaeuw 
gearriveert, brengende brieven van den Coninck, ende den Coninck 
van Sonlocq .... Sy seggen den pays soo metten Spanjaert 
gemaect maer pro forma geschiet te sijn, om hem daarmet te ge- 
legender tijt een voordeel aff te sien. 'T staet te beduchten van onse 
assistentie tegens den Spangiaert • / • • beginnen te twyfelen. 'T waere 
niet goet [dat zij zich] metten Spangiaert vereenichden , daer in 
willichden .... fortten te maecken, gelyk men hier rucht. . . . 

In compagnie vande voorsz. pelo [van Mindanau] quam den 
Oougon van Serenganij met een corcorre, rapporterende hoe hy door 
last van sijnnen Coninck hier aan ons ende de Tarnatanen gesonden 
was om assistentie tegens den Spangiaert, met 2 & 3 scheepen, 
nevens eenige macht van Tarnatanen gesecondeert te worden, om 
seecker fort op Bessaye, in wiens Landt het is geleegen aen de 
cnst van Mindenau , ontrent een etmael seylens van Serengang , door 



1) Dese raad werd niet opgevolgd. Zie hierna. 



de Spanjaerts gemaect ende met 80 soldaten besedt, haer affhandich 
te maecken, voorstellende 'tselve lichteigck, soo wQ daer toe ver- 
staen wilden, te incorporeren waere, vermits seyde selflEs mette 
BessayerS) sijnne vrunden, gesproocken hadde, die emsteigck ver- 
sochteu vanden Spanjaert door onse assistentie verlost mochten 
worden, ende dat vermits den groeten overlast die haer door de 
selve gedaen wierdt. [Le Febvre vindt het geraden het ijzer te 
smeden terwijl het heet is, te meer daar de Bisajers nog heidenen 
zijn en christenen gemaakt kunnen worden, maar dat het buiten 
de Ternatanen moest omgaan die hen // Moorsch ^ zouden maken] . . . 
Dit fordt op Bessaye als vooren verhaelt genaemt Lappetau op Tandau 
geleegen, ontrent een etmael seylens van 'teylant Cauwel ^ is van 
houdt gemaeckt etc. ... De Spanjaerden hebben hier aende strandt 
een kerckjen staende daer een paep by woont: die dageiycx arbey- 
dende is, de heydens christen te maecken .... De Spanjaert heeft 
hier op dit landt van Bessaye 9 plaetsen onder contrebuytie, waervan 
de 3 elck 370 tayl 's jaers alleen in goudt contribueren, wttge- 
sondert tribuyt van rijs enz 

Deesen Coninck ende Gougou van ' Serengany met haer vrunden 
zyn vant maechschap van de Bessayers, alwaer syluyden noch eenich 
land ende volck hebben. [Zij raden 't Spaansche fort te slechten, 
maar ons te Ligou * in 't midden van //Bessaye*' te vestigen, waar 
het bekwaamst schatting kan geheven worden en de inwoners zelven 
een sterkte zouden kunnen bouwen] 

[De Spanjaarden houden vrede met de Ternatanen en zoeken alleen 
op ons voordeel te behalen. De Ternatanen, zelfs K. Ali , heulen met 
de Spanjaarden en willen ons niet dan in schijn tegen hen bijstaan. 
Zij kunnen evenwel niet laten ter wille van den buit een klein Por- 
tngeesch fregat van Makassar komende voor Tacomi door list te be- 
machtigen (19 Mei). Le Febvre verneemt van de gevangenen dat de 
Koning van Tidore te Manila zeer op hulp aandrong, maar de terug- 
komst van Sahid tegenwerkte. Na het nemen van genoemd fregat is het 
weer oorlog tusschen Teniatanen en Spanjaarden ! Maar met de Tido- 
neezen blijft het vrede. Sultan Modafar heeft de dochter van den 



1 Tandag bezuiden Pto Cauil , O. kust van Mindanan. 

2 Liangan? 



8 

prins van Tidore ten huwelijk gevraagd. K. Ali heet dit tegen 
te honden omdat hij zelf die dochter ten huwelijk begeert. Le Febvre 
acht het geraden de lichting van Kalamata nog uit te stellen , hoewel 
die plaats veel kost, om de Ternatanen enz. niet te veel te verbit- 
teren; ook raadt h^ zeer af Maleia te verlaten, wat door Coen in 
bedenking was gegeven]. 

Voor de jonge jeucht alhier ende in Batsian, daermen 

schoole houdt, dienen ÜE. ons te versien met ABC ende andere 
Maleyse boecken, alsoo daerom verleegen; Psalm ende Testament 
boecken synder oock noodich van doen etc 

[Den 5®" Juni vernomen dat een sloep van Gnoffiquia naar Motir 
oversteekende door de Tidoreezen veroverd is. Opperkoopman Paulns 
Adriaensz, onderkoopman Dirck Leendertz Koeckebacker enz. gevangen, 
sergeant, 3 soldaten en 4 mard^kers gesneuveld. Paulus Adriaenz 
was nog wel door den Sengadji gewaarschuwd en hem was door ons 
verboden zonder geleide uit te varen. Hij heeft zich zelf vrijgekocht. 
De overigen zijn aan de Spanjaarden overgeleverd. Dirck Leendertsz 
en 5 soldaten door ons gelost tegen gevangenen Aan den Padre Jan 
de Matte beloofd //ten respecte van Dirck Leendertz// aan üEd. de 
verlossing van zyne vrienden te verzoeken. Den 25**^" Juni zijn 2 
fregatten uit Otong gekomen , den 9«" Juli een corrorre van Siau met 
een Spaanschen kapitein, die de tyding bracht dat een eskader naar 
de Molukken onderweg was geweest, maar de vlootvoogd en veel 
volk onderweg gestorven waren, zoodat de overigen naar Manila 
waren teruggekeerd. Le Febvre heeft slechts één jacht dat lek 
is tot zQn beschikking en kan dus tegen den v^and niets uit- 
richten] 

De Conink van Baetsian, gelflck hier vooren aengeroert, was naer 
de Papoues vertrocken geweest, ende op dato deeses wederomme 
gekeert, met brengende 230 sielen, daeronder 100 mans parsoonen. 
Op een plaets Hooraly, alwaer met syn macht aen lant was, om 
alles te conquesteren ende tot slaeff te maecken, groot wederstand 
vindende, d'inwoonders op hem uytvallende, in voegen retireeren 
moste; hebben hem 27 parsoonen affgeslagen ende doot gebleven, 
waer onder de 5 vrije luyden soo met van Batsiaen gegaen waren, 
12 Batsianders, 3 Labouers ende 7 Gaenders, soo dat de rechte 
particulariteyt wat op de tocht gepasseert is, niet connen weten ... 



Diergelycke tochten achte niet goet te sijn meer te geschieden . . . 
Dat UEE. aldaer verstaen hebt de hoererge off concubinaetschap 
hier in de Molucques seer in swanck gaet, oversulcx UEE. ons 
recommandeert ende belast sonderlinghe inquisitie over dit misbruyck 
te doen , 't selve naer ons vermogen met harde straffe voor te comen , 
andermael 't placcaet doen renoveeren, achtervolgen en doen naer- 
commen, ÜE achte moet onbekent weesen, hier noyt in de Molucques 
diergelijcke placcaet geproclameert is, noch oock niet hebben , 'twelck 
presumeere om deese redenen naergebleven te weesen, gelyck door 
anderen verstae. Eerstelijck, soomen voorsz. placcaet alhier proclameert 
ende naer behooren executeeit, sullen veel vrije ende andere Mar- 
dijckers de vlucht van ons nemen, haer aende custe van Gelole oft 
onder de Mooi en begeven, vermits den meesten hoop van den Span- 
iaert met ander mans bysitten oft aldaer selffs getrouwt sijn (in voegen 
in den houwelQcken staet niet mogen begeven) en hier bij ons ge- 
vlucht, gelgck oock van onse sijden bij den Spangiaert geschiet. Ten 
tweede sal niet alleen den vijandt doort verloopen van d'onse, als 
oock der Tarnatanen, versterct, maer wy grootelij ex verswact ende 
van Mardijckers die niet missen connen ontbloodt worden. Ten derden 
den aenwas, toeloop vanden vijant alhier bij ons, soo van de Mooren 
als Christenen , grootelgcx verhinderen , vermits hun overcompste meest 

wt sulcx sprayt. Om dat alles naer behooren voor te comen 

dienen hier in de Molucques bequaeme vrouwpersoonen gesonden. 

Maleyo op Ternaette 18 Augusti 1624. 

ÜEd. dienstw. dienaer, 
Jacqubs Lb FBsrEE. 



V. Herman van Speult, Gouverneur van 
Ambon, aan den Gouv.-Gen. PieterdeOarpentier, 
15 Mei 1624. 
Ed. Emtfeste enz. 

Voor onsen jongsten hebben uwer E. geaviseert hoe onse hongie 
prepareerden jegens de geruchten vande comste der Cerammers ende 
gevluchte Bandanesen, de welcke naer den roep ging met 80 cor- 



10 

corren, 2 Portegijse galeyen aireede op Toba waren, waer bij mede 
gevoecht wiert dat die van Loahoe ende Temataneu haer daer bij 
souden vervoegen, omme alsoo onse veere gelegene onderdanen te 
overvallen ende met eenen te prevenieren dat wij onse voorgenomene 
stercte op Hatuwa niet en souden volvoeren , waer jegens wy voor 
alsdoen geraden aehteden op ons voordeel te wesen ende ons met de 
doenelijcke macht op Hatuwa te onthouden, overmits dat wel debe- 
quaemste ende bij maniere van spreken van die sijde den sleutel 
van Amboyna is. Ondertusschen maecten dat die Reduyte (dat wel 
een fort mach genoemt werden) alsoot 200 voet in sijn circumferentie 
heeft , wesende de muiren 4 hout voet dick ende 26 voet hooch , met 
sijn flanquerende galleryen ende van binnen met een middelmuir 
affgesneden. In vougen dat het selve suffisant is met 10 a 12 man 
eene capitale macht te resisteren als den commanderenden persoon 
hem raaer voor der vijanden verraet weet te wachten. Den calck, 
steen, hout ende aerbeyt hebben d' inwoondren onse onderdanen al 
't samen gedaen , wt gesondert 't metselen ende timmeren. Hier tegen 
gelooven wij dat haer in verscheyden malen de waerdije van ontrent 
6 a 700 Rn. vereert sal wesen, dat niet vele en is ten aensiendaer 
bijcans over de 400 man een jaer aen geaerbeyt hebben eer de mate- 
ryalen costen versamelt worden, door dien den steen tot den calck 
als om te metselen daer al 't samen moeten duycken. In alle dese 
moeyelyckheyden hebben de gemelte onse onderdanen haer seer wel 
gedragen naer hare gewoone traecheyt. Oock sijn alle de Negrijs 
ontrent voorsz. fort comen woonen. De principios van dit werck schenen 
onses oordeels £eer difficulteus, maer de Heere heeft in alles beter 
wtcomste gegeven als wij ons geinpresseert hadden. Jan Joosten 
heeft hem inde bevorderinge deser sake wel gequeten, is bij haer- 
luyden oock wel gesien door dien hij met haer int Ternataens can 
te rechte geraken , waer over hem ten aensien der nieuwicheyt deser 
plaetse (als geen veranderinge vereysende) dit aenstaende jaer hebben 
gecontinueert , dewijle verstaen wert dat aen dese plaetse seer vele 
gelegen is tot het maintenue van Amboyna , ende connen 4 corcorren 
wt maken. Doch niet jegenstaende sij over lange den eet van ge- 
trouwe onderdanicheyt al bij tQden vanden heer Gouverneur Blocq 
hadden gedaen , soo en quamen sij nochtans in jaer en dach niet aent 
Gasteel ende wierden gestadicb door de Ternatanen, Louhesen ende 



11 

Ihamauwers jegens ons geinstigeert ende opgerockent , dat nu op eenen 
beteren voet is ende hopen dat alles van tijt tot ttjt noch sal beteren , 
waer toe de Heere hopen wij vorder sgnen segen sal geven. Hebben 
daer een Camer van rechte geordonneert om alle voorvallende ver- 
schillen te decideren wtgesondert crimineele ofte hals saken. In desen 
Raet sal gestadich onsen commanderenden persoon presideren. De 
Cerammers , gevluchte Bandanesen , Ternatanen ende complicen (naer 
wij presumeren), verstaen hebbende dat wy daer lagen met 25 cor- 
corren ende 3 jachten, hebben ons met vreden gelaten. Doch alsoo 
wij door den lieutenant Westerman verstaen hadden hoe onse onder- 
danei^ van Amahe, Maccarica, Souco, Sepe ende Tommelouw door 
inductie van D' Jou Nay (sone van Kymola Daya goeder gedachten) 
gesworen hadden haer door verraet Mr vant fort Harderwijcq (gelegen 
op Coacq) te maken, hebbende tot dien eynde sulcx aireede metten 
anderen besworen tot 3 verscheyden reysen; het geschut ende goet 
hadden aireede verdeelt, slachtende den genen die des Beiren huyt 
vercocht eer hg dien gevangen hadde. De Ternatanen souden de helft 
vant geschut hebben ende sijlieden d' ander helft met het goet, daer 
eenen Lebee Petole (dien wij vele vertrouden ende groote caresse gedaen 
hadden, ja meer als hem competeerde) den principalen autheur aff 
was. Gemelte conspirateurs hadden voor haer genomen den lieutenant 
onder pretext van bitcharinge met eenige soldaten buyten 't fort te 
locken ende alsdan te vermoorden. Jegens wanneer sij mede voorge- 
nomen hadden de soldaten overvloei van sagueer toe te senden op 
dat de selve droncken sijnde sij onder sch^n van voorige vrientschap 
met te minder perijckel alles souden vermoorden. Het welcke verstaen 
hebbende, belastte aen gemelte Westerman dat hij sonde simuleren 
ende sich gelaten oft nieuwers atf en wiste. Doch dat ondertusschen 
wel op syn hoede soude wesen, tot mijner comste etc. lek ging met 
3 corcorren ende 't jacht Pera der waer ts om de geconspireerde te 
apprehenderen ende met eenen 't fort Harderwyck te lichten, ten 
aensien die van Amahe, Macarica ende Sauco tot noch toe volgens 
hare belofte niet aff en waren gecomen ende nu daer en boven dit 
verraet bijder hant hadden genomen , als mede om dat het secoureren 
desselffs ons seer moeyelijck ende costelijck viel. Oock dat onse 
geringe macht vrg wijt en syt gesepareert was. Oversulcx resol- 
veerden 't voorsz. fort te lichten gelyck oock dateUjck int werck wiert 



12 

gestelt, nemende de plancken ende pannen mede met 5 van de 
principale hooffden gevangen , de welcke, naer dat stj eenigen tijt 
hadden geseten, 4 der selver hebben gerelaxeert overmits haere 
kinderen hier in ostagie lieten , op dat dit volck niet geheel van ons 
en qname te vervreemden; beloofden haren plicht in alles nu beter 
souden achtervolgen , beclaechden haer al 't samen seer over gemelte 
Lebee Petoie, seggende dat hij den principalen aendryver ende 
beleyder deses verraets was, gelijck voorn. Petole oock selflfs heeft 
bekent, waer over hem, alsoo sich in dierglijcke acte noch eens 
hadde verloopen ende hoochnodich geacht wiert dat men eens een 
exempel statueerde, soo is dienvolgens met den sweerde geexecuteert. 
D' Alfoures hadden wij mede beroepen om te weten of sij oock ken- 
nisse oft verstant van dese sake hadden. Doch wierden ontschuldich 
bevonden, ende sijn alsoo naer dat hun eenige vereeringe gedaen 
hadde vertrocken, presenterende haren dienst om op die van Louhoe 
ende consoorten te gaen garen ^ dat voor alsnoch om redenen 
wtgestelt hebben om te sien wat voorders wt dit spel sal willen broeyen. 

Den Coninck van Tuaha residerende op t' eylant Vleasser , die sich 
veelmalen vry wat groflf jegens ons in voortijden met sijnen wrevel 
hadde vergrepen ende de Mooren meer toegedaen als wij wel gaerne 
sagen, hadde nu onlangs met ontrent 20 van sijne principale besloten 
een geheel huysgesin van zijn eygen volck te vermoorden om haer 
goets wille ende dat onder pretext van dat sij toovenaars souden 
sijn, geiyck sij dienvolgens in haer quaet moordadich voornemen 
syn voortgevaren, massacrerende de vrouwe ende dochter in haer 
eygen huys, ende den man ende sijn soon ontvluchtent, biddende 
aen onsen Officier die daer leyt, dat hij hen doch onder sijne be- 
schermittge wilde nemen, waer over gemelten Coninck van Tuaha 
hebben gedegradeert en s^n broeder dat een cevyl persoon is in syne 
plaetse gestelt, houdende den ouden Coninck hier gevanckelijck. 

De Ternatanen ende Louhesen hebben tsedert onsen jongsten tot 
tweemalen op die van de Manipes wesen rooven; hierentegen hebben 
wg eenige van onse onderdanen van Cabaeuw commissie gegeven 
(overmits sij haer een man doot geslagen hadden,) revengie te halen, 
brachten 2 gevangen mede; die van de Manipes hebben oock 3 man 



1 Koppen snellen 



13 

van die van Wayboute gecregen; Capn Hittoos soon heeft 6 man 
van haer gevangen wt oorsake slj hem sijn haysvrouwe onthonden , ende 
nu over .ontrent 2 maenden hebben de Ternatanen ende Louhesen 
eenen Kymola Tycos (wiens suster met Capn Hittoe getrout is) in 
sijn eygen riviere met 2 slaven vermoort door dien naer men seyt 
hij der Ternatanen ende Louhesen hare bitcharinge misprees ende 
niet toestaan en wilde. Gemelte Tycos was den genen die over 8 jaar 
de schaal voor de Engelsen ophing, den welcken bespeurt ende 
gevonden hebbende dat op alle der Engelsen schoone beloften niets 
gevolcht en was, ons nu wilde embrasseren, alsoo hy seyde dat ons 
merckelijck ongelijck geschiet ware ende dat sij haer sulcz souden 
beclagen. Capn Hittoe is daer gewapender hand geweest met 3 cor- 
corren naer dat ons verloff geeyst hadde, ende heeft gemelten Tycos 
begraven ende ontrent 60 slaven nevens eenige gongen van daer gehaelt , 
ende is sonder met de Ternatanen oft Louhesen te spreken gekeert. 
Gemelte Hittoe is nu onlangs tweemael bij ons geweest, seggende 
dat Eitchil Aly met eene groote macht op comenden wege was ende 
dat inde Moluquos besloten was het ware bij verraet oft anders bij 
gewelt dat men hem aen een kant soude maken te crijgen, alsoo 
de Ternatanen sijnen spoet ende aensienlijckheyt bij ons op 't 
hoochste verdriet, seggende dat hij ons alles induceert tot haren 
nadeel. Gemelte Hittoe heeft op ons versocht dat met vrouw, kin- 
deren ende haer beste goet op een stercte, die hij ongeveerlijck een 
halve mijle van daer heeft, soude mogen gaan; sijluyden, te weten 
de mans persoenen, wilden bij ons op strant blijven. Dat hem (ten 
aensien wij hem sulcx qualijck connen verhinderen) hebben toege- 
staen, om te sien wat daer wt broeyen sal. Doch tot noch toe en 
is sulcx niet geschiet. Gemelte Hittoe thoont ons nu naer wtterlijcken 
schyn meer genegen als oyt van te voren , niet jegenstaende over 
ongeveerlyck 3 maenden geheel t' onvreden was, overmits eene van 
onse jachten aende Drie Broers hadden geleyt om te prevenieren 
dat op Louhou geen joncken en souden comen , gelijck dit jaer oock 
niet geschiet en is. Soo ist gebeurt dat eene joncke voor den dage- 
raet aireede binnen gaets sijnde, met eene redelijcke coelte, wesende 
de wal van Louhou naerder als die van Hittoe, waer over ons 
jacht deselve vervolchden ende eyntlijck onder de wal van Hittoe 
omtrent Leboleeu achterhaelde , die de Javanen abandonneerden 



14 

swemmende aen lant. De onse ondertussclien cregen de joncke 
wederomme yande wal. Hierover was Capn. Hittoe soo ontstelt dat 
hg aen alle sijn volck verboot ons geen vivres te vercoopen op de 
passer op pene vande rechterhant te verliesen, dreygende een van 
onse assistenten te slaen, salcx dat genoodsaeckt was het garnisoen 
te verstereken. Gemelte Hittoe beclaechde sich boven maten seer, 
seggende jegens onse Gecommitteerde dat hij boven maten verwon- 
dert was dat wij de joncken van sijn strant gingen halen, daer wt 
niet anders aff te meten en was dan dat men haer van honger 
wilde doen sterven ende de mont sluyten, daerby voegende dat sij 
om den ondersteen boven salcx niet lijden en souden, alsoo 
sij ende hare voorsaten van outs hercomen waren gewent 
met de Javanen te handelen eer sij ons ofte de Portegysen 
gekent hadden. Doch bij ons ingesien ende geleth sijnde op 
onse jegenwoordige gestalte, vonden geraden eenichsints te 
^onniveren, berispende voor eerst sijne violente proceduiren, 
dat soo sonder gehoorder sake wtgevaren was, dat hij 
inden eersten socht t' ontkennen. Doch eygentlijck seyde dat 
hij door de principale daer toe gedrongen was, versoeckende 
dat siilcx ten besten wilde dayden ende aende eygenaers resti- 
tutie doen van hare joncke ende goederen. Hier op antwoordde 
om bovengemelte consideratien dat wy noyt tot nochtoe eenige 
joncken van sijtie reede gehaelt en hadden, maer dat wij naer de 
cours soo voorsz. joncque stelde , niet anders en oordeelden oft 
wilde naer Louhou, ende dat deshalven haer soo vervolcht hadden, 
ende waren de Javanen van vrije quartieren, waeromme abandon- 
neerden sij dan soo lichtveerdich hare joncke sonder ons eens reden 
te geven van waer sij waren. Hierinne seyde gemelte Hittoe dat 
sij seer qualijck gedaen hadden maer dat de perplexiteyt ende 
vreese sulcx veroorsaeckt hadde, met welcker restitutie alsdoen 
alles scheen in goeden doen te blijven , belovende ons met 7 cor- 
corren te assisteren. Doch hoedanich haer gemoet in dese bejege- 
ninge geweest sij can uwer E. door sijiie versienige ervarentheyt 
affmeten, alsoo haer door de coroste der joncken niet alleen noot- 
wendich gerieff maer oock groot prouffijt wert toegebracht. Daeren- 
boven sullen wQ tot desen propobste hier noch bij brengen hetgene 
ons diesaengaende op Cambelle met Kypattij Naro is wedervaren, 



15 

dat wel een van de subtylste Mooren van alle dese qaartieren is, 
ende ons tot dien tijt toe seer gunstich (naer wtterlijcken schijn) 
heeft bethoont. Maer overmits wij 't voorleden jaer eene joncke 
omtrent sijne strant van daen haelden, heeft soodanigen odie op 
ons genomen dat sijne gunste in haet verandert is ende nn met de 
Tematanen heeft aengespannen. Daerbij wij willen aenwysen hoe 
beswaerlijck uwer E. E. ende des E. Heere Coens ordre in dat 
stuek sal willen volvoert wesen, te meer ons aen de eene syde 
geordonneert wert ons voor als noch met het vossenvel snllen 
moeten behelpen tot dat constitutie van tyt iets anders sal willen 
lyden, aende ander sljde wort ons door uwer E. E. geordonneert 
dat sonder eenich insicht alle joncken aent casteel te doen comen 
oft met gewelt daer toe constringeren. Het insicht dat uwer E. E. 
daermede heeft is seer lofifelijck^ maer het gevolch van dien in 
dese gestalte met soo geringe macht als hier hebben is seer dan- 
gereus onses gevoelens. Doch submitteren ons geerne een beter 
oordeel. 

De Tematanen ende Louhesen , niet jegenstaende sij naer geseyt 
wert dit jaer over 150 bhaer nagelen gehadt hebben en hebben ons 
niet eene nagel gelevert maer hebben alles over 't geberchte op 
Lessydy ende Erang gebracht ende aende Macassairen vercocht, die 
jegenwoordich over 22 a 23 joncken daer sterck leggen , wesende over 
de 5 a 600 man sterek , wel versien van bassen ende roers boven haer 
spuyt geweer, ende naer ons secretelQck geseyt is soo souden die 
van Lessydy op haren Mossaffy gesworen hebben, bij soo verre wij 
daer quamen om haer aen te tasten , hun souden assisteren. Des niet 
jegenstaende sijn de principale van Lessydy hier verscheyde malen 
by ons geweest om haer te excuseren, seggende dat sij geene nage- 
len aende vreemdelingen en vercoopen maer dat de Tematanen by 
nachte ende ontyden de selve daer over lant brengen ende tegen 
rys ende slaven verruylen. Wg gaen nu voor wt met 10 a 12 
corcorren om te sien oft wy hare nagelen connen beloopen alsoo sy 
de selve by nachte met schampans vervoeren op Bouro, Manippe, 
Eelang ende Assehoudy. Wy hebben een spie die ons belooft heeft 
(onder belofte van eerHjcke belooninge) goede aenwysinge te doen. 
Godt geve iets vruchtbaers mogen verrichten. Daer naer sullen sien 
hoedanich de sake vande Macassairen sich presenteren sal ende na 



16 

constitutie van saken ons reguleren. Gebeurende , geiljcke hopen 
neen , dat wij de nagelen hier niet en conden becomen y soo sullen 
datelljck 2 jachten naer de strate van Bouton senden om op de selve 
aent noort eynde te passen, als oock op des vijants vaertuych dat 
wt de Moluquos soude mogen comen. Gemelte jachten hebben wij oock 
een cargasoen mede gegeven om in Bouton voor slaven te verhan- 
delen, nevens een present van drie vaten cruyts aenden Coninck 
van Bouton in recompence van een slave, soo ons 't voorleden jaer 
gesonden heeft. Gemelte Coninck wordt seer gedreycht van die van 
Macassar, weshalven hij seer instantelijck onse hulpe versocht heeft, 
doch hebbe geordonneert dat soo haest onse saken aldaer verricht 
sullen wesen weder herwaerts maken te comen. Het succes deser 
sake soot den tijt lijden wil hopen wij uwer E. E. noch ten deele 
pr 't schip Wourden te participeren. Door gemelten spie die op 
Hittoe thuys hoort is ons aengedient hoe Capn, Hittoe den oorloge 
met de Tarnatanen maer pro forma en voert om ons daer door te 
abuyseren, dat ten deele geloove, overmits gemelte Hittoe nu 
onlangs geleden (als hier vooren verhaelt) op ons versocht heeft op 
sijne stercte te mogen gaen met wijff en kinderen , waer by aff te 
meten is wat fondament op der Mooren beloften te bouwen is. 

Wij hebben oock eenen brieff int Spaens aenden Coninck van 
Macassar geschreven met eene Chijnese joncque, die wij over 2 jaer 
pas verleent hadden, ende uwer E. E. meyninge geopenbaeH ; 
mogen sien wat andtwoorde daer op volgen sal. 

Capn. Vogel hadden wij over 2 maenden geleden met 2 corcorren 
naer de Manipes gesonden, overmits de raporten van daer hier seer 
vreemt luyden in onsen ooren, te meer de Ternatanen opTonuwaire 
geweest waren, die hun vereeringe gedaen hadden, weshalve Cap". 
Vogel met 2 corcorren wel gemant derwaerts sont om der Ternatanen 
concepten te prevenieren. Den welcken, daer gecomen sijnde, vont 
de sake soo quaet niet als de rapporten wel geweest waren ; gemelten 
Vogel hadden wij belast dat en passant Bouro ende Amblaeuw soude 
aendoen om hare corcorren veerdich te houden. Onderwegen ontmoetede 
hem 2 Macassarce joucken , die seyden naer Seram wilden ende brieven 
vanden Coninck van Macassar hadden aende gevluchte Bandanesen. 
Tegen dese gemelte joncken was Cap"*. Vogel van 's morgens tot den 
avont doende sonder dat daer M^ van conde werden , dat door 't holle 



17 

water ende den avont principalijck wederhouden wiert. Daer naer 
hebben wQ verstaen dat bovengeseyde joncken over de 20 dooden 
gehadt hadden. Hier heeft al over eenigen tgt geruchte geloopen dat 
den Coninck van Macassar 40 corcorren naer Seram wilde sendenom 
de gevluchte Bandanesen te haelen , dat wg soo niet en connen aen- 
nemen maer ter contrarie veel eer (snlcx soo sijnde), dat de Banda- 
nesen ende Serammers den Coninck van Macassar gesworen hebben 
by soo verre sij te gemeenderhant wederomme meester van Banda 
conden werden. Dit dunckt ons heeft meer gelijckenisse als dat den 
Coninck van Macassar de gevluchte Bandanesen soude gaen halen. 
Wg hebben d'heer Gouverneur [van Banda] Willem Jansz dieshalve 
geaviseert op sijn hoede te wesen 

Hier is altemets soo eene vliegende tijdinge geweest dat die van 
Louhou ende Ternatanen wel souden genegen wesen tot vrientschap 
ende ons geerne wederomme een houten logie souden maken, maer 
tot een steenen souden naer geseyt wort niet willen verstaen. Soo 
wy't daer toe conden brengen dat sulcx buyten krenckinge van onse 
reputatie coste geschieden souden daer toe wel genegen syn. De 
Louhesen ende Ternatanen hebben Louhou meest verlaten ende 
woonen nu op Lissiella, wesende eene stercte op eenen hoogen berch 
omtrent een halve mi)le van Louhou gelegen 

Wij hebben volgens u EE. precyse ordre alle doenlijcke middelen 
voorgewent om de nagelen voor cleeden te becomen , doch sulcx heeft 
hier aent casteel ende Lamcke redelijcker wijse plaetse gegrepen; 
maer op Hittoe, Louhou noch Cambelle niet. Eersteiyck ten aensien 
wg met die van Louhou in sodanigen contingentie sijn , de welke met 
die van Cambelle hebben aengespannen , allegerende onder den anderen : 
Dit sijn de beloften van de Hollanders die onse nagelen belooft hebben 
met contant te betaelen, ende nu willen sij ons met cleeden voldoen 
naer haere fantasije, seggende dat wij maer niet sij de contracten 
violeren ; weten daer noch by te brengen dat men haer de vreemde- 
lingen, die haer rijs ende andere nootwendicheyden gewent sijn te 
brengen , mede soeckt aff te snijden. 

Cap°. Hittoe heeft mede den meestendeel van sijne nagelen polong 

ofte ftisten laten worden, dat hij weet te excuseren met de siecte 

van de Loute Louty. In conclusie, soo wij dit jaer voor eerst half 

geit ende cleeden hadden gegeven, souden weynich minder als 300 

2 



18 

bhaer nagelen gehadt hebben daer nu onses gevoelens niet boven 
100 ofte 120 bhaer voor dit jaer en sullen hebben, waermede den 
eysch voor de cast ende Snratte (ten sy wt de Molnquos iets merc- 
keiycx comt) naiiwelijcx genoech en can gedaen werden. Ende 
oft na al gebeurde datter wat meer viele als geeyst, soo soud men 
sulcx op Batavia connen bewaren voor andere schrale gewassen, 
gelijck nu aireede 2 jaren achter den anderen gehadt hebben. 
Hier door soude noch een schadelijcker zake veroorsaeckt connen 
werden, te weten dat die van Louhoa, Lessydy ende Cambelle met 
de Macassairen in contract traden ende haer ieuivers verstercten, 
ende alsoo niet aileene de nagelen van Louhou, Cambelle, Lessydy 
maer oock van Hittoe souden toegevoert werden, waertoe de Porte- 
gysen ende Engelsen geen contanten en souden manqueren, daer den 
Coninck van Macassar (genietende sgnen tol ende beneffitie van handel) 
seer vele om doen sal als wesende seer machtich van volck. Wi) laten 
ons voorstaen dat gemelte Coninck van Macassar niet alleene en tracht 
(als hier voren aengewesen) naer de nagelen maer oock naer 
de noten ende folie, alsoo hy vast overal veel aenhangs crggt. 
Ende dat wij souden meynen hier met 3 oft 4 jachten alle dese 
plaetsen te besetten is onmogelyck, overmits de quade gronden, 
vehemente stroomen ende winden, hebbende daerenboven noch het 
lant ende volck te vijande, alsoo die natiën als van één gelooff 
sijnde, in noot malcanderen assisteren. Ende gestadich met onse 
onderdanen met corcorren op de roey te wesen is een seer sware 
sake voor haer, die door soo gestadigen aerbeyt, perikel ende aer- 
moede, geleek si) jaerlijcx tweemael hebben ende voornameiyck dit 
jaer gehadt hebben, wel lichtelyck eens de walge van ons crygen 
souden, gelyck wij hier naer int corte sullen aenwQsen dewyle wy 
op dit propoost sljn. Over ongeveeriyck 3 weken geleden hebben wy 
eerst een praeuw met ongeveeriyck 2 bhaer nagelen van die van 
Louhou becomen, die deselve naer Waysamma (gelegen op 't eylant 
Bonro) meynden te brengen , ende daernaer hebben op de strant van Hittoe 
een praeuw met 2 a 3 sacken nagelen gécregen, die de selve ons mede 
meenden t' ontvoeren. Desen wiert ons gevangen aentcasteel gebracht, 
den welcken naer dat wy hem geexamineert ende eenige dagen ge- 
vangen geseten hadde, seyde by soo verre hem syne begane foute 
wilde vergeven , hy soude my aenwysen waer goede quantiteyt nagelen 



19 

was ende persooniyck mede gaen^ wesende op Waysamma. Waer 
over resolveerde vande 3 Broers met ontrent 16 corcorren over te 
steken, alsoo't bantsaem weder was, met meyninge om des anderen 
daechs vroech voor sonnen opganck op Waysamma te wesen , maer over- 
mits de contrarie stroom quam ongeveerlijck een ure te laet, snlcx 
dat wij te tijdeiyck ontdeckt waren. In voegen dat alsdoen genoot- 
saeckt was van resolatie doen veranderen ende sont 2 man naer 
hare Negrij opdat sij bij my souden comen, maer dese wierden soo 
bejegent dat Biyt al swemmende ontvluchtten. Waer over ick seer ver- 
stoort synde, dateiyck (niet jegenstaende het aldaer een leegerwal 
ende openbare see was) met ongeveerlijck 40 soldaten ende 150 van 
onse onderdanen landde, met intentie om die van Waysamma over 
hare onbehoorlycke proceduiren te straffen, maer ongeveeriyck een 
halff ure gemarcheert hebbende, hebben ons manneiyck wederstaen 
ende syn plomp verlooren op de trompen van onse mosquetten inge- 
vallen, quetsende met hare sweerden 2 a 3 van onse soldaten, 
waer over aireede eenige van onse onderdanen haer op de vlucht 
begaven, ende ten ware ick die door de smalheyt des weechs gestut 
hadde, souden apparent de vlucht onder de onse gebracht hebben. 
Maar alsoo drie oft 4 vande hare onder de voeth geraecten, ende wy 
invielen, steldent naer corte resistentie op een vluchten, niet jegen- 
staende sy een béquaem retret hadden in hare Negry , als mede in der 
vreemdelingen quartier, maer wy en gaven haer geen tyd dat sy haer 
vermaken costen. Hier vonden wy 3 joncken ende 3 schampans, maer 
zeer weynich nagelen, naer onse gissinge niet boven 1^ bhaer; waer 
van wy de 3 joncken ende een schampan verbrandden, latende 2 
schampans onverbrant, opdat sy daermede mochten vertrecken, door 
dien ons dien hoop daer niet en dient. Men seyt datter 2 schampans 
met nagelen voor onse comste vertrocken souden wesen. Doch seker- 
heyt en weten niet. Dese van Waysamma syn, naer van die van 
Lomaite verstaen , over de 600 weerbare man sterck buyten de Macas- 
sairen, ende niet jegenstaende ons den eet van getrouwe onder- 
danicheyt aireede over 3 jaren geleden hebben gedaen, soo en hebben 
noch noyt met ons geroeyt, maer ons altyd met leugens ende pratiens 
gepayt ende hebben over 4 jaren geleden een van onse vrye burgers 
vermoert, sulcx dat sy rechtveerdige straffe becomen hebben over 
haren wrevel ; hare negry , tempel ende vaertuych hebben om redenen 



20 

onbeschadicht gelaten. Onder de dooden inde rescontre is gebleven 
den broeder van den Patty, wiens hooft door die van Lomaite met 
eene witte tancoele wederomme gesonden hebbe, nevens last dat sij 
haer met mij wederomme souden comen reconcilieren, wtgevende dat 
my wel bewust was dat het der Macassaren bedrijff is , op hope van 
haer door dien middel weder tot ons te trecken. Die van Lomaite, 
als daer naest by gelegen, versochten een bas ende een falcoen 
nevens cruyt ende loot om die van Waysamma (soo iets op haer 
attendeerden) te resisteren. Oock hebben daer 9 soldaten gelaten; 
sullen eer lang sien wat daer op volgen sal. Van daer staken over 
naer de Manipes met de Hongy, niet buyten merckeiyck perijckel 
overmits het extraordinarie holle water; verloren eene corcorre, 
maer het volck wiert gesalveert ende op d' ander corcorren verdeelt. 
Hiervoren is overgeslagen, alsoo ons principael deseing was met de 
Hongy te verhinderen dat de Macassairen geene nagelen en souden 
vervoeren, dat Wourden des daechs te voren geordonneert hadden 
voor Lessydy te anckeren, nevens eene van onse jachten, ende onse 
comste aldaer te verwachten, om te sien by wat middelen de 
nagelen best sonder merckelycke alteratie souden becomen. Op 
Lessydy gecomen synde bevonden dat de Macassairen Mr. van die 
van Lessydy waren, ende gants niet en wilden verstaen om ons 
de nagelen te leveren, ten ware men haer realen daervoor gave, 
waer over haer dreychde met ge welt aen te tasten, waer door de 
sake schier soo verre gebracht wert dat sy de nagelen ons voor 
cleeden souden leveren, dat sy eerst begonnen te doen 3 a 4 bhaer. 
Maar alsoo sy met de Louhesen ende Ternatanen in verbont 
schynen te wesen, soo syn daer over de 3000 weerbare man by 
den anderen gecomen, daer Leliatto ende Callenbatta in persene 
by syn, die die van Lessydy bycans gedwongen hebben (daer wg 
hier naer breeder bescheyt van sullen hebben) ende quansuis onder 
schyn omme de Macassairen voor ons gewelt te bevryden, sulcx dat 
hier by aff te meten is hoedanich der Moiren verbonden ende allian- 
tien syn. Wy hebben omme vele gewichtige redenen onse principale 
macht in geen perijkel durven stellen, maer oirbaerUjck geacht voor 
alsnoch te simuleren , alsoo voor seker te honden is dat by soo verre 
wy tot de openbare wapenen comen, dat sich alsdan eerst hare 
complicen sullen openbaren, alsoo sulcx niet anders dan met eene 



21 

gequalificeerde macht bij de hant en dient genomen, daer uwer EE. 
te sijner tgt wel ernstelyck op dienen te letten, overmits als hier 
vooren aengeroert niet alleene de Macassairen maer oock de Porte- 
gQsen ende Engelsen hier ieuwers sullen maken in te booren ende 
in sodanigen val de laetste dolinge erger als de eerste soude wesen. 
Wy en hebben van haer niet meer als H bhaer becomen, niet 
jegeustaende wij achten datter wel over de 30 bhaer behoorden te 
wesen. Het is inderdaet seer beswaerlyck met desen godtloosen hoop 
te handelen op dese wijse. Ende alsoo wQ voorseker honden, dat de 
Macassairen noch goede quautiteyt nagelen sullen vervoeren, niet 
jegenstaende sg sweeren datter geen meer en syn, soo sQn van 
meyninge als voren aengeroert de jachten Pera ende Gouda aent 
noort eynde van de straet van Bouton op de voorsz. joncken te 
doen passeren ende sien wat Godt geven wil. Sommige souden hier 
op connen allegeeren datmen hier wel soude connen hare joncken 't 
see te brengen ofte in brant te steken, maer dan souden evenwel 
vande nagelen versteken bleven ende onse vijanden met de Macassairen 
verstercken ende daerenboven oorsake geven dat hun op de eene ofte 
andere welgelegene plaetse sterck maken , gelijck sij aireede op Lessydy 
gedaen hebben. Leliatto ende consorten , door Capn Vogel wt onse last 
gevraecht s^nde om wat redenen hij daer met de sQne gecomen 
was , seyde eerstelijck dat hij vreesde , alsoo wij Waysamma aflfge- 
loopen hadden, dat wij Cambelle mede affloopen souden, ende ten 
anderen omme te bevorderen dat ons de Macassairen de nagelen 
souden leveren. Door gemelten Vogel mede gevraecht sijnde aen voors. 
Lelyato waeromme hij sich soo vreemt hielt van mij , seyde dat soo 
lange ick hier was nimmermeer met my en soude connen accordeeren 
overmits aireede groot gedeelte van des Conings onderdanen naer mij 
getrocken hadde , ende dat sulcx noch niet genoech en was , maer oock 
niet en wilde gedoogen dat iemant der selver bg hem quamen, alle- 
gerende daer benevens soo wy tot de voorige vrede genegen waren, 
dat eerst hare gepretendeerde actiën mosten voldaen werden. Waer 
by UEE. volcomen connen aflmeten waer op de saken alhier rusten, 
ende wat remedie dat jegens dit geinflameert accident dient gebruyckt 
eer de schade dangereuser wert. Wij connen wel affmeten dat [door] 
vwer ËË. aldaer, met de geringe secoursen die dit jaer gecomen 
sijn ende 't aenstaende jaer te verwachten hebben , apparent weynich 



22 

sal connen verricht werden; maer op snlcx behoorlijck geleth synde, 
800 dient overwoogen oft nu dese veranderinge van geen realen te 
geven aen die van Hittoe, Louhou ende Cambelle , als wy bg contract 
verbonden sijn, in plaetse van het vier te blussen geen olie int vier 
sal wesen. Onses gevoelens sal men in dese gestalte met realen oft 
ten minsten halff realen moeten continueren op de bovengemelde 
plaetsen oft tot de wapenen comen 

De Javanen syn hier a^nt casteel met 8 joncken, hebben haren 
rys tot 65; 60: 55 en 50 R(ealen) meest vercocht 

De Tol der Javanen van incomende goederen is gesteld op 10 
p' C® ende van wtgaende realen oock 10 p"^ Cent maer van wtgaende 
cleeden niet meer als 5 p' Cent. De voors, Javanen hebben meest 
alle haer procedido in cleeden geemployeert als roode percallen , etc. 

Actum int Compt"^ Cambelle desen 15en May An" 1624 ende was 
onderteyckent VEE. seer dienstwilligen dienaer 

H. VAN Spbtjlt. 



VI. Herman van Speult, aan den Gouv.-Gen. 
Pieter de Carpentier, 16 September 1624. 



Edele Emtfeste enz. 



Bier aent Casteel is alles noch in redelycken doen, de Heere si) 
loff, wtgesondert datter nu gants geen leven onder de burgerije ende 
ingeboome en is^ overmits de schaersheyt van geit. Oversulcx heeft 
ons nodich gedocht Uwer EE. te remonstreren oft het niet proffyte- 
lycker voor de E. Compagnie en soude wesen dat men het gamisoen 
met contant maentelijck betaelde, te weten met croonen offcestny vers, 
als dat men deselve rantsoen geeft ten laste vande Compagnie, want 
soo lange de selve met cleeden betaelt worden soo moet nootwendich 
de cladde inde cleeden volgen, ten aensien een soldaet altyt de 
helft daer op moet verliesen, waer voor deselve seer groote armoede 
lyde'n ten aensien alle vivres hier extraordinarie dier syn, ende ter 
contrarie de selve op de hier volgende wyse betaelt wordende, soude 



23 

neeringe ende welvaert onder de burgerye ende vreemdelingen ver- 
oorsaken. Ook sonde den meestendeel der contanten, soo men aent 
gamisoen maentlgck betaelde, door de wijnen ende cleeden weder- 
omme ingetrocken connen werden. Is mede considerabel dat soo 
lange hier geen geit omme en gaet, dat het procedido van de ver- 
cochte wijnen altijt met brieffkens moet betaelt worden, dat als 
dan een ieder als contant op sgne rekeninge a%eschreven wert soo 
de Compagnie tot het hare wil comen. Want by soo verre men de 
schnldich wesende burgerde wilde appremieren [opprimeeren ?] (daer 
de Compagnie wel aende cant van 2 a 230 R. aen ten achteren is) 
met hare huysinge , vee , have ende goederen te vercoopen , en sonde 
ten aensien van de schaersheyt van geit geen halve waerdye gelden, 
waer door de bnrgerye tot totaele rnyne ende armoede sonden moeten 

vervallen 

Het principale deseing van de Tematanen ende Tydoresen is 
onses oordeels dat sij ons met den Spanjaert snllen laten geworden 
ende overal soo veel aenhangs ondertusschen maken te crijgen dat 
sijder ons wt mogen crijgen, hetsij bij middel van gewelt ofte verraet. 
Dit is ongetwijffelt haer oochmerk, hetsy dat sij de sake noch eenich- 
sints wilden wtstellen, dat onses gevoelens geheel apparent is, maer 
bij soo verre snlcx geschiedde sal maer dienen om op 't gevonchelijckste 
haer slach waer te nemen , gelyck wij aireede wt de haere door giften 
hebben verslaen. Eerstelyck dat den oorloge van Cap°. Hittoe jegens 
de Tematanen maar propt er forma ende gefingeert en is. Ja hebben 
gesworen metten anderen, ende al waert schoon sake dat sy naer 
onder gewoonte met mij roeyden , dat sij wel naer wtterlijcken schijn 
ons zouden assisteren, maer met geen scherp op haer en sonden 
schieten ende soo den noot vereyste oft wQ eenichsints besweken, 
den vgant sonden toevallen. De Hytteesen hebben haer dit jaer ver- 
scheyden malen vergrepen met ons de nagelen te ontvoeren. Dit en 
seggen wg niet wt presumptie maer bij eygen ervindinge. De gestalte 
van Hittoe oordeelen wij soodanich dat sij door dese veranderinge soo 
wel als die van Louhon het gat (irre veren teiyck gesproken) sullen 
omwerpen, ende te gemeenderhant met alle de Morisma sullen aen- 
spannen. Daer bij gevoucht de Macassairen , Engelsen ende Portegijsen 
van Macassar, geven wQ uwer EE. het gewichtich gevolch desersake 
te bedencken, versonckende ende biddende deshalven seer instanteiyck 



24 

de E. Heeren gelieven met opmerekinge ende aendacht hier op te 
letten ende geen wtstel langer te nemen, want bij soo verre nu in 
den eersten haer voornemen niet gestuttet en voorgenomen can werden , 

hoe beswaerlijck sulcx naderhand sal connen geschieden 

Soo ist dat naer dat sij ^ 2 van onse soldaten, die op de vereken- 
jacht waren gegaen, nevens 6 Ambonesen (ongewapent synde) hebben 
vermoert ende naderhant noch een assistent genaemt Dirck Malbnrch , 
die ettel^cke maenden sieckelijck geweest was aende Ambonese pocken 
ende noch half sieckelijck sijnde recht voor de logie aen strant gegaen 
was om een zeelocht te scheppen, mede vermoert hebben, sijnde 
Gambelle sodanich gestelt dat niemant sich en derff buyten de logie 
ofte het fort vervougen dan met troupen ende den lont op den haen. 
De geberchten ende bosschagie sijn onse partye seer vorderlyck ende 
ons schadelgck. Cambelle valt ons seer costelijck ende moeyeiyck te 
secoureeren , naerdemael de gewoonlijcke passagie gesloten is. Soo wij 
in den oorloge moeten continueren gelijckt apparent is, soo waert 
geraetsamer (onses gevoelens) dat men het fort van Cambelle aban- 
donneerde ende Hete springen ende ons met het garnisoen verstercten , 
dat jegenwoordich over de 10 blancke coppen sterck is. Naer wij 
onderrecht sijn soo is het voornemen van de Ternatanen ende Lou- 
heesen, nevens de Cambellesen, dat sij voorstellen omme alle geresen 
verschillen ter neder te leggen, tot geenen anderen eynde dan om 
my aen een cant te helpen door middel van verraet, alsoo alle haer 
trachten is geweest om mij op Hittoe te locken, waer toe w^ het 
jawoort aireede gegeven hadden aen eenen Mattasily, die meteenen Hatib 
Sousouso wt de Moluquos gecomen was (naer haer zeggen) ^ omme alles 
op voorigen voeth te brengen, sustinerende dat naerdemael de selve 
bg mij in 't particulier niet wel en souden connen gedecideert werden , 
dat men de selve aen Uwer E. E. ende den Coninck van Ternaten 
soude renvoyeren. Maer daer naer hebben onse meyninge diesaen- 
gaende aende hooffden onser onderdanen gecommuniceert, die welcke 
van contraire opynie waren, seggende dat sij daer geensints toe en 



1) Dat is Eaitsjil Leliato en zijn aanhang op Elein Oeram. 

2) Zg waren werkelijk van Ternate daartoe afgezonden en aan Van Speult aan- 
bevolen, zoo als blijkt nit een brief van Jacqnes Ie Febvre, gouverneur der 
Molukken, aan van Speult, van 11 Maart 1624. 



25 

eonden verstaen dat wij ons persooniyck daer sonden transporteeren ^ 
ten aensien wg nu aireede tot verscheydeu reysen hare moorda- 
dicheyt ende bedroch hadden bespeurt ende voormaels ten tijden 
vande Portegysen aen hare vaders ende voorsaten hadden bewesen, 
daer bij vongende dat haer, ende by maniere van spreken alle de 
werelt , cont was dat sij ons geoffenseert hadden ende deshalven soo 
sij iets begeerden aent Gasteel behoorden te comen. Maer alsoo si) 
ons aireede met hare maeht begonden te dreygen, als voomement- 
ILjck die van Baguala ende Soulij, niet verde gelegen vande Pas 
daer Amboyna meest open is voor die vande eylanden ende cnst 
van Ceram, die daer steelsgewijse altijt connen comen, soo hebben 
die occasie gecapteert, ende onse onderdanen bewogen dat men 
daer een steenen huys soude maken tot haerer versekeringe, daer 
Bij tot noch toe (te weten aenden calckhoven die 37 vaem in sijne 
circumferentie is) seer neerstich hebben gearbeyt, in vongen dat 
binnen 3 weken het hout ende den steen totten oven meest by den 
anderen sullen hebben. Ons principaele deseing en is niet alleenlgck 
met dit werck de Pas (die omtrent 250 treden wy t is , daer sij hare 
corcorren ende prauwen over dragen) te bevrijden, maer oock voor 
te comen dat daer geen Engelsen ofte andere wtheemse natie en 
comen reede kiesen, die daer seer bequaem is, ja sodanich datter 
op geheel Amboyna geen diergelijcke en is voor alle winden, 
wtgesondert de bay van Amboyna. Oock valt hier met 't weste 
mouson seer treffelijcke visscherye voor de burgerije, die in tijt van 
oorloge niet en soude connen gebrnycken. Is mede seer gelegene 
plaetse omme onse corcorren te versameien, alsoo men van daer in 
haeste overal inde eylanden als anders can comen. Oock sal men 
die van Tycal als die van Hatuwa te beter in dwang houden , 
alsoo men malcanderen in 4 è, 5 uren altijt sal connen aviseren 
ende bg wesen, ende soo 't gebeurde dat die van Hattomoury eens 
wederomme relaxeerden, souden daer nevens die van Souly comen 
woonen alsoo 't naerby hare plantagie ende sagutuynen is. Onse 
meyninge is deze reduyte ofte fort te maken volgens nevensgaende 

modelle, etc 

Gesien hebbende dat de Tematanen over 't stuck van deze 
bitcharinge hare principale macht vergaderden heeft ons erdacht 
gemaeckt dat bg soo verre wQ oock niet op de been en quamen 



26 

met ODse jegenwoordighe geringe macht, dat ongetwijffelt eenige 
van onse plaetsen als Noussatelle, Laricka ofte Hatuwa wel laat 
sonde connen lijden, waerdoor onse reputatie by onse verde gelegen 
onderdanen geheel sonde comen te vervallen ende wellicht nieuwe 
alteratie veroorsaken. Waer over geresolveert ende besloten hebben 
omme sodanige ongevallen te precaveren dat eene Honglj van 15 
a 20 corcorren nevens 't jacht Suratten sullen affsetten om haer 
voornemen te prevenieren. Het is soo dat dese veelvuldige tochten 
de Compagnie niet en laten te beswaren, dat wij wel gaeme 
anders sagen maer noot breeckt weth. De Tematanen ende 
Eymola Lelyatto lagen met 9 corcorren op Hittoe ende hare 
resterende macht wesende noch 15 corcorren lagen op Louhou. 
Gemelte Tematanen arbeyden boven maten seer dat mij naer Hittoe 
soude transporteren, seggende daer nevens, bij soo verre ick niet 
over lant en quame, dat gemelte Lelyatto mij niet en soude ver- 
wachten, waer by wel afP te meten was dat sQ mij op sijn Bandanees 
meynden te onthaelen ende aen een cant te helpen, haer latende 
voorstaen dat als sij sulcx souden te wege gebracht hebben, dat als 
dan door soodanige alteratie Mr. vant spel souden wesen ende door 
sulcke veranderinge groeten toeval souden crygen. Gemelte Lelyatto 
op Hittoe heeft hem oock niet ontsien jegens den coopman aldaer 
te seggen dat hij met ons niet en wilde handelen voor ende aleer 
dat wij Bouro, Amblauw, Manippe, Hatuwa, Latoholoy, Larrica 
ende Wackasieuw hem gerestitueert souden hebben. In conclusie dese 
trouloose Mooren en schamen haer geen saken, hoedanich die oock 
souden mogen wesen, als sijder maer eenich voordeel bij speuren. 
Ende alsoo 't gebeurde dat wy door hart weder met de corcorren om 
den hoeck van Alang niet en conden eomen ende dieshalven 8 
dagen langer tardeerden als den bestemden tijt was, is gemelte 
Lelyato ende complicen naar Louhou gekeert onder belofte dat soo 
haest hij verstaen soude hebben dat wij op Hittoe waren, datelljck 
sich daer persoonelijck soude laten vinden. Oversnlcx liet hém met 
een van onse assistenten waerschouwen van onse comste, die met 
groote solemniteyt van haere vrouwen onthaelt wierde, comende tot 
int water om hem te congratuleeren, dat al bewegingen waren om 
my daer te locken ende te abuyseren. Des daechs daeraen quam 
gemelte assistent, vergeselschapt met Mattasily ende Callenbatten 



27 

als Gecommitteerden wegens Lelyato ende die van Lonhon op 
Hittoe, makende veel exeusen ende seer schoon samblant, seg- 
gende dat Lelyato (overmits hij nevens D' Ion Lonhon door 
den Coninck van Ternaten ontboden was) nn op syn vertreck stont, 
ende dieshalven overmits cortheyt des tgts niet en coste comen, ver- 
sonckende oversnlx dat mg persoonlijck met eenige corcorren der- 
waerts sonde vervongen omme aldaer met den anderen in mondelinge 
conferentie te treden, opdat gednirende hare absentie aen wedersyden 
alle hostyle acten mochten cesseren. Hier op antwoordde haer in 

presentie van Cap°. Hittoe etc. ^ Doch soo gemelte Kymola 

binnen 3 dagen wilde comen, dat noch soo lange naer hem sonde 
wachten, ende bij soo verre binnen dien tgt niet en compareerde 
wederomme vertrecken sonde ende alles tot sijnen kenr laten; want 
soo hij ons voorginge sonden wij volgen, te weten soo hy sich stille 
hielt sonden ons oock stille honden ende soo hij vyantlijck proce- 
deerde, sonden reciproqneiyck doen. Doch dat onses gevoelens beter 
ware, dat Kymola Lelyatto by ons quame opdat wy mochten weten 
aen wien wy in syne absentie aen te spreken sonden hebben, by 
voorvallende occnrrentiën. Hier op vertrocken de Gecommitteerde weder- 
omme naer Lonhon, belovende haer debvoir te doen om gemelte 
Qnimola mede te brengen, die drie dagen daer naer wederomme 
qnamen met eenen briefP van gemelten Kymola wesende van inhout 
in substantie: Eersteiyck (naer groetenisse) excuseerde sich dat om 
redenen als vooren, overmits op syn vertreck stont, niet en conde 
comen volgens syne belofte , ende in passant Bonro moste aendoen om 
eenen Kymola Faqniry van Thoman gelegen op Bonro mede te nemen , 
die (naer haer seggen) den Coninck van Ternaten ontboden hadde 
om gongongo te maken, doch soo den selven gaet (daer wy aen 
twyfelen) mocht wel varen als den Singadie Pananer van Batchan 
die mede ontboden wiert om gongongo te worden, dien sy by nachte 
vermoordden. Vorders seyde hy dat gednirende syne absentie my des 
Conincx lant ende onderdanen wilde bevolen laten, dat daer sorge 
voor dragen wilde, als mede dat iemant noemen sonde die daer de 
saken waername, provisioneiyck tot dat den Coninck wt Ternaten 



1 Dit antwoord komt neer op een weigering, onder dergel^ke uitTlacliten 
als die van Leliato. 



28 

andere ordre geven sonde. Daer ick op antwoorde dat ons snlcx niet 
en betaemde ende daer in mochten disponneren naer haer welgevallen ; 
daer bleven ommers noch Mattasily ende Callenbatten , daer konden 
sy iemant wt kiesen op dat aen weder sijden behoorlijcke ordre mocht 
gehouden worden. 

Oock vraechde ten selven tijde aende voorsz. Gecommitteerden wat 
ordre dat sy nu voortaen met de nagelen soaden honden ende oftzij 
die wederomme aende Maccasaren souden leveren. Hierop antwoordden 
sy dat de nagelen aen niemant anders als aen ons (volgens hare be- 
lofte) en souden leveren, maer die voor cleeden te leveren, daertoe 
en conden sij niet verstaen, ten ware den Coninck van Ternaten 
daer andere ordre in stelde. Hier op namen sij naer wtterlijcken 
schijn vriendelijck affscheyt. 

Onses gevoelens en geschiet desen bouhay anders niewers omme 
dan om ons voor eerst in slaep te wiegen , op dat wy jegens 't eerste 
vant weste mouson niet op ons hoede en souden wesen , ende sij ons 
onversiens met hare macht [zouden kunnen overvallen] ; soo wt 
Ternaten, die men schat van 40 tot 52 stux corcorren te connen 
wesen, ende hier souden sij ontrent 40 stux connen versameien, 
waer bij gevoucht de Macassaren ende andere die haer noch toe 
souden mogen vallen, sonde eene capitale macht wesen, ende is te 
beduchten dat bij soo verre sy nu inden eersten (als hier voren 
noch eens verhaelt) niet gestut en worden, dat de sake daer naer 
seer swaerHjck sal connen geredresseert werden. 

Wij hebben aen Hittoes doen wel bespeurt dat al haer bitcharinge 
eene is, gelijck mede die van Iha Man ende Lato Holoy, die wy 
daer op Hittoe vonden, sonder dat sy eens aent Gasteel geweest 
hadden. Wisten haer te excuseeren met te seggen dat sy daer ge- 
comen waren alsoo sy wisten dat ick daer comen soude , maer dit is 
al Hittoes bedryff, dat wy in dese gestalte noch al hebben moeten 
simuleeren. 

Die van Iha Man wisten te seggen dat de Macassaren over de 
1000 gevluchte Bandanesen hadden mede genomen in 22 joncken , 
ende dat de resterende oock naer Macassar souden gaen, doch naer 
wy connen bespeuren soo trachten sy de selve hier te crygen, dat 
sy voor desen niet wel en hebben durven bestaen, waer by mede 
aff te meten is dat sy gants geresolveert syn in oorloge te ti*eden, 



29 

maer gebruycken nu dese stratagema tot een reserve, dat bij soo verre 
BIJ ons gewapent vinden, sullen wtgeven dat sQ comen van wegens 
den Coninek van Ternaten om de verschillen te vergelijcken , ende in 
gebreke sullen sg met haer quaet voornemen voortvaren tot onse 
merckelijcke prejuditie. Wij sijn van opynie, soo de heeren daermet 
de comste vande nieuwe schepen 4 a 500 soldaten conden missen 
nevens 5 a 6 welgemonteerde jachten , datmen daer mede wel ordre 
in de sake spude stellen. Eerstelijck mosten met de schepen 
trachten voor te ' comen dat op Lessydy , Cambelle ende Louhou 
geen joncken altoos en qnamen, ende soo Hittoe hem openbaerde 
partije te kiesen (geleek apparent doen sal) oock alles affsnede, 
ende daernaer mosten Louhou met ernst aentasten ende sien te ver- 
drijven, ende soo haest W. (door Godes genade) van hare plaetsen 
geworden waren, alle hare nagel ende vrucht boomen rnyneeren, 
op dat sij daerdoor geconstringeert waren van daer te vertrecken, 
want ons daer te verstercken sonde de £. Compagnie seer beswaren 
ende daer benevens gestadichlijck den oorloge met macht moeten 
gevoert werden. De nagelen souden daerdoor in des te meerder 
reputatie comen, ende hier en soud men soo veel moeyte ende on- 
costen jaerlijcx niet behoeven te doen om het vervoeren vande na- 
gelen te weeren. Oock souden die van Hittoe ende alle andere, die 
den tgtel van onse onderdanen voeren ende metter herten de Terna- 
tanen genegen sijn , in beter tucht connen gehouden werden ende den 
handel vande vreemdelingen als Macassairen ende Javanen sonde 
sich selven in soodanigen val wel affschaffen. Ende als men sulcx 
by de hant wilde nemen soo en most men op der Mooren schone 
belofften geen fondament meer maken , want als sij sien dat bij aende 
quaetste cans sijn , soo sullen sy beloven alle 't gene dat men begeert , 
maer soo haest als sij wederomme buyten vreese syn, soo gaen Bij 
weer haer oude gangen. Deshalven dienen VEE. prompte ordre te 
geven op dat door schruppele (sic) de occasie niet versuymt en worde. 

Capn Vogel die ons tot noch toe als Raet Extraordinarij geassisteert 
heeft, hebben op sijn instantelijck versouck vergunt met sijne familie 
maer Java te gaen om aldaer sijne vrydom bij V E E. te versoucken. 
Heeft de Compagnie over de 20 jaren getrouwelijck gedient. Is meest 
bfl ende over alle voorvallen t' sedert 4 a 5 jaren herwaerts geweest , 



30 

ende van te vooren van zQn jencht aff in Tematen onder de Mooren 
als tolk gebrnyckt; soo hier iets over t' hooft gesien ofte door haest 
vergeten ware, sal nwer E E. volcomen onderricht connen doen, 
alsoo meest met m^ op alle tochten is gebruyckt. Wij hadden hem 
geerne bewogen tot continuatie, dan het schijnt naer sijn seggen 
(ten aensien hier alles seer dier is) dat met sijne gagie niet toe en 
can comen, te meer de veelvuldige tochten hem noch meer beswaren. 
Soo t quame te gebeuren, uwer EE. resolveerden eenige Gedeputeerde 
naer Tematen te senden, sonde onses gevoelens daer seer bequaem 
toe sijn, overmits hem al de valscheyt der Mooren bekend is. • . 

By onsen voorigen hebben uwer EE. geadviseert hoe volgens uwer 
EE. ordre aenden Coninck van Macassar hebben geschreven ende 
uwer EE. voorstel gecommuniceert. Het is voor seker te houden dat 
hg om onsen handel de Portegijsen niet en sal willen missen. Gemelte 
Coninck van Macassar heeft nu onlangs over de 1000 sielen van de 
gevluchte Bandanesen van Ceram gehaelt. Wat insicht hij daermede 
heeft connen niet wel bedencken; schijnt oock al groote concepten 
int hooft moet hebben. Is mede considerabel oft ons niet beter en 
sonde vougen metten Coninck van Macassar in vrede te treden , onder 
conditie dat sgne joncken hier aent Casteel quamen handelen, mits 
betalende 'sHeeren gerechticheyt, als dat sy nu door den oorloge 
met de Ternatanen, Luhesen, die van Lessydy, Combelle ende Hittoe 
aenspannen ende ons de nagelen ontvoeren , alsoo't voor ons onmogelijk 
is het vervoeren desselfiis voor te comen als sij't metten anderen eens 
sijn, al hadden wij bg maniere van spreken lOOjachtenint vaerwater, 
overmits het op Lessydy, Cambelle ende Hittoe met het weste mouson 
een leeger wal is , ende sodanigen gi*ont , dat alsmen een ancker 
laet vallen niet en weet oft ment wederomme sal connen cr^gen ende 
soo hem het touw begeeft soo is men schip ende volck quyt. Ten 
anderen loopen de stroomen hier soo vehement dat als de jachten 
eenichsints beneden s'wints geraken soo moeten terstonts naerBanda; 
op Louhou is alleenlyck reede met het weste mouson. De joncken 
die nu op gemelde plaetsen comen, soudmen seggen mogen, hoe 
makent die dan ? De selve werden terstont met het hooge water door 
alle het volck vande Negrij met gewelt op strant gehaelt. 

Op Hittoe zijnde wiert ons door Capn Hittoe aengedient hoe de 
Cerammers genegen waren met ons in vrede te treden ende dieshal- 



31 

ven nu de gelegentheyt dienden waer te nemen, daer b^ voegende 
dat wy na behoorden tijdeiyck op de been te wezen , want anders 
de Ternatanen ende Loahesen die gelegentheyt souden capteeren ende 
die naer haer trecken, alsoo sij op één lant woonen. Dit hadden wQ 
geerne voor eenigen tyt willen differeeren; maer nadèrhant in bedeno- 
kinge genomen hebbende , dat sij doch evenwel , alwaert schoon sake 
wij sulcx hadden willen wederhouden, dat sQ des niet jegenstaende 
daermede souden voortvaren buyten onsen voorweten, soo heeft ons 
geraetsaemst gedocht haer sulcx te accordeeren ende eenen brieff 
aen die van Ceram te schrijven, aenroerende dat de misverstanden 
over 3 jaren geleden geresen niet haer bedrijff maer door oprockinge 
der Bandanesen toegecomen was, ende bij soo verre sy genegen 
waren met ons in goede oprechte ende sinceere vrientschap te treden, 
dat sy in sodanigen val eenige van hare Gecommitteerde aent Casteel 
souden senden, wy souden ons redeiyck ende billyck laten vinden. 
Dit voorstel leyt mede al op eene andere moeder, onses bedunckens, 
om die van Ceram mede tot haer te trecken opdat sy alsoo met 
eene te eapitaelder macht souden mogen verschynen ende alsoo een 
schrick onder onse onderdanen veroorsaecken. Dat Capii Hittoe met 
den Coninck van Tomaten gesworen heeft, is gewis, niet alleen nu 
maer al van over langen tyt. Halleny, den soon van Capn Hittoe, is 
genegen om met syn overleden broeders huysvrouwe te trouwen, 
daer hy 4 kinderen by gehadt heeft, wesende de suster van Eymola 
Lelyatto, dat my selffs stucxgewyse te verstaen heeft gegeven, 
maer hoerende dat hem sulcx affiriet, thoonde een geheel ander 

samblaut ofte gelaet 

wy gelooven volcomen dat Capn. Hittoe wel eenichsints danck- 
baerder sonde willen wesen, maer der Ternatanen valscheyt is 
soodanich dat sy bycans by maniere van spreken den Duyvel 
souden bedriegen. Hebben .oorsake genomen omme hem by andere 
(die van geslachte meerder syn als hy) odieus te maken, seggende 
dat hy meer Ohristens als Moors was, ende dat hy maer de derde 
persoon en is naest den Coninck van Hittoe (dat maer een hont by 
maniere van spreken en is), daer nevens dat andere Orangcays hare 
authoriteyt usurpeerde, ende dat hy alleen groote geschencken ende 
benefiitios vande Nederlanders genoot, ende dat sy niet meer als 
Idioten en waren 



i 



n 
n 
n 



32 

Wij hebben jegenwoordich over de 190 soldaten inde naervolgende 
plaatsen leggen: 

op Cambelle 50 coppen 

op Hittoe. 30 „ 

op Manippe 12 „ 

op Lomaitto 12 

op Amblauw 6 

op Hatuwa 12 

op Oma en Aboro 4 

op Sorsorrij 6 „ 

op Nousselauw 6 „ 

op Larrieka 10 „ 

148 man 
Ende op de Pas dienen mede 10 man te leggen ... 10 „ 
De jachten Pera ende Gouda hebben oock 32 soldaten mede . 32 „ 

Soma 190 man 
snlcx dat uwer E. E. can afimeten wat macht wij hier hebben om 
iets te verrichten 

Die van Quey en Aro en sijn hier tot noch toe niet gecomen. 
Wij verstaen dat de hr. Willem Jansz daer een cleyn jacht geson- 
den heeft dat volladen met saga gekeert is. Hopen dat metter tijt 
het mlsvertrouwen * sal wech genomen werden. Wy souden oock 
van opynie wesen dat men alle de hier wesende Kayaros relaxceerde 
ende derwaerts sont, waer door alle dissidentie ende vreese soude 
geconsumeert werden ende apparent soo soude den handel daer door 
openen, dat Banda voornementlijck wel comen soude, ten aensien 
vande abondantie van sagu soodaer valt 

Domine Jacobus * is 't sedert 't overlijden van Mr. Segart wel 
halff versot geweest op de weduwe , en sij en is daer gants niet toe 



1 Uit den brief van M. Sonck van 14 Mei 1622 (Bouwstoffen I bl. 339) in 
verband met een lateien van W. Jansz. (nit Nera, 24 Aug. 1624) blijkt dat men 
zich in 1621 van een aantal bewoners der Kei-, Aroe- en Tenimber-eilanden , 
die te Banda sagoe kwamen brengen, meester en hen tot slaven gemaakt had. 
Ik had dien brief van Sonck door zgn onduidelijkheid niet begrepen. 

2 Hij heette, volgens de lijst bij Yalentijn, Jakob Antoniesz. Dubbeldryken 
vertrok weder in 1626. 



33 

gesint, in vougen dat hg wel halff in siecte vervallen is, ende in 
2 maenden sonderlings geenen dienst waergenomen en heeft. Doch 
schynt nu eenichsints te sullen bedaeren, dat Godt geve, op dat 
den aenwas vande Christelijcke religie niet wederhonden en worde. 
De Mallebarse slaven en slavinnen beginnen nn Maleys te spreken, 
soo dat ordre gestelt hebben dat die behoorlljcker w^se inde Christe- 
lijcke religie onderrecht sullen werden 

De Coningen van Saulauw, Somitte, Waysia ende Lean hadden 
op ons versouck hier 9 van hare principaele voorvechters (die s^ 
Cavaileros noemen) gesonden, om die van Louhou altemets een 
voordeel aff te sien ende eenige hooffden te halen, maer ten aensien 
nu dese nieuwe onderhandelinge en hebben niet geraden gevonden 
haer te gebruycken, maer hebben deselve met eene vereeringe grato 
wederomme gesonden. Sij beclaechden haer dat nu aireede verschey^ 
den reysen gecomen waren ende noyt eenigen dienst gedaen en 
hadden, waer op wij haer antwoordden dat ons het goede gemoet 
ende wille soo aengenaem was als de daet selffs, ende dat de 
gelegentheyt eer lang wel sonde oflfreeren, dat sy eere souden in 
leggen. Wy hebben de Coningen vande Alfoures jegens de comste 
vande schepen bescheyden. 

Op gisteren is den coopman Van Leeuwen van Cambelle gecomen , 

die ons gerapporteert heeft hoe Kymola Lelyatto, nevens Kypattj/ 

Naro ende die van Lessydy in de logie bij hem geweest sgn 

bethoonende een seer schoon samblant, ja meer als sij oyt van te 

vooren eer dese verschillen geresen waren gedaen hebben, ver- 

souckende dat ick haer metten eersten onse brieven wilde senden , 

alsoo Lelyato voorsz. met Kypatty Naero naer Ternaten gingen ende 

dat alles tot onser dispositie hadden gelaten, daer benevens dat men 

de oude vrientschap soude vernieuwen. Sij gingen alleenlijck der- 

waerts omme alle de onderdanen vanden Coninck van Ternaten te 

beroepen, die ontrent 100 corcorren int getal souden wesen, om 

hier eenen vasten ende bestendigen vrede te beraemen, en souden 

eerlang wederomme hier wesen. Hierop antwoordde gemelte Van 

Leeuwen dat hij ons sulcx soude aendienen. Middelertyt wiert mede 

gevraecht bij haer lieden, soo verre de Macassairen die apparent 

machtich houden comen, hoe daer mede handelen souden, daer 

voorsz. Van Leeuwen op antwoordde dat hem sulcx onbewust was, 

3 



34 

maer dat sij wel conden afifmeten dat wij sulcx soo niet eu souden 
connen verstaen. Hierop sijn sij onder vriendeiycken schijn ge- 

scheyden 

Actum int Gasteel Amboyna Desen 16 September Anno 1624, 
ende was onderteyekent V. E. seer dienstwilligen dienaer 

H. VAN Spbült. 



VIL Gheen Huigen Schapenham, Admiraal van 
de Nassousche vloot, aan den G.-G. Pieter de 
Carpentier , uit Ambon , . . April 1625. 

MQn Heere 

Naer salutatie ende presentatie van mgnen dienst, soo hebbe ick 
met biytscap verstaen dat uwe E. tot het gouvernement van de 
Nederlantse Indiens wettelick verkoren is, ende bidde Godt dat Hfl 
Uwe regeringe wil segenen ende gebenedyen, opdat deselve tot voor- 
deel van ons Vaderlant ende affbrueck van onsen erffvijant den 
Spangiaert mach strecken. 

Wijder, mijn Heere, soo is dese vloote den 29 April A® 1623 
uyt het Goereese gat t' seyl gegaan, ende onderwegen Sierra Leona, 
Cabo Lopes Gonsalvo ende het eylant Annabon aendoende, deStrate 
van Le Maire den 2 Februari) A" 1624 gepasseert. Bij suyden de 
voorsz. Strate, ontrent Cabo de Hoorn, bejegenden ons geweldige 
stormen, die ons soo lange continueerlick bijbleven tot dat wQ bg 
Westen Terra Fuego de suydenwint ontmoeten, die ons nae vele 
swaricheden den 5 April op de reede van de eylanden van Johan 
Fernando gebracht heeft. Als wij hier om ons volcq te ververschen 
ettelicke dagen gelegen hadden ende de versteecken schepen onder- 
tusschen wederom bi) de vloote gecomen waren, soo is volgens het 
begeeren van de Instructie geresolveert (gemerckt den tijdt om ons 
exploict op Arika in het werck te stellen door de conti nueele con- 
trarie winden ende extraordinarise calmte verre overstreecken was), 
dat men met de vlote recht door naer het Callao de Lima sonde 
loopen, om te sien off wy des Konincks silvervloote aldaer conden 
aentre&n. 



35 

Wij arriveerden in het Callao den 9 May , vijjOT daghen naer het 
vertreck vande. silvervloote nae Panama, daer wQ den vgandt, die 
maer twee daghen te voren van onse comste veradverteert was , sterck 
bevonden 30 compangien voetvoick, ende thien cornetten ruyters, 
ende sijn haterren voorsien met 70 metale stneken, behalve die op 
de schepen lagen, soo dat met dese vlote, die alsdoen ontrent 1000 
gewapende mannen conde aen lant brenghen, gantsch ongeraden 
was op het Callao yet met gewelt te attenteren , ende alsoo de In- 
structie, die eensdeels op de afval der Indiaenen ende muyterie der 
slaven gefondeert was , belastte dat de vloote het Callao de Lima voor 
een tyt langh soude beset houden ende beproeven ofte men daer door 
eenige veranderinge in het Koninckrijck van Peru conde te weghe 
brengen , soo heeft de principale macht van de vloote van den 5 Maij 
tot den 14 Augusti voor het Callao ten ancker gelegen, alwaer de 
Heer Jaques L'Hermite den 2 Juny overleden is, naer wiens doot 
ick in des selven plaetse uyt cracht van de beslooten missive van 
s^n Princel. ëxc. gesuccedeert ben. Ondertusschen soo hebben wy 
geattenteert de scheepen die in het Callao geanckert lagen , in den 
brant te steecken, welcke aenslagh ons ten deele geluckt is, ende 
hebben daernae een gedeelte van de vloote om de Suyt, ende een 
ander gedeelte van de vloote om de Noort gesonden, om te sien of 
wy door dese interprisen, die tot diverse plaetsen aengesteldt werden , 
het ryck konden in alteratie brenghen, houdende evenwel met de 
resterende schepen het Callao de Lima soo beslooten, dat er geene 
schepen ofte uyt ofte in conden komen. 

De scheepen , die om de Suyt gegaen waren , mosten door de stercke 
resistentie der Spangiaerden onverrichter saecke wederkeeren, ende 
die nae de Noort geseylt waren hebben de stadt Guayaquil met 
veele schepen verbrant ende den Koninck seer groote scade gedaen. 
Maer alsoo door dese aenslagen soo weynich veranderinge in het Ryck 
gespuert wierdt, dat de Spangiaerts alle hare plaetsen metgamisoen 
beset hebbende, daerenboven noch dochten oflfensive oorloge tegen 
ons te voeren, soo is naer de wederkomste van alle de scheepen 
eenstemmich geresolveert, dat wij het Callao souden verlaten ende 
ter naester gelegener plaetse ons schepen van water voorsorgen. De 
vloote is uyt het Callao t* seyl gegaen den 14 Augusti ende den 
selven dage in de bay achter de Piscadores geanckert. Maer alsoo 



S6 

deselve om verscheyde inconvenienten tot water halen onbequaem 
werdt geoordeelt, soo sijn wij terstont voortgeloopen naer heteylandt 
Pana, aldaer haer de schepen volkomen van water voorsien hebhen. 
Alhier is goetgevonden, dat men de Instructie, voort soude naer- 
komen ende onse coers naer Acapnlco stellen om de gallioens waer 
te nemen ; die jaerlix nyt de Manilhas komen. 

De vloote is den 13 September van Puna t' seyl gegaen ende den 
28 October voor Acapulco gecomen, aldaer wQ, de schepen 18 oft20 
mijlen opwaerts langs de custe verdeelt sQnde, tot den 29 November 
de comste van de voorsz. gallioens verwacht hebben. Ende alsoo wy 
doen noch geen tijding vernamen , ende den tijt van haer arrivement 
volgens de advijsen by ons op de Suytzee bekomen geexpireert was , 
soo is doen om het seer groot gebreck van vivres ende water , twelck 
niet toeliet langer op de cust van Nova Hispania met de vlote te 
houden, beslooten dat men datelick naer de eylanden vande Ladrones 
soude oversteecken , daer wy den 26 Januari) voorleden gearriveert syn. 

Als hier ettelicke dagen ons volck ververscht hadde, soo is bg 
my ende den Raedt geresolveert dat men de enterprise, die ons bg 
de Instructie ^ belast wordt op de Chinesche joncken in de Manilhas 
in het werck te stellen , soude laten berusten, ende ons cours recht 
toe naer de Moluccas stellen, om dies wille, dat het de vlote, die 
alsdoen maer van drie maenden victualie voorsien was, onmogelick 
soude geweest sijn de comste van deChineeschejonckenindemaendt 
van April te verwachten, maer door faulte van vivres genootsaeckt 
syn geweest voor de comste der selver uyt de Manillis te scheyden. 
Daerenboven dat het volck die in 17 maenden tfl ds geen ververschingh 



1 Het schijnt dat niet in de Instructie vermeld en dns aan Schapenham 
onbekend was , dat hij voor Manila een HoUandsch eskader zon vinden , op last 
van den Gouverneur-Generaal , van Formosa met verversching voor zgn vloot 
afgezonden. Dit eskader , uit 3 schepen en 3 jachten bestaande , onder bevel van 
Pieter Janszoon Muyser, verliet Formosa den 27 Januari en kwam in *t begin 
van Februari voor de baai van Manila. Terwyl z^ langs de kust kruisten kwam 
den 13 April bij Kaap Bolinao de Spaansche vloot , uit 4 galjoenen en 3 kleinere 
schepen bestaande, op hen af, maar werd zoodanig door het geschut uit de 
HoUandsche schepen geteisterd, dat de Spanjaarden er van afzagen hen verder 
te vervolgen en hen met verlies van een jacht, waarvan de bemanning geborgen 
werd, lieten ontsnappen. De kruistocht leverde verder weinig op. Een schip met 
een aantal gevangen Ohineezen werd naar Batavia gezonden, de overigen keer- 
den in Juli naar de kust van China terug (Journaal van den tocht op 't B.-A.). 



37 

van vleesch gecregen hadden, soo sieckelick, swack ende onsterck 
was, dat men voor een generalen inval van sieckte vreesde, big aldien 
wg noch een exploict van 2 off 3 maenden tyts by der handt hadden 
genomen. 

Dit sljn de redenen die ons b^weecht hebben om de vloot in de 
Manillis niet te pericliteren ende de Molnccas op het spoedichste aen 
te soecken, om te sien wat wy aldaer tot voordeel vandt vaderlant 
ende dienst vande Vereenichde Oost-Indise Compagnie souden connen 
verrichten. 

Wij syn op de reede van Maleyen gearriveert den 6 Marty,sterck 
sgnde 12 seylen, waer van de tbien uyt Hollandt gevoert ende de 
twee in de Suytzee verovert sgn , die in alles noch op hadden ontrent 
1200 coppen , ende hebben naer communicatie met de Heer Govemeur 
Le Febure, volgens de ordre aen hem bij uwe E. van Batavia ge- 
sonden, eerst het fort Calamatte ende daernae het fort Motyr geslichtet. 
Hoe haer de Tamatanen, die haer in de destrueringe ende vernietinge 
van deselve forten ten hoochsten gegraveert vinden, haer hierop 
sullen houden sal Uwe E. uyt de naeste advgsen van den Heer 
Govemeur Le Febure hebben te vernemen. Dan het schijnt wel, 
dat &ij op ons vertreck niet goets inde sin hadden ende de ordre 
bg uwe E. gesonden soude onmogelick geweest sijn naer te komen, 
ten ware dat de macht van dese vlote de Tarnatanen in toom 
gehouden hadde. Oock is het schip de Eendracht, een van de 
principaelste ende best gemonteertste scheepen deser vloote, door 
versoeck van den Heer Govemeur Le Febure, die ons de gelegent- 
heyt van de saecke aangedient heeft, naer het ey landt Sangi 
gesonden om het volck ende het geschut van het gebleven schip 
de Trouwe naer Tarnate te brengen, welck scip alsoo het van 
Temate recht toe naer Batavia sal gaen, wij ten tyde van ons 
arrivement hij UE. meenen te vinden. 

Des vgants standt in de Moluccis was ten tgde van het arrive- 
ment deser vloote soodanigh, dat de macht van dese vloote met die 
van de Moluccis vereenicht synde, apparentelick door belegeringe 
ofte approches wel yet groots tot afbrueck van den vijant soude 
hebben connen uytirichten, dan alsoo ordinaris soodanige belege- 
ringen veel tyts vereyschen ende dese vloote seer sober van vivres 
yoorsien was, ende de Molucces niet suffisant waren om deselve soo 



38 

lang te onderhonden ende van victnalie ie voorsorgen als tot sulcken 
exploot gerequireert werdt, soo is ten dienste van de Vereenichde 
Oost-Indise Compangnie, dewyl met een vliegende tocht ofte spronck- 
reyse niet te verrichten was, geraedtsaem gevonden (blgckende by 
de Resolutie bij de Heer Govemeur aen uwe E. gesonden) dat wij 
met den eersten van Maleyen naer Amboina souden vertrecken, om 
de Heer Govemeur Speult met de macht van dese vloote volgens 
uwe E. ordre te seconderen. 

Wy sullen ons alhier te Amboina in alles gedragen ende regu- 
leren naer de resolutie, die wij ... . met de Heeren Govemeurs 
Speult ende Gorcum ^ genomen hebben, die met uwe E. meeninge 
ende opinie naer het rappoort van de voorsz. Heeren Governeurs in 
alles overeenkomt. 

lek hebbe dese corte advijsen met dese chaloupe naer Batavia 
gesonden om uwe E. de comste deaer vloote te veradverteren. Als 
ick met Godes hulpe bij uwe E. come, sal ick aen uwe E. vol- 
komentlick ende naer behooren van het gansch succes deser voyagie 
mondelinge onderrichtinge ende satisfactie geven. 

Hier mede evndende etc 

Opt Fort Amboina den April A°. 1625. 

UE. dienstwillige 
Ghben Huigen Schapenham. 



Vni. Jacques Ie Febvre, Gouverneur der Molukken, 
aan den G.-G. Pt. de Carpentier, 26 Maart 1625. 



Op 3 October arriveerde hier den Hattiby Sousou met een groote 
corcorre nevens twee cleyne. Met hem quam Leliatte, Jou Louhou ^ 
ende veel ander Tarnatanen , die lange inde quartieren van Am- 
boy na geresideert ende hier ontboden waeren. Brochten eenige schen- 



1 Zie blz. 48. 

2 Dj o (Kimelaha) Loehoe was een neef van Leliato en dus eveneen» uit het 
stamhuis van Tomagola. 



39 

ckagie van cleeden als andersints. Soo't scheen waeren deese Amboy- 
neesen welcom, principalijck vermits aenden Coninck, Gongou, 
Capiteyn Laout ende andere schenckagien deeden. lek sondt bij haer 
om te weeten oft eenige brieven aen ons vande Heer Gouverneur 
Spenlt met brachten. Antwoorden neen; sulcx gaerne gedaen ende 
daer nae lange gewacht hadden , dan conden geen brieven bekomen. 
Leliatte , Matesil en andere deeden groote dachten over den Gouverneur 
(dat hij) op den bestemden pitsiaerdach aen Hittoe volgens belofte 
niet gecompareert met haer den spoed gehouden was [sic]. Sij hadden 
anders niet gesoght als met den Gouverneur in sincere mondelinge 
conferentie vóór haer vertreck herwaerts te treeden [om] alle ver- 
schillen sooveel eenichsints doenlijck aen een syde [te] leggen, opt 
gevoechelijckste t'accommodeeren ende daer van rapport hier aenden 
Coninck te doen. Sij waeren over t naerlaten onschuldich , hadden 
voldaen. * Waer op ick hun, Citchil Aly ende andere principaele 
Tamatanen antwoordde, het geen manier noch gebruyck is als men 
op een vrundelycke pitsiaerdach verschijnt, daer toe zoodanige Hongie 
van corcorren, gelijck Kymelaha Leliatte ende consoorten vergadert 
ende eerst begonnen hadden, bijden anderen brengt. Tn gevalle hy 
de pitsiaringe soo oprechtelij ck als verclaert desireerde conde wel 
aent casteel, buyten perijckel van yemant, gelijck hiervóór manier 
vandoen, sich vervoecht hebben ende alle de moeyten gespaert sijn. 
Citchil Aly verclaerde het hoochnoodich was de saecken in Amboyna 
tuschen d'onse ende haere geredresseert dienen, seggende: den 
Gouverneur in Amboyna doet groote sware dachten, en alle d'onse, 
die wij expresselyck herwaerts ontbooden hebben om te verstaen watter 
van is, noch veel meer; voegende daer bij des Coninck incompsten, 
onderdanen ende geallieerde vrunden gesocht worde t'onttrecken ; 
dat den Gouverneur niet begeert eenige joncken anders dan aent 
Casteel commen ende daer tollen betaelen ; dat men de nagelen voor 
hoUantse munte (die haer niet dienstich) en andere veelderley nieuwich- 
eeden invoerde, alle dewelcke, seyde hi), waeren d'oorsaecken 
vande misverstanden; hoewel bekende geen reeden was d^nwoonderen 
om een geringe oorsaecke de naegelen aendie Maccassairen ende 
andere vercochten oft lieten vervoeren. T'Waeren haer faulten gelijck 



1 Vergelijk hiervóór bl. 27. 



40 

d'onse oock hadden. D'Amboyneesen en andere Tarnatanen dorsten 
hier wel openbaerlijck tegens mg bekennen tVerleeden jaer over de 
400 Bbaren nagelen door de Macassaren ende vreemde handelaers 
vervoert waeren, daerse Leliatte d'oorsaeke van geeven sulcx toege- 
laeten heeft. lek ben hierover op diversche tijden clachtieh geweest 
aenden Coninek , Gougou ende Capiteyn Laout. Geven weynich gehoor , 
dan dat sulcx buyten haeren last geschiedt. Ondertusschen is Leliatte 
hart om secours solliciteerende , dan t' schijnt hy in disgratie van 
veele Tamataenen is , die hem vermits sijn trots hoovaerdich spreecken 
niet vermogen f sic] . Hl) heeft hier seer gearbeyt de Holiantse munte 
verbooden sonde worden ende haddet alsoo verre gebracht d'inwoonderen 
die begonnen te weygeren ende den Coninek sulcx toestondt, ten sij 

daer tegens versien hadde 

Weynige dagen hier naer quam een Spangiaert van Spaens Tar- 
naten overloopen, die mette twee galeyen van Siau herwaerts 
gekeert was, meede inde selve op seeckeren tocht aen Sangy 
geweest is, rapporteerde (gelijck al eenige dagen te vooren vande 
Ternatanen verstaen hadden), hoe den Spanjaert met assistentie 
vanden Syauwer ende Coulonger ^ op die van Sangy gevallen, 
over de 800 sielen verovert ende die van Coulonge onder haer sub- 
jectie gebracht, t' volck yder de helft gedeelt, waer van den 
Spangiaert 400 sielen op haer galeyen om herwaerts te brengen 
hadden. Onderwegen de swarten op d'eene galey hun jegens den 
Spanjaert gerevolteert , den Capiteyn met seven Spanjaerden doot 
gesmeeten ende bijaldien door d'ander galey geen ontset waere 
geschied, souden allen den selven gangh ende mette galey deur- 
g^aen hebben. Waer over sij de gevangenen , 200 sielen starck 
sijnde, doot smeeten, invoegen dat van deese conqueste niet meer 
als 60 mannen, de reste vrouwen ende kinderen, op Spaensch 
Tarnaten gebracht sl)n. De Tarnatanen waren over 't verlies van 
dit volck seer bedroeft; den Coulonger affgeweecken ende sich onder 
de bescherminge van den Spanjaert als Tydorees begevende, ver- 
soeckende van Coulonge op Tydoor vervoert te worden, tot welcken 
fyne een ambassadeur affgesonden was, 't welck bij den Spanjaert 



1 Ealongan, een rijkje op H eiland Groot-Sangir , dat door Eaitsjil Ali aan 
Ternate onderworpen maar zooals blijkt nu weder tegen hem opgestaan was. 



41 

ende Tydorees aengenomen ende geresolveert te doen, daer toe de 
twee galeyen nevens v^ff corcorren prepareerden. Hier in (sic) 
waeren den Goninck, Citchil Aly als andere principaele Tarnatanen 
seer ontstelt, vreesende den vgandt met deese Coalongers, die wel 
6000 sullen sijn, deurgaen souden, waer door op Tydoor [en] 
Spaensch Tamaten seer versterct ende ons daermet grooten affbrenck 
conden doen,soodat den Tarnataen den tocht van Amboyna ^ geheel 
uyttet hoofd stelde, dagelycx solliciterende wij haer met ons schip 
om den vijandt hier in te prevenieren assisteeren wilden, waerover 
ten langen lesten opt hard aenhouden resolveerden sulcx te doen, 
op conditie gelyck U£. byde nevensgaende copye van resolutie ende 
t' gemaecte accoordt sal connen sien ^. Is derhalven t' schip de 
Trouw, daer inne Capiteyn Laont, den Hoccum des Conincx oom 
met eenige meer andere principaele Tarnatanen inbarqueerden , 
nevens twee wel gemande corcorren opden 16 November des nachts 
van hier vertrocken met hoope de reys in 6 weecken ofte ten 
langhste twee maenden t' effectueren. D'apparentiën lieten sich aen- 
sien dattet een goede tocht geweest soude hebben, dan is anders 
(Godt beetert) nytgevallen, gelijck hier nae 't sijner tijt breeder 
verhael sullen doen. Den vijandt is opden selven tyt, dat de Trouw 
t* seyl gingh met twee galeyen nevens 5 corcorren, daer in den 
Prins van Tydoor imbarqueerde , oock derwaerts vertrocken, ende 
naerdat de galeyen ontrent ses weecken onderweegen geweest sijn, 
door harde stroomen, contrarye windt ende stormen, invoegen niet 
conden opcommen, wederom gekeert. Insgelijcx 3 Tydoreese cor- 
corren als oock de twee Tamataense, dan niet de Trouw, die de 

reys vervorderde 

Terwijle mette Fluyte ^ doende waeren te lossen ende repareeren 
is alhier op 6 Maert de vloote vanden Admirael L'Hermite gearri- 
veert, comende langhs de Straete Le Maire deur de Zuyt Zee, 
bestaende in 12 seylen, op hebbende ontrent 1300 mannen, sonder dat 



1 De Tematanen hadden het plan gehad eenige goed bemande korrekorren 
naar Ambon te zenden , om hun gezag te handhaven en de geschillen met de 
Hollanders bg te leggen. 

2 Deze zgn nog aanwezig. 

3 De fluit Edam, den 3 Februari van Batavia gekomen met versterking. 



42 

bij haer yets sonders verricht is. Den Admirael L'Hermite was in Janio 
11. overleeden , in wiens plaetse volgens commissie van sfln Princ. Exc. 
den Vice- Admirael Gheen Huygen Schapenham gesuccedeeri ; naer dat 
seggen groote armoede door de langhdnrige reyse geleeden , van victua- 
liën gansch ontbloot ; hadden niet als alles gebreck. lek hebbe dadelijck 
UE. last over t' lichten vande forten Callamatte ende Mothier aenden 
Admirael ende Raeden gecommuniceert, waer over raetsaem gevon- 
den, eermen de schenckagie ende missiven van UE. aenden Coninck 
[ende] Gougou overleveren sonde, t' onder tasten oft de Tarnatanen 
tot breecken ende scheuringe van den gemaecten treves metten Tydo- 
rees te brengen waeren. Waer over de Coninck , Gougou ende andere 
principale Tarnatanen booven ontbooden , hun voor dragende, bijaldien 
men mette comste deser vloote resolveerde onsen algemeynen vgandt 
den Tydorees ende Spanjaert t' sij op Tarnaten off Tydoor gesa- 
mentiyck aen te tasten, vooreerst noodich was om veele geremon- 
streerde reedenen syluyden den gemaecten treves metten Tydorees 
braecken ende hun d'oorloge aendeden, opdat wij mochten gelooven 
de saecke ten rechten met ons meenden; ende sonder dat d'effecten 
daer van sagen waert voor ons ongeraeden eenich exploict met haer 
bijder handt te neemen etc: Den Gougou antwoordde hier op, wel 
geneegen waeren met haer macht ons t' assisteeren ende dat men 
den vijandt op Spaensch Tarnaten oft Tydoor (dat sij seyden nu 
seer starck ende machtich van volck was) aen soude tasten, maer 
de vloote moste om sulcx te doen hier lange tardeeren, niet als 
daermet een vliegende tocht gedaen vertrecken maer continueeren , 
poogende op sulcker manieren ons desseyn te verstaen, wat voor 
hadden 't breecken vanden treves tusschen haer en den Tydorees 
met blauwe ongefondeerde excasen te weederleggen. Dan alsoo wij 
daermet niet gecontenteert waeren ende hierop absolute antwoorde 
versochten, beloofde met sijnen raedt dit stuck betreffende naerder 
te beraetslagen [en] ingevalle daer toe conden resolveeren morgen 
finaele antwoorde te geven. Voor sooveel wt hun redenen affmeeten 
conden, soude haer meeninge wel geweest hebben dat men Gamme- 
lamme aentastte en niet Tydoor , onder welck pretext den Tarnataen 
den treves metten Tydorees niet alleen gecontinueert maer sijn proffijt 
daer met gedaen, de Tydorees stil geseeten, h^' den Spanjaert ende 
sij ons weynich geassisteert hebben, ondertnsschen ons beyden ge- 



43 

consumeert, de vloote vruchteloos opgehouden, si) in haer volcomen 
progres en staet aen wedersijden blijven sitten. Ende alsoo volgens 
de belofte vanden Gougou tot noch toe geen antwoorde bequamen, 
daerdoor volcomentlijck bleeck sij luyden niet gesind waeren den 
treves metten Tydorees te breecken , aireede vier dagen naer ant- 
woorde gewacht hadden , vonden goet op den 12n deeser ÜE. briöven 
[en] schenckagiën aenden Coninck ende Gougou over te leveren, 
daer toe Capiteyn Vermeer wel souden hebben gebruyct dan wasopt 
eylant Macquian mette fluyt gedisenbarqueert, soo dat wyt selffs 
deeden, den Coninck metten Gougou den inhoudt van ÜE. missiven 
grondelijck te verstaen gegeven. Alles was geheel wel naer haeren 
sin uytgesondert 't slechten vande twee forten ende principalijck 
over Mothier, daer se seer scheenen in verslagen te weesen. Ter 
compste van Capiteyn Laout sullen hem insgelijcx UEd. missive 
nevens de schenkagie behandigen. Wij hebben haer oock aengepre- 
senteert volgens ÜE. ordre, ingevalle de voorsz. forten, naar dat 
wij se ontleedicht hebben , begeeren te bewaeren , dat nïen se 
haer overleveren soude, soo niet raseeren oft laeten springen. 
Hier toe hadden geen moet, antwoordden alst dan moste weesen, 
soude men se onder de voet smijten oft laeten springen. Hadden 
gaerne gesien t' lichten van Mothier uitgestelt waere geweest tot 
naeder ordre van ÜE. Sij meynden de E: Heer Generael op Batavia 
niet wel geinformeert om sulcken precise ordre tottet lichten van 
Mothier te geven , alsoo de Molucques veel daeraen geleegen ; thoonden 
haer seer bedroeft; beclaechden sich hoe eerst uyttet fort Maleye 
genoechsaem geqtooten waeren; nu cortte men de vleugelen daerse 
onder schuylden; sy besaeten niet als open vlecken. Tavent oft 
morgen , wanneer den vyant hun opt IQff quam , souden genootsaect 
sijn te vluchten. In somma bespeurden groote alteratie, ende inge- 
valle de vJoote niet gecomen waere souden ter comste vande Hoope 
genoech te doen gehadt hebben eer tot de lichtinge geracet hadden, 
soo wel vanden vijandt als Tarnataen 

Bij de nevens gaende copye van resolutie sal ÜE. connen sien 
hoe geresolveert hebben de vloote dadelijck naer t' lichten van de 
voort forten opt spoedichste naer Amboyne vervoege 

Op 12 deeser arriveerde hier een praeuw van Sangy, daermet 
onsen tolcq ende "den stierman vande Trouw quam , brengende brieven 



44 

vanden fiscael Wagensvelt, waer van hier nevens copye gaet, daer 
nyt ÜËd : verstaen can t' droevich ongelack t' schip door een harde 
storm op 1 December verleeden ten ancker voor Gonlonge leggende 
overcommen, hoe't sel£fde van sQn anckers gespildt, gestrandt ende 
vergaen is^ voorwaer een deerlijck ongelnck 

Den tolck ende anderen verclaeren soo't schip dat ongelack niet 
overcommen waere, t' conde geen drye dagen tardeeren oft sonden 
wel 5000 Conlangers, soo mannen als vrouwen ende kinderen in 
handen gecregen hebben , die se op een berch beset ende alle victu- 
aliën affgesneeden, soodat voor haer geen uytcomste was ende van 
selffs souden hebben comen moeten soubatten. Soot Godt belieft 
hadde , twaere een treflfelycke profitabele tocht voorde Comp. geweest, 
alsoo dit starck, welgemaect ende bequaem volck is om tot alle 
diensten gebruyct te worden. Nu isser anders niet toe te doen als 
t' volck ende 't geschut door t'schip d' Eendracht te laeten haelen 
soo haer't mogelijck weesen sal ^ 

Gallamatte hebben eerst gelicht, dat goet vonden niet te laeten 
springen maer te slechten, als oock Mothier van gelijcken, vermits 
't selve sonder groot cruytspillinge volgens rapport, vanden ingenieur 
vande vloot niet wel soude connen hebben geschied 

Actum Gnofficqia int fort Mauritius deesen 27 Martij 1625. 



IX. Jacq. Ie Febvre aan Herm. van Speult, 14 April 
1625, //per Leliatte naer Amboyna gesonden.// 

Op heeden is Leliatte bij mg gecomen, seggende licentie vanden 
Goninck becomen hadde naer Amboyna te vertrecken met een praeuw 
van ontrent 30 scheppers, versoeckende hem een brief ken van 
recommandatie in sijn faveur aen UE. meede wilde geven dat de 
questiën [ende] verschillen, soo aldaer tusschen donse waeren 
ontstaen, op de beste maniere mochten werden gemodereert ende 



1 De Eendracht kon sleehts een deel van *t geschnt machtig worden. De 
rest was door de Kalonganers weggesleept en begraven en bg een poging om 
het machtig te worden werden de Hollanders met verlies teruggedreven (J. 
Ie Febvre aan Pt. de Carpentier, 15 Ang. 1625). 



45 

aen een sQde geleght. Hij sonde van synentwegen daer soo seer in 
arheyden als hem doenlijck waere, dat op Lonhon weederom een 
comptoir mochte werden gestapnleert , UE. Capiteyn Hittoe met sQn 
consoorten niet alte veel geloofd en geve, die, soo hy seyde, met 
sQnen aenhanck veel twist en qnaets tnsschen partyen gerockent 
hadde. 'T schgnt bevreest is, naer dat aen hem bespeurde, Capiteyn 
Hittoe met comste vande vloote aldaer wel mochte opclappen, den 
rock omkeeren ende alle haere secreete pitcharinge en gnyterQ 
openbaeren. Naer oogenschijn soect hem nn mettet vossenvel te 
behelpen , als geen ander noch beeter nytcomste in deesen tyt siende. 
Dan wij hoopen dat door UE. voorsichticheyt de saecken aldaer mèt 
anctoriteyt soo beleyt ende geredresseert sullen worden, daert naer 

ons oordeel den rechten tijt toe is 

Opt eylandt Macqnian sgnde, bevonden meest alle d' inwoonders 
uit haer plaetsen int geberchte gevlucht door vreese vande vloot, 
ende dat men Callamatte ende Mothier gelicht hadde, inbeeldende 
men haer over hun quade procedures straffen sonde, de principaele 
om den hals brengen ende voorts d' andere christenen maecken, soo 
dat daer bij volcomentlijck blyct wel weeten in veele saeken mis- 
daen, ons niet naer behooren ende volgens haeren schuldigen plicht 
tracteeren. Wg hebben d' overicheeden vande plaetsen aldaer b^ 
ons ontbooden, hun gemoederen weederom gerust gestelt, haer 
faulten op de bequaemste maniere aengewesen, de reedenen vande 
lichtinge der forten geopenbaert, daer beneffens redres op alles 
versocht ende principalijck opt aenhouden ende t' vervoeren vande 
nagelen door de Tydoreesen, dat metten anderen moeten ver* 
sorgen .... off per fauite vandien genootsaect sullen weesen op 
andere manieren daerin te versien, haer als een vriendt waer^ 
schouwende, alsoo buyten reeden is wij d' oncosten vande forten tot 
haerder bescherminge supporteeren ende onsen vyandt mette naegelen 
deurgaet. Sij hebben groote beloften van beeterschap gedaen , versorgen 
sullen alle de naegelen in onse handen gelevert worden ^ ; den tyt 



1 „ Over 't onderhonden vanden pays ende *t commen der Tydoreesen ontrent 
en opt eylant", schrgft J. Ie Febvre aan Pt. de Carpentier (16 Aug. 1625) 
agaven [de Makjanners] den Coninck yan Tamstte de schnlt, die haer belastte 
snlcz te doen*" 



46 

wil openbaeren watter op volgen sal. 't Gaet seecker d' onverwachte 
vloote een grooten schrick onder deese Malacqaensche inwoonderen 
gemaect heeft. 

De Tamatanen honden sich tot noch toe geheel stil; den Coninck 
vertrect met 6 corcorren naar Macqnian om soo men seght d' in- 
woonderen van Mothier en Gane ^, die daer sl)n, hier te brengen 
als oock de dochter vanden Sangage van Gnoffiqnia te haelen. Eenige 
weynige dagen voor 't vertreck vande vloote hebben se de lest- 
gecomen corcorre van Amboyna secreeteiyck j sonder ons weeten , 
met advijs derwaerts gesonden, gelgck wy nu verstaen; tot wat 
intentie can lichtelijck affgemeeten worden. T roepen is hier al om 
Capiteyn Laout, als wanneer so't schijnt wonderlljcke curen uit- 
rechten wiUen. Oogenschgnelijck can men onder de Tamatanen groote 
alteratie bespeuren over t' vertreek vande vloote naer Amboyna, 
dat haer gans niet behaecht. D' alliantie metten Tydorees en haer 
neempt dagelijcx hoe langer hoe meer toe, die tot aende palissaden 
van ons quartier sgn gares (sic) compt maccken, sonder dat den 
Tarnataen sich aen trect noch daer met bemoeyt, soo dat geweldich 
stout wordt 

Den Spanjaert hout sich heel stille; wy connen tot noch toe niet 
bespeuren van meeninge is Galamatte oft Mothier te besetten. Heeft 
diversche advijsen naer Manilla gesonden, hart om secours tegens 
toecomende jaer procurerende (sic). Wij hebben onder de Tamatanen 
aitgestroyt de vloote binnen vyff a ses maenden van Java hier 
weederom weesen sal , om haer te beeter in toom te houden, t' Schynt 
de Spanjaert meent het hem alsdan gelden sal. 'T waere wenschelijck 
't gevolgh desselfs effect sorteerde om, als wanneer de saecken in 
Amboyna affgedaen , insgelycx bijder handt mochte genoomen worden , 
dat anders niet als met autoriteyt en dwanck moet geschieden, daer 
toe d' occasie schoon hebben ende naer oogenschijn in langen tijt 
soodanige macht als nu by den anderen niet sal connen gebrocht 
worden. D' apparentien sijn groot dat veele geallieerde naergeburen, 
die haer onder tgebiedt vande Tamatanen begeven hebben, door den 
overlast ende geweldt , soo van henluyden [hebben ondervonden] , in 



2 „De Ganers", schryft J. Ie Febvre (16 Aug. 1625) „waeren meest int 
bosch gevlucht, alsoo niet begeerden op Tarnaten bij den Coninck te woonen, 
dan op Macqnian te bleven/* 



47 

snlcken gevalle haer aff, ons toevallen snllen; ja veele Tarnatanen 
selffs, als maer verseeckert sjn, vrQ in haer moorsche wet, onge- 
molesteert onder ons leeven mogen, twelck den rechten middel is, 
hem 800 cleyn jae minder maecken connen als hij oyt voor deesen 
was, wanneer eerst tot sich selffs comen sal ende gedencken de 
dencht [sic], die soo lange jaeren vanden Hollander genooten heeft. 

Maleyen 14n April A® 1625. 

Was onderteeckent Jacques Lb Febtjbb. 



X. Jacq» Ie Febvre aan den G.-G. Pt. de Carpentier, 
15 Aug. 1625. 

Mette voorsz. Mindenause jonck quara een gesant nevens een brieft 
vanden Coninck aen ons, daerbij adviserende hoe den Coninck van 
Solocq tegen hem in oorloge getreeden ende den Spanjaert tot hnlpe 
versoect, die naer apparentie snlz doen soude, instantelijck aen ons 
ende de Tarnatanen versoeckende met eenig schip, scheepen ende 
corcorren geassisteert te worden. Wij hebben ons voor dees tgt ge- 
excuseert ende aengeraeden met malcanderen vereenigen, hun parti- 
culiere questien aen een sljde stellen, malcanderen tegens de laegen 
der Spanjaerden assisteeren, die anders niet practiseert als haere 
oneenicheyt, soeckende door dien middel hun alder ruyne; dat daer 
op wel letten, d'een dander sijn verderff tot voordeel vanden Spaur 
jaert niet trachten maer voorcomen ende de geringe questien aen 
weedersyden ter needer leggen, als wanneer verseeckert mogen blijven 
ter gelegender tyt van ons geassisteert te sullen worden. Den Ana- 
choda vande jonck, genaempt Labbercaeck, presenteerde mij dat 
hem starck maecte alle moussons ten minsten 200 coyangh schoone 
witte rijs, a 50 realen de coyangh, te sullen leveren, met goede 
partij arracq, waervan hier drye leggers gecocht hebben a \ reael 
de kanne van 10 mntskens; is vrij starcker ende beter coop als den 
geenen ons per de Hoop toegesonden; clappes olye, varekens en 
andere provisien, oock slaven, sonde men daer reedelijcx coop be- 
commen, alles in mangelinge van cleeden. Hebbe hem geseght voor 



48 

dees tyt niet wel geleegen compt een schip derwaerts te senden 
maer dat toecommende monsson daer op letten souden. Soo ÜE. ge- 
meden vindt men onderleyde wat daer inne te doen sij, dnnct ons 

gevoelens niet ongeraeden waere. ^ 

Actum inde Stadt Maleye op Tamaten, 15 Aagusti A9 1625. 

(J. E. dienstwillige dienaer 

Jagques Le Febvbe. 



XI. Journaely gebonden op de tochte van Louhoe ende 
Oambelle van den 14 May tot 23 Juny dat weder 
aent Gasteel arriveerden, Anno 1625. 

Woensdach Adij 14 May 1625 int Gasteel Amboyna. 

Nae dat de E. Heeren Gonvemeurs Van Speult ende Gorcom * 
des middaechs over tafel sittende, bryeven door den Goopman vant 
scbip Amsterdam uyt Banda becomen hadden ende dat het gemelte 
[schip] op Hyto wel ten ancker gecomen was met 70 lasten rijs, 
die tot nooddruft van de armade ontbooden waeren, soo sijn gemelte 
Heeren des namiddaechs in de corcorre Rossenyve geimbarqueert ter 
intentie met gemelte armade (die sterck was 3 scheepen, genaemt 
Mauritius, den Davidt ende t' Griffoenken , nevens 2 a 3 schaloupen, 
gemant met ontrent 700 blancke coppen van de vloote van den Hr Ad- 
mirael Geen Huygen Schapenham, ' mitsgaders ontrent 20 stuks corcorren 
van de getrouste onderdaenen , die onder t' Gasteel ressorteeren) daer ooc 
ontrent 150 soldaten van t Gasteel op geset waeren, om eenen aenslach 
ofte exploict te doen op de plaetse van Louhoe ende andre dorpen , die 
daer onder de Temataenen staen, ter eenre sijde, als meede aende 
andre s^de vant gemelte lant Lessydy, Erang, Gambelle ende andre 
cleyne naegeldorpen daer ontrent geleegen. De voornoemde scheepen 
syn des avonts met een cleyn coeltie onder seyl gegaen, daer de 



1 Gouv. Gen. en Baden (Brief aan J. le Febvre , ö Nov. 1625) konden hierop 
„nog geen finale order geven*" 

2 Jan yan Gorcnm was den 25 Mrt. op Ambon gekomen om Yan Spenlt als 
^oavemetLr op te volgen. 

8 Deze vloot had den 2 April voor Ambon de ankers uitgeroepen. 



4d 

voorsz. Hoeren Goavem. met de corcorren ten 10 ayren op volchdeü. 
De corcorren roeyden tot over de middernacht 

Adij 16 ditto 

Des naemiddaechs ontrent 4 nyren qaamen met d' armade voor 
HgtOy daer wij t' schip Amsterdam en t' jacht Ooa op de reede 
vonden leggen. CapL Hijtoos soon Halleny qnam ons ontrent Hgto 
met een cleyne corcorre inhaelen. Gorts daer aen qnam sijn vader 
oock aan hoort omme d' Heeren Oonvemeurs te begroeten, die sich 
excuseerde dat syn eorcorre nyet veerdich gemaect en hadde alsoo 
snlcx nyet geweeten , noch d' Heeren hem daervan nyet gewaerschout 
en hadden, waerop de Heer Spealt antwoordde, dat s^ne iegenwoor- 
dige macht sterck genoech was (Godt ten voorsten), omme die van 
Lotthon, Lissedy, Gambello over de gedaene insolentien, moorda- 
dicheeden ende andren trots, soo ons van haer bejegent ende geschyet 
was , te straffen , ende dat overmits sy daer verwant ende veel Vrinden 
hadden, wel thuys bleven mochten, daer gemelte Hytto nyet droevich 
maer bigde over was. ^ 

Adg 17 ditto 'Smorgens vroech ontrent 2 uyren voor daege qnamen 
onder t' land van Louhon met de corcorren, daer w^ een stucxken 
van de wal op de ryemen bleven leggen totdat den dach aenqnam 
als wanneer pangayden naert schip de Hoope, daer den Commandeur 
Carsten op geordyneert was, om te syen off sij ons haere naegelen 
wilden leeveren voor realen van achten , als voor deesen gedaen hadden. 
Gemelte Carstens quam met den schipper van gemelte schip aen 
de ... . Gouverneurs corcorre rapporteeren . . . sijn wedervaeren, 
Seyde dat ontrent 8 Portngeesche bhaar naegelen ontvangen hadde 
in den tijdt dat daer met voorn, schip gelegen hadde. Oock ver- 
stonden van den voorsz. Carstens, als dat hij vyer man vande 
Tamatanen iüt voorsz. schip met listicheyt gevangen genomen hadde, 
en dat onder pretecxt van dat aen Kymola Lelyato lyet weeten als 
datter een jachtken van Batavya op Amboyna gearry veert was, dat 
bryeven van den Ed. Hr. Generaal mede brachte aen de overste van 
Louhou adresserende, ende hem die geworden waeren om die aen 



1 Ook de koirekorren van de kampongs Latoe, Hoewaloi, Haja, Tamilaoe 
en Sepa aan de Zuidkust van Ceram, die onder Hitoe stonden en de vloot 
begeleidden, verwijderden zich toen zg bespeurden dat men Loehoe ging aan- 
tasten. 

4, 




50 

Kymola Leliato te behandigen, welcke bryeven de Ternatanen 
seer desyreus waeren te hooren leesen. Sonden oversulcx 4 gecom-. 
mitteerden aan boort, die gemelte Carstens daer in apprehentie vast- 
hyelt. Een van de selve wort geseyt den broeder van Kymola Sab- 
badyn te weesen , die onder de 7 off 8 jaeren Gouverneur van Loubon 
geweest is. Stont sus off soo off sonde Kymola Lelyato met Callen- 
batte, die met een praeuken al ontrent bet scbip quamen omme den 
inbont van gemelte bryeven mede te verstaen , mede becomen bebben , 
maar het scheen eenige lucht daer van creegen ende roeyden weder 
naer lant. De gemelte Heeren Gouverneurs voeren aent schip ende 
bebben daer de voorsz. gevangenen geëxamyneert van de gelegentheyt 
ende stercte van der Tematanen fortressen, als mede om te weeten 
waer dat onse orengbay ende wye deselve genomen hadde, die met 
6 soldaten ende 12 compagnies slaeven gemant was ende gesonden 
was om ontrent Assahoudy ende Bamo ^ te gaen besicfatigen off daer 
Maccasserse joncken laegen, waervan den eenen genaemt Manta 
Louhees , die by Lelyatto vemomt lange jaeren gewoont ende sijnen 
tolck geweest was , met waeter getortureert synde , dit naer volgende 
bekende. Eerstelijck dat seecker Ternataen genaemt Caboulo ^ met 
2 corcorren van de Papouwen, daer sy vrijnden mede sijn , uyt rooven 
gegaen was, die int gatt van Nassouw achter de clippen lach, ende 
onse voorsz. orengbay, daer bij avont deur pangayende ende de sol- 
daten die der op waeren meest laegen en slyepen, waer door haer 
onversyens overvallen sijn; de onze scbyelijck opschyetende lyepen 
meest aen de een syde van de orengbay, dat deselve in de gront 
raecte. Souden anders soo lichtelijck van haer nyet gecregen syn 
geweest ; als wanneer ons volck naer Lissebatte brachten ende deselve 
daer vercocht, soo wel onse soldaten als de Comp^ slaeven ende dat 
de sommige voor een , eenige voor 2 ende andere voor 3 gongen ende 
andere barrang barrangh * meer. 



1 Denkel^k is Boano bedoeld. 

2 Ook uit latere berichten van de gevangen soldaten zelven blijkt dat de Ter- 
natanen aan bet nemen van de orangbaai geen schuld hadden maar de Papoea^s , 
die in deze buurt rooftochten deden en de gevangenen te Lisabata verkochten. 
De Hollanders werden door die van Lisabata uitgeleverd. 

3 Zaken. 



51 

Item bekende gemelde Manta, nae dat hem gevraecht was nae de 
gelegentheyt van 't fort Lucelle ^ daerop haer de Tamatanen ont- 
bonden, dat ontrent de 100 soo roers als mnsqnetten, 4 stneken 
groff scbnt met eenige bassen ende 5 a 6 potten crayts onbegreepen 
op waeren hebbende. Ook dat gemelte fort 3 weegen hadde, daer 
men can opcomen. 

Oemelte Gouvems. lyeten op dato alle de Orangcays van de cor- 
corren ontbyeden omme haer Inyden voornoemen ende meyninge van 
de tocht t' openbaeren 

Eyschte beur al te samen den eet aff van getrouwicbeyt int aen- 
doen ende vernyelen van de voorsz. plaetsen, steeden ende dorpen, 
die sij al te samen vrgwillich met opgesteecken vingeren deeden. 

Adij 18 dito qnam des morgens een Corporael van Hyto brengende 
bryeven van't Gasteel, dewelcke seyde, dat den Heer Admyrael 
gisteren avont ontrent ten 5 uyren met de scheepen van Hyto ge- 
steecken was omme herwars aen te comen, gelijck wQ haerlnyden 
smorgens vroech in zee saegen, die in stilte laegen en dreven. De 
Heeren Gouverneurs voeren aent schip den Davidt, dat voor Lonhon 
laeh om de plaets van daer te besichtigen ende inspectie vande weegen 
syen te becomen. De voorsz 2 scheepen die is see waeren cregen 
Gorts daer aen goede wint ende quamen tegens den avont op de 
reede ende settent mede ontrent den Davidt dicht voor Louhoe, daer 
gemelte Heeren Gouverneurs aen boort voeren, alwaer van de tocht 
van Louhoe voor eerst gehandelt worde omme die op morgen int 
werck te stellen, Den Captn van't fort Amb(oyna) ende Secretaris 
worden des avouts van gemelte Heeren gecommyteert aen alle de 
corcorren te vaeren om de swarten al te saemen te waerschouwen, 
dat se op morgen vroech, wanneer de trompett dryemael gesteecken 
sal weesen, gemelte Heeren met haer corcorren te volgen nae de 
strandt van Loohoe ende daer met Hare Ëds. te landen, eenige met 
Bchilt en sweert ende sommige met byien en parrangs om deboomen 
daermede te ruyneeren, geevende haer een wit teycken, dat se aen 
de rechter arm soude binden ten eynde si) van onse soldaten bekent 
ende nyet als vijanden op haer attenteeren en souden , versyende met 
eenen alle de soldaten die op de corcorre waeren van ciuyt en loot^ 



l Lessiela besuiden Loehoe. 



5^ 

mistgaders van broot, dat sij op morgen mede sonden neetnen tot 
behoefte van haeren nootdrnft. 

Adg 19 May smorgens vroeg bet trompett steeckende, maecten 
hem een gder veerdich omme te landen, vyelen in chalonpen, boots 
ende schuyten met han geweer. Eerst worden nyt de scheepen ontrent 
de 100 schooten met haere stucken op de stercte van Louhoe ge- 
schooten omme den vijant vreese ende daerdoor inde vlucht te jagen, 
onder welck geschyet de Heeren Gouverneurs, mitsgader d' Heeren 
Vyce Admyrael ende Schout-by-nacht ^ met 12 compagnien soldaten sijn 
gelandet te weeten 9 comp. van den Er Admyrael Geen Huygens vloote 
ende 3 vant casteel, yder comp. van ontrent de 70 coppen, nevens 
ontrent 1000 swarten van de corcorren gelandet sijnde, quamen aent 
padt, daer men nae haere negrij gaet. Worden bij gemelte Heeren 
Gouverneurs uyt yder van de voorsz, comp. 15 mannen gelicht die 
vooruyt gingen [nae] hare negrg souden trecken, waer van den 
vaendrich van Amboyna hooft over gestelt worde omme voorn, troupe 
te leyden en den vijant op te doen. Quam in haere negrij sonder 
eenige rescontre van vijant te vernoemen, die gisten gelijckerhant 
nae haere forteressen toe gevlucht waeren, die booven int geberchte 
laegen. De gemelte Heeren naemen daer vooreerst haere beste huysen 
in omme daer snachts te logieren ende voor den reegen bevrijt te 
weesen. , 

Gorts daer aen worde gemelte vaendrich gecommandeert voorts naer 
haere stercte te marcheeren, leydende 2 gevangens vooruyt, die hem 
den wech souden wijsen. Gort achter hem volchde Sr. Wyncoop met 
sgn Comp. ende alle d'andre volchden hem nae. Een stuck weechst' 
geberchte op gemarscheert sijnde, quamen op een groot vlack pleyn 
daer de vgant voor lach ende ons daer verwachtte , daer d'onse resi- 
stentie van den vijant creegen, die met steenen, werp-geweer ende 
musquetten ons weer boden. Doch syende dat gemelte vaendrich 
eeven sterck aentrock, steldent op een loopen naer haere stercte ^ 
daer gemelte vaendrich ende Captn. Wgncoop met sijn Comp. haer 
vervolchden. Aen haere stercte comende boot den vijant andermael 
weer, doch daer eene chergie op geevende steldent daer naer op een 
vluchten ende de gemelte naemen haere forteressen in, die nytermaten 



1 Namelijk van de Kassonsche vloot: Jan Willemz Yerschoor en ComeliB Jacobsz« 



53 

sterck waeren, verwonderende ons dat geen meerder tegenstant en 
hadden gedaen. Jae hadden wQ met eene 30 soldaten daer binnen 
geweest, geen 10 man yets en soude te wille geweeten hebben; dat 
meer is, de gemelte van Louhoe altijdt bij onze onderdaenen seer 
gevreest geweest sijn over haere vaillanticheyt. De onze creegen int 
inneemen 3 è, 4 hooffden van den vyant ende wQ hadden int stormen 
4 é 5 geqnetsten gecreegen. Tegens den avont verstonden, dat de 
8 war ten van onse corcorren noch 10 oft 12 hooffden becomen hadden , 
die int stormen van de gemelte stercte door de onse doot ende crenpel 
geschooten waeren, die op den wech waeren blijven liggen. Des 
nachts worden gemelte stercte met 3 Comp. soldaten bewaect, twee 
Gomp. van't Gasteel ende een vanden Hr Admirael 

Adij 20 ditto 

Op dato was geresolveert alle des vyantsfrnytboomente vernyelen, 
geleek het datelijck int werck gestelt worde, hadden des avonts 
ontrent de 900 fruytboomen omgehouwen, dat de swarten van de 
corcorren ende timmerluyden van de vloote alleen gedaen hadden. 
Oock worde debvoir gedaen op des vijants naegelboomen , conden op 
die plaetse geen vinden. Oock seyden de gevangens van Louhoe, 
dat daer geen naegelen en wiessen. Des morgens worden onder de 
soldaten rantsoen voor spek, vleys, broot en wyn uytgedeelt. Des 
namiddachs quam Patty Ney , die met onse Alfouris uy t garen geweest 
was, weder, bracht tljdinghe dat de vgant met wgff en kinderen 
gerescontreert hadde , hetwelcke ontrent een uyr gaens boschwaert in 
was, de revyer op wars, die daer op een stercte bg den anderen 
waeren; oock dat met steenen ende ander werpgeweer naer haer 
geworpen hadden. Waerover gemelte Heeren Gouverneurs ontrent de 
300 van onse swarten commandeerden om snachts onder gemelte 
vijants stercte haer secreetel^ck te verbergen ende des morgens metden 
dage den vijant aen te vallen, want daer meest vrouw en kinderen op 
waeren ende oversulcx geen noot en souden hebben te Igden. 

Adg 12 ditto smorgens quamen gespecificeerde swarten weder bQ de 
gemelte Heeren , brengende een hooft mede , seyden dat den vQant van de 
voorgenoemde plaetsen gevlucht ende daer nyet een mensch en hadden 
gevonden. De Heeren Gouverneurs gingen des middachs uyt naer den tuin 
van Eymola Tycos salr. ontrent een cleyn uyrtgen gaens van Louhoe^ 
alwaer haere E. over de 200 so naegel-als fruytboomen lyeten raseeren. 



54 



Adlj 22 ditto begosten des morgens vroecb bet fort van Louboe te 
raseeren ende te verbranden ende quamen met de soldaten beneeden. 
De Heeren Gouvemeurs .... gingen een stack weecbs bij strant met 
9 comp. soldaten, alwaer de gevangens seyden nagelen stonden, die 
ons souden w^sen ; braebten gemelte Heeren in de nyettwe stadt van 
Louboe, genaemt Nam Songy, eene scboone treffelijcke plaetse bewassen 
met alderbande scboone vrucbtboomen welcke boomen met alle onse 
swarten alte samen ombieuwen ende vernyelden. De Heer Gouverneur 
van Speult gingb met de belft van de soldaten ende swarten boscbwaert 
in met de voorsz gevangens omme naegelboomen te vernylen, welcke 
gevangens den Hr. Gouv. Speult braebten op de wecb daer men naer 
Cambello gaet; seyden als doen nyet en wisten waer dat naegelen 
stonden; dreven baer verscbeyde reysen voort dat ons de naegelen 
souden wijsen, maer en conden geen vemeemen. Eyntelijck keerde 
gemelte Gouv. weder te rugge, syende dat de gevangens syn E. 
praeliens wys gemaect badden, ende quam weder by den flr. 
Gorcom, alwaer men met alleman gemelte plaetse feenemael ruy- 
neerde. Dat gedaen sgnde, sijn naer strant gemarcbeert ende tegen 
den avont geinbarqueert. De flr. Vyce-admyrael , die in de negry 
de soldaten van boven verwacbtte, badde ordere gemelte negrg , daer 
3 nacbten gelogeert badden, 'teenemaei in den brant te steecken 
ende de resterende vrucbtboomen, soo daer ontrent de buysen nocb 
stonden , aff te bouwen ende alsdan met de soldaten t' inbarqueeren , 
gelijck syne E. al geinbarqueert was doen wij aen strant quamen. 
Den Captii. Carstens was met syn comp. soldaten ende 6 corcorren 
des morgens gecommandeert te gaen naer de cleyne dorpen van 
Salouke ende Lielle ^ te intentie gemelte dorpen aff te loopen die 
ontrent anderbalff uyr roeyens van Louboe laegen, ende alle de 
naegelboomen te vernyelen. Quain des avonts weder ende badde 
ontrent de 200, soo naegel- als fruytboomen geraseert. Die van 
gemelte dorpen, baer syende coomen, staken selffs den brant in 
baer negrg en vlucbteden ; saegen daer nyet een menscb. Oock waeren 
op dato 3 cbalouppen voor Lucelle ^ uyt dyepen geweest, waer de 
beste gront voor de scbepen waere, daer die vant fort 4 schoten 



1 Saloekoe en Liëla. 

2 Zie hiervóór bl. 61. 



•> 



65 

met haer stucken nae schooten, doch en raecten daermede nyet, 
maer aen strant laegen eenige met mnsqxietten , die een man in de 
ehaloupe doot schooten. 

D' Heeren Goavernenrs voeren des avonts aen den Hr. Admyraels 
boort ten eynde met den andren te resolveeren wat plaetse eerst 
aengedaen ende best dyende bij de handt genomen te werden . • • • 

Worde by de meeste stemme goetgevonden ende gearresteert dat 
de scheepen op morgen haer voor de stercte van Lucelle vervoegen 
souden ende dat men op overmorgen vroech de Temataensche for- 
tresse met alle onse macht aentasten ende dat men morgen dien 
dach wat rusten soude, alsoot volck aireede seer vermoeyt ende 
den meestendeel nyet gewent en sijn sulcke mechante weegen met 
heur geweer te marcheeren. 

Ady 23 ditto voeren de Heeren Gouverneurs vergeselschapt met 
den Hr. Schout hij nachte (om geen tljdt te versuymen) met alle de v'^ 

corcorren en soldaten vant Gasteel Amboyna, weesende 3 compag- 
nien, naer Wayboutg ^ synde ontrent 4 mijlen van Louhoe gelegen. 
Des naemiddaechs daer comende saegen eenich off weynich volck 
boven in haere stercten, daer haere negrg by hadden, die soo haest 
ons saegen landen, selffs haer dorp in den brant staecken ende 
vluchteden. De compagnien trocken naer boven ende naemen haere 
stercten in, die 2 boven den andren waeren sonder eenich aenstoot 
te hebben, wel soo stercke plaetsen ende moeyiycke weegen als die 
▼an LoQhoe waeren. 

Wy raseerden metter haest haere stercte ende vruchtboomen soo 
daer ontrent stonden; vonden int hangen vant geberchte langs de 
strant mennichte van naegelboomen , die wy soe veel ruyneerden 
als m<>geiyck, tot dat ons den avont op de hant vyele ende daer-- 
door mosten uytscheyden, want op morgen besloten was Lucelle 
geiyckerhant aen te tasten; gisten dat men wel 1000 nagelboomen 
de schorssen a%eschilt hadden ende daer bleeven noch wel 6 mael 
soo veel onbeschadicht staen, die per naester gelegentheyt noch 
souden aendoen; lyeten over suicx de baleeuw aen de strant onver- 
brant omme t'onser wedercomste daeronder voor den reegen bevryt 
te weesen* Wy staecken daer mede 2 corcorren in den brant, eene 



. 1 Wai Foeteh. 



56 

die volmaect ende d' ander noch onvolmaect was. Die van de Vleassers 
brachten een hooft van booven, dat onse Alfonrsen becommen hadden 
welck hooft wQ saegen sij datelQck aen een spit te braeden leyden 
ende atent met den andren op, daer haere vingers naer lieten. Oock 
brachten onse swarten een ancker van booven, dat het ancker was 
dat het jacht Snratte over eenigen tgdt ontrent haer dorp hadde 
laeten sitten. Tegens den avont saegen dat de scheepen onder seyl 
waeren omme voor Lncelle te gaen anckeren. Wg embarqneerden op 
dat pas ende roeyden naar Lonhoe 

Die vant fort Lncelle saegen ons onder schoots, schoncken ons 
eenen coegel, die over onse corcorre waterde sonder schaede. Des 
morgens vroech qnamen eerst voor Lonhoe op de reede 

Adij 25 ditto. 'Smorgens lichten onse anckers ende voeren met de 
corcorren naer de scheepen omme voor Lncelle te landen; Godt de 
Heere verleene ons goede victorye. De scheepen begosten wederom 
dapper te schyeten ende die vant fort somtijdts een schoot. Doch 
doen de Heeren Gouvemênrs ontrent de' scheepen qnamen met de 
corcorren, schoten daer 2 schoten naer, maer verre over ons heen. 
Gemelte Heeren gingen datelijck in den Heer Admyraels schip over 
om andermael te resolveeren ende de Heeren voor te dragen oflf 
men landen sonde voor Lncelle off dat men eerst naer de cleyne 
negrijs sonde gaen ende daer eerst de nagelboomen raseeren, alle- 
geerende dat als men den vijant al schoon verjaecht hadde, dat hg 
haer toch wederom daer verstercken sonde , ende haer nae te loopen 
is onmogelgck , oock geconsidereert dat sQ haer alsdan wel lichtelyck 
naer Cambelle souden vervoegen, gelgck het voorleeden jaer gedaen 
hadden, comende de Ternatanen met over de 1000 man de vreemde- 
lingen, de Maccassaren die ons de nagelen ontvoeren, op Lessydy te 
hulpe, waerbij haer de andre cleyne dorpen, als Erang, Cambelle. 
Hennebelle, oock vervoechden, in welcken gevalle met des te meerder 
perijckel de saecken op Cambelle [sic] souden moeten verrechten. Op 
welcke redenen eenstemmich goetgevonden worde, dat men datelyck 
met de corcorren ende 6 sloupen met soldaten gemant naer de cleyne 
negrgs soude gaen ende daer de naegel- ende soot doenlyck waeie 
de vmchtboomen mede sonde myneeren. Corts daer aen gingen 
ontrent de middach op de roey; de schepen bleven noch voor haere 
stercte leggen om somtydts (avantagie syende) een schoot te doen. 



57 

De gemelte scheepen hadden verscheyde reysen deur haer fort ge- 
gchooten , dat t' elckens met alle man saegen repareeren. Die vant 
fort hadden de voorstenge vant schip de Hoope op dato in stucken 
geschoten. Des naemiddaechs qnamen voor negrij Loky ^ die hooch int 
geberchte lach ; resolveerden eerst van achteren aff te beginnen , te 
weeten van Angen, ^ dat noch wel een mijl daer van daen lach, 
alwaer des avonts met de corcorren ende sloupen quamen, settent 
recht voor de negri) Laala genaemt; de negrij Angen lach boven int 
geberchte. De Heeren Gouverneurs souden des avonts het hooft van 
Oma nevens een hooft van Caybobo naar de negrij om te syen off 
ymant van de Hooffden van gemelte dorp conden mede brengen ende 
de redenen t'aenhooren , waeromme sijne E. hyer met soodanige macht 
gecomen waere. 

Adg 26en ditto 'smorgens vroech quamen gemelte gecommytteerden 
weder , mede brengende de Orengcays vant dorp , die eene schencagie 
aen de Heeren Gouverneurs brachten , dewelcke claechden ende nyet 
en wisten wat het te seggen was, dat gemelte Heeren daer met soo 
groote macht gecomen waeren, seyden dat ons [hun] volck noyt 
yewes misdaen en hadde , daer de Hr Gouv. Van Speult op antwoordde 
dat sulcx ten deele wel soo was, maer dat haere Hooffden onder 
wyen sij stonden, weesende de Tarnatanen, haer grootel^cx jegens 
ons ende onse ouderdaenen geoffenseert hadden ende over sulcx 
syn E. daer gecomen was om alle haer naegelboomen te ruyneereu, 
alsoo haere naegelen, sedert de 3 jaeren herwars aen, aen ons nyet 
en hebben willen leeveren, nyet jegenstaende Bij by eede daer toe 
verplicht en verbonden sQn, maer deselve lyever aen de vreemde- 
lingen de Macassaren ende anderen hebben vercocht 

Gaff haer keur off de negrij verlaeten wilden en comen aen casteel 
metterwoon off op Caybobo alwaer Bijn Ed. haer plaetse, lant ende 
saguboomen verleenen soude. Dewelcke seyden lyever op Caybobo te 
gaen woonen, dat haere buyren waeren, waerop haer affscheyt namen 
ende trocken weder nae haer dorp om t' selve die van haer dorp voor 
te draegen ende gemelte presentatie te kennen te geven. Corts daer- 



1 Bg Valentgn: Locki. Op de kaart van Stemfoort staat foutief: Sokki. VgL 
De Hollander, II, 3e uitgave p. 542. 

2 By Valenten: Anin of Hennelessi. 



58 

aen sijn gemelte Heeren met 8 comp. soldaten ende alle de swarten 
gelandt, vonden aen lant de paden vol voetangels geseth, die bij 
d^onse nytgetrocken worden; trocken corts daeraen met alle d' Ambon- 
neesen nae t' geberchte. De gevangens gingen voornyt om ons de 
nagelen te wgsen. Nadat ontrent anderhalff uyre gemarcheert hadden 
op vlack lant, qnamen aent climmen, daer men al gaende weeebs 
de nagelen omhyelen ende de schorssen affschilden, soo daer met 
menichte stonden. Nadat wij ontrent 1000 naegelboomen schadeloos 
gemaect hadden, sijn met de heele troupe weder nae strant gemar- 
cheert , alwaer hem ider comp. soldaten van de beste huysen soo daer 
aen strandt stonden versaegen om des nachts daer in te logeeren. 
D*Ambonneesen voeren nae de corcorren, haer waerschouwende dat 
op morgen vroech weder aen lant souden comen omme weder naer 't 
naegelbosch te marcheeren 

Adij 27 ditto 'smorgens was 't noch hart weder van regen en wint 
salcx dat wel achtermiddach worde eer dat d' Hr Gouverneur Speult 
geassisteert met de Bx Vyce Admirael ende Schout-bi)-nachte met de 
soldaten ende swarten naer t'nagelbosch marcheerde , sijnde van mey- 
ningh daer snachts te blijven opdat daer des anderen daechs een eynde 
van ruyneeren der naegelen souden maecken 

Ady 28 ditto. Boven int geberchte commandeerde de Hr Gouver- 
neur de soldaten ende Ambonneesen nevens de timmerluyden van 
des Admiraels vloote, die haer int rayneeren der naegelboomen wel 
queeten met haer kerff bijlen , in die 3 troupen te gaen de naegelboomen 
ombouwen, daer het bosch overvloedig van volstont; was onder de 
voorsz. boomen al schoon gemaect om te plucken, alsoo de naegelen 
al volcomen ryp waeren. Eene van de voorsz. partyen waeren gelast 
met eenen naer de negrij Nuleeuw ^ te boswaert in te gaen, daer 
de gevangens seyden oock partije naegelboomen stonden. De gemelte 
partijen en vonden deurt heele bosch geen vyant. Des achtermid- 
daechs quamen gemelte partijen weder. Seyden ontrent de 3000 
naegelboomen geschilt hadden, ende sijn tegens den avont met de 
heele troupe affgetrocken naer beneeden daer wy in de negrij Laala 
noch bleven resideeren 

Adg 29 ditto des morgens vroech de swarten vande corcorren aen 



1) Noelehoe. 



59 

laut gecomen s^nde trock de Hr. (jouv. Gorcom ende d'Hr. Schout' 
bQ-nacht met 5 Comp. soldaten ende ontrent de 400 Ambcmneesen 
naer de negrgs Angen, Bawail ^ ende Henetonban, dat teboschwaert 
in wel 2 nyren gaens was. Sgne E. voor de negrg Bawail comende, 
vonden dat noch van den vgant beseth was, dat ons wonder gaff, 
overmits men op de voorsz.andre plaetsen geen resistentie van volck 
gehadt en hadde. Wierpen met Reenen , calleweyen ende ander geweer 
van booven ende ryepen int maleys marre marre orang ollando, 
oreng Ternale adda desyfiy , meynende d'onse daer meede schrik aen 
te jaegen ende te doen afftrecken. Doch de soldaten eeven sterk 
voort treckende om in haer dorp te coomen , steldent den vijant alsoo 
op een vlochten ende ons volck nam haere sterckte in, alwaar 5oft 
6 seepen ' ende ryeden vonden, daer die van de negr§ bij den 
andren hadden sitten drinken met saguweer. 'T schijnt Bij voorgenomen 
hadden hun tegen ons ter weer te stellen. Die van de Heeren Gou- 
vemenrs corcorre cregen daer een hooft, dat int stormen van d'onse 
doot geschoten was, dat deselve s war ten achter aen de corcorre te 
pronck hingen. Het bosch stondt daer oock heel vol naegelen. De 
Heer Gorcom bleeff daer des nachts in de negrij geforryert met 
alle sgn suite, ter intentie op morgen vroeg meede een eynde daer 
van te maecken. De swarten qaamen tegens den avont meest alte- 
samen beneeden ende voeren naer haere corcorren. Des naemiddaechs 
qaamen onse Alfouresen, die weder uyt gaeren geweest waeren, 
brachten een gevangen vrouwe meede, oock hadden die vanKonselouw 
een slaeff geeregen in de coubous, die daer gecomen was omeeten te 
soeken, want het volck boven in de bossen, daer gevlucht waeren, 
groote noot hadde; welcke slaeff de Heeren Gouvernears haer ver- 
eerden 

Adij 30 ditto quamen des morgens 2 sloupen bij ons voor Laala, 
daer w^ de negry noch in hadden, met onse soldaten , die expres van 
den Heer Admyrael Geen Huygen affgevaerdicht waeren omme de 
Heeren 't adverteeren als datter gisteren tegen den avond . . . een 
praeuw in zee was, die van Hyto quam met victualye ende andre 
behoefte voor d'armade. Welcke praeuw die vanLucelleinzeesyende, 



1 Pawail bg Valentgn. 

2 Sepah? (uitgekouwde sirih-pruim.) 



60 

voeren daer met een corcorre ende 30 orengbays nae toe, depraeuw 
nyet anders meynende oft het was van ons volck, die op gemelte 
vaertaych van Locelle in see staecken. Gisten dat se naer onse praenw 
toevoeren, die in alder ijl 3 boots lyet mannen om gemelde praeuw 
t'ontsetten . . . doch en conden op veer nae soo hart nyet roeyen als 
het vaertnych van Lucelle schepte , en mosten syen , dat onse praenw in 
der vijanden handen vervyele , daer 5 Dnylsen in waeren en 3 Mardij- 
ckers, die haer hoo£fden altesamen verlooren, aytgesondert een Mardij- 
cker, die totter doot toe gequetst in de praenw vonden leggen, daer van 
den vgant den t^dt nyet 'en hadde hem het hooft aft te houwen ende 
meede te nemen deur vreese van onse boots 

Des naemiddachs quam d' Hr. Gorcom weder aff, hadde op de 
voorn, plaetse tussen de 7 a 8000 naegelboomen vernyelt. Daar 
sorteerden noch 2 dorpen onder de negry Angen genaemt Salalou ' 
ende Henekelangh, daer ooc naegelboomen stonden, doch weynich, 
daer van die cant qual^ck costen bijcoomen want deselve naeder 
aende ander sijde vant lant laegen als aen dees si)de, naer Lissa 
Houdy ^ toe; souden wel meer als een dach hebben moeten mar< 
cheeren eer dat wg daer bi) gecoomen hadden, dat de Heer Gorcom 
nyet geraeden en vont, vreesende voor reegen ende anders. . . . 

Adij 31 ditto staeken des morgens de negry Laala, leggende aen 
strant, daer 4 nachten in gelogieert hadden, in den brant, waer 
onder sorteeren de cleyne negrijs Nuleeuw ende Henetouban, ge- 
leegen boven int geberchte ende de negrij Angen, waeronder staen 
Bawayl, Henebalijte ' ende Henelissy, daer wij de naegelboomen 
volgens t' seggen van de gevangens al te samen geraseert hadden 
nevens haere negros ende gedeelte van haere vruchtboomen, ende 
geen naegelboomen meer op die 4 plaetsen en wisten; welcke boomen 
geschat worden op 20.000, soo op die plaetsen vernyelt hadden met 
de vruchtboomen. Over sulcx sgn met alle de soldaten in de corcorre 
geinbarqueert ende syn weeder op de roey gegaen nae de negry 
Lokuy * daer wQ binnen 2 uyren voor de reede quamen .... 

Adij pr<^ Juny weseende Sondach voor de reede leggende van de 



1 Denkel^k Seroelau. 

2 Assahoedl. 

8 Aldus voor Henewali. 

4 Loki of Lokki. Zie hienroor blz. 57. 



61 

r 

negrg Loqny maecten preparatie om te landen. De Heeren Gouverneurs 

waerschouden abstrictelick (sic) alle de hooffden van de corcorren 

haer voick te belasten dat se hyer soo confnselijck met rooven en 

plunderen nyet en souden toegaen geleek op d' ander plaetsen gedaen 

hadden, off souden der 2 ofte 3 aen de boomen ophangen, daer 

toe al een galch aen strant gemaect was, want wy naeby Lucelle 

waeren, die hier dit voIck wel lichtelijck soude connen assisteeren. 

Gelandet sgnde worde goet gevonden dat de Heer van Speult nevens 

de Heer Vyce Admyrael ende Schout-bg-nachte, naer haere negrys 

ende stercte souden trecken met 6 comp. soldaten ende wel 600 

Ambonneesen ende de Heer Oorcom soude t' ooch hebben op de 

corcorren ende besorgen dat de soldaten van behoefte versyen worden. 

De gemelte Heeren, halffweegen sijnde, marcheerden deur eenrevyer, 

vernamen daer [den] vijant, die weynich resistentie met heur werp- 

geweer deden , doch gaven haer haest op de vlucht , ende marcheerden 

voort. De wegen waeren met boomen toegestopt ende met menichte 

voetangelen beseth. Indien den vyant ons in de revyer waergenomen 

hadde, souden ons met steenen doot geworpen hebben, maer het 

schgnt ons van eenen andren wech verwacht hadden, daert cryelde 

van voetangelen, ende marcheerden een groot halff uyre aleer aent 

climmen quamen, daer de naegelen stonden ende al schoon gemaect 

was, waer de soldaten wat gingen rusten, waervan haer dorp nyet 

verre geleegen was ; saegen den roock opgaen van de huysen die den 

vyant selffs in den brant staecken ende vluchten. Doch Capt. Cas-* 

sloppen quam met sijn comp. noch tijdelijck booven, dat soo veel 

huysingen onverbrant creegen om des nachts te logeeren met de 

soldaten en timmerluyden ende Ambonneesen ; schilden gaende weechs 

de naegelboomen, daer het bos vol van was. Soo haest alle man 

boven in haere stercte waeren, die uytermaten sterck was, sach yder 

comp naer cortegnarden nyt omme des nachts te logeeren. Die van 

Loky hadden een hoope rommelingh van porceleyn, gongen ende 

glaesen int eertrijck, daer de huysen aff gebrant waeren, begraeven, 

dat by onse swarten ende Duytsen gevonden worden. Des avonts 

verstonden dat onse swarten ende timmerluyden (die 20 waeten) wel 

8000 naegelboomen etc. geschut hadden. Logeerden des nachts met 

alle onse swarten int gemelte dorp < ^ < « 

Des nachts reegende 't hart ende was eenen seer donckere nacht* 



6i 

De eomp. vbb Garstens ende Brederoode stonden den heelen nacht 
in hun geweer, overmits den yQant daer de schildwachten t'elckens 
socbten te becmypen; wierpen een schiltwacht met een ryet schyer 
dear en deur t'iyff. Naederhant quam den vgant al weder, maer de 
schilt wachten , soo haest wat hoorden ritselen in de mychte, gaeven 
daer vyer op, soo dat dien nacht 5 a 6 loose alarms hadden. 

Adij 2 Jnnij commandeerden de E. Heeren 3 Comp. soldaten nevens 
de timmerlnyden met alle de swarten, die onder yder Comp. ver- 
deelt worden, omme de resteerende naegelboomen, die de gevangens 
haer wijsen soaden , te gaen distrneeren. Des namiddaechs qnamen 
wederom ende hadden naer gissinge wel 6000 naegelboomen vemyelt; 
de gevangens seyden datter noch een plaetse in de valeye was daert 
oock vol naegelboomen stont^ die deur den groeten reegen nyet en 
hadden cunnen aendoen 

Adij 3 ditto sijn des smorgens wederom 2 troupen met soldaten 
ende swarten uytgegaen, de resteerende naegelboomen om te houwen, 
waervan de partije van Captn Wijncoop een cleyn dorpken rescon- 
treerden, genaemt Tanoene, ' bewoont met Alfouren, die soo haest 
de onse daerbij quamen, haere huysen in den brant staecken ende 
vluchtten. Ëenige seyden dat se geroepen hadden, dat een Hollanders 
hooft gecreegen hadden, daervan het vleys hadden opgegeten. De 
onsen vonden daer eenige rommelinghe van cleynder weerden, oock 
noch 2 huysen vol naegelen, daer eenige manden van mede naemen 
ende de reste worden van d'onse met de huysen verbrant. 

Ontrent de middach Capt^^. Wijncoop weder comende, hadden ontrent 
noch 1000 naegelboomen vemyelt. Corts daer aen sijn gelgckerhant 
met de geheele tronpe affgetrocken ende datel^ck in de corcorren 
geinbarqueert. Des avonts tusschen licht en donckeren sijn met alle 
de corcorren ende sloupen op de roey gegaen naer Lncelle, ontrent 
3 mijlen van daer geleegen, staecken een groot stuck sec met decor- 
eerren, vreesende voor harde wint met het springh, om boven den 
hoeck van Lucelle te comen seylen, doch bleeff goet weder ende 
roeyden bgcans den heelen nacht eer op de zee van Louhoe quamen« 

Ady 4 ditto smorgens bQ de scheepen geanckert leggende voeren de 
Heeren Gouvs naer des H. Admiraels boort omme aldaer de saecken 



1 Hissehien uitgewekenen van Tanoeno op Qr. Oeram. 



63 

van Lncelle te disponeéren ofi mea't fort sonde ae&tasten off uyet, 
de Hr Gouv. yan Speult allegeerende weder verscheyden iüconve- 
nyenten soo men int aentasten van gemelte fort snbject waeren, te 
weeten met verlyes van volck, met den vijant aen de westzijde, als 
Cambelle, Lessydy, Erang ende andere naegeldorpen te comen assis- 
teeren ende daer eene groote cappitale macht bij den anderen te 
erijgen, welcke plaets sonder merckelijck verlyes van volck nyet 
en souden connen vermeesteren, want als dat volck van de Oost- 
ende Westsijde vant lant den andren tot assistentie quamen, wel 
een macht van 6 è, 6000 coppen souden uytmaecken, ende over- 
sulcx s^ne E. beter dachte , dat men t'voorsz. fort den vijant soude 
laeten bewaeren, want sij daer geen naegelen ontrent haere stercte 
en hebben ende souden ter contrarye aende ander sijde vant lant , als 
Combelle, Lessydy etc, de naegelboomen soo veel te genouchlijcker 
connen verrichten (sic). Doch aen d'ander sQde overwoogen, dat ons 
van de Ternatanen te groeten spijt ende overlast geschyet waere ende 
dattet tot disreputatie soude strecken , soo men haer onaengedaen lyeten 
leggen ende des Comp. geschut ^ moeten verlyesen. Dese saecken van 
weder sijde overwogen s^nde, worde eyndelijck bij de meeste stemmen 
geconcludeert, dat men het fort soude syen te vermeesteren ende de 
Ternatanen te verjaegen , bly vende de saecke soo in state tot dat de . . . 
Gouverneurs het gevoelen van de Hooffden van de corcorren souden 
verstaen hebben. De Heeren voornomt lyeten dateiyck alle de Orengcays 
van de corcorren beroepen, haer de bovengemelde reedenen commu- 
nicerende , cysten daer naer haer oordeel over dese saecke .... 

Gaven haere stemme, dat men die van Lucelle behoorden aen te 
tasten ende haer daer van daen verjaegen, waervan eenen Raedie 
Oulatt uyt haerluyden aller naeme het woordt dede 

Wy verstonden aen de schepen dat Captn. Hyto daer eene corcorre 
van Hyto gesonden hadde, neevens eenige gecommytteerde .... welcke 
Hgto ootmoedeiyck was biddende dat men den oorlooge daerbij soude 
laten blijven , sonder het fort Lucelle aen te tasten ende die van Cam- 
bello , want sy aireede arme luyden genoech waeren , haere vrucht- , 
naegelboomen ; lant, steeden geruyneert ende t' volck dootgeslaegen. 

Ady 5en ditto is hij de E. H. Gouverneurs nevens den Hr. Admyrael 



1 Waaryan inlanders aich hadden meester gemaakt. 



64 

ende syne gecommitteerde int schip Mauritius goet gevonden drye 
sloupen ende boots te senden (gemant met soldaten) onder 't fort 
van den vijant, daer mede 5 a 6 capiteynen gecommandeert worden 
omme des vyants vaertuych ende vorderlijcke iusichten te gaen be- 
sichtigen, de welcke onder schoots comende, worde 2 schooten vant 
fort naer haer gedaen; oock dat de vgant met musquetten van 
strant op haer chergeerdeu, daer de gemelte boots met haer dragon- 
tiens ende de soldaten oock vyer op gaeven, die den vijant daer- 
mede in de vlucht jaechden , dat nyet meer weder en qnamen. 

Doen gemelte boots weder te rngge keerden, kregen noch een 
groff gser naer heur garen, brachten tijdinge dat men des vQants 
vaertuych sonder groot perijckel nevens haere huysen gevoechlyck 
sonde cunnen verbranden. De gemelte Heeren den Raet doende be- 
roepen van alle de capytainen soo te lande als te water, alwaer by 
de E. H. Gouverneurs wederom veel ende verscheyde swaericheyden 
worden geallegeert, soo men int aendoen van gemelte fortresse subject 
waeren. Eersteiyck dattet int hartste van den reegentydt waere 
ende men apparent 2 k B daegen sonde werck hebben met stucken 
aen lant te brengen eer men het selve 6odt ten voorsten verovert 
hadde; oock met soo groeten macht daer op een leeger wal laegen 
tot groot perijckel; de provysie soo van Ambonnees als d'onse ten 
eynde, daer over geclaecht worde, want de soldaten quade mechante 
weegen mosten marcheren; het springh op handen; veele syecken 
onder ons volck hadden, en andre inconvenyenten meer. Ende als 
de Tematanen bespeuren geen benefytiën van de naegelen meer en 
orggen , van sich selven wel sullen genootsaect weesen te vertrecken ; 
ende als men haer onaengetast lyete de saecke aen de Westzyde 
vant lant met te minder perijckel soude connen verrichten, want 
sij alsdan die van d' ander sijde geen assistentie en souden doen, 
gelyck sy het verleden jaer op Combelle (en) Lessidy quamen met 
meer als 1000 man, de vreemdelingen als Maccassaren, die daer 
wel met 25 joncken laegen ende d' inwoondren tot hulp* Doch ver^ 
midts alle dese voorsz swaericheden worde by pluralyteyt van 
stemmen goet gevonden, dat men gemelte fort, daer weynich profijts 
van conden hebben , soude laeten blijven ende dat men het oochmerck 
van de E. Heeren Meesters, weesende alle de naegelboomen te ver* 
distrueeren, soo op de Oost- ende Westsyde van Louhoe staen, 



65 

öoude syen te volbrengen, gelljck wg Godt loflF aen de OosfsQde 
van Louhoe ten naesten hij aireede volbracht bebben tot het getal 
van 20.000 stux soo groot als cleyn. Eyndel^ck worde beslooten op 
morgen vroech alle des vijants vaertuyeh, dat onder haer fort lach, 
te gaen verbranden; gisten die van Lonhoe ende andre dorpen haer 
vaertuych mede gebracht hadden, die meynden het daer beter bevrijt 
sonde weesen als onder haer dorp « . . . . 

Adg 6 ditto. 'Smorgens inbarqneerden het volck in alle de schnyten 
ende boots omme gemelte resolutie t'effectueeren. De Br. van Speult 
roeyde met 18 corcorren vooruyt, voorbQ des vyants fort, om den 
vQant t'abuseeren alsoff sijn E. daer hadde willen landen. De Hr. 
Gouv» Gorcom nevens d'Hr. Vyce Admirael ende Schont-bij-nacht 
volchden met de schuyten ende boots nevens 4 corcorren, alwaer 
10 comp. soldaten in gemant waeren, landden ontrent een groot 
cartone schoot van des vgants fort ende marcheerde soo voort tot 
aent vaertuych quamen, daer alle den brant in staecken tot wel 
70 4 80 stuks, soo corcorren, orengbais als prauwen, nevens een 
Maccassaers jonckien, dat daer lach* 4 . . . 

De vijant [beschoot voortdurend de vaartuigen die onder schot 
kwamen, maar hg] schoot altijdts te cort oft te lanck; doch lyeten 
evenwel blijcken, dat cruyt noch loot gebreck hadden 

Adij 7 ditto Resolveerden de Heeren van te vertrecken. Corts daeraen 
lichten de 4 scheepen haer anckers ende gingen onder seyl, cregen 
ov^r de middach harde coelte, soodat daer meede al midden waters 
geraecten. De corcorren waeren gelast naer Waybouty te pangaijen 
daer d' Hn. Gouverneurs met des Hn. Admyraels sloup haer sonde 
bij comen omme daer de resteerende nagelboomen, soo noch onbe^ 
schadigt gelaeten hadden, te rnyneeren. 

De Hr. Admyrael soüde met sijn schip oversteecken naer Hyto 
omme daer uyt het schip Amsterdam (dat voor Hyto lach) 22 lasten 
rijs tot nodruft van de armade uyt te lichten 

De gemelte Heeren Gouverneurs embarqueerden in des Hn. Admiraelé 
sloep, gemant met een comp. soldaten, gaende d'Hr. Vyce-Admirael 
ende Schout-bij -nacht mede , omme naer Waybouty naer de corcorren 
te roeyen om daer de naegelboomen te rnyneeren; de gemelte 4 
scheepen souden haer beste doen omme op Combelle te coomen. Wy 
roeyden met gemelte sloup den geheelen achtermiddach ende en 

6 



66 

conden't lant van liOiihoe nyet aen boort crijgen, alsoo ons de stroomen 
al neerwarts naer de Drye Broers toe setten. Wy saegen des naemiddacb^r 
aen Waybouty roock op gaen, gisten dat ons volk daer al doende 
waeren met de naegelen te vemyelen 

[Het gelnkte do sloep eerst den 9den Jnni Tandjong Sial om te 
roeien en zich met de korrekorren te vereenigen] . Wat vorder comende 
saegen de scheepen noch onder seyl , dicht voor de reede van Combelle. 
Corts daer aen qnam den vendrich van Capt. WQncoop aen boort , 
die ons rapporteerde, dat hy op Waybouty noch wel aen de cant 
van 3000 naegelboomen vernyelt ende schaloos gemaekt hadde 
ende datter noch wel soo veel onbeschadicht hadde laeten staen, 
vreesende dat de Heeren op Cambello naer haerlnyden sonde wachten. 
Des avonts ten 10 nyren qiiamen voor Cambelle, daer de schepen 
alle 4 op de reede laegen neevens het schip den Arent, dat daer 
wel een maent te vooren geleegen hadde om de naegelen te laden 
die inde Logie souden mogen gewoogen worden 

Wy misten op dato 3 corcorren , die van de armade geloopen waeren ; 
eene corcor van Caybobo ende 2 orengbays van de cust van Ceram, 
eene van Haye ^ ende eene van de negry Amahee. 

Ady 10 ditto des morgens den Raet aen Mauritins vergadert sijnde 
worde by de E. Heeren goetgevonden , dat men de plaetsen van de 
N. sQde van Erang aff sonde beginnen te destrueeren ende comen 
alsoo voort naer Cambelle om geen tijdt te verlyesen ; ons volck schooten 
op dato 4 van des Comp». koebeesten van de 20 st. soo daer noch 
int wilt syn loopende 

Des naemiddachs worden de gesonde soldaten vant fort Cambelle 
gelicht ende de creupele, die seere beenen ende anders hadden , daer op 
gestelt omme met gemelte gesonde soldaten de swacke Compn. comploict 
(sic) te maecken, oock lyeten de Heeren alle de hooffden van 
corcorren aan boort beroepen, wanneer haar waerschouwden op Igff* 
straffe dat een yder hooft syn volck op morgen soude belasten allen aen 
lant te coomen ende nyet hyer off daer confuselyk en souden loopen 
struycrooven, waerdoor haer hooffden lichtelijck souden verlyesen, tot 
disreputatie van gemelte Heeren. Daer worde op dato ontrent 3 portu- 



1 Haja aan de Zuidkust yan Ceram ten W. yan de baai yan Teloeti* 



ér 

gèesë bhasir naegelen gewoogen, die de Swarten ende Daytsen becomen 
liadden, die haer betaelt worden. 

Adij 11 ditto kwameh d'Heeren Gouverneurs weder aen de corcorren, 
ketende de trom roeren om naer Erang te vertrecken. Het schip de 
Hoope gingh oock onder seyl om mede voor Erang te anckeren ten 
eynde d'armade van nootwendicheen soude versyen. Ontrent de 2 
uyren geroeyt hebbende qnamen voor de negry Erangh. De vgant 
schoot al nae de corcorren nyt het bosch, daer op wg datelljck met 
11 comp. sQn gelandet ende deden wederom eenige chergie op haer, 
die corts daer naer opeen vlnchten stelden; wij trocken datelljck naer 
haer marct, alwaer de comp. in ordre gestelt wordeün. Worde goet 
gevonden dat d'Hr. Yyce-Admyrael met 3 comp. soldaten langs strant 
sonde trecken ende aldaer des vijants vaertnych in brant steecken 
ende vemyelen, gelgck (wedercoommende) wel 60 a 70 stnx soo 
cleyn als groot gerayneert hadden; oock worde nyt yder comp. 10 
soldaten geordonneert, die onder dé hnysen de beste sónden kyesen 
deselve schoon ende Inchtich te maeckèn. .... Corts daer aen 
verstonden, dat den vijant al 3 Ambonneesen doot geslaegen hadde, 
daervan een hooft mede genoomen, die hadden weesen stmyck- 
rooven, dat haer loon was, naerdemael soo dicwils gewaerschout 
waeren; de twee waeren van Hatyve ende een van Oma. .... 
Den vQant lach in 't bosch noch al en schoot naer de corcorren. 

Adij 12 ditto smorgens wast noch hart weder; daer aen quameen 
harden reegen , daeit eenichsinds mooy weer nae worden. Daer worden 
weder 3 tronpen met soldaten int bosch gesonden omme de hnysen 
ende vrachtboomen te gaen vernyelen, soo daer ter sijde in de andre 
negr^ noch stonden. Des naemiddaechs worde goet gevonden, dat 
d'Hr. Gouv. Spenlt geaccompangneert met d'Hr. Vyce Admyrael 
ende Schont-by-nacht naer boven naer d'onde negrij souden trecken 
met 6 comp. soldaten ; de resteerende met d'Hr. Gorcom bleven beneeden 
ende bewaerden de cortugarde, dat se van den vijant nyet in brant 
gesteecken en worde, alwaer gemelte Gouv. van Spenlt ontrendt de 
200 naegelboomen lyet vernyelen ende de hnysen, soo daer noch 
stonden, in den brant steecken. De vQant saegen, dat haer op eenen 
hoogen calen berch vast gemaect hadde , daer die van Lissidy , Cambelle 
ende Henebelle, soo der geseyt worde, mede gevlucht waeren, dio 



i 



68 

Van daer met een bas een schoot deden, daer sg haer volck, die in 
de ruychte laegen een seyn mede deden wanneer ons volck bijcans 
beneden waeren, daerop de vijant lette ende wyerpen de achterste 
tronpe int afitrecken met steenen ende ander geweer, daer mede sQ 
2 a 3 van ons volck qnetsten 

Adij 13 ditto worden des morgens weder 5 a 6 troupen met soldaten 
nytgesonden omme de valeyen deur te loopen ende te syen off daer 
noch eenige hnysen ende vruchtboomen conden vinden, met ordre 
hetselve alles te verdestrneeren ; deselve wedercommende hadden noch 
eenich vaertnych, hnysen ende weynich nagelboomen geraseert. 
Corts daer aen gaeven d'Heeren ordre van t' inbarqneeren,oock ordre 
om de negrij in brant te steecken* Geinbarqneert sgnde, sgn wat 
Noortwaerts opgeroeyt, daer geseyt worde een revyer was, die Vol 
vaertuych lach ; daer bg commende vonden daer een jonck van ontrent 
20 lasten, 2 è, 3 champans ende de corcorre van Lissidy, dat wg 
alle in den brant staecken , behalven de corcorre die d'Hr. Gouv. Van 
Speult aen den Captn. van Amboyna vereerde. Worde met alle mannen 
te water gehaelt ende nae Cambelle gevoert. D'Hr. Vyce Admyrael 
worde geordonneert langs strant te marcheeren met 2 comp. soldaten 
om alle t' vaertuych soo aen strant in de imychte vonden te raseeren ^ 
die tot de negrg toe marcheerde, ende wy volchden met de corcorren, 
daer Sgne E. weder innamen met de soldaten. De v^ant schoot al 
gaende weechs aen strant nyt de mychte, daer d'onse van gelycken 
vyer op gaven ; soo wel nyt de corcorren als de soldaten , die b^ strant 
marcheerden. Vonden aen strant noch vaertnych in de mychte ver- 
steecken, dat oock al vemyelt worden. 

Het schip dat voor Erang lach worde gelast sijn ancker te lichten 
ende syen voor Lessidy op de reede te comen; int voorbQ vaeren 
saegen dat onse swarten de negrQ Lessydy in den brant staecken 
sonder last, dat de Heeren lyeten verbyeden ; ontrent den avont qnamen 
weder voor Cambelle op de reede. Gemelte Heeren voeren aen den 
Admyraels boort, alwaer resolveerden op morgen de naegelen op 
Lonatten ^ te gaen vemyelen* 

Ady 14 ditto smorgens saegen het jacht in zee dat om verversingli 
gestnyrt was. De Heeren Gouverneurs quamen van den Admyraels 

1 Ik vind deze negerij liergens yei^meld. Op eéne lijst ^ dié zicli by den volgenden 
brief bevindt, heet zij Ranatte, 



69 

boort weder ende voeren aen alle de corcorren; de swarten waer- 
schouwende dat se datelgck aen lant souden comen met haere parrangs 
ende bgien omme de naegelboomen te kerven. Gemelte Hn. Gouverneurs 
gingen vergeselscfaapt met d'Hr. Vyee Admyrael ende Schout bg 
nachte naer Louatte, achter int geberchte vant Gasteel ^ datseerquade 
wech was te gaen, daervoor etteljjcke soldaten bleven leggen, die 
nyet voort en costen want het wel 4 uyren gaens was, eenen seer 
faciensen wech. De Hr. Gorcom quam tegens den avont weder aff, 
wanneer verstonden, dat in dat qnartyer tussen de 2 k 3000 naegel- 
boomen onbegrepen verdestrueert hadden , sonder de clappus , pynangh 
ende andre vruchtboomen. Aen strandt comende worden de soldaten 
in de negrij Combelle geforryert ende de soldaten van 't Gasteel 
Amboyna in de logie ende t'fortken geherbercht, opdat men morgen 
vroech in de coelte soude marcheren naer de naegelen van Mas- 
seleyne * 

Adg 15 ditto gingen de Hn. Gouv. Van Speult, Vyce Admyrael 
ende Schout-by -nacht met 5 comp. ende gedeelte swarten naer het 
dorp Masseleyne des smorgens vroech, dat eenen seer moeyelicken 
wech te dimmen was , daerdoor oock ettelijcke soldaten bleven liggen 
ende weder afftrecken mosten. Dóen boven waeren worden 't voick 
in 3 troupen verdeelt alsoo de naegelen daer by artyculen hyer en 
daer stonden, ende ontrent de middach gedaen hadden, gissende 
ontrent de 4000 boomen geruyneert te hebben nevens noch andere 
vruchtboomen. Des selven daechs was d'Hr. Gorcom met de reste van 
de soldaten , die aen strant bleeven , achter in het dorp van Hennebelle 
vertrocken , daer sijne £. oock aen de cant van 1500 boomen schaloos 
hadde doen maecken; het getal bi) den andren brengende beloopt 

op dato 5500 naegelboomen Op den avont saegen, dat onse 

swarten de negrij Lessydy in den brant begosten te steecken. 

Ady 16 ditto is d' Hr. Gouvr. Van Speult met alle de corcorren 
ende soldaten van't casteel, volgens resolutie, des morgens ovcrge- 
steecken naer Keelangh ontrent 6 mijien weechs van Oambello, de 
Heeren gissinge maeckende dat die van Cambelle, Henebelle ende 
andre dorpen haer vaertuych daer gebracht hadden, oock dat daer 



1 Massili b^ den berg van dien naam, volgens Valenten „de moedergrond 
Tan alle de Ambonse naegelboomen ^\ 



2 Macassaerse joncken laegen, met ordre h«t gemelte vaertuych al 
te samen te veri^yeleu; meynqnde pockdaereenigecorcQrren te vinden, 
filsoo daer veel thnmerlyeden woonen, die daegelycx corcorren maetckeily 
^nde als de vQant van haer vaertuych ontbloot is, soo en sullen soq 
haest geen ander connen crijgen omme op onse onderdanen . yets, tQ 
attpnteeren. De Hr. Gorcom ende ander Heeren souden ondertpssohen 
de negrys Lissydy, Cambejlo ende Henebelle verbranden ende de 
vruchtboomen al t' $amen ruyneeren. De Hr. Qpuvr. Van Speult wet 
z^n Hongie ontrent de negry van Keelang comende, laegen de 
Macassaren achter de boomen ende dippen met ontrent 15, 16 roers 
(^p de corcorren en schoten, daer uyt de corcorren van gelijcken 
op haer gechergeert worde ; oock deeden een schoot met onse stucken 
uyt d'Hr. Gouvs. corcorre; wenschten het yrat. vroeger geweest waer, 
dat hadden mogen landen; anekerden voor de n,egrij buyten schoots 
^nde bleven. daer dien nacht liggen omme op morgen yroech te landen, 
taetende de soldaten van cruyt en loot versyen; de vyapt schoot 
des avonds noch al op de corcorre, doch en conde nyet toereycken. 

Ady 17 ditto 'Smorgens vroech sijn met al de soldaten ende swarten 
yan de corcorren gelandet , stellende een yder de sgne ip ordre. Capn. 
Carstens worde gecommandeert met syn Compe. vooruyt te trecken 
naer de negrij , die nyet verre en was , ende Gapt. Wyncoop soude 
hem cort achtervolgen ende seconderen. D' 5r. Gouv. troc met de 
Cpmp. van Gapt. Gassiop^n den andren wech aen, alsoo daer 2 wegea 
by den andren waeren. De vijant dede op de Gomp. van Gapt» 
Garstens eenen uytval, daer hy stracx een heele chergie in leyde 
ende sloechse in de vlucht; de weegen stonden bij duysenden voet- 
angelen beseth tot groote desavantagie van ons, ende onse Ambon- 
neesen, syende dattet daer wat heet van de rooster gingh, en doi^stea 
schyer nyemant bij de werck comen om hem te verthoonen,. De Hr. 
Gouv. quam met de Gomp. van Gassiopijn dicht vpor hi^er fortie, 
dat met steen opgeleyt, van bayten met dicke palissaden ende van 
binnen met eerde gevolt was; oock stonden daer binnen groote dicke 
canar^boomen , daer de vgant achter laegen en schooten met mus- 
quetten, daer van de onse oock nyet stil gestaen en worde, ^oo dat 
wel een uyre bleeven staen ende gestadich chergeerden. 

De soldaten souden geern volgens haeren goeden moet geëntert 
hebben, maer wanneer voorttraden, waeren stracx in de voetangelen 



71 

gequetst, die daer soo dick stonden als gras op der aerden; conden 

daer nyet een van onse swarten aen crijgen, de selve nyt te treckenj 

ende de soldaten hadden genoech te doen op haer geweer te passen. 

Creegen tydinge, dat Capt. Carstens ende Wgncoop wel 20 gequet- 

sten aireede hadden ende d'Hr. Gouv. hadde oock onder sijn partijé 

wel 8 off lOgequetsten, soo van de voetangelen als van des vflants 

werpgeweer ende mnsquetten. De soldaten versaegen haer van cruyt 

ende loot, alsoo haer bandelyers al leedich waeren, ende chergeerden 

wederom byeans een nyre op de vQant. De Hr. Gouv. sont Capt. 

Oassiopgn nae de ander Compagnien toe, dat afftrecken ende bij 

syn E. comen souden met haer volck ; gemelte Oapteyn rapport doende 

aen de Gouverneur creech oock een coegel deur sijn schilt ende treffe 

hem int dick van sijn been by syn lyesen. Corts daeraen worde 

Gys, oppertimmerman ende Kitchil JKowady dootgeschoten ^ die aff 

lyeten brengen. De Hr. Gouv. syende dat van die canten den vyant 

nyet dwingen en costen, resolveerde een ander padt te maeken deur 

de ruyehte, om alsoo haer van achteren aan te vallen om van de 

voetangelen bevrydt te weesen. Corts daer aen quam den Constabel, 

die seyde datter geen coegels meer en waeren ende dat de 400 coegels 

al verschoten waeren , waerdoor syn E, genootsaeckt worde aff te 

trecken. Aen strandt comende verstonden dat onder de soldaten 9 dooden 

waeren ; 2 onder de Comp. van Capt. Cassiopyn , 4 van Wyncoop ende 

3 van Carstens Comp., wel 30 gequesten waervan 5 a 6 dootlyck ende 

de reste in de voetangelen ende van des vyants werpgeweer, genaemt 

colleweyen , spatten , flitsen ende andere , waermede uy t de boomen 

ende ruychte met mennichten schoten ende als sneeballen quamen 

nedervallen. Den sergiant Bartel Schyer schoot een van den vyant in 

eenen boom, die geiyck een geschoten duyve neder daelde. Aenstrant 

synde commandeerde de Hr. Gouv. Capt. Carstens ende Luytenant 

met de cloeckste soldaten ende ontrent 200 Ambonnesen de revyer op 

te gaen ende te syen wat vaertuych (daer principalyck om gecomen 

waeren) daer lach, met ordre hetselve alles te vemyelen, waer toe 

haer ysere mookers ende koevoeten medegegeven worden, die ontrent 

eeo halff uyre naer weder quamen, seyden dat de revyer een groot 

stttck op geweest waeren maer geen vaertuych vernoemen, maer wel 

mennichte voetangelen , aen de canten , daer al 2 a 3 man haer in 

gequetst hadden; oock schoot de vgant uyt de ruychte op ons volck 



72 

maer van soo veer als een roer rijcken oost; de schelmen en dorsten 
nyet op de baen eomen maer laegen al en posten achter de boomen 
ende in de rnychte, geleek in haere forteresse oock gedaen hadden; 
dan altemets staecken de hooffden eens boven en cropen stracx weder 
in haer schnlpen. Ende ten waere denr de mennichte der voetangelen 
geweest, souden ten eersten al meester van haer fort geweest hebben, 
Godt ten voorsten , dat de soldaten een verdryet om syen waere (volgens 
haere couragie) dat nyet voort marcheeren ende de Maccassaren uyt 
haer stercte nyet drQven en costen. Wy gisten datter ontrent de 200 
man in de stercte waeren , meest Maccassaren ende Maleyers. De Hr. 
Oouv. informeerde sich van den gevangen die meede hadden, offer 
oock noch revyeren ontrent waeren daer vaertuych sonde conden 
leggen, antwoordende geen revyeren en wiste daer joncken in souden 
connen leggen. Oversulcx vont goet t'inbarqueeren met de soldaten, 
ende syn over de middach weder naer Cambello gesteecken ; de dooden 
hadden in de zee laeten sincken. Wy quamen des avonts wederom 
met de corcorren voQr Cambello, alwaer verstonden dat de plaetsen 
van Cambello, Lessydy, Henebelle ende de valeye met clappes boomen 
achter t'fort al geraseert waeren. De Hr. Gouv. voer aen boort van 
den Admyrael omme aen de Heeren syn wedervaeren te communyceeren. 
Adij 18en ditto hadden des morgens van de swaere gequetsten 2 
dooden. Worden in den Admyrael goet gevonden de nagelboomen op 
Out Lessydy te gaen rnyneeren ende dat de bootsgesellen middeler 
tijdt het fortken souden raseeren. Quamen binnen een uyr met de 
corcorren ende boots voor de plaetse daer de Heeren Gorcom, Vyce 
Admyrael ende Schout-bij -nacht met het volck landden ende trocken 
nae de naegelboomen toe; des achter noens saegen het fort in den 
brant. Corts daer naer quamen gemelte Heeren weder aff ende enbar- 
queerden; stracx hadden ontrent de 400 naegelboomen de schorssen 
geschut, daer de timmerluyden van de scheepen t'meest van gedaen 
hadden met haere kerffbijlen. D'Hr. Gouv. Speult licentyeerde op dato 
(op haer versoeck) de corcorre van Larrycke, die geen . . . costmeer 
en hadden voor haer volck. 

Adg 19en ditto sljn met de heele armade naer den naegeltuyn 
vertrocken, toebehoorende Patty van Cambello, genaemt Mahoulo. 
Gemelte tuyn was in haeste geraseert, daer omtrent de 500 naegel- 
boomen stonden, nevens pynang ende andre vruchtboomen. Geinbarqueert 



73 

sijnde , voeren weder naer de scheepen , daer wij het fort heel geslecht 
vonden; des avonts worde aan alle de corcorren rys aen de swarten 
nytgedeelt. De corcorren van 4 naedgies creegen 400 €g ende die van 
drie 300 ffi rijs. De soldaten nevens de Comp. goederen vant fort ende 
de logie worden int jacht Snratte gescheept omme naer Amboyna te 
gaen. Op dato des naemiddaechs qnam een corcorre bg de Heeren 
aen boort, die Capt. Hytoe met verversinge voor de Heeren affgesonden 
hadde, dat de Heeren aengenaem was ende in dancke aennaemen. Het 
versoeck van onse Alfoures die versochten over lant nae haere negrij 
te gaen, daer wel 4 daegen over de geberchten ende wilde bosschen 
souden moeten marcheeren, worde haer affgeslaegen; de Heeren ver- 
saegen haer van r^s om te eeten, ende [de Alfoeren] waeren wel te 
vreeden. 

Ady 20 ditto worde smorgens vroech in den Hr. Admyraels schip 
geresolveert op toecommende nacht te vertrecken ende in passant 
Hatnaha , daer oock mennichte naegelboomen staen j aen te doen, als oock 
mede d'overgebleven naegelboomen op Waybouty te raseeren; de soldaten 
worden op dato rantsoen van w^n , vleys ende broot gegeven. Ontrent de 
middach saegen een jacht van Amboyna comende, waervan den coopman, 
nevens den coopman van de Manypes , aen boort van de corcorren 
qnamen, van wien verstonden datter 2 corcorren van Cambelle ende 
Lessydy, daer eenen Kitchil Sayes soon , hooft van was , de hooftstadt 
op de Manypes , genaemt Touban over ontrent de 14 daegen geleeden 
affgeloopen hadde, als oock bg nachte de Comp. logie, daer maer 2 
man in en waeren , die haer te boswaert in op de loop begaven , haer 
insoffisant kennende den vijant met haer beyde te wederstaen, alsoo 
maer 7 a 8 schooten crnyts en hadden. Hadde de voorsz. negri) haer 
willen ter weer stellen, sondent wel voorgecomen hebben, maer alsoo 
de hooffden tweedrachtich waeren en hebben malcanderen nyet willen 
assisteeren. D'eene partye van de negrg scheen ons (volgens den 
coopmans seggen) geheel toegedaen te weesen met syn volck, daervan 
het hooft genaemt is Wallecoucon, die onse 2 man in sQn hnys wel 
3 daegpn gebercht ende versteecken heeft, terwglen die voorsz. 2 
corcorren daer noch laegen, ende deselve heymel^ck met een praenw 
naer Bonro sonde, teneynde sg ons volck op Bonro leggende van 
snlcx waerschouwen sonden ende dat op haer hoede weesen souden. De 
andre parthye van gemelte stadt, daervan het Hoofft genaemt Lissebessy, 



74 

> 

seyde gemelte coopman seer gearbeyt te hebben tot de royneringhe 
ende verjaeginge van des Comp. logie. Welcke voorsz. 2 corcorren 
seecker cbyneesche champan vant Gasteel coomende ende dicht bg 
de voors : negrij s^nde , daer den Corporaal van de Manypes op was , die 
aent Gasteel om cruyt en loot geweest was, met een soet praetien 
haer aen boort comende ende syende datter maer 3 chyneesen ende 
gemelte Gorp^. op waeren , hebben haer meester van de gemelte champan 
gemaect ende de Ghyneesen ende Duytsman daerop vermoort; oock 
vermoordden een slaeff ende slavinne van gemelte coopman van de Ma- 
nipes. Noch verstonden, dat gemelte 2 corcorren op Bouro de negiij 
Ilat affgeloopen hadden, daer oock 3 a 4 man doot geslagen hadden ; 
eenige vluchten boswaert in ende eenige bij ons volck op Lomaitte 
om daer voor den overlast der voorsz. coi'corren bevryt te weesen. 
Op gemelte Bouro hadden voorsz. corcorren oock een chyneese 
champan (geladen met pady) de Ghineesen ontweldicht, waervan 
den schipper oock vermoordden, ende de reste vluchteden int boseh^ 
Des avonts scheydden van Gambello ende gingen met de corcorretn 
op de roey naer Hatuaha; de Hr Admyrael met s^n geselschap 
volchden met sijn sloupen en booten ende roeyden tot over de mid- 
dernacht 

Adi) 21 ditto des morgens laegen ten ancker voor de negry Ha- 
tuaha .... ende s^n met alle de soldaten gelandet ende trocken 
naer de naegelbossen toe. De Heer Yyce Admirael gingh mede om 
ordre te stellen dat alles te deege gedaen worde. Ons volck begin- 
nende te dimmen om op t' geberchte te comen, lyeten die van de 
negrg groote swaere steenen vant geberchte rollen, daervan eenen 
timmerman dootlgck gequest worde; . * . . de soldaten vyer op de 
v^ant gevende , vluchteden [nl. de vyanden] ende quamen nyet meer 
soo nae, ende wij ruyneerden boven ontrent de negrij al haere 
naegelboomen en staken oock deselve negry in den brant. Waeren 
tot savonts toe doende eer dat gedaen hadden, alsoo daer weynich 
hulpe van de swarten hadden, die koesz (sic) ende vruchten waeren loopen 
soecken omme te eeten; t' getal van de nagelboomen was .ontrent 
2000 soo daer geruyneert waeren. Naedat al het volck geinbarqueert 
waeren, despecheerden de Heeren Gouverneurs de jachten, die daer 
by ons geseth laegen, 6oa(?)naerBouroendeAmblaea, welcke plaet- 
sen noch met 15 man versterct worden , Bouro met 8 ende Ambla.ea. 



jmei 7 soldaten. Gemelte Heeren sonden een schencagie van ontrent 
50 Realen in cleeden aen de Hooffden der yoorsz. negrgs .... 

Adij 22 ditto des nergens gingen weder op de roey naer Way- 
bouty .... hadden des achtermiddaechs ontrent de 3 nyren al ge- 
daen ; het getal van 3000 boomen waren al geraseert 

Ady 23 ditto .... sijn op de roey gegaen naer t' Gasteel, daert 
Godt loff noch alles in goeden doene was. De Heer Admyrael en 
was met syn chaloupen, schnyten ende boots noch aent Gasteel nyet 
gecoomen; wisten nyet watt dencken sonde, maer qnam des andren 
daechs op den 24 ditto, Godt loff, wel ter reede voort Gasteel * . . 
Des avonts qoamen de reste van de corcorren aent Gasteel. . • . 

Dit is hetgeene de E. Heeren Gouverneurs Van Speult ende Gor- 
eom met haer geselschap op de expioicten van Lonhoe ende Gombelle 
int rayneeren van alle des vijants naegelboomen met 26 corcorren, 
5 scheepen, 7 off 8 slonpen, schayts ende boots, benevens ontrent 
de 900 soldaten ende 2000 onderdanen onder t' Gasteel resorterende , 
wedervaren is, de Heere sij gelooft ende gedanct, Haerer Ed. soo 
genadige nytcomste daer in verleent heeft. 

Actam int Gasteel Amboina desen 23 Juny A^ 1625. 



XII. Jan van Gorcnm, gouvemenr van Ambon, aen 
den G.-G. Pieter de Garpentier, 15 Juli 1625. 

Dese tocht ^ heeft de Gomp. gecost 18248,19,10 behalven den 
groeten last van de vloot. Wat belangt de onderdanen, wat men 
d^r van crijcht ofte wat dienst men daer van treckt, wort meer te 
weech gebracht door schoon spreecken ende smeecken als door autho- 
riteyt, soo dat al met schencken ende vereeren te doen is. Het is 
wel waer, dat het seer weynich is dat yder daervan geniet, maer 
int gros maeckt voor de Gomp. een groote somma; doch hebben 
4it jaer groeten dienst gedaen, alsoo continneeriyck met 4 a 6 cor- 
corren op de jacht s^n geweest ende nu jongst met alleman op de 
tocht, h\j de seven weecken met ons geweest. Het valt haer beswaer- 



De tocht waaroyer het vorige journaal handelt. 



76 

lijck 800 langh de cost voor de slaven ende haer selve te bestellen , 
alsoo het meest arm volckgien is, die haer moeten generen ende 
onderhouden uit haer coobongs; sij hebben geen nagelen ofte seer 
weynich, oock weynich ofte geen incoomen, waerop sij wat souden 
connen steunen. 

Wat alteratie dit ons doen bij den Tamataen sal causeren can 
men lichtelijck bevroeden. Het voorleden mouson waren 16 corcorren 
gereet, altsamen van Mackjan, daer mede Kitghe Aly naer dequar- 
tieren van Amboyna meende te coomen , doch het scheen ,dat de 
compst van slands vlote aldaer het selve heeft weerhouwen . . . 

Den Macasser onses bedenckens nu siende dat van syn desseyn 
is gefrustreert ende geen ofte weynich nagelen aldaer by den Tar- 
nataenschen aenhanck sQn te becoomen, sal wel lichtelgck tot wat 
anders inclineeren ende het groot concept met den Tamataen voor- 
genoomen ^ t' eenemael laeten vallen, want als men geen profijten 
en siet versterft de vruntschap ende de liefde wert gans cout; doch 
sullen sien wat hierop sal volgen. 

lek hebbe met den Hr. Gouverneur Van Speult diverse reysen in 
propoost geweest, alsoo syn E. voorsloech, soo wij tot ons voornemen 
conden geraecken, ofte het niet noodich en was dat men een stuck 
by Oosten de Drie Broers , ontrent Orry en Nasseloely * een fbrtgien 
sonde maecken om aldaer het gesicht van de geheele zee te hebben , 
maer meest om die van Laricque, Wackesyen ende de andere nege- 
ryen daerontrent voor invallen te bevryden, alsoo die van Louhou, 
Combelle ende voort alle het gespuys van de oversyde sullen haer 
te samen rotten; opdat ons alhier niet en geschiet geiyck wy haer 
gedaen hebben, waer op wel dient gelet te werden. Deze hoeck 
geeft de meeste nagelen, die wy becoomen hebben in 2 è. drie 
jaeren; want hebben van andere plaetsen niet besonders gecregen. 
Daer syn al eenige van de inwoonders aldaer, die daer selfs ten 
deele al van hebben gesproocken met den Hr Oouvemeur Van 
Speult y doch soo sy seggen syn meest bevryt [bevreesd] voor 
Cappiteyn Hitto , soo de Tarnataenen met eenige macht wt de Molucques 



1 Dit „concept" bestond hoogstwaarsch^nlgk alleen in de verbeelding van 
Van Speult c. s. 

2 Oerien en Assaloeloe. 



11 

alhier in dese qnartieren qnamen, dat alsdan den selven Bitto sljn 
ooren weder heel opsteeeken sonde. Doch haer en wort hierop geen 
antwoordt gegeven; doch is evenwel bij den Raet goet gevonden, soo 
haest de gelegentheyt ende het weder ons occasie sonden geven , vooreerst 
-een fortgien ofte rednyt aldaer op te werpen ende int drooge 
monson de beqnaemste plaetse nyt kiesen ende aldaer een fort 
leggen. Snllen daer oock mede op letten waer dat de beste ende 
beqnaemste reede aldaer is. Hierdoor souden de joncqnen, die op 
Hitto ende daer ontrent pleegen te coomen, connen gediverteert 
werden ende voor ons fort gebracht, waerdoor wellicht sonde connen 
te weech gebracht werden , dat doort gerief van rijs ende andere 
waeren, die de selve joncquen syn meede brengende, wel eenich 
volck, die haer negerts int geberchte hebben, ontrent ons fort 
sonde coomen woonen ende haer t' eenemael onder ons begeven* 
Soo hetselfde conde te weege gebracht werden, sonden Cappiteyn 
Hitto sfln vleugelen soo connen gecort werden, dat niet Veel meer 
soude connen uitrichten. Met het eerste sullen wij, t^t ende gele* 
gentheyt hebbende, voortvaeren, ende op het tweede ofte princi- 
paelste ÜËd. advijs verwachten, dat wg hoopen int eerste vant 
wester monson sal geschieden. 

De saecken in Amboyna, betreffende den kercken dienst, waren 
aldaer in eenen slechten stant. Dominie Jacop Antheunissen Dubbelt- 
rijck hadde sich gants qualijck gecomporteert in leven ende wandel, 
waer over de Hr. Gouv. Van Speult aende Kerckenraet in Banda 
heeft geschreven als mede de kerckelijcke persoonen, waerop is 
gevolcht, dat aldaer in Banda bij den Kerckenraet is goet gevonden 
ende gearresteert den voornoemden Jacop Antheunissen van sijn ampt 
te suspenderen*, t' welck myn dunckt onder verbeteringe wat te 
rigoureus is toe gegaen, een persoon in sulcken bedieningh sgnde, 
sonder verhoort te werden, soo aff te stellen; doch stimmitteren 
mgn gevoelen hier van aen UEd. eude den Kerckenraedt aldaer. 
Hiermede gaet mede eenen dominie Johannes (sic) , die alhier in 
Amboyüa in de kercke in dè Maleyse tale heeft voorgelesen, doch 
op sgn eygen Versoeck, alsoo syn tgt eer aldaer sal verschijnen 
geëxpireett sal sijn. Wij hebben alhier een dominij Rosiers, die 
alhier in Amboyna veel jaren heeft gelegen ende voor schoolmeester 
is gebrnyckt geweest, wien ons is Voorgesteft van dominie Johannes 



?8 

de Praet om voor proponent gebruyckt te werden; heeft hierover 
syn examen voor twee predicanten ende kerckenraet qitgeataen ende> 
van sijn toecoment ampt een proeve gedaen, die de toehoorders 
seer wel geviel. Wg hadden den Oppercoopman Sr. Philips Lny- 
cassen mede daertoe gecommitteert om hetselve aen te hooren^ die 
ons seyden het stichtelijck ende wel toeginek alsoo hij in de Maleyse 
wel ervaeren is, want hetselfde in de Maleysche tael geschiedde. Dé 
voornoemde dominie Rosiers is meede een man van een goet leven 
ende vriendelijck in sijnen omganck ; hoope wat goets door denselven 
in de kereke Godes onder de Amboynesen sal te weege gebracht 
werden. Den onderlinck Wessels, alsoo sQn tijt meede geèxpireeit 
was, heeft emstich aengehonden om sgne verlossinge; wij hadden 
hem gaem beweecht noch te blgven maer en heeft daertoe niet 
connen gebracht werden. Het is een goet geschickt persoon in 
handel ende wandel; wensten wederom al sulck een te hebben. WQ 
hebben een van de schepen gelicht om tot schoolmeester gebruyckt 
te worden; wat daer van werden sal, leert den tijt. 

De Mallabaersche slaven scbynt- dat hier niet wel connen aerden; 
sijn sedert onse compst alhier in Amboyna al ontrent de 20 gestorven. 
Wij vermoeden dat het meest geschiet door veranderingh van cost, 
want haer met sago moeten behelpen, alsoo geen rijs en hadden; 
de reste die int leven sijn connen niet op de been geraecken. Van 
de onde slaven, die de Comp. 6, 8, 10 ende meer jaren gedient 
hadden, syn vri] gegeven, alsoo van de meeste parthy weynich 
dienst hadden, soodat de Comp. niet dan schade daervan hadden. 
Syn vrg gegeven onder al snlcken reserve, dat gebonden sgn soo 
dickmael de Comp. haer van do^n heeft in eenige dienste, dat haer 
moeten laten gebrnycken. Sijn gestelt onder de Mardyckers, weick 
volck in Amboyna wel de tronste sijn, oock daer men hem meest 
mach op verlaten. 

Met de fluyt £dam, coomende nyt de Molncques, sijn ons toege* 
Bonden 33 Calonsche ^ slaven, die tot 60 Realen waeren ingecocht, 
tot welcken prgs alhier in Amboyna qnalyck connen gevent werden, 
alsoo het stuers qnaat volck is, die men niet vertrouwen mach» 
De bergers, die eenige van die gecocht hebben, loopen niet alleen 



1 Van Kalongan op Sangirt Vergel^k hiervóór blz. 40, 



7d 

perijckel van de selve te verliesen, maer bet quaetste is dat haer 
ander slaven werden door haer opgerockent om met haar te gaen 
loopen, geleek aireede verscheyden reysen hebben bevonden. WQ 
hebben aen den Hr. Gouverneur Le Febvre geschreven, dat ons met 
sulcke slaven niet meer en soude belasten, alsoo hetselfde tot 
schaede van de Comp. streckte, want al dat sterft ofte wech loopt 
moet de Comp. aen haer been enoopen; soo het ongeluck van het 
schip de Trouw niet hadde geschiet hadde noch eenige honderden 
van dese Calongsche slaven te verwachten gehadt. Het schip de 
Trouw was expres naer Sanghy gesonden met Kitchil Aly om van 
Calonge een groote quantiteyt volck te haelen ^. Het schijnt, dat 
men noch al tracht den Tarnataen te vergrooten, die nochtans alle 
deuchden ende vrientschappen van ons genooten met boosheyt 
loont 

Hebben op dese tocht ^ verlooren , soo" door sterfte als voor den 

vijandt ontrent de 70 coppen Lieten de schepen .... voor 

Combelle leggen, waerin de meeste siecken werden gelaeten, alsoo 
het niet raetsaem was sieck ofte gequest volck in opene schaloupen 
over see te voeren. Wy souden de schepen wel hebben naer 
Amboyna laten coomen, maer waren bevreest vant verdrijven ^ ende 
de vloot alsoo van den anderen soude coomen te separeren. Soo 
haest wy in Amboyna waeren gearriveert is terstont het jacht Mocha 
afgesonden naer Cambelle met 15 levende beesten ende wat voort 
meer van verversinge conde becoomen om de siecken, die aldaer 
waren, wat te verquieken ende te ververschen. Ditto Mocha van 
Cambelle in Amboyna weder gekeert synde, rapporteerde dat sedert 
ons vertreck van daer al 20 personen waren gestorven ende noch 
130 heel sieck lagen 

Is alhier mede goetgevonden , dat de vloot van hier vertreckende 
in passant Macasser sal aendoen om t' ondersoecken ofte met den 
Coninck aldaer niet een goet accoort sonde connen getroffen 
werden. • . • . . 

W§ sgn alhier seer verlegen om een goet geschickt persopn om in 



1 Zie hiervóór blz* 41« 

2 Hier is weder sprake van dön tocht, in H Vorige Journaal beschreven < 
8 Wegdreven* 



80 

de ey landen van de Leassers gebrnyckt te werden, al en was hg 
de geleerste niet , als maer vriendelijck is in ommeganck ende 
beleeft in conversatie; sonde grooten dienst aldaer doen in het over 
ende weergaen van alle negergs om alle die pitsiaringe der Mooren 
te verneemen. Hierdoor sonde der Moorsche Papen incmypinge veel 
connen gestut werden ende wederhouden, ofte soo daer iets groots 
voorviel ons terstont te adviseeren omdat alsdan met authoriteyt 
daer in mocht versien werden 

Den 16en (?) Julij heeft de Heer Gouverneur Van Spenlt het gouver- 
nement geresigneert ende aen mi] overgegeven. 

Actum int Gasteel Amboyna den lö (?) Juiy 1625. 



XIII. Jan van Gorcum, gouverneur van Ambon , 
aan den G.-jG. Pt. de Carpentier, 8 Septem- 
ber 1625. 

Verders sijn die van Hitto den 25 [Juli] volgens belofte aent Gasteel 
verschenen, synde int getal 13 Orangkays, te weeten: 

Pathy Tuban, Den soon van Capiteyn Hitto: Haleyni. 

Orangkay Wackel, Olou ende Outhongh. 

Orangkay Helato, Orangkay Helesy. 

Orangkay Doly Olot, Pathy Brahim. 

Orangkay Tatehatou, Orangkay Terhette Messe. 

Orangkay Syotauler, Orangkay Matta Onnuth. 

Orangkay Latte Pulo Noneer, Orangkay Lebe Somewel. 

Maer alsoo het teegen den avont was als de Orangkays bg ons 
quamen , hebben haer uytgestelt tot smorgens. 

Smorgens sijnde den 26 sijn de Orangkays van Hitto weederom 
int Gasteel verscheenen ende sijn alsoo voorts met den anderen in 
reeden gecoomen. Wij stelden haer ten eersten voor hoe dat ons 
welbekeiit was, dat sy luyden tvoorleeden jaer haer nagelen van 
Hitto op Louhou hadden gebrocht ende aldaer aende Macassaren 
vercocht hadden, vraechden ofte het selve volgens de contracten 
die sij luyden met ons Hollanders hadde gemaeckt, gehandelt was. 
Hier op deeden zy haer onschult, dat se wel vijanden hadden ^ die 



haer bg ons sochten veracht te maecken, maer vande saecke selfs 
en was niet aen. Wy seyden wel beeter te weeten ende haerlnyden 
inde pitsiaringe op Louhou, daer eenijge van haer present waereu, 
het selve wert verweeten dat haer nagelen aen de Macassaren 
hadden vercocht, doch ontkenden het selve geheel ende seyden, 
soo daer eenige nagelen van Hitto naer over ^ waeren gebracht, 
dat het selve bnyten haer kennis was geschiet, met meer ander 
praetgens, gelijck bij haer gewoonte is. 

Wij stelden haer verders voor hoe dat wij na met die van Louhou , 
Combella ende haere consorten in oorloch waeren getreeden , waer toe 
wij door noot gedwongen waeren, gelijck haer wel bekent was; 
dat haer nu meede souden waepenen ende die van Louhou Cambelle 
voor vganden verdaeren volgens tcontract dat voor deesen die van 
Hitto met de Heer Admirael Steeven van der Hagen hadden gemaeckt 
ende a® 1620 bij de Heeren Gouverneurs Houtman ende Van Speult 
met Capitagn Hitto ende de Orangkays van de negergs aldaer 
wederom was vernieuwt. In welck contract die van Hitto met d'om- 

Leggende plaetse aldaer belooven ende sweeren de Staeten 

Generael ..... gehou ende getrouw te blyven , . . . . derhalven 
Yfij begeerden dat haeren eedt ende belofte nu soude uaercoomen. 

Hierop hebben ditto Orangkaijs wederom geantwoord dat ^1^ ^^^^s 
waerachtich was ende haer wel bekent, verders dat van onse syde 
haer meede was belooft ende geswooren dat haer tegens alle vijanden 
soude helpen beschermen «dwelck bij de Nederlanders niet en was 
naer gecoomen ende dat de Heer Gouverneur Van Speult daer van 
in gebreeken was gebleeven, waer over sij seyden niet meer aen 
den eedt ende contract verbonden te sijn als de Nederlanders. Dat 
het geene sij seyden waerachtich was, was kenbaer voor de geheele 
werelt, want sij by den tyt van den Hr. Gouv. Van Speult over de 
twee jaeren met die van Combelle in oorloch hadden geweest ende 
den Gouverneur verscheyden reysen hadden aengesocht om hulp ende 
assistentie, maer was haer altijt afgeslaegen, geen ander antwoort 
becoomende alsdat de Nederlanders met die van Combelle in goeden 
vreede waeren ende daer om geen oorloch tegens haer en wilden 
aenneemen waer om sy luijden seggen, die van Hitto tsedert met 



1 Naar de oyerzyde. 

6 



82 

die van Lonhou, Gom belle en de Lnssydy door honwelijek als ander- 
sints in onderlinge vrientschap waeren gecoomen; dat aen den 
anderen met eede waeren verplicht nimmermeer de waepenen tegens 
den anderen aen te nemen ^ waer over na oock tegen die vanden 
voorgenoemde plaetsen de wapenen niet aenneemen en conden ende 
onse begeerte voldoen. 

Hier op hebben wij haer aengeseyt, dat de qaestie tnsschen haer 
ende die van Cambelle maer particuliere saecken en waeren, maer 
alsnu een saecke sijnde int generael die al ons onderdaenen ende 
bontgenooten ten hoochsten aenginck, waer om sij luyden meede 
terstont behoorden de wapenen in de hant te neemen ende den 
algemeynen vyant opt lijff te vallen. Doch bleeven bij haer voor 
gaende antwoort. Vraechden haer vorders aiOf ofte dan den eedt aen 
Haere Ed: Ho: Mo: . . . . gedaen geheel verworpen. Seyden neen, 
maer dat den selven eet in alle getrouwicheyt wilden naercoomen; 
het geene sij nu deeden was gelyck wij haer waeren vooren gegaen. 
Seyden vorders dat soo den Heer Gouv. Van Speult [hen] op haer 
versoeck tegens die van Cambelle hadde willen assisteeren en 
souden nimmermeer met haer in sulcken verbont hebben gecoomen 
maer waeren nu daer toe gedwongen geweest om haren staet te 
mainteneeren , alsoo sij niet suffisant en waeren haer tegens die 
van d over sij de te defendeeren. Seyden vorders dat aen haere 
getrouwicheyt nimmermeer en soude gebreecken ende beloofden 
vorders dat int minste niet en souden toelaeten iemant vande over- 
si)de van den Tarnataenschen aenhanck op ofte aen haere stranden 
souden gedoogen veel min eenige plaets in haer negerys verleenen, 
maer soude deselve met gewelt daer vandaen drijven op dat wy 
door sulcken schijn niet en soude beschadicht werden, ende soo 
men conde verneemen dat eenige van haer daerin vergreepen wilden 
de selve met alle rygeur helpen straffen ^ 



1 De Orangkajas van Hitoe deden ook hun best om vrij geleide voor een 
gezant van Loehoe e. s. vergunning te bekomen , ten einde den vrede te her- 
stellen. Zy beweerden „dat de Hr. Gouv. Speult wel de causa movens van al 
dit ongeval was; dat de saacke wel met lydelgcker conditie hadde connen 
affgedaen worden, overmits die van Loehoe ende omtrent gelegen plaetsen over- 
bodich geweest waeren haere schulden altesaemen in 3 maeuden afteleggen; dat 
oock, soo met haer in bespreek gecoomen hadden, de saecke een beter eynde 
ende bondiger contract souden getroffen hebben , maer de bitterheyt daer mede 



[Wij] hebben meede eenen raet geformeert, bestaende in 9 per- 
soonen, te weeten 2 van des Comp. dienaers, 4 vande beqnaemste 
borgers ende 3 Orangkaijs vande Amboyneesen, om alle cleyne 
ende geringe saecken op onse approbatie af te handelen. Verhoop 
dit selve d' E. H. wel sal gevallen; hebbe het selve gedaen om 
redenen alsoo ick in deese gelegentheyt seer weynich by het fort 
sal moogen syn ende de questien ende craekeelen der Amboyneesen 
ende de Nederlantse borgery veelvoudich syn, dat ider te beter in 
sgn gerechticheyt soude gemeynteneert werden. In deesen raet sal 
den Oppercoopman Philips Luyeassen continueerlijck presideeren; de 
vergaderingh sal geschieden twee maels ter weeeke 

In 't Gasteel Amboyna den 8 September Anno 1625. 



XIV. Memorie vanden Gouverneur Herman van 
Speult voor den £d. Hr. Generael Carpen- 
tier, noopende sijn gebesoigneerde met den 
Coning van Macasser (10 Augustus 1625). 

Dewljle den Coninck van Bouton syne gesanten op Amboyna aen 
ons gesonden heeft met eene vereering van twee slaven, ver- 
souckende (volgens verbondt met Capn. Schot goeder memorien 
gemaeckt) * dat wij hem willen assisteren jegens den coninck van 
Macassar sijnen ende onsen vijandt, alsoo hij gedreycht was vanden 
coninck van Macassar daer hij oock wel van verseeckert was dat 
hij met aenstaende mouson hem hadde te verwachten, alsoo hij 
airede tot dien eynde al sijn vaertuych vaerdich hadde. Weshalven 
wij op Amboyna goetvonden, dat met des lants vlote en passant 
Bouton souden aendoen omme te incureren (sic) op wat grondt de 
saken aldaer gegrondet waren. 



de Gony. Speult tegen die van die quartieren ingenoomen was, hadde tselye 
al te wege gebraclit^\ (Brief van den opperkoopman Phil. Lucasz aan den G.-G 
Pt. Carpentier, Ambon 7 Sept. 162Ö.) 
1 Zie Bouwstoffen, dl. I blz. 12. 



84 

Op Boaton met onse vlote gecomen wesende vonden bi) den 
Coninck seer vriendelijcke bejegeninge, bethoonende in allen deelen 
800 bij vereeringe als bij ontbael sijne goede genegenthey t ^ presen- 
teerende daerenboven ons in allen deelen voor soo veel hem doen- 
lyck ware te assisteren, waer ende tot wat plaetsen het oock sonde 
mugen wesen, waer over ons geraedtsaem heeft gedocht volgens 
plicht van bondtgenooten ende geassocieerden hem onse meyninge 
ende voornemen met den Coninck van Macassar te commnniceeren ^ 
wesende in substantie dat wy (om de bloetstortingen soo tsedert 
9 a 10 jaeren herwaerts waren geschiet) met den Coninck van 
Macassar, soo hij sich redelyck liete vinden (op aggreatie van den 
Ed: Hr. Generael) in vriendtschap te treden, ende daaromme als 
oprechte ende sincere vrunden wilden veradverteren ten eynde hy 
sijne saecken daer naer mochte dirigeren. Hetwelcke bij gemelte 
Coningh van Bouton verstaen sijnde, antwoorde dat hij volcomente- 
lijck was geresolveert met een yder daer wij vijandt van waren 
oock vijandt wilde wesen, ende met de genen daer wy vriendschap 
mede maeckten vriendt wilde sijn. Weshalven hem rieden by soo 
verre hij snlcx met goede ende oprechte meyninge meynde, dat in 
soodanigh geval niet ongeraden achten, dat eenige gedeputeerde met 
ons sondt teneynde, soo in onderhandelinge met den Coninck van 
Macassar quamen te geraecken, dat als dan vande geresen ver- 
schillen, als kennisse van saecken hebbende, hare differentie 
mochten debatteren ende door dien middel als onse intercessie tot 
vrundtschap geraken, hetwelcke den Coningh van Bouton geraden 
vondt ende dienvolgens datelijck int werck stelde. 

Met 'sLandts vlote voor Macassar gecomen sijnde, schreven aen 
sijne Majesteyt eenen Spaenschen brieff, weseude van inhoude in 
substantie dat wij en passant daer aengeloopen waren omme met 
syne Mat. soo 't hem gelieffde in mondelinge conferentie te treden, 
om te ondertasten off men door behoorlycke middelen de geresen 
verschillen ende de aireede gedane ende toecomende bloetstortingen 
mochten geweert ende voorgecomen werden. Ende bij sooverre syne 
Majesteyt tot sulcx genegen was, dat in soodanig geval omme mis- 
vertrouwen aen weder syden te weeren eenige gequalificeerde 
ostagiers gelieffde te seynden; van onser syde souden reci|M*oqtte- 
lyck doen. 



85 

Waer op is geyolcht, dat naer dat Bijne Majesteyt onsen brieff 
gelesen hadde, dat datelijck de geeysehte ostagiërs aen boort 
qnamen rapporteren dat ick vrij ende buyten vreese bij sijne Mat. 
mochte comen, alsoo hij sQn chiap gesonden hadde. 

By syne Mat. gecomen synde aen landt, sagen naer onse gissinge 
over de 20 man in de wapenen , dat scheen meer nyt vrees als eerlQck 
(mthael te geschieden, ende vonden sQne Mat. aen strant onder een 
balleeu, die ons naer behoorlijcke eerbiedinge bij hem dede sitten, 
als wanneer sQne Mat. voor hielden hoe onse comste voor Macassar 
niet en was geschiet uyt ordre ofte last van den Ed. Hr: Generael, maer 
uyt eene goede oprechte meeninge om soot doenlijck ware alle bloet- 
stortingen ende andere onheylen , soo t'sedert eenigen tydt herwaerts 
waren gepasseert , te voorcomen door de gevoechlQckste middelen doen- 
lijck, ende by soo verre sijne Majesteyt tot sulcx genegen was, dat 
snlcx by de naervolgende middelen cost geschieden. ËersteUjck, dat onse 
schalden die omtrent 20.000 bhaer bedroegen , geiy ck sulcx betaempt 
betaeldt wierden. Ten tweeden , dat sijne Mat. gelieffde ordre te stellen 
dat niemandt van sQne onderdanen op Hittoe, Louhoe, Lessidy, 
Gombello ofte Erang en qnamen ende ons de nagelen , die ons alleen 
verplicht waren en ontvoerden, alsoo syne Mat. wel bewnst was, met 
hoe sware jaerlijckse lasten wij de nagelen beqnamen, ende dat ons 
door sulcx yeder bhaer nagelen over de 300 realen quam te costen , waer 
door veroorsaeckt was, dat wy alie de nagelboomen op Loehoe, 
Lessidy, Combello ende Erang gemyneert ende affgehouden hadden. 
Soo dan syne Majesteyt (gelijck wy niet en twyffelen) genegen was 
de oude vriendtschap te vernieuwen, soo mochten syne onderdanen 
vry ende vranck aent Gasteel Amboyna handelen , doch met soodanige 
reserve, dat sy met geene joncken anders en souden mogen gaen ofte 
anckeren als voor t' Gasteel van Amboyna, want soo die op andere 
plaetsen vonden, souden die als vyanden bejegenen. Dit alles seyden 
wy provisioneiyck ende op aggreatie van den Ed. Hr. Generael te 
geschieden, die syne Mat. met het eerste vant Weste Mouson syne 
Ed: goetvindinge sonde verwittigen. 

Hierop antwoorde syne Mat. in substantie; dat, wat betrefte de 
geeysehte 20.000 realen, dat hy daer geen kennisse van en hadde, 
noch Qock niet schuldich was off sich selven borge geconstitueert ende 
derhalven ongebonden daer voor te responderen. Maer by soo verre 



86 

eenige der voorsz. schuldenaren noch byder handt ende in leven war en, 
dat hij op ons versoeck recht doen sonde. 

Ende wat aenginck dat wg claechden, dat de Macassaren ons de 
nagelen ontvoerden en was in der daet soo niet, alsoo de Macassairen 
haer alleen met landt neringen bemoeyden; doch presumeerde sulcx 
door de Maleyers moste geschiet wesen , die hy seyde sulcx qualijck 
conde verbieden, ende dat ten aensien sy in zee synde, gingen daert 
haer wel geviel. Item dat hem onse vriendtschap aengenaem ware ende 
noyt aen de onse sgn landt verboden en hadde ende niet anders als 
vrede ende vriendtschap en sochte, ende dieshalven oock aen de Ed. 
Hr. Generael soude schrijven. 

Dese saecken tot hier en toe verhandelt synde soo bracht te passé 
hoe en passant Bouton aengeweest was ende aldaer verstaen hadde 
hoe door seker geschil in vyandtschap waren vervallen, tot de wapenen 
gecomen ende aengesien wg nu ontrent 20 jaren bondtgenooten waren 
geweest ende dieshalven als getrouwen ende geassocieerden trachten, 
gelgck de redelijcken betaempt , om bloetstortingen ende andere onheylen 
soo den oorloge medebrenght te voorcomen ende te bevoorderen (sic), 
syne Mat. gebeden hebben ons te willen gebiuycken, alsoo tot dien 
eynde den Coninck van Boutons gesanten mede gecomen waren. 

Hierop antwoorde syne Majesteyt in volgender manieren , seggende , 
dat den Coninck van Bouton hem boven maten overlastich, buyten 
reden ofte oorsaeck geweest was, biddende dieshalven, daervan niet 
te willen handelen , alsoo van geen meyninge en was met de gesanten 
van den coninck van Bouton te handelen ofte te spreecken. Maer was 
den Coninck van meeninge met hem te handelen, dat die sijne alleen 
soude senden, alsoo sQue maniere niet en was door intercessiën van 
yemanden te handelen, maer dat een yeder natie int bysonder quame. 

Hierop namen ons affscheyt van sijne Majesteyt, die ons twee lasten 
rijs ende drie buffels vereerde; ende wy vereerden sijne Majesteyt 
twee cleyne metalen dragontgens , wegende ongeveerl : 500 ffi te samen , 
dat hem boven maten aengenaem scheen te wesen. Dit is gepasseert 
tnsschen den derden ende 10 Augusto A^. 1625. 

Was onderteeckent H. van Spbuldt. 



87 
XV. Translaet van des Conings van Macassaers briefT. 

Een yriendel^cke groete van den coninek van Macassar aan de 
Ed: Hr. Generael, dewelcke sijne goede faem soo beneden als boven 
wint overal verbreyt ende bekent is, aengaende de negen schepen, 
die tot Macassar en passant aengecomen sijn. Alsoo Macassar een 
cleyn stedeken is ende dat meer is, daerenboven noch arm * ja, in 
gelflckenis gelijck een hoenderey. Voorts soo sende ick Coninek 
van Macassar een cleet ende een leunstock ofte rottangh. UE. ge- 
lieve het in vriendtschap t'accepteren , want ick een man ben gelyck 
een die int wondt woondt; dit en anders niet. Ady 9 September 
A^. 1625 (te) Batavia gebracht door de Heer Gouverneur Speuldt. 



XVI. De Gouverneur Generaal Pieter de Carpentier 
en Raden aan Bewindhebbers der O.-I. Com- 
pagnie, 27 Oct. 1625. 

't Voorleden jaer hadden wij naer Amboina last gegeven om alle 
de gevangene Kay-Aruwers, daer noch sijnde, na Banda te seinden 
ende voorts aenden Gouvr. van Banda geordonneert dat hy alle de 
gevluchte Arnwers, int' gheberghte van groot Banda haer onthou- 
dende ende t'bosch seer ontvrijende, pardoen ende liberteyt soude 
doen aenseggen, soo sij begeerden goetwillich aff te Coomen, met 
belofte de zelve, neflfens alle die noch in onse handen resteerden, 
t'samen met een schip naer haer lant te sullen bestellen, waerop 
alle de gevluchte affgecomen ende neflfens de gevangene t'samen 79 
stucx sterck, met Munnickendam den 23en Febro. pasto naer Cay 



1 „De Portugeesen ende Spanjaerden " schrijft de Gr.-G. Pt. de Carpentier aan 
Bewindhebbers (27 Oct. 1625) „drijven een stereken handel van S. Thomé, van 
Negapatnam , van Aialacca , Macau , Manilha en Moluco op Macassar. 'T sedert dat 
wg 't vaerwater van Malacca soo gestadich becrnyst hebben heeft Macassar seer 
toegenomen. In regard van den handel in dese Oostersche quartieren als voor 
Bomeo, Java, Baly, Solor, Thymor, Amboina, Moluco ende andere plaetsen is 
Macassar beter gelegen als Malacca. Daer beneffens dat Macassar voor Malacca 
ende Moluco een redelgcke spgscamer is." 



88 

ende Arouw gevoert ende in vrgheyt gestelt sgn, t'welc bij d'Ey- 
landers sulcken genoegen ende goet vertrouwen gebaert heeft, dat 
Bij d^onse alle vrientschap bewesen, handel verleenden ende selfiE^ 
oock belooffden voortaen in Banda te snllen comen handelen, geleek 
81J in voortijden gewoon waren. 

Met 500000 stucx zagnw, soo groot als clein, is Munnickendam 
den 26en April daer aen volgende wedergekeert , daer mede die van 
Banda soo ontset wierden, dat sij uyt haere provisie Amboina dit 
jaer met 80 last rijs gesecondeert hebben. Daer beneffens soo is 
groot Banda nu t'eene mael van geboeffte gesaivert ende t'lant 
overal veyl. 

Dit jaer sijn in Banda geen andere vreemde handelaers aen 
geweest als een Javaensche joncke met wat sout, ajuin ende ander 

snuysterij, sonder rys 

De zeepunt van 't fort op Lontor lagh in calck ende steen. Met 
d'eerste gelegentheyt sullen ordre geven de reste mede iu calck (te) 
voltrecken. 

De hoogte van Salamme was met een steenen reduyt versien ende 
met garnisoen beset, beneffens noch een goet steenen huys inde 
leeghte, daer de burgerj woont; daer was mede een schoole voor 
de kinderen gerecht, soo dat dese plaetse naest Godt wel bewaert is. 
Denner, aen d'Oostzljde van Banda was mede met een reduyt, 
garnisoen ende burgerij verseeckert. 

T'Huis te Wayer, aen de Suid'Oostzijde van Banda, was met 
twee steene puntgens versterct ende met garnisoen beset. 

De voornaemste plaetsen aende Suydsijde vant'landt als Ourij, 
Sammer, Lackoy, Mandjangy tot Lonthor ende soo voorts aende 
binnencant tot Ortatten, Comher ende Salamma toe, waeren meest 
al van Nederlanders, Mardiquers, slaven ende Chineesen bewoont. 
Voorts vermits de veyl(ig)heyt van t' bos, was t' volck meest over 
t'gansche lant verspreyt, uytgesondert de Noord-Oosthoeck van 
t' landt, van Salamma tot Nenner. Dese lagh bij gebreck van volck 
noch woust ende onbewoont; tegen d'aenstaende besendinge hoopen 
wij Banda van hier soo te versien, dat het aen geen volc en 
manqueren sal om alle importante plaetsen wel te besetten. Tegen- 
woordich ist groot eylant Banda met omtrent 2000 sielen beseth. 
t'Ëljlant PuloRon is in 24 pereken wtgedeelt, mitsgaders 



ê9 

met een rednyt ende guarnisoen beseth, bewoont met omtrent dÓQ 

zielen. 

' Op Pulo-Aij geneeren haar over de 1000 zielen. 

Nera was mede wel versecckert ende met omtrent 400 sielen 
bewoont. 

Rosengain is met een goede rednyt versien ende generen tiaer op 
Yoorsz. eylant omtrent 150 zielen. In voegen dat d'eylanden van 
Banda met (jodes hulpe in redelijcke verseeckeringe staen. 

Dit jaer sQn over gants Banda, soo van Comps. slaven als van 
de bnrgerye verloopen 186 stuex, meest Bandaneesen en Pnloronders. 

'T voorleeden jaer hebben üEd: verstaen, hoe Banda A® 1623 
boven alle winst noch 65000 R. ten achteren quam, maer onse 
stricte ordre ende hooge recommandatiën , mitsgaders de sorchvnldige 
mesnage van den Gonvemeur Willem Jansz. hebben t' sedert soo 
veel te wege gebracht dat Banda a^. 1624 boven alle lasten omtrent 
24000 R. overwinst inbrengt. 



XYII. Jacques Le Febnre, Gouverneur der Molnkken , 
aan den G.-G. Pt. de Carpentier, 29 Januari 1626. 



VËd. vermeynden de saecken vande Tamatanen, soo hier als in 
de quartieren van Amboyna mettet lichten der forten Calleamatte 
ende Mothier verdraechelijcker wtvallen souden, wij connen niet 
bespeuren tselve geholpen maer ter contrarie haer gemoederen 
langhs soo meer tegens ons verbittert sijn geworden. Te meer den 
Spanjaert int begin van dit nieuwe jaer Calleamatte met hulpe van 
den Tydorees versterct ende weederom opmaect, alwaer 7 stncken 
geplant ende een tamelijck starck guarnisoen houdt, dagelijcx met 
't selve te fortificeeren doende sijnde. St. Lucia hebben verlaeten 
en geslecht. Men rucht. soo haest Calleamatte vast gemaect, dan 
Mothier insgelijcx opmaecken sullen, daer toe den Coninck van 
Tydoor met groote belofte seer aenporrend is. Wat hier wtt vorder 
ontstaen wil leere de tyt. T is soo verre gecommen dat de Tar- 
natanen voor de laegen die den Tydorees ende Spanjaert tegens x>ns 



90 

alhier leggen niet meer waerschouwen. Wanneer se malcanderen int 
bosch oft in haer tnynen ontrent Maleye rescontreren verbieden hnn 
ons snlcz te seggen, maer secreet te honden, gelijck se doen. 
Alsoo sij metten anderen vrnnden [zijn] alleenelijck op de Hollanders 
ende haere Mardijekers commen gaeren ^. Godt sij gelooft tot noch 
toe hebben sij gheen advantagie op ons gehadt 

Den lOen December arriveerde hier Kimelaha Bessy met 2 cor- 
corren, wel 200 sielen soo slaven als slaeffinnen starck, commende 
van Zoula ende Taljabo, alwaer hij des Conincx stadthonder 
geweest is, bg tijden vanden onden Coninck van Tamaten, wel 
26 jaeren geleeden, derwaerts gesonden. Was tot diversche maelen 
ontbooden; noyt vóór nu willen commen, soo dat de Tarna tanen 
wttgaven sgn saecken qnaelijck souden afioopen. Dan sgnne 
schenckagie aen de Coninck ende cappiteyn Laout hebben hem een 
goedt man gemaect. Stroyt wtt die van Soula en Taljabo seer haest 
met 20 corcorren herwaerts tot dienst van den Coninck van Tar- 
naten hier weesen sullen, dat seer leugenachtich luyt, vermits 
verstae, hij met groote onminne ende questie wt die qaartieren 
gescheyden is, alsoo de Souleesen hem niet langer gelgck voor 
deesen wilden erkennen, als den Tamataensen hoochmoet moede 
sgnde. Wist ons gansch gheen tydinge (soo hem hieldt) vaut pas- 
serende inde quartieren van Amboyna te seggen. 

Op Gammelamme sijn in deese maent van Macasser 2 a 3 cleyne 
jonckens met rijs en cleeden nevens een portugees fregadt gearri- 
veert. De galeye, soo daer is geweest, goeden buyt gemaect, 
diversche Javaensche ende Maleysche joncken in die quartieren 
aengesnoert, over de 150 coppen met gebracht, die tot roeyers op 
de galeye en andere diensten gebruyct worden 

Wij hebben ter compste van [het schip:] de Vreede de missive 
van de Tarnataense gesanten aenden Coninck geschreven in presentie 
van Cappiteyn Laout, ende andere principaele Tarnatanen over- 
gelevert ende verhaelt 

Naer Amboyna senden een corcorre ^ metten conincx oom den 



1 Koppen snellen. 

2 Deze korkorre werd bij Cayo in den grond gezeild, doch de gezant kwam 
er heelhuids af en vertrok den 20 April op nieuw naar Ambon tegeiyk met een 
HoUandsch schip. Zie verder hierna bl. 104. 



91 

Gnoffmaniere ^ Bynnno, om de haere te belasten van alle hostiele 
procedoren tegens d' onse op te houden, de waepenen aen weeder- 
si)den ter needer te leggen, ende met d' onse in alle vrundtschap 
te leeven, dat gheen naegelen als aen d' onse sullen vermogen te 

vercoopen 

Maleye op Tarnaten desen 29en Januari) 1626. 

Was onderteeckent Jaecqtjes Lb Fbbtjbb. 



XVIII. Jacques Le Febure aan Pt. de Carpentier, 
7 Augustus 1626. 



Naer dat VEd. missive ^ in volle vergaderingh^ vanden Coninek, 
den Raet, ende alle de principale Tamatanen hun in ons presentie 
voorgelesen ende vertolckt was, wegen [lees: begon] de Gougouge 
een relaes te doen hoe dat hij gestadich des sondaeghs in haer 
musquit d'Overicheyt tot het breecken van den pays metten Tydo- 
rees ende Spangiardt vermaent, ende om den oorloog, tegens haer 
te voeren aengeporret. Maer 't was al te vergeeffs geweest; niemant 
van d'Overicheyt hadde hem daer toe de handt geboden; hg conde 
wel oordelen zulcx by den Prins ende d'Ed. Heer Generael vande 
Hollanders qualyck genomen zoude werden. Cappiteyn Laouts mont 
sprack gestadich van oorloogh, maer 't hart was anders, gelljck 
bleeck sijluyden jegenwoordig geen correcorren noch vaertuych 
hadden om zulcx te beginnen; die hij behoorde te besorgen. Hier- 
op antwoorde Capiteyn Laout, hem seer gestoort thoon(en)de, dattet 
een ygelgck vande presente vergaderinghe wel bekent was hoe den 



1 Ngofamanira is de titel van een dorpshoofd. 

2 Medegekomen met de Ternataansche gezanten die te Batavia geweest 
waren (Zie hierna bl. 9ö). Ook de Djogoegoe en K. AU hadden van den Gouv.- 
Gen. een schreven ontvangen. „Wat sgne E. goede gunste t'onswaerts belangt", 
schreven zg aan den eerstgenoemden, „daervan houden wij ons ten vollen 
▼erseeckert, soo door eygen ervaringe als door rapport van verscheyden over- 
gekomen persoonen." Zie evenwel hiervóór bl. 42 v. 



S2 

Ooegoe den oorloogh met den Spangiardt ende Thydorees sochte, 
daer niemant als den Coninck ende hij , zonder zijne ende des RaetB 
weten, haer pranwen gestadich aen den Spangiart ende Tydorees, 
over ende weer waren zendende, dat de vredehandelinghe , denr 
ban beyden beleyt, dus verde gebracht was, dat hg, Gougoe, 
oontinuelyck zich aende cnst van Gelole onthielt, alwaer hij ge- 
dooghde den Tydorees dagelijcx groote quantite sagnw ende andere 
provisien haelde. Daer op bij den Coninck ende Gongoe weynich 
antwoort wierdt gegeven. Voorts is de saecke soo gebleven, met 
beliefte dat se op alles wel letten een spoedigh beslayt van haer 
intentie tot antwoorde van V£d. missive, alsoo 't schip expres- 
seiyck daer naer wachtte, maecken ende geven zouden, waer toe 
wy haer gestadich aenporrende waren. Eyndelyck hebben gisteren 
avont haren schrijver bij ons gesonden met d'ont werping van haer 
brieven in Tamataeps geschreven, om door ons in duyts getransla* 
teert ende als dan bij haer geteeckent te worden, alsoo zeyden 
niemant op Batavia was, door wien dezelve conde gelesen noch 
getranslateert worden. 

De voorsz. missiven gaen hier nevens ^ bij dewelcke VËd. haer 
ongefondeerde antwoorde, principaiyck op 't stuck van de nagelen, 
over 't lichten vande forten inde Molucos ; als de gepasseerde saecken 
inde quartieren van Amboina zal cunnen bespeuren 

Malleyo op Tomaten dij 7en Augustij A^. 1626. 

Was ouderteeckent VE. dienstwilligen dienaer 
JiiCQüEs Le Febube. 



XIX. Uit de Resolutiën van Gouverneur en Raad der 
Molukken, d.d. 17 en 20 December 1626. 

Accoort gemaect ende beslooten tusschen den Gougou, Capiteyn 
Laout ter eender, ende den Hoccum Soyasius, Sengagie Limetan, 
noch vijff andere Sengagies deeses eylandts , mitsgaders de Sengagies 



1 Geen afschrift aanwezig op H B. A. 



93 

v-an Motier, Toagoaave ^ ende alle d'overicheyden van Tarnaten ter 
andere syde, ten overstaen ende in presentie van d' heer Jacques 
Ie Febnre raedt van Indien , Gonvernear en directeur over de Moluccos 
als oock int bijweesen van de Coningen vao Gorontale en Pangesare ^ 
twelck op Donderdach snachts den 17 t)ecember 1626 aen handen 
van gemelte heer Gouverneur gesamentlgcken beiswooren hebben , die 
oock belooft heeft van weegen de Compangie in presentie van synnen 
raedt ons met syn macht naer vermogen volgens d'oude contracten 
te assisteeren en behulpich te weesen. 

Het is een yder kenneiyck hoe hier inde Mollncques vier coningen 
sgn, namenthjck van Tarnaten, Tydoor, Baetsian en Gilole waervan 
de twee lestgenomde door Godes bestieringe sonderlingh geen macht 
hebben, sulcx dat wij Tarnatanen ende die van Tydoor de machtichste 
syn, wekken Coninck van Tydoor sich aen den Spaenjaert houdende , 
met derselver macht ons voor deesen verstroyt ende genoechsaem 
verdestrueert hadde, invoegen wij genootsaect waeren ons tot de 
Hollanders (om van haer hulpe en assistentie te hebben) te keeren 
die wy aen alle quartieren geresolveert hadden te soecken soo in 
Amboyna, Banda, Java, Patania, Atchin als elders, doch vonden 
twee haerder scheepen d'een in Amboyna ende d'ander op Java, die 
oock voorgenomen hadden in de Mollncques te comen, oversulcx 
hunne anckers lichtten en herwaerts quaemen, doer wiens hulpe wg 
alsdoen by malcanderen syn versamelt , 't landt als oock den Coninck 
in synen voorigen welstandt gebracht, jae waeren soo vereenicht dat 
alle tgundt sg oft wij goet vonden dadelyck int werck gestelt wiert; 
twelck alsoo continueerde tottên tijde vanden Generael Reael, tsedert 
welcken tyt alhier drye verscheyden Goavemeurs geweest ende 
d'overicheyt , soo vande Hollanders als Tarnatanen seer verandert 
sgn, in voegen de Hollanders ons oft wy haer niet gelooft noch ver- 
trouwt hebben , ende des lants saecken tusschen beyden soo sijn blijven 
stilstaen, niet tegenstaende de Gouverneurs als oock wt) overicheeden 



1 Toegoeabe komt reeds in oude Spaansche documenten voor, als belioorende 
aan Ternate en gelegen op 3 Sp. mglen (leguas) afstands van Djilolo. 

2 Gtorontalo en andere plaatsen op Celebes , die onder Ternate stonden , werden 
door de Macassaren bedreigd. Zie den brief van J. Ie Febure yvh 16 Ang. 1627. 
Pangasare of Tagoelanda, een der Sangi^eilanden was sinds lang aan Ternate 
schatplichtig. 



94 

ende gemeente selffis den Coninek tot meermaelen hebben aange- 
sproocken om de bevoirderinge des gemeenen lants ende Compangies 
saecken bij der handt te neemen, die sich daer niet met bemoyt 
mater met speelen en play sieren den tijt door gebracht heeft, tot dat 
eynteigck op heeden b^ boven gemelte Gouverneur door syn meenich- 
vuldigen arbeyt ende betrachtinge de saeeke soo verre is gebracht 
dat tot accoort ende treckinge van eene lijn gecommen syn, daer in 
den Gougou ende cappiteyn La^at geenen beeteren middel om tot 
snlcx te commen wisten te practiseeren dan in deese vergaederinge 
voor te draegen hoe dat beyde soo Gougou als cappiteyn Laout hunne 
ampten begeer^n te abandonneeren en voortaan als gemeene Citchils , 
(sonder eenich bewindt tlandt aengaende hun meer aen te trecken) 
te leven , ten waere sy Tarnataensche overicheyden met malcanderen 
alsnu in deze pitsiaeringe op des Compangies huys, daer vergaert 
waeren , resolveerden den oorloogh jegens den Spaenjaert en Tydorees 
aen te neemen ende tlandt in synen voorigen welstandt te helpen 
brengen, dat eyndelyck (hoe wel sy Tarnataensche overicheyden, te 
weeten den Hoccum Soyasives, Sengagies ende andere daer langh 
tegen waeren ende sulcx sochtten wtte stellen), met malcanderen 
gesamentiyck toegestemt , over een gecommen , geresolveert , als boven 
verhaelt beswooren ende gemelte heer Gouverneur in presentie van 
synen Raedt daer op de handt gegeven hebben, om gelijck verhaelt 
den oorloogh jegens den Tydorees en Spaenjaert aan te neemen ende 
tlandt in synén voorigen welstandt te helpen brengen. Twelck den 
Coninek van Tamaten voorengehouden synde, geapprobeert en voor 
goet gehouden heeft doch alwaert schoon gemelte Coninek contrarie 
gedaen hadde was beslooten evenwel deese resolutie volcomen voort- 
ganck sonde neemen. Oock is gearresteert men voor eerst t volck 
van Taflfoura, Meau, Moortay en Moortie * lichten, herwaerts 
brengen ende soo haest hier gecommen sijn dadelijck ten selven 
dage den oorloogh jegens voor verhaelde vganden aen neemen sal. 



1 Tefore, Majoe: beiden eilandjes ten W. van Ternate. Met Moortay zal het 
eiland Morotay, met Moortie de kust van Moro (NW. punt van Halmahera) be- 
doeld zQn. 



9S 

XX. Jan van Qorcum, Oouvernenr van Ambon, aan 
den G.-G. Pt. de Carpentier, 28 April 1626. 

Met die van de overcast van Ceram staen noch in voorgaende 
termen; si)n door brieven metten anderen in onderhandelinge geweest, 
doch is 't gewenscht succes dienaengaende niet getroffen. De missive 
door Seraffe gesant van Ternaten, ^ aen Leliatte geschreven, hebben 
ter behoorlijcker fijt, door 't volck van Capiteyn Hittoe hem doen 
behandigen, doch is daar op niet gevolcht. Sedert onse voorgaende 
aen zyne Ed: hebben niet notabels op onse onderdanen met gewelt 
geattenteert, maar met practiquen getracht onse onderdanen ende 
bontgenooten te ondercruypen ende tot hem te trecken.. Waar van 
die van Hatuha d'eerste geweest sQn, die met den vyant spraacke 
gebonden , ende onderhandelinge gehadt hebben. Met die van Roamite 
[Loemaëte] ende Waysamme op Boaro, hebben gelycke conspiratie 
gehadt, hebbende den trouwloosen Moorsen hoop, soo van Manipe, 
Cambello, met d'inwoonders aldaer t'samen gerodt, des Capiteyns 
vasticheyt aengetast, twee soldaten dootgebleven, de rest ontloopen,ende 
herwaerts gecommen zijn , abandonneerende des Compagnies middelen , 
emporterende omtrent tot de somme van 800 gulden, aen sagu die 
op voorraet daar hadden doen opcoopen. Amblauw stont mede aenge- 
socht te worden, soo daer niet met de presente middelen veerdich 
tegen gevrocht hadden, in voegen aldaar een nyeuwe reduyt van 
opgeleyde steen versorcht, ende d'inwoonders voor den staet der 
Vereenichde Nederlanden in onderdanichegt gepreserveert. 

Op t'eylant Oma , hadde Leliattoe eenen aenslach , trachtende daar wat 
notabels nyt te rechten, om daer door eenich ontsachelijcheyt onder 
d'inwoonderen te brengen, sgnde met 28 stux corcorren in sulcken 
stilheyt vergaert , dat daar van int minste geen lucht becomen conden , 
inde eylanden üliassers verscheenen, waar eerstelijck de Negrg 
Arrouque [Haroekoe] aengetast, ten deele verbrant, in alder yie voort- 
vari&nde met meninge Oma mede soo aff te vaérdigen, maar hebben 



1 Seraffl was met Kimelalia Limoeri (broeder vnn den Hoekom) door den 
Temataanschen Sultan en zgn Baad in 1625 naar Batavia afgevaardigd om over 
liet byieggen der geschillen in de Ambonsche eilanden te onderhandelen. Zy 
keerden van daar over Ambon temg, waar zij den 14 Maart 1626 aankwamen- 



96 

roBistentie gevonden , [zoo] dat alleenlijok naar vyff a üeiS hnysen in 
den brant gesteecken in route te rugge van de 8trant gedreven zyn, 
met verlies naer men ons rapporteert', wel vijfthien dooden ende 
gequesten, inde cörcorren gebraóht sijn. Die van Oma badden éénen 
dooden gebadt, ende een gevangenen, die de Tamatanen mede- 
genomen badden. Op Hatnba, ende Caylolo, scbeen mede wel voor 
te bebben yets te willen attenteeren, maer 't ontbael van Oma 
acbte bem te rugge gebonden beeft. Dit is al 't geene dat met 
openbaar gewelt te wege gebracbt bebben; alleeneiyck, als vooren 
geseyt, getraebt met listicbeyt, ende door gaven onse onderdanen 
te onttrecken, Intrim somwyien nu bier dan daer een booft ^ebaelt, 
tot vier int getall, die onse onderdanen baer mede niet scbnidicb 
bleven, maar gemeeneUjck met dnbbel van dien betaelt bebben. 

Om d'ondercfuijpinge van onse onderdanen, soo veel mogeUjek 
voortecomen ende synen loop te stutten, syn corts met 13 stux 
corcorren gevolcbt , maer conden bem nergens niet op doen , waar uyt 
oceasie nam om al d'onderdaüen vant Gasteel te versoecken ende 
door onse presentie baer eenieb contentement ende couraige aen te 
spreecken, twelck voor die tyt eflfect sorteerde, uytgesondert de 
Alpbores, die niet aenden strant waren maer beloofden door bare 
booden getrouwicbeyt aent casteel. Alles vonden in goede onderda- 
nicbeyt t'onswaarts, uytgesondert den Macbometisten boop, die al 
eenicbsints tot baar getrocken, ende van bare scbuldige plicbt ge- 
weecken waren, welcke, soo lange bare religie niet en abandonneeren , 
niet goets van te verboopen bebben , want baer barten ende gemoeden 
te seer door desen bant aen den anderen verknocbt zyn, onse religie 
ende natie uyt den gront baeten; daarom oock niet vertrouwen van 
baer yets goets te verwacbten bebben. 

Naer dat de saecken tusscben Hatuba ende ons in sulcke termen 
stonden ende door Capiteyn Hittoe aengerecbt waren ' , beeft den 



1 Dit slaat volstrekt niet op bet voorgaande. Uit het Journaal van Ambon 
van Sept. 1625— Mei 1626 bljkt dat Kimelaha Leliato met zijn hongi van Oma 
naar Hatnaha gevaren was en met den jongen koning [van Hat. of N. Haroekoe] 
en den jongen sengadji [van de kustplaats?] onderhandeld had. Dat kapitein 
Hitoe daaraan schuld had blijkt niet, wel dat die van Hatuaha kap. Hitoe's be- 
middeling verzochten om weer met de Hollanders op goeden voet te komen. 
Zie verder hierna bl. 111. 



I 



9Ï 

voornoemden Hittoe weder getracht, de saeeke door B^n toedoen te 
accommoderen, om voor ons de goede knecht te schQnen, tot dien 
eynde met een corcorre aent casteel comende, ons affVorderende , 
soot geviele [dat hij] yemant vande hooffden van Hattnha mede 
bracht , oft op mijn woort weder vrQ ende ongemolesteert sonde mogen 
yertrecken ; daar op mijn woort gegeven hebbe. Is alsoo naer Hatnha 
gepangait, ende naer eenige dagen, weder aent Casteel gecommen, 
medebrengende een vande hooffden, die naer veele frivoole excnsen. 
soo inbracht, versocht men hare saeeke wilde ten besten dnyden; 
zg waren verleyt ende andersints, wilden weder om leech aende 
strant comen woonen, ende tronwe onderdanen vant casteel bleven, 
etc. Hare daet meriteerde well opt hoochste gestraft geweest te syn, 
soo onse macht sulcx geweest ware dat de voorder toevallen , hadden 
connen nytvoeren ende vervolgen, maer onsen tyt van simuleeren nn 
geschaapen zijnde, hebben dese fanlte bij den andere moeten hoopen , 
ende tot naerder gelegentheyt door de vingeren sien. 

Wat Capiteyn Hittoe voor een instrnment is, ende voor desen tot 
weynich voordeel van de Compagnie geweest is, geven sgne acten 
noch dageiycx getnyechenisse , ende ben van snlcken gevoelen, dat 
al den Moorsen hoop in verbont, ende comptracten met den anderen 
staen « • • . • 

De besendinge vant jacht naer Papnha, is bij den Raet niet goet- 
gevonden» D'oorsaecke daarvan is den gemeiten Coninck van Papnha 
in sgnen brieff bij de gevangenen overgesonden een gants onreede- 
lijeken eysch in forme van contributie dede ; ten anderen niet sonder 
evident perickel vant jacht ende volck te verliesen conde geeffec- 
taeert worden, te meer nyt de gevangenen Nederlanders verstonden, 
met de Tidoreesen in vreede staen, oock in consequentie getrocken 
worde ende beducht waren, off den Spaingiaart, ende Tidorees niet 
tegens d'onse geconspireert hadden, daer over den Raat dese besen- 
dinge , voor den staat van de Compa. , niet sonder pericquel oordeelde , 
ende oock geen tributarisen maar contribuanten van noode hadden , 
800 dat als vooren aengeroert, dese besendinge naergelaten is. 

Niet jegenstaende onse cruysende jachten omtrent Kelangh, Manipe, 
Bouro ende Amblauw gehouden hebben, sijn evenwel ses Maccas^ 
sarce joncken op Combelle ende Lucelle gearriveert, met goede quan- 

titeyt rjs ende cleeden, die [zy] daer voor eenen veylen prQs ver- 

7 



dg 

Ooopen ende in retonr desselffs nagelen voor eenen extraordinare 
hoogen prijs aenneemen. Dit is 't schadeigckste gevdch dat de Compa. 
in dese quartieren lijdet, ende een van de principale oorsaacken, 
waer door den Tarnataen tot obstinater ende meerder vermetenheyt 
jegen ons ende sijne comptracten vergrijpt, merekende men dit be- 
swaerlijck can verhinderen 

T jacht Pera daar int vaarwater, omtrent Manipe cruysende, worde 
vande inwoonderen, met een witte vlagge aengeroepenoftgenodicht, 
waer over den schipper met noch thien man tot hem inde schuyt 
gevallen ende naer lant sonder geweer geroyt is, die soo haast aen- 
den wal gecommen, van die vande Manipe overrompelt ende gemas- 
sacreert zQn 

Naar datum sljn drie van onse corcorren, namentl^k, Halon, 
Hative ende Mardijckers, nyt op den vyant geweest, hebbende een 
aenslach met die van Camerien, ende Serg Wawan ' negr^ van de 
Alphores besteecken, die ter loop de negry Lasamelienw^ * van 
den vyant aengetast, verbrant twintig coppen becommen ende v^ff 
gevangenen herwaert gebracht. Dese victorie, heeft haer geanimeert 
voordere entreprinsen op den vgant aenteleggen , hebbende soo metten 
anderen getaetslaacht , om de negrij van Cayboba mede te overrom- 
pelen, tot welcken eynde die van Cameri^tt, geaccompaigneert met 
die van Seruwawan , naer de Coningen van Somite ende Selan ^ ver- 
trocken, haer den gemelten slach aendienende, die hnn daartoe 
gantsch willich thoonden, ende met een macht van omtrent 2000 
Alphores aende strant van AmaeQ [Amahei] gecomen, sendende hare 
swagers aent casteel, om ons aen te dienen tot wat eynde daar 
gecomen waren, gelijck haer mede tot eenige exploicten ten dienste 
vanden Prins van HoUandt wilden laeten gebrnijcken, daar op occasie 
hebben genomen met onse corcorren vant casteel derwaarts te trans- 
portoeren, om hare vmntschap t'onswaarts te preserveren, daar 
anders den Staat van de Compa noijt qnalijcker hare affvallicheijt 
eomen sonde. Want soo wy de saacke door d' nyterste remedie der 



1 Seriwawan aan de Z.^^Kust yan Ceram, destgds een bizonder dorp, later 
onder Kamarian [Yalentyn II, p. 68]. 

2 Blijkens het Journaal 3 mijlen van Lessiela. 

3 De radja's yan Sahoelan en Soemiet, twee machtige Alfoersche vorsten* 
beiden Oelisiya's en y^anden der Mohammedanen. 



J 



wapenen moeten redresseren, sullen int verderven van des vQants 
conboQS ende thngnen veel te wege brengen. Den Gonvemenr Speult , 
heeft ons wegen dit volek, veel gerapporteert, maar hebben daer 

noch geen proeven van gesien 

De gemelte gesanten, ^ naar dat hier een dach ofte twee gepau- 
seert hadden, sQn met deselve in communicatie opt stuck deser 
quartieren gecommen. Naar eenige onderhandelinge versochten oft 
hun mochte toegestaen worden dat naer Lucelle met Eimelaha 
Leliatte mochten spreecken; twijfelden niet oft souden de saecken 
tot een stilstant van wapenen brengen, alsoo al syn doen buyten 
kennisse, en voorweeten van den Coninck van Ternaten dede; twelck 
hnn toegestaen hebbe. Sgn alsoo derwaarts vertrocken, alwaar wel 
15 a 16 dagen haar onthielden, ende naer een langhverwachte 
wedercompste deden ons rapport, wel tot den vreede ende stilstant 
genegen waren, soo daar mochte gesproocken worden van hare ge- 
leedene schade te repareren, namentlgck hare thugnen ende nagel* 
boomen, die door ons verdestrueert waren, met meer andere bewim- 
pelde ende bebloemde reedenen, daar op int corte haer aengeseyt 
worde, wij geensints verstaen wilden met haer tot eenich bespreek 
te comen, maar dat de saacke daer op drayde, dat soo [zy] wilden 
stilstant van wapenen maacken, dat al de nagelen, die voorder hant 
waren, aen ons volgens hun comptracten leverden, de vreemde han- 
delaars namentlijck de Maccassaren afseyden ende deeden vertrecken; 
voorder dat stj hier, ende wg daar als voor desen souden comen 
handelen, laetende de andere poincten tot naarder commissarisen 
ongedecideert, want tot pretentie, die d' een op d' ander hadde, 
commende, souden beswaarlijck tot een eynde, sonder arbiteres ge- 
raecken, zijnde dit ons eenige, ende uyterste meninge. Waar op 
versochten andermael derwaart te mogen gaen, om haer dat aente 
dienen, twelck hun geaccordeert worde. 8ijn dienvolgende op den 
17en deser andermael naar Lucelle vertrocken ende tot op huijden 

niet weder gekeert 

Actam int Gasteel Amboyna d. 28en AprUl A^. 1626. 



l Zie bl. 95 aanteek. 1, 



loö 

XXI. Uit het // Journael vant geene alhier in de quar- 
tieren van Amboyna is gepasseert/^ (van Sept. 
1625 tot het eind van Mei 1626) door den 
gonvemenr Jan van Gorenm. 



Mayns A». 1626 K 

Den 2en d^. qnamen voor Hatuha ^ meynende de Corcorre van 
Kaylolo mede te nemen, maer vonden deselve aende strant, geheel 
in stucken zijnde. Den Iman, Opperhooft van Caylolo, qaam terstont 
hg ons dagende over syn volck, dat hem niet en wilde gehoor- 
samen; seyde geleden te syn 4 dagen, dat het volek van Kaylolo 
met eenige van Hatnha de corcorre hadden willen afsetten ende 
daar mede naer Hittoe gaen, sonder weeten van haer Overhooft 
ofte 'den sergeant vant fort, waer over den Iman aenden sergeant 
assistentie versocht, dwelck oock vercreech. Is den Sergeant met 
thien musqnettiers daar naar toegegaen , haer gebiedende de corcorr6 
te laeten leggen, ende belasten voerders deselve wederom op te 
halen, maer syn evenwel alt samen vertrocken, laetende de corcorre 
aent water leggen, waer over d^ corcorre, met het hoochwaeter 
inden gront stiet, ende soo voorts blijven leggen is. 

In somma den gantschen hoop der Mooren reycken malcanderen 
de hant 

Den 3en ö9 tegens den avont qnamen voor Iha ende Manho, 
meenden snachts over te steecken naar Eanwacke ', maar werden 
door hart weder ende wint, mitsgaders den regen verhindert. . . 

Die van Iha 'ende Manho syn mede onderdanen vanden staet der 
Vereenichde Nederlanden, maer deselve hebben haren schuldigen 
plicht over lange al vergeeten. Als 's Lants vloot ^ hier was wierde 
haer belast haer corcorre, mede af te setten, ende aent Gasteel 



1 De Gouyemeur was den 28 April met de hongi uitgevaren, en had eerst 
Oóriag aan de kust yan Hitoe bezocht, waar kort te yoren een fortje in hout 
wks opgetrokken, maar nu reeds yenrallen. 

2 Vergeljk hiervóór bl. 95 t. 

8 De hoek yan Kowak ten O. yan de Elpapoetih-baai« 
4 Pe yloot yan L^Hermite. Tergeiyk hieryóör bl. 41* 



101 

souden comen. Maer gaven daar op voor antwoort, dat daar niet te 
doen hadden. Soo den Gonvemenr yets wilde seggen, hij wist waar 
haar negrij was, mocht daar selffs by haer comen. 

Dit Iha is een plaats van groote stercte, die naer menschen 
oordeel onmogelijck is te winnen, van wegen haar natnyrlycke 
stercte ende gelegentheyt. 

Sijn mede sterck van volck, wel omtrent de 1000 weerbare 
mannen. Het is altijt de rendevoas geweest van alle Quartieren van 
Amboyna; als yemant hem hadde vergreepen tegens den staat der 
Yereenichde Nederlanden, ofte het vervloecte Moorsdom aengenomen, 
namen haren toevlucht naar Iha, soo dat hier door groot geworden 
sQu , ende op nyemant en passen ; si)n oock van veelen seer gevreest , 
principael van onse onderdanen in de eylanden. Soo wy dese van 
Iha souden dwingen, moste geschieden door honger, waartoe veel 
volck van node is. 

T Is mede de rendevous van Capiteyn Hittoe, heeft al sgn 
goederen daar gevlucht, ende meent in tijde van noot hem selven, 
aldaar te salveren. Hl) is bij haer oock in groot aensien, ende 
respect, anders niet als off aldaar het heele bewint op hem rustte, 
want als ick de voorgaende reys met de hongi daar was ende liet 
aenseggen dat haar souden gereet maacken om met ons te pan- 
gayen, gaven voor antwoort: als Capiteyn Hittoe haar snlcx 
belastte, wilden 't selve naar comen, maar anders niet. Alhier op 
Iha hout sich een Cheramse paep, genaempt Hatip Patty, die 
aldaar het heele bewint heeft; is een valsche schelm, die ons overal 
den meesten affbreuck doet. Het is Capiteyn Hittoe sijn rechter 
hant, waer mede hij zijn heymeiycke ende bedecte pitcharingen 
hout, ende door hem voerders, alles laet wt voeren. By den tijt 
van den heer Gouverneur Van Speult sijn verscheyden listen ende 
lagen gebruyct geweest om den selven Hatip Patty by den hals te 
cr^gen, maer ten heeft niet willen gelucken. 

Des nachts vertrocken van Iha, ende zgn den Öen omtrent den 
middach aen den hoeck van Koywacke gecomen. Vonden omden 
hoeck een goede re^de; soo haest wy daar lagen, souden ons volck 
naar boven om die van Amahec, Macricque ende Sahoukko ^ aff te 



1 Swauko bij Valentjjii (Sawouko?). 



102 

roepen, alsoo onderdanen vant casteel waren, om den eet van 
getronwicheyt met haar te vemiewen, het welck oock alsoo 
geschiede; toonden haar daar gewillich toe. 

Den 5en d®. smorgens sonden twee corcorren, met den luytenant 
Westerman naar de strant van Kelipapoete, om te vernemen, oft 
de Alphoeres afgecomen waren, ende oock waar haer onthielden, 
800 dat den luytenant ons snachst bescheyt sont dat den Coninck 
van Samite [Soemiet] met omtrent 500 man was afgecomen, ende 
onthielt hem omtrent Holoy [Hoewaloi]. Hij ontboot dat daar naer 
tóe was gegaen, om deselve naar Kelipapoete te brengen, versocht 
voorders dat men tegens den 6en smorgens noch 3 corcorren sonde 
senden; meende alsdan aende strant van Kelipapoete te sgn, om 
voorders met de corcorren by ons gebracht te werden, hetwelck wg 
hebben naergecommen , ende drie corcorren derwaarts gesonden. Op 
den selven dach quamen de corcorren wt de Uliassers by ons, s^nde 
ses int getal. 

Die van Amahe, Macriqne, ende Sahouco, brachten mede een 
vereeringe van 3 a 4 varekens, eenige hoenders, ende bannannes; 
hebben haer wederom vereert: yder negrQ een derde van een stuck 
Gninees linnen, met een pette. Door dit volck ontbooden die van 
Tommelau, Haya, ende t' Sepa welcke drie negrgs mede den eet 
van getrouwicheyt aen den staet der Vereenichde Nederlanden gedaen 
hadden, doch waren mede al af gevallen. Ten tijde als wg met die 
van Louhoe ende den Tarnataen in oorloch quamen waren de voorsz. 
drie negrijs mede met haar corcorren by de Hongy, maer soo haest 
sg sagen dat men die vande custe van Ceram aentastte, gingen 
met haar volck door ende hebben 't sedert noyt wederom aent 
Casteel geweest 

Den 9en d^. is den luytenant Westerman wederom geoommen , 
bracht den Coninck van Samite mede, met omtrent 80 boeren. Den 
Coninck van Saulauw was noch niet afgecomen <* 

Hebben voorts met den Coninck van Samite veel reedenen gehadt 
over het stuck van den Tarnataen. Hij thoonde hem een erf vijant 
daar van te weesen; seyde sgn voorouders noyt met den Tarnataen 
ofte die van Loehoe eenich accort ofte vruntschap hadden gehadt, 
seggende voorders nimmermeer met haar, oock gemeynschap te 
willen houden , m9ar den eet , dien hg aen den Staat der Vereenichde 



103 

Nederlanden gedaen hadde, wilde hy getrouwelijek naar comen 
Bonder daar sS te wijeken, soo hem tracteerde gelyck tot noeh toe 
gedaen hadde. Men sonde bevinden hoe hy ende syn volck t'onswaeris 
genegen waren soo men haar eens wilde gebmycken tegens den vijant , 
met meer andere redenen. Het syn goede soldaten om in bosschen , 
ende hagen geleyt te werden , ende alsoo met list imant aen te grypen 
maar voorderhant is met haer niet met alle, doch haar vruntschap 
is opt hoochste ons noodich, want soo sy met den Tamataen accor- 
deerden stont ons groot qnaet daarvan te verwachten ende sonde den 
afval van al de eylanden veroorsaecken, want dit vo}ck den Alphores 
meer vresen als de doot. 

Den voornoemden Coninck van Samite seyde ons mede dat ons aende 
traecheyt des Conincx van Sanlanw niet en souden stooren. Wat belangde 
de getronwicheyty daervooren stont hy borge; het geene dat geschiet 
was tnsschen den Coninck van Sanlanw ende de Tarnataenen, daar 
was weynich aengelegen ; de vereeringe vande thien swaerden , vanden 
Tamataen aen haar gesonden, dewelcke sy aengenomen hadden, 
sonden den Tamataen noch op syn hooft vallen, met meer andere 
reedenen 

Hebben den Coninck vereert met een goede schenckaige van 300 
gulden voor sijn persoon met syn Orangquaijs, ende voor den Coninck 
van Sanlau, was mede soo veel geordonneert. Nam alsoo zijnafscheyt 
van ons, ende vertrock met goet contentement : hy sonde hem met 
sgn volck naar Cameryen vervoegen , ende aldaer vertouven tot dat 
wy hem last ofte ordre senden, wat byder hant nemen sonde, ofte 
den vreede tnsschen ons ende den Tamataen geen voortganck en 
hadde 3 waeren insulcken gevall alsdan gesint, de Negry van Caybolo 
aen te tasten , doch dit en hadde noch aen niemant ontdect , alsoo niet en 
wisten oft het byder hant souden nemen oft niet ende oft het weder 
snlcx oock sonde toelaten 

Den 15eii d^ quamen wederom aende strant van Hatuha, lietent 
volck aldaer wat pleysteren, alsoo meest den heelen nacht hadden 
gepangayt. Het volck van Hatnha die beneeden woonden , onse compst 
vernemende vlnchtte naar boven, by haar ander volck. lek sont twee 
persoonen naer haar toe , ende liet vragen waerom voor ons vluchtten , 
ofte niet en vertronden op ons woort ende toesegginge ; voerders het 
geene wy haer toeseyden in presentie van Capiteyn Hittoe , alwaar 



104 

zQ belooft hadden haren schnldigen plicht, voortaen naer te commen 
ende niet meer soo laeten vervoeren, waar op wg haer alles hadden 
vergeven datter gepasseert was, maar dit vluchten dede ons dencken 
dat haer beloften nn wederom tenemael vergeten hadden. 

Sy gaven voor antwoort, dat al haar overicheyt naar Hittoe was, 
om te hooren wat accoort tusschen den Gouverneur ende den Kimolaha 
sonde gemaact worden, ende dat daarom be vreest waren, alsoo sij 
wel wisten dat veel vganden hadden die haar bij ons verdacht maecten. 
Maar de mosselen lagen daar niet; het was wat anders dat haar 
schortte 

Den 16en d^ smorgens sijn voor Hittoe gecommen. Den ondercoopman 
vant comptoir quam aen boort, die ons seyde, hoe dat Eamolaha 
Lemouri, een vande Tarnataanse gesanten, van Lucelle wederom op 
Hittoe gecommen was , dan en bracht noch geen beschey t van Kimolaha 
Leliatte. Den Seraffy was noch op Lucelle gebleven, wachtende naar 
den Patty van Cambelle, ende de resterende Oranquays, waar van 
noch geen antwoort en hadde becomen. Voerders verstonden van d^. 
ondercoopman, hoe dat een schip uyt de Molucos was gecommen, 
ende lach op Henneheele, hadde mede gebracht eenen ambassaet, 
genaempt No£fa Maniera Bynyno ^, oom van den Coninck van Tarnaten, 
die hy seyde verstaen te hebben last ende ordre hadde vanden Coninck 
van Tarnaten, ende synen Raat om alle geschillen ende onlusten, 
alhier in dese qnartieren te bevreedigen. Hy was naar men ons berechtte 
uyt Ternaten daarom herwaarts gecommen, hadde by hem 80 Tarna- 
taense soldaten, waermede als alhier alle saacken waren beslecht, 
ende den vreede gevest , naer Bouton sonde vertrecken om den Coninck 
aldaar tegens den Maccasser te assisteeren 

Den 25en d^. verstonden van het volck van Hittoe, dat op den 
24en een brieff van den Coninck van Tarnaten aen Capiteyn Hittoe, 
ende resterende Oranquays van den Noffa Maniera was overgelevert, 
welcken brief die van Hittoe met groote manificentie hadden ontfangen , 
waar over wy terstont schreven naar Hittoe, aen den ondercoopman 
vant Nederlants comptoir , dat den brieff van den Coninck van Tamaten, 
aen die van Hittoe geschreven en gesonden, Capiteyn Hittoe sonde 



1 Ngofamanira Binuno. Zie hiervóór bl. 91. 



105 

afeyschen, ende hem doen copieeren, op dat ons den inhont van 
dien mocht bekent sijn 

Den Goninck van Tarnatens brleff was meest van desen inhontt 
ofte den sin daarvan: eerst verhaelende veel onde geschiedenissen, 
hoe in voortyden noch niet seer lanck geleeden, eenen broeder van- 
den Coninck van Tematen , Coninck van Hittoe hadde geweest ^ waer 
door haer te verstaen gaff, dat sij noch een lidt van de Croon van 
Tematen waren, daerom sg weynich dachten. Ende alsoo Oapiteyn 
Hittoe nu in des pverleeden Conincx plaats, was gesnccedeert, ver- 
maent hem tot sijnen schuldigen plicht, niet hem alleen, maar de 
vorder overhooffden mede. 

Oaff haer mede te verstaen hoe dat des Conincx raet moste be- 
staen in thien parsoouen, maar wert nu maar 9 bevonden, ter oor- 
saacke die van Hittoe niet en compareeren. Hg seijt den naem van 
Hittoe well hoort noemen, maer den persoon en verschynt niet, 
versoect niet alleen maer gebiet die van Hittoe sijnen gesant den 
Koffa Maniera de hant te bieden, ende hem in alles te assisteeren. 

Soo veel belangt die van Hittoe Lamme, Mammale Wackesievel, 
betoonen dat den Tamataen geheel sijn toegedaen ; dese hebben haar 
nagelen, altsamen bg nacht, ende ander gelegen t^den, over naar 
Lotthoe ofte Lucelle gebracht, ende aende Macassaren vercocht, 
twelck wy niet hebben connen beletten, maer soo Capiteyn Hittoe 
het selve hadde willen doen, soude daar in wel wat goets hebben 
connen, te weech brengen. ^ 



1 In den brief des konings (waarvan de vertaling op *tR. A. aanwezig is) 
wordt gezegd dat de Hitoeëezen den broeder van een zgner voorgangers, met 
name Derwys [Deroewies; Tarroewese bg Valentgn; hg werd later Sultan van 
Ternate] als koning erkend hadden. De Hitoeëezen hadden dit echter steeds ge- 
loochend. Zie Valentyn II 2 p. 6. 

2 Kapitein Hitoe loochende het feit en zeide dat, als hij Hniet had knnnen 
beletten, hij hnlp van 't kasteel zou verzocht hebben. Tan Gorcum verhaalt 
echter in een vorigen brief dat sommige Hitoeëezen gezegd zouden hebben hunne 
nagelen liever voor 1/4 reaal aan de Macassaren dan voor 2 realen aan de 
Hollanders te verkoopen. Toch blijkt uit de opgave van G.G. en Baden aan 
Bewindhebbers dat yan de nagelen in 1626 te Batavia ontvangen wel de helft» 
in 1627 wel 2/3 van Hitoe afkomstig was. 



106 

XXIL Jan van Goren m, Gonvemenr van Ambon, aan 
den Gonv.-Gen. Pt. de Carpenlier, 26 Jnli 1626. 

Nadat de sehepen den Cameel, ende flnyt Edam waren vertroeken 
hebben, volgens genomen resolutie ende belofte aende Tamataensche 
gesanten, den 19en stanty [Jani] ons naer Hittoe begeven , om aldaer 
met den Kimolaha ende voorder overhoofifden van Louhou, Cambelle 
ende de resterende plaetsen te spreecken over den stilstandt van 
wapenen, bij de gesanten van Tamaten ons voorgestelt; hebben 
aldaer moeten vertoeven tot den 2en July al eer den Kimolaha by 
ons is verscheenen 

Den 3en is den Kimolaha Leliatte ende eenen Callebatte, sgnde 
des Coninex toUenaer, in het Nederlandts huys bij ons gecomen, 
als mede de gesanten Noffa Maniero ^ ende Serafiy, Cappiteyn Hitto 
met noch twee Orangkays, voorders seven persoonen nyt onsen 
Lantraet. Bi) den anderen synde vielen eenige redenen voor van 
t' geene gepasseert was , doch al eer men tot de saeck quam eyscbten 
hare gevangenen die wij op Amboyna hadden; seyden de selve voor 
den oorlooch door bedroch waren gevangen genomen bij den heer 
Gouverneur Van Speult, waarover sQ seyden deselve nu behoorden 
los gelaten te worden. De gesanten Noffa Maniero ende Seraffy 
hadden daachs te vooren mede aen ons ernstich versocht om de 
voornoemde gevangenen los te moogen crijgen, maer hadden haer 

r 

hetselve geweygert, haer aenseggende dat den Kimolaha mede ge- 
vangenen van ons hadde, ende dat oock eenige wech gelopen slaven 
van onse bergers in Amboyna in handen vanden Kimolaha waren; 
souden met den anderen daer van spreecken ende ons in alle rede- 
lijckheyt laten vinden. 

Wy vraechden aenden Kimolaha waer dat de Overhoofden van 
Louhou, Cambella, Erangh, ende de andere plaetsen waeren, dat 
alhier niet mede en verscheenen; hij seyde dat slj met den anderen 
waeren verdraegen wat gesint waren aen te gaen ende dat hy daer 
van volcomen last hadde; voorders des noodich sijnde en hadde 
niemandt te vragen, sijnde stadthouder wegens den Coninck van 



1 Zie hiervóór bil. 91 , 104. 



107 

Tarnaeten, ende wat hij besloodt ende met ons luscordeerde mosten 
des Goninokx onderdaenen wel naeroomen. Maar nu waren sy in 
hare meyninge overeengecomen , gelijck de gesanten Noffa Maniero 
ende Seraffy bekent was, die daerop seyde het selve warachtich te 
syn ende dat den Kimolaha ende Gallebatte van alles last ende 
commissie hadden, ende wat de selve met ons beslooten, dat het 
voor goet ende van waerden sonde gehouden werden. Den gesant 
Nofl^ Maniero seyde dat hij aldaar des Coninex plaats becleede ende 
sijnen persoon representeerde , ende dat men voorders niemant hadde 
te vragen. Doch ten was soo breet met den Noffa Maniero niet; den 
Kimolaha haddet gesach ende wat Mj seyde wert van haar niet 
wedersproocken, maer 't was jae, ende amen wat hy daer op seyde. 

Wy seyden den Kimolaha ende. Callebatte voorders aen, hoe dat 
ter compste van Noffa Maniero, die van den Coninck van Tamaten 
ende synen Raet alhier inde qnartieren van Ambogna was gesonden 
om de onlusten alhier tnsschen ons ende des gemelten Coninex 
onderdanen ontstaen ter neder te leggen, ende alle viantlycke acten 
te doen ophouden , waervan den gemelten Noffa Maniero ons . de 
brieven, van den Coninck van Tarnaten aenden Kimolaha ende 
voorder overhooffden vande cust van Ceram geschreven, hadde ver> 
thoont; die voorders aen ons mede versocht dat van onsen syde de 
wapenen oock wilde nederleggen ende in vrede met den anderen 
omgaen ; tertijt by d'Ed. heer Gouverneur Generael wegens den staet 
der Vereenichde Nederlanden in Indien, ende den Coninck van 
Tamaten ofte door hare Ed. gecommitteerden de saecken beslecht 
ende alle misverstanden wech genomen souden werden, tot welcken 
eynde de gemelten Coninck van Tamaten sijne gesanten in Batavia aen 
d'Ed. heer Generael hadde gesonden , die hier nu tegenwoordich waeren. 

Den Kimolaha ende Callebatte antwoordden hier op dat haer dit 
alles bekent was, ende dat voorders den last ende bevel van haeren 
Coninck wilden naercoomen, soo wy mede tot den vreede gesint 
waeren. Wij seyden haer voorders hoe dat w^ door 't versoeck 
vande gesanten Noffa Maniero ende Seraffij alhier op Hittoe waren 
gecomen om te hooren wat den Kimolaha wegens den vreede ofte 
stilstandt van wapenen ons soude voor stellen, ende onder wat con- 
ditie hij denselven wilde aennemen. Soo haer voorstel redelijck was 
sonde ons daer naer achicken. 



108 

Hier op heeft den Kimolaha geantwoort dat geen conditie voor te 
Btellen en hadde als alleen dat men aen weder sgden de wapenen 
sonde neder leggen ende met den anderen in vrientschap leven 
gelgck voor desen, tot dat bg d' Ed. heer Generael ende Ooninck 
van Tamaten op alles ordre sonde gestelt worden, waer naer ons 
beyden als dan souden hebben te reguleren; maer de gevangenen 
van Lissidy, die sij seyden voor den oorlooch gevangen te syn, ver- 
sochten dat los gelaten sonden mogen worden. Wy seyden haar 
wederom dat twee Nederlanders bij haer gevangen waren als mede 
eenige wech gelopen slaven van onse borgers, die den Kimolaha in 
handen hadde. Soo ons de selve wederom wierden gegeven sonde 
hare gevangenen als dan oock in hare handen over leveren ende 
anders niet. . • • • « 

Cappiteyn Hittoe hielt mede aen om de gevangenen los te crygen 
800 dat het scheen off dese onderhandelinge tot geenen anderen 
eynde was aengeleyt dan om haer gevangenen daer door vrg te 
moogen crygen. 

Wy stelden haer voor soo men tot den stilstant van wapenen 
soude comen, dat alsdan geen vreemde handelaers aen haer stran- 
den meer mosten gedogen, maer die van daer weeren, want soo 
lange de Maccassaren ende andere vreemdelingen haeren handel 
aldaer mochten dry ven conde bi) ons geen vreede gehouden worden , 
want al de onheylen daerdoor ontstaen waeren. Hier op antwoordde 
den Kimolaha dat het in geenige vande oude comptracten te vinden 
was dat geene joncken aen hare stranden mochten comen , off ten 
was haer bij de selve comptracten niet verboden om met haer te han- 
delen, maer wel dat geene nagelen aen niemandt als aende Neder- 
landers mochten vercoopen, het welck sij luyden noyt gedaen en 
hebben, tot den tijt dat den Gouverneur Van Speult de comptracten 
selfs hadde verbroocken ende haer in betaelinge voor de nagelen in 
plaets van geit met cleden ende rijs hadden willen voldoen waer 
toe sg niet conden verstaen, alsoo het selve tegens de comptracten 
was strydende ende dat sij om dese redenen haer mede tegens de 
comptracten vergrepen hadden. 

Wy seyden haer voerders aen ofte haeren coninck nu den oorlooch 
tegen den Maccasaer niet en hadde aengenomen ende dat sij nu 
mede deselve voor vganden mosten verclaren, ende geenen toeganck 



meer en mochten verleenen. SQ antwoordden jae, ende dat men oock 
niet soude bevinden dat eenige Maccassaren haeren handel in de 
qnartieren aldaer meer sonden toegelaten worden, maer soo sQ b^ 
haer aldaer verscheenen wilde deselve vgantlyck aentasten ^ Maer 
de Maleyen ende Javanen die hondert jaeren voor onse compst aldaer 
haeren handel hadden gedreven conde de selve nn niet verjagen 
ende haer selven van haere neringe ende welvaert ontblooten; s^ 
seyden ons voorder aen dat dit een van de principaelste pointen 
was; dat men het selve sonde laten bernsten tot dat alle verschillen 
ende qnestien bij d'Ed. heer Generael ende den Coninck van Tar- 
naten afgedaen sonde werden , ende soo het by haren Coninck als dan 
goet gevonden wort dat geene vreemde handelaers daer meer sullen 
gedoocht worden, willen het selve dan naercoomen. 

Als wy sagen dat haer tot het selve niet en conden brengen, 
hebben naer veel redenen metten anderen gehadt dese nevensgaende 
articnlen beslooten ^ ende voorders alles uytgestelt tot dat bij ÜEd. 
ende den Coninck van Tamaten alles sal beslecht worden .... 

Den Noffa Maniero versocht aen ons dat al soo sgne saecken 
alhier in Amboyna verrichtet hadde dat wij hem op 't spoedichste 
wilden naer Bonthon helpen, om sgns Conincx last ende commissie 
te mogen nytvoeren, waer van UEd. in onsen voorgaende hebben 
geschreven ^. Het jacht Pera was geordonneert met advysen naer 
Battavia te gaen, met welck jacht wg den bovengenoemde No£fa 
Maniero hebben toegestaen met sijn volck naer Bonton te mogen 
vertrecken. Hij was nog 90 coppen sterck, die ons alhier nyt Tar* 
naten op den hals waeren gesonden. Mosten haer van alle nootdmft 
versien, alsoo niet en hadden * 



1 Zg konden dit gemakkelgk beloven omdat liet meerendeel geen Dfakassareil 
waren maar Maleiers te Makansar woonachtig, die de nagelen kwamen opkoopen« 

2 Deze zgn gedrukt bg Yalent^'n (ü 2, p. 58). In plaats yan de hoofdletters 
na den naam yan Jan yan Gorcnm yindt men in *t afschrift op H B. A. de 
namen: Leliatte, Kalambatto, Kaffa Maniera, Serraffy. 

3 H^ had in last met de door hem medegebrachte Tematanen naar Boetoü 
te gaan om den radja (leenman yan Temate) bg te staan tegen de Makassaren. 
Zie hieryóór bl. 104. 

4 De Tematanen kwamen te laat om den radja yan Boeton hulp te yerleenen^ 
Hy was reeds door den j^Koning Y&n Macassar^* onderworpen en schatplichtig 



110 

j9oo veel aengaet hét crnysen van onse jachten , dat wij meenen 
daer mede de vaert vande joncken te beletten ende te verhoeden 
dat geenige vreemde handelaers aende custe van Ceram , als Erangh, 
Cambelle, Lissidy en souden comen, is voor ons onmogelijck. Al 
waert dat noch twintich jachten alhier inde qaartieren van Amboyna 
werden gebonden, de plaetsen, havenen, revieren ende bayen syn 
te veel om te besetten, ende waer onse jachten coomen hebben een 
leegen ^al ende dat overal sonder ancker gront; de jachten brengen 
wel 800 veel te weege dat de joncken haere reysen met vrees ende 
per^ckel moeten doen; oock raekter al te mets een tegen de wal, 
maer daer wert by haer niet op gepast; de profijten versoet^ 
wederom de geleden schaede. 

Wy hebben tot verscheyde stonden over dese handelaers met de 
gesanten Noffa Maniero ende SerajQfy in discoursen geweest, haer 
voordragende wat onheylen daer uyt ontstonden ende voorders wat 
schade den Coninck van Tarnaten daerdoor was toecommende. De 
gesanten seyden dat geene van haer voor desen in de qnartieren 
van Amboyna hadden geweest, ende dat sy nu met haer oogen 
sagen hoe iraudeleus alhier met des Conincx domeynen ende tollen 
wert geleeft; de vreemde handelaers brachten den Coninck geen 
proffijt maer groote schade toe, want wat nagelen aen haer ver- 
cocht worden, daer van wert des Conincx gerechtigheyt niet betaeit, 
ma^ den Eimolaha ende tolmeester ende andere grooten aldaer 
werden met schencken ende vereeringen vande Maccassaren ende 
Maléyen omgecocht waer op sij huysen vol schoone vrouwen ende 
slaven hielden , maer haeren Coninck die tot den hals toe in schulden 
^adt , .lieten, sij schier tot de uyternte ellende vervall^. Meynden nu 
den Coninck ende synen raedt van alles soo wel t onderrechten dat 
op den Elimolahas doen beter acht sonde genomen wórden ende dat 
haer vals aendraegen ende groote logenen bij den Coninck ende 
grooten in Tamaten soo veel gelooff niet meer en souden hebben. 
Doch wat sal men hiervan geloven^ off haer vertrouwen al soo den 
anderen in boosheyt gelijck syn. 

Soo die Van de euste van Ceram hare nagelen volgens gemaeckt 
accoott ende beloften aen ons leverden, gcHjck sy voorgeven te 
willen doen, stillen deselve met cont£tnt moeten betalen, alsoo niet 
en willen verstaen tot cleden ofte rijs in betalinge aen te nemeu. 



111 

Naer haer seggen soade dit monsoD bij haer een groot gewas geven 
waer over noch een goede partie nagelen sallen connen beeomen 
worden; het omhonwen ende raseren vande boomen bij ons 't ver- 
leden jaer gedaen, waer over gemeynt wordt dat weinige nagelen 
meer van daer souden connen gehaelt werden, naer haer seggen 
sonde wij in onse meyninge bedrogen wesen, alsoo van haer verstaen 
hebben en sonde niet boven de helft vande nagel boomen bedorven 
s^n 800 dat ons noch een goede quantiteit nagelen van daer staet 
te verwachten, hij aldien haer woordt ende beloften naer comen. . 
Actum int Gasteel Amboyna den 26en Jnlij anno 1626. 



XXIII. Jan van Gorcnm, Gouverneur van Ambon, aan 
den G.-G. Pt. de Carpentier , 9 September 1626. 

Bij ons voorich gesonden Journael heeft YËd. cunnen sien hoe 
die van Hatuwa, Hitto Lammo ende Cabbauw ^ haer met die van 
de custe van Ceram hadden verbonden ende met den Kimolaoha de 
negrij van Oma hadden helpen affloopen, waerover Cappiteijn Hittoe 
eenigen tijt daer naer met een corcor is aent Gasteel gecomen, aen 
ons versoeckende dat hem mocht toegelaten worden met z^n corcor 
naer Hatnwa te mogen gaen. Hg meynde wel middel te vinden om 
die van Hatuwa en Gabauw wederom tot haren schuldigen plicht te 
doen keeren. Wij hebben hem zijn versoeck toegestaen, doch hoe 
hij hier in gehandelt heeft geven ons de wtcomsten te kennen, 
want in plaetse dat die van Hatuwa met haren aenhanck haer 
wederom tot gehoorsaemheyt zouden begeven, is gevolcht dat die 
van Kaylola haer mede bij die van Hatuwa hebben gevoecht. Dit 
s^n de vruchten die de Gompa. van Gappiteyn Hittoe treckt. Het 
volck van dese dry Negris hebben met den anderen haer int 
geberchte sterck gemaeckt, connen met den anderen wel ontrent de 
duysent man wtmaecken. 

In Aagusto hadde den Oppercoopman S'. Philips Lncasz naer 
Oma gezonden om te besichtigen ofte den reduyt aldaer volgens 



1 Kabaoe op Haroekoe. Van Hitoe Lama bl^kt niets uit het JonmaaL. 



öDJBe ordre op wan gemaeckt, ende hem met eenen belast int 
wederom keeren Hatuwa aen te doen , op hope ofif yets goets met 
haer zoude eunnen van doen crygen. Wy hebben haer verscheyde 
reysen doen aensoecken ende alles goets doen aenpresenteeren , maer 
het schynt datter geen gelooff bij haer en is, haer eygen gemoet 
overtnycht haer over haer valscheyt ende ontrouw, soo dat voor 
haer rechtvaerdige straffe beducht zQn. 

Over dese zaecke van Hatuwa met haren aenhanck hebben met 
onsen Raet veel ende verscheyden disconrssen gehadt, als mede met 
den Landtraet, haer voorgedragen hoe noodich het was dat dese 
moetwil ende trouweloosheyt van onsen onderdanen ter exempel van 
andere op 't hooghste behoorden gestraft te worden, dat het oock 
hoogh tyt was dat men het bg der handt nam, doch naer lange 
dispnyten aen weder zijde wert niet raetsaem geacht die van Hatuwa 
met gewelt aen te tasten, maer wert goetgevonden het selve wt te 
stellen tot dat VE. daer van soude geadviseert hebben i. . . . 

Naer dat men ons rapporteert zoude van dit mousson van alle 
quartieten voor de Comp». ontrent de 500 Portugiesche bhaar 
nagelen becomen werden, bij aldien de vrede tusschen ons ende 
den Temataen can tewegé gebracht worden, maer soo men wederom 
tot de wapenen moet comen zal 't leveren van nagelen weynich om 
't lijff hebben ' 

Actum int Gasteel Amboina den 9en September A^ 1626. 

Was onderteeckent 

V. Ëd. altyt onderdanigen dienaer 

Jan van Goecum. 



1 Er moesten te veel plaatsen bezet blgyen öm eenige maclit te kutlnen 
Ontwikkelen. Volgens de opgave van Van Gorcnm waren in Juni 1626 200 sol- 
daten verdeeld op Amblau, Oering, Hitoe, Larika, de pas (van Bagnala)} 
Hatnaha, Oma, Honimoa, Toehaha (beiden op Saparoea) en Noesalaoet. 



11^ 

XXIV. Jan van Gorcnm, Gonvernenr van AmboH, aaü 
den Gk)uv.-6en. Pt. de Carpentier, 6 Augustus 1627. 



De bese3mdinge vande joncken in dese quartieren ende het ont- 
voeren vande naegelen wert principael bij de Ëngelsche gevoordert 
ende te weegh gebracht; voerders de groote proflSjten doen de Maleyen 
ende Maccassaren het uyterste avontueren. Naer men ons berecht 
heeft ende soo w§ mede van eenige Ouseratten verstaen hebben, 
gaet het tusschen de Ëngelsche ende vreemde handelaers aldus toe. 
De joncken die van Macassar naer de quartieren van Amboina ver- 
trecken, om nagelen te procureren, werden by d'Engelsen, Deenen 
ofte Portugiesen met contanten, cleeden ende ander coopmanschap 
tot opcoop van naegelen versorght, ende dat onder alsulcken reserve , 
dat soo het gevalt dat deselve joncken by ons werden aengehaelt^ 
genomen ofte tegens den wal gejaecht ende alsoo comen te veronge-^ 
lucken, ofte dat door storm ofte quaet weder comen te biyven, soo 
sijn de schippers ofte cooplieden vande joncken ongebonden van 
hare met genomen geit cleeden ofte andere coopmanschappen iets te 
betaelen, maer alles blijft met den anderen verloren; ende soo sQ 
behouden reys doen ende eenige naegelen hebben becomen, moeten 
deselve leveren aende geene die syn geit ende coopmanschappen 
met haer heeft geavontu3rt, die haer alsdan voor yder bahar nae- 
gelen betaelen 200 reaelen van achten. Daerenboven moet den ont- 
fanger vande naegelen den Ooninck syn tol ende gerechticheyt noch 
betaelen. Hoe veel het selve bedraecht is ons onbekent. 

De naegelen die bij dese handelaers werden becomen, het sy by 
die vande custe van Ceram , Hittoe ofte andere plaetsen j werden by 
haer ingecocht tot 120 Rn van achten de bahar, het welcke met ons 
in den coop de helft verscheelt. Het en is dan soo vreemt niet dat 
bij d'inwoonders alhier het meeste geit gesocht wert;hetisvasteiyck 
te gelooven, soo de gelegentheyt sulcx voorstelde ende diergell)cke 
onse natie presenteerde, en sonde niet een hair beter hier in han- 
delen als nu bij de naturelen alhier wert gedaen , ten waer dat het 
selve haer by de overheyt verboden wert ende den middel ontnomen 
om sulcx te doen, want de meeste proffijten yder altijt aengenaemst 

B^n. Het schgnt inderdaet dat het betaelen vande naegelen met rys 

8 



ende cleeden, oock ten deele met geit, alleen de obrsaeck niet en is 
dat de selve aende vreemde handelaers vercocht werden. Maer den 
meesten pr^s ende har«n boosen ingenomen haet tegens des Com- 
pagnies staet brenght dit alles te wege. Wij hebben na van dit 
monson die van Hittoe meest met contant betaelt, maer het schynt 
dat daer door niet veel gevoordert ^i hebben , hoewel sij Inyden veel 
ende verscheyden reysen ons hebben aengeseyt, soo men volgens de 
onde contracten hare naegelen met geit betaelde , datter dan niemant 
sonde trachten om eenige naegelen aende vreemde te vercoopen. Het is 
wel soo dat de Compagnie volgens de contracten gebonden is de nae- 
gelen met contant te betaelen ; mede is het geit bi) haer aengenaemst. 
Oock salt daer toe moeten commen dat men int generael voor de naegelen 
sal moeten geit geven , want soo men den eenen meer hier in als 
d'ander te wil is salt groote afkeer causeren, gelyck wij bevinden 
dat het met die van Laricqne , Wackesive , Grien ende Asselolo geschiet, 
die tegens ons daer over ten hoochsten geclaecht hebben, dat men 
die van Hittoe om hare boosheyt ontsagh ende hare naegelen daromme 
met comptant betaelde, daer tegens haer, die hnnnen schuldigen 
plicht in alles sochten naer te commen , mosten haer met cleden ende 
weynich geit (tot betaelinge van hare nagelen) gecontenteert 

houden 

Van Capiteyn Hittoe ende het meeste van sfln soon Halevy hebben 
verstaen wat den Coninck van Maccassar in s^ne missiven aen den 
Kimelaha ende de voorder overhooffden vande custe van Cheram 
adviseert. Hebben mijn hetselve stucxwijse verhaelt, soo veel sij 
kennisse daer van hadden. Den Coninck van Samboppo hadde aenden 
Kimelaha ende bovengenoemde overhooffden laeten weten, hoe dat 
in Maccassar een natie van volck was gecomen die men Denen noemde , 
synde mede Cristenen, ende dat deselven hadden voorgenomen aldaer 
te comen handelen ende waren gesint voerders een verbont met hem 
ende haer te maken, waer over hij den Kimelaha ende voorder over- 
hooffden ten hoochsten recommandeerde sorge te dragen dat tot haerder 
comste aldaer een goede partye naegelen mochte gereet s^n om aen 
haer te leveren; hij soude deselve tot veel hooger prijs (als de Hol- 
landers deden) betaelen. Voerders dat dese Deenen eenen machtigen 
Coninck tot haren heer hadden, waer tegens de Hollanders niet en 
souden dorven opstaen noch de wapenen aennemen. Wgders dat het 



115 

DU tgdt was om op haren staedt te letten ende deselve nn te verseeckeren , 
dewijl de gelegentheyt haer dese goede occagie voorstelden pr« 

adyys. ^ 

Actum in 't Gasteel Amboyna adij 6 Aog. 1627. 

Was onderteeckent Jas- tas- Gobotjm. 

[Bovenstaande briefis de eenige nit Ambon van dit jaar, die op 't R, A. 
gevonden wordt, doch over den toestand van Ambon en omliggende 
eilanden in dezen tgd vergelijke men het / Verbael vanden iegen- 
woordigen staet inde qnartieren van Amboyna o door Gillis Seys, die 
als commissaris door den Oouv. Gen. naar Ambon en de Molnkken 
werd gezonden om de kantoren te visiteeren. Het is gedrukt in de 
verzameling /r Begin ende voortgang der O. I. Compagnie// achter 't 
journaal van Verhoeff. Uit een gelgktydig afschrift (R. A.) is mg 
gebleken dat deze uitgave zeer incorrect is. Niet alleen zgn de namen 
veelal verhaspeld (b. v. Aaga voor Haya), maar soms is de zin 
onbegrypelijk geworden. Blz. 131, 2e kolom, r. 9 v. o. leze men 
voor //by de Compagaie/» : //beyde de Compagnien// ; blz. 134, 2e kolom, 
r. 9 V. o., voor i^Alle dese Negeryen-» lees: //After dese Negry/' ; 
blz. 135, 2e kolom r. 12 v. o. voor //Lancat/i^ lees //Lanxt# (langs); 
blz. 136, Ie kolom, r. 2 v. b. voor lo, Cleyn// lees i^lO cleyne 
negrijs//; blz. 137, Ie kolom, r. 6 v. o., voor //Behaauesos// lees 
iEfbelhamels// en r. 5 v. o. voor //veralineert// lees '/geallieert// ; blz. 
140 kol. 2 r. 7 V. b. voor //hun volharden// lees //sien te volharden.] 



XXV. Jacques Ie Febure, Gouverneur der Molukken, 
aan den G.-G. Pt de Carpentier , 30 Maart 1627. 

Corts nae d' overleveringe vande voors. poincten ' is d' oude 
Princesse, suster vande Gougou ende Cappiteyn Laout overleeden, 



1 De Benen, die zich te Trankebar aan de kust van XoromandeL gevestigd 
hadden, bezochten sinds 1625 van daar nit Makassar, om specerijen te koopen* 

2 Zij behelsden een protest van den Gonvernenr en z^n Baad tegen het 
henlen der Tematanen met den T^and, het verkoopen der nagelen aan de Tido<* 
reezen, enz» 



ö]p welcke begraeffenisse Gitchil Monssa vermidts het Bgn üioeyè 
was 1 van Tabelole ontboden wierdt. Hier comende gingh hy door 
mandaet van den Gongoa ten hnyse daert doode lichaem lach, om 
't selve te sien. Den Coninck is daer mede gecomen; hem siende 
Bloech mettet riet dat in sijn handt hadde den tuylbant vant hooft, 
stootende voorts daer meede int aengesicht, waer over Monssa wegh 
gingh, den wekken de Coninck volghde, vattende de crits van den 
voorsz. Moussa wtthanden vanden geenen diese droech; die wi- 
treckende, hem daer meede vervolcbde. Eij, dit siende, nam de 
Vlucht in een hnys daer ontrent staende. Ondertusschen ist geruchte 
by Cappiteyn Laout gecommen, den wekken dadelyck met party 
van syn vokk gewapent sich derwaerts vervoeghde. Den Coninck, 
suicx verneemende, siende Cappiteyn Laout naer hem toe quam, 
nam de vlucht ende viel int graff daer men de doode princesse in 
begraven soude. Laoüt, dit siende, retireerde, roepende t Monssa 
waer syt ghy , levendich oft doot ; leeft ghy compt , presenteert u ; 
jgy dy doot, sal ick oock sterven! Waer over Moussa hem opeü- 
baerde, die hy dadeiyck schilt en swaert inde handt gatf seggende, 
gèstoort synde, wees niet bevreest, laet sien wye u leedt doen sal. 
Boo dat op een c5rt van weeder syden tusschen 2 a 300 manneti 
inde wapenen raceten. By aldien Moussa doot oft geqnest waete, 
den Coninck apparenteiyck mette selfde munte betaelt soude gewor- 
den hebben. Dus alle over hoop staende, is den Gongou gecommen, 
die de partye van Cappiteyn Laout nam, doende ygeiycken ver- 
trecken, seggende: twaere nu geen tyt om metten anderen over 
hoop te leggen; men soude de princesses doode lichaem onder 
d'aerde helpen; soo den Coninck met Moussa yets wttstaende hadde, 
sy beyden mochten malcanderen daer nae te keere gaen; Moussa 
mocht soo wel als hy coninck werden. ËyndeHJcken door tusschen 
spreecken vande papen syn gescheyden, ende een yder vertrocken. 
Des avondts sondt cappiteyn Laout syn sadaha by my , versouckende 
Moussa snachts by ons int fort mochte comen, aldaer secreeteiyck 
verborgen te bUjven, om grooter swaericheden aen weeder syden te 
verhoeden. Wy hebben hem sulct toegestaen. * 



1 Zie de geslaclitstafel hierna bl. 121 



117 

Mettet arrivement vanden Coninck van Pangesaer ^ alhier, ver- 
stonden de 2 Spaensche galeyen nevens noch eenich vaertuych (nae 
dat den aenslach op Baetsian * Godtloff haer miste :) daer bij sieb den 
Siaawer ende Coalonger gevoecht hadden, inde groote baye van 
Sangij gearriveert waeren, met intentie de plaets van Manganite 
aen te tasten ende den Sanger onder hnn gehoorsaemheyt te brengen. 
Weynichtijts hiernaer raporteerden ons een overlooper, die metten 
galleyen van daer geeomen was, hoese de voorsz. plaets beschooten, 
aengetast ende d9or de Sangers wel gedefendeert is geweest, met 
verlies van 6 a 7 Spaenjaerden nevens eenige geqnetsten vertrocken 
ende sonder yets te verrichten weder herwaerts gekeert waeren. 

Op 7en Febmary heeft den vQandt sijn secorre ^ van Manilha 
becommen, bestaende in 3 cleyne jachten, op hebbende t'een 6, 
t'ander 4 ende het derde 2 stncxkens, nevens 60 soldaten daer 
meede oock qnam Citchil Hamsia, broeder vanden Gongon ende 
Gappiteyn Laont, die van Gammalamme op 9en deser met 13 Mar- 
dijcken aen Taccomy, en van daer door de Tarnatanen des anderen 
daeghs hier gebrocht, met bootschap weegen den Coninck die in 
Manilha gevangen sidt aen syn soon ende alle de principaele Tar- 
nataense overicheyt 

Int Gasteel Malleye op Tarnaten 30en Martij anno 1627. 

[Ik heb uit de brieven van J. Ie Febure van 1627 weinig mede- 
gedeeld, omdat de gebeurtenissen van dat jaar, o. a. het voorgenomen 
verraad door de Laboeërs op Batsjan, reeds bekend zyn uit het i^ Verhael 
vande Molucquo's'/ door Gillis Seys, even als zijn verslag over 
Ambon in afschrift op 't R. A. aanwezig en gedrukt in //Begin ende 
Voortgang der 0«I. Compagnie/!^ achter 't journaal van Verhoeff. De 
namen zijn even onnauwkeurig weergegeven als in 't Ambonsche 
verhaal b. v. Bachian de Crasto voor Bastiaen de Gastro, Gabesydy 
voor Gebasydy, Gayca voor Cayo enz.; zeer zinstorende fouten vond 
ik bl. 168, Ie kolom, r. 10 v. o. i^ter verhaelde zgn// voor //ten 



1 Zie het Yorige stak. 

2 Zie hierover mgne mededeeling aan het slot van dit stiüc 

3 Socorro, secours. 



118 

vérhaelden fyneif; bl. 169, Ie kolom, r. 12 v.b. /«'kennisse*' voor 
i/bekenteDis8e# ; bl. 182 r. 9 v. o. staat irSingagie van gantsch Motir 
daer gevlucht// lees: //Sengagie van Gana, van Motir daer gevlucht^r 
en vier regels booger staat ffde Verg.// voor #den voorgaanden// ; 
bl. 183, 2e kolom, r. 2 v.b. staat //Pedro da Cunkia die gevaerlycke 
nu 4 maenden/^ etc. lees: //Pedro da CuDha, die ongevaerlyck (onge- 
veer) nu 4 maenden//. 

Van Oillis Seys is ook een «rJoumael ende Dach-Register^ op 
't R. A. aanwezig, beginnende met 1 Maart 1627 (zyn vertrek van 
Batavia) tot 14 September (zijn terugkomst aldaar), maar het behelst 
geen bizonderheden van beteekenis die niet ook in de gedrukte ver- 
slagen voorkomen. 

Seys vertrok den 6 November 1627 weder van Batavia naar de 
Molukken om den Gouverneur Le Febure voorloopig te vervangen 
als //President over 't gouvernement in de Molukken//, hetgeen eerst 
den 4 Maart 1628 plaats had. Zyn bestuur duurde slechts weinige 
maanden. Hij overleed den 10 Augustus van hetzelfde jaar.] 



XXVl. Jacq. le Febure, Gouverneur der Molukken, aan 
den G.-G. Pt. de Carpentier, 16 Augustus 1627. 



April 22 arriveerde met een praeu den Coninck van Liboute ^ 
aen de custe van Gorentale gelegen, die rapporteerde den Macasser 
daer geweest was, eenige inwoonderen met dreygementen soo verre 
gebracht dat se haer onder subjectie begeven hadden. Geschapen 
stont door vreese vande Macassaer alle de omleggende plaatsen 
(bg aldien door den Tarnataen daer in niet versien werdt) onder 
sQn gehoorsaemheyt te brengen. Sont sijne vlaggen naer eenige 
plaetsen noch onder de Tarnatanen staende, die deselve weygerden 
ende niet begeerden aen te nemen tot een teecken sy onder hem 



1 Limbotoe ten W. Tan Gorontalo. (Noordeiyk schiereiland van Oelebes). 



119 

submitteerde; hij sonde de sulcke beoorlogen ende geheel t'onder- 
brengen. Dese tijdinge behaechden den Tainataen ende principael 
Citchil Aly, onder wien de plaetsen staen ende jaerlijcx aan hem 
tribneren , gans niet wel , sich hier over jegens den Maccasser seer 
gestoort thoonende. Claechde mij dat door quade pitchiaeringen , waer 
van den Coninck ende eenige Soyasives de schuit gaff, alhaer 
dingen verlooren gingen etc. ' 

Den 16 Jnny des nachts is den Coninck van Tamaten overleden, 
waer over Citchil Aly versocht ick d'oppercoopluyden Gregorius 
Corneli ende Wagensvelt eens by hem wilde laten comen; hy hadde 
haer yets te seggen om my aen te dienen, daer aen gelegen was, 
t' welk geschiedde. Daer comende versocht seer eemstelijck soo wt 
sijnen name als van wegen den Gongon, alle d'overicheyt ende de 
gantsche gemeente, dat de Comp. henluyden de waerdije van 30 
bhaer nagelen in cleeden als anders souden willen verstrecken om 
tot des Conings wtvaert t'employeren , sich neffens verscheyden 
overicheden verbindende t'selve metten eersten in corten tijt met 

nagelen te betalen. Hebben eenstemmich geresolveert men 

haer voor dees tijt op conditie als boven 25 a 30 bhaer in cleeden 
tot wtvoeringe van des Conings wtvaert te borch geven sal om haer 
de maete in alles soo veel doenlyck vol te meten 

T gereet maeken vande preparaten tot de begraeffenisse van den 
Coninc heeft geduert tot den 20 d", als wanneer naer den middach 
ter aerden gebracht is, synde de stellagie, daer op het doode 
lichaem lach, wel van 150 man gedragen, seer sierelijck behangen 
met damasten, goude laeckenen, sattynen, armosynen, alderley 
couleuren van cleeden, wimpelen, bannieren, waeyende vant voorste 
eynde een prince ende achter een moorsche vlagge, staende op de 
voorsz, stellagie rontsom de kiste des Conings dienaressen, alle opt 
magnificxt (ge)cleedt, yder inde hant hebbende daer mede sy ge- 
went waren hem in sijn leven te dienen. Voor de voorsz. stellagie 



1 Hierop volgt het verhaal van de Makassersche prauw, op Ti dore gekomen 9 
dat ook te vinden is bg Gillis Seys, bl. 162. Uit dezen brief bl^kt dat het 
kooplieden nit Makassar waren die een brief van hun vorst aan den Sultan van 
Tidore medebrachten , waarin hem hulp van 25 k 30 korrekorren beloofd werd 
als hjj die noodig mocht hebben, zonder verder in bizonderheden te treden. 



120 

marcheerden 3 Compagnien Tarnatanen in de wapenen, met ge- 
steecken vaendels, de trommels met swart overtrocken; daer nae 
volchden op stoelen gedragen des Coninex principale dienaers, ver- 
tboonende waermede hem gedient hadden. Voorts alle d'overicheyt 
SoyasiveSy Sengagies Kimelaha's, onder den anderen, over hoop, 
niet in ordre gaende. Achter de stellagie ofte tlyck volchden wQ 
ende den Gougou geaccompagneert met 60 mnsqaettiers. Marcherende 
voorts tot de plaets daert graff gemaeckt was, alwaer den yeman 
ofte opperste paep op de Moorse maniere een cort gebet over 't doode 
lichaem des Conings dede, naer twelck de Ciichils, Sengagies 
Eimelahas ende geen van minder qnaliteyt, de kiste mettet doode 
lichaem vande stellagie namen ende naert graff droegen. Int inleggen 
deden de soldaten 3 charges met mnsquets, ende wt ons fort werden 
12 schoten met groff geschnt gedaen ter eeren van des Conings 
begraeffenisse. Hier nae namen ons afscheydt van den Goagou ende 
d'ander principale overicheyt, die sich danckbaer thoonden over de 
eere die wy de begraeffenisse vanden Coninck aengedaen hadden, 
ende sijn wederom naert fort gekeert. Des Conings hnysinge wiert 
by nacht ende dach rontsom starck bewaert, vermits sijn vronwen 
daer in waren ende blijven moeten totter tijt een ander Coninck 
gecooren werdt, daer seer diveers van gesproken wiert wie 't wesen 
sal, alhoewel den Coninck 3 soontgens waer van t'een ontrent 
4 jaren oudt is met een dochterken nae liet. 

Kimelaha Limory op 22 Juny bij ons verschijnende, seggende: 
de Soyasives en Sengages, representerende den raet des Coninck- 
rocken van Tarnaten, jegenwoordich bij den anderen vergadert 
sijnde om te delibereren over de verkiesinge eenes nieuwen Conings , 
gecommitteert was om wt haer aller name mij voren te dragen, etc. 

[Hierop volgt een uitvoerig verhaal, dat hierop neerkomt. De 
Tematanen dragen 4 personen voor als gerechtigd tot de kroon, 
nl. het oudste der drie zoontjes van den overleden koning (4 
jaar oud) , den Djogoegoe , K. Ali en K. Hamdja en verzoeken daar- 
over de meening te hooren van den Gouverneur en zijn Raad. Na 
eenig overleg geven deze te kennen dat in geval de Tematanen in 
de tegenwoordige omstandigheden een bekwamen vorst noodig achten, 
K. Ali hun voorkomt de geschikte man te zijn, doch wanneer zg 



121 



zich aan de opvolging in de rechte lijn ^ wenschen te honden, dat 
zij den jongen Koning dan als momboirs zonden toevoegen den 
Djogoegoe en K. Ali. Yan K. Hamdja spreken zij met opzet niet 
daar zg dezen voor te i^gespanjoliseert// honden wegens zijn lang- 
durig verblijf te Manila. (Hij was daar gekerstend en zelfs in de 
kerk getrouwd.) De Tematanen zenden hierop weder afgevaardigden 
om den Goaverneur en zijn raad kennis te geven dat het hun meening 
is Hamdja tot sultan te verkiezen , omdat hij hun anders met behulp 
der Spanjaarden te veel kwaad zou berokkenen, wat w^ met de 
sobere hulp die wij hen verleenden, niet zouden kunnen beletten. 
Ali wilden zQ niet, want /^ vreesden te straf dat hij hen zou ringel- 
ooren, zooals hij in tijden van den overleden Koning gedaan had//. 
Hamdja hielden zQ voor //zachtzinniger en discreter// en tevens voor 
een man van genoegzame autoriteit om de heerschzucht der grooten 
in toom te houden. Bovendien was hg , hoewel jonger dan Ali , door 
zijne moeder van aanzienlgker geslacht. Le Febure c. s. blijven bij 
hun meening en raden die keuze ten sterkste af, maar de Tamatanen 
zijn niet tot andere gedachten te brengen.] 

Op 21 d® [Juli] liet Citchil Aly mij weten verstaen hadde hoe 
de Soyasives voornamen Citchiel Hamsia morgen als Coninck te pro- 
clameren dan eer sij daer mede voortgingen souden sy mg selfs 
comen spreken. (Desen nacht ten huyse van Aly waren den Gougou 



1 Het was aan Le Eebnre waarschyülijk onbekend dat volgens de Molaksche 
gewoonte — waar van wel is waar dikw^ls was afgeweken — de opvolging 
niet in de rechte Ign plaats had maar de kroon op een der broeders of een der 
broeders of zusters zonen van den overledene moest overgaan. Zie hier hoe 
Modafar en Hamdja elkander bestonden : 

Hairoen of Hairoel djamiel, 

Sultan van Temate. 



Baboe 
(Hairoens opvolger). 

I 
Sahid 

(Baboe^s opvolger). 

I 

Modafar 
^Sahids plaatsvervanger). 

I 

Mandarsjah 
(Opvolger van Hamdja). 



Toeion of Toloe. 



Hamdja. Ali. 



Djonai. 
(de Djo- 
goegoe?) 



Hafsin. 

I 
I 

Moesa. 



122 

ende Hamsia by malcanderen vergadert; wat haer pitsiaeringe is 
geweest connen niet weten , dan 't gene daer op volchde wijst sulcx 
genonchsaem wt.) Des anderen daegs naer den middacb vergaderden 
de SoyasiveSy de Sengages, Kimelahas, soo van hier, Macqian, 
Gammacanorre , Sabouwe , als andere plaetsen. Sijn mette selve nevens 
2 compagnien Tarnatanen ten hnyse van Citcbil Hamsia gegaen, 
seggende tegens de voorsz. Sengages ende andere overicbeyt: siet, 
hier is den genen die uwen Coninek wesen sal, waer voor ghy 
soubatten sult; den genen dieder yets tegen heeft oft salcx niet 
begeert te doen sullen wij dadelyck den cop afsmijten. Waer mede 
den Hoccum ende den (sic) Soyasives soubatten, gelljck insgelycx 
daer op d' andere altsamen volchden. Dit gedaen s^nde, hebben 
Hamsia int raethuys gebracht, waer geboden wiert de gemeente 
met alle d' overicbeyt te verschijnen , hem te soubatten , voor haren 
Coninek t' erkennen ende wt te roepen, als geschiede. Den Gougon 
en Citcbil Aly waeren daer mede ontboden, dan niet gecompareert. 
Op dusdaniger maniere hebben se Citchil Hamsia Coninek geprocla- 
meert, tot verwonderinge ende tegens d' opinie van velen. Dit meynden 
wij door den Gougou ende Citchil Aly (des nachts hier boven aen- 
geroert) gepitsiaert is geweest, alhoewel si) seyden dese electie sonder 
haer weten geschiet te wesen ende door gestoortheyt den Gougon 
consuys dadelyck daer om nae Gammacanorre vertrock, soo my liet 
aenseggen daer hy noch jegenwoordich is , Citchil Aly eenige dagen 
niemant willende vande Soyasives te spraecke staen om t' affront soo 
wtstrooyde hem geschiet te wesen. 

Om t' recht bescheyt van dese gepasseerde saecken te verstaen 
liet ick Citchil Aly weten oft geliefde eens bij mij te comen, waer 
over des nachts ten 12 uren int fort quam. Vroechde hem oft Citchil 
Hamsia met sijn, ende den Gougous voorweten Coninek gemaeckt 
was, daer op antwoorde dat hij, noch sijn broeder, int selve niet 
geconsenteert, de Soyasives op hun eygen authoriteyt gedaen ende 
de saecke dus verde gebracht, verwondert sich syluyden niet eerst 
naerder, volgens belofte, met ons daerover gesproken hadden, seg- 
gende sulcx sonder onse, sijne ende den Gougous licentie niet ver- 
mochten te doen. Daer hem op vraegde waerom dan tselve niet 
belettede, daer hl) al suchtende op seyde: wat sal ick doen, 't is 
mijn bloet ende broeder; waer't yemant anders t' soude soo niet 



123 

gegaen hebben, genoecbsaem daer mede te kennen gevende t'.hem 
800 leet niet was als hy sich te voren daer tegens wel gestelt hadde , 
ende principaigck op dat des Conings soontjens tot de croone niet 
comen souden, waer door haer geslacht geheel daervan gefrnstreert 
stont te blijven, seggende Hamsia was nu Coninck; hadde toe te 
sien dat behoorlyck sorge voort lant droech ende wel regierde, off 
anders soude lichtelijck daer weder afgeset en een ander in plaets 
gestelt worden; hy wilde van sijnder sijden oock sorge dragen dat 
alles wel gaen soude, daer aen niet twyffelden etc. 

Den 3en Augusty is Citchil Hamsia nevens Citchil Aly en den 
Tarnataensen raet met een groote suite boven gecomen wiens eerste 
inleydinge was etc. ' 

Hierop hem int largo voorgestelt t' gepasseerde met de Soyasives 
als hier voren verhaelt, en dat wy, gesien hebbende t' gunt geschiet 
is sonder ons te kennen en met de crooninge voortvarende , alles met 
goede oogen aengesien, en voorgenomen hadden te verwachten wat 
den tyt leeren soude. Dede hij wel, t' resulteerde tot syn meeste 
eere ende voordeel van synen staet , indien hij gesint ware d' oude 
contracten tusschen de croone van Tematen en den staet der Ver- 
eenichde Nederlanden te besweeren, achtervolgen en doen naer- 
commen, inde voetstappen synder voorouderen treden, niet met woor- 
den (gelyck voor desen alte veel geschiet is) maer metter daet, dat 
wy d' effecten bespeurden en goet rapport van hem aen d' heer 
Generael doen mochten, gelyck wij altijt bereyt syn van onsersyden 
in geen gebreecke te blijven, wilden hem alsdan voor eenen gecoren 
Coninck van Tarnaten erkennen en naer vermogen assisteren. 

Den commissaris Sr. Gillis Seys hebben op syn aencomste bij der 
hant laten nemen volgens sijne commissie ende instructie den last 
daer toe hij hier gesonden is , oock volgens VEd. recommandatie hem 

in alles de goede hant tot uytvoeringe syns ampts geboden 

Wat de capaciteyt van synen persoon aengaet, voor soo veel ons 
alhier is gebleken houden hem voor een deligent persoon, tot be- 
voorderinge synnes ampts van goeden ommeganck ende discretie, 
soo dat wij meinen de Compagnie t' sy in de voordere continuance 



J Wat hg betoogt komt op 't «elfde ueer s^la in den volgenden brief. 



124 

vant gene begonnen heeft ofte in ander employement goeden dienst 

van hem staet te trecken 

Desen 16 Angusty An° 1627 int caateel Maleye op Tarnaten. 

Wafl onderteeckent, 
Jaecques Le Febübe. 



XX VIL Ham dj a, sultan van Temate, aan den G.-G. 

Pt. de Carpentier, 14 Augustus 1627. (Uit het 
Ternataansch vertaald.) 

lek den Goninck Sultan Hamir Hamsia schrijve desen brieff aen 
den Ed. heer Pieter de Carpentier, Gouverneur generael wegen den 
prins van Hollandt in dese Oost Indische quartieren ende doe sgn 
Ed. seer hertelijck groeten. 

Ten tijde dat UËd. missive aen mijnen zoon ^ door UEd. Com- 
missarissen hier gebracht en den Raedt vertoont wiert, was ick wtt 
last vanden ouden Coninck mijn broeder wt de Manilhas gecommen 
om een corracorra van hier té haelen en daer mede hem herwaert 
te brengen, gelijck onder ons de maniere is. 

Tot welcken eynde bij den voorsz. overleeden Coninck en den 
Tamataensen Raet goet gevonden wiert dat ick met dit zuider- 
mouson weder nae de Manillas soude vertrecken met soodanich een 
corracorra. 

Interim is den ouden Coninck van Tydoor deeser werelt over- 
leeden en wiert dtselve corracorra (om onse oude costumen t'obser- 
veren) met een present (tot vereeringe op sijne begraefenisse en 
wtvaert) derrewaert gesonden, welcke (vermidts mijnen broeder den 
capiteyn Laout doen ter tijt een Macassaers joncgen dat, aen 
gemelten Tydorees vanden Macassaersen Coninck gesonden sijnde, 
op Gammacanorra vervallen was , aentaste) door den nieuwen Coninck 
Guai'olammo gearresteert, waer door ick vooreerst van myn reys 
gefrustreert wiert. 

Ondertusschen is mgn zoon den Coninck van Ternaten gestorven 



1 Hiermede wordt z^n voorganger bedoeld. 



125 

ende ben door den Tamataensen Raedt (met toestemminge der 
Overhoofden vande omliggende plaetsen) tot Coninck in gijn stede 
gecroont. 

Dan hebbe mQ noyt voor snlcx gebonden (gelyck als nocb niet 
doe) voor en alieer UEd. wtt den name des booebgedaebten Prince 
van Hollandt mij daer voor erkent, vermidts mijn antecessenr meest 
door de Hollanders in sQn rijcke bevesticbt en gemaintineert is, op 
wien in veelen een misvertronwen badden, boe veel te minder 
sullen sij mij gelooven, die bij de 24 jaeren in banden der Spaen- 
jaerden geweest ben. Ja al dede ick nocb soo veel groote beloften, 
en mgn maebtt soo groot waere dat ick Godt wtt den bemel op 
der eerden brengben conde, laete mg evenwel voorstaen dat gby- 
luiden Hollanders op mg geen vertrouwen sout stellen voor en al 
eer ick den boocbgemeltten prins eenigen dienst gedaen bebbe, 
wiens plaetse UEd. in dese quartieren is becleedende, wesbalven 
versoucke UEd. mg gelieve iets tot dienst van sgn Excellentie 
streckende te commanderen, wanneer volcommen gelooven dat UEd. 
mij iets goets toevertrout, om 't welcke te bevestigen als dan mgn 
debvoir doen sal. 

Diverscbe brieven sijnder van UEd. aen den overledenen Coninck 
en den Raedt voor desen gesonden, waer door UEd. versocbte alle 
ingecropene abuisen geremedieert ende dat d'oude contracten mocbten 
in haer voorige vigeur en cracbt berstelt werden, waer op tot nocb 
toe niet gevolcbt is. Van gelycken ben ick altyt absent geweest, 
bebalven doen UEd. commissarissen UEd. laeste missive den Raet 
in myn presentie voorbidden, wanneer mgn meergemelten soon op 
sijn wtterste lacb. Nu ick door de gratie des Almogenden in sijn 
plaetse, vermits sijn aflyvicbeyt, gesuccedeert ben, sal sorge draegen 
dat alles op den ouden voet gebracbt werde. 

Tot welcken eynde seer ernsticb op UEd. versoecke dat UEd. 
sich gelieve te vercleenen en t'aenstaende mousson ons met een 
sufficiënte macht te comen besoecken ^ 

Ende in gevalle ick alsdan niet betoone een viandt der Spaeu'- 
jaerden te wesen en my op baer over 't verdriet en spijt my en 



1 Daarop had Ft. de Oarpentier in 2^'n brief van 28 Febr. 1627 aan den 
Sultan en zijn Baad uitzicht gegeven. 



126 

mijn voorouders door hun aengedaen niet revengere , présentere mijn 
hooft te verliesen. 

lek sonde van na af sulcx wel willen betoonen, en mgn gene- 
gentheyt is soodanich, dan hebbe op d'intree van m^n regiment 
desen staet soodanich verwert en eenige principaele (door den lanc- 
dnerigen pais) verweent (sic) bevonden, dat grootelicx daar in 
beducht ben, ten sy dat ÜEd. personelijck hier verschijne, wanneer 
des te beter mijn autoriteyt gebmicken, en laten blgcken sal tgnnt 
verhaelt hebbe. 

Wat aengaet de vruchten van dit lant (te weten nagelen) belove 
daer soodanige sorge voor ie dragen dat al te samen in handen van 
UEd. ministers comenende niet gelijck voor desen daer mede toe gaet. 

Op Motier staet het gewas mede wel schoon, dan duchte dat niet 
al te rechte sal comen doordien d'inwoonderen (met het raseren van 
het fort) tlant verlaten hebben wtt vreese des vlants. 

Eene vande voomaemste oorsaecken, dat soo insteren om ÜEd. 
herrewaert comste is wel vermits voorseecker weten dat den Gou- 
verneur vande Manilhas met een groote macht t'aenstaende mousson 
den gevangenen Coninck hier brengen sal, waer tegen noodich is 
UEd. met de sijne sich stelle want wy sonder UEd. assistentie niet 
vermogen. 

Van geiycken versoucke dat UEd. metter haest dese Molucas van 
vyvres en amunitie van oorlooge ampel gelieft te versien, want 
beducht ben dat grootelijcx sullen van doen wesen, andermael opt 
thoochste biddende dat UEd. doch niet nalate hier te comen waer 
aen meyne den Prins grooten dienst geschiede. 

Wanneer UEd. gelieve mede te brengen 200 musqnetten, soo veel 
stormhoeden , gelijcke getal malisrocken oft rustingen , om myn volck 
tot dienst van hooch gemelte Prins daer mede te wapenen. Van 
gelycken een silver servuys om tot mijn tafel te gebrnycken. Salt al 
te samen ten dancke met nagelen betalen. 

Wat 't stuck van Amboynna belanght, neme op mij om daer 
behoorlicke sorge voor te draegen. 

Eyntelyck om desen te besluiten segge dat ben en blijven sal een 
getrouw dienaer vande Prins en UEd. wien den Almogenden (naer 
myne hertelicke groetenisse) in sijn bescherminge bevele en gelnck 
en voorspoet toe wensche* Desen 14 Augusti A. 1627 in Temaete» 



12^? 

XXVlII. Gk)ayerneur Oeneraal ^ en Raden van Indië aan 
Bewindhebbers der O.-I. Compagnie , 9 Novem- 
ber 1627. 



Die van Jamby ende Palimban staen tegen den anderen in termen 
van oorloge alsoo den outsten soone van Jamby bg stipulatie van 
hawelijck, V rijck van Palimban is pretenderende. Doch die van 
Palimban ^ honden hem niet alleen uyt het ryck, maer hebben hem 
oock van sijne wettelijcke huysvrouwe ende alle sijne juweelen gespo- 
lieert ende alsoo ignomineuselijck ledich naer Jamby gesonden. Hierop 
heeft den ouden Coninck van Jamby in Julij pas^<^. een expressen 
gezant met brieven soo aen ons als d'Engelschen naer Batavia gesonden , 
versouckende onser beyder assistentie tegen die van Palimban, tot 
reparatie vant' geleden affront ende maintenue van sgns soons gerech- 
ticheyt, met toesegginge soo door onse assistentie Palimban gerecouvreert 
wierde, in recompense van dien thien jaers tollen in sQn landt aen 
ieder soude vrij geven. D'Engelsen hielden haer op dien tyt van ons 
heel abstract, gelijck sij noch doen, soo dat oock met ons geene 
communicatie over dese saecken gehouden hebben, maer boden den 
gesant dadelyck met grooten boha assistentie van drye jachten, om 
deselve t'sijnen believe ende commandement te gebruycken, gelyck 
sg oock dadelijck deselve derwaerts uytsetteden, alsoo sy doch bi} 
gebreck van capitael geen ander employ voor deselve hadden. Om 
onse estime bij die van Jamby te mainteneren ende geene vorderlijcke 
conditien aen d'Ëngelschen alleen te cederen, conden mede niet minder 
doen. Waer over goet vonden derwaerts te seynden t schip Z. Hollandt , 
t^ jacht den Hazewindt ende t' fregat Fortuyntgen gemant met 170 
coppen, omme met dese ende de macht in Jamby wesende, den Coninck 
soo wel als d'Ëngelschen ter assistentie te staen, met expresse last 
nochtans aen d'onse , dat die van Jamby ende Palimban bij alle redelijcke 
middelen souden trachten te verdraegen , liever als in oorloch te treden • 



1 Hoewel ook door Coen geteekend is deze brief nog grootendeels van den 
tweeden onderteekenaar, Pt. de Carpentier, zoo als blijkt uit een brief van 
dezen van 15 November en overigens ook uit den styi. 

2 Dat is: de broeder van den overleden Sultan, met wiens dochter (en eenig 
kind) de prins van Djambi gehuwd was. 



1 



1^8 

dat mede tot de wapenen tegen die van Palimban niet comen sonden 
voor ende aleer, alle redelijcke conditien geasperneert sgnde^sij onder 
protestatie daertoe gedwongen wierden ende dat dan noch niet verder 
in d'assistentie haer involveren souden 'ak met schntgeweer nyt de 
schepen op de stadt, sonder te lande yets t'attenteren maer t' selve 
de Jambineesen souden laeten waememen. Sedert hebben per missive 
van den lOen Augnstij uyt Jamby verstaen hoe den Coninck aldaer 
noch geene preparaten tot den oorlogh gedaen hadde ende soo t' hem 
liet aensien weynich middel daertoe wisten, 't Schijnt hy meer met 
representatie van onse ende der Engelschen assistentie Palimban hoopt 
tot redelijcke conditien te constringeren als met ge weidt van wapenen 
te dwingen. Oock soo en heeft hy de middel ^ couragie noch beleidt 
niet, om met gewelt yets te vercrygen soo dat ingevalle die van 
Palimban tot redelicheyt niet V induceren syn de furieuse mine van 

Jamby wel eventeren mocht 

t' Voorleden W. mousson hadden wy nae Banda gecommitteert om 
den Gouverneur Willem Jansz. te verlossen d'Hr. Pieter Vlack, welcke, 
nae dat in Martio laestleden in Banda wel was gearri veert, t' gouver- 
nement aldaer overgenomen ende op vele vervallene saecken seer goede 
reformatie ende ordre had beginnen te stellen , int oversteecken van 
Rossingeyn nae Nera met een orangbaey oft roeytuych den 24en 
Juiy , van de Pouloronders , welcke als roeyers mede voeren , overrumpelt 
ende met syn geselschap gevanckeUjck naer Ceram gebracht is * , by 
hem hebbende den oppercoopman Zendtpaert, Capt». Colff , den Secretaris 
van de Voorde , een Nederlandsche vrouw , een Uj ffschut ende eenige 
jongens , sonder meer. Lange nae men verstaet hebben dese Pouloronders 
op soo eene occasie geloert om door soo eene middel alle de Pouloronders, 
mans, vrouwen ende kinderen, welcke noch op Banda waren, in 
vryheyt te stellen, tot welcke resolutie soo men meent haer te meer 
geurgeert heeft dat men hunne kinderen in de schooien begonde te 
trecken, van t Moorsdom t'ontaerden ende in de Christeiycke religie 
op te queecken, waer tegen soo groeten hadye ingenomen hebben, 
dat soo t'schynt geene desperate attentaten souden naegelaten hebben , 
by der hant te nemen om haer ende haere kinderen hiervan te vryen- 



1 Eerst naar Tobo aan de znidknst, waar men hem echter niet lang yertrouwde , 
daar die kampong onder *t kasteel heette te staan , toen naar Kiibong en Kilmoeri 
meer oostel^k. 



129 

Dat overlang dit een gepremediteert stnck sij geweest , heeft sich met 
de daet geopenbaert, also alle de Ponloronscbe manspsoonen, sgnde 
over de 150 sterck, op deselve tijt dat het feyt aengeleydt wierde 
haer ter vlncht int geberchte begeven hadden, haere vrouwen ende 
kinderen verlaten hebbende, welek oock datelyek in verseeckering 
genomen sgn. 

Doot dese gevlnehte Ponloronders was een tijt lang t bosch ende 
noote-pereken op Groot-Banda seer onveyl, soo dat de vrachten met 
convoy moesten geint werden, tot dat door sonderlinge beschickinge 
Godes alle de voorsz : gevluchte sonder slach off stoot miraculeuselijck in 
onser handen gecomen ende in goede verseeckeringe genomen waren. 

Nae dat de Gouverneur Vlack met sijn geselschap aldus een wijle 
op Oeram vervoert was geweest, is hij met d'overhooffden der 
Bandanesen ende andere aldaer in onderhandelinge getreden ende 
geaccordeert hem ende sgn geselschap te lossen, tegen alle de 
Ponloronders soo mans, vrouwen als kinderen ende haere slaven in 
Banda noch synde, dat deselve al't saemen met een onser schepen 
aen de custe van Ceram gebracht ende aldaer overgelevert souden 
werden ; waer over syne E. met seeckere Cheramsche prauw een 
brieff aen den Raedt in Banda sondt , met last om dit accordt alsoo 
int werck te stellen. Int eerste vondt sich den Raedt vry wat 
beswaert sonder ons advys ende advoy in soo een emportante saecke 
te disponeeren , alsoo daer over de 800 sielen aen dependeerden , 
beneffens noch andere swaere gevolgen, als onder anderen dat soo 
veele van d'alreede gechristende kinderen wederom ten proge vant 
heylloos Moorsdom souden overgelevert werden, waertoe d'Ecclesi- 
astique niet wel verstaen conden, gelyck sij oock reden daer toe 
hadden. Niettemin is eyndelinge den Raedt in dese saecke soo ven'e 
getreden dat sg met d'overgecomene van Ceram accordeerden alle 
de mans ende vrouwspersonen behalven de schoolkinderen voorhaeren 
Gouverneur ende sijn geselschap te willen lossen, waertoe de Ce- 
rammers lichtelijck verstonden, hoopende d'onse noch bet bg den 
neus te leyden ende treffelgcker tour te speelen als sij aireede 
gedaen hadden, gelijck naderhandt uytgecomen is, voorgenomen 
hebbende t' schip in een quade baeye te verleyden ende met hulpe 
van die vant landt tselve aldaer met correcorren aff te loopen. Voor 
welck disaster Godt Almachtich beter voor d'onse voorsach, want 

9 



130 

naedat (de) gevluchte Ponloronders alt' saemen opt' getroffen aecordt 
uyt het geberchte affgecomen waren , omme met haere vronwen 
t'embarqneren , sijnde omtrent 600 sielen sterck, ende nae dat slj 
aireede gescheept waren in Monickendam, mede inhebbende de 
nooten ende foelye voor Batavia , begonde den Raedt eerst te diffi- 
culteeren hoe soo een hoop volcks , te weeten 600 Bandanesohe ende 
200 Nederlandsche sielen van water ende oost in soo een becfompen 
schip souden connen versien. Daer beneffens in consideratie nemende 
de laetheyt van t O. Mouson , gelyck mede , soo dit schip een vaer- 
weer beliep ende Ceram niet dadelQck aen boort creech, in groote 
miserie stont te vervallen. Item dat door de reyse van Ceram 
tVoyagie nae Batavia lichtelijck sonde connen versuymt werden, 
ende andere swaermoedige consideratien meer, veranderde op een 
subyt van resolutie , arresterende de saecke tot naerder advgs van 
hier in te sien, nemende ondertnsschen alle de Bandanesen in goede 
verseeckeringe , ^ waardoor Godt loff groote beduchteigcke swaric- 
heden gemQdet syn, ende Banda ondertnsschen t' eenemael van dit 
gevlucht gespuys tot groote vreugd ende ruste van alle d'ingesetenen 
vayl gemaekt is . . 

Van Key ende Arou waeren opt jongste vant' voorleeden Ooster 
Mouson 1626 in Banda aengekomen^acht jonckgens, met saga ende 
andere provisien geladen, welcke weder met goedt profijt nae haer 
landt waeren gekeert ende belooft hadden dit jaer noch stercker in 
Banda te verschynen. Watter op gevolcht sij hoopen in May off 
Junij aenstaende van daer te vernemen. 

Van Java waeren daer mede aengeweest vier jonckgens met 
weynich rijs ende andere provisien, welcke mede met goet genoegen 
van daer gescheyden syn ende apparent dit aenstaende W. Mouson 
weder derrewaerts tenderen sullen. 



1 De manspersoonen werden in de boeien geslagen (twee aan twee aan een 
Qzeren ketting gebonden), en moesten zoo aan de fortificaties arbeiden. Geen 
wonder dat den 1 September 1628 de tijdelijke bewindvoerder op Banda Jan 
Jansz. Yisscher aan Ooen schreef: „De manspersoonen yande ghevangene FonlO' 
ronders zgn meest al overleeden ende in H fortifloeeren geconsnmeertf 
soo dat haer quaet doen nu niet meer te vreesen is.'* De bnrger^ van P. Enn 
werd op haar verzoek voor *t meerendeel naar Groot-Banda ("Wajer en Denner) 
overgebracht en de noteboomen op P. San omgehakt. 



131 

De generale ongelden over gants Banda bedragen tsedert p^ Maert 
1626 tot p" Meert 1627 in alles stljff / 93.000. 

De generale winst daer tegen namentlijck 

Inden handel ontrent ..../' 58.000 1 , ^^ ^^^ 

Item s'landts incomsten. ... - 15.000 i ' 

Soo dat Banda al mede noch in een jaar ten achteren is gegitan 
ƒ20.000 



XXIX. Pieter van Daijnen, Raad van Indië ', aan 
Bewindhebbers der O.J. Compagnie, 7 Novem- 
ber 1627. (Eigenhandig.) 

Hoe wel te pas souden met den Generael Coen gecoomen hebben 
ses ofte acht persoenen, suffisant als de Oenerael Carpentier en 
S'. Jaques Specx, Raadt van India. Ie versekere mQ selfs dat soo 
Hare Ed. geweten hadden hoe weynich vertronde en suffisante per- 
soonen hier sijn om de principale diensten te exerceren, sij souden 
in plaatse van opontbieden gemandeert hebben den gemelten Hr. 
Specx te persuaderen hier te blijven. Ie moet bekennen overtuyght 
te wesen van s^n suffisantheyt gerequireert in soo swaaren dienst 
als hy becleet heeft, dat hij oversulcx ende door de wetenschap, 
becoomen in twintich jaarige dienst , Hare Ed. dienstelijcker present 
sgnde sal communiceren dan met de penne can gedaen worden, 
maer ten ansien de constitutie ende schaersheyt der bequame 
dieners in dese quartieren soude hy hier den besten dienst hebben 
connen doen. 

De actiën ende suffisantheyt van den Generael Carpentier hebben 
de Engelse niettegenstaende hare afgunste en nijdicheyt wtgedruct 
dat sy hem noemen in haare twistinstrumenten den rechtvaardigen 



1 H§ was daartoe benoemd in de Vergadering van Bewindhebbers yan 
April 1626 en kort daarop als commandear yan 4 schepen naar I. yertrokken, 
waar hij den 27 Januari 1627 aankwam en den 81 Maart 1028 oyerleed. Specx 
was door Bewindhebbers terug ontboden, om welke reden wordt niet in de 
Besoluties yermeld. 



132 

Oenerael, daer mede ie mij eonformere, gesien hebbende de copien 
der missiven en advgsen Haare Ed: niet soo een contentement 
gegeven dat se hare Ëd : landeren gelijc ie die admirere , ende daer 
benevens meer dan negen maanden sijn maniere van gouverne, 
wackerheyt en dapperheyt tot bevorderinge van hare Ed. omslach. 
Ie verclaare alles met verwonderinge aengesien te hebben ende en 
hadde mij niet ingebeelt soo goede ordre, modestie an te treffen als 
de Generael Carpentier angehouden heeft. Ie mercke dat hy bemint 
en gevreest is ende wensche, nademael de Comp*^ hier ^e lande 
van hem niet langer gedient can worden , datse daer in Europa 
haarlieder van sQn goede rapporten moogen dienen insgelijcx van 

S^ Speex ; 

Actum int Casteel Batavia dese 7 November 1627. 



XXX. Philip Lucasz, gouverneur van Ambon », aan 
den Gouv.-Gen. J. Pz. Coen , 10 September 1628. 

[Den 26 Augustus 1628 treedt de Gouverneur te Hitoe in confe- 
rentie met den Eimelaha Leliato en de hoofden van Loehoe c. s. 
Onder de voorwaarden die hy hun stelt zijn natuurlek de voor- 
naamsten: het ontzeggen van toegang aan de jonken van Makassar, 
het leveren van de nagelen uitsluitend aan de Compagnie , voor den 
gecontracteerden prgs, en de limietscheiding tusschen 't gebied van 
Temate en dat der Compagnie.] 

Wat aenlangde de Macassaren, conden dezelve t' acces niet ont- 
seggen, ten aensien voor lange jaren aldaer gefrequenteert ende hun 



1 Hg was Jan yan Gorcum bg z^n vertrek naar Batavia (17 Juni 1628) in 
die betrekking opgevolgd. — Uit een vorigen brief yan Phil. Lucasz (van 
11 Mei) beeft Yalentijn (II 2, bl. 65, 66) bet essentieele medegedeeld, met 
kleine onnanwkeurigbeden waarvan de yoomaamste is dat de bezetting van 
Honimoa en Noesalaoet gelicbt zon zijn. Bit geschiedde niet, om de scbadeiyke 
gevolgen die men reeds van de andere lichtingen ondervond. Ook voor de 
verdere gebeurtenissen en gewisselde stukken in dit jaar kan ik volstaan met 
eene verwijzing naar Valenten (aldaar bl. 67—78). 



133 

met verscheyde nootwendigheden (voor hun geit) aceommodeerden, 
doch 800 wanneer daer over des Coninex expresse ordre beqnamen 
ende zijne Mag^- [hen] voor vyanden verclaerde wilden dezelve niet 
alleene alle toeganck ontseggen, maer zelffs helpen massacreren. 

Aengaende de leverantie van de nagelen , waren berey t des Coninex 
last te voldoen ende dezelve aen de Nederlantse Comp^ te leveren, 
doch versochten ten aensien door. den Gouverneur van Speult hunne 
boomen ten deele verdestrueert (daer door seer verarmt waren), 
men den prgs van de zelve een weynich wilden verhoogen; van 
gelijcken den pr^s van de cleeden wat civielder stellen opdat bg 
middel van dien een weynich mochten gesecureert worden. 

Noopende de limietscheydinge, conden ten principalen daer in niet 
verhandelen overmidts wg (soo sustineerden) een groot gedeelte van 
des Coninex jurisdictie in possessie hadden. Daer apparent niet ge- 
ringh aff desisteren zouden , wert de zaecke tot naerder conferentie 
van den Coninck ende d' Ed : Heer Gouverneur Generael gedefereert. 

Bg dese onderhandelinge hebben grondigh (door onderlinghe dis- 
courssen) opmerckinge genomen ende naer gespeurt hare principale 
maxima, ende vinden dezelve meest in deser voegen gedisponeert, 
dat niet jegenstaende dezelve, volgens hare eerste gedane vercla- 
ringhe, te wesen subjecten van de Tarnataense kroone , des niettemin 
yder particulier hooft sQne jurisdictie ende gerechtigheyt aen zich 
behout, sonder yets van dien den Stadthouder des Coninex in te 
mymen nochte hem naer nytwysen van des Mag** ordre in zQne 
beveelen te gehoorsamen 

[In weerwil dat de Gouverneur hun de noodzakelijkheid van 't ver- 
drijven der Makassaren nogmaals betoogt] heeft dit alles 

soo veel niet vermogen om hun t' acces aldaer te doen ontseggen, 
maer (: als vooren aengeroert) op d' ordre van haren Coninck beroupen. 
Op wat insichten dezelve aldaer geadmitteert worden gelieve ZQne 
Ed: in consideratie te nemen, (: namentlgck extra ordinarie avance) 
uytgesondert t' geriéff dat van dezelve trecken ende den bant van 
hare onderlinge religie. Desen alle niet jegenstaende affirmeerden 
generalijck de nagelen aen de Nederlantsche Compe. te doen leveren 
sonder dat de vreemdelingen t' minste gedeelte daervan genieten 



134 

souden, ingevalle (: volgens haer versonck) (ten respecte van de 
qoantiteyt) in den prys derzelver een weynich de handt gelicht ende 
de cleeden wat civilder gestelt worden , waervan hun op stant bnyten 
hoope stelde, allegerende eens met dezelve finael gehandelt ware, 
welcke eompositien ende comptracten overbodich waren te voldoen 
maer om van tijt tot tyt veranderinghe in den prgs van de vruchten 

als manufacturen te doen ware bnyten reden om evenwel 

te thoonen dat haer versouck niet int geheel verworpen maer eenighe 
plaetse (: hoewel nochtans buyten redenen) gegrepen heeft, hebben 
op hun impertinentie ende imporluyne instantie toegestaen in den 
prijs van de cleeden eenige civiliteyt te gedogen, op conditie twee 
lysten van den prgs derzelver te concipiëren waarvan de gecorri- 
geerde prys der cleeden jegen nagelen zullen verhandelen ende 
wanneer met comptanten comen coopen, volgens d'oade lyste ende 
prys zullen moeten betalen. Desen voorslach docht hun gesamentlgck 
geheel absurt ende ongerijmt; vraechden wat daermede voor hadden, 
ofte de comptanten niet soo goet als de nagelen waren? Daerop 
hun diende hoe in de presente constitutie met comptanten overcropt 
zaten; dat in Ghoromandel ende Suratte weynich cleeden tebecomen 
waren, derhalven liever de comptanten als de cleeden voor hare 
nagelen in betalinge deden gelden. WQ vertrauwen vastelijck dat 
hierby noopende de leverantie van de nagelen meer als met ver- 

hooginge van den prgs derzelver zullen obtineren De 

provisionele repertitie van yders onderdanen wert mede tott naerder 
gedefereert, alsoo gesien was dien aengaende niet wel overcomen 

ende geaccordeert zoude hebben 

. Actum Amboina in't Gasteel, ady 10 Sept. 1628. 

üEd. onderd. Dienaer 
Fhs. Lücasz. 



135 



XXXL Gillis Seys, bestemd tot president in de 
Molnkken % aan den Gonv.-Gren. J. Pz. Coen, 
29 Maart 1628. 



Soo haest w^ in Maleyen gearriveert waeren heeft d' Heer 
Gouvemenr 't jacht doen lossen ende tselve daernaer op den 
7 JanuariJ passado met eenparige toestemminge van den Raedt uyt 
emyssen gevaeren omme te onderstaen wat avantagien men op des 
yi}ants seconrs vercrijgen conde, met expresse last, als per resolutie 
te sien is , tot nlt°. febr*. uyt te blijven , doch is t' voors. jacht 
naer dat het al tweemael achter Ternaten ende Tydoor omgedreven 
was, weder ingecomen. Op den 4 Februari) door continuele harde 
noordelgcke wint, ende des anderen daechs, s^nde den 5 dito, soo 
arriveerde het Spaens secours ende sgn twee seylen onder Roemy * 
ten ancker gecomen. Andere twee, die de reede niet wel beseylen 
en conden, sgn naer de groote stadt van Tydoor geloopen. Dese 
tijding vant schip den Arent, dat op de reede lach, aenden Heer 
Gouverneur gebracht sijnde, ordonneerde op stondt t' jacht Texel, 
achtervolgens voorgaende resolutie, weder uyt te loopen, omme te 
sien off sij de twee seylen die naer Tydoor geloopen waeren, 
onderscheppen conden. Sij gaen smiddachs 't seyl ende comende om 
den hoeck van Tydoor, sien aldaer voorbQ de stadt van Tydoor de 
twee voorverhaelde Spaense seylen geaccompangieert van de galeye, 
calckboot ende veele Tidoreesche corcorren. 't Jacht setter syn 
cours naer toe ende seylde soo met een labbercoeltien voorby de 
stadt, die vyff schooten op hen dede, ende comen soo dicht onder 
de wal bg dese labbardaense vloot, en leggen den Spaenschen 
admirael aen boort. De galeye, die denselven boechsaerde, leyt ons 
jacht voor de boech aen boort maer door dien sgn riemen op eene 
sQde meest stncken geschoten , dry vense 't jacht aen d' ander s^de 
aen boort daer aen wedersijde hun beste gedaen wiert. Doch eer 
een ure tydts wiert de galeye van onse soldaten ende matroosen 
geëntert, ingenomen ende al de Spaingiaerden doot geslaegen, die 



1 Zie hiervóór bl. 118. 

2 De reede der Spanjaarden op Temate. 



136 

sg daer op vonden, ende wiert deselve aent jacht voorts vast 

gemaect. Interim waeren noch al doende tegen den Admirael, die 

door de menichvuldige vuyerwercken die daer ingeworpen waeren in 

den brant geraeckt was. Doch wierde van ons volck mede geè'ntert, 

ingenomen ende den brandt geblust, maer was soo leek geschoten 

dat hij datelgck bij hun neergesoncken is, tot aen sijn marssen toe. 

Soo bleeff hy sitten , soo dicht was hij aen de wal. Dit aldos geschiet 

synde, socht het jacht alle middelen om van de wal te comen door 

dien soo vreeselyck van 't landt geschoten wiert datter niemandt 

boven opt jacht dneren en conde. Hg liet een werp nytbrengen met 

verlies van drye man ende eenige gequetste, ende sijn in den 

doncker met de galeye noch van de wal geraeckt. Het ander 

scheepken wiert van de Tydoreesche corcorren aen de wal opt 

recyff gebouchsaert, ende wierden daerdoor oock 2 a 3 corcorren 

ontstncken geschoten. Uyt het scheepken, soo sij vant jacht sien 

conden, waeren de Spaingiaerden al gevlucht, maer door dien zg 

zoo dicht onder de mosschetterije vant landt laegen en durffden z^t 

niet bestaen daer aen te vaeren maer sijn met de galeye in zee 

geloopen, hebbende van dese tocht 10 mannen verlooren, waeronder 

den schipper, onderstierman ende den hoochbootsman ^ met 8 

gequetsten, hebbende meer schade vant landt als uyt de galeye 

ende schip geleden. Vier Spaingiaerden , die niet swemmen en conden 

en op stucken van riemen ende luycken dreven, sijn gevangen 

genomen, met 12 slaven van welcke Spaingiarden 2 jongst uyt 

Nova Spaingië'n gecomen sQn, die door d' Heer Gouverneur der- 

waerts ^ gevoert werden om bij UEd. geëxamineert te mogen 

werden. Den Admirael hadde op 4 stucken geschuts, met 80 

mannen soo soldaten als bootsgesellen , was groot ongeveerlijck 140 

last. De galeye hadt op 9 metaele stucken, daer vander 7 int 

jacht Texel overgenomen sijn 

Den Coninck van Ternaten, die op dien tyt naer Sabouge ende 



1 De namen dezer dapperen worden ook in 't Dagboek van Le Febnre niet 
vermeld. Aldaar lezen wij echter dat de „opperstierman van 't jacht Texel, die 
sich int veroveren van de galeye wel gedragen heeft, op den Arent voor schip- 
per is geanthoriseert" en de schipper van den Arent op 't jacht Texel over- 
geplaatst. 

2 D. i. naar Batavia. 



137 

Gamcanorre vertrocken was, is daer al continueerlQck gebleven niet- 
tegenstaende hem door den Heer Gouverneur verscheyden advQsen 

zyn gesonden dat hij vertrecken wilde maer en is niet eer 

als den lOen van Maert hier gecompareert , ende dat met een honje 
van 16 corcorren, mede brengende 'tresterende volck van Morotay 
ende Morotia bestaende in ontrent 800 sielen, soo mans, vrouwen 
als kinderen om haer negrij op Maleyes te peupleren. Het volek 
van Loloda sijn van den selven geordonneert op Gilolo te moeten 
gaen resideren, om die plaets voor hun noch vaster te maecken. 
Des ander daechs is hy boven bij d' Heer Gouverneur gecomen 
alwaer hem de brieff van d' Heer Generael Carpentier met het 
present overgelevert is, mitsgaders alle behoorlgcke groeten sijn van 
UËd. aen denselven gedaen. 

Het schgnt, ende hy laet hem uytteiyck verluyden, dat hij syn 
honje ofte macht van alle canten wil vergaderen om t' coninckryck van 
Bouton jegens die van Macasser te gaeu deffenderen, gelgck tselve 
oock wel te gelooven is^ door de groote instantien ende emstich 
versouck vanden Coninck van Bouton, soowel aen den Coninck van 
Tomaten als aen den Gouverneur over de Molucquos gedaen, ende 
terwijlen Bij nu bevinden dat de Coninck van Bouton hem in den 
uyttersten noot bevint ende, [indien hij] vande Ternataenen niet 
geassisteert wort , hem wel lichtelijck onder protectie van de Hollan- 
ders soude begeven, daer sy seer voor vreesen. Daeromme ist soo 
de uytcomste leert dat se met hun honje derwaerts willen vervoegen, 
haere macht daer vergaderen ende met deselte naer Amboyna sich 
transporteren omme aldaer met de Hollanders in beter rust ende 
vrede te leven (soo sy seggen), een reformatie aldaer te maecken, 
den Eimelaha Leliatte te lichten, ende voerders te doen wat tot 
welstandt soo wel voor de croone van Ternaten als van de Neder- 
landtsche Comp»«. sal oirbaerlicxt gevonden worden 

Actum int fort Gnofficquia opt eylandt Macquian, ady 29 Meert 
A». 1628, 



138 

XXXII. Gillis Seys, President in de Molnkken, aan den 

gewezen gonvernear Jacq. Ie Eebnre (op Ambon), 
22 Mei 1628. 



Den 9 May arriveerde hier wel ee^ praeaw van Xonla tgdinge 
brengende hoe dat de Macassaren met ontrent 30 corcorren t eylant 
Gapy den Ternataenen affhandich gemaect ende nu voor Taliabo 
laegen, twelck mede meest van hun geconqaesteert was, die oock 
eenige gecommitteerden naer Xoula gesonden hadden om dat mede 
op te eyschen, hnn waerschonwende dat hoe eer hoe liever sgluiden 
[zich] onder de gehoorsaemheyt van den Coninck van Macassar 
souden begeven, ende bij faute van dien anders de macht van de 
Macassaren eerstdaechs te verwachten hadden. Die van Xula hebben 
naer wy alhier verstaen 20 daegen tot haer bedencken genomen 
omme te sien offer van daer off d'ander plaetse eenich ontset voor- 
handen was te crygen, doch dese 20 daegen nu al gepasseert 
wesende en maecken de Tematanen anders geen gissinge dan dat 
de voorsz. eylanden te weten Gapij, Taliabo ende Xula by den 
Macassaren al geconquesteert ende voor hun luyden verlooren sijn. 
Nu de vreese is, soo sij hier bij ons laten verluyden, dat deselve 
genegen ende geresolveert sijn omme soo voorts naer de quartieren 
van Amboyna ofte Ceram te vertrecken om hij hun luyden mede 
geincorporeert te werden . omme twelcke te ontsetten (soo sQ seggen) 
BIJ geresolveert zQn alle hunne macht te vergaderen ende in Amboyna 
te versameien, omme de Macassaren daer uyt te slaen. Capn. Laout 
leyt veerdich om t'avont met 6 corcorren naer Macquian [te varen], 
alwaer noch andere 12 corcorren gereet liggen om met hem costij 

te gaen ^ Den Coninck heeft met groote suyte ende een 

beau semblant my tweemael opt huys wesen besoucken, maer t ge- 
schiedde hierom: d'eerste mael versocht hij de twee groote metaele 

falcoenen ende een metaelen stuck om op s^n honie, die 

naer Taliabo ofte naer Amboyna soude vaeren, te mogen gebmyken, 

't welck hem affgeslaegen hebbe Den tweeden mael is hij 

boven gecomen met grooter pracht als voorhenen ende sochte assis- 



1 E. Ali vertrok eerst half Jnli naar Ambon. Zie de acte van autorisatie die 
de Sultan hem medegaf (in d. 1 Juni) bij Valent jn , II 2 , p. 74—76. 



139 

tentie van ammunitie omme op gemelte honie jegens die van Maccassar 
soe wel op Xnla, Taliabo als Amboyna te gebrnycken, te weten 
100 mnsquetten te coop ende crnyt ende loot naer advenant. De 
musquetten hebbe hem andermael affgeslaegen , my excuserende dat 
solcx niet en vermochte te doen door dien voorhenen in de tgden 
van de Heeren Generaelen Bot ende Keael de mnsquetten aen hnn- 
Inyden bg honderden soe vercocht als geschoncken waeren, die 
altsaemen door hnn aen de Tydoreesen ende andere onse vganden 
(met welcke s^ nn in vreede saten) sijn vercocht geweest. ... * 
Wat het crnyt off loot aengaet souden hem naer tijts gelegentheyt 
ende naer tgunt wQ vermochten assisteren. Hierdoor is hij weder 
in sulcken colere gecommen, dat hem Bijn aengesicht teenemael 
veranderde ende in langen iijt sittende in mijn logement niet en 
conde off en wilde spreecken. Doch eenigen van de sgne, die t hert 
hadden om onder syn voelen te cruypen, insonderheyt den Groeten 
Sedaha , hebben hem soetiens aangeseyt dat hy niet qualgck bejegent 
wiert en dattet selve maer een vraege ende een antwoorde was etc: 
Sulcx dat hy wederom tot bedaertheyt quam ende seyde wij hebben 
omt beschermen van de Magalaensse Gompies, v^lck t landt van 
Tematen verlooren, daer de Spaingiaerden anders noeyt naer ge- 
tracht souden hebben, ende datse om de Nederlantsche Compagnie 
veele vganden gemaect hadden , soo Engelsen als andere natiën. 
Hierop sQn verscheyden replieken over en weder gevallen j heeft 
eyntelyck geseyt: wilt ghy my dan niet assisteren om mQn landt 
te beschermen, soo en condt ghij der ook de vruchten en prof y ten 

niet van genieten, en is soo met een toornich gemoet doorgegaan 

lek verstaen uyt gemelten Ooegoege ^ dat de Labouwers hun noch 
als voor desen in t geberchte neutrael onthouden ende datter nu 
beter door UEd. vertreck, die se seer gevreest hebben, insonderheyt 
de geproscribeerden om datse de conspiratie by UEds tijt begonnen 
hebben, hope is om onder onse gehoorsaemheyt te brengen daer 
metten eersten ordre in sal moeten gestelt werden ' 



1 De djogoegoe van Batsjan. 

2 Seys begaf zich daartoe in Jnni zelf naar Batsjan, en bracht het met 
behulp van den radja zoo ver dat de Labonërs tegen b^ofte van geheele amnestie 
hunne Torige woonplaatsen weder betrokken. Een nityoerig verhaal daarvan vindt 
men in z^n brief van 23 Augustus. 



140 

De groote correspondentie ende gemeenschap tussen de Coningen 
van Ternaten, Tydor ende den Gouvemeur van Oammalamma conti- 
nueert ende neempt noch dagelijcx toe, sulcx dat ordinairis omden 
tweeden ofte derden dach boden en adv^sen openbaerlick over ende 
weder gebracht werden. Den spaenschen Gouvemeur sent gemeenleek 
alle 6 a 7 daegen brieven met synen tolck aenden Coninck van 
Tomaten die alsdan in des Coninckx huys gelogeert wert ende hem 
de brieven voorleest, dat ons van den Goegoege van Batsian ende 
andere die sulcx bewust sijn te kennen gegeven wert, in voegen sy 
een groot concept voorhebben, dat vastelijck gelooven mogen niet 
tot onsen voordeel streckt 

Maleyen. adij 22 May A». 1628. 



XXXIII. Pieter Wagensvelt, tijdelijk president in de 

Molukken, aan den Gouv.-Gen. J. Pz. Coen, 
23 Augustus 1628. * 

Den 18en [Augustus] ginck de provisionele President bij den 
Coninck met wien hl) in discours over 't stuk van Amboyna geraeckte 
ende onder andere redenen in propoost van de limytscheydinge viel , 
ende hem afvraechde off niet gesint waere een Ambassadeur met het 
op syn vertreck staende jacht Munnickendam aen UEd. te senden 
daer hg op antwoorde niemant beter te connen committeren als sijnen 
broeder Citchil Aly (die alreets met volle macht op gaende wech naer 
Amboyna is) ende dat van sinne was hem metten eersten te volgen. 
Gelieffde UEd. daer te verschijnen met het aenstaende wester mouson 
off yemant volmacht te senden, 't sonde hem seer aengenaem wesen 
vermits hij behalven t'stuck van Amboyna UEd: noch groote saecke 
te communiceren hadde toucherende de Manilhas, welcker conqueste 
hij licht voorsloech. In somma hy laet aen alle sijne manieren pro- 
cedures biycken dat den cop vol wint ende groote dinge voor heeft 
soo hy die te wege can brengen. Hem wiert voorgehouden wat een 



1 De brief waaruit dit fragment wordt megedeeld is grootendeels van G. Seys 
en na zgn dood (10 Augustns) door Ft. Wagensvelt, die voorloopig in zijne 
plaats gekozen werd, vervolgd. 






141 

groote gernsticheyt het voor hem caoseert dat de Hollanders hun 
soo sterck in Tayoawan gemaect hebben, waer door hy voor geen 
invasiën der Spanjaerden te vreesen heeft ende dat grootelix ver- 
wondert waeren dit mousson (contrarie syn toesegginge) soo weynich 
nagels gevallen sgn , t' welck voorwaer d' Ed : Heer Generael (die 
beter van hem verwachtende is) seer vreemd voorcomen en groot 
bedencken geven sal. Waerop hy wonderiycke dingen van Tayowan 
voorsz. wiste te verhaelen, ende uyt te drucken hoe grootelix den 
Spanjaert tselve ter herten gaet, jae snlcx dat een weynich voor 
syn vertreck uyt de Manilhas by den Raet geresolveert was de 
gnamisoenen nyt de Molacquos te lichten, om 'tvolck in Tayowan 
te gebruycken, t welck (seyde hy) eflfect soude gesorteert hebben ten 
waere de nieuwe Gouverneur sulcx weder houden hadde, ende dat 
evenwel veele van de clpeckste soldaten gelicht ende derwerts ge- 
voert zyn 

Binnen 3 a 4 dagen vertreckt het jonckgen daer voor rek. van 
Citchil Aly uyt Taljobo met sagu gecomen (waer van hier voren 
mentie gemaeckt is) naer Sangy met brieven van de Tamataen aen 
de Coningen van Tabuca, Limao ende Maganito, opt selve eylant 
woonende, die hy pretendeert syn onderdanen te wesen, welcke al 
t samen machtich van volck ende de walch van syn tyrannie(ke) 
regieringe hebbende syn, ende ingevalle een ander protecteur conden 
gecrijgen daer wel na luysteren en hem affvalien souden. Welck 
jonckgen van daer vorders naer Mindanao vertrecken sal met brieven 
aen den Coninck geUjck wy weten Anachoda vant selve jonckgen 
in sinceriteyt gerapporteert heeft 

Wy en twyffelen niet of hy moet den snoff van onse Mindanaense 
beseyndinge ^ in de neus hebben, hoe wel deselve secreet gehouden 
wert, ende beducht wesen, sulcx niet tot synen vordel streckensal, 
als mede ofte yets op Sangy mochten attenteren, wel wetende hoe 
d' inwoonderen (welcke meest heydenen) t' hemwaert genegen syn 
geiyck wy mede op de ongeluckige tocht in den jaere 1624 ende 
1625 successive ervaren hebben. Ende dat derhalven 't selve jonckgen 



1 Dit vermoeden was juitt , bl^kens het journaal van den tocht naar Mindanao 
door Daniel Ottens, dat Mr.'L. C. D. van Dgk in substantie heeft medegedeeld 
in zQn werk |,Neerland's vroegste betrekkingen met Borneo" etc. (Amst. 1862)» 
bl. 253, doch niet met zgne gewone nauwkeurigheid. Ik kom daar elders op terug. 



142 

voornamentiyck naer Mindanao aiFveerdicht om in sulcken gevalle 
tegens ons te wereken, vermits de Chinesen (daerop varende) op 
Sangy ende niet op Mindanao thajps behooren ende den Anaehoda 
ons gesecht heeft dat expres derwerts gesonden wert om de brieven 
te bestellen : . 

Int fort Malleyen .... den 23 Aagnstns sfi 1628. 
geteeckent Ptbb Swageksvblt (sic). 



XXXIV. Oonvemenr-Cxeneraal J. Pz. Coen en Raden van 

Indië aan Bewindhebbers der O.-I. Compagnie, 
3 November 1628. 



Alsoo Qaipaty Nary hooft van CombeUo dickwils tot sgn devoir 
inde leveren van nagelen aengemaent was geweest ende verscheyde 
reysen ten antwooi^e hadde gegeven dat geen nagelen hadde ende 
liever de resterende boomen wilde affhouwen dan altoos soo om 
nagelen gequelt te worden, resolveerde de Oouvemeur ende Baet 
na 't vertreck van voorz. commissarissen ^ de schipper van 't jacht 
Saratte na CombeUo te senden met een missive omme voorz. Qui- 
pati andermael tot leveren van de nagelen aen te manen met ordre 
soo hem weder excaseerde dat dan als een present overleveren 
sonde 3 bijlen ende 3 parangs tot een teecken soo de nagelen niet 
leveren wilde dat dan gelijck dickwils geseyt hadde de boomen 
sonde affhonwen. Om desen brieff ende present over te leveren varen 
d' onsen na landt, nyt wantrouwen gewapent met 21 musquettiers. 
De Maccassaren, ende andere vreemdeliBgen , vresende dat daer 
gewapent quamen om hare joncken te verbranden, voechden haer 
mede gewapent bg de vergaderinge. Met acht musqaettiers wiert 
voorn : brieff ende present nyt de boot geaccompagneert ende alsoo int 
overleveren van soo vreemden present de Combellesen gealtereert 



1 Zie YalentiJQ II 2 p. 65. Hunne namen waren Gregorins Comeliss , vroeger 
koopman op Makian, en Marten Jansz Vogel, gewezen kapitein op Ambon. De 
eerste was om zQn hardheid tegen de inlanders bekend; de tweede was ook 
geen vriend van hen, zoo als w^ van vroeger weten. 



143 

wierden y geraecten over hoop. Een Oombellees wiert bg ongeval 
(soo men seyt) doorschoten vijff van d' onse op de plaete dood- 
geslagen ende andere gequetst, waervan naderhandt Bdoh drie 
gestorven sgn. De G-ouvernear ende Raedt^ dit ongelnoiudi suecoi 
van hare besendinge vernemende, resolveerden daerop (ten aensien 
wij geordonneert hadden dat sien souden met vrientigcheyt die qnar- 
tieren gerost te stellen ende nagelen te becomen) niet geraden te 
wesen wederom in een formelen oorloch te treden, omme die van 
Combello haestich te straffen ende de joncken te verbranden, maer 
dat eerst aensien souden wat recht de Stadthouder van Temate 
doen sal ende wat ordre wg dienaengaende geven sullen, in voegen 
dat door d' onse met vrientschap noch met gewelt niet verricht 
ende 't groot gamisoen welck aldaer hebben selffs vruchteloos 
gehouden is. 

Op Loehoe sgn acht joncken geweest, ses op Oombello ende 2 op 
Manipe met cleeden, rijs, slaven, boscruyt ende andete ammunitie 
welcke na geseyt wert haren handel dieven meeist met capitalen van 
d' Engelsen ende Deenen. Soo lange aldus continueren schgnt het 
datter geen beter raedt is omme 't vervoeren van de nagelen voor te 
comen dan dat alle de joncken op Loehoe, Combello ende daeromtrent 
comende verbranden ende t' eenemael van daer houden sonder aen 
te sien dat weder met haer in openbaren oorloch souden mogen ge- 
raecken ende de Tarnatanen sulcx oock qualgck sonde mogen nemen , 
alsoo den oorloch haer immers soo qualQck soude comen als ons. 

De voorn: Gallebatte, gesant van Loehoe, Combello ende con- 
sorten ^ spreeckt hier heel schoon seyt toe dat ons voortaen alle de 
nagelen leveren sullen doch versoeckt daerbij (tegen de schade van 
't ombouwen van de boomen geleden) dat de prijs van de nagelen tot op 
70 realen souden verhoogen welck bg d' onse ongeraden wert gehouden. 

De pretensie van de Tarnatanen aengaende de jurisdictie in Am- 
boiua is soo onredelQck dat het de mate passeert. Trachten na de 
gantsche souverainitey t ; schamen haer oock niet openbaerlgck te 



1 Hg was met den terngkeerenden Gouverneur van Gorcum in Juli 1628 te 
Batavia gekomen, om Ooen te verwelkomen; in September van dat jaar kwamen 
daar met hetzelfde doel kapitein Hitoe met een zyner zonen en eenige Hitoe- 
eesclie dorpshoofden, alsmede eenige Amboneesche hoofden die onder ^t kasteel 
stonden. 



144 

sustineren dat Hittoe onder den Ooninck van Tarnaten sorteert ende 
niemant de Nederlanders anders dan voor cooplieden t' erkennen 
heeft. Die van Hittoe Lamma, Mamale ende andere dorpen vant 
landt Hittoe sijn tot de Tarnatanen genegen maer derven haer noch 
niet openbaren. Honden haer nytterigck stil ende ontvoeren ons de 
nagelen onder de handt. 'T is te duchten dat d' nytterste middelen 
tegen die van Hittoe ende Tarnaten noch mede sollen moeten ge- 
bruycken. 

Van Amblaa, Ourien ende Hatna sgn de gamisoenen ingetrocken 
niet sonder onlust van d' inwoonders, die nn de Tarnatanen vreesen. 
De resterende sullen van tyt tot tyt mede ingetrocken worden opdat 
te meerder macht int velt mogen brengen» Uimo May 1628 waren de 
gamisoenen in Amboina sterck 450 coppen, daeronder 37 swarten 
gagie winnende. 

De naturelle ondersaten van't casteel, gelyck vooren is geseyt 
houden haer wel; doen goede aenplantinge. Maer de Nederlantse 
burgerije vergaet in excessen ende luyheyt. Connen de cost qualick 
crggen. Eenige generen haer met de visscherye maer de meeste met 
tappen. . 

Weynich ijver ende dienst, seyt de Gouvern' Philips Lucasz, 
is by de kerckelycke personen in de dienst ende schoole gedaen. 
Doen maer een predicatie ter weecke ende geen bysondere aen- 
spraeck; emuleren tegen malcanderen ende soecken haer by d' in- 
woonderen te doen erkennen, dat niemant subject zijn. Wouter 
Melchiorsen sch^nt de schoole ende zyn dienst ernstelick te willen 
behertigen 

In reparatie ende bouwinge van noodige fortificatie ende huysinge 
is daer [op Banda] veele gevordert gelyck UE. per nevensgaende 
pampieren van Banda sien sullen, doch ten is noch niet al gedaen. 
Aenplantinge van boomen isser bij d*onse niet gedaen, onaengesien 
veele vergaen, waer over gder belast is soo veel moschaetboomen 
ende cocus jaerlicx in sijn perck aen te planten als hooffden sterck 
is, gelijck veele door des Comp* lljffeigenen op Caleboque ^ geplant 
sgn. Van P. Ay syn 52 sielen , daer onder een Nederlanders vrouwe 
ende kindt met een orangbay wech gevaeren. Soo meer hadde connen 



1 Keil Woko op Groot Banda. 



145 

voeren, meer souden daermede doorgevaren hebben; de rechte oor- 
saecke daervan is ons noch onbekent. ^ 

De freqnentatie van die van Chey ende Aru in Banda neempt 
toe. Versien d' onse met cleen vaertnych ende worden 'taenstaende 
monsson met 25 joncken verwacht. De Macassaren varen sterck by 
haer ende dienen van daer geweert, off sullen dese lieden Moors 
ende ons tot vijanden maecken 

Wij seggen andermael dat de coninck Hamsia ende de Tarnatanen 
(apparent met raedt van de Spangiaerden ende Engelsen) de Compie 
de nagelen onthouden omme haer van selffs te doen consumeren ende 
daerenboven hare ondersaten ende bontgenoten van Amboina soecken 
t'onttrecken omme ons van daer ende Banda mede te crggen. In 
tyts dient hier tegen versien eer het te laet worde. Ons bedunckens 
is de beste raedt dat ons vooreerst soo veele mogeiyck van Banda 
ende Amboina sien te verseeckeren ende de Tarnatanen thooft; in de 
Molucos bieden. Middelen hier toe, als oock UËd: advijsen, sullen 
metten eersten verwachten ende ondertasschen *t recht van de Compie 
800 veele mogelijck sien te conserveren. De coninck Hamsia heeft 
meest alle d' inwoonderen van 't eylandt Machian met 12 corcorren 
onder Kitchel Aly van 't eylandt Machian na Amboina versonden 
omme hem van dat eylandt te verseeckeren ende ons daervan te 
frustreren. Hier door sijn de nagelen, die seer schoon stonden, on- 
gepluckt gebleven ende sullen apparent de resterende mede meestal 
aen de boomen vergaen. Extra ordinarie heeft hij daerenboven dat 
volck geschat ende geschoren, de principalen oock gedwongen hare 
kinderen, soonen ende dochteren, tot hondert toe aen hem te geven 
tot synen domestiquen dienst ende staet, welcke tot onderpant van 
haere trouheyt sullen dienen. Met dese hardicheyt sal hy meer dan 
wy met alle deuchden verrichten 



1 Be oorzaak was niet ver te zoeken. Be slaven kregen van hun meesters 
^weinig te eten en veel slagen". (Brief van J. Jz. Yissclier aan Ooen, nit 
Banda 2 Mei 1629). „Yan het verloopen van slaven", schrift de gouverneur van 
Banda, Pieter Ylack, aan Coen (25 April 1628) „ende roverge der Cerammers 
ende gevluchte Bandanesen , alsmede H wechloopen van Mardicquers , syn d^eylan- 
den van Banda noch niet ontlast, en staet te beduchten Hselve soo langh de 
Bandanesen alhier nestelen, jaerl^ck sullen continueren". 

10 



146 

XXXV. Philips Lucasz, gouvernear van Ambon, aan 
den Gouv.-Gen. J. Pz. Coen, 20 Mei 1629. ^ 

In allen deele houden wij de overkomst van den Capn Laoat 
Qaitsil Aly in dese qaartieren in verscheyden respecten des Compas 
constitutie voordelijck te wesen, als namentiyck dese datt denBaUe- 
back, daermede de Stathouder des Conincx onse Mahumetiste onder- 
danen , in gedurige vreese ende genouchsame diffiance van onser sy de 
gehouden hebben, als nu geopenbaert; die in plaetse van t' onder 
leggen om ijmandt van de zelve door inductien ofte pretextt van 
religie te onttrecken ende onder hem te bringen, in tegendeel ons 
alle vruntschap bewesen ende alle redelijcke conditiën toegestaan ende 
gewillicht heeft, de sijne de schalt van alle de ontstane onheylen, 
hoewel daer geen justitie jegens genomen , te laste geleyt heeft ; dat 
op zyne eerste aencomste de vreemdelingen over all b^ den hals 
dede vatten onder anderen door Kimelaha Lohoe, die nu als Stadt- 
houder gepromoveert wort, nieuw uyt Ternate met Quitsil Aly quam , 
persoonlljck op den strandt van Lohoe dry Macassaren gemassacreert , 
de rest als slaven vercocht, te lande uytgedreven ende hare goederen 
aengeslagen heeft t' welck haer al te zamen , ten respecte Mahumetis- 
ten waren seer vrempt dede. Daer uyt beslooten onse vruntschap den 
Ooninck in Ternate van grooter valeur als haer particulier welvaren 
op Ceram moeste wesen. Voorder quamen hier een groot getall cale, 
beroyde ende hongerige Conincx soldaten, die Qder watt noodich 
hadden. Insonderheyt Quitsil Aly *heeffc haer overal dapper in de 
beurse geslagen om synen staet te voeren ende den gemenen man 
wat mede te deelen, soo dat noch groot noch cleen van contributie 
vry geweest is, behalven dat overal de lieden van haer vruchten 
berooft ende thuynen vernielt sijn. Waer eenich geschut van bassen, 
falcoenen ofte gotelingen vernamen, hebben ongevraecht dezelve aen- 
getast, ende op hare corcorren geleyt, insonderheyt op Lohoe daer 
de vijff halve saeckers , voor desen van d'onse tot defensie van haren 
strandt toe gestaen maer naderhant hun toegeeygent, heeft op een 
naer dat schadeloos geschooten was mede genoomen, waer van twee 



1 Uit de Ambonsche brieven van 1629 deel ik slechts weinig mede omdat 
reeds Valenten (II 2 p. 78 — 80) daaruit geput heeft. 



147 

aen ons vereert heeft. Hem in recompense een ysere stnexken van 
6 k 700 f^ wegende, item een ijsere ba& toegestaen hebben. Den 
meeste part van hare corcorren die vergaen waren jegens nieuwe, 
die op de respective stranden vonden, gemangelt, hebbende zgn 
volck ontrent thien maenden te water gehouden , in onnodighe tochten 
affgemendt, waervan een groot getal gestorven ende van armoede 
vergaen sQn. Die van Ceram z^n hiervan niet vry geweest maer 
hebben almede ter zee sedert zijne aencomste gemoeten, die van 
Macqnjan hebben groot miscontentement; die van Bouro, Xoula ende 
Boanoe ontloopen dagelijcx van hongersnoot ende ongemack behalven 
dat eenige vrouwen ende kinderen aengesnourt hebben. Enfin t' sal 
t' landt van Amboina wel eenen tijt lang gedencken, Quitsil Alij 
met de Ternataense armade hier geweest sij , t welck onse onderdanen 
ende bontgenooten alles naecktelijck bekend is, die voor soodanigen 
overlast geprotecteert , geen contributie betaelt , hare tuynen beschermpt, 
de vruchten genooten ende in t' geheel jegens dese hongerige gasten 
met authoriteyt religeuslijck in hare gerechticheyt ende vrijdom 
behouden, invoegen de Tematanen ontrent den tyt van twee maenden 
hier ontrent t' Gasteel wesende niet en hebben dorven vervoerderen 
(als somtgts steels wijse) yets uyt d'onse hare thuynen toe te eygenen , 
oft stelden haer met schilt ende sweerdtt daer jegens; op seeckeren 
tyt eenighe van dese mede gesellen soo onthaelt dat corteling twee 
van de quetsuren gestorven zyn. Dese ende andere hun doen heeft 
de Ternatanen soo odieulx gemaeckt datt degene die voor hare aencomste 
van hun schoon semblant genouchsaem ende onder dexel van religie 
geinfecteert ende tot hare devotie aireede bereyt waren, affkeerich 
geworden ende liever onder onse Christelycke gou verno (hoe wel jegens 
hun gemoett ende weth) als der Ternatanen onreedelijckheyt subject 
willen bly ven ; gei^ck d^nwoonderen van Lohoe jegens onse soldaten 
ende naturelle Amboneesen hun wel lieten ontvallen, zeggende wy 
willen mede corcorren maecken ende met den Gouverneur pangagen , 
opdat wij als ghy jegens den overlast der Ternatanen mogen beschermpt 
worden. Van dese gesintheyt hebben ons noch al eenige geopenbaert, 
maer der Mooren trouwloosheyt ende ongestadicheyt is oneyndelyck. 
't Is evenwel zulcx datt wij de goede ende den Temataen dequade 
ruyter blyft, onse macht overal ontsien wordt (Gode sy loff) des 
Compies gerechticheyt met sonderlinge reputatie gemaintineert ende 



148 

Amboina's staet in thlen jaren herrewaerts soo vreedich niet verthoont 
heeft 

Hooch noodich wast datter ordre op den perticnlieren handel der 
cleeden gestatueert werde, ^ anders was den totalen onderganck 
voor de Comp*^ in dese qnartieren gesien, jae hadden den wincke^ 
wel mogen sluyten 5 de bargerye de proflfijten ende de Comp»® de lasten 
sonde genooten hebben. Hittoe, Laricqne ende andere plaetsen hebben 
dit jaer gants weynich ofte geen cleeden vertiert, overmidts door de 
particnliere tot cevilen prys abondant versien worden, dat daermede 
voor als noch overcropt blijven ; hope in corte deselve van der handt y 
des Compis handel weder in voorigen treyn zal geperformeert worden. 
Maer voornamentlijck blgft ons vertrouwen dat met het nythonden 
van de vreemdelingen den cleed handel voor ons weder int geheel 
tot benefitie van de Gompie incorporeeren sollen; waer van Lohoe, 
Lessidy, Cambello ende aenclevende plaetsen wel de voornaemste 
achten ende meest consumeeren, want veel prodiger in habituagie 
als die van Amboina sijn 

In plaetse van Manuel Carstanio ^ is met advQs van den Landt 
Raet ende d' oudste uyt het dorp van Hativa als hooft gesuccedeert 
eenen Laurenso MarcO; soon van den Marco gewesen hooft van Hativa , 
voor desen byden Admirael Mateliefi in Nederlandt eenige jaren 
gewoondt; is een bequaem persoon, mede lidtmaet der gemeente 
Jesu Christi. Ende in plaets van Poulo Gommes hebben den oudsten 
soon Louis Gommes onder opsicht als mombaer van synen oom 
Anthonio de Costa gepromoveert, zgnde de bequaemste ende naeste 
die dezelve ampten competeren. Twyffelen oock niet off zullen de 
Greneraliteyt goeden en gewilligen dienst doen 

In 't Gasteel Amboina desen 20 Mey A» 1629. 



XXXVI» Philips Lucasz, gouverneur van Ambon, aan 

den Gouv.-Gen, J. Pz. Goen, 10 September 1629. 

Belangende de gestalte van de schooien int generael, hebben, bg 



1 Zie het verbod van particulieren handel in d. 23 Oct. 1628 bg Yan der 
Chgs, Ned.-Indi8ch Plakaatboek, I bl. 258, 259. 

2 De twee Ambonsche hoofden, wier opvolgers hier genoemd worden, waren 
naar Batavia gegaan om Coen te verwelkomen en daar tijdens het beleg gestorven. 



149 

occasie van onse jongste gedaene tocht in deeylanden Vleasser,Oma 
ende Nosselau, der selver promotie emstlijck bevoirdert, op de res- 
pective plaetsen kercken ende schooien door d'inhabitantenvoltrocken, 
de kinderen matich getal d5en contribueren ende derselver schooien 
behoorlijck naer de constitutie met opsienders ende meesters beset, 
in vougen aldaer over 350 jonge kinderen aengeqneeckt ende onder- 
weesen worden. Bg de jongste advysen verstaen van die quartieren 
op eenige plaetsen meerder nomber (als hun te laste geleyt) compa- 
reerden ende viytich begonden aen te neemen. Op groot eylandt 
Amboina wort mede onder vigilant opsicht t'onderwijs van de jonge- 
lingen, die bij continuatie oock redelijck gestileert vuyt hun al eenige 
tot ondermeesters voor getrocken en gevordert sgn. Onlangs is door 
de curateurs een generale visite gedaen ende vinden t' samen over 
700 naturele kinderen (waer onder over hondert redelijcke schrgvers) 
in de schooien , met apparentie om noch eenige daer toe tetrecken, 
welcke alle buyten lasten der Compie:(exceptde guages van de mees- 
ters) ter schooien compareeren. Voor deesen was deselve een pont 
rijs sMaechs toegeleyt, doch dit is nu affgeschaft ende genieten niets. 
De curateurs hadden voorleden jaer (aen de directeurs der scholen 
costy) om eenige boecken pampier ende andere nootwendicheyt ge- 
schreven doch daer en is niet sonders op gevolcht ende te nauwer- 
noot haer brieven beantwoort. Vuyt welcke oorsfaecke aen ons ver- 
socht t' selve wilden overschryven, ten eynde door S^ne £d:ordere, 
aenstaende besendinge, soo t'selve te becoomen waer, mochten versien 
worden. Namentiyck met: 

150 k 200 Dnytsche historiën van Tobias ende andre. 

200 • . . • d^ groote als cleyne Catechismus. 

200 é, 300 Psalmboecken y daer onder eenige met noten. 

300 k 400 Duitse Morgen weckers, Arnoldi Comelij 
Seevaert, Vasten Gront, ende andre. 

4 4 5 Bijbels. 

4 è. 5 riemen sdirgf^ampier. 

Eenige pennen ende stoffe tot inct» 

100 II 150 Dicionarisen Duyts ende Malleys. 
Eenige Testamenten. 

In dese ende naest gelegen pketsen continueeren de ecclesiasticque 



150 

Dienaren met weinich yver ende devoir, in vougen dat wel d* exer- 
citie van de ordinarie predicanten ende sacramenten geobserveert,de 
verlichte door deselve gestichtet ende onderweesen worden maer hadden 
by verschelde indnctien onderleyt de gemelde Dienaren daertoe te 
brengen om door particnliere aenspraecke ende visitatie de natnrele 
inwoonders in eenige fundamenten van religie te onderw^sen , directe 
middelen om het wit daer naer geschooten ware, namentlijck der 
blinde menschen salicheyt, te belangen; doch vinden tot onsen leet- 
weesen daer weynich in gedaen ( : t' sQn bastaerde fonteynen , daer 
men t' water in dragen moet, maer voomamentlgck personen van 

soodanigen bedieningen) 

Wij hebben ons onlangs op alle plaetsen waer den Nederlantschen 
staet soavereyn gesach competeert persoonlijck getransporteert, vnyt 
derselver gelegentheyt een calculatie gedaen ende naer den besten 
overslach oordeelen in de gemelte dorpen onder het Casteel sortee- 
rende, wel 16 a 18 duysent zielen (alle eenvoudige lieden die den 
naem van Christenen voeren) te weesen, waer vuyt concludeeren, in 
gevalle door kerckelijcke persoonen, daer behooriyck gearbeyt worde , 
ongetwijiFelt ware niet alleene Grodes dienst groot accressement inde 
Christenheyt, maer voornamentiyck liefde ende voorder affectie tot 
de Nederlantsche natie vnyt ontstaen 

Int Casteel Amboyna adij 10 September a^ 1629. 

Was ondert. 
Philips Lucas. 



XXXVII. Hamza, sultan van Tarnate, aan Kimelaha Le- 

liatoe enz. (Translaat uit het Temataansch) ^. 

Ghy Sengaiges, Quipattys ende Kimelahas gesamentlijck vanOlee- 
syva ende Oleelyma sult wel doen ende overreeckenen eens met 
Kimelaha Leliattoe ende ELalembatta, hoe veel incomsten van tollen 



1 Den 6 September 1629 door den Qonvernenr van Ambon bekomen. 



151 

aen de Hollanders t' sedert den tljtt van Serafiy betaelt sijn, want 
WIJ met de Hollanders wegens voorige schuit oneens sgn ende seggen 
datt de schulden van onsen onden Heer Coninck meer als daysent 
bhaar bedraecht, welcke schriften met de doos van den ouden Coninck 
wech geraeckt ende weten niet waer die bevaren sijn datt ons nu 
groote moyte geeft. Ghylieden Sengaiges , Quipattys ende Eimelaha , 
weest verdacht ende laet niet naer ons de quantiteytt hoe veel, ons 
over te senden, ende sult van den Gouverneur in Amboina mede een 
quitantie voorderen, op datt uwe schriften met des Gouverneurs 
d' accordo gaen ende sent ons dezelve herrewaerts over, opdatt de 
t^dinge ende woorden eens mogen wesen sonder naerlaten. 

Voorder als wanneer wg de veertich bhaar en nagelen eysschen ende 
den Gouverneur van Temate ende mynen Savoy Chinees, hebt ghy 
ons ydeiyck voor gelogen ende aen ons geschreven datter geen nagelen 
waren, maer dat ghy het geld van den Gouverneur van Amboina 
geleent hadt om de schuit aen onsen Gouverneur ende mgnen Savoy 
Chinees te voldoen. Maer wg vinden dat ghy ons voorgelogen hebt, 
alsoo t' selve in Batavia niet betaelt is, doch dat is tot daer toe, 
dat ghg ons daerin geioogen hebt daer over sult niet naerlaten om 
gemelte veertich bhaaren nagelen te betalen ende soo sulcx niet ge- 
schieden can sult mij met d' eerste herrewaerts comende scheepen 
vier duysent Realen in plaetse seinden. Voorder versoucke dat Capn : 
Hittoe herwaerts seindet seecker lampe van coper ende een predick- 
stoel uyt den tempel van Banda. Wij hebben mede verstaen dat Ca- 
lembatte seecker ledicandt heeft; sult dezelve mede sonder naerlaten 
herrewaerts seinden. Wg hebben alhier van onsen Gouverneur verstaen 
dat mgnen broeder Capn: Laout tusschen u ende d' Hollanders een 
comptract geraemt hebben, t' welk mede poinctnelljck naer gesien; 
daer over seer verbljjt ende voorgoet aengenomen hebben, u op t'hooghste 
bevelende dat ghij daer op verdacht sijt ende wel overleght dat in 
gevallen naer dezen u daer jegens vergrgpt , off door u toedoen eenich 
misverstant quame te rgsen, hebt eenelgck voor uwen hals ende 
leven sorge te dragen. 
Gesont ende welvarende op Saterdach geschreven. 



152 

XXXVIII. Gijsbert van Lodensteyn, gonvernetir der 

Molnkken ^ aan den Oonv.-Gen. J. Pz. Coen, 
1 September 1629. 

DewQle wy den Coninek gedarichigck waren aenmaenende omme 
voor t vertreck der schepen naer Batavia de oude contracten te 
resumeren, verschgnt hij den 19 Jaiy met sijn principaele Raets- 
persoonen boven, versonckende copie der contracten, omme die te 
mogen naesien ende daer op te antwoorden. De haere, seyde hy, 
waeren ten t^de des overleden Conincx Modafar verbrant. 

Wij behandigden hem d' onse, die noch in weesen waren, hem 
daervan copye beloovende , want die van Matelief syn noch in Duyts 
als Temataens te vinden; van gelijcken die van Wittert sQn mede 
de Temataensse verlooren. De contracten met d' Heer Generael Both 
gemaeckt sgn geheel slordich getranslateert ; veel dingen die in duyts 
geschreven staen en wort in Temataens niet eenmael verhaelt, 
waeromme my met de dnytse moste behelpen ende deselve weder 
geiyck als UEd. deselve na cont sien op nieus laten translateren. 
Dat van Matelief hebben wt een oude cladde, twelck onder een van 
de Assistenten was berustende, voortgehaelt; geloove al eenige pun- 
ten sgn ontbreeckende. 

Soo wy onderwylen doende waren omme de oude contracten te 
doen translateeren ende int net stellen begint den Spaingiert, ick 
can niet versinnen door wat oorsaecke beweecht, den oorloge jegens 
den Temataen, vasthoudende ende daemaer op de galeye werpende 
alle de Tematauen die op Oammolamme waren handelende, sijn 
vaertnych wtsendende, neemt gevangen wat becomen can, soo dat 
wel 60 persoenen in handen heeft, hebbende mede 2 a 3 persoenen 
die haer ter weere stelden* dootgeslagen. Hier wiert stracx bonje ge- 
roepen, de Tematanen met macht te lande nytvallende en ver- 
namen geen volck alsoo t garou te water geschiet was. Wy lieten 
omtrent 40 soldaten onder t beleyt des cappiteyns pas buyten de 
pallisaten trecken omme mede een schyn te toonen van haer te 
willen helpen. 
Den Coninek sont ons twee brieven int Spaens geschreven boven ^ 



1 Den 4 April 1629 op Ternate gekomen om Pieter Wagensvelt te vervangen. 



153 

omme gelesen te werden, daer van hem den inthont liet weten, 
s^nde den eenen een ontsegbrieff van Pedro de Heredia Gouverneur 
van Gammolammo , waervan hier benevens de copye gaet ^. 

Desen begonnen oorloghe,. Heere, dunckt mijn een geheel vreemde 
saecke te syn ende en can niet bedencken wat den Spaingiert mo- 
veert sulcx te beginnen, want eenich bedroch daer ouder schuylende 
soude hi) hem van dootslaen onthouden hebben, mede vant volekop 
de galye, naer dat geschooren sijn, te werpen. Hij gaert en doet 
noch dagelijcx op haer soo door sijne Mardyckers als Chiauwers garen , 
soodat de Ternatanen gedwongen syn haere thnynen, die tot omtrent 
Calematte gemaeckt hadden, te verlaten ende andere omtrent onse 
forten te maecken. Den jongen coninek van Gilolo heeft eenige malen 
wtgeweest, dan jegen de Spangiaerden niet verricht; haere feeste, 
800 sy voorgeven, die tot nu overt affsterven des Conincx in Ma- 
nilha geduert heeft, oorsaecke is sy als noch niet en beginnen. Te 
lande hebben diverse malen uytgeweest, selfs mede den Coninek, 
dan maecken soo veel geraes dat de vyandt sulcx genouch can hooren 
ende tijd hebben omme te vertrecken. 800 desen oorloge recht ge- 
meynt wort geloove daervan d' oorsaeck eensdeels te zQn dat den 
Tijdorees, geleek hem oock mede den Spangiert beklaecht, niet en 
wert toegelaten vrijeiyck op Maleye off andere plaetsen omtrent 
onse forten te comen, twelck sij wel verhoopt hadden met desen 
vreede te crijgen, ofte ons metten Ternataen soo wij sulcx niet en 
wilden toelaten jegens den anderen te helpen, want corts naer dat 
den Tamataen ende Tijdorees haere t samencomste hadden geeyn- 
dicht dede den Coninek van Tijdoor aen die van Tematen ver- 
soecken hg toeliet sijn volck , soa wel de principalen als de gemeyne 
vryeluyden op Maleye als andere plaetsen onder sijn gebiedt sor- 
terende vermochten te comen, waerop hem Hamsa soude geantwoort 
hebben dat soo veele hem aenging te vreeden was maer mosten 
considereren de Hollanders hier mede woonden ende sonder haer 
consent en conde hij't niet toelaten ofte ten waere op haer ban en 
boeten wilde comen. De Tydorees haddé doenmael aen de Ternataen 
mede doen voorhouden, bij aldien hij met de Spaingiaerden verselt 
eenich garou op d^ onse maeckte, off hij Ternataen sich tot onse 



1 Ontbreekt aan dit afschrift. 



154 

hulpe Bonde wenden, waerop Hamsa antwoorde dat by aldien sij 
luyden ofte de Spangiaerden yets op d'onse attendeerden y hij soowel 
aen ons, als de Tydoreesen met de Spaingiaerden , verbonden was 
om met aller macht bg te staen. 

Ofte ten waere Pedro de Heredia beweecht desen oorloge begonnen 
heeft dat verzekert is van de comste sgns verlossers, dien hy een 
oorloge benevens t gouvernement soeckt naer te laten , op dat dewgle 
haere macht gelyck als d' onse alhier swack is, eenich ongeluck de 
Spaingiaerden overcomende, s^n naesaet mocht worden geblameert 
ende hQ Pedro de Heredia voor een geluckich Gouverneur gehouden, 
alsoo veel v^anden in de Manilhas heeft ende hem naergegeven wort 
gedurende sQn gouvernement veel dingen om syn particulier proffijt 
tot oneere des Conincx heeft laeten geschieden, als t nemen van de 
Galliott ende t vangen van diverse persoenen, waer van hy in sijn 
brieff restitutie is eysschende. Vreese soo geloove van de eygenaers 
in de Manilha comende aeugesprooken te werden van dat sich jegens 
den Temataen met represalje niet en heeft gevaleert. 

Den Ternataen heeft den Gouverneur van Gammolammo op sijn 
missive geantwoord dat van geen betalen noch wedergeven en wist. 
Soo oorloge begeerde te voeren mocht sulcx vryelgck doen. Van sQn 
sljde was de vrede • • 

Den Coninck naer t houden sgner feeste sont my een schrifteiyck 
antwoorde op de beclaechde puncten van den Hr Gouverneur Le 
Febure; dan alsoo hem liet weten sulcx niet genonch en was maer 
boven most comen omme een eynde, dewQle de scheepen souden 
vertrecken, van de dingen te maecken soo compt hg den ]4eu deser 
boven alwaer naer veel debatten over en weder dese bggaende punc- 
ten achter aen d' oude voor desen gemaeckte cx>ntracten wierden 
gevoecht die bg hem naermaels sijn geteyckent ende solemnelijck 
beswooren ^ 

lek honde voorseecker hij dit accoort , soo wij van onser zgde hem 
geen occasie en geven, genouchsaem onderhouden sal, beter dan in 
den tyt van Modafar is geschiet, wanneer alsdoen veel Ooningen op 
Ternaten waren ende 't gunt d' een wilde dander niet en begeerde. 

T verbreecken des vreets met den Tydorees heeft ons belooft 



1 Zie het accoord (in d. 14 Augustus 1629) bg Yalentgn, I. 2, bl.262— 63. 



155 

vastelijck metten eersten te sullen doen, alleen wachtende t)p de 
comste sijns broeders als UEdt nyt sijne missive hiernevens gaende 
sult cnnnen sien. 

Doch die van Gamcamorre , die altemet van ons met wat cruyt en 
loot versien worden, onderhout den oorloch op de vaste enst jegens 
den Tydorees, alhoewel hem tselve menichmael verboden is. Heeft 
my nu op ons affscheyden van Maleye belooft op den Tydorees hart 
te sullen gaeren soodat desen ons seer toegedaen ende den Tydoreesen 
ende Spangiaerden hart vgant is ^ Hij sal een oorsaecke sQn omme 
den Tydorees, alsoo van sQn garouw niet op en hout, op den Ter* 
nataen sal vallen om hem te revengieren, waerdoor den Temataen 
eerder als wel begeerde genootsaeckt sal sQn de vrede te breecken. 

De gesanten des Conings van Mindanao , UEdt. in mijne voorgaende 
verhaelt hier gecomen , op haer vertreck staende , quamen boven omme 
te vernemen wij aen haeren Coninek iets wilde belasten. Hebben 
derhalven goetgevonden tot UEdt. naerder advijs een missive aen 
haren Coninek te schry ven waer van de copie hier nevens gaet ende 
deselve haer medegeven ^ 

Wegen thouwelijek van Tydoor ^ is hier een tijt lang stilte ge- 
weest, alhoewel ons wel bewust is hij haer groote affectie is toedra- 
gende. Dewyie nu de jongste mael boven was ende de beclaech 
puncten vande Heer Gouverneur Le Febure beantwoordde, waerinne 
onder andere verhaelt staet hy t houwelijck met die van Tydoor moste 
naerlaten , gaff ons daerop tot antwoort dat het houwelijck waere een 
ordeninge Godes, onmogelijck voor de menschen om dat te beletten, 
ende t geene Godt daer van geordonneert hadde naergecomen moste 
z^n; dan al waer hg t houwelijck met de dochter van Tydoor aen- 
ging, t selve geen meerder verbin tenisse en soude maecken, maer 
sonde d' oorloge evenwel voortganck nemen. 'T ware voor desen meer 



1 Omdat deze dikw^'ls aan de kust yan Ternataansch Halmahera kwamen 
rooven en , garen" (koppen snellen). 

2 Deze ontbreekt aan dit afschrift. — Het gezantschap was eigenlijk aan den 
Snltan yan Ternate gezonden, maar bracht een brief aan den Hollandschengonyer- 
neor mede. Denkelyk kwam het yan den yorst yan Tnbng. Zie yan Dgk, Neer- 
lands betrekkingen met Borneo, etc. bl. 256. 

3 Namelijk yan Hamza met de dochter yan den Sultan yan Tidore. 



156 

malen geschiet de huysen van Tematen ende Tydoor aenden anderen 
honweigcten, dan tselve hadde noijt den oorloge belet noch doen op- 
houden, lek vreese hij noch eenmael deselve in stillicheyt tsljnen 
huyse doen comen ende voorts tot sijn vrouwe nemen sal; dan sullen 
soo veel mogeiyck tselve soecken te weeren. 

Den Tydorees houd hem tot verwonderen geheel stil , beeft diverse 
malen eenige ouser onderdanen soo wel Hollanders als Mardyckers 
genouchsaem in handen ghehadt doch niet misdaen tschijnt hy eenich 
miscontentement heeft van den Gouverneur van Gammolammo, want 
heeft van dit verleden mousson aen sgne onderdanen verboden geene 
nagelen aen Pedro de Heredia te leveren, die de selve voor desen 
meest plach van de inwoonders op te coopen. 

Gnoffiqia, 1 September a. 1629. 

Was ondert. 
Ghtsbebt van Loodensteyn. 



XXXIX. Adriaen Blocq Martensz aan Bewindheb- 
bers der O.-I. Compagnie, uit Batavia, 8 Februari 
1629. 



Andermael segge ick van UE. schryven ^ te sljn verwondert ende 
hebbe daerop seer vremde speculatien, meenende, ja m^n selven 
schier versekerende , dat het maer eene occasie is om te grijpen een 
stock ende mij daer mede op tlQff te vallen, over den ouden haet, 
daerinne ick mg langen tyt bevonden hebbe, om dat men mg als 
cacx na gaff, dat ick geheel vremdt van opinie ende mij gantsch 
stellende was jegens de cours die over t beleydt van Indien was 
genomen. 

T'is waer dat ick in de voorstëllinge van de Ed. Heer Generael 
Coen drye ofte vier poincten hebbe niet alleen simpelijck berispt, 
maer al wat hart tegen geschreven, om eenige Heeren te doenomme 
sien, die niet wel met soete onderrechtinge uyt haere doolinge te 



1 Zie het medegedeelde aan H slot van dezen brief. 



157 

trecken waren , daer van ick noch danck noch proffQt hebbe genoten , 
maer veel hebbe moeten lijden; als eerst dat ick omtrent de drye 
jaren UEd. om den dienst hebbe moeten naloopen, synde sonder 
eenich respect op m^ne voorgaande diensten van d' een Vergaderinge 
van de XVII tot de andere nytgestelt, siende d' een onervarene 
voor ende d'ander na voor mij prefereren, ende dat ick eyntelijck 
niet als een Commandear ofte Raedt van Indien van ÜE sg a%e- 
vaerdicht maer niet veel beter als een gemeen bootsman. 

Ick en wil noch en behoor oock niet te versw^gen dat ick als 
noch sij van opinie dat ick in het gemelde tegenschrijven UEd- 
hebbe gegeven de heylsaemste ende getrontste raedt, die de Compie 
oyt van hare dienaers sonde hebben mogen ontfangen, want wat 
wasser vermeteiycker te bedencken ende schadelijcker voor de Compie 
als den Chinesen met geduerigen oorloogh te willen daer toe bren- 
gen, dat se met ons alleen ende met niemandt ter werelt anders 
sonden handelen. T'is naer de sterren gegrepen. Oorlooght vrg hon- 
dert jaren achtereen, sy en snllen niet verder te brengen sgn, als 
se hnn aMijt hebben verclaert^ te weten ons te willen gerieven soo 
verre ons geit ende waren strecken ende voorts van ons noch van 
niemandt in de werelt eenige wetten ontfangen met wien sg meer 
sonden handelen ofte niet. 

. Het coopen van een oneyntelyck getal slaven ende met landtbon- 
winghe daer mede te winnen 12 tonnen gonts jaerlljcx totte lasten 
van Indien ende soo veel meer als een treffelQcke vloot ofte een 
groot leger sonde costen te onderbonden is de aldervremste ende be- 
lachelijcxste saecke die men sonde mogen bedencken. De vrye Inyden 
aen wien men dese slaven sonde vercoopen, ende de landtbonwinge 
daer mede aenvaerden, sgn eenighe die men hieldt voor de geqna- 
lificeerste 3 k 400 slaven gepresenteert met lands daertoe, niet in 
coop maer om niet te gebmycken ende hebben tselve (als daer inne 
niet siende als selffs in slavernij te leven) affgeslagen. 

Het verdreven van de landtsaten in Amboyna ende de Molacos 
steect aen allen sijden vol gevaers. Een lange oorloge sonde daertoe 
van noode sijn ende alst ten laetBten noch al gelncte sonde noch te 
vreesen syn dat men met wisselinghe van volck eer schade als pronf- 
ftjt sonde doen want onder de menichte slaven die de Compie alhier 
in Batavia hondt seer weynich schicx is. 



158 

Wat na den handel en de negotie der vrye Inyden aengaet daer 
mede is het verre gegaen buyten het voorgeven, welcke was dat 
daer door wat vremts sonde werden opgesocht ende de Gompie alsoo 
becomen sonde meerder verscheydenheyt van waren. Sg sgn regel- 
recht gegaen in de alder pronff(ijt)eli)cste negocie van de Gompie ende 
daer deselve de aldermeeste schade te lijden hadde, namentlQck tot 
de cnste van Goromandel ende daer omtrent, ende voorts in de Mo- 
Incos, Amboyna ende Banda, doch dit stnck wert nn geredresseert 
ende den vryenlnyden den handel in die quartieren ontseyt. De andere 
drye poincten als ondienstich synde staen oock stille snlcx dat in- 
dien in UËd. ter oorsake van mijn voorsz. tegenstellinghe noch eeni- 
gen haet is overgebleven, deselve oock wel mach cesseren, want het 
nyt louteren Qver ende gunste die ick de Gompie alt^t hebbe toe- 
gedragen bij mij gedaen is ende niet uyt eenigen haet ende passie 
die ick sonde gehadt hebben Jegens den Heer Generael, soo mg oock 
wel t'onrecht is nagegeven ende daer door mijnen raedt oock te min- 
der heeft mogen gelden. 

Ick hebbe uyt de vgffjarige kennisse ende correspondentie in myne 
voorige reyse gehouden metten Heer Generaal Goen, doen sgn Ëdt 
was Directeur van de negocie, niet anders bespeurt als t geene dat 
loffelijck ende op t hoogste te prijsen is ; hebbe oock met gelegenheyt 
ende daer het te passé quam loffelijck van sijne daden gesproken. 
Maer als hij voorsloegh dingen voor mij onbegrijpelijck ende die ick 
oordeelde gantsch ondienstich voor de Gompie hebbe ick oock de 
couragie gehadt om de Heeren mgne Meesters daervan te waer- 
schouwen, houdende ondertusschen , gelgck ick alsnoch doe, sijn 
Ëdt voor den alderbequaemsten tot het Genrlsampt van alle de 
geene die ick in de werelt kenne. Heeft hy eenige misslagen gehadt 
met al té groote desseynen voor te nemen sulcx heeft hij met de 
grootste coninghen ende vermaertste chryghsoversten gemeen, t Zal 
hier met Godes hulpe onder sijn beleydt wel gaen; schiet hem maer 
toe bequame Raden ende verslet deselve met alsulcke commissie ende 
instructie als hun tot uytvoeringe van alsulcken hooghwichtigen ampt 
van nooden is, daeraen noch vrQ wat schijnt te ontbreken geiyck in 
mgn vorige brieven oock is aengevoert 

In Batavia den 8 february 1829. 



159 

[Hierop volgen brieven van Blocq aan Bewindhebbers van 16 Maart 
en 16 November 1629. Aan den laatsten ontleenen wij 't volgende:] 

'T waere wel te wenschen dat de verkiesinge van eenen nieuwen 
Generael wat anders gevallen waere. De Heer Jacques Specx heeft 
deur langhe experientie wel groote kennisse van saecken, maeris 
alle tijt seer dralende ende irresoluit geweest, hebbende hem meest 
met nieuwe gebouwen ende timmeragien gemoeyt, daerinne uyter 
maete veel gespendeert ende weynich nuts affgecomen is. Hoe hij 
hem nu in dese hooge bedieninge sal quyten leert den tijt. De mom- 
pelinge loopt hier dat de Heer Generael Carpentier wel mocht op 
handen wesen, ende t schynt dat cleyn ende groot, witten en swar- 
ten, naer syne comste verlangen. T valt de Gompie wel dat de Heer 
Anthony van Diemen sich heeft laten bewegen noch wat te blyven; 
vóór het overlijden van den Heer Generael Coen en was hy geensins 
daertoe te brengen. 

[Blocq was in October 1627 als commandeur eener vloot van Texel 
uitgezeild, doch door storm overvallen naar Wight toegeloopen, het- 
geen hem, zooals Bewindhebbers beweerden, stellig verboden was. 
Zy meenden dat dit ook niet uit nood was geschied // maar op een 
ander secreet particuUer desayn gefondeert v waarnaar zy wel zouden 
informeeren. Op hun last werd hy te Batavia in rechten betrokken 
«n tydeiyk geschorst in zyn ambt van Extraordinaris Raad van Indie. 
Toen hy tot een hooge boete werd veroordeeld wUde Specx een 
pleister op de wond leggen en benoemde hem tot baljuw van Batavia. 
Maar hy maakte 't zoo erg met schelden en kwaadspreken dat hy 
ook van dit ambt moest ontzet worden. In Maart 1632 keerde hy 
als passagier op de vloot van Van Diemen naar Nederland terug.] 



XL. Philips Lucasz, gouverneur van Ambon, aan 
den Gouv. Gen. Jacq. Specx, 3 februari 1630. 



Op gisteren arriveert hier wel redeloos sonder ancker ofte cabel 
ter reede, t'jacht der vryiieden, genaemt de MuS) in Mertio pas^^^ 



160 

ujt Banda naer Key ende Aron vertrocken. Rapporteerde den Schip- 
per van gemelte jacht, aen Aron op den handel van sagon wesende, 
door de overicheyt van't schip den Briel *■ verboden, in vougen ge- 
nootsaeckt wert aen d'ander eylanden haer proffijt te soncken. Alsoo 
naer Tennember hun transporterende, genooten int eerste alle goet 
tractement, doch naer verloop van eenige dagen dlnwoonders jegens 
d'onse geconspireert, voorgenomen hadden al tVolck te vermoorden 
ende t'jacht aff te loopen, gelyck t'zelve den 16en deser behendich 
int werck geleyt met ontrent 60 persoonen onder schyn van handel 
aen boord verschijnende, met knodsen begonnen toe te slaen ende 
daer op met messen te steecken, invougen twee van d'onse dootge- 
bleven, alle de resterende swaerlijck quetsten, except den persoon 
die met een halff pieck l'verdeck achter de mast inhiel. Alsoo con- 
fiiselijck van boort gedreven ende geruymt sijn d'onse voor de tweede 
aenstoot (met assistentie van een Macassars vaertuych aldaer ter 
reede wesende) beducht zijnde, soo desolaet haer touw gekerft, van 
den wal geraeckt, trachtende haren coarse op Banda te doen, verby 
gedreven, ende hier in soodanighe gestalte reede becomen hebben. 
t'Schynt, ende d'exempelen verthoonen ons dit rampsalich geslacht 
anders niet voornemen als met verraat op d'onse voordeel te winnen. 
By voorvallende occasie sullen soodanighe trouwloose schelmen niet 
dienen ongestraft te blyven, dat tot ruyne van t'gantse eylandt inet 
een geringhe macht can geexecuteert ende alle tVoIck van t'landt 

gedepossedeert worden 

Int Casteel Amboyna desen 3 februario 1630. 

[Ook voor 1630 zijn de brieven van Phil. Lncasz door Valentyn 
of zgn zegsman gebruikt. V. is wel verre van nauwkeurig , maar de 
fouten zijn niet van genoeg beteekenis om daarvoor de lang welige 
verhalen van den Ambonschen gouverneur nog eens af te drukken. 
V. zegt b. V. (II 2 bl. 81) dat de Gouverneur in 't begin van 1630 
onvoldoende hulp kreeg en laat daarop volgen : // Met dezelve zond 
de Heer Specx// enz. Daar de Acte die Specx zond van 1 Maart 
dagteekent is zy natuurlijk later gekomen en wel in 't laatst van Maart, 
met twee jachten naer de Molukken en Banda bestemd. Als V. dus 



2 Verg. hierna blz. 165. 



161 

bl. 82 voortgaat: // Ondertusschen . . . . den 17 dito// enz., moet men 
in 't oog honden dat het Januari is en niet Maart. Nadat hy ver- 
sterking bekomen had hervatte hij (1 Mei) den aanslag op Eambelo , 
doch liet zich toen, zoo als ook Y. mededeelt, door praatjes van de 
hoofden en den Ternataanschen Kimelaha van zijn voornemen af- 
brengen. Gonv. Gen. en Baden gaven hem hunne groote ontevreden- 
heid hierover te kennen.] 



XLI. Philips Lucasz, gouverneur van Ambon, aan 
den Gouv. Gen. Jacq. Specx , 6 September 1630. 

De scholen int generael staeu in een lofflijcken en florissanten 
standt, t'welck in de gemeente ende Religions-constitutie stichteiyck 
volgen sonde, ingevalle (als betaemt) de Dienaers des Woordts soo- 
danich ijverden als vuytwysende haren plicht aan Godt ende zijn 
Kercke verbonden zyn, doch het bigckt, Godt betert, meerder aen 
de wereltsche ambitie als om haer talent sorgvuldelijck te besteden, 
hangen. Den twist by haer soo gemeen ende d'overhandt heeft dat 
Godt geclaecht, de gemeente schandaele ende argemis geschiet , [en wij] 
veeltyts met auctoriteyt haere verschillen decideren ende ter neder 
leggen moeten. Anders niet arbeydende dan den anderen in verach- 
tinge te brengen, hadden etc 

Omtrent twee maenden voorleden is onse gewesen Kercke ter neder 
gestort, in vougen als nu de ordinaire predicatien in Neder landts 
binnen t'Casteel ende den Maleyschen dienst in de schole waergeno- 
men wordt, totter tijt ander gelegentheyt hebben, daermede vast 
doende sQn. D'inwoonderen solliciteerden hart men een Kerck in 
materialen van kalck ende steen begrijpen zoude, ons meermalen 
reprocherende wij alhier over 25 jaren gewoont , noyt een kerck naer 
gelegentheyt van de gemeente versocht ware, 't welck sustineerden 
voor de Mooren een schandael te wesen. Doch vermits d'Ed. H'. 
Generael Coen sulcx voor desen affgeschreven heeft, hebben t'selve 
met soeticheyt wederleyt, ende een kerck van matige proportie van 
plancken begrepen met een brandvrg dack, daer toe alle vlijtich de 
handt geboden 

Datum int Gasteel Amboina adj 6 September 1630. 

11 



162 

XLII. Hamz^, sultan van Ternate, aan de hoofden in 
de Ambonsche eilanden, 24 Angnstns 1630. 

Ohy Singagies énde Kipattis van Olilima en Olisiva weet al te 
samen dat lek desen mijnen tegenwoordigen gesant Saraffjr U niet 
toe en zende om enige myne gerechticheden ofte incommen te eyschen 
noch oock om vaartaich off volck van daar te lichten , maar alleenlyck 
om te vernemen wat off wie de oorsaacke zij van de op nieu geresene 
onlusten tasschen U ende de Hollanders; t si) datt ghylieden ofte 
mgn broeder Capiteyn Laut ofte oock de Hollanders zelven daar van 
de schuit hebben, sult promptelijcken den gemelten Saraffy te kennen 
geven als oock hoe dat ghyluyden genegen syt ofte mg alsgetronwe 
onderdanen begeert te gehoorsaemen , off dat ghij U onder de crone 
van Macassar wilt begeven. lek hebbe voor desen mijn broeder Citchil 
Aiy expres derwaerts gesonden om UEd. met de Hollanders te veree- 
nigen, dat hy oock gedaen heeft en verstaa nu ghy met den andren 
al reeds weder op nieu overhoop legt, soo dat ick door de continuele 
qnade geruchten, die jaarlicx van U hoore, niet en weet waar naar 
mij sal reguleren t' welck de oorsaacke is ik U gene van mijne ge- 
rechtigheden aff eysche. 

Ick hebbe gemelten Saraflfy geordonneert (soo hij bevindt ghijluyden 
als getrouwe onderdanen onder de croone van Tarnate wilt begeven) 
hy U mondelinge mynen last sal te kennen geven, t' welck ick oock 
begeer ghy oock promptelyck zult naarcommen sonder dat ghy luyden 
behoeft te twyffelen hy U yets buiten mijnen gegeven ordre sal be- 
lasten, in welcke gevalle ick op ül versoucke ende oock met eenen 
ecxpresselicken belaste dat ghij U met de Hollanders bevredicht en 
t'accoort tusschen mijn broeder en den Gouverneur aldaar gemaact 
in allen deelen naar compt. 

Maleye op Ternaten 24 August a. 1630. 

[Betreffende de zending van Saraffi schrijft Gijsbert van Lodensteyn^ 
gouverneur der Molukken, aan den Gouv. Generaal (24 Aug. 1630): 
jf Door den Coninck wordt met dit jacht op ons versouck gesonden een 
Tarnataan met een suyte van ontrent 20 man omopBouroofBonton 
aan lant geset te werden ende van daar sich naar Amboyna te be- 
geven , den Kimelaha Louhou met authoriteit te sty ven , des Coninex 



163 

mandaten over te leveren, ende den Macassaar ende andre van daar 
te doen vertrecken " etc. 



XLUI. Crijn van Raemburch, gonvemear van Banda, 
aan den Gouv.<6en. Jacqnes Specx , 2 Mei 1630 ^ 

Den 14 Marty zQn op den avont voor Boaton gearriveert, seyn- 
dende terstont Si*. Huift met Uë. missive ende presenten aenden Coninek 
die d' zelve zeer aengenaem waren ende Uë. hoochlick bedanckte, 
met eenen aen gemelte Sr. Huift te kennen gevende datter 400 Tar- 
natanen tot sijn hulpe gecomen waren ende [hij] Kytchyl Aly met 
si)n resterende macht metten eersten verwachtte. De Macassaren hadden 
tot noch niet voorgenomen, die hy met dit seconrs wel hoopte te 
wederstaen sonder dat hy seer om eenige van onse natie aenhield, 
hoewel de reduyt al gereet ende met nien dack hadde laeten versien.. 
Verstonden mede dat doen omtrent ses weecken geleden een jacht op 
Saleyer gebleven was, op hebbende 30 persoenen en 5 stucken ge- 
schnts, die d' inwoonders aen de Coninek van Macasser overgelevert 
hadden. In 't eerste hadde den jongen Coninek begeert dat men se 
altemael sonde dooden, maer den ouden wilde zulcx niet toestaen, 
begeerende die nae Batavia te zeynden. Wat daerop volgen zal sullen 
ÜË. metter tijt vernemen ^. Naderhant hebben in Amboyna verstaen 
t' jacht Suratte te wesen , alsoo daer noch niet verschenen was. 

De slaven van de Compie die hier noch in alles zijn, bestaen in 
702 coppen, daer onder maer 335 bequaem zijn om te arbeyden,de 
reste zijn swangere ^rrouwen, siecken, creupelen ende jonge kinderen, 
daer gansch geen dienst van getrocken wert ende alleeniyck tot laste 
van de Compie zijn. Twee hondert goede slaven waren beter als den 



1 H^ bezocht Bouton en Ambon op weg van Batavia naar Banda, waar hy 
het t^deiyke opperhoofd Arent Garden^s verving. Evert Huift, in dezen brief 
genoemd, bleef als opperkoopman op Ambon achter. 

2 De bemanning van 't jacht Suratte werd door den Deenschen „generaal" 
Roeland Crappe in Makassar vrggekocht voor 3616J realen en 9 Portugeesche 
gevangenen, en den 25 April 1G31 te Batavia aangebracht. Zie ook hierna blz. 183. 



164 

grooten hoop dieder is. Veel meerder zoader mede nytgerecht werden 
in alle wercken ende fortificatien. Tot t' plncken van de vruchten 
(soo ick verstaen) ist oock een onnut volck. Niettemin zullen haer in 
't toecomende grote gewas daer toe gebniyken insonderheyt op Pou- 
leron, daer de pereken noch meest on verdeelt zQn door dien debur- 
gerye van daer zijn getrocken. 

T' sedert d' aencomste van Den. Briel zijn hier wel 70 persoenen 
zoo Christenen als slaven na Seram geloopen, dat zeer beswaerlijck 
voorgecomen can worden en tot grote prejuditie van de burgerij is, 
waer mede oock veele grotelicx comen te verarmen dat men by wijlen 
in grote gewassen genootsaect is des Gompies slaven onder de burgerye 
te verdeelen wil men de gewassen behoorlick geint hebben, hoewel 
andere dingen daer bij verachteren 

Met gemelte Medenblicq ^ wert ons by den Hr. Gouverneur Philips 
Lucasz geadviseert hoe den 7^ April in Amboyna aengecomen is t'jacht 
de Kemphaen met d' opper coopman Tombergen, die met de Jager 
ende Kemphaen den 8n Januar: passado op de cust van Timor wel 
aengecomen was , leggende mët de Jager voor Batemean ende Kemphaen 
in Kamanasse in handelinge, alwaer den 24 daeraen in de voorz: 
haven van Batemean den Jager van twee wel gemonteerde Porta- 
giesche fregatten is besprongen ende met t ingeladen cargasoen ver- 
overt, 23 van d' onse gevangen, vijff gemassacreert, die aen lant 
waren gevlucht , de loge ende Oompis effecten geplondert , ons volck 
in de vlucht gedreven die eenich fijn als ander gout gebercht t' res- 
tant hun mede van den cleyuen coninck Amenesy gerooft ende daer 
van zeer barbarisch getracteert. Met de Kemphaen zoude niet beter 
afgelopen hebben ten ware hun de Portugiesen te vronch opdeden , 
waerbi) hun tijt gegeven wert te eschapperen. De Compis effecten 
waren aen lant ende op voorcoop van hout nytgestelt, daervand' onse 
weynich te wil weten, (sic) In alles isser vant geheele cargasoen 5000 gl. 
gesalveert. Grotelycx werter getwijffelt of dit exploit door Omey * 
niet beleyt is hoewel daer selfs niet vernomen wierde. Van Mallacca 



1 Het jacht Medemblik, van Ambon komende. 

2 Jan de Homey, bevelhebber van H fort Henricus op Solor, die in 't begin 
van 1C29 naar de Portugeezen overgeloopen was en zich uu te Makassar bevond. 



165 

waren doen al ses fusten aengecomen ende wierden noch vyf ver- 
wacht, in vougen dat den v^ant aldaer meester ter zee ende veylen 

handel becomen zal * 

Actnm desen 2n May 1630 int Gasteel Nasson in Banda. 



XLIV. Crijn van Raemburch, gouverneur van Banda, 
aan den Gouv.-6en, Jacques Specx, 10 Juni 
1630. 



't Schip Den Briel is den 23 Maye hier van d'eylanden ^ wel 
aengecomen. . . . Tgene bij hun aldaer verricht, heeft weynigh 
te beduyden; brengen alleenlijck mede 134000 st. sagu sonder dat 
meerder becomen conden, hoe wel op verscheyden plaetsen aenge- 
weest zyn. Ten is geen vaerwater om voor sulcke groote scheepen 
te gebruycken, door de weynich ende quade ancker gronden, die 
der gevonden werden. Voor cleyn vaertuych ist een ander gelegent- 
heyt , die terstont op de wal halen , als aireede voor de compste van 
den Briel verscheyden Macassaren, Cerammers en andere gedaen 
hadden die veel in getale waren om slaven ende diergeiycke te 
coopen. De Bandanesen nemender oock zeer toe soo in menichte als 
authoriteyt, synde op te vier eilanden van Gora, Oratta, Ely * 
en Kay wel ses hondert manspersoonen sterck behalven vrouwen 
ende kinderen. Si) soucken bij alle middelen de inwoonders tot t' 
Moorsdom te brengen gelljck aireede eenige van de Overicheyt ge- 
daen hebben , daerinne van de Macassaren oock seer gestijft werden. 

Door de vrye luyden, die van Kay ende Aru gecomen zyn, 
wert ons gerapporteert dat in de zelve eylanden ende dandre daer- 
omtrent gelegen veel vaertuych van de Maccassaren was tot omtrent 
50 int getal, copende daer slaven, paradijsvogels ende diergelijcke. 
D'onse hadden mede van de Macassaren verstaen hoe haren Coninck 
in presentie van de Portugijsen, Bandanesen ende zijnen adel een 



1 Namelijk de Kei- en Aroe-eilanden. 

2 Oeratoe en Eli zgn plaatsen op Groot Kei. 



166 

algemene bytsjaringe gehouden hadde, in de welcke hy hun voor- 
droech dat wel genegen was met de Hollanders in pays te treden , 
maer dat hij niet wel tevreden was zy niet wilden toestaen dat 
noten ende foiy in Banda mochte halen, stellende daeromme de ver- 
gaderinge voor of hij niet met alle zijn macht in Banda behoorde 
te vallen omme de vruchten te vernielen ende de boomen om te 
houwen; daer gemelte vergaderinge op geantwoort hadden den Co- 
ninck sulcx behoorde te doen en dat eerst Pouleron daema P : Ag 
en ten derde het groote lant van Banda souden aentasten en alles 
vernielen ende dan weder nae Ceram vertrecken, doende soo alleen- 
lick een vliegende tocht, dat de Bandanesen oock sustineerden in 
diervougen bequamelijck conde geschieden sonder datter eenige ap- 
parentie was aen onse forten yets te cunnen attenteren die zg wel 
wisten al te defensyf waren om voor haer aen te tasten. Wat daer 

af mach zijn is Godt bekent 

Actum int Gasteel Nassau desen lOn Juny a° 1630 in Banda. 



XLV. Jan Oosterwij ck, opperkoopman te Djambi, aan 
den Directeur generaal Antonie van Diemen , 15 
Maart 1630. 



Onlangs hebben seeckere tijdinghe becomen in wat manieren en 
met wat macht den Atch^nder voomam Malacca te incorporeeren , 
als meede hoe deselve teenemael affgeslagen ende zijn armade verdes- 
trueert is. Namentlijck naer dat den oppersten van den Atchijnders 
armade, Laxamana, ontrent 9 maenden [geleden] met een machtvan 
30 goraps ende 350 cleyn vaertuych, gemant met 16.000 coppen, 
sich aen 'tRoode eylandt onder de Portngeesen schut vast gemaect 
ende 100 stucken geschuts soo cleyn als groot op geworpen ende 
vier maenden langh wtgehonden hadde, met apparentie om de selve 
te incorporeeren, is ten laetsten de Yiceroy in persoone ^ met 36 



1 Dit is niet jnist. De admiraal der Portngeesche vloot, NunoAlyaresBotelho, 
was geen yicekoning. 



167 

wel gemonteerde fuysten en 3 jachten als meede die van Joor met 
2000 ende de Coninginne van Patanie met 3000 mannen tot ontset 
derselver verscheenen, met welcke macht sylnyden gelijcker handt 
den Atchynder thooft booden ende op de vlucht cregen tot in de 
rivier van Bnyjong genaempt, alwaer hem andermael sochte starck 
te maecken, dan t'eenemael moras Bijnde ende geen vasticheyt con- 
nende crygen, als meede door brack waeter honger en dorsts noot 
zyn volck affstervende, ende door de geseyde macht beset sijnde, 
heeft ten laetsten geen wtcompste siende alle sgn vaertnych in brant 
gesteecken en door 'tmoras de vlncht landewaert ingenomen, daer 
wel een dach lanck tot de midden toe doorliep eer hart lant onder 
syn voeten creech. Wel 2000 van 'tvolck bleven halff weegen steec- 
ken. Die van Jhoor en Patanie hebben datelijck haer voetstappen 
vervolcht en op 'tvaste lant geattrappeert, alwaer den geseyden 
Laxamana hem met zgn resteerende leeger van 5 a 6000 mannen 
den Coninck van Jhoor overgegeven heeft, met verseeckeringhe dat 
niet in handen van de Portugijsen sonde vervallen. Waer over eerst 
naer Jhoor vervoert wiert, welcken sij darwarts comende contrarie 
haere beloften neffens 4 èt 5 groeten den Viceroy ter hant gestelt 
hebben ende naer Goa vervoert sullen werden. Van ditto veroveringhe 
hebben de Portugijsen alle tgeschut tot 100 stuks toe neffens 2000 
Atchynders soo nu soo dan becomen. 

Vele zijn van opinie dat bijaldien den Atchijnder met 3 li 4 van 
onse jachten waeren gesecundeert geweest (om 'tontset wt Goa haer 
aencomptste en 'tsecours der Jhoristen en Pataniers te beletten) 
Mallacca sonder twijffel geincorporeert sonde hebben. 

Met deesen neerlach van den Atchynder steecken die van Jhoor 
thooft in de lucht; hebben een ambassadeur aen hun Maten alhier ^ 
gesonden om seeckere plaetse tusschen Andregiry en Jamby gelegen , 
Toncal genaempt, over langen tijt die van Jhoor met gewelt affhan- 
dich gemaect , int minnelijck over te geven , ofte dat bij weygeringe 
van dien de selve met gelijcke macht sal affloopen en soncken te 
overwinnen, waerop onse Koningen niet weetende wat antwoorden 
de geseyde ambassadeurs 2 a 3 maenden opgehouden ende noch geen 
dispescie verleent hebben. 



1 De Fanembaham en Pangeran yan Djambi. 



168 

Na Palembam hebben mede ambassade gesonden om restitutie van 
200 man door den Atcbynder voor deesen darwarts gevlucht , welcke 
zy meede bij weygeringe van dien dreygen te halen. 

Verstaen verder wt ditto ambassade harwarts gecomen, sijn Majes- 
teijt van meeninghe is Zijn Edelheyt een persoon toe te senden waer 
toe een goerap geprepareert wort, om van seeckre saecken te con- 
cludeeren. Waerop t'selve draeyt connen niet recht verstaen, dan 
presumeeren, bij aldien zijn Edelheyt hun niet wilde resisteeren, 
toch wel op Jamby mocht geworpen zijn. 



XLVI. Gouverneur-Generaal (J. Specx) en Raden van Indië 
aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie , 7 Maart 
1631. 



Bij aldien den Atchynder met een goede macht andermael voor 
Malacca conde gebracht ende met onse cruysende jachten ter zee 
neffens eenige weynige subsidjen van amonitie ofte andersints te 
lande geadsisteert werden, zoude Malacca onghetwijffelt in d'uytter- 
ste peryckel, ofte de Portugiese macht van de custe van India int 
geheel ofte alsulcken gedeelte derrewaerts getrocken werden dat in 
de quartieren yan Persia en Suratte tot naerdeel van onsen handel 
niet machtigh zouden blyven iets t'onderstaen. 

De voorighe belegeringhe * heeft den Coninck heel secreet ende 
buyten onse als der Engelschen kennisse aengevangen, welcke hem 
zonder t'ontset, naer de becomen rapporten ende opinien eenigher 
van daer overgecomen , oock apparent zulcx zoude hebben geluckt 
dat hy Malacca soude vermeestert ende in zijn gewelt becomen heb- 
ben, 't welck door d° ontseth van Goa, daer hun de secoursen van 
Pahang ende Patana bij gevoecht hadden, zoo contrarie is gesucce- 
deert dat alle zijne navale macht, geschut ende volck geheel verloo- 



1 Nameiyk het beleg van Malaka door den Saltan van Atjeh, die hier met 
„den Coninck" bedoeld wordt. Vergelijk hiervóór bl. 166! 



169 

ren ende in de Portugiesen handen gevallen zijn , van welck onge- 
val wij hem met onse ernyssende jachten (wanneer die maer wat 
versterckt waren geweest) zouden hebben connen bevr^den, zoo den 
Coninck ons zijn voornemen gecomnniceert ende des versocht hadde, 
alsoo de macht van Don Botelho maar in omtrent 36 fdsten ende 
ander royvaartuych met drye jachten bestaen heeft, daermede hij 
(zeer corts naer zijn aencomste voor Maliacca) de Atchijnse armade 
in een cleyn rivierken, ten znyden Malacc^ toebedijckt leggende, 
onversiens zulcx beset ende sich te lande datelyck zoo versterckt 
heeft dat d'Atchynders , hun perijckel te laet ontwaer wordende, 
haer leger voor Malacca confuselyck op gebroocken ende naer hnii 
gemelte beleegerde vloote gevlucht zijn, alwaer (naer eenighe ge- 
bruyckte pratijcken en tegenstandt) geen wtcomste zyende, hebben 
eyntlijcken alzulcken accoort aengegaan als Botelho belieft heeft 
hun te vergunnen ende naermaels te houden, t'welck zoo slecht ende 
desolaet geweest is dat als vooren all hun macht in der Portugie- 
sen handen gevallen, den Oversten Laximana met eenige principale 
Edelen in een van s'Conincx galeyen gevanckelyck naar Goa ge- 
voert, t'gemeene overgebleven volck meest in diversche qnartieren 
tot slaven vercocht zQn. 

Aan geschut en vaertuych is Malacca hierdoor seer versyen ende 
gesterckt, daer tegen te lande all hun thuynen ende vruchtdragende 
boomen (zoozeer als omtrent Batavia) geraseert ende vernielt zijn, 
zulcx dat se de victorie oock wel met groote schade hebben behouden. 

Naer dat wg van twee nu cortelingh overgecomen Nederlanders 
werden bericht, waren alle eetwaren in Malacca seer dier, t'Casteel 
als de stadt met weynich blancke coppen versyen en in alles soo 
confusen ordre datse opineerden geen tweede belegeringe van den 
Atchynder, als hij door ons te water gesecoadeert wiert, zouden 
connen wtstaen. 't Is buyten twijfel, als wij de zaecke met den 
Atchynder 'tsamen tot een ernstighe belegeringe aenleyden, dat Ma- 
lacca na alle apparentien niet zoude connen bestaen maer off de 
Compagnie haere jegenwoordighe constitutie tot zulcken entreprinse 
gedisponeert ende soo een lastighe naer slepende victorie oock dien* 
stich zoude zgn, staet grootelijcx te considereren. 'T ware wel een 
groote conqueste, waer door den handel der Portugiesen in China, 
Jappan ende de Philippinas oock metter ti)dt , geheel installich conde ge' 



170 

maeckt werden, doch wat baten groote conqnesten ofte incorporatien 
van plaetsen als de vrachten ende proffijten de voorvnytlopende las- 
ten niet en connen supporteren , gelijck de Compie met Malacca weder- 
varen zonde. Weshalven (boven dat het bnyten onsQ presente gelegent- 
heyt zij ten principale iets groots met den Atchynder te beginnen) 
honden wy geraetsamer de Atchijnse ende Portngiese lichamen door 
onderlingh worstelen te laten debiliteren als de macht van de Gompie 
tot iets te engageren daer geen apparente presente snbsidyen ofte 
proffytten by te verwachten staen. Eenighe Atchynders, die hare 
slavernye ontloopen zijn, hebben haer zoo hier als andere plaetsen 
in onse protectie comen begeven, die alle wel ontfangen, van noot- 
dmfticheyt onderhouden, ende eenighe naer haer landt geholpen 
zijn. 

De jachten Oostsanen ende Cleyn Heusden, haren gelimiteerden 
tijt int vaerwater van Malacca vuytgecruyst hebbende, zQn volgens 
haer ordre naar Jambi geloopen, alwaer zij den 28n Martii voor de 
revier arriveerden, varende den coopman van Oostzanen S^^ Draeck 
ende den schipper van Cleen Heusden disordentelljck, ider met zgn 
bgsonder schnyt ende volck, 't samen 28 man sterck, naer boven 
om te vernemen off aldaer iets ten dienste van de Compangie te ver- 
richten was. Ondertusschen is vooren gementionneerde Don Botelho 
den 5n april met een armade van 36 fusten en een groot deel gelias 
de gemelte jachten comen bestoocken , die onder zeyl ende haer tege- 
moet gingen; doch zijn door de stroomen tegen de droochten ge- 
raeckt, daerse van de Portugiesen so hart ende onversaecht aenge- 
vallen zijn, dat 't jacht Oostzaenen eyntlgck in brandt geraeckt ende 
van zgn kruljt gesprongen ende Cleyn Heusden, naer dat door de 
groote lecte van d'onse all verlaaten was, in handen van de Portu- 
giesen gevallen is , gelijck mede 't Engelsch jacht den Coster twelck 
de Portugiesen (naer dat daer 8 gotelingen wt hadden gelicht) heb- 
ben verbrandt. Eer 't jacht Oostzanen van zyn cruyt opsprongh, 
hadde hij twee Portugiesche fusten op zijn zQde doen zyncken ende 
door 't springen waren de Portugiesen noch aen volck als aen voer- 
tuych seer beschadight. Don Botelho begaff sich naer deze becomen 
victorye met zyn armada voorts binnen de riviere, daer alle spmy- 
ten ende aencomsten zulcx besette dat des gemelten Conincx prauw 



171 

mette voorz. brieven, daer den Schipper van Cleyn Heusden mede 
herrewaerts gesonden was , ter naeuwernoot hadde connen doorcomen, 
zijnde d'onse door Dato de Nassara voorder verwitticht dat de Por- 
tagiese armade noch tot 80 stncx soo van fasten als ander vaertuych 
waren versterckt, hnn voorts gereet maeckende om de riviere op te 
comen. Den jongen Coninck hadde d'onse int eerste zijn assistentie 
platt wtt geweygert doch naer gedaene toezegginghe dat onse schee- 
pen (volgens des Conincz wille) voortaen beneeden de logie zonden 
anckeren, heeft datelijck belooft dat d'onse tegen de Portugiesen as- 
sisteeren ende op de bequaemste plaetsen twee fortgiens doen opwer- 
pen zoude, om den vijant te statten. Nae welcke gemelte tijdingen, 
by ons in consideratie genomen zQnde, hebben zoo tot ontset ende 
maintenne van des Compe volck, middelen ende behoudenisse van 
Jambi als verseeckeringhe vant schip Walcheren ende vloote die on- 
der den commandeur Carel Lievens int vaerwater van Mallacca 
cruyste, gelijck mede om den vyandt zelver alle meugelijcke aff- 
breuck te doen, goet gevonden in haesten van hier wt te setten 
ende onder 't commandement van den Hr Pieter Vlack als Com- 
mandeur mitsgaders Francisco Pelsaert als Vice Commandeur 
naer Jambi te zenden, de scheepen Groot Mauritius, Texell, 
Amsterveen, 't jacht Manitha ende de Peerl toebehoorende S^ Adolff 
Thomassen en Oomp. , tsamen gemant met 260 coppen varent volck 
ende 150 soldaten, zynde voorts van al znlcken oorloogs als andere 
gereetschappen versien als om den vijandt binnen ofte buyten de 
riviere aen te tasten noodich geoordeelt wiert. Onse hoope en insich- 
ten waeren oft dat d'onse den vijandt in de ryviere zouden betrapt 
ende geruyneert, ofte bij vertreck voorts vervolcht hebben, tot dat 
hem omtrent Mallacca off elders hadden gevonden ende aengetast. 
De H^ Vlack is mette gemelte scheepen den lesten April van hier 

vertrocken 

Den 10 Juny volgende zQn gemelte Hr Vlack ende Sr. Pelsaert 
mette fluyt Amsterveen hier wederom wel gearriveert, wt welckers 
rapporten wij verstonden dat 't costeiijcke schip Walcheren met zgn 
ingeladen cargasoen ende volck vgff dagen voor d'aencompste onser 
scheepen voor Jambi oock door d^. Botelho's armade voor de ryviere 
aengetast, den brandt daer in gecregen ende eyntlyck door zQn 
crnyt gesprongen was , naer welc succes des vy ants armade wederom 



172 

naer Mallacca gekeert is^ hebbende te vooren met zijn armade zoo 
hooge de ryviere op geweest, dat eenige gelias ende fusten baer tot 
onder 'tgeschut van Velsen ende Broeckerhaven , die op baer voor- 
deel in de ryviere versterekt lagben, quamen vertboonen, doch zoo 
ontbaelt wierden , dat ze naer 't verlies van twee baerder vaertuygen 
ende verscheyden gedaene dreygementen aen de Coningen, de ryvier 
wederom affdreven, alwaer 'tschip Walcheren ontwaer wordende heb- 
ben 't zelve den 6 Mey des morgens vroech voor dage soo furieuse- 
lijck aen boort gedampt ende geëntert dat se naer eenige vuyren 
gevechts als vooren door den brandt meester daer van geworden 
zyn. Naer wy vnyt een overgecomen persoon van Ö9, schip, die 
naderhant vuyt Malacca ontvlucht is, bericht zijn zouden die van 
Walcheren in de straet Palimban van des vijandts armade voor Jamby 
verwitticht geweest zijn, zulcx datse baer daer over oock tzedert 
slachvaerdich gehouden hadden, maer wierden met zulcken furye 
aengetast dat de Portugiesen niet tegenstaende alle t geweer ende 
datse tot 2 maal affgeslagen waren eyntelijck den brant int achter- 
schip cregen waer door het d'onse (geen wttcompst zyende) aen de 
Portugiesen overgaven. Onder tusschen den brandt toenemende is 't 
cruy t gesprongen , waer door veele van d'onse ende bysonder van de 
Portugiesen zoo veele in de loop gebleven zijn, dat in Mallacca ge- 
secht wiert in desen tocht naer Jambi over de 400 blancke Portu- 
giesen (behalven zwarten) verlooren hadden, daeronder gemelten 
Don Botelho mede een geweest is. Den coopman de Vries ^ meteen 
schipper Cornelis Jansz. ende omtrent 30 persoonen waren gevancke- 
Igck in Malacca gebracht, diese int eerste 'tsamen in revengie van 
Botelho hadden willen dooden , gelijck naerderhant noch genoecbzaem 
door miserye geschiet is, zijnde den Coopman de Vries naer van 
d'onse in Malacca gesecht ende alhier gerapporteert wert noch even- 
wel tot weder wraecke van Don Botelho int secreet vermoort, daer 
van hun in tijden ende wijlen onse revengyen te verwachten staen. 
Door 't missen van de Walcheren heeft de Heer Vlack metten Raet 
niet connen goet vinden den vijandt te vervolghen ofte iets voirders 
te onderstaen sulcx dat bij 't schip Mauritius met 't jacht Manilla vol- 



1 Frans Adriaensen de Vries, een bekwaam opperkoopman , die sinds 1629 
op Djambi voer. 



173 

• 

gens resolutien van hier voorts naar Chiam, ende Texel met de 
Peerl tot versterckinghe van de cruyssende vloote onder den com- 
mandeur Carel Lievensz naer 'tvaerwater van Malacca gedepecheert 
hebbende in zijne gemelte fluyt Amsterveen als vooren met 162 picol , 

87 catti Andrigierise peper alhier weder gekeert 

Den onden ende jongen Coninek waren in Jamby beyden overleden 
doch de vexatiën tegen donse evenwel niet vermindert. Des jongen 
Conincx zoon becleedde bij provisie des vaders plaetse , maer onzeecker 
off hij dien staet zoude behouden. De coningen van Palimbang, 
Pahangh ende Andrigiri wierden voor eenige attentaten op Jambi 
bedenckelijck gehouden, sulcx dat te beduchten staet Jamby onder 
geen vreedige possessye zonder embrouille sal gebracht werden. 

Ed: Heeren ! Den tijt van depecheren der schepen aireede seer ver- 
loopen zijnde mitsgaders dagelljcx verwachtende retouren ende advy- 
sen van de cust van China als Jappan niet en verschgnen, ende dat 
d'Heer Generael eenige dagen aen sijn oude quale vant graveel seer 
indispoost geweest is, (hebben) goetgevonden desen t'abbrevieren ende 
door den Ed. Hr van Diemen onderwegen op de reyse te laten sup- 
pleren , daer toe s^n Ed. alle noodige pampieren ende advijsen mede 
gegheven zijnde, sullen vertrouwen etc. ^ 

Actum int Gasteel Batavia adj 7n Martij A^ 1631. 



XLYII. Antonio van Diemen, Directeur generaal, aan 
Bewindhebbers der O. I. Compagnie, 5 Juni 1631. 



Wt de bocht van Patany is den 4n Janwari 1630 gekeert den 
oppercoopman Gerrit Broeckmans met het schip Schiedam, hebbende 
aldaer zeer weynig in negotie verricht. . • 

Den coopman Broecmans claecht dat door de quade genegentheyt, 
eygenbaet ende monopolise handelingh van Orangcaye Chery Paducca , 
die Patany genoechsaera gouvemeert, de negotie aldaer soo slechten 



De volgende brief is das grootendeels eene suppletie van dezen. 



174 

succes heeft gesorteerd. Item dat Oya Berchelangh , Coninck in Lygor , 
800 haest d'aencompst van ons schip vernam onder een bedeckte ende 
vrintlycke sch^n hadde getracht de gereede peper in handen te be- 
coomen omme ons deselve naer zyn appetyt aen te smeeren, mits- 
gaders dat voor zyn aencompste aldaer wel 14 a 1500 bhaer peper 
naer Siam waren vervoert 

Naer ons den ondercooproan Gerrijt Corsen raporteert, die onge- 
veer 385 bhaer peper in Ligor bequam, stont Broeckmans wat te 
veel op zijn reputatie, willende noch connende niet toegeeven ende 
den tijt van peper coopen waernemen, zich gants onredel^ck ende 
bovenmaten hooveerdich teegen de Grooten vant landt dragende , 
waerdoor veel misnoegen ende verachteringh inden handel tot nadeel 
van de Gompie verooirsaecktt heeft. 

Ondertussen comt den Opra ofte t hooft vande Japanders in Siam 
met 200 Japoneesen ende 3 a 4000 Siammers wtt Siam ^ , destrneert 
Sangora, maecktt sich meester van Ligor ende sent den Coninck 
gevangen naer Siam, stellende voort alles daer om heer in confusie 
ende Patany in geen cleene vreese, waer door de negotie in de 
geheele bocht onder de voet geraeckt zijnde ende Broeckmans geen 
voirdel ziende, keert naer Batavia als voren geseyt, achterlatende 
de chaloupe de Nieuwicheyt door ouderdom vergaen. 

Broeckmans raet aen ende meent dat men behoort een jacht in 
Ligor over te houden omme al den peper te becoomen ende de 
vruchten van dien handel te genieten, 't Scheut dat hy en veel 
andere niet eens en considereren noch calculeeren, als de peper die 
daer geprocureert can worden met d'oncosten, maentgelden ende 
sleet vant jacht gechargeert zijnde, de Compie meer sal coomen 
te staen als in 't patria waerdich is. 



1 In een brief van den koopman Daniel van Vliet, uit Siam 17 Oct. 1631, 
wordt verhaald dat de Japanners „ per fante van een lange tongh en vnjle on- 
beradige uytstroyselen jegens sgn Mt. alhier, anno pass. door ds. mandaat meest 
al haer goederen berooft, haer woonigen verbrandt ende vechtender handt tot in 
de mont van de rivier (met haer eene jonck , d' ander niet machtich om te man- 
nen , derhalven hier gelaeten) gevlucht sijn. In de vlucht zijnde voornemens Ligoor 
aff te loopen, doch door wederstandt der inwoonderen soo stieten haer harde 
coppen, soo dat haeren cours stelden naer Camboodja, alwaert metten Coninck 
soo eens sijn als hier met sijn Mt. (tsedert overladen van Oya Japon) verscheyde 
waeren, soo dat beyde haer der compste als voor de deur staaf' etc. 



175 

Voor d'aencompste van Schiedam in Patani waren eenige Javanen 
van Cheribon ende elders aldaer gecoomen, die soo groot van des 
Matarams preparaten ende oirloge tegen Batavia opgegeven hadden, 
dat de Coninginne mondelingh teegen Broeckmans seyde, als wan- 
neer moderatie van tollen ende andersints versocht , off datt de 
Compie genootsaeckt wierd Patani onbesocht te laeten , waer connen 
de Neederlanders elders gaen als in Patani nu tegen den Mattaram 
niet bestaen connen ende wt Batavia verjaecht ende overwonnen zQn ? 
Naerderhandt ende op syn affscheyt, als verstonden Batavia in esse 
was gebleeven, wierd beeter ende vrintlQcker bejegent. 

Die van Patany hebben A^ 1629 aen die van Malacca tegen den 
Atsinder sooveel assistentie gepresteert als eenichsints hebben connen 
wtmaecken, 'twelck hnn d'een off d'ander tgt tott ruyne wel mocht 
strecken. Sgn vry wat ontreqnident geworden , opposeeren hun oock 
teegen die van Siam 

In Siam waren d'onse aengenaem geweest ende wel bejegent. 'T 
Rijcke hadde zich geset ende bleeff den Coninck seer vreet ^ regee- 
rende. Met Cambodja ende Patany was in oorlooge. Den Opra Japan, 
Coninck in Ligor was overleeden , men presumeerde vergeeven te zQn. 

Den tegenwoordigen, Oya Bergelangh, was gedestineert naer Ligor 
tot Coninck, ende alsoo met zijn vaertnych niet vertroude derwaerts 
te gaen , vreesende van die van Patany off Cambodja te water ge- 
rescontreert te worden, werd den coopman Croock wt den naem van 
den Coninck versocht het jacht Manilha tot convoy meede te senden 
dat promteiyck toestondt ende embarcqueerde zich den Berchelangh 
op Comps jacht. In zee coomende wierd sieckelgck ende keerde 
te rngge. Deese promtitnde wierd soowel genomen dat d'onse oock 
datelQck op haer versoeck een tra om rijs wtt te voeren beqnamen 
ende zeer spoedich in Siam aff geladen zijn. Den coopman Croock 
is vanden Coninck met een gouden kopken begifticht 

Op Macqnian stont het gewas zeer abondant. Den oppercoopman 

Comelis de Meyer 

twljffelt niet, soo 't nagelplacken behoorlyck voirderen ende door den 
coninck Hamsia onder d'een off d'ander pretecxtt niet wort verhindert 
teegen Meert 1631 over de 500 k 600 bhaer geleevert zullen worden. 



1 Yreedcaam. 



176 

Van Batsjan becoome niet een catty nagelen, t gebreeckt dien 
Coninek aen macht ende niet aen zijn boos gemoet om de Compie ende 
haeren staet alle moogelijcke verhinderingh te bieden. Betracht bij 
alle manieren om ons de Labouwers t'onttrecken. Heeft zeecker La- 
bouse vrouwe, zijnde christen, tot zich genoomen, refuseert die 
weederom te geeven, seggende daermeede getrout te weesen. 

De Labonwers zijn oock andermael vant fort affgeweecken ende 
int bos gevlucht geweest maer opt inroepen van den Gouverneur 
weeder gekeert, na dat een van hun princepaelste gelargeert hadde, 
die wat inconsideraet door den coopman van 't fort bij den cop 

gevat ende. in hechtenis gestelt was 

't Is seecker datt d'indiscretie ende ongereegeltheyt van d'onsen de 
Labouwers seer affkeerich maeckt. 

Batsjan cost de Gompie jaerlicx niet min als 15000 f. sonder dat 
eenighe proffijte of nagelen van daer trecken. 't Fort is beset mett 
47 persoenen. 

Wg connen niet bedencken op wat consideratie de Gompie die 
plaetse noch mayntineert; 't is zulcx datt eenige sustineeren soo die 
verlaten den Spaignaert zich daer vesten ende dies te naerder Am- 
boyna wesen zall, ende dat Batsjan de spljscamer van Ternata is; 
dan ben van opinie den Spaignaert soo veel te besetten heeft als 
machtich is. 't Is waer, Galamatte bij ons verlaten, geincorppreert 
heeft, daerteegen een ander namentlijck St Lucia b^ hem verlaten 
is. Zijn garnisoen t'extendeeren achte niet datt doen zall . . . • 

Den oppercoopman de Meyer heeft zeer goet genoegen aen de 
comportementen van de Mackjannesen ; seyt datt met hem goede 
correspondentie houden, gelyck oock doen die van Tahane ende 
Babaue, die voor dato de belhamers vant eylandt zyn geweest. Ver- 
seeckert ons dat jaer niet een nagel vant eylandt vervoert noch de 
Gompie ontvreemt is. 

Gemelte Meyer advyseert meede de Macjanneesen wegen de over- 
lasten ende quade proceduren van den Ternataensen Goninck meer 
ende meer clagen ende genochsaem te kennen geeven, als hun 
principale , die met Ali noch wt zijn , 't huys zullen zijn ge- 
Gomen, wel licht het Ternataense jock souden vanden hals werpen 
ende hun onder onse sauvegarde ende gehoorsaemheyt begeeven , dat 
den tijt leere. Dan wij zijn van opinie de Moorse secte hun zoo danich 



177 

aen den anderen verbindt , dat niet licht tot mptnre coomen snllen. 

Met Zeebnrch heeft de Generael aen den Ooninck van Temate ende 
Eitchil Ali geschreven ende hun yder een goede schenckagie ge- 
sonden, namentiyck: aen den Coninck een vergalde gelacte ledicant 
met zQn behangsel ende een damaste deecken, mitsgaders dry zilvre 
gegraveerde moorse schotels met haer decsels, t' samen weegende 
26^ marck, ende aen Ali een colder met goade passement geboort 
met een gonde kettingh weegende 9^ R. swaer. Alys schenckagie 
bleeff tot zgn compste in handen van den Gk)nvernear op Malleye 
wachten. Den Coninck is de missive ende bij gesonde schenckagie 
behandicht, die hem scheen aengenaem te weesen. In antwoorde 
schrijft dat op de recommandatie van d' H^. Generael in oirloge 
met den Spaignaert ende Tidorees was getreeden ende dat goede 
ordre opt plncken ende t' niet vervoeren der nagelen hadde gestelt, 
zoodat van zijder zijde alles voldaen was. Overzulcx zeyt dat bij al- 
dien int aenstaende niet geseconreert wordt met een goede macht 
van schepen ende voick omme een eynde van den oirloge te maecken , 
de saecke meent op zijn beloop te laaten ende de handt daer aff te 
trecken, ende dat men hem in znlcke geleegentheyt niet meer tot 
oirloge sonde aenraden noch nagelen wt Ternate ontbieden. Ende in 
recompense van ontfangen schenckagie sendt een lonry oft papegay. 

AlleenlQck salder dit bij doen ^ [dat ik] van gevoelen ben, wat 
te veel wercx van des Tamataens maximas ende menees gemaeckt 
wordt ende dat het een abuys is dat men meent Gompies tegenwoor- 
dige constitutie niet toelaet den Tarnataen tot reeden te brengen 
ende alsulcke wetten voor te schryven als den dienst van de Gompie 
in dat quertier vereyscht, mits dat van onser z^de eerst rondeiyck 
voldaen ende naer gecoomen wordt daerinne bij contract verplicht 
zQn ende d' inwoonderen vmntelyck ende well bejegent , geen ongelyck 
noch onredeiykheyt voor liggende, dat niet meer pretendeeren als 
ons competeert, 't Is seecker soo dit geschiet, van den Tarnataen ons 
wil zullen becoomen, zonder tot verwyderinge oft in openbare oirlooge 
te vervallen. 



1 Nameiyk bg de gezonden stukken betreffende de Molukken. 

12 



178 

In den nagel prys dient geen veranderingh noch verhoogingh ge- 
daen. Zoo daer aen qnamen zouden nimmermeer gedaen werck hebben. 
Overzulcx salmen all moeten ontfangen t' geene volgens contract 
leuren ende dat in India met voirdeel niet can worden gedebiteert 
zal naer Europa, gelijck UEd. ordonneeren, gesonden dienen. . • 

Wtt onse vorige advysen zullen UEd. verstaen hebben Kitchil AU 
zich in de Manipe onthielt. 'T sedert heeft voorsz. Ali in September 
daer aen volgende van daer in ambassade affgesonden aen den Coninck 
van Macassar met twee correcorren den Amba Radja Calimbatte wt 
last ende met brieven, soo zeyt, van den Tamataensen Coninck 
Hamsia. Deese ambassade is door Ali secreet ende buyten kennisse 
off communicatie van de Gouverneur in Amboyna ende Moluoqos 
onderleyt. D' oorsaecke van deese besendingh was niett recht bekent, 
Den E. Lodensteyn advyseert verstaen te hebben datt Hamsia by 
zyne missive vanden Maccassar was eyschende restitutie van zQne 
affgenoomen landen ende by weygeringh hem den oirlogh aen seyde. 
Den Gouverneur Lucasz presumeert gemelte ambassade aengeleyt is, 
om den Tamataen ende Maccassar weeder te reconcilieeren ende in 
naerder alliantie met den anderen te treeden , omme hun in t^t ende 
wgle daer van te dienen, 't Goet tractement door Kitchil Ali aen 
die van Maccassar in de quertieren van Amboyna beweesen geeven 
dien aengaende groote inditien. 

Wtt Maccassar wort ons gerapporteert Calembatte aldaer met brieven 
van den Coninck van Tamate ende Ali aengecoomen was ; dat gemelte 
brieven gants vrintlQck geschreeven waren, dat daer bg restitutie 
van eenige plaetsen, den Coninck van Tarnate affgenoomen, worde 
versocht, mitsgaders aenpresenteeringh van onderlinge vruntschap 
ende naerder verbintenisse tusschen die twee rgcken, ende dat d' ant- 
woorde noch secreet wierd gehouden. 

Voorschreven Calembatte is in Maccassar overleeden ende men ver* 
neemt niet den Coninck van Maccassar in antwoorde aen Hamsia 
off Ali gecommitteerde heeft gesonden. 

H Is buyten allen twijffel de Maccassaren ende vreemde handelaers 
omme naer de quertieren van Amboyna te varen door gemelten Ca- 
lembatte in Maccassar zeer geinduceert ende. geanimeert zijn ende 
apparent wt Alys naem vrygeleyde ende protectie toegeseyt heeft , 
want als vooren geseyt zyn eenighe van Maccassar inde Manipe 



179 

eerst bi) Alij geweest ende voorschryven van hem aen de Eypati 
van Combello etc: becoomen. Let eens , mgn Heeren , op de ongesta- 
dicheyt ende snoode practyeke van deese Mooren. A^ 1629 heeft 
Aly in de qaertieren van Amboyna de Maccassaren ende alle vreemde 
handelaers geweert, vyanteiyck aengetast ende de becoomene aende 
Compie vercocht. 't Jaer daeraen noodicht haerlieden ^, gheeft haer 
vrijgeleyde ende doet haer tegens ons protegeeren. 't Is zeecker dat 
alle de vorige schoone samblanten maer zyn geweest om ons t' abu- 
seeren ende credet te becomen omme daerna wat qnaets teegen de 
Gompies staet in Amboyna t' attenteeren ende niet, zoo voorgaven , 
de gereesene onlusten t' assopieeren 

't Gesach van Hamsia, Coninck van Tamate , seyt den Gronvemenr, 
is in de qnertieren van Amboyna van cleene estime, ende doen de 
perticaliere Kimelahas , Sengages ende Kepattis dat hun goet dunckt , 
in voege zyne gecommitteerden, per Zeebnrch op Bouro aen landt 
geset tot redres van zaecken, weynich zullen verrichten. 'T en moet 
oock in Tamate niet gesocht worden. 

Tot redres van Gompies affairen in de querti^en van Amboyna 
ende omme voor te coomen de sinisterUjcke practycken der Maccas- 
saren ende trouloose hanthavinge van de Gombelleesen ende con- 
soorten, waerdoor de Gompie meer ende meer in haere preminentie 
aldaer wort vercort, de nagelen ontvoert ende den cleethandel in- 
fiructneus gemaeckt: is goet gevonden derwaerts wt te setten onder 
't commandement van Adriaen Anthonissen , Mayoor over 't Battavias 
gamisoen , 400 cloecke ervaren soldaten , verdeelt in 5 Gompies onder 
goede officiren met 250 bootsgesellen van alle crysrustingh ende voor 
seven maenden met victualie versien, nevens 7 stucken geschut. • 

Den 9 Januario 1631, als vooren geseyt, is deese macht van 
Batavia gescheyden met last omme alle vreemdelingen met gewelt 
wt de qnertieren van Amboyna te weeren, ende te straffen de zulc- 
ken die hun zullen onderwinden de vreemdelingen te prot^eeren 
ende assisteren 



1 Die noodiging is natuurlek slechts een vermoeden yan Y. D. AU had de 
^handelaars die van Makassar naar Ceram gingen en op Maniba aankwamen , geld 
afgezet en toen laten doorgaan. Zie ook beneden. 



180 

Veel te spade is deese macht van Batavia gescheydea 't welck 
wellicht groote verachteringh mocht canseeren 

[V. D. was bevreesd dat de Makassersche handelaars die vanden 
voorgenomen tocht afwisten öf reeds met de nagelen vertrokken zou- 
den zijn, 6f zich op Ceram versterkt zonden hebben.] 

Wij meenen dat bij dnsdanige vliegende tochten y mits dat tijdeigck 
wt geset worden 7 't ware redres in Amboyna zal connen worden 
wt gevrocht, den Maccassar ende andre rebellsnchtige in thoom ende 
vreese gehouden zonder dat hij off de gevluchte Bandaneesen op 
eenighe entreprinsen sullen durven dencken ; ende connen deese ende 
diergelgcke exploicten buyten groote of geen beswaringh van de 
Comp. jaerlijcz int werck gestelt ende van Batavia na de quertieren 
van Banda, Amboyna of Moluccos, daer den dienst van de Gompie 
sonde mogen vereysen, gebruyckt worden. 

Buyten beswaringe van de Gompie, seggen wQ, ende dat ten 
reguarde in Batavia nootsaeckelyck vooreerst een garnisoen van 1000 
k 1200 coppen teegen den Mattaram moet worden gehouden , daer 
wt altyt 4, 5 è, 600 man tot gemelte exploicten gefoumeert ende van 
November tot primo Juni) gemist connen worden, in welcken tgt 
den Mattaram omtrent Batavia niet te vreesen noch te verwachten 
is. 't Vaertuych can meede sonder eenig verlet in gemelte tyt ge- 
bmycktt worden ende tljtiyck de retour weesen om na de Westcuste 
van Sumatra, Patani, Siam ende Teyouhan te varen, hebbende in 
gemelte tyt sonderlingh geen ander employ. 

En passant can met deese macht meer andre diensten bevoirdert 
worden, als namentlyck dat dezelve onder Solor ende Timor inneward 
wordt gehouden , om den Portugies aldaer affbreuck te doen , sandel- 
hout sonder geit te coopen, den handel te vryen ende onse bont- 
genooten aldaer voor oppressie te maintineeren. Int keeren naer Ba- 
tavia can de reede van Maccassar aengedaen worden ende van daer 
gelicht der Portugiesen ende andere vyanden vaertuych, f welck om 
dien tyt wt Solor ende van andere quertieren over Maccassar naar 
Malacca ende Maccau comt; ende soo lange met den Mattaram in 
oorlooge zyn zou de custe van Jaua almeede, zoo wel int gaen als 
comen, in trouble connen worden gehouden, daermeede alom groot 
ontsach souden veroorsaecken ende veel geduchte swaericheeden voor- 
coomen , als namentlyck dat den Macassar d'een off d'ander tyt zoude 



181 

voorneemen sich in de qnertieren van Amboyna te vesten, Cay ende 
Aron te tronbleren, Bouton te venneesteren oft, soo voorgeeven, de 
notenboomen in Banda te ruineeren. Want dit is seecker: den Mac- 
cassar noch eenighe andre omtrent geleegen Indischen princen teegen 
een macht van 6 k 800 blancqne coppen gecombineert met onse 
bontgenooten ende ondersaten van Amboyna niet bestaen connen. 
Ende bnyten den gemelten tyt, namentiyck in de maenden Jnly, 
Augnstns, September, October, is inde qnertieren van Amboyna ende 
Banda vermits den reegen ende contrarye monsson geen peryckel te 
verwachten. 

Alsoo den E. Philips Lncasz seer instantelijck om zQn verlossinge 
was schrgvende ende de Hr. Artns Gesels by vacatie van 't Gou- 
vernement in Amboyna tot 't selve ampt van UEd. zeer gerecomman- 
deert wordt, is gemelte Gysels tot Gouverneur in Amboyna gepro- 
moveert ende primo Maert met zyn familie per 't jacht Brouwers- 
haven om voorsz. Lucasz te vervangen derwaerts gevaren. Wy willen 
niet twiffelen zyn E. zal 't selven ten besten van de Compie ende 
t'syner eere bedienen. 

In Compie van d*Heer Gysels zyn meede na Amboyna gekeert 
d'Amboinse kinderen , Soya Kelang ende Fretis. Tack is in dienst van 
de Gompie voor adelborst in Batavia gebleeven ende den Javaen is 
op de wttreyse gestorven * 

De schole in Banda cost de Gompie jaerlicx tusschen de vy ff ende 
ses duysent gulden, behalve de gagie die de schoolmeesters zyn 
treckende. 208 kinderen der inwoonderen worden continueeiyck als ter 
schoole coomen met rijst gespyst ende 63 Bandaneese kinderen ge- 
nieten rys en cleeden. Ende alsoo geooirdeelt wort wt de dagelicxe 
ervaringh ende d'advyzen van daer becoomen, de Gompie tegen de 
sware excessive lasten nu soo veel jaren van de Bandanese schoole 
gedragen, zeer weynich oflt geen vruchten heeft te verwachten ten 
aensien van de boosaerdigheyt der jeucht ende den slappen y ver der 
ouderen , die soo haest als bemercken met hunne kinderen meer voor- 
deel int bos connen doen als de rys bedraecht die van de Compie 
genieten, de kinderen van de schoole onttrecken ende soo vergeeten 



1 Ygl. Bouwstoffen I. bl. LXI en tt. — De drie eersten werden door Gpels 
„in dienst der Comp. genomen in qnaliteit als adelborst appoincté onder tracte- 
ment van yeder 10 gl. per maendt " (Besol. Ambon , 22 Nov. 1630). 



182 

alles dat tot costen van de Compie hadden geleert. De Bandaneese 
kinderen, schoon tot goede kennisse gecoomen, ende reedelgck in de 
fondamenten der ChristelQcke religie onderweesen zgnde laeten niet 
volgens haer boose aert, soo haest tot haer jaren gecoomen zijn, bij 
de haere over te loopen ende gants quade ende moorddadighe prac- 
tycken tot naerdeel van de staet in Banda int werek te stellen. Is 
overznlcx goet gevonden d'wtdeelingh van de rgs ende cleeden die 
tot noch toe aldaer aen de schoolkinderen is wtgereykt, te cesseren 
ende Compie daer van t'ontlasten, mits dat noch eenighe school- 
meesters gecontinueert bleven omme de kinderen van vermogende 
onders onder een cleene recognitie, ende d'onvermoogende, die ge- 
sint zyn haer kinderen school te zenden, buyten laste t'onderwQsen. 
Hier bij zal de Compie in Banda niet min als 5000 galden jaerlijcx 
gesonlageert worden. 

Niet alleen in Banda maer oock in Amboyna, Batavia ende elders 
behoort de Compie buyten last der schoole gehouden te worden, mits 
dat eenige goede schoolmeesters versorgen ende vooreerst noch ga- 
geeren, nevens plaets tot de schole, ende dat d'ingesetene door gve- 
rige predicanten aengemaent ende zoo geinduceert worden dat de 
kinderen op haer eygen costen school honden 

Maccassar neemt in aenwas van volck ende negotie meer ende meer 
toe. Den proffijt geevende nagel handel doet verscheyde natiën der- 
waerts tendeeren. Den Portugies is daerin groote reputatie. Bij gein- 
tercipieerde brieven verneemt men dat schreven groote hoope hadden 
ende seer apparent was, den Coninck eerlangh een goet Roems 
Christen te werden, ende dat hem genoech tot haer devotie hadden. 
Anno 1630 heeft den Portugies vrij wat vaert op Maccassar gehadt. 
In Mey ende Juny, soo geseyt wort, lagen voor Maccassar te reede 
12 stnck vaertuych, zoo van Maccauw als Malacca, daer onder ge- 
telt wort ons jacht den Jager nevens een ander jacht dat van Mac- 
cauw na Mallacca gedestineert was geweest; de reste fiisten ende 
Timorse handelaers. Veel Atchinders, voor Malacca becoomen, heb- 
ben in dat quertier altsamen vercocht ende goede buyt gemaecktt. 

Met voorschreve Francen ^ schrgft den Coninck van Maccassar 



1 Le Coq en Chevaiicliart „die zich voor ingezetenen yan Batavia uitgeven 
als zij daar profyt in zien^* schrift Yan Diemen. Zg voeren op Makassar. 



183 

in Portngiese tale aen d'Heer Generael in Batavia, de Needer- 
landers met t'fregatt Snratte op Saleyer verongelnct, zijne gevange- 
nen ' , aen de Portngiesen op haer ernstich versoeck ende langh 
aenhonden hadden geschonken, omme de zelve teegen eenige van 
d'haren , op Batavia gevangen , te relacheren. Over znlcx , soo daer 
toe gesint s^n, mochten alsnlcke Portngiesen (daer van notitie sond) 
nevens een schip of jacht, tVelck vrggeleyde toe zeyden, na Mac- 
cassar senden, omme d'onse daer teegen te lichten. Dit brief ken was 
niet min bot als arrogant ingestelt sonder van eenige andre saecken 
mentie te maecken 

't Zal .... voor de Gompie ende repnblicke van Batavia beyden 
dienstich weesen 't overvoeren ende transport der vrglieden ende 
andere hnnne goederen en capitalen met Gompies schepen gants aff- 
geschaft ende verbooden wordt, als wanneer de bnrgerye genootsaeckt 
zal worden zelver teqnipeeren , daer bij leeven ende neeringhe onder 
den anderen veroirsaecken znllen, ende die gewoon zijn te varen 
Knllen henr becommen; arbeyts Inyden znllen daerby verbeetert wor- 
den, daer nn ter contrarye alles van de Gompie gaet ende maer 
eenighe weynighe hij verryckt worden, die als de sacken gevnlt 
hebben na 'tvaderlandt tendeeren. Om dan de saecke ten besten van 
de Gompie ende Batavias progres te voirderen ende te handthaven 
dienen DEd. te versorgen luyden mett middelen na India coomen 
ende datt 5 a 6 ofte meer flnyten ten overvloede wt Neederlandt 
worden gesonden om de bnrgerye daermeede voor haer geit t'acco- 
modeeren , alsoo de timmeragie of bonwingh van schepen als noch in 
India te costeiyck valt ende met joncqnen connen d'onse hnn qna- 
lyck behelpen. 

Op Ghoromandel mach en can de bnrgerye onder behoorlQcke ge- 
limiteerde conditien bnyten eenighe prejnditie van de Gompie te han- 
delen geadmitteert worden, als 't selve met haer eygen vaertnych 
beamen cnnnen. In Pegn, Bengale, Arackan, de bocht van Patani, 
Cambodja, Siam tot Gontchinchina, in Solor, Maccassar,Borneoende 
elders zQn voor hnn goede proffijten te bevaren als maer de saecke 
by haer gemeent ende alles met goede ordre aengeleyt wordt. Ende 
't is zeecker, als d'accomodatie van de Gompie cesseeren, gelijck het 



1 Zie Merroor bl. 163. 



184 

wel eens tijt wordt, zullen haest andre ende beqname middelen bij 
de hand nemen om haer te snstenteeren ende hnn capitaelen te ver- 
grooten. Voirder ouverture, als namentiyck in de quertieren van 
Saratte, Mocha ende Persia, mitsgaders China en Japan meene niet 
goet zal weesen ende dient den handel van quertieren in zQn geheel 
voor de Compie als noch geconserveert te bleven. 

't Presente vaertuyeh van de burgerij is gants weynich ende meest 
aff, bestaende int naer volgende te weeten 

De Peerle ) toebehoorende S^ Adolff Thomasz en Gomp. 

De Cleene Peerle ) Waren naer Bomeo vertrocken. 
De Bloempott ) cleen slecht vaertuyeh, naer Balamboan om rijs 
De Goutsbloem ^ gevaren. 

Den Harinck . • . was gants aff, zou van Balamboan naer Amboyna 

met rgs varen. 

In Banda heeft de burger^ geen vaertuyeh ende in Amboyna geen 
ander dan een schaloup ende een jonquen off twee 

De soldaten, met d'Heer Gijsels vloote gecoomen, zijn meest 
wttheemse natiën, oock veel Paepse Waellen, die in de MoUucqos 
ontrent den Spaignaert in gamisoen niet moogen vertrout worden. 
Zoo 't moogelijck is diene UEds niet als volck van onsen lande 
te senden, of de Compie sall bet noch eens beclagen. 't Varent 
volck is meede zeer slecht, ende al te veel jongens, dat groote 
inconvenienten baert alser rescontre van vgant voor valt, geiyck A^dO 
is gebleecken. ÜEd gelieve doch mannen naer India te senden ende 
laet het wat meer costen , 't sall de Compie wel in coomen. Jongens 
moogen wel gesonden worden maer zoo niet dat mannen wt de 
plaets houden 

Int schip Deventer deesen 5 Juny 1631 seylende bij westen de 
Vleysch Bay omtrent Cabo d'Aguilles, ter hoochte van 35 graden 
20 mten zuyder breete. 

UEd: dienaer 
Antonio van Diembn. 



185 

XLVIII. Artus GijselS; gouverneur van Ambon aan den 

Gouv. Gen. Jacq. Specx, 23 Mei 1631. 

• 

Den 24en ditto [Maart] sijn wij Godt lofP voort Gasteel Amboina 
wel ter reede gecomen; met lieff verstaen 't goet succes wegens 
t'exploict tegens de Maccassaer(sche) ende andere vreemde hande- 
laers ^ in voegen dat 21 stucx joncken van haer sijn vermeestert, 
waer van 4 aent fort gebracht; de rest verbrandt ende eenige aen 
de wal gejaeght. Het voorder bericht sal UEd. van de heer Gouver- 
neur * ende Commandeur connen verstaen 

Alsoo ons dagelicx advQsen van de coopluyden soo op Louw als 
Lissidi sgn geworden dat sich wederom eenige joncquen vertoonden 
ende algereets seecker getal op Kelangh bij den anderen waeren, 
als oock op Erangh, is goet gevonden andermael onse macht derre- 
waerts te seynden ondert beleyt van d'Heer Commandeur Adriaen 
Antonisz, die Godt loff alles gelnckelgck verricht heeft in voegen 
dat naer haer rapport 22 stucx foncquen verbrandt hebben , in welck 
exploict maer 3 man gequetst sijn. In summa t'schijnt alsof t van dit 
jaer joncquen geregent heeft. Het is te gelooven dat de vreemdelin- 
gen haer van dit jaar meester vant velt hebben gemeent te maec- 
ken ende ons alle de nagelen te ontvoeren , die ick gelooff dat bij 
ontrent 300 baer in handen hebban. Sullen se haer beletten te ver- 
voeren soo 't eenichsins mogelick is. 

Myn Heer, t'sal noodich wesen dat in toecomende hierinne wordt 
versien, jae ist mogelijck hoe eer hoe liever, daer toe mijns oordeels, 



1 Namelgk door het eskader onder Adriaen Antheunisz, den 9 Januari uit 
Batavia vertrokken. [Zie hiervoor bl. 179]. Enkele jonken werden op Kelang en 
Boeroe vermeesterd, maar de voornaamste slag werd geslagen aan de oostzgde 
van Manipa by de negorij Noeri [Norilila op het kaartje van Bnmphins b^ Ya- 
lentyn?] in de bocht van Hari, waar de „vreemde handelaars" zich verschanst 
hadden. De schans werd genomen , de „ logie " die zich daarin bevond , vol r^st 
en kleeden, en 13 jonken verbrand. Het volk weerde zich dapper maar moest 
voor de overmacht w^ken en verschool zich toen iu de negory , die op een steilte 
gelegen was waar slechts een smal voetpad heen leidde, zoodat men geen kans 
zag hen daaruit te verdreven. Ook op den lateren tocht naar Erang en Eelang 
werden wel jonken en ander vaartuig vernield , maar de lieden zei ven kreeg men 
niet in handen. (Joumael van den tocht van 9 Jan. tot 8 Juni 1631). 

2. Philips Lucasz , die met Antheunisz naar Batavia terugkeerde. 



186 

onder correctie van een beter ^ geen ander middel is (om ons te ont- 
lasten van den overvloet der nagelen ende den overlast der tronwe- 
looze Mooren) salt vooral noodich wesen dat UEd. ordre geeft dat 
wy hare nageleboomen myneren ende in den grondt verdelgen, alsoo 
Hittoe ende de plaetse onder t Gasteel sorterende den eysch van de 
Heeren Meesters genoech connen voldoen. Sallen anders genootsaekt 
worden eer weynich jaeren den brandt in de nagelen te steecken. 
Derhalve donckt mij goet dat wij dese gerechtige saeke waememen 
ende eenmaal voorcomen dat die niet meer in handen van vreemde- 
lingen vallen. Wij en hebben den Coninck van Tematen in geenen 
deele te ontsien alsoo wij exempels genoech hebben dat sijne Kime- 
lahaes hem noch niemandt en achten ende wel stontelgck wtseggen 
dat haere nagelen willen vercoopen aen wien dat willen. Dit seght 
Naningh (sic) hem belast is aen ons te segghen. Oversulcx best ende 
noodich is dat UEd. ons corte ende goede resolutie toesendt om ons 
daer naer te rechten. 

Wat belanght Capitain Hittoe ende den sijnen daer van worden 
ons goede rapporten gedaen 

Hier rontsomme in alle dorpen neempt de school seer toe ende 
sgn de kinder al t'samen seer wel gestileert ende in alle de gebeden 
geoeffent daer de schoolmeesteren d'eere van hebben ende niet de 
predicanten die in sommige plaetsen in geen twee jaer de visite 
gedaen hebben ende oversnlcx veel hondert kinder gedoopt moeten 
worden, daervoor metten eersten sorghe gedragen sal werden, be- 
neffens t'gene ten dienste van de kercke meer vereyscht wordt. 
Versoecken ons metten eersten qoantiteyt goede ende slechte boecken 
mogen gesonden werden, het voorder bericht sal UEd. vanD^'Danc- 
kaert connen verstaen 

Op heden den 23 May heeft ons d'Heer Gouverneur Philips 
Lucasz z^n gouvernement geresigneert ende is sijn E. van meeninge 
van den nacht met Brouwershaven te vertrecken 

Actum Amboina adij 23 May a<> 1631. Onder stondt: UEd. ge- 
trouwe dienaer A. Gijsels. 

[Ik voeg hierbij een fragment uit den brief van den fiskaal Joan 
Ottens aan Specx van 22 Mei.] 



187 

Tegens onser ende veler opinie ist dat d' E. Gompie voor vruchten 
haerder gans swaere lasten inde qnartieren Amboina (door Gk)de8 
miltheyt) desen verloopen monsson ongemeen besegent ende verryckt 
sQ , in voegen een retour wel ruym van 1300 baeren giroffel nagelen 
per de schepen Brouwershaven, Medemblick, de Brack ende t'jacht 
Contchin costi UEd. toegesonden werdt, dat consequent een beter 
genoegen aen d'Heeren Meesters ende geen minder solaes opereren sal. 

Behalven dese rgcke quantiteyt vruchten soude de Compie (naer 
alle apparentiën) ingevalle het noodige secours van Batavia niet soo 
langh door obstaculen getardeert maer tydel^cker toegecomen ende 
verschenen waer, door behulp der comptanten ende courante cleeden 
een ruym gedeelte meerder in handen becomen hebben, die nu met 
d'overcompste der vreemdelingen off aen haer gelevert ofte tot beter 
gelegentheyt frauduleusel^ck achter gehouden werden. Tot weeringe 
desselffs is vele jaeren herwaerts groote ende verscheyde macht 
(hoewel met weinich voordeel) niet sonder excessive oosten van tyt 
tot tgt geemployeert soo tot den oorloogh der inwoonders als tot 
gestadich crnyssen der cleyne jachten op de vreemdelingen selffs, 
welcke soo cleynen voordeel t'onser sQde baert ofte voortbrenght dat 
de Comp jaerlijcx meer ende meer van haer toe behoorende vruchten 
niet alleeniyck geirnstreert maer een merkelyck deel aen de buyrige 
Rycken in Europa behandicht ende de Comp. eenelijck met de 
sware lasten belemmert blijven. 

Onses oordeels is noyt tot dien eynde practicabelder middel dan 
dese onderleyt, welcke onweerspreeckelijck ende sonder twljffel 't 
gemeene maxima in deser manieren can obtineren, namentl^ck dat 
soo wanneer onder een paisibelen standt der inwoonders alle jaeren 
sonder versuym van Batavia een macht van 6,5 ja alwaert maer 
400 geverseerde soldaten voor de maenden December, Januari), 
Februarg tot de maent Juni) in cluys neffens een dienstich cargasoen 
van comptanten, goede sorteringe cleeden ende abundante ri)s Am- 
boina connen toegesonden werden, men alsdan genoechsaem op alle 
stranden de vreemdelingen sonder pergckel aendoen, vaertuych en 
goederen verbrandt ende deselve all omme (soo als dit jaer) mat- 
terende, binnen t'eerste, tweede off derde jaer hare lusten van her- 
waerts te navigeren door 't evident peri)ckel wel benomen, de 
proffijteiycke couragieuse hope haerder participanten ofte uytreeders 



188 

voorseecker eyndelijck gedoocht (sic), d'inwoonders van behoeften 
versorght, met vele cleynicheden geaccommodeert ende daer naer 
den gantflchen nagelhandel sonder oorloge in onse comptoiren sonde 
geleydet wesen i. 

Wel is waer dat 't sedert de regeringe van d'Heer Gouverneur 
Philips Lucasz de saeeke naer dusdanigh hervat, met veel practyc- 
quen soo aen Qnitchil Alij , verscheyde Singadis als met de hooflFden 
der Moorsche inwoonderen selffs, tot onderhoudt van vrede ende 
procure der meeste vruchten gedirigeert sg, sulcx dat in absentie 
van vreemdelingen al dien gantschen hoop ougeruste Mooren met 
ongelijck meerder redelijckheyt de vruchten hebben connen afitrecken. 

Daer ter contrarie de groote destructie . in de maenden April, May 
ende Junij a^ 25 met behulp der Nassause Vlote sonderlingh geen 
affbreuck maer een groote verbitteringh op ons, aengenaemheyt tot 
de vreemdelingen ende een ongeloofflijck nadeel aen de Compie ge- 
daen is. Maer de rechte middel dat wy segghen ('t aentasten der 
vreemdelingen vaertuych ende goederen onder vaste vrede der in- 
woonderen , met accommodatie tot den handel haer jaerlicx te versien, 
de stercke senuwe te wesen) heeft ons off int eene, off int ander, 
off in allen, den meesten tijt ontbroken, in voegen dat tot meer- 
malen door gebreck van macht, vrede, tydich cargasoen ende andere 
behoeften schadelijcke accoorden (deses betreffende) hebben moeten 
aengaen ende met leedwesen inwilligen. 

Wij bekennen gaern (gelijck wel eenige sustineren) dat door een 
royale macht aen de custe Cheram t' employeren, al het gewas, ja 
de nagel ende alle vruchtboomen selffs metter tyt souden connen 
geruineert ende uytgeroeijt werden: wanneer men naer verrichter 
saeeke noch der inwoonders vrede, noch den oorlogh op de vreem- 
delingen, noch de sorge van haer behoeften niet van nooden sonde 
hebben, maer off die costelijcke macht geen oorlogh op ons eygen 
bodem veroorsaecken , d' inwoonders tot nova aenplantingh verwecken 



1 Dit was ook de meening van Philips Lucasz blgkens zgn brief aan Bewind- 
hebbers nit Gamron, 29 Februari 1632. Ik moet er echter bgvoegen dat Ottens 
(misschien door Gijsels overreed), bl^kens een „Discours" in Sept. 1632 door 
hem aan Specx gezonden , meer tot het radicale middel van uitroeiing der nagel- 
boomen op Ceram overhelde. 



189 



ende omme met de vreemdelingen (die doch van een ende deselve 
ketterye sijn) te trafficqneren, haer selven tot nagelen te verroeren 
niet animeren sonde, can bij UEd. ryp oordeel licht affgemeten 
werden. 



XLIX. Ggsbert van Lodensteyn, gonvernenr der 
Molnkken, aan den Gk)av. Gen. Jacq. Specx, 7 
April 1631. 



In goeden vreede ende eenicheyt Bijn wg metten Tarnataen seedert 
het vertreck van [het schip] Zeebnrch geweest, waer van eensdeels 
d*oorsaecke is den geduyrigen oorloge ende t'gebreck van vivres. 
. • • •• ••.•••..••••^•.•••* 

Des anderen daechs ^ verschijnt bij ons den Hoccnm Oelebale, 
vergeselschapt mette Sengagies van ToUucco en Himetan, de Cime- 
lahas Marsaoly ende Tommagolo met de Onoffamaniera Bennno , sQnde 
meest deselve die Hamsia tot de croone hebben gevordert ende haet 
jegens d'onse alle tijt de hertste parthie hebben bethoont, wanneer 
int lange volgens haere maniere verhaelden des Conincx quaet goa- 
vemo ende den apparenten vall van hunnen staet, mitsgaders hoe 
sg Inyden hun met eede aen den anderen vercnocht hadden ende 
wel wisten die van de vaste cust als Loloda , Gammacanorre , Sabouwa, 
Gillola ende van gelijcken die van het eylandt Macqaian hun van 
den Coninck afsonderden ende op sQn ontbieden niet meer begeeren 
herwaerts te commen, off ten waere sij door ons soo wel als den 
Coninck ontbooden wierden, als wanneer snlcx tot gemeenen beste 
vant Rijck sonde strecken. Hadden derhalven gesamentlgck met de 
resterende Tarnataense raet beslooten van na voortaen niet weder by 



1 Be Sultan had Makian bezocht en yan den Gonvernear vergunning ont- 
vangen om eenige Makiansclie prauwen, die hem begeleid hadden, te mogen 
gebruiken om hout te halen van Halmahera, tot opbouw zgner woning. Op bevel 
van ,) eenige van de Tarnataense overicheyt" waren echter deze prauwen bg 
nacht vertrokken. 



190 

hem te verschenen off sQn gebodt naer te comen ; dat sij derhalven 
bedncht waeren hij haerluyden om dier oorsaecke sonde mogen moles- 
teeren, waeromme goet gevonden hadden haer by ons te vervoegen, 
ons advQs diesaengaende te verstaen ende geprotegeert te worden. 
Wg gaven antwoort sy haer. volcommentlyck op ons mochten ver- 
trouwen ende dat wij geneegen waeren haer jegens des Conincx 
qnaede proceduiren te beschermen; dat derhalven de conclusie haer- 
der bootschap zonden verhaelen. 

Wanneer sy ronduyt seyden van meninge waeren een ander Coninek 
in Hamsias plaetse te stellen ende soo haer voor't selve volbrengen 
de minste overlast geschiedde, de wapenen jegens hem in de handt 
te nemen; dat de overicheden van Macqian van dit oock kennisse 
hadden , die binnen weynich dagen met eenige corcorren naer Sabonwa 
soaden vaeren, om aldaer wegens deese saecken met de principaele 
overicheyt van de vaste custe te spreecken • . • . • 

Wij namen voor haer soo stille voor een tyt met de gedane belofte 
te voeden, d'een noch d'ander sgde te kiesen, om ons naermaelssoo 
te voegen dat ons doen tot des E. Comp. voordeel sonde mogen 
strecken. Dat sy een van Modafars kinderen voor Coninek begeerden 
was ons gantsch niet aengenaem, alhoewel wy stil sweegen, want 
alsdan niemant gesach over deesen godtloosen hoop en sonde hebben ^ 
een yder Coninek op sich selffs s^nde, gelijck ten tijde van den 
erancksinnigen Modafar genonch tot des E. Comp. schade gebleecken 
is 

Twee dagen naer deese leste boven comste, sijnde een vrydach, 
verstonden den Coninek de saecke ontdeckt was , alsoo sonder coninck- 
lycke teeckenen in haer moskee was gecomen ende syn gewoone- 
lycke plaets hadde geabandoneert, alhoe wel hem de Moorse priesters 
daer toe seer nodichden ; ende naer gedaene godtsdienst , den Coninek 
vertrocken synde, comt den oppersten paep ende eenige anderen by 
een van de geconfedereerden , alsdoen noch in den tempel sgnde, 
waer jegens den een , sijnde een Marinje , seyde hoe dat op gisteren 
van den Coninek geroepen wiert, die hem te kennen gaff hoe dat de 
Overicheyt metten anderen geresol veert hadden hem aff te stellen, 
ende dat sijlnyden diesaengaende met d'Overicheyt van de vaste 
custe ende Macqian oock versproocken waeren ; dat de corcorreft hier 
vooren vermaent door haer toedoen stilswygens vertrocken waren; in 



191 

somma all 't gant onder haer was gepasseert; daer bijvougende sQ 
hadden hem Coninck gemaeckt, conden hem de croone wederomme 
benemen; versocht alleenl^ck sy hem 't leven wilden laeten ende 
gebrnycken als andere gemeene Citchils. Soude t'haren dienst alle 
tyt bereyt staen 

Des anderen daechs becomen tljdinge van Sr. de Meyer, wien alle 
tvoorenverhaelde hadde aengeschreven , hoe dat de Macqianneesen 
onder den anderen (naer diverse pitsjaringe op de comste van de 
gevlnchte prauwen gehouden) hadden beslooten haer met dit stnck 
niet te moeyen, seggende de Soasgves hadden hem sonder haer 
Coninck gemaeckt, mochten hem nu weder alQfsetten off dootslaen, 
naer sg 't souden goet vinden ; begeerden oock geen prauwen naer de 
overcuste te senden. 

Hieruyt can UËd. bespeuren wat trouwe in deese canaglie is. De 
Macqianneesen, gelQck als voor deesen geseyt is, sijn meest alle tyt 
de grootste roepers geweest, ende nu syiuyden de Tamataenen aen 
den dans hebben geholpen weeten nieuwers van; willen haer met 
geene dingen bemoeyen ' 

[Zoo als Lodensteyn verwacht had ontstaat oneenigheid onder de 
verbondenen. Hg raadt Hamza aan geen //straffe procedureu'/ te 
gebruiken.] ' 

Des anderen daechs de Overicheyt generalick bij hem ontbooden 
synde, crygen vreese doordien hy alle syn soldaten, 'twelck synde 
Colano Gnoffagnaris, in waepenen hadde doen comen. Hy liet ons 
weten , hy van meeninge was de geconfedereerde wyder wt te hooren 
omme den principaelen autheur desselfis te weten ende datter wel 
eenige haer ampten mochten verliesen; dan dat de saeck anders geen 
last lyden soude; dat ons op morgen alle 't gepasseerde soude ver- 
wittigen. De geconfedereerden senden aen ons om raet. Wy raeden 
haer tot stillicheyt. In somma verschynen alle by hem, doen haer 
beelach, hoe dat in haere laetste vergaderinge den Coninck haere 
faulten hadde vergeven, ende tot meerder bewys van gehoorsaem- 
heyt hadden nu mede in de vergaderinge gebracht de resterende 
Overicheyt lest absent synde, ende soo 'tsyne Mat gelieffde wilden 
op nieuws wederomme soubatten ende getrouwicheyt sweeren. Hy 
antwoordde haèr, syiuyden al te samen in de samensweeringe jegens 
hem door den Hoccum Oelebalo, den Sengagie Limetaou ende Chi- 



192 

melaha Castelle als principaele roervincken verleyt waeren, die hij 
niet van meeninge en was langer in haere ampten en qoaliteyten te 
laten continueeren. 

De andere Overicheyt, s^nde meest van de geconfedereerde , siende 
den Coninek het alleene op dese drie gemunt hadde, vielen gemeen- 
stemmich toe, invoegen de andere drie by haere mede comploteurs 
verwesen ende datelgck van hunne ampten berooft wierden. 

Wt deese geheele actie, die een commedie gelijck is, can UEd. dit 
volcx aert , genegentheyt ende trouwe bemercken ende hoe schelmach- 
tich sy malcanderen bedroogen hebben. &elove dat de rechters, die 
d'anderé hebben veroordeelt, diegene sijn die daer de verweesene 
meest toe hebben aengeport, want sQ anders van haer selven t ver- 
standt niet en hadden ^ 

Hamsia heeft sich vrij wat naerder aen ons soo 't schijnt sedert 
gebonden , onsen raet meer gevolcht ende onse woorden meer gelooft. 

Dat wy hem tot soete proceduiren aenraeden was om een achter- 
deure open te houden , omme off hij t' avondt ofte morgen sich wederj 
omme te veel mUchts wilde toeeygenen wij alle tijt eenige pQlen tot 
onse boogen mochten gereet hebben , want alhoewel eenige van haeren 
staet berooft sgn, blQven evenwel Soasives, t' welck haer van ge- 
slachts wegen toecomt ende soo t' schijnt üiet en can benomen worden. 

Sedert hebben Hamsia diverse malen boven gehadt, principalijck op 
de compste van den Sengagie van Gammacanorre, die ons seer toe- 
gedaen ende een erffvyant der Spangiaerden ende Tydoreesen is, 
waeromme van Hamsia meest altyt gevreest is ende principaiyck in 
dese verhaelde t' samensweeringe. Sijn macht is wel de grootste van 
alle de Sengagies, vermogende 10000 man optebrengen, ende voert 
op de vaste custe jegens den Tydorees geduirigen oorloch. . . • 

Op Tijdoor heeft de Overicheyt ende gemeente jegens den Coninek 
meede een tijt over hoop geleeghen; ende dat meest omdat de Ove- 
richeyt den oorloogh jegens den Tarnataen wilde staecken, als wel 
voor desen geschiet was. Den Coninek weygerde herwaerts om vreede 
aen te soucken, seggende wel verseeckert was sulcx niet obtineeren 
sonde, soodat aldaer mede eenige syn gedeporteert 

Malleyen op Tematen Adj 7en April Anno 1631. 



1 Van den Hoekom zegt Lodesteyn dat h^ «meer dan geck is". 



193 

L. Hamza, saltan vanTernate, aan den Goaverneur- 
Generaal Jacq. Specx, 10 Augnstos 1631. 

UEd. versoeckt dat ik den oorloge jegens de vyanden sonde voeren 
en versorgen dat de nagelvmchten aen de E. Comp. gelevert wierden. 
'T selve doe iek naer wtterste vermogen, weshalven wederom aen 
ÜEd. versoeeke mij met geschnt, mnsqnetten, roers, crnyt, loot, 
coegels, hamassen als andere wapenen en ammnnitiën die in den 
oorlogh van noode sijn te versien en daer neffens een goede macht 
van schepen herwaerts te senden om, daer ick deselve van doen 
hebbe, naer m^n eygen goetduncken totte gemeene welvaert te mogen 
gebrnycken. Ende soo UEd. mgn versoeck niet naerencompt,gel]]ck 
alreets gesien hebbe daer voor desen weynich ofte niet op volghde, 
sal den oorlogh staecken. Ick hebbe int voorgaende monsson snlcx 
oock aen ÜEd. versocht maer hebbe noch 't een noch 't ander, jae 
niet een brieff tot antwoordt van UEd. becomen, als alleen door 
mondelinge aensegginge van d' Heer Gouvernenr Lodenstegn, die 
my geiyck als voor desen den aengevangen oorlogh te onderbonden 
en 't plncken der nagelen recommandere , waer van ick noyt in ge- 
breecke gebleven ben. Soo ick int aenstaende monsson niets en ver- 
neme vant gene ick jegenwoordich versoeeke soo protestere ick van 
minder sQde voldaen te hebben en begeere oock niet men mi) in 
toecomende beschnldige dat ick de oorsaecke sonde wesen den oorlogh 
gestaect werd want sonder wapenen en can ick niet oorlogen en hebbe 
UEd. sulcx al tweemael vertoont sonder datter yets op volght. Ick 
hebbe. aen den Gonverneur alhier versocht hij my mette geëyste wa- 
penen te vercoopen sonde willen gerieven, dan slaet snlcx aff en seght 
daertoe eerst ordre van UEd^ moeste hebben. Dat ick de boven ge- 
mentioneerde wapenen eysche en is niet dat ick se te schenck begeere , 
maer wil deselve volcomen betaelen , sal oock met die niet proncken 
maer jegens den algemeynen vijandt gebrnycken* Soo ÜEd« geleek 
ick verhope resolveert my mette bovengeschreven geëyste wapenen 
te versien gelieft vryelyck voor de waerdye van 100 k 200 baeren 
nagelen te senden ; sal deselve danckelyck betalen. Ende oft geviele 
dat UEd. daer jegenwoordich niet versien waert gelieft aen den Gon- 
vernenr in dese qnartieren te ordonneren hy ons eenige stncken tot 
corcorren, cmyt en hamassen vercoopt, in welcken gevalle wy aen 

19 



194 

UEd. yersoecken dat ons een Igste by ÜEd. selffs onderteeckent gelieft 
toe te senden, waer in verhaelt staet tot wat pryse wy yeder sorte- 
ringe snllen betalen, op dat bg vertreck van den jegenwoordigen 
Oonvernenr mette navolgers daerover niet en behoeven te disputeren. 

't Is d' oprechte vninden maniere hunne meeninge recht wt sonder 
omwegen malcanderen te openbaren ^ waeromme ick sulcx oock vol- 
gende, UEd. mijn hart volcomen opene opdat soo de saecken hier 
naermaels qualyck qnamen te gaen ick onschnldich mach gehouden 
werden. Geldt, goudt, silver ende coopmanschappen werden byüEd. 
Gomp. soo wel als bij andere natiën vercocht, soo dat ickseggenwil 
ingevalle ick om eenige derselver de E. Gomp® verbQ ginge en mg 
bg vreemde vervoeghde, sonde men met goet recht mij connen be- 
claegen ^, doordien sulcx bg de Gomp. genoechsaemtebecomenwas, 
maer soo de wapenen die ick jegenwoordich aen de Gomp. te coop 
versoecke mij geweygert werden, sal (sonder dat mij daerover met 
recht yets can te laste geleyt werden) deselve bg andere natiën als 
Maleyers, Javanen, Macassaren ofte Spaignaerden, daer sulcx dan 
te crggen is, laten coopen, die welcke geleek UEd. genoechsaem 
bekent onse v^anden sgn, die 't buscruyt tot een heel civielen prijs 
te weten 12 R<^^ van S^^ voor een Giamse pot vercoopen, welk aen- 
roere opdat UEd. int maecken van den prQs daerop gelieven soude 
te dencken. 

De scheepsmacht die ick versoecke en behoeft niet seer groot te 
sgn. 't Is genoech als deselve maer in 4 a 5 ofte ten minsten 2 a 3 
schepen bestaet , mids dat deselve om hier te gebruycken een geheel 
jaer overbigven en niet geigck ordinaris geschiet gaen en keeren. 
Ende soo UEd. sulcx naercompt sgn de gantsche Moluccos tot UEd. 
devotie en verdoen. Doch mgn versoeck affslaende sal oock van alle 
't gunt UEd mg soudet mogen recommanderen de handt afftrecken. 
Hiermede wil UEd. den Almogenden bevolen laten. 

Malleyen op Tomaten lOn Augusty a^ 1631. 

[Op dezen brief antwoordde de Oouvemeur-Oeneraal Specx (7 Mrt. 
1632) in hoofdzaak: dat hg niet meer hulp naar de Molukken kan 
zenden omdat hg al zgn macht gebruiken moet tegen de „rebellige 



1 Dat is aanklagen. 



195 

Hakassaren én Z. Maj. tronwelooze onderdanen in de kwartieren van 
Ambon". De Oonvemenr van Lodensteyn zal hem wapenen en am- 
munitie verstrekken voor zoo ver hg die missen kan. Voorts verwacht 
hg nit Nederland een goeden voorraad ammunitie en zal dan aan 
Z. Maj. opgeven tot welken prys hy die kan ontvangen. 

Vóór de Spimjaarden Temate innamen en de Hollanders bg ons 
kwamen, herneemt hierop Hamza (5 Augastus 1632) vreesden al mijne 
onderdanen ons als God zelven, maar sinds ons de macht ontnomen 
is hebben zij de ooren gestopt. Zend dus uw macht niet naar Ambon , 
maar naar de Molukken, om de Spanjaarden te verdrgven, dan kan 
ik mijn gezag ook in de kwartieren van Ambon laten gelden engQ 
zult zien dat de Compagnie er voordeel by heeft. 

Als wy de Makassaren bestryden, antwoordt hierop de Gouv.-Gen. 
Hendrik Brouwer (1 Nov. 1632), bestryden wy ook uwe vyanden, 
die met de Spanjaarden en Tidoreezen heulen. De Spanjaarden in 
korten tyd nit de Molnkken te krygen, daarin vinden wy „groote 
difficulteit". De oorlog, dien wy met hen in Nederland voeren , heeft 
ook al zestig jaar geduurd! „Hoe lang heeft Uwe Maj. al oorlog 
tegen den Tidorees gevoerd, en echter blyven de ryken nog machtig 
tegen elkander''. 



LI. Artus Gysels, gouverneur van Ambon, aan 
den Gouv.-Gen. Jacq. Specx, 23 Mei 1632. 



Volgens expres bevel ende last van Syn Ëd. hebben wy ons op 
10 November aP 1631 met de corcorre van 't Gasteel op de roy 
begeven om de rebellen van Tobo ende Warnamma soo 't mooge- 
lyck waer te straffen ende op dat ons deseyn niet ondeckt sou 
worden, gelieten ons voor Capt. Hittoe al off wy 't op Iha gemunt 
hadden, die om haer van onse komst te waerschuwen terstondt 
eenige booden darwarts sondt, ende wert by Capt. Hittoe groote 
misnoegen betoont dat soo by de neus geleyt was. In somma, na 
dat wy ons op Honomoa wat gerust hadden ^ hebben onse coar$ t' 



196 

see gesteld en de Cast van Zeram ontrent Tammelanw ende Haya 
aengedaen, welcke onderdaenen sich seer over de Hittesen beclagen. 
Sostineerden dat sij Casteels onderdaenen ende Olisivas waeren ende 
de Hittees onlanckx geleeden, die Olisivas van Hattemette op de 
naem vanden Gk>nvemenr soo leelgck ende schandelgck bedroogen 
hadde, ja dat haer Kacqny Aly de naem van Olysivas hadde doen 
affsweeren ende de naem van Olilima doen aenneemen, dat nimmer 
meer gedoocht most worden; dienvolgende ootmoedelgck versochten 
dat mj die van Tobo ende Wamamma hierover wilden straffen, 
alsoo die Hittees sonder baer doen nimmer meester van de gemelte 
negry Ribot Hattemette sonde sgn geworden. Alsoo dit versonckmet 
onse meeninge gantsch overeen quam, ende ons oock gelieten als off 
om haer te mainteneeren daer gecoomen waeren, hebben haer belast 
haere correcorren aff te setten, dat sij op Tommelonw ende Haya 
met groote naersticheyt int werck gesteld hebben , jae tot Mahoellos 
(sic) inclns, ende wordt datelijck door 't hooft van HaQa aen sgnen 
broeder den Orangquay van Hattihanw gesonden om van daer ende 
nyt de bocht de correcorren in aller ijl aff te presten , ende dat hy 
met soo veel boeren als gevoeghlyck b^ malcandren brengen konden 
sich in aller haest op Tobo sou laten vinden ende alle de gevluchten 
ende verloopenen van Ribot Hattemette voor hem met sou brengen. 
Voorder sgn wij van daer met 14 a 15 stux soo groote als cleene 
correcorren van Haya naer Tobo gesteken ende op 21 dito des 
morgens voor daech gestrandt met onse ende des Mardickers 
Oranghbay. De resteerenden sgn, alsoo noch achter waren, oock 
voor den daegh gecoomen ende datelijck alle passagien ende 
wegen beset, op dat niemandt van boven vluchten soude. Den 
23 d^ quamen de boeren tot 1180 persoenen int getalle met een 
bloetvlagh, vergesellschapt met den Oranghquay van Hattisouw 
(een ondt grgs knecht). Deese luyden scheenen seer verbiyt te 
weesen, namentlijck als wij haer seyden dat wQ meede Olisivas 
waeren. Sy vraechden off de Prins van HoUandt oock Olisivas was 
ende off verckensvlees at, daer op wy antwoorden jae, waer in sQ 
haer scheenen seer te verbidden ende meenden, nu mochte haer 
niemandt deeren ende nu mostender al de Olilimas die geen vare- 
kens vlees aeten onderdeur, ende soo wij haer over de Tobesen 
wilden helpen wreecken wegens het ongeiyck dat sy die van Ribot 



197 

Hattemette gedaen hadden, souden niet van daer gaen voor en al 
eer dat sg al in haeren handen sonden wesen ende speek gegeten 
hadden. Opt de comste der boeren vast den darden daeh dat wij 
daer geweest hadden, waren besich om onse correcorren op te 
haelen, daer geen raedt toe geweten sonden hebben door dehoochte 
van de strangh ende gallicheyt vant sandt. Sy op 't strangh koo- 
mende en dit siende, werpende schildt,swaert,pgienbooch vanhaer 
ende vielen met soo een fnrie aen de eorcorren sonder dat wg haer 
snlex belasten, dat alle de eorcorren metter haest opgehaelt waeren; 
voor welcken dienst ick geen twee hondert reallen genomen sonw 
hebben, alsoo dien aengaende niet anders geschapen was off sonde 
eenighe correcorren yerlooren hebben , alsoo eenighe aireede schaedeloos 
waeren niettegenstaende dat onder 't selve getael veel correcorren 
waeren die haeren eersten tocht deeden. 

Den 30 December hebben die van Tobo haer onder de gehoor- 
saemheyt van haere Ho:Mog., Syne Princel. Ext ende de E. Heeren 
Bewinthebberen begeven volgens den inhoudt der contracte bg ons 
ende haer gemaeckt ^ Alle onse onderdaenen, vernamenlijck de 
boeren hadden 't gaeren anders gesien, alsoo al 't saemen van 
meeninge waeren haer te verdueren, daer toe ick meen haer minder 
tyt gebrack als ons, ende alsoo 't mousson begon te verloopen ende 
tusschen Tobo ende onse eylanden niet meer als twee reen zijn om 
met eorcorren te anckeren hebbe dit alsoo oorborst voor de Compe. 
geacht. Voor ons vertreck hebben alle onse presente onderdaenen 
eene mattekanw ofte eedt op de Amboyneesche wgse met malcan- 
deren laten drincken, ende naer dat sy ons belooft hebben in alles 
de behulpsame handt tegens alle onse vganden, namentiyck de 
Olilimas op de cust Seram, Uliasser ende Oma, soo hebben sy haer 
oock verbonden haer van deselve te suy veren, ende alsoo eyntiyck, 
naer dat het scheemael gegeten hadden, haer affscheyt genoomen 
ende te rugge gekeert. Ende syn ondertusschen , off daechs voor 
deesen, dat wy met die van Tobo in accordt waeren, door andre 
400 boeren, die oock naer ons toe quamen, twee cleene negris van 
Tobo int gebercht leggende in de brandt gesteecken. Sulcx Monsr. 



1 Bg Yalentgn n 2, bl. 87. 



198 

Hnlft ^ booven in de negrye in ostagie sQnde gesien heefl. Yóor 
een derselve negrijs was daeghs te vooren de helft van onse gant- 
8che macht afifgeslaegen, met verlies van veel geqnetsten ende twee 
dooden, soo dat wQ presumeeren dat sQ door vreese gevlucht sgn, 
ende deese krawaetten mette resterende roof door gegaen. 

Tot verseeckeringe van de Tobesen haer wel doen ende goede 
gehoorsaemheyt sgn ons in ostagie gelanght den soon van Radja 
Maninero ende een vande principaelste Oranghquays. De gevangens 
van Kibot Hattemette hebben sy belooft, naer dat haer getracteert 
hadden ende wQ vertrocken waeren, wederomme in de negrg Hatte- 
mette souden brengen ende d'andre resteerenden op Warnamma 
wederom souden procureeren. Het gevolch leert den tgt. 

Door ongelegentheyt des tijts, alsoo nu algereets een maent uyt 
geweest waeren hebben wy volgens sijn Ëd. ordre Warnamma niet 
connen aendoen, maer t'selve tot naerder gelegentheyt laeten be- 
rusten. Hare negrye is gantsch hooch ende vast op eenen hoogen 
berch geleegen. Evenwel meen ick datter raet toe sal weesen. De 
negrg Tobo is uyter nature starck en onwinbaer om daerop met 
gewelt iets te attenteeren y sulcx wg tVeemael met stormen onder- 
vonden hebben. Voorder raport sal d'Hr Vlack sijn Ed. daer van 
connen doen alsoo ick verstaen dat d'Heer Vlack tot Bijn ongeluck 
daer sgnen eersten intre heeft gedaen; doch hebbe naer dat geac* 
cordeert waeren bevonden dat ons ongelijck vordelyck was soo een 
accort aen te gaen dan langer met het hooft tegen de muer te 
loopen, te meer alsoo sij haer weederom door eenen harden viamen- 
ten reegen voor langen tijt met water versien hadden ende haer 
volgens de Amboyneese wijse met haere provisie langen tgt souden 

connen behelpen . . « . 

[Door toedoen van Eimelaha Loehoe worden de vluchtelingen van 
Sirisori en Toehaha (op Saparoea) te Ihamahoe tot den Islam ge- 
bracht *]. 

Den Quimelaha verschoont sijn doen met ongelijck dat hij segt dat 
hem geschiet is met het veroveren van Tobo. Hi) heeft sich, soo 



1 De opperkoopman Evert Huift. 

2 Zie uitvoerig: Yalentjjn II 2 bl. 88. 



j 



199 

m^ bericht is van een Hittees, laeten ontvallen: den Gk)averneur 
kan niet bestaen tegen Iha, daerom sal ick de üleassers opt hertste 
aentasten, ende soo hg haer niet en secondeert salt haer verdrieten 
ende sij (om van de Hollandsche tyrannie ontslagen te weesen) haer 
lichtelijck om werpen , ende als de Hollanders haer qnyt sijn sal 
Oma oock wel volgen. Met die van Nosselauw weeten wg raet ende 
daermede snllen die van Seram oock affvallen ende Bij van haer 
boeren verstc^ecken weesen. Soo dat hy gemeent heeft eenen hoop 
verscheyde vliegen met een lap (sic) te slaen, ende meede ald'ander 
Moorenslacht, die niet vorder als haer neus sien. Alle dese hier 
vooren genomineerde onverdraechelycke reedenen hebben den raedt 
gemoveert eenstemmich te resolveren dat men die van Iha soodanige 
afbrenck sonde doen in alle haer naegel, clappis, sagonw, vrucht- 
boomen ende vaertuych als tijt ende gelegentheyt sonde toelaeten. 
Tot welcken eynde ons met alle de scheepen ende jachten (nytge- 
sondert Contchin dat tot de besettinge voor Loehoe geordineert was) 
darwart getransporteert, daer bg gevoecht 13 stnx correcorren van't 
Casteel, een van Oma, twee van Nosselouw, een van Quelpaponta, 
neffens eenige Oranghbays van de omliggende plaetsen. 

Den 13 April sQn wg voor Iha met de gantsche macht gearriveert 
ende op 14 ditto gelandt met 9 Oompn yder van 75 blancke coppen , 
item 10 Amboynesche Compn onder haer vaendel naer dat elcx heb- 
ben connen uytmaecken. Soo wg onder de negrije waeren is Capt. 
Westerman met de gantsche macht van de üleassers by ons gecomen 
ende hebben ons in twee qnartieren gedeelt, op welcken tyt meest 
alle haer correcorren, oranghbays ende pranwen om stucken syn ge- 
smeeteu ende een Macassarse jonck vant strandt gehaelt die maer Ö 
a 6 daeghen was gearriveert. Soo ons van de Oranghqays van 
Qnelpapouty verhaelt wert was hg van Koack gecomen, daer hij van 
Zalana ende Sillemoa, Oranghqnays van Mackariece ende Ammahe 
al gewaerschont was wie dat onse vrienden ofte vijanden waeren. 
Die van Quelpaponte bewesen haer groote vriendschap ende belofte 
van naegelen op hoop van de joncq ende den rys te becoomen, 
maer gaeven tot antwoort dat haer moesten presten alsoo advQs- 
brieffen vanden Goninck van Macasser aen den Quimelaha hadden. 
Dese Oranghqnay is swaeger van Paty Naey ende ons seer gnnstich; 
syn negerg leyt op de poort van de boeren. Dat dit vaertuych des 



200 

konincx van Macasser sQ waer niet vreemi want ick noyt pertinenter 
vaertuych gesien hebbe. Soo sulcx is waer wel niet vreemt, dat int 
aenstaende monsson quantiteyt Macassaeren quamen/te meer alsoo 
naer alle apparentie een goet gewas sal wesen. Op den 29 April 
quam Paty Naey met 300 boeren, namentlyck beyde soonen van 
Radja Sanlou, haer excuseerende dat niet starcker qaamen, was 
door oorsaeck dat haer meeste volck met Radja Sammit waeren ver- 
troeken ende ontrent Lisebatte een negrye belegert hadden als oock 
dat sy eenich volck naar Caybobo hadden gesonden om haer te 
wreeken over de nederlage ende doot van een sljner neven; dat men 
hem op een ander mael een maent te vooren moest laeten weetenals 
men hem begeerde, om syn volck rontsom op te soecken, alsoo altijt 
op hasaert nyt sijn ende nimmermeer thuys. Paty Naey hadt eenen 
Oranghqnay van Samiet den Radja Samiet naer Lisbatte gesonden, 
welck persoon 16 daegen int gaen ende comen uyt geweest was, die 
ons rapporteerde dat Radja Samiet ons deede groeten ende liet weeten 
dat hy voor soodanighe plaets lach als Iha ende hem schande son 
weesen daer van af te trecken alsoo sij liem hadde laeten weeten dat 
haeren dreck (met reverentie gesprocken) son eeten, gelyck hg haer 
soa doen , ende omdat wg niet en sonden dencken , dat hij ons affge- 
vallen was soo sont ons 11 van syne beste soldaeten, ende soo wij 
Iha nu niet vermeesterden dat hijt met ons op een andermael sou 
helpen hervatten, maer datt men hem tijdelgck moeste waerschouwen 
om sich daer naer te rechten. 

Ëijnteigck naer dat wij voor gemelte Iha soo veel hebben verrecht 
als den tijt heeft; willen toelaeten ende al het qnaet gedaen dat in 
ons vermogen was, hebben geresolveert op 5 May wederom opte- 

breecken. 

De boeren ^ presenteeren haeren dienst goetwillich. Sij seydendat 
haer schande son weesen soo sonder hoofden weerom quamen. Ënde 
alsoo wij dese soldaeten sonder geldt ofte rantsoen connen houwen, 
hebben wijt haer niet affgeslaegen; mogen sien dat haer ider hooft 
met een ouwe parangh betaelen; t'en is noyt gesien dat 300 boeren 
op een eylandt gesmetten syn. Dien volgende die van Iha hiermet 
meer benart sijn dan off wg duysent Neerlanders opt landt gelaeten 



1 De Alfoeren van Ceram die te Iha gekomen waren. 



201 

hadden. Sg sullen haer tnynen niet konnen gebrnyeken; t'is al 
opgehetten (sic) ende afgehouwen wat rontsom die negrye staet. lek 
geloof als de Inyden beneeden comen, dat bij malcanderen sullen gaen 
sitten weenen, want soedaene jammer geloof ick is in Amboyna niet 
gesien. Dit Iha is den lusthofT geweest van gantsch Amboyna ende 
't vermaeckelgckste landt dat gevonden eau worden. Het is soo gelad- 
deert met bossen, valayen dat het een lust om sien is 

Komende ter materie van SQn Ed. voorslach oft niet mogelijck sou 
wesen de Christenen ^ aen t'Casteel te trecken ende de eylanden 
desert gemaeckt, veel eer souden ons aff vallen als tot sulcx gehoor- 
samen. T'waer oock sonde ende jammer dat sulcx geschiedde ende 
alle die op Amboyna woonen, miserabel, alsoo dese eylanden ons aller 
spQscamer is 

Naer dat wij algereets met onse Amboynesche macht van 't Gasteel 
waeren vertrocken ende de scheepen ontrent Iha op haer versamelplaets 
waeren bequamen wij schrgvens per Texel uyt de Molouques met 
eenen seeckeren brieff van den coninck van Tomaten, waarin hg 
den Quimelaha Loehoe mandeert sgn genomen stuck ^ ende naegelen 
van ons niet te mogen voorderen ende wart hem mede bevolen geeue 
vreemdelingen, namentlyck Macassaeren, op haere stranden teadmit- 
teren op hooghe straffe; item dat SQne Ht. ons toestaet een steenen 
huys ofte logis tot verseekeringe van onse coopmanschappen '. Den 
oppercoopman Sr. Ottens wiert datelyck met den correcorre naer 
Louhoe gesonden om deselve brieff naer haere wQse over te leveren, 
doch den Quimelaha was niet te vindend ich gisse omdat hg sach 
dat wij na Iha gingen niet .voorden daech wilde coomen. Soo dat 
Sr. Ottens sonder antwoordt op den brieff te hebben weerom quaem , 
dan naer datum verstaen dat den Coninck geen steenen huys wil 
inwilligen, waer uyt genouchsaem te besluyten is, dat sQ noch 
naer Coninck noch naer niemandt niet en vraegen, en soo maer 
eenich voordeel sien ons weerom achter de banck sullen setten. 
Ondertusschen dat wg van Iha geweest s^n, heeft den Quimelaha 
sich seer onhebbeigck aengesteldt in voeghe als voorighe. jaer 



1 Van de Uliassers namelgk. 

2 Een stok geschat dat in der tyd door de Hollanders was medegenomen. 

3 Te Loehoe namelijk. 



202 

geschiet is. Die van Louhoe hebben onse logie eenige Dachten 
helpen bewaeren, doch eyndelgk d'onse aengeraeden al het goet int 
jacht Contchin te inbarckeren, ende met hetselve van daer te gaen, 
alsoo door den Qnimelaha soo wel op 't jacht als de logie ietwes 
voorgenomen hadde. 'T schijnt de vrees heeft den ondercoopman 
ende officieren van't schip doen vertrecken ende wat des Qnimelahas 

voornemen geweest is weten wij niet ^ 

De Papoeë'n hebben op ons nytweesen niet weynich de beest 

gespeelt [Een hunner correcorren werd door 

kapitein Westerman voor Mamala veroverd). 

Een ander correcor van de Papoën is d'onse ontrent het eylandt 
Oaybobo gemoet ende met deselve slaechs geweest, die oock bij 
naer inde koers was gevloogen , doch met verlies van 8 a 10 
dooden den dans ontsprongen ; dus doende sullen sij omt' acherst (sic) 
beginnen te dencken. 6 a 7 der gemelten correcorren hebben 3 a 4 
daeghen vóór ons t'huys weesen ontrent den houck van Alangh 
geweest maar voorder niet. Dese roevers hebben onder haer eenige 
correcorren van Tidoor ende desselffs Conincx onderdaenen. lek 
geloof dat de Qnimelaha syn personagie met haer soo veel speelt 
als hem mogelgck is, alsoo wij dickmaels bevinden dat sgne onder- 
daenen, namentlgck die van Bono, Assahoudy ende Lisbatta met 
haer vermengt ende haere gidies sijn. 

't Schynt dat den Coninck van Tomaten ommers soo trouwloos is 
als sijne onderdaenen. 'T voorleeden jaer hadden wij in't langhe 
aen Bx. Gouverneur Lodensteyn geadviseert t'geene in dese quar- 
tieren was gepasseert ende ons misnoegen wegens des Conincx 
bevelhebbers int breedegeremonstreert, namentlijck eenige ongeregelt- 
heden door Saraffi gepleecht. Soo wij verstaen heeft hem in plaets 
van daerover te straffen met het Sengagieschap van Gnofficqua 
versien, soo dat hij voor qualijck doen goede belooninge ontfanght. 
Waer uyt anders niet te beslnyten is oft dese gasten haer doen 
moet den wil van haer meesters wesen 

Actum Amboyna int Gasteel adij 23 Mey a^ 1632. 



1 Kimelaha Loehoe liet zich kort daarop door Leliatta bg den Qouvemenr 
verontsclinldigexi — hQ wordt door Gjjsels oen nar genoemd — en het kantoor 
te Loehoe werd hersteld. 



503 



LIL Artns Ggsels, gonvemenr van Ambon, aan den 
Gouv.-Gen. Jacq. Specx, 10 September 1632. 

Onder en tussen waeren den 4 deser [Juni] bericht van een 
Amboynees genaamt Abraham Boette woonachtig in Banda, die met 
licentie van den Heer Gk)avernenr Raembnrch met eenige Noussa- 
lanwers in onse eylanden waeren koomen handelen ende haer volgens 
hun versouck geconsenteert darwaerts te mogen keeren ; gemelte par- 
soonen sgn door contrary wint ende stroom op de cust Swam 
verdreven ende hare champan op een reciff ontrent Seram Laut in 
stncken gestooten; over snlx haeren toevlucht naer een Olisives 
negerij EefSingh genaempt begaven, daer wel onthaelt ende ge- 
tracteert werden. Welcke parsonen verclaeren dat met die van 
Keffingh tot verscheyde maelen op het eyland Seram Laut geweest 
sijn, alwaer gesien hebben 28 stux vremt vaertuych namentl^ck 
8 Malleyen, 6 Macassaers ende de rest Javaenen van Bantam , 
Japara ende Boecqnitt. De Javaenen, alsoo verstonden dat geen 
naegel moussoen en was, wilden meest al weerom keeren, maer de 
reste waeren vast geresolveert haer avontuer op Loehoe, Cambello 
ende Lissidy te soucken. Hier van well verseeckert sgnde, als oock 
dat daer mede gekoomen waeren twee champans, een van Combello 
ende een van Mamaio, die haer naer alle apparenti gewaerschowt 
sullen hebben vant apparente vroeghe ende goede moesson, hebben 
derhalven geresolveert het gemelte jacht voor eenen tgd hier te 
houwen op [omdat] off t' volck oft selve schip vannoode mochte 
hebben 

Hier op is gevolcht den 16 Juny ses derselver joncquen op 
Kelangh ende Assahoudi syn gearriveert, dewelcke met de gemelte 
champan van Cambello achter Seram om sgn geloopen ende haer in 
de revier van Assahoudy ende ontrent Hattaboetti verstarckt, de- 
selve rontsomme met eenen pallesaen pagger beset, de revier gestopt 
ende haer inderhaest soo veel verseeckert alst mogelyck was . • . 

Den 21 Jung arriveert hier aen 't Gasteel eenen Radia Sammet, 
den rechten Ooninck van Sanmiet^ een plaetse gelegen op het 
eylandt Oma, wesende denselven die ongevaer dry maenden geleden 
aen t' Gasteel geweest is, ende versocht met sQne negr|}e Wacka- 



204 

hela op Oma mocht komen vronen, op vrelcken tyt hg ons ver- 
haelde dat s^n vader van de Portugeesen op Seram aen de Alifoeresen 
was gesonden ten tgde als d'Hittesen vant lant Amboyna op Seram 
waeren verdreven, om haer van dien kant door gemelte boeren den 
oorloch aen te doen, ende is eyntlick gemelte Radja Sammet door 
de Mooren van Asmen ^ ende Locki fhooft afgeslaegen ende desen 
sijn soon met een dochter der principaelste Oranghqnays van eenen 
Radja Sesonlon, hooft over 31 Oüsivas negeries getronwt, waer bij 
geprokreëert een soon ende dochter, ende alsoo hy volgens de 
natner van aller menschen naer sijn vaderlandt haeckt heeft hy 
tVoorgaende versouck by ons geobtineert ende hem plaets aenge- 
wesen waer met syn volck opt strandt sou koomen om als dan met 
correcorren gehaelt ende op Oma gebracht te worden, synde hem 
al vooren affgevraecht off gemelte syne negery niet onder t' gebiet 
van den Quimelaha en stondt, daer op geantwoort heeft neen, ende 
nimmer meer gedoocht moest worden, doch dat door de veerheyt 
vant Fort ende de Olisivas daer onder sorteerende, met den Qnime- 
laha in vreede waeren, die haer oock alle middel afsneden om met 
de Neerlanders ende Olisivas te verkeeren. Niettegenstaende dit 
voorgaende versonck verclaert Radja Sammet met noch drie ander 
Oranghqnays Alfoeresen expres affgevaerdicht te wesen van haer 
hooft den Coninck van Lesonlou als oock wt den naem van alle de 
Oranghqnays van 31 negries die ons hare alliantie, onderdaenicheyt 
ende dienst jegens de Mooren presenteren, als wesende haere ende 
onse doodtvyanden, namentiyck de Olilima's, daerby voegende dat 
sy 31 negeries starck waeren ende 3480 weerbaer man konden wt- 
maecken, waer met sy presenteren die van Loehoe, den Qnimelaha, 
Oambello, Lissidy ende Erangh den oorloch aen te doen ende met 
den Coninck van Sammet ende Saulanw sampt alle de Olisivas te 
willen leven ende starven, ende nimmer sou bevonden worden dat 
sy ons sullen ontvallen, alsoo sy doch niettegenstaende het contract 
met Quimelaha gemaeckt haer dagelicx soo veel affbreuck doen als 
haer mogeiyck is ende haer wijs maecken dat sulcx van Saulaus 
volck geschiet, soo dat myn onder correctie dunkt dat van dese 
ende andere boeren groote dienst te trecken is. 



1 Denkel^k ia Anin bedoeld. Zie Yalentgn II 2. bl. 45. 



205 



Bacya Sanlanw heeft op sijn vertrec wt de üliassers verclaert 
dat 11350 weerbaer man kan by malcander brengen; dienvolgende 
ernstelgck versoebt dat die van Iba met het drooghe monsson weder- 
om aengetast moehten worden ende dat geen Alfoeresen als alleen 
hij mocht geroepen worden , maer dat men hem tydelick moest 
waerschonwen. Int raseeren der boomen sou ons dit volck groeten 
dienst konnen doen 

De Tamatenen, namentlijck Quimelaha, heeft in dese saeck hier 
boven gemelt ^ mede sgn personagie gespeelt, want onlancx naer 
haer groote feest heeft hij de dochter van Capt. Hittoe getroawt 
ende op Hittoe koomen haelen op welcken tyt Qnimelaha Leliatte 
op Capha ^ is aengepangayt ende van daer naer Loehoe overge- 
steecken. Als Capt. Hittoe gevraecht werd wat de Tamaetanen 
daer gingen maecken ontkende hg't wel expresselick dat sij daer- 
waerts waeren. Hoedaenigen contract alle de Mooren eenige maenden 
geleden met malcander gemaeckt hebben ende hoe sij aen den anderen 
verplicht sQn is een Qder niet meer dan tewel bekent, want sQ sien 
dat het haer gelden wil ende dat het ons nn voortaen niet alleen 
te doen en is om de naegelen maer ook de religie, ende soo wi) 
een weynich jaerlicx continneeren willen een groote menichte boeren 
tot onse devotie krijgen sullen, die mQns oordeels wel 1000 tegens 
hondert sijn, die &ij weten dat met het humeur ende gevoelen van 
de Christenen in veel dinghen overeen komen. Eerstelgck seggen 
sij dat een man niet meer dan één vrouw moet hebben snlcx van 
ouwen haerkoomen een gebrnyck onder haer is geweest ende ter 
contrarie met de dqot sonder genade gestraft moet worden; bovens 
dat soodaenige spQs mogen eten als de Nederlanders doen, waer 
nyt sy een besluyt maecken dat ook Christenen sgn, ende bovens 
dat Olisivas, soo dat in desen geene veranderingh te maecken sg. 
Veel vrouwen te hebben seggen Bij eenen grouwel te syn ende on- 
natuerli)ck. Sy seggen een vrouw eer veel mans van noode, maer 
recht contrarij het doen van de Mooren 



1 Die Tan liamalo en omliggende dorpen op Hitoe hadden geweigerd aan 
Qysels eenige Fapoes uit te leyeren van het door de Hollanders yeroverd yaar- 
tttig. (Zie Meryoor bl. 202). 

2 Kapaha b^ Mamalo. Ygl. Yalentjjn , n 1 , bl. 103. 



206 

[Hierop volgt een verward verslag van onderhandelingen door 
Gijsels met die van Loehoe e. s. gevoerd over het weren der vreem- 
delingen, waarvan het einde was dat zg hem zeiden meer heloofd te 
hehhen dan zg konden volvoeren, en geen last hadden van den 
Koning (nl. den Sultan van Ternate) om de vreemdelingen te 
weren]. Soo dat klaerl^ck te bespeuren is dat nu voortaen anders 
geen middel te geforaycken sy dan de wterste remedie, die niet 
anders en is dan de nagelen ofte haere boomen selver aen te tasten. 
Dienvolgende sou ick sustineren contrarie 't gevoelen van velen, 
dat dit redres niet gevonden sal worden uyt kruysen van jachten off 
verbranden van joncquen, sulcx ons d' experientie genoech geleert 
heeft. Soo lange sij 't met de inwoonders eens sijn salt haer nimmer- 
meer aen vaertuych gebreecken, dat sy oock soo versteecken kon- 
nen dat wijt quaiyck vinden sullen. Haer mancqueert tegens dat 
gaen sullen geen middel om vaertuych van Bonoa, Lisbatta ende 
Hattewe te haellen, sulcx altyd myn advies geweest is ende noch 
is. Dienvolgende ons quantiteyt soldaten gebreeken ende maer soo 
veel cleene jachten als tot vervoeren derselver van noode is. 

Dese boven gemelte raporten • . . den 8 Augusto becomende, 
hebben wy den raet daeteiyck beroepen, ende geresolveert soo ras 
mogeiyck onse macht aff te setten .... om de vremdelingen 
met deselve te gaen besoucken 

Doort ongestadich weer, daer door verscheyde oorrecorren niet 
affgeseth syn konnen worden, hebben wy de macht ofte onsehongie 
bestaende in 27 stux vaertuych, namentlyck 17 correcorren van 3 
ende 5 nagies, 8 orangbays ende 2 tinganghs, versien met onge- 
vaer 300 blancke koppen op den 20 Augusti voor Oerien by mal* 
cander versamelt, op ditto 'smorgens van daer overgesteecken ende 
den 21 d"* geluckelick by de scheepen gekoomen, de jachten Coutchin 
ende boeyer Banda belast van de cust Ceram naer de plaetse daer 
wy meenen de joncquen te wesen doen loopen, sulcx aen Amboyna 
ende Mocha oock gelast is, die w^ met de correcorren door t gat 
van Eelangh deden boechsaeren, (doch hebben haer door harden 
wint ende tegenstroom niet heel buyten gaets connen brengen, nochte 
oock mette correcorren konnen koomcD daer wy meenen de joncquen 
te vinden waeren. Over sulcx om tyt te winnen genootsaeckt , alsoo 
voor dat mael door continuellen regen ende harden windt niet 



207 

geraeden was ietwes te attenteren , gijn wij den 23 ditto met alle de 
Gorrecorren naer Assahondi gepan^eyt , alwaer bevonden wert dat de 
inwoonders de negrij verlaeten hadden ende de vremdelingen op 
varsser daet t' sij dan te waeter off te lande gevlucht waeren , in 
vonge dat by verscheyde van onse Amboynesen redelicke bnyt ge- 
maeckt is. Eenighe sacken naegelen werden door deselve becoomen 
doch weynich; in somma t' is snlcx datt d' gantsche negrg daer 
haer de vremdelingen oock onthouden hebben geplundert is ende 
e^en grooten hoop boeken tot verversinge bequaemen. Denselffden 
avonts hebben wij alle de oranghbays om den hoeck naer Lisbatta 
gesonden om de krecken te besetten ende ons geen vaertuych sou 
ontslippen. Des smorgens daeraen sgn twee joncquen gevonden alsoo 
een premie van 25 R. op deselve gestelt was. De menichte der 
gaeten ende kreucken sQn soo veel dat het vinden desselfs ons well 
licht ontstaen sou hebben. Alsoo t waeter den heelen dach leech 
was is den brandt in deselve gestecken, het eene wesende een 
Halaysche Oorab met eenen spiegel ende pen, d'welcke voor ons 
vertreck tot asse verbrandt syn. Des selffden avonts syn oock alle 
de vremdelinge hutten rontom Assahoudi in brandt gesteecken ende 
naer dat een weynich gerust hadden van daer vertrocken ende s'mor- 
gens metten daegh het gat ofte straet van Eelangh gepasseert, de 
jachten Mocha ende Amboyna bij Goutchin ende boeyer geanckert 
ende met d' gantsche macht van correcorren int gesicht van den 
vgandt geseth. Desselffden avonts spraecken de inwoonders van Hatte- 
boetti onder ostagiers, die ons raporteerden datt de vremdelingen 
300 gewapende manen starck waeren, 100 met lange roers ende 
d' resterende 200 met spatten, pyl ende booch onder dewelcke 10 
Bandanesen waeren door haer met van Seram gebracht. Item dat 7 
stux joncquen in een kreek tussen twee bargen laegen , maer voorder 
oopeningh konde van haer niet becoomen, dan alleenlijck datt sQ 
borstweringe tseewaert hadden ende haer ontrent de joncquen met 
pallesaden beschanst hadden. 

Den 26 op donderdaech naer dat een grooten viamenten slach- 
regen gehat hadden en 't weer sich begonde te bedaren hebben goet 
geacht ons voornemen t effectueren; dienvolgende gelast aen alle de 
cappitcjen ende hooffden der Amboynesen met hare waepenen ende 
JToorder preparaeten gelgckelgck te landen, sulcz geschiet is, aen 



208 

een ragge van eenen barch daer sij haer voor dato dagelicx op ver- 
toont hadden. Boven sijnde wert belast daeteiyck voort te marsieren 
alwaer onlancx daer naer met verlies van een man haer eerste starekte 



geemporteert wert, waer wt sQ handt aen handt vochten. Eyntlijck 
de vlucht nemende werden soo vervolcht dat sy ons selver een wech 
wesen. By de joncqnen komende bevonden dat sij ons langhs ^en 
wech niet verwacht hadden ende in haer opinie gans bedroegen 
waeren , want beneden op ons soo gekoockt was , dat het onser veelen 
sich beklaecht souden hebben. Aende eenne sy van de revier had- 
den sy een treffelicke borstweringe ende aende ander sg een be- 
qnaeme schans van binnen met een loopgraeff, borstweringh ende 
dicke pallisaden beset, daer vry wat fatsoens aen sou sijn gewest 
800 sy hadden willen vechten. Yerscheyden parsoonen hebben sy 
wech gesleept, soo dat d' onse maer een hooft hebben bekomen. Date- 
lyck syn alle de joncqnen tot seven int getale waer onder een 
fregatt, ongevaer van dier grootte als Amboyna, verbrandt, geUjck 
de hutten oock gedaen hebben* naer dat geplundeert waeren, ende 
syn alsoo geluckeUjck geembarquert. Hebben in alles ongevaer, soo 
geschooten als die in de voet angels geloopen syn, in de 20 ge- 
questen. Aan haerder syde hebben sy niet misgedobbelt. Desselven 
avonts hebben ordre gesteldt dat de jachten souden vertrecken , sulcx 
wy oock gedaen hebben ende syn des anders daeghs smorgens voor 
Lissidi gecommen daer den Quimelaha Loehoe op het strandt stondt, 
laetende van syne aranghbay achter ende voor een prinse vlagge 
waeyen, die ons deet weeten datt hy maer alleen daer was, doch 
dat hy met alle de Oranghquays gepitsiaert hadde, dat niemant op 
de verbeurte van lyff ende goet eenich vaertuych aende vremde- 
lingen sou verkoopen, met een hoop auder loogens, volgens haeren 
gewoonlicken aert; ende versocht dat ick my op Hittoe willdelaette 
vinden om een generaele bitsiaringe te houwen. Ick heb hem doen 
weten datt hy my die van Soresori ende Touwaha weerom souw 
restitueren off datt ick die van Iha den oorlooch werom sal aandoen. 

Den 9 [September] savonts arriveert Eackiali Hockom van 
Hittoe aent casteel, die ons rapporteert dat die van Iha gans 
genegen syn tot vreede ende restitutie onser onderdaenen. Derhalve 
geresolveert dat Sr Huift ende gemeltten Eackiali met malcandet 



naer Sorrisorry sullen gaen om van daer met gemelte Oranghquays 

harrewaert te koomen 

Actum Amboyna deesen 10 September a^. 1632. 

ÜE. gans getrouwe Dienaer 
A. Gijsels. 



[In een brief aan Speex van 27 September 1632 vermeldt Gijsels y 
dat Kakiali met een der hoofden van Mahoe en een orangkaja van 
elke negerij onder Ihamahoe aan 't kasteel geweest is, en dat zg 
beloofd hebben de weggeloopen inwoners der zoogen. Ghristendorpen 
uit te leveren. Uit dien brief nog het volgende:] 

Daeghs voor gisteren bekoomen wij schrijvens vanden coopman 
op Loehoe dat daer twee Maeleysche joncquen , comende jongst van 
Seram Laut waeren gearriveert^ die algereets haere seylen, roers 
ende ander behoefte aen landt hadden gebracht, jae met haere 
cleeden ende slaeven die sij over de hondert met brachten ende 
meest op Seram geruylt hebben den passer gefrequenteert, doch de 
Oranghquays haer hadden doen vertrecken, den passer ontseyt ende 
haer daetelijcken doorgesonden. Werwaerts dat vervaeren sQn weeten 
niet, daer voorder op gelet sal worden. Met het versenden des selffs 
sullen sy nu meenen dat schoone kinders syn, nochtans staet ons 
anders niet te gelooven dan dat haer een ander bequaem plaets 
gewesen hebben, alsoo haer geen liever coopmanschap toe kompt als 
slaven. Dienvolgende reecening maecken moeten soo meenich slaeff 
soo meenich bhaer naegelen 

Ons is seeckerlick gerapporteert dat den Quimelaha ende Ihaesen 
30 groote gongen met 30 swaerden ende door die van Laetto 
Halooy 10 van elcx aende Alfoerse Coningen gepresenteert sijn tot 
een horromoet, maer hebben se niet willen accepteeren maer sijn 
onverrichter saecke wederom gekoomen. SQn Ëd: sal op ietwes 
fraeys, dat de Mooren niet en hebben, gelieven te letten sulcx 
haer seer aengenaem sal wesen. 



14 



2iö 

LUI. Gysbert van Lodensteyn, gonvemeur der 
Molnkken, aan den Gonv.-Oen. Jacq. Specx, 
15 Maart 1632. 



Den gesant Saraffi, die in Angnsti 1630 met het jacht Zeeburch 
naer Amboyna met missive van den Coninck Hamsia aen de 
Overicheyt aldaer vertrocken was, is alhier op den 26eu October 11. 
wel gearriveert. 

Wg seggen wel, wt oorsaecke hy beroyt van hier gegaen synde 
ryck weder gekeert s^. Wy hebben den Coninck alle syne boeverije 
derwaerts gepleecht, mitsgaders die van de Temataense overheden 
synent wegen aldaer synde, soo ons t selve van den Heere Gouver- 
neur Gysels aengeschreven is int lange voorgehouden, beneffens 
dien hem oock vermaent sulcx eenmael ter herten te nemen. . . 

Hy hoorde lanckmoedichiyck ons seggen aen, belovende sulck 
danige ordre te sullen stellen, men naermaels geen clachte van daer 
sonde hooren. Off sulcx geschieden sal staet ons t synder tyt te 
vernemen 

Kitchil Aiy soude sich naer verstaen op t' eylandt Tabocke ^ 
aen de custe van Macasser onthouden, van waer hy de Macassarea 
met een groote nederlage hadde verdreven ende tot des eylants 
bevrydinge aldaer een cleyn fortgen opgeworpen , doch door de vrunden 
met Texel gecomen verstaen hy wederom van daer vertrocken ende 
naer Bonton gescheept soude syn. 

Den Coninck heeft ons aengedient van geiycken de Overheyt 
alhier van meeninge waren een gemande corcorre naer toe te senden , 
omme hem tot herwaerts keeren te verwilligen waertoe wij van 
geiycke ons beste sullen doen 

Door de Champan, wt de quartieren van Mindenao hier gearri- 
veert, versta hoe den Coninck van Mindenao den Spangaert op syn 
landt gelicentieert heeft een fort te bouwen ; 't schynt door 
geschencken daer toe gebracht is. Lange voor desen heeft den Span- 
gaert een fort door des Conincx bewilligen daer gehadt, dan alsoo't 
Mooren en Swarten syn hebben de Spangaerden op een tyt vergast 



1 Tamboekoe aan de oostkust van Celebes. 



J 



211 

ende al doot geslagen^ 't gemaeckte fort raserende. De coningen van 
Bonayo, Saranganie ende voornamentl^ck die van Solock conti- 
nueeren als noch den oorloch jegens den Spangaert. £g aldien 
gelegentheyt voorvalt omme derwaerts te schrijven sullen trachten 
800 veele ons mogeiyck siju sal dese nienwe vrintschap te breecken 
ende d'ander in haren iver jegens den Spangaert op te wecken. 

Den Ternataen, alhoewel geloove genoech jegens de principalen 
alhier haren wil , continueert als noch den oorloch soo jegens den 
Spangaert als Tydorees, doch niet soo vurich als wij wel wenschten. 
Dan naer ons dunckt is de traecheyt meer bg de gemeente als den 
Coninck. Den lesten van dese twee voorgenoemde syne ende onse 
vganden heeft diverse malen om vrede aengesocht, soo onder dexel 
van religie als andersints, doch is 't selve off door ontsach ofte 
toe doen van ons tot noch toe naer gebleven 

't Comptoir op Teljabo hebben gelicht door dien ons van daer 
soo weynich sagouw quam. Nu jongst sijn ons met Tertholen niet 
meer als 42020 tacken van daer toegesonden, 't welck gelove voorts 
compt omdat Citchil Alg dickwils t volck van die eylande op de 
roey neempt en den Ternataen ende Macquiannees continueiyck 
vóór ons gereet sijn die op te coopen 

Actum int Gasteel Malleyen op Ternate ady löen Maert a^. 1632. 



LIV. Gijsbert van Lodensteyn, gouverneur der 
Molukken, aan den Gouv.-Gen. Jacq. Specx, 
9 Augustus 1632. 



In mijnen vorigen hebbe verhaelt de Tarnatanen ende Macquia- 
neesen van meeninge waeren 2 oif meerdere prauwen naer de quar- 
tieren van Amboyna aff te senden, eensdeels omme te vernemen 
wat aldaer passeert, anderdeels omme den Sengagie van Gnofficquia 
herwaerts te brengen. Dese besendinge he^ft voortganck gehadt, 
sljnde 3 correcorren sterck. Wanneer den Coninck Hamsia 2 mis- 
siven hem door Saraffy, wt die quartieren coomende, behandicht, 
den eenen van Kimelaha Louhoe ende een anderen van de Overic- 



212 

heyde aldaer beantwoordde. 'T schrgven van Louhon was hoe dat 
Citchil Aly, na jongst in de qnartieren zijnde, de Overicheyt bg 
een geroepen ende gepoocht hadde sich Coninek te maecken doch 
t selve was bij hem Louhoe alleene verhindert. Ende die bij de Ki- 
pattys ende Sengagies van gelycken bij Louhoe mede onderteec- 
kent, geschreven hielt in hoe sij layden soo door de vreemde han- 
delaers Macassaren, Malleyers ende Hollanders groote swaricheden 
te verwachten hadden, dat aldaer door de Hollanders t' voorleden 
jaer twee sijnder onderdanen correcorren als die van Lissebatte ende 
Latoehaloy met volck en al genoomen waren, ende soo sij hun 
alsdoen machtich genoech gekent hadden souden alle Sgn Magts 
landen in die quartieren ingenoomen en geraseert hebben; dan 
hun te swack vindende hadden t' selve tot naerder gelegentheyt wt 
gestelt; welcken aenstoot sQ ongetwijffelt t' naeste mousson hadden 
te verwachten. Weshalven sQ sulcx Sijne Magt lieten weeten, wat 
begeerde gedaen te hebben, doch soo hun ondertusschen ietwes 
overquame souden hun naer gelegentheyt voegen, namentlyck bij 
aldien de Hollanders met gewelt op haer voornemen, souden de 
selve middel gebruycken , ende soo deselve met vrientschap begeerden 
te handelen, souden bereyt staen van gelijcken te doen. Versochten 
daer beneffens den Coninek haer senden wilde een Sabander schrijvei 
ende hondert Tematanen omme den Kimelaha Louhoe te vergesel- 
schappen. 

Op welck schrijvens Hamsia ons seght , gelyck wij oock van sijnen 
schreven hebben verstaen, geantwoort te hebben hoe dat de Macas- 
saren ende Maleyers wel voor desen in die quartieren quamen han- 
delen, maer geen nagelen gelijck sij nu doen en trocken, die sij 
luyden volgens t' accoort aen de Hollanders ende aen niemandt 
anders vermochten te leveren, dat de Hollanders machtich, hem 
altijts voorgestaen ende veel goets gedaen hadden, daerentegen de 
Maleyers ende Macassaren niet dan coopluyden en waren; dat sij 
derhalven hadden voor haer te sien wat bij der handt namen. Het 
maecken van een steenen huys op Loehoe stondt hij toe condendaer 
van met malcanderen handelen 

Bij den Coninek van Mindanao is een halffslachtige galleye den 
Temataensen Coninek toegesonden ende naer ons syn gesanten die 
mede een missive aen ons van hem brachten waervan hier beneffens 



213 

copye des translaets gaet, rapporteerde, soude des Mindanaders 
soon aende dochter des Conincx van Solock getronwt sgn, soo dat 
den vreede tnsschen die van Mindanao ende Spangiaert een girooten 
craeck daerdoor heeft. Sij versochten instantelgck hulpe van een 
schip ofte jacht omme haer alsoo geheel van den Spangiaert te ver* 
vreemden met presentatie óns een fort in de Calderas, alwaer het 
landt opt smalste is , te helpen boa wen ^ doch alsoo 't Mooren syn y 
ongetrouw ende weynich (gelyck alle anderen van die seckte) woordt 
hondende, snllen hem tot ÜËdts naerder ordre affsetten. Myns ge* 
voelens ware beter men met 2 cloecke jachten ende cbaloapen een 
tocht in de Besayse eylanden voornam omme perthye volck, twelck 
aldaer seer arbeytsaem ende ongewoon de wapenen te handelen is, 
van daer te haelen, ende deselve op Batavia, Banda, Amboyna ofte 
Batsian te doen woouen. Den Spangiaert heeft in die qnartieren 
weynich besettinge ende worden de meeste plaetsen door een paep 
ofte soldaet geregeert. Gont naer wij verstaen valt daer veel, doch 
omme t' selve te becoomen sonde men sich selven aldaer op d'eene 
off d'ander bequame plaets op Sarangany moeten vesten. 

De Tydoreesen hebben corts seer overhoop gelegen waer onder wQ 
ende den Temataen onse personagie sochten te speelen, dan alsoo 
den last om sulcx te verrichten aen eenige Tematanen daer bekent 
gegeven was, versuymen door nonchalance de goede occasie, soodat 
den Spangiaert sulcx gewaer geworden sgnde perthye weder ver- 
eenicht 

Hamsia is alsnn met dit vertreckende schip aen sijn broeder Cit* 
chil Aly, dien hy verstaet op Bouton te sijn, schrijvende t'naer vol- 
gende: hoe dat hij nn lange jaeren wtgeweest ende weynich wtgerecht 
hadde, dat by aldien hij iets tot s'Rycx voordeel onder handen 
hadde mettet selve voortgaen mochte ende sich metten eersten her- 
waerts aen vervoegen. 

Ende aen d'Overicheyt vant eylant Bouro: hoe dat hij dooreenen 
overlooper verstaen hadde de Tijdoreesen haer weder vaerdich maeckten 



1 Hieryan staat niets in den brief des konings. Deze behelst slechts het 
verzoek om een metalen stak, eenig lood en yerschillende stoffen, en het aanbod 
een galei te laten maken. 



214 

omme een tocht derwarts te doen, want de Tydoreesen sijn corts 

van daer met groote buyt herwaerts gecomen 

MaMeyen int Gasteel, desen 9en Angusty A\ 1632. 



LV. Antonie Caen's Verslag zyner zending naar 
Patani en Siam (31 Juli — 27 November 1632). 

Schriftelyck rappoort van seker besen- 
dinge gedaen met vijff scheepen , ende 
jachten zoo op negotien als tot afifbreuck 
van onse algemeyne v^anden alsmede 
om onse missive ende mede gegeven 
presenten van d'Ed: Heer Oenerael aen 
de Conninginne van Patana ende Con- 
ninck van Chiam te presenteeren. 

Naer dat wij den lesten Jaiy passado van BattaviasQn vertrocken, 
quamen den 12 Augusty daer aenvolgende onder Poulo Laar wei 
ten ancker, alwaer verstonden datter acht Portugise navetten te 
weeten vgff van Mallacco ende drye van Solor 10 dagen voor onse 
aencomste van daer naer Maccanw waeren vertrocken, die dese 
plaets jaeren achter den anderen altgt int eerste van Augusti heb- 
ben aengedaen, alwaer zy haer van waeter ende brandthont voor de 
geheele reyse provideeren. Volgende het seggen van de inwoonders 
soo vreesen zij Poulo Tyamon aen te doen om dat onse jachten 
aldaer veel commen. Van eenige andere groote macht uyt de Ma- 
nilhas, Mallacca ofte andere quartieren hebben niet vernomen, wes- 
halven naer ons van partij brandthout ende waeter hadden versien 
den 14 Ö9 wederomme onder zeyl gegaen zijn, doende onsen cours 
N. ten W. dicht bij Poulo Tyamon langs, zoo dat den 20en daer 
aen volgende ontrent den avondt voor Patana wel sijn aengecommen. 
Des anderen daechs smorgens wesende 21^ dito hebben wij de coop- 
luyden Sr Gerrit Corssen ende Middelhoven naer landt gesonden om 
aen den Paducca Solnara ofte andere regenten wt onsen naem te 
verthoonen dat wij als een expres gesandt van üEdt met besondere 



215 

brieven ende eenige presenten aen de Conninginne en Dato Besaer 
waeren affgesonden versonckende licentie om de selve aen haere 
Majts te mogen overleveren, ende voorts tot soodanige audiëntie 
geadmitteert te mogen werden als een gesant van noode zij. Welcke 
coopluyden des avonts wederomme aen boort comende , rapporteerden 
ons dat bij eenige van de regenten als mede by Besaer geweest 
hadden, van wien zij seer minnelijck ende vriendelijck ontfangen 
waeren geweest, dewelcke zg t bovenst hadden voorgehouden, die 
antwoordde de Conninginne t zelve zoude aendienen, waer naerhaer 
bescheyt wilde laeten weeten. Hij vraechde haer, als geheel ver- 
wondert zgnde, wat wy aldaer met soo veel scheepen quamen doen 
ende watter met de Conninginne te pitschaeren was. Zg antwoordden 
t'selve niet te weten en dat Zijnne E. alles van den gesant wel 
zoude comen te verstaen. 

Des achtermiddachs kregen bescheyt dat des anderen daechs vrouch 
met de brieven aen landt souden comen, tot welcken eynde zg een 
hnys ontrent onse logie ledich hebben doen maecken om aen landt 
comende in te mogen gaen, alwaer Dato Besaer met eenige Rycx 
Raaden soude verschijnen om den brieff te helpen transiateeren. 
Op welck rapport wij des ander daechs smorgens sQnde 22 d9 
ons naer landt hebben vervoucht , alwaer den secretaris van < 
Dato Besaer ons verwachtte, dewelcke sich dadeiyck naer de 
Btadt vervouchde om Zijne Ed: aen te dienen dat wi) al aen landt 
waeren. 

Omtrent 2 uren met patientie gewacht hebbende is den Dato 
Besaer, Dato Bandara, Dato Lacsemana ende eenige andere regenten 
ontrendt de middach met eenige oliphanten ende paerden aen ons 
logement gecomen, alwaer wi) seer vriendeiyck met alle beleeftheyt 
van haer gegroet ende gewellecompt wierden, waer naer by den 
anderen neder zijn gaen sitten, als wanneer zy dadelijck naer de 
brieven hebben gevraecht om die te translateeren, die haer zijn 
behandicht, de welcke zy uyt het Malleyse translaet met duytse 
letters geschreven, t welcke haer voorlas, wtschreven. Zij waeren 
soo precys ende punctueel datse dickmael een woort drie a viermael 
vraechden, jae den geheelen zin lieten erleesen ende daer naer int 
geheel tot diversche reysen collationneeren , om alles recht te treffen. 
Wy hebben haer daer naer oock den geheelen zin mondelingh ver- 



216 

claeri, daer weynich antwoorde op volchde, niet anders als eenige 
sware sucliten, soo dat men genouchsaem conde bespeuren eenige 
over onse comste meer ontroert als verblyt waeren. Zij hebben t 
samen, alsoo den avondt aent vallen was, wederomme haer affscheyt 
genoomen, seggende dat sij het translaet des anderen daechs int 
net zouden schreven ende wg op morgen audiëntie souden krygen, 
als wanneer zy den brieff wilden commen haelen. Welcken volgende 
wg dien geheelen dach naer het oversetten van den brief hebben 
gewacht. Geduerende dese onderhandelinge hebben de coopluyden 
haer best gedaen om te vernemen wat in den handel té doen was, 
daer in voor die tyt weynich tot profijte vande Gompie hebben 
connen verrichten. Des anderen daechs, wesende 24 dP omtrendt de 
middach, zijn partye olyphanten ende paerden met eenige regenten 
ende een groot getal van pieckeniers ende musquettiers met pijpen 
ende trommelen op haer manier om den brieff gecommen ende ons 
voorts int Hooff te brengen. Welcken volgende wy op d^ olyphanten 
ende paerden met onse swijte sijn gaen sitten, rgdende van daer 
voorts naer de stadt, alwaer met eenige eerschooten van groflF ge- 
schutt, als valeoens, bassen ende roers, int incomen van de poort 
zijn gecongratuleert. Int voortrijden naert Hoff stonden voor alle de 
groeten haere huysen menichte bas cammers ^ die alle int verb^ 
passeeren gelost ende offgeschooten wierden. Daer waeyen oock op 
alle plaetse in de stadt als int Hoff ontelbare vlaggen ende vaendels, 
en werden van meenichte menschen (als om wat wonder wat nieuws 
te sien) gevolcht. Omtrendt het Hoff comende zijn gelijckelijckaffge- 
seeten, wordende voorts binnen gebracht tot op de balleye, die zeer 
cirieuselyck met veele goude laeckenen ende fluweelen geborduerde 
hemels toegemaeckt was, daer alle de Mandarijns ende Rycx Raden 
in groot getal by den anderen vergaedert waeren. Alwaer de Con- 
ninginne oock daedelijck wt een groot vergulden venster van haer 
palleys zeer costelijck toegemaeckt verscheen , als wanneer den brieff 
overluyt ten aenhooren van een ider gelesen wiert , die met snlcke 
stillicheyt ende modestie aengehoort werden dat men niet een muys 
nauw conde hooren ritselen. Gelesen zijnde begon de Conninginne in 
deser manieren te spreecken. lek hebbe den inhout van den brieff 



Bas- of basse kamers, stukken gescliut op lage affuiten. 



217 

van den Nederlantschen Generael verstaen, waer op met corte woor- 
den sal antwoorden. 

Seggende op het eerste poinct tgene noyt gebroocken en was en 
behouffden niet weder te maecken ofte vernieuwen en t geene noyt 
gemaeckt en was en conne men oock niet breecken. 

Zij en hadden het contrackt tusschen de Nederlanders ende Haer 
niet gebroocken; derhalven geen vernieuwinge van noode en was. 
Zij hielt het selve voor soo vast ende voadich als het van onden 
tijden geweest was, twelck zij met haer schryven aen DEdt oock 
sonde confirmeeren ende doen blijcken. 

Sg en hadden oock , zoo lange geleeft hadden , geen contract mette 
Portugiesen gemaeckt , derhalven geen conden breecken ende nu noch 
in der eeuwicheyt niet en souden breecken. Dat zij ofte eenige van 
Patana de Portugiesen tegens den Coninck van Atchin ofte Chiam 
hadden geassisteert , wilden de Portugiesen den Chiammer (gelijck 
sij hem verachtelijck noemen) verdreven, zij mochtent doen t soude 
haer lieff sgn. Op het tweede poinct ^gaff voor antwoorde dat oock 
niet van meeninge en was van de twee aengehaelde joncquen een 
coupan te restitueeren , en wenster noch wat meer conde crygen , 
alsoo den Chiammer haer joncq, daer noch een hoUants assistent 
met eenige Mardgckers van Battavia op waeren, eerst hadde aen- 
geslaegen , daer het volck noch in Siam gevangen saeten. 

Belangende het derde poinct , wegens de gepretendeerde schaede van 
de Chineesen van Battavia, was zij gewillich te restitueeren als 
UEdt maer de vruntschap metten Chiammer geliefde aff te snijden 
hoewel sg daer geen kennisse aff en hadde te dragen, alsoo ditto 
joncquen den Chiammer ende niet Nederlanders toe quamen. 

Maer om alle vrundtschap met UEd. te onderhouden wilden haer 
over dit stuck tot de redelijckheyt laeten vougen. 

Dat zij den Chiammer in soodanige hommagie zoude erkennen als 
de Croone van Patane bij ouden tyden aen de Coningen van Chiam 
altgt hadden bethoont , gaff voor antwoorde met een gealtereert ge- 
moet sulcx nu noch inder eeuwicheijt niet en soude geschieden soo 
langh als soodanigen verrader ende moorder die de croone niet toe 



1 Het aanhalen van twee Siamsche jonken. 



218 

en quam in de regeringe was ^ Doen begonnen de Mandorijns ende 
Rycx Raeden van alle canten op te steecken, seggende liever den 
lesten droppel bloet wilden storten eer dat geschieden sonde, daer 
by vougende tot een beslnyt dat sg sonden helpen bevoirderen datter 
^asschen den staedt der Vereenichde Nederlanden ende Coningen van 
Chiam, Patana, Cambodja, Jhoor, Jamby, Andrigiery als andere 
omleggende plaetsen een eenwich verbondt ende vrede mochte te 
wege gebracht werden omme malcanderen in tgden van noode tegen 
alle attentaten ende aenslaegen van de Spanjaerden ende Portagiesen 
te assisteeren. Wilde daer soo veel in te wege brengen als in haer 
vermogen was, maer den Chiammer most daer buyten blyven» Aen 
de geene die onder haer gehoorsaemheyt sorteerden en hadden noyt 
geen manqnement geweest ende en souden nu noch tot geenen tyde 
anders bevinden. Waermede (zonder dat ick tot eenich antwoord 
conde commen) stille sweech ende sloot dadelijcken haer venster toe, 
soo dat ick een gern3rmen tijt (als een staten stnyver) bleeff sitten 
kijcken, zonder dat mij iemandt meer aensprack. Waer naer een 
van de Mandorgns ofte Rijcx Raeden, die naest Dato Besaer zijn 
zitplaets hadde, van Haere Majest aen mijgesonden wiert, mij 
vragende off ick t'gene de Coninginne op üEdt missive geantwoort 
hadde wel hadde verstaen, waer op ick antwoorde niet al te wel 
alsoo vrij wat stille hadde gesproocken. Hg verhaelde mij alle 
't voorsz. andermael van woorde tot woorde, op dat üEd. goet 
rappoort mochte gedaen werden , als wanneer my wederomme vraechde 
off ick alles wel ende ten rechten verstaen hadde waer op ant- 
woorde: jae, geheel wel 5 vragende my voorts off daer iets op 
te seggen viel. Ick seyde: vrij wat veel, waermede wederom 
voor dé tweede mael naer binnen gegaen is. Vuytcomende, versocht 
vrindelijck wtten naem van Haere Majts dat ick doch soude seg- 
gen watter aen schortte. Zij wilde mijnen raet in alles gaerne 
volgen. Waer mede reedenen bequam om te spreecken. Ick stelde 
haere Majt ende alle de Mandorijns voor de quade procedueren, 
die buyten alle recht ende reden zoo tegen ons als des Con- 
nincx van Chiam staet hadden gepleecht, waer over den staedt 



1 De vorst van Siam was in 1628 vermoord en ook zijn tienjarige broeder 
die hem was opgevolgd, waarop de moordenaar den troon beklom. 



219 

van Patana oock swaerder onheylen hadde te verwachten , rae- 
dende hun daerover naerder te bedencken ende soodanige goede 
resolutie te laeten volgen als de mayntenne van haeren staet ver- 
eyste. Hier op keken zQ malcander vast aen zonder te antwoorden, 
lek verclaerde als doen volgende UEdt last rontwt dat se nimmermeer 
en zouden gelooven wy noch den Conninck van Ohiam de geledene 
quade affronten ende proceduyren zouden vergeeten. Dato Besaer 
viel alsdoen in mgn reeden, seggende dat UEdt qualijck geinfor- 
meert waert en dat de saecken als ick op Battavia quam wel souden 
veranderen principaeltjck als UEdt hoorde hoe vrij de Portugiesen 
nu in Chiam woonden, aldaer haer kercke hadden ende haeren 
godtsdienst deden, alsmede de overgroote vrnntschap, die zg van 
den Conninck genooten, daer zg ter contrarie noch Portugiesen mis- 
tis [sic] in hun lant metter woon wilden gedoogen, seggende gij 
siet wel dat hier noch vaettuych noch Portugiesen en syn, en soo 
gij se vindt, slaet se vry doot. Ende wat aengaet de Chiammer, 
wij en vragen daer niet naer en willen van hem niet hooren; daer 
en was geen bedencken mede gemengt; wat hij cost doen wilden zi) 
haer getroosten: Godt soude de rechtveerdigen helpen; seggende 
wederom : hoe zouden wy zulck een verrader ende moorder kennen , 
die het noch niet genouch is, dat hy den onnoosele jongen Conninck 
van Chiam vermoert heeft; hg heeft se noch allen doen vermoorden 
die van den bloede waeren; wy en hoopen emmers niet, dat d' 
Ed: Hr Generael soo veere van de gerechticheyt geweecken is dat 
hy sulck een verrader in sijn ongerechticheyt sal voorstaen, daer 
wij, zoo wel als den Chiammer metten Nederlanders soo lange jaeren 
in alliantie ende vruntschap zyn geweest. Jae t' is sulcx dat men 
eer een staelen berch zoude doorgraven eer men dit volck van haer 
bloetdorstich passieus gemoet soude affbrengen. Wesbalven, alsoo 
ick wel sach hoe het laecken hier geschooren was, de saecke voorder 
hebbe laeten berusten, versouckende myn afscheyt, ende dat haere 
Majts oock schriftelijck op üEd: missive gelieffde te antwoorden, 
alsoo mijn last niet toe en liet daer langer te blijven. Op welck 
versouck gemelte Mandorijn wederomme binnen gegaen is, die naer 
ontrendt een quartier uyrs weder buyten quam, mi) van Haere Majt 
wege biddende, dat ick met de cooplnyden ende anderen die bij mij 
waeren op overmorgen aldaer op een banquet zoude gelieven te 



• 220 

verschgnen als wanneer Haere Majt ordre zoude geven om de ant- 
woorde op üEdt brieff te schry ven. Waer mede ons afFscheyt hebben 
becommen, zoo dat met alle eerbiedicheyt int vrindelycke van den 
anderen zyn gescheyden. Int wech gaen werden van den Secretaris 
van Dato Besaer gevolcht, die ons eer dat wy weer op saeten, bat 
dat wij t sijnen hnyse souden aengaen. Dato Besaer meenden ons 
dadelijck te volgen. Soo dat niet lange en wachtten offte quam met 
noch eenige Mandoryns by ons. Hy liet ons allerley confitueren ende 
bancquetvoor setten om ons te tracteeren , all waer de bovengeschreven 
reedenen wederom verhaelde, daer ick weynich op antwoordde, alsoo 
wel sach dat het pluymen in de windt waren ende all piek intvuyr 
was. Ick hadde gehoopt dat se int laetste noch waeter in haer wijn 
souden gedaen hebben, maer ter contrarie most ick seyl minderen 
ende een riffjen inneemen, voorgevende als UEd. nu antwoorde op 
den brieff bequam als oock het mondelingh rappoort van ons , dat de 
saecken lichteiyck op een ander voet souden drayen. Dit bolde Dato 
Besaer met de geene die met hem gecommen waeren geheel wel. 
Zg en twyffelen daer oock niet aen off UEd. soude (naer dat van 
haer saecke wel ende ten rechten geinformeert waert) alles ten besten 
duyden, waer mede dese prepoosten gestaeckt wierden. Hy begon 
doen te spreecken van de peeper ende cleeden. Ick antwoordde hem 
dat de coopluyden daer last toe hadden. Waer over Sr. Gerrit Corssen 
met hem in handelingh begon te treeden. Hij hielt zyn peeper op 
28 En. de bhaer , zonder een coupan aff te commen , zeggende dat 
Barent Pesser ^ en de Chinese jonck, die vertrocken waeren zoo 
veel daer voor betaelt hadden. Dese bovenschreven peper bestondt 
in 2 a 300 bhaar, die noch meest van Sangora ende Ligor moste 
gehaelt worden, daer hy al twee prauwen (zoo hij seijde) naer toe 
gesonden hadde. 

Dese boucht * vonden wij soo verarmpt als voor desen wel placht 
te floreeren, gelyck wy oogenschijnlijck hebben ondervonden, want 
janders geen vaertuych cleyn noch groot (anders als twee cleyne 
prauwen van Maccassar) aldaer opt landt gehaelt vonden. Die van 
Andrigirij, Campher, ' Jhoor, Pahang ende ander omleggende qaar- 



1 Barent Pessaert, een vrijburger van Batavia. 

2 De zoogenoemde „bocht" van Patani, waar de peperhavens lagen. 

3 Kampar op Sumatra. 



S2i 

tieren, die jaerlicx aldaer veel toevoer, volgende hun eygéii sèggell, 
van peper plachten te brengen, bleven achter. De Chineesejoncquen 
loopen verbij. Lygoor is geheel verdestrueert ende de Siammer worde 
dagelycx verwacht, die het overgebleeven mede sal vernielen ende 
raseeren, zoodat van daer voor eerst weynich ofte geen peeper te 
verwachten is. Deze luyden haer saecken dus slecht staende, ist 
nochtans onmogelijck haer tot bekentenisse van haere wel weetende 
dwalinge te brengen. Zij en willen gans niet weeten dat het naer 
blijven van den Nederlantschen handel hier van d'oorsaecken z^n. 
Praetjens en geldender niet, t'zgn al roosen voor verekens en 
pluymen in de windt. Dato Besaer zeyde zoo wij jaerlicx eenige 
scheepen aldaer wilden seynden ofte wederom een logie maecken, 
daer en zoude geen peeper ontbreecken , want die van de boven- 
genoemde plaetsen tselve vemeemende souden dan ongetwyffelt wel 
weercommen. Hier brocht hg sijn eygen vonnis meede, dat het 
naerblijven van den Nederlantschen handel d'oorsaecke van haer 
quaiyck vaert was. lek seyde hem off nu daer peeper genouch waer 
en hielde deselve tot soo hoogen prijs, soo en sonde men even wel 
niet connen handelen, want de Compie nimmermeer de peper tot 
haere groote schaede ende nadeele tot soo hoogen prijs en soude op- 
coopen , vragende hem met eenen wat dit beduyde dat zQ haer peper 
soo costeiyck hielden en voor wien zij die anders als voor de Por- 
tugiesen bewaerden? Hy antwoorde al grunlachende voor de Chineese 
jonck die t naeste jaer commen zoude. lek antwoordde, dat die wel 
achter blQven soude want d^ jonck was (volgens sfln eygen seggen) 
met een ambassade naar Battavia ende niet naer Patana gedestineert, 
die door groote leckagie aldaer heeft moeten aencomen, zoodat maer 
per accident ende bij gevalle, genouch tegen haeren danck, daer 
was aengecomen en daerenboven met de helft van haer ingelaeden 
coopmanschappen onvercocht weder naer China hebben moeten keeren, 
hem vragende wat reden zij dan zouden hebben om t naeste jaer 
daer weder te commen, seggende dat wij ons dit qual^ck conden 
laeten wgs maecken. Waer op h^ stille sweech, ende alsoo den 
avont aen t vallen was, hebben ons affscheyt genoomen, radende 
wederom naer ons logement, alwaer totten 27sten d^ (dat wij ont- 
boden wierden) naer de antwoorde op onsen brieff hebben gewacht^ 
die ons des avonts naer dat hij de Conninginne te gast waeren ge- 



Ö22 

weest ende ons affscheyt hadden becommen, is behandicht, den 
welcken ons tot Dato Basar voorgelesen wiert. Ende alsoo ick ver- 
stondt datter op stuck vanden restitutie van joncquen en goederen 
van de Chineesen als op andere punten meer soo absoluyt niet ge- 
schreven en wiert als van de Conninginne was geantwoordt, vraech- 
den derhalven aen Dato Besar waeromme de Conninginne niet schreeff 
soo recht wtt gelijck zy mij geantwoort hadde? Waer op hij seyde 
dat sulcx beeter zoude vougen dat ick daer selver mondelingh rap- 
poort van dede, daer hy noch meer onnoodige praetjens en viese- 
vaesen bij vougde , waemaer eyndelingen ons aflfecheyt hebben becomen. 
Soo dat ick des anderen daechs naer boort ben gevaeren, laetende 
de coopluyden (alsoo op ons vertreck stonden) noch aen lant blyven 
om te sien off op t' laetste noch iets proffitabels in de peperhandel 
voor de Gompie soude connen verricht geworden hebben, die den 
29en d^ des avonts alle t samen aenboort quamen, mij rapportee- 
rende daer gansch niet en hadden connen doen alsoo totten lasten 
toe styff op de 28 Ren bleven staen. Weshalven des smorgens, 
wesende uM^ d®, ons ancker hebben gelicht ende voorts onse reyse 
naer Chiam hebben gevoirdert, daer wg den 9en September voor de 
bhaar wel ten ancker gecommen s^n, van waer wij ons mette sloup 
naer boven aen de logie hebben getransporteert, daer den 14en d^ 
arriveerden w 

Den 26en d® quam Sr van Kensen en Middelhoven [die naar de 
schepen gezonden waren om de brieven en geschenken te halen] 
des smorgens metten brief boven die gebracht wiert aen de overzyde 
van de revier omtrent het Japansche quartier, voor de deur van een 
groote kerck ofte apotap, soo zijse noemen, alwaer wy ons op haer 
versonck met Sr van Rensen ende Lasero om den brieff te transla- 
teeren naertoe hebben gevoucht, daer wQ de tolcken van den Con- 
ninck met eenige regenten by den anderen vonden , dewelcke brieven 
eerst uyt het Nederduyts in Portugies en daer naer wt Portugies in 
Malleys ende uyt Malieys voorts int Chiams werden getranslateert. 
Dit duyrden by den avont toe, alsoo zij vrij wat lancksaem ende 
poinctueel in haer translatteeren zQn. Wg scheyden naer gedaene 
werck int vruntschap van den anderen, sonder dat ergens eenich 
discours ofte reedenen van gehadt hebben. 

Des anderen daechs wesende 27 d^ zyn wederomme ter voorsz. 



!^3 

plaetse gegaen, alwaer den brieff van [aan] den Berehalangh ^ mede 
op de voorgaende maniere getranslateert wiert, de welcke zy meede 
namen seggende als die int net geschreven waeren (twelck noch 
twee daegen sonde aenloopen) dat wy als dan audiëntie bij haren 
Conninck zouden crygen. 

Den 30en d^ quam den Sabandaer van wegen den Conninck ons 
aendienen dat des anderen daechs te Hove zouden comen, daer wij 
noch weynich gelooff in stelden, doch hebben haer woort gehouden 
ende zijn des anderen daechs ontrent de middach ons commen 
haelen zoodat wg in comp. van haer naer t Hooff zijn gevaeren , al- 
waer meer als 2 uren wachtten eer binnen quamen. Binnen comende 
mosten andermael op een balleye ontrent een uyr wachten, waernaer 
ick alleen int binnen Hoff geroepen wiert zonder iemandt meer van 
de coopluyden mede te mogen gaen, zoo dat ick van daer voorts 
door den Sabandaer ende tolck geleyt wiert tot voorde deure vant 
binnen hoff, alwaer wy oock een langen tijt wachtten, daer zij voor 
de deure als op haer aensicht bleven liggen , tot dat ingelaeten wier- 
den. Binnen commende wert mij geweesen dat een weynich al buckende 
zoude gaen 't welck vrg wat moeyelflck viel alsoo t' selve wel 300 
treeden duyrde, maer voor haer noch ongemackeiycker wantkroopen 
alle de wech door slgck ende dreck op handen ende voeten tot voor 
de trap van des Connincx huys, alwaer naer geknielt hebbende 
binnen quamen , daer de Rijcx Raeden ende Mandorgns alle t' 
samen met haer aengesicht op de aerde liggende vergadert wae- 
ren, daer de Conninck uyt een groot vergulde venster met dicke 
vergulde houten traliën zeer costelijck toegemaeckt verscheen, die 
UEdt missive dadelijck belaste overluyt gelesen te werden, twelck 
gedaen zijnde vraechde my naer UEdt gesontheyt als mede naer de 
stadt ende stant van Battavia. Ick antwoorde Zgn Majt dat UEdt in 
goeden doene ende Battavia in redelycken staet gelaeten hadden. Hy 
vraechde myn hoe lange onderwegen waren geweest ende off ick in 
Zijn Conninckrycke noch al gesont was. Ick antwoordde hem 29 dagen 
van Battavia waeren geweest als voor Zijne Majts bhaer ten ancker 
quamen ende dat ick Godt voor goede gesontheyt hadde te bedancken. 



1 Lees: Phra-khlang, groot-thesaurier. Hij schgnt nog in onzen tijd tus- 
schenpersoon tusschen den vorst en de vreemdelingen te zjjjn. 



224 

iTraechde nig mede hoe lange in Patana hadde geleegen en off de 
Oonninginne ende Mandorgns UËdts aengeboden hnlpe ende goeden 
raet int restitueeren van de joncken , als tot haere vorige hommagie 
te helpen bringen geen gehoor hadden willen geven. Gaff Zyne Majt 
ten deele hierop alsulcken antwoorde als ick van de Conninginne in 
Patana hadde ontfangen, daer voorts op stille sweech, sonder daer 
meer naer te vragen. Hg seyde ooek dat verstaen hadde de Mattaram 
Battavla voor de 3 mael wilde commeh beleegeren , vragende off sulcx 
waer was. Ick antwoorde jae ende dat daeromme eenige scheepen 
ende krijschvolck metten eersten mosten vertrecken. Hy seyde tselve 
maer en hielt voor dreygementen , daer hg wel wiste üEdt weynich 
naer vraechden, my met een seggende zoo ick iets in sgn rycke 
hadde te verrichten dat ick my bg den Berchalang soude vervoe- 
gen, die ons in alles sonde behulpsaem zyn. Dit belastte hij oock 
aen den Berchalang openbaerlijck, in presentie van alle den Adel, 
opdat alles te beeter mochte naer gecommen werden, waer naer 
de gonrdijnen van zQn venster toegingen ende mij werde belast te 
vertrecken. 

Den 2en October quam den Sabandaer ons aenseggen dat des anderen 
daechs by den Berchalangh zouden commen om met hem te handelen 
van t geene ons noodich was, daer wij des anderen daechs wesende 
den 3e d® ons naer toe hebben vervoucht. Daer commende vonden 
noch eenige Rgcx Raeden bij hem. Naer dat wat gewacht hadden 
dede hij een cleyn doncker vensterfcen ontrent twee vingeren breet 
open en vraechde mij naer UËdt gesontheyt als mede naer de gele- 
gentheyt van Battavia, waerop hem gelycke antwoorde gaff als Zijne 
Majt van ons hadde ontfangen, gemerckt hij daer meede present 
was geweest. Hg vraechde mg off noch iets te versoucken hadden. 
Antwoordde dat gaerne trae hadde van 1000 lasten rgs, waerop hg 
antwoordde dat hg trae van 500 lasten van den Conninck hadde 
becommen en dat de Prins (als ick bg hem geweest was) mede trae 
van 200 lasten wilde geeven; dat wg dat eerst souden ontfangen; 
^en de rest zoude geen mancquement weesen want in lange jaeren 
in Chiam zoo veel rgs niet en hadde geweest. Ick stelde den Bercha- 
langh voor off van den Conninck in erkentenisse van onse diensten 
ende assistentie aen syne Majt beweesen niet en soude te obtineeren 
«gn , dat jaerlgks aen de Gompie 5 k 600 last rgs tot eenen civielen 



I 



225 

prijs aldaer mochten gelevert werden, ooek dat alle het sapanhout 
ende hartevellen daer vallende alleen bg de Comp. ende niemandt 
anders jaerlijcx tot eenen civielen prys mochten werden vercocht, daer 
weynich antwoorde op volchde, zeggende hij soude het den Conninck 
aendienen; voor de Nederlanders was alles ten besten; de genooten 
vrantschappen van UEdt en soude den Conninck niet ongeloont laeten ; 
wg en hoeffden daer niet voor te sorgen. Waermede zfln vensterken 
toesloot zonder dat ick in voorder discours met hem conde tommen 
zoo dat metten Sabandaer Olangschudt gelijkelijck opstonden ende 
vertrocken , den welcken vanden Berchalangh belast wiert dat ons in 
alles soude voort helpen. 

Den 7 d^' waeren bij de Prins om den trae van 200 lasten rijs te 
versoucken, alwaer ick oock maer alleen mochte binnen coomen, die 
op mijn versouck geen antwoorde en gaff maer vraechde my in plaetse 
van te antwoorden altselve mQ den conninck ende Berchalangh ge- 
vraecht hadden, daer hem als vooren verhaelt gelijcke antwoorde op 
volchde. Ick vraechde den tolck ende Sabandaer waerom de Prins 
mij geen antwoorde en gaff van den trae en dat ick daer omme ge- 
commen was, die mij seyde dat het de manier niet en was dat daer 
dadelijck bescheyt op gegeven wiert. Hy sonde het selve daer naer 
voirderen ende ons brengen, geigck hij den 11 d"* daer aen volgende 
ons bracht, doch niet meer als van 100 lasten, die ick niet en 
wilde aennemen , seggende ons tselve weynich mochte helpen. Waer 
over hg deur ginck ende tegen den avont weder quam, seggende 
nu trae hadde van 200 lasten, twelck tsamen 700 lasten was, maer 
dese trae moste totte Berchalangh gehaelt werden. Oja Rabbetsick 
most hem leesen, den OppratsiouUa most hem t slappen en dan 
soude hij ons die thuys brengen. Ick vraechde hem wederomme 
[waarom] tselve geen voortganck en hadde? Hg antwoordde dat 
dese groote Mrs eerst somba met een cleyn schenkagie moste gedaen 
werden; dit gedaen zgnde (twelck nu maer aen ons en stondt) zoo 
was alles claer. Meer trae begeerende moesten dan noch somba ofte 
schenkagie aen den Berchalangh doen, zoo zoude de rest wel volgen. 
Daar wg weynich naer luysterden en seyden plat wtt dat ons daer 
naer niet en wilden vongen, staende wederom op de excessive on- 
costen die de Comp. ten haeren dienste hadde gedaen, de welcke 
geen meerder beswaerenisse en mocht igden, en dat tselve bg ons 

16 



^26 

niet sonde connen verantwoort werden, met veele andere bestandige 
redenen meer, hier te langh om te verhaelen. Wfl hebben dese 
saecken (alsoo onse bareken noch niet toegemaeckt en waeren) eenige 
daegen laeten berusten, om te sien off van haer gierige bedelachtich 
begeerlicheyt niet en souden desisteeren , twelck alles weynich mocht 
helpen. Zy besteken haere saecken zoo behendich datmen can voelen 
en tasten hoe rechtschapen zy den bal van andermans dack den 
anderen weeten toe te kaetsen, en off ment allschoon sach soo isser 
niet tegen te doen, want wil men't den Berchalangh clagen, die sal 
ons uytlachen 'en sluyten zijn venster toe. Claeggen wij 't Oya 
Rabbetsick die sall ons als formeele pertye met het gesicht verjaegen 
Gaeii wij bij den Oppratsioulla , die sal hem geck houden en* weet 
nergens van te spreecken. Spreeckende den Olanghschut aen, (daer 
alle dese schelmerye door gebrocht wort ,) die slacht Pilatus en wast 
syn handen. In somma soo comen wij soo wys thuys als uyt ge- 
gaen zijn zonder ieyts uytgerecht te hebben. Mogen dan op die 
manieren ons mondt eens veegen en seggen dat wij niet gegeten 

en hebben 

Den 15 d^ quam den Olanghschut wederomme seggende dat wy 
tegen den middach te Hove om ons affscheyt zouden commen, daer 
wy naer toe gevaeren zijn; alwaer comende moste gelyck de eerste 
reyse wederom wel drye uren wachten ende werden oock op de 
voorgaende beestachtige manieren bij de Coninck gebracht, alwaer 
alle den bovenste Adel wederomme vergadert was. Den brieff van 
üEd. werden daer oock openbaeriyck gelesen, die daer beneffens de 
presenten by malcanderen geleyt wiert. Den Conninck vraechden my 
off ick metten Berchalangh mijnne zaecken al verricht hadde. lek 
antwoordde neen, alsoo wy den trae, die Zijnne Majt: en de Prins 
ons verleent hadden noch niet en hadden vernomen, t Welck schelm- 
achtich en valsch overtolckt werd, want Zijne Majt: daer niet op 
en antwoordde. Zy vreesen den Berchalangh en d'ander grooten meer 
als de Coninck selver, waer door ons de wech affgesneeden wordt 
om iets proffitabels voor de Compie te connen verrichten. Hy belastte 
my voorts met corte woorden, dat ick DEdt voor de gedaenevmnt* 
schap aen syn jonck ende volck, mede voor de expresse beseyndinge 
naer Patana, als de bewesene assistentie hoocheUjck ende duysent 
werven soude bedancken, wel wenschende dat hy tot erkentenisse 



at 

ende teecken van onverbreeckelijke vruntschap UEd. met Zijne macht 
jegens üEdts vijanden eens mochte bij wesen , mij voorder belastende 
dat ick UEdt doch soude vermaenen dat de langhduyrige vruntschap 
onverbreeckelijck bij ÜEdt onderhouden mocht werden. Van zijner 
zijde sonde soo langh daer in continueeren tot de zon ende maene 
beyde haer glans ende schijn souden benomen weesen. Ende naer 
dat hij tot diversche reysen dit gerepeteert ende belast hadde wiert 
ÜEdt brieff als presenten voor mij geset seggende dat ick desen 
brieff ende cleyne presenten UEdt tot teecken van onverbreeckelycke 
vruntschap sonde behandigen ende dat Zijne Majt op UEdt missive 
in alles poinctuelijck geantwoort, mij voorts gelnck, goede wint 
ende behouden reyse wensende, waer mede de gordijn (gelijckoffde 
comedie wt was) toesloot en mij werde belast te vertrecken. 

Des anderen daechs wesende 15 69 werden wij bij den Prins ont- 
booden om mijn affscheyt te neemen , alwaer commende alle het 
voorgaende tgeene mij den Conninck belast hadde, door hem oock 
vermaent wiert, mij recommandeerende dat ick doch de last van 
sijnen broeder poinctuelyck soude naercommen op dat de vruntschap 
tnsschen UEdt ende haer altijt onverbreeckelijck en onveranderlijck 
mochte blyven, waer door ick (volgens zijn zeggen) een grooteende 
schryckelijcke costelijcke naem bij haer zoude becomen. Ick ver- 
maende aldaer weder omme van den trae, dat gelijck als bij den 
Conninck mede al vals overgetolckt wiert, want daer geen antwoort 
op en volchde, anders niet dan dat wij boven den gegeven trae als 
dat ontfangen was, noch soo veel trae souden becommen als wij 
mette scheepen gevouchlijck souden mogen vaeren, waermede mij 
gelnck ende behouden reys wenschte, sluytende voorts all mede 
de gordijnen van sijn venster toe en wij werden belast te ver-» 
trecken. 

Den 17n 69 waren totten Berchalangh om den brieff vanden 
Conninck aen UEdt te translateeren, daer wij tot den avont meede 
doende waeren. Gedaen zijnde liet den Berchalang ons aenseggen, 
dat aldaer door last vanden Conninck mosten te gast blijven , t welck 
accordeerden om te sien off wij op t lest met hem noch in eenich 
discours souden hebben connen commen; daer niet uytgericht en 
hebben, alsoo niet te voorschijn quam, zittende van binnen in een 
doncker camer daer de deure ontrent 2 a 3 vingeren breet int 



2Ö8 

laeste geopent wiert, alwaer hij sijn neus een weynich deur stack^ 
ons aenseggende dat wij souden eten, want het ons wel gegnnt 
wiert; hij sonde den brieff bij den Coninck laeten bringen om te 
t'schappen, en dat wij den selven des anderen daechs wel mochten 
cómmen haelen. Waermede zijn hoofb wederomme terngge troek ende 
de deure toesloot zonder dat wy hem meer te sien qnamen. De 
Chiamse conrtesie begon ons te verdrieten waer over opstonden ende 
vertrocken. Des anderen daechs wesende 18e d^, worden ons aen- 
gedient dat den brieff noch niet geschaipt en was Qn dat wy op 
morgen den selven mette presenten totten Berchalangh zonden vinden 
daer wij mede ons affscheyt mosten nemen. Welcken volgende wy 
des anderen daechs wesende 19 d^ ons daer naer toe hebben ver- 
voncht, daer alles gereet vonden. Den Berchalangh hadden nu zgn 
denrken vry wat wyder opengedaen, zoo dat men te met zijn ge- 
heele hooft zien mocht j en was oock wat gespraecksamer. Hg recom- 
mandeerde mij mede al 't selve my den Conninck ende den Prins 
belast hadden, daer hem gelijcke antwoorde op gegeven wiert. lek 
vraechde hem wederom naer den trae. Hij antwoorde dat die claer 
was ende als wy de schenckagie ende gerechticheyt betaelt hadden, 
dat die ons sonde geworden. lek vraechde hem off noch geen be- 
scheyt becommen en hadde van den Conninck wegens t'geene hem 
voorgedragen hadde van de rijs, sappanhout, harttevellen etc, daer 
op hij antwoordde dat wy al te haestich waeren, dat alles metter 
tijt wel sonde comen en dat dit het naeste jaer als den brieff ende 
presenten van den Prins qnamen beeter zonde willen vallen. Wij 
conden t'selve alsdan wtten naem van zyne Excelltie versoucken, 
twelck den Conninck (zoo hy seyde) alsdan niet en sonde weygeren. 

Hier mede wenschte hy ons geluck , goede wint ende een voor- 
spoedigen behouden reyse, my met eenen aenseggende dat soo ick 
het naeste jaer daer weder quam , wat vrouger moste comen op dat 
daer wat langer mochte blijven om Chiam wat beter te doorsien. 
Waer op hem antwoordde dat ick aldaer (in den tijt dat daer 
geweest was) meer ondervonden ende gesien hadde dan mij iemant 
sonde connen wys maecken en dat niet en wenschte daer meer 
te commen , daer mede hij (als wel verstaende wat myn mee- 
ninge was) begon te lachen, wenschende ons ander mael geluck 



229 

ende welvaeren. Wij bedaackten hem voor alle faveuren ende 
vrantschappen , door hem aen ons beweeeen, waermede int vran- 
delijck van den anderen sQn gescheyden. Waer naer de brieven 
ende presenten van [voor] UËdt door den Sabander ende tolck in 
ons logement syn gebracht, die wij met alle beleeftheyt hebben ont- 
fangen. Des anderen daechs wesende 20en d^ ben ick de rivier aff 
ende voort naer boort toegevaeren alwaer den 22e d^ arriveerden. 
Ende alsoo wij beyde onse jachten volgens onse ordre zeyl reet 
vonden , zQn des anderendaechs smorgens wesende den 23 d^ onder 
zeyl gegaen om onse reyse naer Battavia te vervoirderen. Den 7 
November naer de middach commende onder PouUo Tyamon vonden 
aldaer ter reede seecker armade de rema, bestaende in 9 stacx 
fergatten ende 4 a 5 stacx geliassen, de welcke ons seer stoutelijck 
inwachtten. Doen wij op een gotelingh schoot naer, daer by quamen 
(zijnde meest stil) lichtten zQ haer anckers en bleven in een halve 
maen op haer riemen stil liggen, laetende alle tsamen Portngiese 
vlaggen boven ende bloetvlaggen achter aff wayen. Daer qnam een 
van de inwoonders, zgnde een Malleyer, met een coUetgen aen 
boordt, ons aendienende, dat wij mosten voor ons sien; de Portn- 
giese meeningh was om dadelijck te enteren ende aen boort te comen. 
Wg vraechden hem wat vaertuych het was. Hg zeyde dat het een 
armade van 6oa was, bestaende in 15 stacx, zgnde alle t samen 
galleyen van die, de welcke de Portagiesen voor desen van den 
Atchinder hadden verovert, schietende ieder drye stacken voor ende 
twee op de wyntveringh achter ayt, sommige op hebbende 26 è. 30 
blancken maer meest mestiessen ende Cannergns ^ tot roeyers. 
D'ander vijff lagen volgende zQn seggen onder Ponllo Tingy ende 
hadden daer al over de 2 maenden met den anderen geleegen, 
wachtende op de Hollantsche scheepen ende joncken die van China, 
Ohiam, Patana ende ander qaartieren naer Battavia wilden. Wij en 
conden t selve voor geen galeyen aennemen , alsoo geen besaens maer 
ieder 2 masten ende reeseyls op hadden. Den Ainirael ende vies 
Amirael voerden ieder topseyls en waeren vrfl veel grooter als 
d'ander. Desen Malleyer , siende den avont aen 't vallen was en wij 
malcanderen al binnen schoot van een musqaet hadden , is van ons 



1 Canarijns = Kanareezen uit den omtrek van Goa. 



230 

gescheyden. Dsier geheel dicht bij comende ende den avont all ge- 
vallen was ende sy siende wij onse cours recht op den Amirael 
hielden dewelcke ten halven in de armade lach, als mede wg ons 
voor-maerseyl lieten loopen ende t' schoverseyl in de bandt namen , 
hebben ons alsdoen plaets beginnen te maecken, haer verdeelende 
in 2 pertyen te weten 5 aen stuyrboort ende 4 aen baokboort, die 
doen, sonder dat noch van weder zijde iemandt geschooten hadde, 
met sulcken gekrijt ende geraes van trommels al scheldende aen- 
quamen roeyen ende oock van alle canten zoo begonnen te schieten 
dat wij des Malleyers woorden waer bevonden, maer wierden van 
ons zoowel outfangen dat zij, alle hoope verlooren gevende, geheel 
van schieten cort ophoudende, onordenteiyck onder malcanderen ge- 
heel dwars gerocht ^ zgn , daer wij doen met groff geschudt ende 
musquetten soo weynich geen (sic) voordeel op en cregen want 
kraeckten all watter by offte omtrent was. Sij werden zoo gegroet 
datse het overcomen ende enteren vergaeten, laetende Bommel, die 
een muschetschoot achter was ongemolesteert door haer geheele 
armade passeren, die met zijn groff geschutt haer oock redelgck 
goeden avont boot. Wij lieten dadelgck onse anckers vallen ende 
staecken onse lanteerens achter op, om off sij noch iets vergeeten 
hadden, t selve conden commen haelen, want zij by ons ende wy 
bij haer niet en conden commen. Des morgens laegen met haer 
achten een weynich buyten schoots boven wints van ons geset. Wy 
en conden den vies Amirael niet sien want te vooren twee topseyls 
onder de armade waeren geweest ende nu maer een en vernaemen, 
zoo dat presumeerden gesoncken ofte schadeloos aen de wal ge- 
loopen moste zijn. Zij lichtten haere anckers ende maeckten zeyl, 
waermede wij dochten ons wederomme aen boort wilden comnaen, 
maer trocken het haesevel aen en liepen bij Noorden om Poulo 
Timon lancx. Wij lichtten onse anckers (alsoo geen apparentie voor 
ons meer en was) om by haer te commen en liepen over naer Poulo 
Tingy om d'ander vijff te soucken, daer wij metten avont ontrent 
quamen, maer hebben niet vernoomen, zoodat wij onsen cours voort 
hebben geset naer de caep Romane ende voorts naer Pedro Blanco 
om te sien off wij de commandeur Coster ^ daer ontrendt conden 

1 Geraakt. 

2 Deze was met een eskader uit kruisen gezonden. 



231 

vinden, om hem van dese armade te adviseeren, daer wij den 10 d^ 
ontrent qnamen^ maer hebben niemandt vernomen, waeromme wij 
resolveerden (soo sonder verlet geschieden conde) dat wy Jamby 
sonden aendoen om te sien off de Commandenr aldaer mochte wesen , 
alsmede om de scheepen ende jachten aldaer ter reede leggende te 
waerschonwen datter zoodanige armade int vaerwaeter was. Alwaer 
door contrarie wint ende stroom niet en hebben connen commen, 
weshalven onsen cours recht door naer Battavia hebben gestelt 
alwaer wij den 27 Novembr 6odt loff wel zgn aengecomen. 

Onder stondt UEdts dienstbereyden dienr 

Anthont Caen. 



LVL Gysbert van Lodensteyn, gouverneur der 
Molukken aan den Gouverneur-generaal Hendrik 
Brouwer, 6 April 1633. 

Den Tydorees, die bij openbare oorloge den Tamataen te swack 
is, doch met sinistre practycquen hem alle tyt te booven compt, 
versocht corts naert vertreck van 't Zeepaert met hem in vreede te 
coomen, waerinne soo verde gehandelt wiert, nie^egenstaende onse 
teegen weer ende protesteeren dat den Tamataen op des Tydorees 
begeeren eyndel^ck eenige volmachten naer Tydoor sondt omme des 
Tydorees gemoet grondelinge te doortasten , alsoo malcanderen hadden 
aengeschreven niet langer met brieven te willen handelen overmits 
wij ende den Spangiaert onder soodanich schreven over ende weder 
onse personagie speelden, haer volck by den cop creegen eude doot- 
sloegen twelck niet alles geloogen en was. 

Want hem, seyde de Tydorees, ware wel bewust van wat voor- 
nemen wij ende den Spangiaert waren, namentlgck om haer in den 
oorloch te doen consumeeren, ende wanneer 't landt van weerbaer 
volck soude syn ontbloodt, hare vrouwen, kinderen en landen te 
eygenen; 't ware derhalven best sij van oorloge op hielden ende 
verwachten 't aenstaende secours van wedersijden, ende bij soo verre 
den Spangiaert een groot secours bequam conden alsdan met hem 



232 

aenspannen ende ons als de swackste wt de Molncqnos helpen. Wan- 
neer si) j met gelegenthey t haer van ons ontslagen siende , den Span- 
giaert op sijn onversienst denselven wech souden doen ingaen; ende 
800 in contra ons secoers des Spangiaerts overtrefte, wilden haerby 
ons vervoegen ) den Spangiaert wtjagen ende ons den selven naermaels 
doen naerloopen. 

Den Coninck van Tomaten Hamsia , niet jegenstaende onse ver- 
maninge ende waerschouwinge bleeflF even obstinaet om sijn gesanten 
te senden , alhoewel wy hem hooch waren dreygende ende onse vrunt- 
schap geheellijck aflfeeyden. Eyndelyck, snachts te vooren eer syn 
gesanten vertrocken, verbrandt des Tydorees negrlj Taflfbngo, een 
plaetse opt vaste landt en recht over Malleyen geleegen, wanneer 
juist de boeren van den Sengagie van Gammacanorre, alsdoen daer 
ontrent op den rooflf sijnde, de verbaesde Tydoreesen, die met haer 
goet te bergen ende ^en brandt te lesschen doende waren, opt lyff 
vielen, perthye daer van doot sloegen ende eenige gevangen wech 
voerden , twelk op Tydoor gehoort sijnde weynich tijts te vooren eer 
de Tamataense gesanten aldaer verscheenen, sulcken onlust ende 
vervreemdinge tot vreede causeerde dat de Tydoreesche Coninck sich 
niet eens en verweerdichde de Tarnataeuse gesanten, die om de 
plaets der bijeencompste te ramen ende sgn meeninge te doortasten 
aldaer gesonden waren , aen te spreecken , soo dat sy naer dat ontrent 
een etmael hadden gewacht ende van den Tydoreese Gougoe off 
Stadthouder met eenige excusen ende praetgiens waren gepayt, on- 
verrichter saecken op Malleyen arriveerden, genoech met confusie. 

Onderwijlen sij met den anderen in dese onderhandelinge waren, 
't welck al vrij wat tijts aenliep, rooffden wy gedurich op den Ty- 
dorees, gevangen nemende ende dootslaende wat becoomen conden, 
omme hem door dien middel als voor desen wel meermaels is gedaen 
te tergen; vermaenden oock van gelijcken de Singagies van Gamma- 
canorre ende Sabouwe de Tydoreesen opt vaste landt aentetasten, 
tot dien eynde haer tot dy verse malen van cruyt, loot ende andere 
oorloghs gereetschap versiende; 't welck bij haer oock wiert gedaen, 
soo dat de Tydorees, van verscheyden canten aengetast, op 't leste 
geterght ende siende weynich in de Mollucquos sou de connen ver- 
richten, vijff correcorren te water werpt, daer meede een groote rooff 
op de eylanden XuHa ende Teljabo becompt, naer dat al voorens 



— 1 



233 

den Ternataen , om hem in slaep te houden , doen weeten hadde dese 
vyff geseyde correcorren naer Sangy om olye ende clappus voor hem 
te coopen gegaen waren. 

Den coninek ende de Tarnataense overicheyt, wel siende wg om 
haer doen heftich t' onvreeden waren ende bemerckende tot haer 
voorneemen met den vreede niet en conden coomen , meede vreesende 
wij haer t avondt off morgen mochten opt lijff vallen wanneer ons 
secours sonde sijn gearriveert , qoamen van verre de vruntsehap weder- 
soecken, veynsende t voorgaende haer leet te sijn 

Onderwylen verstonden eenige Maccassaerse, Javaense off Malleyse 
ioncquen voor ende ontrent t eylandt Morotay geanckert lagen , gedes- 
tineert aen den Coninek van Tydoor, ende datter van gel^cken een 
op Mojauw 1 was gearriveert, t welk wij Hamsia te kennen gaven, 
versoeckende hij deselve wilde aensnoeren. Dan alsoo hij met veel 
sammelen off wel al willens, dat wel te geloovenis, sijn tgt verloor, 
geraeckten de Maceassaren naer dat haer van de boeren eenich volck 
was dootgeslagen, achter 't vaste landt om aen Maba, een plaetse 
toecomende den Tydorees ende van daer met eenige correcorren ver- 
geselt sQnde door de straet van Patientie op Tydoor 

Weynich dagen naer dit gepasseerde advyseert ons Sr van Gendt 
als dat voor Tahana mede een Javaense jonck was ten ancker ge- 
coomen ende dat hij deselve met de correcorre hadde doen neemen 

ende voor Gnofficquia doen brengen. . 

t welck wQ den Coninek aenseyden, daer bij voe- 
gende wij alle de vreemdelingen , sonder pas cedel van UEdt hier 
verschijnende, op soodanige manieren souden tracteeren, ende bij soo 
verre sulcx niet en wilde helpen souden haer sonder eenich aensien 
levende over boort werpen, alsoo wy niet van sin en waren sulck- 
danige inbreeckinge in den handel te verdragen, waeromme men in 
toecomende soude coomen over hoop te raecken, gelijck in Amboyna 
tot ons leetwesen geschiedde. Waer op bg hem geantwoort wiert wij 
niet te rigoreus mette vreemde handelaers en conden te werck gaen, 
dat door haer toedoen de moeiten in de Amboyneese quartieren waren 
ontstaen, met veel meer andere reedenen hier te lange. 

Het schijnt dat de vreemdelingen, sien[de dat] in de quartieren 



1 Het eiland Majoe ten NW. van Ternate. 



234 

van Amboyna seer nauw wordt opgepast, haer geluck in de MoUuc- 
quos willen versoecken. 

Over de clachte bij ons int lange aen den Coninek gedaen weegens 
den Gouverneur Ghijsels over de quade proceduren bij sijne stadt- 
houders aldaer voorgestelt [werd door hem geantwoord dat hij daarop] 

alsnu sulckdanige ordre [zou] stellen [dat] wy noch 

hi) in toecomende wt die quartieren geen clachte meer en souden 
hooren 

Dan wij gelooven den noodt die hem alsdoen druckte rQck van 
belofte maeckten, alsoo hy onser opt hoochst van noode hadde, heb- 
bende den Spangiaert Tacomy by surprinse bijnaer verrast ende inge- 
noomen, als wy nu sullen verhalen. 

Tusschen den 20 ende 21 November des nachts sgn de Spangiaerden 
met 2 Comp. soldaten , alle haer Mardyckers ènde perthye Tydoreesen 
met de galeye ende eenige prauwen om den hoek van Tacomy ge- 
coomen, 't geseyde volcq aldaer gelandt, die haer booven de Taco- 
miese negr^ in een bosken tot smorgens onthielden , wanneer met het 
aencomen van den dach de galleye beneffens het andere vaertuych 
haer voor de negrij ende 't fort vertoonde ende het Tarnataens vaer- 
tuych t welck was opgehaelt aensnoeren. De Tacomeesen , dat siende , 
begaven haer naer beneden, omme t selve te beletten. Onderwijlen 
de twee Compen, siende 't meeste manvolck naer beneden loopen, 
marcheeren naer het dorp ende het fort , soodat sy ter eerster instantie 
2 bolwercken in creegen treckende voorts door de negrij met groot 
geschal naer de andere bolwercken alwaer eenige Mooren opgecoomen 
sijnde, wederstandt doen ende een Spaens cappittegn onder den voet 
schieten, doch siende dat den Spangiaert haer te machtich wilde 
worden ende de bolwercken, daer op sij waren, niet te sullen connen 
honden , steecken den brandt eerst in haren tempel ende soo voorts 
in alle de naest gelegen huysen 't welck soo vehementen roock ende 
hitte causeerde dat de Spangiaerden op de veroverde bolwercken niet 
en conden geduiren maer genootsaeckt waren deselve niet alleene te 
verlaten maer noch daer en booven door een gadt in de guar- 
dyne gemaect te cruypen ende alsoo op den dubbelden hals van de 
dippen om laech te coomen , daer haer de Tacomeesen met steenen 

ende calleweyen een quaet affscheyt gaven [Op verzoek 

van de Ternatanen laat Lodensteyn hierop Tacomi tijdelijk bezetten.] 



235 

Dit onverwacht exploict des Spangiaerts, daertegens onse prompte 
hulpe , gevoecht bij d' absentie des Conincx die alsdoen met de voor- 
naemste macht van Tematen op Saboua was alwaer hij niets en 
hadde te verrechten dan houwelijcke te maecken, heeft ons groot 
aensien ende crediet gemaect, soo dat daer op gevolght is t welck 
men noyt van haer en hadde connen becoomen , dat men een generale 
vergaderinge sonde houden omme den oorloch eenstemmich te be- 
sweeren ende generalijck by de handt te neemen , soo wel jegens 
den Spangiaert als Tydorees t welck oock alsoo geschiet is 

Kitchil Aly Capn Laout , die sich seedert het jaer 1628 in de quar- 
tieren van Amboyna ende cust van Maccasser onthouden heeft, sgn 
van hier 3 correcorren toegesonden waermede hg emstich weder 
herwaerts te keeren genoodicht wordt • • 

[Hamza doet nu den Gouverneur aanzeggen dat hy den oorlog 
tegen de Tidoreezen met alle macht wil aanvatten en vraagt zijn 
raad in 't begeven der voorname ambten die hij niet meer aan Ter- 
natanen wil toevertrouwen] . Eyndelijck naer veele gehouden pitsiaringe 
wierden naer ons contentement vercooren tot gougouge den Sengagie 
van Gammacanorre ende tot cappn Laout den Sengagie van Gnoffic- 
quia, beyden wel de machtichste in dese quartieren ende ons meest 
toegedaen. Voerders wiert bestempt men overal ende in ieder negrij 
een correcorre 2 a 3, naer de dorpen sterck ende volkrijck sijn, 
soude opsetten omme deselve metten eersten claer te hebben ende 
de vyanden aen te tasten , tot welcken eynde , naer dat sij allegader , 
soo wel Tarnatanen als die van de vaste cust ende eylandt Macquian , 
den eedt op haren alcoran hadden gedaen, naer eenige op haer ma- 
niere gehouden feesten, vertrocken omme haer vaertuych claer te 
maecken, 't harer thuys compste oock datelijck den Tydorees soo te 

water als te lande affbreuck doende 

Evenwel hebben [wij] de Macquianeesen int generael het nagel- 
plucken ende leveren gerecommandeert , opdat niet en soude schijnen , 
als voor desen wel is geschiet, wij met nagelen vervult sulckdanige 
proceduiren voorstelden, waer op alsdoen gevolght ende alsnu oock 
wel volgen soude de nagelen evenwel gepluckt den vijandt toegevoert 
souden worden 

Met de vertreckende correcorre naer den Cappn Laout heeft den 



1 



236 

Coninck Hamsia een brieff naer den coninck van Maccasser ge- 
sonden, waer van de copye des translaets hier beneffens gaet, ende 
alsoo ons tselve wat vreemt dacht hij van houweiycke met hem 
tracteerde * , daer sijn broeder algereets met den selven in den 
oorlogh was, deeden hem affvragen wat daer met voor hadde. Gaff 
ons tot antwoordt dat hij gelooffde den Maccasser met hem de geck 
hielt ende dat hy hem met gelijcke mnnte meende te betalen, doch 
dat het principaelste was omme de alliantie tosschen hem ende den 
Tydorees te croocken op dat si) met den anderen tot sijner schade 
niets voor en namen 

't Placcaet wegens den vryen handel is ter gewoonlijcke plaetse 
affgecondicht ende aengeslagen. Sullen trachten soo veel ons mooge- 
lljck is 't selve naergecomen wort. Dan alsoo de vrijeluyden by het 
selve wordt gebooden haer wt dese quartieren te vertrecken, hebben 
ons dese nevensgaende requeste overgelevert , waermede versoecken 
te continaeeren *. 

Wg en connen niet bespenren wat schade de Ed. Compe wt haer 
blijven can toecommen, dewijle bij haer, noch bij niemant alhier, 
eenigen handel tot nadeel van de Ed: Gompie en can gedreven wor- 
den, ter eener sijde door gebreck van occasie, alsoo alhier geenen 
handel en valt off tensy sagonw en touback, dat evenwel genoech 
door de Mooren sal worden gedaen, die de proffijten anders sullen 
coomen te genieten. 'T ander, t welck het principaelste is ende 
haer 't handelen geheel verbiet, is gebreck van middelen, waer 
door sij genootsaeckt sgn alschoon eenigen handel voorvallende « 
deselve vermits haer onvermogentheyt naer te laten UEdt bijnaer 
verseeckerende dat alle hare middelen, wtgesondert de wooninge, 
bg den anderen gebrocht sijnde booven de 5000 realen niet en soude 
wtbrengen. Meest, ende dat wel de principaelsten , geneeren haer 
met kielangh tappen onder de guarnisoenen , waervan de pacht jaer- 



1 „ 'T is m^ van volck aeagedient," zoo staat er in het translaat van den 
brief, „dat ghij gesecht hadt ... als den Coninck van Tamaten in vreede wil 
wesen met den Coninck van Macassar, dat moste een bontgenoot van trouw 
maecken (sic), een vrouw van Macassar aen een van Ternaten, ende een van 

Ternaten aen een van Macassar moeste trouwen Zoo gby met m^ geckt 

en weet ick niet, soo ghij H meent sent een Ambassadeur," enz. 

2 De inhoud van het request biykt uit hetgeen volgt. 



237 

iijcx ruym 2000 realen bedraecht, 't welck de Ed: Compe mede sal 
coomen te missen. Daerenbooven sullen bïj meestal in den gront 
bedorven sijn, alsoo op Battavia, Amboyna off Banda coomende 
niets en sullen hebben waer met haer t'erneeren. Op welcke in- 
sichten wij met advijs des Raets tot naderen last van UEdt haer 
vertrecken voor als noch hebben wtgestelt ende haer aengeseyt sy 
haer jegens toecomende jaer mochten veerdich houden omme UEdts 
naerder ordre te gehoorsamen 

Belangende Batsjan wij souden van gevoelen sijn off H selve te 
bevolcken off geheel te verlaten, ten ware dese volgende verhin- 
deringe onse meeninge niet en contrarieerde. 

Ten eersten 't misnoegen 't welck dese omleggende volckeren daer 
in sullen hebben ende voomamentlijck den Tamataen, principalyck 
soo wij de Labouers van daer op andere plaetsen vervoeren als voor 
desen op Sjauw geschiet is, waerdoor wij die natie voor doot 
vijanden hebben becoomen 1 . • 

Ten tweeden dat den Spangiaert met hulpe des Tydorees met ge- 
welt off anders , alsoo den coninck van Batsjan niet machtich en is 
hem te defendeeren, sich van die plaetse sal verseeckeren , waermede 
wij te weege brengen sullen, geen van onse onderdanen nochte bont- 
genooten sonder des Spangiaerts off Tydorees believen van daer haer 
behoeften soo van sagouw, visch, dammer als anders en sullen con- 
nen cr^gen, soo dat de Macquianeesen , diens spijscaemer het is, 
dapper souden verlegen vallen. 

Ten derden ende laetsten dat ons soo veel nagelen alsdan van 
Macquian sullen werden ontvoert ende dat selffs door d'inwoonders 
omme door dien middel toelatinge van haer sagouw te maecken ende 
andere behoeften te coopen, te becoomen, het in 't eynde den cancker 
in des Comps handel op Macquian sal causeren alsoo seecker ende 
vast gaet Macquian sich qualyck sonder Batsjan can emeeren. 

Soodat Batsjan om Macquian gehouden dient ' . . . 

Wij sullen Hamsia met gelegenthey t , 't gnndt UEdt ons aen- 
schrgft weegen de aenplantinge des rijs in plaetse van nagelen op 
de cust van Ceram eens voorhouden, doch geloove hij tot sulcx syns 
incomenshalven qualijck sal te brengen syn. 

't Heeft ons goet gedacht UEdts missive hem int geheel te laten 
geworden sonder de aenmaninge der oude schulden te verswijgen 



öinme daer door te meer te bethoonen het geduirich inmanen voor 
desen ons ernst is geweest , doeh evenwel souden wij de straffe oft 
precijse invorderinge niet goet vinden alsoo 't selve ongetwijffelt 
groote verbitteringe souw veroorsaecken. 

Wt het nevensgaende translaet des Coninex van Tematens missive 
aen den Eimelaha Louhoe , Sengagies ende Kipatijs der Amboyneese 
quartieren geschreven , sal UEdt sien 't gundt aen haer ordonnerende 
is. Bij d^Overicheyt alhier is lange in bedencken genoomen off niet 
best waer iemandt beneffens den brieff derwaerts te senden , dan alsoo 
den Coninek seyde dat de gesondene tot noch toe met Louhoe ende 
d'andere aldaer hadden aengespannen ende sijnen last helpen contra- 
rieeren ist seynden van persoenen naer gebleeven * 

Des Coninex missive aen ÜEdts gaet hier beneffens ; 't versoeck is 
't oude; hg vermeet sich alles gedaen te hebben wat hij schul- 
dich is * 

Weegens de Amboyneese quartieren, wij willen gelooven hij wel 
wilde alles over wedersgden met contentement geschiedde, dandewyle 
int begeeren verschillen sal 't één different qualijck geeffent sijn off 
t'ander sal sich verthoonen 

Den Coninek van Gilola, wiens missive hier neffens gaet ^ is een 
soone van de dochter des ouden Coninex Saydadjrns in Manilha in 



1 In dezen brief werd hun op lijfstraf verboden om met de vreemde han- 
delaars te handelen. Toen de Ternatanen later vernamen met welke macht de 
Hollanders in de Ambonsche eilanden de vreemdelingen vervolgden en hoe zif 
op verscheidene plaatsen hadden huisgehouden zonden zij in 't laatst van Au- 
gustus den Sedaha, die de Hollanders gunstig gezind was naar Ambon, met 
last om de Eamelaha's Loehoe en Leliato naar Ternate te brengen , voorts om 
hun vader Kimelaha Fakiri, den Ternataanschen stadhouder op Boeroe in hun 
plaats te stellen. Ook hem werd streng verboden de vreemde handelaars toe te 
laten. Men kan echter bij Valentijn (II 2 p. 96 vv.) lezen hoe hy zich van dien 
last kweet. Het is natuurlek mogel^k (en waarschijnlijk) dat hij een geheimen 
last had waarvan de Hollanders niets vernamen. 

2 „öhy belast mij" (zoo luidt het translaat van den brief) „dat ick oorloch 
sal voeren; dat doe ick. Ghy belast mij dat ick mette dochter van Tydoor niet 
trouwen soude; ick hebbe het oock naar gelaeten. Ghij belast mij dat ick sorge 
voor de nagelen sal dragen, dat doe ick oock, en alle 't geene wat ghg op m^ 
versocht hebt, dat hebbe ick al te mael gedaen. Maar van alle 't geene dat ick 
soo menich jaer op den öenerael versocht hebbe en hebbe ick tot noch toe niet 
vernomen: geen macht van schepen, geen wapenen" enz. 

3 Deze is niet meer aanwezig. 



&39 

gévangenisse gestorven , een jonghman van goeder hoope , meest ondei* 
d'onsen opgevoedt, ende die sich tot noch toe in den oorlogh naer 
vermoogen altijt heeft gequeten , jegenwoordich getrouwt hebbende de 
dochter van de huysvrouw des Conincx Hamsia . 

Malleyo op Tematen adj. 6ea April a"* 1633. 



LVII. Artns Gysels, gouverneur van Ambon, aan 
den Gouv.-Gen. Hendrik Brouwer, 25 Mei 1633. 



Ijn Ed. verscheyde missiven in dato 10 Nov. per Mocha, die 
vanden 12 dito met d' Hr Commandeur Adriaen Antonisz per de 
schepen de Leuwinne, Medemblick, Coutchin ende d' Brack, die van 
den 6 Jano per t' oorloch schip Buren , Grootenbroeck , Diemen ende 
Macau onder 't commando van den Hr Adv. fiscaal van den Heuvel ^ 
syn ons tijdelijck geworden 

Ed. Heer, 't is sulcx dat wij volgens sgn Ed. gegeven ordre op 
de plaetsen Erang, Houlong, Noela Touwa ende Tabmalo de de- 
structie der nagelen ende andere vruchtdragende bomen hebben be- 
ginnen te effectueeren voor soo veel Godes weer ende wint heeft willen 
toelaten. Als oock sijn voor datum de Negriè'n Massavooy opt eylant 
Manipa, de stercke negrij Kelang opt eylant Kelang ende de negry 
Erang op Ceram in de assche geleyt in ende voor deselve negryen 
veel vaertuyg, soo correcorren, orangbais ende ontelbare menichte 
kleene prauwen, verbrand ende in stucken geslagen, tot groote dis- 
commoditeyt van de inwoonders, ende boven dien op Massavoy 2 
joncquen 2 op Kelang, 2 op Hattibouty ende 3 op Erang gesloopt, 
verbrand ende onbequaam gemaackt ende goede partij nagelen door 
onse Amboinesen becomen boven de gene die door d' onse in de 
rivier van Massavoy sgn gesmeten, soo dat wij in desen hoeck naer 
ons oordeel soo ontsacheiyck huys hebben gehouden als eenichsints 
mogelijck was ende de tyt lijden mocht 

In somma t' is sulx dat wij op gemelte plaetsen wel 5000 grote 



1 Naar Amboii) Banda en de Molakken gezonden als commissaris van on- 
derzoek naar den staat der forten, kantoren enz. 



240 

üagelbomen hebben omgehouwen behalven de ontelbare cléyne. Item 
8 a 900 notenboomen, 500 kocusboomen op out Erang ende groote 
quantiteyt ander vruchtdragent hout. Echter beeld ick my in, dat 
aen de ander syd van de berch voornoemt omtrent de negris daar 
wQ door hare steylte ende starcte niet en hebben connen comen, 
noch wel soo veel hoornen sgn gebleven , daer oock beswaarlyck ende 
niet sonder groote bloetstortinge bij te comen Bal wesen 

Dit hier voren verhaalt op gemelte plaetsen verricht wesende hebben 
ons beginnen te prepareren tot de Ceramlautse tocht ^ 



lijn Ed. sal naa alle apparentie grootelijcx verwondert sgndatsoo 
weynich vruchten van de Alfoeresen sgn voortgecomen. Wat aengaet 
die van Radja Salauw, sijn niet gemoeyt door dien dat verre van 
desen hoeck gelegen sijn ende wel 14 dagen door het bosch souden 
moeten marcheeren ende ter oorsaake dat de Ihaësen haer gansch 
tot den vrede genegen tonen , sulcx sy metter daet hebben doen blykeu 
ende onse verloopene wederom gerestitueert, sodat gemelten Salauw 
in desen , daer hy wel naest gelegen is , niet en hebben behoeven te 
employeren 

Wat aengaet Eadja Sammit, die was int hart van sQn duyveljagerij, 
doch beloofde dat naer eenige dagen souw verschijnen, gelyck ons 
naer dato voor Erang door die van Oma gerapporteert wiert, dat hij 
op Toulalie bij Cammarie met 300 man was gecomen, maer hebben 
noyt connen vernemen dat hij omtrent Assahoudy , daer hy bescheyden 
was , geweest is. D'oorsaack sullen hier nae comen te verstaen , doch 
en hebben ons noyt in dat gewest op sijne macht verlaten, door 
oorsaack der ongelegen wegen ende moeyelyckgebercht, ende alhoewel 
sy ons voor Olisivas houden ende genegen tonen, soo en vertrouwen 
sy ons mijns oordeeis soo veel niet dat met onse schepen over see 
souden willen, sulcx sy gemeenlijck sullen excuseeren met de see, 
dat wel eensdeels syn reden heeft ende te gelooven is, maer daer 
en boven ist seeker dat haer alle onse quaetwilligen wys maakenals 



1 Het journaal van dezen tocht is in nittreksel medegedeeld naer het ex. 
van H R. A. door H. Bokemeyer, Die Molukken (Leipzig 1888), S. XLII ff. 
Het zal door mg worden uitgegeven naar het ex. dat in Gjsels bezit was met 
afbeeldingen der bezochte plaatsen. Zie ook hierna bl. 241 , v. 



241 

sy in ons vaertuygh komen den eenen tijt of den anderen vervoert 
sullen werden, dat altgt met die van Siauw bevesticht wort endebg 
soodanige slechte Inyden geloof meriteert. Soo yrij iets sonders van 
dit volck willen hebben so moeten by ieder Coninek 2 a SNeerlan- 
ders geley t worden opdat sij ons ende wij haer beter leeren kennen. 
De Coninek van Sesoulouw heeft mijn ongevaer een maent voor 
't arrivetnent der schepen door eenige Orangquais , door my derwaerts 
gesonden, laten weten dat tusschen haer, den Qaimelaha ende die 
van Hoeion Tabinaly de vrede was gemaackt, doch dat ick daerom 
niet en souw laten mijn devoir te doen; hy sonde sich alsdan oock 
laten vinden, tot welcken eynde hij mij sijne siawat (sic) tot een 
belofte sond met een armteecken van rottingh, volgens hare wljse, 
seggende te willen persisteeren bij syne oude belofte. Daer op heb 
doen weeten dat haer op soo een tijt omtrent Assahondy souden laten 
vinden. Op Erangh comende verstonden van twee gevangenen van 
Lissidy, so sij seyden, dat de Quimelaha met Sesoulouw ende Calla- 
mony was geaccordeert ende dat de Quimelaha tot sgne verseekeringe 
de principaelste Orangquais bij hem had. Item dat van BonO; Assa- 
houdy ende de plaetsen daer omtrent als oock uyt de bocht van 
Caybobo veel volck lach, doch wisten niet tot wat eynde, ten waer 
tegens d' andere boeren, daer gesonden waeren, so dat ons een be- 
dencken gaf of tegen Sesoulouw gesonden waren ende of den Quime- 
laha iets ontdect was. In somma 't is sulcx dat wij niemant van de 
gemelte boeren vernomen hebben. Ick heb altijt vrees gehad, dat de 
Quimelaha op dese saack niet en souw slapen, maar alle middelen 
int werck stellen om haer van ons te diverteren. Dat de Quimelaha 
pertg boeren op Way heeft gehad * is seecker ; daer wort oock geseyt 
dat Callamonie daer selfs present is geweest, soodat de Quimelaha 
volgens syne oude gewoonte haer trouwe hier oock met christen bloet 
heeft doen bevestigen. Soo 't hem mogelijck waer, d' andere boeren 
oock tot sijn devotie te trecken, daeraen en souw hij geen costen 
spaaren, doch hoop sulcx voor te comen, want 'et seecker is, dat 
door dese boeren grote dienst te wachten staet ende blyf noch van 
advis, dat sy metter tijt daer toe te brengen sullen wesen. . . . 



1 Over *t voorgevallene te Way zie het Journaal boven vermeld. 

16 



242 

Met redelijcke voorspoet sgn wij God lof wel ter rede op Ceramlant 
gearriveert alwaer die vant land al over 5 dagen van onse comste 
waren gewaerschonwt. Wat daer van tijt tot tyt is gepasseert sal sgn 
Ed. int brede ayt'et dagjonrnael konnen verstaen. Wij hebben den 
stant van Ceramlant gansch anders bevonden als ons deselve bg 
verscheyde is afgemaelt, soo dat dese plaets naer waerheyt gesprooken 
geen cat is geweest sonder handschoenen aen te tasten. Uyt de prin- 
cipaelste negrie Killiwaron genaemt waren 9 stacx corcorren naer 
Onrin ende Botey vertrocken om de vast masoy ende slaven voorde 
vreemdelingen te procureren; sonder dat mochten wg naer apperentie 
wel swaerder rescontre gevonden hebben , maer wert 'et fort van dese 
inwoonderS) dat wel soo groot was, datter Amboyna in staen sonw, 
door haer verlaten. De mnren desselfs waren 10 a 11 voet breet ende 
18 a 19 hooch met een beqname borstwering ende sommige flancken , 
van binnen vol schoone hnysen. Oelycke plaats lach noch een op 
deselve plaet, dicht onder t eylant, daer de inwoonders oock nytge- 
vlucht waren. Drie dagen naer dato, dat wij den voet op het lant 
stelden , hebben wi) den v^ant uyt drie negrien ende stercten leggende 
aen de S. W. sijde van de haven gejaacht, naar dat eenige schooten 
met canon bres geschooten was, waar nyt sy met pranwen aen de 
oversijde vluchten, doch wert des selven daechs door onse Amboi- 
nesen, voornamentlijck de Uliassers, veel van haer goet gerooft,dat 
binnen de haven onder den voet van haer joncxte stercte in corre- 
corren, orangbais ende pranwen gereet lach, ick dencke om snachts 
door onse besettinge te breecken. Op gemelte plaetse vonden wg seven 
Javaense joncqnen , een van Macassar ende noch twee aen de enst 
van Ceram tasschen Keffing ende Goalogoello; item een champan met 
nagelen die daer door een Orangquay Abdnrachman van Loehoe 
gebracht s^as. Alle welcke vreemdelingen haar bij d' inwoonders op 
hare gemelte stercte vervouchden. Des selfden daechs versochten sy 
accoort, met presentatie ons 't land op te dragen ende onderdanen 
van onsen staat te wesen. Waarop wij begeerden dat sQ haer vrouwen 
ende kinderen souden afsenden sulcx sij .beloofden; maer naer dato 
excuseerden dat haer het afcomen door de vremdelingen belet wiert, 
die haer • dreychden te vermoorden ende amock te spelen. Daer op 
wg resolveerden 't geschut boven op onse veroverde stercte te brengen 
ende haer alsoo met'et selve te dwingen ende door vreese int bosch 



243 

te doen retireren, sulcx oock geschiet iS; alsoo d' Amboinesen ver- 
claart hebben 254 gevangenen becomen hadden ende wel 50 hoofden, 
behalven die gene die sy de hoofden niet afgehouwen hadden. Eyn- 
delijck hebben goet gevonden alsoo ons gerapporteert wiert door som- 
mige gevangenen dat de plaetse achter vlack was ende niet sterck, 
deselve te gaen besichtigen. Sulcx geschiet is in voegen dat de arrier- 
guarde eenige rescontre buyten haere wercken vonden, die te rugge 
in deselve wierden gedreven, daer op door d'onse soo geweldich 
gedrongen wiert dat dateiyck onder de muren raacten ende alsoo de 
rest oock aen den dans quamen , in voegen dat eenen langen ty t seer 
heftich gevochten wiert ende wij in de^ 136 gequetsten cregen , 3 a 4 
doden, soodat genootsaact waren met goede ordre te retireren. 

Des anderen daegs deden weerom vuyr geven ende maecten den 
boehae van ons fort tothet haer, een brugge te maaken om haer alsoo 
onder t gewelt van ons geschut wederom te comen besoecken, doch 
was van dien kant seer weynich kans om 't volck te landen, waer 
door wederom in bespreek geraact syn, in voegen alsoo wel sagen 
dat de luyden a la desperado wilden vechten ende liever de doot 
souden gecosen hebben als van haar lant te willen gaen, daer wQ 
haer oock seer beswaerlijck souden hebben connen toebrengen alsoo 
't land ongeiyck grooter is dan men ons wel wijs gemaact heeft, 
wesende vol bergen ende dalen met sagouwbosch ende caja [kajoe] 
mangi mangi. Soo hebben wij haar een eysch gedaen van 50 ® gout 
ende 200 stucx slaven, sulcx sij datelijck accepteerden met de op- 
dracht van haer land , haer seer ontschuldigende dat noyt tegens ons 
geopposeert hadden, doch om met ons in vrede te leven soo wilden 
sij onsen eysch presteren ende als onderdanen van onsen staet blijven 
met grote ende hoge beloften van trouwe etc. lek geloof dat deselve 
luyden gemeent hebben, dat wij tails geeyscht hebben want wij maar 
tot de helft van de betalinge hebben connen comen, die met sooda- 
nige moeyte door hulp der Oranquays van Keflfing uy t haer getrocken 
is, dat meer dan 8 dagen daer met besich sijn geweest. Sij versochten 
int bosch te mogen gaen om haer slaven te soucken daer sij in plaets 
van de selve geraamt van dode lichamen hebben gevonden, soodat 
van elcx maer de helft hebben connen betalen daer voor die van 
Keffing ende Ourin, wesende Olisivas, met haere negries haer ver- 
binden ende beloven 't restant met ten eersten te voldoen ende in te 



244 

vorderen; sulcx sij seggen wanneer de correcorren thnys comen betaelt 
ende door haer aen 't Gasteel gebracht sal werden. SQ hebben eenige 
accorde met ons willen aengaen ende een geteeckent accort ende con- 
tract van ons begeert, daer in niet en hebben willen treden voor syn 
Ed. naerder ordre. Wat de plaets aengaet ende d' apparente handel 
aldaer, sullen hier nae breeder van adviseeren, opdat Syn Ed. daer 
uyt soodanige ordre can stellen als sQn Ed. sal welgevallen. Echter 
ist sulcx, dat myns oordeels Banda ende Amboyna aen gemelte plaatse 

ten hoochsten gelegen is .... • . • 

tWas die van Keffing gansch wel na de sin, dat dese Olilimas so 
vemestelt waren. Deselve Keffingers hebben ons ter plaetse voornoemt 
grote dienst gedaen, die oock eenige Orangquais van hare cleene 
negrg hebben doen compareren ende belooft alle trouwe aen t fort 
te bewijsen. Sij hebben ons alle hare negries opgegeven, soe aen de 
seecant als in 't geberchte, die door vreese der Hongie alle gevlucht 
waren. Keffing leyt recht over Ceramlaut opeen plaet of gansch vlack 
eylantjen vant groot eylant Ceram afgesepareert ; de negrie is beslooten 
met een bequamen muur ende op de vier houcken met bolwercken, 
daer uyt sij groot gewelt souden connen doen, soo dat dese luyden 
een ander leven leyen als in dese quartieren van Amboina gedaen 
wort. Sg klagen seer over den Tidorees, die haer jaerlijcx comt be- 
soecken; die van Goulogoella seggen sy onder haer te staen, die haer 
oock in voegen als voren gefortificeert hadden, doch alte samen int 
bosch gevlucht ende voor ons niet te vinden; derhalven aen die van 
Keffing ende Ourin belasten, dat sy onse gevangenen wederom pro- 
cureren ende aen 't fort brengen sullen , of dat ick haer eens op haer 
onversienst bi) sal comen, waer toe sy belooft hebben haer devoir 
te doen ende sorch te sullen dragen dat niemant van Ceram op eenige 
onse plaetsen sullen rooven. Eenige ander negries van Oerin tot Quil- 
lemouri, Quillebon, wesende Olilimas, die oock alle gevlucht waren 
ende maer een perty sagouw ende ververschinge op het strant of in 
hare tempels gelaten hadden, heb ick van den brand geexcnseert ende 
die van Keffing belast, dat haer met souden brengen. Sulcx geschie- 
dende hebben wy de gansche cust van Ceram suyver tot Caybobo, 
uytgesondert die van Latohaloy, die ronduyt seggen met ons niette 
willen pangayen maer wel als't Captn Hito belast ende anders niet. 
Hoe geluckig souden d' eylanden van Banda ende Amboina wesen 



245 

800 deselve soo gehouden wierden, waer door altyt verseekert souden 
wesen van een goede brootkamer ende een goeden troost voor de 
malareuse negotianten van Banda 

't Is seecker ende warachtich dat de Quimelaha sedert ons uytwesen 
veel quaets heeft gedaen ende op verscheyde plaetsen tot 6 a 68 
personen soo dootgeslagen als met genomen heeft 

Op Ceram bequamen schr^vens van Monsr Huift, gelijck ons hier 
op Amboina comende geaflSrmeert wiert, dat de 20 verwachte joncquen 
op Boero, Manipa ende Eelang waren gearriveert ende van deselve 
eenich goet op Cambello was gebracht, sulcx dat wy dien aengaende 
ende in onse opinie gans bedroogen sljn geweest ende sij ons op ons 
swackst 1 waergenomen hebben , daertoe den Quimelaha apparent op 
het W: eynde van Boero wacht heeft doen houden, soodat ons het 
tweede quaad voor handen staat ende geresolveert sgn so wanneer 
ons volck wat gerust hebben ende de siecken verquict sQn, te sien 
wat ons tegens haer te doen staet, daertoe ons God Almachtich een 
goede uytcomst wil verleenen. Wij en konnen volgens opgenomen 
notitie jegenwoordig soo int fort als op de schepen niet meer als 
297 cloucke soldaten uytmaaken; boven dat sijn de schepen soo 
sober versien , dat meest alle deselve in de kaye leggen of onbe- 
quaam sijn. Het staat gansch te bevreesen dat ons dese gemelde 
Macassaren eenige nagelen sullen vervoeren, sulcx seer licht voor- 
gecomen waer geweest so men ons behoorleek met contant versien 
hadde 

Sljn Ed: recommandeert ons ten hoochsten ende seyt dat de 
Gompie ongelijck meerder dienst sal geschieden met'et vervoeren der 
nagelen te beletten dan dat Bij selver groote pértyen becomen. Over 
dese remedie heb ick menichmael in bedencken geweest, dat'et een 
vremt maxime is de nagelen selver niet te begeeren of [noch] te 
willen dat door andere genoten worden. Derhalven seg ick noch- 
maels dat om sulcx ganscheiyck te weeren geen middel en sij , ten 
waer dat ons naer den ontfanck des selfs voogden of deselve trachten 
te raseren, al souw er noch hondert mael geoordeelt worden dat'et 
ondoeniyck is 

Actum Amboyna int Gasteel ady 25 May A^ 1633 



1 Z^ keerden met veel zieken van Ceramlant temg. 



246 



LVIII. Artus Gysels, gouverneur van Ambon. aan den 
Gouv.-Gen. Hendrik Brouwer, 12 Juni 1633. 



In de bocht van Caybobo heeft de Quimelaha grote verandering 
gedaen. Drie a 4 van de negries naest gelegen heeft hij by sich op 
Lusiella getrocken ende drie a 4 op Lockie. Vorder hebben sy door 
vreese dat wy daer oock eenmael komen sullen alle de wegen tot 
haer negries ende nagelbomen onb^ruyckeiyck gemaeckt dewelcke, 
80 mij bericht wort, gansch verre in 't lant leggen ende 't sedert 
de vorige destructie geene nagelbomen door haer omtrent het strand 
geplant syn . . . . 

wy syn in immer so grote verwondering als SynEd. ten aensien 
der grote ende geleden schade, die de vremdelingen soo in goet als 
vaertnygh hebben geleden, dat sy echter wederom comen. Dat hare 
profyten so groot syn als wel gemeent wort kan ick niet wel be- 
vroeden, ten aensien dat slj alle de cleden verr over de marct geven 
ende 2 realen voort barot nagelen betalen, ten waer dat sy vanden 
bhaar 4 a 500 realen connen maaken. Sonder sulcx mogen sy qua- 
lyck behouden blyven want 'et vaertuyg dat sy hier nieuw moeten 
koopen seer kosteUjck valt ende bovendien noch veel andere be- 
hoeften van node hebbén. Doch 't is sulcx, gelyck Syn Ed: wel 
seyt, dat de nagelsouckende Portugesen, Engelsen, Deenen ende 
andere daertoe genouch aenporren sullen ende al ist schoon soo, 
dat sy eenige intrest lyden, door haar van tyt tot tyt op hoope van 
eenmaal een geluckige voyagie te doen geport ende aengemaant 
worden. Dese vremdelingen bevinden wy meest al Manacabers ^y Ma- 
leyers ende de minsten Macassaren te syn. Syn Ëd: en gelieft 
niet te geloven dat alle de nagelen die in Macasser gebracht 
worden eeniyck uyt Amboyna comen, maer staet vasteiyck te ge- 
loven dat deselve uyt de Molucques oock derrewaerts gebracht 
worden ende dienvolgende soo een massa uytbrengen; echter ist 
sulcx dat 'et ran hier niet dan te veel geschiet, dat ick qualyck 



1 De nachoda^s dier vaartuigen noemden zich zoo, biykens een l^st yanyer- 
overde jonken. Men weet dat de Fortugeezen dien naam gaven aan de inlanders 
van 't schiereiland Malaka. 



247 

weet te weeren door oorsaack der menichvuldige gelegentheden , 
sowel op Ceram als de naburige eylanden. Het heeft gebleecken 
dat de Loehesen, ja de principaelste Orangquais, hare nagelen selver 
op Ceramlaut hebben gebracht sulcx ick vastelijck geloof, die van 
Hittoe t voorleden jaar oock hebben gedaen sodat sij al te samen 
met een sop overgoten sgn 

So men van dit jaer van ons niet t^ veel en begeert hadde ende 
te verre gesonden, daer soud apparent meer verricht sijn geweest. 
Derhalven sal dese middel onder correctie de beste ende geassu- 
reerdste sijn ende so S^n Ed: voornemens is te persisteeren , so 
dienen w^ in toecomende met clouck ende meerder volck versien ende 
souden oock gansch vriendelyck versoecken dat in onse ende des 
Raets liber dispositie gestelt wiert waer dat wij den vQant den 
meesten af breuck sullen doen also d'occasien dickmaels waergenomen 
dienen 

Het principaelste ende swaerste is, dat 'et ons aen gidjes ende 
goede swarte soldaten gebreect, die haer int bos beter weten te 
redden als de Nederlanders, die met haer sware musquets, bande- 
liers ende lang sijdgeweer datelijck verlegen sijn, dienvolgende op 
de wegen voor doot blijven leggen sulcx in de corte tyt ondervonden 

hebben . Wegens 't point van Iha ' , 

daer op hebben Sijn Ed: in onse vooi^aende gedient ; 't is ons voor 
desemaal dienstich ende nodich geweest met haer in vrede te leven, 
daer in Bij haer tot noch toe wel gedragen hebben, ende soo mg 
van twee schoolmeesters gerefereert wert, hebben ons d'Ihaësen 
wegens des Quimelahas aenslagen op sommige plaetsen in de Uly- 
assers gewaarschout. 800 wij met haer in oorloch gebleven waren 
wy en souden niet één correcor of Amboinees, veel min soldaten uyt 
deselve quartieren hebben connen trecken sulcx niet vremt is, want 
een yder weet hoe dangereus dat het is den oorlog op sQn bodem 
te hebben, te meer als men andere vganden daer buyten wil gaen 
besoucken, sulcx by ons geschieden most. Derhalven is ons de vrede 
in dese gelegentheyt vorderlijker geweest als de oorloch, doch in 
toecomende sullen ons van sQn Ed: ample voorslagen connen dienen 



1 GtouY, Gen. en Baden hadden gewild dat h^ den aanslag op Ihamahoe zon 
hervatten. 



248 

ende sulcx doen als ten meesten dienst der Compie vereyscht 

wort lek en can alsnoch niet sien dat de 

borgeren van Amboyna eenich vordeel voor de Compie geven, maer 
eer soad 't nadeel bewesen worden, t Is seecker dat met de ver- 
delen die sy van de Compie trecken noch eens so- veel soldaten voor 
de qnantiteyt der burgeren gehouden souden worden, te meer soo 
wij rantsoen als nu geschiet is, aen haer moeten geven, wanneer in 
onse absentie ende uytwesen 't fort moeten bewaren. Het sijn oieest 
al een hoop Borachios ende gedebaucheerde menschen. Wat vordeel 
is ons van sulcke te verwachten ? Bovendien moeten de Compie die- 
naers desulcke onderhouden ende voor 'tgene dat van doen hebben, 
in plaets dat de Comp. 75 cent per cent betaelt, haer driemael soo 
veel geven. Ende dat wy meenen 't guarnisoen in Amboyna door 
haer te verlichten, ducht ick dat door niemant die in Indien is, 
beleeft sal worden. Sodat mij onder correctie best dunkt dat 'et 
vordelijker voor de Compie waer, dat niewers als in Batavia ende 
Banda vryeluyden gehouden wierden. De cleeden worden dickmaels 
door haer op de comptoiren onderstallig gemaackt, waerdoor eenige 
misverstanden oock onder d'inwoonderen ontstaen. In Banda ist 
een heel ander werck; daer en hebben wy met niemant te doen 
als met degene [die] onder ons commandement staen . . ^ . . . 
Actum Amboina desen 12 Juny a® 1633. 

[Behalve deze brieven zQn er nog drie door Oysels in dit jaar aan 
den Ö.-G. geschreven, maar 't voornaamste wat daarin voorkomt, 
ook veel van wat ik uit de voorgaande brieven wegliet, heeft Valentyn 
reeds medegedeeld. Somtijds is zQn verhaal wel wat verward. Zoo 
zegt hg dat op den tocht naar Assahoedi (October 1633) die plaats 
nauw besloten werd. Assahoedi was echter verlaten toen Gyselsdaar 
aankwam en werd geheel door hem vernield. De inwoners waren 
naar Henetello in 't gebergte gevlucht, op een hooge rots gelegen, 
waar zfl dapper weerstand boden en hulp ontvingen van Eimelaha 
Loehoe en die van Bano, zoodat Gysels weder moest aftrekken. 

Ook voor de gebeurtenissen op de Ambonsche eilanden in 1634 
kan ik in hoofdzaak volstaan met naar Valentijn te verwezen, aan 
wiens verhaal de brieven van A. Gysels en van zQn tijdeiyken op- 
volger A. van den Heuvel ten grondslag liggen. Ik heb weinig onnanw- 



249 

kenrigheden in dat verhaal aangetroffen. De voornaamste is deze. 
Als hij zegt (blz. 100) dat de Sadaha van de Compagnie in 't alge- 
meen terng eischte wat den koning van Ternate toekwam, voegt hy 
er aan toe: //waarop de Ambonsche Orangkaja's op Hitoe hem 
bespottende en uitlachende, vlak uit zeiden dat zy noit onder zQn 
Koning gestaan hadden//. Van den Heuvel echter schrijft (30 Mei 
1634) «"Dewgl alle onse Orangquajas van de Camer ^ daer 
present waren hebbe in sijn presentie yder afgevraecht of oock oyt 
onder den Ternataen gestaen hebben, daer op hem bewesen is dat 
de Portugesen vóór de comste der Hollanders bij de tseventich jaren 
het lant van Amboina beseten ende noyt onder den Ternataan gestaan 
hadden , dat in [vóór] 200 jaren die van de eylanden den Ternataen 
nietgekent en hadden voor haerconing, ende dat het een slechte saack 
soude wesen haer onder sodanigen Coningh te begeven die noch nae 
haer omgesien hadde, nochte haer beschermen conde; 't was een lust 
om hooren hoe treffelijck de voorsz. eylanders haer verantwoorden 
connen, ende men most lacchen als men sach hoe seer sy haer- 
lieden veracht hielden, dat den Sadaha haer [dat is degenen die onder 
't Kasteel stonden] als des conincx van Ternate onderdanen wederom 
eyschte , want in 't secreet quamen my vragen of ick haerlieden con- 
sent wilde geven dat den Sadaha met al sijn volck op eten mochten ; 
sQ hadden haer handen daerop al schoon gemaeckt//. Dit laatste 
klinkt zonderling. Misschien waren het hoofden van Noesa laoet die 
dit aanboden; deze waren toen nog als menscheneters bekend. — Zie 
verder de drie volgende stukken.] 



LIX. H a m z a , Sultan van Ternate aan den G.-G. Hendrik 
Brouwer, 11 Juli 1634. 

Ghij hebt mg belast dat ick den oorloogh jegens den Spanyaert 
ende Tydorees soude voeren , 't houwelijck mette dochter van Tydoor 
staecken, 't havenen, plucken ende leveren der nagelen versorgen 
ende d' onheylen in de quartieren van Amboynasien needer te leggen; 



1 Dat is: die onder ^t Kasteel staai). 



250 

't selve hebbe ick van mijoe sijde t'eenemael voldaen. Soo ÜEdt hoort 
dat ick mette Tydoreesen spraecke boude, sulcx is waer, maer 
daer toe zijn dese oorsaecken geweest; 't gebeele eylants volck op 
Tydoor verwierpen baren ouden Coninck ende verkooren eenen 
nieuwen, dien sij zeyden de recbte erffgenaem van de croone te 
weesen. En als doen bQ my bier op Ternaten was genoemt Kitcbil 
Gorontale ende alsoo de Tydoreesen op mij versoebten dat ick hun 
gemelte Kitcbil Gorontale tot baren Coninck soude willen laten 
volgen, hebbe ick den President * sulckx te kennen gegeven ende 
met goetvindinge van mijne Overicbeden bem voorts naer Tydoor 
gesonden, daer bij voor Coninck aengenoomen is, uitgesondert van 
de Soasives die bet nocb metten ouden Coninck bielden. Maer nu zijn 
deselve al meest bij den nieuwen Coninck overgecomen. Dit is de 
oorsaecke, dat ick mette Tydoreesen spraecke gebonden bebbe, doch 
t geene door mij met deselve verbandelt ende oock de conditie die 
van baerder syde mij aengebooden is bebbe aen d' Heer President 
altijt laten weten, soodat ick jegenwoordicb maer alleeniyck na de 
macht wachte, die ÜEdt sal gelieven herwaert te senden, t welck 
wel in tyts dient te commen op dat den Spanyaert syn secours niet 
voor het Uwe bier en compt te verscbynen, Maer hoe gaet dit toe? 
Ter compste van den Heer Commissaris van den Heuvel ende Presi- 
dent Ottens wiert in presentie van d' Heer Gouverneur Lodensteyn 
in volle vergaderinge , daer ick met myne Overicheyden oock ver- 
scheen, geiyckstemmich geresolvert dat den Sadaba met eencorcorre 
van bier naer de qüartieren van Amboyna soude vertrecken om de 
vervallen saecken aldaer te redresseeren , soo dat ick naer 't vertreck 
van d* Heer Commissaris [en] Gouverneur Lodensteyn naer Batavia 
den Sadaba naer Amboyna dispacbeerde, die.aldaer ontrent 3 maenden 
int gouverno vand' Heer Gbysels getardeert hebbende, d' Heer Com- 
missaris bejegent heeft , dewelcke zoo baest 't gouvernement ontvangen 
hadde den Sadaba by bem ontboot om te resolveren wat voor eerst 
diende gedaen. Ende naerdat uitte vergaderinge gescheyden waren 
heeft desen nieuwen Gouverneur ofte Commissaris Capiteyn EUtoe 



1 Johan Ottens, vroeger opperkoopman op Ambon, die den Goayemenr der 
jtfolukken Gysbert yan Lodensteyn in Angnstas 1633 was opgevolgd. 



251 



m 

met 9 zijner overicheden verraden ^ , waerdoor als na niet alleenlijck 
't eylant Hitoe verlooren is, maer oock die van Ceram en d' andere 
eylanden op de Hollanders zoo gepiqneert. ende verbittert zQn ge- 
woorden dat met deselve geen gemeenschap meer begeeren te honden ; 
van alle twelcke de Commissaris de eenige oorsaeeke is. Invoegen , 
soo men de saecke aldaer weder op eenen goeden voet wil brengen, 
sal het noodich weesen ick selfs in persoone derwaerts vertreck , alsoo 
men door H senden van eenige gesanten mgns oordeels niet sal connen 
verrichten. Soo nu Uwe Edt gelieft de qaartieren van Amboyna in 
een vredigen standt te brengen, soo versoeck ick dat ghQ metten 
eersten een goede macht van scheepen recht door sonder eenige plaetsen 
aen te doen herwaerts sent, soo om den Tydorees t' onder te brengen 
als om op 't Spaens secours te craysen , naert welck (soo men bevindt 
den Spanjaert hier maer middelmatige macht crijght) ick alsdan self 
mette schepen naer Amboyna vertrecken en mgn uytterste devoir aen- 
wenden zal om alles in een vreedigen staut te brengen. Soo Gij der- 
halven mij voor u vrint hondt en mij gelooff presteert, soo en houdt 
my niet langer sleepende , maer sent een goede macht tijdelijck her- 
waerts. Want hoe sal dit toegaen ? Doen wij onsen staet alleen sonder 
de Hollanders staende hielden floreerden wij en nu wQ mette Hollan- 
ders in verbont zyn wert ons lant ende volck van andre ingenomen. 
GelQck den Macassaer alreets Bouton verovert ende Taljabo affgeloopen 
heeft, staeter yets anders te verwachten als dat hij met Bouro ende 
quartieren van Amboyna oock zal doorgaen? Soo Uwe Edt de Mol- 
lucqes ende de quartieren van Amboyna voor U behouden wilt soo 
en paeyt ons niet langer met idle beloften maer sent in tyts een 
goede macht herwaerts en geeft daer neffens last om met mij tepit- 
saren. Ick sal Uw officieren met goeden raet bijstaen, sal oock al 
mgn macht neffens de Uwe naer Amboyna nemen, die qaartieren 
bevreedigen ende mgn revengie op den Maccassaer gaen soucken. 
Soo gij begeert dat wij vrienden zQn soo compt dit mijn versoeck 
nae, want het heeft bij de voorgaende coningen haer tyden noyt 
soo geweest dat die van Macassaer het hooft hebben dorven opsteecken. 
Ick ben jegenwoordich verleegen en hebbe veel waer te nemen. Soo 



1 Zie den volgenden brief en het uittreksel nit dien van Gysels van 1 Jan. 
1636 hierna. 



252 

ghij mij niet helpen wilt latet mij recht uyt mettet eerste van 't 
mosson weten, lek en sal dan oock geen assistentie meer van U 
verwachten. Soo ghg zeght dat ghy mij helpen, wilt zoo sent metter 
haest een goede [macht] maer en paeyt mij niet langer met woorden 
gelQck gij tot na toe heht gedaen, want soo des Prinsen goet hier 
in de Molucques comt verlooren te gaen, lek wilder mij vrg van 
houden. Godt heware Uwe Ëdt lange jaren. 
Gheschreven op Maleye den lln July Anno 1634. 

lek hebbe met den Heer Oonvernenr Loodensteyn een falcoen naer 
Batavia gesonden om daer van een tsethiady te laten gieten. Inge- 
valle t selve gedaen is gelieft UEdt het mij toe te senden. 



LX. Gou vemenr- Generaal (Hendrik Brouwer) en 
Raden aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie , 
15 Augustus 1634. 



[Den 10 Januari 1634 was een vloot onder bevel van Gijsbert van 
Lodensteyn naar Martapoera ^ gezonden om alle vaartuigen van 
Makassar die men daar aantrof te verbranden, voorts Poeloe Laoet 
aan te doen , waar die vaartuigen gewoonlijk aanliepen , en zich dan 
naar Makassar te begeven om die stad te blokkeeren]. 

Voorsz. vloote de voorn, rendevous ende eylanden van Pulolaut 
onderwegen aengedaen ende sich aldaer versterct hebbende met de 
schepen der Goes, Heusden, Sterre ende Amboyna, d'welcke op den 
18 Januario passado tot versterckinge ende meerder aensieneiyckbeyt 
vande voorgenomen Maccassaersche besettinge van hier afgeveerdicht 
ende op den eersten Februario daer aen volgende wel te passé aldaer 
aengecomen waeren, was op den 5 Februario voorts nae Maccassar 
vertrocken ende tusschen den 12n en 13ii dito voor Sambuppo aen- 
gecomen, hebbende int vaerwater tusschen Pulo Laut ende Maccassar 
ontmoet ende gepasseert verscheyden droochten , sanden ende rudsen 



1 Yergeiyk van Dgk, Neerlands vroegste betrekkingen met Boroeo, bl. 16. 



253 

dVelcke tot noch toe niet bekent ende als nu tot weeringe van alle 
voordere onheylen op haere rechte hoochten ende streckingeti in de 
caerten geleyt ende aengewesen sljn ^. 

W0 hadden wel verhoopt dat onse voorsz. macht soo vrouch ende 
tijdelijck [op] de reede van Macassar soude aengelanght s^n dat sij 
d'aencompste der Portngeesche navetten van Macao ende Malacca 
mitsgaders t' vertreck van de Macassaersche ende Maleytsche joncken 
naer Ambojna ende Ceram hadde mogen prevenieeren , doch hebben 
bevonden datter in het laetste van Januario passado ende voor d'aen- 
compste van onse gem: vloote niet alleenlijck twee Portugeessche 
navetten van Macao aldaer aengecomen waeren, hebbende boven 
haere ingeladen goederen ende coopmanschappen voor den coninck 
van Maccassar mede gebracht twee stucken geschat , 40 cassen met 
roers ende 4000 ® boscruyt, maer den gem: Coninck, sQnde van 
onse desseynen ende d'aéncompste onser jachten wel drie weecken 
te vooren over Japara verwitticht, hadde oock wel buyten onse ex- 
spectatie ende vroeger als ordinarie tot opcoop van nagelen 7 groote 
ende vijf minder joncken, waer van d'eene bij den Coninck nytgereet 
op 70 k 80 duizend realen van achten wiert ghewaerdeert, naer Am- 
bojna ende Ceram ende noch twee dito naer de quartieren vanSolor 
ende Timor doen vertrecken, ende, nae het relateeren van seeckere 
gevangene ende geintercipeerde Macassaren, hebben op d'aencompste 
van onse gemelte macht voor Macassar noch in de riviere vanSam- 
buppo volcomen claer ende seylreet gelegen omme nae de quartieren 
van Ambojna ende Ceram te vertrecken drie groote ende eenige min- 
dere coopvaerdye joncken mitsgaders een machtige Conincx armada 
van 30 stucx snelle ende wel beroeyde pranwen, bij haer galeyen 
genoempt, alle van volck ende ammonitie van oorloge wel versien. 

Omme gemelte s' Conincx prauwen ende Macassaersche joncken 
in te houden ende voor te comen dat de Compie in Ambojna door 
der selver macht ende presentatie geen voordere onheylen mochte 
overcomen, heeft den Commandeur Ggsbert van Lodensteyn dVoorsz : 
jachten langs de strant ordenteiyck in een halve maene geleyt ende 
Macassar soo dicht als mogelijck beseth ende beslooten, sendende 



1 Daartoe was de ervaren schipper Gterrit Thomasz Pool aan Lodensteyn 
medegegeven* 



254 

dagelicX) omme alle t'aencomende Portugeesch, Maleytsch ende ander 
vreempt vaertnyeh in handen te becomen , eenige jachten ende kleyn 
vaertuych in zee , daermede s^ne E. sesthien joncken ende yaertuygen 
van diverBche quartieren aencomende ende geen onraet vermoedende 
aengehaelt ende noch een nieuw Portugeesch naveth comende van 
Macao naegejaecht ende soo benart hadde dat de Portugesen van 
dito jacht siende geen andere uytcompste, t' vier in het cmyt ge- 
steecken en haer met de vlucht gesalveert hebben. Oock hadden 
d'onse van seeckere Macassaersche galeyen , die den Coninck om een 
onser jachten aen te tasten ende te vermeesteren uytgesonden hadde , 
twee stucx vaertuych vernielt ende wel 30 Macassaren soo gevangen 
als dootgeslagen. 

De voorn: Conincx armade was echter op den 15 Meert met een 
schoone ende frissché lantwint in spijt van onse vloote uytgelopen, 
houdende ses voeten waters langs de wal ende tusschen het recif 
door, t' welck landwaerts van onse voorsz. jachten gansch qnalyck 
ende sonderlinge favorabel t'zeewaert van voorsz: Conincx vloote ge- 
legen was, alsoo onse voorsz. jachten, hoewel onder seyl gingen 
ende geduyrich met grof canon chargeerden ter saecke van t' voorn, 
recif de wal niet naerderen of d' voorsz. prauwen, die omme te scha- 
peren ende boven den hoeck van Tanakeka te geraecken met roeyen 
ende seylen haer uytterste devoir aenwendden ende op ons chargeeren 
weynich waren passende, eenigen merckelijcken afbreuck hebben 
connen aendoen, sonder dat sij oock d'selve armade wegen de stilte, 
die corts daer naer opgecomen is ende t' eschapeeren der selver 
pranwen mede niet weynich gesecondeert heeft, hebben connen ver- 
volgen. 

Waerover den Commandeur Lodesteyn, die met den breden raet 
van sgne vloote niet anders en conde dencken off de voorsz. armade 
was bij den Coninck van Macassar den Quimelaha Louhou ende het 
trouweloose Ceram tot assistentie naer Amboina afgesonden, ten selven 
daege des nachts met de lantwint van Macassar opgebrooken ende 
met s^ne gantsche macht de geseyde Conincx vloote naer Amboina 
gevolcht is, hoopende dat hij d'selve onderwegen achterhalen, in 
Bouton belopen of ten minsten haer aencomen in Amboina prevenieren 
sonde, dan heeft van sijne voorsz. hope ende expectatie niet anders 
erlangt alsdat hij onderwegen Bouton vier Maccassaersche oork)chB 



1 



255 

prauwen, die den Coninck van sijne voorsz. armade noch uyt Sam- 
buppo naegesonden hadde, gerescontreert ende drie derselver ledich 
ende sonder yolck verovert ende geraseert , sonder dat hij des Coninex 
principale oorlochs vloote onderwegen achterhaelt off in Bon ton beloopen 
beeft, of dat oock eenighe andere jachten als Mocha, Maen, Sterre, 
Negapatnam ende twee chalonpen de reyse naer Amboina hebben 
connen gewinnen, sgnde tot groote verachteringe ende pre jadicie van 
des Compie stant ende constitutie in Amboina van daer versteecken 
gebleven d'jachten der Goes, Grotenbrouck, Son,Macao,KleynWesel 
ende Ambojna soo ten aensien d'selve in Bouton, alwaer eerst van 
den 22n Marty tot op den eersten April, wachtende sonder eenigb 
fondament op een ander Macassaersche armade, ende noch andermael 
van den 23n tot den 29n des nachts stil gelegen hadden, te lang 
hebben geremoreert, maer insonderhejrt omdat haer opcomen , soo door 
d'oostelycke winden die desen jaere buyten opinie van alle ervaerne 
zeeluyden extra ordinarie vrouch ende wonder hart doorgewaeytt hebben 
alsmede door de vehemente om de westloopende stroomen soodanich 
belet ende verhindert is geweest dat den Commandeur Lodesteyn, 
bevindende sich ter saecke van de voorsz. ongelegentheden vansyne 
reyse naer Amboina gefrustreert, sich wederomme nae Bouton ende 
van daer voorts naer Macassar om de besettinge aldaer , gelQck voor- 
desen waer te nemen, begeven heeft, hebbende in Bouton van den 
9n May tot op den 16n dito wederomme stil gelegen ende sich niet 
alleen van water, branthout ende andere verversinge versien, maer 
oock 7 Macassaersche coopvaerdye joneken, d'welcke aldaer tot be- 
voorderinge van haren handel gearriveert ende in de rivier opge- 
haelt waeren, vernielt ende gedestrueert. 

Den Coninck hadde op sijne £. wederaencompste van Macassar de 
stadt ende Gasteel van Sambuppo vrij versterct ende gefortificeert 
en bovendien t' Engelsche eylant, tVelck alleen de reede van Ma- 
cassar voor de cracht der westeiycke winden bevr^t, met gewelt 
van volck geheel afgedraeghen ende in zee gewurpen ten eynde wij 
ons op gemelte eylandt niet verstercken noch Macassar in het Wester 
Mouson soude connen beseth houden 

Nae den Captn van voorsz. joncke * rapporteert ende d'onse uyt 



1 Van een Japansche jonk, varende van Kambodja op'Makassar. 



256 

d^overhoofden van het Deensche jacht de Charitas , t'welck op dea 
12 Juny passado van Macassar opgebroocken ende met eenige wey- 
nige nagelen nae de custe van Choromandel vertrocken was , ver- 
staen ende vernomen hebben, soo hadde den Coninek van Macassar 
t'arriveeren onser jachten ende t'besetten van sgn stad in soo hooge 
achtinge genomen, dat hij tot bescherminge van sijne stad ende tot 
weeringe van alle assaulten ende invasien daervoor hy niet weynich 
beducht was een macht van 40000 man bij een vergadert ende tot 
het verstercken ende fortificeeren vande stad ende casteel van Sam- 
bnppo wel 17000 man gebruyct ende gestadich geoccnpeert gehouden. 

Daertoe hielt hij om het noordelyckste ende zuydelijckste eynde 
vande stadt gestadich claer ende slachvaerdich twee bgsondere 
machten, gder van 300 prauwen sterck, soo omme de daegeiyckse 
excursien onser jachten te stutten als omme de Macassaersche jonc- 
ken ende vaertuygen van Ambojna, die dagelic^ uyt de quartieren 
van Ceram verwacht wierden te secondeeren ende tegens t' gewelt 
onser jachten te beschermen. Daertegens hield den Commandeur 
Lodensteyn den houck van Tanakeka met drie ende de reede van 
Sambuppo met twee jachten beseth 

Het schip Batavia despererende syne reysenaer 

Macassar te gewinnen is nae de straet van Bonton geloopen, ende 
synde aldaer op den 30 Martij gearriveert, bevont present in Bouton 
een armade van den Coninek van Macassar sterck wel 200 ofte 300 
seylen soo groot als kleyn, dewelcke niet alleen t' lant van Bouton 
afgelopen, vermeestert ende den Coninek onder contributatie off 
vasallagie gebracht hadde maer soude oock op den 10 Martij [April] 
een assault gedaen hebben op t'voorsz. jacht Batavia ten waere 
t'selve door eenige Orangkays van Bouton van t'voorsz. attentaetder 
Maccassaeren gewaerschout , sijnde op den 9en April uyt dito straet 
vertrocken , de geseyde macht ontweecken ende geresol veert om sgne 
onbeseyltheyt nae Batavia te keeren 

't Voorsz. 1 bij den Heere Gijsels verricht sijnde, waren op Com- 
bello, Kelang ende Manipe verscheenen 43 stuk Macassaerse jonck- 



1 Namel^k een tocht naar Manipa en Kelang, waarop hy y^f jonken uit 
Makassar verbrandde en eene neger^ met al hare yruchtboomen vernielde. 



257 

jens daermede den Coninck van Macassar den Qaimela Louhou tot 
assistentie toegesonden hadde ontrent 2000 coppen, daeronder 20 
blancke Portageesen, groote quantiteyt roers ende musquetten als 
andere ammonitie van oorloge, ende hebbende haer op Combello 
versterct ende een fort opgeworpen , waeren met den Quimela Lonhou 
ende Captn Hitoe geconspireert ende aengespannen omme den oorloge 
tegen ons aen te vanghen, t* lant van Amboina op s^n swackste 
t'overvallen ende ons en onse christen onderdanen allen mogelijcken 
afbrenek aen te doen, daertoe haer het tardeeren van ons afgesonden 
seconrs ende de sobere constitutie vande Nederlandsche macht in 
Amboina geen kleyne advantagie beloofde ende bg nae d'victorie ver- 
seeckerde. 

Omme t' voorsz: attentaet int werck te stellen hadde den Captn 
Hitou aireede 100 mnsqnets ende roers van de vreemdelingen be- 
comen en was gereet ende volcomentlQck geresolveert geweest den 
vijant in Bijn lant t' ontvangen ende den Gonvemeur Gesels, die 
hem tot tegenweer geprepareert [en] de gantsche macht van Am- 
bojna byeen versamelt hadde, vganteiyck te bejegenen, hebbende 
tot dien eynde sgne menblen ende de vrouwen van Hitoe nae syne 
sterckte gevlucht ende de negryen Hitoe ende Lebeleeuw met ge- 
wapent volck beset ende op Cajetto ende Essingh, Wawanij twee 
nieuwe sterckten gebouwt. 

Omme des v^ants aenslagen te breecken, den Captn Hitoe in sijn 
quaet ende pemitieus voornemen te stutten, syn parsoon te ver- 
seeckeren ende met gewelt oft practgcke in handen te becomen is 
den Gouverneur Anthonio van den Heuvel, synde ondertusschen 
ende staende dese troubelen in Amboina aengelanght , op den 8 May 
passato met de voorsz: armade opgetrocken ende naer Hitou gepan- 
gayt, ende hebbende den voorn: Captn Hitou een vrundelQck sam- 
blant ende een goede mine getoont, heeft denselven neffens de principale 
hoofden ende belhamers van Hitou met naemen Barus, Totahatoende 
Faty Touba(n) met bewillinghe vanden Coninck ende andere prin- 
cipale Orangkags van Hitou, die sïjne actiën niet en hadde connen 
laudeeren off approbeeren, met een behéndlcheyt gevadt ende ge- 
vanckeiyck nae het casteel gevoert om aldaer over syne begaene 
feyten ende misdaden voor den landtraet van Amboina gesisteert ende 

uaer merite van soo enormen delict gestraft te werden. 

17 



2Ö8 

Yoorsz: apprehentie heeft des Compies staet in Amboina grootelicx 
verbetert ende verseeckert ^ ende ter contrarie den Quimela een 
groote vercleyninge toegebracht alsoo daerop gevolcht is, dat den 
Coninck ende alle de hoofden ende Orangkays van Hitou haer ende 
haere ondersaten de gehoorsaemhej^t van het Ca steel ten eënwigen 
daege onderworpen , den eedt van getrouwicheyt gedaen, tnet de 
Orangkays van de caniere van Ambojna ende d'üliassars een Mat- 
tacauw; t'welck den hoochsten ende solemneelsten eedt is dewelcke 
die natie malcanderen doen oft presteeren connen, toegedroncken 
ende vordérs geconditioneert hebben enz. * . . 

In de Molucos , nae den Gouvemear Gysels per een expresse pranw 
van daer was geadviseert, hadde de President Joan Ottens op den 
26en December 1633 t' schip Tholen, wel gemant ende gemonteert, 
wederomme nytgesonden ende geordonneert omme onder t' beleiyt van 
den Fiscael Daniel Ottens op het verwacht Spaensche secottrs buiten 
d'eylanden te kmyssen, als wanneer op den 27en dito 's morgens 
van den vijant opgedondert ende bij t' schip Tholen vernomen sijn 
twee cloecke schepen, een jacht ende een jonck, alle wel gemon- 
teert ende ten oorloge nytgernst, op hebbende den Admirael 28 ende 
den Vice-Admirael 20 metaele stucken ende boven haer ordinarie 
scheepsvolck gemant met 80 gastadores oft wercklnyden, 200 Spaen- 
sche ende 170 Panpansche soldaeten. 

Yoorsz: machten ende partQen malcanderen genadert ende geap- 
procheert sijnde, bejegenden den anderen met een groote ftarie ende 
hevicheyt vechtende ende met malcanderen schntgevaer houdende van 
s'morgens ten seven tot s'middachs ten twaelf nyren als wanneer 
partyen aen wedersyden haer soodanich gestelt ende gematteert von- 
den , dat den vijand , hoewel het schip Tholen in schut ende macht van 
volck verre te boven gingh, voor uyt nae Gamma Lamma geloopen 
ende het schip Tholen mede naegevolcht ende seer schadeloos ^ voor 
Malayo geretireert is, sgnde in syn hol 46 mael doorboort endeheb- 



1 Volgens bericht yan Van den Heuvel , maar het bleek spoedig dat hij zich 
daarin volkomen vergiste en dat die zoogenaamde onderwerping der Hitoeezeo 
niets beteekende. Zie hierna bl. 266. 

2 Zie Valentfln II 2 , bl. 101. 

3 Beschadigd. 



269 

bende in de voorsz. actie 14 doode ende 13 gequetsen becomen, 
mitsgaders syn chaloup ende twee anckers van de boech ver- 
looren. 

Wat schade den vijant int geseyde rescontre geleden hadde was 
niet te recht bekent. Ondertusschen was den Spaenschen Gouverneur ^ 
met d'aencompste van t' voorsz. secours wonder animeus ende ver- 
metel geworden , dat hy niet alleen syne nieuw aengecomen schepen , 
jachten ende andere vaertuych wel opgepronckt ende met vlaggen 
ende wimpels verciert buyten de bocht van Roumy ende int gesicht 
van Maleye ten ancker gehouden maer oock somwglen voor het Gas- 
teel een gdele bravade met sijne galeye gemaect heeft. 

Bovendien soude met den coninck van Tidore versproocken syn 
omme syne voorsz. drie aengecomen schepen, syne galeye, een bar- 
gantyn ende 6 Tidoresche correcorren uyt te setten ende het schip 
Tholen niet tegenstaende onder het recif voor het Gasteel gecort was , 
op syn onversienste by nacht aen te tasten ende soot mogeiyck waere 
nae Gammalamma te slepen. Dan aengesien de Sengadies, Quime- 
laas ende resterende adel van Tidore tegen haeren coninck gecon- 
spireert waeren en een ander in syne plaetse substitueren wilden, 
soo was t' voorsz : complot ende voorgenomen assault ten opsien vande 
geseyde Tidoresche onlusten weynich te duchten. 

Den coninck Hamsia, die selfs deb Spanjaert op syn swackste 
meer als te veel suchts ende affectie toegedragen heeft, was door 
t' voorsz. nieuw aengecomen secours ende gepleechde animeusheyt 
van den Spaenschen Gouverneur vry versaecht geworden ende toonde 
hem in die conjuncture van tyt, dat wy syne hulp ende assistentie 
meest van noode souden hebben, tot vervolch van den oorloge gansch 
ongenegen ende geinclineert omme met den Spanjaert ende Tidoresen 
den vrede aen te gaen. 

Evenwel hadde den President Joan Ottens by den Goninck ende 
syne respective Quimelaas als andere Orangkays van Temate soo 
veele te wege gebracht, dat sy seeckeren Eitchil van Tidore Ritchil 
Gor[on]taiy , synde eertyts uyt miscontement by den Tarnataen over- 
gecomen, d'voorsz, gerebelleerde ende geconspireerde Tidoresen weder- 



2 Pedro d^ Heredia, 



260 

omme toegesonden hebben, met intentie om d'onlosten aldaer soo 
veel mogeigck te voeden ende te vermeerderen. 

Actmn in 't Gasteel Batavia adi) 15n Angnsto 1634. 

U. E. tronwschnldige Dienaeren 
Hbkdbigk Bboüweb. 

AlTTOinO VAK DlBlCBK. 
PiBTBB VlACK *. 
Jav vak DEB BüBGH. 



LXL Oouvemeor-Generaal (Hendrik Brouwer) en 
Raden aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie, 
27 December 1634. (Afgesloten 8 Januari 1635). 



Door de uytstroyingen van de Engelsen ende Deenen tot Coro- 
mandel, Bantam ende Batavia, alsoo hier noch somtyts ter vlucht 
een Engelschman van Bantam comt, hebben wg seeckeriyck ver- 
noomen , datter omtrent de 2000 baren naegelen het voorleden jaere 
tot Maccassar aengebracht waeren , die daer conrant vercocht wierd^ 
tegens tweehondert realen de bahar 

De vaert der Macassaren heeft t sedert weynigen tgt herwaerts 
sonderlinge toegenomen door den toeloop der verdreven vreemdelingen 
van de Maleyse landen, als Johor, Pahan ende Lingen, item van 
Grece, Bonckit, Jortan, Cidayo ende veele andere plaetsen, ende 
snlcx omdat gemelte Macassar deselve vreemdelingen seer civQl be- 
jegent. Hij heeft oock een groot deel van de oostcnste van Gelebes 
onder sijn heerschappg , daer s^ne joncquen veel goede havenen weeten 
te vinden. Het sijn oock niet alleen de nagelen van de Amboynse 
qnartieren, die hy UE. onttreckt, maersQnvolck weeten de Tidoorae, 
de Meaose, die van Bnro ende de Macqnianse mede te crggen door 



1 Blpens resolntien van Gt.-Gt. en B. 14 Febr. en 8 Ang. 16S4 had hg 
dezen brief opgesteld, eveneens bet Dagregister gebonden in 't Kasteel BataYia, 
dat biennede meestal woordelijk overeenkomt. 



261 

jonoqnen die op Znla, Znlabessy, Sapelnlo, finro, Onbij ende op de 
cnste van Weda haere handelinge soecken , daer hun gemelte nagelen 
van Tidoresen ende onse Macqnianen bedecktelgcken by cleyne ende 
groote partyen toegebracht werden, ende Uë. dienaeren in Tarnata 
ende Macqnian paeyt men metpraetiens, beclach van qnade gewassen 
ende de tochtdoeningen van Hamsia. « 

De Maccassaren weeten selffs de plaetsen des Tydorees op Halama- 
hera gelegen, Aqnilamma ende Batachina gODaemt, te besoecken bQ 
N(oort) Ceram door de Snyd Zee, als nyt geintercipieerde brieven 
vernoemen hebben, soo dat alle ons doen tegen haer noch weynich 
opereert. De begeerelQcheyt van alle degeene die haer nagelen aen 
UE. verbonden hebben is te groot; trouw noch dancbaerheyt heeft 
by haer geen plaetse. Hamsia is int harte gants gespanjoliseert ende 
meent den President Ottens, dat hy eerlange tegen ons uytbarsten 
sal onder pretext dat wy den Spanjaerden van Tarnata niet en ver- 
dry ven, daer hem den Spaenschen raet seer toe ophitsen, alsoo se 
gaeme souden sien, dat wy onse machten in Molnco vruchteloos 
consumeerden ende onse saecken elders versuymden. Gemelte Span- 
jaerden provideeren den Tidorees met soo veele Europise waepenen 
van schoone roers ende musquetten, als sy begeren soo wel te leen 
als te coop. Soo doen oock de Portugysen aen de Macassaren, diese 
jaerUjx Macaos isere geschut, Japanse, Oeylonse ende andere roers 
in meenichte toeschicken, contrary de oude Spaense ende Portugyse 
strenge wetten van geen wapenen aen den ongeloovigen te mógen 
vercoopen , op poene van de alder swaerste excommunicatie doch heeft 
den Paus daervan gedispenceert. 

Echter connen de Macassaren alsulck geweer van de Engelschen 
ende Deenen mede genoech crygen ende bevinden wy dat deselve 
Macassaren ende vreemdelingen niet alleen syn cloecke Indiaense 
zeevaerderis , maer oock hart ende stout int bieden van tegen weer. 

Onse aldaer gehouden besettinge ^ is voor ons lastich geweest ende 
heeft hun weynich affbreuck gedaen, maer syn daer door stouter 
geworden ende hebben hun te meer gefortificeert. Sy hebben oock 
dwars over lant eenen bequamen wech gemaeckt naer de Oostcust 
van t Maccassaerse lant , daer se de naegelen over lant connen brengen 



1 Zie hiervoor bil. 253, y. 



262 

ende alsoo t' daer vlack waeter is, wetep die met cleyn vaertuycb 
Djt hnnne joncqnen te haelen ende daer te brengen, die veelecreecken 
hebben aen de Oostsgde van Celebes ende b^na onbesetteiyck sgn, 
ende geleek onse Bantamse besettinge den Engelschen voorderl^cken 
is geweest, soo is de Maeassaerse niet alleen den Engelschen maer 
ooek den Deenen proffitabel gevallen , want als men hnn niet en weert 
ende de Portngijsen daer van daenhont, soo ged^t sulckx grootelgckx 
tot voordeel van haer handel 

Waere ons attentaet op de caraecken ^ gelnckt, ofte waeren voor- 
leden jaere de prinsen van China grooter gevallen, ofte de negotie 
beter gesnecedeert , ofte dat men vasten staet op den Chineesen ende 
Japansen handel mochte maecken, ofte dat ons eenige andere extra- 
ordinarij goede saecken waerën toegevallen, wQ sonden wel derven 
voorslaen , dat UE. de nagelen in Europa behoorden te brengen eenige 
jaeren op een legen prQse , om daer naer te beter des Compies maxi- 
men te erlangen. 

De continuatie van des Compies octroy sal doch ongetwijffeld gecon- 
tinueert moeten werden; de proffijten die d'eenejaeren missen, souden 
d'andere genieten; t'en is geen voordeel weynige naegelen dier te 
vercoopen ende het ooge te houden op een hipoteeck dat sich selven 
door interesten consumeert. Als men over d'eene bouch geen cours 
beseylen can moet men 't wenden, om beter gelegentheyt tesoecken 
om geen verlooren arbeyt tè doen. Hier arbeyden wij met lijff ende 
siel om ÜE. met verscheyden nieuwe cargasoen effecten soo tesecun- 
deren dat de Heeren depositarissen soo niet souden behoeven te star- 
oogen op het verstervende effect der naegelen, maer op ÜE. vaste 
ende wel gestabileerde Indische commercie 

Wauneer dan de naegelen bij UE. op legen prQs waeren, souden 
wij daermede hier de marckt connen doen daelen ende daer door den 
handel der Macassaren geheel tot niet brengen, de Irouloose nagel- 
vervoerders breydelen , ons bij alle onse gebuyren min hatich maecken 
ende daer door min vijanden hebben; de commercie van alle vreem- 
den souden wij daerdoor meerder op Batavia aenlocken soodat ons 
de Maccassaren dan selffs toecomen souden; onse scheepsbesettingen 
ende gamisoenen souden wij connen verminderen, de imaginatien 



1 Namelijk in de zeestraten omtrent Malaka. Zie hierna. 



263 

van meer nieuwe forten te maecken sonden cesseeren. 



De GoQunandenr Coper's ^ gestadige doorsoeckentheyt heeft hem 
doen vinden ende ontdecken de straete van Bencalis op Snmatras 
custe gelegen , inganek neemende door de mont van Campher 
^ide nytcomende recht over Malacca, daer een schoon canaei ende 
goede diepte is, ten minste van drie vademen , waer door het Maleysch 
ende Javaens vaertuych voor desen doorgaens haere passagie sonder 
ons weten hebben genomen , soo de Portngijsen mede desen jaere 
hebben gedaen ende. met drie navetten bij nacht den onsen ontsnapt 
ende daer door voorby geraeckt s^n, welcke canaei nu mede beset 
sal worden gehouden ' 

Bi] de brieven des coopmans Joost Schouten van 26 July ende 
15n lïovember vernoemen wy dat de Siamse armade omtrent de 
40,000 mannen sterck in April lestleden te lande voor Patany was 
gecomen ende dat haere uAvale macht , bestaende in 8 joncquen ende 
50 fusten ter zee voor Patany niet hadden derven comen omdat de 
Portngysen neffens de Coningen van Johor, Pahangh etc. met omtrent 
100 vaertuygen , 5000 man , een Portugese fust ende een gelia den 
Patanesen te hulpe gecomen waeren^ maeckende met de zeemacht 
der Patanesen t saemen een fraeye vloote van meer als 50 Maleyse 
fusten, die d'onse voor Patany comende den denJunio op strant op- 
gehaelt saegen leggen, soodat gemelte Siamse armade, meer resis- 
tentie ende zeemacht bevonden hebbende danse vermoedet hadden, 
naer eenige rencontren ende ons daer niet vindende, eensdeels oock 
door gebreck aen provisie, Patany verlaeten ende over Ligor naer 
Siam te rugge gekeert sQn. D'onse ' om te toonen datse tot hulpe 
des coninckx van Siam gecomen waeren tegens Patanij, staecken 
den brant in ses joncquen die daer op de reede tegen de modder 



1 Jacobus Cooper, commandant van de vloot Van kruisers in den omtrek 
van Malaka. Sinds 16 September 1633 , toen h^ het oppergezag aanvaardde , tot 
November 1634 bad b^ 63 yaartoigen boit gemaakt, zoo Fortngeescbe als Ja- 
vaanscbe, maar geen geladen karaken. 

2 Dit kanaal werd naar den Grouvernenr-Generaal Straat Brouwer ge. 
noemd. 

3 Den 14 Mei 1634 waren 6 schepen onder bevel van Claes Bruyn naar 
Patani vertrokken om de Siammers bulp te verleeneti. 



264 

aenlaegen ende cregen neffens 5 overlopers, 10 Patanesen gevangen , 
die met Hnysdaynen naer Siam sonden. 

Het schip 't Wapen van Delff den 16ii Jnnio voor Siam met den ge- 
meiten Schonten gecomen sgnde, soo vonden de gemoederen des Coninckx 
ende alle de groote seer tegen ons vervreemt, alsoo de Siamse over- 
booffden, die voor Patany waeren geweest, het missen van onse 
assistentie imputeerden te wesen de eenige oorsaecke van geen victorie 

becomen te hebben Maer als den Goninck door 

gemelte Schontens verclaringe pertinentelgcken vernam onse machtige 
assistentie ende hem het verbranden vande joncken voor Patany door 
de gevangene Patanesen wiert gerapporteert, die door Huysdnynen 
daer aengebracht waeren, soo werden niet alleen de benomen vrij- 
heden gerestitueert maer de audiëntie aen Schouten toegestaen. . . 
• ••••• • ••••••••••••••«^ ■■ 

Den coopman Schouten mach t'sijnen believen als Mandoryn in de 
vergaderinge van Mandorijns compareren ende neffens deselve voor 
den Coninck verschenen , dat een groote reputatie voor onse natie is. 
Tot dancbaerheyt onser alhoewel vruchteloose assistentie heeft den 
Coninck de Compa omtrent de helft van de ordinary gerechticheyden 
mildelijcken ontlast, dat jaerlijcx omtrent de 5000 gl: bedraeghen 
sal, hebbende daer van verleent een ordonnantie in de behoorlycke 
forme verseegelt ende beschreven daermede des Compies dienaers van 

veele fastidien verlost s^n geworden 

Wij souden oock vant eylant Engano voor de straet van Sonda 
gelegen omtrent 27 mQlen West ten Noorden van den vlackenhoeck 
een deel volck hebben laeten haelen , ^ dat bi| faute van jachten 
doch aldermeest omdat die naer 't vertimmeren door gebreck van 
timmerluyden hebben moeten wachten , niet heeft connen geschieden. 
Gemelte Engano is bewoont van omtrent duysent sielen, aldaer.van 
vervallen volck aengegroeyt die seer armelijck leven, geen besundere 
sterckte noch geweer hebben, meest naeckt gaende ende niet ken- 
nende rijs nochte kleeden maer decken haer schamelheyt met matjens 
ende eeten cocos, andere aertwortelen ende visch, soo daer veel ge- 
vangen wert, synde oock soo bangh voor t'schieten dat ter aerden 
vallen als een musquet gelost \>wrt 



1 Tot bevolking van de Ban da-eilanden. 



265 

Den president [van de Molnkken] Jan Ottens adviseert bij sgn 
schryven van den 15en Jaig ^' dat de Spaensche Gonvemeur Pedrode 
Heredia nyt Gammalamma in Augusto 1633 seeckeren brieff aen den 
Coninck van Tamaten heeft geschreven ^ daerbij denselven aen Sijne 
Majesteyt was vermaenende de hooge beloften in de Manilha gedaen 

doch nn eenmael wilde gedencken Soo heeft 

echter den Coninck Hamsia voorscreven saecken soo verre vervolcht, 
dat hy neffens den voornoemden Quitchil Gorontaly, die sonder voor- 
weten van de onse door Hamsia naer Tidor gerelaxeert, op uit. 
April passado als Coninck van Tidor gecroont ende met de behoor- 
Hjcke ceremoniën aldaer geinvestigeert was, met voorseyden Spaen- 
schen Gonvemenr op Gammalamma niet alleen vereenicht, maermet 
den anderen soodanich verdragen syn, dat den Coninck Hamsia tegen 
de comste van het Spaens seconrs uyt de Manilla (t welck nn sterck 
ende groot geestimeert wiert) Maleye verlaeten, hem met syn Tar- 
nataenen onder de bescherminge van den Spanjaert op Soula ende 
Tacomy begeven, syn residentie daer neemen, de Nederlanders aff- 
vallen ende tot affbrenck van deselve den voornoemden Spaenschen 
Gonvemeur op Gammalamma met duysent gewapende mannen con- 
tinueeUjck sonde assisteeren. 

Oock was daer op den eersten Juiy uyt de quartieren van Amboyna 
ende Ceram geretoumeert den Sadaha des Coninckx Hamsia ende 
naer dattet gepasseerde in de quartieren aen synen Coninck, soo 
mondelingh als by brieven van de Quimelahas Louhou ende Leliatta 
vertoont hadde, soo heeft den Coninck ende grooten van Tamaten 
daerin soodanich miscontentement genomen, dat de onse door den 
tolck dede aenseggen synen Sadaha by den Gonvemeur in Amboyno 
verachteiyck ende gansch quaiyck was bejegent, dat den Coninck 
door dito Gouverneur voor een valsch mensch uytgescholden was, 
dat op den raad van den Sadaha om de vreemdelingen te verdry ven 
niet eens en was gelet, dat Capn Hittoe ende ander gevangen Orang- 
kays valscheiyck waeren verraeden, dat men met gewelt ende tegens 
recht Coninckx landen ende volckeren socht te usurpeeren, dat hy 
derhalven de Neerlanders niet meer geloven maer tegen deselve wel 
andere middelen practiseeren sonde, ende wat goede bewys redenen 
d'onse hem daerentegens deden, wonde deselve niet aennemen maer 
was sich gansch verongeiyckt houdende. 



266 

üyt alle welcke omfitandicheden niet anders te vennoeden is dan 
dat den Coninck van Tarnaten in si)n begonnen vreede handelinge 
met den Spanjaert op 't arrivement vant Spaens seconrs sal voort- 
vaeren; derhalven was de president Ottens noodich achtende dat de 
Molncos met twee ofte drie beqoame schepen tegens primo Jannarg 
1635 mochten werden versien soo omme op het voorsz. Spaens seoonrs 
uyt de Manilla tijdel^ck te mogen passen, t'selve in handen te be- 
comen als om tot andere noodige diensten gebrnyckt te worden waer- 
door apparent wel alle de voorszeide onlosten sonden connen geweert 
werden > 

Naer de brieven van eenen Qnitchil Diny, hooft op Tabonco, 
melden, soo hadde de Coninck van Maoassar met macht van vaer- 
tuych ende volck de plaetse van Tabnco belegert, alle het vaertaych 
verbrant ende voors: plaetse soodanich benaent gebonden datter niets 
nyt nochte in mochte comen. 

Voor Teljabo waeren deselve mede met 130 praenwen verschenen, 
de principale negeryen aldaer afigeloopen ende wel 200 stncx gevangen 
Tamatanen in handen becomen 

Aengaende U£. stant in Amboyno, de overgroote verhoopte voor- 
deelen van Kaky Ali's apprehentie ende vast settinge sijn altemael 
in roock verdweenen ende staen de saecken aldaer soo verwart als 
dien^. . 

Den onden Coninck van Hittoe was overleden ende wiert verhoopt 
dat syn overlyden aldaer groote veranderinge tot voordeel vande 
generale Compe sonde canseeren, dan de Hittoeesen waeren onder 
den anderen seer twistich om de snccessie van het ryck , waerin sij 
wilden stellen eenen die tot de croone niet gerechticht en was, niet 
tegenstaende seeckeren Tanahitoe messingh daertoe wel de naeste 
ende aireede bij de onse geprojecteert was 

Op Hittoe ende inde quartieren van Ceram waeren desen jare 
wederom groote menichte van vreemde handelaers methnnnejoncken 
ende vaertuygen verscheenen welcke goede qnantiteyt roers, bosae- 
crnyt ende ammunitie van oorloge mede hebben gebracht tot versterc- 
kinge van onse vijanden, die daer heel handich ende wis trots de 
Nederlantse natie mede weeten om te gaen — , op t'incomen van 't 
aenstaende nagelgewas, dat hem desen jaere in die quartieren seer 
schoon vertoont heeft ende apparent i^as dat die vs^n Bitton groote 



267 

q(aantiteyt aen de selve snllen connen nytleveren, het welcke door 
manquement van machten niet en connen heletten. 

Belangende de particulariteyten van den E. Aert Gysels, die ons 
door den E. van den Heuvel soo groot ende hooch waeren voorge- 
dragen, dat m} daerom met ernst voorgenomen hadden deselve ezem- 

plaerlijcken te corrigeeren tot exempel voor andere 

Gemelte van den Heuvel heeft ons een merckeigcke partye depositiën 
ende certificatien toegesonden, inhoudende te veel verhaels ende te 
weynich bewijs van considerabele particulariteyten, die hij bij sgn 
brieven meer met vreemde termen als met substantieuse meriten tracht 
te begrooten insonderheyt en blijckt ons nergens van 20 paer sijde 
coussens etc 

Interim meer ende meer vernomen hebbende dat gemelte van den 
Heuvel in s^n commissaris ampt, soo wel in Moluco, Amboyno als 
Banda verscheyde impertinentien hadde gepleecht, compositien ge- 
maeckt ende andere quade gangen gegaen, tot schande van soo 
loffeiycken ampt ende van degeene die hem daermede hadden be- 
cleet ; item dat hij hem in Amboyno bij ons onderdanen door te veel 
herdicheyt, vreemde bejegeningen ende quaet spreecken vrij wat 

odieus hadde gemaeckt; item dat wg in den Raet 

van Justitie ons gants ontbloot vinden van eenige rechtsgeleerden, 
soo door t' vertreck van den Heere Vlack als het overlQden van 
D. Pieter van Naeltwijck ; soo hebben geresolveert gemelten van den 
Heuvel wederom herwaerts te ontbieden, om (alles wel sijnde) in 
den gemelten Raed van Justitie als Vice Preses gebruyckt te werden 
ten aensien de Heere Antonio van Diemen in den selven het Pre- 
sidents ampt is becleedende 

Onse tocht het voorleden jaere op Ceramlaut gedaen heeft Banda 
desen jaere seer voordelijcken geweest want daer se te vooren schouw 
voor d' onse waeren, soo comen nu bQ deselve op Nera vrgelijcken 
handelen, aenbrengende groote partye sagu ende andere behoeften. 
Te desen regarde hebben aen den Heere Gysels geordonneert , dat 
hij daer in passant aenseylen sal als hij van Amboyna naer Banda 
bij Noorden Geram in May aenstaende sal vertrecken om aende selve 
liberalgcken quijt te schelden, ten aensien schamele luyden sijn ende 
apparent is qualijck sonder meerder onlust betaelt souden werden, 



268 

al finlcke 25 pont slecht gout ende eenige slaven als per reste 
schnldich sgn gebleven 

Die van Ooram sal hij mede aenspreecken om haer aen Bandaas 
vrontschap te verbinden ende van den Maccassaren ende alle andere 
Mooren, die daer beginnen te comen^ te vervreemden 

Om dese redenen sullen wij noch de groote landen int Noord- 
Oosten van _Banda gelegen mede laeten besoecken , 

ende om niet raenwelijcken daer in te treeden soo snllen trachten 
van de Goramse inwoonderen te gebmycken om te seylen daer sy 
bekent syn ende wederom met andere noch voorders. 

Wy houden voorseecker, dat alsoo groote ontdeckinge sullen doen 
ende dat daer omtrent op plaetsen comen sullen^ alwaer men met 
proffijtabele cleeden vertieringe, goede slaven voor Banda sal con- 
nen becomen om dan Banda van syn ingeboorenen t' eenemael te 
ontblooten, tot meerder gerustheyt ende peupelatie van Batavia, 
daer se nu versoecken te wesen omdat hun hier vrijgegeven hebben 
ende by malcanderen woonen in goede verseeckeringe , soo wel voor 
haer als voor ons selven 

Op de eylanden Rossingyn, het Vrouwen eylant, den Gfonnongh 
apy etc: waeren alle de nooteboomen geschilt ende vernielt , daer 
vee, als grove beesten, harten, boeken ende verekens in redelgcke 
quantiteyt op waren geset 

Geschreven op Batavia den 27en December A^ 1634. 

UEd: trouschnldige dienaeren 

Henbige Bbouweb. 
Antonio van Diemen. 
Jan vaut deb Bttbch. 
Jan van Bboeceom. 



Voor de goede hulpe, die UE: my in den persoon van den Heer 
Antonio van Diemen hebben gelieven toe te seynden, ben UE. seer 
hoochiycken bedanckende ende verclare oock dat sonder deselve het 
werck niet wel machtich soude wesen, doch met de vruchten van 
die missen egeene hulpe altoos van de vertrockene van hier, als de 



-\ 



269 

wercken nytw^sen. Gemelten Heere van Diemen is seer arbeytsaem , 
wercks voorderaer, vgant van te verachteren, seer opmerckende, 
vriendeiycky eertrachtende , respectabel, respect dragende ende met 
alle goede ordre seer menagieerende soo dat nE. aen hem hebbe een 
dienaer naer wenscben 

Gesloten op t' schip Vtrecht den Villen Jannarij A* 1635. 

ÜE. dienstwilligen ende tronwen dienaer: 

HvimicK BsomoiB. 



LXII. Artns Gesels, Yisitatenr der kantoren van 
Ambon en Banda, aan den Gonv.-Gen. Hendrik 
Brouwer, 27 April 1635. 

Den 5 Jannari heeft ons den wint soo favorabel gedient dat des 
avonts met de vloot ^ voort casteel Victoria zijn gearriveert .... 

Soo haast op Amboina waren gearriveert, hebben volgens UE: 
ordre den Raat doen beroepen, een secreeten Raat geformeert ende 
onse mede gebrachte instructie gecommuniceert , waerop dan gear- 
resteert is geworden dat men de starckte Luciella met alle rigoreus- 
heyt volgens UE: ordre aantasten ende belegeren zonde. 

Ondertusschen hebben boden naar die van Hietto gedepescheert , 
die de haare met goet bescheydt wederom aan ons zonden, protes- 
teerende niet anders als tot een oprechte vrede genegen te wesen, 
met hoope dat door onse kompst iets goets sal verricht worden. 

De besendinge naar Ceram Laut^ ende Goram is door gelegentheyt 
over Banda ende langhs de cust van Groot Seram gedaan, daar den 
gantschen Oosthouck in roere was; die van Ceram waaren meest op 
de vaste cust ende Goram verdeelt; derhalven soodanigen macht niet 



1 Deze vloot bestond nit 2 scliepen en 5 jacliten, met 400 soldaten onder 
bevel van Jocbem Boelofsz van Dentecom , die als vice-gonvernenr Ant. van den 
Eenvel moest vervangen. Gigsels ging mede als commissaris en visitateor en 
had zoo lang hg in Ambon was het hoofdbeleid. — By deze macht zouden 
zich 100 man van de bezetting op Banda voegen en natnuriyk het garnizoen op 
Ambon en de hulptroepen der bondgenooten. 



270 

eenden senden aki wel behoorde, znlex dat maar drie stncx vaar- 
tnych van daar is geeoomen ende thien correcorren als arangbayen 
van de westeltjcke plaatsen, waarmede Captn Westerman eerst den 
19 Maart voor Lnciella verscheenen is, medebrengende ontrent 660 
mannen 

Mette corcorren hadden oock gehoopt het land van Hietto aan te 
doen , maar als boven door Godes weer en wint belet , hebben een 
anderen wegh moeten kiesen , tot dat eyntelgek den 27 Jannarij met 
de gantsehe macht voor Lnciella gelandet sijn ende leger geslagen hebben. 

Het leger voor Lnciella redelijck gevestet zQnde, hebben geconsi- 
dereert de £. Comps standt grootelijckx voordelijck te zijn byaldien 
het landt van Hietto in syn voorigen standt gestelt ende bevredicht 
konde worden; derhalven mij met advQs van d'E: Heeren Gouver- 
neurs ' persoonleek derwaarts hebbe getransporteert ende Godt loff 
eenige goede diensten, seg beginselen, te wege gebracht. . . . . 

Op mijn wedercompste in het leger [voor Luciela] bevondt dat 
aldaar velerley siecten als berberij , buyckloop ende diergelgcke crach- 
tich d'overhandt namen ende soodanigh grasseerde dat onse macht 
door veelvoudige sieckten grootelijcx vercleent was, ja hebben Grodt 
betert de gementioneerde plaagen soodanich d'overhandt genoomen, 
dat op 15 Maart passado, soo alle preparaten [gemaakt waren] om 
het Maleysche quartier van den vijandt aen te tasten, bij gemeen 
advys van alle de crQsofiScieren gedifficulteert is eenich assault op 
den vgandt te doen of eenige veroverde wercken gevoegeigck te 
konnen besetten alsoot' getal onser soldaten tot ontrent vier hondert 
versmolten waaren ^. 

Door dese ontstaane swaaricheden gedespereert wordende eenich 
naarder voordeel op de beleegerde te bekomen, hebben raadtsaamst 
gedacht Onse macht tot de destructie der nagelbosschen te gebmycken, 
derwaarts aan in aller haast met alle de correcorren ende party van 
hondert twintich zoldaten vertrocken ben, ende is t selve soodanigh 
ons geluckt dat in corten tijt vijffthien negerijen met ontallicke negel- 



1 Dat is Tan Ant. van den Henvel en van J. Bz. van Deutecom die hem 
moest opvolgen. Zie hierna bl. 274. 

2 Men ziet hieruit dat er geen sprake is van veroveren en verbranden der 
vesting van Luciela zooals Valenten vermeldt (2 bl. 104), hetgeen trouwens in 
strjd is met hetgeen hg later verhaalt. 



271 

boomen ^ t' eenemaal geraineert hebben ende op nlt. Maart weder 
voor Lnciella gearriveert sgn, alwaar terstondt het ppbreeken vant 
leger bQ den Raadt geresolveert is, bevindende noch 292 eenichsints 
Weivaarende soldaten van ontrent 700 daarmede voor Lnciella waaren 
gearriveert. Over het voorder gepasseerde gedurende de belegeringe 
refereeren ons aan het journaal ende schriftelijcke advQsen dielJEd: 
door den Heer Deatecom toegesonden worden >. 

De gantsche cnst van Seram is als geseyt door de Qoimelahaas 
goetgnnstige t'eenemael in roer gestelt, daar noch dagelQcx gearbeyt 
wort ende de Mooren zoo veel mogelyck is haar saat stroyen. Het 
opbreecken voor Lnciella sal ons oock in geenen deelen voordelgck 
maar ter contrarie gans schadeigck zQn. Soo doen wg dan dagelijcx 
devoir onse bontgenooten , vrienden en onderdaanen inteprenten ende 
[te doen] gelooven dat «nooyt onse rechte meeninge geweest is Ln- 
ciella te vermeesteren maar wel ons voor gemelte plaats te legeren 
ter Üji alle des Qnimelahas nagelboomen daar ontrent geraseert sullen 
wesen ende alsoo t selve nu geeffectneert was ons gants ongelegen 
quam des Quimelahas fort met bloetstortinge te vermeesteren , alsoo 
ons doch onnut was ende [indien wg] foorten wilden maken , ons geen 
ander bequamer gelegenheyden ontbraacken, doch onse drgvende 
forten de beste estimeerden, alsoo met deselve bg alle quaatwillige 
komen konden. 

't Is sulcx ende waarachtich, Ed: Heere, dat wy den Quimelaha 
met de destructie der 15 negerijs ende het raseeren haarder treffelijcke 
nagelboomen ende vruchtboomen, soodanigen ramp ende ongeval 
hebben toegebracht, dat wij sustineeren dese luyden t selve haar 
leven niet sullen connen verwinnen, hoe oock den Quimelaha dese 
beleeringh, off hg schoon onverwonnen blgff, smarten zal kan bg 
alle verstandigen lichteigck geoordeelt worden 

Weynich boeren z^n verscheenen, als eenige van de naastgelegen 



1 Wie de bizonderheden wil weten raadplege het „Joumael gehouden op de 
tocht inde bocht yan Caybobbe ghednerende de distmctie der nagel- ende 
yruchtboomen , item de negerien Nonlenw, Laael, Panwlessi, Hennekelangh , 
Honnetonban, Haetonw, Hennelessie, Ftuwayl, Hennewaly, Amien,Sotéella ende 
S k ^ alfoeros negrgs ons onbekendt ende int selye gebergte ghelegen" (B. A.). 

2 Dese zgn op *t B. A. aanwezig. Zie oyer het beleg yan Lnciela hierna 
bl, 280. 



272 

plaatsen, alhoewel ons groote hoop tot deselve was gegeven. Den 
Coninek van Sanlonw segt men door Radja Oelat, op Onlat in de 
Uliassers woonachtich, opgerockent te wesen; die van Sammet heeft 
niet willen compareeren^ die boven dat noch het volckvanSesonlon, 
alsoo hg voor uytgecomen was, gestat ende met hem naar Lissbatta 
gevoert heeft. Kitchil Lacxman was met veel swaarden endegongen 
door last van den Qnimelaha int geberghte van Lisbatta verscheenen 
om daar sQn parsonagie te speelen y doch is sulcx dat haar wel hebben 
connen derven ende genonch te doen hadden den anderen hoop in 

devotie te houden 

Het gantsche gros der Hietteesen inclineert tot relaxatie van Capt. 
Hietto ^ ende openbaaren haar sgne groote maechschappen ende 
vrienden , alle sgne verlossingen procnreerende met presentatie van 
betalinge zijner scholden ende trouwe , on^er suf&sante osstagiers. Zg 
verhoopen ende vertrouwen dat sljn vaders gedaane diensten ende 
sijn jonge onbedachtheyt bij ÜEd: zullen ingesien worden ende alsoo 
noch by leven is^ hem pardonneeren , waartoe haare gesanten aan 

UEd. te mogen senden versoecken 

Hebbe daarop hen lieden tot antwoordt gedient wanneer ons de 
preuve van haar weldoen sal blijcken, verder op haar versouck soude 

geleth worden. Baros, een der Hietteesche hoofden 

ende den grootsten belhamel heeft groote naarsticheyt gedaan de 
vreemdelingen onder seecker conditie te bewegen een fort op den 
houck van Seyt te leggen, dewelcke, coopluyden synde, daartoe niet 
verstaan conden. 

't Is te gelooven dat den Quimelaha henlieden tot een spiegel 
dient, dat men met forten te leggen de nagelbossen niet can preser- 
veeren; den welcken de sterckte Luciella niet geholpen heeft tegens 
de meergemelte groote destructie, die nu onlangs in zyne nagelbossen 
is geschiet. Soo dat wanneer de rest op syn onverwacbst oock een 
beurt cryght, den Eimelaha s^n hooft niet meer sal hebben te breecken 
met de nagelen ende vreemde Potentaten op sijnen bodem te noodigen. 
In geiycke gestalten is het met de Hiettoeesen want soo wij 
emstelijck met haar ruyne wilden verhaasten, soude mogelgck sijn 
alle haar nagelbossen in den ty t van een jaar te destrueeren , ge- 



1 Kakiali namelQk. 



273 

i&erckt deselve niet in de nieuw gemaackte negerijs maar bij ende 
ontrent haar oude ende verloopen plaatsen te vinden zijn, die in 
geenen deele beschermen konnen maar met defendeeren haarder 
plaatsen, vrouw ende kinderen genouch te doen hebben. 

Geduerende deese Hiettoeese troubelen hebben haar Tannahietto- 
messen met Eadja Mamalen eenelQck vroom ende ontrent het fort 
Wantrouw onthouden. Eenige negergs daarbg geleegen heeft den 
Quimelaha onlangs voor onse compst verbrant ende d' inwoonders 
op Leaoelye (sic) ende Cap(a)ha ontrent malcander gelegen verdeelt , 
vervoerende door misvertrouwen d' Orangquais naar Luciella. 

Die van Iha, Hatouwa ende Laato Halooy wederstreeven onsen 
staat even hartneckich. Geduerende t leger voor Luciella sgn dage- 
lijcx met haar vaartuych op onsen boodem uit gaaren geweest ende 
verscheyde persoonen gevangen wechgevoert. Nu jonghst de groote 
correcor van Titouway van de tocht naar hays keerende hebben met 
seven correcorren ende twee mahoulis denselven aangetast maar 
dese met een metaale stuck, bassen ende acht soldaten versien, 
heeft hen lieden soodanich gegroet, dat in plaats van buyt eenige 
dooden ende gequetste daar aff gebracht hebben , zonder ymant van 
d'onse beschadicht te worden. 

Soo van verscheyden persoonen verstaan sijn d' Uliassers, doch 
met al, vrij wat wanckelmoedich, waarin om quader voor tecoomen 
nootsaackelgck dient versien, 't welck mgns oordeels door verdruc- 
kinge der Ihaeesen moet gepractiseert worden, want zoo langh dese 
domineeren kan noch sal den stant van Amboyna geensints ver- 
seeckert zijn. 

Van de Noesselauwers hebben beter vertrouwen, hoewel gelooflP- 
lijck is, dat neffens de Uliassers tot rust genegen zijn ende van de 
gestadige tochten soucken ontslagen te wesen. 

Die van Oma houden haar wel; evenwel bemercke dat haer den 
arbeydt van gestadich royen neffens onse Amboynees verveelt . . . 

Den 12 deser bekomen tijdinge van Combello dat op den 9en snachts 
ontrent Kelangh ende Maniepo 27 stucx joncken haar verthoonden ■, 
daar terstont de jachten Mocha ende Zon met twee saloupen onder 
setten, doch overmits stilte sljn al t samen geeschappeert ende voor 



1 Deze kwamen van Makassar. 

18 



2U 

daagh ter reede voor Combello gearriveert, een groote joncq nytge^ 
sondert dewelcke syn conrs weder naar de Maniepo off Kelangh 
stellende, met goede hoop van overwinninge door t jacht de Son 
vervolcht bleef. Het gemelte vaartnych bestondt in 14 joncquen, 
fregatswi}se met pennen, topseyls ende boechsprieten versien, onder 
drye vlaggen als Admiraal, vice Admiraal ende Schont-by-Nacht; 
de reste^rende waren gorabs ende diergelgck Javaans vaartuycli. 
Door t arrivement deser joncqaen is apparent dat d'aengehondene 
van t voorleden jaar met haar geprocureerde nagelen bg alle mid- 
delen sullen onderstaan te vertrecken 

Volgens üEd: expresse ordre vertreckt oock hiermede de Heer 
Gouverneur Anthonio van den Heuvel met sfln huysvrou ende famillie 
neffens noch eenige inpotente ende getroude officiers ende soldaten. 

Volgens ÜEd: expresse ordre is op 28 April den E. Heer Jochem 
Roeloffsen van Deutecom met behoorlgcke solemniteyten int gou- 
vernement van Amboyna geinvestigeert 

Door een overlooper van Luciella verstaen dat den Coninck van 
Bantam aan den Quimelaha met jongstl. gearriveerde joncquen 3 
stucken, een metaal ende twee van ^ser^ heeft gesonden, die op 
drie joncquen met haar behoeften waaren verdeelt. Zoo uytgeeveD 
soude yder joncq een petack cruyt met gebracht hebben, sulcx ons 
oordeels soo breet niet sijn en zal. Voorder verclaert den Quimelaha 
persooneliyck om de destructie te beoogen in de cleene negerys ge- 
weest was daar van alteratie op sijnen duym beet, datter t' bloet 
uytliep, makende een hoop dnyvels van ons, scheldende sïjiie onder- 
daanen niet weynich uyt om dat ons geen meer tegenstand! gedaan 
hadden * . . * 

Geschreven int casteel Victoria desen XXVHen Apryl 1635 *. 



1 Naar het afschrift in *t Copye hoeck der öeneraale Brieven , 2e deel , af- 
komstig van Artus Gesels en aanwezig ter Earlsmher „K. Hof- und Landes- 
bibliothek" (N». 463). 



276 



LXIII. Ant. van den Heuvel, gouverneur van Am- 
bon, aan den G.-G. Hendrik Brouwer, 27 April 
1635. 



lek hebbe mede op Bonton soodanige ordre gestelt ^ dat mg van 
daer in November 11. kennisse ende advertentie gedaen van de 
goede wille ende genegentheyt van den Coninek van Boutges (sie) 
om met de Generale Compie in verdrach ende accoort te treeden 
opdat den oorloch tegens den Maccassaar gelgckerhant souden mogen 
aenvaerden. Met welcken, soo niet per resolutie van den Secreten 
Raedt verhindert waere , gehoopt hadde in eygener persoon op deese 
mijn herwaerts compste getracteert te hebben ende een Ambassa- 
deur van hem medegebracht, opdat ÜËdd. eenmael de rechte ende 
ware verseeckeringe van dien becomen ende alles naerder soude 
mogen besluyten. 'T is wel soo dat dit selve op de verschee daet 
(sic) seer gaerne gedaen ende daer toe met den vryburger Daniel 
Isacxsz: Roobol hebbe willen in handelinge treeden, alsoo wij voor 
dien tyt van vaertuych ontbloot waeren, opdat hy met syn fi-egat 
nae Bouges vaeren ende ons van des Conings wille een preuve toe- 
brengen soude, maer hy hadde geen moet om de reyse tegens wints 
op te haelen; daerom achtergebleven is 

Van Bouges hebbe geseyt, maer vergeeten dat gemelte Coningh 
onder anderen gepresenteert heeft, indien met hem den oorloch 
tegens Maccassaar aennemen willen, dat ons jaerl^ckx eenige duy- 
sende lasten rys ende pady tot civilen prys wil vercoopen ende dat 
aireede seeckeren tolck op Bouton gelast was met een van onse 
jachten by hem te comen, t' welcq ick seer gaerne soude gedaen 
ende niet versuympt hebben, alsoo Bougies gelegen is noordelijck 
van de Bougeronnes, in de bij gelegene straet, palende int Westen 
tegens Samboppa ende t^ gantsche lant van den Coningh van Mac- 
cassaer, met welcken dagelycks te lande den oorloch voert. Maer 
alsoo geen cleyn vaertuych bij ons hadden ende om redenen hier 
vooren verhaelt is t' selve uytgestelt, dewijl met dit swaer schip 
sulcx niet heb durven onder leggen om de vuyle gronden, aldaer 



1 Toen hg in 't voorjaar van 1034 naar Ambon ging. 



276 

sijnde, gelyck Leonart Adriaensen, Capiteyn van de bnrgrg op Am- 
bon, die aldaer geweest is ende t' jacht de Valck 1613 heeft helpen 
verliesen(?), my verhaelt heeft. Dan soo ÜEd. geliefden mg met 
een beqnaem ende wel beroeyt jacht van hier derwaerts te senden 
om aldaer alles t' onderst aen ende soo veel tijts te winnen soude 
mij vermeeten met de hulpe des Almachtigen tegen t' mousson op 
Bonton te loopen aldaer den tolcq in te neemen ende voort ['t land] 
van der Boages te beseylen ende te doen sien wat vrucht, nuttic- 
heyt, handel ende commertie voor de Generale Compie soo tot aff- 
bruyck der Maccassaren als tot verseeckeringe van de inlantsche 
quartieren te verrichten ende te verwachten staet 

Desen versz. Goningh heeft oock veel vaertuych, gelyck cbiam- 
pans, corcorren ende andere pranwen, met welcque in Bouton rijs, 
pady, goudt ende andere dingen verhandelt ende verraylt worden 
voor ende outiout^s (sic), alsoo dat de cleeden aldaer wel getroc- 
ken ende mijns oordeels geen cleeden proffyt voor de Gompie te 
doen is. Van deese chiampams heeft den Heer Lodesteyn zalr int 
laeste van Aprill 1634 in de rivier van Bonton eenige verdestrueert, 
daer over gemelte Coninck hem grootelijcx was beclagende ende om 
snlcx voor te comen genegen is met ons in vaste alliantie te 
treeden. . • 

Gegeven op Ambon deesz 27en Aprilis a*^ 1635 ende was onder- 
teeckent Antonio van dek Hbttvel i. 



LXIV. Jochem Roeloffsen (van Deutecom), gouver- 
neur van Ambon, aan den Gouv.-Gen. Hendrik 
Brouwer, 19 September 1635. 

^t Heeft sijn Edt gelieft ons bij instructie te gelasten dat wy souden 
[ondersoecken] off het garnisoen op de Passou ' niet conden geex- 



1 Vergelgk het geiyktijdige bericht hetrefifende de „Bouggs" uit een brief 
van öouv.-Q-en. en Raden aan den Commandeur Herman Q-erritsz voor Makassar , 
opgeteekend door van Dijk, Neerlands betrekk. met Borneo bl. 23 aant. 1. Zie 
verder hetz. werk bl. 39 en den brief van Gouv.-Gen. en Kaden aan Bewindfa. 
van 28 Deo. 1636 hierna. 

2 Be pas van Baguala. 



277 

cuseert worden. Wy verclaeren neen! al waert maer alleenich om die 
van de üliassers, dat alleen de victualycamer van geheel Amboino 
is, want de goederen, die sil(uiden) uyt d'üliassers brengen, souden 
die van Ottemoery opcoopen ende alsdan eens soo dier wederom aent 
Casteel comende vercoopen, want het moeyelgck valt voor d'üliassers 
haere vaertuygen over de passo te haelen ; ende noch meer andre con • 
sideratien die aengeweesen connen werden waerom het gamisoenniet 
en can werden gelicht. Indien gemelt garnisoen daer niet en was 
soude de Negros altijt het moesc oppen vanden v^ant subject moeten 
weesen te weten Ottemoery, Soelij ende Bagiwala, jae selffs de vis- 
schergen tusschen de pas ende het Casteel souden geheel onvrij 
weesen. 

Op de reduyt van Hittouw hebben wij met voordachten sin seer wel 
gelet ende gemerckt, dat den omslach aldaer niet minder als met 
100 mannen behoorde beset te s^n om t'selve naer behooren waerte 
nemen 

De reduyt op Larrique dient seer noodich aen 2 syden versien ende 
tegen het schieten van sassen ofte andre diergelijcke schietgeweer 
gefortificeert ende versien te werden 

Wij en hebben niet connen naerlaeten syn Edt te verwittigen van 
den jegenwoordigen stant in d'üliassers, principaiycken van Oulat^ 
vermits Radia Oulat, den welcken met die van Yha (deur dien met 
vruntschap aen malcanderen verbonden syn) seer groote familiare 
correspondentie houdende is, jae soodanich dat de paertysn (?) ront 
uyt seggen by aldien door ons daerinne niet versien en wert dat 
gemelden Radia Oulat ons sal affvallen, tVelk wel te gelooven is, 
allsoo de principale hooffden meer naert Moorsdom dan naert Chris- 
tendom streckende syn. Ende ingevalle sulx gebeurde (t'welk Godt 
verhoude), t'soude te beduchten staen, dat wy niet alleeneiycken 
Oulat ende d'Uliassers souden moeten derven maer de geheele custe 
van Ceram, gemerckt alle het vaertuych dat van Ceram compt altyt 
d'Uliassers eerst aen doet, ende ten ware gemelte plaetse tusschen 
Seram ende het Casteel waere dat weynich ofte geen vaertuych van 
Seram aent Casteel souden cnjgen 

Ende gemerckt, als gesecht hebben, dat die van Oulat met die 
van Yha soo in maechschap vercnocht syn, hebben hooch noodich 
geacht Oulat met eenich garnisoen te besetten 



278 

Wij bevinden dat de cruysende jachten voor Combello, Licidij, 
Kelangh ende Ërangh op de vreemde handelaers ende nagelcoopers 
alles te vergeefs is, alsoo sQ bij donckere nachten al waeren der 
50 jachten, genonchsaem connen wech comen ende met haer retouren 

vertrecken Maer om voor te comen dat se geen 

meer nagelen en vervoeren , gelyck se dus lange gedaen hebben , soo 
sont noodich weesen dat men {aerlycx met een aensleniycke macht 
op Ceram, Manipe ende elders waar nagelboomen staen, deselve 
tracht te raineeren. Soo sonde de E. Compie, soo w^ vastelijck sos- 
tineeren, best van de vreemde handelaers bevryd worden ende in 
corten goede proffijten smaecken, voomaementlyck als onseeust maer 
wel bewaert wort, alsoo als gesecht hebben van gevoelen sgn, dat 
die van Amboina veel nagelen naer overen voaren, jae meer alsser 
selfs op Ceram wassen ende ofte al 2 a 3 craysende jachten langs 
de custevan Bitton leggen, t'en can niet helpen want sg vaerensoo 
stout naer overen toe tot spgt van onse jachten ende sloupen als 
ofte se daer niet en waeren 

Den laetsten Augustij syn met onse macht selfs in persoon van 
Passonw naer Hattua vertrocken , alwaer den 2en September smorgens 
heel vrouch arriveerden ende ons ten ancker leyden. Hier gecomen 
weesende is ons een gesant van Ternaten met een vreedevlagge aen 
boort gecomen ende versocht dat doch geenich quaet aen die van 
Hattuwa, Kellole oft Kabau en wil doen, alsoo hy verclaerde dat 
van Sijn Mayt in Ternaten expresselijcken aen den Qnimelaha ge- 
sonden was als mede aen die van Loehoe , Combelle ende Licidy , 
Ërangh, Manipe, Kelangh, Cappaha, Hattuwa, Yhamou, Latehaloy 
ende voorts aen alle de andere plaetsen, die haer nagelen aende 
vreemdelingen vercoopen, om hun luyden aen te seggen dat sulci 
naer souden laeten ende ingevalle syt meer deeden , dat den Coninck 
van Ternaten met den Prince van HoUant te samen sullen spannen 
ende alle haere plaetsen destrueeren, mitsgaders hunne nagelboomen 
schillen ende haer alsoo geheel ten ruine brengen, waerop hy op 
sommige plaetsen geen goet bescheyt heeft becomen, soo datternoch 
bij vougde, dat oock niemant aen den Quimelaha nagelen sonde ver- 
coopen op de peene hier boven verhaelt. 

Wg hebben hier vooren UEdelheyt wegens de saecke van Hattuwa 
geschreven ende hoedanich het ons van die van Oma te vooren gestelt 



279 

is geworden ende doen wij daer quamen met 5 jachten , 4 saloupen 
ende 24 corcorren) versien met sulcke aensienlijcken macht, dat 
sonder enich pergckel hare vrucht dragende boomen mitsgaders de 
dorpen Eellole [Kailolo] ende Kaban gesamentlQcken conden des- 
traeeren , soo comen die van Krea , [Earise ?] gelegen op het selffde 
lant, ende maecken groote swaricheyt hierinne,seggendewelis waer, 
dat tot destructie genouchsaem in handen hebben, maer considereert 
wat ons hier uyt staet te verwachten. Als alles sal gedaen wesen, 
dat willet en connet doen, soo sullen wy de eene ofte d'ander tgt, 
vermits t'weynich volcq dat hebben, oock perijckel loopen om van 
haer ^ te worden, even als haer gedaen hebben. Ende 
hieromme versochten sglieden alsmede de Orangkays van onse camere , 
dat haer dese reyse noch wilden ezcnseeren 

Nu soo hebben wij wel opt versoucq der Orangkays van Hattuwa 
ende die van onse Gamere met die van Hattuwa tot vreede verstaen , 
doch niet langer als voor drye maenden ofte ten waere dat sij haer 
beter comporteerden als tot noch toe gedaen hebben 

Ende alsoo wij met onse bijhebbende macht voor Capaha quamen 
om haer tot een reedelgcke conditie te brengen, soo compt ons tegens 
den avont Tannittoumessingh met eenen orangbay aan boort, mede* 
brengende eenen heymelijcken gesant van S, Mayt in Ternaten, ge- 
naempt Abdulrahman, die voor desen woonachtich is geweest op 
Loehoe ende door Sebandaer (sic) naer Ternaten gevourt, alwaer 
voor sijn [Maj.] verschijnende, heeft denselven sulcken contentement 
gedaen, dat hem naer alle de gelegentheden van den Quimelaha 
gevraecht heeft, waer van gem. Coninck tot sijnen leetweesen soo 
veel verstout dat genouchsaem conde speuren dat den Quimelaha anders 
niet en socht dan sich selven als Coninck te maecken ende onder 

den Macassaer te soorteeren Want de Coninck hem 

ontbiet, dat nu al 2 & 3 jaeren achter den anderen geschiet is, soo 
en heeft hij nooyt willen comen 

Actum Amboyna int Casteel Victoria desen XIX Septemb: a<^1635 
ende was onderteeckent Jochxtm RoiiLOESEif. 



1 Hier is een woord opengelaten. 



280 

LXV. Gouverneur-Generaal (Hendrik Brouwer) en 
Raden aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie, 
4 Januari 1636. 



[Na vermelding hoe zy aan de krygsmacht , naar Ambon gaande 
onder Jochem Roelofsz van Deutecom last gegeven hebben de vesting 
Luciëla op Klein Ceram te veroveren * , gaan zij voort:} 

Wij hadden haer bij ons advys geordineert dat men, tot minder 
spillinge van volck, de conqueste soude bevoorderen door formele 
belegeringe ende plantinge van canon, doch sy hebben als oner- 
vaeren crygsluyden de plaetse beginnen te approcheren langcs de 
laege zeecant, tegens des viands hooghte, die daerdoor gestadigh 
over haer commandeerde, sonder datse oyt de plaetse beslooten 
hebben gehad nochte oyt getracht hebben te incorporeren eenige 
bijgelegen hooghte om over des viands fort te commanderen, maer 
hebben denselven het geberghte ende de westsijde des lants gansch 
open gelaeten. Gemelten Quimelaha * waeren mede over de vier- 
hondert Macassaren, meest alle met portaguyse roers voorsien, te 
hulpe gecomen. D^onse dan, alsoo aen de Noordcant, onder des 
viands commando traghtende door loopgraeven ende met wercken te 
maecken te naerderen , daermede over de seven weecken toegebraght 
hebben, soo is ons volck, die oock van goet drinckwater doorgaens 
onversien bleven, soo sieck geworden, ingevallen ende verswackt 
datter wel twee hondert man gesturven syn, daerdoor gedrongen 
syn geweest van haer voornemen te desisteren naert misbruyck van 
683 schooten groff canons ende het onnut spillen van 22 groote 
granaten 

Gelijck het voor onmogelyck wert geaght ter zee het aencomen 
der joncken in de Amboinse en Ceramse quartieren te connen be- 
letten, soo wert het voor wel doeneiyck gehouden alle de resterende 
naegelplantagien te ruyneren, waertoe wij volgens UE. ordre alle 

mogelijcke vlijt ende dienstige middelen aenwenden sullen 

Wij sien hoe UB. nogh in gevoelen syn dat onder den naem der 



1 Zie hiervoor bl. 269. 

2 Eimelalia Loehoe. 



281 

Maccassaren veele vreemde natiën schuylen, die de Compie de 
nagelen ontvoeren ende die alleen te Macassar brengen om den 
hoogen prijs die se daer connen maeeken. Item dat den Coninek van 
Macassar op de claghte van d'onse, over 't vervoeren der nagelen 
gedaen, sonde hebben geantwoort dat het geschiedde by sijn onder- 
danen buytjBn syn ordre, ende wel lyden moghte wy die becomende 
naer ons believen straffen etc. Item dat {wij] de Macassaren, synde 
een vrye natie, den nagelhandel door gewelt niet en behooren te 
beletten maer syn onderdaenen te straffen als die ter plaetse daer 
de naegelen ontvoert werden becomen connen ^ . Voorwaer E. Heeren, 
ÜE, werden hiervan verkeert geinformeert ende geschiet ons onge- 
lijck, dat ÜE. hierjegens onse advijsen niet gelieven te balanceren, 
't Is seecker dat den Macassar aspireert door aenhitsinge ende scherp- 
sinnigen raed van Spaenjaerden , Portuguysen , Engelsen ende Deenen 
om sijn staet te vergrooten uyt het naedeel vanden Nederlandsen, 
ende heeft sigh door deselve beginnen soo sterck te vesten , dat hij 
allé Indiaense Princen omtrent sijn lant gelegen onder contrebntie 
brenght. 

Buton, Buro, Zula, Bengay, Manado, Tabnco ende verscheyde 
andere plaetsen, die onder Ternate hebben gesorteert, heeft hij 
onder syn heerschappye gebraght. 

Het heele lant van Salaijer, Calauro, Flores alias Ende, Sum- 
bava ende Bima, sijn onder sgn contrebntie. 

Den Coninek van Martapura heeft hij de gansche Oostcust van 
Bomeo affgenomen. 

De maghtige Bongys int bini;ienlant van Celebes gelegen sijn mede 
sijn tribntarissen. 

Den naegelhandel doet hem toebrengen de cleeden van Coro- 
mandel ende Indostan door Portngnysen, Engelsen ende Deenen. 

De frequentatie van de commercie om de nagelen te becomen 
ende andere waeren, soo hem van Timor ende elders toegebraght 
werden, doenx den Chynesen handel daermede toevloeyen. Om sigh 
van gemelten naegelhandel te verseeckeren doet hij soo groote 
assistentie aen den Qnimela Loehoe, verhopende daer door plus 



1 Yergelijt den brief van A. öijsels hierna bl, 289. 



282 

nltra te oomen ende is hij derhalven den schaedelijcksten viant, 
die des Gompies gtant in Indien is hebbende, als wesende den 
maghtighsten Christofiel van alle haere contramineerders ende wan- 
gunstige, die soo capabel is om den Raed derselver te apprehen- 
deren als hQ abyi is om met een gedissimuleert praetjen te payen 
de geene die geen verre gesight en hebben 

De harde regieringh van Mr. Antonie van den Heuvel, gesuc- 
cedeert op de saghte van den E, Artus Gesels, hadde des Gompies 
onderdaenen over heel Amboino seer gealtereert, soodat in s^n tgt 
is gebeurt dat noyt te vooren was geschiet , te weeten dat de Ulias- 
serse hadden bestaen te weygeren op de roey ende op een voorge- 
nomen toght te comen, van den Gouverneur daertoe omboden sijnde 
etc: Ende sulcx om de veelheyt derselver aengevangen onnutte 
toghten, midtsgaders door rude ende vreemde beyegeninge, soodat 
hij daer niet en diende te continueren ende wg verhopen dattet 
den E. Deutecom beter sal maecken 

Het geheele gros van de Hittoese gemeente intercéderen ernstelijck 
om den gevangen Eackialij gerelaxeert te crygen. Te dien eynde 
sijn neffens den E. GQsels hier gecomen Tannahittoemessingh ende 
Bulan met nogh 27 van de Hittoese Orangkayen. Maer alsoo ons 
het boos gemoet deses persoons gebleecken is, ende dat hg vrij 
comende onversoenelycken viant ende snooden contramineur van de 
Gompie soude wesen, ten aensien in verscheyden voorvalligheyden 
yegens alle goet gebruyck met hem is gehandelt, soo big ven wij 
geresolveert om den selven herwaerts te ontbieden, daer hem tot 
naerder ordre geconfineert sullen houden tot voorcominge van veele 
gedughte swaerigheyden. Ende om de Hittoese regeeringe aen de 
Gompie te verbinden soo sullen gemelten Tanna Hittoemessingh in 
Kackialijs qualiteyt institueren ende voerders alle goede ordre 
stellen 

Van Amboino sijn ons desen jaere toegecomen den 20en May 
lestleden met het schip Buren 111.707 ® 

naegelen ende den 14en October met den Arent, 
Batavia ende Gochijn t' saemen 49.630 f8 

Sijnde alsoo alle de naegelen desen jaere van Am- 

boino ontfangen maer 161.337 ® 

Daer tegen rapporteert men ons seeckerlycken datter in Macassar 



283 

sijn gecomen over de dnysent baharen, dat omtrent de 600.000 68 
compt te wesen ende immers al te onverdraeghlijck valt. 

De meeste derselver dnysent baharen sonden die van Hittou naer 
de overcnste hebben gevpert 

Aen waerschonwingen, aenmaningen ende dreygementen heeft het 
voor desen niet ontbroocken, soo nogh al continnerende sal ge- 
schieden. Doch soo sulcx niet helpen wil, sal 't Hittoes beurt wer- 
den als men op Vemoela ^ gedaen sal hebben 

Met gemelte Der Goes ^ is den president Jan Ottens hier aen 
gecomen, van den welcken midtsgaders nyt voorgaende advysen met 
Weesp ontfangen ende de alsnn gearriveerde van den E. Jan van 
Broecum vernemen , dat gemelten E. Gnrcum ^ aldaer in Moluyekse 
gouvernement met alle goede ordre was geinvestigeert. 

Dat sedert de jongste advysen uyt Molucco, aen ons gesonden m 
Augustus 1634, niet als verargemissen in de proceduren des Conincx 
Hamsia vernomen hadden, alsoo hy niet alleen stilstant van wape- 
nen, maer volcomen vreede met den Spaenjaerden ende Tidoresen 
tegens onse aenradingen, persuasien ende protestatien hadde gemaeckt. 

Dat den Eitchil Gorontalij , die den Tarnataensen Coninck Hamsia 
(tegens het goetvinden van den onsen) opt versoeck van eenige gemis- 
contenteerde Tijdorese Edelluyden op Tidore hadde gesonden , aldaer 
als wettige Coninck met approbatie van den Spaensen Gouverneur 
geeligeert, geinvestigeert ende publyekelijck gecroont was. 

Dat voorsz. Gorontalij cort naer voornoemde bevestinge door Spaen- 
sen raed ende met advijs des Gonincx Hamsia de waepenen tegens 
den ouden Coninck Garolamma soo hevigh hadde comen te gebruycken 
dat hij den selven nyt het velt tot in sijn sterkte , Gomafifo geheeten, 
de vlught heeft doen nemen, nietyegenstaende gemelten Garolamma 
voor een cloeck ende couragieus crygsman gereputeert was, dogh 
sigh van de dadelycke Spaense ende Tamataense hulpe ontbloot vin- 
dende, die den GrorontalQ onder de hand assisteerden soo heeft hij 
op den aenbiedinge des Conings Hamsia sijn rijck gequiteert, sijn 
doghter aen gemelten Hamsia ten houwel^ck gegeven ende de pro- 



1 Dat is op Klein Ceram (Hoamohel). 

2 Komende uit de Molukken te Batavia den 20 September 1635. 

3 Jan van G-orcam noemde zich bij zijn terugkomst in Indie van Broeckum| 
denkelijk naar eene heerlijkheid die hg gekocht had. 



284 

texie vanden selven op Ternate aengenomen, daer hij hem, bij per- 
missie der Spanjaerden ende [van] den Gorontaly , met sijn familie 
ende eenige Edelen, te saemen omtrent tweehondert zielen, getrans- 
porteert heeft op den 24en Jnly lestleden. Hiermede is den oorloge op 
Tidore gecesseert nietyegenstaende alle bedenckelycke middelen by 
den onsen voorgewent waeren om die te voeden. 

Den Garolamma was den Spanjaerden te wQs ende wert hem naege- 
geven dat hg verstont de behoudenisse van synen ende den Tama- 
taensen staet te wesen, de continuatie van de Spaense ende Neer- 
landse besettinge in Molncco. Hier om heeft gemelten Spanjaert van 
langerhant getraght denselven te lighten ende een ander tot Coninck 
te eligeren, die t'eene mael van haere autoriteyt sonde dependeren. 

Hamsia, die door sonderlinge uytmnntende grootsheyt aspireert 
naer de Molnyckse monarchie beelt sigh nu in door pure pratgcke 
ende maght der Spanjaerden daertoe gecomen te sgn, insonderheyt 
nn hy de Tydoreese doghter, die erffgenaem is, te wyve heeft ende 
den Gorontalij, die sQn gevangen is geweest, door hem behouden 
ende tot de croone gebraght' is, die hem oock daerover gestadigh 
te erkennen belooft soude hebben, daertoe den Spaenjaert hem oock 
houden sullen volgens hun beloften aen gemelten Hamsia gedaen. 

De grootsheyt van Hamsia is mede geaccompanjeert met een ex- 
treme gierigheyt, die den Spaenjaerden te gemoet comen met soo 
veele secrete geschenken ende gaeven , die oock door gemelten Hamsia 
soo gedistribueerd werden * onder de grooten van Ternate, Maqnian, 
Bachiam, Gilolo, Gamcanorra ende de gansche cust van Moro, dat niemant 
meer de wapenen tegens den Spanjaerden gebruyckt als wy alleen. 

Hamsia ende Gorontaly continueerden met de correspondentie van 
den Spaenschen Gouverneur in Manila, die nu is een Don Joan 
Cereso de Salamanca, ende hadden op nieuws een correcorre met 
secrete advysen naer Manila gesonden. ...*.• 

De liberteyt die de Tarnatanen ende Maquianen becomen door den 
gemaeckten vreede met de Tidoresen bevalt haer soo wel, dat geen 
werck meer van ons maecken ende syn de Tidoresen op Maquian 
soo vrij ende stout geworden, datse de IQffeygenen van de Gompie 



1 Men zou zeggen (als het waarheid behelst) dat dit nog al zoo gierig 
niet was. 



285 

ende haere dienaren , soo se deselve wat buy téns wegs vinden , durven 
vatten ende gevanckelyck wegh voeren sonder dat sigh de Maquianen 
daer tegens stellen. Indien sulx compt toe te nemen sullen onse saecken 
sleght op Maquian staen ende wy bg nae in onse forten belegert 
sitten , . 

Hamsia payt den onsen met praetjens ende gevoelen d'onse te 
missen den ouden Sengagie, ^ die wijs ende onse vrunt was , wesende 
den nieuwen aldaer gestelden Sengagie een puyr creatuyr van Ham- 
sias geveynstlieden 

Naer den President Ottens ons rapporteert , soo hadde Hamsia aen 
den persoon van den Gouveineur Broecum een goet genoegen. Het 
schijnt dat de Grijse daer werden gehouden voor Wyse. Wij blijven 
verhopende dattet syne E. wel claeren sal als maer op sgn hoede is 
«nde dat hij wel lette op gemelte Hs^msias loose ende snoode pra- 
toeken. 

UE saecken in Banda staen God loff in goede termen ; de vrughten 
werden vreedigh gebenifitieert ende ordenteiyck gehavent, soo wy 
hoopen de overcomende effecten UE doen blijcken sullen 

Die van Ceramlaut, Goram, Gouwer ende andere daerby gelegen 
plaetsen begonnen meer ende meer tot Banda te comen, aenbrengende 
quantiteyt sagu ende andere noodwendigheden , diese yegens cleeden 
ruylen, waerdoor daer omtrent de taghtigh lasten rys gemenagieert 
waeren. 

Soo was oock de frequentatie van de inwoonderen der landen Eey 
ende Arn vry wat geaugmenteert door de goede beyegeninge ende 
negotie naer hun genoegen, soo se in Banda doen. 

Onse Bandanese Burgerye hebben deselve landen mede beginnen 
te frequenteren ende bedancken hun van goet onthael, dat haer daer 
is aen gedaen, hadden oock verleden jaere daer omtrent egeen Ma- 
cassaers vaertuygh altoos vernomen. 

De twee principale Orangkayen van Key genaempt May Ebico 
ende Mendato waeren in hoogen ouderdom gestorven , welckers zoonen , 
die in hun vaders plaetsen gesuccedeert syn, op Nera waeren ge- 



1 Namelijk de Sengadji van Ngofakiaha op Hakian, die door Hamza was 
afgezet, even als die van Gamoekanora op Halmakira, omdat z^ zich naar zijn 
zin te veel gezag aanmatigden. De laatste was zelfs onder zeker voorwendsel 
om 't leven gebracht. 



386 

éomen , rapporterende dat haer naederen uy terste wille was geweest , 
dat 80 het Christen gelove souden aannemen ende daerinvolherden, 
tot welcken eynde hun in Banda hadden vervoeght, dat een goede 
saeck is ende wij verhopende blyven den Almaghtigen haer daerin 
verstereken sal. Domine Jan Jansen Priserius sonde in November 
voorleden met drie stightelïjeke Nederlanderen ^ in de Maleytse taele 
wel ervaeren, met eene van de Boeyers derwaerts werden gevoert, 
dat men vastelgck vertrouwt gedyen sal om die blinde heydenen tot 
het light der waerheyt te brengen , waerdoor oock verhoopen te ver- 
nemen de gelegentheyt vant overgroote lant, dat daer by Oosten is 

gelegen 

De geringe voordeelen die den sandelhandel eenige jaeren aen de 
Gompie heeft gegeven ende dat die veel volcx consumeert, heeft ons 

de twee jongst voorleden jaeren denselven doen staeken 

Met maght en is daer ^ geen negotie te erggen. Door den Macaosen 
handel ende haere veeljaerige frequentatie weeten de Portnguysen 
den Timoresen beter als wy te gerieven, connen oock beter met hun 
omgaen alsoo daer weynigh nieuwelingen comen. Het fort van Solor 
can den Timorsen handel int minst niet voorderen, alsoo die met 
jaghten waergenomen moet werden , die als men staet van dien handel 
soude maecken van Amboino wel derwaerts souden connen seylen. 
Soo is oock doorgaens de Gompie ten aghteren gecomen, soo lange 
als men Solor beset heeft gehouden , het geheel bedraegen vant selve 
guamisoen, doch sijn de Soloresen die't met de Portnguysen houden 
ende de habylste handelaeren van Timor sijn op Larentuca gereti- 
reert, daer gemelte Portnguysen mede wat versterckt sijn ende den 
onsen haer hooft eens gestooten hebben 

Geschreven in Batavia desen 4en January A® 1636. 

UE trouwschuldige Dienaeren 

Hbïtbick Bbotjwhb. 

AnIjoitio van DiBMBir. 

Phs Lucas. 

Mabten IJsbbants. ^ 

Aebts GtsbIiS. 

Jan van dbb Bitbch. 



1 Dat is op Timor. 

2 Gewezen directeur aan de kust van Koromandel. 



j 



287 



LXVI. Aert. Gysels, raad van I. en gewezen goü-^ 
verneur van Ambon aan Bewindhebbers der 
O. I. Compagnie, Batavia 1 Januari 1636. 



In wat vougen de impartinentien van Van den Heuvel haren 
anvanek op Hittoe genoomen hebben, daer van zal Uë. ten on- 
twgfifel niet meer dan te veel voorgecoomen zQn ende zal desselfs 
procedure de Gompie aenhangen, waer in ick vertrouwe onschuldig 
gekent zal werden, alsoo mgn plicht getoont ende hem de behulp- 
saeme hant gepresenteert hebbe, zulcx hij niet en heeft willen 
accepteeren ofte eenigen raedt aennemen. Onse resolutie was wel om 
Capn Hittoe bg den cop te vatten maer wie souw ghedacht hebben 
wanneer zulcx verricht was, hg z^n hooft zoude volgen ende nie- 
mants raedt aenneemen, zulcx wel behoorleek waer geweest ten 
aensien hy int alder minste gheen kennis vanden Amboyneeschen 
stant en hadde, doch hem te zeer op den predicant Helmichio ver- 
latende, die ommers in geene authoriteyt off ontsach by haer en 
was, maer opt stont, naert vatten van Captn Hittoe, by haer als 
eenen valssaris ende loogenaer verclaert wert. Hoe condet minder 
wesen off den oorlogh most volgen ende veel persoenen [aan] 
Captn Hittoe ['s] voorgeven, dat ick haer uyt het hooft gesteecken 
hadde, gelooff geven, alsoo naer dat hy met de drye hoofden aen 
onse corcorren quam ende neffens andere principale gevat was, wij 
ons niet gecontenteert hieuwen, maer in zijne corcorre schooten, 
waerdoor eenige doot ende sommige gequetst worden, ende soo 
d' Hr. Huift niet daer geweest ware ende hem wederhouwen hadde, 
het soude noch qualijcker afgeloopen hebben ende veel onnosele, 
ja onse beste vrunden vermoort zijn geworden. 'T geene bij haer 
hadden is hun afgenoomen ende zijne huysinge op Hittoe ten rooff 
gestelt; dit en zyn ommers gheen ander middelen dan t' lant over- 
hoop ende aldus tot onrust te helpen. 

Naer datum heeft hij de drye hoofden onder de beloften van vèi*- 
scheyden conditien ende onderdanicheden , die haer onmoogelgck 
waeren te presteeren ende naer te coomen, gerelacxeert. Waer sal 
men gheen Mooren vinden die ongelgck meer belooven zullen om 
uyt banden ende gevangenis verlost te worden? Mijne waerschou- 



288 

winge, Vati Baros (daer nu al het quaet van daen comt) in soo 
goede verseeckeringe te nemen als Captn Hittoe , heeft hij niet aen- 
genoomen ende noch veel minder mgn advys willen hooren hoe 't 
met de gemelte gevangenen zonde aenleggen, hem eeneiyck ver- 
trouwende op hare schoone beloften ende moorsche praetjens, waer 
met hg meende gants Amboyna geconquesteert te hebben 

Hoe grooten miscontentement dat onder d*inwoonderen geweest 
is den ë. Huift niet gebleven zy ende een ander in desselfs plaetse 
gesonden om den Gouvernr van den Heuvel te vervangen dat is 
gants Amboina ende Ceram niet meer dan te veel bekent . • . . 

lek vertrouwe dat de E. Hren Bewindhebberen 

zynen dienst ende overblijven in Amboina in consideratie zullen 
nemen. lek verclare Uë. met waerheyt zoo zijnE. niet daer geweest 
en ware, het heele lant overhoop gelegen soude hebben. Wat 
redenen daer geweest zyn mij niet wederom derwaerts te willen 
gaen laten ofte Huift ^ in plaets van Deutecom , die geene ervarent- 
heyt in de negotie heeft ende ommer soo onbequaem om de bergen 
op ende aff te loopen en weet ick niet 

Het schgnt voor sommige die den grondt van de saeck niet en 
verstaen vremt ende buyten propoost, datter gesegt wort, gelyck 
oock seecker is, dat vant jaer 1635 soo meenichte boomen,jaontel- 
baer getal van een vadem ende meer dickte geschilt zijn, echter de 
vremdelingen wel 800 k 1000 bhaer vervoert hebben, boven de 
geenen die men segt op LissidQ in eenen vehementen brant veron- 
geluckt z^n. Dit moet verstaen wesen gheen nagelen te zyn, die 
naer de destructie zijn geplnct maer voor dato int jaer 1634 ge- 
durende d'gouvemo van den Hr. van den Heuvel ende soo laeten 
mo'esson dat niet vervoert hebben connen worden 

Ende alsoo ick vertrouwe UE. my ten goede zulle neemen ick ten 
dienste der Gompie mijne meeninge verclare, soo en can niet na- 
laten voor te stellen off niet noodich, de Gompie vorderlyck ende 
dienstich waer met den cooninck van Macassar vrede gemaect wert, 
alsoo zeecker zy de inwaert gaende scheepen sonder merckelijck 
verlet ter zelver plaetse van goeden ende bequamen rijs versien soude 
werden, die men nu elders souckt ende meest door langduricheyt in de 



1 Huift stierf op zgn overtocht van Ambon naar Batavia in 1635. 



j 



289 

scheepen verleegen ende verbroeyt is, zulcx by alle onse onderdanen 
ende bontgenooten onlust veroorsaeckt. Dus dunct mg onder correctie 
van een beter hier op geleth ende des Gompies voordeel gesocht 
dient y zulcx al overlange gepractiseert behoorde te wesen. Ist ge- 
laten om dat de Macassaren de Amboyneesche quartieren gefrequen- 
teert hebben, daerop wert geantwoort, dat si] de minste zQn ende 
de daer coomende vremdelingen meest Mannacabers, Jooreesen, Pat- 
taneesen, Javanen van Japparen, Gresej, Joortan ende Bantam zyn. 
Des tot een besluyt, soo den gemelten cooninck wel onderrecht 
wert ende voorseeckert waer dat men hem jaerlicx 4 a 500 lasten 
ofte coyangs rijs soude afhalen, daer in het meeste welvaren vande 
grooten bestaet, ons daercoomon soude haer aengenaem wesen ende 
sij zulcx liever sien dan datter groote pertye nagelen arriveeren, 
waerby de gemeene man geen voordeel heeft. Des soo dese alliantie 
geeffectueert wort zal door ons ter plaetse aldaer een oogh int zeyl 
gehouden werden ende wij altijts weeten connen wat macht tot na- 
deel van Amboina ofte Banda geprepareert wert. 

Beter waert de macht die men voor Macassaer hout in Amboina 
aengelegt ende tot de destructie geemployeert werde. 

Actum Batavia primo Januari) Anno 1636. 

UE. getrouwe ende dienst- 
schuldigen dienaer 

Aebt. Gijsels. 



LXVII. Justus Heurnius, predikant op Ambon, aan 

Bewindhebbers der O. I. Compagnie, Ambon 
17 September 1636. 



De rechte oorspronckelicke oorsaeck deser beroerte * is: 

eensdeels het al te dickwils, al te lang ende te verdry etelick pan- 



1 Namelgk van den opstand van de onderdanen der compagnie op Ambon en 
in de Uliasers, waarover Valentgn voldoend bericht geeft. 

19 



290 

gayen ofte roeyen op de correcorren ende ten anderen principalick 
de bejegeningen dieze voornamelick op de vermeit e twee laeste zee- 
tochten zeggen uytgestaen te hebben. 

Aengaende het pangayen ofte roeyen op de correcorren , haer clagte 
is dat de roeyers duerende de tochten die somtyts van 6 weecken, 
somtij ts langer, somtij ts corter vallen, ellendichlicker leven dan 
eenige slave op heel Amboina hebben ; als dat zij moeten nacht ende 
dagh roeyen, sittende met het lichaem meestendeel nat, soo dat 
sommige het onderlijff door de lange natticheyt ende ongemaeck ver- 
seeriget ende verrottet ende dat soo met tochten beswaert zgn ge- 
weest dat geen tijt hebben gehadt nae behooren haere hooven ofte 
thnynen te besayen ende te beplanten, soodat ze tot groote armoede 
gecomen zijn; dat wijf ende kinderen hebben moeten gebreck lyden 
ende zy gedrongen zijn geweest haere gouden ende silverenjnweelen, 
cleden ende andere goederen tot onderbonden van haer huysgesgn 
te vercopen. Dit achten zij noch verdraegelick voor haer te wesen. 
Maer haere clachte is voornamelick dat op dese laetste tocht nae 
Kelebom, die geschiet is in December 1635, buyten alle maete on- 
redelicken mishandelt zijn. Want de roeyers (seggen sij) wiert geen 
tijt vergont snachts te rusten; werden van de Nederlantsche opper- 
hooffden, op de correcorren doe vaerende, geboden in ses uyren soo 
verre te roeyen als in 12 uyren geraecken conden , met dreygementen 
soo dat niet deden dat geslagen souden werden. Voegen hier by dat 
ze het eeten der Amboinesen met voeten trapten willende dat voort 
pangayen souden; stieten tvolck met voeten; sloegen ze met rotang; 
onder andere dat een van Oma van een officier met een hout een 
gat in t hooft geslagen werde, het welcke groote verbitteringe ver- 
oorsaeckte. Scholden (nae haer seggen) niet alleen t gemeine volck 
maer oock de Orangcayen voor schelmen, beesten, honden; stieten 
tvolck met voeten. Clagen voor alle datze twee opperhooffden de 
eene van de negry Bagouala, d'andere van de negry Way opde 
corre corren in de boeyen slooten omdat een luttel achter aen qnamen ; 
het welcke zi) achten een onverdragelicke versmaetheyt niet alleen 
voor die twee maer alle Ambonsche opperhooffden te wesen, ende 
seggen liever te willen sterven dan op haer eygen cost roeyende 
sulcke overlast te lijden. Dit was het vier dat haer gemoet, t welcke 
met de andere miscontementen als met swavel opgevullet was^gants 



291 

ontstack soodat gelijck de opperhooffden der dorpen nu openlick ver- 
claeren^ dit de oorsaeck is deser ontstaener oproericheyt ende vandt 
wecbloopen des volcx nae t gebergte 

Gegeven int Gasteel Victoria op Amboina den 17 Sept. An. Dom. 1636. 

UEd. Dienaer 

Jtjstus HBUBifixrs. 



LXVIII. Jan van Broeekom, gonvernenr der Molukken, 

aan den Gouv.-Gen. Antonio van Dlemen , Maleyen 
18 AugQstus 1636. 



Den nieuwen Gougoe Oitchil Moussa * met nocb dry Colano Nof- 
fagnaris werden van den Coninek 2 a 3 reysen bg ons gesonden met 
weicke wy veele ende verscheyden reedenen badden over bet langb 
absenteeren van den Coninek , als mede wat reedenen van misnoegen 
daer waeren dat alle de Grooten, Soasievas ende Sengadjas, baar 
soo vreempt ende affkeerigb bielden ^. Den Gougoe antwoordde 
daarop dat de Coninek besebaempt was om bij ons te verscbynen 
ende dat om redenen bij ons veele ende groote toeseggingbe badde 
gedaen om den oorlogb tegens den Tydorees aen te nemen ende dat 
op alle zijne beloften tot nocb toe niet en was gevolgbt, seggende 
dit alleen de redenen te sijn, die den Coninek weeder bielden om 
by ons te comen. 

Met de Colanonoffagnaris badden van dit stuck meede veel 
redenen, namentlgcq over dese aff keericbeyt , soo wel van baar als 
van den Coninek; welke ons tot antwoort gaven dat t' seedert het 
ombrengen van den Sengadja van Gammacnorra ende synon soon 
alsmede bet affsetten van den Sengadja van Gnofficqia ^ onder baar 
een groote vreese was gecomen alsoo sij sagen soo iemand vande 



1 Hy was een broederszoon van Hamza en nog zeer jong. 

2 Yergeiyk den brief van Gony.-Gen. en Baden hierna bl. 300 y. 

3 Zie Mervoor bl. 28ö. • 



292 

haare het geselschap van de Neederlanders wat meer soght als* den 
Coniaek wel geviel, die werd suspect gehouden ende van [hem] ge- 
haet, waar door haar dan niet anders stond te verwachten als de 
doot ofte ten minsten haar ruyne ende verderff , seggende dit alleene 
de oorsaecke te syn dat hun van ons soo vreemd ende affkeerigh 
thoonden. 

Den Sengadja van Maleyen heeft met ons van dit stuck wel in 
reedenen geweest. Desen man was de eenige persoon daar uyt wg 
van des Conincx doen ende handel altemet wat kennisse cregen. 
Ende als wij onder anderen met hem spreeckende ons beclaechden 
over der Tarnatanen valscheyt ende bedrogh, antwoordde ons desen 
Sengadja dat het ons selffs schuit was, seggende voirders, doen het 
stuck daar toe beley t waer , dat men desen gespaengioliseerden Hamp- 
sia van cant sonde helpen ende den ander, die ons aangenamer ge- 
weest sonde sgn, de croon van het Tamataanse Ryck opt hooft 
sonde gestelt hebben, dat alsdoen de Gouverneur Lodensteyn die 
selffs hier van de principale aanleyder was geweest, haar (doe men het 
werck sonde by de handt nemen) verlieth ende coos doen wederom 
de partye van den Coninck, waer over eenighe van haar niet wel 
daarom sijn getracteert, geleek ons nu mede wel bekent was, ende 
dat nu ij der be vreest waar om yetswes tot onsen voordeel voor te 
nemen. Den Coninck trachtte mede door alle middelen , soo daar noch 
eenige waefen die ons gunstich ofte toegedaan mochten sQn, deselve 
van cant te helpen off ten minsten van alle ampten ende regieringhe 
aff te steken ende tot niet te brengen , gelijk wy nu genoech conden 
sien ende bespeuren aan den Sengadja van Gnofficqia die de Coninck 
wel niet aant lijff ende heeft getast (ende dat om ons eenigh con- 
tentement te geven) maar onder eenen geveynsden schyn van hem 
te promoveeren tot grooter staet ende ampt , zulcx hem van Macqian 
getrocken ende met den naam van capiteyn Laout becleet heeft, 
sonder hem eenigh proffijt te laeten genieten, in welcke bedieninghe 
desen ouden goeden man alle syne middelen consumeert ende zal 
hier door tot de uyterste ellende gebracht werden. 

Yoorders verbindt hem den Tarnataen met houwelycken als andere 
vrindtschappen soo aen de Macqiannesen dat naar ons oordeel hier 
naar niet wel mogelijck sal wesen om eenige scheuringe tusschen 
hem ende haar te connen maecftn. 



293 

Wij trachten wel door alle middelen om eenige van den Tarna- 
taensen Raedt t'onswaarts te trecken maar wij hebben geen gehoor; 
de vreese is by haar te groot. . • , 

Nevens desen gaet copia van des Conincx van Mindanaos missy ven 
bij ons op den 17en Junij ontfangen ^ waarinne den gemelten Coninck 
versoeckt onse hulpe ende assistentie tegens den Spaangiaerdt onsen 
algemeynen viandt, die aldaar, in de Calderas, een fort omtrent sgn 
stadt ofte negrij heeft geboawt. Desen conineg pretendeert eenige 
pretentie wegens beloften van den Ed. Hr Generael Reael, van een 
metaele stucq als oock van 2000 realen van 8ten over een misstice 
vrouw, gelijcq üEd. bij de copie van ditto brieff sult gelieven te 
beoogen. Bij dese missyve was gevoecht een vereeringh van 400 ® 
waeren. Wij hebben deselve beantwoort ende met beleeftheyt hetge- 
eyschte geexcuseert en in recompense van de toegesonden vereeringe 
hem wederomme een schenckagie gedaan 

Als wy in Julio laestleeden met het jacht Zeeburch naar Batsian 
waeren vertrocken omme aldaar het fort ende comptoir te visiteeren 
ende voorders met alle noodtlijckheéden te versien soo is ons op dito 
jacht bekent geworden een meysken in mans cleederen die haar liet 
noemen Jan Fietersen van Enckhuysen. Is int landt gecoomen met 
het schip Hoorn voor jongen ao 1632; wint per maandt 4 guldens. 
Haer vaeder is een scheepstimmerman genaampt Pieter IJsbrandtsen 
ende is nu laetst met het schip Amsterdam naar't vaderlandt ver- 
trocken. Wij hebben dit meysken van Zeeburch genoomen ende bij 
ons op Maleyen gehouden. UEd. sal ons gelieven t'ordonneeren hoe 
met de maantgelden sullen handelen 

Den Coninck prepareert alles tot den oorlogh tegens den Tydorees, 
naar men ons te verstaan geeft, maar wij en connen niet gelooven 
ofte vertrouwen dat het bij hem gemeynt wert ofte datter yets van 
sall comen, maar dat alles geschiet om ons te misleyden ende tot 
sijnder tijt wat anders bg der handt te nemen 

Het sal hoochnoodich sijn dat het aanstaande secours ofte ontset 
wat vroech van Batavia mocht gesonden werden, op dat eenmael 
met advantagie op des viants schepen mocht gecruyst werden. 
UE. zal oock gelieven ie gedencken, dat in Moluco met r^s niet 



1 Deze z^n niet op H It. A« aanwezig. 



294 

langer als tot Ulmo Januari) en sijn geprovideert ende moeten daar- 
mede noch 800 menagieren dat niet een baei aan den coninck ofte 
imand anders en mogen vercoopen, tVelcq ons by den Tamataen 

groot misnoegen baert 

Wy biyven over de geheele Moluco jegenwoordigh voorsien met 
blancke coppen , 

Op Maleyen coppen 239. 

Toluco 23. 

Gnofficqia 91. 

Pouatti 21. 

Taffasoho 65. 

Tabalola 33. 

Batsjan 49. 

Het schip Tholen ... 62. 



Compt te saemen Coppen 583. 

Actum Maleyen int casteel op t eylandtt Tarnaeten desen 18n Au- 
gust! An 1636, ende was onderteekent 

Jan yan Bboegkom. 



LXIX. Cornelio Acoley, gouverneur van Banda aan 
den Gouv.-Gen. Antonio van Diemen, Banda 
12 September 1636. * 



Serieuselijck hebben ons opt Macassars ende ander vreemt vaer- 
tuych geinformeert doch weynich ontdeckt. In Quey Wattelea isser 
een op den slaevenhandel geweest. De custe van groot Ceram zijn 
van diversche Maleytse , Javaense ende Butonse joncken besocht , 
daer toe onsen boeyer Banda, van alles ten oorlogh met dese inleg- 
gende instructie versien hebben geschickt; dan alsoo de joncquen 



1 Het voornaamste uit een vroegeren brief van den zeer omslachtigen Com. 
Acoley zal men vinden in den brief van Gouv.-Gen. en Raden aan Bewindh. van 
28 December 1636. 



295 

opgehaeldt ende van de ontrouwe inwoonders op Gouiy Goulij gesterckt 
zyn hebben deselve^ niet connen vermeesteren noch eenich leedt doen. 

Met de boeyer Banda , .... op primo Juny becoomen brieven 
van den predicant Jan Jansen ende ondercoopman Pieter Pauwelsen 
gedateert 27en Mey uyt de Negrye Maere op Quey; adviseren hoe 
volgens onse ordre voor Eladt spoedich zijn geanckerd ende door 
Baiy den swaeger van den Admirael Narra Ringij Ringij , die t' ge- 
berchte bewoont, sonder denwelcken gemelte Admirael niets wilde 
doen, in groot peryckel des doots zijn ' geweest , twelcq naer bericht 
werden meest uyt eygen onverstandt, soo door t^haestich ende ontij - 
dich procureren des steenen huys als verthooninge vant goude capi- 
tael zyn oorspronck heeft genomen, want hun rouwe ooren sulcken 
subiten vreemden clanck noch de verleydende oogen soodanigen glin- 
sterenden metael niet hebben connen verdraegen maer als levende 
sonder wet tot quaede begeerte gebracht , waer van ten volle gewaer- 
schouwt zijn hun te wachten hadden. 

Edoch door de providentie Godes ende gunst der gemelte Narra 
Ringij Ringij mitsgaeders veele Queyen, die hun tot bewaernis om- 
cingelden, geimpedieert, soodat uyt verbaestheyt ende de roepinge 
des oversten van Mare, die met groote belofften ende verseeckeringe 
hunder persoonen (gelyck opentlQck in aller presentie verclaerde) 
machtich was sich aen Baiy ende sijn aeuhangh te wreecken, den 
predicandt ende coopman eemstelijcke versocht heeft, t' welcq den 
Admirael, wesende met den selven vermaechtschapt op toesegginge 
der gunste ende eeuwige vrintschap in hun believen stelde, in ge- 
melte Mare omtrent drie mijlen benoorden Eladt geseth hebben ende 
als noch hun residentie houden, daer . redelijck getracteert ende goede 
getuychenisse van geven , doch geloof met eene lucht ende vel becleedt 
zijn ; de welcque zyne joncquen veerdich maeckte om ter gewoonlijcker 
tydt alhier te verschynen ende persoonlyck de gunste van een steenen 
huys naer eygen appetijt ons te vereeren. Echter naer alle circum- 
spectie staet te beduchten door gemelten domine Jan Jansen weynich 
vrucht in de salichmaeckende kennisse Christi aldaer gewrocht sal 
werden , vermidts d'omme gangh der menschen veel min den inlandtsen 
aerdt , die met besondere kennisse moeten geleyt werden , hem gandts 
vreempt ende vande winninge ende treckinge der harten beroofftisj 



296 

daer bij de cleenharticheyt ende vreese soo groot dat niet alleen hem 
tot streelinge dier volckeren begeven noch de taele eygen maecken 
maer bgnaer t^eeuwich besluyt Godts ende t'noodtlodt sich niet onder- 
werpen can. Claecht onder andere geringe redenen dat aldaer weynich 
lyftocht te becoomen ende met gesouten vlees ende specq behelpende 
is. Item een missive van zQn lieve huysvrouw (waer naer seer ver- 
langht) gecregen ende hem een sieckte beloom^n heeft, eyndeiyck 
barst in droeffheyt uyt ende secht al leeffde hy op dat landt noch 
30 jaeren voor hem geen vrucht te doen is; oversulcx met ons te 
spreecken opcoomen zoude t welck met verstandt aensien moeten. 

Insgelijcx adviseert de ondercoopman dat onse ordre in de negotie 
naer believen voltrocken ende wat te doen stondt geeffectueert was 
mits gaders het mede genomen capitael in slaeven ten redelijcken 
prijse omgeset, waerop met de boeyer Banda ende een schoone cor- 
corre omtrendt de 420 realen heeft afgedaen, met toesegginge 'tres- 
terende pr eerste occasie te wachten hebben, soo dat niet alleen de 
gedaene oncosten goet te maecken maer cent pr cento beneflfens 
de vertieringe der cleeden aldaer te haelen zij , tVelcq in besondere 
recommandatie ende goede acht sullen houden ende hun verkeerde 
cleenharticheyt soo 't mogelijck is met goet beley t sien te vercloucqen. 
Volgens d'ordre sonden ons als ostagiers den outsten zoon van meer- 
gemelten Admirael beneffens drie andere naekte gesellen, die ter 
schoole gehouden ende den cost gegeven werd; soo wenschte deselve 
van minder ende niet in mannelijcke jaeren te zijn ^ 

Als voor desen gesecht s^n 10 a 12 joncken van Ceramlaut ende 
d'omgelegen plaatsen naer Oningh om den bast der massoyen gesteecken 
ende zedert hier verscheenen waarmede (doch niet sonder ongeloof- 
felijcke moeyten) desen jaare den handel becomen hebben invoegen 
390 picol, bestaande in 14088 ps bossen int schip Bueren gescheept 
blijft, die dooreen k 11 ra t' pcol comen te costen dat een ra boven 

UEdts bode gaet 't Staat (onder reverentie) 

noch te beduchten vermits desen cleenen prijs, die daar voor hebben 
becoomen , in soo abondantie niet meer compareeren sullen , aangesien 



1 Vergelijk: Mededeelingen uit het O. I. archief door L. C. D. van Dgk, 
no. 1, bl. 27, aant. ». 



297 

de Maccassaren, Javanen ende Maleyers die wy naar vermogen van 
daar sullen weeren, ongelijck meer ny tgelooft is, dienvolgende soo taliter 
et qnaliter hebben gelevert ende ten waere de vreese onser boeyer 
(die tot bevorderinghe desselffs handel ende enndtschap vant passee- 
rende aldaar hebben geschickt) in hun niet hadde gewracht , wg souden 
buyten twijflfele soo goeden portie niet hebben connen becoomen ^. 
Om soodanigen handel door ons ende d'onsen metten naturellen ter 
plaatse daar de massoyen valt te drijven en connen hoe naeuwdaar 
op informeeren vande geringste apparentie UEdt niet verseeckeren 
want, als voor desen verthoont, de barbaerscheyt dier natie ontsiet 
noch verschoont gewoonte, kennisse , veel min natuerlgcke vrindtschap ; 
daar bl) den handel soo vreemt ende de menschen soo ongeloovich 
dat wij noch ancker veel min de bewandelinghe des grondt van t' vaste 
landt niet en betrouwen; t' welcq voor seeckeren tijt een groote 
Chineese jonck met 50 a 60 parsonen sonder yemandt daar aff te 
coomen ende nu 't exempel van Sacker, mitsgaders den E. Comman- 
deur Pool * als met den vinger ons droevigh aanwiist; maar ver- 
schijnen met hun cleen vaartuygh op de comste der Cerammers aan 
seeckere onbewoonde eylanden onder de custe gelegen, daar den 
coop met tamboucks, swaerden, sagouw, slecht goudt etc, naar 
oordeelen can soo onordentelyck ende confuselijck , ja slimmer als op 
de Cabo de Bona Esperance gesloten ende gedreven wert, dogh de 
helle waarheyt vertrouwe ons ontbreeckt, want in de Ceramse dis- 
coursen groote veranderinge bespeure die om ons te misleyden seggen 
watse willen * . . . . 

Actum int Casteel Nassauw opt eylandt Neira in Banda Ady 12 
September A^ 1636. 

Ènde was geteekent Cobnblio Acolt. 



1 Blijkens brief van Gouv.-Gen. en Raden aan Bewindh. van 28 Dec. 1636 
kon de massooi te Batavia slechts 11 è. 12 realen halen, en waren zij van 
meening dat er niet genoeg op zon te verdienen vallen. 

2 Zie over den dood van Pool aan de kust van N. Guinea : Van Dgk , Mede- 
deelingen, no. 1, bl. 29. Met Sacker wordt waarscbgnigk de vrgburger Sacker 
Jansen bedoeld wien de Boetonners vermoord hadden. Zie Van Dijk, Neerlands 
betr. met Borneo, bl. 40. 



298 

LXX. Gouverneur Oeneraal (Antonio van Diemen) 
en Raden aan Bewindhebbers der O. I. Com- 
pagnie, 28 December 1636. 



Over Ëngelant hebben UEd. geadvyseert tot wat eynde den Com- 
mandeur Gerrit Thomasz. Pool op 24 Januario met ses jachten , ge- 
mant met 110 coppen varen t Yolck ende 50 soldaten , over Martapura , 

Macassar ende Bougijs nae Amboino nytgeseth hadden ^ 

Van Macassars rheede is gemelte Pool tusschen den 21 ende 22 Fe- 
bruario naer d'oostcuste van Celebes verseylt, omme volgens sijn 
instructie met die van de Bonggs (aldaer Mr Antonio van den Heuvel 
soo hooge van voorgegeven heeft) in onderhandelinge ende contract 
tot prejuditie van den Maccassaersen Coninck te treden ende alliantie 
te maecken, langhs 69 cust sonder anckergront seylende tot 25 d^ 
als wanneer voor seecker vlecke (daer een vreede vaene van wayen 
lieten) ten ancker quamen. Den Commissaris Steven Barentsz ende 
Roeloff Gérritsz coopman voeren naer landt , alwaer omtrent 100 man 
in wapenen vonden ende, ons aenbrengenverstaen hebbende , thoonden 
seer goede mine, scheenen wel vergenoecht te wesen ende wierden 
voor dien tijt wel beyegent. Seecker affgesant, onder ostagiers aen 
boort van Zeeburch bij Pool verschijnende, verclaerde uyt last van 
synen Heer den Conink van Boele Boele ende die van Bonne dat 
met die van Macassar bevredicht ende vereenicht waren, echter wel 
genegen om tegen hun den oorloge weder aen te nemen bij aldien 
hun wilden met wapenen assisteren. Boele Boele ende i^onne soo 
voorgaff souden jaerlijcx vyff a ses scheepsladingh pady connen leveren. 
Dit soete praetgien geviel d'onse sonderlingh wel ende belooflfden den 
Commandeur soo veel rijs ende pady aen te nemen ende met ammo- 
nitie van oorloge te betaelen als leveren souden , insisterende voorders 
met den Coninck personelijck over dese ende andere saecken te moghen 
spreecken , ende nam den afgesant aen met sgnen Coninck off desselffs 
zoone bij hem Pool te verschijnen. 



1 Namelyk om 't vervoer der nagelen naar Makassar te beletten enz. Over 
't verrichte door Pool te Martapura en te Boeton zie: Van Dijk, Neerlands 
vroegste betrekk. met Borneo, bl. 38 — 41. Voor Makassar vond Pool geen 
vyandelijk vaartnig. 



299 

Des anderen daechs verthoont sich des Coninex soone met veel 
volcx op strandt. Steven Barentsz ende Roeloff Gerritsz vaeren onge- 
wapent nae lant omme den Coninek te bewellecommen , alwaer gecomen 
sy nde , schieiyck overvallen wierden , ende sijn daer vermoert ende 
omgeeomen negen persoenen namentlijek de voorsz. Steven Barentsz , 
den Coopmau Roeloff Gerritsz y Lambert Sloos een assistent , den tolcq y 
een quartiermeester deerlijck gequest ontcomen. 

Dit syn de wnchten van al te acbteloosen blinden y ver met te veel 
vertronwens gemengbt; 't schynt by d'onse niet eens geremarqueert 
noeh geleth is dese luyden (geUjck selver voorgaven) met die van 
Maeassar bevreediehl waeren. De eleederen van de gemassacreerde 
syh coi't nae dato aenden Coninek van Maeassar gebracbt, waer 
uyt licht te bespeuren is de genegentheyt (daer van soo veel geseyt 
is) welcke die van de Bongys syn hebbende omme haer met ons tegen 
den Maccassar t' opposeren 

My n Heeren , UEd. noch jongste ende voorige gedaene harde repro- 
chen over d'injuste ende nulle proceduyren , soo als UEd. die gelieven 
te noemen, hier in India gehouden, veroorsaecken veele insolentie 
ende disrespect aende principaele uwer regieringe alhier , gelgck oock 
gedyen tot styvinge van ontrouwicheyt ende dieffstal der middelen van 
weduwen ende weesen, participanten inde Generaele Gompie, ende 
vreesen UEd. dese termen van schryven t'ontyde noch beclagen sullen, 
want als Godtslasteraers die des Gompies huysinge tot bordeelen 
maecken, die onse commissien violeren etc. hier gestraft synde by 
UEd. gerestitueert ende der selver geconfisqueerde middelen aende 
vrunden ende erffgenamen weder uytgekeert worden, soo is dit 
immers niet alleen d'ontrouwe gestyft ende gevoet, maer sullen de 
onrechtvaerdige niet schromen tot noch grooter nadeel van de Gompie 
in haer dieflfetal voort te vaeren, als bevinden haere faulten ver- 
schoont, by UEd. gemitigeert ende wy daer over gecensureert worden. 
Dat eenige geïnteresseerde UEd. gunste gevoelen ende by wyien som- 
mige saecken wat gemodereert- worden is prysseiyck ende moet aldaer 
by UEd. ende niet van ons gedaen worden, maer dat men ons met 
eenen cnlpeert van valsche sententie, sonder te specificeren, 
gepronuncieert te hebben is niet versetteiyk ende uwe affairen alhier 
ten hoochsten schadeiyck 

De schepen Galiasse ende Texel ultmo December ende 20 Januario 



300 

van Batavia vertrocken , arriveerden den 21en Febrio ende 3» Meert 

daeraenvolgende voor Maleyo Daechs daeraen [is] 

de Galiasse tusschen het eylant Hiery ende Tarnaten in zee geraeekt 
ende Thoolen door onbeseyltheyt Veder binnen gedreven wesende, 
bejegent bet verwachte [Spaansche] secours bestaende nyt drie schepen 
ende jachten met een Brigantijn gemant, * . . . . tast tselve 
farieaselijck aen ; doch met cleen voordeel , becomende in der haest 
6 dooden daer onder den opperchirurgijn ende 15» è. 16 gequetste, 
verlaeten den v^ant, loopt nae Macquian om seconrs ende sijne 
patiënten te cureren. 

Den vyant, door dese rescontre mede tusschen Macquian ende 
Mortier verdr^vende, wiert door de Spaense galeye ende menichte 
corcorren met cracht onder Gammalamma gebouchseert voordat de 
Galiasse (weder versien synde) met Thoolen ende Texel (als doen 
aengccomen) versterckt, bij den vijant conden geraecken, sulcx dat 
den 7en d^ Meert voort casteel Maleyo vruchteloos ten ancker keerden. 

Den 17en April arriveerde uyt Amboino in Tarnaten de schepen 
der Goes ende Zeeburch ende den eersten May daeraen volgende 
Wassenaer ende Waterlose werve. 

t' Is seecker de compste van dese macht Hamsia ende sijnen aen- 
hangh in dwangh heeft gehouden dat desen jaere tegen ons niet 
uytgebarsten is ende sich bij den Spangiaert ende Tidorees gevoecht 
heeft. 

Dat dit geseyde extraordinaris secours uyt Manilha opt versoeck 
ende aenradingh van gemelten Hamsia ende den Tidoresen Coninck 
in Ternate si] verschenen omme ons met gecombineerde macht uyt 
Moluco te slaen , blgckt bij de scherpe reproches door den Spaensen 
Commandeur deser vloote aen den Gougougoe van Tidoor gedaen, 
welcke Gougoego expres wegens de Coningen van Tidoor ende Ternate 
gecommitteert is geweest nae Manilha omme assistentie ende dese 
macht te versoecken, hem verwijtende den Generael in Manilha be- 
droegen ende met leugenen misleyt hadde, wanneer aldaer voorstelde 
de zaken tusschen Hamsia ende Gorontaly sulcx beleyt waren dat 
met assistentie der Spanjaerden den oorloge tegen de Neerlanders 



1 ICedebrengende 5 comp. Spaansche soldaten (300 man) en 2 comp. Pam- 
pangers, en den nieuwen gonverneur D. Pedro Mandioli. 



801 

gesamender hant souden aenvangen; dat nu contrario bleeck, heb- 
bende in plaets van een ondt verrot sehip, geiyck bij Gongoe voor- 
gedragen badde, drie schepen gevonden. 

't Is oock waerachtich den Generael van Manila aen Hamsia een 
treffelQcke schenckagie met dit jongste secours was seyndende , welcke 
vereeringh in Gammalamma noch opgehouden wierde ende niet over- 
handicht is 

Onse missive per Texel aen Hamsia geschreven nevens een eerlQcke 
schenckagie hem ter handt gestelt sQnde ende den inhoude begrepen 
hebbende, claechde heftich dat wei gestadich tot den oorloge wierde 
aengemaent maer dat men hem sodanige assistentie niet presteerde 
als voor desen synen vorsaet Modaffar wel genooten hadde, over- 
snlcx hem d'oorloge hert viel ende niet machtich d'selve nae sgnen 
goeden wille uyt te voeren. 

Met de compste van den Eimelaha Louhoe uyt de quartieren van 
Ceram was Hamsia seer g'altereert ende geliet sich heel verstoort, 
dagende sijne landen aldaer ruyneerden, verstout oock niet den 
Generael in Batavia authoriteyt ende macht hadde een nieuwen 
Capiteyn Hittoe te creëren, dat hem Coninck sulcx te doen stond, 
geiyck ahreede eenen anderen vercooren hebbende eerstdaechs der- 
waerts meende te seynden. Soo hadde in vergaederingh aen sijne 
Rycxraden oock emstich versocht persooniycken met een goede 
macht nae d'Amboinese quartieren te voeren omme alles in vreedige 
postuyre te herstellen, dat hem tot drie onderscheiden maelen 
was afgeslagen. 

Quimelaha Louhoe, van Ceram bg den Coninck ontbooden, hadde 
syne saecken sodanich gejustificeert ende Hamsia met groote schen- 
ckagie sulcx verblindt, dat in eere blijft ende meerder extime als te 
vooren wiert gehouden 

Den 16n Mey .... vertrocken de Spaense schepen geiyck 
gecomen waeren van Gammalamma nae Manilha. Wy meenen een 
misslach begaen is, den Gouverneur Broeckum ende synen Raet opt 
voordragen van den Commandeur Theunis Jacobsz Engels niet heeft 
connen resolveren de schepen Wassenaer, Galiasse, Texel ende 
tjacht Waterloose Werve voor't vertreck der Spaense macht (omme 
op de selve te passen) uyt Tarnate nae de Straet Tagima, in de 
Calderes off elders aff te seynden, t'is apparent by aldien sulcx 



302 

geschiet waere dese macht gernyneert soade hebben. Op consideratie 
van des vgants groote macht in Ternaten als Hamsia's ontrouw, 
geveijnsthey t , ende om desselfs qnade conrsen te stntten , item Comps 
Mblncksen staet te verseeckeren , seght den Qouvr Broecknm dese 
schepen tot 1 Juny in Tamate opgehouden hadde , nevens de schepen 
Thoolen, der Ooes ende Zeeborch Der Engelse voor- 
genomen ende A' 1635 mislokte visite ^ des eylants Ron, hebben 
desen jaere hervath , ende was dienvolgende aende Oostsyde van Pnlo 
Bon voor de gewesene negrije Lochnm den 11 Meert ten ancker ge- 
comen capitn Randel Jesson van Londen met sijn schip de Paerle. 
Soo haest den Goavr Acoley d'aencompste van t Engelsch schip 
onder Pulo Ron vernam, sont datel^ck gecommitteerdens met cleyn 
vaerinych derwaerts om ons gnarnisoen, bestaende in 10 coppen 
van daer te lichten ende gemelte eylandt ten behoeve van d'Engelsen 
te verlaten. Die van de Peerle t'aenbrengen van d'onse verstaen 
hebbende, heeft gem. Capiteyn Jesson aen de selve verclaert ende 
daervan oock schriftelgck acte int Engels gepasseert . .. . geen 
andere last van sijne principaelen te hebben als simpeli)ck geseyde 
eylant Ron te visiteren , sulcx dat het lichten ofte verblgven van 
de voorsz. 10 Nederlanderen sich niet aengelegen liet wesen, gelijck 
oock dienvolgende t geseyde gnamisoen tot weeringh van het schnyl- 
geboefte daer is blijven continueren. Den Capiteyn Randel Jesson 
versocht seer instantelijcken (ten aensien op een quade rheede lach 
ende dat water van 90de hadde) op Pulo ay mocht comen anckeren, 
dat hem op't gevouchlijcxste affgeslagen wiert, met aanbieding soo 
veel water aen boort te schicken als van noode mocht hebben, voor 
weicke presentatie d'onse bedankte; hadden liever op Pulo Ay 
geweest apparent omme voor particulier wat foulye tegen witte 
suycker (daer wel van versien was) te ruylen. Eyndelijck op sfln 
aenhouden wiert hem toegestaen met onse Gecommitteerden in ons 
vaertuych nae Pulo Ay te vaeren omme den Gouverneur te begroeten , 
alwaer sijn versoeck andermael voorstelde , doch insgeiycz beleeffde- 
lyck affgeslagen wiert ende hy, vermerckende daer omtrent voor 
hem niet t'obtineren, op Pulo Ron niets te verrichten ende oock 
periculeus leggen was, is met goet contentement naer nytterlgcken 



1 Nameiyk mislukt plan op een yisite. 



303 

scbgn den 20 Meert uyt Banda nae Amboina verseylt ende arriveerde 
den 27 d° aen de Passa omtrent den hoeck van Onttomoery. 

Den Gonvemear Jocbum Roeloffsz. van Amboino ende Directeur 
Arent Gardenys, de compste van dit Engels scbip vernemende, 
stierden bem Oecommitteerdens aen boort om inder minne te waer- 
scbonwen sieb datelQck van daer sonde transporteren alsoo ter dier 
plaetse geen Engelse scbepen vermochten te anckeren, daarop den 
Capiteyn Mr Bandel voornoemt tot antwoorde diende zQn volck 
ende boot na landt om water gesonden hadde ende dat niet eerder 
meende nocb conde vertrecken tot dat weder aen boort gekeert 
waeren; dan alsoo bem snlcx andermael emsteiyck ende onder 
dreygementen aengeseyt wiert b^aldien niet gesint was inder gi 
van daer te verseylen, genootsaeckt souden worden daer toe andere 
middelen te gebmycken ende ondertusscben de boot met water aen 
boort comende, licbtte ancker ende gingb op den 29 Meert gansch 
ende gebeel gemiscontenteert deur, uytwysende twee protesten, 
gedateert 19 Meert O. St., die by, Jesson, aen d'overboofden van 
tscbip Buyren (welke bem tot Bouro geleyden) ter band stelde. 

By d'advysen met geseyde Buyren ende de jacbten, als mede uyt 
bet scbriftelijck ende mondelingb rapport van den Directeur Garden^s, 
vernemen wi) tot ons leetwesen dat alles in dat quartier seer ver- 
wart staet ende sgnen voortganck van qnaet tot erger is nemende. 
Wg sullen in dese over cleene gepasseerde saecken niet particulari- 
seren , als daer sijn eenige voorgevallen rescontres met voordeel ende 
scbade , t'affbacken van 1500 muscbaet boomen op Terfoele , tusscben 
Warname ende Ribotb Hatemette. Item bet destrueren van Eelle- 
moury, Kellebou, ende Selou met 30 stucx corcorren, die daer op 
stapel stonden, alles g'effectneert met d'Amboinse macbt boven de 
scbippers met 100 soldaten van Amboino ende 41 d® daertoe uyt 
Banda ontboden, gemant. Item tVersoeck van den Tamataensen 
Qnimelaba, omme vreede, op boope dat onse besettingb van de 
Hittoese stranden souden opbreecken, omme te beter sQn personagie 
met bet vervoeren der nagelen van Hittoe te spoelen ^ etc: . . . 



1 Uit het Dagregister ?an H kasteel Batavia van 1636, bl. 647, bl^kt dat 
dit jaar een aantal jonken van Java gekomen waren (Samarang, Tagal, de 
Boekit) om peper te yervoeren. 



804 

Omme dan ten principaelen te comen, etc. ^ 

De Hittoesen nemen geen contentement aen Tana Hitton Mesfiingh 
ende Calbouw, die wQ als Hoofden van 't landt gesteld ende g'an* 
thoriseert hadden. Den Gonvemear Jochnm Roeloffsz. advgseert dat 
yerclaert hebben 't gansche lant veel liever verlooren sagen als dese 
persoonen voor haer Hooffden t'erkennen ' 

Voorleden Wester monsson verstaen wij weynig vreemde handelaers 
in d'Amboinse qnartieren sgn vernomen. Echter wert ons seeckerlyck 
geadvyseert dat d'Engelsen ende Deenen desen jaere alweder groote 
partije ende meer als voor desen in Macassar opgecocht hebben, te 
weten den Deen als geseyt 400 bhaaren dat is 192 duizend ^ ende 
d'Engelsen nae opgeven hebben van daer gebracht met haer schepen 
de Paerle ende Coster tsamen ses hondert bhaaren dat is 288 800; 
wat nu by de Portugesen vervoert sQ biyft ons onbekent. Echter 
verlaten dtis dat desen handel eerlangh moede sullen worden, soo 
maer de nagelen in Europa niet weder steygeren ende op hooger 
prijs comen, hier sullen't wel claeren dat op haere Maccassaerse 
nagelen geen voordeel doen ^ . . 

Desen jaere is Macassars rheede onbesocht gebleven, dewgle de 
voorjarige besetting geen off weinich voordeel heeft gedaen als mede 
dat U£d. in dien oorloge geen smaeck vinden 

Den peperhandel op de Snmatrase westcuste vervalt, verergert 
ende verslimpt van jaer tot jaer ende staet gemelte handel, die voor 
eenige jaeren de Compie soo treffelijcke proffyten ende groote qnantite 
peper heeft toegebracht, ruyneus te worden bg aldien d'Engelse 
ende wQ continueren de gemelte custe jaerlicx met soo veel schepen 
te bevaren ende soo onmatich den peper tegen den anderen op te 

jagen gelijck desen jaere geschiet is De grooten 

admitteren de lantluyden niet met ons te handelen; sij maecken 



1 Het verhaal van den opstand der Ambonners vindt men bg Yaleutgn, II 
2 p. 106. Over de oorzaken zie hiervóór bl. 289 v. 

2 Kajoean die den titel voerde van Tanehitoemessen werd door de Hitoeezen 
veracht omdat hg lafhartig was en met zgn eigen(?) moeder geboeleerd zon 
hebben. (J. Boelofsz van Dentecom aan A. van Diemen 20 Sept. 1636). 

3 Boor het zoogenoemde „kladden'* met de kruidnagelen door de Hollanders 
hadden de Engelschen en Deenen in Yoor-lndie dit jaar voor hnn voorraad geen 
pr^s kannen maken. 



305 

voorcoop ende jaerlgcx onse ende der Engelsen doen wel g^ncor- 
poreert hebbende, stellen den pr^s; gebrnycken noeh dese finesse 
dat somtijts by d'onse comen; ende weder bij d'Engelsen gaen, 
seggende dat mag sgn peper gelden. 

Dese rgsingb can oock niet gedyen omme de boeren tot meerder 
aenplantingh van peper t'animeren alsoo minder voor hun goet 
crygen als voor desen 

Door ons gestadich cruyssen voor ende omtrent Malacca tsedert 
den jaere 1633 is deselve stadt seer benauwt geworden ende bij 

nae in d'nytterste hongersnoet vervallen geweest 

Dese onse besettingh is langen tyt gecontinneert met een sobere 
maeht van 4, 5 ende 6 jachten gemant met omtrent 250 coppen. 
Ende gelijck dese besettingh de Compe niet gedijt en heeft tot bij- 
sondere groote last, soo is d'selve oock met prinsen weynich off 
niet gesonlagieert geworden. Echter causeert dese onse besettingh 
seer slappe neeringh in Malacca, ende bevinden wij de negotie 
alhier in Batavia ter oorsaecke van dien dagelijcks accresseert ende 
den rechten middel te syn omme den Mattaram tot verstandt te doen 
comen 

Den Vice Commandeur [Orlando] Thibault met Couckercken ende 
Wieringen ende Bardes als geseyt tot besettingh van Malaccas 
Noordsyde geordineert arriveren den 2én Juny voor Malacca , alwaer 
buyten gewoonte te reede vonden geanckert leggen 12 groote fusten , 
drie geliassen, ende 5 scheepkens met reeseylen, sijnde, geUjck 
naderhant verstaen hebben, door den Vice Rey Don Pedro de Silva 
in Meert passato van Coutchijn tot secours ende bevrijdingh vant 
Malacx vaerwater uytgeset ende derwaerts gesonden met 400 sol- 
daten onder t commando van Francisco Ootinho Cavaca , Gouverneur 
van Malacca. Ende alsoo den Vice Commandeur ordre hadde ander- 
mael t'onderstaen off die van Malacca gesint waeren te rantsoeneren , 
seecker Portugesen van Batavia, in onse vloote synde, sont onder 
de witte vlagge nae landt ongewapent, t' vaertuych van Bardes met 
twee Maleyers ende een Portugees. Daer op een gelias affcomende, 
sonder respect aen de vreede vlagge te dragen, voomam d^ vaer- 
tuych te vermeesteren, dat d'onse met de riemen ontleyden, als 
wanneer de Vice Commandeur de witte vlagge innam, nader de 

stadt loopende , loste eenige stucken op vyants vaertuych ende tegen 

20 



306 

den avont, buyten t canon van de stadt t zee steeckende, depe- 
cheerde Bardes, dat tegen de fusten niet bestant was, nae de Zuyt, 
gevende den Commandeur Cornelis Sijmonsen ^ advys vant Portngees 
verschenen secours. Ondertnsschen bleeff met syn twee jachten aff 
ende aenhouden omme te letten werwaerts den vijant Bijn macht 
wenden mocht tot 7en Juny des smorgens, wanneer Thibanlt voor- 
nam naer de riviere Mora te seylen omme den Commaadeur aldaer 
te verwachten ende onderentnsschen te vernemen wat in Malacca 
ommegingh, van den vgant gevolcht ende met een extra ordinarie 
stilte g'abordeert sijn geworden. Wieringen (wiens oflScieren in d'eerste 
furie geqnetst, doot geschooten ende in brandt geraeckt wesende) 
wiert naer behooren niet gedefendeert , snlcx dat alle het volck op 
toeseggingh van qnartier overquam, behalven vier man die hun int 
ruym verberchden tot dat van Couckercken daer uit gesalveert sgn 
ende voorts gesprongen is 

Couckercken wiert dapper aengetast ende noch meer als Wieringen 
verlaten ende in brandt stondt, maer defendeerde sich mannelQck, 
schietende twee fusten in brandt ende twee met een gelias in de 
grondt sulcx dat eyntelyck nae dat het achterschip. 8 k 9 maelen 
in den brandt was geweest ende weder gebluscht, in den donckeren 
avont van den vyandt is verlaeten, van 50 coppen niet meer als 
veertien gesonde man hebbende 

Nae verstaen hebben [de vijanden] over de 150 dooden ^ gehad t 
behalve de geqnetste, alle Portugesen. Van de slaven weeten het 
getal niet. Onder anderen is hier mede gebleven den Generaal Fran- 
cisco Cotinho Cavaca 

Met dese jachten gaven ordre aen den Commandeur, ten aensien 
die van Couckercken [zich] soo manhaftich gequeten hadden ende 
omme andere in diergelycke rescontre noch meer t animeren dat 
d'overgeblevene persoonen van geseyde jacht twee maenden gagie 
op hun reecqeningh souden laten goet doen, die him waeren ver- 
eerende. Aen den Vice Commandeur Thibault souden tot een eer- 
teecken van sQne bethoonde couragie een gouden kettingh van 5} Ba 



1 Cornelis Symonss yan der Veer, de commandeur der vloot die in *t yailr- 
water yan Malaka kruiste , bezette de znidelgke toegangen» 

2 Volgens Portageesche berichten 40 dooden en 42 gekwetsten* 



307 

rmk 8eiL dwa^rte nevens sijn oude gagie yan 80 gnlds ter maeht t 
sedert dat in gemelte vaerwater is gebruyckt geworden . . . . . 

UEd: hebben in 't vaerwater van Malacca acht jachten ende in 
gagie 412 persoonen , dat wel wat costeigck is ten aensien de sobere 
prinsen. Echter seecker dat het de Compie in andere gelegentheyt 
seer profijtabel sij ende eerlangh gevoelt sal werden, salcx dat wij 
niet voornemen dese besettingh* te verswacken maer 't sijner tijt 
noch te verstercken omme ist doenelijck Java ende alle andere Indise 
Negotianten van Malacca nae Batavia te diverteren 

Daer wort oock geadvyseert, twelck bij d'onse uyt Jamby gecon- 
firmeert blijft, dat die van Malacca in contentie sijn met de Joriten. 
Wy hebben onsen Commandeur gelast dit misverstant te voeden ende 
den Jorijt sijn hulpe tegen den Portugees aen te bieden 

Omme den Coninck van Atchi)n in devotie te houden, tegen die 
van Malacca t'animeren ende in de procure des pepers niet te ver- 
snymen, is besendingh derwaerts gedaen den 14en September laest 
per t schip de Revengie, van hier door de Straete Malacca gevaeren. 
Wg hebben daermede aen gemelten Coninck geschreven ende des- 

selffs voor dato ontfangen missive beantwoort 

Onso schenckagie is geweest twee Persische paerden, ses jacht- 
honden ende een picol sandelhout. De paerden heeft betaelt > met 2 
cattij Atchyns gouth ende 10 Tayl voor de honden ; compt te wesen 
440 Ra per cattg, Ra 1100 ofte 2805 guld:, sulcx dat onse vereering e 
wel betaelt is .... - • 

Alle retour coopmanschappen als peper, solpher, tin etc: waeren 
in Atchgn in prijs geresen daer tegen de waeren aldaer getrocken 
ende dienstich, sonderlingh de cleeden, op slechten prijs gedaelt, 
sulcx dat onse cattoen, cassumba, z^de stoffen etc: noch onvercocht 
waeren gebleven, ter oorsaecke in Atchijn verscheijde vaertuygen 
waren aengecomen ende meer als in veele jaeren niet gesien is, 
namentiyck : 

3. drie van de Choromandelse custe die over de 500 packen 
cleeden aen de marckt brachten. 



1 Dit heette natanrlyk een wederkeerige gift aan den G^oav.-Gleneraal per' 
sooniyk. 



308 

1. Een van Pegnw j Alle met Igwaten eattoen 

1. Een van Snratte [ cassnmba etc: geladen ende 

1. Een van Dabnl ende | bracht het Dabnls schip tot 

1. Een van de Malabaerse custe ) schenckagle aen den Conlnck 



7. Stucx. twee schoone paerden. 

Snlcx; als geseyt, Atchijn vervnlt sgnde met coopmanschappen 
deselve bij nae de helft in prQs gedaelt waeren. 

Ende het is seer considerabel off de aliantie ende vreede met 
Atchijn de Compie soo veel waerdich sy dat soo scbadelycke negotie, 
als dese van de Mooren is, vreedelijck gedooghen 

Van Macassar waeren in Atchyn door de Straet van Malacca aen- 
gelanght ses jonckjens geladen met 300 k 400 bhaar Atchyns giroffel 
nagelen, die selver (soo voorgaven) genegotieert hadden, ider op 
hebbende 40 man wel gewapent. Off het nae Malacca gemunt had- 
den ende door onse crnyssers verhindert sQn was niet seecker ; gaven 
nyt dat geen onser schepen geduyrende haer reyse vernomen hadden. 
Den Atchijnsen Conincq hebben beschoncken met 20 bhaar nagelen, 
50 armosyns, ende 300 pampieren gontdraet. Men soude oordeelen, 
dewyle dese luyden soo verre swerven in soo dangerease vaerwaters 
met hun nagelen, dat den afftreck sober ende de quantite extra 
ordinary groot in Macassar moet wesen. Het moet d'Engelsen , 
Deenen ende Portngesen aldaer aen capitael manqueren ofte, dat 
eer te geloven staet, geen voordeel meer op die coopmanschappen 
bespeuren \ • . 

Tegen den Portugees ende tot aff breuck van Malacca hadden d'onse 
Syne Mayesteit in goet humeur wel g^animeert gevonden maer noch 
ongenegen de stadt met macht aen te grypen ^ , hoe seer oock door 
Sr Compostel daertoe aengeraden wierde. Equipeerde 12 galeyen 
omme de Maleyers (soo voorgaff) te dwingen ende van Malacca te 
diverteren, die soo hy seyde den vyandt veel vivres toebrachten. 

Geschreven in UEd. casteel Batavia desen 28en December A^ 1636 

.... den Generael ende Baden van India 

Ant. Ca.ï!k. Antokio vjlk Dibmbn. 

Jojln Ottbns.' Phs Lucas. 

Aebts Gijsbls. 

Haks Pütmans. 



1 De Portugeesen hadden dit jaar yersterking uit G^a gekregen. Zie hier' 
y66r bl. 306. 



309 



LXXI. Uit het Dagregister gehouden in 't ELasteel Batavia , 
over 1636 *. 



Op dato [26 Juli] in der nacht arriveert alhier van Solor ende 
Timor 't jacht de Fortayn met 700 stncx ofte boomen sandelhout 
ende 16 slaven, in gemelte qnartieren verovert, daer neffèns haer 
Ed: oock bg missiven van den Commandr Jan Tomberghen ende 
Yice Commandeur Harman Wontersz in dato 3 ende 21 deses ge- 
advyseert wort als volcht namentlijck. 

Dat naer met de vloote ^ op 23 February passado van hier 
geseylt ende den 7 Meert omtrent Jortangh gecomen waren bejegent 
ende verovert hebben 3 Javaense jonkgens daer uyt y eerse in Brandt 
staecken, losten ^ last rgs, 3 ditosout, partje drooge visch, coock- 
potten ende rommelingh. 

Dat vermits d'ontmoete groote stilte ende contrarie stromen niet 
voor den 29 ö9 omtrent Sumba gecomen synde, metten anderen 
geresolveert hadden den Commandeur Thombergen per het jacht 
Yoorburch in passant t'eylant Ende te laeten aendoen om te ver- 
nemen off daer tegens hun wedercompste van Timor niet een schip 
met pady etc. te becomen soude sgn en tot dien eynde goede ordre 
te laeten, zeylende den Yice Commandeur Harman Wouters alsdoen 
voorts met de jachten Cabo de Rama, Maria, Fortuyn, Neptunus 
ende Cleen Petten tot den lOen April als wanneer het jacht waer 
aff hier vooren op den 18en deses vermaent staen ^ uyt s^ne vloote 



1 De voorgaande Missive van Gonv.-Gen. en Raden aan Bewindhebbers is de 
eerste waarin bier en daar voor uitvoeriger bericbten naar bet Dagregister van 
't Kasteel Batavia wordt verwezen, zoo o. a. b§ de bier gedrukte bericbten 
omtrent Solor en Timor. Fragmenten van dit Dagregister naar een eenigzins 
verscbillende redactie, op naam van den directeur van den bandel Fbilips 
Lucasz, en loopende over de maanden Januari tot Mei 1636 zgn uitgegeven 
door Leupe in de Kronyk van 't Historiscb Genootscbap 1863 bl. 248 — 302. 
Het belangr^'kste daarin z^'n de (eerste) bericbten betreffende den bandel in 
Tonkin. 

2 Namel^k 6 jachten en een sloep, bemand met 140 matrozen en 60 sol- 
daten. 

3 Dit jacbt (de Maria) was aan de kust van Savoe gestrand. Een deel der 
bemanning was in de boot naar Bali afgedwaald, van waar zQ naar Batavia 
terugkeerden. 



310 

verloren hebbende, met de resterende vier op 25 d° omtrent twee 
mglen buyten de wal vant eyland Kotty verovert beeft twee Portu- 
gyse bereken comende van de Timorse buyteneust geladen met 700 
stnex off boomen sandelhout, gemonteert met 12 müsquetten ende 
een haeck, mitsgaders gemant met 39 mesticen, daer onder twee 
vrouwspersonen, twelck altsamen neffens eenige andere cleynicheden 
in de jachten overgenomen sijnde, waeren gemelte bereken als 
ondienstich om door d'onse te bemannen in brandt gesteeeken. 

Den 30ea dito quamen voor Ooupan ter rheede daer den Com- 
mandeur Tombergen vonden, hebbende van d'inwoonders op Ënde 
goede toeseggingh becomen, alwaer met den anderen resolveerden 
de binnen ende buyten custe van Thimor met de jachten in tween 
verdeelt te gaen visiteren, namentlijck den Commandeur Tombergen 
met Cabo de Rama ende Petten naer de Zuydcant om op Batumjan 
den sandelhandel te onderstaen , ende den Vice Commandeur Harman 
Woutersz met Voorburch, Fortuyn ende Neptunus aan deNoortsijde 
om des vyants vaertuygen optesoecken ende te vermeesteren. Doch 
vermits de stercke doorblasende Oostewint ter verhoopter plaetse 
niet connende geraecken, waeren den 19en May voor Coupan weder 
ter rheede gecomen, hebbende den Vice Commandeur aan de 
Timorese binnencant verovert twee joncken, namentlflck op 6 d° 
een welcke gemant sijnde met omtrent 40 coppen sich int eerste 
tegens het vaertuych vant jacht de Fortuyn cloeckelijck te weer 
stelde, sulcx dat onse soldaten al haer cruyt verschietende ende den 
luytenant Verbeeck gequetst wordende, afhouden mosten totdat 
assistentie cregen, twelck die van de jonck siende jaechden aen 
de wal, begaven hun te landt ende verlieten haer jonck, als wan- 
neer d'onse daeruyt bequamen 21 bossen massoy, partye canary 
gomme , een haeck ende een musquet. T ander was een jonckje 
'twelck van Larentucka naer Mena quam om aldaer eenich sandel- 
hout datter bij mauquement van ruymte in seeckeren berck die daer 
geweest hadde, overgebleven was, te gaen haelen, op hebbende 
5 haecx, 5 musquets ende 13 mesticen, twelck d'onse als vooren op 
den löen bij nacht oock overvallen, verovert ende gelQck d'eerste 
jonck naer ontlossinge in brandt gesteecken hebben. 

D'onse uyt de voors: 13 gevangenen verstaende, datter noch 
partye sandelhout aen Mena lach, begaven hun met de jachten 



«»— ■ ^"1 



311 

derwaerts ende vonden aldaer voor op strant leggen 336 stucx san- 
delhouten, die dateiyck door de boots aendejachten gebracht wierden. 

Den 4en Juny gingen met eenige soldaten naer seecker dorp daer 
de tolck woonde , wiens broeder bg d'onse in het laetste jonckje 
verovert was, met welcke veraccordeerden dat voor seecker partye 
sandelhout van 103 stucx, welcke in gemelte dorp gereet lach, des 
anderen daechs synen broeder mocht comen lossen, mits dat het 
sandelhout aen strandt brengen soude, doch hier op niet gevolcht 
•nde t hout voor d'onse te verre van der handt te haelen sijnde, 
resolveerden om geen meerder tyt te versuymen op Öen d^ van Mena 
naer Solor te steecken. 

Den Ben d^ voor Lamakera ten ancker gecomen synde, vonden 
derselver ende eenige andere Negryen door de Portugyse affgebrandt , 
die omtrent 14 dagen geleden met twee jachten, eenige praeuwen 
ende veel volck daer geweest waren ende rapporteerden d' inwoon- 
ders dat het Portugyse fort met niet meer als 25 a 26 soo mesticen als 
swarten beset, doch met 12 lepelstucken ende 14 soo bassen, val- 
coens als haecx versien was , als wanneer den Commandeur de Orang- 
cays van Lamakera , Lamalla ende omleggende dorpen , die alle door 
de Portngysen beschadicht ende op de selve seer gebeten waeren, 
by een geroepen hebbende, hun te kennen gaff^ hoe dat voornemens 
was t geseyde fort met gewelt aen te tasten; off daer toe haere 
machten oock wilden contribueren , welcke sy neffens t mede brenghen 
van de 6 bamboese leeren om t fort te beciimmen toeseggende 
waeren. D'onse met de jachten Cabo de Rama ende Neptunus aen 
d' Oostzyde, mitsgaders Yoorburch, Fortnyn ende Petten aende West 
syde van gem: fort ten ancker geloopen. Maer daer omtrent gecomen 
synde vonden t selve vry defensibeler van wercken als wel gemeent 
hadden. Echter sont den Gommandenr (ondertusschen de Soloresen 
vergaderden) een sergiant, een trompetter ende twee soldaten met 
een vreevaene derwaerts om t fort op te eysschen, doch cregen van 
seecker paep (die t commando daer binnen is hebbende) tot antwoort: 
sulcx niet te durven doen^ alsoo de groole Padre vertrocken ende hij 
maer eeti knecht van den selven sijnde y geresolveert bleeff V fort soo 
lange te houden als hem mogelijck soude wesefi^ te meer hij Godt 
maer eenen doot schuldich was. 

Dese antwoort becomen ende goede partye Soloresen, doch sonder 



312 

leeren verschenen, t volck op strant in ordre gestelt ende door die 
van t fort eenige canon ende mnsquetschooten gedaan sQnde, stelden 
't de Soloresen op 't lopen ende lieten d'onse alleen, die doen op 
geseyde fort niet anders, hebben connen verrichten als dat den lOen 
d^' s'avonts met een goede partye soldaten ende matroosen landende, 
twee vande punten (welcke met atap gedeckt waeren) in brandt 
cregen, voorders aftrocken, weder embarqneerden ende met devloote 
naer Lamalla seylden, daer soo veel rgs hebben geprocareert als 
hun om tot Ende te comen van noode was. 

Opt versoeck der Orangcays van Lamalla ende volgens gegeven 
ordre bij haerEd: instrnctie hadde den Commandeur Tombergen b§ 
hem op Cabo de Rama overgenomen vier Solorese Ambassadeurs, die 
tsijner tijt hier staen te verschijnen. 

Den 14en Juny met de vloot weder van Lamalla scheydende ende 
t Portugyse fort onder vijff schooten passerende, jaechden t'anderen 
daechs tegen de wal van Larentncka seecker berck met paggerhout 
gelaeden , die d'onse in de jachten ontlosten ende sloopten , gelijck 
oock tegens den avondt een praeuw van Larantoucka met een Por- 
tugijs aen boort is gecomen, medebrengende twee gevangene Neder- 
landers , daervoor den paep drie van de genomen slaven in wisselingh 
liet versoeken, t welck geaccordeert wiert. 

[Deze Nederlanders waren in een Portugeesch jacht van Macao 
gekomen en rapporteerden dat nog 3 andere jachten van daar ge- 
komen waren , maar 2 reeds over Makassar naar Macao waren terng- 

gekeerd] Een off twee deser jachten 

lagen noch voor Larentucka alsonse macht omtrent Solor verschenen, 
als wanneer tijtlijck voor dat ontdeckt wierden seyl maecten ende 
haere reyse vervolchden, hebbende groot hasard gelopen van ge- 
nomen te sijn, dat ons door stilte ende dat soo lange uytreyse 
maeckfe alleen ontstaen ende gemist is. Daer wort geseyt dat rflcke- 
lijck geladen waren met Chynese waeren ende goet getal gonde 
schuyten. 

Den 21 Juny waeren op Ende voor het dorp ïengewee met vijff 
jachten wel aengecomen, alwaer den Commandeur Tombergen met 
Cabo de Rama op hoope om volgens der inwoonderen toeseggingh bin* 
nen den tijt van ses weecken syn last aen pady ende cassia lingna 
[lignea] te becomen, verbleven ende den Vice Commandeur Harman 



313 

Wontersz met de resterende vier (naerdat provisie van rgs voor een 
maent ingenomen hadde) den 3 Jniy naer Benjarmassingh gesteec- 
ken is 

[26 September]. Soo compt oock nyt de Timorse qaartieren van 
het eylant Ende hier [te Batavia] op rheede den Commandeur Jan 
Tombergen met het jacht Oabo de Rama, medebrengende 

230^ picol cassia ligna off caneel 
40 last pady ende 
2 slavinnen 

monterende met hetgeene onverhandelt temgge brenght f 15832-11-4. 

Glemelte Tombergen rapporteert dat hg vermits de groote leekte 
vant voors: jacht ende aengesien voor eerst niet meer alst mede 
gebrachte te verwachten stont, sich op 6e deses herwaerts aen 
hadde begeven, laetende aen d'Endenesen ordre tegens t' aenstaende 
goede qnantiteyt cassia ligna ende pady bij een te versameien, waer 
aff jaeriycks naer sijn gevoelen aldaer te procnreren sal wesen om- 
trent 100000 ® cassia ligna ende 100 last pady, item oock goede 
partye swavel, doch ongeraffineert, alsoo d'Endenesen de practijck 
van raffineren noch niet en hebben, ende presenteren wanneer men 
haer van snlcx onderrichtingh wil doen, t 'eerste ja er alle de swavel 
aen ons voor niet ende daer nae geraffineert in mangelingh van 
byien ende parrangs te leveren. Hierenboven is gemelte eylandt 
overvloedich van bestiael als buffels, boeken, varekens, hoenders 
etc: versien. Soo hadden oock alle de hooffden van 29 dorpen, 
welcke haer int geberchte onthouden , soo wel als die van Tangewea 
(twelck is een plaets om leegh, daer d'onse voor desen ende oock 
alsnu in handelingh hebben gelegen), begeert onderdanen van den 
Heer Generael te wesen ende tot dien eynde met hun gewoonigcke 
solemniteyten aen den Commandeur Thombergen den eed van ge- 
trouwicheyt gepresteert onder voorgemelte conditien, dat gehouden 
sullen sQn jaerlgcx een schip rQs ofte padg, item soo veel groffofte 
cleyn vee te leveren als wij begeeren mochten. Insgelijcx dat soo 
wanneer syn Ed: mochte resolveren om op Tangewea een logie te 
stabileren, de vereyschte materialen daertoe sullen moeten aen- 
brengen, doch in geenen deele des Compies vganden met vivres 
mogen assisteren etc: Alle t welcke sg als vooren belooft ende met 
eede bevesticht hebbende , deden aen den Commandeur een vereeringh 



314 

van vier buffels, acht verekens ende drie groote boeken, waertegen 
hnn in recompense schonck omtrent 40 sackgens Javaens soat, 
daennede hnn weder naer boven in haere woonplaetsen begaven, 
versoeckende al vooren, dat mochten geassisteert werden om te 
verslaen d'inwoonders van seecker groot dorp, daermede slj in oor- 
loge waeren, twelck hun den Gommandenr Tombergen belooffde aen 
den Heer Generael te sullen voordragen 

30en d^ voor de middach worden door Oecommitteerde hier binnen 
gehaelt ende bij haer £d: audiëntie verleent de vier gesanten, sgnde 
kinderen der Hooffden van Solor met den Commandeur Jan Tom- 
bergen per jacht Gabo de Rama op 26 deses alhier aengecomen, 
welckers mede gebrachte missive geopent en(de) getranslateert sijnde 
van woorde te woorde bevonden wert te luyden als volcht. 

[Z§ geven hun vrees te kennen dat Homay ^ kwaad van hen ge- 
sproken heeft en de oorzaak geweest is van 't verlaten van 't fort; 
zy willen den Koning van Ternate en dien van Holland getrouw 
biy ven ff tot dat allen van de Portugysen sullen dootgeslagen weseuir] 

8 d^ [November] sijn bij den Generael ende Raden van India 
audiëntie verleent ende weder gedepescheert om op morgen met den 
Gommandenr Tombergen naer Solor te keeren de vier Solorese 
Orancays kinderen, met Gabo de Rama van daer gecomen, die 
boven vereeringh van aen yder een patooi , neffens een missive int 
Maleyts, oock 4 dos tot schenckagie voor haere ouders ter hsint 
gestelt sgn, bQ welcke missive hun in substantie aenschrgven dat 
geen vrees voor de Portugijsen behoeven te hebben alsoo geresolveert 
blyven sulcken macht van jachten gestadich in dat quartier te 
houden, dat hun deselve niet alleen geen overlast sullen epnnen 
doen maer oock in haest t'ene mael van daer verdreven werden, 
doch dat niet van sins en sgn het fort Henricus alsnu by de Por- 
tugysen verlaten, weder met gamisoen te besetten 

9e d^ wort van hier met de jachten Gabo de Rama ende Zeeuw- 
sche Nachtegael, op hebbende 50 ende 25 coppen, geprovideert van 
alles voor seven maenden, neffens een dienstich cargasoen van 
f 17712-11-9 naer de quartieren van Solor ende Timor tot den 



1 'é\% oyer hein hiervóór bl. 164 en hierna bl. 354. 



315 

sandel handel, caneel, slaven ende padg affgesonden den Comman- 
deur Jan Tombergen, met ordre omme het gebleven volek vant ver- 
ongelackte jacht de Maria op d'eylanden Sauw ende Rottij in pas- 
sant te verlossen ende over te nemen etc: 



LXXII. Translaet van de Missive door den Chiemelaha 
Leliatto wtt de quartieren van Amboyna ge- 
sonden aen den Coninck van Tamaten welcke 
in October 1636 ontfangen ende getranslateert zij. 

Heer Coninck 

lek U slave, geve U te kennen, dat doen ghij de Chiemalaha 
Taribou herwaerts gesonden hebt, hy alsdoen alle de plaetse van 
Oly Siua en Oly Lima mitsgaders ons beyde broeders, mij ende 
Chiemelaha Louhoe besichticht ende gesproocken heeft. Uwen slave 
voorsz: Louhou is met gemelte Taribou van hier vertrocken mede 
nemende 7 Oranghquays van Louhou ende andere plaetsen met noch 
2 van Ouri en Asseloulo, wtt de welcke Uwe Mayt de Soasives 
ende alle de Guericheyt soo opt eylandt Tarnaten als Macqian ende 
d'overcDste, sult hebben connen verstaen, soo zich de zaecken in 
dese quartieren doen ter tijt toe droegen, ende doen voorsz. Louhoe 
van hier vertrok heeft hl) m^ bevoelen in sijn plaets goede sorghe 
ende toesicht , over alle Uwe Mayts plaetsen ende volckeren te houden 
ende alles ten besten te dirigeren gelQck oock mede de gemelte 
Taribou ons altsamen Uwe Mayts begeerten ende wille te kennen 
gegeven heeft in presentie ende aenhooren van alle de Singadias 
ende Capatgs. Derhalven hebben wQ gesamender hand geresolveert, 
vermits fvertreck van den Chiemalaha Louhoe , tot beschermingh 
van onse religie een fort te bouwen; ick stelde mij als Maringi om 
dit werck te volbrengen, maer die van Combelle Lisidi totPermatte 
toe ende de by leggende eylanden hebben hiertoe geen hulpe noch 
bijstandt beweesen, maer die van Ciel tot Cayboba toe, die hebben 
ons hier inne geassisteert ende t' werck helpen voltrecken tot be- 



316 

schermingh van ons gelooff. Ende doen wij met dit boven verhaalde 
doende waeren, soo zijn de Christenen onderdanen van de HoUaii- 
ders bg mQ gesonden, als wanneer wg alle onse macht te water 
geseth hebben ende naer Hittoe geschept zijn^ ende doen wij daer 
gecomen waeren soo sijn 5 Christen NegerQs met namen Laricque, 
Wackesieuw, Alangh, Lilleboy ende Hatou ons toe gevallen ende 
hebben voor Uwe Mayt gesoebat; dit is geschiet op Hittoe in pre- 
sentie van 4 Soas van Louhoe, ende naer dat dit geschiet was soo 
hebben die van Oma mede een besendingh aen mQ gedaen, ver- 
soeckende dat haer mede bi) ons mochten vervoegen, waeromme ick 
met mijn macht derwaerts naer Hatonaha gevaeren ben, alwaer 
d*Overicheyt van 5 negerys by mg gecomen zQn mede brengende 
een Hollandts hooft met 3 Chineesen tot bevestinge dat tegens de 
Hollanders rebelleerden ende in oorlogh waeren, ende hebben mede 
gelgck de voorgaende voor Uwe Mayt gesoabat. Van daer ben ick 
weder vertrocken naer Oma, die ick beleegerde, alwaer alle de 
Overicheeden van Nosselau bg mQ qnamen ende hebben gesamender- 
handt haer bij ons begeven ende voor Uwe Mayt mede gesonbath. 
Die van Rosseniue zijn oock van de Hollanders affgevallen ende zijn 
met haer in oorlogh maer en hebben noch niet comen sonbatten. 
Dry negerys op Vleasser, met namen Olat, Sorre Sori ende Ton- 
haha blijven bg de Hollanders ende hebben haer noch niet verlaten. 
Boy, Haria, Babelle, Boulot ende Tiobo, hebben alle voor Uwe 
Mayt gesoebath. Ende doen wQ wederom 'op Lucelle gecomen waeren 
is Taloecki Bessie by my gecomen met d'Overicht van Sonli en 
Way ende hebben mede aende strandt gesoubath. Silan Binanwer, 
Seran ende Goron die zgn ons meede toegevallen, maer Keffin ende 
Hatecili houdent noch met de Hollanders, gelyck als verhaelt Soo 
zijn de onderdanen van de Hollanders Uwe Mayt toegevallen, daer 
over de Hollanders beschaempt zijn ende hebben tot dien eynde om 
macht ende hulpe naer Batavia gezonden. Daeromme, HeerConinck^ 
let op dit stuck ende soeckt het voor te comen dat Uwe Maysts landen 
ende forten bewaert mogen blyven. 



317 

LXXIIL Comelio Acoley, gouverneur van Banda aan 

Bewindhebbers der O. I. Compagnie^ Neira 24 
Augustus 1637. 

In onsen laetsten is gesecht hoe den Predieant Jap Jansz. van 
Enchuysen in December des jaers 1635 op Quey (bene£fens den onder- 
coopman Pieter Pauwelsz en andre noodige persoonen) geplaetst, 
hunne residentie in de negorye Mare genomen ende een missive aen 
ons gesonden hadden, waer inne verthoonden hun wedervaren aldaer 
mitsgaders d'weynige apparentie ende cleene hoope die den selven 
Jan Jansz bespeurde tot de bekeeringe dier volckeren, waer over 
oock opkomen wilde. Sedert is deselve (gelijck oock den gemelten 
ondercoopman) met hun bijhebbend geselschap in de maent Augusto 
1636 buyten ordre opgebroken ende ijder met een jonck naer Banda 
gesteken y \^aermede gemelte Jan Jansz verdreven, onbekent opNos- 
selauw aengecomen ende (niet wetende van de gerebelleerde aldaer) 
aen land gegaen sijnde, van de affvallige inwoónderen in de negorye 
Amet gevangen, genomen van waer naer veel ellendige miserie van 
den Hr Gouvr Jochum Roeloffsen gelost ende ons wederomme met 
het schip Rotterdam op den 9 Febrnary toegecomen is. 

Ons op de compste van gemelte Jan Jansz wegens hun onorden- 
telgck opbreken naerder informerende , heeft deselve verclaert dat met 
die volckeren niet en conde omgaen, noch soo goet aerdig als men 
meynde niet en waeren, veel min de taele leeren vermits de tolck hem 
ontloopen was; oock dat deselve geen complete negoryen ende behoor- 
Igcke overhooffden hadden ende geen justitia geadministreert wiert, 
maer een gder bijnaer dede wat hem goet dachte, ende oock dat int 
minste geen lust nochte treek totte Christen geloove in deselve be- 
speurde, 't welck met discretie aengenomen hebben. Doch wy hebben 
ter contrarie onder anderen verstaen dat de rechte middelen tot soo- 
danigen hoogen ende grooten werck (waertoe sgn verstant sehynt te 
slecht te syn) niet aengewent, maer met den meer geseyden onder- 
coopman seer oneenich ende niet conform onse ordre ende den Ohris- 
telijcken regel geleeft ende vele onbehoorlicheden gepleecht heeft, 
daer by comende de groote vreese die hy hadde om doot geslagen 
ofte vermoordt te werden* . » 

Ende dew^le zedert dien tyt ofte 't verleden mousson e^ene in- 



di8 

woonderen van Quey, Aroa.ende daer om gelegen plaetoen, albier 
en syn verschenen, 't welck ons in groote nabedenckinge hielt ende 
presumeerde 't ontydich vertrecken van gemelte onse Residenten niet 
goets daer in gewrocht hadde, soo hebben op d'ordre ende met 
commnnicatie vande Ede Hr Generael onsen boeyer Banda met goede 
ample instmctie ende beqname persoenen derwaerts geschickt, om 
de sekerheyt van hun achterblijven te vernemen ende alle misver- 
standen ende onlusten (soo der eenigewaeren)wech te nemen, welcke 
boeyer op. den 23n Mey passato syne reyse volbracht ende weder op 
onse rhede gecomen sijnde, vernemen d' oorsaeck hunder verbleven 
[wegblijven] bij diversche incedenten gecomen te sijn, nament^ck 
de subite westelQcke winden die velen ten halven ontmoetende heeft 
doen keeren, andre door calamiteyt des aertgewas 't welck bg den 
worm was verteert, oversulcx niet waerdich geacht hun joncken aff 
te setten. Vele waren in oorloch getreden, waerdoor ge^ sagou ge- 
maeckt ende de vruchten te velde met hun vaertuych vernielt ende 
alsoo tot verachteringhe gecomen sijn. De Barbaren van 't onbekende 
Zuytland hebben hun alsoo sterck aen 't Oosteynde van Arou ge- 
houden, dat genootsaeckt sgn geweest tot bescherminghe van vrouw 
ende kinderen hun plaetsen te bewaeren. Den Admirael van Ëlat 
op groot Quey heeft, niet tegenstaende heftigen oorloch tegens de 
tributarissen ende affvalligen gevoert ende tot devotie gebracht hadde, 
twee zoonen, yder met een groote jonck ende veel achterslepende 
arangbays ons toegesonden, doch door quaet weder verongeluckt 
ende miraculeuselgck met weynighe arangbays gesalveert. Die van 
Choor ende Oouwer (alwaer noch 10 a 12 joncken van de Oost ge- 
legen plaetsen geanckert lagen) stonden vermits den moordadeiycken 
doot van Claes van Gelder uytermaten verbaest ende affgeschrickt, 
't welck door twee verloopen Gorammers, uyt seecker jonck bij ons 
op den 8n November bemachticht met een cleen vaertuych gevlucht, 
ende aldaer verschenen, ongelooffèiycken onder een schelmse glimp 
gevoet,van dat wij met een armade gereet lagen om de bovenplaetsen 
aff te loopen ende hun als slaven in ketenen te slaen, geiyck vele 
van hun mede gesellen, genomen ende daertoe gecomen waeren, 
't welck dese arme menschen soo heeft doen altereren ende perplecxt 
maken, dat niemandt sich verstout heeft ontrent dese plaetsen te 
comen maer alle te rugge doen houdeui Insgrigcx isser groote vrese 



319 

ende achterdocht ontrent die onnoosele menschen door 't disordenteigck 
leven ende onhehbelyck opbreken onser Resedenten op Mare, als vooren 
verhaelt is, ontstaen,''t welck met de beseyndinge des gemelten boeyer 
(Godt loft) niet dit, (sic) maer alles herstelt ende in goede gemstheyt 
gestelt biyft, ja naer 't voor geven der gecommitteerden op den ge- 
melten boeyer , soo thoonde een y der ende voomamentiyck den Admi- 
rael soo danige hartgrondelicke genegen blijtschap van onse compste 

ende thoonende vrnntschap, dat ons dunckt de maet teexeederen. 
• • • • ••..••-•••••••••••• 

D'inwoonderen van Oeram Lant en waren insgelycx van Jannary 
tot Jany alhier niet geweest, (onses oordeels) uyt vreese der compste 
van de Ede Hr Generael met sgn bijhebbende chrychsmacht in de 
qnartieren van Amboyna, daer desen hoop gemeenelijck swaer mede 
beladen is ende 't achterdochtich en schnldich gemoet heeft doen te 
rngge houden, doch verclaren d' oorsaeck bunder lange tardantie 
te wesen het onstaymich hart weder 't welck twee van hun joncken 
ellendich (van ontrent Bandas eylanden) te rugh gedreven ende op 
groot pergckel de Ceramsche custe noch becomen hebben ende eenige 
andere innavigabel gemaeckt, waer mede met vertimmeren besich 
sijn geweest. Item dat van den Tydorees seer gedreycht ende daer 
ontrent veel Poteyers, hunne erffvganden, die de stroomen onveyl 
hielden, waren verschenen, invoegen desen jaare gene joncquen uyt 
vreese desselfs naer Oningh om den bast der massoyen waren ge- 
steken. Alle welcke moorsche praetjens met verstant ende discretie 
als niet beter te willen weten aengenomen werden. 

Jegenwoordich continueren gemelte inwoonderen met gestadich aff 
en aenvaren wederomme als voor desen. .. ^. ...... . 

Van den Maccassaer ende andere vyandige natiën en hebben son- 
derlingen niet vernomen , dan op Ooram s^n 4 , Gouly Gouly 3 en 
Eeffingh 2 , soo Maleytse , Macassaerse als Javaense joncquen desen 
jaare verschenen. In de eylanden van Quey ende Aronw en connen 
niet vernemen, eenigen [van] geiycken aert daer aen gecomen sQn, 
dan achte naer ouder gewoonte insgelycx hun cours derwaerts genomen 
sullen hebben* . é • . . . * é é • . • ...... 

. Neira int Casteel Nassauw Adi) 24eii Augusto Anno 1637 Banda. 

UEd: gants onderdanigen dienaer 

Comelio Acoley. 



*»■■ 



820 



LXXI V. Oou vernenr-Generaal (Antonio van Diemen)en 

Raden aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie , 
9 December 1637. 



W^ meenen voor eerst best te wesen, den Chinees onbecommert 
nae Manilha, Qninam, Camboodja ende Siam laten vaeren, ende dat 
haer diverteren van de peper plaetsen in de bochte van Patany, 
Andrigiry, Jamby, Palimbang ende de Westcuste van Snmatra'^ 
Bantam etc: waerdoor dan genootsaeckt snllen worden den peper 
die China treckt^ sgnde mym dnysent lasten jaerlyckx, ten prin- 
cipalen nyt Batavia ende Teyouan voor haere waeren te comen 
halen , ende by aldien de saecken daemae niet wert aengeleyt maer 
dat nyt vreese van den Chinesen handel in Teyouan te verliesen ende 
omme d'Indise Princen (geiyck de Heere Putmans in sijne demon- 
stratie van gevoelen is) niet te irriteren , de Chinesen toestaen alder- 
wegen te vaeren sal de negotie niet alleen in Batavia vervallen maer 
mede in Teyonan diminneren, den peper sal oock te hooch in prys 
worden opgejaecht, tot 12 ende 13 realen t' picol, t' welck de 
Compie (die jaerlyckx niet min als 50000 picols van noode beeft 
ende d'selve nu in gemelte qnartieren becompt tot 6 ende 7 realen 
t' picol) verscheelen sal ruym 300000 realen van 8ten, Redenen 
waeromme wy de vrye vaert der Chinesen in dese gewesten soo 
schadelyck int regard van Compies handel estimeren, dat wy oor- 
deelen beter te wesen andermael voor een corten tyt in contentie 
met het Ryck van China te vervallen als dit haer believen te moeten' 
consenteren. 

wy laten ons voorstaen, ende by experientie gaet het oock 
seecker, dat met 6, 7 off acht maenden heftigen oorloge tegen 
China te voeren y maer te meer vrydom ende overvloediger handel nyt 
dat Ryck obtineren snllen ^ doch wy hopen met Godes gratie de 
saecken soodanich te bestieren, dat de Compie in haren handel geen 
verlet come te lyden 

Conform onse resolutie dato 17e November a^ 1636 ende de jongste 
advysen aen üEd: per de Heere Pntmans vloote, is de Gonvernenr- 
Generael tot redres van de Amboinese tronblen den 30en December 
daeraen volgende van de Batavise reede nae Ceram vertrocken met 



een scheeps armade bestaende nyt seventhien seylen, gemandt met 
2070 coppen 

1 Den 2ii Febrnario vertrock d'armade van Amboina^ [naar de 
Uliasers] versterekt met 8 correcorren, namentlijckdie vanRossenive, 
Hative, Lato Halath, Halonw, d' Mardyckers, Bagnale , Cappitn Hittoe 
van Hittoelamme ende onse Bandanesen, met een veroverde Lncielse 
correcor, hebbende bevoorens op de propositie van Eebon, hooft van 
Qaelqneponty (weicke den Generael met die van d'ÜIeassers aent 
Gasteel qnam begroeten) naede custe van Ceram versonden den 
Gappn Gerrit Westerman met de jachten Breedamme, Jonge Prins 
ende Westhoven , omme van daer bij ons te brengen d'Alphoeresen 
off boeren onder Radja Bamyt, Sahalonw ende Sesonlanw, die ons 
haer assistentie tegen d'Olilimas presenteerden, gelijckgemelte jachten 
naderhandt bg d' armade onder Hatuwa met 454 boeren keerden, 
die bg 't veroveren van Cabanw ende Qnilola, goeden buytgemaeckt 
ende int destmeren van partye nagel ende clappns boomen , redelQcken 
dienst gedaan hebben. • : 

Den 19 Meert largeerden [wij] d'Alphoeresen op haer instantelijck 
versoeck; claechden dat vele van de hare begonden in te vallen ende 
sieckelijck te worden, belooffden als 20 a 25 dagen ververscht waren 
ons andermael ten dienste wilden staen. 'T scheen dat met den becomen 
bnyt nae huys wilden , die in goede qnantité gommen [goDgen] ende 
een schoone metaele bas bestondt , behalven 16 , soo mans , vrouwen 
als kinderen, hooffden van den v^andt op Hatuwa becomen. Dese 
gommen hebben gemelte boeren uyt speloncken, hoeken ende gaten 
weten op te soecken ende te vinden tot verwonderingh van ons allen. 
Wg committeerden den Cappn Gerrit Westerman met de jachten de 
Valck, Jonge Prins, Westhoven, Cleen Wesel ende den Dolphin tot 
overvoer deser boeren aen de Ceramse custe. Omtrent Roemecays 
strandt comende wierden verad verteert aldaer opt lant stonden sesthien 
Bchoone nieuwe correcorren ende orangbais door de Kayesen voor 
den Tarnataensen Quimelaha opgeset ende meest voltimmert, weicke 
Kayesen soo gesecht wordt van gemelte strandt waeren af^evlucht, 



1 Het verHaal dat nu volgt van den tocht naar Ambon is door m^ in hoofd- 
taak weggelaten daar het niet van beteekenis verschilt met de uitvoerige mede- 
deelingen van Valenten. Het volgende tot blx. 325 is das slechts aanvulling 
van z^n verhaal. 

21 



3^2 

doo haest de tydiDgh van Lnciellas veroveringh vernamen. Den Gappn 
Westerman dede ons per expressen van dese saecke kennisse ende 
committeerden opstondt den Gouverneur Jochum Roeloffsen .... 
. : . . ende alle onse by hebbende coiTecorren, die altsamen den 
22n dito maent Meert by ons retourneerden mede brengende 18 stnex 
schoone vaertuych • • . 

Hoe gantsch noodich de personele verschijningh des Generaels met 
soo aensieniycke macht in gemelte quartieren is geweest, sal DEd: 
nyt het voorgevallene wel connen affmeten. t Wit ende maxime van 
dese Amboinese onderdanen, soo Mooren als Christenen intgenerael, 
gelijck mede alle onse bontgenooten ende geallieerdens alhier (except 
alleen den Yman van Laricque daer op dapper gebeten sijn) is ge- 
weest hun van de heerschappye der Nederlanderen te ontlasten omme 
vant pangayen ende andere seryituyten vrij te sgn, haere nagelen te 
vercoopen ende te leveren aen de meestbiedende, de vreemdelingen 
ende andere Europise Natiën omtrent haer stranden t'admitteeren 
ende den Tarnataensen Quimelaha tot hun hooft ende protectenr aen 
te nemen , hoewel dit laeste ongaerne bekennen, 't Schynt dit volcxken 
opt achterste off d'uytcompste van saecken cleen regard genomen 
hebben ende met weynich fondament procederen. 

't Is echter, ende in der daet sulcx, by aldiendesenjaere daer soo 
aensieniycken niet verschenen waren, den Nederlantsen standt t' 
grootste peryckel, van tot totale ruyne te vervallen, soude hebben 
uytgestaen, buyten hope van redres. Dese onderlinge verbintenisse 
heeft ons doen resolveren water in onsen wyn te doen ende dien 
tronbeleusen standt ten principaelen met sachticheyt te redresseren 
ende te pardonneren desulcke die voor ons syn comen schuit be- 
kennen, niettegenstaende eenige gemeriteert hadden aen den lyve 
gestraft te worden, t welck tot naerder gelegentheyt (wel tegen ons 
gemoet) genootsaeckt syn geweest uyt te stellen ende biyven noch 
beducht dese sachticheyt wel licht meerder insolentie mocht ver- 
oorsaecken. Redenen waeromme (als vooren geseyt) dit Wester 
Mousson daer andermael dienen te verschynen omme goet fondamen- 
teel werck voor de Compie in die quartieren te maecken 

Den 13enJany i quam d'armade van den Generael ten anckervoor 



1 Op de terugreis van Ambon* 



323 , 

baton, synde in de Boutonse strate met veel stilte geqnelt geweedt 
sonder de vier groote schepen te vernemen. 

De Gecommitteerde des Bontonsen Coninck, onder ostagiers aen 
boort gecomen s^nde, seyden hnn aen dat gecomen waeren omme 
te hebben restitutie van de geleden schade onser bnrgeren ende 
Gompies geschat, alle onder schQn van vrnntschap gansch verradich 
d'selve bnrgeren affhandich gemaeckt, ende soo den Coninck sulcx 
genegen was nae te comen dat alle voordere gepasseerde onlusten 
vergeten ende begraven souden blQven, off dat in contrarie geresol- 
veert waeren naerder revengie over de moort ende rooveryen aende 
.Nederlanders begaen, te nemen ende haere stadt te verbranden etc: 

Wat hierop gevolcht sij, hoe tot vrede ende niet tot restitutie 
inclineerden, item onder wat pretext de vergoedingh van schade ende 
ons canon van de fluyt Velsen weder te geven excuseerden, mits- 
gaders t' attentaet, de revengie ende de schade die aen Buton 
daertegen gedaen hebben, bestaende ten principalen int ruyneren 
van haer ceres off visscherijen , int verbranden van weynich huy- 
sen langhs strandt, t' neemen van eenich visschers cleen vaer- 
tuych, t' spolieren van seecker e j landt omtrent Buton gelegen, als 
dat met 650 gewapende mannen de stadt Bouton tot onder scheut 
van canon ende musquetten besichticht hebben, doch sonder eenige 
schade geretireert sijn, niet tegenstaende omtrent 30 schoten met 
groff geschut ende valcoens deden, sullen in desen niet wijder ver- 

haelen. • « Wij conden niet goetvinden, ten 

aensien onse macht door het tarderen der vier principale schepen 
ende volck seer verswackt bleeff, hasardeuselijck yets voerders op 
gemelte stadt (die aen de zeecant seer steyl, wel gefortificeert ende 
met schutgeweer treffelijck versien is) t' ondernemen. Ter naester 
gelegentheyt hopen de saecke aen de lantsyde te ondervatten ende 
aensieneiycke revengie te nemen 

Den 22q Juny daer aen volgende des namiddaechs arriveerde den 
Generael mét de macht waermede van Amboina ende Buton was ge- 
scheyden onder de Prince vlagge voor Maccassar end anckerde 
binnen schoots van haer canon. D'alteratie aen lant, soo wy sien 
conden, was extreem, t volcq te voet en te paerde in wapenen ende 
alderwegen sagen de bloet vlaggen wayen , maer wiert niet geschoten. 
Daer ter reede vonden t' Engels schip de Crispina ende t Deen^ 



324 

achip off t' jacht St Jacob met een SpaenschEicheepkenayt Tamaten, 
een Portugees jonckjen ende eenige Indiaense vaertnygen , alle onder 
de beschermingh van des Maccassaers canon. Ende alsoo wij gere- 
solveert waren (gelyck UEd: met d' Heer Pntmans vlote gepread- 
verteert hebben) den Maccassaer den vrede aen te bieden vonden 
goet dat het schip Bommel , daerop den £. Anthonio Caen voer ende 
de tweede vlagge van de vloote voerde, d'selve onder drie canon 
schooten sonde affnemen, een witte in plaets stellen ende t'selve soo 
haest niet gedaen sgnde, wierden met een extra ordinarie snelheyt 
alle de bloetvlaggen (die veel waren) ingenomen ende des nachts by 
die van Maccassaer aen hun stranden seer stercke wacht gehouden^ 
Hoe sich dese onderhandelingh wQder toegedragen heeft, hoe liefi 
den Coninck d'aenbiedingh onses vreedes is geweest ende wat con- 
ditien met die van Maccassar gestipuleert ende geaccordeert syn, 
gelieven UEd: nyt ons dachregister ^ van den 22 Juny tot 27 dito 

te beoogen 

Alsoo wij ons inbeelden den vrede met Maccassar niet stabil off 
van dure conde blyven om verscheyde redenen, soo waeren voor- 
nemens geen conditien met desen Coninck schriftelyck aen te gaen 
om ons daer aen niet vast te maecken maer den Coninck ende synen 
Raedt die haer, vr^ meer als wQ wel opineerden, aen desen vrede 
gelegen lieten versochten dat alles beschreven ende ter wedersyden 
mochte geteeckent worden omme te duyren voor eeuwichlijck ahoo 
bij experientie (soo voorgaven) bevonden hadden, dat by vertreck 
ende veranderingh der Nederlanders Generaels de woort-contracten 
niet gemainteneert wierden, hebbende selver tot dien eynde seeckere 
articulen geconcipieert welcke nae eysch wat amplieerden ende alsoo 
respective onderteyckenden. Den gemelten Coninck staet toe, als sgn 
volck int vaerwater van Malacca off omtrent Ceram bejegenen ende 
aldaer aenslaen, t' selve geen infractie aen dese onse geaccordeerde 
vrede sal veroorsaecken. Soo accordeert ons oock vrij de protexie 
onser vrunden ende bontgenoten tegen d'oppressie van die haer trachten 
te beschadigen « . « • 



1 Het Dagregister van H Kasteel Batavia over 1637 ontbreekt op *t B. A. 
Het afschrift onder de papieren yan A. Gijsels (te Karlsruhe) gaat niet yerdèr 
dan H eind yan Mei. 



326 

Macassar is wel gefortificeert, heeft dry treffelijcke casteelen met 
schut wel voorsien, leggende opt vlacke strandt, daer wel te landen 
is ende g'eschaleert connen worden. Soo laten ons voorstaen by aldien 
de Compie daeraen gelegen ware, gelijck neen, dat gevoechiyck ende 
met minder hasard als Lnciella t' incorporeren ende aff te loopen sij. 

Tusschen den 8n ende 13u Jnly passato, arriveerde Oode sij loff 
onse Amboinese armade ter reede voor Batavia 

De Molucse voorvallen syn doorgaens t' oude ende t' selve. Eenelgck 
laet sich de saeeke sulcx aensien, bij aldien een gespanjoliseert 
Moor ^ gelooff meriteert , Hamsia met ons in een gevoelen ende ver- 
standt begint te comen, mitsgaeders dat hem den oorloge met die 
van Tidoor ende Spaengien schijnt ernst te wesen , sQnde de Tidoores 
over d' incorporatie van Dodingen ^ sulcx gepicqueert geworden dat 
tusschen hun ende Hamsia verscheyde rescontren tot voordeel ende 
schade geattendeert waren ende alhoewel de Gouverneur Broeckom 
(op onse ordre) bij all^ middelen desen oorloge tracht te voeden met 
accommodatie van ammonitie van oorloge, onse schepen totconinckx 
believen uyt te seynden, etc: soo comporteren haer de Macjanesen 
in dese gelegentheyt niet nae behooren, sijnde tot den oorloge met 
die . van Tidoor qualgck te brengen , wat dachten daer over gedaen 
worden; t schynt dat meer voordeel bij den vrede als den oorloge 
weten ende off van daer naer Tidoor geen nagelen vervoeren , is 
twijffelachtich , hoe wel bij d' onse neen gesustineert wordt. De Ma- 
cianesen sljn vrij wat onverdraechlijck ende t'conde wel wesen van 
den Tamataensen Raedt, ja sel£G9 van den Hamsia gestyft worden, 
alsoo dit vast moeten stellen, Hamsias lieffde t'onswaerts geen oor- 
saeeke van syn soet ende demoedich quelen is maer eeneiyck onse 
ontsacheiycke macht 

Den Coninck Hamsia gelaet sich in ons doen op de cnste van 
Ceram geheel vergenoecht te wesen ende secht contentement in ons 
schryven per Breedamme te nemen. In contrarie de Tamataense 



1 Denkeiyk de tolk Alonso Cardinoso, die met Kaitjil Sibori, den gezant 
des Sultans van Ternate, naar Ambon was medegekomen. 

2 Deze plaats, gewichtig omdat zg de pas naar de oostkust yan Halmabera 
bestrijkt, yan waar de sagoe komt, was door Hamza, onder bescherming yan 
een Hollandsch schip yersterkt. 



826 

Baedt protesteren ende meenen dat seer qualgck gedaen hebben bnyten 
weten des coninckx met een leger in sgn landt te vallen, steden 
ende fortten Sijne Mayt affhandich te maecken ende deselve ter neder 
te werpen. Den Coninek in contra snstineert wel gedaen , mitsgaders 
die van Ceram hooger straffe gemeriteert hebben ende verelaert synen 
Baedt voor jongh ende onbedacht. 

Wy vertronwen dat beyde Hamsia ende den Baedt aengenamer 
ware geweest de continuatie van des Quimelahas Leliattos brieff, 
daer bij hun in October 1636 aenschryft, de saecken in Amboina 
sich sulcx lieten aensien dat d'affgevallene ende verheerde onderdanen 
van de Tarnataense Croone hun eerlangh tot haer natuyrlijcken Heere 
souden wenden uyt welcke missive claer blijckt de maxime der Tar- 
nataenen. 

Dat Hamsia in cleene saecken wat toegeven, item een jaerlgckse 
hantvullingh ende voornamentlijck een redoutable macht seynden, 
sal bnyten twijffel de saecke in gewenschte postuyre, soo wel in 
Tarnaten als Amboina herstellen. Des Coninckx landt tot ruyne te 
brengen, vruntschap te onderhouden ende m geen verwljderingh 
met den Tarnataen te comen, si)n inconpatibele saecken. 

Den Coninek Hamsia dient ons in antwoorde op de missive hem 
per Breedamme geschreven , dat met lijff ende siele verlanght omme 
bij ons in Amboina te comen, maer conditionneert als hier vooren 
aengeroert wel expresselijck de misverstanden in d'Amboinese quar- 
tieren vergeleken ende dat ons contentement gedaen sljnde , hem dan 
sullen moeten toe laten comen sulckx de croone van Tarnaten 
bij contract per d'Heer Admirael Steven Verhagen sQ vergundt 
ende geaccordeert geworden t' welck is dat al sulcke plaetsen, die 
wanneer gemelte Admirael t' Casteel Victoria van de Portugesen 
incorporeerde, de Croone van Tarnaten subject waren, onder desselfis 
domine herstellen ende dat onder ons gesagh ende gehoorsaemheyt 
blijven sullen de landen die de Portugesen op dien tljt subject syn 
geweest. Ende dewyle dit een middelmatige ende redelgcke saecke sg, 
sullen hun 't selve inruymen, bij aldien eenige de gesey de croone ont- 
trocken sijn , te meer de Comp. daer seer weynich aen gelegen blijft. 
Dese veigrootingh ende uytbreydingh is in voortijden te hoogh geesti- 
meert, t' welck oock seer groote onlusten heeft veroorsaeckt ende 
sijn de Mooren daer door soo wijs geworden dat geschapen stondt, 



327 

sQ ons (geiyck de maxime is geweest haer te doen) van de banek 
souden hebben geschoven ende op Lnciella stapel van negotie gefor- 
meert, even gelyck overlangh ons voornemen is geweest aen 't Casteel 
Victoria uyt te wercken. Wij blijven dan geresolveert tegen uit 
Jannario off halff Febmario aenstaende den Ooninck Hamsia in de 
quartieren van Amboina nyt Tamaten met een oft; twee onser scheepen 
te laten overcomen als wanneer den Gouvemeur-Generael geleek ge- 
seyt hebben, ^ich met een goede macht sal andermael derwaerts 
laten vinden 

Den vyandt * heeft tegenwoordich twee galeyen in de Moluccos , 
de Comp. daer tegen t' schip Wassenaer. Wij sijn voornemens eerst- 
daechs twee cloecke schepen met provisien ende coopmanschappen 
langhs de cust van Celebes nae Tamaten te seynden. God geve maer 
tydelijcken verschijnen omme op des vQants secours sulckx te cruyssen 
dat t' selve eenmael vermeesteren mogen. Desen jaere is aldaer 
weder te vergeeffs opgepast ende arriveerde t' Spaensch secours den 
1 Meert passato, bestaende uyt twee welgemonteerde schepen, twee 
galeyen ende 10 galjotten sulcx dat die van Manilha haer secourssen 
jaer op jaer verstercken ende aensieneiycker uytsetten. Sijn oock 
soo animeus geweest, dat met gemelte twee schepen ende twee ga- 
leyen onse schepen Wassenaer ende Thoolen, ten ancker voor Maleyo 
leggende, de wint op de wal, quamen beschieten, daer op d'onse 
niet schuldich bleven. De Spaense macht heeft niet meer als 23 
dagen in Tamaten getardeert, gaven uyt nae Macasser wilden ende 
dat nae de Calderes verseylden tot voltreckingh van seecker forte- 
resse die daer begrepen souden hebben doch d'oorsaecke van haer 
subijt vertrecq gelooven wij te sgn t' geruchte der groote armade, 
waermede in Amboina aengelanght waren 

In Banda bleven opt vertrecq van de Leeuwinne noch overich 430 
Bandanese mans, vrouwen ende kinderen, soo vry als onvrije, die 
van tgt tot tijt mede van daer sullen trecken, tot meerder gemst- 
heyt van Bandas staet. 'T valt de Compie wel wat costelijck, ende 
eenige burgeren, die met de Bandanesen beter als andere slaven 
gedient sQn, moeyelyck, die echter ten aensien den generalen wel- 
standt daervan dependeert in geen consideratien moeten comen. De 



1 D. i. de Spanjaarden, 



328 

Bandanese burgerye in Batavia residerende, biyft aen de Gompie 
redevabel de somma van f 20750-12-8, wat daervan t' sgner t^t 

incomen sal staet te verwachten 

Tot den sandelhout ende wilde caneel handel gelijck üEd: nyt 
onse jonghste advyse snllen hebben verstaen waren den 9 November 

1636 nae Solor, Timor ende Endé vertrocken 't schip Cabo de 
Bamo met t jacht den Zeeuwsen Nachtegael , daerop den 20 Januario 

1637 noch gevolcht is als hiervoren geseijt , t jacht Daman , die 
successive nyt de geseyde qiiartieren voUaeden sgn gekeert .... 

Uyt derselver advysen ende mondelinge rapporten vernemen de 
partye sandel in de haven Batamajan op Timor seer spoedich ge- 
negotieert ende in vijff dagen de last met holpe van 40 Timoresen 
aenboort becomen hadden. Den Zeeuwsen Nachtegael heeft omtrent 
Batamajan jacht op een Portugees scheepken gehadt ende door on- 
beseyltheyt niet becomen. t Fort Henricus op Solor is van de Por- 
tugesen verlaten ; den Commandeur Tombergen heeft t selve gevisiteert , 
in redelijcke ordre gevonden ende onbewoondt gelaten. De Portugesen 
houden hun op Larentucque ende doen onse bontgenoten soo veel 
overlast als vermogen, dat nu door onse frequentatie staet te ces- 
seren. Deselve onse bontgenoten syn niet- genegen voorsz. fortresse 
te bewaeren, ende te besetten met Nederlants gamisoen can de 
costen niet vervallen , sulcx het ledich staet 

Twintich personen vant verongelucte jacht d' Maria ^ waren noch 
bij t' leven. Ses derselver hadden die van Eomba ^ è, 4 realen ijder 
gecocht voor de Portugesen omme daertegens haere gevangenen van 
ons te verlossen. Veerthien bleven opt groote eylandt Sauw omme 
hem Tombergen behandicht te werden , t welck door verscheyden in- 
tervallen dit saisoen geen effect gesorteert heeft ende per de naeste 
herwaerts staen te comen. 

Bij d'Endenesen is gemelte Tombergen seer wel onthaelt geweest 
ende eenige duysende menschen hebben haer aen den Nederlantsen 
Staet bij eede verbonden ende Prince vlaggen versocht, die in haer 
dorpen laeten waeyen; groote quantité clappussen, pady ende caneel 
is daer te becomen. Versoecken onse assistentie tegen eenige haere 



1 Zie hiervoor bl. 309. 

2 Noemba op Flores? 



m 

vyanden, presenteren alle oncosten met pady ende caneel te be- 
taelen; sQn tot het Christen geloove genegen. De Portugese papen, 
die vry wat crediet onder hun hadden , hebben affgeschaft ende ver- 
stooten; wenschten wel dat de Nederlandera paters, gelijck die noe- 
men, in plaetg gesonden wierden. 

Oeiyek geseyt heeft Tombergen 771 picola caneel van daer gebracht 
ende noch 650 picols bij gebreck van scheepsmymte , die gelevert 
ende betaelt syn, op Endé moeten laeten leggen ende eysschen dese 
Endenesen by haere missive (die aen den Gonvemeur-Generael nevens 
vereeringh van een groot vreempt vet vereken ende schaep seynden) 
twee groote schepen. 'T eene willen met caneel ende t ander met 
pady a£fladen 

De geseyde becomen 771 picols costen 3 realen t' picol, met 
coopmanschappen betaelt, op welcke coopmanschappen suyver is ge- 
proffiteert f 5184 : 14 : 4. Sulckx dat dese caneel niet meer comt te 
costen, de vrachten ende sleet van schepen niet geconsidereert, 
rnym 1^ reael t picol. 't Miserabelste is dat op de Timorse reyse 
soo veel volck consumeren, sulckx dese tocht op de drie schepen 
ende jachten overleden syn 37 persoenen 

Omme den Jambisen coninck in devotie te houden ende aen ons 
noch meer te verbinden hebben op 28 Septr passato met t schip 
Frederick Henrick aen gemelte Coninck tot vereeringe gesonden het 
over veel jaeren toegeseyde Persiaense peert nevens onse brieven 
tot welckers overleveringh ende visite van ons comptoir aldaar . . . 
derwaerts committeerden als Commissaris met cleen doch aensiene- 
lyck gevolch den Commandeur Paulus Croocq 

Soo gaet hier oock neven t' schriftelyck rapport van den Com- 
missaris Croocq y daerby UEd. onder andere vernemen sullen den 
Pangoran Aria (daeraen onsen brieff ende schenckagie geconsigneert 
quam) neven den Tommagon Siry Nata ende alle de Oroote van 
Jamby op gemelte Croocqs aencomste nae Palimbangh vertrocken 
waren omme te helpen bevoorderen desselfGs outste broeder den 
Pangoran di Pady Anum , rechte Coninck van Jamby ende getrouwt 
met des overleden Coningh van Palimbangs dochter in plaetse 
van den overleden Palimbangsen Coninck (dewyie geen sonen nae- 
gelaten heeft) in dat ryck quam te succederen, daer tegen ob- 
steert dat volgens de wetten ende costuymen van Palimbangh, 



330 

geen dochters aen de croone* gereebticht 3ijn ende dat deselve 
comt te devolveren aen Radja Tomagon. Item dat bun mede ge- 
Bobmitteert hebben onder den Mattaram, ende beducht bleven ^ bg 
aldien den Pangoran van Jamby ooninck van Palimbangb creëren y 
in oorloge metten Mattaram sullen vervallen, alsoo vermercken aent 
hnmenr van den Jambisen Coninck [dat hg hen] van de geseyde 
Bubmissie sal trachten t'ontlasten. T gevolgh leert den tijt, ende 
waren de Groote van Jambij op Fred; Henricx vertreck noch uyt 
Palimbangb niet gekeert. ^ Den Tommagon Magna Nagara als ge* 
machticht van Pangoran Aria heeft onse missive ende Parsise peert 
nae de maniere des.lants staetelgck ontfangen; de rescriptie biyft 
uytgestelt tot de personeele wedercompste van geseyden Pangoran 
Aria in Jamby. 

Op de comportementen van d'onse viel niet te segghen. [Croock] 
bevondt dat den Goopman den Vogel vigilant int bevoorderen van 
de Gompies affairen mitsgaders bij d'inwoonders seer bemindt was 
ende alsoo wij voors: Lucasz de Vogel geqnalificeert hadden tot Opper- 
hooft van Jamby etc 

T Vyants vaerwaeter voor ende omtrent Malacca is desen jaere 
beset gebleven met vyff, ses ende seven jachten. Nu presenteiyck 

cruysen aldaer negen derselver onder de vlagge van 

den Schipper Gommandeur Gornelis Symonssen van der Veere ende 
Orlando Thibault als Vice Gommandr, beyde couragieuse ende vi- 
gilante persoenen; de vloote is gemant met 455 mannen, soldaeten 
ende matroosen, de novo van alles geprovideert voor ses maenden. 

'T sedert hebben om de noort van Malacca den vyandt grooten 
afTbreuk gedaen, drie oorlochschepen in den brandt geschoten, een 
genomen, vier doen vluchten ende vyff andere in de riviere Dingdingh 
gejaecht welcke despereerden van ontset ende geen uytcomste siende , 



1 In een brief van den koopman Pi e ter Sonry, „adij 17 December 
1637, int jacht den Brack leggende geanckert voor de Stadt Fallembangh" 
lezen vrij: 

„Den 8 yan desen [December] zgn die van Jamby met haer gantsche armade, 
36 stncx int getal, [nit Palembang] vertrocken, excepto Pangaran Anim ende 
sQn hnysyronw. [Dezen] beeft de presente Conincq, voor advys des Mattarans 
becomen, niet willen largeeren, waerover de Coninginne van Jamby ende Pan- 
garan Arria neffens alle haer subjecten opt hoogste gemiscontenteert scheyden". 



331 

nae hun alvoren wel versterckt hadden ^ den brandt in haer fosten 
gesteecken hebben, met intentie hun overlandt nae Malacca te sal- 
veren, doch sijn snlcx door groote armoede, hongersnoot^onsewape* 
nen, ende der Maleyeren handen, geafligeert geworden dat van 850 
menschen daer onder 400 blancke, die uit Malacca gevaeren waren 
niet meer als 9 persoonen weder gekeert sijn, except 224 gevan- 
genen, soo swarte als witte, die in onse handen gevallen sgn, daer 
onder is geweest Don Francisco Cotinge de Viveres, Admirael van 
's Coninckx fusten, die in Batavia gebracht sijnde den 3en October 
alhier is comen t' overlijden ende naer desselffs qualiteyt eerlijck 
begraven. Vijfftien metaele stucken, eenige valcoenen, bassen etc. 
syn daer verovert ende 9 fusten , 2 geliassen met een jacht verdes- 
trueert. Dit is een aensienlycke affbreucq voor onsen vyandt . • . 

Desen jaere heeft Malacca geen ander secours als 4 fusten van 
Goa erlanght; andere vier als hier voren geseyt, die hun met de 
vlucht salveerden, sgn in Malacca gekeert, dese acht fasten ende 
eenighe geliassen sober genoech gemandt is de macht die onsen 
vijandt aldaer sy houdende. Eenen Louijs Martinusde SousaSicouro, 
gewesen Vice-Admirael op de Goase gallioenen quam met dese vier 
fusten voor Gouverneur van Malacca welcke 't resterende volcq van 
Wieringen, wesende 14 man gelargeert ende sijn daertegen vrij ge- 
geven 52 Portugesen ende Mesticos. Voor desen hebben tot geen 
wisselingh willen verstaen ; t schijnt de noot ende gebrecq van volcq 
hen tot dese avantagieuse wisselingh heeft doen resolveren. Wy sijn 
voornemens voor eerst geen Conincx soldaten telargeren; t'gebreeckt 
onsen vgandt meer aen volcq als schepen. 

Seekerlyck sijn g'informeert den Vice Rey nyt Malacca op ont- 
boden heeft d' armada de remas, die hij vermeende in Malacca in 
esse was, in voornemen synde t volck op Coninx schepen off de nieuw 
getimmerde gallioenen tegen onse macht (die andermael soo 't schynt 
seeckerUjck was verwachtende) te gebruycken, dat hem nu mist, 
ende syn die van Malacca niet machtich een fust derwaerts te seynden 
off suUent vaerwaeter geheel moeten abandonneren. Malacca is be- 
nauwt ende t ware den rechten tyt, soo die van Atchin resolveren 
daerop yets te attenteren 

Den Pahansen Coninck hadde syne ondersaten op Hjffstraffe ver- 



332 

boden na Malacca tevaeren, t' welck onsen vt)andt seer incommodeert. 
't Is apparent met den Portugees breeeken ende onsen vrundt worden 
sal, t' welcq wort bg d' onse gevoet, desselffis vaertuych nae yreemde 
plaetsen gaende ende comende verschoont, ende verwachten wg de 
Pahanse gesanten tot confirmatie van vrintschap eerlangh tot Batavia* 

Tot nn toe is t Schip Bommel van Atchin niet verschenen. . • 
... De redenen van dese beseyndinghe (waertoe als geseyt den 
E. Jochnm RoelofGsen gewesen Gonvemenr in Amboina gecommitteert 
is) syn de volgende: dat den ouden Coninck van Atchin, welcke 
tot de leste adem sQns levens vjandt van de Portugees is gebleven , 
overleden sijnde (niet buyten suspitie van vergift bg beleyt der ge- 
seyde Portugesen door vrouwen van den Maccassaersen coninck aen 
den Atchinder tot vereeringh gesonden) , in desselffii plaetse ïs comen 
te succederen een sone van den ouden Pahansen Coninck ende ge- 
trouwt met d' Atchinse Coninx dochter. De Portugesen van Malacca, 
vernomen hebbende een Pahanner tot Coninck van Atchin was aen- 
genomen , hebben desen nieuwen Coninck door aensieneigcke gesanten 
doen begroeten ende den vrede aengepresenteert ; t' selve geen goet 
succes sorterende ende gemelte gesanten hun over eenige rescontre 
geaffironteert vindende, sijn met misnoegen gescheyden, [hebben] 
eenige verloochende Portugese Christenen (in estime bij d' Atchinders) 
verovert, ende en' passant acte van vijantschap aen d' Atchinse dorpen 
onderleyt, t welcq sich desen Coninck sulcx heeft aengetoghen dat 
de Portugesen soo wel als synen predecesseur voor vijanden heeft 
* verclafirt , sich tot den oorloge preparerende ende bg sijnen ambassa- 
deur, over de Sumatrase Westcuste alhier aengelanght, onse assis- 
tentie ende hulpe (onder belofte van treffelijcke recompense, telende 
vrgheden) tot d' incorporatie van Malacca versoeckende 

Gantsch emstich ende op fondamentele redenen hebben UEd: per 
onse jongste advysen geremonstreert de nootsaeckelyckheyt der ver- 
sterckinge Uwer Ed: na vale macht in India, alsoo den weLstandt van 
de Compie eeneigck met Goddelycker hulpe ende 6egcningh,dependeert 
aen de dominie ter zee ende dat tegen vrunden ende vijanden bij 
alle occasion mogen prevaleren 

Vertrouwt, Ed: Heeren, d' selve op geen geimagineerde losse con- 
cepten versocht worden. Uwen Indischen handel groeyt dageiyx meer 



ende meer, die met schepen ende volcq niet alleen gevoet maeroock 
verseeckert dient. Gonsidereert ende gelooft, Myn Heeren, dat den 
standt van Portugaels Indien genoechsaem desperaet is endemranneer 
den Chinesen handel sulcx aen ons sal sQn verbonden dat sonder 
swaricheyt de Chinesen van Manilha mogen af&nyden , sal den Spaen- 
giaert aldaer sich selveu consumeren, 't Is oversulx seker ende vast, 
als in ^desen noch eens geseyt hebben, bij aldien den Coninck van 
Spangien middelen resteren, dat hy sal trachten sijnen Indisen ver- 
vallen staet met gewelt te redresseren, daer tegen gewapent ende 
wel versien dienen te worden. Onsen vyandt is versterekt met cloecken 
raedt ende de vrunden onse competiteurs misgunnen uwen welstandt 
in den eersten gra^dt. Uyt Novo Spaengie over Manilha heeft den 
Molucksen standt voor desen een grooten slach becomen. WQ ver- 
hopen door Godes Genade ende met voorsichticheyt gelgcke attentaet 
omtrent Formosa voor te comen dat ons te meerder animeert omme 
die plaetse met behoorlijcke fortificatie ende goet gamisoen te ver- 
seeckeren, onaengesien alle oncosten. 

Door gebreck van bequame schepen, geiyck UEd: aengeschreven 
hebben is a'' passato omtrent Spirito Sancto niet gecruyst. Wy sgn 
geresolveert die tocht te hervatten «... 

Tot ontdeckingh vant Suytlandt , item t silver ende goutrijck eylandt 
bg Oosten Japan, moeten bequame {achten uyt Nederlandt verwach- 
ten, die in April te gemoet sien. Met oude onnutte schepen, jachten 
ende fluyten vaert den Generael innewaerts 

Geschreven in UEd: Gasteel Batavia desèn ^en December a*" 1637. 

UEd: geaffectionneerde vrunden ende trouwschuldige dienaren 

Den Generael ende Raden van India 

AlfTOKIO VAN DiEMEK. 

Phs LroAS. 
Abbts Gijsels» 
Aitth: Gaek. 

[De volgende berichten behooren tot die welke met het schip Mid- 
delburg werden nagezonden]. 



Een grooter swaricheyt schyndt ons te dreygen, t' welck is S^në 
Mayt [van Japan] inclineert tot de destructie vaü Manillia , eenelQck 
soo voorgeven dat van daer over de Lequeos papen in Japan werden 
gebracht, daertoe men onse assistentie ende schepen tot overvoer 
van volck begeert, ende men seyt ons aen, soo daer niet gewillich 
in consenteren, dat alle onse schepen in Japan synde daertoe snllen 
gebruycken sonder toe te staen dat vermogen snllen een eenich schip 
omme advgs over te brengen te gebruycken. In dier voegen nemen 
voor met de aenstaende jaers te comen galjotten ende joncken te 
handelen omme tot dit exploict te gebruycken, ende is de saecke 
aireede soo verre gecomen dat de onse door aenradingh van de Nan- 
gesacse regenten, op dat van alle onse schepen niet souden worden 
gefrustreert, by requeste onse assistentie hebben aengeboden ende 
gepresenteert de Mayesteit met 2 a 3 schepen ten dienste te staen 
ende dat de resterende tot onse handelingh gelieffden te laten ge- 
bruycken. By aldien dit aengenomen ende toegestaen wert sullen wg 
genootsaeckt worden tot de geseyde 2 ofte 3 schepen bij te voegen 
é k 6 cloecke oorlogh schepen omme geen a£front vanden Spangiart 
te lyden ende beyde in schade ende disgratie van de Japanderen te 
vervallen ende hiertegen helpen geen dachten noch remonstrantien 
op redenen gefondeert; dit sullen moeten naercomen bg aldien den 
Keyser by syn voornemen persisteert, of Japan verlaeten ^ . • • 

Den Coninck van Bantam heeft ons per Chinese Joncke partye 
van de gerooffde goederen toegesonden. Seyt t selve te wesen dat 
hem in handen is gecomen. Twee ysere stukgiens ende eenige andere 
ammunitie van oorloge comen te manqueren. De saecke soude wel 
by geleyt worden, maer *t vergoten bloet roept wraecke. Hielneven 
gaet copie van des Pangorans missive aen ons geschreven, daerby 
genoech te kennen geeft tot den oorloge niet genegen is ende wy 
sagen die voor alsnoch mede gaerne geexcuseert, soo 't met eere 
ende respect geschieden conde. 't Is seecker dat d'achteloos- 



1 De sedert gerezen onlusten in Japan deden dit pliln óp den achttirgrond 
geraken. — Bewindhebbers achtten dat aanbieden yan hulp door de onzen aan 
de J&pansche Begeering zeer lichtTaardig) inaar Gk)nv.-Gen. en Baden ant- 
woorden hun (18 Dec. 1639) dat zjj dit Verkeerd inzagen en zg hnnne dienaars 
,)Cttlpeerdto oVer eeüe saecke die nae U£d. ordre Wel is waergenomen ". 



335 

heyt van d'onse d'eenige oorsaecke van dit ongeval i» 
ende hadden wel beter op haer hoede behooren geweest te sijn ten 
aensien d'eerste offentie gedaen hadden ^ Met Amsterdam 
heeft UEd: onse naerder resolutie in t regard van Bantam te ver- 
wachten 

Geschreven in üEd: Casteel Batavia desen 26 December sfi 1637. 



LXXV. Corte Remonstrancie [van den opperkoopman Hen- 
drik Eerckringh] weegëns den staat in 
Macassar, soo als deselve gedurende onse con- 
tinuatie aldaar bevonden hebbe. 

t Fort Sambopo op Maccasser geleegen direct aen strant op 5 
graden en 4 minnuten snyder breedte is seer groot int begrijp , 
rontom met eenigh corael en meest met roode gebacken steenen op 

getrocken; aen de see kant, heeft 2 bolwercken; 

aen de landtsQde heeft meede syn bolwercken doch sonder geschut , 
en begint op sommige plaetsen aen dese cant te vervallen* Den 
coninck en andere groeten houden haer wooningh binnen t fort in 
huysen op dicke balcken gebouwt met plancken, bamboesen als 
anders opgemaeckt en met adap gedeckt. 

Aende Noortsyde ontrent een myi van Sambopo leyt een fort 
dicht aent strant, genaempt Oudionpanda. Dit casteel is by d'onse 
altijt voor Tello gehouden, t' welck een mg] verder aen de groote 
revier Noordeik leght, met coraelsteen opgetrokken .*•«•• 
Ongevaerlijck \ mijl van Sambopo aen de suytsijde leyt een fortgien 
genaemt örisse ofte Fannakoeka ..**•• D'Ëngelsen en 



1 l)it kan strekken tot aanvulling en verbetering ran *t bericht bQ Be 
Jonge y bl. 232. Dat de koning van Bantam, zoo als daar yermeld wordt, in 
den brief „Kiey Intol Wansa Diepa" genoemd zou zgn, is natuurlek een ver- 
gissing. Wangsa Biepa was zijn eerste minister. Zie o. a. Be Jonge Y. bl. 189* 



3^ 

Deenen hebben daer meede ontrent een gootelingh schoot aende 
Noort sQde vant fort Sambopo ider een beqname wooningh. . . . 

De Maleyers werden aldaer in goede estime gehouden. Sijn Inyden 
yan groote middelen, hebben haer wooningh in de negeryen ge- 
breydelt onder de huysingh der Macassaren. Tot heeden is haer 
vaert meest geweest in December, Jannary en Febmary over Boutton 
naer Amboina, tot weicken eynde wt Macassar met veel cleeden, 
rgs, porceleynen, doch meest Realen in specie vertrocken; als van 
hier gaen, doen ordinaris in passant Boutton aen, alwaer soo veel 
doecken tegens slaven haer quyt maecken als gevouchelQck conden 
voeren ofte becomen, waermede dan recht door naer de quartieren 
van Amboina tenderen, daer tot Jnny, July, August^ ende Sep- 
tember in den nagelhandel bleeven. Dit is jaerlijcx met joncken, 
opgeboeyde tingans en andere prauwen tot 25, 30, 40 in getal, 
somtyts minder en oock meerder geschiet. Naer wij berecht syn 
en staet oock te gelooven, hebben van daer in een mousson Ma- 
casser 1000 baer toegebracht 

A^ Passato is in Macassar 450 en desen jaer niet meer den 11 
baer aengelaDght 

't Is seecker den Coninck van Tello door 't destrueeren der vaer- 
tuygen jongst op Ceram gedaen, niet weynich daerby geintresseert 
is. Hem noch Syn Mayt van Macassar en hebben daer noyt van 
hooren verhalen, veel min naer connen bemercken ons daer over 
eenige schalt toegeeygent. Naer de gelegentheyt sich presenteert 
en 't seggen van veel Maleyers thoonen niet off seer weynich ge- 
inclineert te syn meerder (alhoewel een profitabele vaert voor hun- 
luyden geweest) naer Amboina offte die contreyen te tendeeren. 
Dickmaels hebben ons ondervraecht wat coopmanschappen dat op 
Batavia getrocken. Item wat deselve aldaer souden renderen en dat 
wel genegen waren derwaerts haeren ganck te neemen . • • . • 

De Portugeesen houden haer residentie aldaer aen de Noortsyde, 
dicht aent fort , in huysingh van bamboesen opgemaeckt. Sen woningh 
om hun sacrafitie te doen is hun van den Coninck vergunt • . • • 

Aende Noortsyde vant fort Sambopo tusschen d'Engelse logie ent 
voorsz. fort heeft den Coninck een huys voor de Nederlantse Compie 
doen bouwen .•..*. om op oüse compste aldaer voor 
^erst in ^eaccomodeert te connen werden ..*•*•• Soo 



33t 

d'onse aldaer verschijnen sal alle de bijstaende huysingh affgebrooc- 
ken werden en een royale woningh nevens d'Engelsen en Deenen 
ons werden vergunt . . . 

Aldus gedaen int schip Bommel, seylende langs de cust van Java 
ontrent den schadelijcken hoeck, desen 24en September A^ 1638. 



LXXVI. Gouverneur Generaal (Antonio van D lemen) 

en Raden aan Bewindhebbers der O. I. Com- 
pagnie, 22 December 1638. 



Nae dat op alles in Batavia behooriycke ordre gestelt 

[hadden], item den Directeur Generael Philips Lucas tot President 
g'authoriseert sijnde omme Gompies affairen met desselffii geassumeerde 
Raeden, geduyrende des Generaels absentie ten beste van de Gene^ 
raele Gompie te beleyden, heeft sich den Gouverneur Generael den 
20eu January pass. t' scheep vervoecht omme na Amboina te vaeren 
ende met den Goningh van Tarnaten alle d'overgébleven openstaende 
differenten aldaer aff te handelen 

Wt twaelff schepen ende jachten heeft d'armade bestaen, . * 
gemandt met 750 zeeluyden, 615 soldaten, 60 Mardijckers, 65 Ban- 
danesen ende 160 lijffeygenen, samen sterck koppen 1650. . . • 

Den Gouverneur Generael • op 21 Januari] met d'ar- 

made van Batavia gescheyden, is tegen den avondt pr^ Februar^ 

daeraen volgende aen de Westsijde der stadt Buton ten ancker ge-> 

comen met intentie omme deselve aff te loopen ende in d' assche te 

leggen tot revengie ende exempel van de leelljcke moort , voor desen 

aen onse ingesetene ende subjecten gepleecht. Met twaelff hondert 

coppen, onder t' beleyt van den E. Antonio Gaen was bij resolutie 

gearresteert die stadt in ernst te doen aentasten, soo maer buyten 

groot gevaer ende dangereus dimmen, in gelijcke hoochte met den 

vyandt (volgens t' voorgeven van den guidé, een overlooper ende 

andere, die pretendeerden kennisse van Butons acces te hebben) te 

comen ware geWeest. Tot twee distincte reysen, soo aende West als 

Oostdyde, is by alle middelen, goet beleyt ende mannelijcke oouragie 

23 



898 

getracht passagie te openep (doch te veiigeeffis) om in egaale steylte 
met de9 vyandts vestingen te comen , d^rw^en ongeri^deii oordeelden, 
Qns9 Qiacht ter loop tegen 3ntpn te hasarderen te meer de plaetse 
wel gefortificeert, met veel can<m, falcoens, bassen ende schietgeweer 
versorght ende op inaccessible steylte gelegen sij y 't welck sfl pass. 
wel mede affgesien hadden ^ ende ten waere ons hope van beqname 
toegangh gegeven was, sonden ghèen tweede preuve genomen hebben. 
Edoch daerbij is niet verachtert, ende heeft de conragie van d'onse, 
die in goede ordre met vliegende vaendels ende trommelslagh , opden 
voet des berghs, langhs de stadt marcheerden, omme bequaem acces 
te soecken, den vgant sulx g'intimideert, dat sich niemandt buyten 
de stadt dorste verthoonen, schietende sterck nyt haer voordeel, 
daer God loff weynich schade van ontfingen « • 

Wat hnys voor Boton ende in derselver strate (daer aller wegens 
meester te veld waren) gehouden hebben, de quantité cocos ende 
andere frnytboomen, vis8cheryen,.vaertnygen, huysen ende geheele 
dorpen, die gernineert als in d'asse geleyt syn, snllen in desen niet 
mentionneren. • 

Die van Baton , gelijck verhaeldt , soo veel affbreuck gedaen sQnde 
als tgt ende gelegentheyt van saecken wilde lyden , is d'armade ver- 
volgende onse desseynen den 23en ders. maend Febraary tusschen 
Manipes ende Cambello geweest, alwaer den Oonvemenr Johan Ottens 
bejegenden , die volgens onse ordre was crnyssende. 

Bevoorens de vloote omtrent Cambello verscheen was den 17en Fe- 
braary bij onse crayssers aengelant een pranw, expres nyt Molncco 
door den Gonvernenr Broecam met brieven van den 5en d^* aenden 
Goavemenr Generael affgesonden. Dese missive in Raede gelesen ende 
daerbij verstaen sijnde t' Spaensch secours, bestaende nyt twee wel 
gemonteerde schepen, een jacht ende eenige minder vaertnygen, van 
Manilha den 14en Jannary passato onder Romy ten ancker geeomen 
waeren, thien dagen voorst arrivement der schepen Ëgmont ende 
Galiasse van Batavia , salcx al ^eder d' interceptie van dit ordinary 
seconrs ons ontstaen sy. Item dat den Coningh Hamsia sQn vertreck 
excuseerde ende uytstelde tot de Spaensche schepen de Molnccos 
souden hebben verlaten omme geen affironten by sQn affwesen in 
Tamaten door deselve macht t' incoareren, in voegen dat te gemoet 



339 
aagen voor 20 off ultimo Meert uyt Molucos niet te verlrecken stondt. 

Overleggende dat gevoeghelgck de landen Banda voor Hamsias 
compste conden visiteren, is den Generael .... den 6en d^ 
tegen den avondt met de schepen Frederick Henrick j Bommel , Ley- 

den ende t fregat den Tonijn nae Banda verseylt 

Den 9en daeraen volgende , arriveerden ende quamen ten ancker 
voort Gasteel Nassanw opt eylandt Nera 

Wt Banda sgn den 8en April des middags vertrocken 

Den 18 d^ quamen ten ancker voor Hila 

Den 28, 29 ende 30en April met de macht voor Cambello ten 
ancker gecomen wesende , sterck in alles 19 seylen , daerbij hun lieten 
vinden des Casteels onderdanen, die op den 6en Mey met 20 corre- 
corren ende minder vaertuygen by d'armade aenlanden. 

Niettegenstaende ons cruyssen met ses jachten als hiervooren ge- 
seyt, syn onbeschadight tot Cambello aengelandt, 15 groote vaer- 
tuygen, Maccassaren, Maleyers als Javanen vanden Mattaram ende 
Bantam. Soo waren daer oock twee joncken voorleden jaer overge- 
bleven met veel volck, wel van schut ende schietgeweer versien. 
'T strant van Cambello hadden geretrencheert ende aen 't hangen 
der bergen ter wedersyden beginnen te fortificeren, in resolutie na 
t' sich liet aensien, ons van de strandt te weeren, maer op de vaste 
tijdingh van des Conings aenlanden tot Manipe ^bleeffbun wercken 
gestaeckt. 

Yermerckende meergeroerden Hamsia op Manipe langer, alsgaeme 
sagen, bleeff semmelen, committeerden derwaerts per chaloupe ende 
den correcor, den Gouverneur Ottens ende den Tarnataensen tolcq 
omme Sljn Mayesteyt serieus aen te manen , sQn verscbijningh by 
den Generael niet langer wilde protraheren ende soo 't eenighsints 
gelegen quam met hem Coningh in Compagnie over te steecken off 
dat bij langer tardance volgens resolutie Cambello ende de vreemde- 
lingen aldaer vyantlijck souden aentasten 

Den 3en Mey» als delibereerden ende de Crijghsoversten in beden- 



1 Hamaa was den 27 Maart met 11 korrekorren van Temate vertrokken en 
door sterken stroom aan de kust van Boeroe vervallen, van waar k^ zich naar 
Manipa had begeven. 



^4Ö 

eken gaven, by wat middel gevoegheiyekst en de met de minste 
sehade den vgandt behoorden aen te tasten, wierden de correcorren 
des Coninghs op den naermiddagh gewaer, die van Manipes naer 
Erangh overstaecken, alwaer vernachtten; daeghs daeraen commit- 
teerden de Heeren Caen ende Ottens ^ om den Coningh te begroeten 
ende aen boort te brengen. Omtrent de middagh verscheen met 10 
vaertuygen, scheppende, tot teecken van eerbiedinge,rontsom 't schip 
Frederick Henrick, in voornemen tosschen Lissidy ende Cambello 
bequame plaetse nyt te sien omme sQn leger te slaen ende 't vaer- 
tnygh op te haelen, doch wierd door geseyde Heeren Caen ende 
Ottens (hoewel ongaerne) beweeght bij den Generael over te comen, 
edoch sonder eenige suite of luyden van fatsoen» Aen boort gecomen 
s^nde, worde boven op t schip door den Gouverneur Generael bewel- 
lecompt, ende beschoncken met een goude kettingh, een medaellie 
ende een schuytjen Chinees goudt, vermidts den kettingh licht ende 
van cleen valenr, echter een raer fatsoen was. Hg wiert statelgcken 
na de cajuyte, met alcativen beleyt, gebracht, synde vrij wat geal- 
tereert; nedefgeseten wesende, seide dat nu den tyt gecomen was 
daer lange na verlanght hadde, echter nu in des Generaels gewelt, 
die hem conde dooden, na Nederlandt off Batavia voeren. Wierd 
daerop vruntlijck gedient, dat tot soodanigen eynde uyt syn r^ck te 
comen niet versocht ware, maer om de landen in vrede te stellen 
ende dat de Compe de nagelen haer alleen competerende niet meer 
ontvoert wierden ende dienvolgende hem soo gerust hadde te stellen 
als off op Maleyo ware, ende na t' schip wel van achteren tot vooren 
besightighde, versocht a£^heyt, alsoo nu niet verschenen was om 
van importante saecken te spreecken, dat hem toegestaen wiert, ende 
is nae 't strandt Hennebelle, tusschen Lissidg ende Cambello ge* 
schept, alwaer sijn vaertuygh noch denselven dagh heeft doen ophaelen. 
Den Coningh met sijnen Raed is driemael op t schip Frederick 
Benrick te reede voor Cambello als namentlijck den 5, 9 ende 11 
Mey in vergaderingh gecompareert; daertegen sijn d' Heeren Caen 
ende Ottens differente maelen aen landt bij de Mayestéyt geweest | 
handelende op onse propositie aengaende de verschenen vreemde- 



1 Antonie Caen en Joan Ottens, beiden extraordin. Baden yan Indië, ver- 
gezelden den QouTerneor-GeneraaL 



341 

lingen ; 

Ter eerster instantie scheen Hamsia tegen dese nagelvoerders seer 
verbittert ende wierde besloten die van Cambello, de Maleyers, 
Macassaren ende Javanen t' injnngeren, haere gemaeckte forticatie 
mosten affwerpen ende slechten omme daemae onder d'een off d'ander 
pretext met de minste commotie ende bloetstortingh ons van hare 
persoonen ende goederen te verseeckeren. Edoch op dit besluyt is 
niet anders gevolcht als het slechten der borstweringen. Ende den 
Coningh, die inder daet een timide persoon sQ, ende wel gaerne alles 
int minnelijcke met een praetjen beslecht sage, versocht ons men 
wilde toestaen d® nagelvervreemders nu dese reyse noch onbescha- 
dight mochten vertrecken, oock niet weder als met onse passen 
off consent verschijnen, ende omme ons hier toe te bewegen alle- 
geerde veele frivole praetjens , namentl^ck bij aldien soo hert wilden 
procederen dat niet goets souden connen verrichten ende sijne onder- 
danen (die hem niet kennen ende noyt gesien hadden) een affkeer 
nemen ende int geberchte vluchten etc: 

Versocht wijder dat bij hem verscbynen wilden omme van lants 
saecken ende sgn pretentie te handelen. Dese propositie quam ons 
wat vreempt voor, ende benevens die ongestadicheyt hadden al voor 
twee a drie dagen aen de mine des Coninghs vermerckt, gesubor- 
neert ende misleyt wierde , mitsgaders dat de nagelvervoerders begon 
te patrocineren • . . ^ 

Derhalven deden den Coningh aendienen, geen vernoegen in syn 
proceduyren nemen conden , dat een beter cours gaen moste ende wy 
niet geresolveert waren van eenige andere saecken te handelen 
alvooren de vreemdelingen (gelgck op sijn emstigh versoeck toege- 
staen hadden) ^ant landt, de Quimelabas Louhoe ende Leliatte 
(sooals belooft hadde) nae merite gestraft ende de twee Nederlandse 
overloopers aen de schepen gebracht waren met scherpe aenmaninge, 
soo geen recht wilde doen, ons selven rechten souden 

Dese aenmaningh opereerde omtrent den Coningh, dat men ons 
gebonden aen boort brachtte, de vooi^emelte overloopers .... 

De Quimelahas Louhoe ende Leliatte wierden op 12en daeraen 
volgende in verseeckeringh genomen ende opt versoeck des Coninghs 
souden in sijn quartier tot derselver bewaringh een Oompie soldaten 
van 120 coppen. 



342 

Dit aldus g'efifectneert sijnde, dieode Hamsia aen, dat de vrèem- 
delingen, bevreest sijnde, haer m^t syne onderdanen in Masselin 
ende Cambello gevoeght hadden ^de soo hiin vyanüyek wilden 
aentasten, wel licht een desperaten amocq ofte moort onderle^hen 
mochten, versoeckende omme snlx voor te comen seer instantelyck 
men wilde toestaen (onder visitatie) onbeschadight vertrocken, dat 
hem al weder accordeerden, mits in twee a drie dagen tot vertreck 
gereed waeren, t' welck sijne Mayt aennam te bevoorderen . . . . 

De Javanen van Bantam brachten hierop hnn tnigan t' zee ende 
sijn onder visitatie met vrij geleyde nae Kelangh (alwaer hare 
joDcken waren leggende) ende van daer nae JaVa verseylt. 

[Daar de overige Javanen en Maleiers geen aanstalteii maakten 
om te vertrekken, liet Van Diemen, in weerwil van Hamza'spro^ 
testen, 50 vaartuigen en 200 huizen aan het strand verbranden. 
Nadat de Sultan Kimelaha Leliato aan Van Diemen- had uitge- 
leverd — Kimelaha Loehoe werd op zijn aandrang in vti}heid ge* 
steld — vertrok Van Diemen met de vloot naar Hila] . .':<,-, • 

Tusschen den 4 ende 7eii Juni) verschyndt Coningh Hamsia 
[voor Hila] met 44 correcorren ende galalos, als nafnentlijck 

11 stux, daermede uyt de Moluccos is gecomen. 

2 vant eylandt Macjan gevolght. 

12 uyt d'eylanden Xula, Xulabessy, Sapelula etc. 
8 van Bouro. 

4 van Bonoa ende Lissebatte. 

3 van Manipes. 
1 van Kelangh. 
1 van Lissidy 

1 van Cambello. ) principale dorpen of ^amoela. 

1 van Louhoe 



Dese 44 stux si)n gemant geweest met ruym vier dnysent kop- 
pen, daeronder 1500 gewapende mannen met roers, musqnetten, 
schild, swaerd, hasegayen etc: Met dese macht quam tusschen t' 
landt ende de schepen anckeren. 'T schgnt doen wat beter gevoelen 
van ons begonde te crijgen als wel op syn eerste aencompste .... 

Den 6n Juny verscheen den Coningh aende redpubt ende wierd 
goet gevonden de sebouw ofte logie te vergrooten , ten aensien t* 



S4d 

getal onser ondersaten ende die van den Goningh groot sgnde, op 
de generale vergaderingen te beqnnner plaetse mochten hebben ^ 

[Voor de onderhandelingen met Hamza en het nienwe contract 
met hem gesloten kan ik grootendeels volstaan met te verwijzen naar 
't verhaal bij Valentijn II 2 bl. 118^122. Het volgende strekke tot 
wegneming van eene ondnidel^kheid in dit verhaal]. 

Over de seven dorpen op Hittoe als Qurien, Asselanlonw, La- 
ricque, Waccassive^ Alangh, Lilleboy ende Hatouw viel vr^ veel 
dispnyt ende pooghden die van Hittoe met eenige van Lonhoe ende 
Cambello te bewijsen door veele ongefondeerde redenen de sielve 
seven dorpen den Nederlandsen staet toegecomen waren , na t' Gasteel 
Victoria als geseyt A® 1605 door d' Heer Admirael Verhagen van 
de Portngesen verovert is geworden, hoewel t contrarie bg schriften, 
contracten ende suffisante bewijsen claer bethoonden, mitsgaders 
die van Laricqne ende Waccassive, dat noch Mooren sgn, t'selve 
confirmeerden. Maer bemerckende sijne creaturen van leugentael over- 
tnyght waren, versocht men wilde hem de Moorse dorpen toestaen; 
sonde ons andere saecken accommoderen ende de christenen die op 
Geram mochten wesen in wisselingh geven. Maer vonden niet ge- 
raeden op Hittoe van onse gerechtigheyt yetwes te cederen, onaen- 
gesien eenige derselver dorpen hun als noch vant Gasteel separeren 
ende den herstelden Gappiteyn Hittoe adoreren, dat sich (soo ver- 
hoopen) haest anders redden sal 

Den 22 Juny tegen den avondt is den Gouvemenr-G^nerael ende 
den E. Antonio Gaen .... uyt Hittoes reede nae Batavia 
verseylt alwaer seer spoedigh den 4 Jnly passato in gesontheyt 
arriveerden • 

Desen tocht heeft ons den Almogende heel contrarie a^ passato 
met groote sterfte besocht, snlcx dat omtrent 200 coppen soo sol- 
daten als zeevaerend volck, over de vloote, alle meest van den 
bloetgangh gestorven sQn 

[Voor het voorgevallene op Ambon na het vertrek van Van 



1 Yan het „beschrobben der Temataansche heeren** bg deze gelegenheid, 
waarran Yalentyn spreekt, wordt noch hier, noch in het dagverhaal yan Yan 
Piemen^s tocht, gesproken. 



344 

Diemen is Valenlijn II 2 bl. 122—124 goed ingelicht. Op bl. 124 
(Ie kolom bovenaan) staat zeker bij vergissing: /rdat men Leliato 
te vroeg vervoert had//. In den bedoelden brief aan Ottens zegt 
Hamza integendeel dat hij nu wel wenschte dat Van Diemen *toen 
hij voor Kambelo lag het had doorgezet om zoowel Loehoe als 
Leliato weg te voeren en te dooden] 

UEd. gelieven maer in d'Amboinse saecken gerust te wesen. Sullen 
haer wel ten besten redden, ende hopen eerlangh alles tot voorigen 
stant te reduceren; 't moet sijn tljt hebben om t' landt van Am- 
boina te domineren, daer soo vertrouwen ÜEd. Hittoe onder begrypt. 
't Is wat anders als Groot Banda. Den yver voor desen aengeleyt 
tot conquesteren van landen ende t' vernielen van boomen heeft ons 
seer odieus gemaeckt. Soo is oock daerdoor tot nu meer verloren als 
gewonnen, grooter partye nagelen onder d'Heere Ggsels gouverno 
vervoert als oyt ende oyt voor ende naer dato deses gedaen sij. 

t Schijnt tegen éénen boom die missen, thien planten, ende dat 
op soo inaccessiblen geberchte daer beter als vooren verseeckert syn. 
Groot getal soldaten in Amboina over te houden om den Quimelaha 
gestadigh te vervolgen ende uyt te roeyen can gepractiseert worden , 
maer ÜEd: moeten weten daerbij weynigh voorderen sullen. De 
maenden van Juny tot primo October sijn onbruyckelyck , vermits 
t' herde onstuymigh ende regenende weder, sulcx dat soodanige 
macht niet meer als twee maenden, welck sijn October ende No- 
vember dienst can doen, alsoo t' secours van hier, in December tot 
Amboina can wesen. t' Is oock seer considerabel, gelyck bij onse 
voorjarige advysen geseyt hebben, of men noch langer in destructie 
der boomen ende t' verjaegen des volckx behoort te continueeren, 
alsoo te beduchten staet dese luyden hun eenmael nae d'eylanden 
Xula ende Xulabessy transporteren sullen alwaer nagelen in overvloet 
sijn ende beter acces voor de vreemdelingen als in de Amboinse 
quartieren is. De gelegentheyt deser eylanden ende de menichte nagel- 
boomen aldaer, sal UEd. uyt ons daghregister , onder dato2en Meert 
met aendacht gelieven te doen resumeren ^ 



1 In 't Dagregister van Van Diemens tocht wordt op dien datum niet anders 
verhaald dan dat een Hollandsch schipbreukeling van Soela besi „wist te rap- 
porteren datter veel nagelen op d^ eylant sijn doch seer secreet gehouden worden 






345 

't AensieDigck, Spaens secours, den 14en Jannary nyt Manilha in 
Molucco verschenen, gelijck hier voren verhaelt, is sonder yets voor 
te nemen, spoedigh den 12 February nae Mindenao verseylt, welck 
eylandt ten meerendeele g'incorporeert hebben, ende soo gerelateert 
yrett is den Capiteyn Generael met de voornaempste macht uyt Ma- 
nilha daer persoonleek geweest, hebbende niet sonder verlies van 
volcq , dese conqaesten te wege gebracht. Den Goningh van Mindenao 
heeft sijne gesanten nae Maleye geschickt ende is onse assistentie 
versoeckende omme den vyant weder van sgn landt te drijven, geiyck 
bij nevengaende copie sgner missive ^ in ons Batavisch daghregister , 
onder dato 14 Angustij nader gelieft te beoogen, 't Schijnt den Span- 
geaert met ernst dese landen tracht te vermeesteren ende 't volck 
onder de subjectie des Conihgs van Spaengien te brengen ; doet d'over- 
heerde jaerlijckx tribnyt betaeien. Daer valt was , caneel ende wort 
geseyt het gondrgck is. Voor als noch eyscht onsê gelegóntheyt niet 
daertegen te wercken. Die van Tamaten solliciteren mede dat hun 
wilden helpen recouvreren Bangay, Pangasaer ende Sangij welcke 
landen veel commoditeyten voor 't schraele Molucco, als daer over 
heerschten, uytgaven. 

Op reeckeninge der gevangene Spangaerden van Kelangh sijn met 
gemelte secours in Molucco gebracht ende gelargeert twee soldaten 
ende een varent persoon; acht andere hare compaignons hadden hun 
in conings dienst begeven ende sijn bij den vl)andt gebleven , sulcx dat 
voor dien tijt geen andere gevangene , Oodloff, onder de Spaengaerden 
overbleven. Dese persoonen seggen seer wel getracteert sijn geweest , 
•geduyrende hare detentie, verhalen mede den Generael van Manilha, 
nu twee achter eenvolgende jaren met redelycke macht in de Chal- 
deres ^ ende tot Mindenao geweest is, dat op sijn vertreck uyt Ma- 



[d. i. ongeplnkt gelaten] , item dat die van Bouro en andere plaetsen daer con- 
tinneeiyck comen handelen". 

1 In dezen brief (die op *t B. A. in afschrift aanwezig is — hij is gericht 
aan den Gonyemeur der Molnkken en werd den 19 Mei 1638 daar ontvangen — ) 
schrift de „Coninck van Mindanao" dat de Spanjaarden zgn geheele gebied 
veroverd hebben met uitzondering van „zijn stad Mindanao" In dieü zin moet 
das „*t meerendeel van Mindanao" verklaard worden. — Wat het Dagregister 
van Batavia over 1638 betreft, dit bezit het B. A. niet. 

2 La Caldera, het Spaansche fort aan de ZW. hoek van Mindanao. 



846 

nilha geen 160 Spaense soldaten aldaer verbleven tot bewaringh 
yan de stadt eoAe t' fort Gavitéy t' welck voorwaer sober is. Rela- 
teren mede dat haere sehepen als nae Molncco varen, g'armeert 
worden met eanon van de forten ende geen andere navale macht in 
Manilha waren hebbende als dese twee schepen ende 't jacht met 
drie galeyen ; dat oock dese twee schepen in Manilha gecomen sgnde 
tegen de maendt August! naé Aquapulco gebruycken, sulx de negotie 
in de Zuytzee ende Mölucco te provideren met vier schepen over 
ende weder gaende houden, t Schijnt den gemelten Capiteyn Generael 
mede wel weet V overleggen, dat geduyrende sfln absentie , t' welck 
is van December tot April off halff Mey , geen vQant op de Lu^nse 
eylandcfn te duchten heeft, daer echter wel eens soude connen op 
a^geleyt worden, by aldien in dese jaerlijckse tochten voomoempt 
te continueten ende Manilha soo sober beseth laet. 

Den Spaengaert hout noch al in Tarnate twee cloecke galeyen; 
d'eene is desen jare voor Macassar geweest, comende door de strate 
Bouton, allerwegen soo veel volckx roovende als achterhalen conde. 
Veel insolentie heeft ini Maccassar gepleecht ende onse residenten 
aldaer getracht t'affronteren , die van den coningh geprotegeert syn 
geworden, 

Den oorlogh tegen Tidor ende Spaengien wort slappeiyckvervolght; 
geen remerquable rescontre waren in Molucco voorgevallen. Hamsias 
Eaeden hadden den Gouverneur belooft, soo haest den Coningh weder 
sal sijn verschenen, den oorloge met meerder ernst aen te vangen. 
Die van Macjan thoonden hun mede vrQ afiabeler als wel voor desen; 
't gebesoigneerde in Amboina scheen haer seer aengenaem te wesen 
ende noch meer dat aenden Gouverneur g'ordonneert hadden, de 
voomaempste Overheyt een vereeringh uyt onsen name t' huys te 
senden, welcke schenckage compt te bedragen in alles Realen 555 
ende is verdeelt onder 19 persoenen, te weten: 

Aen den Goegoe Eitchil Monssou [lees : Moesa] Realen 50 

Aen twee Hochims Boleto ende Limourg v 80 

Aen twee Quimelahas yder 30 realen ^ 60 

Aen vgff^ G'noffistmanieras » 130 / Rn 555. 

Aen seven Sengaidjes ff 180 

Aen den Sadaha Samouw ff 30 

Aen den Quimelaha Marsaoiy f 25 



347 

Den Oouveroenr is van . opinie dat dese gifte goede operatie sal 
baren, in welcken gevalle wij sijn E. hebben gelast jaerigekx te 
continueren ende blijven met UEd. van opinie in verscheyden saecken 
niet verachteren sal 

Onse aencompste in Banda is geweest op 9 Meert deses jaers als 

^eseyt , 

• D' advenuen van dese landen si)n met behoorlijcke fortificatien 
wel van logiementen ende tamel^cke packhuysen beseth ende t'gar- 
nisoen tot 400 coppen versterckt sijnde, is met goddeiycke hulpe 
geen swarigheyt te duchten y sulckx nu persoonleek oculaire inspectie 
van alles genomen, den lande doorwandelt ende de ronde te water 
gedaen hebben, daerom wij des te geruster biy ven. Banda geen meer- 
der besettingen noch fortificatie noodigh heeft als een steenen wacht- 
huys daertoe ordre hebben gegeven te maecken opt acces ofte baye 
van Lacoye aen de suytwestsljde vant Grootlant Banda achter Lon- 
thoir (door welcken wech wy sfi 1621 meester vant landt wierden) 
ende sal dienen omme voor te comen t' fort Hollandia op Lonthoir 
gelegen niet verrast oft schielijck by onverwacht attentaet, overrom- 
pelt worde, alsoo 't landt daer smal ende door dien wegh in geUjcke 
hoogbte sonder gesién te wesen in min ais een halfiiiyre omtrent 
gemelte fort te comen sy ; daertégen weder affgeschaft hebben , seker 
platte, forme op Nera begrepen, die gantsch onnoodich oordeelden, 
te meer een andere steylte, de Kattenberch genaempt, over deseive 
platte forme, de redonbt, item de forten Belgica ende Nassonw domi- 
neert. Echter om alle onbedenckeiycke swarigheden voor te comen 
hebben gelast den selven Cattenbergh schoon ende kael te maecken 
omme ons in tyden van noot (dat niet apparent is) daervan te connen 
dienen * . • • • 

Nae dat de visite van Nera, f Vrouwen eylant. Groot Banda, by 
Suyden ende Noorden, soo te waeter als te lande gedaen hadden 

soo syn tot den 29eii d^ daeraen volgende, door 

onstuymigh weder verhindert gebleven nae Pulo Ay ende Bon te 
scheppen. Maer t' weder bedarende, syn des namiddaeghs met den 
E. Caen, den Gouverneur ende een redeiycken train derwaerts ge- 
schept. Omtrent Lonthoir gecomen wesende, wiert ons per prauw 
expres door den Oppercoopman van Pulo Ay g'adviseert, dat dien- 
selven dagh omtrent een uyre onder Pulo Bon , aen d'Oostsyde voor 



348 

ie gewesoi n^^erye Lodmm teo snAer geeomen mm BtSker éleea 
Eogds jjeht. Des ayondts omtrent fhien vynsn op Pido Ay geeomeQ 
wesende, mnden omme meerder kenniaBe mn der Engtdae doen te 
beeomen, een eeigeant met ses soldaten per pranw derwaertB, de 
ehakupe ende tnigang^ nae Nen, omme noéh een eomps 8<ddaten 
ende eenige oi^eieren. Den SOd dito namen resolntie t^en d'En- 
gelse, ons arrest yan 18en ders. maend t' executeren oide dat den 
Generael persoonlgck derwaerts sonde gaen j Yolgens voomemen om 
't selye eylandt, g^ck andere te besiehtighen. Ondertnssehen liner- 
den gead viseert d'EngelBe Yolck ende bestiael gdandt hadden , dat 
daer weynigh Engelse op waren maar veel Indianen, oock eenige 
▼ronwen ende Ghinesen. ultimo dito smergens sgn yan Polo Ag nae 
Bon gevaren met twee ehalonpen, een tnigan ende aes aranghbaix, 
g'acoompaigneert door twee Comple soldaten ende de vierroers. 

Voor dat gelandt waren, hadde sich den Oapiteyn van 't Jacht 
de GeoTge, groot omtrent 25 lasten, sgnde eenen John Honter, Op- 
percoopman in Maccassar, aen landt venro^ht, ons aldaer verweüe- 
comende. Voorleden jaere ter reede voor Maccassar liggende hadden 
wg desen persoon gefestoyeert ende met eenen beaempt. Dienden 
hem vmntlgck aen, verwondert waren hem hier in Banda te sioi 
ende op solcke rescontres niet verdacht hieven. Wgders involgende 
versochten te weten tot wat intentie daer verschenen ware. Ant- 
woordde rondnyt, omme volgens ordre sgner principale possessie vant 
eylant Bon te nemen. Wg verclaerden ons deselve resolntie seer 
vreempt voorqnam, dewgle opt rapport van Mr. Randel Jesson wegen 
Bons visite A^ 1636 gedaen, geene nader ordre noch rescriptie nyt 
Engelandt conden becomen hebben, soodat oordeelden desselffii ver- 
schgningh ende voornemen te prematnr ofte t'ontgde te wesen, ende 
versochten met eenen dat van dese hunne desseynen wilden desis- 
teren tot nader ordre uyt Europa. Den geseyden Hunter repliceerde 
andermael dat de expresse last ende t' scherp bevel van sgne Mees- 
ters was, sonder nytstel d'eygendom vant eylandt Bon t' occuperen; 
dat oock tot dien e3mde volck, bestaende nyt Maccassaren, een 
Bandanees ende twee Chinesen met vyff vronwen, nevens vier En- 
gelsen, medegebracht hadde omme aldaer residentie te honden. Den 
Generael versocht d'ordre hiervan ende commissie Sjmer principale 
te sien, om welcke te halen hg Hunter persoonleek aen boort voer. 



349 

Dit op strandt alsoo gepasseert sijnde, marcheerden nae boven j 
een wegh wel fastidiens om op te dimmen', gelyck voorsz. Hnn- 
ter, bg ons gecomen wesende, mede getnyghde, ende thoonde 
ons aldaer d'ordre van sljne meesters, ontfangen per t' jacht de 
Pradens, A° passato in September tot Bantam uyt Engelant g'ar- 
riveeri Wy gaven hem hierop onse meeninge ende resolutie te 

verstaen, die alhier niet specificeren snllen 't Is 

snlx als d® Hunter ontseyden Bijne pretensie ende dat hem in 
Banda niet dnlden willen, scheen vaerdigh ie wesen. Maer van 
water onversien sijnde, deden op desselffs versoeck sljn jacht ende 
volck nae Nera brengen; hij personelijck keerde met ons nae 
Pnlo Aij, alwaer hem dien avondt wel tracteerden. Daeghs daeraen, 
wesende den eersten April, schepten gesamentiyck nae Nera, daer 

t' Engels jacht de George ten ancker lagh, deden 

hem van water, item d' een ende d' ander versien als by ons jour- 
nael ende resolntien blijckt. Den 4 April wiert ons van geroerden 
Hunter ter handt gestelt extract uyt syn meesters missive geschreven 
in London den 25en Meert 1637, luydende in d' Engelsche tale 

enz [Order tot het in bezit nemen van 't eiland Run 

en daarop bezetting achter te laten. Hierop antwoorde Van Diemen 
met de volgende:] 

Declaratie der Redenen ende Motiven, die den Gouverneur 
Generael wegen den Staet der Vereenighde Nederlanden in 
Orienten ende de Heeren Raden van India, sgn hebbende, 
omme die van d' Eerw: Engelsche Oost Indise Compe voor 
als noch ende tot nader ordre t' ontseggen hare gepretendeerde 
souverainiteyt ende de possessie op Ron, een der Bandase 
eylanden. 

ËersteUjck: dat t' sedert het solemneel contract sfi 1619 ten over^ 
staen van de Gecommitteerdens wegens Sgne Hayt van Groot Britan- 
gen ende Hare Hoo: Moot tusschen de coopluyden van Engeland ende 
Nedètland in OosMndieü handelende, gemaeckt, veel ende groote 
l^era&deringen Bijn voorgevallen, soodanigh. 

Dat gemelte contract heel gedesolveert sy. 

Item dat die van d' Engelse Compe met den Spanjatt ende Portn- 
geed in India b^slooten éüde gemaeckt hebben een proyisioneele vrede , 



360 

sulcx dat na vranden- van onse yyanden sQn geworden ende wg geeo 
Spaengaerden off Portagesen omtrent onse landen connen gedooghen. 

Ende dat de Ministers van d' Eerw. Engelse tot Batavia a^ 1623 
tegen de Nederlandsche Compie den Generael en de Raden van India 
geprotesteert- hebben hare pretentie opt selve eylandt Ron te accep- 
teren , welck different nevens veel andere verschilpoincten^ geren vo- 
yeert sgn nae Enropa ende tot heden soo veel ons alhier bekent is, 
ongedecideert gebleven. 

Oorsaecke waeromme wy als vooren geseyt den E. John Hnnter, 

versocht hebben voor alsnoch van sgn voornemen te 

desisteren ende van hier te vertrecken omme meerder swarighedeu 
ende qnestien te voorcomen. 

Nevens verclaringh dat nn, noch in toecomende, niet gedoogen 
sullen , schepen of jachten van d' Eerw. Engelse Compie in de qnar- 
tieren van fianda anckeren omme nae hare intentie hun recht op 
Pulo Ron te voorderen, ten sij versien comen met nader last, ordre 
ende commissie van onse respective Sonverainen, Sijn Mayt van 
Oroot Brittaengien ende hare Hoo: Moo: de Staten Generael . . . 
mitsgaders d^Eerw. aenleggers off Bewinthebberen van d' honorable 
Engelse ende Nederlandsche Gompn 

't Is wel sulckx dat de sobere uytsettingh deses jachts de George 
ons volcomen inditien gaven de besendingh meer streckte om nieuwe 
actie tegen de Gompie te becomen als met enist dit eylant absolu- 
teiyck te possederen. Des niettegenstaende hebben ten dienste van 
de Compie niet connen goetviuden haren gepretendeerden eygendom 
ende t' besitten van Ron te conniveren, omme navolgende swarigh- 
heden ende grooter achterdeel, die bij hun verbleven aldaer te gemoet 
sagen, voor te comen, te weten dat conform de ordre ende t' aen- 
schrijven van hare principaele, mitsgaders d' intentie van geseyden 
Hunter, op Ron met weinige provisie ende noch min water souden 
verbleven sgn omtrent twintigh, soo Maccassaren, Bandanesen ende 
twee, drie ofte vier Engelsen. Dese colonie dan in hongersnoet ende 
gebreck van water vervallende, gelijck dat infaligbelycken volgen 
moste, te meer geseyde eylandt geen off ymmers weynich water (dat 
niet goet is) geeft, sy luyden dan nae Pulo Ay off Nera (omme in 
de grootste ellende niet te comen) tenderende om assistentie te ver*^ 
soecken^ sulckx affjgesla^en ende t' landt ontseyt synde , stondt daerop 



4 

I 



851 

(e Yoilgen een scherp protest van onchristelijcke bejegenüigb ende 
dat hun (die onse vninden ende geallieerden sijn, in religie éénge- 
yoeligh) van honger ende dorst vergaen lieten , waer nyt de Mayt yan 
Engelandt wellicht oorsaecke nemen mocht generalQck sQne havende 
provisie ende water aen d' ingesetene onser landen t' ontseggen. 
Ënde dat dit eylandt door d' Engelse beseten ^ een scbpylhoeck aller 
geboefte ende een retraite van de quaetwillige onser inwoondereor 
hare Igffeygenen geschapen stonden te worden. Item dat oock allé 
vreemdelingen aldaer acces hebbende, onse goede ingesetene van 
d' annexe eylanden souden comen te debaucheren , ons alsoo partye 
vruchten onttrecken ende metter tytdaer inwortelen, geleek op Ceram 
ervaren. 

Den 5 April is meergemelte John Hunter wel vemoeght (soo uytter- 
Igck 9cheen) met een cleen vereeringh van wat. noten, foelie ende 
t' gene meer tot desselfb jacht noodigh hadde, uyt Banda recht 
door nae Maccassar verseylt 

Qroote onverwachte ende seer schadelijcke veranderingen sQu 
t' sedert onse jonghste generale advisen van den Oen ende 16en De* 
cember a^ passato in Gompies stant ende gelegentheden tot Benjar- 

massingh, Martapoura ende Cotuaringen voorgevallen 

[Dit is uitvoerig en nauwkeurig verhaald in het werk van L. C* 
D. van Dijk: Nederlands betrekkingen met Bomeo, bl. 57—87]. 

Anno passato hebben ÜEd: aengecundight onder wat conditien met 
den Maccassar in onderhandelingh gecomen ende vrede getroffen 
hadden. Item dat voornemens waren besendingh derwaerts te doen, 
residentie te nemen ende. t' onderstaen wat aldaer in negotie te ver- 
richten mocht sgn. Pienvolgende is den Oppereoopman Henrick Eerck* 
ringh derwaerts gecommitteert [den 9 Februari] ende per 't jacht 
Ackersloot nevens een redelyok cargasoen .... den 20en d^ 
aldaer behouden aengelandt, minnelijck van den Goningh ende de 
Groote ontfangen; onse brieven ende gescheneken syn eerbiedentiyck 
g'accepteert, d'onse sorghvuldeiyck voor overlast van Portugesen ende 
Castilianen geprotegeert ende boven tmdere natiën respect gediffereert , 
tot groot misnoegen ende hertenleet derselver vyanden als mede onse 
vrunden de Engelsche ende Deenen • 

Ons doen in Amboina ende t' verbranden der vreemdelingen vaer** 



dé2 

tnygh, heeft sich den Coningh noch den Prins ^ (hoe wel beyde 
daerbg g*mteresseert sijn) niet aengetoghen, gelijck dat, ende de 
schade die int Malackx vaerwater comen te lyden, volgens t contract 
niet te reclameren hebben. Soo hebben hem verwittight, t' aenslaen 
van twee Boegiese vaertnygen omtrent Bouton, t' welck ongemerekt 
passeren laet, de sijne int ongelljck stellende. Over 't beschadighen 
van sekere va^rtuyghen inde Timorse qnartieren, daer, soo d' onse 
verclaeren, Portngesen op waeren, schijnt wat te doleeren ende schrgft 
ons aen, dat in toecomende siJn pranwen wilden verschoonen,onaen- 
gesien eenige Portugesen, die hg seyt te gagieren ende in sijnen 
dienst heeft , daerop mochten gevonden worden. Den gemelten Coningh 
hebben hierop laten dienen, dat genegen blijven tot accomodatie ende 
soo Portngesen ofte Mesticos op sijn vaertaygh gebruyckt, dat der- 
selver namen mede in de vrye geleyde, gelieft te doen insereren. . 

Ten aensien de gewasschen der nagelen, soo wel in Molnccos als 
Amboina seer sober geslaeght ende dat vernamen in Maccassar rede* 
igcke quantité oude nagelen in voorraedt waren, ordonneerden der- 
waerts omme den inlantsen handel te voldoen, goede quantité, ende 
soo verre t' capitael strecken wilde , op te coopen t' welck soo» 
danigh gesuccedeert is dat . ... in retour van Maccassar 
becomen hebben 30765 ^, tot civiler prys als oyt te vooren de 
merckt aldaer geweest sQ, ten principale vermits d'Engelse ende 
Deenen destituyt van middelen saten. Selver hebben d'Engelse eenige 
nagelen om contant te becomen aen onsen coopman Kerckringh ver* 
cocht tot 170 realen de 550 CD minder als ingecocht waren. . . • 

Wt d'advysen met d'Heere Gijsels vloote affgesonden sullen UEd: 

vernemen dat den 28n November A° 1637 onder 

de directie van den Commandeur Tombergen nade Solor ende Timorse 
qnartieren van hier vertrocken waren, t' schip Revengie, de fluyte 
Schagen ende t' jacht Cleen Rotterdam met requisit cargasoen mon^ 
terende ter somme van f 47256 // 2 // 15. Item dat geresolveert 
bleven opt voordragen ende groot opgeven des gemelten Tombergens 
van merckelijcke partye rijs, padlj, caneel, solpher, bestiael etc: in 



1 Siet den Koning wordt de vorst ran Öowa, met den Prins die van Tallo 
bedoelde 



$63 

retour vant eylandt Floris off Endé nae Batavia te brengen, mits-' 
gaders omme ODse vrunden ende bontgenoten te protegeren tegen 
den overlast ende gewelt der Portugesen van Larentucque als andere 
daer omtrent gelegen vganden, naer verrichter saecken in Amboina 
derwaerts te senden een redelijcke macht van schepen ende volck, 
waerdoor wy verhoopen groot ontsagh ende respect in dat gewest 
omtrent deselve Natie voor den Nederlandschen Staat te becomen. 

Dienvolgende sijn den 17en Mey passato van 

Cambellos reede tot uytvoeringh van onse desseynen, onder 't com- 
mando van Jacob Coper nae Solor gevaren, den schepe Leenwinne, 
de flnyt Warmond ende 't jacht Vlielandt, gemant met 255 coppen, 
daer onder 100 soldaten met cloecke officieren, ende transporteerde 
sich mede derwaerts den predicant Justns Humins omme grondigh 
t'onderstaen de rechte genegentheyt der Endenese ende andere volc- 
ken in die quartieren tot de Christelycke religie, die ons al mede 

te hooge voorgedragen syn ^ . . . 

Gantsch ende geheel vruchteloos is dese expeditie: de Timor, 
Solor ende Baiyse besendingh (daer ons nochtans vrg wat groots van 
belooft hadden) uytgevallen. Niet een catty sandelhout wort ons in 
retour gebracht, de redenen die daer van geven syn dat door stilte 
ende t' seromelen aen Endé eerst den Hen Januarg op Timor aen< 
landen als wanneer de zuythavens van dat eylandt g'occupeert ende 
by de Portugesen beseth vonden. Oomende voor de haeven Batamian , 
wierden door geweld van schieten de wal ontseyt, liepen na Cama- 
nassa, Tires ende Seryn, welckers havens al mede beseth vonden 
ende voor Tires lagh een Portugees jacht met twee Larentuckse 
vaertuygen op de wal gehaelt; t' selve jacht wierd van d' onse be- 
schoten ende door drie stucken , die den vyandt aen landt geplant 
hadde gedefendeert. D' onse resolveerden met schuyt ende boot dit 
jacht (dat dicht by de wal lagh) aff te haelen. De Portugesen t' des- 
seyn vermerckende , capten haer ancker ende haelden met t' lanttouw 
t' jacht tegen een reciff , maer geen middel siende om 't selve daeraff 
te brengen wierd by d' onse in den grondt geschoten ende van de 
zee in spaenders geslagen. Partye hout lagh op strant door de Portu- 



1 Het verslag van den predikant J. Heurnins is nog op *t R. A. aanwezig 
en afgedrukt in de Bijdragen tot de taal-, land- en volkenkunde van Ned. 
Indië, dl. III (1855) bl. 250—262. 

23 



354 

gesen gehandelt, dat by gebreck van macht in s' vijandts gewelt bleeff. 

Aldns van de znythavens yersteecken sgnde , keerden nae f rende- 
vous Conpan 

Thien persoonen van t verongeluckte jacht de Maria hebben ver- 
lost, drie blijven noch op t eylandt Sanw^ ^ • . • • 

Met de macht nyt Amboina [naar Timor gezonden] is mede wey- 

nigh oft niet verricht Sulckx dat het hoogh opgeven 

van Endé in roock verdwgnt ende worden d'effecten 

van der Endenesen voorjarige beloften g'excuseert onder pretext dat 
het dorp Tengne door die van Larentncque (onder het beleyt van 
den overlooper Jan de Horney) is aengetast, verbrant ende t' volck 
genootsaeckt geworden nae t' geberghte te vlnchten, daertegen soo 
aensienelycke macht als bij een hadde, hem op t versoeck van der- 
selver bontgenoten toegeschickt, niet eens gebmyckt heeft Ende tot 
confirmatie van allen desen comen herwaerts acht persoonen ^hooffden 
van acht op Endé gelegen dorpen, omme haer by den Generael ende 
Baeden van India t' excuseren mitsgaders pardon over hare naela- 
tigheyt te versoecken met toeseggingh in toecomende geen mancqne- 
ment sal wesen aen 't fonmeren van veel pady, rgs, caneel, etc: 

Tegen] dese gesanten sijn in Tenguée ende BarrQ v^ff Nederlanders 
verbleven 

[Na vermelding dat Jochem Roeloffsen van Dentecom, in 1637 als 
Commissaris naar Atjeh gezonden >, door tegenwind genoodzaakt 
werd terng te keeren en den 24 Februari 1638 op nieuw daarheen 
werd gezonden, lezen wQ:] Met veel tegenspoet is gemelten Commis- 
saris eyntelijck den 22 April tot Atchinaengelandt, vindende Compies 
aiairen onder den coopman Jan van der Meulen in goeden stant. 
Nae s' lants costume heeft groote eere geduyrende si)n aenwesen 
van den Atchinsen Coningh genoten ende is op syn verschyningh 
magnifyckeiyck bewelcompt, wel getracteert ende beschoncken ge- 
worden, wyders ten dienste van de Compie dese navolgende profi- 
tabele benefitien van Syne Mayesteyt g'obtineert ^ te weten: 



1 Zie hiervóór bl. 828. 

2 Zie Meryóór bl. 382. 

3 Later bleek dat Yan Dejitecom uch op het woord van den Snltan verlaten 
had en geene acten had laten teekenen. De toeieggingen met 1» en 4<> aange 
duid bleken gdel. 



355 

(1^) Dat exempt syn ende blijven van Conings gerechtigheden ende 
sware tollen in Atchin, soo wel van d' onse aen te brengen als uyt 
te voeren coopmanschappen aldaer. 

(2^) Dat geenige volckeren van wat conditie die oock souden mogen 
wesen, except de coopluyden van de Nederlandsche Oost-Indise 
Gompie op de Westcust van Snmatra onder t Atchins gebiet sorte- 
rende tot den peperhandel sullen worden geadmltteert. 

(3^) Dat des Mayts competerende gerechtigheden ende tollen van de 
peper; die voortaen op de geroerde custe sullen negotieren, nietdaer 
ter plaetse, maer jaeriyx in Atchih met juweelen, geschut, paerden 
off Japans silver vermogen te voldoen. 

(4^) Dat oock den peper, die tot nu toe voor reeckeninge des 
Ooninghs van de geseyde Sumatrase Westcust jaerlyckx tot Atchin 
is gevoert, by ons ter plaetse daer valt, sal worden ontfangen ende 
merctgangh met bovenverhaelde coopmanschappen in Atchin betaelt. 
(5^) Ëynteiyck dat het jacht Grol, soo lange bij der zee vaert, 
op wat plaetsen onder sijn gebiet staende compt te negotieren, van 
alle tollen ende lasten, geene uytgesondert sal vrg ende exempt sijn. 

't Retour per den £. Deutecom uyt Atchin gebracht met Grol 
monteert /* 43776 — 9—12, daeronder 424 bhaaren peper, heeft geen 
gerechtigheyt betaelt. Soo is geseyde jacht met 1009 bhaaren peper, 
den 7en deser van d* Westcust gecomen , daerbij geproffiteert wort 
ruim / 9000 — t' welck gelijck bovengeroert aireede sijn d' effecten 
van dese onse besendingh ende Deutecoms goede directie 

Belangende den oorloge tegen de Portugesen ende t' bemachtighen 
met onse assistentie der Stad Malacca, daer scheen Sijn Mayt gantsch 
toe genegen ende wilde sijn Ambassadeur, die geresolveert hadde 
per galeye nae Batavia te committeren, absolute last geven omme 
met den Generael over dese saecke te tracteren ende tijt te beramen 
wanneer deselve stadt gecombineert souden aentasten. Hij excuseerde 
sich over de correspondentie met de Portugesen gehouden ende t' goet 
onthael jongst aen haer gedaen, dat sulckx op sekere consideratie 
ende maer pro forma geschiet was ten respecte in gesantschap ver- 
schenen waeren. Nae desen souden wel claer vernemen wat genegent- 
heyt hun was toedragende. 

Verclaerde mede aen onsen Commissaris de Portugesen gantsch 



35é 

ernstigh syn vrondschap ende vrede hadden versocht. Item dat aen 
hem g'offi*eert hadden de Souverainiteyt van Malacca, by aldiensich 
tegen ons wilde als vyandt verclaren, ende eyntelljck dat groote 
partye juweelen aen hem overgelaten hebben tot civilen prgs onder 
versoeck in s^n r^ck bnyten molest van de Nederlanders mochten 

comen handelen, t'welck hun alles hadde affgeslagen 

Echter blijft ons d' onderhaudelingh met den Portugees eenichsints 
suspect ende wort geseyt veel costelycke juweelen aen Syne Mayt 
verhandelt ende daervoor uytgevoert hebben 10 bhr swaerte realen 
van Sten in spetie, dat sijn 64800 realen 

Die van Willem Courtens equipagie ^ hebben noch residentie in 
AtchiUy daer weynigh verrichten 

In Atchin heeft den Ooopman Jan van der Meulen met t' Engels 
opperhooft Edwaert Knipe over hoop gelegen ende den anderen soo 
mondelingh als schriftelijck vry wat geinjurieert, dat meer den on- 
wetenden als verstandigen betaempt; de controversien gaen hier nevens 
maer meriteren niet gelesen, ende vertrouwen hare principale meer 
discretie dan dat van dese beuselingen dachten off vermaen sullen 
doen. Als de vier Courtens schepen den eersten Mey 1637 van Goa 
ende d' Indise cust tot Atchin aenlandden ende geen residentie van 
d' ordinary Engelse Compie vindende, occupeerden volgens hun com- 
missie dat in India mochten handelen daer d' eerste Engelse geen 
comptoir noch negotie hebben, de plaets, vercochten aen den At- 
chinsen Coningh eenige juweelen , 6 stucken ysere geschut, musquetten, 
laecken etc:, gaven hooch op, de Nederlanderen ende dersel ver stant 
omtrent den Coningh verachtende, ons, dewyie met den Portugees in 
vrede waren, uyt India te draven ende te willen verhinderen geen 
ontset uyt Europa bequamen etc, ende alsoo dit passeerde wanneer 
de Portugesen in Atchin waren heeft Jan van der Meulen, sQnde 
mede van stuyre humeur dese vercleeningh niet connen dulden ende 
dito Engelse, soo geseyt wort, verclaert geen coopluyden te sijn 
maer roevers, ende is dese verbitteringh gegroeyt als d' Engelse 
vruchteloos, tot supplement van de Sons ladingh, versochten 100 



1 Het eskader onder John Weddell, door Sir William Oourten (een broeder 
van den gewezen Middelbnrgschen koopman Fieter Coerten) nitgernst en den 
24 April 1636 uit Engeland vertrokken. 



357 

bhaer peper te leen, t' welck mede soo qualijck namen datdaerover 
protesteerden ter oorsaecke soo voorgaven gelijcke vrundschap van 
d' Engelsche natie meermael in Jambij ende elders genoten hadden , 
met veel andere beuselingen als bg de nevengaende documenten des 
noodigh sQnde sult connen vernemen. Onsen Commissaris in Atchin 
verschijnende , heeft desen Knipe by geschrifte reparatie over d' injurie 
ende affronten hem door van der Heulen aengedaen versocht, die 
daertegen syn verantwoordingh hadde ende alles frivol wesende is 
de saecke bijgeleyt ende syn vrunden gebleven 

Den 18en October passato is den Atchinsen Ambassadeur met sijn 
galeye ende ongeveer 200 man hier ter reede verschenen. ... . 
Heeft by ons audiëntie gehadt ende op de saecke van Malacca geleth 
sijnde, gaff ons te kennen sijnen Heere genegen bleeff die stadt aen 
te grijpen , maer versocht dat daermede wilden supercederen tot eenen 
Ma Radja van s^n gesantschap aen de Coningen van Pahan ende 
Ihoor gekeert ware ende rapport gebracht hadde, dat wel Mey 1639 
werden sal 

Wt) ondersochten wijders tot wat eynde de besendingh nae Ihor 
ende Pahan was streckende. Repliceerde omme de vervallen saecken 
aldaer te richten, de geheele Maleytse cust in der minne te bevre- 
digen, sustinerende den presenten Pahansen Coningh niet wettigh 
ende den Ihorsen syn woort noch beloofte niet gepresteert heeft; 
echter gaff te verstaen, bQ aldien resolveerden de jaerlyckse reve- 
rentie aen sijnen Heere te doen dat hun in derselver rijcken wilde 
bevestigen. 

Ondertusschen compt hier den 18 November passato een vaertuygh 
van Patany, rapporteerende dat aldaer gevlucht aengecomen was den 
meergemelten Pahansen Coningh ende den Atchinder Pahan hadde 
affgeloopen. Item dat sich prepareerde met de Patanise hulpe den 
Atchinder te resisteren. Wat hiervan sij, sal ons den tyt eerlangh 
openbaren. De Coningen van Ihor ende Pahan hebben voor dato hare 
Gesanten herwaerts gesonden, tenderende eenel^ck omme de oude 
alliance tusschen den Nederlandschen Staet ende die rijcken te ver- 
nieuwen 

Aen den Panglalima (sic) in Ticco, ende Eadja Tankas, gelijck 
bij onsen laetsten UEd. is gead viseert, bleeff den Coopman Jan 
Grevinckhoff schuldigh over geleende verstreckte penningen Real: 



358 
6000. De Mayt yan Atchin met off sonder redenen ons onbekent , 

* 

jeloers van des Panghlalimas staet geworden synde, heeft hem doen 
decapiteren , desselfBs middelen aengeslagen ende Radja Tankas ge- 
trouwt met d^ g'execnteerdens snster. Is vlachtigh, snlckx dat ge- 
melte somme noch onbetaelt blyft ende apparent aen den Atehinsen 
Coningh sal voldaen moeten worden. Indrapnra is een seer ongesonde 
plaetsen ende consumeert veel volcq. De fluyten de DuyveendeSon 
hebben op hare reysen 32 mannen verlooren, daer onder den Coop* 
man Colster ende verscheyden scheeps officieren. WQ sagen gaeme 
omme dese sterfte ende ongesonde luchten voor te comen den peper 
van Indrapura in Sillida ons mocht toegebracht worden dat noch 
niet vallen wil. De Mayt van Atchin is daer over aengesproken , 
die Indrapura, ten aensien een oude vermaerde plaetse is, schynt 
te willen favoriseren ; heeft echter ons versoeck in consideratie willen 
nemen met toeseggingh daerop nader te letten 

Den tijt is gebooren om den Portugees nyt India te helpen, soo 
maer wat extra ordinaris van volck ende schepen gesecondeert wierden. 
Haeren desolaten staet sal UEd: seker connen vernemen uyt hun 
eygen brieven hierneven gaende ende getranslateert in ons verbael 
adi] 13 Augusti, daer onder andere van een treffelijck persoonagie 
uyt Groa aen Louys Martin de Zoysa Capiteyn Generael van Malacca 
geschreven wort, dat bij aldien dit jaer 1638 geen sufficiënt secours 
uyt Portugael becomen dat verlooren sQn ende in handen van de 
Hollanders moeten vallen 

De stadt Malacca blijft door onse continuele besettingh seer be- 
nauwt, sulckx dat den rQs daervan 70, 80 tot 120 realen van 8ten 
t' last is geldende, veele slaven sijn van daer bij ons overgecomen, 
die hun in Batavia met steen ende houthalen erneeren. Geen navale 
macht hebben aldaer dan eenige weynige gelias. 

De toevoer van Java ende andere quartieren begint seer te decli- 
neren. Door de groote proffijten, als behouden varen, worden noch 
al avonturiers gevonden, daer van ses geen een eschappeert, ende 
is de scliade die den vgant draeght vrij grooter als t' voordeel dat 
de Gompie becompt , vermits vele haer vaertuygen , wanneer bemercken 
die niet defenderen connen, inden brandt steecken, tegen de wal 
jagen ende in de gi'ont hacken , hun persoonen met de cleene bereken 
salverende. 



859 

Het ons gestadigh cmyssen in dat vaerwater wort Malacca van 
syn gebnyren ten principalen verlaten, daervan voor desen haer 
meeste soBtent beqnamen. Soo sQn de Regeerders ende ingesetene 
oock seer twistigh; snlckx dat het daer confdys toegaet ende den 
tyt nn gebooren is omme den vyandt aen te tasten ende ons meester 
van Malacca te maecken, 't welck door Godes genade met des At- 

chinders assistentie eerlange staet te geschieden Bi} 

overwinninge sgn wg meer genegen alles te mineren dan veelbeset- 
tingh te honden , opdat in de oncosten niet comen te smooren. t' Sal 
genoegh wesen dat des vgants negotie tot ons devolvere, gelyck dat 
nootsaeckeigck geschieden moet, ten ware om respects halven, als 
de commoditeyten van de daer om her vallende negotie van peper, 
thin etc: met meer voordeel te gauderen, item d' omliggende voicken 
in toom te houden , een van Malaccas bequaemste fortificatie(n) beseth 
ende comptoir van negotie hielden; daerop nae desen sullen delibe- 
reren ende t' avantagieuste voor de Gompie betrachten, wel lettende 
dat niet meer omvamen als de Gompies constitutie gedooght ende 
met voordeel (daer t' om te doen is) uytvoeren oonnen. 

Tegenwoordigh bestaet Gompies navale macht in dat vaerwater 
onder 't commando van den Commandeur Comelis Symonsen van der 
Veere ende Vice Gommandeur Orlando Thibault, twee wackere per- 
soenen, uyt negen jachten .... gemandt met varend volck 
ende soldaten tot de nombre van 470 coppen 

Desen jare is van den vgandt in dat vaerwater becomen te weten 
op 13en February een naveth Nossa Signora del Rosario, comende 
van Macao t' welck, siende onse jachten, niet ontleggenconde, tegen 
de wal seylde ende vluchten aen landt met omtrent 50 pont goudt 
alvooren t' jacht in den brandt steeckende. By d' onse wierde alle 
diligentie aengewendt 't vier t' nyten ende van de wal te crygen, 
doch geraeckte de ladingh meest schadeloos. De gevluchte aen landt 
geen uytcompste siende, gaven haer met hun goudt op genade ende 
ongenade gevangen. 

Item den 28 February ende 4en Meert, twee geliassen in de riviere 
van Eeda, ende in de riviere van Taranga een ledigh naveth by ons 
Negapatnam genaempt met 31232 1^ thin ende 23 gevangene. 

Den 2 Juny Nossa Signora de Bon Succes, comende van Ooa, 
met rys, cberafins ende juweelen, die de vyanden meest aen landt 



360 
begroeven, doch naderhant oock in onse handen gecomen sijn etc. 

Anno passato is UEd: geadviseert dat nae t vaerwater van Ma- 
lacca affgevaerdight hadden t jacht Zeebnrch met een cargasoen cleeden 
ende 1000 realen in specie bedragende f 10665-2-8 tot procure van 
thin, peper etc. ende voorder ondersoeck des handels in Pera, Keda 
ende Lada. Den Vice-Commandeur Thibault is derwaerts geweest, 
van de Perase ende Kedase Coninghen sonderlinge wel getracteert, 
contract van handel met exclusie der Portugesen getroffen ende om 
rapport van sijn verrichten te doen per t' jacht Zeeburch nevens 
26906 ffi genegotieert thin , adij 6n Julij van gemelte quartieren her- 
waerts gecomen te weten 

15973 ® van Pera, gehandelt a \ reael de vidor off 3 ® ende 

10933 ® in Keda, voor 35 realen de bhaer van 3 picols off 
360 ®. Sulckx dat gemelte thin met d' oncosten compt te bedra- 
gen f 7058-6-4. 

Dese plaetsen worden veel bevaren. De Macassaren, Maleyers, 
Mattaramse ende Bantamse Javanen hebben desen jaere uyt Pera 
alleen gevoert 3 duysent ende den Atchinder 600 bhaeren. . . . 

Pera, nae verstaen levert jaerlyckx nyt tusschen de 6 ende 7 
duysent bhaer thin. Keda minder ende tot hooger prijs, maer de 
coopmanschappen , die daer tegen verhandelt worden, geven meer 
voordeel als in Pera. Jaeriyckx verschijnen in Keda die van Bengala , 
Pegu ende Coromandel, voeren veel thin derwaerts. Bij gevolgh van 
tijt verhopen desen proffijtgevenden handel voor de Compie alleen te 
incorporeren. Keda heeft sich vijandt van den Portugees verclaert 
ende Pera is een subject van de Atchinse croone. Meer thin souden 
becomen hebben, maer waren te laet verschenen in voegen boven- 
verhaelde trafficquanten haer competentie vóór ons aenlanden becomen 
hadden ; 

Met meergemelte Orlando sijn hier mede verschenen d' affgesanten 
der voornoempde coningen , yder een missive medebrengende , daerinne 
haere vrundschap aenpresenteren ende het gecontracteerde confir- 

meren 

[Betreffende Djambi wordt behalve details omtrent ^en handel met 
een woord vermeld:] de wedercompste van Pangeran Aria ende den 



361 

Jambisen adel uyt Palimbangh , alwaer contrarie haer gevoelen Radja 
Tomagon als Coningh met approbatie van den Mattaram int Palim- 
.banse ryck bevestight heeft ^ ; . . . . Hoe de Portugesen met 
eenigh cleen vaertuych de Jambise riviere getracht hebben t' infes- 
teren, daertegen de Jambinesen eenige prauwen omtrent Malacca 
sonden, alles wyders gelyck geseyt in ons verhael * g'extendeert. 

Den Oppercoopman Lucas de Vogel is in Jamby synen dienst wel 
waernemende; wert van de Groote, sonderlingh van Ratou Mas, 
seer g'estimeert 

Voorleden jaer is ÜEd: aengeschreven onse frequentatie in Palim- 
bangh ende de motiven waeromme genegen bleven, t' vervolgh des 
peperhandels voor eerst aldaer te continueren , ende dat onder directie 
van den Coopman Pieter Soury den 30n October derwaerts hadden 

affgesonden t' jacht den Brack t' Sedert is gemelte 

Sourij over Jambij per de Brack geladen met Palimbangse ende 
Jambyse peper herwaerts gekeert ende op desselffs rapporten, dat 
het nieuw gewasch tegen Jnlij ende Augusti sich in Palimbangh 
seer opulent verthoonde .... wierd goetgevonden .... 
meergemelten Soury weder derwaerts te committeren. 

Radja Tommagon nu (met approbatie van den Mattaram als hier- 
voren in Jambij s text geseyt) tot Coningh in Palimbangh aengenomen , 
schynt van ons vrij estime te maecken ende heeft (sic) den Coopman 
Sourij seer wel gesint. Echter de groote correspondentie, ende dat 
een subject is des Mattarams, doet ons om sien ende op hoede wesen , 
sulckx onse negotie uyt het jacht wort gedreven ende aen landt 
niet vertrouwen. 

Geduy rende Sourij s aen wesen heeft gemelte Coningh twee expresse 
aflFgesanten aen ons gecommitteert. Den eersten verscheen hier met een 
tuigangh wel gemandt, den 20 JulQ passato, versoeckende volgens 
sijn missive met een schenckagie aen ons gedirigeert, de relaxatie 
van 14 Javanen ende Palimbangers , hier inde kettingh geslagen, 
vermits omtrent Ontongh-Java waren comen rooven, den 21n Meij 



1 Vergelijk hiervoor bil. 329, 330. 

2 Het ontbrekende Dagverhaal van Batavia. 



1 



363 

door onse Maleyse ingesetenen aengehaeld ende binnen gebracht , 
sijnde den brieff vrij wat heersch ingestelt, gelgck off aen sijn min- 
dere was schrgvende. Den tweeden scheen van swaerder gevolge ende 
wert daerbij versocht restitutie van volck ende goederen, gesneavelt 
in drie vaertuygen, die geseyt wierden sijne Ambassadenrs te wesen, 
comende nyt de Mattaram ende omtrent de Palimbanse riviere bQ 
t jacht Cleen Nassauw tegen de wal gejaecht ende verbrandt, met 
seer scherpe insinuatie, soo tot vergoedingh niet verstonden ende 
sQne onderdanen aller wegen onbeschadight varen lieten, dat geen 
reeckeningh op Gompies middelen, jacht ende volck in Palimbangh 
wesende, te maecken hadden, wilden die dooden ende de goederen 
bij forme van represalie aenslaen, sustinerende 20 Falimbangers 
doot geschoten waren. Desen brieff was int Maleys geschreven ende 
door Qney Seme Jnda ingestelt. Een ander qaam daemevens in 
Portngese tale door sijnen Secretaris Valerio Gentil, vr^ wat sachter 
geschreven, dat t' gemelte jacht Cleen Nassauw, comende uyt t' 
vaerwater van Malacca, dit vaertnygh aende wal hadde gejaecht ende 
verbrandt, vermits op sijn waerschouwingh weygerden aen boort te 
comen. t' Is inder daet soo, maer wij wel verseeckert geen volck 
verseert noch gedoot waren, ende dat oock haer principale goederen 
met hun minder vaertuygh gesalveert hadden 

tVersoek van d'eerste besendingh vonden goet toe staan, hoewel 
de geeyschte persoenen geen cooplieden maer zeeroovers waren ende 
daerover de doot wel verdient hadden, geiyck wij Sijn Mayt duyde- 
IQck aenschreven, neven t'gene meer tot antwoorde van desselffs 
missive noodlgh is geoordeelt^ 

Aengaende het tweede versoeck, als sijnde van al te schadelQcken 
gevolge, is gemelte Goningh op consideratien als in resolutie van 

ultimo Augusto passato voorgebracht, plat affgeslagen 

Ende op dat d'onse voor ongeval ende swarigheyt in Palimbangh 
te beter mochten bleven verseeckert, vonden goet derwaerts wel 
gemandt uyt te setten de jachten Vlielant endeNegepatnam, daermede 
de jonghste gesanten aen Sonry in versekeringh souden op dat die 
van Palimbangh van onse resolutie voor de verschgninghdeser jachten 
geen kennisse bequamen. Maer alsoo de saecke wat hoogh geheven, 
doch niet vervolght sQ, ons volck ende 't jacht den Brack, met peper 
geladen, voor dese antwoorde keerde, gedemitteert waren, sullen 



363 

hiervan niet langer wesen 

Sulckx dat desen jaere van Palimbangh snccessive ontfangen hebben 
de naevolgende peper, soo voor contant als cleeden geprocnreert, 
Oostende met alle ongelden door een mym 8| reael t' picol. . . • 

Somma bedraegt de quantité in retour van Palimbangh ontfangen 
pis. 4443,82 catty.. f 97455 — 1 — 5. 

Met dese jonghste jachten compt den Coopman Sonrij persoonleek, 
nevens suyvere reeckeninghe ende gesloten boeken in negotie doet 
goet geproflS teert te hebben de somme van f 12048 — 10 — 10. 

Synde alle oncosten ende montcosten als schenckagie tot laste van 
den peper gebracht. 

Met seer groot genoegen was van den Coningh gescheyden, mede- 
brengende desselffs missive, seer vrientlijck ingestelt, daervan het 
translaet hier neven gaet. Den Coningh excuseert sich grootelyckx 
seggende dat de persoonen, die voorgemelde brieff soo hert ingestelt 
hadden sijn verderff naejaegen ; dit sQn Jambinesen. Daertegen seggen 
die van Jambi) door den Palimbanger t' onrechte worden beschuldight 
dat sij souden sijn geweest d' aenraeders omme de Nederlanders 
onversiens, sonder den Generael kennisse te doen, te massacreren, wegen 

t' verbranden der vooraengetogen vaertuygen 

Hy ^ persoonlijck was met een leger nae Toulonbawangh (die 
onder Bantam sorteren) getrocken , omme deselve onder sQn gehoorsaem- 
heyt te restitueren. Die van Bantam hebben hun daer tegen g'armeert 
ende sijn met een redelycke macht derwaerts 

Geschreven in U£d: casteel Batavia desen 22 December Anno 
XVF achtendertigh. 

U£d. g' affectionneerde vrunden ende 
trouwschuldige dienaers den Generael 
en de Raden van India. 

Als Geassumeerde Raeden. Antonio van Diehen. 

Abbaham Wblsing. ^ Phs. Luoasz. 

1638. Cabel Renibbs.2 
cobnelis vak dbb lijk. ^ 



1 Nameiyk de Sultan van Palembang. 

2 Kort te voren van de Kust yan Koromandel temggekeerd « waar hg het 
Directeurschap bekleedde. 

3 Fiskaal, in Jan. 1639 gerepatrieerd. 

4 Boekhouder generaal. 



364 



LXXVII. Gouverneur Generaal (Antonio van Diemen) en 

Raden aan Bewindhebbers der O. I. Compagnie, 
12 Januari 1639. 



Becomen over Ticco brieven uyt Atcbyn van den 

coopman Jan van der Meulen daerbg ons aenschrijft 

op 14n Jnly aldaer van Malacca aenlangde een Portugees vaertuyeh 
met vele costelijcke juwelen, daer voor uytgevoert hebben dertich 
duysent Realen van Ben met partyen rgs; sijnde voor die tyt seer 
minnelgck in Atchyn bejegent ende met groot contentement ver- 
trocken , ende onaengesien 't goet tractement mitsgaders dat de 
Majesteyt op der zelver versouck eenige gevangene Portugesen vrij 
stelde, soo voerden secretelyck met hun na Malacca vier Ooninchs 
slaven. Op dit goet onthael ende de smaeckelijcke voordelen van 
Atchljn, deden die van Malacca vervolch, ende verscheen andermael 
int jongste van September tot Atchijn een Galias met 31 Portugesen, 
daer onder een aensienlijck persoon. Een ander Galias stont mede 
om binnen te loopen. Cort na derselver arrivement heeft den At- 
chynsen Coninck de bovengemelte 31 persoenen doen grijpen ende 
dooden nevens onttent 20 van hare slaven, werpende een capitayn 
der Portugesen voor den grauwen oliphant. D'oorsaecke van dese 
soo onverwachte veranderingh ende harde proceduyren tegen meer- 
gemelte Portugeesen werden ons niet bekent gemaeckt. Uyt monde- 
linch rapport verstaen bij ontyde eenige insolentie ontrent Compagnies 
hnysinch gepleecht hadden ende dat op Coninchs ontbieden refuseer- 
den opt Hoff te compareren. T'is altgt sulcx door Conincks soldaten 
uyt der Engelse huysinch gehaelt, voor de Mayesteyt gebracht, als 
geseyt gemassacreert ende hare middelen bij den Coninck aenge- 
slagen sijn. Wg connen dese acte in ons gemoet niet lauderen. Beter 
ende rechtmatiger ware geweest sijn Mayesteyt hun 't landt alvooren 
ontseyt hadde met insinuatie in toecomende in sijn gebiet niet te 
verschijnen op pene des doots. 

Ter selver tyt waren op d' Atchinse riviere omme water te haaien 
aengelandt de jachten Rijswijck ende Venhuysen, door den Comman- 
deur Cornelis Sijmonssen uyt het vaerwater van Malacca nae Pulo 
Wey ende Gomes poles [gezonden] omme aldaer te cruysen op 't 



365 

secours dat in September van Goa nae Malacca ende Atchin stont 
te comen, geleek daer van seeckerigck uyt advise, met de veroverde 
fluyt Bon Succes becoomen, waren verwitticht. 

Den Cooningh mandeerde aen gemelte jachten de tweede gelias , 
die op de moorse reede geanckert lach, te vermeesteren, wgders 
toestaende alle Portngesen ende hun vaertuych, op desselfs reede 
ende sijn gebiet bejegenende, vyantelijck vermochten aen te tasten. 
[De galjas wordt zonder moeite door de Hollanders veroverd. Daarop 
gaan zij weder aan 't kruisen en krijgen den 26 Oct. drie Portu- 
geesche fusten in 't gezicht, van Goa komende, die hun koers naar 
Atjeh stellen. Na een hevig gevecht wordt een veroverd en een 
tweede in den grond geschoten. Het derde vlucht naar Atjeh en valt 
daar in handen van den Sultan, die zich den buit toeeigent en de 
Portugeezen in de ketting slaat.] 

Ondertusschen gevoelt den Portugees de smarte ende sullen des 
Atchienders proceduyren tegen Portugal een onversoenlgcke oorlooge 
veroorsaecken , daer voor desen aen getwijfelt is. Hebben ^ 300 zielen 
op gehadt daer onder 100 Portugesen ende Mesticen die alle omge- 
coomen zijn behalve 150 * omtrent den Cooningh in Atchin ende 
twee b§ ons gevangen : 

Den 911 deser hebben [wQ aan] de gesanten van Atchin audiëntie 
gegeven ende Conings missive ontfangen, daerbij ons recommandeert 
den Jhorit alle afTbreuck te doen, alsoo Malacca ten principale door 
deselve met vivres word gesustenteert , e